-ocr page 1-
INVENTARIS
,                                                    VAN HET
OUD ARCHIEF
VAN HET KASTEEL
AMPSEN
OPGEMAAKT DOOR
.
P. N. v. DOORNINCK.
GEBRs. VAN BREDERODE - HAARLEM
1897
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
r
toW* 3 W
INVENTARIS
VAN HET
/
OUD ARCHIEF
VAN HET KASTEEL
AMPSEN
OPGEMAAKT DOOR
^;?$£w»
P. N. V. DOORNINCK.
f
B/SLIOTHEEK f
NED. HERV. KERK \\
RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
A06000021935956B
2193 5956
GEBRs. van BREDERODE - HAARLEM
1897
-S» • a^>
3>K%
-ocr page 6-
SCHENKING UIT DE
BIBLIOTHEEK VAN
H.M. D£ KONINGIN
-ocr page 7-
•
i Junij 1379.
No. 1.
          Item eodem die (Feria III post pentecostes
1379) heeft ontvangen Wolter van Ampsen dat
goit tot Ampsen, gelegen in kirspele van Lochem
tot enen pondigen leen.
Afschrift uit Lemboek v.111 Gelre, deel A, fol. 3.
No. 2.          Des Saterdags nae onss Heren Hemelsvart
(29 Mei) 1389. Henrik van Ampssen verklaart,
gezworen te hebben, dat hij uit zijn huis Ampse
geen schade zou doen aan den hertog van Gelre
of deszelfs onderzaten.
Afschrift op papier uit het Oudste Register fol. 70\'.
Overgedr. Nijhoff Geld. Gedenkw. III, n". 145.
No. 3.          Op Paulusdaghe conversio (25 Januarij) 1392.
Henric van Ampsen en Ermegaert, zijne vrouw,
maken de verdeeling hunner goederen tusschen
hunne drie zonen Helmich, Johan en Seijne.
Helmich zal hebben het goed Lambertingh
gelegen in de buurschap Eghesloe, kerspel Lochem.
Johan zal hebben het goed ten Bijier, gelegen
in het kerspel Al men en het goed Eleringh tot
üelde, gelegen in het kerspel Lochem, zooals deze
twee goederen staan ter loze van den heerschap
van Voerst en van Keppel.
Indien Henric v. A. sterft voor zijne vrouw
I
-ocr page 8-
2
zullen Helmich en Johan hebben to verbeijdingh
zoolang als hunne moeder leeft de goederen ter
Steghc en ter Bercket. Indien de moeder sterft
voor den vader zoo zullen Helmich en Johan
hebben to verbeijdingh het goed Lambertingh en
anders niet zoolang de vader leeft.
Wanneer de vader en moeder overleden zijn,
zullen de goederen die Steghe en die Bercket
komen aan Seijne.
De 200 mark en de 800 mark, daar Dirc Kem-
pinc den brief van heeft, die zullen de drie broe-
ders gelijkelijk tleelen.
Ten overstaan van magen en vrienden als: Hen-
ric van Durrete, ridder, Dirc, zijn zoon, heer Ste-
ven van Vurden, priester, cureijt der kerk van
Lochem, Evert die Rode van Heker en Bernt
Hadekingh.
Op perkament, de uith. zegels vau Henric van
Ampsen en zijne drie zoons, Henric en Dirc va:i
Durette, Steven van Vurden, Evert die Rode van
Heker en Bernt Hadekingh zijn aanwezig behalve
dat van Helmich van Ampsen.
28 Mei 1405.
Mo. 4.
          Item int jair unss heren MCCCC ind V up
uns heeren upvartz dach ontfienck Henr. van
Ampssen van mijnere gnedigen heren dat goit
gênant Alden Ampsem mit allen sijnen zubehoe-
ren, gelijck Wolter van Ampsen zijn broeder dat
zu halden ind zu besitzen plach. verhergewert
mit eijnen perde tot sadels hergewerde goide
rechte. Mannen Godart Cloecke ind Wilh. van
Roderloe.
Afschrift uit Leenbeek van Gebre, dee^ A, fol. 14C.
-ocr page 9-
3
2i November 1412.
No. 5.
          Item anno ut supra (1412) des manendages
op sente Cecilien avont ontf. Berta van Ansem
dat gut tot Alden Ansem also als dat gelegen is
m den kerspel van Lochem ende in der buer-
schap van Ansem mit alle sijnen tobehoeren ende
hoer angestorven is oevermitz doide Henr. van
Ansom, haren vader, tot eijnen Zutph. saddel-
leens rechte. Mannen Arnt Peijck ende Ude die
Boese ende hier vur heeft Jacob van Heker hul-
dinge gedain als der vurg. Berten man ende
momber.
Ende des is eijn tuchtbrieff op Jacob gemaict
vursz. dair Raide op sijn mijnhere van den B. .ge
ende mijnhere van Rijperscheit.
Afschrift uit Leenboek van Gelre, deel A, fol. 2o8v.
Zie Leenboek, deel B, fol. 226v.
No. 6.          Des dinxedages na sunte Mertensdage als men
scrijvet translacio (5 Julij) 1418. Wolter van Co-
vorden en Fijge, zijne vrouw, bekennen verkocht
te hebben aan Roleve Rallen en Mathoriese, zijn
zoon, de tienden grof en smal over het Nijehus,
Johannijng, Rickerding en Everding, gelegen in
de buurschap Bekeler, kerspel Hakesberge. Ver-
der beloven zij deze tienden te verholden in
leenscher were bij den leenheer dar mit richte van
roren te lene.
Op perkament, het uith. zegel van Wolter v.
C. is afgevallen.
22 Mei 1430.
No. 7.
          Item opten selven dach (1430, die XXII mensis
Maij) ontfinc Griet van Anszem Zeijnen dochter
van Anszem dat guit tot Alden Amszem, gele-
gen in den kirspel van Lochgem, momber Bernt
van Broichusen, hon man.
-ocr page 10-
4
Mannen Gijsbert van Broijchusen ende Steven
van Broijchusen.
Afschrift uit I .eenhoek v. Gelre, deel B. fol. 237v.
23 Julij 1430.
No. 8.
          Item Anno ut supra (1430) des sonnendaiges
na sent Margarcten dage ontf. Derich van Kep-
pel Henricsz. dat guijt Alden Amszen mit sijnen
tocbehoeren, gelegen in den kirspil van Lochem
in der buerscap van Anszem tot enen sadel leen-
rechte tot Zutphensche rechte. Mannen mijn jonc-
kern van VVisch ende van Voirst.
Afschrift uit l.eenbuek v. Gelre, deel B, fol. 237v-
Zie Leenboek deel C, fol. lólv en deel D, fol. 151v.
No. 9.          Op der hilghen drier koningsdach (6 Jan.) 1450
Derich van Keppele Henrixz. bekent ontvangen te
hebben van inedegavcn en bruetschatt joncfer
Aleijde, zijne vrouw, 800 golden overl. rijnsche gl.
Indien hij voor zijne vrouw sterft zullen zijne
erven haar 800 gl. terugbetalen en zal zij tot de
afbetaling toe in bezit mogen houden het erve
ende guede Nijen Ampsen, in huse, in have, in
hoghe ende sijden lande den vors. huse van Nijen
Ampsen toebehorende,
gelegen in het kerspel
Lochem, buurschap en mark Ampsen; ten over-
staan van Johan van Eerde, richter te Lochem
binnen en buiten, Wolter van Verwolde en Evert
die Roede van Heker, als gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van richter, gerichtslieden en Derich v. K.
No. 10. Op santé Gregorisavent (11 Maart) 1465. Hu-
bert van Geisteren en Hille, zijne huisvrouw, be-
kennen Dirric van Keppele en joncf. Arnt zijne
huisvrouw toestemming te geven, om elk jaar te
mogen lossen voor 44 r. gl., de jaarrente van 4
-ocr page 11-
5
modder rogge; ten overstaan van Sander Pir-
sinchave, richter te Lochem.
Op perkament, met ïiith. zegel in groen was van
den richter.
De naam Arnt is niet duidelijk leesbaar.
No. II.         Op sancte Servaes avent (12 Mei) \'475. Mage-
scheid tusschen Henrick en Claus van Keppel.
gebroeders, ten overstaan van Reijnolt van Her-
wen en Derick van Keppel, als oldet vader en
vader en Wolter van Keppel van Voerwoelde en
Henrick van Diepenbroick, als vrende en mage,
der goederen hun aanbestorven van hunne moe-
der en der goederen die hun aankomen zullen
na doode van Derick van Keppel, hun vader.
Henrick zal hebben al het erve en goed gelegen
in de mark en buurschap van Ansem en het huis te
Lochem met het huisraad daarin bij den dood van
zijn vader.
Claus zal hebben de Kannenberch met toebe-
hooren en al het ander goed in het kerspel van
Facen. De andere goederen zullen de broeders
gelijkelijk deelen.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
der scheidslieden en gebroeders.
No. 12. Saterdages nae den hilligen pinksterdaghe (20
Mei) 1475. Henrick Wedeken bekent dat Derick
van Keppel van Ansem hem toegestaan heeft,
uit vriendschapswil, om een stuk tuen te zetten
op de Blijckmaet. dat hij had behooren te plaat-
sen op de Wernsinckmate.
Op perkament, het uith. zegel van Henrick W.
is afgevallen.
24 Augustus 1484.
No. 13. Anno etc. LXXXIIII op ten XXIIII dach van
Augusto heeft Henrick van Keppel to leen ont-
vangen dat guet totten ülden Anzem mitsijnen
-ocr page 12-
6
toebehoiren, in den kerspell van Lochem gelegen,
dair dat een stuck lantz van den vurs. gueden
off gelegen ijs neven die broeckbeke, ain die een
sijde ende dat ander stuck van den vurs. guede
is gelegen neven dat guet then Nijen Ansem,
mitten eenen sijden ende beneven die marck ain
die ander sijde, ind desen vurs. leenguet hoirt tu
oick een katerstede, tot enen Zutph. sadelguets
leenrechten, soe hem dat ainbestorven is van
Derick van Keppel, sijnen vader. Mannen Hen-
riek van Egmondt. bastert ind Evert van
Ulfft.
Valet jairlix XL molder rogge en X r. guldens.
Afschrift uit Leenboek v. Gelre, deel E. fol. 20,
No. 14.         Op sunte Valentijns avent (13 Febr.) 1492.
Dijtte toe Haesstelberg Dircksdr. met Egbert toe
Haestelberge, haar broeder, als momber, bekent
opgedragen en overgegeven te hebben aan Hen-
i\'ick van Keppell, haar deel van het erve en goed
Breekinckwerde, gelegen in het kerspel van Lochem,
mark en buurschap toe Duchteren. zijnde zij door
het overlijden van haar vader volgens leenrecht
met hare broeders en zusters aan het 1/8 gerech-
tigd; ten overstaan van Peter Moll, stadholder
te Lochem voor Herman des Roeden van Heker
en gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van richter en gerichtslieden.
Op sunte Servacius dach (13 Mei) 1492. Berent en Wijllem
toe Haestelberge approbeeren dat hun broeder Egbert, als
oudste broeder leenvolger van het door hun vader Dirck toe
Haestelberge nagelaten goed Brekinckwerde, dit goed aan Jacob
van Hacvoerde, als leenheer, heeft overgegeven, ten behoeve
van Henric van Keppel en Johanna. echtelieden, en doen af-
stand van hun aandeel in dit goed ten behoeve van deze echte-
-ocr page 13-
7
lieden; ten overstaan van Herman dije Roede van Hekeren
richter toe Lochem en gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den richter.
Des donredages nae santé Laurentiusdag des hil. mertelers
(13 Aug.) 1439. Gherit van Hackforde, als leenheer, beleent
Johanne toe Haestelborch met het goed te Brekinckwerde, ge-
legen in de buurschan Duchterden. door overdracht van Evert
van Diepenbroick en Gertrude, zijne vrouw: ten overstaan van
Andries IJseren Geritsz en Martilius van Bramele. leenmannen
van Gherit van Hackforde.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den leenheer.
No. 15.         Op sunte Peter ind Pauwels avent (28 Juni)
1495. Dirk van Keppell toe Vervvolde, als leen-
heer, beleent Henrick van Keppell van Amsen,
zijne neve, met de twee goederen, gen. Nijehofif
en Mulle, ten Zutphensche rechten; ten overstaan
van Jacob van Hacvorde en Zweder van Dijepen-
broeke, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
den leenheer.
No. 16.         Up sancte Georijusdach (23 April) 1500. Berent
Moeller en Swene, zijne vrouw, bekennen aan
Henrick van Keppell en juffer Johanna, zijne
vrouw, toestemming te geven om, elk jaar op
st. Philips en Jacopsdach, genaamd Meijdach,
te mogen lossen, voor 44 gouden r. gl. de jaar-
rente van 4 maelder winterrogge.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van Bernd Mol, die voor eerstgenoemde eohte-
lieden zegelt.
Georiendag = Georgius mart.
No. 17.         Op Vrijdach post Vite et Modesti (19 Junij)
1517. Kairll, hertog van Gelre en grevevanZut-
phen , beleent Johan van Keppell, na doode van
zijne vader Henrick van Keppell, met:
-ocr page 14-
8
ie het goed, gen. Alden Anssem, met toebe-
liooren, waaronder eene katerstede, waarvan een
stuk land gelegen is naast de Brockbeek en een
ander stuk land naast het goed ten Nijen Anssem,
gelegen in het kerspel Lochem, leenroerig ten Zut-
phensche zadelgoedsrechten.
2e een huis en goed, gen. Kannenborch, met
een watermolen en voegeneggen en verdere toe-
behooren en een stuk land, dat jaarlijks 7 malder
rogge doet in het kerspel Vaessen gelegen, leen-
roerig ten Zutphensche rechten, ten overstaan
van Peter van Apeldoren en Arnt Slijndewaiter.
leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was van
den leenheer.
Zie Leenboek Gelre, deel F, fol. 61 en FF, fol. I37v.
No. 18.         Üp maendach nae sancte Margarettendach der
heiliger joenffrauwen (26 Julij) 1518. Magescheid
tusschen Johan en Deijrck van Keppell, van de
ouderlijke nalatenschap; ten overstaan van Jan
Droste en meijster Sweder van Kervenhem, zwager
en mage, als dedingsluden.
Johan van Keppell zal hebben Ampsen met
toebehooren en de goederen gelegen in het ker-
spel Lochem, het Kulsdoem met de Hallingmate
in de hèrschap van Bcrckeloe, de tienden te Lues-
sen in het sticht van Utrecht.
Derck van Keppel zal hebben de Kannen borch
met toebehooren in het kerspel Vaessen.
De tiende in het kerspel van Herde zullen de
twee juffers van Berdbaer hunne twee zusters
hebben, doch zullen na hun dood op de twee
broeders terugkomen.
Op papier, opgemaakt in tweevoud, doorge-
snedcn over cle woorden Ave Maria, ondert. door
partijen en dedingslieden.
-ocr page 15-
9
No. ig.         Qp simt Üdulphus dach (18 Julijl f 524. Dirick
van Keppel, heer tot Vervvolde, leenheer, beleent
Johan van Keppel van Ansem. schuit te Lochem,
zijn neve, met de goederen ter Moellen en Nijen-
hoff, gelegen in het ampt Lochem. in den krinck
van Voirwolde; ten overstaan van Reijntz van
Üelde en Claes Meijsterdinx, leenmannen.
Op perkament, met uith. zege\'s in groen was
van Bemdt Moll, die voor den leenheer zegelt
en der leenmannen.
No. 2o.         Des guesdags na dess hilligen sunct Johannes
dage to mijt somer (27 Junij) 1526. Claes van
Monnichusen. drost te Ahues. verruilt met Johan
van Keppell, drost en schuit to Lochem het goed
Tankijnckhorst, gelegen voor Lochem, voor 260
golden gl. en twee stukken land, het eene gen.
de Halijnckmathe en het andere sedert lang in
pacht bij Bernt Hesselijnck, gelegen in den Culs-
dom, kerspel van Geijsteren; ten overstaan van
Henrich van Graess, Jost van Graess, Johan de
Hoge, richter te stad Lon, Johan Schulte Prave-
stijnck, Gert Goeijker , als deijnxluden.
Op papier, ondert. door Johan van Keppel en
deijnxluden.
No. 21.         Op maindach na cantate (5 Mei) 1539. Frede-
rick van Keppell. heer ter Verwoilde, leenheer
der twee goederen, gen. Nijehoff en die Moille,
gelegen in den krinck van Verwoilde, beleent
Johan van Keppel, tot Ampsen met de genoemde
goederen, ten Zutphensche rechten, te verheer-
gewaden met een Zutph. pond en staat toe dat
hij daarmede zijne vrouw Elisabeth van Graess
betuchtigt; ten overstaan van Everth van Heke-
ren en Reijnt van Keppell, leenmannen.
Op perkament, met uith. tegel in groen was
van den leenheer.
-ocr page 16-
IO
No. 22.         jj October 1539. Huwelijksvoorwaarden van
Anne van Keppel, dochter van Johan van Keppel
tho Amessen en Elisabeth van Graess, en Joste
Nagell, zal. Hermanszoon; ten overstaan van
Frederick en Didirick van Keppclc, Berenth van
Hackfort. drost tlioe Scrmcllenborch. Everth van
Hekeren en Johan van Beverenn, bruder, vedder
en swegeren van Johan van Keppelc. aan de eene
zijde — Roetgher Smisinck, domdeken, Berent
üher, stadtholder, Hinrick Ledebur. Hinrick van
Langen en Ludeken Nagell, bruder. vedderen en
sweger van Jost NJagel, ter andere zijde.
De bruid brengt mede ten huwelijk het huis
Amsen met toebehooren en zal met haren man
gedurende het leven der ouders op Ampsen kost
en inwoning genieten.
Johanna van Keppele, jongste dochter van Johan
v. K., zal uit de ouderlijke nalatenschap 2000
goudgl. ontvangen en 300 goudgl. voor uitrusting
bij haar huwelijk.
Joost Nagell brengt mede ten huwelijk 10,000
goldgl.
Op papier, ondert. door Johan van Keppel en
Jost Negel zal. Hermensone.
No. 23.         17 Augustus 1547. Frederick van Keppel heer
toe Verwolde. leenheer der goederen Nijenhoff
en die Moelle, beleent Joest Nagel met deze twee
goederen, door overlijden van Johan van Keppell
to Ampsen, vader van zijne huisvrouw juffer
Anna van Keppel; ten overstaan van HaijoRip-
perda en Willem Veijkens, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in t;roen was
van den leenheer.
-ocr page 17-
ir
No. 24.         Op sunt Bartolomeus avonl ap. (25 Aug.) 1547
Haio Ripperda, leenheer van het goed Breckinck-
woerth, beleent Joest Naegell, als man en momber
van juffer Anna van Keppell, dochter van zal.
Johan v. K. met het goed Breckinckvvurth, gele-
gen in het ampt Lochem, buurtschap der
grothen Sijth Duchteren; ten overstaan van
Frederich van Keppell, heer toe Verwolde en
Willem Veikens, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den leenheer.
No. 25.         Op santé Katherinen dach der hillige juffer
(25 Nov.) 1547 Johan Elpherinck, stadhouder van
Wolter des Roden van Heeckeren. schuit te Lo-
chem, verklaart dat in het gerichtelijke signaat
van het schultampt vermeld staat dat op Maindach
p. Reminiscere XLVII Henrick te Kielholte en
Stijna, echtelieden, verkocht hebben aan Joeste
Nagell en juffer Anna van Keppel, echtelieden,
een goed gen. Rijsslach. gelegen in den Stock-
maerbroecke, dat zal. Johan van Keppel een
tijdlang in pandschap heeft gehad.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den stadhouder.
No. 26.         12 September 1551. Evert van Heekeren, leen-
heer, beleent Joest Naegell, als man en momber
van joeffer Anna van Keppell, oudste nagelatene
dochter van Johan van Keppell, met de Gerdijnck-
tiende en de groote Gerdijnckmaet, gelegen in
het kerspel van Lochem, buurschap Amssen,ten
Zutphensche rechten en met de Tanckhorst in
hetzelfde kerspel en buurschap; ten overstaan van
Henrick Hoeijer en Willem Veijkens, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
vau den leenheer.
-ocr page 18-
12
No. 27.          \'554 Upkumpst des eren vesten und erbaren
Joest Nagels an roggen gelde und anderen.
Vier bladzijden doorgevouwen folio.
No. 28.         16 December 1558. Vuijcko Ripperda, drost
van het land van Sallandt, van wegen Z. Kon.
Maj., als leenheer, beleent Anna van Keppell,
weduwe Joest Naegels, met een rijsbroek. gele-
gen in het kerspel en broek van Markelo, ten
Zutphensche rechten, waarmede zal. Joest Naegels
6 April 1 543 beleend is door opdracht van Hen-
riek ten Kelholte en met het goed, gen. Pelse-
rinck, gelegen als boven; ten overstaan van Johan
Krijet en Herman van Keppell, leenmannen
van Z. Kon. Maj. bij gebrek aan eigen leen-
mannen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den leenheer.
No. 29.         Am avonde Philippi et Jacobi genandt Meij-
avont (30 April) 1563. Juffer Anna van Keppel,
weduwe van Joest Naegell en Johan. haar zoon,
bekennen dat tijdens zijn leven Joest Naegell ach-
tervolgens van Delijss Tiesink ontvangen heeft
150, 100 en 26 joachims daler, onder verband daar-
van 8, 5 en 1 daler jaarlijks rente te betalen en
verbinden zich nu moeder en zoon om de verschul-
digde rente op de betaaldagen aan Jacob Tiesinck,
zoon van Delijss Tiesinck. te betalen ; ten overstaan
van den stadhouder van Johan van Meeckeren.
landdrost van Zutphen, scholt te Lochem en keur-
noten.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van den landdrost en stadhouder Gerrit Meijster-
dink.
Achterop staat dat he*. laatste gedeelte dezer schuld op 29
Jan. 1647 door Garrit Jan Naegell tot Ampsen is afbetaald.
-ocr page 19-
•3
No. 30.         10 Mei 1563. Johan Nagel, van wegen Arndt
de jonge graaf van Bentheim, enz. beleend met
het 1/8 gedeelte van Camperbroek, met de Craele
met........., met Hesselingserve te Aelden en
met den.........., gelegen in het kerspel Stein-
felde. gericht Dinthe.
Op perkament, met uith. zegels in groen was.
De acte is moeielijk leesbaar.
No. 31.         23 November 1567. Lambert then Velde en
juffer Joest Twenthe, echtelieden, bekennen ver-
kocht te hebben aan Joachim van Keppell van
Vervvoilde een stuk land, gen. de Hubertzmate,
leenroerig aan den huize Woeltbeecke, toebehoo-
rende aan Joachim v. K. gelegen in het ampt
Lochem. buurschap Eexell; ten overstaan van
den stadhouder van Johan van Meeckeren, landdrost
van Zutphen en scholt te Lochem en komoten.
Op perkament, met uith. zegels van den land-
drost en stadhouder Florijs Raven.
No. 32.         19 Maart 1568. Egbert Haks van den Ruten-
berge, als leenheer, beleent Joest Nagel, als man
en momber van juffer Anna van Keppel, oudste
dochter van zal. Johan van Keppel, met de halve
tienden over den Üesteresch, buurschap te Lues-
sen, kerspel Dalffsen, waarvan de andere helft op
den Westeresch in leen gehouden wordt door de
erfgenamen van Johan van Twijckels ; ten over-
staan van Herman Mulerdt, schuit te Swolle en Johan
Rengers, leenmannen van Egbert Haks v. d. R.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
den leenheer.
No. 33.         9 Januarij 1569. Huwelijksvoorwaarden tusschen
Johan Nagell, oudste zoon van wijlen Joesten
Nagellz en Juffer Anne van Keppel — en Juffer
Johanna van Keppell, dochter van Joachim van
-ocr page 20-
\'4
Keppell en juffer Engellin van Loen ; ten overstaan
van Herman Joest, Luijken, Joerien en Henrick Na-
gell, als gebroeders, zoomede Joest en Reijner van
Keppel, als ooms van den bruidegom, ter eene zijde,
Johan van Boitzeler, Derich van Keppell van Ver-
wolde, als oom, Joerijen van Loen, als neve, Derick,
Herman, Joerien en Henrick van Keppell, als ge-
broeders van de bruid, ter andere zijde.
Johan Nagell brengt mede ten huwelijk het
huis en hoefften thoe Ampsen met toebehooren,
zooals hij dat van zijne ouders heeft geërfd.
Johanna van Keppel brengt mede 3500 daler,
de Huebertsmate, vroeger leenroerig aan den
huize Woiltbecke, doch thans gevrijd, voor 1000
daler gerekend en de overige 2500 daler in geld,
te talen in vijf termijnen.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van bruidegom, vader van de bruid, zoomede
Herman en Joest Nagell, Joest, Reijner, Derick
van Keppell, Derick van Keppel van Verwolde,
Johan van Boetzeler en Joerijen van Loen, als
huwelijkslieden.
In duplo. Met een concept op papier, ondert. door partijen
en getuigen.
No. 34.         22 Maart 1569. Juffer Anna van Zuijdhuess,
weduwe van Dedenck van Kervenhem, met Albert
van Kervenhem, haar oudste zoon, tevens optreden-
de voor hare onmondige zoons Henrick en Sweder
van Kervenhem, zoomede juffer Gertruedt van Ker-
venhem, hare dochter, verkoopen aan Johan Naegell
tot Ampzenn en juffer Johanna van Keppel, echtelie-
den, de tienden van het stuk land, gen. Wijmelinck
mate, gelegen in het ampt Lochem, buurschap Lan-
gen, leenroerig aan Maurijss Rijpperda, als heer van
Voirden; ten overstaan van Johan Kettel van
-ocr page 21-
\'S
Duesbarch, schuit te Lochem en Maurijss Rip-
perda, die als leenheer deze verkoop goedkeurt.
Op perkament, gecancclleerd, de uith. zegels
van den schuit en leenheer ontbreken.
No. 35.         2 Julij 1570. Adolpfif van dem Ruijtenborch,
als leenheer, beleent Johan Naegell, na doode
van zijne moeder Anna van Keppell, weduwe
van Joest Naegels, met de halve tiende over de
Oesteresch, gelegen in het kerspel Daelffsen, buur-
schap Luesen, waarvan de andere helft aan Her-
man Ripperda toebehoort; ten overstaan van
Herman Ripperda, Kon. Maj. leenman en Derrick
Essijnck, leenman der vrouwe van Essen, bij
gebrek aan eigen leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den leenheer.
No. 36.         2 November 1570. Johann Naegell tuchtigt
zijne vrouw Johanna van Keppel in zijne goederen ;
ten overstaan van Egbert tho Herckelle Meijntsz,
stadhouder van Johan Ketell van Duesbarch,
schuit te Lochem, Gerrijth Meijsterdinxs en Egbert
toe Heerckelle, keurnooten.
Op perkament, met uith. zegels van den stad-
houder, keurnooten en Johan Naegell, ondert. door
Johan Nagell \'t 01de Amsen en Johanna van
Keppel, gênant >Jaegels.
No. 37.         5 Julij 1571. Philips, koning van Castilie, enz.
beleent Jan Nagels met het goed tot Alden
Ampsen met toebehooren en met een katerstede
tot het leengoed behoorende. daarvan een stuk
land gelegen is beneven de Broickbeeck aan de
eene zijde en het andere stuk land van het voorz.
goed is gelegen beneven dat goed ten Nijewen
Ampsen met de eene zijde en met de andere
-ocr page 22-
\\6
zijde beneven die mark, te zamen in het graafschap
Zutphen, kerspel Lochem, hem aanbestorven van
zijne moeder joffrou Anna van Keppel; ten over-
staan van Aernt Borrekens en Henrich Brunijnck,
leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was
van den koning.
Zie Leenboek Gelre. deel L, folio 229.
No. 38.         28 Augustus 1571. Magescheid tusschen Har-
man, Joost, Luijcken, Jorgen en Hanric Nagel, ge-
broeders, omtrent de vaderlijke en moederlijke
goederen; ten overstaan van Johan Ketele van
Doesburch, scholt te Lochem en gerichtslieden.
Joost geeft over aan zijn broeder Herman zijn
aangeerfd aandeel in het huis Ampsen met toe-
behooren en in het huis en de goederen in der heer-
schap van Borkulo.
Herman geeft over aan zijn broeder Joost zijn
aangeerfd aandeel in het huis en goederen te
Meppen in Emsland gelegen.
Herman zal aan elk van zijne drie andere
broeders uitkeeren 1000 Joachinidalers uit het huis
Ampsen met toebehooren en nog 1000 dalers
uit de vrije goederen van Ampsen en uit de
goederen te Borkulo.
- Joost Nagel zal zijn broeder Luijcken uitkeeren
1000 dalers uit zijne goederen te Meppen en aan
zijn broeder Jorgens overgeven zijn domprcbende
te Munster en als tegemoetkoming voor diens
Frankrijksche reis 100 dalers.
Herman zal zijn broeder Jorgen ook 100 dalers
voor deze reis uitkeeren en eindelijk als Henric
naar Frankrijk wil reizen zullen Herman en Joost
de halve kosten van deze reis betalen.
Afschrift op papier van een bezegelden blief
op perkament, ui et gewaarmerkt.
-ocr page 23-
I-
No. 39-         30 Augustus 1571. Joost, Luke, Jurjen en Hen-
riek Nagel bekennen verkocht en opgedragen te
hebben aan Herman Nagel, hun broeder het
hun aangeerfde deel van een huis en erve binnen
Borckuloe en der goederen Hesselinck, Lechten-
horst en Kulsdomp, gelegen in het kerspel
Geisteren, buurschap Beeld, hun aangeerfd van
hunne ouders; ten overstaan van VVolter de Rode
van Hekeren, in naam van Maria van der Hoija
en Broickhuijsen. gravinne to Bronkhorst, vrouw
to Borckulo, richter van Borkulo en gerichtslieden.
Afschrift op papier van een bezegelden briet
op perkament, niet gewaarmerkt.
No. 40.         1572— 1608. Stukken van een proces gevoerd
door Johan Nagell contra zijn broeder Herman
Nagell en later voortgezet door Joost, zoon van
Johan Nagell.
Een bundel.
Hierin komen voor:
21 Mei 1572. Reces van hel hof van (Jelre.
20 Julij 1574. Sententie van het hof van Gelre.
20 l)ec. 1571. Afrekening van Johan, Herman en Joost
*
          Nagell.
Joost is bij den dood van zijn vader (.1581) onmondig en
uitlandig.
Op 20 Dec. 1571 komt voor Johan Naegell, basterd.
No. 41.         28 Mei 1572. Johan Naegell van Ampzen en juffer
Johanna van Keppel, echtelieden, bekennen schuldig
te zijn aan Gerrijt then Bouwhuess en Gerthen,
echtelieden, 200 Jochemsdaler, onder verband van
een stuk land, gen. de Hubertzmate, onder verplich-
ting jaarlijks 12 dalers rente te betalen; ten over-
staan van Johann Kettell van Duesburch, schuit te
Lochem, Egbert thoe Herckelle Meijntsz en Ger-
rijt Meijsterdinxs, gerichtslieden.
Op perkament, gecancelleerd met uith. zegel
in groen was van den schuit, onderl. door Johann
Nagell en Johanna van Keppell.
Achterop staat, dat de schuld 9 Kebr. 160G afbetaald is
2
-ocr page 24-
.8
No. 42.         28 Mei 1572. Johan Struppe, als Ieenheer.be-
leent Johan Nagell. oudste zoon van Joist Nagel
en Anna van Keppel. echtelieden, zaliger ge-
dachten, met het goed Lambertingh. gelegen in
de buurschap Exell, zooals Joist Nagel door zijn
vooralderen daarmede beleend is geweest; ten
overstaan van Henrich ther Brugge en Diderich
van Mouwijck, leenmannen van Gelre, bij gebrek
aan eigene leenmannen.
Ongew.iarmerkte copie op papier.
Hierbij een missive d.d. 6 Junij 1602 van Krederick
VOO Pallant aan Herman Nagel, vermeldende, dat het goed
Lamberting leenroerig is aan het goed Vellkamp. dat weder
leenroerig aan hem is. Dat onlangs Conraei Heisken met
het goed Veltkamp beleend is, die van dit goed de helft ver-
kiegen heeft door zijn huwelijk en de helft prekocht van Johan
Struppe.
No. 43.         6 Junij 1574. Johan Nagell en juffer Johanna
van Kepell. zijne huisvrouw, bekennen verpacht
te hebben, gedurende 6 jaar, aan Johan Blijnt-
hoet en Arnt uit Slach de tienden grof en smal
te Dalfssen. voor 27 goldgl. en 27 molder winter-
rogge jaarlijks.
Op papier, ondert. Johan Nagell.
No. 44.         8 ^Augustus 1574. Herman Naegell. enz. beken-
nen verkocht en opgedragen te hebben aan Johan
Naegel en juffer Johanna van Keppell, echtelie-
den, een caevenstede, gelegen in de buurschap
Ampsen, naast land van de koopers, thans be-
woond door Joest die Lazarus; ten overstaan van
Johan Kettel van Duisborgh, scholt te Lochem,
en keurnoten.
Op perkament, het uith. zegel van den scholt
is afgevallen.
Caveu- of covenstede = eoterstede.
-ocr page 25-
10
/
No. 45.         Up sunte Philippus und Jacobus avont gênant
Meijavont (30 Apiil) 1575. Herman Naegell, zoon
van zal. Joest Naegel thoe Ampzen, bekent ver-
kocht te hebben aan Derick Busscher en Anna,
zijne vrouw, een jaarrente van 15 molder winter-
rogge Zutphensche maat en 15 Jochemdalers,
onder verband van het goed L:imbertinck, gelegen
in het ampt Lochem, buurschap Eexel, hem ge-
deeltelijk aanbestorven van zijne ouders en gedeel-
telijk gekocht van zijne broeders, losbaar met
500 Jochemsdalers.
Op perkament, gecancelleerd, ondert. en geze-
geld met uiih. zegel in groen was door Herman
Naegel.
No. 46.         14 Mei. 1575. Johanna van Erp, weduwe Evert
van Heckeren thoe Nettelhorst, als moeder van
hare minderjarige kinderen, beleent Johan Nagell,
oudste zoon van zal. Joest Nagell en Anna van
Keppell, met de Genlincktiende en Gerdinkmate,
gelegen in de buurschap Ampsen; ten overstaan
van Joest van Keppell en Reijnt Veijkens, bur-
gemeester te Lochem, als leenmannen.
Op perkament, ondert. door Johanna van Erp,
met uith. zegel in groen was van Joost van
Heckeren, broeder van Evert v. H.
No. 47.         24 Maart 1579. Herman Naegell tot Ampsen
en Anna Ledebuirs, echtelieden, bekennen schul-
dig te zijn aan Henrick Plackhaer 83 Jochims-
daler 10 st., herkomstig van een schuldvordering
groot 100 daler, rentende jaarlijks 6 daler, waar-
van Herman Nagel % gedeelte en zijn broeder
Johan Nagel £ gedeelte behoort te betalen,
zoomede 40 daler, die eerstgen. echtelieden later
van Henrick Plackhaer ontvangen hebben, onder
-ocr page 26-
20
verband van het goed Mentinck, gelegen in het
ampt Lochem.
Op papier, ondert. Herman Naegell.
Blijkens onderstaande aanteekening is deze schuld 23 Febr.
1611 door Joest Naegell afbetaald.
Hierbij een dito obligatie groot 83 daler 10 st. van 9 Nov.
■597) °P papier ondert. door de echtgenooten.
48.          22 Junij 1592. Accoord tusschen Herman en
Joost Nagell, oom en neef, omtrent de goederen
van Ampsen; ten overstaan van Reijnier van
Keppell, Jurrien van Keppell, Leonardus Luimans
min. divini verbi Lochemii, Henrick van Keppell
van den Wolberch.
Herman Nagel bekomt de vrije goederen, zoo-
wel in het kerspel Lochem als Borkulo gelegen,
waaronder Nieuw Ampsen.
Joost Nagell zal hebben de leengoederen en 8
niolder gezaai in de heerlijkheid Borkulo.
Afschrift op papier onder de bijlagen van het
proces 1572—1608, no. 40.
49.          21 Januarij 1595. Bartold van Gent, heer to
Loenen, raad van Gelre, in de plaats van Alberti
Leonini, cantzeler, plaatsvervangend stadhouder
der leenen van Gelre en Zutphen, beleent Joost
Nagel,^bij doode van Johan Nagel, zijn vader, met
het goed Alden Amsen met toebehooren (zie
no. 37); ten overstaan van Geerlich van der
Capel en Carl Vijgh, heer van Soelen, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
50.          30 September 1956. Walraven van Hekeren
tho Nettelhorst, beleent Joist Nagell a Ampsen
met de groote Gerdinxmathe en Gerdinxtiende,
gelegen in het kerspel Lochem, buurschap Amsen
en staat toe dat Joist Nagell zijne vrouw Geer-
-ocr page 27-
2t
truit van de Capell tot den Daem daarmede be-
tuchtigt; ten overstaan van Jurrien van Keppell,
drost en Vrijdag van Eeck, leenmannen.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in groen was door den leenheer.
No. Si.         18 Januari 1600. Joist Nagel! tho Ampsen en
juffer Gertruudt van der Capellen, echtelieden,
tuchtigen elkander met hunne goederen, ten over-
staan van burgemeesters, schepenen en raad der
stad Lochem.
Op perkament, het uith. zegel der stad is
afgevallen.
No. 52. Zonder datum. Staat van goederen zoo bij mij
Joest Naegell tot Amsen en mijne huisvrouw
van der Cappellen zijn aangebracht en nu tegen-
woordig gebruikt worden.
Op papier, ondert. door Joest Naegell.
No. 53.         29 Mei 1602, stylo antiquo. Hadriaen Schim-
melpenninck, stadholder van het schultampt Zut-
phen, verklaart ten overstaan van gerichtslieden
dat Gerlich van der Capelle hem vertoont heeft
een magescheid, op papier geschreven, onder-
teekend door Geertruit van Hoemen, Gerlich van
der Kappellen op den Dam, Joist Nagell, Geer-
truidt van der Cappellen, Oiswalt van Keppell,
Mechtelt van der Cappellen en Johanna van der
Cappellen, inhoudende o. a.:
Voirt sall hebben und beholden Joist Nagell
als man und momber juffer Gertruidt van der
Cappellen, wesende die oldeste dochter der ehelui-
den vurs., voer sijne rechte erffenisse und bruit-
scadtt, die semptlicke goederen in Over Betou-
wen gelegen, herkomende van zall. Bartollt van
Sallant, hetsij lehen vrij o/te ivoe sij ock sijn
-ocr page 28-
22
moegen, niet daervan uilgesondert, met allen den
btswaer daerop staende schade unde baete. Noch
die renthe van Har man Pieck heer tho Isendoren.
Op papier, afgegeven 29 Mei 1602, ouden, en
gezegeld met opgedr. zegel door den siadholder
Door ondervolgende tabel wordt verklaard de herkomst der
acien vermeld in afdeeliug VIII.
Willem v. IJsendoorn               Henrik v. Huessen.
X 1419 Johanna v.
Waetselaer.
Herman v. IJsendoorn 1459 X Lijsbet v. Hoessen
Lijsbet v. IJsendoorn
X Otto v. Sallant.
Dirk v. Wije Bartolt v. Sallant.
Geertruid v. Wije Herman v. Sallant.
X Jochem v. Hoemen X Luitgertv. Hoemen.
