-ocr page 1-
Vak 87
727
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
fÏAARLE/W\'S PELGRI/Vl
OP
Bedevaart naar Kevelaar.
-ocr page 6-
Sk
ben inc/esdireven in de c/Laarlcmsclie cDroe~
dcrschap van @. & lyromv van cJlcvclaar
ie
                        den                                  18
-ocr page 7-
èT
W
BEDEVAART
i\\aai
Il\'flLAAE
•e i\' n~
Vierde vermeerderde uitgave.
Haarlem F. van Collenburo ,
1890.
-ocr page 8-
IMPRIMATUR.
Harlemi, die 14 Julii 1890.
B. DANKELMAN,
Lib. Cens.
GEDRUKT IN UUT ST JACOBS-GODSilUIS
TE HAARLEM.
-ocr page 9-
BROEDERSCHAP
EN
PROCESSIE
VAN
0. L. VROÜI VAN KEVELAAR,
onder den titel
Troosteres dër Bedrukten,
Scvestiad in cV St. (flntomiw-IWll op de
Op vergunning van Z. H. PIUS IX, gegeven 25 April 1S47,
gezien door Z. D. H\\v. Innocbntius Fbrribri , Vice-
Superior der Hollandschc Zending , 19 Mei 1847.
Allen, die genegen zijn zich te laten inschrij-
ven in deze heilrijke, met zoovele Aflaten he-
gunstigde Broederschap, waarin men tot niets
wordt verplicht, kunnen zich daartoe bij de
Broedermeesters of Lijsthouders hunner gemeente
vervoegen. Door die inschrijving worden zij deel-
achtig aan de Offeranden der Missen, kaarsen,
gebeden en goede werken, die van wege de
Broederschap tot geestelijk en lijdelijk welzijn
der levende en tut lafenis der overledene Broeders
en Zusters geschieden.
-ocr page 10-
VI                  BROEDERSCHAP VAN O.LV.
Ieder Lid zal jaarlijks 50 cents betalen: het-
geen vóór den laatsten Augustus aan de Broeder-
meesters of Lijsthouders zal worden ter hand
gesteld, en dienen moet tot goedmaking der
uitgaven van de Broederschap.
AFLATEN,
welke door Zijne Heiligheid Paus PIUS IX
op den 25 April 1847, aan de
Broederschap zijn vergund.
1.  Volle Aflaat aan alle Geloovigen, die op den
dag hunner inschrijving biechten, communiceeren
en bidden voor de eendracht der Christen Vor-
sten, uitroeiing der ketterijen en de verheffing
van onze Moeder de H. Kerk.
2.  Volle Aflaat voor alle Broeders en Zusters,
in gevaar van sterven, mits zij biechten en
communiceeren, of dit niet kunnende, ten minste
een oprecht leedwezen over hunne zonden gevoe-
len en den H. Naam Jesus zullen aanroepen.
3.  Volle Aflaat aan alle Broeders en Zusters,
die op den 8>,tm December, den feestdag van de
Onbevlekte Ontvangenis der Allerheiligste Maagd
en Moeder Gods Maria, zijnde de voornaamste
feestdag van deze Broederschap, zullen gebiecht
en gecommuniceerd hebben, en bidden gelijk in
No. I. staat uitgedrukt.
A. Aflaat van 7 jaren en 7 maal <i0 dagen aan
alle Broeders en Zusters, die op de feestdagen
van l\'aschen, Pinksteren, Allerheiligen en Kers-
-ocr page 11-
VAN KEVF.LAAR.                             VII
mis zullen biechten en communiceeren, en bid-
den gelijk in No 1 staat uitgedrukt.
5. Aflaat van 00 dagen aan alle Rroeders en
Zusters, die in de Broederschaps-kerk te zamen
het II. Misoffer, of de Processie of andere kerke-
lijke diensten bijwonen, of samenkomen om
eenig goed werk te verrichten , of die bij het
begraven der Overledenen godvruchtiglijk tegen-
woordig zijn; die het H. Sacrament des Altaars,
als het naar eene zieke gedragen wordt, verge-
zellen, of dit niet kunnende een Onze Vader en
een Wees gegroet voor den zieke bidden; die
eenen armen vreemdeling herbergen of met aal-
moezen godvruchtiglijk bijstaan; die de zieken
bezoeken en in hun lijden en smarten troosten;
die de onwetenden in Gods geboden en in het-
geen ter zaligheid noodig is onderwijzen, de
afgedwaalden op den weg der zaligheid terug-
brengen, vrede maken met hunne eigene vijan-
den, of tusschen de twistende liefde en eendracht
doen herleven; die vijfmaal het Gebed des Heeren
met de Groetenis des Engels voor de rust dei-
Afgestorvenen van de Broederschap bidden, en
ten laatste: die eenig geestelijk of lichamelijk
werk van barmhartigheid zullen verrichten.
0. Zijne Heiligheid verleent aan eiken priester,
die aan het hoogaltaar der Broederschaps-kerk de
H. Mis leest, een Aflaat voor de zielen der ge-
loovigen, die in het vagevuur zijn.
7. Volle Aflaat op de feestdagen van O. L. V.
Lichtmis (2 Feb.), Boodschap (25 Maart), Hemel-
vaart (15 Aug.), Geboorte (8 Sept.) en Onbe-
vlekte Ontvangenis (8 Doe), aan alle geloovigen,
die na gebiecht en gecommuniceerd te hebben
-ocr page 12-
VIII              ltnOEDERSCIIAP VAN O.L.V.
in de Broederschaps-kerk zullen bidden, gelijk in
No. 1. staat uitgedrukt.
Aüaat van 7 jaren en 7 maal 40 dagen op
de feestdagen van O. L. V. Visitatie (\'2 Jul\'y) en
Praesentatie (21 November).
Deze Aflaat kan ook aan de geloovige zielen
worden toegevoegd.
Verdere voordeelen.
\\. Telken jarezalerin de Broederschaps-kerk
op de vijf voornaamste feestdagen van O. L. V.
eene plechtige H. Mis gezongen worden tot geeste-
lijk en tijdelijk welzijn der Broeders, Zusters en
Weldoeners van de Broederschap.
\'2. Den eersten vrijdag van iedere maand zal
er eene gezongene H. Mis ter eere van Maria
tot diezelfde intentie aan God worden opgedra-
gen, waarna eene stille Mis tot lafenis dei-
zielen van de overledene Broeders en Zusters.
3.  Vooralle Broeders en Zusters, die jaarlijks
50 cents hebben geofferd, zullen na hun af-
sterven tot lafenis hunner zielen drie HH. Mis-
sen gelezen worden, als van het overlijden aan
de Broedermeesters of Lijsthouders hunner ge-
meente kennis is gegeven.
4.   Onder de IIII. Diensten van de Broeder-
schap, gedurende de Octaven van O.L.V. en de
geheele maand Mei, welke bijzonder aan Maria
is toegewijd, zal er eene zware kaars ter harer
eere branden
-ocr page 13-
IX
VAN KEVELAAR.
5.   Des Zondags na den 15 Augustus en den
8 December of op die dagen zelven, indien deze
op Zondag vallen, zal er na de Vesperen eene
plechtige Processie in de kerk geschieden
6.  In de gemeente, waar een genoegzaam ge-
tal leden zich bevindt, zal er ook eene kaars
geoflerd worden, en zullen er vijf H. Missen op
de vijf voornaamste feestdagen van Maria voor
het geestelijk en tijdelijk welzijn der levende,
en eene H. Mis op den tweeden Vrijdag na de
terugkomst der pelgrims tot lafenis der overledene
Broeders en Zusters aan God worden opgedragen.
Verder zal er op Vrijdag vóór het vertrek der
processie eene gezongene H Mis in de liroeder-
schaps-kerk worden opgedragen, om den godde-
lijken zegen over de Dedcvaart af te smeeken;
en op den eersten Vrijdag na de terugkomst der
pelgrims eene gezongene 11. Mis tot dankbaar-
heid, en den daaropvolgenden Vrijdag eene Dienst
van Requiem tot lafenis voor de overledene Broe-
ders en Zusters.
Algemeene bepalingen.
De Haarlemsche Processie zal jaarlijks naar
Kevelaar vertrekken Dinsdag na het feest van
O. L. Vrouw Geboorte.
De bijzondere bepalingen voor de reis worden
op een reiswijzer aangegeven, die telken jare
tijdig aan de bedevaartgangers zal worden uit-
gereikt.
Zij die de reis mede willen maken, worden
-ocr page 14-
X
DAGonnE.
verzocht zich t.\\J<lifr van plaatskaarten te voorzien.
N;i Maandag morgen i uur worden geen plaats-
kaarten meer uitgereikt.
Dagorde.
De Bedevaartgangers zullen zorgdragen aan
de Stations Haarlem en Amsterdam, minstens
een kwartier uur voor het vertrek van den trein
tegenwoordig te zijn, ten einde alles behoorlijk
kan worden geregeld en het vertrek op tijd ge-
schiede.
Niemand zal zonder spoorkaart in de wagons
mogen plaats nemen; moeielijkheden daardoor
ontstaan, alsook door het verliezen of verkeerd
afgeven van spoorkaarten, komen voor rekening
der Bedevaartgangers.
Het is volstrekt verboden aan de Stations,
waar de trein stilstaat, te zingen of\' overluid te
bidden.
Vrijdag voor het vertrek zal ten 8 ure in de
Broedcrschapskerk de H. Mis worden opgedra-
gen, voor eene voorspoedige en gelukkige reis.
J)e pelgrims worden verzocht die H. Mis zooveel
mogelijk bij te wonen.
-ocr page 15-
XI
DAGORDE.
DINSDAG.
Zoodra de trein van Haarlem vertrekt, wordt
in elke wagen het Morgengebed (bl. 23j voor-
gebeden. In iedere wagen zal zich wel een der
mannen met het voorbidden willen belasten.
Tusschen Amsterdam en Utrecht wordt een
Rozenhoedje gebeden voor eene gelukkige reis,
daarna lied I bl. 401.
Tusschen Utrecht en \'s Bosch een Rozenhoedje
voor de intentie waarmede ieder de reis onder-
nomen heelt; vervolgens lied II bl. 103.
Tusschen \'s Bosch en Uden een Rozenhoedje
voor onzen H. Vader den Paus en de vervolgde
Kerk; daarna lied [II bl. 108.
Bij de aankomst te Uden begeven de Bede-
vaartgangers zich dadelijk naar de Kloosterkerk.
Na het zingen van lied IV bl. 110 wordt de II.
Mis gelezen, eene toespraak gehouden en de
zegen met het Allerheiligste gegeven, gevolgd
door lied Vbl. 113. Daarna tijd tot verversching.
Bij het vertrek van Uden lied VI bl. 115.
Tusschen Uden en Goch een Rozenhoedje voor
onze achtergelaten betrekkingen, daarna lied VII
bl. 117 en lied VIII bl. 121. Bij het naderen
van Kevelaar lied IX bl. 123.
Bij aankomst te Kevelaar kan ieder eerst zijn
Logement opzoeken, maar zorge voor de plechtige
intocht tijdig aanwezig te zijn bij de Barrière
aan den straatweg naar Goch.
Te 5 ure plechtige intocht, niet muziek en
onder het gelui der klokken, in Kevelaar naar
de Groote Kapel, waar de zegen met het Aller-
-ocr page 16-
XII
DAGORDE.
heiligste gegeven en eene toespraak gehouden
wordt. Bij de plechtige intocht worden gezongen
lied X, XI en XII. Daarna gelegenheid om te
biechten. Te half 9 ure Avondgebed in de Groole
Kerk, waarna lied XIII hij de Miraculeuse Kapel.
WOENSDAG.
Te 5 ure Morgengebed en uitdeeling der H.
Communie in de Nieuwe Kerk.
Te half 7 ure vergadering voor de Groote
Kerk, om in afdeelingen van omstreeks 100 pel-
grims den Kruisweg te doen. Op weg daarheen
wordt het Rozenhoedje gebeden. De Kruisweg
wordt gehouden voor de afgestorven leden der
Broederschap. Na den Kruisweg op het Kerkhof
de gebeden om de Aflaten te verdienen.
Te half 9 ure ontbijt.
Te half 10 ure plechtige Processie met het
Allerheiligste rond de Genade-Kapel. Al de pel-
grims moeten zorgdragen zich van eene waskaars
te voorzien, om daarmede het Allerheiligste te
begeleiden; die kaars kunnen zij later offeren.
Voor en achter in de Processie wordt het Rozen-
hoedje gebeden; in het midden muziek en zang.
Op het einde der Processie wordt viermaal de
zegen met het Allerheiligste gegeven.
Daarna plechtige Hoogmis in de Groote Kerk,
waarna Predikatie. De plechtigheid wordt be-
sloten door het geven van den Pauselijken zegen,
met volle aflaat.
-ocr page 17-
XIII
DAGORDE.
Na den middag te halt\' 4 ure vergadering voor
de Groote Kerk, waarna plechtige Processie naar
het Roode Kruis. Onderweg worden gezongen
lied XIV, XV, XVI en XVII. Bij het Roode Kruis
wordt eene toespraak gehouden en geboden voor
de levenden en overledenen der Haarlemsche
Broederschap. (Zie hl. 83). Bij het terugkeeren
der Processie worden gezongen lied XVlII en
volgende tot en met XXV. De Processie schaart
zich bij terugkomst rond de Genade-Kapel, waar
het Rozenhoedje met de Litanie gebeden wordt,
voor de algemeene belangen der Broederschap
en voor ieders bijzondere intentie. Daarna lied
XXVI en XXVII.
Des avonds te half 8 ure Processie naar het
Kerkhof waar eene toespraak gehouden en het
Avondgebed verricht wordt. Op weg daarheen
lied XXVIII, na het Avondgebed lied XXIX, bij
de terugkomst lied XXX. Bij de Genade-Kapel
wordt vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet
voor de overledenen gebeden, waarna het Dank-
lied (Lied XXXI bl. 170J gezongen wordt.
DONDERDAG.
Te 7 ure plechtige H. Mis van Requiem voor
de afgestorven leden der Broederschap.
Te 9 ure plechtige uittocht met muziek en
onder het gelui der klokken naar het Station.
Onder de Processie worden gezongen lied XXX11
en lied XXXIII.
Te half 12 ui e toespraak en zegen met hel
Allerheiligste in de Groote Kerk.
-ocr page 18-
XIV                              DAGORDE\'.
Tussehen Kevelaar en Goch bidt men een
Rozenhoedje voor eene gelukkige reis, — tus-
schen Goch en Uden tot dankbaarheid voor de
ontvangen weldaden. — Bij het naderen van
Uden lied XXXIV, bij het vertrek van Uden
lied XXXV. Tussehen Uden en \'s Bosch wordt
een Rozenhoedje gebeden voor de overledene
leden der Broederschap, — tussehen \'s Bosch
en Utrecht voor een zaligen dood, — tussehen
Utrecht en Amsterdam voor de gelukkig vol-
brachte reis.
Bij aankomst te Haarlem in de Broederschaps-
kerk lied XXXVI bl. 182, toespraak, Te Deiun
en zegen met het Allerheiligste.
-ocr page 19-
ONDERRICHT VOOR PELGRIMS,
OM HUNNE BEDEVAART MET DE
MEESTE VRUCHT TE DOEN. \')
Les uit het H. Evangelie naar Lucas.
Hoofdstuk II, van vs. 41 tot 51.
Zijne ouders (van .Testis) gingen alle jaren
naar Jerusalem, op den plechtigen dag van
Paschen.
En toen hij twaalf jaren oud geworden was,
en zij volgens de gewoonte van het feest naar
Jerusalem opgegaan waren,
En toen zij, na den afloop der dagen, weder-
keerden, bleef het kind Jesus te Jerusalem, en
zijne ouders wisten het niet.
1) Wijlen Zijne Doorl Hoogw de Bisschop van
Haarlem, Mgr. Franc. Jnc. van Vree, heeft dit onder-
richt , onder den titel van Pelgrimsboekje uitgegeven ,
toen hij in 1838 kapelaan te Amersfoort was. Het is
later door Z. D. H. herzien en vermeerderd; en 7.66
wordt het nu den vromen Pelgrims in ons vaderland
aangeboden.
1
-ocr page 20-
•2
Doch zij, meenende dat hij onder \'het gezel-
schap was, trokken eene dagreize voort, en zoch-
ten hem onder de bloedverwanten en bekenden.
En hem niet vindende, keerden zij terug naar
Jerusalem, om hem te zoeken.
En het geschiedde, dat zij hem na drie dagen
vonden zitten in den tempel te midden der
leeraren, hen hoorende en vragende.
En allen, die hem hoorden, werden verbaasd
over zijne wijsheid en over zijne antwoorden.
En zij, hem ziende, stonden verwonderd;
en zijne moeder zeide tot hem: Zoon, waarom
hebt gij zoo met ons gedaan? Zie, uw vader
en ik zochten u met smart.
En hij zeide tot hen: waarom zocht gij mij ?
wist gij niet, dat ik met de zaken mijns Vaders
bezig moet zijn?
En zij verstonden het woord niet, dat hij tot
hen sprak.
En hij vertrok met hen, en kwam te Nazareth,
en hij was hun onderdanig. En zijne moeder
bewaai\'de al deze woorden in haar hart.
I.
Het vertrek ter bedevaart.
Toen, in het jaar 12 der Christelijke tijdreke-
ning, het den Joden ter viering voorgeschreven
Paascbfeest naderde, was er te Nazareth, eene
kleine stad van Galilea, een huisgezin, waarvan
al de leden zich tot de reis naar Jerusalem
voorbereidden. Dit huisgezin, klein in getal,
-ocr page 21-
:;
maar groof in waarde der personen, bestond
uit eenen man, uit eene maagd, de bruid des
mans, en uit eenen twaalf jarigen jongeling,
den Zoon der Maagd. Men weet, dat God den
Joden bevolen had, dat de mannen onder hen
jaarlijks met het Paaschfeest te Jerusalem in den
tempel zouden verschijnen. Hoewel dit gebod
de vrouwen en de kinderen niet betrof, ver-
zuimde echter de Maagd van Nazareth nimmer
de godvruchtige reis te doen , en nu althans
nam zij haren Zoon , die twaalf jaren oud ge-
worden was, naar Sion\'s tempel mede. Het is
niet te verwonderen, dat deze godvruchtige
Maagd, schoon geene zoodanige verplichting
hebbende, deze reis deed. Te Jerusalem toch
was de eenige tempel des waren Gods; daar
alleen werden den Heer en Vader des heelals
offeranden opgedragen; daar vierden de Pries-
ters en Levieten, met de luisterrijkste plechtig-
heden den dienst des Opperheers; daar zongen
Israél\'s kinderen de verrukkelijke liederen van
Sion; daar werd ieders gemoed met godvruchtige
aandoeningen vervuld , en de ziel, boven het
stoffelijke verheven, en zich verdiepende in de
beschouwing der geloofswaarheden en in de
herdenking der heilsbeloften, smaakte in \'s Heereti
voorhoven meer genoegen op éénen dag
, dan zij
op duttend had kunnen smaken in da puleizen der
Koningen
\'); inderdaad, redenen genoeg voor een
godvruchtig hart, om in bedevaart naar Jerusa-
lem te reizen.
Het gebruik van bedevaarten te doen, is dus
1) J\'s. 83.
-ocr page 22-
4
zeer oud; en, zoo men de reis der Joodsche
mannen naar het heilig oord al geeno bedevaart
wil noemen, omdat deze door God hevolen was,
zal men toch aan de reis onzer Maagd dien
naam niet kunnen weigeren; want zij onder-
nam die geheel uit eigene keuze.
Indien nu onder de nieuwe wet, eenige
plaatsen door God met bijzondere gunsten ver-
eerd woiden, bijv. met wonderdadige genezin-
gen, dan kan met het den geloovigen niet ten
kwade duiden, dat zij eene reis ondernemen
om op die plaatsen , waar God, gelijk weleer
in den tempel te Jerusalem, zich boven andere
plaatsen gunstig betoont, waar zooveel gebeden
en zooveel verkregen wordt, waar de wonderen
zich van tijd tot tijd herhalen, den Almachtige
te gaan verheerlijken, danken en smeeken. Dan
toch blijkt het, dat God deze plaats bevoorrecht,
gelijk Hij voorheen den tempel van Jerusalem
bevoorrechtte. Hem de redenen van zulk doen
te vragen, past den sterveling niet; maar te
gelooven, dat Hij er wijze redenen voor heeft,
en zijn doen te eerbiedigen, dat is plicht. Zoo-
als dan die deugdzame Maagd naar Sion optrok,
zoo mogen de Katholieken ook naar Kevelaar
optrekken, alwaar, door de voorspraak der H.
Maria, zoo menige gunst van den almachtigen
God wonderdadig verkregen is.
Maar, zal iemand vragen, kan het voorbeeld
dier Maagd iets afdoen? Dit voorbeeld doet
alles af; want die Maagd is de gezegende boven
alle vrouwen \'),
de II. Maria, de Moeder Gods.
1) Luc. I, 28.
-ocr page 23-
5
Niemand zal het, geloof ik, durven wagen
deze Maagd, die vol van f/i\'iiailc was, te be-
rispen, en in dit geval des te minder, daar
zij tot gezel op hare reis had haren Zoon, die
de Zoon Gods is. Wij mogen het zeggen: grepen
weleer Jesus en Maria den pelgrimsstaf. om
een bevoorrecht oord te bezoeken , zoo mogen
ook de dienaren van Jesus , de kinderen van
Maria den staf opnemen, om te Kevelaar, waar
God, op Maria\'s voorspraak, zijne gunsten vaak
zoo mildelijk heeft uitgedeeld, hunne gebeden
te gaan storten.
Geluk, Pelgrims! gij, die bedevaarten onder-
neemt, hebt de Moeder Gods zelve tot voor-
gangster. Maar verlangt gij, die door haar voor-
beeld tot het ondernemen der bedevaart opgewekt
wordt, ook niet van haar te leeren, hoe gij de
reis moet doen? Ik geloof het. Laten wij haar
dan volgen.
II.
Het oogmerk.
Eer wij ons met Maria op weg begeven,
mogen wij wel vragen: wat was eigenlijk haar
oogmerk met die reis\'? En dan vinden, wij dat
bet blijkbaar geen ander kan geweest zijn, dan
r/c verheerlijking van God. Tij ging naar eene
heilige plaats, op eenen heiligen tijd, in een
heilig gezelschap; want zij ging naar den tem-
pel, in de dagen van Pasclien, met Jesus, haren
-ocr page 24-
6
goddelijken Zoon, enJosef, haren heiligen Brui-
degom. Zij ging zich vereenigen met die duizen-
den , die van alom naar Jerusalem stroomden,
ten einde hunne offers den Heer ter eere op te
dragen; met die duizenden, die in de heilige
stad het gezang des Heeren, de liederen Sion\'s,
kwamen aanheffen; met die duizenden, die
derwaarts getogen waren, om Gods opperheer-
schappij te erkennen, om Hem dank te zeggen,
om vergiffenis af te smeeken, om nieuwe wel-
daden te vragen: met die duizenden, die in het
heilige Sion het paaschlam kwamen eten, de
gedachtenis der verlossing uit Egypte, —voor-
beelding der verlossing uit de zonden, — die
daar in Gods tempel kwamen verzuchten: Heme-
len, dauwt van boven ! en dal de wolken regenen
den Reehtvaardige: de aarde opene zich en brenge
den Zaligmaker voort
, met al die duizenden ging
zij zich vereenigen, terwijl zij den Rechtvaar-
dige, den Zaligmaker met zich voerde.
Wat kan dus anders, o verhevene Maagd!
wat kan anders uwe bedoeling geweest zijn,
dan de verheerlijking Gods? Neen, een ander
oogmerk kon in uw Gode gewijd hart niet huis-
vesten. Gij gingt om te erkennen, dat de hemel-
sche eigenschappen, die u sierden, gaven des
Heeren waren; gij gingt om uwen dank voor
die gaven te betuigen, om de bevestiging en
vermeer (lering er van te smeeken; gij gingt
om , hoewel zelve, om uwen Zoon, vrij van
zonde, uw offer voor de zonde te brengen;
want gij gingt uw hart aanbieden tegen den
dag, op welken het zwaard der droefheid het
doorsteken zoude; gij gingt, o droevige Moe-
-ocr page 25-
7
der! om nogmaals te zeggen: zie de dienst-
maagd des Hecren, mij geschiede naar uw woord
(Luc. I, 38). In liet bezit van zoo groote gun-
sten, in het vooruitzicht van zoo groote droef-
heid , gingt gij nogmaals uw verheven lied
zingen:
Mijne ziel verheft den Heer:
Hem, die mijn God is, wiens schepsel ik ben,
Hem looft en prijst mijne ziel.
En mijn geest juicht in God mijn heil.
Niet in aardschen roem, niet in tijdelijke
goederen, niet in iets vergankelijks, maar in
God, die mijn heil, mijn redder, mijn Zalig-
maker is, in God alleen verheugt zich mijn
geest.
Omdat Hij op de geringheid zijner dienstmaagd
heeft gezien; want zie, van nu af zullen alle
geslachten mij zalig noemen.
Ja, dit verheugt mij, dit doet mij van vreugde
opspringen, dat mijn God op zijne geringe
dienstmaagd heeft neêrgezien, dat Hij mij, een
nederig schepsel, met zijne weldaden verrijkt
heeft, mij zulke weldaden geschonken heeft,
dat van nu af alle geslachten mij zalig noemen.
Omdat Hij, de machtige, groote dingen aan mij
gedaan heeft; en heilig is zijn Naam.
"Wat ben ik van mij zelve om te juichen?
om zalig genoemd te worden?.... Maar omdat
de Machtige mij groot gemaakt heeft, omdat
-ocr page 26-
s
Hij de wondervolste gunsten over mij uitgestort
heeft, daarom zal ik zalig genoemd worden;
en daarom zal ik Hem prijzen; heilig is zijn
Naam.
En zijne barmhartigheid is van geslachte tot ge-
slacht dengenen
, die Hem vreezen.
Heilig is de naam mijns Gods, eeuwig zijne
barmhartigheid, zij duurt van geslachte tot ge-
slacht. Straft Hij, Hij treft slechts het vermetel
verzet, maar al wie Hem vreest, heeft barmhar-
tigheid te wachten.
Hij heeft kracht geoefend door zijn arm; Hij
heeft de trotschen in de raadslagen huns har-
ten verstrooid.
Zijn arm heeft Hij uitgestrekt, en daar bleek
zijne kracht; mij, eene geringe maagd, verhief
Hij wonderbaar; maar de trotschen, die in hun
hart booze raadslagen smeedden, heeft Hij door
hunne eigen listen verward, en hen, die zich
op hunne wijsheid verlieten, verstrooid.
De machtigen heeft Hij van den troon gezet,
en Hij heeft de nederigen verheven.
Hij heeft de hongerujen met goederen vervuld en
de rijken ledig weggezonden.
Ziet daar de macht mijns Gods, dat Hij hen
die zich zelven machtig vvanen. uit de hoogte
nederstort; dat Hij die rijken, die zich van
alles voorzien wanen en een walg van het he-
melsche hebben, van alles ontbloot; terwijl Hij
de nederigen, de geringen op den troon plaatst,
-ocr page 27-
9
en de armen, degenen die honger lijden, met
zijne gaven overlaadt.
Dit is het gezang der Maagd. Schittert daarin
niet de grootste eenvoudigheid des harten\'?
Ééne gedachte is er slechts in te zien, aan die
ééne zijn al de overige ondergeschikt, of liever
al de overige komen voort uit die éène: God,
God alleen is in hare ziel, in haar hart, in haren
mond; aan God alleen moet van alles de eer
gegeven worden.
Pelgrims! leert hier, wat oogmerk u tot de
bedevaart aansporen moet: namelijk de eer
Gods. Gij moogt u niets anders voorstellen, dan
te Kevelaar u voor God te gaan vernederen,
vergiffenis van Hem af te smeeken, Hem voor
zijne weldaden te danken, nieuwe weldaden
voor u en de uwen (maar met onderwerping
aan zijnen wil) te vragen; en dit alles onder
de bescherming en voorspraak van Maria.
Vele menschen zijn, in hunne huiselijke be-
trekkingen, overladen met bezigheden en zor-
gen; nauwlijks kunnen zij den tijd vinden om
de noodzakelijkste godsdienstplichten te vervul-
len; altijd omringd en bezig gehouden door
voorwerpen, die geest en hart voor godsdien-
stige indrukken minder vatbaar maken, schijnen
zij zich nimmer met volhardenden ernst op het
eenig noodzakelijke te kunnen toeleggen. Dat
dezulken zich in het jaar eenige dagen afzon-
deren en eene bedevaart ondernemen, om, van
alles wat hen anders verstrooit ontslagen, zich
vrijelijk met God en hunne eeuwige toekomst
bezig te houden: dit is een prysbaar, een hei-
1*
-ocr page 28-
10
lig oogmerk, ieder hunner kan zeggen: Mijne
ziel verhefl den Heer.
Dat anderen, die tijd en gelegenheid genoeg
hebben tot godsdienstoefeningen, maar beden-
kende, hoe gemakkelijk hun dit alles, valt, iets
meer doen willen en daartoe eene bedevaart
kiezen, die met onderscheidene ontberingen en
vermoeienissen vergezeld gaat; ook dit is een
prijsbaar inzicht, ook in dezer mont past Ma-
ria\'s woord: Mijne ziel verheft den Heer.
Dat wederom anderen, zich beinnerende,
hoe vele goede werken zij verzuimd, hoe vele
zonden zij gepleegd hebben, in het verlangen
om hunne verzuimen eenigzins in te halen, om
voor hunne overtredingen te boeten, als pel-
grims naar eene heilige plcats reizen: dit moet
door een ieder voor eene goede bedoeling ge-
houden worden, want zij nemen hunne toevlucht
tot \'s Heeren barmhartigheid, die is van geslaehte
tot geslacht dengenen, die Hem vreezen.
Dat iemand, die eene bijzondere gunst van
den Heer verlangt, om die zekerder te ver-
krijgen, eene bedevaart doet, mits hij zich al-
tijd aan den goddelijken wil onderwerpe;
Dat iemand, die zich in eenen verderfelijken
omgang, in eene booze gewoonte, in eene naaste
gelegenheid tot zonde gekwikkehl ziet, den pel-
gimsstaf opneemt, om door dit middel die
gevaren te ontworstelen, dat kwaad uit te
roeien:
Dit alles moet geprezen, moet deugdzaam,
moet heilig genoemd worden. Die zoo doen,
verheffen den Heer.
Dat men, met deze of dergelijke oogmerken
-ocr page 29-
11
bezield, eenc bedevaart kiest naar eene plaats,
waar de H. Maria voornamelijk geëerd wordt,
dit verdient goedkeuring. Aan haar toch heeft
Hij, die, machtig is, groote dingen gedaan. Zijn
Naam is heilig, en zijne barmhartigheid van ge-
slachte Uil geslacht.
Maar:
"Wanneer bij de opgenoemde of andere prijs-
bare oogmerken zich eenig onedel inzicht voegt;
wanneer bijv. nieuwsgierigheid zoowel tot de
reize aanspoort als godsvrucht: dan zoude ik
de bedoeling niet meer zoo gaaf heilig, eri het
werk niet zonder voorbehouding verdienstelijk
noemen.
Wanneer iemand, die in zijne eigene ge-
meente aan zijne plichten te kort schiet, die
door zijnen gewonen biechtvader van het ont-
vangen der H. Sakramenten geweerd wordt,
wanneer zulk een den uitwendigen schijn van
pelgrim aanneemt, om van priesters, bij welke
hij niet bekend is en aan welke hij zich niet
bekend maakt, de Sakramenten te rooven, dan
zoude ik zéggen, dat hij een zeer onheilig, een
zeer verfoeielijk oogmerk heeft; ik plaats hem
bij degenen, die God in hp;nne raadslagen ver-
strooit.
Neen, wie, gelijk Maria, reizen wil, wie vol-
gens haar voorbeeld en onder hare bescherming
eene bedevaart wil doen, die mag zich geene
onverschillige, veel min slechte oogmerken voor-
stellen; verheerlijking van God, en bevordering-
van \'s pelgrims zaligheid, moet zijne cenige be-
weegreden zijn.
-ocr page 30-
12
lil.
De reis en het verblijf.
Wij welen ii11, waarheen Maria reisde en
waarom zij daar lieen reisde. Nu /.uilen de Pel-
grims zekerlijk ook verlangen Ie weten, hoe /ij
zich op den tocht gedroeg, en wat zij Ie .leru-
salem deed.
Hoe zij zich op den tocht gedroeg, kan men
reeds daaruit genoeg opmaken, dat zij reisde
in hel gezelschap van Jesus! Wat toch kan
onder het geleide van Jesus gevonden worden,
dal niel zedig, ordelijk, ingetogen, heilig is\'?....
O Pelgrims! gij ook moet in het gezelschap
van Jesus reizen, gij moet iedere schrede zoo
zetten, iederen oogslag zoo wenden, ieder woord
zoo spreken , alsof Jesus aan uwe zijde ging.
En al ziel gij Hem niel, Hij is echter hij u;
want Hij heeft gezegd: waar er twee of drie in
mijnen naam vergaderd zijn, daar ben Ik in hun
midden.
Wilt gij meer in bijzonderheden het gedrag
van Maria op hare hellevaart kennen, zien wij
dan hetgeen de groote Ambrosius van de han-
delwijze , die zij immer in acht nam, gezegd
heeft. « Van haar moogt gij regels voor uw ge-
drag nemen, daar de onderwijzingen der deugd,
in haar als ineen voorbeeld uitgedrukt, u toonen,
wat gij verbeteren, wat gij vluchten, wal gij be-
houden moet. Zij was van harte nederig, ernstig
in hare woorden ... Zij was spaarzaam in het
spreken, ijverig om te loeren.... /.ij was gewoon
niemand Ie beloedigen, voor hejaarderen op te
-ocr page 31-
i:i
staan, hare gelijken niet Ie benijden, grootspraak
te vluchten.... Wanneer loonde zij walging van
minderen? Wanneer lachte /.ij om den zwakke?
