-ocr page 1-
-ocr page 2-
•r>m V***S"
•
•
,
-ocr page 3-
-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
?                        .6. v. D.
HANDBOEKJE "ra_f?/
GEBEDEN"
VOOK
HUISELIJK EN KERKELIJK GEBRUIK.
MKÏ BISSCHOPPELIJKE GOEDKEURING.
ROTTKBDAM.
RIOU. EEISBERMAN, Onna H. T. HBNDMKSBN.
18 9 2.
-ocr page 6-
-ocr page 7-
GOEDKEURING.
Het handboekje van gebeden, dut door
bemiddeling van de vereeniging
Cor unum et
anima nua den geloovigen wordt aangeboden,
draagt ten zeerste onze goedkeuring weg. Wij
hopen, dat het niet slechts in veler handen home.
maar ook door veten zóó gebruikt zal worden,
dat het zeqen. brenge in de huisgezinnen.
<*SÏ^~\',^<?S ^\'V^^yi-^\'C
t
-ocr page 8-
-ocr page 9-
ONDERRICHT AANGAANDE HET GEBED.
Over het huis van David en eter
de inwoners van Jeruzalem zal Ik een
Geest van genade en van gebeden vit-
storten,
zach. xh : in.
Het gebed.
Het gebed, in het algemeen genomen, is
eene verheffing des harten tot God zoowel
om Hem te aanbidden en te danken als om
Hem te smeeken, dat wij door de hulp zijner
genade voor het kwaad behoed en tot hetgeen
goed en zalig is bestuurd mogen worden. Het
is een voor allen noodzakelijk middel om God
waardig te dienen en de eeuwige zaligheid te,
bekomen. Niets heeft de Zaligmaker door zijne
woorden, door zijn voorbeeld en door zijn
geheele leven, dat een gedurig gebed is geweest,
ons zoo ernstig aanbevolen: niets hebben de
i
-ocr page 10-
2                                   ONDEKRICHT
apostelen zoo naarstig beoefend en den geloo-
vigen zoo dringend voorgehouden.
Er is een inwendig en een uitwendig
gebed, een bijzonder en een algemeen.
Het inwendig gebed geschiedt alleen met het
hart en met de begeerten; het uitwendig
gebed wordt met den mond gesproken; doch,
opdat dit niet geveinsd zij, moeten hart en
mond overeenstemmen. Het bijzonder gebed
wordt door iemand afzonderlijk gedaan. Het
algemeen gebed woi"dt in de openbare kerk-
diensten gemeenschappelijk door de geloovigen
verricht. Het gemeenschappelijk gebed is als
een heilig geweld, dat Gode aangedaan wordt;
zulk een gebed is Gode welgevallig en vermag
ook veel. Als dan de zwakken met hen, die
vuriger bidden, zich vereenigen, worden hunne
gebeden eerder verhoord.
Een goed gebed neemt zijn oorsprong uit
het geloof, steunt op de hoop en wordt bezield
door de liefde. Het wordt door den Heiligen
Geest in onze harten gestort; want wij weten
niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort:
-ocr page 11-
AANGAANDE HET GEBED.                     3
maar de Geest bidt zelf voor ons met onvitr
sprekelijke verzuchtingen.
Hij doet ons onzen
nood kennen, onze ellende gevoelen en beweegt
ons er over te verzuchten.
De voornaamste zorg dns van een christen
moet wezen om goed te bidden. „Die goed
weet te bidden," zegt de heilige Augnstinns.
rdie weet goed te leven. Die goed leeft kan
niet verloren gaan." Die goed bidt, verkrijgt
wat hij vraagt, volgens deze belofte van
Cliristus: Bidt en u zal gegeven u-orden; zoekt
en gij zult vinden: klopt en u zal opengedaan
worden. Want al wie bidt, verkrijgt; en icie
zoekt, die vindt, en dengene die klopt, zal men
opendoen.
„Gij zijt het, o Heer!" zegt wederom
Augustinus, „die belooft, dat al wie bidt, ver-
krijgen zal. Wie kan dan vreezen hierin
bedrogen te worden, daar de waarheid zelve
het belooft?"
Noodzakeiykheid van het gebed.
Het geloof leert ons, dat wij door eigen
krachten. zonder de genade, die ons door Jezus
1*
-ocr page 12-
4                                   ONDERRICHT
Christus gegeven wordt, God niet kunnen
dienen gelijk het behoort, noch bidden, noch
iets goeds denken. Zonder mij, zegt Christus,
kunt gij niets doen. Doch ofschoon wij niets
kunnen door eigen krachten, vermogen wij
echter alles door Hem, die ons versterkt.
God gebiedt geen dingen, die onmogelijk zijn,
zegt het concilie van Trente, maar door hel
gebieden vermaant Hij den mensch te doen, wat
hij kan doen en hulp te verzoeken in hetgeen
hij niet kan doen; en Hij helpt hem om het te
kunnen doen.
Deze goddelijke hulp is ons noodig niet
alleen om ieder goed werk ter zaligheid te
beginnen, voort te zetten en te voltrekken,
maar ook om alle bekoringen, die ons in dit
leven tot het kwaad verlokken, te overwinnen.
Wij hebben een voortdurenden strijd tegen zeer
machtige en listige vijanden, tegen de booze
geesten, die als brieschende leeuwen omgaan,
zoekende wien zij mogen verslinden; wij
hebben strijd tegen de wereld en hare vol-
gelingen, die gedurig trachten ons door hnnue
-ocr page 13-
AANGAANDE HET GEBED.                     5
ijdelheid en valsche regels te verleiden, of
door bedreigingen te verschrikken; eindelijk,
wij hebbeu strijd tegen het vleesch en de
begeerlijkheden, die ons van het goede af-
trekkeu en tot het kwaad aansporen, lu
dezen strijd worden wij zeker overwonnen,
indien God door zijnen bijstand ons niet te
hulp komt.
Het noodzakelijke middel om dezen bijstand
der goddelijke genade te bekomen is het gebed.
.,God wil zijne gaven schenken," zegt de.
heilige Angustinus. ..doch Hij scheukt ze niet.
dan aan die ze vraagt/\' Volgens denzelfden
leeraar zijn er wel eenige diugeu, die God
verleeut aan die ze Hem niet vragen, gelijk
het begin van het geloof, een goeden wil en
de eerste neiging tot bidden; maar verdere
genade geeft Hy niet, dan aan die vraagt,
opdat Hij ze niet geve aan die ze niet,
begeert.
Wie dus het bidden veronachtzaamt, die
veronachtzaamt zyne zaligheid eu zal door
zijne vijanden overwonnen worden. Hij verzuim
-ocr page 14-
6
ONDERRICHT
vau het gebed, leeft een mensch niet goed,
doet. men geen voortgang in de deugd, valt
dp rechtvaardige, bekeert zich de zondaar
niet. sterft hij in zijne zouden en gaat eenwig
verloren.
Hoedanigheid van het gebed.
V\'eleu bidden, doch worden uiet verhoord,
of uiet verhoord tot hunne zaligheid. Hoe
komt dat? — Ziehier drie redenen: 1. Omdat
-a\\) Gods vrienden niet zijn, en ook niet.
zoekeu te worden. Had ik onrecht beoogd in
mijn hart,
zeide David, de Heer zou mij niet
verhoord hebben.
De zoodanigen verdienen geeu
genade, maar wel straf. 2. Omdat zij dingen
vragen, die noch tot Gods eer, noch ter zalig-
heid strekken, maar tot hunne eigene lusten
gelijk de heilige Jacobus zegt: Gij eischt en
gij verkrijgt niet, omdat gij het kwalijk eischt,
om slechts aan mee lusten te kunnen voldoen.
•\'3. Omdat zij deze heilige oefening eu samen-
spraak met God achteloos verrichten, en niet,
gelijk liet betaamt.
-ocr page 15-
AANGAANDE HET GEBED.                      7
Daarom, als gij zult gaan bidden, bereid
eerst uwe ziel en wees niet als een mensch,
die God tergt,
die met den mond tot God
spreekt en wiens hart intnsschen ver van
Hem is. Wend n eerst tot den Heiligen
Geest, opdat Hy u verlichte en bewege om,
wat gij vraagt, uit den grond uws harten te
vragen met den wensch van genadig verhoord
te worden.
Zijt gij in staat van doodzonde, zie uzelven
aan als onwaardig voor de aanbiddelijke majes-
teit Gods te verschijnen, voor wie zelfs de
engelen beven; belijd uwe onwaardigheid en
smeek God om zijue barmhartigheid.
Vraag zaken, die tot Gods eer en tot
uwe zaligheid strekken, als: selmldvergiffenis,
deugd, eeuwig leven, en vraag het op de
volgendo wijze:
lo. met zulk eene houding des lichaams dat
zij de inwendige gevoelens uws harten te kennen
geve. Bid daarom of geknield en met saamge-
vonwen handen of naar het voorbeeld van den
Heiland met het aangezicht ter aarde gebogeu ;
-ocr page 16-
8
ONDEBEICHT
2o. met diepen ootmoed, als een arme, die
zijn nood en zijn ellende gevoelt en zich
onwaardig acht verhoord te worden. Hierom
heeft God het gebed van den tollenaar ver-
lioord, terwijl Hij integendeel dat van den
hoovaardigeu t\'arizeër heeft verstooten;
i$o. met vast betrouwen: 1. op de goedheid
van God, die altijd bereid is en meer geneigd
om zijue gaven te schenken, dan wij om ze te,
vragen; 2. op zijn macht, die alles geven en
overal helpen kan; en 3. op de beloften van
Christus, die zegt: Al icat gij geloovende in
het gebed zult verzoeken, ilat zult gij verkrijgen
;
4o. met volharding, gelijk de Zaligmaker ons
door verscheidene voorbeelden leert, als 1. van
een vriend, die door zijn volhardend aanhouden
met \'s nachts te blijven kloppen, de begeerde
brooden verkreeg; 2. van de weduwe, die recht
verwierf van den onrechtvaardigen rechter,
omdat zij hem zoo moeielijk viel; 3. van de
cliananeesche vrouw,die om haar volhardend bid-
den, terwijl zij schijnbaar verstooten werd, ein-
delijk de gezondheid voor hare dochter bekwam:
-ocr page 17-
AANGAANDE HET GEBED.                     9
5o. in den naam en door de verdiensten
van Jezus Christus, vertrouwende op deze zijne
belofte: Al wat gij den Vader zult bidden in
mijnen naam, Hij zal het u geven:
omdat
niemand tot den Vader komt, dan door Hem:
niemand door den Vader verhoord wordt, dan
door Hem, en niemand van den Vader iets
verkrijgt dan door Hem.
Tijd van het gebed.
Vermits men altijd en op alle plaatsen ver-
plicht is God te dienen en te beminnen, en
men altijd en op alle plaatsen door bekoring:
kan vallen in zonde, heeft men ook altijd en
op alle plaatsen de hulp van Gods genade
noodig. Daarom zegt de Heer: Men moet altijd
bidden en niet verflauwen,
en de apostel Paulus:
Bidt zonder ophouden.
Doch altijd bidden is niet, gelijk sommigen
zich inbeelden, gedurig in boeken lezen, of
zich bezig houden met mondgebeden, of met
zoodanige gedachten, die ons in ons werk
en beroep belemmeren: maar het is God
-ocr page 18-
]0                                ONDERRICHT
beminnen; het is voor God leven; het is in
den grond zijns harten zijn onmacht gedurig;
erkennen en onophoudelijk nieuwe sterkte van
den Heer verwachten; het is de plichten van
zijnen staat getrouw volbrengen en in de
deugd toenemen: en in alle doen en laten
Gods eer en heerlijkheid beoogen. Zulk een
christen bidt altijd en zonder ophouden, die
in al zijn bedrijf geen ander streven heeft, dan
den He.er te behagen en zijne heiliging te
bewerken.
Dit leert ons de heilige Angustinns: -Er
is een gedurig gebed," zegt hij, „en dat is
de begeerte en de, wensch des harten. Indien
{rij in al uwe werken wenscht en verlangt
naar het eeuwig leven, houdt gij niet op
van bidden en uw gedurige begeerte is eene
gedurige stem. Gij begint te zwijgen, wanneer
gij ophoudt te begeeren." Opdat deze heilige
begeerte niet verflauwe of geheel verdwijne,
moet zij van tijd tot tyd door eenige korte
en vurige ontboezemingen opgewekt worden.
En zoo waren de kluizenaars in Egypte
-ocr page 19-
AANGAAXDE HET GEBED.                   11
gewoon onder hnn werk veelvuldige, doch
korte verzuchtingen en gebeden naar den
hemel op te zenden.
Men kan ook door zijne werken altijd bidden,
leder werk, hoe gering het ook schijne, is
een gebed, als het maar ter eere Gods gedaan
wordt. Eten, drinken, slapen, werken, enz.
met zoodanig inzicht gedaan, worden goede
gebeden, en al wat men doet, al wat men
zegt, al wat men lijdt om God, het zijn alle
geestelijke offeranden, die Gode aangenaam
zijn door Jezus Christus.
Derhalve kan niemand zich van altijd bidden
verschoonen. Velen beschouwen het bidden als
eene zeer lastige oefening, alleen noodig voor
geestelijken en geenszins als een gebod, ver-
plichtend voor alle menschen. Doch, hoe deer-
lijk worden zoodanigen door den duivel bedrogen!
Wie moet niet toestemmen, dat zij, die in grooter
gevaar zijn en meer zorg en last hebben, ook
meer hulp van noode hebben; en bijgevolg meer
verplicht zijn ze te vragen? En indien een
geesteüjke, die meer in afzondering leeft, en
-ocr page 20-
12
GEBED OM DEX HEEST
iu een deugdzaam leven reeds grooten voort-
gaug gedaan heeft, no<r met vrees en beving
aan zijne zaligheid moet arbeiden, zal dan
iemand, die nog weinig iu de deugd geoefend
is, in het midden van de bedorven wereld
gerust kunnen zijn ?
Doch, al is men verplicht te allen tijde
te bidden, er zijn evenwel tijden en stonden,
waarop men inzonderheid zich met het gebed
moet bezig houden, zooals: \'s morgens bij het
ontwaken en \'s avonds bij het ter ruste gaan;
vóór en na eiken maaltijd; op zondagen, hei-
ligen- en vastendagen; als men ziek is, of iu
eenig gevaar of grooten nood verkeert, als
men aanvangt te werken of iets van belang-
zal ondernemen, enz.
GEBED OM DEN GEEST DES GEBEDS
TE VERKRIJGEN.
0 (rod! die wonderbaar zijt in uwe werken.
rechtvaardig in uwe, oordeelen en milddadig
in uwe gaven, vermeerder over ons uwe
-ocr page 21-
DES GEBEDS TE VERKRIJGEN.               13
barmhartigheid. Stort over ons uit, gelijk Gij
van onds beloofd en ook op den Pinksterdag-
gedaan liebt, den geest van genade en van
gebeden.
Vervul ons hart met uwe kracht
om ons liet goede te doen volbrengen en doe
ons te gelijk grondig kennen onze, zwakheid
en de noodzakelijkheid des gebeds om de hulp
uwer genade onophoudelijk af te smeeken. Ja
toch, Heer! zoo groot zijn onze armoede en
onmacht, dat wij van ons zelven, als uit ons
zei ven, niet bekivaam zijn om iets te denken,
of uit te werken ter zaligheid, en dat wij
zonder uwe goddelijke hulp tusschen zooveel
en groot gevaar niet kunnen staande blijven.
Onze mond is als gesloten; en zullen wij II
om hulp aanroepen, zullen wij U onze
belangen voordragen, zullen wij uwen lof
verkondigen, dan dient Gij vooraf onze lippen
te openen. Paar wij dus niet kunnen, zelfs
niet weten, wat wij bidden zullen, kom.
o goddelijke Geest! onze zwakheid te hulp:
leer ons bidden en bid zelf voor ons: doe ons
bidden met onuitsprekelijke verzuchtingen.
-ocr page 22-
11
MOBGEX-GKBEDEX.
Verlicht eii ontsteek ons hart door het vuur
der goddelijke liefde, opdat wij vragen wat
U behagelijk en ons ter zaligheid noodig is.
Dit bidden wij in den naam en door de ver-
diensten van Jezus Christus. Amen.
MOKQEN-GEBEDEN.
Oiiticankt zijnde, bid:
In den naam des Vaders en des Zoons en
des Heiligen Geestes. Amen.
Gezegend moet Gij zijn, o allerheiligste
Drie-éénheid! die mij geschapen hebt, opdat
ik U van ganscher harte diene en alzoo tot
het eenwig leven kome. Leer mij beseffen
van hoe groote waarde de tijd dezes levens
is, waarvan de eeuwigheid afhangt.
U kle&lende, bid:
Had ik door de zonde dat schoone kleed
van de eerste rechtvaardigheid niet verloren,
ik zon niet noodig hebbeu, mij nu door klee-
-ocr page 23-
L5
MOBUEN-OEBKDEN.
deren tegen zoovele ongemakken te verweren
en door deze de ongeregeldheid mijner lede-
niaten te bedekken.
Vergun mij, Heer! dat deze kleederen mij
altijd eene aanleiding zijn om mij te veroot-
moedigen, en dat ik mij nooit daarop verhoo-
vaardige.
Gekleed zijnde, kniel neer en bid:
Wij gelooven, o Heer! dat Gij hier tegen-
woordig zijt, dat Gij ons ziet, dat Gij ons
hoort, en dat al onze gedachten, al onze
neigingen en de meest verborgen bewegingen
van ons hart aan IJ bekend zijn.
Verzoek den bijstand van den Heiligen Geest.
Kom, o Heilige Geest! vervul de harten der
geloovigen, die hier vergaderd zijn, en ont-
steek in ons het vuur van uwe goddelijke liefde.
O God! die de geloovigen onderwezen hebt,
en verlicht door het licht des Heiligen Geestes,
dat Gij in hunne harten gestort hebt, geef ons
door dienzelfden Geest eene ware wijsheid,
-ocr page 24-
16
MORUEN-GKBKDEX.
die ons doe kennen en beminnen, hetgeen
heilig is, opdat wij, smakende de vertroostingen
van dien Geest van heiligheid, altijd mogen
verheugd zijn, door onzen Heer Jezus Christus,
uwen Zoon, die met D leeft en heerscht in de
eenheid van denzelfden Heiligen Geest. God
in alle eeuwigheid. Amen.
Aanbid God en dank Hem voor zijne weldaden.
Wij .erkennen o God! dat Gij onze opperste
Heer en Meester zijt; dut wij geheel in uwe
macht zijn. en zonder U, die ons geschapen
hebt, niets vermogen. Gij zijt het, o Heer!
die ons het leven gegeven hebt en ons onder-
houdt in het leven: Gij zijt het, die, ons ver-
lost en tot het Christendom geroepen hebt.
die ons na dit leven de eeuwige zaligheid
bereid hebt en de middelen geeft om tot het
geluk der zaligen te geraken. Wij danken U,
o Heer! voor alle gunsten en genade, die wij
van het begin onzes levens af ontvangen heb-
ben en nog dagelijks van uwe oneindige goed-
hdd ontvangen. Houd nooit op, o God! uwen
-ocr page 25-
MORUEN\'-GEBEDEN.                           1 7
zegeu over ons uit te storten. Zend ons uwen
goddelijken bijstand; verlicht ons verstand
door de stralen van uw goddelijk licht; ver-
sterk onze zwakheid; vervul onze harten met
uwe liefde; genees de bedorvenheid van onzen
wil, opdat wij, overwinnende al liet geweld
van onze zichtbare en onzichtbare vijanden.
U door een heilig gebruik van uwe genade
mogen behagen.
Het gebed des Meeren.
Onze Vader! die in de hemelen zijt; geheiligd
zij uw naam; uw rijk toekome; uw wil ge-
schiede op de aarde als in den hemel; geef
ons heden ons dagelijksch brood; en vergeef ons
onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen
schuldenaren; en leid ons niet in bekoring;
maar verlos ons van den kwade. Amen.
De groetenis den engels.
Wees gegroet, Maria, vol van genade! de
Heer is met n; gezegend zijt gij onder de
vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams,
-ocr page 26-
IK
MORGEN-UEBEDEN.
Jezus. Heilige Maria, moeder Gods! bid
voor ons zondaren, nu en in de ure van onzen
dood. Amen.
Het geloofsbegrip der apostelen.
1.    Ik geloof in God, den almachtigen Vader,
Schepper van hemel en aarde.
2.    En in Jezus Christus, zijnen eeuigen
Zoon, onzen Heer.
3.    Die ontvangen is van den Heiligen Geest,
geboren uit de reine maagd Maria.
4.    Die geleden heeft onder Pontius Pilatus;
die gekruist, gestorven en begraven is.
5.    Die nedergedaald is ter helle, en ten
derden dage verrezen van de doodeu.
6.    Die opgeklommen is ten hemel, en zit
aan de rechterhand van God, zijn almachtigen
Vader.
7.    En van daar zal komen oordeelen
levenden en dooden.
8.    Ik geloof in den Heiligen Geest.
9.    De heilige katholieke kerk; gemeen-
scliap der heiligen.
-ocr page 27-
19
MORGEN-GEBEDEN.
10.    Vergeving der zonden.
11.    Verrijzenis des vleesch.
12.    En het eeuwig leven. Amen.
De tien geboden Gods.
1.    Één God aanbid.
2.    Niet ijdel zweer.
3.    Den zondag vier.
4.    Eer vader en moeder.
5.    Ontneem met wil noch met werk het
leven aan uwen broeder.
ti.    Doe geen onknischheid; niemands vrouw
onteer.
7.    Steel niet,
8.    Geef geen valsch getuigenis.
9.    Begeer noch vrouw,
10. Noch iets, dat anderen eigen is.
Dt vijf geboden der kerk.
1.    \'s Zondags en \'s heiligendags hoor mis,
\'t is een gebod.
2.    Biecht uwe zonden ééns ten minste
alle jaren.
-ocr page 28-
20
MOBGEH-GEBBDBN.
3.    Ontvang op Paschen het heilig sacra-
ment van onze altaren.
4.     De heilige dagen vier tot eer en dienst
van God.
5.    Op vastendag zult gij u naar kerkge-
bruik versterven; \'s vrijdags en zaterdags ge-
denk het vleesch te derven.
Verzoek Gods genade om Hem dezen dan
niet te vergrammen.
r. Verwaardig U, o Heer! ons dezen dag
van alle zonden te behoeden.
a. Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
v. Stort, o Heer! uwe barmhartigheid over
ons uit.
a. Gelijk wij altijd op U gehoopt hebben.
v. Heer! verhoor ons gebed.
a. En ons geroep kome tot U.
Almachtig, eeuwig God! die ons tot het
begin van dezen dag bewaard hebt, bescherm
ons vandaag door den bijstand uwer genade,
cpdat wij tot geene zonde vervallen, maar
-ocr page 29-
21
MOBGEN-GEBEDEN.
dat al onze gedachten, woorden en werken
door het licht uwer wijsheid bestuurd worden
tot het onderhouden van uwe rechtvaardige
geboden, door onzen Heer Jezus Christus,
uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in
de eenheid des Heiligen Geestes, God in alle
eeuwigheid. Amen.
