-ocr page 1-
Vak 71
TV\'nha^H Eva*
-ocr page 2-
mm \\Zzlo
-ocr page 3-
&
-ocr page 4-
-ocr page 5-
Mr?*
ïe Twintigste Eeuw \'
TOEGEWIJD AAN
T HEILIG HART VAN JEZUS.
W. VAN NIEUWENHOFF S. J.
TWEEDE DRUK.
Vermeerderd met den Zendbrief van
Z. H. Leo XIII
en de opdracht der geheele wereld.
Amsterdam
Q. BORG,
1899.
-ocr page 6-
IMPRIMATUR:
H. J. BORGHOLS,
A.MSTELODAMI,                  Lïbr. Cens.
die 15 Maii 1899.
-ocr page 7-
:Ol£lCl."\\7«7-tJ!Zi©r.
l\'.Indz.
NOVENE.
I.        Jezus stelt zijn Hart voor ter
vereering.......1
II.       Jezus Christus heeft deze
devotie gewild en bevestigd. 7
III.     Jezus klaagt over verachting. 17
IV.     Jezus klaagt over heilig"
schennis en oneerhiedigheid. 24
V.       Jezus vraagt wederliefde . 33
VI.     Jezus vraagt liefde, die zich
door daden toont .... 40
VII.   Jezus vraagt eerherstelling. 49
VIII. Jezus wijst zelf deze eerher-
stellingen aan.....58
IX.     Jezus belooft Zijn vereerders
overvloedige gunsten ... 69
-ocr page 8-
IV.
Nieuwe Litanie ter eore van \'t
heilig Hart.......83
Kruisweg ter eero van het lij-
dende Hart.......88
Toewijding aan \'t heilig Hart. . 105
Encycliek over de toewijding van
het menschdom aan hot aller-
heiligst Hart van Jezus . .107
Toewijding van de Wereld aan het
allerheiligst Hart van Jezus . 123
Schietgebeden met allaten ven ijkt 125
Geheel ter zalig-en heiligverklaring 126
M
-ocr page 9-
Woord vooraf.
Het besluit van 2 April 1899, waarbij
eene nieuwe Litanie van \'t heilig
Hart van Jezus, niet alleen voor de
bisdommen Marseille en Autun, of
voor de orde der Visitatie en de
Sociëteit van Jezus, maar voor heel
het Christenvolk in alle oorden der
wereld tot bijzonder en openbaar go-
bruik werd goedgekeurd, was reden
genoeg om deze met oenige omschrij-
ving in \'t licht te zenden.
Op dienzelfclen dag werd bovendien
het voornemen bekend gemaakt van
Z. H. Paus Leo XIII om tot genees-
middel in de dagelijks toenemende
-ocr page 10-
vt.
rampen, die ons kwellen, geheel de
wereld aan het allerheiligste Hart van
Jezus toe te wijden.
Dit spoorde mij aan de nieuwe
Litanie in te leiden door eene negen»
daagsche oefening, die zoowel dienen
kan ter voorbereiding van het feest
door Onzen Heer zelven verordend,
als ter opwekking voor de negen eerste
Vrijdagen,
aan welke Jezus Christus
zoo heerlijke gunsten heeft beloofd.
De kruisiceg ter eere van \'t Lij-
dende Hart van Jezus kan gedurende
do oefening van \'t Heilig uur de
smarten en verlatenheid des Heeren
voor den geest brengen, en de op-
dracht
door de Gelukzalige Margareta»
Maria zelve gedaan, is een voorbeeld,
lioe wij ons geheel en al aan \'t aan-
biddelijk Hart des Verlossers kunnen
toewijden.
-ocr page 11-
VII.
Moge in de twintigste eeuw, dit
boekje van toewijding onder de vele
voortreffelijke geschriften, die het Hart
van Jezus, onze vrede en onze verzoening
meer doen kennen en beminnen, mede
iets bijdragen om de zoo stellig uit-
gedrukte verlangens Zijner versmade
liefde voldoening te geven.
\'s Gravenhage, Pinksterdag 1899.
W. VAN NIEUWENHOFF S. J.
-ocr page 12-
-ocr page 13-
nr,       | i J . I ï 1 \' . |
I.
Jezus stelt Zijn Hart voor ter
vereeriug.
2)
en lGden Juni 1075 verscheen
Onze Heer Jezus Christus aan Marga-
reta-Maria, cono kloosterzuster (lei-
Visitatie te Paray-le-Monial. Zij ge-
voelde een hevig verlangen om Hem
een blijk van wederliefde te geven.
Toen sprak Hij: „Gij kunt Mij uwe
liefde niet beter bewijzen, dan door te
doen, wat Ik u reeds zoo dikwijls heb
gevraagd." lïij deze woorden ontdekte
Hij Zijn heilig Hart en ging voort:
„Ziehier het hart, dat de merwchen
zoozeer heeft bemind.
-ocr page 14-
2
Wanneer wij deze woorden aan-
dachtig nagaan, blijkt het ons duido-
lijk, waarin de vereering van het heilig
Hart eigenlijk bestaat.
„Wanneer wij aan God huldo on
eerbied bewijzen, is dit om onzentwil",
zegt do H. Thomas „en niet om God.
Zijne eere vermeerderen, kan het
schepsel nooit, want Hij is uit zich*
zelven vol van heerlijkheid. Doch wio
Gode oor bewijst, erkent zijne min-
dorheid tegenover God, zijne afhanke-
lijkhoid van God, de hoerschappij van
God over al het geschapene; en in
deze erkenning ligt ons hoogste geluk,
dewijl zij ons aan God verbindt met
een band van inniger en volkomener
liefde, dan ooit tusschen menschen
kan bestaan. Doch om met God ver-
bonden to worden, moet do mensch
door voorstellingen, die hij met do
zintuigen kan waarnomen, als bij de
hand worden geleid. Hij ziet God niet
en hoeft aan iots zichtbaars behoefte.
-ocr page 15-
:!
om tot die hulde en eerbewijzing, die
hem met God verbindt, te worden op-
gewekt. „ Het onzichtbare van God wordt
door hetgene geschapen is, kenbaar en
zichtbaar.
(Rom. I, 20.)
Zoo is het onzichtbare Woord Gods,
do Zoon des eeuwigen Vaders, mensch
geworden. Hij wilde gezien worden en
gekend, bemind door den mensch. Niet
alsof deze liefde Hem gelukkiger kon
maken, dewijl Hij van alle eeuwigheid
volmaakt gelukkig is, maar omdat Hij
het eeuwig geluk wil van den mensch,
en dit ligt alleen in diens liefde tot God.
Evonzoo verschijnt de menschge-
worden God aan Margareta-Maria,
eene maagd, die Hem zoekt, die vurig
verlangt Hem blijk van hare hartelijke
liefde te geven. Hij heeft haar uitge-
kozen om Zijn verlangen aan de men-
schon bekend te maken. Hij verschijnt
haar, terwijl zij voor het H. Sacra-
ment des Altaars neergeknield, zich
afvraagt: wat kan ik voor Hem doen ?
-ocr page 16-
I
Zij ziet Hem in menschelijke gedaante,
en Hij spreekt haar toe : „Het beste
bewijs van liefde, dat gij Mij geven
kunt, is doen, wat Ik u reeds zoo
dikwijls heb verzocht." Te weten,
Zijne liefde aan de menschen bekend
te maken. Daarom ontdekte Hij Zijn
heilig Hart on ging voort: „Ziehier
het hart, dat de menschen zoozeer heeft
bemind.\'"
Monsch gelijk wij, had de Zoon des
eeuwigen Vaders een hart in do hei*
lige borst. In den schoot der Moeder-
maagd
was het door den II. Geest <je-
vormd.
Gelijk allo ledematen Zijner
menschelijke natuur was dit Hart met
het woord Gods zelfstandig vereeniijd,
daarom was hot de heilitje tempel Gods,
van oneindige Majesteit,
een Godmon-
menschelijk Hart. Jozus Christus wijst
op dit hart, zooals wij monschen doen,
wanneer wij van don ernst onzer liefde
spreken» Het Hart is toch ton allen
tijde en ovoral het zinnebeeld der
-ocr page 17-
5
liefde. Wio hart voor iemand heeft,
bemint hem, leeft voor dien beminde.
Zoo staat hier Jezus Christus voor
onze oogen om ons te zeggen: Ik heb
u lief. Het heilig Hart van den Zoon
Gods, ofschoon aanbiddenswaardig op
zich zolvon, is echter het voornaamste
doel onzer vereering niet. Wanneer wij
dankbaar de hand van een weldoener
kussen, geldt onze dank deze hand
niet zoozeer als don weldoenor inper-
soon. Do vereering van het aanbidde*
lijk Hart bedoelt evenzoo voorname-
lijk don Goddelijken persoon van Je-
zus Christus, die ons Zelf wijst op Zijn
Hart, het bekende zinnebeeld der liefde,
om aanschouwelijk te maken, wat Hij
Zijne bruid met woorden zegt, dat Hij
ons bemint. Te recht verzekert daar*
om de H. Alphonsus, dat de veroering
van het heilig Hart neerkomt op een
liefbétoon voor Jezus Christus, die
onze hoogste liefde ©verwaardig is-
In zijn Godmenschelijk Hart, het spre\'
-ocr page 18-
6
kendste zinnebeeld der liefde en tegelijk
het heerlijkst getuigenis, dewijl het,
aan het kruis doorboord, de laatste
druppelen bloeda voor ons vergoot,
vereeren wij de brandende liefde van
Jezus Christus voor ons. Aan dit Hart
verklaart do Kerk, danken wij zijne
voornaamste weldaden , en daarom
noemt kardinaal Pie deze devotieeene
korte samenvatting van heel onzen
godsdienst, waarvan het eerste en laat-
sto woord is : Bemin God bovenal.
Het goddelijk Kind Jezus in de
Kribbe van Bethlehem en op den
schoot Zijner Moeder, als eene bloem
aan den stengel, herinnert ons liet
aanbiddelijk geheim der Menschwor-
ding. De Man van Smarten, Jezus aan
het kruis, doet ons denkon aan het
liefdegeheim dor Verlossing. Jezus
Christus in \'t II. Sacrament des altaars
onder de gedaanten van Brood, oi>on-
baart ons deze alles to bovengaande
liefde, die hot levensonderhoud wil
-ocr page 19-
7
wezen onzer ziel. Maar Zijn aanbidde*
lijk Hart stolt Hij ons voor als de
open bron, waaraan al de weldaden
ontspringen, die Hij sinds Zijne Mensch*
wording ons geschonken heeft en
schenken blijft, zoolang de wereld
staat. Hier geeft de Godniensch zijne
liefde in Haarzelve te beschouwen
en te vereeren, niet in hare uitwer-
kingen; de zon zelve stelt Hij voor
onzo oogen, niet de voorwerpen, waar-
aan zij licht, kleur en warmte mede-
deelt.
II.
Jezus Christus heeft (loze devotie
gewild en bevestigd.
/Vet Hart van onzen goeden Meester"\'
schrijft Margareta-Maria, „wil de liefde
011 hulde Zijner schepselen. "Wij ïnooten
het beminnen uit al onze kracht en
-ocr page 20-
s
vermogen. IIif zal Zijn rijk vestigen
ondanks alle Zijne vijanden en hunne te-
genwerkingen. Hij zal zich meestor
maken van onze harten, want do voor-
name bedoeling dezer devotie is do
bekeering van ons hart tot Zijne liefde."
Indien nu de devotie tot het heilig
Hart van Jezus door geene andere
kan vervangen worden, maar de voor-
naamsto dovoties, die tot de II. Kinds-
heid, tot hot bitter Lijden on tot het
aanbiddelijk Altaargeheim in zich bo-
sluit on ten laatste neerkomt oj> een
vuriger, hartelijker, inniger beminnen
van Jezus Christus zelven, dan geldt
hier Zijn woord: ,.]\'nur ben Ik komen
brengen op aarde, en wat wil Ik ander*
dan dat bet brande?"
(Luc. XII. 47).
Hij heeft bemind willen worden en.
geboden : „Bemin Mij; uw geluk hangt
er aan!" Toen do monsch door do
zonde moedwillig Zijne liefde had vor-
lieurd en reddeloos verloren ging,
sprak Hij: „Ecce Venio, Ik zal komen",
-ocr page 21-
\'.I
en Hij kwam op aarde. Niet als ver-
toornd rechter, maar als het teere
Kind eener maagdelijke moeder, het
schoonste van allo kinderen der men-
schen; klein werd de Heer, maar be-
minnelijk boven mate (Bern.), om den
menschen te zeggen: „Vreest niets,
l:o::it bij Mij, bemint Mij?" Drie en
dertig jaron heeft Hij onder ons go-
woond ; ei toen Zijne heilige handen
do kinderen negenden en alle kranken
genazen, was let Zijn Hart, dat Hem
bewoog: Hij beminde. Toen Zijne hoi*
lige voeten langs moeilijke wogen het
schaap zochten, dat verloren was,
dreef Zijn goddelijk Hart Hem voort.
Toen Zijn oog zich op den onschuldigen
jongeling vestigde; toen Hij weende
bij Lazarus\' graf, openbaarde zich Zijn
Hart in dien blik, in dezo tranen. Hij
laadde op Zijne heilige schouders onze
schuld; om deze te betalen gaf Hij
aan het schandelijk kruis Zijn leven.
Dit was do hoogste liefde, waar een
-ocr page 22-
10
mensch toe komen kon; de Godmensch
kon moor. Bij Testament had Ilij in
hot laatste Avondmaal Zichzelven
geheel vermaakt aan den mensch, op-
dat dozo bij Hem, door Hem, van
Hom niet onkol loven zou, maar het
leven bezitten in vollen overvloed.
Na. zijn dood liet Hij Zijne zijde ope-
nen,
— ..een woord vol diopen zin,\'\'
merkt Augustinus op — de laatste
druppelen bloed en dit open Hart
moesten getuigen, dat Jezus Christus
ons bemint. nWij hébben geloof <je-
dagen"
zegt Joannes, „aan de liefde,
die God ons toedraagt."
(I Jo. IV 16).
Doch do wereld gelooft niet, dat God
den mensch bemint.
Joannes geloofde \'t; maar hij had
in \'t laatste Avondmaal mot \'t hoofd
aan Jezus\' borst gerust. — ..Waarom,"
vroeg hem do maagd Gertrudis in
oen visioen, „waarom hebt gij niet
vermeld, hoe dat goddelijk Hart bij
Zijn leven van liefde voor ons klopte ?
-ocr page 23-
i I
- - ,.Ik moest aan de wereld verkondt
gen de Menschwording van het eeuwig
Woord dos Vaders." antwoordde hij.
..Later, als de wereld tot verval komt,
zal Gods Voorzienigheid de liefde van
het goddelijk Hart van Jezus openba-
ren, om zoo de uitdoovende liefde der
menschen op to doen loven. )
Die tijd van verkoeling was gekomen
in de XVIde eeuw. IJzige kou deed de
harten verstijven. En ziet. nu vertoont
zich de Zoon Gods in menschelijke
gedaante aan eene onschuldige maagd,
die geene andere liefde kent of wil
dan de Zijne. Zij moet aan de wereld
verkondigen, dat Hij den mensch niet
uit mededoogen genegen is, maar als
Zijn vriend bemint. Tot deze taak
heeft Hijzelf haar uitverkoren, geroe-
pen, voorbereid. Nu wijst Hij haar
Zijn Hart, en verstaanbaar is zijn
woord: „Ziehier Mijn Hart, dat de
\'j S. Gcrtrudis vit;i, L;uispir.\'iiu Lil). IV—I.
-ocr page 24-
[2
menschen zóo bemint, dat het niets
heeft gespaard om zich op te offeren
en uit te putten in liefdebewijzen.\'\'
Rijst nu de vraag: waarom vereert
gij het II. Hart van Jezus? Dan luidt
liet afdoende antwoord: omdat Jezus
Christus Zelf dit uitdrukkelijk hooft
gewild. Het zien van oon monschelijk
hart doet aan liefde denken. Hart en
liefde plegen door hetzelfde woord te
worden aangeduid, en niet elkander
verwisseld.
Onze Heer had kunnen zeggen:
Zie, Ik bemin de menschen; Ik heb
niets gespaard om Mij op te offeren
en in liefdebewijzen uit te putten.