Wanneer vermeed zijden arme\'.\'.... Niets temg-
stootends was in hare nogen, niets onhedachts
in hare woorden, niets onzedigs in hare han-
delingen. Hare gebaren waren niet geweldig,
haar gang was niet wild, haar geluid niet
schaterend: maar de houding zelve des lichaams
was het beeld harer ziel, de uiterlijke voorstel-
ling van hare deugd. » Mn ik man I\'\'\'\'1\' bijvoe-
gen uit het Hooglied van Saloinon : Langs den
weg heeft
Maria eenen geur versjireid als kaneel
en welriekende balsem ; zij gaf enten aangenamen
gen>• riiii zich, als ii\'ügclezene mirre.
Den gansenen
weg over verspreidde haar voorbeeld op allen,
die omtrent haar waren, eenen godsdicnstigen
indruk, gelijk welriekende specerijen eenen aan-
genamen geur doen ontwaren.
Kn hoe gedroeg zij zich wel, toen zij Ie Jeru-
salem was\'.\' Toen zijden tempel bezocht\'.\' dien
tempel, in welken een grijs Profeet haar gezegd
had: livl zwnurd van droefheid zul u door het
harte gaan ? \')
O men kan het zich voorstellen, als men
Maria\'s godsvrucht een weinig kent. Daar, in
de heilige stad, rand zij hare rust; daar was zij
als een razestruik Ie
Jericho, als een schootie. olijf
iiji de relden
, als een plataan langs het water\');
daar zal zij in de schaduw desgencn nuar wieti
zij verlangd had. ■■); duur speelde zij voor hem in,
de heilige plaats, en hel was haar vermaak in hel
I) I.Mc. II.          2) Eceli XXIV. 3) Uoogl. II.
-ocr page 32-
14
midden van Gods dienaren te zijn \'). Reeds bij
het ontdekken der tempeltinnen had zij uitge-
roepen : Ik ben verheugd over hetgeen mij gezegd
is: wij zullen in het huis des Ileeren gaan
2); en
toen hare voeten in Jerusalems voorhoven ston-
den, bad zij met vertrouwen: De Heer zal niet
toelaten, dat de roede der zondaren op het lot der
1\'echlvaardigen blijve drukken
3).
Dit is het voorbeeld, dat de pelgrims moeten
navolgen.
En gij, die den jaarlijkschen tocht naar Ke-
velaar mede doet, ziet, hoe gemakkelijk het u
is, naar het voorbeeld van Maria te handelen,
vooral van het oogenblik, waarop men zich tot
den optocht vereenigt, om in orde van processie
voort te trekken.
De banier der Christenen, het Kruis, wordt
ontsluierd, en toont den verzamelden, wal weg
zij te houden hebben; de vanen, waarop de af-
beeldingen der Moeder Gods en van de Bescherm-
heiligen der verschillende gemeenten prijken,
volgen de kruisbanier, en doen in de menigte
het vooruitzicht ontstaan op het verwerven der
gunsten, die zij door Maria\'s voorspraak verlan-
gen; op het voorbeeld der geleiders neemt men
den rozenkrans ter hand, en de talrijke verza-
meling verricht met luider stemme dat eenvoudige
maar tevens verhevene gebed, namelijk: zij
groet Maria, zij herhaalt hare groeten, en al
die groeten zijn zoo vele rozen, die haar ter
eere tot kransen gevlochten of langs den weg
gestrooid worden; liederen, die de teederste
1) Spreuk, VIII. 2) Ps. 121. 3) Ps. 124.
-ocr page 33-
15
godsvrucht en het kinderlijkste vertrouwen op
de voorspraak van Maria ademen, worden door
de talrijke schare gezongen en wisselen het ge-
bed af; van tijd tot tijd trekt men eene kerk
binnen, waar Hij, dien men aan \'t kruis afge-
beeld ziet, en dien men in zijne moeder eeren
wil, zelf gevonden wordt, en terwijl men Hem
aanbidt, zegent Hij, in zijn Sakrament door de
handen des Priesters opgeheven, de nederknie-
lende pelgrims. Komt men in eene plaats, waar
men voornemens is wat langer te beiden, dan
stijgt een dienaar des Heeren den kansel op,
en houdt eene tot vertrouwen en bekeering op-
wekkende leerrede; vervolgens begeeft hij zich,
met eenige ambtgenooten, in den biechtstoel,
waar zij, als uitdeelers van Gods Geheimenissen,
den boetvaardigen zondaar de ontbinding zijner
overtredingen geven. In den morgenstond wordt
het heilig Offer opgedragen en is het brood der
Engelen bereid om degenen, die er naar hon-
geren, te spijzen. Eindelijk nadert men het heilig
oord, waarheen de bedevaart zich richt. Nauwe •
1\'yks heeft men de torenspitsen in \'t verschiet
ontdekt, of vreugde glinstert op het gelaat der
pelgrims. «Daar», zeggen zij dan, « daar beidt
ons onze teedere Moeder, die met al onze
kwalen medelijden heeft, onze machtige Moeder,
die voor ons bij haren goddelijken Zoon alles
verkrijgen kan. » De plaats zelve binnen getrok-
ken zijnde, kan men zijne godsvrucht vrijelijk
voldoen. Voor het wonderbeeld van haar, op
wier voorspraak de Heer hier zoo menig wonder
werkte, kan men zijne vurigste wenschen uit-
storten, kan men den boezem ledigen van alle
-ocr page 34-
16
kwellingen . die hij besloten hield. Alles stemt
nu het (gemoed tot ijver. Ginds zijn het groepen
van hiddenden, die gemeenschappelijk hunne
smeekingen opwaarts zenden en als met ver-
eende krachten den hemel bestormen; hier zijn
het zingende, die Jesus en zijne Moeder in
hunne liederen verheerlijken; daar ziet men
afzonderde personen, die in stille aandacht de
heilige waarheden overwegen, ot\' in zwijgenden
weemoed hunne zonden beweenen. Nu gaat men
bidden in eene kapel, dan gaat men Gods woord
hooien in een ander bedehuis. Men trekt met
brandende waskaarsen naar eene hoogte, op
welke, gelijk op den Calvarieberg, een kruis
geplaatst is, en van welke een Priester tot de
vergaderde menigte spreekt over het lijden des
Heeren en dat zijner lieve Moeder. Middelerwijl
beijvert men zich, om in de vierschaar der boet-
vaardigheid het geweten van de laatste smet te
reinigen, en eene algemeene Communie der
bedevaartgangers bevestigt in hen al de goede
voornemens, die zij gemaakt hebben.
Zoodanig is de loop der pelgrimsreize. O hoe
vele hulpmiddelen tot aandacht! hoe vele op-
wekkingen tot godsvrucht! hoe vele aansporin-
gen tot ijver! Gelukkig zij, die, naar het voor-
beeld hunner H. Moeder, steeds in het gezelschap
van Jesus reizen, en ter heiliger stede door
Maria tot Jesus, door Jesus tot den Vader gaan.
Aan hen doei God groote dingen, hen ontvangt
en koestert en kweekt die barmhartigheid, die
blijft van geslachte tot geslacht.
-ocr page 35-
17
IV.
De terugreize.
Pelgrims! opent, uwe ooren, verneemt de ge-
schiedenis der terugreis van Maria. Ook deze
zal nog menige leering opleveren.
Nog vol van de heilige gedachten, die de
tempel en de offers haar hadden ingeboezemd,
verliet zij Jerusalem. Maar toen des avonds de
Pelgrims zich ieder bij zijne familie voegden,
verscheen Jesus niet. Maria en haar Bruidegom
Josef zochten Hem bij hunne verwanten en be-
kenden, maar konden Hem nergens vinden.
Wij zouden der ouderlijke zorg van Maria en
Josef te kort doen, indien wij de onwetenheid
van hetgeen Jesus wedervaren was hun tot
schuld rekenden. Beiden wisten, dat Jesus een
goddelijk kind was, beide waren dus zeker, dat,
wat Hij ook doen moclite, het altijd volgens de
wetten der wijsheid zijn zoude. Uit hoogere in-
zichten nu had het goddelijk kind zich aan hun
oogen onttrokken, en hen, terwijl zij niet de
minste vrees koesterden, laten wegreizen.
Pelgrims! opent uwe ooren, verneemt de les
die in deze gebeurtenis voor u gelegen is.
Maria, van de bedevaart huiswaarts keerende,
verloor Jesus, doch zonder hare schuld: o Pel-
grims! beijvert u om Hem niet te verliezen
door uwe schuld. Eene doodzonde berooft u van
Hem; Pelgrims! vlucht, vlucht de doodzonde!
Hoe treurig zoude het zijn, indien gij, na met
het heiligste oogmerk, met de meeste godsvrucht,
uwe bedevaart gedaan te hebben, spoedig we-
-ocr page 36-
18
derom van uwen Verlosser verwijderd wordt*?
Met welke oogen zoude die teedere Moeder,
die zoo vele gunsten voor u afbad, u dan aan-
zien? Welke smart, indien zij er nog vatbaar
voor ware, zou uwe onstandvastigheid haar ver-
oorzaken? En welke schade voor u zelven !......
Verloren waren dan die vruchten, welke gij met
zooveel zweet en arbeid verzameld hebt: ver-
loren de verdiensten, die gij verkregen hebt;
verloren de genaden, waarmede gij verrijkt zijt.
God beware iederen Pelgrim voor dit ongeluk!
Doch zoo het iemand overkomen mochte, dat
hij niet wanhope.
Pelgrims! opent uwe ooren, verneemt de
geschiedenis van Maria\'s tcrugreize.
Toen de H. Maria Jesus verloren had, ving
zij aanstonds aan, Hem te zoeken.
Maria richtte hare schreden naarden tempel,
en daar vond zij haren Jesus terug, gezeten
onder de leeraren.
Pelgrims! zoo gij ooit Jesus verliest, begeeft
u naar den tempel; daar is hij nog in het mid-
den zijner dienaren, welke Hij belast heeft u
te helpen om Hem weder te vinden. Grijpt
daar, gelijk de schipbreukeling, de plank, waar-
mede gij u redden kunt; zuivert uw geweten
in het Sakrament van boetvaardigheid, en gij
zult Jesus wedervinden, want. hij verbergt zijn
aanschijn niet voor degenen, die Hem zoeken.
-ocr page 37-
19
Pelgrims! luistert nog.
Ook in een anderen zin dan die u nu ver-
klaard is, kunt gij Jesus verliezen: of wel ge-
heel zonder uwe schuld, wanneer Hij uit eigene
beweging zich aan u onttrekt, gelijk Hij zich
te Jerusalem aan het oog zijner Moeder ont-
trok; of min of meer met uwe schuld, wanneer
gij aan de indrukken van het aardsche, aan de
vorderingen der zinnelijkheid, aan het zelfbeha-
gen der eigenliefde, weer eenigen voet geeft in
uw hart. Dan is er wel geen scheidsmuur op-
getrokken tusschen u en Hem, gelijk dit door
de doodzonde geschiedt; maar gij mist toch de
liefelijke uitwerkselen zijner tegenwoordigheid:
Hij antwoordt u niet, als ge in het gebed tot
Hem spreekt, en de lust om tot Hem te spreken
dooft in u uit; koude is in \'t hart, in het gemoed
dorheid, verstrooiing en gedachteloosheid zijn in
den geest. O hoe smartelijk is die toestand!
Veel verschilt het wel, of uw Beminde uit eigen
beweging zich verscholen houdt, ten einde het
verlangen in uwe liefde te prikkelen, dan of Hij
u voor kleine ongetrouwheden straffen wil; maar
wie zal ooit durven zeggen: ik heb die verwij-
dering niet verdiend? ïn ieder geval, Pelgrims!
moet gij, als Maria, den verlorene wederzoeken.
En hoe dan? door nederige erkenning uwer
onwaardigheid, door vurig wenschen en smee-
ken, door geduldig verbeiden van het oogenblik,
waarop Hij goed zal vinden u zijn zaligend aan-
schijn wéér te toonen. Wacht u wel van iets
na te laten, waarvan gij weet dat het Hem be-
haagt; gaat naar den tempel en vraagt zijne
-ocr page 38-
20
priesters, of\' zij u op zijn spoor kunnen helpen;
wendt u tot zijne Moeder, opdat zij Hem voor
u verbidde; bereidt uw linrt in het vertrouwe-
lijk vooruitzicht, dat Hij niet al zijne liefel\'ykheid
weder zal komen; neemt deel aan den i\'eesl-
disch van zijn Ligchaam en Bloed; en toeft Hij
dan nog, zoo bedenkt, dat ook Maria en Josef
Hem lang al weenende moesten zoeken, en dat
zij daarenboven, toen zij Hem tot hunne onuit-
sprekelijke vreugde gevonden hadden, niet eens
met vleiende liefkozingen ontvangen werden.
Maar ziet, na die verwijdering ging de Uierbare
met hen naar Nazareth, en bleet\' bij ben. Vol-
hardt dan, Pelgrims! in uw zoeken, in uw
smceken, en weldra zal hij zeggen: zie mij hier!
dan zal uwc ziel den Heer verheffen en uwe geest
zal juichen in God, uw heil.
Dan zult gij zeggen:
Ik hch Hem gevonden, den Beminde mijner ziel;
ik heb Hem vastgegrepen en ik zal Hem niet meer
loslaten.
BESLUIT.
Zoo leerde u Maria bedevaart houden, en op-
dat gij daarin haar voorbeeld zoudt volgen, o
Pelgrims! zoo zij u nog dit herinnerd: Maria
bewaarde, al deze woorden in haar hart. Bewaart
gij ook het nu gelezene in uw hart, dat is, ont-
houdt, overweegt, omhelst het, en dan moogt
ge hopen, dat gij, onder hare voorspraak , het
ook beoefenen zult.
En gij die ooit op die wijze eene bedevaart
gedaan hebt verheugt u; want gij hebt eene
-ocr page 39-
21
zaak gedaan, die Gode welbehagel\'yk en u zelven
voordeelig is; gij hebt het voorbeeld gevolgd
uwer Moeder, die in bedevaart naar Jerusalem
ging; gij hebt ook voorzeker door hare voor-
spraak gunsten verkregen, die u dierbaar zijn
moeten. Hebt gij misschien niet juist datgene
verkregen, wat gij wenschtet, zoo moogt ge u
echter overtuigd houden, dat gij iets anders,
\'t geen u nog voordeeliger is, verworven hebt;
want gelijk God nooit te vergeefs gebeden wordt,
zoo wordt ook Maria\'s voorspraak nooit te ver-
geefs ingeroepen.
Maar, Pelgrims! nog een woord, en dat zich
zelfs verder dan tot u uitstrekt. Gij moet Maria
niet slechts op uwe bedevaart, maar altijd tot
voorbeeld en tot hulp hebben. Ons leven hier
op aarde is niets anders dan een pelgrimschap.
Pelgrim beteekent vreemdeling, en de bedevaart-
ganger wordt zoo genoemd, omdat hij in het
oord, waar hij te bedevaart gaat, gewonelijk een
vreemdeling is. En wij zijn hier op aarde ook
vreemdelingen, die naar ons vaderland reizen.
Helaas! wie gevoelt niet de ongemakken zijns
vreemdelingschap ? Wie kan het zonder tranen
ten einde brengen ? En wie, \'t geen de grootste
van al de rampen is, wie ziet zich niet omringd
van gevaren, in welke hij vreezen moet om te
komen? gevaren, die zijne behoudene aankomst
in het hemelsche vaderland bedreigen; gevaren,
die hij vaak niet ontwijken kan, omdat hij ze
maar al te dikwijls in zijn eigen binnenste
medevoert. Ach! ons hart ontvlamt zoo lichtelijk,
en wee dengene, die de noodlottige vonken
niet weet of niet zorgt af te leiden !.....Ter
2
-ocr page 40-
22
gewenschte plaatse zullen wij echter aanlanden,
als wij Maria steeds tot voorbeeld en tot help-
ster nemen. « Zij», zegt de H. Bernardus, « Zij
wijke nooit van uwe lippen, nooit van uw hart,
en, om het genot van hare voorspraak te heb-
ben, zoo verlaat nooit het voorbeeld van haren
wandel. Haar volgende verdwaalt gij niet,....
haar voor oogen hebbend, mist gij niet,... hare
gunst genietende, bereikt gij de plaats uwer
bestemming.»
Christelijke Pelgrims, die dit leest! ik bid
God, door de voorspraak zijner lieve Moeder,
dat Hij u naar het vaderland geleide: en gij,
als gij uwe godvruchtige gebeden tot de H.
Moeder opzendt, gedenkt dan uwen armen
medepelgrim, die deze regelen voor u geschreven
heeft. \').
1) Men gelieve wijlen den Hoogw. Schrijver, die in
zijn leven het gebed der vrome Pelgrims vroeg, nu bij
zijn helaas! te vroegtijdig verscheiden te gedenken.
-ocr page 41-
-^ -A*« •^ «A* -^ -A» *A*» -.V» *sU *A* -,**- «Im ^U -A" -^«
O E BE S1H,
MORGENGEBED.
-J- In den naam des Vaders, en des Zoons,
en des H. Geestes. Amen.
De engel des Heer en boodschapte aan Maria,
En zij heeft ontvangen van den H. Geest.
Wees gegroet enz.
Zie de dienstmaagd des Heeren,
Mij geschiede naar uw woord.
Wees gegroet enz.
En het Woord is vleesch geworden,
En liet heeft onder ons gewoond.
Wees gegroet enz.
Bid voor ons H. Moeder Gods,
Opdat wij der beloften van Christus waardig
worden.
-ocr page 42-
\'24
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, stort uwe genade in
onze harten, opdat wij, die door de boodschap
des engels, de mensch wording van Christus uwen
Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis
mogen gebracht worden tot de glorie zijner ver-
rijzenis. Door Jesus Christus onzen Heer. Amen.
Kom H. Geest, vervul de harten uwer ge-
loovigen en ontsteek in hen het vuur uwer liefde.
i Zend uwen Geest uit, en zij zullen her-
schapen worden.
it En het aanschijn der aarde zult gij ver-
nieuwen.
LAAT ONS BIDDEN.
God, die de harten der geloovigen, door de
verlichting van den H. Geest hebt onderwezen,
geef ons, dat wij in denzelfden Geest, de ware
wijsheid smaken en ons in zijne vertroosting
altijd verheugen. Door Christus onzen Heer.
Amen.
GEBED.
God, Schepperen Heer van alles wat bestaat,
in Wien wij leven, ons bewegen en bestaan,
wij gelooven en belijden, dat Gij al onze ge-
dachten, woorden en werken kent. — Uit den
grond van ons hart brengen wij U onzen kin-
derlijken dank voor al de weldaden, die Gij ons
van het eerste oogenblik van ons bestaan, tot
dezen dag toe hebt bewezen. Vooral echter, o
-ocr page 43-
25
barmhartige en liefdevolle God, zij uw naam
geprezen, omdat gij ons de gelegenheid aan-
biedt deze dagen te besteden tot eer en glorie
van uwe nooit volprezen Moedermaagd en tot
bijzondere heiliging onzer zielen. — Wat wij
dan denken, spreken en verrichten, zij U en
uwe heilige Moeder toegewijd. Moge deze bede-
vaart strekken om voor ons en de onzen die
gunsten te verwerven welke wij door de voor-
bede uwer H. Moeder verwachten. Heilig onze
gedachten, heilig onze woorden, heilig onze
daden, opdat alles ons rijke vruchten voor de
eeuwigheid voortbrenge. Amen.
Dierbare Jesus, wij smeeken U de genade af,
om het heilig voorbeeld, dat Gij ons van alle
deugden licht gegeven, in deze dagen der bede-
vaart meer en meer na te volgen. Geef, dat wij
geduldig, nederig, zachtmoedig en rein mogen
leven, opdat onze bedevaart U en uwe H. Moe-
der eere, ons rijke vruchten van heiligheid
schenke. Wij willen al de krachten onzer ziel
gebruiken om de zonden, vooral die, waarin wij
gewoon zij te vallen, te vermijden. Sta Gij ons
bij, o Goddelijken Verlosser, door uwe genade.
Tevens bevelen wij aan uwe ontfermende liefde
de zielen van onze lijdende broeders en zusters
in de pijnen des vagevuurs; en tot hun troost
en lafenis dragen wij U al de allaten op die
wij kunnen verdienen, opdat Gij ze hun zoudt
toevoegen, vooral echter aan de zielen van N. N....
H. Maria, lot wier eer wij deze bedevaart naar
2*
-ocr page 44-
26
het door u zoo bevoorrechte Kevelaar houden,
toon ons vooral in deze dagen uwe moederlijke
bescherming; verwijder van ons alles wat ons
naar ziel en ligchaam zou kunnen schaden. Bid
met ons opdat wij de gunsten verkrijgen, die
wij verlangen. Bid ook voor onze betrekkingen,
voor onze vrienden en vijanden, voor allen die
zich in onze gebeden hebben aanbevolen, opdat
door uwe voorspraak allen hunne dagen in vrede
mogen doorbrengen en eenmaal met u God
mogen loven in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Onze Vader. — Wees gegroet.
De twaalf Artikelen des Geloofs.
1.   Ik geloof in God, den Vader Almachtig,
Schepper des hemels en der aarde:
2.   En in Jesus Christus, zijnen éénigen Zoon,
onzen Heer,
3.   Die ontvangen is van den Heiligen Geest,
geboren uit de Maagd Maria;
4.   Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is
gekruist, gestorven en begraven;
5.   Die nedergedaald is ter helle, ten derden
dage verrezen van den dood;
6.   Die opgeklommen is ten hemel, en zit ter
rechterhand Gods zijns Vaders Almachtig;
7.   Van daar zal Hij komen oordeelen levenden
en dooden.
8.   Ik geloof in den Heiligen Geest;
9.   De Heilige Katholieke Kerk, gemeenschap
der Heiligen;
-ocr page 45-
\'27
10.   Vergiffenis der zonden;
11.   Verrijzenis des Vleesches;
12.   En hef eeuwig leven. Amen.
Akte van Geloof.
Ik geloof, o mijn God, dat Gij één zijt in
wezen en drievuldig in personen; dat de tweede
persoon der Heilige Drievuldigheid voor ons is
mensch geworden, en dat Gij het goede loont en
het kwade straft: dit en alles wat Gij ons door
de Heilige Kerk te gelooven voorstelt, geloof ik
vastelijk, omdat Gij de eeuwige waarheid zijt,
die dit alles geopenbaard hebt. In en voor dit
geloof wil ik leven sterven.
Akte van Hoop.
O barmhartige God, ik hoop met een vast
vertrouwen door de verdiensten van Jesus Chris-
tus van U te zullen verkrijgen het eeuwig leven
en alles wat ons daartoe helpen kan: dit hoop
ik omdat Gij oneindig goed jegens ons, almachtig
en getrouw in uwe beloften zijt. In deze hoop
wil ik leven en sterven.
Akte van Liefde.
0 mijn God, ik bemin U boven al uit geheel
mijn hart, omdat Gij het opperste goed in U
-ocr page 46-
28
zelvenen alle liefde waardig zijt: ik bemin mijn
evennaaste gelijk mij zelven om U, en wensen
dat alle menschen Ü beminnen. In deze liefde
wil ik leven en sterven.
LITAIIE
VAN DEN H. NAAM JESUS.
300 dagen aflaat, verleend door Z. H. Paus Pius IX aan die
godvruchtig deze Litanie zullen bidden.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm IJ onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God, Henielsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld,
God, Heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,                       O
Jesus, glans des Vaders,                                    a;
Jesus, gloed van het eeuwig licht,                    g
Jesus, Koning der glorie,                                   "
Jesus, zon der rechtvaardigheid,                        C!
Jesus, Zoon der H. Maagd Maria,                    g
Beminnelijke Jesus,                                             g
Wonderbare Jesus,                                              ~
Jesus, sterke God,
Jesus, Vader der toekomende eeuw,
-ocr page 47-
29
Jesus, Verkondiger van het groote raads-
besluit,
Allerrnachtigste Jesus,
Allergeduldigste Jesus,
Jesus, zaclitmoedig en ootmoedig van harte,
Jesus, minnaar der zuiverheid,
Jesus, onze minnaar,
Jesus, God des vredes,
Jesus, oorsprong des levens,
Jesus, toonbeeld der deugden,
Jesus, zielenijveraar,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,                                      O
Jesus, Vader der armen,                                 j*
Jesus, schat der geloovigen,                            §
Jesus, goede Herder,                                       =
Jesus, waarachtig licht,                                   cl
Jesus, eeuwige wijsheid,                                  o
Jesus, oneindige goedheid,                               3
Jesus, onze weg en ons leven,                       y
Jesus, blijdschap der Engelen,
Jesus, Koning der Oudvaders,
Jesus, Meester der Apostelen,
Jesus, Leeraar der Evangelisten,
Jesus, sterkte der Martelaren,
Jesus, licht der Belijders,
Jesus, zuiverheid der Maagden,
Jesus, kroon van alle Heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus.
Van alle kwaad, verlos ons, Jesus.
Van alle zonde, verlos ons, Jesus.
Van uwe gramschap, verlos ons, Jesus.
Van de lagen des duivels, verlos ons. Jesus
-ocr page 48-
30
Van den geest der onkuischheid, verlos ons,
Jesus.
Van den eeuwigen dood,
yan de verwaarloozing uwer inspraken,
Door het geheim uwer H. Menschwording,
Door uwe geboorte,
Door uwe kindschheid,                                   2
Door uw goddelijk leven,                                o"
Door uwen arbeid,
Door uwen doodstrijd en uw lijden,               s
Door uw kruis en uwe verlatenheid,
Door uwe droefheden,
                                      n>
Door uwen dood en uwe begrafenis,              g
Door uwe verrijzenis,
Door uwe hemelvaart,
Door uwe vreugden,
Door uwe glorie,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer, Jesus.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: vraagt
en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden,
klopt en u zal worden opengedaan: wij smeeken
U, geef ons, op ons bidden, het vuur uwer god-
delijke liefde, opdat wij U met geheel ons hart,
-ocr page 49-
31
onzen mond en onze werken beminnen, en
nimmer ophouden U te loven.
Maak, o Heer, dat wij altijd uwen heiligen
Naam vreezen en te gelijk, beminnen; nooit
immers houdt Gij op, hen te besturen, die Gij
stelt in de vastheid uwer liefde. Door denzelfden
Jesus Christus onzen Heer. Amen.
H. Josef, onze H. Patronen en alle Heiligen
Gods, bidt Jcsus\' zegen over one en onze be-
devaart af.
H. Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, ge-
waardig u mij te verlichten, te bewaren, Ie
geleiden en te bestieren. {\' Amen.
Ons zegene de almachtige God, de Vader, de
Zoon en de H. Geest, ft Amen.
-ocr page 50-
32
AVONDGEBED.
f In den naam des Vaders, en des Zoons,
en des H. Geestes. Amen.
Wij gelooven en belijden, o Drieëenig Heilig
God, dat Gij hier tegenwoordig zijt. Gij ziet ons
op dit oogcnblik voor U nedergeknield , om U
bij het einde van dezen dag onze laatste groete
aan te bieden, en U uit den grond des harten
onzen innigen dank te betuigen voor al de wel-
daden gedurende ons geheelen leven, vooral ech-
ter in deze dagen der zalige bedevaart verleend.
Dank, driewerf dank, o eeuwige God, voor al
de liefdebewijzen, die wij van uwe goedheid
mochten ontvangen. Geef dat wij de grootheid
uwer gaven meer en meer kennen en door een
heilig leven daaraan beantwoorden, opdat wij,
levende en stervende in uwe liefde, ons bij U
mogen verheugen door de eeuwen der eeuwen
heen. Amen.
Voor hel gewetensonderzoek.
H. Geest, doe ons met een rouwmoedig hart
nagaan, wat wij heden misdreven, en schenk
ons tranen van boetvaardigheid om onze zonden
te verfoeijen.
Onderzoeken wij ons geweten.
Akte van Berouw.
Mijn Heer en mijn God , mijne zonden zijn
mij leed uit den grond van mijn hart, niet alleen
-ocr page 51-
33
omdat ik daardoor den hemel verloren en de
hel verdiend hel), maar ook omdat ik daardoor
U, die mijn opperste goed en alle liefde waar-
dig zijt, heb vergramd: ik haat en verzaak de
zonden «il liefde tot U, en ik neem mij vast
voor, met de hulp uwer genade mijne zonden
te biechten, mijn leven te beteren, en liever te
sterven dan U ooit met eenige doodzonde te
vergrammen. Amen.
Wij bevelen U, dierbare Jesus, ons zelven en
allen voor wie wij gehouden zijn te bidden;
onze ouders en kinderen, onze betrekkingen en
vrienden, onze weldoeners en vijanden, onze
geestelijke en wereldlijke overheden. Schenk,
lieve Jesus, hun uwen heiligen zegen, opdat zij
van deugd tot deugd voortgaande eenmaal de
onvergankelijke kroon des Hemels mogen ver-
werven. Amen.
LITANIE
VAN DE
Alleitófete Maagd Maria.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Vader in den hemel, ontferm U onzer.
-ocr page 52-
34
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U
onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U
onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods.
Heilige Maagd der Maagden,
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade,
Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder,
Ongeschondene Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Beminnelijke Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,                                    S
Moeder des Zaligmakers,                                &
Allervoorzichtigste Maagd,                              o
Eerwaardige Maagd,                                       °
Lofwaardige Maagd,                                        §
Machtige Maagd,                                             v
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der gerechtigheid,
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat,
Eerwaardig vat,
Uitmuntend vat van godsvrucht,
Geheimzinnige roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden huis,
-ocr page 53-
33
Ark des Verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken,
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten,                               w
Hulp der Christenen,                                      g;
Koningin der Engelen,                                   .-
Koningin der Patriarchen,                              o
Koningin der Profeten,                                   "*
Koningin der Apostelen,                                 a
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin, zonder vlek ontvangen,
Koningin van den allerheiligsten Bozenkrans,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
H. Moeder Maria, zoo vurig hier in uw dier-
baar Kevelaar door ons vereerd, H. Josef, onze
HH. Patronen en alle Gods lieve Heiligen bidt
voor ons, opdat wij, hetzij wij waken of slapen,
Gods heiligen wil mogen volbrengen.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, bezoek onze verblij-
ven en verdrijf van daar alle listen van den
-ocr page 54-
36
vijand: dat daarin uwe heilige Engelen wonen,
om ons in vrede te bewaren en dat over ons
immer uw zegen blijve. Amen.
Heer Jesus, behoed ons voor een haastigen
dood.
Jesus, Maria, Josef, ik geef U mijn hart en
mijne ziel.
Jesus, Maria, Josef, staat mij bij in mijn
doodstrijd.
Jesus, Maria, Josef, laat mijne ziel met U in
vrede rusten.
Ons zegene de almachtige God, de Vader, de
Zoon en de H. Geest. Amen.
-ocr page 55-
N, y y g ., v ^ y y y gg v,, v,, y- g
GEBEDEN
gedurende
ƒ« den «anj» (fes Vaders, des Zoons en des
II. Geestes. Amen.
Het is in uwen naam, aanbiddelijke Drievul-
digheid ! en om U die eer en lof, die U toekomt,
te bewijzen, dat ik tegenwoordig ben bij deze
allerheiligste en allerwaardigste offerande.
Sta mij toe, goddelijke Zaligmaker, dat ik mij
met den dienaar van uw altaar vereenige, om
het dierbaar slachtoffer mijner zaligheid aan U
op te dragen; en geef mij de gevoelens welke
ik zoude gehad hebben, indien ik op don Cal-
varieberg bij de bloedige offerande van uw lijden
tegenwoordig geweest ware. Amen.
-ocr page 56-
38
Confiteor.
Ik beschuldig mij voor U, mijn God, van al
de zonden, aan welke ik plichtig ben; ik be-
schuldig mij in de tegenwoordigheid van Maria,
de allerzuiverste der maagden, van al de Heiligen,
en van alle geloovigen, omdat ik gezondigd heb
met gedachten, woorden en werken, door mijne
schuld, door mijne schuld, door mijne aller-
grootste schuld. Daarom bid ik de H. Maagd en
alle Heiligen voor mij te willen bidden.
Verhoor, Heerl mijn gebed, en verleen mij de
kwijtschelding en vergiffenis der zonden.
Kyrie eleison.
Heer! die onze zielen hebt geschapen, heb
medelijden met het werk uwer handen. Vader
der barmhartigheid, ontferm U over ons, uwe
kinderen.
Eeuwig Woord des Vaders, voor ons mensch
geworden en gestorven aan het kruis, maak ons
deelachtig aan de verdiensten van uwen dood en
van uw dierbaar bloed. Minnelijke Zaligmaker,
zoete Jesus! ontferm U onzer, en vergeef ons
onze zonden.
Gloria in excelsis.
Glorie zij aan God in den hoogste, en op de
aarde vrede aan de menschen van goeden wil.
Wij loven U, wij prijzen U, wij aanbidden U,
wij verheerlijken Ü, wij danken U om uwe
groot e heerlijkheid. O God! hemelsche koning!
-ocr page 57-
:\',\'.»
God Vader almachtig! O Hoor Jesus-Christus,
eoniggeboren Zoon, o Heer God, Lam Gods,
Zoon des Vaders, die wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer; die wegneemt de
zonden der wereld, ontvang ons gebed; die zit
aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer:
want Gij alleen zijt heilig, Gij alleen zijt, de Heer,
Gij alleen zijt de allerhoogste, Jesus-Christus!
met den heiligen Geest in de heerlijkheid van
God den Vader. Amen.
Gebed.
Verleen ons, Heer! door de voorspraak van
de H. Maagd en al de Heiligen, die wij eeren
al de genaden, die uw dienaar voor zich en voor
ons van U vraagt. Ik vereenig met hem mijne
gebeden, en draag die aan U op voor allen, voor
welke ik verplicht ben te bidden; en ik verzoek
U, Heer! voor mij en voor hen al den bijstand,
die ons noodig is, om het eeuwig leven te be-
komen ; in den naam van Jesus-Christus, onzen
Heer. Amen.
Epistel.
