-ocr page 1-
Vak 73
-ocr page 2-
r\\*
w&M
-ocr page 3-
-ocr page 4-
/
-ocr page 5-
<té4U^ a*rf"y//rc
/
-^fï/e<?z i/<-?? cr?^\'è&/£££*fe*i
r/6£ i^spx ?z
<ts •wé^te^r\'
-ocr page 6-
\\
/
-ocr page 7-
DE
EENZAME DUIF
N
-ocr page 8-
v
-ocr page 9-
f\' - \'i&ï
EENZAME DUIF
MEDITATIEN
VOOR DEN ADVENT EN DEN KERSTTIJD
NAGELATEN WERK
Weleerw. Pater EGIDIUS VOGELS
REDEMPTORIST
ROERMOND
M. WATERREUS, DRUKKER EN UITGEVER
NEERSTRAAT. N° 133
1887
-ocr page 10-
GOEDKEURINGEN
Imprimatur scrvatis scrvundis.
Amstelodami hac zh Aprilis 1887.
P. OOMEN,
C. SS. R. SIP. PROV.
Imprimatur.
P. J. H. RUSSEL
Can. Pcen. et Prof. Eibrorum Censor.
Runemundae, 1 Nov. 1887.
Imprimatur.
Leodii, 171 Novcmbris 1887.
M. RUTTEN, vic. gen.
-ocr page 11-
VOORWOORD
De Weleenv. Pater Vogels C. SS. R., een man van
gebed bij uitnemendheid, die zooveel uren van den
dag in meditatie kon doorbrengen, heeft in zijn leven
niets uitgegeven dan eene kleine „ St. Jozefs-maand",
een „ Novenenboekji\' voor de feesten van O. L. Vrouw "
en zijne „ Kruisweg-oefeningen, " die herhaalde malen
zijn herdrukt en nog herdrukt worden. Een schat
echter van geschriften liet hij na, waarvan sinds zijn
dood (7 Oct. 1877) reeds verschenen zijn : „ Vertrou-
icelijke samenspraken met Jezus aan den roet van het
Tabernakel, gevolgd door eene dagelijksche begroeting
der Allerh. Maagd Maria,
" — „ 40 verschillende Com-
inunie-oefeningen
" en „ de Meimaand ter eere van
O. L. Vrouw van altvjddurenden Bijstand. "
Deze drie
werken werden zöö gretig ontvangen, dat de beide
eerste reeds een tweeden druk beleven en in het
Duitsch vertaald zijn, en van het laatste een herdruk
onder de pers is.
„ De Meditatiën voor den Advent en den Kersttijd "
welke wij bij dezen den geloovigen aanbieden, zijn
een gedeelte van een grooten bundel meditatiën, die
de Eerw. Pater heeft vervaardigd over het leven, het
lijden en de verheerlijking van onzen Heer Jezus-
Christus onder den algemeenon titel : „ De Eenzame
-ocr page 12-
— VI —
Duif"\' welke meditatiën wij achtereenvolgens in het
licht zullen geven. Zij munten allen uit door degelijken
eenvoud, innige en hartelijke godsvrucht en hebben
een zeer praktische strekking, zoodat zij uiterst ge-
schikt zijn voor menschen van allen stand, die echt
godsdienstig willen leven, zoowel in de wereld als in
het klooster; zij maken de beoefening van het ovei-
wegend en inwendig gebed zeer gemakkelijk en leiden
aldus tot het doel n. 1. de zelfheiliging.
Het onderricht over de meditatie, dat vooraf gaat,
is eene volledige ofschoon beknopte handleiding tot
het mediteeren; en overeenkomstig deze handleiding
zijn alle meditaties ingericht; zoodat men daarin
steeds vindt: 1° de overweging en voorstelling dei-
zaak of der plaats; 2° hartelijke verzuchtingen; 3° on-
derzoek wegens ons gedrag omtrent het voorgestelde
punt; 4° het voornemen en 5" innige gebeden om het
voornemen ten uitvoer te brengen.
P. O.
Amsterdam, 25 Maart 1887.
-ocr page 13-
*4? 4*4*4* 4* 4* 4* 4* 4*4* 4*4* 4*
KORT ONDERRICHT
f» VER
DE MEDITATIE
i
§1. Ore»- denaard en de noodzakelijkheid der Mediiativ.
1.  Mediteeren is niets anders dan eene waarheid
des geloofs of der zedeleer godvruchtig overwegen,
om daardoor heilzame gedachten, gevoelens en voor-
nemens in zich op te wekken, ten einde ten rechten
tijde goede vruchten voort te brengen.
De vrucht der meditatie bestaat voornamelijk in de
goede voornemens,
en in de getrouwheid, om die in
beoefening te brengen, zoo dikwijls de gelegenheid er
/.ich toe aanbiedt.
2.  Mediteeren is eene allerheilzaamste en allernood-
zakelijkste oefening. De heilige Theresia noemt de
meditatie „ den koninklijken iceg naar den hemel; het
., kanaal van alle genaden en den waren schat van
„ alle hemelsche goederen ".
3.  De H. Augustinus vergelijkt do meditatie bij
een licht in een duisteren nacht. Zonder licht stelt
men zich in gevaar van af te dwalen en in den afgrond
te vallen, vooral als men zich op een onbekenden,
smallen en glibberigen weg bevindt. Edoch, hoe onze-
ker, hoe smal en glibberig is de weg des hemels!...
Christus zelf roept met verwondering uit: hoe eng is
de poort en hoe nauw de iveg, die ten hemel leidt, en
-ocr page 14-
Kort onderricht
2
hoc weinigen zijn zij, die hem vinden ! (1) Hij vermaant
ons brandende lampen in onze handen te nemen,
ten einde den Bruidegom als hij komt, terstond open
te doen (2). Deze brandende lampen, zegt de H. Bo-
naventura, zijn de heilige meditatiën, waardoor het
verstand verlicht en het liefdevuur in onze harten
ontstoken wordt. De profeet David, tot God sprekende,
zegt: Uiv woord is een lantaarn voor mijne voeten en
een licht op mijne wegen
(3). Maar welk nut zal die
lantaarn ons aanbrengen, als wij ze niet aansteken, of
welk voordeel zal haar licht ons verschaffen, als wij
er ons niet mede voorlichten ? ongetwijfeld geen; zoo
ook zal het Woord Gods, of de waarheid van het
Evangelie ons geen voordeel aanbrengen, tenzij wij
die door de meditatie herdenken, door de goede voor-
nemena bij ons dragen en er ons mede voorlichten.
Uit ons zelven zijn wij blind; immers ons verstand
is verduisterd door de zonde van Adam, voornamelijk
in de zaken, die God en de zaligheid aangaan: maar de
meditatie gelijkt eene lantaarn, die ons verlicht om
eenerzijds de boosheid der zonde, de ijdelheid der
wereld en het bedrog harer goederen, vermaken en
grootheden, en anderzijds de oneindige volmaaktheden
van God, de waarde der ziel, de schoonheid der deugd
en het belang der zaligheid duidelijk in te zien.
Zij is als een spiegel, gelijk de H. Bonaventura
schrijft. Evenals men in een spiegel de vlekken des
aangezichts opmerkt, zoo merkt men in de meditatie
(i) Matth. VII, 14. — (2) Lucas. XII, 35. — (3) Ps. 118.
-ocr page 15-
over de meditatie.
3
die der ziel op. Dikwijls verbeeldt men zich geene
gebreken noch onvolmaaktheden te hebben, omdat
men er geen acht op geeft; maar als men in de medi-
tatie tot in het binnenste van zijn geweten doordringt,
dan staat men verbaasd over de veelvuldige fouten,
die ons te voren onbekend waren.
De Heiligen, die gewoon zijn dagelijks zich toe te
leggen op de meditatie, zien vele fouten, welke voor
ons verborgen blijven. Wij zijn blind, omdat wij de
meditatie verwaarloozen, of omdat wij ze met on-
achtzaamheid en overhaasting verrichten. Wij moeten
gelooven, dat wij blind zijn, en daarom dikwijls tot
God verzuchten met den blinde van het Evangelie:
Jezus, zoon van David, ontferm U mijner. Mijn Zoon.
vroeg Jezus, wat loilt gij dat Ik u doe ? — Hij zeide :
Heer, dat ik zien moge. Zoo ook moeten wij vurig ver-
langen, dat God ons verlichte, om te zien, hoe nietig
wij zijnen hoe groot God is; hoe ondankbaar en boos wij
zijn, en hoe goed en heilig God is ; om te zien, hoe
nietig het aardsche en hoe kostbaar het hemelsche is,
ten einde voortaan niet meer voor ons zelven noch
voor het aardsche, maar voor God en voor den he-
mel te leven.
4. De H. Alphonsus de Liguori noemt de meditatie
onzen steun. Door de zonde van Adam is niet alleen
ons verstand verduisterd, maar ook onze wil ver-
zwakt ; zoodat wij behoefte hebben, niet slechts aan
licht, maar ook aan sterkte. Deze nu krijgen wij door
de meditatie. Ons hart is uit zich zelf koud en onbuig-
zaam, gelijk ijzer; maar door de meditatie ontvlamt
-ocr page 16-
4                         Kort onderricht
het in liefde tot God. De profeet David zegt : In medi-
fatione mea exardescit ignis: in mijne overweging
ontvlamt hot vuur.
Wanneer het vuur der Goddelijke
liefde in ons ontvlamt, wordt het hart buigzaam
geljjk gloeiend ijzer, en het laat zich bewegen
tot het beoefenen der deugden, waarvan het af-
keerig was: door het beoefenen der deugden ver-
krijgt het meer genade en zoo wordt het versterkt
tegen de bekoringen, tegen de gevaren, tegen de
aanlokkingen der wereld en hare minnaars, en het
zegeviert over al zijne vijanden, over den duivel, de
wereld en het vleesch. Hij daarentegen die de medita-
tie verwaarloost, is zwak en onstandvastig en laat
zich lichtelijk door de zonde overwinnen.
5. De H. Chrysostomus vergelijkt de meditatie bij
eene fontein in het midden van een tuin. "Wanneer een
fontein water geeft en de aarde besproeit, maakt zij
die vruchtbaar; maar als zij uitdroogt, kwijnen de
planten. Ditzelfde geldt van de meditatie; zij maakt
de harten vruchtbaar; maar wordt zij verwaarloosd,
dan kwijnt het hart en wordt onvruchtbaar.
Gelukkig, mag ik hier met den H. Alphonsus uitroe-
pen, gelukkig de religieus, gelukkig ieder Christen,
die den geest des gebeds en der meditatie bezit, en
zijn hart gedurig tot God verheft door de meditatie !
Zoo iemand zal, gelijk een boom aan den oever
van een vruchtbaren stroom, overvloedige vruchten
van deugd voortbrengen, te weten: vruchten van
versterving, van nederigheid, van gehoorzaamheid,
van milddadigheid, van liefde jegens den evennaaste,
-ocr page 17-
over de meditatie.                        5
bijzonder jegens de armen, zieken en noodlijdenden;
van liefde jegens God, van gelatenheid, of overgeving
aan Gods wil, enz.
Ongelukkig daarentegen die het gebed en de medi-
tatie verwaarloost of niet onachtzaamheid verricht!
De H. Alphonsus sprekende van zulk een religieuze
zegt: ,, Zij was eertijds een voorbeeld van zedigheid,
, ootmoedigheid , nauwgezetheid , ingetogenheid ,
,, ijver, godsvrucht, versterving, liefde, gedienstigheid
„ enz.; maar na het gebed en de meditatie verlaten
„ te hebben, ontwaart men spoedig bij haar eenc
„ groote vrijheid en verstrooidheid in hare blikken.
.. in hare handelingen, in hare woorden en gesprek-
„ ken; hare eigenliefde wordt door het minste woordje
„ gekrenkt, zij krijgt afkeer van de versterving,
„ zij verwaarloost de goede voornemens, en voelt
„ zich getrokken tot ijdele vermaken, tot zinnelijke
, voldoeningen, tot lichamelijke gemakken en we-
„ reldsche uitspanningen. " Zoo spreekt de H. Alphon-
sus van eene religieuze, die het gebed en de meditatie
verzuimt.
Hetzelfde mag men evenzeer of zelfs met meer recht
nog zeggen van iemand, die in de volle wereld leeft :
wijl hij door het verkeer met de wereld meer aan ver-
strooiingen is blootgesteld en dus meer noodig heeft,
zich door het gebed en de meditatie te versterken tegen
de gevaren, die hem van alle kanten omgeven.
6. De H. Chrysostomus vergelijkt de meditatie bij
den ivortel eens wijngaards; wanneer de wortel kwijnt,
kwijnt ook de stam en blijft onvruchtbaar: evenzoo
-ocr page 18-
6                         Kort onderricht
gaat het met den christen, die de meditatie verwaar-
loost ; hij kwijnt en blijft onvruchtbaar voor den
hemel. Dit bevestigt de godvruchtige Rufinus, die
zegt, dat alle vrucht voortspruit uit de meditatie, en
liet zonder mirakel niet mogelijk is christelijk te leven,
als men de meditatie achterlaat.
7. De waarheden van ons H. Geloof worden verge-
leken bij het vuur. Ofschoon het vuur de kracht heeft
om brandstoffen te ontsteken, zal het evenwel die
niet doen branden, tenzij ze met het vuur in aanraking
komen; zoo hebben de waarheden van het geloof
ook wel de kracht, om onze harten te ontvlammen ;
zij zullen het evenwel niet doen, tenzij die waarheden
met onze harten in aanraking komen door de medi-
tatie.
Bij voorbeeld : Wat indruk zal de dood, het oordeel,
de hel, de hemel, het lijden van Jezus, de liefde
van God, zijne oneindige volmaaktheden, enz., op ons
maken, als wij er niet aan denken ? \'t Is niet genoeg,
die waarheden te kennen en te gelooven, maar men
i noet ze ook in zijn hart dragen, ten einde zij de ge-
wenschte vruchten voortbrengen.
o) Hoe zou iemand de goederen der wereld kunnen
verachten, de moeielijkheden, die hij op den weg dei-
zaligheid ontmoet, overwinnen en standvastig blijven
te midden der wederwaardigheden, beleedigingen en
bekoringen die hem drukken, indien hij door het be-
schouwen der eeuwige waarheden en der liefde Gods
niet aangemoedigd en ondersteund werd ?
b) Hoe zou iemand eene ware droefheid over z^ne
-ocr page 19-
over de meditatie.                        7
zonden kunnen hebben, indien hij de leelijkheid en
boosaardigheid der zonden niet overwoog ?
c)  Hoe zou iemand den moed hebben, zich in alles
te verloochenen, zijn kruis op te nemen en Jezus te
volgen, tenzij hij van het nut en do noodzakelijkheid
innig doordrongen ware en van liefde tot Jezus brand-
de ? Maar hoe zal hij zich daarvan doordringen en hoc
zal hij dat liefdevuur in zich ontüteken, tenzij door
aanhoudende meditatiën ?
d)  Hoe zal iemand den moed hebben, om zijne
ongeregelde neigingen te bedwingen, zijnen wil te ver-
sterven, de vermaken te vluchten, het zoete te verwij-
deren, het bittere gewillig aan te nemen, het ongelijk
te vergeven, alles met geduld te lijden en zich in de
vernederingen te verheugen ; tenzij hij door vurige
gebeden versterkt en door aandachtige overwegin-
gen opgewekt worde, om over zich zclven te zege-
vieren ?
e)  Hoe zou iemand zijne plichten jegens God, jegens
de H. Kerk, jegens zijne oversten, jegens zijne onder-
danen, jegens den evennaaste en jegens zich zelvcn
kunnen kennen en onderhouden, indien hij er niet aan
dacht en zich er niet toe aanspoorde door aanhoudende
gebeden en meditatiën.
8. Daar God, beter dan iemand, het voordeel en de
noodzakelijkheid der meditatie kent, gaf hij er een
stellig gebod van, zeggende aan zijn volk: Gij zult
deze mijne geboden leggen in uw hart en aan uwe
kinderen leeren: gij zult ze overdenken, als gij zit in
me huis of wandelt langs het veld; gij zult er altijd
-ocr page 20-
8                           Kort onderricht
aan denken, zoowel bij dag als bij nacht: gij zult ze
voortdurend en op alle plaatsen voor oogen hebbend).
9. Sommigen willen zich verontschuldigen en
zeggen: „ Ik kan niet mediteeren: ik heb er geen
„ genoegzame kennis toe. "
De H. ïheresia antwoordt, dat voor de meditatie
geene kennis, noch wetenschap of geleerdheid, maar
alleen liefde noodig is. Ad quant non rires corporis eed
tolus amor requiritur. —
Doch wie durft zeggen: ik
kan niet beminnen ? Het gebeurt zeer dikwijls, dat de
eenvoudigste menschen het best mediteeren,omdat zij
liet meest beminnen. Dit gaf de Zaligmaker te kennen,
toen Hij zeide: Ik loof U, Vader, Heer van hemel en
aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen
verborgen, en ze aan kleinen geopenbaard hebt.
(2ï
Ook lezen wij in de levens der heiligen, hoe sommi-
gen van geringe afkomst, en zonder kennis of geleerd-
beid, in de kunst van mediteeren zeer ervaren waren,
en er altijd, zelfs te midden hunner bezigheden, gebruik
van wisten te maken. De II. Isidorus b. v. was een
arbeider, een landbouwer; hij had weinig tijd om te
bidden; maar wanneer hij werkte, dacht hij steeds
aan God en hield zich altijd met heilige zaken bezig:
hierdoor was hij Gode zoo aangenaam, dat de Engelen
tot hem afdaalden en hem bij zijnen arbeid verge-
zelden. — Zoo kunnen alle menschen mediteeren.
Eenvoudige menschen mediteeren over hunne tijdelijke
zaken : waarom zouden zij het ook niet kunnen
(i) Deuter. VI. 6. — (a) Lucas X. 21.
-ocr page 21-
over dr meditatie.                          9
over die zaken, die God en de zaligheid aangaan?
Ken gierigaard mediteert UV31" zijn geld; een koop-
man over zijnen handel; een landman over zijne
granen ; met één woord, ieder overdenkt, hoe hij
zijne tijdelijke zaken het best zal regelen, welke
middelen hij moet aanwenden, welke beletselen uit
den weg ruimen, enz. — Zoo mediteert ieder over zijne
tijdelijke belangen ; daarom zeide de Zaligmaker: de
kinden\')) dezer wereld zijn voorzichtiger in hunnen
handel dan de kinderen den lichts...
Zou het geene
schande voor ons zijn minder zorg te hebben voor
onze ziel en zaligheid, dan de wereldling voor het
vergankelijke ?
Anderen verontschuldigen zich mette zeggen : , ik
„ kan geene gedachten vormen; ik ben altijd ver-
, strooit!; ik doe er geen voordeel mede. "
. Ook om deze redenen mag men de meditatie niet ver-
waarloozen : want onvrijwillige verstrooidheden, dor-
heden, duisternissen, tegenzin, afkeer, enz. beletten
de vrucht der meditatie niet. De II. Augustinus
zegt: (li Ecagatio inentte, <i)«c fd preeter prceposi-
!)tm,orationi8fructum nontollü.
, De verstrooidheid.
.. welke zonder onze schuld is, belet de vrucht des
. gebeds niet." De grootste heiligen zijn er mede ,
gekweld geweest. De profeet David, een man naar
Gods hart. zuchtte er over, zeggende : Cur meum dere-
liquit me. Mijn hart heeft mij verlaten
(2), en om
daarna God te bedanken, zegt hij : Inueni Domine cor
O) In ? Regula. — f2) Ps. 85.
-ocr page 22-
io                       Kort onderricht
meum, ut orarem ad Te. Heer, ik heb mijn hart gevon-
den, om tot U te bidden.
Indien de heiligen zoo klagen
over de verstrooidheden, dan moeten wij niet verwoiv
derd zijn, indien ook wij er mede geplaagd worden.
Wij moeten ons dan vernederen en God bidden, dat Hij
ons zijne genade gelieve te geven om te kunnen bidden.
Ook de vrijicillige verstrooidheden zijn geen reden
om de meditatie te verwaarloozen ; maar men moet
zijn best doen, om zich niet meer aan vrijwillige ver-
strooidheden over te geven. Men moet de fout verbete-
ren, maar het goede niet achterlaten.
10. Daar de duivel het nut der meditatie kent,
spant hij alles in, om ze ons lastig te maken, hetzij
door afkeer en dorheid, hetzij door verstrooidheden,
hetzij door slaperigheid, moedeloosheid, onpasselijk-
heid of verveling, opdat wij ze zouden verwaar-
loozen. Hiertegen wapent ons de H. Geest, als
Hij zegt: ne impediaris semper orare. „ Laat u niet
verhinderen altijd te bidden. "
De profeet Jeremias
zegt, dat uit het verzuim der meditatie alle kwaad
geboren wordt: desolafione desolata est omnis terra :
quia nullus est, qui recogitet corde. Geheel de aarde
is ten eenemaal aan de verwoesting prijs gegeven,
omdat er niemand is, die van harte nadenkt
(1). De
groote kardinaal Bellarminus beschouwt dit verzuim
als de oorzaak, waarom sommige personen, ofschoon
zij zeer godvruchtig schijnen en grooten ijver hebben,
en zelfs alle acht dagen gaan biechten, evenwel aan
vele fouten onderhevig zijn en blijven.
(ï)Jerem. XII. u.
\\
-ocr page 23-
(roer de meditatie.                       11
11.  Daar de meditatie zoo voordeelig en zoo noodza-
kelyk is, zal niemand, die prijs op zijne zaligheid stelt,
haar verzuimen. Hij zal dagelijks oenigen tijd weten
te vinden, welken hij daartoe zal besteden. Men vindt
t\\jd voor het tijdelijke, voor de kostwinning, voor het
onderhoud van zijn lichaam ; zou men dan ook niet
eenige oogenblikken kunnen vinden, om te denken
aan die groote zaak, aan die ééne noodzakelijke zaak,
aan de zaak zijner zaligheid ? De zaak der zaligheid is
gelyk aan den koophandel: de Zaligmaker zegt: nego-
tiamini dum venio,
„ drijft handel totdat Ik kome. (1) "
Wat doet een koopman om winst te maken ? Hij
is er altijd mede bezig: bij het opstaan en slapen gaan,
bij het eten en drinken, te huis of op reis, altijd denkt hij
er aan, en overlegt, op welke wijze hij het voordeeligst
zal kunnen handelen, welke gevaren en nadeelen hij
moet vermijden. Dit alles doet hij, voor een verganke-
lijke winst; zullen wij dan voor eene onvergankelijke
winst, voor eene eeuwige belooning ten minste niet
evenveel doen ?
§ II. Over de stof der meditatie.
12.  Alles, wat geschikt is, om ons van de zonden
te verwn\'deren, tot het beoefenen der deugden aan te
sporen en in liefde tot God te ontsteken kan dienen
tot stof der meditatie, b. v. de korte duur van \'s men-
schen leven, de ijdelheid der aardsche grootheden,
goederen en vermaken ; de dood, het oordeel, de hel.
de hemel, enz. De H. Geest zegt: in al mee tverken ge-
(i)Luc. XIX, i3.
-ocr page 24-
r 2                          Kort onderricht
denk uwe uiterste)), en in eeuwigheid zult gij niet zondi-
<jen.
Ook het lijden van Jezus is daartoe bijzonder
geschikt: de apostel Paulus zegt: Herdenkt Hem. die
tegen zich eene zoogroote tegenspraak van de zondaars
geleden heeft, opdat gij door rernweienis en ongeduld
onder het lijden niet zoudet bezwijken
(1).
De apostel zegt: herdenkt, om te kennen te geven
dat wij gedurig aan het lijden van Jezus moeten
denken. Gelijk sommige dieren de spijzen herkauwen,
zoomoeten wij het lijden van Jezus gestadig herdenken.
13. De ziel heeft zoowel als het lichaam, voedsel
noodig; dat voedsel vindt zij in de overweging van
hetgeen Jezus voor ons geleden heeft. Door er dikwijls
aan te denken, wordt zij zoo versterkt, dat zij alle
aanvallen harer vijanden kan wederstaan. De apostel
Paulus, die zich beroemde niets te kennen, dan Jezus
en dien gekruist,
was zoo geduldig, dat hij verheugd
was, voor den naam van Jezus vervolgingen, vernede-
ringen en mishandelingen te mogen lijden. Wij zullen
dezelfde genade verkrijgen, als wij ons zoo levendig
doordringen van het lijden van Jezus, dat wij als het
ware, niets anders kennen dan Jezus en dien gekruist.
De H. Franciscus van Sales zegt: „ Het is eene zeld-
., zaamheid, dat men geen voordeel trekt uit de over-
„ weging van hetgeen onze Zaligmaker gedaan,gezegd
„ of geleden heeft. Hij is de opperste Leermeester,
„ dien de hemelsche Vader op de aarde gezonden
„ heeft, om ons te leeren, wat wij moeten doen." (2)
(i) Hebr. XII. 4. — (2) Vraic el solide piété. P. II. Cap. 44.
-ocr page 25-
over de meditatie.                         13
14. De heiligen vonden hun verinaak in Jezus\'
lijden te overdenken, en verwierven daardoor buiten-
gewone genaden, vooral die van eene groote droefheid
over de zonden — van een onoverwinnelijk geduld in
het lijden — en van eene vurige liefde tot Jezus. De II.
Brigitta
was zoo gevoelig voorzijn lijden, dat zij er nooit
aan kon denken zonder tranen te storten. Dok de II.
Franciscw van Assi^ië
weende somtijds luide, als hij
aan het H. lijden dacht. Wanneer men hem eens vroeg:
waarom lhj zoo weende; antwoordde hij : „ Ik ween
. over het lijden van mijnen Heer Jezus-Christus." Ook
de H. Alphonsu» de Liguori was er zoo van doordrom
gen, dat hij er gedurig van sprak, in zijne geschriften
er gedurig melding van maakte en zijnen geest er
steeds mede vervulde; van daar dat hij zoo geduldig
was in al zijn lijden, in al zijne vernederingen, in al
zijne ontberingen en in alles, wat den mensen bitter
valt.
De eerbiedwaardige Gerardus Maria Majella, leeke-
broeder van de Congregatie des Allerh. Verlossers,
was er zoo vol van, dat hij niet kon rusten, zoolang
hij door het lijden niet gelijkvormig was aan Jezus:
daarom was hij er op uit, om het lijden des Zaligma-
kers in alles na te volgen; daarom liet hij zich geeselen
ten bloede toe, eene kroon van doornen op zijn hoofd
zetten, en met geweld er in drukken; zelfs liet hü
zich kruisigen, en wilde dat men hem, gelijk den Zalig-
maker, met geweld op het kruis zou uitstrekken.
De kracht der liefde is waarlijk wonderbaar: zij
dreef de heiligen aan om te lijden en liet hun geënt
-ocr page 26-
14                         Kort onderricht
rust, voordat zij aan den gekruisten Jezus, het voor-
werp hunner liefde, in alles gelijkvormig waren-
Daarom zeide de apostel Pauhis: De liefde van Christus
divingt mij,
dat is „ de liefde van Jezus laat mü geene
rust; zij praamt mij, om Hem te beminnen, voor Hem
te lijden, en mij geheel voor Hem te slachtofferen : h\\\\
was er zoo vol van, dat hij zich verbeeldde alles te kun-
nen en uitriep: Wie zal ons scheiden van de liefde
raii Christus ? Verdrukking of benauwdheid, of
honger of naaktheid, of gevaar of vervolging, of hel
zwaard, ? Neen, niets van dit alles is er toe in staat: in
al deze dingen blijven wij overwinnaars door Hem, die
ons bemind heeft; want ik ben verzekerd, dat noch dood,
noch leven, noch engelen, noch heerschappijen, noch
machte7i, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen,
noch geweld, noch hoogte, noch laagte, noch eenig ander
schepsel ons zal kunnen afscheiden van de liefde Gods, in
Jezits-Christus onzen Heer
(1).
Bovenal dient de H. Maagd Maria ons tot voorbeeld;
zij dacht altijd aan Jezus, en overwoog in haar hart
alles wat Hij gedaan en geleden had. Zij openbaarde
aan de H. Birgitta (2) dat Jezus\' lijden, hetzij zij at,
hetzij zij werkte, altijd levendig in haar geheugen
bleef; dikwijls ging zij de plaatsen bezoeken, waar
Jezus geleden, en welke Hij met zijn bloed besproeid
had. De godvruchtige Justinus Miechovius zegt,
dat Maria de geheimen van Jezus\' leven en lijden
gestadig overwoog : „ al hare gedachten, woor-
(i) Rom. VIII. 35-39. — (2) Libr. I. c. 77. Revel.
-ocr page 27-
over de meditatie.                      i 5
„ den en verzuchtingen waren er vol van: als zij
„ wandelde was het met Christus; als zij weende, was
, het om Christus ; als zij verblijd was, was het over
, en om Christus; niets was er in haar, waardoor zij
, Christus niet afbeeldde ; met één woord, zij was ge-
.. heel met God vereenigd en Christus geheel toegedaan.
„ Nimmer kon zij het leven en lijden van haren
_ Zoon vergeten ; want haar hart was een allerhelder-
„ ste spiegel van het leven, het lijden en den dood des
. Zaligmakers. " Daar zij geheel met Jezus vereenigd
was, altijd aan Hem dacht en alles om Hem deed, nam
zij dagelijks toe in liefde tot God en leidde een hemelsch
leven op aarde, zoodat zij in volle waarheid kon zeg-
gen: Ik kef, neen niet ik, maar Jezus leeft in mij.
15. Laten wij, naar het voorbeeld der Heiligen,
dagelijks het lijden van Jezus overwegen en ons
beijveren zijn heilig leven na te volgen, wijl Hij daarom
op aarde gekomen is: Ik heb U een voorbeeld gegeven,
zegt Hij, opdat gij doen zoudet, gelijk Ik gedaan heb.
Ten einde deze overweging gemakkelijker te ma-
ken, heb ik het nuttig geoordeeld, eenige meditatiën
over het leven en l\\jdcn van Jezus, op eenc eenvoudige
wijze te schrijven, opdat allen, ook de eenvoudigste
menschen, gemakkelijk en voordeelig zouden kun-
nen overwegen.
Gelukkig, ja duizendmaal gelukkig zij, die dagelyks
iets van Jezus\' leven en lijden overwegen, en tevens
hun best doen om zijn voorbeeld na te volgen!
De H. Bonaventura zegt: „ O mensch, als g\\j wilt
„ opklimmen van deugd tot deugd, van genade tot
-ocr page 28-
i6                        Kort onderricht.
, genade, overweeg dan dagelijks het lijden des
„ Heeren ; want niets is er, dat eene zoo algemeene-
„ heiliging in onze ziel te weeg brengt." (Zie verder
in liet voorbericht ; daar wordt gezegd, wat men
in de overweging van Jezus\' lijden bijzonder moet
opwerken.)
§ III. Middelen en gesteltenis om goed te mediteeren.
10. Het eerste middel om goed te mediteeren is
het Gebed.
Overtuigd dat de gave van mediteeren eene a11er-
grootste genade is, en dat wij uit ons zelven daartoe
niet in staat zijn, moeten wij met een ootmoedig en
leerzaam hart, om deze genade bidden, met de Apos-
telen zeggende: Domine, doce ttos orare. Heer, her ons
bidden; leer ons mediteeren, want uit eigene krachten
zijn wij er niet toe bekwaam, daar wij uit ons zelven
geene goede gedachte hebben, veel minder ons gedu-
rende een kwartier uursof langer met goede gedach-
ton bezig kunnen houden. gelijk men inde meditatie
doen moet.
17. liet tweede middel is het veklanuen.
Daar de gave van mediteeren eene groote genade is,
moeten wij er vurig naar verlangen; dat verlangen
moet groot en als een honger zijn. üe Zaligmaker
zegt: zalig zijn zij, die hongerig en dorstig zijn naar de
rechtvaardigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zoo moeten wu\' ook verlangen naar de gaaf van me-
diteereu; want zij is zoo noodzakelijk dat men kan
zeggen, dat er onze rechtvaardigheid, onze volmaakt"
-ocr page 29-
over de meditatie.                         17
heid, onze volharding van afhangt: wijl het bijna
onmogelijk is te volharden, indien wij het gebed en de
meditatie verzuimen. Ongetwijfeld zou een arm en
behoeftig man eene groote begeerte hebben om een
ambacht te leeren, waardoor hij spoedig rijk zou kun-
nen worden; en zeker zou hij er zich met hart en ziel
op toeleggen; moeten wij ons dan niet met een grooter
verlangen en meer vlijt op de meditatie toeleggen, ten
einde daardoor voor ons, die zoo arm naar de ziel zijn,
een schat van genaden, van deugden en verdiensten
te vergaderen en rijk te worden voor den hemel ?
18. Het derde middel is de oefening.
Het gebed en het verlangen zijn niet genoeg; wij
moeten daarenboven ons dagelijks in het mediteeren
oefenen; wij mogen de meditatie uit afkeer, tegenzin,
dorheid,enz. niet achterlaten; wij moeten aanhouden
en den tijd van genade met geduld afwachten; maai\'
tevens moeten wij er ons met ijver op toeleggen,
zelfs dan als wij koud en ongevoelig zijn. De H.
Theresia kon in het begin niet mediteeren. maar door
te volharden is zij opgestegen tot een hoogen trap van
beschouwing. In het begin had zij er afkeer van, zij
kon geene gedachten vormen, en de tijd verveelde
haar; dit heeft verscheidene jaren geduurd; zij bleef
evenwel volharden en volgens de voorschriften van
haren biechtvader mediteerde zij dagelijks een uur
lang, zonder dien tijd ooit te verkorten, ofschoon die
haar zeer langer vervelend was. God beloonde hare
volharding en verleende haar in het vervolg de gaaf
van mediteeren in een zeer verheven graad. — Zoo
-ocr page 30-
i8                         Kort otiderricht
moeten wij ook doen.Ten tijde van dorheid en verveling
moeten wij ons vernederen, zeggende: „ O God ! Gij
„ ziet hoe arm, hoe ellendig en nietig ik ben; ik kan
. niets doen. Ontferm U mijner, help mij, uw wil ge-
., schiede." enz.
Als wij zoo ons best doen en volharden, zal God
medelijden met ons hebben en ons ten bekwamen tijde
verhooren.
19.  Het vierde middel is: het verwijderen der
zonden, zoo wel der doodzonden als der dagelijksche;
want, zoo spreekt de Wijze man, de icvjsheid zal niet
ingaan in eene booze ziel, noch blijven in een lichaam
onderworpen aan de zonde;
wij moeten derhalve ver-
zaken aan de zonden.
20.   Het vijfde middel is: het beteugelen der
kwade neigingen. De Apostel zegt: Een vleeschelyjk
memch beseft de zaken niet die Gode aangaan(\\).
Bijge-
volg moeten wij van ons verwijderen niet alleen de
zondige, maar ook de lichtzinnige en ijdele neigingen,
I). v. de nieuwsgierigheid van alles te willen zien, hoo-
ren of weten, de uitgestortheid in onzen handel en
wandel, de gehechtheid aan onze gemakken, enz.
21.  Het zesde middel, om meer en meer in het
inediteeren te vorderen, is: het hart van alles ont-
hechten, opdat het zich vrijer tot God verheffe, en
zich inniger met Hem vereenige. De kleinste zaak is
genoeg om ons van de volmaakte vereeniging met
God terug te houden. Een dun draadje belet den vogel
te vliegen. God verscheen aan Moses in den branden-
(i) I. Cor. 2. 14.
-ocr page 31-
over de meditatie.                       19
den braambosch; maar het werd hem niet vergund
tot God te naderen, tenzij hij de schoenen zijner voeten
zou ontbinden; de gehechtheid der Apostelen aan de
zichtbare tegenwoordigheid van Christus, was voor
hen reeds een beletsel om de volheid des H. Geestes
te ontvangen. Hierdoor wordt te kennen gegeven, dat
de geringste gehechtheid aan iets, buiten God, genoeg
is, om ons van de vereeniging met God te berooven.
Die volkomene onthechting, waarvan hier gespro-
ken wordt, en welke wij zeggen noodzakelijk te zijn,
om goed te kunnen mediteeren.moetniet zoo verstaan
worden, als waren wij icerkelijk van alles onthecht;
want zoo beschouwd, is zij de vrucht van veelvuldige
gebeden en meditatiën, welke wij reeds gedaan heb-
ben ; maar wel, dat wij er rechtzinnig naar verlangen
en er ons krachtdadig op toeleggen ; dit immers moet
het doel onzer meditatiën zijn. \'t Is niet te doen om
troost en zoetigheden te smaken, noch om verlichtin-
gen te hebben, maar om de kwade neigingen te over-
winnen en uit te roeien, om zich van de schepselen
te onthechten, om zich met deugden te verrijken en
zoo een met God te worden. — Zonder dat verlangen
en die betrachting zullen wij weinig voordeel met de
meditatie doen en altijd even onvolmaakt blijven.
Daar de meesten hieraan ontbreken, vindt men er ook
weinigen, die de gewenschte vruchten uit de meditatie
trekken. Derhalve moet ons verlangen en ons streven
zijn: ten l9te, onze ongeregelde neigingen te bestrijden;
ten 2«, ons hart te onthechten van alles buiten God ;
ten 3e, ons te oefenen in alle soorten van deugden.
-ocr page 32-
20                          Kort onderricht
en ten 4»1, ons geheel met God te vereenigen door de
liefde, om Hem alleen, en niets buiten Hem, tenzij om
Hem, te beminnen.
S IV. Ore/\' den tijd en de plaats, liet bexte geschikt
tot de meditatie.
22. De morgenstond is de geschiktste tijd om te me-
diteeren: „ omdat, zegt de H. Franciscus van Sales,
„ onze geest na de nachtrust frisscher is en vrijer van
„ alle tijdelijke bekommeringen. " (1). Alle Heiligen
zijn van hetzelfde gevoelen. De H. Yincentius a Paulo
vermaant eiken christen om \'s morgens vroeg op te
staan, ten einde tijd te hebben, om te mediteeren, en
wekt hem op, om zich door geene schijnredenen daar-
van te laten afschrikken. B. v, eene lichte hoofd- of
tandpijn, eene kleine ongesteldheid, een slapeloozen
nacht, enz.
Als men verhinderd geweest is, om de meditatie te
verrichten, moet men dat verlies nog op dienzelfden
dag zien te herstellen, of als men daarin den ganschen
dag verhinderd wordt, moet men zorgen dat verlies
aan te vullen door veelvuldige schietgebeden (2).
2. De morgenstond is ook nog de geschikste tijd,
om door de meditatie den dag met God te beginnen.
Alles behoort Hem toe en bijgevolg moet men alles
tot Hem terugbrengen: Hij stelt er prijs op, dat wij
Hem de. Eerstelingen van den dag geven; daarom had
Hij in het oude Verbond de Eerstelingen van alles,
zoowel van menschen, als van vruchten en dieren
(i) Inleid, tot het Godvr. leven, II Deel, 1. c. — (2) S. Fr. de
Sales, inl. tot het godvr. lev. II. D. 1. Gap.
-ocr page 33-
over de meditatie.                        21
voor zich behouden; want mij behoort alles toe.
meaenhnsnnt omnia, spreekt God de Heer. De Israëli-
ten in de Woestijn moesten\'s morgens vroeg uitgaan,
om het Manna voor zonneopgang te rapen: want zoo
haast de zon opkwam, smolt het. Hieruit blijkt vol-
gens de opmerking der 1IH. Vaders, dat wij \'s mor-
gens vroeg vele genaden bij God kunnen vinden,
welke wij naderhand te vergeefs zouden zoeken.
De duivel, die zich de eer van God wil toeéigenen,
loopt altijd rond, doch bovenal \'s morgens, om de
Eerstelingen,
die aan God alléén toekomen, te ontvaiv
gen; dit doet hij, gelijk de H. Vincentius a Paulo
opmerkt, door ons\'s morgens, wanneer de tijd van
opstaan daar is, nog een weinig te bed te houden, liet-
zij uit traagheid, hetzij omdat wij niet goed geslapen
hebben, of een weinig vermoeid zijn, of eene kleine
onpasselijkheid ontwaren, of afschrik hebben van de
koude, enz. Wanneer wij ons om dergelijke redenen
laten overwinnen en nog wat te bed blijven, dan geven
wij de Eerstelingen van den dag aan den duivel der
traagheid, die het dan als het ware van Goden Jezus-
Christus afwint, wijl wij aan hem en niet aan God de
Eerstelingen geven. Hieruit moeten wij besluiten.
\'s morgens vooral goed op te passen, om onze eerste
gedachten tot God te keeren, en naarstig uit het bed
op te staan. Daarenboven moeten wij ons gewoon
maken, van zoo wij \'s nachts ontwaken, ons hart tot
God te verheffen en ons zei ven geheel aan Hem te
geven, alsmede gedurende den dag, dikwijls aan Hem
te denken en ons door kleine maar vurige schietgebe-
-ocr page 34-
Kort onderricht.
22
den met Hem te vereenigen. Eindeih\'k moeten wjj
uiterst bezorgd zijn, om by al onze werken eene goede
meening te hebben; wijl dit het middel is, om veel
voor den hemel te verdienen. De H. Maria Magdalena
de Pazzi beschouwt dit middel als zoo heilzaam en
krachtig, dat, volgens haar, alwie het goed zal onder-
houden hebben, stervende recht naar den hemel zal
gaan en bh\'gevolg vry zal zyn van het Vagevuur.
23.  Hoe lang behooren wij de mediteeren? Vele
godvruchtige schrijvers zeggen dat wij dagelijks min-
stens twee uren daaraan moeten besteden; anderen
spreken van één uur (1). Zoo deden de Heiligen zelfs te
midden der drukste bezigheden, b. v. één koning David,
één H. Ludovicus, kening van Frankrijk en andere
heilige koningen en prinsen.
Wanneer wh" er zoo veel tijd niet aan kunnen beste-
den, moeten wij toch bezorgd zijn om ten minste een
half uur
of een kwartier uurs, voor de meditatie af te
zonderen.
Personen die volstrekt geen vrijen tü\'d hebben,
moeten dit herstellen door dikwijls aan God te denken,
alsmede door zich op de zon- en feestdagen op eene
bijzondere wh\'ze met God en met de zaak hunner
zaligheid bezig te houden, ten einde hunne fouten der
voorgaande week te boeten, en God te bidden, om
in het vervolg beteren deugdzamer te leven. ,
24.  Waa,r of op welke plaats moet men mediteeren ?
Men kan overal mediteeren, zelfs gaande, of wer-
kende; evenwel, als het zyn kan, moet men daartoe
(i) De H. Fr. de Sales. In], tot het godrr. leven, II D. i cap.
-ocr page 35-
over de meditatie.                      23
de kerken of eenzame plaatsen verkiezen. Ik zeg, als
het zijn kan;
want zoo iemand daartoe geene gelegen-
heid heeft, hij doe het op die wijze welke hem het
geschiktste voorkomt, al ware het onder huiselijke
bezigheid en ambstbedrijf; zoo deed de Patriarch
Isaac. De H. Schriftuur getuigt van hem, dat hij
tegen den avond langs het veld wandelende, medi-
teerde. Zoo deden de H. Drogo, de H. Genoveva, de IL
Mdorus,
die bij hun werk steeds bezig waren met
God en goddelijke dingen. De H. Catharina van Siena,
overladen met werkzaamheden, maakte eene bid-
plaats in haar hart, waar zij opgesloten bleef en\' altijd
met God bezig was. Zoo deden vele landlieden, ter-
wyl zij op het veld werkten ; vele soldaten, terwyl zij
op schildwacht stonden ; vele ambachtslieden, terwijl
zh\' met hunnen arbeid bezig waren; vele reizigers,
terwyl zij hunne reis voortzetten; vele scheepslieden,
terwh\'1 zij aan het roer stonden: met één woord, de
Heiligen \'wisten zich altijd met God bezig te houden.
De H. Joseph heeft er ons een voorbeeld van gege-
ven; onder het werk waren zijne gedachten altyd
tot God en tot het Kind Jezus gekeerd; doch bovenal
heeft de H. Maagd Maria hierin uitgemunt. Niets
was bekwaam haar Hart van God te verwijderen;
altyd, ook als zij at of dronk, zelfs als zij sliep, was
zij met God vereenigd; daarom zegt zh\' in het Hoog-
lied van Salomon : ik slaap, maar mijn hart toaakt.
25. Ten slotte. Diegenen, welke niet kunnen
lezen of geen meditatieboek hebben, moeten daarom
den moed niet verliezen, noch de meditatie verzui-
-ocr page 36-
2\\                       Kort onderricht
men ; want ook zij kunnen mediteeren, doch op eene
andere wijze. Indien zij God oprecht beminnen en
liefde voor de meditatie hebben, dan zal alles goed
gaan ; want als zij maar bidden, zal de Heer hen bij-
staan. Tot stof der meditatie kunnen zij iets nemen
uit het sermoon dat zij Zondags gehoord hebben, of
oen kruisbeeld. O wat schoon boek een kruisbeeld !...
Wat heilzame lessen zijn er in opgesloten!... Daar
zien wij een vernederden en lijdenden God, ons een
voorbeeld geven van geduld, van gehoorzaamheid,
van zachtmoedigheid, van ootmoedigheid, van ar-
moede. van liefde, enz. — Ook kunnen wij daartoe
gebruiken den kruisweg; telkens ééne, twee of meer
statiën overwegende; ook het Onze Vader, met aan-
dacht elke vraag overdenkende en op ons toepas-
sende. Deze en soortgelijke punten kunnen zelfs de
eenvoudigste menschen overwegen, en wanneer zij
het doen met een goed hart en met volharding, zal
Ood, van wien alle goed komt, hen helpen. •
Het is reeds gezegd en het moet dikwijls herhaald
worden: de gaaf van mediteeren is geene gaaf der
natuur, noch der geleerdheid, noch van het verstand;
het is eene gaaf van God, om welke wij dikwijls
moeten bidden, en waarin wij ons voortdurend moe-
ten oefenen, niettegenstaande wij tegenzin of moeite
zouden ontwaren; want zoo de meditatie in het
begin moeielijk en verdrietig schijnt, naderhand wordt
zij zoet en aangenaam ; dit hebben de heiligen en
vele godvruchtige personen ondervonden; ofschoon
de meditatie hun in het begin verdrietig was, vonden
-ocr page 37-
over de meditatie.                        2 5
zij naderhand daarin een waar geluk. Troosten wh\'
ons daarmee; laten wij moed houden en volharden,
denkende aan den schoohen hemel en aan de eeuwige
belooning. Zouden wij ons zelven niet eene kleine
moeite willen aandoen, om eeuwig gelukkig te zijn
in den hemel ?
§ V. Over de icijze van mediteeren.
26. De meditatie wordt in drie deelen verdeeld:
Het 1« deel is de Voorbereiding,
Het 2e deel, de Overweging en
Het 3e deel, het Slot.
Het 1« deel. De Voorbereiding.
De Voorbereiding is tweederlei, te weten de verwvj-
derde
en de naaste Voorbereiding.
De verwijderde voorbereiding bestaat ten eerste
hierin: dat men zijn hart en zijnen geest tracht te
zuiveren van alle ijdele gedachten, verbeeldingen en
verlangens, ten einde zich beter met God en godde-
lijke dingen te kunnen bezighouden. Immers eene
al te groote zorg voor het lichaam of eene al te groote
bekommering voor het tijdelijke belet ons bezig te
zyn met God : de H. Geest zegt: Het lichaam, dat
bederft, bezwaart de ziel, en de aardsche inwoning
drukt den geest neder, die zich met vele gedachten be-
kommert
(1). Corpus quod corrumpitur, aggravat
animam, et terrena inhabitatio deprimit sensum, multa
cogitanlem.
Ten tweede, bestaat de verwijderde voorbereiding
(i) Sap. <|. i.v
-ocr page 38-
26                       Kort onderricht
ook hierin ; dat men \'s avonds te voren, het punt of
de stof der meditatie aandachtig leze, en diep in zn\'n
geheugen prente, alsmede dat men denke aan de
vrucht, die men uit de meditatie wil trekken, zich
afvragende : wat moet ik uit dat punt keren?... Het is
van groot belang, er goed op te letten, wn\'1 het wei-
slagen der meditatie er grootendeels van afhangt.
Om hierin met vrucht te werk te gaan, moeten wij
letten op de fouten, waaraan wij het meest onderhe-
vig zijn, en op de deugden, waaraan wij de grootste
behoefte hebben, ten einde die vrucht uit de medi-
tatie te trekken, welke voor ons het meest geschikt
is. In eene apotheek vindt men alle soorten van me-
decijnen, maar de zieke zou niet voorzichtig doen,
met er eene uit te nemen, die hem het eerst in het
oog viel; eveneens zijn in de meditatie alle soorten
van vruchten opgesloten, maar alle zijn niet goed
voor eiken ïnensch ; wij moeten derhalve ons zelven
goed kennen, om eene goede keus te doen, en daar-
om dikwijls om die kennis bidden in navolging van
de Heiligen, zeggende : Geef, Heer, dat ik myj kenne
en dat ik U kenne, en niets dan U begeer e.
Ten derde, behoort nog tot de verwijderde voorbe-
reiding, dat men denke aan de stof der meditatie,
des avonds als men te bed gaat, \'s nachts als men
ontwaakt en \'s morgens als men opstaat.
27. De naaste voorbereiding bestaat hierin, dat men
zich met een levendig geloof stelle in Gods tegen-
woordigheid en met bijzondere aandacht het voorbe-
reidingsgebed zegge.
-ocr page 39-
over de meditatie.
2/
Wanneer de tijd der meditatie gekomen is, begeeft
men zich eerbiedig en ingetogen naar zijne plaats:
intusschen verbeeldt men zich, God op een verheven
troon te zien, omgeven van millioenen Engelen, die
zich uit eerbied voor Hem neerwerpen; vereenigd
met die Engelen, knielt men neder en zegt het voor-
bereidingsgebed.
Bemerken wij hier: ten eerste, dat wij ons God
tegenwoordig moeten voor oogen stellen, voordat wij
neerknielen; ten tweede, dat wij dit doen moeten
met een levendig geloof, \'t Is niet genoeg te denken:
God ziet mij of God let op mij; wij moeten daarvan
zoo levendig doordrongen zijn, als zagen wij God op
zijnen troon, omgeven van zijne Engelen ; ten derde,
dat wij Hem ons moeten voorstellen, niet als afwe-
zig, maar als bij ons; want al kunnen wij Hem niet
zien, wij moeten toch zoo levendig van zijne tegen-
woordigheid doordrongen zijn, alsof wij Hem zagen
met onze oogen. Een blinde sprekende met den ko-
ning, ziet hem niet, maar \'t is hem genoeg te weten,
dat hij met den koning spreekt, om van eerbied en
hoogachting doordrongen te zijn ; zoo is het ook ge-
steld met iemand, die levendig van Gods tegenwoor-
digheid doordrongen is.
Om dat geloof aan Gods tegenwoordigheid altn\'d
levendig in ons te houden, moeten wij trachten het
by elk werk te vernieuwen, b. v. bh\' den maaltijd, bh\'
den arbeid, bij de uitspanning, bh\' het gebed, bij de
wandeling, bij de nachtrust, bij al onze godvruchtige
oefeningen, enz., denkende, dat God bij ons is, dat Hy
-ocr page 40-
2<S                         Kort onderricht
ons ziet, op ons let en eens rekenschap van ons
vragen zal, hoe en uit wat inzicht wij dit... gedaan
hebben ?
De gewoonte van zich altijd in Gods tegenwoor-
digheid te houden, is zeer voordeelig en zeer geschikt
om alles goed en met een zuiver inzicht te doen, en
een grooten schat van verdiensten voor den hemel
te vergaderen. — Dit weet do duivel zeer goed, en
daarom wendt hij alles aan, om ons die oefening te
doen verwaarloozen, hetzij door onoplettendheid, on-
achtzaamheid of verstrooing; hetzij door de vrees
voor die kleine moeite, of ook wel uit zorgeloosheid
of om andere redenen : doch laten wij er ons met alle
zorg op toeleggen, denkende aan de vermaning van
den wijzen man : bereid uw hart tot het gebed en ivil
niet zijn. gelijk iemand die God verzoekt.
28. VOORBEREIDINGSGEBED.
Mijn Heer en mijn God, ik geloof dat Gij hier te-
genwoordig zijt: (of voor het H. Sacrament. Ik geloof,
dat G\\j hier waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt
in het allerh. Sacrament des Altaars). Ik geloof dat
Gij mij ziet, mij aanhoort, op mij let en eens reken-
schap van mij vragen zult.
Ik ben niet waardig voor uw aanschijn te verschij-
nen, om de menigte mijner zonden en ondankbaar-
heden ; maar Gij, die zoet zijt en rijk in barmhartig-
heid, wilt dat ik tot U kome; daarom zal ik met
vertrouwen tot U spreken hoewel ik maar stof en
asch ben. Allerheiligste Drievuldigheid. Vader, Zoon
-ocr page 41-
over de meditatie.                        29
en H. Geest, verlicht mijn verstand, en beweeg mijnen
wil, om deze meditatie met godsvrucht te doen en er
heilzame vruchten uit te trekken. (Hier denkt men
aan de stof der meditatie efi aan de vrucht, die men
er uit icil trekken.) Verder zegt men :
O Maria, mijne allerbeminnelijkste Moeder, bid voor
mij. H. Joseph, H. Engelbewaarder, HH. Patronen
en Patronessen, bidt allen voor mij bij den Heer,
opdat ik deze meditatie godvruchtig verrichte en er
heilzame vruchten uittrekke. Amen.
Onze Vader. Weesgegroet.
29. Het 2e deel. Dk Overweging.
Na het voorbereidingsgebed leest men het punt
der meditatie, hetwelk men overweegt en op zich
toepast door de volgende zes vragen :
1" Wat moet ik hier opmerken ?
2" Wat moet ik daaruit leeren ?
Welke beweegredenen heb ik daarvoor ?
Hoe heb ik mij tot nog toe hierin gedragen ?
Wat staat mij in het vervolg te doen ?
Welke beletselen moet ik uit den teeg ruimen V —
of — welke middelen aanwenden ?
30. Bij de lste vraag: (wat moet ik hieruit opmer-
ken ?)
overweegt men eenvoudig de stof die gelezen
is. B. v. Men denkt aan de schoonheid der deugd, die
wordt aangeprezen, aan de boosheid der zonden, die
gelaakt wordt of aan de verhevenheid van het voor-
beeld, dat ter navolging wordt voorgesteld, enz.
Bij de 2e vraag: (wat moet ik daaruit leeren ?) denkt
men aan de vrucht, die men uit de meditatie wil
*
-ocr page 42-
30                         Kort onderricht
trekken. B. v. hoogachting voor de ootmoedigheid,
gehoorzaamheid, het geduld, de zuiverheid, zacht-
moedigheid, naar gelang de zaak die men overweegt,
— of integendeel, afkeer van deze of gene fout, hetzij
van het ongeduld, van den hoogmoed, van de gulzig-
heid of zinnelijkheid, van de onzuiverheid, enz., volgens
de stof der overweging, — of navolging van den
Heilige wiens voorbeeld men heeft overwogen, of
van Jezus-Christus, of van de Allerh. Maagd Maria, enz.
Men moet de vrucht, welke men uit de meditatie
wil trekken levendig in het geheugen en diep in het
hart prenten, wijl het anders niet mogelijk is haar in
beoefening te brengen ; dit doet men :
Bij de derde vraag: (welke beweegredenen heb ik
daarvoor ?)
Bij deze vraag overweegt men de beweegredenen,
welke wij hebben om die deugd te beoefenen, — die
fout te vermijden of dat voorbeeld na te volgen ; deze
beweegreden zijn.
Het is billijk.
Het is rechtvaardig.
Het is voordeelig of heilzaam.
4° Het is zoet en aangenaam.
Het is licht en gemakkelijk.
ü° Het is noodzakelijk.
Door deze beweegredenen, of ten minste, door
eenige van die beweegredenen aandachtig te overwe-
gen, kan men zich gemakkelijk doordringen van de
vrucht der meditatie, en tevens zich opwekken om er
naar te streven.
-ocr page 43-
over de meditatie.                      31
De l9te beweegreden : het is billijk. Daarbij kan men
denken: „ Ja zeker is het billijk, dat ik die deugd
beoefene... of die fout vermijde, of dat voorbeeld na-
volge... Het is billijk, dat ik, een schepsel van God.
een leerling van Jezus-Christus, een kind des hemel-
schen Vaders; dat ik, die aan God ben toegewijd door
het H. Doopsel, door het Vormsel, door de H.
Communie ; dat ik, die zoo vele weldaden van God
ontvangen heb, dat ik, die deugd, de zachtmoedigheid,
de ootmoedigheid, de matigheid, het geduld, enz.
beoefene, of dat ik die fout, de traagheid, de gulzig-
heid, de onkuischheid, de gramschap, enz., vermijde,
of, dat ik dat voorbeeld navolge, hetwelk Jezus of
Maria of die heilige mij gegeven heeft. "
De 2e beweegreden: het is rechtvaardig. Daarbij
kan men denken: „ Ja zeker is het rechtvaardig, dat
ik die deugd betrachte of die fout vermijde; wijl God
zelf, de Heer van hemel en aarde het mij gebiedt: Hij
vordert het van mij, en dus ben ik verplicht Hem
daarin te gehoorzamen, wijl ik geheel aan Hem toe-
behoor en Hij volkomen recht over mij heeft."
De 3e beweegreden : het is voordeelig of heilzaam.
Daarbij kan men denken : „ Ja zeker is het mij voor-
deelig en heilzaam, dat ik die deugd betrachte, of die
fout verfoeie ; immers, hierdoor zal ik voldoen voor
mijne zonden en voor de tijdelijke straffen, die ik door
mijne zonden verdiend heb ; ook, zal ik er een grooten
schat van genaden door verkrijgen, toenemen in
deugden en verdiensten, inniger met God vereenigd
worden en een groot loon ontvangen in den hemel.
-ocr page 44-
32                         Kort onderricht
Een wereldling doet zoo veel voor eene kleine beloo-
ning; wat moet ik dan niet doen voor eene eeuwige
belooning ? "
De 4C beweegreden: het is zoet en aangenaam.
Daarbij kan men denken : Ja zeker is het zoet en
aangenaam deze deugd te beoefenen of die fout te
vermijden : immers Jezus-Christus heeft het mij ver-
zekerd, zeggende: neemt mijn juk op u en gij zult
rust voor uwe zielen vinden; want mijn juk is zoet en
mijn last is licht.
Daar de Zaligmaker het ons verze-
kert, moeten wij ook gelooven, ofschoon wij er som-
tijds verdriet of afkeer in vinden. De Heiligen hebben
het ondervonden en getuigen ons dat het juk des
Heeren zoet en aangenaam is. De H. Augustinus had
in het begin veel strijd, veel afkeer, veel verdriet in
het vluchten der zonden en in het onderhouden van
Gods geboden ; maar na zich overwonnen en geheel
aan God gegeven te hebben, kon hij zeggen : „ O God,
„ hoe zoet werd het mij eensklaps alle ijdele zoetheden
„ te derven! Nu was het mij een genoegen alle zoetig-
, heden te verlaten, die ik eerst vreesde te verliezen :
„ want Gij, de waarachtige en opperste zoetigheid,
„ verdreeft ze uit mij ; Gij die boven alle wellusten zoet
, zijt, doch niet voor vleesch en bloed, Gij verdreeft ze
, uit mij en kwaamt in hare plaats in mij. " (1)
God zelfzeide aan den H. Franciscus van Assisië:
, Franciscus, als gij verlangt mijnen wil te kennen.
., dan moet gij verachten hetgeen gij bemind hebt:
„ Vrees niet!... Hetgeen u voorheen zoet was, zal u
(i) Belijd, g Boek. i Cap. i V.
-ocr page 45-
m/er de meditatie.
33
„ voortaan bitter, en wat u bitter was, zal u aange-
„ naam toeschijnen. "
Zoo moeten wy dan gelooven, dat wh" in den
dienst van God, troost en genoegen zullen vinden. —
O wat troost by" het einde van den dag, van de week,
van de maand of van het jaar te kunnen denken, dat
wy\' uit liefde van God dit of dat gedaan, gelaten of
geleden hebben ? — maar vooral wat troost zal die
gedachte ons geven op ons sterfbed ?
De 58 beweegreden: \'t is licht en gemakkelijk...
Hier tracht men zich wederom te overtuigen, dat de
zaak niet zoo moeielijk is, als ze ons toeschijnt, of als
de duivel ons zoekt wys te maken. Hetgeen moeielijk
is aan de natuur, wordt gemakkelijk door de genade :
de grootste moeielijkheden worden licht door Gods ge-
nade. Jezus zelf zegt het ons : mijn last is licht. Een
vleeschelyk mensch, of iemand, die leeft volgens de
zinnen, kan dit niet begrypen; hy verbeeldt zich, dat
een deugdzaam leven een vervelend leven is; doch hij
bedriegt zich ; hetgeen lastig is voor de natuur, wordt
gemakkelyk door de genade; daarom zegt de H.
Geest: Vincenti dabo manna absconditum. Ik zal den
overwinnaar een verborgen manna geven
(1); om dat ver-
borgen manna te genieten, moet men overwinnen, —
door zich aan de wereld te onttrekken, door zich zel-
ven te verloochenen en Jezus te volgen. De moeielijk-
heid, die wij ontwaren in den dienst van God, komt
niet zoo zeer voort uit den dienst zelven,als wel uit de
(i) Apoc...2. 17.
:i
-ocr page 46-
34                       Kort onderricht
bedorvenheid van onze natuur; gelijk de moeielyk-
heid, welke een zieke in zijn bed vindt, niet daar
uit, maar uit zijne ziekte voortkomt. Ofschoon de
zieke veel smart ontwaart in zijn bed, moet hy\'
daarom niet denken, dit te verlaten, dan immers zou
zijne ziekte verergeren; maar hu\' moet medecijnen
gebruiken en geduld hebben ; als de ziekte geweken
is, zal het bed hem zoet en aangenaam toeschijnen.
Zoo ook moeten wy onze inwendige koortsen gene-
zen, door ons zelven te bestryden, want, zegt de H.
Ambrosius: „ Onze koorts is de gierigheid; onze
„ koorts is de onkuischheid; onze koorts is de eer-
„ zucht; onze koorts is de gramschap." Hetzelfde
kan men van alle andere fouten, driften of hartstoch-
ten zeggen; wij moeten derhalve medecijnen tegen
die koortsen gebruiken, en wanneer wij haar verdre-
ven hebben, zullen wij troost in den dienst van God
ontwaren; hetgeen eerst zwaar was, zal nu licht
worden; en aoozal bewaarheid worden hetgeen David
zegt: proeft en ziet dat de Heer zoet is. — De zondaars
daarentegen ontwaren bitterheden: de H. Geest zegt:
er is geen vrede voor de boozen. Zij zelven zullen in
den laatsten dag des oordeels klagend uitroepen:
„ wij hebben gedwaald — wij hébben moeielijke wegen
bewandeld
— wij zijn vermoeid geworden op den weg
der boosheid."
De 6e beweegreden: het is noodzakelijk. Hier tracht
men zich wel te doordringen van den zwaren plicht,
dien men heeft om deze of gene deugd te beoefenen,
of deze of gene ondeugd te vermijden of dezen plicht
-ocr page 47-
over de meditatie.                        3 5
te volbrengen; dit moet men vooral goed overwegen,
als men tegen zekere zaak grooten strijd of daarvan
een afkeer ontwaart, denkende: „ O ziel, dit... is u
„ noodzakelijk ; als gij het verwaarloost, dan stelt gij
, u in groot gevaar van eeuwig verloren te gaan:
„ indien deze zaak u reeds zoo hard valt, hoe zult gij
„ dan den eeuwigen brand kunnen verdragen ? " enz.
Deze beweegreden heeft ook kracht in zaken, die de
volmaaktheid betreffen. Men denke niet, dat het on-
verschillig of van weinig belang is, iets hetgeen de
volmaaktheid betreft, te doen of niet te doen : immers,
als God er ons toe roept, dan is het voor ons eene
wezenlyke verplichting daarnaar te streven. Daarom
zegt de Apostel Paulus: Wee mij, indien ik het Evan-
gelie niet verkondigd zal hebben; want de noodzakelijk\'
heid dwingt er mij toe
(1). Zoo kan ieder Christen
ieder priester, ieder religieus zeggen : „ Wee mij in-
dien ik niet ootmoedig, gehoorzaam, matig, zuiver,
enz, zal geweest z|jn; want de plicht om het te zy\'n,
ligt op mij."
31. Bij de 4e vraag: (Heb ik tot hiertoe zoo geleefd ?),
doe men een onderzoek van geweten, wegens de
zaak, die men in de meditatie overwogen heeft. Dit
onderzoek moet met groote zorg gedaan worden; wijl
men anders de fouten niet ontdekt. "Wanneer men de
zaak slechts oppervlakkig beschouwt, verbeeldt men
zich somtijds, dat men ze goed onderhouden heeft;
maar als men ze -wat nader inziet, bespeurt men dik-
wijls vele fouten. B. V. Wanneer men zich afvraagt:
(i) I.Cor. 9.16.
-ocr page 48-
36                       Kort onderricht
ben ik ootmoedig ?... Verdraag ik de vernederingen ? —
Dan zal men misschien denken: ja, ik ben ootmoe-
dig; ik verdraag de vernederingen: — maar als men
afdaalt tot bijzonderheden, dan ontwaart men dikwyis
hoe ver men er nog van verwijderd is. Denkende,
b. v. „ hoe gedraag ik mij, als men my uitlacht, be-
„ spot, veracht, miskent, vernedert, berispt of bestraft?
„ of: Als men my achter anderen stelt? als men naar
„ anderen luistert, maar voor my onverschillig is ? —
, of als men mij moeielyke, geringe of verachtelijke
„ bedieningen oplegt?... of als men my onschuldig
„ aanklaagt, bestraft of vernedert ?... of als men my
„ schimpwoorden of verwijtingen toevoegt, zeggende
•„ by voorbeeld: Hoe!... gy zijt te onwetend — te traag
„ — te onzindelijk — te slordig — enz ?..." Als men
zoo tot bijzonderheden afdaalt, zal men dikwijls vele
fouten ontwaren, en zien dat men niet zoo ootmoedig
is, als men eerst meende; want die waariyk ootmoedig
is, verdraagt alles met geduld en liefde; wyi luj over-
tuigd is, niets beters te verdienen, of zelfs nog meer
vernederingen en bitterheden verdiend te hebben ; zoo
dat hy met den profeet Job zegt: peccavi et verè
deliqui et ut eram dignus non recept Ik heb gezondigd
en waarlijk misdaan; maar ik heb niet ontvangen,
volgens dat ik verdiend had
(1). Zoo denkt en spreekt
de rechtvaardige, die waarlijk ootmoedig is, zelfs dan,
al erkent hij zich niet schuldig aan de zaak, waarom
hy nu vernederd wordt; want hy is overtuigd, dat hy
door andere fouten, waaraan hy zich schuldig kent,
(i) Job, 33. v).
-ocr page 49-
over de meditatie.
57
meer verdiend heeft, dan rlles wat hij op de wereld
zou kunnen lijden.
Hetgeen hier gezegd is van de ootmoedigheid kan
ook toegepast worden op de liefde en op elke andere
deugd... B. v. als men zich afvraagt: bemin ik God ?...
zal men aanstonds zeggen : Ja, zeker bemin ik God:
maar wanneer men verder gaat, dan ziet men dat die
liefde zeer flauw is, en bijna den naam van liefde niet
verdient. B. v. welke teekenen van liefde geef ik? —
wat doe of hjd ik uit liefde ?... welke opofferingen of
verstervingen doe ik uit liefde?... ben ik uit liefde
getrouw aan mijne plichten, getrouw aan mijne voor-
nemens ; getrouw jegens den naaste; getrouw in het
vermijden van alle, ook van de kleinste zonden?...
wanneer men zich zoo onderzoekt, ziet men dadelijk,
dat onze liefde al te flauw is, dan dat zij den naam
van liefde verdiene. De Heiligen, die God waarlh\'k
beminden, waren nooit over hunne liefde tevreden;
zH wilden altijd meer doen en meer ljjden, uit liefde
van God, dien zij beminden.
Wanneer men zoo zu\'n geweten onderzocht heeft,
verwekt men een akte van berouw en men maakt
een goed voornemen... Hierover in de volgende vraag.
32. Bjj de 6° vraag: (Wat moet ik in het vervolg
doen ?) —
maakt men het voornemen, om zich in de
toekomst beter te gedragen. Dit voornemen is de
vrucht der meditatie. Heeft iemand een goed voorne-
men gemaakt, dan kan men zeggen, dat de meditatie
goed gelukt is: heeft iemand geen goed voornemen
gemaakt, dan kan men zeggen, dat de meditatie niet
-ocr page 50-
38                       Kort onderricht.
goed gelukt is; zelfs da. ü zou hij de schoonste ge-
dachten of verbeeldingen gehad hebben. Immers dié
gedachten of verbeeldingen zijn niet meer dan de
bladeren en bloemen van een boom, ofschoon zij
schoon zijn, en tot sieraad dienen ; maar de voorne-
mens zijn de vruchten, indien men deze op zijnen tijd
in beoefening brengt.
Ik heb gezegd : een goed voornemen; wat is er noo-
dig tot een goed voornemen ?
1° Het moet werkdadig zijn ;
2° Het moet in bijzonderheden treden ;
Tijdig, doelmatig of toepasselijk op den tegen-
woordigen toestand, waarin wij ons bevinden;
Standvastig;
Steunende op de ootmoedigheid;
Krachtdadig.
Ten lste het voornemen moet werkdadig zijn; dat
is, het moet eene oefening in zich bevatten ; b. v. om
een zaligen dood te verkrijgen, zal ik niet alleen dage-
lijks iets bidden, maar ook iets doen, b. v. eene kleine
versterving in eten, of drinken — of maandelijks, of
wekelijks biechten — of zich laten inschrijven in een
Congregatie; in de broederschap der H. Familie, enz.
Ten 2° het voornemen moet in bijzonderheden tre-
den. Algemeene voornemens baten weinig, b. v.
voortaan zal ik geduldig — of ootmoedig — of gehoor-
zaam zijn; zulke voornemens baten weinig; — om
met vrucht voornemens te maken, moet men tot
bijzonderheden afdalen; dus moet men onderzoeken,
wanneer of waardoor, of waarom men valt in die fout,
-ocr page 51-
over de meditatie.                      39
— in die deugd te kort blijft, ten einde hieromtrent
zijn voornemen te maken, denkende, b. v. in dit of
dat geval — of bij deze en gene gelegenheid zal ik
trachten geduldig te blijven zoo als: bij die veronge-
lijking — beleediging — vernedering — berisping —
bestraffing; — verder trachte men zich daartoe op te
wekken, door eene of andere beweegreden, ten einde
zich daarin te versterken, denkende b. v. dit of dat is
weinig vergeleken bij de hel, die ik verdiend had — of
bij het vagevuur — of by den hemel — of bij het lijden
van Jezus-Christus en van de Heiligen.
Ten 3° het voornemen moet tijdig of doelmatig zijn,
dat is, toepasselijk op den toestand, waarin men zich
op dat oogenblik bevindt: Het is eene misleiding zich
bezig te houden met verbeeldingen of hersenschimmige
veronderstellingen, die buiten onze betrekking zijn.
B. v. „ als ik dit of dat ware — als ik hier of daar
„ woonde — zoo ik dit of dat bezat, dan zou ik zoo
„ leven. " Men houde zich integendeel bezig, met den
staat, waarin men zich op het oogenblik bevindt, den-
kende, b. v. „ Nu ben ik hier — nu heb ik deze plichten
„ — deze fouten — deze kruisen — deze zwarigheden
„ — deze beproevingen — deze gevaren — deze beko-
„ ringen — deze ziekte — deze vernedering — deze
„ middelen van zaligheid — deze oversten — deze
„ medebroeders enz. — dus moet ik mij nu zoo ge-
, dragen."
Evenwel moet men hier opmerken: Ten l3le, dat
het goed en somtyds noodzakelijk is, zich voor te be-
reiden tot iets, wat men gaat beginnen, ten einde zich
-ocr page 52-
40                       Kort onderricht
te wapenen tegen de gevaren, welke men daar zal ont-
moeten, en de middelen te beramen, welke noodig
zullen zijn, om wel te gelukken.
Ten 2°. dat het somtijds prijsbaar is, zich voor te
bereiden tot heldhaftige deugden, of tot groote offers,
welke God misschien van ons zal vorderen. Zoo zal
men b. v. om zich voor te bereiden tot alle kruisen,
moeielijkheden, vernederingen, opofferingen, enz.,
welke wij misschien zullen ontmoeten, zich groote en
zware beproevingen voorstellen en zich opwekken
om die met liefde te aanvaarden, zich verheugende op
deze wijze de blijken zijner liefde aan God te kunnen
geven.
Men denke, b. v. „ hoe zou ik gesteld zijn, als men
„ mij, na zwaren arbeid goed verricht te hebben, be-
„ strafte en met nieuwen arbeid overlaadde ? of als
i, men mij na vele vermoeienissen een teug koud
„ water zou weigeren, of, zoo men mij te midden
„ der hevigste pijnen, zonder medelijden, of zelfs met
„ hardheid zou behandelen ? " — Bij de eerste be-
schouwing gevoelt men misschien eenige verbittering;
doch aanstonds tracht men dat gevoel te bedwingen,
en zich op te wekken, om al die smarten met liefde te
aanvaarden, in navolging der Heiligen en vooral van
Jezus-Christus. Immers Jezus-Christus, na alles wel
gedaan te hebben, werd door zijn eigen volk miskend,
gelasterd en mishandeld; en toch was Hij jegens hen
goedgunstig, en minzaam, en had meer medelijden
met hen dan met zich zelven; daarom zeide hij:
Weent niet over mij, maar weent over u zelven en over
-ocr page 53-
over de meditatie.                      41
---------------------^—,—.-----------.„------------------------------------------------------------------------------------------
uwe kinderen; want indien zij zoo handelen met het
groene hout, wat zal er dan van het dorre geworden ?
— Zoomoeten wij ook doen; of als er de gelegenheid
zich niet toe aanbiedt, dan moeten wy ten minste het
verlangen hebben om zoo te doen, en ons daartoe op-
wekken.
Zoo deed Joannes Ximenius, een leekebroeder der
Jesuiten. Den ganschen dag op het land gearbeid heb-
bende, en \'s avonds naar het klooster terugkeerende,
stelde hij zich voor, bestraft, vernederd, verstooten of
met nieuwen arbeid overladen te worden, en vroeg zich
zelven dan af: „ Ximenius, hoe zoudt gij in die geval-
„ len gesteld zijn ? Zoudt gij tevreden wezen ? Zoudt
„ gij die beleediging met liefde aanvaarden ? Zoudt
„ gij u daarover verheugen ? " Dan trachtte hij ge-
voelens van tevredenheid, van liefde, ja zelfs van
blijdschap, in zich op te wekken, zich verheugende,
waardig gevonden te zijn, uit liefde van Jezus ver-
smaadheden te lijden; en aan Hem gehjkvormig te
worden.
Op soortgelijke wijze trachtte de H. Franciscus van
Assisi zich zelven en ook zijnen kloosterbroeder Leo
voor te bereiden, om alles uit liefde van God te willen
lyden. Met broeder Leo sprekende, veronderstelde hij,
dat zij, na eene moeielijke reis en na veel geleden te
hebben door den regen, de koude of hitte, \'s avonds
laat aan het klooster kwamen, en dat zij dan, in
plaats van binnen te mogen komen, overladen wer-
den met scheldwoorden en stokslagen. Dan trachtte
hy zich en den broeder op te wekken, om zulks met
-ocr page 54-
42                       Kort onderricht
blydschap te aanvaarden, en zeide: „ Let wel op,
„ Broeder Leo, daarin bestaat de ware, de volmaakte
„ blijdschap. " Door zulke gedachten aangemoedigd
en voorbereid, was hij in alles wat hem overkwam
verheugd en niets was in staat hem te ontstellen..
De H. Theresia verhaalt, dat een zeer godvruchtige
religieus het voornemen had gemaakt, van altijd, ook
in de moeielijkste omstandigheden onmiddellijk te ge-
hoorzamen. Eens gebeurde het, dat hij \'s avonds
gansch vermoeid te huis kwam en zich nederzette,
om wat te rusten. De overste hem daar zoo vindende,
gebood hem aanstonds naar den tuin te gaan, om te
werken. Dit gebod viel hem pijnlijk; maar ofschoon ruj
grooten strijd gevoelde, gehoorzaamde hij toch aan-
stonds, wijl hij tot alles voorbereid was: hij was nog-
tans inwendig een weinig ontevreden, en gehoor-
zaamde niet met blijdschap. Toen hij uitging, ver-
scheen hem Jezus, met zijn kruis op de schouders, en
gaf hem te verstaan, dat de arbeid, die hem zoo
moeielijk en zoo onredelijk scheen te zijn, niets was
in vergelijking met hetgeen Jezus voor hem gedaan
en geleden had, gehoorzaam zijnde tot den dood, ja tot
den dood des kruises.
Het is dus voordeelig zich tot groote en verhevene
deugden voor te bereiden; doch onder voorwaarde, dat
men te gelijk het voornemen maakt, om zeker de
kleine moeielijkheden, die dagelijks voorkomen, met
liefde en blijdschap te aanvaarden. B. v. spijtige
woordjes, beleedigingen, vernederingen, moeielijk-
heden, arbeid, ontberingen, koude, hitte, enz.
-ocr page 55-
over de meditatie.                      43
Ten 4e het voornemen moet standvastig zijn, dat is,
men moet gedurende eenigen tijd op hetzelfde voor-
nemen terugkomen, ten einde de fout, waaraan men
het meest onderhevig is, uit te roeien, of de deugd,
waaraan men de grootste behoefte heeft, te verkrijgen.
— De deugd is gelijk aan eene plant, die langzaam
opgroeit — aan een kind, dat langzaam leert loopen
—   aan een jongeling, die langzaam zijn ambacht
leert; daarom moet men zich eenigen tijd met dezelfde
zaak bezighouden, ten einde door aanhoudende pogin-
gen er in te slagen. De profeet David zegt: Eene zaak
heb ik van den Heer verzocht en deze zal ik blijven
verzoeken, om te mogen wonen in het huis des Heeren
al de dagen mijns levens.
Zoo moeten wij dan één en
dezelfde zaak dikwijls vragen, en blijven vragen; en
hierom moeten wij dikwijls hetzelfde voornemen ver-
nieuwen ; want alleen door herhaalde oefening zullen
wij onze fouten kunnen uitroeien, of de deugden die
ons het meest noodig zijn, kunnen verkrijgen.
Ten 5e het voornemen moet steunen op de ootmoe-
digheid,
dat is, wij moeten ons zelven mistrouwen,
en ons levendig doordringen van onze eigene zwak-
heid en van ons onvermogen, wijl wij uit ons zelven
niets goeds ter zaligheid kunnen; zelfs kunnen wij uit
ons zelven geene goede gedachten vormen. Een dei-
grootste redenen, waarom wij dikwijls aan de voorne-
mens te kort blijven, is dat wij te veel steunen op ons
zelven, en op den goeden wil, dien wij op dat oogen-
blik hebben; even gelijk de apostel Petrus, die zeide:
Heer, al zonden allen U verloochenen; ik zal het toch
-ocr page 56-
44                       Kort onderricht
nimmer doen; ik ben bereid met U in den kerker en
den dood te gaan.
Toen Petrus zoo sprak, sprak hij
ongetwijfeld volgens de meening van zijn hart, en,
daar hij niet aan zijne zwakheid dacht, vergat hij te
bidden en bezweek spoedig onder de bekoring. Had
Petrus zich zelven mistrouwd en gebeden, opdat God
hem zoude gelieven te versterken, dan zou hy niet
gevallen zijn; maar dewijl hij op zich zelven ver-
trouwde, het gebed verwaarloosde en zich in het ge-
vaar begaf, viel hij bjj de eerste bekoring. — Wy
moeten ons zelven mistrouwen, niet om kleinmoedig
te worden, maar om ons vertrouwen te stellen op
God, door wien wij alles kunnen. De apostel Paulus
zegt: Ik kan alles in God die mij versterkt; en de Hei-
ligen waren gewoon te zeggen: tam nihil ex me, tam
omnia ex Te, Deus! Gelijk ik niets kan uit mij zelven,
zoo kan ik alles door U mijn God!