Maar dit heeft Hij niet gezegd; of
liever Hij heeft meer gedaan dan enkel
zóo te spreken. Hij heeft het zichtbaar
voorgesteld, door zijn Hart te vertoo-
nen, en dit Hart aan te wijzen als
de beweegkracht der liefde, als do
bron, waaraan zij ontwelt. Hij heeft
dit gedaan, omdat uit dit Hart Zijne
-ocr page 25-
13
Kerk is voortgekomen. Het Bloed ou
Water immers uit de heilige Zijde ge-
vloeid, vormen de bron van ons boven-
iiatuurlijk leven en ons eeuwig heil.
Daarom moet de liefde tot dit allerbo-
minnehjkst Hart het machtige middel
zijn, dat do goloovigon uitnoodigt en
opwekt tot wederliefde. Alleen een
steenen hart, in eene borst van ijzer,
kan bij de beschouwing van dit door-
stoken en bloedend Hart onbewogen
blijven, zonder door modelijden en
wederliefde te worden geroerd.
Hij heeft het niet opgelegd als eone
verplichting, doch zijn bepaald ver-
langen uitgesproken.
Keer op keer heeft hij Margarota-
Maria verzekerd, dat zij het uitverkoren
werktuig was in Zijne hand om de
menschen tot Zijn Hart te trekken en
zóó golukkig te maken. Het krachtigste
on onwederlegbaro bewijs, dat Hij het
wilde, ligt echter hierin: Hij heeft de
schijnbaar ïnachtoloozopogingeener van
-ocr page 26-
II
de wereld afgescheiden en in stille
verborgenheid levende kloosterzuster
tegen alle verwachting doen slagen.
Hij heeft haar een priester aangewezen,
die haar steunen zon, P. de la Colom-
bière. Hij heeft de orde, waar deze
toebehoorde, die reeds Zijn naam in
haar vaandel droeg, niet de eervolle
taak belast het begonnen werk voort
te zetten en alom te verbreiden. Toen
begon de tegenstand voorgoed. Oversten,
biechtvaders verzetten zich er tegen.
Margareta-Maria gold voor eene over-
spannen dwaze. Allerlei hinderpalen
rezen in den weg, vijanden stonden
op aan alle kanten. Maar Jezus Chris-
tus had verzekerd: „Ik zal regeeren,
ondanks mijne vijanden!"
Menschelijkerwijze moest de vereering
van het H. Hart niet Margareta-Maria
in den kloostertuin van Paray-le-Monial
zijn begraven. Slechts een glimlach
van medelijden met de onnoozolo geost-
drijfster, die de vracht harer kranke
-ocr page 27-
15
verbeelding voor eene openbaring dos
Heeren wilde doen gelden, had mogen
overblijven om de lippen van een
vromen tijdgenoot. Dit is nochtans
niet geschied. Het werk van Margareta-
Maria is volkomen geslaagd. Haar
naam is uit de minachting omhoog
gerezen, stralend in den glans van een
vlekkeloos leven, gekroond met de on-
sterfelijke glorie, dat zij Jezus\' ver-
langen aan de menschheid hekend heeft
gemaakt. Twee eeuwen na haar dood
was zij zoo weinig vergeten, dat al hare
brieven, mededeelingen en geschriften
met groote nauwkeurigheid werden
onderzocht. Toen daar geen woord in
viel aan te wijzen, eenigermate met
de zuivere en gezonde leer der Kat-
holieke Kerk in strijd; toen hare deugd
heldhaftig was gebleken, on God hare
assche door wonderen met glorio omgaf,
toen werd zij onder do Gelukzalige
maagden opgeschreven, die het Lam
volgen, waar het gaat; hare boeltenis
-ocr page 28-
IC,
op de altaren wekt tot moedige navol-
ging op. Hare voorspelling kwam uit:
„Het Hart van Jezus zal heersenen!"
Alleen wat van God is, houdt stand;
trotseert de tegenwerking der men-
schen, do wisseling der tijdon on ovor-
wint.
Zoo blijkt hot, dat de Veroering van
\'t heilig Hart des Verlossers door Hom
zelven is gewild en bevestigd. Hij
heeft er het merk van Zijn kruis op go-
drukt, maar doet de glorie Zijner Verrij-
zenis er over schitteren. Want nu hot
ongeloof in onze stervende 19__ eeuw
zich vleit goheol de menschheid te
beheerschen, knielt Paus Leo XIII,
het zichtbaar opperhoofd der Kerk met
deze, op den dag door Christus zelven
daartoe bestemd, voor het altaar, brengt
eerherherstel voor do zonden dor mensch-
heid en wijdt deze, wijdt do komende
eeuw plechtig too aan hot aanbiddelijk
en beminnenswaardig Hart van Jezus.
-ocr page 29-
17
III.
Jezus klaagt over verachting.
In de laatste dagen van Octobor
1073 vertoonde onze Heer aan Mar-
gareta-Maria Zijn beminnend Hart.
bloedend van slagen en steken. Hij
verklaarde : ,. Dit zijn de wonden, die
Ik van Mijn uitverkoren volk ontvang.
Anderen kwetsen Mijn Lichaam, docb
zij verscheuren Mijn Hart."
Wij staan voor het beschamend feit.
dat Jezus Christus over de Katholieken
zich beklaagt. Nu do gebeurtenissen
van twee eeuwen de kloosterlinge van
Paray-le-Monial recht hebben gedaan;
nu het hoogste kerkelijk gezag hare
woorden juist, hare daden heldhaftig,
hare glorie bij God onbetwijfelliaar
heeft verklaard, bestaat er geen rede-
lijke grond tot mistrouwen van hare
herhaalde verzekering, dat de Zoon
-ocr page 30-
is
Gods ons aanklaagt van ondankbaar\'
beid. ..Voor dank", sprak Hij 16 Juni
1(575, ..ontvang ik van de moesten en-
kel verachting, oneerbiedigheden, hei\'
ligschennis en koelheid in dit H. Sa»
crament van liefde !"
Wij K\'a\'i" rouwmoedig luisteren naar
Jezus\' klacht en onderzoeken, wie zich
aan verachting schuldig maken.
Liefde eischt wederliefde. Deze houdt
haar in \'t leven. Waar zij ontbreekt,
zal de liefde sterven, misschien over-
slaan in afkeer en haat. Zóo bij den
mensch. Ondankbaarheid is meer dan
gemis aan wederliefde. Zij maakt de
menschehjke liefde af met wreede sla-
gen. Zij perst uit het gewonde hart
geen zuchten van onbegrepen lijden,
maar kreten van geweldige pijn. In
diepe verontwaardiging vordert de
met ondank bejegende de uitspraak der
onbevangen billijkheid. Hij die den
v.\'j\'igaard aanlegde, mot alle zorg be-
-ocr page 31-
19
werkte, vruchten verwachtte en niet
dan zure druiven oogst, roept vertoornd
de bewoners van Jeruzalem en de
mannen van Juda op, om recht te
spreken tusschen hem en zijn wijn-
gaard. (Isa. V. S.) Zoo doet Jezus
Christus Onze Heer.
Zijn Hart is geduldig en rijk in ont-
fertning,
daarom bezwijkt zijne liefde
niet. Zijn Hart is een gloeiende vuuroven
Vtm liefde,
de vele wateren vermochten
dien niet uit tedooven.(Cant. VIII. 7.)
liet Hart van Jezus is de Koning aller
harten,
zoo is Hij sterker dan dood en
graf; nooit zegt Zijne liefde : nu is het
genoeg! Doch Hij klaagt.
Een kroon van scherpe doornen om
het hoofd, beladen met Zijn kruis,
overdekt met wonden en kwetsuren,
waaruit het bloed langs alle zijden
afdroop, staat Jezus in de Vastenavond-
dagen voor Margareta-Maria\'s oogen.
„Is er dan niemand," vraagt Hij, „die
medelijden met Mij heeft en deel wil
-ocr page 32-
20
nemen aan Mijne smarten in den droe-
vigen staat, waarin de zondaars, voor-
namelijk deze dagen, Mij brengen?"
Kan Christus nu nog lijden? vragen
wij. Neen, onlijdelijk en onsterfelijk
zit Hij aan do rechterhand Zijns Va-
dors in de glorie, maar sinds Zijne
intrede in Gethsomane, tot Hij vrij-
willig het leven aflegde aan het kruis,
kon Hij lijden, omdat Hij wilde, on
Hij leed onuitsprekelijk van de zonden
der menschen. Hij overzag mot Zijne
Goddelijke Alwetendheid al wat erop
aarde misdaan was, al wat er ooit
gezondigd zou worden. En de zonden
in de toekomst gepleegd, na Zijn offer-
dood aan het kruis, door hen die Zijne
liefde hadden leeren kennen, veroor-
zaakten Hem niet enkel hevige smart,
maar vervulden Zijne ziel mot tegenzin
en walging. De ongevoeligheid van
Zijne drie voornaamste leerlingen, die
geen uur met Hem konden waken,
maar sliepen, terwijl bloedig zweet
-ocr page 33-
L\'l
Hom uitbrak, stelde voor Zijn oogen de
onverschilligheid van vele Christenen
<lio Zijn lijden niet zouden herdenken
en koud Mijven voor den smaad, in
den loop der tijden Hem onophoudelijk
aangedaan. Vandaar treden in \'t vi-
sioen, waarmede Hij Margareta-Maria.
gelijk vroeger en later andere uitvor-
korenen, begenadigt, oorzaak en gevolg,
de zonde en hare straf, tegelijk op,
ton einde gevoelens van deelnemende
liefde in hun hart op te wekken.
Bovendien heeft do glorie van \'t
Verheerlijkt Lichaam den Verlosser
niet gevoelloos gemaakt. Zijn Godde*
lijk Hart is voor de boosheid der men*
schen niet onverschillig geworden. Zij
kwetst of pijnigt Hem niet, doch Hij
gevoelt er een afkeer van, die, indien
Hij nog lijden kon, Zijn doodsangst
vernieuwen zou. Verdriet, onrust, tra-
non vergezellen het gevoel van lood
als bijkomende omstandigheden. Toch
is een machtig zelfbeheer, ook bij den
-ocr page 34-
monsch op .aarde, in staat hot leedge*
voel te beperken, die omstandigheden
tegen te houden. Hoeveel moer vermag
dit de vreugde der Zaligende aanschou-
wing in den hemel ! Nochtans vermin-
dort deze Jezus\' haat togen de zonde
niet. Zij belet Hem niet te zien, welke
beleedigingen Hem toegeslingerd wor-
den, al vermogen zij niet Zijn troon
te bereiken. In plaats van pijn gevoelt
Hij eindeloos modedoogen. Geen lijden
doch ontferming beweegt Zijn Goddel ijk
Hart, en Zijne klacht heeft alleen
ten dool do zondaars tot bekeoring, do
rechtvaardigen tot hartelijker liefde
aan to sporen.
In de verschijning van 1(5 Juni 1675
beklaagt zich Onze Hoor, dat Hij tot
loon zijner liefde van de meesten enkel
verachting ontvangt.
Van de meesten verachting t
Hoe velen loochenen Zijn bestaan,
Zijne Godheid, Zijn lijden uit liefde,
Zijn zoenoffer voor onze zonden! Onder
-ocr page 35-
23
hen, hoo velen, die gedoopt worden in
Zijn Blood; die Hij van den moeder-
schoot af heeft opgevoed in Zijne Kerk.
Zijne liefde heeft geopenbaard, aan Zijn
heilig gastmaal toegelaten.
Niets dan verachting koestert voor
Hem de afvallige Christen, die als
geloofsverzaker zijn goddelijken Mees-
ter den rug keert en tot de vaan dos
vijands overloopt.
Bij ontelbaren bestaat deze verach-
ting in eene ijzige onverschilligheid:
zij weigeren het levensonderhoud voor
hunne ziel te ontvangen in de H. Com-
nuuiie; weigeren zefs met Paschen,
wanneer de Kerk, Jezus\' verontwaar-
digde Bruid, het op straffe dos doods
gebiedt. Het is, alsof zij het Joodscho
volk, dat in de woestijn met het brood
van den hemel regenend ontevreden,
de vleeschpotten van Egypte terug-
vroeg, nazeggen : „ons walgt van deze
lichte spijze!" (Num. XXI 5.)
Het afslaan van de uitnoodiging des
-ocr page 36-
24
konings om dan zijn gastmaal deel
te nemen, dewijl tijdelijk voordeel of
zinnelijk vermaak dit beletten, was
eene smadelijke beleediging, waarover
in de gelijkenis van \'t Evangelie (Matth
XIV) de koning zich verontwaardigd
toonde. Maar do volstrekte weigering
om zelfs eens in het jaar het gebod
der Kerk te vervullen; do nuttiging
van het Brood des levens, dat ons ster-
ken moet iu de gevaren der ziel, als
overbodig en onnoodig te beschouwen,
is grievende verachting. Over dozo be-
klaagt zich Onze lieer.
IV.
Jezus klaagt over heiligschennis en
oneerbiedigheid.
„jlet II. Hart", aldus schrijft Mar-
gareta Maria, „werd mij voorgesteld
als op een troon van vuur on vlam-
-ocr page 37-
25
men, gelijk eono schitterende zon, naar
alle zijden stralend, en doorzichtig als
kristal. De wonde op liet kruis ont-
vangen, was er zichtbaar. Eene door*
nenkroon omringde dit Goddelijk Hart,
en een kruis stond er hoven.
„Mijn Goddelijke Zaligmaker gaf mij
te verstaan, dat deze werktuigen van
Zijn lijden beduidden, hoe Zijne onme-
telijke liefde voor de menschon de
bron van al Zijn lijden was geweest.
Dat al die folteringen van het eerste
oogenblik Zijner menschwording voor
Hem tegenwoordig waren geweest, en
van toen af stond het kruis, om zoo
to zeggen, in Zijn Hart geplant. Van
dit uur af aanvaardde Hij alle smarten
en vernederingen, welke Zijne heilige
Monschheid gedurende Zijn sterfelijk
leven zou ondergaan, on zelfs de be-
leedigingen, waaraan Zijne liefde voor
de menschon tot aan het eind der eeu-
wen Hem in het II. Sacrament bloot-
stelde."
-ocr page 38-
2G
Do hoogste liefdegave van Jezus
Christus wordt alzoo veracht. Onthei-
ligend misbruik gaat nochtans verder
dan verachting. En wie telt het aantal
ongelukkigen. die wel liet Lichaam des
Hoeren nuttigen, doch te voren niet
hun hart door eene oprechte, rouw-
moedige biecht van grooto zonden wil-
den zuiveren. Zij vernieuwen Judas\'
verraad : met een liefdetoekon leveren
zij Jezus\' aanbiddelijk Lichaam en Bloed
aan den duivel, die over hen heor-
schappij voert. Schuldig zijn zij aan
liet Lichaam en Bloed des Heeren!
(1 Cor. XI.)
Zij kwetsen het niet, zooals de 1m>u-
len deden, „maar zij verscheuren Mijn
Hart," klaagt Jezus. Het allerheiligste
van heel Gods schepping, in welks
naam alleen, alle knieën moeten bui-
gen in den hemel, op aarde en onder
do aarde, wordt geschonden door de
aanraking van onreine handen, door
gruwelen, waarvan de herinnering
-ocr page 39-
^7
doet sidderen. Hoe menigmaal en
waar deze werken der ongo recht ig-
heid worden gepleegd, weet God alleen.
Onze Heer beklaagt zich echter niet
enkel over gruwelen. ..Betoonden mij
de menschon wederliefde." zoo luidt
Zijn woord, „Ik zou het niet tellen,
wat ik voor hen gedaan heb, maar
zij blijven ongevoelig en koud !" 0n-
eerbiedigheden,
on koelheid is Zijn loon
van eene groote menigte.
Somwijlen slaat oon niet-geloovige
in het heiligdom de Christenen gade,
geeft op hunne houding en handel-
wijze acht en getuigt: „Deze monschen
gelooven niet, dat een God waarlijk
in hun midden woont; hun gedrag
zou van eerbied blijk geven."
Hard klinkt dit oordeel. Zij geloo-
veii, maar bedenken het niet. En toch
in de tegenwoordigheid van een vorst
of vorstin dezer aarde toegelaten, heeft
de gelukkige onderdaan voor deze
enkel oog en oor. Hij spreekt op eer-
-ocr page 40-
£8
biedigcn toon, weegt zijne woorden,
laat zijne aandacht geen oogenblik
afleiden door hetgeen hem omgeeft.