Mijn God! Gij hebt mij tot de kennis van uwe
heilige wet geroepen, buiten zoo vele volkeren,
die in de onwetendheid van uwe geheimenissen
leven: ik aanvaard uit geheel mijn hart die god-
delijke wet: ik luister met eerbied naar de heilige
woorden die Gij door den mond der Profeten en
Apostelen hebt uitgesproken, en ik verlang, uit
ganscher hart, er mijn leven naar te schikken.
-ocr page 58-
40
Evangelie.
Het zijn niet meer, o God! de Profeten en
de Apostelen, die mij onderwijzen in mijne plich-
ten, het is uw eenige Zoon wiens woord ik mag
aanhooren. Maar, helaas! wat zal het mij baten
dat ik geloof in uwe woorden, zoo ik, Heer Jesus!
volgons dit geloof niet leef? Waartoe zal mij
dienen, wanneer ik voor uwen rechterstoel zal
verschijnen, het geloof zonder de verdiensten der
goede werken gehad te hebben\'?
Credo.
Lees godvruchtig het symbolum des geloofs.
Offerande.
Heilige Vader, almachtige en eeuwige God!
hoe onwaardig ik ook ben om voor U te ver-
schijnen, durf ik nogtans U door de handen des
Priesters deze slachtofferande opdragen met de
meening, welke Jesus-Christus gehad heeft, wan-
neer Hij deze offerande instelde, en welke Hij
nog heeft op het oogenblik, op hetwelk Hij
zich hier voor ons opoffert. Ik draag het U op
tot erkentenis uwer opperheerschappij over mij
en over alle schepselen, tot uitwissching mijner
zonden, en tot dankzegging voor al de weldaden,
welke Gij mij verleend hebt; alsook om van uwe
oneindige goedheid voor mij, mijne ouders en
weldoeners, voor mijne vrienden en vijanden,
die dierbare genaden der zaligheid te bekomen,
welke aan geenen zondaar kunnen gegeven wor-
-ocr page 59-
41
den, dan uil kracht der verdiensten van Hem,
die zich liet slachtoffer van verzoening\' voor ons
allen gemaakt heeft. Ik beveel U ook, mijn God!
geheel uwe heilige, katholieke Kerk, onzen hei-
ligen Vader den Paus, onzen Bisschop, al de
herders der zielen, al de christene vorsten, en
alle volkeren, die in U gelooven.
Wees ook gedachtig, o Heer! de geloovige
zielen; en om de verdiensten van uwen Zoon,
geef hun eene plaats van verversching, licht en
vrede.
Vergeet niet, mijn God! uwe en mijne vijan-
den; heb medelijden met alle ongeloovigen;
vervul met uwe zegen allen, die mij vervolgen;
en vergeef mij mijne zonden, gelijk ik hun ver-
geef al het ongelijk, dat zij mij hebben aange-
daan of zouden willen aandoen. Amen.
Prefatie.
Almachtige en eeuwige Vader! niets is rede-
lijker, niets voordeeliger, dan dat wij ons met
Jesus-Christus vereenigen, om (J onophoudelijk
te aanbidden; het is door Hem, dat alle zalige
geesten uwe majesteit loven; het is door Hem,
dat al de krachten der hemelen, bevangen door
eene eerbiedige vrees, zich vereenigen om U te
verheerlijken. Gedoog, Heer! dat wij onze kranke
lofzangen voegen bij die der hemelsche gees-
ten, en dat wij te zamen in verrukking van
blijdschap en verwondering uitroepen: heilig!
heilig! heilig is de Heer, de God der heirscharen!
Hemelen aarde zijn met zijne heerlijkheid vervuld.
Dat de gelukzaligen Hem loven in den Hemel!
-ocr page 60-
42
Gezegend zij Hij, die tot ons komt op de aarde.
God en Heer, gelijk Degene die Hem afzendt.
Canon.
Wij smeeken U in den naam van Jesus-
Christus, uwen Zoon en onzen Heer, o oneindig
barmhartige Vader! de offerande die wij U op-
dragen, te zegenen en gunstig aan te nemen,
opdat het U believe de H. Katholieke Kerk te
bewaren, te beschermen en te bestieren met al
hare lidmaten, den Paus, onzen Bisschop, en in
het algemeen allen, die het heilig geloof be-
lijden.
Wij bevelen U in het bijzonder, Heer! al
degenen , voor welke wij uit rechtvaardigheid,
dankbaarheid en liefde verplicht zijn te bidden;
al degenen, die bij deze aanbiddelijke offerande
tegenwoordig zijn en voornamelijk N.N. En op-
dat onze eerbewijzing U aangenamer moge zijn,
vereenigen wij onze gebeden met de roemrijke
Maria, altijd Maagd, Moeder uws Zoons Jesus-
Christus, met de Apostelen, gelukzalige Marte-
laren en alle Heiligen, die met ons een en
dezelfde Kerk uitmaken.
Elevatie.
Jesus, eeuwig Woord des Vaders, God en
mensch! ik verneder mij voor U, ik aanbid U,
ik bemin U, en ik draag mij geheel aan U op;
ik aanbid het dierbaar Bloed, dat Gij aan het
kruis vergoten hebt; o dat het toch voor mij niet
te vergeefs uitgestort zij, maar mij zuivere en
versterke ten eeuwigen leven!
-ocr page 61-
43
Vervolg van den Canon.
Het is nu, o eeuwige Majesteit! dat wij, door
uwe genade, waarlijk en eigenlijk U opdragen
het zuiver, heilig en onbevlekt slachtofler, hetwelk
Gij zelf ons hebt willen verleenen, en waarvan
al de andere maar afbeeldsels waren. Ja, groote
God! hier is meer dan al de offeranden van Abel,
Abraham en Melchisedech: hier is het eenig
slachtoffer, uw altaar waardig, onze HeerJesus-
Christus, uw Zoon, het eenig voorwerp van uw
eeuwig welbehagen.
Dat allen, die hier met den mond of met het
hart aan dit heilig slachtofler deel hebben, met
deszelfs zegen vervuld worden. Dat deze zegen
zich uitstorte, o mijn God! over de zielen der
geloovigen, die in den vrede der Kerk gestorven
zijn, en bij zonderlijk over de ziel van NN ; ver-
leen hun, o Heer! uit kracht van deze offerande,
de volle verlossing van hunne pijnen.
Gewaardig U ook, aan ons deze genade te
verleenen, oneindig goedertieren Vader! en maak,
dat wij deel mogen hebben met uwe heilige
Apostelen, Martelaren en alle Heiligen, opdat
wij U eeuwig met hen mogen beminnen en ver-
heerlijken. Amen.
Pater noster.
Lees het gebed des Heeren.
Agnus Dei.
Lam Gods, voor ons geslacht, wees ons genadig.
Aanbiddelijk slachtoffer onzer zaligheid, maak
-ocr page 62-
44
ons zalig. Goddelijke middelaar! verwerf ons ge-
nade bij uwen Vader, en geef ons uwen vrede.
Communie.
O minnelijke Zaligmaker! wat geluk voor mij,
zoo ik U in mijn hart mocht binnen leiden, Ü
daar mijnen schuldigen eerbied bewijzen; U mijne
noodwendigheden vertoonen, en deelachtig zijn
aan de genade, welke Gij geeft aan degenen,
die U wezenlijk ontvangen! Maar dewijl ik mij
daartoe onwaardig bevind, vergoed, o God! het-
geen aan de bereiding mijner ziel ontbreekt;
vergeef mij al mijne zonden; ik verfoei die uit
geheel mijn hart, omdat zij U mishagen; aan-
vaard de oprechte begeerte, die ik heb, om mij
met U te vereenigen; reinig mijdoor een uwer
oogslagen, en maak mij waardig om U spoedig in
mijn hart te ontvangen. Dezen gelukkigen dag ver-
wachtende, smeek ik U, Heer! mij deelachtig
te maken aan de vruchten, die de communie
des Priesters moet uitwerken in alle geloovigen,
die bij deze heilige offerande tegenwoordig zijn.
Vermeerder mijn geloof door de kracht van dit
goddelijk Sacrament; versterk mijne hoop; ver-
vul mijn hart met uwe liefde, opdat het Ü alleen
betrachte en voor U alleen leve. Amen.
Laatste Collecte.
Mijn God! Gij slachtoffert U voor mijne zalig-
heid: ik wil mij ook slachtofferen voor uwe
glorie; ik ben uw slachtoil\'er, spaar mij niet,
ik aanvaard gewillig de kruisen, die Gij mij zult
-ocr page 63-
45
gelieven over te zenden; ik ne»m die uit uwe
hand aan; en vereenig die met het uwe.
Ik zal aan uwe wet getrouw zijn; ik zal de
gelegenheden der zonden vluchten, bij zonderlijk
van die zonden, waartoe mijne neiging mij met
geweld vervoert. Ik heb vastgesteld, liever alles
te verliezen en alles te lijden, dan U te ver-
grammen.
Benedictie.
Zegen, o God! deze heilige voornemens: zegen
ons allen door de hand van uwen dienaar, en
dal de uitwerkselen van uwen zegen eeuwig op
ons berusten. In den naam des Vaders, en des
Zoons en des H. Geestes. Amen.
Evangelie van den H. Joannes.
In het begin was het Woord, en het Woord
was bij God, en het Woord was God. Dit was
in het begin bij God. Alle dingen zijn door het-
zelve gemaakt, en zonder dat is er niets gemaakt
van hetgeen er gemaakt is. In hetzelve was het
leven, en het leven was het licht der menschen;
en het licht schijnt in de duisternissen, en de
duisternissen hebben het niet begrepen. Er werd
een mensch van God gezonden, wiens naam was
Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om getui-
genis van het licht te geven. Dit was het waar-
achtig licht, hetwelk verlicht allen mensch,
komende in deze wereld. Hij was in de wereld,
en de wereld is door Hem gemaakt, en de we-
reld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn
eigen, doch de zijnen namen Hem niet aan.
3*
-ocr page 64-
46
Maar aan allen, die Hem aangenomen hebben,
heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te
worden; degenen die in zijnen naam gelooven,
welke niet uit den bloede, noch uit den wille
des vleesches, noch uit den wille des mans,
maar uit God geboren zijn. En (dit zeggende knielt
men)
het Woord is vlkesch geworden, en het
heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne
glorie gezien, eene glorie als van den eenigge-
boren Zoon des Vaders, vol van genade en
waarheid.
Anl. God zij dank.
■ ««IC$X$> 9* ■
-ocr page 65-
\'\'iê^^^M^^\'^^\'^^\'^y^^\'^
BEZOEK
HIJ
Jesus in let H. Altaargeheim.
Laten wij ons nederbuigen
Voor dit Hoog geheimenis,
Laat en mond en hart getuigen:
Dat Gods eigen Zoon hier is.
Wan) Hij sprak, het kan niet falen:
«\'t Is mijn Lichaam, \'t is mijn Bloed";
En zijn Kerk, hoe kan zij dwalen, t ^^
Daar Gods eigen Geest haar hoedt\'? j
Hij dan rust hier voor onze oogen
In dit Heilig Sakrament,
Die in liefde en alvermogen
Mate noch beperking kent;
Hij, wien de Engelen aanbidden
Op zijn hoogen hemeltroon,
Hij kwam neder in ons midden, f , •,
\'s Vaders ongeschapen Zoon! )
Die een Maagd heeft uitverkoren
En voor alle smet bewaard;
-ocr page 66-
48
Die als kind uit haar geboren ,
Met ons wonen kwam op aard\',
Met ons werken, met ons weenen,
\'t Leven geven door zijn dood;
Die door graf en voorborcht henen, ; , •,
\'s Hemels glorie ons ontsloot. \\
Hij, wiens offer wij belijden
In \'t omsluijerd Sakrament,
Hij is hier, als in \'t verblijden
Van des hemels glorietent;
Hij moet hier als daar geprezen,
Hij, door wien wat ademt leeft!
Die verwinnend eens verrezen, > ..
Hier de onsterflijkheid ons geeft, j
Hij is hier, die opgevaren
Aan des Vaders zij\' regeert;
Die zich ons zal openbaren,
Als hij op de wolken keert;
Die ten troost in \'t sterflijk leven,
Zelf zich hier ten onderpand
Van de glorie wilde geven,
f bis.
Die ons wacht in \'t vaderland.
O dan allerliefste Heer Jesus Christus! ik ge-
loof en belijd vastelijk, dat Gij alhier in het H.
Sakrament des Altaars wezenlijk en waarachtig
tegenwoordig zijt onder de nederige gedaante
van brood; en omdat ik dit geloof, zoo kom ik
U hier bezoeken, om aan U als aan mijnen Heer
en God, mijne verschuldigde hulde en eerbe-
wijzing te betoonen; om U te loven en te aan-
bidden , alsook om U te bedanken voor al die
-ocr page 67-
49
genaden en weldaden, welke Gij aan alle schep-
selen in het algemeen, en bijzonder aan mij,
allerondankbaarste en alleronwaardigste onder
de menschen, ooit bewezen hebt; vooral dank
ik U voor deze weldaad, dat gij mij.....
En terwijl ik hier kom om U te bedanken
voor alle ontvangene weldaden, zoo neem ik
ook mijne toevlucht tot U in al mijne noodwen-
digheden. Gij zijt hier immers als op uwen troon
gezeten, om diegenen, die zich tot U wenden,
te verhooren. Tot wien ook zouden wij beter
kunnen gaan dan tot U, die in uw sterfelijk leven
niemand ongetroost van U liet henen gaan. O
lieve Jesus! verhoor ook mijn verzoek: Gij zijt
almachtig: Gij kunt mij helpen; Gij zijt goeder-
tieren: Gij wilt mij helpen, en Gij zijt getrouw:
Gij zult mij helpen; want Gij hebt gezegd:
Komt allen tol Mij, die vermoeid en belast zijl,
en Ik zal u verkwikken; en: al wat gij den Vader
in mijnen naam zult vragen
, dal zal u gegeven
worden.
O goede Jesus! ontferm U mijner, ont-
ferm U mijner! ik ben dit niet waardig, maar
denk aan uwe liefde tot mij, en zie op mijn
geloof en vertrouwen in U; kom mij daarom te
hulp. Met het volste vertrouwen smeek ik U dan
om de vergiffenis mijner zonden, die ik ooit het
ongeluk gehad heb met gedachten, woorden,
werken of verzuimenissen tegen uwe eindelooze
goedheiden majesteit te bedrijven; en daar men
van U niet te veel kan vragen, zoo smeek ik U
ook, dat Gij het vuur uwer goddelijke liefde meer
en meer in mijn arm hart wilt doen ontvlam-
men, opdat ik U altijd boven alles, en mijnen
evennaaste gelijk mij zelven om U moge be-
-ocr page 68-
50
minnen. Geef\' mij ook, mijnen wil geheel in den
uwe te besluiten, en voortaan niets anders te
willen, dan wat Gij wilt en gelijk Gij het wilt.
Geef mij, dat ik mij geheel aan U geve en in
uwe goddelijke voorzienigheid en wijsheid be-
ruste; wel wetende en diep overtuigd, dat, wat
mij ook moge overkomen, het alles door uwe
toelating en tot mijn welzijn geschiedt.
Geef mij, Gij die de gever van alle gaven zijt,
de heilige deugden van ootmoedigheid, barm-
hartigheid , zuiverheid, liefde tot den naaste,
matigheid, verduldigheid en een grooten ijver in
het werk mijner zaligheid, en dit te meer, om
den strijd, dien ik met de tegenovergestelde
ondeugden te voeren heb. Verleen mij de ge-
nade, dat ik tot het einde mijner dagen in uwe
liefde en in de beoefening der deugd gestadig
moge volharden; en eindelijk vraag ik U om die
groote genade van eenen zaligen dood, opdat
het einde van mijn aardsche leven het begin
van mijn eeuwig geluk moge zijn. En wat ik
U nu vraag voor mij zelven, verzoek ik U ook
voor alle menschen, welke in deze wereld zijn;
inzonderheid voor mijnen biechtvader, voor mijne
ouders, bloedverwanten, vrienden, weldoeners
en vijanden.
Geef verder aan alle rechtvaardigen de gave
der volharding, en doe hen van de eene deugd
voortgaan tot de andere, schenk aan de zon-
daren vergiffenis en de genade eener oprechte
bekeering, bovenal aan mij, allerondankbaarste,
alleronwaardigste en allertrouwelooste onder al
de schepselen. Verlicht alle dwalenden en onge-
loovigen, en vooral mijne ongelukkige stad- en
-ocr page 69-
51
landgenooten. mot hot licht, van liet heilig geloof.
Geef aan de overledene geloovigen de eeuwige
rust; inzonderheid aan de zielen van de mijhen,
of die mij van nabij aangaan; aan hen die hier
op. deze wereld geene eigene voorsprekers heb-
ben, of die bijzonder in mijne gebeden zijn aan-
bevolen, of voor wie ik ooit beloofd heb of ver-
plicht ben geweest te bidden.
Schenk ten laatste aan mij, aan alle menschen
die op deze wereld zijn, en vooral aan hen, die
zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, en
voor wie ik ooit beloofd heb of verplicht ben
geweest te bidden, al die gunsten en genaden,
welke tot ons geestelijk of tijdelijk welzijn noodig
of voordeelig kunnen zijn. Dit bid ik Ü, o lieve
Jesus! om de liefde, waarmede Gij hier in het
II. Sakrament des Altaars onder de nederige
gedaante van brood tegenwoordig zijt. Amen.
Altijddurende lof, eer, dank en aanbidding zij
door alle schepselen hier en overal bewezen aan
onzen Heer Jesus Christus, rustend in het Aller-
heiligste Sakrament. Amen.
H. Maagd en Moeder Gods Maria! H. Josef!
mijn H. Patroon! mijn H. Engelbewaarder! H....,
wiens leest wij heden vieren! bidt en smeekt
gij allen voor ons, opdat wij, door uwe voor-
spraak geholpen, in den H. Naam Jesus en door
zijne alles overtreffende verdiensten , van God,
als den Gever aller gaven, mogen verkrijgen,
wat wij met vertrouwen van uwe goedheid ver-
zoeken en verwachten. Amen.
-ocr page 70-
52
Hij, ja! is de Heer der heeren,
Die hier alles tot zich trekt;
Die door liefde wil regeeren
En door liefde liefde wekt.
Dat dan \'t Ongeloof eens zwijge
Dij dit godd\'lijk liefdeblijk;
Dat de liefdebede stijge:
                 i .
«Laat toekomen, Heer! uw rijk!» (
Glorie dan zij Hém gegeven,
Eindelooze lof en dank,
Die den laatsten dag van \'t leven
Ons zich gaf tot spijs en drank;
Goede Jesus! zie, wij knielen
Diep bewogen voor U neer;
Wees de Koning onzer zielen, I ,
Liefde toch vraagt liefde weer! 1
Al ons leven, lijden, strijden
Zij ten dank U toegebracht,
Alle zegen en verblijden,
Wat door U op aarde ons wacht.
Wil dan, Jesus! wil ons geven,
Dat geen zonde ons van U scheid\',
En wij U na \'t sterflijk, leven t ,.,
Zien in uwe heerlijkheid.        j u \'
-ocr page 71-
53
Aanbeveling aan den voor ons
gekruisten Jesus.
O Heer Jesus Christus! aan uw met doornen
gekroond hoofd beveel ik alle overheden, zoo
geestelijke als wereldlijke; onzen II. Vader den
Paus, de Bisschoppen, de Keizers en de Konin-
gen: in de wonde van uwe rechterhand beveel
ik mijne ouders en bloedverwanten: in de wonde
van uwe linkerhand beveel ik de personen en
zaken, welke mij aanbevolen zijn: in de wonde
van uwen rechtervoet beveel ik alle zondaren,
opdat zij mogen bekeerd worden: in de wonde
van uwen linkervoet beveel ik al diegenen, van
wie ik eenig leed of eenige ergernis ontvangen
heb: en in de gezegende wonde van uwe heilige
zijde beveel ik mij zelvon, en al diegenen, die
zich ooit in mijne gebeden hebben aanbevolen,
of voor wie ik ooit beloofd heb of verplicht ben
geweest te bidden; en ik smeek U om al wat
tot ons geestelijk of tijdelijk welzijn noodig of
voordeelig zijn kan.
In de wonden van uw gansche lichaam beveel
ik alle dwalenden en ongeloovigen, opdat zij
bekeerd mogen worden: aan uw heilig kruis
beveel ik alle geestelijke orden en geestelijken
personen, opdat zij al de moeielijkheden van
hunnen staat geduldig en verdienstelijk mogen
dragen: in uwe tranen en al uwe smaadheden
beveel ik alle gekwelde en strijdende personen,
welke met druk en lijden overvallen worden:
-ocr page 72-
54
en in uwen laatston zucht, toen Gij uw hoofd
nederboogt om te sterven, beveel ik al diegenen,
welke in doodstrijd liggen en voor uwen rech-
terstoel gaan verschijnen.
En nu offer ik mij zelven met .Tesus als eene
levende offerande aan zijnen hemelschcn Vader
op, en ik bid mijnen Zaligmaker, deze zijne be-
lofte gedachtig te wezen: « Als ik van de aarde
zal verheven zijn, zal ik alles tot Mij trekken".
Ik bid God tevens, dat Hij, om het dierbaar
bloed van zijnen Zoon, de wereld in barmhar-
tigheid gelieve aan te zien; dat hij lafenis en
verlossing schenke aan de zielen, die in het
vagevuur lijden, voor wie dat kostbaar bloed
zoo overvloedig is vergoten. En eindelijk beveel
ik mijzelven, mijnen biechtvader, mijne ouders,
bloedverwanten, vrienden, weldoeners en vijan-
den aan het allerliefderijkste Hart van Jesus
Christus, onzen Heer, die met den Vader en
den H. Geest leeft en heerscht, God in alle
eeuwen der eeuwen. Amen.
pELOOFD ZIJ f ESUS pHRISTUS ! ^MEN.
«P ,__________5#i__________.___2^
\'MX
-ocr page 73-
MANIER
OM
BEI B. ROZENKRANS
acdwucnfoa te &idd&n.
\'I- *■•■!•
In den naam des Vaders, en des Zoons, en
des H. Geestes. Amen.
Ik geloof in God, den Vader almachtig, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
Onze Vader, die in de hemelen zijt, enz.
Ik groet u, Onbevlekte Dochter van God, den
Vader, Wees gegroet, enz.
Ik groet u, Onbevlekte Moeder ran God, den
Zoon. Wees gegroet, enz.
Ik groet u, Onbevlekte Bruid van God, den
H. Geest. Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den
Heiligen Geest; gelijk hel was in den beginne,
en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen,
Amen.
-ocr page 74-
56
DE YIJF BLIJDE GEHEIMEN.
I. De boodschap des Engels.
OVERDENKING.
Maria wordt, door den Engel gegroet, die haar
boodschapt, dat zij den Zoon Gods zal ontvan-
gen. Bedenk: hoe zuiver van zonden, hoe oot-
moedig van harte, hoe vol van liefde zij was,
daar God in haar is nedergedaald.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend : van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   De H. Drievuldigheid heeft toegestemd in
de menschwording van zijn Zoon. Wees ge-
groet, enz.
2.    Maria is tot Moeder van Gods Zoon ver-
kozen.
3.   De Engel Gabriél brengt Maria de blijde
boodschap.
                                                    ^3
4.    Maria is in de eenzaamheid van haar «f
gebed.
                                                           *
5.    De Engel zeide: « Wees gegroet, vol van *§
genade; de Heer is met UI»
                    °~
6.    Maria was verbaasd toen zij tien Engel ft
hoorde.
7.    De Engel zeide: «Vrees niet, Maria; s
want gij zult door den Heiligen Geest •
ontvangen.»
8.    Maria zeide: «Zie de dienstmaagd des
Heeren, mij geschiede naar uw woord.»
-ocr page 75-
57
9. Maria is van don Heiligen Geest overlom-
merd geworden. "Wees gegroet, enz.
10. « En het Woord is vleesch geworden en het
heeft onder ons gewoond.» Wees gegroet,
enz.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
O Moeder der goddelijke genade, verkrijg ons
een zoo zuiver, zoo ootmoedig en godminnend
hart, dat wij uwen Zoon Jesus , onzen Heer ,
waardig in ons ontvangen en altijd behouden
mogen. Amen.
2. Het bezoek van Maria aan hare
nicht Elisabeth.
OVERDENKING.
Maria, bevrucht zijnde van den Zoon Gods,
bezoekt hare nicht Elisabeth; op de stem harer
groetenis wordt het kindje Joannes in den moe-
derschoot geheiligd, en van vreugde opsprin-
gende, belijdt het zijns Heeren tegenwoordigheid.
Denk: hoe gij u altijd in de goddelijke tegen-
woordigheid bevind; en gij leeft alsof gij Hem
niet kendet.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. Maria gaat uit ootmoedigheid hare nicht
Elisabeth bezoeken. Wees gegroet, enz.
4
-ocr page 76-
58
\'2. Maria wordt bestuurd van don Heiligen
Gcos*.
3.   Maria met haast opstaande, gaat over
het gebergte.
4.   Maria wordt met veel liefde door hare
nicht Elisabeth ontvangen.
                       ^
5.   De H. Joannes is gezuiverd, en van $
blijdschap in den moederschoot opge- 3=
sprongen.
                                                oq
G. Elisabeth zeide: « Gezegend is de vrucht <k
uws lichaams.»
                                        g
7.   Maria heeft in verrukking uitgeroepen: J*
«Mijne ziel maakt groot den Heer!» g
8.   Elisabeth zeide: «Welk geluk geschiedt n
mij, dat de Moeder des Heeren tot mij
komt!»
9.   Het huis van Zacharias is door de komst
van Jesus en Maria gezegend.
10. Maria heeft hare nicht drie maanden
met veel liefde gediend.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
Heilige Maagd en Moeder Gods Maria, bezoek
ons toch dikwijls met uwen Jesus, opdat onze
arme ziel gezuiverd worde van zonde en onze
geest zich verheuge in God, onzen Zaligmaker.
Amen.
3. De geboorte van Christus.
OVERDENKING.
Maria baart, zonder smart of verlies harer
maagdelijke zuiverheid, den Zaligmaker der
-ocr page 77-
59
wereld, de blijdschap des aardrijk*, de vreugde
des hemels; zij windt Hem in doeken, en legt
Hem in eene kribbe. Zie, God wordt in een
stal geboren, omdat Hij geene plaats vindt in
eene herberg. Mocht Hij die vinden in de har-
ten van alle menschen.
Dat de namen van ,lesus en Maria zijn ge-
zegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze "Vader, enz.
1.   Maria heeft gebaard en is maagd ge-
bleven.
2.   Maria heeft Jesus in een stal gebaard
en in doeken gewonden.
3.   Maria heeft Jesus met veel liefde en
verwondering aanschouwd.
                      ^
4.   Maria heelt Jesus omhelsd en aan haar *«
hart gedrukt.
                                           g
5.   Maria heeft Jesus als eene moeder gevoed. 0s
6.   Maria heeft Jesus in eene kribbe ge- ij§
legd, die Josef daartoe had bereid.
         3
7.   Jesus lag op hooi en stroo tusschen de j»
dieren.
                                                               n>\'
8.   De Engelen hebben gezongen: «Glorie n
zij God in den allerhoogste, en vrede
den menschen van goeden wil!»
9.   De herders zijn het Kind komen be-
zoeken.
10. De Koningen zijn het Kind komen aan-
bidden en hebben hunne giften geofferd.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria, verkrijg ons dat geluk, dat Jesus
zijne intrede in ons nart neme, en daarin ruste;
-ocr page 78-
60
opdat ons hart zich in Hem verkwikke, die
alléén de ware rust des harten is. O liefste
Jesus, kom, ons hart is bereid. Amen.
4. De opdracht van Christus in
den tempel.
BEMERKING.
Maria draagt haren Zoon Jesus in den tem-
pel op. De H. Simeon ontvangt Hem met blijd-
schap in zijne armen en omhelst Hem teeder.
Verzoek Hem ook met de armen uwer begeerte
te mogen omhelzen en aan uw hart te drukken.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   Maria gaat om haar H. Kind te offeren.
2.   Jesus en Maria onderwerpen zich aan
de Wet.
3.   Maria gaat langs moeielijke wegen naar ^
Jerusalem.
                                               g
4.   Maria heeft Jesus op harearmen gedragen. m
5.   Maria al biddende vervolgt haren weg. ^
6.   Maria heeft Jesus in den tempel opge- \'S.
offerd.
                                                      2.
7.   Maria heeft Jesus met vijf sikkelen vrij-
gekocht.
                                                   3
8.   Anna was verblijd, dat hare voorzegging N
volbracht werd.
9.   De oude Simeon heeft Jesus omhelsd en
op zijne armen gedragen.
-ocr page 79-
Cl
\'10. Simeon zeide: «Heer! Gij laat nu uwen
dienaar gaan in vrede volgens uw woord.»
Wees gegroet, enz
Glorie zij den Vader, enz.
GERED.
H. Maagd Maria, gelief ons aan Jesus, de
gezegende vrucht uws lichaams, aan te bieden;
maak Hem ons genadig, en laat ons niet ster-
ven zonder eerst onzen Zaligmaker te ontvan-
gen, opdat wij Hem mogen aanschouwen in de
eeuwigheid. Amen.
5. De vinding van het verloren Kind
Jesus.
OVERDENKING.
Maria enJosef zoeken het verloren Kind Jesus
met groote droefheid, en vinden het in verruk-
king van blijdschap in het midden der leeraren.
Deuk: hoe dikwijls gij Jesus door de zonden
verloren hebt; maak een vast voornemen, om
Jesus uit geheel uw hart te zoeken, en Hem
voortaan getrouw te blijven.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   Maria heelt haar lief Kind verloren. Wees
gegroet, enz.
2.   Maria heeft haren schat gemist. Wees ge-
groet, enz.
4*
-ocr page 80-
62
\'3. Maria heeft Hem overal gezocht.
4.    Maria heeft Jesus langs alle wegen en
straten gezocht.
                                         .
5.   Maria heeft .lesus na drie dagen ge- <
vonden.
                                                    £
6.   Maria vindt Jesus in den tempel.           oq
7.   Jesus, twaalf jaren oud, hoort en vraagt £
de leeraren.
                                             3
8.   Maria zeide: «Zoon! waarom hebt Gij j*
ons bedroefd \'?»
                                          <?
3
D. Jesus is met hen gegaan en was hun
onderdanig.
10. Maria bewaarde al deze woorden, welke
Jesus tot haar sprak, in haar hart.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria, allergoedertierenste Moeder, verkrijg
voor ons hart eene ware droefheid, en voor onze
oogcn tranen van berouw, om het verlies te
beweenen van onzen Jesus, dien wij zoo dikwijls
door de zonden verloren hebben; geef ons, Hem
weder te vinden en voortaan altijd te behouden.
Amen.
-ocr page 81-
63
DE VIJF DROEVIGE GEHEIMEN.
I. De benauwdheid van Christus in
den hof.
OVERDENKING.
Jesus, bedroefd en benauwd tot den dood,
valt neder ter aarde, en zweet druppelen bloeds.
Stel u, o menscb! in het binnenste van dit be-
drukte hart; zie, hoe het wordt geprangd, zoo
door de aanstaande pijnen als door uwezonden.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   Jesus gaat naar den hof van Olijven.
2.   Jesus valt plat ter aarde neder.
3.   Jesus volhardt in het gebed.
4.   Jesus is bedroefd tot den dood.
5.   Jesus zweet water en bloed.
6.   Jesus stelt zijnen wil in den wil van ^
zijnen hemelschen Vader.
                        g
7.   Jesus vermaant zijne leerlingen om te m
waken en te bidden.
                               \'S
8.   Jesus wordt van zijnen Apostel door een ^
kus geleverd.
                                                <?.
9.   Jesus wordt van zijn bemind volk ge-
vangen genomen.
                                     §
10. Jesus wordt wreedelijk gebonden en ge- ^
sleurd van den eenen rechter tot den
anderen.
Zoo lief heeft God den menseh gehad, dat
-ocr page 82-
64
Hij zijnon oenigen Zoon niet heeft gespaard,
maar Hom heeft geleverd tot den dood: ja, tot
den dood des kruises.
GEBED.
Vergeef, o Jesus, door uw bloedig zweet al
onze zonden: zij zijn ons leed uit den grond
onzer harten, omdat wij U daardoor hebben
vergramd. Ontferm U onzer, Heer, ontferm U
onzer. Amen.
2. De geeseling van Christus.
OVERDENKING.
Jesus, de Verlosser der wereld, aan eenen
geeselpaal gebonden, wordt wreedelijk gegeeseld,
en ontvangt menigvuldige wonden. Denk, o zon-
daar ! of het redelijk is, dat gij uwe kwade lusten
nog zoekt te voldoen, daar de Zoon Gods om
uwe zonden aldus met geeselen verscheurd wordt.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   Jesus wordt overgeleverd om gegeeseld
te worden.                                               ^
2.   Jesus wordt valschelijk beschuldigd.         $
3.   Jesus\' kleodcren worden afgerukt.           M
4.    Jesus staat ter geeseling ontbloot.            a
5.   Jesus wordt aan een kolom gebonden.    a3
6.    Jesus wordt met roeden gegeeseld.          <g.
7.   Jesus wordt met zweepen geslagen.
8.   Jesus\' vleesch wordt met scherpe haken   3
verscheurd.
-ocr page 83-
65
9. .Tesus\' bloed vlooit langs de aarde. Wees
gegroet, enz.
40. Jesus, ontbonden zijnde, kruipt naar zijne
kleederen. Wees gegroet, enz.
Zoo lief heeft God, enz. bladz. (V3.
GEBED.
O minnelijke Jesus, blusch door dit vloeiende
bloed het blakende vuur onzer doodelijke wel-
lusten. H. Maria, Moeder Gods, verkrijg voor
ons hij uwen lieven Zoon, dat wij met de banden
zijner liefde gebonden zijnde, de roede zijner
tijdelijke kastijdingen gaarne ter voldoening voor
onze zonden mogen verdragen. Amen.
3. De doornenkroning van Christus.
OVERDENKING.
