-ocr page 1-
<v
i
VAN DE
HERVORMDE GEMEENTE
VAN
WERV
aec/uzencfe naar 2?0-iaita z,eff$tana/ia oeófaan,
BOOR
J. VAN DER BAAN
te Wolfaartsdijk.
-       ~" —^-" \'"ff" "^
-ocr page 2-
-ocr page 3-
I » «C.UMV
Hoezeer van Kerkwerve op zijn vroegst eerst sprake is
in 1298 en niet in 1063, gelijk men wel eens vindt opge-
geven, dagteekent de voorheen aan den Heiligen Willebrord
toegewijde kerk uit eene grijze oudheid, zoodat hare
tegenwoordige bouwvalligheid geen langer uitstel van ver-
nieuwing meer toelaat.
Tot in de tweede helft der zestiende eeuw werd ook in
dit gebouw, evenals elders, de toen heerschende Katho-
lieke godsdienst uitgeoefend, hoewel het niet blijkt, dat
deze plaats een eigen pastoor had; althans in 1535 was
er geen aanwezig. Wel vond men er toen twee Godshuis-
meesters, twee St. Pancrasmeesters, een Onze Vrouwemeester
en een Heilige Geestmeester.
Bij de belegering van Zierikzee door de Spanjaarden,
gedurende negen maanden, van October 1575 tot Juli 1576,
deden de belegerden, om den vijand zooveel mogelijk
afbreuk te doen, gedurig uitvallen, zooals den 14 De-
cember 1575, toen zij het dorp Serooskerke, en den 21steu
dier maand, toen ze Kerkwerve grootendeels verwoestten.
Het dorp werd platgebrand met wel dertig k veertig
huizen en bij deze gelegenheid zal ook de kerk niet
gespaard zijn geworden, maar slechts dat gedeelte er van
overgebleven, \'t welk we nu heden ten dage in den be-
kenden bouwvalligen staat kennen en tot vernieuwing
waarvan de vereischte fondsen grootendeels zijn gevonden.
Toen nu kort na het beleg van Zierikzee de reformatie
in Schouwen en Duiveland meer en meer begon door te
breken en de bewoners van Kerkwerve zich bij de aan-
hangers der nieuwe leer aansloten, zal het gehavende
kerkgebouw ongetwijfeld voor een gedeelte afgebroken en
voor een ander deel hersteld zijn geworden, ten einde voor
den Hervormden eeredienst geschikt te worden gemaakt.
Aanvankelijk met den dienst van den predikant te
1
^^ S
-ocr page 4-
2
Noordgouwe zich hebbende moeten vergenoegen, gehikte
het eerst in 1025 om van de Staten van Zeeland een
eigen predikant voor de gemeente van Kerkwerve te ver-
krijgen, mits deze, wegens de geringe bezoldiging van
1") pond Vlaamsen \'sjaars, daarvoor toegestaan, onge-
huwd bleve.
Bij de nu zelfstandig geworden gemeente werd de, op
I   April 1020 beroepen, proponent Gerardus van Cuilcn-
burg den 24 Mei van dat jaar bevestigd en is Kerkwerve
sedert dat tijdstip tot op heden door 28 predikanten
bediend geworden.
Na herbaalde verzoeken werd liet predikantstractement
bij resolutiën der Staten van Zeeland, d.d. 15 Juni 1028
en 21 Maart 1029, verhoogd tot ƒ 300 en eindelijk bij
besluit van 0 Juli en 28 October 1039 op hetzelfde bedrag
vastgesteld, als destijds door de predikanten ten platten
lande genoten werd.
Blijkens de Staten-notulen van Zeeland, werd, na drin-
gend daartoe ingezonden requesten, bij besluit van 23 Sep-
tember 1099 toegestaan, dat de hoog noodige reparatiën
aan het kerkgebouw uit de provinciale fondsen zouden
bekostigd worden. Zonder twijfel is toen ook de niet
onverdienstelijk gesneden eikenhouten predikstoel geplaatst,
die het jaartal 1700 aan den voet draagt.
Vanwege deze gemeente werd den 17 Scjitemlier 1708
opnieuw een verzoek ingediend tot herstel en vergrooting
van haar kerkgebouw, waarover in de vergadering van
II  Juli 1709 wel gedelibereerd is, zonder dat echter blijkt
of het verzoek van eenig gewenscht gevolg geweest zij.
Tot herstel van de door den storm van 29 November
1830 toegebrachte schade aan het kerkgebouw, werd in
1838 een rijkssubsidie verleend van ƒ 200. In 1853 heeft
het gchouw eene aanzienlijke herstelling ondergaan, waar-
voor ƒ 1700 is toegestaan uit het synodale fonds voor
noodlijdende kerken. In 1858 is aan deze gemeente voor
den bouw eener nieuwe pastorie, een subsidie verleend
uit bet gemelde fonds van ƒ 1290 en een gelijk bedrag
vanwege het Kijk, zoowel over 1858 als over 1859. in
1804 verleenden Gedeputeerde Staten van Zeeland aan
Kerkvoogden dezer gemeente machtiging tot het aangaan
-ocr page 5-
8
eener geldleening van f 500 tegen eone rente van 5 pCt.
\'sjaars, met cene jaarlijksche aflossing van ƒ 50, in te
gaan met 1SG5, en zulks ter voldoening van de bouwkosten
eener consistoriekamer.
Naardien liet Kerkelijk archief van Kcrkwerve op den
24 Juli 1731 verbrand is en bovendien de akteboeken eerst
met 1742 beginnen, zouden wij van den vroegeren toestand
dezer gemeente niet veel weten, indien bet classicaal
archief, waarvan de acteboeken met 1607 aanvangen, ons
niet bad ingelicht en de particuliere aanteekeningon uit
authentieke bronnen, die ons ten dienste stonden, bet
ontbrekende niet badden aangevuld.
Aanvankelijk sedert 1588 a 1589 werd deze gemeente
bediend door den predikant der gecombineerde gemeenten
van Noordgouwe en Elkerzee. Toen nu laatstgenoemde
gemeente in 1600 een eigen leeraar bekwam, werd Kerk-
werve in September van dat jaar bepaaldelijk gecombineerd
met Noordgouwe en in dien toestand achtereenvolgens
door 8 predikanten bediend tot 1625, wanneer deze ge-
niecnte een zelfstandig bestaan erlangde.
De eerste predikant was Gerardus van Cuilenburg.
1. Gerardus van Cuilenburg,
een kleinzoon van den Zierikzceschen predikant van dien
naam , werd te Zierikzeo geboren en aldaar 28 Juni 159S
gedoopt als zoon van Abraham Gerardsz. van Cuilenburg
en Maaiken Leenaarts. Hij studeerde te Leiden, waar hij
6 Juli 1620 als student werd ingeschreven en vervolgens
proponent bij de classis van Tholen werd.
Als zoodanig den 1 April 1626 te Kcrkwerve beroepen,
werd hij 24 Mei d. a. v. te dezer plaatse bevestigd door
Ds. Godefridus Udemans, predikant te Zierikzee, en stond
alliier tot 1629, in welk jaar hij den 20 Mei naar Ouwer-
kerk verroepen werd.
In den loop van 1629 derwaarts vertrokken zijnde,
overleed hij te Ouwerkerk den 11 October 1645.
Hij was den 14 Augustus 1630 te Zierikzee gehuwd met
Maaiken Troost, j.d. van daar en won bij haar te Ouwer-
kerk eenige kinderen.
1*
-ocr page 6-
4
Op den 7 Juli 1637 was hij een der gedeputeerden uit
de classis van Zierikzee op de coetuale vergadering te
Tholen.
Hij bekwam te Kcrkwcrve tot opvolger:
2. Petras Bossenaert,
zoon van Cornelis Bosschaert (predikant te Ond-Vossemeer
1596—1602 en vervolgens te Lillo c.a. tot aan zijn overlijden
in 1636) en van Catharina Zucrius.
Hij werd den ö October 1623 te Leiden als student
ingeschreven, oud 20 jaar en geboortig van Middelburg,
en andermaal den lö Februari 1628, oud 24 jaar. Hoezeer
zijn vader tijdens zijne geboorte te Lillo stond, kan hij
toch wel te Middelburg geboren zijn, daar meermalen
blijkt, dat kinderen van dorpspredikanten, door gebrek
aan verloskundige hulp op de dorpen, soms op eene
andere plaats geboren werden, dan waar do vader predi-
kant was. Mogelijk is het ook, dat, \'t zij van vaders- of
van moederszijde, te Middelburg familie woonde.
Hij werd, na examen door Ds. Jacobus Miggrode, pre-
dikant te Middelburg, den 20 November 1628 bij de
classis van Walcheren als proponent toegelaten en is 11
Juli 1629 te Kcrkwcrve tot predikant beroepen, welk
beroep denzelfden dag door de classis van Hebouwen en
en Duiveland werd geapproboerd.
Na op 8 Augustus d. a. v. peremptoir bij die classis ge-
examineerd te zijn, werd hij 26 Augustus 1629 (e Kerk-
werve bevestigd door Ds. Martinus Uruynvisch, predikant
te Zierikzee.
Den 5 December 1629 stond de classis hem toe wegens
de lichamelijke zwakheid en blindheid zijner hospita, te
Zierikzee te komen wonen, daar er te Kcrkwcrve toen
voor hein geen ander geschikt onderkomen te vinden was.
Den 24 April 1630 verzocht hij de classis om bij de Staten
van Zeeland aan te houden om hem het volle tractement
voor zijn dienst uit te betalen, alsmede zijne huishuur,
opdat hij in zijne plaats zou kunnen wonen.
Intusschen heeft deze predikant weinig last van de
bezwaren meer gehad, die aan het wonen te Kerkwerve
-ocr page 7-
5
verbonden waren, aangezien bij roods den 31 Juli 1630
te Nicuwerkcrk beroepen werd, welk beroep ten zelfden
dage door de classis werd geapprobeerd.
Te Nieuwerkerk den 25 Augustus 1630 bevestigd zijnde
door Ds. Tobias Damman, predikant te Oosterland, over-
leed liij aldaar reeds in Juni 1637, na op 26 April bevorens
emeritus geworden te zijn tengevolge van langdurige sukke-
ling en zware pijnen, die hem verhinderden zijne bediening
naar behooren te vervullen.