Maar toegelaten, inde ontzagwekkende
tegenwoordigheid van Hem, wicn do
engelen bevend aanbidden, houdt de
Christen zich vrijwillig niet wereldsche
gedachten bezig, slaat blikken om
zich heen, .spreekt met zijns gelijken,
lacht, .schertst, verwijlt wellicht bij
schuldige voorstellingen en laat oene
onbeteugelde verbeelding vrij spel.
„ll<t huis mijns Vaders hebt gij tut
een roovershol gemaald!"
verweet
Onze Heer den Joden, Math. XXI. 8)
Welk verwijt past bij de oneerbiedig*
heid dor Christenen tegenover hot
aanbiddelijk Sacrament!
De lijst der klachten is niet ten einde.
Do moesten loonen Jezus\' liefde met
ondank door verachting, heiligschen-
nis, oneerbiedigheid; misschien vor-
mon de ongeloovigon, de grooto zon-
daars, van die moesten de meerderheid.
-ocr page 41-
29
Doch gaat de beleediging, door een
vriend of een eigen kind aangedaan,
niet veel dieper, dan wanneer zij van
een verklaarden vijand komt? Klaagt
niet de profeet David, vooruitziende,
wat de Christus lijden zal: „Indien
een vijand dit gedaan had, ik kun
het dragen, muur gij duet liet, mijn
vriend, mijn dischgenoot.\'"
(Ps. 54).
Tot Petrus, Joannes en .Tacobus, die
in het lijdensuur dos Hoeren sliepen,
klonk het zacht verwijt: „Kunt gij
geen uur met Mij waken?
(Matth. XXVI)
Wanneer echter de geloovige Christen
op Zon- of feestdag vrijwillig nalaat
de H. Mis bij te wonen, maakt dozo
zich, behalve aan overtreding van do
wet der Kerk, niet schuldig aan be-
treurenswaardige koelheid ?
Do II. Mis vertegenwoordigt Chris-
tus\' offerdood aan het kruis. Het
bloed des Verlossers vraagt op het
altaar den Hemolschen Vader verge-
ving voor onzo zonden. Het stroomt
-ocr page 42-
30
van liet altaar en wil besproeien, rei-
nigen, gelukkig, zalig maken al wie
daar nederknielen. Is het geene mee-
doogenlooze koelheid verwijderd te
blijven om eenig tijdelijk gewin of
vermaak ? Zoo gingen zij langs den
Calvarieberg het hoofd schuddende, en
keurden het Slachtoffer der zondaren
geene aandacht waard.
Hoevelen, die alleen de H. Mis bij-
wonen, wanneer zij verplicht zijn,
blijven afwezig, zoolang geen gebod
hen drijft! Hen allen, die zonder
oenigszins de bijzondere plichten van
hun staat te krenken, dagelijks de H.
Mis bij konden wonen en het niet
doen, moet het verwijt van koelheid trof-
fen. IJdel is do verontschuldiging: \'t
is geen noodzakelijkheid. Alsof liefde
dwang behoefde, om getrokken te wor-
den naar den beminde.
Buiten de II. Mis verblijft Onze Heer
in het tabernakel, Zijne woontonte on-
der demenschen. Hij toeft daar den gan-
-ocr page 43-
31
Scheil dag, tien hooien nacht, menig*
malen plechtig tentoongesteld ter
aanbidding. Stroomen de aanbidders
toe ? Mild ia het Hart van Jezus toor
allen, die het aanroepen.
Stijgen de
smeekingen van velen tot Hem op ?
Is de toevlood groot, als dio der ar-
mon tot een vrijgevigen rijke ? Er
wordt zooveel geleden op aarde en go-
weend! Hier is Zijn Hart, de bron
van <dle re rt roost in <j.
Komen de bo-
droefdon, de elders ongetroost wegge*
zondonon, putton uit deze Bron ? Hot
antwoord geeft Unze Heer zelf in Zij-
ne weemoedigo klacht aan Margareta-
Maria: „Ik brand van verlangen om
in het H. Sacrament vereerd te wor-
den, en Ik vind bijna niemand, dio
door wederliefde aan dit verlangen
voldoet, Mij eenige lafenis bied."
Schaars bezet is het heiligdom, mees-
tal lodig. De monschen bozoekon hunne
vrienden, toonon dozen hunne hartolijk-
heid, voor Jezus zijn zij koel en on-
-ocr page 44-
32
cerschüliy. Dit grieft Hem diep.
Maar ziet, Zijne getrouwen naderen
tot de II. Tafel. Geene verplichting
drijft hen ; zij komen op \'Zijne uitnoo*
diging alleen. De mensch ziet echter
enkel het uiterlijke, Jezus Christus
doorschouwt het hart. Zijn deze har-
ten voorbereid op Zijne komst ? Indien
zij \'t niet waren ; indien ijdelheid.
hoovaardij, zelfzucht, zinnelijke geh.>cht-
heid, afkeer van den naaste en wre-
vel daar gelijk onkruid welig opgroei*
den; indien deze ernstige gebreken
met-noemenswaarde beuzelingen wer-
den geacht; indien geen verlangen om
dezo onreinheid uit de ziel te verwijde*
ren hen tot oprecht gemeend leedwe-
zen heeft gestemd ; — heeft onze Heer
dan geen recht te kingen over koel-
heid,
die Zijne liefde in \'t II. >Saera-
mellt vergeldt ?
Getuigen niet die vele vrijwillige du-
gelijksche zonden, vo ir welke Onze
Heer in den hof van Olijven Zijn bloe-
-ocr page 45-
M
dig zweet vergoot, van onhartelijkhohl
voor Hem ? O, dat de Christenen Hem
met bijna enkel ondankbaarheid loo-
nen, grieft Hem pijnelijker dan het lij-
den door de beulen Hem aangedaan.
Proef de bitterheid, die mijn Hart over-
stelpt," luidt Zijne bede ; „besproei met
uwe tranen do onverschillige harten,
die Ik voor mij had uitgekozen l"
Zijn deze klachten ongegrond \'? Heeft
onze Heer alleen den tijd bedoeld,
waarin Hij sprak ? Kunnen wij niet
de hand op het hart getuigen; aan
dit alles zijn wij onschuldig Heer!
V.
.Tozns Christus vraagt wederliefde.
y . , T~
i ndien de nienschen Mij slechts een
weinig wederliefde bewijzen wilden»
zou Ik alles, wat Ik voor hen gedaan
-ocr page 46-
;;i
hol), weinig achten on indion zulks
mogelijk ware nog meer voor hen
doen."
Dozo roerende klacht des Heeron
herinnert ons het karakter der mach-
tigo liefde, in het Hooglied aangege-
ven: „Wanneer de mensch al het zijne
gegeven heeft, zal het hem voorkomen,
dat hij nog niets heeft gedaan".
(Cant.
VII.)
Waarin bestaat dan de wederliefde,
die Christus van ons vraagt ? „Indien
iemand Mij bemint",
verklaarde Hij
zelf in \'t laatste avondmaal, en do
H. Joannes heeft dit woord geboekt
— „zal hij Mijn woord onderhouden,
en Mijn Vader zal hem lieftiebben, en
Wij zullen tot hem komen en Ons ver-
blijf bij hem vestigen. Du\' Mij niet bemint,
onderhoudt Mijne woorden niet."
(Jo.
XIV. 23. 24.)
In de onderhouding van Gods wet
bestaat alzoo de liofdo. Ik heb Hom
lief, daarom volbreng ik Zijn wil, nu
-ocr page 47-
••):.
bon ik Hem aangenaam, welgevallig.
Mijne ziel gelijkt een kostbare pa-
rel, is in Gods oog bekoorlijk als eene
welbeminde bruid, trekt Hem aan
door eene wonderbare schoonheid.
Wie éen gebod overtreedt in een go-
wicbtig punt, verliest deze schoonheid ;
van deze ziel walgt God, zij is als een
kind, dat in moedwillig verzet tegen
zijn vader, de hand opheft om hem
te slaan. Vijand van Jezus Christus
is hij. dio groote zonde bedrijft. Gelijk
het Joodsche volk gaf hij de voor-
keur aan Barabbas boven Jezus. Luide
riep zijn drift: Geef mij liever de vol-
doening van mijn hartstocht ; niet
Hom, niet Hem!" Ontsteld als eens
Pilatus, vroeg het geweten toen : „Wat
zal ik dan doen met Jezus *?" Do harts-
tocht antwoordt: „Hij moot weg, Hij
moot sterven!" — Welk kwaad heeft
Hij dan gedaan *?" — „Om het even,
Hij moet aan \'t kruis, Hij moet ster-
ven ? Wij willen niet, dat Hij over
-ocr page 48-
86
ons regeere!" Het geweten bezwijkt
geeft toe, en de Christen kruisigt .Te-
zus Christus in zijn gemoed opnieuw;
wordt schuldig aan Godsmoord.
Maar nu is hij zijn eigen moordenaar
tevens. Gods vriendschap, waardoor
alleen zijne ziel leefde, heeft hij vrij-
willig verworpen. Hij is voor God een
doode. Nu kan hij Jezus Christus niet
beminnen, want daartoe is noodig,
dat hij leeft. Al sprak hij nu de talon
van menschen en engelen, hij geeft
alleen klank, gelijk een stuk koper of
eene schel, die luidt. Al deelde hij
zijne bezittingen uit tot spijze voor de
armen, het haat hem niets, hij is niets;
(I Cor. XIII.) zonder de liefde tot
God is hij dood, een lijk, in staat
van bedorf. Hij kan niet meer herle»
ven, zonder een wonder van Gods al-
macht en barmhartigheid. Wanneer
Gods hand dit wonder zijnor opwekking
begint te werken, komt hij tot besef
van \'t geen hij misdeed ; in zijn hart
-ocr page 49-
••;:
welt berouw op over zijn woord, werk
of gedachte tegen den Wil van God ;
hij staat als de gestorven Lazarus uit
het graf zijner zonde op en werpt zich
weenende aan de voeten des Zalig*
makers; belijdt in \'t II. Sacrament
van boetvaardigheid zijne schuld en
belooft beterschap. Xu leeft hij weder;
het witte kleed, in Jezus\' bloed ge-
reinigd, dekt hem opnieuw ; nnn zijn
vinger blinkt de ring, die getuigt, dat
hij kind is van God, broeder van
Jezus Christus, en zijne herleving
wekt vreugde en gejuich in zijn eigen
hart, in Gods Kerk en bij de engelen
in den hemel.
Nu bewijst hij wederliefde aan Je-
zus Christus. Dezo acht het weinig,
wat Hij voor hem deed; zou indien
\'t mogelijk ware, nog meer willen doen.
Geroerd door zooveel liefde, zal nu de
teruggekeerde, gelijk hij die Jezus
Christus hartelijk bemint, niet enkel
diens geboden in zaken van hethoog-
-ocr page 50-
38
ste gewicht onderhouden, maar zelfs
in punten van minder groot belang.
Do vurige en do oprecht dankbare
beiden vragen niet: staat op do ovor-
treding van dit gebod de straf dei-
bel ? Verlies ik bet leven der ziel
wederom, indien ik bier misdoe *? Zij
vragen: mishaagt het God, wanneer
ik Zijnen Naam ijdel neem, of in eene
geringe mate de naastenliefde krenk?
God beleedigen willen zij niet, tegen
geen prijs God mishagen. Hier is de
liefde tot God, glanzend als gepolijst
goud, schitterend als edelsteen, gezui-
verd van al wat vroeger den glans
bedekte.
Zoo menigmaal Jezus Cbristus mij
vraagt: „Mijn kind, geef Mg uw hart!"
bedoelt Hij dezo liefde. Wie Hem deze
toedraagt, geeft zijn hart aan God.
..Wandelt in de liefde", vermaant de
apostel, (Epbes. V. 2) zoouh Christus
ons /leeft bemind, toen Hij zichzelr
ven voor ons yuf tot eene opdracht
-ocr page 51-
39
en een offer aan God van zotten
geur."
Hij stond voor mij zichzelveu
af; ik zoek Hem to behagen on sta
mijn eigen wil af, mijn belang. Zijn
welbehagen moet ik willen ten koste
van het mijne; dan bemin ik Hem
waarlijk en oprecht.
Zoeken echter de meesten hun eigen
belang, niet de belangen n Jezus
Christus,
(IlPhil. II. 20.) zoo bestaat
er bij deze geen wederkeerigheid in de
liefde. De mensch, die zich tevreden
stelt geene zonde te bedrijven, welke
Gods liefde wegneemt en do ziel van
haar leven berooft, bezit nog liefde,
leeft in staat van genade; doch lauw
is dit hart, en deze liefde koel. „Geef
„Mij uu> hart, plaats Mijn hart als een
„zegel op het uwe",
(Cant. VIII. 6),
beduidt alleen : laat ons trouwe vrion-
den zijn; noem Mijne belangen tor harte,
dan draag Ik zorg voor de uwe. Dit
heet „wonen in hot Hart van Jezus,
dat het huis der goddelijke liefde is.
-ocr page 52-
•10
Daar is het zoet rusten. De hongerige
vindt hier hemelsch voedsel, de dor-
stigo drinkt aan de bron des heils;
uit het midden van het Paradijs stroomt
dezo bron langs allo zijden de harten
der geloovigen in. De wond van Jezus\'
heilige Zijde is de ingang der ark; wie
daar binnengaan, komen niet in den
zondvloed om." (Lansperg, Hom. 54
de jxiitnioiie.)
VI.
Jezus vraagt eeno liefde, die zich
door daden toont.
„Ik wil leven" getuigde de gelukza-
lige Morgareta-Maria, „als een onbe-
zorgd kind in hot Hart van mijn goe-
den Vader; Hem laten begaan on be-
schikken over mij naar Zijn welbeha-
gen.. .. Want Hij heeft mij geleerd,
dat Hij altoos voor me zorg zou dra-
-ocr page 53-
II
gen, zoolang ik mij geheel aan Hem
overliet.
..Dikwijls was ik ontrouw in dit op-
zicht, en dan kwam, wat ik verlangde,
altoos verkeerd uit. Nu leg ik mij
er op toe, te doen, wat Hij mo zoo
menigmaal gezegd heeft : „Laat Mij
hegaan
/"
Wie Jezus Christus waarlijk liefheeft,
vindt zijne vreugde in de eer, die Hom
wordt aangedaan. Hij zou die willen
verduizendvoudigen en wenseht, dat
zijn Hart heter gekend en meer bemind
worde. Voelde reeds de profeet zijn hart
en heel zijn wezen van vreugde trillen ;
(Ps. 80.) hoe zou do Christen zijne blijd-
schap voor God verborgen houden ? Hij
zal den Heer belijden uit geheel zijn
hart; hij zal tot Hem sproken, hoezeer
hij maar stof en assche is; zijn hart tot
Hem opheffen in den morgenstond.
Zoo lang hij leeft, zal\'s Hoeren lof niet
wijken van zijne lippen, want hot Hart
van Jezus, waarin alle volheid der Godheid
-ocr page 54-
I-J
troont, dit Hort ra» goedheid en liefde
overvloeiend, is (dien lof overwaard.
In
tlo stille eenzaamheid zal het dankbare
hart overdenken, hoe Jezus\' hart eono
peillooze diepte van alle deugden is; hoe
daarin alle rijkdommen zijn van wijsheid
en kennis;
hoe in dit hart de Vader
zijn welbehagen gevonden heeft,
en de
oud vaders, die door hun machtig geloof
in den Verlosser als heuvelen hoven de
menschheid uitrezen, eeuwen te voren
verlangend naar dit Hart hebhen uitge-
zien.
En toch mag de ware liefde niet in
lofbetuiging en hartelijke waardecring
alleen bestaan; deH. Joannes vermaant
ons: niet slechts in ivoorden te beminnen,
doch in daden en waarheid.
(I Jo.
III, 18.)
Wie bemint, zoekt het bijzijn des
geliefden, on wie hot Hart des Ver-
lossers, die schatkamer van liefde, binnon-
gaat, gevoelt zich opgewekt tot daden,
die getuigen, dat hij over dezo schatten
-ocr page 55-
13
vrij beschikken mug. Hij verzucht met
den H. Bernardus: „Nu ik uw Hart,
dat ik tevens het mijne mag noemen,
gevonden heb, o allerzoetste Jezus, zal
ik tot U, mijn God. bidden; laat mijne
gebeden toe in dit heiligdom uwer
verhooring, ja, trek mij geheel in uw
Hart. O Jezus, die in schoonheid alles
wat de oogen trekt, te boven gaat,
reinig mij meer en meer van alle
ongerechtigheid en zuiver mij van mijne
zonden, dat ik door U gereinigd, tot U,
Allerreinste, naderen moge en wonen
in Uw Hart allo dagen mijns levens !"
