-ocr page 1-
yn/m \\3Z$£
M
ZJSS
<u
-ocr page 2-
-ocr page 3-
tor
Vak 72
\'
DE HEILZAME INVLOED VAN HET DA-
\' GELIJKSCH BIJWONEN DER H. MIS.
TWEEDE DEEL.
DEN
\\ *?
Eerwaarden Heeren Geestelijken der stad
Amsterdam
EN ZIJN VERDEREN BEGUNSTIGERS
DOOR DEN UITGEVER VAN
,DE KERKLIJST".
AMSTERDAM, October 1886.
*^-
!
-ocr page 4-
VOORWOORD.
Bij de aanbieding van mijn gering letterkundig ge-
schenkje, maak ik gaarne van de gelegenheid gebruik,
om mijnen hartelijken dank te betuigen aan de
Weleerwaarde Heeren Geestelijken, die zoo liefderijk
mij iedere week met hunne welwillende inlichtingen
blijven helpen, en ook mijn verderen begunstigers
voor den steun, dien ik wederom zoo ruimschoots heb
mogen ondervinden.
Met den oprecht gemeende wensch, dat God zijn
rijksten zegen schenke aan onzen H. Vader Leo XIII,
aan Z. D. Hoogw. onzen Bisschop, Mgr. C. J. M. Bot-
temanne, aan den Hoogeerw. Heer Deken en de andere
Eerw. Heeren Geestelijken onzer stad, en aan al mijne
Begunstigers, blijf ik, onder betuiging mijner dank-
baarheid en mijner nederige hulde, mij voortdurend
aanbevelen in de zoo liefderijke en zoo onmisbare
medewerking.
Met de meeste hoogachting beveelt zich de uitgever
van //de Kerklijsf\'
Amsterdam,                            J. TRESOOR.
October 188G.
-ocr page 5-
O F. ■
V w\' 1 v) *--••• " * ■ • ^ ■
De heilzame invloed van het dageiijksch
bijwonen der H. Mis,
volgens lm H. ALPMSUS DE LIGUORI,
door den Ecrw. Pater OMEK, Bedemptorist.
(üIT HET FRANSCH VERTAALD.)
(TWEEDE GEDEELTE).
DOELEINDEN VAN HET H. MISOFFER.
EERSTE HOOFDSTUK.
Het H. Misoffer is de grootste eer, die men
God geven kan. 1)
De H. Margaretha van Cortona, eene uitstekende
boetelinge, riep soms geheel ontvlamd van liefde uit:
//O! had ik zooveel harten en tongen, als er sterren
aan den hemel, bladeren aan de boomen en druppelen
in den Oceaan zijn, om mijn God te beminnen en te
loven \\" Eens dat zij zich overgaf aan deze verrukking,
zeide de Heer haar: yMijne dochter, troost U; door
een enkele H. Mis, welke gij met godsvrucht zult
bijwonen, geeft gij mij alle eer, die gij mij wenscht te
geven en nog veel meer." O, christenen, wat zijt gij
dus gelukkig, alle dagen, zoo gij wilt, het H. Misoffer
te kunnen bijwonen!
In de oude wet vereerden de menschen God met
verschillende Offeranden, maar in de nieuwe wet wordt
God meer verheerlijkt door ééne enkele H. Mis dan
1) XIV 325—XI», 12, 194.
-ocr page 6-
4
door alle offers der oude wet, die slechts schaduw en
vooraf bedding waren van het offer onzer altaren.
Door de H. Mis wordt God volgens zijne verdiensten
verheerlijkt, omdat Hij opnieuw die oneindige eer ge-
niet, die Jesus Christus Hem gaf, zich slachtofferend
op liet kruis. Eene enkele H. Mis verschaft God meer
eer, dan Hem verschaft hebben en Hem verschaffen
zullen al de gebeden en boetplegingen der Heiligen,
al de arbeid der Apostelen, al het lijden der marte-
laren en al de liefdedrift der Serafijnen en der Godde-
lijke Moeder. Want al de eerbetuigingen der schepselen
zijn eindig, terwijl de eer, die God gegeven wordt door
een Goddelijken Persoon, eene oneindige eer is. Men
moet dus bekennen, dat de H. Mis liet verhevenste
aller werken is.