Niet hang behoefde de gemeente van Kerkwerve zich
van een predikant verstoken te zien, daar men te dezer
plaatse reeds een opvolger op \'t oog had in
3. ( a r o I ii s Schuier.
Deze, geboren in 1608, werd alhier als proponent van
de classis van Tholen, reeds in September 1630 beroepen,
niettegenstaande de classis van Schouwen en Duiveland
hare verwondering te kennen gaf, dat men te Kerkwerve
de twee proponenten dezer classis, met name van der
Meer en Bolle, voorbijgegaan had en zoo stijfhoodig op
de overkomst van Schuier stond, dien de classis echter
niet wilde ontbieden.
Nadat intusschen Bolle naar Zonncmaire beroepen was,
kreeg men te Kerkwerve toch zijn zin, doordien de classis
het hernieuwd beroep van 10 November op Schuier
approbeerde en bei>aaldc, dat hij 1 Januari 1631 door
Ds. C\'ornelis Hayman van Zierikzee zou geëxamineerd
worden.
Na op den bepaalden dag een voorstel over Phil. III : 3
gedaan te hebben, werd hij voor zijn dienstwerk geschikt
geacht en 26 Januari 1631 door Ds. Johs. Stamperius van
Elkerzee, alhier bevestigd.
Den 15 Februari 1633 naar de Krnisschans verroepen,
approbeerde de classis dit op 23 Februari en vertrok hij
reeds spoedig derwaarts. In 1635 werd hij predikant
te Prinseland en in 1647 te Steenbergen, vanwaar hij
23 December 1651 naar Amsterdam verroepen werd.
Aldaar is hij den 7 Juli 1652 door zijn ambtgenoot
Ds. H. Langelius bevestigd en overleed er 17 April 1670,
oud 62 jaar.
-ocr page 8-
c,
Hij had een zoon Carolus, die als proponent van de
classis van Amsterdam, op zijn verzoek den 1 Juli 1659,
bij de classis van Tholen c. a. als recommandatus werd
aangenomen, na een voorstel gedaan te hebben over
Psalm XLII : (M>. Hij was tevens gepromoveerd tot med.
doctor en is van 1661—1689 predikant geweest te de Leur,
waar hij toen overleden is. Een andere zoon Avas predikant
te Sijbe karspel van 1668 tot aan zijn overlijden in 1686.
Zijn broeder, .Tohannes Schuier, eerst predikant te Zun-
dert in 1648, volgde hem in 1647 te Prinsehuid op, vertrok
in 1653 naar Rozendaal en vandaar in 1656 naar Breda,
waar hij als theol. doctor, ook professor werd en in 1674
overleden is. In 1659 bedankte hij voor een beroep naar
Bergen op Zoom.
4. Johannes Rogierse,
geboortig van Amsterdam, werd de opvolger van Carolus
Schuier.
Hij was, na te Franeker en Leiden gestudeerd te hebben,
den 5 Augustus 1632, na examen door Ds. Johs. Booms,
predikant te Oost-Souburg, bij de classis van Walcheren
tot proponent aangenomen en werd als zoodanig op den
tweeden Pinksterdag 1638 te Kerkwerve tot predikant
beroepen, bij approbatie van de classis van Schouwen en
Duiveland van 18 Mei. Na op 8 Juni d.a.v. een voorstel
gedaan te hebben over Rom. IX : 18, werd hij 15 Juni
door de classis geëxamineerd en 3 Juli 1633 alhier bc-
vcstigd.
Beroepen te Renesse—Noordwelle op 26 Maart 1636,
kwam hij aldaar in Juli d.a.v. in dienst en verbleef er
tot 1639, toen hij aan hot naar Brouwershaven op hem
uitgebracht en den 29 Juli 1688 geapprobcerd beroep
gehoor gaf en eerst 1 Mei d.a.v. op laatstgemelde plaats
door Ds. Johannes van Heyst bevestigd werd.
Van Brouwershaven op 28 November 1648 naar Zierikzee
beroepen zijnde, werd zulks door de classis op 2 December
geapprobcerd en hij den 7 Maart 1649 te dezer plaatse
bevestigd.
Hij is te Zierikzee don 29 April 1654 overleden.
-ocr page 9-
7
Hij was een der samenstellers van den „Zeeuwschen
Nachtegaal", terwijl er verscheidene gedichten van hem
bekend zijn, geplaatst voor boeken in zijn tijd uitgegeven,
o.a. vóór de Nederduitsche Poemata van Adrianus Hofferus.
Tweemalen is hij gehuwd geweest, 1". ondertrouwde
hij te Zierikzee 21 April 1647 met Maria Mogge, j.tl.
van Zierikzee, en 2". huwde hij, mede te Zierikzee, op
(i December 1(550 niet Johanna Boeye, ook j.d. van
Zierikzee.
Johannes Rogicrse was 7 December 1647 tot poorter
te Zierikzee aangenomen.
Reeds zeer spoedig was de vacature te Kerkwerve ver-
vu ld door
5. liciinug de Wasier,
een Zierikzeeënaar van geboorte. Hij was n.1. de zoon
van Herman de Wasier, die 1 Februari 1594 als poorter
te Zierikzee werd ingeschreven, als blauwverver en twijnder
van Antwerpen, en van Anna Lindemans, uit Cl ent ge-
boortig, maar tijdens haar huwelijk, in Mei 1(505), te
Rotterdam wonende.
Levinus de Wasier werd den 11 Juni 1(510 te Zierikzee
gedoopt, studeerde tot 1(531 te Leiden en werd 14 Juli
1632 proponent bij de classis van Schouwen en Duiveland.
Als zoodanig den 20 April 1(53(5 te Kerkwerve beroepen
zijnde, werd dit beroep den 30 April d.a.v. door de classis
geapprobeerd en hij den 27 Juli 163(5 te Kerkwerve
bevestigd.
Slechts korten tijd stond hij te dezer plaatse, daar hij
reeds op 6 Juni 1638 te Oosterland beroepen was, welke
roeping hij, na approbatie der classis van 10 Juni, volgde
en aldaar op 18 Juli d.a.v. bevestigd werd door zijn voor-
ganger Ds. Tobias Damman.
Te Oosterland staande, zag hij zich in 1640 benoemd
tot een der gedeputeerden vanwege de classis van Schou-
wen en Duiveland voor het opzicht over do Vlaamsche
kruiskerken.
In 1643 naar Ter Neuzen beroepen, werd dit beroep,
door een gebrek in den vorm, den 24 September door
-ocr page 10-
8
de classis van Walcheren gedisapprobeerd, maar den
1 October opnieuw en nn verbeterd ingebracht, met de
verlangde goedkeuring bekrachtigd, gelijk zulks eveneens
bij de classis van Schouwen en Duiveland op 7 October
d.a.v. geschiedde. Te Oosterland nu in Mei 1644 afscheid
genomen hebbende, nadat de classis van Walcheren op
het bespoedigen van zijne overkomst had aangedrongen,
werd hij den 5 Juni d.a.v. te Ter Neuzen bevestigd door
Ds. Lucas Spiering van Middelburg.
In ongehuwden staat te Ter Neuzen gekomen, trad hij
den 26 Juli 1645 te Middelburg in den echt met Johanna
Dassevael, j.d. van Ter Neuzen, bij welke vrouw hij twee
zoons en twee dochters won. Zij overleed in het kraambed
ï) Augusts 1654, waarna hij in Augustus 1658 te St. Maar-
tensdijk hertrouwde met Philippina Liens, j.d. van daar.
De vier te Ter Neuzen geboren kinderen uit zijn eerste
huwelijk waren: Hermanus, gedoopt 19 Juli 1648, Petro-
nella, gedoopt 28 Augustus 1650, Johanna, gedoopt 18
Augustus 1652 en Petrus, gedoopt 9 Augustus 1654.
Door zijne ijverige bemoeiingen werd het bekrompen
oude kerkgebouw te Ter Neuzen door eene geheel nieuwe
en ruimere kerk vervangen, waarin hij den 11 April 1660
de eerste predicatie deed over Lucas XIX : 45—48. Uit
het opschrift van een grafzerk in de kerk aldaar bleek,
dat hij den 22 Maart 1665, op ruim 54-jarigen leeftijd
overleden is, na die gemeente bijna 21 jaar als predikant
bediend te hebben.
Als opvolger van Ds. de Wasier verkreeg men te
Kerkwerve
6, Petras de Buysson,
sedert 1635 proponent bij de classis van Walcheren. Op
27 Juni 1638 alhier beroepen, werd dit den 9 Juli door
de classis geapprobeerd en hij den 26 September 1638 te
Kerkwerve bevestigd door Ds. Godefridus Udemans van
Zierikzce.
Den 11 Januari 1640 deelde Ds. de Buysson in de
classicale vergadering mede, dat hij bij resolutie der Staten
van Zeeland van 28 October 1639 nu het volle tractement
-ocr page 11-
9
had gekregen, op gelijken voet als zulks door de andere
predikanten in Schouwen genoten werd en te Kcrkwerve
voor zich en zijne opvolgers eene woning te zullen laten
maken, waarop de classis vaststelde, dat die woning
tegen een bepaalde som door de volgende predikanten
moest worden overgenomen.
Den 5 Juli 1646 te Ritthem beroepen, werd dit beroep
den 25 dito bij de classis geapprobeerd, maar verbleef
hij nog tot in October d.a.v. te Kcrkwerve, tot zijn op-
volger aldaar in functie getreden was. Den 28 October
1646 te Ritthem bevestigd zijnde door Ds. Johannes
Hoornbeek Sr., van Vlissingen, werd hij den 11 Januari
1650 te Oost-Souburg beroepen, waar hij 2!J Mei d.a.v.
bevestigd werd. Reeds in het volgende jaar is hij te dier
plaatse overleden en werd reeds 16 December 1651 aldaar
een opvolger beroepen.
Geboren te Nieuw-Beierland als zoon van Joost de
Buysson, huwde hij te Zicrikzee den 17 April 1640 met
Catharina Pipard, gedoopt te Zicrikzee 21 Juni 1620 en
overleden aldaar in 1656, dochter van Jacques Pipard,
van 1618 tot 1625 predikant bij de VVraalsche gemeente
te Zierikzee, en van Anna Clement.
