-ocr page 1-
FftV
UB-ZUID
ALV
21-38
-ocr page 2-
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK UTRECHT
A06�00034536882B
3453 6882
-ocr page 3-
Vak 21
BIJBELSCHE en KERKELIJKE
GESCHIEDENIS.
(voor de katholieke jeugd.)
Voor Katech\'smus en Schoolgebruik.
BEWERKT DOOR
F. W. de ROOY,
R. C. Pr. en Kapelaan te Amsterdam.
H. COEBERGH, HAARLEM.
4896.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
Kleine Bütt ei KerMIe
GESCHIEDENIS.
■ ■a/va/WWWVWv»\'- ■
-ocr page 6-
-ocr page 7-
Vak 21
\'3*
BUBELSCHE en KERKELIJKE
GESCHIEDENIS.
(voor »e katholieke jeugd.)
Voor Katechismus en Schoolgebruik.
BEWERKT DOOR
■J i *J W> . I LI I
F. W. de ROOYj/
R. C. Pr. en Kapelaan te Amsterdam.
H. COEBERGH, HAARLEM.
1896.
-ocr page 8-
IMPRIMATUR.
H. F. J. RIKMENSPOEL, Rector.
Libr. Censor.
Amstelodami die 31 Jan. 1896.
-ocr page 9-
VOORWOORD.
Het valt niet te ontkennen, dat zij, die aan de kinde-
ren de Bijbelsche en Kerkelijke geschiedenis, in het kort,
moeten verhalen, vooral in den laatsten tijd, verscheidene
hulpmiddelen ontvingen, door de vele Bijbelsche en Kerke-
lijke geschiedenissen, die, voor kinderen gedacht en ge-
sehreven zijn; boekjes meer of minder uitgebreid, met en
zonder platen, boekjes als planten in eigen bodem gekweekt
en opgegroeid of uit vreemden gaarde, niet zonder vrucht
opgroeiend in Hollandschen grond.
En toch, ondanks die verscheidenheid der Bijbelsche en
Kerkelijke historieboekjes, zal ook dit werkje den onder-
wijzer der Bijbelsche en Kerkelijke geschiedenis welkom zijn.
De Eerwaarde bewerker heeft blijkbaar de bedoeling
het kind, door het gesproken woord vooral, te onderrichten.
Zijn werkje geeft eenvoudig de hoofdpersonen en hoofd-
feiten der geschiedenis aan; aan den onderwijzer blijft de
schoone taak de kinderen te boeien en te leeren, door de
nadere uiteenzetting der gebeurtenissen.
Deze wijze van onderricht in de Bijbelsche en Kerke-
lijke geschiedenis, is voor kinderen goed, de eenig goede
misschien.
Meent men meer te mogen overlaten aan het kind,
door het te laten lezen in uitgebreider boeken; het resul-
taat zal bij de meesten bedroevend gering zijn.
Meent men daarentegen, dat het verhalen alleen vol-
doende is, dan vrage men eens aan zijne leerlingen een
klein opstel over hetgeen in de les behandeld is. Welk
-ocr page 10-
VI                                                  VOORREDE.
een dooreenhaspelen van gebeurtenissen; welk een moord-
dadig mishandelen van eigennamen!
Beide gebreken worden, gelooven wij, door het hier
aangeboden werkje vermeden. Kort en zakelijk worden de
feiten aangegeven, die straks door den onderwijzer breeder
worden besproken. De indeeling van het geheel in nummers,
de duidelijk gestelde vragen aan den voet der bladzijden,
bevorderen de opmerkzaamheid van den leerling.
En zoo ga dan het boekje de wereld in en werke
heilzaam voor hoofd en hart van den kleinen lezer.
G. M. D.
AMSTERDAM, Februari 1896.
—»—<-a>s-ï-^*.
-ocr page 11-
iiraoxjjD.
ISLADZ.
Geschiedenis vóór Christus.
A. Van de schepping der wereld tot Mozes.
I. Van de schepping der wereld tot Abraham . 4
II.  Van Abraham tot Mozes......4
B. Van Mozes tot Christus.
I.  Van Mozes tot Saul ....... 6
II.  Van Saul tot aan liet einde der Babylonische ge-
vangenschap .........9
III.  Van het einde der Babylonische gevangenschap
tot aan de geboorte van Christus.....\'12
Geschiedenis van Jesus Christus.
I.  Geboorte, verborgen en openbaar leven van Jesus . 45
II.  Instelling van het Allerheiligste Sacrament des
Altaars. Lijden en dood van Jesus
         ... 48
III.  Begrafenis, Opstanding en Hemelvaart van Christus 24
Geschiedenis na Christus.
A. Van de Hemelvaart van Christus tot aan
de bekeering van Constantijn den Groote.
I. Uitbreiding des Christendoms door de Apostelen 23
II.  Zegepraal der Kerk over het heidendom in het
Romeinsche rijk........27
B. Van de bekeering van Constantijn tot
aan de Reformatie in de XVIe eeuw.
I. Zegepraal der Kerk over de ketterijen         . . 29
II.  Zegepraal der Kerk over de onbeschaafde volke-
ren. Het Christendom in Europa. De Kerk in het
Oosten. — Mohammed......33
III,  De Kruistochten......, , 36
-ocr page 12-
VIII
INHOUD.
BLADZ.
IV. Kerkelijke wetenschap en Christelijk leven. — De
Religieuze Orden. — De Investituurstrijd. — De
dwaalleeraars.
          ........38
C. Van de Reformatie in de XVIe eeuw tot
op onzen tijd.
I. De nieuwe Christelijke Godsdienst. — De strijd
tusschen de Hervormers onderling. — Vervolging
der Kerk           .........41
II. Vredesvoorstellen der Kerk door de dwaalleeraars
verworpen. — Godsdienst- en burgeroorlogen . 45
III.  Uitbreiding der Kerk onder de Heidensche vol-
keren. ■— Vervolgingen. — Martelaars
        . . 46
IV.  Religieuze Orden en Congregatiën. — Heiligen
der Kerk..........49
V. Verbreiding van het ongeloof\'. —■ Fransche Rc-
volutie ..........52
VI. De invloed der Fransche Revolutie op andere
landen. — De Katholieke Kerk verkrijgt nieuwe
kracht en luister........56
-ocr page 13-
k:XjEI3ste
Bijbelsche en Kerkelijke
GESCHIEDENIS.
(VOOR DE KATHOLIEKE JEUGD.)
Voor ELatechismus- en Schoolgobruik.
Greschiedenis vóór Christus.
A. Van de schepping der wereld tot Mozes.
I. Van de schepping der wereld tot Abraham.
(4000—2000)
1. In den beginne schiep God hemel en aarde. God
sprak: »het worde", en alles is geworden. De ge-
heele wereld, zon, maan en sterren, kruiden, boo-
men, dieren, schiep God in zes dagen; ten laatste
schiep Hij den mensch naar Zijn beeld. De eerste
menschen heetten Adam en Eva. Zij waren recht-
vaardig en heilig. Zij leefden gelukkig in een lust-
hof, het paradijs; zij en hunne kinderen zouden
nooit sterven.
1. Hoe schiep God Hemel en aarde? In hoeveel dagen
schiep Hij alles? Wanneer en hoe schiep Hij den mensch?
Hoe heetten de eerste menschen, waar leefden zij, en
welke voorrechten hadden zij?
1
-ocr page 14-
2
2.  God gaf aan de eerste menschen een gebod. Zij
mochten nl. niet eten van een boom, welke
in het Paradijs stond; maar de slang verleidde
Eva en deze weder Adam tot overtreding van het
trebod: beiden aien van de verboden vrucht. Ter-
stond kwam de straf over hen en hunne nakome-
lingen. Zij werden uit het Paradijs verdreven, wa-
ren den dood en het lijden onderworpen en zouden voor
eeuwig van God verstooten moeten worden. Maar God
ontfermde zich over hen en beloofde hun een Ver-
losser , die hen weder met God zou verzoenen en
aan de eeuwige zaligheid zoude deelachtig maken.
3.   Kaïn en Abel, zonen van Adam en Eva, brachten
offers aan God. Het offer van den vromen Abel
was aan God welgevallig, maar niet het offer van
den boozen Kaïn. Deze, daarover vertoornd, sloeg
zijn broeder Abel dood , werd door God gevloekt
en moest rondzwerven op de aarde.
4.   De nakomelingen van den boozen Kaïn waren slecht
evenals hun vader ; zij verleidden ook weldra de
goeden tot het kwaad, zoodat ten laatste bijna alle
menschen zich afkeerden van God en meer en meer
in zonde en boosheid vervielen. Nu besloot God
2.  Welk gebod gaf God aan de eerste menschen? Hoe wer-
den zij verleid ? Hoe werden zij gestraft ? Werden zij
alleen
ongelukkig.\' Heeft God zich weder ontfermd over
den mensen? Wien beloofde hij te zullen zenden?
3.  Wie waren Kaïn en Abel? Hoe vereerden zij God? Was
dit offer aangenaam aan Gcd? Wat deed Kaïn en hoe
werd hij gestraft?
4.   Hoe ging het met de nakomelingen van Kaïn? Hoe
-ocr page 15-
3
het bedorven menschdom door een grooten water-
vloed te verdelgen, (omtrent 2500 voor Christus.)
Vijftien ellen steeg de watervloed boven de hoogste
bergen. Alles verdronk. Alleen de vrome Noë met
zijn familie en met de dieren, welke hij, op Gods
bevel, in de ark genomen had , werden gespaard.
Uit dankbaarheid richtte Noë een altaar op en
bracht den Heer een offer. God zegende Noë en
zijne zonen en beloofde hem , dat nooit meer een
algemeene watervloed de menschen van de aarde
zou verdelgen.
5. De nakomelingen van Noë werden groot in getal,
zoodat zij zich spoedig over vele landen moesten
verspreiden. Eerst echter wilden zij een hoogen toren
bouwen, waarvan de spits tot aan den hemel zou rei-
ken. Maar God verwarde hunne spraak, zoodat zij el-
kander niet meer verstonden en den torenbouw
moesten staken. Nu verspreidden zich de menschen
over de aarde, werden al slechter en slechter, zoo-
dat zij ten laatste in plaats van den éénen waren
God, zon , maan en sterren, dieren, en beelden,
van goud of zilver gemaakt, aanbaden.
strafte God het bedorven volk ? Werd er niemand ge-
spaanl? Wat deed Noë toen hij de ark verlaten had?
Welke belofte deed God.\'
5. Hoe ging het met de nakomelingen van Noë? "Welk
plan beraamden zij? Hoe werd dit plan verijdeld? Aan-
baden zij steeds den waren God?
-ocr page 16-
4
II. Van Abraham tot Mozes. (Omtre?it200Q---UQ0v. Chr.)
6.  Het ware geloof en de hoop op den toekomstigen
Verlosser mocht echter niet geheel van de aarde
verdwijnen. Daarom koos God Abraham uit, sloot
met hem een bijzonder verbond en beloofde hem,
dat uit zijne nakomelingen de Messias zou voort-
komen , en aldus in zijnen nakomeling alle volke-
ren der aarde zouden gezegend worden.
7.   Om het geloof en de gehoorzaamheid van Abraham
op de proef te stellen, beval God hem, dat hij zijn
eenigen zoon Isaiic op den berg Moria zoude of-
feren. Abraham begaf zich terstond op weg. Isaiic
droeg zelf het hout voor het brandoffer en ging
den berg op. Boven op den berg gekomen, liet
Isaiic zich gewillig op het hout vastbinden. God
echter redde den vromen Isaacdoor een engel, zegende
Abraham en vernieuwde zijne vroegere beloften.
Isaiic was een voorafbeelding van den toekom-
stigen Verlosser, die uit gehoorzaamheid het kruis-
hout op zijne schouders nam en het op den Calvarie-
berg di*oeg, om zich aan het kruis voor ons ten
offer te brengen.
6.  Zoude het ware geloof en de hoop op den toekomstigen
Verlosser geheel van de aarde verdwijnen ? Wat deed God
om dit te voorkomen? Wat beloofde God aan Abraham?
7.  Hoe beproefde God het geloof en de gehoorzaamheid
van Abraham? Hoe volbracht hij Gods bevel? Hoe ge-
droeg zich Isaiic? Liet God toe, dat Isaiic gedood werd?
Hoe beloonde God Abraham? Welke geheimvolle be-
teekenis en voorafbeelding ligt er in het ofl\'er van Isaiic?
-ocr page 17-
5
8. De aartsvader Jacob, Isailc\'s zoon, leefde met zijne
zonen in het land Kanaan, waarheen God Abra-
ham had geroepen. Hij had twaalf zonen, die de
stamvaders waren van het Israëlitische volk. Een
van hen, Joseph genaamd, die door God was uit-
verkoren, om door zijne bijzondere lotgevallen een
voorafbeelding te zijn van Jesus Christus, werd
door zijne broeders, uit nijd verkocht en naar
Egypte gevoerd, alwaar hij eerst valschelijk aan-
geklaagd en in de gevangenis geworpen, daarna
door den koning tot eersten rijksgroote werd ver-
heven en den naam ontving van „redder der we-
reld", omdat hij Egypte voor een verschrikkelijken
hongersnood had bewaard. Op zijne uitnoodiging
kwam Jacob naar Egypte en woonde met zijne
familie in het vruchtbare land Gessen. Voor zijn
afsterven deed Jacob eene merkwaardige voorspel-
ling. Hij voorzegde, dat de schepter aan den stam
van zijn zoon Juda niet zou ontnomen worden,
totdat Hij kwam, die gezonden zou worden, de
Verwachte der volkeren. En werkelijk werd Chris-
tus de Verwachte der volkeren geboren, toen een
vreemdeling (Herodes) op den troon der koningen
van Juda zetelde.