Jesus Christus is ook gestorven om den priester te
maken. Het was niet noodig, dat de Verlosser voor
de wereld stierf: één enkele druppel van Zijn Godde-
lijk Bloed, één traan, één gebed, was Hem voldoende,
om de zaligheid van alle menschen te bewerken; want
dat offer, van eene oneindige waarde, was voldoende,
niet slechts om ééne wereld, maar om duizenden
werelden te verlossen. Om een priester daarentegen
te scheppen is de dood van Jesus Christus noodzakelijk
geweest; waar zou men anders het offer gevonden
hebben, dat de priesters van de Nieuwe Wet thans aan
God opdragen, een offer gans heilig en onbevlekt, dat
in zich zelf reeds voldoende is om God te verheerlijken
op eene wijze Gode waardig ? Ja, het leven van alle
Engelen en menschen zou niet in staat zijn, God die
eer te schenken, die de priester Hem brengt door ééne
H. Mis. De H. Vaders hadden dus wel gelijk, het
priesterschap te noemen eene Goddelijke roeping, eene
oneindige waardigheid, ja, de edelste aller waardigheden
-ocr page 7-
5
dezer loereld. God eene oneindige eer te geven, welk
eene geluk! Ach, indien wij één vonk van geloof en
godsvrucht bezaten, zouden wij uitroepen met den ver"
maarden Franschman Monsieur de Bernièret: ,/Ik zou
liever de geheele wereld willen verliezen, indien ik
haar bezat, dan ééne enkele H. Mis, daar ik weet, dat
de verhevenste daad, die men op deze wereld verrichten
kan en aan God de meeste eer geeft, voorzeker het
H. Offer is, waarin Jesus Christus zich offert, om God
eene oneindige eer te geven. Het is de priester, die
de Goddelijke Hostie opdraagt; maar in naam der
geheele Heilige Kerk, voornamelijk voor diegenen die
er bij tegenwoordig zijn, en die het geluk hebben
met hem mede te offeren. Welk een troost voor mij
als ik het H. Misoffer heb bijgewoond! Ik heb God
een offer opgedragen van eene oneindige waarde,
hoewel ik niet het geluk heb priester te zijn. Ik heb
Hem dus oneindig verheerlijkt. O, mijn Jezus ! welk
een onwaardeerbare schat hebben wij dus in U, indien
wij U erkennen."
God eene oneindige eer geven, o ! dat kunnen wij
iederen dag, als wij den H. Dienst bijwonen en zouden
wij dat niet doen ? .. . . Volgen wij Thomas Morus
rijkskanselier van Hendrik VIII, na; hij verzuimde
nooit, ondanks zijne ontelbare bezigheden, om het H.
Misoffer bij te wonen. De koning liet hem eens onder
dien tijd bij zich roepen : //Een weinig geduld," ant-
woordde Thomas, //ik moet vóór alles een hoogeren
Opperheer mijne eerbewijzingen aanbieden, ik moet
tot aan het einde toe de audiëntie van den Hemel
bijwonen." Zulk een groot man achtte het niet be-
neden zich om de H. Mis te dienen : 7/ik beschouw
het als een eer," zeide hij, //dezen dienst aan den ver-
hevenste der Monarchen te bewijzen."
-ocr page 8-
4
door alle offers der oude wet, die slechts schaduw en
voorafbeelding waren van het offer onzer altaren.
Door de II. Mis wordt God volgens zijne verdiensten
verheerlijkt, omdat Hij opnieuw die oneindige eer ge-
niet, die Jesus Christus Hem gaf, zich slachtofferend
op het kruis. Eene enkele H. Mis verschaft. God meer
eer, dan Hem verschaft hebben en Hem verschaffen
zullen al de gebeden en boetplegingen der Heiligen,
al de arbeid der Apostelen, al het lijden der marte-
laren en al de liefdedrift der Serafijnen en der Godde-
lijke Moeder. Want al de eerbetuigingen der schepselen
zijn eindig, terwijl de eer, die God gegeven wordt door
een Goddelijken Persoon, eene oneindige eer is. Men
moet dus bekennen, dat de H. Mis liet verhevenste
aller werken is.