Doch met Bernardus gaat hij voort:
„opdat ik uwen uil kenne en voJbrengeP\'
Dit is het groote werk, waardoor alle
liefde zich toont.
Liefde is niet met bijzijn tevreden,
maar geeft ook, ontziet moeite noch
arbeid, offert, staat af, wat zij bezit.
,.Hoog is de liefde van Jezus", zegt
Thoin. a Kom nis, (III. 5.) zij scoort
aan tot het ondernemen van stoute
-ocr page 56-
11
dingen en wekt op om altijd hoogere
volmaaktheid te verlangen." Zoo zal
do vriend van Jezus volbrengen, al wat
diens Hart begeert, vraagt en aanraadt.
Of het zwaar valt. lang duurt, inspan*
ning kost. hij doet het uit liefde, om
Hem te behagen alleen.
Deze bedoeling is de tooverstaf, die
alles, ook de meest gewone, zelfs on-
vorniijdelijke handelingen verheft, adelt,
in zuiver goud van liefde verkeert.
„Wonderbaar zijn de uitwerkselen
dezer liefde. Wie niet bereid is alles
te ondergaan om zich naar den wil des
beminden te voegen, verdient geen ware
minnaar te heeten. Wie bemint, moet
al wat hard en bitter is, om den be-
minde gaarne tot zich nemen; om geen
toevalligen tegenspoed mag hij ooit van
hem heengaan." III. 5. „De grootste
liefde",
getuigt onze Heer zelf, „heeft
hij, die voor zijne vrienden zijn leren
geeft."
(Jo. XV. 13.) En van den be-
keerden Saulus sprak de Heer tot Ana-
-ocr page 57-
i:.
nias : „Ik zal hem toonen, hoeveel
hij om Mijnen naam lijdt-ti moet. (Act.
IX. 16.) Zoo koos liet Hart van
Jezus Margareta-Maria uit om Zijn
slachtoffer te worden. Haar had Hij
bestemd om den gloed Zijner liefde
mee do deelen aan do harten der men-
schen. Dezo taak zal haar te staan
komen op tegenspraak, beschaming
en vernedering. Hij verschijnt haar
on spreekt: „Ik zoek iemand, die zich
wil opofferen voor mijn Hart, een slacht"
offer, dat zich ten koste van alles wijden
wil aan do uitvoering Mijner plannen."
In \'t besef van Christus\' ontzagwek-
kendo Majesteit, wierp Margareta-Maria
zich bevend aan diens voeten neder
on stelde Hem heiliger zielen voor,
dio getrouw Zijne plannen zouden uit»
werken, „Ik wil goen ander dan u,"
hernam Hij, „en daarom hel) Ik u uit»
gekozen."
Bevreesd nochtans, dat Gods buiten»
gemeeno gunsten haar den eenvoudigen
-ocr page 58-
IC,
geest harer orde zouden doen verliezen,
wederstond Margareta-Maria lang aan
do ingevingen des Hoeren; doch alles
bleek te vergeefs. Hij gunde haar geeno
rust, totdat zij gehoorzaam zich had
aangeboden, tot al wat Hij verlangen
zou, te weten: dat zij gewillig pp zich
nam alle soort van vernedering, tegen-
spraak en verachting, zonder ander
vooruitzicht dan het verwezenlijken
Zijner bedoeling.
Eens, dat Hij haar duidelijk te ver-
staan gaf: „Ik wil mij van u bedienen
als werktuig om de harten tot Mijne
liefde te trekken," antwoordde zij: „Mijn
God, ik begrijp niet, hoe dit geschie-
den kan!"
Hij hernam: „Door mijne almacht,
die alles uit niets heeft gemaakt. Ver-
geet nooit, dat gij uit uzelve niets
zijt, en nu een slaclitoffer Mijns Harten,
altoos gereed ter wille van de liefde
te worden opgedragen."
Margareta-Maria heeft hare moeilijke
-ocr page 59-
t:
taak volbracht. Smaad en vernedering
heeft zij op zich genomen, om \'s Heeren
wil uit te voeren.
Zoo heeft ook ieder Christen de taak
Jezus\' liefde te doen regeeren in zijn
oigen hart, ondanks allo verzet onzer
bedorven natuur. Hij moet Jezus mees-
ter laten over zichzelven, hoe ook
wereld en duivel hem daarin bemoei-
lijken. In dezen strijd toont zich
onze liefde voor Christus.
Deze moed getuigt, dat ons hart voor
Hem klopt, en Hij zal Zijn liefdevol
plan in ons uitvoeren on, „heerschen
ondanks Zijne vijanden."
Drie middelen liggen in ons hereik
om deze liefde tot Jezus Christus in
ons op te wekken, te bewaren on to
vorgrooton. Ten eersto HET GEBED. Wio
dit vraagt, verkrijgt; wie klopt, ziet
do deur open gaan; want geen ander
gebed komt zoozeer overeen met den
wonsch van Jezus\' Hart, dat bemind
wil worden. „Geef mij U meer te be
-ocr page 60-
IS
minnen, o Hoer!" is Hem \'t aange-
naamsto aller gebeden en wordt altoos
verhoord.
Dan komt DE OEFENING. Wij kunnen
ons gewoon maken aan God kleine
offers te brengen. Onszelven in \'t
gewone leven kleine voldoeningen ont-
zeggen om Zijnentwil, staat gelijk met
liet plukken van geurige bloemen, die
wij Hom uit liefde aanbieden.
Eindelijk kunnen wij xahknkkx over
de liefde, die Jezus Christus ons bewezen
heeft in de kribbe, aan het kruis, op het
altaar, en voortdurend bewijst in het
II. Sacrament des altaars, waar Hij bij
ons blijft, zich aan ons geeft, zich voor
ons opdraagt. De gedachtenis zijner
weldaden kan niet anders dan ons aan-
sporen tot dank en wederliefde; daarom
schrijft de II. Joannes: I/titto)tx dan God
beminnen, want God heeft ons het remt
bemind. (1.
JoIV. 19.)
-ocr page 61-
13
VII.
Jezus vraagt oerherstelliiig.
ndermaal sprak Hij van Zijne
liefde voor de monschen, die Hem niet
bijna enkel ondank beloonden. Dit deed
Hem pijnlijker aan dan de smarten,
in Zijn bitter Lijden gedragen. Hij
vroeg me: „Gij ten minste, vul aan, wat
zij te kort komen, zooveel gij kunt."
„Hoe kan ik het Heer ? Ik ben zoo
nietig en zwak.
„Ziedaar, nu kunt gij *?" En Hij ont-
stak op eens een zoo feilen gloed in
haar hart, dat zij meende te sterven
en bad: „spaar me Heer, ik ben
mensch!"
Wie God bemint, wil Hem geloofd,
geprezen en bemind zien ; toont zijne
liefde, door alles wat in zijne macht
-ocr page 62-
50
staat, te doen voor God. Maar vrienden
dooien lief en leed te zamen. Wat de
een lijdt» voelt de ander als zijn eigen
loed. Nn beklaagt onze Heer zich niet
enkel over gemis aan wederliefde, maar
over ondankbaarheid en grievende bo-
jegening in Zijn H. Sacrament. Voor
deze vraagt Hij vergoeding, eerboete,
eerherstel.
Onder alle verschijningen, met welke
Onze lieer Zijne uitverkoren bruid
Margareta-Maria begenadigd heeft,
treedt geene andere zoo op den voor-
grond, als die van 16 Juni 1675, toen
zij alleen, achter het koorhek der kloos-
terkape.. voor het H. Sacrament lag
nedergeknield. „Jezus verscheen haar
en toonde Zijn Goddelijk Hart in do
geopende borst, brandend on met door-
nen omwonden, en gelastte haar zorg
te dragen, dat om zoo groote liefde
te vergelden, en tot herstelling der
b beëdigingen van ondankbare men-
schoii, eene openlijke vereering aan
-ocr page 63-
51
Zijn Hart zou worden gebracht." (Kerk.
Getijden.)
Hier wederom de bode, telkens door
Onzen Heer herhaald: „Gij ton minste
vul aan, wat de anderen te kort ko-
nien. zooveel gij ?t vermoogt."
Dit is derhalve eerherateüing.
De mensch wordt door grievend leed
geschokt. Een vriend is hem ontrouw
geworden, heeft hein teleurgesteld,
smadelijk bejegend, eene bloedende
wond geslagen in zijn hart. Hij be-
klaagt zich bij een anderen vriend,
stort zijn hart uit. Deze voelt zich ge-
troffen ; drukt de hand van den ge-
slagene en ziet hem aan met een blik,
die al bleven de lippen zwijgen, hem
verzekert: „Ik voel met u mede. Ik zou
het ongedaan willen maken, wat u is
geschied, dat weet gij.... maar wat ik
kan, zal ik doen, reken op mijne trouw.
Ik zal trachten u te doen vergeten,
wat hij u misdaan heeft.\'\' Zoo omhelst
eene dochter hare snikkende moeder,
-ocr page 64-
E 2
wier kiinl van haar is heengegaan: „Ik
zal nooit van u weggaan : ik blijf bij
U, wees getroost."
Druppelt hier geen balsem in de
open wond *? Vriendschap en kinder*
liefde brengen troost in de smart.
„Troost", zegt de II. Thomas, „is de
verkwikking, die het leed bedaren doet."
Het Hart van Jezus stelt ons op
dezelfde wijs niet enkel de liefde voor,
die Hij ons toedraagt en op waardee*
ring en wederliefde aanspraak doet
gelden, doch bovenal Zijne versmade
liefde, \'t Is een Hart verbrijzeld om
onze misdaden, gehoorzaam geworden tot
den dood, met eene lans doorstoken, een
zoenoffer voor onze zonden,
maar bij en
ondanks dit alles verzadigd met versma-
dingen.
Daarom toont Hij niet slechts
een vlammend Hart, dat bemint, maar
een gewond en bloedend Hart, om-
wonden met de doornenkrans der men-
schelijke ondankbaarheden. Zoo vraagt
liet wederliefde, die aan de Zijno be-
-ocr page 65-
53
antwoordt, smart, die ons beweegt om
te vergoeden, wat do wreedheid der
menschen Hem lijdon doet.
De ware vereering van het Godde-
lijk Hart, vervult alzoo alle ei.schen
der liefde. Zij houdt zich met den
Beminde bezig, want kostbaar boven
alles is haar Zijne teijenwuordigheid. Zij
spoort tot werken, tot groote daden voor
Hem. Maar Zijn lijden wordt ook het
hare, zij is ontroostbaar over het on-
recht Hem aangedaan; zij beproeft het
Hem te vergoeden; daarin te slagen,
acht zij haar hoogste geluk.
Eene aanzienlijke vrouw, door de
Christelijke overlevering Yeronica
genaamd, snelde in deze stemming Jezus
to gemoet op zijn tocht naar den Cal-
varieberg. Als een lam ging Hij ter
slachtbank zonder den mond te openen.
Hij zwoegde on wankelde onder den
last van het verachte kruis. Zijn hoofd
droeg een scherpe doornenkroon ; Zijn
gelaat was door kaakslagen gezwollen,
-ocr page 66-
51
bespuwd en geheel van bloed bedropen,
tot ftfschuwwokkons toe; een melaat-
sche geleek Hij. geen mensch.
Voronica let op geen spottende schare,
op geen terugwijzenden soldaat, maar
droogt met haar linnen doek het (ïod-
delijk Aanschijn af\'. Hare hand is zacht
en zorgzaam als dio eener zuster.
Hoe welkom is Hem de verkwikking,
die zij biedt! Wat Hij niemand ooit
gaf, schonk Hij haar — \'t was ook \'t
eenige. wat Hem nog bleef\' te geven :
Zijne beeltenis, duurzaam in haar doek!
Gedachtenis van hetgeon Hij uit liefde
voor haar leed, gedachtenis, hoe zij
Hem hare liefde toonde.
Op Zijn kruisweg heeft Onze Heer
evenwel achter en naast Voronica
Margareta-Maria gezien met do schare
zijner vereerders, die van haar ver-
namen, dat Jezus Christus nog troost
en vergoeding vraagt voor het schan-
delijk onrecht, Hem voortdurend aan-
gedaan. Dat gezicht was Hem eene
-ocr page 67-
.).)
verzachting, daarom lint Hij Zijne
beeltenis onuitwischbaar blijven in
dien doek voor alle geslachten der
aarde. En kan nu in den hemel geono
smart Hom meer ontroeren, voor
vreugde is Hij altoos gevoelig, onze
eerherstelling verblijdt zijn Goddelijk
Hart.
Drie redenen moeten ons bewegen,
om het verhingen des Heeren te vol-
doen en ons te beijveren tot aanvul*
ling van het ontzettend te kort, waar-
over Zijne liefde klaagt.
Eerst de billijkheid. Wie is er zonder
schuld en heeft zich tegenover Jezus
Christus in het H. Sacrament niets te
verwijten? Onbillijk ware het de her-
stelling van het Jezus aangedane on-
recht aan enkele vromen over te laten,
of te beweren, dat deze teedere gods-
vrucht eigenaardiger aantrekkelijk-
heid voor de vrouw bezit. Zijne
schulden voldoen is de hoogst eigen-
aardige plicht van dengene, die ze
-ocr page 68-
CG
gemaakt heeft, \'t zij clan mail of
vrouw.
De naastenliefde komt na de billijk"
heid. Alle Christenen zijn broeders en
zusters, kinderen van een huisgezin,
Welks Vader in den hemel woont.
Velen onzer medechristenen zijn zóo-
ver afgedwaald, dat zij den eisch der
billijkheid niet meer verstaan, veel
minder voldoen. Ontelbaren gaan ge-
heel op in de ijdele dingen der aarde en
hebhen den leugen lief. Niettemin be-
hooren zij tot onze naasten , want
Onze Verlosser heeft alles gedaan om
hou zalig te maken. Velen van dezen
zijn ons dierbaar, hun eeuwig heil
gaat ons ter harte. Voor hen moeten
wij opkomen, en naar \'t woord van
Paulus elkanders lasten drayen om
zóó de wet te vervullen van Christus,
(Galat. VI. 2.) die bij het heengaan
van deze wereld ons op het gemoed
heeft gedrukt: „Bemint elkander, gelijk
Ik u bemind héb,"
(Jo. XIII.) De ware
-ocr page 69-
6 i
liefde wil het geluk des naasten, be-
vordert het naar best vermogen. Dit
nu doen wij, wanneer wij voor onzen
naaste vergiffenis afsmeekon, trachten
aan te vullen, waarin hij te kort schiet.
Deze liefde is het eenigo teeken, waar*
aan de wereld ons erkennen moet
als leerlingen van Christus. (Joh. XIV.)
Nochtans, indien ook alle beweegrede*
nen ons ontbraken, moet de liefde ran
Christus ons dryven.
(2 Cor. V.) Hij
vraagt het, Hij dringt er op aan, Hij
wil onze eerherstelling, en Hij wordt
niet bemind!
Zoo klaagde en jammerde
reeds de II. Franciscus van Assisi.
Simeon had reeds voorspold: Hij is
gesteld tot een teekon van tegenspraak.
(Luc. II, 34.) Hoeveion, dio Hem niet
kennen, hoevolen, die Hom verlooche*
nen ! Hoe groot de menigte, dio Hem
vergeet ; die in de bruiloftzaal zijner
kerk komen zonder bruiloftskleed ; dio
zichzelven zoeken en hun tijdelijk
voordeel boven Hem stellen. Zelfs
-ocr page 70-
r„s
onder de zijnen, de (rouwe leerl\'ngen,
hoevelen, die geen enkel uur met II(<m
willen waken, wier koelheid en on-
verschilligheid Hem pijnlijker grieft,
dun ui wat Hij in de macht derdui.v
terilis geledon heeft!
VIII.
Jezus wijst zelf deze eerherstel*
liii.ü aan.
„Daarom vraag Ik van u, dat do
eerste Vrijdag na het octaaf van \'t
H. Sacrament gewijd worde aan eeno
bijzondere viering om mijn Hart te
eeren door de Communie op dien dag ;
en Ik vraag eene eereboeto ter ver-
goeding van de onwaardige bejego-
ningen, welke mijn Hart ondergaan
heeft, zoolang het uitgesteld is op de
altaren."
