-ocr page 1-
-ocr page 2-
mw\\ \\lfl^-
-ocr page 3-
I.
Jftaijiairjaand.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
\'• , / v*\'" .
-ocr page 6-
:... •;.?&•.
-ocr page 7-
•Mïf
til
- . . . . . . \'- :• \' . . •
1
!
i
AlIAMlANla
i
i
wmmm%m
TKK KKKK VAN 1)K
MOEDER GODS MARIA
UOOK
p. fr. E. I. JANSEN,
S Orii. 1\'nutl.
Beminnelijke Moeder, bid
voor ons.
fit
fLtvccit mixüm en vcitnctibeiöt biuli.
NIJMKCiEN
1890 — L. 1\'. (1. MALMUKKU
-\' \'                          /.\'.\',•.,,\'.                    \' IV5
-ocr page 8-
".^NTP.PPO/
K* :-r:G£RM.iNR
-ocr page 9-
DE VOORAVOND.
[)K MARIAMAAND.
Oelukzalij,\' de niense.li. die mij hoort
on die aan mijne deur dagelijks waakt.
Spv. VIII. 34.
OVERWEGING.
1.    Zins iederen dag, mijne ziel,
aan Maria lof. Vier iederen da^ met
godsvrucht hare feesten en hare
deugden. Beschouw, bewonder hare
waardigheid, prijs haar als de geluk-
kige Moeder des Heeren , als de
gelukzaligste Maagd.
H. (\'asiniirus.
2.    Vereeren wij Maria. Vereeren
wij haar in til onze gebeden, met til
de vurigheid van ons hart. met al
de innigheid van ons gemoed; dit
is liet verlangen van God, dat wij
alles door de tussehenkomst van
Maria /.ouden ontvangen.
H. Beruardus.
-ocr page 10-
• >. Wees gegroet, gij, lelie der
hemelen, volheerlijke roos! Gegroet,
Moeder der nederigen, Overwinnares
der trotschen, woonstede der Uod-
heid, o (iij, die onze fouten veront-
schuldigt, schenk ons de kracht, die
wij noodig hebben in dit tranendal,
kom ons te hulp.
H. Bonaventura.
Besluiten.
1.    Ik zul in deze maand ter eere
van Maria de plichten van mijn staat
getrouw vervullen en iedere vrijwil-
lige zonde vermijden.
2.    Ik zal de oefeningen der Ma-
rianiaand met ijver bijwonen, en
iederen dag een gebed of goed werk
ter eere van Maria verrichten.
"S7"©©r"foeelcL.
De H. Philippus Nerius had reeds
vele middelen aangewend, om hen,
met wier zielzorg hij belast was,
voor de strikken te behoeden, die
-ocr page 11-
— \'.)
de duivel aan hun deugd spande;
doch al zijn pogingen hieven vruch-
teloos. Vol smart klaagde hij zijn
nood aan Jezus en Maria en smeekte
hen, hem een middel aan te wijzen
tegen een zoo gevaarlijke zonde.
Maria verwierf van haren goddelijker!
Zoon, wat haar dienaar zoo vurig
wenschte.
Op zekeren dag lag de Heilige
volgens gewoonte voor een Maria-
beeld neergeknield. Plotseling werd
zijn bidvertrek vervuld niet een lie-
melsch licht. De Koningin dei-
Maagden, met glorie omstraald, ver-
scheen hem en sprak: , l\'hilippus.
wilt gij de jeugd rein en zuiver
bewaren, roep haar tot u en volhard
tot mijne eer eene geheele maand in
het gebed." Daarna verdween het
visioen. Vol vreugde dankte Phi-
lippus haar, die hem het middel
had geopenbaard, waarnaar liij sinds
lang had gezocht, waarvoor hij had
gebeden , gevast en geweend. Aan-
stonds ging hij aan den arbeid, gat\'
-ocr page 12-
— 10 -
ilc .jeugd, die met hein de Mariamaand
in godvruchtige oefeningen wilde
doorbrengen, een regel en deed allen
beloven, die verplichtingen getrouw
te vervullen.
Waarin bestonden die godvruch-
tige oefeningen V Zij . die niet den
H. Philippus Nerius de Mariamaand
vierden . offerden zich op den voor-
avond dezer maand aan Maria op en
smeekten haren bijstand af voorden
strijd, dien zij tegen de bekoring
van liet vleeseli moesten voeren.
Eiken morgen stelden zij zich onder
hare moederlijke bescherming, woon-
den liet H. Misoffer bij. bezochten
nu en dan de kapel, waar het beeld
der Moedermaagd was versierd, na-
derden meermalen op waardige wijze
tot de H. Sacramenten en droegen
alle zorg om ter eere van Maria zoo
getrouw mogelijk bun plichten te
volbrengen. Als dan de arbeid van
don dag was volbracht en de avond
gekomen, knielden allen neder voor
liet beeld der Hemelkoningin . niet
-ocr page 13-
_ 11 _
bloemen, groen en brandend was-
licht versierd. l);ui zongen zij lic-
deren ter eere van Maria, afgewis-
seld, nu eens door het woord vau
den Heilige, die hare glorie verkon-
digde, dan weder door het schoone
Rozenkransgebed. En als de maand
ten einde was, zwoer men een eeu-
wige trouw aan Maria en verzekerd
van hare bescherming ging men ge-
sterkt de toekomst te gemoet.
Gebed.
0 Maria, zuivere roos, maagdelijke
roos, frissche roos zonder doornen,
bloeiende en vruchtbare roos, o ver-
heven roos, o Maria, die Koningin
des Hemels zijt geworden, o toevlucht
des zondaars, die nooit iemand ge-
evenaard heeft noch overtreffen zal,
zegen onze onderneming.
If. Bonaventura.
-ocr page 14-
_ 12 —
EERSTE DAG.
Ili:i\' L.KVKN VAN MAK1A.
Oroote dingen heeft H.j, die machtig
is, ;iau mij gedaan.
Lncas I, 4».
OVERWEGING.
1. Maria was maagd . niet alleen
naar het lichaam, maar ook naar de
ziel. Zij was ootmoedig van harte,
ernstig en spaarzaam in hare woor-
den, vol wijsheid, ijverig in het lezen
der wet. Zij vertrouwde niet op
ijdele rijkdommen, maar op het gebed
der armen. Zij legde zich toe op
den arbeid en was eerbaar in hare
gesprekken. Zij beleedigde niemand
en wilde allen goed. Zij eerbiedigde
hare oversten, benijdde niet haars
gelijke en vermeed de ijdele glorie.
Hare uitwendige gedragingen waren
zoo goed geregeld, dat hare houding
de uitdrukking was van hare ziel
en een volmaakt toonbeeld van alle
-ocr page 15-
— 13 —
deugden. Zij nt weinig en diin nog
de eenvoudigste spijzen om het li-
chaaru te onderhouden. Zij werkte
veel in haar huisgezin en ging niet
uit dun naar den tempel.
H. Ambrosins.
2.    Alle diiden en begeerten van
Maria waren tot God gericht.
H. Antoninus.
3.     De Heiligen hebben uitgemunt
ieder in een bijzondere deugd: de
eene was nederig, de andere kuiseli.
de andere barmhartig; daarom stellen
wij hen tot voorbeeld in die deug-
den, welke zij volmaakter beoefend
hebben. Maria prijzen wij echter
als het toonbeeld van alle deugden.
Want zij is een volmaakt toonbeeld
van ootmoedigheid : Zie de dienst-
maagd des Heeren: van zuiverheid :
daar ik geen man beken: en aldus
van de overige deugden.
H. Thomas van Aquino.
-ocr page 16-
— 14 —
Benluiten.
1.    Tk zal ten minste nu en dan
een «feestelijk boek over het leven
en de deugden van Maria lezen of
naar de predikatiën over Maria aan-
dachtig •luisteren.
2.   Ik zal de (lengden en devoorrech-
ten van Maria aandachtig overwegen.
"Voordbeeld..
Volheerlijke dingen zijn er van U
gezegd, o woonstede Gods. (I\'s. 8t>.
:!.) Deze woontent Gods is Maria,
omdat God op een bijzondere wijze
in haar gewoond heeft door de
menschwording. door de genade,
door de liefde, door de volmaakte
gelijkvormigheid. Yolheerlijke diu-
gen zijn er van haar gezegd door
God van alle eeuwigheid, door cnge-
len en heiligen in den hemel. De
Allerhoogste koos Maria uit tot
Moeder Gods, daarom schonk Hij
haar alle uoodige genaden en vol-
-ocr page 17-
— 15 —
maaktheden. Zoo aanschouwde Hij
haar van eeuwigheid in zijnondoor-
grondelijk raadsbesluit. Volgens vele
Kerkvaders werd aan de Engelen
vóór de schepping der wereld geo-
penbaard, dat Maria Moeder Gods
zoude worden. Zij aanschouwden
eene vrouw, die den helschen draak
versloeg; een kroon van twaalf ster-
ren versierde haar hoofd en de maan
had zij onder hare voeten. Uit den
mond van God zelven weerklinkt op
deze aarde het eerste loflied van
Maria : Ik zal • vijandschap stellen
tusschen U en de vrouw, tusschen
uw zaad en haar zaad, en zij zal u
den kop verpletten. (Genes. III.)
Na die eerste hinde boodschap van
liet paradijs komt Maria\'s beeld meer
en meer doorschemeren, genoeg om
de hoop levendig te houden en de
aartsvaders in hun lijden te troosten,
niet zoo duidelijk, dat het geloof wordt
weggenomen. Maria wordt beloofd
aan de Patriarchen en voorspeld door
•Ie Profeten, die van verre tot haar
-ocr page 18-
— 16 —
opzagen en haar als liet morgenrood
der Verlossing begroetten, voorafge-
beeld door de edelste vrouwen, met
het schoonste en kostbaarste uit
kunst en natuur aangeduid. Het
paradijs, de ark van Noë, de duif\',
de regenboog, de ladder van Jacob,
het vlammend braambosch, de vacht
van Gedeon, de Verbondsark, het
gouden Reukaltaar, de tempel van
Jerusalem, de toren van David, de
verzegelde bron, de gesloten lust-
hof, de lelie, de roos, de bloem
des velds, de nardus, de myrrhe,
de palm, de ceder, de plataan ,
de olijf\', de wijngaard, de zon,
de maan, de sterren, alles is
volgens de verklaring der Vaders
een zinnebeeld van Maria. Gij zijt
geheel schoon, zoo zingt het Hoog-
lied van haar, en geen vlek is er in
U. (Hoogl. IV, 7.) En het Boek
der Spreuken: De Heer bezat mij
in het begin zijner wegen, voor Hij
iets gemaakt had van den beginne.
(Spreuk VTTT, 22.) En bij den profeet
-ocr page 19-
— 17 —
Isaias: Zie, de maagd zal ontvangen
en eeneu Zoon baren en zijn naam
zal men Emmanuel noemen. (Is.
VII, 14.) En toen het Woord vleesch
ging worden, vatte de Engel Gabriel
al deze lofspraken samen in den
overheerlijken groet: Wees gegroet,
(Jij, vol van genade, de Heer is met
U, gezegend zijt gij onder de vrou-
wen. (Luc. I, 28!) En Elisabeth
bevestigde dit, toen zij tot Maria
sprak: Gezegend zijt (Jij onder de
vrouwen en gezegend is de vrucht
uws lichaams. En van waar geschiedt
mij dit, dat de Moeder mijns Heeren
tot mij komt? (Luc. I, 42—43.)
Ofschoon de Evangeliën weinig over
Maria berichten, schrijven zij haar
toch die hoedanigheden, voorrechten,
deugden en handelingen toe, welke
hare verhevenheid en beteekenis in
het helderste zonlicht plaatsen. Een
vrouw roept Christus toe: Zalig is
de schoot, die U gedragen heeft en
zalig zijn de borsten, dit; Gij gezo-
gen hebt. (Luc. XT, 27.) Inbaar
-ocr page 20-
— 18 -
eenvoud meende die vrouw, dat Ma-
ria\'s voortreffelijkheid vooral in haar
goddelijk moederschap bestond;doch
Christus wijst op hare ware groot-
heid: Ja. zalig zijn zij. die (Jods
woord aanhooren en het bewaren.
(Luc. XI, 28.) De Katholieke Kerk
verheerlijkt Maria in hare leerstel-
lingen. haren eeredienst, hare getij-
den, hare teesten. hare predikatiën,
hare kunst, haar geestelijke orden.
Hoe meer de dwaling terugdeinst
voor de vereering van Maria, niet des
te vuriger geestdrift dringt de gan-
sche Christenheid aan hare voeten
zich samen en bidt uit volle borst:
Heilige Maria, Moeder Gods, bid
voor ons. zondaars, onder uwe be-
scherming nemen wij onzen toevlucht.
De Vaders en Leeraars der Kerk
hebben Maria verheven door de
wetenschap. De ootmoedige Maagd
van Nazareth, die oogeuschijnlijk
slechts een voorwerp van vrome
godsvrucht was, hebben zij bij voor-
keur tot onderwerp hunner diepzin-
-ocr page 21-
- 19 -
nigste bespiegelingen gekozen. Alle
heiligen . apostelen, martelaren, be-
lijders, maagden koesterden een kin-
derlyke liefde en een onbegrensd
vertrouwen tot Maria . de Koningin
van Engelen en Heiligen. Het hart
van den nienseb is van nature tot-
liet Christendom geneigd . maar het
hart van den Christen keert zich van
nature tot Maria gelijk liet kind tot
de Moeder. van wie het leven en
voedsel ontvangt, de bloem tot de
zon. die haar licht en warmte treeft.
En nu .juicht Maria in den hemel
als Koningin van engelen en men-
schen, een naam, /.egt de H. Bernar-
dus, van heerlijkheid en luister, van
geluk en vrede , van macht en rijk-
dom, van goedheid en genade. Als
de ceder is zij verheven op den Liba-
non en als de cypres op den berg
Sion. Engelen en Aartsengelen gaan
ten rei, Machten en Heerschappijen
jubelen, Cherubijnen en Serafijnen
prijzen den Heer, de gelukzaligen
verkondigen haren lof. in Jerusaleiu
-ocr page 22-
- 20 -
is hare macht en in God haar erf-
deel, hare woonstede is in de volheid
der heiligen. Ja, heerlijke dingen
zijn er van Maria gezegd. Het is de
vervulling van haar eigen voorspel-
ling: Zie, vau nu af zullen alle
geslachten mij zalig noemen.
Gebed.
O Maria, gij, glorie en roem van
alle vrouwen, die, zooals wij weten,
uitverkoren en verheven zijt boven
alle schepselen , verhoor vol goeder-
tierenheid hen, die gij vol ijver ziet
om U te loven. Reinig de zondaars
en maak hen de hemelsche zegenin-
gen waardig.
             H. Casimims.
-ocr page 23-
— 21 —
TWEEDE DAG.
lil! VOOKBKSl\'lllKKlNti VAX MAKIA.
Van eeuwigheid ben ik voorbeschikt.
Spreuk. VIII, 23.
OVERWEGING.
1.    Gij, o Maria, waart voor alle
schepselen in den geest Gods voor-
beschikt . om . de zuiverste van allé
vrouwen, Godalswaarachtigenmensch
de meiisehelijke natuur uit uw vleesch
te schenken : om voor de ongelukkige
wereld het recht op den hemel en
liet loon des eeuwigen levens te
herwinnen; om muist uwen Zoon
tot Koningin der hemelen verheven,
glorierijk te heersenen.
H. Bernardinus S.
2.     Heerlijke Moeder en Maagd!
Wat kan verhevener zijn dan de
genaden, die (rij bij voorkeur van
den hemel hebt verworven ! Wat
zal ons verstand heerlükers en groot-
-ocr page 24-
- 22 -
schers uitdenken ? Alle genaden,
lme uitstekend ook. liggen, vergele-
ken met liet wonder uwer genaden,
als in een ufgrond verzonken.
H. Sophronius.
:>. Daar God zijner Moeder een
byzondere glorie in den hemel voor-
beschikte, droeg Hij zorg haar ook
in deze wereld met geheel bijzondere
genaden te voorkomen.
H. Beniardus.
Besluiten.
1.     De overweging van Maria\'s
voorbeschikking zal mij tot aanbid-
ding van (Jods wijsheid en tot dank-
baarlieid voor Zijne liefde stemmen.
2.     De overweging van Maria\'s
voorbeschikking zal mijn eerbied en
mijn vertrouwen tot haar vermeer-
deren.
-ocr page 25-
- 23 —
"Voor"toeelc3..
I)K II. THOMAS VAN AQl\'INO.
In het leven van St. Thomas van
Aquino vinden wij verscheidene trek-
ken, die zijn buitengewone liefde
voor de allerzaligste Maagd Maria
verraden. Hoe zoude hij ook de
Engelachtige Leeraar geworden zijn
zonder een bijzondere toegenegenheid
voor haar. die volgeus zijn eigen
verklaring, niet alleen zuiver was in
zich zelve, maar ook de zuiverheid
aan anderen verschaft heeft \'i Als
teeder kind was hij door niets te
bewegen een blad papier, waarop het
Wees gegroet geschreven stond, af
te geven. Integendeel, hij bracht
het aan zijne lippen, als wilde hij de
lieilige woorden inzuigen gelijk de
bij zich ()]> de bloem nederzet om
den honing uittepiiren. De rand
van een zijner handschriften was
voortdurend beschreven met de \\voor-
ilen: Avé Maria. Van het Wees
gegroet heeft hij een selioone uitleg-
-ocr page 26-
_ 24 —
ging vervaardigd en er eens te Na-
pels jjediireiide een gausche Vasten
over gepredikt. Toen hij eenmaal
een lofrede op de Moedermaagd hield,
was de Heilige buiten zich zelven
vervoerd van eerbied en liefde voor
de onvolprezen Hemelkoningin. Bij
alle moeilijkheden en gevaren, hij de
studie, bij de prediking. voor de
overige priesterlijke bedieningen nam
hij eerst met kinderlijk vertrouwen
tot Maria zijn toevlucht. Het is een
vroom gevoelen der oudheid, dat de
vlekkelooze Koningin hem tot haren
leeraar uitverkoos en hem zijne
wetenschap verwierf\'. Zij vereerde
hem ook niet hare bezoeken. (.ielijk
een kind zijne moeder ondervraagt,
zoo vroeg de Engelachtige Leeraar
bij die gelegenheden aan Maria, den
zetel der wijsheid, de verklaring der
moeielijklieden. die hij in zijn studie
ontmoette.
-ocr page 27-
. — 25 —
Grhcd.
Wees gegroet, o onvergelijkelijke
Maagd! 0 maagdelijk paleis, zoo
dierbaar aan den goddel ijken Koning,
wees gegroet! Hij, die in den He-
mel woont, heeft U tot zijn toni]ie]
uitgekozen, o .Maagd, wees gegroet.
H. Anselmus.
DERDE DAG.
HAKIA , MOEDER OODS.
De Heer is met U.
Lne. I, 2«.
OVERWEGING.
1. Gij, o Maria, besluit in uwen
schoot Hem, die door geen ruimte
wordt ingesloten. Gij zijt de Moeder
van uwen Schepper. Gij draagt Hem,
\'lie alles draagt, die uzelven draagt.
\'<ij zijt de deur, waardoor een mensch-
geworden God de wereld is binnen-
-ocr page 28-
— 20 -
getreden. <ïij zijt die wondervolle
vacht, waarop de hemeldauw heeft
gerust. Wat kan er heerlijker*, wat
kan er verhevener zijn? De God,
die hemel en aarde vervult, aan wien
al wat bestaat onderworpen is, heeft
U in zekeren zin noodig gehad, daar
Gij Hem dat lichaam gegeven hebt,
hetwelk Hij niet bad. Wees dan
gegroet, o wees gegroet, Moederen
dienstmaagd van God.
11. Methodius.
"2. Het lichaam van Christus werd
niet uit den hemel aangevoerd, maar
uit de Moedermaagd genomen en uit
hare allerzuiverste zelfstandigheid
zonder medewerking van een man.
door de H. Drievuldigheid gevormd.
Daarom is de gelukzalige Maagd
wezeiitlijk Moeder van Christus.
H. Thomas van Aquino.
:!. Gegroet, o Maria, Moeder Gods,
.Maagd en Moeder, morgenster. vlek-
keloos vat. Gegroet, o Maria, heilige
tempel . waarin God ontvangen is.
Gegroet, o Maria, onuitbluschbaar
-ocr page 29-
_ 27 -
licht, uit U is de Zon der geree,h-
tigheid voortgekomen. O, wie kan
U naar waarde pryzen, o allerluis-
terrijkste Maagd Maria V
II. (\'yrillns.
Ilt\'xlinlat.
1.    Altijd zal ik een diepen eerbied
hebben, zoowel inwendig als uit-
wendig, voor Maria, de Moeder Gods.
2.    Steeds zal ik met een kinder-
lijk vertrouwen tot haar mijn toe-
vlucht nemen.
T7"©©r"beelcL.
DE !l. liONAVKX\'JTUA.
Onze Lieve Vrouw, zoo zeide de
11. Bonaventnra in een predikatie
op de allerheiligste Maagd, was vol
Vim de voorkomende genade in hare
heiliging, namelijk van eenegenade,
die haar voor den smet der erfzonde
liehoedde. Uit geloof aan de ()nbe-
vli-kte Ontvangenis van Maria be-
-ocr page 30-
— 28 —
woog hem verscheidene feesten en
oefeningen van godsvrucht ter eere
van Maria zoowel in als buiten zijn
Orde intestellen en een groot aantal
geschriften te vervaardigen om hare
vereering te verspreiden. Ter eere
van Maria voerde hij het feest harer
Onbevlekte Ontvangenis en van haar
bezoek bij Elisabeth in. Hij schreef
voor. dat in de getijden van Kerstmis
in plaats van de gebruikelijke ver-
zeu andere genomen werden, die aan
de maagdelijke Moeder herinnerden.
Des Zaterdags moest er ter eere van
Maria een H. Mis gezongen worden
en na zonsondergang moest men in
alle kerken zijner Orde de klok
luiden, om het christenvolk uitte-
uoodigen Maria te groeten\'. Doch hij
wilde het niet enkel aan het metaal
der klokken overlaten om de Moeder
des Verlossers te prijzen: hij zelf
schreef geleerde werken en zong
liederen van vreugde en smart om
Maria te verheerlijken. Hij schildert
Maria met de schitterendste beelden
-ocr page 31-
— 29 —
uit hot Oude en liet Nieuwe Ver-
Woud, als de hrou uit liet Paradijs
ile ark des zondvloed*, de ladder van
JakoW. als Judith eu Esther, die hun
volk bevrijdden, als de vrouw der
Openbaring, die niet de zonoinkleeden
met ecu kraus van twaalf sterren
gekroond was en de maan onder hare
voeten had.
(IcbcAl.
Heilige Maria, godvruchtigste der
Maagden, neem de gestadige \\ven-
schen uwer dienaren aan. Richt de
^wallenen op, voer de dwalenden
op den rechten weg terug. moedig
de vreesachtigen aan, versterk de
kleinnioedigen, opdat wij altijd lof
zingen aan U , die wij als de Moe-
der van den Allerhoogste vereeren.
II. Augustinus.
2
-ocr page 32-
— 30 —
VIERDE DAG.
DE WAAKDIGHKII) VAN MARIA.
Hij heeft de nederigen verheven.
Luc. 1, 52.
OVERWEGING.
1. Maria is zoo groot om hare
waardigheid van Moeder Gods, dat
(iod /.elf haar niet hooger kon ver-
heffen. Met betrekking tot de waar-
digheid, waartoe zij van Godswegen
werd uitgekozen. was de Moeder
(Jods l)oven de Engelen verheven,
niet met betrekking tot de natuur,
waarin zij beneden hen stond.
H. Bonaventura.
\'2. Maria is Moeder van God.
Welnu, boe luistervol, boe onbegrij-
Itel ijk is zulk een waardigheid V Er
ligt klaarblijkelijk iets oneindigs in
Moeder van den Oneindige en den
Almachtige te zijn. En welke voor-
treffelijkheid . welke volmaaktheid,
welke grootheid moest deze Maagd
-ocr page 33-
— 31 —
hebben om waardig te worden Moeder
van een God te zijn V Wat verlangt
Lïi.j nog meer in Maria V Is het niet
genoeg dat Zij Moeder van God is V
Welke schoonheid, welke volinaakt-
heid, welke deugd, welke genade,
welke glorie kan er aan de Moeder
van God ontbreken V Geef den vrijen
tengel aan uwe verbeelding. Beproef,
wat gij vermoogt: voeg lofspraak bij
lofspraak: deze Maagd is ver verlie-
ven boven alles, wat gij uitdenken
of zeggen kunt. 0 bewonderens-
waardige Maagd, die de Moeder van
haren Schepper geworden is! O on-
doorgrondel ij ke waardigheid , waar-
door eene vrouw een en denzelfden
Zoon niet God heeft.
H. Thomas van Villanova.
:5. Hoe dichter iemand bij (\'hris-
tus staat . hoe hooger hij in waar-
dikheid stijgt. De gelukzalige Maagd
Maria was het nauwst met Christus
verbonden, omdat Hij uit haar de
nieuschelijke natuur heeft aangeno-
nien. Maria was dus de hoogste in
-ocr page 34-
— 32 —
waardigheid. Hoewel zij uu hoven
de Engelen verheven is, blijft er nog
een oneindige afstand tusschen haar
en God en kan men nog een
voortreffelijker wezen deuken, omdat
zij niet aan God gelijk is geworden.
II. Thomas van Aquino.
Besluiten.
I. Dikwijls /.al ik mijne hoog-
achting en mijnen eerbied voor Maria
verlevendigen.
\'1. Alle gebeden en oefeningen ter
eere van Maria zal ik met in- en
uitwendigen eerbied verrichten.
"VoorToeelcS..
I)K II. l\'llll.II\'IM\'S XKitll\'S.
De II. Philijipus eerde en beminde
Maria van zijn jeugd af met al de
vurige liefde van zijn groot hart.
Die liefde was zoo teeder. dat hij
gewoonlijk van baar sprak als kin-
deren vau hunne moeder. Haar naam
-ocr page 35-
— M _
lag gedurig <>|\' zijne li|i|M\'ii: hij
noemde haar .zijne liefde" en ,zijn
troost" en verkondigde overal . cl.it
zij de uitdeelster ulier genade is.
die de goddelijke barmhartigheid aan
di\' menschen scheukt. .Mijne zonen",
zoo sprak hij tot de zijnen . .wijdt
u aan de Moeder (Jods toe. kweekt
de godsvrucht tot luiar in u aan:
weet. dut er geen krachtiger middel
is om de genade (Jods te verwerven,
dan de devotie tot de allerheiligste
Moeder des Meeren."
Twee schietgebeden herhaalde l\'hi-
lippus gedurig. Het eerste luidde
aldus: ,Maagd Maria. Moeder Gods,
bid Jezus voor mij." Soms voegde
hij er bij : „Bid Jezus, uwen Zoon.
voor mij. zondaar." Het tweede be-
stond in de woorden: .(> Maagd en
.Moeder!" „In deze woorden"\', zeide
liij. „is het kort begrip van alle
mogel\\jke lofprijzing der allerheiligste
Maagd: want vooreerst wordt zij met
haar verheven naam Maria genoemd
eu met haar twee hoogste titels:
-ocr page 36-
— 34 —
Maagd en M.....Ier Gods: dim komt
ilc goddelijke Niuun van Jezus, die
de kracht heeft 0111 ile Koetste liefde
in het hart op te wekken.*\'
Dikwerf\' bezocht hij Maria\'s beel-
dcii in verschillende kerken van Rome
en nreii gingen in gebed voorbij.
Soms bracht hij geheele nacliten in
zoete toes|)raken met haar door.
I\'lulip|iiis bekende, dat hij door de
Moeder (iods de grootste genaden
ontvangen had. De herinnering aan
deze weldaden verdween nimmer uit
zijn dankbaar hart. Kort voor zijn
dood vertroostte Maria haren zoon
met een wonderbare verschijning.
die hem met zulk een liefde en zoet-
heid vervulde, dat hij in de weinige
dagen . die hij nog leefde . gestadig
uitriep: .() mijne zonen, weest
trouwe vereerders van de Moeder
Gods, bemint Maria!"
Gebed.
Verheug U, o Koningin der heine-
len, verheug U gedurende de gau-
-ocr page 37-
— 35 -
sclie oen wisheid over uwc verheffing,
over uwe onmetelijke voorrechten,
over uwe glorie en uw geluk! Ik
smeek u alleen. 0 teedere Moeder,
vergeet ons niet. die ons gelukkig
achten uwe dienaren en uwe kinde-
ren te zijn.
H. Alfousus de Liguorio.
VIJFDE DAG.
MARIA. VOL VAX (1ENADE.
D<* hongerigcn heeft Hij me! goederen
verzadigd.
                            Lite, I, 53,
OVERWEGING.
1. De Heilige Maagd Maria ont-
ving de volheid der genade, daar zij
het (lichtste stond bij de Bron der
genade. daar zij Hem, die vol is
van iedere genade in zich ontving,
daar zij de genade, door Christus
-ocr page 38-
— .°,f) —
ter wereld te dreunen op zekere wijze
over allen uitstortte.
II. Thonuis van Aquiuo.
2. Welke heiligheid, welkerecht-
vaardigheid . welke deugd kun aan
deze weergalooze Maagd ontbrekeii.
die overstelpt werd met al de zege-
ningen der goddelijke genaden ? Zoo
immers mocht zij liooren van den
Engel, toen deze haar groette: Wees
gegroet, gij vol genade, de Heer is
met U. Welke ondeugd kon een
plaats vinden in de ziel ot\' het
lichaam van haai-, die evenals de
hemel het heiligdom mocht zijn van
de volheid der geheele Godheid?
11. Petrus Damianns.
• \\. .la. allen deelen in den over-
vloed van hare genaden : de gevan-
gene erlangt van haar zijne vrijheid,
de blinde het licht, de zieke genezing,
de bedroefde troost, de zondaar ver-
giftVnis, de rechtvaardige nienigvnl-
dige gunsten.
             II. Kernardns.
-ocr page 39-
- 37 -
Besluiten.
1.    Met Maria zal ik dankbaar aan
lic goddelijke genaden beantwoorden.
2.     In alle uoodwondigheden /al
ik .Maria om haven bijstand aan-
roepen.
"VoorToeelöL.
J)E 11. PAUS Cl I\'S V.
De godsvrucht tot Maria had de
II. I\'ins niet de moedermelk inge-
zogen; hij beoefende haar in de Orde
van Sint Dominions, bij herstelde
haar op alle plaatsen, waar hij pre-
dikte en gedurende geheel zÜn leven
was zij bet.gestadige voorwerp zyner
zorgen. Dagelijks bad bij zijn rozen-
krans en liet dit nooit achter, al was
\'\'ij ook als Bisschop ot\' als Paus met
bezigheden overladen. Over den oor-
sprong van den rozenkrans zegt bij:
De gelukzalige Dominions, door den
II. Geest voorgelicht, zooals een
vrome overlevering getuigt, stelde
-ocr page 40-
— 38 -
den Rozenkrans of\' den Psouter der
allerzuiverste Maagd Maria samen,
een gemakkelijke, voor iedereen pas-
sende en zeer godvruchtige wijze van
bidden tot God, in alle gewesten
der Katholieke Kerk gepredikt. Nadat
deze wijze van bidden door de vol-
gelingen van den gelukzaligen Do-
minicns verspreid was , begonnen de
cl iristen geloovigen, door de over-
wegingen verlicht en door de gebe-
den ontvlamd, plotseling in andere
mensehen te veranderen, de duister-
nissen der ketterijen weken, het licht
van het katholieke gelooi\' ging op,
broederschappen werden door de Pre-
dikheeren ingesteld en leden daarin
opgenomen."
Nadat hij den Panselijken troon
had bestegen , was een zijner eerste
maatregelen de Getijden van de H.
Maagd in die orde te brengen, waarin
zij nn zijn. Alle geestelijken en lee-
ken spoorde hij aan ze te bidden en
verleende aflaten aan hen, die dit
niet godsvrucht deden; allen die, op
-ocr page 41-
— 39 —
welke wij zo ook, met zielzorg belast
waren, drukte hij op het hart de
godsvracht tot Maria te verspreiden
ouder de volken, die aan hunne lei-
ding waren toevertrouwd. Wanteen
zijner vurigste verlangens was, dat
alle christenen Maria vereerden niet
evenveel eerbied en liefde als de
engelen in den hemel. Daarom moes-
ten de priesters in hunne predikatien
en de biechtvaders bij hunne biecht-
kinderen die godsvrucht aankweeken.
Hij schonk ruime aflaten aan de
Broederschap van den Rozenkrans
en bevestigde diegene, welke zijne
voorgangers, inzonderheid Leo X,
reeds verleend hadden.
Twee jaren voor de overwinning
op de Turken, den 7 October 1571,
spoorde de H. Paus alle christengeloo-
vigen aan om in die tijden, doorkette-
i\'ijen, oorlogen, ziekten en zedeloosheid
geteisterd, hun oogen te verheffen
naar den heiligen berg, van waar alle
hulp komt, en getrouw den rozen-
krans te bidden. Na de overwinning
-ocr page 42-
- 40
schroef\' hij, ter dankbare herinnering
aau die weldaad . voor. dat hij de
Litanie van Loretten de aanroeping
. II iilji der (ïhristenen" zoude gevoegd
worden en men ieder jaar op den
dag van den veldslag het feest van
Maria ter Overwinning zoude vieren.
Gehed.
Wij verblijden ons over al uwc
deugden, o Maria, maar uw grên-
y.elooze teederheid treft uwe kinderen
het meest. Wij prijzen uwe maag-
del ijkheid, wij verheffen uwen oot-
uioed. maar uwe barmhartige liefde
is nog troostelijker voor ongelnkki-
U\'en . die er zulk een behoefte aan
hebben. Daarom gr ij pen wij het vastals
het anker van ons heil; het is zoet voor
ons er dikwijls aan te denken , het
is onze gewoonte tot haar onzen
toevlucht te nemen. 11. Hernardus.
-ocr page 43-
— 41 —
ZESDE DAG.
MARIA, ONBEVLEKT ONTVANGEN.
(lij zijt geheel schoon en geen vlek
i-i er in\' C.
                   Hooglied IV, 7.
OVERWEGING.
1.     Wij erkennen en belijden, o
Maria, dat «jij van het eerste begin
uwer ontvangenis door den H. (leest
werd verordend. Dit was uw voor-
recht, o beminnelijke Koningin, wij
juichen er over. Neen, gij kondt
geen oogenblik met den vloek der
onreinheid bezoedeld zijn, gij. bestemd
tot zoo groot een verhevenheid, tot
de zeldzame waardigheid van Moeder
des Allerhoogsten. Gij, die met
uwen Zoon den scepter der heer-
schappij moest voeren over al wat
is, geweest is en zijn zal.
H. Anselnius.
2.     Uitgezonderd is de Heilige
Maagd Maria, van wie ik om de eer
van God volstrekt geen melding ma-
-ocr page 44-
— 42 —
ken wil, wanneer er van zonden
sprake is. Want wij weten, dat haar
een grootere maat van genade ge-
schonken is, oni onder ieder opzicht
de zonde te overwinnen, daar zij
waardig was Hem te ontvangen en
te baren . die klaarblijkelijk zonder
eenige zonde was.
11. Angustinus.
\'i. Aan de overigen wordt de
genade gedeeltelijk geschonken, in
Maria werd haar gansche volheid
gestort. Maria was blank door vele
deugden en verdiensten, blanker dan
de sneeuw. Door de zegeningen
van den H. (ieest had zij in alles
den eenvoud eener duif, want alles
wat er in haar gevonden werd, was
zuiverheid en onschuld, was waarheid
en genade, was barmhartigheid en
rechtvaardigheid , die uit den hemel
neerziet, en daarom is zij onbevlekt,
omdat zij in niets bedorven is.
H. Hicronvmus.
-ocr page 45-
— 43 —
Besluiten.
1. Tk zal een diepen eerbied koes-
teren voor de vlekkelooze Maagd
Maria.
\'1. Ik zal naar haar voorbeeld de
zuiverheid van mijn staat bewaren.
TT\'oaxToeeia..
DE II. ALFONSÜS MAKIA DK LIOL\'ORIO.
Nog wus Alfonsus in de wereld.
maar nooit liet hij een da<r voorbij-
gaan /.onder eenige gebeden tot Maria
te verrichten in een kerk of\' voor
een altaar, aan haar toegewijd. Alle
Zaterdagen, tot aan zijn laatste ziekte,
vastte hij ter eere van Maria en ver-
dubbelde zijn\' lichaamskastijdingen.
Datzelfde deed hij op devigiliënder
voornaamste Mariafeesten, waartoe
hij zich bovendien door een noveen
voorbereidde. Hij droeg een rozen-
hoedje aan zijn gordel, ook toen hij
bisschop was. lederen dag bad hij
-ocr page 46-
— 44 —
het eerste gedeelte van den Rozen-
krans niet vijf psalmen ter eere van
.Maria\'s naam. Wanneer de klok
sloeg, had hij een Wees gegroet, al
bevond lii.j zich in het deftigste ge-
zelschap, want hij beweerde dat één
Ave .Maria meer dan de geheele
wereld waard was. Nooit vergat hij
den Engel des Heeren te bidden,
waar hij zich ook bevond. En die
kleine oefeningen verrichtte hij iede-
reu keer niet de meeste nauwgezetheid
en oplettendheid. Zijn vertrouwen
op Maria deed hem iederen keer
hare moederlijke bescherming inroe-
peu. Nooit ging hij uit. nooit kwam
hij thuis of eerst groette hij Maria.