Verzoek den bijstand van meen heiligen
engel-bewaarder.
O God! die door eene onuitsprekelijke voor-
zienigheid D verwaardigt uwe heilige engelen
tot onze behoeding te zenden, wij bidden U
ootmoedig, dat wij hier door hunne zorg altijd
tegen het geweld van onze vijanden beschermd
worden en ons in de hemelsche vreugde, die
Gij ons bereid hebt, in hun gezelschap eeuwig
mogen verheugen. Amen.
Draag al uwe werken aan God op.
Wij zijn, o Heer! tot geen ander doel in
deze, wereld, dan om uwen heiligen wil te
volbrengen en U te dienen volgens den staat,
-ocr page 30-
22                         AVOND-GEBEDEN.
waarin uwe goddelijke voorzienigheid ons ge-
steld heeft. Ontvang goedertierenlijk, o God!
de offerande, die wij U opdragen van alle
werken, die ons dezen dag te doen staan.
Geef ons de genade oin ootmoedig en ge-
trouw te volbrengen, al wat Gij van ons eischt,
en maak, dat wij bij al onze gedachten,
woorden en werken geen ander inzicht hebben,
dan ü te behagen en uwen heiligen naam te
eeren.
Schenk ons, o Heer! uwen zegen, bescherm
ons tegen alle kwaad, leid ons tot het eeuwig
leven en vergun door uwe goddelijke barm-
hartigheid, dat de zielen der overleden geloo-
vigen in vrede rusten. Amen.
AVOND-GEBEDEN.
In den naam des Vaders, en des Zoons,
en des Heiligen Geestes. Amen.
Stel u in de tegenwoordigheid Gods en bid:
Wij gelooven, o Heer! dat Gij hier tegen-
-ocr page 31-
23
AVOND-GEBEDEN.
woordig zijt, dat Gij ons ziet, dat Gij ons
hoort, en dat al onze gedachten, al onze
neigingen en de meest verborgen bewegingen
van ons hart aan U bekend zijn.
Verzoek den bijstand van den Heiligen Geest.
Kom, o Heilige Geest! vervul de harten
der geloovigen, die hier vergaderd zijn, en
ontsteek in ons het vuur van uwe goddelijke
liefde.
O God! die de geloovigen onderwezen
hebt en verlicht door het licht des Heiligen
Geestes, dat Gij in hunne harten gestort hebt,
geef ons door dienzelfden Geest eene ware
wijsheid, die ons doe kennen en beminnen
hetgeen heilig is, opdat wij, smakende do
vertroostingen van dien Geest van heiligheid,
altijd mogen verheugd zijn door onzen Heer
Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft
en heerscht in de eenheid van denzelfden
Heiligen Geest, God in alle eeuwigheid.
Amen.
-ocr page 32-
24
AVOND-GEBEDEN.
Aanbid God en dank Hem voor zijne weldaden.
Wij erkennen, o God! dat Gij onze opperst»•
Heer en Meester zijt; dat wij geheel in uwe
macht zijn, en zonder U, die ons geschapen
hebt, niets vermogen. Gij zijt het, o Heer!
die ons het leven gegeven hebt en ons onder-
houdt in het leven; Gij zijt het, die ons ver-
lost en tot het christendom geroepen hebt,
die ons na dit leven de eeuwige zaligheid
bereid hebt en de middelen geeft om tot het
geluk der zaligen te geraken. Wij danken U.
o Heer ! voor al uwe gunsten en genade, die
wij ontvangen hebben van het begin onzes
levens af en nog dagelijks van uwe oneindige
goedheid ontvangen. Houd nooit op, o God!
uwen zegen over ons uit te storten. Zend
ons uwen goddelijken bijstand; verlicht ons
verstand met de stralen van uw goddelijk licht;
versterk onze zwakheid; vervul onze harten
met uwe liefde; genees de bedorvenheid van
onzen wil, opdat wij, overwinnende al het
geweld van onze zichtbare en onzichtbare
-ocr page 33-
l\'.->
AVON\'D-GKBEDKN\'.
vijanden, U door een heilig gebruik van uwe
genade mogen behagen.
Belijd uwe zonden.
Ik belijd voor den almachtigen God. voor
de heilige Maria altijd maagd, den heiligen
Michaël aartsengel, deu heiligen Johannes den
dooper, de heilige apostelen Petrus en Paulus
en alle heiligen, en voor n, mijne broedeis.
dat ik zeer gezondigd heb met gedachten,
woorden en werken.
Verzoek God uwe zonden te mogen kennen
en verfoeien.
O Heer! wij zijn verblind en verhard in
onze misdaden, indien Gij ons niet bestraalt
met uw heilig licht om ons die te doen kennen.
en een waarachtig berouw instort, opdat wij
die mogen haten en verfoeien. Vergun ons.
o Heer! deze genade, waar wij U uit geheel
ons hart om bidden.
Onderzoek des gewetens.
Bid na het onderzoek.
Van al mijne zonden. misdaden en verzuimen,
2
-ocr page 34-
2(i
A.VOND-OKBBDEX.
waardoor ik U, o God! vergramd heb, belijd
ik mijne schuld, mijne schuld, mijne over-
groote schuld. Daarom bid ik de heilige Maria
altijd maagd, den heiligen Michaël aartsengel,
clou heiligen Johannes den dooper, de heilige
apostelen Petrus eu Paulus en alle heiligen,
en u, broeders, bij deu Heer onzeu God voor
mij te willen bidden.
De almachtige God zij ons genadig eu, al
onze. zonden vergevende, geleide Hij ons tot
het eeuwig leven. Amen.
De almachtige en barmhartige Heer verleene.
ons genadig kwijtschelding, ontbinding en ver-
giffenis van al onze zonden. Amen.
Bid God om vergiffenis.
Heer! handel ons niet volgens de verdiensten
ouzer misdaden, en doe ons niet dragen de
rechtvaardige straf onzer ongerechtigheden.
Gedenk niet, o Heer! aan onze verledene
zonden; dat uwe barmhartigheid ons voorkome,
want wij zijn zeer arm en behoeftig geworden.
Gij zijt, o God! onze eenige hoop en zalig-
-ocr page 35-
27
AVOND-O JJBÜDEN.
heid; help ons, verlos ons en vergeef ons al
onze misdaden tot eer en verheffing van uwen
heiligen naam.
O God! wiens rechtvaardigheid door de
zonden vergramd en wiens barmhartigheid door
de boetvaardigheid verworven wordt, ontvang
genadig de gebeden uws volks, dat zich ueder-
werpt voor het aanschijn uwer heerlijkheid:
neem weg de roeden van uw rechtvaardig oor-
deel en bevrijd ons van de straffen, die wij
door onze misdaden verdiend hebben, door
onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die
met U leeft en heerscht in de eenheid des
Heiligen Geestes, God in alle eeuwigheid. Amen.
Bid het gebed des Heeren, de groetenis des
engels
en het geloofsbegrip der apostelen.
Bid God voor de overledenen.
God, Schepper en Verlosser van alle ge-
loovigen! geef aan uwe dienaren en dienaressen
vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de
genadige kwijtschelding, waar z\\] altijd naar
verlangd hebben, door onze ootmoedige gebeden
2*
-ocr page 36-
28
A.VOKD-OKBJSDBN.
mogen verwerven. Gy, die leeft en heerscht in
«He eeuwigheid. Amen.
Dat de zielen der overledene geloovigen door
Gods barmhartigheid in vrede rusten. Amen.
Bid God. dat Hij u gedurende dezen nacht
besckerme.
Bescherm ons. o Heer! terwijl wij waken:
bewaar ons, terwijl wij slapen, opdat wij met
(\'hristus gewaakt hebbende, in vrede mogen
rnsten.
v. Verwaardig II, o Heer! ons dezen nacht
van alle zonden te behoeden.
a. Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
v. Stort, o Heer! nwe barmhartigheid over
ons uit.
a. Gelijk wij altijd op U gehoopt hebben.
r. Heer! verhoor ons gebed.
<i. En ons geroep kome tot U.
Wij bidden U. o Heer! bezoek deze woning-
en drijf er uit alle listen en lagen van den
helschen vijand; dat uwe heilige engelen daarin
wonen om ons in vrede te. bewaren, en dat
-ocr page 37-
AVOND-GEBEDEX.                            29
uw zegen altijd over ons blijve, door onzen
Heer Jezus Christus, uwen Zoou. die met U
leeft eu heerscht iu de eenheid des Heiligen
Geestes, God in alle eeuwigheid. Amen.
De almachtige en barmhartige God, de
Vader, de Zoon en de Heilige Geest, verleene
ous eeu gerusteu nacht en een zalig einde
Hij zegeue ons eu beware ons altijd onder
zijn goddelijke bescherming. Amen.
Op uwe rustplaats u begevende, maak het
teeken des heiligen kruises.
In deu naam des Vaders, eu des Zoons.
en des Heiligen Geestes. Geheiligd zij de dag
eu de uur vau de geboorte, van deu dood eu
vau de verrijzenis ouzes Hèeren Jezus Christus.
Myn God! doe mij de geuade van wel te
leveu eu zalig te sterven!
Als gij in uw bed ligt.
Behoed ous, Heer! als wij waken; bewaar
ons, als wij slapen, opdat wij niet Christus
gewaakt hebbende in vrede mogen rusten.
-ocr page 38-
30 BIJ HET EINDE VAN HET AVOND-GEBED.
Zegen n met hef teeken des heiligen kruises.
In den naam des Vaders, en des Zoons,
en des Heiligen Geestes. Amen.
M.l HET EINDE VAN HET AVOND-GEBED.
Tot U hef ik mijne oogen op; op U rust
ik, mijn God, Vader der barmhartigheden!
Zegen en heilig mijne ziel met nwen heinel-
schen zegen, opdat zij uwe heilige woonplaats
worde\' en de eeuwige troon uwer heerlijkheid,
en dat er in haar als in eenen U waardigen
tempel niets gevonden worde, dat de oogen
uwer majesteit mishagen kan.
Zie op mij naar de grootheid uwer goedheid
en naar de menigvuldigheid uwer erbarmingen,
en verhoor het gebed van uwen armen dienaar,
die hier in het land van de schaduw des doods
als balling oinzwerft.
Bescherm en bewaar mijne ziel tusschen z<io
menig gevaar van dit vergankelijk leven, en leid
my door uwe genade langs den weg van vrede tot
de klaarheid van het eeuwig vaderland. Amen.
-ocr page 39-
BEMERKINGEN OP DEN ARBEID.           31
BEMERKINGEN OP DEN ARBEID.
De mensch wordt tot den arbeid
geboren, gelijk de vogel om ie vliegen.
JOB. T : 7.
Niemand kan zich van den arbeid vrijpleiten.
Iedereen is verplicht de werken te doen, die
zijn beroep, staat, bekwaamheid en gelegen-
heid medebrengt; en dit om de volgende
redenen:
1°. Omdat wij misdadige kinderen zijn van
den zondigen Adam, in wien ook tegen ons
dit vonnis is uitgesproken: De aarde zal ont-
zegend zijn om uwentwil; met arbeid zult gij
er van eten al de dagen uws levens. In het
zweet uws aangezichts zult gij het brood nut-
tigen.
De spys moet dus gekocht worden
voor den prijs van den arbeid. Alwie weigert
te werken, heeft ook geen recht om te eten.
2i>. Opdat de duivel ons nooit ledig vinde.
De ledigheid wordt het oorkussen van den
duivel genoemd. Zij verkwist den kostbaren
tijd en bemoeit zich met ijdele dingen. De
nietsdoeners loopefl ledijt bij dn huizen, en
-ocr page 40-
\'.\\2             IIKMERKINUEN OP DEN AHBEID.
niet alleen ledig, muur ook klapachtig en
nieuwsgierig, snappende hetgeen niet betaamt.
Het is genoeg om verloren te gaan, dat men
onnut en niet werkzaam is.
ito. Opdat men zijn eigen brood ete, eu
niet slechts niemand tot last worde. maar zelfs
in staat zij anderen bij te staan. Dat ieder
met zijne handen iets goeds werke, opdat hij
moge hebben om mede te deden dengene die
gebrek, lijdt,
gebiedt de apostel. En bij dit
gebod heeft de iipostel Paulus ook zijn voor-
beeld gevoegd. Want, niettegenstaande zijnen
upostolischen arbeid, werkte hij nog daaren-
boven met zijne handen om, zegt hij tot de
geloovigen. niemand van u lot last te zijn ,
maar ojxlat wij onszdven u tot een voorbeeld
zonden geven. Gij weet zelven wel,
zegt hij
elders, hoe deze handen mij gediend hebben
tot hetgeen ik en. degenen, die met mij waren,
van noode hadden.
Opdat nu onze arbeid Uode een behagelijk
boetoffer en ons voordeelig zij, moet die ge-
schieden tot eer en heerlijkheid van God,
-ocr page 41-
BEMERKINGEN OP DEN ARBEID.            33
volgons dit gebod des apostels: Alwat gij
doet, hetzij in woorden of in werken, doet
het alles in den naam van den Heer Jezus
Christus:
dat is, met inzicht van Gods wil
daardoor te volbrengen. Hem te verheerlijken
en te behagen. Eet is niet genoeg met den
mond te zeggen: Heer! ik wil dit werk
doen ter uwer eere; wij moeten die begeerte
in het hart hebbeu. ze dikwijls vernieuwen,
eii ons uitwendig zóó gedragen, dat men mer
waarheid van ons zeggen kan: die mensch
leeft en werkt voor God den Heer; hij is een
godvreezend dienaar des Heereu.
Sla te dien einde dikwijls de oogeu des
geloofs op onzen Heer Jezus Christus, en
vereenig uw inzicht met het heilige doel, dat
Hij in zijne werken gehad heeft.
Niemand heeft den wil Gods zóó volmaakt
volbracht en zijne heerlijkheid zóó gezocht,
als Hij. Aldus zullen uwe werken, hoe gering
zij ook zijn, door deze vereeniging Gode aan-
genaam zijn en uw geluk bevorderen.
*
-ocr page 42-
34
NA DEN ARBKID.
GEBED VOOR DEN ARBEID.
Heer Jezus! in vereeniging met uw heilig
inzicht, waarmede Gij op aarde uwe werken
gedaan en opgedragen hebt aan uwen hemel-
schen Vader, offer ik U al mijne werken op;
wil ze door den invloed uwer genade voor-
komen en door uwe. medewerking voltrekken,
opdat zij mogen geschieden tot eer en lot\'
van uwen naam. tot mijne zaligheid en tot
voordeel van mijn naaste. Amen.
NA DEN ARBEID.
Ik dank U, Heer! voor de ondersteuning,
die ik bij het volbrengen van mijn arbeid op
nieuw van U mocht ondervinden. Zoo er iets
goeds in is, U alleen z\\\\ daarvan de eer! En
wat er door mijne schuld niet goed in is, wil
dat genadig vergeven. — Heer! Gij hebt mij
weder mijne taak ten einde doen brengen en
vergunt mij thans eenige rust te nemen om
my tot het volgende werk in staat te stellen.
Doe mij van die ontspanning een goed gebruik
maken. Pat ik met nieuwen lust mijn arbeid
-ocr page 43-
GEBED VOOR DEN MAALTIJD.             35
hervatte en ook daarbij aan IJ blyve gedenken.
Amen.
VOOR EENE GODSDIENSTIGE LEZING.
God van alle waarheid! bereid Gij zelf onze
harten, opdat deze lezing niet tot onze ver-
oordeeling, maar tot onze stichting diene, ons
wijzer make en met nieuwen lust vervulle tot
het onderhouden van uwe heilige geboden.
Amen.
NA EENE GODSDIENSTIGE LEZING.
Prent, mijn God! de heilige waarheden, die
ik zoo even las, diep in mijn geheugen en in
mijn hart. opdat ik ze nimmer vergete, maar
door uwe genade altijd in beoefening brenge.
Amen.
GEBED VOOE DEN MAALTIJD.
Aller oogen wachten op U, o Heer! Gij
geeft hun spijs te rechter tijde. Gij opent
uwe hand en vervult al wat leeft met uwen
zegen.
-ocr page 44-
3fi                  i.i.i;i;ii NA DEN MAALTIJD.
Eere zij den Vader. enz. Gelijk het was, enz.
Heer! ontferm U onzer.
Christus! ontferm U onzer.
Heer! ontferm U onzer.
Onze. Vader, enz.
Heer! zegen ons en deze uwe gaven, die
wij van uwe milde hand ontvangen. door
Christus onzen Heer. Amen.
De. Koning- der eeuwige heerlijkheid ver-
waardige zich ons eens deelachtig te maken
aan zijn hemelschen maaltijd. Amen.
GEBED NA DEN MAALTIJD.
Wij danken U, Heer! almachtig God! voor
al uwe gunsten en weldaden. Gij die leeft en
heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
Heer! ontferm U onzer.
Christus ontferm U onzer.
Heer! ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Heer! verwaardig U allen, die ons om uwen
naam goeddoen, met het eeuwig leven te
vergelden. Amen.
-ocr page 45-
WENKEN OVER HET VERKIEZEN, ENZ. 37
Laat ons den Heer loven!
God zij gedankt!
Dat de zielen der overledene geloovigeu door
Gods barmhartigheid in vrede rusten! Ameu.
WENKEN OVER HET VERKIEZEN VAN
EEN STAAT.
Toon mij uwe wegen en leer mij mee
paden. Bestuur mij in mee icaarlieiil
en onderwijs mij.
psalm, xxiv : 4, s.
Hen brengt zijne zaligheid voorzeker in groot
gevaar, als men zonder roeping van God een
staat aanvaardt. Tot de gelukkige keus van
een staat dienen vooral een deugdzaam gedrag
in den jeugdigen leeftijd, een aanhoudend gebed
om den goddeüjken bijstand en eene verlichte
zelfkennis. — Eer men tot zulk een keus over-
gaat, raadplege men een wijzen, gemoedelyken
man, overdenke rijpelijk, of men wel den
vereischten aanleg tot dezen of genen staat
van deu hemel ontvangen heeft, ofmenwaar-
Ujk zijn eenwig geluk daarin zal kunnen be-
werken. Men neme vooral en meer dan ge"
-ocr page 46-
38 GEBED OM EEN GODE BEHAGELIJKEN
woonlijk, zijn toevlucht tot de genade-middelen
van den godsdienst, liet gebed en de heilige
sacramenten.
GEBED OM EEN GODE BEHAGELIJKEN
STAAT TE VEEKIEZEN.
O Heer! ik aanbid nwe goddelijke schik,
king, waardoor Gij aan ieder zijn eigene gave
uitreikt en hem verkiest tot dien staat, waar-
door Gij hem wilt zaligmaken, onder verplichting
van te blijven in het beroep, waarin hy ge-
roepen is. Ik geloof, dat Gij mij door uwe
eeuwige voerzienigheid tot eenen zekeren staat
geschikt hebt, die tot nu toe aan uwe goddc-
lijke majesteit alleen bekend is. Wetende, dat
ik geen anderen weg mag inslaan, dan dien
Gy\' van eeuwigheid voor mij bereid hebt, en
dezen nog niet kennende ben ik ongerust.
Dit beweegt, mij, o eeuwige Wijsheid! om
mij voor uwen troon te komen nederwerpeu
en mijn hart voor U uit te storten. Want
wie van de menschen kan Gods onbegrijpelijke
-ocr page 47-
STAAT TE VERKIEZEN.                   39
schikking openbaren, of weten, wat God wil?
De gedachten van sterfelijke menschen zijn
onzeker; ja zelfs met groote moeite begrijpen
wij wat op aarde en oin ons is. Wie zal dan
kunnen doorgronden de dingen, die in den
hemel zijn? En wie zal nwen wil weten,
indien Gij hem geen wijsheid geeft en nwen
Heiligen Geest over hem niet uitstort? Spreek
dan, Heer! want uw dienaar (uw dienares)
hoort. Heer! wat wilt Gij, dat ik doe? Zend
uit uw licht en uwo waarheid om mij te
brengen tot dien staat, waartoe Gij mij roept.
Maak mij den weg bekend, dien ik moet bewau-
deleu, want tot U heb ik mijne ziel opgeheven.
Leer mij uwen wil doen, waut Gij zijt mijn
God! In U stel ik al mijn vertrouwen door onzen
Middelaar Jezus<Christus, uwen Zoon, die met
U leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
GEBED TOT EEN PATEOON OP BESCHERM-
HEILIGE.
Heilige N., toen ik door den heiligen doop
in de kerk van Christus werd ingelijfd, is mij
-ocr page 48-
40 (iEBED TOT EEN BESCHERM-HEILIOE.
uw naam gegeven, en ben ik alzoo onder
nwe bijzondere hescherming gesteld. Wie zal
zeggen, tegen hoeveel geestelijk en lichamelijk
onheil uwe beschermende voorspraak mij be-
veiligd heeft, hoevele goede gaven mij op
uwe liefderijke voorbede door God geschonken
zijn? Heilige N., ik dank u voor deze uwe
liefde jegens mij. Houd toch niet, op, bid
ik u. met over mij te waken. Beveel voort -
dun-nd mijne geestelijke en lichamelijke be-
langen in de goedheid des Heeren aan. Bid
voor mij, dat uw naam, dien ik draag, mij
steeds herinnere aan het voorbeeld, dat mij
in uw heilig leven ter navolging gegeven is.
Christus heeft u versterkt om zijne voetstappen
standvastig te volgen; bid Hem, dat Hij ook
mij gelieve te versterken, opdat ik in n Hem
navolge, opdat ik uw naam, en alzoo den
naam van christen meer en meer waardig
worde, en gelijk gij onzen Heiland getrouw
moge zijn in leven en in sterven. Amen.
-ocr page 49-
i.l.l\'.KI) OP KEX VEBJAARDAG.              41
GEBED OP EEN VERJAARDAG.
O Heer, die groot iu goedertierenheid zijt
eu getrouw! de dag, dien Gij mij weder doet
beleven, de verjaardag mijner geboorte, is
voor mij een dag van vele dankbare heriune-
riugen. Hij predikt mij uwe goedheid eu
liettte op het krachtigste. Hij was de aanvang
van die oneindige reeks van weldaden, waar-
uiedf Gij mij begunstigd hebt. Bij mijne ge-
boorte was ik een kind der gramschap, een
voorwerp van uw goddelijk misnoegen, uwe
lietde geheel onwaardig. Maar (iij, wiens lust
het is onverplicht en boven verdiensten wél
te doen, hebt mij toen in genade aangezien,
in liet bad der wedergeboorte mij van de
erfzonde gezuiverd, van satan\'s macht bevrijd
en in uw zalig verbond opgenomen, opdat Gij
mij tot Vader en ik U tot kind zon wezen.
Die genade hebt Gij, Vader der barmhar-
tigheid! door vele andere gunstbewijzen doen
opvolgen, die ik eiken nieuwen dag mijns levens
weer van U ontvangen mocht. Gij toch
waart mijn Leidsman en Beschermer van mijne
-ocr page 50-
42            GEBED OP EEN VERJAARDAG.
jeugd af aan. Uw zorg en uw toezicht hebben
steeds mijn geest bewaard. Hoe zal ik U
voor dat alles danken, hoe uwe goedheid naar
waarde prijzen? Wat zal — wat kan ik U
wedergeven voor al wat ik van U ont-
vangen heb?