Het staat alzoo vast. wij hebben
-ocr page 71-
59
ten opzichte van onzon Hoor alle
trappen van ondankbaarheid doorloo*
pon. Weldaden, die Hij aanbood zijn
geweigerd, vaak met minachting. An-
tieren zijn achteloos on zonder waar*
deering \'ontvangen, enkelen ontzettend
misbruikt; op alle wijzen Ls Hij ge-
hoond en beleedigd. Dit moet Hem
op vele wijzen goedgemaakt on her-
steld worden. Waar te beginnen en
hoe"? Wat moeten wij doen ? Hijzelf
gewaardigt zich do middelen aan te
geven.
De eerste daad van sehadeloosstel-
ling is liet jaarlijksch feest van Zijn
Goddelijk Hart,
dat nu in do Katho-
lieke Kerk in de rij der feesten van
den eersten rang is opgenomen, \'t Is
eon feest, waarop wij dankbaar juichen
mot Isaïas (XII): Zie kier is God, mijn
Zaligmaker! Vertrouwelijk zal ik nu
met Hem omgaan en niet vreezen, want
mijne sterkte en mijn lof is de Heer, on
Hij is mij ten Heil geworden. Blijde zult
-ocr page 72-
RO
;/ij wateren putten uit de bronnen des
Zaligmakers,"
Doch de grondtoon klinkt weemoo-
dig, gelijk Voronica\'s hulde op den
kruisweg. Keiijk de klacht vanDavid:
Afijn hart heeft smaad verwacht en
eUende, en
/\'• zag uit naar een, die
deelen sou in mijne droefheid, en hij
tras er niet, die mij zon troosten en
ik Vond niemand."
(Ps. 68 v 29.) En
Joannes, die ooggetuige was, verkon*
digt, hoe het llurt run Jezus aan het
kruis, met een lans doorstoken,
bloed en
water heeft uitgestort. (Jo. XIX.)
Do priester hid de getijden van \'t
II. Hart, waar heel do Christenwereld
in wordt uitgenoodigd, om Christus,
die voor ons geleden heeft, te aanbid\'
den.
De hijmno zingt vol weemoed
van de vermetele on wreode bende
onzer driften, die het onschuldige Hart
met wond op wond overdekt heeft.
Zulk een loon had God niet verdiend !
Onder het auubiddelijk offer, door den
-ocr page 73-
61
priester opgedragen, naderen de ge-
trouwen des Hecren; zij luisteren
naar de klacht der Versmade Liefde
en nemen Hem eerbiedig op in hun
hart, van zonden zuiver, en verklaren
dan in Zijne aanbiddehjke tegenwoor-
digheid openlijk, dat het onrecht Hem
aangedaan, hun innig leed is, dat zij
dit herstellen willen en Hem toebe-
hooren in leven en sterven.
Zelfs de dag der viering van deze
plechtigheid is door Christus aangewe*
zen : Vrijdwj, waarop de Heer aan \'t
kruis gestorven, en Zijn Hart door-
boord is, daags na \'t octaaf van \'t H.
Sacrament.
In de XIII eeuw gaf Onze Heer
aan eene Hem toogewijde maagd, Ju-
liana de Cornillon, te verstaan, dat
Hij een afzonderlijken vierdag voor
\'t geheim Zijner hoogste liefde wonsch-
te. Een feest van acht dagen moest
ingesteld op den Donderdag, die \'t oc-
taaf van Pinksteren volgde. Dan moest
-ocr page 74-
62
Hij door do menschen verhoven wor*
don, die om wille van de menschen
de gedaante van Brood had aangeno-
men. Wanneer dan de H. Hostie op
de handen des priesters in zegetocht
werd rondgedragen, zou de Kerk harer
Zaligmaker prijzen, haren Leidsman en
Herder met lied en lofgezang. Zoo ge-
schiedde. Doch in den loop der eeuwon
gingen nijdige stemmen op; hier en
daar verzwakte het onderbroken lied ;
op enkele plaatsen werd het slechts
fluisterend vernomen, maar smaad en
oneer stegen tot een vloed van wilde
golven. Zijne liefde werd vergeten,
miskend ; Zijne weldaden niet geteld,
maar in \'t H. Sacrament des Altaars,
waar de liefde van Zijn Hart het schit*
terendst zich openbaarde, worden koel*
heid en verguizing Zijn loon. Ware
dit uitsluitend van de zijde Zijner ha-
ters gekomen, Hij zou het zwijgend ge-
dragen hebben, (Ps. 54) nu het even-
wel van zijne vrienden kwam, opent
-ocr page 75-
63
Ilij den mond tot eeno klacht hij Mar»
gareta-Maria en eischt daags na de
sluiting van het achtdaagsche feest Zijner
liefde
oene schadeloosstelling voor Zijn
Hart. „Gij ten minste, vul het te kort
uwer medechristenen aan.
Doch is deze aanvulling in hare
macht ? De liefde vraagt altoos vereo-
niging. Om met den mensch éen te
kunnen worden, geeft de Zoon Gods
Zijn Vleesch en Bloed, onder de ge-
daanten van Brood en Wijn, tot spijs
en drank. Dit is de allerinnigste ver-
eeniging, die gedacht kan worden.
Wanneer Hij, verhorgen in het Ta-
hernakel, den balling in dit tranendal
opwacht om dezen te troosten on zijn
leed te helpen dragen, dan blijft er
nog afstand tusschen hen beiden. De
Goddelijke Trooster zit in Zijn eenza-
men kerker, de bedroefde knielt voor
do gesloten deur, of aanschouwt Hem
onder de gedaante van Brood.
Bij het hoogheilig offer der Mis wordt
-ocr page 76-
lil
de Zoon dos Vadera het Lam Gods, dat de
zonden der wereld wegneemt en, door
Zijn geheimzinnig sterven op het al-
taar, den vertoornden God voor ons
vergeving vraagt. Groote afstand be-
staat er dan tussehen den zondigen
mensch en den Goddelijken Offeraar.
Wanneer wij echter, gehoor gevend
aan de dringende nitnoodiging des Hee-
ren: „Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam!"
in de H. Communie Hom ontvangen,
dan houdt alle afstand op, (H. Thomas)
alle scheiding valt weg, wij worden
een met Hem. Hij blijft in ons, wij
blijven in Hem, want Hij komt, opdat
wij loven van Zijn leven. (Jo. VI.)
Een welkom onthaal maakt menige
afwijzing goed ; hartelijke bejegening,
juichende blijdschap bij Zijne komst
stellen Hem eonigszins schadeloos voor
koele en onverschillige ontvangst van
vele anderen. Daarom vraagt de Heer
eeno H. Communie op dien feestdag.
Zij moet goed maken do heiligschon-
-ocr page 77-
r,r,
nissen en afwijzingen van geheel een
jaar.
Welke zelfbeproeving behoort hier
nochtans vooraf te gaan ? Voor mijn
eigen te kort en dat mijner mede-
christenen ga ik Jezus Christus vol-
doening brengen! Hoe voegt mij op-
recht leedwezen over mijno eigene
koelheid ! Wanneer ik naderen wil om
vergeving af te smeeken en scbado
loosstelling te bieden, welke reinheid
van gemoed, welk berouw over mijno
zonden passen mij ! Met welken oot-
moed en ernstig verlangen behoor ik
mij voor te bereiden tot deze Commu-
nie, die zoo vele lauwe en slechte
Communien vergoeden moet!
Indien echter de ondankbaarheid der
monschen en hunne versmading van
\'s Heeren liefde tot zulk eene hoogte
stijgen, dat het Hart van Jezus, gtduldig
en rijk aan barmhartigheid,
nochtans
klaagt, kan dan één feestdag in \'t jaar,
al zou heel de wereld Jezus\' wensch
-ocr page 78-
(\')(i
voldoen on eerboete brengen, wel vol-
staan ?
Neen, volstaan niet, onmogelijk. Tocli
is bet eene vergoeding voor Zijn Hart,
dat over geheel de aarde, voor elk
Tabernakel, betuigingen van leedwezen
over bet gepleegde onrecht opgaan,
vurige Communiën geschieden, kortom
een eerherstellingsdag wordt gehouden.
Van Zijne getrouwen durft Onzo
Verlosser nochtans meer verlangen.
„Mijn Goddelijke Zaligmaker," schrijft
Margareta-Maria, „gelastte mij tot de
H. Tafel te naderen op den eersten
Vrijdag
eiker maand, om naar mijn
vermogen debeleedigingen te herstellen,
welke Hij de afgeloopen maand in Zijn
aanbiddelijk Sacrament heeft onder-
gaan."
Sinds is de eerste Vrijdag in eere
bij al wie Jezus Christus bemint. In
de stellige overtuiging Onzen Hoer te
behagon, voldoen zij dezen wensch,
door Hem uitgesproken, en blijven
-ocr page 79-
67
door deze maandelijksche voroeniging
gemakkelijker in staat de vriendschap
met Hem, die het eeiiig leven onzer
ziel is, te onderhouden.
Eindelijk sprak Onze Heer tot zijne
bevoorrechte vertrouwelinge: „Iedere
week, in den nacht van Donderdag op
Vrijdag, zal ik u deel geven aan Mijne
doodelijke droefheid in den hof van
Olijven; zoodat gij, zonder te weten
hoe, al do smarten van een pijnlijken
doodstrijd ondervindt. Daarom moet
gij in dien nacht van 11—12 uren
u met Mijn gebed in den hof vereeni-
gen, het aangezicht ter aarde, barm-
hartigheid afsmeeken voor de zondaars
on Mij troosten in Mijne verlatenheid
van den kant Mijner slapende loer-
lingen."
Wie erkent hier niet den oorsprong
der vrome oefening van eerherstellende
liefde nu onder den naam van HET HEI-
LIG UUli bij velen in zwang?
Slechts weinigen evenwel zijn in
-ocr page 80-
68
staat het nachtelijk uur, door Onzen Heer
aangewezen, aan deze oefening te wijden.
Dienvolgens heeft Z. H. Paus Gregorius
XVI, die reeds, 27 Juli 1831, een vollen
aflaat aan dit godvruchtig werk ver-
bonden had, den 12den December 1836
dien uitgestrekt tot hen, die hun uur
Donderdagmiddag of avond kiezen.
Aan de bedoeling des Heeren vol-
doet ongetwijfeld: alwie Donderdag-
middag of Vrijdag een uur lang hor-
denkt, wat Hij in den hof geleden
heeft, hoe Hij een trooster, oen helper
zocht en niet vond.
Deze zijn do oefeningen van eerher-
stol door Onzen Heer zelven verzocht:
het feest van \'t 11. Hart, de Communie op
den eersten Vrijdag
en \'t wekelijksch
heilig uur. Alles is duidelijk en vast om»
lijnd, de bedoeling is opengelegd; zonder
eonige moeite en inspanning wordt
geene dezer verricht, doch zij spreken
allen van uitboeting, vragen toewijding
en voeren dichter tot. God.
-ocr page 81-
69
IX.
Jezus belooft Z\\jn vereerders over-
vloedige gunsten.
\\Jiv/.e Heer heeft mij doen verstaan,
dat Hij gekend, bemind on aanboden
wil worden door do menschen. Daar-
om zal Hij vele genaden uitstorten
over hen, die zich toowijden aan de
vereering en liefde van Zijn heilig Hart.
Hij ontdekt mij schatten van liefdo
en genade voor de personen, die er
zich aan wijden en geheel opofferen
om Hem allo eer, liefde en glorie to
geven, waartoe zij bij machte zijn\',
maar zoo groote schatten, dat ik geen
woorden vind om ze uit te drukken.
„Ik beloof u", sprak Hij, „dat Mijn
Hart zich zal uitzetten om de invloe-
den Zijner liefdo in ruime mate te
doen gevoelen aan allen, die Mij deze
-ocr page 82-
70
eer bewijzen en zorg dragen, dut an-
deren dit doen".
Do verspreiding der devotie tot liet
aanbiddelijk Hart is een noodzakelijk
gevolg der liefde, die het in ons op-
wekt, want de gloed van een bran*
dend hart is niets anders dan ijver om
anderen van zijn overvloed mee te
deelen.
Van de Sainaritaanscho vrouw ver-
haalt de II. Joannes, dat zij hare wa-
terkruik achterliet, heenging naar de
stad en tot die menschen zeide: „Komt
en ziet een mensch, die mij alle* gezegd
heeft, irnt ik heb gedaan. Is deze niet de
(
\'hri.itlis? Zij gingen dan uit de stad en
kwamen tot hem. En vele Samaritanen
geloofden in hem om het woord der vrouw,
die getuigenis had gegeven. En nog veel
meer anderen geloofden in Hem om zijne
woorden. En zij spraken tot de vrouw:
Xn gelooven irij niet meer om hetgene
gij hebt gezegd; want wij hebben Hem
zeken gehoord en weten, nu, dat Hij de
-ocr page 83-
71
Zaligmaker der wereld is." (Jo. IV.
28. 42.)
Dat onze Heer eenezelfde mede-
deeling van Margareta-Maria als van
de Samaritaansche verlangde, blijkt
telkens uit de onwraakbare getuigenis-
Ben der Hem toegewijde maagd.
„Hij deed mij zien, dat Zijn groot
verlangen om door de menschen vol-
maakt bemind te worden, Hem ge-
bracht had tot het plan om hun Zijn
Hart te openbaren en in deze laatste
eeuwen hun dezen krachtigen stoot
Zijner liefde te geven. Hij biedt hun
een voorwerp en een middel, dat er
geheel op is aangelegd Hem te doen
beminnen, en niet enkel met woorden
doch met de daad. Hij opent hun de
schatten van liefde, barmhartigheid,
genade, heiligheid en redding, die het
besluit. Zij allen, die Hem de eer en
liefde, waartoe zij in staat zijn, zei ven
bewijzen willen en door anderen doen
bewijzen, zullen dan verrijkt worden
-ocr page 84-
72
mot don overvloed van goddelijke
schatten, waarvan Hij do onuitputbaro
en onveranderlijke bron is.
./Mijn Goddelijk Hart", zoo sprak
ünzo Heer. kan do vlammen zijner
gloeiende liefde niet langer bedwingen.
liet moet die uitslaan door uw toedoen
en zkdi openbaren aan de monschon,
om hen te verrijken met do kostbare
schatten, die Ik u ontdek. Zij bevat-
ten de genaden, die heiligen, gelukkig
maken on noodig zijn om verwijderd
te blijven van den afgrond dos ver-
derfs."
Vernemen wij hier niet do bloote
ontwikkeling van \'s Heeren woord in
hot Evangelie : Vuur ben Ik op aarde
komen bremjen, en wat anders verlang Ik,
dan dat het brande?
(Luc. XII. 49.)
Liefde wekt tot navolging op, dit is
haar hoogste triomf. Wil Christus,
dat het vuur Zijner liefde ontstoken
worde, dan wil zijn vriend het oven-
eens. Zoekt Hij het geluk der men-
-ocr page 85-
7:1
schen, wie Hem bomint kout geen
ander dool. Do liofdo vliegt, snolt on
juicht-\', zogt Thomas a Kempis, „zij
is vrij en Iaat zich niet tegenhouden,
zij voelt geen last on tolt geen ver-
niooionis. (III. V.)
In Margarota-Maria toont ons do
Hoor, hoe zijn II. Hart werkt als do
(\'rijfreer (ot verspreiding dezer devotie.
Haar koos Hij uit om ons Zijne ver-
langens kenbaar te maken. Hier is
oen apostelsckap, cone aankondiging
van don Zaligmaker dor wereld, gelijk
do Samaritaansche in hare dankbaar*
heid op zich nam. Het bekende Apos-
TOLAAT in:s GEBKDS is hieruit geboren. —
Allen, ook zij, die niet rechtstreeks
aan het heil der zielen kunnen arbei-
don, zijn daartoe in staat door veree-
nigd gebed. De belangen, do wonschen
van hot Hart dos Zaligmakers te hol-
pon vervullen, is hun doel. Om dit
te bereiken, offeren zij eiken morgen
hunne gebeden, hun werken en lijdon
-ocr page 86-
71
dj). Dit alles verheffen en heiligen zij
door liet te vereenigen niet de bedoe-
ling. de gebeden en liet lijden Onzes
Hoeren in het H. Sacrament des A1-
taiirs. Het doel, waarvoor Hij alles
opdraagt, is het ontsteken en doen
branden van het vuur Zijner liefde
op aarde; dit maken zij tot hunne
meening. Te dien einde bidden velen
dagelijks nog een tientje van den ro-
zenkrans. De ijverigsten verbinden
zich daarenboven tot de Communie
van den eersten Vrijdag.
