-ocr page 1-
Vak 88
@f* c
-ocr page 2-
•
-ocr page 3-
■. , *f
•»
-ocr page 4-
-ocr page 5-
Vak S.
m:r^j^&^(^!^%SA&JkA^^^^9^x,%o%i,,%-"
\'wvmiïm^mj^m*
IDe (Blonevolle
Een en dertig overwegingen en mirakelen j
voor eiken dag der maand. .„
DE ZEVEN SMAKTEN EN VREUGDEN VAN DEN l
HEILIGE; OEFENINGEN VOOIt DE ZEVEN
        |i
WOENSDAGEN.
KOBTE BEZOEKEN VOOB IEDKKEN DAG.
LITANIE, H. MIS- EN VERSCHILLENDE
GEBEDEN. — NOVENE.
BENEVENS IETS OVER DE
, VEREENIGING TOT ALTIJDDURENDE VER-
EEKING VAN DEN H. JOZEF."
■■;■•>
Door een Pater Redemptorist. !i|
Vierde, vermeerderde Druk.
G. MOSMANS Senior,
VENLO.
WTWnWRTW\'Tlf
VV i J . — I 1 S
-ocr page 6-
-ocr page 7-
VOORBERICHT.
Het boekje, dat ivij den godvruchtigen lezer hier
aanbieden, is voor een gedeelte getrokken uit de
geschriften van den H. Alphonsus de Liguori.
De verschillende kerkelijke goedkeuringen, welke
de Fransche uitgave mocht ontvangen, benevens
het gunstig onthaal, dat dit werkje van den Eerw.
schrijver ten deel viel, deden ons besluiten aan
een lang gekoesterden wensch gevolg te geren; en
hoewel reeds verschillende verdienstelijke hand-
boekjes den dienaren van den H. Jozef werden aan-
geboden, aarzelden wij niet, eene Nederlandsche
bewerking te doen verschijnen.
Immers, de vrome vereerder van Jesus\' Voedster-
vader vindt steeds gaarne nieuw voedsel voor zijne
godsvrucht en vermeerdering der bronnen, waaruit
hij zijne teedere devotie tot den beminnelijken Bruide-
gom van de Maagd der maagden putten kan.
Wat aangaat de beschouwingen over het leven van
den H. Jozef, hieraan verlangen wij volstrekt\'tgeene
-ocr page 8-
IV
geschiedkundige waarde toe te hennen; het is don
trouwens ook geene geschiedenis, het zijn slechts
vrome overwegingen, in navolging van die van den
II. Alphonsus, den II. Bonaventura en andere heilige
schrijvers over de geheimen en het leren van Onzen
Heer Jesus Christus.
De menigte voorheelden en mirakelen, in dit boekje
voorkomende, zijn medegedeeld door den H. Alphon-
sus, pater Iluguet, pater Fatrignani, of teel in de
„Annalen de St. Joseph", het tijdschrift „Propagation
d. I. dévotion a St. Joseph" enz.
Moge dit nederige hoekje veel bijdragen om de
devotie tot den veelvermogenden Aartsvader meer
en meer te verspreiden, dit is de vurigste wensch
van
DEN BEWERKER.
VOORWOORD VOOR DEN VIERDEN DRUK.
Dat in betrekkelijk korten tijd zeven duizend exem-
plaren van dit werkje zouden verkocht worden, had
ik nooit durven hopen. En toch, ziehier de vierde
druk noodzakelijk geworden, welke vermeerderd is
met Biecht- en Communieoefeningen en Gebeden
onder het Lof.
— Moge deze uitgave even vlug
hare koopers vinden als de voorgaande.
DE pEWERKER,
-ocr page 9-
EERSTE DEEL.
Overwegingen en Beschouwingen
OVER DE MAAND TAN
DEN H. JOZEF.
INLEIDING.
Aansporing tot devotie jegens <//<\'« grooten Heilige;
volgen» den H. Alphonsus.
kkds het voorbeeld van Jesus Christus, die
den heiligen Jozef hier op aarde zulk
eene vereering toedroeg, dat Hij aan
diens bevelen wilde gehoorzamen, moest voldoende
zijn om alle harten van eene vurige liefde en
devotie tot dien grooten Heilige te ontsteken. De
hemelsche Vader toch had hem aangewezen om
hier op aarde zijne plaats bij Jesus te bekleeden,
derhalve beschouwde Gods Zoon Jozef als zijn
vader, en bracht hem gedurende dertig jaren op
volmaakte wijze de vereering en gehoorzaamheid,
welke een kind aan zijne ouders verschuldigd is.
Het Evangelie zelf getuigt, dat rHij hun (Maria
en Jozef) onderdanig was,"
(1) wat beteekent, dat
de eenige bezigheid van den Verlosser gedurende
al dien tijd bestond in aan hen te gehoorzamen.
Il) Luc. II. 51.
-ocr page 10-
INLEIDING.
VI
Als hoofd van dit kleine gezin had Jozef te be-
velen, en Jesus, als onderdaan, te gehoorzamen,
zoodat Hij geen voetstap verzette, geen daad ver-
richtte, geen voedsel nam noch rust, als het met
Jozefs wil niet overeenkwam. Hij gehoorzaamde
hem in alles en oogenblikkelijk, gelijk God zich
gewaardigde aan de H. Brigitta te openbaren:
„Mijn Zoon was zoo onderdanig, dat als Jozef
Hem gelastte: Doe dit of dat. Hij het zonder uit-
stel deed." (1) „Menigmaal, zegt Gerson, was Jesus
bezig met het bereiden van den maaltijd, het
wasschen van het vaatwerk, met water putten of
het huis te vegen." Deze nederige onderworpen-
heid van God doet de waardigheid van den H. Jozef
stijgen boven die van alle andere heiligen, uit-
genomen van de Onbevlekte Moedermaagd. Met
recht dus merkt een geleerd schrijver aan, dat
hij, dien de Koning der koningen zoo hoog heeft
willen verheffen, wel de vereering der menschen
verdient. De Zaligmaker beval dan ook zelf aan
de H. Margaretha van Cortona aan. eene bijzondere
godsvrucht tot den H. Jozef te hebben, zeggende:
„Ik verzoek u, om iederen dag een of andere
bijzondere eerbewijzing te geven aan den heiligen
Jozef, mijn toegenegen voedstervader op aarde." (2)
Mijn plan is niet, om hier de ontelbare voor-
beelden aan te halen, die bewijzen welke gunsten
de H. Jozef voor zijne vereerders verkrijgt; wie
ze wil kennen, leze het boek van Pater Patrignani
over deze godsvrucht. (3) Ziehier slechts hoe de
(1)  Bév. 1. VI. e. 58.
(2)  Ap. Boll. 22 Feb. Vit. c. i>.
(3)  Il Divoto di S. Giuseppi.
-ocr page 11-
INLEIDING.
VII
H. Theresia zich uitdrukt: „Ik herinner mij niet
tot heden, ooit iets aan hem gevraagd te hebben,
wat hij mij niet heeft verworven. Het zou een
wonderlijk iets zijn, zoo ik al de ontelbare genaden
wilde verhalen, welke God mij heeft geschonken,
en de gevaren opsommen, zoo tijdelijke als geeste-
lijke, waaruit Hij mij gered heeft door de voor-
spraak van dezen glorievollen heilige. Wat de
andere heiligen betreft, het schijnt, dat God hun
de macht heeft gegeven om ons alleen in bijzondere
voorvallen bij te staan; maar de ondervinding
leert, dat de H. Jozef ons in al onze noodwen-
digheden ter hulp komt, en dat onze Heiland er
behagen in schept, om hierdoor aan te toonen,
dat Hij, evenals op aarde, ook in den hemel alles
doet wat zijn voedstervader vraagt. Kvenals ik
hebben ook anderen dit ondervonden, wien ik
deze devotie had aangeraden .... Hoe gaarne zou
ik de geheele wereld overreden om dezen heilige
bijzonder te vereeren, daar ik uit zulk eene lange
ondervinding zijne macht op God heb leeren
kennen. Altijd heb ik de personen, die voor hem
eene ware godsvrucht hebben, zien toenemen in
de deugd .... Al sedert jaren vraag ik hem telkens
op zijnen feestdag eene geheel bijzondere gunst, en
telkens ook ben ik verhoord geworden ... Ter liefde
Gods bezweer ik hen, die mij nietgelooven, er de
proef van te nemen ... Ik begrijp niet, hoe men ann
de Koningin der Engelen kan denken en aan al wat
zij gedurende Jesus\' kindsheid verduurde, zonder
tevens den H. Jozef te danken voor de vaderlijke
zorg en teederheid aan Moeder en Zoon besteed." (1)
(1) Leven H. Ther. VI.
-ocr page 12-
VIII                                  INLEIDING.
In één woord, volgens de zeer juiste opmerking
van den heiligen Kernardinus van Sienna valt er
niet aan te twijfelen of de Heiland, na den H. Jozef
hier op aarde als zijn vader te hebben vereerd,
zal hem nu in den hemel niets weigeren, ja zelfs
zijne gebeden nog meer ruimschoots verhooren. (1)
Daar het den mensch vastgesteld is, eenmaal
te sterven, past het ieder geloovige, den heiligen
Jozef te vereeren, vooral om de genade van een
zaligen dood te bekomen. Alom wordt de brui-
degom van Maria erkend als de voorspreker
der stervenden en de patroon voor een zaligen
dood, en wel om drie redenen: vooreerst omdat
Jesus Christus hem eert en liefheeft, niet slechts
als zijn vriend, maar vooral ook als zijn vader;
iets, wat zijne voorspraak veel krachtiger maakt
dan die der andere heiligen. Gerson zegt, dat
de gebeden van den H. Jozef bij Jesus in zekeren
zin de kracht hebben van een bevel:
„Als een vader zijn zoon om iets verzoekt, staat
dit verzoek als \'t ware gelijk met een gebod." (2)
De tweede reden is, dat deze Heilige meer
macht heeft over den duivel, die ons bij ons af-
sterven met woede aanvalt, daar God hem het
geheel bijzonder voorrecht heeft geschonken, de
stervenden te redden uit de strikken van Lucifer,
gelijk hij weleer den kleinen Jesus uit de lagen
van Horodes redde. — De derde reden eindelijk
is, dat de heilige Jozef, aangezien den bijzonderen
bijstand, bij zijn dood genoten van Jesus en Maria,
het voorrecht bezit, zijnen dienaren een heiligen
(1)  Serm. de S. Jok. :i.
(2)  Jus. Orat.
-ocr page 13-
INLEIDING.                                     IX
en zachten dood te verkrijgen: zoodat hij, als zij
hem in hunne laatste ougenblikken aanroepen,
hen zal komen sterken door zijn tegenwoordig-
heid, en hun bovendien de hulp van Jesus en
Maria zal bezorgen.
Dit wordt door vele voorbeelden bewezen; wij
zullen er enkele aanhalen.
Boverius verhaalt, dat in 1581 de Capuejjner
leekebroeder Alexis de Vigevano op zijn sterfbed
lag, en aan de hem omringende kloosterlingen
verzocht, om waskaarsen bij zijn bed te ontsteken.
Toen zij naar de reden vroegen, antwoordde hij,
dat Maria en Jozef\' hem kwamen bezoeken; nau-
welijks had hij dit gezegd, of hij riep opgetogen
uit: „Daar zijn de H. Jozef en de Koningin des
hemels; knielt allen neder, paters, om hen te
begroeten." Onder deze woorden gaf hij zacht en
kalm zijn geest op den 19en Maart, feestdag van
den Heilige.
In zijn hierboven genoemd werk verhaalt pater
Patrignani, dat volgens den H. Vincentius Ferrerius
en andere schrijvers, in Valencia een koopman de
gewoonte had, om ieder jaar met Kerstmis een
grijsaard aan zijne tafel te noodigen, alsmede
eene moeder met haar kortelings geboren kind.
en wel ter eere van Jesus, Maria en Jozef. Deze
vrome man verscheen na zijn dood aan iemand,
die voor hem bad, en verhaalde, dat het heilig
Gezin hem was komen bezoeken, zeggende: ,Ge-
durende uw leven hebt gij ons bij u ontvangen
in de personen van die drie arjnen, nu komen wij.
om u bij ons te ontvangen;" vervolgens werd hij
naar het paradijs opgenomen.
De geschiedenis der Ongeschoeide Carmelieten
-ocr page 14-
X                                       INLEIDING.
verhaalt ons, dat toen de Eerw. zuster Anna van
St. Augustinus, dochter der H. Theresia, op haar
sterfbed lag, verscheidene religieuzen zagen, hoe
zij bijgestaan werd door den H. Jozef en de
H. Theresia, en geheel buiten zich zelve was van
vreugde. Later vernam men, dat eene andere
religieuze, in een ander klooster, haar in gezel-
schap van beide heiligen ten hemel had zien
stijgen.
Eindelijk haalt pater Johannes Allosa in zijn
werk over den H. Jozef aan, dat een Augustijner
kloosterling na zijn dood aan een zijner mede-
broeders verscheen, en hem mededeelde, dat God
hem, om zijne bijzondere devotie tot den H. Jozef,
van de hel bevrijd had, en dat deze Heilige als
voedstervader van Jesus Christus veel macht op
hem had.
Geestelijke ruikf.e. De H. Theresia had de ge-
woonte om telken jare op het feest van den H. Jozef
hem eene bijzondere genade te vragen, en altijd
werd zij verhoord. Maak het voornemen, om de
maand Maart met bijzondere godsvrucht te vieren,
ten einde deze of gene genade te verkrijgen,
waaraan gij meer behoefte hebt.
-ocr page 15-
< ..^^ ; ^ m^\'-- -m$fr *
EERSTE DAG.
De verloving.
at was zij schoon, de vijftienjarige
Jonkvrouw, de onbevlekte Maagd!
^ Wat was zij schoon in de oogen
der menschen, der Engelen, ja in
het oog van God zelf! Haar voor-
hoofd was helder als de hemel, wan-
neer de dageraad hem komt ver-
lichten ; ernstige en kalme gedachten druk-
ten er haren stempel op, en hielden het
een weinig gebogen; een zacht en liefelijk
licht straalde haar uit de oogen, als Maria
ze in het gebed ten hemel richtte; hare
lippen openden zich slechts evenals de roos,
om een welriekenden geur van deugden te
storten in de harten van hen, die haar
aanhoorden; haar geheele verschijnen adem-
de hemelsche aanminnigheid, gepaard aan
bovennatuurlijke majesteit en luister. In de
nabijheid van die Maagd der maagden gevoel-
de men zich beter, deugdzamer, ontwaarde
men in zijn hart een walg van het aardsche.
-ocr page 16-
- 12 —
Ontmoetten zij haar in het gewijde voor-
hof des tempels, dan gevoelden de priesters,
vergrijsd in den dienst des altaars, zich
doordrongen van bewondering en eerbied,
als op het gezicht eener koningin. Maria
was als eene hemelsche verschijning, als zij
daar zoo zedig voortschreed; de reine jonk-
vrouw scheen met haar voet de aarde van
zich te stooten. en heur lelieblanke ziel met
haar onbesmet, volmaakt omhulsel scheen
zich ten hemel te willen verheffen.
Zoodanig was in der menschen oog de doch-
ter van Joachim ; maar de menschen zagen
slechts het uitwendige van dit heiligdom; zij
konden niet tot het innerlijke schouwen en
zich vermeien in den aanblik van die onbe-
vlekte maagdelijke reinheid, gelijk de Enge-
len, die brandden van verlangen om de ge-
beurtenissen zich te zien ontwikkelen, waarin
dit kind der aarde betrokken zou worden.
In waarheid, op dezen jeugdigen leeftijd
was Maria als de korte samenvatting van
al de schoonheden der schepping. Hare ziel
was die nieuwe hemel, door de profeten
voorspeld (1), grooter, zuiverder, schitteren-
(1) Isnï 65, 17.
-ocr page 17-
- 13 -
der dan het met sterren bezaaide uitspan-
sel, zegt de H. Chrysostomus. Haar lichaam
was eene nieuwe aarde (1) op wonderbare
, wijze geschapen, een lusthof door God zelf
geplant, waarvan de toegang voor de hel-
sche slang afgesloten werd door duizenden
Engelen, m et vlammende z waarde n gewapend.
Zij had heilige ouders gehad, welke van
David afstamden, en was hun door God
geschonken geworden. Nauwelijks de eerste
zorgen kunnende ontberen, was Maria reeds
op zeer teederen leeftijd naar den tempel
opgegaan, alwaar zij tot heden in den dienst
des Heeren hare jaren had doorgebracht.
Zij had daar geleefd onder het waakzame
oog van een heiligen priester Zacharias,
van een godvreezenden grijsaard Simeon,
van eene ingetogen weduwe Anna. De H.
Geest zelf was haar leermeester geweest.
Hij had dien schoonen hof kwistig met
allerlei bloemen versierd, welke dagelijks
hare welriekende geuren als een aangenaam
offer ten hemel opzonden.
Maar als in de lente de jeugdige wijn-
stok begint uit te schieten en een rijken
(1) Isaï 66, 22.
-ocr page 18-
— 14 —
oogst belooft, geeft de verstandige hovenier
hem een steun tegen regen en wind, en
bevestigt hem aan een sterken stam, opdat
de wijnstok onverlet zijne taak kunne vol-
brengen. — Maria, vol van de goddelijke ge-
nade, was thans op den leeftijd gekomen, om
den Hemel waardige vruchten van deugd
voort te brengen; maar, behoefde zij, de tee-
dere jonkvrouw, de zwakke maagd, behoefde
zij geen steun, geen hulp tegen de stormen
dea»s levens \'i . .. .
Eene godvruchtige overlevering verhaalt,
dat verscheidene afstammelingen uit Davids
geslacht naar Maria\'s band dongen, verrukt
als zij waren over de verheven hoedanighe-
den dezer jeugdige maagd, en dat de ne-
derige Jozef zich slechts onder hun getal
schaarde op uitdrukkelijk bevel van de pries-
ters ; verder, dat, evenals bij Aaron, ook de
staf van Jozef bloeide en dit als een teeken
was, wie Maria als zijne bruid zou mogen
begroeten.
Groot was dus wel die nederige timmer-
man in Gods oog, daar hij tot zulke ver-
heven waardigheid geroepen werd, groot
ook om de wijze, waarop hij daartoe werd
aangewezen.
-ocr page 19-
— 15 —
Evenals het voldoende is tot Maria\'s lof
te zeggen, dat zij waardig was, Moeder
van God te worden, evenzoo ook is het,
als men Jozef\' wil prijzen, voldoende, te
zeggen, dat hij de waardige bruidegom was
der Allerheiligste Maagd; hieraan valt niet
te twijfelen. Het geloof van Jozef even-
aardde dat van Abraham ; zijne liefde tot
God deed niet onder voor die van David ;
zijne kuischheid overtrof die van Jozef uit
het Oude Verbond, zijne zachtmoedigheid
die van Mozes. Hij was nederig en had
begrepen, welke schatten er verborgen lig-
gen in de heilige armoede en de onbekend-
heid voor de wereld, en zou die niet hebben
willen ruilen voor al den rijkdom en roem
van Salomon.
Overweging en Gebed.
*©oenwolle Aartsvader, gij zijt gelukkig
— - te noemen, dat gij van alle eeuwigheid
zijt uitverkoren tot de schoonste roeping na
die van de Moeder Gods; maar nog meer ver-
heug ik mij met u, dat gij u die groote eer
hebt waardig getoond, dat gij volkomen be-
antwoord hebt aan de genaden, welke daaruit
voortvloeiden. — O, mijn beminnelijke Be-
-ocr page 20-
— 16 —
schermheilige, ook ik heb van God buiten-
gewone genaden en gunsten ontvangen;
mijne ziel is de dochter geworden van God
den Vader door het Doopsel, bruid van Jesus
door de H. Communie; tempel van den H.
Geest door het Vormsel; bovendien, welke
bjjzondere genaden heb ik nog van God niet
ontvangen, genaden, die mij voor de eeuwige
straffen der hel behoed hebben ! ... En hoe
heb ik daaraan beantwoord? Welk voordeel
heb ik uit zooveel hulpmiddelen getrokken ?
Hoe dikwijls heb ik de H. Drievuldigheid be-
leedigd door mijne ontelbare zonden! . . .
Maar ik wil mij van ganscher harte be-
teren, en ik bid u, o allergetrouwste dienaar
des Heeren, om mij den machtigen steun
uwer krachtige gebeden niet te willen wei-
geren. Verwerf mij van Jesus de genade
om steeds onderdanig zijn aanbiddelijken
wil te volbrengen, en tot richtsnoer van
al mijn doen en laten deze grondspreuk
der heiligen te stellen:
Geestelijke kuikek. God behagen en
sterven.
Voorbeeld.
£|? en meisje ^van tien jaren werd door
^" eene ziekte aan beide oogen blind.
-ocr page 21-
— 17 —
Alles, wat de kunst vermocht, werd besteed,
kosten noch opofferingen gespaard, maar
tevergeefs; slechts één oog werd behouden.
De doctoren oordeelden alle verdere moeite
nutteloos. Toen ging men tot den H. Jozef.
Het vertrouwen der ouders was groot en
kinderlijk. Niet tevreden met gebeden, H.
Missen en novenen, legde men een band
aan den voet van het beeld des H. Aarts-
vaders en bevestigde dien vervolgens op
het blinde oog. Hun vertrouwen werd niet
beschaamd, spoedig werd dit oog onder
ieder opzicht zoo goed als het andere.
Groot is de dankbaarheid der ouders en
der kleine jegens hem, bij wien nog altijd
hulp is, als zij bij de menschen vruchteloos
wordt gezocht.
(Propaij. de la Dévot. a St. Joseph.)
TWEEDE DAG.
De voltrekking.
et Evangelie vermeldt ons geene en-
kele bijzonderheid omtrent het hu-
welijk van Jozef met de Koningin
der maagden. Wij zullen trachten, dit stil-
zwijgen aan te vullen, steunend op de
Gl. H. Jozef.                                                   2
-ocr page 22-
— 18 —
Overlevering en verschillende plaatsen uit
de Gewijde Boeken.
Toen God zijn wil had kenbaar gemaakt,
gelijk wij in het vorige hoofdstuk zagen,
werd dit aan Maria overgebracht op bevel
van een priester, misschien wel den heiligen
grijsaard Simeon; tevens werd haar beduid,
het jawoord te schenken aan den bruide-
gom, dien God haar had bestemd.
Toen zij den naam van Jozef hoorde,
over wiens bewonderenswaardige godsvrucht
men haar menigmaal had gesproken, was
Maria getroost en stemde gereedelijk toe.
Zij gevoelde, dat God haar gebed verhoord
had. Zij immers, die de gelofte van eeuwigen
maagdom had afgelegd, begreep, dat bij deze
vereeniging de bruidsluier slechts zou dienen
om voor onbescheiden oogen den innerlijken
schat verborgen te houden, dien zij in haar
hart droeg, en dien zij hooger schatte en
meer beminde dan het leven. Zij dankte
God, en begeleid door hare meesteres Anna
en hare gezellinnen, begaf zij zich in het wit
gekleed, naar het voorhof des tempels, ter-
wijl een lichte blos van maagdelijke zedig-
heid hare wangen bedekte. Simeon vroeg
haar nu, of zij Jozef haren bloedverwant
-ocr page 23-
19 —
als haar wettigen echtgenoot en heer in
diens huis wilde volgen. Schuchter ant-
woordde zij, dat zij wilde. En de vrome
grijsaard, verheugd over zulk een heilige
vereeniging, legde hare hand in die van Jozef,
onder het uitspreken dezer woorden: „Moge
de God van Abraham, Izailk en .lacob u
vereenigen en in u zijne zegeningen vol-
trekken." Vervolgens beschreef hij de huwe-
lijksovereenkomst op perkament.
Op den dag voor de bruiloft bestemd,
zond Jozef aan zijne verloofde een eenvoudig
tooisel, zijne bescheidene middelen veroor-
loofden niet meer; en van haren kant deed
Maria hem een tunica toekomen, die zij met
eigen hand geweven had en vervaardigd, en
welke hij tweemaal \'s jaars gedurende zijn
leven moest dragen, waarin hij ook begraven
moest worden. (1) En als des avonds de
eerste sterren aan het uitspansel schitterden,
omhelsde Maria voor de laatste maal hare
dierbare meesteres, bedankte haar voor hare
moederlijke zorgen, en vroeg nederig haren
zegen. Voorgoed verliet de jeugdige maagd
nu den tempel, waar zij onder de vleugelen
(1) Zoo was het gebruik.
-ocr page 24-
— 20 —
van Gods bescherming was opgegroeid.
Vooruitgegaan door tien maagden, allen met
brandende lampen in de hand, schreed zij
biddende voort. Van zijnen kant verliet ook
Jozef met tien jongelingen zijne woning.
Toen de beide groepen elkander ontwaarden,
klonk eene stem: „Ziehier den bruidegom,
gaat hem tegemoet." En als zij elkander
ontmoetten, werd de bruid aan den bruide-
gom voorgesteld. Vervolgens in Jozefs huis
aangekomen, werd het bruiloftsmaal in de
vreeze des Heeren gevierd.
Toen de gasten vertrokken waren, begaven
de jeugdige echtgenooten zich tot het gebed,
gelijk eertijds Tobias en de kuische Sara.
Maria vroeg voor Jozef de genade om den
schat te kennen, dien zij het eerst van den
hemel ontvangen had, en Jozef bad God,
om hem zijner bruid waardig te maken.
Nooit nog was er een Gode aangenamer
gebed ten hemel gestierd. Men mag veilig
aannemen, dat de Aartsengel Gabriël bij
hen neerdaalde, en het hart van Jozef als
overstroomde met hemelschen dauw, welke
alle aardsche genegenheid daarin uitdoofde.
Maria verhaalde hem nu, hoe zij in hare
kindsheid reeds zich zelve met ziel en lichaam
-ocr page 25-
— 21 —
aan God had weggeschonken, om Hem
alleen toe te behooren en te behagen;
vervolgens schilderde zij Jozef het geluk
van eene ziel, die geheel met het vleesch
heeft gebroken, om voortdurend in heilige
vereeniging met God te leven.