Op God vertrou-
wende, moeten wij bidden, ten einde Hij ons gelieve
bij te staan en te helpen, opdat wij de voornemens, die
wij gemaakt hebben, ook ten uitvoer brengen.
Ten 6C, het voornemen moet krachtdadig zijn, dat
is, dat men bezorgd moet wezen, om het in beoefening
te brengen, in weerwil van alle moeielijkhedcn, die
men ontmoet; en de gelegenheden, die zich daartoe
aanbieden, met gretigheid aanvaardt, ook dan, wan-
neer men daarvan een afkeer heeft of tegenzin gevoelt.
"Wanneer men zijne voornemens niet ten uitvoer
brengt, gelijkt men aan boomen, die jaarlijks weeldrig
bloeien en veel beloven, maar nimmer vruchten dra-
gen ; en die bijgevolg verdienen uitgeroeid en in het
-ocr page 57-
over de meditatie.                      45
vuur geworpen te worden. — Ten einde getrouw aan
de voornemens te zijn, moet men met alle mogelijke
zorg de beletselen van zich verwijderen, en hierover
wordt gehandeld in de zesde vraag.
83. Bh\' de 6e vraag : (welke beletselen moet ik uit den
weg ruimen ? of welke middelen aanwenden ?),
onder•
zoekt men zich waarom men gewoonlijk aan zh\'ne
voornemens te kort blyft... Somtijds is het eene kwade
gewoonte, of eene ongeregelde neiging — somtijds de
verstrooidheid des geestes of eene al te groote uitge-
stortheid der zinnen — somtijds eene ongeregelde
nieuwsgierigheid om iets te zien, te hooren, of te we-
ten. Hierom werd de apostel Petrus, die zich te zeer
over het lot van Joannes bekommerde, grootelijks
door Christus berispt. Toen de Zaligmaker aan Petrus
voorzegde, dat hu\' den marteldood zou sterven, was
hy nieuwsgierig te weten, wat er van Joannes zou ge-
worden : doch Jezus antwoordde: ah Ik hem zoo wil
laten, wat gaat u dat aan ? volg gij mij. —
Somtyds
eene zekere onverstorvenheid, waardoor men to veel
gehecht is aan gemakzucht, of zinnelijke voldoenin-
gen, b. v. in eten, drinken, slapen of uitspanningen.
— Somtijds eene al te groote gehechtheid aan één of
ander schepsel, b. v. aan zeker persoon, aan zekere
bediening of plaats, of aan iets anders, al ware het
slechts aan een prentje. — Iedere gehechtheid is na-
deelig en kan een beletsel zh\'n; dus als middel om
aan zh\'n voornemen getrouw te blijven, moet men
zich er op toeleggen, om alle gehechtheid te verbre-
ken, zich van die zaken te verwijderen en zijne kwade
-ocr page 58-
46                       Kort onderricht
neigingen of gewoonten krachtdadig te bestrijden. —
Ongetwijfeld kost dit moeite; daarom moeten wij
bidden, ten einde God ons versterke en wij in God
en door God alle moeielijkheden te boven komen. In
Deo t)-ansgrediar murum;
in en door God zal ik den
muur overstappen en de moeiehjkheid te bovenkomen.
34. Ten laatste behoort men nog op te merken, dat
men de overwegingen met behulp der bovengenoemde
vragen, niet op eene dorre wijze, noch enkel redenoe-
rende moet verrichten ; maar dat men ze moet ver-
levendigen door godvruchtige gevoelens, verzuchtin-
gen en gebeden, zoo dat men tusschen de overwegingen
alle soort van verzuchtingen of gebeden menge, b. v.,
van geloof, van hoop, van liefde, van berouw, van
ootmoedigheid, van dankbaarheid, van verwondering,
van aanbidding, van lof, enz., volgens de stof die men
overweegt, of volgens de gevoelens welke God ingeeft.
Een voorbeeld.
In de meditatie: Over de grootheid der liefde van God
tot den mensen.
Na de eerste vraag: Wat moet ik
in dit imnt bemerken,
overwogen, en daarbij de groot-
heid van Gods liefde beschouwd te hebben, zou men
kunnen zeggen:
„ O God, hoe groot is uwe liefde! Hoe kunt Gij
„ondankbare menschen zoo zeer beminnen ?... Hoe
„ kan het zijn, dat ik U zoo weinig bemin ?... O liefde!
„ — O oneindige liefde ! — O God, hoe groot is uwe
, liefde!... "
"Na de 2e vraag: Wat moet ik hieruit leeren ? over-
wogen en daarbij geleerd te hebben,. God boven al te
-ocr page 59-
over de meditatie.                      47
beminnen ; zou men de volgende verzuchtingen kun-
nen doen:
„ O ja, myn God, zeker moet ik hieruit leeren, U te
„ beminnen! — Wien zou ik beminnen, indien ik U
„ niet beminde ? Ach, mijn God, ik bid U, geef mij
„ toch uwe liefde — geef mij eene vurige, eene stand-
„ vastige, eene eeuwigdurende liefde."
Na de 3e vraag: Welke beweegredenen heb ik daartoe ?
overwogen, en daarbij gezien te hebben, dat het billijk
rechtvaardig, heilzaam, aangenaam, gemakkelijk en
noodzakelijk is God te beminnen, kan men eenige ver-
zuchtingen doen, zeggende b. v.: „ O ja, mijn God,
„ zeker is het billijk, U te beminnen; Gy immers zn\'t
„ mijn Vader, mijn "Weldoener, mijn Schepper, mijn
„ Opperste en eenigste goed; Gij heht mi] het leven
„ en alles, wat ik heb, gegeven ; Gij hebt mij door het
„ Doopsel aangenomen voor uw kind, en gespaard,
„ toen ik in zonden leefde; \'t is dan billijk dat ik U
„ beminne; \'t is daarenboven rechtvaardig, wyl Gy
„ het mij gebiedt, en het met recht van mij vordert,
„ aangezien Gij de Heer en Meester van alles zyt; en
„ dan hoe voordeelig en heilzaam zal dit voor my
„ zijn?... wanneer ik U bemin, zal ik ook door U be-
„ mind worden, en alle genaden van U verkrijgen. —
„ O, God, hoe zoet en goed is het, U te beminnen ! Gij
„ immers besluit in TJ alle zoetigheden, en Gij alléén
„ zijt genoeg om ons volkomen te verzadigen. En dan,
„ hoe gemakkelijk is het U te beminnen! Misschien
„ zal iemand zeggen: ik ben te zwak, om zoo strenge
„ boetvaardigheid te doen; om zoo veel te vasten;
-ocr page 60-
48                        Kort onderricht
„ zoo lang te bidden ; maar zulks kan men niet
„ zeggen, ten aanzien der liefde: want niets is er ge-
„ makkelijker of aangenamer, dan te beminnen. Daar-
„ enboven is dit noodzakelijk, want zonder U te be-
„ minnen, is de zaligheid onmogelijk. — O God van
„ liefde, geef m\\] uwe liefde — geef my eene vurige,
„ eene standvastige liefde, dan ben ik rijk genoeg en
„ vraag U niets anders. "
Na de 4° vraag: hoe heb ik mij tot nog toe hierin
gedragen ?
overwogen en daarbij onderzocht te heb-
ben, hoe men tot hier toe God bemind heeft, doet men
wederom eenige verzuchtingen: B. v. „ Helaas, mijn
„ God, hoe flauw is mijne liefde! Ik zeg, dat ik U
„ bemin, maar beter zou ik zeggen, dat ik U niet
„ bemin, omdat mijne liefde te flauw is, en den naam
„ van liefde niet verdient. Ach, hoe weinig doe of hjd
„ ik nog uit liefde voor U ! Geef mij eene vurige liefde,
„ om alles uit liefde van U te doen en te lijden. "
Na de 5e vraag: wat staat mij in het vervolg te doen ?
overwogen en daarbij het voornemen gemaakt te
hebben, om voortaan God alleen te beminnen, en dit
door werken te toonen, kan men de volgende verzuch-
tingen doen: „ O mijn God, ik verlang vuriglh\'k, U
, alléén te beminnen! O hadde ik millioenen harten,
,omU vuriglijk te beminnen. — Om U te beminnen
„ met die liefde, waarmede Maria U beminde, toen zy
„ nog op de aarde was, en waarmede zij U bemint,
„ nu zij in den Hemel is!... O God, ik wil het thans
„ bh\' geene enkele verzuchtingen laten; maar ik wil
„ mijne liefde toonen door de werken; daarom zal ik
-ocr page 61-
over de meditatie.                        49
i________\'______________________________________
„ uit liefde tot U dit... doen — of dit... lijden — of
„ my van deze vermaken onthouden — of mij in die
„ zaken versterven. Ziedaar mijn besluit; ik bid U
„ versterk mij, want ik ben zoo zwak." enz.
35. Aanmerking. — De gevoelens en verzuchtin-
gen, waarvan zoo even gesproken is, moeten kort,
en eenvoudig, maar hartelijk zijn, zonder zich aan
eenige woorden te binden; men volge daarin de
gevoelens zijns harten en de ingeving des H. Geestes.
Hetgeen in n°.34 gezegd is,dient slechts tot voorbeeld;
maar niet om er zich slaafsch aan te houden.
Het is zeer voordeelig, dezelfde gedachten, of de-
zelfde gevoelens en verzuchtingen dikwijls te her-
halen.
De H. Augustinus hield zich somtijds geheele dagen
en nachten bezig met dit gebed: Geef, Heer, dat ik mij
kenne, en dat ik U kenne en niets dan U begeer e.
De H.
Franciscus van Assisi herhaalde duizend malen: mijn
God en mijn Al!
David herhaalt in den 135"" Psalm 27 maal deze
woorden: Quoniam in aternum misericordia ejus.
Want zijne barmhartigheid is eeuwig.
De Engelen in den hemel geven zich geéne rust,
noch dag noch nacht, in alle eeuwigheid zingende:
Heilig, heilig, heilig, de Heer en God der heerkrachten.
Zoo kunnen wij ons dikwijls zeer voordeelig langen
ty\'d met dezelfde verzuchtingen bezig houden: den-
kende, b. v. „O God, liever sterven, dan U te ver-
„ grammen!" „ O konde ik sterven, opdat alle men-
schen U beminnen!"
4
-ocr page 62-
5 o                      Kort onderricht.
„ O haddo ik oen oneindig getal harten, brandend
van liefde, om U te beminnen!"
36. Het 8° Deel. Het Slot.
Ten late. Bij het einde der meditatie dankt men
God, voor de ontvangene verlichtingen, genaden en
weldaden, en men vraagt Hem vergiffenis over de
fouten, waaraan men zich kan schuldig gemaakt
hebben, hetzij door traagheid, dorheid, verstrooiingen,
slaperigheid, enz.
Ten 2°. Men vernieuwt de voornemens, die men
gemaakt heeft.
Ten 3\'. Overtuigd van zijne zwakheid en van zijn
onvermogen, bidt men met de meest mogelijke vurig-
heid om genaden, ten einde zh\'ne voornemens ten uit-
voer te brengen. — Eindelijk
Ten 4e. Men stelt zich en zijne voornemens in de
H. H. Harten van Jezus en Maria.
Al deze akten zijn in het volgende Sluitgebed vervat.
SLUITGEBED.
Groote God, ik dank U voor alle ontvangene welda- \'
daden en vooral voor de verlichtingen, die Gn\' mij
gedurende deze meditatie verleend hebt. — Ik vraag
U ootmoedig vergiffenis voor alle fouten, onvolmaakt"
heden en gebreken, waaraan ik mij gedurende deze
meditatie kan schuldig gemaakt hebben.
Ik draag mij zelven en mijne voornemens aan U
op ; deze voornemens zijn... (Hier herdenkt men zvjne
voornemens en vernieuwt dezelve. — Verder bidt men:)
-ocr page 63-
over de meditatie.                      5 x
O God, versterk mij opdat ik deze voornemens stiptelijk
ten uitvoer brenge: immers zonder uwe genade kan
ik niets, zelfs niet eene goede gedachte vormen, veel
minder een goed voornemen ten uitvoer brengen.
Heere Jezus, ootmoedig aan den voet van uw
heilig kruis nedergeknield, beveel ik mij en mijne voor-
nemens aan U aan, alsmede het welzijn der heilige
Kerk, de geestelijke en tijdelijke belangen mijner fa-
milie, de ongelukkige en arme zondaars, de rechtvaar*
digen, bijzonder die het godvruchtigste zijn jegens het
heilig Sacrament des Altaars en jegens de H. Maagd
Maria, de bedienaars der H. Kerk en de zielen in het
Vagevuur.
O Jezus, laat toe, dat ik voortaan in uw H. Hart
wone, om U meer en meer te beminnen, om voor U
te leven, voor U te lijden, en voor U te sterven. —
Verberg mij in uw H. Hart, om nooit meer in zonde
te vallen, U alléén te beminnen, in alles met Gods wil
tevreden te zijn, en \'te volharden in het goede tot het
einde mijns levens toe.
O Maria, mijne allerbeminnelijkste Moeder, bid voor
mij! — H. Joseph, H. Engelbewaarder, HH. Patronen
en Patronessen en alle Gods lieve Heiligen en Enge-
len, bidt gezamenlijk voor mij bij den Heer, opdat ik
getrouw blijve aan mijne voornemens en volharde in
het goede tot het einde toe. Amen. SalceRegina, — of
— Onze Vader en Wees gegroet.
37. Bemerking.
1° Na de meditatie, onderzoekt men zich, om te
-ocr page 64-
$2                        Kort onderricht
zien, of men de regels der meditatie, zoowel de voor-
bereiding, als de overweging en het slot betreffende
goed onderhouden heeft: vooral geve men acht op het
voornemen, dat men gemaakt heeft; men beveelt
het Gode andermaal aan en bidt Hem vuriglijk, ons
te versterken, ten einde het, in weerwil van alle
moeielijkheden of bekoringen, stipt ten uitvoer te
brengen.
De H. Franciscus de Sales vermaant ons, een
geestelijken ruiker uit de meditatie te verzamelen en
by\' ons te dragen, ten einde gedurende den dag onzen
geest er door te verkwikken, en ons er door op te wek-
ken, om het voornemen te onderhouden.
Door den geestelijken ruiker verstaat men een
goede gedachte, zinspreuk, gezegde of waarheid uit
de H. Schriftuur, of uit de HH. Vaders of uit andere
godvruchtige schryvers, welke ons het meest getrof-
fen heeft; men tracht die vast in het geheugen te
prenten en by zich te dragen, ten einde den geest er
door te verkwikken, gelyk iemand die uit eenen tuin
een bloemenruiker met zich neemt, om zich door
zynen aangenamen geur nog van tyd tot tyd te ver-
kwikken.
\'t Is zeer voordeelig en tevens gemakkelijk dezen
geestelyken ruiker te doen bestaan uit een schietge-
bed,dat op de liefde steunt; en dikwijls door den dag
hetzelve te herhalen, b. v. alle uren of half uren of
zelfs een kwartier uurs, zoo als vele heiligen gewoon
waren te doen. Men laat dat schietgebed overeenko-
men met het voornemen dat men gemaakt heeft.
-ocr page 65-
over de meditatie.                      53
B. v. om de ootmoedigheid te beoefenen, zegge men:
„ O Jezus, geef mij uwe liefde, opdat ik ootmoedig
„ zij — O Jezus, geef mij uwe liefde, opdat ik deze
„ vernedering — of dezen smaad — of deze verachting
„ — of deze verongelijking... geduldig Hjde."
Om de gehoorzaamheid te beoefenen, zegge men:
„ O Jezus, geef mij uwe liefde, opdat ik gehoorzaam
„ zn\'... opdat ik blindelings gehoorzame... opdat ik
„ vlijtig, zonder vertraging gehoorzame... opdat ik
„ voortdurend gehoorzaam zij... enz."
Om het geduld te beoefenen, zegge men: „ O Jezus,
„ geef mij uwe liefde, opdat ik dit ongemak — of deze
„
pijn — of dit verdriet — of deze moeielijkheid — of
„ deze oneer — of deze armoede — of dezen tegenspoed
„ — of deze beproeving — of deze koude, enz., met ge-
„ duld, ja zelfs met blijdschap verdrage."
Op dezelfde wijze kan men in andere gevallen:
korte schietgebeden doen; dusdanige schietgebeden
herhaalt men dikwh\'ls gedurende den dag, en zoo
wordt het voornemen steeds in ons verlevendigd en
tevens versterkt door de genade, welke God ons geeft,
terwijl men Hem daarom bidt.
3° De H. Alphonsus vermaant ons na de meditatie
de ingetogenheid des geestes te bewaren, en de ver-
strooidheid der zinnen zoo veel mogelijk te vermijden,
wh\'1 men zich anderszins in gevaar stelt, de zalving
des H. Geestes, die men door de meditatie ontvangen
had, aanstonds te verliezen. Men trachte daarentegen
die zalving zorgvuldig te bewaren, door gebruik te
maken van de navolgende regels, welke de H. Alphon-
sus aanduidt.
-ocr page 66-
54                       Kort onderricht
a)  Nimmer beginne men eenig werk zonder het
vooraf aan God opgedragen te hebben ;
b) Nimmer late men een kwartier uu\'rs voorbijgaan,
zonder het hart tot God te verheffen, in welke bezig-
heid men zich ook moge bevinden;
c) Men make zich gewoon, hot hart tot God te ver-
heffen, wanneer men een werk eindigt — of zich van
de eene plaats naar de andere begeeft — of werkeloos
ergens moet wachten, om iemand te spreken — of
eene bediening — eene plechtigheid — of welk andere
bezigheid ook te beginnen.
d) Men beware het stilzwijgen en de eenzaamdheid,
en men vermijde zorgvuldig de verstrooidheid der zin-
nen alsmede de nieuwsgierigheid.
4° Eindelijk, om de vrucht der meditatie te bewaren,
leeren de godvruchtige schrijvers nog, dat men de
bijzondere verlichtingen, de goede gedachten, die ons
het meest getroffen hebben, en de goede voornemens
moet aanteekenen en van tijd tot tijd herlezen, opdat
ze dieper in het hart geprent en nauwkeuriger in
beoefening gebracht worden.
5° Hoe zou het komen dat er velen zijn die dagelijks
mediteeren, en toch altijd even onvolmaakt blijven ?
of welk is de oorzaak, dat sommige personen geen
voordeel uit de meditatie trekken, terwijl de Heiligen
er steeds met zoo veel nut gebruik van gemaakt
hebben?
Er kan geene andere oorzaak zijn, dan dat zij de
meditatie niet behoorlijk verrichten, en zich zelven
geene genoegzame moeite geven, om ze wel te doen.
-ocr page 67-
over de meditatie.                         5 5
Daarom is het van groot belang, dat men van tijd
tot tijd onderzoeke, of men ook al de regels der medi-
tatie onderhoudt, ten einde zu\'nc fouten te zien en zich
er van te beteren.
ONDERZOEK OMTRENT DE MEDITATIE.
I.  Aangaande de Voorbereiding.
Heb ik \'s avonds te voren de stof der meditatie met
aandacht gelezen ? Heb ik gedacht aan de vrucht der
meditatie ? Heb ik er nog aan gedacht \'s avonds bij
het naar bed gaan, des nachts wakker wordende, en
\'s morgens bij het opstaan ? Heb ik getracht, naar de
meditatie gaande, mij levendig te doordringen van
Gods tegenwoordigheid ? Heb ik mij daarna, in vereeni-
ging met de Engelen, eerbiedig op de knieën neerge-
zet? Heb ik met eerbied en vurigheid het voorberei-
dingsgebed gezegd, en nederig den bijstand des Hee-
ren afgesmeekt ?
II.  Aangaande de Overweging.
Heb ik gebruik gemaakt van de zes vragen en hoe?
Heb ik ernstig op het voornemen gelet, door te over-
denken, dat het zoo billijk, rechtvaardig, heilzaam,
gemakkelijk, troostend
en noodzakelijk is ? Heb ik ge-
tracht goede gevoelens, verzuchtingen en smeekingen
in mij op te wekken ? Heb ik goede voornemens ge-
maakt ? waren zij werkdadig, voor bijzondere geval-
len, overeenkomstig met den staat, waarin ik mij
thans bevind ? — Steunden zij ook op goede beweegre-
-ocr page 68-
56                         Kort onderricht
denen en vooral op de ootmoedigheid, in de overtui-
ging dat ik niet bekwaam ben, dezelve te volbren-
gen, tenzij God mij helpe ? Heb ik tot God myne toe-
vlucht genomen door het gebed, ten einde Hy my
gelieve by te staan ?
III. Aangaande het slot.
Heb ik de meditatie gesloten door hartelijk te bid-
den, door God te bedanken, door Gode de voornemens
aan te bevelen, door een geestelijken ruiker uit de
meditatie mede te nemen ?
Niemand moet zich van dit onderzoek laten afschrik"
ken, om de menigvuldigheid der vragen, welke er
voorgesteld worden ; want zoo haast men de manier
van mediteeren goed kent, zal men aanstonds zien,
of men aan het een of ander punt ontbroken heeft
— dit ziende, moet men zich voor God vernederen,
zijne fout oprecht verfoeien en het voornemen maken,
zich er van te boteren.
-ocr page 69-
ADVENT.
Ie. MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
1° Punt. Voorbereiding tot de komst van Jezus.
11° Punt. Jezuskomtom de kwalen onzer ziel te genezen.
1° Punt. Tracht mijne ziel, gedurende den Advent
een stalletje van Bethlehem, eene zuivere woonplaats,
een schoon versierde zaal voor Jezus, uwen Opperko-
ning, in uw hart gereed te maken... Moeiten noch
kosten worden er gespaard om alles te zuiveren en
op te sieren, wanneer een beminde vorst zijne intrede
in eene stad wil doen; vooral ismen er op uit, om de
zaal, voor zijne ontvangst bestemd, schoon en rijk
te versieren. Zal het dan niet billijk zijn, dat gij nu,
terwijl de Koning van hemel en aarde in aantocht
is, ten minste denzelfden ijver toont, om uw hart te
zuiveren en te versieren ?... Verbeeld u, dat uw engel
u thans de woorden toespreekt, waardoor de H. Kerk,
in het officie van den Advent, de geloovigen ver-
maant, om zich te zuiveren en tot de komst des
Zaligmakers voor te bereiden: In adventu summi
Regis mundentur corda hominum, ut digne ambulemus
in occursum illius, quia veniet et non tardabit.
„Dat
„ bij de komst des Opperkonings de harten der men-
„ schen gezuiverd worden, opdat wij Hem waardig te
„ gemoet gaan: want Hij zal komen en niet toe ven." (1)
(i) In off. Dominici Adventus. 3\'* Ant. 3lii Noct.
-ocr page 70-
58                            Advent.
Is dit niet billijk ? Zijt gij dit niet verschuldigd aan
Jezus, uwen Opperkoning, die zich gewaardigt, u te
bezoeken ?
Ja zeker, ben ik u dat verschuldigd, lieve Jezus!...
Voor wion zou ik mijn hart zuiveren, indien ik het
niet voor U deed ? Daar men in de wereld zooveel doet
voor een aardschen vorst, voor een sterfelijken koning,
zou ik het dan ook niet voor U doen, lieve Jezus,
voor U, den Koning der koningen, voor U, den eeuwi-
gen Koning, wiens rijk geen einde zal hebben ?...
Keer dan tot het binnenste van uw hart, om te
zien, hoe het met u gesteld is. Zijt gij zuiver van alle
doodzonden ? van alle dagelijksche zonden, van alle
menschelijke gebreken, fouten en onvolmaaktheden
in het volbrengen der plichten van uwen staat en
godsdienst-oefeningen ? Zijt gij ook zuiver van alle ge-
hechtheid aan alle ijdele, zinnelijke en bedriegelijke
schijngoederen of voldoeningen ? Zh\'t gij buiten Jezus
nog aan iets gehecht ?
Lieve Jezus, ik word beschaamd voor U, als ik uwe
grootheid en mijne nietigheid beschouw, en nog meer,
als ik uwe oneindige heiligheid en mijne overgroote
zondigheid overweeg. Helaas ! Ik heb mijn hart zoo
dikwijls met zonden besmeurd en geopend voor den
duivel, uw grootsten vijand, die er zijnen troon geves-
tigd heeft; en nu komt Gij, om er uw verblijf te ne-
men!... Lieve Jezus, wie zijt Gij en wie ben ik ?... Gij,
zoo heilig: Gij, zoo oneindig, die hemel en aarde met
luister en glorie vervult. Ik, daarentegen, zoo nietig,
zoo verworpen, zoo onrein! Wie ben ik dan om in
-ocr page 71-
Advent.                             59
mijn hart eene schoone en waardige zaal voor U
gereed te maken?... Neen, lieve Jezus ik ben daartoe
niet bekwaam: daarom bid ik U ; neem Gij zelf mijn
hart, zuiver het van alle vlekken, onthecht het van
alle aardsche neigingen en versier het met alle deug-
den, opdat het U behage en tot een schoon verblijf
diene. Dierbare Jezus, geef tranen van berouw en
droefheid aan mijne oogen, opdat ik mijne zonden be-
weene, mijn hart zuivere, en er eene schoone zaal
voor U gereed make.
IIe Punt. Overweeg vervolgens het doel van Jezus\'
komst.De profeetIsaïas zegt: Deus ipseveniet etmivabit
nps. God zelf zal komen en ons zalig maken
(1). Hij zal
komen om uwe geestelijke kwalen te genezen, U met
geestelijke schatten te verrijken en zalig te maken...
Toen Hij zichtbaar op de aarde rondwandelde, heeft
Hy overal teekenen zijner goedheid achter gelaten. De
Evangelist Lucas zegt, dat Hij al weldoende het land
is doorgegaan: pertransiit benefaciendo. Hij gaf aan
de blinden het gezicht, aan de dooven het gehoor,
aan de stommen de spraak, aan.de kreupelen den
gang, aan de melaatschen de zuivering, aan de zieken
de gezondheid, aan de dooden het leven terug en ver-
loste hen die door den duivel bezeten waren... Thans
komt Jezus nog, om de geestelijke kwalen der ziel te
genezen; te weten de geestelijke blindheid, of de duis-
terheid van ons verstand, welke ons belet te zien de
ijdelheid der wereld en de waarde der eeuwige goede-
(i)Js. 35. 5.
-ocr page 72-
6o
Advent.
ren, de leelijkheid der zonde, en de schoonheid der
deugd. De geestelijke doofheid, welke ons ongevoelig
maakt voor de goddelijke inspraken, voor de verma-
ningen der oversten en voor de christelijke onderrich-
tingen en sermonen. De geestelijke mankheid, welke
veroorzaakt, dat wh\' in het goede onstandvastig zjjn
en de goede voornemens verwaarloozen, zoodat wy
op en neer gaan, gelijk iemand, die kreupel is, en wy
somtijds ons opheöen tot God door heilige verzuch-
tingen en goede voornemens, maar weldra weer neer-
dalen en terugkeeren tot onze vorige lauwheid en on-
verstorvenheid. De geestelijke melaatschheid die veroor-
zaakt wordt door de zonden, en afschuwelijker is, in
Gods oogen dan de lichamelijke in onze oogen.
Denk nu aan de goedheid van Jezus. Hij komt
om al deze geestelijke kwalen te genezen; en leer
daaruit hoe noodzakelijk zijne komst voor U is, en
hoezeer gij bezorgd moet zyn, u zelven goed voor te
bereiden, door uwe zonden te beweenen, Hem uwe
noodwendigheden bloot te leggen en te erkennen, hoe
arm gij zijt in deugden, verdiensten en goede werken,
opdat Hij zich over u gelieve te ontfermen, u gelitve
te zuiveren van alle vlekken en met genade te ver-
rijken.
O ja, lieve Jezus, ik voel, dat dit van groot belang
is : maar, helaas, ik ben nog zoo ongevoelig voor de
geestelijke kwalen mijner ziel: een arme blinde, kreu-
pele, zieke, melaatsche of hulpbehoeftige mensch,
doordrongen van zynen ellendigen toestand, weet zyne
noodwendigheden met zulken nadruk te vorklaren,
-ocr page 73-
Advent.                             6\\
dat hij het hart zijner weldoeners daardoor tot mede-
lijden stemt. O ware ik ook zoo van mijne zielskwalen
doordrongen en konde ik ook met zulke vurigheid
bidden, dan zoudt Gij zeker tot medelijden bewogen
worden en bereid zyn, mij by te staan en te helpen.
O Jezus, doordring mij al meer en meer van mijne
geestelijke ellenden en doe mij zien, hoe blind, doof,
stom, kreupel en melaatsch ik ben. Kom, lieve Jezus,
om mijne ziel te genezen, te zuiveren, te versieren,
en tot een anderen stal van Bethlehem in te richten.
Gij verkoost tot geboorteplaats een armen stal, waar
niets te vinden was van alles wat de wereld bemint:
geene grootheden, geene sieraden, geene vermake-
lijkheden, geene zinnelijke genoegens; integendeel,
waar alles was, wat de wereld vreest: vernederingen,
ontberingen, bitterheden en smarten van allerlei aard,
en dit wel om mij van toen af te leeren, dat Gy uw
vermaak hebt in dio harten, welke onthecht zijn van
de wereld en van alles, wat de wereld lief heeft, en
die geheel voor TJ zyn. Helaas, lieve Jezus, myn hart
is nog zoo wereldsch, en nog zoo zeer gehecht aan de
vermaken, grootheden, en zinnelijke voldoeningen;
daarom bid ik U, hetzelve van alles te ontbinden,
opdat het geheel voor U zij en ik uit liefde tot U
gaarne vernederingen, ontberingen en bitterheden
lijde.
O Maria, bid voor my\', opdat ik myne ziel van alle
onvolmaaktheden zuivere, met alle deugden versiere,
en mynen Jezus met eene vurige liefde ontvange.
Amen.
-ocr page 74-
Advent.
62
Oefeningen. 1° Gedurende den Advent zich tot de
komst van Jezus voorbereiden, door zich van alle on-
volmaaktheden te zuiveren : (denk aan uwe onvol-
maaktheden);
2° door zich met deugden te versieren :
(denk hier b.v. aan de ootmoedigheid, de zelfverlooche-
ning, de versterving, het geduld). (Shdtgebed. bladz.
50).
II» MEDITATIE. Voorbereidings-gebed. bl. 28.
I9 Punt. Jezus is gekomen om onze blindheid te genezen.
11° Punt. Jezus is gekomen, om onze doofheid te ge-
nezen.
Ie Punt. Het menschdom verviel tot alle ellenden,
tot den afgrond van alle smarten, zonder dat het zich
eenige hulp kon verschaffen. Te midden dezer ellenden
werd het getroost door den profeet Isaïas, die zeide:
„ dat zij, die verzwakt zijn aan handen en voeten,
„ versterkt, en die kleinmoedig zijn, vertroost worden;
„ want ziet: God zelf zal komen en u verlossen (1). Deus
ipse veniet et salvabit vos. Dan zullen de oogen der blin-
den geopend worden. Tune aperientur oculi caxorum
(2).
Hoe blind is de mensen zonder het licht van Gods
genade ! beroofd van dit licht, was hij zoo uitzinnig,
dat hij de werken zijner handen als eeno Godheid aan-
bad, daaraan eenige kracht toekende en er weldaden
van verwachtte. Tot deze uitzinnige dwaasheid waren
bijna alle menschen vervallen: niemand was bekwaam
hen te midden dier duisternissen te verlichten tenzij
Jezus, het ware licht der wereld ; daarom zegt Hij: Ik
U) Is. 35. 4.
(2) Ib. v. 5.
-ocr page 75-
Advent.                                63
ben het licht der ivereld, die Mij volgt, ivandelt niet in
de duisternissen.
Hij is gekomen, om diegenen te verlich-
ten, die in de duisternissen en in de schaduw des
doods gezeten waren. Illuminare his, qui in tenebris
et in umbra mortis sedent
(1).
Nader dan tot Jezus: Hij zal u verlichten, om die
duizenden vlekken, fouten, gebreken en onvolmaakt-
heden die in u zijn, te zien: zeg Hem met den blinde
van het Evangelie; Jesu Fili David, miserere mei.
Jezus, Zoon van David, ontferm U mijner.
Toen Jezus
het groot verlangen van dien blinde zag, had Hij mede-
lijden met hem en vroeg hem : wat ivilt gij, dat Ik u
doe ?
Hij antwoordde: Heer, dal ik zien moge. Domine
ut videam:
Oogenblikkelijk gaf Jezus hem het gezicht.
O ziel, doordrongen van uwe blindheid en ellenden,
moet gij met een groot verlangen en vertrouwen tot
Jezus gaan, zeggende : „ Jezus, Zoon van David, Jezus,
n Zoon van Maria, Jezus, Zoon van den eeuwigen
„ Vader ! ontferm U mijner." „ Mijn zoon, wat wilt gij
„ dat Ik u doe ?" „ Heer dat ik zien moge,"
nameiyk
dat ik moge zien den afgrond mijner ellenden, ver-
worpenheid en nietigheid — daarenboven de menigte
en de grootheid mijner zonden, onvolmaaktheden en
gebreken, opdat ik deze kennende, mij diep voor U
vernedere ; want hoe beter ik deze zal kennen, des te
beter zal ik zien, hoe nietig en ellendig ik ben. Wan-
neer men een morsig kleed ziet in een\' duisteren
nacht, ontdekt men de vlekken niet bjj gebrek aan
(1) Lucas I.
-ocr page 76-
64                             Advent.
licht ; bij het starrenlicht, ziet men misschien de
grootsten; bij het maanlicht, bespeurt men er meerde-
ren, en een weinig beter; bij het licht eener kaars, ver-
toonen er zich nog meer en nog duidelijker ; maar
beschouwt men het bij het licht der zon, dan is er
geen vlekje, zoo klein ook, of het vertoont zich aan
onze oogen: zoo is het ook gesteld met de vlekken
onzer ziel; hoe meer het licht van Gods genade aan-
groeit, des te beter ontwaren wij onze fouten, onvol-
maaktheden en gebreken, en des te beter zien wij
hunne boosheid, leelijkheid en afschuwelijkheid. Daar
de heiligen zoo zeer verlicht waren, zagen zij hunne
ellenden, hunne nietigheid, boosheid en ondankbaar-
heid en vernederden zij zich diep voor God.
Hoe is het metu gesteld? Gelooft gij, dat gij zeer
blind zh\'t, en groote behoefte hebt aan het licht
der genade, dat Jezus op de aarde gebracht heeft ?
Gelooft gij dat er nog vele fouten in u zijn, welke gij
niet ziet ?
Ja zeker, geloof ik dat, lieve Jezus ? Indien ik ver-
licht ware, gelijk de heiligen, dan zou ik nog duizenden
fouten in mij ontwaren, welke nu voor mij verborgen
zijn. Derhalve bid ik U, lieve Jezus, U over mij te ont-
fermen, en mij te verlichten, opdat ik mijne nietigheid,
boosheid,ondankbaarheid en trouweloosheid erkenne en
goed begrijpe, dat ik nooit genoeg vernederd of ver-
smaad kan worden. Het zou een blinde niets baten,
indien men duizenden kaarsen voor hem ontstak;
hy zou daarom niets meer zien; eveneens zou het mij
niets baten, dat men mij de boosheid en leelijkheid
-ocr page 77-
Advent,                             6$
der zonden, de verschrikkelijkheid der eeuwige
waarheden on de grootheid van Jezus\' liefde en lijden
voorstelde, indien ik niet verlicht werd door het licht
uwer genade, om te zien. Indien men aan een blinde
zegt, dat de plaats vuil en leelijk is, zal hij daaraan
misschien geloof hechten, maar het zal op zijn hart
weinig of geen indruk maken, omdat hij er niets van
ziet, niets van ontwaart. Even zoo gaat het met mij,
wanneer ik aan mij zelven overgelaten ben : ik hoor de
eeuwige waarheden, uwe goedheid, mijne ondank-
baarheid, de nietigheid van het aardsche, de waarde
van het eeuwige; maar het maakt geen indruk op
mij ; ik blijf er ongevoelig voor, zoolang ik in de duis-
ternis ben ; daarom bid ik U, lieve Jezus, mij te ver-
lichten, opdat ik de ijdelheid der wereld en de waarde
der eeuwige goederen moge zien ; mh\'ne boosheid en
ondankbaarheid, en uwe goedheid en liefde moge er-
kennen, ten einde boetvaardigheid te doen over mijne
zonden, mij zelven te vernederen, de wereld te verach-
ten en U te beminnen.
IIe Punt. God zelf zal komen en u verlossen... En
dan zullen de ooren der dooven open staan. Et aures
surdorum patebunt
(1).
Mijne ziel, overweeg dat Jezus ook gekomen is, om
onze geestelijke doofheid te genezen. Uit ons zelven zijn
wij geestelijker wijze doof, wij luisteren naar de ijdele,
bedriegelijke en vleiende taal der wereld, maar blijven
doof voor de goddelijke inspraken en zalige vermanin-
(1) Isaias 33. v. 5.
.\')
-ocr page 78-
66                             Advent.
ningen onzer herders en oversten : hoeveel redenen
hebben wij dan niet om naar zijne komst te verlangen
en Hem te bidden, spoedig te komen en onze gees-
telijke doofheid te genezen. „ Kom, Heere Jezus, kom ;
„ open mijne ooren, opdat ik naar uwe stem luistere
„ en uwen wil volbrenge."
Hoe is het met u gesteld ? Luitert gij niet gaarne
naar ijdele en wcreldschc gesprekken ; naar gesprek-
ken over feestmalen, kostelijke spijzen of dranken,
over uitspanningen, vermaken of wereldsche pracht,
tijdelijke goederen of aardsche bezittingen ? Laat gij
u door die gesprekken niet bedriegen, door hen die
dat alles bezitten en genieten, voor gelukkig aan te
zien, of door zelf daarin uw geluk te stellen ? Luistert
gij niet naar de ingevingen der eigenliefde, der hoo-
vaardigheid, der zinnelijkheid of begeerlijkheid, terwijl
gij doof blijft voor de inspraken van God en voor de
vermaningen der oversten ?
Ach, lieve Jezus, ik erken mijne uitzinnigheid, wijl
ik mij dikwijls door eigenliefde, kwade begeerlijkheden
en ijdele gesprekken heb laten bedriegen. Helaas, hoe
dikwijls heb ik met vermaak gesproken en hooren
spreken over zinnelijke voldoeningen van eten en
drinken, over pracht en grootheden, over aardsche
goederen en rijkdommen ? Hoe dikwijls heb ik er mijn
hart en mijne zinnen op gesteld en die menschen voor
gelukkig aangezien, die het ten volle genieten; ter*
wijl Gij deze dingen aanziet als ijdelheid en bedrog,
en die menschen ongelukkig noemt, die er hun hart
en hunne zinnen aan hechten. Lieve Jezus, open mijne
-ocr page 79-
Advent.                              67
ooren, opdat ik luistere naar uwe woorden, waardoor
Gij mij leert de ijdelheid en het bedrog van alles, wat
de wereld aanbiedt en hoogacht; de waarde der ver-
nedering, der armoede en smarten, welke Gij door
uw voorbeeld geheiligd hebt. Kom, lieve Jezus, kom
spoedig, want ik verlang vurig naar U ; open de ooren
van mijn hart en spreek, want uw dienaar luistert;
mijn hart is voor alles, wat in de wereld of wereldsch
is, gesloten, om naar TJ alleen te luisteren ; zie, thans
ben ik bereid uwen wil in alles te volbrengen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik steeds luistere naar
de inspraken van God en ze getrouw opvolge. Amen.
Oefeningen : 1° Erkennen dat wij geestelijker wijze
blind en doof zyn, en dat Jezus onze eenige geneesheer
is. 2° Vuriglijk tot Jezus verzuchten, opdat Hij ons
kome genezen (Sluitgebed bladz. 50.)
III" MEDITATIE. Voüübereidings-gebed. (bl. 28.)
Ie Punt. Jezus is gekomen om ons van de geestelijke
mankheid te verlossen,
IIe Punt. Onze geestelijke sprakeloosheid te genezen.
Ie Punt. De profeet Isaias zegt: Deus ipse veniet et
salvabit vos... Tune saliet sicut cervus claudus. God
zelf zal komen en u verlossen... Dan zal de kreupele,
gelijk het hert, opspringen
(1).
Voor de komst des Verlossers was hetmenschdom
als begraven in de duisternissen van het ongeloof;
zelfs de Israëlieten, Gods uitverkoren volk, hadden
hunnen schepper en weldoener bijna geheel vergeten :
(1) Ii. 35.6.
-ocr page 80-
68                                Advent.
zij gingen, als het ware, mank in den dienst van God ;
somtijds werden zij door straffen tot God en hunne
plichten teruggebracht; maar nauwelijks hielden de
straffen op, of aanstonds keerden zij tot hunne voor-
gaande boosheden terug: te vergeefs deden de pro-
feten hun best, opdat zij in den dienst van God zou-
den volharden ; zij bleven steeds mank gaan ; want
ofschoon zij zich somtijds voor God vernederden en
boetvaardigheid deden, verlieten zij Hem spoedig en
keerden zij tot hunne vorige buitensporigheden terug
en zoo bleven zij altijd mank gaan in den dienst van
God, en verdienden zij uitgeroeid te worden ; maar
God, oneindig rijk in barmhartigheden, had medelijden
met hen en troostte hen door den profeet Isaïas, zeg-
gende: God zelf zal komen en u verlossen... Dan zal
de kreupele, gclvjk het hert, opspringen:
dat is, dan zal
hij, die tot nog toe mank ging in den dienst des Hee-
ren, opspringen gelijk het hert, om vlijtig en stand*
vastig den weg des Heeren en zijner geboden te be-
wandelen.
Lieve Jezus, welke dankbaarheid zijn wij U niet
verschuldigd voor de genade, die Gij voor ons verdiend
hebt, ten einde wij Gods geboden met vlijt en volhar-
ding zouden volbrengen ; maar helaas, hoe weinigen
zijn er, die een goed gebruik van uwe genade maken !
De moesten zijn en blijven flauw in uwen dienst en
gaan, als het ware, mank voor het aanschijn van
God : weinigen zijn er, zelfs onder uwe bedienaars,
priesters of religieuzen, die met waren en duurza-
men ijver den weg uwer geboden bewandelen.
-ocr page 81-
Advent.                             6g
________/________________________
Hoe is het met u gesteld? Zijt gij ook niet den
kreupele gelijk ; ten tijde eener meditatie of retraite
verheft gij u tot God, maar bij de minste moeite,
tegenkanting of bekoring, vervalt gij wederom in uwe
voorgaande traagheid, onverstorvenheid en onacht-
zaamheid ?
Lieve Jezus, al zuchtend erken ik den ellendigen
staat mijner ziel: mijne onvolmaaktheden zijn groot
en menigvuldig: de kwade genegenheden trekken
mij gedurig van U af en de zucht tot zinnelijke vol-
doeningen doet mij aan het aardscho verkleefd blijven.
Ach hoe flauw ben ik in uwen dienst en hoe traag
in het bewandelen van den weg der volmaaktheid.
In plaats van vlijtig vooruit te gaan gelijk het hert,
ga ik achterwaarts, gelijk de kreeften. Lieve Jezus,
ik bid U vurig, deze geestelijke mankheid te genezen,
en mij de snelheid van het hert te geven, opdat ik
steeds vooruit ga op den weg uwer geboden, dagelijks
voortgang make inde deugden en eindelijk het geluk
nebbe U te bezitten in den hemel.
IIe Punt. God zelf zal komen en u verlossen... Dan zal
de long der stommen ontbonden zijn en zij zullen met lof
in Sion komen. Tune aperta erit Ungua mutornm... et
venient in Sion cum lande
(1).
Overweeg mijne ziel, de boosheid van het mensch-
dom en de goedheid van God jegens een zoo ondankkaar
volk... Voor de komst des Zaligmakers werd er bijna
niemand gevonden, die God loofde en verheerlijkte ;
(1)Isaïas 35. v 6. 10.
-ocr page 82-
70                             Advent.
bijna allen waren stom in het verkondigen van
\'s Hoeren lof: doch God, oneindig in goedheid, in plaats
van den ondankbaren mensen te verstooten, had mede-
lijden met hem en kwam zelf om zijnen mond te ope-
nen en zijne tong te ontbinden, opdat hij voortaan
zijnen Heer en Schepper zou loven en verheerlijken.
Dierbare Jezus, hoe kunt Gij jegens den ondankbaren
mensch zoo goed zijn ? Gij zelf zijt gekomen om hem
te onderwijzen, en zijne tong te ontbinden, opdat hij,
God lovende op de aarde, het geluk zou hebben, Hem
eeuwig te mogen loven in den hemel.
Beantwoordt gij aan Gods goedheid en liefde ? Is
uwe tong ontbonden om \'s Heeren lof voortdurend
te verkondigen, Hem steeds te bedanken voor zijne
weldaden, en zijne oneindige volmaaktheden te ver-
heerlijken ?
O ware ik eens zoo gelukkig ! maar helaas, hoc dik-
wijls heb ik misbruik van mijne tong gemaakt, door te
spreken over ijdele, zinnelijke, en wereldsche dingen ;
over ijdele vermaken en zinnelijke voldoeningen in
eten en drinken; over bedriegelijke rijkdommen, schoone
kleederenenmenschelijko grootheden? Hoe dikwijls
daarenboven heb ik er misbruik van gemaakt door te
spreken tot lof van mij zelven of tot verachting, verne-
dering of verbittering van anderen ? Lieve Jezus, ik
vraag er U ootmoedig vergiffenis over en bid U, mijne
tong te ontbinden, opdat ik Gods lof voortaan gestadig
verkondige en zijn lof altijd in mijnen mond zij: daarom
immers zijt Gij uit den hemel gedaald en op aarde ge-
komen. O hadde ik een oneindig getal tongen, om
-ocr page 83-
Advent.                                71
uwen lof overal en ten allen tijde te kunnen verkon-
digen, uwe goedheid, genade en barmhartigheid aan
allen kenbaar te maken en in aller harten het vuur van
liefde te ontsteken, opdat Gij door allen zoudet geloofd
en verheerlijkt worden.
O Maria, bid voor mij, opdat ik steeds met cene bij-
zondere aandacht zegge : Glorie zij den Vader, en dm
Zoon, en den H. Geest.
Amen.
Oefeningen. l°In weerwil van allen strijd zijne dage*
lijksche plichten met ijver volbrengen. 2" Nooit spreken
tot lof van zich zelven, noch met minachting van ande-
ren. 3° Nooit spreken over zinnelijke voldoeningen,
smakelijke spijzen of dranken, of ijdele vermaken, maar
over God, over zijne volmaaktheden, over de eeuwige
goederen. 4° Doordrongen van zijne geestelijke ellende,
dikwijls tot Jezus verzuchten, en zeggen: Rorata cceli
desuper. Dauwt hemelen van boven. (Sluitgebed bl.
50.)
IV« MEDITATIE, vooebereidings-gebed. (bladz. 28).
I<> Punt. Jezus in den schoot van Maria, zich zelven
vernederend, verheerlijkt God.
II0 Punt. In den schoot van Maria, bid Jezus voor ons.
1° Punt. O ziel, tracht den Advent te heiligen, door
dagelijks aan het kind Jezus te denken : aanbid dage-
lijks, bij het ontwaken, het kind Jezus in den schoot
van Maria en denk aan de oefeningen waarmede Het
zich voortdurend bezig hield, namelijk met oefeningen
van zelfvernedering, van lof, aanbidding en liefde voor
zijnen goddelijken Vader.
Ten lsto. Het kind Jezus erkennende, dat Het
-ocr page 84-
72                             Advent.
volgens de menschelijke natuur minder was, dan zijn
Vader: quia Pater major me est; want de Vader is
grooter dan Ik;
en het niet van zijnen oorsprong be-
schouwende, vernederde en vernietigde zich voor God,
en zonk als weg in den afgrond van zijn niet, waaruit
Het voortgekomen was. Deze akten van zelfverne-
dering werden nooit onderbroken, of liever, het was
eenc altijddurende en nooit onderbrokene akte van
zelfvernedering. O welk schoon voorbeeld voor ons!
Het leert ons, hoe diep wij ons moeten vernederen
niet alleen om het niet van onzen oorsprong ; maar ook
om onze zonden en ondankbaarheden, den wortel des
kwaads, dien wij in ons dragen en waardoor wij altijd
in gevaar zijn, God te beleedigen en eeuwig verloren
te gaan.
Ten 2°. In den schoot van Maria hield het kind Jezus
zich voortdurend bezig met akten van lof, aanbidding
en dankzegging Gode op te dragen. God was door
de zonden zoodanig onteerd, dat alle menschen en
engelen te zamen niet bekwaam waren, deze oneer
te herstellen ; daarom is Jezus gekomen, en hield Hij
zich voordurend bezig met God te loven, te danken
en te aanbidden, ten einde de Hem aangedane oneer
te herstellen. Daar het kind Jezus waarlijk God is,
was iedere akte van lof, van dankzegging en aan-
bidding van oneindige waarde, en genoeg om de Gode
aangedane oneer volkomen te herstellen.
Ten 3e. In den schoot van Maria verwekte het kind
Jezus onophoudelijk akten eener allergrootste, ja eener
oneindige liefde. Het kind Jezus, de beminnelijkheid
-ocr page 85-
Advent.                             73
zijns goddolijken Vaders kennende, ontvlamde zoo-
danig in liefde, dat de liefde van alle engelen en heili-
gen te zamen genomen, daarbij vergeleken, ijskoud was.
O God, ik verheug mij over die oneindige eerbewij-
zingen, aanbiddingen, dankzeggingen en liefde-akten,
waardoor het kind Jezus gedurende negen maanden U
vereerd heeft in den schoot van Maria.
Welnu, volgt gij ook dat voorbeeld na?... Vernedert en
vernietigt gij u voortdurend voor God en eert gij Hem
voortdurend door akten van lof, aanbidding, dankzeg-
ging en liefde ? Tracht gij al uwe oefeningen, uit over-
tuiging dat ze op zich zelve van geene waarde zijn,
te doen in vereeniging met die van het kind Jezus ?
Tracht gij ze te doen in vereeniging met diezelfde
meening en liefde, waarmede Jezus ze gedaan
heeft?
Helaas, lieve Jezus, hoe dikwijls heb ik er aan ont-
broken en hoe vele verdiensten daardoor verloren,
welke ik anders zou vergaderd hebben! Thans maak ik
het vast besluit, om gedurende den Advent en in het
vervolg altijd, mij in alles met U te vereenigen ; \'t is
immers alleen in en door die vereeniging, dat mijne
oefeningen Gode kunnen behagen en mij voordeclig
zijn ?
II0 Punt. Mijne ziel, verbeeld u het kind Jezus, in den
schoot van Maria, als in eene kleine cel, om voor ons
te bidden. Daar bad Hij zijnen Vader voor ons geluk
en welzijn. Hij bad er zonder ophouden; Hij bad er
dag en nacht; Hij bad er altijd, zonder zich een oogen-
blik van het gebed te laten aftrekken : zoo leerde hij
-ocr page 86-
74                             Advent.
ons dat wij altijd moeten bidden, en nooit verflauwen.
Oportct semper orare. Ne impediaris semper orare.
Overweeg dan de goedheid van het kind Jezus:
Het bad voor allen in het algemeen, maar ook voor u
in liet bijzonder: biddende heeft Het voor u de genade
verdiend, die gij nog dagelijks van God ontvangt. De
schepping, de roeping tot het ware geloof, de heiligma-
king, het licht van Gods genade, het berouw en de
vergiffenis der zonden, de goede gedachten, begeerten,
voornemens, woorden en werken zijn zoo vele vruch-
ten van zijne gebeden.
Lieve Jezus, minzaam Kind, wat dankbaarheid ben
ik U voor die gunsten en weldaden niet verschuldigd ?
O konde ik U eens oprecht beminnen!... Ik bid U,
medelijden met mij te hebben en mij om mijne on-
dankbaarheden niet te verstooten: blijf steeds voor
mij bidden, terwijl Gij in den hemel zijt, opdat ik
geheel voor God leve, in het goede volharde en zalig
worde.
En tracht gij voor u ook eene kleine cel in uw
hart of liever in de harten van Jezus en Maria te
bereiden, om daar opgesloten te blijven en u daar
altijd bezig te houden met bidden, zoo wel voor u zel-
ven als voor anderen? Tracht gij uwe gebeden en
godvruchtige oefeningen te vereenigen met die van
Jezus, en ze te doen met diezelfde liefde en meening,
waarmede Jezus ze gedaan heeft?
Lieve Jezus, ik erken met leedwezen, dat ik daar-
aan dikwijls ontbroken heb, maar ik hoop in het ver-
volg er beter op te letten. Laat toe dat ik voortaan
-ocr page 87-
Advent                                75
in uw hart en in dat van Maria wone en mij in
alles met U vereenige. Thans maak ik met U een
verbond, van mij in alles met U te vereenigen en
alles te doen met diezelfde meening en liefde, waar-
mede Gij alles gedaan hebt: op deze wijze met U
vereenigd, wil ik alles doen, niet alleen mijne gebe-
den en godvruchtige oefeningen, maar ook allo an-
dere bezigheden, zelfs datgene, wat het lichaam
streelt, als: eten, drinken, rusten, slapen en het ne-
men van uitspanningen : als een teeken en als eene
vernieuwing van dit verbond zal ik dikwijls, en zooveel
mogelijk voor iedere oefening, een klein kruisje mot
den duim op de borst maken, zeggende : „Lieve Jezus,
„uit kracht van ons verbond, stel U als een zegel op
„mijn hart." Daarenboven maak ik de mecning van
dit verbond te vernieuwen, zoo dikwijls ik ademha-
len, verzuchtingen, oogslagen, voetstappen, of andere
bewegingen zal doen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik mij in alles met U
en met Jezus vereenige. Amen.
Oefeningen. 1° Gedurende den Advent dagelijks
het kind Jezus in den schoot van Maria aanbidden.
2° Dezelfde oefeningen verrichten die Jezus deed,
namelijk oefeningen van zelfvernedering, van lof,
aanbidding en van liefde. 3° Een verbond met Jezus
aangaan, van alles te doen met die liefde en mee-
ning, waarmede Hij alles deed. (Sluitgebed, bladz. 50.)
-ocr page 88-
j6                                Advent.
V° MEDITATIE, voorbereidixgs-gebed. (bladz. 28.)
Ic Punt. De verheffing en de val der engelen.
E> Punt. Satans afgunst tegen den mensch.
1° Punt. O ziel, overweeg de grootheden en oneindige
volmaaktheden van God. Hij is van alle eeuwigheid,
zonder begin en zonder einde : Voor de schepping be-
stond er niets buiten Hem. Hij bestond in zich zelven...
In, om endoor zichzelven was Hij volmaakt gelukkig ;
niets ontbrak aan zijn geluk ; zelfs kon er niets aan
ontbreken, omdat Hij noodzakelijk alle mogelijke vol-
maaktheden op eene volmaakte wijze in zich besluit.
Daar Hij oneindig goed is, wilde Hij zijn geluk ook
mededeclcn aan anderen; daarom heeft hij van
eeuwigheid het besluit gevormd, om alles wat thans
bestaat, te scheppen : uit kracht van dat besluit heeft
Hij in den beginne alles uit het niet voortgebracht:
Hij sprak en alles tcas gemaakt. Ipse dixit et facta
sunt.
Hij schiep de engelen in den hemel en bekleedde
hen met eene verrukkende schoonheid : evenwel wer-
den zij niet aanstonds in het bezit des hemels beves-
tigd ; zij moesten het verdienen door eene daad van
gehoorzaamheid en vernedering. Eene ontelbare me-
nigte engelen vernederde zich voor God en werd aan-
stonds in het bezit des hemels bevestigd ; eene andere
ontelbare menigte daarentegen, hare schoonheid, en
verhevenheid beschouwende, wilde zich verheffen en
haren troon met dien van God gelijk stellen. Lucifer,
hun aanvoerder zeide: ik zal ten hemel opklimmen,
-ocr page 89-
Advent. 77
___________•______j___________________________________________._____________________.
mijnen troon boven de sterren Gods verheffen en aan
den Allcrhoogsten gelijk zijn.
(1).
De Aartsengel Michaël, de aanvoerder der goede en-
gelen nam de verdediging van Gods eer op zich en
zeide : Quis ut Deus? Wie is er gelijk aan God?... Er
ontstond een hevige strijd in den hemel: Lucifer met
do zijnen werd er uit verbannen en stortte met de snel-
heid eens bliksems in den helschen afgrond neder.
Welk een schrikkelijk tooneel! Millioenen Engelen
veranderen eensklaps in duivels en storten voor
eeuwig in den afgrond der hel! De Zaligmaker zegt:
Videbam Satanam ut fulgur cadentem de ccelo. Ik
zag Satan als de bliksem uit den hemel vallen.
Mijne
ziel, beschouw den ongelukkigen staat van Lucifer in
den afgrond der hel en vraag hem met de profeten :
„O Lucifer, gij, die geweest zijt in de wellusten van
„Gods paradijs; gij, wiens kleed bezaaid was met
„alle soorten van kostbare gesteente, (2) hoe zijt gij
„uit den hemel gevallen ? Gij hebt gezegd : ik zal ten
„hemel opstijgen, maar gij werdt in de hel, in do diepte
„des afgronds neergeworpen." (3)
Ziedaar de verschrikkelijke rechtvaardigheid van
God !... Hij straft millioenen engelen om ééne enkele
zonde, om de zonde van een enkel oogenblik\', om eene
inwendige zonde, om eene zonde door de gedachte
bedreven: zult gij dan niet vreezen ? zult gij dan
nog vertrouwen op u zelven, op uwe talenten, be-
(i) Isaïas XIV. i3. 14.
(2)   Ezechiel 28. i3.
(3)  Isaïas. XIV. 12. i5.
-ocr page 90-
78                             Advent.
gaafdheden, voorrechten of genaden, nu die verhevene
en zoo zeer bevoorrechte geesten zoo diep gevallen
en zoo onbarmhartig gestraft zijn ?
Neen, mijn God, zeker zal ik niet meer op mij zelven
betrouwen ; maar steeds nietiger worden meer dan ik
geweest ben en ootmoediger in mijne oogen. Wie
ben ik in vergelijking met de engelen ? Vele hun-
ner, zelfs van de verhevensten zijn gevallen, en zou ik
dan niet vreezen ?...
Gij, o God, heb die edele geesten
niet gespaard, maar op het oogenblik hunner zonden
gestraft en aan de helsche vlammen overgeleverd, (1)
en zou ik dan n iet vreezen, gelijk Job, toen hij zeide: dage-
liïjks\'zondigende en geene boetvaardigheid doende, heeft
de doodangst mij bevangen.
(2) O God, ontferm U mijner
en vervul mij met eene zalige vrees, opdat ik voortaan
de zonden vluchte, mij diep vernedere en geheel voor
U leve.
11° Punt. Verbeeld u, Satan in den afgrond der
helsche vlammen te zien, knarsetandend van spijt,
om het onherstelbaar verlies van den hemel. Welk
verschil, eeuwig te zijn in den hemel, de plaats van
alle goed, of eeuwig inde hel, de plaats van alle kwaad,
en dat om ééne zonde; om de zonde van één oogen-
blik; om eene ijdele en hoovaardigo gedachte!... Hoe
vreeselijk zijn de oordeelen van God, daar Hij ééne
enkele en wel de eerste zonde zoo vreeselijk en zon-
der genade of uitstel straft!... O ziel, welke dankbaar-
heid zijt gij Hem verschuldigd, dewyl Hij u, na zoo
(i) II Petri 2. 4.
(al Job 4. 18.
-ocr page 91-
Advent.                             79
vele zonden bedreven te hebben, gespaard, en tijd tot
boetvaardigheid gegeven heeft!
Stel u daarenboven den nijd voor, welken de duivel
tegen den mensen heeft. Daai de mensch bestemd
is, om de plaats, welke hij verloren heeft, aan te
vullen, is hij woedend van afgunst, en \'s menschen
geluk benijdende, loopt hij rond als een brieschende
leeuw, zoekende wien hij verslinden, in zijne netten
vangen en met zich naar den helschen afgrond zal
sleuren. Welke reden voor u, mijne ziel, om te vreezen,
op uwe hoede te zijn, te waken en te bidden, ten einde
niet te vallen in de bekoringen en strikken des duivels:
het gevaar is groot; uw strijd is niet alleen tegen
vleesch en bloed of tegen de menschen, maar tegen
de prinsen en machten ; tegen de beheerschers dezer
duistere wereld, en tegen de booze geesten in de
lucht. (1).
Zult gij u zelven dan niet mistrouwen en op uwe
hoede zijn ? zult gij dan niet waken, bidden en uwe
toevlucht nemen tot Jezus en Maria ?
Ja zeker lieve Jezus, zal ik dit doen! ik zie een
leger van helsche vijanden, tegen mij opkomen, en wie
ben ik om er wederstand aan te bieden ? daarom neem
ik mijne toevlucht tot U, lieve Jezus, en stel mij
onder uwe bescherming : bij u ben ik veilig ; al zou de
gansche hel tegen mij opstaan, heb ik nog niets te
vreezen, indien Gij met mij zijt: door U ben ik al-
machtig, want alles kan ik in God, die mij versterkt:
door TJ beschermd, heb ik niets te vreezen, al zou er
(1) Kph. 6. 12.
-ocr page 92-
So                                Advent.
ook een leger van duivels tegen mij opkomen ; immers
er zullen er altijd meer met mij, dan tegen mij zijn ;
alle engelen zullen met en voor mij strijden; ook
zal Maria, mijne Moeder, bij mijn verlosser Jezus met
mij zijn; Ja, Gij zelf, o mijn God en mijn Al, zult mij
bijstaan en mij onder uwe bescherming nemen; en zoo
beschermd, wie zou mij dan kunnen overwinnen ?...
Zeker niemand... Op U, Heer, heb ik mijne hoop ge-
steld, in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. (1)
O Maria, bid voor mij, opdat ik steeds wake en
bidde. Amen.
0efeniï:3en. 1° Zichzelven steeds vernederen en
God verheerlijken. 2" Zichzelven mistrouwen, waken
en bidden, wijl onze vijanden menigvuldig, listig en
machtig zijn. Sluilgebed. (bladz. 50.)
VI» MEDITATIE, voorbereidings-gebed (bladz 28.)
HET EINDE DER SCHEPPING.
Ic Punt. Be mensch is voor God geschapen.
IIe Punt. Alle andere dingen, zelfs de kruisen, dienen
den mensch als middelen om hem tot God te brengen.
Ie. Punt. Overweeg ten lste dat wij van God en
wel alléén van God geschapen zijn ; wij hebben niets
tot ons bestaan bijgedragen; zonder Hem waren
wij nog in het niet en zouden wij er eeuwig in blijven;
daarom behooren wij aan God toe en zijn wij ver-
plicht voor hem alleen te leven. Overweeg ten
2e, dat wij geheel van God zijn. De profeet Job zegt:
(i) Ps. 3o.
-ocr page 93-
Advent.                             8l
_______________________i________.________________________________________________—--------------
O God, uwe handen hebben mij gemaakt en geheel
gevormd
(1) en dus behooren wij geheel aan Hem toe
en zijn wij verplicht geheel ons bestaan ten zijnen
dienste te gebruiken. Overweeg ten 3°, dat wij voort-
durend
van God afhangen, en Hij ons voortdurend
moet bewaren, zoodat wij zonder zijne bewarende
hand geen oogenblik zouden kunnen bestaan: daarom
zegt David : Gij hebt mij gemaakt en uice (bewarende)
hand op mij gelegd (2). Wij behooren dus voortdurend
aan Hem toe, en zijn verplicht voortdurend voor Hem
te leven, zoo wel in de dagen onzer kindsheid en
jeugd, als in die van onzen mannelijken leeftijd en
hoogen ouderdom.
Overweeg ten 4e, dat wij geschapen zijn, niet voor
de wereld, noch voor de vermaken, grootheden of
aardsche goederen; noch voor ons zelven of eenig
ander schepsel, maar voor God en den hemel; daarom
mogen wij niet leven voor ons zelven, noch voor de
wereld, hare schijngoederen en vermaken , maar
moeten leven voor God en den hemel.
O God, welke dankbaarheid ben ik TJ niet ver-
schuldigd voor de weldaden der schepping en voor
de voortdurende bewaring ! Zonder U zou ik nog in
het niet zijn en er eeuwig in blijven. Uit enkele
goedheid hebt Gij mij een verheven wezen gegeven:
te weten het wezen niet van stof alleen, noch dat
van plant of dier, maar van een redelijk schepsel,
bekwaam om U te kennen, te dienen, te beminnen
(i) Job. io. 8.
(2) Ps. i38. 5
6
-ocr page 94-
82                             Advent.
en in alle eeuwigheid te bezitten in den hemel. O
welk een geluk ! welk eene verhevene bestemming!
Ik ben derhalve verplicht mijn wezen en mijn bestaan
alléén, geheel en voortdurend voor U te besteden; name
lijk mijn verstand, om U te leeren kennen ; mijn geheu-
gen,
om uwe weldaden steeds te gedenken ; mijnen
icil,
om hem in alles aan den uwen gelijkvormig te
maken ; mijn hart, om U alleen te beminnen ; mijne
vrijheid,
om U alleen te dienen ; mijn lichaam en
mijne zintuigen,
om ze uit liefde tot U te kruisigen ;
mijn leven, om het geheel aan uwe vereering toe te
wijden.
Mijne ziel, hebt gij aan uwe bestemming beantwoord,
en u geheel aan den dienst van God gewijd ? Welk
gebruik hebt gij gemaakt van uw verstand, van uw
geheugen, van uwe vrijheid en van uwen wil ? Welk
gebruik hebt gij gemaakt van uw lichaam en zijne
zintuigen : van uw gezicht, van uw gehoor, van uwen
reuk, van uwen smaak en van uw gevoel ? Wat ge-
bruik hebt gij gemaakt van uwe talenten, van uwe
begaafdheden, van uwe goederen en bezittingen,
eindelijk van den tijd der kindsheid, der jeugd en
van den verderen leeftijd ?
Ach, mijn God, hoc dikwijls ben ik afgeweken van
het doel mijner schepping! Helaas, hoe vele uren,
dagen, weken, maanden en jaren heb ik nutteloos, ja
zelfs in zonden doorgebracht ? Hoe dikwijls heb ik
misbruik gemaakt van mijne zintuigen en tijdelijke
goederen ? Hoe dikwijls heb ik de nieuwsgierigheid
in liet zien en hooren ingevolgd ? Hoe dikwijls heb ik
-ocr page 95-
Advent.                              83
aan de zinnelijke begeerlijkheden van mijn lichaam vol-
doening gegeven ? Hoe dikwijls heb ik de zinnelijkheid
in den reuk en smaak onredelijker wijze betracht?
Hoe dikwijls heb ik misbruik gemaakt van mijne ziels-
vermogens ; van mijn geheugen, door aan ijdele dingen
te denken? van myn verstand, door lichtvaardig over
anderen te oordeelen, door de bevelen mijner oversten
en de beschikkingen uwer Voorzienigheid te beknib-
belen ? Van mijnen wil, door anders te willen dan Gij,
en van mijn hart door ijdele dingen te beminnen ?
O God, onferm U mijner en geef dat ik mij zelven
en alles wat in mij is, voortaan geheel, alleen en ten
allen tijde voor U bestede.
IIe Punt. Overweeg verder de goedheid van God,
die ons voor zich, maar alle andere dingen voor ons
geschapen heeft, om in al onze noodwendigheden
overvloedig te voorzien en ons op te wekken Hem
te beminnen. De schoonheden der natuur en der
schepselen vertoonen ons de schoonheden van den
Schepper en bewegen ons, om Hem te beminnen,
te loven en te danken, die alles zoo schoon gemaakt
heeft: die schoonheden schijnen van alle kanten ons
toe te roepen: „bemint ons niet, maar God, die ons
„geschapen heeft en oneindig schooner is." Ook de
vermaken, de grootheden, de rijkdommen en alles
wat ons omgeeft, roepen ons van alle kanten toe:
„bemint ons niet, maar God die ons geschapen heeft
„en oneindig beminnenswaardiger, grooter, rijker en
„bevalliger is." Deze gedachte deed do heiligen in
liefde tot God ontvlammen. Wanneer de H. Maria
-ocr page 96-
84                             Advent.
Magdalena de Pazzi eene bloem zag, zeide zij: „God
„heeft van eeuwigheid er aan gedacht, deze bloem
„voor mij te scheppen." Dit zeggende, ontvlamde zij
geheel in liefde. Hetzelfde deden de H. Theresia, de
abtRancé, hervormer der Trappisten, ook de H.Mamas,
die in de gansche natuur, in de bloemen, in de vo-
gelen, in het groen der velden, in de diensten, welke
de dieren den mensehen bewijzen, Gods goedheid,
almacht, wijsheid en liefde erkende; met één
woord, zoo deden alle heiligen.
God heeft niet alleen de goederen der natuur, maar
zelfs de armoede, kruisen, vernederingen en weder-
waardigheden voor ons geluk en welzijn geschapen.
De H. Geest zegt: het goede en het kwade, het leven
en de dood, de armoede en de rijkdom komen van
God.
(1) Ook de koude en de hitte, de verdrukking
en tegenspoed, do dorheid en duisternis, de ziekte
en dood, met één woord, alle kruisen komen van
God en dienen om ons hart van de wereld af te trek-
ken en ons indachtig te maken, dat wij God alleen
moeten beminnen, voor wien wij geschapen zijn.
O God, hoc goed en zoet is uw geest in alles! (2) Gij
immers hebt alles voor mij geschapen en overvloedig
in al mijne noodwendigheden voorzien, ten einde het
liefdevuur in mij te ontsteken,on mij te bewegen, TJ
alleen te beminnen: zelfs hebt Gij de kruisen voor
mijn welzijn geschapen, om mijn hart van de wereld
(i) Eccl. XI. 14.
(2) Sap. 12. 1.
-ocr page 97-
Advent.                             85
en hare schijngooderen te onthechten en tot U te
trekken. O God, hoe goed zijt Gij, die alles voor mijn
welzijn beschikt! welke liefde en dankbaarheid ben ik
U daarvoor niet verschuldigd ?
Hoe is het met u gelegen ? Zijt gij dankbaar
voor Gods gaven ? Welk gebruik hebt gij er van ge-
maakt ? Hebt gij er uw hart nooit op gesteld, of er
misbruik van gemaakt ?... Welk gebruik hebt gij ge-
maakt van de kruisen, wederwaardigheden of vernede-
ringen, die God U toezond? Hebt gij ze als weldaden uit
de handen van God en met liefde aangenomen ? Hebt
gij alles met geduld geleden, om te voldoen voor uwe
zonden, uwe schulden af te koopen, u met deugden te
verrijken, in de liefde tot God toe te nemen en uw loon
in den hemel te vergrooten ?
O God, hoe ondankbaar ben ik tot nog toe jogens U
geweest! Helaas, hoe dikwijls heb ik mijn hart door
de zucht tot die vergankelijke schijngoederen laten
medesleepen ! hoe dikwijls heb ik mij door de kruisen,
vernederingen of wederwaardigheden laten over\\vin-
nen en mij daarom aan ongeduld overgegeven! En
zoo, helaas, heb ik misbruik van alles gemaakt, zoo
wel van den voor- als tegenspoed, zoo wel van de ge-
zondheid als ziekte; zoo wel van de verheffing als
vernedering. Ach, hoe ongelukkig en boosaardig ben
ik!... O genadige en barmhartige God, ontferm U
mijner, opdat ik voortaan een goed gebruik van alles
make, zonder mij in den voorspoed te verheffen of in
den tegenspoed te laten ontmoedigen. De apostel Pau-
lus zegt: alles werkt mede ten goede voor hen, die tot de
-ocr page 98-
86                                Advent.
heiligheid geroepen zijn; zelfs do kruizen, vernederin-
gen, ziekten en andere wederwaardigheden. O God,
verlicht mij, om deze waarheid goed te beseffen, en
versterk mij, om voortaan alle kruisen als bijzondere
weldaden uit uwe hand aan te nemen.
O Maria, bid voor mij, opdat alles mij voortaan tot
heiligheid diene. Amen.
Oefeningen. 1u Al de dagen zijns levens geheel voor
God alleen leven. 2° Hem altijd prijzen, zelfs te midden
der kruisen, zeggende : Glorie zij den Vader etc. (Sluit-
gebed, bladz.
50).
VII« MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
1° Punt. Alle schepselen, behalve de mensch, beant-
woorden aan het doel der schepping.
II0 Punt. De mensch, die er niet aan beanhcoordt, is
een
nutteloos, ondankbaar en boosaardig schepsel.
Ie Punt. Overweeg, mijne ziel, hoc alles, behalve de
mensch, aan het doelder schepping beantwoordt. De
gansche natuur geeft door haar bestaan, eer en glorie
aan God, en volbrengt steeds zijnen heiligen wil; maar
de mensch, begaafd met rede en verstand, en bekwaam
om God te kennen, te dienen en te beminnen; de
mensch, ver boven de andere schepselen verheven,
blijft dikwijls aan zijne verplichting te kort: daarom
zegt de H. Schriftuur na iedere zaak die God schiep :
God zag dat het goed was. God schiep het licht en zag
dat het goed was.
Hij schiep de aarde, de zee, de voge-
len, visschen, dieren, enz. en Hij zag dat het goed was.
Maar na den mensch geschapen te hebben, wordt er
-ocr page 99-
Advent.                             87
____________________________£______________________________________________________________________________________
niet bijgevoegd: God zag dat hij goed was; omdat,
gelijk de H. H. Vaders opmerken, God voorzag, dat
alles, behalve de mensen, aan het doel der schepping
zou beantwoorden. Alles geeft eer en glorie aan God
en volbrengt zijnen H. Wil; daarom zegt de profeet
David: De hemelen verhalen de glorie van God; zij
verkondigen de wonderwerken zijner handen. De eene
dag deelt aan den anderen het woord mede, om den
Heer te prijzen, en de eene nacht verkondigt aan den
anderen de wetenschap van \'s Heer en lof;
en zoo ver-
kondigen zij zonder ophouden de eer en glorie van God;
maar do mensen onteert God en overtreedt zijne wet-
ten. "Welke schande zal het voor hem in het oordeel
zijn, als de redelooze schepselen tegen hem zullen
opstaan en hem zijne ondankbaarheid verwijten; de
zon zal zeggen : „ ondankbare mensen ! dagelijks heb
ik, volgens Gods wil, mijnen loop volbracht; dagelijks
heb ik de aarde, volgens Gods wil, verlicht en ver-
warmd: maar gij zijt afgeweken van den weg, dien
God u aangewezen had ; gij hebt in de duisternissen
gewandeld en zijt koud en ongevoelig voor uwen
Schepper gebleven." De aarde zal zeggen : „ Jaarlijks
heb ik, volgens Gods wil, vruchten voortgebracht,
maar gij zijt onvruchtbaar voor God gebleven." „ En
ik," zal het vuur zeggen, „ ik heb u volgens Gods wil
verwarmd, en toch zijt gij koud voor God gebleven."
„ En ik, " zal het water zeggen, „ ik heb uw lichaam
gereinigd, maar gij hebt uwe ziel, naar Gods beeld ge-
schapen, met zonden en misdaden bezoedeld." Zoo
zullen allo schepsels tegen den ondankbaren mensch
-ocr page 100-
88                             Advent.
opstaan en hem met schaamte vervullen... Hoe zullen
zij, die nu de minste vernedering niet willen verduren,
eene zoo groote schande kunnen verdragen ?
En hoe is het met u gesteld ? Zijt gij ook geene
ondankbare of trouwelooze ? Zijt gij nooit afgeweken
van het einde uwer schepping ? hebt gij uitsluitend
voor God geleefd ? hebt gij steeds zijne eer en glorie
betracht en u geheel aan zijne beschikking overge-
geven ?
Groote God, hoe dikwijls heb ik U onteerd en be-
leedigd ? hoe dikwijls ben ik aan mijne plichten te kort
gebleven ? hoe dikwijls ben ik afgeweken van uwen
heiligen Wil en van het doel mijner schepping ? hoe
dikwijls heb ik niet uwe, maar mijne eer gezocht ?
O God, hoe spijt het mij zoo trouweloos geweest te
zijn ; ik vraag er U rouwmoedig vergiffenis over: geef
mij uwe genade, opdat ik voortaan geheel voor U leve
en uwe glorie in alles behartige.
11° Punt. Overweeg verder dat de mensch, die van
het doel zijner schepping afwijkt, een nutteloos, een
ondankbaar en een boosaardig schepsel op de aarde
is.
Ten l9te. Hij is een nutteloos schepsel. Wanneer eene
zaak niet beantwoordt aan het einde, waarvoor zij
bestemd is, dan is zij nutteloos, b. v. Als het vuur
geen licht noch warmte gaf, waartoe zou het dan
dienen ? Indien een vruchtboom geene vruchten ople-
leverde, zou hij nutteloos zijn en slechts dienen om
uitgekapt en in het vuur geworpen te worden ; zoo
ook een mensch die niet voor God leeft, voor wien hij
-ocr page 101-
Advent.                               89
geschapen is, is nutteloos, en alleen goed om wegge-
nomen en in het vuur geworpen te worden. (1)
Ten 2°. Een mensch, die niet voor God leeft, is een
ondankbaar en boosaardig schepsel. Hij is ondank-
baar jegens zijnen Schepper, en misbruikt zijn be-
staan, dat God hem gegeven heeft, om Hem te belee-
digen. Wat zou men denken van een\' generaal, aan
wien de koning een met diamanten bezet zwaard gaf,
als bewijs zijner liefde, ten einde daarmede de vijanden
van het vaderland te bestrijden, indien hij dat zwaard
gebruikte, om het hart van den koning te doorboren ?
Zeker zou die generaal als een ondankbare booswicht
aangezien en gestraft worden. Doch de zondaar is nog
veel strafwaardiger voor God. God heeft hem alles
gegeven, eene ziel en een lichaam; de vermogens der
ziel, het verstand, het geheugen en den wil; de zintui-
gen, het gezicht, het gehoor, den reuk, den smaak en
het gevoel: daarenboven alles wat er noodig is, om
in de behoeften van het lichaam te voorzien: God gaf
hem dit, als een bewijs zijner liefde, ten einde door
hem gediend en verheerlijkt te worden : hoe ondank-
baar en strafbaar zal de mensch niet zijn, die deze
weldaden misbruikt, om zijnen weldoener te belee-
digen.
Ja, zeker die trouwelooze menschen zijn ondankbaar
en verdienen de grootste straffen. Ach, mijn God,
hoe bitter moet dit voor U zijn! Geen wonder dat
Jezus daarom water en bloed zweette in den hof van
Olijven.
(i)Matth. VII.
-ocr page 102-
go                            Advent.
Hoe nu is het met u gesteld ? Zijt gij dankbaar voor
al de weldaden, die God u bewezen heeft ? Hoe lang
zijt gij al in de wereld ? Hebt gij al dien tijd geheel voor
God besteed? Hebt gij uw verstand, uw geheugen,
uwen wil en uwe vrijheid alleen voor God gebruikt ?
Hebt gij nooit misbruik gemaakt van uw gezicht, van
uw gehoor, van uwen reuk, van uwen smaak, van
uw gevoel, van uwe gezondheid ? Hebt gij uwe goe-
deren alleen gebruikt, om de eer van God te bevor-
deren ?
O mijn God, hoe ondankbaar ben ik jegens U ge-
weest ? Gij hebt mij alles gegeven ; maar ik heb alles
misbruikt, om U te beleedigen; namelijk mijn gezicht,
mijn gehoor, mijnen reuk, mijnen smaak, mijn gevoel,
daarenboven mijn verstand, mijn geheugen, mijne
vrijheid en mijnen wil. O God, hoe hebt Gij mij zoolang
kunnen verdragen ? O, ik begrijp het: \'t is om uwe
goedheid, en om mij tijd tot boetvaardigheid te geven;
derhalve maak ik het besluit, mij oprecht te bekeeren
en geheel voor U te leven. Ja, mijn God, ik zal u voor-
taan beminnen, en al mijne vermogens, zintuigen en
goederen geheel en alleen voor U besteden: doch ik
bid U, U over mij te ontfermen en mij bij te staan, op
dat ik volharde. Ja, mijn God, ik wil volharden, en zou
liever duizendmaal sterven dan niet te volharden.