Hij liet eene dochter na, Johanna de Buysson, die in
1643 te Kcrkwerve geboren was en tweemaal gehuwd is,
1°. te Zierikzee den 11 April 1662 met David Clement,
secretaris der heerlijkheden van de stad Middelburg,
gedoopt te Zierikzee, 7 October 1640, zoon van Ds. Antonie
Clement, predikant bij de Waalschc gemeente te Zierikzee
1626—1652, en van Catharina Walaeus; en 2°. te Zierikzee
25 Februari 1672 met Johannes de Vriendt, wedn. en
brouwer van Vlissingen.
7. Ja o o bus Baselins
werd de opvolger van Ds. de Buysson. Hij was geboren
te Bergen op Zoom en 8 December 1623 aldaar gedoopt
als zoon van Sanmel, predikant aldaar en van Elisabeth
van de Porre. Hoezeer tijdens zijne geboorte zijn vader
predikant was te Ossendrecht c. a. en eerst in 1628 te
Bergen op Zoom in dienst getreden is, blijkt het evenwel,
-ocr page 12-
10
dat hij ter laatstgenoemder plaatse geboren en althans
bepaald aldaar gedoopt is. Bij zijne inschrijving als student
te Leiden op 27 Februari 1(588 en aldaar toen inwonende
bij professor Marais Zuerius van Boxhora, teekende hij
zich dan ook als geboortig van Bergen op Zoom. Na vol-
brachte studie werd hij den 4 October Ki44 na examen
bij de classis van Tholen c. a. als proponent toegelaten.
Als zoodanig den 16 September 1646 hier beroepen en
den 28 October van dat jaar door Ds. Johannes Rogierse
van Brouwershaven bevestigd zijnde, is hij in Februari
1661 te dezer plaatse overleden. Hij was den 20 Juli 1649
getrouwd met Elisabeth Dodius, dochter van Ds. Petrus
Dodius, predikant te Serooskcrke op Schouwen en van
Elisabeth van den Heede, die te Zierikzee overleed en te
Kerkwerve 19 Februari 1704 begraven werd.
Bekend is deze geleerde man door zijnen Sulpitius
Belgicus etc, welk werk hij, bij de waarneming van
zijnen dienst, alhier heeft ojigesteld en dat door prof.
Melchior Leydcckcr, A". 1700, gevoegd is achter de Neder-
landsche Historie van prof. M. Z. van Boxhorn, getuigende
de hoogleeraar Leydecker van hem, dat hij, nog student
aan de Leidsche academie zijnde, oog, hand en pen
geweest was van professor Boxhorn, bij het uitgeven
zijner Chronick van Zeeland.
Nog andere werken worden hem toegeschreven, gelijk
hij mede een onuitgegeven handschrift heeft nagelaten,
dat in het bezit was van den kundigen pensionaris van
Zierikzee, Mr. A. .1. de Ruever.
8. Godefridas Brnynvisch
was de achtste predikant van Kerkwerve. Hij was te
Zierikzee gedoopt den 28 September 1688, als vierde zoon
van Ds. Martinus Bruynvisch, predikant aldaar, en van
Maaiken Bastcrt, en werd naar zijn oudoom, Ds. Udc-
mans, Clodefridus genoemd.
Na op 18 en 19 Augustus 1660 geëxamineerd en tot
proponent bij de classis van Walcheren toegelaten te
zijn, werd hij alhier beroepen en 19 Juni 1661 bevestigd.
Den 29 Juni 1664 als opvolger van wijlen zijn broeder
-ocr page 13-
11
Rochus naar Zierikzee beroepen, aanvaardde hij aldaar
in Juni 16G5 zijne bediening en overleed er in December
1673, slechts 35 jaar oud zijnde. Het blijkt niet, dat hij
gehuwd is geweest.
Zijn opvolger te Kerkwervc was
0. Caesar Roelandi.
Deze in 1640 te Middelburg geboren, werd den 20 Sep-
tember 1658 te Leiden als student ingeschreven en na
examen op 24 en 31 Augustus 1662 door Ds. Nicolaas
Leydecker van Retranchement als proponent bij de classis
van Walcheren aangenomen. Als zoodanig alhier den
2 November 1664 beroepen, hadden bij dit beroep zoo-
danige informaliteiten plaats gegrepen, dat de classis het
den 20 dito moest improbeeren. Hierover ontstonden lang-
durige moeielijkheden, waarmede zelfs de Heeren Staten
van Zeeland gemoeid, en die eerst in eene coetuale ver-
gadering der vier dassen van Zeeland, op last der Staten,
van 29 Juni—2 Juli 1666 te Zierikzee gehouden, beslecht
werden. Volgens do op 16 Februari 1665 door den
kerkeraad van Kerkwerve bij de classis van Walcheren
ingediende klacht, was hun beroep wettig geweest, maar
door de classis van Schouwen afgewezen.
Het beroep nu den 28 November 1666 herhaald zijnde,
werd de beroepene den 1 Januari 1667 tot predikant alhier
bevestigd.
Den 10 Februari d.a.v. werd in de vergadering der
classis van Walcheren eene dankbetuiging van Ds. Roelandi
medegedeeld voor hetgeen dat lichaam te zijnen gunste
had bewerkt.
In het begin van 1695 is hij te Kerkwerve overleden.
Een zoon van hem, Gesar Roelandi, Averd te Kerkwerve
geboren, vestigde zich als medicinae doctor te Tholen en
ondertrouwde te Zierikzee den 3 November 1697 met
Cornclia Mogge, j.d. van Zierikzee.
10. «F o hannes II offer
werd de opvolger van Ds. Roelandi. Geboren uit een oud
Zierikzeesch regeeringsgeslacht, werd hij den 14 December
-ocr page 14-
12
1(570 te Zierikzee gedoopt als zoon van Mr. Johannes
Hoffer en van Lcvina Vierling. Na tot proponent bij de
classis van Voorae en Putten aangenomen te zijn, werd
bij in April 1695 alhier beroepen en op 19 Juni d.a.v.
bevestigd.
Vier en twintig jaren diende hij deze gemeente, tot hij
den 7 November \'1710 alhier overleed, eene weduwe en
kinderen nalatende.
Hij was n.1. in 1701 te Kerkwerve gehuwd met Wille-
inina Verseput, geboren aldaar 28 November 1(580 en te
Zierikzee overleden den 30 October 1734 (begr. 4 Novem-
ber), dochter van Adriaan Verseput en van Catharina
Willemse Verseput, uit welken eclit te Kerkwerve geboren
werden: 1. Johan Hoffer, geboren 19 Januari 1702;
2.  Adriaan Hoffer, geboren 17 Februari 1703, sterft jong;
3.   Adriaan Hoffer, geboren 13 April 1704, sterft jong;
4.  Lcvina Hoffer, geboren 11 November 1705, sterft jong;
5.  Iman Hoffer, geboren 30 Mei 1707, huwde te Zierikzee
24 Juni 1727 met Cornelia Holkom, j.d. van Zierikzee;
6.  Adriaan Hoffer, geboren 31 Juli 1708; 7. Lcvina Hoffer,
geboren 21 November 1709, sterft jong; 8. Rochus Hoffer,
geboren 31 October 1711, huwde in Augustus 1733 met
Magdalena van Nispen, j.d. van Gocs, en vertrok later
naar West-Indië; en 9. Lcvina Catharina Hoffer, geboren
17 September 1717.
Als opvolger van Ds. Hoffer verkreeg men alhier
11. Andreas Andriessen,
geboren te Schoondijke 27 Januari 1099, toen zijn vader
.Tacobus, gehuwd met Adriana Saalders, aldaar als predi-
kant stond. Hij studeerde te Franeker, waar hij in 1715
als student werd ingeschreven.
Na volbrachte studie, werd hij den 27 Juni 1719 bij
de classis van Zuid-P>eveland praeparatoir geëxamineerd
door ds. Hubertus Pieroom, predikant te Goes, en na
proefpredicatie over 1 Petr. II : 21, den 11 Juli 1719 als
proponent toegelaten. Als zoodanig, en te Vlissingen
woonachtig, den 23 April 1720 te Kerkwerve beroepen,
bij approbatie der classis van Schouwen ca. van 30 dito,
-ocr page 15-
13
werd hij den 28 Mei bij die classis peremptoir geëxami-
necrd door ds. Jeremias van der Grijp, predikant te
Noordgouwe en den 7 Juli 1720 tot predikant bij deze
gemeente bevestigd door zijn vader Ds. Jacobus Andriessen,
toen predikant te Vlissingen, met Jcrcmia III : 15, intrede
doende met Jeremia I : 4—8. Hij predikte den 26 Decem-
ber 172a hier afscheid met Handelingen XX : 31—32,
als zijnde 17 October naar Steenbergen verroepen, waar
hij den 2 Januari 1724 bevestigd werd door zijn ambt-
genoot aldaar Ds. Jacobus Pijll van Velsen, met Hebreeën
XIII : 17 en zijne intrede deed met Openbaring XI : 1.
Te Steenbergen nam hij 1 Mei 1729 afscheid met 2 Corin-
tlien VI : 1, als zijnde 21 November 1728 te Veere
beroepen, waar hij 15 Mei 1729 bevestigd werd door zijn
vader voornoemd, predikant te Vlissingen, met Jesaja
LXLI : G—7 en intrede deed met Romeinen XV : 30—33.
Hij werd 2 Juni 17(53 emeritus en overleed te Veere den
12 Januari 17(58, oud 08 jaar. Zijne ambtgcnootcn ver-
eerden zijne nagedachtenis, n.1. Ds. Jacobus de Schoesetter
eerst met Prediker VII : la en daarna op 15 Januari met
Prediker VH : 2, en Ds. Josua van Iperen, den 17 dito,
met Psalm XLI : 4.
Aan hem heeft de Nederl. Hcrv. Kerk bijzonder groote
verplichting, daar hij, zeer geijverd hebbende tegen de
gebrekkige Psalmberijming van Datheen, voornamelijk
den weg gebaand heeft tot eene verbeterde berijming der
psalmen tot kerkgebruik. Daarenboven heeft hij zich ook
bij de geleerde wereld kenbaar gemaakt door eene reeks
van schriften, zoo in dichtmaat als in proza, welke alle
blijken dragen van een schrander vernuft en van een niet
geringe mate van bedrevenheid in de gewijde dichtkunst.
Hij was gehuwd met Catharina Johanna van Royen, uit
wie hij een zoon heeft nagelaten, Jacob Johan Andriessen
(1725—1802) med. doctor en burgemeester van Veere, die
zich ook door zijne geleerdheid vermaard gemaakt heeft
en wiens zoon A. J. A. Andriessen, chartermeester enz.
van Zeeland geweest is.