Wilhehnina v. Hoemen         Geertruid v. Hoemen.
X Gijsbert v. Hardenbroek X Gerrit v. d. Capellen.
Geertruit v. d. Capelleu Johanna v. d. C.
X 1600 Joest Nagel
            X 1614 Johan v. Lohn.
No. 54.         1 Maart 1607. Godfried de Woude, voor zich
zelf en zich sterkmakende voor Anna van Keppel
zijne huisvrouw en voor het onmondige kind van
een zal. luitenant Vanken, bekent verkocht te
hebben aan Joost Nagell en Geertruid van der
Capelle, echtelieden, een leengoed, gen. de Stock-
daelte, gelegen bij Lochem.
Op papier, ondert. door partijen en getuigen.
No. 55.         21 Maart 1607. Gerlich van der Capel. raad
van Gelre en Zutphen, bij krankheid van dr. Ger-
hard Voet, cantzeler, plaatsvervangend stadhou-
der der leenen, beleent Joost Nagel, door over-
dracht van Gudefroy de Woude ter Clusen, met
-ocr page 29-
23
een stuk broekland, gen. Tudisloderstockdaelte,
gelegen in het schependom, afgespleten van het
leen ter Cluse, belend aan de Grafte, aan een
stuk land, gen. Kervelstockdaeltc, aan de Mol-
stege, en aan het Voorslag; ten overstaan van
Jasper van Hattem, deurwaarder van het hof van
Gelre en Giellis Engelen, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
Waaraan bevestigd de volgende transfixbrief:
26 Aug. 1623. Johan Lansinck. als gevolmach-
tigde van Arndt Clauszen Stedum. voor hem zei!
en als gevolmachtigde van zijne vrouw Agnes
Van eken, dochter van zal. Anton Vancken en
Lisbeth van Keppel, bevestigen bovenstaande
overdracht; ten overstaan van burgemeesters,
schepenen en raden van Lochetn.
Op perkament,met uith. stadszegel in groen was.
No. 56.         18 September 1607. Harmen Nagell. voor zijne
uitheemsche kinderen, bekent verkocht te hebben
aan zijn neef Joest Nagell tot Oldcn Ampzen,
een stuk laud, gen. de Braemsmate, voor 411
dalers.
Op papier, ondert. door den verkooper, kooper
en twee getuigen.
No. 57.          10 December 1609. Joest Nagell, als gevol-
machtigde van zijn oom Herman Nagel, blijkens
volmacht gepasseerd ten overstaan van burge-
meesters, schepenen en raad der stad Borculo
van 16 Dec. nieuwe stijl, bekent verkocht en op-
gedragen te hebben aan Bartold Schomacker en
Belijcken, zijne vrouw, het erve Gerdinck, gelegen
in de buurschap Ampsen, belast met tienden en
tijns; ten overstaan van Willem Alinckhoven,
-ocr page 30-
.
24
stadhouder van Diderick van Dorth, heer tot
Dorth. landdrost van Zutphen en schuit tot
Lochem en gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegels in groen \\v;;s
van den landdrost en stadhouder, ondert. door
den landdrost.
No. 58.         12 Januarij 161 o. Bartold Schomaker, als ge vol-
machtigde van Herman Nagels en Margarita
Nunninck. echtelieden, bekent verkocht te heb-
ben aan Joost Nagell tot Ampsen en Getruedt
van der Capellen, echtelieden, een stuk groen-
land, gen. de Exelsche Mede en twee kampen
land, gen. de Lonnemans kampen, gelegen in
het kerspel Lochem, buurschappen Exell en Amp-
sen, zijnde de Lonnemanskampen belast met drie
rentverschrijvingen van 200 keizersgl, 60 en 50
dalers; ten overstaan van Willem Alinckhoven,
stadhouder van Diderick van Dorth, heer tot
Dorth, landdrost van Zutphen en schuit tot
Lochem en gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van den landdrost en stadhouder, ondert. door
den landdrost.
No. 59.         29 Maart 1610. Juffer Gertrudt Nagels, bijge-
staan door Jorrien Nagell. domheer te Munster
en Joest Nagell, gebroeders, hare ooms, als mom-
bers, approbeert het testament door haar zal.
vader Herman Nagell op 29 Julij 1604 gemaakt,
ten behoeve van zijne vrouw Margareta Nunninck
en de kinderen door hem bij haar verwekt; ten
overstaan van burgemeesters en schepenen der
stad Borkulo.
Op papier, met opgedr. stadszegel, ondert. door
den secretaris.
Blijkens een hierbii gaande acte werd Herman Nagel in
1610 in de kerk te Borkulo begraven.
-ocr page 31-
25
60.           18 September 1610. Juffer Getruedt Nagels,
geassisteerd met Jurrien Nagell, domheer der
kerk te Munster, haar oom, als momber, bekent
verkocht te hebben aan Bartoltt Schomaecker en
Bellijtgen, zijne vrouw, het erve de Enck, gelegen
in het schultamp Lochem, buurschap Exell; ten
overstaan als 12 Jan. 1610.
Op perkament als 12 Jan. 1610.
61.          27 September 161 o. Dezelfde verkoopt aan
Joest Nagels en Getruedt van der Capellen, echte-
lieden, de erven Mentinck en Dickink, gelegen
in het schultampt Lochem, buurschappen Larne
en Exele, zijnde het erve Mentinck belast met
5 molder rogge en 4^ molder garst jaarlijks aan
Johan Schimmelpenninck te Zutphen; ten over-
staan als 12 Jan. 161 o.
Op perkament als 12 Jan. 1610.
62.          20 September 161 o. Johan van Palant, ban-
nerheer zu Voersts, heer zu Keppell, freiherr
des Hambs, leenheer, beleent Josten Nagell zu
Amsen met het goed Lambertingh, gelegen in
het kerspel Lochem, buurschap Exell, leenroerig
aan den huize Keppel, zooals zijn zal. vader Jan
Nagell daarmede beleend is geweest, ten Zut-
phensche rechten; ten overstaan van twee leen-
mannen van het huis Keppel.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in groen was door den leenheer.
63.          12 Januarij 1614. Huwelijksvoorwaarden van
Johan von Lohn zu Lohn, zoon van zal. Johan
von Lohn zu Lohn en Marie von Nijekerken —
en Johanna von der Cappellen, dochter vanGerrit
von der Cappellen en Gertruidt von Hoemen; ten
-ocr page 32-
26
overstaan van Georg von Lohn zu Pauwe Mholle,
Henrich von Lohn, Derrich von Lohn, Georgh von
Darll zu Darll, Wilhelm von Niekirhen zu Huetel-
haven en Ludolf Conraidt von Keppell, voor den
bruidegom, zoomede Gerlich von der Cappellen
in den Dam, Jobst Nagell zu Amsen, Gisbert
Hardenbrock en Herman von Hoemen, voor de
bruid, als huwelijksliedcn.
De bruidegom brengt mede ten huwelijk het
huis Lohn in het kerspel Sutlohn en eenige stuk-
ken land, waaronder het groote en kleine Tan-
gerelinck in het kerspel Alten.
De bruid brengt mede een erve, gen. Breeden
Oort en | van een erve, gen. de Kollich, gelegen
in het kerspel ter Wolde.
Het derde gedeelte en een vierde van het derde
gedeelte der tienden, gen. Gelinde en Sorgeldam,
gelegen in het kerspel Bernefeld op Veluwc.
Een hofstede in Leesten, kerspel Werrensfeld,
gen. Brincke.
Eenige stukken land, gen. Bockeltind en Horst-
eken in hetzelfde kerspel.
In het kerspel Stenneren een stuk groenland
gen. Ottenslagh.
Een halve hofstede in Baerll.
Op perkament, ondert. door bruidegom en bruid
en huwelijkslieden en met hunne uith. zegels in
^
                    groen was.
No. 64.         17 Augustus 1615. Mauritz Ripperda tot Vor-
den, heer tot Farmsum, Dam, Doornum en Ret-
thum, als leenheer, beleent Joist Naegell tot
Ampsen met het goed Breckeveldt, gelegen in
de buurschap Duchteren, leenroerig aan den huize
Vorden, ten Zutphcnsche rechten, te verheerge-
-ocr page 33-
27
waden met een pond goed geld; ten overstaan
van Joannes van Swinderen en Hermen Nediger,
leenmannen van Gelre.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den leenheer.
No. 65.         13 Maart 1616, stijlo veteri. Derrick van Haeff-
ten, heer to Verwoelde, als leenheer beleent Joost
Nagell to Ampsen, zijn neve, met de goederen
Nijhoff en toe Molle, gelegen in de kring en heer-
lijk van Verwoelde. ten Zutphenschen rechten en
staat toe dat hij daarmede betuchtigt zijne vrouw
Gertruidt van der Cappellen; ten overstaan van
Henrick van Rijchard. leenman van Keppell en
Lambert Liefftinck, leenman van Verwoelde.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in rood was door den leenheer.
No. 66.         18 Juli 1616. Johan van Loen en Joanne van der
Capellen, echtelieden, bekennen verkocht te hebben
aan Lambert Lentinck en Mechtelt Boedinges, ech-
telieden, een jaarrente van 31 goltgl. en 1 oort,
verschijnende op Jacobi, losbaar met 5oogoldgl,
uit een erve (waarvan Wendele Strockels | toe-
behoort) gen. de Breeden Oort of opten Kolck,
gelegen in het ampt Voorst, kerspel ter Wolde,
buurschap Weertsche zijde, zijnde het geheele
goed belast met 6\\ goudgl. aan het capittel van
Deventer en de tienden grof en smal aan dit ca-
pittel en juffrouw van Heil teZutphen; ten over-
staan van Gerlich Doijs en Jacob van Lidt, burge-
meesters van Deventer, als geërfden in Veluwe.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van Johan v. L. en geërfden, ondert. door de ver-
koopers en geërfden.
26 Julij 1703 verklaart Elisabeth Strockel, weduwe Nilant,
dat deze obligatie afbetaald is.
-ocr page 34-
28
No. 6y.          10 October 1616. Arno\'.d van Randwijk tot
Bemmel, raad der staten der Vereenigde Neder-
landen. beleent Jost Nagel, als man en momber
van Joffer Gertruit van der Cappellen, met de
tiende grof en smal. in de buurschap Klein Barl,
kerspel Bemmel, leenrocrig aan den huize Bem-
mel. ten Zutphenschc rechten, te verheergewaden
met een pond goed geld, zooals Herman van
Zalland en daarna Jochem van Hoemen groot-
vader van Geertruit v. d. C, die in leen hebben
gehouden, zijnde nu een verzuimd en vervallen
leen : ten overstaan van Hendrick Vaick en Powel
Velthof, leenmannen van Bemmel.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in groen was van den leenheer.
No. 68.         23 December 1616. Testament van Joest Nagell
tot Ampsen en juffer Getruidt van der Cappellen
in den Damb, echtelieden, gedaan ten overstaan
van Gerlich van der Cappellen in den Damb en
Evert van Keppele toe der Wolbeke, voor burge-
meesters, schepenen en raad der stad Lochem.
Gerritt Johan Nagell, hun zoon, krijgt het huis
tot Ampsen met toebehooren en alle goederen
gelegen in het schependom Lochem, zoomede een
tiende te Dalfsen, buurschap Lousen.
Johanna en Getruidt, hunne dochters, zullen heb-
ben de goederen in de Over Betuwe, kerspel
Bemmel, buurschap Halderen en een jaarlijksche
uitkeering van hun broeder van 200 Car. gl.
Op perkament met uith. stadszegel in groen was.
No. 69.         9 December 1617. Derrick van Rhemen, leen-
heer, bevestigt het testament van jouffrow Johanna
van Keppell, abdisse van der Honnepe, door haar
op 8 Dec. 1617 gemaakt, ten overstaan van Gei-
-ocr page 35-
~,()
hardt die Vriese en Johan van Twijckeloe, leen-
mannen der proostdij van Deventer, waarbij zij
hare neven Joachim van Keppell (zwager van
Derrick v. R.) en Luijdolf Everjj van Keppell tho
Oijnck beschonk met het } van den hof toe Rae-
mele, zooals zij die van hem als bezitter van den
Weesenberch, ten üverijsselsch Stichtsche rechten
te leen houdt; ten overstaan van Johan Van Twic-
keloe en Alard Hellendoirn, leenmannen van Over-
ijssel, bij gebrek aan eigen leenmannen.
Op perkament, niet uith. zegel in groen was
van den leenheer.
No. 70. 20 October 1619. Gerichtelijke verklaring afge-
legd voor burgemeesters, sehepenen en raad van
Lochem, ten verzoeke van Joost Nagell tot Amp-
sen, dat vroeger bij het huis Ampsen een koorn-
ros- en oliemolen heeft gestaan.
Op papier, mei opgedr. stadszegel.
Dito verklaring atgelegd 8 Dec. 1619 voor den stadhouder
van het seholtampt Lochem.
No. 71. 22 Februarij 1620. Johan die Rode junior, enz.
als gevolmachtigden van jutter Geertruid Nagell
canonissa van het adelijke vrij wereldlijke stift
Langenhorst, vertoonen aan het gericht der stad
Borkulo een acte van 28 Jan. 1620, gepasseerd
voor het gericht van Munster, waarbij genoemde
Geertruid Nagell, in tegenwoordigheid van Harmen
Nagell, canonik der cathedraal aldaar, bekend dat
zij vroeger haar nu overleden oom Jurgen Nagell,
domheer te Munster, overgedragen had hare goe-
deren te Borkulo, als de Molshof, Hesselingh en
Kulsdomb met toebehooren, zooals haar die aanbe-
storven waren van haar vader en nu die opdracht
herhaalt ten behoeve van Joost, Lucas en Johan
Nagell, natuurlijke zonen van haar oom Jurgen en
-ocr page 36-
30
alsnu in den naam van hunne principalinne den
opdracht doen voor het gericht van Borkulo.
Extract op papier uit het protocol, gewaarmerkt
Bispinck, scriba.
No. 72.        3 Julij 1620. Johan ten Westerholtt, als gevol-
machtigde van Engelbertt op den Nortt, dei-
rechter docter en burgemeester te Zutphen, zoo-
mede Johan op den Nortt voor zich zelf en zich
sterk makende voor zijn zuster Sweerken op den
Nortt, bekent verkocht en opgedragen te hebben
aan juncker Joest Nagel 1 en juffer Getruudt van
der Capellen, echtelieden, de stukken land, gen.
de Meijsmate, gelegen in het schependom Lochem
naast het land der koopers ;ten overstaan van burge-
meesters, schepenen en raad der stad Lochem.
Op perkament, met uith. stadszegel in groen was.
No. 73.         17 Augustus 1623. Huwelijksvoorwaarden van
Jurrien van den Botzelaer tot Toutenbergh, heer
tot Rinschen Essenbach, zoon van Joachim van
den Botzelaar tot Rutenbergh en Batingen en
zal. juffer Elisabeth van Echten — en juffer
Joanna Nagels, dochter van Joest Nagels tot Amp-
sen en Getruudt van der Capellen; ten overstaan
van Joachim van den Botzelaer tot Toutenbergh en
Batkigen, Rutger van den Botzelaer tot Touten-
bergh en Batingen, Osvvoltt van den Botzelaer
tot Toutenbergh en Roloff van Echten tot Echten,
aan de zijde van den bruidegom, Joest Nagell
tot Ampsen,- Gerüch van der Capellen op den
Dam, Johan van Loen tot Loen, Joachim van
Keppell, schultus tot Hattem en Diderick van
Keppell en Voirst, aan de zijde der bruid, als
ouders en naaste bloedverwanten.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegels in groen was van partijen en getuigen.
-ocr page 37-
3>
No. 74. 24 Maart 1631. Testament van Joost Nagel
tot Ampsen.
Hij bevestigt het testament van 1616 gemaakt
met zijne thans overledene huisvrouw Gertruid
van der Capellen. Hij vermaakt aan zijne dienst-
maagd Griete 400 dalers en 1000 dalers aan zijne
natuurlijke kinderen verwekt bij Griete en anderen,
te betalen een jaar na zijn dood.
Op papier, ondert. Joost Nagel, Gerrit Jan
Nagel, Willem van den Boet9eler. Janna Nagels
en Geertruijt Nagels.
No. 75.         1 November 1632. Huwelijksvoorwaarden van
Joest Nagel to Amsem, weduwnaar van Geertruit
van der Capelle en vrou Everdina Sloot, weduwe
van zal. Tegnagel; ten overstaan van Gerrit
Johan Nagel, Wilhelm van Hoetselaer tot Tou-
tenborch, Everhart van Keppel tot Woelbceck,
Johan van Loon to Loon en Johan van Echten,
ter eenre zijde — en Boldewijn Sloet, rentmeester
des lands van Vollenhoven en Cuijnre, Zeijne
Hagen tot Glinthues, Johan die Baecke tot Bae-
kenhagen, rentmeester van Twente, Henrick van
Ittersum ter Hofstede, capitain commandeerende
binnen de stad Hasselt en Jurrien Jacop Hagen,
ter andere zijde, als huwelijkslieden.
Op perkament, met uith. zegels van bruidegom
bruid en huwelijkslieden, ondert: Joost Nagel,
Everhardiua Sloot en Johan van Loen zu Loen.
Gerrit Jan Nagel heeft niet gezegeld en eerst op
6 April 1643 l\'eze huwelijksvoorwaarden onder-
teekend. Zie no. 85.
No. 76. 21 November 1638. Testament van Geertruit
Naegel, zwak van lijve doch goed van verstand;
ten overstaan van Alexander Droste en zijne huis-
vrouw en vrouwe van Lohn.
-ocr page 38-
32
Zij vermaakt aan de armen van Lochem ioo
car. gl, aan haar vader 130 car. gl, en aan haar
broeder Gerhard Jan Naegel en hare zuster Joanna
Naegel, gen. Boitzeler, hare kleederen en sieraden.
Op papier, ondert. en met opgedrukt zegel in
rood lak van Alexander Droste.
No. "]"].         1639 —1644. Stukken van een proces gevoerd
voor het stadsgericht van Lochem door Joost
Nagell contra Jan Ross of te Berenpas.
Een bundel.
Niet volledig zoodat niet blijkt waarover dit proces is gevoerd.
No. 78. 21 Juli 1641. Diederick van Bemmel, raad en
stadhouder der leenen van Gelre en Zutphen,
approbeert de twee besloten testamenten van
Johan van Loon tot Loon en Johanna van der
Capellen, echtelieden, staande in dorso geschre-
ven: Reciproca dispositie? nobilium Johannis a
Loon in Loon nee non Johannc de Capella con-
jugum, was der Icestlevende au.ss des eerst ver-
sturvene goeteren usu fructuarie 211 geniessen
haben solle;
ten overstaan van Abraham Tulleken
en Johan Dibbets, burgemeesters van Arnhem, als
leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
No. 79.        29 Januarij 1642. Diederick van Bemmel, raad
en stadhouder der leenen van Gelre en Zutphen,
approbeert de opene dispositie van joffer Johanna
van de Capellen, huisvrouw van Johan van Loon
tot Loon, 16 Juni 1641 gemaakt en 21 Julij 1641
besloten geapprobeerd; ten overstaan van Johan
Dibbets, burgemeester van Arnhem en Derck
Frans, als leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
-ocr page 39-
33
I
Hierbij: Een copie van bovenstaande dispositie.
5 Maart 1649. Testament van Janna van der Capelle, wed.
van Loon.
27 Junij 1651. Verklaring dat bovenstaande testamenten ge-
opend en gelezen zijn.
17 Julij 164;. Magescheid tusschen Janna van der rappellen,
wed. Johan van Lohn, ter eenre, zoomede George en Henrick
van Lohu, lialtazar Christiani, pater des kloosters te Dinxlaken .
namens Elizabeth ab Anten, conventualin aldaar en Marie ab
Anten, als erfgenamen van Johan van Lohn.
Diverse stukken omtrent dezen boedel.
Zie no. 99.
No. 80.          12 April 1642. Huwelijksvoorwaarden van Gerrit
Jan Naegel tot Ampsen, eenige zoon van Joost
. Naegel tot Ülden en Nieuwen Anisen en juffer
Gertruit van der Capellen zal. — en juffer Clara
Elisabeth van Coeverden tot Rade en Walfort,
dochter van Jan van Coeverden tot Rade en
Walfort en juffer Frederica Margarita van Lin-
telo; ten overstaan van Joost Nagell. Jan van
Loen zu Loen, Ludolf Conradt von Keppell zu
Üijdingh, Everardt van Keppel ter Woelbeke,
G. H. Schelen en Gossen van Keppel toe Oelde, als
huwelijkslieden.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegels in rood was door bruidegom, bruid en
huwelijkslieden.
No. 81.         1643. Stukken omtrent de gelijktijdige admisssie
van Joost Nagell en zijn zoon Gerrit Jan Nagell
in de ridderschap van Zutphen.
Een bundel.
In de vergadering der ridderschap van Mei 1643 werd be-
zwaar gemaakt tegen het toelaten van Gerrit Jan Nagel daar
zijn vader Joost Nagel reeds was toegelaten. Ofschoon Gerrit
Jan Nagel bewees eigenaar te zijn van de havezate Nieuwe
Ampsen, hem door zijn vader op 2 April 1643 overgedragen,
bleven de meeste leden der ridderschap bezwaar maken, inge-
volge de landschapsresolutie van 20 Dec. 1609. Eindelijk werd
3
-ocr page 40-
34
in Dec. 1643 besloten dat vader en zoon in de vergadering
zullen mogen compareeren doch slechts een stem uitbrengen
en eenmaal vacatiegeld genieten.
Uit de stukken blijkt nog:
Dat Margareta Nunninck, weduwe van Herman Nagel, op
25 Maart 1644 65 jaar oud, met haar man op Nieuw Ampsen
gewoond had en dit huis na den dood van haar man met de
kinderen van Herman Nagel verkocht heeft aan Joost Nagel.
Dat Oud Ampsen door Johan Najiell, vader van Joost Nagel,
bewoond is geweest en in de kwade tijden afgebrand.
Dat Nieuw Ampsen in de krijgstijden verbrand en afgebroken
is en wederom opgebouwd door Joost Nagel.
Dat Johan Nagel op Oud Ampsen en Herman Nagel op
Nieuw Ampsen! wonende gelijktijdig in de ridderschap van
Zutphen gecompareerd hebben.
No. 82.        l&43- Stukken betreffende een geschil tusschen
Dirk van Haeften tot Verwolde en Gerrit Jan
Nagel tot Ampsen, omtrent een uitweg van een
goed, gen. de Molle, toebehoorende aan den huize
Ampsen.
Een bundel.
Blijkens een bijgevoegde verklaring besloten partijen 6 Mei
1643 dit geschil aan de uitspraak van eenige scheidslieden te
onderwerpen.
No. 83. 2 April 1643. Joost Nagel tot Olden Ampsen
bekent getransporteerd te hebben aan zijn zoon
Gerhard Jan Nagell de havezate en huis te Amp-
sen met toebehooren en gerechtigheden, gelegen
in de buurschap Ampsen; ten overstaan van Johan
Lansinck, stadhouder van het scholtampt Lochem
en keurnoten.
Afschrift op papier, gewaarmerkt door den land-
schrijver.
No. 84. 13 April 1646. Hillebrant Ruijter, voor zich
zelf en voor zijn broeder Jurrijaen Ruijters, Hae-
sien Corneliss, als moeder van Cornelis en Rutger
Ruiters, enz. verkoopen aan Gerrit Jan Nagel tot
-ocr page 41-
35
Ampsen de halve Potmansmate, gelegen in het
schependom Lochum, achter de Brandinckhorster
kamp, belast met een tijns van i]/2 stuiver, voor
uoo Car. gl. en i rosenobel, te betalen 600 gl.
en de rosenoble dadelijk en de rest op Mei 1647.
De overdracht zal geschieden na betaling van
den laatsten termijn.
Op papier, geteekend door de verkoopers en
kooper.
Met de opdracht op papier van 15 Juli 1647, gedaan ten
overstaan van schepenen van Lochem.
25 Januarij 1725. Hendr. Gerh. Schomaker,
predikant te Winterswijk, bekent verkocht te heb-
ben aan Gerh. Jan Joost baron van Nagel, heer
van Ampsen, de halve weide, gen. de Polmans-
mate, gelegen in het schependom Lochem, voor
700 Car. gl. te betalen bij het transport.
Op papier, ondert. door verkoopers en koopers.
No. 85.        8 Mei 1646. Accoord tusschen Everhardina
Sloodt wed. Joost Nagel, ter eenre — en Gerh.
Jan Naegell en Willem Jurrien van den Boetse-
laer tot Toutenborch en Halderen, ter andere zijde.
Op papier, ondert. door partijen en Boldewijn
Sloet, Jan van Ittersum, Johan de Ruijter, Henrick
Abbinck en Rverardt van Keppel to Wolbeke,
als getuigen.
Hierbij: Een nader accoord van 12 Maart 1650.
2 Mei 1646. Inventaris der geréede goederen, zooals Ever-
hardma Sloot met haar zal. man gehad hebben, gelijk die op
den sterfdag geweest zijn, opgemaakt en ondert. door Ever-
hardina Sloet, wed. Nagel.
Annotatie van hetgeen de weduwe sedert het overlijden van
haar man uitgekeerd en betaald heeft.
Een concept op papier der hnwelijksvoorwa: rden, ondert.
door partijen en getuigen te Vollenho op I Nov. 1632. zie 110. 75
6 April 1643. Verklaring afgelegd door Oer. Jan Nagel, zoon
van Joost Nagel uit zijn le huwelijk met Oeeitruid van der
-ocr page 42-
36
Cappelle voor het scholtgericht v:in Zutphen, waaruit blijkt
hij de huwelijksvoorwaarden vau zijn vader met diens 2"
<rouw op 6 April 1643 oiiderteekend heeft ter wille van zijn be-
jaarden en ziekelijken vader.
Diverse stukken.
No. 86. 28 Mei 1646. Dicderick van Betnmel, raad en
stadhouder der leenen van Gelre en Zutphen, be-
leent Gerrit Jan Nagel to Ampsen, bij doode van
zijn vader Joost Nagel, met:
i° het goed to Olden Amsen met toebehooren
(zie n° 37),
2° met een stuk broekland, gen. Tudisloder
stockdaelte, gelegen in het schependom Lochem,
afgespleten van het leengoed ter Cluse;
ten overstaan van Gherhart Sluijsken en dr.
Derck van de Sand, burgemeesters van Arnhem,
als leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
No. 87. 29 April 1647. Magescheid tusschen Johan van
Coeverden tot Rhan, thans gehuwd met Rutgera
van Rhemen, als vader, ten eenre en zijne kin-
deren van zijne eerste vrouw Frederica van Lin-
teloo, ter andere zijde.
Deze kinderen waren: Goosen van Coeverden
tot Rhan; Henrick v. C. tot Walfaert; Arnolt
v. C; Joanna Reinira v. C. gehuwd met Gijsbert
van Hemert, burgemeester van Deventer; Clara
v. C. gehuwd met Gerrit Johan Nagel; Ursula
Agnes v. C; Sophia v. C. en Catharina v. C.
Afschrift o» papier, gewaarmerkt Strockel, secre-
taris.
3 Kebrr. 1606. Huwelijksvoorwaarden vau Johan v. Coever-
deu, zoon van wijlen Goswin v. Coeverden en Johanna v. Itter-
sum, en Frederica Margarita van Liuteler tot Walfort, dochter
van wijlen Henrich van Linteier en Clara van Viermonden
tot Odingh.
-ocr page 43-
n
S Janij 1646 Huwelijksvoorwaarden van Henrich van Coe-
verden te Walfart en Adriana van l.intelo van de Eh/.e.
2 Mei 1641. Testament van Margarieta van Lintelo, genaamd
van Coeverden.
No. 88.         19 Mei 1647. Derck van Haeften, heet toe Ver-
wolde, als leenheer, beleent Gerhard Johan Nagel
tot Ampsen, na doode van zijn vader Joost Nagel,
zijn neve, met de goederen Nijhoff en die Moele.
gelegen in den cringe en heerlijkheid Verwoelde;
ten overstaan van Wolter Sloot toe den Kersen-
borch en Johan Reiner van Keppel tot Langen,
respectievelijk leenmannen van Vorden en zijn
graafl. gen. van Limborch en Bronckhorst.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in groen was door den leenheer.
No. 89.        24 Mei 1647. )an Koeleman en Heijltijen Steen-
houvvers, echtelieden, bekennen verkocht te heb-
ben aan Gerrit Jan Nagel een weiland, gen. de
Broeckmaat of het Friesenmaatje, gelegen voor
de stad Lochem, voor 1300 gl. en r rosenobel
aan verkoopers huisvrouw.
Op papier, ondert. door partijen.
No. 90.         14 Junij 1648. Magescheid tusschen de erfge-
naam van Jr. Joost Naegell tot Olden Ampsen en
Geertruijdt van der Cappellen, echtelieden, als
Gerrit Jan Naegell tot Ampsen en Clara Elijsa-
beth van Coeverden, echtelieden, ter eenre en Wil-
hem van den Boetzelaer toe den Toutenborch en
Halderen en Johanna Naegels, echtelieden, ter
andere zijde, omtrent de goederen buiten de dis-
positie van 23 Dec. 1618 door wijlen Joost Nae-
gell gemaakt.
Op papier, ondert. door partijen.
-ocr page 44-
No. or.         if September rÓ48. Evert van Hekeren tot
Nettelhorst en Enghuesen, landdrost van het graaf-
schap Zutphen, als leenheer, beleent Gerrit Jan
Nagell tot Ampsen met de Groote Geerdincks
Mathe of Groote Mathe en met de Geerdinck-
tiende, gelegen in de buurschap Ampsen, leen-
roerig aan den huize Nettelhorst, ten Zutphensche
rechten, te verheergewaden met een pond geld;
ten overstaan van Conradt van Munster en Peter
Sels, leenmannen van Gelre en Zutphen, bij ge-
brek aan eigen leenmannen.
Op perkament, met \\iith. zegel in rood was van
den leenheer.
No. 92. 6 Üctober 1648. Cornelis Temminck, wijnkoo-
per en Hermanna Hellendoorns, echtelieden, be-
kennen verkocht te hebben aan Jr. Gerrit Jan
Nagel toe Amsen en juffr. Clara van Coverden,
echtelieden, een stuk land, gen. Westerfelt of Bren-
genberg, gelegen in de buurschap üolde, met
een huisstede en hof en een calverweide, voor
2050 gl., zooals Cornelis Temminck dit is aange-
erfd van Jacob Temminck. zijn vader, die dit
land op 8 Aug. 1618 van Derck van Keppel had
gekocht.
Op papier, ontlert. door de verkoopers, kooper
en een getuige.
Hierbij: De overdrachtsacte van 16 Febr..1650, de genoemde
koopacte van 8 Aug 1618 en eenige stukken betrekking
hebbende op den verkoop.
No. 93. 6 November 1649.  Johan Frederick van Pal-
landt, bannerheer tot
    Voorst, heer tot Keppel
en vrijheer des Hams,
  als leenheer, beleent Ger-
hardt Jan van Nagel
   tot Amsen met het goed
Lambertingh, gelegen
   in het. kerspel Lochum,
-ocr page 45-
39
buurschap Exel; ten overstaan van Johan Goris
en Johan Arninck, leenmannen van Keppel.
Op perkament, onderteekent en gezegeld met
uith. zegel in rood was door den leenheer.
No. 94.        21 Januarij 1650. Jan Rost en zijne vrouw, met
bijwezen van zijne zoons, verkoopen aan Gerrit
Jan Nagell het £ van het goed Plaetrinck, ge-
legen in de buurschap Ampsen, voor 1300 daler
en 4 rosenobel voor de vrouw (elffte halve gl.
voor 1 rosenobel), 1 rijksdaalder voor eiken zoon,
voor den oudste twee, 2 molder rogge en 6 sche-
pel boekweit.
Op papier, oodert. door den kooper.
In duplo.
21 Januarij 1650. Johan ten Berenpas verkoopt aan Gerrit
Jan van Nagel \' 3 van hetzelfde goed, voor 1700 gl. en 4 rose-
nobels voor de vrouw.
Op papier, ondert. door verkooper en kooper.
Hierbij de overdrachts acte op perkament van 22 Jan. 1650.
29 October 1651. Johannes Wolf en Gerdruyt van Trier
echtelieden, verkoopen aan Gerrit Johan Xagell \'/6 van het-
zelfde goed.
Op papier, ondert. door den kooper en verkooper.
No. 95.         28 Mei 1650. Gossen Jolink en Trientien Mul-
Iers, echtelieden, bekennen verkocht te hebben aan
Gerrit Jan Nagel tot ült en Nijen Ampsen en juffer
Claera Elisabeth van Covorden, echtelieden, twee
derde parten van de Harsseloos Swarte Ae, gelegen
buiten de Moelenpoort van Lochem, belast met
een tijns van 2 duiten aan den magistraat van
Lochem, voor 600 dalers, te betalen in drie termij-
nen, de laatste op Michielij 1651, als wanneer
de opdracht zal geschieden.
Op papier, ondert. door verkoopers en kooper.
3 April 1767. Hendrik Bonman en Anna Margareta van Eps.
echtelieden, enz. bekennen verkocht te hebben aan Jan Her-
-ocr page 46-
4o
man Sigismund baron van Nagel van Ouden en Nieuwen Amp.
sen en zijne vrouw \'/.i van een weide, gen. de Swarte A, be-
last met 2 duiten tins aan de stad Lochum.
Op papier, ondert. door verkoopers en kooper.
Met de overdrachtsacte op papier van 15 April 1767.
No. 96.         17 October 1650. Diderick van Bemmel eerste
raad en stadhouder der leenen van Gelre ver-
klaart, dat Gerrit Jan Nagell voor zich zelf en
als gemachtigde van zijne moei Johanna van
der Cappelle, weduwe Lohn. op zijn verzoek
van de staten van Gelre heeft verkregen dat het
recht van beleening van den Kleinen Breedenoort
en 4 van den Grooten Breedenoort, gelegen te
Tervvolde, zal komen aan het huis van Nieuwen
Ampsen, waartegen G. J. Nagell dan weder
Nieuwen Ampen met toebehooren in leen zal op-
dragen aan Gelre en dat hij daarop G. J. Nae-
gell met Nieuwen Ampsen en toebehooren be-
leent heeft.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
De KI. Breedenoort en 2/:i van den Gr. Breedenoort was door
Johanna van der Cappele, weduwe Lohn, leenroerig aan Gelre
gemaakt.
Ampsen en Nieuw-Ampsen zullen ieder als afzonderlijk have-
zaten hunne adelijke rechten behouden.
No. 97.         22 Üctober 1650. Maurits Herman Ripperda
tot Vorden, als leenheer van Vorden, beleent Ger-
hardt fohan Nagel toe Ampsen met het goed
Breeckeveldt, gelegen in de buurschappen Duch-
teren en Exel, met de daartoe behoorende bouw
en weilanden, een inslach gen. Lamberdinckslach
en een bouwcamp en lieetcamp daaraan gele-
gen, gen. de Dondert, zooals zijn vader Joest
Nagell op 17 Aug. 1615 daarmede beleend is;
ten overstaan van Joachim van Eek tot Barle-
1
-ocr page 47-
4\'
ham en Joest Grothe, leenmannen van Vorden.
Op perkameut, ondert. en bezegeld met uith.
zegel in rood was door den leenheer.
No. 98.         23 October 1650. Wolter de Rhode van He-
keren tot Ridderlo. leenheer, beleent Garijt Jan
Nagell tot Ampsen met het goed de Hoge
Tanchorst, gelegen in het schependom Lochem
met alle de daaraan behoorende perceelen land
als een weiland, gen. echsterte en vaernste Tanck-
horst, leenroerig aan den huize Ridderlo ten
Zutphensche rechten; ten overstaan van Phijlips
van Goltstien to den Dam en Johannes Rauwere,
leenmannen van Gelre.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in rood was door den leenheer.
No. 99.         1651 -1661. Stukken van een proces, gevoerd
voor het gerecht der stad Lochem, tusschen Gerrit
Jan Nagel, zoon van Joost Nagel en Geertruid
van der Capelle, contra Philips van Goltstein voor
hem zelf en zijne zusters Johanna en Elisabet v.
G. als kinderen van..............van Goltstein
tot Doorn en Geertruid van der Cappelle, om-
trent den boedel van Johanna van der Cappelle
wed. Lohn, hunne tante.
Een bundel.
Zie no. 79.
De sententie in dit proces is van 16 April 1658.
No. 100. 8 Januarij 1651. De staten van Overijssel belee-
nen Gosen van Coeverden met:
1° de hof te Manre met houtgewas en toebe-
hooren, gelegen in het gerecht Ootmersum,
buurschap Manre,
2° de tienden over Bodijnck, Jacobinck, Lohuis
-ocr page 48-
42
Harverdinck, smal en grof, gelegen in het ker-
spel Rijssen, buurschap Notter.
3° de hof te Luchteren met toebehooren, ge-
legen in het kerspel Rijssen, buurschap Notter,
4° de tienden te Aefftinck. grof en smal, gelegen
te Lemele, in het kerspel Ommen,
5° de tienden, grof en smal, over Groot en Klein
Wissinck in het kerspel Raelte, buurschap
Linderte,
6° het goed Vranckinck onder de heerschappij
van Borculo, buurschap Velteren met 12 mor-
gen toe Ittersum,
7° de hoeve land in den Langenslag met de
tienden, dat een voorslach is van het gesticht
Utrecht en een hoeve land daaraan, die ol-
dinges gekomen is van Rechteren,
8° 12 morgen land in den Langen slag, gelegen
in het kerspel Dalffsen, die gekomen zijn van
Adolph van Suijthem,
9° de grove tiende in de mark Linderte over het
goed Oberesche,
ten overstaan van Seijger van Rechteren, heer
toe Almelo en Adolf Henrich van Raesfelt
leenmannen,
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
No. ioi. 31 Mei 1653. Johan Nijhoff en Willemken,
zijne vrouw, bekennen verkocht te hebben en
alsnu te transporteeren aan Jan Nagel tot Am-
sen en Clara Elisabeth van Coeveiden, echtelie-
den, een stuk bouwland, gen. het Coops stuk,
gelegen in den Verwolschen Enck, groot een
molder gezaai; ten overstaan van Bernard Pan-
necoeck, stadhouder der heerlijkheid en kring
van Verwolde en coernoten.
-ocr page 49-
43
4 Julij 1653. Johan ter Meulle en Hermken
Loemans, echtelieden, bekennen verkocht te heb-
ben en alsnu te transporteeren aan Jan Nagel tot
Amssen en echtgenoote een stuk bouwland, gen.
de Ravenshege, op den Verwolschen Enck gele-
gen, groot 2 molder gezaai, ten overstaan als
boven.
Deze twee acten, op hetzelfde stuk perkament
geschreven, zijn blijkens daaronder gestelde en
onderteekende verklaring van Bernard Panne-
coeck geëxtraheerd uit het protocol der heerlijk-
heid Verwolde.
No. 102. 20 Augustus 1653. Johunna Naegel, geboren
dochter des huizes Ampsen, weduwe en doua-
gière van Wilhelm van den Boetseler tot Tou-
tenburgh en Halderen, zoomede Joachim en
Joest van den Boetzeler, zoons van Wilhelm v. d.