Hij begon het kleinste werk niet
zonder eerst den bijstand van Maria
afgesmeekt te hebben. Hij noemde
haar met liefde zijne moeder, zijn
verdedigster, zijne hoon naast (Jod.
«Toen ik jong was\'\', zeide hij, ,on-
derhield ik mij dikwijls met die goede
Moeder; zij gaf mij raad in alles,
wat mijn Congregatie betreft.\'\'
-ocr page 47-
— 45 -
Hoven iillfs vereerde lijj hare smar-
tcii. I)c Moeder van smarten riep
hij dikwijls aan in zijne predikatiën ;
hij noodigde de zondaars uit door
hare tusscheukomst de kwijtschelding
hunner misdrijven te vragen. .Aan
den voet van liet kruis." zeide hij,
.heeft zij ons als kinderen aangeno-
nii\'ii. Door het zwaard, dat haar
hart doorboorde, is zij voor ons de
Moeder van barmhartigheid gewor-
ilen." Hij iedere missie hield hij een
predikatie over de bescherming van
Maria. Dan sprak hij niet zulk een
vuur, zulk een overtuiging, zulk een
Hfodsvrncht, dat hij de versteendste
zondaars vermorzelde. Wanneer hij
«ilde. predikte hij iederen Zaterdag
over de heerlijkheden van Maria.
Met geestdrift vermaande hij ieder-
l\'eu Maria te vereeren. omdat een
\'lienaar van Maria niet verloren gaat.
" ie hem bezocht, ontving van hem
\'"••il beel 1 der Moeder des Heeren.
>(<uut tot haar," zoo sprak hij, .in al
u\\ve uoodwendighedeu en stel op
-ocr page 48-
— 46 —
huur geheel uw vertrouwen. Zijne
geschriften, prcdikutiën, gebeden en
liederen getuigen van zijn bnitenge-
wone toewijding aan Onze Lieve
Vrouw.
Gebed.
(lij. o Maria, gij. onze Middelares,
gij, de straal van onze hoop en onze
glorie: beloon door uwe vrijgevig-
heid onzen ijver uw verheven voor-
recht te vieren. Zie neder op ons.
zie neder op de vurigheid onzer
weuschen.
H. (leorgius van Nicomedië.
ZEVENDE DAG.
MARIA, VRIJ VAN DADELIJKE ZONDE.
Zij is oen spiegel Konder vlek van de
goddelijke Majesteit. Wijsh. VII, 26.
OVERWEG ING.
1. De allerzaligste Maagd Maria
-ocr page 49-
- 47 -
was krachtens een bijzondere be-
seherniing der goddelijke genade ge-
durende haar geheele leven van iedere
persoonlijke, niet alleen doodelyke,
maar ook dagelüksche /.oude vrij.
H. Thomas van At]uiuo.
1. Om drie redenen behoorde de
allerheiligste Maagd Maria onbevlekt
te zijn: om den duivel te beschamen.
tot glorie van God, voor het heil
van het menschelyk geslacht.
II. Bemardinus.
:!. Wees gegroet, o eenige Moeder
(iods, klaarder dan iedere straal.
zuiverder dan iedere zuiverheid. Wees
gegroet. gesloten boek. voor geen
verleiding te openen.
II. Johannes Daniascenus.
Bexluiten.
1.    Iedere doodzonde en iedere
vrijwillige dagelijksche zonde zal ik
trachten te vermijden.
2.    Wanneer ik in een zonde ge-
i\'allen ben, zal ik de allerzuiverste
-ocr page 50-
— 48 —
Maagd Maria, <l<\' toevlucht tlur zon-
daren, om een oprechte boetraardig-
heid vragen.
\'Voor\'foeelca..
1 >i-: il. noMiNicrs.
In ili\' vlakte bij Montreal lag
aan den voet der Pyreneè\'n hel
dorpje Prouille. Daar stond een
nederig kerkje, aan de onbevlek-
te Moedermaagd Maria toegewijd.
Dominions hield veel van 1\'rouille.
Hij had er op zijn apostolische reizen
dikwijls gezucht en geiteden en wan-
neer hij de l\'vreneën beklom of er
van neerdaalde, ging hij eerst in
IVouilles kerkje zijn hart uitstorten
voor de .Moeder Gods en hij haar
troost en bijstand at\'sineeken.
Want Dominions beminde zijne
Moeder Maria : aan haar wijdde hij
zich toe en legde op ridderlijke wijze
aan hare voeten de beloften van ge-
hoorzaainheid en van zuiverheid af.
Ken zoel verkeer niet Maria gedurende
-ocr page 51-
— 49 —
jjiinsch zijn leven werpt een /.achten
lichtplan* over hem.
Doniinicus aanschouwt de inis-
liruiken . die er ten zijnen tijde in
• Ie Kerk voortwoekerden. hij aan-
schouwt de verwoestingen der Albi-
genzen; hij wil een orde stichtenoni
die niishniikeii uitteroeien en de
Albigeuzen te bekeeren. Necrge-
knield voor \'s Heeren altaar verschy-
uen hem Jezus en Maria. Jezus wil
in zijn gramschap de zondaars ver-
delgen; Maria valt haren goddelüken
Zoon te voet, smeekt om erbarming,
\'ii biedt Jezus haren dienaar Domi-
uicns aan om hun verzoening met
\' • <>< 1 «\'ii de terugkeer tot de Kerk
te bewerken. Dominicus stelt zijne
orde in en Maria belooft hem huren
bijzonderen bijstand.
Ontving de Heilige door tusscheu-
Konist van Maria zijne roemvolle
Z\'ndiny. de Koningin der Aposti\'len
x\'honk hem ook het onfeilbaar mid-
\'le] om zijn doe] te bereiken, een
zeker wapen om de Alhigenzen te
-ocr page 52-
verslaan: <lcu H. Rozenkrans. Het
was omstreeks het jaar des Heereu
121;$: Op zijn apostolische tochten
gedurende deu albigenzenoorlog nam
Dominions dikwijls zijn toevlucht tot
de ka]iel van Onze Lieve Vrouw.
bijgenaamd de .Drèche", indenabij-
heid van Alby. Keus in het gebed
verslonden. verscheen hem daar <le
.Moeder Oods niet liet Kindje .lezus.
van hemelschen glans oiuschitterd.
.Mijn zoon", zoo sprak zij hem toe.
,uw gebed en uwe tranen hebben
verhooring gevonden voor den troon
der barmhartigheid. Kom nader, en
ontvang liet geschenk t\\<^ hemels
voor nu en de volgende geslachten."
Kn terwijl Dominions aan hare voe-
ten neerknielde, reikte zij hem een
koralensnoer over . door de engelen
aaneengeregen. leerde liem den l?o-
zenkrans bidden en beval hem dien
aan de wereld te verkondigen tol
heil en behoud van allen, die haar
en Ifaar goddelijk Kind door dat
gebed zouden vereeren.
-ocr page 53-
♦ . - 51
Eu de Heilige predikte den Rozeu-
krans met moed en volharding, stelde
de Broederschap van den Rozenkrans
in en Gods zegen rustte zichtbaar op
zijnen arbeid.
Nu eens verschijnt .Maria aan
Dominions, verzekert hem van bare
toegenegenheid en liefde, en ten
bewijze dat zij zijne Orde onder hare
moederlijke bescherming heeft geno-
nien , opent zij baren mantel en in
een onafzienbare schaar van mannen,
in het kl.....1 zijner orde. erkent Do-
minicns zijne zonen. Een andermaal
vertoont zich de Hemelkoningin aan
hem. terwijl zij zegenend zijne sla-
pende kinderen besproeit.
Zoo groot was dan de godsvrucht
van Dominions voor .Maria . zoo be-
wonderenswaardig. weergaloos en
kinderlijk zijn ijver 0111 baar te die-
Men. zoo vurig en volhardend zijn
uelieil tot haar, zoo teeder en bran-
dend zijne liefde, zoo vast en onbe-
zweken zijn vertrouwen, zoo onvei*-
/adigbaar was bij verslonden in haar
-ocr page 54-
- 52 —
te beschouwen, dat geen menschelyke
tong dit vermag te beschrijven.
debad.
O barmhartige Meesteren, toon uwc
barmhartigheid aan hen, die u ken-
nt\'ii. Werp een blik op uwe dienaren,
die uw werk zijn, en geleid hen
allen op den weg des vredes; want
aller oogen hopen op II en door
uwe bemiddeling zijn wij verzoend
niet uwen en onzen God, uwen Zoon.
H. Johamies Damascemis.
ACHTSTE DAG.
MAHIA, ALÏUI) MAAGD.
Zie, de Maagd /al ontvangen en een
Zoen baron.
                        Is. VII, 14.
OVERWEGING.
I. Als Maagd heeft Maria ont-
vangen en gebaard, maagd is zjj
-ocr page 55-
— 53 —
gebleven ook na ile geboorte van
haren goddelijken Zoon. Dit vor-
derde de waardigheid van den eeu-
wigeu Vader, de eigenaardigheid
van liet Woord. dat vleesch gewor-
deii is. de heiligheid der ïncnsehelijke
natuur in Christus, het doel der
ineusehwording zelve, de eer van
Christus, van den II. (leest, van
Maria, van den H. Jozef.
H. Thomas van Aquino.
\'2. Juich en verblijd u, o geloo-
vige christen se haar ! Want. o won-
der! een ongeschonden vrouw heeft
den Koning der koningen ter we-
reld gebracht. De tëngel des l\'aads
is geboren uit de Maagd. de Zon
uit de Ster, de Zon. die geen onder-
gang kent. de Ster. die altijd schijnt,
altijd helder is. (ielijk de ster haar
stralen . zoo brengt de Maagd haren
Zoon voort. De ster wordt niet door
den straal, de Maagd niet door den
Zoon aangeschonnen.
H. Hernardus.
\'•\'>. Door welke lofspraken kan ik
3
-ocr page 56-
— 54 —
naar waarde de heerlijkheden dezer
Maagd vieren ? Zij is het eerbied-
vvaardig heiligdom der onschuld, de
Bruid van het Hooglied, de glorie
der maagden , de blijdschap der
moeders, de zuivere schat derinaag*
delijkheid. het brandendebraambosch,
dat niet door het vuur werd ver-
teerd. (iij zult derhalve, o niensch ,
nooit, nooit iets vinden, hetwelk
vergeleken kan worden met het
wonder. dat men de Maagd Maria
noemt.
                           H. Proelus.
Besluileii.
1.     Ik zal een groote hoogachting
hebben voor de allerreinste Maagd
Maria.
2.     Ik zal die hoogachting toonen.
door de beoefening van de zuiver-
beid, wanneer God ui ij roept tot den
inaagdelijken staat: zoo niet, door
de eerbaarheid van den huwelijken
staat te onderhouden.
-ocr page 57-
— 55 —
"Vo©r"beeld..
DE II. BEÜNO.
Door zijne vrome moeder werd
Hruno aan de H. Maagd toegewijd.
Voor haren troon legde hij zijne
kinderlijke gebeden neder. Noch zijne
godsvrucht noch zijn vertrouwen
werden door de beslommeringen der
wereld verminderd. In bekoringen,
in geestelijken of tijdelijken nood
was Maria zijn hulp en troost; nim-
mer verzuimde hij haar te danken
voor de ontvangen weldaden. Alle
goede werken , waarvoor Maria hem
licht en kracht had verworven, droeg
hij door hare tusschenkoiust aan (Jod
<>p. Zij bewaarde hem tegen de on-
zuiverheid en den hoogmoed, zoodat
liij kuisch en eenvoudig bleet\' bij de
hoogste waardigheden. Hare teesten
vierde hij plechtig en drukte den
jjeloovigeu in zijne predikatiè\'n de
vereering van de Moeder der schoonc
liefde aanhoudend op het hart. Bruno
-ocr page 58-
— 56 —
was ecu bijzondere vereerder der
Onbevlekte Outvangeuis. Hij beval
aan zijne geestelijke zonen nooit het
Onze Vader te bidden zonder er een
Wees gegroet bij te voegen. Zelf
liet hij dit loffelijke gebruik nooit
na. Daarenboven kuste hij. zoo dik-
wijls het Ave Maria over zijne lip-
pen vloeide, de bidbank of de aarde
en wierp zieh ten teekeu van uit-
wendigen eerbied op den grond neder.
Dagelijks bad hij het geheele officie
van Onze Lieve Vrouw en vastte niet
zijne broeders bij water en brood op
di\' vooravonden van hare feesten.
Aan haar wijdde hij alle kerken
zijner Orde toe.
(lebed.
Allerheiligste .Maagd .Maria. Ko-
niiigiu der Kngelen . hoe schoou en
volkomen heeft de hemel u gemaakt.
O ij zijt zoo schoon en zoo beininne-
lijk. dat gij alle harten bekoort. Hij uwe
verschijning verdwijnt alle schoon»
-ocr page 59-
- 57
beid, alle aanniinnigheid ui* de ster-
ren voor liet licht der zon.
il. Aljtlionsus Maria de Liguori.
NEGENDE DAG.
maria\'s vkhiikkklijkiku in uks iikmkl.
In God is mijn erfdeel en in de vol-
held dei\' Heiligen mijn verblijf.
Keelesiastle. XXIV. 10.
OVERWEGING.
1. Hot ware niet betamelijk, dat
zulk een goddelijk heiligdom in den
\'luisteren afgrond der aarde bleef
begraven. Neen . daar het heilig
lichaam, hetwelk God uit de zelf-
*tandigheid van Maria aannam . ten
derden dage is verrezen . zoo moet
<>ok het lichaam zijner Moeder aan
liet graf\' onttrokken worden: het
voorrecht, waardoor de maagdelijk-
beid van dat lichaam ongeschonden
\'Heef\', moet niet een nieuw voorrecht
v\'"rdeu bekroond: zij. wier oogen
-ocr page 60-
- 58 —
haren Zoon aan het kruis zagen
sterven, moet Hem ook aan de rech-
terhand zijns Vaders zien heersenen.
H. Joannes Damascenus.
2. Toen haar laatste uur was
gekomen. werd Maria, die tegen
ieder bederf naar ziel en lichaam
behoed was. ook voor de smarten
van den dood gevrijwaard. Geen
vijand verzette zich tegen haar, geen
liefde tot het aardsche hield de ziel
der Maagd terug. De koren der
Engelen, der Aartsengelen en der
overige hemelgeestcn, die God dienen,
snelden haar te gemoet. Omringd
door die heilige reien, toog de Maagd
het eeuwig vaderland in.
H. Laurentius .Tustinianus.
ïi. Maria gevoelt, geniet en bezit
de heerlijkheid der allerheiligste
Drievuldigheid volmaakter dan al de
hemelingeti tezamen. De verheven
Serafijnen begrijpen niet, met welk
een geluk de Moedermaagd in het
bezit van haren God is verslonden.
11. Bernardinns.
-ocr page 61-
— 59 —
Bexluiten.
1.     Dikwijls zal ik de glorie over-
wegeii, aan Maria in den hemel ge-
schonken.
2.    Die overweging zal in ij troosten
hij al de wederwaardigheden van dit
leven.
"VoorToeeld..
DK II. ROSA VAN LIMA.
Hoe minzaam en hoe onophoudelijk
de Koningin der Maagden aan de
II. Rosa verscheen, kan men hieruit
opmaken, dat dit troostrijk en ge-
meenzaam verkeer van het elfdej aar der
Heilige tot aan haar einde voortduurde.
De kapel van den Rozenkrans was
een tweede tehuis voor Rosa gewor-
den, want daar bracht zij heele dagen
door, daar had zij het habijt der
Orde ontvangen, daar had Jezus zich
als Bruidegom aan haar geschonken.
/ij zelve droeg zorg voor de reinheid
\'•n de versiering van dat heiligdom.
-ocr page 62-
- 60 -
waar zij zich dagelijks op de incest
vertrouwelijke wijze met de Konin-
gin des hemels onderhield.
Op voorschrift van haren biecht-
vader moest Rosa geneesmiddelen
innemen . om door een verkwikken-
den slaap hare krachten, door de
verstervingen uitgeput, te herstellen.
Doch itil was zij bedroefd, omdat zij
\' haar gewone nachtwake niet houden
kou. Zij klaagde haren nood aan
Onze Lieve Vrouw en deze kwam
haar te hulp. Was liet uur van
bidden geslagen, dan verscheen haar
.Maria, wekte liaar niet zoete stem
eu zeide : .Sta op voor het gebed,
mijne dochter, sta op, want het is
tijd." Dan zag Rosa die minnelijke,
die zuivere, die eerbiedwaardige Moe-
der en vol ontzag zeide zij in zich
zelve: „Van waar geschiedt mij dit,
dat de Moeder des Heeren tot mij
komt ?\'"
In de kapel van den Rozenkrans
bevond zich een beroemd beeld van de
Moeder Gods. Zij droeg op den eeneu
-ocr page 63-
— 61 —
arm het kindje Jezus en met de fin—
dere hand reikte zij den Rozenkrans
over. Dat beeld bezat voor de H.
Ilosa ecu onweerstaanbare aantrek-
kelykheid. Toen zij in «leze kapel
liet kleed der Derde Orde ontving,
zag hare moeder, hoe hare dochter.
door een bijzondere gunst van Onze
Lieve Vrouw .\' van de aarde werd
opgeheven. Zoo dikwijls de Heilige
om een genade voor zich en voor
anderen bad. wierp zij zich ootntoe-
dig neder voor het Kozenkransaltaar.
beschouwde aandachtig het gelaat
van het geliefkoosde beeld en ver-
wachtte daarvan niet groot vertrou-
weii de mededeeling, wat God in
deze noodwendigheid beschikte. Dat
gelaat sprak tot haar zonder woor-
deu, zonder geluid, zonder beweging
\'Ier lippen. Toch drukte het door
(\'eu engelachtigen glimlach en hemel-
<che trekken uit. hoe het over de
JJevraagde gunst dacht en oordeelde
\'ii wel duidelijker en juister dan
woorden, of schrift, of schilderkunst
-ocr page 64-
— 62 —
het konden weergeven. Er scheen
in dat gelaat een verborgen, een
onuitsprekelijke minzaamheid uit en
in Rosa ging er een licht op, zoo-
dat zij alles volkomen en helder
begreep. De faam verspreidde zich
door het land. dat Rosa alles ver-
kreeg, wat zij voor dit heilige beeld
aan de Koningin van den Rozen-
krans vroeg. Verzocht men haar
voor deze of gene zaak te bidden.
deed zij het volgaarne , en wanneer
zij van het beeld terugkeerde, voor-
spelde zij met zooveel zekerheid een
goeden uitslag. alsof •/.{) er een ge-
schreven bewijs van had ontvangen.
Soms kou zij dan hare dankbare
vreugde niet verbergen. Men vroeg
haar : , Heden, Rosa, heeft het weer
gunsten op u neergeregend." Maar
zü antwoordde glimlachend: „De
goedertieren Koningin des Hemels
overlaadt mij, arme zondares, voort-
durend met hare zegeningen?" Uit
kinderlijke dankbaarheid bracht zij
iederen Zaterdag een frisschen rui-
-ocr page 65-
ker van bloemen, die zij zelve ge-
kweekt had, naar de kapel van den
Rozenkrans. Allen, die den kleinen
tuin van Rosa kenden. verwonder-
den zich. dat zij ondanks de wisse-
ling der jaargetijden of de verdor-
rende hitte, nooit gebrek aan bloemen
had.
\' <ulied.
O groote, o verheven, o glorieryke
Meesteres. neergeknield voor uwen
troon, brengen wij u uit dit trauen-
dal onze ootmoedige eerbewijzen; wjj
verheupen ons over de onmetelijke
jflorie, waarmede (rod n gekroond
heeft. Nu gij de Koningin van
hemel en aarde zijt. vergeet uwe
arme dienaren niet.
H. Alphonsus Maria de Liguori.
-ocr page 66-
— G4 —
TIENDE DAG.
DK NAAM VAN MARIA.
Kn do naam der Maagd was Maria.
I.nc I, \'27.
OVERWEGING.
1. Do verheven iiiinni Miirisi, aan
de Moeder Gods gegeven, werd noch
op aarde bedacht, noch door de wil-
lekeur der nionschen geschonken en
gekozen, gelyk dat pleegt te geschie-
den, wanneer iemand een naam
ontvangt. De naam Maria kwam
van den hemel en werd der godde-
lijke Moeder op bevel des Heeren
geschonken.
           H. Hieronynms.
\'1. Wij plegen aan den heiligen
Naam van Maria den zin van Mees-
teres en van Hoop te geven. Heeft
Maria Christus niet gebaard, die de
hoop der wereld is V De naam van
Maria beteekent nog bitterheid der
zee. vervolgens verlichte en ver-
lichtstcr.
                  II. Epiphanins.
-ocr page 67-
— 65 —
3. Wie gij ook immer zijn inoogt,
die inziet, dat gij op de golven dezes
levens meer door stormen en onweders
rondgeslingerd wordt dan op vasten
grond staat; wendt uw oog niet af
van den glans dezer ster, indien gij
door de stormen niet wilt verslonden
worden. Waaien de winden der
bekoringen, stoot gij op de klippen
der droefenis . zie op naar de Ster.
roep naar boven tot Maria. In ge-
varen, in angst, in nood, in twijfel-
achtige gevallen; denk aan Maria
en roep tot Maria! Nimmer wijke
zij uit uw mond. nimmer uit uw
hart! En opdat de hulp harervoor-
bede u geworde, vergeet nooit de
voorbeelden haars wandels.
H. Bernardus.
Besluiten.
1.    Tk zal den Naam van Maria
altijd met liefde en eerbied uitspreken,
2.     Ik zal den Naam van Maria
in alle bekoringen met vertrouwen
aanroepen.
-ocr page 68-
- 66 —
"VoorToeelcl.
VEREERDERS VAN DEN NAAM VAN MARIA.
Voor alle rechtzinnige christenen
was de naam van Maria verrukking
voor het hart, honing voor den
mond, een welluidend gezang voor
het oor.
De gelukzalige Hermanus onder-
vond bij het uitspreken van dien
naam de zoetste gewaarwordingen.
Werd hij door niemand bespied, dan
riep hij, zich ter aarde nederwer»
pend, uit: .Maria, Maria!" Een
zijner vrienden verrastte hem eens
in deze houding. „Wat doet gij ?"
vroeg hij hem. „Ik pluk", ant-
woordde de Zalige, „tot mijn onuit-
sprekelijken troost, de vruchten van
den Zoeten Naam Maria. Wanneer
ik dien uitspreek, dan schijnt het
mij , alsof de lucht wordt vervuld
met den zuiversten bloemengeur,
alsof\' door een onbeschrijfbare kracht
de reinste vreugde in mijn ziel wordt
gestort. Dan vergeet ik de besloni»
-ocr page 69-
— 67 —
meringen des levens en vind ik de
zoetste verkwikking. 0, mocht mijn
tong immer Maria\'s naam uitspreken,
mocht ik immer aldus nederliggend,
uitroepen: ,Maria, Maria!"
De H. Antouius van Padua placht
zeer dikwijls, bij dag en nacht, den
naam Maria uittespreken en hij ge-
voelde daarbij een even groote liefe-
1 ijkheid als Sint Bemardus bij den
hoogheiligen Naam Jezus.
De gelukzalige Henricus Suso ver-
zekerde, dat, als hij den naam Maria
noemde, zijn vertrouwen buitenge-
woon toenam en hij tot een innige
liefde aangevuurd werd. Hij beweerde.
dat die naam als honigzeem in zijn
ziel scheen te smelten — en daarom
riep hij - vreugdedronkeu uit: ,0
zoete Naam , o Maria, wat zult gij
wel zelve zijn . als uw naam reeds
zoo liefelijk en beminnelijk is!"
In verschillende kloosterorden is
liet gebruikelijk, dat men, zoo dik-
wyls in de getijden de naam Maria
voorkomt, het hoofd of zelfs het
-ocr page 70-
— 68 —
geheele lichaam buigt. Die hoofd-
buiging liiid ook de H. Carolus Bor-
romeus voor zijn onderhoorige gees-
telijken hij alle godsdienstoefeningen
voorgeschreven.
Aan den gelukzaligen Jordanus
van Saksen schrijft men een schoonen
krans van psalmen en gebeden toe,
die alle met de letters beginnen.
waaruit de naam van Maria bestaat.
De H. («erardïis, de eerste marte-
laar in Hongarije, werd ten diepste
geroerd, zoo dikwijls hij den naam
Maria hoorde uitspreken. Hij wei-
gerde daarom nooit, wat men in den
naam van Maria aan hem vroeg.
Belijden wij dan volmondig met
den H. Ephrem: „De Naam van
Maria is voor dengene. die hem
godvruchtig aanroept, de sleutel tot
ile hemelpoort."
Gebed.
Bewerk, o machtige Koningin Maria,
dat wij zeer dikwijls met liefde en
-ocr page 71-
— 69 —
vertrouwen uw Naam noemen ; want
het is een teeken. dat men of de
genade (Jods reeds bezit, of\'haar ten
minste spoedig deelachtig wordt, als
men niet liefde uw Naam uitspreekt.
H. Ambrosius.
ELFDE DAG.
HET HKH.Ki 1IARÏ VAN MARIA.
Plaats mij uls een ze^el up uw hart,
als een zef,fel op uw arm, want sterk
als de dood is de liefde.
Hooglied VIII, (i.
OVERWEGING.
1. Welke schat was kostbaarder,
dan de goddelijke liefde, waarvan
het hart der H. Maagd brandde?
Uit dit hart. een haard der godde-
lijke liefde, bracht de gelukzalige
Maagd goede woorden te voorschijn,
woorden eener gloeiende liefde, gelijk
men uit. een vat met goeden wijn
-ocr page 72-
- 70 —
gevuld, slechts besteu wijn kan
putten.
                      II. Bernardus.
\'2. Maria bewaarde al deze woor-
deii en overwoog ze in haar hart.
Daarom was het hart der gelukzalige
Maagd eeu schatkist der geheimen
van de goddelijke Openbaring.
H. Bonaventura.
:!. Door een drievoudige reinheid
schitterde de gelukzalige Maagd: door
de reinheid der goddelijke wijsheid.
der maagdelijke zuiverheid, van een
heiligen wandel. Door de reinheid
der goddelijke wijsheid, want zij
was de glans van het eeuwige licht,
een spiegel zonder vlek, schoouer
dan de zou. Door de reinheid der
maagdelijke zuiverheid . want al de
gevoelens van haar hart waren zui-
verder dan de sneeuw. Door de
reinheid van een heiligen wandel :
want er is geen deugd, geen luister,
geen genade . geen reinheid , of\' zij
versierde deze glorierijke Maagd.
H. Bemardinus.
-ocr page 73-
- 71 -
Besluiten.
1.     Ik zul ui mijne werken aan
(tod opofferen met dezelfde oprechte
meening als het Hart van Maria.
2.     Ik zul de deugden vanMaria\'s
Hurt iu mijnen staat navolgen.
"^7"oorToeeld.-
DE II. VINCKNTIUS FEKREEIUS.
()]) een avond lus de H. Vincentius
Perrerius in zijn cel het boek van
Sint Hieronymus over de maagde-
lijkheid van Maria. Hij overwoog,
hoe niemand de zuiverheid kan be-
waren zonder de goddelijke genade.
Om deze dun te verkrijgen, bad hij
met al de vurigheid zijns harten tot
de allerheiligste Maagd Maria en
smeekte haar gedurende gansch zijn
leven die onschatbare deugd te mogen
bewaren. Eensklaps hoorde hij een
stem zeggen: De zuiverheid is ge-
uade, die God slechts aan weini-
gen verleent; gij zult haar binnen-
-ocr page 74-
- 72
kort verliezen/\' Dat woord vervulde
lieiu met droefheid, tocli ging hij
voort te bidden. Om hem te troos-
ten verscheen hem de allerzuiverste
Maagd Maria. Zij y.eide hem. dat
de duivel hem tot wanhoop had
willen vervoeren, doch dat hij niet
moest vreezen en dat zij hem ouder
hare bescherming zoude nenieu. Door
zulk een troostrijke belofte versterkt.
gaf de Heilige zich volkomen over
aan Jezus Christus en zijne reine
Moeder. Op haren bijstand kon hij
immers rekenen, daar hij iederen dag
hare getijden bad en deze oefening
voor hem een geliefkoosde uitspau-
ning was, een versterkende spijs voor
geest en hart.
Eens werd Vincentius hij een zieke
geroepen, die hardnekkig weigerde
zich te bekeeren. Daarop noodigde
de Heilige de omstanders uit met
godsvrucht den Rozenkrans te bidden.
Nog is hij niet ten einde of een
helder licht vervult het vertrek,
waar de zieke zich bevindt: de U.
-ocr page 75-
Maagd daalt uit deu heinel; zij draagt
op hare armen het goddelijk Kiud,
iliit met bloedeu.de wonden geheel
bedekt is. Zoo treedt zij op den
zieke toe. En de verstokte zondaar
werd bij dit schouwspel plotseling
bekeerd en ontving niet oprechte
boetvaardigheid. de laatste Sacra-
inenten.
Oebcd.
Open. o Moeder van barmhartig-
lieid, de deur v;ui uw liefdevol Hart
voor de smeekgebeden der zonen van
Adam. <>ij stoot den schuldigsten
zondaar niet terug, wanneer hij tot
u opziet en uwe voorspraak meteen
rouwmoedig hart inroept.
11. Bernardus.
-ocr page 76-
— 74 —
TWAALFDE DAG.
MARIA, MOEDEU VAN SMAKTEN.
Oroot is als de zee uwe ellende.
Jerem. II, 18.
OVERWEGING.
1.   De benauwdheden der H. Maagd
waren zoodanig. dat alle schepselen
tezamen het gewicht er van niet
hadden kunnen dragen; zoo zij ver-
deeld waren onder de levenden, zou-
den dezen dood neergevallen zijn.
Want hoe meer de gelukzalige Maagd
Jezus beminde, hoe meer zij leed.
Welnu, de liefde, die zij haren Zoon
toedroeg, was oneindig. Hare smart
was dus ook grenzenloos. Indien
men dus alle smarten der wereld als
in een onmetelijken oceaan vcrza-
melde, zouden zij die der gelukzalige
.Maagd niet evenaren.
II. Bernardinus.
2.     0 smartvolle Moeder, o Heilige
-ocr page 77-
- 75 -
gpdvreezeude Maagd Maria, wel er-
kennen wij hoe groot uwe smart en
uwc angst zijn, want gij ziet uwen
eengeboren Zoon gekruisigd. Waar-
lijk, de nagelen uws Zoons doorboren
ook uw hart, de punten der doornen
verscheuren ook uw gemoed, en dat
droevige schouwspel martelt uw bin-
uenste.
                    H. Augustinus.
:i. O Maria, hoe hebt gij den aau-
drang dier schrikkelijke smarten kuu-
uen weerstaan? Voorzeker werd daar-
voor de kracht der goddelijke tus-
schenkomst gevorderd.
H. Anselmus.
Besluiten.
1.    Ecu zoet genot zal het voor
mij zijn de smarten van Jezus en
Maria te overwegen.
2.    Maria\'s opoffering eu geduld
in het lijden zal ook mij onderwer-
|»ing en zelfverloochening in de we-
derwaardigheden van dit leven leeren.
-ocr page 78-
— 76 —
"\\7"©or"toeeld.-
VKHKKKIH\'.lfS VAN\' UK SMARTVOLLE
MOEDER 001)8.
I)c H. I\'aulus van het Kruis, de
stichter der Passionisten. hield zijn
vrome ziel niet alleen steeds bezig
niet de gedachte aan het bitter lijden
en sterven zijns goddelyken Heilands.
maar ook met de overweging der
smarten van Maria. Ken blik op die
bedroefde Moeder was voor hem de
bron van het innigst medelijden en
de grond van zijn vertrouwen, daar
bij placht te zeggen: „al mijne hoop
berust op het lijden des Zoons en de
smarten zijner Moeder." Dit was ook
het onderwerp zijner redevoeringen
en gesprekken. Nooit sprak hij er
van, of hij zeide iets nieuws. Vele
zielen werden tot oprechte boetvaar-
digheid en navolging van Jezus en
Maria opgewekt. „Aan den voet des
kruises," zeide hij. .groeit de passie-
bloem der boete het best, want hier
bedauwen haar toch het Bloed van
-ocr page 79-
— 11 —
Jezus en ilc tranen van <lc Moeder
der smarten."
Van hare kindsheid at\' koesterde
de II. Yeronica Juliani een innige
vereeriug voor de Moeder van smar-
ten. Deze hieven liet onderwerp
liarer beschouwingen en gesprekken;
men kon de tranen niet bedwingen, als
zij over dat geestelijke lijden sprak,
/ij zelve scheen dan een beeld der
smartvolle Moeder te zijn. Om de
liarten harer kloosterlingen tot die
godsvrneht te ontvlammen, deed zij
iu liet koor een beeltenis van de Ko-
uingin der martelaren oprichten en
Mierde haar ter eere op eiken derden
Zondag der maand een biddag in.
Nadat Veronica priorin was gewor-
\'len. knielde zij voor dit beeld neder,
!,ood Maria de teekenen harer waar-
digheid . de sleutels . den orderegel
n het klooster/.egel aan en zeide:
.Hestimr e-ij \\\\\\ niijne plaats het
klooster." lederen avond herhaalde
zij die offerande. Op zonneklare wh\'-
\'•\'••• ondervond zij dan ook de voor-
4
-ocr page 80-
- 78 —
lichting va» Maria in liet bestuur
harer onderhoorigen. De smarten
van Maria maakten <>|> Veronica\'s
hart zulk een indruk, dat men daarin
na haren dood zeven zwaarden, het
zinnebeeld der zeven smarten van
Maria, gevonden heeft.
Gebed.
O mijne Koningin, waar waart gij \'i
Misschien alleen naast het kruis \'i
Maar aan het kruis met uw zoon.
Daaraan waart jiij met Hem geklon-
keu. Hij met zijn lichaam, gij niet
uw hart. O Koningin, doorboor onze
harten: vernieuw in hen uw lijden
en dat uws zoons.
il. Monaveiitura.
-ocr page 81-
— 79 —
DERTIENDE DAG.
HET «KLOOF VAN MAKIA.
Zulis; zijt «ij, ilie Beloofd hebt.
Luc. I. 15.
OVERWEGING.
1. Hot geloof van Maria opende
den hemel , toen zij in de Mensch-
wording van het Goddelyk Woord
lmre toestemming gat\'. Zij was ge-
lukkiger, omdat zij iii Christus ge-
lootde, dan omdat zij Hem in haren
schoot ontving. H. Augustinus.
\'1. Maria zag haren zoon in den
stal van Bethlehem en geloofde noch-
tans. dat Hij de Schepper was van
hemel en aarde: zij zag Hemvluch-
\'i*ii voor Herodus en toch twijfelde
zij niet. dat Hij de Koning der
Koningen was: zij zag, dat Hij y;e-
horeu werd en niettemin geloofde zü,
\'\'at Hij van eeuwigheid voortkwam :
zli zag hem arm. hongerig en dorstig :
\'n echter hield z\\j Hem voor den Heer
-ocr page 82-
— SO —
des lieelals; zij zag Hein op stroo
liggen en muibad Hem als den al-
tnachtigen God: zij zag, dat Hij niet
kou spreken, en eerde Hem als de
oneindige Wijsheid: /.ij hoorde Hem
weenen, en toch geloofde zij . dat
Hij de vreugde des hemels was: zij
zag hoe Hij versmaad aan liet kruis
stierf en bleef niettemin vast over-
fcuigd, dut Hij, die daar hing, God
was, ofschoon liet geloof der anderen
wankelde.
11. Alnhonsus Maria de Lignorio.
\'•\'>. Volgt liet geloof van Maria na.
.Maar hoe zullen wij dit doen V Het
geloof is en een gaaf en een deugd :
een gaaf, die verlicht, en een deugd,
ilie wij in beoefening brengen. Der-
halve moet liet geloof niet alleen
onze overtuiging, maar ook onze wer-
ken regelen.
              11. Ildefonsus.
licslnite.il.
1. Naar het voorbeeld van Manu
zal ik alles vastelijk gelooven eii
-ocr page 83-
- 81-
belhdeu, witt de Kerk mij voorhoudt.
\'1. Ik zal myn geloof door de liefde
on de goede werken doen leven.
"Voorbeeld..
uk n. iiY.uïNTiirs.