12. Abraham van Hoornbeek,
in Augustus 1722 bij de classis van Utrecht tot proponent
-ocr page 16-
u
toegelaten, werd, als zoodanig on te Middelburg woon-
aehtig, den 20 April 1724 hier beroepen, bij approbatie
der classis van Schouwen e. a. van 9 Mei, bij welke classis
hij 3 Juni het peremptoir examen onderging door Ds.
Jeremias van der Grijp, predikant te Noordgouwe. Den
2 Juli 1724 tot predikant te Kerkwerve bevestigd door
Ds. Johan Wijnand Canzius, predikant te Zierikzee, met
2 Tim. II : 15, deed hij hier zijne intrede niet Psalm
CXXI : 1—2.
Tijdens hij hier stond diende de Ambachtsheer van
Kerkwerve eeno klacht in bij de Staten van Zeeland, dat
hij niet op zijne standplaats, maar te Zierikzee zich met-
terwoon gevestigd had, welke deze aanklacht bij resolutie
van 10 September 1789 aan Gecommitteerde Raden tor
bemiddeling opdroegen. Om zijne weigering en het zoeken
van allerlei uitvluchten, had de classis van Schouwen ca.
hem bereids van zijne sessie in de classicalc vergadering
ontzet.
Den 27 April 1742 naar Nieuw-Vossemeer beroepen,
nam hij 22 Juli daaraanvolgende te Kerkwerve afscheid
met 1 Petrus V : 10 en werd 5 Augustus 1742 te Nieuw-
Vossemeer bevestigd door Ds. Henricus Ludovicus Tcm-
minck, predikant te Oud-Vossemeer, niet JesajaLX : 7b,
aldaar intrede doende met Romeinen I : 15—10. Te dier
plaatse is hij den 5 Augustus 1756, na een kortstondige
ziekte, overleden.
13. Johannes Brands,
geboren te Bonda in Oost-Friesland den 1 Mei 1721 uit
Stephanus Brands en Klazina Gerhardi, werd te Einden
als proponent toegelaten. Als zoodanig den 80 September
1742 hier beroepen, bij approbatie der classis van Schou-
wen e. a. van 30 October, werd hij 20 November bij die
classis peremptoir geëxamineerd door Ds. Everhardus
Oosttim, predikant te Dreischor, en 16 December 1712
tot predikant te Kerkwerve bevestigd door zijn broeder,
Ds. Gerardus Everardus Brands, predikant te Ouwerkcrk
(Duiveland) met Jesaia LV : 5, hier intrede doende met
1 Kor. IX : 1(56. Door de classis van Schouwen c. a. den
-ocr page 17-
15
26 Maart 1748 tot legerpredikant benoemd, predikte hij
31 dito tot afscheid voor zijne tijdelijke afwezigheid uit
Romeinen XV : 80—33, en teruggekeerd zijnde, hervatte
hij 20 Octobcr 1748 zijn dienstwerk alhier met 1 Samuël
XVI : 4& en 5a.
Op het overlijden van Prins Willem IV, deed hij 7 No-
vember 1751 hier oene rouwpredicatie naar 2 Samuël
XXV : 1, inleiding uit Psalm LXXVI : 13a, en vooraf-
spraak uit Hosea X : 3.
Na langdurige ziekte overleed hij 10 Februari 1776 te
dezer plaatse, \'s morgens tusschen 2 en 3 ure, oud 54 jaar
9 maanden en 10 dagen, na ruim 33-jarigen dienst. De
lijkpredicatie werd 18 dito gedaan door Ds. Salomon Pie-
terman, predikant te Haamstede, naar Prediker XII : 56.
Hij huwde in 1742 (ondertrouwd te Ouwerkerk 24 No-
vember) met Helcna Johanna Immens, geboren te Elkerzee
21 Februari 1724, dochter van Ds. Robert Samuël Immens,
predikant aldaar, en van Jacoba van Boudijk, en won bij
haar te Kerkwerve do volgende kinderen:
1. Jacoba Brands, geboren 30 April 1744, overleden te
Zierikzee 2 November 1831, die aldaar 15 Januari 1786
huwde met Abraham van der Boor Koole, weduwnaar,
geboren te Zierikzee 15 November 1749, overleden aldaar
21 Januari 1818, wiens nakomelingen nog te Zierikzee
wonen; 2. Leonardus de Rijke Brands, geboren 23 Mei
1746; 3. Stcphanus Brands, geboren 29 September 1747,
bezocht het seminarium te Lingen, waar hij 21 Juli 1766
eenc redevoering hield: „de concordia communi humanae
societatis vinculo" en 5 September d. a. v. aldaar tot de
academische lessen gepromoveerd werd. Als proponent is
hij vervolgens 19 Mei beroepen en 20 September 1772 tot
predikant te Nieuw-Vossemeer bevestigd, waar hij 6 Juli
1802 overleden is. 4. Robertus Samuël Brands, geboren
28 Juli 1749, overleden te Curaeao 9 September 1797;
5.   Klasina Martina Brands, geboren 29 Januari 1752;
6.  Abraham Thomas van Boudijk Brands, geboren 11 No-
vember 1754, overleden te Zierikzee 16 Maart 1801;
7.   Gerhardus Johannes Brands, geboren 25 Maart 1756,
en 8. David Brands, geboren 14 Augustus 1757.
Toen op 6 November 1743 te Kerkwerve het huwelijk
-ocr page 18-
18
voltrokken werd van don lieer Leonardus de Rijcke,
weduwnaar van Adriana Baart en wonende te Vlissingen,
met mej. Jacoba van Boudijk, de weduwe van T>f>. Robertus
Samuel Immens, toen Avonende te Onwerkerk, schonken
deze echtgenooten ten dienste der ouderlingen- en diaken-
bank in de kerk te Kerkwerve, vijf fraaie bijbels, om
daar voortdurend ten gebruike van ouderlingen en diakens
te blijven dienen.
Na het overlijden van Ds. Brands werd op 5 Augustus
1770 alhier vruchteloos beroepen Abraham Verschuil,
proponent van de classis Amsterdam.
14. .9 oiiau ii«*g Wittermans,
werd 10 Februari 1777 proponent bij de classis van Fra-
neker, na proefpredicatie over Romeinen V : 7—<S en
examen door Ds. A. Haitsma, theol. doet. en predikant te
Midlum en Ds. W. Martini, predikant te Pietersbierum.
Als zoodanig 22 Maart 1777 alhier beroepen, werd hij
27 Mei bij de classis van Schouwen c. a. peremptoir
geëxamineerd door Ds. IL A. van Marie, predikant te
Zierikzce en 29 Juni 1777 tot predikant te Kerkwerve
bevestigd door zijn vader Ds. Nicolaas Wittermans, pre-
dikant te Kleverskerke, met 1 Petr. V: 2a, intrede doende
met Psalm XXXIV : 12. Hij deed bier vrijwillig afstand
van zijn dienst en werd 27 Maart 1790 bij de classis en
5 Mei bij den kerkeraad alhier behoorlijk ontslagen, na
op 2 Mei 1790 zijn predikwerk besloten te hebben, en
nam nu zijn verblijf te Franeker.
Daarna beroepen tot predikant te Oostcrzee on Echten,
deed hij \'6 Juli 1791 aldaar zijne intrede met Efesen
VI : 19—20/>. Wegens willekeurig verlaten van zijn dienst
bij die gemeente, werd hij 27 Mei 1795 door de classis
van Zevenwouden gedeporteerd, doch bij request verzocht
hebbende hersteld te worden, op betuiging van leedwezen
en het vertoon van bewijzen van zijn christelijken en
oncrgerlijken wandel, werd hem zulks bij die classis
daarna nog toegestaan, hoezeer van zijn verder wedervaren
zich geen spoor meer vertoont.
Zijne ouders waren Ds. Nicolaas Wittermans en Catha-
-ocr page 19-
17
rina Geene, en zijne vrouw heette Jacoba de Nut. Bij
deze won hij te Kerkwerve vier kinderen:
1. Nicolaus Johannes Wittermans, geboren 10 Juni
1778; 2. Margaretha Jacoba Wittermans, geboi-en 3 April
1780 en \'26 Juni d. a. v. te Kerkwerve overleden; 8. Karel
Jacobus Wittermans, geboren 6 April 1783 en 4. Catharina
Johanna Wittermans, geboren 3 October 1788 en te Kerk-
werve overleden 26 October 1789.
Na drie vergeefsche beroepen (8 Januari 1791 op A. A.
Bruinings, proponent bij de classis van Franeker, 23 Febr.
d.a. v. op Ds. Th. Rosse te Leende en 22 Maart d. a. v.
op Ds. M. Gersen te Ouddorp) bekwam men een predi-
kant in
15. Hermanus YVesselink,
zoon van Sebastiaan en broeder van Eilard, die 7 Augustus
1777 aan de Latijnsche school te Doesburg naar de acade-
mische lessen te Harderwijk bevorderd werd. Na vol-
brachte studiën bij de classis van Zutfen tot proponent
toegelaten, werd hij 13 Juni 1784 te Everdingen beroepen
en 5 September van dat jaar tot predikant aldaar bevestigd
door Ds. 0. A. van Buuren, predikant te Culemborg, met
Jesaia LXVI : 19—20 en deed er intrede met Jesaia II: 5,
van welke gemeente hij 29 Juni 1788 afscheid nam met
Hebreeën XIII : 20, als verroepen naar Prinseland of
Dinteloord. Den 6 Juli 1788 aldaar bevestigd door Ds.
Henrieus Boon, predikant te Acquoi, met 2 Tim. IV : ">.
deed hij er intrede met Lucas XIV : 23 en nam er afscheid
den 25 September 1791 met 1 Thes. IV : 1, als zijnde den
5 Juli 1791 herwaarts beroepen. Te Kerkwerve werd hij
9 October 1791 bevestigd door Ds. B. Martinius, predikant
te Elkerzee, met Titus II : 7 en deed hier intrede niet
2 Kor. V : 20. Den 3 Maart 1793 te Colijnsplaat beroepen,
berichtte hij 5 dito hier de ontvangst, maar bedankte en
verbond zich daarna den 19 Maart met Psalm XC : 16-17.
