-ocr page 1-
r^yrs \\^\\^\\
-
Vak I
v -
Vak 42
oiaiiuen en Aflaten
van het gemeenschappelijk heilig-
Hkisverbond
onder den roemvollen titel, de aanroenm
en de bescherming- der onbevlekte en
genadenrijke
Moeder Gods, Maria,
£"?» ■ * ? &: gerifiït @ {tejlt/r. Francisskanen yty
■■;• ?! ,i                   te
\'Iiiffolstadt.
V\\ } i -,r^>t^-\'i-^~-j.—_^~zX-i~d___________________
W* Itat-göedkoHiint; van ln-t hisscW. generaalvic. te Kichstatt,
Imprimatur. Ruraemii\'idae, S Dcc. 1S135. Dr. P Hannens
Librorum Censor, u
vV4\'\' arborgen en dientengevolge onbekende schat-
ten kunnen \'t menschlijke hart niet bekoren, slechts
de zichtbare en erkende waarde van een goed is
in staat, \'t hart te trekken, den mensen belang-
stelling in te boezemen en bij hem steeds de lief-
de levendig te houden. Daarom is men gewoon
elk nieuw lid van de een of andere geestelijke
vereeniging mede te deelen, welke schatten van
en andere voordeelen tot verkrijging of
...___—ing van de eeuwige zaligheid zulke ver-
eenigingen hem kunnen opleveren. Om dezelfde
reden worden dus ook de nieuwe leden, die tot
het Misverbond, dat onder de bescherming en de
voorspraak van de onbevlekte en genadenrijke
Moeder Gods te Ingolstadt is opgericht, bekend
flaten en andere genaden, waar-
26
1
-ocr page 2-
— 2 —
mede onze H. Moeder, de katholieke Kerk, ons
broederschap heeft verrijkt.
Wij laten een kort voorbericht omtrent de ge-
schiedenis van het Misverbond, alsmede de statuten
en regels, waaraan de leden zich te houden hebben,
voorafgaan.
§1-
Oorsprong van liet H Misverbond.
Een spreekwoord zegt: „Uit de twijg groeit
een boom." Onwillekeurig wordt men hieraan
herinnerd, wanneer men \'t nietig begin herdenkt
van het thans zoo wijd verbreide Misverbond der
H. Maagd.
Het was in den rampzaligen, zoogenaamden
hervormingstijd, toen Martin Luther met zijne
aanhangers, die evenals hij van de katholieke Kerk
waren afgevallen, groote verwoestingen bracht in
den wijnberg des Heeren. Alles scheen in Duitsch-
land overhoop te liggen, omdat groote zedeloos-
heid den afval van \'t geloof reeds sedert jaren voor-
bereid had. Toen was het de heilige onbevlekte
Maagd en Hemelskoningin, de hulp der Christenen,
die, om verderen afval van \'t geloof te voorkomen,
zich een werktuig had uitverkoren, dat — volgens
menschelijke begrippen althans — niets minder dan
geschikt scheen, zulk een groot kwaad en algemeen
zedenbederf, zoowel als de daaruit ontsproten
onverschilligheid omtrent \'t heilig geloof met kracht
en onverschrokken moed te bekampen. Maar ook
hier geldt \'t woord van den Apostel: „Niet veel wijzen
naar het vleesch, niet veel machtigen, niet veel hoog-
geborenen, maar de dwazen volgens de wereld
heeft God uitverkoren, om de wijzen te beschamen ;
en het zwakke volgens de wereld heeft God ge-
nomen , om het sterke te beschamen, en het
geringe volgens de wereld en het verachtelijke
-ocr page 3-
— 3 —
heeft God gekozen, en dat wat niets is, om dat
wat iets is te vernietigen." Dit werktuig, door
God uitverkoren, maar door de wereld veracht,
was een arme leekebroeder van het oud klooster
der Franciskanen te Ingolstadt, dat sedert 1817
voor andere doeleinden gebruikt wordt. Joamtex
Xtis
is de naam, die in verband staat met de eerste
herinneringen aan de oprichting van dit vroom
Misverbond. Dezen leekebroeder, die te Eltmann,
dicht bij Bamberg, werd geboren, en als kleer-
maker-novice in 1552 in \'t klooster trad, smartte
het zeer, dat zooveel onkruid Gods akker ver-
woestte, en vooral dat de vergiftigde plant van \'t
ongeloof er zoo welig tierde. Als bijzondere die-
naar van Maria nam hij het besluit, — zonder twijfel
door de Heilige Maagd ingegeven, — zich zoo
mogelijk met onverdroten en volharüenden ijver tot
het H. Priesterschap voor te bereiden, om zoo-
doende in staat te zijn, voor de eer van den God-
delijken Zoon en Zijne H. Moeder krachtdadig op
te treden, en zich aan den dienst Gods te wijden.