Naar liet voorbeeld van Sint Do-
inmicus was Hyaciuthus een God-
miehtig dienaar van Onze Lieve
Vrouw. Voor haar beeld beval hij
haar al zijne werken niet vertrouwen
aan. Op het leest der Opneming
van Maria ten hemel bad hij eens
met groote vurigheid voor haar al-
taar in de Predikheerenkerk te Kra-
kau en overwoog de onbeschrijfelijke
U\'lorie der Moeder Gods in het he-
melsche Jernsalem. Vreugdetranen
vloeiden over zijne wangen: hij werd
in den geest verrukt en verlangde
ontbonden te worden en met Ohris-
tus te zijn. Nu zag hij eensklaps een
^•bitterend licht uit den hemel op
"et altaar nederdalen ; in liet midden
\'laarvan verscheen hem de gelukza-
-ocr page 84-
— 82 -
1 ijj<• Maagd Maria üii sprak hom toe:
..Mijn zoou Hyaeiuthus. verheug u.
want uwc gebeden /.ijn welbevallig
in het oog van mijneu Zoon. den
Verlosser aller menschen : al wat gij
Hem in mijnen naam zult vragen,
zult gij door mij hij Hem verkrijgen."
Xa die woorden werd zy, omschitterd
van woudervol licht, onder het wellui-
deud gezaug «lor engelen in den
hemel opgenomen; zij liet een zoeten
geur en een liemelsche muziek achter.
Keus moest de Heilige vluchten
voor de woeste Tartaren, die liet
Predikheereuklooster binnenstorni-
den. Hij neemt onverwijld het Aller-
heiligste uit het tabernakel eu vlucht
met zijne Broeders weg. Toen hij
midden in de kerk was. riep hem
een zwaar steenen beeld van Onze
Lieve Vrouw op luiden toon toe:
„O mijn zoon Hyacinthus. gij vlucht
voor de Tartaren en laat mij niet
mijn Zoon achter om verbrijzeld en
vertreden te worden. Neem mij dus
mede." Verbaasd zeide uu Hyaciu-
-ocr page 85-
— 88 —
tlms: „O glorierijke Maand . uw
beeld is te zwaar, hoe kan ik het
dragen ?" Maria antwoordde: „Neem
mij mede. want mijn Zoon zal uwen
last verlichten." De Heilige nam nu
in de eene hand het\'Allerheiligste
en in de andere het beeld, dat hem
lichter dan een rietstok toescheen.
Zoo vluchtte liij met zijne -Broeder.s
ongedeerd heen midden door de on-
geloovigen, wierp zijn mantel in de
rivier en stak droogvoets over den
stroom.
(Jcbed.
O Maagd Maria, blijdschap der
wereld. nieuwe ster. die de zon
voortbrengt, gij, die uwen Schepper
baart, reik de hand aan ons, die
gevallet) zijn; kom onze zwakheid
te hulp.
H. Petrus Daniiauus.
-ocr page 86-
— 84 —
VEERTIENDE DAG.
i>r: noor van hauia.
*                      ________
Mij is liet goed c»o(l aantehangen en
op (iod don Heer inijne hoop te stel*
l.\'ii.
                                Ps. I.XXII, 28.
OVERWEGING.
1.     Daar de hoop een zekere ver-
wachtiug is van de toekomstige
zaligheid . welke aan de genade en
de verdiensten beantwoordt. wordt
er van de allergelukzaligste Maagd
en Moeder Gods Maria, die niet
twijfelde vol vau genade te zijn.
en daarom ook zeker van hare zalig-
lieid, die zij, de allerheiligste Maagd,
verwachtte, gezegd: Ik ben de
moeder der schooue liefde, der vreeze.
der kennis . der heilige hoop.
H. Antoninus.
2.     Daar Maria de deugd des ge-
loofs in een uitstekend hoogen graad
bezat, had zij ook in een even hoo-
geil graad de deugd der hoop.
II. Alphonsiis di\' Liguorio.
-ocr page 87-
- 85 —
3. Maria stelde hare hoop niet
op ijdele rijkdommen , maar op liet
gebed der armen.
II. Amlirosius.
Bc-thiilcn.
1.    Met Maria voor oogen zal ik
in alle moeilijkheden van uiijneu
staat steeds vast vertrouwen van God
liet eeuwig leven en zijne genade te
bekomen.
2.     Door de voorspraak van Maria
zal ik die genade van (Jod afsmee-
ken, maar ook gelijk Maria niet die
genade getrouw medewerken.
"VoorTseeld..
DE II. KI.ISA1IUTII.
Op zekeren dag verscheen Onze
liieve Vrouw aan de Heilige en zei-
de: „Indien gij mijne leerlinge wilt
zijn, zal ik uwe Meesteres wezen."
Klisabeth antwoordde: „Maar wie
z\'jt gij. die mij vraagt uwe leerlinge
-ocr page 88-
— 86 —
en dienstmaagd te worden ? „Maria
hernam: .Ik hen de Moeder van den
levenden <!od."
Van dit oogenblik ontstond er een
zoete gemeenzaamheid tussclien Onze
Lieve Vrouw en Elisabeth. Met
moederlijke bekommering nam zij
deel aan al de ontroeringen, aan al de
angstvalligheden, aan eiken strijd, die
liet teedere. ootmoedige geweten van
Elisabetb verontrustten. Maria, de
Troosteres der bedrukten, werd de
middelares van al de gunsten, die
Jezus Christus over zijne arme. van
liefde gloeiende bruid uitstortte.
Op zekeren nacht bad Elisabeth
het Wees gegroet. Maria verscheen
baar en zeide: .Ik zal u al de ge-
beden leeren , welke ik had. terwijl
ik in den Tempel was. Vooral vroeg
ik aan God Hem te beminnen.
Eiken nacht stond ik op en ging
voor het altaar nederknielen. waar
ik God vroeg al de voorschrii\'-
ten zijner wet natekomeu en Hem
smeekte mij de genaden te scheuken.
-ocr page 89-
— 87 —
welke ik behoefde om Hem aange-
iiiiani te zijn. Ik vroeg Hem voor-
al den tijd te mogen zien. waarin
de allerheiligste maagd zou leven,
die zijn Zoon zou voortbrengen. Ik
achtte mij even schuldig en ellendig
als gij doet: daarom smeekte ik (iod
mij zijne genade te verleenen. De
Heer maakte van mij , wat de har-
penaar van zijn harp maakt: hij
ordent en regelt al de snaren, opdat
zij een aangenaam en harmonieus
geluid geven: vervolgens bespeelt
hij haar en zingt daarbij. Zoo had
<>od mijne ziel, mijn hart, mijn geest,
al mijn zinnen met zijn wil doen
overeenstemmen." Een andermaal
zeide Maria: „Mijne dochter, gjj
denkt, dat ik de genaden zonder
moeite verkregen heb, dit is niet
zoo. (/Jeen enkele dier genaden heb
ik van God ontvangen zonder veel
moeite, een aanhoudend gebed, een
vurig verlangen, een groote gods-
vrucht. veel tranen en beproevingen."
Keus zag Elisabeth een praeh-
-ocr page 90-
— 88 —
tig, met bloemen overdekt graf, waar-
uit hare liefderijke Troosteres opsteeg
naar den hemel te midden van <>u-
telbare engelen. Dit visioen moest
haar in het lijden opbeuren en haar
een voorteeken zyii. van hare toekoin-
stige glorie.
Gebed.
Gegroet, o zoete troost van den
mensch , gegroet. o klare ster dei-
zee, gegroet gij, die ons zuivert van
onze zonden; o eenige Maagd, ge-
groet. <uj ontvangt zonder op te
houden maagd te zijn en gij brengt
den Heer voort.
11. Bonaventura.
-ocr page 91-
— 89 -
VIJFTIENDE DAG.
DE LIEFDE VAN MARIA TOT OOD.
Ik licii de Moeder d«*r srlmone liefde.
Ecflcsiastiv. XXIV, \'24.
OVERWEGING.
1. Christus moet door allen be-
mind worden uit geheel hun hart,
uit geheel hun ziel. uit al hun
krachten. maar vooral door Maria,
wiens Heer en Zoon Hij was. De
goddelijke liefde had Maria dan ook
geheel ontvlamd, zoodat hare liefde
steeds toenam en haar als het ware
dronken maakte. Indien er dan in
u eenig gevoel is, beschouwt van
welke liefde. van welk verlangen
deze Maagd outgloeide, wanneer 7.\\\\
alles overdacht, wat zij gehoord,
gezien en vernomen had.
H. Hieronymus.
2. Ik smeek u, volgt Onze Lieve
vrouw na. de steun van uw geloof,
\'ielijk het vuur liet ijzer, zoo heeft
-ocr page 92-
— 90 —
de H. Geest haar geheel ontstoken.
Men bemerkt in haar alleen het vuur
van di\'n Heiligen Geest, het vuur
der goddelijke liefde. Eéne zaak
weten wij /.ouder twijfel . dat haar
gansche leven, al hare daden het
woord van God tot regel hadden.
H. Ildefonsus.
Het hart van Maria was ontvlamd
met het vuur eener dubhele liefde.
Het was tot (iod gericht door een
zuivere meening, tot den naaste door
de oefening der goede werken.
H. Petrus Damianus.
Reduiten.
1.     Uit geheel mijn verstand en
geheel mijn hart zal ik mij aan God
schenken met een oprechte, zuivere
meening.
2.     De geboden van (rod en de
plichten van mijn staat zal ik tot
meerdere glorie van God stipt vol-
brengen.
-ocr page 93-
— 91 —
"VoorToeelsa..
I>i: II. ( ATIIAKJNA VAN SIKN\'A.
Nauwelijks was deze Heilige vijf
jaar oud. of zij placht op iedere trede
van den trap neer te knielen en de
.Moeder Gods niet een Wees gegroet
te vereeren. Op haar zevende jaar deed
zij aan Christus en de gelukzalige
Maagd Maria belofte van zuiverheid.
Daar zij vurig begeerde te kunnen
lezen, smeekte zij God en Onze Lieve
Vrouw haar die kunst te leeren om
de kerkelyke getijden te kunnen
bidden. Terstond las zij zeer vlug.
Dikwijls verscheen haar de allerhei-
ligste Maagd Maria en ging op de
vertrouwelijkste wijze met haar om.
Bij een dier visioenen had Catharina
uit nieuwsgierigheid de oogeu een
weinig afgewend. Onze Lieve Vrouw
berispte haar streng over deze ver-
strooiing en Catharina beweende bit-
ter hare fout. In hare brieven schrijft
\'/\'ti\' „O gelukzalige en zoete Maagd
Maria ! gij hebt ons de bloem, uwen
-ocr page 94-
— 92 -
lieven Jezus, geschonken. Maria kon
niets anders verlangen dan de eer
van God en het heil der schepselen.
Zij verwerpt niet het gebed, dat men
tot haar richt, maar neemt liet vol
barmhartigheid aan. Zij is onze
voorsprekeres, de moeder der genade
en der ontferming, is niet oudank-
baar jegens hen, die haar dienen,
vergeet hen niet en beloont hen.
Haat de onzuiverheid en iedere an-
dere zonde, want het betaamt niet.
dat men zich bevlekt in den dienst
van Maria, die de zuiverheid zelve is."
Gebed.
Wees voor mij, o Maria, het leven
en het heil mijner ziel, de rust en
de vrede van mijn hart, de zoetheid
en de blijdschap van mijn geest. O
schitterende ster der zee, zeer mede-
lijdende Moeder, geleid mij, verdedig
mij tegen mijne vijanden, verdedig
mij in alle gevaren.
H. Ildet\'onsus.
-ocr page 95-
— 93 —
ZESTIENDE DAG.
])K LIKFDK VAN MARIA TOT DUN NAASTE.
Wandelt in liefde, gelijk uok Christus
ons bemind heeft en zich voor on* als
«ave en uffer opgedragen heelt.
Kphes. V, 2.
OVERWEGING.
J. Maria heeft zoozeer de wereld
bemind, dat zij haren eenigen zoon
voor haar heeft opgeofferd. Was de
barmhartigheid van Maria groot voor
ili\' ougelukkigen, toen zij nog op
aarde vertoefde, sedert zij in den
hemel heerscht, is zij tot nog hooger
volmaaktheid gestegen. Nu ziet zij
duidelijker de tallooze ellenden des
nienschdoms en brengt zij de uitge-
strektkeid en den overvloed harer
weldaden in evenredigheid met onze
itnnoede.
                H. Bonaventura.
\'1. Wat kou er uit Maria, de bron
\'Ier liefde, voortvloeien dan Heide \'i
Is het te verwonderen, dat een hart
-ocr page 96-
— 04 —
vol van teederheid en modelijden
mededoogeii voortbrengt!1
H. Bemardus.
:!. Niets verzekert mis meer Ma-
ria\'s vriendschap dan de liefde tot den
evenmensen.
H. Gregorius van Nazianze.
Besluiten.
1. Beminnen wij den naaste met
een oprechte, belanglooze, offervaar-
dige liefde 0111 God.
\'1. Toouen wij die liefde door hem
in nood te helpen, voor hem te bid-
den, haat. nijd. vijandschappen, oneer-
lijkheid. iedere liefdeloosheid te ver-
afschuwen.
"VoorToeeld..
DE II. IONATICS \'VAN LOYOIA.
Een onbeschrijfelijke liefde voorde
Moeder (iods vervulde het hart van
den II. [gnatins. Van het begin
zijner bekeering koos hij haar tot
-ocr page 97-
- 95 —
zijne [mtroiies. Op weg Uiuir Onze
Lieve Vrouw van Moutserrat deed hij
belofte van /.uiverlieiil ter eere van
de Koningin der Maagden, (lelieel
den nacht voor liet feest van Maria-
Boodschap bracht liij biddend door
LU de Mariakerk te Manresa voor
liet Lieve Vrouwe-altaar. Op het
feest van Maria\'s Opneming ten he-
inel deed hij niet zijne gezellen be-
lofte van armoede in de kerk der
.Moeder (Jods na eerst hare voorspraak
ingeroepen te hebben. Voor hij
zijne eerste H. Mis opdroeg. be-
reidde li ij zich gedurende een geheel
jaar voor en smeekte de Moeder
Uods hem onder de dienaren van
haren Zoon op te \' nemen. Den
Zaterdag heiligde hij ter eere van
Maria door gebed en vasten. Bij-
zonder vereerde hij de Moeder van
smarten en droeg haar beeld voort-
dnrend om den hals. Later schonk
hij het aan een bloedverwant met de
woorden: „Oeef het toeh aan nie-
iiuind anders, want juist dit beeld
-ocr page 98-
— 06 —
is vele jaren mijn kleinood geweest.
Tot do Moedor van smarten nam
[gnatius zijn toevlucht in alle aan-
gelegenheden der ziel en des lichaams.
Huitr had hij voor oogen, toen hij
den regel voor zijn ({ezelschapen.de
(feestelijke oefeningen schreef. Tot
belooning overlaadde Maria haren
dienaar niet zegeningen. Opeen nacht
bad bij met buitengewone vurigheid.
Onze Lieve Vrouw verscheen hem.
toonde hem het kindje Jezus en ver-
vulde hem met zulk een verrukking,
dat hij voortaan koud en ongevoelig
bleet\' voor iedere zinnelijke neiging.
Een ander maal bad hij de getijden
van Onze Lieve Vrouw en ontving
door bare tusschenkomst een won-
derbare kennis van de H. Drievul-
digheid.
(lebed.
Gegroet, o Moeder Gods, die het
leven schenkt aan Hem. die het leven
is. Gegroet, o Maagd, hoven alles.
eerbiedwaardig, luisterrijk bovenalle
-ocr page 99-
— 07 —
lofprijzing, beminnelyk boven allen
adel. rijk hoven alle schatten.
11. Jounues Damaseeuus.
ZEVENTIENDE DAG.
DE OOTHOKDIUIIKIU VAN MARIA.
Hij heeft ncersczioii eji rte geringheid
zHlli\'r <iii\'lislliiiiilf;ii.                l.lli\'. 1. IS.
OVERWEGING.
1. O Maria, met welke woorden
kan ik uwe zedige houding. uwe
eenvoudige kleediug. uw bescheiden
blik. uwe geregelde manieren lof-
prijzen? Gij verwijdert van n alle
weelde en allen opschik: gij waart
onderdanig aan uwe ouders en gij
hebt leerzaam naar hunne lessen ge-
luisterd; uw hart was ootmoedig hij
de verhevenste beschouwingen . uw
woonl vol zachtmoedigheid.
H. Johannes Damascenns.
2. De Moeder Gods was gegrond"
-ocr page 100-
— 98 —
vest in oen diepe nederigheid, daar-
0111 is zij zoo hoog verheven. Mtvur
omdat wLj den luister en de glorie
harer heerlijkheid niet kunnen door-
dringen . laat ons ten minste som-
wijlen uit de schatten van haaroot-
moed putten om door haar verdien-
sten tot di\' verheerlijking van haar
voorrechten te geraken, want de
nederigheid is de bewaakster der
overige deugden. II. Ildefonsus.
• >. Nooit zoudt gij. o Maria, vol
glorie gestegen zijn hoven alle enge-
len. zoo gij u niet eerst vol ootmoed
vernederd hadt onder alle meuschen.
Volgt dan den ootmoed van Maria
na. zoo gij hare maagdelijkheid niet
kunt navolgen. De maagdelijkheid
is prijzenswaardig, doch de ootmoed
meer. Was Maria welgevallig door
hare maagdelijkheid, zij ontving door
hare nederigheid. II. Hernardus.
Jitxlnitrii.
1. (lelijk Maria zal ik (iods on-
eindige volmaaktheid en mijn eigen
-ocr page 101-
— 99 —
nietigheid erkennen en alle genaden
aan Gods barmhartige liefde toeschrijr
ven.
2. Ik zal onderdanig zijn ii;ui mijne
wettige oversten, eenvoudig overeen-
koinstig Ulijnen staat leven. alle
eerzucht en ijdelheid vermijden.
"Voorbeeld..
Ui: II. IIRKIIÏTA.
Maria verscheen aan de I [eilige, toen
zij zeven jaar oud was, toonde haar een
kostbare kroon . die zij in de hand
droeg. en zeide: , Wilt gij deze
kroon bezitten \'t"\' Brigitta nam ze
aan en de H. Maagd plaatste ze op
haar hoofd. Later kwam Brigitta in
doodsgevaar. Onze Lieve Vronw,
getooid met een sneeuwwit, golvend
kleed . verscheen haar . raakte hare
zieke ledematen aan en de kranke
was terstond genezen. Brigitta ont-
viiig gedurende haar leven vele visi-
oenen van de allerzuiverste Maagd
Maria, waarin deze haar talrijke
.
-ocr page 102-
— 100 —
hyzouderheden openbaarde over haar
eigen leven en dat van haren god-
delijkeii Zoon. Ken dier visioenen .
verhaalt Brigitta ons aldus: „Ik zag
Maria, de hemelkoningin) de Moeder
van God. Zij droeg op haar hoofd
een kostbare kroon: hare lokken
vielen wonderlijk schoon over hare
schouders at\'. Zij was in goud vau
een on uits prekei ij ken glans gekleed
en droeg een azuren mantel. een
helderen hemel gelyk. Terwijl ik
die verschijning bewonderde, zag ik
den H. Joannes den Dooper, die tot
mij zeide: Luister oplettend, wat
dit beteekent. De kroon duidt aan,
dat Maria Koningin is en rleersche-
res, de Moeder van den Koning der
Engelen ; het golvend haar, dat zij
een reine en onbevlekte Maagd is:
de hemelsblauwe mantel, dat voor
haar \'al het tijdelijke als dood was:
het gouden gewaad de gofldelyke
liefde waarvan zij in- en uitwendig
brandde. Haar Zoon heeft in Maria\'s
kroon zeven leliën gezet en tusschen
-ocr page 103-
— 101 _
deze leliën zeven steenen. De eerste
lelie is de nederigheid; de tweede de
vrees: ile derde de gehoorzaamheid: de
vierde liet geduld : de vijfde de staud-
vastigheid: de zesde de mildheid: de
zevende de barmhartigheid. Tnssehen
de leliën pliiiitste Maria\'s Zoon /.even
steeuen. De eerste steen beteekent
de voortreffelijkheid liarer deugden;
de tweede hare volkomen reinheid :
de derde liare sehoonheid : de vier-
de hare sterkte: de zesde liare be-
droetdlieid: de zevende hare recht-
sehapenheid. Vereer en loot dus
Maria van ganseher harte, want /.ij
is allen lot\' en eer waardig.
(Icbnh
Wees gegroet. o Vfai\'ia. Iiemel-
maagd, en kroon, glorie, luister en
\'iil der Kerk. hid /.onder ophouden
!ot uwen Zoon Jezus, onzen Heer,
"pdat wij door V barmhartigheid
\'Twerveu op den dag <\\r> oordeels
\' ii de kroon verkrijgen . weggelegd
«ir hen. die God beminnen.
II. Johannes Chrysostonius.
5
-ocr page 104-
— 102 —
ACHTTIENDE DAG.
I)K AKMOKIIK VAN MARIA.
Zali^\' zjn de armen van goest.
Muth. V, :i.
OVERWEGING.
1.     Velen meenen, dat Maria be-
lofte van armoede zou gedaan heb-
ben. Toen zij /.icli naar den teni-
pel begaf, otterde zij niet een lam,
de offerande der welgestelde lieden .
maar een paar tortelduiven , de of-
t\'erande van de armen.
           Uit
liefde tot de armoede heeft Maria
niet geweigerd eeu armen tinuner-
man, den H. Jozef, tot bruidegom te
nemen. Maria leefde arm en stierf
arm. O mijne heilige Moeder, «zïi
liadt wel recht te zeggen, dat uwe
vreugde in God was. want in deze
wereld verlangdet en beinindet gij
geen ander goed dan God.
H. Aiphonsus de Liguorio.
2.     1 )e armoede van Jezus en Marin
-ocr page 105-
— 108 —
verschaft aiiii hem . die arm is. vol-
doende vertroostingen.
H. Bonaveiitura.
:5. Deze teedere Maagd was arm
aan aardsche bezittingen, doch oyer-
laden met hemelsche zegeningen. Uit
koninklijk bloed gesproten had zij
geen tijdel ijken rijkdom. 0 geluk-
/.alige armoede . die ons verrijkt en
de goddelijke schatkamers geopend
heeft.
                                    II. Odilo.
Besluiten.
1.     Ik zal gelijk Maria mij out-
hechten van de goederen dezer \\ve-
reld.
2.    Tk zal met bereidvaardige liet-
de aan de armen aalmoezen geven.
"VoorToeelA.
I)K I!. TUKKKSIA.
Op den feestdag van Onze Lieve
\\ rouw Hemelvaart bevond zich The-
fesia in de kerk van den Heiligen
-ocr page 106-
— 104 —
DominicuH. Eensklaps werd zij door
eene geestvervoering aangegrepen.
Onder deze verrukking zag zij zich
bekleed niet ecu gewaad, schitte-
rend van licht en blankheid. Wei-
dra ontdekte zij de Heilige Maagd
aan haar rechterzijde en den Heili-
gen Jozef aan haar linker, \'/ij deel-
den Thcresia mede. dat /ij van hare
/.linden was gezuiverd.
Maria nam haar hij de handen
en zeide . dat zij haar groot genoe-
gen deed door hare godsvrucht tot
den Heiligen Jozef. Vervolgens hing
zij een zeer schoone gouden snoer,
waaraan een kruis van onschatbare
waarde bevestigd was, om haren hals.
Theresia kon niet de eene of de andere
bijzonderheid in de trekken der Hci-
lige Maagd bespeuren ; zij zag slechts
in het algemeen, dat zij verrukkelijk
schoon was. Zij was in het wit
gekleed, doch de glans daarvan streel-
ilc het oog in plaats van het te ver-
blinden. I)i\' Moeder (iods scheen
haar in den vollen bloei der jeugd
-ocr page 107-
— 105 —
te zijn. Nadat zij eenige oogeublik-
ken bij haar vertoefd, hadden, waar-
onder zij hare ziel niet een ongeken-
de zoetheid overstroomden, stegen zij
weder ten hemel.
„Het behaagde onzen Heer."sehrijt\'t
Theresia, ,eens op Maria-Hemelvaart
mij iu een vervoering te toonen, hoe
de Koningin der Engelen ten hemel
opgeklommen was. met welke blijd-
schap en vreugde zij daar was ont-
vangen, en de plaats, waar zij troonde.
Doch liet is mij onmogelijk te ver-
halen, hoe dit alles heeft plaats ge-
grepen : alles wat ik er van zeggen
kan is dit. dat de aanschouwing van
zulk een heerlijkheid ook een zeer
groote glorie op mijne ziel deed te-
rugkaatsen. Deze genade bracht in
mij de heilrijkste uitwerking te weeg :
/.ij schonk mh een onleschbaren dorst
naar lijden en een vurig verlangen
"in de alles vermogende Vrouw te
\'Henen, die door hare verdiensten tot
zulk een toppunt van heerlijkheid
"flieven was."
-ocr page 108-
— 106 —
Theresia wijdde zich eu het hare
geheel iian Maria toe, koos haar tot
hare koningin, voorsprekeres en nioe-
der, maakte het vaste besluit haar
te gehoorzamen en trouw te dienen en
hare vereering naar verinogen te be-
vordeivu. Haar klooster stelde zij on-
der de bescherming van Maria en
beschouwde deze als de overste in
hare plaats.
(Schal.
hoor ii, o Maria, zijn wij verzoend
met Christus, onzen God, en uwen
lieven Zoon. <<ij zijt de eenige voor-
sprekeres der zondaars en van alle
liuljieloozen. (Jij zijt de haven der
schipbreukelingen, de troost derwe-
reld, de verlossing der gevangenen,
de vreugde der zieken eu de redding
van het inenschelyk geslacht.
II. Ephreni.
-ocr page 109-
- 107 -
NEGENTIENDE DAG.
Ml UKHOOKZAANHKIH VAN MAKIA.
Zie il<\' dienstmaagd de* Heeren : mij
geschiede naar uw woord. Eau*. I, :js.
OVERWEGING.
1.    Maria noemde zich de dieust-
maagd des Meeren, omdat zij noch
iloor werkeiJ. nucli door gedachten
den Hoer tegensprak, maar iu tegen-
deel altijd en in alles onderworpen
was aan (Jods heiligen wil.
H. Thomas van Villanova.
2.    Maria toonde werkelyk, hoe
bereidwillig zij was om te gehoorza-
uien; vooreerst toen zij uit gehoor-
zaaniheid aan den Uomeiuschen keizer
een verre reis naar Bothlehem ou-
ilernain: ten tweede, toen zij met
Jozef naar Egypte vluchtte ; eindelijk
\'oen zij liet leven van haren eigen
Zoon ten offer bracht.
H. Alphonsus de Liguorio.
• >. Mijn liart is bereid, o God,
-ocr page 110-
— 108 —
zoo roept Maria uit, alle mensclieii
door haar voorbeeld ter navolging
aanwakkerend, bereid voor den voor-
spoed , bereid voor den tegenspoed .
bereid voor liet nederige, bereid voor
liet verhevene, bereid tot alles, wat
gij zult gebieden.
         II. Kernardus.
tiexlii ite i).
1. Maria\'s gehoorzaamheid leert
mij iu alles den wil van (iod te vol-
brengen en zijne geboden te onder-
honden.
\'2. Maria\'s gehoorzaamheid leert
mij onderdanig te zijn aan mijne
wettige oversten.
"VoorToeeld..
|)K II. l-\'liANelsi\'I\'s Ui: SA1.KS.
Die Heilige, zoo ervaren in het
geestelijk leven, was een der vurig-
ste vereerders van den Rozenkrans.
Hij wist. hoeveel vruchten dat gebed
zijn priesterlijken arbeid (\\fo<\\ dra-
gen. Daarom hield hij niet op, dat
-ocr page 111-
— 109 -
gebed aan de geestelijkheid en de
geloovigen van zijn bisdom voortdu-
rend aantebevelen. „Ik wil," zoo
schrijft hij aan een leek, .dat gij iede-
ren dag hetzij tijdens de H. Mis, of
wanneer gij tijd hebt, minstens een
Rozenkrans bidt en wel zoo aan-
dachtig als u mogelijk is." Hij
geeft aan zijn Philothea, dat is,
aan iedere godvruchtige ziel, den raad
altijd den rozenkrans bij zich te
dragen. „Draag den rozenkrans bij
u" zoo schrijft hij, „ten teeken, dat
gij een levendig verlangen in u
gevoelt om een dienaar te zijn van
onzen Heer en zijne Moeder." In
een zijner preeken over het gebed
maakt hij onderscheid tusschen ver-
plichte en vrijwillige gebeden; onder
de laatste stelt hij den Rozenkrans
oj) de eerste plaats. Zelf droeg hij
voortdurend den rozenkrans aan den
gordel. Reeds in zijn jeugd had hij
zich de verplichting opgelegd dage-
lijks den geheelen Rozenkrans van
vijftien tientjes te bidden, lederen
-ocr page 112-
— 110 -
dag besteedde hij een vol uur aan
die oefening, terwijl hy ieder geheim
niet groote aandacht overwoog. Nooit
verzuimde hij dat gebed. Hadden
zijn drukke bezigheden gedurende
den dag hem verhinderd, dan hing
hij zijn rozenkrans aan den arm om
ziel) aan zijn plicht te herinneren.
Hoe vermoeid hij was door zijn ar-
beid. hoe ver de nacht reeds gevor-
derd was. nooit «riiijj hij slapen, voor
hij yreheel aan zijn belofte voldaan
had. Was bij ziek en kon hij geen
woord spreken, dan liet hij zich den
Rozenkrans voorbidden. Nimmer
liet hij na iedereu eersten Zondag
der maand niet den rozenkrans in
de bami deel te nemen aan de pro-
cessie van de Broederschap, waarvan
hij zich verheugde lid te zijn. In
zijn stervensuur verzocht hij na
bet ontvangen van bet H. >Sacra-
nient des Oliesels. dat men hem een
rozenkrans om den hals zou hangen,
om hem te gebruiken als een sterk
schild in den strijd tegen den duivel.
-ocr page 113-
- 111 -
Gebed.
Op uwen verheven troon, o Maria,
zetelt gij iiiin de rechterhand van
(lod. Naast uwen Zoon heerscht g\'()
over den hemel, Gij versterkt de
zwakken en verschaft hun hulp, gij
waakt over uwe dienaren en ver-
zekert hun den goddel ijken bijstand.
Daar, o Moeder. geniet gij . niet
uwen Zoon, verheven hoven alle
schepselen . het hemelsch vaderland
en het gezelschap der aanbiddelyke
Drievuldigheid, Dat uwe harnihar-
tige liefde ons eenmaal kroone met
de eeuwige vreugde, met de glorie
en het loon der uitverkorenen.
11. Bonaventura.
TWINTIGSTE DAG.
iu-: zrivKitiiKii) van jiakia.
Ik ben de bloem des velds en de le«
1U.\' der dillen.                      Hue.fc\'1. II. 1.
OVERWEGING.
1. O Maria, zeer zuivere Maagd,
onbevlekte Moeder van den Heer
-ocr page 114-
gij zijt verheven hoven de hemelen,
schitterender dan de zon in ;il den
glans vun luuir licht, zuiverder dun
de zuiverste! geesten, heiliger dan de
Serafijnen. Gy zyt maagd voor. bij
en na uwe baring.
            II. Kphrem.
2. O Maagd zonder smet. o zeer
heilige en /eer zuivere Bruid des
Meeren, o vlekkelooze Maagd, 0 0U-
berispelijke .Maagd . o smettelooze
.Moeder, gij zijt alleen rein voor God
en voor de nieiischen : God beeft u
tot zijne moeder uitverkoren., opdat
nij voor allen een voorbeeld vau zui-
verheid zoudt wezen.
II. Sophrouius.
:!. I i ij allen, die kuisch zijt. vlucht
tot de Moeder des Heercn. Zij zal
u dat schoone, dat kostelijke, dat
onbederfelijke kleinood door bare
bescherming bewaren.
H. .lobainies (\'brysostoiuiis.
lil si ll\'ltl II.
1. Ik zal trachten de zuiverheid
van mijnen staat ongeschonden te
bewaren.
-ocr page 115-
- 113 -
2, Daarom zal ik mijn zinnelijke
neigingen en driften versterven. ma-
fcig zijn in spijs en drank, de ge-
vaarlijke gelegenheden vermijden.
"VoorToeeld..
UK il. UKRNARIIINI\'S VAN S1KNA.
, I k ben vervoerd van liefde." zoo
roept de H. Bernardinus uit. .voorde
gelukzalige Maagd en Moeder Gods,
voor Maria, die ik altijd bemind en
oji wie ik na God al mijne hoop
heb gesteld. Ik bemin haar onuit-
sprekelijk : ik brand van verlangen
haar te zien: zij is mijne teedere
vriendin en mijn zoetste hoop. (iod
is mijn getuide, dat ik, wanneer ik
somtijds door de goddelijke goed-
heid de aardsche dingen vergeet eu
vrij zonder verstooring. al is het
slechts een uur, mij geheel en al kan
wijden aan de overweging van Ma-
i\'ia\'s heerlijkheden, allergelukkigst
eu vervoerd van blijdschap ben . al
de ijdelheden der wereld versmaad
-ocr page 116-
- 114 —
en terstond naar het hemelsch Jeru-
zalem zon willen opstijgen." Als
knaap had Bernardinus zich voorge-
schreven iederen Zaterdag ter eere
van Maria te vasten; nooit verzuini-
de hij dit. Het trok de aandacht
van eenige zijner vrienden , dat hij
iederen morgen uitging. Men volgde
hem heimelijk en vond hem in inni-
ge godsvrucht neergeknield voor een
beeld der H. Maagd. Uit liefde tot
haar bewaarde hij onbesmet de ziü-
verheid. Nadat hij het ordekleed
van den H. Krauciscus had aange-
nomen , spande hij alle krachten in
om de Moeder Gods te loven. lede-
ren dag bad hij haren Rozenkrans
en preekte dikwijls en vurig over
Onze Lieve Vrouw. Deze verscheen
hem en zeide: „Bernardus, mijn trou-
we dienaar, ik schei) behagen in uwe
godsvrucht. Omdat gij mij iederen
dag met dezen krans gekroond hebt,
heh ik voor u van mijnen Zoon de
genade der prediking en der wonde-
ren verkregen. Weet, dat gij u een-
-ocr page 117-
- 115 —
maal in den hemel met mij zult ver-
blijden." Eens predikte hij op Mu-
ria-Geboorte te Siena: .Ik heb de
Moeder <!ods altijd vurig bemind,
vvaut op haren geboortedag hen ik
geboren en gedoopt; op dienzelfden
dag heb ik mijn ordekleed ontvan-
gen: op dien/.elfden dag heb ik ook
mijn beloften afgelegd en mijn eerste
II. Mis aan (Jrod opgedragen; op
dien dag hoop ik ook te sterven."
Gebed.
Verheug u. o Maria, over «Ie bloem
uwer maagdelijkheid, uwe weerga-
loo/.e glorie , waardoor gij in waar-
digheid de zuivere koren der Engelen
eu de eerbiedwaardige scharen der
Heiligen overtreft. Verheug u. wei-
beminde Bruid van den Heer. Even-
als de klaarheid van den dag uit het
licht der zon voortkomt. zoo doet
ti\'ij de wereld, aan welke gij den wa-
ren vrede hebt geschonken. weer-
stralen van de volheid van uw licht.
II. Thomas van kantelberg.
-ocr page 118-
— 116 —
EEN EN TWINTIGSTE DAG.
I1KT (JKDULII KN I)K ONDERWKRPINH
VAN MARIA.
Naast ht\'t kruis van Jezus stom! zij-
nc Moeder.
                      Joh. XIX, 2."..
OVERWEGING.
1.    Indien de overige martelaren
zeer geduldig waren in hun lichanie-
lijk martelaarschap, hoeveel te meer
is dan Maria martelares om haar
geestelijk lijden V Zij was zeer ge-
duldig in allen tegensj>oed. O won-
derbare sterkte en zachtmoedigheid
van Maria, die niet alleen zeer ge-
duldig was. toen haar Zoon onder
hare oogen gekruisigd werd, maar
ook toen Hij om harentwil werd
geminacht.
               H. Bonaventura.
2.     Was niet het geheele leven
van Maria een onophoudelijke beoefe-
uing van geduld? Haar medelijden
jegens de smarten vanden Zaligmaker
-ocr page 119-
— 117 -
was alleen reeds genoe»;oni haar tot een
martelares van geduld te maken.
liet is genoeg te y.ii\'ii . dat .Maria
naast den stervenden Jezus op den
l \'alvarieberg stond 0111 de standvas-
tigheid en de verhevenheid om haar
geduld te begrypen. Wanneer wij
derhalve verlangen kinderen van
Maria te zijn . dan moeten wij ons
ook beij veren om haar geduld na-
tevolgeu. II. AlphonsusdeLiguorio.
0.     Aan liet kruis was de wil vau
Christus en die van Maria één wil;
beiden brachten God hetzelfde offer.
H. Brigitta.
liexluiten.
1.    Geduldig en standvastig zal ik
uelijk Maria mijn kruis dragen.
2.     In elk lijden zal ik mij het
üX\'duld van Jezus eu Maria voor
\'•ogen stellen.
-ocr page 120-
— 118 -
"Voordbeeld..
DU II. e.Ulol.rs HOKROMKl\'S.
Deze groote aartsbisschop van
Milaan noemt den Rozenkrans de
meest goddelyke devotie. lederen dag
had hij hem op zijn knieën en be-
geerde vurig het gessaiuentlü\'k bidden
van den Rozenkrans in zijn bisdom
algemeen te maken. In een zijner
herderlijke brieven richtte hij de
volgende vermaning tot zijne on-
hoorigen : „ Zorg vooral iederen
dag den Rozenkrans te bidden
of\' tenminste zoo dikwijls als moge-
lijk is.\'\' Zijn hiiisgcnooteii had hij
voorgeschreven iederen eersten Zon-
dag der maand, de H. Comiuunit"
te ontvangen en de processie bij tt\'
wonen, die ter eere der Koningin
van den Rozenkrans gehouden werd.