Hij nam 22 Januari 1797 afscheid van deze gemeente, als
zijnde den 16 October 1796 beroepen te Axel c. a., waar
hij 5 Februari 1797 bevestigd werd door Ds. Johannes
Jacobus Groenewoud, predikant te Zierikzee, met Ezech.
-ocr page 20-
18
XXXI : 11 en intrede deed met Hand. XIII : 88. Aldaar
staande, berichtte hij 26 September 1802 de ontvangen
beroeping naar Veldhoven c. a. en 10 October het bedanken,
zich 17 dito verbindende met Hebr. X : 24. Beroepen te
Kruiningen 4 Februari 1813, berichtte hij 5 dito de ont-
vangst en 28 dito het bedanken, zich 7 Maart verbindende
met 1 Sam. VII : 12. Beroepen te Kats 28 October 1823,
berichtte hij 2 November de ontvangst en 9 dito, predi-
kende over Psalm XXXII: 8, de aanneming. Na te Axel
4 Januari 1824 afscheid gepredikt te hebben met 1 Thess.
IV : 1, werd hij 11 dito te Kats bevestigd door Ds. Chris-
tiaan Meeuse, predikant op den Hoek, met 2 Kor. V : 20a
en deed er intrede met Hand. VIII : 5, maar predikte er
reeds 11 December 1825 afscheid met Hand. XX : 26-27,
als zijnde 1 October verroepen naar Waarde ca. in Zuid-
Beveland, waar hij 18 December 1825 bevestigd werd door
Ds. P. J. Landsknegt, predikant te Wissenkerke in Noord-
Beveland, met Marcus XVI : 15 en intrede deed met
2 Kor. VI : 5a.
Na op Zondag 18 Februari 1827 aldaar nog gepredikt
te hebben, overleed hij 20 dito aan de gevolgen eener
slijmberocrte, oud 66 jaar en 7 maanden. De rouwpredicatie
werd 4 Maart 1827 aldaar over hem gedaan door Ds. J. .1.
Schilham, pred. te Fort Bath ca., naar Openb. XIV , 13.
Hij liet als weduwe na Alberta Catharina van der Horst,
met wie hij ruim 42 jaar gehuwd was en vier kinderen.
Een van deze, Johanna Everharda Wesselink, overleed te
Kats 1 Augustus 1856, bijna 66 jaar oud, als vrouw van
Cornelis Eversdijk, die den 29 April 1870 aldaar overleden
is, 78\'/2 jaar oud.
Te Kerkwerve won hij:
1. Balthazar Jan Wesselink, geboren 24 November 1792
en 2. Hendrina Catharina AVesselink, geboren 17 Jan. 1795.
Na no. 15 werd den 18 April 1797 alhier beroepen Ds.
Sinion de Kok, predikant te \'s Gravenzande, die echter
reeds 27 Mei d. a. v. overleed.
10. Hendrik Antlionie Schutte,
geboren te Aalten 30 Januari 1749, studeerde te Utrecht
-ocr page 21-
]-.)
en werd 14 Juni 1775 na proefpredicatie over Titus II : 14
on examen door Ds. Wakker, predikant te Eemnes-bui-
tendijks, bij de classis van Amersfoort tot proponent
toegelaten. Als zoodanig 2 Juni 177(5 beroepen te Ooster-
land, Stroe en den Oever op liet eiland Wieringen, bij
approbatie der classis van Alkmaar van 4 dito, werd hij
23 Juli l)ij die classis peremptoir geëxamineerd door Ds.
Adrianus van Eykcn, predikant te Oost-Graftdijk, en 8
September 177(5 tot predikant aldaar bevestigd door Ds.
15. Stnmph, predikant te Breedevoort, met Hebr. "XIÏI: 17
en deed er intrede met 2 Kor. II : 1C)1>, van daar 8 No-
vember 1789 afscheid nemende met 1 Kor. XVI : 23—24.
Beroepen te Schoondijke 17 Augustus en bevestigd (>
December 1789 door Ds. Amoldus Braam, predikant te
Uzcndijke, niet 1 Kor. IV: 1—2, intrede met Coloss. 1: 28.
Beroepen te lloedekenskerke 13 September 1793, doch
bedankte. Hij nam afscheid te .Schoondijke 23 Juli 1797
niet 1 Kor. XVI: 24, als beroepen te Kcrkwerve 29 April
bevorens, en werd alhier 30 Juli 1797 bevestigd door Ds.
Nicolaas Stelt, predikant te Zierikzee, met 2 Thess. III: 1,
intrede doende niet Coloss. I : 28. Beroepen te Aagtekerke
23 Mei 1798, bedankte hij. Hij nam 14 April 1799 afscheid
te Kcrkwerve met 1 Kor. XVI : 23, als 5 December te
voren beroepen te Oostkapelle, alwaar hij 21 April 1799
bevestigd werd door Ds. W. C. Hoog, predikant te Dom-
burg, met Spreuken XI : 30?>, intrede doende met 2 Kor.
IV : 5. Beroepen te Bekcrke 22 Februari 1808 en te
Baarland 5 Maart 1808, bedankte hij voor beide.
Op zijn verzoek, bij Z. M. besluit van 8 Februari 1820,
no 145, emeritus verklaard, werd hij 30 Juni van dat jaar
eervol te Oostkapelle ontslagen en overleed te Middelburg
10 October 1829, oud 80 jaar en ruim 8 maanden. Van
zijn overlijden werd 11 October 1829 te Oostkapelle kennis
gegeven; te Schoondijke 18 dito met 1 Thess. IV : 13 en
te Kcrkwerve mede 18 dito door Ds H. de Graaf! met
2 Petrus I : 14.
Hij was in 1778 gehuwd met Grada Christina Brevenier,
die hem 10 kinderen schonk, welke echtgenoote hem 18
December 1823 te Oostkapelle door den dood ontvallen is.
Bij zijn overlijden waren nog 6 kinderen in leven.
2
-ocr page 22-
20
17. Jan II o o % e n «I o rp,
geboren te Haarlem 18 Augustus 17U.*>, studeerde te Leiden
en werd 5 November 1785 bij de classis van Leiden en
Nederrijnland als proponent toegelaten. Beroepen 11 Fe-
bruari 1788 te Zwartewaal, werd hij, na op 0 Mei hij de
classis van Vborne en Putten peremptoir] geëxamineerd te
zijn door Ds. A. A. Kuvél, predikant te Rockanje, den
22 Juni 1788 te Zwartewaal bevestigd door Ds. Joh. Bos-
man, predikant te Geervliet, niet Lucas X : 42a, intrede
doende met Matth. XXVIII : 20. Beroepen te Brouwers-
haven 10 November 1793, berichtte hij 17 dito de ont-
vangst en 24 dito het bedanken, zich verbindende met
Philipp. I : 8—10. Tengevolge van de tijdsomstandigheden
werd hij in 1798, op zijn verzoek, te Zwartewaal eervol
ontslagen, en fungeerde sinds als handelaar en commis-
sionnair. Doch, alras weder ecne standplaats begeerende,
beval hij zich der vacante gemeente van Kerkwerve aan ,
waar liij op 10 November 17!)!) een predikbeurt vervulde,
en daarmede voldaan bobbende, onmiddellijk na de gods-
dienstoefening, hij stemming van de manslidmaten, onder
directie van Ds. Johs. de Wit, predikant te Zierik/.ee,
beroepen werd. Den 2!) December 179!) tot predikant te
Kerkwerve bevestigd zijnde dooi- voornoemden Ds. de Wit
met Mare. XVI : 156, deed hij hier intree niet Joz. I : 56.
Beroepen te; St. Maartensdijk 19 November 1801, berichtte
hij 28 dito de ontvangst, en 20 December het bedanken,
zicli 27 dito verbindende met Philipp. 1 : 8—II, ten-
gevolge waarvan hem hier een aanzienlijke verhooging
van tractement werd toegezegd.
Maar, den 15 Februari 1802 andermaal te St. Maartens-
dijk beroepen, berichtte hij 21 d\'to alhier de aanneming
en predikt»; 11 April 1802 bij deze gemeente; afscheid met
Philipp. IV : 9. Te St. Maartensdijk werd hij op Paasch-
Maandag, 19 April 1802, bevestigd door Ds. .). W. de
Bnivn, predikant te Oud-Vossenieer, met Marcus XVI :
15—16 en deed er intrede met 1 Kor. 11:2.
Hij vierde 2!) April 1827 aldaar zijn 25-jarig verblijf
en gedacht den 24 Juni 1838 aldaar zijn 50-jarigen dienst
bij 3 gemeenten met 2 Kor. II : 17, welke feestrede door
-ocr page 23-
21
door hem in druk is uitgegeven. Nog werd in 1807 door
hem uitgegeven: „Leerrede om bij het gebruik der Evan-
gelischc Gezangen vrede te stichten" en in 1810: „De
ontmaskcraar van het dierlijk magnctismus ontmaskerd".
Hij overleed te St. Maar-tensdijk 4 Mei 1840 aan eene
kortstondige ziekte, na op den tweeden Paaschdag voor
het laatst gepredikt te hebben. Do rouwpredicatic werd
10 Mei alhier gedaan door Ds. S. M. de Bruin, predikant
te Schorpenisse, naar Pred. XII : 5, alsmede op 17 dito
door zijn leerling on vriend Ds. Mar. Was, predikant te
[Jzendijke, naar Genesis III : VM>. Van zijn overlijden
werd 10 Mei te Zwartewaal en 17 dito te Kerkwerve
kennis gegeven.
Hij was eerst gehuwd met Johanna Hakker, uit wie
hij hij zijn overlijden 3 kinderen naliet, en daarna niet
Elisabcth van Velzen, die als weduwe met 3 minderjarige
kinderen hem overleefde.
Na hem werd 10 April 1802 te Kerkwerve vruchteloos
beroepen Ds. II. van den Broek, predikant te Prinsenhage.
IS. Lambert Godfried Pieterson,
geboren te Amsterdam uit Godfried - en Anna Maria
Toussaint, werd 9 Juni 1800 bij de classis van Amsterdam
als proponent toegelaten. Alhier beroejien o0 Mei 1802,
werd dit beroep den 24 Augustus van dat jaar door de
classis van Behouwen c. a. geapprobeerd en de beroepene
ten zelfden dage bij die classis peremptoir geëxamineerd
door Ds. J. Spaan, predikant te Noordgouwe, waarna hij
den 10 October 1802 tot predikant te Kerkwerve werd
bevestigd door Ds. Jobs. de Wit, predikant te Zierikzee,
met 1 Tim. IV : 10, intrede doende met 1 Kor. IX : 166.
