-ocr page 1-
9f \' r
* w
^V\'^vi ^** ^
v*
00
00
fc% ^>V «L*. <L%. <kA ^%* <*A %»% _V*
\'0        00        0 0        00        00        *€        *0>        *0        00
0 0        \'0 —00 —00 —00
00        0~         00 m
kA         *A \\ _\\\\        VV         \\\\ V* <\\ V*
ff        0€00 —00        00        00 *>/ —00 —00
\\V   ^ü -*V Ól     <*>      *A \\\\ \'^>a V
Vr        0€ •># —00     -ff     —00 —00 "Vr «r,
•>* *>V fc!*% •>* »V* »-VV •>* m?
€0 -00 —00 —00 —00 —00 —0e «
>v •>* «>v »>* »^% •>* *-v* •>* •>\'
00 —00 00 00 re 00 re 0 Tr<
00        0 0         00        00        0 0        00 €0       
\'0
JkX       <*\\. .V* ^** _*V       %A %A        %A       *<
ff.1 . ff. ff. ff.: f f. f*, ff. ff.. f*
.....J. % \'-■ ^1*A _>%. «A*^ WV*> »** .1** ->%
\'. ff.. ff... Tff. Tff..Tff.. Tjff. ..ff.. Tff.
\\\\ \' "\\\\ \' \'9xx -<%a jüL "iï\' J*V ^vL \' jï\'
ff. .ff ff. ..Tff... .. f. ff. ff., .ff. .f\'
i l \\K ^%A Jk% Aa %V i\\ _%%. *M>
\' —00 —00 —00 —00 —00 —00 —00 —00
.f*
• •
00 —00 —00 0 00 00 00 —00 —0
> -A* <** %a *v kv .%A v* _v\\
.\'... f.f... ff..Tff. Tff.:~*f...ff..Tff...T\'ff..
\'x% \' \'lAX \' jil\'\' \'1a&: " _ A." ^A \' \'l&M \' ■ ^i\\ \' "<i
*0        0 0        0 0        *0- 00        00.        00        00        *
i 1*a AiL %i J^v _jLï Ivv A% i*
r        0 0        0 0        00         00        00 .. 00        00        i
.
-ocr page 2-
2,3c§
KVjyvo I
Z. oct.
3418
(}ESC HENK
VAN" HET
UTR. OUD-STUDENTENFONDS.
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
.
-ocr page 6-
LICHTDR- V. EMRIK 4. BINGER, HAARLEM-
M. M. COUVEE, \'S G?!AVENHAGE.
UI
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
A06000003936907B
0393 6907
-ocr page 7-
J°3 W<?
tm
F
ROKKELVLOER
m
iw1
VAN
rC^W,
Mmm.
■ÏJMSPREUKEN
OUD EN JONG — ONTLEEND EN EIGEN
DOOR
NICOLAAS BEETS.
Uitgegeven ten behoeve van den bouw cener Protestantsehe
Kerk te Valkenburg (L.)
-^Baaffl^
Koninklijke Nederlandsche Boek- en Kunsthandel van
M. M. Couvée. —- \'s-Gravenhage 1891.
-ocr page 8-
KERKVOOGD en NOTABELEN der Ned. Herv.
Gemeente te Gulpen en Valkenburg, betuigen hunnen harte-
lijken dank aan allen die hebben bijgedragen, hetzij door
g i/ten, hetzij door intcckcning op dit werkje
, aan den bouw
der Protestantse/ie Kerk te Valkenburg (L.)
-ocr page 9-
I.
f*
& \\JjX roote stroomen, hooge boomen,
Heilzame kruiden , deugdzame luiden ,
Zijn niet voor zichzelv\' geboren,
Maar voor de wereld, waaraan zij behooren.
II.
Man van deugd en van liefde, wij treuren
Als de boosheid U martelt en keelt!
De sandelboom zij uw beeld:
De bijl, die hem velt, doet hij geuren.
<JzT
-ocr page 10-
mÊSÊÊÊBBBBÊaBBËBaSÊSas i
3^fAAF( ?]|ÏIËF(ONYMUS.
vu
e traan boetvaardiglijk geschreid,
<&W Die d\' On-verwinbren overwint,
-X
Die d\' Onafhanklijken verbindt,
Verweldigt Gods rechtvaardigheid.
Mf
B
mAAI{ lïUGUSTINUS.
I.
^VilCiJ schiept ons t\' Uwaart, en ons hart, o God die leeft,
Hoe zou het rusten, eer het U gevonden heeft?
-ocr page 11-
il
Die veel met God verlangt te wezen ,
Moet vlijtig bidden, vlijtig lezen ;
Want als hij bidt, hoort God zijn stem;
En als hij leest, spreekt God tot hem.
Mf
r§AAF( §ENECA.
minst begeert,
Het minst ontbeert.
M=f
-ocr page 12-
jggps
7*T
Kit de xivE Eeuw.