Aan alle congregaties, broederschap-
pen. colleges en godsdienstige inateh
liugen. die in zijn bisdom bestonden
of door hem gesticht werden, gaf hü.
-ocr page 121-
- 119 -
Onze Lieve Vrouw tot bijzondere
Patronen niet de dringende bede om
kaar toch altijd te vereereu door den
Rozenkrans. Om de godsvrucht der
geloovigen te voeden en levendig te
houden plaatste hij in zijn kerk een
altaar, dat aan de Koningin vanden
Rozenkrans was toegewijd en richtte
er ook de Aartsbroederschap op. In
een brief schreef hij : .Kaarde kathe-
draal de moederkerk is. diedegeloo-
vigen het, meest bezoeken moeten,
behoort men daar de godsvrucht van
den Rozenkrans te vinden.\'\' Zijn on-
derhoorige bisschoppen drukte hij op
liet hart om den Rozenkrans door
uilen, zelfs door de soldaten te doen
bidden. Waar hij zich ook bevond,
wanneer de Angelus luidde, wierp h\\\\
zich ter aarde, al was het midden in
het slijk, en groette de hemelsein\'
Maagd. Dagelijks bad hij geknield
de getgdeu van Onze Lieve Vrouw.
Gebed.
0 Maagd, zoo machtig en zoo vol
-ocr page 122-
I
— 120 _
goedertierenheid, Maagd zoo god-
vruchtig en zoo goed, zoo schooii eu
zoo bekoorlijk, heb medelijden niet
mij. aruieu zondaar, voor n neerge-
knit\'ld. Zuiver mij van mij ui* vlekken;
bevrijd mij van uiijue gebreken; verlicht
iiiijii verstand niet uw zuiver licht.
ontvlam niijn hart niet uwe liefde;
verwerf mij van uwen Zoon den vrede,
de barmhartigheid, en op den dag
des oordeels eene glorievolle verrij-
zeiiis.
                             11. lldefonsus.
TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
HET liKBEIl VAX HAK1A.
Maria bewaarde al tleze wourden **ii
nverwouf* /« in baar bart.
,Luo. II. 51.
OVERWEGING.
1. Nooit is er iemand op deze
aarde geweest, die zoo volmaakt aU
Maria het groote gebod van onzen
-ocr page 123-
— 121 —
Zaligmaker vervuld heeft: Men moet
altijd bidden en niet ophouden, Zij
had onophoudelijk en niet volharding.
Haar gebed was zonder de minste
verstrooiing en vrij van alle ongere-
gelde neiging.
H. Alphonsus de Liguorio.
2. Uit liefde tot het, gebed en
de eenzaamheid was Maria altijd er
op bedacht den omgang niet de men-
sehen te vluchten. 11. Bernardus.
:!. Maria, onze Moeder, had niet
alleen niet den mond. maar ook met
het hart. Zonder ophouden hield
/.ij haren geest bezig met de over-
weging , hare tong niet het gebed ,
hare handen met goede werken. In-
dien zij met zooveel godsvrucht had.
toen zij op deze aarde was hij de
Apostelen en de geloovigeu der eer-
ste Kerk. met hoe grooter teederheid
zal zij dan voor ons bidden in den
lieniel.
                       H. Bouaventuru.
llr.thlitcii.
1. Naar het voorbeeld van Maria
-ocr page 124-
— 122 -
/..il ik dikwijl;; bidden niet de ver-
eischte gesteltenis van geloof, oot-
moed, vertrouwen en volharding.
2. In alle omstandigheden zal ik
tot liet gebed mijn toevlucht nemen
en de voorspraak van Maria inroepen.
"VoorToeeld..
UK II. BKRXARDUS.
. I (e lieer w;is met Maria." zoo
zegt de II. IJernardus, „niet alleen
naar den geest maar ook naar het
vleeseli. De Heer is met haar als
een Vilder niet zij il dochter, die hij zorg-
vnldig beschermt, als* een Bruidegom
met zijn Bruid, die hij alleen bemint,
;ils een koning met zijne koningin.
die hij hoog in eere houdt . als de
zon met de maan , die zij niet haar
stralen verlicht." Omdat Maria door
zulk een bijzondere uitverkiezing
allerverheveust was. droeg Bernar-
ilus haar kinderlijke liefde en diepen
eerbied toe. Kens was hij ziek. D«\'
gelukzalige Maagd Maria verscheen
-ocr page 125-
— 123 —
hem niet St. Laurentius en St. Bene-
dictus, die hem de handen opleg-
den. vol barmhartigheid zijn wonden
aanraakten en hem volkomen gena-
zen. In een klooster der Benedic-
tijnen groette hij een beeld Viin
Maria met de woorden: .Ik groet
n, Maria!" En Onze Lieve Vronw
antwoordde hem op duidelijken toon :
,Fk groet u, Bernardus" „Mijn wei-
beminde zonen."\' roept hij uit. .Ma-
ria is de ladder der zondaars. de
zoetste troost, al mijne hoop." (Jod-
vruchtig bad lii.j dikwijls het Salv,e
ttegina en nat\' er aan zijne monni-
ken een heerlijke verklaring van.
Keus had hij het in de kathedraal
van Spiers: door zijn godsvrucht
inedegesleept riep hij uit : .() goe-
dertieren, o teedere, o zoete Maagd
Maria !" Meermalen overwoog hij de
woorden van Elisabeth: Gezegend
is de vrucht uws lichaams. Dan
placht hij te zeggen: . O Maria.gij
zegenrijke boom in het nieuwe para-
\'lijs! O Jezus, gij kostbare vrucht
-ocr page 126-
— 124 -
liiill dezen hooni des levens ! lloever-
sterkeud, hoc verkwikkend, hoe heil-
vol is de kracht van «leze hemelsche
vrucht! Den rechtvaardigen breng!
zij genade, den zondaars vergiffenis.
Kunt gij nog langer aarzelen om tot
Maria te ijlen en van de vrucht haars
lichaaniH te genieten V"
dclinl.
Verheug 11, o Maria . schitteren»!
val «Ier deugden : het gausehe heiuel-
liot\' gehoorzaamt u. Zij vereeren in
u de medelijdende en gelukzalige
Maagd, de eerbiedwaardige Moeder
van Jezus. Verheug u. o Maagd, <>
Moeder zonder vlek : gij zijt verze-
kerd, dat uw geluk nooit zal ophou-
den, nooit zal verminderen . maar
voortduren en toenemen in alle eeu-
wigheid.
II. Thomas van l\'antelberg.
-ocr page 127-
— 125 —
DRIE EN TWINTIGSTE DAG.
MAKIA, ONZE U1DUELAKKS.
Die mij gevonden heeft, zal bet leven
vinden en zaligheid bekomen van (ten
Heer.
                         Spreuk. VIII. ;S5.
ovekwe<;in<;.
1. O Meesteres, onze Middelares,
verzoen ons niet uwen Zoon. beveel
"iis iuiu uwen Zoon . stel ons voor
itan uwen Zoon. Bewerk. dut uw
goddelijke Zoon ons door uwe tus-
se henkomst deelachtig niake aan zij-
m< glorie, Hij, die zich gewaardigd
heeft, door uwe tussehenkor.ist deel-
nelitig te worden aan onze ellende.
II. .Vugustinus.
\'2. (iod schenkt ons geen genaden
\'hm door de handen van Maria. \\Van-
ii\'\'er ik u dan aanschouw, o Maria,
\'•i<\' ik niets dan barmhartigheid,
W\'unt voor ons ongelukkigen zijt «jfij
Moeder (Jods geworden; de barni-
liartigheid hebt gij ter wereld ge-
6
-ocr page 128-
- 12fi —
bracht, ja, u is de bediening der
barmhartigheid toevertrouwd. Maria
is onze Middelares; door haar stroomt
ons uwe barmhartigheid toe, o Heer.
H. Bernardns.
:{. lu welk gevaar gij u ook be-
vindt, redding kunt ^ij van de be-
scherming der glorierijke Maagd
Maria verwachten.
H. Thomas van Aquino.
Besluiten,.
1. Maria /.al ik in alle uoodwen-
digheden om haren krachtigen bij-
stand aanroepen.
\'J. Alle genaden /al ik van God
vragen door de tusschenkomst van
Maria.
Voorlseeld.
MAK1A IS l)k\' \'1\'KOOST DKH STERVENDEN.
,Zalig is hij." zoo zegt de H. Bo-
naventura, -<lie uwen Naam bemint,
o heilige Moeder Gods. Uw Naam
is zoo beerlijk en wonderbaar, dat
-ocr page 129-
— 127 —
allen, die er aan denken hem inliet
uur des doods aan te roepen, niet te
vreezen hebben voor de aanvallen
hunner vijanden.\'\' De H. (\'amillus de
Leilis vermaande daarom zijne orde-
broeders, de stervenden er dikwijls
aan te herinneren, dat zij de Namen
van Jezus en Maria moesten aanroe-
pen. Zelf deed hij het bij iederen
zieke. Op zijn sterfbed sprak hij de
Namen van Jezus en Maria met zulk
een teedere godsvrucht uit. dat alle
omstanders in liefde ontstoken wer-
den. Eindelijk gaf hij met gekruiste
armen den geest, terwijl hij de oogen
gevestigd hield op de beeltenissen
van Jezus en Maria. O gelukkig is
hij, die als een heilige Fulgentius
sterven kan met de woorden: ,0
Maria, Maria, de schoonste onder
alle vrouwen, met u vereenigd wil
ik den hemel binnengaan." De H.
Audreas Avellinus had in het uur
van zijnen dood eenen vreeselijken
afrijd te kampen. Voortdurend hield
\'\'ij echter de oogen gevestigd opliet
-ocr page 130-
— 128 —
beeld van Maria, want dikwijls had
hij gezegd, Maria zou zijn toevlucht
zijn in de laatste oogenblikken. Ein-
delijk maakte hij voor het beeld
eeue eerbiedige buiging met het hoofd,
als wilde hij Maria danken voorden
verleenden bijstand en ontsliep in
den vrede des Heeren. Men hoorde
de H. Clara van Montefaleo op haar
ziekbed uitroepen: .Engel Gods,
boodschap aan de allerheiligste Maagd,
dat zij mij den hemel binnenleide."
De H. .lohanues de Deo wachtte in
zijn sterfuur op een bezoek van de
Moeder Gods, wie hij altijd getrouw
had gediend. Toen zij nog niet
verscheen, was hij droevig en be-
klaagde zich daarover. Eindelijk op
het laatste oogenblik vertoonde zich
Maria aan hem en zeide: ,O.lohanues,
het is ver van mij. dat ik mijne vereer-
ders in hun sterfuur zou verlaten".
De H. Maria Magdalena de l\'azzis
zag eens een scheepje midden opzee.
Alle dienaars van Maria bevonden
zich daarin: zij zelve zat aan het
-ocr page 131-
— 129 -
roei4 en voerde heil ile veilige haven
des eeuwigen vredes binnen. Beslui-
teu wij niet den II. Bonaveutura:
,0 gezegende Maagd, als mijne ziel
deze wereld zal verlaten, kom gij
haar dan om uwen glorierijken naam
te gemoet. >\'n neem gij haar in uwe
armen. (ïewaardig il dan haar te
troosten door uwe tegenwoordigheid.
Wees gij haar een ladder en de weg
naar den hemel. Verwerf gij voor
haar vergiffenis hij God en de eeu-
wige rust. O Maria, mijnt\' machtige
Voorspreekster, gij moet uwe dienaars
verdedigen en hun zaak voor den
rechterstoel van Christus als uwc
zaak waarnemen en behartigen.
Gebed.
0 gezegende Maagd, verwerf door
uwe heilige gebeden de vergiffenis
voor de schuldigen, genezing voor de
kranken, kracht voor de kleinmoedi-
\'-!<\'ii. troost voor de bedroefden, hulp
«\'il redding voor hen. die zich in
gevaar bevinden. Door u. o goeder»
-ocr page 132-
_ 130 -
tieren Koningin , schenke Jezus
Christus, uw Zoon, onze God, gezegend
boven alles in eeuwigheid, denover-
vloed zijner gaven aan uw nederige
dienaren, die niet zooveel liefde den
zoeten Naam van Maria aanroepen
en verheerlijken.
          11. Bernardus.
VIER EN TWINTIGSTE OAG.
i MARIA IS OKZK MACHTIUK MOKDKR.
Bij mij is alle genade des \\vai\\dels en
der waarheid, tyj mij alle hoop des le-
vens en der deugd.
Eoctesiastic. XXIV, 26.
OVERWEGING.
1. Van het oogenblik, dat Maria
het eeuwig Woord in haren schoot
heeft ontvangen, heeft zij, om zoo te
spreken, zulk een rechtsmacht, zulk
een gezag over alle geestelijke en
tijdelijke schatten van den 11. Geest
hekomen. dat geen enkel schepsel
-ocr page 133-
- 131 -
sedert dat oogenblik genaden of
deugden heeft ontvangen dun door
de tusschenkomst van die liefderijke
Moeder. ,le/.iis Christus heeft de
uitdeeling aller genaden aan de reine
handen zijner Moeder toevertrouwd.
II. Bernardinus van Siena.
2.     («ij zijt de Moeder Viill God,
alvermogend om de zondaars te red-
den; gij behoeft geen andere aanbe-
veling hij God, want gij zijt de moeder
van het waarachtige leven.
H. Uermaiius.
3.     De gebeden der allerheiligste
Maagd zijn de gebedeneenermoeder,
die in zekeren zin gelijk staan met
hevelen: het is daarom onmogelijk,
dat Maria niet verhoord zoude worden,
wanneer zij om iets verzoekt. God
heeft de gansche Kerk niet alleen
onder de bescherming, maar ook onder
de heerschappij van Maria gesteld.
H. Antoninus.
Besluiten.
1. Maria is machtig; daarom zal
-ocr page 134-
— 132 —
ik haai\' in alle gevaren eii bekorin-
geu aanroepen.
2. Maria is machtig; daarom zal
ik met onbezweken vertrouwen tot
haar bidden.
"VoorToeeld..
I)K II. I.riiiivicrs BKRTRANDL\'S.
Met een groot vertrouwen wendde
de H. Ludovieus Bertrandus zich in
alle uoodwendighedei] tot Maria, die
hij liet liefst als Koningin van den
Rozenkrans vereerde. De Rozenkrans
was het gewone onderwerp zijner
overwegingen . predikatiën en ge-
sprekken en waar hij kwam, predikte
hij hem. Door den Rozenkrans ver-
kreeg hij (luizende genaden voor
zich en voor anderen. Des daags
droeg hij den rozenkrans in de hand
of\' aan den gordel, des nachts hing
hij hem om den hals. In zijn ster-
vensuur stond aan zijn voeteinde het
beeld der Koningin van den Rozen-
-ocr page 135-
— 133 —
krans, met wie hij een zoet verkeer
onderhield.
Op zekeren dag landde de Heilige
niet zijn gezel on de landpunt van
Los [cacos. Zij waren niet beschut
tegen regen en onweder. Liidovicus
knielde neder om te bidden. De
kapitein vroeg hem de reden daarvan
en Ludovicus antwoordde : .Ik smeek
Onze Lieve Vrouw van den heiligsten
Rozenkrans, dat zij ons tegen de
dreigende stortvloeden bescherme,
want wij hebben geen voldoende
beschutting."\' Nauwelijks had hij die
woorden gesproken, ot\' de wolken
scheurden open en zware regenbuien
vielen neer. De gansche streek werd
overstroomd, doch de Heilige en zijn
begeleider bleven kurkdroog. Hij
vermaande eens een geheime zondares
uit een aanzienlijke familie, dat zij
van schaamte in onmacht viel. Lu-
dovicus vertroostte haar. beloofde
haar den bijstand der goddelijke ge-
nade en raadde haar aan vijftien
Missen ter eere der vijftien geheimen
-ocr page 136-
- 134 —
van den Rozenkrans te laten lezen.
om door de voorspraak van Maria
hare bekeering te voltooien. De
zondares gehoorzaamde, deed boet-
vaardigheid en bleef in \'t vervolg
van haar ondeugd bevrijd. Alphonsus
Lopez had reeds zeven jaren een
afzichtelijke wond aan den hals. De
Heilige las voor hem de Rozenkrans-
mis, raakte de wonde aan en de zieke
was genezen. De gravin Blanca de
Ooiome was den dood nabij en men
verzocht Ludovicus haar in de laatste
uren bijtestaan. Hij legde zijn ro-
zenkrans om haren hals. Weldra week
het gevaar, de pijnen hielden op, de
zieke verheugde zich over een vol-
komen herstel. Toen de Heilige uit
Amerika naar Spanje teruggekeerd
was, schonk hij zijn rozenkrans aan
een hooggeplaatst persoon met de
woorden: „Bewaar dezen schatzorg-
vuldig. God heeft zich van dezen
rozenkrans bediend om vele zondaars
te bekeeren. zieken te genezen eli
dooden optewekken." Ooms vroeg
-ocr page 137-
— 135 —
hij dien rozenkrans terug om daar-
mede zieken aanteraken.
Gebed.
O teedere Maagd, die de ootmoed
in den vrede bevestigd heeft, die de
deugden versieren, die de liefde ver-
licht en ontsteekt, gij verblijdt en
vervoert niet een wondervolle zoet-
heid het hart van uwen dienaar.
Moge ik volkomen, bid ik u, van
liefde tot u branden, o Maria, maak,
dat uw lof nooit van mijn lippen
wijk. uw naam nooit uit mijn hart.
H. Ildefonsus.
VIJF EN TWINTIGSTE DAG.
MARIA IS ONZK GOEDERTIEREN HOEDER.
Zoon, Kledaar nwe Moeder.
___________Joh. XIX. 27.
OVERWEGING.
I. Maria werd op twee verschil-
lende tijden volgens de leer der H,
-ocr page 138-
— 136 —
Vaders onze «feestelijke Moeder, en
wel ten eerste, toen zij de genade
verdiende van den Zoon Gods in
haren maagdelijken schoot te ont-
vangen: ten tweede, toen zij niet
zooveel droefheid des harten liet leven
van haren beminden Zoon op den
Calvarieberg voor onze zaligheid
aan den eeuwigen Vader opofferde.
Zalig zijn zij. die onder de bescher-
niing leven van zulk eene machtige
en liefderijke Moeder. O allermin-
nelijkste. o allermilddadigste Moeder,
wij loven (Jod en willen Hem gedu-
rende de gansche eeuwigheid loven,
omdat Mij n aan ons gegeven heeft
tot moeder en tot een veilige sehnil-
plaats in al de gevaren van dit leven.
H. Alphonsns de Liguorio.
2. Maria, onze Moeder, bemint
ons allen, beschermt ons allen, bidt
voor ons allen, verdedigt ons allen.
Zij, de koninklijke Maagd, staat tns-
.selien (Jod en ons. ontvangt alle
genaden en stort ze over ons uit.
0 Maria, hoe ellendig een zondaar
-ocr page 139-
- 137 -
ook is, gij hebt voor hem deteeder-
heid eener Moeder, gij verlaat hem
niet. tot gij hem met zijn strengen
Hechter verzoend hebt.
H. Bonaventura.
3. Maria is alles voor allen ge-
worden: uit overmaat van lietde
heeft zij zich bij allen tot schulde-
nares gemaakt: zij opent voor allen
den toegang tot haar moederhart.
opdat allen in hare volheid deelen.
Zij heeft niets afstootends: zij is
vol goedertierenheid en barnihartig-
heid.
                         H. Bernardns.
Besluiten.
1.    Tk zal Maria\'s macht en goe-
dertierenheid dikwijls gedenken om
mijn vertrouwen op haar te verle-
vendigen.
2.     Ts Maria mijne liefderijke
Moeder, dan zal ik liaar oprecht
kind zijn.
-ocr page 140-
— 138 -
TToorTseelcL.
I»K 11. ALPHONSUS BODEIGUEZ.
Do Heilige Alphonsns Rodriguez.
uit het Gezelschap van Jezus, naderde
dikwijls tot de H. Sacramenten en
bereidde zich daartoe voor bijzonder
door het godvruchtig bidden van
den Rozenkrans. Hij verrichtte de-
ze oefening niet uiterlijk, zonder
nadenken, niet haast, maar hij over-
woog en smaakte in zijn hart de ge-
heimen onzer verlossing, terwijl zijn
lippen het Onze Vader en het Wees
gegroet herhaalden. Zoo dikwijls hij
uu het Onze Vader bad, zag hij een
heerlijke, roode roos verschijnen en
bij elke Wees gegroet was dezelfde
bloem schitterend wit. Toen hu\'
religieus geworden was. bleef de
Rozenkrans een der voornaamste
voorwerpen zijner vereering. Zes en
veertig .jaren was hij portier in het
Jesuieten-College op Majorca. Altijd
had hij den Rozenkrans in de hand
-ocr page 141-
- 130 -
mi na zn\'n dood zag men, hoe de
wijsvinger en de duim der rechter-
haud met eelt overdekt waren door
het onophoudelijk drukkenen glijden
der koralen. Het was zijne gewoonte
andereu het Rozenkransgebed aan-
te bevelen. De godsvrucht tot Onze
Lieve Vrouw was het gestadige on-
derwerp zijner gesprekken. Wel
placht hij den zondaars aanteraden
hare voorspraak interoepen, maar
bracht hun tevens onder het oog,
dat het niet genoeg is haar door
uitwendige oefeningen te vereereu
en te gelijk haren goddelijken Zoon
te beleedigen. Iedereen stelde hij.
overeenkomstig diens leeftijd, stand
en behoeften, godvruchtige oefeningen
voor om Maria te eeren. „Indien
K\'ij iets van God wenscht te verkrij-
yten", zoo zeide hij tot een der paters
bij diens vertrek, „vraag het niet ver-
trouwen o[) de gezegendste Maagd
en wees verzekerd, dat gij het zult
bekomen". Keus werd hij door een
hevige bekoring tot wanhoop gc-
-ocr page 142-
— 140 —
kweld; hij had den Rozenkrans en
voegde bij elk Wees gegroet de
woorden: „Wees mijner gedachtig".
De strijd werd nog heviger en luider
smeekte Alphonsus: .Wees mijner
gedachtig, o Moeder, sta op om mij
te helpen, ik verga." Nu toonde
Maria hare macht en de bekoring
hield op. Onder het bidden van
den Rozenkrans viel den Heilige een
zeldzame genade ten deel. Hij zag
de Moeder Gods en haar goddelijke
Zoon uit den hemel nederdalen en
bezit nemen van zijn hart. Gedurende
twaalf jaren verkeerde hij nu niet
Jezus en Maria. In zijne laatste
ziekte verrichtte hij dikwijls het
volgende gebed: ,() Jezus en Maria,
mijn eenige troost, geeft, dat ik mag
lijden en sterven uit liefde tot u en
dat ik geheel de uwe mag zijn en
niet de mijne." Jezus en Maria, zegt
men, kwamen dikwijls zijn smarten
zichtbaar verlichten.
-ocr page 143-
— 141 -
Gebed.
O Maria. Moeder Gods, onze Mees-
teres, wij wijden u toe onze ziel, ons
lichaam. alles wat wij zijn. en wij
bieden u onze lofliederen en gezan-
jfen aan. En gü, goedertieren Mees-
teres, Moeder van den goeden God,
werp een blik om ons en regel naar
uw welbehagen al wat ons betreft.
H. .lohaiines Daniascenus.
ZES EN TWINTIGSTE DAG.
11FT VERTROUWEN OP MARIA.
Wie naar mij luistert, zal niet beschaamd
Worden en wie door mij zijne werken
doet, zondigt niet.
Ecelesiastie. XXIV. 30.
OVERWEGING.
1. De eigenschap van middelares,
welke wij aan Maria toeschrijven,
is geen verlossing, maar voorbede.
Onze Heer Jezus Obristus alleen is
-ocr page 144-
- 142 -
verlosser; doch de tusschen komst
vun Maria is in vergelijking met
die der overige Heiligen, veel ver-
hevener eu krachtiger.
H. Thomas van Aquino.
2.     De Kouiug vim hemel en aarde
wenscht, omdat Hij de oneindige
goedheid is, vurig ons met zij-
ne genade te verrijken; daar even-
wel hiervoor een groot vertrouwen
van onzen kant vereischt wordt,
heeft Hij. om dat vertrouwen in ons
te vermeerderen, ons zijne eigene
Moeder, aan welke Hij alle macht
om ons te helpen gegeven heeft, tot
moeder en voorspreekster geschonken;
en daarom wil Hij ook. dat wij onze
hoop van zalig te worden en van
alles te verkrijgen, wat ons nuttig
is, op haar zullen stellen.
H. Alphonsus de Lignorio.
3.    Wees gegroet. hoop mijner
ziel, zeker heil der christenen, bij-
stand der zondaars, borstwering der
geloovigen. zaligheid der wereld.
O mijne Koningin, behoed en bewaar
-ocr page 145-
— 14.\'} -
ons onder uwen beschermenden man-
tel; want na (Jod hebbeu wij geen
andere hoop dan u. H. Ephrein.
Besluiten.
1.     In alle gevaren, in alle beko-
ringeu , in alle wederwaardigheden,
in alle ondernemingen , zal ik vast
op Maria vertrouwen.
2.     Ik zal mij dat vertrouwen door
niets laten ontnemen en het mij meer
en meer waardig maken door de
vervulling mijner plichten.
Voorbeeld.
]>K II. AGNES VAN MONTJ\'KLLIKK.
Agnes was op zekeren dag god-
vruchtig in het gebed en de beschou-
wing verzonken. Nu kwam er in
haar een buitengewoon en vurig
gevoel voor Maria op. Dikwijls, ja,
onophoudelijk bad zij nu met de
innigste godsvrucht tot die verheven
Koningin iler Maagden. Eens ver-
-ocr page 146-
_ 144 —
scheen deze haar, troostte haar, sprak
haar liefdevol toe eu gaf\' haar drie
kleine steeneil met de woorden: „Weet.
mijne dochter, dat gij , voor gij dit
sterfelijk lichaam verlaat, mij ter
eere een kerk zult houwen. Ontvang,
tot hewijs hiervan, deze drie steenen;
oj» de rots van het geloof in de al-
lerheiligste Drievuldigheid /.ij uw
stichting gegrondvest." Bereidvaardig
en gehoorzaam nam Agnes dit ge-
schenk aan. Terstond verdween het
visioen.
Reeds lang brandde Agnes van
een vurig verlangen onzen Heer
Jezus Christus van aanschijn tot aan-
schijn te zien en zijne omhelzingen
te genieten. Zij overwoog nu. hoe
er tusschen den Schepper en het
schepsel een groote afstand ligt.
en wilde daarom door die ladder tot
God opklimmen, door welke Hij tot
de niensehen is afgedaald, Maria, de
toevlucht der zondaren. Agnes, de
reine Maagd, riep dan met godsvrucht
de tusschenkomst der Hemelkoningin
-ocr page 147-
— 145 —
in en smeekte haar voortdurend,
dat zij haren goddelyken Zoon aan
haar zoude toonen. Zij twijfelde
niet, of de Moeder (Jods vermocht
dit om haar macht en verheffing,
in den nacht voor het feest van
Maria\'s Opneming ten hemel bad
Agnes met vernieuwden ijver dat zij
die gunst op dezen schoonen dag
mocht verwerven. Plotseling om-
straalde haar een hemelsch licht,
in het midden waarvan de Koningin
van Engelen en Heiligen zich ver-
toonde; zij droeg het kindje Jezus
"l> haren arm. Bewondering en 1)1 ijd-
schap stortte dit visioen in Agnes\'
gemoed. Maria toonde haar nu het
goddelijk Kindje, noodigde haar uit
om het te omhelzen en Agnes, door
geestdrift verroerd, drukte het aan
liaar hart.
(icbed.
O zeer veine Maagd Maria, dij,
\'•ie de zuiverheid liefhebt, blusch in
"lij het vuur vanden hartstocht uit,
-ocr page 148-
- 140 -
zuiver mij van niijni\' vlekken, en
doe door den verkwikkenden dauw
uwer genade in mijne ziel de blanke
leliën der kuischheid groeien. Moge
mijne ziel in al mijne <jeheden,over-
wegingen, lezingen en daden de
zoetheid uwer tegenwoordigheid, den
troost en de bescherming van uwe
heiligheid gevoelen.
H. fldefonsus.
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
II KT WKKS GEGROET.
Wees gegroet, vol genade, de Heer is
met u, ^\'czci;uii(l zyt u\\\\ onder de vroir
wen.
                                    Lue. I. 28.
OVERWEGING.
1. Die hemelgroet is een lusthof
niet de schoonste bloemen en de
aangenaamste balsemgeuren vervuld-
een stroom van oneindige zoetheid.
een volledige wapenrusting, bestemd
-ocr page 149-
— 147 —
om de aanvullen der geestelijke vij-
anden te bestrijden.
H. Basilius.
2.    Overweegt de onuitputtelijke
voordeelen, die ons uit deze groetenis
toevloeien. Want als de mensch
godvruchtig Maria groet, dan wordt
hij door Maria teruggegroet. ()ver-
vveegt de verhevenheid dezer groete-
nis, want zij besluit de hoogste ge-
heimen; de zoetheid, want van haar
heeft de profeet voorspeld: Wat zijn
deze woorden zoet voor mijnen mond.
Met grooteu eerbied en vurige liefde
/.al ik het Wees gegroet uitspreken.
H. Bernardinus.
3.    Groet de allerheiligste Maagd
telkens met een Ave Maria, zoo dik-
wijls de klok slaat, zoo dikwijls g|j
uwe kamer verlaatof die binnentreedt,
zoo dikwijls gij haar beeltenis voor-
bijgaat. Legt er u op toe bij het
liegin of het einde van iedere tijdelijke
"f geestelijke handeling de allerreinste
Maagd met de groetenis des Engels
te vereeren. Gezegend zyn die be-
-ocr page 150-
— 148 —
zigheden, welke tusschen twee Ave
Maria\'s ingesloten worden.
H. Alphonsus de Liguorio.
Bealuiten.
1. Het Wees gegroet zal voortaan
mijn geliefkoosd gebed zijn; daar-
niede zal ik ieder werk beginnen en
eindigen.
"VoorToeeld..
VKHKKHHKliS VAN HET WEES UEC1K0ET.
Toen de H. Ediiiundus inhethu-
welijk wilde treden, liet hij zich een
gouden ring vervaardigen en daarop
het beeld van Maria en de groetenis
iles Engels griffen. „Zij is voor
eeuwig mijne Bruid", placht hij dan
te zeggen. Nimmer verliep er een
uur of hij beschouwde den ring en
bat! godvruchtig het Ave Maria. Men
verhaalt uit het leven van den H.
Johannes de Deo, dat hij gedurende
een hevigen storm op zee Maria door
-ocr page 151-
— 149 —
het Wees gegroet aanriep. Terstond
bedaarde de storm. .Het is waarlijk
billijk en rechtvaardig", zoo roept de
H. Johannes Chrysostomus uit, „dat
wij u, o Moeder Gods, de altijd ge-
lukzalige en altijd onbevlekte Moeder
verheerlijken. die eerbiedwaardiger
zijt dan de Cherubijnen eu heerlijker
dan de Serafijnen, die zonder letsel
der maagdelijkheid God geboren
hebt: u , waarachtige Moeder Gods,
prijzen wij : „Gegroet zijt gij, Maria,
vol van genade, de Heer is niet u,
gezegend zijt {jij onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht uws
liehaams." De H. Margaretha, ko-
ningin van Hongarije, zag nooit
\'•en Mariabeeld, of zij wierp zich
eerbiedig neder en bad het Wees
liegroet. En dit deed zij duizend-
maal op elke vigilie van Maria\'s hoofd-
leesten. Eens sprak de H. Mechtil-
\'bs tot de Maagd Maria: ,\'Zoo ik u
slechts, o allerzoetste Koningin der
hemelen, groeten kon niet een groet,
dien een menschelijk hart nog niet be-
7
-ocr page 152-
— 150 -
dacht heeft? Dat zon ik het liefst
doen.\'" Terstond verscheen haar Maria.
Op hare borst droeg zij met «jonden
letters den Engelengroet geschreven.
Zij sprak: „Boven dezen groet is
nooit een nieusch gekomen. Ook
kan mij geen nieusch zoeter groeten
dan hij. die mij groet niet den eer-
bied, waarmede God de Vader mij
gegroet heeft door het woord Ave."
De Moeder Gods beloofde aan de
II. üertrudis haar zoo dikwijls iu
den dood bij te staan als zij Wees
gegroeten gebeden had.
Gebed.
Gegroet, o Moeder, wier Zoon onze
spijs is geworden en onze zielen
heeft doen smaken hoe zoet de Heer
is. Gegroet, hemelsche lelie, wier
eeuige bloem voor de kinderen Gods
het Eeuwige Verbond voortgebracht
heeft. Gegi"öet, o Moeder van Smai\'-
ten, wier goddelyke Zoon voor 011-
mensch geworden is, zich voor 011-
-ocr page 153-
— 151 -
geslachtofferd en ons genezen heeft.
II. Ansehmis.
ACHT EN TWINTIGSTE DAG.
in: ltoZKXKKANS.
Zuó/.ecr hoeft men uwen iitiura v«r-
ln\'i-rlijkt. dat uw Int\' nimmer van du
lippon dor raenschen Kill wijki\'n.
Jndith, XIII, 25.
OVERWEGING.
I. Door don Heiligen (leest voor-
gelicht, zooals een godvruchtige
overlevering getuigt, heeft degeluk-
zalige Dominions een gemakkelijke,
voor iedereen bruikbare en zeer god-
vrnchtige wijze v.in bidden s;mion-
uesteld. den Rozenkrans of den
l\'souter van de allerheiligste Maagd
Maria. Vervolgens heeft hij dien
verspreid door de Kerk. Nadat de/e
wijze van bidden door de volgelin-
tcen van den gelukzaligen Dominicus,
-ocr page 154-
- 152 -
de Predikheeren, verspreid en dooi\'
velen aangenomen was, begonnen de
christen geloovigen, door deze over-
wegingen voorgelicht en door deze
gebeden ontvlamd, plotseling in andere
menschen te veranderen ; de duister-
nissen der ketterijen verdwenen, het
licht van het katholieke geloof ging
op. Er werden voor deze wijze van
bidden overeenkomstig de verschei-
denheid der plaatsen door de wettig
gevolmachtigde Broeders dezer Orde
Broederschappen ingesteld en leden
ingeschreven.
                 H. Pius V.
2. Men weet. dat de Moeder Gods
zelve aan den H. Dominions degods-
vrucht van den H. Rozenkrans ge-
openbaard heeft. Heden bestaat geen
godvruchtige oefening, die nienigvul-
diger door de geloovigen van alle
standen wordt onderhouden dan de
H. Rozenkrans. Hoe velen zijn dooi*
den Rozenkrans van hunne zonden
verlost! Hoe velen daardoor tot een
heilig leven gebracbt! Hoe vele"
hebben daardoor een goeden dood
-ocr page 155-
- 153 -
gehad en zijn nu zalig in den hemel!
Men moet evenwel den Rozenkrans
met godsvrucht bidden. Men doet
daarom wel, den Rozenkrans oi> de
knieën en voor een beeld der Moeder
Gods te zeggen, in het begin eenige
ukteu van Helde tot .le/.us en Maria
te verwekken en om deeene oi\'andere
genade te vragen. Eindelijk merke
men op, dat het beter is den Rozen-
krans met velen tegelijk dan alleen
te bidden. H. Alphonsus de Liguorio.
\'.\'>. De Rozenkrans is de beste wijze
van bidden en bekleedt een eerste
plaats onder de vrijwillige oefeningen
van godsvrucht; draag hem bij u ten
teeken, dat gij verlangt een dienaar
van God en van de gelukzalige Maagd
Maria te zijn.
H. Franciscus de Sales.
Besluiten.
1. Ik zal, zoo niet iederen dag,
\'\'\'il minste zoo dikwijls mijne bezig-
\'leden het toelaten, den Rozenkrans
-ocr page 156-
— 154 —
bidden en mij in ile Broederschap
laten inschrijven.
\'1. I )e ïuolldgeheden zal ik met
godsvrucht verrichten en daarbij <le
geheimen overwegen.
V oorTseeld.
VKKKKKDKRS VAN DKN ROZKNKRANS.