Heer! ik wil U te allen tijde daarvoor
loven. Uw lof zal altijd in mijn mond zijn.
Mijn ziel zal steeds in U roemen. U wil ik
al mijne levensdagen het offer van erkentenis
opdragen.
Doch, wat spreek ik van U te zullen loven, —
ik, die mij zoo menige ondankbaarheid tegen
U bewust ben, en die zoo menigmaal mijne
plechtige beloften om IJ al de dagen mijns
levens te dienen, ontrouw werd! De dag van
heden herinnert het mij levendig, dat ik een
jaar voleindigde, dat weder door menig blijk
van ondank en ontrouw werd gekenmerkt.
Neen, Heer! ik durf U daarom niets be-
loven; ik roep slechts vol schaamte tot U:
keer toch uw aangezicht van mij niet af en wijk
in uwe gramschap niet weg\' van uwen dienaar.
-ocr page 51-
GEBED OP EEN VERJAARDAG.              43
Handel met mij niet naar mijne verdiensten,
doch gedenk mijner naar uwe barmhartigheid
om uwe goedheid, Heer! Geef, dat ik voor-
taan uwe weldaden beter waardeere, dank-
baarder er aan beantwoorde, en dat geheel
mijn leven eene eer zij voor U!
Gij, mijn God! kent en doorgrondt mij.
Gij weet, dat ik daartoe thans het ernstige
voornemen heb opgevat. Ja, Gij zijt het zelf,
die dit goede besluit in mij werkt. Voltrek
dan ook genadig wat Gij in mij begonnen hebt.
Wees mijne kracht in mijne zwakheid. Wees
Gij mijn helper, en verlaat of verstoot mij
niet. o God, mijn Zaligmaker! Dan zal ik
de beloften, die ik U bij den heiligen doop
gedaan heb, getrouw bewaren en voor uw
aangezicht wandelen in heiligheid en gerech-
tigheid al de dagen mijns levens.
Zie dan, Heer! op mij, en ontferm U
mijuer. Ik heb beloofd uwe geboden stipt
te onderhouden; maak, dat mijne wegen be-
stuurd worden tot het onderhouden van uwe
bevelen. Bpvestig mijne gangen in uwe paden,
-ocr page 52-
44              GEBED VÓÓR DE HEILIGE MIS.
dat mijne voeten niet uitglijden. Toon uwe
groote barmhartigheid over mij, Gij, die
zalig maakt degenen, die oprecht van harte
zijn en op U al hunne hoop stellen. Amen.
UEBED VÓÓR DE HEILIGE MIS.
Zie, o Heer! op uwen armen dienaar, die
voor uw heilig altaar verschijnt om U die
offerande aan te bieden, welke uw beminde
Zoon heeft ingesteld. Het is plicht, dat wij
alzoo uwe opperheerschappij over ons met een
dankbaar en vernederd hart erkennen en door
Jezus Christus voor uw aanschijn genade zoeken.
(Teef, o Heer! dat ik, hetgeen uwe kerk ons
omtrent dit geheim volgens uw woord leert
door een onwankelbaar geloof aauneme; dat
ik hier voor uw goddelijk aanschijn met oot-
moedigen eerbied en met een oprecht en onge-
veinsd hart verschijue; en dat, terwijl ik U
door deze offerande en door mijne woorden
zoek te eereu, de verborgen boosheid of
ongeregeldheid van mijn hart D niet onteere,
-ocr page 53-
«EBEDEN T)KH HEILIGE MIS.              45
vermits het een schromelijke zaak is met U,
o onbegrijpelijke Heer! te spotten. Bewaar
ook mijne ziel voor alle verstrooidheid, waar-
door zij zoo licht her- en derwaarts getrokken
wordt, ook zoo ver, dat zij somwijlen zelve
niet eens weet, wat zij tot U spreekt. Ontferm
U mijner en geef, dat deze zichtbare offerande
en de plechtigheden, waarmede zij verricht
wordt, mijne zwakke ziel opheffen om U met
nwen gekrnisten Zoon te beminnen, opdat ik
hierdoor barmhartigheid voor nw aangezicht
vinde. Amen.
GEBEDEN DEK HEILIGE MIS.
De priester, staande aan den voet van het
altaar, teekent zich met het teeken des
kruises en zegt:
In den naam des Vaders en des Zoons en
des Heiligen Geestes. Amen.
Ik zal ingaan tot het altaar Gods.
De dienaars antwoorden:
Tot God, die mijne jengd verblijdt.
-ocr page 54-
4K                   i,Ki;i\'.iii.N i\'i.i: iii.ii.ii.k MIS.
PSALM M.ll.
P. Heer! wees wijn rechter en red my\'ne
zaak van het onheilig volk; verlos mij van
den boozen en bedriegelijken mensch.
D. Want Gij, o God! zijt my\'ne sterkte;
waarom hebt Gij mij verstooten, en waarom
ga ik zoo bedroefd, terwijl de vijand mij
verdrukt ?
P Zend uit uw licht en uwe waarheid, die
mij geleideu en brengen op uwen heiligen
berg en in uwe woningen.
D. En ik zal ingaan tot het altaar Gods.
tot God, die mijne jeugd verblijdt.
P Ik zal U loven op de harp, o God,
mijn God! Waarom zijt gij bedroefd, mijne
ziel! en waarom ontstelt gij mij?
D. Betrouw op God, want ik zal Hem nog
danken, de zaligheid mijns aanschijn*, en
mijn God.
P Eere zij den Vader en den Zoon en
den Heiligen Geest.
D. Gelyk het was in den beginne, en nu,
en altijd, en in de eeuwen der eenwen. Amen.
-ocr page 55-
OËBJSDEN DKR HEILIGE BUS.                47
P Ik zal ingaan tot het altaar Gods.
D. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
P Onze hulp is in den naam des Heeren.
D. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
P. Ik belijd voor den almachtigen God.
voor de heilige Maria, altijd maagd, den
heiligen Michaël aartsengel, den heiligen
Johannes den Dooper, de heilige apostelen
Petrus en Paulus, voor alle heiligen, en voor
ix, broeders! dat ik zeer gezondigd heb met
gedachten, woorden en werken, door mijn
schuld, mijn schuld, mijn overgroote schuld.
Daarom bid ik de heilige Maria, altijd maagd,
den heiligen Michaël aartsengel, den heiligen
Johannes den Dooper, de heilige apostelen
Petrus en Paulus, alle heiligen, en u,
broeders! bij den Heer onzen God voor mij
te willen bidden.
D. De almachtige God zij u genadig, ver-
geve u uwe zonden en geleide u tot het
eeuwig leven.
P. Amen.
-ocr page 56-
W                GEBEDEN J)ER HEILIGE MIS.
De dienaars doen vervolgens de schuldbelijdenis
met dezelfde woorden als de priester: doch
in plaats van: u, broeders.
zeggen zij: u, vader.
P. De almachtige God zij n genadig, ver-
geve n uwe zonden en geleide u tot het
eeuwig leven.
D. Amen.
P. De almachtige, en barmhartige Heer
verleene ons kwijtschelding, ontbinding en
vergiffenis van al onze zonden.
D. Amen.
P. O God! Gij zult U tot ons keeren, en
ons wederom doen herleven.
D. En uw volk zal zich in U verblijden.
P. Toon ons, Heer! uwe barmhartigheid.
D. En geef ons uwe zalige hulp.
P. Heer! verhoor mijn gebed.
D. En mijn geroep kome tot U.
P. De Heer zij met u.
D. En met uwen geest.
P. Laat ons bidden.
-ocr page 57-
UEBEDEN DER HEILIGE MIS.             49
De priester zeyt, terwijl hij tot het altaar opgaat:
Wij bidden. U, Heer! neem onze boosheden
van ons weg, opdat wij tot het heilige der
heiligen met een zuiver gemoed mogen ingaan.
door Christus onzen Heer. Amen.
Wij bidden U, Heer! door de verdiensten
van uwe heiligen, wier overblijfselen hier
zijn, en van alle heiligen, dat Gij U ver-
vvaardigt al mijne zonden te vergeven.
Amen.
Terwijl de priester den introïtus leest.
(Laat, o Heer! ons gebed voor uw aange-
zicht komen; neig uw oor tot onze bede. Wij
storten onze gebeden voor uw aangezicht uit,
niet steunende op onze gerechtigheden, maar
op uwe menigvuldige ontfenniugeu. Eere zij
den Vader, enz. Laat, o Heer! enz.)
P. Heer! ontferm U onzer.
D. Heer! ontferm U onzer.
P. Heer! ontferm U onzer.
D. Christus! ontferm U onzer.
P. Christus! ontferm U onzer.
3
-ocr page 58-
50               GEBEDEN DER HEIJ.IGE MtS.
D. Christus! ontferm U onzer.
P Heer! ontferm U onzer.
D. Heer! ontferm U onzer.
P. Heer! ontferm U onzer.
Eern zij aan God in het allerhoogste, en
op aarde vrede den menschen van goeden
wil. Wij loven U. Wij prijzen U. Wij aan-
bidden U. Wij verheerlijken U. Wij danken
U om uwe groote heerlijkheid. Heere God!
Hemelsche Koning! God, almachtig Vader!
Heer Jezus Christus, eeniggeboren Zoon!
Heere God, Lain Gods, Zoon des Vaders, die
wegneemt de zonden der wereld, ontferm U
onzer; die de zouden der wereld wegneemt,
neem ons smeekgebed aan; die zit aan de
rechterhand des Vaders, ontferm U onzer.
Want Gij alleen zijt de Heilige. Gij alleen zijt de
Heer! Gij alleen zijt de Allerhoogste, o Jezns
Christus! met den Heiligen Geest, in de heer-
lijkheid van God den Vader. Amen.
P De Heer zij met n.
D. En met uwen geest.
P Laat ons bidden.
-ocr page 59-
GEBEDEN DEK HEIMGE MIS.               51
Terwijl de priester de collecta leent.
(Geen mensen, o Heer! kan iets ontvangen.
indien het hem niet van den hemel gegeven
wordt. Ja, Heer! alle goede gift en alle vol-
maakte gave is van boven, afkomende van
U, Vader der lichten! Daarom hef ik mijne
oogen op tot U, die in den hemel woont.
Evenals de oogen der knechten gevestigd zijn
op de handen hunner heeren, en gelijk de
oogen eener dienstmaagd op de handen harer
vrouw, zoo zien mijne oogen op U, mijn
Heer en mijn God! totdat Gij U mijner
ontfermt en mij verleent hetgeen ik van U
verzoek.)
Indien men de les van den dag niet bij zich
heeft, kan men lezen:
Onderricht aangaande
het gebed. Bldz. 1.
Terwijl de priester het graduaal, leest.
(Heer! Gy hebt bevolen uwe geboden
stipt te onderhouden. Ach, of mijne wegen
bestuurd werden om uwe bevelen te onderhon-
3*
-ocr page 60-
52               GEBEDEN ÜKK HEILIGE MIS.
den! Stel binnen mij. o Heer! uwen Geest
en maak, dat ik in uwe geboden wandele,
en al uwe voorschriften ouderhoude en vol-
brenge.)
Almachtig God! die de lippen van den profeet
Isaïas met een vurigen steen gezuiverd hebt,
zuiver mijn hart en mijne lippen, en ver-
waardig U door uwe genadige ontferming mij
zóó te zuiveren, dat ik uw heilig evangelie
waardig moge verkondigen, door Christus onzen
Heer. Amen.
Heer! geef mij uw zegen.
De Heer zij in mijn hart en op mijne lip-
peu, opdat ik waardig en naar behooreu zijn
evangelie moge verkondigen. Amen.
P. De Heer zij met u.
D. En met uwen geest.
P. Vervolg van het heilig evangelie naar...
D. Eere zij U, Heer!
bullen men het evangelie niet bij zich
heeft, kan men lezen:
Onderricht aangaande
het gebed. Bldz. 1.
-ocr page 61-
GEBEDEN DER HEILIGE MIS.              53
Na het evangelie.
D. Lof zij U, Christus.
P. Dat door de woorden vau het evangelie
onze gebreken uitgewischt mogen worden.
geloofsbelijdenis.
Ik geloof in éénen God, den almachtigen
Vader. Schepper van hemel en van aarde,
van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En
in éénen Heer, Jezus Christus, den eenigge-
boreu Zoon Gods; uit den Vader vóór alle
eeuwen geboren. God van God, licht van
licht, waarachtig God van den waarachtigeu
God; geboren en niet gemaakt; van één zelf-
standigheid met den Vader; door wieu alles
gemaakt is. Die om ons mensehen en om onze
zaligheid nedergedaald is uit den hemel, en
het vleesch heeft aangenomen door den Heiligen
Geest uit de maagd Maria. En Hij is mensclt
geworden. Hij is ook voor ons gekruist
onder Pontius Pilatus; Hij heeft geleden en
is begraven. En ten derden dage is Hij ver-
rezen volgens de schrifturen. Hij is opge-
-ocr page 62-
54              GEBEDEN HER HEILIGE MIS.
klommen ten hemel, eu zit aan de rechterhand
des Vaders. Hij zal wederkomen met heer-
lijkheid oin te oordeelen levenden en doodeu;
wiens rijk geen einde zal hebbeu. Ik geloot\'
iu den Heiligen G-eest. die Heer is en het
leven geeft; die uit den Vader en den Zoon
voortkomt; die niet den Vader eu deu Zoon
te zamen aangebeden en mede verheerlijkt
wordt; die door de profeten gesproken heeft.
Ik geloof ééne, heilige, katholieke en apostolische
kerk. Ik belijd één doop tot vergeving der
zouden. Ik verwacht de verrijzenis der dooden,
en liet eeuwig leven. Amen.
V. De, Heer zij met u.
D. En met uwen geest.
P. Laat ons bidden.
Terwijl de priester het offertobium leest.
(Van den opgang der zon tot haren onder-
gang zal uw naam, o God! groot ziju onder
de heidenen, en op alle plaatsen zal U offerande
gebracht en uwen naam een zuivere offerande
opgedragen worden.)
-ocr page 63-
OSBÉDSS DEK IIEILIGE MIS.              55
Hij draagt het h-ood op, zeggende:
Heilige Vader, almachtig, eeuwig God!
ueeiu aan deze onbevlekte offerande, die ik,
nw onwaardige dienaar, aan U, mijnen levenden
en waren God, opdraag voor mijne ontelbare
zouden, struikelingen en oiiaclitzaamhedeu en
voor allen, die hier tegenwoordig zijn, als ook
voor alle geloovige christenen, zoo levenden
als doodeu, opdat zij mij en huu ten eeuwigen
leven strekke. Amen.
Hij doet wijn en water in den kelk en zegt:
O God! die de waardigheid der mensche-
lijke natuur op eene wonderbare wijze ge-
schapeu, en nog wonderbaarder hersteld hebt,
geef ons door het geheim van dit water en
dezen wiju, dat wij deelachtig mogeu worden
aan de godheid vau Hem, die zich verwaar-
digd heeft onze nienschelijke natuur aan te
nemen, Jezus Christus, uw Zoon, ouze Heer,
die met U leeft en heerscht in de eenheid
des Heiligen Geestes, God door alle eeuwen der
eeuwen. Amen.
-ocr page 64-
Öti                fiKBEDKN DKR HEILIGE MIS.
Hij draagt den kelk op en zegt:
Hoor! wij offoren U den beker des heils eu
bidden uwe goedertierenheid, dat die voor
onze zaligheid. als ook voor die van de
geheele wereld. met eeneu liet\'elijken geur in
de, tegenwoordigheid nwer goddelijke majesteit
opklimme. Amen.
Laat ons door U, o Heer! aangenomen
worden in den geest van ootmoed en met een
berouwhebbend hart; en laat, onze offerande
heden zoodanig voor U volbracht worden,
dat zij U aangenaam zij , Heere God!
Kom heiligmakende, almachtige, eeuwige
God! en zegen deze offerande, uwen heiligen
naam toebereid.
])e priester ivascht zijne handen en zegt:
psalm xxv.
Under de onschuldigen zal ik mijne handen
wasschen, en ik zal uw altaar omringen,
Heer!
Opdat ik de stem des lofs aauhooren en al
uwe wonderdaden verkondigen moge.
-ocr page 65-
OBBEDJSN IJKR HEILIGE MIS.                57
Heer! ik heb den luister van uw huis be-
miud en de woonplaats uwer heerlijkheid.
O God! verderf toch mijne ziel niet niet de
goddeloozeu. noch mijn leven met de bloed-
dorstige meusuhen.
Die de handen vol boosheid hebbeu; wier
rechterhand met giften vervuld is.
Doch ik heb in mijn onschuld gewandeld;
verlos mij en ontferm U mijner.
Mijn voet staat vast op den rechten weg;
in de vergaderingen zal ik U loven, Heer!
Eere zij den Vader en den Zoon en den
Heiligen Geest.
Gelijk het was in den beginne, en nu, en
;ilrijd. en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Voor het midden des altaara zich buigende,
zegt de priester:
Neem, o Heilige Drievuldigheid! deze otfe-
rande aan, die wij U opdragen ter gedach-
tenis van het lijden, de verrijzenis en do
hemelvaart onzes Heeren Jezus Christus; en
ter eere van de heilige Maria, altijd maagd,
-ocr page 66-
58                ftEBEDKN DER HE1L1HE MIS.
van den heiligen Johannes deu Pooper, vau
de heilige apostelen Petrus en Panlus, en van
deze en van alle heiligen, opdat zij hun ter
eer en ons ter zaligheid strekke. en zij zich
verwaardigen in den hemel voor ons te bidden.
wier gedachtenis wij honden op de aarde,
door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
De priester keert zich tot het volk met de
ivoorden:
Bidt, broeders! dat mijne en uwe, offerande
aangenaam moge worden bij God, den almach-
tigen Vader.
D. Pe Heer neme de, offerande uit uwe
handen aan tot lof en verheerlijking van zijnen
naam, tot nut vau ous eu van zijne geheele
heilige kerk.
P. Amen.
Terwijl de priester de secbeta leest.
(Gij zijt, o Heer Jezus! priester in eenwig-
heid. op de wijze van Melchisedecb; maar
een priester, die heilig zijt. zonder schuld.
-ocr page 67-
GEBEDEN T)Eït HEILIGE MTS.                5!>
onbesmet, afgezonderd van do zondaars. Gij
hebt. o Heer! ons koningen en priesters
gemaakt: doch, o God! maak ons ook heilig,
neem weg onze smetten, gelief ons af te zon-
deren van de zondaars, opdat wij in heiligheid
en gerechtigheid al onze dagen U mogen die-
nen, nvv heilig altaar genaken, en deze heilige
offerande voor nw aanschijn waardig opdragen,
door U, onzen Hoogepriester, die met den
Vader en den Heiligen Geest leeft en heerscht.)
l\'RKFATIK.
P. Door alle eeuwen der eeuwen.
D. Amen.
P. De Heer zij met u.
D. En met uwen geest.
P. Heft uwe harten omhoog.
D. Wij hebben ze omhoog geheven tot den
Heer.
P. Laat ons den Heer onzen God dank-
zeggen.
D. Dat is betamelijk en billijk.
Het is in waarheid betamelijk en billijk ,
-ocr page 68-
60                GEBEDEN DER HEILIGE MIS.
redelijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal
dankzeggen, heilige, Heer! almachtige Vader!
eeuwige God! door Christus onzen Heer. Door
wien de engelen uwe majesteit loven, de heer-
schappijen U aanbidden, de machten met beving
U eeren, de hemelen en de krachten der hemelen
en de zalige serafijnen met onderlinge vreugde
U verheerlijken.
Wij bidden U, dat Gij ook onze stemmen
wilt aannemen, die wij bij de hunne voegen.
met ootmoedige belijdenis zeggende:
Heilig, Heilig. Heilig is de Heer, de God
der heirscharen. Hemel en aarde zijn vol van
uwe heerlijkheid. Hosanna in het allerhoogste!
Gezegend, die daar komt in den naam des
Heeren! Hosanna in het allerhoogste!
Hier begint het gedeelte der mis genaamd canon.
Wij bidden U dan, goedertierenste Vader!
eu smeeken U ootmoedig door uwen Zoon Jezus
Christus, onzen Heer, dat Gij met welgevallen
aanneemt en zegent deze gaven, deze giften,
deze heilige onbevlekt* offeranden, die. wij TT
-ocr page 69-
GEBEDEN DER HEILIGE MIS.                Hl
opdragen, allereerst voor uwe heilige katho-
lieke kerk, opdat Gy U verwaardigt haar vrede
te geven, te bewaren, te vereenigen en de
geheele wereld door te besturen, te zaïnen
niet uwen dienaar, onzen paus N., en onzen
bisschop N., en met alle rechtgeloovigen en
belijders van het katholiek eu apostolisch geloot\'.
Gedachtenis voor levenden.
Wees, Heer! gedachtig uwe dienaren eu
dienaressen N. N.
Bij het memento der lerenden.
(Deuk bij dit K. N. aan hen, voor wie
gij bijzonder wilt of woel bidden, ouders,
bloed ver wanten, vrienden, zieken, enz. Bid
aldus:
Behoed ze, o God! voor het kwaad;
heilig ze in uwe waarheid en in uwe liefde;
versterk ze door de kracht uwer sterkte; ver-
vul ze met de kennis van uwen wil, in alle
wijsheid en geestelijk verstand, opdat zij waar-
dig mogen wandelen, U, hunnen God, in alles
behagen en vrucht dragen in alle goede
werken, Amen.)
-ocr page 70-
62             GEBEDEN DER HEILIGE MIS.
Wees nok allen gedachtig, die hier tegen-
woordig zijn, wier geloof en god\\TUchtiglieid
U bekend zijn, voor wie wij U deze offerande
van lof opdragen of die ze U opdragen voor zich
en voor allen, die hun aangaan; voor de verlos-
sing hunner zielen, voor hun behoudenis en
welstand, en die II, den eeuwig levenden en
waaraehtigen God hunne geloften volbrengen.
Houdende gemeenschap en gedachtenis, aller-
eerst van de roeinwaardige Maria, altijd maagd,
moeder van Jezus Christus, onzen God en Heer,
alsmede van uwe heilige apostelen en marte-
laren, Petrus en Paulns, Andreas, Jacobus,
Johannes, Thomas, Jacobus, Filippus, Bar-
tholomeüs, Mattheüs, Simou en Thaddeüs.
Linus, Cletus, Clemens, Sixtus, Coruelius,
Cyprianus, Laurentius, Chrysogonns, Johannes
en Paulus, Cosmas en Damianus, en van al
uwe heiligen, bidden wij, dat Gij ons door
hunne verdiensten en gebeden verleent, dat
wij in alles met de, hulp van uwe bescherming
versterkt mogen worden, door denzelfden
Christus onzen Heer. Amen.
-ocr page 71-
GEBEDEN DER HEILIGE MIS.                83
Wij bidden U dan, Heer! dat Gij deze op-
dracht van onze dienstbaarheid,alsmede van nwe
gausche gemeente goedgunstig aanneemt, en
onze dagen in uwen vrede bestuurt, en ons van
de eeuwige verdoemenis gelieft te verlossen en
onder de kudde uwer uitverkorenen te tellen,
door Christus onzen Heer. Amen.