Jesus wordt gekroond met eenc doornen kroon,
die met eene ondragelijke pijn in zijn gezegend
hoofd wordt gedrukt. Zoo groot, o mensch! is
uwe duivelsche hoovaardigheid, dat zij met zulk
eene smart en smaadheid, door den Zoon Gods
moet genezen worden.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend : van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
\\. Jesus wordt verwezen om gekroond te wor-
den. Wees gegroet, enz.
2. Zij hebben Jesus eene doornen kroon be-
reid, Wees gegroet, enz.
-ocr page 84-
66
\'3. Zij hebben de doornen kroon in Je\'sus\'
hoofd gedrukt.
4.   Jesus\' hoofd wordt aan alle kanten ^
doorwond.
                                                     
5.   Jesus\' hoofd druipt van bloed.
6.   Jesus\' voorhoofd is met bloed bedekt. *§
7.    Jesus\' oogen zijn met tranen overgoten, 3-3
8.   Jesus\' gelaat vertrekt van pijn.                §.
9.   Jesus wordt met een purperen mantel
n
bespot.                                                           s
10. Jesus is wreedelijk mishandeld: «Zie ^
den mensch.»
Zoo lief heeft God, enz. bladz. 63.
GEBED.
O Jesus, Koning onzer zielen, leer ons door
uw heilig voorbeeld de versmadingen verdragen,
de ijdelheid verachten en de hoovaardigheid
verzaken. Heilige Maria, bid voor ons, opdat
Jesus door de verdiensten zijner doornen kroon
ons de kroon der eeuwige glorie gelieve te
verleenen. Amen.
4. De kruisdraging van Christus.
OVERDENKING.
Jesus, dragende zijn kruis naar den Calvarie-
berg, ontmoet zijne gezegende Moeder. Denk:
hoe zij elkanders harten doorwondden met het
zwaard van droefheid, voornamelijk toen Maria
Hem zoo dikwijls zag bezwijken onder zijn kruis.
-ocr page 85-
07
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend : van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   Jesus wordt veroordeeld om gekruist te
worden.
2.   Jesus heeft zijn kruis met liefde omhelsd.
3.   Jesus heeft zijn kruis op zijne door-
wonde schouderen gedragen.
                    ^
4.   Jesus bezwijkt onder het kruis om onze $
zonden.
                                                    ">
5.   Jesus met zijn kruis beladen, ontmoet ^
zijne bedroefde Moeder.
                            a,3
6.   Jesus drukt zijn gezegend aangezicht in §
den doek.
                                                "**
7.   Jesus zeide: « Handelt men zoo met het g
groene hout, wat zal er dan aan het ^
dorre geschieden ? »
8.   Niemand wil Jesus zijn kruis helpen
dragen.
9.   Jesus valt aan den voet des bergs neder.
10. Jesus beklimt voor ons den Calvarieberg.
Zoo lief heeft God, enz. bladz. 63.
f.EDF.D.
O Maria, goedertierene Moeder, verwerf voor
ons, dat wij ons kruis gewillig dragen, en altijd
wandelen in de bloedige voetstappen van Jesus
Christus, opdat het leven en lijden onzes Zalig-
makers in ons uitgedrukt en vertoond worde.
Amen.
-ocr page 86-
68
5. De kruisiging van Christus.
OVERDENKING.
Jesus, van het hoofd tot de voeten doorwond,
wordt aan het kruis genageld; en hangende
tusschen twee moordenaars sterft Hij den aller-
schandelijksten dood, om ons liet leven te geven.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend: van nu af lol in eeuwigheid.
Onze Vader. enz.
1.   Jesus wordt wreedelijk op het kruis
uitgerekt.
2.   Jesus\' handen en voeten worden door-
nageld.
3.   Jesus wordt aan het kruis opgericht, en
zijne wonden vloeien van hloed.
              ^
4.   Jesus hidt voor zijne vijanden.                9
5.   Jesus belooft den moordenaar het pa- m
radijs.
                                                     %
0. Jesus beveelt den H. .loannes aan zijne a~
Moeder.
                                                    §
7.   Jesus is in zijnen dorst met gal en edik J
gelaafd.
                                                    §
8.   Jesus heeft uitgeroepen: «Mijn God! ^
mijn God! waarom hebt Gij Mij ver-
laten ? »
9.   Jesus zeide: «Het is volbracht!
10. Jesus heeft zijnen geest gegeven, en zijn
hart voor ons lal en openen.
Zoo lief heeft God, enz. bladz. 63.
GEBED.
O Jesus, wij bidden U dooi\' al uwe smarten
-ocr page 87-
GO
en door uwen bitteren dood, door uwe door-
nagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken
zijde en door al uwe gezegende wonden, ontferm
U over ons, en druk uw heilig lijden zoo diep
in ons hart. dat ons niets anders behage dan
Gij, mijn Jesus, die voor ons gekruist zijt. Amen.
DE VIJF VERHEERLIJKTE
GEHEIMEN.
I. De verrijzenis van Christus.
OVERDENKING.
Jesus verrijst luisterrijk van den dood en ver-
toont zich terstond aan Maria. Denk: met welk
cene onuitsprekelijke blijdschap de Moeder is
overgoten geweest, toen zij haren Zoon zege-
vierend verrezen zag, dien zij drie dagen te
voren zoo smadelijk had zien sterven aan het
kruis.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   Jesus is den derden dag opgestaan.         ^
2.   Jesus heeft den dood en de hel over- $
wonnen.
                                                   *
3.   Jesus troost en verlost de oudvaders. ^
4.   Jesus is glorierijk verrezen.                     3
5.   Jesus verblijdt zijne H. Moeder.              jB.
6.   Jesus vertoont zich als een hovenier aan n>
Maria Magdalena.
                                     h
-ocr page 88-
70
7.   Jcsus vertoont zich aan Petrus, en heeft **
hem gezegend.
                                         &
8.   De leerlingen van Emmaus zeiden: S
«Waren onze harten \'niet van liefde os
brandende, als Hij tot ons sprak?» crc
9.   Jesus staat in het midden zijner leerlin- g
gen en wenscht hun allen den vrede. -"*
10. Jesus toont zijne verheerlijkte wonden g
aan den H. Thomas.
                                f
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria, allergelukkigste Moeder, wij bidden
u door de blijdschap, die uw moederlijk hart
gevoeld heeft, toen gij uwen beminden, van den
dood verrezen Zoon aanschouwdct, verkrijg ons,
dat onze zielen met Hem geestelijker wijze ver-
rijzen tot het leven der genade, en nimmer den
dood der zonde meer sterven. Amen.
2. De hemelvaart van Christus.
OVERDENKING.
Jesus, vergezeld van vele zalige zielen, klimt
zegevierend ten hemel. Denk: hoe Maria Hem
van ganscher harte en met zoete tranen is ge-
volgd.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend : van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1. Jesus is glorierijk ten hemel gevaren. Wees
gegroet, enz.
-ocr page 89-
71
2.    Jesus scheidt van zijne lieve vrienden.
3.    Maria omhelst haren lieven Zoon.
4.    Magdalena werpt zich aan de voeten ^
van Jesus.
                                                     *$
5.   Jesus klimt op door zijne eigene macht. $
6.    De leerlingen hebben Jesus aanschouwd y*
en Hij heeft hen allen gezegend.
             ó?
7.   Jeeus heeft voor ons den hemel ge- 3
opend.
                                                           j-
8.    Jesus zit aan de rechterhand zijns he- m
melschen Vaders.
                                         n
9.    Jesus toont zijne Heilige Wonden voor
ons aan zijnen hemelschen Vader.
10. Jesus is onze Middelaar in den hemel.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
Verwerf voor ons, o goedertierene Moeder en
Maagd Maria, dat wij uwen Zoon Jesus Christus,
die in zegepraal ten hemel is opgeklommen,
van ganscher harte mogen navolgen, en met
eene dorstende ziel onophoudelijk en brandend
naar Hem verlangen. Amen.
3. De zending van den H. Geest.
OVERDENKING.
Jesus, zittend aan de rechterhand zijns Vaders,
zendt den H. Geest over zijne Apostelen, die te
zamen met Maria volharden in het gebed. Denk:
met wat een zoeten brand van liefde die harten
-ocr page 90-
11
vervuld waren, toen dat goddelijke vuur daarin
nederdaalde; bid, dat het aldus ook op u moge
nederdalen.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend : van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   Jesus heeft zijnen H. Geest beloofd.
2.   Jesus heeft den Trooster gezonden. ■
2. Jesus heeft het vuur op de wereld ge-
zonden.
4.   De H. Geest heeft de harten met liefde ^
ontstoken.
                                                g
5.   De H. Geest heeft de verstanden ver- D0
licht.
                                                       j|
6.    De H. Geest heeft de harten versterkt. *
7.   De H. Geest heeft verscheidene talen §.
doen spreken.
8.   De H. Geest heeft zijne gaven medege- 3
deeld.
9.   Kom, H. Geest! bezoek de harten uwer
geloovigen.
10. Kom, H. Geest! ontsteek in ons het
vuur uwer liefde.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
Kom nu ook, o H. Geest, vervul onze harten
en ontsteek in ons het vuur uwer liefde opdat
wij U zaliglijk kennen, vuriglijk beminnen en
behagelijk dienen. H. Maria, verkrijg ons deze
genade. Amen.
-ocr page 91-
73
4. De tenhemelopneming van Maria.
OVERDENKING.
Maria, rustende op haren Welbeminde, -wordt
in heerlijkheid opgevoerd ten hemel en verheven
boven alle koren der Engelen. Verblijd u, om-
dat gij nu in den hemel niet alleen Jesus hebt,
die aan zijnen Vader zijne wonden toont, maar
ook Maria, die voor u bij haren Zoon spreekt.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend : van nu af tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   Maria is glorierijk ten hemel opgenomen.
2.   De hemelsche Vader ontvangt zijne be-
minde Dochter.
                                        ^
3.   Jesus verwelkomt zijne lieve Moeder. %
4.   De H. Geest omhelst zijne geliefde Bruid. 0O
5.   De Serafijnen groeten Maria.                  \'S
6.   De Engelen dienen Maria.                      a~.
7.   Geheel de hemel is verblijd door Maria, tg,
8.   Maria zetelt het naaste bij Jesus.
9.   Maria is onze Voorspreekster in den 3
hemel.
                                                      •
10. Maria is onze Moeder en Middelares bij
haren Zoon.
Glorie zij den Vader, enz.
GEliEU.
O Maria, Moeder der barmhartigheid, wij
roepen tot u, zuchtende en weenende in dit dal
van tranen. Welaan dan, onze Voorspreekster!
keer uwe barmhartige oogen tot ons, en bid
voor ons bij God, uwen Zoon, opdat wij hier
5
-ocr page 92-
74
van Hem vergiffenis onzer zonden verwerven,
en hierna het eeuwige leven. Amen.
5. De kroning van Maria.
OVERDENKING.
Maria wordt door de H. Drievuldigheid als
Koningin des hemels gekroond. Denk: met welk
een luister en met welk eene vreugde der zaligen
deze kroning is geschied; trachten wij ook deze
gekroonde Koningin met iets te vereeren, en
schenken wij haar ten dien einde den Rozen-
krans, welken wij gebeden hebben.
Dat de namen van Jesus en Maria zijn ge-
zegend: van nu af\' tot in eeuwigheid.
Onze Vader, enz.
1.   Maria is met heerlijkheid in den hemel
gekroond.
2.   Maria is gekroond om hare serafijnsche
liefde.
3.   Maria is gekroond om hare engelach- ^
tige zuiverheid.
                                        5
4.   Maria is gekroond om hare groote oot- •
moedigheid.
                                             "^
5.    Maria is gekroond om hare volmaakte jf
gehoorzaamheid.
                                      \'S
6.   Maria is gekroond om hare heilig voor-
zichtigheid.
                                               3
7.   Maria is gekroond om hare groote ver- ■
duldigheid.
8.    Maria is gekroond om hare ijverige
dankbaarheid.
-ocr page 93-
75
9. Maria is gekroond om hare volharding in
\' alle deugden. Wees gegroet, enz.
10. Maria is gekroond boven alle Engelen en
Heiligen in den hemel, gelijk der Moeder
van God toekomt. Wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
GEBED.
Wij offeren u, o allerzuiverste en roemwaar-
digste Maagd en Moeder Gods Maria , in ver-
eeniging met al uwe deugden , verdiensten en
volmaaktheden, deze geestelijke kroon van ge-
beden en groetenissen; gewaardig u, haar te
ontvangen, met al de lofzangen die op aarde
en in den hemel gedaan worden; verkrijg voor
mij en voor allen, voor wie wij verplicht zijn
of beloofd hebben te bidden, van uwen lieven
Zoon de genade om wèl te leven en zalig te
sterven. Amen.
Een Onze Vader, tot dankbaarheid, dat God
ons de genade gegeven heeft, van den Rozen-
krans te lezen. Onze Vader, enz.
Een Wees gegroet, dat Maria ons verstand wille
opdragen aan den hemelschen Vader, opdat wij
in eeuwigheid zijne barmhartigheid mogen ge-
denken. Wees gegroet, enz.
Een Wees gegroet, dat Maria ons geheugen
wille opofferen aan haren Zoon, opdat wij ge-
durig zijn heilig leven en bitter lijden indachtig
mogen zijn. Wees gegroet, enz.
Een Wees gegroet, dat Maria onzen wil gelieve
toe te eigenen aan den H. Geest, opdat hij ge-
durig in ons van liefde brande. Wees gegroet,
enz.
-ocr page 94-
76
Wij zullen het Geloof bidden, opdat ons ge-
bed aan God aangenaam zij; dat het strekken
moge ter zijner verheerlijking, tot verheffing der
H. Kerk, tot volharding van alle rechtvaardigen,
tot bekeering der zondaren en afgevallene Chris-
tenen en tot welzijn der gemeente. II; geloof in
God den Vader.
enz.
De almogendheid des Vaders beware ons, de
wijsheid des Zoons onderwijze ons, en de liefde
des H. Geestes ontsteke ons.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en
des H. Geestes. Amen.
-ocr page 95-
:;\';,\'% :\'•: ;•\'; :\'■\': .\'■: ;\'■; :% *■\'; ;"\'i ;\'■\'. ;*; .\'% v: A ;•* ;\'•\'; .\'■\'; .\'■\': .\'■\': :\'■\'; i-i ;\',!\'; & ;;i ;■\'; i-i ;\'■; ;"*\'; :\':;
p] CTml PTjtJ ^HfJ ^K^ ^"^ ^^ ^ ^ ^ rJ CTr^> tn pjJöTJ CïTJ tn?J PTni LfinJCnrüLnrmnrü Pïpl Cn
•V ;.: -f ■!■ ,; -f% ■,; ■,: •.; * $ :.; * * :.; V :f •>: -./«• r.;* * ¥ ** **¥
SMEEKGEBED
TOT DE
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria,
te Kevelaar,
als froostercsse der bedrukten.
Ik N...., armste en onwaardigste mensch, en
grootste zondaar, neem mijne toevlucht tot u,
en met een kinderlijk en vast vertrouwen buig
ik mijne zondige knieën voor uw H. Beeld, met
een genegen hart en bedrukt gemoed, zuchtende,
weenende en biddende, dat gij, o verhevenste,
nochtans allerootmoedigste Vrouwe en ïnede-
lijdendste, liefste Moeder, mij ellendigste en on-
waardigste , op dit uur en oogenblik in mijne
overgroote benauwdheid wilt. verhooren; dat gij
mij wilt wezen tot eene allerkrachtigste Ver-
zoeneresse bij God den Vader, wiens allergeliefdste
Dochter gij zijt; tot de gewenschste Voorspreek-
ster bij God den Zoon, die u niets weigert, want
gij zijt zijne welgevalligste Moeder, en tot eene
Hulpverweri\'ster bij God den H. Geest, want gij
zijt zijne waardigste bruid.
-ocr page 96-
78
Dat gy , o Verhevenste, uit de hoogte des
hemels, met een mcèdoogend oog wilt aanschou-
wen , niet mijne zonden, maar benauwdheid;
ntet mijne verdiende straffe, maar behoefte; niet
mijne onwaardigheid, maar uiterste bedruktheid.
Dat gij wilt behouden door uwe sterke hulp ,
die anders zou verloren gaan. Dat gij wilt onder-
steunen , die anders moet vallen. Dat gij wilt
vertroosten, die, van ieder verlaten, anders zoude
wanhopen.
Ach, teederhartige Moeder! tot wie zal ik in
deze mijne benauwdheid komen dan tot u, ge-
lijk een kind tot zijne moeder als het zijnen
vader vergramd heeft.
Tot u, zeg ik, Moeder van Jesus, die de oor-
zaak onzer blijdschap, het behoud der kranken,
de toevlucht der zondaren, de troosteresse der
bedrukten , de hoop der kleinmoedigen en de
bijstand der Christenen zijt.
O allerheiligste Maagd! gij kunt mij helpen,
gij wilt mij helpen, ja, ik durf het zeggen, gij
zult mij helpen.
Gij kunt mij helpen: want gij zijt de ver-
mogendste bij God, en één zucht van uw maag-
delijk hart voor den zondaar, is in staat hem
te redden.
Gij wilt mij helpen: want gij zijt vol liefde
lot de menschen, en vooral tot de zondaren.
Gij zult mij helpen: want wij zijn u aanbe-
volen.
Gij zult mij helpen: want daar gij de Moeder
zijt van uwen lieven Zoon, die naar de menseh-
heid onze Broeder is, zoo zijt gij ook mijne
Moeder.
-ocr page 97-
70
Gij zult mij helpen: want gij hebt meer
anderen, aan mij in zonden gelijk, door uwe
heilige voorspraak geholpen.
Gij hebt voor zondaars, die tot het laatst van
bun leven God lasterden, berouw en leedwezen
verkregen.
Gij hebt moordenaars gebracht tot bekeering,
ja tot heiligheid; en gij hebt voor openbare
zondaressen een zuiver leven verworven.
Gij hebt ongelukkigen, die zich geheel aan
satan hadden overgegeven, uit zijne klauwen
verlost.
Gij hebt voor wanhopenden vergiffenis, en eene
vaste hoop van zaligheid verkregen.
Waarom zoudt gij mij, hoe onwaardig ik ben,
dan ook niet helpen? Ik ben geschapen door
denzelfden God, verlost door hetzelfde dierbaar
bloed: gij zijt zoowel voorspreekster en moeder
voor mij als voor anderen, gij zijt dezelfde nu,
die gij waart te voren. Uwe liefde is gelijk, uwe
barmhartigheid is dezelfde, uw ijver om iemand
te helpen is\'niet verminderd, waarom zoudt gij
mij dan niet bijstaan\'?
Gij neemt geene personen uit, die u aan-
roepen; want iederen, klein en groot, rijk en
arm, rechtvaardigen en zondaars, mogen uwen
bijstand vragen. Nooit is het te laat, want
gij zijt altijd gereed. Altijd staan uwe armen
open om zondaars te ontvangen. Zie dan, o
Koninginne, allerreinste Maagd! hierop mijn
vertrouwen stellende, bid ik ootmoedig, har-
telijk en standvastig om troost en hulp, bewaring
en verlossing, bijzonder van deze......, en deze
mijne ellenden...... en benauwdheid......
-ocr page 98-
80
Ach allergenadigste! keer uwvriendelijk, ge-
wensclit aanschijn niet van deze mijne onwaar-
dige gebeden; maai\' ik bid u, verhoor zo ook zonder
mijne verdiensten. En laat mij niet opstaan zonder
verhoord te zijn, niet van u weggaan zonder
troost. Dat u daartoe bewegen alle blijdschap-
pen , die uw maagdelijk hart gevoelde bij de
Boodschap des Engels, \'t Bezoek van uwe Nicht
Elisabcth, in de Geboorte, Opdracht en VVeder-
vinding van Jesus in den tempel. Heb toch
medelijden met mijne tegenwoordige droefheid,
door al de onuitsprekelijke weeën, tranen en
verlatenheid , welke uwe teedere ziel gevoeld
heeft in \'t bitter lijden van uwen lieven Zoon
Jesus Christus, gezegend in alle eeuwigheid.
Verheug mijn nedergedrukt en benauwd hart,
met mij te verhooren door al uwe onuitspreke-
lijke vreugden, door al uwen goddelijken troost,
door alle genaden , u ingestort van den hemel,
door al de glorie, waarmede de Allerheiligste
Drievuldigheid u heeft vereerd; door de glorie-
rijke Verrijzenis, wonderbare Hemelvaart van
uwen Zoon, door het troostelijk afdalen des H.
Geestes, en uwe opvoering len hemel met ziel
en lichaam, o verhevenste Koningin. Ik bid, ik
roep, ik smeek tot u, o Maria! Ik verzoek uit
al mijn hart geholpen te worden door uwe krachtige
voorspraak. Ik verzoek, door al lietgene uw teer
gemoed kan of mag bewegen, door alle liefde
van Jesus tot u en van u tot Hem; ik verzoek
door alle gebeden van de Heiligen, door al den
lof van de Engelen, door allen dienst, die u van
de menseden wordt aangedaan, die ooit tot uwe
eer geschied is, of geschieden zal. Ik verzoek
-ocr page 99-
SI
en ik Lid met een woord al hetgene u aange-
naam is te hooren.
Dat gij mij, mistroostige, wilt troosten, en
verkrijgen van uwen lieven Zoon, dat ik gehol-
pen worde in mijnen nood. O Maria, ik laat niet
af van te bidden, of gij zult mij helpen. Aller-
heiligste, allerwaard igste, allerverhevenste, aller-
ootmoedigste, allermeèdoogendste en allerliefste!
verhoor mij. Ik loof, ik groet en prijs u dooi-
den mond van al wie u prijzen kunnen. Ik wensch
u om God, alle verheffing en vereering. Dat alle
redelijke schepselen u kennen, beminnen en
dienen als waarachtige en eenige liefste Moeder
van God den Allerhoogste. Ik verheug mij over
al uwe, zoo geestelijke als lichamelijke gaven,
en het is mij van harte leed, dat iemand die of
eenige andere u toekomende waardigheid ver-
mindert. Hierom, o allerliefste Maagd! gij , die
niet één Wees gegroet, tot u gesproken, ongeloond
laat: ik groet u duizend, duizend en duizend-
maal; aan u alle eer en glorie toewenschende,
die nochtans alle goed bezit, en ik verzoek oot-
moedig van u verhoord te worden.
Waarom wilt gij langer vertoeven, allertoe-
genegenste vorstin? Houden mijne zonden u
tegen? O ze zijn mij van harte leed; ik veracht
en verzaak ze met al mijn verstand en wil. Heb
ik u te voren traag gediend? Zie, ik neem mij
voor u alle dagen te dienen, en iets te doen tot
uwen lof.
Aanschouw dan mijn zuchtend hart en goede
genegenheid, o Moeder van goeden wil. Zal uw
teeder, moederlijk hart gedoogen, dat ik ellendige
ongetroost blijve, dat mijne ziel verloren ga, die
5*
-ocr page 100-
8i>
Jesus, uw lieve Zoon, zoo duur gekocht heeft\'?
O neen, lieve Moeder! gij hebt meer liefde tot
de menschen, dan de menschen kunnen denken.
Welaan dan, allerbarmhartigste I tot u blijf ik
zuchten, ontferm u over mijne ellenden en over
mij allerellendigste. Dat wensch ik en zal ik
blijven wenschen, zoo menigmaal ik mijnen
adem inhale of uitblaze, alle uren, alle oogen-
blikken, bij dagen en bij nachten.
Daarenboven, allervermogendste en mildste
Koningin! wijl niemand van u te veel kan
vragen, zoo verkrijg mij door uwe voorbede een
levendig geloof, eene standvastige hoop en eene
volmaakte liefde tot God, tot u, en tot alle men-
schen om God.
Verkrijg mij de gave van tranen, voortko-
mende uit de bron van dezelfde zuivere god-
delijke liefde, om voortaan mijne en een anders
zonden te beweenen, en alle zonden te vermij-
den. Verkrijg mij een volmaakt Christelijk leven,
overeenkomstig het onbevlekt leven van uwen
lieven Zoon en van u; verkrijg mij hulp, ge-
nade, bewaring en bescherming in al wat mij
naar ziel en lichaam op deze wereld overkomt.
Verkrijg mij de deugd van volharding in alle
goed tot het einde van mijn leven.
Verkrijg mij een gelukzalig sterven in uwe
beschermende tegenwoordigheid; en alsdan bid
ik u, zoo mijne verdiensten te kort komen, wil
ze met de uwe aanvullen, mijne onwetende en
vreemde zonden, kwade Biechten en Commu-
niën ontschuldigen, mijne helsche vijanden af-
weren; opdat mijne arme ziel, aan mijn sterfelijk
lichaam ontgaande, in de handen moge komen
-ocr page 101-
83
van Hem, die haar heeft geschapen , en moge
rusten in vrede, om u, o allerzoetste en niin-
nelykste Moeder ! altijd te aanschouwen met uwen
liefsten Zoon, van aanschijn tot aanschijn, in de
gelukzalige eeuwigheid. Amen.
Dat het zoo geschiede, o Maria! dat het zoo
geschiede. Amen.
GEBED
VOOIl DE LEVENDE LEDEN
DER BROEDERSCHAP
VAN DE
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria.
Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria! hoe
het nooit is gehoord, dat iemand die tot u zijne
toevlucht nam, uwen bijstand verzocht of uwe
voorspraak inriep, door u verlaten is. Bemoedigd
dooi\' dit vertrouwen, snellen wij eenparig tot
u, o Maagd der maagden, en, zuchtende onder
het gewicht onzer zonden, werpen wij ons rouw-
moedig voor uwe voeten neder. O Moeder van
het Eeuwig Woord 1 versmaad onze vereenigde
gebeden niet, maar neem die genadig aan, en
-ocr page 102-
84
verwaardig n die te verliooren. Duizenden en
duizenden stemmen gaan er over de geheele
aarde in zoo vele vereenigingen eenparig tot u
op: o barmhartige Moeder, zult gij zulk een
gebed verstooten\'.\'..... Verwerf ons dan, o Toe-
vlucht der zondaren! bij uwen goddelijken Zoon
vergiffenis van al onze zonden, en de genade
van in zijne heilige liefde te volharden ten einde
toe. Bewaar ons in ons leven van alle kwaad,
en verkrijg ons den goddelijken zegen over al
onze handelingen. Draag gij daarom , o lieve
Moeder! al onze gedachten, woorden en werken,
ons leven en onzen dood, als een offer op aan
uwen goddelijken Zoon. tot glorie van zijnen
H. Naam, tot herstel van alle oneer Hem aan-
gedaan, en tot zaligheid van onze en alle onge-
lukkige zielen. Met broederlijke gebeden komen
wij tot uwen Zoon, die onze Broeder geworden
en voor ons aller zaligheid aan het kruis ge-
storven is; met broederlijke gebeden roepen wij
tot u, die aan allen tot moeder zijt gegeven,
opdat ons gebed, in zoo krachtige vereeniging
gestort, aan uwen goddelijken Zoon des te be-
hagelijker moge wezen, en voor allen genade,
vergiffenis en volharding verwerve. Laat dan
niet toe, o goede Moeder! dat één onzer ver-
loren ga, of door een haastigen dood worde
verrast; maar bid voor ons, dat wij in het ster-
vensuur den zoeten troost der HH. Sacramenten
mogen ontvangen. O Jesus, Maria, Josef! dan
vooral, en nu reeds stellen wij onze zielen in
uwe handen; want ach! hoe beangst zullen wij
wezen in dit alles beslissend oogenblik. Als dan
de helsche vijand eene laatste poging op onze
-ocr page 103-
85
ziel zal wagen , als wij op het punt staan van
voor Gods vreeselijken rechterstoel te verschijnen,
o Moeder, o lieve Moeder! verlaat ons dan niet,
maar spreek voor ons, dat wij met de zoete
namen van Jesus, Maria, Josef op de lippen,
den laatsten adem geven, en onze ziel in de
blijdschap des hemels worde opgenomen , om
met u en alle Engelen en Heiligen zijne barm-
hartigheid in eeuwigheid te zingen. Amen.
Maria! \'k zie uw Zoon aan \'t bloedig kruishout hangen,
U zevenmaal gewond aan zijne voeten staan;
Gij zijt daar, om zijn blik, zijn zuchten op te vangen;
Zie, Moeder! naar uw Kind, Hij ziet u stervend aan.
O Vrouwe, zie uw Zoon! o Zoon, zie uwe Moeder!
Zoo sprak Hij; en zijn oog daalt zceg\'nend op ons neer;
U, Moeder! gaf Hij ons, zich zelven ons tot Broeder,
Helaas! wat geven wij voor zooveel liefde weer.
Toen, Moeder! hebt gij ons tot kind\'ren aangenomen,
O draag met ons Hem op, wat Hem ons harte biedt;
Zie duizenden tot u, bij duizendtallen stroomen,
Versmaad, o teed\'re Maagd! ons aller bede niet.
Wil, Moeder! bij uw Zoon voor ons gena verwerven,
Ons troosten in den nood, ons sterken in den strijd;
En in ons stervensuur, denk, hoe ge uw kind zaagt sterven,
Maria! toon ons dan, dat ge onze Moeder zijt.
-ocr page 104-
80
:GEB:-E30:
OVERLEDENE BROEDERS EN ZUSTERS.
O Maria! Moeder van barmhartigheid, wij
bidden ook met vereende harten voor onze af-
gestorvene Broeders en Zusters, die nog in de
plaats van zuivering worden opgehouden; want
wij weten, dat de band der liefde, die ons op
aarde verbond, door den dood niet is verbroken.
Uit de diepten klagen zij ons toe: ontfermt u
onzer! ontfermt u onzer! ten minste gij, onze
vrienden! want de hand des Heeren heeft ons
getroffen. O Maria! hunne en onze Moeder! sla
een me^doogend oog op hun pijnlijk lijden; zij
verlangen vurig uwen goddelijken Zoon te aan-
schouwen; gedenk, hoe zij in hun leven uwe
kinderen waren, en tot het einde huns levens
u getrouwelijk hebben bemind en gediend; zij
hadden een zoo groot betrouwen op u, laat
hunne hoop niet beschaamd worden, maar ver-
werf voor hen, dat zij spoedig uit hun kerker
verlost, en door het eeuwig licht verblijd mogen
worden; stel ten dien einde aan uwen godde-
lijken Zoon voor, al wat Hij op aarde uit liefde
tot ons heeft geleden, zijn bloedig kruis, zijne
wijdgeopende wonden. Ach! dale zijn kostbaar
bloed, in overvloed voor allen gestort, op die
dorstende zielen af: dan, o lieve Moeder! zullen
zij inbare .smarten verkwikt, van hare schulden
-ocr page 105-
87
gezuiverd wezen; dan, o lieve Moeder! snellen
zij de glorie des hemels binnen, om met u en
alle Heiligen, het Lam zonder vlekken te aan-
bidden en in eeuwigheid te loven! Amen.
O teedre Moedermaagd! klimt tot u in den Hoogen
Der zielen roepstem niet om laafnis in haar straf?
Ileb, Moeder! zuchten zij, heb. Moeder! mcdedoogen,
En sla door uwe beö de kluisters van ons af.
Zie, Moeder! hare smart; hoor, Moeder! hoe zij smeeken ;
Hoe blijde noemden ze u, hoe eerden ze u op aard\';
O laat een straal van licht haar kerkernacht doorbreken;...
Hebt gij bij \'t kruishout niet in smarten hen gebaard?
Maria! zijn ze u niet tot kinderen gegeven,
Toen \'t zevenvoudig zwaard u \'t Moederhart doorsneed ?
En, nu gij naast uw Zoon ten hemel zijt verheven,
Neen, Moeder!... \'t kan niet zijn, dat gij hen nu vergeet.
Hoor, Moeder! dan de beé, vereend u toegezonden,
En voeg er de uwe bij: uw Zoon versmaadt u niet;
Geüind is dan hun smart, hun boeien zijn ontbonden,
En juichend zingen zij het eeuwig vreugdelied.
-ocr page 106-
88
LITANIE
VOOR DE
GELOOVIGE ZIELEN.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemolsche Vader, ontferm U over de over-
ledene geloovigen.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over
de overledene geloovigen.
God, H. Geest, ontferm U over de overledene
geloovigen.
H. Maria, bid voor hen.
II. Moeder Gods, bid voor hen.
H. Maagd der Maagden,
Alle H. Engelen en Aartsengelen,
Alle H. Koren der zalige Geesten,
H. Josef,                                                         S
Alle H. Aartsvaders en Profeten,                    &
Alle H. Apostelen en Evangelisten,                <
Alle H. Leerlingen des Heeren,                      2.
Alle H. Onnoozele Kinderen,                          ir
Alle H. Martelaren,                                         §
Alle H. Bisschoppen en Belijders,
Alle H. Leeraren der Kerk,
Alle H. Priesters en Levieten.
-ocr page 107-
89
Alle H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor hen.
Alle H. Maagden en Weduwen, bidt voor hen.
Alle Heiligen Gods, bidt voor hen.
Wees genadig, vergeef hun, Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.                   <
Door uwe oneindige barmhartigheid,                g.
Door uw allersmartelijkst lijden,                        §
Door uwe heilige wonden,                                 £
Door uwe luisterrijke opstanding,                     3
Door uwe heerlijke hemelvaart,                        gg
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.       g
Die aan de zondares vergiffenis verleend en   •"*
den goeden moordenaar verhoord hebt,
Die uit genade zalig maakt,
Die de sleutels hebt van dood en hel,             ^
Dat Gij de zielen die de eerste pijnen des  JS
vagevuurs verduren, wilt genadig zijn,         v
Dat Gij onze overledene ouders, vrienden en   cl
weldoeners uit hunne vreeselijke pijnen   §*
wilt verlossen,                                                  3
Dat Gij alle overledene geloovigen van hunne  p
straffen wilt vrijspreken,                                 <
Dat Gij U over hen die geene bijzondere   g.
voorbidders op deze wereld hebben, wilt   g
ontfermen,                                                        ">
Dat Gij hun verlangen wilt vervullen,              §
Dat Gij hen tot het getal der uitverkorenen   
wilt aannemen,
Koning der ontzaglijke Majesteit,
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, geef hun de rust.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, geeft hun de rust.