Jesus Christus is ook gestorven om den priester te
maken. Het was niet noodig, dat de Verlosser voor
de wereld stierf: één enkele druppel van Zijn Godde-
lijk Bloed, één traan, één gebed, was Hem voldoende,
om de zaligheid van alle menschen te bewerken; want
dat offer, van eene oneindige waarde, was voldoende,
niet slechts om ééne wereld, maar om duizenden
werelden te verlossen. Om een priester daarentegen
te scheppen is de dood van Jesus Christus noodzakelijk
geweest; waar zou men anders het offer gevonden
hebben, dat de priesters van de Nieuwe Wet thans aan
God opdragen, een offer gans heilig en onbevlekt, dat
in zich zelf reeds voldoende is om God te verheerlijken
op eene wijze Gode waardig ? Ja, het leven van alle
Engelen en menschen zou niet in staat zijn, God die
eer te schenken, die de priester Hem brengt door ééne
H. Mis. De H. Vaders hadden dus wel gelijk, het
priesterschap te noemen eene Goddelijke roeping, eene
oneindige waardigheid, ja, de edelste aller waardigheden
-ocr page 9-
s
dezer xoereld. God eene oneindige eer te geven, welk
eene geluk ! Ach, indien wij één vonk van geloof en
godsvrucht bezaten, zouden wij uitroepen met den ver*
maarden Franschman Monsieur de Bernièret: ,/Ik zou
liever de geheele wereld willen verliezen, indien ik
haar bezat, dan ééne enkele H. Mis, daar ik weet, dat
de verhevenste daad, die men op deze wereld verrichten
kan en aan God de meeste eer geeft, voorzeker het
H. Offer is, waarin Jesus Christus zich offert, om God
eene oneindige eer te geven. Het is de priester, die
de Goddelijke Hostie opdraagt; maar in naam der
geheele Heilige Kerk, voornamelijk voor diegenen die
er bij tegenwoordig zijn, en die het geluk hebben
met hem mede te offeren. Welk een troost voor mij
als ik het H. Misoffer heb bijgewoond! Ik heb God
een offer opgedragen van eene oneindige waarde,
hoewel ik niet het geluk heb priester te zijn. Ik heb
Hem dus oneindig verheerlijkt. O, mijn Jezus ! welk
een onwaardeerbare schat hebben wij dus in U, indien
wij U erkennen."
God eene oneindige eer geven, o ! dat kunnen wij
iederen dag, als wij den H. Dienst bijwonen en zouden
wij dat niet doen ?. . . . Volgen wij Thomas Morus
rijkskanselier van Hendrik VUT, na; hij verzuimde
nooit, ondanks zijne ontelbare bezigheden, om het H.
Misoffer bij te wonen. De koning liet hem eens onder
dien tijd bij zich roepen : //Een weinig geduld," ant-
woordde Thomas, //ik moet vóór alles een hoogeren
Opperheer mijne eerbewijzingen aanbieden, ik moet
tot aan het einde toe de audiëntie van den Hemel
bijwonen." Zulk een groot man achtte het niet be-
neden zich om de H. Mis te dienen : //ik beschouw
het als een eer," zeide hij, //dezen dienst aan den ver-
hevenste der Monarchen te bewijzen."
-ocr page 10-
6
TWEEDE HOOFDSTUK.
Het godvruohtig bijwonen der H. Mis is een zeker
middel om barmhartigheid te verwerven. 1)
De instelling van het H. Sacrament des Altaars zelf
is het bewijs, dat het H. Misoffer eene verzoenende
offerande is, dat wil zeggen : die God genadig stemt
om ons niet alleen de verdiende straffen kwijt te
schelden, maar ook nog de bedrevene zonden, want
het H. Sacrament des Altaars vooral is ingesteld voor
de vergiffenis der zonden. Dit, zegt Jesus Christus,
is mijn bloed, dat vergoten zal worden voor de vergiffenis
der zonden.
De H. Mis vergeeft rechtstreeks de straffen
der zonden, hoewel niet geheel dan toch gedeeltelijk ;
zij vergeeft ook de zonden, al zijn zij nog zoo zwaar,
doch niet onmiddelijk. God verleent alsdan den mensch
de genade van het berouw, die hem zuiveren moet in
het H. Sacrament van boetvaardigheid. De H. Mis
verleent in één woori den zondaar onmetelijke barm-
hartigheid.
De H. Mechtildis zag eens in den geest eene maagd,
die herhaaldelijk een diamant in het bloed van het
H. Hart van Jesus doopte om te toonen, dat er geen
hart zóó versteend is of het H. Hart van Jesus kan
het van berouw doen wegsmelten. Wanneer een zon-
daar het H. Misoffer godvruchtig bijwoont, al ware zijn
hart zoo hard als de diamant, dan nog zal de H. Maagd
Maria het week maken door het te doopen in het
bloed van het Lam, op het altaar. Het volgende voor-
beeld zal u dit bewijzen.
Een jong meisje, Gauthier genaamd, verloor haar
1) Dogm. VII. 77, 78—XIV, 328, 329, 330.
-ocr page 11-
7
vader op zeventienjarigen leeftijd. Zonder fortuin, ver-
bond zij zich aan het theater te Parijs, waar zij zóó
beroemd werd, dat zij zelfs door verschillende prinsen
werd aangezocht. Eene deugdzame vriendin trachtte
haar tot een meer Christelijk leven aan te sporen.
Dat was geen gemakkelijke zaak. Door Grooten ge-
vierd, badend in genoegen, beminde de kunstenares
de wereld en werd door haar bemind. Zij had den
leeftijd van dertig jaar bereikt toen zij, afwijkende van
hare gewoonte, eene H. Mis ging hooren. Op het zelf-
de oogenblik sprak de genade in haar hart en werd
zij door verschikkelijke angsten bevangen omtrent
hare eeuwigheid. Wederom ging zij naar de H. Mis:
hare vrees werd grooter. Zij maakte het voornemen
dit dagelijks te doen, de verwijten bleven voortduren.
