-ocr page 1-
\\ï}uz
-■■vi? mff)
VERSLAG
TE PARIJS
BKLAIORUK VOOE I>K
GESCHIEDENIS VAN NEDERLAND
OP LAST DER REGEERINU INGESTELD
6. BUSKEN HUET
sous-bibliothécah-e de la liibliothéqite Nationale {Paris)
Dr. J. S. VAN VEEN
te Arnhem
\'8-GBAVENHAGE
müQtinüs nijhoff
V 1899
HI8T. GEN.
ijk 2$W
-ocr page 2-
Hist. Gen.
oct.254f
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
-
VERSLAG
TAK
ONDERZOEKINGEN NAAR ARCHIVALIA TE PARIJS.
-ocr page 6-
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
A06000012910513B
1291 0513
-ocr page 7-
%e twi
VEESLAG
11111 NAAR 1HIÏM
TE PARIJS,
BELAXORIJK VOOR DE
GESCHIEDENIS VAN NEDERLAND,
OP LAST DER REGEERING INGESTELD
G. BUSKEN HUET
soits-bibliothccaire de la Bibliotlièque Nationale (Paris)______
n
Dr. J. S. VAN VEEN,
te Arnhem                     V          ;. :,:a( £.V\'
\'S-GRAVENHAGE
MARTINUS NIJHOFF
1899
-ocr page 8-
Gedrukt ter Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij.
-ocr page 9-
VERSLAG VAN ONDERZOEKINGEN
NAAR ARCHIVALIA
te Parijs,
met 3 Bijlagen.
------                                         Parijs, 5 Novembor 1897.
Do ondergeteekendc heeft de oer Uwe Excellentie het volgende te
berichten als resultaat van de totnogtoe ingesteldo onderzoekingen hem
opgedragen bij missive van 14 December 1896, n°. 2974, afd. K. W.
In overleg met de heeren FattlN en Blok , hoogleeraren te Leiden,
heeft hij vooreerst, bij wijze van proef van bewerking, de papieren
betreffendo Gelre van do dertiende tot de zestiende eeuw, mot name
die aangaande Karel, Hertog van Golre, aanwezig in do Archives
Nationales en do Bibliothèque Nationale en in het verslag van Prof.
Blok vermeld op blz. 9, 13 en 42/3, nader onderzocht. Enkele merk-
waardige in cijferschrift daarbij voorkomende brieven heeft hij in extenso
bewerkt met oplossing van het cijferschrift, het eerste waarvan in do
Nederlandsche geschiedenis melding wordt gemaakt. De gemaakte regesten
en aanteekeningen gaan hierbij ondor bijlage A in chronologische
volgorde met verwijzing naar de gebruikte dossiers.
Vervolgens zijn onderzocht do papieren uit den tijd van Prins Wil-
lem I, aanwezig in de verschillende collectié\'n dor Bibliothèque Nationale,
der Archives Nationales en van het Département dos Affaires Etrangèros.
Ook de nauwkeurige beschrijvingen van deze stukken, een enkele maal
de stukken in extenso, zijn met voortdurende verwijzing naar de ge-
bruikte dossiers in chronologische volgorde bijeengeplaatst en als
bijlage li bij dit Verslag gevoegd. Zij omvatten het grootste gedeelte
van de stukken in genoemde verzameling, die over het bedoelde tijdvak
handelen.
Het is het plan van don ondergoteokende, wanneer het Uwe Excol-
lentic behagen mocht ook voor hot volgende jaar hem een subsidie
toe te staan, deze onderzoekingen voort to zetten met de ovoreen-
komstige behandeling van de collectiën uit do tijdon van Prius Maurits
en Prins Frederik Hendrik, om dan met de genoemde heeren in nader
overleg te treden over verdere nasporingen in de Fransche archieven.
Hij heeft reeds eene kleine schrede op dien weg gedaan door de
-ocr page 10-
VI
bewerking dor merkwaardige papieren van Hotman (Verslag Blok,
blz. 33), in Bijlage C nader beschreven.
Bovendien heeft de ondergeteekendo gelegenheid gehad om vorschil-
lende Nederlandsche geleerden van dienst te zijn bij hunne onderzoe-
kingen in do Parijsche archieven naar bepaalde in het Verslag van
Prof. Blok genoemde documenten, die hunne bijzondere opmerkzaamheid
tot zich hadden getrokkon. Vooral do drie genoemdo bowaarplaatson,
maar ook andere Parijsche verzamelingen leverden hem de stof tot het
doen dezer onderzoekingen, die de ondergeteekende meende te moeten
beschouwen als in nauw verband staande met de hem door Uwe
Excellentie verstrokte opdracht en ook daarom volgaarno op zich nam.
Hiermede heeft hij de oer, met de botuiging van don Uwe Excellentie
verschuldigden eerbied zich te noemen
tan Uwe Excellentie
den dienstw. dienaar
G. BUSKEN HUET,
sous-bibliothcvairc Je la Bibliothi\'iue Nationale.
26 rno de la Faisanderie, Paris.
Aan Zijne Excellentie
den Minister van Binnenlanduche Zaken,
\'s-Gratenhage.
-ocr page 11-
A.
J- 1. 1281. Augustus (Asnières).
Reinout, Graaf Tan Gelre, verklaart de haven van Harlleur en alles
wat hij te ïfontivilliers (Monasterium de Villare), Etrerat en Fécamp
bezat, aan den Koning van Frankrijk afgestaan to hebben tegen een
rente, wier bedrag bepaald zal worden door Willem, \'s Graven kape-
laan, en Everard van Pannodem. Overeenkomstige verklaring van Koning
Philips III.
Zegels der twee vorsten.
(Areh. Nat. J. 522 n\'. h.
2.     [1288. Zonder datum, plaats en jaartal, na den 5 Juni.|
Voorloopige overeenkomst tusschen Reinout, Graaf van Gelre, et Jan,
Hertog van Brabant, nadat de eerste in den slag van Woeringen ge-
vangen genomen was, waarbij hij verklaart zich aan do beslissing van
Philips, Koning van Frankrijk, te zullen onderwerpen.
Minuut.
(Aren. Nat. J. 5-22 n\'. 21).
3.     [1288. Zonder datum of jaartal, na den 5 Juni.|
Lango perkamenten rol met klachten van Reinout, Graaf vanGolro,
over het gedrag van den Graaf van Vlaanderen ten zij non aanzien.
Aanhef: C\'est Ie eomplonte Ie quele li kuens de Gelre de doleurdu
kuer complent, encontre Ie coute de Flandres, et che fait il envis,
mais il est a cho esforchics....
Slot: Et chesto chose [a| offert li kuens de Gelee iadis faire, sur
teesmong do vohs, MgMKT et sur tecsmun de TOM tout chi estant,
de faire toutes ches coses deuant dites, en tous rans. quant li cuens
do Flandres cho vorra prendre de lui, et sur chou il requiert les
tesraonniage de vous tout, chi estant.
Wit voor het opnemen van namen van getuigen. Geen zegel.
(Arch. Nat. I. 5*1 n\\ 22).
. i. 1292. 10 Octobcr, dag na S. Denijs, (z. p.).
Reinout, Graaf van Gelre, geeft volmacht aan zijn kapelaan Willem
en aan Jan Calvard, om de renten te ontvangeu, hem verschuldigd
wegens do afstand van Harlleur aan wijlen Philips III van Frankrijk.
Zegel verloren.
(Arch. Nat. J. 522 n«. 2).
-ocr page 12-
i 5. 1293. Augustus (z. p. [Parijs)), Zondag vóór de onthoofding van
St. Jan.
Jan Calvert, gevolmachtigde van Reinout, graaf van Gelre, erkent
de renteu, den laatsten verschuldigd wegens de afstand van Harfleur,
ontvangen te hebben.
Sporen van een zegel.
(Arch. Xat. J. 522 n«. 3).
/. •
6.     /.. j. (Mechelen), Ie Vendredi apres Quasimodo.
Overeenkomst tusschen den Bisschop van Luik, de Graven van Hene-
gouwen, van Gelre en van Gulik, ter eenre, en den Hertog van Brabant,
ter andere zijde.
Aan het einde, wit voor liet opnemen der namen van getuigen. Eén zegel, geschonden.
(Arch. Nat. J. 522 n». 23).
(Schrift van den aanvang der 14e eeuw).
Aanhef: Il est traitté entre nous, conté de Flandw, et nous, conté
de Ghelre, des controuersies et debas, qui ont csté et encor sont,
entre haus hommes et puissa».", 1\'evesque du Liege, lecontede Haynau
et nous, conté de Ghelre, dessn-. nommé, conté de Julliers, tant comme
touche chascun singulièrement, encontre haut prince et noble, Ie duc
de Brabant.
7.     1332. Mei (Senlis).
Waleran, Bisschop van Keulen, Reinout van Gelre en Willem van
\'\' \' y
         Gulik, verbinden zich Philips, Koning van Frankrijk en zijn zoon Jan,
bij te staan tegen Robcrt van Artois, den Hertog van Brabant eu hun
j . helpers, evenzoo tegen lieden van het gebied des Konings, die hem
^vj
          ongehoorzaam zouden zijn. Nadere bepaling der voorwaarden.
- sj ^«.         Zegels van Keulen, (geschonden), Gelre en üulik.
-C,-^-. «* *^r*r3Il^ x\'v>«««                                                       (Arch. Nat. .1. 522 n». 5).
■ 8. 1332. Mei (Senlis).
Reinout, Graaf van Gelre, verklaart gehouden te wezen Philips,
Koning van Frankrijk, en diens zoon Jan bij te staan jegens Robert,
Graaf van Artois. den Hertog van Brabant en mogelijkeongehoorzamen
in Frankrijk zelf. Bepaling der voorwaarden (vgl. ongeveer gelijkluidend
traktaat, onder voorgaand nummer).
Zegel verloren.
(Arch. Nat. J. 522 n«. 6).
9.     1337. 6 Augustus.
Notarieel afschrift van de verklaring J. 522 n". 5, gewaarmerkt met
het zegel (geschonden) van den Officiaal van Parijs.
(Arch. Nat. J. 522 n\'. 56is).
10.     1337. 6 October (Vincennes).
Philips, Koning van Frankrijk, gelast Thomas de Sept Fontainesen
Jean „de Dintatilta" Reinout, Graaf van Gelre, aan te zeggen, dat
hij, gelot op de vijandige houding van den Engelschen Koning en op
-ocr page 13-
;;
de gesloten verdragen, zich met het bepaalde aantal mannen te Amiens
heeft te vertoonen in quindena festicitatis ommium Sanctorum.
Zegel in jreel was.
(Arch. Nat. J. 522 n*. 8).
11.     Dubbel van hetzelfde stuk.
(Arch. Xat. J. 522 n". 8bh).
12.     1337. 28 October (In oppido de Monteforti).
Notarieel instrument constaterende de overlegging aan Reinout, Graaf
van Gelre, van de procuratie, mcdegegeven aan Thomas de Sept Fon-
taines en Jean de Dintavilla: en hot antwoord op de maning van den
Koning van Frankrijk door den Graaf gegeven: dat hij voornemens was
zijn woord te houden, maar wegens ziekte en afwezigheid van raads-
lieden thans geen beslist antwoord kon geven.
(Arch. Nat. J. 522 n*. 9).
tl 13. 1379. 13 Februari (Vincenncs).
Willem, Hertog van Gulik verklaart voor zich en zijn tweedenzoon
Reinout, den Koning van Frankrijk homayium Ugium gedaan te hebben,
wegens eene rente, hun uit te betalen.
Zegel.
(Arch. Nat. J. 522 n». 12).
,. 14. 1378. 23 Maart (Aken).
Overeenkomst tusschen Willem van Gulik en de gevolmachtigden
van Karel, Koning van Frankrijk, betreffende Virson en Lury.
Cedula originati*, op papier, vgl. den brie!\' van Willem van Gulik , n°. i« en 2U.
(Arch. Nat. J. 522 n». iOhis.
» 15. 1879. Aken, feria quinta post dominicam Lotare.
Willem, Hertog van Gulik, verklaart met de gevolmachtigden van
den Koning van Frankrijk een zekere overeenkomst gesloten te hebben,
en voornemens te zijn, zoodra hij een hem beloofde som ontvangen zal
hebben, in persoon in Frankrijk het gesloten traktaat ie komen bezweren.
Op papier.
(Arch. Nat. .1. 522 n«. 15).
16. Afschriften:
(1) 1379. 3 September (Nijmegen).
Willem, Hertog van Gelre, bekrachtigt de overeenkomst door zijn
vader gesloten betreffende Virson en Lury.
(Vgl. n\'. 18).
, 17. (2) 1387. 12 Juli (Nijmegen).
| Willem, Hertog van Gelre, zegt Karel, Koning van Frankrijk, de
vriendschap op.
(Vgl. n«. 26).
(Arch. Nat. J. 522 n«. 17).
18. 1379. 3 September (Gulik).
\', Willem, Hertog van Gulik, verklaart, ook namens zijn zonen
-ocr page 14-
i
Willem, Hertog van Gelre, en Reinout, zieli, wat zijn pretenaics op de
landen van Virson en Lury gelegon in hot hertogdom Bourgos betreft,
to vrede to stellen met een jaarlijksche som, door hem en zijn opvolgers
als loon to ontvangen, waartegen hij en zijn opvolgers zich verplichten
ilen Franschen Koning bij te staan tegen den Koning van Engeland.
Zegel.
(Arch. Nat. .1. 522 n". Wier).
19.     1379. 3 September (Nijmegen).
Willem, Hertog van Gelre, bevestigt de overoenkoinst door zijn vader,
Willem, Hertog van Gulik, aangegaan, betreffendo Virson en Lury.
Zegel.
(Arch. Nat. I. 322 n\'. II).
20.     1379. 3 September (Gulik).
Willem, Hertog van Gulik, bekrachtigt de overeenkomst betreffende
Virson en Lury, aangegaan door hem en de gevolmachtigden van den
Koning van Frankrijk, en herhaalt den inhoud van dat tractaut (n". 14).
Zegel.
(Arch. Nat. .1. 522 n«. liter).
21.     1379.
Analyso van hot traktaat van 3 september 1379, tusschen Willem
van Gulik, en zijn zonen Willem, Hertog van Gelre, en Reinout, ter
eenre, en den Koning van Frankrijk ter andere zijde.
Dubbele redactie, in het latijn en in het transch.
(Arch. Nat. J. 997 n«. 28).
22.     Dezelfde analyse, in dubbele redactie, eerste ontwerp, met ratures.
(Arch. -Nat. J. 997 n". \'29).
23.     1379. 3 September (Xjjmegen).
Willem, Hertog van Gelre, bekrachtigt do overeenkomst betreffende
Virson en Lury, aangegaan door zijn vader, Willem, Hertog van
Gulik, en de gevolmachtigden des Konings van Frankrijk, en herhaalt
den inhoud van dat traktaat (n". 14).
Zegel.
(Arch. Nat. .1. 522 n». Ilfci»).
24.     1379. 9 September (z. p.).
Johannes de Hame, ridder, erkent van den Koning van Frankrijk
ontvangon te hebben 1000 francs in goud, wegens een zekere overeen-
koinst, tusschen den Koning en don Hertog van Gulik gesloten.
Zegel.
(Arch. Nat. .1. 522 n". 14).
25.     1379. 9 September (Aken\\
Willem, Hertog van Gulik, erkent van den Koning van Frankrijk,
wegens eeno zekere overeenkomst, 7000 francs in goud ontvangen to
hebben.
Zegel.                                                  i
(Arch. Nat. J. 522 no. l«ü).
-ocr page 15-
5                                                                                                                                                                          - /!■
»- 26. 1387. 12 Juli (Nijmegen).
Willem, eerstgeborene van Oulik, Hertog van Gelre, verklaart
Richard, Koningvan Engeland, trouw en homagium te hebben beloofd,
en Karel, Koning van Frankrijk, als vijand te beschouwen.
Zegel (op papier).
(Arch. Nat. .1. 522 n°. 16).
/ 27. 1388. 22 September (Wolvelheyem).
\' Vredestraktaat tusschen Willem, Hertog van Gulik, en zijn jongeren
zoon Keinier, ter eenre en den Koning van Frankrijk en de hertogin van
Brabant ter andere zijde, waarbij de eerste zich o. a. verplicht minnelijke
pogingen te doen om zijn oudsten zoon, den Hertog van Gelderland,
tot liet sluiten van een accoord met Frankrijk te bewegen. — Bckrnch-
tiging van dit traktaat door Maria, Hertogin van Gulik.
/egels van den hertog, van Reinier en van de hertogin.
(Arch. Xat. J. 522 n". 18 en 18fcis).
28.     1388. 12 October (In campis propo Corensic).
Willem, Hertog van Gelre, verklaart met Karel, Koning van Frankrijk,
teen overeenkomst gesloten te hebben, inhoudende dat. indien hij, Willem,
voornemens mogt zijn Frankrijk aan te vallen, hij dit den Koning een
jaar te voren bij open brief zal aanzeggen; — voorts, dat hij zijn ge-
schil met de Hertogin van Brabant aan een seheidsgericht zal onder-
werpen.
Zegel.
(Arch. Nat. J. 522 n°. 20).
29.     1388. 7 December (Parijs).
| Willem, Hertog van Gulik, en zijn zoon Reinout verklaren Karel,
Koning van Frankrijk eed van homayimn te hebben gedaan, tegen be-
taling van een jaarlijksch pensioen van éOOO francs.
Zegel van den hertog.
(Arch. Nat. J. 522 n". 19).
30.     [Z. J.]. 31 October (Reims).
Orde, namens den Koning aan den secretaris Gerart de Montagu,
de ïievensgaando brieven en traktaten van hommage van de Hertogen
van Gulik on Gelre, en die van Conrard, „siredeLescleide etNuestin",
in den „tresor" te bewaren.
(Arch. Nat. i. 522 n". 33).
31.     U01. 2 Juni (Parijs).
t Willem, Hertog van Gelro en Gulik, bekrachtigt do verklaring van
getrouwheid en homayimn door zijn broeder Reinout aan den Koning
van Frankrijk gedaan, en neemt verplichtingen op zich, voor liet geval
(lat zijn broeder zijn belofte niet zelf te Parijs mot eede komt bekrachtigen.
Zegel.                                                                  i
(Arch. Nat J. 522 n«. 25). \'
/
-ocr page 16-
6
\\ 32. 1401. 2 Juni (z. p.).
Reinout, Graaf van Kessel, tweede zoon van öulik, doet eed van
getrouwheid en homagium aan Koning Karel van Frankrijk.
Minuut, zonder zegels.
(Aren. Nat. I. 522 n«. 2i).
33.     1401. 2 Juni (Parijs).
Johannes, Heer van Rijiferscheit, van Bedeboer en van Dicke, ver-
klaart, tegen uitbetaling van zekere geldsom, vasal en homo liyiits te
zijn geworden vau den Koning van Frankrijk.
Zegel.
(Aren. Nat. J. 522 n\'. 29).
34.     1401. 2 Juni (Parijs).
I          Willem, Hertog van Gelre en Gulik, verklaart er in toe te stemmen,
dat zijn broeder Reinout het graatschap Kessel niet langer in leen
houde van hem, Willem, maar vau den Koning van Frankrijk.
Zegel.
(Areh. Nat. J. 522 n\'. 28).
35.     1401. 2 Juni (Parijs).
Willem, Hertog van Gelre en Gulik, doet Karel, Koning van Frank-
rijk, tegen bepaalde voorwaarden, eed van getrouwhoid en homagium.
Zegel.
(Areh. Nat. .1. 522 n*. 2C).
36.     1401. 3 Juni (Parjjs).
Willem, Hertog van Gelre en Gulik. verklaart een brief gezien te
hebbeu van Karel, Koning van Frankrijk, waarbij dezo verklaart, dat
de Hertog van Gelre ontslagen is van zijn eed van getrouwheid,
hem gedaan, indien do hem beloofde geldsom niet binnen den bepaal-
den termijn is uitbetaald.
Zegel.
(Areh. Nat. .1. 522 n». 27).
37.     1405. 30 April (Parijs).
Reinout, Hertog van Gulik en Gelre, verklaart een brief gezien te
hebben van Karel, Koning van Frankrijk, waarbij deze hem ontslaat
van zijn eed van getrouwheid en homagium, indien do hem, Reinout,
beloofde geldsom niet binnen de bepaalde termijnen wordt uitbetaald.
Zegel.
(Areh. Nat. J. 522 u«. 31).
38.     1405. 30 April (Parijs).
Reinout, Hertog van Gulik en Gelre, verklaart, tegen uitbetaling
van zekere geldsom, vasal en homo liaius h geworden van den Koning
van Frankrijk.
Zetjel.
(Areh. Nat. J. 522 nv 30).
-ocr page 17-
7
39. 1405. Jan van Loon, lieer van Heinsberg en Lewenberg,
verklaart, tegen betaling van zekere som gelds, vasal en homo ligius
te zijn geworden van den Koning van Frankrijk.
Zegel.
(Arch. Nat. J. 522 n«. 32).
40. 1405. 1 Mei (Parijs).
Guillaume de Tignonville, garde de la préeoté de Paris, verklaart
dat Jan van Loon en Pieter van Merode erkend hebben, dat aangehechte
brief [n". 39| met het echte zegel van Jan van Loon gezegeld en de
inhoud waarachtig was.
(Arch. .Vat. J. 52-2 nV SiïbU).
41. 1441. 1 Maart (z. p.).
Huwelijkscho voorwaarden tusschen Willem, broeder te Egmond, en
Anna van Boussuut.
Zegels verloren.
(Arch. Nat. T. 159 nv 13—14).
42. 1445. Op S. Barbara (4 December) (z. p.).
Wy, Amolt, van Gaitz genaden Hertoge van Gelre en van Gulich endo
Greue van Zutphen, doin kont: alsoo als her Wilhem, onse lieue ge-
mynde brueder, ons van synre ende der anderen geuangeuen wegen
leene» Qnde verwissen soldo, aen handen Arnoldus van Goer, onss
ouersten rentmeisters, vier dusent Kijns gulden, behaluen dat de Guel-
kcr hebben soelen, welke vier dusent Rijns gulden ons aen den seluen
Arnoldus wael betaelt soelen syn; ende of dan die saken tusschen den
Guylkeren ende onss nyet voirt en gengen, also dat onse brueder mit-
ten geuangenen nyet quijt en wurdden, gelyck dat verdedingt is, endo
des onse brueder alsdan van deu vurs. gelde aen Arnoldus off yement
anders van sjjnre wegen betailt off verwist heddc, soe bekennen wi,
Hertoge vurs., ende wi, Wilhem van Hoekelem,abt tsente Pouwel tUtrecht,
Johan van Batbergh, ertfmarscalk, ende Arnoldus van Goer, oue/\'ste
Kentmeistec teser tijt des lands van Gelre, dat wij, sementlich ende
elke» van onss besonder, voir al gelaifft hebben ende gelaiuen, oeuer-
mits desen onsen apenen placaitzbrieue, dat wi onsen lieuen gemynde»
brueder endo Heren vurs. vander verwissinge» en</e gelaeffte» vurger.
guetlich ende wael alsdan weder ontheffen ende schadeloos halden,
ende wes dair aif betaelt were, ouch van stont wederomme hantreicke»
ende betalen soelen, ende al sonder argelist ende ongeueerlich; des to
oirkonde der wairheit hebben wi, Hertoge, onse segel hier bynnen op
doin drucken, ende wi Wilhem etc.... Inden jair ons Heren dusent
viei\'hondci\'t vyf enrfe viertich, op Sent Barbare» dage virg.
/.egels verloren.
(Arch. Nat. T. 159 n«. 13—14).
-ocr page 18-
e
43.     1448. Zaterdog na den Zondag Imocaiil (10 Februari) (z. p.).
Hechter en gcrechtsluiden in Ovcrbetuwc verklaren, dat de Hertog
van Gelrc de „besatinge", die hij had geplaatst op zijns broeders Willem
goederen in Over-Betuwe heeft te niet gedaan.
Zegel verloren.
(Arch. Nat. T. 159 »•. 13—11).
44.     144S. Zaterdag na den Zondag lurocaiil (10 Februari) (z. p.).
Arnold. Hertog van Gelre, verklaart, van zijn broeder Willem, jonk-
heer tot Kgmond, Heer van Mechelen, een som van 800 rijnsche guldens,
die hij hem geleend had tot rantsoen van zjjn gcvangonschap, \' terug-
bekomen to hebben, en geeft er kwijting van.
(Arch. Nat. T. 159 B*. 13—14).
45.     1449. Avond voor Onze L. V. Hemelvaert (14 Augustus) (Nij-
megen).
Burgemeester en schepenen van Nijmegen geven vidimtlê van een
brief van Arnold, Hertog van Gelder, gegeven den 4 juli 1449, waarbij
deze verklaart dat, na samenkomst tusschen Willem van Egmont, Dirck
van Bronkhorst ende twaalf gedeputeerden van Nijmegen, do tusschen
hem (Arnold) en sommigen om de zaak van Driel in zijn land heerschende
twist is bijgelegd, dat alles wat hierop betrekking heeft beschouwd
zal worden als ongedaan en de door hem gegeven brief to Nijmegen
zal worden bewaard.
Zegel verloren.
(Arch. Nat. T. 159 n\'. 13—14).
46.     1449. 12 Mei (Hoerraond).
Bcla van Milcndonck, abdis der abdij van O. L. V. te Roermond
geeft extract van het obituarium harer abdij betreffende do Hertogen
van Gelre en hun kinderen, op verzoek van Kudolf van Raden, ge-
machtigde van Willem van Egmond.
(Arch. Nat. T. 159 n". 13-14).
47.     1449. St. Urbanusdag (25 Mei) (Nijmegen).
Rechter en schepenen van Nijmegen verklaren, dat Peter van Steen-
bergen voor hen getuigd heeft, dat Floris Bart hout, heer van Mechelen,
zijn ecnige dochter Sophie ten huwelijk heeft gegeven aan Reinout,
Graaf en later Hertog van Gelre, dat deze Sophie na zijn dood het
land vnn Mechelen heeft bekomen; en dat dezelfde Peter vorder haar
verwantschap heeft aangewezen tot Arnold, Hertog van Gelre, en
Willem, jonkheer tot Egmond.
Zegels verloren.
(Arch. Nat. T. 159 n«. 13—14).
1. te volleste synre gcüenckenUse.
-ocr page 19-
9
48.     1451. 15 Juni (abdij Kampen).
Yidimus door Hendrik, abt van Kampen, van een „crffgcscheids
brieft"\' tusschen Arnold, Hertog van Gelre, en diens broeder Willem,
zoon tot Egmond, bekrachtigd op „sinte Pouwels dach" 1438.
Zegel verloren.
(Het stuk uitgegeven bij Xijholl\', Gedenk waard. IV, 150, naar een afschrift der
XVIe eeuw).
(Arch. Xat. T. 159 n». 13—14).
49.     1451. 15 Juni (Kampen).
Hendrik, abt van het klooster Kampen, geeft vidimus van een brief
van 17 april 143!), waarbij Philips, hertog van Bourgondie, bekrach-
tigt de „erfscheiding" tusschen Arnold, Hertog van Gelre, en zijn broeder
Willem, zoon tot Egmond.
Afschrift der XVIe of XYlle eeuw.
(Arch. Nat T. 159 n». 13—14).
50.     1452. Sint Jacobs dag (24 Juli).
Verdeeling van goederen en renten tusschen Arnold, Hertog van Gelre,
en zijn broeder, Willem, Heer van Egmond.
Zegels verloren.
(Arch. Nat. T. 159 n\'. 13—14).
51.     1472. Zondag na S. Victor (26 Juli), (z. p.).
Arnold, Hertog van Gelre, bekent aan zijn broeder Willem, Heer van
Egmond, schuldig te zijn de som van 1506 rijnscho guldens, ten behoeve
van zijn, Arnolds, oorlog met den Graaf van Meurs.
Get. Arnoldus.
Zegels verloren.
(Arch. Nat. T. 159 n". 13—14).
52.     1474. 1 Juli (Brussol).
Karol van Bourgondie geeft bevel, dat de nog verschuldigde som,
indertijd bedongen voor den afstand van het hertogdom Gelre, door Hertog
Arnold uitbetaald zal worden aan Willem van Egmond en andere exe-
cuteurs van het testament van voorsz. Arnold.
Afschrift XVIe eeuw.
(Arch. Nat. T. 159 n". 13—14).
53.    1476. 28 Maart (Gent).
Maria van Bourgondie bevestigt Johan van Woirhcm in het scholt-
ampt van Gelre.
Zegel verloren.
(Arch. Nat. T. 159 n\'. 13—14).
54.     1478. Vrijdag na S. Margaretu (26 Juli), (Arnhem).
Verbond tusschen den Hertog van Kleef, Willem van Egmond, en
de stad Arnhem, ten einde het ontzet te bewerken dier stad, belegerd
door die van Nijmegen, van Zutfen en andere Gelderschen.
Zegels verloren.
Uitgegeven, naar een ander exemplaar, bij Nijhofl\', Gedenkw. V, 89.
(Arch. Nat. T. 159 n". 13—14).
-ocr page 20-
10
55.     1479. 7 November (Plessis).
Lodewijk de XI aan Catharina, Gouvernante van Gelre.
Belofte van onderstand in de zaak van de kinderen van Gelre, ge-
vangen gehouden door den Aartshertog van Oostenrijk. Klacht over het
overlijdon van den Hertog van Brunswijk, Gouverneur van Gelre, en
betuiging van tevredenheid met de keus van den Bisschop van Munster
tot zijn opvolger.
Afschrift der XVle eeuw.
(Aren. Nat. T. 159 n". 13—14).
56.     1481. i Juni (\'s-Hertogenbosch).
Maximiliaan en Maria verklaren, dat de Willem van Egmond in Gel-
derlaud toekomende tollen enz. even stipt geïnd zullen worden alsof
zij tot hun eigen domein behoorden.
Zegel verloren.
(Areh. Nat. T. 159 n». 13-14).
57.     1484. 24 Januari (Coblenz).
Huwelijkscho voorwaarden tusschen Jau van Egmond en Magdalena
van Werdenberg.
Afschrift der XVle eeuw.
(Areh. -Nat. T. 159 n«. 13—14).
58.     1484. S. Elizabeths dag (19 November), (Redichem).
Priorin en convent van het klooster van O. L. V. te Redichem geven
afschrift van het grafschrift van Walburg van Mcurs, huisvrouw van
Willem, broeder tot Gelre, in haar klooster aanwezig.
Zege] verloren.
(Areh. Nat. T. 159 n". 13—14).
59.     1485. Dinsdag na Hemelvaartsdag (17 April), (z. p.).
Schuldbrief van Jan van Egmond aan Jacob Ridder.
Zegel verloren.
(Areh. Nat. T. 159 a». 13—14).
60.     1492. S. Franciscus dag (4 October), (z. p.).
Jan, Graaf van Egmond, verpandt aan Herman van Berck en Clays
Hugen zoon, burgers te Arnhem, zijn tol te Arnhem en te IJsseloord.
Ingesneden . — beschadigd, /egels verloren.
(Areh. Nat. T. 159 n°. 13—14).
61.     1494. S. Marcus dag (25 April), (z. p.).
Jan, Graaf van Egmond en Karel, Hertog van Gelre, regelen de
wijze, waarop do arbitrale uitspraak zal plaats hebben, die de tusschen
hen bestaande geschillen zal uitmaken.
Zegels verloren.
(Areh. Nat. T. 159 n*. 13-14).
-ocr page 21-
11
62.     1499. 22 Juni (Gorinchem).
Deken en kapellanen van de Martinus en Vineentius-kerk te Gorinchem
geven extract van hun obituarium betreffende leden der huizen Arkel
en Egmond.
Zegel verloren.
(Arch. Nat. T. 159 n\'. 13—11).
63.     1499. 29 December (Orléans).
Traktaat van alliantie tusschen Lodewijk, Koning van Frankrijk, en
Willem, Hertog van Gulik.
Twee zegels (dat van den hertog verloren).
(Arch. Nat. J. 577 n\'. 1).
64.     1499. 29 December (Orléans).
Vredestraktaat tusschen Karel, Hertog van Gelro, en Willem, Hertog
van Gulik en Berg, gesloten door bemiddeling van Lodewijk XII,
Koning van Frankrijk.
3 zegels.
(Arch. Nat. .1. 577 n\'. 2).
65.     1509. 13 Januari (Zutfen).
Karel, Hertog van Gelder, neemt aan en bekrachtigt de voorwaarden
hem betreffende, vervat in den vrede van Kamerijk, gesloten den 10
December 1508.
Zegel.
(Arch. N\'at. .1. 577 n«. 3).
e 66. 1509. 18 December (Blois).
Mercurun de Gattinelle en Andrea da Borgo, ambassadeurs van Keizer
Maximiliaan, keuren goed, dat de bij den vrede van Kamerijk toege-
stane termijn voor de regeling van het geschil aangaande Gelderland
tusschen Karel van Egmond en Aartshertog Karel, met één jaar ver-
lengd worde.
Twee opgeplakte zegels.
(Arch. .Nat. J. 577 n». 4).
67. 1517. 17 December (z. p.).
Aan den Allerchristelijksten Koning, Frans |I|.
Oostergoo, Westergoo en Zovenwouden en verschillende Friesche
steden herinneren den Koning van Frankrijk aan de oude betrekkingen
van Frankrijk met Friesland, toonen aan, dat zij onrechtvaardig zijn
aangevallen door de Hollandsche Graven, bepaaldelijk door Karel,
Koning van Spanje, en verklaren Karel, Hertog van Gelder, tot be-
schermer te hebben aangenomen en hem getrouwheid gezworen. Zjj
verzekeren, dat zij in geen geval dulden zouden aan den Koning van
Spanje te worden overgeleverd. Zij smeeken don Koning gedachtig te
zijn aan de vrijheden door zijn voorganger aan de Friezen verleend en
hen onder zijn vleugelen te behoeden, zoodat zij onder hun gekozen
beschermer, den Hertog van Gelder, gerust kunnen leven.
3 zegels.
(Arch. Xat. J. 997 n*. 31).
-ocr page 22-
12
68.     |I5|17. 1G Mei (Brussel).
G. de Croy en Jeh. Le Sauvaige aan Mous. de Boisy, Grand Maistre
de Franee.
Zij verzekeren, dat zij, de Keizer en de Katholieke Koning, nooit
geloofd hel>l)en, dat Karel van Gelder bjj de toerusting van „un gros
amas de piétons" in het geheim gesteund was door den Koning van
Frankrijk.
Gct. „G. de Crov ot Jeh. Le Sauuaige".
(Bib. .Nat. ms. fr. 2904, tol. 7).
69.     [1817]. 1B Mei (Brussel).
Karel V aan Frans I.
Antwoord op een brief, waarin do Fransche Koning klaagde, dat men
zich te haastig tot zijn ambassadeur gewend had, als ware zijne regee-
riug betrokken in de toerustingen van Karel van Gelder. — Schrijver
antwoordt: dat het gerucht van toerustingen, zóó aanzienlijk, dat zij
alleen met fransche hulp tot stand te brengen waren, inderdaad liep;
dat Karel van Gelder zelf van hulp van den Franschen Koning sprak.
— De raadslieden van den Katholieken Koning hebben deze geruchten
eenvoudig overgebracht aan den ambassadeur, opdat men van Fransche
zijde een einde zou kunnen maken aan die praatjes.
Verklaring, dat de schrijver aan de goedo trouw van den Franschen
Koning gelooft en dankbaar diens aanbod aanneemt „de l\'assister" in
de Friesehe zaken — hoewel hij ze gaarne anders goregold had gezien.
Get. „Charles".
(Bib. Nat. ms. fr. 2:i(i0, tol. 37).
70.     [1517]. 14 Juni (Gont).
Guilluumc de Croy aan „Mons. de Boisy, grant maistre do Franee".
Bericht van ontvangst van een brief van den Koning van Frankrijk
aan den Katholieken Koning over Gelderscho zaken en van een copie
van een schrijven van den eersten aan „Monsr. de Glieldres", om hem
terug te houden van zijn ondernemingen. — Vreugde daarover. —
Bericht, dat de Koning „voyant que icelui de Gheldres recommencoit
ses emprises et pilleries accoustumées et pour lever le siege que ses
gens tiennent devant üockem" \' een aantal troepen op do been heeft
gebracht. — Hoop, dat de oorlog niet te lang duren en de Kathol.
Koning met iedereen in vrede zijn zal.
Get. „G. de Croy".
(Bib. Nat. ms. fr. 29lii, tul. 9).
71.     [1517]. 14 Juni (Gent).
Karel V aan Frans I.
Heeft de* brief van den Franschen Koning ontvangen en tevens af-
schrift van den brief van denzelfden aan Karel van Gelder. Tevreden-
1. Donktim paf zich aan de Grlder^chen nver 12 Juni 1517. Men schijnt dit te
Gent den l-Jden n0g njet geweten te hebben.
-ocr page 23-
13
heid daarover. — Bericht, dat do schrijver genoodzaakt is geweest
troepen op de been te brengen, om do Gelderschen te weerstaan en
„uno villo do Friso, nommce Dockem" te ontzetten.
De Koning van Frankrijk zal uit het antwoord van Karel van Gelder
wel zien, wat deze in den zin heeft: „s\'il persiste en sa mauvaise et
desraisonnable voulontó, adviseray de me detfendre"; indien het noodig
is, zal schrijver do beloofde hulp van den Koning inroepen.
De Kanselier, die weldra naar Spanje vertrekt, zal zijn weg over
Frankrijk nemen en den staat van zaken bloot leggen „dont riens ne
vous sera celé".
Get. „Charles".
(Uib. Nat. ms. fr. 2960, lol. 3»).
72.     [1517? 1518:-|. 17 Januari.
Karel van Gelder aan Frans 1.
Heeft den brief van den Koning, geschroven naar aanleiding van de
klachten van den Kathol. Koning, ontvangen. — Beweert, dat die klach-
ten ongegrond en leugenachtig zijn; dat hij het bestand niet verbroken
heeft; dat zjjn (Gelder\'s) wapeningen slechts ondernomen zijn „pour
contro-garder mon pays et detfendre mon povro peuple". — Beklaagt
zich vooral over do „praticques" van den Kathol. Koning in Friesland;
de Graaf van Friesland, dio zich stadhouder van den Kathol. Koning
in Groningen noemt, heeft reeds „mené une bande de deux mille hom-
mes do piedt en mon pays de Grocningen et so renforcent de jour a
aultre, faisant dommages inestimables." — Voert dit alles aan tot
naricht van den Koning.
Get. „Charles".
(lïib. Nat. ms. fr. 2984, fol. üü).
73.    [1521J. 18 Augustus (Zwolle).
Karel van Gelder aan Frans I.
Daar hij hoort „que toute la chrestienté so dispose plus i\'i guerres
que autrement" en hij den Koning zijn trouw wil bewijzen en toonen
,(son) pouvoir fi grever voz enuemis, qui sout pareillement les myens",
heeft hij, ten einde nader te beraadslagen, zijn secretaris gezonden,
opdat deze en do „commandeur d\'Arnem, qui est d\'envers vous" den
Koning mondeling mededeelen, wat men thans niet kan schrijven, „ii
causo des dangiers qui sont par chemin".
„Escript de ma nouvelle \' ville de Swolle, Ie XVIHe d\'aoust."
Get. „Charles".
(Bib. Nat. ms. fr. \'2991, fol. 31).
74.     (Zonder jaar ! of plaats).
Anonieme brief aan den „Grand Maistre de France."
1.     Karel was meester van Zwol sedert Juli 1521.
2.    Te plaatsen vóór 1528: Louisc van Savoie stierf in 1531, vóór den bataten
gelderschen oorlog.
-ocr page 24-
14
Verzoek van den schrijver de opinie der lieyentes in te winnen over
zijn mcdedeelingen betreffende „eeulx de Gand; hoopt in de gelegen-
heid te zijn, den Koning „mectre jl. maistre| do Flandre" te maken:
zegt reeds een kaart van het land, met aanduiding van versterkingen
enz. te hebben overgelegd. Hij vraagt geen geld, maar alleen par
Vaijde de tnonsr. de Gueldres
duizend voetknechteu.
Hoopt dat de zaak spoedig geregeld zal worden „car il n\'est pas
bon de longuemcnt cstre en eourt, pour l\'aventurc se aucuns de pardelii
de Flandre me voyoient, de quoy me trouveroye en grant dangier."
Qet. , Vostre tres humble serviteur, qui paria devant hier a vous".
(Iiib. Xai. mis. Ir. 9U07, rol. 18»).
75.     |Z. j., maar voor den vrede van 1528]. 12 Januari (Derelburch,
|Elburg|).
Karel van Gelder aan den Grand Maitre de Franco.
Heeft aan den „commandeur" |d\'Arnhem, zijn afgezant| last gegeven,
den Koning en „ma dame" [de Koningin-Moeder] te onderrichten omtrent
zijn zaken, „qui ne sont pas de petite importance": verzoekt hem zijn
voorspraak te zijn bij den Koning.
Get. „Charles".
(Bib. Nat. ms. !r. 30uti, lol. 30).
76.     (Z. j. of p. \' [Parijs]).
Memoire pour les affaires de Monseigneur Ie duc de Gueldres.
De lieden van den Hertog verzoeken, dat, indien de Koning van
Frankrijk een bestand sluit met den Katholieken Koning, hun meester
in het bestand begrepen moge worden; anders zal, zoodra het bestand
gesloten is, de Katholieke Koning al zijn krachten tegen den Hertog
koeren. Zij wenschen bovendien, dat hij door dat bestand niet genood-
zaakt worde terug te geven hetgeen hij op den Bisschop var. Utrecht
heelt veroverd. — Zij verlangen bovendien, in geval van een bestand,
een vrijgelcide ten einde den Hertog te kunnen verwittigen van het-
geen voorvalt.
Op den omslag: «Memoire, baiilé par les gens de Mons. de Gueldres, qu\'il
fault envoier a Mons. Ie tresorier Robertet».
(Bib. Nat. ms. Br. 3t»2, Tol. 93).
77.    (Z. j. \' of p.).
Nota, verklarende, dat de Koning van Frankrijk, met het oog op den
kommerlijken toestand van den Hertog van Gelderland, door den Koning
van Castilic bestookten door de steden van Nijmegen en Zutfen verlaten,
lettende vooral op de noodzakelijkheid de hem getrouw gebleven stad
Wageningen bij te staan, hem wilde helpen, maar dat do Koning van Enge-
1.     Waarschijnlijk te plaatsen in het jaar 1528, gedurende de onderhandelingen
over het bestand van Juni 1528, waarover Karel van Gelder zich beklaagt in zijn
briet van 17 November 1528, na den vrede.
2.    (Vóór den vrede van 1528?)
-ocr page 25-
15
land hom (den Koning van Frankrijk) voorstellen van bemiddeling en wapen-
stilstand tusschen den Koning van Castilie en den Hertog had mede-
gedeeld; dat de Hertog daarin niet had willen treden, verklarende, dat
een wapenstilstand zijn totalen ondergang zou veroorzaken wegens intrigues
van don Koning van Castilie met zijn onderdanen, maar dat hij wol
vredesonderhandelingen wilde aanknoopen onder bemiddeling der Ko-
ningen van Frankrijk en Engeland; dat de laatste evenwel stond op
een wapenstilstand en dat dus de Koning van Frankrijk opnieuw daarop
heeft aangedrongen en, ten einde zijn affectie voor den Koning van
Engeland te toonen, gedreigd heeft zijn naar Gelderland gezonden
troepen terug te roepen maar nu ook verlangt, dat de Engelsehe Koning
lieden naar Gelderland zal zenden ten einde de onderhandelingen te
bespoedigen (? het slot van het stuk is zeer verward en duister).
(bib. Nat. ms. fr. 2063, fol. 09).
78.     (Z. j.). Nostrc Dame de la my-Aoust (15 Augustus), (Doesburg).
Karel van Gelder aan den Koning van Frankrijk.
Doet den Koning dezen brief toekomen door den Heer de La Motte,
die nadere verklaring zal geven, zoodat de Koning alsdan zal kunnen
handelen naar welgevallen. Geeft te kennen, dat hij het grootste ver-
trouwen stelt in den Heer de La Motte, die zich in deze zaak aan
groote gevaren blootstelt.
Smeekt den Koning hem te doen weten, hoe hij zich in het vervolg
zal hebben te gedragen en hem te doen aanzeggen „ses bons plaisirs,
pour ii iceulx obéir, par Ia grace de Dieu".
Get. , Charles".
Autograaf? slecht schrift, afschuwelijk fransen.
(Bib. Nat. ms. fr. 2000. fol. 49).
79.     (Z. j.). 2 November (Arnhem), [waarschijnlijk vóór den vrede
van 1528?].
Karel van Gelder aan den Grant Maistre de France. \'
Heeft door brenger dezes, den heer de Margensis, Montmorency\'s
brieven ontvangen en zegt hem dank voor zijn belangstelling in zijn
zaken.
Get. rCharles\'\\
(Bib. Nat. ms. fr. 4050, fol. 45).
80.     (Z. j.). 15 Juli (Arnhem).
Karel van Gelder aan den Grand Maltre de France (waarschijnlijk
Anne de Montmorency).
Verzoek brenger dezes, ,jeune gars, filz d\'ung gentilhomme do mon
pays", welke laatste schrijver dezes groote diensten heeft bewezen, in
1. Anne de Montmorency; de brief komt voor in een bundel brieven gericht
aan dezen. Anne de Montmorency was (Grand Maitre de France» van 152G tot 1558.
-ocr page 26-
16
dienst te nemeu, „affin qu\'il puisse avec Ie temps apprendro la langue
et facon de faire francoise".
Get. „Charles".
(Bib. Nat. ms. fr. 3U82, fol. tf).
81.    [1528J. 18 Juli (Arnhem).
(In cijfer).