8. Wie was Jacob, en waar leefde hij? Ploevele zonen
had hij en wat werden zij naderhand? Waartoe was
Joseph bijzonder uitverkoren? Welke waren de lotge-
vallen van Joseph? Bleef Jacob altijd in Kanaün? Welke
merkwaardige voorspelling deed Jacob voor zijn afster-
ven? Hoe ging deze voorspelling in vervulling?
-ocr page 18-
6
B. Van Mozes tot Christus.
I. Van Mozes tot Saul (omtrent 1400 — 1100 v. Chr.)
9. Na den dood van Josepli werd het Israëlitische
volk zeer talrijk, maar moest voor de Egypte-
naren harden slavendienst verrichten , totdat God
eindelijk verscheen aan Mozes, te midden van een
braambosch, dat brandde, maar niet verbrandde, en
hem het bevel gaf om het volk van Israël naar het
land Kanaiin terug te voeren. Maar Pharao, de ko-
ning van Egypte, wilde het volk niet laten gaan.
Toen zond God verschrikkelijke plagen over Egypte
en ten laatste doodde een engel in één nacht, alle
eerstgeborenen der Egyptenaren. Maar de verderf-
engel ging de woningen der Israëliten voorbij, omdat
zij de posten hunner deuren hadden besprenkeld
met het bloed van het offerlam, hetwelk zij in
dien nacht, volgens Gods bevel, moesten eten. Dit was
eene voorafbeelding. Zoo immers zouden eens de
menschen bevrijd worden van den eeuwigen dood,
door het bloed van Jesus Christus, het ware God-
delijke offerlam.
10. Nu liet Pharao de Israëliten vertrekken. Maar al
zeer spoedig had hij er berouw over. Ijlings ver-
9. Hoe ging het met de nakomelingen van Jacob in
Egypte? Wien heeft God geroepen om hen te bevrij-
den? Werd deze bevrijding gemakkelijk volbracht? Wat
deed God om Pharao te dwingen? Werden de Israë-
liten ook door den verderfengel gedood? Wat betee-
kent het bloed des offerlams?
-10. Had Pharao het ernstig gemeend, toen hij de Israëli-
-ocr page 19-
7
* zamelde hij zijne legerscharen en zette de weer-
looze Israëliten na. Dezen smeekten vol angst en
schrik tot God om hulp. Toen strekte Mozes op
Gods bevel zijn hand uit over de wateren der
Roode zee en ziet, het water verdeelde zich. Rechts
en links stond het water als een muur en de ls-
raëliten trokken droogvoets door de Roode zee.
Pharao ijlde hen woedend na tot in het midden
der wateren. Nu strekte Mozes, aan de andere
zijde der zee, nogmaals zijn hand uit over de wa-
teren, de golven sloten zich weder aaneen en
Pharao met zijn geheele legermacht werd in de
zee bedolven.
11.  De Israëliten moesten nu door eene groote woes-
tijn trekken en kwamen aan den berg Sinaï. Hier
kondigde God, onder schrikwekkende natuurtoo-
neelen, de 10 geboden af, geschreven op twee
steenen tafelen, en vernieuwde het verbond, het-
welk Hij met hunne vaderen had gesloten. Maar
het volk vergat èn de geboden èn de weldaden
van God, klaagde en morde aanhoudend, ja het
ging zelfs zoo ver, dat het een gouden kalf ver-
vaardigde en het aanbad.
12.  Wegens hunne veelvuldige misdaden, moesten de
ten liet vertrekken? Wat deed hij en wat deden van
hunnen kant de Israëliten? Hoe werden de Israëliten
gered en Pharao gestraft?
-11. Kwamen de Israëliten terstond in Kanaan? Wat ge-
beurde er op den berg Sinaï? Waren de Israëliten
dankbaar voor Gods weldaden?
Al. Hoe werden de Israëliten voor hunne ondankbaarheid
-ocr page 20-
8
Israëliten 40 jaren lang in de woestijn rondzwer-
ven . totdat dit ondankbaar geslacht zou zijn uit-
gestorven en er een nieuw geslacht zou zijn op-
gegroeid. Toch hield God niet op zijne weldaden
te bewijzen aan het Israëlitische volk. Hij liet voor
hen brood (Manna) van den hemel regenen, deed
het water vloeien uit een rots en voerde de zonen
Israëls eindelijk, na den dood van Mozes, onder
aanvoering van Josuë, in het beloofde land, het-
welk onder de 12 stammen werd verdeeld.
Dit alles nu is geschied ter voorafbeelding. De
verlossing uit de slavernij van Egypte beteekent
onze verlossing uit de slavernij van Satan, door
Jesus Christus. De tocht door de woestijn betee-
kent onzen pelgrimstocht op aarde, waar God ons
zijne geboden geeft, ons spijzigt met het brood
des hemels en ons uit de levensbron der genade
versterkt. Het beloofde land wijst ons naar den
hemel, dien wij door strijd moeten veroveren en
eeuwig zullen bezitten.
13. In dit schoone land Kanaan leefden de Israëliten
gelukkig en door den Heer gezegend, totdat zij,
tegen het gebod van God in , huwelijksverbinte-
nissen sloten met de heidenen en daardoor weder
in boosheid en afgoderij vervielen. Zoo dikwijls zij
gestraft? Heeft God hen voor altijd verstooten? Welke
weldaden bewees Hij hun nog? Wanneer en hoe kwa-
men zij in het land van Kanaan? Wat beteekenen de
verlossing uit de slavernij van P]gypte , de tocht door
de woestijn, het Manna en het beloofde land?
13. Hoelang waren de Israëliten in Kanaan gelukkig? Wat
-ocr page 21-
9
zich van God afkeerden , gaf God lien over aan
de willekeur hunner vijanden; keerden zij echter
rouwmoedig tot zijnen dienst terug, dan verwekte
God vrome helden, Rechters genaamd, welke hen
uit de handen van hunne vijanden bevrijdden, zoo-
als Gedeon, Jephte, Satnson, e. a.
II. Van Saul tot aan het einde der Babylonische
gevangenschap.
(1100—500 v. Chr.)
14. Gedurende meer dan 400 jaren bekleedden de-
hoogepriesters en de rechters de hoogste macht
bij het volk van Israël. Nu wilden de Israëliten
evenals de naburige volkeren een koning hebben-
God gaf hun koning Saul. Toen deze, wegens zijn
weerspannigheid door God was verworpen , werd
hij opgevolgd door David. Deze was machtig. Als»
jongeling had hij den reus Goliath overwonnen,
als koning vergrootte hij het rijk, door zijne schit-
terende overwinningen. Hij diende God met een
oprecht hart en vervaardigde tot lof van God
heerlijke gezangen , psalmen genaamd, in welke
hij ook door Gods ingeving, vele voorspellingen
deed aangaande den Verlosser der wereld, die uit
zijn geslacht zou voortkomen, en wiens rijk geen
geschiedde er als zij God verlieten? Hoe werden zij
door God geholpen, als zij rouwmoedig tot hem weder-
keerden?
44. Wie bestuurden in den beginne liet volk van Israël ?
Hoe lang duurde dit bestuur? Wie was de eerste ko-
nitig van Israël? Waarom werd hij verworpen? Wie
volgde hem op ? Wat weet gij van David ? Waarom
-ocr page 22-
10
einde zofl hebben. Daarom heet Christus ook Zoon
van David.
15.   Salomon , de zoon van David was een wijs en
machtig koning. Hij bouwde den Heer een prach-
tigen tempel te Jerusalem. Het binnenste heilig-
dom was met het fijnste goud bekleed. Hier stond
de ark des verbonds met de tafelen der wet. Al-
leen de hoogepriester mocht eens in het jaar dit
heiligdom binnentreden. Het Israëlitische volk had
geen anderen tempel dan te Jerusalem en het was
ook niet geoorloofd op eene andere plaats te offeren.
16.  Salomon had zich op lateren leeftijd, door omgang
met heidensche vrouwen tot afgodendienst laten
verleiden. Daarom trof hem het strafgericht Gods;
zijn rijk werd verdeeld. De stam van Juda en
Benjamin bleven getrouw aan Roboam, den zoon
van Salomon. Deze twee stammen vormden het
rijk van Juda met Jeruzalem tot hoofdstad. De
overige tien stammen riepen Jeroboam tot koning
uit en hadden later Samaria tot hoofdstad. De tien
stammen verlieten nu den godsdienst hunner va-
zijn zijne psalmen bijzonder merkwaardig? Waarom
heet Christus ook: Zoon van David ?
15.  Wie was Salomon? Waardoor is hij beroemd? Wat
stond er in hot binnenste heiligdom van den tempel ?
Wie mocht er alleen binnengaan en wanneer? Waren
er nog andere tempels en altaren in Israël?
16.  Wat deed Salomon op lateren leeftijd ? Wat geschiedde
er na zijn dood? Welke stammen vormden het rijk van
Juda? Welke was hun hoofdstad? Welke stammen
vormden het rijk van Israël? Welke was de hoofdstad
-ocr page 23-
11
deren, bouwden een eigen tempel en voerden alle
gruwelen van den afgodendienst in. Daarom gaf
God hen over aan de macht van den heidenschen
koning Salmanassar, die het rijk van Israël ver-
woestte en het volk naar Ninive voerde , in de
Assyrische gevangenschap. Ook het rijk van Juda
werd wegens zijn veelvuldige overtredingen door
God gestraft. Nabuchodonosor veroverde Jeruza-
lem en voerde vele voorname Israëli ten naar Ba-
bylon; eenige jaren later verbrandde hij den
tempel en voerde het geheele volk in de Babylo-
nische gevangenschap. Maar het rijk van Juda zou
niet geheel ophouden te bestaan, zooals het afgo-
dische Israël.
17. Deze straffen van God, kwamen echter niet plot-
seling en onvoorziens. Mannen met den geest Gods
bezield, profeten genaamd, hadden reeds lang te
voren, ten einde het volk tot boetvaardigheid en
inkeer te brengen, deze straffen aangekondigd en
hunne woorden door groote wonderwerken beves-
tigd. Deze profeten beloofden aan de rouwmoedigen
barmhartigheid en voorspelden tevens den toekom-
stigen Verlosser. In hunne voorspellingen, die vele
eeuwen vóór Christus geschreven werden, staan
alle bijzonderheden van het lijden des Verlossers
van liet rijk van Israël? Bleven de tien stammen aan
God getrouw.\' Hoe werden zij door God gestraft? Zou
ook liet rijk van Juda ophouden te bestaan?
-17. Kwamen de straffen van God over Israël en Juda plot-
seling? Hoe waarschuwde God liet volk? Hebben de
profeten alleen straffen aangekondigd? Wat hebben zij
-ocr page 24-
12
vermeld: Zijne geboorte uit eene Maagd te Bet-
lehem, Zijne prediking, Zijne wonderen, Zijn lijden,
Zijne verrijzenis uit het graf, de zending des H.
Geestes, de verwoesting van Jeruzalem, de bekee-
ring der heidenen en de heerlijkheid der kerk van
Christus. Daniël voorspelde zelfs het jaar in het-
welk de Verlosser zou geboren worden. De voor-
naamste profeten zijn: Elias, Elisaeus, Isaïas, Je-
remias, Ezechiël en Daniël.
III. Van het einde der Babylonische gevangenschap
tot aan de geboorte van Christus.
18. Als toonbeelden van verheven deugden schitterden
in den tijd der gevangenschap: te Ninive Tobias,
te Babyion de kuische Susanna, de drie jonge-
lingen in den vuuroven en Daniël in den leeuwen-
kuil. Reeds 70 jaren had de Babylonische gevan-
genschap geduurd, toen Cyrus, de koning der
Perzen, die Babyion veroverde, op ingeving van
God, den Joden verlof gaf, om naar hun land
terug te keeren en den tempel van Jeruzalem
weder op te bouwen. Weldra was deze tweede
tempel opgebouwd, onder leiding van Zorobabel.
voorspeld aangaande den Verlosser? Welke profeet heeft
juist den tijd van zijn komst verkondigd? Welke zijn
de voornaamste profeten?
18. Wie schitterden te Ninive en Babyion als toonbeelden
van deugd? Hoe lang duurde de Babylonische gevan7
genschap? Wie maakte er een einde aan? Wat was
liet eerste en voornaamste werk der Joden na hun
-ocr page 25-
13
Als nu de grijsaards, die den eersten tempel nog
in vollen luister en pracht gekend hadden, weenden,
verkondigde hun de profeet Aggaeus, dat de heer-
lijkheid van dit laatste huis grooter zou zijn, dan
die van het eerste, omdat de door alle volkeren
verlangde Messias in dezen tweeden tempel zou
verschijnen.