B., bekennen verkocht en opgedragen te hebben
aan Gerrit Jan Naegel tot ült en Nieuwe Amp-
sen en Clara Elisabet van Coeverden, geboren
dochter van R ten van Walvaert, echtelieden, het
| van het Ottenslagh en van de Capelle hofstede
of de Noeteboem genoemd, in Baeck en Steenre
gelegen; ten overstaan van Conraed van Munster,
stadhouder van Evert van Heekeren tot Nettel-
horst en Enghuijsen, landdrost van Zutphen en
gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegel in rood was
van den landdrost en groen was van den stad-
houder.
No. 103. 20 Augustus 1653. Johanna Naegel, weduwe
en douagière van Wilhelm van den Boetzeler tot
Tautenborch en Halderen, zoomede Joachim en
Joest van den Boetzeler, zoons van Wilhelm
v. d. B., bekennen verkocht en getransporteerd
te hebben aan Johan Naegell tot Uiden en Nijeu-
-ocr page 50-
44
wen Atnpsen en Clara Elisabcth van Coevorden
echtelieden, een j van het erve dat Brincke, ge-
legen in het kerspel Waerensfelt, buurschap Lees-
ten en een j van het Horstie of Rouwslach onder
Vieracker gelegen; ten overstaan van Johan ten
Broeck, stadhouder en richter van Henrick van
Kek tot Medler en Haerselo, jegermeester en
schuit binnen en buiten Zutphen en gerichtslieden.
Op perkament, ondert en gezegeld met uith.
zegel in groen door den stadhouder.
No. 104. ir Maart 1663. Laurens ten Berenpas en Mech-
lelt Hertjes, echtelieden, zoomede mr. Jan van
Eps en Anneken ten Berenpas, echtelieden, be-
kennen verkocht te hebben, eerstgenoemde echte-
lieden het viertijnde part en alle echtelieden te
zamen de helft van het goed Lieftinck, gelegen
in de buurschap Exel. bestaande uit: de halve
Pascamp, het Lange Cruice, de Magere Bree.
het Bree of Dijkstuk, de Enckgaerden, de Ymen-
camp, het Stijcheler, het slag in het broek en
huis, hof en toebehooren met schapendrift vol-
gens het markeboek; van hun gerechtigheid aan
het Korte Cruice, de halve tiende en de tiende
uit de landerijen, voor 2839 gl. 6 st.
Op papier, ondert. door kooper en verkoopers.
Hierbij de overdrachtsacte op perkament van 13 Juni) I664.
2 Maart 1667. De erfgenamen van zal. Berent Rensinck
verkoopen aan Gerhard Jan Nagell het \'/« min het viertijnde
part van het genoemde goed, voor 1250 Car. gl.
Op papier, ondert. door de verkoopers.
31 Maart 1753. Willem te Hasselo en Maria Everdine Brons,
echtelieden, verkoopen aan Maria Reiniera baronesse van Na-
gel! tot Ampsen het \' 4 miii het viertijnde part van het ge-
noemde goed voor 1000 Car. gl.
Op papier, ondert. door de verkoopers.
Hierbij de transportacte op papier van 3 Julij 1753-
-ocr page 51-
45
No. 105. 26\'3r Maart f665. Verklaring van getuigen
voor schepenen van Harderwijk, in zake een
vechtpartij op Paaschavond omstreeks 6 uur plaats
gehad hebbende voor de woning van den bur-
gemeester Tengnagel te Harderwijk, tusschen
Jacob Kreinck en Joost Nagel.
Bij deze vechtpartij, die eindigde met het dood-
steken van Joost Nagel door Jacob Kreinck, wa-
ren tegenwoordig Adam van Delen, oud 18 jaar,
Jan Joost van Meeckeren. oud 19 jaar, Nicolaas
Herman van Lijnden, oud 18 jaar.
Op papier.
No. 106. 10 April 1665. Sweer Brits op die Lange Haer
met Arentien, zijne huisvrouw, bekennen verkocht
te hebben aan G. Jan Nagell tot Ülden en Nijen
Ampsen de helft van de Artmansmate, aan de
Pepelstege en Swarte Ae gelegen, belast met een
uitgang van een halven blanck, voor 412 gl. 10 st.
Op papier, onclert. door kooper en verkooper.
28 Mei 1665. Evert Amtinck en zijne vrouw
bekennen verkocht te hebben aan Jr Nagell tot
ülden en Nijen Ampsen de helft van hetzelfde
goed. voor 440 gl. en het daaropstaande gras.
Op papier, ondert. door den verkooper.
20 Nov- 1653. Evert Horstinck verkoopt dit goed aan Evert
Amptinck. Extract uit protocol der stad Lochem.
No. 107. 11 December 1667. Erick Schutte met Johanna
Margreta Heijnen en Hend. Heijnen met Magda-
lena Palland. hunne huisvrouwen, bekennen ver-
kocht te hebben aan Gerrit Jan Nagell. eenig land
in den Rensinck Es gelegen, vrij en onbezwaard
goed, zooals zij dit van hun ouders geërfd hebben
-ocr page 52-
40
voor 2000 gl, zullende de overdracht geschieden
na betaling van de koopprijs.
Op papier, ondert. door de verkoopers.
Hierbij de overdrachtsacte van 29 Mei 1668.
108.         13 Augustus 1668. Tonnis Jan Knecht en De-
ricksken, zijn huisvrouw, bekennen verkocht en
overgedragen te hebben aan Gerrit Jan Nagel,
een gaerden in het schependom van Lochem ge-
legen; ten overstaan van schepenen van Lochem.
Extract op papier uit het protocol van cessieu
der stad hochem, gewaarmerkt W. Lausinck ,secr.
109.        31 Augustus 1668. Joan Henrick en VVilhelmina
Friderica Ursula, vrijheer en vrijvrouw van Reede
en ter Horst, heer en vrouw tot Brandtlecht,
Lengerick, Langen en Nijenborch bekennen ver-
kocht te hebben aan G. J. Naegell het halve erve
en goed Rensinck, gelegen in de buurschap Stoc-
kum, belast met een uitgang van 2 mud rogge
en een £ rijksdaalder, leen en tiendroerig aan de
abdij te Essen, voor 3800 gl.
Op papier, niet onderteekend.
Met eenige stukken op dezen koop betrekking hebbende.
110.        23 September 1670. Testament van Gerret
Jan Nagel tot Ouden en Nieuwen Ampsum.
Hrj vermaakt aan zijn zoon al zijn leengoede-
ren en het goed \'t Have in de buurschap Swijpe.
Op papier, ondert. en met opgedr. zegel van
G. J. Nagel.
in. 1670—1672. Stukken van een proces, gevoerd
voor het landgericht van Lichtenvoorde, tusschen
Gerrit Jan van Nagel, als boedelhouder en mom-
ber zijner kinderen bij zal. Clara Elisabeth van
Coeverden, contra Herman Jan Sloot, voor zijne
vrouw en voor hare zuster Frede Margaretha
-ocr page 53-
47
van Hemert, nagelatene kinderen van Gijsbert
van Hemert en Joanna Reiniera van Coeverden,
omtrent den boedel van Jan van Coeverden, enz.
Een bundel.
Zie No. 87.
No. 112. 3 Junij 1673. De mag\'straat en gemeensluijden
met goedvinden der burgerij van Lochem be-
kennen verkocht te hebben aan Jan Hermen Nagel
tot Olden en Nijen Ampsen, het verpande Voor-
slach, gelegen tusschen het Ruerslag en de Bul-
ckesbeecke, voor 6000 gl.
De pandhouders zullen afstand van hun recht
doen na betali ng van het verschuldigde.
Op papier, ondert. door de verkoopers.
Met de overdrachtsacte op perkament van 4 Nov. 1678.
Blijkens bijgaande acte op papier van 20 Jan. 1673 verpandde
de stad Lochem het Voorslag voor 3000 gl, van verschillende
burgers der stad geleend, ter voldoening der contributie des
konings.
No. 113.         1674— 1676. Stukken omtrent de betaling van
80.000 gl. verschuldigd door de steden en het
platteland der graafschap Zutphen aan den Fran-
schen Koning, ingevolge het accoord aangegaan
te Nijmegen op 28 Augustus 1674 met Mon-
sieur Robert, intendant van de Justitie, Politie en
Finantie.
Een bundel.
Hierbij: Het genoemde accoord ondert. Robert.
19/29 April 1674. Onderlinge guarrantie tusschen de nota-
bele ingezetenen der graafschap, ten einde aan den com-
missaris van den koning van Frankrijk de geeischte schatting
te voldoen en de ostagiers te assecureren.
Copie, gewaarmerkt Westenberg, landschrijver.
23 Febr. 1675—27 Nov. 1676. Brieven van de Gedepu-
teerde Staten van Zutphen aan J. H. Nagel en D. Bloemen-
daal, ostagiers voor de graafschap Zutphen te Maastricht.
-ocr page 54-
48
Het betalen der schattint? vorderde geruimen tijd door de
schaarschte van geld en omdat de Kranschen niet in minde-
ring wilden gebracht hebben, een som van 3451 gl. door
Doesburg reeds betaald en 11850 gl. voor, tijdens het aftrekken
van het Fraiische leger, medegevoerde karren en paarden.
114.       Zonder datum. Pertinente specificatie van schade
soo door den bisscop van Munster an het huis
te Ampsen gedaen.
Drie bladzijden folio, zonder datum en onder-
teekening.
115.        9/19 Februarij 1675. Z. H. de prins van Oranje,
ingevolge anthorisatie der staten generaal der
Vereenigde Nederlanden, committeert tot richter
der stad Doesburg Jr. Gerrit Jan Nagel, met ver-
zoek aan de staten van Gelre, om hem van een
commissie te voorzien.
Op papier, met opgedr. zegel en ondert. door
den prins.
Op de acte staat vermeld dal de benoemde 25 Maart 1675
de eed van zuivering heeft afgelegd in handen der staten van
Gelre.
25 Maart 1675. Aanstcllingsacte der staten van Gelre.
Hierbij: De aaustellingsacte voor Hendrik Bloemert tot
stadhouder, van 24 Febr. 1675 en de instructie.
De aanstellingsacte van Peter Mobach tot landschrijver en
fiskaal, van 7 Maart 1675 en de instructie.
116.   " 31 Januari 1677. Gerart Casijn van der Heil
tot de Wiltbaen, eerste raad en stadhouder der
leenen van Gelre en Zutphen, beleent Jan Har-
man Nagel met de volgende leengoederen:
ie het goed Olden Ampsum met toebehooren
en met een katerstede daarin gehoorende. daaraf
een stuk land gelegen is naast Broeckbeek aan
de eene zijde en langs de mark aan de andere
zijde en een ander stuk land naast het goed
Nieuwe Ampsum, met de eene en met de an-
-ocr page 55-
49
dere zijde naast de mark gelegen in het kerspel
Lochum.
2<ï het goed Ampsen of Nieuwe Ampsen met
de landerijen daaraan behoorende. gaande van
de heide met de eene zijde langs de goederen
Haijking en Platerinck en met de andere zijde
van Plaeterinck af langs den Amsnmpschen brink
en voorts langs de beleening van Olde Ampsum
tot aan de heide, met een kamp land in de
heide gelegen, de groenlanden Heijmegoor en
Schuttenstede, de Zijdelmaete. de Blickmaete en
de Exelse Meden met alle broeklanden in het
Ampsumsche broek, gelegen in het scholtampt
Lochem, buurschappen Ampsen en Exel, met de
gerechtigheid van jacht, visscherij, bosch. veen.
heide en weide, zoomede de Braemsmaat, Meijs-
maat, Vriessenmaat en Huijbertsmaat.
3e een stuk broekland, gen. Tijdesloderstock-
daelte van het leengoed ter Cluse afgespleten.
4e de hof te Swijpe, gelegen in de buurschap
Swijpe, alle vier leenen leenroerig aan Gelre en
Zutphen, het ie ten Zutphensche saedelleens-
rechten met een rijzig paard te verheergewaden,
het 2e, 3e en 4e ten Zutphensche rechten met
2, 1 en 1 pond geld te verheergewaden; ten
overstaan van dr. Johan op ten Noorth, burge-
meester van Arnhem en dr. Cornelis van Steen-
ler, als leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
No. 117. 13 Januarij 1680. Magescheid tusschen Joan
Borchardt van Coeverden tot Raan en Reinier
Unico van C , gewezen kapitein ten dienste van
Z. K. M. van Spanje, juffer Hendrina Clara v. C. en
juffer Anna Hendrietta v C, zijn jongere broe-
4
-ocr page 56-
5 o
der en zusters, van de ouderlijke nalatenschap;
ten overstaan van Jacob vau Coeverden tot Stuijve-
laer, Philips Otto van Coeverden tot Rijssel, colonel.
hunne ooms en Joost Christoffel van Bevervoorde
tot Oldemeulen en Weelevelt, als aangestelde mom-
bers en naaste bloedverwanten.
Op papier, ondert. en geregeld met opgedr.
zegels in rood lak door partijen, mombers en vier
dedingslieden.
26 October 1680. Magescheid tusschen de bovengenoemde
broeder en zusters.
Op papier, als boven.
Anna Henriette van Coeverden verkrijgt de erveu 1 Vervelde,
Brinke, Hensinck en Nijsinck.
Sommige goederen, waaronder eenige in Benthem, bleven
onverdeeld.
12 Mei 1680 Erfmagescheid tusschen Jan Har-
men Naegel, heer van Oud en Nieuw Ampsen,
ter eenre en Wildt Jan van Broeckhuijsen tot
Spanckeren, heer van den Gelderschen Toorn en
Geertruijt Frede Naegel, echtelieden, ter andere
zijde, omtrent de goederen nagelaten door hunne
ouders Gerrit Jan Naegel en Clara Elisabeth van
Coeverden.
Geertruijt Frede Naegel zal hebben de moeder-
lijke" goederen van den huize Rhaen en Walvaert
en van de vaderlijke goederen een tiende tot Dalf-
sen in de buurschap Loesen, zijnde een leen; twee
goederen, gen. Rensinck en Egbertsgoed, gelegen
in de buurschap Stockum, onder het gericht van
Kedingen, waarvan het goed Rensinck leenroerig
is; twee leengoederen Groot en Gein Tambël,
gelegen in het kerspel Aelten, buurschap Lintelo;
twee stukjes land voor eenige jaren bij het goed
Rensinck aangekocht en een som geld van 7000
-ocr page 57-
5i
car. gl.; waarmede zij verklaart voldaan te zijn wat
betreft de ouderlijke nalatenschap.
Op papier, ondert. en gezegeld met opgedr.
zegels in rood lak door partijen, Frederick van
Coe verden en Johan Borchart van Coeverden, als
getuigen.
No. 119. 13 Mei 1680. Gerhard Ignatius Swaefken, Jan
Hemlrick Swaefken tot het Socrhuijs, Rensina
Ebsabeth Swaefken, weduwe van Jan Antoni van
Middachten tot Frijswijck, Hendrick Frangois
Swaefken tot Gruijterinck en Mechtelt Sophia
Adriana van Dort, echtelieden, Jacob Evert Swaef-
ken, Wilhelm Aloysius Swaefken en Diderick van
Dort tot Boesselo en Maria Geertruijt Swaefken,
echtelieden, bekennen, onder nadere goedkeuring
van den leenheer, verkocht te hebben aan Jan
Herman Naegel tot Oudt en Niew Ampsen het
goed Raebe of Groot Hadekinck, gelegen in de
de buurschap Ampsen, leenroerig aan Gelre ten
Zutphensche rechten, voor 11000 Car. gl., te beta-
len in drie termijnen,de laatste op vastenavond 1681.
De verkoopers verklaren.dat indien zij het proces
winnen, dat zij voeren met de erfgenamen van
Alexander Schimmelpenninck van der Oije, om-
trent de goederen Stroet en Klein Hadekinck, zij
deze goederen tegen penninckswaarde aan den
kooper zullen verkoopen.
Op papier, ondert. door verkoopers en koopers.
Met een bundel stukken waaruit blijkt, dat de opdracht eerst in
1708 volgde.
18 April 1708. Peter Noijen eerste raad en stadhouder der
leenen van Gelre en Zutphen, beleent Gerhard Johan Joost
Nagel met het vermelde goed; ten overstaan van twee leen-
mannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
\\
-ocr page 58-
52
No. 120. 23 December 1680. Anthoni Brant en Fenne-
ken Kocks, echtelieden, bekennen verkocht te
hebben aan Jan Herman Nagel, heer tot Ouden en
Nieuwen Ampsen, het achtste gedeelte in de goe-
deren Coeslagh, gelegen in de buurschap Ampsen
zoomede Eeck en Stege in de buurschap Eeckx-
sel, voor 1300 gl., te betalen in drie termijnen,
de laatste op christmisse 1681.
Op papier, ondert. door verkoopers en kooper.
17 Januarij 1681. Fredrick Roeloffs en Jan ie Winckel ver-
klaren, als getuigen, dat in December 1680 Herman Jan Nagel
van monsr. Jorrien Boutl\'ertigo gekocht heeft het achtste ge-
deelte der goederen Eeck, Stege en Geer linck voor 1200 car. gl.
Op papier, ondert. door de getuigen.
24 Februarij 1704. Anna Henrietta van Coevorden, douariere
Nagel tot Ampsen, gaat met Dr. Bartholt Schomaker en Aleida
Gertruijt Marienburgh, echtelieden, een ruiling van goederen aan.
Eerstgenoemde zal verkrijgen het halve goed Platerinck en
het vierde part van Gerdink in de buurschap Ampsen benevens
het vierde part van de Eeck in de buurschap Exel, waartegen
laatstgenoemden verkrijgen drie vierde parten van het goed
de Stege, in de buurschap Exel en 1600 car. gl.
Op papier, ondert. door partijen.
Met de overdrachtsacte op papier van 6 Aug. 1610.
Uit de overdrachtsacte blijkt dat de Eeck op 18 Sept. 1610
door Geertruid Nagel en de Geerdinck op 10 Dec. 1609 door
Herman Nagel aan den burgemeester Bartold Schomaker is
overgedr agen.
No. 121. 7 Januarij 1681. Magescheid tusschen Wilhelm
Diderix van Schaede tot de Landtegge, ter eenre
en Johan Borchard, Reinolt Unico en Anna Hen-
lette van Coverden, broeders en zuster, ter andere
zijde, omtrent het versterf van Henriette Clara van
Coevorden, \' gewezen echtgenoote van eerstge-
noemde en zuster van laatstgenoemden.
Op papier ondert. en gezegeld met opgedrukte
zegels in zwart lak, door partijen en getuigen.
-ocr page 59-
53
No. 122. 20 Maart 1282. Huwelijksvoorwaarden van Jan
Herman Nagel, heer tot ülden en Nieuwen Amp-
sen, zoon van wijlen Gerhard Johan Nagel en
Clara Elisabeth van Coeverden — en Anna Hen-
drietta van Coevorden van Rhaan, dochter van
wijlen Goswijn van Coevorden, heer tot Rhaan
en Anna Maria van Coevorden van Stoevelaar ;
ten overstaan van Wijldt Jan van Broechuijsen,
heer tot den Geldersen Toorn en Spanckeren, Joost
Rodolph van den Boetselaer, heer tot Halderen,
Frederick Goossen Evert van Coevorden, heer tot
Walvort en Adolph Jan van Keppel. heer tot
Langen, ter eenre zijde, en Jan Borchard van
Coevorden, heer tot Rhaan, Reint Unico van Coe-
vorden tot Rhaan, Jacob van Coevorden, heer
tot Stoevelaar, Philips Otto van Coevorden, heer
van Rijsselt en Joost Christoffel van Beverveurde,
heer tot de Oude Meulen, ter andere zijde, als
huwelijkslieden.
Op perkament, ondert. door bruidegom, bruid
en huwelijkslieden; aan deze acte zijn bevestigd
elf perkamenten staarten, die echter geen sporen
dragen dat daaiaan zegels bevestigd zijn geweest.
Hierbij de dispensatie, verleend op dm landdag te Nijmegen
in October 16S1 aan Joan Herman van Nagel, tot het aangaan
van een huwelijk met zijne volle nicht Anna Henriette van
Coeverden.
No. 123. 18 Junij 1683. Wigbolt de Rode van Hekeren
heer tot Ruerloe, beleent Jan Herman Naegel tot
Olden en Nieuwen Ampsen met het goed Tanck-
horst, de Geerdinck tiende en de Groote Maethe,
gelegen in het schultampt Lochum, zooals zijne
predecesseuren daarmede beleend zijn geweest;
ten overstaan van Joan Eng. van Gelder en Jan
te Winckel, leenmannen.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in rood was van den leenheer.
-ocr page 60-
54
No. 124.        19 October 1684. Georg Ripperda, heer toe
Verwolde, leenheer, beleent Jan Herman Nagel
heer tot Ouden en Nieuwen Ampsen, na doode
van zijn vader Gerhard Jan Nagel, met de goede-
ren Nijhoff en die Moelle, gelegen in de heerlijk-
heid en cringhe van Verwolde en approbeert de
huwelijksvoorwaarden van Jan Herman Nagel en
Anna Hendrietta van Coevorden, 20 Maart 1682
opgericht, voor zooverre deze bepalingen inhou-
den omtrent de twee leengoederen; ten overstaan
van Adolph Jan van Keppel tot Langen en Jan
te Winckel, respectievelijk leenmannen van zijn
graafl. gen. van Stirom en van den hof te Tem-
mekinck.
Op perkament, ondert. door en met uith. zegel van
den leenheer, in rood was en van den stadhouder
van leenen, Johan Westcnbergh, in groen was.
No. 125. 24 Januarij 1685. Alexander Schimmelpenninck
van der Oije, heer tot den Engelenbergh, voor
zich zelf en voor zijne broeders en zusters, be-
kent verkocht te hebben aan Johan Hermen Nagel,
heer tot Olden en Nieuwen Ampsen en Anna
Henrietta van Coverden, echtelieden, twee goederen
gen. Klein Haijebrinck en Stroot, gelegen in de
buurschap Ampsum, leenroerig aan Gelre en
Zutphen, voor 9000 Car. gl, te betalen bij provisie
met eene obligatie rentende 5 #.
Op papier, ondert. en gezegeld met opgedr.
zegels in rood lak door veikooper en koopers
en ondert. door twee getuigen.
In duplo.
25 Maart 1691 verkoopt D. van Dorth aan Johan Herman
Nagel 6 schepel gezaai tot het goed de Stroot behoorende.
Op papier ondert. door den veikooper.
Zie No. 131.
-ocr page 61-
55
No. 126. 25 Februarij 1685. Georgh Ripperda. heer tot
Verwolde, eerste raad en stadhouder der leenen
van Gelre en Zutphen. approbeert dat Johan Borc-
hardt van Coeverden zijn leengoed, gen. ten Boegel
of Smedeserve, gelegen in den lande van Brede- \'
voort, kerspel Aelten, buurschap Dalen, verbindt
voor de richtige betaling van rente en hoofdsom
van 2000 gl. door hem verschuldigd aan zijn
schoonbroeder Johan Herman Nagel tot den Ouden
en Nieuwen Ampsum ; ten overstaan van dr. Johan
opten Noort, burgemeester tot Arnhem en Jan
van Someren, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
No. 127. 27 Mei 1685. Walraven, vrijheer van Heec-
keren, heer tot Nettelhorst, landdrost van het
graafschap Zutphen. beleent Herman Jan Naegell.
heer tot Ampsen, bij doode van zijn vader Gerrit
Johan Naegell, met de Groote Geerdinck Mathe
of Groote Mate en Geerdinck tiende, gelegen in
de buurschap Ampsen, leenroerig aan den huize
Nettelhorst; ten overstaan van Johan van Munster,
burgemeester van Zutphen en Philips van Essen,
leenmannen van Gelre en Zutphen.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in rood was door den leenheer.
No. 128. 9 JunÜ 1685. Adriaen Warner, vrijheer van
Pallant, bannerheer van Voorst, heer van Keppel,
leenheer, beleent Johan Herman van Nagel, heer
tot Old en Nieuw Amssen. met het goed Lam-
bertingh, gelegen in het kerspel Lochem, buur-
schap Exsel, leenroerig aan de heerlijkheid Keppel;
ten overstaan van dr. Henrick Schaep, leenman
-ocr page 62-
56
van Keppel en Johan van Berghem, leenman van
den huize Dieren.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in rood was door den leenheer.
No 129. 24 Junij 1685. Maurits Herman Ripperda, heer
tot Vorden, schultus binnen en buiten Zutphen,
als leenheer van Vorden, beleent Herman Jan
Naegel, heer tot Ampsen, met het goed Brccke-
velt, gelegen in de buurschappen Duchteren en
Exel, zooals 22 Oct. 1650 zijn vader Geihard
Johan Naegel daarmede beleend is; ten overstaan
van Fredcrick van der Capellen, heer tot den
Boedelhoff en Enno Matthias ten Broeck, burge-
meester van Zutphen, leenmannen van Gelre.
Op perkament, met uith. zegel in rood was
van en een ondert. door den leenheer.
No. 130. 1694. Joan Herman Nagel en A. H. van Coe-
vorden, echtelieden, bekennen verkocht te hebben
aan Henderick Willinck, schulte toe den Hofftoe
Willinck - in Ratum, de bouwstede en erve het
Buncke, tusschenEeltinck, Hermelinck en Drumme-
laers, gelegen in de buurschap Miste, leenroerig
aan Gelre en belast met 6 schepel tentsaet aan
aan de kerk te Zuid Lohn, voor 2475 gl, te be-
talen in twee termijnen, de helft op aanstaande
Mei 1694 en de tweede helft op Jacobi daaraan-
volgende.
Op papier, ondert. door den kooper en getui-
gen, niet door de verkoopers.
No. 131.         5 Junij 1695. Georg Ripperda, heer tot Ver-
wolde. eerste raad en stadhouder der leenen van
Gelre en Zutphen, beleent Johan Herman Nagel,
heer tot Ampsum, met de goederen de Stroot
-ocr page 63-
57
en Klein Haijbrinck, gelegen in de buurschap
Ampsum, zijnde het laatste leen van het prin-
cipale goed Haijbrinck afgedeeld, door overdracht
van Johanna Schimmelpenninck van derOije, ge-
huwd met Assueer Appelthoorn, heer tot Engelen-
borgh, die deze leenen aanbestorven waren van
haren broeder Alexander Schimmelpenninck van
der Oije; ten overstaan van dr. Johan opten Noorth,
burgemeester tot Arnhem en Hendrik Noot, als
leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
No. 132. 17 April 1696. Roelof ken Tijsingh, weduwe
Umbgrove, verkoopt aan den heer van Ansum
de tiende uit het goed Lammertinck, voor 900
Car, gl., met goedkeuring van den leenheer.
Op papier, ondert. door de verkoopster en
J. H. Naegel, Bernardus Umbgrove en getuigen.
In duplo.
19 Maart 1699. Dr. Goswin van Steenier, stadhouder der
bannerheerlijkheid van Baer en Lathum. voor Hendrick Wil-
helm, vrij en edeler heer van Westerholt, heer van Hackfort
en Scherpenseel. erfbanner heer van Gelre en Zutphen, beleent
Anna Hendrietta van Coeverden, douagiere van Johan Herman
Nagel, ten behoeve van haar ontnondigen zoon Gerrit Jan Joost
Nagel, met de Lambertinktiende, leenroerig aan de bannerheer-
lijkheid Baer en Lathum, ten Zutphensche rechten; ten over-
staan van Dr. Willem Steenier, leenman van Baer en Johan
Reinders, leenman van Putten.
Op perkament, met uith. zegel in rood was van
den leenheer en ondert. door den stadhouder.
No. 133. 14 Julij 1696. De heeren van den magistraat
der stad Lochum, als overprovisoren, bekennen
verkocht te hebben aan Joan Harmen Nagel, heer
toe Oude en Nieuwe Ampsen en zijne huisvrouw
het goed, gen. de Schegget, gelegen in de buur-
schap Ampsen, toebehoorende aan de armen of
-ocr page 64-
5*
het gasthuis, voor 2000 Car. gl. kapitaal met de
verschenen interest a 240 gl., door de stad op 4
Oct. 1677 geleend van den heer van Ampsen en
gevestigd op den stadsmolen.
Op papier, ondert. door de koopers en den
secretaris, voor den magistraat.
In duplo.
Met de overdrachtsacte op papier van 23 April 1697 en een
cnpie van de obligatie van 4 Oct. 1677.
No. 134. 13 Maart 1699. Adriaen Werner, vrijheer van
Pallant, bannerheer van Voorst, heer totKeppel.
als leenheer, beleent Anna Hendrietta van Coe-
vorden. douagiere Nagels, voor haar onmondige
zoon Gerrit Jan Joost van Nagel, met het goed
Lambertinck, gelegen in de buurschap Exel, zooals
zijn vader op 9 Junij 1685 daarmede beleend is;
ten overstaan van Daniel Adam Brendel en Joost
Wolter, leenmannen van Keppel.
Extract op papier, uit het leenprotocol van
Keppel. gewaarmerkt door Bernard Coesvelt,
stadhouder.
20 Maart 1716 wordt Gerrit Jan Joost van Nagel, meerder-
jarig geworden, zelf beleend. Extract als boven.
No. 135. 25 Maart 1699. Anna Hendrietta van Cover-
den,\'douairiere Nagel, voor haar minderjarigen
zoon Gerrit Jan Joost Nagel, beleend met de erven
Nihoff en de Meule, gelegen in de heerlijkheid
en crinck van Verwolde, zooals zijn vader daar-
mede op 19 Oct. 1684 mede beleend is; ten over-
staan van Herman van Enter en Lambertus Lob-
berg, leenmannen vnn Keppel en Ruurlo, bij ge-
brek aan leenmannen van Verwolde.
Extract op papier uit het leenprotocol van Ver-
wolde, ondert. Johan Westenbergh, stadholder.
-ocr page 65-
59
No. 136. 15 April 1699. Henrik van Essen, stadhouder
der leenen van het huis Nettelhorst. beleent Anna
Henrietta van Coeverden. douairiere Nagels, voor
haar minderjarigen oudsten zoon Gerrit Jan Joost
Nagel, met de Geerdink mathe of Grote mathe
en de Geerdink tiende, gelegen in de buurschap
Ampsen, leenroeng aan den huize Nettelhorst;
ten overstaan van dr. Frans Henrik Engelen
en Philips van Essen, leenmannen van Gelre.
Extract op papier uit het leenprotocol van Nettel-
hors\'.. ondert. Henr. van Essen, stadholder.
16 April 1708 wordt Gerrii Jan Joost Nagel,meerderjarig ge-
worden, zelf beleend. Extrait als boven.
No. 137. 1 Mei 1699. Accoord tusschen Joan Borchard
van Coeverden, heer van Raan, Rede, enz. en zij\'ne
zuster Anna Henrietta van Coeverden, douairiere
van Joost Herman van Nagel tot Ampsen, om-
trent de nalatenschappen van Reijnt Unico van
Coeverden, in leven kapitein van een compagnie
Infanterie ten dienste der Vereenigde Nederlanden.
Henriette Clara van Coeverden gehuwd met Diderik
van Schaede van Landtegge, ingevolge acten van
compromis van 9 Sept. 1693 en 16 April 1699.
Op papier, ondert. door partijen.
Zie No. 117 en 121.
Hierbij : De genoemde acten.
Een nader accoord van 12 Aug. 1702.
De acte van compromis van 9 Sept 1693.
Diverse stukken.
No. 138. 14 Februarij 1700. Verwinsbrief van het derde
deel van het erve Platerinck, gelegen in debuur-
schap Ampsen, afgegeven door Johan Westen-
berch, stadhouder van Herman Henrick Schimmel-
penninck van der Oije, heer to Langhen, schuit
binnen en buiten Lochem, ten behoeve van Gerrit
-ocr page 66-
6o
Pietersz Kick, wegens wanbetaling der interest
van een daarop gevestigde schuld van ioooCar.
gl. op 28 Mei 1680.
Op perkament, met uith. zegel in rood was van
den schuit en in groen was van den stadhouder*
ondert. door den landschrijver.
No. 139. 14 October 1704. Alexander Schirnmelpenninck
van der Oije, heer van Holthusen, Roderlo en
Voorstonden, als leenheer, beleent Anna Henrietta
van Coeverden, douairiere van Jan Herman \\agel
tot Olden en Nijen Ampsen, ten behoeve van
haar oudsten minderjarigen zoon, met de goede-
ren Tanckhorst, Gerdinck tiende en Groote Ger-
dinck Mathe, gelegen in het scholtampt Lochem,
leenroerig aan den huize Roderlo; ten overstaan
van Bernardt Plegher. leenman van den huize
Claerenbeek en Laurens Solner, leenman van het
graafschap Bergh.
Op perkament, ondert. en gezegeld, met uith.
zegel in rood was, door den leenheer.
No. 140. 24 Junij 1706. Bernhard Westenbergh en juffrou
Elisabeth Hossius, echtelieden, bekennen verkocht
te hebben aan Anna Hendrietta van Coverden,
douagiere Nagel, het plaatsje het Goorhorst, ge-
legen in het schependom Lochem, zooals ver-
koópers Hat op 25 April 1699 gekocht hebben
van Aris Quikenburg, notaris te Amsterdam en
Alijda van Wullen, echtelieden, voor 450 gl.
Op papier, ondert. door de verkoopers.
Met de transportade van 24 Junij 1706 en de koopactevan
25 April 1699.
No. 141. 13 Julij 1707. Gerrit Joan Joost Naegel ver-
klaart dat zijne ooms Wilt Jan van Broekhuizen
en Johan Borgart van Coeverden, als mombers
van zijne onmondige zuster Maria Reiniera en
-ocr page 67-
Ói
broeder Jacob en zijn zwager C. C. van Lincelo,
gehuwd met zijne zuster Clara Elisabet, afstand
hebben gedaan ten zijnen behoeve van het l/8 der
volgende goederen:
Het huis Ampsen met toebehooren, de Bliek-
mate, het erve Nieuwe Ampsen en het Weevers
of Schuiteevers plaatsje, leenroerig aan Gelre.
De Groote Mate, leenroerig aan Nettelhorst.
En van het s/t der vrije goederen Hunteler en
Lonneman.
Op papier, ondert. en gezegeld met opgedr.
zegel door G. J. J. Nagel.
No. 142. 18 April 1708. Gerhard 01 mius, stadhouder en
richter van het scholtampt Lochem, als gevol-
machtigde van Anna Henrietta van Coeverden,
douagere van Nagel, moeder en voogdes van
juffer Maria Reijnera en Jacob Hendrik van Nagel;
van Christian Carel van Lintelo tot Eza, scholt
binnen en buiten Lochem, en Clara Elisabet van
Nagel, echtelieden ; van Johan Borchard van Coe-
verden tot Rhaen, als oom en naaste bloedver-
want van deze onmondige kinderen, Wilt Gerrit
Jan van Broekhuijsen tot den Gelderschen Toorn,
als cousin germain van deze onmondige kinderen,
renuntieert volgens leenrecht, ten behoeve van
Gerijt Johan Joost van Nagel tot Ampsen van de
adelijke havezate Ampsen; ten overstaan van Johan
Verbeek en Cornelis van Aelst, leemannen.
Op perkameut met uith. zegel in rood was.
No. 143. 18 April 1708. Peter Noyen, eerste raad en
stadhouder der leenen van Gelre en Zutphen, ap-
probeert het magescheid opgericht 13 Jan. 1680
tusschen Anna Henrietta van Coeverden, doua-
gere van Nagel en hare broeders en zusters, wat
-ocr page 68-
62
betreft het goed Verreveld, gelegen in het ker-
spel Aelten, land van Bredevoort; ten overstaan
van Johan Verbeek en Cornelis van Aelst, leen-
mannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
No. 144. 23 Mei 1708. Anna Hendriette van Coverden,
douariere van Joan Herman Nagel, als voogdesse
van hare onmondige kinderen Maria Reinera en
Jacob Henrik van Nagel en Clara Elisebeth van
Nagel, gehuwd met Christiaen Carel van Lintelo,
doen afstand van het hun toekomende deel, zijnde
drie vierde parten, van de goederen Hunteler en
Lonneman, gelegen in de buurschap Ampsen, hun
aangekomen van de vaderlijke nalatenschap, ten
behoeve van Gerrit Joan Joost van Nagel tot Ouden
en Nieuwen Ampsen.
Op papier, extract uit de protocollen van het
schoutampt Lochum, gewaarmerkt Johan Westen-
bergh, secretaris.
No. 145. 23 Junij 1711. Anna Henriette van Coeverden,
douairiere de Nagel tot Ampsen, bekent verkocht te
hebben, met goedvinden van haar schoonzoon
Christiaan Carel van Lintelo en haar zoon Gerrit
Joan Joost van Nagel, de Meijerhof met zaai-, hooi- en
weilanden en verdere toebehooren, mitsgaders het
erfelijke, daartoe behoorende holt- en markenrigters
ampt over de schichtige marken Manderen, Gees-
teren en Vasse, gelegen in de buurschap Mande-
ren, gericht Ootmarsum, haar bij testament ver-
maakt door haar broeder Reiner Unico van Coe-
verden tot Raen, leenroerig aan den huize Hee-
keren, voor 9000 gl., aan Rottgen van Deventer
en Anna Walburg Recke, echtelieden, zullende
-ocr page 69-
63
het transport geschieden na betaling van de laatste
termijn.
Op papier, in duplo, zijnde een exemplaar ge-
teekend door de verkoopers en het tweede door
den kooper.
Met een lijst der personen die van 1470—1668 met dit goed zijn
beleend geworden door de provincie Overijssel.
Uit eenige hitrbij gevoegde verklaringen blijkt dat het goed in
1711 leenroerig aan het huis Heekeren was. Waaruit deze
onzekerheid ontstaan is blijkt niet.
No. 146. 30 December 1711. Jakop, Arrent en Berrent
Jansen, Harmen, Arrent en Marrije Jansen, nichten
en neven, bekennen verkocht te hebben aan Anna
Handriette van Coeverden, douagere Nagel van
Ampsen, het hun toebehoorende deel van de Hol-
meri en een hofken met huisken daarop, gelegen
in de heerlijkheid Verwolde, voor 300 gl.
Op papier, ondert. door de verkoopers.
5 Januarij 1712. Jan Dercksen en zijne vrouw verkoopen
aan dezelfde hun aandeel in de Holmerij. voor 300 gl
Op papier, ondert. door de verkoopers.
No. 147. 2 Jannarij 1716. Evert baron van Heeckeren,
heer tot Nettelhorst, als leenheer, geeft toestem-
ming aan Joan Arnold Hoefslag, om het goed de
Aast, gelegen in de buurschap Exel, leenroerig
aan den huize Nettelhorst, te belasten met een
kapitaal van 1600 gl., rentende 5% sjaars, ten
behoeve van Margareta Marienburg te Deventer;
ten overstaan van Joan Raad en Joan Vrendts,
leenmannen van den huize Nettelhorst.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in rood was door den leenheer.
Achterop staat dat de verschuldigde 1600 gl. op 15 Jan.
1717 door douairiere van Nagel, geb. van Coeverden, terugbe-
taald is aan Magareta Marienburgh.
20 Juny 1707. Henric van Essen, stadhouder derleenenvan
het huis Nettelhorst, beleent Johan Arnold Hoefslag met het
-ocr page 70-
64
goed Ier Aest, gelegen iu Je buurschap Exel, leenroerig aan
den huize Nettelhorst; ten uverstaan van Philips van Essen,
leenman van Gelre en Joh. Andr. Hecking, leenman van Berge.
Op perkament, ondert. en gezegeld met uith.
zegel in groen was door den stadhouder.