Geregeld ging zij nu naar de H. Mis doch nog altijd
\'s avonds naar het theater.
                    .
Bespot over hare godsvrucht, begon zij weldra te
begrijpen, dat men geen twee heeren dienen kan.
Welke zal zij kiezen ? God of de wereld ? Verschrik-
kelijk werd haar zielestrijd! Eindelijk overwint de
genade.
De tooneelspeelster brak eensklaps al hare verbinte-
nissen af, terwijl geheel Parijs verwonderd was over
hare afzondering. Een edelman kwam haar een zijner
schatten aanbieden, doch zij ontkwam deze tweede
hinderlaag, en men vernam weldra, dat zij de wereld
had verlaten en haar intrede had gedaan in het kloos-
ter der Carmelitessen te Lyon waar zij tot haar\' dood
een heilig leven leidde. 1)
Wee, wee voor ons, zoo het heilig offer niet be-
stond, het offer dat de Goddelijke rechtvaardigheid
1) Leven van M. Leckzinska.
-ocr page 12-
8
terughoudt van ons de straffen op te leggen, die wij
voor onze fouten verdiend hebben.
Ja, al hadde men het leven van alle engelen en
menschen geofferd, het zoude niet in staat zijn waar-
dige voldoening te geven aan de Goddelijke recht-
vaardigheid voor ééne enkele beleediging van het
schepsel tegen den Schepper. Jesus Christus alleen kan
voldoen voor onze zonden.
1) Daarom heeft de Eeuwige
Vader Hem in de wereld gezonden, opdat Hij, mensch
geworden, door het offer van Zijn leven Hem zou be-
vredigen en dit offer wordt dagelijks vernieuwd, door
het offer der H. Mis.
De H. Mis is het verzoenend en eerherstellend ge-
bed bij uitnemendheid. Pater Coret verhaalt, dat, na
een preek, waarin hij de uitwerkselen der veelvuldige
H. Communie had aangetoond, voornamentlijk die, dat
men zijne slechte gewoonten overwint, dat toen een man
uit het volk zeer bewogen bij hem kwam, uitroepende :
ir/Helaas Pater, sinds zeven en twintig jaar leef ik in
de gewoonte der ondeugd. Nimmer heb ik mijne zon-
den in de biecht durven belijden. Ik beken U, dat ik
zeer ongelukkig ben en ten prooi aan verschrikke-
lijke gewetenswroeging, doch de schaamte, om mijne
zonden te belijden was zoo hevig dat ik liever voor
eeuwig ongelukkig werd dan eene oprechte biecht
te spreken. Thans heb ik mij overwonnen en wil
mijn hart oprecht voor U uitstorten; doch voor dat ik
begin, bid mijn engelbewaarder, dat hij voor mij de
genade vraagt nog negen jaar te leven om boetvaar-
digheid te doen. — Waarom negen jaar ? vroeg de
Pater. — Het is, omdat ik gedurende negen jaar, ani—
1) Jo. 2. 2.
-ocr page 13-
9
moordde de zondaar, lederen dag drie H. Missen geknield
bij wil wonen ; dan zal ik op het einde van negen iaar
den troost smaken, zooveel H. Missen bijgewoend te heb-
ben, als ik dagen in heiligschennis en onboetvaardigheid
heb doorgebracht. Ik weet, dat de H. Mis een offer is, dat
uit zich zelf wonderbaar de zonden der wereld herstelt en
de straften kwijtscheldt. Ik weet ook, dat de B. Communie
de macht heeft de vurigste neigingen der slechte gewoonten
te overwinnen
: dus heb ik ook het voornemen gemaakt, zoo
dikwijls als gij wilt, te communiceer\'en.
."
Pater Coret voegt hier nog bij : //Ik heb dezen man
verscheidene jaren na zijne bekeering gekend: altijd
heb ik hem bewonderd. Welk eene volharding! Welk
een afschuw voor slechte gezelschappen! Wat een
vasten, gebeden en goede werken ! Welk eene nauw-
gezetheid om de H. Mis bij te wonen ! Welk een ijver
om alle Zon- en Feestdagen te communiceeren 1
Nimmer herviel hij meer in zonden I
O ! het onschuldig Bloed van onzen Verlosser roept
waarlijk meer barmhartigheid voor ons af, dan het
Bloed van Abel wraak riep over Kain.
Dit had eene zondares, die uitgestrekt op haar dood-
bed lag, ten volle begrepen, toen zij uitriep: „O ware
het mij vergund nog ééne H. Mis te mogen bijwonen.