Verrukt aanhoorde Jozef deze hemelsche
taal zijner vlekkelooze Bruid, en wel verre
van haar tegen te streven, werd ook zijn
zuiver hart ontvlamd van vurige begeerte
naar die bovennatuurlijke goederen. Boven-
dien, hoe gemakkelijk begreep hij de jeug-
dige maagd; hij was immers zoo wel voor
haar gemaakt. Zijne zuivere ziel zou als de
weerspiegeling zijn van Maria\'s deugden,
onder den geheimzinnigen invloed van haar
machtig voorbeeld.
Jozef legde aldus de gelofte af van eeuwige
maagdelijkheid, en drukte hiermede het zegel
op zijne vereeniging met de Maagd der
maagden.
Wat was dit huwelijk gelukkig voor Jozef!
Hij voerde in zijne woning binnen de Ark
des Nieuwen Verbonds, Haar, in wie God
woonde; hij mocht zich verheugen in het
bezit van het kostbaarste wat God ooit op
het heelal had voortgebracht; zijn naam was
-ocr page 26-
— 22 —
Toor immer aan dien van het heiligste
schepsel verbonden.
■ j Maar ook voor Maria was deze verbin-
tenis gelukkig. In haren bruidegom vond
zij een broeder, een steun, waardig om ken-
nis te dragen van de groote geheimen, welke
in haar zouden voltrokken worden. Zij be-
greep hem; Jozef was niet minder heilig
dan hare vrome ouders geweest waren. O,
hoezeer vereerde en beminde zij hem van
nu af; hoe vurig dankte zij God, haar met
zulk een heilige vereenigd te hebben ! Zij zag
in hem Gods plaatsbekleeder, door wiens
mond de Heer zijn wil zou bekend maken.
Overweging en Gebed.
"\\jllfelk een roem voor u, beminnelijke hei-
aw jjge^ (ja^. gjj mej. uwe maagdeijj]je Bruid
de vaan hebt opgeheven van die heilige deugd,
welke de menschen tot Engelen maakt. (1)
Welke glorie voor u, met Maria de eerste te
zijn geweest van die onafzienbare rij van
maagden, welke hier op aarde het schoonste
sieraad zijn der H. Kerk, en hierboven het
Lam volgen.
Maar gij zijt ook de voorspreker en bescher-
(1) Matth. XXII, 30.
-ocr page 27-
— 23 —
mer van allen hier op aarde, die in welken
levensstaat ook, zich voor de besmetting der
zondige begeerten weten te bewaren. O, vader
en verdediger der maagden, heilige Jozef, aan
u werden de Gezalfde des Heeren en zijne
onbevlekte Moeder toevertrouwd; ach, ik
bid u, sta mij met uwen machtigen steun bij
en behoed mij voor alle onzuiverheid. Helaas,
ik ben zoo zwak, zoo zondig; de verleiding is
menigwerf zoo groot; ik smeek u, red mij
toch in alle gevaren, en laat mij rein en kuisch
mijne levensdagen slijten. Doch zie, de zui-
verheid loopt zonder den ootmoed het grootste
gevaar van ten onder te gaan, o, verwerf mij
dus een nederig harten een groot mistrouwen
van mij zelf en mijne zwakheid; opdat ik sid-
derend als de duive, in het gevaar tot Jesus,
Maria en Jozef aanstonds mijne toevlucht
neme.
Hierom bid ik u in den naam van Jesus, de
zuiverheid zelve, in den naam ook van uwe
hemelsche liefde tot de Onbevlekte Moeder-
maagd.
Voorbeeld.
\\p eene kostschool voor meisjes te Lyon
bestaat de gewoonte, dat zij, die zich voor
de eerste H. Communie voorbereiden, onder-
-ocr page 28-
24 -
ling eene vereeniging vormen, niet den H.
Jozef tot patroon, dien zij altijd aanduiden
onder den naam van „haar goeden vader."
Eenige jaren geleden was daar een meisje,
Valeria geheeten. Hoe jeugdig nog, had zij
reeds begrepen, dat de heiligmakende genade
de kostbaarste aller schatten is. Zij bad dik-
wijls haren „goeden vader," haar te behoeden
voor het ongeluk van dien schat te verliezen.
Hare zuster zou zich in het huwelijk be-
geven : Valeria moest bij dit familiefeest
tegenwoordig zijn, maar vreezende voor de
gevaren, bad zij tot den H. Jozef: „Goede
Vader, maak dat ik niet naar huis kan gaan."
Eenige dagen later kwam zij huppelend bij
hare onderwijzeres, en wees op tal van
roode vlakjes, waarmee haar gelaat en han-
den bedekt waren. Het kind werd ziek. en
moest het bed houden terwijl de bruiloft
gevierd werd.
Zij ging voort, tot den H. Jozef te bidden
om haar zuiver te bewaren, en twee jaar
later gaf zij hare reine ziel aan God, nog
immer bekleed met het witte kleed der on-
schuld, waarmee hare ziel bij het H. Doopsel
getooid was geworden.
(Le Jardin des enfants.)
-ocr page 29-
— 25 —
DEliDE DAG.
Het gebed.
JislPii11 c^en *^was \'ie^ \'u\'1\'\'11\'\'"\'\'(\' ver~
wOg» wachting van de groote gebeurtenis,
die het aanschijn der aarde zou ko-
men hernieuwen. De Israëlieten vooral waren
overtuigd, dat de Messias weldra zou komen.
Velen onder hen smeekten, dat God toch het
uur der verlossing zou willen bespoedigen.
Zoo bad de heilige grijsaard Simeon, die
van den H. Geest de belofte had ontvangen,
van niet te zullen sterven, alvorens den ge-
zalfde des Heeren gezien te hebben. (1) Zoo
bad Anna de weduwe met waken en vasten;
zoo bad de heilige priester Zacharias, als
hij wierook stortte op het altaarvuur.
Maar hoeveel meer dan dat alles was
het gebed van Maria en Jozef! Welke recht-
vaardigen waren aan hen gelijk? Welke
mensch, buiten Maria, kon met Jozef ver-
geleken worden?
lederen avond vereenigden zij zich, op
het offeruur, in het gebed, en het venster
hunner schamele woning in de richting van
(1) Lnc. II, 29.
-ocr page 30-
- 26 —
Jerusalems tempel openende, (1) hieven zij
hunne onbevlekte handen ten hemel, en
smeekten God, tóch eindelijk Hem te willen
zenden, die beloofd was.
Ongetwijfeld, de zuchten en gebeden van
die beide kuische zielen waren Gode aan-
genamer dan de wierook van Zacharias.
Jesus heeft gezegd, dat telkens wanneer twee
of meer harten zich in het gebed vereenigen
in zijnen naam, Hij in hun midden zal wezen.
Hoe dus zou Hij lang hebben kunnen weer-
staan aan het gebed van twee zoo zuivere
zielen, zoo volmaakt aan elkander verbonden;
aan het gebed van hen, die Hij van alle
eeuwigheid voor zijne Ouders had verkoren ?
Niet dat het gebed van Maria alleen niet
voldoende zou geweest zijn, om Jesus te
overreden, eindelijk in ons midden neer te
dalen; maar dat van Jozef was niet vruch-
teloos ; wij meenen zelfs, dat in zijne hoe-
danigheid van Bruidegom van Maria, en met
het oog op zijn deel in het werk der Verlos-
sing, de heilige Aartsvader van het Nieuw
Verbond het uur des heils meer verhaastte,
.dan al de oude patriarchen.
(1) Dan. VI. 10.
-ocr page 31-
27 -
Het eerste echtpaar had God uit de woning
der menschen verjaagd; twee andere echt-
genooten zouden Hem weer daarin terug-
voeren. Door deze kuische vereeniging van
hunne harten en zielen in het gebed, werden
Maria en Jozef de ouders van den God-
Zaligmaker, gelijk de H. Lucas hen noemt.
En was Maria zijne Moeder niet slechts door
het geloof\' en den geest, maar ook naar het
lichaam, Jozef was ten minste zijn vader naai-
den geest, door de vurige begeerten zijns
harten, door zijn grooten ijver voor de glorie
van God en het heil der menschen.
Overweging en Gebed.
/p!V ja, heilige Jozef, het gebed van den
^^ rechtvaardige vermag veel, (1) het ver-
mag alles; en het uwe, op de innigste wijze
vereenigd met dat van uwe onbevlekte Bruid,
is als een welriekende geur ten hemel
opgestegen. (2)
Op de bede van Elias daalde een over-
vloedige regen op het verschroeide aardrijk
neer; doch uw smeeken zal een stroom van
zegeningen over Gods erfdeel aftrekken.
(1)  Jac. V, 16.
(2)  Ps. 140, 2.
-ocr page 32-
— 28 —
Doch als uw gebed de komst van den
Verlosser heeft kunnen verhaasten, hoeveel
te krachtiger zal het dan kunnen medewerken
om mij meer en meer aan Hem gelijkvormig
te doen worden, en zoodoende het zegel der
rechtvaardigmaking op mijne ziel te drukken !
Bid dus voor mij, o ja, bid voor mij,
Rechtvaardige onder de rechtvaardigen,
beminnelijke heilige; beveel mij bij de Moeder
van barmhartigheid aan, uit mij zelven kan ik
immers niets. Zeg aan Maria, dat gij mijne
zaligheid wilt, zeg haar dit in den naam uwer
zuivere liefde op aarde, wijzende op de kost-
bare zweetdruppels, die gij voor haar en haar
goddelijk Kind hebt gestort, zeg haar dit,
en ik zal geholpen zijn.
Geestelijke kuikeb. Men moet altijd bidden,
en nooit moede worden te bidden.
Voorbeeld.
^pl e geestelijke dochters van den H. Augus-
*=^ tinus hadden in haar klooster te Ant-
werpen eene fraaie kapel, toegewijd aan den
H. Jozef en beroemd om de vele buitengewone
genaden, welke God er door tusschenkomst
van den Heilige verleende. Onder de klooster-
lingen was er eene, zuster Elisabeth, die gedu-
-ocr page 33-
— 29 -
rende meer dan drie jaren aan het graveel
leed. Hare smarten waren zoo hevig, dat zij
dikwijls gloeiende koortsen had en menigmaal
in zwijm viel. De geneesheeren verklaarden
zich in de onmogelijkheid haar te genezen.
Toen de arme zuster zich zoo van alle men-
schelijke hulp verstoken zag, nam zij met
groot vertrouwen hare toevlucht tot den H.
Jozef, dien zij altijd zeer vereerd had. Dag en
nacht bad zij zelve en liet anderen voor haar
tot hem bidden. Haar vertrouwen groeide
steeds aan, zoodat ze zelfs tot de overste zeide:
„Ja, ik zal genezen, ik ben er zeker van, met
Jozefs hulp zal ik van mijne pijn verlost wor-
den. " Hare smarten bleven intusschen vreese-
lijk; op den 10 Juni 1659 lag zij van pijn als
verteerd in de armen harer medezusters. Zij
liet zich nu voor een beeld van den H. Jozef
op de knieën zinken, en bezwoer hem, haar
toch te verlichten.
Plotseling verdween haar lijden, en was zij
geheel van haar vreeselijke ziekte bevrijd.
Een kettersch geneesheer, die haar in haren
vroegeren toestand gezien had, verklaarde
onomwonden, dat eene dergelijke genezing
niet anders dan een wonder kon zijn.
(Année miséricordieuse.)
-ocr page 34-
- 30 —
VIERDE DAG.
De zending des Engels.
a aldus tot laat in den nacht gebeden
te hebben, begaf Jozef zich ter rust.
Hij sliep, maar zijne wenschen, zijne
verzuchtingen zouden den Heer opwekken,
die als ingeslapen scheen (1) boven de zondige
wereld; zij zouden Hem zijne belofte herinne-
ren van den toegezegden Verlosser. Ja, Jozef
sliep, maar zijn hart, Maria, waakte voor hem.
Maria leefde van zijnen handenarbeid, was
het dus niet billijk, dat zij het vuur in de lamp
des gebeds onderhield (2) terwijl hij zijne rust
nam ? Jozef sliep, gelijk Jacob op den weg
naar Haran; maar Maria verhief zich nog in
\'t gebed ten hemel, zij was als de geheimzin-
nige ladder en smeekte den God van Jacob.
in het huis van Jozef neer te dalen met zijne
zegeningen.
Gelukkige Jozef! Weet gij wel wie degene
is, die gij bezit ? Zie, de Aartsengel Gabriël
groet haar als eene koningin, in naam der H.
Drievuldigheid noemt hij haar vol van genade,
(1)  Ps. 77, 65.
(2)  Spr. XXXI, 18.
-ocr page 35-
— 31 —
en voegt er bij: ,De Heer is met u, gezegend
zijt gij onder de vrouwen." En Maria is met u,
Jozef; zij is met u, zij behoort u; zoudt gij dan
niet gezegend zijn onder de mannen?
Hooren wij, wat de EngeltotMaria spreekt:
„Gij hebt genade gevonden in de oogen des
Heeren ; zie, gij zult ontvangen en een Zoon
ter wereld brengen, dien gij Jesus zult noemen.
Hij zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoog-
sten genoemd worden."
Alzoo zullen uwe wenschen verhoord wor-
den, o Jozef, en zelfs overtroffen: gij zult den
Heiland der wereld aanschouwen niet alleen,
maar Hij zal in uwe schamele woning op-
groeien, in uwe voortdurende nabijheid; want
die verheven Vrucht zal worden voortgebracht
door den heiligen Wijnstok, welke het sieraad
van uw huis uitmaakt, en waarvan gij de steun
zijt.
Vrees niet, dat de banden, welke u aan uwe
beminde Bruid hechten, verbroken zullen
worden, neen, zij zullen nog nauwer toege-
haald worden, en onbreekbaar blijven; Jesus
zal er het goddelijk onderpand van wezen.
Vrees ook niet, dat hare glorie Maria\'s hart
van u zal vervreemden, integendeel, zij zal er
slechts nog nederiger om zijn, u nog meer en
-ocr page 36-
— 32 —
nog trouwer aanhangen. Uwe tegenwoordig-
heid was nuttig en zoet voor de heiligste aller
Maagden, zij zal het niet minder wezen voor
de Moeder van God; en de zorgen, aan het
Kind gewijd, zullen u de eeuwige dankbaar-
heid der Moeder verzekeren.
Bovendien, Jesus zal ook uw Zoon wezen,
niet krachtens de natuur, maar de zoon ver-
worven door uw gebed, door uw geloof, door
uwe maagdelijkheid. En Maria aarzelt niet te
antwoorden: „Zie de dienstmaagd des Hee-
ren, mij geschiede naar uw woord!"
Den volgenden morgen verscheen Maria
voor de oogen van haren echtgenoot, even
zuiver, even nederig als altijd, en toch: zij was
Moeder van God!
Wat Jozef aangaat, hem werd door een
wijze beschikking van Gods Voorzienigheid
het groote geheim nog niet geopenbaard; en
Maria sprak er niet van; zij liet dit aan Gods
wijsheid over.
Intusschen gevoelde de vrome Aartsvader
ongetwijfeld de tegenwoordigheid van den
Gever aller goederen, het was hem, alsof God
op eene geheel bijzondere wijze in zijne
woning verbleef. Met Jacob riep hij uit: „Hoe
ontzagwekkend is deze plaats!" Met den pro-
-ocr page 37-
— 33 —
feet sprak hij: „Wat zijn uwe tabernakelen
beminnelijk, o God! mijn hart wordt van ver-
langen naar u verteerd." (1) Want hij ge-
voelde met den dag zijne liefde tot God aan-
groeien, en hij besefte, dat Maria als het
middelpunt was van die goddelijke werkingen.
In hare nabijheid geraakte hij in verrukking,
zij scheen hem steeds grooter en eerbied-
waardiger, steeds schooner toe, als een boven-
natuurlijk wezen.
Overweging en Gebed.
{|J* elukkig, duizendwerf gelukkig zijn zij, die
™\' leven onder Maria\'s bescherming! Zij
behoeven de gevaren van den dag en de ver-
schrikkingen van den nacht niet te vreezen.
Als zij slapen, waakt de H. Maagd over hen;
hunne werken worden vruchtbaar, daar Maria
ze zegent. Hunne woning is als een verblijf
der Engelen, waarop God met welgevallen
nederziet. Zij worden overladen met gunsten
en genaden, waaraan zij niet gedacht hebben;
het is Maria, die ze voor hen vraagt. Door
Maria, de Moeder der schoone liefde, worden
zij vrienden van God; door haar onderwezen
in de wegen der gerechtigheid, zullen zij
(1) Ps. 83, 1.
Gl. H. Jozef.
8
-ocr page 38-
— 34 —
nimmer falen, nooit beschaamd gemaakt wor-
den, en in de haven der zaligheid aanlanden.
— Zoodanig, o gelukkige Jozef, waren de
goederen, die gij met Maria tegelijkertijd ont-
vingt; alles hebt gij door en om haar ver-
kregen. Ik smeek u, gewaardig u om mij
deelgenoot te maken van uw geluk, door mij
eene teedere en kinderlijke liefde te verkrij-
gen tot de liefste aller Moeders, de onbevlekte
Maagd Maria. Zoo zal in mij bewaarheid
worden wat over uwe Bruidgeschreven staat:
Geestelijke buikek. Die mij gevonden zal
hebben, zal het leven vinden en het heil
in den Heer. (1)
Voorbeeld.
/pEfcp zekeren dag was de H. Theresia, die
^*^ vurige dienares van Maria\'s Bruidegom,
met verscheidene harer kloosterzusters op reis,
om een nieuw klooster te stichten, dat ter eere
van den H. Jozef zou genoemd worden. De
voerman echter dwaalde van den weg af, en
kwam terecht op een zeer gevaarlijke plek,
waar menige afgrond de reizigsters aan-
grijnsde.
(1) Spr. VIII, 34 en 35.
-ocr page 39-
— 35 —
Zij waren op het punt, in de diepte te stor-
ten, nog eenige seconden, en het rijtuig zou
door de toomelooze vaart der paarden van de
hoogte worden afgeslingerd.
Daar herinnert zich de H. Theresia haren
beschermer, en op haar voorbeeld roepen
allen den H. Jozef aan. Plotseling weerklinkt
een machtige stem van uit den afgrond:»Terug,
terug, nog één stap vooruit, dan zijtgij allen
verloren." Op dit bevel staan de paarden als
door een geheimzinnige macht stil, en de zus-
ters vroegen, welke richting er moest worden
ingeslagen. Dezelfde stem wijst haar eene
plaats aan, die niet minder gevaarlijk schijnt;
toch gehoorzaamt men, en is nu weldra bui-
ten gevaar. De voerman ging nu naar den red-
der zoeken, om hem te bedanken, maar er was
niemand te ontdekken, zelfs geen spoor van
eenig menschelijk verblijf. De H. Theresia
echter had deze stem herkend, en sprak aan-
gedaan : „Dierbare kinderen, tevergeefs zoekt
onze gids naar onzen onzichtbaren bescher-
mer ; het is de H. Jozef zelf geweest."\'
(Leren ran de H. Theresia.)
-ocr page 40-
— 36 —
VIJFDE DAG.
De eerste reis
an den Aartsengel Gabriël had Maria
vernomen, dat hare nicht Elisabeth,
echtgenoote van den heiligen pries-
ter Zacharias, moeder was geworden. De H..
Geest, die al hare bandelingenbestuurde, deed
haar begrijpen, wat God met die openbaring
voor had ; Hij wilde, dat zij aan Johannes den
Dooper den zegen zou gaan brengen van het
Woord, dat zij ontvangen had.
Merken wij hier wel op, dat Maria deze
reis niet zou hebben ondernomen zonder toe-
stemming van Jozef; zij immers gehoorzaam-
de hem in alles, gaf\' zich zelfs moeite om zijne
geringste wenschen te kennen en te voorko-
men ; zoo wilde het God, zij wist zulks. Als
dus Jozef den minsten tegenzin had betoond,
zou Maria er aanstonds van hebben afgezien.
Om deze lange afwezigheid van Maria te
verklaren, moeten wij veronderstellen, dat
Maria aan Jozef verhaalde, wat haar omtrent
Elisabeth geopenbaard was, evenwel datgene
verzwijgende wat haar zelve betrof; en dat
zij hem vroeg of het niet passend zou zijn,
hare heilige nicht te gaan bezoeken, en ze
-ocr page 41-
— 37 —
gedurende eenigen tijd bij te staan. Zoo-
doende vermeed zij te zeggen, dat het Gods
heilige wil was, teneinde hierdoor op Jozefs
beslissing geen invloed uit te oefenen ; zij
had bovendien zulk eene hooge gedachte van
zijne heiligheid, dat zij al zijne uitspraken
beschouwde als van God zelf Jozef van zijn
kant beminde en vereerde zijne jeugdige
echtgenoote te zeer, om anders te denken,
anders te willen dan zij. Na God gedankt te
hebben voor de genade, aan Elisabeth bewe-
zen, sprak hij: „Dierbare Maria, als ik alleen
naar mijn hart luisterde, zou ik u slechts on-
gaarne zien vertrekken. Maar het is Gods wil:
laten wij beiden gehoorzamen, ik zal mede-
gaan en u tot geleide strekken tot Hebron." (l)
Ongetwijfeld heeft Jozef deze reis medege-
maakt. Vooreerst was de afstand tusschen
Nazareth en Jerusalem vijf en twintig uren
gaans, en ten tweede paste het niet bij de
Joden, dat een jonge dochter van Maria\'s
leeftijd alleen uitging, zonder geleide van een
ernstig persoon. (2) En aan wien zou Jozef
de hoede over Maria hebben toevertrouwd,
(1)  Daar woonde waarschijnlijk Zacharias.
(2)  Üeze opmerking maken de H. Bernardus en
Benedietus XIV.
-ocr page 42-
— 38 —
en waarom ? Dat zou, dunkt ons, een gemis
van eerbied jegens haar geweest zijn, en zijn
minnend hart was daartoe niet in staat.
Zij gingen dus haastig en ingetogen voort.
Maria aanbad God in haar binnenste, en Jozef
verhief zijn gemoed tot den Heer in gebed en
overweging. Als zij spraken, liep het gesprek
zeer zeker over de groote gebeurtenis met
Elisabeth, en over Hem, wiens voorlooper
Johannes zou zijn. Wij kunnen ons voorstel-
len, hoe de bruidegom van Gods Moeder haar
onderhield over den verwachten Messias, die
weldra zou komen. „Misschien," dus sprak
hij, „zullen wij den Heiland nog met eigen
oogen aanscl ouwen, misschien zelfs is Hij
reeds op deze aarde neergedaald. Er staat
immers geschreven: „Zie, ik zend mijn En-
gel, die den weg voor mij zal bereiden; en
aanstonds zal in zijn tempel de Heerscher
komen, dien gij begeert." (1)
0, wat moet de zedige maagd wel gevoeld
hebben bij het hooren dezer woorden! Zij
wist alles, en hare nederigheid weerhield
haar, om de geheimen te openbaren, die in
haar voltrokken waren. Ongetwijfeld spoor-
(1) Mahich. III, 1.
-ocr page 43-
— 39 —
den die twee heiligen elkander aan, God meer
en meer lief te hebben, en zoo zich waardig
voor te bereiden op de komst des Heeren. „Ja
Jozef," zal Maria gezegd hebben, „laten wij
God liefhebben, liefde, liefde, ziedaar alles
wat Hij van ons vraagt."
Overweging en Gebed.
/gelukzalige Patriarch, uw hart was ver-
^\' vuld van God en zijne liefde, daarom
spraakt gij ook altijd over goddelijke zaken ;
het mijne is vol ijdelheden, en helaas, ik spreek
dan ook altijd onnutte en ijdele dingen. Ach,
ik weet het, Jesus heeft beloofd, in het mid-
den te zijn dergenen, die in zijnen naam
vergaderen. Zoo vertoonde Hij zich aan de
leerlingen van Emmaüs, als zij over Hem en
zijn lijden spraken; Hij verlichtte hen, ver-
warmde hun hart, en deed ze van liefde voor
God branden. Zoo zou het ook met mij gaan,
als ik maar kon besluiten om met mijne nut-
telooze gesprekken te breken, en mij slechts
over Jesus. Maria en u te onderhouden. Dik-
wijls wil ik er mee beginnen, maar helaas, het
menschelijk opzicht weerhoudt mij; ik gelijk
aan diegenen in Israël, welke wel in hun hart
aan Jesus geloofden, maar uit vrees voor
-ocr page 44-
— 40 —
zijne vijanden het niet durfden bekennen.
O liefdevolle Heilige, ik bid u, mij bij te
staan, leer mij het oordeel der menschen te
verachten, het menschelijk opzicht met voeten
te treden, opdat ik deze vreeselijke bedreiging
van Jesus niet behoeve te vreezen:
Geestelijke ruiker. Al wie zich voor de
menschen over Mij geschaamd zal hebben,
over dien zal Ik Mij schamen voor mijnen
Vader.
Voorbeeld.
/2ij?en jongmensch moest loten voor de mili-
^* tie. Zijne kleine zuster, die bij ons ter
school gaat, verzocht mij om eene novene voor
hem te houden, men kon hem niet missen,
daar hij door zijn arbeid de steun was van
het gezin. Mijne kleine schoolkinderen baden
met vuur. Op den dag der loting woonden
de ouders en al de kinderen het H. Misoffer
bij, dat ter eere van den H. Jozef werd opge-
dragen. De kleine ontstak een kaars voor het
beeld en zeide mij: „O zuster, ik ben zoo ge-
lukkig, ik weet zeker, dat mijn broeder een
hoog nummer zal trekken." En inderdaad,
hij trok op één na het hoogste, hij was vrij!
(Propagation de la Dévot. a St. Jo-teph.)
Zuster Gabriël.
-ocr page 45-
— 41 —
ZESDE DAG.