23 April 1626. Walraven van Hekeren tot Nettelhorst, land-
drost van het graafschap Zutphen, als leenheer, beleent Maria
er Aest, weduwe van Berud Moll en eenige dochter van zal.
Herman ter Aest, met het erve en goed ter Aest, gelegen in
de buurschap Exell, ten overstaan van Joest Nagell tot Ampsen
en Johan Lamsink, als leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
den leenheer.
No. 148. 3 April 1716. Jan Arnolt Hoefslagh bekent ver-
kocht te hebben aan douariere Nagel tot Amp-
sen het tijndbare erve de Aest, gelegen in de
buurschap Exele, leenroerig aan den huize Nettel-
horst, met consent van den leenheer; voor 5000
Car. gl., zullende van de koopsom gekort worden
de som van 1600 gl. waarvoor dit erve is
verbonden.
Op papier, ondert. G.J.J. Nagel en G. Helmich
Onder staat vermeld dat de laatste termijn van de koopsom
op 20 Aug. 1716 betaald is.
No. 149. 28 Augustus 1716. Evert baron van Heeckeren,
heer tot Nettelhorst, leenheer, beleent G. J. J. van
Nagel, heer tot Oude en Nieuwe Ampsen, met
het goed de Aast, gelegen in de buurschap Exel,
leenroerig aan den huize Nettelhorst, zooals hij
dit gekocht heeft van Joan Arnold Hoefslag; ten
overstaan van Jan Raad en Joan Vrents, leenman -
nen van Nettelhorst.
Op perkament, ondert. en gezegeld door den
leenheer met uith. zegel in rood was.
No. 150. 6 December 1719. Joost Jan Hendenricks en
Jenneken Sweersen, echtelieden, verkoopen aan
-ocr page 71-
65
Anna Hendriette van Coeverden, dovagiere Nagel,
de caterstede, gen. Lieftink Stigler, gelegen in de
buurschap Exel, voor 210 gl.
Op papier, ondert. door koopster en verkoopers.
Hierbij de transportacte op papier van 27 Dec. 1719.
No. 151. 7 Maart 1721. Casijn van der Heil tot de
Wiltbaan en Clarenbeek, eerste raad en stad-
houder der leenen van Gelre en Zutphen, be-
leent Henrick Jacob van Nagel tot de Heest met
de hof te Swijpe, gelegen in de buurschap Svvijpe,
naast het goed Hueijnck, door overdracht van
Gerret Jan Joost van Nagel tot Olden en Nieu-
wen Ampsen; ten overstaan van Johan Verbeek
en Derck van der Wolden, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
No. 152. 16 Junij 1721. Willem Abelink en Geertruid
van Holten, echtelieden, voor hun zelven en voor
hunne onmondige dochter Johanna Gertruid Abe-
linck, bekennen verkocht en overgedragen te heb-
ben aan Joost Schomaker Jur. docter en advocaat
te Zutphen, twee stukken bouwland gen. de
Dijkstukken, met de halve tiende daaruit gaande
en de halve tiende uit eenige stukken van Lief-
tink, gelegen in de buurschap Exel op den Wil-
merink Enck; ten overstaan van den stadhouder
van den scholt te Lochem en gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegel van den scholt
en stadhouder.
29 Mei 1725. Joost Schomaker verkoopt en
draagt deze goederen over aan Gerhard Jan Joost
baron Nagel, heer tot Olden en Nieuwen Ampsen.
Op perkament, als boven.
No. 153. 1722. Korte deductie van het gepasseerde ter
occasie van het wettig verkiesen van Hendrik
5
-ocr page 72-
66
Jacob Nagel tot Marhulsen en Evert van Heecke-
ren tot Nettelhorst, door een grote meerderheid
van stemmen der borgeren tot de eerste en
tweede openstaende schepensplaetsen der stad
Lochem en van het onreght aanstellen van de
heeren Essen en Hasebroeck door de drie heren
schepenen Schomaker, Muijderman en Westen-
bergh (makende alleen het halve getal der voors.
stad) feijtelijk en sulx met een vrij minder getal
van stemmen der borgeren tot schepenen aldaer
introduceert.
Op papier, 4o bladzijden folio.
No. 154. 10 April 1722. Maria Eugenia, vorstin zu Elten,
abdisse van het stift Vreden, geboren rijksgravin
van Manderscheidt Blanckenheim en Gerolstein,
enz. beleent Henrich Jacob van Nagel, heer van
Heest en Marhulsen, met het halve goed Anting
gelegen bij Groll, leenroerig aan het stift Vreden.
Op perkament, met uith. zegel in rood was der
abdis van Vreden.
No. 155. 9 November 1724. Henr. Gerh. Schomaker,
predicant tot Wenterswik, bekent verkocht te
hebben aan baronesse van Coeverden, douariere
Nagel tot Ouden en Nieuwen Ampsen, een hof
gen. den Pijpert, gelegen onder de stad Lochum
achter het Ampse vonder, voor 60 Car. gl.
Op papier, ondert. door den verkooper.
No. 156. 15 Maart 1727. Inventaris van alle vaste goe-
deren door wijlen Jan Herman van Nagel en
Anna Henrietta van Coeverden staande ehe be-
zeten geweest.
Voorts zooals zich die boedel na overlijden van
J. H. van Nagell en tot hiertoe onder Anna Henr.
v. C.| douariere van Nagel, als boedelhoudster is
-ocr page 73-
\\
67
bevindende en specificatie van hetgeen genoemde
douairière vermeent aan haar te competeeren uit
dien boedel, uithoofde van huwelijksvoorwaarden
als anderszins — door haar opgesteld en aan
de heeren Goltsteijn en Sloet, burgemeesters van
Zutphen, als commissarissen over de scheiding en
deeling tusschen deze douairière en hare kinderen.
Op papier, ondert A. H. v. Coeverden, weduwe
Nagel.
Hierbij : 19 Nov. 1726. Inventaris van het gereede op den
huize Ampsen.
No. 157. 1729—1730. Stukken betreffende den boedel
van Reiner Jurrien van Coeverden tot Walfoert,
in leven majoor ten dienste dezer landen, over-
leden 18 Nov. en begraven 28 Nov. 1729 te
Aelten.
Een bundel.
Zijn testament was van 12 Maart 1716.
No. 158. 1 Juli 1729. Henrik Jan Raad, als gevolmachtigde
van Anna Dorothea van Lintelo, douarière Schim-
melpenninck van der Oije, tot de Clousse, als
voogdesse van hare onmondige kinderen, ver-
klaart dat op 1 Julij 1729 bij openbare veiling
verkocht is aan G. J. J. baron van Nagel tot
Olden en Nieuwen Ampsen het land, gen. de
Scherpe mate, gelegen in het schependom van
Lochem, voor 740 gl. en de keuterplaats, gen
Klein Burink, gelegen in de buurschap Zwijpe
voor 565 gl., zijnde dit laatste belast met 3 sche-
pel rogge jaarlijks.
Op papier, ondert. door H. J. Raad.
Hierbij de transportacte op perkament van 22 Sept. 1729
van de keuterplaats Klein Burink en die van de Scherpe mate
op papier van 15 Mei 1730.
-ocr page 74-
68
No. 159. 3 December 1729. Huwelijksvoorwaarden van
Hendrick Jacob, vrijheer van Nagell tot Ampsen,
heer van Marhulsen, zoon van wijlen Joan Har-
men van Nagell, heer van Ouden en Nieuwen
Ampsen en Anna Hendrietta, douargere van Na-
gell, geboren vrijfreulijn van Coeverden tot Raen -
en vrijfreulijn Anna Dorotea Christina Alberdina
van Heijden tot Ootmorsen, dochter van vrijheer
Johan Sigismund van Heijden, heer van Ootmar-
sum. veldmaarsch dk luitenant, gouverneur van
Wezel, enz. en vrijfreulijn Maria Louisa van Die-
penbrouck tot Empel.
Op perkament, ondert. en gezegeld met opge-
drukte zegels in rood was door bruidegom, bruid,
moeder van den bruidegom, ouders der bruid en
twee getuigen.
No. 160. Zonder datum. Huwelijksvoorwaarden van
Christiaen Carel, vrijheer van Lintelo, heer tot
de Ehse, drossaard der stad en heerlijkheid Bre-
devoort, ontvanger generaal van de graafschap
Zutphen, gecommitteerde ter vergadering der
Staten Generaal, extra ordinair envoijé aan het
hof van Pruissen, nagelaten zoon van Tijman
Johan, vrijheer van Linteloo en Anna Maria Do-
rothea, vrijvrouw van der Borgh — en Clara
Elisabeth, vrijfraulijn van Nagel tot Ampsen,
dochter van Johan Herman, vrijheer van Nagel
en Anna Henrietta, vrijvrouwe van Coeverden;
ten overstaan van Wilhelm, vrijheer van Lintelo
van de Ehse, commandeur der Duitsche orde te
Tiel, luit. colonel, Frederik Everhard, vrijheer van
Lintelo, heer tot Stedum en Ringelum, Johan
vrijheer van Lintelo, heer van de Marsch, land-
drost, Johau, vrijheer van Aemhem, heer van Ro-
/
-ocr page 75-
69
sendael en Harselo, landdrost, voor de bruidegom;
zoomede de moeder der bruid. Wilt Jan, vrijheer
van Broeckhuisen, heer van den Geldersen Toorn
en Spankeren, Jacob, vrijheer van Coeverden, heer
tot de Stoevelaar en Hengelo en Jan Borchard.
vrijheer van Coeverden, heer tot Rhaen en Rheede,
voor de bruid, als huwelijksgetuigen.
De bruidegom brengt mede ten huwelijk het
huis de Ehse met toebehooren, leenroerig aan
Keppel.
De bruid het erve Mentinck, in de buurschap
Lhaeren, met de daartoe behoorende keuterstede
de Brengenbergh in de buurschap Oolde, allodiaal
goed; het goed Meuleman, leenroerig aan Ver-
wolde: de Hubertsmaat in de buurschap Dochteren.
Op perkament, ondert. en gezegeld, met uith.
zegels in rood was, door bruidegom, bruid en ge-
tuigen.
No. 161. 8 Mei 1730. Acte van installatie van Hendrik
Jacob Nagel tot Marlhulsen tot lid der Generali-
teits Rekenkamer, in de plaats van Mauritz Carel
Georg Willem van Ripperda.
Op papier, extract uit het register der besluiten
der H. M. heeren staten generaal, gewaarmerkt:
•
                  Fagel.
Met eenige opgaven van ontvangen emolumenten.
No. 162. 6 October 1731. Mechtelt Smitt, Frederikje
Smitt, huisvrouw van Joost Lansinck, enz. be-
kennen verkocht te hebben aan Gerhard Jan
Joost, baron de Nagel tot Ouden en Nieuwen
Ampsen, de helft van het hooi en bouwland de
Schaddenhorst, gelegen in het schependom Lo-
chem bij het Grevenslag, voor 400 gl.
Op papier, ondert. door partijen.
Met de transportacte van 9 Oct. 1731.
-ocr page 76-
22 Mei 1736. Arent Hunteler bekent verkocht
te hebben aan Anna Handr. van Coeverden,
douariere van Nagell, het vierde gedeelte van het-
zelfde goed.
Op papier, ondert. door den verkooper.
Met de transportacte van 29 Mei 1736.
18 Mei 1737. Daniel Holmer en Antieken Hol-
mers, echtelieden, bekennen verkocht te hebben
aan H. J. van Nagell het vierde part van het-
zelfde goed.
Op papier, ondert. door den verkooper.
Met de transportacte van 27 Mei 1737.
No. 163. 19 Junij 1733. Johan van der Horst, eerste
raad en stadhouder der leenen van Gelre en Zut-
pheu, beleent Hendrik Jacob Nagel met de vol-
gende leengoederen:
i° het goed Olden Ampsen, zie 31 Jan. 1677.
2° het goed Groot Hadekink met de tienden,
zie 13 Mei 1680.
30 het goed Ampsum of Nieuw-Ampsum, zie
31 Jan. 1677.
40 een stuk broekland, gen. Tijdesloderstock-
daelte, zie 31 Jan. 1677.
5° het goed de Stroot, uitgenomen het vrije
gedeelte, zie 24 Jan. 1685.
6° het goed Klein Haijkink, zie 5 Julij 1695,
hem aangekomen bij doode van zijn broeder
Gerrit Joost Jan Nagel; ten overstaan van Zeger
Verbeek en Otto van Haften, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
No. 164. 16 Junij 1734. Frederick Willem Floris, baron
van Pallandt, erfbannerheer van Voorst, heer
van Keppel, leenheer, verklaart dat Herman
Henric van Lamzweerde, secretaris van Does-
-ocr page 77-
7i
borgh, zijn stadhouder van Ieenen, beleend heeft
Hendrik Jacob baron van Nagel, heer van Ampsen
en Marhulsen, met het goed Lamberting, gelegen
in het kerspel Exle, leenroerig aan Keppel, zoo-
als diens zal. broeder Garrit Jan Joost Nagel daar-
mede op 20 Maart 1716 is beleend; ten over-
staan van Reinerus Canisius Haek en Engel
Lutjes, leenmannen van Keppel en Gelre.
Op perkament, ondert. en gezegeld, met uith.
zegel in rood was, door den leenheer.
No. \'65. 16 Junij 1734. Aaron Exalto d\'Almaras, rich-
ter des ampts Hengelo, als stadhouder en griffier
der Ieenen van Verwolde, Vorden en Leemcuijl,
voor Maurits Carel Georgh Wilhelm baron Rip-
perda, heer van Verwolde, Vorden en Leemcuijl,
beleent Henrik Jacob baron van Nagel, heer van
Marhulsen, Ouden en Nieuwen Ampsen. met het
goed Brekevelt, gelegen in de buurschappen
Dochteren en Exel, bij doode van zijn broeder
Gerrit Jan Joost baron van Nagel, die daarmede
het laatst op 5 Oct. 1717 beleend is; ten over-
staan van Jan van Essen, J. U. Dr., burgemeester
van Groenlo en Theodorus Marcus Exalto d\'Al-
maras, J. U. Dr., beleende mannen van Gelre en
Keppel, bij gebrek aan Vordensche leenmannen.
Op perkament, ondert. door den stadhouder
en met uith. zegel in rood was van den leenheer.
No. 166. 16 Junij 1734. Aaron Exalto d\'Almaras, rich-
ter des ampts Hengelo, als stadhouder en leen-
griffier der huizen Verwolde, Vorden en Leem-
cuijle, voor Maurits Carel Georgh Wilhelm, ba-
ron Ripperda, heer van Verwolde, Vorden en
Leemcuijl, beleent Henrik Jacob baron van Nagel,
heer van Marhulsen en Ouden en Nieuwen Amp-
!
-ocr page 78-
72
sen, na doode van zijn broeder Gerrit Jan Joost
baron van Nagel, met de goederen Nihoff en de
Meule, gelegen in de heerlijkheid en crink van
Verwolde; ten overstaan van Jan van Essen,
burgemeester van Groenlo en Theodorus Marcus
Exalto d\'Almaras, leenmannen van Gelre enKeppel.
Op perkament, ondert. door den stadhouder)
het uith. zegel van den leenheer is afgevallen.
No. 167. 17 Augustus 1734. Henr. Jan Raad, stadhouder
der leenen van het huis Nettelhorst, beleent Anna
Henrietta van Coeverden, douariere Nagel, met het
goed de Aast, gelegen in de buurschap Exel,
zooals haar nu overleden zoon G. J. J. van Nagel
daarmede op 28 Aug. 1716 is beleend; ten over-
staan van Wolter Schomaker, burgemeester van
Lochem en Herman Lonneman, stadhouder en
rigter van het scholtampt Lochem, leenmannen
der huizen Vierakker en Klarenbeek.
20 Augustus 1734. Dezelfde beleent Henrik
Jacob baron van Nagel, heer van Ampsen en
Merhulsen, met hetzelfde leengoed, door vrijwillige
overgifte van zijne moeder Anna Henrietta van
Coeverden, douariere Nagel.
Twee acten op perkament, ondert. door den
stadhouder en met uith. zegels in rood was van
den leenheer.
No. 168. 2° Augustus 1734. Anna Henrietta van Coe-
verden, douariere van Nagel tot Ampsen, schenkt
bij gifte onder de levendigen aan haar zoon
Hendrik Jacob baron van Nagel van Ampsen
de volgende goederen:
De halve koopspenning van de goederen
Haijtinck en Stroete, gelegen in de buurschap
Ampsen, leenroerig aan Gelre.
-ocr page 79-
73
Het goed Geverdink, gelegen in de buurschap
Beltrum.
De goederen Nijsink en Lemfert, gelegen in
het rigterampt Kedingen, kerspel Rijssen.
Het goed Aelderink, gelegen in het kerspel
Borne.
Het goed de Aast, gelegen in de buurschap
Exel, leenroerig aan het huis Neddehorst.
Een obligatie groot 2000 gl, ten laste van
den Keurvorst van Beijeren.
De 600 car. gl, die donatrice bij huwelijksche
voorwaarden van 20 Maart 1682 jaarlijks zijn
toegelegd door wijlen haar echtgenoot.
De halve koopspenning van de havezaten
Marhulsen en Heest met toebehooren.
De halve koopspenning van de goederen Hoog
Antink, Klein Buerink, de Schegget en Broek G. .ts.
De meubilaire goederen op de huizen Mar-
hulsen en de Heest, volgens de specificatie door
de donatrice onderteekend; ten overstaan van
Harmen Lonneman, stadhouder en rigter, Garrit
Prosman en Jan op de Scharpemate, gerichts-
lieden.
Extract op papier uit het protocol van het
scholtampt Lochum, gewaarmerkt door den slad-
houder.
Hierbij : De specificatie van meubilaire goederen gedateerd
19 Aug. 1734.
De transportacte op perkament van 25 Aug. 1734 van het
goed Aelerinck voor het gerecht van Borne.
No. 169. 20 Augustus 1734. Testament van Anna Hen-
rietta van Coeverden, douariere van Jan Herman
Nagel tot Ampsen, geassisteerd met dr. Bern.
Huinink, als momber.
Zij vermaakt aan haar zoon Hendrik Jacob
-ocr page 80-
74
van Nagel, heer van Ampsen en Marhulsen, al
het linnen, beddegoed, goud en zilver en een
som van 50,000 car. gl.
Laatstgenoemde som zal niet uitgekeerd wor-
den indien zijne twee zusters hem het bezit der
goederen niet betwisten, die zij op heden bij
gifte gerichtelijk aan haar zoon heeft overgegeven.
Op papier, ondert. en gezegeld met opgedr.
zegels in rood lak door de testatrice en momber.
Op de acte staat vermeld dat op 18 Febr. 1738 dit testament
geopend en gelezen is door Herman Lonneman, stadhouder,
W. Moiderman en W. Schomaker, schepenen van Lochem.
Het testament is 20 Aug. 1734 gesloten door een transfix-
brief op perkament met uith. zegel in rood was; ten overstaan
van Herman Lonneman, stadhouder en rigter, GarrijtProsman
en Jan op de Scherpemate, gerichtslieden van het scholtampt
Lochem.
Bij het openen van het testament is het eene einde van
den perkamenten strook, waaraan het zegel hangt, doorgesneden.
No. 170. 16 Augustus 1736. Inventaris der gereede en
ongereede goederen, in en uitschulden, nagelaten
door Gerh. Jan Joost van Nagel van Ampsen,
opgemaakt en onderteekend door Anna Henrietta
van Coeverden, douariere Jan Herman van Nagel,
zijne moeder.
Op papier, ondert. als boven vermeld.
14* Augustus 1736. Rekening van ontvangst en uitgaaf opge-
maakt door Henrick Jacob baron van Nagel van Ampsen en
Marhulsen, als gemachtigde van zijne moeder Anna Henrietta
van Coeverden, douariere van J. H. van Nagel, boedelhoudster
der nalatenschap van haar overleden zoon Gerh. Jan Joost
van Nagel, van 9 Mei 1733—31 Julij 1736.
Op papier, ondert. door H. J. van Nagel en
A. H. van Coeverden, wed. Nagel.
In duplo.
Uit bovenstaande inventaris blijkt dat Jan Herman Nagel
8 Febr. 1698 stierf, nalatende vier onmondige kinderen: Gerh.
Jan Joost, Henrick Jacob, Clara Elisabet en Maria Reinira.
De weduwe had tot op 1724 op den huize Ampsen gewoond en
-ocr page 81-
75
het toen ingeruimd voor haar oudsten zoon Gerh Jan Joost, nu
overleden. Zij had wel getracht met hare vier kinderen een
verdeeltng te maken van den vaderlijken boedel, doch dit was
afgestuit op den onwil van hare dochter Clara Elisabeth en
diens man Christiaan Carel van Lintelo, heer van de Ehze.
171.         1 Mei 1738. De staten generaal der Vereenigde
Nederlanden stellen aan Henrick Jacob van Nagel
tot Marlhulsen, tot raad ter admiraliteit bij* provisie
in West Friesland en het Noorderquartier.
Op perkament, met uith. zegel in rood was.
Achterop staat dat de benoemde op I Mei 1738 den eed
heeft afgelegd.
172.         1 Julij 1738- Johan van Hasselt, eerste raad
en stadhouder der leenen van Gelre en Zutphen,
beleent Hendrik Jacob van Nagel tot Olden en
Nieuwen Ampsen, Heest en Marlhulsen met het
goed Verrevelt, gelegen in het kerspel van Aelten,
lande van Bredevoort, leenroerig aan Gelre en
Zutphen, ten Zutphensche rechten, hem aange-
komen bij doode van zijne moeder Anna Hen-
rietta van Coeverden; ten overstaan van Engel-
bert opten Noorth, leengriffier en Zeger Verbeek,
leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was
ondert. J. van Essen.
173- 23 September 1738. Inventaris der nalaten-
schap van Anna Henrietta van Coeverden, weduwe
van Jan Herman van Nagel, opgemaakt door
Hendrik Jacob van Nagel.
Op papier, ondert. H. J. van Nagell.
174. 9 Augustus 1740. Stadhouder en raden, in
naam der staten van Gelre en Zutphen, stellen
aan tot scholtus van Lochum, Hendrik Jacob van
-ocr page 82-
76
Nagel tot Marhulsen, ter vervanging van Maurits
Carel Georgh Willem van Ripperda, voor zoo-
lang als genoemde staten de pandpenning staande
van het scholtampt, groot 500 dalers, niet gelost
hebben.
Op perkament, met uith. zegel in rood was,
ondert. J. van Essen.
Achterop staat dat de benoemde op 9 Aug. 1740 den eed
heeft afgelegd.
Blijkens bijgaande acte op papier van 29 April 1740 was
de benoemde op dien datum provisioneel als scholtus aangesteld.
Hierbij: De instructie voor den scholtus.
Een kwitantie van 16 Julij 1740, waaruit blijkt dat
H. J. van Nagel de pandpenning groot 725 gl. aan
M. C. G. W. van Ripperda terugbetaald heeft.
De rekening van M. C. G. W. van Ripperda als
scholtus van Lochum, van 23 April 1737—23 April 1738.
Idem van H. J. van Nagel van 29 April—9 Aug. 1740.
« « « « « « « 9Aug. 1740—9Aug.i74l.
« « « « « « « yAug.1741—ioMrt.1742.
No. 175. 14 September 1742. A. D. C. A. van Heiden,
douariere van H. J. baron van Nagel tot Ouden
en Nieuwen Ampsen, als voogdesse van hare vier
onmondige kindei en, bekent verkocht te hebben
aan Elijsabet ter Aves, weduwe van Harmen
Kemna, een huis in de Essenerstraat te Rijssen,
een hofje aan het Gasthuishek, twee schepel zaai-
land in den Esch en twee gaerden in het Mid-
slag, alles gelegen onder het wigbolt der stad
Rijssen, voor 396 gl.
Op papier, ondert. door de koopster en twee
borgen.
Deze goederen waren afkomstig uit den desolaten boedel
van Jan de Meijer.
Met eenige stukken.
No. 176. 20 November 1742. Magescheid tusschen Do-
rotea Christina Alberdina van Heijden, als boe-
-ocr page 83-
77
delhoudster van haar overleden echtgenoot Henrik
Jacob van Nagel en als voogdesse van hare min-
derjarige kinderen, ter eenre, zoo mede Maria
Reinera van Nagel, en Anna Maria Dorothea v, L.,
gehuwd met M.C. G. W. v. Ripperda, Sophia Do-
rotea v. L., gehuwd met F. W. F. van Palland, Jo-
hanna Elisabet Adriana v. L. en Petronella Reinera
v. L., gehuwd met A. J. H. van Heekeren,
dochters van Christiaan Carel van Lintelo en Clara
Elisabeth van Nagel, ter andere zijde, omtrent den
boedel van Jan Herman v. Nagel en Anna Henr.
v. Coeverden, ouders van Henrik Jacob, Clara Elisa-
beth en Maria Reniera v. Nagel.
Op papier, ondert. en gezegeld met opgeilr.
zegels in lak van partijen en getuigen.
Hierbij: Een voorloopig accoord van 28 Maart 1740.
Een nader accoord van 7 April 1757.
No. 177. 12 Februarij 1743. Jasper Hendrik van Lijnden,
eerste raad en stadhouder der leenen van Gelre
en Zutphen, beleent Maria Reinera van Nagel
tot Ampsen met een stuk broekland, gen. Tijdes-
loderstokdaelte, gelegen in het schependom Lo-
chem, afgespleten van het leengoed ter Cluse.
haar aangekomen uit den ouderlijken boedel,
krachtens scheiding van 20 Nov. 1742 ; ten over-
staan van Willem Jan Tulleken, leengriffier en
Zeger Verbeek, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was,
ondert. W. J. Tulleken.
No. 178. 12 Februarij 1743. Herman Henric van Lam-
zweerde, secretaris van Doesborg, stadhouder
der leenen, van Frederik Willem Floris baron
van Pallandt, erfbannerheer van Voorst, heer van
Keppel, leenheer van Voorst en Keppel, beleent
-ocr page 84-
78
Anna Dorotea Christina Alberdine van Heijden,
douariere van Nagel, ten behoeve van haar min-
derjarigen zoon Jan Harmen Sigismund van Nagel,
met het goed Lamberting, leenroerig aan Keppel;
ten overstaan van Johan Hendrik van Schlaun,
drossard tot Elzen en Petrus Canisius Baerken,
respectievelijk leenmannen van Berge en Gelre.
Op perkament, met uith. zegel in rood was
van den leenheer, ondert. door den stadhouder.
No. 179. 12 Februarij 1743. Jasper Hendrik van Lijnden
tot Ressen, eerste raad en stadhouder der leenen van
Gelre en Zutphen, beleent Anna Dorotea Christina
Albertina, baronnesse douariere van Nagel, gebo-
ren van Heijden, vrouwe van Ampsen en Mar-
hulsen, ten behoeve van haar minderjarigen zoon
Jan Herman Sigismund van Nagel, met de vol-
gende leenen:
i°. het goed Olden Ampsen.                             jj>
2°. het goed Ampsen of Nieuwen Ampsen.
30. het goed Groot Hadekink met de tienden, §
40. het goed de Stroot.
                                 \\ *
5°. het goed Klein Haikink.                          \' .{j
ten overstaan van Willem Jan Tulleken, leengriffier
en Henricus Jacobus Schutz, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was,
ondert. W. J. Tulleken.
Achterop staat dat J. H. S. van Nagel, meerderjarig gewor-
den, zelf beleent is op 17 Febr. 1751.
No. 180. 23 Februarij 1743. Adolph Jacob Hendrik vrij-
heer van Heeckeren, heer tot Nettelhorst en Ba-
tingen, leenheer, beleent Anna Dorotea Christina
Alberdijna van Heijden, douariere van Hendrik
Jacob van Nagel, ten behoeve van haar minder-
jarigen zoon Jan Hermen Sigismund baron van
Nagel, met de Geerdinktiende en Geerdinck Mathe
en met het goed de Aast, gelegen in de buur-
-ocr page 85-
79
schappen Ampsen en Exel, leenroen\'g aan den
huize Nettelhorst; ten overstaan van Henr. Jan
Raad, leenman van Gelre, Arend Raad, leen-
man van Nettelhorst.
Op perkament, ondert. eo gezegeld met uith.
zegel in rood was van den leenheer.
No. 181. 19 Maart 1743. Jan Schuijseman en Geertjen
Schuijseman, echtelieden, Gerrit Sprokkelhorst en
Fenneken Sprokkelhorst, echtelieden en Lijsabeth
Nijenampsen, weduwe Lambert Hunteler,bekennen,
ingevolge verkoopacten van 1 üct. I736en26 0ct.
1742, verkocht te hebben en alsnu over te dragen
aan Anna Dorothea Christina Albertine van
Heiden, douariere van Nagel, de caterstede, gen.
de Schuijse, gelegen in de buurschap Exel; ten
overstaan van Joan Laurens Solner, stadhouder
en rigter van Joost Joan op ten Noorth, burge-
meester van Zutphen en scholt van Lochem en
gerichtslieden.
Op papier, met opgedr. zegel van den scholt,
ondert. door den landschrijver.
Met de vermelde verkoopacten op papier.
No. 182. 17 April 1744. De erfgenamen van Jan van
Coeverden tot Raan bekennen verkocht te hebben
aan de kinderen van wijlen Dr. Grim en Gesina
Margaretha Lubeley het erve Gelsman tot Grestrop
en de halve erven van Tijes, Hols en Wessels
Jan, gelegen in het graafschap Bentheim, buur-
schap Velthuizen, voor 4350 gl.
Op papier ondert. door partijen.
Zie no. 117.
No. 183. 24 JurnJ J744- Freulijn M. R. van Nagel tot
Ampsen, M. G. C. W. baron van Ripperda met
-ocr page 86-
8o
Anna Maria Dorothea baronnesse van Lintelo,
echtelieden, enz., alle erfgenamen van Mevrouw
van de Hoeve en Hofstede, bekennen over te
dragen aan douariere van Nagel, geboren van
Heijden, vrouw tot Ampsen en Marhulsen, de
op 10 Sept. en io Oct. 1743 in openbare veiling
uit den boedel van genoemde Mevrouw van de
Hoeve verkochte goederen, als:
Veertien dag maaijens in het Grasbroek, gelegen
in de buurschap Dijke,
De Duitsche mate,
Vier schepel gezaai op den Sonnenkamp,
Vier schepel gezaai op het Rot,
De schepeltiende ad 6 schepel rogge en 9
schepel garst uit Esselink,
Het goed Overdijkink,
Een kamp bouwland gen. de Haijbert,
gelegen in de heerlijkheid Borculo, voogdij Gees-
teren; ten overstaan van burgemeesters, schepenen
en raad der stad Borculo, in naam van den graaf
van Fleming, heer der stad en heerlijkheid
Borculo.
Op papier, ondert. door den secretaris.
De koopprijs van deze goederen bedroeg 7281 gl.
Met eenige stukken betreffende den genoemden boedel.
No. 184. 2 Januarij 1751- Magescheid tusschen Frederic
Johan Sigismund van Heijden en Frederic Kob-
bert Evert van Capellen, als gemachtigden van
Jan Herman Sigismund van Nagel, ter eenre —
en Frederic Johan Sigismund van Heijden,
Maurits Carel Georg Willem van Ripperda en
Frederik Robbert Evert van der Capellen, als
mombers der onmondige kinderen van wijlen
Hendrik Jacob van Nagel en A. D. C. A. van
\\
-ocr page 87-
s,
Heijden, omtrent alle goederen als aan partijen
door hunne moeder bij het ingaan van haar 2e
huwelijk voor hunne vaderlijke effecten bij ma-
gescheid van 7 Maart 1748 zijn toegedeeld en
door overlijden van hun broeder Gerrit Joost van
Nagel.
Op papier, ondert. en gezegeld met opgedr.
zegels in lak der gemachtigden, mombers en vier
dedingslieden.
Hendrik Jacob van Nagel had vier kinderen bij A. D. C. A.
van Heijden\'als: Jan Herman Sigismund, Anna I.ouisa Maria
Elisabeth Geertruit, Reinira Adolphina Charlotta en ... .
A. D. C. A. van Heijden, wed. H. J. van Nagel, hertrouwde
......met.....
No. 185. 20 Februarij 1757. Carl Wilhelm van Quad
en Hugtenbreuk en Anna Louisa van Nagell,
echtelieden, bekennen verkocht te hebben aan
freulijn Maria Reinira van Nagel de volgende
goederen:
Het goed Meuleman in den crink van Verwolde,
leenroerig aan den huize Verwolde.
Het goed Nijhof in den crink van Verwolde,
leenroerig aan den huize Verwolde, met het Na-
gelsbroek onder Markel gelegen, leenroerig aan
den huize Hengelo.
Het goed Lammertink, gelegen in de buurschap
Exel, leenroerig aan den huize Keppel.
Het allodiale goed Brengenberg, gelegen in de
buurschap Oolde.
voor 27750 gl., betaalbaar in twee termijnen
de eerste op St. Peter, de tweede op 1 Mei 1757.
Op papier, ondert. door de verkoopers.
No. 186. 14 November 1757. Johan Hendrik Brass, stad-
houder en griffier der leenen van den huize Ver-
6
-ocr page 88-
82
wolde, voor Alart Philip vrijheer van derBorch,
heer van Verwoolde, Langentrier en Detmolt,
beleent freule Maria Reinira baronesse van Nagel
tot Ampsen met de goederen Meuleman en Niehoff,
gelegen in de heerlijkheid Verwoolde, lecnroerig
aan den huize Verwoolde, ten Zutphensche rech-
ten; ten overstaan van Willem de VVolff en Har-
men Tjaink, respectievelijk leenmannen van Over -
ijssel en Bar en Lathum.
Op perkament, ondert. door den stadhouder, met
uith. zegel in rood was van den leenheer.
No. 187. 21 November 1757. Carel Willem van Quad
en A. L. M. E. G. van Nagel tot Ampsen, ech-
telieden, bekennen over te dragen aan freulin
M. R. van Nagel het goed Brengenberg, gelegen
in de buurschap Oelde. ingevolge de koopce-
dulle daarvan opgericht op 20 Febr. 1757; ten
overstaan van Jan Joost opten Noort, scholt van
Lochem en gerichtslieden.
Op papier, met opgedrukt zegel van den scholt,
ondert. door den landschrijver.
No. 188. 29 November 1757. Frederik Willem Floris
baron van Pallandt, bannerheer van Voorst, en
heer van Keppel en Walveert, approbeert als leen-
heer van Keppel, dat C. W. baron Quadt en A.
L. M. E. G. baronesse van Nagel tot Ampsen,
echtelieden, het goed Lambertink, leenroerig aan
Keppel, verkoopen aan freulin M. R. Nagel.
29 November 1757. Dezelfde leenheer beleent
freulin M. R. v. Nagel met het goed Lammerting;
ten overstaan van Johan Herman van Leenhof
de Lespiere, leenman van Borculo en Martin Her-
-ocr page 89-
83
man Huigens van Lamzweerde, leenman van
Keppel.
Twee acten op perkament, door een uith. zegel
in rood was van den leenheer verbonden.
No. 189. 19 Junij 1758. Johan Hendrik Brass, stadhou-
der en griffier der leenen van den huize Vorden,
voor Anna Maria Dorothea vrij vrouwe van Lin-
telo, douarière van Maurits Carel Georgh Willem
vrijheer van Ripperda, in leven heer van Vorden,
enz. beleent freule Maria Reinera baronesse van
Nagel tot Ampsen met het goed Brekveld, ge-
legen in de buurschappen Dochteren en Exel;
ten overstaan van Gerhard Olthoff en Harmen
Tjaink, leenmannen van Ampsen en Baar en Lat-
hum, bij gebrek aan Vordensche leenmannen.
Op perkament, ondert. door den stadhouder,
mït uith. zegel in rood was van M. C. G. W.
van Ripperda.
No. 190. 9 Augustus 1758. De gouvernante en voog-
desse van den minderjarigen erfstadhouder en raden,
in naam van de staten van Gelre en Zutphen,
stelt aan tot scholt binnen en buiten Zutphen
Jan Herman Sigismund van Nagel tot Ouden en
Nieuwen Ampsen, bij overlijden van Walraven
Robbert van Heeckeren tot den Brantsenburg.
.                       Op perkament, met uith. zegel in rood was,
ondert. J. van Essen.
Achterop staat dat de benoemde op 9 Aug. 1758 den eed
heeft afgelegd.
Hierbij : De instructie voor den scholt.
Een kwitantie van 21 Ang. 1758, waaruit blijkt dat de be-
noemde de pandpenning groot 5000 gl. aan de erven van
Walraven Robbert van Heeckeren in leven scholtus te Zutphen
terug betaald heeft.
^To. 191. 1759-1760. Stukken van een proces gevoerd
door freule M. R. van Nagel contra Reint Broek-
-ocr page 90-
H
man, omtrent het hakken van een peppelboom
achter de schuppe van het erve Dijkink, gelegen
in de buurschap Exel.
Een bundel.
No. 192 20 December 1759. Maria Francisca, abdisse
van het vrije stift Elten en Weden, geboren rijks-
gravin tot Manderscheidt, Blanckenheim en Gerol-
stem, beleent Maria Reinera von Nagel met het
goed Half Anting gelegen bij Groenlo, bij afster-
veii van Henrick Jacob van Nagel, haar broeder.
Op perkament, met uith. zegel in rood was der
abdis van Vreden.
No, 193. 31 October 1766. Jan Laurens Solner, stadhou-
der der leenen van het huis Nettelhorst, voor E.
C. C. W. baron van Heeckeren, heer van de Net-
telhorst en Batingen, beleent wegens overlijden van
den vorigen leenheer A. J. H. baron van Heecke-
ren, heer van Nettelhorst, Batingen, Overlaar en
de Heest, met lediger hand. J. H. S. baron van
Nagel, heer van Ouden en Nieuwen-Ampsen, met
het goed de Aast, met de tienden uit de Aast
en met de Geerdinck mate en tiende, gelegen in
het schependom Lochem, als drie afzonderlijke
leenen leenroerig aan den huize Nettelhorst; ten
overstaan van Arent Raet en Jan Willem Vos-
berg, leenmannen van Nettelhorst.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den leenheer, ondert. door den stadhouder.
No. 194. 8 November 1768. Johan Vijgh tot de Snor
en Appelenburg, eerste raad en stadhouder der
leenen van Gelre en Zutphen, approbeert het be-
sloten testament van Maria Reiniera baronesse
van Nagel tot Ampsen, op 15 Junij 1767 voor
-ocr page 91-
*5
schepenen van Lochum gemaakt, voor zooverre
het leenen van Gelre en Zutphen betreft; ten
overstaan van Willem Jan Tulleken, leengriffier
en Rutger Tullekcn, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was,
ondert W. J. Tulleken.
7 Nov. 1768. Dezelfde approbatie der leenkamer van Ver-
wolde.
No. 195. 9 November 1768. Johan Vijgh tot de Snor en
Appelenburg, eerste raad en stadhouder der lee-
nen van Gelre en Zutphen, approbcert het beslo-
ten testament van Maria Reiniera barronesse van
Nagel tot Ampsen, op 15 Junij 1J67 voor sche-
penen van Lochem gemaakt, voor zooverre het
leenen van den huize Vorden betreft, ingevolge
de resolutie der heeren raden van Gelre en Zut-
phcn van heden ; ten overstaan van Willem Jan
Tulleken, leengriffier en Rutger Tulleken, leen-
mannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was,
ondert. W. J. Tulleken.