Niet alleen drijfveer echter van dit
apostolaat is hot heilig Hart van Jezus;
deze schatkamer ran liefde en gerechtig-
lieid
is tegelijk do (jrniid, waaruit ijver
en apostelschap voortkomen. „Ziehier
het, Hart, dat de menschen zoozeor
bemint"\', luidt Zijn woord, als Hij oen in
vlammen staand hart aan Margareta-
Maria voorstelt.
Het heilig Hart van Jezus is alzoo,
betceegreden en oorsprong van onzen
-ocr page 87-
75
ijver, maar evenzeer het middel, waar-
door het apostelschap, de werken van
ijver, vruchtbaar worden.
„De devotie tot hot heilig Hart,"schrijft
Margareta-Maria, „wil niet met geweld
opgedrongen worden, maar door do zoete
werking Zijnor liefdo de harten vero-
veren. Zij gelijkt olie of eerder kost-
bare balsem, welker geur en vocht
zich vanzelf verspreiden. Het is genoeg
het heilig Hart van Jezus te doen kennen.
Dan late men Hemzelven de zorg
over door te dringen in de harten, die
Hij zich heeft voorbestemd. Gelukkig
zij, die tot dit getal behooren Mijn
Goddelijke Zaligmaker deed mij in-
zien, dat zij, die aan het heil der zielen
Kerken, de kunst zullen verstaan om de
\' meest oniril/iae harten te raken. Zij zullen
met • een wonderbaar gezegenden uitsla;/
\' arheiden, wanneer zijzelven van eene tee-
. dere deeotie tot Zijn Goddelijk Hart door-
drongen zijn."
(Xdo belofte).
Eindelijk is het Hart van Jezus, deze
-ocr page 88-
7<;
peWooze diepte run alle deugden, het ver*
hevenste roorbeeld van onzen ijver, liet
model van ons apostolaat. Alles heeft
Hij godaan voor den menseh, Hij heeft
zich vernederd en is gehoorzaam ge-
worden tot den dood,
heeft Zijn leven
voor ons afgelegd, en dit is het toppunt
der liefde. „ Wanneer Hij don Zyn Ieren
voor ons afgelegd heeft",
besluit Jo-
annes, dan moeten tot} voor onze
broeders ons leren afleggen",
dat is
besteden tot het laatste uur. (1 Jo.III. 1(5.)
Doch \'s menschen behoeftigheid brengt
mede, dat hij, voor alles wat hij doet
of onderneemt, zijne belooning ver-
wacht. Dit is niet vreemd. Van nature
is de mensch zoo hulpeloos, hij heeft
zoo weinig en behoeft zooveel. Alleen
waro \'t te betreuren, indien hij het
hooger loon voorbijziende, meest zijne
aandacht vestigen zou op con aardsch,
met don tijd voorbijgaand loon; dat
hij meer waarde zou hechten aan do
verwijdering van lichamelijk leed, dan
-ocr page 89-
77
aan do bovennatuurlijke kracht om
het geduldig te dragen, waardoor hij
eene onverwelkbare kroon verdient.
Ongetwijfeld ware \'t voor de ver-
spreiding der devotie tot liet H. Hart
helooning genoog, aan Jezus Christus
voldoening te mogen geven, Hem te
behagen. „Doch, opdat do nienschen met
grooter bereidvaardigheid zijn -\\y°rKler-
baar en liefdevol verlangen voldoen,"
zegt Z. H. Paus Leo, (1889) „noodigt
en trekt Jezus hen tot zich door de
belofte van groote dingen."
Welke groote dingen Onze Heer
den vereerders van Zijn Hart toezegt,
vernemen wij wederom van Zijne be-
voorrechte vertrouwelinge.
„Konde ik u eens alles verhalen,"
schreef zij haren biechtvader, „wat ik
weet van deze beminnelijke devotio
tot het H. Hart, en bekend maken
aan geheel de wereld, welke genade-
schatten het besluit, en Jezus Christus
voornemens is uit te storten over allen,
-ocr page 90-
78
die haar beoefenen. Ik smeek u, Eerw.
Pater, verzuim toch niets om deze
aan iedereen bekend te maken.
„Met ontwijfelbare zekerheid heeft
Onze Heer mij doen kennen, dat Hij
voornamelijk door middel van de pa-
ters der Sociëteit van Jezus deze
degelijke devotie overal wilde ves-
tigen en zich door haar een groot
aantal trouwe dienaars volmaakte
vrienden en dankbare kindoren ver-
werven ) Ik kon in het geestelijk
leven geene oefening van godsvrucht,
meer geschikt om in korten tijd eene
ziel tot de hoogste volmaaktheid op
te voeren en haar de ware zoetheid,
die in den dienst van Christus ligt, te
Ij Gelijk Onze lieer de orde der Visitutio koos om ile
devotie tot Zijn lieilij: ll.irt te doen kannen, zou droeij Hij
ili-n paters der Soriëteit voornamelijk o;t liet nut en de
waarde er van te verkondigen. I>.it hier aan poene uit*
sii. ;i hl\' v;m ulidere priesters moet geduelit worden, lilijkt
uil de Tiende belofte, w:i:ir allen wtttétn ra/l 7 // //«//,
die aan het helt der ziel-ii Kerken, wond rl>:i:ir welslujfen
wurdt verzekerd.
-ocr page 91-
7\'.i
doen smaken. Wisten de nienschen,
hoe aangenaam dezo devotie aan
Jezus Christus is, dan verklaar ik
met beslistheid, werd er geen Christen
met eenige liefdti voor Onzen Heer in
de ziel gevonden, die haar niet aan-
stonds beoefenen zou. Zorg vooral, dat
de kloosterlingen haar omhelzen. Zij
zullen daar zooveel hulp in vinden,
dat er geen ander middel noodig is
om in de minst geregelde kloosterge-
meenten den eersten ijrer te doen her-
leren,
(VII) en wie reeds volgens den
regel leven, tot de hoogste volmaaktheid
te roeren.
(VIII.)
Wat de nienschen in de wereld
betreft, deze zullen door middel dezer
aangename godsvrucht alle hulp ver-
krijgen, die voor hun staat noodlij is
(I):
te weten: den vrede in hun huisgezin (II);
verkwikking in hun arbeid, den
zeijen des hemels over al hunne onderne-
mingen(V) en troost in hun tegenspoed
(lil).
„In mijn Jlati," zegt Onze Heer,
-ocr page 92-
80
„zullen zij eene bijzondere toevlucht vin-
den gedurende het leren, muur bovenal
in het uur des doods."
(IV) „Wat is
het zoet te sterven!" roept Margareta-
Maria uit, „wanneer men eene harte-
lijke godsvrucht heeft beoefend jegens
het Hart van onzen toekomenden
Hechter!" Daarom legt de Kerk ons nu in
de nieuwe Litanie deze juichtonon op do
lippen: Hart van Jezus, behoud van
wie op U hopen; Hoop van wie in U
steroen; Hart van Jezus, ons leven en
onze verrijzenis !
Wol mocht do vriendin des Heeren
getuigen: De kranken en de zondaars
vinden in het minzaam Hart van Jezus
eene aUerzekerste ivijkplaats en blijven duur
in veiliyheid.
(VI) Voortdurend blijft
f och dit Hart een zoenoffer voor onze
zonden en een slachtoffer voor de zondaren.
„Al wie Jezus Christus", gaat zij
voort, „eene dankbare liefde toedraagt,
gelijk dozo in de devotie tot Zijn heilig
Hart Hem aangeboden wordt, zal de
-ocr page 93-
Ml
hulp van boven in alle vormen over
zich neder zien dalen ; zelfs in de plaat-
se», a-aar de l.ieltcnis van Zijn heilig
Hart ter vereer ing ten toon staat, zal
Hij zegeningen afzenden.
(IX) Want
Hij heeft mij verzekerd, er een geheel
bijzonder behagen in te scheppen,
onder de afbeelding van ditmonschelijk
Hart vereerd to worden. Hij heeft mij
verschillende namen in dit Hart ge-
schreven
doen zien, ter oorzake van
hun verlangen om Hem te vereeren ;
en nooit zal Hij toelaten, dat zij er uit-
yetvischt worden.
(XI)
„Op een Vrijdag onder de heilige Com-
munie sprak Onze Heer nog tot zijne
onwaardige slavin: Ik beloof u in de
overmaat der goedheid van Mijn Hart,
dat Mijne alvermogende liefde aan allen,
die negen achtereenvolgende maanden, op
den eersten Vrijdag tot de H. Tafel
zullen naderen, de genade zal verleenen
der boetvaardigheid in het sterf aar,
zoo-
dat zij in Mijne ongenade niet zullen
-ocr page 94-
82
sterven, maar hunne heilige Sacra*
inenten ontvangen en in dat laatste
uur oone veilige wijkplaats vinden in
Mijn Hart." (XII) \')
Zoo blijkt het Hart van Jezus mild
voor allen, die het aanroepen, eene bron
van leven en heiligheid, onze vrede en
onze verzoening;
daarom in het Vader-
land der eeuwige rust, de vreugde van
alle Heiligen!
1) Zie: lic bruid tUs Konimjs en irit haret tij<It/f,ioo-
tl»,
Amsterdam, lf>\'J2 lil. 131 en \\f.
tp
-ocr page 95-
LITANIE
VAN II KT
aanbiddelijk Hart van Jezus.
(Bestaande uit drie en dertig aanroe-
iringen ter gedachtenis en vereering
tan de drie en dertig levensjaren
des Verlossers oj> aarde).
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, homelscho Vader, ontferm U onzer.
Cod, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
-ocr page 96-
M
Hoiligo Drievuldigheid, een God,
ferm U onzer.
Hart van Jezus, den Zoon des
eeuwigen Vaders,
Hart van Jezus, in den schoot der
Moedermaagd door den H. Geest
gevormd,
Hart van Jezus, met liet Woord
Gods zelfstandig vereenigd,
Hart van Jezus, van oneindige
Majesteit,
Hart van Jezus, heilige tempel
Gods,
Hart van Jezus, woontente des
Allerhoogsten,
Hart van Jezus, Huis van God en
poorto des hemels,
Hart van Jezus, gloeiende vuuroven
van liefde,
Hart van Jezus, schatkamer van
liefde en gerechtigheid,
Hart van Jezus, van goedheid en
liefde overvloeiend,
Hart van Jezus, peillooze diepte
van alle deugden,
-ocr page 97-
SS
Hart van Jezus, allen lof overwaar-
dig, ontferm U onzer.
Hart van Jezus. Koning en mid-
denpunt aller harten,
Hart van Jezus, waarin alle rijk-
dommen zijn van Wijsheid en
Kennis,
Hart van Jezus, waarin allo vol-
heid der Godheid woont,
Hart van Jezus, waarin de Vader
Zijn welbehagen heeft gevonden,
Hart van Jezus, van welks over- I
vloed wij allen ontvangen hebben,
Hart van Jezus, voorwerp van
het verlangen der eeuwige heu-
velen,
Hart van Jezus, geduldig en rijk
aan barmhartigheid,
Hart van Jezus, mild voor allen,
die U aanroepen,
Hart van Jezus, bron van loven
en heiligheid,
Hart van Jezus, zoenoffer voor
onzo zonden,
-ocr page 98-
SC
Hart van Jezus, met versmadingen ver»
zadigd, ontferm U onzer.
Hart van Jezus, verbrijzeld om 1
onze misdaden,
Hart van Jezus, jjolioorzaain (.•\'\'"
worden tot den dood.
Hart van Jezus, met eene lans
doorstoken,
Hart van Jezus, bron van alle
vertroosting,
Hart van Jezus, ons leven en onze
verrijzenis,
Hart van Jezus, onze vrede on
verzoening,
Hart van Jezus, slachtoffer dei-
zondaren.
Hart van Jezus, behoud van wie
op U hopen,
Hart van Jezus, hoop van wie in
U sterven,
Hart van Jezus, vreugde van allo
heiligen,                                          \'
Lam Gods, dat do zonden der wereld
wegneemt, spaar ons Heer,
-ocr page 99-
87
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden dor wereld
wegneemt, onferm U onzer.
Jezus, zachtzinnig en ootmoedig van
[Harte.
Maak ons hart gelijk aan het Uwe.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige, eeuwige God, zie neder
op het Hart van Uw welbeminden Zoon
en op de lofprijzing en voldoening, dio
Hij, in naam der zondaren, U heeft aan-
geboden; schenk hun, die Uwe barmhar-
tigheid afsmeeken, genadig vergiffenis
in den naam van Uwen Zoon, denzelfden
Jezus Christus, die met U leeft en regeert
in de eenheid des H. Geestes, God door
alle eeuwen der eeuwen. Amen.
-ocr page 100-
KRUISWEG
VAX IIKT
LIJDENDE HART VAN JEZUS.
VOORBEREIDEND GEBED.
\\J Jezus, in Uwe groote liefde tot
ons, hebt gij aan il o gelukzalige Mar-
gareta-Maria U to zien gegeven als de
„Man van Smarten", belast niet Uw
kruis on overdekt met bloedende won-
den. Gij hebt haar gevraagd, of erdan
niemand was, die met U medo wilde
lijden in den deerniswaardigen toestand,
waarin de zondaars U hebben gebracht.
Zie, wij komen nu het lijden van
Uw heilig Hart overwegen. Wij wil-
lon U vergezellen op Uwen kruisweg;
Uwe smarten opdragen aan den eeu-
wigen Vader om Zijn toorn te bedaren
en Zijne barmhartigheid tot vergiffenis
to stemmen,
-ocr page 101-
89
Gij hebt aan Margarota-Maria vei-
zekerd, dat een rechtvaardige voor
duizend zondaren vergiffenis kan vor-
krijgen. Wij zijn zondaars, o Heer,
maar door de verdiensten van Uw
mateloos lijden durven wij hopen op
vergiffenis voor ons en voor al onze
naasten, kwijtschelding van straf voor
de U zoo dierbare zielen in het va-
gevuur. Daarom verwekken wij eerst
een hartelijk
Akte van Berouw.
O Jezus, \'t is mij leed uit den grond
des harten dat ik Uwe goddelijke Ma-
jesteit vergramd heb en Uw aanbid"
delijk Hart bedroefd door mijne zonden.
Ik zou willen afkoopen, wat ik mis-
deed, maar dit kan ik niet. Daarom
zal ik mijne zonden biechten ; wisoh
Gij ze dan uit door Uw goddelijk Bloed
en help mij van nu at\' een leven be-
ginnen dat U, o Jezus, behagelijk is,
Amen,
-ocr page 102-
00
I. Jezus irordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw kruis do wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, vervuld van
schaamte over onze zonden ;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, overgege»
ven aan den wil des Vaders, die in
Pilatus U ter dood veroordeelt;
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jozus.
Wij zondaars, wij biddonU, verhoor ons.
Dat wij hegrijpen, hoezeer onzo zonden
Uwo oneindige goedheid heleedigen,
Wij hidden U, verhoor ons.
Dat wij ons in alles aan den heiligen
wil Uws Vaders onderwerpen;
Wij hidden U, verhoor ons.
Onzo Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heor! ontferm Uonzer.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 103-
UI
II. Jezus neemt het kruis ojt
Zijne schouderen.
Wij aanbidden U, Christus, on loven U.
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, dat om
onzentwil met groot verlangen het
kruis te geinoet hebt gezien;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, dat het
zware en ruwe kruis mot liofde
hebt omhelsd ;
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij met moed om Uwentwil de
schouders zetten onder ons kruis ;
Wij bidden U verhoor ons.
Dat wij begrijpen, hoo onzo zonden
het zwaarste kruis hobbon verdiend ;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
OntfermU onzer, Hoor! ontferm Uonzer.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 104-
02
III. Jezus valt voor de eerste maal
onder het kruis.
Wij aanbidden U. Christus, on loven U.
Omdat Gij door Uw kruis do wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, sterker dan
Uw uitgeput heilig Lichaam;
Ontferm Ü onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, vol moeds
om na Uw eersten val op (o staan ;
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij ons hart onder de lasten des
levens tot U geheven houden;
Wij bidden U, verhoor ons.