Te Hebron.
ander godvruchtige gesprekken wnren
S de beide heilige echtgenooten het
huis van Zacharias genaderd. Waar-
schijnlijk bevond Elisabeth zich in haar ver-
trek, en begaf Maria zich tot haar, terwijl
Jozef uit bescheidenheid aan den ingang der
woning achterbleef en zich door teekenen en
gebaren met Zacharias onderhield, die de
spraak verloren had. Denkelijk hadden toen
de groote dingen plaats, welke de Evangelist
verhaalt, nl.: de heiliging van Johannes, de
profetische ingeving van zijne moeder, haar
lofprijzing op Maria, en de lofzang van deze
laatste.
Na dit gedenkwaardig wederzien begaven
beide nichten zich tot Jozef; nederig boog
deze voor de gelukkige moeder en begroette
haar hartelijk. Deze van haren kant bedankte
hem, de reinste aller vrouwen in haar huis
gebracht te hebben, en aanschouwde met be-
wondering dien man, aan wien God zulk een
schat ter bewaring had toevertrouwd. Onge-
twijfeld gaf de H. Geest haar in, dat deze een
rechtvaardige was, de hem aangedane eer
-ocr page 46-
— 42 —
waardig. Zacharias van zijnen kant kon de
oogen van zijnen doorluchtigen gast niet
afwenden, en ingewijd als hij was in de god-
delijke wetenschap, bespeurde hij dra, dat
deze geen gewoon man was, en dat onder
zijn nederige uiterlijk een groote heilige ver-
borgen was.
Hoewel Jozef\' nog onkundig was van het
groot geheim, in den Voorlooper des Hee-
ren en in Elisabeth uitgewerkt, kon hem toch
niet ontgaan, welk een heilzamen invloed Ma-
ria\'s tegenwoordigheid op dit huisgezin uit-
werkte. Het viel hem op, dat Elisabeth, hoe-
wel reeds op jaren, als verjeugdigd scheen.
In den blik, dien zij op Maria sloeg, lag meer
dan buitengewone eerbied, en als de Moeder
Gods haar naderde, scheen Elisabeth van
ontzag doordrongen te worden. Soms richtte
deze tot haar jeugdige nicht geheimvolle
woorden, doch een enkele oogopslag van
Maria was dan voldoende, om haar te doen
zwijgen. Een priester kon aan het altaar niet
meer eerbied betoonen, dan Elisabeth, wan-
neer zij aan de Bruid van Jozef een dienst
bewees. Ongetwijfeld zal deze over al die
wonderlijke zaken verbaasd hebben gestaan,
en nagedacht hebben, wat dat alles wel mocht
-ocr page 47-
- 43 —
beteekenen. Het behaagde den H. Geest, 0111
Jozef op deze manier langzaam voor te be-
reiden tot de kennis van het groote geheim
der menschwording van God.
Na eenige dagen maakte de heilige hun zijn
plan bekend om te vertrekken. Elisabeth bad
hem om te blijven en Zacharias voegde zijne
stomme smeekingen bij de bare. Maar Jozef
beminde te zeer zijne armoede en nederige
bezigheden, om nog langer in ledigheid en
overvloed te kunnen doorbrengen. Hij vertrok
dus, en liet, hoewel ongaarne, zijne beminde
Maria bij hen achter.
O, wat scheen hem zijne woning thans ledig
en arm. Immers, zij was niet meer daar, zij,
die er de schoonheid en rijkdom van uitmaakte.
Haar beeld zweefde hem steeds en overal voor
den geest, aan de haardstede, waar zij in den
vroegen ochtend het ingesluimerde vuur door
haren adem aanwakkerde: aan het venster,
waar zij gewoonlijk zat te spinnen, onder
het zingen van Gods lof.
Doch terwijl Jozef zoo voortdurend Maria
in de gedachten had, sprak deze met lof bij
Elisabeth over den heiligen echtgenoot, dien
God haar geschonken had. Zij weidde met vuur
uit over zijne deugden, zijne zuiverheid, de
-ocr page 48-
— 44 —
teedere zorgen, waarmee hij haar omringde.
,0, dierbare nicht," dus vervolgde Maria,
.wat zal zijne vreugde groot zijn, als hij het
geheim der menschwording zal kennen, als
hij Gods Zoon zal mogen aanschouwen!"
Overweging en Gebed.
"V^fat doet het goed, gelukkige Jozef, zoo
*\'" uwen lof\' te hooren verkondigen uit den
mond van haar, die vervuld is met den H.
Geest, die door hare woorden het kind in den
schoot zijner moeder met zegeningen over-
laadde. O, wat moet de achting, die het zui-
verste en beminnelijkste schepsel u toedroeg,
kostbaar voor u zijn geweest in de vergetel-
heid, waarin gij voor demensehenleei\'det. En
ik, dwaze, ik zoek de goedkeuring der men-
schen, ik zoek in hun midden te verschijnen,
en hunne nietswaardige bewondering af\' te
bedelen ! Ach, maak toch, bid ik u. dat ik,
naar uw voorbeeld, slechts aan Jesus en Maria
zoeke te behagen; maak, dat ik toch wèlmoge
inzien hoe ijdel en onbeteekenend de goedkeu-
ring der wereld is, welke de meesten met zoo-
veel drift najagen; laat mij wèl beseffen, dat de
eenige duurzame en wezenlijke roem bestaat
in Jesus te behagen en zijn wil op te volgen.
-ocr page 49-
— 45 —
Geestelijke huiker. De rechtvaardigen zul-
len schitteren als sterren in de woning huns
vaders. (Matth. XIII. 43.)
Voorbeeld.
*fftk kom mij van eene schuld van dankbaar-
— heid jegens den H. Jozef kwijten.
„ Tengevolge van huiselijke oneenigheden
had ik mij aan den drank overgegeven, en
langzaam was deze gewoonte een hevige harts-
tocht bij mij geworden, die mij helaas vijfjaar
lang beheerschte. Wat al kibbelarijen, oploo-
pendheid en twisten in dat korte tijdsbestek !
Het vijfde jaar sprak ik tot mij zelven : „Ik
zal niet meer drinken, ik zal bidden, de H.
Maagd en den H. Jozef aanroepen; ik zal het
vaste voornemen maken om van gedrag te
veranderen." Maar deze verdierlijkende harts-
tocht beheerschte mij altijd, en ik herviel
steeds opnieuw. Eindelijk geraakte ik bekend
met het zoogenaamd Koordje van den H. Jozef.
Den derden dag nadien ben ik nog eens in
mijne kwade gewoonten vervallen, het was
in het begin der vorige maand Maart; maar
sedert is mij dat niet meer overkomen, of-
schoon ik ook nu nog de bekoring tot over-
matig drinken heb; maar alsdan is het,
-ocr page 50-
— 46 —
of eene onzichtbare hand mij tegenhoudt, en
dank aan God en den H. Jozef overwin ik.
„Ik eindig, Eerw. Pater, en bid u om uwe
gebeden en zegen.
                 L. Joseph."
Canton Douai (Nord) Sept. 1868.
ZEVENDE DAG.
De openbaring.
e meeste schriftuuruitleggers zijn van
oordeel, dat Maria bij Élisabeth bleef
tot aan de geboorte van Johannes
den Dooper. Immers, zij had van haren
echtgenoot verlof bekomen om drie maan-
den in die woning te verblijven, het scheen
dus betamelijk, dat zij niet vertrok, zonder
het kind van Zacharias en Élisabeth geze-
gend te hebben, zonder het aan haar hart
gedrukt, en met hare geheiligde lippen zijn
zuiver voorhoofd te hebben aangeraakt, er
zoodoende het zegel op drukkende der
maagdelijkheid en van het martelaarschap.
Onwillekeurig rijst de vraag bij ons op,
waarom God Jozef zóó lang onkundig heeft
gelaten van het groote geheim van Maria\'s
goddelijk moederschap. Had hij daarvan niet
-ocr page 51-
— 47 -
eerder dan ieder ander onderricht moeten
worden, vóór Elisabeth en Zacharias?
Op deze vraag luidt het antwoord aldus:
Het werk onzer verlossing moest van den
beginne afaan gekenmerkt worden door lij-
den en vernedering. Jozef, die daarin zulk
een belangrijke rol ging spelen, moest even-
als Jozef van Egypte, een zwaard zijne ziel
voelen doorboren; Maria zelve, het heilig-
ste der schepselen, moest de beproeving der
verwarring doorstaan. Er staat geschreven;
dat men slechts het eeuwig leven door vele
bekommeringen kan ingaan, (1) de enge
poort tot dat leven is Jesus zelf. (2) Jozef
was bestemd niet alleen om Christus te ken-
nen : hij moest Hem ook in naam der H.
Kerk bij zijne geboorte ontvangen en in zijn
huis opnemen, beminnen en opvoeden; kon
hij zulk een eer te duur koopen ? Eindelijk,
er was niets beter dan die beproeving in
staat om de voorzichtigheid van dien groo-
ten Heilige in een helder licht te stellen,
en de getrouwheid aan de goddelijke wet-
ten, zijne achting en eerbied voor Maria,
(1)  Act. XIV, 21.
(2)  Joan. XVII, 3.
-ocr page 52-
— 48 —
en de verheven deugd van deze in al hunne
waarde te doen uitkomen.
In die treurige dagen, welke hij in zulke
pijnlijke onzekerheid doorbracht, hield Jozef
niet op, te bidden, dat God hem mocht
verlichten. Want zijn angst was groot, hij
wist niet wat te doen. Maria toch was altijd
zoo onderworpen en vol eerbied jegens
hem, haar blik was zoo kalm, zoo zeker
en gerust, dat een zonderlinge tweestrijd
in zijn hart ontstond. Somtijds ongetwijfeld
dacht hij er aan, haar te ondervragen; maar
de reinheid en majesteit, die van haar
maagdelijk voorhoofd straalden, deden hem
het woord op de lippen besterven.
Hoe het ook zij, Jozef bleef in het onzekere,
en meende zijn plicht te vervullen, door hei-
melijk zijne dierbare woning te verlaten; on-
getwijfeld ging hij dit droevig besluit ten
uitvoer brengen, als des nachts hem een Engel
verscheen en zeide : „ Jozef, zoon van David,
vrees niet, Maria uwe Bruid tot u te nemen.
Want door de kracht van den H. Geest heeft
zij ontvangen en zal zij een zoon ter wereld
brengen, en gij zult Hem Jesusnoemen; want
Hij zal zijn volk van de zonde verlossen. Zoo
zal de voorzegging vervuld worden : „ Zie,
-ocr page 53-
- 49 -
eene Maagd zsl ontvangen en een zoon baren,
en zijn naam zal zijn Emma n u ë 1, d. i. God
met ons.\'"
(1)
De vreugde te beschrijven, en de verrukking
van Jozef, bij het vernemen dezer hemelsche
boodschap, is eene onmogelijkheid. Nog
slechts één oogenblik te voren meende hij
zich door een onoverkomelijken afgrond ge-
scheiden van Haar, die hij meer beminde dan
zich zelf, en nu verscheen Maria in zijne oogen
zuiverder, reiner en eerbiedwaardiger dan
ooit; God zelf haalde den band, welke die twee
heilige personen vereenigd had, nog nauwer
toe, ja, onverbreekbaar voor eeuwig!
Jozef ontwaakte, zegt de H. Schrift —maar
welk een ontwaken! Jozef beminde zijne
Maria uit geheel zijn hart, en zie, op het oogen-
blik, dat hij meende, haar voor hem als dood
te moeten beschouwen, ontving hij haar uit
Gods hand weder, na verheven te zijn tot den
hoogsten rang boven alle andere schepselen.
Ja, zij die daar rustte, was die sterke Vrouw,
reeds in het paradijs beloofd, zij was het,
wier zaad het zaad van satan zou verstik-
ken, zij was het, Maria, die de helsche slang
zou verpletteren; zij was Moeder van God!
(1) Matlh. I, 20 aqq.
Gl. H. Jozef.                                                 4
-ocr page 54-
- 50 —
Overweging en Gebed.
"IP)<e vernedering, ° goede Heilige, was
^ altijd de weg, waarlangs Gods vrien-
den de verheerlijking binnen gingen; daar-
door werden zij waardig om de goddelijke
ingevingen van den H. Geest en zijne
openbaringen te ontvangen. De Heer heeft
gezegd, dat de nederige de hoogste plaats
zal hebben in zijn rijk; (1) Jesus zelf\' is
slechts door versmadingen en den dood den
hemel binnen gegaan. Hoe dan zoudt gij,
meest beminde vriend van God, van die wet
zijn uitgezonderd geweest ? -- En ik, nietige
aardworm, ik kan geene vernedering, geene
geringschatting van den kant der menschen
verdragen; ik zou wenschen dat iedereen
mij achting en eer bewees. Hoe is het mo-
gelijk, dat ik zoo kan zijn met uw voor-
beeld en dat van Maria voor oogen! O,
beminde Beschermer, verkrijg mij door uwe
gebeden en door de voorspraak van Haar,
die het verhevenste en toch het ootmoedigste
schepsel is, de deugd van nederigheid. Leer
mij mij zelven verachten en klein te zijn
in mijne eigene oogen, opdat ik later des
(1) Matth. XVI [I, 4.
-ocr page 55-
— 51 —
te grooter zij in de oogen van God, indachtig
het woord van den profeet:
Geestelijke kuikek. God heeft twee wonin-
gen, den hemel en het hart van den oot-
moedige.
Voorbeeld.
/2jTen grenadier leefde in algeheele verwaar-
^* loozing zijner godsdienstplichten; hij
had slechts één zaak aangehouden van alle
gebeden, die men hem in zijn jeugd geleerd
had, namelijk slechts het Wees gegroet, en
dit gebed ter eere van den H. Jozef: H.
Jozef, gij die de vader en beschermer zijt
geweest van het heiligste huisgezin, dat ooit
op aarde leefde, ik bid u ook de vader en
beschermer van onze familie te willen zijn, en
ons de genade van een goeden dood te ver-
werven.
Dit waren zijn eenige gebeden al
sedert jaren ; maar daaraan hield hij zich ook
stipt: tot den H. Aartsvader had hij zulk ver-
trouwen, dat hij steeds zijn naam in den mond
had en hem in alle wederwaardigheden aan-
riep. Om zijne forsche gestalte noemden zijne
kameraden hem altijd den grooten H. Jozef.
Het was in het jaar 1800. Onze grena-
dier bevond zich in den strijd en vocht dap-
per mee; plotseling echter werd hij buiten
-ocr page 56-
— 52 —
gevecht gesteld door een kanonskogel, die
hem een been verbrijzelde. „O, heilige Jozef,
heilige Jozef," was zijn eerste uitroep. Hij
werd in een bijzijnde woning gebracht; te
midden zijner smarten hoorde men hem op
zijn ziekbed niets anders uitbrengen. Een
priester sliep in een kamer naast de zijne,
en deze woorden hoorende, meende hij, dat
zijn buurman een godsdienstig soldaat zou
zijn. Hij begaf er zich dus heen en . . . de
vroeger zoo onverschillige grenadier biechtte
vol berouw: de H. Jozef had hem zijne be-
keering verworven. Eenige dagen later stierf
hij op de meest stichtende wijze, onder het
aanroepen van den H. Jozef.
(St. Joseph. Médit. p. tous 1. jours du muis de Mars).
ACHTSTE DAG.
De eerste dienaar van Maria.
et vurige dankbetuigingen jegens
God, die hem uit zijne kwellende on-
zekerheid had verlost, wachtte Jozef
den dag af. Eindelijk vernam hij de voetstap-
pen van Maria, en hij haastte zich, om zich bij
haar te vervoegen. Mij dunkt, ik zie hem, even-
als weleer Mozes, ongeschoeid en sidderend
-ocr page 57-
— 53 —
naderen tot dat nieuwe brandende Braam-
bosch, zonder doornen, waar, tusschen de
heilige vlam van het goddelijke moederschap,
de reine lelie der maagdelijkheid zich schitte-
rend verhief. Maria groette hem nederig als
naar gewoonte, maar reeds was haar bescher-
mer op de knieën gezonken, om God, die in
zijn huis verbleef, te aanbidden en te danken.
0, wat ging er bij dit gezicht om in het hart
van de overgelukkige Maria! Zij begreep nu,
dat Jozef onderricht moest zijn van haar ge-
heim ; en op hare beurt viel zij neder, en beiden
loofden God voor zijne barmhartigheid.
Dit verheven schouwspel is niet te beschrij-
ven, en toch, wat daar op volgde, moet nog
treffender zijn geweest, het onderhoud name-
lijk tusschen die twee heilige echtgenooten,
waarin Maria aan Jozef nauwkeurig alles ver-
haalde, wat met haar was voorgevallen. Mij
dunkt, ik zie de H. Maagd, blozend van nede-
righeid, in eenvoudige woorden aan Jozef
mededeelen wat de Engel haar zeide: „Ge-
groet, Gij vol van genade, de Heer is met U."
Als zij hem de ontroering en verwarring ver-
haalde, welke deze woorden in haar teweeg-
brachten, bewonderde Jozef hare voorzichtige
nederigheid, hij was buiten zich zelven van
-ocr page 58-
— 54 —
verrukking bij de gedachte, zulk een deugdza-
me vrouw, zulk een Heilige zijne Bruid te mo-
gen noemen, en in haar zoete en tot deugd
opwekkende tegenwoordigheid zijn leven te
mogen doorbrengen. Op verzoek van Jozef
verhaalde Maria ook alles wat bij Elisabeth
was voorgevallen ; maar gekomen aan haren
lofzang, het Magnificat, sprak zij niet meer.
De handen ten hemel geheven, en de oogen
opgeslagen naar God den Vader, zong zij als
verrukt die heerlijke voorzegging: „ Van nu
af zullen alle gedachten mij zalig prijzen."
En
Jozef was als buiten zich zelf van bewonde-
ring, van eerbied en ontzag; en de geest van
voorzegging deelde zich aan hem mede, en hij
begreep de beteekenis, opgesloten in die ver-
heven woorden: „ Want Hij, die machtig is,
heeft groote dingen in mij gedaan. Machtigen
heeft Hij omver geworpen en nederigen verhe-
ven; Hij heeft de armen met goederen overladen
en de rijken ledig weggezonden.
" Jozef zag de
groote gebeurtenissen vervuld worden, in
dezen schoonen lofzang aangeduid, hij zag hoe
de volken, gedompeld in de duisternis van
dwaling en zedenbederf, daaruit ontwaken
zouden, om den Zoon van Maria te aanbid-
den, van Hem het leven der ziel te ontvangen,
-ocr page 59-
— 55 —
en Maria\'s naam niet dien van .Tesus te loven
en te prijzen.
Van af dien dag veranderde de eerbied en
liefde, welke Jozef voor Maria gekoesterd
had, in een waarlijke vereering. Uit haar ver-
haal had hij begrepen, dat Maria het kanaal
was, waardoor ons de genaden zouden toe-
vloeien ; zij was Moeder van God, en hare
heiligheid en macht waren dus geëvenredigd
aan die allergrootste waardigheid. Van nu af
schepte hij er ongetwijfeld behagen in, hare
komst te begroeten met de woorden van den
Aartsengel; „ Wees gegroet, gij vol van ge-
naden, de Heer is wet u, gij zijt gezegend
onder de vrouwen}
of met Elisabeth: , Ge-
zegend is de vrucht uws lichaams!"
Wij mogen gerust aannemen, dat Jozef,
die zich zoo klein gevoelde in de nabijheid
zijner heilige Bruid, zich in hare machtige
voorspraak aanbeval: „Heilige Maria, bid
toch voor mij, die een zondaar ben." Onze
heilige was dus de eerste vereerder, de eerste
dienaar van Maria; laten wij zijn voetspoor
volgen en niets te veel achten, als het de eer
van onze onbevlekte Moeder geldt.
-ocr page 60-
- 56 —
Overweging en Gebed.
\\\\/iit doet het mij goed, allerbeste H. Jozef\',
* in u het volmaaktste voorbeeld te zien
van de vereering, die ik aan Gods Moeder
verschuldigd ben ! Door uw voorbeeld aange-
moedigd, wil ik mijn ijver in den dienst van
Maria verdubbelen, ik wil geen enkelen dag,
geen uur voorbij laten gaan, zonder haar met
den Engel te begroeten, zonder mij over hare
vreugde te verblijden, zonder over hare droef-
heden en smarten te treuren, of haar met
hare heerlijkheid in den hemel geluk te wen-
schen. Tot nog toe heb ik haar weinig bemind,
ach, help gij mij, bid voor mij, opdat ik
die goede Moeder steeds meer en meer
liefhebbe, en de kracht der belofte moge
ondervinden, die zij door den mond van den
Wijzen Man doet:
Geestelijke ruiker. Ik verrijk degenen, die
mij beminnen. (1)
Voorbeeld.
^fnii het jaar 1638 heerschte de pest in Frank-
\'— rijk ; vooral in Lyon maakte deze vreese-
lijke geesel vele slachtoffers.
(1) Spr. VIII, 21.
-ocr page 61-
— 57 —
Een vierjarig jongetje werd er door aange-
tast. De ongelukkige moeder was troosteloos,
zij zat dengeheelen dag weenende bij het bedje
van haren kleinen Martinus. Een vriend van
de bedroefde ouders kwam hen bezoeken en
ried hun medelijdend aan, om hun kind aan den
H. Jozef aan te bevelen. ,0 ja, van harte
gaarne," riep de moeder weenend uit; „ik zal
dien Heilige bijzonder aanroepen, mijn kind is
juist op zijn feestdag geboren."
Bij deze woorden viel zij op de knieën en
bad den H. Aartsvader, om toch Martinus te
willen genezen. Eenige uren later kwam de
vader terug om naar zijn kind te zien; hij vond
het slechter dan te voren, en meende het red-
deloos verloren. Ook zijne echtgenoote was
van dit gevoelen, lntusschen gingen zij voort,
den H. Jozef met vertrouwen aan te roepen ;
nog was hun gebed niet ten einde of de kleine
wilde eten en opstaan; hij was volkomen ge-
nezen. Vol innige dankbaarheid lieten de over-
gelukkige ouders op het altaar van den H.
Jozef een schilderij plaatsen, de mirakuleuze
genezing van hun kind voorstellende.
(Jardin den enfant*.)
-ocr page 62-
— 58 —
NEGENDE DAG.
De verwachting.
ch, wat waren zij zoet voor Jozef, de
dagen, die verliepen na de verschij-
ning des Engels, tot aan de ge-
boorte van den Verlosser! Dezen Verlosser,
hij wist het, bezat hij reeds in zijne scha-
mele woning; hij wist. dat de Zaligmaker aan
zijne zijde was. hij aanbad zijn verborgen God,
welke zijne tegenwoordigheid door een ge-
heimzinnigen invloed deed gevoehn. Daar hij
was aangesteld als bewaker over bet kost-
baarste, dat de wereld ooit zou aanschouwen,
waakte hij bovenal op zich zelf\', om zich voor
zijne taak meer waardig te maken; hij immers
leefde dag en nacht in de onmiddellijke nabij-
heid van die nieuwe Arke des Verbonds. Het
vleeschgeworden Woord was de grondslag
van al zijne gedachten, daarvoor werkte, daar-
voor leefde hij. Als hij verplicht was, zijne
woning voor een tijdje te verlaten, liet hij er
zijn hart achter; men kon het hem aanzien,
als hij niet de menschen sprak, dat zijn geest
elders vertoefde, dat hij dacht aan de geliefde
wezens, waardoor zijn huis geheiligd werd;
en zoodra zulks mogelijk was, verliet hij het
-ocr page 63-
— 59 -
gewoel der menschen om zijn woning, zijn
paradijs weder binnen te gaan.
O, wie zou niet gaarne tegenwoordig zijn
geweest bij deze twee heilige echtgenooten,
als zij, gezeten onder den vijgeboom achter
hunne woning, uitrustten van de doorgestane
vermoeienissen, en elkander hunne vrome ge-
dachten mededeelden ? De onmetelijkheid van
het donkerblauw hemelgewelf, waaraan de
eerste sterren begonnen te schitteren; het
stilzwijgen van die grootsche natuur, welke
als ingetogen scheen, om bij het einde van den
dag haren Schepper te zegenen, alles in één
woord, wat hen omringde, bracht Maria en
Jozef er toe, om hunne harten tot God te ver-
heffen. Evenals alle zuivere zielen schepte
ook Jozef er behagen in, zijne blikken tot het
met sterren bezaaide hemelgewelf op te slaan,
en Gods eeuwige schoonheid en macht te be-
wonderen in die verschillende flikkerende
sterrenbeelden. Vervolgens zijne oogen weder
slaande op de H. Maagd, die evenals hij in
diepe overwegingen verslonden was, kwamen
hem al die schitterende hemelbollen bleek en
nietig voor, vergeleken bij degene, die naast
hem zat. Was zij niet grooter, niet verhevener
dan de hemel, was zij niet schooner en glans-
-ocr page 64-
— 60 —
rijker dan de maan, wier zilveren licht bij Maria
slechts als schaduw was? Woonde de Schep-
per van het heelal niet in haar binnenste?
Het scheen hem, dat de natuur zweeg van be-
wondering bij het aanschouwen van Maria,
dat de sterren van vreugde schitterden in
tegenwoordigheid van dat koninklijk aan-
schijn, dat de vogelen hunne stem weer-
hielden om de hare te hooren.
En Jozef, met hoeveel aandacht en ziels-
verrukking luisterde hij naar de woorden vol
wijsheid, welke van Maria\'s lippen vloeiden,
als zij hare overpeinzingen af brak, om hem
hare gedachten mede te deelen. En als hij
haar zijne vrees uitdrukte, van niet waardig
te zijn om God in zijne woning te ontvangen
en Hem onder de gedaante van een hulpbe-
hoevend kind op zijne armen te dragen, wat
deed het hem dan goed, door zijne Bruid te
worden gerustgesteld, en haar aan de hand
der H. Schrift te hooren verklaren, dat God
niet zou komen om te heerschen maar om
onderworpen te zijn; en dat de Heer, die ieder
de noodige kracht geeft voor zijne taak, ook
zou zorgen, dat Jozef en Maria hun ouder-
plichten naar behooren zouden vervullen.