No. 196. 6 December 1768. Magescheid tusschen Jan
Herman Sigismund van Nagell; Anna Louisa
Maria Geertruidt van Nagell, gehuwd met Carel
Willem van Quadt van Gatropp; Alexander Hen-
drik van der Capellen van den Boedelhoffen Dam,
voor zich zelf en in naam van zijne vrouw Rei-
niera Adolphina Charlotte van Nagell en Petro-
nella Reiniera douairiere van Heeckeren. geboren
van Lintelo tot Nettelhorst, omtrent den boedel
van hunne tante Maria Reinira van Nagell.
Op papier, ondert. en gezegeld met opgedr.
zegels in lak van partijen.
Het testament van Maria Reiniera v. N. van 15 Junij 1767
werd op 17 Nov. 1768 geopend.
-ocr page 92-
86
Hierbij: Een nader magescheid van 1 Dec. 1768.
20 Nov. 1768. Inventaris der goederen van wijlen Maria
Reiniera van Nagel, opgemaakt en onderteekend door J. H.
S. van Nagel 1.
7 Mei 1771. Rekening van ontvangst en uitgaaf van som-
mige posten, die bij het magescheid onverdeeld zijn gebleven.
No. 197. 4 November 1769. Fredrik Willem Kloris baron
van Pallandr, erfbannerheer van Voorst, heer van
Keppel en Walvaart, enz. als leenheer, beleent
Jan Herman Sigismnnd, baron van Nagell, heer
van Ouden en Nieuwen Ampsen, met het goed
Lammertinck, leenroerig aan Keppel, gelegen in
de buurschap Exel, zooals zijne tante freulin Maria
Reiniera van Nagel tot Ampsen daarmede laat-
selijk op 29 Nov. 1757 beleend is; ten over-
staan van Josias Olmius, burgemeester van
Doetinchem, leenman van Berge en Diderick
Hummelink, burgemeester van Groenlo, leen-
man van Keppel.
Op perkament, met uith. zegel in rood was van
en ondert. door den leenteer.
No. 198. 9 Nov. 1769. Willem Engelen, raad en plaatsver-
vangend stadhouder der leenen van Gelre en Zut-
phen, beleent Jan Herman Sigismund van Nagel
tot Ouden en Nieuwen Ampsen met een stuk
broekland, gen. Tydesloderstockdaelte, gelegen
onder het schependom Lochem, afgespleten van
het leen ter Cluse, hem aangekomen bij doode
van Maria Reiniera van Nagel; ten overstaan van
Willem Jan Tulleken, leengriffier en Rutger Tul-
leken, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was,on-
dert. W. J. Tulleken.
No. 199. 12 December 1769. Johan Henrick Brass, stad-
houder en griffier der leenen van den huize Ver-
-ocr page 93-
«7
woolde, voor Frederick Willem baron van den
Borch, heer van Verwoolde, beleent Jan Herman
Sigismund baron van Nagel heer van Ouden en
Nieuwen Ainpsen, landdrost van het graafschap
Zutphen, bij doode van freule Maria Reiniera ba-
ronesse van Nagel, uit kracht van haar testament
van 15 Junij 1767, ten behoeve van zijn minder-
jarigen oudsten zoon Anna Willem Carel baron
van Nagel, met de goederen Nijhofif en ter Meu-
len, gelegen in de heerlijkheid Verwoolde, leen-
roerig aan den huize Verwoolde; ten overstaan
van Josias Olmius en Jan Laurens Solner, leen-
mannen van Berge.
Op perkament, oudert. door den stadhouder en
met uith. zegel in rood was van den leenheer.
17 Oct. 1778 wordt A. W. C. v. Nagel, meerderjarig zijnde,
zelf beleend.
Acte als boven.
No. 200. 9 Augustus 1777. Alex. Hendr. van der Ca-
pellen, in naam van zijne huisvrouw Reiniere Adol-
phine Charlotte van Nagell, geeft volmacht aan
den heer Cassius, raad en rentmeester generaal der
Ballie te Utrecht, om te koopen en te transporteeren
haar aandeel in het goed Soetendaal, gelegen on-
der de heerlijkheid Agtienhoven, in de provincie
Utrecht; ten overstaan van raden van Gelre.
Op papier, ondert. door den griffier.
No. 201. 27 September 1777. Thomas van der Leij,
lieutenant in het regiment van den prins van
Baden en Petronella Lucretia Wentholt, echte-
lieden, geven volmacht aan denzelfden persoon
tot hetzelfde doel; ten overstaan van Jan Conrad
van Hasselt, auditeur militair des garnizoens van
Arnhem en twee vendrigs van het regiment.
Afschrift op papier, ondert. J. C. van Hasselt, de
minuut was ook ondert. door de twee vendrigs.
-ocr page 94-
88
No. 202. i April 1784. Inventaris van den boedel van
Jan Mathias Greve, in leven rentmeester van den
heer landdrost van Nagell tot Ampsen en ont-
vanger der verponding van het scholtampt Lo-
chem, opgemaakt door W. Ph. de Wolff en
J. L. Solner junior, administreerende voogden.
Folio, 27 bladzijden.
No. 203. 24 November 1790. Josepha, vorstin totElten,
geboren rijksgravin tot Salm Reififerscheid en
Bettburg, abdis van het stift Vreden, beleent Anne
Wilhelm Carl von Nagel, heer van Oud en Nieuw
Ampsen, met het goed Half Anting, gelegen bij
Grol, zooals hij daarmede beleend is opi2Nov.
1785.
Op papier, ondert. door den secretaris W. J. Kries.
Dito beleening van 6 December 1808.
No. 204. ii December 1792. Alphard Philips Reinier
Carel, vrijheer van der Borch, heer van Verwolde,
Vorden, enz. beleent A. W. C. baron van Nagel,
heer van Ouden en Nieuwen Ampsen, wegens het
optreden van een nieuwen leenheer, met lediger
hand, met de goederen Nijhof en ter Meulen of
Meuleman, zooals hij daarmede op 15 Oct. 1778
is beleend; ten overstaan van J. L. Solner en
H.~J. Raedt, leenmannen van Nettelhorst.
Op perkament, ondert. door den leenheer en
H. J. Raedt, met opgedrukt zegel van den leenheer.
No. 205. 11 December 1792. Alhard Philip Reinier
Carel, vrijheer van der Borch, heer van Verwolde
en Vorden, beleent A. W. C. baron van Nagell,
heer van Ouden en Nieuwen Ampsen, met het
goed Brekveld, gelegen in de buurschap Groot
dochteren, ten overstaan van mr. J. L. Solner en
H. J. Raadt junior, leenmannen van Nettelhorst.
Op perkament, met opgedr. zegel van den leenheer.
-ocr page 95-
89
AFDEELING II.
Diverse Bundels.
No 206. 1611 —1645. üproepingsbrieven voor Joost
Nagel voor de Quartier en Land-
dagen en vergadering van Rid-
derschap en Gedeputeerden.
No. 207. 1643—1675. Idem voor Gerrit, Jan Nagel.
No. 208. 1687--1697. Idem voor Johan Herman Nagel.
No. 209. 1709 — 1733. Idem voor Gerrit Jan Joost Nagel.
No. 210. 1732-1733. Idem voor Dirk Joost Nagel tot
Marhulsen.
No. 211. 1723--1741. Idem voor Hendrik Jacob Nagel
tot Marhulsen.
No. 212. 1720. Stukken betreffende de admissie van
Hendrik Jacob van Nagel in de ridderschap van
Zutphen, wegens de havezate Marhulsen.
Een bundel.
No. 213. Diverse stukken betreffende de leengoederen Oud
en Nieuw Ampsen.
Een bundel.
No. 214. Idem betreffende het leengoed Half Anting.
Een bundel.
No. 215. Idem betreffende het leengoed Brekveld.
Een bundel.
No. 216. Idem betreffende de leengoederen Geerdink-
mate, Geerdinktiende en de Aast.
Een bundel.
-ocr page 96-
po
21 y. Diverse stukken betreffende het leengoed de
Hubertsmate.
Een bundel.
218.        Idem betreffende het leengoed Lammertink.
Een bundel.
219.        klem betreffende de leengoederen ter Moelle en
Niehof.
Een bundel.
220.        Idem betreffende het leengoed Nagelsbroek.
Eeu bundel.
7.21. Idem betreffende de Gelijnder en Sorgdammer
tienden onder Barneveld.
Een bundel.
St Bartholomeus 1429. Hertog Aruold bekent schuldig te
zijn aan Dirlc van Wijhe 1400 oude schilden en verpandt hem
daarvoor de tienden Glinde en Zorxdam onder Barneveld.
Pand- en Renteverschrijvingen, no. 3 fol. 43.
Overgedr. Nijhoff, Held. fïcdenkw. IV no. 67 en 300.
222.        Idem betreffende het leengoed Tanckhorst.
Een bundel.
223.         1605 —1760. Afgeloste Obligaties.
Een bundel.
224.        Staten van betaalde belastingen.
Een bundel.
225          Stukken waaruit blijkt dat, zonder toestemming
van de eigenaars van den huize Ampsen, niet
gereden mocht worden met paarden of wagens
over den dijk of allee van den huize Ampsen,
schietende met het eene einde aan den gemeenen
weg naar Lochem en loopende naar de Schegget.
Een bundel.
226          1711 —1716. Stukken omtrent de onderhande-
lingen tusschen Gerrit Jan Nagel en den magi-
straat van Lochem, betreffende het maken van
-ocr page 97-
een dijk achter de Hoevenbrugge over een hoekje
van den Tanckhorst.
Een bundel.
Met eeuige stukken van vroeger en later datum hierop be
trekking hebbende.
No. 227. Diverse kwitanties.
Een bundel.
No. 228. Diverse brieven.
Een bundel.
No. 229. Diverse stukken van allerlei aard.
Een bundel.
-ocr page 98-
92
AFDEELING III.
Leenkamer.
No. 230. 1651-1751. Leenaktenboek.
Register in perkament, kl. 40 .
Dit register is gemerkt no. 2.
Benoeming van stadhouders van leenen.
Diversen.
Behalve de Breedenoort (zie no. 96) was leenroerig aan den
huize Ampsen de havezate Averlaer mei de goederen Stolten-
borgh, Weppelinck Haijtinck en den Bosch, gelegen in de
buurschap Swijp, door opdracht vau Anna Cnristina Kreijnck
tot Avelaer op 20 Juli 1693.
BIBLIOTHEEK
NED. HERV. KERK
-ocr page 99-
93
AFDKELING IV.
Jacht en Visscherij.
No. 231. 1642 —1747. Diverse stukken om te bewijzen
dat het huis Ampsen het recht van visscherij
heeft in de Broekbeek.
Een bundel.
No. 232. 15 Junij 1768. Burgemeesteren, scheepenen en
raad der stad Lochem verklaren dat zij aan hun
mederaadsvriend Jan Herman Sigismund baron
van Nagel, heer van Ouden en Nieuwen Amp-
sen landdrost van Zutphen, enz. bij forme van
pandschap hebben gecedeerd de stadsvissche-
rijen, als :
i°. het Molenpand, beginnende van de Hóeven-
brugge tot aan en voor de molenschuttingen.
2°. de Nieuwe Kolk, beneden de molens met
een klein gedeelte van de rivier, zich langs de
schuttenwal tot aan den vijver, hof en looijerij van
den schoenmaker Reerink bepalende.
3°. de Oude Kolk, bij en omtrent het verlaat
met de oude beek, grift of waterleiding, begin-
nende van het Ampsensche vonder, schietende
door en langs de Lenderinkmaat en Meulen en
zich eindelijk aan den Jodenkolk in de beneden
Berkel terminerende.
voor 175 stadsguldens a 26 st., alles zooals deze
visscherijen vroeger verpacht waren, in 1629 aan
Johan Lansinck pandschapswijze uitgedaan en op
12 Oct. 1767 ingelost zijn, gedurende 25 jaar.
Na afloop van die 25 jaar mag jaarlijks op Mi-
-ocr page 100-
94
chaeli van wederzijden de aflossing plaats vinden
tegen betaling van de pandpenning.
Op papier, extract ondert. door den secretaris.
Uit hierbij gaande stukken blijkt dat deze visscherij nog niet
ingelost is.
No. 233. 2 Maart. 1625. Gerichtelijke verklaring afge-
legd ten verzoeke van Gerrit Jan Nagel, omtrent
het recht van Ampsen op de konijnen in de
kampen tot het huis Ampsen behoorende; ten
overstaan van scholt en gerichtslieden van Lochem.
Op papier, ondert. en gezegeld met opgedr-
zegel door den stadhouder van het scholtampt
Jan van Piepenbroek.
No. 234. 29 Mars 1673. Toestemming voor Mr. de Nagel
en zijn zoon om met een knecht te mogen jagen
in de graafschap Zutphen, met uitzondering van
patrijzen, afgegeven door den Marquis de Mon-
tauban, mestre de camp d\'un regiment de cavalerie,
brigadier-general de la dite cavalerie, gouverneur
de la ville et comté de Zutphen.
Op papier, gedrukt, in het fransch, met opgedr.
cachet in rood lak, ondert. Montauban de la Tour
No. 235. 4 November 1684. Geschil over de grenzen der
jacht tot de Heest behoorende, tusschen Jan Har-
men Nagel tot Ouden en Nieuwen Ampsen en
Henr. Jan van Appelthoren tot de Heest, capitein.
Op papier.
-ocr page 101-
95
AFDEELING V.
Kerk te Lochem.
No. 236. 4 November 1602. Besluit van jonkers, geërfden
en setteren van het kerspel en scholtampt Lochem.
om 100 dalers te heffen over het geheele kerspel
en schultampt van Lochem, ter reparatie van
de kerspelkerk met toren te Lochem.
Twee afschriften op perkament en op papier,
ondert. Lansinck, secr.
Hierbij eenige stukken van later dagteekening betreffende de
herstelling van deze kerk.
No. 237. 1643 —1668. Stukken betreffende een geschil
tusschen de edellieden en geërfden van het scholt-
ampt Lochem, ter eenre en den koster en stads-
dienaar van Lochem, ter andere zijde, over het
innen en vorderen van hunne gasten.
Een bundel.
Gast = garst = vier garven gemaaid graan.
In 1643 was dit geschil bijgelegd.
In 1668 weigerde G. J. Nagel, enz. de gasten aan den
nieuwbenoemden koster te geven, omdat de burgemeesters van
Lochem na het overlijden van den kos\'er een nieuwen titularis
hadden aangesteld zonder hem en de andere edellieden van
het schultampt daarin te kennen, waarop zij beweerden recht
te hebben dewijl de kerk te Lochem een schultamptskerk was.
No. 238. 1650—1663. Stukken omtrent een geschil tus-
schen Gerrit Jan Nagel en de kerkmeesters van
Lochem over het recht van begraven op het
groote koor der kerk te Lochem.
Een bundel.
G. J. Nagel beweerde dat de bezitters van het huis Ampseu
het uitsluitend recht hadden van begraven op het groote koor
der kerk, terwijl de kerkmeesters vermeenden dat hem slechts
een grafstede aldaar toekwam.
-ocr page 102-
96
Laatstgenoemden verklaren dat sedert de Reformatie de pre-
dikanten met hunne huisvrouwen en kinderen daar steeds be-
graven zijn geworden en zich daar een zerk bevindt waarop
vermeld staat dat 22 Jan. 1473 aldaar begraven is Joc. Schel-
vert. pastoor te Lochem.
No 239. [651—1654. Stukken betreffende een geschil
tusschen de kerkcraad van Locliem en Gerrit Jan
Nagel wegens het uitdeden aan de armen van
het droef- of lijklaken van de zal. vrouw van
Loen
Een bundel.
No. 240. Diverse stukken betreffende de kerk te Lochem.
Een bundel.
•»
-ocr page 103-
97
AFDEELING VI.
VlCARIE IN DE KERK TE LOCHEM.
No. 241. 6 November 1649. Gerrit Jan Nagell, als colla-
tor der vicarie gefundeerd in de kerk te Locbem,
in honorem Petri et Pauli, begiftigt daarmede
voor den tijd van 3 jaar Johannes Brucherus, met
verzoek aan den hove van Gelderland om deze
acte te approbeeren.
Op papier, ondert. G. J. Nagell.
Met de bedoelde approbatie van 22 Nov. 1650, waarbij be-
paald wordt de begiftigde -ƒ3 der inkomsten der vicarie zal
genieten en \'/j deel volgens landschapsresolutie zal blijven voor
kerk- en schooldienaren. Bedoelde Brucherus genoot deze in-
komsten als paedagogus der kinderen van G. J. Nagell.
No. 242. 6 Junij 1651. Beslissing der raden van Gelre,
in het geschil tusschen Elisabet Verschaegen weduwe
Duijmen, uit naam van haar zoon Joachim Duijm,
ter eenre en G. J. Nagell, ter andere zijde, waarbij
bepaald is dat laatstgenoemde, wegens de vicarie
in kwestie, aan de weduwe ten behoeve van haar
zoon gedurende 4 jaar, zal uitkeeren de som van
30 gl. \'sjaars.
Op papier, ondert. Engelen.
Joachim Duijmen was vóór Johannus Brucherus met de vicarie
in de kerk te Lochem begiftigd geweest.
Met een lijst der opkomsten dezer vicarie.
•No. 243. 4 Maart 1692. Jan Herman Nagel, als collator
der vicarie, gefundeerd in de kerk te Lochem in
honorem Petri et Pauli, begiftigt daarmede Lam-
bert te Winckel voor den tijd van 6 jaar.
Op papier, ondert. J. H. Nage 1.
7
-ocr page 104-
98
244. 25 Mei 1714. Gerhard Jan Joost baron de Nagel,
als collator der vicarie, begiftigd daarmede Cor-
nelia Borgers weduwe Wussinks, voor 6 jaar.
Op papier, niet onderteekend.
245- 3 Januarij 1731. De staten van Zutphen geven
kennis aan G. J. J. Nagel tot Ampsen, als colla-
tor der vicarie gefundeerd in de kerk te Lochem,
in honorem Petri et Pauli, dat eenige landen tot
deze vicarie behoorende, die twintig of minder dan
twintig gulden opbrengen, publiek verkocht zullen
worden en de opbrengst op het politiek comptoir
belegd.
Op papier, ondert. ter ord. J. L. Wentholt.
Met een lijst der landen die verkocht zullen worden.
246.         1811 —1812. Correspondentie van den maire
van Laren met den heer van Ampsen, omtrent
de vicarie, gefundeerd in de kerk te Lochem, in
honorem Petri et Pauli.
Een bundel.
Ia 1811 was A. J. Nijman met de vicarie begiftigd en be-
droegen de inkomsten 70 gl.
247.        6 April 1861. De minister van Binnenlandsche
Zaken confirmeert de begeving van de vicarie
Petri et Pauli gefundeerd in de kerk te Lochem,
gedaan door C. J. A. baron van Nagel te Amp-
sen aan H. van Beusekom, leerling aan de La-
tijnsche school te Lochem.
-ocr page 105-
99
AFDEELING VIL
Marken.
248.    1616—1836. Markeboek van Exel.
Register, ld. 40 in perkament.
De vergaderingen der erfgenamen der mark werden gehou-
den op het goed Wilmerinck, onder voorzitterschap der heeren
van Ampsen, die het markerigterschap erfelijk bezaten.
22junij 1836 werd besloten de markegronden te verdeelen
met uitzondering van het Broek.
1602—1836. Diverse stukken.
1678 —1836. Publicaties van den markerigter.
Twee bundels.
249.        1524—1654. Markeboek van Swijpe en Bus-
heurne.
Register, kl. 4°, in perkament.
De vergaderingen der erfgenamen der mark werden gehou-
nen in den hof te Swijpe.
250.       Diverse stukken betreffende de mark Verwolde,
Laren en Oolde.
Een bundel.
Hierbij: Het markerecht in 1645 op verlangen der markge-
nooten bijeengebracht.
251.        1620 — 1708. Diverse stukken betreffende de
marken Geesteren, Vaasse en Mander.
Een bundel.
Met een lijst der gewaerden en ongewaerden.
Zie No. 145 en 326.
-ocr page 106-
IOO
AFDEELING VIII.
GOEDEREN IN DE BETUWE. (Zie n°. 53).
No. 252. OpsenteMargarietendach (20julij) 1353. Gerart
van Herlar, heer van Amersoy, Johan van Herlar,
ridder en Arnt van Herlar, knaep, gebroeders,
bekennen te zamen schuldig te zijn aan Didderic
Brouwer, burger tot Mijmeghen, van cost en te-
runghe, die zij in Didderics herberg hebben gedaan
en van geleende gelden, 815 oude gulden schil-
den, munt van den keizer van Rome of koning
van Frankrijk.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
der drie broeders.
No. 253. Op sunte Katerinendach (25 Nov.) 1358. Johan
van Doernic Wouterszoen van Doernic, knape,
bekent schuldig te zijn aan heer Johan van
Doernic 10 oude schilden en verbindt zich die op
pinksteren terug te geven.
Op perkament, het uith. zegel niet aanwezig,
wel de perkamenten strook.
No. 254. Op sunte Vijtsavont (i4junij) 1363. Hadewijch
en Gheertruud, \'Hermans dochters van Daernic
heren Borrenzoon, hebben opgedragen aan Rolof
van Waetselaer tweedeel van alle erfenis, die hun
aangekomen is van Herman van Daernic, hun
vader, gelegen te Cleijn Baerle in het kerspel
Bemmael, waarvan Didderich van Herwen Ottensz
een derde deel behouden heeft, dat hij be-
huwelijkt heeft met zijne vrouw, die een zuster
is van Hadewijch en Geertruud ; ten overstaan
-ocr page 107-
IOI
van Johan van Oijhusen, richter in de Over-Betuwe
en gerichtsluiden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den richter.
Op sunte Vijtsavont (14 Junij) 1363. Hadewich en Gheer-
truud, Hermans dochters van Doernic heeren Borrenszoon, die
God genadig zij, als zaecwouden, Godert Tenghenaghel Hazart,
Marcelis van Ambe, Didderic van Herwen Ottensoen, Didderic
Saffentijn van Mauderic, Pelegrijn van Ambe en Herman van
den Damme, als burghen, beloven te zamen Rolof van Waetse-
laer te waren tweedeel van alre erfenis als Hadewighe en
Geertrude voerscr. aangestorven is van hun vader, welke erfe-
nis is gelegen tot Cleijne Baerle in het kerspel van Bemmel,
en waarvan Didderic van Herwen voorscr. een derdeel afbe-
houden heeft, dat hij behilict heeft mit sinen wive; ten over-
staan van Johan van Oijhusen, richter in Over Bethue.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den richter.
Op sente Petersdach ad vincula (1 Aug.) 1370. Roelof van
Waetzeler verklaart dat hij gekocht heeft van Didderic van
Herwen, die gehuwd is met een dochter van Herman van
Daernic heren Borrenszoon, en van Hadewigh en Gertrude,
ook dochters van Herman v. D., een goed gelegen tol Cleijne
Baerle, belast met 3 ponden \'s jaars aan het Katerinen altaar
in de kerk te Bemmel, te betalen op st. Peter.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van Roelof v. W.
No. 255. Upten heilighen pinxtavont (31 Mei) 1365.
Sander van Daernic draagt op aan Vrederic den
Joede 27 morgen land, gelegen in het kerspel
van Lent, belend ten W. de heeren van st. Johan
te Nijmegen, ten O. den kerwegh, ten N. Otke en
Bernt van Lent, gebroeders, met een stuk land,
dat aan hen door Geertrud van Doornic, die
Bertouts wief was van Doernic, hunne zuster, op-
gedragen is, ten Z. Bertouts kinderen van Doer-
nic, belast met een erfpacht van 9 Brabantsche,
jaarlijks te betalen op st. Peter, aan Wolter van
-ocr page 108-
102
Doernic Bertoutszoon; ten overstaan van Heijnric
van Hoemoet, richter in Over-Betuwe en gerichts-
lieden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den richter.
Up onser liever vrouwen dach purificacio (2 Febr.) 1398.
Lijesbet van Dornic Bertoutsdochter van Dornic, met Johan
Wijerssoen haar gekoren momber, draagt op aan Johan van
Dornic Hermansz, tot behoef van Vrederixdesjoeden, 27 mor-
gen land, gelegen in de maalschap van Lent, gen. Heren Bor-
rencamp, belend aan Gherijt van Steenbergen, Otte van Lent,
dat Vijsschevèlt van de heeren van st. Jan te Nijmegen en den
kercwech; ten overstaan van Willem Heuke, richter in de
Over-Betuwe, O\'osen Bolle en Johan Gherijtsz, gerichtsluiden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
den richter.
No. 256. Up sunte Jansavonde te midsoemer (23 Junij)
1384. Jan van Hese Willemsz, verklaart dat Kathe-
rijne, dochter van Gelis Baers van Boninghen,
voldaan heeft aan de voorwaarden vervat in de
scheijdebrieven van de twee delen van Wielre-
bergh, als van den krot en hijnder, die hun de
greve van Cleve daarvan aandoet; ten overstaan
van Dideric van Wusic Henricsz en Jan van Hese
Henricsz, schepenen van Nijmegen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
der schepenen.
No. 257. Des vrijdaghes naeKilianij mart. (10 Julij) 1394.
Johan van Ambe, als leenheer, beleent Wijtkens
van Harberghermolen met de tienden te Cleijn
Baerle met de smalle tiende, door overdracht
van Didderic Rijnacker; ten overstaan van
Zegebaden van der Clocke en Gerit van Heze,
leenmannen van Gelre.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van leenheer en leenmannen.
-ocr page 109-
103
No. 258. Op den donredach na suntejohans dach decol-
latio (31 Aug.) 1396. Jan van Brienen en Swe-
nelt, zijne vrouw, dragen op aan Herman van
Waetselar Rolofsz de volgende landen, gelegen
in het kerspel van Bemmel, belast met 6 groot jaar-
lijks aan de kerk te Bemmel en met het leenrecht,
als die greve van Cleve en de heerlijkheid van
Hemmen daaraan plachten te hebben:
io 12 morgen 3 hond, gen. de soeven roeden,
belend door Gherit van Doernic en Sander Vaeck;
2° 9 morgen land, gen. de Weethoevel, be-
lend door Jan van Bijlant en Jan van Ambe;
30 2 morgen eeu hond, gelegen op den Oes-
teringen, belend door de gen. vrouwe van Gulic;
40 een stuk land, gen. de Hoghe en Neder-
gheest, belend door den pastoor van Bemmel en
Saffentijn; ten overstaan van Otte van Herwen
richter in de Over Betuwe, Henrick Ingheen
Nijwelant, Willem van Lienen en Godert Pannen-
koeck, gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegels in groen was van den
richter, Jan van Brienen en Jan van Ambe, als borg.
Des gudensdaigs na sunte Mertijns daighe (13 Nov.) 1392.
Adolph, greve van Cleve en van der Marke, schenkt aan Johan
van Brijnen, zijn dienre, in eigendom 12 morgen land, gele
nen in het kerspel van Bemmel, welk land Johan van Brijnen
tot nog toe van den graaf in leen had gehouden.
Op perkament, met uith. zegel in rood was
van den graaf.
No. 259. Des dinxdages na sunte Adolfus dach (21 Junij)
1401. Ruloff van Waitseler bekent dat hij in erf-
pacht heeft gegeven, voor een groot jaarlijks te
betalen op st. Peter, aan Herman van Waitseler,
zijn zoon, ten behoeve van Hennekes, diens doch-
ter, een vierdendeel van alle erfenis, gelegen in de
maalschap van Ewick en van alle tijnsen en pach-
-ocr page 110-
104
ten, gelegen in het kerspel Boninghen; ten over-
staan van Geenkeu Paeckman en Reijner Godertsz,
als erfpachters.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van Ruloff v. W.
Zie no. 262.
No. 260. Up sunte Sijmon en Juden avont ap. (28 Oct.)
1403. Willem van Heze Borchgertsz en Aleit van
Heze, zijne zuster, bekennen verkocht te hebben
aan Herman van Waetseler en Johan Üppestall
een stuk lands, in het kerspel van Ewick, groot
7 hont en 24 roede, gelegen opten Voirdonck,
bij erve van Willem van Appelteren en bij erve
van koopers.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van Willem v. H. en van Herman en Peter Col-
iart, gebroeders, die op verzoek van hunne nicht
Aleit v. H. zegelen.
No. 261. Des neesten dag na den heiligen dartien dach
(7 Januarij) 1405. Johan van Noringen en Alit,
zijne vrouw, bekennen verkocht te hebben aan
Herman van Waetseler al zulk deel, recht en
toezeggen, dat zij hebben aan het goed tot Cleijn
Baerle, gelegen in het kerspel van Bemmel, dat
vroeger behoorde aan Rulof van Waetseler.
Op perkament, de uith. zegels der echtge-
nooten zijn afgevallen.
No 262        OP sente Jacobsdach (25 Julij) 1407. Henric
van Apelteren, heer te Peersingen, brochgreve
tot Nijmegen en richter in den Rijck, verklaart
dat voor hem en Robbert van Apelteren, ridder
en Johan van Boninghen, als gerichtslieden, is ver-
schenen joufr. Johan Hermans dochter van Waet-
seler met haar vader en verzocht heeft, dat wij
haar zouden houden en beschermen in alzulke
tijns en pacht gelegen in het kerspel van Bonin-
-ocr page 111-
ios
ghen, zooals haar die in erfpacht was gegeven
door haar alder vader Roelof van Waetseler, en
waarin nu Johan van Noringen haar gewalt en
hijnder aandoet.
Zij wordt door het gerecht in haar bezit ge-
handhaafd, doch Johan van Noringen beriep dat
voir enen hogeren hoff ende voir enen meer-
ren lieer.
Op perkament, met uith. zegel van den richter.
Zie No. 259.
No. 263. Feria sexta post diem beati Viti (21 Junij)
1418. Nenna, weduwe van Waltardus Mompliers
draagt over aan Herm.inus de Waetseler huis en
erve met toebehooren, waarin laatstgenoemde
thans woont; ten overstaan van Theodericus Baers
de Velar en Nijcolaus Vijge, schepenen van Nij-
megen.
Op perkament, in het latijn, het uith. zegel van
den ien schepen ontbreekt, dat van den 2en
schepen in groen was aanwezig.
No. 264. St Peters avont ad cathedram (21 Febr.) 1419.
Huwelijksvoorwaarden van Willem van IJsendo-
ren en Jouffrouwe Johanna, dochter van Herman
van Waetseler en Kathrijn.
Als magen en hilixluden treden op voor den
bruidegom : Johan van Bijlant, canoniek van st.
Servaes te Tricht, Willem van IJsendoren Alertsz,
Bartolt van Ghent en Dirk van Lent — voor
de bruid: Henric van Galen, Herberen van Oij,
heer tót Balgoijen, Johan Puls en Daem van
Heze.
De bruid brengt mede ten huwelijk 1000 overl.
rijnsche gl. in goederen in den Rijke of in de
Betuwe ter keuze van den bruidegom, terwijl laatst-
-ocr page 112-
io6
genoemde zijne vrouw zal tuchtigen in zijne goe-
deren te IJsendoren.
Op perkament, met uith. zegels der getuigen
en van den vader der bruid, dat van den brui-
degom is afgevallen.
No. 265. Op sunte Petersdach ad cadhedram ^22 Febr.)
1419. Willem van IJsendoren Herberensz schenkt
des morgens van den dag na zijn huwelijk aan
Johanna van Waetseler, zijne vrouw, een morgen-
gave van 200 alde gulden schilden; ten overstaan
van Henric van Galen en Peter van Blitterswick,
schepenen te Nijmegen.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
der schepenen.
No. 266. Des donresdag nae sunte Gertruden dach der
heijliger joncfr. (23 Maart) 1419. Gijsbert van Bronc-
horst, heer tot Batenborch en Anholt, bekent
Johan van Bronchorst, Herman van Waetseler en
Johan Walravensz te quijteo, te ontheffen en schade-
loos te houden van 200 overl. rijnsche gl, die zij
met hem belooft hebben te betalen aan Heijlwig,
vrouw van Johan Joeden, op st. Johan nativitas
te midzomer naast komende.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van Gijsbert v. B.
No. 267. Opten heiligen pinxtavond (10 Mei) 1421. Her-
man van Waetseler verklaart, dat hij ingevolge
de belofte, gedaan bij de huwelijksvoorwaarden
van zijne dochter Johanna met Willem van IJsen-
doren, aan hem verschillende perceelen land
heeft gegeven in de acte opgenoemd, gelegen
tot Ewick en Winssen.
Verschillende van deze landen grenzen aan be-
-ocr page 113-
io7
zittingen van zijn neef Rulof van Waetseler, gen.
Oppestal.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van Herman v. W. en van Gerrit Baers van
Boningen en Rulof van Waetseler, gen. Oppe-
stal, die op verzoek van hun neef en oom als
getuigen zegelen.
Zie No. 264.
No. 268. Des vridags na sunte Stephaens dach inventio
(8 Aug.) 1421. Henric van Galen verklaart dat
hij Herman van Waetseler en Roelof Oppestals,
gen. van Waetseler, zal quijten, ontheffen en sca-
deloos halden van de 100 Wilh. Holl. scilden en
54 Arnhemsche Rijnsche gl., die laatstgenoemden
met hem beloofd hebben te betalen op st. Lau-
rentius naastkomende aan jouffr. Johanne van
Galen, zijne nicht.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
Henric v. G.
No. 269. Op sunte Odulphus dach (18 Juli) 1434. Wil-
lem van Doenen van Malden en Trude, zijne
vrouw, bekennen verkocht en opgedragen te heb-
ben aan Willem van IJsendoren een erftijns van
4 oude schilden, jaarlijks te betalen op st. Johans-
dag Baptist, uit de helft van een kamp land, gen.
den Waitsellar, gelegen in het kerspel van Bonin-
gen, groot 8 morgen, waarvan de andere helft
aan Willem van IJsendoren toebehoort; ten over-
staan van Deric van der Hautert, borchgreve van
Nijmegen en richter in den Rijcke, Willem van
Lijenen en Willem van der Woert, gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den burggraaf.
No. 270. Op sunte Odulphusdach des heiligen confessors
(18 Juli) 1441. Johan van Huessen en Gese, zijne
vrouw, bekennen ontvangen te hebben van Hen-
-ocr page 114-
io8
ric van Huessen een som geld, waarvoor zij hem
verkocht hebben twee tienden, gelegen in het
kerspel Angeren, hebbende de eene tiende aan
Herman van Ghent en de andere tiende aan
Evert van Hoeijc toebehoord.
Op perkament, met vier uith. zegels in groen
was, van Johan van Huessen, Henric van Wart-
huijsen (die voor zijne zuster Gese zegelt) en van
Wolter van der Oplagh en Wolter van der Burch,
als getuigen.
No. 271. Op sunte Clemcntsdach des heijligen paeus
(23 Nov.) 1448. Aernt van den Huevelic en Belij,
zijn echte vrouw, bekennen opgedragen te heb-
ben aan Johan van Bijlant, ridder, een kamp land,
gelegen in het kerspel van Angeren, gen. Gamel-
waert, die zij tot nu toe van hem in leen had-
den gehouden. Onmiddelijk daarna heeft Johan
van Bijlant dit land in vrijen eigendom overge-
geven aan Henric van Huessen, welke laatstge-
noemde dit land weder, als een erftijnsgoed, voor
£ butken jaarlijks op st. Maarten te betalen, op-
droeg aan Aernt Coenraetsz en Wendelen, zijne
vrouw; Johan Sob en diens zoon Conraet Sobbe,
broeder en neef van Aernt v. d. H. zoomede Evert
Mome en diens zoon Henrick, zwager en neve
van Aernt v. d. H., treden op als waarborgen.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van Arnt v. d. H., zijne vrouw en der drie eerste
waarborgen, daar Henrick Mom geen zegel heeft,
zegelt op diens verzoek Evert van Hoijckmoet
voor hem.
No. 272. Des dinxdags na onser liever vrouwen dach pu-
rificatio (5 Febr.) 1454. Johan van Redinchaven
Hermansz, zoomede Alijt en Gertruijdt, zijne kin-
deren, bekennen opgedragen en in rechte mede-
gave en hijlixvorwarden gegeven te hebben meis-
ter Willem Bestken met Elizabeth, zijne vrouw,
-ocr page 115-
109
5  averl. rijnsche gl. jaars pacht, te betalen op st.
Peters ad cathedram en 35 tijnshoender, te betalen
op st. Maarten.
De 5 gl. uit een kamp land, gen. Biesscamp,
groot 4 morgen, in pacht bij Jan van Deest, voor
6   gl. en 2 hoender gelegen in het kerspel van
Boeningen. De 35 hoender uit het erve en goed
waaruit Johan voorz. die te hebben placht; ten
overstaan van Peter Vijge Geritsz, borchgreve
tot Nijmegen en richter in den Rijck, zoomede
Johan van Groesbeke, heer tot Hoemen, Malden
en Beecke en Henr. van Deijse, goltsmijt, ge-
richtslieden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den borchgreve.
No. 273. Des donredags nae sunte Servaesdach (18 Mei)
1458. Berndt Snijpert en Johan Haverkamp, kerk-
meesters in de kerspelkerk binnen Huijssen, dra-
gen over aan Reijnalt van Homoet, heer then
Dorenwerdt, een morgen land gelegen in het ker-
spel van Angeren op Verget. Daarna draagt Reij-
nalt v. H. dit land weder op aan Henric van Hues-
sen; ten overstaan van Reijnalt v. H. als tijns-
heer, zoomede Willem van der Horst en Wolter
van Langeraec, als tijnsgenooten.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van Reijnalt v. H. en Willem v. d. Horst, dat
van den 2en tijnsgen. ontbreekt.
No. 274. 1 April 1459. Huwelijksvoorwaarden van jonc-
frou Lijsbet van Huessen Henricksdr en Herman
van IJsendoern; ten overstaan van Derick vanHues-
sen, priester, Henrick van Huessen Henricksz,
Cornelijs van Well, Johan van Poelwick, Wolter
-ocr page 116-
tió
van der Borch en Geerlich Kortacker, als huwe-
lijkslieden.
Henrick van Huessen geeft zijne dochter mede
ten huwelijk 43 £ morgen land, gelegen in het
kerspel Angheren, gen. het Steenberglier velt, de
Gamelwoert en de Verghert, welk laatste stuk
land de kerk van Huessen vroeger toebehoorde.
Verder zal de bruid na haar vaders dood nog heb-
ben twee tienden gelegen in hetzelfde kerspel
en een erfrente van 4 oude schilden, gaande uit
eenige landen.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van den vader der bruid, bruidegom en huwe-
lijkslieden.
Twee exemplaren. Zie no. 271 en 273.
No. 275. Manendages na sunte Sijmoen en Juden dach
apost. (29 Oct.) 1464. Florijs van Steenbergen
belooft, met verband van leisten tot Nijmegen,
Willem van Apelteren de jonge schadeloos te
zullen houden van zijne borgstelling voor de
richtige betaling van 56 rijnsche overl. gl. aan
Wolber Versevelt en Derick vau Lent Dericksz.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van Florijs v. S.
No. 276. "Op sente Johansdach ante portam latinam
(6 Mei) 1469. Theodricus Hamer, priester, verklaart
dat Lijsbeth van Huessen, wed. van Herman van
IJsendoorn, hem verkocht en opgedragen heeft
ten behoeve van een vicarie gesticht voor de ziel
van Arent van Hessen, een erfrente van 4 rijnsche
gl. jaarlijks te betalen op st Philips en Jacobs-
dag, losbaar met 50 r. gl. of ander geld gang-
baar in de stad Huessen, gaande uit 214 morgen
land, gelegen in het kerspel Angeren, blijkens een
-ocr page 117-
lil
erlkoopsbrief die door haar, Henrick van Huessen,
haren broeder, en Wolter van den Borch beze-
geld is.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van Theodricus Hamer.