Wij bidden U, o God! dat Gij U \\erwaar-
digt deze offerande in alles te zegenen, aan
te nemen, goed te keuren, redelijk en be-
haaglijk te maken, opdat zij voor ons worde,
het lichaam en het bloed van uwen allerliefsten
Zoon, onzen Heer, Jezus Christus.
De priexter het brood in de hand nemende, zegt:
Die daags vóór zijn lijden het brood ge-
nomen heeft in zijne heilige en eerwaardige,
handen, en zijne oogen opslaande naar den
hemel tot U, o God! zijn almogenden Vader,
U dankende, het gezegend, gebroken, eu aan
zijne discipelen gegeven heeft, zeggende: neemt
en eet hiervan allen. Want dit is mijn
lichaam.
-ocr page 72-
64              GEBEDEN" DIB HEILIGE MIS.
Onder het opheffen der heilige hostie.
(Ik aanbid U, mijn Zaligmaker! voor mij
aan liet kruis opgeheven. Ik aanbid U ouder
de heilige sluiers, die U voor mijne oogen
bedekken, niet alleen als wezenlijk op het
altaar tegenwoordig, maar ook als werkelijk
opgeofferd en geslacht voor mijne zonden.)
Hij neemt den kelk, zeggende:
Op dezelfde wijze, nadat het avondmaal
gehouden was, nemende ook dezen heerlijken
drinkbeker in zijne heilige en eerwaardige
handen, insgelijks II dankende, heeft Hij dien
gezegend en aan zijne discipelen gegeven.
zeggende: neemt en drinkt hieruit allen.
Want dit is de drinkbeker van mijn
bloed, van het nieuw en eeuwig ver-
bond (verborgenheid des geloofs), dat
voor u en voor velen vergoten zal
worden tot vergeving der zonden.
Zoo dikinaals gij dit doen zult, zult gij het
doen tot mijnp gedachtenis.
\\
-ocr page 73-
(ÏEBEDEN DER HEILIGE MIS.               
Onder het opheffen van den kelk.
(Hemelsche Vader! ziedaar het bloed van
uwen eenigen Zoon, dat voor mij verstort is.
Verhoor toch, bid ik U, de, stem, die om er-
barming smeekt. Laat daarvan slechts één
droppel op ïnijue ziel vallen, en Iaat mij nooit
zoo ongelukkig zijn, van het eenigszins te
ontheiligen.
Ik heb het door mijne misdaden vergoten,
en Gij hebt het uit Liefde voor mij verstort. Ver-
geef mij mijue verblindheid, en zie slechts op
uwe onmetelijke liefde. Amen.)
Hierom . o Heer! gedachtig aan het zalig
lijden van denzelfdeu Christus, uwen Zoon.
onzen Heer, als ook aan zijne verrijzenis en
heerlijke hemelvaart, offeren wij, uwe dienaren
en ook uw heilig volk, aan uwe verheven niajes-
teit van uwe giften en gaven eene zuivere
offerande, eene heilige offerande, eene onbe-
vlekte offerande, het heilig brood des eeuwigen
levens, en den drinkbeker van de altoos-
durende zaligheid.
-ocr page 74-
fifi                r.KBEDKN T)ER HEILIGE MIS.
Verwaardig: U. met een genadig en gnn-
stig oog hierop neer te zien en dit heilig
offer, deze onbevlekte offerande aan te
nemen, gelijk Hij met welgevallen hebt wil-
len aannemen de giften van uwen dienaar,
den rechtvaardigen Abel, en de offerande
van onzen aartsvader Abraham, en die, welke
uw hoogepriestcr Melchisedech U opgedragen
heeft.
Ootmoedig bidden wij U. almachtige (iod!
laat deze offerande door de handen van uw
heiligen engel brengen op uw verheven altaar
in de tegenwoordigheid van uwe goddelijke
opperheerlijkheid. opdat wij allen, die aan dit
altaar deelachtig zijnde, het allerheiligst lichaam
en bloed van uwen Zoon znllen genuttigd heb-
ben. niet allen henielschen zi-gen en genade
mogen vervuld worden, door denzelfden Christus
onzen Heer. Amen.
Gedachtenis voor dooden.
Wees ook, Heer! gedachtig uwe dienaren
en dienaressen N. N., die ons voorgegaan zijn
-ocr page 75-
GEBEDEN* DER UEILIUE MIS.               67
met het teeken des geloofs en rusten in deu
slaap des vredes.
Bij het memento der dootleu.
(Wij bidden U, Heer en Zaligmaker, die de
Verlosser zijt der gansene wereld, voor de
zielen van N. N. — Voor onze zonden hebt
Gij U zelven opgedragen, en nog dagelijks
wilt Gij die opdracht voor ous vernieuwen om
ons aan hare oneindige verdiensten deelachtig
te maken. Geef onzen overledenen, bidden wij
L\', een rijk aandeel in die verdiensten. Ver-
geef hun hunne zonden en veelvuldige ontrouw-
heden. Handel met hen, smeeken wij U vnrig.
niet volgeus uwe strenge rechtvaardigheid, maar
wees hun gedachtig naar uwe groote barmhartig-
heid. Verleen hun rust en toegang tot uw rijk.
Vereenig ons allen eenmaal met hen eu met U in
de vreugde der eeuwige heerlijkheid. Amen.)
Wij bidden U. Heer! dat Gij dezen en allen,
die in Christus rusten, de plaats van verkwik -
king, van licht en vrede wilt verleeueu, door
denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
-ocr page 76-
68             GEBEDEN DER HEILIGE MIS.
Verwaardig U ook aan ons, zondige men-
schen, uwe dienaren, die op de menigvuldig-
heid uwer erbarmingen vertrouwen, deel en
gemeenschap te geven met uwe heilige apos-
telen en martelaren Johannes, Stefanus.
Matthias, Barnabas, Ignatius, Alexander.
Marcelliuus, Petrus, Felicitas. Perpetua, Agatha.
Lucia, Agnes. Cecilia, Anastasia en al nwc
heiligen. Wij bidden U, dat Gij, niet ziende
op -onze verdiensten, maar op uwe genade,
onder hun gezelschap ons aanneemt, door
Christus onzen Heer. door wien Gij, Heer!
altijd al deze gaven voortbrengt, heiligt, levend
maakt, zegent en aan ons verleent.
De priester de heilige hostie in de hand nemende
Irreugt lof aan God. zeggende:
Door Hem, en met Hem, en in Hem wordt
aan U, o God! almogende Vader! in de een-
heid des Heiligen Geestes gegeven alle eer en
heerlijkheid door alle eeuwen der eenwen.
D. Amen.
-ocr page 77-
GEBEDEN DER HEILIGE MIS.               
Hier begint de voorbereiding tot de heilige
communie.
P Laat ons bidden.
Door heilzame bevelen aangezet en door
goddelijke voorschriften onderwezen, durven
wij zeggen:
Onze Vader! die in de hemelen zijt. Ge-
heiligd zij uw naam. Uw rijk toekome. Uw
wil gescliiede op de aarde als in den hemel.
Geef ons heden ons dagelijksch brood. £n
vergeet\' ons onze schulden, gelijk ook wij
vergeven aan onze schuldenaren. Eu leid
ons niet in bekoring.
D. Maar verlos ons van den kwade.
P Amen.
Wij bidden U, Heer! verlos ons van alle
kwaad, dat verleden, dat tegenwoordig en
nog aanstaande is; en verleen genadig op de
voorspraak van de heilige en roemwaardige
moeder Gods Maria, altijd maagd, van de
heilige apostelen Petrus en Paulns en Andreas,
en alle heiligen, vrede in onze dagen, opdat wij
-ocr page 78-
70               GEBEDEN DER HEILIGE MIS.
door den bijstand uwer barmhartigheid ge-
holpen, te, allen tijde vrij mogen blijven van
/oude en beveiligd tegen alle kwelling, door
denzelfden Jezus Christus, onzen Heer, uwen •
Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid
des Heiligen Geestes, God door alle eeuwen
der eeuwen.
D. Amen.
P. De vrede des Heeren zij altijd met u.
D. En met uwen geest.
Deze vermenging en heiliging van hetliehaam
en bloed onzes Heeren Jezus Christus strekke
ons, die het nuttigen, ten eeuwigen leven.
Amen.
Lam Gods ! dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer.
Lam Gods ! dat de zonden der wereld
wegueemt, ontferm U onzer.
Lam Gods ! dat de zonden der wereld
wegneemt, geef ons vrede.
Heer Jezus Christus! die tot uwe apostelen
gezegd hebt: Ik laat u den vrede: Ik geef u
-ocr page 79-
OBBBOKH DBB HBUJGK MIS.              71
mijnen vrede; zie tocli niet op mijue zonden,
maar op het geloot\' vau uwe kerk. en ver-
waardig U haar naar uw wil vrede en eenheid
te verleenen, Gij, die leeft en heerscht, God
door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jezus Christus! Zoon van den levenden
God! die door den wil van uwen Vader en
door het medewerken van den Heiligen Geest,
de wereld door uwen dood hebt levend ge-
maakt, verlos mij door dit uw allerheiligst
lichaam en bloed van al mijne ongerechtig-
heden en van alle kwaad en maak, dat ik
mij altijd houde aan uwe geboden, en duld
niet, dat ik ooit van U geseheiden worde,
die met denzelfdeu God den Vader en den
Heiligen Geest leeft en heerscht, God in alle
eenwen der eeuwen. Amen.
Heer Jezus Christus! laat het nuttigen vau
uw lichaam, dat ik, onwaardige, mij voorneem
te ontvangen, niet strekken tot mijn oordeel
en vonnis; maar laat het door nwe goeder-
tiere.nheid mij nuttig zijn tot bescherming vau
ziel en lichaam en om genezing te erlangen;
-ocr page 80-
72              QKBBDKN DEK HUUOB MIS.
die leeft eu heerscht met God den Vader iu de
eenheid des Heiligen Geestes, God door alle
eeuwen der eeuwen. Auien.
Ik zal het heinelseh brood nemen en den
naam des Heeren aanroepen.
De priester herhaalt driemaal:
Heer! ik ben niet waardig, dat Gij onder
mijn dak komt, maar spreek alleen één woord,
en. mijne ziel zal gezond worden.
Hij nuttigt de heilige hostie, zeggende:
Het lichaam onzes Heeren Jezus Christus
beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Wat zal ik den Heer wedergeven voor al
de weldaden, die Hij mij gedaan heeft ? Ik
zal den beker der zaligheid nemen en den
naam des Heeren aanroepen. Ik zal den Heer
loven en aanroepen, eu van mijne vijanden
verlost zijn.
Hij nuttigt het heilige bloed en zegt:
Het bloed onzes Heeren Jezus Christus be-
ware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
-ocr page 81-
OEHEDEN l)KK HEILIGE MIS.                7.\'!
Onder de heilige communie.
(O minnelijke Jezus! hoc gelukkig is In-r
lot van uwe dienaren en van die getrouwe
zielen. die Gij waardig maakt U in de
heilige communie te ontvangen!
O mijn Zaligmaker! zoo ik heden het geluk
nog derven moet van niet uw aanbiddelijk
vleesch gevoed te worden, sta dan toch ge-
nadig toe, dat ik U outvauge met mijn geest
en hart, en mij met U vereenige door geloof,
hoop en liefde. — Ik geloof in U, mijn God!
ik hoop op U, en wensen U te beminnen van
ganscher harte. Ik gevoel, hoe noodzakelijk
het is, dat Gij met uwe genade in mij komt.
Kom. mijn goddelijke Jezus! en laat uwe ge-
nade over mij nederdalen. Kom in mijn ver-
stand om liet door uw goddelijk licht te ver-
helderen; kom in mijn hart om het te doen
ontvlammen door het vuur uwer heilige en
reine liefde; vereenig mij innig met U; ver-
ander mij in U en maak. dat voortaan niet
ik meer leve. maar dat Gij in mij leeft en
-ocr page 82-
71                   UKBBDKH i\'i:i.\' HKIt,Ii,K Mis.
heerscht, nu in den tyd en in de eeuwigheid.
Amen.)
Heer! geef, dat wij, hetgeen wij met den
mond genuttigd hebben, met een zuiver hart
ontvangen, en dat het van een tijdelijke gave
ons tot een eeuwig geneesmiddel worde.
Laat, Heer! uw lichaam, dat ik genuttigd
en nw bloed, dat ik gedronken heb, in mijn
binnenste kleven; en verleen, dat in mij,
die\' door zuivere en heilige genademiddelen
verkwikt ben, geen vlek van zonden over-
blijve. Gij die leeft en heerscht in de eenwen
der eeuwen. Amen.
Tent ijl de priester de commünio leest.
(Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed
is waarlijk drank. Die myn vleesch eet en
mijn bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in hem,
zegt de Heer.)
P. De Heer zij met u.
D En met uwen geest.
P. Laat ons bidden.
-ocr page 83-
GEBEDEN DKR HEIMUE MIS.                ,.)
Terwijl de priester de postcommunio leest.
(Stort, Heere God! de genade des Hei-
ligen Geestes in onze harten, die ons door
verzuchtingen ra tranen onze zonden doe
uitwisschen en ons door uwe gunst de gc-
wenschte kwijtschelding verleene, door onzen
Heer, enz.
Wij bidden U, o God! verlicht onze harten
door uwe genade, opdat wij altoos uwer
opperheerlijkheid waardige en aangename din-
gen mogen deuken en U oprecht liefhebben,
door onzen Heer, enz.
O Heer! onze Helper en Beschermer! sta
ons bij, en doe in ons hart en in ons vleesch
de kuischheid en de reinheid krachtig bloeien,
opdat wij door deze offerande, die wij aan
uwo goedertierenheid opgedragen hebbeu.
tegen alle bekoring gesterkt worden. door
onzen Heer, enz.)
P. De Heer zij met u.
D. En met uwen geest.
P. Gaat, de dienst is geëindigd.
D. God zij gedankt.
4«
-ocr page 84-
7H                GEBEDEN ÜKK HEILIGE MIS.
Moge, o heilige Drievuldigheid! het werk
van mijne dienstbaarheid U behagen, en ver-
leen, dat de offerande, die ik, onwaardige,
voor de oogen vau uwe opperheerlijkheid
opgedragen heb, II aangenaam zij, eu mij en
allen, voor wie ik haar opgedragen heb, door
uwe genade tot verzoening strekke, door
Christus onzen Heer. Amen.
Hij keert zich naar de gemeente en zegent
haar. zeggende :
De almachtige God, de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest zegene n.
D. Amen.
P. De Heer zij met u.
ƒ). En met uwen geest.
/\'. Het begin van bet heilig evangelie
volgens Johannes.
D. Eer zij ü, Heer!
Ju liet begin was het Woord, en het Woord
was bij God, en het Woord was God. Dit
was in het begin bij God. Alle dingen zijn
door hetzelve gemaakt, en zonder dat, is er
-ocr page 85-
GEBEDEN* DER HEILIGE MIS.                 / 7
niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. In
hetzelve was het leven, en het leven was
het licht der menscheu; en het licht schijnt
in de duisternissen, en de duisternissen hebben
het niet begrepen. Er werd een mensch door
God gezonden, wiens naam was Johannes.
Deze kwam tot getuige om getuigenis van
het licht te geven, opdat zij allen door hem
gelooven zonden. Hij was het licht niet. maar
l\'hij kwam] om getuigenis van het licht te geven.
Dit was het waarachtig licht, dat alle menschen
verlicht, komende, in deze wereld. Hij was
in de wereld, en de wereld is door Hem
gemaakt, en de wereld heet\'i Hem niet gekend.
Hij kwam tot de zijnen; doch de zijnen namen
Hem niet aan. Maar allen, die Hem aangenomen
hebben, heeft Hij macht gegeven kinderen Gods
te worden, dengenen die in zijnen naam gelooven;
die niet uit den bloede, noch uit den wil des
vleesches, noch uit den wil eens mans, maar
uit God geboren zijn. En het Woord is
vleesch geworden, en heeft onder ons ge-
woond: en wij hebben zijne heerlijkheid ge-
-ocr page 86-
78                \'. 1.1:}. I» XA DK HEILIGE MIS.
zien. eene heerlijkheid als van den eeniggeboreu
Zoon des Vaders, vol genade en waarheid.
D. God zij gedankt.
UBJBKD NA DE HEILIGE iMIS.
Vergun, o hemelsche Vader! dat de vrucht
van deze allerwaardigste offerande zich in al
mijne daden openbare. Ik heb door het opdragen
van uwen allerliefsten Zoon willen betuigen,
dat ik U erken voor mijnen oppersten Heer
en mijnen God. Geef, dat de oprechtheid
mijner aanbidding uit mijnen handel blijke.
Keer van mij alle boosheid af en bestuur
mijne gangen in alle waarheid en gerechtig-
heid. opdat ik in het toekomende niet alleen
deze aanbiddelijke offerande zonder verwijf
mijn* gemoeds en inet betrouwen door de
handen van uwe priesters moge opdragen,
maar zelf ook worde eene behagelijke offerande
voor uwe goddelijke oogeu. Amen.
-ocr page 87-
GEBED TER VOORBEREIDING, ENZ.         79
GEBED TEE VOORBEREIDING EENER EERSTE
HEILIGE COMMUNIE.
Durf ik het bestaan, o groote en heilige
God! om tot uwe tafel te naderen en uwe
liefdevolle uitnoodiging gehoor te geven: kom
tot Mij; neem en eet, want dit is mijn lichaam!
Ach! wie beu ik, Heer! en wie zijt Gij, die
mij tot D noodigt?... Wat is toch de mensch.
dat (üj hem dus gedachtig zijt en des meuschen
kind, dat Gij het alzoo komt bezoeken en
begunstigen !... ()! doordring mij diep van
deze gedachte en vestig in mij de levendigste
overtuiging, dat de eerste heilige communie,
waartoe ik mij thans voorbereid, de gewichtigste
daad mijns levens is en die wellicht over miju
lot in de eeuwigheid beslist. Dat ik daarom
alles aanwende om mij er goed op voor te
bereiden. Dat ik zonder ophouden, Heer! uwe
onuitsprekelijke, goedheid overwege, die mij,
onwaardige, er toe dringt om tot dit aanbiddelijk
en levendmakend sacrament te naderen en
aan dien allerzuivei\'Sten maaltijd deel te nemen.
waar de engelen tegenwoordig zijn en dienen.
-ocr page 88-
SU (IKHKI) IX J)K I1AGKX VAN DANKZEGGING
O! dat ik mij reeds nu en altijd in uwe god-
delijke tegenwoordigheid boude, en mijn liarr
niet vurige liefde en gestadige gebeden tot
U oplieffe: dat mijn leven aan de wereld en
de zouden gekruisigd zij, en mijne ziel zich
voortdurend door waardige, vruchten van boet-
vaardighcid van alle vlekken der zonden
reinige. Dat ik geen ander verlangen koestere
dan naar U, die goed en mild zijt voor allen,
die op U hopen; en dat ik vast vertrouwe,
dat Gij ook aan mij deze uwe zalige belofte,
zult willen volbrengen: zoo iemand van dit
brood eet. die zal in eeuwigheid leren.
Amen.
GKBED IX DE HAGEN VAN DANKZEGGING
NA VR KEILIGE COMMUNIE.
Heer! ik heb de onschatbare gunst, die ik
van U genoten heb, niet vergeten. Ik kom
tot U om U daarvoor nogmaals mijn vurigsten
dank te betuigen. Hoe goed zijt Gij, o mijn
God! en hoe, wonderbaar doet Gij uwe goed-
heid aan mij blijken !.. . Zon liet mogelijk
-ocr page 89-
NA DE HEILIGE COMMUNIE.                81
kunnen zijn. dat ik U niet vau ganscher
harte beminde?
Laat mij toch door niets ter wereld van U
afgescheiden kunnen worden. Volmaak en vol-
trek uw werk met mij dagelijks heiliger te
maken.
Stel een wacht aan mijn mond, waardoor
Gij tot mij zijt ingekomen; en Iaat er nooit
leugentaal, of liefdelooze, of onreine woorden
uit voortkomen. Maak mijne ziel en mijn
lichaam, waarin Gij uw verblijf wel hebt.
willen nemen. zuiver; bekleed mij met het
sieraad der heiligheid en maak mij waardig V
weldra weder te mogen ontvangen.
Doe mij zoodanig over mij zelveu en mijn
geheelen omgang waken, dat ik uwe godde-
lijke tegenwoordigheid in mij overal aan den
dag legge. Dat men U in mijne woorden en
daden, in mijnen gauschen handel en wandel
ontdekke. Dat mijne lijdzaamheid in de wissel-
valligheden en rampen dezes levens, dat mijn
vurige ijver voor uwen dienst en voor uwc
eer. mijne getrouwheid aan uwe genade, mijne
-ocr page 90-
H2 VOOR HET ONUEIIZOEK DES GEWETENS.
standvastigheid iu de bekoringen, mijne innige,
sterke en volhardende liefde, mijne vaardig-
heid tot bidden, mijne zedigheid, nederigheid
en zachtziunigheid, —dat dit alles doe blijken,
dat Gij in mij zijt en ik in U, en het niette
vergeefs is. dat ik U ontvangen heb, maar
dat ook mij door U de zaligheid is toegekomen.
Maak toch, Heer! dat ik de genade, die ik
v;m IT ontvangen heb, niet verlieze, maar ze
door • bidden en goede werken in mij beware
pil aaukweeke, opdat ik de vermeerdering er
van door eene nieuwe communie verkrijgen
ruoge. Voed mij dikwerf met dit heilig brood;
voed mij daarmede gedurende mijn leven ter
mijner versterking op den weg naar den
hemel. Voed mij ook daarmede, o mijn Heiland!
bij myii uiteinde. opdat ik alzoo in U outslape
en tot een eeuwig gelukzalig leven ontwake*
Amen.
VOOK HET ONDERZOEK DES GEWETENS.
Verlicht mij, myn God! door het licht van
uwen Geest. Versterk mij door nwe genadp,
-ocr page 91-
BEMERKING OVER, ENZ.                  88
opdat ik mij zelven keime, zooals Gij mij kent.
Dat ik in mij hate. wat Gij in mij haat; dat
ik verbetere, al wat U zou kunnen mishagen.
Geef mij, Heer. iets van dat licht, dat mij
bij het uur van mijn sterven het getal en
de grootheid mijuer misdaden zal doen kennen.
en vervul mij met zulk een schroom voor de
zonde, dat zij het eenige kwaad zij, waar-
voor ik op deze wereld vrees. Amen.
BEMERKING OVER HET GEWETENS-
ONDERZOEK.
Overdenk met berouw al de gedachten
mes harten op uwe rustplaatsen.
PS. IV t 6.