O, ware het mij vergund nog ééne H. Mis te mogen
bijwonen!" En waarom? vroeg men haar. — //Ik ben
verzekerd, dat mijne ongerustheden zouden verdwijnen,
want den priester ziende, de kelk ten hemel heffend
met het Bloed van Jesus, zoude ik tot God zeggen:
z/Heer, mijne schuld is groot, maar ziedaar mijne ver-
zoening."
O, ware het mij vergund nog ééne H. Mis te mogen
bijwonen! Eens zal de dag komen, waarde lezer,
waarop gij, uitgestrekt op uw sterfbed, ook diezelfde
-ocr page 14-
10
kreet zult laten hooren en wie weerhoudt u, om thans
deze weldaad te genieten?
O, ware het mij vergund nog ééne H. Mis te mogen
hij wonen! Zal het geen groote reden van wanhoop
zijn voor de verdoemden, zulk een gemakkelijk middel
van barmhartigheid gehad te hebben in deze wereld
en er geen gebruik van te hebben gemaakt ?
O, ware het mij vergund nog ééne H. Mis te mogen
bijwonen: Dit is de kreet der zielen in het vagevuur
en zij voegen er bij: O, indien er iemand eene H. Mis
voor mij zoude willen lezen of hooren ! Helaas, waarom
heb ik in mijn kring de devotie, om eene H. Mis bij
te wonen, niet verspreid. Want dit offer is nuttig voor
de levenden; maar niet minder voor de overledenen;
de priester bid in de H. Mis den Heer voor Zijne
dienaren, die tot het andere leven zijn overgegaan.
Het concilie van Trente verklaard dat de zielen in het
vagevuur krachtdadig geholpen worden door de gebeden
der geloovigen en vooral door het H. Misoffer. De
H. Augustinus spoort ons aan de H. Mis op te dragen
voor de geloovige zielen in geval dat de zielen, die
wij aanbevelen, onze hulp niet kunnen erlangen.
De Eerwaardige Pastoor van Ars verhaalt, dat een
heilig priester bad voor zijne vriend. God zelf had
hem ongetwijfeld doen weten, dat zijn vriend in het
vagevuur was. Het kwam hem in de gedachte, dat hij
niets beter kon doen, dan het H. Misoffer voor zijne
ziel op te dragen. Toen hij aan de consecratie gekomen
was, nam hij de H. Hostie in zijne vingeren en zeide:
//Eeuwige Vader, laat ons een ruil doen. Gij houdt
de ziel van mijn vriend die in het vagevuur is en ik
het lichaam van uw Goddelijken Zoon, die in mijne
handen is. Welnu, verlos mijn vriend en ik offer U
Uw\' Zoon, met al de verdiensten van Zijn dood." Op
-ocr page 15-
11
het oogenblik van de opheffing zag hij waarlijk de ziel
van zijn vriend geheel schitterend van glorie, ten
hemel varen.
O gij, die dit boekje leest, waarom zoovele tranen
geschreid over den dood van uwe dierbaren? Ach!
die goede vader, die onvergelijkelijke moeder, die
teedere echtgenoot, het kind met zulk een schoone
toekomst, zij zijn niet meer! Gij hebt hen in uwe
liefde beloofd, hen niet te zullen vergeten in uwe ge-
beden. Misschien zijn zij nog in het vagevuur en
roepen U van uit de vlammen toe : //Hebt medelijden
met mij, hebt medelijden met mij; gij, tenminste die
mijne vrienden zijt, want de hand des Heeren heeft
mij geraakt." 1) O, indien gij wist, hoe de H. Mis
uwe dierbare bloedverwanten verlicht, ja, uwe liefde
zou U noodzaken het dagelijks bij te wonen. Eiken
dag, dat het luiden der klok mij kbmt waarschuwen,
dat de H. Mis gaat beginnen, zeide een Heilige, schijnt
het mij toe, dat ik die beklagenswaardige en hart-
verscheurende kreten hoor der overledenen : //Ontfermt
u mijner, ontfermt u mijner" enz., en dan, hoe dringend
mijne bezigheden ook zijn, moet ik aan het vurig ver-
langen voldoen, om naar de H. Mis te gaan. Ik stel
mij die arme zielen in het midden der vlammen voor
en op dit gezicht, zou ik nooit durven zeggen : //Wacht
vandaag, want ik heb geen tijd."
1) Job 19 : 21.
-ocr page 16-
12
DERDE HOOFDSTUK.
Men kan God geen beter dank brengen dan door middel
van het H. Misoffer bij te wonen.