O mijn God, laat niet toe dat ik van U gescheiden
worde.
O Maria, bid voor mij, opdat ik geheel voor God zy.
Amen.
Oefeningen. 1° De glorie van God in alles betrach-
-ocr page 103-
Advent.                               91
ten. 2J Alle vermogens, zintuigen en goederen ten
dienste van God besteden. 3\' Zich in hot bijzonder
toeleggen, om de nieuwsgierigheid in het zien en de
zinnelijkheid in het gebruik van spijs of drank tegen te
gaan. (Sluitgcbed, bladz. 50).
VIII" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. De verhevenheid der ziel blijkt uit haren
oorspropg; zij ia als
de adem van God, het zuiver voort-
brengsel van zijn Wil en geschapen naar zijn
beeld en
zijne
gelijkenis.
11° Punt. De verhevenheid der ziel blijkt uit hare
waarde; gekocht door den prijs van het bloed van
Jezus.
Ie Punt. De mensch, naar het lichaam beschouwd,
is nietig; maar beschouwd naar de ziel, is hij groot en
verheven; de ziel toch heeft een goddelijken oorsprong,
en is als de adem van God, het zuiver voortbrengsel van
zijn goddelijken wil. Immers, toen Hij het lichaam uit
het slijk der aarde gevormd had, heeft Hij in hetzelve
een levende ziel geblazen : Inspiravit ei spiracidum
vitce.
(1) Het lichaam uit het slijk der aarde gevormd,
is nietig, en zal weldra tot siof terugkeeren; maar de
ziel uit eene zuivere werking van Gods Wil voortko-
mende, is verheven en bestemd, om tot God terug
te keeren, uit wien zij haren oorsprong heeft. Ook is
zij verheven, omdat zij naar het beeld en de gelijkenis
van God geschapen is : God zeide : laat ons den mensch
(1) Gen. 2. 7
-ocr page 104-
92                             Advent.
naar ons breid en onze gelijkenis maken. De ziel is dan
niet geschapen naar het beeld van eenen koning, van
eeno heilige, of engel, noch naar dat der Moeder Gods,
maar naar het beeld van God zelven. Hoe groot en
verheven is daarom eene ziel! God immers is groot en
verheven, dus ook de ziel die naar zijn beeld en zijne
gelijkenis geschapen is. Welke achting moeten wij er
dan niót voor hebben? Hoe zeer behooren wij niet
bezorgd te zijn, haar zuiver te bewaren uit eerbied
voor God, naar wiens beeld en gelijkenis zij geschapen
is. Het onteeren van het beeld eens koning is eene
misdaad van gekwetste majesteit, groot genoeg om
de doodstraf te verdienen: welke misdaad moet het
dan niet zijn, het beeld van God, den Opperkoning
te onteeren, en welke straf zou hij die zulks deed, niet
verdienen ?
Hebt gij mijne ziel, dat beeld door uwe zonden nooit
onteerd of ontheiligd.? Hebt gij die gelijkenis met God,
nooit geschonden ? Zijt gij zachtmoedig, mededoogend,
barmhartig, milddadig, geduldig, ootmoedig, goed-
aardig, heilig en volmaakt gelijk God ?
Helaas, mijn God, ik sta beschaamd voor IJ, wijl ik
uw beeld in mijne ziel zoo dikwijls onteerd en onthei-
b\'gd heb. Helaas, door mijnen hoogmoed, mijne onge-
hoorzaamheid, mijn ongeduld, mijne onzuiverheid,
mijnen afgunst en mijne traagheid ben ik eerder aan
den duivel gelijkvormig geworden. O God, ontferm U
mijner, opdat ik door eene ware boetvaardigheid mijne
ziel van\'alle vlekken zuivere en met alle deugden
versiere; vooral met de deugd van ootmoedigheid,
-ocr page 105-
Advent.                             93
zachtmoedigheid en zuiverheid, die zoo aangenaam in
uwe oogen zijn.
IIe Punt. De verhevenheid der ziel blijkt nog uit
den prijs, welken Jezus er voor heeft betaald ; immers
Hij heeft eenen prijs van oneindige waarde betaald,
om haar vrij te koopen, den prijs namelijk van zijn
dierbaar Bloed ; een prijs van oneindige waarde, waar-
mede alle schatten der wereld niet eens kunnen ver-
geleken worden ; zoo dat eene enkele ziel van meer
waarde is dan alle schatten der wereld, en de mensch
liever alles zou moeten opofferen dan zijne ziel ver-
liezen.
De waarde, welke de ziel voor Jezus heeft, blijkt
ook uit de groote zorg, die Hij er voor aanwendt;
daarom gaf Hij aan de engelen last, om er over te
waken en stelde haar onder de bescherming harer
Patronen en Patronessen, ja zelfs onder die der allerh.
Maagd Maria ; daarenboven houdt Hh\' niet op, er zelf
over te waken, en dit wel met zulke nauwkeurigheid,
dat Hij haar nooit vergeet; al zou eene moeder haar
kind vergeten, Hij verzekert ons, dat Hij ons nooit zal
vergeten, wijl Hij ons in zijne handen geschreven heeft.
Ja, zijne liefderijke zorg gaat zoo ver, dat Hij ze spijst
met zijn eigen vleesch en bloed; waar heeft men ooit
zulke liefde gehoord?... De heiligen, daaraan den-
kende, ontvlamden zoodanig in liefde en ontwaarden
zulken ijver om te arbeiden voor de zaligheid hunner
eigene zielen en voor die van anderen, dat zij den
arbeid van duizend jaren niet te veel zouden gerekend
hebben om eene enkele ziel zalig te maken.
-ocr page 106-
94                             Advent.
Hoe denkt gij hier over ? Wat hebt gij tot hiertoe
voor uwe zaligheid en voor die van anderen gedaan?...
Wat staat u in het vervolg te doen ?
Helaas, hoe weinig heb ik er tot nog toe voor ge-
daan ! welke schande voor mij, o mijn God, te zien,
dat Gij er zoo veel voor gedaan hebt, en voortdurend
blijft doen, terwijl het minste, het geringste mij te veel
is: daarom maak ik thans het besluit :
Ten lste, hoogachting voor mijne ziel en voor die
van anderen te hebben en ze, als het kostbaarste
pand, met alle nauwkeurigheid te bewaren.
Ten 2°, haar zoo veel mogelijk zuiver en onbevlekt
te bewaren, of zoo ik het ongeluk zou hebben, haar
te besmeuren, ze dan aanstonds te zuiveren door tra-
ncn eener ware boetvaardigheid.
Ten 3e, haar te versieren (niet met schoone kleede-
ren of kostbare sieraden, gelijk men de beelden der
Moeder Gods in de kerken versiert, maar) met het
kleed van allerlei deugden, b. v. van ootmoedigheid,
zachtmoedigheid, zuiverheid, liefde enz.
Ten 4e. Met ijver aan hare zaligheid te arbeiden, in
weerwil van alle moeielijkheden, gelijk de jongeling,
die zeide : Volo salvare animam meam: ik icil mijne
ziel zalig maken;
en zoo alle hinderpalen te boven
kwam, om het kloosterleven te aanvaarden.
Ten 5°. Zooveel in mij is, mijn best te doen, om
ook de zielen van anderen zalig te maken, door voor
hen te bidden, verstervingen te doen, aalmoezen te
geven, te arbeiden of door vermaningen en voorbeelden
te stichten, enz.
-ocr page 107-
Advent.
95
O Maria, bid voor mij, opdat ik van ijver brande
voor de zaligheid van mijne ziel en voor die van an-
deren. Amen.\'
Oefeningen. 1° De ziel hoogachten. 2° Haar zuiver
bewaren. 3° Haar met deugden versieren. 4° Bereid
zijn, er alles voor op te offeren en er alles voor te
lijden. 5° Bidden voor de bekeering der zondaren.
(Sluitgebed, bladz. 50).
IX« MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
DE VAL VAN EVA EN ADAM.
I« Punt. Het serpent bekoort Eva door de vraag :
waakom ?
II9 Punt. Eva stemt toe en doet ook Adam vallen.
Ie Punt. Overweeg, hoe Satan, uit nijd over \'s
menschen geluk, zich aan Eva vertoont in de ge-
daante eener slang en haar vraagt; waarom heeft
God geboden, niette eten van eiken boom uit het para-
dijs ?
(1) Eene listige vraag ! De duivel zocht Eva tot
onderzoek en nadenken te brengen, en daarom vroeg
hij : waarom heeft God geboden ? Dat woordje waarom
is heden nog dikwijls de oorzaak van vele bekoringen
en zonden: de duivel doet ons nadenken en onderzoe-
ken : waarom gebiedt deze over mij?... waarom zou
ik hem gehoorzamen ?... waarom moet ik dit doen?...
waarom nu?... waarom zoo?... Door zoo te onder-
zoeken, worden er thans nog velen tot zonden ge-
bracht.
(i) Genesis. 3. i.
-ocr page 108-
g6                                Advent.
Satan vroeg: waarom heeft God geboden? Eva
luisterde er naar, hield er zich mede bezig en ant-
woordde : opdat ivvj misschien niet sterven: daar Eva
naar de bekoring luisterde en er voedsel aan gaf,
ging Satan verder : gij zult geenszins sterven, maar
God weet, dat, op den dag op welken gij er van eet,
uwe oogen zullen opengaan en gij gelijk goden zult zijn,
kennede goed en kwaad
(1). Zoo bekoorde satan onze
eerste ouders reeds in het aardsch paradijs, gelijk hij
thans de mensehen nog bekoort, door de zucht naar
vrijheid, gelijkheid en verlichting.
O God, ik vrees de listen van Satan. Wie ben ik om
hem te wederstaan, tenzij Gij mij beschermt ? Ach,
hoe gevaarlijk zijn zijne bekoringen en hoe velen wor-
den er door tot. val gebracht! Zoo Gij mij niet bijstaat,
zal ik zeker bezwijken.
Hoe is het met u gesteld ? Laat gij . u nooit
verleiden door zucht tot gelijkheid, om gelijk te zijn
aan anderen in rang, in grootheid en waardigheid;
om gelijk zij, de wereld en hare vermaken te zoeken,
enz. Is de zucht naar vrijheid niet dikwijls de oorzaak
geweest, dat gij ongehoorzaam en wederspannig
waart ? hebt gij daarom de bevelen uwer oversten
niet dikwijls beknibbeld, denkende : waarom moet
ik het doen ? waarom dit ? waarom nu ? waarom
zoo ? enz.
Heeft de gedachte van verlichting u niet dikwijls
misleid; steundet gij niet te veel op uwe kennis
(0 Gen. III. 4. 5.
-ocr page 109-
Advent.                                97
en uw verstand, en verwaarloosdet gij niet om aan
God verlichting en aan anderen raad te vragen ?
O God! Hoe dikwijls heeft de duivel mij door zijne
listige bekoringen en valsche redeneringen bedrogen
en tot val gebracht!... ontferm U mijner en sta mij bij.
opdat ik wijzer zij en er voortaan geen gehoor meer
aan geve ; doch trachte, vrij te zijn van zonden; vrij
van de bekoorlijkheden der wereld, vrij van alle ver-
kleefdheid aan mij zelven. Geef, dat ik verlicht worde
in de wegen der zaligheid, welke Jezus ons aangcwe-
zen en gebaand heeft en welke de heiligen standvastig
bewandeld hebben: eindelijk geef, dat ik aan Jezus
gelijk worde niet in grootheid, maar in het beoefenen
der ootmoedigheid en zachtmoedigheid, waartoe Hij
zelf mij uitnoodigt, zeggende: Leert van Mij, dat ik
zachtmoedig en ootmoedig van harte ben.
II0 PuNT.Overweeg vervolgens hoe Eva gevallen is en
leer daaruit, voorzichtig te zijn: zij hield zich met de
bekoring bezig, sprak met het serpent, sloeg de oogen
op de bekoorlijke vrucht, zag der/.elver schoonheid en
kreeg er behagen in, en stemde toe; eindelijk nam
zij de vrucht en bracht er van aan haren man, die,
om aan zijne vrouw te behagen, er ook van at.
Ziedaar hoe men trapsgewijze in zonden valt! Men
begint met kleinigheden, gaat langzamerhand voort
en valt eindelijk.
O God, welk een schrikkelijk voorbeeld heb ik in
den val van Adam en Eva! Deze leert mij, hoe ge-
vaarlijk het is, zich bezig te houden met de bekoring,
en te willen behagen aan personen van het andere
geslacht.
                                                             7
-ocr page 110-
98                            Advent.
Hoe staat het met u, mijne ziel ? wordt gij nooit
bekoord door kwade gedachten? tracht gij ze aan-
stonds te verwerpen, door te bidden, door de HH. Na-
men van Jezus en Maria aan te roepen, door een
kruis te maken, door aan de hel te denken, enz ?
Vestigt gij uwe oogen niet te zeer op hetgeen de
zinnen streelt, — op smakelijke spijzen of dranken,
op personen van het andere geslacht? — Zoekt gij
niet te zeer aan de menschen te behagen, met gevaar
van te mishagen aan God ?
O God, ik erken rouwmoedig mijne voorgaande
onachtzaamheden en misstappen en verfoei ze uit den
grond mijns harten. Thans maak ik het vast besluit,
voortaan alle kwade gedachten oogenblikkelijk te
bestrijden en zoo veel mogelijk van mij te verwijde-
ren, mij geenen tijd gevende, om te redeneeren in de
bekoringen, over de beschikkingen der oversten, over
de handelwijze der medebroeders, over de moeielijk-
heden, welke ik meen te zullen moeten verduren ?
Maria, bid voor mij, opdat de val van Eva en Adam
mij aanspore tot waken en bidden, en tot mistrouwen
van mij zelven. Amen.
Oefeningen. 1° De kwade ingevingen van Satan
oogenblikkelijk bestrijden door het aanroepen van
den Naam van Jezus en Maria, of door het maken
van een kruis op de borst, en zich te verbeelden Jezus
in zijn hart te plaatsen, zeggende: 0 gekruiste Jezus,
plaats U in mijn hart;
2° De oogen steeds afwenden
van personen van het andere geslacht. (Slu itgebrd, hl. 50)
-ocr page 111-
Advent.                               99
Xe MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. De val van Adam en de grootheid zijner
straffen.
II" Punt. De boosheid eener zonde en de dwaasheid
eens zondaars.
Punt. Mijne ziel, overweeg den gelukkigen staat
van Adam in het aardsche paradijs. Hij was daar als de
lieveling van God, van alles overvloedig voorzien, vrij
van alle ellenden, met de verzekering van onsterfe-
lijk te zijn, en van, na God hier eenigen tijd gediend
te hebben, met ziel en lichaam ten hemel opgenomen
te zullen worden. Zeker was Adam gelukkig en was
hij aan God groote dankbaarheid verschuldigd; doch
in plaats van dankbaar te zijn, vergat hij God, zijnen
Schepper en Weldoener. Om te behagen aan zijne
vrouw, werd hij ongehoorzaam aan God en at hij van
de verbodene vrucht; en zoo maakte hij zich en al zijne
nakomelingen ongelukkig. Welk eene ontaarding ?...
Voor een oogenblikkelijk genoegen en voor eene onge-
regelde zucht om aan Eva te behagen, verzaakte hij
aan de liefde en vriendschap van God en deed hij af-
stand van al de voorrechten, die God hem gegeven
had : Hij verloor ten lste al de weldaden en voorrech-
ten, welke God hem milddadig verleend had; na-
melijk, de vreugden van het paradijs, de onsterfe-
lijkheid, de bovenmate groote wijsheid en kennis aller
dingen: daarenboven de oorspronkelijke rechtvaar-
digheid, met de heiligmakende genade, de liefde en
vriendschap van God en het recht op den hemel. Ten
•
-ocr page 112-
ioo                            Advent.
•1\\ ontving hij vier wonden in de ziel, die als zoo vele
wortels, de oorzaak van alle kwaad zijn, te weten
eene grooto duisterheid in het verstand, eene boos-
heidindcn wil of eene neiging tot het kwaad, welke
nien zelfs in de kinderen ontwaart; eenegroote z\\vak-
heid in de krachten der natuur en eindelijk eene
begeerlijkheid des vleesches. Daarenboven werd hij
aan duizenderlei smarten, kruisen en bitterheden
onderworpen, als aan koude, hitte, honger, dorst en
duizende lichamelijke noodwendigheden, behoeften
en ziekten, welke ten laatste den dood ten gevolge
hebben; bij dit alles komt nog de schuld der eeuwige
verdoemenis.
O God, hoe afschuwelijk moeten de zonden zijn in
uwe oogen, wijl gij eene enkele zonde van ongehoor-
zaamheid en hoovaardigheid zoo zwaar hebt gestraft!
welke reden heb ik niet, om mij zelven te mistrouwen,
daar Adam, na zoo vele weldaden en zoo groote ken-
nis ontvangen te hebben, toch zoo diep gevallen is.
Maar hoe is het met u gelegen? Heeft God u ook
niet vele weldaden bewezen ? Hebt gij er nooit mis-
bruik van gemaakt\'?
O God, ik erken mijne schuld. Helaas, hoe dikwijls
heb ik U versmaad en uwe weldaden misbruikt, om
ijdelheden te beminnen en schijngoederen te zoeken.
O konde ik door het vergieten van mijn bloed, het U
aangedane onrecht herstellen!... Zie, lieve Jezus, geene
zonde meer!... ik wil liever duizend maal sterven dan
U door nieuwe zonden te beleedigen; doch sta mij
krachtdadig bij, wijl ik zeer zwak ben.
-ocr page 113-
Advent.                              101
11° Punt. Overweeg mi ook de boosheid der zonde:
zij besluit in zich eene beleediging van God, welke als
van oneindige boosheid /sU). Hieruit volgt, ten ls,,> dat
geen mensen, of engel, noch zelfs de moeder Gods
derzelver boosheid kan bevatten; ten 2", dat alle
rampen der gansene wereld, van alle menschen en
tijden te zamen genomen, niets zijn in vergelijking bij
eene doodzonde; ten 3«, dat alle goede werken en
verdiensten van alle heiligen en engelen, in vereeni-
ging met die der Moeder Gods, niet toereikend zouden
zijn, om de oneer, God door de zonden aangedaan, te
herstellen.
De boosheid der zonde blijkt noch daaruit, dat zij
alle soorten van beleedigingen In"zich besluit: name-
lijk eene ongehoorzaamheid, ondankbaarheid en ver-
smading van God; eene vermetelheid, wederspannig-
heid en wreedheid tegen God en tegen Jezus-Chris-
tus, zoodat, ware het mogelijk, door iedere doodzonde
het lijden van Jezus zou vernieuwd en God vernie-
tigd worden.
Zeker is het onbegrijpelijk, hoe Adam, die zoogrootc
kennis en zoo vele genaden van God ontvangen had,
zoo boos en zoo ondankbaar is kunnen worden; maar
evenmin is het te begrijpen, hoe een christen, een
priester, een religieus, die gelijk Adam, veel kennis en
genaden van God ontvangen hebben, toch zoo boos
en zoo ondankbaar kunnen zijn en hunnen Schepper
en Verlosser om een ijdel zingenot, zoozeer willen
onteeren en beleedigen.
(i) S. Thomas.
-ocr page 114-
Advent.
102
O God, deze gedachte doet mij beven. Hoe zwak is
de mensen en tot welke boosheid kan hij vervallen,
indien Gij hem niet bewaart!... De engelen vielen in den
hemel; Adam in het aardsch paradijs; Judas in het gezel-
schap van Christus; wie zou dan niet vreezen, nietwa-
ken on bidden?... Ja, mijn God, zeker zal ik vreezen,
waken en bidden; want uit mij zelven heb ik niets en
zal ik tot alle zonden vervallen. 0 God van genade en
barmhartigheid, sta mij bij en laat niet toe,dat ik valle...
Op U, Heer, heb ik mijn hoop gesteld; ik zal in eeuwig-
heid niet beschaamd worden.
Maria, bid voor mij, opdat de val van Adam, mij
opwekke tot waken en bidden. Amen.
Oefeningen. 1°. De zonde, als het grootste kwaad
vluchten; 2" God bedanken die ons gespaard heeft, toen
wij Hem onteerden ; 3" zichzelven steeds mistrouwen
en altijd waken en bidden. (Sluitgebed, bladz.hO.)
XI" MEDITATIE: Voorbereidings-gebed. (bladz. 28.;
1° Punt. De erfzonde, die allen menschen tcordt aan-
geboren, wordt genadlgüjk vergeven door het Doopsel.
II0 Punt. Na het vergeven der erfzonde, behouden wij
nog de vier wonden in de ziel.
1° Punt. Overweeg, dat Adam niet alleen zich-
zelven, maar alle menschen ongelukkiggemaakt heeft,
omdat zijne zonde tot alle menschen is overgegaan,
zoodat allen met zonde bevlekt geboren wordenen als
kinderen van gramschap ter wereld komen. De Apostel
zegt: Eramus omnes natura filii irce. Wij allen waren
-ocr page 115-
Advent.
103
van natuurswcge kinderen van gramschap, (1) ook
zegt hij: gelijk de zonde door eenenmensch in de we-
reld gekomen is en door de zonde de dood, zoo is de
dood op alle menschm overgegaan, omdat allen in hem
gezondigd hebben
(2). De profeet Job zegt: Wie is er
zuiver van vlek ? zeker niemand zelfs niet een kind van
eenen dag
(3).
O God, de erfzonde is een groot geheim ; echter
geloof ik vastelijk, dat alle menschen met erfzonde
ontvangen worden, omdat de wil van allen in dien van
Adam opgesloten was: ook geloof ik, dat deze uwe
beschikking billijk en rechtvaardig en zelfs eene
groote weldaad voor ons is: immers wij hadden alle
redenen van te hopen, dat Adam, die zoo zeer be-
voorrecht was, aan uw gebod zou gehoorzaamd heb-
ben... Dikwijls ziet men deze gelijksoortige beschik"
king in wereldsche vorsten, die somtijds door eene
wijze en rechtvaardige beschikking het lot der kin-
deren afhankelijk maken van het gedrag der ouders.
Indien een wereldsche vorst zulks op rechtvaardige
wijze kan doen, hoeveel te meer hadt Gij, o God, er
recht toe, vermits Gij onze Heer en meester zijt, en
wij U volkomen toebehooren? O ja, mijn God, ik
geloof, dat uwe oordeelen rechtvaardig, uwe beschik-
kingen heilig en aanbiddelijk zijn. Justus es, Domine,et
rectum judicium tuum.
(4)
(1)  Eph. 2. 3.
(2)  Rom. 3. 12.
(3)Job. 14. 4. Volgens de 70 vertalers.
(4) Ps. 118.
-ocr page 116-
104                              Advent.
Overweeg ten tweede de grootheid der genade, die
God u verleend heeft, door u buiten zoo vele anderen
van de vlek der erfzonde te zuiveren en tot zijn kind
aan te nemen : gij immers waart even zoo onwaardig
als milüoenen anderen, welke die weldaad nooit
hebben mogen ontvangen.
Christen ziel, zijt gij er altijd dankbaar voor geweest?
I lel >t gij de onschuld van uw doopsel nooit verloren,
door u met zonde te besmeuren ?
Helaas, mijn God, hoe dikwijls ben ik jegens U
ondankbaar geweest! Hoe dikwijls heb ik de genade
des H. Doopsels verstooten en mij aan zonden schuldig
gemaakt! O God, ik sta voor U beschaamden vraag
U rouwmoedig vergiffenis over de oneer, die ik U
heb aangedaan. Ontferm U mijner en geef mij uwe
genade, opdat ik voortaan zuiver en onbevlekt voor
uw aanschijn leve.
IIC Punt. Overweeg verder, dat er, na het vergeven
der erfzonde, nog vier wonden, de wortels van alle
kwaad, in ons overblijven en leer daaruit, u zelven
vernederen en mistrouwen. De lslc wonde is: De
duisterheid in het verstand,
zoodat wij slechts eene
duistere kennis van God en de zaligheid hebben, en
er gewoonlijk verkeerd over oordeelen: daarom
achten wij de eeuwige goederen te weinig en de
tijdelijke te veel: zoo verbeelden wij ons valschelijk,
dat de aardsche goederen en rijkdommen, de eer en
achting der menschen en wereldsche vermaken iets
groots zijn, hoewel Christus er den vloek over uit-
spreekt en diegenen gelukkig noemt, die arm en ne-
-ocr page 117-
Advent.                            105
derig van geest zijn en de kruisen en wederwaar-
digheden beminnen. De tweede wonde is: De boos-
heid in den wil,
zoodat de mensen van jongs af tot
het kwaad overhelt. Die kwade neiging merkt men
reeds in kleine kinderen op en neemt met de jaren
toe, tenzij ze door eene aanhoudende beoefening van
deugden onderdrukt worde. De derde wonde is : De
zwakheid in onze natuurlijke krachten,
welke zoo groot
is, dat, ofschoon wij de sterkste voornemens ge-
maakt hebben, wij er evenwel dikwijls aan te kort
blijven. De vierde wonde is: De begeerlijkheid des vlee-
sches,
waardoor wij, ondanks ons zelven, dikwijls met
vleeschelijke bekoringen geplaagd worden en in gevaar
zijn, van te zondigen. Hieruit ontstaat in ons een
altijddurende tweestrijd: de geest begeert tegen het
vleesch, en het vlecsch tegen den geest, en zoo ge-
beurt het dikwijls, dat wij het kwaad bedrijven, liet-
geen wij niet wilden en het goede verwaarloozen,
dat wij voornemens waren te doen.
Mijn God, hoe ellendig is de mensch! en evenwel
is hij hoovaardig en wil hij op zijne krachten steunen.
En dan hoe dwaas is hij, wijl hij zijn wederspannig
lichaam koestert en zoo nog wederspanniger maakt,
en zich nog meer onder de slavernij zijner driften
brengt.
Maar hoe is het met u gesteld, mijne ziel? vernedert
gij u zelven? mistrouwt gij u zelven? tracht gij uwe
driften en kwade begeerlijkheden door eene aanhou-
dende versterving onder bedwang te brengen ?
Helaas, mijn God! ik erken ootmoedig mijne dwaas-
-ocr page 118-
io6                              Advent.
heid. Hoe dikwijls heb ik ijdele en hoovaardige ge-
dachten gekoesterd ? Hoe dikwijls heb ik mij door
den ijdelen schijn der tijdelijke goederen laten bedrie-
gan ? Hoe dikwijls heb ik mijn wederspannig lichaam
gekoesterd en deszelfs begeerlijkheden ingevolgd?
maar nu, maak ik het vast besluit, mijn leven te
veranderen, mij diep voor uw aanschijn te vernede-
ren, mij zelven te mistrouwen, mijne begeerlijkheden
in te toornen en te leven in eenen geest van boet-
vaardigheid. Ontferm U mijner, o mijn God, en sta
mij bij door uwe genade, zonder welke ik niets kan.
O Maria, bid voor mij, opdat ik voortaan zuiver en
onbevlekt voor God leve. Amen.
Oefeningen. 1u Het geheim der erfzonde vastelijk
gelooven. 2" God bedanken voor de genade des H.
Doopsels. 3u De begeerlijkheden van het lichaam in-
toomen, door zich te versterven, in het nemen van
spijs of drank ; of door het lijden van koude, hitte,
vermoeienissen, etc. (Sluitgebed, bladz. bO.)
XII» MEDITATIE: Voorbereidingsgebed. (bl. 28;.
I" Punt. Maria is vrij gebleven van de erfzonde.
IIe Punt. De minste vlek van zonde mishaagt groo-
Mijksaan God.
I" Punt. God heeft de minste vlek van zonde in
Maria niet kunnen dulden. Daar Hij van eeuwigheid
besloten had, haar te verheffen tot de waardigheid
van Moeder Gods, heeft Hij ook van eeuwigheid
besloten, haar, ten aanzien der verdiensten van Jozus-
Christus, van de erfzonde te bevryden, wy\'1 de
-ocr page 119-
Advent.                              107
minste vlek van zonde een beletsel zou geweest
zijn, om zulke waardigheid waardig te bekleedcn.
God de Vader kon niet toelaten, dat zijn eenige
Zoon de menschelijke natuur zou aannemen uit eonc
moeder, die met zonden besmeurd of slavin van
Satan zou geweest zijn. Ook kon God de Zoon zelf
dit niet toelaten, wijl Hij zulken afkeer van de
zonde heeft, dat Hij zou geschroomd hebben, de mon-
schelijke natuur aan te nemen uit eene H. Agnes,
eene heilige Gertrudis, eene H. Theresia, gelijk de H.
Augustinus en met hem de H. Alphonsus opmerkt,
omdat deze maagden, ofschoon zij heilig leefden, even-
wel met de erfzonde bevlekt en slavinnen van Satan
zijn geweest. Ook zou God de H. Geest haar voor zijne
bruid niet hebben aangenomen, indien Hij ooit de
minste vlek van zonde in haar ontdekt hadde ; wijl
Hij een Geest van zuiverheid en heiligheid is en de
minste zonde in Hom grooten afkeer verwekt. Hier-
uit moeten wij dan besluiten, dat God haar van de
erfzonde bevrijd heeft. De waarheid, dat Maria onbe-
vlekt ontvangen is, was sedert lang, als een godvruch-
tig gevoelen algemeen in de kerk aangenomen : maar
na de uitspraak van Zijne Heiligheid Pius IX, den
8 December 1854, is zij een dogma, of geloofspunt
geworden. Met reden past de H. Kerk de woorden van
den goddelijken Bruidegom op haar toe, zeggende:
Totapulchra es amlca mea et macida non est in te! Gvj
zijt geheel schoon ,mi)ne vriendin, en r is geene vlek in
u.\'
(1) Ook daarom noemt de H. Joannes Damascenus
(1) Cant. 4. 7.
-ocr page 120-
io8                              Advent.
haar te recht een paradijs, waartoe het serpent nooit
eenigen toegang had ; insgelijks zegt de H. Augusti-
nus, dat, als er spraak is van zonde, hij daaronder de
H. Maagd nooit wil begrepen hebben.
O Maria, ik verheug mij over uw voorrecht, van on-
bevlekt ontvangen te zijn, en dank Jezus, wijl Hij U
dat groote voorrecht, ten aanzien van zijne verdien-
sten. heeft medegedeeld. Ik schaam mij over mij
zelven : helaas, ik ben niet alleen in zonde ontvangen
en geboren ; maar daarenboven heb ik mij door eigene
boosheid aan zonden schuldig gemaakt en zoo heb
ik mijnen God onteerd en beleedigd. O zoo ik die
oneer eens konde herstellen ! O zoo ik ten minste de
overige dagen mijns levens heilig kon doorbrengen!
Maar. mijne ziel, wat zoudt gij daarvoor willen doen?
Wat zoudt gij daarvoor willen lijden? of welk genoegen
zoudt gij daarvoor willen opofferen ? Lieve Jezus, ik
wil er alles voor opofferen. Ik wil er zoo veel voor
doen en lijden, als de liefde Gods mij zal ingeven en
Gods genade mij zal versterken. O konde ik sterven,
om de Hem aangedane oneer te herstellen! Ten min-
ste zou ik liever tot stof verstrooid willen worden,
dan mijnen God, mijn opperste goed, nog ooit door
de minste fout vrijwillig te beleedigen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik voortaan zuiver en
onbevlekt voor Gods aanschijn leve. Amen.
IIe Punt. Overweeg hier ook de afschuwelijkheid der
zonde. God heeft er zulk een afkeer van, dat Hij niet
kon dulden, dat Maria aan de minste zonde, zelfs niet
aan de erfzonde, zelfs niet voor een oogenblik. zou
-ocr page 121-
Advent.                            109
_______________*__________________________
schuldig geweest zijn: wijl dit zou gestreden hebben
met hare waardigheid van Moeder Gods en met de
heiligheid van Jezus-Christus, die uit haar de mensche-
lijke natuur moest aannemen.
Indien God de minste zonde in Maria niet kon
dulden, hoe bittor moet het dan aan dien zelfden
God niet zijn, indien wij ons, die zijne kinderen zijn,
aan zoo vele vrijwillige zonden plichtig maken en
somtijds er zoo langen tijd in voortleven? Indien
Maria om de erfzonde onbekwaam zou zijn geweest,
eene waardige Moeder van Jezus te worden, hoe zullen
wij dan waardig zijn, Hem in ons hart te ontvangen,
als Hij door de H. Communie tot ons komt; wij.
die Hem zoo dikwijls beleedigd hebben en ons aan
zoo vele zonden schuldig gemaakt hebben ?... Immers
niets mishaagt Hem zoo zeer als de zonde. Als iemand,
gelijk Job met melaatschheid overdekt ware; als hij,
gelijk een Jozef, in een vunzigen kerker opgesloten
ware ; als hij, gelijk een David, met lasteringen over-
laden wierde, zou God er toch geen afkeer van
hebben; maar al ware hij met goud en kostbare
diamanten bekleed en daarbij plichtig aan eew yroote
zonde, zoo iemand zou afschuwelijk zijn in Gods
oogen; ja zelfs al ware hij slechts met ééne dagelijk-
sche zonde besmeurd, dan reeds zou deze voor zijn
aanschijn afschuwelijker zijn, dan alles wat men zich
afschuwelijks kan verbeelden. Hoe afgrijselijk iemand
ook zij door oene walgelijke ziekte, of door de
kanker, het zou evenwel niets zijn in vergelijking bij
eene ziel, besmeurd met zonde, al ware het slechts
-ocr page 122-
iio                             Advent.
met eene enkele, en wel de kleinste dagelijksche zonde.
O God, hoe afgrijselijk moet ik dan in uwe oogen
zijn!... Helaas, mijne ziel is besmeurd met zoo vele
en zoo groote zonden: mijne misdaden zijn als het
haar van mijn hoofd vermenigvuldigd.
Herdenk, o mensen, uwe jaren, en overweeg, hoe gij
geleefd hebt. Welke zijn uwe zonden ? Welk is derzel-
ver getal ? Hoedanig is derzelver grootheid!
Mijn God, ik zie mijn leven met zonden vervuld! zij
zijn ontelbaar. Helaas, ik heb de dagen mijner kinds-
heid, mijner jeugd en verdere levensdagen in zonden
doorgebracht: Er was geen dag, op welken ik vrij
bleef van alle zonden; zoodat ik met Job moet zeggen:
dagelijks zondigende en geene boetvaardigheid doende,
heeft de doodsangst mij bevangen.
En dan hoe groot zijn
die zonden !... Indien de geringste zonde voor U erger
is, dan het vernietigen van hemel en aarde, hoe ver-
schrikkelijk moeten dan voor uw aanschijn zoo vele en
zoo groote zonden wel niet zijn, die ik tegen U bedre*
ven heb ? Delicta quis intelligit ? Wie is bekwaam het
getal mijner zonden en derzelver boosheid te achter-
halen ?... O God, ik schaam mij voor U, om de menigte
en de afschuwelijkheid mijner zonden, en vraag er U
rouwmoedig vergiffenis over; tevens dank ik U, dat
Gij mij uit enkele genade tijd tot boetvaardigheid ge-
geven hebt, en maak het besluit, dezen tijd te beste-
den, om U te dienen en mijne zonden te boeten. O
genadige God, ontferm U mijner en sta mij bij.
O Maria, bid voor mij, opdat ik naar uw voorbeeld,
onbevlekt voor God leve. Amen.
-ocr page 123-
Advent.                              111
Oefeningen. 1" Zich verheugen over de voorrechten
van Maria en God er voor bedanken. 2° Zich vernode-
ren. 3° Trachten zuiver en onbevlekt voor God te
leven. (Sluitgebed, bladz, 50j.
XID> MEDITATIE: Voorbereidingsgebed. (hl. 28).
Ie Punt. Jezus biedt zich aan als Borg voor onze zon-
den. God stemt er in toe.
IIe Punt. God beloofde aanstonds den Messias.
Ie Punt. O ziel, overweeg de goedheid van God
jegens den mensen. De engelen zondigen en worden
oogenblikkelijk gestraft en zonder uitstel in den af-
grond nedergestort. Ook zondigde Adam en in hem
zondigden alle menschen, en in plaats van hem te
straffen, had God met hem medelijden, en gaf hem
tijd tot boetvaardigheid en genade om zich te bekeeren
en deugdzaam te leven; daarenboven nam Jezus zelf
de schuld op zich, en daar de zonde van oneindige
boosheid was, en alle schepselen te zamen niet be-
kwaam waren, er voor te voldoen, bood Hij zich als
Borg aan, ten einde eene volkomene voldoening aan
zijnen Vader te geven.
Verbeeld u dan te zien, dat Jezus zich aan
zijnen Vader vertoont, en voor den gevallen mensch
genade vraagt, terwijl de Vader zegt: „ Neen, mijn
Zoon, dat kan niet zijn ; mijne rechtvaardigheid eischt
voldoening." „ Wel nu, zegt Jezus, Ik neem de schuld
op Mij, met de verplichting om er voor te voldoen."
„ Goed, zegt de Vader: maar dan zult gij er voor
moeten lijden en er den schandelijksten dood voor
-ocr page 124-
112                              Advent.
sterven." Jezus zich daaraan onderwerpende zeide:
Zie, Vader, hier ben Ik om uwen wil te.volbrengen.
Intusschen veroordeelde de hemclsche Vader Hem tot
den dood, en wel tot den schandelijken dood des
kruises, en Jezus was gehoorzaam uit liefde voor den
mensch.
O mijn God, waar heeft men ooit van zulke liefde
voor zijne vijanden en van zulken ijver voor de
rechtvaardigheid gehoord ? Hoe is het mogelijk dat
Gij uit liefde voor den ondankbaren mensch en uit
ijver voor de rechtvaardigheid uwen eenigen Zoon
hebt kunnen veroordeelen ? Waar heeft men ooit ge-
hoord, dat de Zoon des Konings de schuld van een
ondankbaren slaaf op zich nam en zich als borg aan-
bood, om voor dien slaaf te voldoen, voor hem te lijdon
en te sterven ? En waar heeft men ooit eenen ko-
ning gevonden, die uit liefde voor de rechtvaardig-
heid zulk aanbod aannam en zijnen Zoon ter dood
veroordeelde?
Lieve Jezus, hetgeen nooit in de geschiedenis dei-
wereld gehoord is, noch zal gehoord worden, hebt
Gij met uwen Goddelijken Vader gedaan en staat in
het Evangelie te lezen. O wat liefde en dankbaarheid
ben ik Udaarvoor niet verschuldigd?
Maar zijt gij daar altijd dankbaar voor geweest? Hebt
gij er Hem eenige bewijzen van liefde voor betoond
en welke ? Wat doet gij om aan de goddelijke recht-
vaardigheid te voldoen voor de schulden, die gij door
uwe zonden gemaakt hebt?
Ach, lieve Jezus, hoe weinig heb ik er tot nog toe
-ocr page 125-
Advent.                              113
voorgedaan?... helaas,ik hebUintegendeel versmaad,
en uwe bevelen met voeten getreden. Ach, lieve
Jezus, hoe spijt mij dit!... Geef, dat ik U voortaan
oprecht beminne en liever sterve, dan U door de
minste zonde vrijwillig beleedige.
lle Punt. Overweeg ook de strengheid en goed-
heid van God. Adam zondigt en oogenblikkelijk straft
hem God en belooft hem te gelijker tijd oenen Mes-
sias die voor zijne zonde voldoen en den kop van het
serpent verpletteren zou. Wat wonder!... God straft
en geneest! Nauwelijks had Adam gezondigd, en
straf verdiend, of God toonde hem zijne goedheid
en beloofde hem eenen Verlosser!... De straffen waren
groot, maar het geneesmiddel was nog grooter. De
gedachte aan dien Verlosser was de eenige troost
voor Adam en zijne nakomelingen, te midden dei-
rampen welke zij moesten verduren... O ziel, ver-
beeld U éen\' ondankbaren slaaf, om zijne misdaden
uit zijn vaderland verbannen en tot de grootste
ellenden gebracht, terwijl de zoon des konings zijn
vaderlijk huis verlaat, om die slaaf op te zoeken en te
troosten, door de belofte van hem spoedig te komen
verlossen. Welk een troost zou eene dusdanige be.
lofte voor dien slaaf zijn, hoezeer zou hij te midden
zijner smarten bemoedigd worden, door de gedachte
aan zijne nabijzijnde verlossing en hoe vurig zou hij
steeds naar de komst van zijnen verlosser verzuch-
ton!... Zoo deed ook Adam met zijne kinderen, zoo
deden ook de HH. Oudvaders en zoo moeten ook
wij, gedurende den Advent doen, zeggende: Ronttc cceti
8
-ocr page 126-
114                              Advent.
demper ei nubes pluant jnstum: dauwt hemelen van
omhoog, en gij, wolken, regent den Rechtvaardige af
Zal do gedachte aan den Verlosser in U ook
niet opwekken, ten lste, gevoelens van verwondering
over de genade van God jegens den mensch ; ten 2",
van liefde ktot Jezus uwen Verlosser; ten 3°, van ver-
tangen
naar zijne komst, opdat Hij spoedig kome en
geestelijker wijze in u herboren worde ?
Ja, lieve Jezus, zeker gevoel ik in mij gevoelens van
verwondering, van liefde en verlangen geboren wor-
den. Wie zou over eene zoo groote genade niet ver-
iconderd
zijn? Wie zou door zulke liefde niet tot
wederliefde opgewekt worden ? Wie zou naar zulken
Verlosser niet vertangen en met de H. Kerk uit-
roepen : Mitte Agnum, Domme, Dominatorem terra:
He< r, zend het Lam, den heheerscher der aarde...
dat
Hij kome : dat Hij spoedig kome: ik verlang vurig
naar Hem, opdat Hij mijne ziel geneze, met deugden
versiere en zalig make.
O Maria, bid voor mij, opdat ik aan de genade des
Verlossers deelachtig worde. Amen.
Oefeningen. 1" Dankbaar zijn voor de genade die
Jezus ons gebracht heeft. 2° Uit wederliefde min-
zaam zijn jegens die ons beleedigd hebben. Sluitgebed,
(bladz. 50).
XIV" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. De komst des Messias ivordt 4000 jaren
uitgesteld.
II" Punt. De Oudvaders verzuchten vurig naar zijne
-ocr page 127-
Advent.                               115
komst, gelijk melaatschen, blinden, gevangenen en bal-
lingen, naar genezing en bevrijding.
1° Punt. Overweeg, mijne ziel, de ondoordringbare
geheimen van Gods Voorzienigheid, die alles wijselijk
beschikt. — Nauwelijks had Adam gezondigd, of God
beloofde hem den Messias; en evenwel verliepen er
nog ruim 4000 jaren, vöbr Hij op aarde verscheen. De
goddelijke Voorzienigheid beschikte het zoo, ten lsl«,
om in dien tusschentijd alles af te beelden en te voor-
zeggen, wat er met den Messias zou gebeuren; ten
2", om den hoovaardigen mensch te vernederen en
hemdoor eigene ondervinding teleeren, hoe uitzinnig,
blind en bedorven hij uit zich zelven is. Aan zich
zelven overgelaten verviel hij tot de grootste dwaas-
lieden en afschuwelijkste buitensporigheden, zoodat
hij zich aan alle misdaden overgaf en alle soorten van
afgoden en maaksels zijner eigene handen als god-
heden aanbad. Daar Adam en de Oudvaders van hunne
ellenden doordrongen waren, en wisten, dat niemand
tenzij de Messias, hen daaruit kon verlossen, hebben
zij gedurig tot God verzucht, Hem smeekende, dat
Hij den beloofden Messias zou gelieven te zenden.
Adam en de Oudvaders spraken er dikwijls over met
hunne kinderen en kindskinderen. Zij spraken over
den gelukkigen staat, waarin Adam geschapen was;
over den beloofden Messias, in wien zij moesten geze-
gend worden, en deden door herhaalde verzuchtingen
en gebeden den hemel geweld aan, opdat de Messias
spoedig zou komen; zeggende:.Dauirt hemelen van
boren, en gij, tootken, regent den Rechtvaardige af.
en
-ocr page 128-
n 6                              Advent.
wederom: Hier, zend het Lam, den Beheerscher der
aarde,
en wederom : Heer, zend dengene, dien Gij be-
loofd hebt te zenden.
(1)
Zijt gij ook /.oo van uwe nietigheid, blindheid en
bedorvenheid doordrongen? Verzucht gij daarom
ook dikwijls tot God, opdat Hij afdale en uwe geoste-
lijke zielskwalen geneze ?
Helaas, mijn God, hoe onachtzaam, ben ik ten
aanzien mijner zaligheid. Groot zijn mijne geestelijke
ellenden en zielskwalen, en toch ga ik buiten U
mijnen troost zoekenen stort ik mij zöö nog dieper in
afgrond. Ach, hoc kan ik zoo dwaas en zoo uitzinnig
wezen?... O God, verlicht mij, opdat ik mijne nietig-
heid, blindheid en bedorvenheid beter erkenne en
nietiger worde in mijne oogen. Hoe ellendig ben ik
zonder uwe genade ! Indien Gij mij niet verlicht had-
det, dan ware ik nog in de blindheid der afgoderij en
in de duisternis des ongeloofs. Lieve Jezus, welke
dankbaarheid ben ik U daarvoor niet verschuldigd en
hoezeer moet ik niet bezorgd zijn, om aan uwe ge-
nade te beantwoorden en steeds zuiver voor U te
leven ? Dierbare Jezus, ontferm U mijner en geef dat
ik Unieer en meer beminne en buiten U niets begeere.
Kom, Heere Jezus, kom, om geestelijker wijze in mij
herboren te worden.
IIe Punt. Verbeeld u een melaatsche, grootelijks
verlangende om van zijne melaatschheid gezui-
verd te worden: een blinde vurig biddende, om het
(1) Exodi. 4. i3.
-ocr page 129-
Advent.                               117
gezicht te herkrijgen: een gevangene, verzuchtende
om van zijne boeien bevrijd te worden : oen balling,
naar het oogonblik hakende, om naar zijn vaderland
terug te mogen gaan. Hoe aangenaam zou het voor
hen zijn, te vernemen, dat de komst eens geneesheers,
eens verlossers of eens leidsmans nabij was, en hoe
zouden zij dan hunne verzuchtingen verdubbelen ?...
Hetzelfde deden de heilige Oudvaders. Zij erkenden
hunne zielskwalen, en wisten, dat zij onderworpen
waren aan eene geestelijke melaatschheid en blind-
heid, duizendmaal erger, dan die des lichaams: ook
gevoelden zij, dat zij als slaven door den duivel
gekluisterd en als ballingen van den hemel, hun
vaderland, verwilderd waren. Hoe meer zij van hunne
ellenden doordronge» waren, des te meer verdubbel-
den zij hunne verzuchtingen en des te meer deden
zij bun best, om hunne gebeden hemelwaarts te zen-
den, opdat de Messias zou komen en als Geneesheer
hen zou zuiveren van hunne melaatschheid en genezen
van hunne blindheid, als Verlosser hunne boeien en
kluisters verbreken en als Leidsman hen leiden op
den weg des hemels.
Waarom,mijne ziel,verlangt en verzucht gij zoo wei-
nig naar de komst van Jezus: immers ook gij zijt door
uwe zonden, als een melaatsche onzuiver en afschu-
welijk in Gods oogen; door uwe begeerlijkheden
dwaalt gij, als een blinde in het duister ton aanzien
van alles, wat God en uwe zaligheid aangaat; door
de boosaardigheid van uwen wil zijt gij als een gevan-
gene
geboeid en gekluisterd ; eindelijk zijt gij als een
-ocr page 130-
118                             Advent.
banneling van God en het hemelsch vaderland ver-
wijdcrd: waarom verlangt en verzucht gij dan zoo
weinig naar de komst van Jezus ?
Lieve Jezus, \'t is omdat ik niet genoeg doordrongen
hen van mijne zielskwalen en geestelijke ellenden:
daarom bid ik U, mij meer en meer te verlichten,
opdat ik mijne geestelijke ellenden heter erkenne;
doe mij zien dat ik geestelijker wijze gelijk ben aan
een melaatsche, blinde en gevangene, en dat ik als
een banneling verwijderd ben van mijn Vaderland,
opdat ik dit ziende naar uwe komst verlange. O ja,
lieve Jezus, ik verlang naar U: kom om mijne ziels-
kwalen te genezen: ik erken U als den eenigen
Geneesheer mijner geestelijke melaatschheid en blind*
beid ; als den eenigen Verlosser, die mij uit de boeien
des duivels kan redden ; en als mijnen eenigen Leids-
man
om mij op den weg naar den hemel te ieiden:
kom derhalve, lieve Jezus; ik verlang vuriglijk naar
uwe komst on zal gedurende den Advent dikwijls
naar U verzuchten, om U te mogen ontvangen en
door U de genezing mijner zielskwalen te verkrijgen.
Kom, lieve Jezus, ik verlang naar TJ; kom om gees-
telijker wijze in mij herboren te worden en mij aan
de genade uwer Geboorte deelachtig te maken.
O Maria, bid voor mij, opdat ik de grootheid mijner
ellenden erkenne, mij diep vernedcre en vurig naar
de komst van Jezus verlange. Amen.
Oefeningen. ]" Dikwijls denken aan onze ziels-
kwalen en geestelijke ellenden. 2° Dikwijls tot God
verzuchten, opdat Hij ons trooste. en met de Oudva-
-ocr page 131-
Advent.                              119
ders zoggen: Rorate ca>U desuper et nvbes pluant jus-
turn : dauwt hemelen van boren en gij icolken, regent
den Rechtvaardigen af. (Sluitgebed,
1)1.50).
XV" MEDITATIE. Voorberefdingsgebed. (bladz. 28).
I" Punt. Het geheim derMenschicording.
IIe Punt. Maria\'s toestemming.
le Punt. Overweeg de boodschap des Engels
aan Maria en het geheim der Menschwording. Verbeeld
u Maria te zien in de eenzamheid van hare kamer,
zittende op de knieën en vnriglijk biddende om de
komst van den Messias. Daar zij beter dan iemand
anders doordrongen was van onze geestelijke ellen-
den en zielskwalen, en beter de noodzakelijkheid dei-
verlossing kende, was haar verlangen naar den
Messias ook grooter dan dat van alle anderen en
bad zij vuriger om zijne komst. Zij had eene zoo
geringe gedachte van haar zelve, dat zij zich niet
waardig erkende de dienstmaagd van de Moeder des
Zaligmakers te zijn.
Terwijl Maria om de komst van den Messias bad en
zich inwendig met die goddelijke geheimen bezig
hield, verscheen do Engel Gabriël om haar te bood-
schappen, dat zij verkozen was, niet om de dicnst-
maagd van de moeder des Zaligmakers, maar om
zelfs zijne Moeder te zijn. Haar groetende zeido hij:
wees gegroet, Gij, rol rangenode de Heer is met n.
Daar Maria bij dien groet ontsteld werd, zeide de
Engel: rrees niet, Maria; want gij hebt genade bij
-ocr page 132-
i2o                              Advent.
God gevonden: Gij zult ontvangen en een\' zoon baren
en zijnen naam
Jezus noemen. Toen Maria dit hoorde,
werd zij nog meer ontsteld : zij was bekommerd over
hare zuiverheid, welke zij door belofte aan God had
toegewijd en vroeg: hoe zal dit gebeuren, dewijl ik
(jeenen man beken ?
Zij sprak zoo, niet uit twijfel aan
hetgeen de Engel zeide, maar uit liefde voor de zui-
verheid. welke zij voor geene zaak der wereld had
willen opofferen. Liever zou zij verzaakt hebben aan
de waardigheid van Moeder Gods dan aan de zuiver-
heid. De Engel stelde haar gerust, door haar het
geheim der Mensehwording uit te leggen en haar te
verzekeren, dat dit zou geschieden op eene geheele
bovennatuurlijke wijze, zonder verlies van hare zui-
verheid, zeggende: De II. Geest zal over u nederdalen
en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen,
en daarom ook zed het Heilige, dat uit u zal geboren
worden, Gods Zoon genoemd worden.
Zoo haast Maria
dit hoorde, stemde zij toe en zeide: Zie de dienstmaagd
des Heer en, mij geschiede naar uw woord.
Ziedaar het groot geheim der Mensehwording
van Jezus! \'t is een wonderwerk van den H. Geest!
\'t is een bovennatuurlijk geheim, door de alver-
mogende kracht des Allerhoogsten voltrokken. Maria
werd Moeder, en tevens bleef zij Maagd. Zij ont-
vangt den Zoon Gods in haren schoot en baart
haren Schepper: daarom kan zij zeggen: Die mij
geschapen heeft, heeft in mijnen schoot gerust. Qui
crearit me, requievit in tabernaculo meo.
Welk
geheim ! Moeder en te gelijk Maagd te zijn !... Welk
-ocr page 133-
Advent.                              121
wonder! Moeder te zijn van God — van den Schepper !
Gave God, dat de H. Geest ook over mij neerdaalde
en dat de kracht des Allerhoogsten mij ook over-
schaduwde en te zijner eer groote werken van deug-
•den te verrichten, gelijk Maria, de eenzaamheid, het
gebed en de zuiverheid te beminnen en gelijk zij,
mij diep te vernederen, als zijnde de dienaar van
allen.
Brengt de H. Geest ook in u goede vruchten
voort — dat is — brengt Hij in en door u voort de
vruchten van goede gedachten, van edelmoedige be-
geerten, van heilige woorden, van verhevene werken
en heldhaftige deugden ? — Integendeel, brengt de
booze geest in u geene kwade vruchten voort — dit
is — brengt Satan in en door u niet voort, booze
vruchten van zinnelijke, afgunstige, hoogmoedige en
onkuische gedachten? van bittere, stoorsche, on-
vriendelijke of liefdolooze woorden?... van lichtzinnige,
onzedige of booze werken ?
O God, ik word beschaamd, als ik zie, dat de booze
geest nog zooveel invloed op mij heeft. Ach, ontferm
U mijner en geef, dat de geest der wereld in mij sterve,
en dat uw geest in mij leve, en in en door mij voort-
brenge goede gedachten, heilige woorden, verhevene
werken en heldh?ftigc deugden, om voortaan de
eenzaamheid, het gebed en de zuiverheid te beminnen
en mij diep te vernederen.
II0 Punt. Overweeg verder de ootmoedigheid van
Maria. Ofschoon z\\j groot was voor God, was zij nietig
voor haar zelve. De grootheden van God beschou-
-ocr page 134-
122                             Advent.
wende, zonk zij als weg in den afgrond van haar niet.
Terwijl zij tot Moeder Gods verkozen werd, zag zij zich
aan als de dienstmaagd des Heeren en stelde zich
geheel in de beschikking van God, zeggende: zie de
dienstmaagd des Heeren, mij genei) iede naar uw woord...
Ziedaar een schoon voorbeeld voor u, mijne ziel! Maria
vernederde zich, toen God haar verhief. Zij noemde
zich de Dienstmaagd des Heeren, toen de Engel haar
zeide. dat zij tot Moeder Gods gekozen was. Maria
gaf zich geheel aan Gods beschikking over, zeggende:
fiat mij geschiede naar uw woord... door dat woordje
fia\'. behaagde zij zoozeer aan God, dat ze op hetzelfde
oogenblik Moeder werd, en de Zoon Gods de mensche-
lijke natuur aannam in haren maagdelijken schoot.
O fiat, O krachtig woord ! roept de H. Thomas van
Villa Nova uit: O alvermogend fiat. Door dat woord
fiat is de wereld geschapen : door dat fiat heeft de
Almachtige hemel en aarde uit het niet voortge-
bracht. Maar nooit is er op de aarde een flat gehoord,
gelijk als dat van Maria: geen menschen verstand
kan achterhalen wat er gebeurde toon Maria zeide:
fat. Op dat oogenblik daalde de Zoon Gods uit den
hemel neder on nam Hij uit Maria de menschelijke
natuur aan. Door dat woord fiat, kunnen ook wij
nog groote wonderen verrichten: als wij namelijk,
ons in alles aan Gods beschikking overgeven; als
wij zijne beschikking in alles erkennen en aanbidden
en ons er volkomen aan onderwerpen.
Hoe is het dan met u gesteld? Volgt gij het
voorbeeld van Maria na, door u zei ven te vernederen,
-ocr page 135-
Advent                              123
door u als do geringste van allen aan te zien. door
gaarne te hebben, dat anderen u ook als dusdanig
aanzien en behandelen, eindelijk door altijd en met
alles tevreden te zijn, zeggende: fiat! dat alles ge-
schiede, wat God, wat de oversten, wat de medebroe-
dors of andere personen voor mij beschikken\'?
Helaas, mijn God, hoezeer ben ik te beklagen !...
Ik ben een niet, ja een zondaar, en toch wil ik mij ver-
heffen... In plaats van mij aan de leiding uwer Voorzie-
nigheid en de bevelen mijner oversten over te geven;
in plaats van in de kruisen of wederwaardigheden te
zeggen: fiat! Gods uil geschiede.\', gebeurt het dik-
wijls dat ik ontevreden ben en mor tegen uwe Voor-
zienigheid. O God, ontferm U mijner en geef dat ik
altijd nederig zij in mijne oogen, gaarne als de minste
behandeld worde en te midden der kruisen, verdruk
kingen en vernederingen uit er harte zegge: fiat! Het
geschiede zoo !... Het geschiede zöö!.. God wil het zöo :
zijn wil geschiede !
O Maria, bid voor mij, opdat ik steeds ootmoedig
van harte en gelaten zij. Amen.
Oefeningen. 1" Nooit met lof van zich zelven sprc-
ken. 2° Gaarne hebben dat ook anderen nederig van
mij denken en spreken. 3° Mij in alles aan de beschik\'
kingen van Gods Voorzienigheid overgeven. (Sluit-
gebed, hladz.
50.)
XVI1- MEDITATIE: Vookbereidingsgebed. (bladz. 28;.
Ie Punt. De vernedering van Jezus in den schoot van
Maria.
Ih\' Punt. De verheffing van Maria door Jezus.
-ocr page 136-
124                             Advent.
1° Punt. Stel u Jezus voor, opgesloten in den schoot
van Maria. als een gevangene in een donkeren
kerker en bewonder zijne diepe vernedering. De sum-
mo ad imnm.
Jezus is afgedaald van het hoogste tot
het laagste.
(1) "Wat kan er hooger en tevens lager
zijn dan Jezus? ofschoon Hij hemel en aarde ver-
vult, boven de engelen verheven is en in alles gelijk
aan God den Vader en God den H. Geest, was Hij
evenwel klein in den schoot van Maria; Hij was er
zoo nauw opgesloten, dat Hij zich niet kon bewegen,
noch gebruik maken van zijne zintuigen :\'zijn toestand
was vooral bitter en vernederend, omdat Hij er was
met het volle gebruik van zijn verstand en dus de
geheele verworpenheid van zijnen staat kende en al
deszelfs bitterheid gevoelde. Indien wij eens moesten
terugkeeren tot den schoot onzer moeder met de
kennis, die wij nu hebben, hoe bitter en verworpen zou
ons dit niet toeschijnen ? Daarom zeide Nicodemus
tot Christus: Kan de\'tnensch tot den schoot zijner moe-
der terugkeeren en op nieuw geboren ivorden ?
(2)
Groot was de vernedering van den H. Joannes van
het kruis en bitter zijn toestand, toen hij door zijne
medebroeders opgesloten in een klein donker hok,
veracht en bespot werd; doch tevens moet zijne liefde
tot God groot geweest zijn, wijl hij die vernedering en
beschimping met geduld en zelfs met blijdschap leed;
evenwel was de vernedering van Jezus en de liefde,
waarmede Hij leed, oneindig veel grooter.
(i) Richardus de S. V\'ctore, de Verbo incarn. Cap. H.
(2)
Joan. 3. 4.
-ocr page 137-
Advent.                              125
Lieve Jezus, ik aanbid uwe liefde en overgroote
vernedering. Hoe hebt Gij ondankbare menschen zoo
kunnen beminnen en U zelven om hunnent wil zoo
diep willen vernederen? Helaas, de mensehen ver-
heffen zich en willen geëerd en verheven zijn, terwijl
Gij U uit liefde tot de menschen vernedert, de ver-
worpenheid zoekt, en met liefde aanvaardt. O mijn
God, hoe is het mogelijk, dat de mensch, na zulk
voorbeeld van ootmoedigheid en liefde gezien te heb-
ben, zich nog durit verheffen ?
Christenziel, bemint gij ook de vernederingen ?
Hebt gij gaarne, dat men somtijds aan den u ver-
Bchuldigden eerbied te kort blijft ? Verheugt gij u,
als men u aanstelt tot geringe en nederige bedic-
ningen?
Ach, lieve Jezus, hoe ellendig ben ik! Ik kan de
geringste vernedering niet lijden en toon daarbij mijne
ontevredenheid: de gedachte, dat ik een of twee
trapjes te laag geplaatst ben, kwelt mij en maakt mij
ongeduldig en verdrietig; terwijl Gij uit liefde tot mij
zijt nedergedaald van den hoogsten trap van glorie
tot den laagsten trap van vernedering. Hoe oneindig
is die afstand! Wie is bekwaam dezen te berekenen ?
Gewis niemand. Telt honderd duizend millioenen trap-
pen van vernederingen, en die vernedering is nog niets
bij de uwe vergeleken. De afstand der Godheid en
der menschheid is oneindig en dus is uwe vernedering
ook oneindig; ja zij is eene vernietiging: De Apostel (1)
(1) Ad Phil. 2. 6.
-ocr page 138-
Advent.
126
zegt: daar Hij God was... heeft Hij zich zelven vernie-
tigd; en de gedaante eens dienstknecht» aannemende,
is Hhj den menschen gelijk geworden.
Dierbare Jezus, ik aanbid uwe diepe vernederingen.
Hoc is het mogelijk, dat ik er zoo zeer voor vrees ?
O hadde ik meer liefde, dan zou ik, gelijk de heiligen,
mij in die vernederingen verheugen en mij gelukkig
achten met U vcrsmaadhcden te mogen lijden. Ont-
ferm U mijner, lieve Jezus, en geef, dat ik voortaan
alle gelegenheden voor vernedering met liefde aan-
vaarde.
IIe Punt. Overweeg vervolgens de verheerlijking der
H. Maagd Maria door de tegenwoordigheid van Jezus
in haren maagdelijken schoot. De H. Geest heeft uit
haar bloed het lichaam van Jezus gevormd, en zoo
heeft zij uit hare zelfstandigheid het wezen der
menschelijke natuur aan Jezus, den Schepper van het
heelal, gegeven: zij wordt dus met recht de Moeder des
Scheppers
genoemd; hierom zingt de H. Kerk in het
officie der H. Maagd Maria met verwondering: Heilige,
en onbevlekte Maagd! Ik weet niet met welke lofzangen
ik u zal verheffen; want Hem dien de hemelen niet
kunnen bevatten, hebt gij in uwen schoot gedragen.
O God, ik weet bijna niet, wat, ik hier het meest
moet bewonderen of de vernedering van Jezus öf de
verheerlijking van Maria, doch ik zal het beide doen.
Ja, lieve Jezus, ik zal uwe diepe vernedering aanbid-
den: hemel en aarde kunnen U niet bevatten; het
heelal is bij U als een druppeltje van den morgendauw,
\'dat op aarde neerzijgt, en evenwel waart Gij opgesloten
-ocr page 139-
Advent.                              127
in den schoot van Maria. 0 wonderbaar geheim! 0
diepe vernedering! Hij, dien de hemelen niet kunnen
bevatten, sluit Zich op in den schoot der H. Maagd
Maria!
Dierbare Jezus, ik aanbid niet alleen uwe verncde-
ring, maar bedank U ook voor de verheerlijking van
Maria. Wie zal bekwaam zijn, hare verheerlijking te
beseffen, en de genade te beschrijven, welke Gij haar
bewezen hebt, tijdens de negen maanden, dat Gij in
haren schoot rustet?
Jezus, die de hemelen niet kunnen bevatten, sluit
Zich op in den schoot van Maria ; Maria, hoewel zij de
Moeder Gods was, noemt zich de dienstmaagd des Hee.
ren,
en zoudt gij u,niel ige aardworm,zelven nog durven
verheffen, of voor de wereld vertoonen?... zult gij niet
liever de eenzaamheid zoeken en trachten voor allen
onbekend te zijn, ten einde gelijkvormig te worden
aan Jezus en Maria.
Ja zeker lieve Jezus, dit is mijn verlangen,! Ik zal
trachten, zooveel in mij is, onbekend te blijven voor
de wereld en in alles uwe eer en glorie te bevorderen:
ook zal ik trachten nietiger te worden meer dan ik nog
geweest ben en ootmoedig te zijn in mijne oogen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik de vernederingen
beminne en gaarne onbekend zij. Amen.
Oefeningen. 1" In navolging van Jezus, zooveel in
ons is, het geringste, het nederigste betrachten. 2°
De goede hoedanigheden zoo veel mogelijk voor het
oog der menschen bedekken. 3° God bedanken voor
de verheerlijking van Maria. (Sliiitycbed, bludz. 50).
-ocr page 140-
128                              Advent.
XVII" MEDITATIE: Voorbereimhgsgebed. (bl. 28;.
I" Punt. Jezus heeft niet de natuur der engelen, maar
die der menseken aangenomen.
Il1\' Punt. Bij heeft zich in alles aan ons gelijk ge-
maakt.
Ie Punt. Overweeg de groote vernedering van
Jezus, daar Hij de natuur der menschen en niet die
der engelen heeft aangenomen. De Apostel zegt:
Nusquam enim angelos apprehendit; sed semen Abra-
Ine apprehendit (1). Nergens toch trekt Hij zich de en-
gelen aan; maar het geslacht van Abraham trekt Hvj
zich aan,
dat is, Hij heeft de natuur der menschen en
niet die der engelen aangenomen. Het woord appre-
hendit: heeft castgegrpen,
\'t welk de Apostel bezigt,
geeft duidelijk te kennen, het groot verlangen, dat
Jezus had om zich te vernederen. De engelen, om zoo
te spreken, waren dichter bij de Godheid terwijl de
mensen er meer van verwijderd was en om de zonde
er zich nog verder van verwijderde: intusschen heeft
God die meer verwijderd zijnde en zich steeds meer
verwijderende menschelijke natuur, als het ware,
achtervolgd en vastgegrepen, gelijk men doet met een
wegvluchtenden dief; doch niet om ze te straffen,
maar om er zich mede te vereenigen, en zich dieper
te vernederen.
Lieve Jezus, zoo hebt Gij dan de vernederingen
(i) Ad Hebr. i. iö.
-ocr page 141-
Advent.                           129
nageloopen en met blijdschap aanvaard, om door die
vernederingen ons te verheffen, en ons te leeren, dat
ook wij de vernedering moeten beminnen, hoogachten
en zoeken! Indien zij geen groot goed waren, zoudt
Gij ze niet verkozen hebben boven alle eer en groot-
heid der wereld.
Mijne ziel, welk gevoelen hebt gij van de vernederin-
- gen? hebt gij er hoogachting voor? bemint en zoekt
gij ze ? of zoekt gij integendeel de eer en grootheden ?
neemt gij uw behagen in de achting en eerbewijzing
der menschen ?
Ach, lieve Jezus, hoe dwaas en uitzinnig ben ik! Gij
leert mij door uw voorbeeld, dat verworpen en onbe-
kend te zijn, van meer waarde is, dan het genot van
alle wereldsche grootheden, en evenwel zoek ik de
achting der menschen, terwijl ik de vernederingen»
zoo veel mogelijk, ontwijk. Dierbare Jezus, wanneer
zal ik eens wijzer zijn en naar uw voorbeeld de ver-
nederingen beminnen? Wanneer zal ik met David
eens in waarheid kunnen zeggen: \'t Is goed Heer, dat
Gij mij vernederd hebt
? (1) Wanneer zal ik met den-
zelfden Profeet de vernederingen zoeken, zeggende:
Ik zal nietiger worden meer dan ik geweest ben, en
zal ootmoedig zijn in mijne oogen ?
Dierbare Jezus,
ontferm U mn\'ner, en geef dat ik voortaan de verne-
deringen met liefde aanvaarde en overal en bij alle
gelegenheden het geringste kieze: het geringste in
de bedieningen, in de kleederen, in de meubelen, in
de spijzen, in de woningen, etc.
(1) Ps. 118.
ü
-ocr page 142-
13<3                              Advent.
IIe Punt. Overweeg verder de liefde van Jezus
voor de vernederingen. Ofschoon Hij besloten had,
de menschelijke natuur aan te nemen, stond het
Hem evenwel vrij, eene meer verhevene natuur aan
te nemen; eene natuur waardiger dan de onze, vrij
van alle ellenden en volmaakt in alles, gelijk die van
Adam was, opliet oogenblik zijner schepping; name-
lijkin eene volwassen gestalte en in de oorspronkelijke
rechtvaardigheid; maar nu heeft Hij het tegenoverge-
stelde gedaan, door onze natuur met al derzelver ellen-
den aan te nemen. Hij wilde gelijk wij, langzamerhand
opgroeien, en toenemen in behagelijkheid bij God en
bij de menschen, met een woord, Hij wilde aan ons
gelijk zijn in alles, wat niet strijdig is met zijne God-
heid en heiligheid; daarom heeft Hij al onze natuur-
lijke gebreken en behoeften aangenomen, uitgenomen
de onwetendheid, de ziekten en de zonde met derzelver
gevolgen, als strijdig aan zijne Goddelijke \\vaardig-
heid en oneindige heiligheid.
Overweeg ook, dat Hij dit gedaan heeft uit liefde
voor u, om door eigene ondervinding uwe ellenden
en behoeften te kennen en meer medelijden met u
te hebben. De Apostel zegt: Hij moest in alles aan
zijne broeders gelijk worden, opdat Hij mededoogend
ivorde en een oprecht Hoogepriester bij God zou zijn,
tot verzoening der zonden van het volk; tcant, daar Hij
zelf door het lijden beproefd is, is Hij machtig om die-
genen te helpen, welke beproefd tcorden.
(1).
(i) Hebr. II. 17. 18.
-ocr page 143-
Advent.                           131
Lieve Jezus, waar heeft men ooit dergelijke liefde
gevonden? Wie was er ooit zoo vol liefde, dat Hij eens
anders noodwendigheden en lijden op zich nam, om
door eigene ondervinding deszolfs bitterheden te ken-
nen en geschikter te zijn, er medelijden mede te
hebben?... Neen, lieve Jezus zulke menschen vindt
men in de wereld niet. Evenwel hebt Gij het gedaan.
O wat liefde!... Wat dankbaarheid zijn wij daar voor
niet verschuldigd?
Zult gij dan een zoo goeden Jezus niet beminnen ?
Zult gij niet trachten naar zijn voorbeeld mededoogend
jegens anderen te zijn ? Zult gij nog klagen over uwe
lichameln\'ko noodwendigheden of over de beproevin-
gen, welke God u overzendt, terwijl Jezus uit liefde
van u zich er vrijwillig aan onderworpen heeft ?
Lieve Jezus, wanneer ik zie, dat Gij uit liefde tot mij
zoo veel geleden hebt, hoe zou ik dan nog durven
klagen ? De liefde heeft U gedwongen, om U in alles
aan ons gelijk te maken en gelijk wij, door lijden be-
proefd te worden; zou diezelfde liefde mij ook niet
dwingen, om gaarne alles te lijden, ten einde aan U ge-
lijk te worden? Ik hoop het, lieve Jezus, en bid U om die
genade. Ja, lieve Jezus, ik wil U beminnen: mij dunkt,
dat thans het vuur der liefde in mij ontvlamt, om alle
bitterheden blijmoedig aan te nemen. Geef ook, lieve
Jezus, dat ik steeds mededoogend jegens anderen zij,
door mij te verbeelden in hunne plaats te zijn, den-
kende: „als ik in dat lijden, in die vernedering,
armoede of onderdrukking ware, hoe zou ik dan
gesteld zijn?"
                    •
-ocr page 144-
Advent.
132
Maria, bid voor mij, opdat ik de vernederingen
beminne en mij verheuge aan Jezus gelijkvormig te
zijn. Amen.
Oefeningen. 1° Voor zooveel in ons is, het geringste
en nederigste kiezen. 2° Zich stellen in de plaats van
anderen die lijden, ten einde er medelijden mede te
hebben. (Sluitgebed, bl. bO.)
XVIII» MEDITATIE: Vookbereidingsgebed (bl. 28).
I* Punt. Jezus mensch wordende, toont hoogachting
voor de verworpenheid.
IIe Punt. Hij leert ons, er ook hoogachting voor te
hebben en ze met liefde te aanvaarden.
Ie Punt. Verbeeld U Jezus te zien in den schoot
zijner Moeder, zeggende: leert van mij dat ik ootmoe-
dig van harte ben
(l).Hoe goedpassen daar die woor-
den in zijnen mond! immers in den schoot van Maria
was Hij zeer diep vernederd. De Apostel zegt, dat Hij,
in zijne Menschwording zich vernederd en vernietigd
heeft, aannemende de gedaante van eenen slaaf, ja
zelfs die eens zondaars. Als God is Hij almachtig, rijk,
omkleed met luister en glorie, onlijdelijk en onsterfe-
lijk; maar door het aannemen der menschelijke natuur
heeft Hij zich waarlijk vernederd, en als vernietigd,
zich opsluitende in den schoot zijner Moeder, zonder
zich te kunnen bewegen of gebruik zijner zintuigen
te kunnen maken. Hoe goed passen daar in zijnen
(i) Matt. 11. 2Q.
-ocr page 145-
Advent.                           133
mond deze woorden: leert van Mij dat Ik ootmoedig
van harte ben
.\'... Hij kon zich bekleed hebben met een
glorieus lichaam; met een lichaam versierd met glo-
rieuse hoedanigheden, geheel schoon en klaar blin-
kend, licht, subtiel, onlijdelijk en onsterfelijk; maar
uit liefde voor de verworpenheid, nam Hij een sterfelijk
lichaam aan; een lichaam vol ellenden, zwak, teeder,
gevoelig, onderworpen aan vele smarten en aan alle
behoeften, waaraan wij van onze jeugd af onderwor-
pen zijn; met een woord, Hij is in alles aan ons gelijk,
wijl Hij, de Heiligheid zelve, den schijn van zondaar
aannam. Deus Filium Suum mittens in similititdinem
carnis peccati
(1); God zijnen Zoon zendende in gelijk-
heid van het zondige vleesch.
Lieve Jezus, de vernedering, verworpenheid en ver-
nietiging moeten wel iets groots en van groote waar-
de bij God zijn, wijl Gij, de wijsheid zelve, deze zoo
hooggeschat en met zoo veel liefde hebt omhelsd. Ik
bid U derhalve, mij te verlichten, opdat ik derzelver
waarde kenne, en mij te versterken opdat ik ze bij
iedere gelegenheid met groote vaardigheid omhelze.
Maar hoe is het met u gelegen ? hebt gij hoog-
achting voor de vernederingen, verworpenheid en
vernietiging ? aanvaardt gij met liefde alles wat nede-
rig, verworpen en nietig schijnt voorde wereld? is het
u aangenaam, aangezien en behandeld te worden, als
een mensch zonder kennis, talenten of bevalligheid ?
is het u aangenaam veracht te worden als een mensch,
vol onvolmaaktheden, gebreken en zonden?
(1) Rom: 8. 3.
-ocr page 146-
134                           Advent.
Ach, lieve Jezus, zoo behoorde het te zijn, nadat
Gij zelf het voorbeeld gegeven hebt: \'t was daarom
dat de heiligen verblijd waren, wanneer zij vernederd,
veracht en versmaad werden; \'t was daarom dat de
H. Joannes van het kruis tot vergelding zijner verne-
deringen niets anders vroeg, dan voor den naam van
Jezus nog meer te lijden en nog meer vernederd te
worden; maar ik, helaas, ik vlucht de vernederingen,
en de minste beleediging schijnt mij onverdragelijk.
Ach, lieve Jezus, ontferm U mijner en geef, dat ik
mijnon hoogmoed overwinne, de vernederingen hoog
achte en met liefde de versmadingen aanvaarde, zeg-
gende: Hls goed, Heer, dat Gij mij vernederd hebt.
Bonummihi qniahumiUasti me, Domine
(1).
IIe Punt. Overweeg, hoe Jezus in den schoot
van Maria, voortdurend akten van vernedering ver-
wekt... Jezus, de Koning der koningen, oneindig in
volmaaktheden, wien de hemelen der hemelen niet
kunnen bevatten, en bij wien het heelal is als een
druppel van den morgendauw, die Jezus, zoo groot,
zoo verheven, zoo oneindig, verbergt zich negen
maanden in den schoot zijner Moeder; daar is Hij, als
een slaaf, onbekend voor de wereld; als een icorm
vernietigd; en als een misdadiger, opgesloten in een
duisteren kerker. Ofschoon Hij volgens zijne Godde-
lijke natuur oneindig is in volmaaktheden en in alles
gelijk aan God den Vader en aan God den H. Geest,
beschouwde en erkende Hij zich, volgens de mensche-
(i) Ps. 118.
-ocr page 147-
Advent.                           135
lijke natuur, oneindig minder dan God den Vader en
God den ET. Geest, vernederde Hij zich diep voor de
H. Drievuldigheid en zonk Hij, als het ware, weg in
den afgrond zijner vernietiging. Daarom wordt Hij
door den profeet Isaïas genoemd: den laaieten der
menschen
(1) en in Davids Psalmen noemt Hij zich
zelven: een aardworm en geen mensch. Ego aidem snm
vermis el non homo
(2). Hij vernederde zich door eene
voortdurende en nimmer onderbrokene akte van oot-
moedigheid, beschouwende den oneindigen afstand
tusschen de Godheid en zijne Menschheid.
Lieve Jezus, wat hebt Gij toch veel gedaan, om ons
de waarde en tevens de beoefening der ootmoedigheid
te leeren; en ons op te wekken gaarne onbekend te
zijn, voor niets geacht en versmaad te worden! Wan-
neer zal ik mij eens beijveren, uw voorbeeld te volgen,
mij voor God te vernederen, en het verachtelijke met
liefde te aanvaarden?
Zou het nu geeno schande voor u zijn,mijne ziel, ijdele
en hoovaardige gedachten van u zelve te koesteren —
of iets tot eigen lof te zeggen — ofu zelven boven
anderen te stellen? zou het geene schande voor u
zijn, te luisteren naar de ingevingen van Satan, u
aanzettende, om u zelve voor de wereld te vertoo-
nen of hare achting te zoeken; inwendig zeggende:
manifesta Ie ipsum mundo. Vertoon u voor de icereld,
doe uwe talenten schitteren, etc. (3).
ij Is. 53. 3.
2) Ps. 21. 7.
(3) Joan; 7. 4.
-ocr page 148-
136                              Advent.
Voorzeker, zou dit voor mij eenc schande zijn! Daar
Gij, lieve Jezus, met eene zoo groote liefde het geringe,
het verworpene, het nietige aanvaardt, is het tijd, dat
ik beginne met mij te vernederen en het geringe te
zoeken.
Maria, bid voor mij, opdat ik mij steeds voor God
vernictige en het nederige met blijdschap aanvaarde.
Amen.
Oefeningen. 1° De vernederingen hoogschatten,
gelijk Jezus gedaan heeft. Oefeningen van verne-
deringen doen, door het minste te zoeken in bedie-
ningen, in kleederen, in meubelen, in voedsel, etc.
(Sluitgebed, bl, 50.;
XIX0 MEDITATIE. Vooebereidingsgebed. (bl. 28.;
Ie Punt. Jezus gaf zich van het begin af aan den wil
van zijnen Vaderover.
11° Punt. Hij nam van het begin af den lijdenskelk
gewillig aan.
I" Punt. Stel u Jezus voor, in den schoot
zijner moeder, gelijk een gevangene in een engen en
duisteren kerker, ons een voorbeeld zijner volmaakte
gehoorzaamheid gevende. Van het eerste oogenblik
zijner ontvangenis af, schikte Hij zich volkomen maar
Gods heiligen wil. De wereld intredende, zeide Hij, ge-
lijk de Apostel verklaart: zie, ik kom, o God, om
uwen wil te volbrengen. Ingrediënt mundum dicit:
ecce venio, utfaciam, Deus, voluntatem tuam
(1).