19. Esdras en Nehemias zorgden, dat de voorschriften
omtrent de godsdienstviering onderhouden werden,
verzamelden de heilige Schriften, welke voortaan
getrouw werden voorgelezen en verklaard. Al het
volk weende en deed oprechte boete. Nu keerden
zij niet meer terug tot den afgodendienst; het
harde lijden der gevangenschap had hen bekeerd
en als later de Syrische koning Antiochus de
Joden wilde dwingen om den godsdienst hun-
ner vaderen te verlaten, verweerden zij zich met
heldenmoed, onder aanvoering van Matthathias en
zijn zonen. Ja, liever wilden zij den smartvolsten
dood sterven, dan hun godsdienst verzaken, aan-
gemoedigd door het heerlijk voorbeeld van den
grijzen Eleazar en de zeven Machabeesche
broeders.
terugkeer? Was de nieuwe tempel zoo schoon als de
eerste? In welk opzicht was de heerlijkheid van den
tweeden tempel grooter?
49. Wat weet gij van Esdras en Nehemias? Hoe gedroeg
zich toen het volk? Bleef het voortaan aan God ge-
trouw ? Welk bewijs weet gij daarvoor ? Wie hebben
zich toen bijzonder onderscheiden?
"v               \\^""^
-ocr page 26-
14
20. Vier duizend jaren waren er sedert de schepping
der wereld verloopen. Nu waren de tijden vervuld,
die de komst van den Verlosser moesten vooraf-
gaan. Met vurig verlangen zagen de Joden naar
Hem uit en ook zelfs de heidenen waren van mee-
ning, dat er in dien tijd een machtig heerscher
in Judea zoude opstaan. Groot was het bederf en
de boosheid, die in de wereld heerschten; de
Joden wel is waar erkenden nog altijd den waren
God, maar er waren onder hen verderfelijke sekten
ontstaan , zooals de Pharisaeën en de Sadducaeën
en daardoor ontstond het zedenbederf; de meesten
eerden God slechts met de lippen, maar zij volg-
den de booze lusten van hun hart. Alle overige
volkeren , zelfs de meest beschaafden , zooals de
Grieken en Romeinen , pleegden de schandelijkste
afgoderij. Ontelbaar waren de goden en godinnen,
voor welke zij tempels en altaren hadden opge-
richt. Zij vereerden hen door offers van menschen
en dieren en door het plegen der grootsche gru-
welen en zonden. Zoo waren de Heidenen »vervuld
met alle ongerechtigheid". Wie kon hier hulp
aanbrengen? Wie kon het menschdom redden?
God alleen. En God gaf redding. Zooals hij aan
onze stamouders in het Paradijs had beloofd en
door de profeten had voorspeld, ontfermde Hij
20. Uoevele jaren verliepen er van de schepping des men-
schcn tot de komst des Verlossers? Welke meening
hcerschte er bij Joden en Heidenen ? Welke was de
toestand der volkeren in dien tijd ? Wie kon bier red-
-ocr page 27-
15
zich over den diepgevallen mensch en zond eenen
Verlosser en Zaligmaker, want »alzoo beeft God de
> wereld liefgehad, dat Hij Zijn éénigen Zoon gegeven
»heeft, opdat eenieder die in Hem gelooft, niet ver-
»loren ga, maar het eeuwig leven hebbe." (Joannes
III. 16.)
öeschieclenis van .Tesus Christus.
I. Geboorte, verborgen en openbaar leven van Jesus.
21. De wereld genoot vrede. Augustus was Keizer der
Romeinen; Herodes, de Idumaeër, koning van Judea.
Nu ging de belofte van God en de voorspelling
der profeten in vervulling. Te Betlehem in eenen
stal werd uit Maria, eene maagd van het konink-
lijk geslacht van David, Jesus Christus, Gods Zoon,
de Verlosser der wereld, geboren. Engelen verkon-
digden het aan de herders te Betlehem en een
wonderbare ster aan de Wijzen in het Oosten.
Reeds als jeugdig kind werd Christus vervolgd
door Herodes; Joseph echter, de voedstervader en
bewaarder van Jesus, vluchtte met Maria en het
goddelijk Kind, op Gods bevel naar Egypte en
keerde eerst na den dood van Herodes terug-
ding aanbrengen.\' Deed God zulks? Wat lezen wij
hierover inliet H. Evangelie?
21. Onder welken keizer en onder welken koning werd de
Verlosser geboren? Wie was Zijne Moeder? Wie ver-
namen het eerst Zijn geboorte en hoe ? Wat deed de
ft Joseph tot bescherming van het Goddelijk kind?
-ocr page 28-
16
De Zaligmaker leefde nu te Nazareth in Galilea
in eenzaamheid, was aan Maria en Joseph onder-
danig en nam toe in wijsheid en genade bij God
en bij de menschen. Toen Hij twaalf jaren oud
was, ging Hij met Maria en Joseph naar het
Paaschfeest te Jeruzalem en bleef daar, buiten hun
weten, achter. Na drie dagen vonden zij Hem in
den tempel, alwaar Hij door Zijne wijze vragen en
antwoorden, zelfs de Schriftgeleerden, verwonderd
deed staan. Toen Jesus dertig jaren oud was, begaf
Hij zich tot Joannes den Dooper, aan den Jordaan,
en liet zich door hem doopen; daar daalde de
Heilige Geest, in de gedaante van een duif op
Jesus neder en er kwam een stem uit den hemel,
die sprak: >Deze is Mijn welbeminde Zoon, in
wien ik Mijn welbehagen heb."
22. Daarna ging Jesus naar de woestijn en nadat Hij
veertig dagen in gebed en vasten had doorge-
bracht, begon Hij het Evangelie, d. i. de blijde
boodschap van het rijk Gods op aarde, te predi-
ken. Hij trok door stad en dorp en bewees Zijne
goddelijke zending en de waarheid van Zijne leer
door Zijn heiligen levenswandel, door wonderda-
den en door voorspellingen. Het volk, dat Hem
Waar bracht Jesus na den terugkeer uit Egypte Zijn
kinderjaren door? Hoe leefde Hij daar? Wat gebeurde
er toen Hij twaalf jaren oud was? Hoe oud was Hij,
toen Hij zich door Joannes liet doopen ? Wat geschiedde
er bij Zijn Doop?
22. Wat deed Jesus daarna? Waardoor heeft Hij Zijne
Goddelijke zending bewezen ? Hoe was de houding van
-ocr page 29-
17
hoorde, stond verbaasd; scharen van toehoorders
volgden Hem, zeggende: deze is waarlijk de pro-
feet, Die in de wereld komen moet. Uit Zijne leer-
lingen koos Jesus er twaalf , die Hij Apostelen
of boden noemde. Zij zouden de getuigen zijn van
hetgeen Jesus gedaan had, om daarna alles, wat
zij van Hem gezien en gehoord hadden, aan de
volkeren te gaan verkondigen. Bovendien koos Hij
zich nog 72 leerlingen uit, die Hij twee aan
twee vooruitzond naar de plaatsen, waarheen Hij
ging, om te prediken. Deze Apostelen en leerlin-
gen met de anderen, die Jesus volgden en Zjjn
leer omhelsden, vormden het begin der Kerk van
Christus, welke volgens de belofte van Christus
zei ven door geen hellemacht zal overweldigd worden.
Tot zichtbaar opperhoofd bestemde Hij Petrus;
daarom" noemde Jesus hem »Sie3iirots", op welke
Hij Zijne kerk zoude bouwen; daarom beloofde
Hij aan Petrus de sleutels van het hemelrijk.
23. Jesus bewees aan de Joden de grootste weldaden.
Hij genas de blinden, lammen, kreupelen, melaat-
schen; wekte de dooden ten leven op en verzachtte
op allerlei wijze \'s menschen ellende. Echter had
Hij vele vijanden, vooral onder de Pharisaeën en
het volk? Hoevele Apostelen en hoevele leerlingen koos
Hij zich uit en waartoe? Wie vormden het begin der
kerk van Christus? Welke belofte deed hun de Heer?
"Wien bestemde Hij tot zichtbaar Opperhoofd en waar-
door werd dit aangeduid?
23. Welke weldaden bewees Jesus aan de Joden ? Hoe wa-
ren zij Hem gezind ? Waarom werd Hij vooral door de
2
-ocr page 30-
18
Schriftgeleerden, omdat Hij hun hunne zonden en
misdaden verweet en geen aardsch Messiasrijk
stichtte. Zij bespiedden en beproefden Hem in aL
zijn woorden en werken, maar zij konden Hem van
geen zonde overtuigen. Omtrent het einde van
zijn openbaar leven, kort voor het Paaschfeest,
wekte Jesus zijn vriend Lazarus, die reeds vier
dagen in het graf lag, uit de dooden op. Het volk,
dat van dit wonder had vernomen, jubelde luider
toen Jesus naar Jeruzalem kwam. Men kwam Hem
met palmtakken te gemoet, spreidde de kleederen uit
op den weg, waarlangs Hij komen moest en riep
uit: «Hosanna den Zoon van David, gezegend Hij,
die komt in den naam des Heeren!» Nu kende de
woede zijner vijanden geen grenzen meer en zij
besloten Hem te dooden.
II. Instelling van het Allerheilig He Sacrament des Al~
taars. Lijden en dood van Jesus.
24. Jesus wist, dat de tijd van zijn bitter lijden was
gekomen. Overgegeven aan den wil van Zijn He-
melschen Vader, ging Hij den dood te gemoet. Toen
Hij nu naar het voorschrift der wet met Zijne
Apostelen het Paaschlam had gegeten, nam Hij
het brood in Zijne heilige handen, hief Zijne oogen
Pharisaeön en .Schriftgeleerden gebaat? Konden zij
Hem van iets beschuldigen? Welk wonder deed Jesus
aan het einde van Zijn openbaar leven? Wat was daar-
van liet gevolg bij het volk en bij Zijne vijanden?
24. Wat deed Jesus op den avond voor Zijn lijden? Welk
Sacrament stelde Jesus in en welk gebod gaf Hij aan
-ocr page 31-
19
ten hemel tot God Zijn almachtigen Vader, dankte
Hem, zegende het brood, gaf het aan Zijne leer-
lingen zeggende: »neemt en eet, dit is mijn lichaam,
Dat voor u wordt overgeleverd. Daarna nam Hij
den kelk met wijn, dankte weder, zegende en gaf
dien aan Zijne Apostelen zeggende: »drinkt allen
hieruit, want dit is mijn bloed, het bloed des
Nieuwen Verbonds, Dat voor u en voor velen zal
vergoten worden tot vergiffenis der zonden. Zoo-
dikwijls gij dit doet, doet het ter mijner gedach-
tenis.> Zoo stelde Jesus het heilig Sacrament des
altaars in, in hetwelk Hij zichzelven aan de Zij—
nen, onder de gedaante van brood en wijn geeft
tot voedsel der zielen. Na het laatste avondmaal
sprak Jesus nog eenigen tijd, met innige liefde,
tot zijne Apostelen. Hij beloofde hun als hun Troos-
ter te zenden den heiligen Geest, den Geest der
waarheid, Die hen alles leeren en altijd met hen
blijven zoude. Daarna begaf Hij zich naar den
Hof Gethsemani, bij den Olijfberg, om te bidden.
25. Hier kwam Hem zijn geheele lijden voor den geest.
Doodsangst overviel Hem en Zijn zweet viel als
druppelen bloeds op de aarde neder. „Vader," zoo
bad Hij, „als het mogelijk is, laat dezen kelk des
lijdens van Mij voorbijgaan, doch niet Mijn wil
maar Uw Wil geschiede". Intusschen was Judas,
de verrader, genaderd, met eene bende gewapende
zijne Apostelen? Welke belofte deed Hij aan zijne Apos-
telen? Waarheen beguf Jesus zich toen?
25. Wat heeft Christus in Gethsemani geleden ? Hoe heeft
-ocr page 32-
20
lieden en Jesus liet zich vrijwillig gevangen ne-
inen, binden en voor den Hoogepriester brengen.
Daar werd Hij bespot en geslagen, valschelijk aan-
geklaagd en door den hoogen raad als een des
doods schuldigen overgeleverd aan den landvoogd
Pontius Pilatus en door dezen naar Herodes ge-
zonden. Beiden echter verklaarden hem onschuldig.
Daarna werd Hij gegeeseld en met doornen ge-
kroond en eindelijk om te voldoen aan het onstui-
mig verlangen der opperpriesters en van het Joodsche
volk , door Pilatus tot den kruisdood veroordeeld.
26. Gelijk de grootste misdadiger werd Jesus, beladen
met het zware kruis , naar den Calvarieberg ge-
voerd, alwaar Hij, tusschen twee moordenaars werd
gekruisigd. Het geschiedde, zooals de profeten
hadden voorzegd : handen en voeten werden door-
boord ; de soldaten verdeelden onder elkander Zijue
kleederen ; om het opperkleed wierpen zij het lot.