Onder dergelijke heilige gesprekken sle-
-ocr page 65-
— 61 —
ten zij den avond, totdat het uur van rusten
sloeg, en Jozef in een zuchten slaap de 1100-
dige kracht ging verzamelen voor den arbeid
van den volgenden dag.
Overweging en Gebed.
hoe gelukkig zijt gij, groote Aartsvader,
hoe rijk in uwe armoede. Zie, hoevele
koningen, hoevele profeten en rechtvaar-
digen vóór u hebben verzucht en verlangd
om slechts te zien wat gij bezit, en zij heb-
ben het niet gezien. Ach, welk een geluk voor
mij, zoo ik de vernederendste diensten bij u
had mogen verrichten. Hoe gaarne zou ik
mijn geheele leven dusdanig hebben doorge-
bracht, als mij slechts in ruil daarvoor gege-
ven werd, dat heilig Tabernakel te aanschou-
wen, waarin God zijn verborgen schuilplaats
hield. Hoe gaarne had ik, zij het slechts
éénmaal, bij dat bewonderenswaardig Vat
van heiligheid aanbiddend neergezonken voor
den menschgeworden God, dien het in zijn
binnenste besloot! . . . Maar wat beklaag ik
mij toch? Kan ik niet, zoo dikwijls ikzelf
maar wil, de beminnelijke tegenwoordigheid
van een verborgen God genieten ? Is Jesus
niet hier, op eenige schreden van mijne wo-
-ocr page 66-
— 62 —
ning. onder de gedaante van brood in het
H. Sacrament verborgen ? . . . . Zie, ik kan
een geluk smaken, dat u niet ten deel viel,
ik kan Jesus werkelijk, met Godheid en
Menschheid, in mijn hart ontvangen, mijne
ziel geheel in de zijne uitstorten, geheel met
Hem vereenzelvigd worden.
Maar ach, helaas, hoe weinig nader ik,
om dat aanbiddelijk Voedsel te nuttigen,
hoe lauw ben ik, als ik Jesus ontvangen
heb; hoe lang schijnt mij een halfuur, in zijne
tegenwoordigheid doorgebracht. Ik schaam
mij, dat ik het bekennen moet, maar \'t is alsof
ik mij verveel, en dat in de tegenwoordigheid
van het beminnelijkste, het hoogste Goed!
Welk een verschil, H. Jozef, tusschen u en
mij. Maar gij bemint Jesus, en ik helaas, ik
bemin Hem niet, of zoo weinig, dat het geen
liefde genoemd kan worden; mijn hart laat
zich geheel door de schepselen beheerschen.
Ach, om uwe liefde tot Jesus bid ik u, vraag
voor mij de onthechtingaan het aardsche. Dat
ik slechts voor Jesus leve, en voortdurend ver-
lange naar zijne tegenwoordigheid, en slechts
mijn vermaak vinde aan de voeten van Jesus.
Geestelijke kuikek. Wat, o Heer, is er in
den hemel en op aarde zoet, zonder U!
-ocr page 67-
— 63
Voorbeeld.
£p"en godvreezend jongeling legde zich toe
^* op de studiën, met het voornemen, later
den priesterlijken staat te omhelzen, en zich
aan het heil der zielen te wijden. Ongelukkig
ondervond hij zulke moeilijkheden met het
Latijn, dat zijn leermeester den moed liet zin-
ken, en hem dit mededeelde. Weenend bad
de scholier hem, om toch nog maar verder te
willen beproeven. „Beste jongen." antwoord-
de de geestelijke, „ik zie er slechts één middel
op ; beveel u aan den H. Jozef, dat hij u helpe,
anders vrees ik, dat wij halverwege zullen
blijven steken. Welaan, schep moed, ik zal
mijn gebed met bet uwe vereenigen; aan een
volhardend gebed is de overwinning beloofd."
De jongeling deed zulks, hij bad met vuur,
en de H. Jozefhielphemop wonderlijke wijze.
Zijn verstand werd langzamerhand ontwik-
keld, en de grootste moeilijkheden kwam hij
schitterend te boven. In het Groot Seminarie
onderscheidde hij zich boven de anderen door
zijn helderen geest, en hij werd een heilig
priester. Later werd hij professor in verschil-
lende vakken, en eindelijk vicaris-generaal;
vele jongelingen leidde hij achtereenvolgens
tot geleerde priesters op. Zijn dankbaarheid
-ocr page 68-
- 64 —
en vertrouwen tot den H. Jozef waren bekend,
en hij verhaalde menigmaal met aandoening
hoe deze goede Heilige hem geholpen had.
(Année mixéricordieuse.)
TIENDE DAG.
De tweede reie.
ntusschen naderde hij al meer en meer,
de schoone dag, die over de wereld
de Zon der gerechtigheid zou doen
schijnen, en de duisternissen van zonde en
afgoderij verdrijven. Met een godsvrucht en
teederheid, die de Kngelen in verrukking
bracht, bereidden Maria en Jozef het wiegje,
waarin de Godmensch zou worden ontvangen.
Wel waren zij arm ! wilgetakjes en biezen,
door de naarstige hand van Jozef saamge-
vlochten, vormden als een mandje, gelijk aan
dat, waarin de redder van het Joodsche volk,
Mozes, op de wateren van den Nijl dreef; en
Maria spon en weefde eigenhandig de doeken
en windsels, grof wel is waar, maar van on-
schatbare waarde door de tranen van moeder-
liefde, welke hare oogen er op gestort hadden.
Als Jozef zijne van liefde stralende blikken
op die armoedige rustplaats liet gaan, sprak
-ocr page 69-
— 65 —
hij zuchtend: „Ach, moet onze God zóó
zijn intocht doen in de wereld ? Gij weet,
Maria, dat ik nooit de rijkdommen onzer
voorouders heb begeerd, maar in dit oogen-
blik betreur ik toch de schatten van Salomon,
om daarvan een heerlijken troon te vormen
voor uw Zoon,___voor mijn Zoon, omdat gij
verlangt, dat ik Hem zoo zal noemen."
Glimlachend antwoordde Maria: „Veront-
rust u daarover niet, dierbare Jozef; indien
Gods Zoon gewild had, zoude Hij ons rijk
hebben doen zijn, maar zie, Hij wilde arm
geboren worden, en koos daarom twee armen
tot ouders. Geloof mij, uw minnend hart zal
Hem eene aangenamere rustplaats wezen dan
het praalbed van Salomon."
Ja, wel was dat wiegje arm en onaanzien-
lijk, maar toch was het voor den nederigen
Jesus nog te rijk, en verkoos hij tot rustplaats
eene kribbe!
Op zekeren dag even uitgegaan zijnde,
kwam Jozef met ontsteld gelaat terug; mede-
lijdend vroeg Maria hem naar de oorzaak
van zijn bekommering. Jozef verhaalde haar
nu, dat zoo juist een besluit bekend was ge-
maakt, waarin de keizer aan zijne onderdanen
het bevel gaf, zich in de plaats hunner afstam-
GI. H. Jozef.                                                       5
-ocr page 70-
— 66 —
ming voor de volkstelling te doen inschrijven.
Jozef moest naar Betblehem, dat vier dagrei-
zen van Nazareth verwijderd was, en moest
Maria achterlaten, daar zij in Nazareth niet
zouden kunnen terugkeeren vóór de geboorte
vau Jesus, dien hij dus bij diens intrede in de
wereld niet zou kunnen begroeten.
Maria deelde aanvankelijk in de ontstel-
tenis van Jozef, doch stelde hem weldra met
hemelsche gelatenheid gerust, er stondimmers
geschreven bij den profeet Micheas: „En gij,
Bethlehem, zijt geenszins de geringste onder
de steden van Juda, want uit u zal geboren
worden de Heerscher, die Israël regeeren zal."
Jozef was getroffen over dit juiste ant-
woord en dankte God, hem zulk eene wijze
echtgenoote te hebben geschonken. Maria
zelve wist de plaats van Jesus\' geboorte zeer
goed, doch had aan God overgelaten, zjjn
wil te doen kennen. Zij namen dus de doeken
en een weinig brood, stelden zich onder
Gods hoede en begaven zich op weg.
Aan zich zelf dacht Jozef niet, maar wat
hem het meest smartte, was deze pijnlijke
reis voor die teedere en zwakke Maagd. Er
moest spoedig worden voortgegaan, want
het was winter, en vooral in de bergstreken
-ocr page 71-
— 67 —
doet dit jaargetijde zijne strengheid gevoelen.
Wat deed het hem leed, des avonds zijne Bruid
te zien afgewezen, als zij vermoeid van de
reis een onderkomen zocht! Want in de ge-
geven omstandigheden weigerde men dikwijls
beiden op te nemen; zij waren ook zoo arm !
Toch vond Jozef op deze reis troost in liet
gezelschap van Maria. Kon het ook anders ?
Zij verheugde zich, weldra Jesus te kunnen
omhelzen, en deed Jozef in hare verrukking
deelen.
Overweging en Gebed.
"BYeen, o neen, H. Jozef, zij kunnen niet
—— ongelukkig zijn, die voort wandelen in
het gezelschap van Jesus en Maria! Zij vin-
den een beschutting onder den mantel van
de Moeder des Heeren, en Jesus is voor hen
de veilige lichtbaak gedurende den nacht,
het manna der woestijn, de rots, waaruit
levend water ontspringt. Hoe dwaas handel
ik toch, met steun te zoeken bij den zwakken
mensch, die als een broos riet mij voor het
vallen niet kan behoeden. — Leer mij,
evenals gij, alles vaarwel zeggen en vergeten,
om mij slechts op Jesus en Maria te verlaten
en hen te volgen. Eens toch zal de dag
komen, waarop ik alleen zal staan zonder
-ocr page 72-
- 68 —
vrienden aan de poort der eeuwigheid.
Waartoe zal mij dan al die aardsche vriend-
schap dienen ? Als ik integendeel Jesus en
Maria getrouw zal hebben gediend, als ik
hunne vriendschap zal verworven hebben, o
dan zullen zij mij in dat uur met vreugde
opnemen en ontvangen, en vol teederheid
zal Jesus tot mij zeggen:
Geestelijke ruiker. „Goede en getrouwe
dienstknecht, treed binnen in de vreugde
uws Heeren."
Voorbeeld.
l||6t is een groote fout in een waarlijk
—— christelijke ziel, eene overdreven vrees
voor den dood te gevoelen. De H. Alphonsus
zegt, dat men er naar dient te verlangen,
daar wij, eenmaal gestorven, buiten gevaar
zijn, God te beleedigen en den Hemel te
verliezen. Ziehier hoe iemand door de hulp
van den H. Jozef van die vrees genezen werd.
.Mijne moeder was eene vrome christin,
maar zij had zulk een vrees voor den dood,
dat ik er ontsteld van stond. Door middel
van een St. Jozefsbeeldje, dat ik haar eens,
zonder de minste bedoeling, gaf, ontstak zij
in zulke vurige devotie tot dien Heilige, dat
zij niet ophield, allen tot dezelfde godsvrucht
-ocr page 73-
— 69 —
aan te sporen, en dat zij zelve hem toen
familie-aangelegenheden aanbeval. Eens toen
men bij ons eene noveen deed om eene be-
langrijke gunst te verkrijgen, sprak zij tot
mijne zusters: „Wij zullen verhoord worden,
de H. Jozef heeft het mij beloofd." En wer-
kelijk, het geschiedde ook zoo.
„Op een anderen keer ried zij eene arme
vrouw, wier man 700 francs te vorderen had,
aan, tot den H. Jozef te bidden. En zie, de
schuldenaar, die op het punt stond van failliet
te gaan, schreef hun eenige dagen later een
briefje, dat de som tot hunne beschikking lag.
„De H. Jozef beloonde mijne moeder voor
haar ijver en godsvrucht, en toen het uur
van sterven sloeg, was zij zoo kalm en te-
vreden, als men maar denken kan. Ik kreeg
verlof om haar te bezoeken. Zoodra zij mij
ontwaarde, sprak zij: „Mijn zoon, ik ver-
trek naar het paradijs, naar den H. Jozef."
Zij sprak met mij over haren aanstaanden
dood. over de begrafenis, en dat alles met
eene kalmte, alsof het een gewone reis ware.
Eenige uren later gaf zij in de heiligste ge-
voelens hare ziel aan God, en ik twijfel niet,
of zij is reeds in den Hemel."
(Verhaal van een kloosterling.)
-ocr page 74-
— 70 —
ELFDE DAG.
Bethlehem.
a vele ontzettende vermoeienissen, na
vele uren van zware inspanning, kwa-
men onze heilige reizigers eindelijk
aan de poort van Bethlehem, dat zij voor altijd
beroemd zouden maken . . . Het kleine stadje
was met vreemdelingen overstroomd. Daar
Jozef van Bethlehem geboortig was, had hij
er ongetwijfeld eenige bloedverwanten en ken-
nissen. Hij klopte met Maria achtereenvolgens
bij iedereen aan, maar helaas, telkens tever-
geefs ; het was te laat, er was geen plaats meer
voor hen. Iedere weigering was als een dolk-
steek in het hart van Jozef, niet voor zichzelf,
daaraan dacht de onbaatzuchtige man niet,
maar voor zijne onbevlekte Bruid, die toch al
zoo vermoeid was van een vierdaagschen tocht.
Ziende, dat hij in de stad niet zou slagen, be-
sloot hij, met Maria naar de poort terug te
keeren waar zich een uitgestrekt gebouw
bevond, zonder bedden, zonder meubels wel
is waar, maar waar iedereen den nacht kon
doorbrengen. Helaas, ook daar was geene
plaats meer onbezet, het wemelde er van rei-
zigers, die alles in beslag hadden genomen.
-ocr page 75-
— 71 —
Toen wierp hij een droeven blik vol liefde op
Maria, die buiten stond te wachten, en weende.
Doch de jeugdige Moedermaagd ontving als
eene plotselinge ingeving, en wees hem eene
grot in de nabijheid, waar de lastdieren der
reizigers den nacht doorbrachten. Jozef aar-
zelde, dat was immers geene woning voor
Maria, voorden Heer van hemelen aarde, doch
zij hield vriendelijk aan, en zuchtend nam Jozef
zijn intrek daarbinnen. Hij sloot den ingang
zoo goed mogelijk, om Maria te beschutten
voor den snijdenden nachtwind, en maakte
zooveel mogelijk eene rustplaats voor haar ge-
reed. En Maria nam den medegebrachten
mondvoorraad, en zette het sobere avondmaal
voor. Vervolgens wilde Jozef de wieg gereed
maken voor Jesus; ach, wat sneed het hem
door de ziel, hier niets te vinden, slechts een
houten kribbe zag hij, en onder tranen van
aandoening bereidde hij die zoo goed hij
vermocht; nog nimmer had een priester met
inniger aandacht het offeraltaar toebereid.
Daarna begaf hij zich op verzoek van Maria
ter ruste.
En zie, in den nacht kwam hier de God-
mensch ter ivereld, en de Moeder wond Hem in
doeken, en legde Hem \'in de kribbe.
Mai-ia\'s
-ocr page 76-
— 72 —
stem, trillend van hemelsche vreugde, wekte
Jozef uit zijne sluimering; en nu ver-
toonde zich aan zijn oog een schouwspel,
zoo schoon, zoo verheven, dat eene eeuwig-
heid van geluk niet bij machte zal zijn, om
het uit zijn geheugen te wisschen. De H.
Maagd lag daar op de knieën, schoon en
glansrijk als een Seraphijn: zij hield op
hare armen een klein Kindje in doeken ge-
wonden, maar schitterend van goddelijken
luister, waardoor de duisternis der kille grot
in helder daglicht werd veranderd; en zij
bood Het hem aan, zeggende: „Jozef, zie-
daar uwen Zoon!"
De gevoelens te beschrijven, te beseffen
zelfs, die thans het hart van Jozef bestorm-
den en sneller deden kloppen, het is ons
onmogelijk. Het was zijn God, de God van
Abraham, Izaük en Jacob, onder eene ge-
daante, die de ruwste harten moest vertee-
deren. En het hart van Jozef, o het smolt
weg van liefde, van sprakeloozen eerbied.
Wat zou hij ook hebben kunnen zeggen?
Hij schreide van aandoening, en tranen van
dankbare liefde ontvloeiden aan zijne oogen.
En als eindelijk Maria hem toeriep: „Dier-
bare Jozef, zie, dit hemelsche Kind smeekt
-ocr page 77-
- 73 —
u door mijn mond, om zijn vader te wil-
len zijn, om het aan te nemen als uw eigen
Zoon, kom nader, het verlangt naar uwe
reine omhelzingen," — toen overwon Jozef
zijne heilige vreeze, en sidderend naderde
hij tot het Goddelijk Kind, tot den Emma-
nuël, God met onn;
hij strekte zijne armen
tot Maria uit, en ontving uit hare moeder-
handen zijn God. Hij omhelsde het aanmin-
nig Wicht, en drukte het aan zijn vurig
minnend harte, en stamelde de woorden:
„Mijn God, mijn Zoon!" En de hemelsche
Vader bekrachtigde deze aanneming, en
stortte in Jozefs zuiver hart een vonkje zij-
ner oneindige liefde; en de H. Geest daal-
de over hem neder, en om de lippen van
Maria speelde een hemelsche glimlach, ter-
wijl zij zachtkens de woorden van haren
lofzang herhaalde, en de Engelen zongen
het vreugdevolle :
„ Glorie aan God in den hooge, en op aarde
vrede aan die van goeden wille zijn."
Overweging en Gebed.
WjOe groot, hoe onnoemelijk groot was
^^ uwe vreugde, o beminde patroon der
H. Kerk, toen het u gegeven was, den Zoon
-ocr page 78-
— 74 —
van God, die de uwe wilde zijn, in uwe
armen te drukken! Uwe verrukking doet
mij denken aan die van eene ziel, welke
uit het Vagevuur verlost, toegelaten wordt
tot de aanschouwing van het Goddelijk
Aanschijn, om zich in den Oceaan van ein-
deloos geluk te dompelen! Zal dat geluk
ook mij eenmaal zijn weggelegd? Ach ja,
ik hoop het, door uwe voorspraak, door de
verdiensten van Jesus en Maria. Maak toch,
dat ik Jesus beminne en Hem nimmermeer
beleedige; dat ik Maria liefhebbe en haar
immer aanroepe in mijne noodwendigheden.
Moge ik met een gerust hart de woorden
van den H. Augustinus kunnen herhalen:
Geestelijke kuiker. Dat ik sterve, o mijn
God, opdat ik U moge zien en bezitten
voor alle eeuwigheid!
Voorbeeld.
f?5\\nder een brandend heete zon reed ik
^^ zonder doel voort langs de zandige
kust van Senegal; ik liet mijn paard maar
draven, zonder te weten waarheen, door een
mij geheel onbekende streek. Het geschuifel
der verschrikte slangen, het plonsen in het
water van een of anderen kaaiman, dien de
-ocr page 79-
— 75 —
hoefslagen van mijn viervoeter uit zijne rust
hadden opgeschrikt, waren de eenige gelui-
den, welke de stilte van deze eentonige, barre
woestenij verbraken. En toch was er iets,
wat mij onwederstaanbaar aandreef, mijn rij-
tochtje nog immer te verlengen. Plotseling
ontwaarde ik een vervallen hut, en mijne
eerste gedachte was, daarbinnen eens een
kijkje te nemen. Zoodra ik den drempel
overschreed, hoorde ik eene stem mij ver-
schrikt toeroepen :
„Wie is daar?"
„Een priester, een missionnaris," ant-
woordde ik, „vrees niet. God zegene u..."
„Een priester, o pater, gij zijt van harte
welkom. Laten wij ons haasten om de zaken
van mijn geweten in orde te brengen."
Het was een soldaat van het Fransche
leger, die daar voor mij lag. Het gehuil de\\-
jakhalzen, die door de reeds begonnen ojiït*-
binding werden aangetrokken, overtuua^le mij,
dat er maar weinig tijd over was. Hfl Tbiechtte,
en ik begreep nu den geheimen, aandrang,
die mij tot in die hut gevoerd had,
Toen hij klaar was, sprak hij ongekun-
steld: „Ik wist zeker^dat hier een priester
zou komen!"
            V                 . ,.•\'
-ocr page 80-
— ?6 —
„Wat? Denk er aan, wij zijn hier niet in
Frankrijk, maar in het hartje van Afrika!"
„Wel ja, dat maakt niets uit. Ik draag
het koordje van den H. Jozef, en ik ben lid
van zijn broederschap voor een zaligen dood.
Welnu, mijn geweten was niet rein, de H.
Jozef moest mij dus een biechtvader bezor-
gen: dat heb ik hem gezegd, en mijn ver-
trouwen is niet beschaamd."
„ 0, nu begrijp ik alles. Welaan, mijn vriend,
stel uw vertrouwen steeds op den H. Jozef:
de dood komt, maar brengt met zich het leven
der ziel in gezelschap van Jesus, Maria en
Jozef."
Werkelijk, twee uren later stierf de soldaat.
(Een Miwtionnaris van Afrika.)
TWAALFDE DAG.
Bethlehem.
(Vervolg.)
oor de kribbe aanbiddend neergebo-
gen, vergaten Maria en Jozef alles,
om slechts aan hun Schepper te den-
ken, die daar in schamele doeken gewonden
voor hen lag. Jozef vooral was als vernietigd
-ocr page 81-
— 77 —
onder het gewicht van zoo een groote gunst,,
en geheel verslonden in de aanbidding van
zijn God. Ongetwijfeld zou de morgenstond
hem nog steeds in dezelfde houding gevonden
hebben, als niet een verward gedruisch van
stemmen aan den ingang der grot hem had
gewekt. Verscheidene mannen stonden daar
buiten, begeerig om binnen te treden. Jozef
zag aan hunne kleeding, dat het herders waren,
en sprak: „Broeders, wat zoekt gij?" — „Een
Engel des Heeren," was het antwoord, „is
ons verschenen, en heeft ons aangekondigd,
dat de Heer geboren is in de stad van David,
wij moeten Hem zoeken, liggend in een kribbe.
Zeg ons, of Hij hier is, dan wel of wij elders
moeten gaan zoeken, want wij willen Hem
zien en aanbidden."
Deze woorden vervulden den H. Jozef met
buitengewone vreugde; hij zegende God, die
volgens den lofzang van Maria, zich bij voor-
keur aan de nederigen openbaarde, en sprak:
„Komt binnen, Christus de Redder is hier,"
en hij bracht hen bij de kribbe.
Wie zou de ongekunstelde vreugde dier
goede lieden kunnen beschrijven, bij het
zien van hun Schepper, klein en arm ge-
worden zooals zij, en die hen had uitge-
-ocr page 82-
— 78 —
kozen als de eersten, om Hem te komen aan-
bidden. Stil en ingetogen vielen zij op de
knieën voor het Goddelijk Kindje, en drukten
vol eerbied hunne sidderende lippen op de
voeten van den pasgeboren God ; vervolgens
wenschten die eenvoudige lieden in even een-
voudige als hartelijke taal de verrukte ouders
geluk met de geboorte van dit Hemelsch Kind.
Daarna verhaalden zij al de bijzonderheden
van de verschijning der Engelen, en de heilige
Maagd luisterde vol aandacht en liefde naar
dit verhaal, zoo aandoenlijk in zijn kinderlij-
ken eenvoud.
En als zij geëindigd hadden, snelden zij
henen, om aan hunne gezellen te verhalen van
de wonderlijke gebeurtenis, welke dezen nacht
had plaats gegrepen, dat de Messias geboren
was te Bethlehem.
Den volgenden morgen kwamen nog meer-
dere herders en landlieden met hunne vrou-
wen en kinderen om Jesus te aanschouwen.
Jozef noodigde hen om binnen te komen en
zij kwamen en brachten het Kind hunne hulde.
Wat ging er om in de harten van Maria en
Jozef, bij het zien van die arme eenvoudige
lieden, welke het eerste waardig gekeurd wer-
den om hun Heiland te aanschouwen! En dezen
-ocr page 83-
- 79 —
konden hunne oogen van het heilig drietal
niet afwenden, van dat Kind, dat zijne teedere
handjes tot hen uitstrekte, van die Moeder,
stralende van geluk en schoonheid en vreugde:
van dien Vader, teederminnend over zijne
schatten neergebogen. Hunne kinderen brach-
ten Jesus volgens het gebruik hunne nederige
geschenken, bestaande in eenige vruchten of\'
ruw gebak. En Maria glimlachte die lieve on-
schuldige kleinen met zulke hemelsche zoet-
heid toe, dat dit schouwspel onuitwischbaar
in hun geheugen bleef gegrift.
Zoodanig ging deze eerste nacht van Jesus\'
leven voorbij, nacht vol zegeningen en gena-
den, nacht, die hetLicht der wereld had voort-
gebracht en straks het aanschijn der aarde
door de almachtige stralen van dat hemelsche
Licht zou vernieuwen.
Overweging en Gebed.
•Tl|eilige Aartsvader, gij zijt ons aller vader
— naar het geloof; na Maria waart gij de
eerste, die het Kind Jesus, den Godmensen in
zijne vernedering, mocht aanbidden; aan u
komt de eer toe, Hem en zijne heilige Moe-
der het eerst aan de kleinen en geringen te
hebben doen kennen. Ach, ik smeek u, ver-
-ocr page 84-
— 80 —
werf ook mij de genade, Jesus en Maria te
kennen, te beminnen en hen getrouw te die-
nen en na te volgen, en eens en voor altijd te
verzaken aan alles, wat hun kan mishagen,
vooral hoogmoed, zinnelijkheid en gehecht-
heid aan aardsche goederen. Verwerf mij de
volharding tot het einde, opdat ik in uw gezel-
schap de beminnelijke tegenwoordigheid van
Jesus en Maria eeuwig moge genieten. Amen.
Geestelijke euikek. Groote heilige Jozef,
leer mij Jesus en Maria te beminnen, zooals
gij hen hebt liefgehad.
Voorbeeld.