Terwijl hij gedurende den dag met naald en schaar
zijne tijdelijke beroepsplichten vervulde, ging hij
\'s nachts telkens met een boekje in de hand bij \'t
nachtlampje staan, dat voor een kunsteloos beeld
van de Moeder Gods met \'t Jezuskind de gang van
de slaapzaal verlichtte. Hier kon onze leekebroeder
aan zijn dubbel doel beantwoorden. Hij had hier
voor zijne studiën een lichtje, dat de kloosterlijke
armoede hem anders zou geweigerd hebben, en
hier had hij ook een beeldje van O. L. V. met haar
kindje voor zich, waardoor zijn geestdrift voor de
goede zaak steeds opgewekt werd. Terwijl hij zich
van nu af aan slechts de hoogst noodige rust
gunde, verzuimde hij nooit iederen nacht knie-
lende of staande voor \'t beeld, zijne oogen tot den
Zetel der Wijsheid te verheffen, om alles te ver-
krijgen, wat hij voor zijne plannen noodig dacht,
namelijk wijsheid en kracht, wijsheid voor zijn hoo-
gerstrevenden geest en kracht voor \'t zwakke hart.
-ocr page 4-
_ 4 -
Deze vurige godsvrucht, die hij met vurigen
ijver volhield, werd met een heerlijken uitslag be-
kroond. Johannes werd een meester in de weten-
schap ; en omdat zijn vroom hart met zijne geleerd-
heid gelijken tred hield, steeg hij steeds hooger en
hooger. In 1557 te Freising tot priester gewijd,
verwierf hij zich door zijn krachtige en wegslee-
pende preeken, en niet minder door zijne vele
schriften, waarvan Fortunat Huber er 27 vermeldt,
overal een goeden naam en zegepraalde over \'t
ongeloof, waaraan hij door zijn ijver duizenden
reeds afgevallenen onttrok. Joannes werd hofpre-
diker van aartshertog Ferdinand van Oostenrijk,
daarna door Paus Pms V. tot Generaalcommis-
saris van de Franciskanerorde in Duitschland be-
noemd en als apostolisch prediker. In 1580 werd
zijn onovertroffen werkzaamheid voor klooster
en kerk met mijter en kromstaf beloond. Paus
Gregorius XIII. wijdde hem tot bisschop van Bellini
i. p. en wijbisschop van Brixen, waar hij den
16. Mei 1590 zalig in den Heer ontsliep, \'t Tijde-
lijk overschot des zaligen rust in de linker zij-
beuk der Franciskanerkerk te Innsbruck; in de
sacristie worden ook eenige bisschoppelijke insig-
niën benevens een gebedenboekje, door hem zelf
gemaakt, tot vrome nagedachtenis bewaard.
Maar ook \'t beeld van de Moedermaagd, welke
de opleiding en vruchtbare werkzaamheid van
dien werkelijk apostolischen man, haar bijzonderen
vereerder, door hare krachtige voorbede bij haar
Almachtigen Zoon zegende, bleef niet vergeten;
want het werd van nu af aan steeds \'t voorwerp
van voortdurende vereering en wel op een manier,
dat deze bron van zegen, die in \'t begin slechts
\'t aardrijk van een nu enkel hem toegenegen hart
met hemelschen dauw besprenkelde, voortaan tot
een stroom werd, waaruit reeds vele scharen van
          «
Christenen op \'t steile pad tot \'t eeuwige leven
voor zich zelf en anderen verkwikkende laving
-ocr page 5-
- 5 -
putten. Dit Mariabeeld is namelijk \'t titulair-
beeld van onze vrome vereeniging geworden.*)
Den jongen Franciskanerpaters, die met hun
medebroeder Joannes Nas, en na hem de univer-
siteit in deze stad bezochten, kon het niet ver-
borgen blijven, aan wie de gevierde voornamelijk
zijn buitengewoon groote vorderingen volgens
geest en hart te danken had. Joannes vond der-
halve in de ijverige vereering van de allerzaligste
Maagd Maria, zijne eerste opvolgers vooral in
zijne medebroeders, die \'t beeld, waarvoor hij zoo
dikwijls gebeden had, steeds hoog in eere hiel-
den. In dankbare herinnering aan de gunsten,
door Maria verleend, dacht men nu ook aan \'t
lezen van H. Missen ter eere van de heilige Maagd,
voor levenden en overledenen. De eigenlijke stich-
ting had echter plaats in 1726, en wij danken deze
aan de vrome pogingen van P. Innocens Mayr,
geboren te Neukirchen die in \'t doodenregis-
ter van onze orde als een waarlijk apostolische
man, zoowel in den biechtstoel als ook op den
kansel vermeldt wordt. Verder wordt van hem
gezegd, dat hij een voorbeeldig novicenmeester
was, nauwgezet in het nakomen zijner klooster-
geloften en vroom vereerder van Maria, die zoo
wel des daags als des nachts de koorgebeden
stipt verrichtte. Toen in 1754 \'t genadenbeeld van
Maria in de kloosterkerk ter openbare vereering
op een nieuw altaar geplaatst werd, verzamelden
zich aldaar personen van alle kunne en standen,
en traden tot die vrome vereeniging toe, zoowel
om voor de eigen zaligheid, alsook voor die van
andere leden met den grootsten ijver en met
de krachtdadigste middelen te zorgen. Het Mis-
verbond telde talrijke leden uit alle standen, en
*) Bij de opheffing van \'t Franciskanerklooster brachten
de monniken dezen schat met zich in het lager gelegen
klooster, in de kerk van de H. Maagd „Maria von der
Schutter," alwaar het \'t altaar van den H. Augustinus
siert, dat sedert dien tijd als broederschapsaltaar dient.