Zich in den drank geheel verloopcndc, werd bij eindelijk
den 25 Augustus 1812, als onbekwaam liet II. dienstwerk
langer te vervullen, door de classis van Schouwen c. a.
afgezet.
Hij was in September 1802 gehuwd met Gezina Stram,
geboren 22 Mei 1775, die te Kerkwerve in het kraambed op
2 Juni 1810 overleed, na bevallen te zijn van tweelingen
en won aldaar bij haar: 1. Godfried Pieterson, geboren
18 Juni 1808; 2. Jan Frederik Pieterson, geboren 16
2*
-ocr page 24-
22
Augustus 1804, overleden te Kerkwerve 21 October 1804;
3. Lambertus Pieterson, geboren 18 November 1805, over-
leden te Kerkwerve 5 April 1808; 4. Johanna Maria
Pieterson, geboren 25 November 1806; 5. Wilhelmus
Sophius Pieterson, geboren lü November 1807; G. Jan
Prederik Pieterson, geboren 3 Mei 1809, overleden te
Kerkwerve, 12 December 1800; 7. Gezina en 8. Lamberta
Pieterson, geboren 20 Mei 1810, beiden overleden te
Kerkwerve, de eerste 2 September 1810 en de tweede
31 Augustus 1810.
19. Koenraad Heringa,
geboren in 1790 te Nijkerk, werd 23 Juni 1813 bij de
elassis van Puren, te IJselstein, na examen door Ds. W. P.
lioyens, predikant te Leerdam en proefpredicatie over
1 Job. IV : 10, tot proponent aangenomen. Als zoodanig
den 22 Augustus 1813 hier beroepen, bij approbatie der
classis van Schouwen e. a. van 2 September, werd bij
21 dito bij die classis peremptoir geëxamineerd door Ds. P.
Morilyon Loysen, predikant te Elkerzee, bij proefpredicatie
over Hom. V : 8. Tot predikant te Kerkwerve werd bij
31 October 1813 bevestigd door zijn -vader Jodocus Heringa
Eliza\'s zoon, hoogleeraar te Utrecht, met Titus II : 15
en deed zijn intrede met 1 Kor. II : 2. Hij berichtte
29 October 1815 hier de ontvangen collatie naar Her-
wijnen, en 19 November, dat bij die roeping zou volgen,
predikende alzoo den 21 April 1816 bier afscheid met
Deut. XXX : 19. Den 5 Mei 1816 werd bij te Herwijnen
bevestigd door zijn vader voornoemd met Matth. XXV :
40b en deed er intrede met 2 Kor. XII : 9a, van welke
gemeente hij 24 Februari 1822 afscheid nam met Joh.
IV : 36—39r<. Tijdens hij hier stond werd hij 30 Augustus
1820 te Randwijk ca. en 6 Februari 1821 te Ottoland
e. a., beroepen doch bedankte telkens.
In October 1821 door Z. M. benoemd tot predikant te
Beusichem en vervolgens aldaar kerkelijk beroepen, werd
hij er 10 Maart 1822 bevestigd dooi- zijn ineergenoemden
vader met Joh. XII : 26/*, intrede doende met 1 Kor.
III : 7—8. Aldaar staande, beroepen 28 September 1825
te Winkel en 30 November 1825 te Baarland, bedankte
-ocr page 25-
23
hij voor beide. Den 22 October 1826 predikte hij te
Beusichem afscheid met Pred. XIl : 13. Beroepen te
Berlicum en Rosmalen 21 Juli en 5 November 1820,
aldaar bevestigd door Ds. Hermanus Potbolt van Dorp,
predikant te Vechel c. a., niet Philip. U : 20, deed liij
er intrede met 1 Kor. XIII : 13. Beroepen 22 Juli 1827
te Asten, bedankte hij. Den 29 September 1833 predikte
hij te Berlicum c. a. afscheid met Openbaring 111 : 11/;,
als in Januari bevorens te Delfzijl beroepen, alwaar hij
13 October 1833 bevestigd werd door Ds. Heino Her-
raanus Brucherus Cleveringa, predikant te Uitwierda, met
1 Kor. III : II, intrede doende met Kom. I : lb\'. Hij
vierde den 4 November 1838 aldaar gedachtenis van
25-jarigen dienst bij 5 gemeenten en den 6 November
1853,   bij gelegenheid van de Avondmaalsbediening, van
40-jarigen dienst, met Lucas XXII : 19c, ontvangende
7 dito bericht van Z. M. besluit tot emeritaat met 1 Jan.
1854.    Te Delfzijl 31 December 1853 afscheid gepredikt
hebbende met Hebr. XIII : 8, overleed hij te Utrecht
den 20 October 1809.
Na no. 19 werden vruchteloos alhier beroepen, op
I Juni 181b\' Ds. J. C. van Rhee, pred. te Poortvliet, en
op 6 Juli 1816 Ds. A. G. van Alderwereld, predikant te
Zantvoort.
20. Dirk Bakker,
geboren te Broek in Waterland in 1791 uit Jan Bakker
en Maritjc Beunder, oefende zich aan de Latijnsche school
te Hoorn, welke hij op eigen goedvinden, zonder ge-
promoveerd te zijn tot de academische lessen, te vroeg
verliet, als zich/elven reeds bekwaam genoeg achtende.
Sinds 1808 studeerde hij te Utrecht en werd, na examen
door Ds. L. L. Hondius Gaukes, predikant te Baarn c. a.,
den 10 Juni 1812 bij de classis van Amersfoort als propo-
nent toegelaten. Beroepen te Holijsloot ca. 4 Juli 1812,
werd hij , na op 18 April 1814 bij do classis van Edam
peremptoir geëxamineerd te zijn en bij proefpredicatie over
1 Joh. III : 14—15, door Ds. A. Mensma van Willes,
predikant te Beets, den 8 Mei 1814 tot predikant te
Holijsloot c. a. bevestigd door zijn oom Ds. B. G. Haver-
-ocr page 26-
24
kamp, predikant te Broek in Waterland, met 2 Tim.
11  : 15 en deed aldaar intrede met 2 Kor. XII : 9, van
welke gemeente hij 4 December 1816 afscheid nam met
2 Kor. V : 10<. Vandaar den 8 Augustus 1816 hier be-
roepen, werd hij den 22 December 1816 tot predikant te
Kerkwerve bevestigd door Ds. Nicolaas Stelt, predikant
te Zierikzee met 1 Thess. V : 12—13a en deed zijne intrede
met Hein-. II : 5. Hij huwde te Zierikzee 19 November
1817 met Maria de Wit, geboren te Zierikzee 28 Novem-
ber 1793, dochter van Ds. Johannes de Wit, predikant
te Zierikzee, en van diens eerste vrouw, Maria Sophia
Knops. Uit dit huwelijk werd 11 September 1818 te
Kerkwerve een zoon geboren, Baltus Jan, die reeds 15 Juli
1819 aldaar overleden is.
Ds. Rakker overleed te Kerkwerve 8 Januari 1821 aan
eene uitterende ziekte. De rouwpredieatie werd 28 dito
alhier over hem gedaan door Ds. F. I\'leyte, predikant te
Zierikzee, naar Matth. XXIV : 44 en te Holijsloot werd
van zijn overlijden den 21 dito kennis gegeven door Ds. C. J.
de Beer, predikant aldaar, met 1 Petrus 1 : 25—26.
Tijdens hij te Kerkwerve stond werd hij 15 Juli 1818
te Beets en 26 Augustus 1819 te Middelie e. a. beroepen,
doch bedankte, respectievelijk op 9 Augustus 1818 en
12  September 1819.
21. Willem Grodefridtis Tlanii,
geboren te \'s Gravenhage 3 Juli 1784, oefende zich in de
voorbereidende wetenschappen bij Ds. Arashoff, predikant
te Ulsen, en studeerde eerst aan liet atheneum te Am-
sterdam en daarna aan de hoogoschool te Utrecht. Als
proponent bij de classis van Utrecht, werd hij 2 Januari
1811 beroepen te Otterloo, waar hij den 31 Maart van dat
jaar tot predikant bevestigd werd door Ds. Albertus Uooi-
man, predikant te Kamcrik, met 1 Thoss. V : 11—13 en
intrede deed met 2 Kor. IV : 7.
Vandaar den 4 December 1821 te Kerkwerve beroepen
op ƒ 850 tracteincnt, berichtte hij 9 dito (e Otterloo de
ontvangst en 16 dito de aanneming, zoodat hij den
28 April 1822 te Otterloo afscheid predikte met Handel.
XVIII : 186. Den 12 Mei 1822 werd hij te Kerkwerve tot
-ocr page 27-
25
predikant bevestigd door Ds. P. van Exter, predikant te
Noordgouwe, met Lucas V : 1—11, zijne intrede doende
niet Jac. 1 : 21?*.
Ju ziekelij ken toestand "hier verkeerende, zag hij zich
ids gedrongen, het beroep den 11 September 1822 te
Oudcnhoorn op hem uitgebracht, den 22 dito aan te
nemen, weshalve hij, na een verblijf van ruim 6 maanden,
den 1 December 1822 hier afscheid predikte met Pred.
lil : 1«. Te Oudenhoorn werd hij 8 December 1822
bevestigd door Ds. Ti. W. van Rossum, predikant te
Leimuiden ca., met Hebr. XIII : 17 en deed er intrede
met 2 Koi\\ IV : 7. Beroepen te Piershil 6 Dee. 1825,
bedankte hij en verbond zich 2 Januari 1826 met 2 Kor.
XIII : 96. ïlij nam 2 Dee. 1827 te Oudenhoorn afscheid
met Hebr. XIII : 8, als zijnde ii October verroepen naar
Denekamp, waar hij 16 December 1827 bevestigd werd
door Ds. P. Immink, predikant te Ootmarsnm, met
Koloss. 1 : 2!)« en intrede deed met Jac. I : 21b. Den
20   Juli 1828 bedankte hij aldaar voor eene beroepsaan-
bieding naar den Ham. Xa bijna 1!) jaar te Denekamp
werkzaam te zijn geweest, overleed hij te dier plaatse
den 17 November 1846. Door gedurig toenemende ver-
zwakking was hij in de laatste jaren genoodzaakt geweest,
zich van een hulpprediker te voorzien. De rouwpredicatic
over hem werd 22 November te Denekamp gedaan door
Ds. A. \\\\\\ Duekers, predikant te Ootmarsum, naar Joh.