Met een acte van denzelfden datum, waarbij Lijsbet van
Huessen verklaart haren broeder Ilemic schadeloos te zullen
houden voor zijne borgstelling in deze.
No. 277. Opten Saterdach na des heiligen cruesdach
inv. (5 Mei) 1470. Gerechtelijke verkoop van een
saijwert, groot 20 morgen, toebehoorende Seger
van Redijnckhaven, Henrick Pannecoick en Derick
van Rijn, gelegen in het schepend om Gent, op
verzoek van Derijck van Keppel, wegens wan-
betaling van een jaarrente groot 7 oude Frank-
rijksche schilden en toegewezen aan Henrick van
Lochem; ten overstaan van richter en schepe-
nen van Gent.
Op perkament, met twee uith. zegels in groen
was, het 3de afgevallen.
No. 278. Des neisten gudesdags na sunte Mertijnsdach
des hellighen bisschops in den wijnter (17 Nov.)
1473. Derich van Munster beleent meister Derich
van der Moeien, canoniek to Emrick, met de
tiende gelegen to Kleijn Barle en de smalle tiende,
hem aangeerfd van Wendelen van Merten, echte
vrouw van Henrich ten Offerhuijs; ten overstaan
van Waltert van Doenen en Johan vanWijgh-
gen, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den leenheer.
Achterop staat: Leijnbrieff van den thende tho Halderen.
No. 279. Op sunte Joriens avond (i2Febr.) 1477. Johan
van IJsendoren Hermensz en Lijsbeth van Hues -
-ocr page 118-
112
sen, weduwe van Hermen...................
moeder en momber van Johan voorz., Gherit van
Dodenweerd en Gherit Ottensz., bekennen schuldig
te zijn 20V2 "jus gl., te betalen op St. Marten
naastkomende, aan Arnt van den Zand.
Op perkament, geschonden, met uith. zegels in
groen was der drie eerstgen. personen, voor Gherit
Ottensi, die geen zegel heeft, zegelt Jacob van
Bueren.
No. 280.           Des vriddaghes na sunte Margrietendach
(25 Julij) 1477. Willem van Wij verklaart dat zijn
zal. vader Dirck van Wij in huwelijksvoorwaarden
gegeven heeft aan zijne zuster Jorden, bij haar
huwelijk met zal. Johan van Dolre, 19 oude
schilden jaarlijks uit twee blok tienden te Berne-
felt, gen. Gelmde en Zorchdam, welke 19 schil-
den nu op Gerit van Dolre, zijn neve, zijn ge-
erfd. Verder dat hij ingevolge de gemaakte schei-
ding van goederen, nagelaten door zijn vader en
zijne zuster, tusschen hem en zijn zusters zoon Gerit
van Dolre, laatstgenoemde boven de 19 oude
schilden jaarlijks nog zal uitbetalen 6 oude schil-
den en dat hij de tienden niet zal vervreemden,
alvorens de betaling der jaarrente van 25 oude
" schilden op een andere wijze verzekerd te hebben.
Op perkament, gecancelleerd, met uith. zegels
in groen was van Willem van Wij en van zijn
zoon Herman van Wij.
No. 281. Op sinte Mathias avondt des heiligen apostels
(24 Febr.) 1480. Magescheid tusschen Wilhelm
van Apeltern en Lijsbeth van Huessen, weduwe
van Willem van Apeltern, de jonge, zoon van
eerstgenoemde ; ten overstaan van Wilhelm van
Welije, gen. van Heese, richter te Nijmegen en
-ocr page 119-
**i
Herman Hertzeboll, aan do eene zijde ; Henrick
van Huessen en Herman van Macheren aan de
andere zijde.
Lijsbeth van Huessen zal hare eigene goederen
en de tucht van zal. Herman van IJsendoren
behouden, waaronder huis, hofstede en erve in
het kerspel van Bemmel, waarin zij met Willem
van Apeltern haar overleden man woonde en
daarvoor uitkeeren aan Jan van Apeltern, bastaard
van zal. Willem van Apeltern, een jaarrente van
4 r. gl. en aan de kerkmeesters van Bemmel een
jaarrente van i l/t r. gl. losbaar met 50 en 20 r. gl.
Willem van Apeltern zal hebben eenjaarrente
van 16 r. gl., losbaar met 200 r. gl., uit goed
gelegen in het kerspel Doerninck en een schuld-
brief van 75 r. gl.
Op perkament, met uith. zegels in gvoen was
van pattijen en scheidslieden.
No. 282. Des saterdages neist na des heligen Cruces daghs
inventionis (4 Mei) 1482. Steven van Monster be-
leent Gerit Roghman van den Poll met de tiende
to Kleijn Barele met de smalle tiende, bij Bem-
mell in de Over Betuwe, door overdracht van
meijster Derick van der Mollen, Gerits zwager,
canoniek in sunte Mertijnskerk te Eijmerick.
Op perkament, met uith. zegel van den leen-
heer in groen was.
No. 283. Opter octave sancti Stephani protliomart. 1482
(2 Januarij 1483). Wijnalt van Aernhem, ritter, als
overste tijnsheer, bekent dat voor Wolter van der
Borch, zijn rentmeester, als zijn plaatsvervanger,
zoomede Willem van der Lawick en Evert van
der Borch, als tijnsgenooten, Derick van Dael met
Heilwich, zijne vrouw, hem hebben opgedragen
8
-ocr page 120-
ii4
het Sassenkempken, gelegen in het kerspel Bem-
mel, maelscap Cleijn Bael, groot i i morgen, waar-
na hij dit land opgedraagt aan Evert Kijvit en
Hille, echtelieden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van Wijnalt v. A.
No. 284. Opteu donredach nae onsser liever vrouwen
dach assumptijo (18 Aug.) 1485. Johan van Wae-
mell, priester, draagt op aan Johan Dericksz. ten
behoeve van het godshuis Sunte Katherijnen bin-
Arnhem, diverse perceelen land, gelegen binnen
het schependom van Ghent; ten overstaan van
van Arnt van Hoeckelem, richter tot Ghent, Evert
van den Wall Willemsz en Wijer van Heess
schepenen van die stad.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van richter en schepenen.
No. 285. Op goensdach na sent Lucien dagh der heili-
ger jonfferen (14 Dec.) 1485. Adolph, greve tot
Nassouw, heer tot Wijesbaden, stadhelder gene-
raal van Gelre en Zutphen, verklaart dat Johan
van IJsendom verleden zomer een ongefall in
het ambt van Over Betuwe aan zal. Wilhem van
Heeze begaan heeft en daardoor in lijve en goede
zijn genadigen heer vellich en brouckafftich is
geworden ; waarom hij alle goederen van Johan
van IJsendom, roerende en onroerende, gelegen in
het hertogdom Gelre, als zijnde aan zijn heer ver-
vallen, verkoopt en opdraagt aan Henrick van
Huessen.
Op perkament, met uith. zegel in rood was van
den stadhelder.
Zie 110. 288.
No. 286. Des vrijdaghes nae sunte Joriaens dach mart.
(25 April) 1488. Magescheid tusschen Johan Lam-
-ocr page 121-
H5
bertsz, als echtgenoot van Bartrude, en Kirsten
Kijevit de jonge Roelofsz, der goederen nagela-
ten door Fije Kijevit en Roelof Kyevit, ouders
van Kirsten Kijevit; ten overstaan van Henrick
Nijerssman en Michiell Scrijbaens, aan de eene
zijde, Kirsten Kijevit en Gerit Kirsskorff, aan de
andere zijde.
Johan Lambertsz zal Kirsten Kijevit jaarlijks
betalen 15 r. gl, uit het derde deel van 40 mor-
gen land, gelegen te Kleijn Baerll in het kerspel
van Bemmel.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van partijen en scheidslieden.
Op de Agnijete avont (20 Jan.) 1490. Kirsten Kijevit de
jonge, die broeder is geworden in het klooster van St. Agathen
in het land van Kuijck. draagt deze jaarrente aan dit klooster
op, ten overstaan van Kirsten Kijevit en Rutger van Welij,
zijne ooms.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van Kirsten K. en der getuigen.
Op suute Barberen dach der heijliger joncffrouwen (4Dec.)
1491. Het bedoelde land wordt gerichtelijk verkocht wegens
2 jaar achterstalligheid der jaarrente en gekocht door Kirsten
Kijevit Roelofsz; ten overstaan van Bartelt van Gent, heer tot
Loenen, richter in de Over Betuwe, zoomede Derick van Bronc-
horst en Werner van Horssen, als gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van den richter en gerichtslieden.
No. 287. Des manendags na den heiligen Jaerssdachs
(3 Jan.) 1491. Otte van Zallant bekent verkocht
te hebben aan Henrick Vonck zijn huis, hof, hof-
stede en getimmer binnen Wageningen, belast
met 4 gouden r. gl. sjaars aan Bartolt Hacken
en 2 r. gl. aan meister Peter van Helssem; teu
overstaan van Gerit van Mekeren, drost en richter
van Veluen, zoomede Johan van Mekeren en Hen-
riek van der Cuijll, als gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
den drost.
-ocr page 122-
llö
No. 288. £)es manendags na den sonnendach Jubilate
(25 April) 1491. Johan van VVelij, gen. van Hese,
als broeder van zal. Willem van Hese, verklaart
een gantze vaste stede swoene tot ewighen daghen
toe duerende tot allen swoenenr echten nae den
lantrecht van Overbetue
gegeven te hebben aan
Johan van IJsendoren als van den handelt, doits-
lach ende mijsdaet den hij leijder mitter hant
gedaen heeft
aan Willem van Welij van Hese,
zijn broeder; ten overstaan van Peter van Opplo,
richter te Nijmegen en Werncr van Horssen, als
dedingslieden.
Op perkament, met uith. zegels in groen was van
Johan v. W. en dedingslieden.
Zie no. 285.
No. 289. 18 October 1491. Otte van Zallant bekent, voor
zich en als momber van zijne huisvrouw, ont-
vangen te hebben 25 gouden rijnsche gl. van
Henric Vonck, in afkorting op de schuld groot
200 overl. gouden r. gl, die Henric Vonck met
Johan van Brienen, Helmich van Weelij, Anthonis
Kreefït en Henric Fransz, als borgen, hem schul-
dig is.
Op perkament, de uith. zegels van Otte v. Z.
en van den getuige Johan Hack zijn afgevallen.
No. 290. Des manendags nae st. Katherijnen dach der
heijlige joneftrouwen (26 Nov.) 1492. De roerende
en onroerende goederen, gelegen in het kerspel
van Bemmel, buurschap Groot en Klein Baerll,
toebehoorende aan het Cloister van Gelre, Wem-
mer Bijll, Hadewijck Bijlen, joufifer Fije van den
0
              Kemmenade en Johan van IJsendoren worden ge-
rechterlijk verkoch, elk bijzonder voor 100 oude
schilden van broeken opten dijck nae uijtwijsinge
-ocr page 123-
U7
des signaets, en opgedragen aan Machgaris Wolff;
ten overstaan van Goissen van Bemmel, richter in
de Over Betuwe en gerichtslieden.
Op perkament, niet uith. zegels ia groen was van
richter en gerichtslieden.
Des Dijnxdags na st. Kathrijnendach virg. 1492. Machgaris
Wolff wordt gerechtelijk gezet in de bovengenoemde goederen
door denzelfden richter en gerichtslieden.
Op perkament, met zegels als boven.
Des goedessdags na st. Kntherijnendach 1492. Marchgaris
Wolff bekent de rechten, die hij op bovengenoemde goederen
heeft verkregen, verkocht te hebben aan Goissen van Bemmel.
Op perkament, met uith. zegel ir. groen was van
den verkooper.
No. 291. Op sente Johansdach to midsomer (24 Junij)
1495. Johan van Blijtterswijck, pastoor, Willem
Gelijsz en Rugger Rogge, kerkmeesters der kerk
van Ghent, in het ampt van Over Betuwe, ver-
klaren dat zij met consent der kerspellieden ver-
kocht hebben aan Johan Lobken, priester, pinsoer,
ten behoeve van het hospitaal van st. Katherijnen
te Arnhem, een jaarrente van 2 pond, gaande
uit een stuk land, gen. het Zuerlant of Gebbe-
geer, deel uitmakende van een bouwing, gen. het
Kleijne Barle, gelegen te Halderen, waarvan het
derdedeel aan het hospitaal toebehoort.
De opbrengst zal dienen tot den aankoop van
een missaelboek en andere boeken voor de kerk.
Op perkament, met uith. zegels in groen was van
pastoor en kerkmeesters.
No. 292. Des donredags nae sunte Michiels dach archan-
geli (1 Oct.) 1495. Johan Vaick wordt gerichte-
lijk gezet in alle erve en goed als Ot van Sallant
en jouff. Lijsbeth van IJsendoorn, zijne huisvrouw,
hebben in de maalschap van Cleijn Bairlle in het
kerspel van Bemmel], volgens het landrecht van
-ocr page 124-
n8
Over Betuwe; ten overstaan van Arnt van der
Lawick, richter in de Over Betuwe, zoomede
Steven van der Cappellen en Werner Wijers, ge-
richtslieden.
Op perkament, gecancelleerd, met uith. zegels
der gerichtslieden, dat van den richter is afgevallen.
No. 293. Des manendach nasunt Servasdach ep. (16 Mei)
1496.   Johan ten Voert, richter tot Gent, zoo-
mede Gerit van den Wall Evertsz en Allert
van der Moeien Jansz, schepenen aldaar, verklaren
dat Evert van Dest, als gevolmachtigde van het
hospitaal st. Katrinen te Arnem, door den ge-
zworen bode gepeind is aan de goederen gen.
Nonnencamp, Langen camp en Soerlant, gele-
gen in het schependom Gent, voor 50 gouden
kurf. gl.
Op perkament, met uith. zegels in groen was van
richter en schepenen.
Sunte Johans avent (23 Junij) 1496. Evert van Deest wordt
door richter en schepenen gerechtelijk gezet in bovenstaande
goederen, toebehoorende Kersten Kijvijt en Derick Hermansz.
Op perkament, met uith. zegels in groen was van
richter en schepenen.
Des gousdages na sunt Mertijn (18 Nov.) 1500. Evert van
Deest draagt op aan Wouter van Boemel alzulk recht, vorde-
ring en verwin als hij afgewonnen heeft van Derick van Dam
en Kersten Kijvit; ten overstaan van Evert van den Wall Wij-
ensz en Johan van Aendelst, schepenen tot Gent.
Op perkament, met uith. zegels der schepenen
in groen was.
No. 294. Der neesten guesdaiges na Pancrasdach (17 Mei)
1497.     Roeloff van der Lawick bekent ver-
kocht te hebben aan Henrick van Huessen een
tiende te Anggeren, waarvan kooper het weder-
deel van toebehoort; ten overstaan van Ott van
der Horst, als waarborg, zoomede Johan Geijn-
-ocr page 125-
lig
ners, Evert van der Borch en Johan van Bethou,
als erfprachters.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van Johan Geijnners en Evert van den Borch,
<le drie andere zegels zijn afgevallen.
No. 295. Des donredaigs post Jacobi ap. (27 Julij) 1497.
Evert van Doempseler verklaart, dat hij in erf-
pacht heeft genomen van Wilhem van Wije, de
Glijnder en Sorchstammer tienden, gelegen in
het kerspel en ampt Bernefelt, voor 115 r. gl.
Jaarlijks, te betalen in twee termijnen ; ten over-
staan van Bernt van Presickhaven, drost en rich-
ter van Veluwe, zoomede Brant van Delen, Her-
man van Wije en Sander Tengnagell, gerichts-
lieden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
den drost.
No. 296. Op des heiligen Cruijssavont exaltaUone ([ 3 Sept.)
1501. Kersten Kievit die jonge Roelofsz en
Geertruit Pipers, zijne vrouw, bekennen ver-
kocht en overgegeven te hebben aan Wolter
Janzen het Jj. van een bouwing land, gelegen te
Kleijn Bairll in het kerspel van Bemmel, groot
15 morgen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
Kersten Kievit, dat van Goesen van den Berge,
die voor Geertruit Pipers zegelde, is afgevallen.
No. 297. Des Manensdags na sunte Agathen dach virg.
(6 Febr.) 1503. Magescheid tusschen Evert Kijevit
en Aelbert van Essen, bairtscheere, als momber
van zijne vrouw Lijssbeth Kijevit Evertsdr; ten
overstaan van Derick en Johan Kijevit, gebroeders,
aan de eene zijde en Derick van Steijnferden en
Arnt van Langhen, aan de andere zijde, omtrent
-ocr page 126-
120
de goederen nagelaten door Lijsbet, moeder van
Lijsbeth Kijevit.
Evert Kijevit zal aan Lijsbeth Kijevit van hare
moeders goederen geven de Sassenkamp, groot
omtrent i£ morgen land, gelegen in de maal-
schap Cleijn Bairlle, kerspel Bemmel, belast met
een tijns aan den domproost te Utrecht en een
jaarrente van 6 r. gl.; de overige goederen zal
Evert behouden.
Op perkament, met uilh. zegels in groen was
van partijen en scheidslieden.
No. 298.          Opter eelff duijsent meghden dach (21 üct.)
1509. Gerijt Roighman en Alijt, echtelieden, be-
leenen hunne dochter Lijsbeth met een tiende te
Cleijn Bairll en een tiende, gen. Sander Vaiks-
tiende, te Ghent; ten overstaan van Roloff Ver-
iaenwijck en Johan van Breuckhorst, leenmannen,
omdat deze tienden haar in huwelijksvoorwaarden
medegegeven waren.
Op perkament, met uith. zegels in groen was der
echtelieden en leenmannen.
No. 299. Wonsdages na sunte Luciendach (15 Dec)
1512. Deric van der Borgh, prior te Mariendaell
bij- Arnhem, der Regulieren orde, verklaart dat
Otte van Zallant zal. en juffer Elizabeth, zijne
huisvrouw, aan het klooster verkocht hadden een
jaarrente van rogge uit hun goed, gen. Broijx-
foerde, gelegen in het kerspel Berichem en mede
tot onderpand hadden gesteld een goed in de
Betuwe en daarvan verzegelde brieven hadden
gegeven. Dat het goed in de Betuwe ontlast is
van de roggerente en de geschriften daarvan
sprekende, later teruggegeven zullen worden, die
-ocr page 127-
121
nu niet bij de hand zijn, om last van veden.
Op papier, niet onderteekend.
No. 300. Des dijnxtdags na sunte Martijnsdach in den
wijnter (15 Nov.) 1513. Lijsbeth van IJsendoorn,
weduwe Otte van Sallant, bekent opgedragen en
gevestigd te hebben aan Derick van Steenbergen
een rente van 10 gouden ph. gl., jaarlijks te be-
talen op st. Martijn, uit een bouwing land gen.
Clejjn Bairle in het kerspel Bemmel, groot 58
morgen, belast met 24 gl. jaarlijks aan Kathrijn
van Welij, wed. Wolter van Welij en 3 pond
jaarlijks aan het st. Kathrijnen altaar te Bemmel.
Op perkament, het uith. zegel van Lijsbeth
v. IJ. is verdwenen.
No. 301. Fridach neest sent Luciendach virg. (16 Dec.)
1513. Fije van Hoemoet Henrixdr. bekend ver-
kocht en opgedragen te hebben aan Arnt van
Gent een derde deel van een hof met toebehooren
groot 42 a 44 morgen, gelegen te Bemmel en in
het schependom Gent, waarvan de twee andere
derde deelen toebehooren aan het st. Kathrijnen
gasthuis te Arnhem en aan zal. Derick van
Huijswerden.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van verkoopster en Gerit Pijnne, als waarborg.
Op denzelfden dag koopt Arnt van Ghent van Gheertruijt
van Huijswerden, wed. Derick van Huijswerden en hare kin-
deren een derde deel van genoemden hof.
Op perkement, met uith. zegels in groen was
der verkoopers.
Op Goensdach nae Sente Johansdach nativitate toe midsomer
(25 Junij) 1533. Thomas van Voerthuesen, voor zijne vrouw
Margarieta Taetz, meister Johan Taitz en Henrick Taetz, na-
gelaten kinderen van Wolter Taetz, bevestigen de bovenstaande
verkoop, gedaan door hunne moeder Fije van Hoemoet Hen-
ricsdr tijdens hunne onmondigheid.
-ocr page 128-
122
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van Thomas v. V. en Johan Teets, Henrick is
uitlandig en zal later zegelen, doch schijnt dit
niet gedaan te hebben daar de derde perk. staart
er geen sporen van draagt.
No. 302. Op sinte Luciendach (13 Dec.) 1514. Overeen-
komst tusschen Gherit, heer tot Oeij en Elisabet
van IJsendoorn, weduwe van Otto van Salland
wegens twiste en geschele in voirtijden tusschen
genoemde personen, aangaande echtelijke belofte-
nisse en trouwe. Gherit voorn, zal Elisabet op den
dag na conversion Paulus \'s morgens tusschen 7
en 8 uur te kerke te Nijmegen leiden als zijne
eGhte getrouwde vrouw; ten overstaan van Jacob
Ridder ep. Ebronensis.
Op perkament, ondert. door partijen met uith.
zegel in rood was van Jacob Ridd«r.
No. 303        Den derden donredaich in den Meij (20 Mei)
1518. Henrick, heer tot Genth, bekent verkocht
en opgedragen te hebben aan Arnt van Gent 4
of 4I morgen land, gelegen in Genterbroek in twee
stukken; ten overstaan van Henrick van Loenen
richter tot Genth, Gerijt van der Voert en Wil-
helm van Vlijren, schepenen te Genth.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
-
                    van richter en schepenen.
No. 304. Op manendach nae sente Pouwelsdach beke-
rongh (28 Januarij) 1527. Jouffrouw Elizabeth van
IJsendoern en van Oeij geeft haar bouwhof te
Cleijn Baerl, voor 8 jaar tegen zekere voorwaarden,
in gebruik aan Evert Vermeer en Stijn, zijne huis-
vrouw; ten overstaan van Derick van Riemsdijck,
Johan van Zallant, Johan Vermeer en Johan Rost.
Opgemaakt in duplo, doorgesneden over de
letters A. B. C. ■
-ocr page 129-
123
Op papier, niet onderteekend.
Dito overeenkomst van dinxdach nae Palmendach (n April)
1536 met Evert Jansz en Leam, zijne huisvrouw.
No. 305. Op manendach p. Lucie joncfr. (15 Dec.) 1533.
Sijbert van Hoeckellumzen Geertruijdt, zijne vrouw,
bekennen verkocht en opgedragen te hebben aan
Hermen van Wije, Gertruijdt, Alijdt en Anthonia
van Wije, nagelaten kinderen van Deerick van
Wije bij Luijtgert, zijne vrouw, die na doode van
Deerick voorz. echte vrouw van Sijbert van Hoec-
kelumz was, alle versterf en gerechtigheid nagelaten
door Luijtger van Wije, indertijd vrouw van Sijbert
van Hoeckellumz, waaronder de Glijnder en Soer-
chrichstammer tiende, gelegen in het kerspel Bar-
nevelt; ten overstaan van Gerrit van Scherpen-
zeell gen. Pallick, landdrost van Veluwe en ge-
richtslieden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den landdrost.
No. 306. Op sunte Thomas avondt apost. (20 Dec.) 1534.
Katrina van Wije, weduwe Wilhem van Huemen,
bekent verkocht te hebben aan Herman van Wije
en zijne zwagers Joachim van Huemen, Everwijn
Roeshoern en Lodewich van Brakel het aandeel,
dat haar aangestorven is van haar vader Herman
van Wij, der twee tienden, gen. de Geleeder en
Sorchdammer tienden, gelegen in het kerspel Bar-
nenvelt, ampt van Veluwe; ten overstaan van
Zweer van Brakell en Geelis van Rijemssdijck,
als gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van verkoopster, haar momber Johan van Huemen
en der gerichtslieden.
-ocr page 130-
124
No. 307. 20 September 1539. Broeder Jorden Braem,
supprior en broeder Johan van Kalcker, procu-
rator des convents van sente Catherinen jouffer
en martelersche, der Regulier orde tot Nijmegen,
die 40 jaar in het convent zijn geweest, verklaren
op hun priesterschap, daar de prior zeer ziek is,
dat zij nimmer gezieu of gehoord hebben dat
Frederick Mom, drost op Hedel, of Herman van
Erde gevorderd of gevraagd hebben tot op 3 Junij
1538 toe, om eenige bezegelde brieven sprekende
op zal. Wilhem van Beesde en joufif. Ernst van
der Horst, echtelieden en hunne goederen, die
lange jaren in het convent tot dien datum toe be-
waard zijn; ten overstaan van Gaert Keilen, open-
baar notaris, Arnold die Haen, secretaris te Nij-
megen en Peter van den Poll, als getuigen.
Op perkament, ondert. door den notaris.
No. 308. Op sente Johans avont nativitatis (23 Junij)
1541. Johan Strijwardt en Geerlach Arntz, ge-
richtslieden en erfpachters in Over Betuwe, ver-
klaren dat juffer Elijsabeth van IJsendoren, weduwe
van Gerrit heer tot Oeij geschonken heeft aan
Elijzabeth van Zallant, hare dochter en Herman
van Zallant, haar zoons zoon, een bouwing groot
50 morgen, in het kerspel Bemmel, met alle toe-
behooren.
Op perkament, met uith. zegels in groen was der
gerichtslieden en van Elijsabeth v. IJ.
No. 309. Opten heijlighen Kersavent (24 Dec.) 1543.
Herman van Zallant bekent verkocht te hebben
aan Henrick Vaick een jaarrente van 3 gouden
Geld. rijder gl, uit een huis en hof groot 4 morgen
land, gelegen in het kerspel Bemmel, buurschap
Cleijn Baerll; ten overstaan van Alert van Horsz
en Reijner Uwens, erfpachters.
-ocr page 131-
lil
Op perkament, gecancelleerd, met uith. zegels in
groen was van Herman van Z. en erfpachters.
Achterop staat: Schijffgelt 3 st. brab.
Op sunte Mijchaelis dach archang, (29 Sep.) 1548. Herman
van Sallaut bekent verkocht te hebben aan Henrick Vaick een
jaarrente van 3 gouden Geld. rijdergl. uit hetzelfde huis en hof.
Op perkament, gecancelleerd, met uith. zegel in
groen was van Hermen v. S.
Op denzelfden dag geeft Henrick Viack toestemming aan
Herman van Sallant om deze jaarrente te mogen lossen met
50 dergelijke gl
Op perkament, gecancelleerd, met uith. zegel in
groen was van Henrick V.
17 April 1564. Herman van Sallant en Lutgert van Hoemen
echtelieden, bekennen verkocht te hebben aan Henrick Vaeck
eeu jaarrente van 4 gouden Geld. rijdergl. uit hetzelfde huis
en hof.
Op perkament, met uith. zegels in groen was der
echtgeiiooten.
Meijaveul (30 April) 1566. Hanrick Vaeck geeft toestemming
aan jouffer Luitgartt vann Hoemcno, weduwe van Herman van
Zalland, om de jaarrente van 9 rijder gl, die zij hem schuldig
is uit bovengenoemd huis en hof, te mogen lossen met 150 derg. gl"
Op perkament, het uith. zegel ontbreekt.
No. 310. Op Paschavont (28 Maart) 1551. Elijsabeth van
Ghent, weduwe.....van Ghent, bekent verkocht
en opgedragen te hebben aan Hendrik Otten een
enjaarrente van 12 zilveren Joachim dalers, jaar\'
lijks te betalen op paeschavond, uit een hofstad
gen. Clein Baerl, groot 24 morgen, gelegen in het
kerspel Bemmel, losbaar met 200 dalers, of in
twee termijnen elk van 100 dalers; ten overstaan
van Joan van..... en Hendrick van Ghent, erf-
pachters in Over Betuwe.
Afschrift op papier, niet gewaarmerkt.
No. 311. 7 October 1551. Henrick Otten geeft toestem-
ming aan Elijsabet van Gent, weduwe van Arndt
van Gent om de jaarrente van 6 Joachim dalers,
-ocr page 132-
126
die zij hem jaarlijks op st. Victor schuldig is, uit
huis en hofstad gen. Cleijn Baerll, groot 24 mor-
gen in het kerspel Bemmell, te mogen lossen met
100 dergelijke dalers.
Op perkament, het uith. zegels is afgevallen.
22 April 1555. Henrlck Otteu geeft toestemming aan dezelfde
weduwe, om de jaarrente van 9 Joaehimsdalers, jaarlijks betaal-
baar op Allerheiligen avond, uit hetzelfde huis en hofstad,
te mogen lossen met loo dergelijke dalers, daar een \'/i van
de jaarrente reeds met 50 dalers afgelost is.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
Hen riek Otten.
No. 312. 8 April 1552. Herman van Sallant en Luijt-
gart van Hoemen, echtelieden, bekennen verkocht
te hebben aan Henrich Vaick en joffer Gerbrecht
Bentincks, echtelieden, een jaarrente van 6 Jo-
achims dalers, uit een huis en hofstad, gen. Cleijn
Baerl, gelegen in het kerspel Bemmel; tenover-
staan van Joachim van Hoemen, als erfpachter
in de Over Betuwe.
Op perkament, gecancelleerd, met uith. zegel in
groen was van den erfpachter.
No. 313. Op sunte Nicolais avent ep. (5 Dec.) 1553.
Magescheid tusschen meister Christoffel van
Ghendt, der rechten doctor, Henrick van Ghent,
Wilhem van Ghent, Maurijs van Hijnsbergh, als
man en momber van Hilleken van Ghent, Johan
van Campen, als man en momber van Elsken
van Ghent, Arndt van den Berghe, als man en
momber van Goirtgen van Ghent, Geritgen van
Ghent en Grietgen van Ghent, broeders en zusters,
zoomede Arndt en Anna van Gent, kinderen van
zal. Joachim van Ghent; van de goederen nage-
laten door Arnt van Ghent en Elijzabet Rog-
-ocr page 133-
12;
mans, echtelieden, ouders van eerstgenoemde
kinderen; ten overstaan van Berndt van Wei-
deren, meister Peter Huest, rentmeester tot Mon-
foirt, Arnoldus die Haen, secretaris van Nijmegen,
Clais Pels en Henrick van Viersen, als scheids-
lieden.
Afschrift op perkament van den bezegelden
perkamenten brief, van 20 October 1556, gewaar-
merkt door Henrick van Vierssen, landschrijvei^
van Over Betuwe en Johan van Crevelt, notaris
Onder de verdeelde goederen komen voor: De groote hof
gen. Klein Baerll, groot 52 morgen onder Bemmel en Gent.
Een huis te Nijmegen in de Zuiderstraat, met schuur,
molen en brouwgetouwe eu voirt mit allen ingeduempt.
Een hof, gen. Klein Baerll, onder Bemmel en Gent, die te
verval statt van de heeren van st. Walburg te Arnhem.
Aleid van Gent, zuster der eerstgen. kinderen, in het klooster
Marienboru krijgt jaarlijks 3 ph. gl.
No. 314. 2 Julij 1554. Arndt van Boeckholt, als leen-
heer, keurt goed dat Herman van Sallant en
joffer Luijtgart van Hoemen, echtelieden, elkan-
der tuchtigen in de Cleijn Baerlsche tiende, grof
en smal, gelegen in het kerspel Bemmel, die zij
gekocht hebben van Elijzabeth van Ghendt, we-
duwe van Arndt van Ghendt en leenroerig aan
den huize van Bemmel, gen. Munstershuis; ten
overstaan van Henrick Vaick, leenman van den
huize Bemmel en Joest van Bemmel, leenman
van Gelre.
Op perkament, met uith. zegel van den leen-
heer.
No. 315. Op manendach na den Sonnendach Cantate
als op sunte Servaes dach biscop ende confessor
(13 Mei) 1555. Johan Twijenhoven, handtarst,
geeft toestemming aan Herman van Sallant en
joufifer Luijtgardt van Hoemen, echtelieden, om
-ocr page 134-
128
de jaarrente van 6 Joachimsdalers, die zij hem
verschuldigd zijn uit een kamp land, gen. de
Domacker, groot 12 morgen, gelegen in het ker-
spel Bern mei, buurschap Cleijn Baerl, te mogen
lossen met IOO Joachims daler.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van Johan T.
No. 316. Op sencte Petersavondt, apostoli ad vincula
(31 Juli) 1556. Herman van Zallant en jouffer
Luijtghaerdt van Roemen, echtelieden, bekennen
verkocht te hebben aan meister Johan Twijen-
haeven een jaarrente van 6 dalers, losbaar met
100 dalers, uit een kamp land, gen. de Domacker
groot 12 morgen land, gelegen in het kerspel
Bemmel, buurschap Cleijn Baerll.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
der echtelieden.
Waarvan bevestigd is de volgende transfixbrief:
Op Dinxdach na den Sonnendach quasi Modo
(11 April) 1564. VVilhcm ten Twijenhaven en
Geertruijt van Langen, echtelieden, verkoopen
deze rente aan Peter Claesz van Venloe; ten
overstaan van Marten van Andelst, raetzyrundt
,der stad Nijmegen en Cornelis Spruijt, zijn zvva-
ger, als erfpachters.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
der verkoopers eu erfpachters.
5 Julij 1572. Goirdt Henricksz, burger te Venloe, voor zich
zelf en als gevolmachtigde van zijne vrouw Elijzabeth, draagt
deze jaarrente over aan Aert Joris^, burger te Venloe, zoon
der zuster van Elijzabeth en Merrij ingen Raij Cornelisdr,
dochter der zuster van Elijzabeth: ten overstaan van Johan van
Hessen en Gerrit van der Voerdt, erfpachters en gerichtslieden
in de Over-Betuwe.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
der gerichtslieden, dat van Gerrit van Eede, open-
-ocr page 135-
i2y
baar notaris, die voor Goirdt Henricksz gezegeld
heeft, ontbreekt.
27 Januarij 1600. Gertgen. dochter van zal. Aertjorisz, draag 1
deze jaarrente met de achterstallige rente over aan .........
Berchem, rentmeester tot Marckum; ten overstaan van Herman
die Laet Lenartsz en Gaert Bijll, schepenen te Venlo.
Op perkament, geschonden, met uith. zegels
in groen was der schepenen.
No. 317. Op sunte Lambertz aijvent ep. (ióSept.) 1557.
Johannes Poeijn en Eeffs van Huest, echtelieden,
geven toestemming aan Herman van Sallant en
juffer Luijtgart van Hoemen, echtelieden, om de
jaarrente van 18 gouden hertog Philippus gl., die
zij hun verschuldigd zijn uit een stuk land, gen.
de Gheer, groot 7 morgeu, geltgen in het ker-
spel Bemmel, maalschap Groot Baerll, te mogen
lossen met 300 dergelijke gl.
Op perkament, met uith, zegels in groen was
der echtgenooten.
No. 318. 9 October 1557. Elsken van Ghent, weduwe
van Johan van Campen, met Goessen van Campen,
haar zoon, als momber, geeft toestemming aan
Herman van Sallant en joffer Luijtgart van Hoe-
men, echtelieden, om de jaarrente van 25 hertog
Philips gl., die zij haar verschuldigd zijn uit een
kamp land, gen. Crommen Camp, groot 6 mor-
gen 5 hond en vier stukken land, gen. Zuijrlant,
groot 11 morgen min 1 hond, gelegen te Cleijn
Baerll, kerspel Bemmel en uit een stuk land, gen.
de Geer, groot 7 morgen, gelegen te Groot Baerll,
in hetzelfde kerspel, te mogen lossen met 417\'/t
dergelijke gl.
Op perkament, met uith. zegels in groen was van
Elsken van Ghent en haar momber.
9 October 1557. Henrick Wemmers, als momber van zijn
zal. broeders zoon Baltazar Wemmers Baltazarsz, geeft toe-
9
-ocr page 136-
130
temming aan genoemde echtelieden, om een jaarrente van 27
dergelijke gl., die zij schuldig ziji; uit dezelfde goedereu, te
mogen lossen met 450 dergelijke gl.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van
Henrick W.
No. 319. 2t April 1563. Arnt en Anna van Ghent, kin-
deren van zal. Jochijm van Ghent, bevestigende ver-
koop van eenige stukken land. gelegen te Gent
en behoorende tot den bouwhof Clein Baerl, aan
Herman van Sallant, gedaan gedurende hunne
minderjarigheid; ten overstaan van Johan Vaick,
richter te Gent, Rick van den Wall en Jan Alberts,
schepenen van Gent.
Op perkament, met uith. zegels in groen was van
den richter en van den 2e" schepenen, dat van den
Ien schepen is afgevallen.
No. 320. 25 April 1563. Herman van Sallant en joffer
Luijtgardt van Hoemen, echtelieden, bekennen ver-
kocht te hebben aan Gerit, Jacob, Johan en Wil-
hem van Berck, gebroeders, echte kinderen van
Johan van Berck bij zijne eerste vrouw Christina
Kelflken, zaliger gedachten, een jaarrente van 18
Karolus gl., uit een stuk land gen. Domacker, ge-
legen in het kerspel Bemmel, buurschap Cleijn
•Baerll, losbaar met 300 Kar. gl; ten overstaan
van Herman Schulle en Henrick van Vierssen,
erfpachters en gerichtslieden in de Over Betuwe.
Op perkameDt, gecancelleerd, met uith. zegels in
groen was der echtelieden en gerichtslieden.
Achterop staat dat deze obligatie in 1594 afbetaald is door
joffer van der Cappelle tot den Dam.
No. 321. 26 Augustus 1565. De erfgenamen van Johan
Woltersz bekennen verkocht te hebben aan Jacob
van Ercklenz en Gijsberte, echtelieden, acht dee-
len in de zeven kindsdeelen, die zij hebben aan
-ocr page 137-
i3i
een veenkamp, gelegen in Duijvenveen, in het
ampt Ede, buurschap Manen, groot 9 morgen.
Op perkament, niet uith. zegel in groen was
van Dernk van Oemereu en Henrick Aerntsz, die
op verzoek der verkoopers zegelen.
Waaraan bevestigd is de volgende transfixbrief:
Op Sanct Michaelisdach (29 Sept.) 1565. Jacob
van Ercklenz en Ghijsberta, echtelieden, verkoo-
pen het bovengenoemde aan Joachim van Hoe-
men.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den verkooper.
No. 322. 20 Juni 1593. Geertruit van Huemen gen. van
der Capellen, Geerlich van der Capellen op ten
Dam en Geertruit van der Capclle bekennen ver-
kocht te hebben aan Johan en Goirt Derik.szoons,
gebroeders, 4^ morgen hooiland. gelegen in het
kerspel Ede in Maenderhooibroek.
Afschrift op papier van den bezegelden brief,
gewaarmerkt Jacob Vetho. . . . notaris.
No. 323. 20 November 1593. Magescheid tusschen Geer-
truid van Hoemen, wed. Gerard van der Cappel-
len en Wilhelma van Hoemen, wed. Ghijsbert van
Hardenbrouck, omtrent de goederen, nagelaten
door hun vader Joachim van Hoemen ; ten over-
staan van Geerlich van der Cappellen en Johan
van Arnhem, richter tot Arnhem.
Copie op papier, niet gewaarmerkt, het origi-
gineel was ondert. door de zusters, hunne zoons
en getuigen.
Hierbij: 20 Augustus 1601. Nader accoord omtrent boven-
staande goederen.