Karel van Gelder aan den Grand llaitro de France (Anno de Mout-
morency). Ontcijfering:
Mon Cousin, Pour ce que suis adverti que donnés faveur a vous
possible au bien de mes affaires, vous ai bien voullu faire la presente
pour vous prior voulloir coutinuer pour 1\'advenir, considéró 1\'extrèmo
nccessité la oü pour Ie présent me trouve pour avoir obéï aux com-
mandemens du Hoi; lequel est cause quo suis entre* en ceste guerre,
comme plus amplement entondres par Ie Commandeur do Sainet Jehan,
mon ambassadeur, auquel ai donne [ordref] pour vous communiquer lo
tout. 11 vous plaira lui donner assistenee tellc qu\'il lui sera besoing
et Ie croire en co qu\'il vous dira de par moi. En ce, co faisant, me
obligeres de plus en plus a vous; ce scet Xostre Seigneur, auquel,
aprrs m\'estre recomiuandé iv vostre bonne gnïco, prio vous avoir en sa
garde. D\'Arnhem, ce dixhuitiome de juillet [1528].
[En clair]. Le tout vostro bon cousin, Charles.
f Adres] A mon bon cousin, Monsieur lo grant Maistro de France.
(bib. Nat. ms. fr. ,IÜ15, fol. IC).
82.    [1328]. 14 September (Arnhem).
(In cijfer).
Karel van Gelder aan zijn ambassadeur te Parijs, den Kommandeur
van St. Jan in Lateiaan. Ontcijfering:
Commandeur, Depois huict jours en ca avous recu voz lettres du
vingt-unióme et vingt-septième du ^assé et par icelles entendu que le
Itoy et Madame vous demandent souvent do noz nouvelles et du portc-
ment nostre et de noz ennemis: et dictes qu\'ilz treuvent estrange que
n\'en cscripvons particulièrement. Commandeur, tencs-vous pour tout
asseuré que trouvons trop plus estrange qu\'ilz veullent ignorer 1\'estat
de noz affaires, veu quo, et en particulier et en général, en ont étó
assez ndvertiz par les lettres qu\'avons escript au dict Seigneur, du
second et vingtcinquiesme do juing; et eneoires par sou varlet de
chambro , lequel a ces fins il avoit envoié vers nous, avecq lettres do
credence, ausquelles et a sa charge avons bailló rosponce et attendu
depuis aveuc gtant desir do seavoir sur co le bon plaisir dudict Seigneur,
lequel il nous avoit promis faire entendre a diligence, s\'il no povoit
sy soudain retournor vers nous commo il pensoit: ce qu\'il no s\'est
faict; mais seullcinent avons sceii par voz lettres qu\'avés tachó d\'on-
tendre se, en faisaut tresves avec les conditions declarées audict varlet
de ehambre, 1\'on nous vouldroit aider et fournir d\'argent pour 1\'entrc-
tenement de uuit eens chevaulx et trois mil hommes do pied, desquelz
durant les dictes tresves no nous sc[a|urions passer, so no voullions
-ocr page 27-
-ocr page 28-
11
estro journellement en dangior d\'estro surprins do noz dictz onncmis,
lcsquelz, sachant que pensions estro asseurés d\'avoir tresves, comme
Ie Roy nous avoit fait eseripre et quo a ceste causo n\'avions mis gar-
nisons necessaires partout, nous ont prins plusicurs villes et places,
au moien desquelles sommes environnéz d\'eulx de tous costés , comme
Ie dict varlet do chambro |a| veu et bien entendu pardecha. Ce non
obstant, pour touto responco a co quo dessus. Ton nous a dict que en
fachon du monde Ton ne nous veult habandonner, sans nous respondre
a ce dont il estoit question: de quoy sommes plus quo ne penseries
csbahiz, et encoires plus de cc quo Ion so plaint de n\'avoir advertis-
sement do 1\'estat de nos affaires, lcsquelz ne sont en riens changez
depuis Ie partement dudict varlet de chambre; fors que en tout que
touche nostro villo do Thil, de laquelle, pour n\'en avoir espcrance de
la gaigner, nos dictz onncmis ont leve leur siège, \' do quoy, par nostre
messaigier Henry aures esté adverty. Et quant i co que (fol. 49v°> 1\'on
se plaint d\'avoir si pou souvent de noz nouvelles, nous sommes asseurés
quo scavez bien pardela, quo, non so.achant alors quo lo Koy avait
delibéré fairo la guerro en 1\'icardio (laquello n\'a guères dure) au mois
do febvrier dernicr passé, avions deux de noz messaigiers par chemin,
qui ont estez en Haynault et Brabant empoigncz ot par force constraint
declairer les gens qu\'avions do coustume d\'envoior ïi noz affaires et les
chemins et passaiges par ou ilz avoiont acoustumé de passer; lcsquelz
nos dictz ennemis ont depuis tellement fait garder, qu\'ilz ont destroussé
plus d\'unno fois ceulz qu\'envoions par dola ; de sorto quo n\'avons depuis
sceu trouver homme quy so soit vottllu hazarder i\'i fairo voiage; do
quoi et do la nceessité en laquello nous sommes, lo Iloy a, par Mon-
sieur de Sedan, amplcmonc esté advorti. Et pour co 1\'on a point causo
legittime do proudro [1. protendro?| ignorance do 1\'estat do noz dictz
affaires; dosquelz so n\'avons escript particulièrement, la cause est pour
co quo toutcs noz villes ot places on général ont ou attendu ou eu
craint d\'avoir Blège. Et a couru quelquo temps Ie bruit quo noz dictz
ennemis dresseroient deux sieges pour lo moins, en divers lieux, co quy
nous a fait perdro los champs ot constraint de retirer noz gens dcdens
nos dictz villes, lcsquolles n\'avons sy bien sceu garnir quo n\'en aions,
comme scaves, perdu plusicures, comme Hasselt, Hattem, Derelborch,
Harderwick, Utrecht, Kinnon, et autres places \' qui eussent tenu
plus longuemcnt, se eussions estez asseurez d\'avoir promptement secours
pour lever lo siege. Vous advisant, so Dieu no nous eut fait grace
d\'avoir garde Thil, nous n\'avons gueres de villos qui n\'eussent esté
en grant dangier, et co pour lo bruit qui est entre noz subjectz que
sommes du tout habandonnez du lioy, lequel procédé do co que les
subgectz du diet Seigneur vont et viennent sourement, faisaut leur
marchandises par les pais do nos dictz ennemis. Et vela pourquoy nous
avons escript en général qu\'estions en extreme nécessité, sans declairer
1. Augustus 1528: Wagenaar, IV, 497.
•2. Juni^Iuli 1528: Wagenaar, IV, 493, 494; Blok, II, 385.
2
-ocr page 29-
18
les particularités quy eussent csté trop longues a escripre; do quelles,
toutteffois, avons donné grant partie a cognoistre an dict varlet de
chambrc; et ne doubtons point qu\'il ïfen eust adverty (fol. 50) Ie Roy.
Au regart des propos que vous a tenus Ie Grant Maistre, yous lcmer-
chires grandement do raftection que porte au bien de noz affaires;
mais quant u ce qu\'il dict que Ie Hoy nous a envoié seize mil livres
et fait delivrer Ie puiment de quartier do janvier, fenbrier et mars,
quy nous est pieoa deu , et que Von est après pour nous bailler Ie quar-
tier ensuivant, et que Ie Koy nous veult dresser ung secours de quatre
mil lansquenctz et quo ce n\'est pas pcu de chose attendu les affaires
du dict Seigneur — vous debves scavoir que trouvons fort estrange
sy lcdict Seigneur fait cas de nous avoir faict paiement d"ung quartier,
veu quo si souvent, et mesmement nous •■stuur plaine guerre, ledict
paiement a esté retardé et que, encoires avant la reception des presentes,
Ie quartier juillct, aoust et septembre sera escheu. Et quant aux seizes
mil livres. il nous semble quo ce n\'est point si grant chose, veu la
necessitc en quoy nous sommes, et nous desplairoit que noz ennemis
Ie sceussent, car ilz ne lo reputeroient point pour Ie secoursd\'ungRoy,
mais plustost ung prest de gentilhomme; car ilz cognoissent que, avec
telle somme, scavions paier noz pietons soullcment par quinze jours.
Et au regart des quatro mil lansquenetz quo lo Roi nous veult faire
venir du Roy de Danncniarck, nous ne povons comprendre que ce ne
soit chose de fort longue et mal asseuréo attente, car sombien que aions
fait extreme diligence do chcrccr gens do tous costez, nous n\'avons,
jusques ad present, sceu entendre qu\'il i eüst ung tel nombre de gens
au service du dict Seigneur Roy do Damicmarck et doubtons que ce
sera ung secours mal prest; ot se n\'aves veu apparence d\'aultre, vous
aves fort mal fait et no nous aves fait plaisir de nous avoir escript du
mois do juillct quo 1\'on foroit extreme diligence d\'amasser gens pour
nous secourir proinptement; co quy no s\'est encoires fait, et quo pis
est, ne voions point grant apparence qu\'il se doibve si tost faire comme
il nous est besoing. Et avec co, lo Roy nous a fait oscripre par nostre
nepvcu de Guiso qu\'il nous cnvoiroit les dictz seizo mil livres et quo
bientost après il nous secoureroit (fol. 50v°) de meilleure sommo, de
quoy pareillement n\'avons aulcunne nouvelle: mais, a ce que povons
comprendre par les propos que 1\'on nous a tenu, il samble que 1\'on
face samblant que 1\'on ait bcaucoup fait pour nous: et pour ce, sommes
constrains, se no voullons ostro du tout dechassé, do tacber d\'avoir
quclqucs tresves avec noz ennemis, s\'il nous sera possible; lcsquelles
n\'esperons avoir d\'eulx, fors que ïi leur grant avantaige et grant dé-
triment et prrjudice nostre. Et i a encoires dangier que ne les pourrons
obtenir, se Üieu, par sa grifte, n\'i mettera la ïnain. ïouteffois, a ces
fins avons envoié quelqucs de noz gens vers eulx, pour en communic-
quer: et en attendant do brief nouvellcs, lcsquelles eues, vous en
adviserons a diligence, aidant Oieu, quy soit garde de vous. D\'Arnem,
ce quatorziesme de septembro.
[In getcoon schrift] Charles.
-ocr page 30-
19
[Adres:] Au Commandeur de Sainct Jehan de Latcran, nosire urn-
bassadeur.
(Bib. Nat. ms. fr. 4050, tol. 49).
83.     (Copicën).
|1528]. 17 November (Arnhem).
Karel van Gelder aan Frans I.
Verontschuldigt zich over het met den Keizer gesloten vredesverdrag;
klaagt over den door den Koning met den Keizer gesloten wapenstil-
stand; verzekert, dat hij alleen vrede heeft gesloten, uit vrees dat zijn
onderdanen, buiten hem om, met den Keizer zouden onderhandelen:
beklaagt zich in het algemeen, dat hij door den Koning niet genoeg
gesteund en begunstigd is geworden, terwijl hij alles gedaan heeft „ce
que un bon et loyal serviteur doit faire pour Ie service de son
maistre".
Copie A is niet geteekend, copie B (pris sur Vorigmal) heeft de ondertee-
kening: vostre tres humble serviteur et pauvre parent. Charles.
(liib. Nat. ms. fr. 3095, fol. 92 (A).
( » ■ > » 23037, fol. 39 (C).
84.     1529. 10 April (Saiagossa).
Traktaat tusschcu Keizer Karel V en Karel, Hertog van Gelder.
(Aren. Nat. J. 997 n«. 32).
85.     1533. 8 April (Arnhem).
Karel van Gelder aan Willem van Ympel.
Heeft zijn brieven ontvangen „touchant ce que nous escripves de
entenir [lapsus voor: rentretenir"?| Ie traictie faict entre Ie Roy et
nous;" zal het mogoljjke doen. — Verklaart genoegen te nemen met
Ympels verontschuldigingen.
Get. „Charles".
(Bib. Nat. ms. fr. 40S0, tol. 47).
86.     (Copieën).
1534. 14 October (.....foort).
Copie. Articlcs traictez, accordez et passez entre... Charles, duc de
Gueldres, ... et Reverend Pöre en Dieu, Mr. Jacques Colin, abbé de
Sainct Ambroys, ... ambassadeur ... de treshault ... prince Franroys
... Rov de France.
(Bib. Nat. ms. fr. 2079, tol. 123).
( > i > > 23037, tol. 33).
•
87.    1534. 14 October (Groensfoirt bij Waegenijnge).
Karel van Gelder verklaart bij notarieele acte, aan Frans, Koning
van Frankrijk, en aan diens ambassadeur, Jacques Colin, als gemach-
tigde, bij schenking te hebben overgedragen Gelre, Zutfen, Groningen,
-ocr page 31-
20
Coevorden en Drente, voor zich levenslang het vruchtgebruik bchou-
dend, onder voorwaarde dat na zijn dood gezegde landen voor goe-ï
met de fransehe kroon worden vereenigd. Hij verklaart dit te doen uit
liefde voor den Koning en zorg voor den vrede van zijn onderdanen;
tevens stipuleert hjj, dat de schenking zou komen te vervallen,
indien het door den Koning met hem gesloten traktaat niet werd nage-
komen.
Zegel.
(Arch. Nat. J. 1197 n\'. ai).
88.     1535. 8 Februari (Nijmegen).
Notarieelc acte, inhoudende procesverbaal van den eed van ge-
trouwheid, volgens het door Frans I, Koning van Frankrijk,
en Karel, Hertog van Gelder, gesloten traktaat afgelegd door de
drostenen bevelhebbers der Gelderscho landschappen en vestingen,
in handen van Jacques Colin, abt van S. Ambroise, afgezant des
Konings.
(Arch. Nat. .(. 997 n». 31).
89.     1537. 3 April (Arnhem).
Karel van Gelder aan den „Grand Maitre de France [Anne de Mont-
morency|.
Zendt zijn ambassadeur, brenger dezes, met een secretaris naar den
Koning; daar hij weet, dat de Grand Maitre hem steeds gunstig is
geweest, verzoekt hij hem ook in het vervolg zijn zaak te willen
bevorderen en brenger dezes den noodigen steun te geven.
Get. ,Charles".
(Bib. Nat. ms. fr. 3015, fol. -24).
90.     Copie.
(Z. j. of p. |na den 30 Juni 1538]).
Geloofsbrief voor den gezant, door den Koning van Frankrijk bij
gelegenheid van het afsterven van Karel van Gelder afgevaardigd aan
den Hertog van Gulik. — Belofte van hulp ten einde hem in zijn
erfenis te handhaven, met onderstand van den Koning van Engeland.
De twee Koningen rprient très-instammont et exhortent" den Hertog,
het mogelijke te doen om de bevelhebbers der versterkte plaatsen van
Gelderland op zijn hand te krijgen „sans perdre heuro ni teraps". —
De gezant, brenger dezes, heeft bovendien last zich te vertoonen voor
die bevelhebbers, hun het goede recht van den Hertog van Gulik op
het hart te drukken en hen vooral aan te bevelen gezegde vestingen
te behouden ,en atendant que lo differend qui pourroit estro a cause
de la dite succession, soit vuydé et décidé\'*, en vooral op de hoede te
zijn voor eenigo rsurprinse\'\' of „praticque". Zoo handelend, kunnen zij
rekenen op de hulp en do dankbaarheid der twee Koningen. —Brenger
moet voorts den Hertog waarschuwen op zijn hoede te zijn, „1\'a-seu-
-ocr page 32-
21
rant finablement que tout ce que lcdits Seigneurs Roys pourront faire
pour luy, affin de Ie rendre paisible possesseur et jouysseur do lad.
succession, qu\'ils lc feront".
(liib. Nat. ms. fr. 2977. lol. 39).
91. Geldersche kronijkjes; geanalyseerd door Blok, Archivalia,
blz. 43-54 fol.
(Arch. Nat. .1. 997 n». 30).
-ocr page 33-
B.
92.     (Moderne copio).
1562. 17 Juli (Madrid).
Philips II aan de Hertogin van Parma.
In het Spaansch. Antwoord op een brief der Hertogin in cijfer. Over
de onrust in do Nederlanden.
Inc. „Seïiora, demas de lo que me escribistes en las cartas de vestra
manu. he visto la otra que vino eu cifra."
(Arch. All\'. Etrang. Mérn. et Docmn. Espagne, vol. \'23i, fol. 193).
93.    (Origineel).
1562. 2G September (Londen).
La Quadra aan Philips II.
Over de politiek van Elizabcth en haar ministers in Fransche aange-
legenheden en jegens Spanje; o. a.: la intoncion de Sicel [Cecil] (que
es el quo ïiazo todo esto) es Ia que siempre ho dicho do meter las
armas en las manos a Alemanos y a otros protestantes contra V. Mag"1,
y alterarle estos estados del Pays baxo, come so vee bieu claro por el
librillo que aqui embió, eu forma de dialogo, del qual el ha sido el
auctor, aunque lo ha puesto en latin Haddon, el magistro de requestas,
que fue el ano pasado a Klandes.
Over de correspondentie van Caspar Brun te Antwerpen met Gresham.
(Arch. All\'. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 23i, fol. 218).
94.     1564. 4 September (Londen).
Copia do lo que respondió el embajador de Inglaterra a la carta que
Ie escribieron los de Amberes.
Aanmaning om geduld te hebben tot de onderhandelingen zijn afge-
loopen.
Inc. „Non sine causa vestri legati qui ucgotia in Aula curant..."
(Arch. All\'. Etrang. Méin. et Uocum. Espagne, vol. 235, lol. 81).
95.     (Copie).
1564. 9 September.
Diego Guzman de Silva aan Margareta van Parma (extract).
Over de uitgeweken Spaansche Protestanten in Engeland.
Inc. „Casidoro, de quien tengo escrito qui esa aqui..."
(Arch. All\'. Etrang. Méin. et Docum. Espagne, vol. 235, fol. 85).
-ocr page 34-
23
96. (Copieën uit de XVII6 eeuw).
Brieven Tan Philips II en Margareta van Parma; aanvang der Neder-
landsche beroerten; 1566—07.
Marg. aan Phil. 21 Maart 1566. Inc. „Dimenche dernier 17 de ce mois
Ie courier__"
Marg. aan Puil. 3 April 1566. Inc. „Je depeehiez Ie 24\'\' du mois
dernier courrier expres ..."
Marg. aan Pb.il. veille do pasqucs 1566. Inc. „Par mes précédentes
qui furent du 3" de ce mois."
Rekest der verbonden Kdelcn en antwoord der Hertogin (6 April 1565).
— 2e rescript der Edelen en antwoord (8 April). — Brief der Edelen
aan Egmond. — Verbond.
Phil aan Marg. 6 Mei 1566. Inc. „J\'ay tousjours dirleré de respondre
a vos lettres du 24 mars ..."
Phil. aan Marg. 6 Mei 1566. Inc. ,Je vous responds par mesaultres
lettres..." — Ander briefje over Oranje en Hoorn. — Verklaring aan
de Nederlanders over do komst des Konings.
Marg. aan Phil. 4 Mei 1566. Inc. „Comme sur les cboses quant aux
Seigneurs et gontils hommes..."
Marg. aan Phil. 2\'J Mei 1566. Inc. „Par mes précédentes du 4e de
ce mois ..."
Marg. aan Phil. 21 Juni 1566. Inc. „Le 6e de co mois me sont
venues..."
Marg. aan Phil. 4 Juli 1566. Inc. „Par mes précédentes lettres du
21\' du mois passé ..."
Marg. aan Phil. 7 Juli 1566. Inc. „Combien que j\'aie tant de ibis
escript a Vostre Majesté ..."
Phil. aan Marg. 31 Juli 1566. Iuc. „Depuis mes derniöres du 6C de
Mai ay receü ..."
Brieven dos Konings aan do Vliosridders over de conventikelen; aan
de legerhoofden; aan do gouverneurs op de grenzen; aan de steden over
hetzelfde onderwerp. Zelfde datum.
Phil. aan Marg. 31 Juli 1566. Inc. „Vous verrez assez clairement
par mes aultres lettres de quel pied je marche ..."
Phil. aan de Frieseho Kaden. 31 Juli 1566. Inc. „Ayant entendu
que s\'estant trouvé ..."
Phil. aan Marg. 2 Augustus 1566. Inc. „Suy vant ce que par mes aul-
tres lettres vous ay escript..."
Marg. aan Phil. 31 December 1566. Inc. „J\'ay receü les lettres qu\'il
a pleü a V. M. m\'escrire du 17 octobre..."
Marg. aan Phil. 21 Juni 1566. Inc. „Cette lettre Ji part sera pour tris
humblemcnt représenter a Vostre Majesté ..."
Marg. aan Phil. 21 Juni 1566. Iuc. „Il y aenvirouun mois que arriva
ici 1\'archevèque de Surrontiu ..."
Marg. aan Phil. 21 Juni 1566. Inc. „Je n\'ay voulu ometre de par
ceste a part répoudre ü V. M...."
Marg. aan Phil. 19 Juli 1566. Inc. „Par mes lettres du 7e de co moi«. •."
-ocr page 35-
21
Phil. aan Marg. 13 Augustus 15G6. rInc. Vous aurez veu ce que je
vous ay escript par mes précédentes du dernier de juillet..."
Phil. aan Marg. 13 Augustus 1566. Inc. „Pour satisfaire a ccquipar
mes précédentes je vous ay escript do vous advertir..."
Phil. aan Marg. 13 Augustus 1566. Inc. „Voyant 1\'impossihilité que
par diverses fois vous m\'avez remonstré ..."
Phil. aan Marg. 13 Augustus 1566. Inc. „Pour fournir ü la provi-
sion des 300 mille escus ..."
Phil. aan Marg. 13 Augustus 1566. Inc. „Par mes aultres lettres verrez
vous cc que je vous escris ..."
Marg. aan Phil. 31 Juli 1566. Inc. „Combien que par tant de lettres
que j\'ay cscripts ..."
Marg. aan Phil. 8 Augustus 1566. Inc. „Par les lettres qui sont mises
en 1\'aultre pacquet cy joinct..."
Marg. aan Phil. 9 Augustus 1566.
Copie van een brief van Gilles Ie Clcrcq aan den Secretaris van
Lodewijk van Nassau.
Phil. aan Marg. 21 Augustus 1566. Inc. „Comme j\'estois pour despecher
nn courrier..."
Phil. aan Marg. 30 Augustus 1566. Inc. „Pour la grande instance que
vous m\'avez faict par vous dernières lettres..,"
Phil. aan Marg. 30 Augustus 1566. Inc. „Entre autres lettres que
vous m\'avez envoié ..." (variant van don vorigen briof).
Phil. aan Marg. 30 Augustus 1566. Inc. „Parautant que par Pung des
depesches ... s\'entend ... que les confédéres se vantent d\'avoir secours ..."
Phil. aan Marg. 30 Augustus 1566. Inc. „Estaut ici par ma charge
faict au Marquis de Borghes ..."
Phil. aan Marg. 30 Augustus 1566. Inc. „Ayant receu plusieurs lettres
vostres du dern. de Juillet, 8, 9 et 10 du présent..."
Phil. aan Marg. 30 Augustus 1566. Inc. „Par ung courrier que je fis
depeschier d\'icy Ie 13 de ce mois ..."
Phil. aan Marg. 30 Augustus 1566. Inc. „Entre autres lettres que j\'es-
cris présentement aux princes d\'Ailemaigno..."
Marg. aan Phil. 19 Augustus 1566. Inc. „Le 12e de ce mois, j\'ay
receu toutes lettres et depesches..."
Marg. aan Phil. 22 Augustus 1566. Ine. „Depuis mes autres lettres
closes je ne puis delaisscr..."
Marg. aan Phil. 29 Augustus 1566. Inc. „Par mes deus précédentes
de 19 et 22 de ce mois ..."
Marg. aan Phil. 29 Augustus 1566. Inc. „Ce mot de lettre a part..."
— Lettres d\'assurance. 27 Augustus 1566.
Phil. aan Marg. (3 October 1566 ï) Inc. „Comme j\'avois tenu prest un
depesche en reponse ..."
Phil. aan Marg. 3 October 1566. Ine „Ceste lettre a part sera pour
vous seulo ..."
Phil. aan Marg. 3 October 1566. Inc. „Ayant après avoir adressé
mes lettres..."
-ocr page 36-
26
Phil. aan Marg. 27 November 1566. Inc. „Quant a ce que vous escripvis
derniercment du bois do Segovia ..."
Phil. aan Marg. 27 November 15GG. Inc. „ Vous voyez la grande depense..."
Phil. aan Marg. 27 November 1566. Inc. „Ceste ne sera que pour
vous avertir de la réception de vos lettres du 16 octobre..."
Phil. aan Marg. 27 November 1566. Inc. „Je mo trouve entre autres
lettres vostres avee aulcunes cscrites a part..."
Phil. aan Marg. 27 November 1566. Inc. „Vous verrez cequeje vous
écris en une autre lettre..."
Phil. aan Meghen. 27 November 1566. Inc. „J\'ay receu vostre lettre
du 20 octobre ..."
Phil. aan den Aartsbisschop van Kamerijk. 27 November 1566. Inc.
„J\'ay receu vos lettres du 17de septembre ..."
Phil. aan Mansfelt. 27 November 1566. Inc. „J\'ay receu vos lettres
du 11 octobre ..."
Phil. aan Marg. 30 December 1566. Inc. „Selon ce que je vous écris
par une autre lettre ..."
Phil. aan Mansfelt. 30 December 1566. Inc. „Vous aurez sceu de
Madame ma Soeur..."
Phil. aan Meghen. 30 December 1566. Ine. „Selon que vous enten-
drez de ma soeur..."
Phil. aan Berlaymont. 30 December 1566. Inc. „Par celles que j\'écrivis
dernirrement..."
Egmond aan den Koning. 15 November 1566. Inc. „Pour avoir entendu
qu\'on calomnie ..."
Phil. aan Egmond. 30 December 1566. Inc. „J\'ay receu vostre lettre
du 15 novembre ..."
Phil. aan Marg. 30 December 1566. „Don Francisco Dalave ..."
Phil. aan Noircarmes. 26 Januari 1567. Inc. „Par mes précéjentes
aurez assez entendu..."
Phil. aan Rassenghien. 26 Januari 1567. Inc. „Ores que par nos
précédentes vous avons averti..."
Phil. aau Marg. 15 Maart 1567. .Avant en advertissement quo vous
(1. ,l\'on"Pj seroit après a pratiquer..."
Phil. aan Marg. 26 Maart 1567. Inc. „Je tiens que Ie Seigneur de
Veroy..."
Phil. aan Marg. 26 Maart 1567. Inc. „Suivant mes autres lettres..."
Egmond aan den Koning. 4 Maart 1567. Inc. „Depuis quelques jours
en fa Madame de Parme ..."
De Koning aan Egmond. 26 Maart 1567. Inc. „Comme vous verrez
ce que j\'écris a ma soeur..."
Mansfelt aan den Koning. 4 Maart 1567. Inc. „Je tiens que Madame
oscripra ïi V. M...."
Phil. aan Mansfelt. 26 Maart 1567. Inc. „J\'ay receu vostre lettre du
4 de ce mois ..."
Marg. aan Phil. 23 Maart 1567. Inc. „Parledemier depesche a V. M. du
18 de ce mois je lui ay représenté Ie tumulte ..." (opstand te Antwerpen).
-ocr page 37-
26
Marg. aan Phil. 13 April 1567. Inc. „Par dessus mes autres lettres
missives..."
Marg. aan 1\'hil. 13 April 15G7. Inc. „Estant ce pacquet pour partir,
Mendevil ma apporté ..."
Marg. aan Phil. 13 April 1567. Inc. „Ce mot a part sera pour advertir
V. M.... que j\'ay eu nouvelles que Ie duc de Brinswic seroit mort..."
Marg. aan Phil. 14 April 1567. Inc. „Encores que j\'ay adverti V.M.
du trépas ..."
(Arcli. All\'. Etrang. Mém. et Docurn. Espagne, vol. 138, fol. 4—103).
97.    1566. 17 Juli (Antwerpen).
Willem van Oranje aan den Hertog de Montmorency, Connotatie de
France.
Vriendschapsbetuigingen; bedankt M. tevens voor de „deux levriers
qu\'il vous a pleu m\'envoier, lesquelz j\'ay trouvé fort beaux°\'.
Get. Vre humble serviteur
„GuiHo de Nassau".
(Bib. .Nat. ins. ir. 317\'J, fol. 23).
98.     1567. 9 Mei (Gent).
Egmond aan de Gouvernante Margaretha.
Klacht over een aanval door Franscho troepen gedaan op onderdanen
des Konings bij Thérouanne.
Get. „Admiral d\'Egmont".
Gevolgd van twee brieven van Margaretha, één aan Egmond, de andere
aan de Staten ran Artois over dezelfde zaak.
(Arch. All\'. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 27, fol. 54).
99.     1569. 20 Januari (z. p.).
(Incompleet aan het einde).
Traslado de la repuesta do parte del Rey catholico, a lo que el
Ser]JI" Archiduque Carlos su primo Le a propuesto en nombre del
Emperador.
Over de tusschenkomst van den Keizer in Nederlandsche zaken.
Inc. „Por lo que el Serrao Achiduque a dado por escripto y referido
de palabra ..."
(Arch. All. Etrang. Mém. et Üocum. Espagne, vol. 236, fol. 19).
100.     Translat d\'un escrit, envoyé par le Prince d\'Orange, Comtede
Nassau, Mansfel et autres chefz Allemans de 1\'armée du duc de Deux
Ponts, aux Colonnels et Cappitaines, estans au service du Roy.
Nous, tant de grande que basse qualité, aussi tant grandz quo
petitz, ayant charge et coinmandement, et en general pauvre et riche,
tant a pied qu\'ii cheval.
Comme par vray Instinct de Dieu tout puissant estans assemblez par
treshault et trespuissant Seigneur Wolffgang, Comte Palatin, Duc en
Baiviere, Comte do Weldens et Spontian, nostre clement honnoré
-ocr page 38-
27
et chrosticn Priuco et Seigneur, pour prester ayde, comfort et faveur
aux pauTres chrestiens affligez en France, et pour en parier sainement,
pour Ie profit et utilité du Roy mesme, et aussy generallement et par-
ticuliorement pour 1\'avancement deu a 1\'amityé et fidélité chrestienne.
Mandons ü tous tous et chacun les Alleman*, qui sont i\'i present
assemblez au nom et soubz Ie nom du Roy, jurant (?| pour lo service
de la Papauté et ses adherans, de quelque qualité qu\'ilz soient, aussy
en general et particulier, autant au riche qu\'au pauvro, nostro amityé
et service deu, aussy amityé (fol. 46v\') et loyauté chrestienne, autant
que Ie temps Ie permet. comme a noz chers seigneurs, amys et alliés,
qui a causo d\'une mesme religion et patrie par droit et raison deussions
estre freres.
Nous ne faisons nul doute, veu qu\'il n\'y a celuy qui ne lo scache,
que ne soyez bien advertiz que ja loing temps y a, et principallement
depuis 1\'an MV\'LXI, que 1\'exercice de guerres civiles s\'est pratiqué en
la treshonnoree couronne de France, non sans grande, espouvantable
et pitoyablo effusion do sang, et que 1\'occasion et commancomcnt de
ce a esté par ce que les chresticns courageux et gens do bien, tant de
haute et basso qualité, se sont retournez de 1\'Antéchrist do Rome, et
ayant leur conscience atHigée par les yeux que Diou leur avoit ouverts,
ont essayé de mettro bas lo joug de la Papauté pour chorcher lo repos
de leurs ümes. Toutesfois, par les membres espars de 1\'Antéehrist et
du Diable n\'ont esté laissez en paix, ains tous ensemble, et uno grande
partie avec femmes et enfants, corps et biens, ont esté bannis, pour-
suivis de toutes parts, et la pluspart cruelloment et inhumainement
meurdris et dell\'aits. Surquoy est arrivez qu\'une partio de cos pauvres
chrestiens arnigcz et persecutez en Franco ont pris la delfence, la quelle
partout est permise, pour la conservation de leurs corps, honneurs ,
biens, femmes et enfants, et après avoir continue la guerre quelquo
temps se pacifia, les chrestiens ayant lors (46r°) du meillour en con-
sideration do co qui est écrit: „Bien heureux sont ceux qui ayment la
paix, ear ilz possederont la terre", ayant mis la les armes bas et
s\'estans fiez a uno paix dangereuso plus que ne pensoient, s\'ensuivirent
des editz do paciftication, qu\'il fut pour un temps expressément com-
mandé d\'ensuivre, do quoy les chrestiens se resiouisoient, ayant espé-
rance d\'en jouïr. Mais après, lesdicts Edictz de Paciffication ont esté
rompus par nouveaux troub\'ies, ne leur ayant tenu foy ny loyauté,
quelques lettres, sceaux ny contratz qu\'il y eust, et par secrettes
menées et cavilations ont esté circonvenus lesdictz chrestiens, avec
beaucoup de meurtres et de sang espandu.
Et fault raconter la conspiration et confederation du Pappc de Rome,
lieutenant du Diable, auec les roys de France et d\'Espagne, ensemble
leurs adherans, nagueres faite pour abolir la vraye religion chrestienne
et au contraire planter 1\'Idolatrye de 1\'Ante Christ, faite ■ Boulongno
et nouvellement renouvelée ïi Paris, 1\'an MVl\'LXVIII, Ie troisieme
jour de septembre, qui n\'a esté que pour essayer de pouvoir executer
Ie concile maudit fait a Trente; et touteffois ilz dient que c\'est pour
-ocr page 39-
28
reduirc Ie peuple a 1\'obeissance Romaine, affin que la grande paillarde
de Babillon par laquelle tout Ie monde, tant les corps que les ames,
furent séduits, (f. 47) peüst estre en grande pompe remise audessus. Et
pour raison de ceste abominable faeon de faire, nous sommes assemblez
comme serviteurs et membres de nostre Sauveur et Kedempteur Jesus
Christ, pour prester ayde et confort aux bons chrestions do France,
lesquelz ont esté contraintz dercclief prandre les armes, et esperons avee
1\'ayde de Dieu résister a la tirannye inhumaine des infracteurs de la
paix, a tous leurs adherans et a tous ceux qui veulent aydcr ii telles
geus diaboliques, comme ayans laissé la loy de Jesus Christ, soubz Ie
commandement du prince chrestien et tres honnoré Et sur ce, uousde-
clarons ennemys de la paillarde de Babillon. du vray Antéehrist de
Home, et signifnons que, pour résister a telle meschaneeté et pour la
parolle de Dieu, nous sommes resoluz d\'y laisser la vye. Mais vous,
Allemaus, qui estes amvs de Dieu, de nous et de tous les Chrcstiens,
tous entrez en la capitulation do 1\'Ante Christ de Rome et de ses adhe-
rans, et avec vos services (?) vous nydeza rompre, enfreindre et anéantir
ce qui n esté fait. Vous devez considerer comme braves guerriers alle-
mans, co que vos consciences et voz freres vous jugeront, saus estre sy
nonchalans que sans avoir pourpensé, vous vouliez tout jetter dans Ie
vent et que Ie temporel, chose qui se passé legierement, qui est 1\'argent
que vous recevez, puisse venir a bien, veu que ce fait conceme Jesus
Christ et qu\'iceluy argent est offert (fol. 47v") par les Papistes (au grand
profil du Diable) pour renverser la Loy de Jesus Christ. Et assurez
vous, aussi vray qu\'il n\'est qu\'uu Dieu, qu\'au lieu de profiter, si vous
contiuuez, après vous avoir mlellement admonestcz, que vous finirez
malheureusement et serez damnez cternellement. 1\'cnsez aussy, vous qui
estes chrestiens, et pesez un peu plus a loysir, en pensant a la salvation
de vos ames, que Ie chemiu que vous prenez est pour ruyner vostre
patrye mesmes, y iutroduisant avec vostre ayde 1\'Inquisition abomi-
nable d\'Espagno, combien cela est pitoyablo et espouventable, et ce
qui en peut advenir ïi chascun de vous, je lo vous laisse a penser.
Nous ne disons point combien est grand Ie peché envers Dieu, sy vous
continuez d\'ayJer aux susdicts potentatz contre les pauvres chrestiens,
il vaudroit autant et en sera la peyne aussy grande que sy vouscussiez
voulu ayder a Pharao de garder les cniants d\'Israel de sortir hors
d\'Egipte, ainsy que Dieu leur avoit commandé. Et tout ainsy que Dieu
trouva bon que Pharao voulust empescher Ie voyage de sou peuple,
aussy trouva il bon qu\'a cét heure pour Ie bien temporei, comme dit
est, et une recompense incertaine, vous vous mettcz du costó de ceux
qui veulent garder les pauvres chrestiens de Dieu de sortir des mau-
ditcs tenebres d\'Egipto, qui est la Papauté, pour venir ïi la clarté de
la vorité, Teu mesmes que Dieu (contre lequel nulle (4Sr°) entreprise
ny couseil ne sert de ricn) veut et a conclud de mener hors d\'Egipte
les siens, soit en France, Flandro et autres lieux, et les dclivrer du
joug de I\'Antéehrist, du Cardinal de Lorraino et du duc d\'Albe, deux
cruelz tirans, et de tous ceux de leur sexte, lesquelz, avec Ie Pappe,
-ocr page 40-
29
il rendra confus et pleins do honte, de cela ne les sfiuroit garder ?i
jamais la puis-ance du Monde, ny toutes les portes d\'Enfer. Etdoquoy
a servy qu\'ave3 finesse et par force 1\'on a essayé d\'empescher ce voyage ?
L\'on voit par experieneo que Dieu resisto et empescho ceux-la, et qu\'a
la fin il les fait broncher et trebuschcr en bas; ce qui adïiendra a vous.
Encore que eecy semblo extravaguer, si est co qu\'il n\'y a aucune oc-
casion suffisunto d\'assistor nux ennemys do sa Paroio. Quand los enfans
d\'Israel sortirent hors d\'Egipte, ils n\'estoient pas tous d\'uno mcsmo
opiuion, aussy ne vindront i!s pas tous en la terro do promission; et
touteffois, Dieu ne permit que Pharao empescbast 1\'oeuvre qu\'il avoit
commancc, ny aussy a tous les autros qui pour cét cffet contrevenoient
ii sa volontó. Par ainsy vous ne vous devez point embrouiller en la
compagnie des meschans; car vous bruslerez miserablement, et jamais
l\'on n\'a Teu venir a bien quand une personno debat contre Ie Seigneur
et contrevient ii ses jugemens arrestez: d\'autant qu\'il est certain et
inevitable que tous ceux qui en ces guerrcs (-18v°) do France et d\'Espagne
essayent d\'oprimer lo pauvro pcuple francois et luy veulent donnor em-
peschemcnt, combattent contro la parollo de Dieu et so declarent por-
secuteur d\'icelle, si tous ne nyez que la doctrine de la Traye foy, qui
nous meyne au port do Salut, ne soit la paroio de Dieu. Car il est
certain que la causo de ce grand diicord ne vient d\'autrc chose, entre
nous et !e Pappe, sinon que nous attribuons a Christ seul 1\'oeuvro do
justiffication et rejettons tous uutres oeuvres. Il est vray que vous povrez
mettre en avant qu\'en Franco ilz ne sont pas tous bons chrestiens et
qu\'il y en a beaucoup tant de Sacramentaires que d\'autres sextes:
mais encores qu\'ainsy feust, sy ny a il point de raison par laquelle
l\'on doive ayder a 1\'Anti\'whrist et servir les protecteurs d\'iceluy contro
Ie pctit troupeau oü so trouvera quelques chrestiens, et lequel de jour
a autre s\'augmentera, Dieu n\'a il pas beaucoup do tbis pardonné a des
pays et des villes, encore qu\'il eust grando occasion do les punyr,
pour 1\'amour de bien pen dofidellesqui s\'y trouvoient? Pourquoy voulez
vous doneq mesprendro au servico des ennemys do Dieu contro la
troupe, laquollo touto, ou au moings la plus part, desirent estro bons
chrestiens? Aydez tant plus de touto vostre puissance ii les faire telz,
si vous f^avez qu\'ilz ne Ie soient pas tous, et y employez vos vyes et
vos biens, (fol. 49r°) affin qu\'ilz puissent du tout parvenir ü la vraye
cognoissance, non par les chasser et contraindre d\'entrer au Royaume
et prisons do 1\'Antéchrist; car en cela vous blesserez grandement vos
consciences, de vouloir du tout exterminer Ie pauvro peuple ja tant alHigc.
Puys donc que vous cognoissez, par lo precedent advertissement et
1\'experienco que l\'on en void tous les jours, quo ces guerres sont
eslevées pour confondro 1\'Evangillo, comment est-il possiblo quo celuy
qui y aydo puisso avoir sa conscienco entiere? ó la grand peyno d\'avoir
sa conscienco chnrgee; nous no pensons pas qu\'il y ayt un plus pesant
fardeau en ce monde, par aiusy pensez y bien. Car sy apres cetto
remonstrance, vous demeurez plus longuement avee les perseeuteurs de
1\'Evangille et un jour vos consciences se réveillent et dient: il est
-ocr page 41-
30
mort beaucoup de gens incoulpables pour cette cause, entre lesquelz
y en avoit beaucoup de chrestiens et d\'autres qui Ie feussent deTenus,
cncoro que pour lors eussont oftensé en quelque chose, si se feussent
ilz redrcssez, et ceux qui sont demourez debout, nous les avonscbassez
dans la maudite idolatrie, dont Dicu est couroucé, que direz vous, mais
que Ie cry des chrestiens criant contre vous monte aux cieux ? Et vos
consciences mesmes se plaignent (fol. 49v°) de vous: que dcviendrez-
vous? Comment vous povrez vous excuser de vostro meschanccte |et]
opiniastretc\'t Sy vous rejettez ce que dessus, il ne peut failler que la
ruyne et perdition de vos corps et de vos ames n\'en eusuive, sans
vous ramentevoir 1\'amityé fraternelle, laquelle requiert que nul ne doit
faire u autruy ce qu\'il ne voudroit luy estre fait. Or ne voudriez vous
que pour 1\'amour de vostre religion, 1\'on vous veint piller, voller, tuer
et vous mener de telle faeon sans scavoir pourquoy, comme 1\'on fait
maintenant en France aux pauvres chrestiens P Pourquoy n\'usez vous de
la mesme charitó envers ceux que vous voudriez pour vous ? Pourquoy
oydez vous aux puissans qui sont causes de ce mal \'1 Ceux qui s\'avment
1\'un 1\'autre, sont vrays diseiples de Christ et au contraire, ceux qui
sans occasion perseeutent leurs frores chrestiens, qui ne leurfireut on-
eques deplaisir, pensant par ce moven acquerir de grandz biens, sont
enfans et diseiples du Diable. 11 semble estre raisonnable de ne se point
haster en ses affaires: mais y bien penser, affin que, quand 1\'on a offencé,
1\'on puisse nmander la faulte. Pourquoy n\'y usez vous donques de ceste
faoon en cét affere, qui est de sy grande importance, lequel ne consiste
point en la main des hommes, mais concerne Ie salut des (fol. 50r°) ames?
Pensez vous que ce soit bien fait de vous laisser aller aux Scribes et
Pharisiens pour tiranniser avee pistoles, piques et autres armes les
pauvres chrestiens francois et estre cause de la perdition de leurs ames,
au lieu que vous les deussiez soulager, encoire que telz meschans n\'y
puissent rien gangncr ny mener ïi fin leurs entreprises? Car en tel cas
convient avoir la parolle de Dieu. Considerez que vous serez cause de
la damnation de ceux ausquelz vous aurez empeschó la vraye congnois-
sanco de Dieu. S\'il doit mal advenir ïi ceux qui errent en la foy, de
combien doit il plus mal succedder il ceux qui, contre leur conscienee,
veulent contraindre par force les autres de croyre ce que veult lasecte
papiste? Vous taschez a partieiper au peché, lequel sera cause de vostre
ruyne. Nous prions tous de bon coeur lo bon Dieu qu\'il vous veuille
ouvrir les yeux, affin que puissicz voir la faulte que vous faictes.
Pensez que c\'est ïi dire: tiortez de Babiion, autrement vous serez cause
de tout Ie malheur qui pourroit un jour advenir ïi 1\'Allcmagne, sy les
proteclewa du pai/S\'
venoient ii avoir Ie dessus des pauvres chrestiens.
Car co fait ne concerne point scullcment la France, ainz toute 1\'Alle-
magno: et Ie Pappe seroit bien ayso de faire uug bain du sang d\'AUenians
contre Allemans, (fol. 50v°) affin que toute 1\'AUemaigne demourast mattée
et que luy et ses complices s\'en peussent faire seigneurs et la remettre
1. Sic, 1. «les protecteurs du Papistnei of cdu Pappe».
-ocr page 42-
31
soubz 1\'obeissance de la putain de Rome. Pour ung peu d\'argent vous
Toulez estre autheurs d\'une sy grande ruyne, chose indigne d\'un chrestien
et que les payens mesmes n\'eussent voulu faire, et touteffois vous voulez
usurper Ie nom de Chrestiens, non obstant que vous faciez plus de
dommage a la chrestienté et il nostre patrie que ne fit onques Turc ny
Moscovite. Car vous portez Ie bois, Ie charbon et 1\'eaue a ce bain de
sang lequel s\'appreste pour tant de cent mil pauvres chrestiens. Vous
raettez vos chevaux et chariotz aux champs pour abolir la foydeJesus
Christ et pour oster la congnoissance et memoire d\'ioeluy jusques it
1\'enfant dans Ie ventre de sa mère vous esguisez voz piques et ospées
et chargez vos pistolles. Pour 1\'honneur de Dieu considerez que par Ie
service que vous faites, vous acheminez les choses de telle facon, qu\'il
fuudra que les Empereurs, Roys et Princes, Electeurs du Saint Empire,
et autres leurs voisins, viennent baiser les pieds puans de ce meschant
et malheureux Pappe et se remettent soubz l\'obeissance maudite d\'iceluy,
duquel ilz avoient beaucoup d\'années esté quites par lapermission divine.