Al de Heiligen en Gelukzaligen
der Predikheereuorde volgden hunnen
vader Dominicns na in een bijzon-
dere godsvrucht vuur den lïozeii-
krans. De II. Johannes Herchniaiis
was zoozeer overtuigd van de ver-
hevenlieid des Kozenkrausgehcds.dat
hij. vóór hij het middagmaal gebrnik-
te. eerbiedig zijn rozenkrans kuste
en hem om zijn hals of om zijn arm
hing. opdat hij hem toch nooit uit
het oog verliezen zon. Als een kost-
bare relikwie droeg hij hem hij zich
en zeide, dut hij niet de schatten,
die hij bezat, namelijk met zijn
kruis, niet zijn regelboek en niet zijn
rozenkrans, gerust wilde sterven. Al
-ocr page 157-
— 155 —
de H. Fnmcisrus Xaverius den dag
\'m onderwijzing luid doorgebracht,
putte hij des nachts nieuwe krachten
in het gebed, gewoonlijk voor de
beeltenis van Maria, wier Rozenkrans
hij steeds bij zich droeg, met wier
Rozenkrans hij de zieken genas, de
duivels uitdreef en de meeste won-
deren verrichtte om den nieuwbe-
keerdeu een diepen eerbied voor en
een onbeperkt vertrouwen op dat
gebed inteboezemen. De H. Anto-
uius van Padua werd eens midden
in het veld door een stortbui over-
vallen. Om zieli te beschutten, hield
liij zijn rozenkrans boven het hoofd
en bad Onze Lieve Vrouw hem tegen
den regen te beschermen. En de ro-
\'/enkrans bedekte den Heilige als
een ondoordringbaar dak ; geen drup-
pel regen raakte hem. De H. Aloysius
van Gonzaga was zijn roeping aan
den Rozenkrans verschuldigd en de H.
^tanislaus Kostka vond op zijn sterf-
lied een onuitsprekelijkeii troost in bet
Rozenkransgebed. De H. Franciscusde
-ocr page 158-
- 156 -
Borgias verluchtte dagelijks verschei-
dene oefeningen ter eere van Maria,
doch vooral bad hij den Rozenkrans
en overwoog dan in den geest der
Kerk de geheimen onzer verlossing.
Zoo dikwijls hij over de mensehwor-
ding van Christus, over zijn leven
of lijden nadacht, vestigde hij altijd
zjjn oogen op Maria, welke aan die
geheimen deelgenomen heeft. Bij de
overweging van (\'hristus\' meuseh-
wording beschouwde hij hem in den
maagdelijke!) schoot van Maria, bjj
de geheimen zijner geboorte en
kindsheid op hare armen. Bij zijn
verborgen leven zag hij Jezus aan
Maria onderdanig; bij de prediking
van Jezus herinnerde hij zich, hoe
Maria Zijne woorden aannam en be-
oefende. Bij Jezus\' lijden zag hij
Maria standvastig onder het kruis
staan. Overal wenschte hij die ge-
voelens in zich optewekken, welke
Maria bezield hadden. De H. Bene-
dictus Labre koesterde voor denRo-
zenkrans een teedere voorliefde. Voor
-ocr page 159-
- 157 —
de geringste onnauwkeurigheid in
het opzeggen zijner les en voor iedere
kleine fout der kinderjaren bad hij
den Rozenkrans als boete en dit niet
een heilige vreugde, die allen trof in
het diepste der ziel. Later droeg hij
den rozenkrans altijd om den hals.
De H. Franciscus de Paula bad reeds
als knaap gaarne den Rozenkrans
vooral buiten in de vrije natuur.
Nooit hield hij dan zijn hoofd be-
dekt zelfs bij de strengste winter-
koude. Wie hem raad vroeg, drukte
hij o]) het hart den Rozenkrans te
bidden. Gaarne deelde hy ook rozen-
kransen aan anderen uit. Noemen
vvjj nog den H. Vincentius a Paulo,
den H. Felix, den H. Josephus Ca-
lasanctius en sluiten w\'\\] met de
woorden van den H. Paulus van het
Kruis: „Den Rozenkrans zal ik
bidden, zoolang ik leef, en wanneer
ik het niet meer met de lippen kan.
zal ik het met het hart doen."
-ocr page 160-
- 158 -
Gebed.
Ik groet ii, Maria. Moeder Gods,
kleinood der wereld! Ik groet n.
wier lichaam den\' oneindige in zich
besloot. Ik groet ti, gij, die de God-
heid verheerlijkt en aanbidt. Ik groet
n, gij. die het kostbare kruis der
verlossing overal geplant hebt. Ik
groet n, gij. door wie de hemelen
juichen, de Engelen jubelen, dedui-
vels vluchten, de geloovigen den
hemel binnengevoerd worden. Ik
groet n, door wie de eenige Zoon van
God, bet ware licht der wereld, hen
verlicht heeft, die in de duisternissen
des doods gezeten waren.
II. Cvrillus.
-ocr page 161-
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
HET SCAPULIER.                     r
Mijne ziel verblijdt zich in mijnen <ï<»d,
«•indut Hij mij get •.>icl beeft met het
kleed des hei Is.
           lsaias. i.xi, 10.
OVERWEGING.
1.    Gelijk di\' menschen het voor
een eer houden, (hit sommige per-
souen limi livrei dragen, zoo is het
ook aan Maria /.eer aangenaam, dat
hare vereerders het Scapulier dragen
tot teeken, dat zij zich aan haren
dienst hebben toegewijd en onder de
dienaren der Moeder (Jods belmoren.
H. Alphonsus de Liguorio.
2.    Wie het beeld van Maria in
zich uitdrukt, zal in het boek des
levens worden opgeschreven.
H. Bonaventura.
:}. Niemand wordt zalig dan door
ii, o gelukzalige Maagd, niemand
wordt van rampen bevrijd dan door
ii, over niemand ontfermt zich de
genade dan door u. Indien »ij ons
-ocr page 162-
i- 160 —
verlaat, wat zal er dan van ons
worden, o allerheiligste Moeder Gods,
gij, het leven en de geest der ehris-
tenen.
                        H. Gennanus.
Besluiten.
1.    Met eerbied zal ik tot aan mijn
dood liet Scapulier als een eerekleed
van Maria dragen.
2.    Zoover mijn staat het toelaat,
zal ik de verplichtingen der Broe-
derschap van het .Scapulier stipt
volbrengen.
"VoorToeeld..
]>E II. FRANCISCUS VAN ASSISIKN.
Omdat door Maria Christus onze
broeder geworden is, omdat wij door
haar barmhartigheid bekomen hebben.
had Franciscns Onze Lieve Vrouw
met een onbeschrijfelijke toewijding
lief. Op haar vertrouwde hij, haar
koos liij tot zijn patrones, ter harer
eer vastte hjj van het feest van Petrus
-ocr page 163-
— 161 -
en Paulus tot de Hemelvaart vau
Maria. Onophoudelijk bad hij den
Rozenkrans en beval dien zijn gees-
telijke kinderen a<:n. „Als ik zeg:
Ave Maria", riep hij dikwijls in
verrukking uit. „dan glimlacht de
de hemel, de engelen verblijden zich,
de wereld jubelt, de hel siddert en
de duivelen vluchten." Op zekeren
nacht had Franciscus een hemelsch
visioen, waarin hem de aflaat vau
l\'ortiuncula geschonken werd. Hij
was in het gebed verzonken, toen
hem geopenbaard werd, dat Onze
Heer Jezus Christus, zijne Moeder
•Maria en een menigte Engelen in de
kerk van Maria ter Engelen waren,
welke hij uit liefde tot Maria had
laten herstellen. Met veel godsvrucht,
blijdschap en eerbied ging hij de kerk
iu. Daar zag hij Onzen Heer Jezus
\'\'hristus, de allerzuiverste Maagd
Maria en een menigte Engelen.
I\' i\'anciscus wier]) zich ter aarde neder.
<hize Heer zeide tot hem: „Francis-
cus, vraag, wat gij wilt voor het heil
-ocr page 164-
— 162 —
der wereld." Franciscusantwoordde:
„ Allerheiligste Vader, ik smeek u,
gewaardig u aan het menschelijk ge-
slacht deze genade te schenken, dat
gij aan allen, die deze plaats bezoe-
ken en deze kerk binnengaan.
vergifpenis en kwijtschelding verleent
van al liun zonden, die zij aan een
priester gebiecht hebben. En ik smeek
de allergelukzaligste Maagd Maria,
uwe Moeder, onze Middelares, dat zij
zich gewaurdige in deze zaak mij te
helpen en mijne voorspraak te zijn
bij uwe goddelijke Barmhartigheid."
Toen begon de Koningin des hemels,
door de gebeden van Franciscus be-
wogen, aanstonds te bidden tot haren
Zoon en zeide: , Almachtige God, ik
smeek uwe Godheid ootmoedig, neig
uw oor naar de smeekgebeden van
uwen dienaar Franciscus." EnChris-
tus antwoordde: „Gn" vraagt groote
dingen. Franciscus, doch gij zult
nog grootere ontvangen: ik willig
uw verzoek in."
-ocr page 165-
— 163 —
Gebed.
Uwe reinheid, o Maria, verwerve
mij <le zuiverheid des harten; uwc
nederigheid doove mijnen hoogmoed
uit; uwe godsvrucht make mij god-
vruchtig en zachtmoedig, uwe heilig-
lieid boetvaardig en verstorven. Door
uwe goedertierenheid worde ik de
eeuwige glorie deelachtig, nadat ik
u gedurende geheel mijn leven god-
vruchtig gediend en u geloofd heb.
0 heilige Koningin der Maagden.
schenk ons uwe vertroosting, breng
ons het redmiddel, hoor ons geroep,
aanzie onze tranen.
H. Ildefonsus.
-ocr page 166-
- 164 -
DERTIGSTE DAG.
DE FEESTEN VAN MARIA.
Wie mij eert, dien zal ik eeren.
I Koning. II, 3:t.
OVERWEGING.
1.    Leert uw gedragingen inrich-
ten naar de voorbeelden van deugd
en heiligheid in het leven der ge-
lukzalige Maagd Maria.
H. Ambrosius.
2.    Volgt Maria na en alle Heili-
gen, die gij viert; want uwe
loi\'prijzingen zijn minder eervol voor
hen dan hunne navolging nuttig is
voor u. De ware lof bestaat in de
navolging hunner werken.
H. Ildefonsus.
3.    Voor u verschijnen wij heden,
o Maria, onze Meesteres, Maagd en
Moeder Gods. Wij hechten ons vast
aan de hoop op u als aan een sterk
plechtanker. Onze ziel, ons lichaam.
geheel ons zelven wijden wij aan n
-ocr page 167-
— 165 —
toe. Wij eeren u door psalmen en
(feestelijke lofliederen zooveel wij
kunnen, («ij zijt een toevluchtsoord
voor allen, die tot u ijlen en u te
eeren is een teeken van uitverkiezing.
H. Johannes Damascenus.
Beul uiten.
1.    Ik zal ile feesten van Maria
op waardige wijze vieren door het
waardig ontvangen der H. Sacra-
inenten en door andere oefeningen.
2.    Op die dagen zal ik de voor-
beelden van Maria overwegen en
haren bijstand voor mij en voor an-
ileren afsmeeken.
"VoorToeelcL.
DE VKREKRINO VAN MARIA.
Het hart van alle Christenen
gevoelde zich altijd als van nature
tot Maria getrokken. Met ijver heb-
ben zij de dagen, aan de Moeder
\'iods gewijd, gevierd. Op de plaat*
-ocr page 168-
— 16(5 —
sen, die getuige waren van Maria\'s
lijden en smart, verrezen reeds in de
eerste eeuwen van het christendom
passende kapellen, waar liet ge-
loovig hart in de overweging zich
kon sterken en uit de vereering van
Maria overvloedige genade kou ver-
gaderen. Over gansch de wereld
spreidde de dienst der Hemelkoningin
zich uit. Op Maria\'s feestdagen gin-
gen in vroegere eenwen de Grieksche
maagden gesluierd hunne hloeiu-
kransen nederleggen aan den voet
van haar lieeltenis: op die dagen
gaan in onzen tijd de geloovigen op
naar de kerk 0111 hun bloemkrans,
uit het Ave Maria samengestrengeld,
de Moedermaagd aantebieden. Alle
oprechte Katholieken juichen dan als
om strijd, om Maria\'s troon vereenigd.
haar de schoonste lofprijzingen toe.
sieren hare heelden niet bloemen en
aanhooren in stille bewondering het
woord des priesters, die den lof ver-
kondigt van Maria. Alle Heiligen
waren zonder uitzondering dienaren
-ocr page 169-
— lo7 —
vuii de Moeder Gods. Hunne lof-
sprakeii en godvruchtige oefeningen
zijn ontelbaar; immers de liefde is
oneindig verscheiden in liet uiten
liarer gevoelens. De II. [renaeus
leert dat, uelijk Eva de aanleiding
tot ons verderf werd. Maria, onze
voorspraak, de oorzaak onzer blijd-
schap geworden is. De 11. Basilius
wilde, dat de diaken, die den bisschop
voorafgaat, met luider stem bet volk
/oude toeroepen: „Denkt toch aan
de allerheiligste en al lerzui verste
Maagd Maria, de Moeder Gods, onze
Hemelkoningin". De 11. Augustinus
*telt haar als de beste tier moeders
aan alle christenen voor, op wie ieder
moet vertrouwen, die ieder beminnen
\'ii vereeren moet. , Wij prijzen u.
ii Maria." zoo roept de H. Athanasius
uit, „zonder ophouden en altijd en
overal. Tot u roepen wij: Gedenk
onzer, o Heiligste Maagd: die ook
na uwe baring maagd geblevenzijt.\'"
I\'ii de H. Johannes Ohrysostomus
voegt er bij: „IJlen wij tot deze
-ocr page 170-
— 168 -
heilige Maagd en Moeder Gods en
verwerven wij genade door hare be-
scherming." De H. Andreas van
(\'reta placht iederen dag een om-
schrijving van het Wees gegroet te
bidden en zeide dan: „Ik groet n,
Maria, gij zijt vol van genaden; gij
zijt de oorzaak van onzen waarach-
tigen troost. Ik groet u. o voor-
treft\'elijke en gezegende Maagd, die
uitverkoren werd tot een prachtigeu
tempel der heerlijkheid Gods en tot
een heilig paleis van den Koning
des hemels. Gezegend zijt gij onder
de vrouwen; want alle geslachten
prijzen u zalig: de koningen loven
u, de vorsten huldigen u, de voor-
namen van het volk bidden tot u
en de heiligste maagden beschouwen
liet als een eer u te volgen.\'\' De H-
Methodius zegt: „Hoe zal ik uwe ver-
heveuheid niet woorden vieren, o Maria,
die uwer waardig zijn! O Moeder-
maagd, gij zijt te ver verheven boven
de meuschen, dan dat hun tong u
waardig zou kunnen prijzen." ,<>
-ocr page 171-
— 169 —
heilige, Onbevlekte Maagd", roept
de H. Ephrem uit, o Maria, Moeder
van mijn (iod, gij zÜt de Koningin
des hemels en der aarde, de hoop
der bedrukten, onze liefderijke be-
schermster. rijk aan genaden, glorie
en deugden." „Wie kan er aan
twijfelen", vraagt de H. Hieronymus,
dat zij, die uitverkoren werd onzen
Verlosser in haren schoot te ontvan-
gen, niet • mach tig genoeg zoude zijn
onze zaligheid te bewerken? Wij
hebben daarom vele redenen haar in
onze bijeenkomsten naar vermogen
te eeren." „Maak, o machtige Konin-
gin," zoo bidt de H. Ambrosius,
„maak, dat wij dikwijls met liefde en
vertrouwen uwen Naam noemen!
Want het is een teeken, dat men
ut\' de genade Uods reeds bezit of
minstens spoedig daaraan deelachtig
zal worden, wanneer men uwen Naam
met liefde uitspreekt." En de H.
•lohannes Damascenns verzekert, dat
men\' God beleedigt, wanneer men
zijne Moeder niet vereert.
-ocr page 172-
— 170 —
Gebed.
() gezegende Maagd ouder alle
maagden, <ijj zijt de eer van hel
nienseliolijk geslacht, <le zaligheid
van ons volk. Uwe verdienste heeft
geen einde. »ij hebt een volmacht
ouder alle schepselen.. Gij y.ijt de
Moedor (iods. de Meesteres der \\ve-
reld, de Koningin des hemels, (ii.i
zijt de uitdeelster van alle genaden.
liet sieraad der H. Kerk. (!ij zijt
het voorbeeld der rechtvaardigen.
de troost der Heiligen, de bron onzer
zaligheid. <<ij zijt de vrengde van
liet paradijs, de deur ih\'^ hemels, de
eer van God. Zie. wij hebben uwen
lof verkondigd. 0 goedertieren Moe-
der. wij bidden U daarom onze zwak-
heid aantevullt\'u. onzen dienst niet
welgevallen aan. te neineu en onzen
arbeid te zegenen.
II. Bernardns.
-ocr page 173-
- 171 -
EEN EN DERTIGSTE DAG.
UK VKEKKRINU VAX MAK IA.
Van nu af zullen alle geslachten mij
zalig noemen.
                      Luc. 1, 40.
OVERWEGING.
1.     Bemint Maria, die gij vereert.
(<ij zult haar in waarheid eeren en
beminnen, zoo o-ij haar weet na te
volgen.
                  H. Hieronymus.
2.    Wie de Maagd Maria op waar-
dige wijze dient, zal gerechtvaardigd
en behouden worden, maar wie haar
te dienen verwaarloost, zal in zijn
zouden sterven. Maria is de Midde-
lares van onze zaligheid. God kan
een grootere wereld scheppen, maar
Hij kan geen Moeder vormen, ver-
hevenerin waardigheid dan de Moeder
van een God. Maria is de Koningin
van barmhartigheid eu niemand is
in dit leven zoo verlaten, zoo ellen-
dig, of zij verkrijgt voor hem de
genade, indien hij naar haar luistert.
H. Bonaventura.
-ocr page 174-
— 172 —
ii. De Koningin des heniels is zou
milddadig en zoo dankbaar, dat zij
hare dienaren voor de kleinste eer-
bewijzen met de grootste weldaden
beloont. Om intusschen door onze
godvruchtige oefeningen ter eere van
Maria de genade te verkrijgen , zijn
twee dingeii noodzakelijk. Vooreerst
moeten wij ze verrichten zuiver van
doodzonde. Ten tweede moeten wü
daarin volharden. Hoe gering ook ,
elke godvruchtige oefening is vol-
doende , wanneer men slechts daarin
volhardt.
IJ. Alphonsus de Liguorio.
Besluiten.
1.    Tk zal Maria vereeren door haar
te beminnen, hare deugden in mijnen
staat natevolgen, met vertrouwen tot
haar te bidden, iederen dag een kleine
oefening haar ter eere te verrichten.
2.    Zooveel in mijn vermogen is,
zal ik de vereering van Maria door
mijn voorbeeld, door mijn gebed,
door mijne werken bevorderen.
-ocr page 175-
— 173 —
"VoorToeeld..
DE VERKEKING VAN MARIA.
De H. Benedictus en de H. Nor-
bertus dienden Maria met een kin-
derlijke godsvrucht, deelden die liefde
aan hun geestelijke zonen mede en
vereeuwigden ze in hunnen regel.
De H. Stephanus, koning van Hon-
garije, zocht bij de Koningin van
hemel en aarde licht en kracht voor
liet bestuur van zijn rijk, stelde
het onder hare bescherming, riep
haar in alle aangelegenheden aan.
De H. Lodewijk van Frankrijk toonde
een zeldzamen ijver om den ootmoed
van Maria na te volgen. Uit gods-
vrncht tot haar verzamelde hij iede-
ren Zaterdag een menigte armen in
zijn paleis, wiesch hun de voeten,
bediende hen aan een welvoorzieuen
\'lisch en schonk hun rijke aalmoezen.
De H. Thomas van (\'anterbury bad
\'\'\'deren dag zeven Wees <r(\'groeten
°m de zeven vreugden van Maria op
*arde en zeven Wees gegroeten om
8
-ocr page 176-
— 174 -
hare zeven vreugden in den hemel
te vereeren. \'s Nachts viel de H.
Anselmus in een gracht, hij riep
Maria aan en was gered. De H.
Raymundus van Pennafort stond in
groot aanzien en vertrouwen hij allen,
die hem kenden, om zijn godsvrucht
tot Onze Lieve Vrouw, wier veree-
ring hij naar vermogen trachtte te
bevorderen. Maria openbaarde ook
aan hem het plan een orde te
stichten tot vrijkooping der christen
slaven. Door een bijzondere gunst
van Maria werd de H. Petrus mar-
telaar in het geloof bevestigd en met
een vlammenden ijver voor de ver-
dediging van het geloof ontstoken.
„Petrus", zoo sprak zij tot hem, „ik
heb voor u gebeden, opdat uw geloof
ongeschonden blijve." De H. Antoni-
uus schreef vele predikatiën en be-
waarde de zuiverheid ter eere vaii
Maria. De allerzuiverste Maagd ver-
scheen aan den H. Petrus van A1-
cantara in zijn sterfuur en voor-
spelde hem zijn eeuwig geluk. Die-
-ocr page 177-
— 175 —
zelfde gunst ontving de II. Nicolaas
van Tolentino , die des Woensdags,
des Vrijdags en des Zaterdags uit
liefde tot Maria vastte. Wanneer de
H. Albertus, uit de orde der Car-
melieten, een wonder deed, riep hij
eerst Jezus en Maria aan. De H.
Philippus Benitius bad voor een
beeltenis van Maria, toen zijn broe-
ders bijna van honger stierven, en
hij vond voor de poort van het kloos-
ter twee korven met brooden. Een
\'.uider maal verscheen hem Maria in
zijne ziekte , troostte en genas hem.
Vreeselijk werd de H. Thomas Villa-
uova door bekoringen gekweld. By
Maria vond hij troost en ver-
Hehting in zyn droefheid. „Zoodra
«ij bemerken", zoo zegt hij, „dat
een bekoring ons overvalt, moeten wij
onverwijld tot Maria vluchten en tot
haar roepen: Gij, onze Koningin en
°nze Moeder, gij moet ons verdedigen;
Want naast God hebben wij geen
andere toevlucht dan u, onzeeenige
ooop, onze eenige bescherming, op
-ocr page 178-
— 176 —
wit; wij al ons vertrouwen stellen."
Gebed.
O Moeder van God, Heilige Maria,
altijd Maagd, wij eindigen den bloem-
krans, dien wij u wilden aanbieden.
Zoo wij iets passends gezegd hebben,
schrijven wij het aan de goddelijke ge-
nade en uwe machtige verdiensten toe.
Wat er aan onzen arbeid ont-
breekt, komt van onze onvolmaakt-
heid. Vergeef het ons , o allerzui-
verste Maagd , vergeef\' het aan uwe
dienaren, die tot u bidden. 0 Ko-
ningin van barmhartigheid, o voor-
spraak der zondaars, o Maria, nooit
volprezen, o Maria, altijd verheerlijkt.
H. lldefonsus.
-ocr page 179-
II.
Gebeden der H. Kerk tot Maria.
-ocr page 180-
-ocr page 181-
tyt triw ^nlifmifn tl« T^tt&w éoh.
IN DEN ADVENT TOT MARIA LICHTMIS.
Verheven Moeder des Verlossers ,
gij, die immer voor ons de geopende
deur des hemels blijft en de ster der
zee , snel uw volk te hulp, dat ge-
vallen is, maar toch wenscht op te
«taan; gij, die door een wonder, dat
de natuur verbaasde, uwen heiligen
Schepper gebaard hebt; o gij, vóór
en na het baren altijd Maagd, die
deze groetenis uit Gabriè\'l\'s mond
hebt aangenomen, erbarm u over
ons, zondaren.
e. De Engel des Heeren bracht
Maria de boodschap.
k. En zij ontving van den H. < «eest.
-ocr page 182-
- 180 —
Laat ons bidden.
Wij biddeu u, o Heer, stort uwe
genade in onze harten, opdat wij,
die door de boodschap des Engels de
menschwording van Christus, uwen
Zoon, gekend hebben, door zijn lijden
en kruis tot de glorie der verrijzenis
gebracht worden. Door denzelfden
Christus, onzen Heer. Amen.
KA KERSTMIS BIDT MEM :
v. Na uwe baring, o Maagd, zijt
gij onbevlekt gebleven. .
e. Moeder Gods, bid voor ons.
Laat om bidden.
O God, die door de vruchtbare
maagdel ijkheid der gelukzalige Maria
het nienschelijk geslacht de genade
der eeuwige zaligheid geschonken
hebt, geel\', bidden wij u, dat wij
haar voor ons als voorspreekster
hebben, door wie wij den oor-
-ocr page 183-
— 181 —
sprong des levens ontvangen moch-
ten. door Christus, onzen Heer. Amen.
VAN MAMA-LICHTMIS TOT PASCHEN.
Wees gegroet, o Koningin des
Hemels, wees gegroet, o Heerscheres
der Engelen! Gegroet, o wortel,
gegroet, o poort, waaruit voor de
wereld het licht is opgegaan. Ver-
heug u, o glorierijke Maagd, gij
schoonste van allen. Heil u, o zeer
aanminnige, bid voor ons bij Christus.
v. Maak mij waardig u te loven,
o Heilige Maagd.
k. Geef mij kracht tegen uwe
vijanden.
Laat ons bidden.
Verleen, o barmhartige God. bij-
stand aan onze zwakheid, opdat wij.
die de gedachtenis der Heilige Moeder
Gods vieren, door de hulp van hare
voorbede uit onze zonden verrijzen.
Door Christus, onzen Heer. Amen,
-ocr page 184-
- 182 —
VAN PASOIIEN TOT DRIEVULDIÖHEIDS-
ZONDAG.
Verblijd u, o Koningin des hemels,
alleluia! Want Hij, dien gij te dra-
gen verdiend hebt, alleluia! Is ver-
rezen gelijk hij gezegd heeft, alleluia!
Bid voor ons tot God, alleluia!
v. Verheug u en jubel, o Maagd
Maria, alleluia !
r. Want de Heer is waarlijk ver-
rezen , alleluia!
Laat ons bidden.
O God, die door de Verrijzenis van
uwen Zoon, onzen Heer Jezus Ohris-
tus, de wereld te verblijden u ge-
waardigd hebt. schenk ons, smeeken
wij u, dat wij door zijne Moeder,
de Maagd Maria, de vreugde van het
eeuwige leven bekomen. Door den-
zelfden Christus, onzen Heer. Amen.
-ocr page 185-
— 183 —
VAN DBIKVILDIOHEIDSZONPAG TOT DEN
AHVKNT.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder
van barmhartigheid, ons leven, onze
zoetheid en onze hoop, wees gegroet.
Tot u roepen wij, verbannen kinde-
ren van Eva, tot u snieeken wij ,
zuchtende en weenende in dit dal
van tranen. Daarom dan, onze Voor-
sprekeres, wend uwe barmhartige
oogen tot ons, en toon ons na deze
ballingschap Jezus, de gezegende
Vrucht uws liehaains. O goedertie-
rene, o meedoogende, o zoete Maagd
Maria.
v. Bid voor ons, o Heilige Moeder
Gods.
k. Opdat wij waardig worden de
beloften van Christus.
Laat ons bidden.
Almachtige, eeuwige God, die door
de medewerking van den Heiligen
\'leest het lichaam en de ziel der
glorierijke Maagd en Moeder Gods
-ocr page 186-
- 184 -
Maria voorbereid hebt tot een waaï-
dige woonplaats van uwen Zoon.
verleen, dat wij door de veelvermo-
gende tusschenkonist van haar, wier
gedachtenis wij niet vreugde vie-
ren, van de tegenwoordige kwel-
lingen en van den eeuwigen dood
mogen bevrijd worden. Door den-
zelfden Christus, onzen Heer. Amen.
êrofUms aan At (r)nln!tt|{(\\|e 1[{ociUriimagil.
O Heilige en onbevlekte Maagd .
ik weet niet door welke lofbetuigin-
gen ik n verheffen zal; want Hem.
dien de hemelen niet konden bevat-
ten, hebt ^\'ij in uwen schoot gedra-
gen. Zalig zijt gij, o Maagd Maria.
die den Heer. den Schepper der
wereld, gedragen hebt; gij hebt Hem
gebaard , die u geschapen heeft, en
yij blijft Maagd in eeuwigheid. Gij
zijt gelukkig, o Heilige Maagd Maria,
en allen lof o ver waardig, omdat uit
-ocr page 187-
- 185 -
u de Zon der Gerechtigheid, Christus
onze God, geboren is. Bid voor het
volk, verleen uwe voorspraak aan de
geestelijkheid, spreek voor het god-
vruchtig vrouwelijk geslacht, mogen
allen uwen bijstand ondervinden, die
uwe gedachtenis vieren. O glorie-
volle Moeder Gods, altijd Maagd
Maria, gij, die waardig geweest zijt
den Heer van alles te dragen, en
den Koning der Engelen te voeden
zonder letsel uwer maagdelijkheid;
wees ons, zoo bidden wij u, in uwe
barmhartigheid gedachtig en smeek
voor ons bij Christus, opdat wij,
door uwe bescherming gesteund, tot
het ruk der hemelen mogen geraken.
Heilige Maria, Moeder van God,
altijd Maagd, tempel des Heeren,
heiligdom des Heiligen Geestes, gy
alleen onder allen zijt aan Jezus
Christus, onzen Heer, welgevallig
geweest. Gewaardig u dat ik u prijze,
o Heilige Maagd, geel\' mij kracht
tegen mijne vijanden. Verheug u.
o Maagd Maria, gü alleen hebt alle
-ocr page 188-
- 186 —
ketterijen over de gansche wereld
vernietigd. Heilige Maria, Moeder
van Christus, aanhoor uwe dienaren,
die tot u bidden, en breng ons de
vergiffenis uit den hemel, die gij
voor ons bekomen hebt. Door uw
Kind zijt gij Moeder, in het baren
Maagd, verblijd u en jubel, o Maagd.
Moeder des Heerea. Heilige Moeder
en ongeschonden Maagd, roemrijke
Koningin der wereld, wees onze
middelares bij den Heer. Heilige
Moeder Gods, altijd Maagd , spreek
voor ons bij den Heer , onzen
God , sta de ellendigen bij , help de
kleinmoedigen, troost de bedroefden.
Onder de vrouwen op aarde is nie-
niand u gelijk, o Maagd Maria:
bloeiend zijt gij als de roos, welrie-
kend als de lelie; bid voor ons, Hei-
lige Moeder Gods. Onder uwe be-
scherming nemen wij onzen toevlucht.
Heilige Moeder Gods, versmaad onze
gebeden niet in onzen nood , maai\'
verlos ons altijd van alle gevaren ,
o gezegende Maagd.
-ocr page 189-
- 187 —
Smeekgebed tot Maria.
Heilige Maria, Maagd der Maag-
den, Moeder en dochter van den
Koning aller Koningen, verleen ons
uwe hulp, opdat wij door u der
hemelsche belooning mogen deelach-
tig worden, en niet de uitverkorenen
(ïods in eeuwigheid mogen heersenen.
Heilige Maria, goedertierenste
onder de goedertierenen, spreek voor
ons, o gij heiligste onder de heiligen:
moge Hij door u , o heilige Maagd,
onze gebeden aannemen, die, voor
ons uit u geboren, heerscht boven
de hemelen, opdat door zijne ont-
ferming onze zonden uitgewischt
worden.
Heilige Moeder Gods, gij, die waar-
dig geweest zijt in uwen schoot te
ontvangen , wien de geheele wereld
met kan bevatten, wisch door uwe
goedertieren tusschenkomst al onze
schulden uit, opdat w\\j bevrijd zijnde
\'"•ii troon der glorie door u mogen
-ocr page 190-
- 188 —
bestijgen , daar, waar gij niet uwen
Zoon heerscht.
C ROETEN IS
VAX DES
Hyranus.
Wees gegroet, o Zeestar,
Moeder van den Heere,
Immer reine Maged,
Hemelpoort vol eere.
De Engel deelde U \'t Ave
Van den hemel mede,
Maak dat omgekeerde
Eva ons ten vrede.
Slaak de boei der schulden;
Schaf\' weer licht den blinden ;
Doe ons, vrij van \'t kwade.
Al wat goed is vinden.
-ocr page 191-
- 189 -
ïoou u immer Moeder,
Moog door u ons hooren,
Hij, die, ons ter redding,
Uit u werd geboren.
Ongelijkbre Maged,
Boven al aanminnig,
Maak ons vrij van zonden,
Zuiver en zachtzinnig.
Leer ons vlekloos leven ,
Veilig onze gangen,
Om met u bij Jezus
De eeuw\'ge vreugd te erlangen.
Lof\' zij aan den Vader,
Christus ook den Heere,
En den Heilgeu Trooster,
Den Drieëene ééne eere.
Amen.
Wees gegroet, Maria, vol van ge-
nade, de Heer is met u , gezegend
zV)t gij onder de vrouwen en geze-
gend is de vrucht uws lichaams,
Jezus.
-ocr page 192-
— 190 —
Heilige Maria , Moeder Gods , bid
voor ons, zondaars, nu en in het uur
van onzen dood. Amen.
Mijne ziel verheft den Heer.
En mijn geest heeft zich verheugd
in God, mijn Heiland.
Omdat Hij heeft neer gezien op de
nederigheid zijner dienstmaagd: want
zie van nu af zullen alle geslachten
mij zalig noemen.
Omdat Hij, die machtig is, groote
dingen aan mij gedaan heeft: en zijn
naam is heilig.
En zijne barmhartigheid duurt van
geslacht tot geslacht: voor allen die
Hem vreezen.
Hij heeft kracht gedaan door zijnen
arm: Hij heeft de hoogmoedigen ver-
strooid in de meening huns harten.
Hij heeft de machtigen van den
troon geworpen: en de nederigeii
heeft Hij verheven.
Hij heeft de hongeingen met goe-
dereu vervuld : en de rijken heeft Hij
ijdel weggezonden.
-ocr page 193-
- 191 -
Hij heeft Tsraël, zijnen dienaar ,
aangenomen, gedachtig zijner barm-
hartigheid.
Gelijk Hij gesproken heeft tot onze
vaderen: tot Abraham en zijne na-
komelingen in eeuwigheid.
Eere z\\j den Vader, enz.
Ant. Maria altijd Maagd, gü die
waardig geweest zijt, den Verlosser,
den Schepper van hemel en aarde te
dragen , verheug u; want uit uwen
schoot is de Heiland der wereld ge-
boren.
Wees gegroet, Maria, enz.
Als ik beangstigd werd riep ik tot
den Heer, en Hij heeft mij verhoord.
Verlos, o Heer, mijne ziel van de
lippen der boosheid, en van de tong
des bedrogs.
Wat zal men u geven of wat zal
u toegevoegd worden by eene val-
sche tong?
\'t Zijn scherpe pijlen eens machti-
gen: verwoesting aanrichtende kolen.
-ocr page 194-
— 192 —
Wee mij , wijl mijn pelgrimschap
verlengd is; ik woonde niet de be-
woners van Gedar: mijne ziel is lang
vreemdelinge geweest.
Ik was vredelievend niet hen die
den vrede haatten : als ik niet hen
sprak, bestreden zij mij zonder reden.
Eere zij den Vader, enz.
A.NT. Zuivere Moeder des Verlos-
sers, gij, die immer voor ons de ge-
opende deur des hemels blijft en de
ster der zee: snel uw volk te hulp.
dat gevallen is, maar toch wenscht
op te staan ; gij, die door een wonder,
dat de natuur verbaasde, uwen god-
delijken Verlosser gebaard hebt; o
gij, vóór en na het baren altijd
Maagd, ontvang deze groetenis uit
GabriêTs mond, en heb medelijden
met ons, zondaars.
Wees gegroet, Maria, enz.
Vergeld uwen dienaar, maak mij
levend: en ik zal uwe woorden be-
waren.
-ocr page 195-
— 193 —
Noem den sluier weg van mijne
oogen, en ik zul de wonderen uwer
wet beschouwen.
Ik ben een vreemdeling op aarde;
verberg toch uwe geboden niet voor
mij.
Mijne ziel heeft begeerd te mogen
verhingen naar uwe gerechtigheid,
te allen tijde.
(üj hebt de hoovaardigen bestraft;
vervloekt zijn zij, die afwijken van
uwe geboden.
Neem van mij weg de beschimping
en de versmading: want ik heb uwe
getuigenissen doorzocht.
Ook zelfs de vorsten waren gezeten
en spraken tegen mij : maar uw
dienaar overdacht gedurig uwe ge-
rechtigheden.
Ja, uwe getuigenissen zijn het
voorwerp mijner overweging: en uwe
gerechtigheden zijn mijn raad.
Eere zij den Vader, enz.
Ant. O Moedermaagd, wees ge-
\'lachtig, nu gij voor het aanschijn
-ocr page 196-
— 194 —
Gods staat, voor ons ten beste te
spreken en \'s Heeren toorn van ons
af te wenden.
Wees gegroet, Maria , enz.
Toen de Heer Sion\'s gevangen-
schap deed eindigen : werden wij niet
troost vervuld.
Toen werd onze mond vervuld met
vreugde: en onze tong met overgroote
blijdschap.
Toen sprak men onder de volken:
de Heer heeft groote dingen met hen
gedaan.
Ja, de Heer heeft groote dingen
niet ons gedaan: wij zijn waarlijk
verheugd geworden.
Doe, o Heer, onze gevangenschap
eindigen: als de waterstroom in het
zuiden.
Die in tranen zaaien: zullen in
vreugde maaien.
Al gaande gingen zij heen en
weenden: en wierpen hun zaad uit.
Maar al weerkeerende keerden zij
-ocr page 197-
— 195 —
weer niet groote blijdschap : en droe-
gen huune schooven.
Eere zij den Vader, enz.
Ant. (lij zijt ongeschonden, zui-
ver en kuisch , o Maria.
(Jij, die voor ons de schitterende
poort des hemels zijt geworden.