-ocr page 108-
Lam Gods, dat wegneemt de! zonden der
wereld, geef hun de eeuwige rust.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
En leid ons niet in bekoring,
Maar verlos ons van den kwade. Amen.
Van de poorten der hel,
Verlos, Heer, hunne zielen.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot U.
LAAI" ON\'S BIDDEN.
O God, voor wiens aanschijn het menschelijke
leven, hoe roemwaardig ook, niet onschuldig
bevonden wordt, wanneer Gij het, met ter zijde-
stelling uwer goedheid beoordeelt; wil toch de
ongerechtigheden van uwe dienaren en dienares-
sen , welke wij U aanbevelen, niet gadeslaan;
maar verleen aan hunne zielen, gelijk wij met
betrouwen van uwe barmhartigheid smeeken,
kwijtschelding van alle straffen.
Ootmoedig, Heer, storten wij onze gebeden
voor de zielen van uwe dienaren en dienaressen,
en smeeken U , dat. Gij hun smet, die zij door
het menschelijk verkeer hebben beloopen, ge-
nadiglijk kwijtscheldt en hen in het verblijf uwer
juichende verlosten opneemt. Door Jesus Chris-
tus, onzen Heer. Amen.
-ocr page 109-
!^^^êf^^M^^^è
OEFENING
van den
Naast het kruis, met schreiende oogen.
Stond de Moeder, diep hewogen.
Daar de Zoon te sterven hing;
En haar door het zuchtend harte,
Overstelpt van wee en smarte,
\'t Zevenvoudig slagzwaard ging.
I. STATIE.
Jesus wordt tot den dood des kruises
veroordeeld.
Wij aanbidden en loven U, Christus.
r. Omdat Gij door uw kruis de "wereld ver-
lost hebt.
O Jesus! mijne misdaden hebben het onrechtvaar-
dig doodvonnis tegen U doen uitspreken.... Ik zou
van droefheid over mijne zonden moeten sterven.
-ocr page 110-
92
Geef mij genade, opdat ik niet ophoude mijne
zonden te Leweenen.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
God, wees ons, zondaren, genadig.
O hoe droef, hoe vol van rouwe,
Was die zegenrijkste vrouwe
Om Gods Eéngeboren Zoon!
II.   STATIE.
Jesus neemt het kruis op zijne schouderen.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus, die U gewaardigd hebt den zwaren
boom des kruises op uwe verscheurde schouders
te nemen, verleen mij genade om de kruisen,
welke uwe voorzienigheid mij overzendt, met
verduldigheid te dragen.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
Ach, hoe streed zij! ach, hoe kreet zij,
En wat folteringen leed zij
Bij \'t aanschouwen van dien hoon!
III.  STATIE.
De eerste val van Jesus onder zijn kruis.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus, die, beladen met den zwaren last
-ocr page 111-
93
mijner zonden, vermoeid onder uw kruis ter
aarde zijt nedergevallen! ach laat niet toe, bid
ik U, dat ik in de zonden nog hervalle.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
Wie, die hier niet schreien zoude,
Die het grievend leed aanschouwde,
Dat Maria\'s ziel verscheurt\'?
*
IY. STATIE.
Jesus ontmoet zijne Moeder.
v. Wij aanbidden, enz.
O allerbedrukste Moeder! bekom mij van uwen
lieven Zoon tranen van eene ware boetvaardig-
heid over mijne zonden, die de oorzaak zijn ge-
weest van zijn en uw lijden.... Sta mij bij in al
de ellenden van dit leven.... Verlaat mij niet in
het uur des doods.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
Wie kan, zonder meè te weenen,
Christus\' Moeder hooren stenen,
Daar zij met haar Zoon hier treurt?
G
-ocr page 112-
94
Y, STATIE.
Simon van Syrenen helpt Jesus het kruis
dragen.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus! geef mij sterkte, om met liefde het
kruis mijns lijdens op te nemen en om U met
kloekmoedigheid na te volgen.... Ik zal mij ge-
lukkig achten U in iets te gelijken en uwe
smarten door de mijne te eeren.
Onze. Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
Voor de zonden van de zijnen
Zag zij Jesus zoo in pijnon
Én in wreede geeselstraf;
*
YI. STATIE.
Veronica droogt het aangezicht van Jesus af.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus! druk de gedachtenis van uw smar-
telijkste lijden zoo levendig in mijn hart, dat
ik het gedurig overvvege, en aangemoedigd
worde om uwe bloedige voetstappen op te volgen.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
-ocr page 113-
95
Zag haar lieven Zoon zoo lijden,
Heel alleen den doodkamp strijden,
Tot Hij zijnen geest hergaf.
YII. STATIE.
De tweede val van Jesus onder het kruis.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus! mijne hoovaardigheid heeft U onder
den last des kruises nedergeworpen... Ach! leer
mij zoetaardig en ootmoedig van harte zijn. Ik
wii alle vcrootmoedigingen en versmadingen
verduldig lijden, opdat ik, U navolgende in uwe
vernederingen, met U deel hehbe in de glorie.
Onze Vader. Wees gegroet enz.
Onlferm U onzer, enz.
Geef, o Moeder! bron van liefde,
Dat ik voele wat u griefde,
Dat ik met u medeklaag;
Dat mij \'t hart ontgloei\' van binnen
In mijn\' Heer en God te minnen,
Dat ik Hem alleen behaag.
YIII. STATIE.
Jesus troost de weenende vrouwen.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus! geef eene bron van tranen aan mijne
oogen, opdat ik dag en nacht mijne zonden be-
-ocr page 114-
/
96
weene.... Ach! gewaardig meer en meer mijne
ongerechtigheden af te wasschen en mij van de
zonden te reinigen.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
Heil\'ge Moeder, wil mij hooren!
Met de wonden mij doorboren,
Die Hij aan het kruishout leed;
IX. STATIE.
Derde val van Jesus onder het kruis.
v. Wij aanbidden, enz
O Jesus! reik mij eene helpende hand toe in
het midden der gevaren aan welke ik blootge-
steld ben, opdat ik niet in zonden valle. Ver-
dedig mij tegen de vijanden mijner zaligheid,
opdat ik onder het geweld hunner bekoringen
niet bezwijke.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
Ach, dat ik de pijn gevoelde
Die uw\' lieven Zoon doorwoelde,
Toen Hij stervend voor mij streed.
-ocr page 115-
97
*
X. STATIE.
Jesus wordt van zijne kleederen ontbloot en
met edik en gal gelaafd.
v. "Wij aanbidden, enz.
O Jesus! geef dat ik al mijne booze gewoon-
ten aflegge, mijn hart onthechte van al wat
aardsch en vergankelijk is. mijn dartel vlecsch
kastijde, mijne zinnen versterve en gaarne met
U uit den bitteren kelk des lijdens drinke.
Ome Nader. Wees gegroet, cm.
Ontferm U onzer, enz.
Mocht ik klagen al mijn dagen,
En zijn plagen waarlijk dragen
Tot mijn jongste stervenssmart;
*
XI. STATIE.
Jesus wordt aan het kruis gehecht.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus! hecht mij met IJ aan het kruis; ik
wil met U, gelijk Gij, en om U lijden, opdat ik,
levende, lijdende en stervende in uwe liefde,
eeuwig met U en door U moge gelukkig zijn.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
«*
-ocr page 116-
98
Mol u onder \'t kruis te weenen,
Met uw rouw mij te vereenen,
Dat verlangt mijn weenend hart.
XII. STATIE.
Jesus sterft aan het kruis.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus! door de bittere smarten welke Gij
voor mij aan bet kruis geleden hebt, bijzonder
als uwe ziel uit uw gezegend lichaam is ge-
scheiden, ontferm U over mijne ziel, als zij van
deze wereld zal scheiden.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
Maagd der maagden! nooit volprezen,
Wil nu niet mij tegen wezen,
Laat mij treuren aan uw zij\',
XIII. STATIE.
Jesus wordt van \'t kruis afgedaan.
v. Wij aanbidden, enz.
O Maria! sta mij toe dat ik mijnen gekruis-
ten Zaligmaker, uwen lieven Zoon, tusschen
uwe armen aanbidde en mijne tranen met de
uwe menge. Door uwe machtige voorspraak be-
-ocr page 117-
99
waar mij van het ongeluk van uwen Jesus door
mijne zonden wederom te kruisigen en dus met
een nieuw zwaard uw moederlijk hart te door-
steken.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
Laat mij al de wreede plagen
En den dood van Christus dragen
Laat mij sterven zooals Hij.
XIV. STATIE.
Jesus wordt in het graf gelegd.
v. Wij aanbidden, enz.
Ik zal eens sterven en begraven worden ge-
lijk Gij, o mijn Zaligmaker! gewaardig U in
mijn sterf uur mij door uwen kruisdood Ie ver-
troosten , en mijn lichaam, wanneer Gij het
weder zult opwekken, met uwe glorie te ver-
heerlijken
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
Laat mij, in zijn kruis verslonden,
Laat zijn wonden mij doorwonden
Om de liefde van uw Zoon;
Dan, in wederliefde ontstoken,
Worde ik door u voorgesproken,
Moeder! voor zijn rechtertroon.
-ocr page 118-
100
Maak, dat mij het kruis beware,
Dal dan Christus\' dood mij spare,
Dat Hij mij gena bewijz\'.
En als \'t ligchaam eens zal sterven,
Doe mij dan de glorie erven
Van het hemelsch Paradijs.
Hierna zal men, bidden vijfmaal het Onze
Vader, vijfmaal het Wees gegroet, en zoo veel
maal
Glorie zij den Vader, ter eere van de vijf
wonden van Jesus, en een
Onze Vader en Wees
gegroet met Glorie zij den Vader, ter mccni?ig
van Z. H. den Paus van Rome.
-ocr page 119-
OE1ANGEN.
Eerste Afdeeling.
I.
MARIA, TOEVLUCHT IN ALLEN NOOD.
Wijze : O vijf werelds klare lichten !
(Weinige stemmen.)
Wie kan \'s werelds wee ontvluchten,
Wie moet niet in smarte zuchten;
Ja, \'t is hier een tranendal,
Waar men immer weenen zal:
Wie zal ons heschermen?
(Allen.)
\\ Pelgrim! laat, laat af van klagen,
Ga Maria hulpe vragen
En vertrouw: want haar gebed
Heeft zoo menig\'-en gered:
Zij zal u beschermen.
-ocr page 120-
102
2. Waar ik wende mijne schreden,
Naar de velden, naar de steden,
Overal is \'t ramp en druk,
Overal is \'t ongeluk:
Wie zal ons beschermen?
■j- Pelgrim! laat, laat af enz.
\'3. Ginds zijn kreup\'len, lammen, blinden,
Hier is ziekte en pijn te vinden;
Werwaarts ik mijne oogen wend,
Zie ik anders dan ellend\'?
Wie zal ons beschermen?
Pelgrim! laat, laat af enz.
4.     Doet de dood geen tranen vloeien,
En ons tal van jamm\'ren groeien,
Zij \'t ook dat hij \'t einde ons is
Van des levens droefenis:
WTie zal ons beschermen?
•j- Pelgrim! laat, laat af enz.
5.     Had ik rampen slechts te vreezen,
O \'t zou nog te dragen wezen:
Ach! de duivel briescht ook rond,
Dreigt mijn ziel op eiken stond:
Wie zal ons beschermen?
■j- Pelgrim! laat, laat at enz.
6.     Hier door \'t zondig vleesch geprikkeld,
Daar in oogenlust gewikkeld,
-ocr page 121-
103
Ginds in \'s levens hoovaanlij,
Nimmer van bekoring vrij:
Wie zal ons beschermen ?
-f- Pelgrim! zwijg, laat af\' enz.
7. Wat, wat stem gebiedt mij \'t zwijgen?
Zal ik troost en hulp verkrijgen,
Als ik \'t aan Maria vraag,
Zwijgend bid en niet meer klaag\'.\'
Zal zij mij beschermen?
(Allen.)
Ja, gij kunt met vol vertrouwen,
Pelgrim! op haar voorspraak bouwen;
Want haar moederlijk gebed
Heeft zoo menigeen gered:
Zij zal u beschermen.
II.
Hulde en Bede
AAN DE
H MAAGD EN MOEDER GODS MARIA.
BIJ ALLE GELEGENHEDEN.
1.
-fc-
Komt! heffen wij een loflied aan, Luid
-ocr page 122-
104
I—J.
£e
^ïiËife
klimm\' het op van de aard\', Tot voor den
SS
:i
troon, waar de eng\'len staan, \'t Zij met
[prlrft
^3-^P^iü
r±=
sfcfetÉ:
hun lied gepaaid. "Wij zingen op den toon
_L
*$=&
2
d.
van \'t stof, En knielen voor u neer, Wij
4-
atrt
^=^=ri
É=fc
staamlen dankhaar uwen lof. O Moeder
3*
jHËp
i:
BÊ33
ast
-F
van den Heer! o Moeder van den Heer!
te
|
3=t
=t
Eg
Wij staamlen dankbaar uwen lof, O Moe-
ELj JIJ J|JJlfS5gj
der van den Heer! O Moeder van den Heer!
-ocr page 123-
405
2.
Dat onze lof u niet mishaag\',
O Hemelkoningin !
Al is de toon van \'t stof te laag,
Hij dring\' ten hemel in.
Wat sterv\'ling, die zoovéél vermocht.
Wat haalt er hij uwe eer?
Nooit is uw hulp vergeefs gezocht!
O Moeder van den Heer!
3.
Uw ootmoed was zoo gadeloos,
Zoo minlijk in Gods oog,
Dat u zijn Zoon tot Moeder koos
En neerkwam van omhoog;
O morgenster der zaligheid!
Hij daalde op aarde neer,
De Redder, eeuwen lang verbeid,
O Moeder van den Heer!
4.
In woede sloeg de ontroerde hel
Om \'t heil van ons geslacht,
Toen u de aartsengel Gabriël
De hemelhoodschap bracht.
Hoe satan dreig\' bij eiken tred,
Wij vreezen hem niet meer:
Uw Zoon heeft hem den kop verplet,
O Moeder van den Heer!
5.
Hoe lieflijk klonk der eng\'len toon
Voor de eerste maal op aard\',
-ocr page 124-
106
Toen gij, o zuiv\'re Maagd! Gods Zoon
In Beth\'lem hebt gebaard;
Het hemelkoor juichte in ons lot
En daalde om \'t kribje neer:
Het zag - een menschgeworden God!
U - Moeder van den Heer!
6.
Wij roepen nóg met heel de Kerk
Door de eeuwen heen u aan:
Heeft Jesus \'t eerste wonderwerk
Niet op uw beè gedaan?
Ach, zie beschermend van omhoog
Hier op uw kind\'ren neer,
Aanschouw ons met meèdoogend oog,
O Moeder van den Heer!
7.
Toen Jesus aan het kruishout hing,
Ons \'t eeuwig heil verwierf,
Gaf Hij u aan zijn lieveling,
Eer Hij voor allen stierf;
Gij weidt zijn Moeder, hij uw kind,
Wij deelen in die eer:
En ons hebt gij als hem bemind,
O Moeder van den Heer!
8.
Uw Moeder is zij, Pelgrimsschaar!
Die u gelrouw bemint;
Zeg, zeg in alle zielsgevaar:
Ach Moeder, hoor uw kind!
Zie, lieve Moeder, vol gena!
-ocr page 125-
-107
Zie op uw Pelgrims neer:
Uw liefde heeft geen wederga,
O Moeder van den Heer!
9.
Ach, Moeder van barmhartigheid!
Onttrek uw hulp ons niet;
Als ons de wereld lokt en vleit
En gij ons wank\'len ziet,
Of satan ons zijn strikken zet
Door wellust, goud of eer:
Ach, dat uw voorspraak ons dan redd\'
O Moeder van den Heer !
10.
Wanneer behoefte ons dreigt of drukt,
Of ramp bij ramp ons slaat;
Als wat we ook pogen wreed mislukt,
Ons alle hoop vergaat;
Als ons deze aard\' geen troost meer biedt,
Zie gij dan op ons neer,
En weiger ons uw hulp toch niet,
O Moeder van den Heer!
11.
Als \'t albeslissend sterfuur slaat,
En s\' levens licht verdwijnt
Voor de eeuwigheid, die open gaat
En aan de ziel verschijnt:
Ach, dat ik dan mijn brekend oog,
Mijn Moeder! tot u keer\',
Uw zoeten blik ontmoete omhoog,
O Moeder van den Heer!
-ocr page 126-
108
42.
Beveilig onze pelgrimsbaan,
En waak aan onze zij\';
Hoor, Moeder! hoor uw kind\'ren aan
En blijf ons altijd bij.
Wat lot ons in dit leven beid\',
U zingen wij ter eer;
U zingen we eens in eeuwigheid,
O Moeder van den Heer!
III.
Ter eere van het H. Kruis.
Wijze: Nato Deo.
Laat ons, broeders! \'t heilig kruis des Heeren
Vol van warme dankbaarheid vereeren:
\'t Zal van ons des vijands slagen keeren,
Ons den pelgrimsweg ten hemel leeren.
J Pelgrims, \'t is de kruisvaan
ie ons tot de glorie leidt:
Hier geleden
En gestreden;
\'t Kruis voert tot Gods heerlijkheid.
Ach, dat wij, om Jesus\' kruis en wonden
Van al \'t kwaad, door ons gepleegd, ontbonden,
En tot Hem van wedermin verslonden,
Nu en in den dood genade vonden!
Pelgrims, \'t is de kruisvaan enz.
-ocr page 127-
109
Naar het oord, door uwe gunst beschenen,
Trekken, Moeder! weer uw kind\'ren henen;
Wil uw trouwe voorspraak hun verleenen,
Onder \'t kruis met hen u weer vereenen.
j Pelgrims, \'t is de kruisvaan enz.
Daar dan weer, of wij met u het zagen,
Tellen wij de striemen en de slagen,
Al de wonden, door uw Zoon gedragen,
Hooren wij van \'t kruis uw Jesus klagen.
T Pelgrims, \'t is de kruisvaan enz.
Laat het toch ons hart in liefde ontsteken,
Als we i\'iw hart en Jesus\' hart zien breken,
Hem tot God in tranen hooren spreken,
En vergeving voor ons, zondaars smeeken.
•f Pelgrims, \'t is de kruisvaan enz.
Ach! om \'t bloed, o Jesus! toen vergoten,
Om den smaad, waarmee Gij werdt verstooten,
Om den snik uw stervend hart onlschoten:
Maak uw Pelgrims tot uw rijksgenooten.
■J" Pelgrims, \'t is de kruisvaan enz.
Laat ons dit van uw geiu\'i verwerven:
Dat wij uwe liefde nimmer derven;
Dat we U zien, o Jesus! als wij sterven,
Dan door \'t kruis uw hemelglorie erven,
■j- Pelgrims, \'t is de kruisvaan enz.
7
-ocr page 128-
110
IV.
Maria behoud der kranken.
c8ij -fict iniiacuUuiC iectd te lSltSin.
1.
|ÜlÉi^ieiilli
Ma - ri - n, Moeder van Gods Zoon,
Aanhoor op uwen glo-rie-troon Het
dankbaar jui-chend pelgrims - lied, Dat
on - ze lief-de en hulde u biedt. Het
p-Jji\\rJMl4e-U
dankbaar juichend pelgrims-lied, Dat
onze - - ze lief-de en hulde u biedt. Be-
-ocr page 129-
111
±=^=^=r=^=M=l
-■k
m
boud der kranken, bid — voor ons.
Reeds roemt een eeuwental do kracht,
Die hier den zieken redding bracht,
En aan \'t vertrouwend lijdend hart
| bis.
Bevrijding schonk der felste smart.
Behoud der kranken, bid voor ons
3.
Ontelbaar is de breede schaar,
Die hier bij \'t u gewijd altaar
Genezing vond, als aardsche macht
Aan redding noch verkwikking dacht.
Behoud der kranken, bid voor ons.
bis.
Geen leed, dat hier uw hulp weerstond,
Geen ramp, die hier geen laafnis vond,
Behoud der kranken, aan uw macht, i
Dan eeuw\'ge dank en lof gebracht. (
Behoud der kranken, bid voor ons.
bis.
5.
Geef nu ook ons, o Moedermaagd,
Wat Haarlem\'s pelgrimsschaar u vraagt,
Wend door uw beden \'s Heeren straf, j
Met ziekte en rampen van ons af.
          f
Behoud der kranken, bid voor ons.
bis.
-ocr page 130-
112
6.
In vrede spoede ons leven voort,
Door leed en jamm\'ren niet gestoord;
Ons aller doel en hoogste vreugd,
            i
Zij voort te gaan van deugd tot deugd, j
Behoud der kranken, bid voor ons.
7.
En als eens \'t uur van scheiden slaat,
Waarop de ziel deez\' aard verlaat,
Toon dan in \'s levens laatsten strijd, )
Dat gij \'t Behoud der kranken zijt. i
Behoud der kranken, bid voor ons.
8.
Bid, dat wij dan nog eens gevoed
Door Jesus\' Godd\'lijk Vleesch en Bloed,
Geleid door uwe Moederhand,
                 I
God zien in \'t hemelsch vaderland.        i
Behoud der kranken, bid voor ons.
9.
Daar klinkt dan \'t eeuwig jub\'lend lied,
Dat onze dankb\'re liefde u biedt:
Daar stemmen wij den lofzang in
           >
Voor u, o Hemelkoningin.                       \\
Alleluia, Alleluia.
-ocr page 131-
113
V.
Bij het vertrek uit Uden naar Kevelaar.
=ï=3E±EjEè*±=£
ÏFFFJ=
1. Kom, pelgrimsschaar! ver-heerlijk haar.
É
J=fc
m
E|=ÉÉÉ
» ±L
-v
Die Moeder is en Maagd; Dat lofzang en
g^ö^S
ge - bed zich paar\'; Zij is een toevlucht
-N-ji n
mm
J=
ï=
gE3*jL
I
in gevaar; Kom, pelgrimsschaar! te Ke-
:fc
^EE^^
.0
? y i r
ve-laar Haar moederhulp ge-vraagd. Kom,
mm
#
pelgrimsschaar! te Ke-ve-laar Haar moe-
$E*EÈEE£
~l
derhulp ge - vraagd.
-ocr page 132-
114
2.
De wereld!.... zij bespotte vrij
Uw vromen kinderzin;
De beêvaart noem\' zij dweeperij:
Maar dat die smaad u dierbaar zij,
Want met Gods Eng\'len eeren wij I ,.t
De Hemelkoningin.                          )
3.
Wie \'t rein gemoed voor smet behoedt,
En leeft naar \'s Heeren woord;
Wie zuchtend om het eeuwig goed
Naar Kevelaar te beêvaart spoedt,
Zijn Moeder bidt, zijn zonden boet, ) ..
Hij keert niet onverhoord.
               j ls
4.
Komt. Pelgrims! komt, nu vóór den tocht
Gods zegen afgevraagd;
Dan Kevelaars kapel bezocht,
Die vaak getuigen wezen mocht
Van wond\'ren, door zijn hand gewrocht, | h
Bij \'t beeld der Moedermaagd.
5.
Verheft dan in uw jub\'lend lied,
Maria\'s macht en eer;
Neen, God verstoot den lofzang niet,
Die Jesus\' Moeder hulde biedt;
Waar Hij met haar ons bidden ziet,
bis.
Stort Hij Zijn zegen neer.
6.
Ter beêvaart dan, o Pelgrimsschaar!
Met opgewekten geest;
-ocr page 133-
115
Ga biddend op naar Kevelaar,
Maria\'s liefde wacht u daar:
Bij \'t heilig haar gewijd altaar,
bis.
Viert gij uw pelgrimsfeest.
VI.
f
ELGRIMSLIED TOT /VlARIA.
Wijee: Na/o Deo.
1
Heil\'ge Moeder, Haarlem\'s broederleden,
Steunend op uw liefde, wenden heden
Naar \'t u heilig Kevelaar hun schreden;
Moeder hoor hun zangen en gebeden.
Moeder, teed\'re Moeder,
Bid voor Haarlem\'s pelgrimsschaar;
Wil ons bijstaan,
Nu w\'y opgaan
Naar t\' ons dierbaar Kevelaar.
2.
Hoop en liefde voeren ons daar henen,
Waar gij ons uw bijstand zult verleenen,
Als we in tranen onze schuld beweenen,
En met u ons in \'t gebed vereenen.
Moeder, teed\'re Moeder, enz.
3.
Wil ook nu weer, als reeds vele jaren,
Haarlem\'s u getrouwe pelgrimsscharen
Op hun reize hoeden voor gevaren;
Moeder, wil uw kinderen bewaren.
Moeder, teed\'re Moeder, enz.
-ocr page 134-
116
4
Zie, o Moeder, in deez\' heil\'ge dagen
O]) uw kind\'ren neder met behagen;
Wat al offers dan de reis mag vragen,
Alles zullen wij blijmoedig dragen.
Moeder, teed\'re Moeder, enz.
5.
Heil\'ge Maagd, gezegendste der vrouwen,
Neen, beschaam niet \'t kinderlijk vertrouwen,
Dat wij op uw macht en voorspraak bouwen,
Als we uw liefde heel ons hart ontvouwen.
Moeder, teed\'re Moeder, enz.
6.
U gaan we onzen nood en jamm\'ren klagen,
U, die troost bij \'s levens droeve dagen,
Moed en kracht bij welverdiende slagen,
Voor uw pelgrims uwen Zoon zult vragen.
Moeder, teed\'re Moeder, enz.
7.
\'t Dorstig hert spoedt sneller bij \'t genaken
Van de bronne: wij ook, Moeder, haken,
Nu wij onze reis naar Kev\'laar maken,
Daar uw zoetheid, liefde en troost te smaken.
Moeder, teed\'re Moeder, enz.
8.
Als wij daar dan voor uw beeld gebogen,
Of vereend om uw kapel getogen,
Of bij \'t kruis u Moeder bidden mogen,
Sla op ons een blik van mededoogen.
Moeder, teed\'re Moeder, enz.
-ocr page 135-
117
9.
Wil voor ons de deugden die wij derven,
Met de vrijspraak, onzer schuld verwerven;
Opdat we eens in Jesus liefde sterven,
En met u zijn hemelglorie erven.
Moeder, teed\'re Moeder, enz.
VII.
Litanie-lied van O. L.. Yrouw.
—r~
^=£=É3=iE|feö
1. Heere, God! wil U ontfermen, Christus,
_i_i------1---------1—j—
q------—j-------j—e—.
a
God! wil U ontfermen, Heer! wil ons ge-
ÊiËëg
nadig zijn. Heer! wil ons ge - nadig zijn.
ÊÈ
=t
S=t
EÖEE
£
S
Heere, God! o wil ons hooren, Christus,
=d=z44zj=rfr-|
| J -£
_É=#I_
:fc
3
*
God! wil ons verhooren, Heer! wil ons ge-
ÊjSfeEfl
*
*
-*- y-
nadig zijn. Heer! wil ons ge - nadig zijn.
-ocr page 136-
118
2.
Vader, God! op \'s hemels trone,
Godes Ééngeboren Zone!
Heer! ontferm U over ons.
Heil\'ge Geest, God! hooggeprezen,
Drie Personen, één in wezen !
Heer! ontferm U over ons.
3.
O Maria! hoog in eere,
Heil\'ge Moeder van den Heere,
O Maria! bid voor ons.
Maagd der Maagden uitgelezen,
Om Gods Moeder eens te wezen,
O Maria! bid voor ons.
4.
O gij Moeder der genade.
Wie geen erfsmet immer schaadde,
O Maria! bid voor ons.
Moeder gij, en Maagd gebleven,
Hebt gij Jesus ons gegeven,
O Maria! bid voor ons.
5.
Gij ten tempel Gods geheiligd,
En voor alle smet beveiligd,
O Maria! bid voor ons.
Liefste, wondervolle Moeder
Van den Schepper en behoeder,
O Maria! bid voor ons.
-ocr page 137-
119
6.
Wijze Maagd, en hoog te prijzen,
Lof en eer moet tot u rijzen,
O Maria! bid voor ons.
Groot in moederlijk vermogen,
Zacht en trouw in mededoogen,
O Maria! bid voor ons.
7.
Reine spiegel aller vromen,
Vreugd is ons door u gekomen,
O Maria! bid voor ons.
Vat, vol van den Geest des ileeren.
Wie kan waardig u vereeren?
O Maria! bid voor ons.
8.
Vat van godsvrucht, geur van Eden,
Roze vol verborgenheden.
O Maria! bid voor ons.
Davids toren, zegeteeken,
Elpen toren, nooit bezweken,
O Maria! bid voor ons.
9.
Gulden huis en \'s Heeren woning,
Rondsark zijner gunstbetooning,
O Maria! bid voor ons.
Deure tot des hemels luister,
Morgenster na \'t lange duister,
O Maria! bid voor ons.
-ocr page 138-
120
10.
Gij, ons heil bij ziekte en wonden,
Toevlucht voor wie zucht in zonden,
O Maria! bid voor ons.
Troosteres van alle droeven,
Hulp voor al wie hulp behoeven,
O Maria! bid voor ons.
11.
Koningin der Eng\'lenrangen,
Gij, der Vad\'ren zielsverlangen,
O Maria! bid voor ons.
Koninginne der Profeten,
En Apost\'len hooggezeten,
O Maria! bid voor ons.
12.
Koningin der Martelaren,
Maagden- en belijd\'renscharen,
O Maria! bid voor ons.
Koningin van alle Heil\'gen,
Laat uw voorspraak ons beveil\'gen,
O Maria! bid voor ons.
ia
GodTyk Lam, dat neemt de zonden,
Door uw kruis, uw dood en wonden,
Spaar ons, zondaars, spaar ons, Heer!
God\'lijk Lam, wil ons bevrijden,
Door uw dood en smart\'lijk lijden,
Zie genadig op ons neer.
-ocr page 139-
121
14
God\'lijk Lam, ons heil en leven,
Wil ons onze schuld vergeven,
Ach, ontferm U onzer, Heer.
Heere, God! o wil ons hooien,
Christus, God! wil ons verhooren.
Heer! wil ons genadig zijn.
VIII.
Wijze: Als Lied II il. 103.
1.
Hij wie Maria\'s Zoon aanhidt
Als eeuwig God en Heer,
Als die aan \'s Vaders rechter zit,
[n de eigen macht en eer:
Hij hrenge ook u zijn loflied aan,
Die Jesus Moeder zijt;
Hij ziet u naast zijn zetel staan,
Waar ge u in Hem verblijdt.
2.
Daar Jesus in zijn gloriehof
Zijn Moeder loont en kroont:
Hoe zoet is Hem de liefde en lof,
Haar ook op aard\' betoond!
Komt, Broeders! dan, het hart vol min,
Den pelgrimstocht aanvaard!
En haar ter eer, als één gezin,
Ons aller lof gepaard!
-ocr page 140-
422
3.
Neen, Nederland vergat de deugd
Van zijne vad\'ren niet:
Nog klopt het hart van dankb\'re vreugd,
Als \'t op hun godsvrucht ziet;
Nog klimt ons trouwe pelgrimstal,
En trekt het jaar op jaar,
Met smeekgebed en lofgeschal,
Naar \'t oude Kevelaar.
4.
Zie! hoe het minlijk beeld der Maagd
Daar wenkt aan \'t hoofd der rij;
Hoe Jesus ons van \'t kruishout vraagt:
Volgt, Pelgrims! volgt gij Mij.
O \'t stemt de ziel tot hooger min
En heilig feestgenot;
Wij loven \'s hemels Koningin,
In haar. haar Zoon en God!
5.
Welaan! haar vanen weef ontplooid!
Heft, weer haar troon omhoog;
Toont, bruiden! haar ter eer getooid,
Haar beelt\'nis aan ons oog;
Zoo trekken wij ter heil\'ge stee,
Gelijk reeds menig jaar,
Met. lofgeaang en zielebeê,
Naar \'t oude Kevelaar.
6.
Maria, Moeder! lieflijk woord,
Van \'t kruis tot ons gedaald;
-ocr page 141-
123
O naam! dien onze ziel steeds hoort,
En nooit genoeg herhaalt:
Maria! sla uw kind\'ren ga,
Wees, Moeder! wees gegroet;
Gij zijt het ja! gij, vol gena!
Die onzen tocht behoedt.
IX.
Bij het naderen van Kevelaar.
Wijze: Pius-Lied.
1.
Nogmaals \'t loflied aangeheven,
Dat ons aller vreugde meldt:
Vreugde, als \'t minnend kind mag smaken,
Dat zijn Moeder tegensnelt;
Ginds toch rijst de heil\'ge stede,
Dierbaar aan de pelgrimsschaar;
\'t Zalig oord, waarheen wij streven,
\'t Ons zoo heilig Kevelaar.
2.
O! wat heeft ons hart verlangend
Uitgezien naar dezen dag,
Die weer Haarlems pelgrimsscharen
Tot dit heiloord leiden mag:
Daar waar traan en smarten wijken,
Troost en vrede in \'t harte daalt,
Waar Maria\'s teed\'re liefde
In haar schoonsten luister straalt.
-ocr page 142-
124
3.
Juicht dan, kind\'ren van Maria,
Heft uw vreugdelied\'ren aan;
Laat uw smeek-, uw jubeltonen
Opwaarts tot uw Moeder gaan.
Vraagt liaar, wat uw hart durft vragen,
Hare liefde is naam\'loos groot:
Niemand nam tot haar zijn toevlucht,
Wien haai\' macht geen bijstand bood.
4.
Wees gegroet dan, oord van zegen,
Door Maria\'s macht gekroond,
Waar zij immer nog haar liefde
Ons, haar trouwe kind\'ren, toont.
Heil\'ge Stede, die \'t vertrouwen
In Maria\'s goedheid voedt,
U, o Kevelaar, ons aller,
U zij Haarlems pelgrimsgroet!
5.
Straks, als weer aan \'t hoofd der rijen,
\'t Kruis ons wenkt van onzen Heer,
Onze vreugdevanen wapp\'ren,
Zijne Moedermaagd ter eer;
Straks, als wij den lofzang heffen,
Eén van hart en één van geest,
\'s Ilecren Moeder dankend loven,
Vieren wij ons pelgrimsfeest.