Uut wij, wanneer nienschelijko zwak-
heid ons bezwijken deed, met U den
strijd hervatten;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 105-
98
IV. Jezus ontmoet Zijne II. Moeder.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U.
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, gewond door
de ontmoeting Uwer bedroefde Moe-
der;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jesus, bron van
hemelsche sterkte in hare onvergelij-
kelijke smart;
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij haar op onzen lijdensweg
mogen ontmoeten;
Wij bidden U, verhoor ons.
Dat zij ons aanmoedige om op haar
voetspoor vol vertrouwen U te volgen;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 106-
\'M
V. Jezus wordt door Siinon van Cyrene
in het dragen van Zijn Kruis
geholpen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, gegriefd,
toen allen voor Uw kruis en lijden
zich schaamden;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, nog dank*
baar jegens S.\'mon van Cyrene. dit\'
gedwongen U hielp dragen:
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij er eene eer in stellen U op
den kruisweg te mogen volgen:
Wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij ons kruis niet gedwongen, maar
met liefde U nadragen;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eor zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 107-
ftó
VI. Veroniea wuckt Jezus\' aangezicht
af met een doek.
Wij aanbidden U, Christus, on loven U,
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, getroost
door den moed en \'t medelijdon van
Veroniea;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, zoo donk-
baar, dat Gij Uw heilig afbeeldsel
aan haar schenkt;
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U verhoor ons.
Dat het ons nooit aan den moed ont-
breke om Uw partij te kiezen;
Wij bidden U, verhoor ons.
Dat de gedachtenis aan Uw smartelijk
lijden onuitwischbaar in ons hart
worde geprent;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm Uonzer.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 108-
96
VII. Jezus valt voor de tweede maal
onder het Kruis.
Wij aanbidden U, Christus, on loven U.
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, met versmaad-
heden verzadigd bij Uw tweeden val;
Ontferm u onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, nog eons Uw
moelijken tocht hervattende uit liefde
tot mij ;
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoorons.
Dat wij na onze zonden nooit den
moed verliezen;
Wij bidden U, verhoor ons.
Dat Uwe liefde ons helpo telkens tot
bokeering op te staan;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. —7 Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm Uonzor.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 109-
97
VIII. Jezus troost de weenende vrouwen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, geroerd door
\'t medelijdon der weenende vrouwen;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, meer be-
gaan met het oordeel, dat ons dreigt,
dan met Uwe eigene smart;
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij niet enkel Uw kruisweg gade-
slaan, maar volgen ;
Wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij rouwmoedig weenen over ons-
zelven en over onze schuld;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij don Vader.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm Uonzer.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 110-
98
IX. Jesus valt voor de derde maal
onder het kruin.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, tot bezwij-
kens toe benauwd onder den last Uws
lijdens;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, Uwe laatste
krachten inspannend om na Uw der-
don val weer op te staan ;
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat deze smart en liefde ons voor
hervalling in de zonde bewaren;
Wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij getrouw in het dragen van
Uw kruis, volharden tot het eind;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm Uonzer, Heer ! ontferm Uonzor.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 111-
99
X. Jesus wordt ontkleed en met gal
gelaafd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, niet bitter-
heid voor ons vervuld ;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, wreed ver-
scheurd door het afrukken van Uwe
kleedoren;
Ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij nooit meer de lippen zetten
aan don beker der zondige voldoening;
Wij bidden U, verhoor ons.
Dat onze ziel van het kostbaar kleed
der heiligmakende genade nooit worde
beroofd;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer ! ontferm Uonzer.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 112-
100
XI. Jesus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw kruis do wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jozus, door do
kruisiging mot duldolooze pijnon
gefolterd ;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, in Uw dorst
aan het kruis mot azijn gelaafd ;
Ontferm U onzer.
Door Uw kruis en lijden, verlos ons
Jezus!
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat ons de liefde tot U aan liet kruis
Uwer geboden nagole ;
Wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij Uwe goddelijke liefde niet langer
met koelheid en ondank vergolden;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onzo Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O God, wees ons zondaars genadig.
-ocr page 113-
101
XII. Jesua sterft aan het kntix.
Wij aanhielden U, Christus, on loven U.
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, op het
kruis door liefde voor mij gebroken,
Ontform U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, met eeno
lans geopend om mij eene schuil\'
plaats te bieden;
Ontferm U onzer.
Door uw schandelijken dood, verlos
ons Jezus.
Wij, zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij in allen nood onzen toe-
vlucht in dit open Hart mogen nemen;
Wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons in \'t uur des doods
gebieden wilt met vertrouwen tot U
te komen ;
Wij bidden U, verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O God, wees ons zondaren genadig.
-ocr page 114-
10-2
XIII. Jesus\' lieilii/ Lichaam wordt nut
het kruit genomen.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, voorwerp
van aanbidding, liefde en smart
voor Uwe moeder, met Uw heilig
Lichaam op haar schoot;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, verheerlijkt
door de teekenen en wonderen bij
Uw sterven ;
Ontferm U onzer.
Om de smarten uwer heilige Moeder,
verlos ons, Jezus.
Wij zondaars wij bidden U, verhoor ons.
Dat de beschouwing Uwer II. Wonden
genezonden balsem in do onzo storte ;
Wij bidden U verhoor ons.
Dat wij nooit moedo worden aan Uw
heilig Lichaam eere en liefde te be-
wijzen ;
Wij bidden U verhoor ons.
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij don Vader.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O God, wees ons zonduren genadig.
-ocr page 115-
1P3
XIV. Jesiix\' heilitj Lichaam wordt in
het graf yi\'leijd.
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door Uw kruis de wereld
hebt verlost.
Goddelijk Hart van Jezus, boom des
levens ;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jezus, geestelijk
paradijs;
Wij bidden U, verhoor ons.
Goddelijk Hart van Jezus met de
Godheid vereenigd, nedergelegd in
een nieuw graf;
Ontferm U onzer.
Goddelijk Hart van Jesus, sterker dan
dood en zonde bij Uwe opstanding
uit het graf;
Ontferm U onzer.
Door Uwe heerlijke Verrijzenis, verlos
ons Jesus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij Uw goddelijk Lichaam en
bloed altoos in een zuiver hart mogen
ontvangen;
Wij bidden U, verhoor ons.
-ocr page 116-
104
Dat wij eens gevoelen, hoe zoet het
sterven is, voor wie Uw aanbiddolijk
Hart trouw hebben vereerd;
Wij hielden U, verhoor ons!
Onze Vader. — Wees gegroet.
Eer zij den Vader.
Ontferm Uonzer, Heer! ontfermUonzer,
O God, wees ons zondaars genadig.
Hart van Jezus, troost der bedroefden.
wij bidden U, verhoor ons.
Hart van Jezus, sterkte der zwakken,
wij bidden U, verhoor ons.
Hart van Jesus, hoop der stervenden,
wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt do zonden
der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt do zonden
der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt do zonden
der wereld, ontferm U onzer.
Christus hoor ons, Christus verhoor ons.
Hierna halt men gewoonlijk (1 maal
Onze Vader en Wees gegroet.
-ocr page 117-
Toewijding aan \'t H. Hart van Jezus,
(voorgetiteld door de Zalige Margareta-Varla.)
Ik N.N. geef on wijd n:m \'t heilig
Ilurt van Onzon Hoor Jezus Christus
mijn persoon, mijn loven, mijne hun-
dolingen loed on smarten, on ik wil
geheel mijzelven alleen besteden om
Hem te eeren, te beminnen en te
verheerlijken. Dit is mijn onherroe-
polijk besluit geheel voor Hem te zijn
on alles te Zijner liefde te doen, tor-
wijl ik van harte verzaak aan al wat
Hem zou kunnen mishagen.
O heilig Hart van Jezus, U neem
ik tot eenig Voorwerp mijnor liefde-
tot Beschermer van mijn leven, tot
Waarborg van mijn heil, tot Genees-
middol mijner zwakheid en onstand-
vastigheid, tot hersteller van wat ik
-ocr page 118-
106
ooit misdeed en tot veilige toevlucht
in het uur van sterven. Wees, o Hart
van goedheid, mijne rechtvaardiging
hij God, Uwen Vader, en keer de
schichten zijner billijke gramschap van
mij af. O Hart van liefde, ik stel op
U al mijn vertrouwen; alles vrees ik
van mijne bedorven en zwakke natuur,
maar ik hoop alles van Uwe goedheid-
Verteer dan in mij al wat U mishagen
kan of\' weerstand bieden. Laat de
oprechte liefde tot U mijn hart zóó
doordringen, dat ik U nooit vergete,
noch van U gescheiden kunne worden.
Ik smeek U om al de blijken Uwer
goedheid, laat mijn naam in U ge-
schreven staan, want ik wil er al
mijn geluk en mijn roem in stellen
als geheel do Uwe te leven en te
sterven. Amen.
-ocr page 119-
KHGTCUXK
V\\ X
ONZEN ALLEBHEILIGSTEN VADER
LEO XIII,
ilnnr ilc «Hiililclijkc VoorziciiijrlicW Puik.
Over de toewijdina van het menschdom aan
liet allerheiligst Hart van Jezus.
Aan Onze Eerwaardige Broeders do patri-
urehen , primaten , aartsbisschoppen ,
bisschoppen en andere ordinariaten, in
vrede en ge meenschap met den H. Stoel.
IM O XIII. Paus.
Eerwaardige Broeders,
heil en ApostoUxhen Zegen.
Zooals u niet onbekend is gebleven,
hebben Wij onlangs door Apostolische
Brieven de opening aangekondigd van het
Jubeljaar, overeenkomstig de gewoonte
en de instellingen Onzer voorgangers
binnenkort in deze stad te vieren.
Heden, in de hoop en met het doel do
-ocr page 120-
108
heilige viering1 van deze godsdienstige
plechtigheid te verhoogen, komen Wij
een heerlijke zaak u bekend maken en
aanbevelen, van welke, zoo slechts allen
van harte met gewilligheid en blijde
instemming aan Onze stem gehoor geven,
allereerst voor de Christenheid, vervolgens
voor de geheele menschelijke samenleving
met grond rijke en blijvende vruchten
mogen verwacht worden.
Reeds meer dan eens hebben Wij ge-
tracht de hoogst loffelijke devotie, welke
zich de vereering van het Allerheiligst
Hart van Jezns ten doel stelt, in heilig-
lieid te bevestigen en met grooteren
luister te omgeven, naar het voorbeeld
van onze voorgangers Innocent ius XII,
Ucnedictus XIII, Clemons XIII, 1\'ius VI,
VII en IX. Wij hebben dit voornamelijk
gedaan door Ons decreet van den 18n Juni
1889, waardoor Wij den feestdag van
dien naam tot een van de eerste klasse
verheven hebben. Nu echter staat voor
Onzen geest een nog heerlijker vorm van
vereering, welke als ware het van allo
eerbewijzen, die tot dusver aan het Aller-
heiligste Hart plachten gebracht te wor-
-ocr page 121-
109
den, de voltooiing en de volmaking zal
zijn, en welke, naar Wij vertrouwen,
onzen Zaligmaker Jezus Christus hoogst
aangenaam zal wezen. Het is echter
geenszins nu voor \'t eerst, dat de zaak,
over welke Wij spreken, is te berde
gebracht. Immers ruim vijf en twintig
jaar geleden, toen het plechtige tweede
eeuwfeest ophanden was van het bevel,
door de gelukzalige Margareta Maria de
Alacoque van den Hemel ontvangen, om
de vereering van het II. Hart te versprei-
den, zijn verscheiden verzoekschriften,
niet slechts van particuliere personen,
iiiaur ook van bisschoppen uit versehil-
lende oorden aan Pias IX gericht, met
de bede, dat Hij het gezamenlijke men-
schelijk geslacht aan het aanbiddelijk
H. Hart zou willen toewijden. Het werd
toen oorbaar geacht, do zaak uit te *tel-
len, opdat een rijpore beslissing zou
kunnen volgen ; htusschen werd aan
steden, welke zich afzonderlijk wilden
toewijden, daartoe de vergunning gege-
ven en het formulier van toewijding vast-
gesteld. Nu nieuwe redenen zich bij de
bestaande hebben gevoegd, meenen Wij
-ocr page 122-
110
dat de zaak rijp is geworden voor uit-
voering.
Voorzeker heeft Jezus Christus recht
op dit rijkste en grootste blijk van ver-
eoring en hulde, daar Hij de Vorst is
en opperste Heer. Immers Zijne heer-
schappij strekt zich niet alleen uit over
de Katholieke volken, noch ook alleen
over hen die, afgewasschen door de
wateren des Doopsels, rechtens althans
tot de Kerk behooren, — hoewel öf do
dwaling hen het rechte spoor bijster
maakt, <">f de scheurin.\' hen van de liefde
verwijderd houdt, — doch zij omvat ook
allen buiten het Christelijk geloof, zoo-
dat in volle waarheid Jezus Christus
heerschappij voert over het geheele men-
schelijk geslacht. Want het betaamt, dat
Hij die de Kengeborene is des Vaders en
met Dezen deze fde natuur bezit, het
a/schijnsel van Zijne heerlijkheid en
het evenbeeld van Zjne zelfstandigheid
met den Vader alles gemeen heeft,
derhalve ook do heerschappij over al het
geschapene. Daarom getuigt de Zoon
Gods van Zich-Zelven bij den Profeet:
„Ik ben gesteld tot Koning over Sion,
-ocr page 123-
111
Zijn heiligen berg. — De Heer sprak
tot Mij : Gij zijt mijn Zoon, heden heb
Ik U voortgebracht. Eisch van Mij,
en Ik zal U de volken geven tot Uw
erfdeel en de grenzen der aarde tot
Uiv bezit".
Waardoor Hij verklaart,
van God do heerschappij ontvangen te
hebben, zoowel over de gehcele Kerk,
die verstaan wordt door den berg Sion,
als over het verdere gedeelte van de
wereld, welke door de wijdere omschrij-
ving wordt aangeduid. Op welken grond-
slag deze heerschappij steunt, leeren
voldoende de woorden: Gij zijt Mijn
zoon.
Immers omdat Hij de zoon is des
Konings, is Hij de erfgenaam der vol-
ledige heerschappij. Hieruit volgt: Ik
zal V de volken geven tot Uw erfdeel.
Waarmede overeenstemmen do woorden
van den Apostel Paulus: dien hij erf-
genaam heeft gesteld van alles.
In d<5 eerste plaats echter is in het
oog te houden wat Jezus Christus omtrent
Zijn heerschappij getuigt, thans niet door
de Apostelen of door de Profeten, maar
door Zijn eigen woorden. Op de vraag
van den romeinschen landvoogd: Zoo
-ocr page 124-
112
zijt Gij dan Koning f antwoordde Hij
zonder eenige ^ arzeling : Gij zegt het.
Ik ben Koning.
En de grootheid van die maclit en de
oneindigheid van die heerschappij beves-
tigen nog duidelijker deze tot de Apos-
telen gesproken woorden: Mij is alle
macht gegecen in den hemel en
o>>
aarde. Indien nu aan Christus alle
macht gegeven is, volgt noodwendig, dat
Zijn heerschappij moet wezen eene aller-
hoogste, onbeperkte en van niemands
willekeur afhankelijke, en dat niets met
haar gelijk of gelijksoortig kan wezen :
daar zij gegeven is over den hemel on
over de aarde, moet zij de.i hemel on
de aarde aan zich onderworpen hebben.
In werkelijkheid heeft Jezus Christus dit
bijzondere, Hein eigene recht uitgeoefend,
toen Hij de Apostelen gelastte Zijn leer
te verbreiden, alle menschen door het
Doopsel ter zaligheid in ééno Kerk te
verzamelen en eindelijk wetten op te
leggen, die niemand zonder gevaar voor
zijne eeuwige gelukzaligheid k n ver-
smaden.
Hiermede echter is nog niet alles ge-
-ocr page 125-
118
zegd. Christus toch beveelt niet slechts
door een aangeboren recht, als eengeboren
Zoon Gods, maar ook door een ver\\vor-
ven recht. Immers Hij heeft ons verlost
van de macht der duisternissen, Hij-
Zelf heeft Zich yeyeven tot losprijs van
allen.
Derhalve zijn geworden een
Volk van vrijyekochten, niet alleen
de Katholieken en allen die het Doopsel
wettig hebben ontvangen, maar allo
menschen, afzonderlijk en gezamenlijk.
Betreffende dit punt zegt zeer juist Au-
gustinus: Gij vraagt wat Hij yekocht
heeft. Ziet wat Hij yeyeven heeft, en
yij zult vinden wat Hij yekocht heeft.