Somme, vous voulez ayder k abolir la parolle (f. 51) de Christ et son
regne eternel et effacor du tout sa memoire, pour rebastir etconsorver
Ie royaume du Pappe et de Satan. En cela vous aurez mérité une
grande recompence , comme chacun peut estimer. Puis donc que vous
estes en ce danger et que voulez ayder ïi une si miserable calamité,
vous avons bien voulu envoyer cettc nostre exhortation, pour 1\'amityé
que portons ii 1\'Estat de la Prance et a toute la nation germanique,
estant nostre treschere et bien amee patrye. Esperant que, comme vrais
chrestiens et Allemaus, gens d\'honneur, par icelle vous peserez ce fait
et changerez vostre mauvaise opinion. Maïs, sy vous la mesprisez et
voulez demeurer fermes en vostre maudite volonté (ce qui nous n\'espe-
rons), nous protestons devant Dieu et tout Ie mondo que Ie mal qui ü
la fin en procedera en vos corps et vos ames, est ii nostre grand regret
et que voulons devant Dieu et les hommes estre incoulpables de ce fait.
Pensez aussy au dommage qui vous peut advenir d\'enfraindre les com-
mandemens qui sont faitz par vos Princes Ellecteurs et autres confederez
en la Religion, qui ont desia puny aucuns de ces infracteurs. Vous devez
prandre cecy en bonne part de nous, veu qu\'outre 1\'honneur de Dieu
et Ie vostre qui nous meut a ce faire, nous sommes parans et alliez.
Mais puisque nous sommes icy comme (fol. 51v°) voz eunemis et pour
acquerir honneur et reputation a 1\'encontre de vous, et que vous, avec
les meschans, vous monstrez telz envers nous, il nous a semblé neces-
saire avoir une declaration de vous quelle sera vostre volonté, après
avoir veu 1\'advertissement fraternel que nous vous faisons au nom de
Dieu, 1\'oeuvre duquel est en affaire ici, affinquo selon vostre responce,
d\'un coeur courageux, au nom et pour la vraye confession do nostre
Saveur et Repempteur Jesus Christ nous nous puissions gouverner. Mais
nos consciences n\'ont peu permettro de differer davantage de vous ad-
vertir et admonester sur ce que dessus, desirans, hors les choses en sy
mauvais estat, vous faire ü jamais tout plaisir et service.
(Bib. Nat. ms. fr. 3177, fol. 45 v\'.).
-ocr page 43-
32
101.     Copie. (Zonder aanduiding van maand, aan het einde: 1570).
Alva aan D. Garcia de Toledo.
Verslag van knjgsoperaties, bepaaldelijk campagne tegen den Prins.
Inc. „Ninguna aprovacion de lo que aqui se ha hecho me pudiera en
el mundo venir ..."
(Arch. A(l\'. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 15 »*.).
102.     1570. 11 Juni (Milaan).
Kequesens aan Don Juan van Oostenrijk.
Berichten over den toestand in de Nederlanden, in verband met
Frankrijk. \'
Get. „Luis de Requesens".
Inc. ,Serm0 Senor, Oy ha ocho dias di quenta a V. A. de los avisos..."
(Arch. A/l\'. Etrang. Hém. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 72).
103.     (Copie).
1570. 12 Augustus (Nijmegen).
Alva aan Philips II.
Over de belooning van zijn diensten.
Inc. „El Cardenal me escriviö en mi particulier la demostracion que
V. Magestad era servido de hazer con migo."
(Arch. All. Wrang. .Mem. et Docum. Espagne, vol. 23G, fol. 33).
104.     (Origineel).
1573. 28 November (Delft).
Willem van Oranjo aan Catharina de Medici.
Do secretaris van Lodowijk van Nassau zal haar berichten overbrengen
aangaande de Nederlanden.
Get. „GuiMe do Nassau".
Inc. „Madame, depeschant ii Sa Majesté Ie secretaire de mon frere ..."
(üib. Nat. ms. fr. 15950, fol. 5).
105.     (Origineel).
1570. 25 Augustus (Rissey).
Lodewijk van Nassau aan Catharina de Medici.
Heeft Catharina\'s brief ontvangen en gehoord, wat Biron gelast was
te zeggen. — Onderdanigheidsbetuigingen.
Ine. „Combien que auparavant que j\'eusse receu la lettre..."
Get. „Louis de Nassau".
(Bib. Nat. nis. Br. 15\'JöO, lol. 7).
106.     (Origineel).
1570. 17 September (Antwerpen).
Viglius aan Albornoz.
Over de „visitation du Parlement de Bourgogne".
Get. ,Viglius de Zuichem".
Inc. „Mons. Ie secret. Je vous envoyai hier responces..."
(Arch. All. Etrang. .Mém. et Docum. Espagne, vol. 23P, (ol. 37).
1. Passages in cijfer, door een oude hand ontcijferd.
-ocr page 44-
88
107.     (Autograaf).
1571. 6 Mei (Brussel).
Alva aan Philips II.
Inc. „Por los despachos..."
(Aren. Air. Etrang. Mem. et Docum. Espagne, vol. 23C, fol. 40).
108.     1572. 4 Januari (Oldcnseei.
Benjamin de Lunzen aan Albornoz.
Over onderhandelingen met do commissarissen Tan don Hertog van
Brunswijk betrekkelijk het in dienst nemen van huursoldaten voor den
oorlog in de Nederlanden.
(Arch. All\'. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 102).
109.     1572. 14 Januari (Milaan).
Kequesens aan Alva.
Oelukwenschingen over zijn succes in de Nederlanden. — Berichten
over den politicken toestand, bepaaldelijk in Frankrijk.
Get. „Luis de Kequesens".
Inc. _Con gran desplazer mio ho entendido ..."
(Arch. All\'. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 104).
110.     1572. 23 Juli (Haarlem).
Boussu aan Alva.
Vraagt betaling voor zijn regimont, dat anders aan het muiten zal
slaan.
Get. „Maximilicn do Boussu".
Inc. „Mons. L\'extremitó en quoy se retrouvont los soldats..."
(Arch. All. Etrang. .Mém. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 118).
111.     1572. 29 Juli (Amsterdam).
Valentin de Pardieu, Sieur do Lamotte, aan Albornoz.
Verlangt wagens voor het transport van ammunitio en paardon voor
de artillerie.
Inc. „Monsieur, Entcndnnt en cc lieu la determination, il me samble..."
(Arch. All\'. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 120).
112.    1572. 19 Augustus (Weenen).
[Monteagudo| aan Don Juan.
Berichten over den politiekcn toestand, bepaaldelijk in de Nederlanden.
Inc. „Quanto es grando la favor y merced que V. Ex"..."
Ilandteckening weggesneden. — Passages in cijter, met oude ontcijfering.
(Arch. All\'. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 78).
113.     1572. 20 Juni (Napels).
Granvelle aan Don Juan.
Over Fransche intrigues, in verband met de gebeurtenissen in de
Nederlanden.
In cijfer, met bijgevoegde oude ontcijfering,
(Arch. All\'. Etrang. Méin. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 74).
3
-ocr page 45-
34
114.     1573. 15 Januari (Napels).
Granvelle aan Aha.
Gclukwenschingen met den gelukkigen uitslag der operaties in do Noder-
landon. Hoop, dat de overwonnen opstandelingon genadig behandeld
zullen worden, opdat mon ze niot tot wanhoop drijve.
Got. „Ant. Ca nl. de Granvola".
Inc. „Mucho he sentido ver por la carta..."
(Arch. All\'. Etnng. Mem. el Docum. Espagnc, vol. 230, fol. IOC).
115.     1573. 26 Januari (Kamp voor Haarlem).
Marcos de Toledo \' aan Juan de Albornoz.
Over de operaties van het beleg.
Get. „Marcos de Toledo". (?)
Inc. „Justo es que quien sea ..."
(Arch. All\', ttrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 112).
116.     1573. 4 Maart (Kamp voor Haarlem).
Fadrique de Toledo aan Alva.
Over do operaties van hot beleg.
Get. „Fadrique de Toledo".
Inc. „Ayer despucs que partio don Luys do Hequescs..."
(Arch. All. htraug. Mém. et Docum. Espague, vol. 230, fol. 144).
117.     1573. 9 Juli (Kamp voor Haarlem).
Estevan y Llanes aan Juan de Albornoz.
Over do operaties van het beleg.
Get. „Estevan i Llanes".
(Arch. All\'. I.ir.in,_. Mém. et Docum. Espagne, vol. 230, fol. 1 IC).
118.     1573. (na Juli).
Lo que en instancia propuso el Principe do Orango a las villas de
Holanda, despues que se rindio a los nostros la do Harlem, con el
assedio de siete moses, cl afio do 1573.
Arch. All\'. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 138, lol. 107).
119.     1573. 18 September (Amsterdam).
Alva aan Don Jan van Oostenrijk.
Muiterij onder de Spaansche troepen te Amsterdam. Begin van het
beleg van Alkmaar en andere oorlogsberichten.
Inc. „Estos dias he rocivido..."
(Arch. All. Etrang. Mém. et Docum. Espagnc, vol. 230, fol. 124).
120.     (Autograaf).
|Zonder jaar, 1575 \' |. 16 Octobor (Rotterdam).
Charlotte de Bourbon aan Prancois de Montpensior.
Heeft vernomen dat M. bij den Hertog [d\'Alencon] is aangekomen.
1.     Ilandteekening onduidelijk.
2.    Vgl. den volgenden brief van Willem van Oranje aan F. de Montpensier.
-ocr page 46-
35
Hoop dat M. do zaak van den Prins bij den Hertog zal steunen.
Get. „Charlottc do Bourbon".
Inc. „Monsieur, Depuis peu do jours 1\'on nous ..."
(Bib. Nat. ras. fr. 3415, fol. 80).
121.     1575. 20 October (Rotterdam).
Willem van Oranje aan Francois do Montpensier.
Brenger dezer is gezonden aan „Monsigneur Ie Ducq \' pour luy
eougratulor son entièro délivranco..." Hij hoopt dat Montpensier hem
bij den Hertog zal steunen. „Je vous supplie oncore... luy vouloir
conseiller en ce que je luy fay proposer, selon ce que trouverez lo plus
convenablc au bien de touto la Chresticnté et repos de la Francc et au
soulagement do ces pays de pardeca ..."
Get. „Guitte do Nassau".
Inc. „Monsieur, Ainsy que je depesehoye ..."
(liib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 17).
122.     (Autograaf?)
1575.  23 (of 13) November (Rotterdam).
Willem van Oranje aan Francois de Montpensier.
Heeft don briof van M. ontvangen, „laquclle m\'a grandement resjouï
pour y entendre Ie contentement qu\'aves recou de nostre alliance." Dank-
betuigingen. Verzoekt hem „de tenir la main vers mousr. vostro père,
a ce qu\'il puisse recevoir los offres do mon obéissance et tres humblo
service agreable et reprendre ma femmo en sa bonno grace..."
Handteekening ontbreekt, datum beschadigd.
Inc. „Monsieur, Jay receu la lettre..."
In hoofdzaak bij Delaborde, Chatiotte dr llowbon, p. IOC.
(Uib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 84).
123.     (Minuut).
1576.  (Z. d., met moderno hand bijgeschreven).
[Philips II \'] aan Qayas.
Over het antwoord te geven aan Hopperus en Rassinghcm bctreffendo
de reis van Don Juan naar de Nederlanden.
(Arch. All\'. Etrang. Mém. et Uocuin. Espagne, vol. 230, fol. 100).
124.    (Z. j.). 28 Augustus (Middelburg), |maar op den omslag: „recu
... Ie 20 de septembre 1576".]
Charlottc de Bourbon aan Francois de Montpensier.
Over eon geschenk van Waterlandsche honden. — Hoop, dat zij nog
eenmaal in de gelegenheid zal zijn, M. terug te zien.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, Je vous ai escrit depuis quinze jours par un nommé
Ie capitaine Avalon ..."
Delaborde, 342 (geheel).
______
                                                  (Dib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 78).
1.    Alencon.
2.    Volgens oude aantcekening is de hand van Ant. Perez.
-ocr page 47-
36
125. 1576. 14 September (Middelburg).
Willem van Oranje aan Franoois de Montpensier.
Daar hij gehoord heeft, dat F. de M. zich bevindt „prés de Monseigneur
Ie duc" (Anjou), verzoekt hij hem, wetend dat do Hertog „nous a desia
fait eest honncnr de monstrer qu\'il a en quolquc recommandation la
conservation de co païs", zijn invloed bij den Hortog aan te wenden. —
De la Garde, brenger dezes, zal het overige mondeling verklaren.
Get. „GurHe de Nassau".
Inc. „Monsieur, Encores que ie vous ai depesche un gentilhomme..."
Uitgegeven door Delaborde, p. 118.
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, fol. lil).
12fi. 1576. 10 October (Middelburg).
Charlotte de Bourbon aan Francois de Montpensier.
Dankbetuigingen over M.\'s tusschenkomst bij haar vader. — Berichten
over haar dochtertje en den toestand in de Nederlanden.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, Jo m\'ostois tousiours..."
Delaborde, p. 119.
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 4G).
127.    1577. 20 Februari (Middelburg).
Charlotte de Bourbon aan Frane. de Montpensier.
Berichten over haar gezondheid en die van haar dochtertje, over de
drukke bezigheden van haar man. Brenger heeft in last, M. op de hoogte
te stellen der Ncderlandsche zaken: .puur 1\'advancement desquolles je
vous supplie, Monsieur, nous assister des moyens et crodict qu\'avez
par dola.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, J\'ay receu par les dopuitez..."
Bij Delaborde, p. 131 (gedeeltelijk).
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 4(1).
128.    1577. 24 Februari (Middelburg).
Willem van Oranje aan Francais de Montpensier.
Heeft den brief van M. ontvangen; dankbetuigingen: „Je crois que,
si Dieu me fait une fois tant de faveur d\'estre un jour en repos et ce
païs en paix asseurée, je me sentiray bien heureux de vous pouvoir
voir pour vous rendre Ie service que pouvez desirer de moy." Heeft
den brenger van M\'s. brief belast, mondeling M. op de hoogte te stellen
van den staat van zaken, opdat M. raad zal kunnen geven.
Get. „GuiWe de Nassau".
Inc. „Monsieur, j\'ay receu la lettre qu\'il vous a pleu m\'escrire par
les deputez des Estatz ..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 21).
129.    1577. 20 Maart (Middelburg).
Charlotte van Bourbon aan Francois de Montpensier.
Brenger van dit billet „Ie sieur de Bcaupuy" zal M. op do hoogte
stellen van den toestand in de Nederlanden.
Get. „Charlotte de Bourbon".
-ocr page 48-
37
Ine. „Encore que je vous aio..."
Fragneot bij Delaborde, p. 131.
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 51).
130.     (Copie).
1577. 12 April (Brussel).
Responcos aux 23 articlos do Sou Altesso, prosontós aux Estats
Generaux par lo Sieur do Grobondonq, presents los Ambassadeurs de
1\'Empcreur, subdélégués, lo 7 jour d\'aoust 1577.
Inc. „Les Estats Generaux ont toujours maintenue et maintien-
dront..."
(Arch. Atl. Etrang. Corr. Hollande, I, fol. 135).
131.     (Copie).
1577. 8 Augustus (z. p.).
Verbal du Siour do Grobbondoncq , porté par eserit aux Estats, Ie
8 aoust 1577.
Inc. „Lo Siour de Grobbondoncq déclaro do la part do Son Altesse..."
(Arch. All. Etrang. Corr. Hollande, I, fol. 140).
132.     1577. 31 October ^Antwerpen).
Charlotte de Bourbon aan Franfois do Montponsior.
Bekommeringen over de gezondheid van haar schoonzuster (madame
ma socur). — Nieuwe hoop, dat M. haar pogingen om met haar vader
in betrekking to komen, zal steunen.
Get. „Charlotte do Bourbon".
Inc. „Le long temps qu\'il y a..."
In hoofdzaak bij Delaborde, p. 160.
(llib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 53).
133.     (Autograaf).
1577. 9 December (Antwerpen).
Charlotte do Bourbon aan Francois do Montponsior.
Over den dood van haar schoonzuster.
Got. „Charlotte do Bourbon".
Inc. „Monsieur, L\'ennuy quo j\'ay resceu ..."
Geheel bij Delaborde, p. 100, 161.
(Uib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 55).
134.     1577. 20 December (Antwerpen).
Willem van Oranje aan Francois do Montponsior.
Droefenis over het overlijden van do vrouw van M. — Mons. de
Maleroy zal M. op de hoogte stellen van den politioken toestand in de
Nederlanden „Les diftieultós qui se presentent d\'heuro a autre ot lo
travail quo j\'ay pour amoner lo tout il bonno fin, qui est tol, que
lo peu de loisir que j\'ay m\'a souvontofois ompesché do faire mon debvoir
onvers vous..."
Get. „GuMre de Nassau".
Ine. „Monsieur si les lettres quo j\'ay esté si heureux,.."
Hij Delaborde, p. 164.
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 23).
-ocr page 49-
88
135.     (Autograaf).
[Z. j.|. 23 December (Antwerpon), f maar het jaar moet zijn 1577; op
den omsla?: ro<;u Ie 17 janvier 1578].
Charlotto de Bourbon aan Francais do Montpensier.
Vreest, dat haar brief over het overlijden van haar schoonzuster niet
is aangekomen. Vraagt naar berichten over haar neefje.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, Sy la eraincte qui jay que vous u\'aiés..."
llelaborde, p. Itj2, bijna geheel.
(Iiib. Nat. ms. fr. 3278, tol. 8-2).
136.     |Z. j.]. 6 Januari (La Fère).
La Xoun aan fies Pnir"*ux.
Betuigt zijn vreugde over den gang der zaken, hoopt einde Februari
naar de Nederlanden te vertrekken.
Get. „La Nouo".
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, tol. 4).
137.     1578. 11 Januari (Condé).
Monlouet aan Des Pruneaux.
Berichten over do plannen van Alenfon: „nous attendons jusques a
mercredi nouvelles de Messieurs les Estats, lcsquellcs ne venans au
contantemont du Maistre, il est resolu de partir ot croi qu\'il Ie fera" etc.
(Iiib. Nat. ins. fr. 3277, tol. 94).
138.     1578. 13 Januari (Gent).
Willem van Oranje aan Des Pruneaux.
Vorklaart aan de Staten geschreven to hebben, opdat Z. H. (Alenjon)
tevreden gesteld wordo.
Get. „Guittc de Nassau".
(Iiib. Nat. ms. fr. 3277, tol. 1).
139.     1578. 15 Januari (La Marche).
Dcclaratio mentis et voluutatis D. Joannis Austriaci,... qua prius
quam Mosam transeat et viam armis tentet omncs Belgas ad obedien-
tiam ... invitat...
Schijnt alschrilt van een gedrukt stuk.
(Arch. All\'. Etrang. Hém, et Docum. Espagne, vol. 230, tol. 181).
140.     (Copie).
1578. 20 April (Antwerpen).
Geloofsbrief voor de afgevaardigden der Staten Generaal, ten cindo
hen te machtigen te handelen met de gezanten van den Hertog van Alenron.
(Iiib. Nat. ms. fr. 3277, tol. II).
141.     [1578. 24 April (Mons)].
Rapport van Alféran over zijn zending naar Brussel.
Uitgegeven bij Kerviju de Lcltenhnve, Les Hugenots et les Gtieux, V, (303;
analyse bij Muller—Diegerick. I. 145 vgg. Het stuk is niet «tronquéo of een
fragment Na den laatsten regel volgt (tol. 27 »•) een halve blz. wit. Het is
geen minuut, daarvoor is het schrift te goed. Waarschijnlijk is het een copie
van don brief van Alléran, daar op heleinde de gebruikelijke beleefdlieids-
tonnules zijn weggelaten.
(Iiib. Nat. ms. fr. 3279, tol. 24).
-ocr page 50-
39
142.     1578. Na don 9 Moi (Brussol).
Rapport dor gezanten van Anjou aangaande hun zending in do Nedor-
laudon.
Bij Muller—Diegerick, I, p. 18G. — Het stuk schijnt geen minuut.
(Bib. Nat. ms. fr. 3281, lol. 5).
143.     1578. 30 Mei (Antwerpen).
Willem van Oranje aan Francais de Montponsior.
Maakt van do gelegenheid, die zich aanbiedt, gebruik, om hom te
schrijven en van zijn toogenogonhoid te verzekeren.
Get. „GuiHe de Nassau".
Inc. „Monsieur, Lo dosir que j\'ay d\'estro continue on 1\'houre (sic)
de vos ..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3413, fol. 26).
144.    1578. 30 Moi (Antwerpon).
Charlotte de Bourbon aan Francois do Montponsier.
Schrijft hem door bemiddeling van een der zendelingen van don Prins
van Oranje; brenger beoft in last M. op do hoogte te brengen van haar
zaken, „dont 1\'avocat Andró fait la poursuitte".
Get. „ Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, Encorc quo je vous ..."
(Bib. Nat. ms. fr. 341D, fol. 58)
145.     1578. 16 Juli (Antworpen).
Mondoucet aan Anjou.
(Minuut).
Berichten ovor do onderhandolingon on over verschillendo zaken,
bijv.: „Il est nécessaire d\'onvoier par deca Mons. do La Noue, qui est
en tres bonno réputation parmi ces gons icy. Il frapera ung grand coup
et assourera ung cbacun ..."
„Faut faire faire par nos gons quolquo oxploit, soit contre Maubougo,
on autre bicoquo, et promptement; car cela nous mectra en roputation
et advancera nos afferes onvers tout Ie monde."
Incipit: „Pour respondre au messive envoyé par ce porteur..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 46).
146.     1578. 17 Juli (Doudormondo).
Willom van Oranje aan Des Pruueaux.
Verklaart, dat hij Théron aan Anjou zendt; en tevens dat het hem
spijt niot te kunnen berichten, dat de Staten reeds oen besluit genomen
hebben.
Get. „GuiHe do Nassau".
Incipit: „Monsieur, J\'onvoio il Mons. d\'Aujou ..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 49).
147.     (Copio).
1578. 19 Juli (Abdij van Lintro).
D. Juan aan Alonso do Sotomayor. \'
1. Op den omslag: «lustruction quarta ...»
-ocr page 51-
40
S. zal den Koning vragen, wolk Fransch leger Don Juan hot eerst
moet aanvallen, dat bij de grenzen der Nederlanden, zoogezegd bijeen
gebracht om Alenoon te observeoren, of wel dat, hetwelk Franehe Comtó
bedreigt.
Inc. „Teniendo hecho el despacho que lovais, si ha entendido ..."
(Arch. AIT. Etrang. Mém. et Uocum. Espagne, vol. 230, fol. 187).
148.     (Kopie).
1578. 19 Juli (Abdij van Lintre).
Nader Instructie \' van Don Juan voor Don Alonso do Sotomayor.
Wat S. den Koning zal zeggen, voornamelijk betreffende do onder-
handelingen van Aleneon met de opstandelingen en de houding van
Frankrijk.
Inc. „Que Su M(l esta informado, assi por cartas de Juan de Vargas..."
(Arch. All. Etrang. Mem. et Docum. Espagne, vol. \'230, fol. 183).
149.     1578. 2 Augustus.
Anjou aan De Bussy.
Aanbeveling voor Des Pruneaux, bostemd om Do Bussy als gezant
van Anjou bij do Staten to vorvangon.
Qet. „Francoys".
Incipit: „Mons. de Bussy, Je vous escriviz hier..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 54).
150.     1578. 7 Augustus (Mons).
Anjou aan Harengor, zijn secretaris.
Kondigt de zending aan van Dos Pruneaux on wenscht, dat Hurengor
dezen ter zijde zal staan.
Get. „Francoys".
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 59).
151.     1578. 7 Augustus (Mons).
Anjou [aan do StatonGeneraal|, (adros verloren).
Kondigt de zending aan van Des Pruneaux; hoopt, dat do ondorhan-
delingon zullen worden bespoedigd.
(Handteekening ontbreekt).
Incipit: „Messs, Suivant vostre avis et la requisition..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 58).
152.     1578. 7 Augustus (Mons).
Anjou aan De la Neufville.
Bevel deel te nemen aan do onderhandelingen, te gelijk met Des
Pruneaux.
Get. „Francoys".
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 30).
153.     1578. 9 Augustus (Mons).
Anjou aan Des Pruneaux.
Wenscht, dat D. P. zoo spoedig mogelijk naar Antwerpen vertrekke,
1. Op den omslag: Instruction tercera. . . etc.
-ocr page 52-
41
ten cindo zich met Do Bussy te verstaan, vóór deze Antwerpen vorlaat.
Oet. „Francoys".
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, lol. üü).
154.     1578. 16 Augustus (Mons).
Anjou aan De Frózin.
Verzoekt hem het noodige te doen voor de voeding der troepen, ton
behoeve der Staten op de grenzen van Picardie bijeengebracht.
Got. „Francoys".
Incipit: „Monsr de Frezin, Estant de bcsoing qu\'il soit pourvou..."
(Bib. Nat. ms. Cr. 3277, lol. Gil).
155.     (Copie).
1578. 19 (?) Augustus (Antwerpen).
De Staten-Generaal aan Anjou.
Over do onderhandelingen met Don Juan.
Incipit: „Monseigneur, Encores qu\'ostimons quo vostro Altesso ..."
(bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 67 v«.).
156.     1578. 21 Augustus (Mons).
D\'Anjou aan „Mons. d\'Horste"-
Is door Bonnivet onderricht van do gocdo diensten, die d\'H. bij do
onderhandelingen met do Staten heeft bewezen. Dankbetuigingen.
Get. „Francoys".
Inc. „Mon Cousin. Le Sr de Bonnivet, vostro novou..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 70).
157.     1578. 26 Augustus.
Do Staten Generaal erkennen het door Anjou gotcekendo traktaat
ontvangen te hebben on beloven van hun kant hot te zullen ondor-
houden.
Gezegeld mot het „cachot de Brabant, dont on sembables cas sommes
aceoustumoz d\'user".
Inc. „Nous, Prelatz, Nobles et deputez des villes..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 80).
158.     1578. 27 Augustus (Antwerpen).
De Staten-Generaal aan Anjou.
Geloofsbrief voor den Hertog van Aerschot en Mons. de Frezin, om
met den Hertog te onderhandelen.
Incipit: „Mons. Combien que nous est assez manifesto ..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 67 v«.).
159.     (Copie).
1578. 28 Augustus (Antwerpen).
De Staten Generaal aan den Graaf van Lalaing.
Zenden hom afschrift van het bevel (van denzelfden datum), gezondon
aan do steden Le Quesnoy, Landrecics en Bavais, haar poorten te
openen voor de troepen van den Hertog van Anjou.
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 91).
-ocr page 53-
■12
160.     (Copic).
1578 28 Augustus (Antwerpen).
Dus 1\'runeaux belooft to zullen bewerken, dat de Hertog van Anjou
oen acte zeilde, waarbij hij zich verbindt een alliantie te ucgoticcrcn
met de Koningin van Engeland, den Koning van Navarre en zijn bond-
genooten, en Paltsgraaf Casimir.
Inc. „Nous, Siour Dos 1\'runeaux, conseillor ot chambellan..."
(liib. Nat ms. fr. 3277, fol. 82).
161.     [1578. Einde Augustus].
Artikelen, door den Hertog van Acrschot aan de Staten overgebracht,
lneipit: „Comme 1c Sicur de Bussy au traicté entre Monseigneur..."
(liib. Nat. ms. Ir. 3277, lol. 68).
162.     1578. 2 Septembor (Mons).
Anjou aan Des Pruncaux.
Verzoekt hem met den heer De Monlouct te conferecren over cenige
punten, die hij dien heer heeft toevertrouwd.
Get. „Franjoys".
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, lol. 93).
163.     1578. 23 November on 1 December.
Ücsponce que font les depputtez des Estats Generaulx (etc.; uitge-
gevcn bij Muller- üiegerick, Documents, II, 283; in deze eopio zijn
de apostilles van Anjou, uitgegeven bij dezelfden, II, 321, naast ieder
artikel gesteld, zoodat de apostilles helderder zijn dan in de bij Muller
Diegerick uitgegoven copio; vgl. de noot t. pi. Het 2e art. is § „Comme
aussi les dictz depputez" (p. 286 Muller), het derde de Ü „Et pour
ccpendant mectre aussy de leur costé..." (zelfde blz.). Art. 4 is de §
„Mais pour estro los poincts..." (p. 287). De §§ „Voila pourquoy ..."
„Proinièrement que...", „Assavoir que..." zijn zonder apostilles. De
apostillo „Monseigneur prendra n plaisir..." (p. 326) heeft betrekking
op de § „Et comme a tel" (p. 287—88). — De S> „Faisans drosser"
(p. 288) is zonder apostillo. — De apostillo „Monseigneur juge estro
nécessaire" (p. 326) heeft betrekking op de § „Et oii la paix" (p. 288).
— Do apostille „Son Altèze fera entendro" (p. 326) slaat op do §
„S\'oft\'rans en oultre lesdictz deputez ..." (p. 289).
(liib. Nat ms. fr. 3277, fol. 122).
164.     1578. 12 December (Mons).
Anjou aan *** [naam in blanco; lid der Staton-Vergadering?).
Kont de goedo gozimlhoid van ***, verzoekt, Des Pruneaux to
steunen.
Get. „Francoys".
Inc. „Mons. Je veulx croire qu\'il ny acolluy do vostrocompaignio ..."
6 gelijkluidende au. van tloze circulaire,
(üib. Nat. ins. fr. 3277, fol. KW, 132, 133, 134, 135, 136).
-ocr page 54-
43
165.     (Copio).
1578. ... (dag in blanco) Decombor (Mons).
Anjou aan do Staten Generaal.
Zondt de „artikelen" met antwoord terug. — Bericht over de „pra-
tiques et menées" van den vijand in Artois.
Inc. „Messrs, Ayant entendu par lo Sr Dosprunoaulx ..."
(Uib. Nat. rus. Ir. 3277, fol. 131).
166.     1578. . .. December (Mons).
Anjou aan *** (naam in blanco).
Kont do goode gezindheid van ***. .Nieuwe aanboveling voor Des
Pruneaux.
Got. „Francoys".
Inc. „Mons. M\'aiant tousiours osté tosmoigné mesmes par lo Sr Des-
pruneaulx..."
5 gelijkluidende exx. van deze circulaire.
(Bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 137, 138, 139, 140, 141).
167.     1578. ... December (Mons).
Anjou aan Des Pruneaux.
Verzoekt hem de Staten te vragen, of het weggeven van het dekanaat
van „S. Usmer on la ville do Binch" hun goedkeuring wegdraagt.
Get. „Francoys".
Incipit: „Mons1\' Desprunoaux, Estant vaque lo doycnné de 1\'Eglise..."
(uib. Nat. nis. IV. 3-278, lol. \'20).
168.     1578. 12 Decembor (Mons),
Anjou aan den Viconto de Gand.
Dankbetuigingen. Verzoek om Des Pruneaux ook in het vervolg te
steunen.
Got „Francoys".
Inc. „Mon Cousin, Encores que je n\'ousse jamais doubté do vostre
bonno voluntó ..."
(Uib. Nat. ms. fr. 3278, ful. 19).
169.     1578. 12 December (Alenconï.
Anjou aan de Staten Generaal.
Kondigt eon nieuwe zending aan van Des Pruneaux. Wijst op de
verplichtingen, die de Staten aan hom (Anjou) hebben: „les dangiors
que j\'ay courus en ma personno, 1\'armée et autres moyens quo j\'ay si
liberallernent oxposoz pour vostre salut, vous en doivent avoir rendu . ..
suflisant tesmoignage".
Get. „Francois".
Incipit: „Messrs, Vous auroz pou cognoistro par la responce..."
liet eerste ex. is een copie met datum en haadteekening in XVIle eeuwsch
schrift. De twee redacties zijn niet gelijkluidend.
(Uib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 15 et 21).
-ocr page 55-
u
170.     1578. 14 December (Mons).
Anjou aan Des Pruneaux.
Bovel zich ten spoedigste op reis te begoven en voor do Staten te
vertoonen „affin que vostro retardement no leur engandre soupson;
vous priant user de diligence et me donner advis de touttes les occa-
rnnces qui se prosenteront".
Got. „Francoys".
(Uib. Nat. ms. fr. 3278, lol. 23).
171.     157S. 31 December (Atrecht).
Do „Vicomte do Gand", P. de Melun, aan do Staten Generaal (uit
naam dor Staten van Artois).
Vorwijst naar hetgeen Meotkerke verhalen zal botreffondo het verzook
dor Staten Generaal aan die van Artois aangaande do onderhandelingen
mot Parma. Schrijver en do Staten van Artois smeeken de Staten Geno-
raal >oo spoedig mogelijk vrede te sluiten mot den Koning van Spanje
on zoo een einde te maken aan don oorlog „qui sy misérablemont ruine
entièrement Ie tout".
Get. „P. de Meleun".
(üib. (fat ms. fr. 3278, tol. 40).
172.     (Z. d. of p.).
(Gevoegd bij stukken van eiudo 1578).
Advis utille et necessaire a tous los estats du pays bas et bons
patriotz.
Tegen den vrede met Spanje. — Copie van een gedrukt painllet?
(I!ib. -Vat. ms. fr. 3277, fol. 114).
173.    1578.
Titol: Lettres d\'advis ü la Noblesse et autres deputez des Estats
Generaux des Pays Bas.
CO folios.
Afschrift van het pain/let: Lettres d\'advortisscment a la Noblesse ot
aultros deputez des Estats gcncraulx du Pais Bas, escritos par un ser-
viteur du seigneur don Don lehan d\'Austrice ... Avccq leurs responses ...
Achecé d\'itnprimer en la ville impe\'riale de Francfort, 1578, 4°.
(Uib. Nat. ms. fr. 18WO).
174.    (Z. d. of p.).
Articles pour entrer on accord entre les deputez de monseigneur lo
duc d\'Alencon et les depputez de messieurs les Estats Generaulx.
(1). Verzoek van bijstand met 10000 man tegon de Spanjaarden.
(2). Titel van „defenseur de la liberté bolgique" toegestaan aan den
Hertog.
(3). De Staten beloven den Hertog hulp tegen allen, uitgenomen
het Kijk, Engeland, Denemarken, enz.
(4>. De Staten zullen niet gehouden zijn den Hertog te helpen „contre
ceux de la Keligion".
(5). De Kaad van State stelt voor aan de Staten voor te dragen,
-ocr page 56-
45
de steden Le Quosnoy, Landrocies en Philippevillo in handen Tan den
Hertog te stollen, nadat deze een openlijke daad van vijandschap tegen
de Spanjaarden gepleegd zal liebbon. Nadore bepalingen over de voor-
waarden, volgens welke de Hertog die steden zal bohouden.
Incipit: „Premieremcnt les depputcz des Estats supplicnt tres humhle-
ment Monseigneur ..."
(Bib. Nat. ms. Ir. :!277, Tol 3).
175.     (Z. j. of p.).
Artikelen van de „Doputez des Estats", met apostilles van de am-
bassadeurs van Anjou.
Begin: „Articles. Preraieroment, los doputez des Kstats supplient
humblement Mons. le Duc ..."
Begin dor apostilles: „Monseigneur est trescontont, ot offre par sos
Ambassadeurs..."
Zelfde artikelen als in het vorige n*., maar in dat ex. ontbreken de apostilles.
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fol. \'J—11).
176.     (Copie).
(Z. j. of p.).
Articles proposés par le Prince d\'Orange et les Estats Gencraux des
Pays Bas, sur lesqucls ils pretendent de recepvoir le duc d\'Alcneon.
9 artikelen: begin van het eerste: „Que premièrement le Roy d\'Es-
paigne soit par ledit Roy do Franco proclamé pour ennemy .. ."
(Uib. Nat. ms. IV. 0144, fol. 2).
177.     (Z. j. of p.).
Consideraties over het verbond der Staten met Anjou en do politieko
toestanden.
Inc. „Il m\'a semblé qu\'on doibt prondro en bonne part..."
Na het traktaat van liordeaux; zie § r».
(Anjou is „recu pour prince avcc les solcnnitós autonticques... re-
prouvantz en touttes facons 1\'auctorité du Roy Espaignol").
(bib. Nat. ms. fr. 3277, fol. 83).
178.     (Z. d.).
Le Prince d\'Orange aux Estats.
Over den toestand na den mislukten aanslag van Don Jan.
Inc. „Messeigneurs, Je no pense point que Dieu ait onques si évi-
demment monstre sa benignité ..."
(Arch. AH. Etrang. Hollande, II, fol. 2.". v".).
179.     (Copie).
1578. (Z. p.).
Willem van Oranje aan den Koning van Frankrijk.
Yerwijst naar een brief van „le 26 du passé" over onderhandelingen
van Anjou met de Staten; gelooft, dat Anjou bericht zal gezonden
hebben van den voortgang dier onderhandelingen.
-ocr page 57-
U
Zelfde fol.
(Copie).
Dergelijke brief, ietwat uitvoeriger, aan de Koningin-Moeder.
(liib. Nat. ms. fr. 4278, fol. i8).
180.     (Z. j. of p.), (tusschen stukken van 1579|.
Voorstellen van don Koning van Spanje aan den Keizer botroflfende
de vredesonderhandelingen aangaande do Nederlanden.
10 artikelen. — Inc. ,Le Uoy Catholique a prié do nouveau 1\'Empe-
reur de promovoir..."
(liib. -Nat. ms. fr. 327\'.). fol. 30).
181.     (Copie).
157SJ. 3 Januari (Madrid).
Philips II aan Burgemeesters, schepenen en gemeonto der stad
Bourbourg.
Wonscht de stad geluk met don dienst, dien zij bowezon heeft aan
de Christenheid en vooral aan de provincio Artois „en expulsant tous
hereticques et seditieulx".
Get. „Phle".
(Bib. Nat. rns. fr. 3278, fol. 57).
182.     1579. 1 Januari (Condé).
Anjou aan Des Pruneaux.
Zendt hem afschrift van de „artikelen" der Staten, met zijn antwoord.
Get. „Francoys".
(Bib Nat. ms. fr. 3278, tol. 5ti).
183.     (Z. j. of p., maar op den omslag: La demande do Messrs. de
Montigny et do Heze, sur 1\'aoort fait au[x| Gantois, du 9 janvier 1579;
a Mossrs. des Eta|t|s).
Memoire douné par nous, soubsignez, a Monsieur de Bours, contenans
le|s| puinctz de nostre jaste demande et pretension par noz asseurances
a la rnaintenue de nostre honneur, et afin que puissious par telles fa-
veurs resentir actuellement que Son Alteze et Messeigneurs les Estats
Generaulx ne se deffient de nous et de noz troupes et qu\'ilz vcuillent
s\'on servir.
Get. „Emanucl de Lalaing et Guitte de Hornes".
7 artikelen; incipit van hot 1"\'": „Prcmierement led. Seigneur de
Bourg suppliera ..."
Volgens een andere copie bij Muller—Diogerick, II, 575; de twoo
copiecn zijn ongevoor gelijkluidend; blz. 577, regol 2é v. b. leest de
Parijsche copie in plaats van: „a reste do temps", beter „a rate de
temps".
Blz. 578 r. 10 v. b. leest de Parijsche copie „de ce qu\'il auroitpleu
a Vostre Altèze luij accorder parquoy plaira « Vostre dicte Allèze
1\'avoir en favorablo recommandation.
Blz. 578 r. 18 v. b. voor „Capitaine La Parade" heeft de Parijsche
copie „Capitaine Parada".
(Rib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 7H).
-ocr page 58-
47
184.     (Copie).
1579. 9 Januari (Kasteel van Commines).
Voorwaarden, door Montigny en Heze aangeboden aan die van Gent.
Naar een ander afschrift bij Muller—Oiegerick, II, 5»>«> vgg,
(Bib. Nat. ins. fr. 3278. lol. »).
185.     (Copie).
1579. 11 Januari (Condc).
Anjou aan do Staten Generaal.
Waarom hij Mons verlaat en naar Frankrijk torugkeert. — Ovor hot
terugtrekken van Fransche garnizoenen, die Nedorlandscho vestingen
bezetten.
Get. „Francois".
Ine. „Messieurs, je vous ay ei devant oscrit.. ."
iiij Kervyn de Volkaersbeke et Diegerick, Dacum. bist. inéd. I, p. 96* naar
een ander afschrift.
(Bib. Nat. nis. fr. 3278, fol. 80).
186.     (Copie).
1579. 3 Februari (z. p.), (volgens opschrift op don omslag).
Rekest van den Heer de Kinssart aan Anjou ten einde in het bezit
gesteld te worden der stad Binche.
Incipit: „Comme aussy soit quo Ie Seigneur de Kinssart avoit requis..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fol. «:>).
187.    (Copie).
1579. 7 Februari (Mons).
De abbé Frcdéric de Maroilles aan de Staten Gcnoraal.
Ovor de houding der Staten van Henegouwen.
Incipit: „Mosseigneurs, Optemporant a la lettre qu\'il a pleu ü Voz
Seigneuries m\'envoyer ..."
Naar een ander afschrift nagenoeg gelijkluidend bij Kervyn de Volkaersbeke
et Diegerick, Docuin. bist. inéd., f, 140; de panische copie heeft (Kervyn,
blz. 140 r. 5 van o.) csinon par Vadvoy [lees: advis\'.\'| de la dicte generalilé»,
en (vgl. Kervyn, p. 140 r. 2 v. o.) «en bonne aleine et devolion*.
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 105).
188.     (Copie).
1579. 7 Februari (Mons).
Jan, abt van Saint Bernard, Jcan Philippe de Croy en Adolf van
Meetkercke aan de Staten Generaal.
Hebben de depêches van de Staten Generaal ontvangen met de daarbij
gevoegde „artikelen" van den Koizer. De uitwerking op de Staten van
Henegouwen is gunstig geweest. — Zij vertrokken naar Artois.
Get. „Jehan, abbe de St. Bernard, Charles Fhles do Croy
et Adolph de Meetkercko".
Inc. „Messieurs, nous avons co jour d\'huy receu voz lettres..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 10\'J).
-ocr page 59-
4S
189.     (Copio).
1579. 8 Februari (Mons).
Boudewijn van Gavre aan do Staten Generaal.
Zal getrouw hljjven aan de Unie. — Heeft aan de Staten van Artois
de brieven gezonden van de Staten Generaal en van Anjou, aandringend
op betaling van de drie maanden soldij verschuldigd aan zijn troepen;
heeft niets vorkregen. Kwade gevolgen, die hieruit kunnon voortvloeien
wegens do te vreezen ontevredenheid der soldaten.
Get. „Boudevin de Gavre".
Inc. „J\'ay recou cellos qu\'il a pleu a voz Seignouries m\'eserire, sui-
vant lestiuellos ..."
(Ilib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 111).
190.     (Copie).
1579. 8 Februari (Doventer).
Renneberg aan de Staten Generaal.
Over den staat van zaken in Deventer en Groningen.
Naar een andere eopie bij Kervyn de Volkaersbeke et Diegerick, Docum.
bist. inéd. I, 144, gelijkluidend; alleen leest de 1\'arijsche copie r. 3 van
den brief bij K. de V.: «d\'aultre conté» in plaats van «d\'aultre cose; en
r. 10—11 van den brief «condilionné si amplement».
(Ilib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 113).
191.     (2 copieën).
1579. 11 Februari (Antwerpen).
Proclamatie van den Aartshertog Matthias bij gelegenheid der bijeen-
komst der Algomeeno Staten.
Inc. rC\'est bien a nostre grand et indiciblo regret..."
(Ilib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 117 en 137).
192.     1579. 9 Februari (Mons).
De Staten van Henegouwen aan de Algerncene Staten.
Get. „L. Carlier".
Kervyn do Volkaersbeke et Diegerick, Docum. inéd. 1, 148, naar eenandere
copie, gelijkluidend.
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 119).
193.     (Copio).
1579. 9 Februari (Mons).
Charles Philippe de Croy, de Abbé do Maroilles, de Abbé de St.
Bemard et Ad. van Meotkercke aan de Staten Goneraal.
Bij Kervyn de Volkaersbeke et Diegerick, Docurn. inéd. I, 147, naar een
andere copie, zonder noemenswaardige afwijkingen.
(Dib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 121).
194.     1579. 10 Februari (Mons).
Do hoofden dor Malcontenten aan den Markies d\'Havrd.
Ifij Kervyn de Volkaersbeke et Diegerick, Docum. bist. inéd. I, 151, naar
een andere copie, gelijkluidend.
(Rib. Nat. ms. (r. 3278, fol. 123).
-ocr page 60-
49
195.     1579. 10 Februari (Mons).
De abt Tan Maroilles aan do Staten Generaal.
Uij Kervyn de Volkaersbeke en Diegerick, Docum. hist, inéd. I, 149, naar
een ander afschrift, ongeveer gelijkluidend. In plaats van (Kervyn p. 149 laatste
regel) «pencher d*un costé» heeft het parijsche afschrift beter apencher d\'ung
aultre costé»; p. 150 r. 10 v. o. is het Kervyn de V. ingevoegde bons door
hot parijsche afschrift bevestigd. — P. 150 r. 4 v. o. leest het parijsche af-
schrift «Je supplieray doncq a vosdites Seigneuries ...»
(Ilib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 125).
196.     1579. 11 Februari (Mons).
Philippo do Lalaing aan de Staten Generaal.
Hij Kervyn de Volkaersbeke en Diegerick, Docum. hist. inéd. I, 152, naar
een ander afschrift, zonder noemenswaardig verschil.
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, lol. 129).
197.     1579. 11 Februari (Mons).
De abt Tan Maroilles aan Des Pruneaux.