-ocr page 6-
— 6 —
zelfs de tijd der algemene kerkelijke verwarring
vermocht niet het te doen ophouden. In den
jongsten tijd heeft het zelfs zulk eene uitbrei-
ding in de Duitsche streken gekregen, dat het
nu 570000 leden telt, zoodat dagelijks 1600 broe-
derschapsmissen gelezen worden, een zeker bewijs,
dat men te allen tijde \'t doel van het broeder-
schap hoogschatte, namelijk om aan de nog levende
leden een gelukzalige eeuwigheid, aan de reeds
overledene echter spoedige hulp en verlossing uit
de pijnen van \'t vagevuur te verwerven. En met
reent verheugt deze broederschap zich in zulk euii
groote uitgebreidheid. Want, wat kan ons, ster-
velingen, in den laatsten strijd, waar wij als het
ware voor twee eeuwigheiden staan, meer ge-
wenscht en troostrijker zijn dan de gedachte: ik
zal in dit oogenblik ondersteund worden door een
groote schaar van geloovigen, die er voor zorgt,
dat de vruchten der verlossing — \'t aanbiddings-
waardige Bloed van onzen grooten Voorspreker
bij den Vader in de weegschaal van onze eigen
zwakke verdienzten gelegd wordt. Zeker een
troostrijke en geruststellende gedachte op den
dag, dat wij in den grootsten nood verkeeren.
Maar deze troost is niet alles, wat de broeder-
schap ons aanbiedt; de volgende hoofdstukken
zullen ook nog de verdere voordeden vermelden.
§ *
Regels Toor de leden.
Iedere vereeniging, ieder genootschap, ieder
verbond schrijft den leden zekere regels voor, vol-
gens welke zij moeten leven en wel met de mee-
ning, \'t doel van de vereeniging des te spoediger
te bereiken. Met dit doel verlangt het Misverbond
van de leden het volgende :
1. De opname zelf kan, voor zoover zij per-
soonlijk niet mogelijk is, ook bij afwezigheid, \'t
zij schriftelijk of door andere personen geschieden,
-ocr page 7-
— 7 —
echter niet dan met den wil en de voorkennis den op te
nemen persoon. (Decreet v. 26. Nov. 1880). Reeds
overledenen kunnen in den bond niet worden op-
genomen. De doop- zoowel als de familienaam moet
worden opgegeven, en niet slechts de familienaam
alleen. De geldigheid der opname begint pas met
\'t inschrijven van den naam m \'t hoofdboek van de
broederschap te Ingolstadt. Zekerheid over de
inschrijving verkrijgt men door het schriftelijk be-
wijs van den curator, dat men van den tusschen-
persoon in \'t gestelde geval verlangen moet.
2. Ieder lid moet elk jaar op den bepaalden
dag eene H. Mis tot intentie van het Misverbond
volgens zijnen stand, of wel zelf lezen, of laten
lezen, Volgens de instelling van het Misverbond
worden de H. H. Missen gelezen:
a)  ter eere van de onbevlekte en genadenrijke
Moeder Gods, Maria;
b)  om hierdoor voor zich zelf haren moederlijken
bijstand, vooral in den laatsten strijd en
zoodoende een gelukzalig sterfuur te ver-
krijgen , zoowel door de oneindige kracht
en uitwerking van \'t H. misoffer zelf, alsook
door de machtige voorspraak van de groote
Koningin des Hemels;
c)  vooral ook voor ieder lid, dat \'t eerst over-
lijden zal;
d)  tegelijkertijd ook voor alle leden, zoowel
levenden als overledenen, die nog in \'t vage-
vuur lijden, en
e)  vooral voor \'t laatst overleden lid, dat de
Heer van leven en dood tot zich geroepen
heeft.
Alle leden moeten ijverig zorg dragen, dat de
H. Mis volgens bovengenoemde meening van de
broederschap, zooveel doenlijk op den bepaalden
dag gelezen worde, of ten minste zoo spoedig moge-
lijk. Overigens is het voldoende, wanneer de leden
-ocr page 8-
— 8 —
den priester zeggen, dat de H. Mis gelezen moet
worden naar de meening van het Misverbond te
Ingolstadt.