Begeef u nooit ter rust zonder u eerst voor
God af te vragen, hoe Gij den afgeloopen
dag hebt doorgebracht, hoe gij u ten opzichte
van God en meusehen, ten opzichte van uzelven
hebt gedragen, hoe gij uwe plichten en voor-
nemeus volbracht hebt. Vestig uwe aandacht
vooral op de gebreken en neigingen, waaraan
gij het. meest onderhevig zijt. Bedenk niet
-ocr page 92-
Ni                      BEMKBXOro UVEK HKT
alleen: wat heb ik heden gedaan? maar ook:
wat heeft mij er toe bewogen en aanleiding-
toe gegeven? Wat i.s er in mijn hart om-
gegaan? Wat was de oorzaak, wat het ge-
volg mijner handelingen? Hoe ver ben ik
heden op den weg mijner bekeering voor- of
achteruit gegaan? Waarover mag ik mijzelven
geruststellen, en met dankbaarheid jegens God
verblijden? Waarover moet ik mij schamen
en bedroeven?
Zonder deze dagelijksche oefening is er geen
standvastige verbetering, geen ware voortgang
np den weg der deugd mogelijk.
Vergenoeg n echter niet met dit dagelijkscb
onderzoek uws gewetens, doch maak het u
tot eene godvruchtige, gewoonte eens in de
week, b.v. des zondags, — en wederom eens
iu de maand een algemeen overzicht te
honden om u zelven af te vragen: Hoe is
mijn hart gesteld ten opzichte van God, mijn
hemelschen Vader; en van Jezus Christus,
mijn dierbaren Verlosser en Zaligmaker?
Dacht ik dikwijls aan zijne liefde voor mij?
-ocr page 93-
OEWETEXS-ONDEKZOKK.                     85
Hoe betoonde ik mijne dankbaarheid, mijn
vertrouwen en mijne onderwerping door het
volbrengen van zijn aanbiddelijken wil? Hoe
beijverde ik mij in liet vervullen mijner gods-
dienst-plichten?
Wandelde ik steeds als in (u>ds tegenwoor-
digheid? Was ik bezorgd den heiligen omgang
met Hein door het gebed te onderhouden?
Luisterde ik altijd naar de inspraak van mijn
geweten? Handelde ik nooit tegen de over-
tuiging van mijn innerlijk gevoel?
Hoe gedroeg ik mij omtrent mijn even-
mensch? bijzonder omtrent diegenen, waar-
mede ik nauw verbonden ben: ouders, kinderen,
echtgenoot, overheden, huisgenooten? Vond
nimmer bitterheid, haat, afgunst, of\' blijd-
schap over eens anders nadeel in mijn hart
plaats? Is het althans nu daarvan vrij?
Was ik bij mijne gezindheden en hau-
deliugen rechtschapen, eerlijk, oprecht, trouw?
Heb ik niemand onderkropen, benadeeld. mis-
handeld, of in zijn eer en goeden naam gekrenkt
door harde, liefdelooze oordeelvelling. door
-ocr page 94-
8H                      BEMKKKIM. OVER HET
openbaarmaking van verborgen gebreken, door
minachting, achterklap of laster? — Geschiedde
dit uit onbezonnenheid, uit zwakheid, of met
opzet, uit hoogmoed of afgunst, of wel uit
zucht om te behagen ?
Hoe groot was het onheil, dat ik veroor-
zaakte ? Heb ik de door mij toegebrachte
schade hersteld, het onrecht vergoed, de
lastering herroepen ? Of moet ik dit nog
doen en op welke wijze ?
Heb ik niemand tot zonde aangespoord, of
door woord of voorbeeld daartoe aanleiding
gegeven ? — uit onbedachtzaamheid of opzet-
telijk ? in welke zaken ? — Hoe dit kwaad
weder goed te maken ?
Was mijne ïnenschlievendheid, naar het
voorbeeld en voorschrift des Heeren. zuiver,
onbaatzuchtig, onpartijdig, zachtmoedig. ver-
draagzaam, mild naar mijn vermogen ? Hoe
gedroeg ik mij jegens andersdenkenden, dwa-
lenden, boozen, ja zelfs jegens mijne vijanden?
Had ik medelijden met hen, trachtte ik hen
te recht, te brengen, hun goed te doen?
-ocr page 95-
OKWETENS-ONDEKZOKK.                     87
Verplaatste ik mij ooit iu den toestand vau
anderen, en handelde ik zóó, als ik wenschte,
dat men mij bejegende ? Maakte ik het mij
tot plicht en blijdschap mijn evenmensch wèl
te doen, en met raad, met hulp en troost bij
te staan \'i Wat bewoog mij daartoe ?
Was ik bij genot van geluk en vreugd
dankbaar, matig en bescheiden: in rampspoed
gelaten, geduldig, aan God onderworpen ?
Waartoe heeft mijne ijdelheid, drift of be-
geerlijkheid mij vervoerd ?
Waartoe strekten mijne gedachten en wen-
schen zich uit? Durf ik dit openlijk belijden?
Of moet ik niet veeleer schaamrood daarover
worden ?
Hoe heb ik mijne geliefkoosde neigingen
eu zondige gewoonten trachten uit te
roeien? — Erkende en betreurde ik terstond
mijne misstappen en trachtte ik ze goed te
maken ? — Was het mij waarlijk ernst mijne
goede voornemens ten uitvoer te brengen ?
Welke middelen en welke moeite heb ik daar-
toe aangewend ?
-ocr page 96-
88                    BKMERKINO. OVER, KXZ.
Beu ik beter of slechter geworden ? Beu
ik iets gevorderd in zelfkennis, ootmoed,
waakzaamheid, zelfverloochening en lijdzaam-
heid? Leef ik meer dan vroeger door het
geloof?
Hoe heb ik de plichten van mijn staat
vervuld ?
Zal de Heer over mijn dagwerk tevredeu
zijn? Mag ik het over mij zei ven wezen? —
Hen ik gereed om nu reeds voor mijnen Rechter
te verschijnen ?
Wat is mij buitengewoons bejegend?
Wat kan ik uit mijne opmerkingen en onder-
vindingen leeren ?...
Onderzoek u zelven over deze en dergelijke
punten met allen ernst eu gemoedelijkheid,
uiet met vluchtige lichtzinnigheid, maar met
bedachtzame en verstandige toepassing op uw
hart en leven; en laat op elk dier vragen,
door uw geweten, die stem Gods in uw
binnenste, u naar waarheid antwoorden. lm-
mer;. het zoude vreeselijk zijn. op den duur
-ocr page 97-
GBBKD VOOR DE BKLUDENIS.             89
iu verstrooiug eu zorgeloos wegens zijn eeuwig
welzijn voort te leven, zonder ooit eens ernstig
over zich zelveu na te deuken. Dit ware.
helaas ! hetzelfde. als sluimerde men op den
rand van een afgrond in.
NA HET OXDEKZOEK DES GEWETENS.
Barmhartige God! vol ootmoed smeek ik
U om vergeving mijner zouden. Ik zie nu in,
hoeveel eu hoe groot ze zijn. en dat ik er de.
hel door verdiend hel). Ik verfoei ze van
ganseher harte, dewijl ze U zoozeer mishagen
en beleedigen. Dat ik er toch nooit meer in
vervalle. Ik neem mij dit thans ernstig voor:
help Gij mij echter door uwe genade. Zie in
barmhartigheid on mij neder en verhoor mij,
Heer mijn God! opdat ik nooit ontslape in
den dood, en dat mijn vijand nimmer zegge:
Ik heb hem overwonnen! Amen.
GEBED VOOR DK BELIJDENIS.
Lieve Zaligmaker! die ons iu den persoon
van Lazarus een beeld van het sacrament van
-ocr page 98-
90              GEBED VOOR DE BELIJDENIS.
boetvaardigheid gegeven hebt, toen Gy hem,
reeds den reuk des doods verspreidende,
door uwe kracht tot het leven opgewekt heb-
bende, uwen aposteleu bevolen hebt. dat zij
hem zonden ontbinden; het heeft U behaagd,
dat, hoe leed mijne zonden mij mochten
wezen, en hoe vast ik mocht betrouwen, dat
Gij mijne ziel door uwe genade van den dood
verwekt hebt, ik die echter allen voor uwen
dienaar zou belijden om door de priesterlijke
absolutie ontbonden te worden. Ik onderwerp
mij van harte aan dezen uwen rechtvaardigen
en bannhartigen wil. Ik zal mij gaarne ver-
nederen en de verdiende schaamte voor mijne
misdaden ondergaan, opdat ik daardoor nwe
genade en vriendschap moge verkrijgen. In
dit betrouwen ga ik mij uederwerpen voor de
voeten van uwen dienaar. Wees in mijnen
mond en in mijn hart, o Heer! opdat ik met
een rouwig en vernederd gemoed, met eenvoud
en voorzichtigheid, eene volledige, oprechte
en openhartige belijdenis moge doen van al
mijne zonden. Wees ook in het hart en in
-ocr page 99-
GEBED NA DE BELIJDENIS.               91
den mond van den priester, opdat hij, vervuld
met uwen geest, die een geest is van wysheid.
licht eu liefde, mijne gesteltenis recht keun»\',
mij getrouw behandele volgens de regels
uwer kerk en mij de geschikte middelen tot
eene bestendige bekeering aanwijze. Geef mij
een leerzaam en onderdanig hart. dat gewillig
zijne vermaningen aanneemt eu zich geheel
aan zijn oordeel onderwerpt, opdat aldus,
volgens uw woord, ontbonden moge zijn in
den hemel. wat hij ontbinden zal op do
aarde. Amen.
GEBED NA DE BELIJDENIS.
Loof, mijne ziel, den Heer, die al uwe zouden
vergeeft, en al uwe gebreken geneest, die uw
leven van den ondergang verlost, die n met
genade en barmhartigheden kroont. Door uwe
barmhartigheid, lankmoedigo God! beu ik iu
mijne zonden niet omgekomen. Gij hebt mij
niet gehandeld volgens de verdiensten mijner
zonden. Gij hebt mij niet gestraft volgens de
-ocr page 100-
!\'2                 UEBED NA DE BELIJDENIS.
grootheid mijner boosheden. Tk heb mijue
ongerechtigheden voor U beleden, en Gij hebt
de boosheid mijner zonden vergeven. Laat U
welgevallen de ootmoedige dankzegging, die
ik U betuig door uwen Zoon. onzen Heer
Jezus, door wien Gij mij de overwinning hebt
doen behalen over de vijanden mijner zalig-
heid; en laat u ook aangenaam zijn de vurige
begeerte, die ik heb van U te loven en uwe
barmhartigheden te verkondigen in eeuwigheid.
() Jezus Christus ! door U heb ik toegang
jrehad tot God uwen Vader, en de verge-
ving mijner zonden verkregen; ik werp mij
v»or uwe voeten neder om II te bedanken,
gelijk de melaatsche. gedaan heeft, omdat Gij
mij van de melaatschheid mijner zonden gezui-
verd en genezen hebt.
Maar, o goedertieren Vader! Gij kent
mijne zwakheid. Ik ben. gelijk ik vertrouw,
genezen, doch ik heb uwe hulp onophoudelijk
uoodig om niet meer te zondigen, opdat mij
niet nog erger overkome. Kom myue zwak-
heid te hulp. opdat ik nimmer afwijke van
-ocr page 101-
OKBED NA DK BELIJDENIS.                 !\'.\'<
uwe geboden. Bevestig, Heer! hetgeen Gij iu
mij gewerkt hebt. Doe mij door uwe geuade
wèl toezien, dat ik nu staande niet weder
valle; maar dat ik met vrees en beviug mijne
zaligheid werke, in veel arbeid en waken, in
aalmoezen, in gebeden en vasten.
Ja, Heer! zulke boetoffers eischt uwerecht-
vaai-digheid. De eeuwige sti\'af is den bekeerden
zondaar wel kwijtgescholden, maar Gij wilt,
dat hij eenige kastijdingen lijdt. Gij wilt
door boetvaardigheid verzoend worden. Help
mij, Heer! waardige vruchten van boetvaar-
digheid voortbrengen, dat is, zoodanige boete-
werken, die eenige overeenkomst hebben met
de grootheid en het getal der zonden. Geef
mij den wil om door bidden, vasten en werken
van barmhartigheid al mijne ongerechtigheden
uit te boeten, opdat mijn zondig vleesch door
de tuchtiging onder bedwang gebracht worde
en de zonde in mij niet meer heersche. Ver-
gun mij, dat ik, in plaats van in te volgen
de wellusten des vleesches, integendeel door
eene strenge boetoefening het zoodanig kruise
-ocr page 102-
!»4                   DU ZEVEN BOETPSALMEN.
met al zijne begeerlijkbeden en  kwade lusten,
dat ik aan de zonde gestorven  voortaan leve
voor U, o God! in Christus   Jezus onzen
Heer. Amen.
DE ZEVEN BOETPSALMEN.
PSALM. VI.
Heer! straf mij niet in uwe verbolgenheid
en berisp mij niet in uwe gramschap.
Ontferm U mijner, Heer! want ik ben
zwak; genees mij, Heer! want myne beenderen
zijn geheel ontsteld.
En myne ziel is zeer verschrikt; maar Gy.
Heer! hoe lang?
Keer U om, Heer! en verlos mijne ziel;
genees mij om uwe barmhartigheid.
Want daar is niemand, die in den dood U
gedachtig is; en wie zal U in het graf loven?
Ik ben vermoeid van mijn zuchten; ik zal
alle nachten mijn bed wasschen; met mijne
tranen zal ik mijne rustplaats besproeien.
-ocr page 103-
l)K ZEVEN BOETPSALMEN.                   !•*>
Mijn oog is van de verbolgeuheid ontroerd;
ik ben verouderd onder al mijne vijanden.
Gaat weg van my allen, die ongerechtigheid
bedrijft, want de Heer heeft de stem mijns
weenens gehoord.
De Heer heeft mijn smeeken gehoord; de
Heer heeft mijn gebed aangenomen.
Laat al mijne vijanden beschaamd en geheel
ontsteld worden; dat zij zeer haastig terng-
keeren en zich schamen.
Eer zij den Vader, enz. Gelijk het was, enz.
PSALM XXXI.
Zalig zijn zij, wier boosheden vergeven en
wier zonden bedekt zijn.
Zalig is de man, wien de Heer de zonde
niet toegerekend heeft, en in wiens geest
geen bedrog is.
Omdat ik het verzweeg, zijn myne beenderen
uitgemergeld, terwijl ik riep den geheelen dag.
Want dag en nacht is uwe hand op my
verzwaard; ik ben omgekeerd in mijne ellende,
terwijl ik met doornen werd gestoken.
-ocr page 104-
\'M\'\\                    DE ZEVEN BOETPSALMEN.
Ik heb mijne misdaad voor D beleden, en
mijne ongerechtigheid heb ik niet verborgen.
Ik zeide: ik zal tegen inij mijne ongerech-
tigheid den Heer belijden; en Gij hebt de
boosheid mijner zonde vergeven.
Hierom zullen alle heiligen tot U bidden
ten bekwamen tijde.
Ook, ofschoon er groote, watervloeden komen,
zullen zij tot hen niet geraken.
Gij zijt mijne toevlncht tegen de kwelling,
die mij omvangen heeft; mijn verheugen. ver-
los mij van die mij omringd hebben.
Ik zal u verstand geven, en ik zal u onder-
wijzen iu den weg, waardoor gij gaan zult;
ik zal mijne oogen vast op u houden.
Weest toch niet gelijk een paard of muil,
die geen verstand hebben, die gij inet gebit
en toom de kinnebakken moet spannen, als
zij niet tot u willen naderen.
Vele zijn de geeseleu des zondaars; maar
wie op den Heer hoopt, dien zal de barmhar-
tigheid omvangen.
Verblijdt u in den Heer en verheugt u.
-ocr page 105-
DK ZEVEN BOETPSALMEN.                   97
gij, rechtvaardigen! en roemt iu Hem allen,
die oprecht vau harte zijt.
Eer zij den Vader, enz. Gelijk het was, enz.
PSALM XXXVII.
Heer! straf mij niet in uwe verbolgenheid
en berisp mij niet iu uwe gramschap.
Want uwe schichten stekeu in mij; en Gij
hebt uwe hand op mij verzwaard.
Daar is geene gezondheid in mijn vleesch
vanwege uwe gramschap; daar is geen vrede
in mijn gebeente vanwege mijne zonden.
Want mijne ongerechtigheden zijn boven
mijn hoofd gewassen, en gelijk een zware
last zijn zij mij te zwaar geworden.
Mijne wonden zijn stinkend en vuil gewor-
den om mijner dwaasheid wille.
Ik ben ellendig geworden en ten uiterste neder-
gebogeu; ik ging den geheelen dag bedroefd.
Want mijne lendenen zijn vol bedrog; en
daar is geene gezondheid in mijn vleesch.
Ik ben verzwakt en verslagen boven mate;
ik brieschte van het gezucht mijns harten.
5
-ocr page 106-
98                  DE ZEVEN BOETPSALMEN.
Heer! voor U is al mijne begeerte en mijn
gezucht is voor U niet verborgen.
Mijn hart is geheel ontroerd; mijne kracht
heeft mij verlaten, en het licht mijner oogen
is ook bij mij niet.
Mijne vrienden eu mijne naasten zijn tegeu
mij aangekomen en opgestaan.
Eu die mij het naast Lwaren zyn van mij
geweken, en die mij naar het leven stonden
deden mij geweld aan.
Eu die mij kwaad zochten spraken edellieden
en waren den ganschen dag op bedrog uit.
Doch als een doove hoorde ik niet, en als
een stomme deed ik mijnen mond niet open.
En ik ben geworden als een raensch, die
niet hoort en die geene wederspraak in zijnen
mond heeft.
Want ik heb op U, Heer! gehoopt; Gy,
Heer, mijn God! zult mij verhooren.
Want ik heb gezegd: dat toch mijne vijanden
zich over mij niet verblijden\'; zij hebben zich
reeds, als myne voeten wankelden, hoogelijk
tegen mij beroemd.
-ocr page 107-
DE ZEVEN BOETPSALMEN.                  99
Want ik ben tot de geeselen bereid; en
mijne smart is altijd voor mijne oogen.
Want ik zal mijne misdaad openlijk belijden
en denken op mijne zonden.
Ondertusschen mijne vijanden leven en zijn
machtig tegen mij; en die mij ten onrechte
haten zyn vermenigvuldigd.
Die goed met kwaad vergelden lasterden
mij, omdat ik het goede volgde.
Verlaat mij niet, Heer mijn God! ga niet
weg van my.
Neem acht op mijne hulp, Heere God my\'ner
zaligheid!
Eer zij den Vader, enz. Gelijk het was, enz.
PSALM L.
Ontferm U mijner, o God! naar uwe groote
barmhartigheid.
En naar de menigte uwer erbarmingen wisch
mijne boosheid uit.
Wasch my meer en meer van mijne
ongerechtigheid, en reinig mij van myne
zonden.
5*
-ocr page 108-
100                DE ZEVEN BOETPSALMEN\'.
Want ik beken mijne boosheid, en mijne
zonde is altijd voor mij.
Voor U alleen heb ik gezondigd en kwaad
voor U gedaan, zoodat Gij recht hebt in
uwe woorden en onberispelijk zijt in uwe oor-
deelen.
Want zie, ik ben in boosheden geteeld, en
in zonde heeft mij mijne moeder ontvungen.
Edoch Gij hebt de waarheid bemind: de
onbekende en verborgen geheimen uwer wijs-
heid hebt Gij mij geopenbaard.
Gij zult mij besproeien met hysop, en ik
zal gereinigd worden; Gij zult mij wasschen,
en boven sneeuw zal ik wit worden.
Vreugde en blijdschap zult Gij mij doen
hooren; en mijne verslagen beenderen zullen
zich verheugen.
Keer uw aangezicht af van mijne zonden
en wisch uit al mijne boosheden.
Schep in mij eeu zuiver hart, o God! en
vernieuw den rechten geest in mijn binnenste.
Verwerp mij niet van uw aanschijn en
neem uwen Heiligen Geest van mij niet weg.
-ocr page 109-
DE ZEVEN BOETPSALMEN.              101
Geef mij weder de blijdschap uwer zalige
hulp en versterk mij met uwen kloeken geest.
Ik zal den boozen uwe wegen leeren; en
de goddeloozen zullen tot U bekeerd worden.
Vergeef mij de bloedschuld, o God! mijn
God en Heiland! en mijne tong zal uwe recht-
vaardigheid roemen.
Heer! Gij zult mijne lippen opendoen, en
mijn mond zal uwen lof verkondigen.
Want hadt Gij offerande begeerd, ik zou
ze U wel gegeven hebben; doch Gij zult in
de brandoffers geen genoegen nemen.
Een bedrukte geest is voor God een offerande;
een verbrijzeld en verootmoedigd hart zult Gij,
o God! niet versmaden.
Heer! begunstig Siou door uwe goedertie-
renheid; en laat de muren van Jeruzalem ge-
bouwd worden.
Dan zult Gij de offerande der rechtvaardig-
heid, de opdrachten en de brandoffers met
welgevallen aannemen; dan zal men kalveren
op uw altaar leggen.
Eer zij den Vader, enz. Gelijk liet was, enz.
-ocr page 110-
102              DK ZEVEN BOETPSALMEN.
PSALM Cl.
Heer! verhoor mijn gebed, en myn geroep
kome tot U.
Keer uw aanschijn van mij niet af; in wat
dag ik gekweld worde, neig uw oor tot mij.
In wat dag ik U aanroepe, verhoor mij
haastig.
Want mijne dagen zijn vergaan als rook
en mijne beenderen zijn verdroogd als een
brandhout.
Ik ben verzengd als hooi, en mijn hart is
dor geworden, omdat ik vergeten heb mijn
brood te eten.
Myn gebeente kleeft aan mijn vleesch van
het znchteu en weenen.
Ik ben gelijk geworden den pelikaan der
woestijn; ik ben geworden als een nachtraaf
in een vervallen huis.
Ik breng den nacht al wakend over en ben
geworden als eeue musch, die alleen op het
dak zit.
Den geheelen dag beschimpen mij mijne
vijanden; en die my prezen, zweren tegen mij.
-ocr page 111-
DE ZEVEN BOETPSALMEN.              103
Omdat ik asch als brood eet en mijnen
drank met tranen meng.
Om uwe gramschap en verbolgeuheid; want
mij verheffende hebt Gij mij verbrijzeld.
Mijne dagen zijn als eene schaduw verdwenen,
en ik ben als hooi verdord.
Maar Gij, Heer, blijft in eeuwigheid, en
uwe geheugenis van geslachte tot geslachte.
Gij zult opstaan en U ontfermen over Sion:
want het is tijd om U over haar te ontfer-
men; de tijd is gekomen.
Want uwe dienaars hebben hare steeneu
lief, zij hebben ook meedoogen met haar puiu.
De volkeren zullen uwen naam vreezen,
Heer! en alle koningen der aarde uwe heer-
lij kheid.
Omdat de Heer Sion heeft opgebouwd en
zich vertoonen zal in zijnen luister.
Omdat Hij gezien heeft op het gebed der
bedrukten en hun verzoek niet versmaad heeft.
Men schrijve deze dingen voor de nakome-
lingen; en het volk, dat geschapen zal worden,
zal den Heer loven.
-ocr page 112-
104                DE ZEVEN BOETPSALMEN.
Want Hij heeft nedergezien van boven, uit
zijne heilige plaats; de Heer heeft van den
hemel op de aarde gezien.
Opdat Hij de zuchten der gevangenen zoude
hooren en de kinderen der gedooden uit de
banden trekken.