Het bloed van Christus was koopprijs.
Hoeveel is dit waard? Wat, tenzij de
yeheele wereld f Wat, tenzij alle volken f
Wat Hij yeyeven heeft, heeft Hij voor
alles yeyeven.
De oorzaak en reden verder, waarom
ook de ongeloovigen onder de macht en
de heerschappij staan van Jezus Christus,
leert de H. Thomas. Nadat hij aan-
gaandu de rechtsmacht van Christus de
vraag gesteld heeft, of zij zich uitstrekt
tot alle menschen, en dio vraag beves-
-ocr page 126-
114
tigoi d Heeft beantwoord, besluit hij zeer
to recht: de rechtsmacht is een gevolg
rund\'\', koninklijke macht. Aan Christus
derhalve is alles onderworpen, %oat de
oppermacht (rechten*) aangaat, ook al
7.i alles Hem nog niet onderworpen wat
de uitoefening der oppermacht betreft
De licprjchappfj nu, de oppermacht
van Chris us over de menschen wordt
uitgeoefend door de waarheid, door do
gerechtigheid, het meest door de liefde.
Maar bij dezen tweevoudigen grond-
slag van Zijne macht en hoerschappij
staat Hij goedgunstig toe, dat van onzen
kant, zoo wij willen, de vrijwillige toe-
wijding komt.
Nu is echter Jezus Christus, te zelfder
tijl Gol en Verlosser, oneindig rijk door
het volmaakte bezit van al het bestaande;
wij daarentegen zijn zóó arm en bo-
hoeftig, dat, om Hem iets te schenken,
wij niets hebben uit ons zelven. In Zijne
groote goedheid en li-fde echter ver-
biedt Hij volstrekt niet, dat wij Hem
schenken en toewijden wat het Zijne is,
alsof het ons rechtens toebehoorde. Niet
alleen verbiedt Hij dit niet, maar Hij
-ocr page 127-
115
verlangt liet en vraagt: Zoon, geef Mij
uw hart.
Derhalve kunnen wij Hem
schenken althans door den wil en de
geneigdheid onzer ziel. Want niet alleen
door onszelven aan Hem toe te wijden,
erkennen en aanvaarden wij openlijk en
niet vreugde Zijne heerschappij, maar
daadwerkelijk getuigen wij, dat indien
hetgeen wij Hem schenken, het onze
was, wij het Hem van ganscher harte
zouden geven, tevens Hem smeekende,
dat Hij Zich mogo gewaardigcn, het
van ons aan te nomen, hoewel het go-
heel het Zijne is. Dit is de heteekenis
van de zaak, die het hier geldt; deze
de meening, welke Wij aan onze woor-
den gehecht wenschen. En omdat door
het H. Hart het symbool en afueeld-
sel worden uitgedrukt van dy oneinligc
liefde van Jezus Christus, welke zelve
ons tot wederliefde beweegt, is het pas-
send, zich aan Zijn Goddelijk Hart toe
te wijden; wat echter niets smders is
dan zich aan Jezus Christus over te
geven en te verbinden, omdat alle eer,
toewijding en godsvrucht, die bewezen
worden aan het goddelijk Hart, wezenlijk
-ocr page 128-
116
on in de volle beteekenis worden bewe*
zen aan Christus zelven.
Tot het ijverig beoefenen van deze
devotie vermanen Wij dus en sporen Wij
allen aan, die het Goddelijk Hart ken-
nen en beminnen, en Wij verlangen vurig,
dat zij allen er toe zullen medewerken,
om dezelfde smeekingen op eenzelfde
tijdstip uit duizenden zielen hemelwaarts
te doen stijgen. — Zuilen Wij nu verder
niets in het we k stellen om zoo ontel-
baar velen, voor wie het licht der chris-
telijke waarheid nog niet is verschenen,
tegen den ondergang naar de ziel te
vrijwaren ? Maar Wij vertegenwoordigen
immers Dengene die kwam om zalig te
maken hetgeen verloren was, en die Zijn
bloed vergoot voor het heil van geheel
het menschelijk geslacht. Vandaar dat
Wij diegenen, welke in de schaduwen
des doods gezeten zijn, niet alleen voort-
durend trachten op te wekken tot het
waarachtige leven, door te hunner onder-
richting Christus\' gezanten uit te zenden
naar alle wereldstreken, maar ook thans,
bewogen door hun lot, hen aan het
allerheiligst Hart van Jezus met nog
-ocr page 129-
117
grooter aandrang\' aanbevelen on, zoo-
verre het in Onze macht staat, daaraan
toewijden. Vandaar dat deze godsvrucht,
welke Wij door allen wenschen beoefend
te zien, ook aan allen voordeelig zal
zijn. Daardoor zullen zij, die Jezus Chris-
tu.s kennen en beminnen, bun geloof en
hun liefde voo en toenemen. Diegenen
welke, ofschoon Christus kennende, toch
Zijne wetten en geboden veronacht-
zamen, zullen aan dat Heilig Hart de
vlam der liefde kunnen ontleenen, om
er hun eigen hart nv e te ontsteken.
Voor die ongelukkigen ten slotte, welke
geslagen zijn door de blindheid des hei-
dendoms, zullen Wij allen een van ziel
de genade des Hemels afsmeeken, opdat
Jezus Christus, die reeds over hen heerscht
volgens Zijne macht, hen ook aan Zich
onderwerpe, zoodat Hij 7Ajncmacht over
hen doe gelden niet alleen in het loe-
komstige leven, wanneer Hij aan allen
Zijn icil zal vervullen, aan sommigen
door hen te straffen,
maar ook in
dit sterflijk leven, door hun deelgenoot-
schap te schenken aan het geloof en do
heiligheid, opdat zij door deze deugden
-ocr page 130-
11N
God verheerlijken zooala liet betaamt en
tot liet eeuwig geluk des Hemels ge-
raken mogen
In zoodanige toewijding is ook voor
de Staten liet middel gelegen tot vor-
miiig van betere toestanden, daar zij in
staat is den band, welke bet openbaar
li\'veii met God verbindt, te berstellen of
vaster diebt te snoeren. In den laatsten
tijd wordt er uit allo maebt naar ge-
streefd tösscben de Kerk en de burger-
lijke maatschappij e(\'n muur to doen
verrijzen. In de wetgeving en bet bestuur
der Staten gelden Gods gezag en Zijne
heilige rechten voor niets, de invloed
van den godsdienst mag zich in het
openbare leven op geenerlci wijze doen
gevielen. Dit staat nagenoeg gelijk met
de uitroeiing van het Christelijk geloof
en eene poging om, indien het mogelijk
ware, God-Zelf van de aarde te verban-
nen. Is het dan wonder, dat, waar de
mensch zich t.ot zulk een overmoed laat
verleiden, het menschelijk geslacht meer
en meer do prooi wordt van dien toe-
stand van verwarring en die slingerende
golven, welke het voor niemand mogelijk
-ocr page 131-
11!)
maken, zonder vrees en buiten govaar
te leven ? Het kan niet anders, of zoo-
dra de godsdienst veronachtzaamd wordt,
moeten de meest licchto stennscls der
openbare rust en veiligheid ineenstorten.
Maar God, die Zijne vijanden z 1 treilen
met rechtvaardige en welverdiende straf*
fen, heeft dezulken overgelaten aan hun
eigen\' hartstocht, opdat zij do slaaf
worden hunner begeorigheden en zich-
zelven verderven door hunne bandelooze
vrijheid. Vandaar die geweldige rampen,
welko de menschen reeds zoo lang treffen,
en die het dringend noodig maken, do
hulp in te roepen van dien Kene, Wiens
macht alleen ze kan afwenden. Wie nu
is deze anders dan Jezus Christus, de
Eeniggeborene Gods ? Baar is immers
geen andere naam onder den hemel
aan de menschen geschonken, waarin
wij moeten zalig worden.
Tot Hem
dus gevlucht, die de weg, de waar-
heid in het loven is. Men is afgedwaald:
men dient op den weg terug te koeren ;
duisternissen zijn gekomen over de gees-
tcn : die duisternis moet verdreven door
het licht der waarheid; de dood hooft
-ocr page 132-
1:20
nm zich hoen gegrepen : het leven dient
thans gezocht. Slechts dan zullen al die
wonden genezen worden, slechts dan zal
men weer ten volle mogen hopen op
liet herstel van het onde gezag, slechts
dan zullen de symbolen van den vrede
weer in eere hersteld worden, en zwaar-
den en wapenen uit de handen vallen,
wanneer allen uit vrijen wil zich ge-
hoorzaam zullen onderwerpen aan de
heerschappij Vil" Christus en alle tong
zal belijden, dat de. Heer Jezus Chris-
tus is in de glorie van God den
Vader.
Toen de Kerk, hij den aanvang van
haar bestaan, zuchtte onder het juk, haar
door de Caesars opgelegd, verscheen aan
een jeugdigen keizer hoog in do lucht
het teeken dos kruises, als de voorspel-
ling en de oorzaak tevens van een vol-
ledige overwinning, die weldra volgde.
Ziet — heden ten dage wordt aan do
wereld opnieuw een goddelijk teeken
van voorboduiding gegeven : liet Aller-
heiligst Hart van Jezus, waarboven het
kruis, uitstralend tusschen een schitte-
renden vhunmcngloed. Op dit Hart moet
-ocr page 133-
121
aller hoop worden gevestigd, van dit
Hart moet liet heil der mensclicn worden
afgesmeekt en verwacht.
Ten slotte willen Wij niet verzwijgen,
dat Wij tot de aanbeveling dezer gods-
vrncht zijn aangespoord ook door het
feit — wel is waar Ons persoonlijk betref-
fende, maar toch gewichtig en merk-
waardig genoeg — dat God, de Gever
van alle goede gaven, Ons nog kort
geleden, na het doorstaan van eene
gevaarlijke ziekte, heeft behouden. Door
de eerbewijzen aan liet Allerheiligst
Hart te doen vermeerderen, willen Wij
deze weldaad openlijk gedenken en er
dankbaarheid voor betoonen.
Daarom bevelen Wij, dat op den negen-
den, tienden en elfden dag der aanstaande
maand Juni in de v ornaamstc kerk van
elke stad en van elk dorp bepaalde door
Ons goedgekeurde gebeden zullen opge-
zonden en op eiken dier dagen aan die
gebeden de litanie van het Allerheiligst
Hart zal toegevoegd, worden, en dat op
den laatsten dag een formulier van toe-
wijding zal worden gebeden, hetwelk Wij
-ocr page 134-
122
u, beminde Uroedcrs, doon toekomen
tegelijk met dit schrijven.
Als onderpand der Goddelijke gunsten
en als bewijs van Onze genegenheid ver-
lcenen Wij u, alsmede aan de geestelijk-
heid en het volk, waarover gij gesteld
zijt, in den Heer van ganschcr harte
den apostolischen zegen.
Gegeven te Rome bij Sint Pieter den
25 Mei 1899 , het twec-en-twintigstc
jaar van Ons Pausschap.
Lbo XIII, Paus.
cn{£»
-ocr page 135-
Il\':;
Toewijding van de Wereld aan het Aller-
heiligst Hart van Jezus.
Allerzoetste Jezus, Verlosser van
het menschelijk geslacht, zie ons in
allen ootmoed voor Uw altaar neer*
geknield. Wij behooren U toe, en
wij willen U ook toebehoorcn; maar
om des to inniger met U vereenigd
te zijn, wijdt ieder onzer zicli heden
vrijwillig aan U toe. Zoovelen zijnor,
die U nimmer gekend hebben; zoo-
velen, die U door het veronachtzamen
Uwer geboden van zich hebben afge-
stooten. Allergoedertierenste Jezus, heb
met hen allen medelijden en trek hen
tot Uw Heilig Hart. O Heer, wees
Gij Koning, niet enkel over de ge-
trouwen, die nooit van U zijn afgo-
weken, maar ook over de schuldige
kinderen, die U hebben verlaten.
Doe hen spoedig terugkeeren tot het
huis huns Vaders, opdat zij niet van
-ocr page 136-
124
ellende eu honger omkomen. Wees
(•ij Koning over hen, die door dwaling
des geestes misleid, of door scheuring
van ons gescheiden zijn, on roep hen
terug tot <le poort der Waarheid en
de eenheid des Geloofe, opdat het
weldra één schaapstal en één Herder
worde. Wees Gij Koning over allen,
dio in het bijgeloof der heidenen van
vroeger leven, en voer hen genadig
uit de duisternis tot het licht en hot
Kijk Gods. Schenk aan Uwe Kerk o
Heer, rustige en ongestoorde vrijheid ;
schenk aan alle volken den vrede en
geef, dat over geheel de aarde dezo
ééne kreet weerklinke: Eere zij aan het
Goddelijk Hart, dat ons de zaligheid
heeft verworven, t ere, lof en glorie in
alle eeuwen. Amen!
-ocr page 137-
125
SCHIETGEBEDEN.
Afijn Jezus, harmlutrtiyheid !
Honderd dagen aflaat.
Bemind zij overal het heilij Hart van
Jezu»!
            Honderd dagen aflaat.
Jezus, zachtzinnig en ootmoedig run
luirte, maak mijn hart gelijk aan het Uwe.
Driehonderd dagen aflaat.
Zoet Hart run Maria, trees mijn heil!
Driehonderd dagen aflaat.
Gezegend zij de heilige, onbedekte en
allerzuirerste ontvangenis der heilige Maagd
en Moeder Gods!
Driehonderd dagen aflaat.
N.B. Al deze aflaten zijn toevoegelijk
uan de geloovigo zielen in \'t vagevuur.
-ocr page 138-
G2EEC
OM DK
HEILIGVERKLARING
UKlt
Gelukzalige MARGARETA-MARIA
KX UK
zaligverklaring
van den Kfi-\'iu\'il-.vanrilijri-ii
CLAUDIÜS DE LA COLOMBIÈRE
te vc.\'k-\'ijgcu.
Heer Jezus Christus, dio ons door
Margareta-Maria de onnaspeurlijke rijk-
doimnen van Uw Hart geopenbaard
hebt, verleen ons nu ook nog de gunst,
de veelgeliefde leerling van Uw aan-
biddelijk Hart, vorhevon te zien in de
rij der heiligen.
O, Edelmoedige Koning, die de klein-
ste werken, te Uwer liefde verricht, zoo
gaarne honderdvoudig beloont, gedenk
-ocr page 139-
127
de vervolgingen en vernederingen door
Margarota-Maria verduurd; gedenk
hare tranen, hare smarten, hare held*
haftige boetewerken, al wat die edele
maagd gedaan en geleden heeft. Heel
haar leven heeft zij zich aan Uwe
glorie gewijd en voor Uw Goddelijk
Hart geijverd. Verheerlijk haar nu voor
ons: laat op hare voorspraak, de wonde-
ren geschieden, door do Kerk geeischt,
opdat deze de plechtige zegepraal harer
heiligverklaring kunne vieren.
O, God van goedheid, voeg nog eene
tweede gunst bij die, welke wij U
vragen. Verleen tot Uwe glorie en
tot troost Uwer zoo zwaar beproefde
Kerk, de kroon der Gelukzaligen aan
den Eerbiedwaardigen Claudius de la
Colombière, den gids en steun Uwer
getrouwe dienares in de vestiging der
devotie tot Uw H. Hart.
Moge het spoedig opnieuw blijken,
dat deze beiden, door U uitgekozen,
gelijkelijk met geestelijke goederen ver-
-ocr page 140-
128
rijkt en voor altijd in Uw Hart ver-
eenigd zijn. Boloon hen beiden, die
te zamen voor U hebben gearbeid, ge-
streden en geleden. Schenk dien troost
aan den H. Vader in de bitterhodon,
die liij verduurt. Bereid die vreugde
aan de vereerders van Uw Hart.
Om ons deze gunsten waardiger to
maken, smeoken wij U dringend, ons
den moed to geven om de deugden
dezer twee apostelen van Uw Hart na
te volgen, vooral de nederigheid, de
zachtzinnigheid. do naastenliefde, het
verlangen tot lijden en de vergevings»
gezindheid, opdat wij, na hier gewandeld
te hebben in het voetspoor der heiligen,
eens mot hen de gelukzaligo oeuwig-
hoid mogen ingaan. Amen.
(De Heiligverklaring der Zal. Marg.-
Maria werd door Z. H. Leo XIII zelven
gekozen tot algemeeno intentie van
hot Apostolaat des Gobeds voor do
maand Januari 1890.)