Met was tijdens een besmettelijke ziekte,
— die eene gansche streek verwoestte
maar vooral de armen en hulpbehoevenden
aantastte, dat een vroom priester eens eenen
duffen en vuilen stal binnen ging, waar een
slachtoffer der ziekte lag uitgestrekt. Wij
zullen het niet wagen, diens uiterlijk te be-
schrijven; genoeg zij het te zeggen, dat hij
duldelooze smarten leed. Geheel alleen, van
allen verlaten, kromde zich de ongelukkige
op zijn lijdensbed, een hoop muf en vunzig
stroo. Geen stoel, geen tafel, niets was er,
hij had alles verkocht, om zich een weinig
-ocr page 85-
— 81 —
warme bouillon te kunnen verschaffen. Langs
den zwarten muur hingen eene zaag en een
paar andere werktuigen, zijn geheele rijk-
dom, toen zijne armen nog in staat waren om
te werken; nu echter hingen zij slap en
machteloos langs het misvormde lichaam.
.Gij lijdt ongetwijfeld veel, arme vriend,"
sprak de medelijdende priester, , maar gij zult
Goddank spoedig deze wereld verlaten, waar
niets dan ellende uw deel is geweest."
„Ellende, pater? Neen, gij vergist u; ik
nam den H. Jozef tot patroon en noorbeeld,
en
evenals hij heb ik mij nooit beklaagd over
mijn lot. Ik kende gelukkig geen haat, geen
afgunst, en sliep gerust na al de inspanning
van een vermoeienden dag; met smaak at ik
mijn harde korst brood. Ik was arm, dat is
zoo: maar was de H. Jozef dat ook niet\'?
Als ik gezond word, waaraan ik echter twijfel,
zal ik weder naar de werf gaan, waar ik werk-
zaam was." De priester stond verbaasd over
zulke verheven christelijke gevoelens bij zulk
een ongeletterden man, en sprak hem moed in
voor den ophanden zijnden dood. „O," ant-
woordde de man glimlachend, ,ik heb geluk-
kig goed geleefd; met Gods hulp zal ik ook
goed sterven ..." (Année miséricordieuse.)
Gl. H. Jozef.                                                       6
-ocr page 86-
— 82
DERTIENDE DAG.
Vreugde en Smart.
hans verhief zich voor de achtste
maal sedert Jesus\' geboorte de zon
boven de grot, en kondigde nu aan
Maria en Jozef vreugde en droefheid aan;
vreugde, omdat door hen heden de Heilige
Naam aan de wereld zou worden geopen-
baard ; droefheid, omdat die openbaarma-
king moest worden voorafgegaan door de
pijn der bloedige besnijdenis.
Om te kunnen beseffen, hoezeer het hart
van Jozef bij deze gedachte leed, zou men zijne
liefde voor Jesus moeten kennen. Jesus was
de Zoon van eene Maagd, van de zuiverste der
maagden; de Zoon zijner Bruid, de getrouw-
ste en meest beminnende der bruiden; het
was ook zijn Zoon, hij had Hem uit de handen
van den hemelschen Vader, uit de armen van
Maria zelve ontvangen. Meer nog, Jozef wist,
dat dit Kind, hetwelk daar in de kribbe als
een hulpeloos Wicht vóór hem lag, de Hei-
land was, de Messias, zijn God en Heer. Reeds
zag Jozef het scherpe staal in dat onschuldige
lichaam dringen, reeds meende hij de hart-
verscheurende smartkreten te hooren van het
-ocr page 87-
— 83 —
Goddelijk Kind, dat bleek, en uitgeput van
pijn, slechts van vermoeidheid en afmatting
de oogen zou sluiten in een onrustigen slaap.
Jozef zag nog verder. Hij wist uit de woor-
den van den Engel, dat de Pasgeborene de
wereld zou verlossen, en zich dus als zoen-
offer zou stellen voor de zonden van het ge-
heele menschdom. De druppels bloed, die de
besnijdenis zou kosten, waren niets bij de
stroomen, welke later uit zijne kostbare won-
den zouden vloeien bij de wreede geeseling,
bij de onmenschelijke kroning met doornen.
De droefheid van Jozef werd nog vermeer-
derd door de grievende smart van Maria welke
haar Kind mateloos beminde, haar God, die
uit haar had willen geboren worden, die hare
liefkoozingen afbedelde, en in hare armen
sliep. Ach, toen de bedienaar der Mozaïsche
wet binnentrad om haar Kind op te eischen
tot de pijnlijke plechtigheid, was die teedere
Maagd hare droefheid niet langer meester ;
zij weende. Ach, hoe sneed de smart van zulk
een bemind wezen den armen Jozef door de
ziel! . . ..
Echter smaakte de heilige Aartsvader ook
heden den troost, aan de wereld een Naam
te openbaren vol aanbiddelijke zoetheid, een
-ocr page 88-
— 84 —
Naam, waarop alle knie zich zou buigen, en
die dood en hel zou overwinnen.
De Naam was door den Engel aan Maria en
Jozef geopenbaard; maar het gebruik wilde,
dat de kinderen eerst na de besnijdenis hun
naam ontvingen : de heilige ouders wachtten
dus met ongeduld het oogenblik, waarop het
hungegeven zou zijn, hun dierbaren Schat met
den zoeten naam Jesus te mogen aanspreken.
Als dus de bloedige plechtigheid had plaats
gehad, en Maria haren lieveling weder in de
armen drukte, en zijne smart poogde te doen
bedaren, vroeg de priester hun, hoe het kind
genoemd zou worden. In hare nederigheid
liet Maria, de hoogste in rang, aan den voed-
stervader van het Goddelijke Wicht het woord,
en Jozef sprak: „Zijn Naam is Jesus!"
Overweging en Gebed.
/ft^elukzalige, heilige Jozef, het was voor u
^"" zeer zeker roemvol, om nog vóór de
Apostelen, aan de wereld dien sterken Naam
te mogen openbaren, welke de aarde zou ver-
lossen, den hemel in verrukking brengen, de
hel machteloos in hare kolken doen terugzin-
ken ; maar nog grooter eer was het, er het
diepegeheim vanbegrepentehebben. Immers,
-ocr page 89-
- 85 -
gij wist het, door dien naam werd uw Kind
bestemd tot Slacht- en Zoenoffer voor onze
zonden ; tot Uitdelger onzer schulden en Mid-
delaar tusschen den vergramden God en ons.
Evenzeer dus als in het goddelijk vleesch van
Jesus, grifte het zwaard ook dien zoeten Naam
in uw hart, en sedert dat oogenblik onderging
uw hart als \'t ware een voortdurend marte-
laarschap bij de gedachte aan het vreeselijke
lijden van Jesus in de toekomst.
Ook ik. beminde Vader en Beschermer,
ook ik heb in mijne ziel het afdruksel ontvan-
gen van Jesus\' heiligen Naam; mijne ziel is
gezuiverd in zijn aanbiddelijk bloed, en ik ben
dus verplicht, een r.ieuw leven te leiden, in
God verborgen, en mijn vleesch met deszelfs
begeerlijkheden te kruisigen.
Maar helaas, hoe slecht vervul ik deze
plichten, hoe weinig draag ik er roem op,
den naam van Christen te dragen. Waartoe
zal hij mij later dienen, als mijn gedrag er
niet aan beantwoord heeft \'r1 . . . .
Ach H. Jozef, maak toch, bid ik u, dat ik
in \'t vervolg beter den naam van Jesus moge
begrijpen: dat ik er niet alleen de zoetheid
van smake, maar ook de wijze lessen begrijpe,
die er in liggen opgesloten, dat ik ze drukke
-ocr page 90-
— 86 —
in mijne handen en voeten, om mijn handel en
wandel zoodoende te heiligen; in mijn andere
zintuigen, opdat ik ze alle met de meeste zorg
voor iedere besmetting bewake; in mijn hart,
opdat zijne neiging ten goede gestierd worde;
prent in één woord in mijn geheele wezen het
lijden en den dood van Christus, opdat mijn
leven als eene weerkaatsing zij van het zijne,
en ik in zijn Heiligen Naam alle vijanden
mijner ziel moge overwinnen.
Geestelijke kuiker : Ik draag in mijn lichaam
de wondeteekenen van den Heer Jesus. (1)
Voorbeeld.
Ans, bij Luik, 15 Nov. 1878.
Eerw. Pater,
■^Htooordrongen van de levendigste dankbaar-
■*=^ heid, acht ik mij gelukkig, mij van eene
gedane belofte te kwijten, en in uwe Annales
de St. Joseph
de volgende gunst bekend te
maken. Ruim achttien maanden werd ik ge-
plaagd door eene hevige maagpijn, die hard-
nekkig weerstand bood aan al de zorgen,
welke de geneesheer van ons pensionaat
aan mij besteedde. Ik heb echter niet op-
(1) Gal. VI, 17.
-ocr page 91-
— 87 —
gehouden, de eene noveen na de andere te
houden, en met vertrouwen de hulp in te
roepen van de HH. Harten van Jesus tn
Maria, alsmede de machtige voorspraak van
den H. Jozef, om mijne genezing te ver-
krijgen, of wel een zaligen dood.
Van de kunst hoopte ik niets meer, de
kwaal verergerde, en onlangs in het laatst
van October ontving ik de HH. Sacramenten
der stervenden. Nu besloot ik nogmaals eene
noveen te beginnen, tot de HH. Harten van
Jesus en Maria en tot den glorierijken H. Jozef,
met inroeping der gebeden van Pius IX
en die van het geheele pensionaat, onder
uitdrukkelijke belofte, indien ik genas, dit
in de Annales de St. Joseph bekend te maken.
Den 4den November j.1., den laatsten dag
der noveen, ontving ik de H. Communie in
mijne kamer; na de dankzegging gevoelde
ik mij eensklaps beter, ik nam eenig voedsel,
zonder daarvan letsel te hebben; nu stond
ik op, kleedde mij en ging geheel alleen
zonder steun naar de kapel, om voor Jesus
neer te knielen, en mijn hart in gevoelens
van innige dankbaarheid voor God uit te
storten; ik was volkomen genezen! — Sedert
dien dag verricht ik mijne gewone bezigheden,
-ocr page 92-
— 88 —
zonder vermoeienis of hinder te gevoelen.
Ziedaar Eerw. Pater het feit, gelijk het zich
heeft voorgedragen. Eeuwige dank aan Jesus,
Maria en Jozef.
Aanvaard enz.
Anna Joseph Lacrojx,
Pensionnaire van het Weeshuis der Zusters
■van den II. Vincentius te Ans, bij Luik.
Als ooggetuige van bovengemeld feit be-
vestig ik de waarheid van het verhaal:
Zuster Victoike Dambakoy.
Overste van bovengenoemd huis.
VEERTIENDE DAG.
Vreugde en ongerustheid.
eldra was het gerucht van de groote
gebeurtenis te Bethlehem door de
vrome herders in den ganschen om-
trek verspreid, men sprak slechts over het
kind van Jozef, en over de wondervolle tee-
kenen zijner komst. En allen, die de herders
hoorden, stonden verbaasd over hun ver-
haal. (1) Na hen gehoord te hebben, wilde
men persoonlijk die heilige familie zien, en
(1) Lucas, II, 18.
-ocr page 93-
- 89 —
in grooten getale stroomden ongetwijfeld
velen naar de arme hut, waar het heilig
drietal thans gehuisvest was. O, wat moet
Jozef zich verheugd hehben, zijn dubbelen
schat het voorwerp te zien van zooveel
belangstelling. Minzaam ontving hij allen,
en als zij de goddelijke schoonheid van Jesus
bewonderden, en de nederige majesteit, welke
het hoofd der koninklijke Moeder omstraalde,
waren zij overtuigd, en zeiden: „Wij geloo-
ven, dat de zoon van Jozef de Verlosser
is, aan onze vaderen beloofd."
Eene onverwachte gebeurtenis bracht er
nog meer toe bij, om de aandacht der gan-
sche wereld op dit arme gezin te vestigen.
Als Jozef zekeren avond na eene korte af-
wezigheid terugkeerde, zag hij in de nabij-
heid van zijne deur een geheele karavaan
van fraai opgetuigde lastdieren en kameelen,
benevens een ganschen stoet dienaren; de
gansche buurt was in opschudding. Bovendien
ontdekte hij eene wonderbaar groote ster
aan het uitspansel, die een schitterenden
stralenbundel op zijne woning uitgoot. Bin-
nen gekomen zijnde, zag hij drie voorname
mannen met ontbloot hoofd voor Maria neer-
geknield, om bet Goddelijk Kind op haren
-ocr page 94-
— 90 -
schoot te aanbidden. Eene zoete hemelsche
vreugde, gemengd met vurige liefde en die-
pen eerbied, sprak uit hunne oogen, welke
onafgewend op Moeder en Kind gevestigd
waren; zij aanbaden, zij bewonderden, zij
smeekten in stilte. Daarna brachten zij hunne
geschenken, goud, wierook en mirre, aan
den nieuwen Koning der Joden.
Het hart van Jozef was overstelpt van
vreugde, hij zag nu de voorzegging van üavid
in vervulling gaan, dat koningen en volken
zouden komen om voor den Messias neer te
knielen. Hem te aanbidden, en hunne geschen-
ken te offeren. Jesus was werkelijk de Verlos-
ser, niet slechts voor Israël, maar voor alle
volken. Van dit oogenblik af, wij mogen het
gerust aannemen, opende Jozef zijn vaderhart
voor de Kerk, de onbesmette Bruid van Jesus
Christus, en werd hij de Patroon der gansche
H. Kerk.
Vervolgens verhaalden de Wijzen, hoe zij
oene geheimzinnige ster hadden gezien, en
eene ingeving des hemels ontvangen, om in
Judea den Heerscher der wereld te gaan zoe-
ken. Verrukt luisterden Maria en Jozef naar
hun verhaal, doch toen de laatste de woorden
vernam, die Herodes tot de vorsten gericht
-ocr page 95-
— 91 —
had: „Boodschapt mij, waar het kind is, opdat
ik kome en het aanbidde," toen sloeg Jozef de
schrik om het minnend hart. Immers, hij wist
dat Jesus slechts door lijden en vervolging
zijne glorie zou binnengaan, en dat velen tegen
Hem zouden samenspannen.
Van den anderen kant kende hij het wreede
karakter van den onmenschelijken Herodes,
die Jesus wellicht zou trachten te dooden. Het
Goddelijk Kind was immers de „nieuwgeboren
Koning der Joden."
In deze netelige omstandigheid nam Jozef\'
gelijk immer zijn toevlucht tot God. Was zijn
gebed altijd welkom in den Hemel, hoeveel te
meer thans, nu hij bad voor Jesus en Maria.
En zie, de Aartsengel Gabriël werd aan de
drie Wijzen gezonden, en beduidde hun in den
slaap, dat zij niet naar Herodes moesten weder-
keeren. En opgestaan zijnde, keerden zij langs
een anderen weg naar hun land terug.
Overweging en Gebed.
roote Heilige, hoe bewonderenswaardig
is uw gedrag in alles, hoe leerzaam
voor ons ! Ja waarlijk, gij zijt bij Jesus de
waardige plaatsbekleeder van God den Va-
der, die alles met zorg en nauwgezetheid
-ocr page 96-
— 92 —
bestiert, en toch zonder overhaasting. Uw
voorbeeld leert mij voorzichtig te zijn zon-
der overdreven vrees, het leert mij, iederen
dag al het mogelijke te doen, zoo voor mijn
eeuwig welzijn als voor het tijdelijke, en
verder mijn vertrouwen te stellen op God,
en onder zijne veilige hoede rustig in te
slapen, zonder zijne ondoorgrondelijke raads-
besluiten vooruit te willen loopen. Ach, hoe
gelukkig zou mijn leven zijn, als ik altijd
zoo handelde! Wat toch is verstandiger,
dan zich op God te verlaten, op dien goeden
God, die alle schepselen voedt, en zelfs de
kleine vogeltjes niet vergeet, als hunne
kreten ten hemel stijgen om spijze? Hoe
zou rlij mij dan kunnen vergeten, die naar
zijn beeld en gelijkenis geschapen ben ? Wij
zijn allen zijne kinderen, geen haar van ons
hoofd zal zonder zijne toelating gekrenkt
worden. Moest dat alles niet voldoende zijn
om onze kleinmoedigheid te overwinnen, en
op God te bouwen?
Ach, goede Heilige, verwerf mij de ge-
nade, mij dikwijls de beloften des Heeren
te herinneren, om zoodoende alle overdre-
ven ongerustheid te verbannen. Maak, dat
ik mijn best doe om in alles aan God te beha-
-ocr page 97-
- 93
gen, en voor het overige alles aan zijne
wijsheid over te laten. Amen.
Geestelijke kuikek. Op U, o Heer, heb
ik mijn vertrouwen gesteld; ik zal in eeuwig-
heid niet beschaamd gemaakt worden. (1)
Voorbeeld.
"f^Ve eerbiedwaardige dienares des Heeren,
^ Maria- Johaniia Orsolina werd langen
tijd hevig door den duivel gekweld. Dikwijls
zag zij hem woedend voor haar staan, om
haar op honderden wreede wijzen te ver-
volgen. In die aanvallen nam zij steeds hare
toevlucht tot den H. Jozef. Zij deed het
met zulk een levend geloof en vertrouwen,
dat zij alle pogingen van de hel machteloos
maakte, en zij getroost en gesterkt werd
tegen den harden strijd. Zij schreef den
naam van haar hemelschen Beschermer op
hare hand, en telkens als zij weer werd
aangevallen, toonde zij die letters aan satan,
welke daarop verschrikt de vlucht nam, en
ten slotte den strijd opgaf.
Laten wij ook in al onze noodwendighe-
den tot hem gaan, en wij zullen geholpen
worden.                         {Année miséricordieuse.)
(1) Ps. XXX, 2.
-ocr page 98-
— 94 —
VIJFTIENDE DAG.
Vreugde en droefheid.
oen de kleine Jesus veertig dagen oud
was, moest Hij aan de priesters ver-
toond worden; Hij was de eerstgebo-
rene van het heilige huisgezin, en behoorde
alzoo aan God.
Reeds vroeg stond Jozef op, vol vreugde
over de aanstaande plechtigheid. Vurig had
hij naar dit oogenblik verlangd, om op plech-
tige wijze den God zijner Vaderen te gaan
bedanken voor de onschatbare gunst van hem
met de heiligste, de gezegendste onder de
vrouwen te hebben vereenigd, en vooral voor
de genade, dat hij boven allen verkoren was
geworden, om de plaats van vader in de Hei-
lige Familie te bekleeden. Ook Maria was vol
heilige vreugde, nu zij aan God de vrucht van
hare maagdelijkheid kon gaan aanbieden, ter-
wijl zij niettemin hare glorie verborg, als
ware zij slechts eene gewone moeder.
Jozef nam nu twee duiven mede, waarvan
de eene moest worden geslachtofferd tot zui-
vering van Haar, die reiner was dan het licht,
en de andere tot erkenning van Gods heer-
schappij over het goddelijk Kind. Maria nam
-ocr page 99-
— 95 -
op bevel van Jozef den kleinen Jesus in hare
armen en verborg hem onder haren sluier.
Zoo begaven beiden zich op weg.
Wat gevoelde Jozef zich rijk in zijne ar-
moede ! Bezat hij niet het grootste, het hei-
ligste, dat ooit op aarde was gezien ? Hij kon
God een grooter offer brengen dan alle vorsten
der aarde, hij ging God op eene waardige wijze
verheerlijken, door Hem een oneindig offer te
brengen, God zelf, in de gedaante van een
klein kind.
Onderweg onderhielden de beide gelukkige
echtgenooten elkander slechts over hun innig
beminden schat; van tijd tot tijd beschouwde
de jeugdige Moeder met onuitsprekelijke tee-
derheid haren Lieveling, en als zij Jesus wak-
ker zag, lichtte zij even den sluier op ; o, hoe
hemelsch was die beminnelijke glimlach, dien
Jesus zijn overgelukkigen vader toestierde;
hop Zv, t de opslag van die goddelijke oogen,
als Jozef sidderend van eerbiedige liefde zijne
lippen drukte op het aanminnige gelaat van
den Oneindige, hier in schamele doeken ge-
wikkeld.
In Jerusalem gekomen, schreden zij in-
getogen voort naar den tempel, zonder het
trotsche koninklijke paleis een blik waardig
-ocr page 100-
— 9(5 —
te keuren. Hadden zij niet den Koning der
koningen bij zich? Ket scheen Jozef toe, dat
de tempel afgunstig was op zijn geluk. En
inderdaad, hij bezat in werkelijkheid datgene,
wat binnen de muren van Gods gebouw
slechts werd afgebeeld. Jesus was het ware
heiligdom. Hij was tegelijk het verhevenste
Offer en de heiligste Offeraar, het ware Altaar
en de eenige Hoogepriester, waardig om tot
God te naderen. En Maria, zij was die Arke
des Nieuwen Verbonds, die verheven Licht-
drager, kostbaarder dan die, welke den tem-
pel verlichtte.
Niemand echter sloeg in den tempel acht
op die eenvoudige lieden, en nederig wacht-
ten zij hunne beurt af. Eensklaps echter ziet
men in groote haast den heiligen grijsaard
Simeon aan komen snellen. Verwonderd over
zijne gejaagdheid, maken allen eerbiedig
plaats voor den godvreezenden man. Voor
Maria gekomen, knielt hij deemoedig neer
en strekt smeekend zijne armen uit. De jeug-
dige Maagd begreep hem en reikte hem haar
kind over. En vol aandoening drukte Simeon
den Heiland aan zijn hart, en dankte ver-
volgens den Hemel, dat hij zijn God had
mogen aanschouwen, neergedaald om de
wereld te verlossen.
-ocr page 101-
— 97 —
Wat deed deze plotselinge openbaring van
de grootheid zijns Zoons het hart van Jozef
met versnelde slagen kloppen. Maar ach,
weldra zou die vreugde in diepe smart ver-
anderen bij de woorden van den grijsaard:
„ Vrouwe, zie, deze is gesteld tot val en
opstanding van velen in Israël. ... en een
zwaard zal uwe ziel doorboren."
Ach, Jozef, welk een grievend leed onder-
vondt gij, als gij bij deze woorden de tranen
aan Maria\'s oogen zaagt ontvlieten, als gij
de grenzenlooze smart bespeurdet, waaraan
uwe zachtzinnige Bruid bij deze voorspelling
ten prooi was.
Evenals de priesters in den tempel eenigen
tijd de offerdieren moesten voeden en ver-
zorgen, zoo ook zou thans Jozef zijnen Jesus
slechts terugontvangen, om Hem groot te
brengen en voor Hem te arbeiden eenige
jaren, doch slechts om Hem in het leven
te bpwaren als een Offerlam van oneindige
\'waarde, bestemd om ter slachtbank te worden
geleid tot uitdelging onzer zondenschulden.
Na aan alle voorschriften der wet voldaan
te hebben, gingen beiden met Jesus uit den
tempel en sloegen zwijgend den weg in naar
het stille Nazareth.
Gl. H. Jozef.                                                       7
-ocr page 102-
— 98 —
O ver-weging en Gebed.
TïSoe wein\'?i heilige en bedroefde Aarts-
*^ vader,, hoe weinig heb ik tot heden het
geheim des kruises begrepen! De H. Geest
zegt, dat God gewoon is. hen te kastijden,
die Hij onder zijne kinderen rekent; dat men,
om aan de hemelsche glorie deelachtig te
worden, hier beneden de gelijkenis van den
gekruisten Jesus moet vertoonen. En toch,
ik kan het niet verdragen, als ik niet met
vrede word gelaten ; ik kan het niet van
mij verkrijgen, om de weinige bittere drop-
pels te drinken, die God in den kelk mijns
levens heeft gemengd.
Ach, heilige Jozef, indien er onder de
menschenkinderen iemand geweest is, die
verdiende, hier op aarde onvermengd geluk
te genieten, waren dat dan Jesus niet en
Maria, en gij, de plaatsbekleeder des Hemel-
schen Vaders in dit heilig huisgezin? En wat
zie ik ? Jesus is een man van smarten gewor-
den, het uitvaagsel van het menschdom;
Maria, de Moeder der smarten, de Koningin
der Martelaren, gevoelde haar geheele leven
een vlijmend zwaard haar onschuldige ziel
doorboren; gij zelf, de eenige steun van hen
beiden, zijt ten prooi geweest aan grievend
-ocr page 103-
— 99 —
zielewee; uw hart werd als \'t ware over-
stelpt van het lijden, dat hunne harten niet
meer konden bevatten. En dat alles om mij,
om mijne zonden!
O, ik ondankbare; ik weiger iedere ver-
, ^ nedering, ieder verdriet, hoe klein ook. Neen,
heilige Jozef, ik wil niet langer door zulken
zwarten ondank Jesus bedroeven. Leer mij
zoetheid vinden in het lijden, bij de gedachte,
dat het heiligste Drietal mij daarin is voor-
gegaan, opdat ik evenals gij eenmaal eene
schitterende kroon in den hemel moge ver-
werven. Amen.
Geestelijke ruiker. Hemelsche Vader, niet
mijn, maar uw wil geschiede!
Voorbeeld.
7jËS|en leest in het Leven van de Eerw.
Sim Moeder Maria FeUcitas, eerste Overste
\'. van de Zusters van den H. Jozef te Luik,
door pater Pruvost (S. J.):
„Men zou een heel boekdeel kunnen vul-
> len, als men al de buitengewone gunsten
wilde vermelden, welke Moeder Felicitas
door de voorspraak van den H. Jozef heeft
verworven. Zij was van meening, dat als er
eene of andere noodzakelijke uitgaaf moest
-ocr page 104-
— 100 —
gedaan worden, men dit niet diende uit te
stellen, al waren er ook geen hulpmiddelen;
in zulke gevallen ging zij tot den H. Jozef.
Bij dergelijke gelegenheid had zij eens tien
duizend francs
noodig; het was voor een
allernoodzakelijkste uitgaaf. Zij bezat ze niet,
maar stelde haar vertrouwen op Jesus\' Voed-
stervader, en de gevraagde som kwam. Bij
een andere gelegenhtid had zij vijftienhon-
derd franc»
noodig voor een werk in het
klooster. Maar waar ze vandaan te halen ?