Toen een brandende dorst Hem kwelde, gaf men
Hem gal met azijn te drinken. Zelfs de over-
priesters en oudsten des volks bespotten Hem,
maar Jesus verdroeg alles met een bewonderens-
IT\'y\' daar geleden? Wie namen hem gevangen? Waar-
heen werd hij gevoerd? Hoe werd Hij behandeld in
het huis der Hoogepriesters ? Wat was het oordeel van
Pilatus en Herodes? Wat heeft Christus daarna nog
geleden?
20. Hoe werd Jesus naar den Calvarieberg gevoerd en het
vonnis voltrokken? Hoe werden de voorzeggingen der
profeten vervuld ? Hoe gedroeg zich Jesus aan het
-ocr page 33-
21
waardig geduld en liefdevolle zachtmoedigheid.
» Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat
zij doen." Zoo bad Hij voor Zijne vijanden. Gedu-
rende drie uren lang hing Jesus in de grootste
smarten aan het kruis. De zon verduisterde ; de
gansche natuur treurde. Eindelijk sprak Jesus:
»het is volbracht"; daarna riep Hij met luider
stemme: «Vader, in Uwe handen beveel ik Mijnen
geest", boog Zijn hoofd en stierf. Op hetzelfde
oogenblik beefde de aarde, rotsen scheurden vaneen,
het voorhangsel in den tempel scheurde van boven
tot beneden, de graven openden zich en velen,
die ontslapen waren, stonden op en verschenen in
Jeruzalem. De hoofdman en de krijgsknechten,
die bij het kruis stonden , werden van schrik be-
vangen en riepen uit: » Waarlijk deze was de Zoon
»Gods."
»Zoo is Jesus de verzoening geworden voor onze
»zonden, doch niet slechts voor onze zonden, maar
»ook voor de zonden der geheele wereld".
III. Begrafenis, Opstanding en Hemelvaart van Christus.
27. Op Vrijdag-middag omstreeks drie uur was Jesus
gestorven. Een soldaat doorstak Zijn zijde met
een speer; er vloeide bloed en water uit. Het
kruis jegens zijne vijanden ? Hoe lang bleef Hij aan
het kruis hangen? Welke wonderen geschiedden daar?
Hoe stierf Christus ? Welke wonderen vergezelden Zijn
dood? Wat was de vrucht van Jesus\' kruisdood?
27. Op welken dag en op welk uur is Jesus gestorven?
-ocr page 34-
22
lichaam van Christus werd van het kruis afge-
nomen en in een geheel nieuw graf gelegd, het-
welk in een rots was uitgehouwen. De Joden ver-
zegelden het graf en stelden er eene wacht van
soldaten omheen. Maar op den derden dag, voor
den opgang der zon , beefde de aarde en Jesus
stond glorievol op uit het graf. Gedurende veertig
dagen verscheen Hij meermalen aan Zijne leer-
lingen, onderwees hen over het rijk Gods, d. i. de
Kerk, gaf hun de macht om de zonden te vergeven
en stelde Petrus aan tot opperhoofd der Kerk,
met de woorden: »Weid mijne lammeren, weid
»mijne schapen." Toen Hij voor de laatste maal
in hun midden verscheen, gaf Hij hun bet bevel
om over de geheele wereld het Evangelie te ver-
kondigen en alle volkeren te doopen »in den
»naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen
»Geestes." Daartoe gaf Hij hun de macht, welke
Hij van Zijn hemelschen Vader had ontvangen en
beloofde met hen te zijn tot aan het einde der
wereld. Op den Olijfberg gekomen hief Hij Zijne
handen omhoog en terwijl Hij hen zegende, steeg
Hij, voor hunne oogen, ten hemel op.
Hoe overtuigde men zich van Zijnen dood en wat was
daarvan liet gevolg? Wat geschiedde er met het ge-
storven lichaam des Heeren ? Wat deden Jesus\' vijan-
<len? Wanneer en hoe is de Heer uit het graf opge-
staan? Hoe lang bleef Hij nog op aarde en wat deed
Hij gedurende dien tijd.\' Welk was Zijn laatste bevel
aan de Apostelen en Zijn laatste belofte? Waar en hoe
is Hij ten hemel opgeklommen?
-ocr page 35-
23
Greschieclenis na Christus.
A. Van de Hemelvaart van Christus tot aan de be-
keering van Constantijn den Grooten.
(34—312 n. Chr.)
I. Uitbreiding des Christen doms door de Apostelen.
28. Na de hemelvaart des Heeren volhardden Zijne
leerlingen te Jeruzalem in het gebed, den beloofden
Heiligen Geest verwachtende. Op den tweeden
dag, het Pinksterfeest, ontstond er plotseling een
hevig gedruisch, als van een opkomenden hevigen
storm, dat het geheele huis vervulde, waar de
Apostelen vergaderd waren. Verdeelde tongen, als
van vuur, zetten zich op hunne hoofden neder. Vol
van den Heiligen Geest, begonnen zij in verschei-
dene talen te spreken en God te loven. Petrus,
het hoofd der Apostelen nam het woord en sprak
tot de groote menigte Joden, die bij het hooren
van het gedruisch waren saamgekomen. Hij ver-
klaarde aan hen, dat Jesus, dien zij aan het kruis
geslagen hadden , dien God van de dooden had
opgewekt, hun Heer en Verlosser was, dat zij in
Hem moesten gelooven, boetvaardigheid doen en
zich laten doopen. Zijn woord droeg rijke vruch-
ten. Drieduizend menschen lieten zich doopen.
28. Hoe hebben zich de Apostelen voorbereid op de komst
des H. Geestes? Wanneer en hoe daalde de H. Geest
neder? Welke verandering kwam er in de Apostelen?
Wat deed Petrus hun opperhoofd? Wat was de vrucht
der prediking van Petrus? Hoe geschiedde de wonder-
-ocr page 36-
24
Kort daarop , toen Petrus en Joannea naar den
tempel gingen , vroeg hun een kreupelgeborene,
die daar zat te bedelen , om een aalmoes. Petrus-
sprak tot hem : »In den naam van Jesus, sta op
en wandel." Terstond sprong de lamme op, ging
met hen in den tempel en loofde God. Door dit
wonder vermeerderde het getal der geloovigen tot
vijfduizend.
29. De Apostelen verkondigden met groote kracht de
Verrijzenis van Jesus Christus , onzen Heer, en
hun prediking ging vergezeld van groote wonde-
ren. Hun aanzien bij het volk steeg zoo hoog, dat
men de zieken naar de straten droeg , opdat zijr
als Petrus voorbijging, door diens schaduw mochten
genezen worden. De Hoogepriesters en hun aanhang
geraakten daardoor in woede. Zij lieten de Apostelen
gevangen nemen en geeselen, en verboden hun in
den naam van Jesus te prediken; zij stookten het
volk op om den heiligen Stephanus te steenigen
en vervolgden de Christenen op allerlei wijzen. Maar
geen macht dezer aarde kon de verbreiding van
Jesus\' leer tegenhouden. De Apostelen gingen
voort met in den tempel en in de huizen den ge-
kruisigden Heiland te prediken en het getal der-
genen, die zich bekeerden en zich lieten doopen,
bare genezing van den kreupelgeborene? Welken in-
druk maakte dit wonder op de menigte ?
29. Wat deden de Apostelen verder tot verbreiding der-
christelijke leer? Wat was hiervan het gevolg bij het
volk, wat bij de opperpriesters en hun aanhang? Hoe
vervolgden zij de leerlingen van Christus ? Lieten zich
-ocr page 37-
25
werd van dag tot dag grooter. Zelfs Saulus, later
Paulus genoemd, de grootste vijand en vervolger
der Christenen, werd door Gods genade een
Apostel des Heeren en de ijverigste verkondiger
van het H. Evangelie.
30.   De nieuwbekeerden te Jeruzalem en in de omstre-
ken vormden de eerste Christengemeente. Hun
leven was rein en onberispelijk. Zij dienden God
met blijdschap en in eenvoudigheid des harten.
Allen waren eendrachtig, één hart en één ziel.
Geen noodlijdende bevond zich onder hen, want,
de rijken , ofschoon zij dit niet verplicht waren,
verkochten vrijwillig, hetgeen zij konden missen,
akkers of huizen, legden de opbrengst daarvan aan
de voeten der Apostelen, om het aan de behoeftige
medebroeders uit te deelen. De Apostelen waren,
volgens de verordening van Christus , het hoofd
der Christengemeente, zij leerden de geloovigenr
doopten, dienden de Sacramenten toe en bestuur-
den de eerste Christenkerk.
31.   Vele Joden omhelsden de leer van Christus, maar
het grootste gedeelte bleef verstokt. Daarom liet
God de aangekondigde straffen over hen komen.
Jeruzalem werd door de Romeinen (in het jaar 70
na Chr.) verwoest en de tempel verbrand. Meer
de Apostelen hierdoor afschrikken? Wat weet gij van
Paulus?
30.  Waaruit ontstond de eerste Christengemeente ? Hoe
leefden de geloovigen te Jeruzalem? Wat was het
ambt der Apostelen?
31.  Bekeerden de Joden zich? Bleven de hardnekkigen on-
-ocr page 38-
26
dan een millioen Joden verloren daarbij het leven
en bijna honderdduizend werden als gevangenen
weggevoerd, de overigen uit hun land verdreven,
en als levende getuigen van het Goddelijk straf-
gericht verstrooid over geheel de aarde. De hard-
nekkigheid der Joden, en meer nog een bijzonder
bevel van God, was oorzaak dat de Apostelen zich
wendden tot de Heidensche volkeren. Zonder macht
en rijkdom, onder vervolging en smaad , verkon-
digden zij moedig het Evangelie. God zegende
hunne pogingen zichtbaar. Nauwelijks waren er
dertig jaren sedert de zending des H. Geestes
voorbijgegaan of reeds in alle deelen der aarde
waren Christengemeenten gevestigd. Tot geeste-
lijke bestuurders dezer gemeenten benoemden de
Apostelen Bisschoppen, aan wie zij door gebed en
handoplegging hunne macht mededeelden en hen
aanstelden als hun plaatsbekleeders en opvolgers.
De Christengemeenten waren innig met elkander
verbonden en vormden onder het opperherderschap
van Petrus, het gemeenschappelijk Opperhoofd, de
eene algemeene, d. i. de katholieke kerk. Petrus
stierf den marteldood te Rome, waar hij den laat-
sten tijd zijns levens bisschop was (G7 na Chr.) Van
gestraft? Welk strafgericht kwam over hen? Waarom
gingen de Apostelen tot de Heidenen ? Hoe en met welk ge-
volg predikten zij onder de Heidenen het Evangelie?
Wie werden door de Apostelen als hoofd der Christen?-
gemeenten aangesteld? Waren die gemeenten van el-
kander gescheiden ? Waar stierf Petrus en wie volgde
hem op in het opperbestuur der Kerk?
-ocr page 39-
27
hem ging het opperbestuur der Kerk over op zijn
opvolger den Bisschop van Rome of Paus.
II. Zegepraal der Kerk over het Jieidendom in
liet Romeinsche rijk.
32.   Met schrik en ontsteltenis zagen de Heidenen de
snelle verbreiding van den christelijken godsdienst,
welke hun schandelijk leven en hun afschuwelij-
ken afgodendienst veroordeelde. Zij besloten het
Christendom te verdelgen. De Christenen moesten
of hun geloof afzweren of onder de verschrikke-
lijkste pijnigingen sterven. Zij werden gegeeseld,
gebrand, voor de wilde dieren geworpen, gekrui-
sigd, ja zelfs met pek bestreken om als levende
fakkels te dienen bij de nachtelijke spelen der
heidenen. Overal woedde de vervolging, duizenden
en duizenden van eiken stand en leeftijd gaven
hun leven voor Christus. Vooral Rome, de hoofd-
stad der heidensche wereld en het brandpunt van
afgoderij en zeden bederf, werd besproeid met het
bloed der Christenen. Ontelbaar waren daar de
martelaren, zooals hunne overblijfselen, welke in
de onderaardsche gangen van Rome (Catacomben)
gevonden worden, nog heden getuigen.
33.   Gedurende drie eeuwen duurden deze wreede ver-
32.  Wat besloten de Heidenen tegen de verspreiding van
liet Christendom ? Hoe vervolgden zij de Christenen ?
Werden er velen gemarteld ? Waar vooral heerschte
de Christenvervolging.\'\' Wat geeft daarvan nog heden
getuigenis?
33.  Hoe lang duurde de vervolging? Waarom is het Chris-
-ocr page 40-
28
volgingen. Ware het Christendom het werk eens
menschen geweest, waarlijk het zou voor de woede
der vijanden zijn bezweken. Maar de leer van
Christus verbreidde zich al verder en verder en
schoot diepen wortel in de harten der rnen-
schen. De wonderen, welke de belijders van
Christus wrochten of die bij hun marteldood ge-
schiedden, vooral ook de hernelsche vrede en troost,
welke zij te midden der hevigste pijnen genoten,
gaven aan de Heidenen het bewijs, dat de God
der Christenen de ware God was. Het gebeurde niet
zelden , dat de heidenen , die bij den marteldood
der Christenen tegenwoordig waren , uitriepen:
»Ook wij zijn Christenen, dat wij met hen ster-
»ven !" Zoo was het bloed der martelaren een
vruchtbaar zaad, dat nieuwe Christenen voortbracht.