3.  Alle leden moeten bijzonder de Onbevlekte
Ontvangenis van Maria vereeren, daarom ten teeken
van hunne godsvrucht, ten minste op de feestdagen
van de allerheiligste Maagd zoowel als op de
Zaterdagen aan haar bijzondere eer geweid, de
toewijdingsakte tot de Moeder Gods met de meeste
aandacht bidden, maar vooral, door navolging van
hare deugden toonen, dat zij ware kinderen van
Maria zijn. — De broederschap der Onbevlekte
Ontvangenis van Maria in Aracoeli te Rome, waar-
mede door bijzondere gunst het Misverbond van
nu af aan is vereenigd, vordert van hare leden,
ter vereering van de 12 hoofdvorrechten der H.
Maagd dagelijks of tenminste meermalen in de week
\'t kleine rozenhoedje van de Onbevlekte Ontvangenis
te bidden. Daarbij zegt men godvruchtig: „In
den Naam des Vaders, enz." Daarna: „Geloofd
zij de heilige en Onbevlekte Ontvangenis van de
H. Maagd Maria."*) Daarna bidt \'men I Onze
Vader en 4 Wees gegroetjes en sluit met de lof-
spreuk: „Glorie zij den Vader enz." \'t Geheel, be-
ginnend met „Geloofd zij" wordt 3 maal gebeden.
4.  Ieder lid moet den grooten Hemelvorst en
beschermer der stervenden, den Heil. Aartsengel
Michael, evenals ook den H. Jozef, de H. Barbara
en andere uitverkorenen Gods, tot welke men een
bijzonder vertrouwen gevoelt, tot sterfpatronen
kiezen en door herhaalde vereering zich hun bij-
stand in den dood verwerven.
5.  Zij moeten zich tot gewoonte maken, dik-
wijls de actes van geloof, hoop, liefde en berouw
te verwekken. Eveneens moeten zij zich de ijdel-
heid en de vergankelijkheid van al \'t aardsche,
de zekerheid van den dood, de onzekerheid van
») Aan dit schietgebet is telkens een aflaat verbonden
van 100 dagen. Pius VI. 21 Nov. 1793.
-ocr page 9-
- 9 -
\'t sterfuur voor oogen stellen, en zich in alles
geheel en al aan Gods H. Wil onderwerpen.
6.  Bij \'t luiden van de doodsklok moeten allen
voor den stervenden of reeds overledene eenige Onze
Vaders en Wees gegroetjes bidden, maar in \'t
bijzonder de arme ziel van ons verbond gedach-
tig zijn.
7.  De leden moeten dikwijls de H. Sacra-
menten der biecht en der communie ontvangen,
en er naar streven de vele geestelijke gunsten,
die aan dit verbond verleend zijn, en waaraan zij
kunnen deelachtig worden, door uitoefening der
voorgeschreven werken te verdienen.
8.  Ten slotte moet ieder lid ten minste 24
cent of 48 centimes geven en jaarlijks op \'t feest
van de Onbevlekte Ontvangenis een offertje vol-
gens verkiezing sturen, deels om daardoor de vele
onkosten van het drukwerk te kunnen bestrijden,voor-
al de lijsten met de vermelding der namen
van de leden, die in \'t loopend jaar toegetreden
zijn, en van de overledenen, (hiermede bekend te
worden is om verschillende redenen niet zonder
goede gevolgen), deels wegens de plechtige viering
op \'t hoofd- en patroonfeest en \'t octaaf van de
Onbevlekte Ontvangenis van Maria, en voor de
jaarlijksche 6 plechtige zielemissen, benevens de
12 andere H. Missen enz.
Daar echter vele medeleden liever in eens
eene bijdrage zenden voor heel hun leven, deelen
wij bij deze mede, ten einde verdere aanvraag om
inlichting te voorkomen en iederen twijfel op te
heffen, dat zij, die bij hun intrede eene bijdrage
of offer van i,8o gulden inzenden, daarmede voor
hun geheele leven hebben voldaan. Reeds jaren
geleden werd, om verschillende beweegredenen,
deze manier, om zich van zijne verplichting te
kwijten, aanbevolen.
Het staat echter den leden vrij ten deze naar
goedvinden te handelen.
-ocr page 10-
- 10 -
§ 3-
Aflaten van liet Mis verbond.
In \'t jaar onzes Heeren 1874 werd het Mis-
verbond op aanvraag van den Hoog eerw. P. Pro-
vinciaal van de Beiersche Franciskanerprovincie
V. Leo Seirtl bij decreet van Z.D.H. Frans Lcopold,
Yrijlieer von Lconrod, bisschop van Eichstatt (d.
d. 3. Februari 1874) tot werkelijk kerkelijke broe-
derschap onder den Titel van de Onbevlekte Ont-
vangenis van Maria verheven, en den 26. Juni 1874
bij de broederschap van denzelfden naam der
Paters Franciskanen in Aracoeli te Rome ingelijfd;
tengevolge hiervan kunnen de leden van het Mis-
verbond ten eeuwige dage alle aflaten, genaden
en gunsten verdienen, welke aan gemelde broe-
derschap verleend zijn of in de toekomst verleend
worden.