(1) Hebr. X, 5. 9.
-ocr page 149-
Advent.                            137
Overweeg dan die vaardige gehoorzaamheid van
Jezus. Op hetzelfde oogenblik, dat Hij van den hemel
neerdaalde, de wereld binnentrad, en de menschelijke
natuur aannam in den schoot der H. Maagd Maria,
gaf Hij zich vaardig, volkomen, zonder eenig voorbe-
houd en voor altijd aan Gods wil en zijne H. beschik-
king over. De wereld intreden, en zeggen: Zie, ik kom,
o God, om uwen wil te volbrengen,
ging volmaakt
samen en geschiedde op een en hetzelfde oogenblik.
— Op datzelfde oogenblik maakte God Hem zijnen
wil bekend, zeggende: „ Mijn kind, om te voldoen
„ aan mijne rechtvaardigheid voor de zonden der we-
„ reld, die Gij op U genomen hebt, en om den gevallen
, mensen te verlossen uit de slavernij des duivels, zult
„ Gij negen maanden lang opgesloten moeten blijven
„in den schoot van Maria; daarom zultGi] bij uwe
„ geboorte van allen verstooten worden en uw ver-
„ blijf in een\' beestenstal moeten nemen; daarom zult
„ Gij, evenals waart Gij een zondaar, op den achtsten
„ dag besneden worden; daarom zult Gij door Herodes
„ ter dood gezocht worden, en met grooten haast, in
„ het midden van den nacht, in het gure winterjaarge-
„ tijde, zonder eenigen voorraad en als een machte-
„ looze moeten vluchten naar Egypte; daarom zult
„ Gij dertig jaren lang onbekend en voor de wereld
„ verborgen moeten blijven; daarom zult Gij door den
„ arbeid uwer handen den kost moeten verdienen, en
„ als een arme werkman een armoedig leven moeten
„ leiden; daarom zult Gij tijdens uw openbaar leven,
„ vervolgd, gelasterd en ter dood gezocht worden;
-ocr page 150-
Advent.
138
„ daarom zult G}j eindelijk geboeid, voor de rechtban-
„ ken gesleurd, valschelijk beschuldigd, wrecdaardig
,, gegceseld, met doornen gekroond en aan het kruis
„ genageld worden."
Jezus hoort dit vonnis met gelatenheid aan en
geeft zich geheel over aan den wil zijns Vaders;
telkens zeggende: zie, Vader, hier ben Ik om uwen
wil te volbrengen.
Ziedaar een hard en bitter vonnis dat God uit
liefde voor de rechtvaardigheid tegen zijnen eenigen,
beminden Zoon uitspreekt, en tevens een schoon
voorbeeld van gehoorzaamheid, \'t welk God de Zoon
geeft, door zich vaardig en volkomen aan den wil
zijns Vaders over te geven; zie, Vader, hier ben Ik
om meen wil te volbrengen.
En hoe is het met u gesteld? hebt gij, van het
eerste oogenblik, dat gij het gebruik uwer rede ont-
vingt, u ook zoo vaardig en volkomen aan Gods wil
opgedragen? hebt gij ook getracht deze opdracht ge-
durig te hernieuwen, of ten minste, hebt gij nu het
voornemen om het te doen ?
Helaas, mijn God, hoe lang heb ik vertraagd, mij
aan U te geven, en dan, wanneer ik mij aan uwe
beschikking overgaf, was het meestal maarten halve
en slechts met den mond: zelden of niet heb ik mij
uiterharte en volkomen aan Uwe beschikking ovcr-
gegeven. Ik bad wel: uw wil geschiede op de aarde als
in den hemel;
ook was ik goed tevreden en scheen
het goed te meenen, zoo lang alles naar mijnen zin
ging; maar wanneer ik tegenspoed, bitterheden, en
-ocr page 151-
Advent.                            139
kruisen ontwaarde, dan was ik ontevreden, en zoo
bleek het, dat ik mijnen wil niet rechtzinnig noch
volkomen aan den uwen had overgegeven. Ach, hoe
spijt mij dit, o mijn God en mijn Al! Thans maak ik
een vast besluit, ten l3te mij voortaan geheel en in
alles te onderwerpen aan uwen heiligen wil en altijd
tevreden te zijn, wat mij ook moge overkomen; ten
2e de eerstelingen van alles aan TJ te geven, even
gelijk Jezus, die zich van het begin af geheel aan U
gaf: namelijk ik zal U geven de eerstelingen van den
dag, van de week, van de maand en van het jaar, ook
die van elk werk en zelfs van elk uur, door mij ten
minste alle uren aan U op te offeren, \'s Morgens ont-
wakende, zal ik met Jezus zeggen: Zie, Vader, hier
ben ik, om uwen wil te volbrengen.
He Punt. Overweeg, dat Jezus van het eerste
oogenblik zijner menschwording af, zijn lijden met al
deszelfs omstandigheden, te gelijk met de zonden der
wereld voor zijnen geest bracht en altijd hield; zoo dat
Hij den spiegel van zijn lijden en van elke bijzondere
omstandigheid altijd levendig voor zijne oogen had. In
dezen spiegel zag Hij zich als een arm, machteloos en
verlaten kind, in den stal van Bethlehem, liggende op
hooi en stroo, tusschen de beesten; daarin zag Hij
zich, als ware Hij een zondaar, onder het mes der
besnijdenis; als een machtelooze vluchtende naar
Egypte; als een arme werkman in het huisje van
Nazareth, werkende om te voorzien in zijne dagelijk-
sche noodwendigheden; als beladen met de zonden
der geheele wereld, waarvoor Hij borg gebleven was
-ocr page 152-
140                           Advent.
en van droefheid, angst en verdriet water en bloed
zweetende; als een booswicht geboeid en gesleurd
voor de rechtbanken van Annas, Caïphas, Pilatus en
Herodes; als een zinnelooze met een wit kleed omhan-
gen en bespot; als een plichtige slaaf wreedelijk
gegeeseld, als een spotkoning met doornen gekroond ;
als den smaad der volken, beladen met zijn kruis en
uitgaande naar Calvariê; als den grootsten moorde-
naar in het midden der moordenaren hangende en
stervende aan het kruis. In dezen spiegel, welke altijd
voor zijnen geest stond, zag Hij alles wat Hem zou
overkomen; zelfs zag Hij daarin de minste omstan-
digheden van zijn lijden, ook de personen, die er deel
aan zouden nemen, alsmede hunne inwendige gestel-
tenissen en den afkeer, den haat en de verbittering,
welke zij tegen Hem hadden. — Ook zag Hij in dien
spiegel de zonden der wereld, welke Hij op zich ge-
nomen had en voor welke Hij moest voldoen: Hij
zag de zonden van alle menschen, niet alleen van
allen in het algemeen, maar ook van ieder in het
bijzonder, zoo dat iedere zonde van eiken mensen, dus
ook van mij, altijd voor zijnen geest was. Hij zag
derzelver boosheid, leelijkheid en menigvuldigheid,
en ontwaarde daardoor zulke smart, dat Hij water
en bloed zweette in den hof van Olijven. Evenwel gaf
Hij zich gewillig en vaardig over aan den wil van God
en nam Hij al die zonden op zich, ten einde er voor
te lijden en te sterven. In het aanvaarden van den
lijdenskelk vestigde Jezus zijne oogen alléén op Gods
wil en zyne H. beschikking, zonder acht te geven op
-ocr page 153-
Advent.                           141
de tusschenoorzaken: Hij sloeg geen acht, noch op de
boosheid der menschen, noch op hunne eergierigheid,
noch op hunnen haat of nijd; Hij vestigde zijne oogen
op Gods wil, en nam alles met liefde aan, als komende
van God, die het zoo beschikte.
Lieve Jezus, welk een treffend voorbeeld van ge-
hoorzaamheid en overgeving aan Gods wil, hebt Gij
ons hierdoor gegeven.
Ten l9le, Gij leert ons. nooit te zien op de men-
schen, welke ons met kruisen en bitterheden over.
laden, noch op de tusschenoorzaken, waaruit onze
kruisen ontspruiten, maar op God, die het zoo be:
schikt. Ten 2e, Gij leert ons, gehoorzamen aan God en
aan onze oversten in alles, hoe moeielijk, vreemd, on-
bezonnen of willekeurig het ons zoude mogen toe-
schijnen.
Mijne ziel,zijt gij steeds zoo gehoorzaam? Vestigt gij
bh\' alle wederwaardigheden en kruisen uwe oogen
op Gods wil? Zoekt gij daarin uwen troost, uw genoe-
gen en uwe blijdschap?... Zijt gij altijd en in alles
onderdanig gelijk Jezus?
Ach, mijn God, hoe weinig gelijk ik op Jezus! Ik
bicU uw wil geschiede en onderwerp mij gaarne aan
uwe beschikking, zoolang alles naar wensch gaat;
maar zoo haast mij eenig ongenoegen overkomt of mij
eenige bitterheid wordt aangedaan, dan helaas, ben
ik ontevreden en klaag over uwe beschikking. O God,
welk eene ontaarding!... Geef, dat ik voortaan bij alle
verordeningen myner oversten en by alle kruisen,
die mij overkomen of aangedaan worden, uwe be-
-ocr page 154-
142                             Advent.
schikking erkenne en er mij vaardig aan onderwerpe.
O Maria, bid voor mij, opdat ik altijd met eene op-
rechte meening zegge: Zie, Vader, hier ben ik om
uwen wil te volbrengen.
Amen.
Oefeningen. 1° In alle \\veder\\vaardigheden,de oogen
vestigen op Gods wil, denkende: God beschikt het zbb :
zijn wil geschiede.
2° In alles, wat geen kwaad is,
gehoorzamen, denkende: „ Jezus was van het begin
„af gehoorzaam tot den dood deskruises toe." (Sluit-
gebed, bl.
50.;
XX» MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie en 11° Punt. De liefde van God in de Menschwor-
ding van Jezus, en onze verplichting van dankbaarheid.
Ie Punt. Overweeg de grootheid der liefde van
God, in ons zijnen eenigen Zoon te geven. Uit het
hoogste der hemelen achtgevende op den ollendigen
toestand der menschen, werd Hij door medelijden be-
wogen en maakte Hij het besluit zijnen eenigen
beminden Zoon te geven, om den ondankbaren mensch
te verlossen en zalig te maken. De apostel Joannes,
deze liefde beschouwende, stond zoo verbaasd, dat
hij uitriep: Zoo liefheeft God de icereld gehad, dat Hij
zijnen eeniggeboren Zoon gaf!
(1). Elk woordje heeft
eene bijzondere kracht. God had de wereld lief, en wel
zoo lief, dat Hij zijnen eeniggeboren Zoon gaf!... God,
oneindig in volmaaktheden, bij wien alle koningen der
(il Joan: 3. 16.
-ocr page 155-
Advent.                           143
aarde minder zijn dan wormpjes die wij met voeten
vertrappen; God, die beleedigd was, tegen wien de
menschen ongehoorzaam en wederspannig waren en
welken zij miskend en versmaad hadden; deze zoo
groote en zoo zeer beleedigdo God, beminde de wereld,
de ondankbare en boosaardige wereld; Hij beminde
haar zoo zeer, dat Hij zijnen eeniggeboren Zoon gaf;
dien Zoon, welken Hij met eene oneindige liefde bemin-
de. Dezen zoo teer geliefden Zoon gaf Hij, en waartoe?
om te lijden, te sterven en de spijs onzer zielen te
worden. Ziedaar eene groote liefde !... Wie zou bij het
beschouwen eener zoo groote liefde niet uitroepen:
Zoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen eenig-
geboren Zoon gaf...
Niet alleen gaf Hij Hem voor de
wereld in het algemeen, maar ook voor ieder in het
bijzonder, en wel allerbijzonderst voor mij. Ja, God
heeft mij bemind en zijnen eeniggeboren Zoon voor
mij gegeven!
O God, hoe hebt Gij den ondankbaren mensen en
in het bijzonder mij zoo kunnen beminnen ? Ik was
een nietig schepsel, een zondaar, ja uw vijand, hoe
hebt gij mij dan zoo kunnen beminnen?... O God, ik
vind geene andere reden, dan uwe oneindige goed-
heid, — zeker, mijn God! deze uwe liefde is te groot!
konde ik er dankbaar voor zijn, en U bewijzen van
wederliefde geven ?
Hebt gij steeds een zoo beminnelijken God bemind?
hebt gij Hem bewijzen van liefde gegeven ? of zijt gij
bereid er in het vervolg bewijzen van te geven ? Zijt
gij bereid er iets voor te doen, of te lijden of er eenig
offer voor te doen ?
-ocr page 156-
144                           Advent.
O God, ik ben beschaamd over de flauwheid mijner
liefde. Helaas, hoe weinig heb ik nog voor U gedaan
of geleden !... Ontferm U mijner, o mijn God, en ont-
steek in mij het vuur uwer liefde, opdat het mij voor-
taan een vermaak zij, uit liefde tot U iets te mogen
doen, of lijden, of mij van eenige zoetigheden te kun-
nen onthouden, ten einde aldus een klein bewijs
mijner liefde te geven.
11° Punt. Erken de grootheid der liefde Gods
en uwye verplichtingen van dankbaar te zijn. Daar
was een slaaf, om zijne misdaden uit zijn vaderland
verbannen en tot de grootste ellenden gebracht. Toen
de koning dit hoorde, had hij medelijden met hem en
zond zijnen eenigen zoon, om hem te verlossen, tot
zijn vaderland terug te brengen, in zijne vriendschap
te herstellen en gelukkig te maken. De zoon gehoor-
zaamde aan zijnen vader en verliet zijn vaderland,
om den slaaf te troosten, van zijne boeien te bevrijden,
met de kostbaarste kleederen te versieren en met
zich naar zijns vaders paleis te nemen. Wanneer de
vader hem zag komen, snelde hij hem juichend te ge-
moet, omhelsde hem en verhief hem als een zijner
hovelingen. Welke zullen de gevoelensvan dezen slaaf
geweest zijn ?... Mij dunkt, ik zie hem van blijdschap
weenen, terwijl hij, vol erkentelijkheid, uitroept: „ O
„ Vorst! \'t is te veel, uwe goedheid is te groot!... Wie
„ zijt Gij en wie ben ik, om mij zoo te beminnen en
„ zoo goedgunstig te behandelen ?... Neen, Vorst, ik
„ was zulke gunst niet waardig. Maar nu ; wat zal ik
„ u voor zulke weldaad kunnen vergelden ? "
-ocr page 157-
Advent.                              145
Gij, mensch, zijt die slaaf dien God zoo bemind heeft:
welke bewijzen van liefde en dankbaarheid zult gij
Hem daarvoor geven ?
O God, er is niets in mij, om U mijne liefde en dank-
baarheid te kunnen betuigen. Uwe liefde gaat mijn be-
grip ver te boven. Ik kan niets doen, dan mij vernede-
ren en U verheerlijken! Ach, of mijn hart eens in liefde
ontvlamde! Ach, of ik eens oprecht dankbaar konde
zijn!... O mijn God en Al, ofschoon ik tot nog toe
ondankbaar geweest ben, wil ik toch in het vervolg
mijn best doen, om alles te herstellen. O ja, mijn God,
ik wil U beminnen en uit lieide tot U wil ik mijn hart
van alles onthechten, om het geheel aan U te geven.
Van dit oogenblik af verbreek ik alle gehechtheid,
welke ik tot nu toe aan eenig schepsel gehad heb.
Gij vraagt mij mijn hart en Gij verlangt het geheel en
onverdeeld te ontvangen: zie, hier is het, o mijn
God ! Ik geef het geheel aan TJ; en zoo ik wist, dat er
buiten U nog iets in mijn hart ware, zou ik het er aan-
stondsuit verwijderen, om het geheel aan U te geven.
O zoete gedachte: geheel aan God!... geheel aan God!...
God alléén!... God alléén!...
Maria, bid voor mij, opdat mijn hart geheel voor
God zij. Amen.
Oefeningen. 1° De liefde van God beschouwen,
om in wederliefde te ontvlammen. Uit liefde voor
God zich onthechten van deze... zaak, van dezen...
persoon of van deze... bediening. (Sluitgebed, bl. 50).
10
-ocr page 158-
146
Advent.
XXI<> MEDITATIE. Vooebereidingsgebed. bl. 28).
Ie Punt. In de menschwording van Jezus toont zich
Gods icvjsheid.
IIe Punt. Daaruit blvjkt zijne Almacht.
Ie Punt. Deze woorden van den profeet David: Gij
hebt mvj de geheimen uwer wijsheid bekend gemaakt,
worden bijzonder bewaarheid in de menschwording
van Jezus. Daar de zonde van oneindige boosheid
was, moest ook de voldoening van oneindige waarde
zijn. Geen mensch, noch engel kon Gode eene dusda-
nige voldoening aanbieden ; zelfs waren alle men-
schen en engelen te zamen daartoe niet bekwaam.
God alléén kon het doen, door zich te vernederen ;
daarom is Hij mensch geworden en heeft Hij de
menschelijke met de goddelijke natuur zöö nauw
vereenigd, dat in denzelfden Goddelijken persoon
twee naturen zijn, te weten de menschelijke en de
goddelijke; en te zamen zijn zij maar één Christus.
De H. Kerk zegt in het Symbolum van den H. Atha-
nasius: „ gelijk de ziel en het lichaam maar één
„ mensch zijn, zoo is God en de mensch maar één
„ Christus. " Ter oorzaak dezer vereeniging, kan men
zeggen : „ God is mensch geworden ; God heeft gele-
„ den ; God is gestorven." Ook kan men daarom zeg-
gen: „ de Almachtige is zwak ; de Oneindige is klein;
„ de Onsterfelijke is gestorven, etc." O welk een
groot geheim! Als mensch, kon Hij zich vernederen
en ah God, waren die vernederingen van oneindige
-ocr page 159-
Advent.                            147
waarde, en bijgevolg voldoende om het, door de zonde
Gode aangedane ongelijk te herstellen.
O God, hoe wonderbaar zijn uwe beschikkingen en
hoe groot is de liefde, die Gij ons in de menschwor-
ding van Jezus betoont hebt! Gij hebt hier, als het
ware, de grootheid uwer Wijsheid uitgeput. Jezus
nam onze natuur aan en vereenigde haar met de
goddelijke in één en denzelfden Goddelijken persoon en
zoo heeft God zich vernederd en zich als mensen
onder ons vertoond, om ons den weg naar den hemel
te toonen. O welk groot geheim !... O welk eene won-
derbare beschikking!...
Denkt gij daar dikwijls aan mijne ziel ? Zijt gij er
dankbaar voor ? Volgt gij den weg, dien Hij voor u ge-
baand en bewandeld heeft ? Tracht gij u in alles met
Jezus te vereenigen en alles te doen in vereeniging
met de liefde en meening, waarmede Hij alles deed ?
Lieve Jezus, wat kan er billijker zijn, dan mij in
alles met U te vereenigen ? Gij vereenigt U met mij,
zou ik mij dan ook niet vereenigen met U ? In deze
vereeniging is mijn heil, mijne zaligheid opgesloten.
Niets van alles wat ik doe of lijd, kan Gode behagen,
tenzij in deze vereeniging; in en door die vereeniging
zal al mijn doen en laten groot en zeer verdienstelijk
zijn bij God. Derhalve zal ik voortaan mijn best doen,
om bij ieder werk de meening te vernieuwen, om het
te doen in vereeniging met U, lieve Jezus, en in ver-
eeniging met de meening, waarmede Gij het deedt.
Ontferm U mijner, lieve Jezus, en geef mn\' hiertoe
uwe genade.
-ocr page 160-
148                           Advent.
II0 Punt. Beschouw nu verder de liefde van God
in liet geheim der menschwording van Jezus, in het-
welk Hij niet alleen zijne "Wijsheid, maar ook zijne
Almacht als het ware uitgeput heeft. Hoe meer
moeite het ons kost, om iets te doen of te geven, des
te grooter moet de liefde zijn, die er ons toe aandrijft:
Hoe groot moet dan de liefde wel niet zijn, welke
God ons betoond heeft in de menschwording van Je-
zus ? In dit geheim heeft Hij, om zoo te spreken, zijne
Almacht uitgeput: het werk der schepping was
zeker een groot werk zijner Almacht, maar dat der
menschwording is veel grooter, gelijk de H. Augusti-
nus zegt. De profeet David noemt de schepping der
wereld het werk zijner vingeren; qiwniam videbo
ccelos tuos, opera digitorum tuorum
(1), terwijl Maria
het geheim der menschwording aanziet en verheer-
lijkt, als het wonderwerk van zijnen arm, zeggende :
fecit potentiam in brachio suo. Hij heeft kracht gedaan
door zijnen arm
(2). En geen wonder! Is het geen groot
geheim, dat de oneindige God zich vernietigt ? dat de
Onmetelijke, wien de hemelen niet kunnen bevatten,
zich opsluit in den schoot van Maria ? dat de Schepper
van het heelal de menschelijke natuur aanneemt
uit zijn eigen schepsel ? Dat de Onlijdelijke lijdt en
de Onsterfelijke sterft ? Deze en meer andere gehei-
men van Gods Almacht zijn opgesloten in de mensen-
wording van Jezus.
O God, hoe ver gaat uwe liefde! Gij put dan uwe
(.) Ps. 8. 4.
(21 Lucas. I. 5l.
-ocr page 161-
Advent.
149
Almacht uit, om mij de bewijzen uwer liefde te geven!
O ziel, waar is uwe liefde ? wat doet gij uit liefde ?...
wat lijdt gij uit liefde ? zijt gij bereid uit liefde tot
Jezus uwe krachten uit te putten en uwe rust, uwe
voldoeningen, uwe goederen, uwe gezondheid, ja uw
leven op te offeren, ten einde aan God de bewijzen
uwer liefde te geven ?
Ach, mijn God, ik schaam mij voor U. Hoe flauw
is mijne liefde ! Het minste ongemak valt mij bitter
en de minste opoffering doet mij terugwijken en mijne
voornemens vérwaarloozen. Geef mij eene vurige
liefde opdat ik tot alles gereed zij en in weerwil der
grootste moeielijkheden getrouw blijve. O konde ik
sterven uit liefde tot U !... O God, ontferm U mijner en
geef mij hiertoe uwe genade.
Maria, bid voor mij, opdat ik geheel voor God leve.
Amen.
Oefeningen. 1° De liefde Gods aanbidden, welk Hij
ons betoont heeft in de menschwording van Jezus.
2° Uit wederliefde dagelijks nieuwe bewijzen van
liefde geven, b. v. door het bedwingen der nieuwsgie-
righeid in iets te zien, te hooren of te weten; door
het versterven der zinnelijkheid, gulzigheid of onma-
tigheid in eten en drinken; door het bewaren der
zedigheid, der aandacht en der eerbiedigheid in het
gebed en de godvruchtige oefeningen, of door vaardi-
ger te zijn in het gehoorzamen, geduldiger in het
lijden en zachtmoediger in de handelingen. (Sluitgo
bed, bl.
50).
-ocr page 162-
150                              Advent.
XXII" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
1° en II" Punt. Beschouwing van de grootheid der
liefde welke Jezus in zijne menschwording aan ieder
onzer betoond heeft.
1° Punt. Beschouw de liefde van Jezus. Hij is
mensen geworden, niet alleen voor alle menschen in
het algemeen, maar ook voor ieder in het bijzonder.
Uit liefde tot U in het bijzonder is Hij uit den hemel
nedergedaald; uit liefde tot u heeft Hij zich vernederd
en opgesloten in den schoot van Maria; uit liefde tot u
heeft Hij geleden en is Hij aan het kruis gestorven.
Wanneer de apostel Paulus deze liefde beschouwde,
ontvlamde hij zoo zeer in liefde, dat hij uitriep: Hij
heeft mij bemind en zich voor mij geleverd!
(1)
Mijne ziel, als gij ziet, dat Jezus uit liefde tot u zich
zöö opsluit in den schoot van Maria, dat Hij geene
plaats of ruimte had om zich te bewegen, geen licht
om te zien, geene hovelingen om Hem te dienen, zult
gij dan niet ontvlammen in liefde tot Hem, denkende :
„ dit heeft hij uit liefde tot mij gedaan, als ware ik
maar alléén inde wereld geweest: Hij dacht in het
bijzonder aan mij ; Hij droeg zich op aan zijnen Vader
en aanvaardde blijmoedig den kelk van zijn lijden uit
liefde tot mij in het bijzonder. "
Ja, zeker ik zal in liefde tot U ontvlmimen, lieve
Jezus !... Gij hebt mij dan niet alleen in het algemeen,
maar ook in het bijzonder bemind ; ook hebt Gij in het
(i) Ad. Gal. 2.
-ocr page 163-
Adi>ent.                                  l$i
bijzonder aan mij gedacht en de verdiensten van uw
heilig lijden voor mij in het bijzonder aan God opge-
dragen. O welke groote liefde ! wie ben ik om mij zoo
te beminnen ? Ik was niet waardig dat Gij mijner ge-
dachtig waart, maar nu hebt Gij niet alleen aan my
gedacht, maar zijt gij daarenboven gekomen, om my
te bezoeken en U zelven voor mij te slachtofferen. O
liefde! O oneindige liefde ! Wat is de mcnsch dat Gij
zijner gedachtig zijt, of wat is de zoon des menschen
. dat Gij hem bezoekt ?
Maar wat zult gij Hem daarvoor vergelden? zal
het te veel zijn, dat gij gestadig aan Hem denkt ? dat
gij alles voor Hem doet en lijdt ? dat gij uit liefde tot
Hem gaarne alle vernederingen, verongelijkingen en
kruisen aanvaardt, en u zelve eenige zoetigheden,
zinnelijkheden en vermaken onttrekt ?
Neen, lieve Jezus, dit zal niet te veel voor mij zijn !
Al deed ik duizendmaal meer, dan zou het nog te
weinig wezen. Wat hebben de heiligen, bewogen door
uwe liefde, niet gedaan ? Uit liefde tot U aanvaardden
zij alles, wat bitter voor de natuur is en verlangden zij
om veel voor U te kunnen doen en lijden. Ach, hoe
weinig doe of lijd ik uit liefde tot U ! Dierbare Jezus,
ontsteek in my het vuur uwer liefde, opdat ik voor-
taan geheel voor U zij, en U alléén beminne. O ja,
lieve Jezus, ik wil U beminnen; ik wil U uit geheel
mijn hart beminnen; uit liefde tot U wil ik voortaan
alles doen en alles lijden, en eindelijk wil ik uit liefde
tot U sterven. Ontferm U mijner, lieve Jezus, en ver-
sterk mij om deze voornemens ten uitvoer te brengen,
want uit my\' zelve ben ik zwak.
-ocr page 164-
Advent.
152
!!<• Punt. Om de grootheid van Gods liefde jegens
U nog beter te beseffen, overweeg verder, dat er
niets in u was, dat Hem tot liefde kon bewegen. Ten
l9te, gij waart als een niet voor zijn aanschijn ; ook had
Hij u in geen opzicht noodig ; Hij immers is gelukkig
in en door zich zelven, ja, Hij is de volmaaktheid zelve.
Ten 2», besmeurd met de erfzonde, waart gij een voor-
werp van afkeer, gramschap en wraak. Ten 3e, ook
voorzag Hij, dat gij jegens Hem liefdeloos, ondankbaar,
ja trouweloos zoudt wezen. In weerwil van dit alles
heeft Hij u bemind : zijne goedheid alleen heeft Hem
bewogen, medelijden met u te hebben en zich te
vernederen, ten einde u te redden uit den afgrond
van zonden, waarin gij gedompeld waart. Wanneer
de profeet David deze goedheid beschouwde, stond
hij verbaasd en riep al dankende uit: Den behoeftige
van de aarde opnemende en den arme uit het slijk op-
richtende, om hem te plaatsen onder de vorsten en wel
onder de vorsten van zijn volk.
Christenziel, welke dank-
baarheid en liefde zijt gij aan God niet verschuldigd !
Ach, hoe ellendig was uw toestand ! Gy waart blind
in uw verstand, boos in uwen wil; bedorven door de
begeerlijkheden des vleesches ; zwak in het goede en
onstandvastig in uwe voornemens; maar Jezus had
medelijden met u. Uit liefde tot u daalde Hij uit den
hemel neder en vernederde Hij zich, om u te verheffen.
O welke liefde !...
Maar zult gij Hem dan ook niet beminnen ? zult
gij jegens Hem niet dankbaar zijn ? of zoudt gij Hem
nog beleedigen en u zelve op nieuw gaan wentelen in
hetshjk der zonden?
-ocr page 165-
Advent.                               153
Ach, neen, lieve Jezus ? Ik wil zoo ondankbaar niet
meer zijn. Welke straf zou een slaaf niet verdienen,
die na verheven te zijn onder de hovelingen, ondank-
baar en wederspannig zou worden aan den koning
zijnen weldoener ? Evenwel, verdien ik grootere straf,
met jegens God, mijnen Weldoener, ondankbaar te
zijn. Daarom bid ik U, lieve Jezus, mij door uwe
genaden te versterken, opdat ik getrouw blijve en
volharde in de liefde.
O Maria, bid voor mij, opdat ik de liefde van Jezus
meer en meer kenne, en steeds meer in liefde toene-
me. Amen.
Oefeningen. 1° In zich opwekken gevoelens van
dankbaarheid. 2° In de vernederingen zich verheugen,
denkende aan de vernederingen van Jezus. (Sluitgebed,
bladz.
50.)
XXIII» MEDITATIE. Vooebereidingsgebed. (bl. 28.)
Ie en IIe Punt. De menschicording is een allergrootste
weldaad.
Ie Punt. Overweeg de grootheid der weldaad,
welke Jezus u bewezen heeft door mensch te worden.
Verbeeld u, dat uw Engelbewaarder, tot u neder-
dalende zegt: 0 si scires dovum Dei et quis est.\'...
O zoo gij de weldaden van God kendet en ivist icie Hij
is,
die voor u is mensch geworden! zeker zoudt Gij
Hem beminnen.
Om de grootheid dezer weldaad te kennen, zoudt
gy op de eerste plaats moeten weten, hoe ellendig
de ziel is, die in de slavernij van den duivel is. Voor de
-ocr page 166-
i 5 |                              Advent.
komst van Christus had Satan het gebied over de
wereld ; de menschen gaven zich blindelings aan den
dienst der afgoden over en wierpen zich blindelings
in den afgrond der hel: maar Jezus is gekomen, om
het mensehdom te redden, den kop van het helsch
serpent te verpletten, (1) en den duivel te verbannen :
daarom zeide de Zaligmaker: Nimc princepa hujus
mundi ejicietur foras. Nu zal de vorst dezer icereld uit-
gedreven of verbannen worden.
(2) Om de grootheid
der weldaad te beseffen, die God ons bewezen heeft in
de menschwording van Jezus, zoudt gij op de tweede
plaats de waardigheid van Christus moeten kennen ;
gij zoudt moeten weten, wie Christus is. O zoo gij
icist, wie het is
die voor u is mensen geworden, dan
zoudt gij Hem ongetwijfeld beminnen! Wie is Hij ?
\'tls de eenige Zoon van God, door wien alles geschapen
is en in wien alle schatten van wijsheid en wetenschap
verborgen zijn. (3) \'tls Jezus, de glans van Gods luister,
het beeld van zijn wezen, oneindig meer verheven dan
de engelen, zittende aan de rechterhand zijns Vaders,
in alles aan Hem gelijk, en heerschende in eeuwig-
heid (4). Dezen Zoon, zoo oneindig in volmaaktheden,
heeft God ons in de menschwording van Jezus gege-
ven. — Eene weldaad, die alles wat men zich in de
wereld kan verbeelden, oneindig ver te boven gaat!
— Geen wonder, dat de Oudvaders er zoo dikwijls
en zoo vurig naar verzucht hebben; dat de apostel
(i)Gen:3. i5.
(2)  loan: 12. 3l.
(3) Coll: 2. 3.
(4)Hebr: I.
-ocr page 167-
Advent.                            155
Paulus in zijne brieven aan de geloovigen er zoo
dikwijls en zoo nadrukkelijk over sprak ; dat de H.
Kerk in het officie van den Advent er zoo dringend om
smeekt, en de H. Joannes van Avila er zoo van door-
drongen was, dat, wanneer iemand over eene weldaad
sprak, hij zich aanstonds beriep op de weldaad der
menschwording en op de goedheid, welke God ons be-
toondheeft,door ons zijnen eenigen Zoon te geven. Ein-
delijk is het geen wonder, dat de priesters de knieën moe-
ten buigen, wanneer zij deze woorden bidden : Et Ver-
bum carofactum est. En het Woord is vleesch geworden.
Zijt gij ook vol van deze weldaad mijne ziel ? denkt
gij er dikwijls aan? spreekt gij er gaarne van? buigt gij
eerbiedig den knie zeggende : Et Verbum caro faetum
es£? Doet gij dit met dien eerbied, als zaagt gij den
Zoon Gods uit den hemel nederdalen, zich vernederen
en mensch worden ?
Dierbare Jezus, ik erken met droefheid, dat ik al te
koud en te onverschillig voor eene zoo groote weldaad
geweest ben. Ach, hoe weinig ben ik er van doordrom
gen geweest, hoe weinig heb ik er aan gedacht, hoe
weinig dankbaarheid heb ik er U voor betuigd ! — O
God, open mijne oogen, opdat ik de geestelijke kwalen
mijner ziel erkenne en vurig tot Jezus verzuchte,
opdat Hij kome en mijne kwalen geneze. — Kom,
Hcere Jezus, kom : wil niet langer toeven, kom, om
mijne geestelijke kwalen te genezen.
II0 Punt. Om de grootheid der weldaad te ken-
nen, die God u bewezen heeft in de menschwording
van Jezus, zoudt gij op de 3e plaats moeten weten
-ocr page 168-
156                              Advent.
met welke schatten van genaden Hy u verrijkt heeft.
De apostel Paulus noemt ze onnaspeurlijk, investi-
gabiles divitias Christi. Onnaspeurlijke rijkdommen
van Christus
(1). De schatten zijn zoo groot, dat de
H. Kerk daarom de zonde van Adam eene gelukkige
zonde noemt: O felix culpa, quce talem ac tantum
meruit habere Redemptorem!
O gelukkige zonde,
welke zulken en zoo grooten Verlosser heeft mogen
hebben! De zonde is zeker allerverschrikkelijkst in
Gods oogen en heeft den mensch het grootste nadeel
toegebracht, en evenwel noemt de H. Kerk haar eene
gelukkige schuld, wijl daarom de Verlosser gekomen
is. Bij deze beschouwing ontvlamde de profeet Zacha-
rias in liefde en riep dankend uit: Benedictus Dominus
Deus Israël, quia visitavit et fecit redemptionem plcbis
suw. Gezegend zij de Heer, God van Israël, omdat Hij
zijn volk bezocht en verlost heeft.
Hebt ook gij hoogachting voor het verlossings-
werk?.... Zijtgij er dankbaar voor ? toont gij daarom
wederliefde ? Doet gij voordeel met de genade die
Jezus aangebracht heeft ?
Helaas, lieve Jezus, hoe onverschillig ben ik tot nog
toe jegens U en jegens uwe weldaden geweest?...
Hoe weinig voordeel heb ik er tot nog toe mede ge-
daan ?... J-k bid U, lieve Jezus, U over mij te ontfermen,
en mij tot U te trekken door de kracht uwer liefde,
opdat ik U voortaan oprecht beminne en met de H.
Kerk dankend uitroepe : „ O wonderbare genade van
(1) Eph. 3. 8.
-ocr page 169-
Advent                               157
„ van goedheid jegens ons ! ü onschatbare minzaanv
s.heid van liefde! Om den slaaf vrij tekoopen, hebt
„ Gij den Zoon gegeven! Ut servum redimeres, Fi-
„ Hum tradidisti!"
O Maria, bid voor mij, opdat ik de grootheid der
genade, die God ons door de menschwording van
Jezus bewezen heeft, meer en meer kenne en er
steeds meer dankkaar voor zij. Amen.
Oefeningen. 1» Zich geheel geven aan God, die
zich geheel aan ons geeft; en daarom zich onder-
zoeken of het hart nog ergens aan gehecht is, ten
einde die gehechtheid te verbreken. 2° In alle nood-
wendigheden tot Jezus gaan, om zich te verrijken
met de schatten van genade, welke Hij voor ons uit
den hemel heeft medegebracht. (Sluitgebed, bl. 50).
XXIV» MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28.)
Ie Punt. Wij hebben allesin en door Christus.
IIe Punt. Christus is ons Al.
Ie Punt. O si scires donum Dei! O zoo gij de wei-
daad kendet, die God u bewezen heeft, door u zijnen
Zoon te geven!... De H. Ambrosius zegt: wij hebben
alles door Christus; en Christus is alles in ons.
(1) In
en door Christus hebben wij het licht de duisternissen:
de genezing der zielskwalen; de sterkte in de beko-
ringen ; de overwinning in den strijd; de volharding
in het goede tot het einde toe ; eindelijk een zaligen
dood en eene gelukkige eeuwigheid. Zonder Christus
(1) Lib. 3. de Virg.
-ocr page 170-
158                           Advent.
zijn wij niets, hebben wij niets en kunnen wij niets ;
maar door Christus zijn, hebben en kunnen wij alles.
Christus zelf heeft gezegd en onder eed bekrachtigd ,
dat wij door Hem alles van God kunnen verkrijgen:
Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: alles wat gij den Vader
in mijnen naam zidt gevraagd hebben, zal Hij u geven.
Door Christus hebben wij de vergiffenis onzer zonden,
de verzoening met God en de macht om te verdienen,
om alles te verkrijgen, om voortgang te maken in de
deugd, om te volharden tot het einde toe en zalig te
worden. Daarom sluit de H. Kerk al hare gebeden,
door Christus, per Dominum nostrum Jesum Chris-
turn,
enz., daardoor te kennen gevende, dat zij alles
vraagt door Christus, en dat ook wij al onze gebeden,
goede werken en ondernemingen moeten beginnen,
voortzetten en voltrekken in vereeniging met Jezus :
wijl er bij God niets verdienstvol is tenzij door Jezus,
daarom, als wij bidden of iets anders doen, moeten
wij ons vereenigen met Jezus en de intentie maken
om te bidden en te handelen met diezelfde intentie
en met diezelfde liefde, waarmede Jezus het gedaan
heeft. Wij moeten, gelijk de profeet David, Christus
zelven aan God vertoonen, opdat Hij ten aanzien van
Jezus\' lijden onzer genadig zij en onze gebeden ver-
hoore; zeggende: Protector noster, aspice Deus et
respice in faciem Christi tui.
„ O God, onze bescher-
mer, zie goedgunstig op Jezus uwen Gezalfde en
wees ons om zijnent wil genadig. Zie op Hem in
den schoot van Maria, in den stal van Bethlehem, in
de Besnijdenis, in de vlucht naar Egypte, in het huisje
-ocr page 171-
Advent.
\'59
van Nazareth; en vooral zie op Hem, in den hof van
Olijven, waar Hij water en bloed zweet; in zijne
geeseling, overdekt met bloed en wonden; in zijne
kroning met doornen, zittende op een blok hout, of
steen ; in zijne kruisdraging, als een machtelooze
bezwijkende; in zijne kruisiging, als de grootste
booswicht stervende tusschen twee moordenaars. "
O ziel, erkent gij de genade, die God u geschonken
heeft door Christus en zijt gij er dankbaar voor?
vraagt gij alles door Christus ? zijt gij doordrongen
van die gedachte, dat al uw doen en laten bij God niets
is, tenzij door en in vereeniging met Christus ? verne-
dert gij u daarom diep voor God, overtuigd dat gij, met
al uwe werken, uit u zelven nietig zijt bij God ? tracht
gij daarom al uwe werken en oefeningen te vereenigen
met die van Jezus, met het inzicht van alles te doen
en te lijden met dezelfde meening, waarmede Jezus
het gedaan en geleden heeft ?
O God, ik erken mijne schuld, dikwijls ben ik te kort
gebleven aan den plicht van dankbaarheid voor de
veelvuldige genaden die ik door Christus ontvangen
heb en nog dagelijks ontvang; alsmede dat ik niet
genoeg bezorgd was om mij in alles te vereenigen
met Jezus en alles te doen met dezelfde meening,
waarmede Hij het gedaan heeft. Thans m vak ik het
besluit, steeds den gekruisten Jezus voor oogen te
houden, alles te vragen door zijne verdiensten, mij in
al mijne oefeningen met Hem te vereenigen en alles
te doen met dezelfde meening, waarmede Hij alles
gedaan heeft: op deze wijze zal ik voortgaan in het
-ocr page 172-
l6o                           Advent.
verrichten mijner godvruchtige oefeningen, en plich-
ten van staat, alsmede in het nemen mijner lichame-
lijke noodwendigheden. O God, ontferm U mijner,
opdat ik getrouw blijve aan dit besluit.
IIe Punt. O si scires domim Dei! O zoo gij de genade
kendet, welke God u geschonken heeft in de mensen-
wording van Jezus ! Hij is uw God, uw Schepper, uw
koning, uw Vader, uw Geneesheer, uw Bruidegom,
met een woord, uw Al. De H. Ambrosius zegt: „ Ver-
„ langt gij eene wond genezen te hebben ? Hij is uw
„ geneesheer. Brandt gij door koortsen ? Hij is de
„ fontein. Zijt gij bezwaard met zonde ? Hij is de
„ Rechtvaardigheid. Hebt gij hulp noodig ? Hij is de
„ sterkte. Vreest gij den dood ? Hij is het leven. Ver-
„ langt gij den hemel ? Hij is de weg. Vlucht gij de
„ duisternissen ? Hij is het licht. Zoekt gij spijs ? Hij
„ is het voedsel." (1)
Lieve Jezus, zoo zijt Gij dan waarlijk mijn Al!
Buiten TJ heb ik niets, kan ik niets en ben ik niets.
Buiten U is er niets dat mij rust, troost, moed, ver-
trouwen of genoegen kan geven. Wat is er mij in den
hemel en buiten U, wat wil ik op de aarde ? Gij immers
zijt de God van mijn hart en mijn deel in eeuwigheid.
Hoe zoet was het voor de heiligen uit liefde tot U
alles te verlaten en ontbloot van alles, met U ver-
eenigd te leven! Gij waart hun troost, hunne zoetig-
heid, hunne vreugde, het eenige voorwerp hunner
verlangens, met een woord in en door U waren zij
gelukkig.
(i) Lib. 3. de Virg.
-ocr page 173-
161
Advent.
Maar hoe is het niet u, mijne ziel, gesteld"? Is Jezus
ook uw troost, uwe zoetigheid, uwe vreugde en het
eenige voorwerp uwer verlangens? Vindt gij in licm
alleen uwe rust en voldoening? Zijt (dj buiten Hem
aan niets gehecht of verkleefd ? Is het u een genoegen,
van alles ontbloot te zijn, en buiten Hem niets meer
te hebben, ten einde nut den 11. Knmeiscus van
Assisie in waarheid te kunnen zeggen en duizenden
keeren te herhalen: Deus mens etomnia! Mijn God
en mijn Al!
Ach, lieve Jezus, hoe dikwijls heb ik buiten U in
ijdelheden mijne rust en voldoening gaan zoeken!
Hoe dikwijls heb ik mijn hart aan bedriegehjke sclüjn-
goede\'ren gehecht? Hoe dikwijls heb ik U verlaten,
om vermaak te zoeken in de wereld, in de gezelschap-
pen en zinnelijke voldoeningen van eten en drinken :
doch ik vond mij bedrogen ; want buiten U is er geen
ware troost, noch waar genoegen te vinden. Ontferm
U mijner lieve Jezus, en geef, dat ik deze waarheid
meer en meer beseffe, mij van alles onthechte en heel
aanU geve. O zoete gedachte: mijn Beminde is aan mij
en ik aan Hem!
Gij en ik, lieve Jezus; ik en Gij.
Ziedaar mijn verlangen !
() Maria, bid voor mij, opdat ik, naar uw voorbeeld,
mijn geluk in Jezus alleen zoeke, en mij in alles met
Hem vereenige. Amen.
Oefeningen. 1° Bij Jezus de genezing zijner fouten
zoeken, bijzonder van deze... (denker aan). 2-> Altijd
bidden in den naam van Jezus en alles doen, met
dezelfde meening. waarmede Jezus het gedaan heeft.
11
-ocr page 174-
i62                              Advent.
3u Het hart van alles onthechten, bijzonder van deze...
zaak (denk er aan). (Sluügebed, bladz. 50).
XXV" MEDITATIE. Vookbereidingsgebed. (bl. 28.)
Ie Punt. De grootheid van Jezus\' liefde Voor ons is
Hij op de wereld gekomen en 88 jaren gebleven.
IIe Punt. Voor ons heeft Hij de icereld verlaten, om
in den hemel voor ons te bidden.
Ie Punt. Overweeg de grootheid van Jezus\' liefde.
Uit liefde tot ü is Hij uit den hemel gekomen, en
heeft Hij 33 jaren lang op deze aarde doorgebracht.
Alles heeft Hij voor u gedaan en ieder oogenblik voor
u besteed. Mijne ziel, begrijp dit goed. Elk oogenblik
van zijn leven is van grootere waarde dan eene gansche
eeuwigheid van alle engelen en heiligen te samen;
en evenwel heeft Hij zijn geheel leven en elk oogen-
blik van zijn leven geheel voor u besteed. Voor u en
niet voor de engelen, is Hij van den hemel neerge-
daald ; voor u heeft Hij de menschelijke natuur aan-
genomen in het maagdelijk lichaam van Maria:
de H. Kerk zingt in het Credo der Mis. „ Die voor ons
„ menschen en voor onze zaligheid uit den hemel is
„ nedergedaald en het vleesch heeft aangenomen door
„ den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria en
„ mensch geworden is." Voor u heeft Hij 33 jaren
lang armoede, vernederingen en pijnen geleden : voor
u
was hij onderworpen aan honger, dorst, koude,
hitte en vermoeienissen. Alles, wat Hij deed, was voor
u.
Elk woord, dat Hij sprak; elke voetstap, welken
-ocr page 175-
Advent.
163
Hij voortzette ; elke gedachte, die Hij maakte ; elke
verzuchting, die Hij loosde; elke oogslag, dien hij
deed, was geheel roor\' u. O ziel, als gij daarbij over-
weegt, dat in Jezus alles van oneindige waarde en
verdienste was, dan zult gij moeten erkennen, dat
zijne liefde jegens u groot moet geweest zijn, wijl zij
Hem bewogen heeft, zooveel voor u te doen, en dat
gij aan Hem groote dankbaarheid verschuldigd zijt,
wijl gij door Hem rijk geworden zijt. Dirites facti eatia
in Ulo. Door Hem zijt (juj rijk geworden.
O ja, lieve Jezus, ik erken uwe liefde!.. O hadde
ik nu een oneindig getal harten om U te beminnen,
en dankbaar te zijn voor al de genade, die Gij mij
verleend hebt. Gij immers hebt alles uit liefde tot mij
gedaan ; Gij hebt uw leven en elk oogenblik van uw
leven geheel voor mij besteed ; waar of wanneer had
ik die genade verdiend ? De zondigende engelen hebt
Gij gestraft volgens uwe rechtvaardigheid, en wel op
hetzelfde oogenblik, dat zij zondigden ; maar mij helt
Gij opgenomen volgens uwe barmhartigheid. Ü wat
liefde, welke dankbaarheid ben ik U daarvoor niet
verschuldigd!
Maar hoedanig is uwe liefde en erkentelijkheid ?
doet en lijdt gij alles uit liefde voor Jezus ? zijn al
uwe gedachten, woorden en werken alleen voor Hem ?
doet gij niets uit eigenliefde, uit eigen voldoening, uit
menschelijk opzicht ?
Ach, lieve Jezus, hoe flauw is mijne liefde! Hoe
zelden denk ik aan U ! Hoe weinig doe of lijd ik voor
U ! O konde ik eens geheel voor U leven, alles voor
-ocr page 176-
164                            Advent.
U doen en lijden! O Jezus, ontferm U mijner en geef
dat ik geheel voor U zij.
IIe Punt. Overweeg ook de grootheid van Jezus.
Na 33 jaren lang op aarde uit liefde tot u gearbeid en
geleden te hebben, verliet Hij eindelijk uit liefde
tot u de aarde, enkeerde tot zijnen Vader terug, om
in den hemel voor u te bidden en daar eene plaats
voor u gereed te maken : daarmede troostte Hij zijn\'
Apostelen, zeggende: Uw hart worde niet ontsteld, \'t is
n dienstig dat Ik wegga; want Ik ga voor u eene plaats
gereed maken
(1).
Lieve Jezus, zoo hebt Gij dan alles uit liefde voor
mij gedaan ! Gij waart uit liefde tot mij uit den hemel
neergedaald, en zijt uit liefde tot mij wederom ten
hemel opgeklommen, en nu in den hemel zijt Gij nog
altijd voor mij bezorgd, zonder mij ooit te vergeten.
Eene moeder kan gewis haar kind niet vergeten ;
maar, al werde er ook dusdanig eene moeder gevon-
den, Gij toch zoudt mij niet kunnen vergeten ; wijl
Gij mij in uwe handen geschreven hebt. Gij zelf hebt
het mij verzekerd, zeggende: Al zou eene moeder haar
kind vergeten, lkzcd a toch niet vergeten, want zie, Ik
heb n in mijne handen geschreven.
Zult gij dan voor zulke liefde nog koud en onge-
voelig blijven? zult gij door zulke liefde nog niet op-
gewekt worden, om alles voor Hem te doen, alles voor
Hem te lijden en uw leven geheel voor Hom te be-
steden ?
(i) Joan. lij. 7.
-ocr page 177-
«65
Advent.
Ja, zeker voel ik 111 ij daartoe opgewekt, lieve Jezus!.
Mijn hart ontvlamt in liefde tot U; het verlangt ge-
heel voorU te zijn. gelijk het uwegeheel voor mij is.
O kondeik uit liefde tot Usterven, gelijk Gij uit liefde
tot mij gestorven zijt!
O Maria, bid voor mij, opdat ik buiten Jezus niets
meer beminne. Amen.
Oefeningen. 1° Alles doen en lijden uit liefde tot
Jezus. 2° Uit liefde tot Jezus eenige opofferingen doen.
B.v. zich een weinig onttrekken, in het nemen van
spijs, drank, uitspanning, slaap enz. (Sluitgebed, bl.50).
XXVh- MEDITATIE. Voorbebedmngsgebed. (bl. 28.)
I\' Punt. Jezus heeft alles voor ons gedaan en gele-
den, oj)dut wij alles roor Hem zouden doen en lijden.
II" Punt. Jezus heeft zich voortdurend opgeofferd
als een sacrificie, opdat wij het ook zouden doen.
Ie Punt. Daar Jezus alles voor u in het bijzonder
gedaan en geleden heeft, zal het dan niet billijk en
rechtvaardig zijn, dat gij ook alles voor Hem doet
en lijdt? Voor u is Hij mensch geworden — roor u is
Hij 33 jaren op de wereld gebleven — voor u is Hij
gegeeseld, met doornen gekroond en aan het kruis
gestorven — voor u is Hij eindelijk ten hemel opge-
klommen, om voor u den hemel te openen, om daar
voor u eene plaats gereed te maken; om daar als
Middelaar voor u te bidden, om van daar den H. Geest
over u af te zenden. O ziel, zal eene zoo groote goedheid
u niet opwekken tot wederliefde en dankbaarheid?
-ocr page 178-
i66                              Advent.
Hij was u niets verschuldigd, noch had u ergens toe
noodig, en evenwel heeft Hij alles voor U gedaan. Is
het dan niet billijk en rechtvaardig, dat gij ook alles
voor Htm doet? Gij immers behoort geheel aan Hem
toe. hangt volkomen van Hem af. en hebt alles aan
Hem te danken. — Is het ook niet billijk en recht-
vaardig, dat gij alles voor Hem lijdt, gelijk Hij alles
voor u geleden heeft ? Van het eerste oogenblik zijns
levens af heeft Hij uit liefde tot u blijmoedig het lijden,
de armoede en de vernedering aanvaard, van dat
oogenblik af vertoonde zijn hemelsche Vader Hem
eenc zee van lijden: dat lijden was zoo verschrikkelijk
groot, dat het Hem toescheen, er in weg te zinken als
in eenp onpeilbare zee, waarom Hij tot God verzuchtte,
zeggende: „Red mij. o God! want de wateren van
_ kwellingen zijn tot in mijne ziel gedrongen; Ik ben
,, gezonken in een diepen modderpoel, die geenen
, grond heeft. Ik ben gekomen in de diepte der zee
, en de storm heeft Mij onder zijne onstuimige baren
„ bedolven" (1). Bitter was die lijdenskelk; maar uit
liefde tot u hoeft Hij hem mot blijdschap aanvaard.
O ziel, zoudt gij dan vrij van lijden willen zijn ? Hij
was niet verplicht, iets te lijden, wijl Hij de onschuld
zelve is; maar Hij heeft zoo veel willen lijden uit
liefde tot u, om u te verlossen en een voorbeeld te
geven; meent gij dan zonder lijden in den hemel te
kunnen komen? of zoudt gij nog weigeren het lijden
(i)Ps. 68. i-3.
-ocr page 179-
Advent.                            167
te aanvaarden, dat God u overzendt, of anderen u
aandoen, of uit uwe staatsplichten en dagelijksche
bezigheden voortkomt?
Neen, lieve Jezus, ik zal dit niet weigeren. Gij hebt
zoo veel voor mij gedaan, het zal dan eene eer voor
mij zijn, veel voor U te mogen doen.
Hoe is het dan met u gesteld ? Wat doet of lijdt
gij uit liefde voor Jezus ? Doet gij alles om Hem al-
leen te behagen? Doet gij niets uit eigenliefde, uit
zucht tot zinnelijke voldoeningen, tot eer en achting,
of om anderen te behagen? Zijt gij altijd geduldig in
uw lijden, in uwe ziekte en in uwen tegenspoed?
Verdraagt gij met liefde en onderwerping aan Gods
wil de vernederingen, versmadingen en bitterheden,
die u door anderen worden aangedaan? Neemt gy
alle moeielijkheden, die gij in het volbrengen uwer
staatsplichten ontmoet, met liefde en gelatenheid aan?
Lieve Jezus, ware ik eens zoo gelukkig, om uit.
liefde tot U alle kruisen gaarne te aanvaarden, en
alle bitterheden, vernederingen en smarten met vreug-
de te lijden, dan zou ik beginnen een ware discipel
van U te worden! maar helaas, ik ben er zoo ver van
verwijderd: ik ben ongeduldig bij de minste smart;
en de minste tegenstreving of vernedering is genoeg,
om mij neerslachtig en ontevreden te maken. O Jezus,
ontferm U mijner en geef, dat ik naar uw voorbeeld
en naar dat van Maria en Joseph en naar dat van zoo
vele andere heiligen, de kruisen en smarten met liefde
aanvaarde en mij verheuge, om door het lijden der
vernederingen aan U gelijkvormig te worden.
-ocr page 180-
168                            Advent.
[I« Punt. Verbeeld u, het kind Jezus in den schoot
van Maria, zich opdragende aan den hemelachen
Vader als een slachtoffer tot booting der zonden
\'ii bereid om den wil zijns heinelschen Vaders in
alles te volbrengen. De wereld intredende, zeide Hij:
., 0 God, brandoffers en alle andere offeranden hebt
.. Gy niet gewild; maar Gij hebt Mij een lichaam toe-
, bereid, geschikt om te lijdenen te sterven: uw be-
..sluit vernomen hebbende, heb tk gezegd: zie, Ik
P kom om uwen wil te volbrengen.-\' Zoo heeft Jezus
/.u-h niet slechts éénmaal opgedragen aan zijnen he-
inelschen Vader, maar Hij deed het dagelijks, ja elk
oogenblik van zijn leven, totdat Hij stierf aan het
kruis tusschen twee moordenaars. O ziel, erken hier de
liefde van Jezus; uit liefde tot u heeft Hij alles ge-
slachtofferd: Hij heeft vaarwel gezegd aan de rijk-
ilommen. de grootheden en genoegens der wereld ; uit
liefde tot u heeft Hij zich aan alle bitterheden onder-
worpen, en de arinoede.de vernederingen en het lijden
met blijdschap aanvaard.
Christen ziel, als gij ziet. dat het kind Jezus uit liefde
tot u aan alles vaarwel zegt, en alles, wat bitter is,
blijmoedig aanvaardt, zal het dan niet billijk zijn, dat
gij ook vaarwel zegt, aan alles, wat de zinnen
streelt, en de vernederingen, de bitterheden en krui-
sen, met liefde aanvaardt ?
Ja, zeker dat is billijk, lieve Jezus! Daar Gij U
zelven uit liefde tot mij geslachtofferd hebt, hoe zou ik
mij dan ook niet slachtofferen uit liefde tot U? —
Zeker dat is billijk, lieve Jezus! dat is rechtvaardig.
-ocr page 181-
Advent.                               169
En doot gij dat ook? Is uw hart aan niets meer
gehecht • noch aan rijkdommen of aardschegoederen
— noch aan kleederen, sieraden of meubelen. — noch
aan personen, bedieningen of vermaken — noch aan
eer, achting of grootheden? Zoekt gij niets dan God
alleen ?
Lieve Jezus, wat zal ik antwoorden op deze vragen?
Helaas, mijn geweten overtuigt mij; dat ik nog aan
vele dingen gehecht ben en mijn hart vol is van eigen-
liefde. O God van genade en barmhartigheid! Om de
liefde van liet kind Jezus, bid ik U vuriglijk. mijn hart
van alles te onthechten, opdat het geheel voor U kloppe
en ik voortaan in al mijne gedachten en genegenheden
met U vereenigd blijve.
O Maria, bid voor mij, opdat er niets in mij blijve.
dat niet voor God is. Amen.
Oefeningen. 1° Alles doen en lijden ter liefde van
het kind Jezus. 2u Zich eenige zootigheden onttrekken
ter liefde van het kind Jezus. (Sluitgebed, bl. &0).
XXV1P MEDITATIE. Vookbereidinusgebed. (bl. 28).
1° Punt. Maria verlangt vurig dat Jezus geboren
ivordt voor de zaligheid der wereld, alsmede Hem hare
diensten te bewijzen.
II0 Pont. Wij moeten Hem voortbrengen in onze
gedachten, gesprekken en bezigheden.
Ie Punt. Overweeg, hoe gelukkig Maria was,
toen zij Jezus in haren schoot droeg en door Hem
met alle hemelsche genade bevoorrecht werd. Geen
-ocr page 182-
Advent.
170
sterveling zal ooit kunnen bevatten, hoezeer Maria
door God gezegend werd gedurende de negen maan-
den, dat Jezus in haren schoot rustte. Gaarne had zij
dat geluk altijd willen genieten; doch uit liefde voor
\'s menschen zaligheid verlangde zij Hem ter wereld
te brengen; wijl zij den troost, dien zij door Jezus
smaakte, gaarne wilde derven, ten einde de verlossing
der wereld te bespoedigen.
Maria, zoo offert gij dan, uit liefde voor \'s men-
schen zaligheid, gaarne uwe eigene voldoening op;
en leert gij mij, uit liefde van anderen mijne eigene
vertroostingen en gemakken op te offeren!
Hebt gij ook zulke heiiige gevoelens ? Zijt gij ook
bereid, uwe neigingen en belangen voor het welzijn
van anderen op te offeren, ten einde den Zaligmaker
niet alleen in u, maar ook in anderen te baren ?
Ach, lieve Jezus, hoe weinig doe ik uit liefde tot U;
hoe dikwijls toon ik mij ontevreden, wanneer ik ten
dienste van anderen mijne bezigheden, uitspanningen
of godvruchtige oefeningen moet onderbreken! Dier-
bare Jezus, minzaam kind, ontferm U mijner en maak
mij deelachtig aan do gevoelens, waarmede de H.
Maagd Maria bezield was, opdat ik uit liefde tot U en
ten dienste van anderen bereid zij alle voldoeningen
en genoegens op te offeren.
11° Punt. Overdenk verder, hoe Maria door een heilig
leven, en door Jezus dikwijls geestdijker wijze voort te
brengen in hare gedachten en begeerten, zich voorbe-
reid had om het geluk te hebben, Hem wezenlijk te
baren. Hoe dikwijls baarde zij Hem geestelijker wijze in
-ocr page 183-
Advent.                               171
hare gedachten, woorden en werken, voordat zij Hem
lichamelijker wijze ter wereld bracht? Hoe dikwijls
verzuchtte zij tot Hem, te midden harer dagelijksche
bezigheden ? Hoe dikwijls ontwaarde zij in zich het
verlangen, om Hem te baren, te zien en te vereeren?
De H. Paus Leo zegt: (1) Er wordt eene Maagd verkozen
uit den koninklijken stam van David, welke het God-
delijke en mcnschelijko kind, waarvan zij bevrucht
moest worden, eerst zou ontvangen in haren geest,
voordat zij Het ontving in haar lichaam.
O Maria\', met vreugde herdenk ik de liefderijke ge-
voelens van uw hart, brandend van begeerte om Jezus
te baren. Gij waart geheel voor Hem en hadt alle ge-
dachten en begeerten aan Hem toegewijd. Uw voor-
beeld wekt mij op, om mij ook geheel aan Jezus te
geven, Hem geestelijker wijze te baren in mijne ge-
dachten, woorden en werken, en te midden mijner
bezigheden dikwijls tot Hem te verzuchten.
Mijne ziel, hebt gij dit altijd gedaan? tracht gij het
nu te doen, door in u op te wekken goede gedachten
en verhevene voornemens, en vooral door die goede
gedachten en verhevene voornemens in beoefening te
brengen ?
Ach, lieve Jezus, hoe zelden denk ik aan U; hoe
zelden spreek ik van U; hoe weinig doe ik voor U;
hoe ongevoelig en liefdeloos ben ik jegens U! Helaas,
hoe zelden maak ik voor U goede voornemens, en dan,
(1) Brev. Rom: in Nat. D"1, Lect. V.
-ocr page 184-
172                              Advent.
wat bovenal te betreuren is, hoe menigmaal blijf ik
te kort aan die gemaakte besluiten? Ik ben derhalve
gelijk aan eenen boom. die jaarlijks veel bloemen
voortbrengt en ve<l vruchten belooft, maar ze niet
doet rijnen: wat heb ik dan anders te wachten, dan
de gevolgen uwer uitspraak: Kap den onnutten boom
uit. waartoe bekleedt hij nog langer eeneplaats in mijnen
wijngaard?
Dierbare Jezus, ik erken mijne schuld:
reeds dikwijls heb ik verdiend uitgekapt en wegge-
worpen te worden: maar ik bid U om genade: gedenk,
dat (iij gekomen zijt, om de zondaren te zoeken en
zalig te maken; maak mij. bid ik U, deelachtig aan
de vruchten uwer menschwording, opdat ik U voort
aan vurig beminne, gedurig aan U denke, gaarne van
U spreke, naarstig voor U arbeide en blijmoedig voor
U lijde.
Maria, bid voor mij, opdat ik het kind Jezus steeds
in mijn hart drage, voortdurend in mijne gedachten
en genegenheden voortbrengt\' en Hem diene in arme
en verlatene kinderen, door hen uit liefde tot Jezus
bij te staan en te helpen.
Oefeningen. 1° Ten dienste van anderen en uit
liefde van Jezus gaarne zijne rust en voldoening opof-
feren. 2" Jezus geestelijker wijze in zijn hart bezitten
door in zich op te wekken goede gedachten en goede
voornemens, on bovenal door die goede gedachten en
voornemens in beoefening te brengen. \'S» Uit liefde
tot Jezus in alles en jegens allen gedienstig zijn. (Shiit-
gebed, hl. 5<».
-ocr page 185-
Advent.                              173
XXVIII" MEDITATIE: Voobbbreidingsgebed.(bl 28).
Ie Punt. Maria en Jozef gaan uit gehoorzaamheid
naar Betfdehem.
IP Punt. Er was voor hen geene plaats in de herberg.
P Punt. Overweeg ten eerste, dat Maria en Jozef
uit gehoorzaamheid naar Bethlehem gaan. om zicli
volgens het bevel des keizers te laten opschrijven.
Zij gehoorzaamden vaardigen blindelings; zij deden
geen onderzoek naar des keizers inzichten van eigen
belang, baatzucht, hoogmoed of willekeur; ook zoch-
ten zij geene uitvluchten, om zich aan zijn bevel te
onttrekken, hoewel zij er vele en gewichtige redenen
voor hadden; immers Maria was nabij de verlos-
sing en bevond zich in eenen armoedigen toestand;
daarenboven droeg zij in haren schoot den Koning
der koningen, en bijgevolg was zij buiten en boven
alle bevelen van aardsche vorsten. De liefde tot
gehoorzaamheid deed hen alle onderzoek en alle uit-
vluchten vergeten en bewoog hen, om blindelings en
vaardig\' te gehoorzamen: nauwelijks was het bevel
gegeven, of aanstonds begaven zij zich op reis en zoo
leerden zij ons, dat wij ons om kleine redenen niet mo-
gen onttrekken aan de gehoorzaamheid, noch aan de
gebruikelijke godsdienstoefeningen, noch aan de alge-
meene gebruiken der communiteit of gemeente, waar-
van wij leden zijn.
Overweeg ook, hoe Gods Voorzienigheid op aller
lei wijzen een lijdenskelk aan zijne lievelingen weet
-ocr page 186-
174                              Advent.
te bezorgen. God wilde, dat Jezus van het begin af zou
lijden: ook was dit zijn verlangen; daartoe verkoos de
goddelijke Voorzienigheid het bevelschrift des keizers,
volgens hetwelk Maria en Jozef verplicht waren
naar Bethlehem te reizen; daardoor worden de voor-
zeggingen vervuld dat de Messias te Bethlehem zou
geboren worden, alsmede dat zijn leven van het begin
af, een leven van lijden en smarten zou zijn; immers
Maria en Jozef, als arme vreemdelingen, werden
overal verstoten en moesten hunne toevlucht nemen
tot eenen beestenstal, waar Maria het Goddelijk kind
baarde.
O God, hoe wonderbaar zijn uwe beschikkingen en
hoe onnaspeurlijk uwe wegen! De hoovaardige zucht
des keizers om het getal zijner onderdanen te kennen,
was door uwe Voorzienigheid een middel om de voor-
zeggingen der profeten te vervullen en uwe eeuwige
raadsbesluiten aangaande den Messias ten uitvoer te
brengen; en zoo zijn de in schijn toevallige dingen en de
looze plannen der goddeloozen middelen om te ver-
vullen, hetgeen uwe Voorzienigheid besloten had te
doen.
Maar erkent ook gij in alles Gods alwijze beschik-
king? aanbidt gij ze? onderwerpt gij er u aan ? neemt
gij de gelegenheden om te lijden, welke Gods Voorzie-
nigheid u toeschikt, gewillig en vaardig aan?
Ach, lieve Jezus, Goddelijke leermeester, hoe ver
ben ik van uw voorbeeld afgeweken ! Hoe dikwijls ben
ik ontevreden over uwe beschikking en hoe ongeduldig
ben ik, wannoor Gij mij bitterheden, kruisen of vei\'ne-
-ocr page 187-
Advent.                              175
deringen toezendt, of mij eene moeielijke bediening
oplegt. Ontferm U mijner, lieve Jezus, en geef dat ik
mij voortaan geheel overgeve aan de leiding uwer
Voorzienigheid, en bereid zij, alles te doen en alles te
lijden. Versterk mij, lieve Jezus, opdat ik volharde.
11° Punt. Verbeeld U te zijn in het gezelschap
van Jozef en Maria, terwijl zij naar Bethlehem gaan...
Hoe ingetogen waren zij! hoe vurig in hunne gebeden
en meditatiën! hoe heilig, hoe hemelsch in hunne
samenspraken! hoe vurig door het verlangen, om het
Goddelijk kind te zien en te omhelzen!
Maar, volgt gij dat voorbeeld wel ? zijt gij op reis
steeds ingetogen ? hoedanig zijn uwe gesprekken?
uwe gedachten? uwe overwegingen en uwe verlan-
gens?
Ach, lieve Jezus, hoe ijdel, hoe verstrooid, hoe licht-
zinnig zijn mijne gedachten, verbeeldingen, verlangens
en gesprekken. Ontferm U mijner en geef, dat voor-
taan mijn hart en geest tot TJ opgeheven zijn.
Stel u verder voor, hoe Maria en Jozef te Beth-
lehem aankomen en van huis tot huis rondgaan,
om een nachtverblijf te vinden, doch overal werden
zij afgewezen, zelfs bij hunne naastbestaanden en
vrienden. Et sui Eum non receperunt. En de zijnen heb-
ben Hem niet ontvangen.
Ook was er voor hen geene
plaats in de herberg. Non erat els loens in diversorio.
Er was voor hen geene plaats in de herberg. Welk eene
oneer! welk eene vernedering!
O God, die alles met wijsheid beschikt, hoe laat Gij
toe, dat de Moeder van uwen Goddelijken Zoon, en
-ocr page 188-
176                              Advent.
haar bruidegom, de H. Jozef zoo hulpeloos rond-
dwalen ? Hoe duldt Gij, dat ze overal verstoten worden
en genoopt zijn, hun verblijf te nemen in een afgelc-
gene grot en beestenstnl?
H. Maria! H. Jozef! hoe bitter viel het u geen
verblijf voor Jezus, uwen God en Schepper te kunnen
vinden; maar hoe tevreden waart gij tevens met Gods
beschikking; hoe lijdzaam temidden dier vernederin-
genenhoe minzaam jegens hen, die n nachtverblijf
weigerden ?
Zoo leert Gij mij dan, mijn God. dat al wie god-
vruchtig wil leven, vervolgingen, vernederingen en
kruisen zal moeten ondergaan; want gij kastijdt den-
genen, dien Gij bemint, ten einde hem te beproeven,
te zuiveren en voor den hemel voor te bereiden.
Erkent gij mijne ziel, Gods beschikking in alles wat u
overkomt? zijt gij ermede tevreden ? aanvaardt gij de
beproevingen met geduld en liefde? zijt gij goedaardig
en minzaam jegens hen, die u beleedigen of misken-
nen ? Hoe zoudtgij gesteld zijn, als gij door allen, zelfs
door uwe kennissen en medebroeders verstoten werdt
en gedwongen waart in eene schuur of stal te ver-
nachten?
Mijn God, ware ik eens zoo volmaakt, van naar dus-
danige vernederingen te verlangen en ze met blijdschap
te aanvaarden, gelijk vele heiligen gedaan hebben:
maar helaas, ik schrik reeds bij derzelver gedachte en
word bij de minste beleediging ongeduldig.
Lieve Jezus, hoe kan het zijn, dat uw voorbeeld
en dat van Maria, van den H. Jozef en van zoo vele
-ocr page 189-
Advent.                              177
andere heiligen, niet moei\' indruk op mij maakt en
mij niet meer aanmoedigt, om met U en uit liefde
tot U alles gaarne te lijden ?... Dierbare Jezus, ontferm
U mijner en heb medelijden met mij; geef mij uwe
genade, opdat ik mij zelven overwinne en standvastig
blijve te midden der beproevingen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik steeds bidde voor
die mij verongelijken. Amen.
Oefeningen. 1u Vaardig gehoorzamen. 2° Zich blin-
delings aan de leiding van Gods Voorzienigheid over-
geven. 3° Bereid zijn, om alle mogelijke vernederingen
uit liefde van Jezus te verduren ; of ten minste er zich
toe voorbereiden in de meditatien of andere gebeden.
B. V. om miskend en verstoten te worden, na veel en
goed gearbeid te hebben; om bestraft te worden na
alles wel gedaan te hebben; omverplicht te zijn op
nieuw te doen, hetgeen reeds goed gedilan was.
(Sluitgeb\'d, bh öO.)
12
•
-ocr page 190-
HET FEEST VAN KERSTMIS.
25 Deaember.
I" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (h\\. 28;.
I" Punt. Maria brengt Jezus zonder smart ter
wereld, omhelst Hem teerhartig en legt Hem eerbiedig
in de krib.
IIe Puht. Welk verschil hier of in den hemel.\'
1° Punt. Mijne ziel, ga in uwe verbeelding naar den
stal van Bethlehem, verbeeld u daar alles te zien en
let aandachtig op alles, wat zich aan irwe oogen ver-
toont... Zult gij bij die beschouwing niet moeten uitróe-
pen : Hoe ellendig is hier alles ! Hoe ellendig die grot!
Hoe armoedig die stal!... Hij is geheel vervallen, van
allen verlaten, en blootgesteld aan regen, aan wind
en aan de bitterheid der gure jaargetijden; zonder
sieraden, zonder meubelen, zonder de noodza-
kelijkste voorwerpen om in de dagelijksche noodwem
digheden te kunnen voorzien. Ik vind er niets van
alles wat de wereld hoogacht en zoekt; ik zie er
geene vrienden, geene kennissen, geene dienstboden;
slechts vind ik er eene arme moeder, een armen
vader, en een arm machteloos kind, in doeken ge-
wonden, liggende in eene krib op hooi en stroo, tus-
schen os en ezel, bevend van koude en weenend om
onze zonden.
Beschouw oplettend dat Kind, en denk wie Het is ?
Dat Kind, zoo klein, zoo zwak, zoo arm, is de Messias,
-ocr page 191-
Kerstmis.                             179
de Verlosser der wereld; de eenige Zoon van God, de
tweede Persoon van de H. Drievuldigheid, in alles
gelijk aan God den Vader en God den II. Geest... \'t Is
de Schepper van het heelal, die alles uit het niet
heeft voortgebracht en alles bestiert; \'t is die onein-
dige God, die alles vervult met luister en glorie, aan
wien alles toebehoort en welken hemel en aarde niet
kunnen bevatten; ja het heelal bij dat kind vergeleken,
is als een druppel van den morgendauw, die op de
aarde neerzijgt.
Maria ziet haar Kind en staat verbaasd : zij be-
schouwt zijne oneindige grootheid en zijne vernieti-
ging en is buiten zichzelve van aandoening, verwon •
dering en liefde... Zij ziet haar kind aan hetwelk zij
het aanzijn gaf, en erkent Het als haren schepper,
van wien zij zelve het bestaan ontving. Door deze
beschouwing in liefde ontvlammende, drukte zij Het
aan haar hart, en Hetzelve in de krib leggende, viel zij
ter aarde om Het, als haren Heer, en Meester te
aanbidden. O wonderbaar geheim ! Een goddelijk
Kind!...
Lieve Jezus, hoe hebt gij mij zoo kunnen beminnen
en U zelven uit liefde van mij zoo diep kunnen verne-
deren ?... Ik werp mij thans in vereeniging met Maria
ootmoedig voor uwe krib neder, om U, als mijnen
God, mijnen Schepper en mijn Al, te aanbidden. Ja,
lieve Jezus, minzaam kind, ik erken U als mijn God
en Al, en aanbid U. Gij zijt groot en zeer lofwaardig:
Gij zijt klein en zeer beminnelijk;
(1) want \'t is uit
(1) S. Bernardus.
•
-ocr page 192-
18o                            Kerstmis.
liefde van mij. dat Gij klein geworden zijt, en daarom
zijtGij mij des te beminnelijker.
FTebt iJTi.j waarlijk eeiic ware en teedere liefde voor dat
goddelijk Kind, gelijk Maria liadt ? tracht gij Hut met
eerbied en liefde te ontvangen, als gij te communie
gaat ? tracht gij de deugden na te volgen, waarvan
Het u een voorbeeld gegeven heeft; namelijk zijne
liefde voor de vernedering, voor de armoede en voor
het lijden, zijnen afkeer voor de wereld en voor hare
pracht, grootheden, schoonheden, sieraden en ver-
maken?
Dierbare Jezns, hoe is het mogelijk, dat ik nog zoo
vol liefde ben voor de wereld en hare bekoorlijkheden
of schijngoederen, terwijl Gij uit den hemel gedaald
zijt, om mij te leeren, dezelve te verachten. Wanneer
zal ik U eens oprecht beminnen ? wanneer zal ik eens
geheel voor U zijn? wanneer zal ik eens uit liefde tot
U alle andere liefde uit mijn hart sluiten, ten einde
U alleen te beminnen en gelijk Maria, brandend van
liefde, U aan mijn hart te drukken en in de H. Com-
munie te ontvangen ?... Lieve Jezus, goddelijk kind,
ontferm U mn\'ner, opdat ik, gelijk Maria, vol liefde
voor U zij.
IIe Punt. Overweeg vervolgens de groote vemede-
ring van Jezus... Welk verschil — hier of in den hemel!.
Hier in eenen armen stal — in eene harde krib — op
hooi en stroo; maar in den hemel op eenen glansrij-
ken troon, vol luister en glorie, omkleed met glans en
heerlijkheid: hier van allen verlaten — tusschen os
en ezel — in de uiterste armoede en ellenden, maar
-ocr page 193-
Kerstmis.                          181
in den hemel omgeven van millioenen engelen, in het
volmaaktste geluk.
Mijn God, welk groot geheim ! uw eenige Zoon, de
Schepper van hemel en aarde, welken het heelal niet
kan bevatten, ligt hier als een klein kind in eene
harde krib, op hooi en stroo, verlaten van allen ! O
God, hoe kunt Gij zulks toelaten ? is dit niet in strijd
met uwe eer en zijne waardigheid ?
Ja, het schijnt wel in strijd te zijn met mijne eer en
zijne waardigheid; maar de liefde praamt er Mij toe; zij
overwint Mij ; Ik laat het toe, om de grootheid mijner
liefde en de verfoeielijkheid van den hoogmoed te
toonen : daar de mensen zich wilde verheffen, moest
mijn Zoon zich vernederen, ten einde hem te bewegen
zich ook te vernederen... Christen ziel, zult gij na
zulke vernedering, u zelve nog durven verheffen? zult
gij u zelve nog durven beklagen over de vernederin-
gen, verongelijkingen en versmadingen, die. men u
aandoet ?... Daar mijn Zoon de ootmoedigheid, als
zijne deugd, die Hem bijzonder eigen is, voor zich
kiest. Humilitas virtus Christi, de. ootmoedigheid is
de deugd run Christus
(1), zult gij u zelven dan nog
durven verheffen, of aan de minste gedachte van
eigen liefde of hoogmoed nog durven toegeven ?...
Terwijl koninklijke kinderen, in trotsche paleizen
geboren, van pracht, eerbewijzingen en hovelingen
omgeven zijn, is mijn Zoon de Koning der koningen,
in eenen armen stal geboren, omgeven van ellenden
(i) S. Bernardus.
-ocr page 194-
182                            Kerstmis.
en slharten, en dut uit liefde tot u ; zult gij Hem dan
niet beminnen en uit liefde tot Hem niet gaarne
vernederd worden ?.
Ja, lieve Jezus, ik zal U beminnen, en mij uit
liefde tot U vernederen; Gij immers zijt alle liefde
waardig : daarenboven hebt Gij inij bet eerste bemind ;
ja, Gij hebt mij bemind, toen ik nog uw vijand was,
en zijt uit liefde van mij kind geworden, hoc zou ik U
dan niet beminnen of inij uit liefde tot U niet gaarne
vernederen ?... Ach, hoe spijt het mij U niet al-
tijd bemind te hebben !... IToc spijt het mij U nog
zoo weinig te beminnen!... Voortaan wil ik U veel
beminnen en zou wenschen een oneindig getal har-
ten te hebben, brandend van liefde, om TJ te bemin-
nen met die liefde, waarmede de II. Maagd Maria U
bemind heeft.
Maria, bid voor mij, opdat ik mijnen Jezus vurig
beminne en uit liefde voor Hem gaarne vernederd
worde. Amen.
Oefeningen\'. 1" Het Kind Jezus in de krib vereeren.
2" Uit liefde voor het Goddelijk Kind deze... veronge-
lijking of vernedering gaarne lijden. 3° Alle ijdele
pracht in meubelen en kleedoren van zich ver\\vijde-
ren, wijl Jezus het ook gedaan heeft. (Shntgebed,
bladz. 50.)
2\'i December.
II" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
I" Punt. Er ivas voor hen geene pluals in de herberg.
-ocr page 195-
Kerstmis.                            183
II0 Punt. Jezus kwam in zijn eigendom, maar is door
de zijnen niet ontvangen.