Naar hetzelfde origineel bij Muller—Diegerick, Hf, 3 vgg. P. 5 r. 1 v. b.
is het onleesbare woord te lezen: «Ie demour[ant]it.
(liib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 127).
198.     1579. 12 Februari (Condé).
Philippe de Croy aan de Staten Genoraal.
bij Kervyn Oe Volkaersbeke en Diegerick, Docum. hist. inéd. I, 156, naar
een ander afschrift, gelijkluidend; p. 157 r. 12 v. b. leest het parijsche hs:
les foules fju\'ilz font. — In de copie bij Kervyn is de brief gedateerd vanden
13 Februari.
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 135).
199.     (Copie).
1579. 12 Februari (Ath).
Charles Phil. de Croy, Markies Tan HaTré, Jan, abt Tan St. Bernard,
en Adolf van Meetkercke aan do Staten Generaal.
Naar een ander afschrift bij Kervyn de Volkaersbeke en Diegerick, Docum.
hist. inéd. 153 vgg., ongeveer gelijkluidend; p. 153 r. 14 v. b. (Kervyn) leest
het parijsche afschrift voor «ilz Hennent*, «ilz treuvcnt»; r. 15 v. b. heeft het
parijsche afschrift «invasion» zonder soubdaine; r. 24 voor «dissidences»,
«dif/idences»;
r. 5 v. o. «de toutc la génératité».
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 133).
200.     1579. 18 Februari (Alencon).
Anjou aan Des Pruneaux.
Verzoekt hom Tan do Staten to verkrijgen, dat de Heer de Belleforure
in het bezit worde gesteld van zijn heerlijke rechten te Belleforure en
Novelles- Godot.
Get. „Francoys".
Inc. „Mons. Despruneaulx, je tous prie tenir la main envers Messieurs
les Estats..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fol. 116).
4
-ocr page 61-
50
201.     1579. 21 Februari (Antwerpen).
Willem Tan Oranje aan Franrois do Montpensier.
Verzoekt hem wegens ,1a bonno affection quïl vous plaist de me
porter et a ma femme", den Koning Tan Navarre te steunen bij do
pogingen, die dezo verzocht wordt aan te wenden, ten einde den Hertog
Tan Montpensier Toor don schrijver en de zijnen gunstiger te stemmen.
Get. „GuiBe de Nassau".
Inc. „Monsieur, j\'ay esté adverti par plusieurs gens ..."
Delaborde, p. lb\'J, bijna geheel.
(Bib. Nat. nis. fr. 3415, fol. 28).
202.     1579. 21 Februari (Antwerpen).
Charlotte de Bourbon aan den Hertog de Montpensier, haar Tader.
Wenscht hem geluk met zijn herstel uit zijn zware ziekte, schrijft
hem door de bemiddeling Tan den Koning van Navarre, ten eindo
weder met hem in betrekking te komen.
Get. „Vostre tres humble et tres obéissante fillc,
Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monseigneur, ce m\'a esté bcaucoup d\'heur ..."
Delaborde, p. 187.
(Bib. Nat. ms. fr. 3344, fol. 19).
203.     (Autograaf).
1579. 21 Februari (Antwerpen).
Charlotte van Bourbon aan Francois de Montpensier.
Waarom zij slechts zelden geschreven heeft. — Over do tnsschen-
komst Tan den Koning van NaTarro bij haar vader.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, je n\'aTois poinct d\'oxcuso..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, fol. GO).
204.     (Copie).
1579. 23 Februari (Atreeht).
De Staten van Artois, Gedeputeerdon Tan Henegouwen en Gedeputeerden
der stad Douai aan de Staten Generaal.
Verklaren, dat zij de Unie niet hebben Terlatcn en steeds getrouw
zijn gebleTen aan de Pacificatie Tan Gent, die in andere proTinciën ge-
schonden is; wenschen TÓór alles een algemeenen Trede. Ten bewijze
Tan hun oprechtheid Toeren zij aan, van den Koning Tan Spanje aan-
biodingen hebben ontvangen maar nog niet te hebben geantwoord,
hopende op een generale Terzoening. Hopen, dat de Staten de gelegen-
heid niet zullen laten voorbijgaan om te onderhandelen.
Get. „Les Estats du pays et conté d\'Artois, deputez du pays et
conté do Haynault et deputez de la Tille de Douay".
Inc. „Messeigneurs, nous avons nntendu ce que Messicurs Ie Prelat..."
Vertaald bij Hor, II, 37 (ed. 1680).
(Bib. Nat ms. fr. 3278, fol. 142).
-ocr page 62-
51
205.     (Copie).
1579. 3 Maart (Antwerpen).
De Staten Generaal aan de Staten van Artois en Henegouwen.
Antwoord op den brief der Staten van Artois van den 23 Februari 1579.
Inc. „Messieurs, nous avons receu vostre lettro du 23" do febvrier
laquelle..."
VertaaM bij Dor, [I, 39 vgg. (uitgaaf 1680).
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, tol. 14G-150).
206.     (Copie).
1579. 8 Maart (Antwerpen).
De Staten Generaal aan den Graaf van Lalaing.
Verzoeken hem, het mogelijke, te doen om den Heer de Rinsart in
het bezit te stellen der stad Binche.
Get. „Les Estatz Generaulx des Pais Bas".
Inc. „Monsieur, lo Seigneur de Rinsart nous a remoustró ..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3278, fob 152).
207.     1579. 20 Maart (Parijs).
Anjou aan Despruneaulx.
Zal D.\'s brieven beantwoorden, zoodra hij te Alencon zal zijn aange-
komen. Verzoekt hem voort te gaan met berichten te zenden, zoo hij
het noodig vindt.
Get. „Francoys".
(Bib. Nat. ms. fr. 3281, fol. 1).
208.     (Copie).
1579. 28 Maart (Antworpon).
Do Staten Gonoraal aan do Staten van Henegouwon.
Antwoord op don brief dor laatston van den 23OD Maart.
Inc. „Messieurs, nous avons receu vostre lettro du 23" du present
mois; et avons estó esbahis..."
(.\\rch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 1, fol. 20(1).
209.    1579. 15 Mei (Antworpon).
Willem van Oranjo aan Francois de Montpensier.
Brenger dezes heeft in last te informeeren naar de gozondheid van
den Hertog van Montpensier en zich tevens te vertoonen voor Francois
de Montpensier, ton einde hem te verzekeren van de voortdurende too-
genegenheid van den schrijver.
Get. „Guitte do Nassau".
Inc. „Munsieur, je n\'ay point voulu faillir de vous escrire..."
Bij Delaborile, p. 103, in uittreksel.
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 30).
210.     (Autograaf).
(Z. j. of p., maar volgens opschrift op den omslag „reen a Champigny
Ie 6 juin 1579).
Charlotte de Bourbon aan Francois de Montpensier.
Over de gezondheid van haar vader. — Over eon Deensch paard, dat
-ocr page 63-
52
zij aan haar neefje zendt. — Zendt het portret van haar oudste dochtortjo.
Oet. „Charlotte de Bourbon".
Ine. „Monsieur, vous aurés comme je croy a eest heure..."
(liib. Nat. ms. Ir. 3415, fol. 71).
211.     1579. ... Juni (Parijs) [de dag in blanco].
De Hertog van Anjou aan den Baron Tan Bassigny.
Dankbetuigingen voor bewezen diensten in de „affaires du costc de
dela".
Get. „Francoys".
Inc. „Mons. Ie baron, j\'ay esté si ayse do ce que lo Sr üesprune-
aux ..."
(liib. Nat. ms. fr. 3279, (ol. 7).
212.     1579. 11 Juni (Parijs).
Anjou aan den Graaf van Rennenberg.
Dankbetuiging voor bewezen diensten „et signamment de ce qu\'avoz
procuré pour moy n 1\'endroit des deputez de tos gouTernemens, allans
en 1\'assemblce des Estats Generaulx, en qnoy je m\'asseure <|uo tous
eontinuerez, attendant la resolution du oolloqne do Coullongno".
Get. „Francoys".
Inc. „Mon cousin, lo Sr Dospruneaux m\'a donné adyis..."
(bib. Nat. ms. fr. 327i), fol. 4).
213.     1579. 7 Juli (Keulen).
Charles de Croy aan Des Pruneaux.
Dankbetuigingen yoor de brieyen, die hij van D. en Anjou heeft ont-
vangen. Is steeds, evenals D., van moening geweest, dat de ondorhandc-
lingen weinig zouden oplovoren, „mais j\'espère que par lo moion do
Son Alteze (ik laquello los Estatz sont tant obügez et ne fnudront de
satisfaire) nous serons bion tost quistes de co que desirons tant".
Get. „Charles de Croy".
Ine. „Monsieur, j\'ay receu la lettre qu\'il tous a plou..."
(Uib. Nat. ms. fr. 3279, fol. 3i)
214.     1579. 27 Juli (Antwerpen).
Charlotte de Bourbon aan Franeois de Montpensier.
Vreugde dat haar vader „(a estó) bien aise d\'entendre de nos nou-
velles". — Over de regeling van haar zaken.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, ayant entendu par Ie retour de Jolytemps..."
fJelaborde, p. iy7, bijna feheel.
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 03).
215.     1579. 2 Augustus (Parijs).
Anjou aan Montigny.
Betuigingen van vriendschap: „et si pour en estre plus esclarcy, vous
me voullez cmployer pour vostre particullier, vous verrez si je say
gratiffier mes bons amys".
Get. „Francoys".
-ocr page 64-
/
53
Inc. „Monsieur do Montigny, encores quo vous ayez assez donné..."
(Bib. Nat. ms. Ir. 3279, lol. 44).
216.     1579. Anjou aan do Heze.
Vriendscbaps- on dienstaanbiedingen „tant pour vostre particullier que
pour Ie général des Pays Bas".
Got. „Francoys".
Inc. „Mons. de Heze, Ie S. de la Fugere m\'ayant presenté voz
lectres..."
(Bib. Nat. ms. Ir. 3279, lol. 45).
217.     1579. 12 Augustus (Antwerpen).
Charlotte do Bourbon aan Franrois de Montpcnsicr.
Over het accoord met haar Tader en de keus Tan scheidsrechters.
Inc. ,Monsieur, je no vous puis assez treshumblement romercier..."
DelabopJe, p. 198, bijna geheel.
(Bib. Nat. ms. Ir. 3415, lol. 65).
218.     1579. 13 Augustus (Antwerpen).
Willem van Oranje aan Fran^ois de Montpensier.
Heeft M.\'s schrijven ontvangen, en verzoekt hem op dezelfde wijze
voort te gaan „faisant trouver bon ïi Monsieur vostre pèro la responco
que je luy fay, et do vostro part ne trouvez point mauvais, si je vous
importune pour lo fait dont je vous ay eseript par cy dovant, auquel
je suis affectionn<5, non tant pour mon regard, que pour co qui vous
touche, u scavoir ma femmo et mes onfants..."
Get. „GuiHo do Nassau".
Inc. „Monsieur, je no scauroio assez estimer..."
(Bib. Nat. ms. Ir. 3415, lol. 32).
219.     1579. 26 Augustus (Keulen).
Philips van Croy, Hertog van Aerschot, aan Des Pruneaux.
Heeft D.\'s brieven ontvangon; dankbetuigingen; verzookt hom zijn
dienstbotuigingeu aan Anjou over te brengen. „Quant a co traieté, si
n\'en estes fait participant par les Estats, je ne doubto que, ïi tout Ie
moins, en aurcz veü uno partio imprimée. Je n\'y vois aucoires aulcune
apparanco qu\'elle (s/c) doibvo reussir 1\'effect tant desiré et nécessaire,
si Dieu ne touche les coeurs des princes".
Get. „Phles de Croy".
Inc. „Mons. Desp. j\'ay receu les lettres du 9e de ce mois...".
(Bib. Nat. ms. Ir. 3279, lol. 54).
220.     1579. 26 November (Antwerpen).
Remonstrantie van Willem van Oranje aan de Staten Generaal.
Naar een ander afschrift bij Gachard, Correspond. de Guill. Ie Tacit., IV, 188.
(Bib. Nat. ms. fr. 3279, lol. 188).
221.     1579. 30 November (Evreux).
Anjou aan Des Pruneaux.
Heeft den kapitein Tardif, die naar D. vertrekken moest, terugge-
-ocr page 65-
M
houden, opdat Tardif in de gelegenheid mogo zijn, D. op de hoogte
te stellen van do uitslag der samenkomst Tan Anjou met do Koningin-
moeder.
Get. „Francoya".
Inc. „Mons. Des Pr., ainsi que lo cappitaino Tardif..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3279, fol. 79).
222.     1579. 22 December (La Fère).
De Prins van Condé aan Des Pruneaulx.
Biedt Anjou zijn diensten aan.
Get. „Henry de Bourbon".
Inc. „Mons. Despr., je n\'ay voullu laisser partir ce porteur sanz vouz
faire coste presento ..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3279, fol. 91).
223.     (Z. j.; boven aan, met andere hand, 1580).
Kcmonstranco i\'i Mesaieurs los Etats Gcneraulx faicte de la part de
la ville d\'Anvers.
Voorslag tot verbetering van den toestand des lands, bepaaldelijk door
een goode militaire organisatie.
Inc. „Considerans, tresprudens Seigneurs, los misères et calamités
ausquelleB..."
(Arcb. All. Elrang. Corr. Hollande, 1, fol. 264).
224.     1580. 17 Februari (Antwerpen).
Charlottc de Bourbon aan Fran^ois de Montpensier.
Vreugde dat M. zich dichter bij haar, to Parijs, bevindt. — Bericht
over den Prins, die in Holland is.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, avant entendu comme depuis quolque temps ..."
(Bib. Nat. ms. tr. 3415, fol. 67).
225.     (Copie).
1580. 21 Maart (Amsterdam).
De Prins van Oranje aan den Baron van Hohenlandsberg, Heer van
Schwendy.
Wijst de verwijten van Schw. terug; de loop der zaken moet voor een
groot deel aan den Keizer geweten worden, die niet luistert naar den
raad van zijne ware vrienden, maar alleen naar dien van de gestipen-
dieerdon van den Koning van Spanje.
Get. „Guillaume de Nassau".
Inc. „Monseigneur, vostre lettre du 27e jour du mois passé m\'a esté..."
Groen, Arch. Vil, p. 239.
(Arch. AIT Etnng. Corr. Hollande, 1, fol. 178 V>.).
226.    1580. 24 Juni (Antwerpen).
Remontrance de Monseigneur Ie Princo d\'Orange, fait aux Estats
Géuóraux des Pais Bas.
Inc. „Messieurs, après avoir concou on costo assemblee los articles,
sur lesquels estoit necessaire de se resoudre..."
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Hollande, I, fol. 207).
-ocr page 66-
55
227.     (Copie).
1580. 8 Juli (Tours).
De Brevyns en Noël do Caron geven verslag van hun zending naar
den Hertog van Anjou.
Ine. „Edele ende Eorwaorde Heeren, Wij hebben noch gisteren don
6en desor maent Julii ..."
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Hollande, 1, ful. 172).
228.     1580. Uit0. Juli (Antwerpen).
De Prins van Oranjo aan Anjou.
Hetzelfde ondergeschoven stuk, dat vertaald voorkomt bij Bor, II,
239. — Inc. „Monseigneur, considerant 1\'hunieur do la nation de par-
deca..."
(Bib. Nat. ms. fr. nouv. acquis. 35G0).
229.     (Copie).
1580. 12 Augustus (Brussel).
Instructio voor St. Aldogonde on andore onderhandelaars, afgezonden
naar don llortog van Anjou.
Inc. „Promiöremont, Prosenteront a S. A. les tres humblcs salutations
do Mrs los Estats Géncraux ..."
Extract ?
Vgl. Muller—Diegerick, III, 417 vgg.
(Arch. AH\'. Etrang. Corr. Hollande, I, lol. 172).
230.     (Zonder datum \' ).
Discours, contenant les bons moyens pour maintenir 1\'Estat tant de
ces Païs-Bas que des autres voisins contre les desseins du Iioy d\'Es-
paiguo, la puissance duquel est grandement accruë par la conquestede
Portugal.
Inc. „Pour monstror co quo 1\'on peut osperor des Espaignolz, leur
puissance estant do nouveau grandomont accruo ..."
(Arch. AIV. Etrang. Corr. Hollande, 1, fol. 384).
231.     (Copie).
1580. 19 September (Tours).
Marnix aan Willem van Oranje.
Over do onderhandelingen met Anjou (2 brieven).
Inc. (1°) „Monseigneur, nous avons ü louer grandomont nostre bon
Dieu..."
(2°) „Monseigneur, depuis ma dernière du XIXe qui tt joincte, en
co mesmo pacquet..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 1, fol. 270 v». en 271 »• ).
232.     (Autograaf).
(Zonder jaar). 24 April (Amsterdam) [op don omslag do aantoeke-
ning: „recu lo m8 May 1581"].
Charlottc do Bourbon aan Francois do Montpensier.
1. Maar vóór het traktaat met Anjou, Sopt. 1580; vgl. fol. 390 v#.
-ocr page 67-
5fi
Wenscht vurig, dat M. haar bij gelegenheid van zijn reis naar Engc-
land zal bezoeken.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, quant j\'ay entendu vostro arrivée a Calaix..."
Delaborde , p. 252 (geheel).
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, lol. 76).
233.     1581. 19 Mei (Amsterdam).
Willem Tan Oranje aan Franeois de Montpensier.
Over M.\'s zending naar Engeland. Hoopt hem in Nederland te zien.
Get. „GuiHe de Nassau".
Inc. „Monsieur, j\'ay estc bicn aise d\'entendre..."
Delaborde, p. 252.
(liib. Xat. ms. Ir. 3415, fol. 40).
234.     (Autograaf).
1581. 24 Mei (Amsterdam).
Charlotte de Bourbon aan Franeois de Montpensier.
Wenscht, dat haar neven „Messieurs de Buillon" gedurende M.\'s zen-
ding uaar Engeland haar komen bezoeken.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsiour, depuis la derniere depesche ..."
Delaborde, p. 253, bijna geheel.
(Uib. Nat. ms. Ir. 3415, fol. 69).
235.     1581. 25 Mei (Amsterdam).
Willem van Oranje aan Franeois do Montpensier.
Indien het M. onmogelijk is, wegens zijn zending in Engeland don
schrijver te bezoeken, zoo wenscht dezo, dat zijn neven („nosnopveux")
oonige dagen bjj hem en zijn vrouw mogen doorbrengen.
Get. „GuiWe de Nassau".
Inc. „Monsieur, d\'aultant que pour los grandes affaires..."
Voor het grootste gedeelte bij Delaborde, p. 254.
(liib. Nat. ms. fr. 3415, fol. 42).
236.     (Autograaf).
(Z. j. of p., maar op den omslag: reeu lo 28 mai [1581], vgl. den
brief van 24 Mei 1581, boven n". 234).
Charlotte de Bourbon aan Franeois de Montpensier.
Betreurt bet, dat M. geen gelegenheid zal hebben haar gedurende zijn
zending in Engeland te komen bezoeken.
Get. „Charlotte de Bourbon".
Inc. „Monsieur, j\'ay esté tres aise..."
(Uib. Nat. ins. fr. 3415, fol. 74).
237.     1582. 13 April (Leeuwarden).
Willem van Oranje aan Franeois de Montpensier.
Heeft van M. vernomen door zijn brieven en do berichten van
St. Aldegonde. Is hem zeer dankbaar, .singulièrement pour les faveurs
et bons offices, que je scai qu\'il vous a pleu faire a ma femme envers
-ocr page 68-
57
Monseigneur vostre pcre. Verzoekt hem het accoord, te Parijs gesloten
tusschen de gevolmachtigden van den Hertog van 11. on van F. do M.
zelf en die van den Prins, te willen bekrachtigen.
Get. „GuiHo de Nassau".
Inc. „Monsieur, aiant ontendu tant par les lettres..."
(Bib. Nat. ms. (r. 3315, fol. 38).
238.     1582. 27 Juli (Brugge).
Willem van Oranje aan den Hertog van Montpensior, zijn schoonvader.
Heeft met vreugde zijn brieven ontvangen. — Over hot zonden van
zijn dochter aan Montpensior.
Get. „Vostre tres humblo sorviteur et filz
GuiKe de Nassau".
Inc. „Monseigneur, depuis Ie partement du Sicur de Rochefort..."
(Uib. Nat. ms. fr. 3345, fol. 43).
239.     1582. 28 September (Antwerpen).
Willem van Oranje aan Francais do Montpensior.
Bezorgdheid ovor de gezondheid van F. de M.\'s vader. — Anjou
hoopt, dat F. de M. over zal komen „affin que par vostre bonadviset
conseil, estanz pardeea, il puisso mettre aultre ordro en ces affaires".
Get. „GuiHe do Nassau".
Inc. „Monsieur, j\'ay esté tresdoplaysant ayant ontendu..."
(Bib. Nat. ms. fr. 3415, Col 4i).
240.     1583. 20 Januari.
Bericht van de „Franscho Furie" te Antwerpen.
Inc. „Les nouvellos du fait d\'Anvers nous ont esté par divers quar-
tiers rapportées et dez 1\'onziosmc du present mois do Janvier par tout
connues, mais pour lo diversité des bruits qu\'on on fit courir, on n\'a
peu connoistro la vérité que depuis peu do jours enca. A savoir..."
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Hollande, 1, fol. 330).
2iU (Copie).
1583.  30 Januari (Parijs).
Catharina de Medici aan Willem van Oranje (twee brieven van
denzelfden datum, het origineel van den eersten brief was autograaf).
Over de zending van Mirambeau, na Anjou\'s aanslag op Antwerpen,
Inc. (1°) „Mon Cousin, lo Boy mon filz et moy vous envoyons Ie
Sieur de M____"
Ine. (2") „Mon Cousin, lo Roy, Monsieur mon filz et moy ayons
advisé de vous depescher Ie Sieur de M...."
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 1, fol. 349 en 350).
242. (Copio, XVI0 eeuw).
1584.  Maart.
Memoires qui ont été donnés [par lo Prince d\'OrangeJ a Monsieur do
Noreits (sic), général des Anglois, al hint en Anglcterre au mois do
mars 1581.
-ocr page 69-
58
Inc. „Monsieur do Noreits, all uu f en Angloterre, est prió par Mon-
seignour Io Prince d\'Orange do co qui s\'ensuit..."
Groen, Arch. VIII, p. 363.
(Arcli. Air. Etrang. Corr. Hollande, 1, fol. 392).
243. (Copio, XVI" eeuw).
[1584]. 18 Maart (Delft).
Rosponeo do Monseigneur lo Prince fd\'Orango] a un discours envoié\'
a Son Exc0 par Monseigneur Ie Conto Jehan do Nassau, son frère.
Algemcene verdediging Tan den Prins, — Noodzakelijkheid eener
Pransche alliantie.
Inc. „Monsieur mon frèro, j\'ay veu lo discours que vous m\'avoz
cnvoyé..."
L\'ittrcksel van een brief bij Groen, Arcb. VIII, 330 vgg., van p. 342 r. 44 vgg.
(Arcb. An". Ltrang. Corr. Hollande, 4, fol. 397).
-ocr page 70-
c.
244.    1585. 8 April (Den Haag).
Voorwaarden, waarop do Staten Generaal do soevereiniteit aan Kliza-
betli aanbieden.
(Arch. Aft Etrang. Corr. Hollandc, 2, fol. 106).
245.     1585. 24 Octobor (Antwerpen).
Marnix van St. Aldcgondo aan Van Meetkcrken.
Ovor don politieleen toestand en noodzakelijkheid van vredo.
Inc. „Monsieur mon Cousin, jo croy que pie<;a vous ostes informó ..."
(Arch. All. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 17).
246.     1585. (Z. p.).
Memoires touchant lo gouvernement du pais do Hollandc.
Rubrieken: Quelz sont les Generaulx et leur dignité. — Touchant lo
conseil général ou privé. — Touchant la chambrc dos Finances ou
comptes. — Admiraultó. — Artillerie. — Commissaircs sur les vivres
et fortifications. ■— Conseil provincial et Magistrat des villes.
Inc. „Ayant lo pays do Hollando prins les armes h 1\'encontre..."
\'.) IjIzz.
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Hollands, 2, fol. 29).
247.     (Z. j. of p.).
Grieven, dio namens do Priesche ontevredenon aan Leycostor mooten
worden voorgelegd.
Inc. „Instructions lor the worshipfull Wybrant of Ailva. — In the
fyrst, wyth al humble and roveronco salutingo his Excellentie from the
Landshippe off Vricslande ..."
Get. „Wybrant van Aylva".
In het geheel, 20 punten.
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 34).
248.     (Z. d., waarschijnlijk 1586).
Redenen ende oorsaecken vuyt den Woordo Gods, waerommo pre-
laten , canonicken ofto andere geestelijcko personen (soo genoompt) nyet
en mogen noch behoren te zijn Leeden van Staten ofte andero Politycke
Regieringho.
Xaar aanleiding van de Utrechtsche troebelen.
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 189).
-ocr page 71-
00
249.     1586. Januari.
Estat des contributions ordinaircs et extraordinaires accordées a Son
Exce par les Estats Generaulx des Provinces Unies du Pays Bas pour
Ie torme d\'ung an, commenchant Ie XIe de janvier 1586 et fini lo 10
de janvier 1587.
(Arch. All. Etrang. Corr. Hollando, 2, fol. 218).
250.     (Bovenaan geschreven: a° 1586).
A shorte estimate of the garrisons enterteinod in the United Provinces
of the Lowe Countreyes and of the meanes they have to sustaine
the same.
10 blzz.
(Arch. Afl. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol 36).
251.     1586 o. s. 13 Februari (Utrecht).
Adolf, Graaf van Nieuwenaar, aan Leycester.
Ovor den toestand in Overijssel. — Dankbetuiging over L.\'s tusschen-
komst in het verschil tusschen N. en den Keurvorst van Keulen.
Get. „Adolf, Graff zu Neuwenar".
Ine. „Monseigneur, combien pour eest heure ne me pourroit advenir
chose..."
(Arch. AH. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 55).
252.     (Copie).
1586. 27 Februari (z. p.).
Herman Modet aan Leycester.
Ovor do hernieuwing van den Magistraat to Amersfoort.
Inc. „Demonstre en toute humilicó Harman Modet... Commo Mons1\'
lo Comte de Moors ..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. G8).
253.     1586. 18 Mei (Kleef).
Instructie voor de gezanten van Willem, Hertog van Kleef, bij hun
onderhandelingen met Leycester.
Neutraliteit der Kleefsche landen. — Vorzook, dat L. zijn krijgslieden
uit het Kleefsche gebied houde.
(Arch. AfT. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 72).
254.     (Copie).
1586. 9 Juli (z. p.).
Elizabeth aan Leycester.
Houding aan te nomen tegenover Maurits en Hohenlohe. — Gedrags-
ljjn, to volgen jegenB Norris on andere Engolsohe bovelhobbers in
Nederland.
Get. „E. B."
Ine. „Rob., I am affraid you will suppose by my wandring writinge
that a inidsummer moone hathe taken large possession of my brai-
nes..."
(Arch. AIT. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 88).
-ocr page 72-
Gl
255.     1586. 22 Septombor (Zutphon).
Leycester aan I lot man.
Draagt hem op Paulus Buys te gaan zien ten einde van hem vor-
trouwelijke medcdeelingen te ontvangen.
Get. „Loyccstcr".
Inc. „Ottomanno, porcho jo ho inteso ..."
(Arch. All. Etrang. Corr. Uollande, 2, fol 94).
256.     (Minuten).
1586. 26 on 29 September (Utrecht) st. vet.
Hotman aan Leycester.
Twee brieven bevattende verklaringen van don gevangen Paulus Buys
aan Loycester.
le brief. Over de zaak van de „lorrendraaiers" — militaire zakon —
financiën ■— noodzakelijkheid den handel to omlerhoudon, ten eindo
het vortrek van rijko kooplieden en daarop volgende toeneming van
armoede te beletten — noodzakelijkheid van goede verstandhouding
tusschen L. en de Staten, opdat L. door leening of anders een eindo
make aan de verwarring der financiën — noodzakelijkheid om te con-
fisqueoren „les biens meubles et immeubles des Papistes et mal contens
qui sont avec 1\'ennemi" — over de plaatsing van garnizoonen in de
steden vóór den winter — het wegzenden der oude en zwakko sol-
daten — het versterken van Deventer en Kampen.
28 brief. Buys raadt L. aan niet te twisten met de Staten
on vooral niet met de magistraten der steden „sous ombre do gagner
la bonne volontó du menu-peuplc". De Staten zijn te ver gegaan, maar
het kwaad zou gemakkelijk te verhelpen zijn. Noodzakeljjkheid van de
bijeeiirooping van de Staten der vier eontribuoerondo provinciën, ten
eindo een leening te sluiten met do rijksto kooplieden tegen zekerheid
die Buys opgeeft (geconfiskeerde goedoren van spaanschgezinden, pa-
pisten , kloosters enz.).
(Arch. All. Klrang. Corr. Holland», 2, fol. 9D).
257.     1586. 27 September (z. p.).
Bericht over het gevecht bij Zutfcn en o. a. over Sidney\'s vor-
wonding. *
Ongeteekond.
Inc. , Jeudv dernier 20° de ce mois, environ les 7 heures de niatin ..."
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Uollande, 2, fol. 97).
258.     1586. (Z. p.).
Klachten over de Spaanschgozindheid der stad [Deventer].
Inc. „The magistrate of the towno hath ever been doubtfull and
never resolut..."
1. De schrijver van dit bericht wist nog alleen van Sidney\'s verwonding: «ledit
Sieur de Sidney se trouva bleié au-dessus du garret d*une balie de rnosquet qui luy
a ofencé 1\'os et mis en dangier sinon de sa vie, po\'ir lo moins de n\'en guerir jamais
bien a propos...»
-ocr page 73-
02
„Of 24 magistratcs therc is but sixe zealous to the religion: all the
rest bo either papists and never knew the true religion, or else they
have forsaken it, and have been spectators of the Spanish cruelty against
their owne burgers. And against all custome of this countrey they have
never been altred and the poperey hath been drivcn out, not by the
magistrat, but by tho burgers themself at tho instigation of the Princo
of Orange..."
De stad, waarvan sprake is, wordt niet genoemd, maar moet Deventer zijn;
dit blijkt uit de namen der bewindslieden Winssem en Dor, die men terug-
vindt bij Dumbar, in een lijst van schepenen en raden van 1586; Dumbar,
Deventer, I, yJ; en uit de melding van het klooster Diepenveen.
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 102).
259.     1586. 7 October (Arnhem).
Leycester aan Hotman.
Over de zaak van Uuys: de oncenigheid tusschen L. en Buys moet
aan den laatsten geweten worden; L. heeft steeds vermeden, dat men
tweedracht stookte tusschen hem (L.) en de Staten, enz.
Got. „Leycester".
Inc. „Toccando P. B. io ho visto il vostro diacorso .,."
(Arch. All. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 100).
260.     1586. 12 October (Utrecht).
Hotman aan Leycester.
Smeekt hem, niet te vertrekken: .li ministri stessi do questa citta
sono stati con mcco questa mattinn, et hanno deliberato de mandar a
V. E. lor lettere et huomo corto per remostrar li grandi inconvenienti
cho usciranno della vostra partita..." Hij wonseht, dat L. zal doen:
„comc il medico savio, cho nonostante la pazzia ot contraria volontti
del suo aminalato, 1\'ajuta ut li niette il ferro ot il medieamento... Et
se ancora V. E. riguarda l\'interesse suo partieolare, per essor il stato
d\'Inghilterra sempre dubio et ineerto, se accadesse la morte di Sua
Ma1,1, è corto che V. E. havora qui un albergho sicuro et fondato sopro
1\'opinioiic dclle vostre virtii, donde V. E. ha fatto assai buona pruova
a questi popoli, che vi stimano et aniano piü che non hanno mui fatto
il Principe d\'Orange".
Get. .Hotman".
(Arch. Ad. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 104).
261.     (Vertaling).
1586. 16 October (Den Haag).
......\' aan Leycester.
Over do arrestatie van Jacob Keingoud; grondon, waarom men L.
verzocht heeft R. to arresteoren in verband met hot proces van Perret.
Inc. „La lcttera di vostra Excellenza ..."
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. WT>).
\\. Staten Generaal? — Staten van Holland? — Hof van Holland? — De onder-
teekening ontbreekt.
-ocr page 74-
SS
262.     158G. 19 October (Deventer).
Leoninus en Killigrew |aan Leycester].
Knoeienjen van die van Deventer ten einde het leggen van oen gar-
nizoen in do stad te verhinderen.
Get. „Elbortus Leoninus"\'.
„J. (?) Kyllygrew".
Ine. „Estans retournez a Deventer ..."
(Arch. All\'. Etnng. Corr. Ilollamlo, 2, fol. 107).
263.     1586. November.
„Memoire laissé par S[on] E[xcellenceJ, a son partement, h Mr Wilkes
pour remonstrer aux Estats."
Klaagt over de terughouding der Staten van Holland jegcus hem
(Leycester): zij hebben nog geen besluit genomen aangaande de gezanten
die zij naar Elizabeth zullen zenden; en ook niet over hetgeen dat
gezantschap verhandelen zal: „ilz me laisseut aller sanz avoir osgard
ou a Sa Mat(\' ou a moi, ou mesmes ïi leur propro cause."
... „Aussy vous pourrez leur diro do ma part que jo pourray dcclarer
a Sa Majesté la bonno volonté et inclination des provinces do Friso,
Gueldres, Overissel et Utrecht plus quo do ceux de Hollando; lesquellos
provinces susdites d\'olles mesmes ont fait offre de la souveraineté a
Sa Majesté et d\'un gouvernement plus absolu a moy-mesme..."
(Arch. AIV. Etiang. Corr. Ilullande, 2, fol. 109).
264.     1586. 18 November (Den Haag).
Estat de guerre___pour les garnisons ordinaires des Provinces Unies
... dressé par Son Excellence devant son partiment vers Angleterre.
(Arch. Aff. Etnng. Corr. Hollando, 2, fol. 114 vgg.).
265.     1586. (do apostille gedateerd 20 November).
Remonstrantie van Holland, Zeeland en Friesland aan Leycester.
Klachten, dat de op hun vroegere remonstrantio door L. gonomen
resoluties niet zijn ten uitvoer gebracht onz.
Inc. „Remonstrent en deue reverenco les chevaliers, nobles et villes
d\'Hollande, représentants les Estats dud. pais, ensemble les Estats et
pais du Conté de Zelande et de Frise..."
Met apostille van Leycester.
(Arch. Aft. Etrang. Corr. Ifollande, 2, fol. 148).
266.     (Copie).
Brieven: 1. van Norris aan Hohcnlohe; 2. van Hohenlohe aan Norris;
3. van Norris aan Hohenlohe; 4. van Norris a Leycester (do laatste
gedateerd 21 November 1586), aangaande de uitdaging door Norris aan
Hohenlohe gezonden.
(Arch. AIT. Etrang. Corr. Ilullande, 2, fol. 101).
267.     1586. 23 November (Utrecht).
Procesverbaal, constaterendo, dat de Ridderschap van Utrecht gowoi-
gerd heeft do lezing van het rapport van Burgemeester Deventer over
zijn zending naar Leycester en van de brieven van Leycester bij te
wonen, en de redenen van deze houding opgevende.
(Arch. Alf. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 153).
-ocr page 75-
64
268. 1586. 23 November (z. p.).
Memoires exhibez n Mcssiours los Estatz Genoraulx de la part de S. E.
Inc. „PremiiVoment. Quolles lottres et Instructions aura S. E. de
Mcssieurs les Estatz susd. pour estre communiquez de sa part aSa M ..."
lievulgd door (lol. 12«>:
Responce des Estatz Generaulx aux articlcs preeedens.
(Arch. All. Ktrang. Uorr. Hollande, 2, fol. 127).
2G9. 15S6. (De apostille van Leycester gedagteekend 24 November).
Meraoire servanto sur les apostilles de la memoire des Estats do
Hollande, Zelande et Phrisc, nagueres il oulx presentée par Son Exc.
(.Met ano*tilic van llljuullll).
Ine. „Sur 1\'appostille donnó aux premier et llme articlcs de leur dite
rcmonstrance supplicnt lesd. Estatz qu\'il plaise ii Son Exc. declairer,
s\'il entend que lo secours do Sa Ma\'" de cincq mille hommos ïi picd ot
millo a cheval doibve, par la roluctiou y mentionnéc, estre remply
dos Anglois a cheval et a pied, estans presentement ii la charge desdits
Estats..."
(Arch. All. Etrang. Coir. Hollande, 2, fol. 142).
270.     1586. 25 November (Den Haag).
De Staten Generaal der V. P. aan Elizabeth.
Over het vertrek van Leycester.
Inc. „Madame, nous remercions tres humblement V. M...."
(Arch. All\'. Ktrang. Corr. Hollande, 2, lol. ió\\J).
271.     1586. 25 November.
De Raad van Stnto aan Elizabeth.
Over het vertrek van Leycester.
Inc. „Madamo, parmy les tres grands béncfices..."
(Arch. All. Ktrang. (Jorr. Hollande, 2, fol. 112).
272.     1586. 24 November (Den Haag).
Instruction pour les commissaires des monstres, estans de service,
tant ue Sa Majesté que des Provinces Unies, de quelle nation qu\'ilz
soient, ordinaires et extraordinaires, selon laquellc ils sauront (sic)
precisement a se rogulor.
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. lOi).
273.     1586. 27 November (v. st.) (Don Haag).
Instructions pour Ie Sieur Hotman, maistro des requestes et agent
de Son Exce en co pai\'s, commis nu nom et de la part de S. E. pour
ncgocier et composer les different et divisions de nouveau survenues
entro Ie Magistrat et ceux du clergé de la villo et province d\'Utrecht,
conjointement avec Monseigr lo Comte de Moeurs et Monsr Metkorcko,
conseiller d\'Estat.
Moet zich verstaan met de Burgemeesters en „capitaines" (hoplioden),
en er op wijzen, dat zij hun eigen ondergang zullen bewerken en zich
het misnoegen van Z. E. en de Koningin op den hals halen, indien
-ocr page 76-
G5
zij voortgaan met twisten. — Hotman zal zich vooraf mot Meurs et
Meetkercke verstaan. Die van Utrecht moet H., indien zij hot niet eens
kunnen worden, aanmanen, om ten minste niet tot een „procédure
violente" te komen en de zaak hangende te houden, totdat L. van de
redenen der oneenigheid kennis heeft kunnen nemen.
Get. „J. W. Wylkes".
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, i, fol. 150).
274.     1586. 28 November (Den Haag).
Wilkes" aan Hotman.
Heeft een brief ontvangen van Deventer, waarin deze verklaart niet
de oorzaak te zijn van de Utrechtsche troebelen. Wat H. aan Deventer
moet zeggen: „vous scaves que de changer 1\'estat de gouvernement
d\'une republyque appartient en premier au Prince, ce que je vous prie
luy remonstrer: et si il vous repliquerïi que la souverainté et \' encores
aveeques eulx, vous luy scaurés bien dire que cela se pourra entendre,
quant tous les trois Estats seroient unis et toutesfoix lad. souveraineté
n\'est en eulx que qttoad habitum et non pas qu\'ils la doibvent excer-
ser, car cela est propre au Prince et au Gouverneur. De facon quo vous
luy prierés de penser bien a son faict et que de toucher a 1\'autorité de
S. E. luy viendroit fort mal a propos et tous autres qui seroient de sa
partye.
Get. „J. W. Wylkes".
Inc. „Monsieur H. Depuis vostre partement..."
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Hollande, 2, lol. 158).
275.     (Copie).
1586. December.
Lettre d\'un gentilhomme flamand a ung sien amy francoys, conte-
nant Ie discours veritable de ee qui est passé es Pays Bas, depuys Ie
Gouvernement du Comte do Leicestre... jusques a son departement.
Qed. „De Bruges, co 20 decembre 1586. Par Celluy qui est
tout vostre (?) a vous faire service. B. M."
Verhaal van de luijgtfgebaurtenissen in de Nederlanden, gericht tegen een
pamflet «Memorables victoires que Dieu a données au Uoy Catholiquea en ver-
spreid door den Spaanschen gezant te Parijs. — De «Lettre» is gesehre-
ven door een aanhanger van Leycester. — Waarschijnlijk afschrift van een
pamflet; niet bij Knuttel.
(Bib. Nat. ms. fr. 20783, fol. 265).
276.     1586. 5 December.
Kosponce des Estats Generaulx, touchant la demande d\'argent et
réduction des gens de guerre.
Inc. „Les Estats Generaulx... ayant entendu la proposition leur
faicte de la part de Son Excellence et Conseil d\'Estat, par Mrs. Mr.
Guillaume Bardess et Joos Teelincg..."
(Arch. AU. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 172).
1. 1. est.
5
-ocr page 77-
GG
277.    1586. 7 December (Den Haag).
Contract tusschen den Raad van State en kolonel Schenck.
De Staten staan aan Schenck het recht too belasting te heffen tusschen
Rijn en Maas enz.; Schenck belooft van zijn kant een legermacht van
3350 voetknechten en 700 ruiters te zullen onderhouden.
(Arch. Aft. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 174).
278.    (Vertaling).
1586. 11 December (Den Haag).
Remonstrantie van den Raad van State aan de Staten Generaal.
Inc. „Ceux du Conseil d\'Estat ayant veu les deux responces dis-
tinctes..."
(Arch. AfT. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 181).
279.    1586. 13 December (Den Haag).
Wilkes aan Horman.
W. vraagt H. hem eens dadelijk te schrijven over de Utrechtsche zaken
en het streven der ontevredenen aldaar „et si vons aves opinion que
les mutins se doibvent ou veulent desporter de leur resolution de tout
ruyner; car s\'il n\'y a point de esperance de les ranger ü la raison par
parolles, il fault donc cercher autre moyen de les y constraindre". —
Het best zou zijn Modet de stad uit te zetten. — „Nous avons secrète-
ment mandéz Ie conté de Culenburgh, luy faisant acroire que c\'est
pour quelquo grand service, affin qu\'il n\'eust plus moyen de brouiller
les affaires a Utrecht, jusques a ce que tout fust appaisé. Je ne scai,
s\'il viendra."
(Arch. AlT. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 182).
280.    1586. 14 December (Utrecht).
Resolutie der stad Utrecht en overige steden der provincie naar aan-
leiding van Hotmails komst tot bijlegging der geschillen.
Get. „Vandervoort".
Inc. „Sur la proposition faito par lo Seigneur d\'fiotman..."
(Arch. AfT. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 184).
281.    1586. Na 14 December (Utrecht).
Andtwoorde op tgheeno mijn heere die Grave van Nyeuwenaer etc.,
Stadtholder etc, belieft heeft den veerthienden Decembris zes ende
tachentich den magistraet van Utrecht schriftelijcke voor te doen draghen
in de zaeke vande gheestelijcke, soe men die noempt, wte politijcke
regeeringhe te houden.
Résumé in margine: „Off die besitters int tegenwoordich van de gees-
telijcke beneficiën, in voegen soe sij die rechtevoort besitten, moogen
geacht worden de ware Religie te volgen.
Off sij hun tot beweijnt van politieke saeken begeven mogen.
Off een christelijcke magistraet betaemt met soedanige gebeneficieer-
den buyten hare professie in \'s laats saeken te besogneren.
Off d\'authoriteyt vande hoge overicheit hiertoe van node zy.
-ocr page 78-
67
Off die Staote ende steden, selffs oen lit sijndo, het eerste lit hebben
mogen casseeren.
Vande naerder Uniocontracten ende des heeren Gouverneurs sijnen eedt."
(Arch. AfF. Etrang. Corr. Hollande, 2, lol. 177).
282.     (Fransche vertaling?)
1586. 14 December (Utrecht).
Resolutie van den Graaf van Nieuwcnaar, waarbij de stad Utrecht en
de mindere steden gelast worden weder met de geestelijkheid zitting
te nemen tot nader orde van Zjjn Excellentie. Bleef de stad Utrecht of
een der andere steden weigeren, dan zullen de overige leden der Staten
te Duurstede bijeen komen.
(Arch. Alt. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 183).
283.     (Autograaf).
1586.   15 December (Utrecht).
Hotman aan do predikanten en het consistorie der stad Utrecht.
H. heeft geen partij gekozen in de twist; hij heeft zich binnen do
grenzen van zijn instructies gehouden: „et si je ne me suis monstró
favoriser Ie parti de la ville contre les Ecclésiasticques, j\'ay fait en
homme neutre, sincère, sans affection ou partialitó ..."
Get. „Hotman".
(Arch. AA\'. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 185).
284.     1586. 18 December (Den Haag) (v. st.).
De Baad van State aan de Stad Hamburg.
Over de noodzakelijkheid van do sluiting dor Elbe door de vloot der
Vereenigde Provinciën.
Inc. „Spectabiles... domini, Gratissime fuerant nobis litere vestre ..."
(Arch. AU. Etrang. Corr. Hollande, 2," fol. 187).
285.     1587.
Declaration sur la convocation des assemblees des Estats goneraulx
et particuliers des Provincos Unies des Pays Bas.
(Over de wijze der convocatie — in acht te nemen formaliteiten —
behandeling der zaken, enz.).
Opgesteld tot voorlichting van Leycester of zijn Engelsche raad-
gevers? vgl. het slot: „Il fault noter que toutes les lettres doibvent
estre escriptes en Hameng, selon les privileges.
Inc. „Premierement, Ie Seigneur Souverain desdits 1\'aïs et en son
absence..."
(Arch. AS!. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 193).
286.     (Minuut).
1587.  1 Januari.
Hotman aan Leycester.
Geeft verslag van zijn onderhandeling te Utrecht, betreffende de cas-
satie van het geestelijk lid der Staten.
-ocr page 79-
88
Inc. „J\'ay fait par cy devant entendre a Vre ExM, que peu après
vostre par6ement il est survenu un different..."