De aflaten zijn de volgende:
A. Volle aflaten:
1.   Op de feestdagen van Onze Lieve Vrouw
Onbevlekte Ontvangenis, O. L.V. Lichtmis, O. L. V.
Boodschap, O. L. V. Hemelvaart en Geboorte.
2.  Op den I. Zondag van elke maand en op
den laatsten Zondag in Juli, op eiken Zaterdag in
de Vasten; Zondags en Vrijdags in de week na
Passie-Zondag, Woensdag, Donderdag en Vrijdag
in de goede Week;
3.   Op de hooge feestdagen: Paaschzondag,
O. H. Hemelvaart, Pinksterzondag, Drievuldig-
heidszondag, Kerstmis en op den I. en laatsten
dag der novene voor Kerstmis, dat is den 16. en
24. December.
4.  Op de feestdagen van Joannes den Dooper,
de H. H. Apostelen Petrus en Paulus, den H.
Augustinus (25. Aug.), den H. Aartsengel Michael
(29. Sept), den H. Engelbewaarder, den H. Jozef
(19. Maart), op \'t feest van de Kruisvinding (3. Mei);
5.  Op de volgende dagen: 24. Maart, 17. Juni,
7. Augustus, 14. September, 10. November, 13.
-ocr page 11-
— 11 -
December, zijnde de feestdagen der heiligen van
de Theatinerorde.
6.  Op den dag der opnr.me in het Misver-
bond, — eenmaal in het jaar bij de uitstelling van
\'tH. Sacrament gedurende \'t veertiguren- gebed, —
senmaal in \'t jaar, wanneer inen de retraite houdt, —
eenmaal in \'t jaar op een dag naar verkiezing, een-
maal in \'t jaar op een dag door \'t bestuur van
het Misverbond te bepalen. Deze dag zij de 4.
October. het feest van den serafijnschen Vader
Franciscus.
7.  In \'t sterfuur.
Opmerking. I. Om deze volle aflaten te
verdienen, moet men de gewone voorwaarden ver-
vullen, dus ook de H. Sacramenten ontvangen.
Bovendien moet men bij de meeste van deze
volle aflaten, vooral echter bij de aflaten onder
Nr. 5, ook nog de Franciskanerkerk te Ingolstadt
bezoeken, en in de meening van Z. H. den Paus
\'t aflaatgebed verrichten. Den buiten Ingolstadt
wonenden leden echter is door vergunning (indult)
van Paus Pius IX. d. d. 4. April 1876 veroor-
loofd, in alle gevallen, waar de leden voor het
verdienen van de volle of gedeeltelijke aflaten de
Franciskanerkerk te Ingolstadt moeten bezoeken,
inplaats hiervan de eigen parochiekerk van hun
woonplaats te bezoeken. Om den aflaat in \'t sterf-
uur te verdienen, moet men, indien men niet meer
biechten en communiceeren kan, ten minste een
oprecht berouw verwekken, en den heiligen naam
van Jezus met den mond, of indien men daartoe
niet meer in staat is, toch met \'t hart uitspreken.
Opmerking. 2. Wie alle weken (in Pruisen
is alle 2 weken voldoende) biecht, kan alle aflaten
verdienen, die op onverschillig welken dag ook
vallen, zonder daarom nog eens te moeten biech-
ten. Dit voorrecht is een groote gunst voor
ordespersonen, en over \'t algemeen voor vrome
zielen. — Ook is het geoorloofd, te biechten
evenals te communiceeren op den dag onmiddel-
-ocr page 12-
— 12 —
lijk voor \'t aflaatfecst, echter niet 2 dagen ervoor.
Wil men verscheidene aflaten op een dag ver-
dienen, die alle een kerkbezoek vereischen, dan
moet men even zoo dikwijls de kerk verlaten en
er dan weer ingaan.
B. Gedeeltelijke aflaten.
1.  Een aflaat van 60 jaren, eiken dag, waarop
men een half uurtje medidatie doet.
2.  Een aflaat van 20 jaren, zoo dikwijls men
zieken bezoekt en hun geestelijke of lichamelijke
hulp verleent, of indien men hiertoe verhinderd is,
vijf Onze Vaders, Wees gegroetjes en Glorie zij
den Vader enz. bidt. Dezelfde aflaat is verleend
voor de octaven van de feesten van O. L. Heer.
Op dezelfde wijze kan men een aflaat van
20 jaren verdienen op de volgende dagen, die
feestdagen zijn van heiligen uit de orden van
Augustinus, Dominicus, de Carmelieten-, Servieten-
en Trinitariënorden, onder voorwaarde, dat men
de Franciskanerkerk te Ingolstadt (voor elders
wonende leden hun eigen parochiekerk) bezoekt
en aldaar de gewone gebeden voor de behoeften
der H. Kerk verricht, dus:
In Januari: den 19., 22., 23. en 28.