34. God had nu genoegzaam getoond , dat\' de stich-
ting der Kerk Zijn werk was en dat alle aardsche
machten niets tegen haar vermochten. Nu schonk
Hij aan de Kerk den vrede door de roeping van
Constantijn den Grooten tot beschermer en verde-
diger van het Christendom. Keizer Constantijn ,
toen nog een heiden, trok met een machtig leger op
tegen zijn vijand Maxentius. Het vijandelijke leger
tendom niet bezweken ? Waardoor werden de Heide-
nen overtuigd, dat het Christendom het werk van
God was? Wat geschiedde er dikwijls bij den martel-
dood der Christenen?
34. Wat wilde God, door het toelaten der vervolging, aan
de wereld toonen? Door wien gaf Hij aan Zijne Kerk
den vrede ? Onder welke omstandigheden geschiedde dit ?
-ocr page 41-
29
■was echter veel sterker dan het zijne. Nu bad
Constantijn dringend tot den waren God om hulp
en ziet, aan den hemel verschijnt een schitterend
kruis met het opschrift: door dit teeken zult gij
overwinnen. Constantijn liet volgens dit kruis een
legervaan maken dat in den strijd werd vooruit-
gedragen. Met moed en dapperheid streed hij
tegen Maxentius en overwon hem. Van dat oogen-
blik af werd Constantijn de verdediger en be-
schermer van de Kerk.
B. Van de bekeering van Constantijn tot aan de
Reformatie in de XVI eeuw.
I. Zegepraal der Kerk over de ketterijen.
35. Het kruis, weleer het teeken van verachting, was
nu het eereteeken, het teeken der overwinning
geworden. Het schitterde op de rijkskroon van
Constantijn en stond hoog verheven op den burcht
van Rome, het Kapitool, om zoo aan de gansche
wereld de overwinning van den gekruisigden God-
mensch te verkondigen. Constantijn gebood de
vrije uitoefening van den Christelijken Godsdienst,
bouwde prachtige tempels, bewees aan de pries-
ters en bijzonder aan den Paus grooten eerbied.
Door zijn voorbeeld werden duizenden heidenen tot
het Christelijk geloof bekeerd, zoodat na korten
tijd het heidendom was overwonnen en de chris-
telijke godsdienst heerschte in het Romeinsche Rijk.
35. Hoe werd het kruis verheerlijkt? Wat deed Constan-
tijn voor de Kerk.\' Wat had zijn voorbeeld ten gevolge?
-ocr page 42-
30
36. De kerk moest nu echter weder andere vijanden
bestrijden, namelijk de ketters. Reeds vroeger
waren er ketterijen ontstaan, maar zij verdwenen
weder spoedig. Nu echter verwierven eenige dwaal-
leeraars, door list en bedrog, grooten aanhang,
scheurden zich los van de gemeenschap der kerk
en stichtten eigen gemeenten of sekten, welke
meestal den naam van hun stichter droegen; zoo
bijvoorbeeld de Arianen, de Nestorianen, Eutychia-
nen enz. Het gelukte aan deze ketters niet zelden
zelfs koningen en keizers voor hun dwaalleer te
winnen en door dezen ondersteund, verdrukten en
vervolgden zij de goede Christenen op wreede
wijze. Gelijk nu de Apostelen eens te Jeruzalem
vergaderden om onder ingeving des Heiligen
Geestes en met Petrus als voorzitter, over ver-
schillende strijdvragen, uitspraak te doen, zoo deden
ook hunne opvolgers de Bisschoppen der katholieke
Kerk, Zij vergaderden onder voorzitterschap van
den Paus of van Zijn Vertegenwoordiger, beraad-
slaagden over de dwaalleer en veroordeelden haar.
Zulk eene vergadering wordt algemeene Kerkver-
gadering of algemeen Concilie genoemd. De uit-
spraken van zulk een Concilie zijn in zaken van
36. Was nu alle strijd voor de Kerk geëindigd ? Welke
waren nu de vijanden der Kerk? Waren er vroeger
reeds ketterijen ontstaan.\' Waarin verschilden die ket-
terijen van de nu bestaande? Welken naam droegen
<\'eze sekten? Wat deden zij tegen de goede Christenen?
Wat deed de Kerk om de ketterijen te bestrijden?
Hoe worden deze algemeene vergaderingen genoemd?
-ocr page 43-
31
geloofs- en zedenleer — indien zij door den Pau»
zijn goedgekeurd en bevestigd — onfeilbaar, om-
dat het uitspraken zijn der leerende Kerk, welke
door den Heiligen Geest op onzichtbare wijze
wordt bestuurd en voor alle dwaling bewaard.
Vooral beroemd is het Concilie van Nicea, ge-
houden in het jaar 325. Onder de Bisschoppen r
318 in getal, welke daar vergaderd waren, be-
vonden zich verscheidene heilige mannen, die in
de vervolging voor Christus hadden geleden en
oogen, handen of andere ledematen misten.
Eenparig spraken zij den banvloek uit over Arius,
die in zijne verblindheid de Godheid van Christus
loocheude. Machtig was eenmaal deze sekte, maar
de Kerk had ze door eene plechtige uitspraak
voor de geheele wereld veroordeeld en zoo ging zij
langzamerhand ten gronde. Datzelfde lot trof ook
alle volgende ketterijen. Over allen heeft de katho-
lieke Kerk tot op heden glorievol gezegevierd.
37. In dezen tijd verheerlijkte God Zijne Kerk door
vele heilige en geleerde mannen, die roemvol
streden voor de ware leer van Christus. Men noemt
hen kerkvaders of kerkleeraars. Zoo bijvoorbeeld
de H. Athanasius, patriarch van Alexandrië, die
Wanneer en waarom zijn hare uitspraken onfeilbaar?
Wanneer werd het Concilie van Nicea gehouden? Hoe-
veel en welke Bisschoppen waren daar vergaderd?
Welke uitspraak werd er gedaan ? Hoe ging liet verder
met de sekte der Arianen en alle volgende ketterijen?
37. Door wie verheerlijkte God Zijne Kerk in dezen tijd?
Hoe worden deze mannen genoemd ? Weet gij eenigen
-ocr page 44-
32
eene wreede en langdurige vervolging, wegens de
verdediging van het ware geloof, moest ondergaan;
de H. Ambrosius, aartsbisschop van Milaan; de
H. Chrysostomus, patriarch van Konstantinopel;
de H. Basilius, aartsbisschop van Caesarea; de H.
Hieronymus, vooral beroemd door zijne vertaling
der H. Schriften; de H. Augustinus, bisschop van
Hippo in Africa; de H. Cyrillus, patriarch van
Alexandrië, de H.H. Pausen Leo de Groote en Gre-
gorius de Groote. Terwijl de H.H. Kerkvaders zich
vooral onderscheidden als verdedigers van het H.
Geloof, schitterden als toonbeelden van gestrenge
boetvaardigheid de kluizenaars of woestijnbewo-
ners. Deze vrome\' Christenen hadden zich uit de
verleiding en de vermaken der wereld terugge-
trokken, om in de eenzaamheid door gebed en
zelfverloochening, zich voor te bereiden tot een
zaligen dood. Een rotsholte of een hut van boom-
takken was hun woning; de aarde zelf, slechts
bedekt met een weinig loof, was hun rustplaats,
wilde kruiden hun voedsel. Aan alle gemakken
dezer wereld hadden zij verzaakt om alleen voor
God te leven. Uit het kluizenaarsleven ontstond
later het kloosterleven, hetwelk in het Westen
vooral bevorderd werd door den H. Benedictus.
van hen op te noemen? Hebben zich in dezen tijd nog
andere mannen in de Kerk onderscheiden? Wat waren
<le kluizenaars? Waarin bestond hun woning, voedsel
en levenswijze ? Wat is er uit liet kluizenaarsleven
voortgekomen ? Door wien werd het in liet Westen
bevorderd ?
-ocr page 45-
33
II. Zegepraal der Kerk over de onbescliaafde volkeren.
Het Christendom in Europa. De Kerk in het
Oosten. — Mohammed.
38. In de 5de en 6de eeuw dreigde er een nieuw ge-
vaar voor de Kerk door de groote volksverhuizin-
gen. Wilde, roofzuchtige benden verlieten hunne
woonplaatsen en trokken in groot getal de Chris-
telyke landen door, alles te vuur en te zwaard
verwoestend. Vooral de Hunnen, onder aanvoering
van Attila, die zich den »geesel Gods" noemde,
brachten groote verwoestingen te weeg. Vermaarde
steden, ja zelfs geheele landen gingen ten gronde,
en zelfs het meer dan duizend jaren bestaande en
eens zoo machtig Romeinsche rijk, moest voor
hun geweld bukken. Geheel Europa zuchtte onder
•de slagen van dien >geesel Gods", maar de mach-
tige invloed der Kerk beteugelde die wilde volke-
ren. De Pausen zonden tot hen geloofsverkondigers
om hun het Evangelie te verkondigen. Met het
kruis in de hand, predikten zij, te midden der
grootste gevaren, vol moed en vertrouwen, de leer des
Verlossers. Onder deze moedige geloofsverkondigers
zijn vooral bekend de H. Bonifacius, die den eer-
vollen naam ontving van > Apostel van Duitschland"
38. Welke gevaren bedreigden de Kerk in de 5de en 6de
eeuw? Welk volk bracht vooral groote verwoestingen
te weeg? Wie heeft hen beteugeld? Hoe geschiedde
dit? Kunt gij de voornaamste geloofsverkondigers noe-
mien? Wie heeft zich vooral voor Nederland verdien-
3
-ocr page 46-
34
en de H. Willebrordus, die vooral in ons Vader-
land het geloof verkondigde en later door Paus
Sergius tot Aartsbisschop van Utrecht werd aan-
gesteld. De H. Bonifacius stierf te Dokkum den
marteldood, terwijl hij aan de Friezen het Evan-
gelie predikte. Zoodra deze geloofsverkondigers bij
een volk de grondslagen van het Christendom ge-
legd hadden, stichtten zij meerdere kloosters, om
het zaad des Christendoms verder uit te strooien.
Door die kloosters weiden scholen opgericht om
de jeugd met nuttige en godsdienstige kennis te
verrijken, jongelingen op te leiden tot den gees-
telijken stand en allerwegen zachtere zeden en liefde
tot vreedzamen arbeid bij het volk op te wekken.
Zoo leerden zij aan de onbeschaafde volkeren den
landbouw , het huiselijk leven, handwerken en
schoone kunsten. Door de vlijtige handen der mon-
niken waren weldra wildernissen in vruchtbare
akkers, én ontoegankelijke wouden in vriendelijke
woonplaatsen veranderd. In dit opzicht waren de
monniken de grootste weldoeners van het mensch-
dom. Keizer Karel de Groote, wien de uitbreiding
en den bloei van het Christendom zeer ter harte
ging, stichtte meer dan 24 kloosters en meerdere
Bisschopszetels, welke hij met rijke inkomsten
begiftigde. Zijn voorbeeld werd gevolgd door ko-
stelijk gemaakt ? Wat deden de geloofsverkondigers om
liun werk te bestendigen.\' Wat hebben de kloosters ten
voordeele van liet menschdom gedaan? Welke keizers-
hebben zich door de bevordering van het Christendom
beroemd gemaakt ?
-ocr page 47-
35
ning Stephanus, aan wien Hongarije de bekeering
tot het Christendom te danken heeft.
39 Terwijl het Christendom in het Westen groote
vorderingen maakte, ontstond er in het Oosten
eene groote verwarring. De Grieksche Keizers
te Konstantinopel, in plaats van zich te onder-
werpen aan het Opperhoofd der kerk, wilden over
de Kerk heerschen en hunne valsche leerstellingen
met geweld ingang doen vinden. Het volk was
lichtzinnig en gemakkelijk voor hunne plannen te
winnen. Hoogmoed en tweedracht heerschten
in het rijk en zoo ontstond ten laatste eene be-
treurenswaardige scheuring in de Kerk, waar-
door de Grieksche of Oostersche Kerk zich
voor het grootste gedeelte, van den Paus, het
Opperhoofd der Kerk, afscheidde. Maar God zond
over hen zijn welverdiende straffen. Gelijk Hij
eens de hardnekkige Israëliten getuchtigd had, zoo
bestraite Hij ook deze weerspannige Christenen.
Reeds in het begin der VII eeuw was er in
Arabië een bedrieger opgestaan, met name Mo-
hammed, die zich voor een afgezant des Aller-
hoogsten uitgaf en een nieuwen godsdienst —
een mengsel van Heiden-, Joden- en Christen-
dom — invoerde. Aan het hoofd van een roover-
bende plunderde hij de karavanen, veroverde ste-
den en koninkrijken en dwong de inwoners, met
het zwaard, den nieuwen godsdienst te omhelzen.
39. "Wat geschiedde er intusschen in liet Oosten? Wie
brachten de verwarring te weeg? Wat was daarvan
het droevig gevolg? Liet God dit ongestraft? Wat weet
-ocr page 48-
36
Zijne opvolgers onderwierpen, door geweld van
wapenen, vele volken van Azië en Afrika, ver-
breidden overal de leer van den valschen profeet
en daarmede ook zedeloosheid en harde slavernij.