17 blzz. Iblio.
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 205).
287.     1587. 6 Januari ([\'s-Gravenhage]).
Remonstrantie Tan den Raad van State aan do Staten Ooneraal.
Inc. „Messieurs des Estats Qeneranlx sont memoratifz, que afin de
pouvoir..."
(Arch. AiT. Elrang. Corr. Hollande, 2, fol. 216).
288.     1587. 14 Januari (Utrecht) (si v.).
De Stad Utrecht (aan den Raad van State?) \'
Over het geschil tusschen do Stad on de overige leden der Staten
van Utrecht.
Inc. „Haults, nobles, tresdoctes, sages et discrets Seigneurs, nous
vous avons advertiz par noz dernieres lettres du VIII" de ce mois ce
que nous estoit advcnu en la Chambre des Estatz de nostre Province ..."
(Arch. .ui. Etrang. Corr. Hollande, 2, lol. 222).
289.     1587. 14 Januari (Den Haag).
De Raad van State aan Leycester.
Moeilijkheden dor stad Deventer met den Gouverneur Stanley. Verzoek
om Stanley uit Deventer terug te roepen en het garnizoen te verminderen.
(Arch. All. Elrang. Corr. Hollande, 2, fol. 230).
290.    1587. 17 Januari.
De Staten Generaal aan den Raad van State.
Antwoord op een propositie van den Raad. — Klachten der Staten
over wanorde in de financiën.
Inc. „Les Es. Gen. des Prov. Un. du Païs Bas aiant veu et meure-
ment examiné..."
(Arch. Aft". Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 135).
291.    1587. 20 Januari (z. p.).
Leycester aan do Staten van Holland. (?)
Over de benoeming van leden voor den Raad van State.
Inc. „Je suis informc par les Deputez des Estatz des Provinces Unies
des Païs Bas..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 2, tol. 43).
292.     1587. 20 Januari (Greenwich).
Leycester aan Holman.
Over beschuldiging van geldzucht tegen L. in zijn afwezigheid inge-
bracht.
Get. „Leycester".
1. Adres ontbreekt. Of zijn de Stalen Generaal bedoeld ? vgl. het stuk fol. 236
van hetzelfde deel.
-ocr page 80-
69
Inc. „Hottoman, I have received your lettres all together this very
dayo..."
(Arch. AIT. Etrang. Corr. Hollande, 2, tol. 44).
293.     1587. 22 Februari (Greenwich).
Leycester aan Hotman.
Wenscht, dat H. voort zal gaan, hem te schrijven over watervoort-
valt. Verwondert zich dat II. buiten hem om aan de Koningin heeft
geschreven. — P. S. over de aanvallen op L. in zijn afwezigheid.
Inc. ,Hotman, I have receyved sundrye of your letters..."
Get. „R. Leycester".
(Arch. Air. Etrang. Cwr. Hollande, 2, tol. 65).
294.    1587. 24 Februari (At the Court [Greenwich?]).
Arthur Atyo aan Hotman.
Over II.\'s zaken en zijn ongelukkigen brief aan do Koningin. — Over
den jammerlijken toestand der Nederlanden. — Executio van Maria Stuart.
— Militaire voorbereidingen in Spanje „but I thinke it is o la Spanola,
great in speccho and little in effect". — Over het verraad van Stanley
en Yorke.
Get. „Arthur Atye".
Inc. „Mr Hotman, I have received sundrye of your letters..."
(Arch. AIT. Etrang. Corr. Hollande, 2, tol. 66).
295.     1587. 26 Februari (Alkmaar).
Willem Mostart aan Hotman.
Over do commissio van Sonoy en of deze zich voortaan te beschou-
wen hoeft als Gouvcrnour van Noord Holland.
Get. „GmtIo Mostart".
Inc. „Monsr Hottoman, j\'espère qu\'auvez accepté et prins on bonne
part 1\'excuse ..."
(Arch. AIT. Etrang. Corr. Hollande, 2, tol. 67).
296.     1687. 10 Maart (z. p.).
Leycester aan Hotman.
Kondigt de overkomst aan van Lord Buckhurst en van Atye. —
Opdrachten over te brengen aan verschillende personen.
Get. „Leycester".
Inc. „Ottyman, I doe ... well accept of your honest and faythfull
service..."
(Arch. AIT. Etrang. Corr. Hollande, 2, tol. 69).
297.     (Origineel?)
1587. Maart. ■
Inconvéniens qui pourraient advenir si Son Excellenco ne revient
pardeca.
(Redenen, die Leycester moeten bewegen weder naar Nederland terug
te keeren en het bestuur in handen te nemen).
__________
                             (Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande,4, tol. 110).
1. Deze datum schijnt later boven het stuk geschreven.
-ocr page 81-
70
298.     (Minuut, hand van Hotman).
1587. Maart.
liaisons pour lesqucllos les Estats peuvent prótendre occasion de co
départir de 1\'alliance d\'Angleterre et donner couleur a leurs procédures
contre lc party et nation angloise.
Engeland is do gemaakte voorwaarden niet nagekomen; grieven der
Staten tegen den Raad van State en tegon Leycester. — Malversaties
van Engelscben in Nederlandschen dienst.
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 16).
299.     (Minuut, hand van Hotman).
1587. Maart.
Gedragslijn, die Elizabeth tegenover de Nederlanden moet volgen:
„Que Sa Majestc, pour 1\'ingratitude, dont usent ces gens-cy... leur
monstro par bonnes raisons, qu\'elle et sa couronne peuvent fort bien
se passer d\'eux ..."
De Koningin moet toonen, dat zij boos is, „faire la courroucée", en
vóór alles den binnenlandschcn toestand verbeteren: „chose bien aisée a
faire,... n\'y avant tout au plus que huit ou dix mauvais garsons, qui
sont ou papistes ou partiaux, et tous ensemble gens de petite estoffe,
avares et ambitieux ..." De Koningin moet verklaren, dat zij het land
niet aan zich zelf zal overlaten, en Leycester zoo spoedig mogelijk
terugkeeren..."
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 20).
300.     (Minuut). ■
1587. Maart.
S\'il eet expediënt que Son Exeellonce retourne par-de;.u et les raisons
qui 1\'en peuvent desmouvoir.
Leycester heeft tegen zich: Maurits; Hohenlohe en de Duitsche bevel-
hebbers; de Staten; het volk en de predikanten zijn weifelend. Hij kan
niet rekenen op de Engelschen, die zich in Nederland bevinden. Hij is
even onkundig van de Nederlandsche zaken als toen hij aankwam, en
zijn omgeving is erbarmelijk. De dood van Sidney is voor Leycester een
groot vorlies geweest.
Bij Groen, Arch. 2e serie, I, p. 63.
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 22).
301.     (Minuut).
1587. Maart.
Certains doutes et difficultez a proposer au fait de eet Estat.
Vragen betreffende den regeeringsvorm der Vereenigde Provinciën; do
houding der Staten tegen Leycester; de oorzaken van Leycesters impopula-
riteit; do dulding dor „lorrendraaiers", tegen de letter der plakkaten.
Inc. „1". Comment et par quelles raisons on peut prouver que eet
Estat est aristocratique et non démocratique ?"
Bij Groen, Arch. 2e serie, 1, p. 39.
__________
                             (Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 25).
1. Het schrift schijnt van Hotman.
-ocr page 82-
71
302.     (Copie).
1587. Maart (later bijgeschreven datum).
(De Ncderlandscho predikanten [?| aau Elizabeth).
Smeekschrift, er op aandringende, dat de Koningin de verdrukte
Kerken in do Nederlanden bij zal staan.
Inc. „In his Provincüs adhuc Christi spirare Ecclesias ..."
(Arch. All. Elrang. Corr. llollandc, 4, fol. 32).
303.     (Copie).
1587. 20 Maart o. s.
De la court d\'Angletorro Ie 10 de mars stilo veteri.
Ondankbaarheid der Nederlanders jegens Leycoster, die de goede be-
doolingen der Engelschen geheel verijdelt.
(Ongeteekcnd).
Inc. „Touchant Ie retour de Son Excellence.. ."
(Arch. Aft". Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 35).
304.     (Copie).
1587. 24 Maart (Den Haag).
De Raad van State aan Leycester.
Jammerlijke toestand des lands; uitputting der provincieën; alleen
Holland kan nog geld opbrengon. Noodzakelijkheid van Engclsche hulp
en van Leycesters terugkomst.
Inc. ,Monseigneur, Vostre Excellence aura par nostre dernière..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 38).
305.     (Copie).
1587. 25 Maart.
Wilkes, lid van den Raad van State, aan de Staten Generaal en de
Staten van Holland.
Klachten over de miskenning van het gezag van Leycestor.
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 42).
306.     (Copie).
1587. 30 Maart (Medemblik).
Stukken betreffende de zaak van Sonoy.
1". Punten schriftelijk overgegeven door de gedeputeerden der Staten
van Holland.
2°. Antwoord van Sonoy op deze punten.
(Arch. All\'. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 60).
307.     (Copie).
1587. 4 AprU.
Die van Utrecht aan Leycoster.
Toegcncgenheidsbetuigingen. Noodzakelijkheid van L.\'s terugkomst.
Inc. ,Monseigneur, si nous altérons souvent les passions de nostre
ame..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 63).
-ocr page 83-
72
308. (Copie).
1587. 4 April (Utrecht).
........aan Wilkes.
Noodzakelijkheid van de terugkomst van Leycestor, ten einde de wei-
gezinden te steunen, de flauwen, libertijnen en atheïsten te bestrijden.
(Ongeteekend).
Inc. „Ceux de la rille escrivent itérativement a Son Excellence..."
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. B4).
^ 309. (Copie).
^ 1587. 13 April (Medemblik).
Sonoy aan Wilkes.
Verslag van zijn moeilijkheden met Maurits.
Get. „Diederick Sonoy".
Inc. „Monsieur, j\'ay receu la vostre du VII8___"
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 71).
310. 1587. Mei (later bijgeschreven datum).
Advis k Son Excellence.
Raadgevingen, hoe hij na zijn terugkomst in Nederland zal hebben
te handelen.
(Ongeteekend. Van de hand van een vriend van Sonoy,
Deventer enz., tegenstander van Buys).
Inc. „ 1 °. D\'autant que les Estatz ont ceste impression..."
Hij Groen, Arch. 2e serie, I, p. 47.
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 79).
f 311. (Copio).
1587 v. s. 1 Mei (Croyden).
Leycestor aan Sonoy.
Dankbetuigingen voor z|jn getrouwheid. — Weet nog niet, wat van
zijn (L.\'s) terugkomst te denken. — Zaak van Hohenlohe.
Get. „R. Leycester".
Inc. „Monsieur lc Gouverneur, les altcrations et changement..."
In hoofdzaak bij Groen, Arch. 2e série, I, p. 68.
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 78).
312.     (Copie).
1587. 11 Mei (A la court, a Cryton).
Leycester aan Deventer.
Klachten over voortdurende tegenwerking, bepaaldelijk over Hohen-
lohe, die L. van moordaanslag op zijn persoon beschuldigt.
Inc. „Monsieur Ie Bourguemestro ..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande , 4, fol. 87).
313.     (Minuut).
1587. 12 Mei.
Nota over hetgeen is voorgevallen tusschen de naar Den Haag ge-
roepen Hollandsche predikanten en den President Van der Myle en
andere gemachtigden der Staten van Holland.
-ocr page 84-
73
Vermaningen van de Staten aan de predikanten, om niet met de
regeering te twisten, vooral met het oog op de jammerlijke gevolgen
dier tweedracht in Vlaanderen.
Inc. „Le 12 de may, les ministres do Hollande ont estu mandez..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 88).
314.     (Origineel).
1587. 20 Mei st. v.
Prounincq, gezegd Deventer, aan [Hotman?].
Twisten van den Graaf van Nieuwenaar met de Staten van Utrecht, naar
aanleiding van het garnizoen der stad en de uitzetting van den predikant
Modet.
Get. „G. de Prounincq, dit de Deventer".
Inc. „Ce que j\'ay preveu a prins le succes ensuivant..."
(Arch. Aft". Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 90).
315.     (Minuut).
1587. 27 Mei (Utrecht).
Brief aan Leycester. Uitvoerige uiteenzetting der redenen, die L. be-
wegen moeten naar Nederland terug te koeren.
(Ongeteekend. Van Deventer?).
Inc. „Monseigneur, devant quo respondre a ce qu\'il a pleu..."
Gevolgd door een korter schrijven (van de Utrechtsche Staten?) in
denzelfden zin.
Inc. „Cesto lettre nous estant communiquée..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 93).
316.     (Copie).
1587. 27 Mei (Den Haag).
De Raad van State aan den Koning van Denemarken.
Klachten over lasten aan de Noderlandsche kooplieden in Denemarken
opgelegd.
Get. „Mauritz de Nassau. Tho. Wilkes".
(Arch. All. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 98).
317.     (Origineel).
1587. 31 Mei (from the Court at... [onleesbaar]).
Arthur Atye aan Hotman.
Aanstaand vertrek van Leycester naar Nederland. — Krijgsbedrijven
van Drake in Spanje.
Get. „Arthur Atyer".
Inc. „Mr Hotman, I thanke you ..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 103).
318.     (Copie).
1587 o. s. 31 Mei (Utrecht).
De predikanten en ouderlingen van Utrecht [aan ?].
Tusschenkomst ten behoeve van Hermanus Modet, in zijn geschil met
Nieuwenaar.
-ocr page 85-
74
Inc. „ Illustrissimo et generose Domino, quantoporc . .."
(De brief is niet gericht aan Leycester, van wien gesproken wordt
in de 3de persoon).
(Arch. AA. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 99).
319.    (Copie).
1587 st. v. 4 Juni (Utrecht).
Prouninck gezegd Derenter aan Lord Buckhurst.
Tegen de vredesplannen. Noodzakelijkheid van een krachtig optreden
tegen den vijand.
Inc. „Temporis iniuvia, generosissime ... domine ..."
(Arch. ABT. Etrang. Corr. Hollande, 4, (ol. 104).
320.    (Minuut).
1587. Juli (z. p.).
Opgave van geruchten onder de bevolking loopende, ongunstig voor
de Ëngelsche regeering en voor Leycester. Elizabeth wordt beschuldigd
van hebzucht, van onderhandelingen met Spanje, van plannen om de
soevereiniteit aan te nemen zonder de privilegiën te eerbiedigen; Stanley
zou met medewoten der Engelscho regeoring verraad hebben geploegd,
onz. Leycester zou zich hebben schuldig gemaakt aan pcculaat, en dat
van zijn Ëngelsche gunstelingen hebben geduld. Van de Ëngelsche
natie wordt niets dan kwaad gezegd.
Bij ieder gerucht wordt de bron genoemd. Karol Roorda zou gezegd
hebben „que Ie pais estoit tombe do tyrannido in tyrannidem"; Ólden-\'
barnevolt: „que la province de Hollande se peut couservor d\'ello-mesme
et sans aucun secours forain, et qu\'il est tres dommageable d\'imprimer
opinion contraire aux esprits du peuple".
                                             j
(Hand van Hotman).
Een Ëngelsche vertaling van dit stuk, in de Ëngelsche archieven, is door
Motley gebruikt; cl. The United Nctherlands, ed. 1872, chap. XIII, p. 420
col. b, en de noot.
(Arch. Aft". Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 126).
321.    (Minuut).
1587. Juli.
Hotman aan Leycester.
H. waarschuwt L. tegen de obstinatic der Staten, die zich niet met
hem verstaan willen en met de stedelijke regeeringen op het nauwst
verbonden zijn. „Quanto alli borgomaestri delle citta, iquali sono tutti
mercanti, sono in ciascuna citta tre o quattro cosi legati insieme, che
mentro 1\'uno di essi è borgomacstro, 1\'altro è nel collegio de\' Stati, e
la commumta non sa altro che quello ch\'iutende da essi, sia bene 6
male, et cosi si lascia condurre corae una pecora..."
„V. Eccollenza si inganna, s\'ella pensa di trattar con i Stati amore-
volmente et cavar da essi una risolutione conforme alla ragione..." —
L. moet steunen op Utrecht, Gelderland en Overijssel, die, door den
vijand bedreigd, zich gewilliger zullen toonen.
In Holland moet L. zich direct wendon tot de bevolking der steden
-ocr page 86-
75
en de bevelhebbers der schutterijen (alle eommunita et capitani de citta-
dini). Zijn vermaningen moeten een mengsel zijn van goedgovendhoid
en gestrengheid. „Qucsto popoio si diletta di una forma du republica
mcscolata, no sa per se stesso mantener sua liberta, per esser Ie citta
tutte quasi oguali di potonza et molto ineguali di parere; non patisce
ancora esser governato tirannicamente, ma vuol cssere trattata con una
certa via di mezzo, ciü è bencvolenza et severitü."
Adres: A Sua Eccellcnza.
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 130).
322.    (Minuut).
1587. Juli.
llotman aan Leycester.
Nu de Staten, wat de hoofdzaak van den regeoringsvorm betreft, hebben
toegegeven, moet L. zich niet te zeer bekommeren om hun togenwer-
king in kleinero zaken, die gevolg is van wantrouwen, maar voor alles
zorgen meester te blijven van de financiën.
Inc. „Illm0 Signor mio Ossmo, io intendo che gli Stato hanno dato
a V. Eccellenza..."
(Arch. AH\'. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 132).
323.    (Copie of minuut).
1587. Juli.
Opgaaf der punten door de Staten van Holland gesteld, on waarin
zij hun verschil van zienswijze mot Leycester over den regoeringsvorm
rosumecren.
Aanmerkingen hierop: „Ce qu\'ils en font n\'est que pour donner des
traverses a S. E. et Ie lasser de ce gouvernement, affin qu\'il Ie quitte
bientost. Ceux d\'Utrecht ont requis copie des susd. articles ü proposer,
mais ils ne les ont voullu bailler, disans que, si ceux d\'Utrecht n\'y
vculent consentir de leur gré, ils no lairront de passer outro a les
proposer :\'i S. E.
Son Exc. ne se doit arrester a cecy, ni s\'en soucier beaucoup..."
(Arch. All. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 129).
324.    (Copie?).
1587 st. ang. 16 Juli (z. p.).
Questions to be resolved by Mr. Wilkes.
No. 1—5 der vragen handelen over financie-zaken. Van de overige
zijn belangrijk:
6. Whither the licensos graunted for the carradge of victually to the
ennemy have been done with his | Wilkes| assent or privity...
8.  What should move tho people to disliko of the overture of peace,
considering how greatly tlioy are greoved with the burden of tho im-
positions, and what coursc inight bc taken to drawe them to likc thcrof.
9.  Which of the States have most credit with the people, and
whither any of them inay be made instruments to draw them to encline
to a peace.
-ocr page 87-
76
10.  What persons, that haye credit with tho people, are suspected to
incline to Spaigne.
11.  What townes stand deutyfnlly aflfectod in any of the United
Frovinces, and what garrisons are placed in the same.
Vraag 12—15 over Hohcnlohe.
15. Whither any motion hath ben made underhand by tho Count
Holloch to bring the soveraintie of those countreyes under the Kingof
Denncmark...
Vragen door Lord Buckhurst of Leycester aan Wilkes voorgelegd ?
(Arch. AH. Etrang. Corr. Hollandc, 4, fol. 12Ï).
325.     (Z. j.). 20 Juli (At the Court) [geplaatst onder de stukken van
1586, maar blijkbaar van 1587].
Arthur Atye aan Hotman.
Persoonlijke zaken H. betreffende. — Onderhandelingen met de
Nederlandsche Staten. — Uitrustingen van Drake en anderen tegen
Spanje.
Get. „Arthur Atye".
Inc. _Mr Hotman, my E. my master hathe willed me..."
(Arch. AH. Etrang. Corr. llollande, 2, fol. 89).
326.    (Copie).
1587. 23 Juli (Middelburg).
Vragen door Leycester aan de Generale Staten gesteld, waarop zij
ondubbelzinnig moeten antwoorden:
1. S\'ils entendent que S. E., son gouvernement durant, ait admini-
stration souveraine es faits de guerre et leurs dependances...
S\'ils intendent ou point que, durant son gouvernement, il ait en aifaires
politiqucs telle administration et puissance que les gouverneurs génó-
raux du temps do 1\'Empereur Charles...
In het geheel zeven vragen.                                      \' J
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollandc, 4, fol. 128). "
327.     (Origineel).
1587. 4 Augustus (Londen).
.......aan Hotman.
Verhaal, hoe schrijver, tegelijk met Norris te Londen, voor den Ge-
heimen Raad is geroepen en daar heeft moeten verklaren, waarom hij
de Nederlanden verlaten heeft zonder Leycester op te wachten, enz.
(De schrijver is een heftig tegenstander van Leycester).
Get. „Votre tres obligé et affectionné a vous aimer, obeïr
et servir a jamais, que connoissez".
Misschien is de schrijver een zekere Clerk, te gelijk met Wilkes naar
Engeland opgeroepen, vgl. hetzelfde deel, fol. 177.
(Arch. Aft". Etrang. Corr. llollande, 4, fol. 134).
328.     (Origineel).
1587. 12 September (Meppen).
Lancelot Parisis aan Leycester.
-ocr page 88-
77
Verslag van de bezetting van Meppen door de Staatsche troepen.
Get. „Lancelot Parisis".
Inc. „J\'espcre que Vostre Excellence aura receu..."
(Arch. All\'. ütrang. Corr. Hollande, 4, fol. 147).
329.     (Origineol).
1587. 7 October (Leeuwarden).
........aan Leycester.
KnjgsbednJTon in de Ommelanden. —Politieke toestand in Friesland;
men verlangt naar de komst van L.; Graaf Willem (Lodcwijk] is gnn-
stig jegens dezen gezind.
(Handteekening onleesbaar).
Inc. „May it please your Exce, at my arrival..."
(Arch. All. lïtrang. Corr. Hollande, 4, fol. 157).
330.     (Origineel).
1587. 7 October (Arnhem).
Leycester aan Hotman.
Inneming van de Zutfeusche forten. — Zaak van P. Buys: de schuld
der verwijdering ligt aan Buys, die de Staten tegen L. heeft opgezeft
Betuigingen van goeden wil jegens Buys en de Staten.
Get. „R. Leycester".
Inc. „Ottoman, La causa che io non [hoj potuto responder piu
presto..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 133).
331.    (Copie).
1587 st. v. 13 October (Leeuwarden).
Copim epistolas ad Prasidem de statu Reipublica; Frisiorum missie.
Protest tegen financieele maatregelen door de Gedeputeerden genomen.
Verzoek aan den „Prtcses" bij Leycester om tusschen beiden te komen.
Get. (voor de grietmannen van Westergoo:) „Wilko van Holdinga.
Feio van Goslinga. (voor Westergoo:) Gerrolt Heerma. Menne
Takesz. Sceltinga."
(Arch. All. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 160).
332.     (Origineel).
1587 st. v. 17 October (Leeuwarden).
Graaf Willem Lodewijk en de Staten van Friesland [aan Leycester],
Over Leycesters overkomst naar Friesland; bezwaren tegen een bui-
tengewone convocatie der Staten.
Inc. „Monseigneur, nous avons entendu par Ie bruit commun .. ."
Get. „Guillaume Louys de Nassau. Les Deputez des Estats de
Frise. Par ordonnance d\'iceux E. Sibrandi."
(Bib. Nat. ms. fr. 15950, fol. 3).
-ocr page 89-
78
333.     1587. [Na den 171 October.
Lettre fauppoac5el (uitgoschrapt) du capitaine Mansart \' sur Ie fait
de Leyde.
Ander opschrift: „Copio d\'uno lettre do mon firère durant sa prison,
escrite ü mon cousin do Groencvelt, son colonel."
(Van de hand van Hotman, uitgeschrapt: „supposée et faulse").
Verhaal van zijn aandeel in don aanleg tegen Leiden.
(Ongoteekond).
Inc. „Monsieur mon cousin, je n\'ai voullu faillir do vous advertir ..."
(Arcti. Au". Etrang. Corr. llollantle, 4, fol. 163).
334.     (Origineel).
1587. 6 November (Leiden).
P. des Kegemortes [aan Hotman ?].
Executie van De Maulde c. s. te Leiden. Vergeefsche pogingen van
Lipsius om De Mauldo to redden.
Ine. „Monsieur, passé long temps ay ou Ie desir de vous saluer par
mes lettres ..."
(Arch. A(ï. Etrang. Corr. Holiande, 4, fol -165).
335.     (Origineel).
1587. 14 November (Leeuwarden).
L. Angelstcdt aan Hotman.
Verhaal van zijn gevangenneming te Leeuwarden. — Schrijft aan
Leycester; deze kan verzekerd zijn „des bonnes affeetions du pouple
de ce païs-cy , et aussi du pluspart des Capittaines, qui veulent guurder
leur serment qu\'ilz ont faict a Sa Majesté et Son Excellence, principa-
lement ung nommó capitain Knop, lequcl vad vers son Excellence avecq
500 bons soldats ..."
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Holiande, 4, fol. 171).
336.     (Origineel).
1587. 17 November (Middelburg).
Guerin de Cappetot aan Hotman.
Berichten over den burgeroorlog in Frankrijk. — Arrestatie van Vil-
lers te Middelburg. — (Omstandig verhaal).
Get. „Guerin de Cappetot".
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Holiande, 4, fol. 169).
337.     (Origineel).
1587. 29 November (Axel).
Jan Piton aan Leycester.
De inwoners van Axel zenden eenigc personen naar L. om hem te
vragen, waaraan zij zich to houden hebben : of zij de stad moeten be-
houden of haar verlaten.
Get. „Jan Piton".
(Arch. Afl. Etrang. Corr. Holiande, 4, fol. 176).
1. Den bekenden kapitein De Maulde.
-ocr page 90-
79
338.     (Minuut met verbeteringen).
«*■"- 1587 st. v. 6 December (Vliasingen).
^ Afscheidsbrief van Leycester aan de Staten.
Inc. „Messieurs, je crois que pouvez vous souvenir..."
(Arch. All. KIrang. Corr. Hollande, 4, fol. 180).
339.     (Copie).
. 1587. 20 December (Medemblik).
•^ Sonoy aan Maurits van Nassau.
Klacht over de voorgenomen verandering van hot garnizoon van
Medemblik. Sonoy is genoodzaakt Leycester getrouw to blijven zoolang
deze aan het hoofd der zaken staat.
Inc. „Monseigneur, après mon retour d\'oultre-mer..."
(Arch. Au". Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 37).
340.     (Copie).
1587.
Hessel Aysma aan Gerard Prouninek, gezegd Deventer.
Noodzakelijkheid van een dictatoriaal gezag; onmacht dor weigezinden,
invloed dergenen, die een verzoening met Spanje willen.
Get. „Hesselus Aysma".
Inc. „Binas tuas littoras, vir clarissime ..."
(Arch. Air. Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 34).
341.     (Copie).
1588 st. v. 29 Maart (Utrecht).
Copie de ce qu\'a estó déclaré de bouehe et donné en escript par
Estienne Lesieur, au nom de Monsr. Willughby, licutenant général
pour Sa Majesté d\'Angleterre es Pays Bas, aux trois Estatz de la Pro-
vince d\'Utrocht, iceux assemblez en leur college on Utrecht, Ie 29
mars 1588 st. v.
Aanmaning tot eendracht tusschen de provinciën.
(Arch. Aft Etrang. Corr. Hollande, 4, fol. 195).
342.     (Datum onleesbaar).
Leycester aan Hotman.
Over private zaken. — Aan het slot over den bedreigden staat der
Protestanten in Frankrijk: L. vreest een „horrible massacre".
(Arch. All. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 160).
343.     158(6?). 29 November.
Leycester aan Hotman.
Over private zaken; o. a. over „a gardyner I desiro to havo out of
that countrye".
Get. „R. Leycester".
(Arch. Aff. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 190).
-ocr page 91-
80
344.     4 Januari [met latere hand bijgevoegd: 1587 \'].
Leycestev aan Hotman.
Private zaken.
(Arch. Aiï. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 215).
345.     (Autograaf).
1 Januari (z. p.) [latere hand: 1587 \'].
Leycester aan Hotman.
Roept H. naar Engeland terug.
Inc. „I perceive Her MJ\' ys determyned to employé you to ye D.
Cassamyre..."
Get. „Leycester".
(Arch. AIT. Etrang. Corr. Hollande, 2, fol. 214).
346.     (Copie; origineel archieven Simancas).
1595. 6 Maart (Brussel).
Estevan de Ibarra aan Philips H.
Oorlogsberichten, verrassing van Hoei etc.
Inc. „En mis postroros despachos avisó V. M____"
(Arch. All". Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 280, fol. 8).
347.     (1609 ?). (Z. d.).
Raggioni persuasivo alli Illmi SS\' de i Stati Generali di Flandria,
concernenti i loro interessi nella tregua col Re di Spagna.
(Noodzakelijkheid van het bestand. — Copie of vertaling van een
pamflet?)
(Arch. Aff. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 264, fol. 250).
348.     (Z. d.). Dertigjarige oorlog; vóór Wallensteins dood.
Copia sumaria de la consulta do los rebeldes de Olanda y de la
conjuracion que hicieron contra el Imperio Romano y la casa de Austria,
que al fin se ha venido a descubrir.
Copie ot vertaling van een painllet ?
(Arch. Aff. Etrang. Mém. et Docum. Espagne, vol. 264, fol. 77).
1.    Foutieve datum: H. was toen deze brief werd geschreven in Frankrijk, zoo-
ver men uit den inhoud kan opmaken.
2.    Foutieve datum.
-ocr page 92-
VOOREEDE.
Nadat door Prof. Dr. P. J. Blok in het jaar 1896 op last der
regeering een onderzoek was ingesteld naar archivalia, belangrjjk voor
de geschiedenis van Nederland, werd bij K. B. van 16 Dec. 1896 den
heer Qédéox Hdet, onderbibliothecaris aan de Bibliotbrque Nationale
te Parijs, opgedragen om onder leiding van Prof. Blok een meer gede-
tailleerd onderzoek naar sommige belangrijke documenten in te stellen.
Tot die belangrijke documenten behoorde naar des hoogleeraars ge-
voelen ook een in Série T. van de Archives Nationales (Séquestre des
particuliers et des corporations laïques) voorkomende verzameling van
stukken, betrekking hebbende op het geslacht van Egmont en daarmede
verwante geslachten, afkomstig van den emigrant Egmoht Pionatelli,
een afstammeling van do Nederlandsche Egmonts. \'
Tegen de bewerking van dezen bundel werden door den heer Huet
bezwaren geopperd op grond van onvoldoende bekendheid met gonealo-
gische en lokale bijzonderheden (dit laatste in het bijzonder ten opzichte
van de talrijke Geldersche stukken, die zich in deze verzameling be-
vinden). Dit gaf den hooglecraar aanleiding om na voorafgegaan overleg
aan de regeering voor te stellen de bewerking dezer stukken aan mij
op te dragen. Bij K. B. van 24 Maart 1.1. ontving ik de opdracht daartoe.
Het onderzoek is door mij in de maand Mei van dit jaar gedaan.
Het is mij ucn behoefte hier met erkentelijkheid gewag te maken van
de medewerking, door mij ondervonden van H. M.\'s gezantschap te
Parijs, van de heeren Directeur en Archivarissen der Archives Nationales
aldaar en van de voorlichting van Prof. Blok.
Ten slotte mogen hier eenige woorden van toelichting een plaats
1. Zie het verslag van Prof. Blok, bli. 49 en 50.
6
-ocr page 93-
82
vinden ten dienste van hen, die Tan de resultaten van mijn arbeid
kennis zullen nemen.
Aangezien het door mij beschreven archief een verzameling familie-
papieren is en er dus bij een groot deol daarvan geen andere samenhang
kan bestaan dan dezo, dat hot stukken zijn rakondo personen van het-
zelfde geslacht, heb ik na rijp beraad besloten van iedere generatie
van het geslacht van Egmont een rubriek te maken en broeders tot
één rubriek te brengen: zoo bestaat b.v. de rubriek VI uit de stukken
van hertog Arnold (<j) en die van zijn broeder Willem (6).
Wat betreft de leden van het geslacht van Egmont meen ik te kunnen
volstaan met te verwijzen naar de hierbij gevoegde genealogische tabel,
grootend^els ontleend aan Stokvis, Manuel de 1\'histoire etc, deels
aangevuld uit de familiepapieren zelve, vooral met betrekking tot de
namen der vrouwen.
Wat betreft de stukken aangaande andere geslachten als Barlaimont
(XV—XVII), Meurs (XVIII) en Nieuwenaar (XIX), wier aanwezigheid
in een Egmontsch familiearchief verwondering zou kunnen wekken,
een vertoog door Procope Franeois d\'Egmont ingeleverd ten vredohandel
te Rijswijk in 1697 geeft dienaangaande het gewenschte licht.
Men leest daarin n.1. (blz. 7): „Marie Marguerite de Barlaimont fut
mariée au comte Louis et Philippe comte d\'Egmont, nostre très-honoré
Seigneur et Père, eut pour femme Marie Ferdinande de Croy.
Du chef do Marie Ferdinande do Croy, nostre très-honoréc Dame et
Mère, les Comtez de Meurs et de Hornes nous appartiennent, du chef
de Walburge de Nieuwenaer \', qui les a justement possedé jusques en
1600, qu\'elle mourit sans enfant.
Philippe de Croy, Marquis de Renti, arrière potit fils de Walburge
de Meurs, luy succéda; de luy cette succession a esté transmise a
Charles Philippe de Croy, son fils, et Marie Ferdinande, sa fille, nostre
Mère, a esté sa seule hóritière.
Nous avons encore un droit incontestable a la succession de Walburge
de Nieuwenaer en vertu des dispositions, qu\'elle fit des Comtez de
Meurs etc en faveur de Sabino d\'Egmont, qu\'elle adopta pour sa fille
et qui en disposa on faveur de Charles comte d\'Egmont, nostre bisayeul."
Minder gemakkelijk is vast te stellen, hoe do stukken van hertog
Reinald en Eduard van Qelre in dit archief zijn gekomen; het waar-
1. Eerst gehuwd met Phii. de Montmocency, graaf van Hom (f 15G8), en
later met graaf Adolf van Neuenahr (-f- 1589).
-ocr page 94-
83
schijnlijkst acht ik, dat deze daarin zijn gekomen door Maria van Arkel,
moeder van hertog Arnold, wier grootmoeder een zuster was van
Reinald en Eduard.
Geheel onverklaarbaar is do aanwezigheid van de sub XXII en XXIII
gebrachte stukken. Laatstgemelde heb ik niet beter weten te omschnj-
ven dan door het woord Varia; eerstgenoemde zijn afkomstig uit do
jaren 1549—1555. De rentmeester Cornelis Anthoniss heeft n.1. zijn
ambt bekleed van 1549 tot 1564, terwijl uit den inhoud blijkt, dat zij
dateeren uit den tijd vóór den afstand van Karel V.
Verreweg de meeste stukken zijn op perkament geschreven; waar
zij op papier zijn geschreven, is dit door mij vermeld, behalve waar
uit den aard van het stuk voldoende blijkt, dat papier is gebruikt
b.v. bij brieven.
Bijna geen stuk is meer van zegels voorzien; waar een enkele maal
bij uitzondering een zegel bewaard is gebleven, is dit door mij vermeld.
Arnhem, 12 Juli 1898.
J. S. VAN VEEN.
-ocr page 95-
-ocr page 96-
I. Willem I van Egmont.
1226.
Abt en prior van Egmont verklaren aan Willem, Heer van Egmont,
de advocatie der kerk aldaar en alle andero leengoederen in dien vorm
te hebben gegeven, dat na zijn dood zijn zoon en bij onstontenis van
een zoon zijn dochter en zoo vervolgens die zullen bezitten.
Vidimus van den notaris Willem Paedgen,
dd. 20 Sept. 1450.
1227 — November.
Verklaring van den Abt van Egmont aangaande de opvolging der
leenen, die heer Willem van E. van het klooster verheft.
Uitgeg. bij van den Bergh, I. no. 307.
II. Wouter II van Egmont.
1312 — des Dynsdages na sente Pontiaens dach.
Henric en Symon, resp.   pastoors van Haringkarspcl en Warmen-
huizen, verklaren van een   aantal oude en wijze personen gehoord te
hebben, dat Haringkarspel   een vrij ambacht van heer Wouter van
Egmont is.
1319 — in Pynsterdaghe.
Rideric van Wassonaer en tien andere mannen van den Graaf van
Holland verklaren, dat Gerrit van Eemskerck en Jan Persijn hun ge-
zegd hebben, dat zeker accoord tusschen den Abt van Egmont en heer
Wouter van E., dat zij bij zich hadden, in geval van overlijden van
een van beide partijen dood en te niet zou zijn.
III. Jan I Tan Egmont.
1351 — des Vridaghes voir sinte Clementis daghe.
Ghisebrecht van Nuwenrode sluit met Jan van Arkel, Jan van Cu-
lemburch, Jan van Egmonde, Jan Persijn, Heer van Waterlant, Gheret
van Eemskorcke, Jan van den Wateringhen, Gheret van Egmonde en
-ocr page 97-
8C>
de steden Delft, Haarlem, Leiden, Amsterdam, Rotterdam en Zaandam
een verbond tegen Willem van Duvenvoirdo en Jan van Pollanen.
1364 — des Vridagcs na sinte Pietersdach ad Vincula.
Aelbrecht van Beyeren machtigt de Heercn van Arkel, Jan van Eg-
mont, Henric van Éemskerc en Willem van Naeldwic om met den Her-
tog van Gelro een dading aan te gaan ,ende van der zoenen van den
Here van Culcnborch".
1367 — s\'Dinxdaghes na sinte Margrieten daghe.
Walraven van Brederode verklaart van heer Jan van Egmont en
van IJsselstein den bruidschat van diens dochter te hebben ontvangen.
IV. Arnt van Egmont.
1875 — op sente Laurens avont.
Huwelijksvoorwaarden tusschen Claes (de naam is geheel uitgewischt)
en Heylewiif, bastaardzuster van den Heer van Egmont.
1382 — des Dinxsdaghes na sinte Michiels daghe.
Berthelmeus van Raphorst, ridder, verklaart, dat heer Aernt van
Egmont en IJsselstein hem alles betaald heeft, wat liij schuldig was
ter ziiko van den bruidschat van Catharina van Egmont.
Va. Jan II van Egmont.
1409 — opten Meyondach.
Heer Jan van Egmont tochtigt zijn moeder Yolente van Lyniugen
aan 900 Franscho kronen uit zijn heerlijkheden Egmont en IJsselstein,
welke tocht door graaf Willem van Holland bekrachtigd wordt.
1410 — opten lesten dach in Augusto.
Graaf Willem van Holland verleent gratie aan heer Jan van Egmont
op voorwaarde, dat hij vóór Vastenavond e. k. om beleening verzoekt.
Op papier met opgedrukt zegel in rood was.
1410 — September 12.
Acte door den notaris IJsebrand Symons opgemaakt van het ant-
woord door den Abt van Egmont gegeven aan Jacob, bastaard van
Egmont, als schout van Egmont betreffende de jurisdictie. De abt had
n.1. tegen een onderdaan van den Heer van E. recht gezocht bij den
Graaf, waartegen do Heer als bezittende de jurisdictie geprotesteerd had.
-ocr page 98-
87
1411 — opten seven ende twindchsten dach in \'Aprille.
Mary van Arckell, Vrouw van Egmont en IJsselstein, lielooft rosti-
tutie van den brief, waarbjj haar door heer Johan van Egmont, haar
man, een jaargeld van 1000 kronen wordt toegelegd, aan hem of zijne
erfgenamen, zoodra haar de lijftochtsbrief voor hetzelfde bedrag wordt
ter hand gesteld, hetgeen nog niet heeft plaats gehad, daar de Qraaf
van Holland tot dusver de beleening weigert.
1411 — September 28.
Voor notaris en getuigen antwoordt Jan van Egmont op een vraag
van graaf Willem van Holland, of hij bereid is zijne heerlijkheid van
den Abt in loon to ontvangen, dat hij krachtens den afstand door den
Abt aan graaf Albrecht gedaan, des Graven leenman wenscht te zijn,
waarop de Qraaf antwoordt, dat die afstand, als zijnde buiten weten
van den Paus geschied, nietig is.
1411 — October 3.
Scheidsrechterljjke uitspraak van graaf Willem tusschen de abdij en
heer Jan van Egmont ter regeling van beider jurisdictie. Tevens wordt
bepaald, dat de grond, waarop het slot staat, een leen zal zijn van
de abdij, terwijl do heerlijkheid een grafelijk leen is.
1411 — October 21.
Jan, Heer van Egmont, protesteert in tegenwoordigheid van eon
notaris en getuigen tegen een in de kerk van Egmont voorgelezon
scheidsrechterljjke uitspraak van den Graaf van Holland tusschen dio
van do abdij on den Heer van E. over zekere pracdia.
2 exemplaren.
1412 — op sinto Andries avont Apostol.
Jan, Heer van Egmont, tochtigt zijn moeder Yolento van Lyningcn,
wed. Aornt van Egmont, aan 900 kronen uit do heerlijkheden Egmont
en IJsselstein.
1415 — opten anderen dach in April.
Definitieve scheidsrechterljjke uitspraak van den Graaf van Holland
tusschen heer Jan van Egmont en do abdij aldaar over de heerlijkheid,
renten en goederen, aanstelling van een schoolmeester enz. O. a. wordt
bepaald, dat de Heer de heerlijkheid Egmont van den Graaf zal ver-
heffen en niet van den abt.
1417 — Juli 13.
Gravin Jacoba bevestigt Yolenta van Lyningen, Vrouw van Egmont
en IJsselstein, in alle lijftochten eu douarien, haar door haar zoon Jan
gemaakt.
-ocr page 99-
88
Rome apud St. I\'etrum IV Non. Jan. pontificatus Domini Joliannis
pape XXIII anno II (1423).
Antonius, Bisschop Tan Portiei, draagt den Bisschop Tan Utrecht op
na onderzoek te Terklaren, of het huwelijk Tan Jan Tan Egmont en
Maria Tan Arkel wettig geacht kan worden , „quamvis qnarto consan-
guinitatis gradu sint conjuncti", waarvan zij eerst na hun huwelijk
kennis hebben erlangd.
Rome apud St. Petrum XIII Kal. Febr. pontificatus Domini
Johannis pape XXIII anno secundo (1423).
Petrus, Bisschop Tan Tusculum, draagt den Bisschop Tan Utrecht
op na onderzoek te Terklaren, of het huwelijk Tan Jan Tan Egmont
en Maria Tan Arkel wettig kan zijn, ofschoon de moeder Tan Jan Maria
ton doop heeft gehouden, welke omstandigheid hun eerst na hun huwe-
lijk ter oore is gekomen.
1424 — Februari 18.
Jan, Heer Tan Egmont, autoriseert Lambertus de Stipite en eenige
anderen om vóór den Paus of diens plaatsvervanger zijn zaak te Ter-
dedigen tegen die Tan de abdij.
1430 — Juli 5.
Philips, Ruwaard van Holland , Terklaart dat Gerrit Tan Alcmade,
baljuw Tan Kennemerland en opTolger Tan den Heer Tan Egmont, op
dat ambt staande heeft 4600 kronen.
Authentieke copie op perkament.
1430 — December 27.
Do Abt en eonTcntualen Tan Egmont en heer Jan Tan Egmont
onderwerpen hunne geschillen OTer het dominium Wlle Egmondensis en
andere rechten, goederen, landen en zaken aan de scheidsrechterlijke
uitspraak van gravin Jacoba en beloven zich daarnaar te zullen ge-
dragen.
Voorzien van de verklaring van 2 notarissen.
1432 — November 20.
Johan, Graaf van Egmont, geeft handTesten aan die van zijne heer-
lijkheid ter regeling Tan do rechtspraak en tot beteugeling Tan do
willekeur der abdij.
Gezegeld door graaf Johan, Willem, broeder tot Gelre, Willem, Heer
Tan IJsselstein, en door baljuw, schout en buurlieden Tan Egmont.
1438 — Maart 28.
Scheidsrechterlijke uitspraak op last Tan graaf Philips geschied tusschen
de abdij ter eene en den Graaf met de buren Tan Egmont ter andere
zijde OTer verschillende contentieuse punten als achterstallen, land win-
ningen enz.
-ocr page 100-
811
Vó. Willem vim Egmont.
1419 — op scnto Philips ende Jacobs dago der heiliger Apostelen.
Huwelijksvoorwaarden tusschen Willem van Egmont, Heer van Buren
en Bcusichem, en Margaretha, dochter van Willem, Graaf tot Lim-
borch, Broicke en Beodbur, en Mechtclt van Rcift\'orscheit.
Gezegeld door den bruidegom, den vader dor bruid , Derich van Lym-
borch, Walraven en Henrick van Mocrs, Willem , zoon tot Wovelhoven,
heer van Grebben, Everhard, Heer tot Lymborch, Johan van der Leet,
Evert van Lymborch, Johan van Velmesteyn, Dcrick van Wickraide,
Henrick Steek, Johan van Loen, Johan, oudsten zoon tot lleynsberch,
Willem van Loen, Graaf van Blanckenheym, Willem, Heer van Bronck-
horst, Johan, zoon tot Buren, Alart, zoon tot Buren, Henrick , Heer
van Wisch, Balthasar, Otto en Lambért van Buren.
1429 — Juli 9.
Johan van Vyanen, Heer ter Goye en Nyeucoop, on diens zoon
Ghijsbrecht van Vyanen, Heer van Noordelooa, beloven Willem van
Egmont schadeloos te zullen houden van alle verplichtingen aangegaan
door het medebezegelon van de huwelijksvoorwaarden tusschen (ilijjs-
brecht en Meyne van Heemskerck.
Vla. Arnold van Gelre.
1423.