Ie Punt. Maria legde Hem in de krib, omdat er voor
hen geene plaats in de herberg was
(1). Ziedaar een
groot geheim !... De Schepper van het heelal, aan
wien alles toebehoort, en van wien wij alles wat
wij bezitten, ontvangen hebben, komt als kind in
de wereld, om alle menschen te verlossen en zalig
te maken, on toch was er niemand, die Hem eenige
achting betoonde of nachtverblijf aanbood. Maria
werd overal afgewezen; terwijl er wel plaats was
voor anderen, was er geene plaats voor de H.
Familie, Jezus, Maria en Joseph, en zoo waren zij
gedwongen, in eene grot, de schuilplaats der beesten,
hun verblijf te nomen... ziedaar, hoe Jezus, de luister
des hemels en de vreugde der engelen, zijn loven
begint, met zich te vernederen en oneer te lijden !....
Dit immers was het doel zijner komst: de II. Augus-
tinus zegt:. Indien Hij zich niet had willen vernederen
„ en uit liefde voor ons niet had willen lijden, zou
„ Hij niet hebben willen geboren worden."
Lieve Jezus, ik bewonder en aanbid uwe liefde,
die zooveel voor mij doet; en ik betreur de ondank-
heid der menschen, die U niet alleen verstooten heb-
ben, bij uwe geboorte, maar dit nog dagelijks doen in
het H. Sacrament des autaars. Helaas, hoe weinigen
zijn er, die U daar komen\' bezoeken en aanbidden, en
(1) Luc. II. 7.
-ocr page 196-
184                          Kerstmis
hoe klein is het getal van hen, die zich beijveren, om
U er dikwijls en met eene goede voorbereiding te
ontvangen !
Maar mijn ziel, hoe is uwe toestand ? Tracht gij die
oneer, zooveel in u is, te herstellen, door Hem dik-
wijls te bezoeken, godvruchtig te aanbidden en met
eene goede voorbereiding in de II. Communie te ont-
vangen?... Tracht gij. naar zijn voorbeeld, alle bitter-
lieden, beleedigingen en vernederingen geduldig te
aanvaarden ?... Zoudtgij, beladen met zoovele zonden
en schulden, vrij willen zijn van het lijden, terwijl
het Kind Jezus, de heiligheid en onschuld zelve, uit
liefde voor u zooveel lijdt?... Zoudt gij uwe gemakken
en zinnelijke voldoeningen willen zoeken, terwij
Jezus zijn leven begint in eenen beestenstal en ein-
digt aan het kruis ?
Neen, lieve Jezus, dat wil ik niet. Zou ik, een zon-
daar, beter of zachter dan Gij, willen behandeld wor-
den ?... Neen, dit kan, dit mag niet zijn : \'t is billijk,
dat ik vernederd worde, O Jezus, geef mij liefde voor
ck\' vernedering, liefde voor het lijden, liefde voor de
armoede, om zoo aan U gelijk te worden. Dat ik
vernederd, maar Gij verheerlijkt wordet: dat ik door
allen verlaten worde, opdat allen U erkennen, aan-
bidden en loven. O konde ik sterven, opdat allen U
beminnen!
11° Punt. Ziedaar in die krib\' een klein Kind,
en" dat\' Kind door de wereld miskend, is het licht
der wereld. Ego mm lux muneïi. Ik bin het licht der
wereld.
Het licht in de duisternissen, om alle men-
-ocr page 197-
Kerstmis.                             185
schen te verlichten, maar de wereld, die in de duis-
ternissen was, heeft Het niet erkend. Het is tot zijn
eigendom gekomen, maar de zijnen hebben Het niet
ontvangen. In propria venu et sni Eum non recepe-
rnnt(\\).
Welk eene oneer! Welkeene beleediging!...
Hoe hard moet dit voor Jezus niet geweest zijn, wijl
er voor adellijke personen niets harder valt, dan ont-
eord en door hun eigen volk verstooten te worden...
Waar was ooit een zoo adellijk persoon of wie was zich
ooit zoo goed bewust van zijne waardigheid als Jezus ?
Wie heeft dus de bitterheid van verstooten te worden,
zoo goed kunnen beseffen als Jezus ? zeker niemand...
Daarom zegt Hij: Ik ben vreemd geworden aan
mijne broeders en als een onbekende aan de zonen
mijner moeder
dat is, de Synagoog (2).
Lieve Jezus, Goddelijk Kind, hoe bitter valt het
mij, te zien, dat Gij zoo onteerd en verstoten wordt;
en hoe smartelijk is het mij, U klagend te hooren
zeggen, dat Gij vreemd zijt aan uwe broeders, en als
een onbekende aan uw eigen volk ! Gy komt, om ons
zalig te maken, maar hoc weinigen zijn er, die
gebruik maken van uwe goedheid ?
En hoe is het met u gesteld ? Hebt gij uw hart
niet geopend voor wereldsche grootheden, schijngoe-
deren en vermaken, terwijl gij het gesloten hieldt
voor Jezus ? Hebt gij niet dikwijls gehoor gegeven
aan de ingevingen van den duivel, de wereld en het
(ijJoan. I. 11.
(2; Psalm. 68. II.
-ocr page 198-
f
186                            Kerstmis.
vleesch, terwijl gij doof bleeft voor de inspraken van
Jezus, die, kloppend aan de deur van uw hart zeide :
Doe voor Mij open, mijne zuster, mijne bruid. Aperi
mihisoror mea, sjionsa?
Ach, lieve Jezus, met schaamte, berouw en leed-
wezen erken ik mijne schuld. Helaas, hoc dikwijls
ben ik ondankbaar en ongevoelig voorU en voor uwe
inspraken geweest!... Hoe dikwijls hebt Gij te ver-
geefs aan mijn hart geklopt: ik ontwaarde uwe in-
spraken en hoorde uwe zoete stem, die mij zeide:
Doe voor Mij open, mijne zusier, mijne bruid, en toch
deed ik het niet: ik hield mijn hart voor U gesloten en
liet U buiten staan. In plaats van mij te verlaten,
bleeft Gij er staan, en wachtet met geduld, van tijd
tot tijd kloppende, opdat ik voor U zoude openen, en
toch bleef ik ongevoelig en liet U wachten niet
slechts weinige dagen of weken, maar maanden en
jaren; of zoo ik voor U opende, was het sïechts ten
halve, en wilde mijn hart maar gedeeltelijk aan U
geven, terwijl Gij het geheel vordert; zeggende: FM,
preebe cor tuum mihi. Mijn zoon, geef mij uw hart.
Helaas, lieve Jezus, hoe spijt mij dit! O konde ik mijne
ondankbaarhuden door bloedige tranen uitwisschen
en voortaan geheel voor U leven !... Kom, lieve Jezus;
kom, Goddelijk Kind ; kom en wees do eenige Bruide-
gom mijner ziel; kom en neem bezit van mijn hart:
het staat voor U alleen open; ik wil dat het voortaan
geheel aan U zij. O ja, lieve Jezus! geheel aan U! geheel
aan U, roor lijd en eeuwigheid!
O konde ik U oprecht
beminnen!... O konde ik sterven opdat alle menschen
-ocr page 199-
Kerstmis.                             187
U beminnen! O Jezus, geef mij uwe liefde, opdat ik
buiten l" niets meer beniinne.
O Maria, maak mij deelachtig aan de gevoelens die
u bezielden, toen Gij Jezus ter wereld bracht en aan
uw hart druktct. Amen.
Oefeningen. 1 ° Droevig zijn, omdat Jezus niet al-
leen bij zijne geboorte maar nog dagelijks miskend en
verstooten wordt. 2" liet hart geheel aan Jezus geven;
door zich eenige zoetigheden te onttrekken, en zich
van alles te onthechten. {Sluitgebed, bl. 50)
27 December.
IIP MEDITATIE. Vookbereidingsgebed. (bladz. 28).
Ie Punt. De stal van Bethlehem, de krib en de doeken
noodigen ons uit tot armoede, vernedering en lijden.
II" Punt. Ook hel kind Jezus, vleesch geworden, noo-
digt er ons toe uit.
1° Punt. Ga in den geest den stal van Bethlehem
met eerbied en liefde binnen: Beschouw denzelven
en alles wat er in is, en luister met aandacht
naar hetgeen zij u toeroepen. De H. Bernardus
zegt: „ de stal roept; de krib roept; de doeken,
„ waarin Jezus gewonden is, roepen. " (1) En wat
roepen zij ? Ten lsl°, dat gij Jezus zoudt beminnen,
wijl Hij u eerst bemind en uit liefde tot u, armoede,
vernederingen en pijnen geleden heeft. Ten 21*, dat
gij uit liefde voor Jezus, de armoede, de vernederingen
(1) Serm. 5. de Nativ.
-ocr page 200-
188                            Kerstmis.
en het lijden zoudt beminnen, wijl ze in den persoon
van Jezus geheiligd zijn. Ten 3<", dat gij uit liefde voor
Jezus het armoedige, het nederige en het pijnlijke
steeds zoudt omhelzen, gelijk Hij uit liefde vooru ook
gedaan heeft.
Ach, lieve Jezus, hoe is het mogelijk, dat ik voor
deze stemmen nog ongevoelig blijve? Hoe kaD het zijn,
dat ik na zulke uitnoodigingen gehoord te hebben,
nog zoo hoovaardig, zoo aardsch, zoo zinnelijk en zoo
aan het vergankelijke gehecht blijve ?
Welk besluit moet gij hieruit trekken ? Geen
ander, lieve Jezus, dan voortaan allo ontberingen,
vernederingen en lijden met liefde te aanvaarden, de
gevoelens van afkeer, tegenzin of ongeduld, welke de
natuur somtijds ontwaart, aanstonds tegen te gaan
en mijn best te doen, om, te midden der kruisen in
mij op te wekken gevoelens van blijdschap, mij ver-
heugende waardig gevonden te worden, uit liefde van U
armoede, vernederingen, of pijnen te mogen lijden en
zoo aan U gelijkvormig te worden... O welke troostvol-
Ie gedachten: „ Uit liefde van Jezus armoede, vornede-
ringen en pijnen lijden [...Gelijkvormig worden aan Je-
zus, hier in het lijden en hiernamaals in de glorie !..."
Dierbare Jezus, deze gedachten zullen mij ongetwij-
feld troosten en versterken, wanneer ik armoede
vernedering, koude, hitte, vermoeienis of eenige
andere smart zal te lijden hebben.
Lieve Jezus, sta mij bij en versterk mij, opdat ik
volharde; want de geest is wel vaardig, maar het
vleesch is zwak.
-ocr page 201-
Kerstmis.                             189
ïïe Punt. Vestig dan, na den stal en alles wat er
in is, beschouwd te hebben, uwe oogen op het Kind Je-
zus en denk aan zijne diepe vernedering en overgroote
liefde: Het is uit liefde voor u komen lijden. De H.
Joannes zegt: Et verbum caro factum est. En het
woord is vleesch geicorden. Het woord, dat is, de
eenige Zoon van God, de Schepper van het heelal,
is vleesch geworden: de H. Joannes zegt niet: is
mensch, maar vleesch geworden, om des te beter aan
te toonen, het ellendige, nederige en smartvolle leven,
dat Jezus op aarde was komen leiden. Adam werd
voor zijnen val genoemd eene levende ziel, factus est
homo in auimam viventem
(1), maar na den val
wordt hij stof of vleesch genoemd, om hem en ons
allen te leeren, dat \'s menschen leven op aarde voor-
taan vol smarten en bitterheden zou wezen, en zoo
geeft de H. Joannes, door te zeggen : Het woord is
vleesch geworden,
te kennen dat Jezus een mensche-
lijk lichaam, gelijk het na den val van Adam gewor-
den is, heeft aangenomen: namelijk een smartvol
en pijnlijk lichaam, onderworpen aan alle ellenden,
behoeften, en noodwendigheden, geschikt om te
lijden.
Aanschouw dat Goddelijk Kind, het icoord des
eeuwigen Vaders, vleesch geworden, door de menschen
miskend en liggende in eenen stal tusschen de bees-
ten !... O welke vernedering!... Sla de oogen des geloofs
tenhemel,beschouw de eorbewijzingen, welke Het daar
(1) Genesis. 2. 7.
-ocr page 202-
19°                            Kerstmis.
voortdurend ontvangt van milioenen engelen en heili-
gen, die Het steeds aanbidden, loven en prijzen, en roep
dan, opgetogen van verwondering, met de H. Kerk
in het officie van Kerstmis uit: „ O groot geheim!...
,, O wonderbaar mysterie, dat de redelooze dieren
„ den pas geboren God, liggende in de krib, hebben
„ mogen zien!" (1)
O engelen des hemels! aanschouwt uwen God,
uwen Schepper, uwen Heer en Meester, liggende in
eene harde krib, tusschen de beesten, verlaten van
allen en komt om Hem te aanbidden en te verheer-
lijken. Mijne ziel, verbeeld u, te zien hoe de engelen uit
den hemel nederdalen, rondom de krib neerknielen,
hunne aangezichten uit eerbied bedekken en het
Goddelijk kind aanbidden, loven en prijzen ; tracht in
u zelven op te wekken gevoelens van verwondering
over zulke vernedering, — van dankbaarltvid voor
zulke weldaad, van liefde voor zulke goedheid en
genade en van ijver om zijn voorbeeld van armoede,
vernedering en lijden na te volgen.
Dierbare Jezus, ontferm U mijner en geef mij ware
gevoelens van verwondering, van dankbaarheid, van
liefde en ijver. Nooit kan ik U mijno verwondering,
dankbaarheid en liefde genoegzaam betuigen: nooit
kan ik mij genoegzaam beijveren, om uwe voorbeel-
den na te volgen... Een God vernedert zich uit liefde
tot mij! Een God wordt arm uit liefde tot mij !
Een God lijdt uit liefde tot mij!... Zoo ik mij dan
(1) In festo Nativ. D"\' Resp. IV.
-ocr page 203-
Kerstmis.                             191
uit liefde tot Hom ook niet willen vernederen? zou ik
clan uit liefde tot Hem geene armoede, ontberingen,
kruisen, smarten of pijnen willen lijden?
Ja, zeker wil ik het doen, lieve Jezus! Welk een ge-
luk, welke eer zal het voor mij zijn met U te mogen
deelen inde armoede, in de vernedering en het lijden?..
Dierbare Jezus, geef mij uwe liefde, opdat ik metU
de vernederingen beminne, alles zoeke wat de wereld
vreest, en met vreugde alles omhelze, wat bitter is
aan de natuur. Hoezeer ontvlamden de heiligen in
liefde, wanneer zij dachten aan uwe liefde en hoe
verlangden zij dan naar vernederingen, bitterheden en
smarten!... O mijn Jezus, laat niet toe, dat ik nog
langer ongevoelig voorU blijve; geef dat mijn hart in
liefde tot U ontvlamme, opdat ik mij voortaan in het
lijden verheuge. O kondeik uit liefde tot U alles lijden !
O kïmde ik uit liefde voor U sterven!... O Jezus, ver-
sterk mij, wijl ik zoo zwak ben.
O Maria, bid voor mij, opdat ik het Goddelijk kind
beminne. Amen.
Oefeningen. 1° Blijmoedig de geringste bedienin-
gen waarnemen. 2u Alle bitterheden, koude, ver-
moeienissen, vernederingen en beleedigingen met
liefde aanvaarden. (Slnitgebed, hl. 50J.
28 December.
IVe MEDITATIE. Voohbereidinu-sgebed. (bl. 28).
Ie Punt. De Vader biedt aan Jezus den l\'vjdenskelk
aan, welke Jezus gewillig aanvaardt.
-ocr page 204-
192                            Kerstmis.
IIe Punt. Jezus weent over onze ongevoeligheid.
I" Punt. O ziel, verbeeld u to zien, dat do hemelsche
Vader den lijdenskelk aan liet kind Jezus aanbiedt, en
dat Jezus met zijne teedere handjes hem bereidvaardig
aanneemt. Het was, als hadde de Vader gezegd : .. Mijn
„ kind, Ik bemin U, als Mij zelven; evenwel zult Gij
„ veel moeten lijden: Gij zult uw leven in armoede
„ vernedering en pijnen moeten doorbrengen: Gij zult
„ vervolgd, gelasterd, mishandeld, gegeeseld, met
„ doornen gekroond en gekruist worden. Met één
„ woord, Gij zulttusschen twee moordenaars, verlaten
„ van God en de menschen, voor ondankbare boos-
„ wichten aan een schandelijk kruis moeten sterven."
O ziel, verbeeld u te zien, dat het kind Jezus zijne
teedere handjes bereidvaardig uitsteekt en den lijdens-
kelk,met al deszelfs bitterheden,blijmoedig aanvaardt,
zeggende: „ Zie, Vader, hier ben Ik, om uwen*wil
„ te volbrengen. Gij hebt Mij een lichaam gegeven,
„ geschikt om te lijden en geslachtofferd te wor-
„ den: Ik stel Mij, en alles wat Mij aangaat, vol-
„ komen in uwe handen. Ziehier mijn lichaam, ont-
„ vang het: Ik ben bereid, hetzelve te slachtofferen
, voor de zaligheid der wereld: ontvang dit Hoofd,
., opdat het met doornen gekroond, en deze wangen
„ opdat zij paars en blauw geslagen en met walge-
„ lijke uitspuwsels bedekt worden. Ontvang doze ooren,
„
opdat ze met lasteringen vervuld en met verwen-
„ schingen verzadigd worden: deze oogen, opdat ze
„ Lianen wecnen over de zonden der wereld : deze tong,
v
opdat ze de bitterheid van de gal proeve: dezesc7/o«-
-ocr page 205-
Kerstmis.                           193
„ ders, opdat z\\j don zwaren last des kruises torschon:
„ dit lichaam, opdat het door geesels verscheurd wor-
„ de, deze handen en voeten, opdat ze met nagels door-
„ boord worden, en deze zijde, opdat ze met eene lans
„ doorstoken worde: eindelijk ontvang mijne ziel, om
„ haar eene doodelijke droefheid en eene bittere ver-
„ latenheid te doen ondergaan. Met één woord; ontvang
„Mij geheel met alles wat in Mij is: Ik stel mij volko-
„ men ter uwe beschikking/ Zie, Vader, hier ben Ik
„ om meen wil te volbrengen."
Groote God, wat hoor en zie ik *?... uit liefde voor
ondankbare zondaars, geeft Gij een lijdenskelk aan
uwen eenigen Zoon, welken Hij, om onzentwil, blij-
moedig aanneemt. Welk eene liefde!... O God, hoe is
het mogelijk, dat uwe liefde, jegens ondankbare men-
schen zich zoo ver heeft kunnen uitstrekken? O liefde!
O orïeindige liefde! wanneer zal ik U eens oprecht be-
minnen?... wanneer zal ik uit liefde tot U het lijden
blijmoedig omhelzen?
O ziel, onderzoek, hoedanig uwe liefde is. Hoe zoudt
gij gesteld zijn, als God U op dit oogenblik zulken
lijdenskelk aanbood? zoudt gij hem gewillig aanne-
men?... zoudt gij u zelven volkomen aan zijne be-
schikking onderwerpen en zeggen: Zie, Vader, hier
ben ik om uwen tvil te volbrengen ?
Ach, lieve Jezus, minzaam kind, hoe ver ben ik
nog van uw voorbeeld verwijderd!... Helaas, het min-
ste is genoeg, om my ongeduldig te maken en tegen
Gods beschikking te doen morren. Daarom bid ik
U, IJ over mij te ontfermen en mij te versterken,
1:1
-ocr page 206-
194                            Kerstmis.
om voortaan, uit liefde tot U, alles gaarne te lijden.
O ziel, verbeeld u een lijdenskelk, en tracht u aan
te moedigen denzelven blijmoedig te aanvaarden. —
Verbeeld neen medebroeder, aan wien gij vele diensten
bewezen hebt, maar die jegens u ondankbaar is en
kwaad van u spreekt,., dat gij, na iets goeds gedaan
te hebben, bestraft en vernederd wordt, — dat u eene
bediening, welke u aangenaam was, ontnomen, en
eene andere, die u lastig en bitter valt, opgelegd
wordt... Verbeeld u deze of andere kruisen en tracht
u op te wekken, om ze met liefde uit de handen
van God aan te nemen; zeggende met de heiligen:
„ O God! ik ben er toe bereid. Welk geluk voor mij,
U een klein bewijs mijner liefde te kunnen geven."
II« Punt. O ziel, verbeeld u te zien, dat het kind
Jezus in de krib liggende, tranen stort. De H. Bernar-
dus zegt: „ Jezus weent niet gelijk andere kinderen,
„ noch om dezelfde redenen; want kinderen weenen
„gewoonlijk uit behoefte of zwakheid; maar Jezus
„ weent uit medelijden en liefde jegens ons." De tranen
van Jezus waren vrijwillige, kostbare en mededoogen-
de tranen: \'t waren tranen van oneindige waarde,
van medelijden en liefde. Jezus zag den ellendigen
staat onzer zielen, onze zonden en ondankbaarheden,
alsmede de weinige vrucht, die wij uit zijn lijden en
uit zijnen bitteren dood zouden trekken; dit veroor-
zaakteHem eene allergrootste droef heid en deed Hem,
weenend zeggen: quee utilitas in sanguine meo. Wat
nut is er in mijn bloed ?...
O ziel, het Goddelijk kind
dacht ook aan u; Het had ook medeiyden met u en
-ocr page 207-
Kerstmis.                          195
\'t weende ook over u; zult gij dan nog langer onge-
voelig voor Jezus blijven ? zult gij uit liefde van Hem
ook geene tranen storten ? zult gij met Hem niet
weenen, als gij denkt aan de ongevoeligheid van zoo
vele menschen, die zoo ondankbaar jegens God zijn
en voortdurend Hem blijven vergrammen ? en boven-
al zult gij niet droevig zijn en • weenen, als gij aan
uwe eigene ongevoeligheid en ondankbaarheid denkt ?
Lieve Jezus, hoe zou ik nog langer ongevoelig
jegens U kunnen zijn, daar Gij zoo gevoelig voor mij
en om mij zijt ?... Wanneer de H. Bernardus aan de
tranen daclit, die Gij in den stal van Bethlehem
storttet, was hij over zijne eigene ongevoeligheid en
liefdeloosheid zoo bedroefd, dat hij bitter weende.
Indien een H. Bernardus, zoo brandend van liefde,
evenwel zoo bedroefd was over zijne ongevoeligheid
en liefdeloosheid, dat hij bitter weende, wat moeten
wij dan niet doen over onze ongevoeligheid ? Helaas,
ik ben vol zonden en geestelijke ellenden en toch
blijf ik ongevoelig.
Lieve Jezus, Goddelijk Kind, ik bid U, U over mij
te ontfermen en tranen aan mijne oogen te geven,
om, in vereeniging met uwe tranen, dag en nacht te
weenen over mijne zonden en over die van anderen.
Lieve Jezus, uwe tranen troosten mij en geven mij
vertrouwen, dat Gij mij, om mijne zonden en geeste-
lijke ellenden niet zult verstooten; uwe tranen ver-
toonen mij uwe goedheid en liefde en zeggen mij, dat
Gij niets anders verlangt, dan dat ik met leedwezen
en vertrouwen tot U myne toevlucht zou nemen:
-ocr page 208-
i grj                            Kerstmis.
daarom werp ik mij rouwmoedig voor uwe krib neder
en smeek U met groot vertrouwen, mij genadig te
willen zijn, en in mij het vuur der liefde te willen
ontsteken... O, ja, lieve Jezus ontsteek in mij het vuur
uwer liefde : ik bemin U ; ik wil U uit geheel mijn
hart beminnen; ik wil U beminnen in vereeniging
met Maria. O liefde! O zoete liefde !
O Maria, maak mij deelachtig aan de gevoelens, die
Gij entwaardet, toen gij uw Goddelijk kind tranen
zaagt storten. Amen.
Oefeningen. 1° Den kelk van lijden, dien God ons
beleid heeft, gewillig aannemen. 2u Droevig zijn en
weenen over onze geestelijke ellenden. (Sluitgebed,
bladz.
50J
29 December.
V« MEDITATIE: Voorbereidingsgebed. (bladz. 28.;
Ie Punt. Een engel verkondigt de geboorte des Zaliq-
tnakers aan arme, nederige en ivakende herders.
lle Punt. Hij stelt als kenleeken: een kind, in doe-
ken geworden, liggende in de krib.
1° Punt. De Evangelist Lucas zegt: In diezelfde
landstreek waren wakende herders, die de nachtwacht
kielden over hunne kudde: en ziet, een Engel des
Kieren stond bij hen en een goddelijk licht omstraalde
hen, en zij loerden met groote vrees bevangen.
(1)
O ziel, ziedaar een groot geheim !... Ziedaar hoezeer
(1) Lucas II. ft. q.
-ocr page 209-
Kerstmis.
197
de oordcclcn on handelingen van God en die der
menschen verschillen!... De wereld acht en zoekt het
groote, het verhevene, het aanzienlijke, God daarenle-
gen acht en zoekt het geringe, het eenvoudige, het
nederige. Hij zond zijnen Engel niet tot koningen,
grooten, rijken of machtigen van het land, om hun
de Geboorte des Zaligmakers aan te kondigen, maar
tot arme, nederige, eenvoudige, en waakzame hei>
ders. Wanneer de herders den Engel des Heeren en
het goddelijk licht zagen, werden zij met groote
vrees bevangen, maar de Engel hem troost* nde,
zeide : Vreest niet; trant ziet; ik verkondig u eene
groote blijdschap, die voor al het volk zal wezen; vijl
heden in Davids stad voor u geboren is de Zaligmaker,
die Christus de Heer is.
(1)
Welke gelukkige tijding voor de herders en voor
ons allen!... Welk schoon voorbeeld voor ons. Bet
leert ons, in welke gesteltenis wij moeten zijn, om
den Zaligmaker te kunnen ontvangen, en aan het
licht zijner genade en aan de vruchten der verlossing
deelachtig te kunnen worden: namelijk, dat \\vy
gelijk de herders arm, eenvoudig en nederig van
harte zijn en waken over onze kudde; dat is, over
onze zintuigen, driften en ongeregelde begeerlijkhe-
den, ten einde ze uit liefde Gods voortdurend te b\'. teu-
gelen.
O ziel, hoe is het met u gelegen ? zijt gij arm, ne-
derig en eenvoudi? van harte, en tracht gij voor de
(1) Lucas II. 10. 11.
-ocr page 210-
198                          Kerstmis.
wereld onbekend en zonder aanzien te zijn ? waakt
gij over uwe zintuigen, vooral in het zien en hooren,
over uwe driften en ongeregelde begeerlijkheden,
ten einde de opkomende gedachten, verbeeldingen, of
kwade neigingen aanstonds tegen te gaan ?
Ach, lieve Jezus, nu begrijp ik, waarom ik zoo
weinig vrucht uit de genade uwer geboorte trek, en
waarom ik zoo zelden bestraald word door het licht
uwer genade; \'t is, ten l"1" omdat ik nog te hoo-
vaardig, te eigenzinnig en te wereldsch ben; ten
2» omdat ik nog te uitgelaten ben in mijne zintuigen,
vooral in het hooren en zien ; en ten 3e omdat ik nog
te toegevend ben aan mijne ongeregelde neigingen,
kwade begeerlijkheden en zinnelijke voldoeningen.
Ontferm U mijner, lieve Jezus, en geef dat ik voort-
aan arm, nederig en eenvoudig van harte zij, over
mijne zintuigen wake, en mijne ongeregelde begeer-
lijkheden bedwinge. Lieve Jezus minzaam kind, laat
niet toe, dat de blijdschap, die Gij door uwe geboorte
der wereld hebt aangebracht, mij diene tot eene
eeuwige droefheid en wanhopende knaging in de hel.
Ach, neen, lieve Jezus, laat niet toe, dat ik van U
gescheiden worde! Ik wil U beminnen; il wil U alleen
beminnen ; ik wil u meer beminnen dan mij zelve. O
kondeik U beminnen met die liefde, waarmede de H.
Maagd Maria U bemind heeft!... O hadde ik een
oneindig getal harten, brandend van liefde, om U in
verecniging van geheel den hemel en der aller-
heiligste Drievuldigheid in alle eeuwigheid te be-
minnen.
-ocr page 211-
Kerstmis.                             199
II0 Punt. O ziel, erken en aanbid Gods wonderbare
Voorzienigheid in het teeken, waaraan de Herders
den nieuwgeboren Zaligmaker moesten erkennen. De
Engel zeide hun: Dit zal u een teeken zijn: ghj zult
een Kind vinden, in doeken gewonden, liggende in eene
krib.
O God, is dit het kenteeken van den Messias, den
Verlosser der wereld ?... Het kenteeken der koningen
en grooten der wereld is pracht, luister, schoone sie-
raden, trotsche paleizen, en ontzag inboezemende
hovelingen, en nu stelt Gij als kenteeken van den
Messias, den Koning der koningen: een Kind, ui
doeken geieonden, liggende in eene krib.
Welke overeen-
komst heeft dit met eene zoo grooto waardigheid —
met de waardigheid van den Verlosser der wereld\'?
ontgetwijfeld geene. Waarom stelt Gij dan zulk een
teeken ? O ziel, om u te leeren, dat Gij Jezus niet
moet zoeken in wereldsche grootheden, rijkdommen
noch zinnelijke voldoeningen maar in do vernederin-
gen, in de armoede en in het lijden.
O ziel, hoe is het met u gelegen ? waar gaat gij
Jezus zoeken ? zijt gij, als een kind, klein en nederig?
zijt gij in doeken gewonden, dat is, is uwe vrijheid, uw
wil gebonden door de gehoorzaamheid en den regel ?
ligt gij in de krib, dat is, zoekt gij het harde, het bit-
tere, het onaangename ?
Ach, lieve Jezus, hoe weinig ben ik U gelijkvor-
vormig !... Wanneer zal ik, naar uw voorbeeld, eens
leeren, alles wat groot, wereldsch en de zinnen stree-
lend is, te verachten, ten einde het nederige, het ar-
-ocr page 212-
200                            Kerstmis.
moedige en het bittere blijmoedig te aanvaarden ?
O zoo ik eens den moed hadde uit liefde tot U mij van
alles te onthechten, hoe gelukkig zou ik dan zijn!
Welk een troost zou mij dit geven op het sterfbed,
en welke belooning zou ik daarvoor ontvangen in de
eeuwigheid!... Ontferm U mijner, lieve Jezus, opdat
ik deelachtig worde aan de • vreugde, welke Gij door
uwe Geboorte aan de wereld hebt aangebracht — eene
vreugde,
niet naar de zinnen: niet eene aardsche,
maar eene geestelijke, eene hemelsche vreugde ; en
geef dat ik zoo leve, dat ik op het oogenblik van
sterven, moge hooren: Welaan, goede en getrouwe
knecht, omdat gij over weinig getrouw geweest zijt; zul
ik u over veel stellen; treed binnen in de vreugde des
Heer en.
O Maria, bid voor mij, opdat ik door een nederig,
armoedig en verstorven leven aan de vruchten der
Verlossing deelachtig worde. Amen.
Oefeningen. 1° Waken over de zintuigen, bijzonder
over de oogen. 2u Met Jezus het nederige, het armoe-
dige en het bittere betrachten. Sluitgebed (bl. 50.)
3o December.
VI« MEDITATIE: Voorbekeidingsgebed. (bl. 28).
I* Punt. Er kwam eene menigte van engelen, God
lovende, en
11° Punt. den vrede aankondigende aan de menseken
van goeden teil.
Ie Punt. De Evangelist Lucas zegt: En plotseling
-ocr page 213-
Kerstmis.                          201
kwam er bij den Engel ecne menigte van Engelen, God
lovende, en zeggende: Glorie zij aan God in den hooge,
en vrede aan de menschen van goeden teil
(1).
O ziel, verbeeld u daarbij tegenwoordig te zijn, de
glansrijke schoonheden dier engelen te zien en hunne
lofzangen te hooren. O wat minzame vertooning en
wat verrukkend gezang : daarbij zijn alle schoonheid
en gezangen der wereld niets !... Wat zijn alle wereld\'
sche serenades, welke ter eere van koningen en vorsten
gegeven worden, in vergelijking met die hemelsche
serenade, welke de engelen gaven ter eere van het
Kind Jezus ?... Jezus vernederde zich, terwijl God
Hem verheerlijkte, Jezus kwam niet om geëerd te
worden, noch om rust en vrede te genieten, maar om
zich te vernederen, God te verheerlijken en den men-
schen vrede aan te brengen. "Welke liefde en d?nk-
baarheid zijn wij Hem daarvoor niet verschuldigd ?...
Welke vreugde zou het voor een\' gevangene of voor
een\' balling zijn, vrede-tijding te ontvangen en in
vrijheid gesteld te worden ? doch hoeveel grootcr
behoort nu onze vreugde te zijn, daar Jezus geboren is
om het vrede» traktaat tusschen God en den mensch
vast te stellen ?
Ja zeker, lieve Jezus, zeker behooren wij ons thans
te verheugen, wijl Gij gekomen zijt, om glorie aan
God en vrede aan de menschen te geven. Gij hebt de
kluisters verbroken, waarmede ik geboeid was, en
den kerker geopend, waarin ik was opgesloten. Gy
(1) 1-i.e s 11. i3. 14.
-ocr page 214-
202                          Kerstmis.
hebt mij in vrijheid gesteld, opdat ik don weg des
hemels ongehinderd zou kunnen bewandelen. O welke
genade ?
O ziel, hebt gij vrucht gedaan met de genade, welke
het Kind Jezus u aangebracht heeft ? Aan wien
geeft gij de glorie — aan God of aan u zelven ?...
Spreekt gij nooit tot lof van u zelven?... Doet gij niets
om lof of achting bij de menschen in te oogsten ?...
Neemt gij er nooit behagen in, als men met lof van
u spreekt ? Hebt gij den vrede met God nooit verbro-
ken ? Doet gij uw best om dien vrede wederom te
herstellen en te bewaren ?
Ach, lieve Jezus, hoe ondankbaar ben ik tot nog toe
geweest! Helaas, ik heb de eer aan God ontroofd en
zijnen vrede verbroken. Lucifer wilde Hem de glorie
ontrooven en werd oogenblikkelijk gestraft, maar ik
werd gespaard, na zoo dikwijls de hel verdiend te
hebben. Dank, lieve Jezus, duizendmaal dank voor
zulke genade!... Thans maak ik het besluit, U te
loven en te verheerlijken, en steeds met U in liefde en
vrede te leven. Non nobis, Domine, non nobis, sed
nomini tno da, gloriam. Niet aan ons, Heer, niet aan
ons, maar geef aan uwen naam de glorie.
IIe Punt. O ziel, overweeg met aandacht de voor-
waarde, onder welke de engelen den vrede aan de
menschen hebben aangekondigd: zoo zij van goeden
icil
zijn: dat is — dat ze een vastbesloten wil hebben,
om alles te doen, wat Gode behaagt — eenen teil, die
gereed is, uit liefde tot God alles op te offeren —
een\' uil, die bereid is, om alle noodige middelen te
-ocr page 215-
Kerstmis.                         203
gebruiken, ten einde zich te ovenvinnen, en getrouw
te blijven aan God en aan zijne plichten — een\' wil,
die in zich besluit een groot verlangen naar de recht-
vaardigheid, en gelijk is aan eenen honger, waar-
van Christus zegt: Zalig zijn ze, die hongerig en
dorstig zijn naar de rechtvaardigheid; icant zij zullen
verzadigd worden.
Eindelijk een\' wil, die onthecht van
alles, God alleen zoekt, gelijk de heiligen, die zeiden :
God alleen ! God alleen! God alleen!
O ziel, als gij zoo van goeden wil zijt, dan zult gij
den drievoudigen vrede genieten:
Ten lste den vrede met God door do heiligmakende
genade en door de bijzondere gunsten, die God go-
woon is te geven aan zijne lievelingen en getrouwe
dienaren.
Ten 2" den vrede met den evennaaste door de liefde
en eensgezindheid; en dan zult gij de waarheid erken-
nen van hetgeen de profeet David zeide : Hoe goed en
aangenaam is het als broeders eendrachtig te zamen
wonen!
Eindelijk, ten 3° den vrede met u zelven door het
beteugelen uwer driften en ongeregelde genegenhe-
den, die het hart verontrusten en den vrede storen.
— O ziel, ziedaar den drievoudigen vrede, dien Jezus
aangebracht heeft, en dien Hij bereid is te geven aan
allen, die van goeden wil zijn, dat is die bereid zijn,
om alles te doen wat God gebiedt, cm alles te ver-
mijden, wat God verbiedt; om bij alles, wat ons over-
komt, zijnen wil te erkennen, en er ons met geduld
aan te onderwerpen.
-ocr page 216-
204                            Kerstmis.
O ziel, hebt gij \'dezen goeden wil om volgens Gods
wil alles te doen, alles te laten, alles te laten, en
alles te lijden? — om altijd met Gods beschikking te-
vreden on bij alle voorvallen des levens getrouw te
zijn, zonder u door eenige moeielijkheden van uwe
plichten te laten afschrikken ?
O ware ik eens zoo gelukkig, lieve Jezus! O ware
ik eens van alles onthecht, om geheel en alleen aan
TJ te zijn !... Maar, helaas, ik ben nog zoo zeer gehecht
aan ijdele en vergankelijke dingen, aan mijnen wil,
aan mijne gemakken en zinnelijke voldoeningen. Om-
ferm U mijner, lieve Jezus, en geef, dat mijn wil voo -
taan aan den uwen gelijkvormig zij, en ik niets meer
wille, dan hetgeen Gij wilt — gelijk Gij het wilt —
zooveel en zoolang Gij het wilt, en omdat Gij het wilt.
O ja, lieve Jezus, geef, dat ik U alleen zoekc: U
alleen, U alleen, U alleen,
voor den tijd en voor de
gansene eeuwigheid! O Jezus, sta mij bij, opdat ik
getrouw blijve.
O Maria, bid voor mij, opdat ik den lof van God
steeds verkondigc, met Hem in vrede leve, en in alles
gelijkvormig zij aan zijnen heiligen wil. Amen.
Oefeningen. 1° Niets doen, noch zeggen tot eigen
lof, maar van alles de glorie aan God geven. 2° Bij
alle voorvallen de oogen vestigen op Gods wil en zich
er mede vercenigen. 3" Zijne driften en kwade nei-
gingen beteugelen om den vrede te bewaren. (Sluit-
gebecl, bl.
50.;
-ocr page 217-
Kerstmis.                            205
3i December.
VII« MEDITATIE: Voorbereidingsgebed (bl. 28).
Ie Punt. De herders gaan met spoed naar Bethh<-
hem, en vinden het Kind met Maria en Jozef.
IIe Punt. Zij keeren terug. God lovende.
1° Punt. Nauwelijks waren de engelen verdwenen,
of de herders wekten elkander op zeggende: Laai ons
overgaan naar Bethlehem en zien, tcat geschied is,
en de Heer ons heeft bekend gemaakt
(1). O ziel, ver-
beeld u te zien, met .welk een ijver, met welk verlaiv
gen en met welke liefde de herders zich naar Bethle-
hem begaven, om er den Zaligmaker der wereld te
vinden en Hem te aanbidden. En zich haastende zijn
zij gekomen.
O ziel, verbeeld u te zien, met welken
eerbied zij den stal binnen gingen, en welke vreugde
zij smaakten, toen zij het Kind vonden met Maria
en Jozef.
Hoe waren zij verwonderd over de diepe vernede-
ring van dat Goddelijk Kind, en hoe ontvlamden
hunne harten in liefde, terwijl zij dachten, dat het
Kindje Jezus zich zoo vernederde, uit liefde voor hen
en om hun een voorbeeld te geven ! Met welke gevoe-
lens van dankbaarheid verhaalden zij alles, wat God
hun door de engelen aangaande het Kind kenbaar
gemaakt had, en met welken eerbied hoorden Maria
en Jozef dit aan ! En dan, — hoe bezorgd was Maria,
(11 Lucas. II. i5. i<i.
-ocr page 218-
2o6                         Kerstmis.
om al die waarheden in haar geheugen te bewaren, er
aan te denken en er zicJi door op te wekken, om God
te loven en te danken!
O ziel, hoevele en hoe heilzame lessen liggen hierin
voor u opgesloten!
De l9te les is : Voordeel trekken uit de genaden en
verlichtingen, welke God ons geeft, gelijk de herders
deden: immers zij spraken er gezamenlijk -over en
wekten elkander op, om er aan te beantwoorden, zeg-
gende: Laat ons overgaan naar Betlüvhem. Aanstonds
gingen zij met spoed, kwamen te Bethlehem en von-
den het Kind met Maria en Jozef. — O ziel, doet gij
ook zoo ? Herdenkt gij de genaden, verlichtingen en
inspraken, die God u geeft ? wekt gij u op, om er aan
te beantwoorden, en om uwe voornemens spoedig in
beoefening te brengen ? Zijt gij bezorgd om ze te vol-
brengen in weerwil van alle moeielykheden, ten einde
het geluk te hebben, Jezus te vinden en met Hem
vereenigd te blijven ?
De 2e les is: Tot Jezus gaan, om Hem in de H.
Communie te ontvangen, gelijk de herders deden;
ten eerste, zij gingen met spoed, dat is, met een le-
vendig geloof en vurig verlangen: ten tweede, zij
waren getroffen door zijne diepe vernedering; ten
derde, zij erkenden in dat klein Kind den Messias,
den Verlosser en aanbaden Hem als God; ten vierde,
vol liefde en dankbaarheid verhaalden zij de genade
welke God hun bewezen had. — O ziel, doet gij ook
zoo ? Gaat gij zoo tot Jezus, in het H. Sacrament,
om Hem te aanbidden, of in de H. Communie te ont-
-ocr page 219-
Kerstmis.                          207
vangen ? — met een levendig geloof? — met waren
eerbied ? met eene brandende liefde ? met een dank-
baar hart, denkende aan zijne vernedering, goedheid
en liefde ?
Genadige God, hoe onachtzaam ben ik jegens U !...
Helaas, hoe flauw in het volbrengen mijner voorne-
mens. en in het beantwoorden aan uwe inspraken
en verlichtingen ! — Hoe traag in U te bezoeken ! —
hoe koud en ongevoelig in uwe tegenwoordigheid!
— hoe onverschillig voor uwe weldaden en veelvul-
dige genaden!
Lieve Jezus, minzaam Kind, ontferm U mijner,
en ontsteek in mij het vuur uwer liefde, opdat ik,
onthecht van alles, steeds tot U getrokken worde.
O ja, lieve Jezus, trek mij tot U, trahe me post Te;
opdat ik het pad der deugd met ijver bewandele en
TJ steeds aankleve, beminne, love en prijze. Ach, of
mijn hart steeds van liefde tot U brande, van liefde
verteerde en eindelijk stierf door de vurigheid der
liefde.
IIe Punt. O ziel, overweeg hoe de herders na
Jezus aanbeden te hebben, verheugd terugkeerden,
God lovende en dankende, over alles wat zij gehoord
en gezien hadden. Overweeg daarenboven, hoe zij,
na hun terugkeer zich toelegden, om met ijver hunne
plichten van staat te volbrengen en te heiligen door
goede gedachten, godvruchtige verzuchtingen en
stichtelijke gesprekken; en leert daaruit, hoe gij
God moet aanbidden loven en danken; hoe gij uwe
ambstplichten met ijver moet volbrengen, en heili-
-ocr page 220-
2o8                          Kerstmis.
gen door goede gedachten, godvruchtige gesprekken,
en gebeden; eindelijk hoe gij bij uwe bezigheden
Gods weldaden moet herdenken en Hem daarvoor
loven en prijzen.
Lieve Jezus, wat kan er billijker zijn, dan dat ik
mij gestadig met U bezig houde, U steeds love en
prijze, en in U alleen mijnen troost zoeke. O welk
een troost voor eene godminnende ziel, zich inwendig
met U te vereenigen, alle ijdele vreugde te verach-
ten, alles, wat wereldsch is, te versmaden, en in U
alle zoetigheden te genieten — zoetigheden, welke
alles wat de wereld geeft of geven kan, oneindig ver
te boven gaan.
O ziel, hoe is het met u gelegen? Is Jezus uw
eenigste troost, uw eenigst genoegen ? vindt gij er
uwe meeste blijdschap in, om tot Jezus te naderen
en Hem in de H. Communie te ontvangen ? Looft
en dankt gij Hem na de H. Communie ? Gevoelt gij
dan afkeer van alle ijdelheden der wereld, om U in
Hem alleen te verblijden, Hem alleen te beminnen en
aan te kleven ?
Dierbare Jezus, Goddelijk Kind, ik schaam mij over
mijne ongevoeligheid. Ach, hoe kan het zijn, dat ik
jegens U nog zoo koud zij, en nog zoo zeer tot de
wereld en hare schijngoederen getrokken worde ! O
mijn Jezus, ik bid IJ. mij van alles te ontbinden en
tot U te trekken om mijnen troost in U alleen te zoe-
ken. Wanneer zal ik U eens oprecht beminnen en
van liefde tot U branden ? - O Goddelijk Kind, vol
droefheid over mijne onachtzaamheid en brandend
-ocr page 221-
Kerstmis.
209
van liefde, werp ik mij voor uwe kribbe neder, om
mij geheel aan U te geven en buiten U niets meer te
beminnen. Dierbare Jezus, ik bemin U, en mij vereenN
gende met de H. Maagd Maria, met den H. Jozef en
met de herders, zal ik U steeds loven en prijzen: en
bovenal zal ik trachten U te beminnen uit geheel
mijn hart; wijl Gij alleen al mijne liefde waardig zijt.
O badde ik nu een oneindig getal harten, brandend
van liefde, om U te beminnen, gelijk de grootste Heili-
gen U bemind hebben. O hadde ik daarenboven een
oneindig getal tongen, om U te loven met den groot-
sten eerbied en de vurigste liefde, gelijk de engelen
in den hemel! Maar helaas, ik heb maar één hart, en
dat hart is koud en liefdeloos — ik heb maar ééne
tong, en deze is stom in het verkondigen van uwen
lof. Ontferm U mijner, lieve Jezus, opdat ik U beminne,
love en prijze, zooveel ik kan en Gij het verlangt.
O Maria, bid voor mij, opdat ik het Goddelijk Kindje
beminne, love en prijze. Amen.
Oefeningen. 1° Gedurende den dag dikwijls denken,
aan de genaden, verlichtingen en inspraken, welke
God ons deed bij de meditatie of bij de H. Communie.
2" Getrouw zijn aan de voornemens, in weerwil van
de tegenkantingen. (Shütyvbeü, bl. 50.,)
14
-ocr page 222-
BESNIJDENIS ONZES HEEREN.
i Januari.
VIII" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. In de Besnijdenis gaf Jezus een voorbeeld
van lijdzaamheid en liefde.
IIe Punt. Hij gaf een voorbeeld van ootmoed.
Ie Punt. De evangelist Lucas zegt: En toen de acht
dagen vervuld waren, dal het Kind zou b< sneden worden,
werd zijn naam genoemd Jezus, icelke genoemd icas door
den Engel, voordat Hij in den moederschoot ontvangen
werd.
(1)
O ziel, verbeeld U bij de Besnijdenis van het Godde-
lijk Kind tegenwoordig te zijn, en te zien, hoe Het de
eerste druppels bloed vergiet tot afwassching uwer
zonden. Overweeg, ten lsle de grootheid der pijnen,
welke voor het kind Jezus grooter waren, dan voor
andere kinderen; vooreerst om de voorkennis, welke
Jezus er van had, en die andere kindaren er niet van
hebben. Immers de voorkennis eener pijnlijke operatie
of insnijding veroorzaakt reeds cene groote smart; ten
andere, om de teederheid zijner ledematen. Jezus was
gevoeliger voor het lijden dan wij, omdat zijn lichaam
op eene volmaakte wijze samengesteld, en door den
H. Geest was gevormd, om te lijden en geslachtofferd
te worden. Daarom zegt Hij tot God sprekende: Cor-
pus autem aptasli mihi
(2) Gij hebt mij een lichaam be-
(i) Lucas II. 21.
(2)AdHebr. X. 5.
-ocr page 223-
Besnijdenis Onzes Heeren.              211
reid, geschikt om te lijden. De H. Thomas zegt, dat
Hij aan de hardste en min gevoeligste ledematen, ge-
voeliger was dan wij aan de fijnste en teederste....
Overweeg ten 2" de grootheid zijner liefde, die Hem als
praamde, om van het begin zijns levens af voor ons te
lijden en zijn bloed te vergieten tot afwassching onzer
zonden. Het stond Hem vrij, ons te verlossen door een
gemakkelijk en genoegelijk leven te leiden; maar om
ons de grootheid zijner liefde beter te toonen, verkoos
Hij zijn leven door te brengen in pijnen en smarten,
en wilde Hij reeds op den achtsten dag zijns levens, en
den eersten van het jaar de eerste druppelen bloed
vergieten, om ze als nieuwjaarsgeschenk ons aan te
bieden. O kostbaar geschenk! O groote liefde!
Dierbare Jezus, hoe hebt Gij mij zoo kunnen bemin-
nen? Ik heb medelijden met U, wijl Gij om mijnentwil
zoo veel lijdt. Ik bedank U voor dat H. Bloed, welk Gij
op den achtsten dag van uw leven en op den eersten
van het jaar uit liefde voor mij vergoten, en tot
nieuwjaarsgeschenk mij aangeboden hebt, om mij te
zuiveren van mijne zonden en boosheden. O mijn
Jezus, ontferm U mijner en onsteek in mij het vuur
uwer liefde, opdat ik U voortaan beminne en gaarne
voor U lijde. O ware ik zoo gelukkig, van uit liefde
tot U mijn bloed te kunnen vergieten!
O ziel, verlangt gij ook naar lijden ? Neemt gij de ge-
legenheden van lijden zorgvuldig waar — of integem
deel — zoekt gij u zelven niet te onttrekken aan het
lijden of aan de moeielijke bedieningen — onder den
dekmantel van zwakheid, gevoeligheid of teederheid ?
-ocr page 224-
212             Besnijdenis Onzes Heeren.
Zijt gij er niet op uit geweest, om uwe zinnen, gemak-
ken en voldoeningen in te volgen?... Zult gij met het
nieuwe jaar niet beginnen, om uit liefde van Jezus
het bittere en onaangename te omhelzen, en de onge-
regelde neiging tot het zinnelijke en gemakkelijke te
bedwingen?
Lieve Jezus, mijn voornemen is, dit te doen. Hoe zou
ik nog zoo zinnelijk of zoo afkeerig van het lijden kun-
nen zijn, terwijl Gij van kinds af het lijden gezocht
hebt? Geef mij uwe liefde, opdat ik het lijden be-
minnejvannu af aanvaard ik met liefde alle krui-
ssn. welke mij dit jaar, ja mijn geheel leven, zullen
te beurt vallen; ik zal ze aanzien als genademiddelen
door uwe goedheid mij toegezonden; en, in vereeniging
met uwe smarten zal ik ze geduldig dragen. Lieve
Jezus, thans draag ik mij en het geheele jaar, met alles,
wat mij in hetzelfde zal overkomen, als een sacrificie
aan U op, in vereeniging met het goddelijk bloed, liet-
welk Gij in uwe Besnijdenis vergoten hebt. Genadige
Jezus, ontferm U mijner en sta mij bij, opdat ik geheel
voor U zij gelijk Gij geheel voor mij zijt.
11° Punt. O ziel, overweeg de grootheid der verne-
dering, waarvan Jezus U een voorbeeld gaf in de be-
snijdenis. De besnijdenis was het hulpmiddel tegen de
eri\'.onde en het kenteeken van zondaar; evenwel liet
Jezus zich besnijden, en zoo ontving Hij, even als an-
dere menschen, het teeken van zondaar, als ware Hij
inderdaad een zondaar geweest; daarom zegt de Apos-
tel; (i.) dat God zijnen Zoon gezonden heeft in gelijk
(1) Rom. 8. 3.
-ocr page 225-
Besnijdenis Onzes Heeren.              ?I3
heid van zondig rleesch: insimilitudinem camiê pec-
cati.
Waarlijk, lieve Jezus, uwe vernedering en liefde tot
de verworpenheid zijn groot! Gij zijt de heiligheid
zelve en toch vertoont Gij U onder de menschen, als
waart gij een zondaar. Beter dan iemand anders, ken-
det Gij de grootheid der vernedering, en, ofschoon de
wet der Besnijdenis U niet verplichtte, onderwierpt Gij
U er toch met liefde aan, ten einde ons een voorbeeld
van vernedering te geven.
O ziel, volgt gij dat voorbeeld, door uwe deugden en
goede hoedanigheden, zoo veel mogelijk, te verbergen,
en door gaarne te hebben, dat men uwc talenten mis-
kent ? Schept gij er geen behagen in, als men acht
geeft op uwe goede werken of daar van met lof
spreekt?... wordt gij niet mistroostig, als men uwe
fouten opmerkt, TJ daarom uitlacht of smaadwoorden
toespreekt?., zijt gij nietafkeerig van nederige, eenvou-
dige en voor het oog der menschen geringe bedie-
ningen ?
Ach, lieve Jezus, hoeveel verschillen mijne gevoe-
lens met de uwe! Gij zijt de heiligheid zelve, en toch
vertoont Gij U in de gedaante eens zondaars en wilt
daarvan een teeken dragen in uw vleesch; maar helaas,
ik ben \'een zondaar, en toch zou ik gaarne als een
rechtvaardige aangezien en behandeld worden. Welk
eene schande!... Ontferm U mijner, lieve Jezus, en
geef, dat ik de vernederingen beminne, gaarne onbe-
kend zij en mij verheuge, voor niets geacht en ver-
smaad te worden.
-ocr page 226-
214              Besnijdenis Onzes Heeren.
O Maria, ontvang mijn hart, wasch het in het dier-
baar bloed van Jezus, en versier het met den geest van
zijne lijdzaamheid, liefde en ootmoedigheid. Amen.
Oefeningen. 1° Uit liefde tot Jezus iets lijden, b.v.
een weinig koude, een klein ongemak in de wijze van
staan, zitten, of knielen. 2° Uit liefde tot Jezus zich
iets aangenaams onttrekken, b.v. in eten of drinken.
3° Uit liefde tot Jezus nooit spreken van zich zelven of
van zijne goede hoedanigheden. 4° Uit liefde tot Jezus,
gaarne aangezien en behandeld worden, als een nietig
schepsel. (Sluitgebed bl. 50;.
2 Januari.
XI« MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. bl.28).
Ie Punt. In de besnijdenis gaf Jezus het voorbeeld
eener volmaakte gehoorzaamheed.
II" Punt. Maria gaf zich aan Gods wil over, in ioeer-
u\'il van het natuurlijk gevoel van medelijden.
1° Punt. O ziel, overweeg, hoe Jezus ons een voor-
beeld van gehoorzaamheid gaf. De wet der besnijdenis
was niet verplichtend voor Jezus, wijl Hij de Heer en
Wetgever zelf was; evenwel heeft Hij er zich aan
onderworpen uit liefde voor de gehoorzaamheid, en om
ons een voorbeeld te geven. Geene redenen konden
Hem er van terughouden, noch hare pijnlijkheid, noch
de vernedering, die er voor Hem uit volgde, noch de
verplichting, welke Hij er door op Zich haalde. De ge-
hoorzaamheid aan zijnen hemelschen Vader en de
liefde tot ons waren voor Hem meer dan genoeg, om
-ocr page 227-
Besnijdenis Onzes Heeren.             215
nog duizendmaal meer te doen en te lijden; Hij wist,
dat zijn Vader het verlangde en het dienstig was tot
onze onderrichting, en daarom was het Hem een ge-
noegen, die pijn te lijden, en die vernedering te onder-
gaan.
Lieve Jezus, zoo gehoorzaamt Gij dan aan de wet
der besnijdenis, om mij een voorbeeld te geven : aan
eene icet,
die zoo pijnlijk en zoo vernederend voor U
wras: aan eene tvet, die U zoo zware verplichtingen op-
legde, namelijk van de gansche Joodschc wet te onder-
houden ; aan eene wet, die U niet verplichtte. Lieve
Jezus, uwe liefde tot mij moet wel groot geweest zijn,
wijl zij U daartoe heeft kunnen bewegen!
O ziel, volgt gij dat voorbeeld? zijt gij ook zoo ge-
hoorzaam in alles, zelfs in zaken, die pijnlijk, moeielijk
of vernederend voor U zijn, ja zelfs in die zaken, welke
u niet verplichten, maar die gij weet aangenaam te
zijn aan uwe oversten? zijt gij vlijtig en op het eerste
toeken gehoorzaam? zijt gij eenvoudig en blindelings
gehoorzaam, zonder te morren, zonder uitvluchten
te zoeken, zonder te redeneeren, denkende : waarom
dit of dat?... waarom sms of zoo?... waarom nu?...
waarom ik; ik ben er niet toe verplicht; ik heb al zoo
veel gedaan; \'t is mij te lastig; ik kan niet alles doen?
Ach. lieve Jezus, uw voorbeeld maakt mij be-
schaamd, Gij waartin alles zoo eenvoudig en zoo vlijtig
gehoorzaam: maar ik, helaas, zoek mij dikwijls aan de
gehoorzaamheid te onttrekken, door uitvluchten,
schijnredenen ofmoeielijkheden voor te wenden. Ach,
lieve Jezus, geef mij een waren geest van gchoor-
-ocr page 228-
2l6             Besnijdenis Onzes Heeren.
zaamheid, opdat ik mij volkomen overgeve aan den
wil mijner oversten, en hun in alles stipt gehoorzame,
hoe bitter, moeielijk of vernederend het mij zou mogen
toeschijnen.
IIe Punt. O ziel, overweeg de smarten, welke Maria
bij die gelegenheid ontwaarde. Zij beminde haren
Goddelijken Zoon meer dan zich zelve, en, daar zij wist,
dat de besnijdenis Hem groote pijn zou veroorzaken,
had zij groot medelijden met Hem, en ontwaarde zij in
zich een groot hartzeer... Uit liefde tot God zegevierde
zij over zich zelve, en legde het gevoel der menschelijk-
lieid zoo veel mogelijk af, om alleen te luisteren naar de
inspraken van God, wetende, dat het zijn wil was, dat
zij haar Goddelijk Kind zoude slachtofferen voor de
zaligheid onzer zielen.
O Maria, ik bewonder de grootheid uwer liefde, en
dank U voor uwe goedgunstigheid, wijl Gij het dier-
baarste, wat Gij op do aarde of in den hemel kondet
bezitten, uit liefde tot ons geslachtofferd hebt. O zoo
ik, naar uw voorbeeld, de gevoelens mijner bedorvene
natuur konde afleggen, mijne ongeregelde neigingen
bedwingen en mij geheel aan Gods wil overgeven, hoe
gelukkig zou ik dan zijn!
O ziel, hebt gij in u nog niet vele dingen te besnijden?
Tracht gij het ook te doen? Besmjdt gij uwe natuur
lijke neigingen, uwe zinnelijke voldoeningen, uwe
drift tot eten, drinken, uitspanningen, rusten of slapen?
ontslaat gij u niet al te lichtvaardig van die gecstelij-
kfi besnijdenis?
Lieve Jezus, met leedwezc n erken ik, dat ik al te ge-
-ocr page 229-
Besnijdenis Onzes Heeren.               217
voelig jegens mij zelven geweest ben, en mijn bedorven
lichaam te zeer gekoesterd en mijne zinnen te zeer
ingevolgd heb... O Maria, bid voor mij, opdat ik mh\'
zelven overwinne, Gods wil in alles betrachte, en ge-
trouw zij aan mijne voornemens, zonder te luisteren
naar de neigingen der bedorven natuur, die steeds
naar het zinnelijke overhelt en mij steeds aandrijft tot
eten, drinken, uitspanningen, en andure lichamelijke
voldoeningen. Amen.
Oefeningen. 1° In alles, wat geen kwaad is, vlijtig,
stipt en blindelings gehoorzamen. 2° De natuurlijke
neigingen en ongeregelde genegenheden bedwingen.
(Slnitgebed, bl. bO).
3 Januari.
X° MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. In de besnijdenis stortte Jezus de eerste drup-
lieten van zijn goddelijk bloed, en droeg ze op aan zijnen
Vader tot losprijs onzer zonden.
IIePuNT. Dehemelsche Vader nam ze met liefde aan.
I« Punt. O ziel, overweeg, hoe Jezus in de besnijde-
nis de eerste druppelen van zijn goddelijk bloed ver-
goot, ze op\'.lroeg aan zijnen hemelschen Vader, als
rantsoen uwer zonden en schulden en zo u aanbood als
een nieuwjaarsgeschenk, ten einde u te wasschen van
al uwe vlekken en onreinheden... O welk een kostelijk
geschenk gaf U Jezus uit enkele goedheid en liefde!
\'t Is van meer waarde dan alle schatten der wereld:
indien Jezus u alle koninkrijken der wereld gegeven
-ocr page 230-
2l8               Besnijdenis Onzes Heeren.
had, zoudt gij Hem niet zooveel dankbaarheid ver-
Bchuldigd zijn, als nu Hij u zijn heilig bloed aanbiedt;
dit toch is van meer waarde... Dit heiligbloed bood Hij
zijnen Vader aan, als het rantsoen uwer zonden, en
den losprijs uwer ziel; en daaruit blijken de boosheid
der zonden en de waarde uwer ziel: indien een kunst-
schilder een millioen gulden aanbood voor eene schil*
derij, zou men met verwondering uitroepen: , dat moet
wel een schoon en kostbaar stuk zijn!" wat moeten
wij dan niet zeggen van de ziel, waarvoor Jezus, de
ware kenner, eenen prijs van oneindige waarde be-
taald heeft ? zullen wij dan niet uitroepen: „ O dan
moet de ziel wel schoon en van groote waarde zijn!
dan moet de mensch wel dwaas zijn, die zijne ziel voor
een schijnvermaak, voor een weinig goed, voor eene
ijdele lofspraak, ja voor een niet verkoopt aan den
duivel !...
Jazeker moet ik dit uitroepen, lieve Jezus; zeker
moet ik erkennen, dat ik in uwe oogen van groote
waarde ben, en dat ik dwaas zou handelen, indien ik
een zoo kostbaren schat voor een ijdel zingenot zou
verkoopen. Ja, ik moet bereid zijn, liever alles te ver-
liezen en alles opofferen, dan schade aan die schoone
en kostbare ziel te lijden.
O ziel, is dit ook zoo ? zijt gij werkelijk bereid, uit
liefde tot Jezus en tot verzekering uwer zaligheid,
alles te slachtofferen en aan alles vaarwel te zeggen,
hoe pijnlijk het u ook toeschijne ?... zoudt gij ook be-
reid zijn, er alles voor te lijden en er uw leven voor ten
beste te geven?
-ocr page 231-
Besnijdenis Onzes Heeren.
219
Lieve Jezus, ik heb wel het verlangen, om het te
doen; maar ik ben zoo zwak en mijne liefde is zoo
flauw, dat ik bij de minste moeielijkheid of tegenstre-
ving aan mijne voornemens te kort blijf. Helaas, hoe
dikwijls heb ik om een vuil vermaak en eene oogen-
blikkelijke voldoening mijne ziel verkocht aan den
duivel en slavin der zonde gemaakt! Lieve Jezus, laat
niet toe, dat ik nog ooit zoo ongelukkig zij. Neen,
lieve Jezus, laat het toch niet toe: ik wil U alleen be-
minnen en ben bereid, uit liefde tot TJ, mijn bloed te
vergieten. Zie, lieve Jezus, uit dankbaarheid geef ik
mij thans geheel en voor altijd aan U. Ontvang mij,
met alles wat in mij is of mij betreft; ik wil niets
meer voor mij houden; ontvang mijne ziel en mijn li-
chaam; mijn leven en mijnen dood; mijne goederen
en al mijne bezittingen; mijne zintuigen en al mijne
vermogens: mijn gezicht, mijn gehoor, mijnen reuk,
mijnen smaak en mijn gevoel; mijn verstand, mijn
geheugen en mijnen wil; mijne gedachten, woorden en
werken; mijnen tijd, elk oogenblik van mijnen tijd en
mijne gansche eeuwigheid: eindelijk ontvang mijn
hart, lieve Jezus, en geef, dat ik buiten U niets meer
beminne.
IIe Punt. O ziel, overweeg, dat de hemelsche Vader
hot Goddelijk bloed met liefde aannam als rantsoen
voor uwe zonden, en dat Hij daarom ter wille van
Jezus bereid is, zich met u te verzoenen. Terwijl uwe
zonden wraak roepen en zijne rechtvaardigheid vol-
doening vordert, roept het dierbaar bloed van Jezus
genade, verzoent de Goddelijke rechtvaardigheid en
-ocr page 232-
220            Besnijdenis Onzes Heeren.
beweegt zijne barmhartigheid, om medelijden met U
te hebben en u genadig te zijn... O ziel, leer hieruit,
ten eerste, dat de zonde een groot kwaad is, wijl alle
mensehen en alle engelen te zamen daarvoor niet
zouden hebben kunnen voldoen; een Godmensen
moest er zijn bloed voor vergieten. Ten 2" dat de goed-
heiden liefde van God tot den mensch groot zijn: of-
schoon onteerd en beleedigd, nam Hij onze schuld op
zich, ten einde er voor te voldoen : waar heeft men
ooit gehoord, dat de Koning zelfde schuld eens misda-
digers op zich nam, om in zijne plaats gestraft te
worden? Ten 3U dat de menschen ondankbaar zijn,
wijl zij dat Goddelijk bloed met voeten vertreden en
eenen zoo goeden God blijven onteeren.
O God, hoe is het mogelijk, dat de menschen zoo
ondankbaar jegens U zijn! Hoe is het mogelijk, dat ze
U miskennen en versmaden! maar bovenal, hoé is het
mogelijk, dat ik zoo liefdeloos jegens U zij, ik, die
zoo vele genaden, verlichtingen en voorrechten van U
ontvangen heb !... Indien de Heidenen en wilde volken
in America zoovele weldaden ontvangen hadden, zou-
den zij ongetwijfeld dankbaarzijn enheilig leven; maar
helaas, te midden uwer weldaden, blijf ik liefdeloos,
onachtzaam en traag. O mijn God, wanneer zal ik U
eens oprecht beminnen ? Dierbare Jezus, ontferm U
mijner en geef mij eene ware liefde. Uit liefde tot U
verzaak ik aan alle zonden. Neen, lieve Jezus, ik wil
U niet meer beleedigen, liever zou ik tot stof verbrij-
zeld worden: indien ik nog ooit zoo ongelukkig zou
worden, dan bid ik U, laat mij liever op dit oogenblik
-ocr page 233-
Besnijdenis Onces Hecren.             221
sterven. Neen, lieve Jezus, ge ene zonde meer! Ik wil
niet meer leven, dan om U te beminnen. O konde ik
sterven, opdat alle menseben U beminnen!
O Maria, bid voor mij, opdat ik geheel voor Jezus
zij en niet meer leve, tenzij om hem te beminnen.
Amen.
Oefeningen. 1° Uit erkentenis zich geheel aan Jezus
geven, bereid om alles voor Hem te doen en te lijden.
2° Liever aan alles vaarwel zeggen, dan schade te lij-
den aan zijne ziel. (Sluitgebed, bl. 50).
4 Januari.
XI« MEDITATIE. Voorbereidingsgebed (bl. 28.)
Ie Punt. Jezus leert ons de geestelijke besnijdenis.
II0 Punt. Hij leert, dat icij ze niet moeten rerwaar-
loozen om eenige schijnredenen.
Ie Punt. O ziel, overweeg dat Jezus uit liefde voor
u de pijnen der besnijdenis wilde lijden, omu te leeren,
dat de geestelijke besnijdenis voor u noodzakelijk is.
De besnijdenis was niet noodzakelijk voor Jezus, wijl
zijn lichaam zuiver, heilig on vrij van booze driften of
kwade neigingen wras; maar Hij liet zich besnijden, om
te leeren, dat wij ons onrein en bedorven lichaam
geestelijker wijze moeten besnijden, en door de verster-
ving in toom houden. Hij liet zich besnijden, om ons
daartoe door zijn voorbeeld aan te moedigen. Immers
Hij wil, dat wij groote moeiten zouden ontwaren in
het beteugelen onzer driften, in het kastijden van ons
lichaam, in het bittere met liefde te aanvaarden en in
-ocr page 234-
222             Besnijdenis Onzes Heeren.
het zoete zorgvuldig van ons te verwijderen. O ziel,
zou het dan geene schande voor u zijn, indien gij dit
weigerdet ? Zou het geene groote ondankbaarheid en
boosheid zijn, indien gij de begeerlijkheden van het
bedorven en wederspannig lichaam nog zoudt invol-
gen, daar Jezus uit liefde tot den mensch zijn rein en
maagdelijk lichaam aan het mes der besnijdenis
overgaf.
Dierbare Jezus, nooit hebt Gij U zelven, uwe gemak-
ken, genoegens of voldoeningen gezocht; immer zocht
Gij wat het voordeeligste voor ons is; zou het dan
geene groote ondankbaarheid van mijnen kant zijn,
indien ik er op uit ware, om mijn lichaam te koeste-
ren, of mijne zinnen en ongeregelde neigingen in te
volgen?... Gewis ware dit eene groote ondankbaarheid,
lieve Jezus, en gewis zou ik er groote straffen door
verdienen.
O ziel, hoe is het met u gelegen ? beoefent gij de
geestelijke besnijdenis, dat is, beteugelt gij uwe
zintuigen, namelijk, uw gezicht, uwen reuk, uw
gehoor, uwen smaak en uw gevoel ? beteugelt gij uwe
nieuwsgierigheid in het zien, hooren of weten?...
beteugelt gij uwe ongeregelde neiging tot eten, drin-
ken, slapen, feestmalen, en uitspanningen?... beteu-
gelt gij de al te groote drift tot het zinneln\'ke, tot
het zoete, tot het gemakkelijke en tot het groote of
verhevene ?
Helaas, lieve Jezus, hoe onverstorven ben ik nog
in alles! In plaats van de geestelijke besnijdenis te
beoefenen, ben ik er steeds op uit, de voldoeningen
-ocr page 235-
Besnijdenis Onzes Heeren.             223
van mijn bedorven vleesch en wederspannig lichaam
in te volgen, en in alles het zoete, het gemakkelijke
en wat de zinnen streelt te zoeken. O, zoo ik eens door
uw voorbeeld opgewekt en versterkt worde, om mijn
wederspannig lichaam te kastijden en zijne ongere-
gelde neigingen te beteugelen! maar, helaas, ik ben
zoo zwak, daarom bid ik U, mij te versterken, opdat
ik bij alle gelegenheden iets onttrekke aan mijne
ongeregelde neigingen, in het zien, hooren of weten,
alsmede in het nemen van spijs, drank of uitspanning:
ook bid ik U, mij te versterken, opdat ik steeds met
blijdschap aanvaarde alles, wat bitter, hard of onaan-
genaam is aan den zinnelijken mensen, namelijk het
bittere of • onaangename der koude, der hitte, der
vermoeienissen, der gehoorzaamheid, der stilz\\vij-
gendheid, der armoede, der vernedering, der beleedi-
ging, en der zelfverloochening. Ja, lieve Jezus, geef
mij eene zoo groote liefde, dat ik mij verheuge, zoo
dikwijls de gelegenheid zich aanbiedt, om uwe besnij-
denis na te volgen, mijne driften te beteugelen en mij
zelven te verloochenen.
II0 Punt. O ziel, overweeg, ten lsle, dat Jezus zich
vrijwillig liet besnijden, zonder daartoe verplicht te
zijn, of daarbij eenig voordeel voor zich te hebben ; ten
2°, dat Hij het deed met vaardigheid, zonder vertra-
ging, zoodra de achtste dag gekomen was; ten 3e,
met eenvoudigheid, zonder uitvluchten te zoeken of
aanmerkingen te maken, ofschoon Hij billijker wijze
dit had kunnen doen ; wijl de besnijdenis voor Hem
niet verplichtend noch voordeelig was: integendeel
-ocr page 236-
224             Besnijdenis Onzes Heeren.
zij was voor Hem zeer pijnlijk en vernederend. Of-
schoon deze redenen in onze oogen groot genoeg
schijnen, om ons van de geestelijke besnijdenis te ont-
slaan, waren zij het toch niet in de oogen van Jezus,
en zoo heeft Hij ons geleerd, dat wij ons niet lichtelijk
aan de geestelijke besnijdenis mogen onttrekken.
Lieve Jezus, uwe liefde tot het lijden moet wel
groot geweest zijn, wijl Gij daartoe alle gelegenhe-
den, blijmoedig aanvaardet ; maak, dat uw voorbeeld
indruk op ons make, en ons aanmoedige, om even-
eens alle gelegenheden tot lijden blijmoedig aan te
nemen, en het mes der geestelijke besnijdenis steeds
te gebruiken.
O ziel, hoe is het met u gelegen ? besnijdt gij steeds
uwe ongeregelde neigingen , uw oordeel, uwen
wil, uw verlangen?... besnijdt gij uwe ongeregelde
gehechtheid aan uwe staatsplichten, aan uwe god-
vruchtige oefeningen, aan uwe zoogenaamde rechten,
denkende: ik heb recht om dit te doen of te laten;
om dit of dat te hebben of te gebruiken — of integen-
deel — ik ben niet verplicht, om dit of dat te doen ?
Vermijdt gij, zooveel in u is en uit liefde der besnijde-
nis of der zelfverloochening, alle uitzonderingen,
ten einde u in alles te schikken naar de oefeningen
en gebruiken der communiteit, waarvan gij medelid
züt?
Lieve Jezus, als ik mij wel doorgrond, dan vind ik
in mij nog vele zaken te besnijden en te beteugelen ;
als ik daarbij aan uw voorbeeld denk, dan word ik
sterk aangedreven, om het te doen, maar als het er
-ocr page 237-
Besnijdenis Onzes 1/ecreti.              225
op aan komt, ben ik evenwel te zwak, om het ten
uitvoer te brengen, en wedersta ik aan de inspraken
van den H. Geest; zoodat de verwijting van den H.
Stephanus aan liet Joodsche volk zeer wel op mij
zou kunnen toegepast worden ; Gij, onbesnedenen van
hooien en ooren, gij wederstoot altijd den H. Geest
(1).
Dierbare Jezus,ontferm U mijner, en geef dat ik voort-
aan de eigenliefde, den hoogmoed, de ongeregelde
neiging tot het zinnelijke, het zoete, het aangename,
liet verhevene en het aardschc beteugele, om onthecht
van alles geheel aan U te zijn.
O Maria, bid voor mij, opdat ik naar uw voorbeeld
en naar dat van Jezus mij in alles besnijde. Amen.
Oefeningen. De geestelijke besnijdenis betrachten,
ten lsl° door zich te versterven in het nemen van
spijs en drank; ten 2e door de ongeregelde nieuws-
gierigheid te beteugelen in het zien, hooren of welen,
en ten 3" door van zijn gevoelen en zijnen wil al\'
stand te doen, om zich naar anderen te voegen. (Shtil-
gebed, hl.
50).
(1) Acta Ap. 7. 5i.
15
-ocr page 238-
FEESTDAG VAN DRIEKONINGEN.
VOORAVOND VAN DRIEKONINGEN.
5 Januari.
I" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (I>1. 28.)
Ie Punt. Roeping der Wijzen: hun lerendig en
vaardig Geloof.
II» Punt. Hun standvastig Geloof.
1° Punt. O ziel, overweeg ten lsle den roep dei-
Wijzen tot het Kind Jezus, ten 2° de genade van God,
door u te roepen tot liet ware Geloof, buiten \'t welk
de zaligheid onmogelijk is; ten 3° de nutteloosheid
van den roep, tenzij gij er aan beantwoordt, gelijk
de Wijzen gedaan hebben. Hoe getrouw waren zij in
het beantwoorden aan de roepstem Gods en aan de
leiding der ster! Nauwelijks hadden zij haar gezien
en de roepstem Gods erkend, of zij waren bereid
er aan te gehoorzamen, hoewel zij vele en groote
redenen hadden, om het niet te doen : 1° de onzeker-
heid namelijk van dat teeken ; 2° de onzekerheid dei-
plaats, waar de Messias zou te vinden zijn; 3° de on-
zekerheid, moeielijkheid en gevaren eener onbekende
reis door woestijnen en ongebaande wegen; 4° het
menschelijk opzicht en de vrees van bespot te zullen
worden; 5° de belangen hunner familiën en konink-
rijken, welke tijdens hunne afwezigheid door de
naburige koningen konden overvallen en overweldigd
-ocr page 239-
Driekoningen.                       227
worden: in weerwil van al deze redenen gehoor-
zaamden zij vaardig aan de roepstem van God. Vidi-
mus et renimus,
zeiden zij : uij hebben gezien en zijn
gekomen;
zoodat zien en komen maar ééne zaak was,
en zij zich aanstonds op reis begaven.
Elkander aanmoedigende, zeiden zij: dit is het tec-
ken van dengrooten Koning; laat ons gaan en Hem
zoeken
(1). O welk een schoon voorbeeld, ons leerende,
hoe wij in het volbrengen onzer plichten ons door het
Geloof en niet door onze belangen, noch door die der
wereld of onzer familie moeten laten bestieren ; als-
mede hoe wij in de roeping tot het ware Geloof, tot
den priesterlijken of religieuzen staat, onze zinnen of
natuurlijke neigingen niet mogen raadplegen, noch
de belangen onzer familie, noch ons storen aan de
wereld of het voorbeeld van anderen ; maar dat wij
alleen moeten luisteren naar de stem Gods. Verder,
dat wij in het verkiezen van dien staat niet mogen
handelen volgens ons eigen oordeel, maar volgens
dat onzer zielbestierders; eindelijk dat wij in het
aanvaarden van den priesterlijken of religieuzen staat
ous niet moeten laten afschrikken door moeielijkhe-
den, welke de duivel ons ongetwijfeld zal ingeven,
zeggende : „ dat leven is voor u te streng, te lastig,
, te moeielijk. Wat zal de familie wel zeggen ? \'t is
„ ook niet zeker, dat God u daartoe roept; misschien
„ zult gij het niet volhouden : en dan, gij kunt in een\'
„ anderen staat, die gemakkelijker is, ook wel zalig
(1) In oft. Epiph.
-ocr page 240-
228                         Driekoningen.
,. worden:" deze en soortgelijke gedachten geeft de
duivel ons dikwijls in, en daarmede bekoort hij onze
zwakke natuur, daartegen moeten wij ons wapenen,
door op God te betrouwen, die ons door zijne genade
zal versterken om alle inoeielijkheden te overwinnen,
gelijk wij zien in de leiding der Wijzen. Eerst scheen
hun alles duister, maar nauwelijks waren zij op reis,
of de ster ging vooruit en leidde hen op hunne wegen:
zoo doet God nog gewoonlijk met ons: eerst schijnt
ons alles duister en moeielijk : maar zoo wij met een
levendig geloof en groot vertrouwen beginnen, dan
komt God door het licht zijner genade om ons te lei-
den, en te bestieren.
O ziel, hebt gij de roepstem van God nooit gehoord ?
hebt gij ze gevolgd ? Laat gij u niet terughouden door
eenige schijnredenen of door ingebeelde moeielijk-
heden ?
Helaas, mijn God, hoe dikwijls heb ik verwaarloosd
uwe inspraken te volgen ! Wat zal het mij baten tot
het ware geloof of tot den priesterlijken en religieuzen
staat geroepen te zijn, indien ik niet beantwoord aan
uwe inspraken en verlichtingen ? hoe dikwijls heb ik
mij door ijdele schijnredenen laten wederhouden —
dan door de moeielijkheid der zaak ; dan door liet
voorbeeld van anderen, die het ook niet doen; dan
door de gedachte dat het niet verplichtend is; of dat
men wel eens eenige uitspanning of verlichting mag
hebben ; of dat men, na een zoo groot werk gedaan te
hebben, wel iets verdiend heeft, en wel iets aan de
zinnelijkheid of begeerlijkheid in eten en drinken mag
-ocr page 241-
Driekoningen.                          229
toegeven. Helaas, mijn God, hoe .dikwijls waren deze
en soortgelijke schijnredenen de oorzaak, dat ik aan
mijne voornemens te kort bleef!... O mijn God, mijn
lieve Jezus, geef mij eene grooto liefde, opdat ik over
allo schijnredenen zegeviere, en mijne oogen alleen
vestigeop uwen wil en uw welbehagen.