-ocr page 143-
125
X.
Welkonislied.
lij (vet •mttcfiken van ditvetaat.
I.
=*=
&
ÖÊ
±
—!*—i-*-
Weest welkom, Broeder - le-den! In
Oi^hi^
*=
?fl i.\' j -
\'t vriend\'lijk Ke-ve - laar; Stort lofzang en
iëi^^^
ge - be - den, Ge - lijk zoo me-nig jaar.
Ma - ri - a, lie-ve Moe-der, Zie ons, uw
kind\'ren aan; Be-veel den Albe-hoeder
-ocr page 144-
12(5
ons op de pelgrims-baan. Be-veel den
mt^f^mÊ^m^
Albe-hoeder ons op de pelgrims-baan.
Hoe zoet is \'t, bier te midden
Van broed\'ren zonder tal,
Hem openlijk Ie aanbidden,
Die Heer is van \'t heelal!
■j- Maria, lieve Moeder, enz.
3.
Hoe zoet is \'t, zonder schromen
Voor smaad of spotternij,
Lofzingend saam te komen
In lange pelgrimsrij!
■j- Maria, lieve Moeder, enz.
4.
Hetzij we in dichte scharen
Bij loflied en gebeèn,
Of zwijgend saam vergaren:
Ons aller doel is één.
•J" Maria, lieve Moeder, enz.
Gods Moeder zalig spreken,
Tot glorie van haar Zoon;
-ocr page 145-
121
Haar vragen, dat ze ons srneeken
Hem aanbiede op zijn troon,
■j- Maria, lieve Moeder, enz.
6.
Wordt straks door maagdenhanden
Ons ofler aangebracht,
\'t Zal haar ter eere branden.
Bij dagen en bij nacht.
f Maria, lieve Moeder, enz.
7.
O dat het haar behage,
Het offer onzer min;
Wij roepen telken dage
Haar hooge voorspraak in.
-j- Maria, lieve Moeder, enz.
8.
Laat luid uw loflied schallen,
Der Moedermaagd ter eer:
Het rijst ten welgevallen
Van Jesus, onzen Heer.
•j- Maria, lieve Moeder, enz.
9.
Laat ons godvruchtig trekken
Rondom haar bedehuis;
En morgen de optocht rekken
Tot aan het Hooik Kruis.
■f Maria, lieve Moeder, enz.
-ocr page 146-
428
10.
Weest. welkom, broederleden I
In \'t vriend\'lijk Kevelaar;
Stort lofzang en gebeden,
Gelijk zoo menig jaar.
•f- Maria, lieve Moeder, enz.
XI.
aria Onbevlekt Ontvangen,
Wijze: Wees gegroet op kindertoon;
1.
Lieve Moeder van den Hoer!
Laat ons om uw zetel dringen,
Laat uw kind\'ren u ter eer
\'t Zielsverrukkend feestlied zingen ;
\'t Moet weerklinken luid en blij:
Moeder, Onbevlekt zijt ru.i!
2.
\'t Heeft reeds \'t wijde wereldrond
En herscbeppend overklonken,
\'t Woord door Pus\' mond verkond:
En uw kind\'ren vreugdedronken,
Jub\'len op uw feestgetij:
Moeder, Onhevlekt zijt gij !
3.
Neen, dat loflied zwijgt niet meer;
Tot aan \'s werelds verste palen,
-ocr page 147-
129
Zullen mei het hemelsei i heer
Al uw kind\'ren \'t. luid herhalen,
\'t Woord van \'t zalig jubeltij:
Moeder, Onbevlekt zi.it gij!
4
En we voegen dank en beè
Aan de blijde feestgezangen;
Wie, wie dankt niet met ons meè
Voor al \'t heil door u ontvangen,
In het zalig jubeltij,
Moeder, Onbevlekt zi.it gij!
5.
Zonnezuiv\'re Moedermaagd!
Om de glorie u gegeven,
Hoor ook wat ons hart u vraagt:
Dat we na een schuldloos leven
Eeuwig Jub\'len aan uw zij\':
Moeder Onbevlekt zijt gij !
XII.
Aan onze Moeder.
1. Wij brengen U, Moeder, Met
juichend ge - moed, Met dankbare
8
-ocr page 148-
130
^E^^&
-v_
^^^SeE^
t-
harten, Den innigsten groet, u,
*$
=3
:t=trt-tj
Moeder van Je - sus, Zij \'t leven ge-
=»ö
*
T--
wijd, Be - scherm uwe kind\'ren In
të*=l=-£
£
lij - den en strijd.
Wij eeren uw deugd en
Wij prijzen uw macht,
En danken voor \'t heil dat
Uw goedheid ons bracht.
U Moeder, enz.
3.
Wij minnen U, Moeder,
Wat zalig genot;
Wij minnen als Moeder,
Ü, Moeder van God.
U Moeder, enz.
-ocr page 149-
131
4.
Wij roemen uw grootheid,
Bezingen uw lof,
En knielen vol eerbied
Voor u in het stof.
U Moeder, enz.
Ontvang dan de hulde
Van \'t kinderlijk hart;
Verhoor onze beden
Bij nood en in smart.
U Moeder, enz.
6.
Verhoor onze beden
Genadig, en toon
U liefd\'rijke Moeder
Bij Jesus uw Zoon.
U Moeder, enz.
7.
Gij zijt zijne Moeder
Hij eerde U op aard!
En heeft voor uw handen
Zijn schatten bewaard.
U Moeder, enz.
8.
Gij werd onze Moeder
Bij \'t kruis van uw Zoon,
-ocr page 150-
132
Gij kunt ons niets weig\'ren,
Geplaatst bij zijn troon.
Ü Moeder, enz.
9.
Gij zijt onze toevlucht,
Op u dan vertrouwd ;
Geen hoop werd verijdeld,
Op u ooit gebouwd.
U Moeder, enz.
10.
Wij blijven u eeren,
Ü minnen altijd;
Met ziel en met lichaam
U immer gewijd.
U Moeder, enz.
11.
En komt \'t. uur van scheiden,
O Moeder zoo zoet,
Zij: Jesus, Maria! der
Stervenden groet.
U Moeder, enz.
12.
En leid dan uw kind\'rcn,
O Moeder vol min,
Bij u en bij Jesus
Het hemelrijk in.
U Moeder, enz.
-ocr page 151-
133
XIII.
AVONDGROET AAN MARIA.
Wijze: Ah Lied X bl. 125.
-1.
Wees nu, o goede Moeder,
Nog eens door ons gegroet,
Aleer in \'t nacht\'Hjk duister
De dag ten einde spoedt.
•j- Aan u in de avondscheem\'ring
Een laatste groet gebracht;
Geef, dat we in vrede rusten,) , ■,
Bewaar ons dezen nacht, j
2.
Gij waart de zachte sterre,
Die onze pelgrimsschaar
Zoo trouw en veilig leiddet
Naar \'t dierbaar Kevelaar.
•j- Aan u, enz.
3
Wat zegen en genade
Dankt u ons harte niet;
Geen sterv\'ling kent de gaven,
Die uwe lietde ons biedt.
•J" Aan u, enz.
4.
Gegroet dan, goede Moeder!
De dag wijkt voor den nacht,
8*
-ocr page 152-
434
Dat we in uw armen rusten,
Dan rust uw kind zoo zacht.
-J- Aan u, enz.
5.
Dat iedere ademhaling
Tot in den ochtendstond,
U onze trouw en liefde
Met onzen dank verkond\'.
■f- Aan u, enz.
6.
Verdrijf, wat ons mocht kwellen,
Verjaag des vijands macht,
Bewaar ons, uwe kind\'ren,
Bescherm ons dezen nacht.
•j- Aan u, enz.
7.
Dan ziet de vroege morgen
Ons weer om uw altaar,
En klinkt weer luid en blijde
Het lied der pelgrimsschaar.
•J- Aan u, enz.
XIV.
Bli ie Processie naar let Booie Kruis.
BE YIJF WOKDEN.
Wijze: O vijf werelds klare lichten!
Zing, mijn ziel! het vijftal wonden,
Die uw God draagt voor uw zonden,
-ocr page 153-
135
Eens aan \'t kruis bebloed, gehoond,
Thans met heerlijkheid gekroond,
■{• Heer! ontferm U onzer.
O Maria, Koninginne!
Moeder Gods en Kruisheldinne!
Gij, die, met uw Zoon gewond,
Onder \'t bloedig kruishout stondt,
Bid voor ons, Maria!
De smartelijke wonden.
[.
Wees gegroet dan, vijftal bronnen!
Waar het bloed kwam uitgeronnen,
Dat eens \'s werelds heil beslist
En haar schuld heeft uitgewischt.
s
Heer! ontferm U onzer.
Maria, Koninginne! enz.
\'k Wil in \'t stof mij nederbuigen
Voor die wonden die mij tuigen,
Hoe in \'t kruisgeheimenis
Ach! een God mijn offer is.
•J- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
O ik zie het, hoe Ge uwe armen
Tot mij uitbreidt in erbarmen,
Dat ik, zondaar, vol van rouw,
Jesus! tot U vluchten zou.
T Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'k Zie uw handen openscheuren.
Heel het wicht uws lichaams beuren,
-ocr page 154-
130
Opgezwollen, uitgerekt,......
Mij, ja mij nog toegestrekt!
■J- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'t Is, o \'t is, opdat uw zegen
Uit die bronnen nederregen\'.
En we ons wasschen in den vloed
Van uw alverzoenend bloed.
-j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
God zijt Gij!.... en \'t zijn uw handen,
Die de onmeetb\'re heemlen spanden,
\'t Spoor beschreven, dat nog de aard\'
Met haar zonnenheir bewaart.
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
En gij, zondaar! dorst het wagen,
Naag\'len door dat vleesch te jagen,
Dat van pijnen krimt en rilt:
En uw hand heeft niet getrild\'?
j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Wil toch om de zonden treuren,
Die uw hand en ziel besmeuren,
\'t Vleesch verscheuren van uw God:
Tot hoe lang met Hem gespot\'?
•J- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem wien doornen kronen,
Die het vijftal wonden draagt,
Lof zijn Moeder, altijd Maagd!
■J- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
(Vijfmaal het Onze Vader tot lafenis dergeloovige zielen.)
-ocr page 155-
137
II.
Goede Jesus! laat mij groeten
U zoo diep-doorboorde voeten,
Ach, hoe zwollen zij niet op
Van den wreeden hamerklop!
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Als de hand U niet kon dragen,
Moest de voet uw lichaam schragen;
Ach hoe vlijmend was dan \'t wee,
Dat uw scheurend vleesch doorsnee.
-f- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
O dat ik met Magdalene,
Jesus! aan uw voeten weene;
Laat de tranen van mijn hart
Balsem drupp\'len in uw smart.
-J- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'k Zou mijn lippen in verrukken
Met haar op uw wonden drukken,
Kon ik slechts, mijn God en Heer!
\'k Zou ze kussen keer op keer.
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Dierb\'re voeten! die nooit, moede
Achter \'t zwervend schaapje spoedden,
En niet. rustten, hoe gewond,
Tot ge \'t schaapje wedervondt.
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
En gij, zondaar! dorst het wagen,
Naag\'len door dat vleesch te jagen,
-ocr page 156-
138
Dat van pijnen krimpt en rilt:
En uw hand heeft niet getrild \'?....
•j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Ach, wil in u zelven treden,
Hoe gij zondigt met uw schreden;
Zie nog eens die wond, dat bloed,
Val, o val uw\' God te voet.
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem wien doornen kronen,
Die het vijftal wonden draagt.
Lof zijn Moeder, altijd Maagd!
•f- Heer! ontferm Ü onzer. O Maria, enz.
(Vijfmaal het OnzeVader, tot lafenis der geloovigc zielen.)
XV.
HET WEES GEGROET.
1.
Wees gegroet op kindertoon,
Wees gegroet, Maria! Moeder
Van Gods Eéngeboren Zoon,
Onzen menschgeworden Broeder;
U, die onze Moeder z\'yt, j ...
U zij ook mijn lied gewijd! { \'
2.
Alle gunst vondt gij bij God,
Alle volheid van genaden;
-ocr page 157-
139
Ach, zij ook zijn gunstgenot
Mij ton troost op \'s levens paden!
Moeder Gods! o bid voor mij, I ..
Dat ik Hem gevallig zij. i
3.
Met u is uw God en Heer!
Wie zou u geen glorie geven\'?
O mocht ik ook Hem ter eer,
Altijd in zijn liefde leven!
Bid, Maria! bid voor mij.
         ) ...
Dat dit al mijn streven zij. 1
4.
Wie zal ons uw heil\'ge jeugd,
Wie, gezegendste aller vrouwen!
Vol gena en vol van deugd,
Al uw heerlijkheid ontvouwen\'?
Bid, Maria! bid voor mij, j ,-,
Dat ook ik gezegend zij. I
5.
Ja, dat mij uw God en Zoon,
Aller Zaligmaker zegen\'!
Stroom\' zijn liefde en gunstbetoon
Op uw smeekgebed mij tegen!
Moeder Gods! o bid voor mij, i , ■,
Dat uw Zoon mijn Jesus zij. \\
6.
Lieve Moeder! o mijn vreugd!
Bid voor mij, en bid voor allen,
Die door godsvrucht reine deugd,
Streven naar uw welgevallen:
Bid voor ons in allen nood,
. | bi$-
En in \'t uur van onzen dood
-ocr page 158-
140
XVI.
Lofprijzing aan Maria.
Wijze: Witndersch\'ón Prachtige.
4.
Wonder van gloriepracht!
Wonder van moedermacht!
Liefd\'rijke, aanminnige, hemelsche Vrouw!
Wie ik len eeuw\'gen tijd
Uit heel mijn hart mij wijd;
Wie ik en lichaam en ziel toevertrouw;
Goed, hloed en leven
Wil ik u geven;
Al wat ik heb en ben, geef ik u nu,
\'k Geef bet vol vreugde, Maria ! aan u.
2.
Schuld\'loos geborene,
Eenig-verkorene,
Gij, tot Gods Dochter en Moeder en Bruid!
In al de maagdenrij,
Blonk niet de reinste als gij;
Zelf koos de Heer u ten tempel zich uit;
Gij vlekkelooze
Lelie en roze!
Pronk dezer aarde en der hemelen kroon!
Hemel en aard\' bièn u hulde op uw troon.
3.
Gij trouwgeblevene,
En hoogverhevene,
Gij, onze Leidster! gij licht op ons neer;
-ocr page 159-
141
Glories omwcmolcn
Hoog in do hemelen
• U als het naast hij den troon van uw Heer;
Gij, door uw zoetheid,
Toonbeeld van goedheid,
«Moeder der liefde en genade» is uw lof:
Zóó groet u de aarde en het hemelsche hol.
4.
Gij, uw God barende,
Voedend, bewarende.
Moeder in vreugden en smarten zoo rijk,
Was er ooit schuldige
U, zoo geduldige,
Schuld\'looze Moeder! in lijden gelijk\'?
Gij, uitgelezen,
Zalig geprezen
Moeder en Maagd! geheel zuiver van smet,
Gij zijt de Moeder, die zondaren redt.
Altijd zachtmoedige,
Minlijke en goedige
Moeder van God! van genade vervuld:
Wil ach ons, zondigen,
Wil ons verkondigen,
Namens uw Zoon, de vergeving der schuld;
Wil bij \'t verscheiden,
Wil ons geleiden:
Pleit bij des regters zoo vrees\'lijken troon,
Pleit voor ons, Moeder! bij .lesus, uw Zoon.
-ocr page 160-
142
XVII.
Bij \'t rood© E>ins.
Wijze t Als Lied X bh. 125.
1.
Maria, aan wier liefde
Ons Jesus aanbeval,
Toen Hij, verzaad van smarten,
Met. wonden zonder tal
Aan \'tschand\'lijk kruishout stervend,
Ons zondaars heeft gered,
Zie neder op uw kind\'ren, } ...
Aanhoor hun smeekgebed. I
2.
Wij durven \'t oog niet heffen,
Die wonden bloedig rood
Verwijten onzen ondank
En zonden talloos groot.
Wij hebben Hem geslagen
Van \'t. hooft tot aan den voet;
Om onze schuld te boeten
         1 . •
Stroomt Jesus schuld\'loos bloed, j
:)
O Moeder, teedre Moeder,
In tranen van berouw,
Zweert \'t hart de zonden halend,
Uw Jesus eeuw\'ge trouw.
-ocr page 161-
U\'S
Dat kruis, die smaad en wonden,
Die wreede folterdood,
Zij doen\'t ons dankbaar tuigen: I ,.
Wat is Gods liefde groot! \\
4
Toon immer ons dat lijden,
Dat kracht en liefde schenkt,
Om steeds getrouw te volgen
"Waar Jesus\' wil ons wenkt.
Bid, dat wij vrijgekochten
Door \'t bloed van uwen Zoon,
Met u Hem eenmaal loven > ,.
Op zijnen glorietroon.             j
XVIII.
Bij ie tenteer van liet Rooie Kruis.
DE YIJF WOKDEN.
Vervolg van Lied XIV.
Zing, mijn ziel! het vijftal wonden,
Die uw God draagt voor uw zonden,
Eens aan \'t kruis bebloed, gehoond,
Thans met heerlijkheid gekroond,
•J- Heer! ontferm U onzer.
O Maria, Koninginne!
Moeder Gods en Kruisheldinne!
Gij, die, met uw Zoon gewond,
Onder \'t bloedig kruishout stondt,
Bid voor ons, Maria!
-ocr page 162-
•144
De Verheerlijkte Wonden.
i.
Lievo .lesus! wil gedoogen,
Dat ik nu mijn hovende oogen,
Waar Gij heerscht in de opperste eer,
Naar uw schitt\'rend lichaam keer\'.
•J- Hoer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'k Zie geen strijden, \'k zie geen lijdon,
Maar verwinnen, zielsverblyden;
Vijfmaal springt een stralen vloed,
Die Gods heemlen juichen doet.
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
O die wonden drupten zegen,
Toen Gij uit uw graf gestegen,
En verwinnaar van den dood,
\'t Oog aan \'t ongeloof ontsloot.
f Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Ach, in twijfeling verloren,
Moge ik als uw leerling hooren:
«Breng uw vingeren hier bij,
« Leg uw hand in mijne zij\'. »
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'k Zal als Thomas nederbuigen,
Luide van uw Godheid tuigen:
\'k Stort mij aan uw voeten neer,
\'k Roep als hij: «Mijn God, en Heer!»
t Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
-ocr page 163-
145
Hier straalt oindloos alvermogen
In mijne overschitterde oogen,
Goddelijk geheimenis:
Dat in wonden \'t leven is!
Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'t Leven uit u heengevloten....
\'t Leven uit u voortgesproten....
Heil\'ge wonden! \'k hoor uw taal:
\'t Sterven is de zegepraal!
■J- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem wien doornen kronen,
Die het vijftal wonden draagt,
Lof zijn Moeder, altijd Maagd!
•j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
(Vijfmaal het Onze Vader, enz.)
II.
Dierb\'re wonden! \'k zal niet vreezen,
Wat op aard\' mijn deel moog wezen:
Krankle, smarte, wonde of pijn,
Moet niet gij mijn glorie zijn?
-J- Heer! ontferm Ü onzer. O Maria, enz.
Wordt mijn lichaam ook doorstoken,
\'t Stervend harte mij gebroken,
Daal ik, Heer! met U in \'t graf:
\'k Schud dan de aardsche boeien af.
■j* Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz-
!)
-ocr page 164-
m
In uw wonden is genezen,
Uit den dood zijt Ge opgerezen,
Wonden zijn de levensbron,
\'t Graf gaat vóór de gloriezon.
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Waarom, Heer! ik mag \'t U vragen,
De aardsche wonden nog gedragen,
Nu Gij in uw rijksgebied
Reeds de Koningskroon geniet\'.\'
■f- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
O ze zijn ten glorieteeken,
Dat ze ons van uw zege spreken
Over zonde, hel, en dood,
Die den hemel ons ontsloot.
-J- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Blijft dan, wonden! zegepralen,
Schiet dan uit in gloriestralen,
Laat ons voor Gods aangezicht,
Juichen in uw zaalgend licht.
•j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Want ook zij die hier verwinnen,
Varen ze eens uw hemel binnen,
Danken \'t eeuwig heilgenot
Aan de wonden van hun God.
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem wien doornen kronen,
Die het vijftal wonden draagt,
Lof zijn Moeder, altijd Maagd!
f Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
(Vijfmaal het Onze Vader, enz.)
-ocr page 165-
147
III.
Waarom, Heer! ik mag \'t U vragen,
Do aardsche wonden nog gedragen,
Nu Gij in uw rijksgebied
Reeds de gloriekroon geniet ?....
•j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'t Is, opdat de zaalge kringen
\'s Heeren zegepraal bezingen,
Baden in dien purp\'ren vloed,
Die hen eeuwig juichen doet; —
-f- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'t Is, opdat de godgetrouwen
Op zijn glorie blijven schouwen,
Dat soms in hun droeve ziel
\'t Sterkend licht der heemlen viel: —
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Maar ook, die hun\' God doorwondden,
Hem herkruisten door hun zonden,
Die het godd\'lijk offerbloed
Spottend traden met den voet; —
■f" Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Zij, de geesten die er vielen,
En de duizend duizend zielen,
Langs de breede zondebaan
In den hellenacht gegaan; —
•J" Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Zij ook zullen saamvergaren,
Om die wonden aan te staren,
-ocr page 166-
148
Maar ten vloek!... als vlammend licht
Slaat om \'t hooploos aangezicht!....
•f- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem wien doornen kronen,
Die liet vijftal wonden draagt,
Lof zijn Moeder, altijd Maagd!
■J- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
(Vijfmaal het Onze Vader, enz.).
IV.
Strenge Regter! als uw wonden
\'t Hellevonnis meè verkonden:
«Weg, vervloekten! weg van Mij!»
Als zij zinken aan uw zij; —
-J- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Als uw goddelijke luister
Heel den nacht van \'s afgronds duister,
Uw gehoond zich wrekend hloed
Al hun boosheid peilen doet; —
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria. enz.
God van eindeloos erbarmen!
Ach, ontvang ons in uwe armen,
Om uw wonden dan, o Heer!
Zie genadig op ons neer.
■j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Laat nog eenmaal mij U groeten,
Dierb\'re handen, dierb\'re voeten!
-ocr page 167-
140
Open wond van Jesus zij\'!
Heiligt, heiligt, heiligt mij!
•f- Heer! ontferm l! onzer. O Maria, enz.
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem wien doornen kronen,
Die het vijftal wonden draagt,
En zijn Moeder, altijd Maagd!
Heer! ontferm U onzer.
O Maria, Koninginne!
Moeder Gods en Kruisheldinne!
Gij, die, met uw Zoon gewond,
Onder \'t bloedig kruishout stondt,
Bid voor ons, Maria !
(Vijfmaal het Onze Vader, enz.)
XIX.
AAN ONZE MOEDER.
(Zie Lied XII, blz. 129.)
XX.
Ave Maria.
j=j=?
1=rj:
r:i:
ÜHH
Wij brengen, als de Engel, U , Moe-
-ocr page 168-
150
-----------------------------------------.——|—I—j-
3=fc
der zoo zoel, Met teede-re liefde Den
=fc±
*
dierbaren groet:
A
ve,
fes
jLiUUUiL^
- - ve Ma - ri
14
fe^:^Tfg4^Tf^^
Ma - ri — — a.
Zoodra in het oosten
Het morgenlicht daagt,
Looft \'t kleppen der Ang\'lus
U Moeder en Maagd:
Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Weer klinkt op den middag
Die bede zoo zoet,
Zendt de aarde aan Maria
Den minlijken groet:
Ave, ave, ave Maria, {bit.)
-ocr page 169-
151
En daalt weer de scheem\'ring
Van \'t avonduur neer,
Door \'t duister nog ruischt het
Gods Moeder ter eer:
Ave, ave, ave Maria, (bsi.)
Door dalen en wouden,
Langs bergen en vliet,
Klinkt de eer van Maria
In \'t hemelsche lied:
Ave, ave, ave Maria, (bis.)
De talen der volken
Verheffen haar naam;
Zij smelten in \'t Ave
Maria te zaam:
Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Aanvaard dan de hulde,
O Moeder, zoo goed,
De hulde uwer kind\'ren,
Aanhoor onzen groet:
Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Zoo blijft, o Maria,
In vreugd en in smart,
In leven en sterven
De kreet van ons hart:
Ave, ave, ave Maria. (Ins.)
Die groet zij de laatste
Door \'t hart nog geuit,
Wanneer in het sterven
De mond zich reeds sluit.
Ave, ave, ave Maria, (bis.)
-ocr page 170-
152
-J—4-
fa=
Maar dan door Ma - ri-a Ge-leid tot haar
J I \'i i\\i LiM
Zoon, Her - halen wij eeuwig Ge - schaard
Emu\'mu^
om haar troon: A
ve, a
ve,
-j
psm^Êmgmmm
ve Ma - ri - — - a. A -
l
v-
«t±±**;
iüs
ve, a------ve, a-----ve Ma - ri
^Jj|cJ.| Jl|r[3EF3=gE
a. A - ve, a - - ve.
-ocr page 171-
153
XXI.
Bij het binnenkomen der Groote Kerk.
AVE REGINA COELORUM.
Wijze: Maria, Moeder Jesu Christ.
1.
Gegroet, o Hemelkoningin!
Ave Maria.
Gegroet, der Engelen Vorstin!
Ave Maria.
2.
Heil u, o spruit! o zaalge schoot!
Ave Maria.
Waaruit der wereld \'t licht ontsproot.
Ave Maria.
3.
Wees, glorierijke Maagd! verblijd,
Ave Maria.
Die onder allen \'t schoonste zijt.
Ave Maria.
4.
Gegroet, o gij, zoo vol van eer!
Ave Maria.
En bid voor ons bij God den Heer.
Ave Maria.
9*
-ocr page 172-
154
XXII.
REGINA COELI.
Wijze: Als hierboven XXI.
1.   Verblijd u, \'s hemels Koningin!
Alleluja I
Want dien gij droegt vol moedermin,
Alleluja!
2.   Stond, naar zijn woord, weer op uit \'t graf,
Alleluja!
Bid God genade voor ons af.
Alleluja!
3.   De Heer verrees: o wees verblijd!
Alleluja!
Maria! die zijn Moeder zijt.
Alleluja!
XXIII.
Alma üedemptoris Mater.
Wijze: Als hierboven XXI.
4.
Verheven Moeder! uit wier schoot
Ora pro nobis.
Ons aller Zaligmaker sproot;
Ora pro nobis.
-ocr page 173-
455
2.
Gij, Hemelpoort! die openstaat,
O ra pi\'o nobis.
Gij, Zee-ster! die ons niet verlaat,
, Ora pro nobis.
3.
Breng \'t vallend volk, dat op wil staan,
Ora pro nobis.
Breng gij het uwen bijsland aan,
Ora pro nobis.
4.
Die, waar natuur verbaasd op staart,
Ora pro nobis.
Uw heil\'gen Schepper hebt gebaard;
Ora pro nobis.
5.
Gij, Maagd, zoo vóór als na dien stond,
Ora pro nobis.
Neemt \'t Ave van des Engels mond,
Ora pro nobis.
6.
En zie o Moeder van den Heerl
Ora pro nobis.
Ontfermend op ons, zondaars, neer.
Ora pro nobis.
-ocr page 174-
156
XXIV.
Wijze: O vijf werelds klare lichten.
Wees gegroet, o Koninginne!
Moeder, gij vol teed\'re minne,
Gij, ons leven, hoop, zoo zoet,
Wees, Maria! wees gegroet.
Bid voor ons, Maria!
\'t Is tot u dan, dat wij vluchten,
Onder tranen en veel zuchten,
Tot u rijst ons klaaggeschal
In dit aardsche tranendal.
Bid voor ons Maria!
O dan nu, wil voor ons spreken,
\'t Goedig oog slaan op ons smeeken,
Gij, die altoos voor ons pleit,
Moeder van barmhartigheid!
Bid voor ons Maria!
4.
En na dit ons ballingsleven
Toon ons Jesus, hoogverheven,
Heil\'ge vrucht van uwen schoot,
Toon Hem ons bij onzen dood.
Bid voor ons, Maria!
-ocr page 175-
157
5.
O dan, Moeder vol ontferming 1
Toon ons. kind\'ren, uw bescherming,
O gij Maagd, zoo vroom, zoo zoet,
Wees, Maria! wees gegroet.
Bid voor ons, Maria!
XXV.
f
IJ HET M.IRACULEUSE J3eELD.
Wijze: Pins-lieii.
1.     Pelgrims, laat ons luid verkonden
Wat het jub\'lend hart geniet,
Nu het in deez\' heil\'ge stede
\'s Heeron Moeder hulde biedt.
Alles roemt hier hare liefde,
Moederliefde, naamloos groot;
Duizendtallen, die getuigen
Wat geluk hun hier ontsproot.
2.     Hoor dan, Moeder, hoor ook heden,
Hoe om \'t u gewijd altaar
Haarlems pelgrims tot u smeeken
In \'t u heilig Kevelaar.
Troosteresse der bedrukten ,
Moeder, die uw kind\'ren mint,
Laat deez\' pelgrimsschaar niet scheiden,
Voor baai\' beè verhooring vindt.
4. Wat al machten spannen samen
In den fel gestreden strijd,
-ocr page 176-
158
Dien het hart moet blijven strijden,
Als het God zijn liefde wijdt
Immer keert de vijand weder,
Immer sterker is zijn macht:
Redd\'loos is de mensch verloren,
Die slechts steunt op eigen kracht.
Bid dan, Moeder, voor uw pelgrims,
Dat, wat list ons word\' bereid,
Ons geen duivel, vleesch noch wereld
Ooit van Jesus\' liefde scheid\';
Leid ons heen ter overwinning,
Strijd met ons door uw gebed,
Gij, de Vrouw der Zegepralen,
Die des satans kop verplet.
Zie ook met een oog vol goedheid,
Hoe wij in dit tranendal
Zuchten onder kruis en lijden,
Ramp en smarten zonder tal:
Elke dag vraagt nieuwe krachten,
Brengt weer nieuwe jamm\'ren aan;
Strijdend, lijdend spoeden we allen
Naar het eind\' der levensbaan.
Moeder, die den kelk des 1\'ydens
Hebt geledigd, toen Ge uw Zoon
Schuldd\'loos aan bet kruis zaagt sterven,
Sterven onder smaad en hoon,
Stort den balsem der verkwikking
In het lijdend harte neer:
Dat uw beè, o Troost der droeven,
Lydenssmart in vreugde keer\'.
-ocr page 177-
159
Maar vooral zult Gij ons redden,
Moeder, als eens de ure slaat,
Dat uw naam als laatste groete
Uit ons stervend harte gaat:
Toon ons dan de vrucht uws lichaams
En beveel ons uwen Zoon;
Dan rijst eeuwig\' onze lofzang,
Moeder, om uw glorietroon!
XXVI.
BIJ DE MIRACULEUSE KAPEL.
AAN MARIA.
Wijze: Als Lied X bh. 125.
1.
O beeld van \'t reinste leven,
Maria, Josefs Bruid!
Zoo wij ons hart u geven,
Gij deelt uw gunsten uit.
Ach, dat ik u beminne,
In blijdschap en in smart;
Druk diep, mijn Koninginne!
Uw beelt\'nis in mijn hart.
2.
O Josefs Bruid, mijn Moeder!
Mijne trouwe toeverlaat!
Werd niet uw Zoon mijn Broeder,
Die nooit uw beè versmaadt?
Ach, dat ik u beminne, enz.
-ocr page 178-
160
Ach, was ik rein van zonden,
O vlekkelooze Maagd!
Ik zou uw lof verkonden.
Gelijk het u behaagt.
Ach, dat ik u heminne, enz.
4.
\'k Zou met uw trouwe scharen,
En \'l juichend hemelheer,
Mijn dankbaar loflied paren,
En jub\'len u ter eer.
Ach, dat ik u heminne, enz.
5.
Helaas, hoe moet ik klagen,
Dat ik, onwaardig mensch,
U zóó niet kan behagen,
Als ik het vurig wensch.
Ach, dat ik u beminne, enz.
(i.
Maar \'k wil mij alle dagen,
Mijn Moeder! u ter eer,
Godvruchtiger gedragen,
En dienen mijnen Heer.
Ach, dat ik u beminne, enz.
-ocr page 179-
161
XXVII.
AAI MARIA EEBi
Wijze: Maria Uev !
1.
Maria eer ! wat liefde en luister meng\'len
Zich in dit hart, van alle smetten vrij!
Maria eer! u, Koningin der Eng\'len,
U, Moeder vol gena! u zingen wij.
Maria Moeder!
Ach, hoor uw kind;
Eer aan Maria!
Die ons zoo teer bemint.
2.
Maria eer! komt, laat ons nederknielen,
Ze is Dochter Gods, Gods Moeder, Godes 13ruid;
Maria eer! de toevlucht onzer zielen:
Door hare hand stort God zijn gunsten uit.
Maria, Moeder! enz,
3.
Maria eer! zou ik haar ooit vergeten ?
\'k Zonk liever neer in \'t immerzwijgend graf;
En zou ik eens geen dankbaar kind meerheeten:
Dreek liever dan, o God! mijn dagen af.
Maria, Moeder! ent.
4.
Maria eer! zoo \'k in haar liefde leve, [ducht;
\'k Ben, als haar kind, voor kwaad noch dood be-
De laatste klank, die van mijn lippen zweve,
Zij, Moeder! nog een teed\'re liefdezucht.
Maria, Moeder! enz.
-ocr page 180-
162
XXVIII.
öo wea naat het eJCe&ftfrol.
LITANIE VAN 0. L. TROUW.
Kyrie eleison.
Christe eleison.
Christe, audi nos.
Cliriste, exaudi nos.
Allen. Maria, Maria, wij bidden n! Ach help
ons nu, en in den dood, o allerzuiverste
Maagd Maria!
Eenigen. Pater de coelis Deus,
Miserere nobis.
Fili Redemptor mundi Deus,
Miserere nobis.
Allen. Maria, enz.
— - Spiritus Sancle, Deus,
Miserere nobis.