Opdat zij den naam des Heeren verkondigen
in Sion en zijnen lof in Jeruzalem.
Als de volkeren zullen te zamen komen,
en de koningen om den Heer te dienen.
Doch Hij heeft mijne kracht vernederd
op den weg; mijne dagen heeft Hij ver-
kort.
Ik zeg: mijn God! trek mij niet weg in
het midden mijner dagen; uwe jaren duren
van geslachte tot geslachte.
Van den beginne hebt Gij, Heer! het aard-
rijk gegrondvest, en de hemelen zijn de werken
uwer handen.
Zij zullen vergaan, maar Gij blijft altijd;
zij zullen als een kleed verouderen.
En gelijk een opperkleed zult Gij ze ver-
anderen, en zij zullen veranderd worden.
-ocr page 113-
DE ZEVEX BOETPSALMEN.                105
Maar Gij zijt altijd dezelfde, en uwe jaren
zullen nimmer eindigen.
Uwer dienaren kinderen zullen blijven, eu
hunne nakomelingen zullen in eeuwigheid be-
vestigd worden.
Eer zij den Vader, enz. Gelijk het was, enz.
PSALM CXXIX.
Uit de diepte heb ik geroepen tot U, o
Heer! Heer! verhoor mijne stem.
Laat uwe ooren luisteren naar de stem
mijns smeekens.
Indien Gij, Heer! de zonden gadeslaat,
Heer! wie zal bestaan?
Omdat er genade, bij U is, en om uwe
wet, o Heer! heb ik op U gewacht.
Mijn ziel heeft op zijn woord gewacht;
mijn ziel heeft op den Heer gehoopt.
Van den morgenstond tot in den nacht moet
Israël op den Heer hopen.
Want bij den Heer is barmhartigheid, en
bij Hem is overvloedige verlossing.
Eu Hij zal Israël verlossen uit al zijne zonden.
Eer zij den Vader, enz. Gelijk het was, enz.
*
-ocr page 114-
106               DE ZEVEN BOETPSALMEN.
PSALM CXLII.
Heer! verhoor mijn gebed; luister naar mijn
smeeken, naar uwe waarheid; verhoor mij
naar uwe rechtvaardigheid.
En treed niet in het recht met uwen dienaar,
want geen levend mensch zal voor uw aan-
schijn gerechtvaardigd worden.
Want de vijand heeft mijne ziel ver-
volgd; hij heeft myn leven nedergedrukt ter
aarde.
Hij heeft mij in het duister gesteld, gelijk
degenen, die overlang dood zijn; en mijn geest
is in mij beangst; mijn hart is in mij ontsteld
geworden.
Ik ben indachtig de oude tijden; ik over-
denk al uwe daden en ik bevroed de werken
uwer handen.
Bc steek myne handen tot U alt; mijne
ziel is voor U als eene aarde zonder
water.
Heer! verhoor mij haastig; myn geest is
bezweken.
-ocr page 115-
DB ZEVEN BOETPSALMEN.                107
Keer uw aanschijn van mij niet af; dat
ik niet worde gelijk degenen, die ten grave
dalen.
Doe my vroeg de stem uwer barmhartigheid
hooren, want op U stel ik mijne hoop.
Maak mij den weg bekend, dien ik moet
bewandelen, want tot U heb ik mijne ziel
opgeheven.
Verlos mij, Heer! van mijne vijanden; tot
U neem ik mijne toevlucht; leer mij uwen
wil doen, want G{) zijt mijn God.
Uw goede Geest zal mij leiden op den
rechten weg; om uwen naam, Heer! zult Gij
mij verkwikken door uwe gerechtigheid.
Gij zult mijne ziel trekken uit de verdruk-
king en door uwe barmhartigheid zult Gij
mijne vijanden verdelgen.
En Gij zult ze vernielen allen, die mijne
ziel verdrukken, want ik ben uw dienaar.
Eer zij den Vader, enz. Gelijk het was, enz.
-ocr page 116-
108 DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN. (*)
Heer! ontferm D onzer.
Christus! ontferm U onzer.
Heer! ontferm U onzer.
Christus ! hoor ons.
Christus! verhoor ons.
God, hemelsche Vader! ontferm U onzer.
God, Zoon,Verlosser der wereld! ontfermUonzer.
God, Heilige Geest! ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God! ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, bid voor ons.
H. Maagd der maagden, bid voor ons.
H. Michaël, bid voor ons.
(*) Als wij deze litanie bidden, dan verbeelden wij
ons, dat wij in liet midden van Gods uitverkorenen
aan God onze nooden voordragen, terwijl zij met en
voor ons bidden. Waarlijk een zielverheffend denkbeeld!
Van de aarde als het ware losgerukt, verplaatsen wij
ons tusseheu de scharen der volmaakt-reehtvaardigen
om met dezen de hulde van aanbidding en vertrouwen
aan God den Heer te bewijzen. — Litanie is een
woord van griekseben oorsprong en beteekent een vurig
gebed, dat bij herhaling gedaan wordt.
-ocr page 117-
,LE HEILIGEN. 109
H. Matthias,
j H. Barnabas,
i H. Lucas,
H. 5Iarcus,
Alle H. apostelen en
evangelisten,
Alle H. discipelen
Heeren,
Alle H. onnoozelo
kinderen,
H. Stefanus,
H. Laureutius,
H. Vincentius,
H. Fabianus en
Sebastianus,
H. Johannes en
Paulus.
H. Cosmas en
Damianns,
H. Gervasius en
Protasius,
H. Bouifacius en\'
medgezellen,
ln a
DE LITANIE V
H. Gabriël,
H. Rafaël,
Alle H. engelen en
aartsengelen,
Alle koren der zalige
geesten,
H. Johannes de
Dooper,
H. Jozef,
Alle H. aartsvaders
en profeten,
H. Petrus,
H. Paulus,
H. Andreas,
H. Jacobus,
H. Johannes,
H. Thomas,
H. Jacobus,
H. Filippus,
H. Bartholoineüs,
H. Jlattheüs,
H. Simon,
H. Thaddeüs,
-
z
>
r
s.
O
*
o
-ocr page 118-
110 DE LITANIE 1
VAN AL
iLE HEILIGEN.
H. Egbertns,
H. Gregorius,
H. Lebuinus,
H. Odulfus,
H. Adelbertus,
H. Bavo,
Alle heilige priesters
en diakenen,
Alle heilige mon-
niken en kluize-
naars,
H. Maria Magda-
lena,
H. Agatha,
H. Lncia,
H. Agnes,
H. Cecilia,
H. Catharina,
H. Anastasia,
Alle heilige maag-
den en weduwen,
Alle Gods lieve
heiligen,
H. Fredericus,
H. Leonardus en
medgezellen,
Alle H. martelaren,
H. Silvester,
H. Gregorius,
H. Ambrosius,
H. Angnstinus,
H. Hieronyraus,
H. Martinus,
H. Nicolaüs,
H. Willebrordus,
H. Suitbertus,
H. Eadbodus,
Alle heilige bis-
schoppeu en be-
lijders,
Alle H. leeraars,
H. Antonius,
H. Benedictus,
H. Bernardus,
H. Dominicus,
H. Franciscas,
r.
s.
O
Pt
O
O
>
o
M
o
o
-ocr page 119-
DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN. 111
Wees genadig, spaar ons, Heer!
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
Van alle kwaad, verlos ons, Heer!
Van alle zonden,
Van uwe gramschap,
Van een haastigen en onvoorzienen dood,
Van de listen en lagen des duivels,
Van gramschap, haat en allen kwaden wil,
Van den geest der onkuischheid,
Van bliksem en onweer,
Van den eeuwigen dood,
Door het geheim uwer menschwording,
Door uwe komst in het vleesch,
Door uwe geboorte,
Door uw doop en heilig vasten,
Door uw kruis en lijden,
Door uw dood en begrafenis,
Door uwe heilige verrijzenis,
Door uwe wondervolle hemelvaart,
Door de komst van den Heiligen Geest,
den Vertrooster,
In den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
K
B
I
ca
-ocr page 120-
112 DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
Dat Gij ons spaart,
Dat Gij ons onze misdaden kwijtscheldt.
Dat Gij U verwaardiget ons tot eene
ware boetvaardigheid te geleiden,
Dat Gij TJ verwaardiget uwe heilige kerk
te besturen en te beschermen,
Dat Gij U verwaardiget den paus, de
bisschoppen en geheel de geestelijkheid §
in den heiligen godsdienst te bewaren «
\' o
Dat Gij U verwaardiget de vijanden der g
heilige kerk te vernederen,                      §
Dat Gij U verwaardiget den christelijken
koningen en vorsten vrede en ware
eendracht te geven,                                 g
Dat Gij U verwaardiget aan alle christen g
volken vrede en eenheid te verleenen, 5
Dat Gij U verwaardiget ons in uwen heili- *
gen dienst te versterken en te bewaren,
Dat Gij U verwaardiget onze harten tot
hemelsche begeerten op te richten,
Dat Gij U verwaardiget al onze weldoeners
met de eeuwige goederen te vergelden,
Dat Gij F verwaardiget onze zielen en
-ocr page 121-
DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN. 113
de zielen van onze broeders, vrienden i
en weldoeners van de eeuwige ver- i §
doeraenis te behoeden,                              g
Dat Gij U verwaardiget de vruchten ! §
der aarde te geven en te bewaren, g
Dat Gij U verwaardiget aan allo geloo-
vigen, die overleden zijn, de eeuwige ^
rust te geven,                                          o
Dat Gij U verwaardiget naar ons gebed I §
te luisteren,
Zoon Gods,
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt: spaar ons, Heer!
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt: verhoor ons, Heer!
Lam Gods! dat de zouden der wereld weg-
neemt: ontferm U onzer!
Christus! hoor ons.
Christus! verhoor ons.
Heer! ontferm U onzer.
Christus! ontferm U onzer.
Heer! ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
-ocr page 122-
114 DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
PSALM I.XIX.
O God! zie op tot mijne hulp; Heer! haast
U om mij te helpen.
Dat zij beschaamd eu te schande worden,
die mij naar het leven staan.
Dat zij terugwijken en zich schamen, die
mij kwaad willen.
Dat zij schielijk met schaamte terugkeeren,
die tegen mij zeggen : juich, juich !
Laat hen verheugd en blijde zijn in U,
allen, die U zoeken, en dat zij altyd zeggen,
die uw heil beminnen: Hooggeloofd zij de Heer!
Doch ik ben arm en behoeftig; o God! kom
mij te hulp.
Gij zijt mijn Helper en mijn Verlosser;
Heer! vertoef niet.
Eer zij den Vader en den Zoon en den
Heiligen Geest.
Gelijk het was in den beginne en uu en
altrjd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
V. Behoud uwe dienaars:
A. Myu Göd! die op U hopen.
V. Wees ons, Heer ! een sterke toren :
-ocr page 123-
DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN. 115
A. Tegen den vijand.
V. Dat de vijand op ons geen voordeel
behale:
.4. En dat de ondeugende niet vermogo
ons te beschadigen.
V. Heer! doe ons niet naar onze zonden:
A. En vergeld ons niet naar onze onge-
rechtigheden.
V. Laat ons bidden voor den paus N. en
voor onze bisschoppen:
A. De Heer beware hen en behoude hun het
leven, en make hen gelukkig op aarde en
geve hen niet over aan den wil hunner vijanden.
V. Laat ons bidden voor onze weldoeners :
A. Heer! verwaardig U allen, die ons om
uwen naam goed doen, met het eeuwig leven
te vergelden. Amen.
V. Laat ons bidden voor de geloovigen, die
overleden zijn:
A. Heer! geef hun de eeuwige rust, en laat
het eeuwig licht hun schijnen.
V. Dat zij in vrede rusten:
A. Amen.
-ocr page 124-
116 DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
V. Voor onze broeders, die hier niet tegen-
woordig zijn:
A. Behond uwe dienaars, mijn God! die
op U hopen.
V. Zend hun hulp, Heer! uit uwe heilige
plaats;
.4. En bescherm hen uit Sion.
V. Heer! verhoor mijn gebed:
A. En mijn geroep konie tot U.
V. Laat ons bidden.
O Grod! wien liet altijd eigen is te sparen
en genadig te zijn, ontvang toch ons gebed,
opdat uwe goedertierene barmhartigheid ons
en al uwe dienaars, die door de ketenen der
zonden gebonden zijn, genadig ontbinde.
Wij bidden U, Heer! verhoor onze ootmoedige
gebeden en spaar degenen, die hunne zonden
belijden, opdat wij te zamen vergiffenis en
vrede van U verwerven.
Toon ons genadig, o Heer! uwe onuitspre-
kelijke barmhartigheid en verlos ons te zamen
van allo zonden en van de straffen, die wij
daardoor verdiend hebbeu.
-ocr page 125-
DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN. 117
God! wiens recht vaardigheid door de zonden
vergramd en wiens barmhartigheid door de
boetvaardigheid gewonnen wordt, ontvang ge-
nadig de gebeden uws volks, dat zich neder-
werpt voor het aanschijn uwer heerlijkheid;
neem weg de roeden van uw rechtvaardig
oordeel en bevrijd ons van de straffen, die
wij door onze misdaden verdiend hebben.
Almachtige, eeuwige God! erbarm U over
uwe dienaren, den paus N. en onze bisschoppen,
en bestuur hen door uwe goedertierenheid in
den weg des eeuwigen levens, opdat zij door
uwe gunst begeeren hetgeen U behaagt, en
het met alle kracht volbrengen.
God! van wien de heilige begeerten, de
goede voornemens en de rechtvaardige werken
voortkomen, geef uwen dienaren dien vrede,
dien de wereld niet geven kan, opdat onze
harten genegen zijn tot het volbrengeu uwer
bevelen, en dat wij, van de vrees der vijanden
ontslagen, door uwe bescherming in rust mogen
leven.
Ontvonk. o Heer! onze nieren en ons hart
-ocr page 126-
118 DE LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
door het vuur des Heiligen Geestes, opdat
wij U met een zuiver lichaam dienen en door
een rein hart behagen.
God, Schepper en Verlosser van alle ge-
loovigen! geef aan uwe dienaars en dienaressen
vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij
de genadige kwijtschelding, waar zij altijd
naar verlangd hebben, door onze ootmoedige
gebeden mogen verwerven.
Wij bidden U, o Heer! voorkom onze
werken door den invloed uwer genade en
voltrek die door uwe medewerking, opdat al
onze gebeden en werken altijd van U be-
ginnen, en begonnen zijnde, door U volbracht
worden.
Almachtige, eeuwige God! die heerscht over
levenden en dooden en U aller ontfermt, die
Gij te voren weet, dat de uwen door het ge-
loof en de werken zullen wezen; wij bidden
U ootmoedig, dat degenen, voor wie wij onze
gebeden storten, hetzij dat zij nog in het
leven of reeds overleden zijn, op de voorspraak
van al uwe heiligen, door uwe genade ver-
-ocr page 127-
LITANIE TOT DEK HEILIGEN GEEST. lift
giffenis van al hunne zonden mogen verwerven;
door onzen Heer, enz.
A. Amen.
V. De almachtige en barmhartige Heer
verhoore ons:
A. Amen.
V. Dat ook de zielen der geloovigen door
Gods barmhartigheid rusten in vrede:
A. Amen.
LITANIE TOT DEN HEILIGEN GEEST.
Heer! ontferm U onzer.
Christus! ontferm U onzer.
Heer! ontferm U onzer.
Christus! hoor ons.
Christus! verhoor ons.
God, hemelsche Vader!                            i g
God, Zoon, Verlosser der wereld!
God, Heilige Geest!
                                    o
Heilige Drievuldigheid, één God!                §
Heilige Geest! die van den Vader en i §
den Zoon altoos voortkomt;
                      5
-ocr page 128-
120 LITANIE TOT DEN HEILIGEN GEEST.
Geest der eeuwige waarheid!
Geest van wijsheid eu verstand!
Geest van raad eu sterkte!
Geest van wetenschap en godvrnchtig-
heid!
Geest van de vrees des Heeren!
Geest der heiligmaking!
Geest der kloekmoedigheid, der liefde en
der gematigdheid!
-H. Geest! door wiens ingeven de heilige
mannen Gods gesproken hebben;
H. Geest! wiens zalving ons alles leert;
H. Geest! die de dolende zondaren bekeert;
H. Geest! die door uwe genade blaast,
waar het U belieft;
H. Geest! die al uw ware geloovigen
van één hart en ééne ziel maakt;
H. Geest! die aan uwe kinderen een
waren vrijdom verleent;
H. Geest! die van de dubbelhartigen en
de geveinsden vlucht;
H. Geest! die aan den Heer Christus
zonder mate gegeven zijt;
-ocr page 129-
LITANIE TOT DBH HEILIGEN GEEST.
H. Geest! die de ziel zijt van het lichaam
der kerk;
H. Geest! die ons de dnisterheden van
uwe heilige schriftuur door uwe kerk
verklaart;
H. Geest! die de apostelen vervuld en in
hunnen mond uwe woorden gesteld hebt;
H. Geest! die maakt, dat wij in Gods
geboden wandelen en zijne bevelen
onderhouden en volbrengen;
H. Geest! die zelf ook de gever van het
bidden zijt;
H. Geest! zonder wien niemand Jezus
Heer kan noemen;
H. Geest! die zelf in ons en voor ons met
onuitsprekelyke verzuchtingen bidt;
H. Geest! die onze harten van droefheid
en kwelling verlost en met liefde,
blijdschap en vrede vervult;
H. Geest! die ons geduld, goedertieren-
heid en goedheid geeft;
H. Geest! die onze zielen met zacht-
moedigheid en zedigheid versiert;
-ocr page 130-
122 LITANIE TOT DEN HEILIGEN GEEST.
H. Geest! die ons de eerbaarheid en de
reinheid verleent;
H. Geest! die Gods liefde in onze harten
uitstort;
H. Geest! die in uwe geloovigen, als in
uwe tempels, woont;
H. Geest! die uit uwe geloovigen stroo-
men van levend water doet vloeien; §
H. Geest! door wien wij nu niet meer g
slaven zijn, maar Gods kinderen en p
erfgenamen;                                             S
H. Geest! door wien de slaafsche vrees ^
is weggenomen, en Gods kinderen met g
liefde en betrouwen tot hunnen Vader
roepen;
H. Geest! die ons naar de voltrekking
onzer aanneming en verlossing doet
verzuchten en wenschen;
H. Geest! die in ons wonende onze sterfe-
lijke lichamen zult levend maken;
Wees genadig; spaar ons, Heer!
Wees genadig; verhoor ons, Heer!
Van alle kwaad; verlos ons, Heer!
-ocr page 131-
LITANIE TOT DEN HEILIGEN OEEST. 123
Van alle bekoringen en lagen des duivels;
Van vermetelheid en wanhoop;
Van ongeloovigheid en hardnekkigheid
tegen de bekende waarheid;
Van afgekeerdheid, tweedracht, gram-
schap en nijd tegen onzen even-
naaste ;
Van alle onreinheid van ziel en lichaam;
Van onboetvaardigheid en verhardheid
des gemoeds;
Van allen geest, die aan U tegenstrijdig is;
Door uw altijddurend voortkomen van
den Vader en den Zoon;
Door uwe wondervolle werking, waar-
door Jezus in het lichaam van de
zuivere maagd ontvangen is;
Door uwe nederdaling over Christus ten
tijde van zijn doop;
Door uwe komst over Christus\' discipelen;
In den dag des oordeels;
Wij zondaren; wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij nimmermeer de lusten des vleesches
volbrengen; wij bidden U, verhoor ons.
6*
-ocr page 132-
124 LITANIE TOT DEN HEILIGEN GEEST.
Dat Gy den rechten en standvastigen
geest in ons binnenste wilt vernieuwen;
Dat Gij van ons nooit weggaat;
Dat Gij ons wilt versterken om krachtig
het goede uit te werken;
Dat wij U nooit bedroeven;
Dat wij U nooit wederstaan;
Dat Gij alzoo onze harten wilt vervullen,
dat de vermaken der wereld geene
plaats in ons vinden;
Dat wij alle geesten niet gelooven, maar
wijselijk beproeven, of zij van God zijn;
Dat wij door uwe genade met een geest
van zachtmoedigheid en van liefde de
zondaren onderrichten en vermanen:
Dat wij altoos arm van geest mogen zijn;
Dat Gij ons de christelijke en heilige
droefheid wilt leeren;
Dat Gij ons hongerig en dorstig naar
de rechtvaardigheid wilt maken;
Dat Gij ons de zachtmoedigheid en
barmhartigheid tot alle menschen wilt
instorten;
-ocr page 133-
LITANIE TOT DEN HEILIGEN GEEST. 125
Dat wij den vrede met onzen evennaaste zóó
onderhouden, dat wij kinderen Gods genoemd
mogen worden; wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij de vervolging om de rechtvaardigheid
als een bijzonder geluk achten; wij bidden
U, verhoor ons.
Dat Gij ons ten einde toe in het goed leven
wilt bevestigen; wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt ; spaar ons, Heer!
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt; verhoor ons, Heer!
Lam Gods! dat de zouden der wereld weg-
neemt; ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Laat ons bidden.
Almachtig, eeuwig God! door wiens Geest
het geheele lichaam der kerk geheiligd en be-
stuurd wordt, verhoor ons, die U voor al hare
ledematen bidden, dat zij door de gaaf uwer
genade, in wat beroep zij ook zijn, U ge-
trouw dienen; door onzen Heer, enz.
-ocr page 134-
126 LITANIE VAN HET HEILIG SAKKAMENT.
LITANIE VAN HET HEILIG SAKKAMENT
Heer! ontferm U onzer.
Christus! ontferm U onzer.
Heer! ontferm D onzer.
Christus! hoor ons.
Christus! verhoor ons.
God, hemelsche Vader!
God, Zoon, Verlosser der wereld!
God, Heilige Geest!
H. Drievuldigheid, één God!
Levend brood, dat gedaald zijt uit den
hemel;
Verborgen God en Zaligmaker;
Tarwe der uitverkorenen;
Wijn, die maagden teelt;
Voedzaam brood en vermaak der koningen;
Altijddurende offerande;
Zuivere opdracht;
Lam zonder vlekken;
Allerzuiverste maaltijd;
Spijs der engelen;
Verborgen henielsch brood;
Geheugenis vau de wonderheden Gods:
H
1
O
M
3
H
E
E
k
c
-ocr page 135-
LITANIE VAN HET HEILIG SAKBAMENT.
Bovennatuurlijk brood;
Woord, dat vleesch geworden zijt;
Die onder ons woont;
Heilig slachtoffer;
Gezegende drinkbeker;
Geheim des geloofs;
Doorluchtig en hoogwaardig sakrament;
Allerheiligst sakrament;
Zoenoffer voor levenden en dooden;
Hemelsch tegeniniddel, waardoor wij be-
hoed worden van zonden;
Wonder der wonderheden Gods;
Allerheiligste geheugenis van het lijden
des Heeren;
Geschenk, dat alle volheid te boven
gaat;
Uitmuntend gedenkteeken der goddelijke
liefde;
Overvloeiende bron van Gods milddadig-
heid;
Overheilig en treffelijk geheim;
Krachtige spijs der on verderfelijkheid;
Aanbiddelijk en levendmakend sakrament:
-ocr page 136-
128 LITANIE VAN HET HEILIG SAKKAMENT.
Brood, dat door de almogendheid des
woords zijt vleesch geworden:
Onbloedige offerande;
Spijze en medegast;
Allerzoetste maaltijd, waar de engelen
tegeuwoordig zijn en dienen;
Teekeu van genade;
Band van liefde:
Opperpriester, die zelf de offerande zijt;
Geestelijke zoetheid, die gesmaakt wordt I
in haar eigen oorsprong;
Verkwikking der heilige zielen;
Teerspijs dergenen, die in den Heer
sterven;
Pand der toekomende zaligheid;
Wees genadig; spaar ons, Heer!