Copie van den eed door hertog Arnold van Gelre bij ziju huldiging
te Nijmegen afgelegd.
1423 — des Woonsdages na sinto Peter endo sinte Pouwols daeh.
Walraven van Muorse, Heer van Bair, belooft hertog Arnold bijstand
tegen alle vijanden, die hem in het bezit van zijn hertogdom zouden
willen storen, behalve tegen zijn broeders, den Bisschop van Keulen
en den Graaf van Meurs.
1423 — des Woensdages na sinte Peter endo sinte Pouwels dach.
Aernt (Arnold), oudste zoon tot Egmont, verklaart schuldig te zijn
aan Walraven van Meurs 10000 rijnsche gulden, te betalen 2 jaren
nadat A. in het bezit van het hertogdom Gelre is gekomen.
1424 — proxima post festum beate Virginis Marie
Assumptionis hebdomadc.
Copie van de investituur door keizer Sigismund van hertog Arnold
en in geval van diens kinderloos overlijden van zijn broeder Willem
van Egmont in het hertogdom Gelre en graafschap Zutphen.
Papier.
-ocr page 101-
90
1427 — op den twaleffsten dach in Februario.
Hertog Arnold Tan Gelre geeft zijn vader het slot, de stad en hot
kerspel Hattera over voor een schuld van 6063 rijnscho gulden.
1428 — dos Satersdagos na onser liever Vrouwen dago Visitationis.
Commissie van hertog Arnold van Gelre voor Johan, Heer tot
Wickrade, Henrick Schenck van Nijdecgen en Johan vau Bootbergen
als ritmeesters te Krkelentz.
1432 — op sunte Peters dach ad cathedram.
Hertog Arnold van Gelre geeft voor een schuld van 125 gouden
Fransche schilden Henrick van Wanchem aanwijzing op den tol te IJssel-
oord om daaruit tot de aflossing toe jaarlijks 12\'/, sch. te ontvangen.
Van dezen briet is ook een ongeveer gelijktijdige copie op papier.
1434 — des Sonnendaigs na des heyligen Sacramcntz dage.
Hertog Arnold van Gelre geeft voor een schuld van 6000 gl. zijn
broeder Willem den tol te IJsseloord over.
1439 — April 17.
Philips van Bourgondie bekrachtigt en bevestigt hot magescheid tus-
schen Arnold en Willem van Egmont, voorzoover dit goedoren betreft,
in zijn gobiod gelegen.
Vidimus van Honrious, abbas Camponsis, d.d. 1451 — die Divisionis
Apostolorum, quo fuit decima quinta mensis .1 ulij.
Hierbij 4 authentieke afsehritten, waaronder 1 Fransche vertaling.
1434 — ipso die Severini Episcopi.
Johan van Angheren, tollenaar, verklaart van Willem van Egmont
de som, die hij op den tol te IJsseloord staande had, ontvangon te hebben.
1449 — op onser liever Vrouwen avont Assumpcionis.
Burgemeesters, schepenen en raad van Nijmegen verklaren, dat in
de kist hunner stad gedeponeerd is een briet d.d. 4 Juli 1449, bevat-
tende de bijlegging van het geschil over Driel tusschen den Hertog
ter eene en sommigen in zijn land ter andere zijde.
Papier.
De brief bevindt zich in het oud-archief der gem. Nijmegen. Zie invent. blz. 44.
1457 — des Satersdaiges na sente Pauwels daige Conversionis.
Hertog Arnold van Gelre stelt zijn bastaardbroeder Peter van Egmont
aan tot ambtman en richter van Veluwo on verleent hem de bevoegd-
heid om do helft vau alle breuken te houden in mindering van de
door hem aan Arnold geleende som van 7516 rijnsche gulden.
1457 — op onser liever Vrouwen daige Purificationis,
Hertog Arnold van Gelre belooft Peter van Egmont, zijn bastaard-
-ocr page 102-
91
broeder, richter op de Veluwe, schadeloos te zullen honden Tan zijn borg-
tocht ten behoeve Tan Jacoh en Gerrit Tan Hackfoirt, ridders, Toor 2
brieven resp. Tan 600 en 500 rijnsche gulden.
1458 — des Vrijdaiges na sento Victoirs dage Martyris.
Hertog Arnold Tan Gelro belooft Peter Tan Egmont, zijn bastaard-
broeder, schadeloos te zullen houden Tan zijn borgtocht ten behoovo
van do burgers van Arnhem voor een van hen ter betaling van de
stalbroeders geleende som van 154 rijnsche guldon.
1463 — op sente Elisabethen dach Viduo.
Hertog Arnold Tan Gelro verklaart, naar aanleiding van do door
bannerheeren, ridders en knechten van Nederbctuwe ingewilligde halvo
schatting, dat zij, die deze betalen, dit bedrag later mogen korten op
zijn deel schatting, waarom hij vroeger verzucht heeft.
Papier.
1465 — op st. Pontiaens dach.
Hertog Arnold Tan Gelrc beTeolt aan de stad Gelder zijn zoon Adolf
te huldigen.
Authentiek in het Fransen vertaald extract uit het Legerboek (livre mili-
taire!) van Gelder.
1465 — des Manondagh op sente Agneten dach Virginis.
Adolf Tan Gelre boTOstigt de prmlegien dor stad Gelder.
9 auth. extracten uit hetzelfde boek als boven.
1472 — den naestlesten Decembris.
Rcnversaal brief van hertog Karol van Bourgondie, waarbij hij belooft
aan hertog Arnold van Gelro, „soo wanneer hij off sijn bloetgewanton
(uytgesondort sijnen ongetrouwen soon endo sijn descendenten) denselven
hertog Carel off sijn naccomelingen restitueren III\' duyscnt gl., mitz
dat hij alsdan sall affstant doen van het hertochdom van Gelre enz."
5 authentieke extracten uit een inventaris van verschillende stukken en
documenten roerende de hoogheid en preeminentie van den huize van Egmont,
benevens 4 gewone afschriften van denzelfden briel.
1473 — des Satersdages na sente Valentijns dage.
Testament van hertog Arnold van Gelre, waarbij teTens zijn broeder
Willem Tan Egmont on 6 anderen tot executeurs worden benoemd.
Copie op papier.
VIb. Willem IV van Egmont.
1435 — des Vrijdagos na den Sonnondago Invocavit.
Arnold, Hertog van Gelro, geeft zjjn broeder Willem van Egmont
Toor 2000 rijnsche gulden aanwjjzing op den tol te IJsseloord boTen
de 6000, waarroor hij reeds aanwijzing heeft.
-ocr page 103-
V
y2
1438 — op sunte Pouwels daeh Conversionis.
ErffgescheidsbrierT tusschen Amold Tan Gelre en Willem van Egmont,
gebroeders, waarbij aan W. worden toebedeeld de heerlijkheden Egmont
en IJsselstein (waartegen hij afstand doet van het geld, dat hun rader
op Hattem staande had), renten, tienden, thynsen, pachten en goederen
in de Betuwe, do tol te IJsseloord, Leerdam, Nergena (zoolang hun
vader leeft, later losbaar met 3000 rijnsche gulden) en 5000 gl. uit de
eerste pondschatting.
Was gezegeld door Amold en Willem, Johan van Egmont, hun
vader, Willem van Egmont, hun oom, Franck van Borssel, Jacob heer
tot Gaesbeeck, Ilcnrick van Borssel, Heer van der Veer, Reynout van
Brederode, heer van Vianen, Henrick en Johan van Wassenaer.
Vidimus, die Divisionis Apostolorum 1451 afgegeven door Henricus
abbas Campensis.
Van dit vidimus zijn 2 auth. afschriften, van het magescheid zelf 2 auth.
en 1 niet auth.
1438 — op sent Pouwels dach Conversionis.
Arnold hertog van Gelre renuntieert van alles, wat bij magescheid
aan zijn broeder Willem is toegewezen.
Gezegeld door Arnold en Willem, Johan, Heer van Egmont, Willem
van Egmont, Heer van IJsselstein, Reynout van Brederode, Henriek
en Johan van Wassenaer, Frank en Henrick van Borssele en Jacop
heer van Gaesbeeck.
Hierbij 2 auth. afschriften, waarvan een in hel Fransch vertaald.
1439 — des Goensdages post Letare Jerusalem.
Willem van Egmont bepaalt in overleg met de tegenwoordige houders
van den rontobrief uit den tol van IJsseloord het bedrag der jaarlijksche
rente op 10\'/, oude Fransche of keizersschilden.
Copie op papier.
1441 — den eersten in Maerte na den loep des hoefs van Hollant.
Huwelijksvoorwaarden tusschen Willem van Egmont en Anna van
Boussuut, Vrouw van Brigdamme enz.
Gezegeld door Willem van Egmont, hertog Aernt van Gelre,Jacob,
Heer van Gaesbeeck, Jan van Wassenaer, Frank van Borsselen, Jan
van Boessuut en Adriaen van Borsselen.
Door dezen brief is gestoken geweest de conlirmatiebrief van hertog Philips.
1442 — opten twalefstcn dach van Septembris.
Philips, Hertog van Bourgondië, bekrachtigt het huwelijk en de
huwelijksvoorwaarden tusschen Willem van Egmont en Anna van lios-
suyt, Vrouw van Brigdamme.
1441 — Mei 27.
Fransche vertaling van hot vonnis uitgesproken door hertog Philips
-ocr page 104-
•f
93
tusschcn den Heer van Egmont en heer Johan van Wozemalc betreffende
het land van Mechelen.
1441 — Mei 27.
Drie Spaansche, één Fransch en één Hollandsen authentiek afschrift
van een schrijven van hertog Philips aan den Drost van Brabant, waarbij
hom gelast wordt executio van het tusschen Willem van Egmont en
Johiin van Wesemale gewezen Tonnis, waarbij aan eerstgenoemde het
land Tan Mechelen wordt toegewezen.
1445 — op sent Barbaren dage Virginis.
Hertog Arnold, Willem van Hoekelem, Abt Tan St. Paulus te Utrecht,
Johan Tan Boitbergh, erfmaarschalk, en Arnold Tan Goor, overste
rentmeester, Torklaren aan Willem van Egmont en de zijnen in geval
Tan niet slagon der onderhandelingen met de Gulikers en dus Tan
Toortduring der gevangenschap Tan Willem en de zijnen hen te zullen
ontheffen Tan hunne „Terwissingeu ende gelaefften" betr. 4000 gl. en
het reeds betaalde te zullen restitueeren.
Papier.
1448 — des Satersdages na den Sonnendage Invocavit in der vasten.
Hertog Arnold verklaart van zijn broeder Willem de 800 r. gl. hem
geleend „te vollcste sijnre gevenckenissen" terug ontvangen te hebben.
1448 — des Satersdages na den Sonnendage Invocavit in der vasten.
Jacob van Aembe, richter in Overbetuwo, verklaart, dat hertog
Arnold de bezating, door hem gedaan op do goederen van zijn broeder
Willem in Overbetuwe, opgeheven heeft.
Gezegeld door den richter en door Johan van Doernick den jonge
en Johan ten Have, gerichtslieden.
1449 — op sunte Urbanus dach.
Voor burgemeesters en schepenen van Nijmegen verklaart Peter van
Steenberghen, „eyn guet schiltboerdich man", dat hem bekend is, dat
Sophia, dochter van Floris Berthout, een Heer uit het land van Meche-
len, trouwde met den eersten hertog Reinald en dat uit dit huwelijk
twee dochters waren: Mechtelt, gehuwd met den Graaf van Cleve en
Maria, gehuwd met Willem van Gulik; dat uit dit laatste huwelijk 2
zonen sproten, Willem en Reinald, beiden kinderloos overleden, en
1 dochter Johanna, gehuwd met Johan van Arkel, die 2 kinderen
hadden, Willem, kinderloos overledon, en Maria, gehuwd met Johan
van Egmont.
Hierbij een authentiek afschrift in het Fransch.
1449 — die duodecima mensis Maij.
Bela van Milendonck, Abdis van het klooster van st. Maria te Roer-
mond , geeft aan Rudolf van Raden, procurator van Willem van Egmont,
-ocr page 105-
94
ten overstaan van een notaris on getuigen extracten uit een in de
kloosterkork berustend authentiek boek, bevattende do sterfdagen van
eenige Graven on Hortogen van Gelre en hunne vrouwen en kinderen,
betreffendo het overlijden van Sophia van Mechelen op 6 Mei 1329,
van hertog Koinald op 12 Octobor 1343, van Mechtolt, Gravin van
Loon, Clovo on Baloes (= Blois), op sunt Mathousdaeh 1384 en van
Maria, Hertogin van Gulik, in 1397.
1449 — des vijfften dages dor maent Julij.
Hertog Arnold geeft zijn broeder Willem ter vergoeding van de
schade, door hem in den oorlog met Gulik geleden, aanwijzing op de
eerstvolgende pondschatting, waarbij hjj boven allo anderen de voorkeur
zal hebben.
1451 — dess neesten Sonncndagcs na sunte Pouwels dach Conversionis.
Willem van Cralingen en Dirck van Riedwijck, leenmannen van
Willem van Egmont, verklaren, dat Willem van Égmont, Heer van
Zevenhuyzen, op verbeurte van allo leengoederen „verwilkoert" heeft
zonder verlof van den Heer van Egmont, zijn leenheer, niet in het huwe-
lijk te zullon treden, geen erfgoed te zullon verkoopen, verzetten enz.
Gezegeld door de beide leenmannen en den Heer van Zevenhuyzen.
1451 — op sunte Jacops dach Apostoli.
Willem van Egmont, broeder tot Gelre, verklaart, dat zjjn tollenaars
te IJsseloord aan Wilhem Tengnagell van Zandwijck, houder van den
rentebrief van Johan Menschaert, jaarlijks de daarin vermelde rente
moeten betalen.
Afschrift op papier.
1452 — op sento Jacobs dach des heiligen Apostels.
Hertog Arnold wijst tot onderpand van de bij mageschcid aan zijn
broeder Willem toegedeelde goedoren en renten in de Betuwe, genaamd
„de Guliksche goederen", een aantal renten, tienden en uitgangen op
de Veluwe aan, met name in Hcerdo on Epe.
Gezegeld door den Hertog, Otto, Heer tot Bronckhorst on Borculo,
Henrick, Hoor tot Wiseh, Gijsbert van Bronckhorst, Hoer tot Baten-
burg en Anholt, Reyner van Homoet, Johan, Heer tot Wickrade,
Wijnant van Arnhem, Willem van Vlodorp, erfvoogd te Roermond,
en de steden Nijmegen, Roermond, Arnhem en Zutphen.
Hierbij \'2 auth. afschriften in het Fransen.
1453 — op onsor liever Vrouwen dach Visitationis.
Hertog Arnold verklaart van zijn broeder Willem te hebben ont-
vangen de bij magescheid hem toegewezen „heilichdom, cleynoet ende
geit", door hun vader nagelaten.
-ocr page 106-
95
1454 — op Alre Heyligen avont.
Hertog Arnold belooft zijn broeder Willem schadeloos to zullen hou-
den Tan zijn borgtocht ten behoeve van Fredorick, Paltzgraaf bij Kijn,
betreffende den bruidschat zijnor vrouw, Arnolds dochter.
1456 — October 24.
Schoidsrechterlijko uitspraak van Arnt van Homort, \'Willem Buten-
wech, Gijsbert van der Hooll en Derck van Riedwick tusschen Willem,
broedor tot Gelre en Heer van Egmont, en de abdij van E. over de
volgende 5 punten:
1". achterstallige wagendiensten;
2". erfhuren;
3". het Caritaetland;
4". het recht der abdij op haar bekende renten en schulden;
5". het dicnstland, dat des heeren onderzaten van do abdij hebben.
Gezegeld door de partijen en de scheidslieden.
1457 — op sente Lamberts dach des heyligen Bisschops.
Brief van Willem van Egmont aan Roynalt van Homoet. Hij noodigt
hem uit tot medezegeling van de huwelijksvoorwaarden tusschen zijn
dochter en den zoon van Ott, Heer van Bronckhorst en Borculo.
Papier.
1458 — op den heylighen Dartiendach.
Eigenhandig geschrevene testamentaire bepalingen van Willem van
Egmont. Hij legateert aan Wyllem van Appelteron 100 r. g., daar hij
zijn huis te Nijmegen te goedkoop heeft gekocht. Hij gelast de stichting
eener zielmis ter plaatse, waar hij begraven zal worden. In allo
kerken zijner landen moet een jaar lang dagelijks een mis worden ge-
lezen , eveneens in de 4 Geldersche hoofdsteden, waartoe hij al zijn
goud- en zilverwerk bestemt benevens al het gereede geld, kleeding-
stukken en kleinoodiën, die hij nalaat. Uit zijn goed te Lakeraond moeten
zijn dienaar Bast jaarlijks, zoo lang hij leeft, 25 r. g. worden betaald.
1459 — des Dynxsdages na sente Urbaens dage Episcopi.
Hertog Arnold belooft zijn broeder Willem schadeloos te zullen hou-
den van zijn borgtocht aan die van Roermond voor 6000 r. gl.
1459 — des Donresdages na den heiligen Pinxdach.
Udo Taelholt belooft manschap aan Willem van Egmont tegen beta-
ling van 25 gl. per jaar.
1462 — Dinxdag na st. Lourens.
Authentiek afschrift (in het Fransch) van een brief, waarbij Willem
van Egmont aan zijn tweeden zoon Frederik onder zekere voorwaarden
de heerlijkheid IJsselstein afstaat.
-ocr page 107-
96
1162 — dess Frijdaiges na sent Laurentius dage.
Frederick, zoon tot Egmont, wien zijn vader het land van IJssel-
stein heeft overgedaan, belooft het testament zijns vaders Willem van
E. te zullen eerbiedigen.
1462 — op sent Martijnsdaigh des heiligen Bisscops.
Johan, oudste zoon tot Egmont, wien zijn vader, Willem van E., het
land van Egmont heeft overgedaan, belooft het testament zijns vaders
te zullen eerbiedigen.
1464 — des Maendages nao den heiligen Palmdach.
Itoelofif Vonck van Ewiek, rentmeester van Willem van Egmont in
Nederbetuwe, verklaart na afrekening van zijn beheer over 1463/64
nog 500 rijnsche gl. schuldig te zijn.
1464  — op onser liever Vrouwen avont Assumptionis.
Adolf, zoon tot Gelre, belooft zijn oom Willem schadeloos te zullen
houden van de borgtocht aan dio van Zutphon voor 1000 enkele overl.
rijnsche gl.
1465  — des Manendages na sunt Lucien dach Virginis.
Verbond tusschen hertog Johan van Cleve, Willem van Egmont,
Johan, oudsten zoon tot Egmont en heer Gerrit van Culemborch tegen
Adolf van Egmont naar aanleiding van het gevangen houden van zijn
vader en van Frederick, tweeden zoon van Willem van Egmont.
1465 — des neisten Manendaiges nae sent Lucien daige Virginis.
Overeenkomst tusschen hertog Johan van Cleve, Willem van Egmont,
broeder tot Gelre, diens oudsten zoon Johan en heer Gerrit van Cu-
lemborch ter nadere regeling van do onderlinge verhouding en de ver-
deeling van het gewonneno in geval van een oorlog met Adolf.
1467 — opten heyligen Pynxteravont.
Willem, Johan en Frederick van Egmont verklaren onder belofte
van leisting aan de stad Arnhem 1200 rijnsche gl. schuldig te zijn.
Afschrift op papier.
1468 — des Vrijdages na onser liever Vrouwen dach Conceptionis.
Zoen tusschen hertog Adolf ter eene en Willem van Egmont, zijn
zonen Johan en Frederick en de stad Arnhem ter andere zijde, gesloten
door bemiddeling van Vincont, Graaf van Meurs.
Uitgegeven bij Nijhofl*, IV, oork. n*. 467.
1469 — upten vierden dach in Februario.
Willem van Egmont, wiens dochters Anna en Lijsbeth uitgehuwelijkt
zijn, terwijl Walburg zich in een klooster bevindt, maakt bij zijn leven
-ocr page 108-
97
een deeling tnsschen zijn zonen Johan en Frederick en zijn dochter
Margaretha.
Gecancelleerd.
1472 — aeptimo Marcij.
Karel Tan Bourgondië neemt Willem van Egmont als leenman aan
ten opzichte van Baer en Lathum, de Guliksche goederen in Over- en
Nederbetuwe, het slot Rijnestein en de heerlijkheid Ochten.
Hierbij 4 authentieke afschriften.
1472 — des Sonnendaiges na sente Victoirs dach Martiris.
Hertog Arnold verklaart ter zake van :-.ijn oorlog met den Graaf van
Moers van zjjn broeder Willem te hebben geleend 1506 rijnsche gl.
tegen een rente van 150 gl. per jaar.
Geteekend door den Hertog en gezegeld door den Hertog, Willem
van Bochorst en Frederick Schelart van Obbendorp.
1473 — op sente Egidius dach Abbatis.
Willem van Egmont verpacht aan Rijckwijn die Wilde en Johan van
de Camer, burgers van Arnhem, voor 4 jaren zijn tol te Arnhem en
IJsseloord.
1474 — Ie premier jour de Juillet.
Aanwijzing door hertog Karel van Bourgondië van eene som van
8000gl., te betalen in 4 ongelijke termijnen, ten behoeve van de exe-
cuteurs van het testament van hertog Arnold, zijnde het onbetaalde
restant der som, waarvoor Arnold zijn hertogdom aan Karel had verpand.
Hierbij 2 authentieke afschriften.
1478 — des neisten Vrijdaiges post Margarete Virginis.
Verbond tusschen den Hertog van Cleve, Willem van Egmont en
de stad Arnhem ten behoeve van den Hertog van Oostenrijk en Bour-
gondië.
Uitgegeven bij Nijholf, V, oork. n°. 100.
1480 — up sunte Thomaes avont Apostoli.
Willem van Egmont belooft Reyner van den Zande on Gaedert
Doeyss, bewaarders van den tol te Arnhem en IJsseloord, vergoeding
van het door hen voorgeschotene, ingeval zij van hun ambt ontheven
worden.
1480 — op sunte Symon ind Judas avont.
Graaf Adolf van Nassau belooft van wege aartshertog Maximiliaan
aan Willem van Egmont schadelooshouding van een rentebrief van 100
rijnsche gl., losbaar met 1500 gl., ten behoeve der stad Arnhem opge-
d ragen.
Papier.
7
-ocr page 109-
98
1481 — den vierden dach van Wedemaent.
Octrooi van Maximiliaan en Maria ten behoeve van Willem van
Egmont, waarbij aan alle oföcieren gelast wordt de aan v. E. toeko-
mende renten, thynsen enz. te peinden, vorderen en manen.
Hierbij een authentiek afschrift in het Spaansch.
1484 — op suute Elisabeths dach der heiligher Weduwen.
Priores en conventualen van het O. L. Vr. klooster te Redinchem
(= Renkum) verklaren, daartoe uitgenoodigd, dat Walburg vanMoers,
vrouw van Willem van Egmont, in 1459 gestorven en in haar klooster
begraven is op 8 Mei, gelijk de zerk uitwijst.
VII. Adolf van Egmont.
1466  — op Maendach nae des hilligen Cruytz dage Exaltationis.
De raden der 4 Keurvorsten aan den Iitjn deelen don inhoud letter-
lijk mede van het door hen als scheidslieden op last hunner meesters
bewerkte bestand tusschen Adolf van Oelre en diens vijanden.
1467  — des neisten Donresdaiges na onser liever Vrouwen dach
Purificationis.
Zoenbrief van hertog Adolf, waarbij allen, die aan den oorlog tegen
hem hebben deelgenomen, behalve alleen zijn neef Frederick, kwijt-
schelding erlangen en bepalingen worden getroffen betreffende het los-
laten van gevangenen over en weder.
1468 — opten Vridach neist na onser liever Vrouwen dach Conceptionis.
Zoenbrief van hertog Adolf voor Willem, Jan en Frederick van
Egmont en al hunne aanhangers ter zake van de veeten sedert den
laatsten zoen.
1470 — September 8.
Karel van Bourgondië dagvaardt hertog Adolf om op 26 October
voor hem te verschijnen ten einde zich te verantwoorden op de klachten,
door de Egmonts tegen hem ingebracht wegens niet nakoming der ge-
sloten tractaten.
1470 — October 25.
Rapport aan Karel van Bourgondië gedaan door den brenger van een
brief d.d. 20 Augustus aan hertog Adolf, bevattende een dagvaarding.
Get. Ferrette.
i
-ocr page 110-
99
VIII. Karel Tan Egmont.
1479 — September 17.
Copie van een brief van den Koning van Frankrijk in antwoord op
een van Catharina van Bourbon, weduwe van Adolf van Gelre, over
de gevangenschap van haar zoon en dochter, over den dood van den
Hertog van Brunswijk enz.
I\'apier.
1492  — Satersdach na sent Peters dach ad vincula.
Verdrag, waardoor een einde wordt gemaakt aan de twisten tusschen
hertog Karel en graaf Vincent van Moers ter eene en Frederick,
broeder tot Egmont ter andere zijde, gededingd door Everwijn van
Benthem en Frederick van Bronckhorst en Borculo.
Gelijktijdig afschrift ui den bundel, getiteld: Traittez et appointemens sur
plusieurs difticultez touchant les comtes d\'Kgmont.
1493  — am Sampstach nach sent Jacobs des heiligen
Twelffbotten dach.
Maximiliaan van Oostenrijk gelast den Aartsbisschop van Keulen en
eenigen anderen hertog Karel en afgevaardigden des lands van Qelre
en Zutphen te Keulen vóór zich te laten komen om zich te verantwoor-
den over zijn aanmatiging van het hertogdom Gelre.
Gelijktijdig afschrift in bovengenoemden bundel.
Lintz 1493 — Juli 29.
Keizer Frederik III citeert hertog Karel om vóór hem te verschijnen
ten einde den eisch van aartshertog Maximiliaan aan te hooren wegens
aanmatiging van het hertogdom Gelre.
Gelijktijdig afschrift in bovengenoemden bundel.
1494 — opten Sonnondaeh Letare.
De scheidsrechters in het geschil tusschen hertog Karel en Jan van
Egmont e. s. bepalen, dat op Woensdag na Quasimodogeniti een bijeen-
komst zal plaats hebben en dat er een wapenstilstand zal zijn van heden
tot Misericordia.
Gelijktijdig afschrift in bovengenoemden bundel.
1494 — op sent Georgis dach Martiris.
Verdrag tusschen hertog Karel ter eene en Frederik en Floris van
Egmont ter andere zijde tot bijlegging der geschillen over het slot, de
stad en het land van Buren.
Authentiek afschrift op papier.
Uitgegeven bij Nijlioff, VI. 1, oork. n#. 106.
1494 — Augustus 18.
Verdrag tusschen hertog Karel ter eene en den roomsch-koning
Maximiliaan en zijn zoon Philips ter andere zijde.
Gelijktijdig als.-drilt in bovengenoemden bundel.
Uitgegeven bij NijholT, VI. 1, oork. nV 112.
-ocr page 111-
100
1497 — December 21.
Vredesverdrag tussehon Maximiliaan van Oostenrijk en hertog Karol.
Niet authentiek afschrift op papier.
1507 — April 30.
De aartshertog van Oostenrijk, Prins van Castilië enz. gelast zijn
raad in Vlaanderen de bevolking te wapenen tegen hertog Karel, die
een inval in Brabant enz. voorheeft.
1528 — November ...
Vredesverdrag te Mechelen tusschen Karel V en hertog Karel.
De Hertog moet alle verdragen met Frankrijk opzeggen.
De 4 hoofdsteden moeten dit verdrag zegelen en teekenen.
De Hertog staat Groningen en Coevorden aan den Bisschop van
Utrecht af en ontvangt Harderwijk en Elburg.
De Keizer behoudt Hattem als waarborg voor den vrede, maar geeft
daarvoor 8000 gl. per jaar.
In geval van kinderloos overlijden van den Hertog komt het hertog-
dom aan den Keizer.
Afschrift op papier.
IX. Jan III van Egmont.
1465 — Maart 26.
Verdrag tusschen die van de abdij ter eene en Jan van Egmont en
het kapittel der collegiale kork van Egmond op den Hoef ter andere
zijde, waarbij een einde wordt gemaakt aan een langdurig geschil over
het patronaat dier kerk.
Zie Joh. de Leidis, p. 117.
1476 — April 24.
De Abt van Egmond renuntieert alle rechten hem bij vonnissen
van het hof van Holland op de ingezetenen van E. toegewezen, de
Heer van E. daarentegen van alle appel van die vonnissen.
1478.
Maximiliaan en Maria schenken aan Johan, jongen Heer van Egmont,
het slot Nijenburch bij Alkmaar en de zeven daartoe behoorende dorpen:
Ouddorp, Öterleek, Coedijck, St. Pancras, Schermer, Graft en Beemster
met de halve vroon en de vrije heerlijkheid en andere heerlijke rechten.
Is niet gezegeld geweest.
1482 — Mei 20.
Burgemeesters, schepenen en raad van Haarlem verklaren, dat Geryt
van Alcmade vóór hen verklaard heeft geenerlei recht te hebben op
-ocr page 112-
101
eenig reces sprekende van het baljuwschap van Kennemerland, maar
dat alleen de Heer van Egmont daarop recht heeft, die hem en zijn
medeërven jaarlijks van wege den afstand door hun vader een zekere
som uitkeert.
Authentieke copie op perkament.
1482  — October 23.
Maximiliaan en Philips gelasten Jan van Wijngaerden, baljuw van
Kennemerland, jaarlijks aan Jan van Egmont 93 ponden Vlaamsen uit
de opbrengsten van zijn ambt te betalen.
Hierbij een niet geauthentiseerde, ongeveer gelijktijdige vertaling in het Fransch.
1482 — December 24.
Naar aanleiding van een vóór het hof van Holland gevoerd proces
tusschen Jan van Egmont en den procureur-generaal belooft Maximi-
liaan voor zijn rekening te nemen de erfrente van 93 gulden, die de
erven van Jan van Alcmade op grond van het reces van 1430 nog
altijd trekken uit de Egmontsche goederen en voorts door den tegen-
woordigen baljuw van Kennemerland, Jan Oom van Wijngaerden, aan
den Heer van E. te zullen laten betalen de som van 1350 gulden.
Authentieke copie op perkament.
1483 — Januari 7.
Voor Maximiliaan en Philips transporteert Vijt van Valckensteyn alle
recht, actie en opzeggen, als hij heeft aan stad, slot en heerlijkheid
Purmerend aan heer Jan van Egmont.
1483  — October 30.
Johan, Heer van Egmont, verklaart ontvangen te hobben van Jan
Oom van Wijngaerden 1050 V hem bij appointement van Maximiliaan
bewezen wegens zoodanige actie on recht als hij had aan een reces van
4600 kronen, die Gevyt van Alcmade staande had op het baljuwschap
van Kennemerland en die hem door genoemden Geryt waren opgedragen.
Authentieke copie op perkament.
1479 — Juli 12.
Cornelis van Dorp transporteert aan Pieter Lanchals \'/» Yan de gorzen
en aanwas in het land van Putten, door hem van Maximiliaan en
Maria in erfpacht ontvangen, waarvoor L. ■\', van de erfpacht zal
betalen.
1479 — Augustus 12.
Dezelfde transporteert aan Boudewijn Hart \' , van dezelfde gorzen
als boven op dezelfde voorwaarde.
1479 — Augustus 18.
Dezelfde transporteert aan Jacob Cruesinck \'/, van dezelfde gorzen
als boven op dezelfde voorwaarde.
-ocr page 113-
102
1483 — Mei 15.
Fieter Lanchals transporteert zijn V, van de gorzen hierboven ge-
noemd aan Thomas Bueckelaer.
1488 — October 13.
Thomas Bueckelaer transporteert vóór het hof van Holland aan Jan
van Egmont het hem toekomende \' , van een uitgors en slik met aan-
was en gevolg, gelegen in het land van Putten, genaamd de Omloop
van Oudeputtersmoer met Troy velt, Bordelkene, Thielmonde en de jacht,
door hem van Fieter Lanchals en door dezen van Cornelis van Dorp
gekocht.
1491 — September 18.
Maximiliaan confirmeert onder zekere voorwaarden het transport van
de uitgors door Cruesinck, Bueckelaer en Hart aan Jan van Egmont.
Coblentz 1484 — Januari 24.
Vertaling in het Fransch van de huwelijksvoorwaarden tusschen
Johan van Egmont en van Baer etc. en Magdalena, Gravin van Wer-
denberch, dochter van Jurrien, Graaf v. W.
Tapier.
1485 — des Dynsxdages nae onss Heren Hemelfairtzdach.
Johan van Egmont, Heer van Baer etc., bekent schuldig te zijn aan
Jacob Ridder en diens erven een som van 275 njnsche gulden, in twee
termijnen te betalen.
1492 — op sinte Francisous daeh des heiligen Confessoirs.
Johan van Egmont, Heer tot Baer, stadhouder-generaal van Holland,
verpacht voor den tijd van 4 jaren zijn tollen te Arnhem en te IJssel-
oord aan Harmen van Berck en Clais Hugen.
Gecancelleerd.
1493 — Augustus 7.
Minuut-missive van Jan van Egmont aan den Aartsbisschop van Trier,
waarin hij om vrijdom van tol verzoekt voor een lading wijn.
Papier.
1494 — op sinte Marcus dach Ewangeliste.
Telman Slecht, Jacob van Ryemsdijck en Willem Lerinck van wege
hertog Karel, en Henrick van Lotthem, Jan van Baecks en Willem
van Berendrecht van wege Jan van Egmont, Hoer van Baer enz.,
worden belast met het doen van een scheidsrechterlijke uitspraak tus-
schen Karel en Jan van E. Partijen beloven zich aan die uitspraak te
zullen onderwerpen.
Gezegeld door hertog Karel, Jan van Egmont, Oswalt, Graaf van
den Berg, Frederick, Heer tot Bronckhorst, Jacob van Bronckhorst,
-ocr page 114-
103
Heer tot Batenburg, Gijsbert, broeder tot Wisch, de steden Nijmegen,
Roermond, Zutphen en Arnhem, Everwijn, Graaf van Benthem, Frede-
rick, Heer tot IJsselstein, Willem, Heer tot Boxmeer en Floris van
Egmont.
Hiervan bevindt zich een gelijktijdige copie in een bundel, getiteld: Traictés
et appoinctements sur plusieurs difficullés touchant les comtes d\'^gmont.
1496?
Stukken betreffende een proces over den tol te Arnhem en te Ussel-
oord, gevoerd tusschen Jan van Egmont en de stad Arnhem.
1497 — Maart 29.
Afschrift van een brief van Philips den Schoons aan Karel, Hertog
van Gclre, waarin hij hem gelast een einde te maken aan alle rechts-
vorderingen in Gelderland tegen Jan van Egmont, daar deze begrepen
is in het tusschen hen gesloten verdrag.
1497 — Augustus 12.
Philips de Schoone continueert den verkoop door Jacob Kruesinck,
Thomas Bueckelaer en Boudewijn Hert aan Jan van Egmont van de
gorzen en slikken in het land van Putten.
1498 — November 14.
Philips de Schoone bevestigt Jan van Egmont in het bezit van de
erfleenon Ameland en Bijl, door hertog Aelbrecht in 1398 aan zijn
overgrootvader Arnt geschonken.
1499 — vicesima secunda die mensis Junij.
Deken en kapittel der collegiale kerk van st. Maarten en Vincentius
te Gorinchem verklaren ten verzoeke van Jan van Egmont in zeer oude
boeken, bevattende de namen enz. van weldoeners hunner kerk , ge-
vonden te hebben, dat in 1396 altera die Annuntiationis beatissime
Virginis Marie gestorven is Otto van Arckel, Pierpont enz., begraven
binnen Gorinchem, die opgevolgd is door Jan van A., zijn eenigen
zoon, die gehuwd was met Maria van Gulik, zuster van Willem en
Reinalt van Gelre enz.
1516 — Augustus 12.
Geryt Symonss, wonende te Egmond aan Zee, transporteert voor den
schout van Egmont aan Jan van Egmont een weide van 8 koegangen,
gelegen in den ban van Egmont.
-ocr page 115-
104
Xa. Jan IV van Egmont.
1519 — Maart 30.
Karcl, Hertog van Gelre, verleent gratie en belooft bescherming en
rustig bezit hunner goederen aan Magdalena van Weerdenborch, wed.
van Jan van Egmont, en hare kinderen.
1519 — Maart 30.
Karel, Hertog van Gelre, stelt Magdalena van Weerdenborch, wed.
van Jan van Egmont, en hare kinderen in het bezit en gebruik van den
tol van IJsseloord op grond van vroegere brieven en van een nieuw
voorschot van 3400 gl.
get. Charles.
1520 — Februari 1.
Jan, Graaf van Egmont, verkoopt aan Claude Disgues nom. ux.
Lysbet van Gottcgnys een jaarrente van 150 rijnsche gulden.
get. Egmont.
1520 — September 24.
Jan, Graaf van Egmont, machtigt zijn vrouw Franchoi.se van Luxem-
burg om hem gedurende zjjne afwezigheid in alles te vervangen.
get. d\'Egmont.
1520 — December 10.
Magescheid tusscheu Magdalena van Werdenberg, wed. van Jan van
Egmont, als voogdes harer minderjarige kinderen, en haar meerderjarigen
zoon Jan.
2 exx. i*. get. door beide partijen.
2°. » l Magdalena alleen.
1521 — Juni 22.
Naar aanleiding van het accoord tusschen Magdalena van Weerdenborg,
Gravin-weduwe van Egmont, en Berndt van Hackfort verklaart Hendrick
de Groeff, erfvoogd tot Ercklens, landrentmeester, van wege eerstge-
noemde 100 enkele gl. te hebben ontvangen, waartegen v. H. beloofd heeft
binnen 12 of 14 dagen te zullen leveren alle zegels, brieven, thyns-
en renteboeken, registers, eeduilen enz. betreffende de heerlijkheid
Baer, voorzoover die in zijn bezit zijn. \')
get. Ercklens.
Papier.
Arnhem 1528 — December 28.
Brief van Frans Hoechstraet aan (de Gravin van Egmont) over allerlei
aangelegenheden, vooral geldzaken, waarvoor hij door haar naar Am-
hem was gezonden.
Papier.
1) Berndt van Hackfort had in 1511 de heerlijkheid Baer van Jan van Egmont,
den man van Magdalena, gepacht (Zie Werner, Berend van Hackfort in Geld.
Volksalm. 1898, blz. 61).
-ocr page 116-
105
1531 — ipso Severini Episcopi.
Karel, Hertog van Gelre, doot uitspraak tussohen Magdalena Tan
Werdenborch , wed. van Jan van Egraont, en burgemeesters, schepenen en
raad van Arnhom in een geschil over een som van 1200 gl. door Wil-
lem van Egmont in 1466 van de stad Arnhem geleend. Het daarover
gevoerde proces was ten nadeele van Magdalena uitgevallen, die daarop
de bemiddeling van den Hertog had ingeroepen. Deze bepaalt, dat M.
tot haar dood rente tot den penning 16 zal betalen, maar dat haar erf-
genamen terstond de hoofdsom moeten afdoen.
S origineele exx.
1541 — October 4.
Overeenkomst tusschen Willem Hinckart, richter van Arnhem, en
Pranchoise van Luxemburg, Gravin van Egmont, betreffende den verkoop
aan laatstgenoemde van een proces door de stad Arnhem gewonnen en
door H. van de stad gekocht, en wel over den tol van IJsseloord, met
alle daarbij behoorende titels, brieven enz.
Get. door partijen.
Papier.
z.j.
a.     Antwoirt der volmechtige der stad van Doesborch op anleggen
der volmechtigen dos edelen, vermoegenden heeren Johan, Greve tot
Egmont etc. met sulcker protestacien, off ons eenich bewijs op dese
onse antwoirt van nooden were, off die principael geheel copie auethen-
tijck van den brieven in toe leggen om dairop onse geboirlicke tijt
tmoegen hebben, soe wij ons met onsen lantrecht ind stadrecht plegen
te behelpen ind ons dat hoff niet wall kundich en is.
(Het proces liep over den eigendom van het gericht van Lathum,
waarop beide partijen aanspraak maakten).
b.     Repliek van den Graaf op bovenstaand antwoord.
Copie authentiek.
Xb. George van Egmont.
1546 — Mei 28.
George van Egmont, Bisschop van Utrecht, bewijst aan de weduwe
van Augustijn van Teylingen een rente van 24 ponden per jaar en autori-
seevt Jan van Alkmaar om daarop de keizerlijke ratificatie te erlangen.
get. G. de Egmont.
1546 — November 4.
Karel V ratificeert en approbeert een rente van 24 ponden per jaar
uit de goederen, behoorende tot de heerlijkheden Hoogwoude, Aarts-
woud en Spanbroek, door George van Egmont, Bisschop van Utrecht,
bewezen aan de weduwe van Augustijn van Teylingen, zijn rentmeester.
-ocr page 117-
106
XI. Lamoraal van Egmont.
1538 — Maart 13.
Verklaringen voor schout en schepenen van Egmont Binnen afgelegd
betreffende zekere contontieuso grensscheiding in de duinen.
1538 — November 6.
Karel V, de opdracht goedkeurende, beleent graaf Lamoraal van
Egmont met de heerlijkheden Hoogwoude, Aartswoude en Spanbroek
hem door zijn broeder Karel onder zekere voorwaarden getransporteerd.
1542  — Mei 2.
Karel V stelt Lamoraal van Egmont vrij van de betaling van 800 8
per jaar, zijnde het bedrag eener jaarrente door wijlen graaf Jan van E.
aan Z. M. bewezen uit het graafschap Egmont.
1543  — Juni 22.
Garantiebrief van Lamoraal van Egmont ten behoeve van Gerard van
Loo en Derck van Teylingen als borgen voor drie door hem verkochte
losrenten.
get. Lamoral d\'Egmont.
1543 — December 19.
Jan Pynssen, baljuw te Egmont, en Jan Janssen, baljuw te Nijen-
borgh, verbinden voor schout en schepenen van Warraenhuizen ten
behoeve van Gerrit van Loo en Dierck van Teylingen als borgen (zie
boven) verschillende landerijen onder Warmenhuizen.
1548 — April 24.
Lamoraal van Egmont autoriseert Phil. de Cock en 2 anderen om in
zijn naam vóór \'s Keizers leenhof in Brabant te verheffen „Ie pays et
terroir de Clèves dit de Malines, leurs appartenances et dépendences",
gelijk Willem van Egmont die bezeten en waarover zijn grootvader
Jan een proces heeft gevoerd.
get. Lamoral d\'Egmont.
1549 — Augustus 6.
Lamoraal van Egmont verkoopt aan Diederick van der Lippe gen.
Hoen en Alit Schenck van Niddecken, echtelieden, een erfrente van
1000 car. gl. per jaar, waarvoor de heerlijkheid Baer als onderpand
wordt aangewezen.
Get. door de partijen en gezegeld door partijen en graaf Herman van
Nieuwenaar.
1556 — September 29.
Commissie van Philips II voor Lamoraal Tan Egmont als houtvester
en opperjager van Holland en kastelein van het huis Teylingen.
-ocr page 118-
107
1559  — October 23.
Philips II verkoopt aan Lamoraal van Egmont voor 5000 iS de erf-
pacht, die deze verschuldigd is van landen, gorzen en aanwassen in
het land van Putten.
1560 — Februari 22.
Commissie van Philips II voor Lamoraal van Egmont als jagermeester
van Vlaanderen.
1560  — October 15.
Philips II verleent aan Lamoraal van Egmont de hooge heerlijkheid,
ambachtsheerlijkheid en tionden van de landen, gorzen en aanwassen
in het land van Putten, genaamd Oude Puttermoer, Troyvelde enz.
1562  — November 24.
Quitantie van den rentmeester-generaal voor Lamoraal van Egmont
van 5000 ïï wegens den aankoop van een erfpacht, die hij schuldig
was van gorzen enz. in het land van Putten.
1563  — December 23.
Proces-verbaal opgemaakt door gecommitteerden uit de Rekenkamer
van Holland aangaande een limietscheiding tusschen de gorzen van
Lamoraal van Egmont en die van den Koning in het land van Putten.
1566 — Juli 19.
Philips II scheldt aan Lamoraal van Egmont de betaling kwijt van
alle rechten, die hij wegens den koop der heerlijkheid Enghien zou
kunnen vorderen.
1566 — September 24.
11 erfpachtsbrieven voor schout en schepenen van Warmenhuizen ge-
passeerd ten behoeve van Lamoraal van Egmont door verschillende
inwoners van Krabbendam.
XII. Sabine van Egmont.
1591 — Januari 24.
Voor schout en schepenen van Bergen draagt Adriaen Janss van
Updam een rente van 9 car. gl. per jaar, losbaar met 150 gl., op aan
gravin Sabine van Egmont.
1593 — November 29.
Beleening door de Staten van Holland van gravin Sabine van Egmont
met de hooge en ambachtsheerlijkheid van de landen, gorzen en aan-
wassen in het land van Putten.
-ocr page 119-
lus
1611 — September 14.
Missive van de Staten-Generaal aan de aartshertogen ter aanbeveling
van gravin Sabine van Egmont, die naar Brussel wenscht te gaan om
te verkrijgen hetgeen haar krachtens het bestand competeert en om
vergunning te erlangen om bij testament over de heerlijkheden Weert
en Wessem te beschikken.
XIII.
Een in perkament gebonden bundel, bevattende een aantal oorspron-
kelijke stukken en authentieke afschriften betreffende de geslachten van
Egmont en Hom, speciaal een proces tusschen Anna van Egmont en
Maria van Mom.
No. 1. 1544 — December 8. Beleening van Philips van Montmorency,
als erfgenaam zijner moeder Anna van Egmont, met de stad Weert,
Wessem en Thorn.
No. 2. 1544 — Mei 23. Johan Schelaert vernieuwt eed van het
Monnikenland voor Philips van Montmorency.