IIe Punt. 0 ziel, overweeg de standvastigheid van
het Geloof der Wijzen. Om hun geloof te beproeven
en hunne verdiensten te vermeerderen, beschikte God
het zöö, dat zij op hunnen weg vele moeielijkheden
en beproevingen ontwaarden ; maar sterk in en door
het Geloof, foiies in fde,
zegevierden ze over alles. Ten
lslc, op weg zijnde verdween de ster, zonder dat zij
wisten, waar zij moesten gaan; maar sterk door het
Geloof,
bleven zij volharden en kwamen zij gelukkig
te Jerusalem aan. Zij meenden nu, hun doel bereikt te
hebben en spoedig den nieuw geboren Koning te zul-
len vinden; doch in hunne verwachting teleurgesteld,
ontwaarden zij eene ticeede beproeving : zij moesten
ongetwijfeld veronderstellen, dat de stad vol vreugde
zou wezen over de geboorte van den zoo lang en zoo
vurig vernachten Messias ; maar welke teleurstel\'
ling !... Niemand, zelfs de koning Herode? niet, wist er
iets van; en dus moesten zij denken dat ze bedrogen
waren ; maar neen : sterk door het Geloof, overwonnen
zij ook deze moeielijkheid. — Door de uitspraak van
den Joodschen raad gehoord hebbende, dat de Mes-
sias te Bethlehem moest geboren worden, haastten zij
zich om te vertrekken, in de zekere meening, dat er
vele inwoners hen zouden vergezellen, om den Mes-
-ocr page 242-
230                      Driekoningen.
sias te zoeken en te aanbidden. Doch niemand bood
zich aan om met hen te gaan, zoodat zij alléén
moesten vertrekken ; sterk door het Geloof, zegevier-
den zij ook over deze derde beproeving, en vertrokken
alléén. God beloonde hunne getrouwheid; want nauwe*
lijks waren zij buiten de stad, of de ster verscheen
hun wederom, en leidde hen naar Bethlehem, en
toonde hun het armoedige huis aan, waar Jezus was
en ziedaar eene vierde beproeving! Zij waren uitge-
gaan, om den Koning der koningen te zoeken, maar
zij werden gebracht in een armen en verlaten stal;
maar st<>rk doorliet Geloof gingen zij binnen; in plaats
van koninklijke schoonheden, sieraden, hovelingen,
en eerbewijzingen, vonden zij er niets dan ellenden,
armoede, en bitterheden; niets dan een arm en verla-
ten kind, zwak en bevend van koude, met eene arme
en verlatene moeder; sterk door het Geloof zegevier-
den zij ook over deze beproeving, zij erkenden in dat
arm en verlaten kind den God van hemel en aarde,
den Koning der koningen, en ter aarde vallende aan-
baden zij Het en droegen zij Hem giften op, goud,
wierook en mirre. O welk een schoon voorbeeld, dat
ons leert, altijd standvastig te blijven in het Geloof
en onze plichten, zonder ons daarvan te laten af-
schrikken door moeielijkheden of beproevingen !
O ziel, hoe is het met u gelegen ? volhardt gij ten
tijde van dorheden, duisternissen of beproevingen?
volhardt gij, als God u de ster zijner verlichtingen,
zoetigheden en inspraken schijnt te onttrekken? vol-
hardt gij ook, in weerwil der onverschilligheid uwer
-ocr page 243-
Driekoningen.                       231
medebroeders of van anderen, met wie gij omgaat ?
Helaas, mijn God, hoe zwak en onstandvastig ben
ik tot nog toe in het Geloof geweest! Ik ben van het
getal diergenen, van wie Christus zegt, dat zij slechts
voor eenigen tijd gelooven, maar ten tijde der be-
proeving wederom afwijken. Ten tijde der verlichtin-
gen, zoetigheden of godvruchtige meditatiën scheen
mijn Geloof sterk en levendig te zijn; het vertoonde
mij de nietigheid van al het aardsche en deed mij hel
besluit maken, mijn hart van alles af te trekken,
geheel aan U te geven en met Petrus te zeggen:
Heer, ik ben bereid met U in den kerker en den dood te
gaan. Al zouden allen U verlaten en in U geërgerd
worden; ik zal mij aan Uniet ergeren.
Maar, helaas,
bij de minste bekoring of zinnelijkheid; bij de ver-
beelding van vermakelijkheden, uitspanningen, eerbc-
wh\'zingen, enz., bezweek ik, verliet ik mijne voorne-
mens, en toonde ik hoe onstandvastig en werkeloos
mijn Geloof was. Ontferm U mijner, lieve Jezus en
versterk mijn Geloof, opdat ik altijd, zelfs in de
grootste beproevingen standvastig blijve. Geef, dat ik
voortaan altijd denke, oordeele, spreke en handele
volgens het Geloof, en in alle gelegenheden mijne
keus doe, en mijn besluit neme volgens de grondregels
van het Geloof, zonder mij door andere beweegredenen
te laten bestieren. Hoc gelukkig zou ik zyn, indien
ik waarlijk door het Geloof leefde! Justus ex fule vivit.
De rechtvaardige leeft uit het Geloof.
O, dan zou ik alle
kruisen, vernederingen, ontberingen, armoede, ver-
stervingen met liefde aanvaarden; wijl het Geloof mij
-ocr page 244-
232                         Driekoningen.
leert, dat ik daardoor schatten voor den hemel kan ver-
zamelen en aan Jezus gelijkvormig worden •: dan zou ik
een afkeer hebben van alle eerbe wijzingen, zinnelijke
voldoeningen, ijdele vermaken, wereldsche sieraden,
met een woord van al het aardsche en vergankelijke.
Lieve Jezus, verlicht mij om deze waarheden wel te
beseffen, en versterk mij om ze steeds in beoefening
te brengen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik het aardsche ver-
achte, het eeuwige zocke, en steeds door het Geloof
leve. Amen.
Oefeningen. 1" De verlichtingen en inspraken van
God waarnemen en aanteekcnen ten einde ze steeds
in beoefening te brengen. 2" Leven door het Geloof.
.. Wat zegt het Geloof van het aardsche ? Wat zegt
„ het van het eeuwige ? " (Sluitgebed, bl. 50).
FEESTDAG VAN DRIEKONINGEN.
6 Januari.
II" MEDITATIE. VooitBEUEiDiNusc.ËBEr). (bl. 28.;
I" Punt. God riep de Wijzen door eene sier.
11° Punt. Gods voorzienigheid schikt zich dikwijls
naar natuurlijke omstandigheden.
Ie Punt. O ziel, overweeg, hoe God de geboorte des
Zaligmakers door eene wonderbare ster aan de wereld
bekend maakte: aanbid zijne goedheid, wijl Hij alle
menschen geroepen heeft, de Joden door de engelen
en de Heidenen door de ster; bedroef u over de
-ocr page 245-
Driekoningen.
233
ondankbaarheid der meeste menschen, die onverschil-
lig voor die roepstem blijven, en vooral omdat gij zelf
er zoo onverschillig voor geweest zijt, en er zoo weinig
dankbaarheid voor betoond hebt. Welk geluk, van
God geroepen te worden tot het ware Geloof, buiten
hetwelk geene zaligheid mogelijk is! Hoe blind en
bedorven is de mensen zonder het licht des Geloofs!..
Beroofd van dat heilzame licht, aanbad hij alle soorten
van afgoden, en gaf hij zich blindelings aan alle buiten-
sporighcden over. O ziel, zonder Gods genade zoudt
gij nog even blind en bedorven zijn. Gelukkig zij,
die vlijtig gehoor geven aan de roepstem van Gods
genade, gelijk de Wijzen dit deden! Nauwelijks had-
den zij de ster gezien, of aanstonds begaven zij zich
op reis om Jezus te zoeken, zonder zich door de moeie-
lijkheden ecner zoo groote reis te laten afschrikken.
O God, hoe goed zijt Gij jegens allen en hoe vurig
verlangt Gij ze allen zalig te maken! Daarom hebt
(üj uwen eenigen Zoon voor allen op de wereld gezon-
den; daarom geeft Gij aan allen het licht uwer genade;
daaromnoodigt Gij ze allen uit, 0111 tot U te komen;
maar bovenal zijt Gij goedgunstig jegens mij. Nauwe-
lijkswas ik geboren, of Gij hebt mij door het H. Doopsel
tot kind aangenomen. Voortdurend hebt Gij mij heil-
zame sterren en lichtstralen gezonden, om mij op mijne
wegen te leiden, van de wereld te verwijderen, tot U te
trekken en mij met U te vereenigen. O welke goedheid
en liefde ! Welke dankbaarheid ben ik U daarvoor niet
verschuldigd ?
O ziel. \'ijt gij ook oprecht dankbaar voor Gods gcna-
-ocr page 246-
234                       Driekoningen.
de?... Denkt gij er dikwijls aan? Zijt gij bezorgd, om
er aan te beantwoorden en de leiding der Goddelijke
inspraken te volgen ? •
O God, ik schaam mij voor U, wijl ik zoo weinig liefde
voor U heb en zoo onachtzaam ben, in het volgen uwer
verlichtingen en inspraken. Hoe hebt Gij een zoo on-
dankbaar schepsel, als ik ben, zoo lang kunnen ver-
dragen? Ik verwaarloosde uwe inspraken en verlich-
tingen, en toch Weeft Gij goedgunstig jegens mij en
zondt Gij mij voortdurend nieuwe sterren, om mij te
verlichten en op den weg der volmaaktheid te leiden.
Ik zeg U hiervoor hartelijk dank, en maak het vaste
besluit, voortaan getrouwer te zijn, en de leiding uwer
genade te volgen. Neen, lieve Jezus, ik wil niet meer
ondankbaar zijn: ik wil niet meer voor mij zelven of
voor de wereld, maar voor U alleen leven. Ik wil ge-
heel aan U zijn, voor tijd en eeuwigheid. O Jezus, ver-
sterk mij, opdat ik deze voornemens getrouw ten
uitvoer brenge.
IIC Punt. O ziel, overweeg, hoe God de "Wijzen, die
gewoon waren, den loop der sterren waar te nemen,
door eene ster geroepen en geleid heeft, en erken daar-
in de wonderbare beschikking zijner Voorzienigheid,
die, in het uitdeden, zijner genade, zich dikwijls voegt
naar \'s menschen natuurlijke gesteltenis, naar do na-
tumiijke neigingen van zijn hart of naar de uitwendige
omstandigheden van zijnen staat of zijn beroep. Hij
beschikt alles met kracht, maar toch met zachtheid
en op eene ons onbekende en verborgene wijze; en zoo
leert Hij, dat wij, om zondaars te bekeeren, ons dikwijls
-ocr page 247-
Driekoningen.                         235
moeten voegen naar hunne natuurlijke neigingen of
naar de omstandigheden van hun beroep, ja somtijds
naar hunne zwakheden en gebreken, zoodat wij, voor
zoo veel in ons is, alles voor allen moeten worden, ons
aanziende als schuldenaars jegens allen, zoowel jegens
de armen als jegens de rijken; zoowel jegens de onwe-
tenden als jegens de geleerden; zoowel jegens de klei-
nen als jegens de grooten; zoowel jegens do trouwe-
loozen als jegens hen die dankbaar zijn. Grwcis ac
barbaris, sapientibas et insipientibus debitor suni
(1).
O ziel, doet gij dat ook ?... kunt gij met den Apostel
Paulus in waarheid zeggen: ik ben alles voor allen
geworden,... klein met de kleinen, arm met de armen,
ziek met de zieken, bedrukt met de bedrukten, zwak
met de zwakken? Stelt gij u zei ven daarom in de plaats
der personen, waarmede gij te doen\'hebt?
Ach, lieve Jezus, ware ik eens zoo gelukkig, hoe
goedaardig en minzaam zou ik dan jegens allen zijn !..
maar helaas, meestal ben ik onvoegzaam en lastig
voor anderen. Ontferm U mijner, lieve Jezus, en geef
mij dat ik alles voor allen worde, mij naar ieders gestel-
tenis voege, medelijden met allen hebbe en minzaam
jegens allen zij.
O Maria, bid voor mij, opdat ik aan de inspraken van
Gods genade beantwoorde en minzaam jegens allen zij.
Amen.
Oefeningen. 1° Trachten uit en door het Geloof te
leven. 2° Zich stellen in de plaats van anderen, om
zich alles voor allen te maken. (Shtitgebed, bl. 50;.
(1) Rom. 1. 14.
-ocr page 248-
236                         Driekoningen.
7 Januari.
III" MEDITATIE. Vookbereidixusuebed (bl. 28).
1° Punt. De ster verscheen voor allen, slechts drie
Wijzen volgden hare leiding.
He Punt. God geeft zijn gcnadelicht aan allen, doch
weinigen zijn er, die eraan beantwoorden.
Ie Punt. O ziel, overweeg de goedheid van God, die
de ster zond om alle menschen tot zich te roepen : Hij
immers verlangt vurig, dat alle menschen zich bekee-
ren, en zalig worden. De apostel zegt: God uil dat cdle
menschen zalig worden,
en wederom zegt hij: dit is
Gods wil, utre heiligmaking;
en de Zaligmaker tot
allen sprekende zegt: Weest dan volmaakt gelijk uw
hemelsche Vader volmaakt is.
Hoe zouden wij hieraan
kunnen twijfelen, daar Hij zijnen eenigen Zoon niet
gespaard maar Hem voor allen aan het lijden en den
kruisdood overgeleverd heeft, en eene ster zond, om
allen tot Christus te leiden?
Ongetwijfeld waren er velen, die de ster zagen: doch
slechts de drie Wijzen volgden hare leiding. Welk
eene onverschilligheid! Welk eene oneer voor God, dat
zijne verlichtingen, inspraken en genaden zoo miskend
en misbruikt worden!... Gelijk het toen ging, zoo gaat
het thans nog: de meesten zijn verslaafd aan de we-
reld, aan hunne belangen en tijdelijke bezigheden,
geven zich over aan vermaken en zinnelijke voldoe-
ningen, terwijl zij God en hunne ziel en zaligheid
vergeten.
-ocr page 249-
Driekoningen.                        2 37
Ö God, hoe bitter moet U dit niet vallen, aangezien
Gij den mensen zoo zeer bemint en zoo vurig verlangt,
hem gelukkig en zalig te maken! Hoe groot daaren-
tegen moet uwe goedheid wel niet zijn, wijl Gij de
lichtstralen uwer genade voortdurend over den ondank-
baren mensch laat schijnen, om hem te verlichten en
op den weg der zaligheid te leiden!
O ziel, hoe is het met u gelegen ? hebt gij een groot
verlangen, om uwe zaligheid en die van anderen te
bewerken? wat doet gij er voor? maakt gij gebruik
van de goddelijke verlichtingen en inspraken ?... zijt gij
getrouw in uwc voornemens te volbrengen? doet gij
iets, om ook anderen tot God te brengen? bidt gij er
voor ? arbeidt gij er voor ? doet gij daarvoor eenige
verstervingen ? geeft gij tot dat einde eenige aalmoe-
zen aan de missionarissen, die het Geloof bij de onge-
loovigen of wilde volken gaan verkondigen, of aan de
liefdegestichten en gasthuizen, waar niet alleen voor
het welzijn van het lichaam, maar ook voor dat van
de ziel gezorgd wordt ? zoudt gij voor eene zoo ver-
hevene zaak, gelijk de zaligheid der ziel is, niets meer
kunnen doen, dan gij thans doet ?
Lieve Jezus, als ik denk, dat Gij er zooveel voor ge-
daan hebt, dan schaam ik mij, er zoo weinig voor te
doen. O konde ik alle menschen zalig maken ! O konde
ik sterven, opdat allen U beminnen! O konde ik ten
minste U oprecht beminnen!... maar helaas, hoe
flauw is mijne liefde!... O Jezus, geef in ij uwe liefde
met uwe genade, opdat ik U oprecht beminne en ge-
heel aan Uzij, zonder mij door iets te laten terughou-
-ocr page 250-
238                        Driekoningen.
den. Geef, dat ik mij voortaan geheel bestede voor de
zaligheid der zielen, waarvoor Gij gestorven zijt;
geef mij de noodige kennis en middelen, om er met
vrucht voor te arbeiden. O Jezus, zegen mijne voorne-
mens, zegen mijnen arbeid. Amen.
IIc Punt. O ziel, overweeg de goedheid van God, die
nog dagelijks de sterren zijner verlichting doet schijnen
over alle volken, zoowel over de ongeloovigen als
over de geloovigen, en bedroef u, wijl er zoo weinigen
zijn, die er voordcel mede doen. Als een kind de goed-
heid zijns vaders miskend ziet, is het bedroefd; zoudt
gij dan overschillig zijn, als gij ziet dat de goedheid
van God, den besten aller Vaders, zoo zeer miskend en
misbruikt wordt? De profeet David stortte beken van
tranen, omdat God zoo onteerd en zijne wet zoo over-
treden werd (1).
Overweeg, hoe de woorden van Jezus hier be-
waarheid zijn: Velen zijn geroepen, maar weinigen
uitverkoren. Allen
werden door die buitengewone ster
geroepen, doch slechts drie Wijzen zijn haar gevolgd.
O ziel, vrees, wijl er slechts weinige uitverkoren zijn.
Wat zal er van u geworden ? van welk getal zult gij
zijn, van het getal dier weinigen of van het dier velen ?...
Heeft God niet dikwijls te vergeefs aan uw hart ge-
klopt? Heeft Hij u niet dikwijls te vergeefs verlicht,
te vergeefs opgewekt tot het goede, te vergeefs
aangespoord, om deze of gene fout uit te roeien — om u
uit liefde tot Hem een weinig van deze spijs of van dien
(1) Ps. 118.
-ocr page 251-
Driekoningen.                       239
drank te onttrekken, — om uwc nieuwsgierigheid in
het zien, hooren of weten, een weinig te versterven —
of om dit vermaak, dat gezelschap, of den omgang met
zékeren persoon te vermijden?... Hebt gij integendeel
de beweging zijner genade niet dikwijls ontwaard, u
opwekkende, om hot u aangedane ongelijk te vcrge-
ven, om te bidden voor uwe vijanden, om dikwijls de
H.H. Sacramenten te ontvangen, om dagelijks het H.
Misoffer bij te wonen, om dagelijks het H. Sacrament
te bezoeken, om dagelijks de H. Maagd Maria in een
harer beelden te vereeren, om dagelijks den rozenkrans
en de Staties van den kruisweg te bidden, om dagelijks
uw geweten te onderzoeken, uw morgen- en avondgc-
bed godvruchtig te verrichten en drie Wees gegroet
te bidden ter eere der Onbevlekte Ontvangenis van
Maria, ten einde de heilige zuiverheid te bewaren?
Groote God, hoe dikwijls hebt Gij tot mijn hart ge-
sproken en mij goede gedachten, begeerten en voorne-
mens ingegeven; maar helaas, hoe weinig voordeel
heb ik er mede gedaan!... Ach, wat zal er van mij ge-
worden ? Zbb kan ik niet hopen, eens te zullen zijn onder
het klein getal der uitverkoren. Neen, neen, lieve Jezus!
Ik weet, dat ik mij dan meer geweld moet aandoen, en
getrouwer zijn in het beantwoorden aan uwe genade.
Lieve Jezus, de gedachte, dat er velen geroepen maar
weinigen uitverkoren zijn, doet mij beven: ofschoon ik
geroepen en gekomen ben, ofschoon ik reeds een groot
gedeelte van den weg heb afgelegd, daarom ben ik
nog niet zalig: ik kan nog vallen en eeuwig verloren
gaan: dus moet ik mijzelven mistrouwen; dus moet
-ocr page 252-
Driekoningen.
?4o
ik oppassen, waken en bidden; dus moet ik strijden
tegen de aanloksels vanden duivel, de wereld en het
vleesch; dus moet ik getrouw beantwoorden aan de
inspraken uwer genade en mij geheel aan de leiding
uwer Voorzienigheid overgeven.
O ziel, hoe is het met u gelegen?... Mistrouwt gij u
zelve en uwe gemaakte voornemens?... Waakt gij op
u zelve, op uwe zintuigen, vooral op uwc oogen?...
Strijdt gij kloekmoedig tegen de kwade ingevingen van
den duivel, de wereld en het vleesch?... Bidt gij en be-
antwoordt gij aan de inspraken van Gods genade ?
Groote God, ik vrees voor mij zelven, daar ik in vele
dingen zoo onachtzaam ben. Bewaar mij tegen de aan-
vallen van Satan en geef, dat ik mij zelven altijd en
overal mistrouwe, om op U alleen al mijn vertrouwen
te stellen, tot D altijd mijne toevlucht te nemen, en mij
geheel aan de leiding uwer Voorzienigheid over te
geven.
O Maria, bid voor mij, opdat ik mijne zaligheid met
angst en vrees bewerke, en steeds getrouw beantwoor-
de aan de inspraken van Gods genade. Amen.
Oefeningen. 1° Gods goedheid erkennen, die alle
menschen wil zalig maken. 2" Uit liefde tot God geene
moeiten noch opofferingen vreezen, om zijne zaligheid
en die van anderen te bewerken. 8° Waken, bidden en
strijden, wijl er zoo weinig zalig worden. (Shiitrjebed,
hl.
GQJ
-ocr page 253-
Driekoningen.
541
8 Januari.
IV" MEDITATIE. Voorbekeidingsgebed. (hl. 28.)
Ie Punt. De Wijzen beantwoordden oogenblikkelijk
aan de roepstem van God.
II" Punt. Zij Heten zich door geene moeielijkheden,
noch tijdelijke inzichten terughouden.
I« Punt. O ziel, overweeg de vaardigheid der Wijzen,
in het beantwoorden aan de roepstem van God: nauwe*
lijks hadden zij de ster gezien of zij begaven zich op
reis, daarom zeiden zij, bij hunne aankomst te Jerusa-
lem: Waar is de pas geboren koning der Joden ? Wij
hebben zijne ster gezien en zijn gekomen. Zien
en komen,
was eene zaak. Vidimus et venimus. Wij hebben gezien
enzijn gekomen.
Nauwelijks hadden zij door het zien
der ster de geboorte van den Messias erkend, of zij be-
gaven zich op reis. Zij stelden niet uit van dag tot
dag, noch hielden zich bezig met de moeielijkheden te
berekenen, gelijk bij ons dikwijls het geval is; maar vol
vertrouwen op God, zeiden zij: Dit is het teeken van den
grooten Koning; laat ons gaan en Hem zoeken.
O mijn God, welk schoon voorbeeld eener vaardige
en blinde gehoorzaamheid hebt Gij mij in het gedrag
der Wijzen gegeven! Gij wilt dat ik vaardig, zonder
uitstel, en blindelings zonder onderzoek gehoorzame
aan de inspraken uwer genade en aan de bevelen mijner
oversten. O ware ik eens zoo gelukkig, hoevele genade
zou ik dan ontvangen !
16
-ocr page 254-
242                      Driekoningen.
O ziel, hoe is het met u gelegen? Geeft God u niet
dikwijls eenigc verlichtingen, b. v. ten tijde der medi-
tatie, der godvruchtige lezing, der geestelijke afzonde-
ring of retraite ? handelt gij ingevolge dier verlichtin-
gen, of integendeel blijft gij er niet ongevoelig voor ?
of gebeurt het niet, dat gij, na zijne stem gehoord,
en Hem den toegang tot uw hart geopend te hebben,
Hem wederom verstoot en de voornemens, die gij
door zijne genade gemaakt hadt, verwaarloost ?
Genadige God, ik erken ootmoedig mijne schuld en
vraag U uiterharte vergiffenis over mijne traagheid
in het beantwoorden aan uwe inspraken, en over mijne
onachtzaamheid in het volbrengen mijner voorne-
mens. Hoevele sterren hebt Gij mij toegezonden, en
zendt Gij mij nog dagelijks toe, zonder dat ik er
vrucht mede doe, omdat ik er geen acht op geef.
Paus Leo zegt: „ de ster houdt niet op, dagelijks te
„ verschijnen aan hen die er acht op geven," rede
intuentibns, quolidie apparerc non desinit; maar
ik merk ze niet op, of wel, omdat ik er geen acht op
sla, of wel, omdat ik mij te veel met ijdele zaken
bezighoud; en zoo, helaas, blijven ze voor mij vruch-
teloos. Hoevele fouten zou ik reeds verbeterd, hoe
vele moeielijkheden overwonnen, en hoe groote vor-
deringen op den weg der volmaaktheid gemaakt
hebben, ware ik getrouwer geweest, in het beant-
woorden aan de inspraken uwer genade en aan mijne
gemaakte voornemens; maar om mijne onachtzaam-
heid en trouweloosheid ben ik thans nog vol onvol-
maaktheden en gebreken. O genadige God, heb me-
-ocr page 255-
Driekoningen.                       243
delijden met mij en geef dat ik voortaan naarstiger zij
in het beantwoorden aan uwe inspraken, en in het
volbrengen mijner voornemens.
IIe Punt. O ziel, overweeg de kracht van het
Geloof. Sterk door het Geloof zegevierden de wijzen
over alle moeielijkheden en bleven zij standvastig te
midden der beproevingen. Sterk door het Geloof kon
hun ijver, om Jezus te zoeken, door niets temgge-
houden worden, noch door het menschelijk opzicht,
noch door de onverschilligheid hunner landgenooten,
noch door de vrees van bespot te zullen worden,
indien hunne onderneming niet gelukt hadde, noch
door de moeielijkheden en gevaren eener onbekende
reis, noch door de belangen hunner familien of onder-
danen, waarover zij als koningen gesteld waren, met
één woord, niets kon hen wederhouden, noch hun
Geloof doen wankelen. Zoo haast zij door die buiten-
gewone ster de geboorte van den Messias kenden,
waren zij besloten Hem te gaan zoeken: Wij hebben
gezien en zijn gekomen, vidimiis et venimus.
O ziel, volgt gij dat voorbeeld? veracht gij alle
menschelijke oordeolen, wijl God alleen uw rechter
zal wezen? Laat gij u, door de onverschilligheid,
onachtzaamheid of onverstorvenheid van anderen
nooit terughouden van de godsdienstoefeningen, van
het gebed, van de versterving of van de beoefening
der andere deugden, denkende, b. v. „ waarom zou ik
„ zooveel bidden en vasten ? waarom zou ik zoo
„ dikwijls den kruisweg doen, of mij zooveel verster-
„ ven ? waarom zou ik mij van deze of die zoetighe-
-ocr page 256-
244                        Driekoningen.
„ den, zinnelijke voldoeningen of gemakken onthou-
„ den ? anderen doen het ook niet, wat zal men van
„ mij zeggen of denken ? "
O God, ware ik eens zoo gelukkig, van over alle
moeielijkheden en schijnredenen te zegevieren en mij
geheel aan U te geven! Onthecht mijn hart van alles,
wat in de wereld is, van alle goedoren, vermaken,
gezelschappen en familiebetrekkingen, ja zelfs van
. mij zelven, van mijne voldoeningen, van mijne ge-
zoudheid, van mijnen wil en mijne vrijheid, om
onthecht van alles, geheel aan ü te zijn. O ja, lieve
Jezus, onthecht mij van alles, opdat ik geheel aan
U zij. Ja, lieve Jezus, geheel aan U, geheel aan U!...
O Maria, bid voor mij, opdat ik de inspraken van
Gods genade steeds opvolge en in weerwil van alle
aanvechtingen, aan mijne voornemens getrouw
blijve. Amen.
Oefeningen. 1° De eenzaamheid, de ingetogenheid
en stilzwijgendheid, zooveel mogelijk is, betrachten,
ten einde de inspraken van God te erkennen en te
volgen. 2° Getrouw blijven aan de voornemens, in
weerwil der moeielijkheden. (Sluitgebed, bl. 50).
y Januari.
V« MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. De Wijzen garen zich blindelings over aan
de leiding van Gods Voorzienigheid.
ïle Punt. Zij bleven standvastig te midden der be-
proevingen.
-ocr page 257-
Driekoningen.                       24 J
Ie Punt. Het Geloof der Wijzen was zeer levendig.
Op God alleen betrouwende, hegaven zij zich op reis,
ofschoon de weg en de plaats hun onbekend waren ;
zoo gaven zij zich blindelings aan de leiding der
goddelijke Voorzienigheid over. Daar zij op God ver-
trouwden, werden zij ook door God geleid. De ge-
heimzinnige ster ging vooruit en leidde hen op de
reis, gelijk de H. Chrysostomus getuigt. Hoe verheugd
waren zij telkens bij hot zien der ster, die hen voor-
uitging, en hoe werden zij telkens aangedreven, om
hunne schreden te verhaasten, ten einde den Messias
spoediger te vinden en Hem te aanbidden! Hoe
dikwijls zeiden zij tot elkander: „ Ziet! dit is het
„ teeken van den grooten Koning, laat ons gaan en
„ Hem zoeken en Hem onze giften opdragen, goud
„ wierook en mirre " (1).
O God, hoe gelukkig zijn zij, die zich in alles aan de
leiding uwer Voorzienigheid overgeven, en hoe veilig
zijn zij onder uwe bestiering! Gij immers zijt een
almachtige en goedertierene Vader, die ons geluk
steeds ter harte neemt, meer dan wij zelven. Ook
zijt Gij een alwijze Vader, die oneindig beter dan wij
de middelen kent, welke dienstig zijn ter bevordering
van ons geluk. Hoe wijs zijn derhalve diegenen,
welke altijd op U betrouwen en bij alle moeielijk-
heden met Abraham zeggen: De Heer zal er in
voorzien!
O ziel, stelt gij uw vertrouwen volkomen op God ?
(1) InOHk. Kpiph.
-ocr page 258-
246                      Driekoningen.
steunt gij niet te veel op menschelijke voorzichtig"
heid, op natuurlijke vooruitzichten, op de berekenin-
gen van uw verstand, op uwe bekwaamheid of
talenten, op de middelen, die gij tot het goed geluk-
ken eener onderneming aangewend, of althans onder
uw bereik hebt?
Lieve Jezus, ik beken ootmoedig mijne schuld,
wijl ik te zeer op mij zelven, op mijne bekwaamhe-
den, op de aangewende voorzorgen of op andere
menschelijke vooruitzichten gesteund, en mij zoo
uwer bijzondere bescherming onwaardig gemaakt
heb. Te zeer op menschelijke of natuurlijke vooruit-
zichten steunende, ben ik dikwijls vreesachtig,
klcinmoedig of moedeloos en zoo past op mij de
bestraffing, welke Gij aan uwe apostelen deedt,
zeggende: Kleinen van Geloof, icaarom hebt gij ge-
tttïjfeld?
Genadige Jezus, ik vraag U rouwmoedig
vergiffenis over mijne kleingeloovigheid en bid U
vuriglijk, mij een levendig Geloof en groot vertrou-
wen op uwe Voorzienigheid te geven, opdat ik mij in
al mijne ondernemingen blindelings aan de leiding
uwer Voorzienigheid overgeve en bij alle, zelfs bij de
donkerste vooruitzichten met Abraham zegge: de
Heer zal er in voorzien.
II1\' Punt. O ziel, overweeg, hoe God, om de Wijzen
te beproeven, de ster plotseling voor hunne oogen
wegnam. Ofschoon zij nu zonder leidsman op een\' onbe-
kenden weg waren, verloren zij evenwel het vertrou-
wen niet; maar zich blindelings aan de leiding der
goddelijke Voorzienigheid overgevende, kwamen zij te
-ocr page 259-
Driekoningen.                       247
Jerusalem : zij deden er onderzoek naar de geboorte
van den Messias, en vroegen : waar is de nieuwgebo-
ren koning der Joden ?
doch niemand, zelfs de koning
Herodes niet, kon hun eenig bescheid zijner geboorte
geven : menschelijkcr wijze te oordeelen, moesten zij
denken, dat zij bedrogen waren, wijl er in de hoofd-
stad niemand was, zelfs de koning niet, die iets van
de geboorte des nieuwen konings gehoord had. Nietto-
min bleven zij vertrouwen en hielden niet op, Hein te
zoeken, totdat zij Hem vonden.
O God, hoe wonderbaar is uwe beschikking, die
uwe beste vrienden aan de grootste beproevingen
overgeeft! Laat toe dat ik U vrage, waarom Gij zulks
doet ? O mijn zoon, ik doe het, om hen te beproeven,
om hun de gelegenheid te geven, van vele deugden
te oefenen, en een grooten schat van verdiensten te
vergaderen : Ik doe het, opdat zij zich zelven zouden
mistrouwen, zich vernederen en het geduld beoefenen;
Ik doe het, opdat zij door het gebed hunne toevlucht
tot Mij zouden nemen, anderen raadplegen en mijnen
naam steeds loven en verheerlijken.
O God, hoe goed zijt (jij jegens den ondankbaren
mensen; wijl Gij alles schikt, om zijn geluk en zijne
zaligheid meer en meer te bevorderen.
ü ziel, hoe is het met u gelegen? Volhardt gij in
het vertrouwen, als God u alle vertroostingen en
verlichtingen ontneemt? Geeft gij u tijdens de dor-
heden of duisternissen niet over aan ongeduld, klein-
moedigheid of moedeloosheid ? Verlaat, vermindert
of verkort gij daarom uwe geestelijke oefeningen,
-ocr page 260-
248                         Driekoningen.
verstervingen, voornemens of gebeden niet ? Ui ij ft
gij dan met denzelfden ijver volharden in al nwe
plichten ?
Lieve Jezus, tot hiertoe heb ik al te zeer uwe ver-
lichtingen, zoetigheden en vertroostingen gezocht, en
valschelijk stelde ik daarin mijne godvruchtigheid;
maar nu begrijp ik, lieve Jezus, dat de ware god-
vruchtigheid niet bestaat in verlichtingen, zoetighe-
den of vertroostingen, maar in het verloochenen van
zijnen eigen wil, in het bestrijden zijner kwade nei-
gingen, in altijd met uwe beschikking tevreden te
zijn, in uwen Wil in alles te erkennen, en in zich
blindelings aan de leiding uwer Voorzienigheid over
te geven. Dierbare Jezus, ik aanbid uwe liefde, die
alles zoo wijselijk beschikt, door somtijds, vooral in
het begin onzer bekeering, ons inwendige verlichtin-
gen, zoetigheden en vertroostingen te geven, ten
einde onze zwakheid te ondersteunen, en zoo ons
hart van de wereld af te trekken: doch ons, vooral
bij de gevoelens van hoogmoed of eigenliefde, te
beproeven door dorheden en duisternissen, ten einde
ons te vernederen, onze liefde te zuiveren en ons tot
den hemel voor te bereiden. Dierbare Jezus, ontferm
U mijner en geef, dat ik altijd tevreden zij, en U ten
allen tijde love en prijze, zoowel in tegen- als voor-
spoed ; zoowel in dorheden en duisternissen als in
zoetigheden en verlichtingen.
Ü Maria, bid voor mij, opdat ik de leiding van Gods
Voorzienigheid steeds blindelings volge. Amen.
Oefeningen 1u Bij alle ondernemingen de regels
-ocr page 261-
Driekoningen.                         249
der menschehjke voorzichtigheid in acht neme:!, zoo
nochtans dat wij alleen op God vertrouwen. 2° In de
goede voornemens volharden, b. v. in het ontvangen
der HH. Sacramenten, in de godvruchtige oefeningen,
gebeden en verstervingen, al zou men daarin het
grootste verdriet, den grootsten strijd, of de grootste
bitterheid gevoelen. (Slnitgebed, bl. 50).
10 Januari.
VI>\' MEDITATIE. Voorbereidingsgebed, (bl. 28).
Ie Punt. Herodes met al zijn volk icerd ontsteld over
de geboorte des Zaligmakers.
lle Punt. God verlichtte de Koningen door den
Joodschen raad, die zelf in duisternissen icas en bleef.
Ie Punt. O ziel, overweeg, hoe de Wijzen, om het
verdwijnen der ster, gedwongen werden, onderzoek
te doen, en hoe zij daarom te Jerusalem rondgingen
en vroegen: Waar is de nieuwgeboren Koning der
Joden ?
Daar niemand hun eenige inlichting kon
geven, gingen zij stoutmoedig naar koning Herodes:
doch ook deze wist hun geene inlichting te geven,
maar was ontsteld, uit vrees dat de nieuwgeboren
koning hem misschien zou onttroonen. Geheel Jeru-
salem werd mode ontsteld, en deelde zijne vrees.
O God, hoe ongelukkig is de mensch, die aan
aardsche grootheden, goederen of vriendschapsbe-
trekkingen verkleefd is: het minste is genoeg, om
hem den vrede te ontnemen en te ontstellen, door
de vrees dat het voorwerp zijner liefde of zijner ver-
-ocr page 262-
250                         D riek oh ingen.
kleefdhcid hem zal ontnomen worden: hoe gelukkig
echter zijn zij, die niets beminnen van al, wat in de
wereld is, maar zich geheel aan IJ geven. Daar zij
van alles onthecht zijn, is er niets dat hen kan ont-
stellen of schrik kan aanjagen: daar zij TJ alleen
zoeken, en weten, dat niets ter wereld, hen van U
kan aftrekken, zijn zij altijd gerust en tevreden, en
geven zij zich in alle omstandigheden vol vertrouwen
aan uwe Vaderlijke Voorzienigheid over.
O ziel, hoe is liet met u gelegen ? Stelt gij uw hart
op God alleen? Hebt gij nooit bitterheden onder-
vonden, omdat gij op iets buiten God vertrouwdet of
uw hart op iets anders steldet ?
Ja, lieve Jezus, dit heb ik dikwijls ondervonden:
want buiten U is alles ijdelheid en kwelling des
geestes: hierom zou ik do woorden van den profeet
David gaarne bekend maken door de gansche wereld,
en roepen: Kinderen der menschen, hoe lang zult gij
zwaar run hart zijn ? Waarom bemint gij de ijdelheid
en zoekt gij de leugen ?
Waarlijk, lieve Jezus ! zonder U ben ik ongelukkig.
Al ware ik meester van de gansche aarde ; al genoot
ik al de vermaken der wereld en de achting van alle
menschen, zoo ik niet met U ware, was en bleef ik
ongelukkig. Hoe dwaas was ik, toen ik mijn hart
op iets buiten U stelde! hoe uitzinnig, toen ik mijne
goede werken deed uit eigenliefde, uit ijdel behagen
of uit menschelijk opzicht! Dierbare Jezus, thans
verfoei ik mijne dwaasheid en bid ik U, TJ over mij
te ontfermen, opdat ik voortaan U\'alleen aankleve,
beminne, love en prijze.
-ocr page 263-
Driekoningen.                       2 51
IIe Punt. O ziel, overweeg de wondere beschikking
van Gods Voorzienigheid, die de geveinsdheid en
schijnheiligheid van Herodes gebruikt, om de geboor-
teplaats van Christus bekend te maken, en den Joden
allen schijn van uitvluchten to ontnemen. Eerbied en
hoogachting voor den nieuwgeboren koning vein-
zende, deed Herodes den grooten raad der Joden
vergaderen en deze verklaarde, dat volgens de
Profeten Bethlehem de plaats was, waar de Messias
moest geboren worden; want zeiden zij: Er staat
geschreven: En gij Bethlehem in het land van Juda,
zijt geenszins de minste stad in de vorstendommen
van Juda; want uit uzal voortspruiten de vorst, die
Israël, mijn volk, zal bestieren.
O God, ik aanbid uwe wonderbare Voorzienigheid
en alwijze beschikking. Hoe goed zijt Gij jegens
hen, die goed van hart zijn ! Gij weet alle middelen,
zelfs die tegenstrijdig schijnen, tot hun welzijn te
gebruiken, en tot straf der boozen en schijnheiligen
aan te wenden. Herodes wilde Christus dooden;
daarom deed hij den hoogen raad der Joden verga-
deren, om te weten, waar Christus moest geboren
worden; uit de profeten leerden zij dat Bethlehem
die plaats was, en daar vonden de Wijzen den Mes-
sias, terwijl Hij voor Herodes en voor de Joden
verborgen bleef. O God, ik aanbid uwe goedheid,
die nooit toelaat, dat diegenen, welke oprecht van
hart zijn, bedrogen worden:" Gij weet hen, zelfs
door blinde raadslieden op den rechten weg te leiden
en tot hunne bestemming te brengen. O God, hoe
troostend is dit voor mij!
-ocr page 264-
252                         Driekoningen.
O ziel, stelt gij al uw vertrouwen op God ? Neemt
gij in alle twijfelachtigheden uwe toevlucht tot uwen
biechtvader of zielbestierder? Volgt gij zijnen raad,
hem blindelings gehoorzamende ?
Of, zoo gij zelf biechtvader of zielbestierder zijt,
zijt gij dan niet gelijk aan die blinde raadslieden der
Joden, die aan de Wijzen de geboorteplaats van den
Messias bekend maakten, zonder dat zij zelf eenen
voetstap deden om Hem te zoeken ?
Ach, lieve Jezus, hoezeer ben ik te beklagen, wijl
ik vol fouten en onvolmaaktheden ben, zonder mijne
toevlucht tot U of tot mijnen biechtvader te nemen ;
maar hoeveel meer ben ik te beklagen, daar ik ande-
ren op den rechten en volmaakten weg geleid, zonder
dat ik hem zelf volge ; wat zal ik U antwoorden, als
Gij mij dit in het oordeel zult verwijten ?... De apostel
Paulus vreesde, als hij daaraan dacht, en kastijdde
zijn lichaam, opdat hij, na aan anderen het evangelie
verkondigd te hebben, zelf niet verloren zoude gaan.
Hoe moet ik dan niet vreezen, en niet op mij zelven
letten, om, na aan anderen den rechten weg getoond
te hebben, zelf niet verloren te gaan. Dierbare Jezus,
ontferm U mijner en geef dat ik gebruik make van de
kennis, die Gij mij gegeven hebt.
O Maria, bid voor mij, opdat ik altijd op God vertrou-
we en steeds beantwoorde aan zijne inspraken en
verlichtingen. Amen.
Oefeningen. 1" Volharden in den eersten ijver,
zelfs ten tijde der duisternissen en beproevingen. 2°
In twijfelachtigheden zijnen bestierder raadplegen.
-ocr page 265-
Driekoningen.
253
3° Doen, wat men anderen voorhoudt. (Sluügebed,
bl.
50;.
11 Januari.
VII» MEDITATIE. Voorbeheidingsgebed. (bl. 28).
Iu Punt. De koningen verlieten, Jeruzalem en volg-
den de ster.
lle Punt. Zij vonden Jezus in eenen armen stal.
I" Punt. O ziel, overweeg den ijver der koningen :
zoohaast hun de geboorteplaats van Christus bekend
was, verlieten zij Jerusalem, om Jezus te zoeken. O
welk een schoon voorbeeld!... Zij dachten aan niets
dan aan Jezus : Hij was het eenige voorwerp hunner
begeerten en gesprekken, en Hem te zoeken, was
het eenige doel hunner reis; zij lieten geen oogenblik
nutteloos voorbijgaan, om spoediger bij Hem te zijn
en Hem te kunnen aanbidden. Nauwelijks waren zij
buiten Jerusalem, of de ster vertoonde zich wederom
aan hunne oogen en vervulde hen met groote blijd-
schap. De Evangelist Mattheus zegt:
En ziet, de ster, die zij in het Oosten gezien hadden,
ging hun vooruit, totdat zij kwamen op de plaats, waar
het Kind tcas... toen zij de ster zagen, waren zij groote-
lijks verblijd.
(1)
O God, ik aanbid uwe goedheid en wonderbare
Voorzienigheid. Gij beproeft en vertroost; Gij verne-
(i) Matt. II. 9. 10.
-ocr page 266-
254                       Driekoningen.
dert en verheerlijkt; Gij gaat en komt; Gjj maakt
op eens alles duister, en op eens geeft Gij wederom
het licht uwer genade, en zoo vestigt Gij uwe dienaars
in de deugd en loutert hen van hunne onvolmaakthe-
den. Gij riept de Koningen door de ster en zij volgden
haar; de ster verdween, en zij ontwaarden vele
moeielijkheden, doch bleven volharden ; daarom hebt
gij hen vertroost door de ster, die hun wederom
verscheen en hen leidde naar de plaats, waar Jezus
was. Zoo blijkt het, o mijn God, dat Gij goed zijt voor
hen, die oprecht van hart zijn !
O ziel, hoe is het met u gelegen ? zijn al uwe ge-
dachten en genegenheden op Jezus alleen gevestigd ?
Geeft gij u geheel aan Gods bestiering over? blijft
gij standvastig als God u beproeft door lijden, tegen-
spoed, bekoringen, dorheden, duisternissen, beleedi-
gingen ? vertrouwt gij altijd op God, zelfs ten tijde
der grootste beproevingen, moeielijkheden en geva-
ren ?... Volgt gij het voorbeeld der Koningen na, die
geen oogenblik verliezen, om spoedig bij Jezus te zijn
en Hem te aanbidden ? zijt gij niet van het getal
diergenen, die altoos tijd genoeg hebben, om Jezus
te bezoeken, en het bezoek aan Jezus tot het laatste
toe verschuiven ? verkort gij de bezoeken van Jezus
niet, terwijl gij die uwer vrienden rekt ?
Dierbare Jezus, hoe is het mogelijk, dat ik zoo
liefdeloos jegens U zij, zoo traag in U te bezoeken
en zoo onstandvastig in de beproevingen ? Lieve
Jezus, ontferm U mijner en ontsteek in mij het
vuur uwer liefde, opdat ik steeds tot u getrokken
-ocr page 267-
Driekoningen.                         255
worde cu \'mijne voetstappen verhaaste, om spoediger
bij "U te zijn en langer bij U te kunnen blijven. Ook bid
ik U, lieve Jezus, mij moed en sterkte te geven, om
dagelijks nieuwe vorderingen in de volmaaktheid te
maken, en mijne reis naar de eeuwigheid onvermoeid
voort te zetten. Ik ben zeer zwak, lieve Jezus, omge-
ven van gevaren en gekweld door allerlei bitterheden ;
evenwel vertrouw ik op uwe goedheid. Ja, lieve Jezus,
ik heb mijn vertrouwen geheel op U gevestigd, en al
werd ik door duizende gevaren overvallen, dan zou ik
nog blijven vertrouwen. Wat kwaad zou mij onder
uwe bescherming kunnen hinderen, of welke bcproe-
vingen zouden mij onder uwen bijstand kunnen over-
weldigen ? Neen, lieve Jezus, door U beschermd, heb ik
niets te vreezen; al stonden er gansche legers tegen
mij op, dan zou ik nog blijven hopen, want ik kan
alles in U, die mij versterkt. Ja, dan zou ik nog des te
meer hopen; want alles werkt mede ten goede, voor
hen die tot de heiligheid geroepen zijn.
IIe Punt. O ziel, overweeg de blijdschap der konin-
gen, toen zij de ster zagen, en den ijver, waarmede zij
hare leiding volgden. Hoe vurig verlangden zij om bij
Jezus te zijn en hoe moedigden zij elkander aan, om
hunne schreden te verhaasten en Hem spoediger te
vinden, zeggende: Hoc signum magni Regis est, eumns
et inquiramus Eum. Dit is het teeken van den grooten
Koning, loten teij spoedig gaan en Hem zoekt n,
om
Hem te aanbidden en Hem onze giften op te dragen.
O ziel, verbeeld u te zien, hoe zij door de ster naar
Bethlehem geleid worden, den armen stal binnen gaan
en er Jezus aanbidden, hoewel zij in Hem en rondom
-ocr page 268-
Driekoningen.
Hem niets dan ellende, armoede en vernedering von-
den.
Lieve Jezus, zoo leidt Gij dan uwe vrienden en
dienaars, niet naar plaatsen van vermaken, groothe-
den, rijkdommen, gemakken en zinnelijke genoegens,
maar veeleer naar plaatsen van armoede, ontberin-
gen, vernederingen en bitterheden. Gij leidt hen naar
den stal van Bethlehem, naar die grot van bitterheden,
waar zij een schat vinden, die alle schatten der we-
reld oneindig ver te boven gaat; zij vinden er namelijk
U, den Koning der koningen, den Meester van het
heelal. O wonderbare leiding van Gods Voorzienigheid!
O ziel, waar laat gij U naar toeleiden — naar
plaatsen van eer en achting,van overvloed en weelde.
van vermaken en zinnelijke voldoeningen — ofwel —
naar plaatsen van vernederingen, ontberingen, bitter-
heden en kruisen?
Dierbare Jezus, ik beken mijne schuld. Ach, ik laat
mij al te zeer leiden door de zinnen, om weelde, ver-
maken en grootheden te betrachten, en aldus laat ik
mij van U aftrekken! Lieve Jezus, doe mij gevoelen,
hoe nietig het aardsche is, ten einde U alleen te zoe-
ken. Leer mij, hoe ik U móet zoeken te midden der
armoede,der verworpenheid en der kruisen en versterk
mij, opdat ik volharde tot het einde toe.
O Maria, bid voor mij, opdat ik de leiding van Gods
genade standvastig volge. Amen.
Oefeningen. 1° Vlijtig in alles zijn, om dikwijler tot
Jezus te gaan en langer bij Hem te kunnen blijven.
2« Te midden der dorheden en duisternissen op God
-ocr page 269-
Driekoningen.                           257
vertrouwen. 3" Jezus zoeken in de armoede, vernede-
ring en versterving. (Sluitgebed, bl. 50,).
12 Januari.
VIII6 MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28;.
I« Punt. De Koningen gaan den stal binnen, en neder-
vallende, aanbidden zij Jezus.
IIe Punt. Zij dragen giften op, goud, wierook en
mirre.
I« Punt. Verbeeld u te zien, dat de Koningen met
den grootsten eerbied den stal binnengaan, zonder
zich door iets te laten terughouden, noch door de
verworpenheid, nederigheid en verlatenheid der plaats,
noch door de armoede van Jezus en Maria en van
alles wat zij er vonden. Welk eene vertoóning voor de
Wn\'zen! zij waren gekomen om den Koning der Joden,
den door de Propheten zoo lang voorzegden en door
alle volken zoo vurig verlangden Koning te zoeken.
God maakte hun zijne geboorte bekend door eene bui-
tengewone ster, die hen op reis vergezelde, en naar
Bethlehem leidde; wat konden zij nu anders denken,
dan dat zij Hem zouden vinden in een luisterrijken toe-
stand, in een heerlijk paleis,, prachtig versierd, met
schildwachten bezet, en bezocht door hovelingen en
edelen van het rijk? Zeker moesten zij dit denken:
maar nu vonden zij integendeel, een arm en verlaten
kind; eene arme en verlatene moeder, en een armen
en verlaten stal. Welk eene beproeving! Hoe velen
zou men heden aantreffen, die, geërgerd over eene zoo
17
-ocr page 270-
258
Driekoningen,
groote ellende, zouden gezegd hebben: „Is dat deMes-
„ sias? Is dat die groote Koning? Is dat zijn paleis?
„ Is dat zijne moeder? Zouden wij een zoo verworpen
„ koning verecren en aanbidden ?... Neen! dit zou tegen
„ onze eer strijden." Ongetwijfeld zou men er in onze
dagen velen aantreffen, die zoo zouden spreken; doch
de Wijzen uit het Oosten deden zoo niet. Door het ge-
loof verlicht, erkenden zij Hem in dien armoedigen
staat als hunnen Koning en God, die uit enkele liefde
zich zoo diep had willen vernederen, en vol eerbied en
liefde wierpen zij zich ter aarde neder, om Hem te
aanbidden. De Evangelist Mattheus zegt: Het huis
binnengaande, ronden zij het Kind met Maria zijne
Moeder, en nederraUende aanbaden zij Hel...
O wat
minzame vertooning! Drie koningen werpen zich
voor een arm kind ter aarde, om het te aanbidden !...
Zie hen daar liggen ! O welke eerbied! O welke liefde!
Dierbare Jezus, ik verheug mij over deze vereering
der Wijzen. Gij immers zijt alle eer waardig en ver-
dient door alle menschen geprezen te worden. Konde
ik alle volken bij uwe kribbe brengen, om U te aan-
bidden ! Konde ik sterven, opdat alle menschen U
beminnen! Maar helaas! hoe weinigen zijn er die U
kennen! hoe weinigen, die U beminnen !... Lieve Jezus,
ontferm U mijner en geef, dat ik U ten minste oprecht
beminne.
Mijne ziel, erkent gij Jezus in het II. Sacrament des
Altaars onder de geringe gedaante van brood en wijn ?
Zijt gij van zijne waardigheid en uwe nietigheid zoo
doordrongen, dat gij daarom eerbiedig voor Hem
-ocr page 271-
Driekoningen.                         259
neerknielt, van liefde voor Hem brandt en 11 geheel
aan Hem toewijdt?... Bemint gij den staat van armoe-
de, van vernedering en van lijden, wijl Jezus dezen door
zijn voorbeeld geheiligd heeft? Bemint gij de men-
schen, die zich in dien staat bevinden ? Zijt gij jegens
hen niet onvriendelijk en bitter, terwijl gij jegens de
rijken goedaardig en minzaam zijt?
Helaas, lieve Jezus; dikwijls heb ik mij door den
uitwendigen schijn van kleederen laten innemen. Ik
dacht niet, dat de armoede door U geheiligd is, noch
dat er onder arme en verworpene kleederen vele en
verhevene deugden kunnen schuilen: maar, lieve
Jezus, nu ik zie dat Gij zelf de armoede als uwe bruid
verkozen hebt, nu kan ik er niet meer aan twijfelen, of
zij moet iets groots en verhevens in uwe oogen zijn.
Lieve Jezus, doe mij dit wel beseffen, opdat ik de ge-
volgen der armoede beminne, liefderijk jegens de ar-
men zij en in hunnen persoon U vereere. Geef daarem
boven, dat ik van liefde brande tot het H. Sakrament
des Altaars, waar gij onder de gedaante van brood en
wijn waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt; geef dat
ik gestadig tot U getrokken worde en geen vermaak
noch genoegen buiten IJ vinde.
IIe Punt. Stel u verder voor den geest, hoe de konhv
gen, brandend van liefde, hunne giften aan Jezus opdra-
gen. De Evangelist Mattheus zegt: En hunne schatten
geopend hebbende, offerden zij Hem geschenken, goud,
ivierook en mirre.
Door het goud erkenden zij Hem als
Koning; door den wierook als God, en door de mirre
als mensen. Gave God, dat wij en alle menschen Hem
-ocr page 272-
26o                         Driekoningen.
ook zoo erkenden als den eenigen en waren Koning,
als den Opperheer, den God van hemel en aarde, die
zich uit enkele liefde vernederd en met de menschc-
lijke natuur bekleed heeft.
Lieve Jezus, ik erken U als den Koning der konin-
gen, als de Heer der heoren, als den Schepper van het
heelal, als den eenigen waren God, die door de Engelen
aangebeden en verheerlijkt wordt; tevens erken ik,
dat Gij uit enkele liefde U zoozeer vernederd hebt,
om de menschelijke natuur aan te nemen.
O ziel, zijt gij er dankbaar voor ? welke bewijzen
van dankbaarheid en liefde geeft gij ? offert gij Hem
uwe geschenken, goud, wierook en mirre ? Zoo Hij
uw Koning en uw God is, is het dan niet billijk en
rechtvaardig dat gij u geheel aan Hem geeft ? Zoo Hij
zich uit liefde tot U vernederd heeft en mensen ge-
worden is, is het dan niet billijk, dat Gij U ook verne-
dert uit liefde tot Hem en uw best doet, om dooreen
heilig leven u maken te deelachtig aan zijne Godheid ?
Ja, lieve Jezus, dit is zeker billijk en rechtvaardig.
Daar Gij mijn Koning en mijn God zijt, ben ik mij
geheel aanU verschuldigd; derhalve geef ik mij geheel
aan TJ: mijn verstand, om alles te gelooven hetgeen
Gij veropenbaard hebt en do H. Kerk ons voorstelt,
om te gelooven; mijn geheugen, om steeds aan U te
denken en te wandelen in uwe tegenwoordigheid;
mijnen icil, om uwen wil in alles te volbrengen en
steeds met uwe beschikking tevreden te zijn; mijn
hart,
om U alleen te beminnen; mijne gezondheid,
mijne zintuigen en krachten, om ze geheel voor U te
-ocr page 273-
Driekoningen.                         261
besteden; met éen woord, ik geef U mijn gansch leven,
opdat het geheel voor U zij. Lieve Jezus, ontvang mij
met alles, wat in mij is : mijne ziel en mijn lichaam;
mijn leven en mijnen dood; mijnen tijd en mijne
gansche eeuwigheid: ziedaar de geschenken, die ik U
heden aanbied: ik vereenig deze offerande met de
giften, welke de koningen ü opdroegen, en bid U,
dezelve goedgunstig te willen aannemen.
Maria, bid voor mij, opdat ik uit liefde tot Jezus
minzaam zij jegens do armen. Amen.
Oefeningen. 1u Uit liefde tot den armen Jezus min-
zaam zijn jegens arme menschen. 2° Jezus dikwijls
bezoeken in het H. Sakrament des Altaars. 3" Zich
zelven geheel aan Hem opdragen. (Sluitgebid, bl. 50;.
i3 Januari
IXe MEDITATIE. Voorbereidinösgebed. (bl. 28.)
Je Punt. De giften der Kuningen waren Gode aange-
naam, omdat zij voortkwamen uit eene zuivere meening
en ware liefde.
IIe Punt. Door God gewaarschuwd, keerden de
Wijzen langs een anderen weg terug.
J>\' Punt. Verbeeld u te zien, dat het Kindje Jezus
de geschenken der Koningen stilzwijgend, maar met
minzaamheid en liefde aanvaardt. Hunne geschenken
waren aan Jezus bevallig, niet om hunne waarde of
kostbaarheid, wijl Hij, de Heer van hemel en aarde,
geene giften noodig had, maar omdat zij voortkwamen
uit eene zuivere meening en vurige liefde, alsmede
-ocr page 274-
2Ö2                         Driekoningen.
omdat de Wijzen met die geschenken ook hun hart
opdroegen ; een hart namelijk, van liefde, afgebeeld
door het goud; een hart van devotie of gebed, afge-
beeld door den wierook; eindelijk een hart van ver-
sterving of zelfverloochening, afgebeeld door de
mirre.
Lieve Jezus, zoo ziet Gij dan niet zoo zeer naar de
giften als naar de gesteltenis des harten; daarom
waren de twee penningen, welke de arme weduwe
van het Evangelie met een goed hart offerde, U
aangenamer dan de rijke giften der hoovaardige
Phariseërs.
En hoe is het met U gesteld, mijne ziel? hebt gij bij al
uwe werken eene goede meening? doet gij alles ter
eere van Jezus ? Geeft gij uit liefde tot Jezus, ook
geschenken aan kerken, liefdegestichten en noodlij-
dende menschen ? Geeft gij met uwe giften ook uw
hart — namelijk het goud van liefde; den wierook
des gebeds, en de mirre der versterving ?
Lieve Jezus, ik hoor U zeggen : mijn zoon geef Mij
uw hart,
te weten, uw hart, brandend van liefde;
uw hart onthecht van de wereld en door heilige be-
geerten en vurige gebeden opgeheven ten hemel,
gelijk de wierook die ten hemel, opstijgt. Eindelijk
uw hart, de versterving beminnende en met liefde
de mirre, het zinnebeeld der bitterhedcn on kruisen,
aanvarende.
Lieve Jezus, ware ik eens zoo gelukkig van U een
dusdanig hart te kunnen aanbieden ?... Maar helaas,
mijn hart is koud en liefdeloos; dor on ongevoelig
-ocr page 275-
Driekoningen.                         263
in het gebed; onverstorven in het nemen van spijs
en drank ; en daarenboven gehecht aan zinnelijke
voldoeningen.
Dierbare Jezus, ik ben bedroefd, omdat ik nog zoo
weinig voor U gedaan heb, en dat weinige is nog be-
zoedeld door den hoogmoed en de eigenliefde: even-
wel zal ik den moed niet verliezen. Gij vraagt mij
mijn hart: ik geef het U gaarne en vertrouw dat Gij
het zult veranderen. Ja, lieve Jezus, mijn hart is
geheel voor U, om U alleen te beminnen. O liefde
van mijnen Jezus, ontsteek in mij het vuur uwer
liefde, opdat ik steeds aan U denke, mij door heilige
verzuchtingen en schietgebeden met U vcreenige en
alles voor U lijde.
Ib Punt. Overweeg vervolgens, hoc de Goddelijke
Voorzienigheid steeds waakt over de zijnen, en alles tot
hun voordeel beschikt. Herodes zocht Jezus te doo-
den : daarom zeide hij aan de koningen: gaat en on-
der rraagt zorgvuldig naar het Kind; en als gij hel zult
gerond\'n hebben, boodschapt het mij dan opdat ook ik
home en Het aanbidde.
IJdele voorzorgen van Hero-
des! ijdele plannen ! God waakte over de zijnen, en
onttrok de Wijzen zoowel als het Kind aan do ge-
veinsde vereering van den wreeden Herodes. Hij
vermaande de wijzen in den \'slaap van niet naar
Herodes te gaan, maar langs een anderen weg naar
hun land terug te keeren.
Grootc God, zoo waakt Gij dan steeds over ons,
en weert duizende, zelfs ons%onbekende gevaren van
ons af! Hoevele mij onbekende gevaren hebt Gij van
-ocr page 276-
264                      Driekoningen.
mij afgeweerd in mijne kindsheid, in mijne jeugd en
in mijne verdere jaren!... O mijn God, ik erken, dat
ik U voor die vaderlijke waakzaamheid eene groote
dankbaarheid verschuldigd ben: daarom geef ik mij
geheel aan U, om alleen voor U te\'leven. O ja, mijn
God, ik wil voor U leven; geef mij uwe liefde
met uwe genade, en voor het overige beschik over
mij en over alles wat mij aangaat volgens uwen heili-
gen wil en uw welbehagen.
De Wijzen keerden langs een anderen weg naar
hun vaderland terug; zoo moeten wij, die door de
zonde van ons hemelsch vaderland zijn afgeweken,
door een anderen weg, namelijk door den weg van
boetvaardigheid tot hetzelve wederkeeren. De H.
Gregorius zegt: „ Wij zijn afgeweken van ons vader-
, land, door ons te verheffen, door ongehoorzaam te
„ zijn, door het zichtbare na te jagen, en door te
„ eten van de verbodene vrucht: nu moeten wij tot
„ hetzelve terugkeeren, door te weenen, door te ge-
, hoorzamen, door het zichtbare te verachten en de
, begeerlijkheden des vleesches te bedwingen." Ver-
, der zegt diezelfde heilige, derhalve keeren wij door
„ een anderen weg naar ons vaderland terug: im-
„ mers wij, die van de hcmelsche vreugden afgewe-
„ ken zijn door ons te vermaken, worden tot dezelve
, teruggeroepen door te weenen." (1)
God waarschuwde de Wijzen in den slaap, dat zij
langs een anderen weg moesten terugkeeren en zij
(1) Brev. Rom. in Off. Epiph. 4 die infra Oct. lcct. VII.
-ocr page 277-
Driekoningen.
26$
gehoorzaamden: even zoo waarschuwt Hij nog dage-
lijks den zondaar, door inwendig tot zijn hart te
spreken, en hem op te wekken, om boetvaardigheid te
doen, en zich oprecht te bekeeren.
O God, hoe goed zijt Gij! Ik heb gedwaald, gelijk
een verloren schaap. Helaas, ik had U verlaten
en mij gekeerd naar ijdele vermaken en wereldsche
schijngoederen : intusschen spraakt Gij inwendig tot
mij, opdat ik den weg des bederfs zou verlaten en
tot U terugkeeren, maar ik bleef doof voor uwe
inspraken en vermaningen. Ach, hoelang heb ik
gedwaald, terwijl Gij mij zocht en door uwe genade
op den rechten weg wildet terugbrengen ! Ik dank
TJ, o mijn God, voor deze uwe goedheid en liefde, en
maak het voornemen, voortaan naar uwe inspraken
en vermaningen te luisteren, boetvaardigheid te
doen over mijne zonden, te wandelen langs de wegen
van armoede, vernedering en lijden, welke Jezus voor
mij gebaand heeft, ten einde het geluk te hebben, bij
U in den hemel aan te landen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik steeds met nieuwen
ijver wandele op den weg der volmaaktheid. Amen.
Oefeningen. 1° Aan Jezus geschenken offeren, te
weten een hart van liefde, van devotie en van ver-
sterving. 2" Met groot vertrouwen in alles zich over-
geven aan de leiding der Goddelijke Voorzienigheid.
3" Tot God en den hemel wederkeeren langs den weg
van boetvaardigheid, van tranen, van vernederingen,
van kruisen en verstervingen. (Sluitgebed, bl. 50;.
-ocr page 278-
266                         Driekoningen.
14 Januari.
X8 MEDITATIE. Voorbbjreidingsgebed. (bl. 28).
1° Punt. Jezus was voor Maria een bundeltje mirre,
dat is, bitter en zoet.
II" Punt. Maria gaf het goud aan de armen, de
wierook aan God en behield voor zich de mirre.
I1\' Punt. O ziel, overweeg, hoe Jezus voor Maria,
een bundeltje mirre was. De mirre, welke de Wijzen
aan Jezus ten geschenke brachten, was bitter van
smaak, maar aangenaam van geur en heilzaam voor
de gezondheid; hierom was het gebruikelijk bij de
adellijke vrouwen van het Oosten, een bundeltje mirre
aan den hals te dragen, om door den geur der mirre
de lucht te zuiveren en zich te verkwikken. Daarom
zeide de Bruid van het Hooglied in een geestelijken
zin: Fascicidiis myrrhee dileclm mens mini, inter ubera
mea commorabitur
(1), als wilde zij zeggen : „ andere
vrouwen dragen bij zich verkwikkende reukwerken
en "geurgevende mirre; doch mijn Beminde is mij
een bundeltje mirre; hem zal ik bij mij dragen: Hij
zal mij bitter zijn on: zijn lijden ; maar tevens aange-
naam en heilzaam, om zijne liefde en veelvuldige
genaden. Ik zal Hem dragen in mijne gedachten en
in mijn hart, en Hij zal mij troosten in mijne bitterhc-
den en verkwikken en opbeuren in mijne kwellingen
en droefgeestigheden."
(i)Cant. I. 2.
-ocr page 279-
Driekoningen.                       267
Maria, zoo was dan het kind Jezus voor U een
bundel mirre ; wijl Hij voor u eene oorzaak was van
vele bitterheden en tevens van vele zoetigheden en
vertroostingen. Hij was voor u eene oorzaak van
smarten, om zijn lijden, dat altijd voor uwe oogen
zweefde, en van troost, om zijne minzaamheid en om
de genade, waarmede Hij TJ verrijkte. O Maria, bid
voor mij, opdat Jezus mij ook een bundel mirre zij
en ik Hem steeds drage in mijn hart, in mijne gedach-
ten en genegenheden. Dat de gedachte aan zijn lijden
mij opwekke tot droefheid over de zonden, die er de
oorzaak van zijn ; dat de gedachte aan zijne goedheid
mij opwekke tot liefde, om buiten Hem niets te
beminnen.
Mijne ziel, geschiedt dat ook ? denkt gij dikwijls aan
zijn lijden en aan zijne goedheid?... wordt gij door die
gedachte opgewekt, om het bittere te aanvaarden en
het zoete van u te verwijderen ?
Dierbare Jezus, ware ik eens zoo gelukkig! Doch
Gij alleen kunt die verandering in mij teweegbrengen,
gelijk Gij in zoovele Heiligen gedaan hebt. Daar zij
vol liefde jegens U waren, hadden zij afkeer van alle
grootheden, vermaken, zinnelijke voldoeningen en
van alles wat de wereld acht; en waren zij integen-
deel begeerig naar lijden, vernederingen, kruisen, en
naar alles wat de wereld vreest. Lieve Jezus, ik bid
U, diezelfde gevoelens van liefde en afkeer in mij
op te wekken, opdat ik altijd aan U denke en U,
als een bundel mirre, steeds in mijn hart drage. Gij
alleen zijt mij genoeg, en buiten U is alles ijdelheid en
-ocr page 280-
268                         Driekoningen.
bedrog: wat is er mij in den hemel, en buiten U,
wat wil ik op aarde, 0 God van mijn hart en mijn deel,
O God in eeuwigheid\'?
II" Punt. Overweeg verder de liefde van Maria
voor de versterving ; daarom behield zij de mirre, het
zinnebeeld der versterving, voor zich, terwijl zij het
goud uitdeelde aan de armen en den wierook in den
tempel aan God ten offer bracht. De H. Bonaventura
zegt: (1) dat Maria, eene groote minnares dor ar-
moede, het goud uitdeelde aan de armen en den
wierook bestemde, om in den tempel aan God opge-
offerd te worden ; maar dat zij voor zich en voor
Jezus bewaarde de mirre, als een zinnebeeld der
smarten, welke zij met haar Goddelijk Kind zou te
lijden hebben en welke haar door een bovennatuurlijk
licht bekend waren. Daar Maria wist, dat Jezus ge-
komen was om te lijden, hoe ware het dan mogelijk
geweest, dat zij een andere keus zou gedaan hebben ?
zij immers verlangde niets anders dan aan Jezus
gelijkvormig te zijn en met Hem te lijden; daarom
nam zij de mirre met zulke genegenheid aan, dat zij
met de bruid van het Hooglied kon zeggen: Mijne
handen dropen van de eerste mirre; mijne vingers
waren rol tan de kostelijkste mirre.
(2) De godvruchtige
Just. Michovius zegt: „ De handen der H. Maagd waren
vol mirre, omdat zij van de Geboorte van Christus
tot zijnen dood, zijne pijnen en folteringen altijd voor
0) Lib. de Vita Chr\'.
(aj Cant. V. 5.
-ocr page 281-
Driekoningen.
269
oogen had. Ook na zijnen dood dacht zij er altijd
aan : wanneer zij Hem op haren schoot nam, of op
hare armen droeg, of met de moedermelk voedde
beschouwde zij met de oogen des geloofs zijne door-
nen kroon, zijne geesels, zijn kruis, zijne nagels,
zijne lans, zijnen dood en zijne begrafenis," en zoo
was Jezus haar een bundel mirre: mijn beminde is
mij een bundel mirre.
Door altijd aan zijne smarten te denken, perste zij
de kostelijkste mirre uit, dat is, zij gevoelde de
grootste smart, gepaard met troost en tevredenheid,
zich verheugende, waardig bevonden te zijn, met
Jezus te mogen lijden.
Behoudt gij voor u ook de mirre, en versmaadt
gij met Jezus en Maria de wereldsche zoetigheden,
vertroostingen en genoegens ? Laat gij de vermaken
aan de minnaars der wereld over, en verkiest gij
met Jezus en Maria de mirre, de kruisen en bit-
terheden ?
Ach, lieve Jezus, hoe ver ben ik nog van uwen
geest verwijderd! Helaas, ik zoek nog zoozeer de
voldoeningen mijner zinnen ! Wanneer zal ik eens
uit liefde tot U de bitterheden omhelzen ?... zou ik
beter willen behandeld worden, dan Gij, lieve Jezus,
de schepper van het heelal en uwe Moeder Maria, de
Koningin van hemel en aarde ? Neen, lieve Jezus,
dat kan, dat mag niet zijn : de knecht is niet beter dan
zijn meester.
Daar Gij zooveel geleden hebt, is het
billijk, dat ook ik veel l\\jde. O Jezus, verlicht mij,
opdat ik deze waarheid meer en meer beseffe en
-ocr page 282-
270                         Driekoningen.
versterk mij om ze steeds in beoefening te brengen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik naar uw voorbeeld
steeds de mirre van bitterheden met liefde aanvaarde.
Amen.
Oefexixgek. 1" Jezus als een bundel mirre aan het
hart dragen, zeggende: Mijn Beminde is mij een bun-
del mirre : Hij zal op mijne borst, in mijn hart, rus-
ten.
2\' Zich verheugen over het lijden, wijl wij door
het lijden aan Jezus en Maria gelijk worden. (Sluitye-
bed, bl.
50).
i5 Januari.
XIe MEDITATIE: Voorbereidingsgkbed. (bl. 28).
Ic Punt. Door de mirre werd afgebeeld, dat het leren
van Jezus met bitterheden zou verruldzijn.
D> Punt. Maria dacht er altijd aan.
Ie Punt. O ziel, overweeg, dat de Wijzen niet alleen
goud en wierook, maar ook mirre, het zinnebeeld van
bitterheden, kruisen en lijden, aan Jezus ten geschenke
brachten, ton einde Hem van het begin af, zijn pijnlijk
leven en bitteren dood voor oogen te stellen. De min-
naars der wereld willen niet, dat men van lijden en
kruisen spreekt; zij trachten die gedachten te verwij-
deren, en zeggen, met Petrus, toen Christus sprak
over zijn nabijzijnd lijden: Neen, Heer,m dit zij verre
van U; dat zal U niet gebeuren;
zij denken maar aan
geluk, voorspoed en grootheid, en doen hun best, om
de gedachten aan lijden, kruisen en dood van zich te
-ocr page 283-
Driekoningen.                          271
verwijderen. De kinderen Gods daarentegen wenden
hunne gedachten af\'van aardsche goederen, verinaken
en grootheden, om zich bezig te houden met het kruis
en lijden van Jezus en der heiligen, ten einde zich aan
te moedigen om hier den kruisweg met Jezus te
bewandelen en hiernamaals met Hem verheerlijkt te
worden. Zoo deed ook Jezus; Hij zocht zijne glorie
niet, maar die zijns Vaders; Hij zocht de verncde-
ringen, en nam den lijdenskelk van het eerste oogen-
blik zijns levens af. met blijdschap aan uit de handen
zijns hemelschen Vaders, en had dien altijd voor
zijnen geest; gelijk Hij zelf getuigt in de Psalmen
van David: Mijne smart is altijd voor mijne oogen.
En hoe is het met 11 gesteld,mijne ziel? wat zoekt
gij ?... misschien uwe zinnelijke voldoeningen ? ...
misschien aardsche goederen ?... misschien eer en
achting der menschen of bedrieglijke grootheden?...
Lieve Jezus, ik heb gedwaald, wijl ik mijn hart te
zeer op het aardsche en vergankelijke stelde: ik
achtte die menschen gelukkig, die in het bezit zijn
van eer en achting, van aardsche goederen en rijk-
dommen, van zinnelijke voldoeningen en vermaken ;
doch ik bedroog mij: immers het ware geluk van den
mensch bestaat in alles wat de wereld aanbiedt en
hoogschat, uit liefde tot God te verachten: daarom
bid ik U. lieve Jezus, mij te versterken, opdat ik
voortaan de kruisen, bitterheden en vernederingen
met blijdschap aanvaarde.
IIe Punt. Overweeg verder, dat Maria, even als
Jezus, alles versmaadde, wat de wereld bemint, en
-ocr page 284-
272                         Driekon ingen.
het lijden voor haar deel verkoos. Hare gedachten
waren steeds op het lijden van Jezus gevestigd ; haar
hart werd aldus altijd doorboord met een zwaard van
bittere droeiheid. De H. Brigitte zegt, „ dat de H.
Maagd eene meer duidelijke voorkennis van het
lijden haars Zoons had, dan de profeten ooit gehad
hadden, en dat zijn lijden altijd voor haren geest
zweefde : wanneer zij Hem voedde met de moedor-
melk, dan dacht zij aan de gal en den azijn, waar-
mede Hij op den Calvarieberg zou gelaafd worden :
wanneer zij Hem op hare armen droeg, verbeeldde
zij zich dat Hij aan de armen des kruises was gena-
geld; wanneer zij Hem omhelsde, dacht zij aan den
verradelijken kus van Judas; wanneer zij Hem in de
zwachtels wikkelde, dacht zij aan de koorden en
banden, waarmede Hij gebonden zou worden; wan-
neer zij Hem leidde, dacht zij, dat Hij naar de recht-
banken zou gesleurd worden, om daar geoordeeld en
veroordeeld te worden." Zoo dacht zij altijd aan het
lijden van haren Goddelijken Zoon, en was haar
leven een leven van bitterheden en smarten! Hoe
grooter hare liefde tot Jezus was, des te grooter was
hare droefheid, die zij over de smarten van Jezus ont-
waarde... Al wie Jezus bemint, ontwaart noodzake-
lijk smarten, wanneer hij denkt aan de oneer die
Jezus geleden heeft en nog dagelijks lijdt. Zou een
minnaar van Jezus niet bedroefd zijn, wanneer hij
denkt, dat Jezus zooveel voor hem en voor anderen
geleden heeft en dat Hij evenwel zoo onteerd, veracht
en versmaad wordt?... zou hij niet droevig zijn, wan-
-ocr page 285-
Driekoningen.                         273
neer hij ziet, dat de menschen ijdelheden beminnen
en schijngoederen najagen, terwijl zij Jezus, het
Opperste Goed miskennen en versmaden ?
O ziel, bemint gij Jezus? zijt gij bedroefd over
de smarten, die Hij uit liefde voor u geleden heeft ?
Draagt gij Hem, als een bundel mirre, altijd op en in
uw hart, volgens de vermaning van den H. Bernar-
dus, zeggende: „ Zoo gij wijs zijt, dan zult gij de
„ voorzichtigheid der Bruid navolgenen niet gedoogen,
„ dat deze zoo beminnenswaardige bundel mirre een
„ oogenblik van uw hart weggenomen worde ; inte.
„ gendeel, dan zult gij de bitterheden, die Hij voor u
„ geleden heeft, altijd gedenken, om met de Bruid van
„ het Hooglied te kunnen zeggen : mijn Beminde
„ is mij een bundel mirre ; op mijn hart zal Hij
„ rusten
(1).
Dierbare Jezus, hoe flauw is mijne liefde jegens
TJ !... Helaas, ik ben vol liefde voor ijdele dingen, en
daarom denk ik er aan: mijne gedachten staan
meestal op vermaken, uitspanningen en zinnelijke
voldoeningen; op wereldsche schoonheden, groot-
heden en rijkdommen, op eten en drinken, slapen en
soortgelijke ijdelheden; doch U vergeet ik, omdat
mijne liefde tot U zoo flauw is. O zoo ik U vurig
beminde, dan zou ik ongetwijfeld dikwijls aan U den-
ken en gaarne om uwentwil lijden ! Lieve Jezus,
ontferm U mijner en vernietig in mij dien wereldschen
en zinnelijken geest, om TJ alleen en niets buiten TJ
(1) S. Bern. Serm. 4?.
18
-ocr page 286-
274                         Driekoningen.
te beminnen en uit liefde tot U alles gaarne te lijden.
O Maria, bid voor mij, opdat ik Jezus vuriglijk be-
minne en Hem als een bundel mirre, in mijn hart
drage. Amen.
Oefeningen. 1" Gevoelens van blijdschap in zich
opwekken, als er iets bitters te doen of te lijden valt.
2" Bij het slaan der klok denken aan het lijden van
Jezus; en hierom het lijden van Jezus in punten ver-
deelen bij wijze van een uur-wijzer, men noemt dit:
IIOROLOGIUM PASSIONIS, DE LlJDENS TJURWIJZER. (Sluit\'
gebed, bl. 50).
i<~> Januari.
XII" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bladz. 28).
Ic Punt. Do versterving is voor allen noodzakelijk;
Jezus en Maria geren er het voorbeeld van.
IIe Punt. De Heiligen hebben dat voorbeeld nagevold:
wij moeten het ook navolgen.
I" Punt. De versterving, ofschoon bitter gelijk de
mirre, is evenwel te alle tijden noodzakelijk. Beschouw
liet geheele leven van Jezus en Maria; gij zult er
niets in vinden dan bitterheden: gij zult hen overal
in armoede, vernedering en lijden zien. Jezus werd
geboren in armoede, en lag tusschen redelooze dieren;
Hij leefde in armoede en vernedering en stierf aan
het kruis tusschen twee moordenaars. Evenzoo was
het met Maria gelegen: Invenerunt Puerum cum Maria
Matre ejus. De Wijzen vonden het Kind met Maria, zijne
Moeder.
Overal vinden wij Maria met Jezus in het
lijden; in den stal van Bethlehem, op de vlucht naar
-ocr page 287-
Driekoningen.