Het is billijk, God te danken voor zijne onmetelijke
weldaden, die zijne oneindige goedheid ons verschaft
heeft, maar ellendig als wij zijn, hoe zullen wij dien
dank waardig kunnen brengen ? Indien God ons slechts
eenmaal een teeken van zijn vriendschap had gegeven,
dan nog zoude Hij van onze kant een oneindige dank
verdienen, omdat deze Goddelijke gift een gunst is van
eene oneindige waarde. Door het H. Misoffer wordt
God ten volle gedankt en voldaan, want de priester
offert aan God den tol van dankbaarheid voor al de
weldaden die Hij zelf aan de uitverkoor\'nen heeft ge-
schonken en zij a dankbaarheid is dan de Goddelijke
goedheid waardig. De Heilige koning David bedankte
den Heer voor al de weldaden die hij ontvangen had,
zeggende: Wat zal ik den Heer wedergeven voor alles wat
Hij mij geschonken heeft
? Ik zal den kelk des heils nemen, 1)
Jesus Christus, zelf God, Zijn Vader, dankend voor al
de weldaden, den menschen bewezen, dankte den kelk
nemend en zeide : //Neemt en drinkt allen hiervan. 2)
Men verhaalt van de H. Francisca Farnèse, dat zij, als
zij zich overladen zag met Goddelijke weldaden, niet
ophield in den geest een middel te zoeken om God op
een waardige wijze te danken. Eens dat zij zich in
deze gedachte verdiepte, zag zij de H. Maagd het
Goddelijk Kind Jezus in hare armen leggen : vNeem
Hem," zeide zij, ,/Hij is de uwe, weet er uw voordeel
uit te trekken; met Hem alleen kunt gij al uwe ver-
1) Ps. 115 : 12.                     2) Luk. 22 : 17.
-ocr page 17-
13
plichtingen voldoen." O heilige lessen van ons geloof,
wij hebben niet noodig om onze dankbaarheid te be-
tuigen, dat de H. Maagd haar Goddelijk kind in onze
armen komt nederleggen; in de H. Mis is hij ter onzer
beschikking om aan Zijn Hemelschen Vader te worden
opgeofferd. Dit was het juist, dat de Heer aan de H.
Theresia openbaarde. Eens toen zij zich overladen zag
met weldaden, riep zij als het ware in doodstrijd uit:
,/Wat kan ik arm schepsel doen, om waardig uwe
goedheid ten mijnen opzichte te erkennen?" Terstond
vernam zij duidelijk eene hemelsche stem, die haar
zeide : ,/Hoor eene H. Mis."
Eens dat de gelukzalige Henricus Juso de Hoogmis
deed, geraakte hij in vervoering bij de woorden:
„Sursum corda. Heffen wij ons hart ten hemel en
danken wij den Heer/\' De aanwezigen vroegen hem»
wat op dat oogenblik zijne gedachten waren. Drie
gedachten vooral, antwoordde hij, ontvlammen mijn
hart. Ten eerste beschouw ik in den geest mijn be-
staan, mijn ziel, mijn lichaam, mijne krachten en
rondom mij alle schepselen, de Engelen des Hemels,
de dieren van het woud, de visschen, de planten enz.
Ik overweeg, dat al deze schepselen God gehoorzamen
en Hem, zooveel in hun vermogen is, prijzen en
zegenen. Ik stel mij dan voor, onder hen te zijn als
een aanvoerder en ik noodig hen uit verheugd met
mij een loflied aan te heffen, zeggende : Sursum corda
en danken wij den Heer. Vervolgens beschouw ik
mijn hart en dat van alle menschen en denk aan de
vreugde, de liefde, de vrede van hen, die zich aan
den dienst van God hebben toegewijd; vervolgens aan
de ongelukken, aan de wroegingen en aan de knagin-
gen van hen, die zich aan de wereld overgeven. Dan
noodig ik alle menschen der wereld uit om zich met
-ocr page 18-
14
mij tot God te verheffen om hem te loven en te danken.
Dan roep ik uit: „O arme harten der menschen over-
win toch de golven der hartstochten, ontvlucht toch
eindelijk de ondeugd en den dood ; breek de banden
van uwe slavernij, verdrijf uwe ongevoeligheden, dat
eene heilige bekeering u tot God geleidde om Hem te
danken en te dienen ! Snrsum corda! Heffen wij onze
harten omhoog en danken wij den Heer. Eindelijk richt
ik mij tot de zielen, die van goeden wil zijn, maar
die zich niet geheel aan God overgeven Ik beween
hen omdat zij niet ten volle God kunnen genieten.
Ik noodig hen uit, om met moed de ijdele liefde der
schepselen te verachten, om zich voor altijd aan God
te geven, om Hem te danken, zeggende : „Sursum Corda."
yiERDE HOOFDSTUK.