O reinste en dierbare Moeder van
Christus!
Aanvaard de vrome uitboezeming
van onzen lof;
Mogen onze harten en onze licha-
men zuiver zijn.
Dit is het smeekgebed, dat heden
uit ons hart en van onze lippen vloeit.
En door uwe zoetklinkende moe-
derbede
Verwerf ons voor eeuwig vergeving.
O allerzoetste, die alleen onbe-
vlekt gebleven zijt!
Wees gegroet, Maria enz.
Ik hel) mijne oogen opgeheven tot
u : die in de hemelen woont.
Zie, gelijk de oogen der dienst-
-ocr page 198-
— 196 —
knechten op de handen hunner
meesters gericht zijn: zoo zijn onze
oogen gericht op den Heer onzen
God, totdat Hij zich onzer ontferme.
Ontferm U onzer, o Heer, ontferm
U onzer: wijl wij grootelijks met
versmading overladen zijn.
Wijl onze ziel er grootelijks mede
overladen is; strekkende ten spot
aan de rijken en ten smaad aan de
hoovaardigen.
Eere zij den Vader, enz.
Ant. Wees gegroet, morgenster,
genezing der zondaren; vorstin en
koningin der wereld : gij alleen zijt
waardig Maagd genoemd te worden;
stel dan de teekenen uwer macht als
een schild des heils tegenover de
schichten des vijands. O uitverkoren
bruid van God, wees ons een rechte
weg naar de eeuwige vreugde.
Wees gegroet, Maria, euz.
-ocr page 199-
— 197 -
Hymnus.
Maria, moeder steeds bereid,
Tot zegen en barmhartigheid,
Wees ons nabij in elk gevaar,
Ontvang ons eens met de Englen-
[ schaar.
U, Jezus, zg de lof gewijd,
Die uit een Maagd geboren zijt,
U met den Geest en Vader «én,
Door de altijddurende eeuwen heen.
Amen.
v. Wees gegroet, Maria, moeder
van barmhartigheid,
u. En edele woontent der Aller-
ht\'iligste Drievuldigheid.
v. Heer, verhoor mijn gebed.
k. En mijn geroep kome tot U.
Laten wij bidden.
\' >od, die gewild hebt, dat uwe
lr>i\'iuwaardige Moeder Maria zou ge-
loemd worden: geef, bidden wij u,
"tat allen, die Maria\'s zoeten Naam
9
-ocr page 200-
— J98 —
aanroepen, de voortdurende hulp
harer zegeningen mogen ondervinden.
Die leeft en heersent met den Vader
in de eenheid des H. Geestes, God
in alle eeuwen der eeuwen.
k. Amen.
Ljofzang dop I. Maagd,
Mijne ziel verheft den Heer.
En mijn geest heeft zich verheugd:
in God. mijn Heiland.
Omdat Hij heeft neergezieu op de
nederigheid zijner dienstmaagd: want
zie van nu af zullen mij alle ge-
slachten zalig noemen.
Omdat Hij, die machtig is, groote
dingen aan mij gedaan heeft: en
zijn naam is heilig.
En zijne barmhartigheid duurt
van geslacht tot geslacht: voor all\'\'1\'1
die Hem vreezen.
Hij heeft kracht gedaan dm"\'
zijnen arm : Hij heeft de hoogm"L"
-ocr page 201-
— 199 —
digen verstrooid in de meening huns
harten.
Hij heeft de machtigen van den
troon geworpen: en de nederigen heeft
Hij verheven.
Hij heeft de hongerigen niet goe-
deren vervuld: en .de rijken heeft
Hij ijdel weggezonden.
Hij heeft Israël, zijnen dienaar,
aangenomen: gedachtig zijner barm-
hartigheid.
(rel ij k Hij gesproken heeft tot onze
\\ aderen : tot Abraham en zijne na-
komelingen in eeuwigheid.
Eere zij den Vader, enz.
<^;
-ocr page 202-
- 200 -
H YMNUS.
W ien aarde, zee en firmament,
Aanbiddend prijst, nis God erkent,
Den Heer der gansene schepping
| draagt
J)e zuivre schoot der Moedermaagd.
Wien zon en maan naar orde en tijd,
En al wat werd zijn diensten wijdt,
Is in dien schoot, dieschittrend straalt
Van \'s hemels gunsten, neergedaald.
Welzalig gij > door zulk een lot!
Uw schoot, o Moeder houdt den God,
Wiens greep de wereld overspant,
Besloten binnen d\'engen wand.
Welzalig gij , die de Engel groet,
En Gods (leest moeder worden doet.
Den langgewensebte, dien heel de aard
Verbeidde heeft uw schoot gebaard.
Maria. Moeder, steeds bereid
Tot zegen en barmhartigheid.
-ocr page 203-
— 201 —
Wees ons nabij in elk gevaar,
Ontvang ons eens met de Englen-
[schaar.
V , Jezus . zij de lof gewyd ,
Die uit de Maagd geboren zijt,
U met den Geest en Vader één,
Door de altijddurende eeuwen heen.
Amen.
HY MNUS.
O Koningin vol reinen glans,
Hel blinkend aan den sterrentrans
• Jij hebt uw God niet zorg behoed,
Bn aan uw heiige borst gevoed.
Het heil, dat Eva deed vergaan,
liiedt ge in uw eedle spruit weer aan;
Voor ons, die weenden in het stof,
Ontsluit uw hand het hemelhof.
\'•ij zijt des grooten Koningspoort,
Zijn hof, van stralend licht doorgloord:
verlosten, juich, want uit de Maagd
\'s u weer \'t leven opgedaagd.
-ocr page 204-
- 202 —
Maria. Moeder . steeds bereid
Tot zegen en barmhartigheid,
Wees ons nabij in elk gevaar,
Ontvang ons eens niet de Englen-
[ schaar.
U, Jezus, zij de lot\' gewijd,
Die uit een Maagd geboren zijt,
U met den (leest en Vader één,
Door de altijddurende eeuwen heen.
Amen.
HYMKUS.
O Jezus, Vorst van \'t hemelhof,
Gedenk, dat (Jij u met ons stof
Uit haar erbarmend hebt omkleed.
Die U gebaard heeft zouder leed.
Maria , Moeder, steeds bereid
Tot zegen en barmhartigheid,
Wees ons nabij in elk gevaar.
Ontvang ons eens met de Euglen-
[schaai\'-
-ocr page 205-
— 203 —
U, Jezus, zij de lof gewyd,
Die uit een Maagd geboren zijt,
U niet den Geest en Vader één,
Door de altijddurende eeuwen heen.
Amen.
H YMNUS.
Wees gegroet, o Zeestar,
Moeder van den Heere,
Immer reine Maged,
Hemelpoort vol eere.
De Engel deelde u \'t Ave
Van den hemel mede,
Maak dat omgekeerde
Eva ons ten vrede.
Slaak de boei der schulden;
Schaf weer licht den blinden;
Doe ons , vrij van \'t kwade,
Al wat goed is vinden.
Toon u immer Moeder,
Moog door u ons hooren,
-ocr page 206-
— 204 -
Hij , die ons ter redding,
Uit U werd geboren.
Ongelijkbre Maged,
Boven al aanminnig,
Maak ons, vrij van zonden,
Zuiver en zachtzinnig.
Leer ons vlekloos leven
Veilig onze gangen
Om met U bü Jezus
De eeuwge vreugd te erlangen.
Lol\' zij aan den Vader,
Christus ook, den Heere,
En den heilgen Trooster,
Den Drieeene ééne eere.
Amen.
-ocr page 207-
III.
Gebeden der Heiligen tot Maria.
-ocr page 208-
-ocr page 209-
DAGELIJKSCH GEBED VAN DEM H.OASIMIRÜS.
Heilige Maagd, fjij, sieraad en roem
van uw geslacht, die de geheele
aarde vereert en in den hemel zoo
hoog verheven zijt, wees zoo barm-
hartig en verhoor de smeekgebeden
van hen, die zich verplichten uwen
lof te zingen, verwerf ons vergif-
fenis onzer zonden en maak ons de
eeuwige gelukzaligheid waardig. Wees
gegroet, heilige Maagd, door u is
voor de ongelukkigen de hemel ont-
sloten, u heeft de oude slang niet
kunnen verleiden. Het aandeel, dat
gy in onze verlossing hebt, maakt,
dat wij naast God op u ons gansche
vertrouwen stellen, en wij hopen, dat
wy door uw machtige voorspraak
niet het lot der verworpenen zullen
ondergaan. Bewaar ons voor dat vuur.
waarin alle pijnen vereenigdzijn, en
bewerk door uwe bemiddeling, dat
ik een plaats in het land der ge-
-ocr page 210-
— 208 -
lukzaligen deelachtig worde. Verkrijg
voor mij een vlekkelooze reinheid,
een stichtende bescheidenheid, een
onveranderlijke zachtmoedigheid,
een hart zonder bedrog, den waren
geest. Verwijder van my iedere nei-
ging tot koude en afgekeerdheid,
ontsteek in mijn hart een volmaakte
liefde, doof iederen vonk van kwade
begeerlijkheid in\' mij uit. Verwerf\'
voor my volharding tot aan het
einde en laat my by u alle hulp
vinden, die ik noodig heb tegen den
vyand my\'ner zaligheid Amen.
GEBED VAN DEN H. ANSELMUS.
Wij smeeken u, o allerheiligste
Koningin, by de genade, door welke
God u zoo hoog verheven heeft, en
door welke Hy u met zijnen bijstand
alles mogelyk maakt, bewerk, dat
de volheid uwer genaden, welke gij
verdiend hebt, ons aan uwe glorie
deelachtig make. Laat er u aange-
-ocr page 211-
- 209 -
legen zijn, o allerbarmhartigste Ko-
ningin, dat gij voor ons het groote
goed verkrijgt, waarom God in uwen
zuiveren schoot heeft willen niensch
worden. Het valle u niet zwaar ons
gebed te verhooren. Indien gij u
gewaardigt tot uwen Zoon te bidden,
zal Hij ons terstond verhooren. Het
is voldoende, dat gij onze zaligheid
wilt, dan kunnen wij niet verloren
gaan. Wat zou uwe groote barm-
hartigheid kunnen verhinderen V Ach,
indien gij , de moeder der barmhar-
tigheid, geen medelijden met ons
hebt, wat zal dan niet ons geschie-
den, wanneer uw Zoon komt om
ons te oordeelen ? Sta ons dus by ,
o mededoogende Koningin, en zie
niet op de menigte onzer zonden.
Bedenk en overweeg, dat onze Schep-
per zy\'n menschelijk lichaam uit u
heeft aangenomen niet om de zon-
daren te verdoemen, maar om hen
zalig te maken. Indien gy slechts
voor u alleen Moeder Gods geworden
waart, zoudt gy kunnen antwoorden,
-ocr page 212-
- 210 —
dat g\\j er weinig belang in stelt,
of wij zalig worden of eeuwig ver-
lorei) gaan; doch God heeft zich met
uw vleesch omkleed voor uwe za-
ligheid en voor de zaligheid van alle
menschen. Wat zou het ons baten,
dat gij zoo machtig en tot zulk een
glorie verheven zijt, als gij niet be-
werkt, dat wij aan uw geluk deel-
achtig worden ? Help ons dus en
bescherm ons; immers, gij weet,
hoezeer wij uwen bijstand noodig
hebben. Wij bevelen ons aan u;
maak . dat wij niet verloren gaan,
maar dat wij u dienen en uwen Zoon
Jezus Christus beminnen gedurende
de gansche eeuwigheid.
QEBED VAN DEN II. BERNARDl\'S.
Gedenk, o goedertierenste Maag<l
Maria, hoe het nog nooit gehoord isi
dat iemand, die onder uwe bescher-
ming vluchtte, uwe hulp inriep, uw\'
voorbede afsmeekte, door u is verla-
-ocr page 213-
— 211 -
ten geworden. Door zulk een ver-
trouwen bezield, neem ik mijne
toevlucht tot u, o Maria, gij, Maagd
der maagden en Moeder van Jezus
Christus; tot u kom ik, tot u ijl ik.
Zie mij, zondaar, met tranen aan uwe
voeten. 0 Koningin der wereld, o
Moeder van het eeuwige Woord,
versmaad mijne beden niet, maar hoor
ze genadig en verhoor mij, arme,
die in dit dal van tranen tot u roept.
Sta niy bij in al mijne noodweiidig-
lieden , nu en altijd en bijzonder in
het uur van mijnen dood, o goeder-
tierene, o barmhartige, o zoete Maagd
Maria. Amen.
<IROET DER H. MECHTILDIS AAN MAK1A.
Wees gegroet, Maria, met den
eerbied, waarmede God de Vader
door de groetenis des Engels u gegroet
en door zijne almacht zoo bevestigd
beeft, dat gij vau alle pij 11 der
schuld bevrijd bleeft. Wees gegroet,
-ocr page 214-
- 212 —
Maria, niet de liefde, waarmede God
de Zoon door de groetenis des En-
gels u gegroet en door zijne goddelijke
wijsheid u zoo verlicht heelt, dat «ij
een schitterende ster zijt, die hemel
en aarde bestraalt. Wees gegroet,
Maria, niet de zoetheid, waarmede
God de Heilige Geest door de groe-
tenis des Engels u gegroet en door
zijne goddelijke zoetheid zoo machtig
gemaakt heeft, dat een ieder de ge-
nade vindt, die hij door u zoekt.
ANDERE GROETENIS VAN DE H. MECHÏILD1S.
Duizend en duizendmaal prijs en
groet ik u, o Moeder van alle zalig-
heid, volgens de innigste vereeniging.
waardoor gij boven alle schepselen
het naast niet God vereenigd zyt.
Eu tot vermeerdering van alle uwe
Vreugde offer ik u het alleredelste
Hart van Jezus Christus op met all»\'
liefde en trouw, die het u op aard\'\'
bewezen heeft en nu zonder einde
in den hemel bewijst. Amen.
-ocr page 215-
— 213 —
GEBED VAN DEN II. FBANCISCÜS VAN
ASSISIE.
Heilige Maagd Maria, onder de
vrouwen op de wereld is er geene
geboren, aan u gelijk; want gij zijt de
Dochter van (ïod den Vader en Moe-
der van onzen Heer Jezus, de Bruid
van den H. (leest. Bid voor ons niet den
heiligen Aartsengel Michaël, niet alle
hemelsche machten en met alle Hei-
ligen tot uwen allerheiligsten Zoon,
onzen beminden Heer en Meester.
Heilige Maria, gij zoete en bekoor-
lijke Moeder Gods, smeek voor ons
bij den Koning, die ter dood werd
opgeofferd, bij uwen allerzachtmoe-
digsteu Zoon, onzen Heer, Jezus
Christus, opdat Hij door zijne goe-
dertierenheid en barmhartigheid en
door de kracht van zijne allerheilig-
ste Menschwording en van zijnen
bitteren dood ons onze zonden kwijt-
*chelde. Amen.
-ocr page 216-
- 214 -
LOFZANG VAN DEN II. THOMAS VAN
KANTELBERG.
Verheug u. o Maria, want de
volheid uwer glorie overtreft de glorie
van alle Engelen en Heiligen. Ver-
heug u . Maria, want gelijk de zon
de gansche wereld verblijdt, zoo
wordt de gansche hemel verblijd
door uwe liefelijke tegenwoordigheid.
Verheug u, Maria, want al de he-
melkoren erkennen en vereeren u
als de Moeder van den eeuwigen
Koning. Verheug u, Maria, want
de wil Gods is niet den uwen zoo
vereenigd, dat alles, wat u behaagt,
door de allerheiligste Drievuldigheid
niet onuitsprekelijke genade toege-
staan wordt. Verheug u . Maria.
want gij zit het naaste bij den troon
der allerheiligste Drievuldigheid.
Verheug u, Maria, want gij zijtver-
zekerd. dat de volheid uwer glorie
nooit in alle eeuwigheid verminde-
ren zal. Amen.
-ocr page 217-
— 215 -
ÜEBED VAN DEN II. EPHBKM.
Onbevlekte en zuivere Maagd,
Maria, Moeder Gods. Koningin der
wereld en hoop zelfs van degenen,
die wanhopen, «jij zijt de vreugde
der zaligen en sticht vrede tusschen
God en de zondaren; «ij zijt de
Middelares der verlatenen, een zekere
haven voor hen, die schipbreuk lijden,
gij zijt de troosteres der wereld, de
losprijs der slaven, de blijdschap der
bedroefden, het heil der geheele we-
reld. O machtige Koningin, wij
nemen tot u onze toevlucht, «jij zijt
onze eenige hoop, o allergetrouwste
Maagd. O Maria, onze Meesteres,
na God vertrouwen wij op niemand
dan op u. Wij noemen ons uwe
dienaren; laat derhalve niet toe, dat
de booze vijand ons met zich voere
in de hel. Wees gegroet, Moeder
van onzen Heer Jezus Christus, Mid-
delares tusschen God en demenschen;
voorwerp van liefde voor God en
voor de menschen, eer en lof zij n
-ocr page 218-
- 216 —
niet den Vilder, den Zoon en den
H. Geest.
O onbevlekte en zuivere Maagd
Maria, Moeder Gods, Koningin van
het heelal, allermilddadigste Meeste-
res, gij zijt verheven boven alle
Heiligen, gij , de eenige hoop onzer
vaderen, de blijdschap der Zaligen.
Door u zijn wij wederom met God
verzoend. Gij zijt de eenige toevlucht
der zondaren, de zekere haven voor
hen, die schipbreuk hebben geleden;
gy zyt de troost der wereld, het
losgeld der gevangenen, het behoud
der kranken, de troosteres der be-
drukten, de bijstand en het heil der
geheele wereld. O Koningin, Moe-
der van God, bescherm ons onder
de vleugelen uwer barmhartigheid
en ontferm u over ons. Gij zijt onze
eenige hoop, o allerzuiverste Maagd.
Wij hebbeu ons aan U geschonken
en ons aan uwen dienst gewijd, wij
willen uwe dienaren zijn ; ach laat
toch niet toe, dat de duivel ons met
zich voere in de hel. O zonder vlek
-ocr page 219-
— 217 -
ontvangen Maagd, wjj loven ouder
uwe bescherming: daarom nemen wjj
tot u onzen toevlucht en bidden U
niet toe te staan, dat uw Zoon, die
om onze misdaden tegen ons ver-
toornd is, ons overlevere aan het
geweld des duivels.
0 gij. gcnadenrijke, verlicht mijn
verstand, maak los mijne tong, opdat
ik uwen lof zinge en de groetenis
herhale, die u zoo waardig is. Ik
groet u, o vrede, o vreugde, o heil,
o troost der gansche wereld. Ik
groet u, verheven wonder, dat nooit
de wereld in al zijne grootheid heeft
aanschouwd, paradijs van hemelsche
geneugten, veilige toevlucht van hen,
die in gevaar zijn, bron van genade,
middelares tusschen God en de men-
schen.
r.KHKI) VAN DEN H. GEKMANU8.
0 mijne Koningin, gij zijt de eenige
troost, die God mij heeft gegeven,
\'«ij zijt de hemelsche dauw, die de
-ocr page 220-
— 218 —
hitte van mijn lijden vermindert.
Gij verlicht mijne ziel, wanneer zij
van duisternis is omgeven, (Jij zijt
mijne leidsvrouw op den weg des
levens, «jij i de sterkte der zwakken,
de schat der armen, de genezing dei-
zieken, de blijdschap der bedroefden,
onze toevlucht, onze hoop. O ver-
hoor gij niijn gebed en heb mede-
lijden met mij , gelijk ik het ver-
wachten mag van de Moeder van
een God, die de menschen zoo op-
recht en innig bemint. Schenk mij
wat ik u vraag, gij , die onze be-
schermster en blijdschap zijt. Geef
toch, dat ik eens waardig moge zijn
niet u deel te hebben in de zalig-
heid, die gij thans geniet. Ja, mijne
Koningin, mijne toevlucht, mijn leven,
mijne hoop, mijne bescherming.
mijne kracht, mijne vreugde, mijne
troost, maak , dat ik eenmaal hij U
in den hemel kome. fk weet. dat
gij. die Moeder van God zijt, voor
mij deze genade kunt verkrijgen,
indien gij slechts wilt. O Maria, aan
-ocr page 221-
— 219 —
u is de macht gegeven om de zon-
daren zalig te maken en niets is
11 tot aanbeveling noodig, wijl gij
de Moeder van het waarachtige leven
zijt.
OPOFFERING VAN HET HUISGEZIN AAN MARIA.
VAN DEN II. ALPHONSÜS.
O gezegende en reine Maagd Ma-
ria, onze Koningin en Moeder, toe-
vlucht en troost van alle ongelukki-
gen , zie mij met geheel mijn huis-
gezin hier voor uw troon nederge-
knield, ik kies U thans tot onze
Meesteres, onze Moeder en onze
Voorsprekeres bij God. Ik wijd mij
met al de mijnen aan uwen dienst
toe en smeek n, o Moeder van mijn
God, ons aan te nemen tot uwe die-
naren, ons allen onder uwe machtige
bescherming te stellen en ons in dit
leven , maar vooral in het uur van
nnzen dood bij te staan. 0 Moeder
van barmhartigheid, gij zijt onze
Meesteres , mijn huis, mijne bloed-
-ocr page 222-
— 220 —
verwanten, mijne bezigheden, mn\'ne
belangen vertrouw ik aan U toe.
Neem de zorg van dit alles op u en
beschik daarover, gelijk het u be-
behaagt. Zegen mij en geheel mijn
huisgezin en gedoog niet, dat een
onzer ooit uwen goddel ij ken Zoon
beleedige. Sta ons bij in de beko-
ringen, bevrijd ons van alle gevaren,
help ons, wanneer eenig ongeluk ons
dreigt, verlicht ons, wanneer wij in
twijfel zijn, troost ons, wanneer wij
in droefheid zijn en sta ons bij in
onze krankheden, doch vooral in
onzen doodstrijd. Geef\' toch, dat de
duivel zich niet beroeme een uwer
dienaren in zijne strikken te hebben
doen vallen , en verkrijg voor ons ,
dat wij in den hemel u mogen be-
danken en in vereeniging met u,
Jezus onzen Zaligmaker, zullen bemin-
uen en loven in eeuwigheid. Amen.
-ocr page 223-
— 221 —
SMEEKGEBED VAN DEN II. PETBUS
DAMIANCS.
Heilige Maagd. Moeder Gods, sta
hen bij, die uwen bijstand vragen.
Ach, gedenk onzer! Hoe zoudt gij,
nu gij zoo nabij uwen God zijt. de
nienschen vergeten V Neen, voorzeker
niet. Immers gij weet, in welke ge-
varen gij ons hier op aarde achter-
liet, gij kent onze ellenden. Neen ,
liet kan niet zijn, dat eene zoobarm-
hartige Vorstin als gij, ons. ellendi-
jjen, zou vergeten. O groote Koningin,
denk aan ons, nu Hij, die machtig
is, u alle macht gegeven heeft in den
hemel en op de aarde. Niets is bij
ii onmogelijk. Gij kunt zelfs hun, die
in wanhoop zijn, moed inspreken en
bewerken, dat zij wederom "hopen op
zaligheid. Hoe grooter uwe macht
i>, des te grooter moet ook uwe
barmhartigheid wezen.
Denk \'ook aan ons door uwe lief-
de, [k weet, o mijne Koningin, dat
HTij vol goedheid zijt en ons bemint
10
-ocr page 224-
ooo
met eene teederheid, die door geen an-
<lere liefde wordt overtroffen. Hoe
dikwerf hebt gij Gods toorn bedaard,
wanneer de strenge Rechter ons wil-
de straffen? Aan n zijn de schatten van
Gods barmhartigheid toevertrouwd.
Daarom houdt niet op ze aan ons
te schenken. Daar gij niets anders
wilt dan zondaren redden en hun
barmhartigheid bewijzen, vermeerdert
ook uwe glorie, wanneer door u den
rouwmoedigen vergiffenis wordt ge-
schonken en zij, wier zonden verge-
ven worden, in den hemel komen.
Gedenk derhalve onzer, opdat wij u
eenmaal mogen aanschouwen in den
hemel. Het grootste geluk, dat wij
kunnen smaken, is, naast God u te
aanschouwen, u te beminnen en on-
der uwe bescherming te leven. Ver-
hoor ons dan, o Maria, want uw Zoon
zal u niets weigeren, wat g[j Hem
vraagt.
-ocr page 225-
— 223 —
OEBED VAN UKN II. BERNARDUS.
Vol vertrouwen zien wij op tot u,
o Koningin der wereld. Na zoo ve-
le misdaden en zonden te hebben
bedreven, moeten wij voor onzen
Rechter verschijnen, en wie zal Hem
bevredigen ¥ O mijne heilige Meeste-
res, daar is niemand, die dit beter
kan doen dan gij, wijl gij Jezus, on-
zen Rechter, zoo teeder bemint en
Hij u zoozeer liefheeft. Luister der-
halve, o Moeder van barmhartigheid
naar onze zuchten en gebeden. Wy
nemen onzen toevlucht tot u; bedaar
de gramschap van uwen Zoon en
geef, dat Hij ons wederom in zijne
genade opneme. Gij veracht den
zondaar niet, hoe afschuwelijk hij
ook zijn moge; gij keert u van hem
niet af, wanneer hij zuchtend tot u
opziet en rouwmoedig om uwe voor-
spraak smeekt. Neen. gij beschermt
hem en wapent hem tegen wanhoop;
gij spreekt hem moed in om weder-
om te vertrouwen, gij geeft hem
-ocr page 226-
_ 224 —
sterkte en verlaat hem niet, totdat
hij door u verzoend is met zijnen
Rechter.
(lij zijt de Maagd, iii wie de Ver-
losser zijne rustplaats heeft gevonden
en aan wie Hij alle schatten zijner
genade heeft toevertrouwd. Daarom,
o H. Maagd, vereert de geheele we-
reld n als den tempel Gods, van waar
het heil over de wereld is geko-
nien en waarin de verzoening is be-
werkt tusschen God en de nienschen.
Gij zijt o H. Moeder Gods, de ge-
sloten hof, waaruit nooit de hand
eens zondaars eene hloem heeft ge-
roofd; gij zijt de hof, waarin de
Heer de bloemen, die Zijne Kerk
versieren, heeft geplant en waarin
vooral bloeit het viooltje van nede-
righeid, de lelie van zuiverheid en
de roos van liefde. Waarmede kun-
nen wij u vergelijken, o Moeder vol
genade en schoonheid? (Jij zijt Gods
paradijs, waarin ontsprongen is de
bron van levend water, dat de ge-
heele aarde heeft overstroomd. 0
-ocr page 227-
— 225 -
wat weldaden hebt gij de wereld
niet bewezen door de genade van de
Moeder van barmhartigheid te zijn.
Van u wordt gezegd: Welke is de-
ze, die daar opkomt als de dageraad,
schoon als de maan. uitverkoren als
de zonV <<ij zyt dus op aarde ver-
scheneu, o Maria, gelijk de heldere
dageraad : want de glans uwer hei-
ligheid is de zou der rechtvaardig-
heid voorafgegaan. De dag. waarop
gij in de wereld zijt gekomen, kan
met recht genoemd worden een dag
van heil en zaligheid.
(i ij zijt schoon als de maan, want
gelijk er geen planeet is, die de zon
meer nabij komt dan de maan . zoo
ook is er geen schepsel. dat God
meer nabij komt dan gij. De maan
verdrijft de duisternis van den nacht
door het licht, dat zij van de zon
ontvangt. Op dezelfde wijze verlicht
ook gij onze duisternissen door den
glans uwer deugden: doch gij zijt
veel schooner dan de maan. want in
u is geen vlek of schaduw, (i ij zijt
-ocr page 228-
- 226 -
uitverkoren gelgk de zon, namelijk
die Zon, welke de zichtbare zon
geschapen heeft. (Jelijk Jezus Chris-
tus gezegend is boven alle mannen,
zoo zijt gij gezegend boven alle
vrouwen. O zoete, o groote , o be-
nihmelijke Maagd Maria, het is on-
mogelijk , dat iemand uw naam uit-
spreekt en gij hem niet door uwe
liefde ontvlamt; het is onmogelijk ,
dat zij , die u beminnen, aan u
deuken, in zich het verlangen u
nog meer te beminnen niet voelen
toenemen. O groote Koningin, help
ons in onze zwakheid. Wie kan
beter bij Jezus Christus voor ons
spreken dan gij, die zoo nabij Hem
zijt? Spreek, spreek, o mijne Mees-
teres, uw Zoon haast u, gij ver-
krijgt alles, wat gij Hem vi-aagt.
GEBED DER H. CATHAKINA VAN SIENA.
O Maria, Maria, tempel van de
H. Drievuldigheid, Maria, brandpunt
van het goddelijk vuur, Maria,
-ocr page 229-
- 227 -
Moeder vuu barmhartigheid, gij hebt
de vrucht des levens gedragen; gij hebt
het nieiischeiyk geslacht gered, waut
met n vv vleesch heeft Christus ons
vrygekocht. .la, Christus heeft ons
vrijgekocht door zijn lijden, en «jij
door de smarten van uw ziel en van
uw lichaam. 0 Maria, zee van rust,
Maria . bron van vrede. Maria . gij
zijt de nieuwe boom, welke ons die
welriekende bloem heeft geschonken,
dat Woord, dien eeuwigen Zoon van
God, die U als een vruchtbare aarde
heeft uitgekozen. Gij zijt de aarde
en gij zijt de boom.
GEBED VAN DEK II. JOHANKES DAMASCENUS.
Ik groet u , o Maria , gij zijt de
hoop der Christenen: neem genadig
de bede aan van eenen zondaar, die
u op een geheel bijzondere wijze
vereert, die op u al de hoop zijner
zaligheid stelt. Gij zijt het zeker
onderpand van mijne zaligheid. Ik
-ocr page 230-
— 228 —
bid u derhalve, bevrijd mij van den
last mijner Konden; verdrijf\' de duis-
ternissen van mijn verstand, ontdoe
mijn hart van alle aardsche neigin-
gen; bedwing de bekoringen mijner
vijanden, bestuur mijn leven op zulke
wijze, dat ik door uwe tussehenkomst
en uwe leiding tot de eeuwige ge-
lukzaligheid in den hemel geraken
moge.
fiEBKl) VAN \'DEN HEILIGKN II.DKFONSl\'S.
0 Maagd en Koningin, die troont
in het hoogste der hemelen, omkleed
niet de zon en gekroond met twaalf
sterren; gij, die zoo goedertieren en
medelij dender dan alle schepselen
zijt, zie hoe de vijand ons belaagt,
zie neer op de smarten, die ons
pünigen en de bekoringen die ons
kwellen. O onvergelijkelijke Maagd,
allerheiligste Moeder Gods, nijg naar
m\'\\\\ uwe medelijdende ooren, richt
naar mij uwen barmhartigen blik.
Ik ben blind, geef\' mij het licht, ik
-ocr page 231-
— 229 -
ben ziek , geef mij de gezondheid,
ik hen gestorven, geef\' mij het leven.
Uwe verdiensten venverven en nwe
gebeden verkrijgen voor ons alle
goederen, die ons van boven gewor-
ilen. Kom mij te hulp, o Maria,
goddelijk licht van mijn ziel, zoet-
heid, die mij opwekt, kracht, die
mg bevestigt, sterkte, die mij onder-
steunt, kom mij te hulp. Dat uwe
genade geheel mijn leven verlichte;
dat uwe barmhartigheid mij tot het
eeuwige leven geleide. (Jij zijt waar-
lijk de enge weg, die naar de glorie
voert. O Bloem dezer aarde, Be-
heerscheres der wereld, band van
liefde, gij reinigt ons van onze mis-
drijven. Koningin der Engelen, heil-
zaain geneesmiddel, bloem der dalen,
richtsnoer der deugden, levende troon
van Christus, voer na deze balling-
schap met u tot de glorie der Hei-
ligen den nederigen zondaar, die tot
u smeekt. Amen.
-ocr page 232-
— 230 —
OPOFFERING VAN ZICHZELVEN AAN MARIA.
VAN DEN H. ALPHONSUS.
Allerheiligste Maagd Maria, Moe-
der van mijnen God, schoon ik niet
waardig ben uw dienaar genoemd te
worden, bewogen evenwel door uwe
wonderbare barmhartigheid en door
de begeerte u te dienen, kies ik
u, in tegenwoordigheid van mijnen
Engelbewaarder en van gansch het
hemelsch hof, tot mijne bijzondere
meesteres, tot mijne voorsprekeres
en nihne moeder. Ik neem mij vast
voor u voortaan altijd te dienen,
u altijd te beminnen en alles te doen,
wat in mijn vermogen is, opdat ook
anderen u beminnen en u dienen.
Ik smeek u, o Heilige Moeder Gods,
mijne barmhartige en beminnelijke
moeder, door het Bloed, dat uw god-
del n\'ke Zoon voor mij vergoten heeft,
my aan te nemen onder het getal
uwer vereerders en uwer getrouwe
dienaren. Sta mij bij in al mijne
gedachten, woorden en werken, op
-ocr page 233-
— 231 —
ieder oogenblik van mijn leven, zoo-
dat al mijne voetstappen, al mijne
ademhalingen mij alleen mogen die-
nen tot vermeerdering der eer van
mijnen God. Maar verkrijg ook, o
Maria, door uwen machtigen bijstand,
dat ik mijnen beminden .Jezus niet
meer beleedige, maar dat ik Hem
in dit leven moge loven en bemin-
nen. Verkrijg eveneens, dat ik ook
u beminne, mijne dierbare en ge-
liefde Moeder, om u in den hemel
te kunnen liefhebbeu gedurende de
gansehe eeuwigheid. Amen.
Mijne Moeder Maria, ik beveel u
mijne ziel aan vooral in het uur van
mijnen dood.
GEBED VAN DEN II. AT1IANASIUS.
O allerheiligste Maagd , hoor ons
gebed en wees ons steeds gedachtig.
Maak on» deelgenoot aan uwe schat-
-ocr page 234-
— 232 —
ten en aan den overvloed der gena-
den, waarmede gij vervuld zijt. De
Aartsengel groet u en noemt u vol
van genade; alle volkeren prijzen u
zalig; de hemelsche koren loven u
allen; ook wij, die nog op de aarde
leven, wij roepen tot u: De Heer
zegene u. gij , vol van genade, de
Heer is met u, bid voor ons, o
Moeder Gods, onze Meesteres en onze
Koningin.
&
-ocr page 235-
- 233 —
ÖXebeden ter eere var. jyiarie.
•voor ied.eren dag- d.er -weels.
VAN DES B. ALPBONSUS.
I. Voor den Zondag.
GEBED OM VEBÖIFFENIS DER ZONDEN.
Ziehier, o Moeder van God, een
ellendige zondaar aan uwe voeten,
die tot u vlucht en op u vertrouwt.
Ik verdien zelfs niet, dat gij my
aanziet: maar ik weet, dat gij, die
uwen Zoon voor de zaligheid der
zondaren hebt zien sterven, een over-
groote begeerte hebt hen te helpen.
O Moeder van barmhartigheid, zie
neder op mijne ellende en heb mede-
lijden met mij. Ik hoor u door alleli
noemen de toevlucht der zondaren,
de hoop der wanhopigen, de steun
der verlatenen; daarom zijt gij mijne
toevlucht, myne hoop en myn steun.
Gij moet my door uwe voorspraak
behouden. Snel my ter liefde vau
Jezus Christus te hulp, reik de hand
-ocr page 236-
— 234 -
aan een ellendig gevallene, die zich
bij u aanbeveelt. Ik weet het, gij
vindt er uwen troost in een zondaar
te helpen, wanneer gij liet kunt;
help mij dan nu, gij, die mij kunt
helpen. Door mijne zonden heb ik
de goddelijke genade verloren en
mijne ziel in het verderf gestort.
Thans stel ik mij in uwe handen,
zeg mij, wat ik heb te doen, om in
de genade des Heeren terug te keeren,
en aanstonds ben ik bereid het te
volbrengen. Hij zendt mij tot u,
opdat gij mij zoudt helpen; Hij ver-
langt, dat ik tot uwe barmhartigheid
mijne toevlucht neme, opdat niet
enkel de verdiensten van uwen Zoon,
maar ook uwe gebeden mij ter zalig-
heid helpen. Tot u derhalve vlucht
ik, smeek gy voor mij tot Jezus-
Christus; toon, welk goed gy weet
te doen aan wie op u vertrouwt.
Zoo hoop ik zal het geschieden.
(3 Wees gegroeten tot de H. Maagd
als eerherstel voor de beleedigingen,
die haar aangedaan worden.)
-ocr page 237-
- 235 —
2. Voor den Maandag.
GEBED 011 DE GENADE DEK VOLHARDING.
O Koningin des hemels, allerheilig-
ste Maagd Maria, ik, die een tn\'d lang
de slaaf des duivels was, wijd mij
thans voor immer als uwen dienaar
aan u toe en bied mg zelven aan,
om u te eeren en u al den tijd
mijns levens te dienen.