De goede Overste laat eene novene houden,
en geeft bevel om het werk maar op voor-
hand te beginnen. Den negenden dag kwam
een kanunnik vragen om haar te sprekenden
stelde haar bovengenoemd bedrag ter hand,
dat een godvreezend persoon hem voor een
of ander liefdadig doel had geschonken.
Zuster Felicitas legde hem de zaak uit, en de
kanunnik verzekerde haar, dat hij van haar
plan niets wist, maar dat hij des nachts een
onweerstaanbaren aandrang had gevoeld, om
het geld bij haar te brengen. — Op een ande-
ren keer, dat zij weer haar toevlucht had
genomen tot haar hemelschen bankier, stelde
een eerbiedwaardige grijsaard aan de zuster
portierster een rolletje goudstukken ter
-ocr page 105-
— 101 —
hand, en verdween daarna, zonder dat men
ooit te weten is gekomen, wie hij was.
ZESTIENDE DAG.
De Vlucht.
ozef en Maria gevoelden zich buiten-
gemeen gelukkig, weder hun arme
vreedzame woning te Nazareth be-
reikt te hebben. Hun gemoed, in de laatste
dagen door zoovele verschillende aandoe-
ningen geschokt, had rust noodig en stille
eenzaamheid, om kalm de groote gebeur-
tenissen te kunnen overwegen, waarvan zij
onlangs getuigen geweest waren, en met
welgevallen de oneindige Majesteit te kunnen
aanschouwen, als een klein kind rustend in
de wieg. Ongetwijfeld vervolgde Simeon\'s
voorzegging hen voortdurend als een ijselijk
schrikbeeld, maar zij waren onderworpen;
zij wilden, wat de Hemelsche Vader wilde,
en in zulke gesteltenis hebben ook de tranen
hare zoetheid.....
Helaas, ook deze geringe vreugde moest
nog door nieuwe rampen vergald worden!
Het was nacht.... De oude arglistige
-ocr page 106-
— 102 —
Herodes lag onrustig op zijn koninklijk rust-
bed: hij vreesde, zich den schepter te zien
ontnemen door een zoon van David. Toen
hij de Wijzen niet zag terugkomen, had hij
in Bethlehem een onderzoek naar hen inge-
steld, en vernomen, dat zij plotseling ver-
dwenen waren, evenals die arme Galileër,
welke aangezien werd voor den Vader van
den Messias. Ook had hij nog gehoord, dat
de oude Simeon in den tempel een kind had
aangewezen als Verlosser van Israël. Thans
kende de toomelooze woede van den wreeden
flerodes geene grenzen meer, en hij zon op
middelen om zijn waggelenden troon te be-
vestigen. Plotseling rijpt er een plan in zijn
goddeloos brein, even wreed als bloeddorstig.
Alle kinderen beneden de twee jaren, in
Bethlehem en omstreken geboren, zullen
worden vermoord. Bovendien zullen er nog
personen naar Nazareth gezonden worden (1)
en vinden zij daar een kind, dat te Bethlehem
(1) Het Kvangelie zegt niet, dat Herodes ook
naspoiingen liet doen te Nazareth; maar... alles
is niet opgeschreven. Als de navorschingen slechts
tot Bethlehem en omstreken beperkt waren ge-
bleven, zon Jesus in Nazareth veilig, en de vlucht
naar Egypte noodeloos zijn ge «\'eest.
-ocr page 107-
— 103 —
is geboren gedurende eene reis zijner ouders,
zoo zullen zij het grijpen. En aanstonds
stelde de beul zijne trawanten met zijn plan
in kennis, maar God waakte over de zijnen.
Wat geschiedde intusschen te Nazareth
bij de H. Familie, het onschuldige voorwerp
van zooveel haat? Maria had haar Kind
gevoed, en op hare armen in slaap gesust;
vervolgens legde zij het in het armoedige
wiegje, en na een lang vurig avondgebed
bij hun Kind, hun God, hadden beide echt-
genooten zich ter rust begeven, onbewust
van het dreigend gevaar. Plotseling verschijnt
de hemelgezant aan Jozef in den slaap en
zegt hem: „Sta op, neem het Kind en zijne
Moeder, en vlucht naar Egypte, want zie,
Herodes zal hetKind zoeken om het te dooden! *
Ach, hoe benauwde deze droevige mare
het hart van den minnenden Jozef. Nauwe-
lijks toch had Maria hare oogen gesloten,
om in den slaap hare krachten te herstellen,
en nu moest hij die geliefde wezens in hunne
zoete rust storen, om in het holst van den
nacht ijlings een moeilijken en langdurigen
tocht te ondernemen. Maar.... God heeft
gesproken, en de gehoorzame Jozef aarzelt
geen oogenblik, ondanks de droefheid, die
-ocr page 108-
- 104 —
zijn gevoelig hart ondervindt, nu hij Jesus
en Maria ver van den tempel naar een on-
bekend, onherbergzaam land moest geleiden,
waar de menschen in de diepste dwaling en
bederf van het heidendom gedompeld waren.
Hij begaf zich naar het vertrek van Maria
en Jesus en sprak: „Dierbare Maria, sta
haastig op." En gehoorzaam als altijd stond
de nederige dienares des Heeren op, en
zeide: „Zoon van David, waarom gunt gij
u de hoognoodige rust niet?... gij zijt
toch niet ziek?..." Droevig en weenend
verhaalde Jozef nu, wat de Engel hem ge-
boodschapt had. „Ach, hoe kunnen de men-
schen U zoo haten, mijn Jesus!" antwoordde
Maria; „het is, wijl zij U niet kennen."
En haastig maakten beiden de noodige toe-
bereidselen voor de moeilijke reis, en be-
gaven zich met Jesus onder Gods bescher-
ming op weg.
Hoe droevig was die tocht; hoe pijnigend
vooral voor het minnend hart van Jozef.
Hij sidderde van angst, hier of daar een
der wreede handlangers te ontmoeten van
den goddeloozen Herodes, en moest dus
zoo snel mogelijk voortgaan. En dat met
een zwakke Maagd, en een hulpbehoevend
-ocr page 109-
— 105 —
Kind. Zeker, hij stelde al zijn betrouwen
op God, maar niettemin werd zijn hart
voortdurend door vrees benauwd. Welk eene
reis, en dat zou ruim een maand zoo duren,
alvorens Egypte te bereiken. En dan die
woestijn, waar de Israëlieten slechts door
een voortdurend wonder waren gespijzigd
geworden. Het weinige brood was weldra
verbruikt, en hun eenig voedsel bestond nu
in de schrale vruchten, welke hier en daar
opschoten, terwijl hun menigmaal het hoog-
noodige water ontbrak. Als de zon achter
den gezichteinder verdween, zeeg Maria
uitgeput van vermoeienis op den zandigen
grond neer, en bedekte den kleinen Jesus
met haren sluier ten einde hem zoodoende
te beschutten tegen den overvloedigen dauw
gedurende den nacht, terwijl Jozef\', onmach-
tig om haar een betere rustplaats te schen-
ken, droevig maar overgegeven aan Gods
aanbiddelijken wil daarbij stond te waken
uit vrees voor de wilde dieren, totdat ook
hij de moede oogleden sloot en de Engelen
de hoede over het heilige Gezin op zich
namen.
-ocr page 110-
— 106 —
Overweging en Gebed.
"VXjfelk een droevig schouwspel voor u, o
™"\'! H. Jozef, Jesus en Maria te zien
vluchten voor diezelfde menschen, wien zij
het eeuwig heil waren komen brengen! O,
wie zou nog eene wereld kunnen beminnen,
welke Jesus en Maria met haren haat ver-
volgt? Wie zou nog de gunsten kunnen af-
bedelen van een bedorven wereld, die het
zedenbederf op den troon verheft, de on-
deugd tot haren god maakt, eene wereld,
die Jesus, de heiligheid zelve, niet Maria
zijne beminnelijke Moeder van zich verjaagt
en naar een wilde streek doet vluchten, ja
zelfs Jesus naar het leven staat?
O heilige Jozef, hoe oneindig beter is het.
gelijk gij Jesus en Maria in de ballingschap
te volgen, in hunne smarten en ontberingen
te deelen, in plaats van te wonen in de weel-
derige paleizen der zondaars! Hoe verachte-
lijk zijn de genietingen van dit leven, daar de
goddelooze Herodes er naar hartelust van ge-
niet, terwijl Jesus de eeuwige Waarheid, die
alles naar zijne juiste waarde weet te schat-
ten, die genoegens geheel versmaadt!
Welke glorie voor u, H. Jozef, met Maria
de eersten te zijn geweest om Jesus\' armoede
-ocr page 111-
— 107 -
te deelen en de oneindige schatten te begrij-
pen, welke zij haren beoefenaren vergadert.
Bid toch voor mij bij Jesus en Maria, opdat
ook ik de aardsche zaken verachte, om slechts
het hemelsche te zoeken en met liefde de ont-
beringen des levens te dragen, opdat op mij
eens van toepassing mogen zijn deze woorden
der Eeuwige Wijsheid:
Geestelijke kuikeh : Gelukkig de armen van
geest, gelukkig zij die hongeren en dorsten
en weenen; hun is het rijk der hemelen.
Voorbeeld.
^*oor ongeveer drie jaren, schrijft eene
^ geestelijke overste, ging eene onzer me-
dezusters voor geldzaken naar een kantoor.
Op het oogenblik, dat zij hare papieren
moest toonen, miste zij een banknoot van
2000 francs; nochtans wist zij zeker, dat
ik het baar met meer andere waarde in een-
zelfde papier gevouwen, had gegeven.
Aanstonds werd in huis en daar buiten
met allen ijver gezocht, maar tevergeefs.
Ik zat in de grootste verlegenheid, want
het geld behoorde niet aan het klooster,
maar was mij door iemand toevertrouwd,
om het te beleggen. Gelukkig kwam ik op
-ocr page 112-
- 108 —
het denkbeeld, den H. Jozef aan te roepen;
de maand Maart zou juist beginnen. Sedert
jaren reeds werd die plechtig in ons klooster
gevierd, en ditmaal voegden wij er nog deze
bijzondere intentie bij, en baden met vuur.
Het was niet tevergeefs, ofschoon de H.
.lozef ons wel een beetje liet wachten, maar
hij verhoorde ons ook ten volle. In den loop
van den zomer werd het biljet teruggevon-
den en teruggegeven, wat menschelijker
wijs onmogelijk was. Maar wat vermag de
H. Jozef niet?
(Propag. d. I. dévoiion & St. Josepli.J
ZEVENTIENDE DAG.
De Ballingschap.
aarmate de reis vorderde, werden ook
de bezwaren grooter en menigvuldi-
ger van de heilige ballingen. De jeug-
dige Moeder vooral leed zeer onder zulk eene
harde en ongewone levenswijze, en alleen hare
avergroote en teedere liefde voor Jesus gaf
ïaar de noodige kracht om verder voort te
jaar,. Groot was dus de vreugde van Jozef,
;oen hij van verre de eerste sporen van een
nenschelijk verblijf ontwaarde, en de stille
-ocr page 113-
— 109 -
hoop koesterde, eindelijk een gastvrij dak te
bereiken, waar zijne beminde Bruid een ge-
schikt nachtverblijf zou vinden.
Helaas! hoe bitter werd hij teleurgesteld.
Vooreerst kende hij de taal van het land niet,
en had dus de grootste moeite, om met des-
zelfs bewoners een betrekking te kunnen aan-
knoopen. Ten tweede waren de Egyptenaren
zeer achterdochtig en terughoudend jegens
den vreemdeling, voor.il echter jegens de Israë-
lieten, die zij terecht beschouwden als vijan-
den hunner afgoden. Bovendien wantrouwden
zij den heiligen Jozef. Wie, zoo redeneerden
zij, hadeenbehoeftigen werkman kunnen aan-
sporen, om met zulk een jeugdige echtgenoote
en een pasgeboren kind een zoo verre reis te
ondernemen ? Zij veronderstelden wellicht,
dat de twee echtgenooten wegens een of ander
misdrijf verplicht waren geweest, hun vader-
land te ontvluchten, ten einde aan den strengen
arm der gerechtigheid te ontkomen, en de ge-
ringste Egyptenaar verheelde hun zijn verach-
ting niet. Echter slaagden zij er na verloop van
tijd in, door hun geduld, hunne deugd en zacht-
zinnige gelatenheid zich de achting van eenige
medelijdende zielen te verwerven, welke hun
als huurlingen wat werk gaven. De zoon van
-ocr page 114-
— 110 —
David verdiende een zuur stukje brood niet het
vervaardigen van verschillende gereedschap-
pen, terwijl zijne even arbeidzame Gade hem
trouw ter zijde stond met lijnwaad te weven en
te spinnen voor eenige rijke vrouwen. Gedu-
rende den tijd van den oogst vroeg zij aan Jozef
verlof\' om evenals lïuth de afgevallen en ach-
tergebleven korenaren op de geoogste velden
in te zamelen ; en vol vreugde toonde zij dan
aan haren echtgenoot de graankorrels, die zij
vergaderd had. En Jozef, o hij dankte God uit
de volheid zijns harten, voor diens vaderlijke
zorgen, en weende van aandoening bij het zien
van zulke diepe vernedering in het heiligste,
het hoogste aller schepselen.
Echter was de heilige Aartsvader ook zelfs
in de ballingschap niet van allen troost ont-
bloot. Bezat hij daar niet Maria, die door hare
zachte opgeruimdheid zijn moed wist op te
beuren en levendig te houden ? Zij was altijd
dezelfde, altijd even vriendelijk en tevreden,
de goddelijke wil ging bij haar voor alles. En
bovendien, met welke teedere liefdevolle zor-
gen omringde zij Jozef uit dank voor zijne
trouwe toewijding, zijn noeste vlijt en harden
arbeid. Hoezeer gevoelde Jozef zich door
hare dankbetuigingen beloond!
-ocr page 115-
— 111 —
Doch bovenal, Jozef bezat daar zijnen Je-
sus, den grootsten schat van hemel en aarde;
één blik op dat Kind was voldoende om hem
al zijne moeiten gering te doen schatten; en
als des avonds de beminnelijke Moedermaagd
hem haar goddelijken Zoon toonde, rustig
ingeslapen onder hare hoede, en Jozef eer-
biedig zijne lippen drukte op dat aanbidde-
lijk gelaat, o, dan gevoelde hij zich ruim-
schoots beloond voor al de vermoeienissen
van den dag.
In Egypte leerde de kleine Jesus te gaan.
Welk een hemelsche vreugde voor Jozef, te
zien, hoe het Goddelijk Kind zich zachtjes
van Maria\'s schoot liet glijden, glimlachend
de armpjes naar zijn vader uitstrekte, en met
onzekeren tred naar hem toe kwam om zich in
zijne armen te werpen. De Engelen zelven
waren over dit schouwspel in verrukking, hun
God, hun almachtigen Heer, daar als een ge-
woon menschenkind met wankelende schre-
den te zien voortgaan. In Egypte ook leerde
Maria aan Jesus voor het eerst den naam van
Vader stamelen. Ach, indien dit woord het
hart in beroering brengt van hem, die zich
voor het eerst dien zoeten naam hoort geven
door een wezen, geheel aan hem gelijk, hoe-
-ocr page 116-
— 112 —
veel te meer dan heeft Jozef wel gevoeld, als
hij dat woord hoorde uit den mond van zijn
God, zijn Schepper!
Nog andere vertroostingen smaakte Jozef
in het land der ballingschap; immers, hier
was het eerste paaschfeest gevierd. Wel is
waar mocht thans het paaschlam niet meer
buiten Jerusalem worden genuttigd; maar
konden zij die afbeelding betreuren, nu zij het
voorafgebeelde zelf bezaten? Was Jesus niet
het ware Lam Gods, wiens aanbiddelijk Bloed
de volkeren zou beschutten voor de slagen der
eeuwige gerechtigheid ?
Bij het Pinksterfeest, het feest van de
afkondiging der Wet, plaatsen Maria en
Jozef den Goddelijken Jesus voor zich neer.
Hij was het, die aan hunne voorvaderen op
den berg Sinaï was verschenen, onder donder
en bliksem. Welk eene verandering! Hier
was het een hulpbehoevend Kindje, zwak en
teeder, dat slechts uit zijne sluimering ont-
waakte om een weinig liefde af te bedelen, en
de menschen aan te kondigen, hoe lief God
hen gehad had, door zijn eenigen Zoon zóó
te vernederen.
Bij het Loof huttenfeest sloeg Jozef buiten
een tent op van groen en bloemen, en Maria
-ocr page 117-
— 113 —
zette er hun eenvoudigen maaltijd gereed.
Het was aandoenlijk om te zien, met welke
kinderlijke vreugde de kleine Jesus deze toe-
bereidselen aanschouwde, en in zijn wit kleed
tusschen Maria en Jozef gezeten, hun de be-
teekenis vroeg van deze zonderlinge woning.
Met welke oplettendheid luisterde Hij, die
alles wist, naar het verhaal zijner ouders van
al de gunsten, die het Joodsche volk van God
had ontvangen.
Overweging en Gabed.
Wi, oodanig, H. Jozef, bracht gij den tijd der
—\' ballingschap door, getroost door het
zoete gezelschap van Jesus, en maak te t gij
ook daar evenzeer vorderingen in de deugd
als te Nazareth en Bethlehem. Hoe gelukkig
zou ik wezen, bijaldien ik uw voetspoor
volgde; als ik, de oogen sluitende voor de
ijdelheden dezer wereld, gelijk een reiziger,
haastig voortging, den blik slechts gericht
op het verheven doel van het menschelijk
bestaan: de zaligmaking der ziel! Maar ik
kan, evenals gij, mijn Jesus iederen dag
bezitten, zijn bijzijn genieten: ik kan Hem
iederen dag aan zijn Vader opdragen in de
H. Mis, en Hem, zoo dikwijls ik wil, aan
(il. II. Jozef.                                                        8
-ocr page 118-
— 114 —
mijn hart drukken door de H. Communie.
Wel is waar bezit ik Maria niet, zooals gij;
maar ik weet toch, dat haar liefdevolle blik
voortdurend op mij rust; zij is in den hemel,
maar de hemel is bij hem die bidt. O, be-
minde Beschermer, wees gij mijn voorspreker;
vraag voor mij van uwen Jesus,niet de aardsche
schatten, welke gij hebt veracht, niet de be-
dorven vermaken eener goddelooze wereld,
maar vraag voor mij een zuiver hart, vol
hemelsche wijsheid, een hart, dat slechts
klopt voor Jesus, Maria en Jozef!
Geestelijke ruiker : Mijne ziel dorst naar
God; wanneer zal ik voor zijn aanschijn
verschijnen ?
Voorbeeld.
H..... (provincie Luik, 8 November 1868.)
\'ffim de maand October 1867 had zekere
— H. M... het ongeluk, in zijne werkplaats
getroffen te worden door een ijzeren staaf,
welke hem het been brak ; een geneesheer
zette het gekwetste lichaamsdeel weer.
Eenigen tijd later, toen alle gevaar scheen
geweken, vertoonde zich een belangrijk
gezwel, vergezeld van vreeselijke pijn, een
weinig beneden de plaats waar het been
was gebroken geweest.
-ocr page 119-
— 115 —
Na verscheidene maanden van duldeloos
lijden scheurde het been van de knie tot
aan den hiel, en de geneesheeren, die hem
behandelden, verklaarden eenparig als eenig
middel, het been af te zetten, ofschoon er
ook dan nog slechts geringe hoop op red-
ding overbleef. De zieke en zijne huisge-
nooten wilden daar niet van hooren en eenige
dagen later verklaarden de mannen der kunst
eenparig, dat er geen herstel meer mogelijk
was, aangezien de man geen voedsel, zelfs
geen droppel water kon nuttigen zonder
alles onmiddellijk over te geven.
Nu rieden wij hem aan, den H. Jozef
aan te roepen. Mijn broeder bracht hem
het gewijde koordje; en den 4den Maart be-
gon zijne familie eene novene ter eere van
den H. Jozef (wij deden eveneens) met belofte,
zijne genezing bekend te maken. Nauwelijks
omhangen met het koordje, had hij geen last
meer van brakingen; aanstonds kwam er aan-
merkelijke beterschap aan het been, zijne
krachten kwamen terug, en op den feestdag
van den H. Jozef kon hij reeds opzitten in
bed, tot groote verwondering aller genees-
heeren, die hem geheel hadden opgegeven.
Deze wonderbare genezing heeft niet wei-
-ocr page 120-
— 116 -
nig bijgedragen tot verspreiding van de devo-
tie tot den beroemden Heilige. P. D.
(Annèe miséricordieuse.)
ACHTTIENDE DAG.
De terugkeer uit Egypte.
oe zoet het gezelschap van Jesus hun
ook was, toch verzuchtten Maria en
Jozef voortdurend naar het o.ogen-
blik, waarop zij den dierbaren geboortegrond
wederom zouden mogen betreden. Menig-
maal onderhielden zij elkander, na hun sober
avondmaal genuttigd te hebben, over dien
grond, geheiligd door de tegenwoordigheid
des tempels, door de voetstappen van zoo-
vele profeten, en door zoovele mirakelen be-
roemd. De kleine Jesus luisterde oplettend
toe, en het was een aandoenlijk schouwspel,
uit den mond der eeuwige Wijsheid zulke
kinderlijk onschuldige vragen te hooren.
Eindelijk verhoorde God hunne verzuch-
tingen. Als allen sliepen, verscheen de Aarts-
engel Gabriël wederom aan Jozef gelijk zeven
jaar geleden, en sprak: „Neem het Kind en
deszelfs Moeder, en keer naar uw land terug;
want zij, die Hem naar het leven stonden, zijn
-ocr page 121-
117 --
niet meer.\'" Jozef ontwaakte, en was zeer
verheugd over dit bevel. Immers, hij kon nu
weder het genot smaken, den gewijden tempel
binnen te gaan, en daar zijn hart voor God uit
te storten, iets, wat hij zoovele jaren had
moeten derven ; hij zou Je sus het huis zijns
hemelschen Vaders kunnen toonen, waarnaar
het Goddelijk Kind zoo menigmaal gevraagd
had. Maar van den anderen kant wist hij.
welk wreed lot die beide dierbare personen
wachten zou in datzelfde land, waarheen hij
hen zou geleiden als twee onschuldige slacht-
offers. Doch de H. Wil van God moest worden
volbracht, en dat was voor Jozef voldoende.
Den volgenden dag dus na het morgenge-
bed, deelde Jozef aan zijne beminnelijke Bruid
het visioen mede, en verzocht haar zich zoodra
mogelijk reisvaardig te maken, Maria op hare
beurt stelde er den kleinen Jesus van in ken-
nis, welke vol kinderlijke blijdschap het heuge-
lijke nieuws ontvingen zijne ouders herhaalde
\'malen omhelsde. En Maria en Jozef begrepen
de 4 oorzaak dier buitengewone vreugde:
immers, Judea zou het schouwtooneel zijn van
Jesus\' arbeid en lijden en dood, en bij deze
gedachte welde een traan op in hun oog.
Hunne toebereidselen waren spoedig ge-
-ocr page 122-
- 118 —
maakt, en nu gingen zij afscheid nemen van
den kleinen kring vrienden, die zij zich in
hunne omgeving gemaakt hadden, en die
waarschijnlijk den waren godsdienst omhelsd
hadden. Het viel dezen laatsten ongetwijfeld
hard, het heilig gezin te zien vertrekken. Dat
wondervolle kind was zoo hemelsch schoon,
zoo buitengewoon beminnelijk en wijs!Maria
was zoo goed, zoo zedig en bescheiden, zoo
liefdevol jegens de ongelukkigen! Jozef was
zoo verstandig in zijne raadgevingen, zoo
hulpvaardig bij al zijne armoede! Gaarne had-
den zij hen naar Judea gevolgd, en wij kunnen
ons voorstellen, hoe zij het heilig gezin van al
het noodige voorzagen, hen een eindweegs
uitgeleide deden, en daarna weenend naar hun
land terugkeerden ....
Deze reis was veel vermoeiender dan de
eerste. Immers, volgens de opmerking van den
H. Alphonsus, was Jesus nu ongeveer zeven
jaar oud, en dus te groot, om voortdurend te
worden gedragen, terwijl Hij van den anderen
kant te zwak was, om de reis geheel te voet af
te leggen. Bovendien kon het Goddelijke Kind
thans niet meer volstaan met het zwakke voed-
sel, dat Hem tijdens de vlucht inhetlevenhad
gehouden; Jesus had krachtiger spijs noodig,
-ocr page 123-
— 119 -
en kon er niet lang van beroofd blijven zonder
aanmerkelijk te verzwakken. Het was dus wel
pijnigend voor het liefdevol hart van Jozef, als
het Goddelijk Kind zich kwijnend en met
moeite aan den arm zijner Moeder voortsleepte.
Jozef nam vol liefde het aanminnig Kind op
zijne krachtige armen en droeg Het eenigen
tijd, teneinde Het de noodige rust te geven,
zonder evenwel de reis door de barre woestijn
noodeloos te verlengen. Hoewel beiden slechts
het strikt noodzakelijke namen, om hun Kind
voldoende te kunnen voeden, waren zij toch
dikwijls niet in de gelegenheid, Jesus de noo-
dige spijs te verschaffen. O, welk gemoed zou
niet verteederd worden bij het hooren van den
hartverscheurenden kreet: „Ik heb honger,
ik heb dorst," welke ongetwijfeld menigmaal
aan Jesus\' goddelijke lippen ontsnapte!
Het sneed hun door de ziel, en hunne mede-
lijdende liefde spoorde Maria en Jozef aan, bij
den Vader voor den Zoon als middelaars op te
treden. Biddend zonken zij neder, en Maria
sloeg ten hemel dien nederigenenliefdevollen
blik, wiensmacht op GodsHart zij reeds kende,
en vereenigde haar gebed met dat van Jozef,
dat daar midden in een onbewoonde grenzen-
looze vlakte ten hemel steeg om uitkomst.