In Februari: den 4., 8., 10., 12., 13., 14., 15. en 25.
In Maart: den 6., 7., 13. en 28.
In April: den 5., 8., 20., 29. en 30.
In Mei: den 4., 5., 10., 16., 17., 21. en 25.
In Juni: den 12., 14. en 19.
In Juli: den 13. en 20.
In Aug.: den 4., 7., 13., 16., 20., 23., 27., 28. en 30.
In September: den 2., 5., 10., 18. en 25
In October: den 10., 16., 21., 26. en 30
In November: den 13., 14. en 20.
In December: den 14. en 16.
3.  Een aflaat van 7 jaren en 7 Quadragenen
op de overige feesten van de H. Maagd, op welke
nog geen volle aflaat verleend is; eveneens zoo
dikwijls de leden biechten en communiceeren of
\'t Allerheiligste tot een zieke begeleiden of 7
-ocr page 13-
— 13 —
Onze Vaders, Weesgegroetjes en Glorie zij den
Vader voor den zieke, die bediend wordt, bidden;
verder iederen dag \'s avonds, wanneer men \'t Salve
Regina en voor de behoeften der H. Kerk bidt,
en eindelijk op alle feesten van \'t jaar, waarop
een volle aflaat verleend is, — wanneer men, ook
zonder biecht en communie, bovengenoemde kerk
bezoekt en daarbij voor de behoeften der H. Kerk
bidt, enz.
4.   Een aflaat van 5 jaren en 5 Quadragenen,
wanneer men de Franciscanerkerk te Ingolstadt,
of ook een andere wilkeurige kerk bezoekt en 5
Onze Vader, Weesgegroetjes en Glorie zij den Vader
enz. met aandacht bidt.
5.  Een aflaat van 300 dagen op elke dag van
\'t octaaf van Pinksteren.
6.  Een aflaat van 200 dagen, wanneer men
een preek bijwoont.
7.  Een aflaat van 60 dagen, wanneer men \'t
een of ander godsdienstig werk verricht.
S. Een aflaat van 50 dagen, wanneer men de
heilige namen van Jezus en Maria met eerbied
uitspreekt; eveneens, wanneer men in de een of
andere kerk een Onze Vader, Weesgegroetje en
Glorie zij den Vader voor de levenden en over-
ledenen bidt.
Verdere aflaten-voorrechten.
In de Franciskanerkerk te Ingolstadt, (elders
wonende leden echter in hun eigen parochiekerk)
kunnen bovendien nog verdienen:
a) de statie-aflaten van Rome, wanneer zij de
dagen, in \'t Romeinsche misboek bepaald, boven-
genoemde kerk bezoeken.
Opmerking. Er zijn 87 zulke dagen, name-
lijk: de Zondagen Septuagesima, Sexagesima en
Quinquagesima; verder alle dagen in de vasten
van Aschwoensdag tot den eersten Zondag na
Paschen, O. H. Hemelvaart, \'t octaaf van Pinksteren,
de vier Zondagen in den Advent, de vooravond
van Kerstmis, Kerstmis en de drie volgende dagen,
-ocr page 14-
- n -
Nieuwjaar, Driekoningen, alle Quatertemperdagen,
St. Marcusdag en de drie Kruisdagen. *)
b)  Tweemaal in de maand alle aflaten van de
zeven hoofdkerken in Rome, wanneer men de zeven
altaren van de genoemde kerk bezoekt.
c)  Bovendien eveneens tweemaal in de maand
de groote en talrijke aflaten van \'t graf O. Heer
en \'t geheele H. Land, indien zij de Franciskaner-
kerk te Ingolstadt, elders wonende leden echter
hun eigen parochiekerk, bezoeken en daarbij aan-
dachtig bidden. — Het is goed hiervoor een com-
muniedag te kiezen, niettegenstaande de gedeelte-
lijke aflaten van \'t H. Land ook zonder biecht en
communie kunnen verdiend worden.
d)  Een groote gunst is het echter, dat de leden
(zonder te moeten biechten en communiceeren of een
kerk te moet en bezoeken) iederen dag en elk uur
alle aflaten van de 7 hoofdkerken van Rome, de
kerken van Portiuncula, van \'t H. graf te Jeru-
zalem en van St. Jacobus de Compostella kunnen
verdienen, zoo dikwijls zij in staat van genade, waar
zij zich ook mogen bevinden, met godsvrucht 6 Onze
Vader, Weesgegroet en Glorie zij den Vader bid-
den ter eere van de allerheiligste Drievuldigheid,
ter vereering van de Onbevlekte Ontvangenis van
Maria en voor de uitbreiding van \'t geloof op aarde,
de bekeering der ketters en ongeloovigen, voor \'t
behoud van den vrede der christelijke volkeren,
eveneens voor onzen H. Vader den Paus.