Wel is waar werd het Christendom in die landen
niet geheel uitgeroeid, maar als straf voor de nood-
lottige scheuring vervielen de Grieksche of Oos-
tersche volkeren in een toestand van verlaging,
waaruit zij zich tot op heden toe, nog niet ge-
heel konden opheffen.
III. De Kruistochten.
40. Reeds sedert lang hadden de Mohammedanen het
H. Land veroverd. Hunne wreedheid en roofzucht
jegens de Christenen, die ter bedevaart naar Je-
ruzalem trokken, gaf op het einde der llde eeuw
aanleiding tot de zoogenaamde Kruistochten. Pe-
ter van Amiëns, een vrome pelgrim, verhaalde aan
Paus Urbanus II, hoe de heilige plaatsen, waar
de Verlosser geleefd en geleden heeft, door de on-
geloovigen werden onteerd en hoe de Christenen
daar verdrukt werden. De Paus beraamde nu het
grootsche plan om den overmoed der woeste Mo-
hammedanen te beteugelen. Hij riep Christen
vorsten en Christen strijders te zamen te Cler-
mont in Frankrijk, spoorde hen aan tot een veld-
gij van Mohammed? Wat deden zijne opvolgers? Wat
geschiedde er met liet Christendom in die landen?
40. Wat gaf aanleiding tot de kruistochten ? Wat heeft
Peter van Amiëns daartoe bijgedragen? Wat deed de
Paus? Wat bewerkte hij in de vergadering te Cler-
-ocr page 49-
37
tocht tegen de ongeloovigen en wekte zoozeer de
geestdrift op, dat allen, die daar aanwezig waren,
zich tot den strijd verbonden, onder den uitroep:
„God wil het, God wil het"! In geheel Europa
weerklonk difc woord en weldra stond er een ge-
weldig leger ten strijde uitgerust. Na vele en
vruchtelooze pogingen, gelukte het eindelijk aan
de kruisvaarders, onder aanvoering van den mach-
tigen Christenheid Godfried van Bouillon , hertog
van Lotharingen, om de stad Jeruzalem in te ne-
men. (1099) Godfried werd tot koning van Jeru-
zalem uitgeroepen , maar hij weigerde de gouden
koningskroon te dragen op de plaats, waar zijn
Heer en Heiland de doornenkroon gedragen had;
vandaar dat hij zich nooit anders noemde dan:
Hertog Godfried, beschermer van het H. Graf.
Het nieuwe koninkrijk bestond echter slechts 100
jaar. Verraad van den kant der Grieken, gebrek
aan tucht en eendracht onder de kruisvaarders >
bewerkten dat het koninkrijk, niettegenstaande
de hulp van Europa, voor de overmacht der Tur-
ken moest zwichten. De Turken breidden zich nu
al verder en verder uit, totdat zij eindelijk in de
XVde eeuw Konstantinopel, de hoofdstad van het
Grieksche of Oostersch Romeinsche rijk , verover-
mout? Gat\' Europa gehoor aan (Jen roepstem des Pau-
sen? Wat weet gij van den eersten kruistocht en van
Godfried van Bouillon te verhalen? Waardoor ging het
Christelijk koninkrijk Jeruzalem ten onder? Wat ge-
schiedde er met Konstantinopel? Wie beschermde het
Christelijk Europa tegen de macht der Turken?
-ocr page 50-
38
den. De heldenmoed der Maltezer Ridders en an-
deren, maar vooral de bijstand van Maria „Hulp
der Christenen" bewaarde het Christelijk Europa
voor eene verdere uitbreiding der Turksche macht.
IV. Kerkelijke wetenschap en Christelijk leven. —
De Religieuze Orden. — De Investituur-
strijd.
— De dwaalleeraars.
41. De Kruistochten bevorderden de beschaving en
ontwikkeling der Westersche volkeren. Tijdens de
volksverhuizingen, hadden de wetenschappen al-
leen in de kloosters een toevluchtsoord gevonden,
nu legden zich de volkeren ook weder meer op de
wetenschap toe. Wereldberoemde scholen en uni-
versiteiten ontstonden er in verschillende landen
en mannen van eene bewonderenswaardige geleerd-
heid, zooals de H. Anselmus, Albertus de Groote
en vooral Thomas van Aquine verkondigden de
wetenschap. Niet minder roemvol is deze tijd
door den glans der Christelijke deugden, door het
hechte en eenvoudige geloof en de vurige liefde
tot God en den evenmensch. Met eerbiedvolle be-
wondering staren wij nog heden op die reusach-
tige domkerken en zoovele andere gedenkstukken
van het levendig geloof en den waren kunstzin
onzer Katholieke voorvaderen , terwijl de prach-
41. Wolken invloed hebben de kruistochten gehad op Eu-
ropa? Bevorderden zij ook de verbreiding der weten-
schap? Welke geleerden uit dien tijd kunt gij opnoe-
men? Waardoor is deze tijd vooral beroemd? Welke
-ocr page 51-
39
tige schilderingen, met welke zij de Godgewijde
plaatsen versierden, getuigen van hunne kinderlijke
godsvrucht. Dit alles, zoo verheven en zoo schoon,
kon alleen voortkomen uit den godsdienst, welke
in hunne harten heerschte. Deze was het, die over
•de aarde de rijkste zegeningen verspreidde door
de heilige ordestichters Bernardus, Dominicus,
Franciscus van Assisië en vele anderen. De tal-
rijke kloosters, door hen gesticht, schonken groote
en heilige mannen, ja zelfs vele beroemde Pau-
sen aan de Kerk; tevens bevorderden zij ijver en
godsvrucht onder de geloovigen, lenigden den nood
en verzachtten de ellende der menschen, zonden
geloofsverkondigers naar alle landen der wereld
en riepen door hun vurige gebeden de genade des
hemels af over de volkeren.
42. Intusschen groeide er ook onkruid tusschen het
goede zaad op den akker van Gods kerk. Er
heerschte in sommige landen veel twist en twee-
dracht, daardoor werd er veel geweld gepleegd,
veel kwaads gesticht, veel ergernis gegeven. Toen
in de llde eeuw de door hoogmoed verblinde Kei-
zer Hendrik IV naar willekeur bisdommen en
abdijen aan onwaardigen vergaf of verkocht, en de
Paus moedig tegen dit misbruik té velde trok,
gedenkstukken getuigen nog lieden van den vromen
godsdienstzin onzer voorvaderen ? Waardoor werden de
rijkste zegeningen over de aarde verspreid? Wat heeft
de wereld te danken aan de kloosters?
42. Wei-d er in dien tijd geen onkruid tusschen het goede
zaad gevonden? Hoe ontstond in de llde eeuw de in-
-ocr page 52-
40
ontstond daarover een langdurige strijd, investi-
tuurstrijd genaamd, in welke de Kerk ten laatste,
na harde beproevingen de zegepraal behaalde.
Daarna stonden er dwaalleeraars op, die het vuur
van den opstand aanwakkerden, eerst tegen het gees-
telijk en daarna tegen het wereldlijk gezag: in
Frankrijk de Albigensen, in Noordelijk Italië de
Waldensers, in Engeland de Wicleffieten, in Bo-
hemen de Hussieten. Wel werd aan de kerk we-
derom de vrede teruggeschonken en mannen
machtig door hun prediking en wonderdaden, zoo-
als de heilige Vincentius Ferrerius en Joannes
Kapistranus doorkruisten de Christenlanden, overal
boetvaardigheid predikend aan de volkeren. Toch
werd het kwaad niet geheel uitgeroeid. Er was
een geest van verzet en een zucht naar nieuwe
toestanden opgewekt, welke door verschillende
omstandigheden werd aangewakkerd. Een geringe
aanleiding was voldoende om het vuur van den
opstand te doen ontbranden. Dit geschiedde in het
begin der 16de eeuw in Duitschland.
vestituurstrijd tusschen Paus en Keizer? Welke onhei-
len volgden daarna? Noem eenige dwaalleei-aars van
dien tijd? Door wie vermaande God de volkeren tot
boetvaardigheid? Werd het kwaad geheel uitgeroeid?
Hoe en wanneer kwam de opstand tegen de Kerk?
-ocr page 53-
41
C. Van de Reformatie in de XVI\' eeuw tot op onzen tijd.
I. De nieuwe Christelijke Godsdienst. —■ De
strijd tusschen de Hervormers onderling. —
Vervolging der Ke7\'k. —
43. De prediking van een aflaat, welke door Paus
Leo X verleend werd, was de aanleiding tot den
opstand. Een aflaat is de kwijtschelding van tij-
delijke straffen, welke door de Heilige Kerk aan
sommige goede werken verbonden wordt. Als zulk
een goed werk bepaalde Paus Leo eene bijdrage
in de kosten, welke noodig waren voor den bouw
der Ö\' Pieterskerk te Rome. Door de aflaten wordt
nooit kwijtschelding van zonde gegeven, want de
aflaat is kwijtschelding der tijdelijke straffen, die
na de vergiffenis der zonden zijn overgebleven.
Uit de H. Schrift zelve kan men duidelijk bewij-
zen, dat de Kerk de macht bezit om aflaten te
verleenen. Immers toen Christus tot Zijne Aposte-
len zeide: „al wat gij op aarde zult ontbonden
hebben, zal ook in den Hemel ontbonden zijn",,
gaf\' Hij hun de macht om alles weg te nemen,,
wat den mensch belet den Hemel in te gaan. De
tijdelijke straffen nu, die na de vergiffenis der
zonden zijn overgebleven, beletten den mensch den
Hemel in te gaan, want zijn zij in dit leven niet
afgeboet, dan moeten zij afgeboet worden in het
43. Wie veroorzaakte de afscheiding van de Moederkerk
in de XVI eeuw? Waarmede begon hij zijn strijd te-
-ocr page 54-
42
vagevuur. De Heilige Kerk leert dus terecht, dat
zij de macht heeft om aflaten te verleenen. Zoo
was steeds de leer der Kerk. Dat er nu eenige
aflaatpredikers waren, die misschien de geloovigen
in den waan brachten, dat men door eene bijdrage
voor de S\' Pieterskerk ook kwijtschelding van
zonden verkreeg, was een misbruik en streed te-
gen de leer der Kerk. Hiertegen mocht dus met
recht worden opgekomen, maar daarmede had
men nog niet het recht om de leer en de macht
der Kerk omtrent de aflaten te bestrijden en op-
stand te plegen tegen het kerkelijk gezag. Tegen
de aflaatpredikers nu, die in het Aartsbisdom
Maagdenburg den aflaat predikten , verhief zich
Martinus Luther, een Augustijner-monnik, destijds
professor aan de universiteit te Wittenberg. Den
31stcn October 1517 liet hij aan de slotkerk te
Wittenberg 95 stellingen aanplakken, in welke hij het
misbruik van den aflaathandel laakte. Doch daarbij
bleef het niet. Hij wierp zich als een kerkhervor-
mer op, vergat weldra allen eerbied voor de Kerk
en overlaadde zijne tegenstanders, bovenal den
Paus, met lage smaadredenen. Zelfs verwierp hij
vele geloofsstukken, door de Kerk van Christus en
de Apostelen ontvangen. Hij schafte het H. Mis-
ofïer, het vasten, het biechten, het bidden voor de
overledenen af, verklaarde de goede werken van
gen de kerk? Hoe gedroeg hij zich tegen den Paus?
Welke leeringen verkondigde hij ? Wat stond hij toe
aan de kloosterlingen en de vorsten? Leidde hij zelf
een stichtend leven? Leerde hij het reine woord Gods
-ocr page 55-
43
geen nut en leerde dat het geloof alleen recht-
-vaardig en heilig maakt. Hij gaf aan deklooster-
lingen verlof hunne heilige geloften te breken en
kende aan de vorsten het recht toe om zich de
goederen van kloosters en andere godsdienstige
stichtingen toe te eigenen. Ten laatste verbrak
ook hij zelf zijne geloften als kloosterling. Luther
beroemde er zich op, dat hij zijn leer uitsluitend
aan den Bijbel ontleende, en leerde dat iedereen
het geloof, het eenige dat God van hen eischt»
uit de H. schrift kan putten, daar deze voor alle
menschen zonder moeite verstaanbaar is. Zoo was
dan ook, natuurlijk, de Kerk als onfeilbare ver-
kondigster der waarheid, waartoe zij door Chris-
tus zelve was aangesteld, geheel overbodig. Ver-
der leerde Luther, dat de mensch geen vrijen wil
bezat en derhalve de zonde niet kon vermijden en
de geboden niet onderhouden, üe zonde echter —
•zoo leerde hij — zou den mensch niet doen ver-
loren gaan, indien hij maar vast gelooft. Dat was
dan de reine leer en het ware Evangelie!