No. 3. Concept van een juridisch advies betreffende de questie tus-
schen den Graaf van Nieuwenaar en de Montmorency\'s naar aanleiding
van een bepaling van het testament van Jan van M. (f 1540) over de
opvolging in de heerlijkheid Weert enz. in verband met de huwelijks-
voorwaaiden tusschen Philips van M. en Walburg van Nieuwenaar.
No. 4. Lijst der namen van den stadhouder en de leenmannen, richters
in de zaak over het Monnikenland tusschen den Heer van Wyssem,
eischer, en den Graaf van Horn, gedaagde.
No. 5. 1532 — Mei 26. Beleening van graaf Jan van Horn met
Wessem enz. (Copie authentiek).
No. 6. 1544. Brief van Anna van Egmont, wed. van Montmorency,
aan den stadhouder Lalaing. Zij vraagt tot den terugkeer van haar zoon
uitstel van het proces, door Marie van Horn, haar schoonmoeder, tegen
haar begonnen. (Copie).
No. 7. Het hof van Gelderland willigt bovenstaand verzoek van Anna
van Egmont in. (Origineel).
No. 8. Request aan den stadhouder en het hof van Gelderland van
den gemachtigde van Maria van Horn, erfgenaam van graaf Jan van
Horn, om commissie en ordonnantie, waardoor zijn lastgeefster in het
bezit van de haar aanbestorven goederen kan worden gesteld.
No. 9. 1544 — Juli 1. Brief van Lalaing aan Anna van Egmont,
Gravin en tuchtersche van Horn, dat Maria van Montmorency blijkens
hierbijgaand request (No. 8) grieven tegen haar heeft. Zij wordt geciteerd
tegen 1 October tot minnelijke schikking der zaak. (Origineel).
-ocr page 120-
109
No. 10. 1544 — September 27. Brief van het hof aan Anna van
Egmont. De tijd is te kort voor uitstel. Zij moet den dag waarnemen,
den eisch aanhooron en kan dan uitstel vragen. (Origineel).
No. 11. 1545 — Juli 14. Citatie voor Anna van Egmont om op 25
Augustus voor het leongcricht binnen Zutphen te verschijnen naar aan-
leiding van een klacht van Maria van Hom, wed. van Montmorency,
over aanmatiging van het Monnikcnland.
No. 12. 1541 — Januari 28. Beleening van Anna van Egmont en
haar zoon Philips van Montmorency met Weert, Wessem, Thora en
Monnikenland krachtens testament van Jan van Hom. (Copie authen-
tiek).
No. 13. 1540 — December 24. Deken en kapittel der kerk van Oude-
munster te Utrecht geven in erfpacht aan Philips van Montmorency
goed, tienden en visscherijen in het land van Altena en daarbuiten.
(Copie authentiek).
No. 14. 1544 — October 24. George van Egmont, Bisschop van
Utrecht, draagt aan Jacob utcn Engh op uitspraak te doen in het ge-
schil tusschen Anna van Egmont en Maria van Hora. (Copie authen-
tiek).
No. 15. 1540 — November 28. Testament van graaf Jau van Horn,
waarbij met substitutie van Floris van Montmorency diens broeder Philips
tot universeel erfgenaam wordt gemaakt op voorwaarde, dat hij Wal-
burg van Nieuwenaar huwt. Zijn weduwe Anna van Egmont zal het
vruchtgebruik van alle goederen hebben. In geval zij zonder kinderen
sterven, zal da opvolging plaats hebben, gelijk bepaald is bij de huwe-
lijksvoorwaarden (Zie No. 16). (Copie authentiek).
No. 16. 1540 — November 26. Huwelijksvoorwaarden tusschen Philips
van Montmorency, zoon van Josef en Anna van Egmont, en Walburg,
dochter van Willem van Neuenahr eu Anna van Wied. O. a. wordt
bepaald, dat in geval van overlijden van Philips vóór zijn huwelijk
zijn broeder Floris mot Walburg zal trouwen. Ingeval beide broeders
sterven zonder kinderen (van Walburg), zal Horn aan het huis Neuenahr
komen. (Copie authentiek).
No. 17. 1334 — des Vrjjdach nae Alre Heylighen dach. Beleening
door graaf Willem van Holland van Willem van Hoorne en Altena
met de stad en het land \\an Woudrichem, die W. van den Graaf van
Cleve had gekocht. (Copie authentiek).
No. 18. 1329 — des Dysendaghes voer Halfvasten. Gerardt, Heer van
Home, verzoekt den Granf van Cleve, zijn leenheer, om zijn zoon Wil-
lem v. II. te beleenen mot alles wat tot do heerlijkheid Altena behoort,
waartoe hij deze aan don Graat\' opdraagt. (Copio authentiek).
No. 19. 1540 — Decomber 15. Beleening van Philips van Montmo-
rency door de landvoogdes Maria met alle leengoederen hem door tes-
tament van graaf Jan van Horn aangekomen. (Copie authentiek).
-ocr page 121-
110
No. 20. 1537 — Juli 23. Hertog Karel staat graaf Jan van Hom
toe alle Qeldersche leenen te vermaken aan wien hij wil. (Copie authen-
tiek).
No. 21. 1540 — October 26. Karel V staat graaf Jan van Horn
toe te beschikken over verschillende leengoederen in de Nederlanden.
(Copie authentiek).
No. 22. 1545 — Februari 4. Reces van het hof van Gelderland,
waarbij Anna van Egmont en Maria van Horn bij ontstentenis van
minnelijke schikking verwezen worden naar den gewonen rechter. (Ori-
gineel).
No. 23. 1544 — December 12. Brief van graaf Willem (van Nieu-
wenaar) aan Anna van Egmont. Hij is bereid tot een bijeenkomst, waarop
de geschillen uit don weg kunnen worden geruimd. (Origineel).
No. 24. 1544 — November 22. Brief van Lalaing aan Anna van
Egmont, houdende citatie om op 3 Februari 1545 vóór het hof tegen
Maria van Horn te verschijnen. (Origineel).
No. 25. 1544 — December 21. Procuratie van Anna van Egmont en
Philips van Montmorency voor Steven van Rumelaer, dr. jur. canon.,
om hun zaak te bepleiten vóór den deken Uten Engh te Utrecht.
(Perkament).
No. 26. 1545 — Februari 7. Brief van Steven van Rumelaer aan
Anna van Egmont. Hij heeft de procuratie ontvangen, maar vraagt
nadere instructie. (Origineel).
No. 27. 1234. Dirck van Altena verklaart, dat zijn huis Altena een
open huis is van den Graaf van Cleve tegen iedereen, behalve tegen
den Graaf van Holland. (Copie).
No. 28. Een aantal extracten uit de Cleefsche leenregisters, ten be-
wijze, dat de rechte Cleefsche manieenen bij gebrek van mannelijke
erfgenamen van den éénen broeder op den anderen succodeeren.
No. 29. Item ten bewijze, dat geestelijken, „in sacris wesende", in
de genoemde leenen mogen succedeeren.
No. 30. Item ten bewijze, dat voor transport en bezwaring van
leengoederen alleen het consent van den leenheer noodig is. (Alles van
de hand van Jan Schellaert ten behoeve van Anna van Egmont).
No. 31. Memorie van Jan Schellaert betreffende inlichtingen hem door
den drost van Cleve verstrekt aangaande de Cleefsche loenopvolging.
No. 32. 1531 — October 27. Hertog Joban van Cleve verklaart ten
verzoeke van den Keizer en den Graaf van Horn, dat bij overlijden
zonder mannelijke nakomelingen, de oudste broeder beleend pleegt te
worden.
No. 33. 1545 — Juli 6. Brief van Jan van Wyttenhorst aan Anna
van Egmont, begeleidende een door hem ontvangen schrijven van Mr.
Peter Heust (Zie No. 35). (Origineel).
-ocr page 122-
111
No. 34. 1545 — Juni 5. Brief van Herman van Bonenborch gen.
van Honsteyn aan Anna van Egmont. Hij tracht den rentmeester Peter
Heust te bewegen de belangen van Anna v. E. voor te staan. De tegen-
partij heeft zich ook tot H. gewend. (Origineel).
No. 35. 1545 — Juni 5. Brief van Peter Heust aan Johan van
Wyttenhorst over zijn tusschenkomst in de zaak tusschen Anna van
Egmont en Maria van Hom. (Origineel).
No. 36. 1544 — October 22. Brief van Anna van Egmont aan den
Cleefschen kanselier ter introductie van Jan Schellart, ontvanger van
het land van Altena, belast met het inwinnen van informatie aan-
gaande de successie der Cleefsche leenen.
Tot opheldering van het bovenstaande:
Jacob I, Graaf van Horn, f 1488.
Jacob II t 1530                                        Frederik f 1486
huwt?                                                        huwt?
Johan f 1540                                             Maria f 1558
huwt                                                          huwt
Anna van Egmont,                                  Phil. de Montmoreney
wed. van Joseph de
                                           t 1526.
Montmoreney.                                                       i
Joseph de M. f 1530
huwt
Anna van Egmont. \')
Philips f 1568.         Floris f 1570.
XIY. Stukken betreffende de pretentiën van het huis
Egmont op (Jelre enz.
1526 — Janvier 14.
ïraicté de paix entre 1\'empereur et lo roy de France en 1\'an 1526,
Janvier 14 (a Madrid).
Afschrift op papier.
Extraict authentique (1586), tiré du registre de la chambre a Lille
du traicté de paix faict i\'i Cambray Ie V jour du moisd\'Aoust 1\'an 1529.
___________
                                Papier.
1) Zij was een achterkleindochter van Willem IV, kleindochter van Frederik.
dochter van Floris van Egmont, Heer van Duren, en zuster van Maiimiliaan, den
schoonvader van Willem van Oranje.
-ocr page 123-
112
1605.
Déclaration de ce qui compète a Son Exc. Ie comte d\'Egmont, prince
de Gavre et dont il a droict de répéter sur les Etats des Provinces
Unies.
1646 — April 18.
Mémoire de la part de monseigneur Ie duc de Gueldre et deJuliers,
comte d\'Egmont.
Bevattende de eischen van den Graaf.
Papier.
1646 — November 30.
Copie van een schrijven van Lodewijk XIV aan de Fransche govol-
machtigden te Munster ter aanbeveling van de belangen van den Graaf
van Egmont.
Papier.
1646 — December 10.
Extraict de la sentence extenduc et rendue en la chancellerie de
Gneldrcs en proffit do messire Philippo Eugène de Croy, marquis de
Renty, lo 10 Decembro 1646, touchant 1\'engagère de Moeurs.
Als grond wordt aangenomen de pandverschrijving door hertog Eduard
aan den Graaf van Meurs van een deel van zijn domein in de ambten
Kriekenbeek en Kossel.
Papier.
La déclaration, que les très-illustro prince Louys, dnc de Gueldre et
de Juliers, comte d\'Egmont et de Zutphen, a faite a Londres Ie 22 de
Decembre 1646.
Achterin een stamboom om de afstamming van Reinald III te bewijzen.
Gedrukt.
1646.
Mémoire (aan de Fransche gezanten te Munster overgegeven) pour
monsieur Ie duc de Gueldre, comte d\'Egmont, ü ce que par Ie traicté de
paix entre Ie Roy de France et d\'Espaigne il soit rétablie au ducht\' de
Gueldre, au comté de Zutphen, i\'i la seigneurie de Malines et en cclle
de Wert et au comté do Homos.
1648 — Juli 6.
Authentieke copie van een brief van Lodewijk XIV aan de Koningin
van Zweden ter aanbeveling van de belangen van den „Hertog van
Gelre" in verband met den vredehandel.
Papier.
1648 — Augustus.
Commissie van Louis, Graaf van Egmont, voor Phil. de Cincourt, door
hem gezonden naar de Hoven van Engeland, Denemarken en Zweden
-ocr page 124-
113
om hem te bewegen tot verdediging zijner souvereine rechten bij den
vredehandel.
Afschrift.
1648 — September 9.
Authentieke copie van een brief van Lodewijk XIV aan zijn gezant
bij den Paus over de benoeming vau een Bisschop van Roermond door
den „Hertog van Gelre".
Papier.
1648 — November 17.
Louis I, duc de Gueldre, etc. machtigt zijn zoon Philips om over het
bedijken van ondergeloopcn land bij Axel en Hulst overeenkomsten te
sluiten.
1649.
Request van Philips, Graaf van Egmont, aan het hof van Holland,
waarin hij naar aanleiding van eenige bepalingen van den Munsterschen
vrede aandringt op restitutie van de drie Egmonden en eenige andere
bezittingen in Holland.
Afschrift.
1654 — October 18.
Volmacht van Philips, Graaf van Egmont, voor zijn gevolmachtigde
om vóór het keizerlijk hof zijn aanspraken op de opvolging in Gulik
en Berg te verdedigen.
2 exx.
1697 — September.
Volmacht voor Michel de Ghillet als gevolmachtigde van Procopius
Frans van Egmont bij den vredehandel te Rijswijk.
Gedrukt.
1697 — October 7.
Protest van Michel de Ghillet, gevolmachtigde van Procopius Frans
van Egmont tegen de bepalingen van den vrede van Rjjswijk, voor
zoover zij strekken om zijn lastgever uit te sluiten van zijn erflanden.
1702 — Juli 4.
Acte, waarbij Procope Francais d\'Egmont ten overstaan van een
notaris bezit neemt van het graafschap Meurs.
Hierbij 2 authentieke afschriften.
Dcduction et descente des ducqs de Gelre, composée des chartres
enferméez k Vilvorde par ung ministre d\'estat.
Translat de la langue Thyoise.
Mcmoire pour établir les justes droits de monseigneur Ie comte d\'Egmont
sur les duchez de Gueldres, seigneuries de Malines etc.
Opgesteld tegen het einde van den Spaanschen successieoorlog.
8
-ocr page 125-
114
Manifest van Procope Marie Antonin Philippe Charles Nicolas
Augustin d\'Egmont—Pignatelly, par la griice de Dieu duc de Gueldres
etc, aan het congres van Cambrav ten bewijze van zijn recht op Gel-
derland (1724).
Do nadruk valt op den titel van pandschap, waaronder de Bourgon-
dische en Onstenrijksche vorsten de regeering over Gelderland hebben
bezeten en op grond waarvan deze Egmont als directe afstammeling
van Willem, broeder van Arnold, beweert na afbetaling van de pandsom
recht op het hertogdom to hebben.
Extraict d\'un ancien MS., qui contient les choses les plus remarqua-
bles, arrivées en Flandre jusques en 1\'an 1530, dans lequel entre
autres choses est escrit ce que s\'ensuit touchant la maison d\'Egmond,
souveraine du duché de Gueldres. (18de eeuw).
Abrégé des fondements et droicts, appartenans a la maison d\'Egmont
touchant la duché de Gueldre et la comté de Zutphen, clairement et
succinctement déduict par ordre et par les dattes des temps avec 1\'ex-
position et réfutation des tiltres et préteusions i\'i ce contraires. (18deeeuw).
Zonder jaar.
Deducion de los razones conque la casa de Egmont pretende derecho
en el ducado de Gueldres y contado de Zutphen.
Gedrukt.
Zonder jaar.
Mémoire touchant la succession a. la duché de Gueldre et comté de
Zutphen en faveur des seigneurs comtes d\'Egmont pour donner solution
n tout ce qui se peut objecter alencontre de ladicte succcssion.
Zonder jaar.
Mémoire par forme d\'instruction de ce quy est expediënt et bien
nécessaire de faire pour la conservation et maintenement des biens de
la maison d\'Egmont en Hollande.
Zonder jaar.
Mémoire instructive des droicts de monseigneur Ie duc de Gueldre
sur les duchés de Julliers et de Berghe.
Bundel stukken betreffende de aanspraken van het
huis van Egmont.
1.   Cansae pro justificatione juris ducis Geldriae, comitis de Egmont
et Zutphaniae (1645). 2 exx.
2.   Notae super justificatione etc.
-ocr page 126-
115
3.   Extract uit het vredesverdrag tussehen keizer Maximiliaan en
koning Lodewijk XII van 10 December 1508, waarbij o. a. het geschil
over het hertogdom Gelre naar scheidslieden wordt verwezen.
4.   Votum dominorum deputatorum electoralium de modo consultandi
in villa Lengherich, 11 Julij 1645 conceptum.
5.   Mómoire de la part de 11. lo duc de Geldre et Juliers, comte
d\'Egmont (tijdens den Munsterschen vredehandel).
6.   Sauvegarde door den Hertog van Orleans gegeven aan don Graaf
van Egmont (1645).
7.   Copic van de ordonnantie van Lodewijk XIV, dat aan den Graaf
van Egmont alles betaald moet worden, wat men hem in Artois schul-
dig is (1645).
8.   Instructie van Louis d\'Egmont voor den abt Carleni, zijn gezant
bij den vredehandel te Munster (1645).
9.   Declaratie op perkament van graaf Louis d\'Egmont betreffende
zijn rechten op Gelro en Zutphen (1643).
10.   Copie van een gedrukt protest van graaf Louis (1643).
11.   Authentieke copic van „1\'affirmation du droict, que Charles V
a en la duché de Geldres etc, exhibée si la journée tenue a Raynsborg
en Allemagne en 1541, gedrukt te Antwerpen.
12.   Copie van een instructie voor mr. Mestalardt als gezant van
den Graaf van Egmont (1641).
13.   Instruction pour Ie Sr. abbé Carleni pour agir vers S. M. Catho-
lique (1651).
14.   Het twaalfjarig bestand. Gedrukt te Brussel, 1609.
Le commencement et 1\'origine du Pays de Gueldres et la cronique
des Princes de Gueldres escrite 1\'an 1477 par 1\'honorable A. W. I. C.
MS. traduit sur un vieux MS. du XVe siècle, écrit en langue Guel-
droise, qui est une dialecte de 1\'Allemand, par le soussigné avocat
interprète du Roy sous signature et cachet ii Paris le 22 Decembre 1735
au Palais abbatial de St. Germain.
                                       • N
Calins.                                    f L.8.J
De kroniek loopt van 878 tot 1477. Het origineel berust in den Trésor des
Chartes. Zie Blok, Verslag enz. blz, 43.
XV. Charles de Berlaymont.
1550 — Mei 5.
Karel V verhoogt het inkomen van Charles de Berlaymont als
staatsraad en „chief des finanees" met 800 ffi per jaar.
-ocr page 127-
116
1555 (style de Liège) — Februari 20.
De edelen des landa van Namen schenken aan Charles de Berlaymont
ter gelegenheid van zijn benoeming tot gouverneur een som van 3000
car. gulden, betaalbaar in 12 halfjaarljjksche termijnen.
1555 — Mei 25.
Karel V geeft commissie aan Charles de Berlaymont als superintendent
over de werkzaamheden aan den bouw van een fort te Gynet in het
land van Namen.
1555  — November 17.
Commissie van Philips II voor Charles de Berlaymont als conseiller
d\'estat.
1556 (1555) — Maart 12.
Commissie van Philips II voor Charles de Berlaymont als gouver-
neur, groot baljuw enz. van Namen.
1556 (1555) — Maart 12.
Commissie voor Charles de Berlaymont als bevelhebber van een
„bande d\'ordonnance".
1556 (1555) — Maart 12.
Philips II continueert de commissie van Charles de Berlaymont als
„chief des finances" op een inkomen van 1200 gl. per jaar.
1556  — April 12.
Commissie van Philips II voor Charles de Berlaymont als „superin-
tendent des vivres de 1\'armée".
1556  — September 12.
Philips II bepaalt het inkomen van Charles de Berlaymont als lid
van den Raad van State op 1200 u;.
1557  — April 23.
Philips II bepaalt het inkomen van Charles de Berlaymont als „super-
intendent des vivres de l\'armée" op 600 S per maand.
1557 — Juni 1.
Commissie van Philibert van Savoye voor Charles de Berlaymont om 6
mannen aan te nemen ter bewaring en verdediging van het huis Berlaymont.
gct. Philibert.
1557 — October 30.
Philips II geeft aan Charles de Berlaymont ter vergoeding der door
hem in den oorlog geleden schade de geconfisceerde heerlijkheden
Amblise, Rambies en Malmaison in Henegouwen.
-ocr page 128-
117
1558 J1557 (stil de Rome)j — Februari 28.
Charles de Berlaymont, „chief des finances", stelt zich borg voor
6000 ducaten ten behoeve van Caspar Schetz, die op last des Konings
in Spanje een leening van 100000 ducaten heeft gesloten.
1558 — April 30.
Philips II bepaalt het inkomen van Charles do Berlaymont als „super-
intendent des vivres de 1\'armée" op 600 Ylaamsche ponden per maand.
1558 — Mei 6.
Philips II continueert de commissie van Charle9 de Berlaymont als
„superintendent des vivres".
155\'J — Augustus 9.
Philips II accordeert aan Charles de Berlaymont wegens de vele door
hem bewezen diensten een don gratuit van 20000 S.
1559 — Augustus 28.
Philips II vermeerdert in aanmerking van de door Charles de Ber-
laymont bewezen diensten diens inkomen met 1000 tl\' per jaar.
1559 — November 8.
Die van de Financien bopalen het inkomen van den kastelein en de
twee portiers door Charles de Berlaymont krachtens commissie van do
regentes op het kasteel Aigimont aan te stellen.
1559 — November 24.
Commissie van Philips II voor Charles de Berlaymont als baljuw
over de bosschen in het land van Namen.
1561 — April 1.
Philips II vergunt aan Charles de Berlaymont om zijn „bende d\'or-
donnance" te vermeerderen met 10 „hommes d\'armes" en 20 „archiers
a cheval", te kiezen uit de gecasseerde bende van den Hertog van
Savoye.
1561 — October 11.
Philips II stelt Charles de Berlaymont vrij van de rechten van
„aulbainté, \') de morte main et de formorture", *) voor het geval, dat
hij mocht sterven in een der landen van Z. M., waar die rechten gelden.
1)   Au(l)baintè = qualité de celui, qui est dépouilté du droit de transmettre
ses biens a des hérüiers.
2)    Formorture = Droit, qu\'avait un seigneur sur les biens des non-bourgeois
morts dans sa seigneurie.
-ocr page 129-
11S
1565 — Maart 30.
Commissie van do regentes Margaretha voor Charles de Berlaymont,
gouverneur van Namen, om 20 vendelen knechten te werven.
get. Margareta.
1566 — Februari 25.
Commissie van Philips II voor Charles de Berlaymont als „super-
intendent des vivres de 1\'armée".
1566 — Februari 25.
Philips II bepaalt het inkomen van Charles de Berlaymont als „super-
intendent des vivres" op 600 IC per maand.
1566 — Augustus 22.
Commissie van de regentes Margaretha voor Charles de Berlaymont
om 80 knechten aan te nemen ter verdediging van het kasteel van
Namen.
1566 — September 2.
Commissie van de regentes Margaretha voor Charles de Berlaymont
om nog 100 knechten aan te nemen voor de verdediging van het kasteel
van Namen.
1566 — December 10.
Commissie van de regentes Margaretha voor Charles de Berlaymont
om nog 50 knechten aan te nemen voor de verdediging van het kasteel
van Namen.
1568 — April 27.
Philips II bepaalt, dat Charles de Berlaymont, wiens commissie als
,superintendent des vivres" gecontinueerd is, als zoodanig hetzelfde
inkomen zal genieten als te voren.
1570 — September ...
Commissie van Alva voor Charles de Berlaymont om 6 bereden
boschwachtors onder een luitenant aan te nemen tot bewaking van het
bosch van Soignies.
1570 — September 19.
Alva machtigt Charles de Berlaymont, benoemd jagermeester van
Brabant en Vlaanderen, om in afwachting van zijn commissie alles te
doen, wat tot het ambt behoort.
1571 (1570 (avant Pasques)) — April 4.
Placaat op de jacht door Charles de Berlaymont, gouverneur van
Namen, van wege \'/.. M. uitgevaardigd.
-ocr page 130-
119
XVI. Gilles de Berlaymont.
1566 — Juli 8.
Commissie van Philips II voor Gilles de Berlaymont als „grand-
gruyer" {opperhoutvester| van Namen als opvolger van zijn vader.
1566 — December 17.
Brevet van wege Philips II aan Gilles de iierlaymont uitgereikt als
kolonel over 6 vendelen knechten.
1566 — December 17.
Commissie van Margaretha van Parma voor Gilles de Berlaymont om
een vendel Nederlandsche knechten te lichten.
1568 — la veille de Pasques après Ie cierge benit.
Brevet van wege Philips II aan Gilles de Berlaymont uitgereikt als
kolonel over 10 vendelen knechten.
1569 (1568) — la veille de Pasques.
Commissie van Alva voor Gilles de Berlaymont om voor Z. M. een
vendel knechten van 200 man aan te nemen.
1572 — April 30.
Commissie van Philips II voor Gilles de Berlaymont als stadhouder
van Gelderland en Zutphcn.
XVII. Andere leden van het geslacht Berlaymont.
Valenciennes, 1568 — Juni 16.
Abt en conventuelen der kerk en abdij van St. Jan te Valenciennes
verklaren, dat de lichamen van Loys Kalin en van Gillee de Berlay-
mont, echtelieden, in 1566 na de verwoesting van het Karthuizerklooster
bij Valenciennes van daar naar hunne kerk zijn overgebracht.
1570 — Mei 27.
Jean de Berlaymont, proost van Nivelle, als vicarius expresse et
specialiter deputatus van zijn broeder Louis, begiftigt Jacob Spirinx
van Well met een vacant kanonikaat en praebende in de kerk van
St. Germain te Mons.
1570 — November 26.
Anthonius Havetus, bisschop van Namen, verklaart, dat aan Louis
de Berlaymont krachtens pauselijke dispensatie de priesterlijke waar-
digheid is verleend.
-ocr page 131-
121\'
XVIII. Geslacht van Meurs.
1345 — des Saterdaechs na sente Philips ende sente Jacops dach
der Apostelen.
Hertog Heinald beleent ten verzoeke van zijn dienstman Henric van
Arde diens vrouw Lamborgh met de tucht aan het goet ten Bongharde
in het kerspel Dyedem.
1345 — op sunte Jacobs dach den Apostel.
Dyderic, Heer van Moerse, verleent ten verzoeke van zijn leenman
Henrick van Arde aan diens vrouw tucht en duaric aan al het goed,
dat v. A. in leen heeft.
1368  — up unser Vrouwen avout Assumptionis.
Vrederic Koevoet en zijn twee zonen renuntieeren van al het goed,
dat Henrick van Arde placht te houden van den Hertog van Gelre en
den Heer van Hoera in het kerspel Dyedem, en schelden aan diens
weduwe al hunne aanspraken kwijt.
1369  — des irsten Manendaghes iu der vasten.
Henric van Arde belooft Johan van Moers, ridder, de door hem, zijn
moeder, broeders en zusters aan v. M. verkochte erfenis, gelegen in
Dyedem, te zullen waren onder verband van leisting.
1369 — des irsten Manendaghes in der vasten.
Henric van Arde neemt onder verband van leisting op zich, dat zijn
broeder Henric bij diens meerderjarigheid de erfenis in Dyedem zal
renuntieeren ten behoeve van den Heer van Moers.
1409 — des neisten Vridages na onser Vrouwen dage gênant
Assumptionis beate Virginis.
Magescheid tusschen Frederick, Graaf van Moers, Heer van Baer.en
zijn vrouw Walburch van Sarwerden ter eene en hun zoon Frederick,
Graaf van Sarwerden. ter andere zijde, bij gelegenheid van diens huwelijk
met Engelbrecht, zuster van den Hertog van Cleve.
1456 — Maart 30.
Hertog Philips van Bourgondie verleent wegens bewezen diensten
aan graaf Vincent van Moers een jaarrente van 100 Beiersche gl. uit
den tol te Gorinchem.
-ocr page 132-
121
XIX. Geslacht van Nieuwenaar.
1546 — Januari 22.
Huwelijksvoorwaarden tusschen Philips van Montmorency, graaf van
Home, en Walburch, dochter van graaf Willem van Neuenahr.
Authentiek afschrift.
1582 — Juni 3.
Adolf van Neuonahr on zijne echtgenooto vergunnen hun zwager
Herman van Mylendonck tot den wederopbouw van de Maas- en hooge
molen te Wessem het hun toekomende recht en dwang op zijn molen
te Panheel uit te oefenen.
Minuut.
1584 — Augustus 11 (st. n.).
Commissie van de Staten-generaal voor Adolf, Graaf van Neuenahr,
als stadhouder en kapitein generaal van Gelderland.
1584 — Augustus 11 (st. n.).
Commissie van de Staten-generaal voor Adolf, Graaf van Neuenahr,
als kapitein-generaal.
In do-rso verklaring betreffende cie eedsaflegging.
1584 — Augustus 13 (st. n.).
Missive van de Staten-generaal aan Adolf, Graaf van Neuenahr, waarin
hem kennis wordt gegeven van zijne benoeming tot kapitein-generaal
van Gelderland.
1584 — Augustus 13 (st. n.).
Missive van de Staten-generaal aan het hof van Gelderland met last
om den stadhouder Adolf, Graaf van Neuenahr, als kapitein-generaal te
beëedigen.
1584  — Augustus 13 (st. n.).
Commissie van de Staten-generaal voor Adolf, Graaf van Neuenahr,
tot het aannemen van 3 vendelen knechton, groot rosp. 400, 300 en
300 man.
1585  — Februari 16 (st. n.).
De Raad van State verzekert aan Adolf, Graaf van Neuenahr, de ge-
standdoening van het hem door cenigen uit zijn midden aangebodene
in zake zijn bezoldiging.
get. Huygens.
Op papier. — Met upgedrukt zegel.
1585 — April 26 (st. n.).
Commissie van Maurits en den Raad van State voor Adolf, Graaf van
Neuenahr, stadhouder van Gelderland, als overste of kolonel van 6
compagnieën knechten, te betalen uit de contributie van Ovenjsel.
-ocr page 133-
123
1585 — September 2 (st. n.).
Commissie van Maurits en den Raad van State voor Adolf, Graaf van
Neuenahr, tot het werven van 1000 ruiters.
1585 — September 2 (st. n.).
Commissie van Maurits en den Raad van State voor Adolf, Graaf van
Neuenahr, en Marten Schenck om een bekwaam kolonel te belasten met
het werven van een regiment van 3000 Duitsche knechten.
1585 — September 10 (st. n.).
Commissie van de Staten van Utrecht voor Adolf, Graaf van Neuenahr,
als stadhouder en kapitein-generaal van Utrecht.
1586  — Januari 29.
De Staten van Utrecht veranderen de voorloopigo aanstelling van
Adolf, Graaf van Neuenahr, in een vaste, behoudens de agreatie van
Leycester.
1586 — Juni 1.
Commissie van Leycester voor Adolf, Graaf van Neuenahr, als „pre-
mier chief du conseil des domaines et finances".
get. R. Leycester.
1586 — September 29.
Commissie van Maurits en den Raad van State voor Adolf, Graaf van
Neuenahr, als kolonel van 10 vendelen knechten.
1587  — October 26.
Commissie van Leycester voor Adolf, Graaf van Neuenahr, om zijn
compagnie ruiters op 200 man te brengen.
get. Leycester.
1588  — Augustus 7.
Antonius van der Hardt, door Adolf, Graaf van Neuenahr, belast
met het nemen van het slot Arcnberg, belooft zich in alles stipt aan
zijn commissie te zullen houden.
Op papier.
Born 1588 — September 16.
Missive van Herman van Milendonck aan Adolf, Graaf van Neuenahr,
over den wederopbouw van zijn molen te Panheel, die afgebrand is.
1594 — October 28.
Fransche vertaling van het testament van Walburg, Gravin-weduwe
van Neuenahr.
-ocr page 134-
123
XX. Reinald II, Reinald III en Eduard van Gelre.
1310 — des Sonnendages na Dertiendagho.
Huwelijksvoorwaarden tusschen Reynald, Graaf van Gelre, en Sophia
Berthout. Zij zal hebben een jaarlijksche rente van 4500 ponden, die
haar man zal houden als tucht. Zij zal universeele erfgenaam haars vaders
worden. Reynald zal van zijn vader hebben 3000 ponden per jaar,
waaraan Sophia getucht zal worden. Voorts bepalingen over de erfop-
volging der kinderen van Reynald en Sophia.
Borgen zijn een aantal heeren, steden en dorpen, die den oorspron-
kelijken brief mede hebben bezegeld.
Copie.
Aan het slot staat:
Ende dit uitscrift wart gescreven int jaer ons Heren dusent driehon-
dert ende vijftiene des Woensdages na sunte Ambrosius daghe,
Gecollationoert ende getoigen uut een vidimus autentjjko bezegelt
met zegelen bisschop Guy van Utrecht ende grave Willem van Hcne-
gouwe, van Hollant etc. bij mij D. Wandele.
Hierbij 1 authentiek afschrift (1672) en een geanthentiseerde Fransche ver-
taling (1741).
1353 — op sunte Victoers dach.
Reynald, Hertog van Gelre, draagt wegens lichaamszwakte voor den
tijd van 5 jaren de regeeriug op aan zijn brooder Eduard tegen betaling
van 12000 ponden uit den tol te Lobith en van 7000 ponden uit de
Veluwe in geval van overlijden van hertogin Eleonora.
Is niet ppzejjeld geweest.
Hierbij een geauthentiseenle vertaling in het Fransen (174t).
1354 — op sunte Peters ende sunte Pouwels daghe der Apostelen.
Reynald, Hertog van Gelre, en zijn broeder Eduard beloven ten ver-
zoeke van den Roomsch-koning den aartsbisschop van Keulen, den
Hertog van Brabant, den Markgraaf van Gulik, den Graaf van Loyn,
den Heer van Valckenborch en de steden Keulen en Aken niet te zullen
„veden ende sucken" wegens het sloopen van het huis Grypichaven.
Gezegeld door Eduard.
1355 — op sinto Michghiels dach.
Overeenkomst tusschen Reynald, Hertog van Gelre, en zijn broeder
Eduard.
1". Reynout behoudt de Veluwe met al zijn toebehooren.
2°. Eduard krijgt Emmerik en alles wat in den laatsten oorlog den
Hertog van Cleve in de Lijmers en elders in pand gegeven is of jaarlijks
4000 royalen, zoolang het eerste niet geschiedt.
3°. Eduard belooft aan de Hertogin van Gelre een tucht van 8000
royalen per jaar.
4°. Eduard behoudt het hertogdom en graafschap tot Midwinter over
5 jaren krachtens brieven, die zijn mombers daarvan hebben, gedurende
-ocr page 135-
1L\'4
welken tijd de Hertog geen geld uit den Lobitschen tol zal beuren.
Geen van beiden mag in dien tijd land verzetten ofverkoopon. Na ver-
loop daarvan blijft ieder bij de rechten, die hjj nu heeft. In die jaren
zal Eduard zijn broeder niet manen ter zake van de Veluwe. Ieder
betaalt zijn eigen oorlogsschulden, terwijl hun zuster Maria gedurende
dien tijd door den Hertog wordt onderhouden.
Daaronder:
1355 — op Meyavont.
Walraven van Valckenborch, Heer van Herpen en Asperen, verklaart,
dat hij dagelijksch gezel van Eduard van Gelrc is geworden, hem met
raad en daad zal bijstaan en hem overal zal vergezellen.
Copic op porkament.
1357 — op sinte Jorys dach.
Eduard van Gelre verklaart, dat tusschen hein en graaf Willem van
Holland voor den tijd van twee jaren een verdrag is aangegaan, volgens
hetwelk de wederzijdsche onderdanen vrjj in beide landen zullen mogen
verkeeren en bescherming zullon genieten.
Gezegeld door den Hertog en de steden Nijmegen, Arnhem, Roer-
mond , Zutphen, Tiel, Bommel en Venlo.
1359 — des Vrijdaghes nae onser Vrouwen dach Assumptionis.
Eduard van Gelre en Aelbrecht van Beyeren gaan een offensief en
defensief verbond aan (wederkeerige bijstand in oorlog, het vrijen van
straten in beider lauden, uitgezonderd de Veluwe).
Vidimus van Heynric van den Rijn, proost van st. Jan te Utrecht en
Gijsbrecht van Vyanen en van den Goeyc d.d. 1360, op sinte Grego-
rius dach.
XXI. Stukken betreffende de kerk van St. G\'atharina te
Egmont o/d Hoef.
1495 — September 26.
Notarieele acte, waarbij Theoderica, vrouw van Matheus Jansz, te
Egmont, aan de kerk van St. Catharina aldaar eene weide bespreekt,
waarvoor jaarlijks een mis voor haar en de haren moet worden gelezen.
3 exx.
1496 — Mei 24.
Notarieele acte, waarbij Wolterus de Delen en zijn vrouw Aleydis
Jansdochter Noet onder zekere voorwaarden een jaarrente van 1 gl. per
jaar bespreken aan de collegiale kerk van st. Catharina te Egmont
o/d Hoef.
-ocr page 136-
125
1521 — December 10.
Voor den baljuw van Egmont transporteert Dirck Dirksz , buurman te
Egmont, aan Lodewijk van Balloes, deken van het Oodshuis van st.
Catharina twee perceelen in den ban van E.
1543 — Ootober 21.
Do schout van Assendelft certificeert een accoord voor den tijd van
12 jaren betreffende den bouw van een nieuwe pastorie te Egmont o/d
Hoef aangegaan tusschen het kapittel ter eene en schepenen en kerk-
meesters ter andere zijde.
XXII. Stukken betreffende goederen van hoorigen in
het graafschap Zutphen.
Zonder jaar.
Kequest van Thonys ten Rijkonborge te Kuurlo aan den rentmeester
Cornolis Anthoniss over de erfenis van zijn vader, die een hoorig man
was, behoorende tot den hof te Lochem, en met een vrije, later ook
hoorige, vrouw trouwde. Toen suppl. geboren werd, was zijn moeder
nog vrij, gelijk hij zelf nog is. Hjj vreest nu van de vaderlijke nalaten-
schap verstoken te worden en vraagt dispensatie tot den tijd der gene-
rale visitatie.
Zonder jaar.
Request van Anthonis ten Rijckenburch aan de Rekenkamer te Brussel.
Hij verzoekt, dat den rentmeester gelast worde hem als een hofhoorige
aan te nemen.
Zonder jaar.
a.    Request van Johan ten Lutken Knuve aan \'s keizers Rekenkamer
te Brussel. Hij beklaagt zich, dat zijn goed van een vrij hofgoed door
bedrog tot een hofhoorig goed is gemaakt en biedt 1Ü0 car. gl. aan
voor het terugbrengen tot den ouden staat, daar anders zijn kind groot
nadeel zal lijden.
b.    Memorie van den rentmeester Cornelis Anthoniss tot ondersteuning
van bovenstaand verzoek.
Zonder jaar.
Request van den rentmeester Cornelis Anthoniss aan Gregorius van
Dieve en Thomas Gramaye, commissarissen voor de verpandingen en
vnjkoopingen. Hij beklaagt zich over de vrijkooping van het goed Cleyn
Onsterdinck, waaronder, naar hij verstaat, de bezitster met hare kinderen
niet begrepen is.
-ocr page 137-
128
Zouder jaar.
Memorie aan de Rekenkamer te Brussel overgegeven door Cornelis
Anthoniss, rentmeester der graafschap Zutphen, waarin hij uiteenzet,
dat het wenschelijk is de weduwen en kinderen van hoorige lieden, die
vrij zijn, in hoorigheid aan te nemen, gelijk zij wenschen.
XXIII. Varia.
1355 — Juli 22.
Margaretha, Gravin van Henegouwen enz., en Willem, Hertog van
Beyeren enz., beloven elkander met raad en daad te zullen bijstaan ten
behoeve van het rustig bestuur hunner landen.
1415 — den zesten dach in Augusto.
Jan van ïouraine en Jacoba van Beyeren ter eene en graaf Willem,
vader van Jacoba, ter andere zijde stellen verschillende punten vast
betreffende de regeering over Holland, Zeeland en Henegouwen.
Vidimus van burgemeesters, schepenen en raad van üclft d.d. 31
Maart 1416.
1457 — des Dynsdaigs na beloken Paesschen.
Herman van Wije en Koloff Momme, schepenen van Arnhem, ver-
klaren, dat Gerit Blomesait, rijdende bode der stad, hun verklaard
heeft aan Peter van der Hoevelwick te Bemmel, Henrick van Galen te
Wjjchen en Hubert van Lyenen te Persingen gebracht te hebben een
weetbrief betreffende den verkoop van huis en hof, genaamd het hof
van Moirse, voor thyns en jaargeld, die het klooster en de pytancie van
van st. Johan te Arnhem daaruit hebben, met recht van lossing.
1477 (1476) — Maart 28.
Maria van Bourgondië verleent aan Johan van Worchem commissie
als schout van Gelder.
1506 — uff Donnerstag nach dem heiligen Oestertage.
Graaf Johan van Nassau, Vianden etc. bepaalt, dat Walburg van
Brederode, vrouw van zijn zoon Willem, na diens dood zal trekken per
jaar 1300 rjjnsche gl. uit de sloten Dietz en Hadamar en dat Dietz in
dit geval haar woonplaats zal zijn.
1518 — November 12.
Authentiek afschrift (1600) van het vredesverdrag tusschen Luik en
den Koning van Spanje.
-ocr page 138-
187
1554 — Februari 3.
Voor Jordaen Tan Foreest en drie andere leenmannen van Holland
verkoopt van Jan Diericx te Bergen aan Cornelis Jansz van Hoorn te
Alkmaar een rente van 6 car. gl. per jaar.
1559 — April 3.
Vredesverdrag van Cliasteau-Cambresis tusscb.cn Frankrijk en Spanje.
Authentiek afschrift.
1570 — Juli 8.
Accoord tusschen Floris en Dierick van Teylingcn te Alkmaar, Heyn
Jansz en Albert Cornelisz te Coedijck betreffende bet onderhoud van
de door hen bedijkte Nieuwe of Noordergrebbe.
Get. door de contractanten.
1576 — November 8.
De Pacificatie van Gent.
Authentiek afschrift
1598 — Augustus 12.
Commissie van Herman van den Berge, stadhouder van Gelre en
Zutphen, voor Johan van Gelre als richter van Hengelo.
Get. door Herman v. d. B.
Voorzien van diens opgedrukt zegel, gedekt door een wit papieren ruit.
Summaria deductio juris, quod serenissimae domini Palatino—Neo-
burgicae prae serenissima domo electorali aliisque Saxonicis in ditionibus
Juliacentibus et Clivensibus competit juxta actorum in aulea caesarea
agitatorum fidem.
2 ei».
Zonder jaar.
Les points et articles de part et contrepart, accordez par la traicté
de mariaige dentre feu mr. de Tautenbourch et madame Jeheanne
d\'Egmont.
Afschrift.
XXIV. Série N. (cartes et plans).
N°. 1. Carte d\'une partie du duché de Luxembourg, du comté de
Namur et de 1\'électorat de Trèves (westelijk en oostelijk van Namen
tot Coblenz, noordelijk en zuidelijk van Luik tot St. Hubert), get. in
kleuren, zonder jaar.
-ocr page 139-
128
>\' . 2. Plan des limites entre la France et les Pays-Bas depuis la
Lys jusqu\'ïi la Moselle, get. in kleuren door F. Wess, z.j. (heeft gediend
bij de onderhandelingen over een traite de limites).
N". 3. Carte des pays compris entre la Moselle et la Sarre, get. in
kleuren (18de eeuw).
N . 4. Tableau, qui sert a diriger les opérations, qu\'on exécute dans
la formation ile la nouvelle carte des Pays-Bas Autrichiens, qui sera
une suite de la nouvelle carte de France, dressée d\'après les observa-
tions et les calculs des astronomes de Paris, get. in kleuren (hierbij
een geschreven verklaring).
N". 5. Chaerte van de groote weyde te Crabbendam ende mijns ge-
nedigen heeren Kekerlandcn, get. in 1538 door Symon Mecuss, land-
meter te Edam, op last van Franchise van Luxemburg, Gravin van
Egmont, in kleuren.
N". 6. Chaerte van de landen van Moelant, gelegen bezuyden ende
noorden de gemeene vaert, streckende van Alcmaer naer Egmont upte
Hoef, get. door Louris Pieterss, gezworen lantmeter tAlcmaer, in 1556
voor den Graat\' van Egmont.
N". 7. n. Schetskaart van mr. Louris van eenige perceelen weiland, z.j.
b.   Schetskaart van nyeuwe hotfsteden tEgmont op den Hoeve.
c.   Schetskaart van eenige perceelen lands te Egmont, 1561, in kleuren.
d.   Chaerte van Jacob Rijcks lant gemoeten bjj mr. Louris, in kleuren.
d. Kaartje van eenige perceelen lands, 1553.
N°. 8. Chaerte van de hoeylanden, gelegen bezuyden de vaert naer
Egmont upte Hoeve, sulex als die van den anderen gescheyden ende
gedeelt sijn met goede heynslooten, get. door mr. Louris Pieterss, 1556.
N". 9. Kaart van do Egmontsche bezittingen in het land van Putten,
get. door Louris Pieterss, 1542, in kleuren.
N". 10. Kaart van de heerlijkheid Egmont, get. door Symon Meeussen
van Edam, z. j., in kleuren.
N". 11. Caerte van mijns Heeren lant te Egmont, get. door Symon
Meeuss op last van de Gravin, 1538, in kleuren.
N". 12. Kaart van den eylande van Huysduynen, got. door mr. Louris
Pieterss, 1577, in kleuren.
N". 13. Kaart van een gedeelte van Noord-Holland, waarschijnlijk
betreffende het vischrecht der graven van Egmont, z. j., in kleuren.
N". 14. Kaartje van het Witsmeer (tusschen Valkoog, Schagen en
Haringkarspel) en omliggende landen, z. j., in kleuren.