2J(5"* Volgens decreet van Paus Pius IX.
van den 7 Juni 1850 kunnen alle tot nu toe ge-
noemde aflaten, de volle zoowel als de gedeelte-
lijke, aan de arme zielen in \'t vagevuur toege-
voegd worden.
Verder: alle missen, die voor de overleden
leden van den misbond gelezen worden, ge-
*) De geringste aflaten zijn tenminste van 10 jaren en
10 Quadragenen. Op Witien Donderdag, Paaschzonclag,
O, H. Hemelvaart en Kerstmis kan men een vollen aflaat
verdienen. Princiv. 278. 370.
-ocr page 15-
— 15 —
nieten de voordeden van \'t bevoorrechte altaar,
d. i. zoo dikwijls een priester voor de ziel van
een overleden lid in welke kerk en op welk
altaar ook het Heilig misoffer opdraagt, wordt
aan deze ziel, wanneer zij in staat van genade
overleden, maar nog in het vagevuur is, een volle
aflaat uit den uitputtelijken schat der Kerk toege-
voegd, zoodat, wanneer God deze bede aanneemt,
de ziel door de kracht van de oneindige ver
diensten en de voldoening van onzen Heer en
Zaligmaker, Jezus Christus, en de met deze ver=
eenigde voldoeningen der H. Maagd en van alle
heiligen, uit de pijnen van \'t vagevuurverlost en
tot Gods aanschouwing, naar den Hemel, gebracht
wordt.
Opmerking. Hoe roerend is toch de lief-
de van onze Moeder de H. Kerk, die in haar goed-
lieid haren kinderen zooveel geestelijke voordeden
tracht te verleenen! Wie zal daaraan niet deel-
nemen, als de weg naar den hemel hem zoo ge-
makkelijk gemaakt wordt! Opdat echter deleden
zich die genaden en aflaten waardig maken, is het
goed, zich aan \'t grondbeginsel van den H. Bonu-
ventura te houden, namelijk: dat de Kerk de gaven
van God niet verspilt, maar met de weegschaal
der gerechtigheid weegt en uitdeelt, en dat de
geest der aflaten de geest van de nederigheid is,
van de vermorzeling des harten, de verbetering des
levens, van de vermijding der zonde en de be-
keering tot God. Of zou men wel een aflaat kunnen
verdienen, zonder geest van boetvaardigheid? Ook
hier geldt: »Wie heeft, dien zal gegeven worden,
en hij zal overvloed hebben; en wie niet heeft,
dien zal ook dat ontnomen worden, wat hij
heeft.«*) Willen wij dus deelnemen aan de genoemde
geestelijke genadenschatten, dan moeten wij ijver
hebben en er krachtig naar streven, onze ziel van
elke zonde en van elke neiging tot \'t kwade te
zuiveren, christelijke werken van godsvrucht en
*5 Math. ij. 12.
-ocr page 16-
— 16 —
liefdadigheid verrichten en voor de bekeering dei-
zondaren en de behoeften der H. Kerk bidden.
§ 4.
Slotbepalingen.
1.  Voor een regelmatig bestuur van het Mis-
verbond, verzoeken wij alle leden, dat zij \'t briefje,
hetwelk zij bij de opname krijgen, goed bewaren, ver-
der, dat zij \'t offer, \'t welk zij op \'t feest van de
Onbevlekte Ontvangenis moeten geven, franco di-
rect aan \'t Franciskanerklooster te Ingolstadt sturen,
of het, om verdere onkosten te voorkomen, aan de
geestelijken en zielzorgers of aan andere leden
geven, die op de verschillende plaatsen met de
bezorging van de aangelegenheden van het mis-
verbond belast zijn.
2.  De voorkomende stand- of plaatsverande-
ringen der leden, evenals verandering in titels,
betrekkingen en waardigheden moeten in \'t opname-
briefje vermeld worden, om de doodenlijst juist
te kunnen opmaken. Komen dergelijke verande-
ringen reeds in \'t jaar van de opname voor, dan
is het wenschelijk, dat de curator van het Misver-
bond daarvan bericht ontvangt, opdat de lijst der
nieuwe leden geen onjuistheden bevatte.
Overigens zij nog bemerkt: Alhoewel de ver-
plichting van jaarlijks eene H. Mis te laten lezen,
alsook het naleven der overige voorschriften niet
onder zonde verplicht, zoo moet men toch deze
voorschriften ijverig naleven, omdat, wanneer men
dit \'t geheele jaar zou verzuimen, men zich ook
van de verdiensten van \'t vroom verbond in eén
jaar berooft, terwijl men van den anderen kant
na vervulling der voorschriften niet slechts de ver-
diensten van alle leden, maar ook aan alle H. Missen,
die in het Mis verbond worden gelezen, deelachtig
wordt.