Wees genadig; verhoor ons, Heer!
Van alle kwaad;
Van het onwaardig nnttigen van nw
lichaam en bloed;
Van de begeerlijkheid des vleesches;
Van de begeerlijkheid der oogen;
Van de hoovaardij des levens;
-ocr page 137-
LITANIE VAN HET HEILIG SAKRAMENT. 129
Van alle gevaar der zonden;
Door het verlangen, waarmede Gij dezen
maaltijd met uwe discipelen wenschtet
te houden;
Door den diepen ootmoed, waarmede Gij
de voeten der apostelen gewasschen
hebt; -
Door de brandende liefde, waarmede Gij
dit goddelijk sakrament hebt ingesteld;
Door uw dierbaar bloed, dat Gij ons op
het altaar hebt nagelaten;
Door de vijf wonden van uw aller-
heiligste lichaam, die Gij voor ons
ontvangen hebt;
Wij zondaren;
Dat Gij U verwaardiget het geloof, den
eerbied en de godvruchtigheid tot dit
wondervol sakrament in ons te ver-
meerderen en te bewaren;
Dat Gij U verwaardiget ons door eene
ware bekeering en belijdenis der zon-
den tot het gemeenzaam gebruik van
dit heilig sakrament te bereiden;
*
-ocr page 138-
130 LITANIE VAN HET HEILIG SAKEAMENT.
Dat Gij U verwaardiget ons van alle
O
os
o
o
K
a
ketterij, ongeloovigheid en verblindheid
des harten te behoeden;
Dat Gij U verwaardiget de heinelsche en
waardige vruchten van dit sakrament
in ons uit te storten;
Dat Gij U verwaardiget ons in de ure g
onzes dood met deze heinelsche teer- l §
—
spijs te versterken en te beschermen;
Zoon Gods!                                              i js
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt ; spaar ons, Heer!
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt; verhoor ons, Heer!
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt; ontferm U onzer.
Christus! hoor ons.
Christus! verhoor ons.
Onze Vader, enz.
Laat ons bidden.
O God! die ons onder het wondervol
sakrament eene geheugenis uws lijdens hebt
nagelaten, geef ons, bidden wij, dat wij de
-ocr page 139-
LITANIE VAN HET LIJDEN, ENZ. 131
heilige geheimen vau uw lichaam en bloed zoo
eerbiedig vereeren, dat wij de vrucht uwer
verlossing gestadig in ons gewaar worden, die
leeft en heerscht, God in alle eeuwigheid. Amen.
LITANIE VAN HET LIJDEN ONZES HEEBEN.
Heer! ontferm U onzer.
Christus! ontferm U onzer.
Heer! ontferm U onzer.
Jezus Christus! hoor ons.
Jezus Christus! verhoor ons.
God, hemelsche Vader!
God, Zoon, Verlosser der wereld!
God, Heilige Geest!                                     .
Heilige Drievuldigheid, één God!                n
I ^
Jezus! die, als Gij den lofzang gedaan °
hadt, gegaan zijt naar den Olijfberg
om te bidden;
Jezus! die, door de levendige verbeelding I Ü
van uw aanstaande lijden benauwd o
zijnde, begonnen zijt zeer beangst \'
te worden;
-ocr page 140-
132               LITANIE VAN II KT LIJDEN
Jezus! die, tot den dood toe bedroefd
zijnde, den Vader badt, dat Hij den
kelk zou wegnemen, nochtans, dat
Gij niet wenschtet, dat uw wil, maar
de zijne geschieden zou;
Jezus! die, in uwen benauwden strijd
water en bloed zweetende, door een
engel versterkt zijt;
Jezus! die uwen verrader Judas geen
kus geweigerd hebt;
Jezus! die U zelven vrijwillig in de
handen der zondaren overgeleverd
hebt;
Jezus! die Petrus, het zwaard uittrek-
kende om U te beschermen, weder-
houden hebt;
Jezus! die gebonden voor Annas en
Cajafas gebracht zijt;
Jezus! die met een kaakslag door een
dienaar des hoogepriesters geslagen
zijt;
Jezus! die door valsche getuigen be-
schuldigd zyt en gezwegen hebt;
-ocr page 141-
133
ONZES HEBBEN.
Jezus! die, getuigenis der waarheid ge-
vende, als een Godslasteraar ter dood
verwezen zijt;
Jezus! die Petrus, als hij U verloochend
had, weder genadig aangezien en be-
keerd hebt;
Jezus, wiens aangezicht door de joden
bespuwd en met vuisten geslagen is;
Jezus! die gebonden aan den heidenschen
rechter Pilatus zijt overgeleverd;
Jezus! die tot den koning Herodes ge-
zonden en door hem en zijn hofgezin
versmaad en bespot zijt;
Jezus! die, tegen Bar-abbas gesteld,
minder dan die moordenaar geacht zyt;
Jezus! die door de krijgsknechten wreed
gegeeseld zijt;
Jezus! die door hen met doornen ge-
kroond zijt;
Jezus! wien de krijgsknechten, nadat zij
U een purperen mantel aangedaan en
een rietstok in uwe rechterhand ge-
geven hadden, al spottend als Koning
-ocr page 142-
134             LITANIE VAN HET LIJDEN
der joden gegroet en al knielend aan-
gebeden hebben;
Jezus! die, niettegenstaande dit bloedig
onthaal, nog door de joden tot het
kruis geëischt zyt;
Jezus! die door Pilatus, ofschoon hij
uwe onschuld erkende, aan de joden
om gekruist te worden gegeven zijt;
Jezus! die uit liet gerechthuis, met uw
kruis beladen, naar den berg van
Calvarië gegaan zijt;
Jezus! die door Simon van Cyrene in
het dragen van uw kruis hebt willen
geholpen zijn;
Jezus! die de vrouwen, als zij U be-
klaagden en beweenden, over haar
zelven en over hare kinderen hebt
leeren weenen;
Jezus! die den wijn met gal en mirre
gemengd geproefd, maar niet gedronken
hebt;
Jezus! die in het midden van twee moor-
denaren aan het kruis gehangen zijt;
-ocr page 143-
ONZES HEBBEN.
Jezus! die ouder de booswichten gerekeud,
en aau het hout hangende, voor ons
een vloek geworden zijt ora ons van
den vloek der wet te verlossen;
Jezus ! in wiens gezicht de krijgsknechten
uwe kleederen gedeeld hebben;
Jezus! die aau het kruis hangende voor
hen, die U beschimpten en U kruisten,
uweu Vader gebeden hebt;
Jezus! die den boetvaardigeu moordenaar
in genade ontvangen en hem uw
paradijs beloofd hebt;
Jezus! die uwe moeder den heiligen
Johaiuies aanbevolen hebt;
Jezus die geroepen hebt, dat de Vader
U verlaten had;
Jezus ! die, op uw kruis dorst hebbende,
met edik gelaafd zijt;
Jezus! die het al volbracht hebt;
Jezus ! die uweu geest in de handen van
uwen Vader bevolen hebt;
Jezus ! die, hangende aau het kruis, met
een krachtig geroep en met tranen
-ocr page 144-
136               LITANIK VAM HET LIJDEN
gebeden en smeekingen opdragende aan
dengene, die U uit den dood konde
verlossen, verhoord geworden zijt om
uwe eerbiedigheid;
Jezus ! die, uw hoofd nederbuigende,
met eeu groot geroep den geest gegeven
hebt;
Jezus! wiens dood alle schepselen gevoeld
en beweend hebben;
Jezus door wiens dood de hopman en
velen van het volk bekeerd zijn;
Jezus! wiens zijde met een speer door-
stoken is;
Jezus! uit wiens zijde zoo geheimrijk
bloed en water gekomen is;
Jezus! die, van het kruis afgedaan, in
een fijn lijnwaad gewonden en in een
nieuw graf gelegd zijt;
Jezus! die ten derden dage verrezen
zijt;
Jezus! die door den Vader, om uwe ge-
hoorzaamheid tot den dood des kraises,
ten hoogste verheven zijt;
-ocr page 145-
137
ONZES HHEREN.
Jezus! die de macht om de levenden en
dooden te oordeelen van uwen Vader ont-
vangen hebt; ontferm U onzer.
Jezus! die uwen uitverkorenen het rijk zult
geven, dat Gy hun door uw lijden verkregen
hebt; ontferm U onzer.
Wees genadig; spaar ons, Heer!
Wees genadig; verhoor ons, Heer!
Van alle kwaad; verlos ons, Heer!
Dat wij nooit het heilig sakrament van
uw vleesch en bloed ontvangen, zon-
der uw lijden en dood waardig te
gedenken;
Dat de geheugenis van uw heilig lijden,
dan niet alleen, maar altoos zóó leven-
s
M
O
o
§
«
dig ons bijblijve, alsof Gij eerst nu
voor onze oogen gekruist waart;
Dat al onze wetenschap zij Jezus Chris-
tus en die gekruist;
Dat wij de dwaasheid des kruises hooger
achten dan alle wijsheid der menschen;
Dat uw heilig lijden ons leere, hoe zwaar
en afgrijselyk de zonde is, om welke
K
P
£
«
-ocr page 146-
138             LITANIE VAN HET LIJDEN
Gy eenen zoo bitteren dood onder-
staan hebt;
Dat wij, ziende hoe Gij onze zonden in
uw lichaam aan het kruis gedragen
hebt, der zonden afgestorven zijnde,
voor de rechtvaardigheid leven;
Dat, naardien onze oude mensch raetU
BB
gekruist is, het lichaam der zonde in g
ons zóó te niet gedaan worde, dat «
o
wij voortaan de zonde niet meer dienen; 2
Dat wij, eens bekeerd zijnde van de a
doode werken, U, o Zoon Gods! niet
wederom kruisen en tot spot en schande
stellen;
                                                    g
Dat wij schrikken U, o Zoon Gods! op 9
nieuw te vertreden en liet bloed des g
verbouds, waardoor wij geheiligd zijn,
als onrein te achten;
Dat wij al ons vertrouwen altoos op uw
lyden en kruis stellen, waardoor al-
leen wij de zaligheid, het leven en
de verlossing bekomen hebben;
Dat wij een Hoogepriester hebbende, die
-ocr page 147-
OXZES HEEKEN.
medelijdeu gehad lieeft met onze zwak-
heden, die in alles beproefd geweest
is, gelijk wij, echter zonder zonde,
nn niet betrouwen gaan tot den troon
der genade oux barmhartigheid te ver-
krijgen en genade te vinden, die ons
helpe ten bekwamen tijde;
Dat wij de liefde, die U niet voor recht-
vaardigen, maar voor ons, als wij
zondaars waren, heeft doen sterven,
met dankbaarheid beantwoorden;
Dat wij het voorbeeld van nw lijden,
dat Gij ons nagelaten hebt, zóó altoos
voor oogen hebben, dat wij uwe voet-
stappen mogen volgen;
Dat wij dagelijks ons kruis opnemen en
U volgen;
Dat wij, ziende op U, den eersten Aanleider
en Voltrekker onzes geloofs, voor de
vreugde, die ons voorgesteld wordt, het
kruis verdragen,de schande versmadende;
Dat wij naar uw voorbeeld gehoorzaam-
heid leeren, uit hetgeen wij lijden;
-ocr page 148-
140        LITANIE VAN HET LIJDEN, ENZ.
Dat wij naar uw voorbeeld, als wij kwalijk
bejegend worden, niet kwalijk wederom
spreken; als ons lijden aangedaan wordt,
niet dreigen, maar ons zei ven overgeven
aan U, die rechtvaardig oordeelt;
Dat door U de wereld ons gekruist zij,
en wij voor de wereld;
Dat wij het vleesch met zijne begeer-
lijkheden en kwade lusten kruisen;
Dat het ver van ons zij ergens anders
in te roemen, dan in het kruis onzes
Heereu Jezus Christus;
Dat, als uw lijden in ons overvloedig
is, dan ook onze vertroosting door U
overvloedig zij;
Dat wy, deelachtig wordende aan uw
lijden, ons verblijden, opdat wij ook
in de openbaring uwer heerlijkheid
ons mogen verheugen;
Dat wij, dagelijks bemerkende, dat Gij
voor allen gestorven zijt, door weder-
liet\'de ontstoken worden om niet meer
voor ons zei ven, maar voor U te leven;
-ocr page 149-
GEBET) VOOR DR GEESTELIJKHEID. 141
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt; spaar ons, Heer!
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt; verhoor ons, Heer!
Lam Gods! dat de zonden der wereld weg-
neemt ; ontferm U onzer!
Christus! hoor ons.
Christus! verhoor ons.
Onze Vader, enz.
Laat ons bidden.
Almachtig, eeuwig God! die onzen Zalig-
maker het vleesch hebt doen aannemen en
den dood des kruises lijden, opdat de mensch
het voorbeeld van zijne ootmoediglieid zonde
navolgen, geef genadig, dat wij leven naar
de lessen van zijne lijdzaamheid en deel in
zijne verrijzenis verkrijgen, door denzelfden
Jezus, enz.
GEBED VOOH DE GEESTELIJKHEID.
Heilige God! die in degenen, die het dichtst
tot U naderen, ook bovenal geheiligd wilt
-ocr page 150-
142 OEBED VOOR DK GEESTELIJKHEID.
worden, geef de heiligheid aan uwe priesters
en aan al de dienaars van nvv altaar, opdat
zij U offers in rechtvaardigheid opdragen en
hunne offeranden U aangenaam zijn. Maak
inet hen een verbond des levens en des vredes.
Geef hun eerbiedige vrees voor U, opdat zij
met heiligen schroom in uwe tegenwoordig-
heid verschijnen. Stel in hunnen mond de
wet der waarheid; en dat de ongerechtigheid
geene plaats op hunne lippen vinde. Doe hen
voor uw aanschijn wandelen in vrede en
in gerechtigheid, opdat de zondaars door
hen van de wegen der onrechtvaardigheid
afgekeerd worden. Dat de lippen der priesters
de wetenschap bewaren, en dat uwe wet in
hun mond gevonden worde, nademaal zij uwe
engelen zijn op deze aarde. Maak, dat zy
onberispelijk en vrij zijn van elke misdaad,
als zijnde de uitdeelers van uwe geheimen en
van uw goddelijk woord. Dat zy niet hoog-
moedig, noch grammoedig, noch zinnelijk,
noch schraapzuchtig zijn, maar goedertieren,
zachtmoedig, matig, rechtvaardig, voorzichtig,
-ocr page 151-
GEBED VOOR DE TIJDELIJKE OVERHEID. 143
stemmig, kuisch, heilig eu zedig; in staat om
de gezonde leer te onderwijzen, en degenen,
die haar tegenspreken, te wederleggen. Maak,
dat zij niet leven dan voor U, en niets zoo-
zeer betrachten als nwe eer voor te staan en
onze zaligheid te behartigen; door Christns
Jezus, onzen Heer. Amen.
GEBED VOOR DE TIJDELIJKE OVERHEID.
Wij bidden U, o Heer! dat Gij allen, die
door uwe voorzienigheid en goddelijke schik-
king eenig gezag over ons hebben, door het
licht uwer genade tot uwen waren dienst
en op dien weg wilt geleiden, welke alleen
degenen, die daarop standvastig wandelen,
ter zaligheid brengt. Geef, dat wij in alle
godvruchtigheid en eerlijkheid onder hun
bestuur voortdurend een rustig en vreedzaam
leven mogen leiden; door Christus onzen
Heer. Amen.
-ocr page 152-
144           GEBED VAN KINDEREN, ENZ.
GEBED VAN KINDEEEN VOOE
HUNNE OUDEES.
Als ik U voor mijne ouders bid, o Heer!
kwijt ik mij vau eeue der verbintenissen,
welke Gij mij hebt opgelegd. Dit is een ge-
deelte van de liefde, die ik hun volgens uw
gebod moet toedragen, en de eerste hulp, die
Gij mij gebiedt hun in al hunne noodwendig-
heden te bewijzen. O barmhartige en vreeselijke
God! die de kinderen zegent om hunne ouders
en die somtijds de zonden der ouders straft
door de kinderen met uwe rechtvaardige straf
te treffen; vergun mij, dat ik U voor de ge-
nade aan mijne ouders bewezen danke, en dat
ik de vergeving hunner zonden van U ver-
werve. Gij wilt, dat ik de macht, die Gij
over mij hebt, in hen eere, en dat ik het
leven, dat Gij mij gegeven hebt, hun schuldig
zij. Beloon hen voor hetgeen ik hun niet kan
wedergeven. Vergeld hun de moeielijkheden
en zorgen, die ik hun gekost heb. Bewaar
hen; geef hun een lang. gelukkig en vreed-
-ocr page 153-
145
VOOR EEN ZIEK!;.
zaam leven. Geef den wasdom aan de vruchten
hunner rechtvaardigheid en doe hen in goede
werken overvloedig worden. Amen.
VOOK EEN ZIEKE.
Zie, Heer! dien Gij lief hebt, is krank. Wij
bidden U, dat zijne ziekte niet ter dood zij,
maar tot uwe eer en zijne heiligmaking
strekke. Wij gelooven, dat Gij de Christus
zijt, de Zoon van den levenden God, die, in
deze wereld gekomen, zoo vele krankeu op
verzoek en ten gevalle van hen, die ze tot
U brachten, genezen hebt. In dit geloof
smeeken wij U voor onzen kranken broeder,
dat Gij hem genezen wilt. Spreek slechts
één woord, en hij zal genezen zijn. Haak
deze lichamelijke ziekte dienstbaar tot gene-
zing zijner ziel en tot onze onderrichting.
Geef hem geduld en lijdzaamheid; geef ons
de liefde om hem in alles bij te staan. Ver-
hoor hem in den dag zijner verdrukking.
Kom hem te hulp op het bed zijner smart.
7
-ocr page 154-
146
QEBRDEH
Bewaar hem; behoud hein Let leveu; maak hem
gelukkig op aarde en gun ons de vreugde van
U nog met hem hier beneden in uwen heiligen
tempel te loven en eens in alle eeuwigheid
U lof te zingen in den hemel. Amen.
GEBEDEN VOOR DE OVERLEDENEN.
Als iemand overleden is.
Wij bidden U, Heer! verlos de ziel van
uwen dienaar (uwe dienares) N., opdat hij
(zij) voor de wereld gestorven zijnde voor U
moge leven, en reinig hein (haar) door de
gunst uwer barmhartige genade van al wat hij
(zij) door menschelijke zwakheid in dit leven
misdaan heeft; door onzen Heer, enz.
Op de maandelijksche gedachtenis.
Wij bidden U, Heer! dat Gij U verwaar-
diget aan de ziel van uwen dienaar N., wiens
(uwe dienares N., wier) maandelijksche ge-
dachtenis wij houden, het gezelschap uwer
heiligen en uitverkorenen te verleenen en haar
-ocr page 155-
VOOR DE OVERLEDE.VEX.                 147
met den eeuwigdnremlen dauw uwer barm-
hartigheid te besproeien; door onzeu Heer, enz.
Op de jaarlijksche gedachtenis.
God, Heer der genade! geef aan de ziel
van nweu dienaar N. wiens (uwe dienares N..
wier) jaarlijksche gedachtenis wij nu honden.
de plaats der verkwikking, de zalige rust en
het licht uwer eeuwige bestraling; door onzen
Heer, enz.
Voor een bisschop of priester.
O God! wien het behaagde, dat uw dienaar
de bisschoppelijke (priesterlijke) waardigheid
onder de apostolische bedienaren zoude be-
kleedeu, wij bidden U, dat Gij hem vergunt
altijd hun gezelschap in den hemel te ge-
nieten: door onzen Heer, enz.
Voor weldoeners, enz.
God, Gever der genade en Minnaar der
menschehjke zaligheid! wij bidden uwe goeder-
tierenheid, dat Gij de broeders en zusters
onzer vergadering. onze weldoeners en al
7*
-ocr page 156-
148 GEBEDEN VOOR DE OVERLEDENEN.
onze menden en vriendinnen, die tut deze
wereld gescheiden zijn, op het voorbidden van
de reine en heilige maagd Maria met al uwe
heiligen, tot de gemeenschap der eeuwige
zaligheid wilt brengen; door onzen Heer, enz.
Voor een man.
Neig, o Heer! uw oor tot onze gebeden,
waardoor wij uwe barmhartigheid ootmoedig
.smeeken, dat Gij de ziel van uwen dienaar
N., die Gij uit deze wereld hebt doen scheiden,
in het land des vredes en des eeuwigen lichts
wilt plaats geven en in het gezelschap uwer
heiligen ontvangen; door onzen Heer, enz.
Voor eene vrouw.
Wrj bidden U, Heer! wees de ziel van uwe
dienares N. naar uwe goedertierenheid genadig,
en herstel haar, nu gezuiverd van de besmet-
tingen der sterfelijkheid, in het erfdeel der
eeuwige zaligheid; door onzen Heer, enz.
-ocr page 157-
DE VESPERS DEE ZONDAGEN.           149
DE VESPERS DER ZONDAGEN.
Deus, in adjutorium O God! zie op tot m^jne
hulp.
Haast U, Heer! om
mij te helpen.
*Eer zij den Vader
on den Zoon en don
Heiligen Geest.
*Gelijk het was in het
begin en nu en altijd
en in de eeuwen der
eeuwen. Amen.
Alleluja.
Van Septuagesima tot Paschen.
Laus tibi, Domine, Eex Lof zij U, Heer, Ko-
aeternae gloriae!
            ning der eeuwige
heerlijkheid!
psalm cix.
Dixit Domiuus Domino DeHeerheeftgezegdtot
meo: sede a dextris nujnen Heer: Zit aan
meis.
                             mijne rechterhand,
D
G
S
Dit is het slot van eiken psalm.
-ocr page 158-
150            UK VESPERS DER ZONDAGEN.
Totdat ik uwe vijanden
stelle tot een voet-
bank nwer voeten.
Uit Sion zal de Heer
den rijksstaf uwer
macht doen komen:
heersen in het mid-
den uwer vijanden.
Bij U is het vorsten-
dom, in den dag;
uwer kracht, met
vollen luister van
heiligheid ; uit den
schoot heb ik U ge-
teeld . al vóór den
dageraad.
De Heer heeft gezwo-
ren, en het zal
Hem niet berouwen:
Gij zijt Priester in
eeuwigheid, op de
wijze van Melchise-
dech,
Douec ponam iuimicos
tuos: scabellum pe-
duni tuoruni.
Yirgain virtutis tnae
finittet Dominus ex
Sion: domiuare in
medio inimicoram
tuorum.