Neem mij dan aan als uwen die-
naar: ach! verwerp mij niet. gelijk
ik dit zou verdienen. O, mijne Moe-
der, op u heb ik al mijne hoop ge-
steld. Ik zegen en bedank God, die
door zyne barmhartigheid mij dit
vertrouwen op u instort. Het is
waar, dat ik in het verleden jam-
merlijk in de zonde ben gevallen,
maar ik hoop door de verdiensten
van Jezus Christus en uwe gebeden
daarvan reeds vergiffenis te hebben
erlangd. Maar dit is mij nog niet
genoeg, mijne Moeder, eene gedach-
te kwelt mij nog; het is deze,
-ocr page 238-
— 236 —
dat ik opnieuw de goddelijke gena-
de kan verliezen. De gevaren zijn
blijvend, mijne vijanden slapen niet,
en nieuwe bekoringen zullen mij be-
springen. Ach! bescherm mij dan,
mijne Meesteres, help mg in de aan-
vallen der hel en laat toch niet toe,
dat ik opnieuw de zonde bedrij ve en
uwen goddelijken Zoon Jezus belee-
dige. Neen. het gebeurt nimmer,
dat ik nog eens mijne ziel in\'t ver-
derf\' zou storten, den hemel en mijn
God verliezen. Deze genade vraag
ik van u, o Maria, dezeeischik, deze
moet gij mij verwerven. Zóó hoop
ik, zoo zij het.
3 Wees gegroeten, als boven.
3. Voor den Dinsdag
GEBED OM EEN ZALIGEN DOOP.
O allerheiligste Maagd Maria, Moe-
der van goedheid en barmhartigheid,
bij het beschouwen mijner zonden en bij
de gedachte aanbeloogcnblik van mij-
-ocr page 239-
— 237 -
nen dood, beet\' en .sidder ik. O mijn
allerzoetste Moeder, op het Bloed van
Jezus Christus en op uwe voorspraak
berust al mijne hoop. 0 Troosteres
der bedrukten, verlaat mij niet op
dat oogenblik, blijf niet in gebreke
mij te vertroosten in die groote
droefenis. Wanneer ik op hetoogen-
blik reeds zoo beangstigd word door
de wroeging over de bedrevene zon-
den, door de onzekerheid der ver-
giffenis, door het gevaar van te her-
vallen en door de gestrengheid der
goddelijke rechtvaardigheid: hoe zal
het alsdan met mij zijn \'i
Ach ! mijne Meesteres, verkrijg mij,
voordat de dood tot mij komt, eene
groote droefheid over mijne zonden,
eene ware verbetering mijns levens
en de getrouwheid aan God voor den
levenstyd, die mij nog wacht. En
wanneer eindelijk mijn stervensuur
zal aangebroken zijn, o Maria, mijne
hoop, sta mij dan bij in de verschrik-
kelyke angsten, waarin ik mij dan
zal bevinden, versterk mij om niet
-ocr page 240-
— 238 -
te wanhopen op het gezicht mijner
zonden, die de duivel mij voor oogen
zal plaatsen. Verkrijg gij mij dan
de genade, u meer dikwijls aan te
roepen, opdat ik met uwen allerzoet-
sten naam en dien van uwen aller-
heiligsten Zoon op de li])])en sterve.
(i ij hebt deze genade aan zoovele uwer
trouwe dienaars bewezen, ook ik eisch
en verwacht die. Amen.
3 Wees gegroeten, als boven.
4. Voor den Woensdag.
GEBED OM VAN DE HEL BEVRIJD TK
BLIJVEN.
O Moeder Gods, allerheiligste Maagd
Maria, hoe dikwijls heb ik door mijne
zonden de hel verdiend! Wellicht
zou het vonnis bij mijne eerste zonde
reeds zijn uitgevoerd, zoo gij in uwe
goedheid de goddelijke gerechtigheid
niet hadt weerhouden; en vervolgens
hebt gij over mijne verhardheid weten
-ocr page 241-
- 230 —
te zegevieren en mij weten te bewe-
gen op u te vertrouwen. En in
hoeveel andere misdaden zou ik
daarna wellicht nog gevallen zijn
te midden der omringende gevaren,
zoo gij, liefdevolle Moeder, er mij
niet tegen behoed hadt door de ge-
nade, die gij mij hebt verworven!
Maar ach! mijne Koningin, wat
zullen uwe barmhartigheid en de
gunsten, die gij mij bewezen hebt,
mij baten, zoo ik verloren ga! Heb
ik u een tijd lang al niet bemind,
thans bemin ik u , na God, boven
alles. Ach! duld niet, dat ik ooit
den rug keere aan u en aan God,
die door uwe tusschenkomst mn\'
zooveel barmhartigheid heeft bewezen.
Mijne allerbeminnelijkste Meesteres,
laat toch niet toe dat ik u voor
eeuwig in de hel zou moeten haten en
vervloeken. Kunt gij het dulden een
uwer dienaren, die u bemint, verlo-
ren te zien gaan ? O Maria, zeg
het mij: zal ik verloren gaan? Ja,
ik zal verloren gaan, wanneer ik u
-ocr page 242-
— 240 —
verlaat. Maar wie zou den venuete-
len moed hebben 11 te verlaten V
Hoe kou ik der liefde ongedachtig
kunnen worden, die gij mij hebt
toegedragen \'i Maar neen. hij gaat
niet verloren . die zicli oprecht aan
n aanbeveelt en tot u zijne toevlucht
neemt, Ach! mijne Moeder, laatmij
toch niet aan mijzelveu over: want
ik zou mij in het verderf storten.
Maak, dat ik steeds tot u mijne toe-
vlucht neme. Bewaar mij . mijne
Hoop. bewaar mij voor de hel, en
vooral voor de zonde, die alleen mij
tot de hel kan veroordeelen.
:i Wees gegroeten, als boven.
5. Voor den Donderdag.
GEBED (UI IN DEM HEMEL TE KOMEN.
O Koningin des hemels, die boven
alle engelenkoren het naaste bij God
gezeten zijt, van uit dit tranendal
groet ik, ellendige zondaar, ü, en
-ocr page 243-
— 241 —
smeek n uwc liefdevolle oogen op
mij te richten. Zie, o Maria, in
hoevele <jevareu ik mij oogenblikke-
lijk bevind en mij zal blijven be-
vinden, zoolang ik hier op aarde leef\',
van namelijk mijne ziel in het ver-
derf te storten, den hemel en mijn
Grod te verliezen. Op u, mijne
Meesteres, heb ik al mijne hoop ge-
vestigd. Ik bemin u en verzucht
naar het oojjeublik, waarop ik in
den hemel u zal mogen zien en loven.
O Maria , wanneer zal die dag ko-
men, waarop ik mij eindelijk behou-
den aan uwe voeten zal zien ? Wan-
neer zal ik die hand mogen kussen,
die mij zoovele genaden heeft ge-
schonken ? Het is waar, mijne Moe-
der , dat ik u in mijn leven uiterst
ondankbaar was; maar wanneer ik
in den hemel kom . zal ik u daar,
de geheele eeuwigheid door, ieder
oogenblik beminnen en zal ik mij-
nen ondank herstellen door u voor
altijd te zegenen en dank te zeggen.
Ik dank God , dat Hij mij een zoo
-ocr page 244-
— 242 —
groot vertrouwen inboezemt op het
bloed vun Jezus Christus en op uwe
machtige voorspraak. Een zoodanig
vertrouwen hebben uwe ware die-
naren gevoed, en geen hunner heeft
zich ooit bedrogen gezien. Neen!
ook ik zal mij niet bedrogen zien.
0 Maria. bid uwen Zoon Jezus,
gelijk ook ik hem smeek door de
verdiensten van zijn lijden, deze
mijne hoop te bevestigen en altijd
meer uit te breiden. Amen.
3 Wees gegroeten, als boven.
6. Gebed voor den Vrijdag.
GEBED OM DE LIEFDE TOT JKZIS EN
MARIA.
0 Maria, gij zijt het edelste, het
verhevenste, het reinste, het sehoon-
ste, het heiligste van alle schepselen.
O mochten allen u kennen, mijne
Meesteres, en u beminnen, gelijk gij
het verdient! Maar het troost mij ,
-ocr page 245-
— 243 —
dat er zoovele zalige zielen in den
hemel, zoovele rechtvaardigen op
aarde leven, die van liefde zijn ont-
gloeid voor uwe goedheid en schoon-
heid. Bovenal verheugt het mij, dat
God zelf u alleen meer bemint, dan
alle Engelen en alle menscheli te
zamen. O mijne aller beminnelijkste
Koningin, ik, ellendige zondaar, be-
min u ook , maar bemin u veel te
weinig; ik verlang een vuriger, tee-
derder liefde tot u, en deze moet
gij mij verkrijgen; want u te be-
minuen is een zeker teeken van voor-
beschikking en eene genade, welke
God verleent aan hen, die zalig
worden. Verder, o mijne Moeder,
zie ik, dat ik maar al te veel ver-
plichting heb aan uwen goddelijken
Zoon ; ik zie, dat deze eene oneindige
liefde verdient. Gij dan, die niets
anders wenscht dan Hem bemind te
zien, ziehier de genade, die gij mij
moet verwerven : eene groote liefde
tot Jezus Christus. Ach ja, verkrijg
voor mij deze genade, gij, die van
-ocr page 246-
- 244 —
God verwerft al, wat g\'\\) wilt. Ik
zoek geene aardsche goedereu, geen
eer, geen rijkdom; ik zoek, hetgeen
uw Hart het meest begeert: enkel
mijn God te beminnen. Is het mo-
gelijk, dat gij mij niet zoudt willen
ondersteunen in dit mijn verlangen,
dat u zoozeer behaagt V Neen, reeds
nu helpt gij mij, bidt gij voor mij.
Bid, bid, o Maria, en houd nimmer
op te bidden, totdat gij mij in den
hemel ziet, waar ik verzekerd zal
zijn voor altijd Tnijn God te bezitten
tegelijk met u, mijne allerliefste
Moeder. Amen.
•1 Wees gegroeten, als boven.
7. Voor den Zaterdag.
GKIiEl) OM DE BESCHERMING VAN MAKIA.
O mijne allerheiligste Moeder, ik
zie van den eenen kant, hoe vele gena-
den gij mij hebt verworven, en van
den anderen kant, hoe ondankbaar
-ocr page 247-
— 245 —
ik jegens » ben geweest. Dt* on-
daiikbare is wel geene nieuwe wei-
daden waardig, maar hierom wil ik
toch niet wantrouwen umi uwe barm-
hartigheid. O mijne machtige Voor-
spreekster , hel) medelijden met mij.
(Jij zijt de uitdeelster van alle ge-
naden , die God aan ons ellendigen
toestaat, en juist opdat tot dat einde
gij ons ter hulp zoudt komen heeft
Hij u zoo machtig, zoo ruk en zoo
goedertieren gemaakt. Ik wil zalig
worden. In uwe handen dan stel
ik mijne eeuwige zaligheid, aan u
vertrouw ik mijne ziel toe. Ik wensch
aangeschreven te staan onder uwe
meest bijzondere dienaren: wil mij
niet afwijzen, (lij zoekt de ongeluk-
kigen op om ze te verlichten: ver-
laat dan niet een ougelukkigen zon-
daar , die tot u vlucht. Spreek voor
mij ten beste: uw goddelijke Zoon
Aoet al, wat gij van Hein vraagt.
Neem mij ouder uwe bescherming.
dit is 111 ij genoeg, omdat, wanneer
uij mij beschermt, niets mij vrees
11
-ocr page 248-
— 24(5 —
aanjaagt: noch mijne zonden, omdat
«gij, naar ik hoop, m\\\\ daarvan bij
God vergiffenis zult verwerven, noch
de duivelen, omdat gij machtiger
zij"t dan de gansche hel, noch Jezus,
mijn Rechter, zelf, omdat Hij, op
een enkel gebed van u, bevredigd
zal zijn. Bescherm mij dan, mijne
Moeder, en verwerf mij de vergiffe-
nis mijner zonden, de liefde tot Jezus,
de heilige volharding, een goeden
dood en ten slotte den hemel. Het
is waar, deze genaden verdien ik
niet, maar zoo gij ze voor mij van
den Heer vraagt, zal ik ze verkrij-
gen. Bid Jezus dan voor mij. 0
Maria, mijne Koningin, op u stel
ik mijn vertrouwen: in die hoop
rust en leef ik en met haar wil ik
sterven. Amen.
3 Wees gegroeten, als boven.
-ocr page 249-
— 247 —
SrliUtjjelKiUn Itr tut uan Iffatia.
Moeder Gods, herinner u mijner.
H. Franciscus Xaverius.
Heilige Maagd en Moeder, maak
dat ik altijd aan u denk.
H. Philippus Nerius.
O Maria, moge mijn hart nooit
ophouden u te beminnen, noch mijn
tong u te loven.
H. Bonaventura.
O mijne Gebiedster, 1 tewerk, dat
Jezus mij niet van zich stoote.
H. Ephrem.
Heilige Maagd Maria, bid Jezus
voor mij. H. Philippus Nerius.
O Maria. Heilige Moeder Maria,
maak, dat ik der wereld afsterve en
trek mij tot u, opdat ik Hem alleen
bemiune, die alleen verdient bemind
te worden.
               H. Alphonsus.
0 Maria, ik schenk mij geheel
aan u, neem mij aan en bewaar mij.
H. Magdaleua de Pazzis.
-ocr page 250-
— 248 —
O niijni\' Meesteres, sta mij bij uit
liefde tot Jezus, opdat ik hem be-
minne.
                          H. Brigitta.
Ave Maria , ave. Maria !
H. Thomas van Aquino.
Op u, o Maria. heb ik van gan-
scher harte mijne hoop gesteld.
H. .Tohannes Damascenus.
Indien gij, o Maria, onze zaligheid
wilt, is het onmogelijk, dat wij niet
zalig worden.
            H. Anselmus.
O groote , o barmhartige, Maria !
Men kan u niet noemen zonder een
nieuwen ijver te gevoelen, men kan
aan u niet denken, of men wordt
inwendig niet een heilige blijdschap
en vreugde vervuld.
H. Hernardus.
-ocr page 251-
IV.
De Feesten der H. Maagd.
-ocr page 252-
-ocr page 253-
HET FEEST VAN MARIA\'s ONBEVLEKTE
ONTVANGENIS.
Gebed der Kerk.
O Grod, die door de onbevlekte ont-
vangenis der Maagd een waardige
woonplaats voor uwen Zoon hebt
bereid, wij bidden U, dat (jij. die
haar in \'t vooruitzicht op den dood
van dienzelfden Zoon tegen iederen
vlek gevrijwaard hebt, ook ons ver-
leent door hare voorspraak zuiver
tot u te geraken. Door denzelf\'den
Christus onzen Heer. Amen.
Groetenis van den H. Alphonsus.
0 mijne onbevlekte Koningin Maria,
ik verheug mij met u, dat God u
met zoo groot een zuiverheid geze-
geud heeft. Ik dank onzen Schep-
per en neem mij voor dit altijd te
-ocr page 254-
— 252 -
doen, daar Hij u van alle vlekken
der zonde bevrijd heeft. Ik ben vast
van de/e waarheid overtuigd. Ik
wensch, dat de geheele wereld u lo-
ven eii prijzen moge als het schoone
morgenrood, dat altijd met goddelijk
licht bestraald was, als de uitverko-
ren ark des heils, welke van den
algemeenen schipbreuk gevrijwaard
bleef: ik wenschte, dat de geheele
wereld u kennen mocht als de blanke
lelie, welke tusschen de doornen, na-
melijk de kinderen van Adam, groeit,
die allen met de zonde bezoedeld en
in de vijandschap Gods geboren wor-
den, terwijl gij alleen geheel rein,
geheel heilig, allerimiigst door den
Schepper bemind, geboren werd. Laat
mij n loven, o zoete, o beminnelijke,
0 onbevlekte Maagd Maria! 0 zie
met uwe barmhartige oogen op de
vreeselijke wonden mijner arme ziel.
Zie mij aan, heb medelijden met mij
en genees mij, o Maria! O onbevlek-
te Maagd, zoo wil ik u toeroepen, gij
moet bewerken, dat ik zalig word.
-ocr page 255-
— 253 —
Maak, dat ik altijd aan u denk en
vergeet mij niet. Amen.
Or HET FEEST VAN MARIA\'s GEBOORTE.
Gebed der Kerk.
Wij bidden U, o Heer, verleen
aan uwe dienaren het geschenk uwer
hemelsche genade, opdat ons, voor
wie het moederschap der gelukzalig-
ste Maagd het begin der verlossing
is geworden, de viering harer ge-
boorte vermeerdering des vredes
schenke. Door Christus onzen Heer.
Amen.
Gebed van den H. Bemardus.
Wees gegroet, Moeder van barm-
hartigheid, Vorstin der wereld, Ko-
ningin des hemels. Gij, Maagd der
maagden, gy, Heilige aller Heiligen,
licht der blinden, glorie der recht-
vaardigen, gij, die voor de zondaars
vergiffenis en voor de wanhopendeu
-ocr page 256-
— 254 —
nieuw leven verwerft, sterkte der
zwakken, heil der wereld, spiegel
aller rechtzinnigheid , wees gegroet.
Ik smeek u, o Maria, bewerk door
uwe goedheid, dat de schuldigen
kwijtschelding, de kranken genezing.
de kleinmoedigen sterkte, de bedruk-
ten troost, de hulpbehoevenden bij-
stand verkrijgen. Mogen w\\j door
u toegang hebben tot uwen Zoon,
opdat Hij door u ons opnenie.
01\' HET FKKST VAN MARIA\'s NAAM.
Gebed der Kerk.
O God , die gewild hebt, dat uwe
Moeder Maria genoemd werd; geef
ons, bidden wij, dat allen die den zoeten
Naam van Maria aanroepen, voort-
diirend de hulp harer zegening ge-
voelen. Gij, die leeft in de eeuwen
der eeuwen. Amen.
-ocr page 257-
- 255 —
Lofzang van den II. Anselmux.
O Maria, zoete Naam, vierens-
waardige Naam ! 0 Maria, Naam ,
kostbaarder dan de rijkste schatten,
balsem en reukwerk, welriekende
wierook , onvervvelkbare bloem , im-
mergroene twijg! O Maria, ster,
wier licht den glans der zon ver-
duistert, o Maria, gij, Maagd, die
altijd Moeder blijft, omdat gij nooit
zonder kinderen zult zyn. O Maria,
schoone en beminnelijke Maria, lied
van blijdschap ; Maria, u moeten wij
altijd verkondigen en zegenen in \'t
openbaar en in \'t verborgene, niet
alleen hier, maar over de gansche
wereld, ja, in den hemel, met de
welluidende lofzangen der Engelen.
OP HET FEEST VAN MARIA\'s OPDRACHT
IN DEN TEMPEL.
Gebed der Kerk.
O God, die gewild hebt, dat de
-ocr page 258-
— 256 —
gelukzalige Maria, altijd Maagd, de
woonstede van den H. Geest, heden
in den Tempel werd opgedragen,
schenk ons, smeeken wij u, dat wij
door hare tusschenkomst verdienen
in den tempel uwer glorie opgedra-
gen te worden. Door Christus onzen
Heer. Amen.
Gebed van den H. Chrysostomus.
Tot u, o Maria, gij, allerzaligste
Maagd en Moeder Gods, wil ik steeds
mijn toevlucht nemen, om aan de
vruchten uwer voorspraak deelachtig
te worden. Gij zijt waarlijk een
groot wonder, o allerzaligste Maagd
Maria! Gij alleen overtreft hemel en
aarde in ware grootheid. Gij zijt
tegelijk een dienstmaagd van God
en Moeder van God, tegelijk Maagd
en Moeder, (jij zijt de Moeder van
Hem, die door den Vader van eeuwig-
heid voortgebracht werd, dien enge-
len en meuscheü als den Heer des
heelals erkennen. Wees dan gegroet,
\\
-ocr page 259-
— 257 -
o Moeder en Maagd Maria. Gy zijt
onze hemel, onze troon, ons sieraad,
de roem en het bolwerk der Kerk.
O bid voor mij en voor alle menschen
bij Jezus, uwen Zoon, onzen Heer,
opdat wij door u barmhartigheid vin-
den op den dag des oordeels en die
goederen verkrijgen mogen, welke
voor allen weggelegd zijn, die God
beminnen.
OP HET FEEST VAN MARIA\'s VKRLOVING.
Gebed der Kerk.
Verleen aan uwe dienaren, bidden
wij u, o Heer, het geschenk der
hemelsche genade, opdat hun, voor
wie de baring der gelukzalige Maagd
de aanvang der verlossing was, het
godvruchtige feest harer verloving
vermeerdering van vrede schenke,
Door Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed van den H. Ildefomus.
Gelukzalige Moeder van God en
-ocr page 260-
— 258 —
van de menschen, lof\' en glorie van
ons geslacht, heiliger dan de Heili-
gen, schitterender dan de luister-
rijkste schepselen, wie kan u waar-
dig lofprijzen V Sedert gij uitver-
koren werd God te baren en te
voeden, is onze zaligheid in uwe
handen, o Meesteres. Dat uwe barm-
hartigheid zich gewaardige op ons
neertezien en wij zullen zonder vrees
den Heer, den eeuwigen Koning en
zijne gezegende Moeder dienen. Hoor
dus ons gebed, o Koningin van glorie,
die niet God leeft en heerscht in alle
eeuwen der eeuwen.
OP HET FKKST VAN MARIA-BOODSCHAP.
Gebed der Kerk.
O God, die gewild hebt, dat uw
woord bij de boodschap des Engels
uit den schoot der gelukzalige Maagd
Maria vleesch zoude aannemen, geef\'
ons, zoo sineeken wij u, dat wij, die
in waarhei 1 gelooven, dat zy Moeder
-ocr page 261-
— 259 -
Gods is, door hare gebeden bij u
geholpen worden. Uoor denzelfden
Christus onzen Heer. Amen.
Gebed van den 11. Wilhelmus.
O Moeder van mijnen God, ik neem
mijn toevlucht tot u en ik bid u,
wil mij niet verstooten, nu de gan-
sche Kerk u een moeder van barm-
hartigheid noemt en als zoodanig
prijst. Omdat gij aan den Allerhoog-
ste zoo dierbaar zijt, wordt gij altijd
verhoord. Uwe barmhartigheid werd
nog aan niemand geweigerd. Uwe
nieedoogende goedertierenheid heeft
nog nooit eenen zondaar terugge-
stooten, hoe talrijk zijne zonden ook
waren, wanneer hij zich slechts u
had aanbevolen. Het is immers uw
ambt, o Maria, vrede tusschen God
en de menschen te stichten. Moge
dus uwe overgroote barmhartigheid,
die veel grooter is dan mijne zou-
den, u bewegen mij te helpen. Amen.
-ocr page 262-
— 260 —
OP HET FKKST VAN MARIA-VISITATIE.
Gebed der Kerk.
Almachtige en barmhartige God,
wij bidden smeekend uwe Majesteit,
dat gij, gelijk gij uwen Eengeboren
Zoon door het bezoek en de groetenis
van zijne Moeder geopenbaard hebt
aan het kind, in den moederschoot
nog opgesloten, door de verdiensten
en de gebeden van diezelfde Moeder
verleent, dat wij hem van aangezicht
tot aangezicht in eeuwigheid aan-
schouwen. Die met u leeft in alle
eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed van den Heiligen Petrus
Damianw.
Heilige Maagd Maria, Moeder Gods.
sta hen bij, die u om uwe hulp
aanroepen. Denk liefderijk aan ons,
gy, die zoo machtig zijt, want Hij,
die alle macht bezit, heeft u in den
hemel en op aarde allermachtigst
gemaakt. Voor u is niets onmogelijk.
-ocr page 263-
— 261 —
gy kunt zelfs de wanhopenden op-
beuren en bewerken, dat zy opnieuw
hopen zalig te zullen worden. Denk
aan ons vol liefde. Ik weet het, o
mijne Koningin, dat gij vol goeder-
tierenheid zijt. dat «rij ons niet een
teederheid bemint, die door geen
andere liefde overtroffen worden kan.
Alle schatten der goddelijke barm-
hartigheid zijn iu uwe handen
neergelegd. Hou dus niet op ons
weldaden te bewijzen. Denk aan ons,
opdat wij eenmaal in den hemel uw
aanschijn genieten. De grootste
heerlijkheid, waaraan wij deelachtig
kunnen worden, bestaat hierin, dat
wij na God u aanschouwen, u be-
minnen en ouder uwe bescherming
leven. Verhoor ons dus, o Maria, Jj
want uw Zoon wil u daardoor eeren,
dat Hij uwe bedeu niet versmaadt.
Amen.
-ocr page 264-
- 262 -
OP IIKT FEEST VAN MARIA-LICHTMIS.
Gebed der Kerk.
Almachtige, eeuwige God, wij
snieeken ootmoedig uwe barmhartig-
heid, geef, dat wij, gelijk uw eeu-
geboren Zoon op dezen dag in de
zelfstandigheid van ons vleeseh in
den tempel is opgedragen, niet zui-
vere harten aan u mogen opgedragen
worden. Door denzelfden Christus
onzen Heer. Amen.
Gebed van den 11. Germawus.
O mijne Koningin, gij zijt mijn
eenige troost, die God mij schenkt,
gij alleen die hemelsche dauw, welke
den gloed mijner kwellingen vermin-
dert. Gij zijt een licht voor mijne
ziel, wanneer zij door duisternis
omhuld is. Gij zijt mijne geleidster
oj) mijn tocht door dit leven, mijne
kracht in mijne zwakheid, mijnsieraad
in mijne armoede, het geneesmiddel
voor mijne wonden, mijn troost, als
-ocr page 265-
- 263 -
ik van kommer ween. gij zijt niiju
toevlucht in mijne ellende, de hoop
mijner zaligheid. O verhoor dan
mijne beden. heb medelijden met
mij . gelijk het de Moeder van een
(tod betaamt, die de menseheii zoo
innig liefheeft. Verwerf mij het
voorwerp mijner gebeden, daar gij
onze verdediging en onze vreugde
zijt. 0 bewerk, dat ik in den hemel
kom! O Maria, gij zijt almachtig
om de zondaars te redden en gij
behoeft geen andere aanbeveling, wijl
ui.) de Moeder van het ware leven zijt.
OP HET FEEST VAN MARIA\'s OPNEMING
TEN HEMEL.
Gebed der Kerk.
Het vierenswaardige feest van dezen
\'lag, o Heer, schenke ons een heil-
rijke hulp, van dezen dag, waarop de
lleilioc Moeder Gods den tijdelijken
\'lood is gestorven, maar niet door
-ocr page 266-
- 264 —
de handen des doods kon fcerugge-
houden worden, daar zij uwen Zoon.
onzen Heer, uit haar inensch gewor-
den, ter wereld heeft gebracht. Die
met u leeft in alle eeuwen der eeu-
wen. Amen.
Gebed van den II. Modextti».
Wees gegroet, o Maagd, die God
zelf heeft begeerd. Gegroet. levende
tempel van den Oneindige, van den
Allerhoogste, (iegroet, allerheiligste
Moeder van (\'hristus, die bij de ver-
lossing der wereld in u zijne rust-
]ilaats gevonden, die u tot de eeuwige
rust zijner glorie heeft verheven.
Nadat onze Heer Jezus Christus n
uitverkoren had om zijn geestelijk
koninkrijk op aarde te zijn, nadat
Hij ons door u het Rijk der henie-
len had geschonken, heeft Hij ge-
wild, dat gij met Hem de eer van
een onbederfelijk lichaam deelen en
ieder schepsel in de glorie der zali-
gen zoudt overtreffen. Gij zijt onz\'\'
-ocr page 267-
— 265 —
toevlucht, en onze kracht, o Maria;
gij schenkt ons Christus, die al onze
kwalen geneest; «jij stort stroomen
van genade uit. die springen ten
eeuwigen leven. Gegroet, altijddurend
gedenkteeken van Gods onuitspreke-
lijke barmhartigheid en grenzelooze
liefde.
ÜP I1KT PEEST VAN MARIA , HOEDER VAN
SMARTEN.
Gebed der Kerk.
0 God , bij wiens lijden de aller-
lieniinnelijkste ziel der Moeder Maria,
volgens de voorspelling van Sinieon,
liet zwaard der sniarte doorboord
heeft, schenk ons vol barmhartigheid,
(lat wij, die hare doorboring en haar
lijden eerbiedig vieren, door hare
glorierijke verdiensten en de voor-
l\'i\'de van alle Heiligen, die getrouw
\'ij uw kruis gestaan hebben, de
zegenrijke uitwerking van uw lijden
-ocr page 268-
— 206 —
verwerven niogeii. (iij, die leeft in
alle eeuwen. Amen.
Gebed run, den H. Alphomus.
O mijne lieve Moeder Maria, Ko-
iiingin der martelaren, Koningin des
lijdens, voor mijne zaligheid hebt
gij zoovele tranen over uwen gestor-
ven Zoon vergoten; doch wat zouden
mij uwe tranen baten, indien ik toch
verloren ging r Verkrijg dus voor
mij , om de verdiensten van uwe
smarten, een oprecht berouw over
mijne zonden, een ware verbetering
van mijn leven, een bestendig eu
innig medelijden met het lijden van
(\'hristus en uwe smarten. Ik smeek
u, o mijne dierbare Moeder, bij de
vreeselijke smart. die gij gevoeld
hebt, toen gij voor uwe oogen zaagt,
hoe uw teergeliefde Zoon het hoofd
neigde en stierf, verwerf mij eeii
zalig sterfuur. 0 beminde Voorspre-
keres der zondaars, ik bid u, ver-
zuim niet bij dien schrikwekkende!!
-ocr page 269-
— 207 —
overgang in de eeuwigheid, mijne
beangstigde. door bekoringen aan-
gevochten ziel bijtestaan. En daar
nüj wellicht in dat uur de stem zal
ontbreken om uwen naam en dien
van uwen Jezus aanteroepen, van u,
die toch onze gansche hoop zijt, zoo
roej) ik u en uwen Zoon reeds nu
aan, opdat gij mij in dat oogenblik
helpen moogt, en zeg derhalve:
Jezus en Maria, ik beveel u mijne ziel
aan. Amen.
01\' HET KEEST VAN HET HEILIG HAKT
VAN MARIA.
Gebed der Keek.
Almachtige, eeuwige God, die in
het Hart van de gelukzalige Maagd
Maria een waardige woonplaats van
den Heiligen (leest hebt bereid,
schenk ons genadig, dat wij. die het
feest van dit allerzuiverst Hart met
godsvrucht vieren, volgens uw Hart
-ocr page 270-
— 268 —
mogen leven. Door Christus onzen
Heer. Amen.
Groetenin der Heilige Mechtildü aan
het Heilig Hart van Maria.
Wees gegroet, allerheiligst Hart.
Wees gegroet , allerzachtnioedigst
Hart. Wees gegroet, allernederigst
Hart. Wees gegroet, allerzuiverst
Hart. Wees gegroet, allergodvruch-
tigst Hart. Wees gegroet, allerwijst
Hart. Wees gegroet, allergeduldigst
Hart. Wees gegroet, allergehoor-
zaamst Hart. Wees gegroet, aller-
waakzaamst Hart. Wees gegroet,
allergetrouwst Hart. Wees gegroet,
allergelukzaligst Hart. Wees gegroet,
allerharmhartigst Hart. Wees ge-
groet, allerbeminnelijkst Hart van
Jezus en Maria. U vereeren wij;
u loveu wij ; u verheerlijken wij ; u
danken wij: u beminnen wij uit ge-
heel ons hart, uit geheel onze ziel,
en uit al onze krachten. U dragen
wy ons hart op, schenken het u,
-ocr page 271-
-r- 269 —
wyden het u, slachtofferen liet u.
Neem het aan en bezit het geheel,
en zuiver het, en verlicht het, en
heiligt het, opdat gij daarin leeft en
heerscht, nu en altn\'d in de eeuwen
der eeuwen. Amen.
OP HET FEEST VAN MAKIA, KONINGIN VAN
DEN H. ROZENKRANS.
Gebed der Kerk.
God, wiens Eengeboren Zoon door
zijn leven, dood en verrijzenis ons het
loon der eeuwige zaligheid heeft ver-
worven, schenk ons, bidden wij u ,
dat wij , die deze geheimen in den
Rozenkrans der gelukzalige Maagd
Maria overwegen, en navolgen, wat
zij behelzen, en verkrijgen, wat zij
beloven. Door Christus, onzen Heer.
Amen.
FjO f opraak van den H. Alphonsuz op
Maria.
O allerheiligste Maagd Maria, o
12
-ocr page 272-
— 270 —
Koningin der Engelen, hoe schoon,
hoe minnelijk, hoe volkomen heeft
de hemel u gemaakt. Gij zijt zoo
schoon en zoo beminnenswaardig, dat
gij door uwe schoonheid de harten
tot u trekt. Als men u ziet, schijnt
al het andere hatelijk ; voor u wijkt
alle andere schoonheid en alle liefe-
lijkheid verdwijnt voor u , gelijk de
sterren verdwijnen, wanneer de zon
opgaat. Ja, mijn verheven Konin-
gin, uit de grenzelooze zee uwer
schoonheid vloeit de schoonheid en
de liefelijkheid aller schepselen als
een stroom voort. Zie, o Maria, hoe-
wel ik de geringste uwer dienaren
ben , wil ik u heden mijne bewon-
dering en vereering te kennen geven.
O Moeder der zondaren, onder wier
mantel wij bescherming vinden. O
Troosteres der wereld , door wie de
bedrukten, de kranken en de verlate-
nen getroost worden. O gij , zuiver
schepsel, die eenen God gebaard hebt.
O groote Vorstin, Koningin des he-
mels, verheug u gedurende duizend
-ocr page 273-
— 271 —
eeuwigheden over de volheid van ge-
nade en over de gelukzaligheid, die
gij in den hemel geniet. Ik hid u
alleen . mijne barmhartige Moeder ,
vergeet ons niet, neem ons tot kin-
deren aan. 0 Maria, Maria, schoo-
ner dan alle schepselen, heminuens-
waardiger dan alles, wat beminne-
lÜk is, kostelijker dan alle gescha-
peue goederen , liefelijker dan alle
liel\'elijkheid. Maak dat ik na God
niets anders bemin dan u, minne-
lijkste. beminnenswaardigste Moeder
van mijnen Jezus.
OP 11 KT FKKST VAN 11 KT SCAPUUKR VAN
DEN BKRd CAKMBL.
Gebed der Kerk.
0 God, die de orde van (\'arniel door
een bijzonderen titel van uwe geluk-
zaligste Moeder Maria, altijd Maagd,
verrijkt hebt: verleen barmhartig,
dat wij, versterkt door de bescherming
-ocr page 274-
— 272 —
van haar, wier gedachtenis w\\] he-
den plechtig vieren, tot de eeuwige
vreugde geraken mogen. Gij die leeft
en heerscht in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Gebed van den II. Auguètinw.
0 allerzaligste Maagd Maria, wie
zoude u op waardige wijze de verdien-
de dankzeggingen en lofprijzingen
daarvoor kunne]] aanbieden, dat gij
in de woorden van den aartsengel
Gabriël hebt toegestemd en hierdoor
de verloren menschheid te hulp zijt
gekomen? Met welke lofspraken moet
de zwakke en ellendige mensch u ver-
heffen, daar gij ons door uwe bemid-
deling den weg naar de verzoening
met God geopend hebt ? Neem dus,
o Maria, onze dankzeggingen aan, al
zyn zij ook gering en evenaren zy
niet uwe verdiensten, en terwijl gij
ze aanneemt, verkrijg ons door uwe
voorbede bij God vergeving onzer
zonden. Door uwe tusschenkomst
-ocr page 275-
— 273 —
moge God genadig aannemen, wat wij
door u voor zijn troon brengen, door
voorspraak moge hij vol erbarming
verleenen, wat wij met levendig ver-
trouwen vragen. Draag ons gebed
op iu het heiligdom der verhooring
en breng ons terug liet geneesmid-
del der verzoening. Neem aan, wat
wij n aanbieden ; breng terug , wat
wij begeeren; verkrijg ons vergiffe-
nis der zonden, die ons beangstigen,
want gij zijt de eenigste hoop dei-
zondaars. Door u verwachten wij
kwijtschelding van onze misslagen ,
en op n rust de blijde hoop van onze
belooning. Ondersteun bereidwillig
de gebede n der smeekenden en breng
allen de gewenschte verhooring. Ge-
waardig u zonder ophouden te bid-
den voor het volk Gods, daar gij
waardig zijt geacht den Verlosser
der wereld te dragen, die leeft en
heerscht van eeuwigheid tot eeuwig-
heid. Amen.
-ocr page 276-
Wijze van den Rozenkrans te bidden.
v. God, kom mij ter hulp.
s. Heer, haast u om mij te helpen.
Eere zij den Vader, en den Zoon,
en den H. Geest.
Gelijk het was in het begin, nu,
en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder
der barmhartigheid, dus leven, onze
zoetheid en onze hoop, wees gegroet.
Tot u roepen wij, ballingen, kinde-
ren van Eva; tot u verzuchten wij
treurende en weeuende in dit tra-
nendal. Welaan dan, onze Voor-
spreekster, keer uwe medelijdende
oogen tot ons en toon ons na deze
ballingschap Jezus, de gezegende
vrucht uws lichaams, o goedertieren,
o teedere, o zoete Maagd Maria.
v. Gewaardig dat ik u love, Hei-
lige Maagd.
r. Geef\' mij sterkte tegen uwe vij-
anden.
-ocr page 277-
— 275 —
Laten wij bidden.