XI : \'2öl> en van zijn overlijden werd kennis gegeven
22 dito te Otterloo, 25 dito te Oudenhoorn en 29 dito te
Kerkwerve. Als weduwe liet hij na Maria Adriana van
(iriethuysen en eene dochter, Wïlhelmina Jodoca Eusebia
Manu, in 1820 te Otterloo geboren, die den 3 November
1848 huwde met Ds. Cornelis Ribbius (geb. te Deventer
21    Juli 1809 uit Mr. Henrik Ribbius en Rudolphina
Mechteld Jordens), die in 1834 candidaat werd, hulp-
prediker was to (\'haam 1839—1841, te Denekamp 1844—
1846 en op Schokland 1848. Aldaar 20 November 1848
tot predikant bevestigd en 25 Augustus 1850 zijne be-
diening bij die gemeente neergelegd. Hulpprediker te
Buurse 1 April 1855, als zoodanig 26 April 1868 eervol
ontslagen; predikant te Haaksbergen, voor den dienst te
-ocr page 28-
26
Buurtje, 20 April 1873, eervol ontslagen 28 April 1878 en
overleden als emeritus 7 December 1884, op den huize
Schadewijk te Twelloo, o\\id 75 jaar.
Na 15 vruchtelooste beroepen verkreeg uien eindelijk
een predikant in:
22. Hendrik de Graaff.
Geboren te Purnierend (! Augustus 17!)0 uit Michiel
Christiaan en Albertje Alderhout, werd hij 12 Juli 1809
aan de Latijnsche school te Hoorn naar de academische
lessen te Leiden gepromoveerd. Proponent bij de classis
van Delft en Delftland geworden zijnde op 4 April 1814,
na examen door Ds. S. J. H. van Hengel, predikant te
Delft, en proefpredicatie over 2 Kor V : 1, fungeerde hij
eerst als leeraar aan het Instituut van G. J. ter Hoeven
te Fijenoord bij Rotterdam.
Beroepen te Middelie 7 Juni 1816, werd hij, na op
7 Augustus bij het provinciaal kerkbestuur van Noord-
holland peremptoir geëxamineerd te zijn, den (ï October
1810 tot predikant aldaar bevestigd door Ds. II. van Tol,
thcol. doctor en pred. te Edam, met Haggaï II : 5 en
deed er intrede met Handel. IX : 35. Den 12 Augustus
1817 beroepen te Wervershoof, berichtte hij 17 dito te
Middelie de ontvangst en 24 dito de aanneming en 30
November 1817 aldaar afscheid predikende met 1 Kor.
VII : 316. Te Wervershoof werd hij 7 December 1817
bevestigd door Ds. Jobs. Barths. van den Berg, predi-
kant te Andijk, met Hebr. XII : 25, intrede doende met
1 Tim. I : 15, van welke gemeente hij 23 Juni 1822
afscheid nam met Joh. XIV : 18, als zijnde den 8 Maart
te Ellewoudsdijk beroepen, welk beroep hij 31 dito had
aangenomen. Aldaar werd hij 7 Juli 1822 bevestigd door
Ds. A. B. Hagen, predikant te Ovezande en Dricwegen,
met 1 Kor. IX : 226 en deed er intrede met Hebr. IX: 27.
Na in Nov. 1823 voor een beroep naar Kerkwcrve bedankt
te hebben, werd een herhaald beroep herwaarts 4 Juli
1824 op hem uitgebracht, aangenomen, zoodat hij 31
October 1824 te Ellewoudsdijk afscheid predikte met
Openb. III : 3. Tot predikant te Kerkwcrve werd hij
14 November 1824 bevestigd door Ds. F. Heytc, predikant te
-ocr page 29-
■11
Zierikzee, met 2 Kor. II : 14—17 en deed hier zijne intrede
niet 1 Koningen XX : ll/>. Den 3 October 1841 vierde
hij hier gedachtenis van zijn 25-jarigen dienst, bij vier
gemeenten, met Hebr. II : 10—13 en den 11 November
1849 van zijn 25-jarigen dienst alhier, met Psalm LTV : 8.
Op zijn verzoek emeritus verklaard, nam hij den 5 Oct.
1856 afscheid van de gemeente te Kerkwerve, met 2 Thess.
II : 13—17 en vestigde zich toen te Dreischor, waar hij
28 Febr. 18(j0, oud 69 jaar en 6 maanden, overleden is.
Van zijn overlijden werd den 4 Maart kennis gegeven
te Kerkwerve door Ds. A. van der Meij, te Middelie door
Ds. A. de Roo, te Wervershoof door Ds. E. de Bruyn en
te Ellewoudsdijk door Ds. J. A. van der Scheer.
Hij was te Dreischor 11 Mei 1825 gehuwd met Pieter-
nella Kip, geboren te Dreischor den 8 Februari 1798,
overleden te Zierikzee 20 Maart 1870, dochter van Samuel
Kip en van Grietje Zorge, bij wie hij te Kerkwerve een
zoon won, Machiel Christiaan de Graaff, die 3 Dec. 182(i
geboren werd en 30 October 18(54 te Zierikzee overleed,
nalatende als weduwe Martina van Sas en 5 kinderen.
Tijdens den dienst van Ds. de Graaff werd het kerk-
gebouw en de pastorie vernieuwd en hersteld, waartoe
o]> 1 November 1852 eene aanbesteding had plaats gehad.
23. Au lli o ii ie van der .71 e ij,
geboren te Doesburg 16 September 1832, bereidde zich
aldaar aan de Latijnsche school voor tot de studie, studeerde
te Utrecht en werd den 6 Augustus 1856 candidaat bij
het prov. kerkbestuur van Gelderland. In December 1856
alhier beroepen, ontving men 6 Januari 1857 bericht van
zijne aanneming.
Het beroep bij Z. M. besluit van 18 Maart 1857 No. 66
geapprobeerd zijnde, werd hij den 26 April 1857 tot
predikant te Kerkwerve bevestigd door Ds. J. R. Raren-
brugli, predikant te Zierikzee, mot Hand. VIII : öb, zijne
intrede doende met 2 Tim. II : 8a. Rcroepen te Hulst
24 October 1860, berichtte hij 28 dito hier de ontvangst
en II Nov. liet bedanken. Beroepen te Delft 12 December
1866, berichtte hij 1(5 dito hier de ontvangst en 23 dito
de aanneming. Na op den 28 April 1867 alhier afscheid
-ocr page 30-
28
gepredikt te hebben niet Efesen V : 1—2, werd hij den
12 Mei d.a.v. te Delft bevestigd door zijn ambtgenoot
aldaar Ds. Arcnt Drost Dz., met Matth. VI : 10a en deed
er intrede met Hebr. X : 9a. Te Delft werd hij, op ver-
zoek, emeritus verklaard en eervol ontslagen niet 1 Mei
1895, wegens voortdurende ongesteldheid en alzoo ver-
binderd cenc afscheidsrede te houden.
Uit zijn huwelijk niet Alida Johanna Egberdina de Rijk
(geboren te Doesburg 30 Mei 1833), werden te Kerwerve
vier kinderen geboren : 1. Albert Willem Antonie, geboren
(5 April 1859; 2. Jan Willem Abraham, geboren 1 Februari
18(51; 3. Hillegonda Johanna Gcrhardina Wilhelniina,
geboren 22 Maart 18(54 en Hendrik Willem, geboren 2(5
December 1865.
De eerste, A. W. A. van derMey, promoveerde 13 Dee.
1881 te Leiden tot doctor in de rechtswetenschap, niet
een proefschrift „de redenen van wraking in het burgerlijk
proces, art. 20 Wetboek van Burgerl. rechtsvordering".
De tweede zoon, J. W. A. van der Mey, werd in 1888
candidaat bij de Waalsche Commissie en op 23 Februari
1890 als predikant der Waalsche gemeente te Zwolle
l>evestigd door Ds. F. Daubenton, Waalseh predikant te
(«roningen, niet 2 Kor. V : 17—19, intrede doende met
1 Kor. II : 2.
24. Jacob Ijonis Fortiiyn Droogleever,
geboren te Gouda 19 April 1812, werd, na volbrachte
studie, in October 18(55 candidaat bij het prov. kerkbestuur
van Noordbrabant ca. en zag zich aldra benoemd tot
hulpprediker te Hekendorp bij Oudcwater. Den 1 Mei
18(57 alhier beroepen, welk beroep den 12 dito door hem
aangenomen werd, besloot hij 21 Juli zijn predikwerk te
Hekendorp, met 1 Thess. V : 1(5. Den 4 Augustus 1867
werd hij tot predikant te Kcrkwcrve bevestigd door zijn
oom, Ds. Gerardus Catharinus Drooglccver Fortuyn,
emeritus-predikant te Zierikzee, niet Lucas XVI : 2\'"\'\'1\'1
en deed zijne intrede niet Joh. XI : 25/*. Verroepen naar
Melissant 1(5 Juni 1871 en 2 Juli zulks aangenomen
hebbende, predikte hij 1 October te Kcrkwcrve afscheid
jnet Philipp. I : 27, waarbij 15 ambtsbroeders tegenwoordig
-ocr page 31-
29
waren. Te Melissant werd hij 8 October 1871 bevestigd
door zijn vriend Ds. B. Bakker, predikant te Omvcrkerk
in Dïiiveland, met Matth. XXIII : 8 en deed er intrede
met 2 Kor. I : 24. Hij bedankte 5 October 1873 voor een
beroep naar Oudelande. Beroepen te Tbolen 3 April 1874,
berichtte hij 24 dito te Melissant de aanneming en predikte
den 26 Juli bij die gemeente afscheid met Psalm
CXXXVIII : 8, waarna hij den 2 Augustus 1874 te
Tholen bevestigd werd door zijn ambtgenoot aldaar
Ds. J. P. Burgerhout, met 2 Kor. V : 20a en intrede
deed met Rom. XII : 1. Van de gemeente te Tholen nam
hij 9 Januari 1881 afscheid met Rom. XV : 13, als zijnde
in Oct. 18S0 naar Krimpen aan den IJsel verroepen, waar
hij den 1<> dito bevestigd werd door Ds. Marcus Jan
Adriani Nz., predikant te Warmenhuizen, met Ezech.