-ocr page 124-
- 120 -
Welk een schouwspel, de aandacht der geheele
wereld waardig! Een mensch, durf ik het zeg-
gen, een niensch biddend voor zijn God!...
Eene andere bron van kwelling voor Jozef
waren nog de nachten. In deze streken, waar
het n»oit regent, is de nacht buitengemeen
koel, want de dauw vervangt er den regen.
Wel deed Jozef zijn best, om zijne beide dier-
baren voor de doordringende vochtigheid te
beschutten, maar wat vermocht hij, hier in
deze woestenij, verplicht om onderdenblooten
hemel te overnachten ?
Als hij de schitterende zonneschijf achter
de gebergten in de verte zag verdwijnen, stond
hij stil en Maria met hem, teneinde niet on-
verhoeds door de duisternis te worden over-
vallen. Het sobere avondeten werd in gereed-
heid gebracht, en na een lang en vurig gebed
begaven Moeder en Kind zich ter ruste onder
de hoede van den trouwen Aartsvader. En
als de maan hare zilveren stralen over het
aardrijk uitgoot, stond Jozef daar leunend op
zijn staf, in de overweging van Gods liefde
verdiept, ot richtte zijne blikken naar het
schitterende uitspansel, waar duizenden ster-
ren flikkerden, door Gods almachtigen wil
uit het niet te voorschijn geroepen. En die
-ocr page 125-
- 121 -
zelfde God rustte daar, eenige schreden van
hem verwijderd, onder zijne hoede ; hij hoorde
zijn rustigen ademtocht de stilte van den
nacht verbreken. En sidderend van eerbied,
sloeg hij zijn liefdevollen blik op dat Hemel-
sche Kind, dat de Vader aan hem had toever-
trouwd, en aanbiddend viel hij neder, met
Jacob zeggende: „Waarlijk, groot is deze
plaats, het is hier het huis Gods!"
Overweging en Gebed.
heilige Aartsvader, waarheen leidt gij
Jesus en Maria ? Helaas, het zijn twee
onschuldige lammeren, die gij ter slachtbank
leidt... Gij wist dat, en uw hart bloedde
bij de gedachte aan hun toekomstig lijden;
maar gij wist ook, dat voor zielen, die God
waarlijk liefhebben, het lijden zijne bitterheid
verliest, ja zelfs aangenaam wordt, als men
oprecht is vereenigd met den goddelijken wil.
Jesus haakte er naar om in zijn bloed te wor-
den gedoopt, om aan de wereld te doen zien,
hoezeer Hij God en de menschen beminde;
Maria was met dezelfde gevoelens bezield; uw
verlangen kon dus niet anders wezen.
O Jesus, Maria en Jozef, welk een schoon
voorbeeld geeft Gij mij! Hoe aangenaam was
-ocr page 126-
— 122 —
voor God uwe onderlinge eensgezindheid en
vereeniging met zijnen aanbiddelijken wil.
H. Jozef, ik smeek u, verwerf mij door Maria\'s
voorbede van Jesus de genade om uwe ge-
trouwheid na te volgen, verwerf mij een
grooten afschrik van iedere vrijwillige onvol-
maaktheid, en den moed en de kracht om
in Gods wil altijd te berusten, zoowel in het
groote als in het kleine, opdat ik naar waar-
heid kunne zeggen :
Geestelijke kuikeu : Mijne spijze is, den wil
Gods te volbrengen.
Voorbeeld.
ene jonge dame uit de stad Namen, N. T.
H.... geheeten, leed sedert geruimen tijd
aan verzwakking in zoo hevigen graad, dat zij
in het geheel geen arbeid, welken ook, kon
verrichten, zij kon zelfs een betrekkelijk ge-
ring gewicht niet oplichten. Men had zijn toe-
vlucht genomen tot de kunst, doch de be-
kwaamste geneesheeren vermochten niets te-
gen deze droevige kwaal, welke steeds erger
werd.
Mejuffrouw H... was daarover nog te meer
bedroefd, wijl zij religieuze wilde worden;
maar deze pijnlijke toestand was een on-
-ocr page 127-
— 123 —
overkomelijke hinderpaal voor haar plan.
Hoewel zij altijd een groote devotie tot den
H. Jozef had gekoesterd, besloot zij nu nog
een buitengewoon beroep te doen op zijne
goedheid, en zij begon eene buitengewone
novene, verzocht vrome personen om voor
haar te bidden, en naderde dikwijls tot de
H. Communie.
Haar vertrouwen werd niet beschaamd, de
genezing volgde oogenblikkelijk, en zij werd
tot den kloosterlijken staat toegelaten. Zij be-
stuurt thans een talrijke klas, en haar gezond-
heid laat haar toe, dagelijks langdurig onder-
wijs te geven, alle kloosteroefeningen te vol-
gen, zonder het minste ongemak. Moge deze
buitengewone gunst de devotie tot den H. Jozef
voortdurend vermeerderen, dit is mijn vurigste
wensch, te meer wijl deze kloosterlinge eene
mijner naaste bloedverwanten is. N. J.
Kanunnik titulair v. d. Cathedraal te Namen.
NEGENTIENDE DAG.
De aankomst lu Palestina.
indelijk had de Heilige Familiehetdoel
harer reis bijna bereikt, en na vele
vreeselijke inspanningen zouden zij
-ocr page 128-
— 124 —
hunnen geliefden geboortegrond weldra we-
der mogen betreden. Het Goddelijk Kind be-
tuigde de levendigste vreugde, toen de heilige
gebergten zichtbaar werden, waarvan zijne
ouders zoo dikwijls verhaald hadden, en Maria
verheugde zich, hare dierbare grot te Bethle-
hem weldra te zullen weerzien.
Waarlijk schijnt Jozef van plan geweest
te zijn, zich daar voorgoed te vestigen Im-
mers, Nazareth lag in Galilea, een land vol
vreemdelingen en heidenen, wier aanraking
het geloof der oorspronkelijke bewoners aan-
merkelijk had verzwakt. Ook meende Jozef,
dat de Heiland, te Bethlehem geboren, ook
in dezelfde plaats zou willen leven. Eindelijk
ook wenschte hij voor zijne teedere Maria
den weg naar Jerusalems tempel in het ver-
volg zoo kort mogelijk te maken, alsook voor
Jesus. die misschien wel niet zou willen
wachten tot zijn twaalfde jaar, zooals in de
Wet was voorgeschreven.
Doch God had anders besloten. Ter eere
van David had de Heiland in Bethlehem willen
geboren worden; maar zijne komst moest tot
heil strekken van de zondaars, en dus wilde
Hij ook te midden der zondaars leven en op-
groeien. Het licht der wereld wilde in de
-ocr page 129-
125 —
duistere dwalingen het eerste schitteren : in
Galilea zou Jesus zijne dierbaarste leerlingen
vinden. Eindelijk, er stond geschreven in
Gods eeuwige raadsbesluiten, dat aan het
kruis des Verlossers de woorden zouden ge-
hecht worden : Jesus van Nazareth. Wellicht
wist Maria dat alles, maar zij beschouwde
zich zelve als de dienares van Jozef; hare taak
was niet om te bevelen, maar om af te wach-
ten, en haar echtgenoot in alles te volgen.
Zoo had zij tot heden gehandeld, zoo was ook
de wil van God. die gewoonlijk aan Jozef
zijnen Aartsengel zond. Dit is wel geschikt
om onze achting voor dezen grooten Heilige
te verhoogen; wij zien hieruit, dat hij wel
wezenlijk volgens Gods besluit het hoofd was
der H. Familie, en de plaatsvervanger des
hemelschen Vaders. Want Jesus wist zeer
goed, welke plaats getuige zou wezen van
zijne jeugd, doch Jesus zeide niets, en gehoor-
zaamde en volgde met Maria den H. Jozef,
als de schapen hunnen herder.
Op de grenzen van Judea gekomen, vroeg
Jozef ongetwijfeld inlichtingen naarden hui-
digen toestand van zijn land En als zij ver-
namen, dat de wreede Herodes, veracht en
verwenscht van allen, gestorven was, en als
-ocr page 130-
— 126 —
zij hoorden van den vreeselijken moord van
Bethlehem\'s kinderen, op bevel van Herodes
gepleegd teneinde ook den Messias te treffen,
dien men zeide, daar geboren te zijn, werden
hunne harten met ontzetting vervuld, maar
tevens met dankbaarheid voor de wonderbare
redding van hunnen Jesus. Toen echter Jozef
vernam, dat de niet minder goddelooze Ar-
chelaüs, zoon van Herodes, thans in Juda
heerschte, werd zijn hart opnieuw beang-
stigd. Waarheen zou hij thans zijne schreden
wenden ? Bethlehein scheen hem niet veilig,
daar het in Judea lag; en misschien kon deze
of gene, om den koning te behagen, hen
verraden en het onschuldige Kind aanduiden
als datgene, hetwelk Herodes had zoeken t?
dooden.
Jozef deelde zijne ongerustheid aan zijne
gezellin mede, en bad haar, om met hem tot
den hemelschen Vader om licht te smeeken.
En zie, terwijl zij sliepen, verscheen de Engel
nogmaals aan Jozef, en beduidde hem, naar
Galilea te trekken. Des morgens deelde hij
zulks aan Maria mede, en verheugd sloegen
zij den weg in naar Nazareth in Galilea, waar
zij sedert hun huwelijk hadden gewoond.
Diepe ontroering maakte zich van Jozef
-ocr page 131-
— 127 —
meester, als hij in de verte den heuvel ont-
waarde, waarlangs Nazareth is gebouwd, en
de nederige woning herkende, onder wier dak
hij zulke gelukkige dagen had doorgebracht
in gezelschap van Gods Zoon en de Koningin
der Engelen.
Wij kunnen ons de vreugde voorstellen,
welke hen overmeesterde, als zij na zoovele
jaren van scheiding hunne vrienden en bloed-
verwanten wederzagen, als dezen Maria ge-
luk wenschten, moeder te zijn van zulk een
schoon kind. O, hoe gevoelde Jozef zijn hart
kloppen van vreugde bij he! zien van de op-
rechte genegenheid en liefde, waarmede men
zijne dierbaren verwelkomde in hunne een-
voudige woning.
Gelukkig huis, mogen wij wel uitroepen,
welk eene groote bestemming hebt gij! Nog
meer dan twintig jaren zult gij den Zoon Gods
binnen uwe muren herbergen, benevens zijne
onbevlekte Moedermaagd en den heiligsten
aller mannen ; nog meer dan twintig jaar zult
gij getuige zijn van hunne zuchten en gebe-
den, van hunne Godgevallige gesprekken, van
hun arbeid en lijden, en zal de hemel u uwe
schatten benijden. En als de wrekende vlam-
men het ondankbare Jerusalem zullen ver-
-ocr page 132-
— 128 -
delgen, zullen de Engelen u op hunne vleu-
gelen nemen, en het als de ark van het Eeuwig
Verbond naar het nieuwe Sion dragen.
Overweging en Gebed.
~/\\\\,e* u verheug ik mij, groote Heilige,
•**■-■ over de eer, welke God u aandoet,
door aan uw gezag te onderwerpen en aan
uwe wijsheid toe te vertrouwen het kostbaar-
ste wat Hij bezat: zijne wonderbare Bruid
Maria en zijn aanbiddelijken Zoon. Welke
diepe lessen liggen er voor mij in dit ge-
heim opgesloten! Leidzaam volgt Jesus, de
eeuwige Wijsheid, Maria zonder te vragen
waarheen; Maria, vol van den H. Geest,
wacht zwijgend en ootmoedig uwe bevelen
af, en gehoorzaamt aan u als aan God zelf.
Welk een schoon voorbeeld voor mij, om
aan mijne ouders en oversten onderworpen
te wezen! En gij zelf, hoewel gij beider
volmaaktheid kent, aarzelt niet, hun te be-
velen, omdat gij weet, dat God het zoo heeft
verlangd; maar niet op eigen kracht bou-
wende, vraagt gij voortdurend den Hemel om
voorlichting. Doch God de Vader antwoordt
u niet zelf, maar zendt u zijnen Engel, en
toont mij aldus, hoezeer Hij verlangt, dat wij
-ocr page 133-
— 129 —
de priesters, zijne bedienaren, vereeren en
hunne uitspraken eerbiedigen. Welk eene
reden dus, om mij aan de bevelen mijner over
heid te onderwerpen. Zoo dus gehoorzamende,
ben ik in voortdurende gemeenschap met God,
ik volbreng zijnen wil gelijk Jesus en Maria,
en weet zeker, hoe zwak ik ook ben, in de
haven der zaligheid te zullen aanlanden___
O, beminde Beschermer, leer mij dit wel be-
seffen, verkrijg mij, dat ik smaak vinde in
te gehoorzamen, met geduld, maar ook met
liefde en vreugde, gelijk Samuël zeggende:
Geestelijke ruiker: Gehoorzaamheid is
beter dan offeranden.
Voorbeeld.
(3Ten pater Redemptorist te Luik had eene
^^ bijzondere godsvrucht tot den H. Jozef,
en bad hem dikwijls om de genade, om op zijn
feestdag te mogen sterven ; hij was overtuigd,
te zullen worden verhoord. Als hij eens ern-
stig ziek lag, en zijne medebroeders zich
over zijn toestand ongerust maakten, zeide
hij glimlachend: „Er is nog niets te vreezen;
dit jaar zal ik niet sterven, daar het feest
van den H. Jozef reeds voorbij is." Wer-
kelijk genas hij ook. Gelijk hij echter ge-
Gl. H. Jozef.                                                       9
-ocr page 134-
— 130 —
beden had en verhoopt, stierf hij later, en
wel op den 19en Maart, terwijl men het
Lof deed ter eere van den H. Jozef.
TWINTIGSTE DAG.
Een dag in het heilig huis te Nazareth.
aten wij thans het Heilig Huisgezin
beschouwen in zijne dagelijksche
bezigheden. Laten wij sidderend van
eerbied den drempel overschrijden van de
Rechtvaardigen bij uitnemendheid, en daar
ware wijsheid verzamelen.
Nauwelijks nog verlicht de dageraad den
oostelijken hemel, en reeds hebben de heilige
echtgenooten hunne nachtrust afgebroken,
om God den Heer bij het eerste morgengloren
te loven en te prijzen. Welk een gezicht! Hoe
schoon zijn zij, als zij aanbiddend op de knieën
neergezonken liggen voor het bedje, waar hun
Goddelijk Kind sluimert; het hart brandend
van liefde, houden zij hunne blikken onafge-
broken gevestigd op het voorwerp hunner
vurige genegenheid; onbewegelijk liggen zij
daar in diepe aanbidding, en bij het beschou-
wen van hun vernederden God ontwelt
-ocr page 135-
— 131 —
aan hun oog een traan van aandoening.
Welke gedachten houden hunnen geest
bezig ? Maria verheerlijkt God, die op de ge-
ringheid zijner dienstmaagd heeft nederge-
zien, en haar tot het voorwerp heeft gemaakt
van de bewondering van alle toekomende
geslachten; zij overweegt de geheimen der
Boodschap, der Ontvangenis van het Woord
Gods, zijne Geboorte in den stal, en zij stort
haar hart uit in liefde en dankbaarheid jegens
deH. Drievuldigheid.
Het is onmogelijk voor Jozef, zoo dicht in
de nabijheid te zijn van Maria\'s brandend hart,
zonder ook het zijne van vurige liefde te voelen
ontstokenjegenszijn God. Immers, alsdeleer-
lingen van Emmaus, hoewel nog zinnelijke
menschen, hunne harten van liefde voelden
gloeien, toenJesus zich bij hen vervoegde, hoe-
veel te meer dan de kuische en verstorven Jo-
zef, zoo vol van heiligheid, zoo geheel geschikt
om God te beminnen! Ook hij dankt de H.
Drievuldigheid, hem met de volmaaktste aller
vrouwen te hebben verbonden; hij overweegt
de vreugde, die hem bezielde, toen hij vernam,
van welk een Kind zij de Moeder was gewor-
den, toen hij Jesus voor het eerst mocht aan-
schouwen en aan zijn hart drukken. Eu dat
-ocr page 136-
- 132 —
Kind, de God van Abraham, ligt hier vóór hem
in een schamel wiegje, het zal weldra ontwa-
ken en hem begroeten met den zoeten naam
van ,,Vader!"
Doch Maria en Jozef bidden ook; zij bidden
ieder voor zich zelf, vragende om de door God
verleende eer meer en meer waardig te wor-
den. Zij bidden ook voor elkander. Wetende
dat een brave echtgenoote haren man trouw
ter zijde moet staan, bidt Maria uit het volst
haars harten, dat God Jozef\'moge zegenen.
,0 Vader," zoo verzucht zij, „Gij weet hoe
liefdevol deze Rechtvaardige steeds voor mij
is en voor uw Zoon; beloon hem daarvoor
hier op aarde met uwen vrede en hiernamaals
met de eeuwige glorie."
En Jozef, ofschoon wetende, hoever Maria
boven hem staat, waagt het ook voor haar te
bidden, dat de H. Geest in haar zijn werk moge
voltooien, en haar tot het schoonst en bemin-
nelijkste sieraad verheffen van hemelen aarde.
Zoo brengen beiden aan God de eerste-
lingen van den dag en begeven zich daarna
aan hun arbeid: Maria bij het spinnewiel on-
afgebroken bezig, Jozef in de werkplaats,
waar hij zaag en hamer hanteert. Als einde-
lijk Jesus ontwaakt is, en zijne Moeder heeft
-ocr page 137-
— 133 -
omhelsd, begeeft Hij zich, na haren zegen te
hebben gevraagd, naar Jozefs vertrek en klopt
zachtkens aan de deur. Op dit welbekendeen
met ongeduld verbeide geluid opent Jozef en
staat voor het voorwerp zijner verlangens.
Wie zal de vreugde van den braven hand-
werksman beschrijven, als hij zijn God en Heer
onder die nederige gedaante tot hem ziet na-
deren,en die goddelijke lippen den naam Vader
hoort uitspreken ; als hij de zuivere omhel-
zingen ontvangt van het beminnelijke Kind,
en in zijn hart de heilige liefdevlam meer en
meer voelt ontstoken! Dat was zijne dage-
lijksche Communie, en in die omarming put
hij steeds meer en meer geestelijke kracht en
liefde; hem wordt telkens meer en meer mede-
gedeeld van dat hemelsche vuur, dat Jesus op
de aarde is komen brengen.
Hoe aangenaam en kostbaar is de arbeid
van Jozef in Gods oog. Immers, daardoor
voorziet hij in het onderhoud van Jesus, hij
vult om zoo te zeggen langzamerhand den lij-
denskelk, welke voor het heil der zondige
wereld moest worden geledigd; hij voedt en
verzorgt het onbevlekte Offerlam, dat op den
hemelschen feestdisch zal verschijnen. De
Allerhoogste wendt zijne blikken af van de
-ocr page 138-
— 134 —
grooten der aarde, om ze niet welbehagen te
vestigen op den armen timmerman van Galilea.
Op het eentonig geluid zijner werktuigen zou-
den, als het mogelijk was, de Engelen afgun-
stig zijn, wier ooren voortdurend gestreeld
worden door hemelsche gezangen ....
Gedurende den dag snelt de kleine Jesus
van Maria naar Jozef, en van Jozef naar
Maria, en bewijst beiden alle kleine diensten,
waartoe zijne zwakke armen in staat zijn. En
hoe verrukt is het hart van den heiligen
Aartsvader bij hethooren van Jesus\' gesprek-
ken, kinderlijk en toch zoo vol wijsheid.
Gedurende den maaltijd is zijne plaats
tusschen Maria en Jozef, en zijne beminne-
lijke tegenwoordigheid maakt het ruwste
brood smakelijk ; in hunne gesprekken ver-
heerlijken de heilige ouders God in den
hemel, zij weten immers, hoe aangenaam
in Jesus\' ooren de lof zijns Vaders is.
En als de avond gevallen is, verlaat Jesus
aan de hand van Jozef de woning, om in
de omringende natuur Gods heerlijkheid te
bewonderen, en de frissche avondlucht in
te ademen ; en tusschen zijne kinderlijke ge-
sprekken mengt Hij van tijd tot tijd uitingen
van hemelsche wijsheid, welke het hart van
Jozef met bewondering vervullen.
-ocr page 139-
— 135 —
Als zij weder huiswaarts keeren, ontwa-
ren zij Maria, welke op den drempel zit te
spinnen. Bij hunne nadering staat zij, het
verhevenste schepsel, als gewoonlijk op, uit
eerbied voor haren echtgenoot, en komt hem
tegemoet. De aanvallige Jesus laat nu den
arm zijns vaders los, en snelt naar zijne Moe-
der, om bij wijze van groet hare hand aan
zijne lippen te drukken.
Het gemeenschappelijk avondgebed komt
vervolgens den dag sluiten; en in de psal-
men, welke zij bidden, en in de verschillende
schriftuurplaatsen, die zij lezen, zien Maria
en Jozef de geheele geschiedenis voorspeld
van den arbeid en de weldaden, het lijden en
de vernederingen
van hun beminden Jesus.
En als het Goddelijk Kind rust, na hun
zegen ontvangen te hebben, onderhoudt Jozef
zich nog langen tijd met Maria en herhaalt
haar de woorden van Jesus, welke de
nederige Maagd zorgvuldig in haar geheugen
opteekent en in haar hart bewaart.
Overweging en Gebed.
A^Sfelk een geluk en eer voor u, H. Jozef,
^ om met uw handenarbeid te mogen
voorzien in het onderhoud van het Lam Gods,
-ocr page 140-
— 136 —
dat de zonden der wereld zou wegnemen.
Door uwe noeste vlijt werd Hij in het leven
behouden, die ons menschen moest zalig ma-
ken. Maar ik benijd u dat geluk niet; ook
ik immers kan in zekeren zin Jesus voeden,
in den persoon der armen ; als ik dus over-
vloed heb, kan ik, evenals gij, Jesus spijs
en drank geven. En dan, hoevelen dwalen
er in zonden en ondeugden! Zijn zij allen
niet ledematen van Jesus\' lichaam? En ik
kan hen door een vurig gebed redden uit de
netten van satan. O, indien ik deze middelen
verwaarloos, waardoor ik toch zoo gemakke-
lijk Jesus kan troosten, dan vergis ik mij deer-
lijk, wanneer ik meen Hem te beminnen: de
liefde uit zich door daden, door liefdewerken.
O beminde Beschermer, bid voor mij, op-
dat ik gelijk gij Jesus waarlijk beminne met
eene krachtdadige liefde, en zoo den vloek
ontga, welke is uitgesproken tegen den bo-
dem, die slechts distelen en doornen voort-
brengt, en den zegen verdiene, beloofd aan de
aarde, welke de zorgen van haren meester
vergoedt door rijke vruchten te dragen.
Geestelijke buikjes: Elke boom, die geen
goede vruchten voortbrengt, zal uitgehou-
wen en in het vuur geworpen worden.
-ocr page 141-
— 137 —
Voorbeeld.
en jeugdige novice werd door eene zoo-
danige ziekte aangetast, dat zij, zonder
volkomen genezing, onmogelijk geprofest
zou kunnen worden. In hare droefheid nam
zij hare toevlucht tot den H. Jozef, in wien
zij een onbegrensd vertrouwen stelde. Eene
novene van heilige missen werd tot hare in-
tentie gehouden, met belofte, de verkregen
genezing openbaar te maken. Kort voor den
sluitingsdag meende de geneesheer eenige
beterschap te bespeuren. Werkelijk gevoelde
zij zich beter, en eenigen tijd na de novene
was alle gevaar geweken.
De dokter was verheugd, dat zijne genees-
middelen zoo goed gewerkt hadden. Ik voor
mij geloof, dat de H. Jozef alles heeft gedaan.
Güj allen dus, die lijdt, gaat tot Jozef vol
vertrouwen, hij zal uwe tranen drogen.
EEN EN TWINTIGSTE DAG.
Trooscelooze droefheid.
en der wreedste smarten, die een ge-
voelig en minnend hart kunnen tref-
fen, is zeker wel, plotseling en on-
voorziens te worden gescheiden van het voor-
-ocr page 142-
... 138 _
werp zijner liefde en geheele toewijding.
Welk grievend leed doorstonden dus wel
Maria en Jozef, toen zij hun geliefd Kind
verloren hadden!
Het was een gebruik bij de Joden, dat
na afloop der feesten, in Jerusalems tempel
gevierd, de mannen en de vrouwen afzon-
derlijk terugkeerden. Maria en Jozef waren
overeengekomen over de plaats, waar zij
elkander wederom zouden treffen. Als Jozef
nu met de andere mannen den tempel ver-
liet,\'en Jesus niet zag, meende hij natuur-
lijk, dat het Kind bij Maria was, en deze
omgekeerd dacht, dat het zich bij de mannen
had gevoegd. Bovendien was hun zijne
wijsheid en voorzichtigheid bekend, en zon-
der de minste onrust wandelden beiden met
hun gezelschap voort, verlangende naar den
avond, en met innige vreugd het teeken
vernemende, dat de tijd daar was om te
rusten. Immers, nu zouden zij, na een ge-
lieeltn dag er van beroofd te zijn, het
Goddelijk Kind wederom mogen omhelzen,
en zijne zoete tegenwoordigheid genieten.
Wie schetst echter hunne teleurstelling,
als zij elkander ontwaren, en dichter bij
gekomen, hun schat niet bespeuren. Met
-ocr page 143-
— 139 -
hunne blikken ondervragen zij elkander, en
als Maria bij Jozef is gekomen, klinkt het
angstig van hare lippen: ,Waar is Jesus?"
En Jozef ziet de smart zijner bedroefde
Bruid, en is buiten staat om haar te troos-
ten; ook hij weet niet, waar Jesus zich
bevindt. Zij gaan naar hunne bloedverwan-
ten en vrienden, en vragen met betraande
oogen naar hun Kind; doch niemand kan
de minste aanwijzing geven! "Welke smart
voor hunne teedere liefde!