VS
Egypte; in liet huisje van Nazareth; op den kruisweg ;
op den Calvarieberg; doch wij vinden haar niet bij
Jezus op den Thabor, waar Hij zijne glorie vertoonde,
noch toen Hij zijne zegevierende optocht in Jerusalem
deed.
Wilt gij dan Jezus en Maria vinden, dan moet gij
gaan langs den weg van versterving. Maria zelve heeft
geene genade bij God gevonden, noch voortgang in
eenige deugd gemaakt, tenzij door de versterving: zij
zelve heeft het geopenbaard aan de H. Elisabeth, zeg-
gende: „ Mijne dochter, ik verklaar U, dat ik geeno
„ genade, geene weldaad, geene deugd van God ont-
„ vangen heb, zonder groote moeite, een gedurig ge-
„ bed, een vurig verlangen, eene innige devotie en
„ vele kwellingen, uitgenomen de genade der heilig-
„ making, waardoor ik geheiligd ben in den schoot
„ mijner moeder." Verder zeide zij: „ Houd voor zeker,
„ dat er geene genade in de ziel neerdaalt, tenzij door
„het gebed en de lichamelijke versterving" (1).
Let hier eens wel op: „ geene genade zonder ge.
„bed,zonder versterving!" Geen loon zonder strijd!
Geene kroon zonder overwinning! Heeft Jezus zelf
niet moeten lijden om zijne glorie in te gaan! Wie zou
zich dan nog durven vleien, den hemel door een an-
deren weg te kunnen ingaan?
Mijne ziel, hoe is het met u gesteld ? Wat doet en lijdt
gij voor den hemel ? Is het niet billijk en noodzakelijk,
daarvoor het zoete van u te verwijderen en het bittere
(1) S. Bonaventura, cap. 3. MeJ. vitae Chr.
-ocr page 288-
276                           Driekoningen.
te betrachten? Ja, zeker is dat billijk en noodzakelijk.
Jezus moest lijden, hoewel hij onschuldig was; Maria,
die onbevlekte Maagd, groeide op tusschen do kwellin-
gen, gelijk de roos tusschen de doornen; en gelijk de
doornen grooter worden, naarmate de roos groeit, zoo
werd Maria, die uitgelczene roos, des te meer gestoken
met de doornen van bitterheden, naarmate zij toenam
in jaren (1). Zou ik mijn leven dan willen slijten tus-
schen de zoetigheden, vermaken en zinnelijke voldoe-
ningen, terwijl Jezus en Maria steeds in bitterheden
geweest zijn? Neen, neen, mijn God, dit wil ik niet; dit
mag niet zijn ;dan zou ik geen aanspraak kunnen ma-
ken op de eeuwige belooning des hemels. Daarom, bid
ik U, mij in liefde te ontvlammen en aan te moedigen,
om alle bitterheden, kruisen en smarten blijmoedig te
aanvaarden en gevoelens van dankbaarheid in mij op
te wekken, zoo dikwijls mij iets geboden wordt, dat
mij natuurlijker wijs bitter valt. Dierbare Jezus, geef
mij uwe liefde; geef mij eene groote liefde, eene vuri-
ge en standvastige liefde, om alle smarten blijmoedig
aan te nemen; immers de liefde lijdt alles, zij ver-
draagt alles; wat meer is, de liefde bemint de smarten
en verheugt zich, waardig bevonden te worden, iets
voor haren Beminde te mogen lijden.
IIe Punt. Overdenk nu verder, dat ook de heiligen
door het lijden alleen de glorie zijn ingaan. De Zaligma-
ker heeft dit tot een noodzakelijk vereischte gesteld; tot
allen sprekende, zeide Hij: Indien iemand mijn vo!ge-
(1) S. Brigitta in Serm. Angel. cap. 16.
-ocr page 289-
Driekoningen.
277
ling wil zijn, hij verloochene zich zelven, en neme zijn
kruis dagelijks op, en volgt Mij
(1). Daar de heiligen
doordrongen waren van de kracht dezer woorden, wier
beteekenis zij geleerd hadden aan den voet des kruises,
namen zij het besluit, zich zelven te verloochenen,
het zoete van zich te verwijderen, het bittere met
liefde te omhelsen, hun kruis op te nemen en Jezus te
volgen. Hunne levenswijze getuigt, dat zij het afbeeld"
sel van Jezus\' lijden altijd in hunne lichamen ronddroe-
gen. De Apostel Paulusvan de geloovigen van Corinthe
sprekende, zegt: Wij lijden in alles kwellingen; maar
worden niet benauwd... wij worden verdrukt, maar ver-
gaan niet. De versterving van Jezus altijd ronddragende
in ons lichaam, opdat het leven van Jezus in onze
lichamen openlijk vertoond worde (2).
Zoo wisten de heiligen zich altijd en overal te ver-
sterven, en namen daarom alle gelegenheden te baat.
Dagelijks verloochenden zij zich zelven; dagelijks namen
zij hun kruis op; dagelijks volgden zij de voetstappen
van Jezus en zoo bleven zij volharden tot den dood
toe: die volhard zal hebben tol het einde toe, zal zalig
worden.
Groote God, hoc bitter is deze waarheid voor den
zinnelijken mensen I Zich dagelijks verloochenen, zich
dagelijks versterven, dagelijks zijn kruis opnemen en
Jezus volgen, is hard voor de bedorven natuur, en even-
wel is het noodzakelijk om zalig te worden... O God,
1) Lucas. o. 23.
\'21 II. Corr. IV. 10.
-ocr page 290-
278                         Driekoningen.
wat staat mij dan te doen? Zou ik dan nog langer
mijne zinnen willen involgen ? De H. Ambrosius zegt:
Ctcli aulicos durus lectus, durus victus, omnia dura
decent."
Den hovelingen des hemels betamen een hard
bed, eene harde levenwijs, en alles, wat hard en bitter
is(l).
Christen ziel, wat zegt gij daarvan, gij. die zoo klaagt,
wanneer gij eenige moeielijkheden, ongemakken of
bitterheden ontmoet? Gij. die u zoo ontevreden toont,
wanneer gij wat koude, wat hitte, wat dorst of wat
honger moet verduren? Gij, die nog geen bitter of
onvriendelijk woordje kunt verdragen?... Antwoord,
wat zegt gij van die waarheid ?
Mijn tiod, wat zal er van mij geworden in het oor-
deel ? Helaas, hoeveel verschilt mijn leven van dat der
heiligen! Zij omhelsdon met liefde alle bitterheden, en
waren te midden van alle smarten tevreden, ik inte-
gendeel schrik er voor en toon mij daarbij ontevreden,
\'t Is dus niet te verwonderen, dat ik geen voortgang
maak in de deugd en in de volmaaktheid ; want men
maakt slechts zooveel voortgang, als men zich geweld
zal aangedaan hebben (2). De H. Ignatius de Loyola
was hiervan zoo overtuigd, dat hij bij zijne ondcrrich-
tingen er steeds op terugkwam en zeide: Vince te ipsum.
Overwin u zelven.
De heidensche philosoof Seneca heeft
deze waarheid erkend door het licht der natuurlijke
rede, en daarom was zijn grondregel: Sustine et abstine.
(1) Libro 2 de Jacob.in Genes. cap. 28. 11.
h) Thomas i\\ Kempis.
-ocr page 291-
Driekoningen.                          279
Lijd en onthoud 11. Lijd alles wat bitter is en onthoud
u van alles wat zoet is. Lieve Jezus, verlicht mij. opdat
ik deze waarheid wel besefte en versterk mij. om haar
steeds in beoefening te brengen. Ofschoon het hard
schijnt voor den zinnelijken mensen, is het toch zoet
voor hem, die U oprecht bemint; alles wordt licht door
de liefde; daarom zeidet Gij: Mijn juk ia zoet en mijn
last is licht.
O Jezus, geef mij uwc liefde, opdat ik voor-
taan alles wat bitter is, met blijdschap aanvaarde.
0 Maria, bid voor mij, opdat ik naar uw voorbeeld
het zoete van mij verwijdere en het bittere betrachtte.
Amen.
Oefeningen. 1u Gevoelens van blijdschap in zich
opwekken, als de gelegenheid daar is, van iets, wat
bitter is, te moeten doen of te lijden. 2" Met weerzin
de noodwendigheden van het lichaam voldoen. Bij
iederen maaltijd zich van iets onthouden uit liefde voor
Jezus. (Sluügébed, bl. 50.)
-ocr page 292-
7^» y&> y&i y&> y&» j>&» y&t y<s>» 3^3 j*
FEESTDAG VAN DEN ZOETEN
NAAM JEZUS.
Nota: Deze feestdag wordt gevierd Zondags na de Octaaf
van Driekoningen
I" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 2S).
I« Punt. De naam Je:ns in een verheren naam.
II« Punt. De Zaligmaker heeft hem door veel lijden
verdiend.
I« Punt. Overweeg de verhevenheid van den naam
Je/.us. Hij is verheven, ten lslB om zijn oorsprong,
en ten _2e om zijne beteekenis. Ten l8\'", Hij is van
goddelijken oorsprong. Deze naam is door geen schep-
sel, noch menschen, noch engelen uitgedacht, maar
door God zelven, die hem aan zijnen beminden Zoon
gegeven heeft, want de engel noemde hem slechts of
kondigde hom aan, maar gaf hem niet uit zich, gelijk
de Evangelist Lucas opmerkt: En zijn naam werd jezus
genoemd, die genoemd was door den Engel, eer Hij in
hel lichaam ontvangen werd
(1).
Ten 2", Hij is verheven om zijne beteekenis: Jezus
beteekent Verlosser en besluit in zich alles wat de
Zaligmaker voor ons gedaan en geleden heeft. Hij is
zoo verheven en in den persoon des Zaligmakers zoo
geheiligd, dat hij aan geen mensch meer gegeven
(0 Luc. II. 2i.
-ocr page 293-
De naam Jezus.
281
wordt. Voor de komst des Zaligmakers, vinden wij in
de H. Schrift slechts drie personen, die, als afbeeldsels
van Christus, dezen naam gedragen hebben: 1° Jezus,
zoon van Josedech, die het volk verlost heeft uit de
Babylonische gevangenis (1). 2" Jezus, zoon van Sirach,
die in de H. Schriftuur zeer schoone zedelessen heeft
achtergelaten (.2). 3\' Jezus of Josue, zoon van Nun, die
het volk van Israël in het beloofde land gebracht heeft.
Deze drie personen waren een afbeelding van Christus,
en hadden eeuige hoedanigheden, waarom de naam
Jezus hun billijker wijze gegeven was; immers de een
verloste het volk uit de Babylonische gevangenis; de
andere toonde het door schoone zedelessen den weg
naar den hemel en de derde bracht het zegevierend in
het beloofde land: zij hadden dus eenige aanspraak op
dien naam; maar de Zaligmaker heeft hem in zijne
volle en geheele beteekenis verdiend, omdat Hij eene
algeheele en altijddurende verlossing heeft bewerkt.
Immers Hij was Verlosser, zonder zelf eenige verlos-
sing noodig te hebben: Hij was Verlosser van alle
volken, van alle tijden, van alle natiën en van alle
landen; eindelijk Hij was Verlosser door zijn eigene
macht, terwijl allo anderen hunne macht van Hem
ontvangen hebben.
Minnelijke Zaligmaker, ik aanbid uwen heiligen
naam Jezus, die zoo verheven is, dat in dien naam
allo knieën van die in den hemel, op de aarde en onder
(1)  Esdrae. 3. 2.
(2)  Eccl\' 5o.2<|.
-ocr page 294-
282                       De naam Jezus.
de aarde zijn, moeten gebogen worden. Als ik aan U,
o Jezus denk, dan komt mij alles te binnen, wat Gij
gedaan engeleden hebt. om den mensen te verlossen
en zalig te maken, dan loof ik U en verheng ik mij,
wijl (tij niet slechts één volk, maar alle volken van
alle tijden, natiën en landen verlost hebt. Als ik aan
Jezus denk, dan denk ik aan het Lam Gods, als ge-
slachtofferd van het begin der wereld, in hetwelk als
in hunnen Verlosser en Zaligmaker, alle volken moes-
ten gelooven en zalig worden.
Hebt gij altijd zulk eenen grooten eerbied voor dezen
naam gehad? Buigt gij, bij het hooren van dien naam
eerbiedig het hoofd? Acht gij de geschriften, waarin
dien naam te lezen staat van zulke waarde, dat gij
ze nooit tot onheilige zaken gebruikt, in navolging van
den H. Franciscus en van vele andere heiligen, die
zulke geschriften opzamelden, bewaarden of verbrand-
den, opdat een zoo heilige naam niet zou onteerd
worden ?
Helaas, ik heb tot nog toe al te weinig eerbied voor
dien heiligen naam geluid — een naam door God zel-
ven gegeven, door don Engel aangekondigd en door
Maria en Jozef steeds met de meeste hoogachting
en liefde genoemd. Mij dunkt, ik hoor de minzame
woorden, welke Maria en Jozef in zijne kindsheid Hem
toevoegden, zeggende: „Jezus mens etomnia! Mijn
„
Jezus en mijn al.\'... O Jezus, mijne liefde!... O Jezus,
„ mijne liefde !..." Ach, hoe weinig eerbied en liefde
heb ik tot nog toe voor den naam Jezus gehad,
waarin alle knieën moeten gebogen worden van die
-ocr page 295-
De naam Jezus.                     283
in den hemel, op de aarde en onder de aarde zyn. De
engelen erkennen In dezen naam hunnen God en
Koningen buigen voor hem eerbiedig de knieën: de
inenschen erkennen in dezen naam hunnen Verlosser
en Zaligmaker en buigen voor hem eerbiedig de knieën;
de duivels erkennen in dien naam hunnen Overwinnaar
en Rechter, en bevende eeren zij hem, erkennen zijne
macht en vluchten er voor weg.
Minnelijke Zaligmaker, ik bid U vuriglijk, mij ook
een\' grooten eerbied en eene vurige liefde voor den
H. naam Jezus in te boezemen en mij op te wekken,
Hem in alle bekoringen, moaielijkheden, twijfelachtig-
heden en bitterheden godvruchtig aan te roepen.
II" Punt. Overdenk vervolgens, hoeveel de Zaligma-
ker heeft moeten lijden, om den naam Jezus te ve rdie-
nen en waardig te dragen: De naam Jezus besluit in
zich alles, wat de Zaligmaker hoeft moeten doen en
lijden om ons te verlossen en eene waardige voldoe-
ning tot boeting der zonden aan den hemelschen Vader
aan te bieden. Daar de zonde van oneindige boosheid
is, moest ook de voldoening voor dezelve van oneindige
waarde zijn: daar de vermetelheid van den mensen
in te zondigen, oneindig was, moest de vernedering,
om te voldoen, ook oneindig wezen (1). Eindelijk daar
de mensen door zijne ongehoorzaamheid de schuld
van te sterven over zich getrokken had, moest er een
onschuldige sterven, om die schuld van den plichtigen
mensen weg te nemen: al deze lasten nam de Zalig-
(1) Richardus a. s. Victore.
-ocr page 296-
284                     De naam Jezus.
maker op zich, door den naam Jezus aan te nemen.
Op dat oogenblik vertoonde zich alles voor zijnen
geest, wat Hij gedurende zijn geheel leven zou te
lijden hebben : de gedachte aan dat lijden bleef steeds
voor zijne oogen zweven: Hij zegt door den mond
van den profeet David: Dolur mens in conspectu meo
temper. Mijne smart is altijd voor mijne oogen
(1). Hij
zag zichzelven als een misdadiger vervolgd door
Herodes; als een machtelooze vluchtende naar Egypte;
als een armen werkman in liet huisje van N azareth,
werkende om in zijne dagelijksche behoeften te voor-
zien ; als een behoeftige vreemdeling het land rond-
reizende, zonder iets te hebbi n, waarop Hij zijn god-
delijk hoofd kon doen rusten; als den smaad der men-
schen. door allen miskend, gelasterd, vervloekt en
ter dood gezocht; als eenen booswicht voor de recht-
banken, valschelijk beschuldigd, en met oneer over-
laden; als een boozen slaaf, wreedelijk gegeeseld, met
doornen gekroond, met het kruis beladen, aan dat
kruis met handen en voeten genageld, stervende tus-
schen twee moordenaars, verlaten van God en van
de menschen: met een woord, alles, zelfs de kleinste
omstandigheden van zijn lijden, vertoonden zich leven-
dig voor zijnen geest. Hij zag voor zich eene zee van
lijden, en, gelijk iemand die schipbreuk lijdt, scheen
Hij er als in te verzinken, en door de onstuimige lij-
dens-golven geheel bedolven te worden. Daarom
verzuchtte Hij tot God en zeide: Red Mvj, o mijn God,
(1) I\'s. 3-. 18.
-ocr page 297-
De naam Jezus.                      285
want de biltere wateren zijn lot in mijne ziel gedroH-
gen
; Ik ben gezonken in een\' diepen modderpoel, die
geenen grond heeft..
(1) Niettegenstaande dit alles,
gaf Hij zich geheel aan Gods beschikking over en
bood Hij zich aan om alles te lijden: Zie Vader, Ik
kom om uwen ivil te volbrengen.
Dierbare Jezus, hoe hebt Gij ondankbare menschen
zoo kunnen beminnen ? \'t is immers eene dwaasheid
de schuld van ondankbaren op zich te nemen en er
voor te lijden, gelijk Gij gedaan hebt: daarom zeidet
gij: O God, Gij kent mijne dwaasheid; en mijne mis-
daden,
te wetende zonden der menschen, die Ik op Mij
genomen heb, zijn U niet verborgen. (2)
O Jezus, hoe groot moet uwe liefde geweest zijn,
welke U tot zulke dwaasheid heeft doen besluiten, en
welken eerbied moet ik niet hebben voor den naam
Jezus, in welken al dat lijden opgesloten is !
Maar, hebt gij waarlijk eerbied en hoogachting voor
dien verheven naam? verwekt hij in u gevoelens
van liefde en dankbaarheid? tracht gij hem te eeren
door het beoefenen der deugden, die, volgens de op-
merking van den H. Bernardus, er in opgesloten zijn,
namelijk, de zachtmoedigheid, ootmoedigheid, goed-
gunstigheid, matigheid, zuiverheid, barmhartigheid,
eerbaarheid en heiligheid ?
Ja, lieve Jezus, dit zal ik trachten te doen.
Hoe zou ik kunnen nalaten hoogachting, eerbied,
(i)Ps. -,8 1.
(2) Ps. 68, v. 6. 7.
-ocr page 298-
2SÓ
De naam Jezus.
liefde en dank te betoonen aan een\' naam, die U
zooveel gekost heeft en mij zoovele heilzame dingen
in het geheugen brengt ? De H. Bernardus zegt en ik
moet het met hem zeggen : „ als ik Jezus noem, dan
„ verbeeld ik mij een\' mensch, die zachtmoedig en oot-
„ moedig van harte is; een\' mensch, die goedgunstig,
„ matig, kuisch en barmhartig is; eindelijk een\'
„ mensch, die uitschittert door eerbaarheid en heilig-
„ heid: wat meer is, ik stel mij Hem voor als den
„ Almachtigen God, die mij geneest door zijn voor-
„ beeld en versterkt door zijn ondersteuning."
Ja hij voegt er nog bij, „ hcvc omnia mihi sonant,
„ cum insonnerit
Jezus : dit alles komt mij voor
„ den geest, als ik den naam Jezus hoor noemen. "
O Maria, smeek Jezus, om zijnen naam in mijn hart
te prenten. Amen.
Oefeningen. 1° Hoogachting en eerbied voor den
naam Jezus hebben. 2" Hem dikwijls aanroepen met
liefde en vertrouwen 3° Gelijk Jezus den lijdenskelk
gewillig aanvaarden. (Sluitgebed, bl. 50;.
H> MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28.)
I" Punt. De naam Jezus, een naam van smart.
IIe Punt. De naam Jezus, een naam van glorie.
I» Punt. Overweeg hoe de naam Jezus eertijds
een naam van smart was... Om dien naam te
ontvangen, moest Jezus zijn bloed vergieten; in \'de
besnijdenis toch werd Hem die naam gegeven; om
-ocr page 299-
De naam Jeeus.                        2S7
hem te verdienen en waardig te dragen moest Hij
den mensen verlossen en voor de zaligheid der
wereld sterven ; derhalve besluit die naam in zich
alles wat Jezus gedaan en geleden heeft. Op het oogeiv
blik, dat Hij den naam Jezus ontving, verscheen al
dat lijden voor zijne oogen. het aandenken daaraan
bleef steeds voor zijnen geest zweven en werd telkens
verlevendigd, wanneer men Hem met dien naam aan-
sprak en Jezus noemde.
Lieve Jezus, welke smart was het voor U den lij-
denskelk altijd voor uwe oogen te hebben, die armoede,
die vernederingen, die lasteringen, die vervolgingen,
die mishandelingen en versmaadheden, welke Gij
vooralle soorten van rechtbanken en door alle soorten
van personen zoudt moeten verduren. Daarenboven
die werktuigen welke men zou gebruiken om U te
folteren, die koorden, die geesels, die zweepen en
lederen riemen, die doornen, die nagelen, die hamers,
die gal, die lans, dat kruis, aan hetwelk Gij zoudt
vastgenageld worden en sterven!... Dierbare Jezus,
hoe smartelijk moest het U geweest zijn, een\' zoo
bitteren lijdenskelk altijd en voortdurend voor oogen
te hebben, en hoe groot moet niet de liefde geweest
zijn die U bewoog al die smarten geiciUig op U te
nemen! Immers het stond U vrij, te lijden of niet te
lijden, te sterven of niet te sterven : ja zelfs stond het
U vrij een eer- en vreugdevol leven op aarde te
leiden; maar om. de grootheid uwer liefde tot ons
hebt Gij de pijnen en schande van den kruisdood verko-
zen: daarom zegt de Apostel: Quiproposito sibigan-
-ocr page 300-
288                     De naam Jezus.
dio sustinuit crucem. confusione contemta. Toen hem
vreugde voorgesteld werd, verkoos Hij het kruis, in
weerwil der schande, welke daaraan verbonden was.
Hoe is dan uwe liefde ? beweegt zij U om alle
kruisen, vernederingen en bitterheden gewillig te
aanvaarden, en geduldig te lijden ?... Indien de Zalig-
maker zooveel heeft willen lijden, om den naam
Jezus te verdienen en waardig te dragen, zal het dan
niet billijk, ja noodzakelijk zijn, dat gij ook lijdt, om
waardig te zijn een leerling van Jezus genoemd te
worden ?
Voorzeker dit is billijk en rechtvaardig, lieve Jezus!
zou het geene schande voor mij zijn een zinnelijk en
weekelijk lidmaat te zijn van een lichaam, onder-
worpen aan pijnen en smarten ?... Zou het geene
schande zijn, indien de leerling het genot der wereld,
der vermaken en grootheden zou najagen, terwijl de
Heer en Meester zijn leven doorbrengt in pijnen, ver-
nederingen en armoede?... Ja, zeker dit ware eene
schande en eene groote ontaarding; en evenwel heb ik
aldus gedaan. Helaas, ik heb mijne zinnelijke voldoe-
ningen ingevolgd, de eer en achting der mensehen
nagejaagd en het genot van aardsche goederen ge-
zocht. Ach, lieve Jezus, hoe spijt het mij, U zoo
weinig bemind te hebben en van uw voorbeeld zoo
zeer afgeweken te zyn ? Ik vraag er U ootmoedig
vergiffenis over en bid U, het liefdevuur in my te
ontsteken, opdat ik voortaan alle kruisen gewillig
aanvaarde, mij in de vernederingen en ontberingen
verheuge en U alleen zoeke en aankleve.
-ocr page 301-
De naam Jezus.                       289
IIe Punt. Overweeg vervolgens hoe de naam Jezus,
eerst een naam van smart, thans een naam van
glorie is. De Apostel zegt: (1) (De Heer Jezus) heeft
zich vernederd, de gedaante van tenen slaaf aanne-
mende... daarom heeft God Hem verheven, Hem een
naam gevende, die boven alle namen is, opdat in den
naam
Jezus alle Knie zou gebogen worden van die in
den hemel, op de aarde en onder de aarde zijn.
De
naam Jezus is verheven in den hemel, want in dezen
naam erkennen alle engelen en heiligen hunnen
koning, hunnen Schepper, hunnen God en hun Al. Hij
is verheven op de aarde; want alle ware geloovigen
verheerlijken Hem, roepen Hem met eerbied en ver-
trouwen aan en erkennen daarin hunnen Verlosser
en Zaligmaker. Hij is verheven onder de aarde, want
de duivel moet er voor zwichten; en tegen wil en
dank is hij gedwongen er voor te vluchten en hem
zoo als Overwinnaar en Rechter te erkennen.
Lieve Jezus, ik verheug mij over de verheerlijking
van uwen naam. O konde ik de verhevenheid, de
waardigheid, de heilzaamheid en de kracht van dien
naam door geheel de wereld bekend maken en alle
volken bewegen, om voor dien naam hunne knieën te
buigen !... Geef, lieve Jezus, dat ik ten minste en alle
Christenen hem waarlijk mogen vereeren, hem dikwijls
met vertrouwen aanroepen en voor hem onze knieën
eerbiedig buigen.
Dierbare Jezus, uw naam is mijn troost in het
(i)Phil. II. 9. io.
19
-ocr page 302-
De naam Jesus.
290
hjden : immers hij leert mij, dat het lijden de weg is
tot de glorie. Als ik thans, om de grootheid van mijn
lijden, als een ongelukkige, als een ellendige of me-
laatsche zou aangezien worden en ieders medelijden
zou opwekken, dan zou de gedachte aan uwen naam
mij nog een troost zijn, en deze zou mij leeren, dat
de naam van ongelukkige, ellendige of melaatsche,
eens veranderen zal in dien van Gelukzalige; immers
de naam Jezus, eertijds voor U, een naam van smart,
is nu voor U een naam van glorie. Hoe ongelukkig
en ellendig schenen de heiligen te zijn op de aarde,
maar nu zijn zij in de glorie; nu worden zij overal
vereerd en dragen den naam van Heiligen of Geluk-
zaligen.
Wilt ook gij hiernamaals den naam van Heilige
of Gelukzalige dragen, dan moet gij thans gereed zijn,
om, gelijk Christus en de Heiligen, alle smarten te
lijden, en alle vernederingen en verongelijkingen te
ondergaan. O ziel, is dit ook zoo ? Zyt gy er toe be-
reid? Aanvaardt gij alle smarten, bitterheden en
kruisen met liefde en vaardigheid uit de handen van
God ? troost gij u door de gedachte, dat alles, wat
gij thans uit liefde voor Jezus lijdt, eens in glorie en
blijdschap zal veranderen ?
Helaas, lieve Jezus, tot nog toe ben ik er dikwijls
te kort aan gebleven, en heb zulken grooten schat
van verdiensten, dien ik had kunnen vergaderen,
verloren. Thans door uwe genade verlicht, en het
voordeel der kruisen inziende, maak ik het vaste
besluit, voortaan alle kruisen, wederwaardigheden
*
-ocr page 303-
De naam Jezus.                     291
en vernederingen met liefde uit uwe handen aan te
nemen. O Jezus, versterk mij door uwe genade, opdat
ik door do kracht van uwen naam over alle vijanden
mijner zaligheid zegeviere en te midden der kruisen
volharde.
Maria, bid voor mij, opdat ik voor den naam Jezus
dezelfde gevoelens hebbe, welke gij er voor hadt.
Amen.
Oefeningen. 1° Naar het voorbeeld van Jezus, alle
bitterheden, moeielijke bedieningen of lastige oefe-
ningen met blijdschap aanvaarden. 2° Zich troosten
door de gedachte, dat alle kruisen eens in glorie en
vreugde zullen veranderen; en dus te midden der
kruisen God loven, zeggende: Glorie zij den Vader, etc.
(Sluitgebed, bl. bO.)
III» MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. bl. 28).
Ie Punt. De naam Jezus is voor ons een naam van
kracht.
IIe Punt. Hij is voor ons een naam van zaligheid.
Ie Punt. Overweeg de groote kracht, welke de
naam Jezus in zich besluit. Immers, hij besluit in
zich eene bovennatuurlijke, eene goddelijke kracht,
ter oorzake der smarten, die Jezus geleden heeft, om
hem te verdienen. Wanneer men den naam Jezus
noemt, noemt men alles, wat Jezus geleden heeft,
om den mensen te verlossen en zalig te maken;
daarom, als gij met vertrouwen in den naam Jezus
bidt, zult gij alles van God verkrijgen. Christus zelf
-ocr page 304-
292                     De naam Jezus.
heeft dit met eed bevestigd, zeggende : Voorwaar,
voorwaar, Ik zeg u: alles wat gij den Vader in mijnen
naam zult gevraagd hebben; zal Hij u geven.
Door den
naam Jezus zult gij wonderen doen, gelijk de Aposte-
len en Heiligen gedaan hebben : door de kracht van
dezen naam gaven zij aan de blinden het gezicht, aan
de dooven hot gehoor, aan de stommen de spraak, aan
de kreupelen den gang, aan de melaatschen de zuive-
ring, aan de zieken de gezondheid, en aan de dooden
het leven weder; daarenboven, door de kracht van
dezen naam joegen zij de duivels uit, en overwonnen
zij alle bekoringen en aanvechtingen des duivels. De
duivel is een allervreeselijkste vijand : hij loopt rond
als een brieschende leeuw, om ons te bekoringen;
hij is listig, om ons te bedriegen ; en onvermoeid, om
ons te bestrijden, zonder zich ooit rust te geven ofte
laten ontmoedigen, al ware hij ook duizenden malen
overwonnen: — tegen zulken vijand hebben wij een
krachtig wapen noodig, en dat vinden wij in den naam
Jezus ; de Zaligmaker zegt: in mijnen naam zullen
zij duivels uitjagen...
Wanneer de H. Antonius door
de duivels bekoord werd die met geheele benden op
hem afkwamen, lachte hij met hen, en dreef hen op
de vlucht door het aanroepen van den naam Jezus, of
door het maken van een kruisteeken. Hetzelfde heb-
ben andere Heiligen gedaan en zullen wij ook doen,
als wij in de bekoringen den naam Jezus met ver-
trouwen aanroepen. Door de kracht van dezen naam
zullen wij alle, ook de hevigste bekoringen, over-
winnen. Zoo overwon de H. Justina de aanvechtingen
-ocr page 305-
De naam Jezus.                       293
van den duivel, toen Cyprianus door tooverkunst
en door tusschenkomst des duivels haar tot zonde
van ontucht wilde overhalen. De duivel zelf moest dit
tot zijne eigene schande erkennen, als hij aan Cypria-
nus zeide, dat hij niets kon tegen diegenen, welke
Jezus beminnen. Toen Cyprianus dit hoorde, ver-
zaakte hij aan zijne tooverkunst, bekeerde zich en
stierf als martelaar. (1)
Dierbare Jezus, hoe troostig is mij deze waarheid!...
uw naam Jezus zal voortaan mijn wapen zijn, om
Satan te bestrijden. In alle aanvechtingen, bekoringen,
moeielijkheden, twijfelachtigheden, dorheden of duis-
temissen zal ik uw naam steeds met eerbied, liefde
en vertrouwen aanroepen, en mij zoo van de overwin-
ning verzekeren.
Mijne ziel, neemt gij altijd met vertrouwen uwe
toevlucht tot den naam Jezus ? Bidt gij den H. Geest
ook om de genade, van den naam Jezus met eerbied,
liefde en vertrouwen te kunnen uitspreken; want
niemand, gelijk de Apostel zegt, kan zeggen: Heer
Jezus, tenzij door den H. Geest ? (2)
Dierbare Jezus, hoe dikwijls heb ik verwaarloosd,
uwen heiligen naam aan te roepen ; hoe dikwijls heb
ik het gedaan zonder eerbied, zonder liefde, zonder
vertrouwen of volharding : \'t is dus niet te verwonde-
ren, dat ik niet verhoord werd. Helaas, ik vertrouwde
te veel op mij zelven en verwaarloosde den H. Geest
(1) 26 Sept: Breviarium Romanum.
(2)  I. Cor. 12.
-ocr page 306-
294                     De naam Jeeus.
om genade te bidden. Lieve Jezus, ik erken mijne
schuld en bid U, ootmoedig om de genade, van voor-
taan in alle omstandigheden uwen heiligen naam
met eerbied, liefde, vertrouwen en volharding aan te
roepen, ten einde standvastig te blijven en de over-
winning te behalen.
IIe Punt. Overweeg ook hoe de naam Jezus een
naam van zaligheid voor ons is. Hij is voor ons
alles. De Apostel zegt: (1) dat Jezus onze wijsheid,
heiligmaking en verlossing geworden is: bij deze ge-
dachte roept de H. Ambrosius in verrukking uit:
Jesus meu3 et omnia, mijn Jezus en mijn al! (2) De
H. Geest vergelijkt hem bij olie. Oleum effusum nomen
luum. Uw naam is een uitgestorte olie.
De H. Bernar-
dus geeft er de reden van, door te zeggen, dat hij, gelijk
de olie, is: een licht, eene spijs en een geneesmid-
del.
Die naam is een licht in onze duisternissen ; eene
spijs in onze zwakheden ; een geneesmiddel in onze
krankheden. Verder zegt hij : „ alle zielenspijs walgt
„ mij, zoo zij met deze olie niet overgoten wordt: uw
„ schrijven smaakt mij niet, tenzij ik er Jezus lees:
„ uw spreken bevalt mij niet, tenzij ik den naam
„ Jezus hoor in uw gesprek. Jezus is een honig in den
„ mond, eene melodie in het oor, eene vreugde in het
„ hart." (3) Zoo is dan de naam Jezus alles voor ons!...
De Apostel Petrus zegt: er is onder den hemd aan de
(i) I. Cor. i. 3o.
(2} Libr. de Virg.
(3) S. Bern. Serm. ó super Gunt.
-ocr page 307-
De naam Jezus.
295
menschen geen anderen naam gegeven, in welken wij
zalig moeten*worden.
(1) Wat zijn wij dan niet veel
aan dien heiligen naam verschuldigd, en hoe dikwijls
behooren wij hem niet aan te roepen, gelijk de H.
Ambrosius, met liefde en eerbied zeggende: mijn Jezus
en mijn al.\'... mijn Jezus en mijn al!...
Lieve Jezus, zoo hebt Gij ons dan uw heiligen naam
gegeven als een licht in onze duisternissen, als eene
spijs in onze zwakheden, als een geneesmiddel in
onze zielskrankheden, als een troost in onze droef-
heden, als eene verkwikking in onze smarten. Ik
verwonder mij dan niet meer, dat de Apostel Paulus
zich beroemde, niets te weten dan Jezus-Christus
en dien Gekruist (2). O zalige wetenschap! O ver-
hevene geleerdheid, te kennen, wat de naam Jezus
in zich behelst en daarin zich te beroemen! — Eene
wetenschap der heiligen, eene goddelijke wetenschap,
wier leermeester de H. Geest is, en welke men be-
komt door hem dikwijls godvruchtig aan te roepen,
en door de deugden te beoefenen welke er in opge-
sloten zijn.
Maar mijne ziel, is dan de naam Jezus voor u waar-
lijk een naam van zaligheid ? Is hij voor u een licht in
uwe duisternissen, eene spijs in uwe zwakheden, eene
medicijn in uwe geestelijke kwalen ? Stelt gij er roem
in, niets te weten dan Jezus en dien Gekruist ?
Dierbare Jezus, hoe weinig smaak vind ik nog in
(1)  Act. Apost. IV.
(2)  I. Cor. 2. 2.
-ocr page 308-
296                        De naam Jezus.
uw heiligen naam Jezus, en hoe weinig heb ik nog
gedaan, om hem te vereeren! Minnelijke Zaligmaker,
ontferm U mijner, en verlicht mij, opdat ik de kracht
en het heil, die in den naam liggen opgesloten, meer
en meer kenne en hem voortaan met meer eerbied,
liefde en vertrouwen aanroepe.
O Maria, bid voor mij, opdat de naam Jezus dezelfde
gevoelens in mij opwekke, welke hij in U te weeg
bracht. Amen.
Oefeningen. 1° Den H. naam Jezus in alle gelegen-
heden aanroepen te gelijk met den naam van Maria.
2° Den naam Jezus en dien Gekruist in het hart
prenten, door met den duim een klein kruisje op de
borst te maken, zeggende: „ O gekruiste Jezus, plaats
U in mijn hart, " of „ stel u als een\' zegel op mijn
hart." (Sluitgebed, bladz. 50;.
IV0 MEDITATIE: Vookbeeeidingsgebed. (bl. 28.;
Ie Punt. De naam Jezus is bij velen een voorwerp
van onverschilligheid, minachting en smaad.
II0 Punt. De naam Jezus zij ons een voorwerp van
hoogachting, eerbied en liefde.
I» Punt. O ziel, overweeg, hoe de heilige naam
Jezus dikwijls onteerd en versmaad wordt.
God klaagde eertijds door den mond van den profeet
Malachias, dat zijn naam, groot onder de heidenen,
door zijn eigen volk en zelfs door de priesters onteerd
en bezoedeld werd (1). Hetzelfde kan Hij nog doen:
(1) Malachias I. 11.
-ocr page 309-
De naam Jezus.
297
slechts door weinigen wordt zijn naam vereerd; ter-
wijl hij door de meesten onteerd en versmaad wordt.
Hoevelen zijn er, die hem bij iedere gelegenheid licht-
vaardig en oneerbiedig in den mond hebben of die
hem door woorden lasteren en door werken onteeren!
Lieve Jezus, hoe bitter is het, te zien, dat Gij, die
zooveel voor ons gedaan en geleden hebt, evenwel
zoo onteerd en versmaad wordt.
O konde ik die oneer van U afweren en alle men-
schen tot de kennis en vereering van uwen H. naam
brengen!
Maar hoe is het met u zelf gesteld ? Hebt gij eerbied
voor den naam Jezus?... Zijt gij bedroefd, wijl die
H. naam zoo dikwijls onteerd en versmaad wordt ?...
Vermijdt gij, uit liefde van Jezus, alle ook de kleinste
zonde?...
Lieve Jezus, geef mij de genade, om alle ook de
kleinste zonde nauwkeurig te vermijden, en eene ware
droefheid te gevoelen over de oneer, welke TJ zoo
dikwijls wordt aangedaan; de profeet David was er
zoo bedroefd over, dat hij beken van tranen stortte en
in onmacht viel. Wanneer een braaf kind ziet, dat
zijn vader onteerd wordt, wordt het bedroefd: zou ik
dan niet bedroefd zijn, als ik zie, dat Gij, de beste en
beminnelijkste aller vaders, zoo onteerd en versmaad
wordt ?... Ja, zeker ik zal bedroefd zijn, lieve Jezus !...
O konde ik alle menschen in liefde tot TJ ontsteken!...
O Jezus, geef, dat ik ten minste TJ vurig beminne.
O konde ik TJ beminnen gelijk de Serafijnen, of
liever gelijk ^laria, uwe lieve Moeder!... En dan nog
-ocr page 310-
De naam Jezus.
298
zou mijne liefde te flauw zijn. O konde ik U bemin-
nen. gelijk God de Vader en God de H. Geest; maar
wijl dit onmogelijk is, bid ik U, mij de genade te
geven, van U te beminnen, zooveel ik U beminnen
kan en Gij het begeert.
II0 Punt. Overweeg nu op welke wijze gij den naam
Jezus zult vereeren. Ten lste in uwe gedachten;
met dikwijls te overwegen, hoe verheven Hij is, en
wat de Zaligmaker gedaan en geleden heeft, om
Hem te verdienen en de wereld te verlossen, \'t Is
troostend voor een braaf kind te denken aan zijnen
overleden vader. De naam zijns vaders brengt in
zijne gedachte alles te voorschijn wat die vader
gedaan en geleden heeft. Hetzelfde doet de naam
Jezus. De H. Bernardus zegt: „ alle goede gedachten
, komen mij te binnen, als ik den naam Jezus hoor."
Ten 2e, in uwe woorden, door hem dikwijls met
eerbied, liefde en vertrouwen aan te roepen en het
hoofd te ontdekken of eerbiedig te buigen... Hoe
troostrijk zal u dit wezen in alle gevaren, moeielijkhe-
den en kruisen! dit zalueene zekere overwinning over
al uwe vijanden geven. De Apostel zegt: Al icie den
naam des H.eeren zal aangeroepen hebben, zal zalig
zijn. Ten 3e, in uwe werken, met ze uit liefde tot
Jezus en in vereeniging van zijne verdiensten te
verrichten. De Apostel zegt: Alles, wat gij doet, hetzij
in woorden, hetzij in werken, doet alles in den naam
van onzen Heer Jezus-Christus, door Hem God den
Vader dunkende (1). Eindelijk ten 4e, in uw hart, met
(i)Coiï. 3. ij.                  ~
-ocr page 311-
De naam Jezus.                       299
Hem te beminnen en uit liefde van Hem alles met ge-
duld te lijden. De Apostel zegt: die onzen Heer Jezus-
Christus niet bemint, zij vervloekt. (1) Zoo wij Hem
beminnen, zullen wij ook alles voor Hem lijden, wy\'1
Hij alles voor ons geleden heeft.
O ja, lieve Jezus, ik erken, dat Gij alle liefde waar-
dig zijt. Helaas, hoe koud en onverschillig ben ik tot
hiertoe voor U geweest! Geef dat ik IJ voortaan op-
recht beminne en U op alle mogelijke wijzen vereere,
ten le, in mijne gedachten, met dikwijls te denken
aan XJ en aan de smarten, welke Gij uit liefde tot my
geleden hebt. Ten 2°, in mijne woorden, met dikwijls
uwen H. naam Jezus godvruchtig en vertrouwelijk
aan te roepen, bijzonder ten tijde der bekoringen,
moeielijkheden of kruisen. Ten 3°, in mijne werken,
met eerbiedig het hoofd te buigen, wanneer ik uwen
H. naam Jezus uitspreek of hoor uitspreken, en met
uit liefde tot U alles te doen en te lijden, door in al mijn
doen en lijden diezelfde meening en diezelfde liefde te
hebben, waarmede Gij alles gedaan en geleden hebt.
Ziedaar, lieve Jezus, mijne voornemens: geef, dat ik er
getrouw aan blijve en er in volharde tot het einde toe.
O Maria, bid voor mij, opdat ik altijd met Jezus
vereenigd blijve, gelijk gij altijd met Hem vereenigd
waart. Amen.
Oefeningen. 1° Droevig zijn, wijl de naam Jezus
zelfs door de Katholieken, onteerden gehoond wordt.
2° Hem, zooveel wij kunnen vereeren in onze gedach-
(1) I. Cor. iö. 22.
-ocr page 312-
3<x>                       De naam Jezus.
ten, in onze woorden, in onze werken en in ons hart.
(Sluitgebed bl. öQ).
Nota : Clemens XIII (5 Sept. 1769) verleende een aflaat van
25 dagen aan hen, die den naam Jezus of Maria godvruchtig
aanroepen. Pius IX (27 Sept. 18Ö41 schonk een aflaat van 5o da-
gen aan allen, die elkander groetende zullen zeggen :« Geloofd
fffn Jejus en Maria » en antwoorden « Nu en altijd. »
I
-ocr page 313-
DE OPDRACHT VAN JEZUS IN DEN
TEMPEL.
1° MEDITATIE: Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. Maria gaat naar den tempel om gezuiverd
te worden.
11° Punt. Om haar Kind op te offeren.
1° Punt. Overdenk mijne ziel, hoe Maria, toen zij de
eerste maal den stal van Bethlehem verliet, zich naar
den tempel begaf, om volgens de wet gezuiverd te
worden; zij onderwierp zich gaarne aan die wet, hoe-
wel die voor haar zeer vernederend, en niet.verplich-
tend was; op haar immers had nooit eenige onzuiver-
heid gekleefd: zij bleef zuiver zoowel vbbr, bij en na
het baren van haar goddelijk kind; desniettegem
staande onderwierp zij zich gaarne aan die wet uit
nederigheid, en liefde voor de verworpenheid, om zöö
hare waardigheid van Moeder Gods voor het oog dei-
wereld te verbergen en als eene gewone vrouw aange-
zien en behandeld te worden; alsmede, om nog meer
gezuiverd en geheiligd te worden en behagelijker aan
God te zijn.
O Maria, zoo onderhoudt gij dan uit liefde tot God
eene voor U zoo vernederende wet, ofschoon gij er
niet toe verplicht waart; en zoo leert gij ons, dat wij
ons altijd moeten vernederen en gehoorzam zijn, ook
dan, wanneer wij er niet toe gehouden zijn en ons daar-
om diep zouden moeten vernederen, ten einde zoo aan-
-ocr page 314-
302               De Opdracht van Jezus.
genamer aan God te zijn en meer en meer gezuiverd
te worden van onze zonden en schulden.
Volgt gij Maria\'s voorbeeld na? Doet gij steeds
boetvaardigheid over uwe zonden, ten einde er meer
en meer van gezuiverd te worden en aangenamer aan
God te zijn?... Zijt gij steeds vlijtig, gehoorzaam, zelfs
dan als gij u daarom voor het oog der menschen moet
vernederen ?
Ach, lieve Jezus, ik ben vol zonden, onvolmaakthe-
den en gebreken en toch ben ik nalatig in het ver-
richten van boetvaardigheid: geef tranen aan mijne
oogen, opdat ik mijne zonden dag en nacht beweene
en er steeds boetvaardigheid over plege, ten einde
meer en meer gezuiverd te worden. Geef mij ook eene
ware gehoorzaamheid, opdat ik altijd vaardig zij, om
den wil mijner oversten te volbrengen, zelfs dan,
wanneer het mij tegenstaat, en mij weerzin, moeite
of vernedering zou kosten. Lieve Jezus, ik wilUbe-
hagen en om U te behagen, zal ik weenen over mijne
zonden, mij steeds vernederen en in alles aan mijne
oversten gehoorzamen.
11° Punt. Verbeeld u dan te zien, dat Maria met
haar Goddelijk Kind blijmoedig de treden des tempels
beklimt, om haren schat den Heer voor te stellen
en aan zijn dienst toe te wijden. De kinderen, die zoo
opgeofferd waren, werden aangezien als geheiligd en
Gode toegewijd en werden genoemd: Sanctum Do-
mino. Den Heere toegewijd.
Lieve Jezus, zoo onderwerpt Gij U zelven dan uit
vr\\je verkiezing aan eene, voor u zeer vernederende
-ocr page 315-
De Opdracht van Jezus.               303
wet en wijdt Gij U zelven aan den dienst des Heeren
toe, hoewel Gij zelf, Heer van hemel en aarde zijt, om
ons te leeren, dat wij ons aan den dienst des Heeren
moeten toewijden? \'t Is dan billijk en rechtvaardig,
dat ik mij geheel aan den dienst des Heeren toewyde,
en gelijk een ware dienstknecht zijnen wil in alles
volbrenge.
Christen ziel, herinnert gij u wel, dat gij bij uwen
doop reeds aan \'s Heeren dienst zijt toegewijd, en dat
gij deze toewijding bij uwe eei\'ste H. Communie en bij
vele andere gelegenheden plechtig vernieuwd hebt?
Denkt gij wel aan de verplichtingen, welke gij toen
hebt aangegaan? Zijt gij er ook getrouw aan gebleven;
verzaakt gij den duivel en al zijne werken en leeft
gij enkel voor God?
Lieve Jezus, wat goedheid van uwen kant, mij
aan te nemen in uwen dienst, maar tevens, wat on-
dankbaarheid van mijnen kant, jegens U zoo trouwe-
loos te zijn en mij tegen uwen H. Wil te verzetten ? Ik
vraag er U ootmoedig vergiffenis over en maak het
vaste besluit voortaan getrouwer te zn\'n. Lieve Jezus,
gewaardig U mij andermaal in uwen dienst op te
nemen; Vader, ik heb gezondigd tegen den hemel en
tegen IJ; ik ben niet meer waardig uw kind genoemd
te worden, maar neem mij aan als een uwer dienst-
knechten. Zie, ik geef mij geheel aan U; beschik
over mij volgens uw welbehagen; want thans ben ik
tot alles gereed: geef mij maar uwe liefde met uwe
genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag IJ niets
anders.
-ocr page 316-
304                De Opdracht van Jezus.
0 Maria, bid voor mij, opdat ik een ware dienaar
van Jezus en van U blijve. Amen.
Oefeningen. 1° Naar het voorbeeld van Maria, zich
meer en meer zuiveren; en met David bidden: icasch
mij meer en meer van mijne misdaden en zuiver mij
van mijne zonden.
2° Zich aanzien als eene aan God
toegewijde persoon,
om heilig voor God te leven.
(Sluitgebed, bl. öO).
11° MEDITATIE. Vooebereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. De oude Simeon neemt het Kind Jezus in
zijne armen.
IIe Punt. Hij verlangt te sterven.
1° Punt. Overweeg, hoe op hetzelfde oogenblik,
dat Maria met het Kind den tempel binnen kwam,
de oude Simeon, aangedreven door den H. Geest, er
ook binnenging en het Kind vol blijdschap in zijne
armen nam, met minzaamheid omhelsde, en bran-
dend van liefde aan zijn hart drukte. Overweeg hoe
gelukkig hij toen was en welke vreugde hij in het
binnenste van zijn hart ontwaarde; die vreugde
was zoo groot, dat zijn hart van alles, wat in de wereld
is, losgerukt werd, en hh\' geen ander verlangen meer
had, dan te sterven en bij God te zijn,\' zeggende: Nu
laat Gij, o Keer, uwen dienstknecht, volgens uw woord,
in vrede gaan! Want mijne oogen hebben, uw heil ge-
zien
(1).
(i) Luc. II. 29.
-ocr page 317-
De Opdracht van Jezus.               305
Mijn God, hoe gelukkig zh\'n de zielen, die zich, gelijk
de oude Simeon, door den H. Geest laten bestieren en
de leiding zijner inspraken opvolgen!... Ware ik eens
zoo gelukkig, om van - alles onthecht te zijn en naar
niets meer te verlangen dan naar God en den hemel!
O ziel, hoe is het met u gesteld ? Laat gij u steeds
door de inspraken van den H. Geest bestieren ? Zijt gij
bezorgd, om volgens de leiding zijner genade, naar
de kerk te gaan, den kruisweg te doen, den heiligen
rozenkrans te bidden, de HH. Sakramenten te ont-
vangen, en door de H. Communie u geheel met Jezus
te vereenigen ? Voelt gij u zelve gelukkig, als gij door
de H. Communie met Jezus vereenigd zijt ? Wordt
dan uw hart van al het aardsche losgerukt ? Verlangt
gij dan te sterven?
Ach, lieve Jezus, hoe koud en ongevoelig ben ik,
wanneer Gij in de H. Communie tot mij komt, en
ik het geluk heb, U waarlijk en wezenlijk te ontvan-
gen!... Ik bid U, mij in liefde te doen ontvlammen en
mij van alles te onthechten, ten einde mij met U te
vereenigen en alleen door uwen geest te leven, gelyk
de Apostel Paulus, die zeide: Ik leef, nu niet ik; maar
Jezus leeft in mij.
II8 Punt. O ziel, overweeg de vreugde van den
ouden Simeon, toen hij Jezus in zijne armen droeg en
aan zijn hart drukte : zijne blijdschap was zoo groot,
dat hij verlangde te sterven, wijl nu al zijne begeer-
ten op de wereld vervuld waren: daarom zeide hij:
Nu laat Gij, o Heer, uwen dienstknecht, volgens uw
icoord, in vreds gaan! teemt mijne oogen hebben uw
20
-ocr page 318-
3oG              De Opdracht van Jezus.
Heil gezien, hetwelk Gij bereid hebt voor het aange-
zicht van alle de volken, een licht tot verlichting der
heidenen, en tot heerlijkheid van uw volk Israël!
Geen wonder, lieve Jezus, dat de oude Simeon, die
U voor den Messias erkende en vurig beminde, zoo
verheugd was, toen hij U in zijne armen ontving en
zich van alles onthecht gevoelde: immers wat zou
men in de wereld nog kunnen verlangen na U ont-
vangen te hebben en met U vereenigd te zijn ? Alles
walgt hem, die U smaakt.
Hoe is het dan met u gelegen, als gij te Commu-
nie gaat? Nadert gij tot Jezus met een zuiver hart, met
een groot verlangen, met eene vurige liefde en ware
blijdschap? Is dan uw hart van alles onthecht? — Is
dan uw eenigst verlangen met Jezus vereenigd te
leven en te sterven?
Ach, lieve Jezus, hoe flauw is mijne liefde! Ik heb
U reeds, zoo menigmaal ontvangen en toch blijf ik
koud, liefdeloos en vol gebreken. Ik heb het geluk,
niet alleen van TJ, gelijk de oude Simeon in mijne
armen te mogen nemen en aan mijn hart te drukken,
maar ook van U, als eene spijs mijner ziel te mogen
nuttigen, mij innig met U te vereenigen en één met
U te worden; en evenwel blijf ik koud voor U, en ge-
hecht aan het aardsche en zinnelijke. O Jezus, ont-
fe,rm U mijner en geef mij eene vurige liefde, opdat ik
voortaan geene begeerte meer hebbe, tenzij om voor
U te leven, te lijden en te sterven.
O Maria, bid voor mij, opdat ik ontbonden van alles,
geheel voor Jezus leve. Amen.
-ocr page 319-
De Opdracht van Jezus.               307
Oefeningen. 1° Jezus dikwijls bezoeken in het
H. Sakrament des Altaars. 2° Het hart van het aard-
sche losrukken. 3° Verlangen ontbonden te worden en
met Christus te zijn: Cupio clissolvi et esse cum Christo.
Ik icensch ontbonden te worden en met Christus te
zijn. (Sluitgebed, bl.
50;.
IHe MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. Jezus was een teeken van tegenspraak tv}-
dens zijn sterfelijk leven.
IIe Punt. Thans is Hij nog een teeken van tegen-
spraak.
Ie Punt. Overweeg, hoe Jezus tijdens zijn sterfe-
lijk leven een teeken van tegenspraak was. De oude
Simeon zeide aan Maria: Zie deze, wijzende op Je-
zus, zie deze is gesteld als een teeken, hetwelk tegen-
gesproken zal worden,
dat is, „ deze is gesteld als een
„ doel of mikpunt, waarop men pijlen van tegenspra-
„ ken zal richten, gelijk de boogschutters hunne pijlen
„ naar het doel schieten." Volgens hetgeen de profeet
Jeremias in den persoon van Christus zeide: Posuit
me quasi signum ad sagittam. Hij heeft mij gesteld
tot een mikpunt voor den pijl
(1), naar hetwelk allen,
als om strh\'d, de pijlen hunner tegenspraak, beleedi-
gingen, mishandelingen en versmadingen richten :
daarom zegt de Apostel: Herdenkt hem, die zulke
tegenspraak tegen zich van de zondaars ondergaan
(i)Thren. III. 12.
-ocr page 320-
308               De Opdracht van Jezus.
heeft (l). Daar Jezus niet alleen in zijn persoon maar
ook in zijne leerlingen en kinderen is tegengesproken,
daarom zegt Jezus bij den profeet Isaïas: Zie, Ik en
mijne kinderen, die de Heer mij gaf als een teeken en als
een monster van Israël. Ecce, Ego et pueri mei, qnos
di dit mihi Dominus in signum et inportentum Israël
(2).
Lieve Jezus, zoo moest Gij dan tegenspraak lijden,
van diezelfde menschen voor wier zaligheid Gij op
aarde gekomen waart!... Ach, hoeveel tegenspraak
hebt Gij tijdens uw leven moeten verduren !... Gijim-
mers zijt tegengesproken t\'w alles, in uw lichaam en
uwe ziel; in uwe eer en uwen goeden naam; in uwe
gebeden en goede werken; in uwe mirakelen en wei-
daden ; in uwe leer en uwe leerlingen, met een woord
in alhs. Gij zijt tegengesproken door allen, door Joden
en heidenen; door leeken en priesters; door vorsten en
onderdanen; door burgers en soldaten; door mannen
en vrouwen; door vrienden en vijanden, met een woord
door allen, zelfs door God, die U scheen te verlaten.
Lieve Jezus, zoo leert Gij mij dan, dat wij, willen
wij uwe kinderen zijn, ons steeds gereed moeten
houden om alle soort van tegenspraak te lijden en
door allen versmaad te worden!
Waarom zijt gij dan zoo ontevreden, mijne ziel, of
waarom beklaagt gij u zoo spoedig, wanneer men u
tegenspreekt of verongelijkt of wanneer uwe woorden,
werken, gebeden, verstervingen of godvruchtige oefe-
(i) Hebr. XII. 3.
(2) Isaïas. VIII. 18.
-ocr page 321-
De Opdracht van Jezus.               309
ningen afgekeurd of aan verkeerde bedoelingen toe-
geschreven worden ?
Lieve Jezus, ik erken mijne schuld; mijne onvol-
maaktheid doet mij ontevreden zijn en klagen. Helaas,
ik heb gedwaald; wat is er mij aan gelegen, dat ik
of mijne handelingen tegengesproken of miskend
worden door de wereld? niet zij, maar God zal mij
oordeelen; wat schaadt het mij dan, dat ik door de
menschen geoordeeld of tegengesproken worde; die
mij oordeelt, is de Heer. Lieve Jezus, doordring mn\'
van deze waarheid, opdat in niets zoeke, dan U alléén
te behagen, en gaarne alle tegenspraak te lijden.
He Punt. Overdenk verder hoe Jezus, niet alleen
tijdens zijn sterfelijk leven, maar ook nu nog een tee-
ken van tegenspraak is. Hij wordt tegengesproken in
zijn persoon; want iedere zonde is als een vurige pijl
in het H. Hart van Jezus, en daar de zonden dagelijks
in het oneindige vermenigvuldigd worden, zoo worden
de tegenspraken, die Jezus er door lijdt, ook in het
oneindige vermenigvuldigd. Daarenboven wordt Hij
tegengesproken in zijne Kerk, die Hij op aarde ge-
sticht, in de leer, die Hij verkondigd, in den Paus van
Rome, die Hij als zijnen plaatsbekleeder op de aarde
aangesteld heeft; alsmede in de rechtvaardigen en
ware geloovigen, die om zijnentwil veracht, versmaad
en onteerd worden.
Ach lieve Jezus, zoo is het dan maar al te waar,
dat Gij gesteld zijt als een teeken van tegenspraak!
Hoe smart het mij, te denken, dat Gij onteerd wordt
niet alleen door uwe vn\'anden en onkatholieken, maar
-ocr page 322-
310                De Opdracht van Jezus.
zelfs door uwe vrienden, die Gij als kinderen hadt
aangenomen en wonderbaar bevoorrecht! Okonde ik
die oneer van U afweren en door het vergieten van
mijn bloed herstellen!
Maar, hebt gij zelf door uwe zonden het aanbidde-
lijk Hart van Jezus nooit gewond? Zult gij niet trach-
ten, de Hem aangedane oneer te herstellen door
rouwmoedige tranen van boetvaardigheid en door het
geduldig verdragen van alle bitterheden en kruisen.
Voorzeker, lieve Jezus, dat zal ik doen; ik zal mijne
zonden beweenen, en zoo veel in mij is, mijn best doen,
om de U aangedane oneer door ware boetvaardigheid
te herstellen.
Maria, bid voor mij, opdat ik naar uw voorbeeld
medelijden met Jezus hebbe en uit liefde tot Hem
gaarne tegenspraken en vernederingen lijde. Amen.
Oefeningen. 1° Naar het voorbeeld van Jezus de
tegenspraken met geduld lijden. 2° De Hem aange-
dane oneer herstellen, door bidden, vasten en door
te arbeiden ter bekeering der zondaren. (Sluitgebed,
bladz.
50;.
-ocr page 323-
DE VLUCHT NAAR EN DE WEDER-
KOMST UIT EGYPTE.
I« MEDITATIE. Voorbereidingsgebed (bl. 28).
I8 Punt. De vlucht naar Egypte.
IIePuNT. Bitterheden op reis.
Ie Punt. Mijne ziel, overweeg, hoe Jezus van het be-
gin zijns levens af, volgens de voorzegging van den ou-
den Simeon, een teeken van tegenspraak en een voor-
werp van vervolging was. Nauwelijks was Hij eenige
weken geboren, of de Engel des Heeren verscheen in
den nacht aan den H. Jozef en zeide: Sta op, neem
het Kind en zijne Moeder en vlucht naar Egypte, en
blijf daar, totdat ik het u zeggen zal; ivant Herodes
zal het Kind zoeken om het te dooden.
(1) Zoo leert
Jezus ons, dat wij hier geene blijvende plaats hebben,
maar als vreemdelingen onze oogen op den hemel,
ons waar vaderland, moeten gevestigd houden.
Overweeg, hoe de H. Jozef vaardig, eenvoudig en
blindelings gehoorzaamt, zonder te vertragen, tegen
te spreken of uitvluchten te zoeken. De Evangelist
zegt: Hij dan opstaande, nam in den nacht het Kind
en Zijne Moeder en vertrok naar Egypte.
(2)
Lieve Jezus, zoo vlucht Gij dan, als een vreesachtige
en machtelooze voor Herodes ? Zijt Gij dan niet de
almachtige God, de Schepper van hemel en aarde, of
kunt Gij U niet verlossen zonder te vluchten ?
(i) Matt. 11. i3.
(2) Matt. II.
-ocr page 324-
De Vlucht naar Egypte.
312
O mijne ziel, hoor dien lieven Jezus zeggen : zeker
Ik kon dat doen, want mij is alle macht gegeven in
den hemel en op de aarde ; maar Ik ben gekomen om
U een voorbeeld te geven en U te leeren, ootmoedig
en gehoorzaam te zijn.
Volgeling van Jezus zijtgij ootmoedig? Zijt gij erop
uit, om gaarne voor den minste van alles, voor zwak
en tot alles onbekwaam gehouden te worden ?... Zijt
gij ook vaardig en blindelings gehoorzaam ? Zijt gij tot
alles gereed, zonder te vertragen, tegen te spreken of
uitvluchten te zoeken ? Beknibbelt gij de bevelen
uwer ouders of oversten niet door die droevige vragen:
waarom dit of dat ?... waarom aldus?... waarom nu?...
waarom ik ? enz.
Ach, lieve Jezus, hoe ver ben ik van uw voorbeeld
afgeweken! Helaas, ik ben vol eigenliefde en weet
steeds iets af te keuren op hetgeen mijne overheden
bevolen hebben. Geef, dat ik gaarne de minste van
allen zij, altijd gereed om te gehoorzamen en alles te
doen, wat mij bevolen is, zonder aanzien van tijd,
van plaats, van moeielijkheden of gevaren. O ja, lieve
Jezus, doe met mij, wat U behaagt; zend mij naar
die plaats, waar Gij wilt, dal ik ga; en leg mij bedie-
ningen op volgens uw welbehagen; zie, ik ben bereid
tot alles en bied mij aan, om vaardig, eenvoudig en
blindelings aan alles te gehoorzamen.
IIe Punt. Vergezel nu de H. Familie op hare reis
naar Egypte. Verbeeld u te zien, hoe zij al bidden-
de voortvluchten, in een dorre woestijn ronddwa-
len, blootgesteld aan duizenderlei bitterheden, aan
-ocr page 325-
De Vlucht naar Egypte.               313
koude en hitte; aan honger en dorst; aan vermoeie-
nissen en ontberingen. Deze bitterheden werden door
bijkomende omstandigheden zeer vergroot; immers
het Kind Jezus was slechts eenige weken oud en
uiterst teer van lichaamsgestel; Maria was ingelijks
zeer zwak, aan reizen ongewoon en slechts 15 of 16
jaren oud ; daarbij was Egypte ver afgelegen, en de
weg eenzaam, moeielijk, ongebaand en gevaarlijk
wegens wilde dieren en struikroovers ; eindelijk de H.
Jozef had niets om de bitterheid der reis een weinig
te verzachten, zoodat zij dikwijls aan het noodzake-
lijke gebrek leden; te midden dezer kruisen en on-
aangename ontmoetingen, bleven zij geduldig en
met Gods wil tevreden, Hem altijd lovende en dan-
kende.
Volgt gij dan die HH. voorbeelden van Jezus, Maria
en Jozef wel ? Zijt gij altijd geduldig, lijdzaam, gelaten
en met Gods wil tevreden ?
Helaas, mijn God, welke redenen heb ik, om be-
schaamd en bedroefd te zijn en te weenen over mijn
ongeduld en mijne ontevredenheid. Het minste is
genoeg om mij te ontstellen: doch voortaan zal ik
trachten, geheel voor U te zijn en alles voor U te
lijden. Ik geef mij geheel aan TJ; thans ben ik tot
alles bereid, zoowel tot bitterheden als zoetigheden,
zoowel tot vernedering als tot verheffing; zoowel tot
gebrek als tot overvloed. Ik geef mij geheel aan U ;
ik vraag slechts uwe genade met uwe liefde, voor
het overige beschik over mij en over alles wat mij
aangaat, volgens uwen wil en uw welbehagen.
-ocr page 326-
314                De Vlucht naar Egypte.
gen is ; en bij wiens aankomst de afgodsbeelden ver-
0 Maria, bid voor mij, opdat ik steeds vlijtig gehoor-
zame en alle bitterheden met blijdschap verdure.
Amen.
Oefeningen. 1° Vaardig en blindelings gehoorza-
men. 2° De lasten van zijnen staat met geduld dragen.
(Sluitgebed, bl. 50).
11° MEDITATIE: Voorbereidingsgebed, (bl. 28).
Ie Punt. DeH. Familie door God verheerlijkt;
IIe Punt. Leefde onbekend en in groote armoede in
Egypte.
I« Punt. Stel u de H. Familie voor door Herodes
vervolgd, door de wereld miskend maar door God
verheerlijkt. Volgens het verhaal van sommige god-
vruchtige schrijvers, (1) werden zij op hunnen weg
geëerd door de boomen, die uit eerbied voor haar
hunne takken tot den grond neerbogen; door de
vogels des hemels, die zich over hare komst sche-
nen te verheugen, haar door hunne gezangen groet-
ten, terwijl de afgodsbeelden ter aarde geworpen
werden; volgens de voorzegging van den profeet
Isaias: (2) Zie, de Heer zal op eene lichte icolk Egypte
binnengaan en alle afgodsbeelden van Egypte zullen
voor zijn aangezicht weggevoerd en omvergeworpen
worden.
Door die lichte wolk verstaat de H. Ambrosius
de H. Maagd, op wier armen Jezus naar Egypte gedra-
(i) Abuiens in C. 2 Matt. item Ginther, Mater amor. et dol.
Cons hj. n° 2.
(2)C. X. 1.
-ocr page 327-
De Vlucht tiaar Egypte.               315
brijzeld werden. Tostatus (1) zegt: „ Heliopolis is de
„ eerste plaats in Egypte, waar Maria met Christus
„ haar verblijf nam; daar zij aanvankelijk geene
„ woning had, ging zij in zekeren tempel, waarin 365
„ afgodsbeelden waren, volgens de dagen van het
„ jaar, en waaraan men dagelijks hulde kwam bewij-
„ zen; doch bij de aankomst van Christus en Maria
„ zijn al die afgodsbeelden ter aarde gestort."
"Welk een troost voor ons, wanneer wij vervolgd
worden ! Als de wereld ons miskend, zal God ons
onder zijne bescherming nemen, en ons verheerlijken;
Jezus zal zijne intrede binnen ons doen door de H.
Communie, en gelijk in Egypte, zal Hij in ons de
afgoden, dat is, de ongeregelde genegenheden, die nog
in ons heerschen, uitroeien.
Lieve Jezus, welk een geluk is het voor ons, U in
de H. Communie te mogen ontvangen en bij uwe
komst de afgoden der ongeregelde begeerlijkheden in
ons hart te zien vallen!
Mijne ziel, hoe is het met u gesteld? zijn door de veel-
vuldige communiën, welke gij ontvangen hebt, de
afgoden uwer ongeregelde neigingen in u omverge-
worpen?... Is uw hoogmoed, uwe eigenliefde, uwe
zinnelijkheid, uwe zucht tot eer, rijkdommen en ver-
maken gevallen en uitgeroeid ?
Ach, lieve Jezus, hoe weinig vrucht doe ik met uwe
komst! Eeeds heb ik U zoo dikwijls ontvangen, en
toch blijf ik de afgoden der ongeregelde neigingen in
ïruj vereeren" ik Jword nög~~voortdurend beheer écht
f 1) Qu. 60. in Cap. 2 Matt.
-ocr page 328-
316               De Vlucht naar Egypte.
door den hoogmoed, de eigenliefde, de zinnelijkheid en
andere kwade neigingen. Ontferm U mijner, lieve
Jezus; kom tot mij en verbrijzel in mij alle onge-
regelde neigingen opdat ik voortaan geheel voor U
leve.
He Punt. O ziel, overweeg hoe Maria en Jozef met
het Kind Jezus, den Heer en Meester van het heelal,
als vreemdelingen, arm, onbekend en verlaten in
Egypte rondzwerven, ja, zelfs geene vaste woning
hadden, en dikwijls van de eene plaats naar de andere
moesten gaan. (1) Hunne armoede was zoo groot,
dat zij somtijds niets hadden te eten. De godvruchtige
Ludolphus zegt: (2) Somtijds gebeurde het, dat het
,, Kind van honger brood vroeg en dat Maria niets
„ had, om te geven. Moesten in deze en soortgelijke
„ gevallen de ingewanden van Maria niet geheel
„ ontroerd geworden zijn ? "
Te midden dezer armoede en ellenden leefden zij
heilig en waren een voorbeeld voor allen: Cornelius
a Lapide, (3) zegt: „ Het lijdt geen twijfel of vele
„ Egyptenaren hebben, door het zien van het heilig
„ leven van Maria en Jozef en door den omgang, dien
., zij met hen hadden, den waren God erkend, gediend,
,, bemind."
Lieve Jezus, waartoe heeft de liefde U gebracht ?
Gij hebt U zelven aan alle smarten en kruisen onder-
worpen om te voldoen voor mijne zonden en mij den
(i) Ginther Mater am. et dol. cons. 19. n. 5.
h) De vita Chr. P. 1. C. i3.
(3) In Matt. j. i5.
-ocr page 329-
De Vlucht naar Egypte.
317
weg naar den hemel te banen : Gij leert mij, dat de
wereld een ballingschap is, en dat ik er geene vaste
woning heb, maar in een ander Vaderland, eene
eeuwigdurende woning moet zoeken; want niet de
aarde maar de hemel is mijne bestemming.
Zult gij dan uw hart nog aan de wereld of hare
goederen hechten ? Zult gij dan uwe zinnelijke vol-
doeningen of uw lust tot eten en drinken nog in-
volgen, terwijl Jezus van kindsbeen af alle bitterheden,
ontberingen en ellenden heeft geleden ?
Neen, lieve Jezus, ik zal dat niet blijven doen.
Uit liefde tot TJ wil ik voortaan alle ontberingen
omhelzen, zonder mij over iets te beklagen, noch
over de geringheid van de spijs, van den drank, van
de kleederen of meubelen, welke mij tot gebruik
gegeven worden. Uw voorbeeld, lieve Jezus, zal mij
in alle omstandigheden troosten en moed geven, om
Gods wil in alles te erkennen en er mij aan te onder-
werpen.
Maria, bid voor mij, opdat ik versterkt worde, om
alles met geduld te lijden. Amen.
Oefeningen. 1° Jezus bidden, dat Hij in ons de
afgoden der kwade neigingen omverwerpe. 2° Uit
liefde tot Jezus gaarne onbekend zijn, en voor niets
geacht, zelfs versmaad willen worden. (Sluitgeb., bl. 50).
m« MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. Vreeselvjke dood van Herodes.
IIe Punt. Wederkomst van Jezus uit Egypte.
Ie Punt. Overweeg, hoe de wreede koning Hero-
-ocr page 330-
318              De Vlucht naar Egypte.
des door Gods rechtvaardigheid geslagen wordt.
Verbeeld u, hem op zijn ziekbed te zien liggen. Hij
lijdt de allerhevigste pijnen door ontbinding in zijn
lichaam, door wormen, die zijn vleesch af knaagden,
door den walgelijksten stank, welke zoo voor hem,
als voor zijne bedienden onverdragelijk is, eindelijk
door eene algeheele verzwering zijner ingewanden,
zoodat de lidmaten van het lichaam afvallen. —
Schrikkelijke dood! Leer daaruit hoe vreeselijk het
is, te vallen in de handen van den rechtvaardigen
God. Herodes zocht Jezus ter dood te brengen; hij
vreesde, dat Jezus die gekomen was, om ons te ver-
lossen en zalig te maken, hem zijn koninkrijk zou
ontnemen; hij dacht zijn rijk te vestigen, door Jezus
te dooden, maar nu integendeel stort de wraak Gods
op hem neder en ontneemt hem alles ; zijne gezond-
heid, zijne eer, zijn leven, zijn aardsch en hemelsch
koninkrijk; met een woord alles.
Groote God, hoe verschrikkelijk zijn uwe oordeelen
en hoe vreeselijk is het, in uwe handen te vallen!...
IJdel zijn de plannen en berekeningen dezer wereld.
Gij, o mijn God, weet alles te verijdelen; Gij zijt
rechtvaardig en uw oordeel is recht. Jiistus es, Domine,
et rectum judicium tuatn
(1).
Dierbare Jezus, open mijne oogen om deze waarhe-
den te beseften, de ijdelheid der wereld te zien en U
alléén te beminnen.
O ziel, hoe is het met u gelegen ? Verzet gij u nooit
tegen Gods Voorzienigheid? Zn\'t gij nog aan iets
(1) Ps. 118.
-ocr page 331-
De Vlucht naar Egypte.               319
buiten God gehecht ? Neemt gij nooit maatregelen
ten einde de beschikkingen van Gods Voorzienigheid
te ontduiken, uit vrees van afgerukt te worden van
het voorwerp uwer gehechtheid ?
Helaas, mijn God, ik heb het meermalen gedaan,
maar te vergeefs !... Wie heeft zich ooit tegen U
verzet en rust gehad ? Zeker, niemand ; want buiten
U is alles ijdelheid en kwelling des geestes. O mijn
Jezus ! voortaan wil ik U alleen beminnen ; immers
wat zouden alle grootheden, vermaken en goederen
op mijn sterfbed mij baten ? of wat zullen mij dan alle
vernederingen, kruisen en ontberingen schaden? —
gewis niets !... Hoe zou ik dan nog zoo dwaas kunnen
zijn, van mijn hart aan iets buiten U te hechten ?...
Geef, lieve Jezus, dat ik geheel voor U zij, want mijn
eenigst verlangen is voortaan voor U te leven, te
lijden en te sterven.
IIe Punt. Overweeg vervolgens hoe God over de zij-
nen waakt. Na den rampzaligen dood van Herodes,
verscheen de Engel wederom aan den H. Jozef in den
slaap, en sprak: Sta op en neem het Kind en zijne
Moeder, en ga naar het land van Israël; want zij die
het Kind naar het leven stonden zijn gestorven.
(1)
O God, hoe gelukkig zijn zij, die zich geheel aan
de leiding uwer Voorzienigheid overgeven!... Gij
draagt steeds zorg over hen en maakt hun uwen wil
bekend, terwijl gij hen op al hunne wegen bestiert en
geleidt. Al stond de gansche wereld tegen hen op, zou
(1) Matt. II. 20.
-ocr page 332-
320            De Wederkomst uit Egypte.
er nog niets zijn, dat hen zou kunnen hinderen, wijl
Gij met hen zijt en over hen waakt.
Maar stelt gij altijd en in alle voorvallen wel uw ver-
trouwen op de goddelijke Voorzienigheid ? Geeft gij u
geheel aan hare leiding over ? Zijt gij altijd met hare
beschikkingen tevreden ?
Ach, lieve Jezus, hoe onvolmaakt ben ik nog!... Ik
steun nog te zeer op mij zelven, op tijdelijke hulpmid-
delen en natuurlijke voorzorgen... Helaas, hoe dik-
wijls was ik over de beschikking uwer Voorzienigheid
ontevreden !... Ontferm U mijner, lieve Jezus, en geef,
dat ik mij voortaan aan de leiding uwer Voorzienig"
heid overgeve, gelijk een kind zich overgeeft aan de
leiding zijner moeder ; zoodat ik hoewel volgens uwen
wil wijze voorzorgen nemende, evenwel niet daarop
vertrouwe, maar de uitkomst van U alleen verwachte.
O Maria, bid voor mij, opdat ik al mijn vertrouwen
op Gods Voorzienigheid vestige. Amen.
Oefeningen. 1" Zijn hart van alle aardsche genoe-
gens aftrekken, denkende: icat zal het mij op mijn
sterfbed baten
?... zich troosten te midden der krui-
sen, denkende : ivat zal het mij baten op mijn sterf-
bed ?
2° Zich gelaten aan Gods Voorzienigheid overla-
ten. (Sluitgebed, bl. 50).
IV MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl, 28.;
Ie Punt. De H. Familie was blindelings gehoorzaam.
IIe Punt. Zij gaat te Nazareth wonen.
Ie Punt. O ziel, overweeg, hoe de H. Jozef, volgens het
bevel des Engels aanstonds opstond, en met het Kind
-ocr page 333-
De Wederkomst uit Egypte.            321
en zijne Moeder naar liet land van Israël terugkeerde.
O welk een schoon voorbeeld!... De H. Familie was
vaardig en blindelings gehoorzaam.
Op het bevel des Engels verliet zij het land van
Judea zonder eenige opmerkingen te maken: z\\j bleef
in Egypte zoo lang het Gode behaagde, zonder nieuws*
gierig te onderzoeken, hoe lang het zoude duren ;
daar wachtte zij gedurende zeven jaren met geduld en
tevredenheid de beschikking van Gods Voorzienigheid
af; van den Engel den wil Gods vernomen hebbende,
keerde zij uit gehoorzaamheid terug naar het land van
Israël, en ging weder uit gehoorzaamheid te. Nazareth
wonen; want toen zij hoorden dat Archelaüs in de plaats
van zijnen vader Herodes in Judea regeerde, vreesde
de H. Jozef derwaarts te gaan. Doch in den slaap
vermaand zijnde, ging hij naar het land van Galilea ;
en daar aangekomen, ging hij wonen in eene stad, Na-
zareth genaamd, opdat vervuld zoude worden, hetgeen
door de profeten gesproken is ; dat Hij een Nazareër
genoemd zoude worden. (1)
O ziel, doet gij ook zoo ? Gaat gij uit gehoorzaam^
hoid overal, waar men u zendt ? blijft gij er uit ge-
hoorzaamheid zoolang men wil ? keert gjj uit gehoor-
zaamheid terug wanneer men dit van u vordert ? doet
gij alles uit gehoorzaamheid, wat men u gebiedt?
doet gij dit zonder tegenspreken, zonder morren,
zonder eenige ontevredenheid, zonder nieuwsgierig
te vragen naar de oorzaak, den tijd of andere niet
noodzakelijke omstandigheden ?
(1) Mat!11. 2. v. 21. 22. 2?.
21
-ocr page 334-
322           De Wederkomst uit Egypte,
Ach, lieve Jezus, hoe dikwijls blijf ik aan de ge-
hoorzaamheid te kort, door eenigzins te dralen, door
eenig misnoegen te laten blijken, door tegen te spre-
ken, door uitvluchten te zoeken of nieuwsgierig naar
het een of het ander te onderzoeken ?... Dierbare
Jezus, ontferm U mijner en geef mij eene ware,
eenvoudige, blinde en standvastige gehoorzaamheid,
om den wil mijner oversten altijd en in alles te vol-
brengen.
IIe Punt. Overweeg verder, hoe de H. Familie te
Nazareth ging wonen. De stad Nazareth was in min-
achting bij de Joden ; vandaar het spreekwoord : kan
er van Nazareth iets gord komen ?
daarom ook werd
Christus met verachting een Nazareër genoemd.
Ziedaar dan den geest der kinderen Gods, name-
lijk, altijd tevreden zijn, en overal gaan, waar God
hen zendt, zonder te zien of die plaats ver afgelegen
of nabij is ; noch ook of zij in aanzien of in
minachting is ; noch of men er zich zal kunnen ver-
toonen of niet; noch of men er het noodige onder-
houd zal hebben of niet; het is hun genoeg, Gods Wil
te kennen, om aanstonds te gehoorzamen en zich aan
de leiding der Goddelijke Voorzienigheid, geheel over
te geven, gelijk de H. Familie deed.