7 "\\\\ Is gij wel denkt, zijt Gij in God;
;5 Als gij wel doet, is God in U;
Hoe zalig wordt dan eens Uw lot,
En hoe benijdbaar is \'t reeds nu.
Mf
Hit het Suitsch.
i.
J,;Jh"]i)egin met God den morgen;
Eet \'s middags welgemoed uw brood;
Gedenk des avonds aan uw dood;
Verslaap des nachts uw zorgen.
-ocr page 13-
II.
Wie drinkt zonder dorst, en eet zonder honger,
Sterft des te jonger.
III.
Tevreden wezen: kunst en eer.
Tevreden s c h ij n e n: lak! — niets meer.
Tevreden worden: groot geluk.
Tevreden b 1 ij v e n : meesterstuk.
IV.
Hoe hooger berg, hoe dieper dal;
Hoe grooter man, hoe lager val.
yK
-ocr page 14-
\'AAF^ jg^IEDF^ICH pLÜCKEF(T.
ij hebt twee ooren, slechts éenen mond,
Omdat ge u toe zoudt leggen,
Zoo veel te hooren als gij maar kont,
En weinig daarop te zeggen.
Gij hebt twee oogen, slechts éenen mond,
Opdat gij den slag zoudt krijgen,
Veel op te merken, zooveel gij kont,
En veel er van te verzwijgen.
Gij hebt twee handen, slechts éenen mond
Opdat gij wel zoudt weten,
Dat gij met de twee hard werken kont
En slechts met den eenen moogt eten.
MT
-ocr page 15-
WÉêêSÊËÊÊÊÊÊÊÈM
Ü$AAF( ïj$EF(MAN §£ING.
?-^eg uwen vrienden iets in \'t oor,
^g^p* Het klinkt wel honderd mijlen.
Uit muizentanden geen ivoor,
In spijt van \'t vlijtigst vijlen.
>c_
De groote vooglen gaan niet los
Op al te kleine koornen.
Verlang toch niet van éénen os
Twee huiden en vier hoornen.
>?C_
-ocr page 16-
Die niet vooraf zijn korrel zaait,
Zal nimmer halm zien schieten.
Die op het veld zijn graan niet maait,
Ten disch geen brood genieten.
Die een droog huis bewonen wil,
Moet gelijkvloers niet bouwen.
Houdt iemand zich wat al te stil,
Gij moet hem niet vertrouwen.
^
-ocr page 17-
^^^Si^^^^^^^^^P^^S\'
aar #hakh:speaf(e.
eef weinigen uw stem, maar leen aan velen
\'t oor;
Neem elks berisping aan; behoud u \'t oordeel
voor.
II.
\'t Valt lichter twintig man getrouw de les
te lezen,
Dan voor een twintigst deel daar zelf aan
trouw te wezen.
a*t
11
-ocr page 18-
f^JAAF( \'<|>ONG^EVE.
2£^
^-.JJtel niet tot morgen uit om wijs te zijn;
^y. Wie zegt u, dat de zon van morgen u beschijn?
Mf
>2-<L
Jf AAF( ffi\'ANNAH ffioOr^E.
f\'\\TTjTa waar gij wilt, gij vindt alom dezelfde fout,
Ü
?yy Dat elk zijn kleinen kring voor heel de wereld
^
                                                              houdt.
_<r
X
ffAAF^ \'pEOF^GE jJLLIOT.
V T.
:.. >L\\ w daden reizen mee, waar heen gij zeilt of rijdt;
Wat gij geweest zijt, maakt u wat gij zijt.
s
X
12
-ocr page 19-
JElGEN.
ennis zij Macht,
Liefde is Kracht.
/te
II.
Is Liefde blind: de ware Liefde ziet
Wat heelt en helpt, en sluit haar oogen niet.
III.
Die beter willen doen clan goed,
Doen erger soms clan kwaad.
Iets goed doen eischt een kalm gemoed;
Ook \'t edelst dwepen schaadt.
13
-ocr page 20-
^^^^J^®^^^H\'
IV.
Hij strooit een bloem op \'s braven graf,
Die doet, waarvan hij \'t voorbeeld gaf.
V.
Die vriendlijk liegt, kweekt vrienden aan;
Die waarheid spreekt, heeft haast gedaan.
VI.
Wèl hem die de ervaring derft,
Dood te wezen, eer hij sterft.
VII.
Is \'t oog gezond, het ziet zijn plicht;
\'t Goed ingeziene is haast verricht.
u
-ocr page 21-
Niet wat gij slikt, maar wat gij kauwt
Niet wat gij eet, maar ook verdouwt,
Sterkt,
Voedt en werkt;
De rest benauwt.
IX.
Zorg maakt den Man, en doet Bezorgdheid zwijgen;
Hij die geen zorgen heeft, moet zorgen ze te krijgen.
15
-ocr page 22-
ISS^^Sffl^^^Hffl^^^i
il
•«EN SLOTTE.
-tv
M^
(jJÊjf ie een steen brengt tot den bouw,
Kan hij meer niet, handelt trouw.
16
/^\'Z