Het zekerste middel om van God genade te krijge , is,
om het Hem te vragen, wa.neer men het
H. Misoffer bijwoont.
Indien het ons beloofd ware, dat wij alles van God
zouden verkrijgen wat wij Hem vragen in den naam
van Jesus Christus, hoeveel te meer kunnen wij deze
genade verwachten, wanneer wij Hem, den persoon
zelf van Jesus Christus, opofferen! Deze Goddelijke
Verlosser, vol liefde voor ons, spreekt onophoudelijk
ten beste voor ons in den Hemel; maar hij doet het
voornamelijk gedurende de H. Mis. Opdat wij genaden
zouden verkrijgen, offert Hij zichzelven op aan Zijnen
Hemelschen Vader, in de handen van den priester.
Indien wij wisten, dat alle Heiligen met de H. Moeder
Gods voor ons zouden bidden, welk een vertrouwen
zouden wij niet hebben, doch een enkel gebed van
-ocr page 19-
15
Jesus Christus kan oneindig meer dan alle gebeden
der Heiligen.
Volgens het concilie van Trente zit Jesus Christus
gedurende den tijd der H. Mis op den troon van ge-
nade.waar heen de Apostel ons vermaant met vertrouwen
te naderen, om de oneindige barmhartigheid te ver-
zoeken en om de geestelijke en tijdelijke genaden te
verkrijgen, die wij noodig hebben. De H. Joannes
Chrysostomus verzekert, dat de Engelen zelfs het
oogenblik der H. Mis afwachten om meer krachtdadig
voor ons te bidden ; en hij voegt er bij, dat hetgeen
men onder de H. Mis verkrijgt, men moeielijk op eenen
anderen tijd zal kunnen verkrijgen. Hoevele voorbeel-
den zouden wij kunnen aanhalen, om dit leerstelsel
te bewijzen. Verhalen wij er slechts eenigen. Een
soldaat van Marburg, die zijn rechterarm verloren had
bij Malghera in 1848, vader van \'elf kinderen, had
slechts voor enkel fortuin zijn pensioen. Zijne vrouw
werd hevig ziek; weldra verklaarde de dokter hare
ziekte ongeneeselijk en beval dat zij, zonder dralen,
de laatste H. Sakramenten moest ontvangen. Het was
\'s avonds 14 Juli 186(5. Den volgenden morgen begaf
de goede soldaat zich naar de kerk en voor het altaar
nedergeknield, hoorde hij met vuur de H. Mis, om het
herstel van zijne vrouw te verkrijgen. Hij eindigt
zijn gebed met deze woorden vol onderwerping: »Bat
Uw wil geschiedde, o God, en niet de mijne"
Op het
altaar bevond zich een schilderij van het H. Hart. De
goede soldaat dacht, dat de Zaligmaker hem met wei-
behagen tegenlachte. Hij verwijdert zich, met het hart
vol hope. Toen hij zijn huis binnentrad riep hij uit :
t/Geloofd zij Jesus Christus! en moge het H. Hart van
Jesus
m de vrucht toevoegen van de H. Mis, die ik gehoord
heb\\"
//Ja, geloofd zij Jezus Christus!" antwoordde zijne
-ocr page 20-
16
echtgenoote; //want ik ben genezen, geheel genezen."
Oogenblikkelijk stond zij op, zij was volkomen genezen.
In 1861 had eene moeder achtereenvolgens reeds
drie harer kinderen naar het graf zien dragen, nadat
zij door eene vreeselijke ziekte waren aangetast die
met zware pijnen vergezeld ging. Nu werd de vierde
ook op het ziekbed geworpen. De arme troostelooze
moeder, nu geen andere hoop hebbende dan de al-
macht van het H Hart van Jesus, draagt haar dier-
baar kind naar de H. Mis en nauwelijks heeft zij hel
aan het II. Hart, dat op het altaar tegenwoordig is,
aanbevolen, of het was bijna plotseling genezen.
Joannes Josephus Allemand, werd op den leeftijd
van negen of tien jaar volslagen blind. Onze lieve
Heer toonde, hoe aangenaam de deugd van dit geze-
gend kind aan zijn H. Hart was door hem het ge-
zicht weer te gef en. De ouders hielden de arme kleine
blinde altijd opgesloten, doch deze vroeg hun dik-
wijls: //Breng mij naar de H. Mis en ik zal zien."
Men beloofde hem aan zijn verlangen te voldoen; maar
men stelde het immer uit, toen eens zijne peettante,
die veel van hem hield en het aandringen van den
knaap meer ernstig opnam, hem zeide: //Joseph,
wij zullen samen eene novene doen en dan zal ik u
naar de H. Mis geleiden. De novene begon, en toen
de laatste dag daar was, gaf de peettante hare arm
aan den kleinen jongen en geleidde hem naar de H,
Mis in gezelschap van eenige familiebetrekkingen.