Luther had in weinig tijds een grooten aan-
hang en geen wonder, want aan het lichtzinnige
volk beviel deze gemakkelijke leer zeer wel en
voor de hebzuchtige vorsten waren de klooster-
goederen een zeer welkome buit. Luther had spoe-
dig vele medehelpers in de verkondiging der nieuwe
en liet ware Evangelie? Noem eonigen zijner dwalin-
gen? Arond de leer van Luther veel bijval bij liet volk
en bij de vorsten? Wat was daarvan de reden? Had
-ocr page 56-
44
leeringen, maar deze gingen nog veel verder dan
hij. Zwingli in Zwitserland loochende de wezen-
lijke tegenwoordigheid van Jesus Christus in het
Allerheiligste Sacrament. Calvijn te Genève leerde,
dat God een deel der menschen, geheel buiten
hun schuld, tot de eeuwige verdoemenis had voor-
bestemd. De wederdoopers schaften den kinder-
doop af en droomden van een Christusrijk op
aarde, in hetwelk geen eigendom, geen wet,
geen overheid meer zijn zoude. Wat Luther nog
had behouden en gespaard, dat werd door Zwingli,
Calvijn en anderen geheel verwoest. De kruisbeel-
den en beeltenissen der heiligen werden vernield,
al waren het meesterwerken van beeldhouw- en
schilderkunst. Altaren werden omvergehaald, ja
zelfs de graven der heiligen werden geschonden
en hunne heilige overblijfselen met voeten getre-
den of aan de vlammen prijsgegeven.
Ofschoon de zoogenaamde kerkhervormers elkan-
der hevig bestreden, veispreidde zich de nieuwe
leer zeer spoedig over vele landen. Geen enkel
middel werd daartoe onbeproefd gelaten. Duizenden
vlugschriften werden onder het volk verspreid, in
welke men den Paus en de Katholieke geestelijk-
heid op alle mogelijke wijze bespotte en belas-
terde.
Luther ook navolgers? Wat leerde Zwingli ? Wat leerde
Calvijn? Hoe was de verhouding tusschen de verschil-
lende sekten? Welke middelen werden er aangewend,
tot verbreiding der dwaalleer?
-ocr page 57-
45
II. Vredesvoorstellen der Kerk door de dwaal-
leeraars verworpen. — Godsdienst- en
burgeroorlogen.
44. Van den kant der katholieken werden meerdere
pogingen gedaan, om den vrede te herstellen. Maar
de hervormers wilden zich met het opperhoofd
der Kerk niet verzoenen. In het jaar 1545 beriep
de Paus eene algemeene Kerkvergadering te Trente
in Tyrol. De nieuwe leer werd daar onderzocht
en eenstemmig veroordeeld. Tevens werden er heil-
zame verordeningen uitgevaardigd en vele misbruiken
uitgeroeid. Door den invloed van dit Concilie verkreeg
de Kerk nieuwe schoonheid en jeugdige kracht. Ook de
protestanten, die in den beginne zich op een alge-
meen Concilie hadden beroepen, waren uitgenoodigd,
maar zij weigerden op het Concilie te verschijnen.
Zoo duurde dan de rampzalige scheuring voort en
bracht naamlooze ellenden over het grootste ge-
deelte van Europa. Luther had de vrijheid ge-
predikt en den spot gedreven met wereldlijke en
geestelijke overheden. — De gevolgen bleven niet
uit; de boeren stonden tegen hunne heeren op,
trokken in teugellooze benden door het land, ver-
44. Wat deden de katholieken om den vrede te herstellen
en wat was daarvan het gevolg? Wat deed toen de
Paus? Wat geschiedde er op deze kerkvergadering?
Wat was daarvan het gevolg voor de katholieke kerk?
Namen de protestanten ook deel aan het Concilie?
Welke vruchten heeft de vrijheiilsleer van Luther voort-
gebracht? Wat weet gij van den boerenkrijg? Volgden
-ocr page 58-
46
brandden kasteelen en kloosters en mishandelden
den adel en de geestelijkheid. Omtrent honderd
duizend menschen verloren in dezen opstand het
leven. Hierop volgden weder andere onlusten, tot-
dat ten laatste de dertigjarige oorlog geheel
Duitschland verwoestte. Ook in andere landen van
Europa ontstonden vele onlusten: in Zwitserland
door den hervormer Zwingli; in Frankrijk door
de Hugenoten; in Engeland door koning Hendrik
VIII, een tiran en wellusteling, die geheel Enge-
land aan de Moederkerk heeft onttrokken. Ook
ons Vaderland ondervond, helaas, de treurige ge-
volgen der rampzalige scheuring, zooals de ge-
schiedenis des Vaderlands, vooral die, welke door
Dr. Nuijens geschreven is, ons in bijzonderheden
heeft medegedeeld.
III. Uitbreiding der Kerk onder de Heideweke
volkeren. — Vervolgingen. — Martelaars.
45. Wat de kerk door de noodlottige scheuringen in
Europa had verloren , werd ruimschoots vergoed
door de bekeering van talrijke heidenen in de ver-
schillende landen der wereld. De geloofsverkondi-
gers trokken naar alle streken der aarde en ver-
kondigden de leer der katholieke Kerk met het
beste gevolg. Het grenst aan het ongeloofelijke,
er nog andere onheilen ? Ontstonden er ook in andere
landen onlusten ? Door wie ?
45. Hoe werd aan de Kerk vergoed, wat zij in Europa door
de noodlottige scheuring had verloren ? Hoe heet de
-ocr page 59-
.47
hetgeen door de genade Gods alleen Franciscus
Xaverius, de Apostel van Indië genoemd, voor de
verbreiding van het Christendom gedaan heeft.
Brandend van ijver voor de bekeering der heide-
nen , stak hij de zee over en landde aan de kust
van Indië. Hij trok door de straten van de stad
Goa en riep de kinderen der heidenen tot het
christelijk onderricht. Blijde kwamen zij naar den
Godsgezant, die hun op zoo treffende en hartroe-
rende wijze van den lieven Heiland verhaalde. Te-
huis gekomen verhaalden zij, wat zij geleerd
hadden en bewogen ook de volwassenen om naar
den heiligen geloofsverkondiger te gaan luisteren-
Zoo begon Xaverius. God beloonde zijn ijver, en
schonk hein , gelijk aan de eerste Apostelen , de
kracht om zieken te genezen, dooden op te wek-
ken , de stormen te bedaren , kortom de schitte-
rendste wonderen te verrichten. Onvermoeid trok
Xaverius verder , van land tot land , tot zelfs in
China en Japan en had het geluk, in den tijd van
tien jaar, geheele volkeren te bekeeren. Hij zelf
getuigt in een brief, dat hij in één maand aan
10000 kinderen het H. Doopsel had toegediend.
Na zijn dood werd zijn werk voortgezet, zoodat
de christelijke godsdienst zelfs in vele streken van
het groote en bijna ontoegankelijke Chineesche-
rijk werd ingevoerd. Hoe oprecht de Heidenen
Apostel van Indië? Hoe begon hij zijn apostolische
loopbaan? Hoe beloonde en ondersteunde God zijn ijver?
Wat was daarvan het gevolg? Werd het Christendom.
ook in China verkondigd? Hoe hebben de nieuwbc-
-ocr page 60-
-48
zich bekeerd hadden, bewezen zij op schitterende
wijze, toen de christenvervolging in Japan uitbrak.
Meer dan een millioen Christenen stierven voor
hun geloof en velen van hen onder de vreeselijkste
martelingen. Ook in Amerika, de nieuwe wereld,
werd het Christendom verbreid. Vooral in Mexico
hadden de geloofsverkondigers met bijna onover-
komelijke moeielijkheden te kampen, niet slechts
van den kant der wilde volkeren, die menschen-
offers brachten en vele andere afgodische gruwelen
pleegden, maar ook van den kant der Europeanen,
die de nieuwe landen hadden veroverd. Maar het
moeilijke werk gelukte; het Christendom werd in
Amerika gevestigd. Vooral bloeide het in de missie
van Paraguay, in Zuid-Amerika. De onbeschaafde
■en wilde bewoners, die op niets anders zonnen
dan op roof, moord en bevrediging hunner wraak-
zucht en aan niets anders dachten dan aan wei-
lust en dronkenschap, wei-den door de onvermoeide
missionarissen veranderd in liefderijke en zedige
Christenen, die door onschuld en vroomheid uit-
muntten. Zoo werd door den machtigen invloed
van het Christendom een verwilderd land in een
paradijs herschapen.
keerden, bijzonder in Japan, bun geloof beleden? "Wat
ondervonden de Missionarissen in Amerika, vooral in
Mexico? Wat weet gij van Paraguay?
-ocr page 61-
49
IV. Religieuze Orden en Congregatiën. —
Heiligen der Kerk.
4G. De heilige geloofsverkondigers , die inet zooveel
ijver en dikwijls ten koste van hun leven de be-
keering der heidenen bewerkten, behoorden groo-
tendeels tot geestelijke orden.
Franciscus Xaverius en anderen, die het seloof
in Indië, China en Paraguay vestigden, waren
Jesuieten, d. w. z. leden van het Gezelschap van
Jesus. Deze orde werd gesticht in het jaar 1540
door den H. Ignatius van Loyola , een rnan vol
van ijver voor de eer van God. Deze orde heeft
vooral ten doel het katholieke geloof te verbrei-
den en tegen nieuwe dwalingen te verdedigen,
daarom dan ook wordt deze orde vooral door de
vijanden van den godsdienst gehaat en vervolgd.
Nog andere orden ontstonden er, die in vereeni-
ging met de wereldgeestelijken de wonden moesten
heelen, welke Luther en zijne aanhangers aan de
Kerk hadden toegebracht. De Orde der Capucijnen,
omtrent dezen tijd uit de orde van Franciscus van
Assisië voortgesproten, arbeidde voornamelijk aan
het heil der zielen en muntte uit door een streng
AC). Tot welke vtreenigingen behoorden zeer vele geloofs-
verkondigers 1 Tot welke orde behoorden de Apostel van
Indië en de missionarissen van China en Paraguya? Wan-
neer en door wien werd deze orde gesticht .\'Wat was
vooral het doel dezer orde? Waarom wordt deze orde
zoo gehaat en vervolgd door de vijanden der Kerk ?
Hoe ontstond de orde der Capucijnen en waardoor
-ocr page 62-
50
boetvaardig leven. Weder andere geestelijke orden
legden zich toe op het onderwijs der jeugd of de
verpleging der zieken. Ook verscheidene vrouwen-
orden ontstonden er, zooals de Ursulinen, gesticht
door de H. Angela Merici, onder de bescherming
van de H. Ursula; de Orde der Visitatie, gesticht
door den H. Franciscus van Sales en de H.
Francisca van Chantal; de Zusters van den Goeden
Herder en zoovele anderen, die zich wijden aan
het heil en de verzorging der jeugd. Deze tijd
was bijzonder rijk aan groote heiligen, helden van
geloof en deugd. De H. Oarolus Borromaeus,
Kardinaal en Aartsbisschop van Milaan (f 1584)
gaf, tijdens de pestziekte te Milaan, een schitte-
rend voorbeeld van christelijke liefde en zelfopof-
fering. Hij bezocht de zieken in de hospitalen en
schonk alles, wat hij bezat , zelfs zijn bed weg,
ten dienste der zieken. De H. Franciscus van Sales,
Prins-Bisschop van Genève (f 1622) bracht door
de onweerstaanbare kracht zijner zachtmoedigheid
72000 dwalenden in den schoot der Kerk terug.
De H. Vincentius a Paulo (f 1660) wijdde zijn
geheele leven aan het heil van armen en ongeluk-
kigen. Er was geen menschelijke ellende of de
kracht en de volheid zijner liefde zocht haar te
lenigen. Hij richtte huizen op voor weezen en
verlaten kinderen, stichtte een Congregatie van
muntte deze uit? Wat was de bestemming der andere
mannen- en vróuwenorden? Wat weet gjj van den H.
Carolus Borromaeus, Franciscus van Sales, Vincentius
il Paulo j welke liefdadige instellingen heeft deze laatste
-ocr page 63-
51
priesters, die zich voornamelijk met het onderricht
der volksklasse moest bezighouden en legde den
grondslag voor die bewonderenswaardige Congre-
gatie der liefdezusters ter verzorging van arme
zieken. In Duitschland en voornamelijk in Beieren
werkte de zalige Canisius (geb. te Nijmegen 1521.)
Vooral aan zijne onvermoeide werkzaamheid is
het te danken , dat in die landen de voortgang
van het Protestantisme gestuit werd en zelfs vele
protestanten tot de Kerk werden teruggebracht.
Nog schitterden in de XVIe en XVIIe eeuw door
de heiligheid van hun leven de H. Joannes de Deo,
Thomas van Villanova, Philippus Neri, Cajetanus,
Petrus van Alcantara, Camillus de Leilis, Franciscus
Borgia, Paus Pius V, Aloysius van Gonzaga, Stanis-
laus Kostka en vele anderen. Onder de heilige vrou-
wen muntten vooral uit de H. Theresia, Rosa van
Lima, Magdalena de Pazzi, Francisca de Chantal,
Margaretha Maria Alacoque, het genaderijke werk-
tuig voor de verbreiding der devotie tot het H.