XI : 4?; en intrede deed niet Marcus I : 14&. Aldaar
staande, bedankte hij 29 Maart 1882 voor een beroep
naar Ammerstol en 5 Juli 1882 voor liet beroep, 19 Juni
te Berkenwoude op hem uitgebracht. Een beroep naar
Ncede den 4 Nov. 1883 aangenomen hebbende, predikte
hij den 25 dito reeds afscheid te Krimpen, niet Joh.
XVI : 12—13a en werd 9 December 1883 te Neede bc-
vestigd door zijn vriend Ds W. II. Kosters, predikant te
Deventer, met 1 Tim. III : 1, aldaar intrede doende met
2 Kor. I : 24. Te Neede staande, werd hij 4 Juli 1887
beroepen te Uitgeest, waarvoor hij 24 dito bedankte. Den
8 Januari 1888, als ingewijd op Zondag 9 Januari 1848,
werd het 40-jarig bestaan der kerk door hem plechtig
herdacht, beroepen te Naaldwijk 14 Juni 1888, bedankte
hij 27 dito en in Oct. 1888 beroepen te Boskoop, bedankte
hij den 18 November. Beroepen te Lochcm in November
1889, nam hij op den tweeden Paaschdag, 7 April 1890,
afscheid te Neede met 1 Petr. I : 25 en werd den 13 dito
te Lochem bevestigd door Ds. Antonius Leendert Gerhard
Jolian Soctcrs, predikant te Barchem e. a., met Matth.
XIII : 3/), intrede doende met 2 Kor. IV : 13. Hij was
den 3 November 1889 ook te Zuidland beroepen, waar-
voor hij bedankte. Van de gemeente te Lochem nam hij
den 29 April 1894 afscheid met Marcus I : 506, als ver-
roepen naar Naarden, waar hij den 6 Mei 1894 bevestigd
-ocr page 32-
30
werd door zijn ambtgenoot aldaar Dr. Pieter Cornelis van
Wijk Nz. en zijne intrede deed niet Mareus I : 21—27.
Ds. Fortuyn Droogleever huwde te Tholcn 17 September
1875 niet Margarctha Ida Jarman.
Na 24 werd den 25 Oet. 1871 te Kerkwerve beroepen
Ds. B. A. Lasonder, predikant te Acquoi, die 5 November
bedankte.
25. Henricns Franciscns Reynvaan,
geboren te Antwerpen den .\'! Maart 1831, werd na vol-
brachte studie den 3 October 1S55 bij het provinciaal
kerkbestuur van Noordbrabant e. a. als candidaat toe-
gelaten. Als hulpprediker te Heusdeii, welke betrekking
hij li) Oetober 1855 aannam, fungeerde hij van 4 Nov.
1855—Febr. 1857. Beroepen te Goudswaard of Korendijk
27  Nov. 1856, werd hij 1 Maart 1857 tot predikant aldaar
bevestigd door Ds. Hermanus Gerardus Hagen, predikant
te Piershil, met Matth. XX1IT : 8b en deed er intrede
met 2 Kor. NIH : Vb. Den 7 Febr. 1872 alhier beroepen,
bcriehtte hij 11 dito te Goudswaard de ontvangst en 25
dito de aanneming, predikende 14 April 1872 bij die
gemeente afscheid nut Joh. XV : 96. Tot predikant te
Kerkwerve werd hij 21 April 1872 bevestigd door Ds. Hendrik
Adolf Gillot, predikant te Zierikzec, met 1 Kor. III : 9b
en deed hier intrede met Lueas XVII : 20b—21. Den
28   Augustus 1878 te Nieuw-Vossemeer e. a. beroepen en
zulks 15 September aangenomen hebbende, predikte hij
24 November 1878 te Kerkwerve afscheid met Philipp.
IV  : 8 en werd 1 Dcc. d. a. v. te Nicuw-Vossemecr e. a.
bevestigd door Ds. Herman Pieter Sehim van der Loeft\',
pred. te Bergen op Zoom en deed er intrede met (lal.
V  : la. Beroepen 17 Oet. 1881 te Hensbroek en 19 dito
te Schermerhorn, verklaarde hij 6 November het eerste
beroep aangenomen en voor het andere bedankt te hebben.
Na op 12 Maart 1882 te Nicuw-Vossemecr e. a. afscheid
gepredikt te hebben met 1 Tim. VI : 12a, werd hij den
19 dito te Hensbroek bevestigd door zijn vriend Ds. L. R.
Oldeman, pred. te Oost-Zaandam, met Handel. IV : 296
en deed er intrede met Joh. XVIII : 36a. Den 7 Mei
1883 te Drempt beroepen, \'t welk hij 28 dito aannam,
-ocr page 33-
81
predikte hij 29 Juli te Hensbroek afscheid, met 1 Tim.
VI : 12 en werd den 5 Augustus 1883 tot predikant te
Drcinpt bevestigd door zijn vriend Ds. N. J. Telders, pred.
te Steenbergen, met 1 Kor. XIV : 3, aldaar intrede doende
met Psalm LXXIII : 28«. Hij overleed te Drcmpt den
11 Juli 1892, na eene kortstondige ziekte, plotseling, ruim
61 jaren oud, als weduwe nalatende Elisabeth ten Cate.
De rouwpredicatie werd den 17 Juli te Drempt gedaan
door Ds. Cornelis Johannes van Bommel Suyek, pred. te
Oldenkeppel, naar Joh. XVI : \'62b. Zijne moeder, Mary
Adelaïde Reynvaan (geb. Castle), overleed te Heusden
15 Octobor 1876, oud 77 jaar.
Uit het huwelijk van Ds. Reynvaan met Elisabeth ten
Cate werden te Goudswaard geboren: 1, Lambertus Fran-
ciscus, 13 Augustus 1858; 2. Henri Praneois, 2 September
1860; 3. Barend, 24 Maart 1862; 4. Jakoba, 30 Maart 1863,
die te Drempt 19 Mei 1890 huwde met Dr. K. H. M.
van de Zande, geboortig van Kcrkwerve; 5. Mary Adelaïde
Susanna Cornelia, 22 December 1868.
Na het vertrek van Ds. Reynvaan werden te Kerkwerve
vruchteloos beroepen: in Maart 1879 Ds. Johannes Arius
Binneweg, pred. te Buurmalsom, die 11 April bedankte;
in Mei 1879 Jacobus Bolkestein, candidaat te Hilversum,
en in Juni 1879 K. Straatsma, candidaat in Noord-
brabant c. a.
26. Hendrik Herman Barger,
geboren te Vreeland 1 Mei 1855 (zoon van Ds. Gerrit
Barger, laatst predikant te Utrecht en van M. P. Bosscher),
studeerde te Utrecht en werd in Augustus 1879 candidaat
bij liet prov. kerkbestuur van Overijscl. Als zoodanig
in Sept. 1879 alhier beroepen en tegelijkertijd achtereen-
volgens ook te Odijk, Krabbendijko en Valkenswaard,
nam hij den 8 October liet beroep herwaarts aan. Tot
predikant te Kerkwerve den 29 Februari 1880 bevestigd
door zijn broeder Dr. Everwijn Barger, predikant te Maas-
sluis, niet 2 Kor. V : 20a, deed hij- intrede met 1 Kor.
I : 23—24. Beroepen te Herkingon 11 April 1882, bedankte
hij 30 dito; te Biczelinge 2 Juli 1882, bedankte hij 20
Juli; te Beekbergen 16 Aug. 1882, bedankte hij in Sept.;
-ocr page 34-
e-
32
te \'s Heer-Abtskerke e. n. 16 Oei. 18S2 en te Pernis 31
Oct. d.a.v., bedankte hij li) Nov., zoo ook voor Vlissingen,
«raar hij in Februari 1884 beroepen was. In Mei 1884
beroepen zijnde te Leusdon, nam hij zulks aan en predikte
24 Augustus d.a.v. te Kcrkwerve afscheid met Handel.
XX : 32. Te Leusden 31 Aug. 1SS4 bevestigd zijnde door
zijn broeder Ds. Gerhard Jolian Barger, pred. te Drie-
bergen, met Jes. LI, deed hij intrede met Gul. I : 3—-r>.
Aldaar wijdde hij 31 Oct. 1886 het nieuwe kerkgebouw
in met 1 Pctr. I : 2ö«. Beroepen te Sommelsdijk in Oct.
1885, bedankte liij. Beroepen te Vlaardingen in Mei 1887
en dit aangenomen hebbende, predikte hij op 28 A\\lg.
d.a.v. te Leusden afsehei<l en werd 4 September 1887 te
Vlaardingen bevestigd door Ds. Gerrit Willem Aart de
Veer, predikant te Middelburg, met Jae. I : 21/>, intrede
doende met Jes. XL : 86. Beroepen te Middelburg in
Maart 1889, bedankte hij in April, eveneens voor Potter-
dam , waarheen hij 22 Juli 1890 beroepen was. Maar
30 September 1892 bci^oepen wordende te Ploemendaal,
nam hij dit den 7 October aan en predikte 19 Maart
189.\'5 te Vlaardingen afscheid, met Joh. XVII : 17. Te
, Ploemendaal op 2(5 Maart d.a.v. bevestigd zijnde door
zijn broeder Dr. Everwijn Barger, pred. te Amsterdam,
met 2 Kor. IV : 6, deed hij aldaar zijne intrede met
Joh. I : 14/>.
Te Velp den 3 Fcbr. 1880 gehuwd zijnde met Reinicra
Aieida Maria de Veer (geboren te Arnhem 30 April 1859),
won hij bij haar te Kerkwerve twee doebters: Gerardina
Frederika, geboren 18 November 1880 en Clasina Maria,
geboren 13 Januari 1882; voorts te Leusden twee doebters,
den 30 Oetober 1884 en den 24 November 1S85 en te
Vlaardingen mede twee dochters, den 13 Oct. 1887 en
den 30 November 1888.
Na het vertrek van Ds. Barger, werd te Kerkwerve in
Augustus 1884 aan Ds. J. Pijnenberg Dz., pred. tc^-Kol-
lumcrzwaag, toezegging van beroep gedaan; doch deze
bedankte evenwel in September.
27. Willem Kar el Pieter Goeree,
geboren te Vlissingen 28 Januari 1859, uit Pieter Goeree