God, wiens Eengeboren Zoon
door zyn leven, zijn dood en zijne
opstanding ons de kroon der eeuwige
zaligheid bereid beeft; wij bidden u
verleen ons, dat wij deze geheimen
in den allerbeiligsten Rozenkrans
van de gelukzaligste Maagd Maria
vereerende, en mogen navolgen, wat
zij bevatten, en mogen erlangen, wat
zij beloven. Door denzelfden Christus
onzen Heer.
NA DKN ROZKNKKANS BIDT MEN:
Wy danken u, almachtige God,
voor al uwe weldaden, Gij, die leeft
en heerscht in alle eeuwen der
eeuwen. Amen.
-ocr page 278-
- 276 -
LITANIE
VAN DE
H. MAAGD MARIA.
Heer, ontferm u onzer.
(Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm u
onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ont-
ferm u onzer.
God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm
u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods,
Heilige Maagd der Maagden,
         81
Moeder van Christus,                      <
Moeder der goddelijke genade, §
Allerreüiste Moeder,
Allerzuiverste Moeder,
                    £
Ongeschonden Moeder,
-ocr page 279-
- 277 -
OnbeTlekte Moeder, bid voor ons.
Minnelijke Moeder,
Wouderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd.
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertieren Maagd,
Getrouwe Maagd,                            gt
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid,                          o
Oorzaak onzer blijdschap,               H
Geestelijk vat,                                  p
Eerwaardig vat,
Schoon vat van godsvrucht.
Verborgen roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden huis,
Ark des verbonds,
Deur des heniels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken,
Toevlucht der zondaren,
-ocr page 280-
— 278 -
Troosteres der bedrukten.
Bijstand der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Aartsvaders,
Koningin der Profeten,
                   ^
Koningin der Apostelen,                £-
Koningin der Martelaren.               g
Koningin der Belijders,                   £.
Koningin der Maagden,                  2
Koningin van alle Heiligen,           "
Koningin zonder erfzonde ont-
vangen,
Koningin van deii allerheilig-
sten Rozenkrans.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld. ontferm 11 onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Ant. Ouder uwe bescherming ne-
men wij onzen toevlucht, Heilige
Moeder Gods, versmaad onze gebeden
-ocr page 281-
- 279 -
niet in onzen nood, maar verlos ons
altijd van alle gevaren, o gezegende
Maagd.
Ant. Groote Vader, H. Dominions,
neem ons by u in het uur van onzen
dood, en aanschouw ons hier altijd
met een gunstig oog.
v. Na het baren , o Maagd, zijt
gij onbevlekt gebleven.
r. Moeder Gods, bid voor ons.
v. Bid voor ons, heilige Vader
Dominions.
r. Opdat wij waardig worden de
beloften van Christus.
halen wij bidden.
God van ontferming, verhoor de
smeekingen uwer dienaren, opdat" wij,
die in de Broederschap van den al-
lerheiligsten Rozenkrans der aller-
heiligste Maagd Maria vereeuigd zijn,
door hare voorspraak van de geva-
ren, die ons bedreigen, mogen ver-
lost worden.
God, die u gewaardigd hebt uwe
-ocr page 282-
- 280 —
Kerk door de verdiensten en leerin-
gen van uwen Belijder, onzen Vader
den H. Dominions, te verlichten,
geef dat haar door zn\'ne voorspraak
geen hulp ontbreke in het tijdelijke,
en dat zij altijd moge toenemen in
het geesteln\'ke. Door Christus, onzen
Heer.
                                   •.
e. Amen.
Koningin van den Allerheiligsten
Rozenkrans, bid voor ons.
Koningin van den Allerheiligsten
Rozenkrans, bid voor ons.
Koningin vaa den Allerheiligsten
Rozenkrans, spreek voor ons.
v. Ons zegene met haar goddelyk
Kind,
u. De Allerheiligste Maagd Maria.
De zegen van den almachtigeu
God, van den Vader en den Zoon
en den H. Geest, dale over ons door
de voorspraak van de Koningin van
den allerheiligsten Rozenkrans en
blijve altijd bij ons.
k. Amen.
-ocr page 283-
V.
Gebeden onder de H. Mis.
-ocr page 284-
-ocr page 285-
Gebeden gedurende liet H. Misoffer.
(Betrokken uit de Kerkelijke gebeden.)
VOOKBERKIMSUSGEBKI).
Deze heilige Mis wil ik bijwonen
tot meerdere eer en glorie van God,
ter vereering van al de Engelen
en Heiligen des heniels, bijzonder
van de allerheiligste Maagd en Moe-
der Gods Maria, tot dankzegging
voor al de weldaden, die ik van God
heb ontvangen, tot voldoening voor
al mijne straffen, tot vergiffenis van
mijne zonden en die van de geheele
strijdende en lijdende Kerk, voor allen
die zich in mijne gebeden hebben aan-
bevolen in \'t algemeen of in \'t bij-
zonder. Vooral offer ik deze heilige
Mis op tot deze bijzondere nieening.
Schenk ons, o almachtige en barm-
hartige God, vreugde en vrede, ver-
betering van ons leven, den tijd voor
een oprechte boetvaardigheid, de
genade en de vertroosting van den
-ocr page 286-
- 284 -
H. (leest, de volharding in de be-
oefening der goede werken.
Gedenk niet, o Heer, onze zon-
den noch die van onze bloedverwan-
ten, en neem geen wraak over onze
misdrijven.
Onder uwe bescherming nemen w\\j
onzen toevlucht, o heilige Moeder
Gods, versmaad onze gebeden niet
in onzen nood, maar bevrijd ons
van alle gevaren, o gezegende Maagd.
BIJ DKN CONFITEOR.
Ik beln\'d aan God almachtig, aan
de gelukzalige Maria, altijd Maagd,
aan den zaligen Aartsengel Michaê\'1,
aan den zaligen Johannes den Uoo-
per, aan de heilige Apostelen Petrus
en Paulus en alle Heiligen, dat ik
gezondigd heb met gedachten, woor-
den en werken, door mijne schuld,
door mijne schuld, door niyne aller*
grootste schuld ; daarom smeek ik de
gelukzalige Maria, altijd Maagd, den
gelukzaligen Aartsengel Michaé\'1, den
-ocr page 287-
— 285 —
gelukzaligen Johannes den Dooper,
de heilige Apostelen Petrus en Pau-
lus en alle Heiligen voor mij te bid-
den bjj den Heer onzen God.
De almachtige God ontferme zich
over ons, vergeve ons onze schulden
en voere ons ten eeuwigen leven.
Kwijtschelding, vrijspreking en
vergiffenis van al onze zonden schenke
ons de almachtige en barmhartige
Heer.
Wij bidden u, o Heer, neem onze
zonden van ons weg, opdat wij
waardig worden niet een zuiver hart
uw heiligdom binnen te gaan.
Wij smeeken u, o Heer, door de
verdiensten uwer Heiligen, wier reli-
quieën hier zijn, en van alle Heili-
gen, dat gij ons al onze zonden wilt
vergeven. Door Christus onzen Heer.
Ameu.
BIJ DEN INTROÏTUS EN HET KYRIE ELEISON.
Gezegend zy de heilige Drievul-
digheid en onverdeelde eenheid. Laat
ons Haar danken, want zij heeft
-ocr page 288-
- 286 ~
ons barmhartigheid bewezen. Heer,
onze (Jod, hoe wonderbaar is uw
Naam over de geheele aarde. Glorie
zij den Vader, den Zoon en den
H. Geest. Gelijk het was in het
begin en nu, en altijd, en in de
eeuwen der eeuwen. Amen. Geze-
gend zij de heilige Drievuldigheid
en onverdeelde eenheid. Laat ons
haar danken, want z\\j heeft ons
barmhartigheid bewezen.
Heer, ontferm U onzer. Heer, ont-
ferin U onzer. Heer, ontferm U
onzer. Christus, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer. Chris-
tus , ontferm U onzer. Heer , ont-
ferm U onzer. Heer, ontferm U
onzer. Heer, ontferm U onzer.
BIJ DEM GLORIA IN EXCKLSIS.
Eere zij God in den hooge en
vrede op aarde den menschen van
goeden wil. Wij loven U, wij prij-
zeu U, wij aanbidden U, wy ver-
heerlijken U, wij dankeu U om uwe
groote heerlijkheid. Heer God. He-
-ocr page 289-
- 287 -
inelsche Koning, God. almachtige
Vader! Heer, Eengeboren Zoon
Jezus Christus, Heer God, Liiin
(jlods, Zoon des Vaders, (Jij, die
wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u onzer. Gij, die wegneemt
de zonden der wereld, verhoor ons
smeeken. Gij , die zit aan de rech-
terhand des Vaders, ontferm U onzer!
Want Gy alleen zijt heilig, Gij al-
leen de Allerhoogste Jezus Christus
met den Heiligen Geest in de glorie
van God den Vader. Amen.
HIJ 1)K KKKSTti GEBEDEN.
Almachtige, eeuwige God, die aan
uwe dienaren verleent in de beken-
tenis van het ware geloof\' de glorie
van de eeuwige Drievuldigheid te
belijden, wij smeeken U , dat wij
door de vastheid van dit geloof tegen
alle tegenheden mogen versterkt
worden.
O God, die ons in het wonderbare
Sacrament de gedachtenis van uw
lijden hebt achtergelaten , geef ons,
-ocr page 290-
— 288 —
bidden wij U, de heilige geheime-
nissen van uw Lichaam en Bloed zoo
te vieren, dat wij de vruchten uwer
verlossing altijd in ons ondervinden.
0 Heer, wij bidden U , bevrijd
ons van alle gevaren naar ziel en
lichaam en door de voorbede der
allerheiligste en glorierijke Maagd en
Moeder Gods Maria, van den H. Jozef,
van uwe heilige Apostelen Petrus
en Paulus, van den Patroon onzer
kerk en van alle Heiligen, schenk
ons barmhartig heil en vrede, opdat
alle wederwaardigheden en dwalingen
onderdrukt worden en uwe Kerk u
in ongestoorde vrijheid dienen moge.
Door Christus onzen Heer. Amen.
BIJ DEN EPISTEL.
Les uit den brief van den H.
Apostel Paulus aan de Romeinen,
XI, 33—36:
O diepte des rijkdoms, der wijs-
heid en der wetenschap Gods! Hoe
ondoorgrondelijk zijn Zijne oordeelen
en hoe onnaspeurlijk Zijne wegen.
-ocr page 291-
— 289 —
Want wie heeft den zin des Heeren
gekend ? Of\' wie is zijn raadsman
geweest ? Of\' wie heeft Hem tevoren
gegeven, wien het wederom zal ver-
golden worden ? Want uit Hem,
en door Hem, en in Hem is alles,
Hem zij de heerlijkheid in eeuwig-
heid. Amen.
Gezegend zijt Gij, o Heer, die
troont hoven de Cherubijnen en
de afgronden doorschouwt! Gezegend
zijt Gij, o Heer, in het firmament
des hemels, en lofwaardig in eeuwig-
heid! Alleluia, alleluia! Gezegend
zijt Gij, o Heer, Gij, God onzer
vaderen, en lofwaardig in eeuwig-
heid. Alleluia!
BIJ HET KVANGEL1E :
Het heilig Evangelie volgens den
H. Matthaeus XXVIII:
In dien tijd zeide Jezus tot zijne
leerlingen: Mij is alle macht gege-
ven in den hemel en op aarde. Gaat
derhalve en leert alle volken en doopt
hen in den Naam des Vaders, en des
-ocr page 292-
— 290 —
Zoons, en ik\'s Heiligen Geestes, en
leert hen onderhouden, al hetgeen ik
u bevolen heb. En ziet, ik ben met
u alle de dagen tot de voleinding der
wereld.
CREDO.
Fk geloot\'in eenen God, almach-
tigen Vader, Schepper van hemel
en aarde , van alle zichtbare en on-
zichtbare dingen. En in eenen Heer
Jezus Christus, eengeboren Zoon
Gods, uit den Vader geboren voor
alle eeuwen. God van God, Licht
van Licht, waarachtig (*od van den
waarachtigen God: geboren en niet
gemaakt, medezelfstandig met den
Vader, door wien alles gemaakt is.
Die neergedaald is uit den hemel
om ons meuschen en ter wille onzer
zaligheid ; die door den H. Geest ons
vleesch heeft aangenomen uit de
Maagd Maria, en is niensch gewor-
den. Die ook voor ons gekruisigd
is ondei Poiitius Pilatus, die geleden
heeft en begraven is. Ten derden
-ocr page 293-
— 291 —
dage is Hij verrezen volgens de
Schriften. Hjj is ten hemel opge-
klommen en zetelt aan de rechter-
hand Zijns Vaders : en andermaal zal
Hij niet heerlijkheid komen om de
levenden en de dooden te oordeelen;
en Zijn rijk zal (feen einde hebbeu.
Ik geloof in den H. Geest, den Heer, •
die levend maakt, die uit den Vader
en den Zoon voortkomt. Die met
den Vader en den Zoon te zameu
aanbeden en verheerlijkt wordt: die
gesproken heeft door de Profeten.
Eu ik geloof in eene Heilige, Ka-
tholieke en Apostolische Kerk. Ik
belijd één doopsel tot vergiffenis dei-
zonden , eu ik verwacht de opstan-
ding der dooden, en het leven der
toekomende eeuwen. Amen.
HIJ DE OFFERANDE.
Gezegend zy God de Vader, eu
de Eengöboren Zoon Gods evenals
de H. Geest; want Hjj heeft ons
barmhartigheid bewezen.
Neem aan, o Heilige Vader, al-
-ocr page 294-
— 292 —
machtige eeuwige God, deze vlekke-
looze Hostie, die ik, uw onwaardige
dienaar, aan u, miï\'nen levenden en
waren God (door den Priester) op-
draag voor mijne ontelbare zonden,
beleedigingen en verzuimenissen, voor
allen die hier aanwezig zijn, ook
voor alle christen geloovigen, zoowel
levende als afgestorvene, opdat
het mij en hnn tot heil verstrekke
ten eeuwigen leven. Amen.
Wij offeren U , o Heer, den kelk
des heils en smeeken tot uwe goe-
dertierenheid, opdat hij voor het
aangezicht uwer goddelijke Majesteit
tot heil van ons en van de geheele
wereld met liefelijken geur opstijge.
In den geest van ootmoed en met
een vermorzeld hart mogen wij door
U, o Heer, opgenomen worden en
moge ons oifer heden voor uw aan-
gezicht zoo veiTicht worden, dat het
u behage, o Heer, onze God.
Kom, o Heiligmaker, almachtige,
eeuwige God, en zegen dit offer, dat
voor uwen Naam bereid is.
-ocr page 295-
— 29<i —
BIJ HET ORATE FKATES.
De Hoer neme liet Offer aan uit
uwe liainlen tot lof eu glorie van
Zijnen Naam, ook tot ons heil en
dat van Zijne geheele H. Kerk.
Hl.) DE STILLE GEBEDEN.
Wij biddeu u, o Heer. onze God,
heilig de offergave van dit offer door
de aanroeping van Uwen heiligen
Naam en maak door haar ons zelven
tot een eeuwige offergave voor U.
Wij smeeken U, o Meer, verleen
uwe Kerk genadig de geschenken
van eenheid en vrede, welke onder
de geofferde gaven geheimzinnig
voorgesteld worden.
Verhoor ons, o God, onze Zalig-
niaker. opdat (Jij ons door de kracht
van dit Sacrament tegen alle vijau-
den van ziel en lichaam beschermt.
en ons genade schenkt inhettegen-
vvoordige en de heerlijkheid in de
toekomst. Door Christus onzen Heer.
Amen.
-ocr page 296-
— 294 —
HIJ 1)K PREFATIE.
Het is waarlijk waardig en recht-
vaardig, billijk en heilzaam, dat wij
u ;iltij<l en overal dankzeggen, hei-
lige Heer, almachtige Vader, eeuwige
(rod, die niet Uwen eengeboren Zoon
en den Heiligen Geest één God, één
Heer zijt. niet in de eenheid van
éénen Persoon, maar in de I)rievul-
digheid van (:(:n Wezen. Want wat
wij door uwe Openbaring van uwe
heerlijkheid gelooven , datzelfde ge-
looven wij zonder onderscheid van
uwen Zoon en van den H. Geest:
zoodat bij de bekentenis van de ware
en eeuwige Godheid in de personen
de eigenaardigheid. in het wezen
de eenheid. en in de majesteit de
gelijkheid aangebeden wordt, welke
de Engelen loven en de Aartsenge-
len. de Cherubijnen en Serafijnen.
die niet ophouden iederen dag te
te roepen en eenstemmig te «eggen:
Heilig, heilig, heilig zijt*lij. Heer
God der Heerscharen. Hemel en
-ocr page 297-
— 2% —
iiardt\'/.ijii vol v.in uwe glorie. Hosanna
in den Hooge! Gezegend Hij, die
komt in den uaa.ru des Heereu.
Hosanna in den hooge.
BIJ [)KN CANON.
Wij bidden en sineeken U ootmoe-
dig. o allergoedertierenste Vader ,
door Jezus Christus, uwen Zoon.
onzen Heer. neem welgevallig aan
en zegen deze geschenken, deze gaven,
deze heilige en onbevlekte otters,
inzonderheid, die wij U opdragen
voor uwe heilige Katholieke Kerk .
opdat (ii,j 11 gewaardigt haar in vrede
te bewaren. te beschermen, te ver-
eeuigen en te besturen, tegelijk met
uwen dienaar onzen Paus, en onzen
Bisschop en alle rechtzinnige belij-
ders vau het Katholieke en Aposto-
lische geloof.
Gedenk, Heer, uwe dienaren en
dienaressen en allen, die hier tegen-
woord ig zijn, wier geloof en godsvrucht
u bekend is; voor wie wij opdragen,
of die aan U opdragen dit offer van
-ocr page 298-
— 290 —
lof voor zich en al de hunnen, voor
de verlossing hunner zielen, voor de
hoop van hun zaligheid en hun heil,
die U den eeuwigen, waren en leven-
den God hun beden daarbrengen.
Zoo smeeken wij in de gemeen-
sehap en in de gedachtenis, inzon-
derheid van de glorierijke Maagd
Maria, de Moeder van onzen Goden
Heer Jezus Christus, maar ook van
Uwe gelukzalige Apostelen en Mar-
telaren en van al uwe Heiligen, op-
dat Gij ons door hunne verdiensten
en gebeden verleent, dat wij in alles
door den bijstand Uwer bescherming
versterkt worden. Door Christus on-
zen Heer. Amen.
Wij bidden U dus, o, Heer. neem
genadig dit offer onzer onderwerping
aan, dat wij en \\J\\v gansche gemeente
U opdragen; bestuur onze dagen in
Uwen vrede en schenk ons, dat wij
voor de eeuwige verdoemenis bewaard
en tot de kudde uwer uitverkorenen
gerekend worden. Door Christus
onzen Heer. Amen.
-ocr page 299-
— 297 -
Maak, o Heer, dit offer in alles
gezegend, aangenomen, goedgekeurd,
redelijk en welgevallig, opdat het
voor ons worde het Lichaam en liet
Bloed van uwen beminden Zoon,
onzen Heer Jezus Christus.
ONDER DE CONSECRATIE.
Vereenig n in xtiltc met het offer
van Christw.
— Aanbid Hem onder
de gedaante van brood en wijn.
—
Draag wet den. Priester aan, God
deze II. Mix op ah een offer vanaan-
Mddiny
, rein dankzegging . run ver-
zoening, rirn, voldoening
, ran xmee-
king.
NA DE CONSECRATIE.
Volgens het bevel van uwen Zoon,
o Heer, zijn wij , uwe dienaren, ja,
ook uw gansche volk gedachtig het
zoo heilrijke Lijden van dezen uwen
Zoon Christus onzen Heer, evenals
zijner Verrijzenis van de dooden en
zijner glorierijke Hemelvaart,en door
-ocr page 300-
- 208 -
deze gedachtenis offeren wij aan uwe
verheven Majesteit van uw ons ge-
schonkeu graven een zuiver otter, een
onbevlekt otter, liet heilige brood des
eeuwigen levens en den kelk der
eeuwigdurende zaligheid.
Zie neder op deze gaven met een
genadig en barmhartig aangezicht en
neem ze welgevallig aan, gelijk (lij
welgevallig aannaaint de gaven van
uwen rechtvaardigen dienaar Abel
en liet otter van onzen Aartsvader
Abraham, en hetwelk uw hooge-
priester Melchisedech II opgeofferd
heeft, een heilig offer, een onbe-
vlekte hostie.
Met diepen ootmoed smeekenwij tot
n, almachtige God, laat dit door dehan-
den van uwen heiligen Engel opge-
dragen worden op uw altaar daarboven,
voor het aanschijn uwer goddelijke
Majesteit, opdat wij allen, die aan
dit altaar deelnemen en daarvan het
hoogheilig Lichaam en liet Bloed van
uwen Zoon nuttigen, met alle he-
nielsche zegening en genade vervuld
-ocr page 301-
— 299 —
worden. Door denzelfden Christus,
onzen Heer. Amen.
Gedenk ook. o Heer, uwe dienaars
en dienaressen, die ons niet het
vaandel des geloofs zijn voorgegaan
en nn rusten in den slaap des vredes.
Schenk hun, o Heer, zoo snieeken
wij u, en allen, die in Christus ont-
slapen zijn, de plaats van vetkwik-
king, van licht en van vrede. Door
denzelfden (\'hristus, onzen Heer.
Amen.
Geef ook ons, zondaars, uwe die-
naren, die op de menigte uwer barm-
hartigheden hopen, deel en gemeen-
schap met uwe heilige Apostelen en
Martelaren en alle uwe Heiligen, en
neem ons op in hun gezelschap, niet
naar de maat van onze verdiensten,
maar door de vergiffenis onzer zon-
den. Door Christus, onzen Heer.
Door wien Gij , o Heer, steeds al
deze goederen schept, heiligt, bezielt,
zegent en ons mededeelt. Door Hem,
en met Hem, en in Hem is u, God
almachtige Nader, in vereeniging met
-ocr page 302-
— 300 —
den H. Geest, alle eer en glorie door
alle eeuwigheid. Amen.
I\'.l.l DEN 1\'ATKB NOSTEE.
Laat ons bidden. Door heilzame
voorschriften vermaand en door god-
delijke onderrichting onderwezen,
durven wij te zeggen:
Onze Vader, die in de hemelen
zijt, geheiligd zij uw Naam, ons
toekome uw rijk . uw wil geschiede
op de aarde als in den hemel. Geef
ons heden ons dagelijksch brood en
vergeef ons onze schulden, gelijk wij
vergeven onze schuldenaren, en leid
ons niet in bekoring, maar verlos
ons van den kwade. Amen.
Wij bidden U, o Heer. verlos ons
van alle rampen . van de verledene,
de tegenwoordige en de toekomstige,
en door de voorbede van de geluk-
zalige en glorierijke Moeder Gods,
Maria, altijd Maagd, van uwe zalige
Apostelen Petrus en Paulus, en
Andreas, en alle Heiligen, verleen
ons goedertieren den vrede in onze
-ocr page 303-
- 301 —
dagen, opdat wij mot de hulp uwer
barmhartigheid altijd van zonden
zuiver en tegen iedere kwelling ge-
vrijwaard mogen zijn. Door den-
zelfden Jezus Christus onzen Heer,
uwen Zoon, die met U leeft en
heerscht in eenheid van den Heili-
gen Geest van eeuwigheid tot eeuwig-
heid. Amen.
BIJ DE COMMUNIE.
Lam Gods, dat wegneemt de zon-
den der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods. dat wegneemt de zon-
den der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zon-
den der wereld, geef ons den vrede.
O Heer Jezus Christus, Gij, die
aan uw Apostelen gezegd hebt: Den
vrede laat ik u achter, mijnen vrede
geef ik u, zie niet op myne zonden,
maar op het geloof uwer Kerk, en
verleen haar volgens uw welbehagen
vrede en eenheid. Gij , die leeft en
heerscht, God van eeuwigheid tot
eeuwigheid. Amen.
-ocr page 304-
— 302 —
O Heer Jezus Christus, Zoon van
den levenden God, die volgens den
wil van uwen Vader, onder mede-
werking van den H. (reest, door uwen
dood aan de wereld het leven hebt
geschonken; bevrijd mij door dit uw
heilig Lichaam en Moed van alle
mijne zouden en van alle rampen :
en geef, dat ik steeds uwe geboden
aankleef en laat niet toe. dat ik ooit
van u gescheiden worde. Die niet
denzelfden God den Vader en den
Heiligen (ieest leeft en heerscht, God,
van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
O Heer. ik hen niet waardig, dat
(Jij komt onder mijn dak, maar spreek
slechts een woord en mijn ziel wordt
gezond.
Wat wij met den mond ontvangen
hebben, o Heer. dat laat ons met
een zuivere ziel opnemen, en uit de
tijdelijke gave worde ons een eeuwig
geneesmiddel.
Uw Lichaam , o Heer. dat ik ge-
nuttigd, en uw Bloed, dal ik ge-
dronken heb, blüve in mijne ziel:
-ocr page 305-
— !503 —
geef, dat in mij, dien de reine en
heilige Sacramenten verkwikt heb-
ben, geen vlek der zonde achterlilijve.
(iij, die leeft en heerscht ineeuwig-
heid. Amen.
BIJ l)K LAATSTE OKBKDËN.
Laat ons loven den (ïod des he-
mels en voor het aanschijn van alle
levenden Hem danken, want Hij
heeft aan ons Zijne barmhartigheid
bewezen.
Heer. onze God, geef, dat de nut~
tiging van dit Sacrament en de be-
lijdenis van de eeuwige, heilige
Drievuldigheid en derzelver onver-
deelde eenheid ons tot heil des
lichaams en der ziel verstrekke.
Wij bidden u, o Heer, schenk, dat
wij met het eeuwig genot uwer Uod-
heid vervuld worden , hetwelk de
tijdelijke nuttiging van uw Lichaam
en Bloed voorafbeehlt.
Wij smeeken U, o Heer, dat het
offer van uw goddelijk Sacrament
ons zuivere en bescherme, en door
-ocr page 306-
— 304 -
de voorbede van de gelukzalige
Maagd en Moeder Gods Maria, van
den H. Joseph, van uwe zalige
Apostelen Petrus en Paulns, van
onzen Patroon en van alle Heiligen,
ons van alle verkeerde neigingen
reinige en van alle wederwaardighe-
den bevrijde. Door Christus onzen
Heer. Amen.
HIJ DEN ZEGEN.
Heilige Drievuldigheid, laat udeze
dienst onzer onderdanigheid behagen
en verleen ons, dat het otter, liet-
welk wij, sehoon onwaardig, voor
het aangezicht van uwe goddelijke
Majesteit hebben opgedragen, u \\vel-
gevallig, maar voor ons en voor allen,
voor wie wij het opgedragen hebben,
door uwe barmhartigheid een offer
van verzoening zijn moge. Door
Christus, onzen Heer. Amen.
BIJ HET LAATSTE EVANGELIE.
In den beginne was het Woord, en
het Woord was hij God, •>11 het
-ocr page 307-
— 305 —
Woord was God. Dit was in den
beginne bij God. Alles is doorhet-
zelve gemaakt geworden , en zonder
hetzelve is niets gemaakt, van het-
geen gemaakt is. In hetzelve was
het leven, en het leven was het
licht der menschen; en het licht
scheen in de duisternis, en de duis-
ternis heeft het niet aangenomen.
Er was een nienseh, door God ge-
zonden . wiens naam was Johannes;
deze kwam tot getuigenis, om ge-
tuigenis te geven van het licht, opdat
allen gelooven zouden door Hem. Hy
was het licht niet, maar Hij kwam om
getuigenis te geven van het licht. Het
ware Licht was dat, hetwelk iederen
mensch, die in de wei-eld komt, ver-
licht. Hij was in de wereld, en de
wereld was door Hem gemaakt, en
de wereld heeft Hem niet gekend.
In zijn eigendom kwam Hij , en de
zijnen namen Hem niet aan. Doch
zoovelen als Hem hebben aangeno-
ïneu hebben, aan hen heeft H ij macht
gegeven, om kinderen Gods te wor-
-ocr page 308-
- 306 —
den.; aan hen, die in Zijnen Naam
gelooven, die niet uit het bloed,
noch uit den wil des vleesches,
noch uit den wil eens mans , maar
uit God «rehoren zijn. En het Woord
is vleesch geworden en het heeft onder
ons gewoond, en wij hebhen Zijne
glorie gezien, een glorie, als des Een-
geborenen van den Vader, vol genade
en waarheid.
DE GEBEDEN NA DE MIS.
Driemaal het Wees gegroet.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder
van barmhartigheid, ons leven, onze
zoetheid, onze hoop, wees gegroet.
Tot u roepen wij, ballingen, kinderen
van Eva. Tot u smeeken wij, zuch-
tend en weenend in dit dal van
tranen. Welaan dan, onze Voor-
sprekeres: wend uwe barmhartige
oogen tot ons, en toon ons, na deze
ballingschap Jezus, de gezegende
vrucht uws lichaams. o goedertieren,
o meedoogende, o zoete Maagd Maria.
-ocr page 309-
— 307 -
Bid voor ons, H. Moedor Gods.
Opdat wij waardig worden de be-
loffcen van Christus.
I/vit on» bidden.
O (Jod, onze toevlucht en onze
kracht, zie genadig neder op liet volk,
dat tot U roept, en door de voorspraak
der glorierijke en onbevlekte Maagd
en Moeder Gods Maria, van den H.
Joseph, haren Bruidegom , van uwe
H.H. Apostelen Petrus en Panlus en
alle Heiligen, verhoor barmhartig en
goedertieren de gebeden. die wij
storten voor de bekeering der zon-
daren, voor de vrijheid en de ver-
heffing onzer Moeder de H. Kerk.
Door Christus onzen Heer. Amen.
Heilige Aartsengel Miehael. ver-
dedig ons in den strijd: wees onze
bescherming tegen de boosheid en
de lagen des duivels. Wij smeeken
nederig , dat God hem gebiede; en
gij, aanvoerder van de hemelsehe
legermacht, drijf den Satan en de
andere booze geesten, die tot verderf
-ocr page 310-
- 308 -
der zielen in de wereld rondzwerven,
door de tfoildelijke kracht in de hel
terug. Amen.
GEBEO TOT DEN H. JOSEPH.
Tot u, heilige Joseph, vluchten wij
in onze beproeving \'en na de hulp
uwer allerheiligste Bruid te hebben
ingeroepen, smeeken wij niet betrou-
wen ook uwe bescherming af. Wy
bidden n ootmoedig, bh\' die liefde,
die u met de onbevlekte Maagd en
Moeder Gods vereenigd heeft, en bij
de vaderlijke teederheid, waarmede
gij het kind Jezus hebt omhelsd,
dat gij goedgunstig nederziet op het
erfdeel, hetwelk Jezus Christus zich
verworven heeft door zijn bloed en
ons in den nood met uwe sterkte
en bijstand te hul]) komt.
O zorgvolle Bewaarder van het
goddelijk Gezin, behoed het uitver-
koren kroost van Jezus Christus; o
-ocr page 311-
- 309 —
liefdevolle Vader, zie toe dat peen
dwalingen of\' zonden ons besmetten;
o onze machtige besch rmer, sta ons
uit den heniel genadig hij in dezen
strijd niet de heerschappij der duis-
ternis; en gelijk gij weleer het kind
Jezus aan het grootste levensgevaar
ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo
de heilige Kerk Gods van de vijan-
delijke lagen en alle rampspoed; en
beschut ieder onzer met uwe altijd-
durende bescherming, opdat wij naar
uw voorbeeld en ondersteund door
uwe hulp heilig kunnen leven, za-
lig sterven en het eeuwig geluk in
den hemel verkrijgen. Amen.
Aan ieder die dit gebed godvruchtig
bidt, heeft Z. 11. Paiis Leo XIII een
aflaat verleend run.
300 dagen,, een»
daag* te verdienen op eiken tijd van
het jaar , en bovendien in de ()ctober-
maand een aflaat van
7 jaren en 7
quadragenen, telken» <d* na liet in \'t
openbaar bidden van. den Rozenkrans
dit gebed verricht wordt.
Der.v. S. Cong. Indult.
\'21 S.\'iil. 1.S89.
-ocr page 312-
-ocr page 313-
INHOUD.
I. MARIAMAAND.              pao.
Dr Vooravond.........       7
L« Dag. Het leven vim Maria ...    .12
2C „ De voorbeschikking van Maria     21
•V „ \'Maria, Moeder Gods . . .     25
i\' „ De maagdelijkheid van Maria     30
5\' „ Maria , vol van genade . .     .\'Sö
0° ,, Maria , onbevlekt ontvangen     -11
7° ,, Maria , vrij van dadelijke
zonden........     40
S1\' „ Maria , altijd Maagd . . .   \'52
\'.)\'\' „ Maria\'s verheerlijking in den
hemel........     57
10« „ De naam van MarfcT . . .     64
11" „ Hel II. Hart van Maria . .     (UI
12\'\' „ Maria, Moeder van smarten     71
13" „ liet gelool van Maria. . .     79
L4e „ De hoop van Maria . . .    84
15\' „ De liefde van Maria tot God    89
16° ,, De liefde van Maria tol den
naaste........      \'.)\'.]
17\'\' ., De ootinoedigheid van Maria     i)7
IS\' „ De armoede van Maria . .   102
-ocr page 314-
— 312 —
TAG.
\\<r D
lig. Dc gehoorzaamheid van Marin 107
20" ,
, De zuiverheid van Maria
. .111
2]" ,
Het geduld en deonderwei
, 116
22" ,
, Het gelied van Maria .
120
23« ,
, Maria, onze Middelares .
. 125
21" ,
Maria, onze machtige Moeder 130
25" ,
Maria is onze goedertierei
135
20" ,
Het vertrouwen op Maria
141
27" ,
Het Wees gegroet. . .
140
28" ,
De Rozenkrans.....
151
20"
flet Scapulier.....
1 59
30" 1
])e feesten van Maria . .
104
•\'il" „
l)c vereering van .Maria
171
11. GEBEDEN DER H. KERK TOT
MARIA.
De vier Antiphonen der Moeder Gods    170
Groetcnis aan de onbevlekte Moeder-
maagd ..........
    184
Smeekgebed tot Maria......    187
Groeteuis van don naam van Maria.    188
Hyinnus...........    197
Lofzang der 11. Maagd.....    108
Hymnus.....200, 201, 202,  203
-ocr page 315-
— 313 —
III. GEBEDEN DEIt HEILIGEN TOT
MARIA.
PAG.
Dagelijkse!) gebed v;ni deu H. Casimirus   207
Gebed van den II. Anselmus . . .    208
„ „ H. Bernardus . . .    210
Groet der H. Mechtildis aan Maria.    211
Andere groetenis van de II. Meektildis    212
Gebed van den H. Franc, van Assisië    213
Lofzang van den H. Thomas van
Kantelberg........    214
Gebed van den H. Ephrem ....    215
,, „ „ H. Germanus . . .    217
Opoffering van liet huisgezin aan Maria,
van den II. Alphonsus ....    219
Smeekgebed van den II. Petrus üa-
mianus..........    221
Gebed van den 11. Bernardus . . .    223
„ der II. Catharina van Sieuna.    226
„ v. d. II. Johannes Damascenus    227
„ van den II. lldefonsus . . .    228
Opoffering van zichzelvcn aan .Maria,
van den II. Alphonsus ....    230
Gebed van den H. Athanasius ...    231
Gebeden ter eere van Maria voor iede-
ren dag der week , van den II.
Alphonsus........    233
Schietgebeden ter eere van Maria. .    247
-ocr page 316-
— 314 —
IV. DE FEESTEN DEK II. MAAG
1).
t\'AG.
Maria\'s Onbevlekte Üntvaiigeuis .
251
Op liet feest
viiu Maria\'s Geboorte .
253
» >> ïj
„ „ Niuiiii . .
„ „ Opdracht in
251
den tempel
255
>? >> >)
„ „ Verloving.
257
•> » j>
Maria Boodschap .
258
M , ..
., ,, Visitatie. .
200
„ „ Lichtmis. .
262
jj >> >)
„ „ Hemel vaart.
2G3
jj j> )j
,, „ Moeder van
smarten .
2(15
» »
„ liet H. Elartv. Marid
207
)} )) )?
„ Maria, Koningin van
den 11. Rozenkrans.
„ liet Scapulier v. d.
269
berg Carrael . . .
271
Wijze van den Rozenkrans te bidden 274
Litanie vim de 11. Maagd Maria . . 27l>
V. GEBEDEN ONDER DE II. MIS
.............283
Gebed tot den II. Joscph.....308
-ocr page 317-
Overeenkqmxtig de dekreten ran l\'mm
Urbanus VIFI en oan de II. Con-
gregatie verklaart de Kern\', schrijver
aan de in dit boekje rermeldc rerxchij-
ningen en wonderen geen ander gezag
toe te kennen , dan datgene, wat de
II. Kerk daaraan toekent.
-ocr page 318-
IKPSIMI PERMITTIMUS.
Kr. A. VAN DKN BïiZEN, O. P.
Prov.
lluhsen% 20 Novembris 18SU.
IMPEIMATra.
F. BRONSGKES\'i
TAbr. Cens.
Tïlburgi)
\'J Aprilt8 18\'JO.
                                  \'