Hart van Jesus, enz. In de XVIIIe eeuw schitterde
als een der schoonste sieraden der katholieke Kerk
de H. Alphonsus Maria de Ligorio , Bischop van
St. Agatha bij Napels i^f 1787) die, voornamelijk
om het volk in den godsdienst te onderrichten, de
gesticht? Wie heeft in dezen tijd krachtig gewerkt in
Duitschland vooral in Beieren om het katholiek ge-
loof in die gewesten te bewaren ? Welke heiligen schit-
terden in de XVIe en XVIIe eeuw? Wat weet gij
vanden 11. Alphonsus? Wat bewijst dit groot getal van
heiligen ?
-ocr page 64-
52
Congregatie der Redemptoristen of de Congregatie
van den Allerheiligsten Verlosser stichtte. Al deze
groote heiligen der katholieke kerk gaven het dui-
delijk bewijs, dat de ware geest van het Christen-
dom, de geest der liefde, nederigheid en zelfver-
loochening geenszins van de Kerk geweken was,
zooals de tegenstanders der katholieke Kerk wil-
den beweren.
V. Verbreiding van het ongeloof. — Fransche Revolutie.
47. Schrikwekkende gebeurtenissen, van welke het
menschelijk hart een afgrijzen heeft, moeten wij
nog vermelden. Gaarne zouden wij deze gruwelen
stilzwijgend voorbijgaan, indien zij voor ons geene
gewichtige leering bevatten. Zooals het met alle
menschelijk werk gaat, zoo ging het ook met de
leer van Luther. Weldra was die leer veranderd
en in tallooze sekten gesplitst, zooals de Weder-
doopers, de Presbyterianen, de Episcopalen, de
Kwakers, de Methodisten, de Hernhutters enz, enz.
Iedere sekte beweerde de leer van Luther verbe-
terd te hebben. Ten laatste traden er goddelooze
vrijgeesten op, eerst in Engeland, daarna in Frank-
rijk en beraamden het helsche plan, om den gods-
dienst af te schaffen en het geloof aan Christus
van de aarde te doen verdwijnen. Onder het voor-
47. Hoe ging liet met de leer van Luther/ Waarmede
eindigde deze? Welke middelen werden er aangewend
om liet geloof uit de harten der menschen te rukken?
Met welk gevolg? Wie werden het eerst vervolgd? Hoe
-ocr page 65-
53
wendsel de menschen te zullen verlichten en be-
schaven, overlaadden zij de wereld met een vloed
van geschriften, waarin zij met alles wat heilig
en eerbiedwaardig was, den spot dreven, den Paus
en de geestelijkheid belasterden en zonder schaamte
de grootste losbandigheid predikten. Zeer gemak-
kelijk vond de leer der ongeloovigen, welke met
veel schijn van wetenschap en in sierlijken vorm
werd voorgedragen, ingang bij voornamen en ge-
ringen. Nu oordeelden de vijanden van God zich
machtig genoeg om hun afschuwelijk plan te vol-
voeren. Hun eerste werk was de geestelijken te
vervolgen om, als de herders waren verslagen, des
te gemakkelijker de kudde te doen omkomen. De
kerkelijke goederen werden ontnomen en verkocht,
de kloosterlingen uit hunne huizen verdreven en de
kloosters geplunderd en verwoest. Weldra werd er
een dwangbevel uitgevaardigd tegen de priesters,
die aan hun heilig ambt waren getrouw gebleven.
Men wierp hen in de gevangenis of bracht hen,
zonder vorm van proces, ter dood. De Christelijke
tijdrekening, de viering van Zon- en feestdagen
werd afgeschaft, de kerken ontheiligd en vernield.
Alles wat aan het Christendom herinnerde moest
verdwijnen. De dwaasheid der menschen ging zoo
ver, dat zij eindelijk de menschelijke rede als
godheid uitriepen en, als zinnebeeld daarvan een
handelde men met de kerkelijke goederen, met da
priesters en kloosterlingen? Hoe bestreed men nog
meer den christelijken godsdienst? Tot welke schand-
4*
-ocr page 66-
54
slecht vrouwspersoon op een triumfwagen de hoofd-
kerk invoerden en op het altaar plaatsten in plaats
van het beeld van den gekruisigden Godmensen.
Met de afschaffing van den Christelijken godsdienst
was echter tegelijk ook de goede orde, de welvaart
de rust en veiligheid der maatschappij verdwenen,
de troon werd omvergeworpen en de vrome, wei-
willende maar al te toegevende koning Lodewijk XVI
onthoofd (het jaar 1793) en na hem zijne gemalin
en zijne zuster. Gedurende twee volle jaren was
Frankrijk het tooneel der schrikwekkendste gru-
weldaden, waarvan in de geschiedenis geen voor-
beeld gevonden wordt. Het bloed der burgers werd
bij stroomen vergoten. Ouderdom noch kunne werd
gespaard. In de Vendée werden 500 kinderen, van
welke het oudste 14 jaren telde, vermoord, omdat
hunne ouders aan God en koning getrouw bleven.
Het gezamenlijke getal van hen, die gedurende
dit schrikbewind werden ter dood gebracht, wordt
door sommigen op twee millioen geschat. En dit
alles geschiedde onder het voorwendsel het welzijn
der menschheid te bevorderen. Beschaving en ver-
lichting gold als machtwoord bij de afschaffing
van den Christelijken godsdienst; vrijheid engelijk-
daden leidde de waanzin der vrijdenkers? Waarom ver-
dwenen de rust, de welvaart en de veiligheid der maat-
schappij.\'\' Wat was het lot van Koning Lodewijk XVI
en zijn familie? Wat was liet lot van Frankrijk? Onder
welke voorwendsels en onder welke leuze werden deze-
gruwelen gepleegd ? Wat deden ten laatste de godde-
-ocr page 67-
55
heid, bij den moord des burgers. Ten laatste vrees-
den de geweldenaars voor hun ei<ren leven. Om
den stroom van goddeloosheid en bederf te keeren
verkondigden zij plechtig, dat de natie weer aan
God en aan de onsterfelijkheid der ziel moest geloo-
ven. In het jaar 1799 maakte Napoleon, als eerste
Consul van Frankrijk, zich meester van het
oppergezag, maar zag weldra in dat hij niet kon
regeeren over een volk zonder godsdienst; hij sloot
dan met den Paus een plechtig verdrag of Con-
cordaat (1801). Maar deze vrede was niet van duur.
Napoleon, verblind door krijgsgeluk, stelde aan
den Paus eischen , welke niet konden worden in-
gewilligd. De Fransche troepen bezetten nu Itome
en Paus Pius VII werd gevangen weggevoerd.
(1809). God onthield echter Zijn bescherming niet.
Napoleon werd door de verbonden krijgsmachten
overwonnen en van zijn oppergezag beroofd, ter-
wijl de Paus triumfeerend Rome binnentrok (1814).
Na hem volgden op den H. stoel Paus Leo XII,
Puis VIII, Gregorius XVI, Pius IX en thans se-
dert 20 Februari 1878 Paus Leo XIII in de volg-
orde der Pausen, van Petrus af, de 259sUi Paus.
looze beheerschers, door nood gedwongen? Door vvien,
wanneer en waarom werd de Christelijke godsdienst
weder in Frankrijk hersteld? Bleef Napoleon een ge-
trouwe zoon der Kerk? Heeft God den Paus beschermd?
Wie waren de opvolgers van Pius VII?
-ocr page 68-
56
VI. De invloed der Fransche Revolutie op andere
landen. — De Katholieke Kerk ver-krijgt
nieuwe kracht en luister.
48. Door de schrikwekkende Fransche Revolutie wilde
de Goddelijke Voorzienigheid aan de wereld too-
nen, tot welke ellende de afval van God en de verza-
king van het Christelijk geloof den mensch brengen
kan. Deze waarschuwing werd echter niet alge-
ïneen aangenomen en zoo vond dan de zooge-
naarade verlichting en beschaving der Fransche
vrijdenkers ook bij andere volken ingang. In ver-
schillende landen werden de kloosters en kerke-
lijke stichtingen opgeheven, het aanzien en de
invloed der Kerk verzwakt, hare rechten geschon-
den, hare weldaden en zegeningen miskend, ter-
wijl het ongeloof met zijne verderfelijke grond-
stellingen ten leerstoel werd verheven. Doch de
Almachtige liet niet na Zijn kerk te beschermen.
De eenheid der katholieke Kerk schitterde meer
dan ooit. Paus Pius IX (1846—1878) regeerde
roemrijk de Kerk. Tijdens zijn langdurig Pontifi-
caat had hij veel te lijden van de vijanden der
Kerk en zag zich beroofd van de kerkelijke Staten,
maar had ook het geluk zeer veel bij te dragen
48. Wat konden de volken uit de Fransche Revolutie
leeren? Werd deze waarschuwing ter harte genomen?
Welken invloed had deze Revolutie op andere landen?
Hoe heeft God in dezen tijd Zijne Kerk bijzonder bij-
gestaan ? Wat is, vooral in dezen tijd, eene wonderbare
-ocr page 69-
57
tot verheerlijking der Moeder Gods door de af-
kondiging van het leerstuk der onbevlekte ont-
vangenis van Maria (8 Dec. 1854). Hij riep de
Bisschoppen der katholieke wereld samen tot het
algemeen Concilie van het Vaticaan, dat den 8
December 1869 werd geopend en aan hetwelk
meer dan 800 Bisschoppen deelnamen. In de
vierde plechtige zitting (18 Juli 1870) van dit
Concilie werd het leerstuk van de onfeilbaarheid
des Pausen plechtig afgekondigd. De ontzaglijke
uitbreiding der katholieke Kerk in alle wereld-
doelen mag in dezen tijd voorzeker eene wonder-
bare gebeurtenis heeten, daar overal talrijke en
machtige hinderpalen in den weg stonden. Bijzon-
der in Noord-Amerika namen de katholieken in
getalsterkte toe. Alleen in de Vereenigde Staten
werden in de tijdruimte van een eeuw 12 Aarts-
bisdommen, 54 Bisdommen en 8 Apostolische Vi-
cariaten , met talrijke seminariën, kloosters, col-
leges en andere godsdienstige instellingen opge-
richt. In Afrika wordt o. a. door de missionarissen van
wijlen Kardinaal Lavigerie, ten koste van ontzag-
lijke offers het katholiek geloof gepredikt en in
Azië zal het bloed van zoovele martelaren de
bekeering der heidenen verwerven. Paus Leo XIII
de roemrijk regeerende, de groote, heilige en ge-
leerde Paus toont door zijn overtuigend woord
aan, dat in deze troebele tijden alleen in de ka-
gebeurtenis te noemen? Toon aan de uitbreiding van
het katholieke geloof in Amerika, Azië en Afrika? Hoe
-ocr page 70-
58
tholieke kerk heil te vinden is. Machtig is z|jn
invloed op de vorsten en volken van Europa en
zelfs heeft hij het oog gericht op het Oosten en
pogingen aangewend om de Oostersche kerken
weder te hereenigen met de Moederkerk. In En-
geland keeren velen, vooral onder de hoogere
standen terug tot de katholieke Kerk. In Duitsch-
land vertoont de katholieke Kerk nieuwe kracht
en luister. Het wetenschappelijk streven is meer
Christelijk geworden, een nieuwe ijver is ont-
waakt en meer en meer komt men tot de over-
tuiging, dat alleen in de katholieke Kerk een-
heid, vrede en geluk te vinden is. Mogen, helaas,
van den anderen kant, ook vele Christenen door
de liefde voor de aardsche goederen verleid, on-
verschillig jegens God en Godsdienst geworden
zijn; moge de Kerk ook in sommige landen, door
de onverzoenbare vijanden van den godsdienst
worden belasterd en vervolgd; moge ook de afval
van het Christelijk geloof in sommige streken
grootere uitbreiding verkregen hebben; dat alles
moet niet in staat zijn ons geloof en ons ver-
trouwen aan het wankelen te brengen; veeleer moe-
ten deze gebeurtenissen ons in het Geloof verster-
ken, omdat wij in die gebeurtenissen de vervulling
zien der voorspellingen, welke in het Evangelie
staan opgeteekend, n. 1. dat er eenmaal een groote
is de toestand der katholieke kerk in Engeland en
Duitschland ? Hoe worden in den laatstcn tijd de voor-
spellingen, welke in het Evangelie vermeld staan, vervuld ?
-ocr page 71-
59
afval van God en den Heiland der wereld zal komen.
Dat niemand derhalve zich late verleiden door de
schoone woorden en machtspreuken der ongeloovi-
gen. Ieder Christen blijve getrouw aan zijn geloof
tot in den dood, „opdat hij de kroon des levens ont-
vange."
w
-ocr page 72-
Hij den uilgever zijn verschuilen en bij alle Boekhan-
delaren verkrijgbaar:
DE
Handboekje voor Katholieke verloofden. Vrij naar liet
Duitscli door Mevrouw J. Kerkel\'jk goedge-
keurd, klein 8° form. 7G blz. Prij fl. c,2ó.
NIEUWE NOVENE
VOOll UB
EERSTEE
�1$C
door een K. K. Priester. Kerkelijk goedgekeurd.
53 blz. — Prijs fl. 0,20.
VOORBEREIDING
TOT EEN
GELUKKIG HUWELIJK.
Kerkelijk goedgekeurd. — 200 blz. — Prijs fl. 0,20.