Saneta Trinitas, unus Deus,
Miserere nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Saneta Maria,
Saneta Dei Genitrix,
Saneta virgo Virginum, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Mater Christi,
Mater divinae gratiae,
Mater purissima, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
-ocr page 181-
163
Eenigen. Mater castissima,
Mater inviolala,
Mater intemerata, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Mater amabilis,
Mater admirabilis,
Mater Creatoris, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Mater Salvatoris,
Virgo prudentissima,
Virgo veneranda, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Virgo praedicanda,
Virgo potens,
Virgo clemens, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Virgo fidelis,
Speculum justitiae,
Sedes sapientiae, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Causa nostrae laetitiae,
Vas spirituale,
Vas honorabile, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Vas insigne devotionis,
Rosa mystica,
Tunis Davidica, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
-ocr page 182-
164
Eenigen. Turris eburnea,
Domus aurea,
Foederis arca, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Janua coeli,
Stella matutina,
Salus infirmorum, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Refugium peccaforum,
Gonsolatrix. afllictorum,
Auxilium Christianorum, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Regina Angelorum,
Regina Patriarcharum,
Regina Prophetarum, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
-- Regina Apostolorum,
Regina Martyrum,
Regina Confessorum, Ora pro nobis.
Allen. Maria, enz.
—    Regina Virginum,
Regina Sanctorum omnium,
Regina, sine labe originali concepta,
Regina Saeralissimi Rosarii, Ora pro
Allen. Maria, enz.
             [nobis.
—    Agnus Dei, — qui tollis — peccata
Parce nobis, Domine.
              [mundi,
Allen. Maria, enz.
-ocr page 183-
105
Eenigen. AgnUS Dei, — qui tollis
Exaudi nos, Domine.
Allen. Maria, enz.
—    Agnus Dei, — qui tollis
Miserere nobis.
peccata
[mundi,
peccata
[mundi,
Allen. Maria, enz.
—    Christe, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Kyrie eleison.
Christe eleison.
Allen. Maria, enz.
XXIX.
OP HET KERKHOF.
De profundis.
De profundis clamavi ad te, Domine: *
Domine, exaudi vocem meam.
Fiant aures tuae intendentes, * in vocem
deprecationis meae.
Si iniquitates observaveris, Domine : * Do-
mine, quis sustinebit?
Quia apud te propitiatio est: * et propter
legem tuam sustinui te, Domine.
Sustinuit anima mea in verbo ejus, * spe-
ravit anima mea in Domino.
A custodia matutina usque ad noctem, *
speret, Israël in Domino. .
10
-ocr page 184-
166
Quia apud Dorninum misericordia, » et
copiosa apud eum redemptio.
Et ipse redimet Israël, * ex omnibus ini-
quitatibus ejus.
Requiem aeternam * dona eis, Domine.
Et lux perpetua * luceat eis.
XXX.
BIJ DE TERUGKEER VAN HET KERKHOF.
SMEEKLIED
voor de Overledenen.
Wijze: O vijj loerelds klare lichten.
1.
Uit de diepe boetekolken
Dringt de weeklacht naar de wolken
Van de dooden, die dit uur
Lijden in het lout\'rend vuur.
t Heer! onlferm U hunner.
En gij, Moeder der genade!
Sla hun smartlijk zuchten gade,
Ach, wil hun ten toevlucht zijn
In hun onuitspreekb\'re pijn:
Bid voor hen, Maria!
2
Aan des levens leed ontheven,
Is aan \'t lichaam rust, gegeven; ,
-ocr page 185-
107
Maar de ziel! zij rust niet eer,
Voor zij opgaat tot den Heer.
f Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
3.
Uit Gods ademing ontsproten,
Uit zijn leven voorlgevloten,
Is voor haar geen heilgenot
Dan in \'t blij bezit van God.
t Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
4.
Wat al smart de ziel ook drage,
Hoe de wroeging rustloos knage:
Verre van haar God te zijn,
Is haar de allerfelslc pijn!
Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder dei\' genade! enz.
5.
Hoe doorfolterd ook van binnen,
God toch, God alléén beminnen
En Hem derven!.... wat gemis!
Groot, ach! als Gods glorie is.
Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
6.
Of zij zuchten, smeeken, kermen,
Rustioos roepen om ontfermen,
-ocr page 186-
108
Neon! liet baat bij Gods gemis,
\'t Baat hun tot geen lafenis,
■j- Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
7.
Zij dan, in hun onvermogen,
Klagen ons met smeekende oogen:
« Wist gij, die op aarde zijt,
«.Wist gij, wat een ziel hier lijd!»
-j- Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
8.
Zij, ach! die zoo droevig klagen,
\'t Zijn onze ouders, kindren, magen,
\'t Is een ziel, die ons het wijt,
Dat zij zooveel smarten lijdt!.....
Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
9.
God, o God! wil toch bevrijden
Die door mijne schuld zoo lijden,
Ach! dat deze pelgrimstocht
Aller straf volboeten mocht!
Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
10.
Wil, genadig God! vergeven
Wat zij tegen U misdreven,
-ocr page 187-
109
Eindig, eindig hunne straf,
Wisch hun laatste smetten af.
Heer! ontferm U liunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
11.
Laat hen, die toch U beminden,
Laat hen nu ontferming vinden:
Om het lijden van uw Zoon,
Geef hun \'t langverbeide loon.
Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
12.
Geef hun, die in kerkernachten
Naar uw vaderblik versmachten,
Geef hun in uw aangezicht
De eeuw\'ge rust en \'t eeuwig licht.
Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
13.
Nóg eens, voor U neergebogen,
Smeeken we U: heb mededoogen !
Voer hen uit den langen nacht
In de glorie die hen wacht.
Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
10*
-ocr page 188-
170
XXXI.
Bij het Miraculeu.se Beeld.
Danklied.
Wijze: Als Lied IV il. 110.
1.
Gegroet, o reine Moedermaagd.\'
\'t Heeft op uw beè den Heer behaagd,
Dat Bavo\'s stad een eigen schaar
Te beêvaart zendt naar Kevelaar.
Alleluja, alleluja!
■2.
Dat, Pelgrims! voor dit gunstbewijs
Uw danklied tot uw Moeder rijz\';
Beveel haar heel uw levenslot:
Zij is de Moeder van uw God!
Alleluja, alleluja!
3.
O biedt gerust uw beden astn:
Gij ziet bij God uw Moeder staan,
De Moeder ook van \'s Vaders Zoon,
Die haar verheerlijkt op zijn troon.
Alleluja, alleluja!
4.
\'t Is liefde slechts, die liefde loont:
Vraagt voor de gunst, aan u betoond,
-ocr page 189-
471
O, vraagt voor allen zogen af,
"Wieri Jesus haar tot Moeder gaf.
Alleluja, alleluja!
5.
Bidt dan voor wie van stad en veld
Ons met zijn wensch en beè verzelt
Tot glorie van de Moedermaagd,
Aan wie uw liefde en dank behaagt.
Alleluja, alleluja!
6.
Ons kinderlijk geloofsbetoon
Klimt in de Moeder tot den Zoon:
Hoe kan Maria eer gedaan,
Die niet tot Jesus op zou gaan?
Alleluja, alleluja!
•
7.
Gedankt dan, Moeder van den Heer!
Uw zegen daalde op Haarlem neer:
Hoe blonk uw liefde, hoe uw macht!
In \'t heil, de Mijterstad gebracht.
Alleluja, alleluja!
8.
Juicht, Pelgrims! juicht met blij gemoed:
Uw Moeder mint uw liefdegroet;
\'t Geloof verkondig\' meer en meer:
«Hier geeft de Zoon zijn Moeder eer!»
Alleluja, alleluja!
-ocr page 190-
172
Hoe \'t roekloos ongeloof ook smaal\',
Dat Kevelaar het luid herhaal\':
«Hier schonk voorlang uw God on Zoon,
« O Moeder! u een glorietroon! »
Alleluja, alleluja!
10.
Hier neergeknield om \'t heilaltaar
Van \'t u geliefde Kevelaar
Smeekt Haarlems u gewijd gezin:
«Dat eens alom \'t geloof verwinn\'!»
Alleluja, alleluja!
XXXII.
1 liet verlaten m Kevelaar.
DANKLIED.
Wijze: Als Lied XX bl. 149.
1.
Met juichende harten
Omringen we uw troon:
Wat brengen we uw goedheid
O Moeder ten loon?
Liefde en dank, liefde en dank,)
Liefde en dank, Maria. ( bis.
-ocr page 191-
173
2.
Geen bede werd van u
Ooit, Moeder, versmaad.
Hier, waar gij met weldaan
Kik hart overlaadt.
Liefde en dank, enz.
3.
Gij hebt hier genezen
Het lichaam dat leed,
Gij schenkt nieuwen moed aan
De ziele die streed.
Liefde en dank, enz.
4.
Den zondaar hebt. gij hier
Tot Jesus gebracht,
En liefdevol \'t leed van
Zijn ziele verzacht.
Liefde en dank, enz.
5.
Gij waart steeds de troost voor
Het hopeloos hart,
En droogdet de tranen
En stildet de smart.
Liefde en dank, enz.
6.
Gij waart onze leidsvrouw
En richttet onz\' schreèn,
En keerdet onze oogen
Naar hooger doel heen.
Liefde en dank, enz.
-ocr page 192-
174
7.
Dank, duizendmaal dank dan,
Zoo juicht ons gemoed;
Wees duizendmaal, Moeder,
Van harte gegroet.
Wees gegroet, wees gegroet, /
Wees gegroet, Maria.           £
8.
Wij blijven u eeren
Ü minnen altijd,
Tot \'t einde des levens
U dankbaar gewijd.
Wees gegroet, enz.
9.
En bidden: verwerf ons
Van Jesus uw Zoon,
Dat we eeuwig Hem loven,
Geschaard om zijn troon.
Wees gegroet, enz.
10.
Dan danken we u vurig,
0 Moeder, zoo zoet,
En jubelend klinkt het:
Wees eind\'loos gegroet.
Wees gegroet, wees gegroet,
bis.
Wees gegroet, Maria.
Wees gegroet, wees gegroet.
-ocr page 193-
175
XXXIII.
Afscheidslied.
ifEEE^==É*3EE?J
^
RF^f
Vaar-wel, vaarwel, wij scheiden, Vaar-
^^^0^^=^m=\\
wel, o Ke-ve-laar! Kon zij hier langer
iÉ=m^f^-mm
rtt
■f-
fcfc
beiden, Nog hleef de pelgrims-schaar. O
p^üSt^
*=t
±:
:J-:
Moeder van ge- na - de, Hoor \'t smeekend
h—4-
3EEJ:
3^£
*
^
te
»-é
±
:*=t
af-scheids-lied, Sla ginds ons liefd\'iijk ga-de.
-ocr page 194-
Ver-geet uw kindren niet, Sla ginds ons
liefd\'rijk gade. Ver-geet uw kindren niet.
Doch schoon wij huiswaart streven,
Wij laten \'t harte daar:
Zoo zoet is \'t ons te leven
In \'t vriendlijk Kevelaar.
-j- O Moeder van genade, enz.
3.
O mocht hij, wie vermeten
Durft spoften met ons lied,
O mocht hij \'t smaken, weten,
Wat daar de ziel geniet.
•j- O Moeder van genade, enz.
4
Dat teeder klagen, kermen,
Dat heilig smeekgeweld,
Die kreten om ontfermen:
Geen tong die \'t immer meldt!
•{- O Moeder van genade, enz,
5.
\'t Geloof dier smeekelingen,
Hun hoop tot in den dood,
-ocr page 195-
177
Hun liefdevlammend dringen,
Waar \'t harto vol bij schoot.
■f- 0 Moeder van genade, enz.
6.
Dan weer \'t onstuimig klimmen
Van de ongewelde beè,
Als steeg naar \'s hemels kimmen
Een opgestoken zee.
-f- 0 Moeder van genade, enz.
7.
Nog trillen ons die klanken
Van \'t machtig pelgrimskoor.
Dat loven, smeekcn, danken
De ontroerde ziele door.
-J- O Moeder van genade, enz.
8.
Wij zullen \'t luid verkonden,
In \'t vaderland gekeerd,
Hoe daar uit duizend monden,
Gods Moeder wordt vereerd.
■j- O Moeder van genade, enz.
9.
Door Hollands vruchth\'re dreven
Weerklinke \'t pelgrimslied;
En neen, zoolang wij leven.
Zwijge onze loi\'zang niet!
•J- O Moeder van genade, enz.
-ocr page 196-
178
lü.
Moge aller hart ontgloeien
Maria! in uw min,
De godsvrucht tot u bloeien
In \'t Christen huisgezin !
■j- O Moeder van genade, enz.
11.
Vaarwel, vaarwel wij scheiden,
O dierbaar Kevelaar!
Moog God ons hier weer leiden,
Te beèvaart \'t andre jaar!
■}■ O Moeder van genade, enz.
XXXIV.
Bij het naderen van Uden.
Wijze: Wees gegroet op kindertoun ;
1.
Wees nog eens, o Kruis! gegroet,
Zielverkwikkend liefdeteeken!
Dat, besproeid met godd\'lijk bloed,
Nog voor ons gena blijft smeeken,
Troostend zijt ge ons voorgegaan,
Wees gegroet, o zegevaan!
Weest aan \'t eind van onzen tocht,
Weest gegroet, geliefde vanen!
-ocr page 197-
179
\'k Heb zoo vaak het beeld gezocht,
Dat er wegdook in uw banen!
\'t Vriendhjk beeld, dat ons behaagt,
Van de lieve Moedermaagd.
3.
Wees van Hollands pelgrimsschaar,
Eer zij uittreedt uit haar rangen,
Voor uw plechtig feestaltaar,
Wees nog met vereende zangen,
Die de liefde stijgen doet,
Wees, o Moedermaagd! gegroet.
4
O die zoete bedevaart!
O die zangen en dat smeeken!
Dat ons ophief boven de aard\',
\'t Smart ons, dat we \'t onderbreken,
Hier reeds de optocht zich ontbindt,
En ik straks de wereld vind.
5.
Ziet ge, Pelgrims! \'t Kruis niet meer,
Dat u wenkte vóór uw rijen:
Onder \'t Kruis toch van den Heer
Blijven we al ons leven str\'yen:
Ü, te beèvaart, u te huis
Volgen wij, o dierbaar Kruis!
6.
Zien we, o teed\'re Moedermaagd!
In uw gouden feestbanieren,
Nu het uur der scheiding daagt,
-ocr page 198-
180
Niet uw naam of\' beeld meer zwieren:
U wijdt, Hollands huisgezin,
U een eeuw\'ge kindermin.
Wordt niet bij den schittergloor
Van ontelb\'re vlammentongen,
Niet met duizendstemmig koor,
Moeder Gods, u lof gezongen:
Afstand scheidt de harten niet,
Die gij voor u branden ziet.
8.
Toeven \'s werelds zorgen weer,
Dreige weer \'t geweld der zonden:
Gij, o Moeder van den Heer!
Is de beêvaart ook ontbonden,
Waar de pelgrimsschare zij,
Gij toch blijft uw kind\'ren bij.
9.
Broeders! neen, \'t ontga ons niet:
Pelgrims zijn we heel ons leven,
Hij die \'s hemels rust u biedt,
Heeft als vreemdling hier verbleven:
Goddelijke Pelgrim! Gij,
Blijf ons, aardsche Pelgrims, bij !
-ocr page 199-
181
XXXV.
Bij het vertrek van Uden.
Wijze: Als Lied IV bh. 110.
1.
Vaarwel, dan lieflijk, heilig oord,
Waar, door geen aardsche zorg gestoord,
B\'y\' \'t wonderbeeld der Moedermaagd,
Het hart haar hulp heeft afgevraagd.
Behoud der kranken, wees gegroet.
2.
Hier baden wij haar voorspraak af,
Opdat zij \'s Heeren toorn en straf,
Die ons met ziekte en ramp bezocht,
Van ons en de onzen keeren mocht.
Behoud der kranken, wees gegroet.
3.
Aan u dan Moeder dank en eer,
Met liefde zaagt gij op ons neer,
Behoud der kranken, troost der smart,
Aan U de liefde van ons hart.
Behoud der kranken, wees gegroet.
4.
Geloofd van Haarlem\'s pelgrimsschaar
Nu zij weer keert van Kevelaar;
Blijft gij de sterre, die haar leidt,
En haar een veil\'gen weg bereidt.
Behoud der kranken, wees gegroet.
11
-ocr page 200-
182
5.
Toon dat gij onze Moeder zijt
In \'s levens fel gestreden strijd,
Verlaat uw trouwe kind\'ren niet,
Tot dat ge ons in uw glorie ziet.
Behoud dei\' kranken, wees gegroet.
6.
Daar klinkt dan \'t eeuwig jub\'lend lied,
Dat onze dankb\'re liefde biedt;
Daar stemmen wij den lofzang in,
Voor, u o Hemelkoningin.
Behoud der kranken, wees gegroet.
XXXVI.
Bij het einde van den Pelgrimstocht.
Wijze: Als Lied IV, bladz. IIO.
1.
Gedankt o heiige Moedermaagd,
Die God de gunst hebt afgevraagd:
Dat Haarlem\'s trouwe pelgrimsschaar
Te beèvaart ging naar Kevelaar.
Alleluia, Alleluia.
Aanhoor nog eens ons aller groet
Nu onze reis ten einde spoedt,
-ocr page 201-
183
Gij sterre, die ten pelgrimsbaan
Zoo veilig ons zijt voorgegaan.
Alleluia, Alleluia.
3.
U heeft ons hart zijn nood geklaagd,
U troost en kracht en raad gevraagd,
En vreugd verdreef het leed der smart,
Den zoetsten vree schonkt gij ons hart.
Alleluia, Alleluia.
i.
Aan u dan Moeder van den Heer,
Ons aller liefde, dank en eer,
Blijf steeds ons uwe kind\'ren bij,
Opdat ons leven heilig zij.
Alleluia, Alleluia.
5.
Neen, nooit verwint ons \'s v\'yands macht,
Als^gij ons bijstaat door uw kracht;
Maria, als uw hand ons leidt,
Wacht ons \'t geluk der eeuwigheid.
Alleluia, Alleluia.
6.
Gegroet, Gods dochter, vlekloos schoon,
Gegroet, o Moeder van Gods Zoon,
Gegroet, o Bruid van beider Geest,
Gegroet, aan \'t eind van \'t pelgrimsfeest.
Alleluia, Alleluia.
-ocr page 202-
\'4=if4i-li-iii-M-iï2=-ilJii-i\\-l\'=-l lr4\'t:\'i-4 i\'iAiliMUÜï*
Tweede A
FDEELING.
XXXVII.
SMEEKZANG
TOT JESUS\' HEILIGE VIJF WONDEN.
Sfe^E^Ï:
±=t-
£zzzéz
■V
Lie-ve Je-sus aan uw voe - ten
!$^
±=^=^=^d
±~
\'\\mr-X-
JLzzzéz
ZfZZZZÉZ
Knie-len wij rouw-moe-dig neer,
&
h:
a=£3ferj
[^msmm
-rr—r-i—
Zie ons wee-nen, zie ons boe-ten,
ïfe
•$ I J— =ücü
é\' é-----«—#—i -*=—0-—0—,
-ocr page 203-
185
lÊfefci
Geef, geef ons uw lief - de weer.
7=ZÏ1=1±=\\
^l^^^ïiiÉii^
Want he-laas wij zijn in zon -den.
!Èfia=
^^^ü§^
i EÉ-^^^lÜ^^i^
Wij ver - die - nen haat en straf,
a
-0—0-é-
Maar och Je - sus om uw won-den
-\' =T-—k-H—= -ï-q—N-fa^q^rrj
iEi^^^^üÜÜ
<
(I
Weml uw gram-schap van ons af.
S
-1:
1
-ocr page 204-
186
Maar och ,Tn - sus, om uw won-den
i=
^s=^5r
^Ë^S»
■ -*-
—l-j
mwmm
>=&£-
Wond uw gram-schap van ons af.
I
fcr^gE^
±
-*—o-
Uit uw handen zien verwijtend
Mij die dubb\'le wonden aan;
\'k Hoor uw klacht, mij \'t hart verrijtend:
Zondaar! dat hebt gij gedaan.
Goede Jesus! ach genade!
Wij bekennen schuld, o Heer!
Sla ons met ontferming gade:
Geef, geef ons uw liefde weer.
3.
Als we uw voeten, Heer! aanschouwen
En die wreede wonden zien,
Moet ons hart om \'t kwaad wel rouwen
En U boetetranen hièn;
-ocr page 205-
187
Nu, vol afschuw voor de zonden,
Kent het slechts één bede meer:
Jesus! om uw dierb\'re wonden,
Geef, geef ons uw liefde weer.
4.
Opzien naar de wond der zijde,
■lesus! ach, wij durven \'t niet:
\'t Was mijn hand, die U die wijde,
Diepe wond in \'t harte stiet;
Toch, ik hoor uw slem verkonden,
Dat de zondaar zich hekeer\';
Nu dan, Jesus ! om uw wonden.
Geef, geef ons uw liefde weer.
5.
Lieve Jesus! zie ons weenen,
Wil die tranen niet. versmaan:
Laat uw goedheid ons hereenen,
Neem ons wéér als kind\'ren aan;
Van uw liefde gansch verslonden,
Zweren we aan uw voeten, Heer!
Dij uw heilige Vijf wonden,
Nooit verlaten wij U meer!
XXXVJII.
De stervenKClmstiis tot ien mengel
Wijze: Als Lied XXXIir bl. 175.
i.
O Christen, zie uw Heiland
Aan \'t Kruis in \'t stervensuur 1
Aanschouw zijn bloedend lichaam!...
-ocr page 206-
188
Nog straalt het liefrievuur
Uit zijne matte blikken,
En minnend spreekt zijn hart:
O mensch, bemin mij ■weder!
Ik sterf voor n in smart!
2.
Aanschouw de wreede doornen,
Diep dringend in mijn hoofd!
Ik droeg ze omdat de zonde
De kroon U had geroofd.
Zie, door mijn bitter lijden
Kocht ik uw krone weer;
Och, wil dien prijs waardeeren,
En zondig nimmermeer!
•3.
O, zie mij vastgeklonken
Aan \'t Kruis! Ik kom niet af!
Ik wil voor u gaan sterven!
Voor U daal ik in \'t graf!
O, Christen, hoor mijn srneeken:
Stort tranen van berouw,
Van dankb\'re wederliefde,
En blijf uw God getrouw !
4.
\'k Heb al mijn bloed vergoten
Ter boeting van uw schuld;
\'k Heb hoon en schimp verdragen
Met liefde on met geduld; —
Niets vraag ik van u weder
Dan, zondig niet voortaan!
-ocr page 207-
189
Opdat ge ondanks mijn lijden,
Niet moogt verloren gaan.
O, mensch, wat valt u lastig
Als gij mijn smart betracht\'?
Meer dan gij ooit kunt lijden,
Heb ik voor u volbracht!
Na \'t lijden volgt verblijden
In eindeloos geneugt!
O, wil mij maar beminnen!
Dan deel \'k met u mijn vreugd !
XXXIX.
Het Kruis onze Standaard.
Wijze: Nato Dec.
1.
\'t Kruis omhoog! met zijn ontrolde vanen!
\'t Kruis voorop, wiens glorie nooit zal tanen
\'t Kruis, de leus van Christus\' onderdanen,
\'t Kruis zal ons den weg ter glorie banen.
■j* Chrisfnen, \'t is de Kruisvaan,
Die ons tot de glorie leidt;
Hier geleden
En gestreden;
\'t Kruis voert tot Gods heerlijkheid.
2.
\'t Kruispad voert langs steile kronkelpaden;
Maar geen vrees, \'t zijn wegen van genaden!
11*
-ocr page 208-
100
\'t Kruishout drukt, den schoud\'ren opgeladen,
Maar zijn glorie zal ons eens verzaden.
-j- Christ\'nen, \'t is de Kruisvaan, enz.
3.
Laat dan Satan met zijn hellebenden
Ons zijn pijlen en zijn bliksems zenden,
Als wij \'t oog slechts naar den Kruisboom
[wenden,
Zal de strijd met Satans neèrlaag enden,
•j- Christ\'nen, \'t is de Kruisvaan, enz.
4.
Wij die \'t Kruis op borst en voorhoofd dragen.
Die met \'t Kruis ons teek\'nen alle dagen,
Laten wij aan \'t Kruis van Jesus vragen
Troost bij \'t lijden, hulp bij Satans lagen.
f Christ\'nen, \'t is de Kruisvaan, enz.
Christus kruis, o standaard in het strijden!
Christus kruis, o hoop van hen die lijden!
U, o kruis, gaan wij ons leven wijden,
Door u zullen we eeuwig ons verblijden.
■J- Christ\'nen, \'t is de Kruisvaan, enz.
XL.
LOFZANG TOT HET H. KRUIS.
Des Konings rijks-ba-nier treedt voort,
-ocr page 209-
104
Het heilgeheim van \'t kruis onfgloort,Waar
aan het Ie - ven ging ter dood, En
É=i^k^É^=&^
door den dood ons \'t le-ven boodt. Waar
E±=è
j=±=F
aan het Ie - ven ging ter dood, En
\'MmkÊ^m±wm
door den dood ons \'t Ie - ven boodt.
Het heeft, door \'t staal der lans gewond,
Om ons van alle smet der zond\'
Te wasschen in dien milden vloed,
Gestroomd van water en van Moed.
-ocr page 210-
192
3.
Vervuld is \'t, wat in \'t trouwe lied
Ons David toezong in \'t verschiet,
Waar hij aan alle volken leert:
« Van \'t hout is \'t. dat de Heer regeert!»
4.
O schoone boom ! die glansrijk straalt,
En met des Konings purper praalt;
"Verkoren Stam ! die \'t voorrecht smaakt,
Dat gij zoo heil\'ge leden raakt.
5.
Welzalige! aan uwe armen hing
De losprijs van deez\' wereldkring;
Gij weegschaal, waaraan \'t lichaam woog,
Dat aan de hel haar buit onttoog.
6.
O Kruis! dat \'t heil ons heeft gewrocht,
Gegroet op dezen zegetocht;
Stort, heilkracht op de vromen af.
En delg der boozen schuld en straf.
7.
U, bron des heils, Drievuldigheid!
Zij lof door allen geest bereid;
Schenk wie de kruistriomf verblij\',
Schenk hun den glorieprijs er bij.
-ocr page 211-
193
XLI.
LOFZANG
TKR BERE
het H. Hart van Maria.
VÓÓR JESUS LIJDEN.
È=33Ü=É
:.->
Laat nu do aarde op blij-den toon
=fc=t
:i=q:
:*::*-
\'t Duizend-stemmig feestlied zin-gen;
llêÉÉiÉg
rit
M
¥
Reeds weer-klinkt om \'s Heeren troon
üi^i^-liü
ffi^È
rt
\'t Lof-gezang der hemel-lingen, \'t Ruisch\'
^
Ï3±£
iÜH
der Moeder van den Heer En haar hei-
-ocr page 212-
194
lig Harl ter eer. \'t Ruisch\' der Moeder
van den Heer En haar heilig Hart ter eer.
Spiegel, gij! van Godes macht,
Die voor de erfsmet u beveiligd,
En u onder \'t aardsch geslacht
Zich ten woontent heeft geheiligd,
Heiligdom van Gods gena.
Tempel zonder wederga!
Vlekloos Hart! wie zal uw lof,
Wie uw zaligheid bezingen !
De Eng\'len van het hemelsch hof
Spreken in hun hooge kringen,
Neen zij spreken nimmer uit,
Wat dit heilig Hart ontsluit.
Voor het machtig zonnelicht
Wijkt de stille starrenluister,
Maar de zon haalt \'t aangezicht
En haar stralen weg in \'t duister
Voor de glorie van de Maagd,
Die aan \'t hart. van God behaagt.
Reiner dan ooit sneeuwvlok viel,
Waardig hier haar God te aanschouwen,
Was de nederige ziel
Der gezegendste aller vrouwen ;
-ocr page 213-
195
Op die schoonheid zag de Heer
Van zijn hoogen zetel neer.
Heilig Harte! vrij van smet,
Troost voor wie op u vertrouwen,
Hoor ons kinderlijk gebed,
O gezegendste aller vrouwen!
Vraag nu, vraag van \'t godd\'lijk Lam,
Dat zijn liefde ons hart ontvlamm\'.
II.
BIJ JESI\'S\' LIJDEN.
Toen nu \'t Woord in uwen schoot.
Moedermaagd! was neergekomen,
lün, bereid ten offerdood,
Knechtsgestalt had aangenomen,
O wat hebt ge een liefdegloed
In uw Moederhart gevoed.
Hoe was toen uw Hart verheugd,
En in liefde vuur verslonden,
Want gij droegt der heern\'len vreugd;
Maar, o Moeder! eens ook wonden
Al de schichten van de smart
Uw beminnend Moederhart.
U doorgriefde wond bij wond
Door geheel uw lijdend leven:
Maar toen ge onder \'t kruishout stondt,
En uw\' Zoon den geest zaagt geven,
En een speer zijn zij\' doorstak,
Ach! wie meldt, hoe \'t Hart u brak.
-ocr page 214-
196
Uit dat lichaam, zoo verscheurd,
Vloeit een bloedstroom voor haar neder;
Wie, wie is er die niet treurt
Met een Moederhart zoo teeder:
Maatloos als de onmeetb\'re zee,
Is Maria\'s boezemwee.
Ach! droog hare tranen af,
Rijs, o Koning van het leven!
Rijs weer uit het duister graf:
En van glorielicht omgeven,
ïrooste uw aangezicht de smart
Van \'t gebroken Moederhart.
Heilig Marie! vrij van smet,
Troost voor wie op u vertrouwen,
Hoor ons kinderlijk gebed,
O gezegendste aller vrouwen!
Vraag nu, vraag van \'t godd\'lijk Lam,
Dat zijn liefde ons hart ontvlamm\'.
III.
NA JESUS\' LIJDEN.
Wees, Maria! wees getroost,
Lang zal \'t lijdensuur niet wezen,
Eer de derde morgen bloost.
Ziet ge uw\' Zoon uit \'t, graf verrezen,
Vrij van smart en vrij van smaad,
In \'t onsterflijk lichtgewaad.
Daar, daar ziet zij reeds haar God,
Haar beminden Zoon genaken,
-ocr page 215-
197
En een nameloos genot
Voelt zij nu haar Hart doorblakcn.
Tot Hij, in triumf gekeerd,
Aan des Vaders zij regeert.
Rustloos zucht haar minnend Hart,
Nu ze op aard\' nog moet verwijlen;
O zij wil van liefdesmart
Opwaarts naar haar .lesus ijlen,
Die in \'s Vaders heerlijkheid
Reeds haar zetel toebereidt.
Als het maagdTijk was voor \'t vuur,
Voelde zij haar Hart volleren,
En versmacht naar \'t zalig uur,
Dat de stem haar roep\' des Hoeren ;
Toen kwam Jesus haar te moot,
En zij stierf van liefdegloed.
Heilig Harte! vrij van smet,
Troost voor wie op u vertrouwen,
Hoor ons kinderlijk gebed,
O gezegendste aller vrouwen!
Vraag nu, vraag van \'t godd\'lijk Lam,
Dat zijn liefde ons hart ontvlamm\'.
-ocr page 216-
\'198
XLII.
Ter eere van het
ONBEVLEKTE HART VAN MARIA.
Wijze: Maria eer.
4.
Komt laten wij vereend het loflied zingen,
Maria\'s Hart, dat Hart zoo rein ter eer;
Ja stijge ons lied tot \'t hoogst der hemelkringen,
Tot uwen troon, o Moeder van den Heer!
Uw heilig Harte, zoo vlek\'loos schoon,
Zij onze hulde met eerbied aangeboön.
2.
O, heilig Hart, door God zich uitverkoren,
Door zijn gena voor zondesmet behoed,
Dat onverdeeld den Heer bleef toebehooren;
O, hoor de beè van \'t kinderlijk gemoed:
Vraag dat ons harte steeds Jesus mint,
In zijne liefde het hoogst genoegen vindt.
3.
Ach! dat wij nooit dien liefdeband verbreken;
Wees in gevaar tot onze hulp bereid,
Wil steeds voor ons en de arme zondaars spreken,
Uw heilig Hart is vol barmhartigheid.
O, Moederharte, keer \'s hemels straf,
Smeek Gods erbarming, zijn gunsten voor ons af.
-ocr page 217-
190
Gekend, geëerd, bemind, alom geprezen
Zij \'t heilig Hart der onbevlekte Maagd.
O, mocht ons hart steeds rein en zuiver wezen:
Dat is de gunst, die \'t kinderharte vraagt.
O heilig Harte, zoo vlek\'loos schoon,
Ontvang de hulde met eerbied u gehoon.
XLIII.
mmKMMim*
i.
O, kransje van rozen Uit hemelschen
-jjr-r
i=tt
*=t
X
*=È=
=t=
Ör
hof, Wij voegen u samen. Ma - ri - a tot
=3=1-1
U-T-
m^Ê.
lof. Ter-wijl wij u vlechten, Ont-vlamt
Éi=
steeds ons hart, En liefde en ver - trouwen
-ocr page 218-
200
Ver-zoeten de smart. En liefde en ver-trou
—\\f--------------1—|--------------------1----1--------1-----------M---------
\'. » _. _i - -----------1-----------------------\\-------------
wen Ver-zoeten de smart.
\'2.
O, zoetgeurig kransje,
Hoe lieflijk zijt gij!
Hoe schoon zijn uw\' kleuren
In ieder getij!
Gij spreekt ons van blijdschap,
Van lijden en smart,
Of wijst naar de glorie
\'t Vertrouwvolle hart.
3.
O, wondervol kransje
Hoe groot is uw macht!
Hoe luisterrijk hebt ge
Getoond uwe kracht!
Uw geuren verdelgden
Het kettersch gebroed;
Gij hebt steeds \'t berouwen
Des zondaars verzoet.
4
O, schrikwekkend kransje
Voor wereld en hel!
-ocr page 219-
201
Het christengeloof kent
Uw wonderkracht wel:
Gij hebt bij Lepanto
De christ\'nen gered!
O, roemrijkste kransje !