N". 15. Kaart van do Egmontsche landen onder den Beerheimer
watermolen gelegen, get. door Louris Pieterss, 1556.
>\' . 16. Kaart van de gorzen in het land van Putten, z. j., in
kleuren.
-ocr page 140-
129
N". 17. Geologisch kaartje van een aantal perceclen in de nabijheid
Tan Patten. De kleuren duiden de verschillende grondsoorten aan. z.j.,
in kleuren.
N". 18. Chaerte van \'t concept van de nyeuwe haven tot Eerts-
wouden, z. j., in kleuren.
X". 19. Kaart van do fundamenten van den Brittenburg en omgeving,
gedrukt.
NASCHRIFT.
Nadat het bovenstaande reeds was afgedrukt, beu ik op het spoor
gekomen van een vergissing, dio ik hier wensch te herstellen. Opblz. 92
vindt men de huwelijksvoorwaarden tusschen Willem van Egmont en
Anna van Bossuyt (eigenlijk Anna d\'Hennyn, dochter van Wouter, Heer
van Bossuyt iu Henegouwen). Deze Willem is niet Willem IV, broeder
van hertog Arnold, maar diens oom (f 1451), genoemd sub Xb. Hij
behoort dus op blz. 89, terwijl do daar genoemde Willem, Hoer van
Buren en Beusichem ten onrechto door mij tot de Egmonts is gerekend,
die in 1419 Buren nog niet bozaten. Dozc Willem is do laatste Heer
van Buren, die in 1430 door hertog Arnold uit zijn land werd ver-
dreven. Het regest behoort dus eigenlijk onder de rubriok Varia te
staan.
\'J
-ocr page 141-
13Ü
131
N.B. De romeinsche cijfers vóór
de namen geplaatst correspondeeren
met den Index.
E G M O N T
Wouter f 1208.
I. Willem I f 1234.
I
Gorard I f 1242.
I
Willem II f 1304.
I
Gerard II.
Gerard f 1227.
Willem III f1312.         II. "Wouter II f 1321.            Jan f 1319.
I
III. Jan I f 1369 of 70
huwt Guyotte van IJssel-
stein f vóór 1377.
I
IV. Arnt f 1409
huwt
Yolenta van Lyningen.
Va. Jan II f 1451
huwt Maria van Arkel.
Vi. Willem (IJsselstein) -j-1451
huwt Anna van Bossuyt.
V
VB. Willem IV f 1483
huwt Walburg v. Mocre
t 1459.
I                                                                                     I_____________________________________________________________
VIII. Karel f 1538.             !X. 1. Jan III f 1516, huwt Magdalona v. Werdenberg.
2. Frederik f 1500, huwt Aleyda v. Culemborch.
Floris f 1537
huwt Margaretha van Grevenbroeck.
Anna huwt
1°. Joseph de Montmorency.
2°. Jan van Horn.
3. Willem.
1
Philips f 1529.
Xb. George 1549.          Xa. Jan IV f 1528
huwt Francoise v. Luxemborg
1
XI. Lamoraal f 1568            Karel f 1541.
huwt Sabine v. Beyeren.
________|___________________
Philips f 1596.
XII. Sabine.
Karel t 1620
huwt Maria de Lens.
I
Lodewijk t 1654
huwt Marie Marguerite de Barlaimont.
I
Philips t 1682
huwt Marie Ferdinande de Croy.
___________________\\_________________
Lamoraal f 1617.
Maria Clara f 1714, huwt Pignatelli-Bisaccia.
Lodewijk Ernst f 1693.
Procopius Frans f 1707.
I
-ocr page 142-
13Ü
131
N.B. De romeinsche cijfers vóór
de namen geplaatst correspondeeren
met den Index.
E G M O N T
Wouter f 1208.
I. Willem I f 1234.
I
Gorard I f 1242.
I
Willem II f 1304.
I
Gerard II.
Gerard f 1227.
Willem III f1312.         II. "Wouter II f 1321.            Jan f 1319.
I
III. Jan I f 1369 of 70
huwt Guyotte van IJssel-
stein f vóór 1377.
I
IV. Arnt f 1409
huwt
Yolenta van Lyningen.
Va. Jan II f 1451
huwt Maria van Arkel.
Vi. Willem (IJsselstein) -j-1451
huwt Anna van Bossuyt.
V
VB. Willem IV f 1483
huwt Walburg v. Mocre
t 1459.
I                                                                                     I_____________________________________________________________
VIII. Karel f 1538.             !X. 1. Jan III f 1516, huwt Magdalona v. Werdenberg.
2. Frederik f 1500, huwt Aleyda v. Culemborch.
Floris f 1537
huwt Margaretha van Grevenbroeck.
Anna huwt
1°. Joseph de Montmorency.
2°. Jan van Horn.
3. Willem.
1
Philips f 1529.
Xb. George 1549.          Xa. Jan IV f 1528
huwt Francoise v. Luxemborg
1
XI. Lamoraal f 1568            Karel f 1541.
huwt Sabine v. Beyeren.
________|___________________
Philips f 1596.
XII. Sabine.
Karel t 1620
huwt Maria de Lens.
I
Lodewijk t 1654
huwt Marie Marguerite de Barlaimont.
I
Philips t 1682
huwt Marie Ferdinande de Croy.
___________________\\_________________
Lamoraal f 1617.
Maria Clara f 1714, huwt Pignatelli-Bisaccia.
Lodewijk Ernst f 1693.
Procopius Frans f 1707.
I
-ocr page 143-
AANHANGSEL.
Het Geheimschrift van Karel van Gelder.
Het bij dit Verslag gevoegd fac-similé is de fototypische wedergave
(ietwat verkleind) van den eersten en kortsten der twee brieven in cijfer
van Karel van Gelder, waarvan het afschrift boven gegeven is (blz.
16 vgg., n>i=. 81 en 82). Het cryptografisch systeem en de teekens zijn
in beide brieven dezelfde en van do eenvoudigste soort. Iedere letter
van het alfabet wordt vertegenwoordigd door een fantasie-teeken, steeds
hetzelfde; maar naast de teekens, die een letter voorstellen, zjjn er
andere gebruikt, die aan niets beantwoorden (mmHen), alleen bestemd om
den oningewijden ontcijferaar in do war te brengen. Verder zijn er geen
moeilijkheden: de schrijver heeft zelfs niet beproefd de woorden aan
elkander te schrijven; hij gebruikt evenmin — en dit is voor den modernen
ontcijferaar zeer gelukkig — bijzondere teokens voor de gewichtigste
woorden, die in zijn epistel voorkomen. Dergelijke teekens, de rol spelend
van onze moderne code-words in de telegrafische correspondentie, waren
in Italië reeds op het eind der vijftiende eeuw in gebruik (zie b.v.
Léon—G. Pelissier, La Cryptographie de Simon Cattaneo, Paris. 1897, 8°,
overgedrukt uit de Mémoires de la Société nationale des Antiquaires de
Franee,
tome 56. De aldaar uitgegeven brioven zijn vau 1499). Alge-
meene regels voor de ontcijfering en opgave van de bijzondere middelen
aangewend om de ontcijfering to belemmeren, daaronder „nullen" (nullus
literas)
, vindt men reeds aangeduid in een opstel van den Italiaan Cicco
Simonetta van 1474 (vgl. P. M. Perret, Les Régies de Cicco Simonetta
pour Ie déchiffrement des écritures secrètes,
in Bibliothèque de VEcole
des Charles,
deel LI, (1890), p. 516 vgg.). Men heeft zelfs eenig recht er
zich over te verbazen, dat Karel van Gelder zich voor een gewichtige cor-
respondentie van zulk een eenvoudig systeem bediende, waarvan het
geheim reeds een halve eeuw, vóór hij schreef, in Italië bekend was,
des te meer omdat bij de twee brieven de handteekoning in gewoon
schrift (Charles) aanstonds verried, in welke taal zij gesteld waren, een
bijzonderheid die, zooals Simonetta reeds zeer goed wist, de ontcijfering
zeer gemakkelijk maakt. Het schijnt evenwel, dat de meer gecompli-
ceerde stelsels van geheimschrift eerst in de tweede helft der zestiende
eeuw algemeen in gebruik zijn gekomen (vgl. de brochure van den
-ocr page 144-
133
heer KerckhofFs, La Cryptographie militaire, Paris, 1883, en hetarti-
kel Cryptographie Tan de hand van den heer Prou in de Grande Ency-
clopédie).
Nog omstreeks 1580 gebruikte Anjon voor zijn correspondentie
mot Des Pruneaux een systeem, dat niet Teel gecompliceerder was dan
dat van Karel van Gelder of van Cattaneo: enkelvoudig alfabet, teekens
voor dubbele letters, nullen, conventioneele teekens voor termen Tan
bijzonder gewicht (Tgl. den sleutel in Bibl. Nat. ras. fr 3281, fol. 4). —
Volgt de ontcijfering Tan regel 1 van het fac-simile; de streepjes
duiden de nullen aan:
----------mo — n co — nsin p — our ce — que su — is ad — Terti
que don — nes fareur......
10
-ocr page 145-
REGISTER,
behoorende by het Verslag Huet.
Aerschot, Philips van Croy, Hertog
Tan. 41, 42, 53.
Aken (stad). 14, 15.
Alava. Don Francesco d\'. 25.
Albornoz, Juan de. 32—34.
Alenjon, Franfois, Hertog van —,
later Hertog van Anjou. 36—49,
51—55, 57.
Alféran. 38.
Alkmaar (beleg van). 34.
Alva, Hertog van. 28, 32—34.
Amersfoort. 60.
Amiens. 3.
Amsterdam. 34.
Angelstedt, L. 78.
Anjou, zie: Alengon.
Antwerpen. 40, 54, 57.
Arkel (Huis van). 11.
Arnhem, kommandeur van. 13.
„ (stad), 9, 10.
Arnold, Hertog van Qelre. 7—9.
Artois. 43, 47.
„ Staten van. 26, 50, 51.
Asnières. 1.
Atye, Arthur. 69, 73.
Axel (stad). 78.
Aylva. 59.
Aysma, Hessel. 59, 79.
Bardess, Willem. 65.
Barthout, Floris, Heer van Meche-
len. 8.
Bassigny, Baron van. 52.
Batbergh, Johan van. 7.
Bavais (stad). 41.
Berck, Herman van. 10.
Bergen, Markies van. 14.
Berlaymont. 25.
Binche (stad). 43, 47, 51.
Biron. 32.
Boisy, de. 11, 12.
Bologna (traktaat gesloten te). 27.
Bonnivet, de. 41.
Borgo, Andrea da. 11.
Bouillon, Messieurs de —, zoons van
F. de Montpensier. 56.
Bourbon, Charlotte de —, gemalin
van Prins Willem I. 34—39,
51—56.
Bourbourg (stad). 46.
Boussu, Maximiliaan do. 33.
Boussut, Anna van. 7.
Brabant, Hertog van. 2.
„ Hertogin van. 5.
„ zegel van. 41.
Brevyns, De. 55.
Bronckhorst, Dirck van. 45.
Brunswijk, Hertog van —, Gouver-
neur van Qelre. 10.
„
         Hertog Erik [?] van. 26.
Brussel. 9.
Buckhurst. 69, 74, 76.
Bussy, de. 40—42.
Buys, Paulus. 61, 72, 77.
Calvard, Calvert. 1, 2.
Cappetot, zie: Guérin.
Carlier, L. 48.
Casimir, Fait/graaf. 42.
„ (?), Hertog. 80.
-ocr page 146-
135
Frézin, de. 48.
Friesene steden. 11.
Friesland. 13, 23, 59, 63, 64, 77.
Gattinella, M. de. 11.
Gavre, Boudewijn van. 48.
Gelderland, kronijkjcs van. 21.
„
          provincie. 74.
„          Staten van. 63.
Gelre, Graaf van. 2.
Gent. 9, 14, 46, 47.
„ Burggraaf van, zie: Meleün,
Pierre de.
Goer, Arnoldus van. 7.
Gorinchem. 11.
Goslinga, Feio van. 77.
Granvelle, Kardinaal van. 33, 34.
Groensfoirt. 19.
Groningen. 48.
„          zie: Ommelanden.
Guerin de Cappetot 78.
Guillaume de Tignonville. 7.
Gulik, Graaf van. 2.
Guzman de Silva, Diego. 22.
Gwy, Graaf van Vlaanderen. 1.
Haarlem (beleg van). 34.
Haddon. 22.
Hamburg. 67.
Harenger. 40.
Harderwijk. 17.
Harfleur. 1, 2.
Hasselt. 17.
Hattem. 17.
Havré, Charles-Philippe de Croy,
Markies van. 47—49, 52.
Heinsberg. 7.
Hendrik, Abt van Kampen. 9.
„ bode. 17.
„ III, Koning van Frank-
rijk. 45.
„ III van Navarre, later
Hendrik IV van Frank-
rijk. 41, 50.
„ VIII, Koning van Enge-
land. 14, 20.
Henegouwen, Graaf van. 2.
Henegouwen, Staten van. 47, 48,
50, 51.
Catharina, zie: Katharina.
Cayas. 35.
Cecil, Eobert. 22.
Clays Hagen zoon. 10.
Clerk. 76.
Coblenz. 10.
Colin, Jacques, Abt v. S. Ambroise,
19—20.
Condé, Prins van. 54.
Croy, Charles—Philippe de, zie:
Havré.
„ Philippe de, zie: Aerschot.
Cnlemburg, zie: Kuilenburg.
Dalava, zie: Alava.
Denemarken, Koning van. 73.
Derelburg, zie: Elburg.
Des Pruneaux. 38—40,42—44, 46,
49, 51—54.
Deventer, G. Prouninck gezegd.
63, 65, 72—74, 79.
„
          (stad). 48, 61—63, 68.
Diepenveen (klooster). 62.
Dor, bewindsman te Deventer. 62.
Dokkum. 12, 13.
Douai, Gedeputeerden van. 50.
Drake, sir Francis. 76, 78.
Driel. 8.
Duitschland, (vorsten van). 24.
Egmond, Jan van. 10.
„ Lamoraal, Graaf van. 25,
26.
„ "Willem van. 7—10.
„ Huis van. 10.
Elbe (rivier). 67.
Elburg. 14, 17.
Elizabeth, Koningin van Engeland.
22, 42, 60, 63, 64, 69—71, 74.
Estevan y Llanes. 34.
Etretat. 1.
Fécamp. 1.
Floris Barthout, Heer van Meche-
len. 8.
Franche Comtó. 40.
Frankrijk (burgeroorlogen in).
26—31, 78, 79.
Frans I, Koning van Frankrijk.
11—21.
-ocr page 147-
136
Kuilenburg, Graaf van. 66.
La Garde, de. 36.
Lalaing, Emmanuel de, zie: Hon-
tigny.
„ Philips, Graaf van. 41,49,
51.
La Motte, de. 15.
„ ValentindePardieu,Heer
van. 33.
La Neufville, de. 40.
Landrecies. 41, 45.
La Noue, de. 38, 39.
La Parade, zie: Parada.
La Quadra. 22.
Le Clercq, Gilles. 24.
Leeuwarden. 78.
Leiden (stad). 78.
Leoninus. 63.
Le Sauvaige, Jehan. 11.
Lescleide en Neuestein, Coenraed,
Heer van. 5.
Lesieur, Estienne. 341.
Lewenberg. 7.
Leycester, Robert Dudley, Graaf
van. 60—65, 67—80.
Lipsius, Justus. 78.
Lodewijk XI, Koning van Frank-
rijk. 10.
„ XII, Koning van Frank-
rijk. 11.
„ van Nassau. 24, 32.
Lonzcn, Benjamin do. 33.
Loon, Jan van. 7.
Lotharingen, Kardinaal van. 28.
Louise van Savoye, Koningin-Moeder
van Frankrijk. 14, 16.
Luik, Bisschop van. 2.
Lury. 3, 4.
Malcontenten, 48.
Maleroy, De. 37.
Mansart, zie: Maulde, De.
Mansfeld, Karel (?) van. 26.
„ Ernst, Graaf van. 25.
Margareta van Parma. 22—26.
Margensis, De. 15.
Maria van Bourgondië. 9, 10.
„ van Gulik. 5.
\'s Hertogenbosch. 10.
Heze, Guillaumc do Homes, Heer
van. 46, 47, 52.
Hookelem, Willem van. 7.
Hohcnlandsberg, zie: Schwendy.
Hohenlohe, Graaf van. 60, 63, 70,
72, 76.
Holdinga, Wilko van. 77.
Holland (regeering van). 59.
„ Staten van. 63, 64, 75.
Hoorn of Hornes, Graaf van. 23.
Hornes, zie: Heze.
Horste, d\'. 41.
Hotman, Francois. 62, 64—70,
73—80.
Ibarra, Estcvan de. 80.
Jan, Hertog van Brabant. 1.
Jan, Graaf van Nassau. 58.
Juan van Oostenrijk, don. 32—34,
38—41, 44, 45.
Kamerijk, Aartsbisschop van. 25.
„          vrede van. 11.
Kampen, abdij. 9.
„
         stad. 61.
Karel de Stoute, Hertog van Bour-
gondio. 9.
„ I, Koning van Spanjo, Karel
II als Graaf van Holland
enz., later Keizer Karel V.
11—15, 19.
„ V, Koning van Frankrijk.
3, 4.
„ VI, Koning van Frankrijk.
5—7.
„ Hertog van Gelder. 10—20.
„ van Oostenrijk, Aartshertog.
26.
Katharina de Medici, Koningin van
Frankrijk. 32,46,54, 57.
„ Gouvernante van Gelre.
10.
Kessel (graafschap). 6.
Keulen (vredehandeling te). 52.
„ Keurvorst van, zie: Truch-
sess.
Kleef, Hertog van. 9.
Knop, Kapitein. 78.
-ocr page 148-
137
Marnix van St. Aldegonde. 55,56,59.
Maroilles, Frédcric d\'Yve, abt Tan.
47—49.
Martinus- en Vincontius-kerk te Go-
rinchem. 11.
Matthias van Oostenrijk, aartsher-
tog. 48.
Maubeuge, (stad). 39.
Mauldc, De, Mansart. 78.
Maurits Tan Nassau. 70, 72, 73, 79.
Maximiliaan van Oostenrijk, keizer.
10, 11.
Mechelen (stad).
„        Land van. 8.
Mademblik. 79.
Meetkercke, Adolf Tan. 47, 48,49,
59, 64.
Meghen, Graaf van. 25.
Meppen (stad). 77.
Merode, P. van. 7.
Meurs, Graaf van. 9.
„ Adolf, Graaf van, zie: Neue-
nar.
„ Walburg van. 16.
Milendonck, Bela van. 8.
Mirambeau, Do. 57.
Modet, Herman. 60, 66, 73.
Mondoucet, De. 39.
Monlouet, De. 38, 42.
Montagu, Gérart de. 5.
Monteagudo. 33.
Montfort (stad). 3.
Montigny, Emmanuel van Lalaing,
Heer van. 46, 47, 52.
Montivilliers. 1.
Montmorency, Anno do. 14—16,
20, 26.
Montpensier, Francois de. 34—39,
50—57.
Mostart, Willem. 69.
Munster, Bisschop van. 10.
Nederlanden, belastingen in de. 60.
„
          garnizoenen in de. 60.
Neuenar en Meurs, Adolf, Graaf
van. 60, 64, 66, 67, 73.
Nieuwenaar, zie: Neuenar.
Nijmegen (stad). 5, 8, 9, 14.
[ Noöl de Caron. 55.
Noircarmes. 25.
Noord-Holland. 69.
! Norris, Sir John. 57, 60, 76.
Oldenbarnevold. 74.
Ommelanden, Groningsche. 77.
Oostergoo. 11.
Orlcans. 11.
Overijsel (provincie). 60 63, 74.
Farada, kapitein. 46.
Pardieu, zie: La Motte.
Parijs (stadl. 5—7.
Parisis, Lancelot. 76.
Perez, Antonio. 35.
Perret. 62.
Philippeville. 45.
Philips II, Koning van Spanje. 22-26,
32, 33,35, 40, 40,54, 55,80.
„ III, Koningvan Frankrijk. 1.
„ IV, Koning van Frankrijk. 1.
„ VI, Koning van Frankrijk. 2.
Picardie. 41.
Piton, Jan.
Plessis. 10.
Portugal. 55.
Quesnoy, Le. 41, 45.
Raden, Rudolf van. 8.
Rassenghien. 25.
Redichem, abdij te. 10.
Regemortes, P. des. 78.
Reims, 5.
Reingout, Jacob. 62.
Reinout I, Graaf van Gelre. 1.
„ II van Gelre. 2, 3.
„ TanGulik,laterHertog.5,6.
Rennoberg, Graaf Tan. 48, 52.
Requesens, don Luis do. 32—34.
Rhenen. 17.
Richard II, Koning Tan Engeland. 5.
Ridder, Jacob. 10.
Rinsart, de. 47, 51.
Robeilet, tresorier. 14.
Roorda, Karel. 74.
Rudolf II, keizer. 46, 47, 54.
Sacramentarisscn. 29.
Saint Ambroise, abdij Tan. 19.
Saint Bernard, Jean, abt Tan. 47-49.
-ocr page 149-
138
Veroy, Van. 25.
Viglius Tan Zuichem. 32.
Vincennes. 2, 3.
Virson. 3, 4.
Wageningen. 14, 19.
Waleran, bisschop, van Keulen. 7.
Wallenstein, Hortog van Fried-
land. 80.
Werdenberg, Magdalena Tan. 10.
Westergoo. 11.
Wijk bij Duurstede. 67.
Wilkes, Thomas. 63, 65, 66,71—73,
| 75.
j Willem, kapelaan. 1.
„ Lodewijk Tan Nassau. 77.
„ van Gelre, hertog. 3—6.
„ van Gulik, graaf. 2.
„ Tan Gulik, hertog. 3—5.
„ Tan Gulik en Berg, hertog.
11.
„ Tan Gulik en Berg, hertog.
20, 60.
„ Tan Oranje, Prins. 23,
26-32,34-39,45,50,51,
53, 54, 56, 58, 62, 63.
Willoughby, luitenant-generaal. 79.
Winssem. 62.
j Woirhem, Johan van. 9.
Wolfgang, paltsgraaf, Hertog tn
Beieren. 26.
Wolvelheyem. 5.
Ympel, Willem van. 19.
Yorke, sir Rowland. 69.
Yve, Frédéric, zie: Maroilles.
Zeeland, Staten van. 63, 64.
ZeTenwouden. 11.
Zutfen. 9, 14, 61.
Zutfensche forten. 77.
Zwolle. 13.
Savoye, zie: Louise.
Sceltiuga, Mennc Takesz. 77.
Schenck, kolonel. 66.
Schwendy, Baron van Hohenlands-
berg, Heer Tan. 54.
Sedan. 17.
Senlis (stad). 2.
Sept Fontaines, Thomas de. 2, 3.
Sidney, sir Philip. 61, 70.
Sint Jan in Lateraan, Kommandeur
van. 16.
Sonoy, Dirk. 69, 71, 72, 79.
Sophie van Mechelen, gemalin Tan
hertog Reinout I Tan Gelre. 8.
Sotomayor, Alonso de. 39, 40.
Spaansche Protestanten. 22.
Spanje. 76.
Stanley. 68, 69.
Steenbergen, Peter Tan. 8.
Tardif, kapitein. 53.
Teelincg, Joos. 65.
Théron. 39.
Thérouanne (stad). 26.
Tiel (stad). 17, 18.
Tignonville, Guillaume de. 7.
Toledo, Fadrique de. 34.
„ Garcia de. 32.
,, Marais de. 34.
Truchsess, Gebhard, Keurvorst Tan
Keulen. 60.
Tweebruggen, Hertog van. 26.
Utrecht. 7, 17, 59, 72.
„ bisdom. 14.
„ magistraat van. 64—68,71.
„ predikanten te. 67, 73.
„ (provincie). 63, 64, 74.
„ Bidderschap Tan. 63.
„ Staten Tan. 64, 67, 73, 79.
Van der Myle, president. 72.
Vargas, Juan de. 40.
-ocr page 150-
REGISTER,
behoorende I» u «et Verslag Van Veen.
Aartswoud. 105, 106.
Aelbrecht, Graaf van Holland. 86,
87, 103, 124.
Aembe, Jacob van. 93.
Aigimont (kasteel). 117.
Aken. 123.
Alkmaar, Jan van. 105.
Alkmade, Gerrit van. 88,100,101.
„ Jan van. 101.
Altena, Dirck van. 110.
„ land van. 109, 111.
Ambliso (beerlijkheid). 117.
Ameland. 103.
Amsterdam. 86.
Angheron, Johan van. 90.
Anthoniss, Cornelis. 125, 126.
Antonius, Bisschop van Portici. 88.
Appelteren, Willem van. 95.
Arde, Henrie van. 120.
Arenborg (huis). 122.
Arkel, Jan van. 85, 86, 93, 103.
„ Maria van. 87, 88, 93.
„ Otto van. 103.
Arnhem, Wijnant van. 94.
„ (sted). 91,94,96,97,103,
105, 124, 126.
„ tol te. 97, 102, 103.
Artois. 115.
Axel. 113.
Baecks, Jan van. 102.
Baer. 97, 104, 106.
Balloes, Lodewijk van. 124.
Bast. 95.
Beemster. 100.
Hummel. 126.
Benthem,Everwijn, Graaf van. 99,103.
Berck, Horman van. 102.
Berendrecht, Willem van. 102.
Berg, Herman, Graaf van den. 127.
„ Oswalt, Graaf van den. 102.
„ (hertogdom). 113, 114.
Bergen. 107.
Berlaymont, Charles de. 115—118.
„
         Gillee de. 119.
„         Gilles de. 119.
„         Jean de. 119.
„         Louis de. 119.
„         (huis). 116.
Berthout, Floris. 93.
„ Sophia. 93, 94, 123.
Betuwe. 92.
Blomesait, Gerrit. 126.
Bochorst, Willem van. 97.
Boetbergen, Johan van. 90, 93.
Bonenborchgen. van Honsteyn, Her-
man van. 111.
Bonghard (goed te Didam). 120.
Bordelkene. 102.
Borssele, Adriaen van. 92.
„ Frank van. 92.
„ Heer van der Veer, Hen-
riek van. 92.
Bossuyt, Vrouw van Brigdamme,
Anna van. 92.
„ Jan van. 92.
Bourbon, Catharina van. 99.
Boxmeer, Willom, Heer van. 103.
Brabant. 118.
Brederode, Heer van Vianen, Rey-
nout van. 92.
-ocr page 151-
140
Brederode, Walburg van, 126.
„
         Walraven van. 86.
Bronckhorst en Borculo, Frederick
van. 99, 102.
„
          Heer van Batenburg,
Gijsbert van. 94.
„
          Heer van Batenburg,
Jacob van. 102.
,,
          en Borculo, Otto van.
94, 95.
„
          Willem, Heer van. 89.
Bueckelaer, Thomas. 102, 103.
Buren, Alart, zoon tot, 89.
„ Balthasar van. 89.
„ Johan, zoon tot. 89.
„ Lambert van. 89.
„ Otto van. 89.
„ en Beusichem, Willem, Heer
van. 89, 129.
„ stad en land van. 99.
Butenwech, Willem. 95.
Bijl. 103.
Cincourt, Philippe de. 112.
Delen, Wolterus de. 124.
Delft. 86.
Dyedem (= Didam). 120.
Dietz. 126.
Egmont, Frederick van. 95—99,
101, 111.
„ Gerrit van. 85.
„ George van. 105, 109.
„ Jacob, bastaard van. 86.
„ Jan I van. 85, 86.
„ Jan II van. 86—88, 90,
92, 93.
„ Jan III van. 96—103.
„ Jan IV van. 104.
„ Johanna van. 127.
„ Hertog van Gelre, Karel
van. 102—105, 110.
„ Karel van. 106.
„ Karel van. 112.
„ Lamoraal van. 106, 107.
„ Louis van. 112, 113,115.
,, Lijsbeth van. 96.
,, Peter, bastaard van. 90,91.
„ Philips van. 113.
„ Procopius Frans van. 113.
„ Pignatelli, Procope d\'. 114.
„ Sabine van. 107, 108.
„ Walburg van. 96.
„ Willem I van. 85.
„ heer van IJsselstcin, Wil-
lem van. 88, 89, 92,129.
„ Willem IV van. 88—98,
105, 106, 111, 114, 129.
„ Wouter II van. 85.
„ abdij van. 85—88,95,100.
„ heerlijkheid, later graaf-
schap. 85,87,92,96,106,
113.
„ op denHoef. 100,124,125.
„ aan Zee. 103.
Elburg. 100.
Eleouora, Hertogin van Gelre. 123.
Engh, Jacob üten. 109, 110.
Enghien. 107.
Epe. 94.
Erkelentz. 90.
Foreest, Jordaen van. 127.
Frederik, Paltzgraaf bij Rijn. 95.
Frederik III, Keizer van Duitsch-
land. 99.
Gaesbeeck, Jacob, Heer van. 92.
Dieve, Gregorius van.
125.
Disgues, Claude. 104.
Doeyss, Gaedert. 97.
Doernick, Johan van.
93.
Doesburg. 105.
Dorp, Cornelis van. 101, 102.
Driel. 90.
Duvenvoirde, Willem van. 86.
Eduard van Gelre. 103, 112, 123,
124.
Eemskerck, Gerrit van. 85.
„
          Henric van. 86.
Egmont, Adolf van. 91, 96, 98.
„ Anna van. 96.
„ Anna van. 108—111.
„ Arnold van. 89—95, 97,
114.
„ Arnt van. 86, 103.
„ Catharina van. 86.
Floris van. 99, 103, 111.
-ocr page 152-
141
Galen, Henrick Tan. 126.
Gelder. 91, 126.
Gelre (hertogdom). 89, 91, 113—
115, 119, 123.
„ Johan van. 127.
Gennep, Aartsbisschop van Keulen,
Willem van. 123.
Gennain te Mons, kerk van at. 119.
Ghillet, Michel de. 113.
Gynet. 116.
Goor, Arnold van. 93.
Gorinchem, tol te. 120.
Gottegnys, Lijsbet van. 104.
Graft. 100.
Gramaye, Thomas. 125.
Grypichaven (huis). 123.
Groeff, Henrick de. 104.
Groningen. 100.
Gulik (hertogdom). 113, 114.
„ Maria van. 103.
Haarlem. 86.
Hackfort, Berndt van. 104.
„
         Gerrit van. 91.
„         Jacob van. 91.
Hadamar. 126.
Harderwijk. 100.
Hardt, Antonius van der. 122.
Haringkarspel. 85.
Hart (Hert), Boudewijn. 101—103.
Hattem. 90, 92, 100.
Have, Johan ten. 93.
Havetus, Bisschop van Namen, An-
tonius. 119.
Heemskerck, Meyne van. 89.
Heerde. 94.
(Heynsberch), Graaf van Loen,
(Dirck van). 123.
Heynsberch, Johan, zoon tot. 89.
Hemert, Arnt van. 95.
Hengelo (G.). 127.
Heust, Peter. 110, 111.
Hinckart, Willem. 105.
Hoechstraet, Frans. 104.
Hoekelem, Willem van. 93.
Hoell, Gijsbert van der. 95.
Hoevelwick, Peter van der. 126.
Homoet, Reyner van. 94, 95.
Hoogwoud. 105. 106.
Hom, Frederick van. 111.
„ Gerard van. 109.
„ Jacob I van. 111.
,, Jacob II van. 111.
„ Jan van. 108—110.
„ Maria van. 108—111.
„ en Altena, Willem van. 109.
Hugen, Clais. 102.
Hulst. 113.
Jacoba, Gravin van Holland. 87,
88, 126.
Jan teValenciennes, kerk van st. 119.
Jan III, Hertog van Brabant. 123.
Johan I, Hertog van Cleve. 96.
Johan III, „ „ „ 110.
Camer, Johan van de. 97.
Karol, Hertog van Bourgondio. 91,
97, 98.
Karel V, Keizer van Duitschland.
100, 105, 106, 110, 115, 116.
Carleni. 105.
Catharina te Egmont, kerk van st.
124, 125.
Kessel. 112.
Keulen. 123.
Cock, Philips de. 106.
Koedijk. 100.
Koevoet, Frederick. 120.
Coevorden. 100.
Krabbendam. 107.
Cralingen, Willem van. 94.
Krieckenbeek. 112.
Croy, Markies van Renty, Philippe
Eugène de. 112.
Cruesinck, Jacob. 101—103.
Culemborch, Gerrit van. 96.
„          Jan van. 85.
Lakemond. 95.
Lalaing, Philippe de. 108.
Lanchals, Pieter. 101, 102.
Lathum. 97, 105.
Leerdam. 92.
Loet, Johan van der. 89.
Leiden. 86.
Lerinck, Willem. 102.
Leycester. 122.
-ocr page 153-
142
Lyenen, Hubert van. 126.
Limborch, Derich Tan. 89.
„         Everhard, Heer tot. 89.
„         Margaretha Tan. 89.
„         Broicke en liedbur, Wil-
lem graaf van. 89.
Lyningen, Yoleute Tan. 86, 87.
Lippe gen. Hoen, Diedcrick Tan
der. 106.
Lobith, tol te. 123, 124.
Lochem. 125.
Lodewijk XII, Koning Tan Frank-
rijk. 115.
Lodewijk XIV, Koning ïan Frank-
rijk. 113, 115.
Loen, Johan van. 89.
„ CleTO en Balloes, Mechtelt
Qravin van. 94.
„ Graaf Tan Blanckenheym,
Willem van. 89.
Loo, Gerard van. 106.
Lotthem, Henrick van. 102.
Lutken Knuve, Johan ten. 125.
Luxemburg, Franchoise van. 104,
105.
Lijmers, de. 123.
Maarten en st. Vincentius teGorin-
chem, kerk van st. 103.
Malmaison (heerlijkheid). 117.
Margaretha, Gravin van Holland.
126.
Maria van Bourgondie. 98,100,126.
Maria van Gelre. 124.
Maxi mi liaan van Oostenrijk. 97, 99,
100, 101, 105.
Mechelen, land van. 93, 106, 113.
Menschaert, Johan. 94.
Mesralanlt. 115.
Milcndonck, Bela van. 93.
„           Herman van. 121,122.
Moors (Meurs), Diderick, Heer van.
120.
„ Frederick III, Graaf Tan. 120.
„ Frederick IV, Graal Tan. 89.
,, Henrick Tan. 89.
„ Johan Tan. 120.
„ Vincent,GraafTan. 97,99,120.
Moors, Walburg Tan. 98.
„ WalraTen van. 89.
„ (heerlijkheid, sedert 1397
graafschap). 113.
Momme, Roloff. 126.
Monnikenland. 108, 109.
! Mons. 119.
Montmorency, Floris Tan. 109.
„
           Jan Tan. 108.
„          Joseph van. 111.
„           (f1526), Philips van.
111.
„
           (tl568),PhilipsTan.
108—110, 121.
Naeldwic, Willem van. 86.
Namen, land van. 116, 117, 119.
„ (stad). 118.
Nassau, Adolf van. 97.
„ Johan van. 126.
„ Willom Tan. 126.
Nederbetuwe. 91, 96, 97.
Nergena. 92.
Neuenahr(Nieuwenaar), Adolf,Graaf
van. 121, 122.
„
        Herman, Graaf van. 106.
„        Walburg, Gravin Tan.
108, 109, 121, 122.
„
        Willem, Graaf Tan. 110,
121.
i Noet, Aleydis Jansdochter. 124.
Noordergrebbe. 127.
Nuwenrode, Ghisebrecht van. 85.
Nijenburch. 100.
Nijmegen. 90, 94, 103, 124.
Ochten. 97.
Onsterdinck, Cleyn. 125.
Oranje, Willem van. 111.
Oterleek. 100.
Ouddorp. 100.
Oudeputtersmoer. 102, 107.
Overbetuwo. 97.
st. Pancras. 100.
Panheel. 121, 122.
Parma, Margaretha van. 119.
I Persingen. 126.
Persijn, Heer van Waterland, Jan. 85.
1 Petrus, Bisschop Tan Tusculum. 88.
-ocr page 154-
143
Philips de Goede, Ruwaard, later
Graaf van Holland. 88, 90,
92, 120.
„ de Schoone, Graaf van Hol-
land. 99, 101, 103.
Philips II. 106, 107, 117—119.
Pynssen, Jan. 106.
Pollanen, Jan van. 86.
Purmerend. 101.
Putten, land van. 102, 103, 107.
Radon, Rudolf van. 93.
Ralin, Loys. 119.
Rambies (heerlijkheid). 117.
Raphorst, Berthelmeus van. 86.
Reifferscheit, Mechtelt van. 89.
Reinald II, Graaf, later Hertog van
Gelre. 86, 93, 94, 103, 123.
Reinald III, Hertog van Gelre. 112,
120, 123, 124.
Renkum, klooster to. 98.
Ridder, Jacob. 102.
Riedwijck, Dirck van. 94, 95.
Ryemsdijck, Jacob van. 102.
Roermond. 94, 95, 103, 124.
Rotterdam. 86.
Rumelaer, Steven van. 110.
Ruurlo. 125.
Rijkenborge, Thonys ten. 125.
Rijn, Heynric van den. 124.
Rijnestein. 97.
Sarwerden, Frederick van. 120.
„
            Walburch van. 120.
Savoye, Emanuel Philibert van.
116, 117.
Sehelart van Obbendorp, Frederick.
97.
Sehelart, Johan. 108, 110, 111.
Schenck van Nydeggen, Aleit. 106.
„ „
          „         Henrick. 90.
„ Marten. 122.
Schermer. 100.
Schetz, Caspar. 117.
Sigismund, Keizer van Duitschland.
89.
Symonss, Geryt. 103.
Slecht, Tolman. 102.
Spanbroek. 105, 106.
i Spirinx van Well, Jacob. 119.
Staton-Generaal. 108.
Staten van Holland. 107.
Steek, Henrick. 89.
I Steenberghen, Peter van. 93.
Stipite, Lambertus de. 88.
Taelholt, Udo. 95.
Tautenborch, Heer van. 127.
Tengnagell van Zandwijck, Willem.
94.
Teylingen, wed. Augustijn van. 105.
„
         Derck van. 106, 127.
„         Floris van. 127.
„         (huis). 106.
Thielmonde. 102.
Thorn. 108, 109.
Tiel. 124.
Touraine, Jan van. 126.
Troyveld. 102, 107.
Updam, Adriacn Janss van. 107.
Valckenborch, Heer van Herpen en
Asperen, Walraven van. 124.
Valckensteyn, Vjjt van. 101.
Valenciennes. 119.
Valkenburg, Heer van. 123.
Velmestoyn, Johan van. 89.
Veluwe. 90. 91. 123, 124.
Venlo. 124.
Vyanen, Heer van Jioordelo08,Ghijs-
brecht van. 89.
„ Heer van ter Goyo, Gijsbert
van. 124.
,, Heer van ter Goye, Johan
van. 88.
Vlaanderen. 107, 118.
Vlodorp, Willem van. 94.
Vonck van Ewick, RoelofF. 96.
Wanchem, Henrick van. 90.
Wandele, D. 123.
Warmenhuizen. 85, 106, 107.
Wassenaer, Dideric van. 85.
„
          Henrick van. 92.
„          Johan van. 92.
Wateringhen, Jan van den. 85.
Weert. 108, 109.
Werdenberch, Jurrien, Graaf van.
102.
-ocr page 155-
144
Wcrdenberch, Magdalena van. 102,
104, 105.
Wesemale, Johan van. 93.
Wcssem. 108, 109, 121.
Wevclhoven, Heer van Grebben,
Willem, zoon tot. 89.
Wickraide, Derich van. 89.
„         Johan, Heer van. 90,94.
Wilde, Eijckwijn de. 97.
Willem III, Graaf van Holland. 123.
„ V, Graaf van Holland. 124,
126.
„ VI, Graaf van Holland. 86,
87.
„ V, Markgraaf, later Hertog
van Gulik. 93, 123.
Wisch, Ghijsbert van. 103.
„ Henrick, Heer van. 89, 94.
Wyttenhorst, Jan van. 110, 111.
Worchem, Johan van. 126.
Woudrichem. 109.
Wijchen. 126.
Wije, Herman van. 126.
Wijngaarden, Jan Oom van. 101,
IJsseloord, tol te. 90—92, 94, 97,
102—105.
IJsselstein. 87, 92, 95.
Zaandam. 86.
! Zalt-Bommel. 124.
j Zande, Royner van den. 97.
! Zutphen (graafschap). 125, 126.
I „ (stad). 94, 96, 103, 124.
-ocr page 156-
INDEX
bij het "Verslag Van Veen.
Geslacht Tan Egmont.
Rladz.
I. Willem I (f 1234)..............     85
II. Wouter II (f 1321).............     85
III.   Jan I (f 1370)...............     85
IV.   Arut (f 1409)...............     86
Va. Jan II (f 1451)...............     86
VA. Willem (f 1451)..............     89
Vla. Arnold (f 1473)...............     89
VIA. Willem IV (f 1483).............     91
VII. Adolf (f 1477)...............      98
VIII. Karol (f 1538)...............     99
IX. Jan III (f 1516)..............    100
Xa. Jan IV..................    104
XA. George (f 1559)..............    105
XI. Lamoraal (f 1568)..............    106
XII. Sabine, dochter van Lamoraal en Sabine van Beyeren .    107
XIII.   Stukken betreffende een proces tusschen Anna van Egmont
en Maria van Horn.............    108
XIV.   Stukken betreffende de aanspraken van het huis Egmont
op Gelre enz. (17** en 18de eeuw).......    111
XV. Charles de Berlaymont............    115
XVI. Gilles de Berlaymont.............    119
XVII. Andere leden Tan het geslacht Berlaymont.....    119
XVIII. Geslacht Tan Meurs.............    120
XIX.   Geslacht Tan Nieuwenaar...........    121
XX.   Rcinald II, Reinald III en Eduard Tan Gelre ....    123
XXI. Stukken betreffende aangelegenheden ran de kerk van
st. Catharina te Egmont op den Hoef......    124
XXII. Stukken betreffende goederen Tan hoorigen in het graaf-
schap Zutphen (tusschen 1549 en 1555)......    125
XXIII.   Varia..................    126
XXIV.   Kaarten en platte gronden...........    127
Naschrift....................    129
Genealogie....................    130
-ocr page 157-
-ocr page 158-
-ocr page 159-
-ocr page 160-
-ocr page 161-
-ocr page 162-
-ocr page 163-
Door MARTINUS NIJHOFF te \'s-Gravenboge is uitgegeven:
Verslagen ointreilt \'s Rijks Oude Arcliieven (door de respectieve
Rijks-Archivarissen), over de jaren 1878—98. 18 jtukker.. Met
Reg. op I—X. 8».
Hiervan zijn enkele stukken uitverkocht. Voor zooveel nog voorhanden
kosten I—XI f a«0 per sluk; XII—XIV f I.— per stuk; XV—XVII f 2.—
per stuk; XVII f 2.50.
Overzicht vjin het Nedcrlundsclie I\'yks-A rcliief, door 1{. t L5ak-
mnzi.s van den Hkikk en L. 1\'n. (.\'. van den IIksgu. Met Alpha-
betiscli Register. 8"..............f 1.—
De (irif.\'io van Hare Hoog Mogendcn. Bijdrage tot dekennis van
het Archief van de Staten-Generaal uer Vereenigde Nederlanden,
door Jhr. Mr. Th. van Riemsdijk. Roy. 8\'. Met eene Plaat, ƒ 3.40
Inventaris der verzumoling Kaarten berustende in het Rüks-
Archiei. 2 dln. roy. 8°.............ƒ 4.50
I. Zee- en Landkaarten, bewerkt dooi- P. A. LclI\'L . . , 2.—
II. Kaarten van Nederland, bewerkt door J. II. Hingnan. ■ -1/Jd
Beschrijving der vroegere Nederlandsche Gemeeutezegels, in het
Ryks-Arcliief en elders bewaard, door Mr. L. Pu. C. van den
Berüii..................ƒ 4.50
Gezantschappen door Zweden en Nederland wederzjjdsch af\'ge-
vaardigd gedurende de jaren 1592—1795. Chronologische ljjsteu
opgemaakt uit de stukken in het links-Archief\'aanwezig, door
Mr. A. H. H. van der Burgh. roy. 8°.......ƒ 1,60
Bakhuizen van den Brink, R. C, Studiën en Schetsen over Vader-
-*\' landscbe Geschiedenis en Letteren. IVe dl. 8°. ... ƒ 4.5C
Uien: : Xasporingen op liet Hijks-Arehief te Weenen. — Xasporingen op
het lïnks-Au\'tiief te Brussel. — liet Oost- en West-Indische Archief t<
Amsterdam. — Brieven aan Bake en Geel tover Arehiefstudiën, Archief
wezen *-vi.)
Het Archief der stad Reimerswaal, door Mr. 1>. Fkdiv Th. Az.
1897. roy. 8*................ƒ2.-
Blok, 1*. J„ Verslag aangaande een onderzoek in Duitschland
naar Archivalia, belangrijk voor de geschiedenis van Neder-
land. 188G, 1887. 8*..............ƒ 0.75
Blok, P. .)., Verslag aangaande een onderzoek in Duitschland en
Oostenrijk naar Archivalia belangrijk voor de Geschiedenis
van Nederland. 1888. 8"............f 0.50
Llhlenbeek, C. C, Verslag aangaande een onderzoek in de Ar-
chieven van Rusland, ten bate der Nederlandsche geschiedenis.
1891. 8°..................f 1.50
Blok. P. J , Verslag aangaande een voorlorpig onderzoek in
Engeland naar Archivalia, belangrijk voor de (ieschieu .,.■•
van Nederland. 1891. 8°............f 0.50
Bruginans, H., Verslag van een onderzoek in Engeland iiaar
Archivalia, belangrijk voor de tjleschiedenis van Nederland.
1895. 8\'..................f 7.25