Op papier, ondert. Jost Magell, Gertrut van der
Capelle en Wijlhelma van Hoemen, zoomede
Johan Goltstein en Arnt van Silvolden, als dedings-
lieden.
No. 324. Diverse stukken betreffende de goederen in de
Betuwe.
Een bundel.
-ocr page 138-
I32
AFDEELING IX.
Kaakten.
No. 325. 28 Februarij 1643. Kaart van de buurschap
Ampsen, geteekend door den landmeester N. van
Geelkerken.
No. 326. 21 Julij 1632. Kaart van een gedeelte der mark
Geesteren en der heerlijkheid Almelo, gediend
hebbende bij een geschil over de grenzen der
genoemde mark en heerlijkheid, geteekend door
den gezworen landmeter Gijsbert Sassen.
Zie n°. 251.
AFDEELING X.
Inventarissen.
No. 327. Inventarissen van goederen behoorende tot den
huize Ampsen.
Een bundel.
No. 328. Inventarissen van bezegelde en andere brieven,
berustende op den huize Ampsen.
Een bundel.
-ocr page 139-
133
AFDEELING XI.
STUKKEN GEEN BETREKKING HEBBENDE
OP AMPSEN.
No. 329. 24 September 1440. Hermanus Haestolt, pas-
toor der parochiale kerk te Hasselt, Arnoldus
Pieck, Henricus Bol en Zeelkinus Schilthouwer,
leeken uit het diocees Keulen, hebben als pa-
tronen der vicarie onlangs gesticht in de genoemde
kerk te Hasselt, ter eere van den almachtigen
God, de maagd Maria en st. Antonius belijder,
tot possessor benoemd Ludolphus van Oudestad
van Nijmegen en vragen hierop de goedkeuring
van den proost van Xanten, aartsdiaken der kerk
van Keulen.
Op perkament, met uith. zegels van de drie
eerstgenoenulen, dat van Zeelkinus S. ontbreekt.
No. 330. Des nesten Donredages na sunte Margreten-
daghe (25 Julij) 147 r. Berndt en Aleff van Mer-
velde, gebroeders, beleenen Johan van Dornick,
gen. van Loen, met het erve en goed to Tang-
bell met toebehooren, gelegen in het kerspel
Aelten, buurschap Lijntell, zooals zijne voorvaderen
dat in leen hebben gehouden; ten overstaan van
Wijlhelm en Rolefif van Lijntell, vader en zoon,
leenmannen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van Berndt v. M.
Dinxtages nha dem sundage Oculi (11 Maart) 1550. Adolff
vann Merveldt, droste tho Ulft en Johan van Merveldt, gefed-
deren, beleenen Johann van Doernick, anders gênant van Loen,
met het erve en goed Tangeboldinck met toebehooren, in het
kerspel Alten, baurschap Lijntell, zooals zijne voorvaderen dat
in leen hebben gehouden: ten overstaan van Johan van Senden
en..............Droste, leenmannen.
-ocr page 140-
134
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van Adolf en Johan v. M.
17 December 1590. Adolph, herr zu Merfeldt, beleent Johan
van Domijnck, auders gen. van Loen, met het erve en goed
te Tangebeldinck met zijne alinge toebehooren, in het kerspel
van Altenn en buurschap Lijntell, zooals zijne voorvaderen dat
in leen gehouden hebben; ten overstaan van Johan van Mer-
feldt, richter te Duimen en Peter Breich, leenmannen.
Op perkament, met uith. zegels in groen was
van den leenheer.
Zie no 63.
No. 331. 1 December 1603. Getruda die Rode, weduwe
Nienhues, bekent verkocht en opgedragen te
hebben aan Wolter die Rode van Heekeren en
Jacoba Warmeloe, echtelieden, al haar gerechtig-
heid aan de adelicher have.saete die Heest en de
twee erven. gen. Venhues en die Linde, gelegen
in het ampt Lochem, buurschap Langen en Swijp,
haar aangeerfd van hare ouders; ten overstaan
van Willem ten Almekhaven, stadhouder van Seino
van Dordt, heer van Dordt, landdrost van Zutphen
en schultus tot Lochem en gerichtslieden.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van landdrost en stadhouder, ondert. door den
landdrost.
No. 332.- 28 Mei 1654. Huwelijksvoorwaarden van Anthon
Georg von Nageln, rittmeister auf Waldenbruch
en juffrou Anna Magdalena von Uttenhoven.
Copie op papier van 12 Dei1.. 1663, gewaar-
merkt Gerh. Mercator, secretaris van Emmerik.
De origineele acte was geschreven op papier, ondert. en
gezegeld met opgedr. zegels door partijen en huwelijkslieden.
No. 333. 23 Februarij 1680. Rudolf van Echten tot
Echten en Echtenveene, als echtgenoot van Jo-
hanna van Hardenbroeck, draagt over aan zijn
oom Joest Rudolph van den Boetzelaer tot Hal-
-ocr page 141-
«35
teren, de havezate Batingen met toebehooren, zoo-
als hem die op 10 Julij 1675 door zijn oom is
overgedragen; ten overstaan van Jan Prins, scholt
tot Dwingeloe en erfburen.
Op perkament, met uith. zegel in groen was
van den scholt, ondert. door den scholt, erfburen
en Rudolf van Echten.
No. 334. 1689 -1691. Stukken aangaande de soldij-
betaling, enz. van de compagnie van Reiner
Unico van Coeverden, staande ter repartitie der
provincie Overijssel, deel uitmakende van het
regiment van kolonel van Coeverden.
Een bundel.
Uit de stukken blijkt dat deze compagnie van Januarij tot
November 1690 te Mons in garnizoen lag.
No. 335. Diverse stukken betreffende de ridderschap van
het graafschap Zutphen uit dei7deen i8deeeuvv.
3 April 1663. Reglement op de admissie in de ridderschap.
23 Julij 1743. Hernieuwing van dit reglement.
1774. Stukken omtrent het verzoek tot admissie in
in de ridderschap van Adriaan Wolter Wil-
lem Sloet tot Diepenbroek.
6 Jan. 1781. Staat van hetgeen de graafschap op de zee
en andere petities nog schuldig is over de
jaren 1741—1780.
Dit bedraagt 414.014 gl.
Stukken omtrent de oprichting van een gesticht voor ridder-
matige jonkvrouwen.
Stukken omtrent de landgerichten.
Stukken omtrent het begeven van politieke en militaire ambten
ter dispositie der graafschap door ridderschap et» steden.
Een bundel.
-ocr page 142-
i$6
Lijst der Heereu vhii Ainpseu.
Wolter van Amsen, 1379 —
Leeaboek Gelre A, fol. 20.
Henrick van Amsen, 1389—1412.
erve van zijn broeder Wolter.
Leenboek Gelre A, fol. I4ÓV en Oudste Register, fol. 59* •
Berta van Ansen, 1412 —
erve van haren vader Henrik,
huwt Jacob van Heker.
Leenboek Gelre A, fol i87v en B, fol. 226v\'
Griet van Ansem, 1430 —
huwt Bernt van Broickhusen.
Leenboek Gelre B, fol. 2.yf.
Dirck van Keppel Henricsz, 1430—1484.
Leenboek Gelre B, fol. 237v.
Henrick van Keppel, 1484—1517.
erve van zijn vader Dirck.
Leenboek Gelre D, fol. 15 lv. en E, fol. 20.
Johan van Keppel, 1517 —1547-
erve van zijn vader Henrick.
Leenboek Gelre F, fol. 61 . .FF, fol. \\yf.
G, fol. 123 en H, fol. 33.
Anna van Keppel, 1547 —
erve van haar vader Johan,
huwt Joost Nagels.
Leenboek Gelre H, fol. l8iv, 184 en I, fol. 82
Johan Nagel. 1571 —
erve van zijne moeder Anne —
huwt Johanna van Keppel.
Leenboek Gelre L, fol. 200. en 229.
Joost Nagel, 1581—1646.
erve van zijn vader Johan, tot 1595 onmondig,
-ocr page 143-
137
onder voogdij van Jurrien van Keppel en Jochim
van Keppel.
Leenboek Gelre O, fol. 2IV, 48,49v en 129.
Gerrit Jan Nagel, 1646—1677.
erve van zijn vader Joost.
Leenboek Gelre T, fol. 124 en X, fol. 109V\'
Jan Herman Nagel, 1677 —1698.
erve van zijn vader Gerrit Jan,
huwt Anna Henriette van Coeverden.
Leenboek Gelre V, fol. 4.
Gerrit Jan Joost Nagel, 1699—1733.
erve van zijn vader Jan Herman,
minderjarig tot 1708.
Leenboek Gelre.
Henrik Jacob Nagel, 1733—1743.
erve van zijn broeder Gerrit Jan Joost.
Leenboek Gelre.
Jan Herman Sigismund van Nagel, 1743—1785.
erve van zijn vader Hendrik Jacob,
onmondig tot 1751,
huwt Maurice Constance Le Leu de Wilhem.
Leenboek Gelre.
Anne Willem Carel van Nagell, 1785 —
erve van zijn vader Jan Hermen Sigismund.
9*
-ocr page 144-
-ocr page 145-
Alphabetisch Register.
Ampsen (Proces over de goederen
van), 40, 48.
•„ (Bert v.). 5.
„ (Griet v.), 7.
„ (Helmich v.), 3.
„ (Henrik v.), 2—5.
„ (Johan v.), 3.
„ (Seijne v.), 3, 7.
„ (Wolter v.), 1.4.
Ampsensche Brink, 116.
„ broek, 116.
„ mark, 9, 11.
„ vonder 155, 232.
Amsterdam, 140.
Amtinck (Evert), 106.
Angeren (kerspel), 270,271,274,276.
„ (tiende te), 294.
I Anholt, 266.
; Anten (Elizabeth ab), 79.
„ (Maria ab), 79.
Anting, goed bij Grol, 154,168,192,
203, 214.
Apeldoren (Peter v.), 17.
Apeltern (Henrick v.), 262.
,. (Jan, bast. v. Willem v.),
281.
„ (Robbert v.), 262.
,, (Willem v.), 260, 275,281.
Appelthoren (Assueer v.), 131.
,,
            tot de Heest (Henr.
Jan v.), 235.
j Appelenburg, 194.
1 Arnhem, 78, 79, 86, 116, 126, 131,
201, 323.
„ (Mariendael bij), 299.
„ (St. Katherijnen te), 284,
29ii 293. 30i-
(St. Walburg te), 313.
„ (Johan v.), 323.
Aast (de), in b. Exel, 147—149,
167, 168, 180, 193, 216.
„ (Herman ter), 147.
,, (Maria ter), 147.
Abbinck (Henrick), 85.
Abelink (.lohanna Geertruid), 152.
„ (Willem), 152.
Ae (S wart e), 95, 106.
Aefftinck, in kerspel Ommeren, 100.
Aelden, 30.
Aelderink, in kerspel Borne, 168.
Aelst (Cornelis v.), 142, 143.
Aelten, 157.
„ (kerspel), 63, 118, 126, 143,
172, 330.
Aendelst (Johan v.), 29?.
„ (Harten v.), 316.
Agtienhoven (heerlijkheid), 200.
Ahues, 20.
Alinckhoven (Willem), 57.58,331.
Almelo, 100, 326.
Almen (kerspel), 3.
Ambe (Johan v.), 257, 258.
„ „ (Marcelis v.), 254.
„ (Pelegrijn v.), 254.
Amersoy), 252.
Ampsen (allee van), 225.
„ (huis), 2, 114.
„ (Molen bij), 70.
., (Nieuw), allodiaal, 9,38.48,
81, 96.
„
            „ leen v. Gelre, 96,
116,141,142,163
179. 2I3-
„ (Oud), leen v. Gelre, 1,4,
5, 7, 8, 13, 17,37,38,49,
68,81,83,86,96,116,141,
142, 163, 179, 213-
-ocr page 146-
140
Arnhem (Johan, vrijheer v.), 160.
(Wijnalt v.), 283.
Arninck (Johan), 93.
Artmansmate, aan de SwarteAe,io6.
Averlaer (havezate), 230.
Aves (Elijsabeth ter), 175.
B.
Baden (prins van), 201.
Baeck, 102.
Baecke tot Baekenhagen (Johan die),
75-
Baer en Lathum, 132. 186, 189.
Baerken (Petrus Canesius), 178.
Baerl (buurschap), 63, 254. 261,
283, 286, 290—292, 296,297,
300, 309, 315—320.
Baerl (tienden te), 67, 357, 278,
282, 298, 314.
Baers de Velar. zie de Velar.
„ v. Boninghen, zie van Bo-
ninghen.
Balgoijen, 264.
Barneveld, 63,221,280,295,305,306.
Batenborch, 266.
Batingen, 73, 180, 193, 333.
Beecke, 272.
Beeld (buurschap), 39.
Beesde, (Willem van), 307.
Beijeren (keurvorst van), 168.
Bekeler (buurschap), 6.
Beltrum (buurschap), 168.
Bemmel, 67, 258, 301, 313.
„ -{huize), 67, 314.
„
         (kerk te), 254, 281.
„ (kerspel), 67,68, 254, 258,
261, 281—283. 285, 290,
292,296,297,300,308—
312, 314—318.
„ (st. Kathrijnen altaar te), 300.
„ (Diederiek v.), 78, 79,
86, 96.
,, (Goissen v.), 290.
„
         (Joest v.), 314.
Bentheim (graafschap), 117, 182.
„
          (Arndt, graaf van), 30.
Bentincks (Gerbrecht), 312.
1 Berck (Gerit van), 320.
! Berck (Jacob van), 320.
„ (Johan van), 320.
, „ (Wilhem), 320.
Berckec (goederen ter), 3.
Berdbaar (juffers van), 18.
Berenpas, (Anneke ten), 104.
„ (Jan ten), zie Jan Ros.
,, (Laurens), 104.
Berg (graafschap), 139,147,178.197.
; Berghe, (Arndt van den), 313.
I Berghem (Johan van), 128.
Berichem (kerspel), 299.
Berkel (de), 232.
Bestken (VVillem), 272.
Betburg, 203.
Bethou (Johan van), 294.
Betuwe, 264, 299, 324.
„ (Over\\ 53, 68, 254, 255.
258, 282, 285, 286, 288,290
—292, 308,310,312,313,
316, 320.
; Beusekom (H. van), 247.
Beveren (Johan van), 22.
\' Bevervoorde tot Oldemeulen en
Weelevelt, (Joost Christoffel v.),
117, 122.
Biescamp, in k. Boeningen, 272.
Bijlant (Johan van), 258, 264, 271.
Bijlen (Hadewijck), 290.
Bijier (goed in k. Almen), 3.
Bijll (Wemmer), 290.
„ (Gaert), 316.
Blanckenheim, 154, 192.
Blijckmaet, in b. Ampsen, 12,
116, 141.
j Blijnthoet (Johan), 43.
Blitterwick (Johan van), 291.
„
          (Peter van), 265.
I Bloemendael (D.), 113.
\' Bloemert (Hendrik), 115.
Bockeltind, in k. Werrensfeld,63.
i Bodijnck, in kerspel Rijssen, 100.
| Boeckholt (Arndt v.), 314.
; Boedelhoff. 129.
Boedinges (Mechtelt), 66.
1 Boegel (ten) of Smedeserve, goed
in buurschap Dalen, 126.
-ocr page 147-
I4i
Brakel (Zweer van), 306.
Bramele (Martilius van , r4.
Brandinckhorsterkamp. 84.
Brandtlecht, 109.
Brant (Anthoni), 120.
Brass (Johan Hendrik), 186,189,199.
Bredevoort, 126. 143. 160, 172.
Bree, zie Dijkstuk.
Bredenoort, 63, 66, 96, 230.
Breekinckwerde, in b. Duchteren,
14. 24.
Breich (Peter), 330.
Brekveld, in b. Duchteren, 64, 97,
129, 165, 189, 205, 215.
Brendel (Daniel Adam), 134.
Brengenberg zie Westerfelt.
Breuckhorst (Johan van), 298.
Brienen (Jan v.), 258, 289.
Brincke. hofstede in b. Leesten, 63,
103, 117.
Brits op die Lange Haer (Sweer), 106.
Broeck (Enno Matthias ten), 129.
„ (Johan ten), 103.
Broekbeek, 13, 17, 37, 116, 231.
Broeckhuijsen (Bernt v.), 7.
„            (Gijsbert v.), 7.
„           (Steven v.), 7.
„           tot den Gelderschen
Toorn (Wilt Gerrit
Jan v.). 142.
„
           tot Spankeren (Wilt
Jan v.), 118, 122,
141, 160.
Broeckmaet,weiland bij Lochem,89.
Broekman (Reint), 191.
Broijxfoerde, in k. Berichem, 299.
Bronkhorst, 3q, 88.
„            (Derick v.), 286.
„            (Gijsbert v.). 266.
„            (Johan v.), 266.
Brons (Maria Everdina), 104.
Brouwer (Didderic), 252.
Brucherus (Johannes), 241, 242.
Brugge (Henrich ter), 42.
Brunijnck (Henrich), 37.
Bueren (Jacob van), 279.
Bulckesbeecke, 112.
Buncke, erve in b. Miste, 130.
Boemel (Wouter van), 293.
Boese, (Ude die), 5.
Boetselaer (Joachim van den), 73,
102, 103.
„
         (Joanna Naege], gen.
van den), 76.
„ Joest van den), 102, 103.
„ Johan van den), 33.
„ (Joest Rodolph van den),
122. I33.
„ (Jurrien, Willem ofWil-
lem Jurrien van den),
73—76,85,90, 102, 103. I
,, (Oswolt van den), 73.
„ (Rutger van den), 73. 1
Bol (Henricus), 329.
Bolle (Gosen), 255.
Boninghen (kerspel). 259, 262, 269,
272.
,, (Gelis Baers van), 256.
,, (Gerrit Baers van), 267.
„ (Johan van), 262.
Borgers (Cornelia), 244.
Borgh, (Allard Philip van der), 186.
„ (Alphard Philips Reinier Ca-
rel van der), 204, 205.
„ (Anna Maria Dorothea, van
der), 160.
„ (Deric van der), 299.
„ (Evert van der), 283. 294.
,, (Frederick Willem van der),
199.
„ (Wolter van der), 274, 276,
283.
Borkulo, 38,39,57,59,71,183,188.
,, (heerschap van), 38, 48.
100, 183.
„ (kerk te), 59.
„ (kerspel 48.
Borne (kerspel), 168.
Borrekens (Aernt), 37.
Borrencamp (Heren), 255.
Bosch (den), in b. Zwijpe, 230.
Bonman (Hendrik), 95.
Bouwhues (Gerrijt), 41.
Braem (Jorden), 307.
Braemsmate, stuk land, 56, 116.
Brakel (Lodewich van), 306.
-ocr page 148-
142
188, 197.
Keppel (huize), 62, 185.
„ (Adolph Jan v.), 122.
,, (Anne v.), 22 — 26, 28,
29. 32, 33. 35- 37. 42,
46, 54-
„ (Claus v.), ii.
„ (Dirck v.), 18, 22.
,, (Dirck v.), 92.
„ (Dirck Henricsz., v.), 8—
13. 277.
„ (Dirck Joachimsz v.), 33.
,, (Frederick v.). 21 — 24.
„ (Henrickv.),u,i3—I7i33-
(Herman v.), 28, 33.
„ (Joachim v.), 69, 73.
(Joerien v.). 33, 48, 50.
(Joest v.), 33.
(Johan v.), 17 — 26, 32.
„ (Johanna v.), 33, 34, 36,
41. 43. 44i 69.
(Lisbeth v.), 55.
„ (Ludolf Conrad v.), 63,80.
„ (Ludolf Evert v.), 69.
(Oswalt v.), 53.
„ (Reijner v.), 21, 33, 48.
„ tot Langen (A. J. v.), 124.
„
         „          „         (Johan Rei-
nier v.), 88.
„
         „ Oelde (Gossen v.), 80.
„ van Verwolde (Dirck v.),
15. »9. 33-
„
          „            „ Joachimv.),
3i, 33-
(Wolter v.)
11.
„ en Voirst(Diderick v.),73.
„ van den Wolbeeck (Evert
v.), 68, 75, 80, 85.
„ van den Wolbeeck (Hen-
riek v.), 48.
Kervelstockdaelte (stuk land), 55.
Kervenhem (Albert v.), 34.
,,
           (Dederich v.). 34.
.,           (Geertruid v.), 34.
„           (Henrick v.) 34.
„            (Sweder v.), 18, 34,
Ketell van Doesborch (Johan), 34,
Burch (Wolter van der), 270.
Burink (Klein), in b. Zwijpe, 158,
168.
Busheurne (markeboek van), 249.
Busscher (Derick), 45.
C en K.
Kakker (Johan v.), 307.
Caropen (Johan v.), 313, 318.
„ (Goessen v.), 318.
Camperbroeck, in gerichtDinthe,3o.
Kannenberch, in kerspel Vaassen,
n, 17, 18.
Capellenhofstede, zie Noeteboem.
Capellen (Frederick van der), 129.
„ (Frederic Robert Evert
van der), 184.
„ (Geertruit van Huemen,
gen. van der), 322.
„ (Gerard van der), 323.
,, (Gerlich van der), 49,
53» 55. 323-
„ (Gernt van der), 53, 63.
„ (Johanna van der), 53,
6v 66, 78, 79.
„ (Mechtelt van der), 53.
„ (Steven van der), 292.
„ van den Boedelhoff en
Dam (A. H. van der),
196, 200.
„ tot den Daem (Geer-
truid van der), 50—54,
58, 61, 65, 67, 68, 72—
75, 80, 85, 90, 96, 99,
322, 323-
„ tot den Daem (Gerlich
van der), 53, 63, 37, 322,
Cassius, (rentmeester) 200.
Castilie (Philips, koning van), 37.
Kedingen (gericht van), 118, 168.
Kelflken (Christina), 320.
Keilen (Gaert), 307.
Kemmenade (Fije van den), 290.
Kemna (Harmen), 175.
Kempinck (Dirc), 3.
Keppel, 3, 62, 65, 93, 128, 134,
135, 160, 164—166, 178,
-ocr page 149-
143
Coeverden (Johan Borchart v.),
117, ii8, 121, 1221
126,137,141,142,160-
„           (Johanna Reinira v.),
87, in.
.,
           (Margarila van Lintelo,
gen. y.), 87.
,,
           (Reinier Unico v.), 117,
121, 122, I37,i45>334-
„
           (Sophia v.), 87.
„           (Ursula Agnes v.), 87.
„           (Wolter v.), 6.
Coevorden tot Rijssel (Philips Otto
v.) 117, 122.
„          ,, Stuijvelaer (Anna
Maria v.) 122.
„
          „ „ (Jacob v.), 117,
122, 160.
„          „ Walfaert (Henrick
v.), 87.
„
          „          „ (Reiner Jur-
rien v.), 157.
Kolck (opten), zie Bredenoort.
Kolk (Oude en Nieuwe), 232.
Collart (Herman), 260.
„ (Peter), 260.
Kollich, erve in Terwolde, 63.
Coopsstuk, in de Verwoldensche
Enck, 101.
Corneliss (Haessien), 84.
Kortacker (Geerlich), 274.
Craele (de), in gericht Dinthe, 30.
Kreefft (Anthonis), 289.
Kreinck (Jacob), 105.
„ tot Avelaer (A. C), 230.
Crevelt (Johan v.), 313.
Kries (W. J.), 203.
Krijet (Johan), 28.
Grommen Camp, in b. Bemmel,3i8.
Cruice (Korte en Lange), in b. Exel,
104.
Kuijck (St. Agathen klooster bij),
286.
Cuijll (Henrick van der), 287.
Cuijnre (land van), 75.
Kulsdomp, goed bij Borckeloe, 18,
20» 39» 7i-
36, 37» 4ii 44-
Keulen (diocees), 329.
,, (kerk van), 329.
Christiani (Baltazar), 79.
Kick (Gerrit Pietersz), 138.
Kielholte (Henrick te). 25, 28.
Kirsskorff (Gerit), 286.
Kijevit (Derick), 297.
V
• >
(Evert), 283, 297.
(Fije), 286.
(Johan), 297.
,, (Kirsten Roelofsz), 286.
293. 296.
„ (Lijsbeth Evertsdr), 297.
„ (Roelof), 286.
Claerenbeek (huize), 139, 167.
Cleve (Adolf, greve van), 258.
„ (greve van), 256. 258.
Clocke (Zegebaden van der), 257.
Cloecke (Godart), 4.
Cluse (huister), 55, 86, 116, 163,
177, 198.
Knecht (Tonnis Jan), 108.
Kocks (Fenneken), iao.
Koeleman (Jan), 89.
Coeslagh, goedinb. Ampsen, 120.
Coesvelt (Bernard), 134.
Coeverden (Anna Henriette v.),
117, T20, 131, 122,
124, i25> T3°, !32,
134—\'37, i39> Mo,
142—148, 150,
155,
l5Ó> 159, 160, 162,
167-170, 172,173,176.
„           (Arnolt v.), 87.
„           (Catharina v.), 87.
„           (Clara v.), 87, 92.
„           (Clara Elisabeth v.),
80, 90, 95, 101 - 103,
ui, 118, 122, 141.
„           (Frederich v.), 118.
(F. G. E. v.) 122.
,,           (Gosen v.).87,100,122.
„           (Hendrina Clara v.),
117, 121, 137.
„           (Jacob v.), 141.
„           (Jan v.), in.
„           (Johan v.), 80, 87, 182.
-ocr page 150-
144
Domacker. land in b. Klein Baerl,
Dondert, land in b. Duchteren en
Exel, 97.
Doernick. Doorninck (kerspel), 281.
„ (Bertoutv.), 255.
„
              „ (Bertouts kinderen
▼•)• 2S5-
„ (Borre v.), 254.
„
              „ (Gheertruud Her-
mansdr v.), 254,255.
„
              „ (Gherit v.), 258.
..              ,, (Hadewijck Her-
mansdr v.), 254.
„
              „ (Herman Borrensz)
v.), 254.
„ (Johan v.), 253.
„
              „ (Johan Hermansz
v.), 255.
„
              „ (Johan Woutersz
v.).253-
„
              „ (Lijesbet Bertoutsz
v.) 255.
„
              „ (Wolter Bertoutsz
v.), 255-
.,
              „ (Wouter v.), 253.
„              ., (Sander v.), 255.
„ gen. v. Loen (Johan v.), 330.
Doornum, 64.
Dorenwerdt, 273.
Dorth, 57. 58, 331.
„ (Diderick v.), 57, 58, 125.
„ (Mechtelt Sophia Adriana v.)
119.
,; (Seino v.), 331.
,, tot Boesselo, (Diderick v.), 119.
Droste (Alexander). 76.
„ (Jan), i.8.
Drummelaers, in b. Miste, 130.
Duchteren (b.), 14, 64, 97, 129,
160, 165, 189, 205.
Duchteren (b. der groote Sijth), 24.
(mark), 14.
Duijmen (Elisabet Verschaegen,
wed.) 242.
„
          (Joachim), 242.
Duitsche mate, 183.
Duijvenveen, in b. Manen, 321.
Duimen, 330.
Dael (Derick v.), 283.
Dalen (buurschap), 126.
Dalfsen (kerspel), 32, 35, 100.
„ (tienden te), 43, 68, 113.
„ (tienden van Oesteresch te),
32, 35-
Dam, 64.
,, (Derick v., 293.
Damirje (Herman van den), 254.
DarllzuDurll (Georgh von), 63,191.
Deest (Evert v.), 293.
„ (Jan v.), 272.
Deijse (Henr. v.), 272.
Delen (Adam v.) 105.
„ (Brant v.), 295.
Detmolt, 186.
Deventer, 66, 87, 147.
,, (kapittel), 66.
,, (proostdij), 69.
„ (Rottgen v.), 145.
Dibbets (Johan), 78, 79.
Dickink, erve in schultampt Loc-
hem, 61.
Diepenbroek (Evert v.), 14-
„            (Henrick v.), 11.
„            (Jan v.), 233.
„            (Sweder v.), 15.
„            tot Empel (Maria
Lonisa v.), 159,
Dieren (huize), 128.
Dijke (buurschap), 183.
Dijkstuk of Bree, land in b. Exel,
104, 152.
Dinthe (gericht), 30.
Dinxlaken (klooster te), 79.
Dodenweerd (Gherit v.). 279.
Doempseler (Evert v.), 295.
Doenen (Waltert v.), 278.
Uoenen v. Malden (Willem v.), 269.
Doesburg, 113, 115, 164, 178.
Doetinchem, 197.
Doijs (Gerlich), 66.
Dolre (Gerit v.), 280.
„ (Johan v.), 280.
-ocr page 151-
i45
Durrete (Dirc v.), 3.                         1
(Henric v.), 3.
Dwingeloe, 333.
E.
Eek tot Barleham (Joachim v.), 97.
„ „ Medler en Haerselo (Hen-
riek v.), 103.
Echten (Elisabeth v.), 73.
(Johan v.), 75-
„ tot Echten (Roloffv.), 73.
„         „ „ en Echterveene 1
(Rudolf v.), 333-
Ede (ampt), 321.
(kerspel), 322.
Eeck, in b. Exel, 120.
„ (Vrijdag v.) 50.
Eede (Gerrit v.), 316.
Eeltinck 130.
Eerde (Johan v.), 9.
Egbertsgoed, in b. Stockum, 118.
Eghesloe (buurschap) 3.
Egmondt (Henrick, bastert v.), 13
Ehse (huis) 160, 170.
Eleringh, goed tot Oelde, 3.
Elpherinck (Johan), 25.
Elten (stift), 192.
„ (Josepha, vorstin tot), 203
„ (MariaEugenia,vorstinzu),i54
Elzen, 178.
Emmerik, 278. 332.
„ (St. Martijnskerk te), 282
Emsland, 38.
Enck, erve bij Lochem, 60.
Enckgaerden, in b. Exel, 104.
Engelen (Frans Henrik), 136.
„ (Giellis), 55.
„ (Willem) 198.
Engelenberch, 125, 131.
Enter (Herman v.), 135.
Eps (Anna Margareta v.), 95.
Ercklenz (Jacob v.), 321.
Erde (Herman v.), 307.
Erp (Johanna v.), 46.
Esch, land te Rijssen, 175.
Essen, 153.
„ (abdij te), 109.
Essen (vrouwe van), 35.
„ (Aelbert v.), 297.
Essen (Henrik v.), 136, 147.
„ (Jan v.), 165,166,172,174,190.
„ (Philips v.), 127, 136, 147.
Esselink, 183.
Essenerstraat, in Rijssen, 175.
Essijnck (Derrick), 35.
Everding (tiende van), 6.
Ewick, 267.
„ (kerspel), 260.
„ (maalschap), 259.
Exalto d\'Almaras(Aaron), 165,166.
„             „ (Theodorus Mar-
cus) 165, 166.
Exel (buurschap), 31, 42, 45, 58,
60—62, 93, 97, 104, 116, 120,
128, 129, 134, 147—150, 152,
164, 165, 167, 168, 180, 181,
185, 189, 191, 197.
Exel (markeboek), 248.
Exelsche Mede (stuk land), 58,116.
F.
Facen, zie Vaassen.
Fagel, 161.                                            /
Farmsum, 64.
Fleming (graaf van), 183.
Frankrijk, 38.
„ (koning van), 113.
Friesemaatje, zie Broeckmaet.
Friesland (West), 171.
G.
Galen (Henric v.), 264, 265, 268.
,, (Johanna v.), 268.
j Gamelwaert, land in k. Angeren,
! 271, 274.
i Gasthuishek, te Rijssen, 175.
i Gebbegeer zie Zuerlant.
| Geelkerken (N. v.), 325.
\' Geerdinck, in b. Ampsen, 57, 120.
Geerdinckmaet en Geerdincktiende,
in b. Ampsen, 26, 46, 50, 91,
123, 127, 136, 139, 141, 180,
193. "o.
10
-ocr page 152-
146
Geesteren (kerspel), 20, 39.
Geesteren (mark), 145, 251, 326.
(voogdij), 183.
Geijnmers (Johan), 294.
Geisteren (Hubert v.), 10.
Gelder (Joan Eng. v.), 123.
Geldersche Toorn, 118, 122, 160.
Gelindertienden, 63,221,280,295,
3°5i 3°6-
Gelre, 42, 48, 55, 64. 78, 79. 86,
91, 96, 98, 116, 119, 125—
127, 129—132, 136, 141,
143. 147» 151. 163—166,
168, 172, 177—180, 194,
198; 285-
„ (cloister v.), 290.
„ (hertog v.), 2.
„ (hof v.), 40, 55. 241-
„ (raden v.), 200, 242.
„ (staten v.), 96, 115, 174, 190.
„ (Arnold, hertog v.), 221.
„ (Karll, hertog v.), 17.
Gelsman, erve in b. Velthuizen, 182.
Gent, 277, 284, 293, 298, 303,
3r3. 3i9-
„ (kerk van), 291.
„ (schependom v.), 284, 293,
301.
„ (Aleid v.), 313.
„ (Anna v.), 313, 319.
., (Arnt v.), 301, 303, 310, 311,
3*3) 314, 3i9-
„ (Bartold v.), 49, 264, 286.
„ (Christoffel v.), 313.
„ (Elijsabet v.), 310, 311, 314.
„ (Elsken v.), 3!3> 3**-
„ (Gerritgen v.), 313.
„ (Goirtgen v.), 313.
„ (Grietgen v.) 313.
„ (Henrick,heertot),303»310,313.
,, (Herman v.), 270.
„ (Hilleken v.), 313.
„ (Joachim v.). 313. 319.
„ (Wilhem v.), 313.
Genterbroek, 303.
Gerolstein, 154, 192.
Geverdink, in b. Beltrum, 168.
Gheer, land in k. Bemmel, 317,318.
Goeijker (Gert), 20.
Goldstein, 156.
,, (Elisabeth v.), 99.
(Johan v.), 323.
„ (Johanna v.), 99.
„ (Philips v.), 99.
„ to den Dam (Thylips v.),
98.
Goorhorst, bij Lochem, 140.
Goris (Johan), 93.
Graess (Elisabeth v.), 21, 22.
,, (Henrich v.), 20.
„ (Jost v.). 20.
Grafte (de), 55.
Grasboek, in b. Dijke, 183.
Grestrop, in b. Velthuizen, 182.
Greve (Jan Mathias), 202.
Grevenslag, 162.
Grim (Dr.), 182.
Groenlo, 154, 165, 166, 192, 197.
Groesbeke (Johan v.), 272.
Grothe (Joest), 97.
Gulic (vrouwe v.), 258.
H.
Hack (Johan), 289.
Hacken (Bartolt), 287.
Hackfort, 132.
„ (Berenth v.), 22.
„ (Gherit v.) 14.
„ (Jacob v.), 14, 15.
Hadekinck (Groot), zie Raebe.
(Klein), 119, 163,179.
1 Hadekingh (Bernt), 3.
Haeften (Otto v.). 163.
„ tot Verwolde (Dirk v.), 65,
82, 88.
Haek (Reinerus Canisius), 164.
Haen (Arnold die), 307, 313.
Haestelberg (Berent v.), 14.
„            (Dirck v.), 14.
„            (Dijtte Dirksdr. v.), 14-
,,            (Egbert v.), 14.
„            (Johanne v.), 14.
,,            (Wijllem v.), 14.
Haestolt (Hermanus), 329.
Hagen (Jurrien Jacop), 75.
-ocr page 153-
H7
Heeckeren thoe Nettelhorst (Evert
r.), 46, 147, 153.
„
          thoe Nettelhorst (Wal-
raven v.), 50, 147.
„
          thoe Nettelhorst en
Enghuesen (Evert v.),
91, 102.
„
          tot Ridderlo (Wolter
de Rhode v.), 98.
: Heest (havezate), 151, 154, 168,
| 172» 193. 235, 331.
Heijden (Dorotea Christina Alber-
dina v.), 176.
„ (Frederic Johan Sigismund
v.), 184,
„ (Johan Sigismund v.), 159.
„ (Anna Dorotea Christina
Alberdina v.), 159, 175,
178—181, 183, 184.
Heijmegoor (stuk land), 116.
Heijnen (Hend.), 107.
„ (Johanna Margreta), 107.
Heisken (Conraet), 42.
i Heil (juffrouw v.), 66.
„ tot de Wiltbaen (Gerart Ca-
sijn van der), 116.
„ tot de Wiltbaen en Claren-
beek (Casijn van der) 151.
Hellendoorn (Alard), 69.
,,           (Hermanna), 92.
Helmich (G.), 148.
Helssem (Peter v.), 287.
Hemert (Frede Margaretha v.), 111.
,, (Gijsbert v.), 87, lil.
• Hemmen (heerlijkheid), 258.
Hengelo, 160.
„         (ambt), 165, 166.
(huize), 185.
Hensinck (erve), 117.
Herckelle (Egbert Meijntsz. tho)(
36, 4i-
: Herde (kerspel). 18.
Herlar (Arnt v.), 252.
„ (Gerart v.), 252.
„ (Johan v.), 252.
Hermelinck, 130.
i Hertjes (Mechtelt), 104.
1 Hertzeboll (Herman), 281.
Hagen tot Glinthues (Zeijne), 75.
Haijbert (bouwland), 183.
Haijbrinck, goed in b. Ampsen, 131.
„          (Klein), 125, i-ji.
Haijking (goed), 116.
Haijtinck, in b. Ampsen, 168, 230.
Hakesberge (kerspel), 6.
Halderen 122, 291.
,, (buurschap), 68.
Hallingmate, in herschap Borcke-
loe, 18, 20.
Hambs, 62, 93.
Hamer (Theodoricus), 276.
Harberghermolen(Wijtkensv.),257.
Hardenbroec (Gisbert), 53, 63, 323.
„           (johanua), 333.
Harderwijk, 105.
Harselo, 95, 160.
Harverdinck (tienden te), 100.
Hasebroeck, 153.
Hasselo (Willem te), 104.
Hasselt, 75.
(kerk te), 329.
„ (Jan Conrad v.), 201.
„ (Johan v.), 172.
Hattem, 73.
(Jasper v,), 55.
Hautert (Deric van der), 269.
Have, in b. Swijpe, 110.
Haverkamp (Johan), 273.
Hecking (Joh. Andr.), 147.
Hedel, 307.
Heeckeren (huize), 145.
„          (Adolph Joost Hendrik
v.), 176, 180, 193.
(E. C. C. W. v.), 193-
„          (Evert v.), 21, 22, 26.
„          (Evert dieRodev.),3,9.
,.          (Herman de Rode v.),i4
„          (Jacob v.), 5.
„          (Walraven v.), 127.
„          (Wigbolt de Rode v.).
123-
„          (Wolter de Rode v.),
25. 39. 33i-
„
          tot den Brantsenburg
(Walraven Robbert v.),
190.
-ocr page 154-
148
Herwen (Didderich Ottensz v.),254.
„ (Otte v.), 258.
„ (Reijnolt v.)i il>
Hese (Aleit v.), 260.
,, (Daem v.), 264.
„ (Gerit v.), 257.
„ (Jan Henricsz v.), 256.
„ (Jan Willemsz v.), 256.
„ (Johan van Welij, gen. v.),288.
„ (Wijer v.), 284.
,, (Wilhelm van Welije, gen.v.),
281, 288.
Hesselinck, in b. Geisteren, 39, 71.
(Bernt), 20.
Hesselingserve, te Aelden, 30.
Hessen (Arent v.), 276.
„ (Johan v.), 316.
Heuke (Willem), 255.