Mijne ziel, hebt gij dien geest? zijt gij altijd tevreden,
wat men ook over u moge beschikken ? — ook dan,
wanneer men U tot moeielijke, nederige of verach-
telijke bedieningen gebruikt ? Is het u een genoegen,
onbekend te zijn, voor niets geacht en versmaad te
worden ?
-ocr page 335-
De Wederkomst uit Egypte.             323
Ach, lieve Jezus, welk eene schande voor mij,
steeds het gemakkelijke, het zoete, het aangename
en het verhevene te betrachten ; daar Gij integendeel
het moeielijke, het bittere, het nederige, ja het verach-
telijke betracht hebt!... Ontferm U mijner, lieve Jezus,
en geef, dat ik voortaan het bittere omhelze, het
nederige zoeke, en het verachtelijke bcminne.
O Maria, bid voor mij, opdat ik steeds gehoorzaam
en nederig zij. Amen.
Oefeningen. 1° Zich blindelings door de gehoor-
zaamheid laten leiden. 2° Bij alle voorvallen Gods
Voorzienigheid erkennen en er zich aan onderwerpen.
3° Verbeeld u, dat u eene zaak opgelegd wordt, waar-
tegen gij den meesten afkeer of strijd gevoelt; wek
u dan op, om die zaak uit liefde tot Jezus gaarne te
aanvaarden, in geval zij u opgelegd worden, en uwe
zwakheid erkennende, zult gij vuriglijk bidden opdat
God u gelieve te versterken. (Sluitgcbed, bl. 50.;
-ocr page 336-
HET VERLIES EN DE VINDING VAN
JEZUS IN DEN TEMPEL.
I" MEDITATIE. Voorbereidixgsgebed. (bl. 28.)
Ie Pü»t. De II. Familie vierde jaarlijks het Paasch-
feest.
lh Punt. liet Verlies van Jezus en de droefheid
van Maria.
!<• Punt. Overweeg met welken eerbied en gods-
vrucht de H. Familie zich jaarlijks naar Jerusalem
begaf, om het Paaschfeest te vieren. De II. Euchcrius
zegt: (1) „ De godsdienstige Ouders gingen jaarlijks
„ naar Jerusalem, om de verklaringen der wet te
„ hooren, om bij de Sacrificiën aanwezig te zijn en
,, de plechtigheden der feestviering bij te wonen:
„ zij dienden nog onder de schaduw, wier waarheid
„ zij reeds bezaten ; want geheel die plechtigheid
„ was niets dan een voorafbeelding van het lijden
,, van Christus, van . zijne verrijzenis en van de
„ andere geheimen, die van Hem beschreven ston-
, den. Alzoo was Jezus bij die plechtigheid tegen-
„ woordig, waarvan Hij zelf het geheelo doel was.
„ Hij werd geslachtofferd in de schapen, opgedragen
„ in de kalveren en geofferd in de andere Sacrificiën.
,. Ook de Moeder hoorde vele dingen uit de wet en
(i) Hom. in 2. Lucte.
-ocr page 337-
Het Verlies van Jezus.               325
„ uit de profeten zingen, welke zij wist, dat van Hem,
„ gezegd werden." Aldus sprak de H. Eucherius.
Maria wist door eene bijzondere verlichting van
God, dat al de offeranden, die zij daar met eigene
oogen zag, niets anders waren dan afbeeldingen van
het aanstaande lijden des Zaligmakers. "Wie zou be-
kwaam zijn do droefheid te beschrijven, welke zij
daarbij gevoelde ?
Waren de offeranden der Oude Wet afbeeldingen van
het toekomende lijden des Zaligmakers, het H. Mis-
offer is niet alleen de afbeelding maar wezenlijk het
Sacrificie, dat Jezus aan het kruis voltrokken heeft.
Daarom moeten wij tijdens do H. Mis denken aan
het lijden en aan den dood van Jezus, gelijk Maria
er aan dacht bij het zien der offeranden der oude
Wet.
O Maria, welke waren toen uwe gevoelens, en
hoedanig behooren mijne gevoelens te zijn gedurende
het H. Misoffer ? De offeranden der oude Wet waren
slechts afbeeldingen van Jezus\' lijden en dood, maar
het H. Misoffer is er de verwezenlijking van: het is
hetzelfde offer, als dat van het kruis; dezelfde offe-
raar en dezelfde offerande. Jezus toch draagt er zich
zelven op aan zijnen hemelschen Vader, en tot de-
zelfde einden als aan het kruis; ook is het van
dezelfde waarde. Het verschilt slechts in de manier
van offeren.
O ziel, hoe zoudt gij gesteld geweest zijn, indien
gij tegenwoordig waart geweest bij het H. Sacrificie
van het kruis? welken indruk zou het op u gemaakt
-ocr page 338-
3?6                Het Verliesvan Jezus,
hebben, als gij Jezus aan het kruis hadt zien hangen?
als gij zijne doornen kroon, zijn bebloed gelaat, zijn
verwarde haren, zijn uitgerukten baard, zijne door-
wonde schouders, zijn verscheurd lichaam, zijne door-
boorde handen en voeten gezien hadt ? als gij gezien
hadt, dat Hij tusschen moordenaars in de hevigste
pijnen, maar tevens met liefde en kalmte het Sacri-
ficie van zijn leven voltrok ?
Lieve Jezus, mij dunkt dat dit den grootsten indruk
op mij zoude gemaakt hebben. Hoe zou het mogelijk
zijn, door zulke vertooning niet ontroerd te worden?...
Maar hoe ben ik dan zoo ongevoelig bij het H. Mis-
offer? waar is mijn geloof?... Het leert mij toch, dat
Gij er waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt en U
zelven er slachtoffert voor onze zaligheid. Hoe ben ik
er dan zoo koud en ongevoelig voor ? Lieve Jezus,
geef mij een levendig geloof, opdat ik die heilige Ge-
heimen met den grootsten eerbied verrichte en er
steeds met do vurigste liefde bij tegenwoordig zij.
He Punt. Overweeg vervolgens, hoe Jezus, nu 12
jaren oud, naar gewoonte, met zijne ouders naar Jeru-
salem ging, om er het Paaschfeest te vieren, en hoe
Hij, na afloop der plechtigheden, buiten weten en
schuld zijner ouders, in den tempel bleef, zittende
onder de leeraren, hen aanhoorende en ondervra-
gende. Zoo gaf Jezus ons een voorbeeld van leerzaam-
heid en godsvrucht, en leerde hoe wij ons moeten
beijveren, om de onderwijzingen der Herders en de
godvruchtige oefeningen op zon- en feestdagen naar-
stig moeten bijwonen; hoc wij daarin ons vermaak
-ocr page 339-
Het Verlies van Jezus.                327
moeten zoeken, als in ée\'ne noodzakelijke zaak, die wij
moeten betrachten.
"Welnu doet gij dat ook ? Zijt gij bezorgd de onder-
wijzingen en godsdienst-oefeningen eerbiedig bij te
wonen, en u bezig te houden met de zaken, die uwe
ziel en zaligheid aangaan ?
Overweeg verder de droefheid van Maria en Jozef,
toen zij des avonds Jezus niet vonden onder het
gezelschap. Maria meende, dat Hij in het gezelschap
bij Jozef was, en Jozef meende, dat Hij was in dat
van Maria. Het was een gebruik bij de Joden, dat de
mannen en vrouwen afzonderlijk gingen, doch de
kinderen konden gaan of wel met de vrouwen, ofwel
met de mannen ; en zoo gebeurde het nu door eene
bijzondere schikking der Goddelijke Voorzienigheid,
dat Jezus buiten weten en schuld der ouders te
Jerusalem bleef.
De droemeid, welke Maria toen ontwaarde, gaat
alle beschrijving te boven. Hare droefheid was groot,
naarmate haar verlies groot, en hare liefde tot Jezus
vurig was. Nauwelijks had zij ontwaard, dat Jezus
verloren was, of aanstonds ging zij Hem zoeken;
al zuchtende en weenende ging zij rond om Hem
te zoeken en hield niet op, voordat zij Hem wedervond.
Leer hieruit, ten lsle droevig zijn, niet over het
verlies van tijdelijke zaken, maar over de zonden,
waardoor men God verliest en zich ongelukkig maakt.
Ten 2° zonder uitstel God zoeken, door oprechte
boetvaardigheid te doen over de zonden. Ten 3« niet
ophouden Hem te zoeken, voordat men Hem gevon-
-ocr page 340-
328                 Het Verlies van Jezus.
den heeft, en door eene ware boetvaardigheid met
Hem verzoend is.
0 mijn God, hocvelen zijn er, die uwe liefde en
vriendschap verliezen door de zonde ; maar hoe wei-
nigen zoeken U door eene ware en duurzame boet-
vaardigheid! Wanneer men eene kleinigheid verloren
heeft, is men zeer bedroefd, maar wanneer men U,
het opperste Goed verliest, is men onverschillig ! Ach,
mijn God, hoe weinig wordt Gij bemind!...
Genadige God, geef mij eene ware droefheid over
mijne zonden en de genade om door eene ware en
standvastige boetvaardigheid in uwe liefde gevestigd
te blijven.
0 Maria, bid voor mij, opdat ik door de liefde met
Jezus vereenigd blijve. Amen.
Oefeningen. 1u De Godsdienst-oefeningen met
eerbied bijwonen, vooral het H. Misoffer... 2° Liever
alles verlaten, dan Jezus verliezen ; daarom dikwijls
bidden: Lkve Jezus, laat niet toe dat ik van U gcschci-
clen icorde! (Sluitgebed, bl,
50).
II« MEDITATIE. Voorbereidingsgebed, (bl. 28).
Ie Punt. Gods Voorzienigheid, zijne lievelingen
kastijdende.
11" Punt. Liefdeklachten eener Godminnende ziel,
die schijnt verlaten te zijn.
1° Punt. Door eene wijze beschikking van Gods
Voorzienigheid werd Maria door het verlies van Jezus
op eene smartelijke wijze beproefd; geen zwaardere
-ocr page 341-
Het Verlies van Jezus.                  329
slag kan haar toegebracht worden... Mijne ziel, erken
hier de beschikking van Gods Voorzienigheid, die
gewoon is zijne beste vrienden door kwellingen en
kruisen te beproeven. De Wijze man zegt: Quem
diligit, castigat. Hij bestraft den gene, dien Hijbemint. (1)
Daar Maria, onder alle schepselen, Gode het aange-
naamstc was, moest zij ook het meeste van allen
beproefd worden. Gedurende haar geheel leven heeft
zij veel geleden, zoodat hare smart vergeleken wordt
bij de bitterheid der zee; maar bovenal leed zij de
bitterste smarten gedurende de drie dagen, dat zij
Haar Kind verloren had. Maria had in dat verlies
geene schuld, volgens den H. Bonaventura, maar
Gods Voorzienigheid had het zoo beschikt, tot beproe-
ving van Maria en tot onze onderrichting. God zelf
zegt: Ego qnos amo, argito et castigo. Ik bestraf en
kastijd hen, die Ik bemin. (1) Tobias werd met blind-
heid geslagen, omdat hij Gode aangenaam was; de
Engel zeide: Omdat gij Gode behaagdet, was het
noodzakelijk, dat Hij u beproefde. Zoo zijn de Patriar-
chen, de Profeten, do Apostelen, de Martelaren, met
een woord alle Heiligen beproefd geworden ; en bo-
venal Jezus en Maria. Gelukkig lijden, waardoor men
Gode behaagt!... Daarom waren de Apostelen ver-
blijd, toen zij in het openbaar, ten aanzien van al het
volk gegeeseld werden. De H. Schriftuur zegt: Zij
waren verheugd, waardig bevonden te zijn, voor de
(1) Prov. 3. i3.
(2; Apuc. 3. 10.
-ocr page 342-
Het Verlies van Jezus.
330
naam van Jezus rersmaadheden te mogen lijden; dus
beschouwden zij dit als eene gunst, als eene groote
weldaad.
O God, hoe wonderbaar zijn uwe beschikkingen!...
Waar heeft men ooit gehoord dat iemand zijne
grootste vrienden het meest kastijdt, gelijk Gij
gewoon zijt te doen?... Doch ik begrijp U, o mijn God:
het is, om hen voor eeuwig gelukkig te maken en in
den hemel te verheerlijken.
Maar, hoe is het met u gesteld? Neemt gij alle
beproevingen Gods met liefde aan? Beschouwt gij
ze als weldaden, welke God u toezendt, gelijk een
geneesheer die bittere medicijnen geeft aan een kind,
dat ziek is ?
Helaas, hoe ongeduldig ben ik nog bij de minste
beproeving. Gelijk een verstandeloos kind zich verzet
tegen de bittere medicijnen, zoo verzet ik mij tegen
de beproevingen, welke uwc Voorzienigheid mij tot
zaligheid aanbiedt. Welk eene dwaasheid! Waar is
mijn Geloof, hetwelk mij zegt, dat de kruisen van
God mij zoo voordeelig zijn?... Waar is mijne
hoop, welke mij aantoont, dat ik voor een kortstondig
en licht lijden een eeuwigdurend geluk van oneindige
volmaakheden kan verdienen ?... Waar is mijne liefde,
wier eigenschap is, gelijkvormig te willen zijn aan
het voorwerp, dat men bemint ? Maar nu zie ik Jezus,
Maria en Jozef en alle heiligen, zoo van het oude als
nieuwe verbond in druk en lijden, zou ik dan vrh\'
willen zijn ?... Neen, lieve Jezus, dat kan niet zijn;
ik moet, gelijk zij, door vele kwellingen het rijk Gods
-ocr page 343-
Het Verlies van Jezus.
331
ingaan. Quoniam per multas tribulationcs oportet nos
intrare in regnum ccclorum
(1). Ontferm U mijner,
lieve Jezus, en versterk mij door uwe genade.
11° Punt. Overweeg de klachten van Maria bij het
wederzien van haren Zoon, zeggende: Zoon, icaarom
hebt Gij zoo met ons gehandeld? Uw Vader en ik zochten
U met droefheid...
Het zijn geene klachten van onge-
duld, noch ontevredenheid, maar van liefde; klachten
eigen aan Godminnende zielen, wanneer God haar
somtijds aan beproevingen, dorheden of duisternissen
overlaat, of zich voor haar verbergt, even als hadde
Hij haar vergeten. In dezen staat van beproeving kwij-
nen de Godminnende zielen, vreezende, door hare
eigene schuld zich de bezoeken des Heeren onwaardig
gemaakt te hebben. Zoo klaagde de H. Catharina van
Siëna, na langen tijd door duisternissen en door de
verschrikkelijkste bekoringen tegen de zuiverheid be-
koord te zijn geweest. — Op het oogenblik dat het
licht der genade haar wederom verscheen, deed zij
hare liefdeklachten en zeide: „ Ach, Heer, waar waart
Gij ?" Jezus zeide: „ Ik was in het midden van uw hart
verborgen." Zoo ook deed de H. Antonius, die na
eenen hevigen strijd klagende tot Jezus, die hem ver-
scheen, zeide: „ Heer, waar waart Gij op het oogen-
blik van den strijd ?" De Heer antwoordde: „ Ik was
hier: Ik was getuigen van uWen strijd en ondersteum
de U." Zoo deed ook Maria, toen zij Jezus vond:
Zoon, waarom hebt Gij zoo met ons gehandeld? maar
(1) Acta Ap. 14. 21.
-ocr page 344-
Het Verlies van Jeans.
32^
Jezus gaf haar een liefderijk antwoord: „ Waarom
zoekt gij Mij? Wist gij dan niet, dat Ik met die zalen
die God aangaan, moest bezig zijn ?
Lieve Jezus, zoo leert Gij ons dan, dat wij ons bovenal
moeten bezighouden met die zaken, welke God en onze
zaligheid aangaan! Zoo leert Gij ons dan, dat wij om
wereldsche belangens of familiezaken ons niet moeten
laten terughouden van de plichten die wij jegens God
hebben!... Lieve Jezus, niemand heeft ooit zoo
groote liefde jegens zijne moeder gehad als Gij; en
niettemin luisterdet Gij naar de stem van God, die U
riep, om TJ met Goddelijke zaken bezig te houden.
Mijne ziel, hoe is het met u gelegen ? Volgt gij de
stem Gods. die u inwendig roept en opwekt, om de
wereld, uwe familie en alles te verlaten en het kloos-
terlevon te aanvaarden?... Luistert gijnaarde stem
Gods, die u inwendig vermaant, om U ten minste een
weinig meer af te zonderen van den omgang met
anderen, ten einde U bezig te houden met de zaken,
die God en uwe zaligheid aangaan?
Dierbare Jezus, dikwijls heb ik uwe inwendige stem
ontwaard, die mij opwekte, om volmaakter voor God
te leven; maar helaas, ik liet mij terughouden door
de banden der natuur, waardoor ik gekluisterd was
aan de wereld, aan de vermaken, aan de vrienden of
aan mij zelvcn. Lieve Jezus, versterk mij opdat ik al
die banden verbreke en mij geheel aan U geve. O
Jezus, geef mij uwe liefde, opdat ik geheel aan U zij
en mij steeds bezighoude met die zaken, welke God en
mijne zaligheid aangaan.
-ocr page 345-
Het Verlies van fesus.                 333
O Maria, bid voor mij, opdat ik geheel voor Jezus zij.
Amen.
Oefeningen. 1° Wanneer gij eenig kruis hebt, of
als de gehoorzaamheid, stilzwijgenheid, ingetogen*
heid, vernedering of versterving u bitter valt, niet
moedeloos of mistroostig worden, maar in zich op-
wekken gevoelens van blijdschap; denkende: Gaarne
wil ik dit lijden uit liefde voor Jezus.
2° Wanneer gij
door bekoringen, beproevingen of duisternissen over-
vallen wordt, neem dan met vertrouwen uwe toevlucht
tot Jezus, die in uw hart rust, en bereid is u te ver-
sterken. (Sluügebed, bl. 50).
-ocr page 346-
HET VERBORGEN LEVEN VAN
JEZUS.
I" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. De gehoorzaamheid van Jezus.
IIe Punt. De waarde der gehoorzaamheid.
le Punt. En IIvj vertrok met hen en kwam te Naza-
reth; en Hij was hun onderdanig
(1). Overweeg,
deze weinige woorden van den Evangelist Lucas,
welke de levensgeschiedenis van Jezus bevatten, van
zijn 12° tot zijn 30» jaar. Daar Jezus op de aarde ge-
komen was, om ons een voorbeeld te geven en te
leeren, hoe wij den dag behooren door te brengen,
scheen het billijk te zijn, dat de Evangelisten ons in
schrift zouden nagelaten hebben, hoe Hij zich in al
zijne handelingen gedroeg: in eten, drinken, slapen,
werken, bidden, gaan, staan, kleeden, enz., maar nu
zeggen zij er niets van; slechts zegt de Evangelist
Lucas: Hij vertrok met hen en kwam ie Nazareth en
Hij was hun onderdanig.
Lieve Jezus, ik bewonder en aanbid hierin uwe al-
wijze beschikking, wijl Gij ons daardoor op eene voor-
treffelijke wijze leert, hoe wij alles moeten doen; hoe
wij moeten bidden, opstaan, slapen gaan, werken,
eten, drinken, vasten, kleeden, enz., namelijk volgens
de "gehoorzaamheid.
(i) Lucas II. 5i.
-ocr page 347-
Het verborgen Leven van Jezus.         335
Maar, hebt gij dat altijd zoo gedaan ? Laat gij u in
alles bestieren door de gehoorzaamheid ? Staat gij \'s
morgens volgens de gehoorzaamheid vlijtig en op het
eerste teeken op ? Bidt, arbeidt, eet en drinkt gij vol-
gens de gehoorzaamheid ? Kleedt gij u en gaat gij sla-
pen volgens de gehoorzaamheid ? met een woord, laat
gij u in alles geleiden door de gehoorzaamheid ?
Lieve Jezus, ware ik eens zoo gelukkig, hoeveel zou
ik dan voor den hemel verdienen ? maar helaas, ik
ben nog te zeer aan mijnen eigen wil gehecht! Geef, dat
ik mij voortaan in alles door de gehoorzaamheid
late geleiden en mij in alles onderwerpe aan het
oordeel van mijnen bestierder, van mijne ouders en
oversten.
Il> Punt. Bedenk ook vooral de waarde der gehoor-
zaamheid. Zij is zoo verheven, dat Jezus, die gekomen
was, om ons een voorbeeld te geven, den meesten tijd
van zijn leven besteed heeft, om ze ons te leeren, en
de Evangelisten niets zeggen van alles, wat Hij in
zijne jongelingsjaren gedaan hoeft, dan: Hij kwam te
Nazareth en was hun onderdanig.
Door dit te zeggen,
zeiden zij alles, wijl alles opgesloten is in de gehoor-
zaamheid en daardoor alles geheiligd wordt. Daar Je-
zus op eene volmaakte wijze gehoorzaamde, en in de
gehoorzaamheid Gods wil erkende, waren al zijne oefe-
ningen en verrichtingen van dezelfde waarde. Die ge-
ringe bezigheden, als den haard vegen, het vuur aan-
steken, hout of water halen, en de timmermansbe-
zigheden, welke Hij als kind of als jongeling verrichtte,
waren Gode zoo aangenaam als de groote en verhe-
-ocr page 348-
33Ö           Het verborgen Leven van Jezus.
vene werken welke Hij gedurende de drie laatste jaren
van zijn leven verricht heeft, omdat Hij alles deed
volgens Gods wil en in al zijne handelingen niets an-
ders zocht, dan het Goddelijk welbehagen.
Lieve Jezus, geef mij de genade, dat ik deze waar-
heid goed begrijpc en steeds in beoefening brenge ; wijl
er de volmaaktheid in opgesloten is; geef, dat ik mij
steeds aanmoedige door deze gedachte van den H.
Franciscus van Saies; „ God wil mij zoo: Hij vordert
„ dit van mij, wat heb ik meer noodig?... Terwijl ik
,, dit werk verricht, ben ik niet gehouden, een ander
„ werk te doen. Ons middelpunt is Gods Wil; daar
„ buiten is niets dan onrust en kwelling."
En hoe is het met u gesteld? hebt gij de oogen
altijd op Gods wil gevestigd? Is hij uw eenigst voedsel,
uw eenigste troost, uwe eenigste betrachting ?
Ach, lieve Jezus, hoe ver ben ik van uw voorbeeld
verwijderd! in plaats van mn\'ne oogen alleen op Gods
wil en welbehagen te vestigen, let ik eerst op mij
zelven en op de zaak, die mij bevolen is, te zien of ze
mij behagelijkisofniet, ofiker in slagen zal of niet; of
ik eer of oneer zal oogsten. Lieve Jezus, geef dat ik
voortaan mijne oogen alleen vestige op Gods H. Wil,
en dat mijn eenigst genoegen zij aan God te kunnen
behagen... O welk een troost te denken: God wil
het
zoo!... Zöö behaag ik aan God.\'... Aangemoedigd
en gewapend door deze gedachte zal ik alle bitterhe-
den, vernederingen en kruisen met liefde aannemen
en alle moeielijkhcden te boven komen.
O Maria, maak dat ik mijne oogen altijd op Gods Wil
gevestigd houde. Amen.
-ocr page 349-
Het verborgen Leven van Jezus.          337
Oefeningen. 1° Alles doen volgens de gehoorzaam-
heid. 2" In de gehoorzaamheid Gods wil erkennen.
(Sluitgebed, bl. 50).
IIe MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28).
IePUHT.J«BM8, de Koning der koningen leeft onbekend.
IIu Punt. Hij houdt zich bezig met de geringste
werken.
Ie Punt. Verbeeld u, Jezus te zien in het huisje
van Nazareth. Daar leefde Hij met zijne arme
Moeder en zijnen armen Vader, onbekend voor de we-
reld, tot zijn dertigste jaar. Hij hield er zich bezig
met de geringste werken, sprak weinig met de men-
schen, maar veel met God, wiens wil Hij steeds be-
trachtte. Jezus was gekomen om ons een voorbeeld te
geven, en toch bleef Hij bijna geheel zijn leven onbe-
kend
en verborgen voor de wereld. Hij, die de wijsheid
zelve is en alles met wijsheid beschikt, bleef dertig
jaren in de eenzaamheid en hield zich verborgen;
slechts drie jaren vertoonde Hij zich in het openbaar,
om het Evangelie te verkondigen, en zijne Kerk te
stichten... Waarom deed Hij dat? Om onzen hoog-
moed te vernederen; om ons te leeren gaarne onbe-
kend te blijven en voor niets geacht en versmaad te
worden.
Maar, hoe is het metu gelegen? Zijt gij er niet op
uit, van u zelven te vertoonen? Zoekt gij niet gezien,
geëerd en geacht te worden?... Is het u een genoegen
onbekend en verborgen te blyvcn en de geringste wer-
ken te verrichten ?
22
-ocr page 350-
338         Het verborgen Leven van Jezus.
Ach, lieve Jezus, hoezeer hcerscht in mij\' nog de
geest van hoogmoed! Helaas, hoe dikwijls heb ik mn\'
willen verheffen en hoe dikwijls heb ik gezocht, mij
te vertoonen voor de wereld, ten einde geëerd en geacht
te worden!... Ontferm U mijner, lieve Jezus, en ver-
nietig in mij dien geest van hoogmoed, opdat ik gaarne
onbekend blijve, en voor niets geacht en versmaad
worde... Wat wil ik in de wereld? Gij, lieve Jezus,
zijt mijn schat, mijn God en mijn Al!... Gij en ik!...
Ik ex Gij !... O zoete gedachte!... ziedaar mijn geluk.
IIe Punt. O ziel, verbeeld u het Kind Jezus, in het
huisje van Nazareth. Ofschoon de Koning der konin-
gen, ofschoon muloenen Engelen tot zijnen dienst
staan, hield Hij zich evenwel met de geringste werk-
zaamheden bezig; als, het vagen van den haard, het
vuur aan te steken, hout en water aan te brengen
of het ambacht van timmerman uit te oefenen.
Welk een wonder! Welk eene vertooning voor de
Engelen!
Overweeg dan ten l3le dat Jezus die geringe
huiselijke bezigheden heiligt door de grootheid zijner
liefde en de zuiverheid zijner meening, in alles niets
anders zoekende dan Gods Wil en Welbehagen. Over-
weeg ten 2e dat Jezus die bezigheden voortdurend
opdroeg aan zijnen Goddolijken Vader, die ze aan-
nam, met dezelfde liefde als het groote offer, het-
geen Hij lijdende en stervende aan het kruis van
Zich zelven gedaan heeft. En leer daaruit, alle, ook
de geringste bezigheden, heiligen door eene zuivere
mcening en vurige liefde, door namelijk in uw doen
-ocr page 351-
Het verborgen Leven van Jezus.        339
en laten niets anders te zoeken dan Gods wil en wei-
behagen, door uwen wil in alles te vereenigen met Gods
wil, welken gij zult kennen uit de plichten van uwen
staat, uit de bevelen uwer oversten en uit hetgeen
Gods Voorzienigheid u dagelijks toezendt.
En waarin stelt gij wel, mijne ziel, uwe heiligheid?
Misschien in groote en buitengewone werken, welke
gij uit eigene verkiezing verricht, terwijl gij de kleine
zaken, waartoe gij uit kracht van uwen staat of
uit gehoorzaamheid verplicht zijt, verwaarloost of
onachtzaam verricht.
Lieve Jezus, uw voorbeeld maakt mij beschaamd
en toont mij, dat de hoogmoed mij bedrogen heeft.
Uit eigene beweging legde ik mij toe om groote en
aanzienlijke dingen te doen, en mij voor de wereld
te vertoonen, terwijl ik de kleine of min aanzienlijke
zaken, waartoe ik uit kracht der gehoorzaamheid
verplicht was, verwaarloosde of met tegenzin vol-
bracht. — Lieve Jezus, verlicht mij opdat ik zien
moge, dat de heiligheid niet bestaat in het verrichten
van groote dingen, maar in het volbrengen van uw
welbehagen en in het heiligen van alle, ook de gering-
ste bezigheden, door namelijk in al mijne gedachten,
woorden en werken, in al mijne kruisen en weder-
waardigheden, zelfs in het voldoen aan de noodwen-
digheden van mijn lichaam, als eten, drinken, rusten,
slapen, niets anders te betrachten dan uwen H. "Wil
en bij al deze oefeningen geen ander inzicht te hebben,
dan Gij zelfs daarin hadt. O Jezus, geef dat ik ont-
hecht van alles, geheel aan U leve. O ja, lieve Jezus,
-ocr page 352-
3 4-Ö        Het verborgen Leven van Jezus.
ik zoek U alleen te behagen, U alleen te bezitten, JJ
alleen
te loven en te verheerlijken in alle eeuwigheid.
O Maria, verkrijg mij de genade om al mijne bezig-
heden te heiligen door een zuiver inzicht en alles
te doen in vereeniging met Jezus. Amen.
Oefeningen. 1° Gaarne onbekend zijn en voor niets
geacht en versmaad worden. 2° Alles, zelfs de kleinste
zaken, met naarstigheid doen, om Gods Wil te vol-
brengen. (Sluitgebed, bl. 50.)
-ocr page 353-
HET OPENBAAR LEVEN VAN
JEZUS.
DE ZIELENIJVER VAN JEZUS.
I« MEDITATIE. Voorbereidixüsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. Jezus dorst naar de zaligheid der zielen.
Zijn
vurige zielenijver.
Ie Punt. Zijn bclanglooze zielenijver
Ie Punt. Stel u Jezus voor, gezeten bij den put van
Jacob. — Met de Samaritaansche vrouw sprekende
en vuriglijk verlangende haar te bekeeren, vergat
Hij zijn voedsel te nemen. Wanneer de Apostelen
Hem te eten brachten, zeide Hij: Ik heb eene andere
spijs te eten, icelke gij niet kent; mijne spijs is het Mij
opgelegde werk te volbrengen,
namelijk de zaligheid
der zielen.
Lieve Jezus, zoo hadt Gij dan een allervurigst
verlangen, om de zondaren te bekeeren en zalig te
maken! Uw verlangen was gelijk aan dat van een
uitgehongerde mensen, die vurig haakt naar spijs;
daarom zeidet Gij : Ik lub eene spijs te eten, di<\' gij niet
kent.
Het was gelijk aan dat van een waterzuchtige,
die snakt naar drank, daarom zeidet Gij, stervende
aan het kruis. Ik heb dorst... Het was gelijk aan dat
van een teerhartigen Vader, die niets zoozeer ter
harte neemt als het welzijn zijner kinderen; daarom
waart Gij tot den dood toe bedroefd over de onge-
voeligheid en versteendheid der zondaren en weendet
-ocr page 354-
342         fitt openbaar Leven van Jezus.
Gij over de blindheid van Jerusalem, zeggende: Och,
of 9>j sn wel in dit uw uur kendet, hetgeen u tot vrede
dient maar nu is het voor uwe oogen verborgen !
Lieve
Jezus, zoo hebt Gij dan ook vurig verlangd naar de
zaligheid mijner ziel! Zoo waart gij er dan hongerig
en dorstig naar en tevens bedroefd over mijne onge-
voeligheid. Dierbare Jezus, hoe hebt Gij mij zoo kun-
nen beminnen ? Gij immers hebt mij niet noodig en
zijt zonder mij volmaakt gelukkig.
Hebt ook gij zulk verlangen naar uwe zalig-
heid en naar die van anderen ? Zijt gij ook zoo
bedroefd over uwe ongevoeligheid, en onverschillig-
heid en over die van anderen ? Zijt gij ook bereid,
voor de bekeering der zondaren alle bitterheden te
lijden en daarvoor alles, zelfs uwen maaltijd op te
offeren ?
Helaas, lieve Jezus, hoe weinig zorg heb ik voor
mijne zaligheid en voor die van anderen! Ik bid U,
geef mij een waren zielenijver, opdat ik bereid zij er
alles voor te doen en te lijden, en er alles voor op te
offeren.
IIe Punt Overweeg verder, dat de zielenijver van
Jezus geheel belangloos was... Hij had een vurig ver-
langen naar onze zaligheid; Hij was er hongerig en
dorstig naar, ofschoon Hij er niet het minste voordeel
bij kon hebben; Hij immers is oneindig gelukkig in
zich zelvcn, om zich zelven en door zich zelven;
zoodat wij zijn geluk niet kunnen vergrooten noch
verkleinon; zijn zielenijver was dus geheel belangloos
en kwam voort uit zuivere liefde : Hij beminde ons
-ocr page 355-
Het openbaar Leven van Jezus.          343
en wilde ons aan zijn geluk deelachtig maken.
Lieve Jezus, ik bewonder de grootheid uwer liefde.
De ongelukkige staat onzer zielen, waartoe zij door
de zonden gebracht waren, ging U innig ter harte,
veroorzaakte U bittere smarten en deed U zuchten
en weenen, zoodat Gij in den hof van Olijven water
en bloed zweette en bedroefd waart tot den dood toe.
O welke goedheid en liefde! O konde ik uwe liefde
met wederliefde vergelden!
Mijne ziel, welke is uwe liefde ? Arbeidt gij met een
onvermoeiden en belangloozen ijver aan de zalige
heid der zielen ? Zoudt gij bereid zijn, daarvoor uw
vaderland te verlaten, als God of uwe oversten dit
verlangden ? Zijt gij ten minste bereid er voor te
bidden, te arbeiden en aalmoezen te geven ?
Ach, lieve Jezus, hoe klein is mijne liefde en hoe
flauw mijn ijver! Helaas, hoe weinig doe ik voor de
bekeering dor zondaren, terwijl Gij er zoo veel Voor
gedaan hebt! Ontferm U mijner, lieve Jezus, en geef,
dat ik voortaan met een belangloozen ijver en eene
zuivere liefde arbeide, om zondaren te bekeeren en
zalig te maken.
O Maria, bid voor mij, opdat ik met oenen onver-
rnoeiden en belangloozen ijver aan de zaligheid
mijns evennaasten arbeide. Amen.
Oefeningen. 1° Steeds werkzaam zijn aan de zalig-
heid der zielen, door bidden, arbeiden en liefdewerken
of aalmoezen. 2° Bereid zijn er alles voor op te offeren,
zelfs het vaderland te verlaten, om zielen zalig te
maken, als God of de oversten dit van mij verlangen.
(Sluit gebed, bl. 50).
-ocr page 356-
344          Het openbaar Leven van Jezus.
11° MEDITATIE. Voorbereidingsgebed, (bl. 28.)
I« Punt. Onvermoeide zielenijver van Jezus.
II0 Punt. Standvastige zielenijver van Jezus.
Ie Punt. Overweeg heden den onver-moeiden ijver,
waarmede Jezus bezield was, ten einde de zondaars
te zoeken en zalig te maken. Zijn ijver was zoo groot,
zoo vurig, dat niets hem kon afschrikken of weerhou-
den, geene vermoeienissen, geen koude, hitte, regen,
wind, ongemakken, ontberingen, honger, dorst, ver-
smaadheden, lasteringen, vervolgingen, mishande-
lingen, niets, niets, kon zijn ijver koelen. "Wat al ver-
moeienissen, ontberingen, honger, dorst, versmaad*
heden, onteeringen en mishandelingen heeft Hij, het
land van Judea rondreizende, niet moeten verduren?
Dierbare Jezus, ik bewonder en aanbid uwen zie-
lenijver... Wat hebt Gij toch veel gedaan en geleden
voor den ondankbaren zondaar !... Gij hadt wel reden
om te zeggen: Ik geef mijn leven voor mijne scha-
pen.
(1)
Hoedanig is uw zielenijver ? laat gij u niet
afschrikken door koude of hitte, door regen of wind,
door vermoeienissen of andere ongemakken ? Zoudt
gij des noods bereid zijn uw leven er voor ten beste
te geven ?
Helaas, lieve Jezus, hoe flauw is mijn ijver; het
minste houdt mij terug! ik werp mn\' derhalve vol
(i) Joan: 10. i3.
-ocr page 357-
Het openbaar Leven van Jezus.
345
schaamte en droefheid voor uwe voeten, om mijne
onachtzaamheid en flauwhartigheid te beweenen.
Ik bid U, lieve Jezus, mij een waren zielenijver te
geven, opdat ik onvermoeid moge zijn in het arbeiden
aan de zaligheid mijner -ziel en aan die van anderen
en nimmer voor eenige moeielijkheden terug-
deinze.
11° Punt. Overweeg ook den standvastigen ijver
van Jezus, die over alle moeielijkheden zegevierde...
Jezus deed veel voor den armen zondaar, maar zijne
liefde werd met ondankbaarheid beantwoord. Zijn
arbeid, zijne vermoeienissen, ja zelfs zijne mirakelen
werden met smaad en verachting bejegend en zijne
liefdewerken aan verkeerde bedoelingen en inzichten
toegeschreven; maar zijn standvastige ijver zegevier-
de over alles. Vele wateren van wederwaardigheden,
tegenspraak, laster, vervolgingen en mishandelingen
waren niet bij machte zijnen ijver uit te dooven, of
zijne liefde te doen verflauwen.
Lieve Jezus, hoe meer ik uwe liefde en uwen zie-
lenijver overweeg, des te grooter komen ze mij voor-
Wat hebt Gij niet gedaan en geleden voor ondank
bare menschen — en dit — uit eene geheele zuivere
en belanglooze liefde! Ofschoon zij hardnekkig en
versteend waren, bleeft Gij toch voor hen arbeiden ;
uwe liefde deed U volharden, totdat Gij eindelijk uw
leven voor hen ten beste gaaft.
Is uwe ijver ook standvastig mijne ziel ? Zegeviert
hij over alle moeielijkheden, tegenstrevingen, verschil
van karakter en ondankbaarheid der boozen.
-ocr page 358-
346          Het openbaar Leven van Jezus.
Ach, lieve Jezus, hoe flauw is mijne liefde ! Eene
kleine moeite, een bitter woord, een moeielijk karak-
ter is reeds genoeg om mijn ijver te doen wankelen.
Welk eene ontaarding!... Lieve Jezus, Gij hebt uw
leven voor de zaligheid der zielen ten beste gegeven
en ik helaas, doe er zoo weinig voor. — O Jezus, geef
dat ik voortaan over alle mojielijkheid zegeviere.
O Maria, bid voor mij, opdat ik volharde te midden
der kruisen en wederwaardigheden. Amen.
Oefeningen. Standvastig volharden in den arbeid
voor de zaligheid der zielen, in weerwil van alle te-
genstrevingen, wijl Jezus er voor gestorven is. Pro
quo Christus mortuus est. (Slüitgebed, ld.
50.)
DE ZACHTMOEDIGHEID VAN
JEZUS.
I" MEDITATIE. Voorbeueidingsgebed. (bl. 28).
Ie Punt. Jezus was zachtmoedig jegens allen.
IIe Punt. In het bijzonder jegens de kinderen.
Ie Punt. Overweeg, hoe zachtmoedig Jezus was ;
Hij zeide : leert van Mij dat ik zachtmoedig en
ootmoedig van harte ben.
De zachtmoedigheid scheen
overal in Hem uit, en in alle opzichten gaf Hij er
blijken van. Hij was zachtmoedig en minzaam in
zijne blikken, in zijne woorden en gesprekken, alsmede
in zijne handelingen en gebaren: Hij was minzaam
en zachtmoedig jegens allen, zoowel in de cenzaam-
-ocr page 359-
Het openbaar Leven van Jezus.          347
heid met zijne apostelen als in het openbaar met het
volk, zooals do profeet Isaïas voorzegd had: Hij zal
niet twisten, noch geraas maken, noch op de straten
zijne stem laten hooren. Hel geknakte riet zal Hij niet
breken en het rookendc rlaslcmmet niet nitblusschen
(1),
dat is, Jezus was zoo zachtmoedig, minzaam en lief-
derijk, dat Hij niemand zou verstooten hebben, zelfs
hen niet, in wie de vatbaarheid voor het goede schier
uitgedoofd scheen te zijn.
Lieve Jezus, zoo was dan uwe zachtmoedigheid,
minzaamheid en lankmoedigheid groot ten tijde van
uw sterfelijk leven op de aarde; maar\' nu Gij in den
hemel zijt, is zij niet minder groot. O met welke lang-
moedigheid wacht Gij de zondaars af, opdat zij zich
bekeeren. Hoe dikwijls klopt Gij aan hun hart, zeg-
gende: Doe open, mijne vriendin, mijne zuster, mijne
bruid.
Maar mijne ziel, zijt gij ook zoo zachtmoedig en
minzaam jegens allen ?... Geeft gij er blijken van in
uwen dagelijkschen handel, vooral jegens uwe mede-
broeders en huisgenooten ? Zijt gij zachtmoedig en
minzaam in uw hart, in uwe blikken, in uwc woorden
en gebaren ? Tracht gij inschikkelijk jegens anderen te
zijn en U te voegen naar hunne zwakheden, ten einde
een geknakt riet niet te breken noch het rookend ka-
toentje uit te dooven ?... Verdraagt gij met lankmoe-
digheid hunne gebreken, kwade luimen en hun lastige
inborst ?... Zijt gij lankmoedig en minzaam jegens ver-
(1) Isaïs. 43. 3. en Matth. 12. 17.
-ocr page 360-
34-8          Het openbaar Leven van Jezus.
steende zondaars, ten einde hen te bekeeren ?... Bid
gij voor hen ?
Ach, lieve Jezus, hoe ver ben ik nog van uwen geest
verwijderd ! Geef, dat ik voortaan minzaam zij in
alles en jegens allen; in mijn hart, in mijne
blikken, in mijne woorden, in mijne handelingen en
gebaren, vooral jegens mijne medebroeders, huisge-
nooten, onderdanen of ondergeschikten.
II\'- Punt. Jezus was in het bijzonder minzaam en
zachtmoedig^^ ns de kinderen. Wanneer de aposte-
len op zekeren keer wilden beletten, dat men de
kleine kinderen tot Hem bracht, opdat Jezus hen
zegenen zou, was Hij daarover verontwaardigd en
zeide : Laat de kinderkens tot Mij komen, en belet
het hun niet; want aan hen behoort het rijk Gods.
Hij
omhelsde ze, en hun de handen opleggende, zogende
Hij hen. (1) Hij nam hen steeds, op eene bijzondere
wijze onder zijne bescherming, sprak den vloek uit
tegen hen, die hun ergernis zouden geven en beloofde
zijne genade aan hen, die hun goed deden, verzeke-
rende dat Hij als aan zich gedaan, zoude rekenen,
alles wat men uit liefde tot Hem aan hen zou ge-
daan hebben.
Lieve Jezus, zoo was het U dan een vermaak te
zijn met de kinderkens, met hen die als kleine kinde-
ren eenvoudig, zachtmoedig en nederig in hunnen
oogen en door de wereld voor niets geacht, en ver-
(1) Marcus q. i3.
(2)  Matt. 18." 3.
-ocr page 361-
Het openbaar Leven van Jezus.          349
smaad worden ; terwijl Gij ons tevens wildet leeren
dat om Gode to behagen, wij als kleine kinderen,
eenvoudig, zachtmoedig en nederig moeten worden!
Maar hoe is het met u gesteld ? Zijt gij eenvoudig,
zachtmoedig en nederig gelijk de kleine kinderen? —
Hebt gij liefde voor hen ? bidt gij voor hen ? onderwijst
gij ze met geduld en minzaamheid ?
Dierbare Jezus, geef dat mijn hart gelijk zij aan
het uwe in zachtmoedigheid, minzaamheid en geduld;
geef dat ik eenvoudig, onschuldig en nederig zij gelijk
kleine kinderen; geef dat ik met geduld hunne gcbre-
ken en lastige luimen verdrage en alles aanwende,
wat in mijn vermogen is, om ze tot de zaligheid te
brengen.
O Maria, bid voor mij, opdat ik zachtmoedig en
minzaam van harte zij. Amen.
Oefeningen. Zachtmoedig en minzaam zijn jegens
allen, vooral jegens de bedrukten en mistroostigen of
moedeloozen, alsmede jegens de kinderen. (Sluitge-
bed, bl.
50).
II« MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28.)
Ie Punt. Jezus ivas minzaam jegenz de zondaren.
IIe Punt. Hij ging ze opzoeken.
Ie Punt. Overweeg, hoe minzaam en zachtmoedig
Jezus omging met de zondaren, ten einde hen te
bekeeren en zalig te maken. Hij deed hun geene ver-
wy tingen, maar hen uitnoodigende met zoete woorden,
zeide Hij: Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt
-ocr page 362-
35°         Het openbaar Leven van Jezus.
en Ik zal u verkwikken. Hij zocht hun gezelschap,
sprak goedaardig tot hen, at en dronk zelfs met hen,
zoodat Hij volgens onze wijze van zien en oordeelen,
al te goed en te vriendelijk jegens hen scheen te zijn,
en de Phariseërs daarin geërgerd, met verachting zei-
den: deze ontvangt de zondaars en eet met hen, ook
zeiden zij aan Jezus, leerlingen ten einde hunne harten
van Hem te verwijderen: Waarom eet uw meester met
de tollenaars en zondaars ?...
Jezus gaf ten antwoord:
Niet de gezonden maar de zieken hebben een geneesheer
noodig. Ik ben hun geneesheer; rcant Ik ben niet geko-
men, om de rechtvaardigen maar om de zondaren te
zoeken en zedig te maken
(1).
Lieve Jezus, uwe goedheid jegens de zondaren was
waarlijk onbegrijpelijk ! Met welke liefde ontvingt Gij
de Samaritaansche vrouw en den verrader Judas!...
Welke minzame blikken wierpt Gij op den apostel
Petrus, toen hij U verloochend had ten einde Hem
tot inkeer te brengen!... Hoe krachtig verdedigdet Gij
de overspelige vrouw en de befaamde zondares!... Hoe
goedaardig ontvingt Gij de tollenaars en zondaars en
wat moeiten deedt Gij om hen te bekeeren en zalig
te maken!... O Jezus, uwe minzaamheid en liefde
jegens de ondankbare zondaren zijn waarlijk groot en
wonderbaar!
Zijt ook gij jegens hen zoo minzaam en zoo
goedaardig? Tracht gij hen te winnen door liefde,
geduld en mededoogen ? Of stoot gij ze misschien te-
(i) Matt. q. v. 12. i3.
-ocr page 363-
Het openbaar Leven van Jezus.          351
rug door bittere of norsche woorden, of dooreene on-
heusche behandeling?....
Ach, lieve Jezus, hoe ver ben ik van uw voorbeeld
afgeweken!... Onder voorwendsel van ijver betoon ik
hun minachting, verbittering, drift, ja somtijds heersen-
zucht... Ontferm u mijner, lieve Jezus, en geef dat ik
voortaan zachtmoedig van harte zij.
IIe Punt. De liefde van Jezus jegens de zondaren
was zoo groot, dat Hij hen niet alleen met goedheid
ontving, wanneer zij tot Hem kwamen, maar dat Hij
zo ook ging opzoeken, wanneer zij zich van Hem
verwijderden. De zucht, om zondaren zalig te maken,
was Hem eene spijs, waarmede Hij zich voedde. Het
was de zucht, dat verlangen, welke Hem uit den he-
mel deed nederdalen en mensch worden : het was die
zucht, welke Hem zooveel deed lijden en tusschen
twee moordenaars deed sterven aan een schandelijk
kruis. Het was die zucht, welke Hem bewoog, om
hen overal op te zoeken, met hen te spieken, met hen
te eten en te drinken, voor hen op eene bijzondere
wijze zorg te dragen, zoodat aan het krnis zijn eerste
zorg was, te bidden voor de zondaren, voor zijne
beulen, zeggende: Vader, vergeef het hun, want zij
weten niet wat zij doen;
zijne tweede zorg was den
goeden moordenaar in genade te ontvangen en hem
het paradijs te beloven. En daarna eerst keerde Hij
zich tot zijne Moeder en zijnen beminden Leerling.
Den ongelukkigen staat van de zondaren beseffende,
had Hij er medelijden mede, meer dan met zich zel-
ven; daarom zeide Hij aan de vrouwen van Jerusalem,
-ocr page 364-
352         Het openbaar Leven van Jezus.
die over Hem weenden: Wei nt niet over Mij, maar
weent over u zelven en over uwe kinderen.
Lieve Jezus, uwe goedheid en liefde, jegens de zon-
daren is al te groot; immers het schijnt, dat, hoe
boozer en ondankbaarder iemand is, hij des te meer
aanspraak heelt op do uitwerksels uwer goedheid en
genade.
Hoe is het met u gesteld ? Zijt gij goed en
hartelijk jegens hen, die u onteeren, lastig vallen of
verdrukken ? Bidt gij ook voor hen ?... Tracht gij ze
ook door uwe liefde te voorkomen en tot inkeer te
brengen?
Zoo deedt Gij, lieve Jezus; zoo deed Maria; zoo
deden de heiligen ; onder anderen lezen wij van den
H. Alphonsus de Liguori, dat er, om zich van zijne
gunsten te verzekeren, niets meer noodig was, dan
hem te lasteren. Helaas hoe ver ben ik hiervan ver-
wijderd ! De minste beleediging is genoeg, om mij te
ontstellen en te verbitteren.
O Maria, bid voor mij, opdat ik voortaan minzaam
zn\' jegens allen en wel bijzonder jegens de zondaren
en jegens hen, die mij beleedigen. Amen.
Oefeningen. 1» Medelijden hebben met de zondaren
en hen, die zich in geestelijken nood bevinden. (Sluit-
gebed, bl. öti).
UI* MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28;.
Ie Punt. Jezus was zachtmoedig en minzaam jegens
d>, onbeschaafde apostelen.
-ocr page 365-
Het openbaar Leven van Jezus.           353
11° Punt. Ook jegens zijne vijanden.
I« Punt. O ziel, overweeg de overgroote zachtmoe-
digheid en minzaamheid van Jezus jegens zijne apos-
len: als arme visschers waren zij onwetend, ruw en
onbeschaafd; als aardsche en zinnelijke menschen
beseften zij de geestelijke en hemelsche dingen niet.
welke Jezus hun voorhield; zij vielen Hem gedurig
lastig met vragen op vragen en Jezus beantwoordde
die immer met dezelfde goedaardigheid en liefde.
Lieve Jezus, ik aanbid uwe minzaanheid en liefde;
wijl Gij de ruwheid en onwetendheid uwer apostelen
zoo geduldig verdroegt, en hunne uitzinnige vragen
zoo goedaardig beantwoorddet, mij tevens loerende,
goedaardig jegens allen te zijn, zelfs jegens hen die
mij onbeleefd behandelen, mij lastig vallen, mij bit-
terheden veroorzaken of ontijdig tot mij komen.
Maar handelt gij gelijkvormig naar het voorbeeld
van Jezus ? Zijt gij minzaam jegens personen, die
jegens u liefdeloos, onvriendelijk of onbeleefd zijn ? —
Verdraagt gij goedaardig de onaangename en lastige
karakters uwer huisgenoten of medebroeders ?... Zijt
gij jegens hen zacht en beleefd in uwe vragen en ant-
woorden, alsmede in uwe vermaningen, onderwijzin-
gen en bestraffingen?...
Ach, lieve Jezus, hoe weinig heb ik nog van uwen
geest!... hoe onmeedoogend, onbeleefd en stuurschben
ik nog in mijne woorden en handelingen!... Ontferm
U mijner, lieve Jezus, en geef dat ik voortaan
goedaardig en zachtmoedig van harte zij en mij je-
gens allen beleefd en vriendelijk gedrage.
22
-ocr page 366-
354          Het openbaar Leven van Jezus.
11° Punt. Jezus was goedaardig en minzaam je-
gens allen, zelfs jegens zijne grootste vijanden. Nooit
toonde Hij hun eenige verbittering, zelfs dan niet,
wanneer zij Hem lasterden of onheusch bejegen-
den. Hij zegt bij den profeet Isaïas (1). Ik keerde mijn
aangezicht niet af van diegenen, welke Mi) lasterden of
in het aangezicht spuwden...
Hij ontving den verrader
Judas met de grootste minzaamheid, zeggende:
Vriend, waartoe zijtgij gekomen? Judas levert gij zoo
den Zoon des menschen?...
Aan het kruis gelasterd,
bad Hij voor zijne beulen en ontving den moordenaar
in genade.
Dierbare Jezus, Gij hebt dan niet alleen met woor-
den maar ook met werken geleerd, dat wij onze
vijanden moeten beminnen en goedaardig zijn jegens
allen. O ware ik zoo gelukkig een zoo heilzaam voor-
beeld na te volgen!
En hoe hebt gij u tot hiertoe jegens uwe vijanden
gedragen ?... Hebt gij nooit afkeer, verbittering,
haat of nijd getoond jegens hen, die u beleedigd
hadden?... Wat zult gij in het vervolg doen ?
Helaas, lieve Jezus, hoe dikwijls heb ik hartzeer
veroorzaakt aan mijne medebroeders door mijne
stuurschheid, oploopendheid en verbittering !... Thans
maak ik het vaste voornemen uw voorbeeld te
volgen, jegens allen minzaam te zijn, en te biel-
den voor die mij beleedigen of lasteren; Gij im-
mers hebt gezegd: bemint uice vijanden; do.\'
(i) Isaïas c. 5o. IJ.
-ocr page 367-
Het openbaar Leven van Jezus.          355
wel aan die u haten en bidt voor die u lasteren en
vervolgen.
(1)
O Maria, bid voor mij, opdat ik naar uw voorbeeld
en dat van Jezus, alles vergeve en jegens allen min-
zaam zij. Amen.
Oefeningen. 1° De lastige karakters der medebroe-
ders en huisgenooten geduldig verdragen en zich min-
zaam jegens hen vertoonen. \'2° De ons aangedane
verongelijkingen van harte vergeven. 3° Voor de
vijanden bidden. (Sliütgebed, hl. 50).
IV« MEDITATIE. Voobbereidingsgebed. (bl. 28.)
Ie Punt. Jezus gaf overal blijken zijner goedheid.
IIe Punt. Hij gaf er blijken van aan alle soort van
menschen.
Ie Punt. O ziel, verbeeld u te zien, hoe Jezus het
land van Judëa doorging met goed te doen en te
genezen, pertransit benefaciendo ét sanando. Hij ging
al weldoende rond en genas allen.
(2) Overal gaf Hij
blijken zijner goedheid, in alle steden en dorpen, in
openbare plaatsen en bijzondere huizen, te water en
te land, tot zelfs in de woestijnen. De dagen bracht
Hij door met de onwetenden te onderwijzen, met de
noodlijdenden te troosten en de ondankbaren goed te
doen; terwijl Hij de nachten doorbracht met bidden
voor hunne zaligheid.
^\\_
             ___________^_              "
(i)Matt. 5. 44.
(2) Act. Ap. 10. 38.
-ocr page 368-
35<5          Het openbaar Leven van Jezus.
lieve Jezus, hoe is het mogelijk, dat Gij ondankbare
menschen zoo hebt kunnen beminnen en U zelven
zoo geheel voor hen hebt willen opofferen!... En hoe
is het mogelijk, dat de menschen hierna zoo ondank-
baar zijn, en zich door eene zoo groote liefde niet
laten innemen ?
Mijne ziel, hoe is het met u gesteld?... Zijt gij ook zoo
ondankbaar ?... Zult gij voor zulke liefde nog langer
ongevoelig blijven?... Zult gij geene wederliefde
toonen en goed doen aan allen, zelfs aan ondankbaren?
Zult gij nog niet bereid zijn, Uwe rust, uwe gemak-
zucht, ja geheel u zelve, voor het welzijn van anderen
op te offeren ?
Ja, lieve Jezus, ik ben daartoe bereid! Helaas, ik
ben over mij zelve beschaamd; wijl ik zoo liefdeloos
ben geweest en mij over den last des arbeids zoo
zeer beklaagd heb. Ach, hoe dikwijls heb ik de
gelegenheden van goed te doen, laten voorbijgaan!...
Voortaan zal ik naar uw voorbeeld, lieve Jezus,
overal blijken van liefde geven, en zooveel in mij is,
goed doen aan allen, zonder mij door moeielijkheden
te laten afschrikken.
IIe Punt. Verbeeld u te zien, hoe alle soort
van noodlijdenden tot Jezus kwamen, en hoe Jezus
hen allen met liefde ontving, zonder een enkelen
ongetroost weg te zenden. De H. Schrift zegt op
meerdere plaatsen, dat men alle soort van zieken en
velen van die door den duivel bezeten waren, tot
Jezus bracht, en dat Hij ze allen genas. Hij gaf den
blinden het gezicht, den dooven het gehoor, den
-ocr page 369-
Het openbaar Leven van Jezus.          357
stommen de spraak, den kreupelen den gang, den
melaatschen de zuivering, de zieken de gezondheid,
den dooden het leven en verloste hen die door den
duivel bezeten waren. (1)
Waarlijk, lieve Jezus, uwe goedgunstigheid was
groot en tevens belangloos, wijl Gij alles deedt uit
zuivere liefde.
O ziel, zal dat voorbeeld u niet aanzetten, om jegens
allen goedaardig te zijn, en allen, zoo veel gij kunt,
belangloos te helpen ?... Zal er u nog iets te veel, tx\'
moeielijk of te lastig zijn ? of zult gij nog onderscheid
van personen maken of uw belang beoogen ?
Neen, lieve Jezus, dat nooit meer ! ik wil u bemin-
nen en uit liefde tot U wil ik jegens allen goedgunstig
zijn: zoo veel in mij is, wil ik uit liefde tot U aan
arme menschen den voorkeur geven. In hen zal ik U
erkennen, dienen en beminnen. Ontferm U mijner,
lieve Jezus, en versterk mij, dewijl ik zwak ben.
O Maria, bid voor mij, opdat ik overal en jegens
alle soort van menschen goedaardig zij. Amen.
Oefeningen. 1° Minzaam zijn jegens allen zelfs
jegens hen, die ons lastig vallen ofte onpas komen.
2" Behulpzaam zijn jegens allen, zoo veel in ons is.
(Shiitgebed, bl. öO).
(i) Concordia C. 28, n. 2. C. 29, n. 2. C. 3f), n. 2. C. 40, n. 2.
-ocr page 370-
358          Het openbaar Leven nan Jezus.
DE OOTMOEDIGHEID VAN JEZUS.
I" MEDITATIE. Voorbereidingsgebed. (bl. 28;.
I1\' Punt. Jezus zocht niets dan de eer van God.
II" Pokt. Hij zocht voor zich de versmading.
I« Punt. Overweeg de ootmoedigheid van Jezus.
Hij zocht zijne glorie niet, maar alleen die van
zijnen Vader; daarom zeide Hij. Ik zoek mijne glorie
niet
(1). Jezus wist, dat alle eer aan God alleen
toekomt, en dat het Hem onmogelijk is, dat recht af te
staan: Hij zegt, bij den profeet Isaias (2): Ik zal mijne
glorie niet aan een ander geven.
Ook wist Jezus, dat
de glorie welke men zichzelven geeft, of welke de
menschen ons geven ijdel en nietig is; daarom zeide
Hij : Indien Ik mij zelven verheerlijk, is mijne glorie
niets; maar de Vader verheerlijkt Mij.
(8). Derhalve
zocht Jezus voor zich niets dan vernederingen en
versmaadheden... O ziel, beschouw Hem in de ver-
schillende omstandigheden van zijn leven; overal
zult gij Hem vinden in vernederingen: zie Hem als
een arm en verlaten kindeken in den stal van Bethle-
hem ; als een machtelooze vluchtende naar Egypte,
als een behoeftige werkman in het huisje van Naza-
reth; als een misdadiger in zijn openbaar leven,
(i) Joan. 8 5o.
(2);Isaïas. 42. 8.
(}) Joan:j8. 50.
-ocr page 371-
Het openbaar Leven van Jezus.          359
blootgesteld aan alle onteeringen en versmaadheden:
of noemde men hem niereen dronkaard, een eer-
zuchtige, iemand die zich voor koning uitgaf, een
verleider des volks; een Samaritaan of ketter, een
toovenaar, door den duivel bezeten en die door mede-
werking van den duivel wonderen deed ; een Godslas-
teraar, die zich valschelijk uitgaf voor den Zoon
Gods; in één woord, Hij werd zoo verguisd, dat Hij
in waarheid kon zeggen: Ik ben een worm en geen
mensch; de smaad der menschen en het uitvaagsel
des volks.
(1).
Lieve Jezus, zoo leert Gij ons dan, nimmer ver-
maak nemen, in hetgeen wij doen of gedaan hebben,
noch ons verheffen, om de achting, welke de men-
schen ons betoonen; wijl alle eer aan God alleen
toekomt: integendeel Gij leert ons, hoe wij alle eer
van ons afwenden moeten, en vreezen geëerd te
worden, wijl de hoogmoed de oorzaak van alle zon-
den is, ja zelfs de engelen er door gevallen zijn:
daarom zeidet Gij, aan uwe leerlingen, toen zij met
zelfvoldoening uwe wonderbare vruchten verhaalden,
die zij door het geven van Missiën onder de volken
te weeg gebracht hadden: Ik zag Satan als een blik-
semuitden hemel vallen
(2), als wildet Gij zeggen:
„ ziet wel toe, dat gij u niet verheft op uwe wondere
daden, noch daarin behagen schept, want Satan,
ofschoon in den hemel verheerlijkt, is door den hoog-
d)P«. 21.7.
(2) Lucas. 10. 18.
-ocr page 372-
360         Het openbaar Leven van Jezus.
moed en het zelfbehagen gevallen, en als een bliksem
in den afgrond neergestort.
IIe Punt. Jezus zocht voor zich de versmading, en
zoo leert Hij ons, de achting der menschen, niet alleen
te zoeken, maar zooveel mogelijk te vluchten en
gaarne smaad te lijden. ,
O ziel, volgt gij deze heilzame lessen van Jezus ?
Hebt gij nooit behagen in u zelve of in uwe hande-
lingen ?... Verwijdert gij van u alle eer, welke de men-
schen u geven, om ze geheel aan God te geven ?...
Verwijdert gij aanstonds de opkomende gedachten
van eigenliefde enzelfbehagen?... verheugd gij u over
de aangedane beleedigingen, of ten minste lijdt gij ze
met geduld en gelatenheid ?
Ach, lieve Jezus, hoe weinig voordeel doe ik met
uwe vermaningen en voorbeelden! Hoedikwijls heb
ik die gehoord, gelezen en overwogen, en toch heb ik
ze niet in beoefening gebracht. Helaas, ik ben nog vol
eigenliefde en zelfbehagen en ben bij de minste be-
leedigingen ontevreden. Lieve Jezus, wat moet ik in
het vervolg doen ?
Mijne ziel, gij moet, op de eerste plaats, uwe voor-
gaande blindheid verfoeien; want door uwen hoogmoed
hebt gij de eer, die aan God alleen toekomt, geroofd en
u zei ven groot nadeel toegebracht; op de tweede plaats,
moet gij waken op u zelve opdat de hoogmoed nim-
mer ingang in u vinde, en gij niets zoekt dan de eer
van God. Eindelijk op de derde.plaats, moet gij u ver-
heugen in de vernederingen, wijl deze u tot verheffing
leiden.
-ocr page 373-
Het openbaar Leven van Jezus.         361
O mijn Jezus, ik heb wel het verlangen om zoo te
leven, maar ik ben te zwak, en te onstandvastig ;
daarom bid ik U, U over mij te ontfermen en mij te
versterken, om te midden der vernederingen te vol-
harden.
O Maria, bid voor mij, opdat ik gaarne onbekend
zij, en door allen veracht en versmaad worde. Amen.
Oefeningen. 1° Nimmer iets doen of zeggen uit
eigen lof of zelfbehagen. 2° De vernederingen met
gelatenheid aanvaarden. 2" God altijd loven, zeggende:
Glorie zij den Vader, enz. (Sluitgebed, bl. 50;.
-ocr page 374-
-ocr page 375-
INHOUD.
KOUT ONDERRICHT OVER DK MEDITATIE.
§ I. Over den aard en de noodzakelijkheid der Meditatie .       1
S II. Over de stof der Meditatie..........      11
j lil. Middelen en gesteltenis om goed t<\' mediteeren. . .      16
SIV. Over den lijil en de plaats, het beste geschikt tot de
Meditatie...............     20
JS V. Over de wijze van mediteeren. . . *.....      2T>
Voorbereidingsgebed............     28
Sluitgebed...............     50
ONDERZOEK OMTRENT DE MEDITATIE.
I. Aangaande d<\' voorbereiding..........?i»
II. Aangaande de overweging...........;>r»
III. Aangaande het slol.............50
ADVENT.
I* Meditatie. — I« Punt. Voorbereiding tot de Komst \\an
Jezus. — lb\' Punt. Jezus komt om de kwalen onzer ziel
te genezen................Ti"
11\'" Meditatie. — 1\'Punt. Jezus is gekomen om onze blindheid
Ie genezen. — U« Punt. Jezus is gekomen om onze droef*
held ti\' genezen...............02
III" Meditatie. — I" Punt. Jezus is gekomen om ons van de
geestelijke mankheid te verlossen. — II" Punt. Onze gees-
telijke sprakeloosheid te genezen.........07
IV" Meditatie. — I" Punt. Jezus in den soboot van Maria,
zich zelven vernederend, verheerlijkt tlod. — II" Punt. In
den schoot van Maria bidt Jezus voor ons......71
V" Meditatie. — I" Punt. De verheffing en de val der engelen.
—  II" Punt. Satans afgunst tegen den mensch.....70
VI* Meditatie. — I" Punt. De mensch is voor (iod geschapen.
— II" Punt. Alle andere dingen, zelfs de kruisen, dienen
den mensch tot middelen om hem tol God te brengen. . 80
Vil" Meditatie. — 1" Punt. Alle schepselen, behalve de
mensch, beantwoorden aan bel doel der schepping. —
II" Punt. I)e mensch, die er niet aan beantwoordt, is een
nutteloos, ondankbaar en boosaardig schepsel.....80
VIII" Meditatie. — 1" Punt. De verhevenheid der ziel blijkt
uit haren oorsprong; zij is als de adem ran God, bet zui-
ver voortbrengsel van zijn Wil en geschapen naar zijn
-ocr page 376-
564                              Inhoud.
beeld en zijne gelijkenis. — II\'\' Punt. De verhevenheid der
ziel blijkt uil hare icnnrrfe; gekocht door den prijs van het
bloed van Jezus...............01
IX1\' Meditatie.— I\'Punt. liet serpent bekoort Eva door de
vraag : waarom? — II1\' Punt. Eva stemt toe en doet ook
Adam vallen................88
X\' Meditatie. — I\' Punt. üe val van Adam en de grootheid
zijner straffen. — II\' Punt. De boosheid eener zonde en de
dwaasheid eens zondaars............89
XI\' Meditatie. — I\' Punt. De erfzonde, die allen meiischen
wordt aangeboren, wordt genadiglijk vergeven door liet
Doopsel. — II« Punt. Na hel vergeven der erfzonde, be-
linuden wij nog de vier wonden iu de ziel.....
         183
XII* Meditatie. — l\' Punt. Maria is vrij gebleven van de erf-
zonde. — II\' Punt. De minste vlek van zonde mishaagt
grootelijks aan (lod.............100
XIII\' Meditatie. — I" Punt. Jezus biedt zich aan als Borg
voor onze zonden, tlod stemt er in toe. — II1\' Punt. (iod
beloofde aanstonds den Messias.........111
XIV\' Meditatie. — I« Punt. De komst des Messias wordt 4000
jaren uitgesteld. — IK Punt. De Oudvaders verzuchten vu-
rig naar zijne komst, gelijk melaatseben, blinden, gevan-
genen en ballingen, naar genezing en bevrijding. . . . Hi>
XV\' Meditatie.— I\' Punt. Het geheim der Mensehwording.—
II\' Punl. Maria\'s toestemming.........."8
XVI\' Meditatie. — I\' Punt. De vernedering van Jezus in den
schoot van Maria. — II\' Punl. De verheffing van Maria
door Jezus................123
XVII\' Meditatie. — I\' Punt. Jezus heeft niet de natuur der
engelen, maar die der menschen aangenomen. — II\' Punt.
Hij heelt zich in alles aan ons gelijk gemaakt, . . . • 1-8
XVIII\'\' Meditatie. — I\' Punt. Jezus nieiisch wordende, toont
hoogachting \\nor de verworp
19
en beid. — II\' Punt. Hij leert
ons ei\' ook hoogachting voor te hebben en ze met liefde te
aanvaarden................132
XIX\' Meditatie. — I\' Punt. Jezus gaf zich van het begin af
aan den wil van zijnen Vader over. — II\' Punt. Hij nam
van liet begin af den lijdenskelk gewillig aan.....136
XX\' Meditatie. — I\' en II\' Punt. De liefde van (lod in de
Mensehwording van Jezus, en onze verplichting van dank*
baarheid.................1-12
XXI\' Meditatie. — I\' Punt. In (Ie mensehwording van Jezus
toont zich Gods Wijsheid.— II\'Punt. Daaruit blijkt zijne
Almacht.................140
XXII\' Meditatie. — 1\' en II\' Punt. Beschouw ing van de grool-
heid der liefde welke Jezus in zijne mensehwording aan
ieder onzci beloond heeft...........130
XXIII\' Meditatie. — I\' en II\' Punl. De mensehwording is een
allergrootste weldaad.............153
-ocr page 377-
Inhoud.                            365
XXIV» Meditatie. — I« Punt. Wij hebben alles in en door
Christus. — II\'Punt. Christus is ons Al.......137
XXV1\' Meditatie. — I\' Punt. De grootheid van Jezus\' liefde.
Voor ons is Hij op de wereld gekomen en •\'!•\'! jaren ge)ile-
ven. — D« Punt. Voor ons heen Hij de wereld verlaten, om
in den hemel voor ons te lijdden.........1<!-
XXVI* Meditatie.— I\' Punt. Jezus heelt alles voor ons gedaan
en geleden, opdat wij alles voor Hein zouden doen en lij-
den.— II\'1 Punt. Jezus heeft zich voortdurend opgeofferd
als een sacrificie, opdat wij het ook zouden doen. . . . 168
XXVII\' Meditatie. — I\' Punt. Maria verlangt vurig dat Jezus
geboren wordt voor de zaligheid der wereld, alsmede Hem
bare diensten te bewijzen. — IIC Punt. Wij moeten Hem
voortbrengen in onze gedachten, gesprekken en liezig-
heden..................l(i\')
XXVIII\'\' Meditatie — I« Punt. Maria en Jozef gaan uit gehoor*
zaamheid naar Bethlehem. — B.\' Punt. Kr was voor hen
geene plaats in de herberg...........178
HET FEEST VAX KERSTMIS.
Meditatie. I« Punt. Maria brengt Jezus zonder smart ter
wereld, omhelst Hem teerhartig en legt Hem eerbiedig in
de kribbe,—II« Punt. Welk verschil hier of in den hemel!. 17»
II\' Meditatie. — I« Punt. Er was voor hen geene plaats in de
herberg. — II\' Punt. Jezus kwam in zijn eigendom, maar is
door de zijnen niet ontvangen..........183
IIP Meditatie. — 1\' Punt. De stal van Hetlilehem, de krib en
de doeken noodigen ons uit tot armoede, vernedering en
lijden. — II\' Punt. Ook het Kind Jezus, vleesch geworden,
noodigt er ons toe uit.............187
IV\' Meditatie. — I\' Punt. De Vader biedt aan Jezus een lij-
denskelk aan, welke Jezus gewillig aanvaardt. — II\' Punt.
Jezus weent over onze ongevoeligheid.......193
V\' Meditatie. I\' Punt. Een engel verkondigt de geboorte des
Zaligmakers aan arme, nederige en wakende herders. —
II\' Punt. Hij stelt als kenteeken : een kind, in doeken ge-
teonden, lii/gende in de krib
...........11H»
VI\' Meditatie. — I\' Punt. Er kwam eene menigte van engelen,
Cod lovende, en — II\' Punt den vrede aankondigende aan
de menseben van goeden wil..........200
VII\' Meditatie. — I\' Punt. De herders gaan met spoed naar
Itethlehem, en vinden het Kind met Maria en Jozef. —
II\' Punt. Zij keeren terug, God lovende.......20.\'i
BESNIJDENIS ONZES HEEREN.
VIII\' Meditatie. — I\' Punt. In de besnijdenis gaf Jezus een
-ocr page 378-
366                              Inhoud.
voorbeeld van lijdzaamheid en liefde. — 1P Punt. Hij gaf
«en voorheeld van oolnioed...........210
1X\'- Meililalie. — H Punt. In de besnijdenis gaf\' Jezus liet
voorbeeld eener volmaakte gehoorzaamheid. — 11° Punt.
.Maria gaf zich aan (iods wil over, in weerwil van het na-
luurlijk gevoel van medelijden......... . . 211
X\'\' Meditatie. — I" Punt. In d<\' besnijdenis stortte Jezus de
eerste druppelen van zijn goddelijk bloed, en droeg ze op
aan zijnen Vadertot losprijs onzer zonden. — 11\'\' Punt. De
lienielsehe Vader nam ze met liefde aan.......217
XI\' Meditatie. I« Punt. Jezus leert ons de geestelijke besnij-
denis. — lp\'Punt. Hij leert, dat wij ze niet moeten ver-
waarloozen om eenige schijnredenen........221
FEESTDAG VAN DRIEKONINGEN.
I" Meililalie. — I« Punt. Roeping der Wijzen; bun levendig
en vaardig Geloof. — U« Punt. Hun standvastig Geloof. . 22(5
Ib\' Meililalie. — I<\' Punt. God riep de Wijzen door eene ster.
— Il\'\' Punt. (iods Voorzienigheid schikt zich dikwijls naar
natuurlijke omstandigheden........... 232
III\' Meililalie. — I\' Punt. De ster verscheen voor allen, slechts
drie Wijzen volgden hare leiding. — II1\' Punt. God geelt
zijn genadelicht aan allen, doch weinigen zijn er, die eraan
beantwoorden...............236
\\\\\' Meditatie.— I« Punt. De Wijzen beantwoordden nagen-
blikkelijk
aan de roepstem van God. — Q« Punt. Zij lieten
zich door gecno moeielijklieden, noch tijdelijke inzichten
terughouden................211
V\' Meililalie. — 1\' Punt. De Wijzen gaven zich blindelings
over aan de leiding van (iods Voorzienigheid. — II\'\' Punt.
Zij bleven standvastig te midden der beproevingen. . . 2-ii
Vl« Meililalie. — I« Punt. Hei odes met al zijn volk werd ont-
steld over de geboorte des Zaligmakers.— üe Punt. God
verlichtte de Koningen door den Joodseben raad, die zelf
in duisternissen was en bleef..........219
VIP\' Meililalie — I" Punt. De Koningen verlieten Jerusalem
en volgden de ster. — II\'\' Punt. Zij vonden Jezus in eenen
armen stal................233
VIII Meililalie. — I\'\' Punt. De Koningen gaan den sta! bin-
nen, en nedervallende, aanbidden zij Jezus. — II1\' Punt. Zij
dragen giften op, goud, wierook en mirre......2<*>7
IX\'\' Meililalie. — ["Punt. De giften der Koningen waren Gode
aangenaam, omdat zij voortkwamen uit eene zuivere mee-
niiigon ware liefde. — 11\'\' Punt Door God gewaarschuwd,
keerden de Wijzen langs een anderen weg terug . . . 201
X\'\' Meililalie. — I" Punt. Jezus was \\oor Maria een bundeltje
mirre, dat is, bitter en zoet. — II\' Punt. Maria gafhet goud
-ocr page 379-
Inhoud.                                 367
a;m de armen, de wierook aan God en behield voor zich de
mirre..................200
XI1, Meditatie. — 1° Punl Door de mine werd afgel>eeld, «lat
hel leven van Je/.us mei hiltcihcden zou vervuld zijn. —
II\'Punt. Maria dacht er altijd aan.........270
XII»Meditatie.— I\'Punt. I)e versterving is voor allen nood-
zakelijk. Jezus en Maria geven er hel voorbeeld van. —
II* Punt. De Heiligen hebben dat voorbeeld nagevolgd, wij
moeten het ook navolgen............274
FEESTDAG VAN DEN ZOETEN NAAM JEZUS.
h\' Meditatie. — I\' Punt. De naam Jezus is een verheven
naam.— D> Punl. De Zaligmaker heelt hem door veel lij-
den verdiend..............• . 280
II\' Meditatie. — I\' Punt. De naam Jezus, een naam van smart.
— B» Punt. De naam Jezus, een naam van glorie. . . 2so
Ilh\' Meditatie. — I« Punt. De naam Jezus is voor ons een
naam van kracht. — II\' \'Punt. Hij is voor ons een naam van
zaligheid.................201
IV« Meditatie. — I\'\' Punt. De naam Jezus is hij velen een
voorwerp van onverschilligheid, minachting en smaad. —
11\'Punt. De naam Jezus zij ons een voorwerp van hoog-
aehting, eerbied en liefde...........200
DE OPDKACHT VAN JEZUS IN DEN TEMPEL.
Meditatie.— l« Punl. Maria gaal naar den tempel om ge-
zuiverd te worden. — II\'\' Punl. Om haar Kind op Ie offeren. 301
II\'\' Meditatie. — I" Punt. De oude Sinicon neemt hel Kind
Jezus in zijne armen. — 11\' Punl. Hij verlangt te sterven. 304
III \'Meditatie. — h\' Punl. Jezus was een teeken van tegen-
spraak tijdens zijn sterfelijk leven. — 11\' Punt. Thans is
Hij nog een teeken van tegenspraak........307
IV\' Meditatie. — I\' Punt. De vlucht naar Egypte. — II\' Punt.
Bitterheden op reis......."......310
V\' Meditatie. — I\'Punt. De II. Familie door God verheerlijkt.
—  II\' Punt. Leefde onbekend en in groote armoede in
Egvpte..................314
VI\' Meditatie. — I\' Punt. Vreeselijke dood van Herodes. —
II\' Punt. Wederkomst van Jezus uit Egvpte.....317
VII\' Meditatie. — I\' Punl. De II. Familie was blindelings ge-
hoorzaam. — II\'Punt. Zij gaat te Nazarelh wonen . . . 320
HET VERLIES VAN JEZl S IN DEN TEMPEL.
I\' Meditatie. — I\' Punt. De H. Familie vierde jaarlijks het
Paaschfeest. — II\' Punl. Het verlies van Jezus en de droef-
heid van Maria...............324
-ocr page 380-
Inhoud.
36cS
Meditatie. — lv Punt. Gods Voorzienigheid, zijne lievelin-
gen kastijdende.— II« Punt. Liefdeklachten eenerGodmin-
nende ziel, die schijnt verlaten te zijn........331
HET VERBORGEN LEVEN VAN JEZUS.
I* Meditatie. — I\' Punt. Do gehoorzaamheid van Jezus. —
II\'1 Punt. Do waai do dor gehoorzaamheid.......334
II1 Meditatie. — I" Punt. Jezus, de Koning der koningen,
leeft onbekend. — IIe Punt. Hij houdt zich bezig mot de
geringste werken.....\'.........337
HET OPENBAAR LEVEN VAX JEZUS.
I\' Meditatie. — P\'Punt. Jezus dorst naarde zaligheid der zier
len.—UcPunt. Zijne belanglooxezielenijver.....3il
11» Meditatie. — I" Punt. Onvermoeide zielenijver van Jezus.
— II1 Punt. Standvastige zielenijver van Jezus. . . . . 344
DE ZACHTMOEDIGHEID VAN JEZUS.
I\' Meditatie. — l\' Punt. Jezus was zachtmoedig jegens allen.
il1\' Punt. In liet bijzonder jegens de kinderen.....3i(>
11\' Meditatie. — I\' Punt. Jezus was minzaam jegens de zon-
daren. — II" Punt. Hij ging ze opzoeken.......3i!!
IIP Meditatie. — I\'Punt. Jezus was zachtmoedig en minzaam
jegens de onbeschaafde apostelen..— II\'\' Punt. Ook jegens
zijne vijanden...............333
IV« Meditatie.— I" Punt. Jezus git overal blijken zijner goed-
beid.— II\' Punt. Hij gaf er blijken van aan alle soort van
menschen ...............35i>
DE OOTMOEDIGHEID VAN JEZUS.
Meditatie. — 1\'- Punt. Jezus zocht niets dan "de eer van
God. — II« Punt. Hij zocht voor zich de versmading. . . 3.*>ü