Wij kunnen derhalve niet sterk genoeg er
op aandringen dat allen, die van goeden wil
-ocr page 17-
17 -
zijn, zich bij zulk eeneschoone, genadenrijkbroeder-
schap aansluiten, de reeds toegetreden leden
sporen wij aan, hunne jaarlijksche H. Mis tot den
dood toe getrouw te laten lezen, ze nooit te ver-
geten of te verzuimen, en de H. Maagd in \'t ver-
heven geheim van de Onbevlekte Ontvangenis
ijverig te vereeren, om zich in \'t leven en in den
dood van een zoo grooten schat niet te berooven.
Indien de menschen begrepen hoe groot, verheven
en verdienstelijk \'t H. Misoffer is en \'t jaarlijksche
aandeel aan de vele duizenden H. Missen, hoe
zouden zij dan den bond op prijs stellen en ver-
eeren! Door niets ter wereld kunt gij immers,
dierbare christenen! uwen God en Heer meer eer,
prijs en roem verschaffen; door niets de Onbevlekte
Maagd Maria een zoetere vreugde en glorie be-
reiden, door niets in uwe behoeften een zekerder
hul]) verkrijgen; door niets voor anderen krachtiger
tot God bidden, dan door het H. Misoffer. En
zie, in onze broederschap staan u dagelijks duizen-
den H. Missen ten dienste, waaraan gij steeds aan-
deel hebt, die gij alle tot verheerlijking van God,
ter eere en vreugde van Maria, zoowel van uwe
lichamelijke als geestelijke behoeften en die van
anderen God kunt opofferen! O, hadt gij maar
voldoende geloof en vertrouwen, hoeveel zoudt
gij dan van God door deze Missen kunnen ver-
krijgen! Stelt gij belang in een gelukzalig sterf-
uu\'r, zie! in ons Misverbond wordt iedere H.
Mis, die gij in de meening van het Misverbond
laat lezen, vooreerst met deze intentie opgeofferd,
en ligt gij eens op uw sterfbed, dan zijn alle H.
Missen, die op den dag van uw overlijden gelezen
worden, den Hemel in \'t bijzonder opgedragen voor
uw zalig sterfuur! Zijt gij werkelijk overleden,
dan worden dadelijk de eerste 3 H. Missen van
het Misverbond weer voor u in \'t bijzonder aan
God opgeofferd. Alle Missen, die men voor U
laat lezen, zijn bevoorrecht, en indien gij door de
uwen en allen reeds lang vergeten zijt, gaat onze
-ocr page 18-
— 18 -
bond voort, jaar in jaar uit, ten eeuwigen dage
uwe ziel aandeel te geven aan de vele duizenden
H. Missen, behalve de jaarlijksche 6 requiems met
2 andere H. Missen! Wie zal meer voor u doen,
wie u meer H. Missen doen toekomen, wie u spoe-
diger uit het vagevuur verlossen, wie u zelfs in
den hemel nog grootere vreugde en glorie bereiden?
O, begrijpt dus allen, welke voordeelen en ver-
diensten u ons H. broederschap gedurende dit
leven verleent, welken troost in \'t sterfuur, welke
overrijke verlossing uit de vlammen van \'t vage-
vuur, ja welke vermeerdering der zaligheid voor
eeuwig in den Hemel!
-ocr page 19-
— 19 —
Verbondsformulier.
Heilige Maria, Moeder Gods, zonder smet
ontvangen, altijd onbevlekte, genadenrijke
Maagd! ik (N. N.), uw onwaardig kind. ver-
kies U heden tot mijne gebiedster. bescherm-
ster, voorspreekster en liefderijke Moeder\'.
Ik neem mij ernstig voor, U nooit te verlaten,
ook niet te gedoogen, dat door mij of mijne
ondergeschikten ooit iets gedaan worde, wat uw
maagdelijk oog of moederlijk welgevallen mis-
haagt. Ik smeek U derhalve, o genadenrijke
Moeder Maria, door uwe Onbevlekte Ontvan-
genis: neem mij op als uw kind en eeuwige
lijfeigene, en sta mij bij in al mijn doen en
laten. Verlaat mij nooit, vooral niet in \'t uur
van mijnen dood. Amen.
XB. Hot is goed, dit gebod dikwijls gedurende
\'t jaar, in \'t bijzonder echter en niet nicer eerbied op
op \'t feest van do Onbevlekte Ontvangenis te bidden.
«Geprezen zij de heilige, onbevlekte en zuiverste
Ontvangenis van de H. Maagd Maria, de Moeder
van God!«
(300 dag. aflaat. Leo XIII. 5. Sept. 1878)
(Alles tot meerdere eer en verneerlijking van God
en de zaligste Moeder Gods Maria, altijd Maagd.
-ocr page 20-
-•> 9
^s
oo->Meooo
Drukkerij van het Missiehuis te Steil bij Venlo.
......Ca.ft>......________
.