Tecura priucipinm in
die virtutis tnae, in
splendoribus sancto-
ruui: ex utero ante
luciferum genui te.
Juravit Dominus et
non poenitebit eum:
tn es Sacerdos in
aeternuin secnndnni
ordinem llelchise-
dech.
-ocr page 159-
DE VESPEBS DER ZOXDAGEN.            151
Dominus a dextris tuis:
confregit iu die irae
suae reges.
De Heer is U ter rechter
zijde om de konin-
gen te verslaan iu
deu dag zijuergrani-
schap.
Hij zal recht doen onder
de volkeren; Hij
zal geheele ver\\voes-
tiugeu makeu. Hij
zal de hoofden ver-
brijzelen in veler
laudeu.
Hij zal op deu weg uit
de beek driukeu,
daarom zal Hij het
hoofd opheffen.
J udicabit iu uat ionibus,
implebit rniuas: con-
riuassabit capita iu
terra nuiltoruiu.
Dn torreute iu viabi-
bet: propterea exal-
tabit caput.
psalm ex.
C\'onntcbortibi,Domme, Ik zal U dankeu, Heer!
iu toto corde meo: van gauscher harte,
iu coucilio justorunt indenraadderrecht-
et congregatione.           vaardigen en in de
vergadering.
-ocr page 160-
152            DE VESPERS DEK ZONDAGEN.
Magna opera Domini:
exqnisita in omnes
volnntates ejus.
Confessio et inagniii-
centia opus ejus: et
justitia ejus nianet
in saecnlnm saeculi.
Memoriam fecit mira-
bilinm snorum, mise-
ricors et miserator
Dominus: escam de-
dit timentibus se.
Meuior erit in saeeulnm
testamentisui:virtu-
tem operum suornin
anuuntiabit popnlo
sno.
Ut det illis haeredita-
tem gentium: opera
Groot zijn de werken
des Heeren, uitge-
zocht tot al zijn
behagen.
Lofwaardig en heerlijk
is zijn werk; en zij-
ne rechtvaardigheid
blijft in eeuwigheid.
Hij heeft de gedachtenis
zijner wonderen doen
houden, de genadige
en barmhartige God!
Hij heeft eeue spijs
gegeven aan die Hem
vreezen.
Hij zal zijn verbond
in eeuwigheid ge-
denken; Hij zal de
kracht zijner werken
bekend maken aan
zijn volk.
Zoodat Hij hun geve
het erfdeel der hei-
-ocr page 161-
DE VESPERS DER ZONDAGEX.           153
manuuin ejus veritas
et judicium.
Fidelia ouinia mandata
ejus, connrmata iu
saeculum saeculi :
facta in veritate et
aequitate.
Eedemptiouem misit
populo suo: manda-
vit in aeternuin tes-
tamentum suum.
Sanctum et terribile
nomen ejus: initium
sapientiae timor Do-
mini.
Intellectus bonus om-
uibus facientibus
eum: laudatio ejus
manet in saeculum
saeculi.
deneu; de werken
zijner handen ziju
waarheid en gerech-
tigheid.
Al zijne bevelen zijn
getrouw, bevestigd
door alle eeuwen, op-
gesteld iu waarheid
en oprechtheid.
Hij heeft zijn volk ver-
lossing gezonden; Hij
heeft zijn verbond
voor eeuwig vastge-
steld.
Heilig en ontzaglijk is
zijn naam; de vrees
des Heeren is het be-
gin der wijsheid.
Wel verstandig ziju zij
allen, die er naar
doen; ziju lof blijft
iu eeuwigheid.
-ocr page 162-
154
1>K VKSFKRS Dl\'.R ZOND.UiKN.
PSALM CXI.
Zalig is de man, die,
den Heer vreest, die
grooten lust heeft in
zijne geboden.
Zijn nakomelingschap
zal machtig zijn op
de aarde: het ge-
slacht der vromen
zal gezegend worden.
Luister en rijkdom
zal in zijn huis zijn;
en zijne rechtvaar-
heid zal eenwig
duren.
Den vromen gaat het
licht op in de duister-
nis , die, genadig,
barmhartig en recht-
vaardig is.
Welgevallig is de
ineusch, die mce-
Beatus vir qui timet
Dominam: in man-
datisejnsvoletnimis.
Potens in terra erit
semen ejus: gene-
ratio rectornm be-
uedicetnr.
Ulo]ia et divitiae in
domo ejus: et justitia
ejns manet in sae-
culum saeculi.
Exortum est in tene-
bris lnraeu rectis:
misericors et mise-
rator et justus.
.hu-undus homo, qui
miseretnr et commo-
-ocr page 163-
DE VESPERS DEU ZOXDAftBX.            155
dat, disponet senno-
nes suos in jndieio:
quia in aeternom
non coinniovebitur.
In memoria aeterna erit
justns: ab auditionc
mala nou timebit
Para turn cor ejus spe-
rare in Domino, con-
firmatnm est cor
<>jus: nou commove-\'
bitnr, donec despi-
ciat inimicos suos.
Dispersit dedit paupe*
ribns, justitia e,jus
manet in saeculum
saeeuli: coruu ejus
doogen toont, en uit-
leeut; die zijne zaken
beschikt met gerech-
tigheid; in eenwig-
heid zal hij niet ver-
vallen.
De rechtvaardige zal
zijn in eeuwige ge-
hengenis ; voor geen
kwaad gerucht zal
hij vreezen.
Zijn hart is bereid te
hopen op den Heer;
zijn hart is wel be-
vestigd; hij zal niet
ontroerd worden ,
totdat hij zijne vij-
anden ten onder
ziet.
Hij deelt uit en geeft den
armen; zijne recht-
vaardigheid blijft
in eeuwigheid; zijn
*
-ocr page 164-
156             DB VESPKKS DER ZOXDAGKK.
exaltabitar in gloria.
Peccator videbit, «\'t
irascetur, dentibus
suis fremet et tabes-
cet: desiderinm pec-
catorum peribit.
hoorn zal iu heer-
lijkheid verheven
worden.
De zondaar zal het
zien, eu hij zal ge-
stoord worden; hij
zal op zyn tanden
knarsen en verkwij-
nen; de begeerte
der zondaren zal te
niet gaan.
1\'SAl.M CXIl.
Looft den Heer, gij,
kinderen! looft den
naam des Heeren.
De naam des Heeren
zij gezegend van nu
aan tot in eeuwig-
heid.
Van den opgang dei-
zou tot den onder-
Laudate pueri Domi-
nnm: laudate nomen
Domini.
Sit nomen Domini be-
nedictum: ex hoc
nnnc et usque in
saeculum.
A solis ortu usqne ad
occasum: laudabile
-ocr page 165-
DE VESPEKS DER ZOXDACEN.            157
nomeu Domini.
Excelsus super omues
geutes Doniinus: et
super caelos gloria
ejus.
Quis sicut Domiuns,
Deus noster, qui in
altis habitat: et hu-
milia respicit in caelo
et in terra?
Suscitans a terra iuo-
pera: et de stercore
erigens pauperem.
Ut collocet eum cum
principibus: cum
principibus populi
sui.
Qui habitare facit ste-
rilera in domo: ma-
trem iiliorum lae-
gaug is des Heeren
naam lofwaardig.
De Heer is verheven
boven alle volkeren,
en zyue heerlijk -
heid is boven de
hemelen.
Wie is gelijk de Heer
onze God, die in het
hooge woont en die
op het nederige ziet
iu hemel en op aarde ?
Die den behoeftige op-
heft van de aarde
en den arme uit het,
slijk verheft.
Om hem te zetten bij
de vorsten, bij de
vorsten van zrjn volk.
Die de onvrnchtbarf
in haar huis doet
wonen als eene
-ocr page 166-
158             1>E VESPERS DER ZOXDAUKX.
blijde moeder vau
kinderen.
CXIII.
Als Israël optoog uit
Egypte, het huis
van Jacob uit dat
vreemde volk,
Toen werd het joodsche
volk Hein tocgehei-
ligd, Israël tot zijne
heerschappij.
De zee zag het en
vluchtte weg; de
Jordaan keerde terug.
De bergen sprongen
op als rammen en
de heuvelen als lam-
meren der schapen.
Wat is het, o zee!
dat gij wegvlucht-
tet? en gij, Jordaan!
dat gij terugkeerdet ?
tan tem.
l\'SALM
lil exituIsraël de 2Egyp-
to: domus Jacob do
populo barbaro.
Facta est Judaea sauc-
tificatio ejus: Israël
potestas ejus.
Mare vidit, et fugit:
Jordauis conversns
est retrorsum.
Montes exultavernnt ut
arietes: et colles si-
CUt agni ovium.
Qnid est tibi mare,
quod fngisti? et tu
.Tordanis, quia con-
versus es retrorsum ?
-ocr page 167-
DE VESPERS DER ZOXDAGEN.             150
Moutes exnltastis sicut
arietes? et colles
sicut agni ovium?
A facie üomini mota
est terra: a facie
Dei Jacob.
Qui convertir petram
in stagna aquarum:
et rnpem in fontes
aquarum.
Non nobis, Domino ,
non nobis: sed nomini
tuo da gloriam.
Super misericordia tua
et veritate tua: ne-
qnando dicant gen-
tes: ubi est Deus
eorum ?
Gij bergen! dat gij op-
sprongt als rammen?
en gij heuvelen als
lammeren der scha-
pen?
Voor het aangezicht
des Heeren daverde
de aarde; voor het
aangezicht van den
God van Jacob.
Die den harden steen
veranderde in een
watervloed en de
steenrots in water-
bronnen.
Niet ons, Heer! niet
ons, maar geef uwen
naam deheerlijkheid.
Oin uwe barmhartigheid
en uwe waarheid,
opdat de heidenen
niet mogen zeggen:
waar is hun God ?
-ocr page 168-
160            DE VESPERS DER ZONDAGEN.
Deus antem noster in
caelo: omnia quae-
cunique voluit fecit.
Simulacra gentium ar-
gentuni et aurum:
opera raanuum ho-
miiuum.
Os habent et nou lo-
qnentur: ocnlos ha-
bent et non videbunt.
Aurcs habent et non
audient: narcs habent
et nou odorabuut.
Manus habent et non
palpabunt; pedes ha-
bent et non ambn-
labuut: non claina-
bunt in gntture suo.
Similes illis fiant qui
faciuut ea : et onines
Doch onze God is in
den hemel; Hij doet
al wat Hem belieft.
De afgodeu der heide-
nen zijn zilver en
goud, werken van der
menschen handen.
Zij hebbeu een mond
en zij spreken niet;
zij hebben oogen en
zieu niet.
Zij hebben ooren en
hooren niet; zij heb-
ben neuzen eu rui-
ken niet.
Zij hebben handen en
tasten niet; zij heb-
ben voeten en wan-
delen niet; zij geven
geen geluid methuu-
ne keel.
Dat zij, die ze maken,
daaraan gelijk wor-
-ocr page 169-
DE VESPERS DER ZONDAGEN.             161
(jui conlidnnt in eis.
Domus Israël speravit
in Domiuo: adjutor
eorum et protector
eorum est.
Domus Aaron speravit
in Domino: adjutor
eorum et protector
eornm est.
<^ui timent Domiuum.
speraverunt in Do-
mino: adjutor eorum
et protector eorum
est.
Dominus niemor fuit
nostri: et benedixit
nobis.
Benedixit domui Is-
raël: benedixit domui
Aaron.
Benedixit omnibus, qui
timent Dominnm:
den, en allen, die er
op betrouwen.
Het huis van Israël
hoopt op den Heer:
Hij is hun helper
en hun beschermer.
Het huis van Aaron
hoopt op den Heer;
Hij is hun helper
en hun beschermer.
Die den Heer vreezen,
hopen op den Heer;
Hij is hun helper
en hun beschermer.
De Heer is onzer ge-
dachtig en Hij zegent
ons.
Hij zegent het huis van
Israël; Hij zegent
het huis van Aaron.
Hij zegent allen, die
den Heer vreezen,
-ocr page 170-
1 f>2            DE VESPERS DER ZONDAGEN.
pusillis cnra inajo-
ribns.
AdjiciatDoiniuus super
vos: super vos et
super iilios vestros.
Benedicti vos a Do-
mino: qui fecit cae-
lura et terram.
Uaelum caeli Domino:
terram autem dedit
Hliis hominuni.
Nou mortui laudabuut
te, Domine: ueque
oinnes. qui descen-
dnut in infernum.
Sed uos, qui vivimus,
benedicimus Domi-
no: ex hoe unnc et
usquc in saeculum.
beiden klein en
groot.
De Heer zegene u meer
en meer, zoo u, als
uwe kinderen.
Gezegend moet gij zijn
van den Heer, die
hemel en aarde ge-
maakt heeft.
De opperhemel is voor
den Heer; de aarde
heeft Hij gegeven
aan de kindereu der
menschen.
De dooden zullen U
niet loven, Heer!
noch zij allen, die
onder de aarde dalen.
Maar wij, die leven,
loven den Heer, van
nu aan tot in eeuwig-
heid.
-ocr page 171-
DK VESPERS DEK ZONDAGEN.             16.)
II KOR. I : 3, 4.
Geloofd zij God, de
Vader onzes Heereu
Jezus Christus, de-
Vader der barmhar-
tigheden, en de God
aller vertroosting:,
die ons vertroost
in al onze verdruk-
king.
A. God zij gedankt.
KORTE LES.
Benedictus Deus et
Pater Doniini uostri
Jesu Christi, Pater
misericordiaruni, et
Deus totius consola-
tiouis, qui consola-
tur nos in onmi tri-
bulatioue nostra.
B. Deo gratias.
LOFZANG.
Lucis creator optime, O God! die licht en
Lucem dierum profe-
rens,
Primordiis lucis novae;
Mundi parans origi-
nem.
leven schiept,
Den glans des daags
in \'t wezen riept,
En de aard op \'t woord
van uwe kracht
Bij \'t eerste licht hebt
voortgebracht.
Van d\' ochtend af tot
d\' avond daalt,
Qui mane
vesperi
junctum
-ocr page 172-
164            DE VESl\'EHS DEB ZONDAGEN.
Hebt Gij *t gebied des
daags bepaald;
Wij bidden, nu weer
\'t donker dreigt,
Dat Gij tot ons uwe
ooren neigt.
Geef dat de ziel, door
schuld bezwaard.
Zich niet blijv\' hechten
aan dees aard,
Dat ze aan het we-
reldsch goed niet hang,
Maar naar een eeuwig
heil verlang\'.
Diem vocari praecipis;
Tetrum chaos illabitur,
Audi preces cum fle-
tibus.
Ne inens gravata cri-
mine
Vitae sit exul manere,
Dam nil perenne cogi-
tat,
Seseque culpis illigat.
Caeloram pulset inti-
mum,
Vitale tollat praeminm,
Vitemus omne noxium,
Purgeinus omne pessi-
mum.
Op \'s hemels feestzaal
zij \'t gezicht,
Op \'s levens kroon ons
oog gericht.
Dat steeds ons hart wat
schaadt vermijd\',
En moedig alle kwaad
bestrijd\'.
-ocr page 173-
165
DE VESPEBS DER ZONDAliEX.
Praesta Pater piissime,
Patriqno compar uuice
Cum Spiritu paraclito
Kegnans per omne sae-
culum. Amen.
Verhoor, o Vader! ou-
zeu toon,
En Gij, Gods eeugebo-
ren Zoon,
Gij. Geest van leven,
liefde en vree,
Deel, op \'t gebed, uw
heil ons mee! Amen.
V. Dat mijn gebed, o
Heer! tot U op-
klimme:
A. Als een \\vierook-
ofïer voor uw aau-
schiju.
V. Dirigatur, Domine.
oratio mea:
B. Sicut incensuin iu
conspectu tuo.
I.OKZANi; DEK HEILIUK MAAliü MAKIA.
Magnilicat anima mea
Doininum.
Et exultavit spiritus
ineus: iu Deo salutari
meo.
Qnia respexit humili-
tatem ancillae suae:
Mijne ziel maakt groot
den Heer.
En mijn geest verheugt
zich in God, mijnen
Zaligmaker.
Omdat Hij de gering-
heid zijner dienst-
-ocr page 174-
166           DE VESPERS DER ZONDAGEN.
ecce enim ex hoc
beatain me dicent
oniues generationes.
Qnia fecit niilii nwgua,
qui potens est: et
sanctum nomen ejus.
Et. misericordia ejus a
progenie in proge-
nies: timentibuseum.
Fecit poteutiam in
brachio suo: disper-
sit superbos meute
eordis sui.
Depnsnit poteutes de
sede : et exaltavit
humiles.
maagd heeft aange-
zien. Want zie, van
uu aan zullen alle
geslachten mij zalig
noemen.
Want Hij heeft mij
groote dingen ge-
daan, die machtig is;
en heilig is zijunaam.
Eu zij ne barmhartigheid
komt van geslacht tot
geslacht over dege-
uen, die Hem weezen.
Hij heeft kracht gedaan
door zijnen arm: Hij
heeft ze verstrooid,
die zich verhoovaar-
digden in de gedach-
leu huns liarteu.
Üe machtigen heeft Hij
van den troou ge-
gezet en de nede-
rigeu verheven.
-ocr page 175-
UITSTORTING DES HABTEN, ENZ.        167
Esurientes implevit bo-
nis: et divitesdimi-
sit inanes.
Suscopit Israël pueruin
stram: recordatus mi-
sericordiae snae.
Sicut locutus est ad
patres nostros: Abra-
ham et semini ejus
in saecula.\'
De hongerigen heeft
Hij met goederen
vervuld en de rijken
ledig weggezonden.
Hij heeft Israël zijnen
dienaar opgenomen.
indachtig
        zijner
barmhartigheid.
Gelijk Hij onzen va-
deren had toegezegd,
aan Abraham en aan
zijn nakomelingschap
tot in eeuwigheid.
Na dezen lofzang wordt het gebed van den
zon- of feestdag gezongen.
UITSTORTING DES HARTEN VOOR CHRISTUS.
Hoe liefelijk zijn uwe woningen, Heer der
heirkrachten! Hoe genoegelijk is het in uw
huis te vertoeven! Hoe aangenaam is het voor
uw heilig altaar te verschijnen, almachtig
Heer! mijn Koning en mijn God! — Is het
-ocr page 176-
108             UITSTORTING DES HARTEN\'
wel te gelooven, dat God op aarde met de
menschen woont f
aldus sprakeu uwe dienaren
wegens het heiligdom der oude wet, dat slechts
eene afbeelding was van hetgeen wij hier be-
zitten. Vol eerbied en betrouwen kwamen zij
tot uw heilig tabernakel; stortten aldaar hun
hart voor U uit; spraken U aan met eene
heilige gemeenzaamheid; gaven U daar al
hunne benauwdheden, nooden en behoeften te
kennen; droegen er hunne gebeden en begeerten
op; en, Gij luisterdet naar hen: Gij verhoordet
hen en vervuldet hunne harten met troost en
blijdschap. — Wat al genade mag ik dan niet
van uwe milde hand verwachten, hier waar
ik mijn hart uitstort voor het waarachtig
heiligdom en den levenden tabernakel, die
niet door menschenhanden is opgericht, maar
van God zelven zijn wezen ontvangen heeft.
Voor U dan, o Jezus! die in uw persoon ver-
vult al wat de oude tabernakel afbeeldde,
voor U stort ik thans mijn hart uit. In uwe
tegenwoordigheid zucht ik over mijn klein
geloof. Kom toch myne ougeloovigheid te
-ocr page 177-
VOOE CHRISTUS.                       160
hulp! Geef mij dien heiligen schroom, die
nit ootmoed voortspruit en met liefde, vrede
en blijdschap vergezeld gaat. Doe mij met
uwen heiligen voorlooper Johannes over die
zich nederbuigende liefde verbaasd staan,
waarmede Gij tot mij komt, die niet waardig
ben zelfs uwe schoenriemen los te maken. Doe
mij met de chananeesche vrouw voor uwe
voeten blijven met eene volle erkentenis mijner
onwaardigheid, totdat Gij mijn gebed gelieft
te verhooren en mijne ziel, die zoo deerlijk
door den duivel gekweld wordt, te verlos-
sen. Doe mij met uwe engelen en heilige
ouderlingen voor uwen troon nederknielen
en met hen het nieuwe gezang zingen, tot U
zeggende: omdat Gij zijt geslacht geiveest en
ons door uw bloed voor God hebt vrijgekocht
uit alle geslachten en volkeren, en ons tot ko-
ningen en priesters gemaakt hebt; hierover zij
Hem, die op den troon gezeten is, en het Lam
de dankzegging toegebracht, de eer en heerlijk-
had ai macht tot in alle eeuiviglieid!
Amen.
-ocr page 178-
170 ALS DE BENEDICTIE GEGEVEN WORDT.
ALS DE BENEDICTIE GEGEVEN WOEDT.
Geloofd en gedankt zij te allen tijde bet
allerheiligst en goddelijk Sacrament. Zegen
mij, o Heere Jezus! zegen mij en allen, die
hier vergaderd zijn. Versterk ons door uwe
genade om zóó te leven, dat geheel ons
leven strekke tot uw lof en eer. Geef den
rechtvaardigen volharding, ons zondaren ver-
giffenis en aan de geloovige zielen de eeuwige,
rust; help ons nu en in de ure onzes doods.
In den naam des Vaders en des Zoons en
des Heiligen Geestes. Amen.
-ocr page 179-
INHOUD.
Bbdi
Onderricht aangaande het gebed.........       1
Gebed om den geest des gebcds te verkrijgen.     12
Morgen-gebeden....................     H
Avond-gebeden.....................    22
Bij het einde van het avond-gebed.......    30
Bemerkingen op den arbeid............    30
Gebed vóór den arbeid...............    34
Gebed na den arbeid................    34
Vóór eene godsdienstige lezing .........    35
Na eene godsdienstige lezing...........    35
Gebed vóór den maaltijd..............    35
Gebed na den maaltijd...............    36
Wenken over het verkiezen van een staat ..    37
Gebed om een zalig beroep te kiezen.....    37
Gebed tot een patroon...............    39
Gebed op een verjaardag..............    41
Gebed vóór de heilige mis ............    44
Gebeden der heilige mis..............    45
Gebod na do heilige mis..............    78
-ocr page 180-
tl.                                       INHOUD.
Bladi.
Gebed ter voorbereiding eener eerste heilige
communie......................    79
Gebed in de dagen van dankzegging na de
heilige communie..................    80
Vóór het onderzoek des gewetens........    82
Gewichtige bemerking over het onderzoek
des gewetens....................    83
Na het onderzoek des gewetens.........    89
Gebed vóór de belijdenis..............    89
Gebed na de belijdenis...............    91
De zeven boetpsalmen ...............    94
Litanie van alle heiligen..............   108
Litanie tot den Heiligen Geest .........   119
Litanie van het heilig sacrament........   12t>
Litanie van het lijden onzes Hecreu......   131
Gebed voor de geestelijkheid...........   141
Gebed voor de overheid...............   143
Gebed van kinderen voor hunne ouders. ...   144
Gebed voor een zieke................   145
Gebeden voor de overledenen...........   14(i
De vespers der zondagen..............   149
Uitstorting des harten voor Christus......   167
Als de benedictie gegeven wordt........   170