Aan de voeten van het altaar neergeknield woonde
Joannes Josephus de H. Mis bij met eene godsvrucht
ongeëvenaard aan zijn leeftijd en bad den Heer met
de levendigste gevoelens van kinderlijk geloof, hem
het gezicht weer te geven. Eenklaps door de bel ge-
waarschuwd voor het oogenblik der consecratie, heft
-ocr page 21-
17
hij het hoofd op, zijne oogen die tot nu toe gesloten
waren, openden zich; hij ziet het altaar, den priester
de H. Hostie en vervoerd van vreugde roept hij uit:
//O mijn God welk eene genade, mijne oogen zijn ge-
opend, ik zie." Op deze woorden staan de peettante
en al de aanwezigen op, verdringen zich om het kind,
en zijn zichtbaar bewogen. De genezing was een
openbaar wonder en Joseph Allemand stierf in 1836
als priester te Marseille.
Onze Heer gewaardigde zich eens te zeggen aan de
H. Gertrudis : lederen keer, dat iemand godvruchtig
de H. Mis bijwoont, en dat hij zich met zorg vereenigt
met het Goddelijk slachtoffer, dat voor het heil der
menschen wordt opgeofferd, beschouwt God de Vader
hem met een oog van welbehagen om zijne liefde
voor de hostie, driewerf heilig, die Hem wordt opge-
dragen. De Heer voegde er zelfs bij; dat de mensch
zijn eeuwig geluk vermeerdert zoo dikwijls hij met
godsvrucht het H. Misoffer bijwoont.
De H. Francisca Vromana zag eens uit het H. Hart
van Jesus een bron van levend water vloeien en
hoorde eene stem, die herhaalde malen zeide: ,/dat
ieder, die dorst hebbe, tot mij kome en drinke.
1) Het is
vooral onder de H. Mis, dat het aanbiddelijk Hart van
Jesus behaagt de zielen te laven, die dorsten naar
waar geluk. O, indien de wereldlingen dit wisten!
Zij hebben mij verlaten, zegt de Heer, Ik, die de ware
bron ben
der levende wateren, en zij hebben ziek putten
gegraven die het water niet kunnen bevatten.
2)
Eene jonge dame van goede huize Stéphanie" ge-
naamd, met de gelukkigste gaven der natuur bedeeld,
had gedurende vele jaren, de wereld en hare genoe-
1) Jo. 7. 37.
2) 2 Jer: 2. 13.
-ocr page 22-
18
gens nagejaagd. Een avond, gedrongen door ik weet
niet welke kracht, spreekt zij, geheel bewogen, een
kloosterling aan : ïMijn vader, zeide zij, ik zoek reeds
zeven jaar naar geluk zonder het te kunnen vinden;
ik heb fortuin, mijne ouders beminnen mij, zooals zij
een eenig kind beminnen kunnen, de wereld aanbidt
mij en toch ben ik ongelukkig : In het diepst mijner
ziel is er een leemte, die mij pijnlijk aandoet; zoodat
ik soms mijne tranen niet kan bedwingen. Och vader,
waar is dan toch het geluk? Bestaat het op de wereld?
Indien gij weet waar het is, zeg het mij dan ?" »Ja,
Mejuffrouw, antwoordde de man Gods, ik weet waar
het geluk te vinden is en gij kunt het ook zekerlijk
verwerven, indien gij drie raadgevingen wilt opvol-
gen." »Spreek verder, uwe raadgevingen zullen stipt
worden uitgevoerd ik geef u er mijn woord op." «Welnu,
kom gedurende een maand in de H. Mis, dit is mijn
eerste raad; kom na dien tijd terug dan zal ik u de
twee andere raadgevingen doen hooren." De jeugdige
dame verliet den priester. De volgende morgen was
zij in de H. Mis; maar verveelde zich erg.
Deze godvruchtige oefening was haar vreemd ge-
worden, sinds zij het pensionaat had verlaten. Aldus
verliep de eerste week. De volgende week vermin-
derde de verveling en maakte plaats voor droomerijen,
herinneringen aan feesten, aan ongerustheid wat men
er van zou zeggen, en over de verschrikkelijke teleur-
stelling die zij zou ondervinden, indien het geluk, dat
zij verwachtte, niet komen zou. De volgende week
begon, en men zag thans Stéphanie in de kerk komen
voorzien van een kerkboek; zij ging eenige gebeden
bidden, eene gewoonte, die zij, helaas, sinds een ge-
ruimen tijd vergeten had.
Van dit oogenblik af, zeide zij later, scheen ik het