Hijnsbergh (Maurijs v.), 313.
Hoeckelum (Arnt v.), 284.
,,           (Sijbert v.), 305.
Hoefslag (Joan Arnold"), 147—149.
Hoeijc (Evert v.), 270.
Hoeijer (Henrick), 26.
Hoemen, Huemen, 272.
„         (Geertruit v.), 53,63,322,
323-
„ (Herman v.), 63.
„
         (Joachim v.),3°6.312,321,
323.
„
         (Jochem v-), 53, 67.
,. (Johan v.), 3°6-
„
         (Luitgart v.), 53. 309,
312, 314—318, 320.
„ m {Wilhelm v.), 306.
„ \' (Wilhelmina v.), 5 3, 3 2 3.
Homoet (Fije Hendrixdr v.), 301.
„ (Heijnric v.), 255.
„ (Reijnalt v.), 273.
Hoessen (Lijsbet v.), 53.
Hoeve (Mevrouw van de), 183.
Hoevenbrugge, bij de Tanckhorst,
226, 232.
Hofstede, 183.
Hoye (Johan de), 20.
Hoghegeest (stuk land), 258.
Hoija en Broickhuijsen (Maria van
der), 39.
Hoijckmoet (Evert v.),-27i.
Holmer (Anneken), 162.
„ (Daniel), 162.
Holmerij, in heerlijkheid Verwolde,
146.
Holten (Geertruid v.), 152.
Holthusen, 139.
Honnepe (klooster), 69.
Horssen (Werner v.), 286, 288.
Horst (ter), 109,
„ (Johan van der), 163.
„ (Ot van der), 294.
„ (Willem van der), 273,307.
! Horstcken, in k. Werrensfeld, 63.
\' Horstie of Rouwslach (onder Vier-
acker), 103.
Horz (Alert v.), 309.
j Hossius (Elisabeth), 140.
Hubertsmate, in b. Exel, 31, 33,
41, 116, 160, 217.
i Hueijnck (in b. Swijpe), 151.
Huessen, Huijssen, 273, 276.
„ (kerk van), 274.
„ (Derick v.), 274.
„ (Henrik v.), 53, 270,271,
273,   281, 285, 294.
„ (Henrick Henricksz v.),
274,   276.
„ (Johan v.), 270.
„ (Lijsbet Henricsdrv.),2 74,
276, 279, 281.
j Huest (Eeffs v.), 317.
„ (Peter v.), 313.
Huevelic (Aernt van den), 271.
Huininck (Bern.), 169.
Huijswerden (Derick v.), 301.
„             (Gheertruijt v.), 301.
Hummelink (Diderick), 197.
Hunteler, in b. Ampsen, 141,144.
„
         (Arent), 162,
„ (Lambert), 181.
I, J en IJ.
Jacobinck, in k. Rijssen, 100.
IJmencamp, in b. Exel, 104.
j Jodenkolk. bij den Berkel, 232.
I Joede (Vrederic den), 255.
-ocr page 155-
149
Lansinck (Joost), 162.
(W.), 108.
Laren (buurschap), 160.
„ (maire v.), 246.
„ (mark), 250.
Larne (buurschap), 61.
Lathum, 132.
Lawick (Arnt van der), 292.
„ (Roeloff van der), 294.
„ (Willem van der), 283.
Lazarus (Joest die), 44.
Lechtenhorst, in k. Geisteren, 39.
Ledebur (Anna), 47.
„ (Hinrick), 22.
Leemcuijl, 165, 166.
Leenen van Johan v. Ambe, 257.
„ Baer en Lathum 132.
„ Bemmel 67, 314.
„ Bentheim, 30.
,, Johan v. Bijlant, 271.
„ Cleve, 258.
„ Essen (abdij), 109,118.
„ Gelre en Zutphen, 1,
4. 5> 7, 8, 13, 17,28,
37. 4i> 49, 55i 78*79-
86, 96, 116, 126, 131,
142, 143, \'S\', 160.
163, 168, 172, 177,
179, I98, 213, 2i7.
Joeden (Johan), 266.
johannijng (tienden over), 6.
Jolink (Gossen), 95.
IJsendoorn (goederen te), 264.
„ (HarmanPieck,heertho),53.
„
           (Herman v.), 53, 274,
276, 281.
„
          (Johan Hermansz v.),
279, 285, 288, 290
„
          (Lijsbet v.), 53,292,300.
302. 3°4, 308.
„
          (Willem v.),53- 264,267,
269.
,;
         (Willem Alertsz v.), 264.
„ Willem Herberensz, 265.
IJseren (Andries Gerritsz), 14.
Ittersum, 100.
„ Oan v.), 85.
„ (Johanna v.), 87.
„ ter Hofstede (Henrick v.), 75.
Laet (Herman Lenartsz die), 316.
Lambertinck, Lanimertinck, goed
in b. Exel, 3, 42, 45. 62, 93,
128,132, 134, 164,178, 185, 188,
197, 218.
Lambertinckslach 97.
Lamberdincktiende, 132.
Lamzweerde (Herman Henric v.),
164, 178.
„
           (Martin Herman Hui-\'
gens v.) 188.
Langen, 122, 138.
„ (buurschap), 34, 109, 331.
„ (Arnt v.), 297.
„ (Geertruijt v.) 316.
„ (Hinrick), 22.
Langencamp, in schependom Gent,
293-
Langenhorst (stift), 71.
Langenslag, in k. Dalfsen, 100.
Langentrier, 186.
Langeraec (Wolter v.), 273.
Lansinck, 236.
Lansinck (Johan), 55, 83,147, 232.
»!
,1
„ Gerrit v. Hacfort, ia.
,, Heeckeren ofOverijs-
sel, 145.
„ Hemmen, 258.
„ Keppel, 42, 62, 93,
128, 134, 160, 164,
178, 185, 188, 197, 218.
„ Mervelde (gebr. v.), 330.
„ Steven v. Monster, 282.
„ Dirk v. Munster, 278.
„ Nettelhorst, 26,46,50,
91, 123, 127, 136, 139,
141, 147—149, 167,
168, 180, 193, 216.
„ „ Overijssel, 100, 145.
„ ,, Haio Ripperda, 24.
„ n Gerijt Roighman, 208.
Leenen van Egbert Haks van den
Rutenberge,32,35.
-ocr page 156-
15°
Swijp), 331.
Lijnden (Jasper Hendrik v.) 177.
„ (Nicolaas Herman v.), 105.
„ tot Ressen (Jasper Hen-
drik v.), 179.
Linderte (buurschap), 100.
Lintelo,Lintel(buurschap),i 18,330.
„ (Anna Dorothea v.), 158.
„ (Anna Maria Dorothea v.),
176, 183, 189.
„ (Frederik Everhard v.),i6o.
,, (Frederica Margarita v.),
80, 87.
„ (Henrich v.), 87.
„ (Johan v.), 160.
„ (Johanna Elisabet Adriana
v.), 176.
„ (Petronella Reinera v.), 176.
196.
„ (RolefT v.), 330.
„ (Sophia Dorotea v.), 176.
„ (Tijman Johan v.), 160.
„ (Wilhelm), 330.
„ van de Ehse (Adriana v.).87.
„ „ ,, „ (Christian Carel
v.), 141, 142, 144, 145,
160, 170, 176.
„ van de Ehse (Wilhelm v.),
160.
„ tot Walfort (Frederica Mar-
garita v.), 87.
Lobberg (Lambertus), 135.
Lobken (Johan), 291.
Lochem, 9, 10, 14, 19, 25, 29,
31, 34» 36, 38> 4i, 44,
46, 48, 51, 54, 55, 57,
58, 68, 70, 72, 76, 77,
84» 89, 95, 99, 108, 112,
133- 138, 142, i52> !53>
155. l67> 169, 174, 181,
187, 194, 225, 226,232,
233. 237, 238, 247,331.
„         (ampt), 19, 24, 31, 34,
45» 47» 60» 6ï» 70, 83,
116, 123, 139, 142, 144,
167—169, 202, 236, 237.
Lochem (gasthuis te), 133.
„ (kerk v.), 3, 236—240.
Leenen van Ruurlo,Ridderlo,26(?),
98, 123. 139, 222.
„
          „ Johan Struppe, 42.
„          „ Veltkamp, 42.
,,          ,, Verwolde 15, 19, 21,
23, 65, 88, 124, 135,
166. 185, 186, 199,
204, 219.
„          „ Vorden, 34, 64, 97,
129, 165, 189.205,215.
„ Vreden (stift), 154,
168, 192, 203. 214.
,,
           „ Weesenberch, 69.
„ Woeltbeke, 31,33-43»
68, 118.
Leenhof de Lespiere (Johan Her-
nian v.), 188.
Leenmannen v. Bergh (graafschap),
139, \'97, 199-
»»
,, Borculo, 188.
,, Claerenbeek, 139.
„
          ,, Dieren, 128.
„          ,, Stirom (graaf v.),
124.
„          ,. Temmekinck, 124.
Leesten, in k. Werrensfeld, 63, 103.
Leij (Thomas van der), 201.
Lemele, in k. Ommen, 100.
Lemfert, in k. Rijssen, 168.
Lenderinkmaet, 232.
Lengerick, 109.
Lent. (kerspel v.), 255.
„ (maalschap v.) 255.
„ (Bernt v.), 255.
,. (Derrck Dericksz v.), 275.
„ (Dirk v.), 264.
., (Otke v.), 255.
Lentinck (Lambert), 66.
Leonini (Alberti), 49.
Lichtenvoorde, 111.
Lidt (Jacob v.), 66.
Lieflinck, goed in b. Exel, 104, 152.
„
         (Lambert), 66.
„          Stigler, caterstede in b.
Exel, 150.
Lienen (Willem v.), 258, 269.
Limborch, 88.
Linde (erve in b. Langen en
-ocr page 157-
*5*
Manderen, Manre (buurschap), ïoö.
145-
„ (hof te), 100, 145.
„ (mark). 145, 251.
Manderscheidt Blanckenheim, 154.
„
                        „ (Maria
Francisca, gravinne tot), 192.
Manen (buurschap), 321.
Marckum, 316.
Marienborn (klooster), 331.
Marienburgh( AleijdaGeertruijt\') 120.
(Margaretha), 147.
Mariendaell (bij Arnhem). 299.
Marhulsen, 153,154,161,164 — 172,
174, 179, 183, 210—212.
Marke (Adolph, greve van der).258.
Markel, 185.
Markelo (broek v.), 28.
,, (kerspel v.), 28.
Marsch (de), 160.
Meeckeren (Gerrit v.), 287.
,,          (Johau v.), 29,31, 2S7.
„          (Joost v.), 105.
Meijer (Jan de), 175.
Meijerhof, in b. Manderen, 145.
Meijsmate, bij Lochem, 72, 116.
Meijsterdinx (Claes), 19.
„          (Gerrit), 29, 36, 41.
Mentinck, bij Lochem, 47 ,61,160.
Meppen, in Emsland, 33.
Mercator (Gerh.), 332.
Merten (Wendden v.), 278.
Mervelde (Adolf v.), 330.
„ (Aleff v.) 330.
„ (Berndt v.), 330.
(Johan v.), 330.
Meulen, 232.
„ (Oude), 122.
„ (ter), zie Nijhof.
Meuleman, zie Nijhof.
Meulle (Johan ter), 101.
Middachten tot Frijswijck (Jan An-
toni v.), ui.
Midslag, onder Rijssen, 175.
Miste (buurschap), 130.
Mobach (Peter), 115.
Moeien (Albert Jansz van der), 293.
„ (Derich van der), 278.
Lochem (kerspel v.), i, 3, 5,
7—9» *3> 14. 17. 18,
20, 26, 37, 48, 50, 58,
62, 93, 116, 128.
„
         (Molenpoort te), 95.
„         (schependom), 68, 72,
84, 86, 98, 108, 140,
158, 162, 177, 193, 198.
„
         (stadsmolen te), 133.
„         (Henrich v.), 277.
Loemans (Hermken), 101.
Loen, Loon, Lohn, 20.
„ (huis), 63.
„ (Derrick v.),63.
„ (Engellin v.),33-
„ (George v.), 79-
„ (Henrick v.), 63, 79.
,, (Joerijen v.). 33.J
,. (Johan v.), 66, 79.
,, (Johan v. Dornick of Dor-
ninck,gen.v.), 330.
,, (Johanna van derCappelle,
wed. v.), 96, 99.
„ (vrouwe v.), 76.
„ tot Loen (Johan v.), 53.63,
73, 75i78—80.
,, zu Pau we Mholle (Georg
\' v.), 63.
Loenen, 48, 286.
„ (Henrick v.), 303.
Lohuis, in k. Rijssen, 100.
Lonneman (goed), 58, 141, 144.
„
          (Herman), 167—169.
Lonnemanskampen, in b. Exel en
b. Ampsen, 58.
Lubeleij (Gesina Margaretha), 182.
Luchteren (hof te), 100.
Luessen, in Utrecht, 18.
„ ink.Dalfsen,32,35,68,n8.
Luimans (Leonardus), 48.
Lutjes (Engel), 164.
M.
Maastricht, 113.
Macheren (Herman v.), 281.
Maenderhooibroek, in k. Ede, 322.
Malden, 272.
-ocr page 158-
«5*
Moelenpoort, te Lochem, 95,
Moeller (Berent), i6-
Moiderman (W.), 169.
Molenpand, 232.
Moll (Berndt), 19. 147.
„ (Peter), 14.
Molle (goed de), 82.
Mollen (Derich van der), 282.
Molshof, te Borculo, 71.
Molstege, 55.
Mom (Frederick), 307,
Mome. (Evert), 271.
„ (Henrick), 271.
Mompliers (Nenna, wed. v. Waltar-
dus), 263.
Monfoirt, 313.
Monnichusen (Claes v.), 20.
Mons, 334.
Monster (Steven v.), 282.
Momauban de la Tour (Marquis
de). 234
Mouwijck (Diderich v.), 42.
Muijderman, 153.
Mulerdt (Herman), 32.
Muiters (Trientien), 95,
Munster, 38, 59, 60, 71.
„ (bisschop v.), 114.
„ (Conradt v.), 91, 102.
„ (Derich v.), 278,
(Johan v.), 127-
Munstershuis of huis Bemmel, 314.
N.
Nagel, Nagell (Anna Louise v.), 115.
„ (Anna Louise Maria Elisa-
beth Geertruit v.), 184, 187,
188, 195.
„ (Anne Willem Carel v.), 199,
203—205.
Nagel (Anton Georgev.), 33a.
„ (C. J. A. v.) 247.
„ (Clara Elisabeth v.), 142,144,
160, 170, 176.
,, (Dirk Joost), 210.
„ (Geertruid), 59—61, 68, 71,
74, 76, 120.
Nagel (Geertruid Frede), 118.
„ (Gerrit Jan), 68, 74—76, 81,
83^ 85) s7,89, 94, 96,99,104.
107—109, m, 115, 122,
124, 127, 129, 207, 226,
233. .237—239.24i. 242.
,, (Gerrit Jan Joost v.), 84,119,
132. 134-136) 1411 142, 144,
ï45)i49.iSiii52, 158,162—
167, 170, 209, 244, 245.
,, (Gerrit Joost), 184.
„\' (Hendrick), 33, 38, 39.
„ (Hendrick Jacobv.),i5i,153,
!54. 159, IÓ1. 163—176,
l8o, 184, I92, 211, 212.
„ (Herman), 33, 38—40, 42,
44. 45i 47. 48. 56—59.71.
81, 120.
,, (Jacob), 141.
„ (Jacob Hendrik), 142, 144.
„ (Jan Herman), 112, 113, 116,
118—120,122 — 133,137,139.
144,148,156, 159, 160, 169,
170^ 173. 176, 208, 235, 243.
,, (Jan Herman Sigismundv.), 95,
178—180, 184, 190, 193,
196—199, 232.
„ (Johan), 29, 30, 33—37,40
—44, 46, 47i 49» 6*, 7».
101, 103.
., (Johan, basterd), 40.
„ Qohan,basterdv.Jurgen),7i.
„ (Johanna), 68, 73, 74, 76,
90, 102, 103.
„ (Johanna v.Keppel,gen.)36.
,, (Joost Hermansz), 22—29,
32, 33- 35- 42, 45, 46.
„ (Joost Joostsz), 33, 38—40.
„ (Joost Johansz), 48—59,61-
. 65, 67, 68, 7o—75. 77. 80,
81, 83 85. 86, 88, 90. 97,
99. \'47. 206, 323.
„ (Joost), 105.
„ (Joost, basterd van Jurgen)7i.
„ (Jurgen), 33,38, 39.59,60,71.
„ (Ludeken), 22.
„ (Luijken), 33, 3^, 39-
„ (Lukas, basterd v. Jurgen),71.
-ocr page 159-
*M
Nagel (Maria Reiniera v.), 104, 141,
142, 144, 170, 176, 177,
183, 185—189, 191, 192,
194—199.
„ (Reiniera Adolphina Char-
lotte v.), 184, 200.
Nagelsbroek, onder Markel, 185,
220.
Nassouw (Adolph, greve tot) 285.
Nedergeest, in Bemmel, 258.
Nederlanden (staten der Vereenig-
de), 67, 115, 160, 161, 171.
Nediger (Herman), 64.
Nettelhorst 127, 141, 147, 168.
180, 193. 195.
(huize), 91, 127, 136,
147 —149. 167. 168,
180, 193.
Nijehus (tienden van), 6.
Nijekerken (Maria v.), 63.
Niekirken zu Huetelhaven (Wilhelm
v.). 63.
Nijenampsen (Lijsabeth), 181.
Nijenborch, 109.
Nienhues (Getrilde die Rode, wed.),
■531-
Nijerssman (Henrick), 286.
Nijhof en terMeulen of Meuleman.
in ampt Lochem, 15, 19, 21, 23,
65, 88, 124, 155, 160. 166. 185,
186, 199, 204. 219.
Nijhoff (Johan), 101.
Nilant(ElisabethStrockel,wed.i. 66.
Nijmegen, 113, 252, 256,262,263,
265, 269, 272,275, 281,
288, 307. 313,316,329.
„ (kerk te), 202.
„ (rijk v.), 262, 264, 269, 272.
„ (st. Catherinen tej, 307.
(st. Johan te), 255.
., (Zuiderstraat te), 313.
Nijsinck. in k. Rijssen, 117, 168.
NoeteboemofCapellenhofstede,io2
Noijen (Peter). 119, 143.
Nonnencamp, inschependomGent,
293-
Noorderquartier, 171.
Noorth (Engelbert opten), 72, 172.
I Noorth (Jan Joost opten), 187.
„ (Johanopten),72,116,126,131.
„ (Joost Joan opten), 181.
„ (Sweerken opten). 72.
Noot (Hendrik), 131.
Noringen (Johan v.) 261, 262.
Notter (buurschap), 100.
| Nunninck (Maigarita), 58, 59, 81.
O.
Oberesche, in mark Linderte, 100.
Oeij. Oij (Gherit, heer tot). 302,308.
,, (Lijsbet v.), 304.
., (Herberen v.), 264.
; Oemeren (Derrik v.), 321.
Oesteresch, zie Dalfsen.
Oesteringen, 258.
Offerhuijs (Henrick ten). 278,
; Oher (Berent), 22.
I Oijdingh, 80.
Oijhusen (Johan v.), 254.
Oijnck, 69.
Oltnius (Gerhardt), 142.
„ (Josias), 197, i9<).
Olthoff (Gerhard), 1S9.
Ommen (kerspel), 100.
Oolde. Oelde (b.), 3. 92, 160, 185,
187.
., (mark), 250.
„ (Reijntz. v.), 19.
Ootmarsum. 159.
(gericht v.), 100,145.
Oplagh (Wolter van der.) 270.
Oppestal (Johan), 260.
., (Rulof v. Waetseler, gen.i
267, 268.
Opplo (Peter v.), 288.
Oranje (prins v.). 115.
Ottenslagh, in k. Steenre, 63, 102.
Overdijkink, in heerlijkheid Bor-
culo, 183.
Overijssel, 69, 145, 186, 334.
„ (staten v.) 100.
Oudestad (Ludolphus v.) 329.
Overlaar, 193.
»o*
-ocr page 160-
\'54
Quad en Hugtenbreuk (Carel Wil-
helm v.) 185, 187, 188.
,. Gatropp(Carel Willem v.), 196.
Quikenburg (Aris), 140.
Paeckman (Geenken), 259.
Pallant (Andriaen Warner, v.), 128,
134.
., (Frederick v.), 42.
„ (Frederick Willem Florisv.i,
164, 176, 178,188,197.
„ (Johan v.). 62.
„ (Johan Fredrick v.), 93.
,, (Magdalena), 107.
Pallick (Gerrit v. Scherpenzeell,
gen.), 305.
Pannecoeck (Bernard), 101.
„
            (Godert), 258.
„            (Henrick), 277.
Pascamp, in b. Exel, 104.
Peersingen, 262.
Peijck (Arnt). 5.
Pels (Clais). 313.
Pelserinck, in k. Markelo. 28.
Pepelstege, 106.
Pieck. (Arnoldus), 329.
,, (Harmen), 83.
Pijnne (Gerit), 301.
Pipers (Geertruijt). 296.
Pijpert (hof onder Lochem), 155.
Pirsinchave (Sander), 10.
Plachaer (Henrick), 47.
Plaetrinck, in b. Ampsen, 94» 116,
120. 138.
Plegher (Bernardt), 139.
Poeijn (Johannes), 317.
Poelwick\\ (Johan v.), 274.
Poll (Gerit Roghman van den), 282.
„ (Peter van den), 307.
Polmansmate, bij Lochem, 84.
Pravestijnck (Johan Schulte), 20.
Presickhaven (Bernt), 295.
Prins (Jan), 333.
Prosman (Garrit), 168, 169.
Pruissen (hof v.) 160.
Puls (Johan). 264.
Putten, 132.
: Raad (Arend), 180, 193.
„ (HenrikJan), 158,167.180,204.
„ (Joan), 147, 149.
Raebe of Groot Hadekink, goed
in b. Ampsen, 119, 163, 179.
Raelte (kerspel), 100.
Raemele (hof te), 69.
Raesfelt (Adolf Henrich v.), 100.
, Raij (Klijsabeth ingen) 316.
,, (Merrij Cornelisdr ingen), 316.
Rallen (Roleve), 6.
Randwijk tot Bemniel(Amoldv.)Ó7.
Ratum, 130.
Rauweis (Johannes), 98.
Raven (Florijs), 31.
Ravenshege, land op Verwolschen
Enck, 101.
Rechteren, 100.
„          (Seijger v.) too.
Recke (Anna Walburgh), 145.
Redinchaven (Alijt v.), 272.
,.            (Gertruijdt), 272.
.,            (Johan), 272.
„            (Seger), 277.
Reede, 137, 160.
„ (Joan Henrick v.), 109.
„ (Wilhelmina Frederica Ur-
sula v.) 109.
Reerink (schoenmaker), 232.
Reinders (Johan), 132.
Rekenkamer (Generaliteits), 161.
Rengers (Johan). 32.
Rensinck, in b. Stockum, 109. 118.
„ Es, 107.
„ (Berent), 104.
Retthum, 64.
Rhaen, Raan, 80, 118, 122, 137.
Rhemen (Derrick v.), 69.
-ocr page 161-
\'SS
Ruijters (Rutger), 84,
S. en Z.
Saffentijn, 258.
Sallant, 28.
„ (Bartolt v.), 53,
„ (Elijsabeth v.) 308.
„ (Herman v.) 76, 308, 309,
322, 314—320.
(Johan v.), 304.
(Otto v.) 53, 287,289, 292,
299, 300, 302.
Salm Reifferscheid en Bettburg
(Josepha, rijksgravinne tot), 203.
Sand (Arndt van de), 279.
„ (Derck van de), 86.
j Sassen (Gijsbert), 326.
\' Sassenkamp. in k. Bemrnel, 283,
287.
Schaddenhorst, land bij Lochem
162.
1 Schaede tot de Landtegge (Diderik),
I T37-
\\ Schaede tot de Landtegge (Wil-
helm Diderix), 121.
\', Schaep (Henrick), 128.
; Schegget, goed in b. Ampsen, 133,
168, 225.
Schelen (G. H.), 80.
: Schelvert (Joc). 238.
! Scherpemate, bij Lochem, 158.
; Scherpemate (Jan op de), 168, 169.
Scherpen/.eel. 132.
„                gen. Pallick (Gerrit
v.). 3<>5-
Schilthouwer (Zeelkinus), 329.
Schimmelpenninck (Hadriaen), 53.
„
                  (Johan), 61.
,,                  van der Oije
(Alexander),ii9,
125, 131, 139.
„
                  van der Oije
(Herman Hen-
riek), 138.
„
                   van der Oije,
(Johanna), 131.
Rhemen (Rutgera v.), 87.
Rijchard (Henrick v.), 65.
Rickerding (tienden van), 6.
Ridder (Jacob), 302.
Ridderlo. Ruerloe, 98, 123, 125
Riemsdijck (Derick v), 304.
„
          (Geelis v.) 306,.
Rijn (Derick v.) 277.
Rijnacker (Didderic), 257.
Ringelum, 160.
Rinschen Essenbach, 73.
Rijperscheid (heer v.), 5.
Ripperda (Georg), 124, 126, 131.
„          (Haijo), 23 24.
„          (Herman), 35,
,.          (Maurijss), 34.
„            (Maurits Carel Georg
Willem"1, 161, 165, 166,
174, 176. 183, 184, 189.
,,          (Maurits Herman), 129.
,, tot Vorden (Maurits), 64,97.
Rijssen, 175.
„ (Essenerstraat te), 175.
., (kerspel), 100. 168.
Rijsslach, onder Markelo, 25. 28.
Robert (intendant), 113.
Rode (Getruda die), 331.
,, (Johan die), 71.
Roderlo, 139.
Roderloe (Wilh. v.) 4.
Roeshoern (Everwijn), 306.
Rogge (Rugger), 291.
Roighman (Gerijt) 198.
„           (Lijsbet), 298, 313.
Rosendael, 160.
Ross of te Berenpas (Jan), 77,94.
Rost (Johan), 304.
Rot, in kerspel Borculo, 183.
Rouwslach of Horstic, onder Vier-
acker, 103.
Ruerslag (de), 112.
Ruijtenborch (Adolphff v. d.), 35.
„
        (Egbert Haks v. d.). 32.
Ruijters (Cornelis), 84.
„ (Hillebrand), 84.
„ (Johan de), 85.
„ (Jurrijaen) 84.
-ocr page 162-
IS*
Schimmelpenninck van der Oije,
tot de Clousse
(Anna Dorothea
v. Lintelo. wed.),
158.
Schlaum (Johan Hendrik v.). 178.
Schomacker, 153.
„ (Bartold).57,58,60,120.
„ (Hendr.Gertr.),84,is5.
„ ö°°st), 152.
„ (Wolter), 167, 169.
Schuellenborch, 22.
Schuijse.caterstede in b.Exel., 1S1.
Schuijseman (Geertgen). 181.
„            (Jan), 181.
Schulle (Herman), 320.
Schutte (Erick), 107.
Schuttenstede (groenland), 116.
schutz (Henricus Jacobus). 179.
Scrijbaens (Michiell), 286.
Sels (Peter), 91.
Senden (Johan v.), 330.
Zijdelmaete (groenland), 116.
Sivolden (Arnt v.), 323.
Slach (Arnt int), 43.
Slijnderwaiter (Arnt), 17.
Sloet, Sloot, 156.
„ (Boldewijn), 75, 85.
„ (Everdina), 75, 85.
,, (Herman Jan), 111.
,. tot Diepenbroek (Adriaen
Wolter Willem), 335.
,. toe den Kersenborch (Wol-
ter), 88.
Sluijsken" (Gherhart), 86.
Smedeserve, zie ten Boegel.
Smisinck (Roetgher). 22.
Smitt (Frederikje), 162.
,, (Mechtelt), 162.
Snijpert (Berndt), 273.
Sobbe (Conraet), 271.
„ (Johan), 271.
Soelen, 49.
Soerlant, in schependom Gent, 293.
Soetendael, in heerlijkheid Agtien-
hoven, 200..
Solner (Joan Laurens), 181. 193,
199, 202, 204, 205.
Solner (Laurens). 139.
! Someren (Jan v.), 126.
\' Sonnnenkamp, 183.
; Sorgdammer tienden, 221, 280. 295.
3°S- 3°6.
\' Sorgeldam, in k. Berneveld, 63.
Spanje (Z. K. M. v.), 117.
Sprokkelhorst (Fenneken), 181.
,,          (Gerrit), 181.
Spruijt (Cornelis), 316.
Stedum, 160.
„ (Arndt Clauszen), 55.
Steenbergen (I)erick v.), 300.
(Florijs v.), 275.
(Ghenjt v.), 255.
Steenbergervelt. in k. Angeren.
274.
Steenhouwers (Heijltijen). 89.
■ Steenier (Cornelis v.), 116.
„ (Goswin v.), 132.
„ (Willem v.), 132.
: Steenre (kerspel), 63, 102.
Stege, in b. Exel, 3. 120.
Steinfelde (kerspel), 30.
Steinferden (Derick v.), 297.
i Stijchelen, in buurschap Exel, 104.
Stirom (van). 124.
Stockdaelte, goed bij Lochem, 54.
| Stockmaerbroeke, 25.
\' Stockum (buurschap), 109. 118.
Stoltenborgh (goed). 230.
Strijwardt (Johan), 308.
1 Strockels (Elisabeth), 66.
„ (Wendele), 66.
Stroot, in b. Ampsen, 119, 125,
13I\' l63. 168. »79-
Struppe (Johan), 42,
Zuerland of Gebbegeer land te Hal-
deren, 291, 318
Sutlohn (kerspel), 63.
„ (kerk te), 130.
Zuijdhues (Anna v.), 34.
Suijtbem (Adolph v ), 100.
Zutphen, 29, 31, 57. 58,61,66,72,
103, 127, 129, 152, 156,
181, 190. 232, 234, 331.
(graafschap), 37, 49, 55,
78, 79, 86, 91, 102, 113,
-ocr page 163-
»S7
I Tiel, 610.
| Tijsingh (Roelofken), 132.
Tiesink (Delijs). 29.
,, (Jacob), 29.
Tricht (st. Servaes te), 264.
Trier (Gerdruijt \\.j, 94.
Tudisloderstookdaelte, 55, 86. 116.
163, 177 198-
Tulleken (Abraham), 78.
(Rutger), 194, 19S.
„ (Willem Jan), 177. 179.
194, 198.
Twente. 75.
Twijr.keloe (Joban v.), 32, 69.
Twijenhoven (Johan), 315, 316.
(Wilhem, 316.
n6, 119, 125 — 127, 131,
132, 143, 147, 151, 160,
163. 172, 177, 179. 194-,
198, 199, 234, 285, 335.
Zutphen (ridderschap v.), 81,212.
(schultampt), 53, 85.
„ (staten v.), 113, 174, 190,
245-
„ (Kaïrll, greve v), 17.
Swaefken (Gerhard Ignatius), 119.
„ (Jacob rivert), 119.
., (Maria Geertruijt), 119.
,, (Rensina Elisabeth). 110.
„ (Wilhelm Aloijsius), 119.
,. tot Gruijterinck (Hendrik
Francois), 119.
,. tot het Soerhuijs (Jan Hen-
drik), 119.
Swinderen (Joannes v.). 64.
Swijpe (buurschap), 110, 116,158,
230, 33^
(hof te), 116, 151, 249.
„ (markeboek), 249.
Zwolle. 32.
U
Gift. 330-
„ (Evert v.). 13.
Umbgrove (Bernardus), 132.
Umbgrove (Roelofken Tijsinck,
wed.), 132.
Utrecht ^balie v.), 200.
., (domproost v.), 297.
„ (provincie), 200.
,, (sticht), 18. 100.
Uttenhoven (Anna Magdalena v.).
33*-
Uwens (Reijner), 309.
Taetz (Henrick), 301.
„ (Johan), 301,
„ (Margarieta), 301.
„ (Wolter), 301.
Tam bel (Groot en Klein), in b. Lin-
telo, 118, 330.
Tanchorst, in b. Ampsen, 26, 98,
123. 139, 222, 226.
Tangeboldinck, in b. Lijntell, 330.
Tangerelinck, in k. Aalten, 63.
Tankijnckhorst, bij Lochem, 20.
Temmekinck (hof te), 124.
Temminck (Cornelis), 92.
„          (Jacob), 92.
Tengnagel (burgemeester), 105.
„ (Everdina Sloot, wed.), 75.
„
          (Sander), 295.
Hazart (Godert). 254,
Terwolde, 96.
„ (kerspel), 63, 66.
Tjaink (Harmen), 186, 189.
Vaessen (kerspel), 11. 17. 18.
„ (mark). 145, 251.
Vaick (Hendrik), 67, 309. 312, 314.
(Johan), 292, 319.
„ (Sander), 258.
Vaickstiende (Sander), 298.
Vancken (Agnes), 55.
„ (Anton), 55.
„ (luitenant). 54.
Veijkens (Reijnt), 46.
„ (Willem), 23, 24. 26.
Velar (Theodoricus Baers de), 263.
Veide (Lambert then), 31.
Velteren (buurschap, 100.
-ocr page 164-
i5«
Voorstonden, 139.
Vorden, 34, 88, 97, 129, 165. t66,
189, 204, 205.
,, (huize), 64, 189.
,. (Steven v.), 3.
Vosbcrg (Jan Wilhelm), 193.
Vranrkink, onder Borculo, 100.
Vreden (stift) 154, 192, 203.
Vrendts 0o:in)> \'47i *49-
Vriese (Gerhardt de), 69.
Vriessemaet. 116.
W.
Waemell (Johan v.). 284.
Waetselaer (Hennekes v.), 259.
.,
          (Herman Rolofsz. v.),
258—260.
(Hermanus de), 263.
264, 266—268.
(Johanna v.), 53. 265.
,. (Johanna Hermansdr. v.).
262, 264. 267.
„
          (Rolof v.), 254. 259,
261, 262, 267. 268.
,,
          zie Oppestal.
,. landink.Boningen. 269.
VVageningen, 287.
VValdenbruch. 332.
Wall (Evert Willemsz van den), 284.
., (Gerit Evertsz van den ), 293.
,, (Rick van den), 319.
Walvaert, 80.87,102, 118,122,188,
197.
Warmeloe (Jacoba), 331.
Warnsveld (kerspel), 63, 103.
Warthuijsen (Gese v.), 270.
,,            (Henric v.), 270.
Weertschezijde (buurschap), 66.
Weesenberch, 69.
Weethoevel (land), 258.
Weevers of Schuiteevers plaatsje
141.
Weideren (Berndt v.), 313.
Welij (Helmich v.), 289.
,, (Kathrijn v.), 300.
„ (Rutger v.), 286.
„ (Wolter v.), 300.
Velihof (Powel), 67.
Velthuizen (buurschap), 182.
Veltkamp (goed), 42.
Veluwe, 63, 66, 286. 295. 305. 306.
Venhues, in b. Langen en Swijp, 331.
Venlo, 316.
Verbeek (Johan). 142, 144. 151.
., (Zeger), 163, -72 177.
Verghert, in k. Ampsen, 273, 274.
Verlaenwijck (Roloff), 298.
Vermeer (Evert), 304.
(Johan), 304.
Verschaegen (Elisabeth). 242.
Versevelt (VVolber), 275.
Vervelde, in k Aalten. 117, 143,
172.
Verwolde 19, 21, 23. 24, 65, 88,
124, 126, 131, 135, 160,
165,   166, 185. 186,199,
204, 205. 250.
,, (heerlijkheid), 19.21.65,
88, 101, 124, 135, 146.
166,   185.
(Wolter v.), o.
Vieracker 103, 167.
Viermonden tot Odingh (Clara v.),
87.
Viersen (Henrirk v.). 313, 320.
Vijgh (Carl), 49.
., (Nicolaus), 263.
„ (Peter Gerritz), 272.
tot de Snor en Appelenburg
(Johan), 194.
Vijsschevelt, 255.
Vlijren (Wilhetm v ), 303.
Voert (Gerijt van der), ^03, 316.
„ (Johan ten), 293.
Voerthuesen (Thomas v.), 301.
Voet (Gerhard), 55.
Vollenhoven, 75, 85.
Vonck (Henrick), 287, 289.
Voordonck (de), 260.
Voorslag, 55, 112.
Voorst, 62, 93, 128, 134. 164, 178,
188. 197.
„ (ambt), 66.
„ (joncker v.). 8.
„ en Keppel (heerschap v.), 3.
-ocr page 165-
\'59
Wijesbaden, 285.
Wijghen (Johan v.), 278.
Willinck (hof toe), 130.
„ (Henderick), 130.
WUinerinck, goed in b. Exel, 24X.
,,            Enck, 152.
Wijmelinkmate, in b. Langen, 34.
Winckel (Jan te), 120, 123, 124.
„         (Lambert te), 243.
Winssen, 267.
Winterswijk. 84. 155.
VVisch ijoncker v.), 8.
Wissinck (in k. Raelte). 100.
Woeltbeecke (huize), 31. 33.
Woert (Willem van der). 269.
Wolden (l)erck van der). 151.
Wolf (Johannes), 94.
„ (Machgarjs), 290.
„ (Willem de), 186.
„ (W. Ph. de), 202.
Wolter (Joost), 134.
Wonde ter Clusen (Godefroij dei,
54- 55-
Wullen (Alijda v.), 140.
Wusic (Dideric Henricsz v), 256.
Wussinck (Cornelia Borgers, wed.).
244.
X.
Xanten (proost v.), 329.
Welije, gen. v. Hese (Johan v.), 288.
.,
         ., „ „ (Wilhelm v.).
281. 2 SS.
Well (Cornelijs v.), 274.
Wemmers(BnltazarBaltazarsz),3i8.
„ (Henrick). 318.
Wentholt (J. L.). 245.
„ (Petronella Lucretia), 201.
Weppelinck, 230.
Wernsinckmate, 12.
Westenberg, 113. 153.
,,          (Bernhard), 140.
(Johan), 135,138,144.
Westeresch (de), 32.
Westerfelt of Brengenbergh, in b.
Oolde, 92, 160, 185, 187.
Westerholt (Hendrick Wilhelm v.),
132.
„
          (Johan ten), 72.
Wezel, 159.
Wije (Alijdt v.), 305.
„ (Anthonia v.), 3°5-
„ (Dirk v.). 53, 221, 280, 305.
,. (Geertruid v.), 53, 305.
., (Herman v.), 280,295,305,306.
,, (Jorden v.), 280.
,, (Katrina v.), 306.
„ (Luijtger v.), 305.
„ (Wilhelm v.), 280, 295,
Wielrehergh, 256.
Wijers (Werner), 292,
-ocr page 166-
INHOUD.
Afdeeling I Stukken van algemeenen aard.   N°. 1—205
» II Diverse bundels en registers...     »   207--229
» III Leenkamer.................     »   230
» IV Jacht en Visscherij..........     »   231 - 235
» V Kerk te Lochem...........     »   236-240
» VI Vicarie in de kerk te Lochem.    »   241 — 247
» VII Marken....................     »   248 — 251
» VIII Goederen in de Betuwe .....     »   252-324
> IX Kaarten..................     »   325 — 326
» X Inventarissen.............     >   327—328
» XI Stukken geen betrekking heb-
bende op Ampsen. (zieno.53)..
     »   329 — 335
Lijst der Heeren van Ampsen...............       blz. 136
Alphabetisch register......................       » 139
BISUOTHEEK
NED. HERV. KERK