O, krachtigst gebed!
5.
Wij zelf ondervinden \'t:
Dit kransje heeft macht;
\'t Heeft redding uit rampspoed
En troost ons gebracht.
O, help ons Maria
Tot \'t eind van de baan!
Laat ons met dit kransje
Naar \'t hemelrijk gaan!
XLIV.
AAN DE MOEDER GODS.
1.
p
tn
Moeder des Hee-ren, Moeder en Maagd,
-fc-
^^aiEEpajg^gti
Nooit heeft u ie-mand vrucht\'loos ge-vraagd.
12
-ocr page 220-
\'202
Nooit hoeft u iemand vrucht\'loos ge-vraagd.
Ik kom, o Ma-ri-a, Tot u als een kind,
*SB
*^
^fei@-
Dat u als zijn Moeder Recht hart\'Ujk be-
mint. Ik kom, o Ma-ri-a, Tot u als een
Ö^gg^È
kind, Dat u als zijn Moeder, Recht hart\'-
\'&
lijk he - mint.
2.
Moeder des Heeren,
Moeder van God!
Ook mijne Moeder,
Zie op mijn lot.
-ocr page 221-
203
Op u wil ik bouwen,
In voorspoed en nood,
Aan u mij vertrouwen,
In leven en dood.
Moeder des Heeren,
Moeder van rnij!
Sta mij als Moeder
Moederlijk hij.
O Moeder van Jesus,
Ik schenk u mijn hart,
Ik schenk u mijn liefde,
In blijdschap en smart.
4.
Moeder des Heeren,
Zegebodin,
Machtige Moeder,
Hemelvorstin!
Wij smeeken u ned\'rig,
Van alles ontbloot,
Verstoot onze beden
Niet in onzen nood.
XLV.
TER EERE DER ONBEVLEKTE MAAGD.
Wijze: Als Lied V, blz. 113.
1.
Kom, Christenschaar, bij \'t feestaltaar
Der onbevlekte Maagd!
-ocr page 222-
204
Dat lofzang on gebed zich paar\',
Zij is een toevlucht in gevaar;
Kom, Christenschaar, verheerlijk haar,
Haar moederhulp gevraagd.
2.
Paus Pius-mond, heeft \'t luid verkond,
En \'t klinkt van jaar tot jaar:
Dat satan nooit haar ziel verwondd\',
Maar dat zij van den eersten stond
Bevrijd bleef voor de smet der zond\',
Bewaard voor elk gevaar.
o
Wij zingen vrij, wij juichen blij,
Met opgewekten zin:
Van zondesinette bleeft gij vrij,
Maria, onbevlekt zijt gij.
Zoo zingen en zoo juh\'len wij,
O Hemelkoningin.
4.
Wij zwijgen niet; ons jubellied
Stijg\' hooger u ter eer;
Neen, God verstoot den lofzang niet,
Die Jesus Moeder hulde biedt;
Waar Hij met haar ons bidden ziet,
Stort Hij zijn zegen neer.
5.
Bid voor den troon van uwen Zoon,
Dat wij, van zonde vrij,
Verwerven mogen \'t eeuwig loon.
Dan vieren wij in d\' Eng\'lenwoon,
Versierd met d\' onverwelk\'hro kroon, ,
Het eeuwig feestgetij.
-ocr page 223-
205
XLYI.
Jltatt a::ge j|
o
I.
|tó^^g£g
g^g
Wijde\'t loflied aan-gelieven, Rond Ma-
j^^EJEEjEJ^
3=
EÉ^
ri-a\'s beeld geschaard; \'t Zij het loflied
£p-*—*—*—*—*-i------*-*            Y^=—
on - zer harten, Met der En-glen lied
-•*•—*■—■ ri i i—R—J-
&—»—»i—ï-j^-*-*—*-^-p— —p-p
gepaaid. Brengen wij der Ko-ninginne van
¥
1 i f 1-^==^=: \' ^ JI
den hemel lof en eer; Ko - ning-in in
12*
-ocr page 224-
206
fe=É
-—t
■i
3t=t:
macht en goedheid, \'t Kerst geplaatst na
God den Heer. Ko-ning-in in macht en
goedheid, \'t Eerst geplaatst na God den
$mmm
È=t
Heer. \'t Eerst geplaatst na God den Heer.
Wees gegroet dan, Koninginne,
Moeder van Gods een\'gen Zoon,
Verre boven de Eng\'lenreien,
Hoog verheven bij zijn troon.
Bid voor ons: wat kan Hij weig\'ren,
Hij die u zijn Moeder heet?
Bid om hulp in zielsgevaren,
Bid om kracht, in druk en leed.
3.
Wees gegroet, o Koninginne,
Koningin van heiligheid,
-ocr page 225-
207
Die u hoven alle Heil\'gen
Door uw deugden onderscheidt.
Bid dat wij uw voetspoor drukken,
Heilig leven voor den Heer,
Opdat we eens met alle Heil\'gen
Eeuwig jub\'len Hem ter eer.
4.
Wees gegroet, o Koninginne,
Koningin ook van ons hart;
Immer willen we u behooren,
De uwen zijn in vreugd en smart.
Daag\'lijks zullen we u vereeren,
Voor uw beeld geknield in \'l stol\',
Meer en meer uw liefde winnen,
Luid verkonden uwen lof.
5.
Wil dan steeds als Koninginne,
Koningin van liefde en macht,
Wil ons moederlijk beschermen
Tegen satans list en kracht.
En komt eens het uur van scheiden,
Leid ons dan den hemel in,
Opdat we eeuwig u begroeten
Als der heem\'len Koningin.
-ocr page 226-
u208
XLVII.
il u vereeren
i
i
\'h
C-C Refrein.
I
w
tr_Ö
&*
\'k Wil u ver-eeren, Moeder des Heeren,
i
:i
*
Die ons het heil in uw Zoon hebt ge-bracht:
±=±
3gËg
±
*=J=ü£
\'k Wil u be-minnen met hart en zinnen,
_H------J------h-H-
±==t
-ï=i
m
z?i>-
*-•-
\'k Wil u be-minnen uit al mijne kracht.
__-------1—1_
-r—•-!—■-
%=*■
gul
\'k Wil u be-minnen uit al mijne macht.
*
ztfct
Ë
-I-------1----------l-c--
t
adat
:r«t
\'k Wil op u bouwen, Immer ver-trouwen
-ocr page 227-
200
op u-vve goedheid, ge-trouwheid en macht;
H-------|_H-
- —-1—i—i-
i^gz^g^g
ÏÖEE?E*
\'k Wil als gij streven voor God te leven, Dat
..__.H_j_
-4~
zij mijn wellust bij dag en bij nacht. Dat
—j-----,----1----1------H----1------1------rf—
z.-----------1-----:-----1-----------f_i—9—fcrqn
zij mijn wellust bij dag en bij nacht.
Sfc           i i                i
Einde. Ge-plaatst bij den trone van
A—i-
ée£
11111
■±z±
HEÏEfcl
Jesus uw Zone, Kunt ge alles ver-werven,
SÉdE^Ë
* J\'ire-
wat gunsten gij vraagt. Bid dat Hij mij geve
-ocr page 228-
210
Voor Hem steeds te leven, En immer te
doen wat liet meest Hem be-haagt.
Wil, Hemelvorstinne,
Mij moederlijk minnen:
Naamt gij niet bij \'t kruis ons tot kinderen aan\'?
Help gij mij in \'t lijden,
Help gij mij in \'t strijden,
En doe mij verwinnend den vijand verslaan.
-j- \'k Wil u vereeren, enz.
3.
Bewaar alle dagen
Voor listen en lagen
Des duivels mijn hart, u voor altijd gewijd.
En komt \'t uur van sterven,
Bid dat ik verworve
De kroon der vergelding, beloofd na den strijd.
-j- \'k-Wil u vereeren, enz.
-ocr page 229-
211
XI/V1II.
Wijze: Als lied X, blz. 125
1.
Geknield aan uwe voeten.
O Moeder van den Heer,
Kom ik nop eens u groeten,
Voordat ik huiswaarts keer.
\'k Beveel mij aan uw hoede,
Bewaar mij dezen nacht,
Dan rust ik blij te moede, /
Vertrouwend op uw macht. \\
2.
Ik dank van ganscher harte
Voor \'t goede aa.) mij gedaan;
Gij hebt in vreugd en smarte
Mij liefd\'rijk bijgestaan.
Weer zag ik in deez dagen
Hoe moederlijk gij mint:
Wat ik u ook mocht vragen, i
Gij badt God voor uw kind. i
3.
Gij badt, en \'t werd gegeven:
Geen vijand deerde mij;
Hoevelen er ook sneven,
\'k Bleef veilig aan uw zij.
-ocr page 230-
212
Dank, Moeder, duizendmalen!
Mijn hart is u gewijd;
\'k Zal \'I immer luid herhalen, I
Dat gij mijn toevlucht zijt.
        j
h.
Aan u dan, lieve Moeder,
Een laatste groet gebracht;
Zij Jesus mij ten hoeder,
En gij me een trouwe wacht.
Geef mij uw zegeningn,
Voor ik ter ruste ga;
Wil, Moeder, mij omringen \\
Met \'t schild van Gods gena. j
5.
Dan slaap ik blij te moede
Den slaap des vredes in,
Vertrouwend op uw hoede,
Gerust van hart en zin.
En komt de morgen gloren,
Dan val ik u te voet,
En zing met Eng\'lenkoren >
Maria, wees gegroet.
                 i
-ocr page 231-
213
XL1X.
cJtlaria, toonbeeld van deugden.
Toonbeeld van deugden, Heilige Vrouw,
:y=:3=i=:l=g—j-f T J feJ-F
—
i l
Bij al uw da - den Go - de ge - trouw.
ipppipPli
i
Steun onze zwakheid, Leid on - ze paan,
—I
£|=lï=3=3=
------é-
Jk—jf-
r—f-t-
^—r
Breng ons na \'t lc-ven Met de Eng\'len
Breng ons na \'t Ie - ven Met de
saam.
-ocr page 232-
214
mmm
Eng\'len saam.
Klein in uw oogen,
Ned\'rige Maagd,
Hebt g\'y van jongs af
Gode behaagd.
Steun onze enz.
3.
Toonbeeld van reinheid,
Van smetten vrij,
Help ons hier leven
Vlekk\'loos als gij.
Steun onze enz.
4.
Toonbeeld van liefde,
Liefde tot God,
Zij Hem te minnen
Ons zielsgenot.
Steun onze enz.
Allen beminnend
Bij nood en smart,
Leert gij beminnen
Van ganscher hart
Steun onze enz.
-ocr page 233-
215
6.
Moeder van smarten,
Wie leed als gij;
Moedig, geduldig,
Liefdevol, big.
Steun onze enz.
7.
Nu draagt gij eeuwig
Mij Jesus troon
Als Koninginne
Der deugden kroon.
Steun onze enz.
8.
Toonbeeld van deugden,
Heilige Vrouw,
Bij al uw daden
Gode getrouw.
Steun onze enz.
L.
ïnfeang aan fa 5Ulrcj)Hligstj Ittaagb.
Wijze: Als Lied XL il. 190.
1.
Wij groeten u, o zuiv\'re Maagd!
Door wie ons \'t heillicht is gedaagd;
Wij groeten u op uwen troon,
O Moeder van Gods een\'gen Zoon!
-ocr page 234-
2.
O reine Maagd! o ed\'le bloem,
Vol hemelgeur ! der maagden roem!
Als kristallijn zoo schitt\'rend rein,
O srnettelooze heilfontein!
3.
O zetel, waar de Wijsheid straalt,
Waar \'t eeuwig Woord is neergedaald,
Die door zijn Geest de waarheid leert,
En in zijn Kerk steeds triomfeert.
4
Geen wereld- of geen hellemacht,
Of wat er opstond uit den nacht,
Heeft ooit de waarheid haar ontroofd,
Want Jesus blijft haar godd\'lijk Hoofd!
5.
Gij z\'yt die Onbevlekte Maagd,
Wier moederbeè aan God behaagt;
Die, alverwinnend in den strijd,
Der Kerk een trouwe toevlucht z\'yt.
6.
Gij, oorzaak onzer zielen vreugd,
Wier komst heel de aarde heeft verheugd,
Ontvang uit kinderlijk gemoed,
O Moeder! onzen liefdegroet.
7.
Beveel ons aan uw godd\'lijk Kind,
Dat ons ten eind\' toe heeft bemind;
Dat in den smartelijksten dood
Voor ons zijn laatste bloed vergoot.
-ocr page 235-
i>17
8.
O Davids Toren van ivoor!
Wijd schitt\'rend in den zonnegloor,
Door goddelijke hand gesticht,
Waar alle wapenmacht voor zwicht.
9.
Gij, Arke van het nieuw Verhond!
Op u is mijne hoop gegrond;
De serafijnen daalden neer
Om \'t gulden Huis van onzen Heer.
10.
O Hemelpoorte! rijk en schoon,
Door u kwam de ongeschapen Zoon,
Hij, \'t eeuwig Woord, Hij werd uw K
Zoo teeder heeft Hij ons bemind!
il.
O Morgensterre! lieflijk zacht,
Na zulk een eeuwenlangen nacht:
Gij kondigt \'t blijde heillicht aan,
Dat voor het aardrijk op zal gaan.
12.
Gij, Toevlucht der verloren ziel,
Die jammerlijk van God verviel,
O Troosteres in allen nood!
Gij redt ons van den eeuw\'gen dood.
13.
O Hulp van \'t Christelijk gezin,
Gij, aller Heil\'gen Koningin!
-ocr page 236-
218
Ach toon in onzen jongsten Strijd,
Dat gij ons aller Moeder zVjt!
14
Hoor, Moeder, met ons lot begaan,
Hoor de u gegeven kind\'ren aan;
Uw Zoon heelt onze schuld geboet,
Wees, goede Moeder! wees gegroet.
15.
Gegroet, Gods Dochter op uw troon!
Gij, Moeder van Gods eeuw\'gen Zoon!
Gij, Bruid van God den Heil\'gen Geest!
Die vóór en na zijt Maagd geweest!
LI.
13
Wijze : Ah Lied XL bl. 190.
1.
Gegroet gij, Sterre van het meer!
Verheven Moeder van den Heer,
En altoos Maagd; gij Hemelpoort,
Die ons \'t verbeide heil beschoort.
2.
Wat Gabriél 11 heeft verkond,
Neem \'t Ave van zijn Eng\'lenmond;
-ocr page 237-
219
Keer Eva\'s naam ten zegegroet,
Dat ge ons in vrede vest en hoedt.
3.
Wil zondaars van hun hoei ontslaan,
Breng voor de hlinden \'t heillicht aan,
Verdrijf\' ons kwaad mei allo straf,
Smeek al het goede voor ons af.
4.
O toon ons dat gij Moeder zyt,
Dat Hij, die zich uw Zoon belijdt,
Door u eens tot ons heil gebaard,
Door u ook ons gebed aanvaard\'.
5.
Der Maagden zonderlinge bloem,
Zachtmoedige! der zachten roem,
Ik bid, dat ge onze schuldboei slaakt,
Zachtmoedig ons en zuiver maakt.
G.
Verleen een reine levensbaan,
Beveilig \'t pad, waarop we gaan,
Opdat wij, Jesus ziend\', verheugd
Te saam steeds juichen in zijn vreugd.
7.
Zij God den Vader lof en eer,
Met Christus, onzen Opperheer
Zij de eigen roem den Geest bereid,
Den Drie ééne eer in eeuwigheid.
-ocr page 238-
LIL
SROETE
AAN PK
MOEDER VAN BARMHARTIGHEID.
Wijze: Als Lied XLVI bl. 205.
1.
Wees gegroet van ganscher harte,
Wees gegroet, o Koningin,
Met een kinderlijk vertrouwen
Roepen wij uw voorspraak in;
Wees gegroet, o teed\'re Moeder,
Moeder van barmhartigheid,
Wees, zoo smeeken wij en zuchten
Tot ontferming steeds bereid, (bis.)
2.
Wees Gij onze troost in droefheid,
Onze hoop, o reine Maagd!
WTil ons uwe hulpe bieden,
Als de vijand ons belaagt.
Wees gegroet enz.
3.
O Maria, onze toevlucht,
Onze voorspraak bij den Heer,
Sla op ons in \'t dal van tranen
Liefderijk uwe oogen neer.
Wees gegroet enz.
-ocr page 239-
221
4.
Wil Maria u erbarmen,
Met ons droevig lot begaan,
Neem ons arme bannelingen
Minzaam als uw kind\'ren aan.
Wees gegroet enz.
5.
Hoor Maria onze bede:
Leid ons aan uw moedeihand,*
Wat gevaren dreigen mogen,
Naar bet hemelsch vaderland.
Wees gegroet enz.
lui.
DE ENGELGROET,
3=£
*
Ai
=t
O Hemel-koning-in, \'k Groet u met
~J-----
*=t
-k-L
*:
II
=t
hart en zin: Ge-groet rijt gij Ma-ri-a.
|fep^=ÊÉï|Ë^
Ge - groet zijt gij Ma- ri - a. Wekt mij het
-ocr page 240-
222
och-tend - uur, Dan roep ik uit met vuur:
Ge-groet zijt gij, Ma-ri-a. Ge-groet zijt
gij, Ma - ri - a.
Wat kan niet \'t vroom gemoed
Door dezen Engelgroet:
Gegroet zijt gij, Maria.
Gij helpt op \'t levenspad
Gestaag de ziel die bad:
Gegroet zijt gij, Maria.
3.
De helsche slang vliet voort,
Gepraamd door \'t machtig woord:
Gegroet zijt gij, Maria.
Hoe ook door \'t kwaad getart,
Die groet beweegt Gods hart:
Gegroet zijt gij, Maria.
De druk en smart verdwijnt,
Zoo haast dit woord verschijnt
Gegroet zijt gij, Maria.
-ocr page 241-
223
In angst en schrik en leed,
Verzachting brengt de kreet:
Gegroet zijt gij, Maria.
5.
Wat ook bekoring prang\',
Verlichting baart de zang:
Gegroet zijt gij, Maria.
De vrees des doods versmoort
Bij \'t roepen van dit woord:
Gegroet zijt gij. Maria.
6.
Is \'t stervensuur nabij,
Mijn laatste bede zij:
Gegroet zijt gij, Maria.
En eeuwig klink\' mijn lied,
Uut dankbre liefde u biedt:
Gegroet zijt gij, Maria.
L1V.
Bede tot St. Jospeh.
ï.
O Joseph, voedster-vader Van .Tesus,
on-zen Heer, Wij treden bid-dend nader
-ocr page 242-
224
■J-JU
egr^-öpg
En knielen voor u neer. Aan uwe va-
iÉiiiÉs^PSiii
der- hoede Be-velen wij ons aan; Be-scherm
--*--
&=£
*
—f=
ons, nimmer moe-de, Leid ons op \'s Ie-
sliÉ^ÜÉÉÉilÉï
vens-baan. Aan u-we vader-hoede Be-ve-
-*.
IëüËÉIÜ
len wij ons aan; Be-scherm ons, nimmer
|g|gg§g|||ggg||||
moede, Leid ons op \'s levens-haan.
In uwe vaderarmen
Droegt gij het godd\'lijk Kind:
Bid Hein, Hij zal erbarmen,
Wijl Hij u teeder mint.
Aan uwe vaderhoede enz.
-ocr page 243-
225
3.
Wil, Joseph, voor ons vragen,
Dat wij naar Gods gebod
Uier leven alle dagen,
In \'t reinste zielsgenot.
Aan uwe vaderhoede enz.
Wees ook voor ons een Loeder,
Een hulp in allen nood,
Met Jesus en zijn Moeder,
Van nu tot in den dood.
Aan uwe vaderhoede enz.
5.
Wil door uw beê verwerven,
O trouwe toeverlaat,
Dat wij den hemel erven,
Als \'t uur van sterven slaat.
Aan uwe vaderhoede
Bevelen wij ons aan;
Bescherm ons, nimmer moede,
Leid ons ter gloriebaan.
0.
Hoor, Jesus, ons te gader,
Maria Moedermaagd,
En Joseph, Voedstervader,
Hoort, wat ons hart u vraagt:
Geeft dat wc u trouw beminnen,
O Vader, Moeder, Zoon!
En leid ons allen binnen
In \'s Hemels zaal\'go woon.
13*
-ocr page 244-
220
LV.
Ter eere van den fi. Antonius.
1.
>=£=£:
Ö
m
£m=£
F?—f-f-
7
Wat wonder - werken gij moogt
m
r ! J*si I sj g si g g
vragen, Den dood en pest verslaat zijn
,±Ö=*
$3
macht. En dwaling, dui-vel leed en
^ r r? rrrf
plagen; De zie-ke rijst her-steld in
kracht. Dat al-ler mond zijn lof ver-
-ocr page 245-
Dat al-ler mond zijn lof verkond\', Zijn
—f-fFHrfi-"—
macht en goed-heid prijze.
<2.
Hij mag de slavenboeien breken,
Bedwingt het woest geweld dei\' zee:
Als ze in verloren zaken smeeken,
Zien oud en jong verhoord hun beè.
Dat meer en meer
Dan hnm ter eer
Het dankbaar loflied rijze.
3.
Verdwijnen doet hij de gevaren,
Geëindigd is dra alle scha,
Dat zij \'t verhalen, die \'t ontwaren,
Getuig het luid, o Padua.
-ocr page 246-
228
In hem dan, Heer,
Zij lof en eer,
U immer toegezongen.
Eer zij den Vader, hooggeprezen,
Eer zij den Zoon, en Heil\'gen Geest:
Zij, drie personen, één in wezen.
Gelijk het immer is geweest.
Zoo hlijv\' altijd
Hun lol\' gewijd
Tot in alle eeuwen. Amen.
LVI.
LOFLIED
TOT DES
H.
van
\\.
:±=£W
$
±=
£=±
m
~r-
öé£^ëe£e£ö
Gods ei-gen Zoon, ge-dre-ven Door lief-
«.,_
3&
S=
de zonder maat, Hij gaf voor ons
-ocr page 247-
229
-Ö-
zijn Ie-ven Aan \'t kruis, in smart en
smaad. Zoo wilt gij gansch u wij-den,
-*—fl
*zzzf^==é=zzzizz*=^t^^=»zz±=Ez
Fran-cis-cus! aan uw Heer, Uit
m±=ï=ï
±z
dk&
feËÖ
:\\zzzz7=z
liefde met Hem lij-den, U ot\'-f\'ren Hem
t^=
tk±.
y^zz±±zz$
zyzzz:
ter eer. Uit liefde met Hem lij-den,
£
-h.
__i*^_______________
a
U of-fren Hem ter eer.
Die rijke Hemelkoning
Wordt arm en dienstb\'re slaaf;
Hij kiest een stal ten woning
En leeft van liefdegaaf.
-ocr page 248-
230
O armoe, nooit volprezen!
Die voor de hebzucht boet,
Zoo wil \'t Franciscus wezen,
En offert al zijn goed.
3.
Het Zoenlam zonder vlekken
Kwam \'t offer, dat God vraagt,
In maagd\'lijk vleesch voltrekken,
Genomen uit de Maagd.
O reinheid, hoog verheven!
O maagd\'lijke ofl\'erstaat!
Zoo wil Franciscus leven,
Naar .lesus\' woord en daad.
4.
Deed Mams schuld ons vallen
Door lust, dien God verbood:
Gods Zoon werd voor ons allen
Gehoorzaam lot den dood.
Zoo was Franciscus\' leven:
Nooit eigen wil te doen,
Maar dien geheel te geven,
Der hoovaardij ten zoen.
5.
Van liefde gansch verslonden,
Gaf Jesus zich ten dood,
Daar hangend op zijn wonden,
Zoo bloedig en zoo rood.
Franciscus, in zijn liefde,
Smeekt om die smart er bij,
Totdat zij hem doorgriefde
In handen, voet en zij\'.
-ocr page 249-
231
6.
Aan \'t kruis nu vastgeklonken
Met Jesus, zijnen Heer,
Is hij van liefde dronken.
En kent niets anders meer,
\'t Is altijd, méér nog lijden:
Meer lijden met zijn God,
Met Hem den doodkamp strijden,
Bij \'s werelds smaad en spot.
7.
O Serafijnsche Vader!
De liefde was uw dood:
O breng\' ze ook óns u nader,
En eens in Jesus\' schoot;
Moog\' ze allen die u eeren,
Uw dierbaar nageslacht
Ten offerand verteren,
Met u aan God gebracht!
-ocr page 250-
/Vwv\\AVVY^AA\'vvvv^A/v\\^^^v\\wvvv\\v^
C\\AAAAAA/J^AAAVAaAAAAMAAAAAA^^
D
;erde Afdeeling.
Lafijnsche Gezangen.
In de plechtige Processie des morgens.
Hij tien zegen met het Allerheiligste.
De Priester. Fili Dei,
Allen:
te rogamus audi nos.
Zangers:
[Jt Ecctesiam tuam sanctam regere
et conservare digneris,
Allen:
te rogamus audi nos.
De Priester.
Fili Dei,
Allen:
Ie rogamus audi nos.
Zangers :
Ut inimicos sanctae Ecclesiae hu-
miliare digneris,
Allen:
te rogamus audi nos.
De Priester.
Fili Dei,
Allen:
te rogamus audi nos.
Zangers:
Ut cuncto populo Christiano pacem
et unitatem largiri digneris,
Allen:
te rogamus audi nos.
-ocr page 251-
\'238
De Priester. Fili Dei,
Allen: te rogamus audi nos.
Zangers: Ut nos metipsos in tuo sancto
servitio confortare et conservare
digneris,
Allen: te rogamus audi nos.
LITANIE YAN O. L. YROUW.
(Bladzijde 1G2.)
TANTUM ERGO.
1.
Tantum ergo Saciamenlum
Veneremur cernui,
Et antiquum documentum
Novo cedat ritui,
Praestet fides supplementum
Sensuum defectui.
•2.
Genitori, Genitoque
Laus et jubilatio;
Salus, honor, virtus quoque
Sit et benedictio,
Procedenti ab utroque
Compar sit laudatio.
j). Panern de coelo praestitisti eis.
ty. Omne delectamentum in se habentem.
-ocr page 252-
234
OREMUS.
Deus, qui nobis sub Sacramento mirabili,
passionis tuae memoriam reliquisti: tribue
quaesumus: ita nos Corporis et Sanguinis
tui sacra mysteria venerari, ut redemplionis
tuae fructum in nobis jugiter sentiamus. Qui
vivis et regnas etc. Amen.
0 SANCTISSIMA.
O sanctissima, o piissima, dulcis virgo Maria.
Mater amata, intemerata, ora, ora pro nobis.
MAGNIFICAT.
Magnificat * anima mea Dominum.
Et exultavit spiritus meus * in Deo salutari
meo.
Quia respexit humilitatem ancillae suae: *
ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes
generationes.
Quia fecit mihi magna qui potens est: * et
sanctum nomen ejus.
Et misericordia ejus a progenie in progenies, *
timentibus eum.
Fecit potentiam in brachio suo: * dispersit
superbos mente cordis sui.
Deposuit potentes de sede, * et exaltavit
humiles.
-ocr page 253-
\'235
Esurientes implevit bonis, * et divites dimisit
inanes.
Suscepit Israël puerum suum, * recordatus
misericordiae suae.
Sicut locutus est ad patres nostros, * Abra-
ham, et semini ejus in saecula.
Gloria Patiï, et Filio, et Spiiïtui Sancto.
Sicut erat in principio, et nunc et semper, *
et in saecula saeculorum. Amen.
-ocr page 254-
-ocr page 255-
INHOUD.
Blad*.
Broederschap en Processie van O. L. Vrouw van
Kevelaar enz...........................      V
Dagorde..................................      X
Onderricht voor Pelgrims, om hunne bedevaart
met de meeste vrucht te doen............       1
GEBEDEN.
Morgengebed.............................     23
Litanie van den H. Naam Jesus............     28
Avondgebed...............................     32
Litanie van de Allerheiligste Maagd Maria....     33
Gebeden gedurende de H. Mis..............     37
Bezoek bij Jesus in het H. Altaargeheim....     47
Aanbeveling aan den voor ons gekruisten Jesus    53
Manier om den H. Rozenkrans godvruchtig te
bidden.................................    55
-ocr page 256-
\'238                           INHOUD.
Bladz.
Smeekgebed tot de Allerheiligste Maagd en Moe-
der Gods Maria, te Kevelaar, als Troosteresse
der bedrukten.......................... 77
Gebed voor de levende leden der Broederschap
van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods
Maria............................... 83
Gebed voor de overledene Broeders en Zusters 86
Litanie voor de Geloovige Zielen............ 88
Oefening van den H. Kruisweg............. 91
GEZANGEN.
^ERSTE ^FDEELING.
A. Op reis.                     Bladz.
I. Wie kan \'swereld\'s wee ontvluchten. . 101
II. Komt heffen wij een loflied aan...... 103
III.   Laat ons, broeders! \'t heilig kruis des
Heercn......................... 108
IV.  Maria, Moeder van Gods Zoon...... 110
V. Kom, pelgrimschaar, verheerlijk haar. . 113
VI. Heil\'ge Moeder, Haarlem\'» broederleden 115
VII. lleere, God! wie U ontfermen........ 117
VIII. Hij , wie Maria\'s Zoon aanbidt....... 121
IX. Nogmaals \'t loflied aangeheven....... 123
-ocr page 257-
INHOUD.                             239
Bladz.
B. Te Kevelaar.
X. Wecst welkom, Brocderledcn........   125
XI. Lieve Moeder van den Heer.......   128
XII. Wij brengen u , Moeder, met juichend
gemoed.......................   12!)
XIII.  Wees nu, o goede Moeder. .....   133
XIV.  Zing, mijn ziel, het vijftal wonden (1)  134
XV. Wees gegroet op kindertoon........
   138
XVI. Wonder van gloriepracht.........   140
XVII. Maria, aan wier liefde ons Jeans aanbeval  142
XVIII. Zing mijn ziel het vijftal Wonden (2;   143
XIX. Wij brengen u, Moeder , met juichend
gemoed.......................   149
XX. Wij brengen, als de Engel, n , Moeder
zoo zoet.......................   149
XXI. Gegroet, o Hemelkoningin; Ave Maria   153
XXII. Verblijd n,\'s Hemelskoningin! Alleluja   151
XXIII. Verheven Moeder, uit wier schoot, ora
pro nobis....................   154
XXIV. Wees gegroet, o Koniuginne!.....   15(!
XXV. Pelgrims, laat ons luid verkonden . .   157
XXVI. O beeld van \'t reinste leveu.......   159
XXVII. Maria eer! wat liefdeen luister mcn-
g\'len........................   161
XXVIII. Litanie van O. L. Vrouw.........   162
XXIX. De profundis elamavi ad te Domine.   165
XXX. Uit de diepe boctekolken..........   160
XXXI. Gegroet, o reine Moeder Maagd . .   170
-ocr page 258-
240                            INHOUD.
Blad*.
XXXII. Met juichende harten omringen we
uw troon...................... 172
XXXIII. Vaarwel, vaarwel, wij scheiden. .... 175
C. Op de terugreis.
XXXIV. Wees nog eon§ o Kruis gegroet....   178
XXXV. Vaarwel dan lieflijk heilig oord....   181
XXXVI. Gedankt o heil\'ge Moedermaagd.. . .   182
JWEEDE ^FDEELING.
XXXVII. Lieve Jcsus aan uw voeten......184
XXXVIII. O Christen, zie uw Heiland...... 187
XXXIX. Het Kruis omhoog! met zijn ontrolde
vanen...................... 189
XL. Des Konings rijksbanier treedt voort 190
XLI. Laat nu de aarde op blijde toon. . 193
XLII. Komt, laten wij vereend het loflied
zingen....................... 198
XLIII. O kransje van rozen, uit hemclschen
hof........................ 199
XLIV. Moeder des Heevcn, Moeder en Maagd 201
XLV. Kom christensehaar, bij \'t feestaltaar 203
XLVI. Blijde \'t loflied aangeheven....... 205
XLVII. \'k Wil u vereercu, Moeder des Hee-
ren.......................... 208
-ocr page 259-
INHOUD.                             241
Bladz.
XLVIII. Geknield aan uwe voeten......... 211
XLIX. Toonbeeld van deugden, Heilige vrouw 213
L. Wij groeten u, o zuiv\'re Maagd. . 215
LI. Gegroet gij, sterre van het meer. . . 218
Lil. Wees gegroet van ganseher harte. . 220
LUI. O hemelkoningin, groet n met hart
en zin...................... 221
LIV. O Joseph, voedstervader van Jesus
onzen Heer................... 223
LV. Wat wonderwerken gij moogt vragen 226
LVI. Gods eigen Zoon, gedreven door liefde
zonder maat................228
PERDE ^FDEELING.
LATIJNSCHE GEZANGEN.
Bij den zegen met het Allerheiligste........   232
Litanie van O. L. Vrouw..................   162
Tantum ergo.............................   233
O Sanetissima...........................   234
Magnificat..............................   234
De profundis............................   165
-ocr page 260-
1
\'24\'2                             INHOUD.
LIEDEREN
ten qe&iwitie in Sc èBioc2cischap$-fi<yik.
Gij. vctscfiitlcnSc aclcacnncScn.
Bladz
Blijde \'t loflied aangeheven............. . 205
Gegroet gij sterre van het meer. ........... 218
Geknield aan uwe voeten........:......... 211
Kom, ohristeuschaar ................... . 203
Komt heffen wij een loflied aan............. 103
Komt, laten wij vereend................. 198
Laat nu de aarde op Wijden toon.......... 193
Lieve Moeder van den Heer................ 128
Maria eer.............................. 1(31
Moeder der lleeren....................... 201
O Beeld van \'t reinste leven............... 150
O Hemelkoningin.......................... 221
O kransje van rozen...................... 100
Toonbeeld van deugden.................... 213
Wees gegroet van gnnsoher harte........... 220
\'k Wil u vereeren....................... 208
Wonder van gloriepraoht............ .....140
Wij brengen als de engel ................. 140
Wij brengen n , Moeder .................. 120
Wij groeten n , o zuiv\'re Maagd............ 215