Gij vaders en moeders, die dit overweegt,
ach. hebt gij ooit zulk een verlies te be-
treuren gehad, is het u ooit overkomen,
dat gij uw kind moest missen, dat gij over-
al zocht zonder het te vinden ? Gij kunt
de smart beseffen van den ouden Jacob, toen
hem het valsche bericht gewerd van den
dood van zijn zoon Jozef, gij kunt de droef-
heid begrijpen van Anna en Tobias, als zij
eenzaam en treurig verzuchtten: „Ach, had-
den wij onzen zoon toch niet laten vertrek-
ken ; wie weet of wij hem ooit weerzien,
den steun van onzen ouderdom!"
Doch wat was hunne droefheid, wat is
uw verlies, vergeleken bij dat van Maria
en Jozef? Zij immers waren geen gewone
-ocr page 144-
— 140 —
ouders; neen, behalve de natuurlijke liefde,
welke God in het hart van ieder ouderen-
paar stortte, beminden zij Jesus nog met
bovenaardsche liefde; was hun kind bovenal
beminnelijk, het was ook hun God, hun
Schepper!
Dit verlies was zeker wel een der bitter- \'\'
ste beproevingen van Jozef gedurende\' zijn
aardsche leven. Maar ook de droefheid van
zijne teedere Maria pijnigde zijn gevoelig
gemoed. Die twee zielen toch waren zoo
geheel één, zoo geheel aan elkander ver-
bonden en gehecht, dat de eene niet kon
lijden, zonder dat de andere het eveneens
gevoelde. En Jozef begreep ten volle de diepe
en gerechte droefheid van Maria. Hij zag
haar, bleek en ontdaan en het aanminnig
gelaat met tranen bedekt, hij hoorde hare
zuchten en klachten: „ O mijn Jesus," zeide
zij, „dierbaar kind, waar zijt Gij ?.....Waar-
om toch, schat mijns harten, waarom heb ik
TT ook maar één oogenblik uit het gezicht
verloren, en uwe beminde hand losgelaten ?
___Maar Gij, mijn Zoon, die alles weet, hebt
mij niet kunnen verlaten, zonder U daarvan
bewust te zijn; Gij wist, dat Gij uwe arme
Moeder in namelooze droefheid zoudt dom-
-ocr page 145-
— 141 —
pelen .... Helaas, heb ik zulks misschien ver-
diend ?___En toch beminde ik U, Heer; maar
misschien te weinig!"
Iedere traan, ieder woord der troostelooze
Moeder was als een zwaard, dat het hart
van Jozef doorvlijmde. Hij overwoog met
ontzetting, wat er van haar zou worden, als
zij Jesus zou zien in de handen van godde-
looze priesters, overgeleverd aan de onmen-
schelijke geeseling, aan de wreede doornen-
kroning. Hij trachtte haar te troosten, en
de hoop te doen koesteren, dat Jesus haar
weldra zou worden teruggeschonken; hij
gebruikte zijn gezag, om haar zachtjes te
noodzaken, de noodige nachtrust te nemen.
Maria gehoorzaamde dan, en viel van uitput-
ting in slaap. .Doch ook dan nog was haar
geest voortdurend met Jesus bezig, en ont-
wakend, riep zij: ,Dierbare Jozef, wat doen
wij hier? Laten wij Jesus zoeken, tot wij
Hem vinden."
Hoe griefde het den liefhebbenden Jozef,
Maria zoo ter prooi te zien aan de uiterste
smart. Hoe gaarne zou hij haar willen
troosten, maar ach, hij zelf had opbeuring
en troost noodig. Begrijpende, dat Jesus zulk
een heilige Moeder niet zou willen verlaten,
-ocr page 146-
— 142 —
dacht hij, zelf de schuld te dragen van deze
ramp: en hij vroeg zich af, waarin hij God
toch zóu hebben kunnen mishagen. Hij
verweet zich, dat hij althans nauwkeuriger
op Jesus had moeten acht geven, misschien
had iemand hem aan den koning verraden.
Reeds stelde hij zich Jesus voor, gevangen
in een duisteren kerker, vruchteloos zijne
Moeder roepend, en de geboeide handen
naar haar uitstrekkend.
Hun angst nam intusschen voortdurend
toe, telkens werden zij teleurgesteld, als zij
meenden, het spoor van Jesus ontdekt te
hebben, en eindelijk besloten zij, naar
Jerusalem weder te keeren.
Overweging en Gebed.
rf&Sk teederste der vaders, ik deel in de smart,
^*^ die gij met uwe hemelsche Bruid gevoeld
hebt in de drie dagen, dat deze scheiding
duurde; en nog te meer, omdat gij daaraan
werdt onderworpen uit liefde tot mij en mijne
leering. Uwe droefheid toch leert mij, hoe-
zeer Jesus bemind verdient te worden, met
hoeveel zorg ik op mij zelven moet waken,
niet alleen om zijne liefde niet uit te dooven
door de doodzonde, maar ook om daarin door
-ocr page 147-
— 143 —
de dagelijksche fouten niet te verkoelen. En
als God, om mij te straffen, of ook slechts
om mij te beproeven, zich schijnbaar van
mij aftrekt, zal uw voorbeeld mij leeren, met
welken ijver, met welke liefde en nauwge-
zetheid ik Hem moet zoeken. Helaas, hoe
noodzakelijk was deze les voor mij, die mis-
schien maanden in Gods ongenade heb door-
gebracht ; voor mij, die ten minste zoo dikwijls
voor een nietigheid Hem mishaagd heb ! O,
beminde Beschermer, maak, dat ik met uw
voorbeeld en dat van Maria mijn voordeel
doe, dat ik de vriendschap van Jesus, en de
kleinste vermeerdering van genade hooger
schatte dan alle goederen der aarde. Maak.
dat ik in al mijn doen en laten, in mijne
woorden en handelingen slechts ten doel
hebbe, meer en meer tot dien beminnelijken
Jesus te naderen, want er staat geschreven:
Geestelijke euiker. De Heer is goed voor
die Hem zoeken.
Voorbeeld
en jeugdige novice van de Sociëteit van
Jesus had in zoo hevigen graad de tering,
dat op den raad der geneesheeren zijn overste
hem aanspoorde, in zijne familie terug te
-ocr page 148-
- 144 -
keeren. Reeds had de lijder, die ontzettend
vermagerd was, allen eetlust verloren; hij
kon zelfs nauwelijks spreken. De uitspraak
der geneesheeren sloeg hem geheel ter neer,
en hij smeekte den overste om hem nog
eenige dagen in het klooster te laten. Eene
noveen tot den heiligen Jozef, zeide hij, zou
veelmeer uitwerken, dan alle geneesmiddelen;
de heilige zou hem redden, dat was zijne
vaste overtuiging. De pater liet zich over-
halen, en wilde zelfs, dat het geheele klooster
zich zou vereenigen met de gebeden van
den jongeling.
Deze had zulk een vertrouwen, dat hij
onmiddellijk op den H. Jozef eene lofrede
opstelde, welke hij zou houden in den refter
op den laatsten dag der noveen, den dag
tevens van het beschermfeest van denH. Jozef.
Intusschen namen zijne krachten meer en
meer af, doch zijn vertrouwen groeide even
sterk aan. Daags voor het beschermfeest gaat
hij des avonds naar den pater overste, en
vraagt verlof om nog dien eigen avond de lof-
rede uit te spreken, die eigenlijk voor den
volgenden morgen was bestemd. De pater
aarzelde een oogenblik, want de jeugdige
novice kon bijna geen geluid voortbrengen,
-ocr page 149-
— 145 —
doch op diens herhaalde verzekering van zijn
aanstaande genezing geeft hij eindelijk toe.
Daar staat nu de jongeling tot ieders ver-
bazing op het spreekgestoelte, men beschou \\vt
hem oplettend. In het eerst is hij bijna niet
verstaanbaar, maar allengs neemt zijn stem
in omvang en kracht toe, en ten laatste is zij
geheel teruggekeerd, tegelijk met de kracht
en de gezondheid; en algemeen is de aandoe-
ning, als hij zijne rede sluit met den krachtig
uitgegalmden kreet: „Eere aan den H.
Jozef, hij heeft mij genezen."
Ja waarlijk, dat was zoo, want deze novice,
later Pater Finaz, werd naar Madagascar
gezonden, waar hij reeds sedert jaren den
invloed van die moorddadige luchtgesteldheid
verdraagt zonder letsel.
Een ooggetuige, Pater Ponlevoy, heeft
ons deze bijzonderheid meegedeeld.
(St. Joseph, sa vie, etc.)
TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
Een onbeschrijfelijk zoet oogenblik.
angekomen in Jerusalem, begeven
Jesus\' ouders zich het eerst naarden
tempel, om bij den priester inlichtin-
Gl H. Jozef.                                                  10
-ocr page 150-
— 146 —
gen te winnen en vooral ook, om den Heer
te smeeken, hun hunnen beminden Jesus
terug te willen geven.- Terwijl zij nu langs de
prachtige zuilen voortschreden, bemerkten zij
een groep eerbiedwaardige grijsaards, en in
hun midden verscheidene kinderen. Plotseling
blijven zij verwonderd staan, en verkeeren in
twijfel, maar neen, het is wel duidelijk de he-
melsche stem van Jesus, welke hun gehoor
treft. Sidderend van aandoening, naderen zij
schoorvoetend, ja, hun Kind is het, dat zich
bij de jeugdige leerlingen der schriftgeleerden
heeft gevoegd, als om hunne lessen te ont-
vangen.
Wij zullen het niet wagen, de vreugde
te beschrijven van Maria en Jozef bij het we-
dervinden van Jesus. Hoe schoon scheen hun
thans dat goddelijk gelaat te midden der grijze
schriftgeleerden, welke met verwondering
staarden op het Kind, uit welks mond zooveel
wijsheid vloeide, zoowel in zijne vragen als
in zijne antwoorden. Zij stonden verstomd
en vroegen elkander af, van wie toch dat won-
derbare kind zou zijn, want zijne kleeding
verried het kind van een werkman.
De vreugde van Jozef was niet minder dan
die van Tobias, toen deze zijn zoon weder aan
-ocr page 151-
— 147 —
zijn hart mocht drukken. Jozef bleef in ver-
rukking staan, hij beschouwde, hij luisterde
in stilte, hij vergat zich zelf; doch ieder gevoel
in zijn binnenste, zelfs zijne vreugd over het
wedervinden, werd overheerscht door eerbied
en ontzag bij deze plotselinge openbaring van
Jesus\' eer en wijsheid. Hij geloofde zich niet
waardig, Jesus nog langer onder zijne hoede
te mogen hebben ; onbewegelijk dus stond hij
daar, en durfde de verheven gesprekken van
zijn goddelijken Beschermeling niet onder-
breken.
Maria echter, die als Moeder natuurlijker-
wijze meer eigen was met het Goddelijk Kind,
kon hare moederliefde nietlangerbedwingen,
maar deed eenige schreden, en plaatste zich
zoodanig, dat zij door Jesus moest worden op-
gemerkt, en Hij naar haar zou toekomen.
Werkelijk, zoodra het haar zag, groette het
aanvallig Kind de geleerden, bedankte hen
voor hunne verklaringen en uitleggingen, en
met dien hemelschen glimlach op de lippen,
welke de Engelen in verrukking brengt, begaf
het zich naar zijne Moeder. En deze, Jesus om-
helsd hebbende, zeide: „Mijn Zoon, waarom
hebt Gij zoo met ons gedaan ? Zie, uw vader
en ik zochten U met droefheid !"
-ocr page 152-
— 148 —
Zekere ketters, altijd in de weer om den
lichtkrans te bevlekken, welke het hoofd om-
straalt van Haar, die den kop van denhelschen
draak, hun vader, heeft verpletterd, durven
hier Maria beschuldigen van gebrek aan eer-
bied jegens Gods Zoon. Zij merken echter niet,
dit dit verwijt, als het gegrond was, ook zou
vallen op Jesus zelf, toen Hij aan het kruis
uitriep : „Mijn God, mijn God ! waarom hebt
gij mij verlaten?" Maria toch deed slechts wat
zij doen moest; en als zij had gezwegen van
hare en Jozefs smart over het verlies van Jesus,
zou men beiden veeleer van onverschilligheid
jegens het Goddelijk Kind hebben kunnen be-
schuldigen. Immers, onder zulke omstandig-
heden was in Maria\'s mond deze uitdrukking
eerder eene lief koozingdan eene berisping, en
behaagde ongetwijfeld aan den liefdevolsten
aller zonen.
Wat hier vooral dient opgemerkt, is, dat
Maria over haren kuischen Bruidegom spre-
kende, tot Jesus zegt: „ Uw vader". Wel een
bewijs dus, dat zij hem altijd zoo betitelde,
en dat Jesus zelf aan Jozef geen anderen
naam gaf. Zoo weerklonk dus deze zoete
naam dagelijks in het huis van Nazareth,
zoowel wanneer Jesus en Maria over Jozef
-ocr page 153-
- 149 —
spraken, als wel, wanneer het Goddelijk Kind
den armen werkman toesprak. 0, hoe zoet
was deze uitdrukking voor den nederigen
Jozef, die zich niet waardig achtte, de die-
naar te zijn van de Heilige Familie!
Wij zien ook in deze woorden den grooten
eerbied van Maria voor Jozef\'. Zij noemt
hem het eerste „ Uw vader en ik.* Dit ver-
dient te meer onze aandacht, wijl deze wijze
van uitdrukking geheel in strijd is met het
gebruik der oude talen, en vooral van de
taal der gewijde boeken. (1)
En Jesus antwoordde hun: „ Waarom
zocht gij Mij ? Wist gij niet, dat Ik zijn
moest in hetgeen mijns Vaders is?"
Maria heeft Jesus niet berispt; maar Jesus
op zijne beurt berispt ook zijne ouders niet,
doch geeft hun slechts te kennen, dat zij
zich ten onrechte ongerust hebben gemaakt,
en dat zijn eerbied en liefde jegens Maria
en Jozef hen had moeten doen begrijpen,
dat Jesus slechts op bevel zijns hemelschen
Vaders zoo gehandeld had.
(1) Bij de Grieken, Latijnen en Hebreenwen noemt
de spreker zich het eerst: Ik en gij, ik en mijn
rader,
enz. — Zie Oen. XXII, \'t. — Joon. VIII,
lti.
— Gal. II, .9. enz.
-ocr page 154-
— 150 —
Zij begrepen dit antwoord niet, zegt de
H. Lucas, die uit Maria\'s mond alles ver-
nomen heeft; zij begrepen niet, hoe het werk
der Verlossing kon betrokken zijn in het
feit, dat Jesus zich onder de jeugdige leer-
lingen der Schriftuurverklaarders had ge-
mengd. Maar zij vroegen niet verder, zoo groot
was hun eerbied voor hun Goddelijk Kind!
Na dit antwoord ging Jesus tot Jozef,
groette hem als naar gewoonte en omhelsde
hem teederlijk. Ongetwijfeld zullen de oogen
der omstanders zich gericht hebben op den
gelukkigen vader, en wenschten zij hem
geluk met het bezit van zulk een Kind.
Doch de nederige Jozef, wel verre van te
luisteren naar al die loftuigingen, welke een
vaderhart zoo weldadig aandoen, trok zich
snel met Maria en Jesus terug, om buiten de
blikken eener nieuwsgierige menigte zijn
hart in diep gevoelden dank uit te storten
over de gelukkige terugvinding van den schat
zijns harten. Vervolgens keerden zij naar
hun stil en dierbaar Nazareth terug.
Overweging en Gebed.
**flle Goddelijke Leermeester heeft tot zijne
^ leerlingen gezegd: „Voorwaar, Ik zeg
-ocr page 155-
— 151 —
u, als gij u niet bekeert en wordt als kleine
kinderen, zult gij het rijk Gods niet ingaan."
— Gij, groote Heilige, gij echter hadt deze
bekeering niet noodig, om een volmaakt
voorbeeld te zijn van die evangelische een-
voudigheid ; de nederigheid toch scheen met
u ontvangen en geboren, zij groeide met u
op, en werd zoodanig met uw wezen ver-
eenzelvigd, dat Jozef, zonder de nederigheid,
geen Jozef meer zou wezen!
Helaas, hoe weinig gelijk ik op u! en
hoezeer heb ik bekeering noodig, wil ik in
den Hemel komen! Niets kan ik verdragen,
alles is voor mijn trotsch gemoed te veel;
ik wil geacht worden en geprezen door een
ieder, en zoek steeds in woorden en daden
boven anderen uit te blinken, ten einde ge-
prezen te worden. Ik verheug mij, als de
aandacht der menschen op mij gevestigd is,
en vrees slechts datgene, wat gij juist altijd
gezocht heb, namelijk van onopgemerkt
daar voorbij te gaan.
Ach, ootmoedige Heilige, heb medelijden
met mijn ellendigen toestand, verkrijg mij
ware nederigheid en dien heiligen eenvoud,
waarvan Jesus spreekt, opdat ik, gelijk de H.
Paulus, erkenne, dat ik eigenlijk een niet
-ocr page 156-
— 152 —
ben, en deze woorden wèl op mij toepasse:
Geestelijke ruikeu. Het niet kan niets, is
nuttig tot niets, verdient niets; het be-
klaagt zich over niets, het heeft recht op
de aandacht van niemand, van niets.
Voorbeeld.
£§Ten priester, die sedert zijne jeugd eene
^* teedere devotie tot den H. Jozef had
gehad, trad in een religieuze orde. Nog
novice zijnde, kwetste hij op zekeren dag
den ruggegraat, toen hij een zwaar meubel-
stuk wilde oplichten. Het was een ernstig
geval, doch de zieke stelde alle hoop op
Jesus\' Voedstervader en bad.
Reeds had de dokter een honderdtal
bloedzuigers gezet, en toen dat zonder het
gewenschte gevolg bleef, verklaarde hij, er
nog honderdvijftig te moeten zetten. Bij het
hooren dezer woorden riep de novice uit:
„En toch, H. Jozef, bemin ik u zoo vurig!"
Dit zachte verwijt trof, zoo het schijnt, den
Heilige. De zieke viel in eene lichte slui-
mering, die weldadig werkte. Eenige uren
daarna vertoonden zich de verschijnselen,
die de dokter had verwacht bij het zetten
der bloedzuigers: het gevaar was voorbij.
-ocr page 157-
- 158 —
De genezing volgde nu snel. en de pries-
terlijke loopbaan van den pater is een der
meest vruchtbare geweest.
DRIE EN TWINTIGSTE DAG.
Een medehelper in den arbeid.
et is ontwijfelbaar zeker, dat gedu-
rende zijn verblijf onder de menschen
Jesus handenarbeid heeft verricht,
en wel hetzelfde ambacht als zijn Voedster-
vader. Immers, wij zien Hem zich gedragen
als een gewoon menschenkind, zonder acht
te geven op zijn Goddelijke waardigheid.
Het is dus niet aan te nemen, dat Hij, tot
jongeling opgegroeid, den H. Jozef niet
zou hebben bijgestaan in zijn harden arbeid.
Ook de inwoners van Nazareth, welke zeker
dikwijls in de heilige woning geweest wa-
ren om Jozef een of ander werk op te
dragen, noemden Jesus niet alleen den zoon
eens werkmans,
maar ook een werkman.
(Mare. VI, 3). Bovendien laat de Overleve-
ring hieromtrent geen twijfel.
Volgens het algemeen gevoelen was de
H. Jozef timmerman of schrijnwerker. Voor-
-ocr page 158-
— 154 —
zeker, het zou nooit in zijn geest zijn op-
gekomen, om Jesus te bevelen, dit ruwe
handwerk te leeren; ja hij zou het niet
eens hebben durven voorstellen. Die ge-
dachte zou zelfs nooit bij Jozef zijn opge-
komen, en ware dit ook, dan nog zouden
zijn eerbied en onbegrensde liefde voor den
lieven Jesus het niet gewild hebben. Hoogst-
waarschijnlijk dus vroeg Gods Zoon, zoodra
Hij daartoe krachtig genoeg was, uit eigen
beweging, of Jozef hem het ook wilde leeren.
Diep was het vaderhart van Jozef over
dit voorstel getroffen, en tranen ontsnapten
aan zijn oog, als hij antwoordde: „Lief
Ivind, dit werk is niet voor U geschikt; Gij
zijt daarvoor niet op aarde gekomen, maar
om ons zondaren den hemel te ontsluiten."
Doch Jesus hield aan : „Vader, is er niet ge-
schreven, dat de mensch is geschapen om te
werken, gelijk de vogel om te vliegen ? Zoo-
vele jaren reeds zie ik u voor mij arbeiden, en
mijne lieve Moeder eveneens ; is het niet bil-
lijk, dat ik u helpe?" — „Dierbare Zoon,"
antwoordde Jozef meer en meer bewogen, „de
mensch is tot den arbeid veroordeeld ja, om
zijne zonden ; doch die wet is immers voor U
niet gemaakt; neen, ik zal het niet toela-
-ocr page 159-
— 155 —
ten!" — Doch Jesus hernam: „Goede Vader,
weet gij dan niet, dat mijn Vader in den hemel
voortdurend werkt ? Zijn wil is, dat ook ik
werke."
Maar om zekerder tot zijn doel te geraken,
\\ nam Jesus zijn toevlucht tot zijne Moeder, en
smeekte haar, om haren invloed op Jozefs
hart te willen aanwenden. En Maria, vol-
komen onderricht door den H. Geest, begreep,
dat aan Jesus\' verlangen niet mocht weder-
staan worden, en bad Jozef, om het in te wil-
ligen. Eindelijk dan gaf deze zich gewonnen,
en zeide: „Welaan, mijn Heer en mijn Zoon,
omdat het moet, omdat het de wil is van God
den Vader en de uwe, stem ik toe; voortaan
zult Gij mijn nederigen arbeid deelen." En
Jesus was verheugd en omhelsde zijn Voed-
stervader vol vreugde en haastte zich, om
zijne Moeder dit heugelijke nieuws mede te
deelen.
Ziehier, dierbare Lezer, hoe wij ons zoo
gaarne een der treffendste gebeurtenissen uit
* "Jozefs leven voorstellen.
Welk een aandoenlijk schouwspel, inder-
daad de aandacht der Engelen waardig, wordt
hier in die arme woning afgespeeld. Zie, de
Bloem der menschheid, de Koning der
-ocr page 160-
— 156 —
koningen werkt als een arme daglooner,
en in een ruwen arbeid vereelt Hij zijne
aanbiddelijke handen, bestemd om den schep-
ter van het heelal te dragen. Jozef, bran-
dend van Seraphijnsche liefde, bestierf het
bijna van verlegenheid als de Godmensch
hem kwam vragen: „Vader, hoe moet ik
dit of dat doen?" Want uitgenomen zijne
goddelijke wijsheid, wilde Jesus alles van
zijne ouders leeren. Zij leerden Hem te spre-
ken, te gaan, hoe zich in het gezelschap der
menschen te gedragen, en duizend kleinighe-
den omtrent de gebruiken en de levenswijze
van het .loodsche volk. Als kind richtte de
Heiland zich naar Maria, en grooter gewor-
den, nam Hij de zedige houding aan van Jozef,
zoodat men aan zijne wijze van gaan, van
groeten, in een woord in alles den Zoon van
den godvreezenden timmerman herkende.
Dikwijls dus vroeg Jesus aan Jozef op
welke wijze het aangegeven werk moest wor-
den verricht. En als dan Jozef vol nederigheid
zeide : „ Och Heer, hoe vraagt Gij mij dat \'r1 Het
is immers aan U, om mij te onderwijzen, doe
zooals U goeddunkt en het zal volmaakt zijn."
— „Neen vader," antwoordde Jesus dan, „ik
ben uw leerling, gij mijn meester, ik moet u in
-ocr page 161-
— 157 —
alles gehoorzamen!" — „Welaan, mijn kind,
men kan rlat zoo doen, ten minste, zoo doe ik
het gewoonlijk." — En Jesus gehoorzaamde,
en volgde de lessen nauwkeurig op. Deze we-
derzijdsche wedijver in nederigheid, welke zich
dikwijls herhaalde, stelde Jozef in de gelegen-
heid, meer en meer aan Jesus gelijkvormig te
worden, en zijne liefde groeide van dag tot
dag aan.
Als Hij zijn goeden vader met eenig zwaar
werk bezig zag, stelde Jesus er genoegen in,
hem met zacht geweld het gereedschap uit de
hand te nemen, en uit alle kracht te werken.
En als Jozef dan eenige oogenblikken daarna
de oogen opsloeg, zag hij dikke zweetdroppels
parelen op het aanbiddelijk gelaat van Jesus.
„Ach, mjjn Zoon !" riep hij dan smeekend uit,
„ach, het is te veel, ik bid U, neemeen weinig
rust." Doch Jesus antwoordde: „Neen vader,
er staat immers geschreven: In het zweet uws
aanschijn» zult gij uw brood eten.
Laten wij
dan werken, het is Gods wil."
Maria verrichtte zoo dikwijls het mogelijk
was, haar werk bij hare zoo dierbare Werk-
lieden; en op het aanschouwen van den
Schepper van het heelal, zwoegend onder het
knellende juk van een vermoeienden arbeid,
-ocr page 162-
— 158 —
verhief zij haren geest boven het aardsche en
verdiepte zich in beschouwingen over Gods
barmhartigheid. En als de tijd daar was, noo-
digde zij beiden aan het sobere maal, hetwelk
hare liefde hun had toebereid. En Jesus be-
tuigde zijne blijdschap,datHij thans den arbeid
zijns Voedstervaders kon verlichten, en zeide:
„Vader, de profeet zeide terecht: Bet is
zoet, te eten van het werk zijner handen."
Welk een voorbeeld van huiselijk geluk
voor onzen tijd, nu men slechts buitenshuis
in het gewoel der wereld zijn vermaak
schijnt te kunnen vinden.
Overweging en Gebed.
*lj^)at is dan, goede Vader, het groote ge-
^ heim uwer heiligheid: wel verre van
uwe innige vereeniging met Jesus te ver-
minderen, strekte uw noodzakelijke arbeid
slechts om ze nog nauwer en hechter te,maken.
En uw werk, geheiligd dooreen voortdurende
oefening van liefde, was God aangenamer dan
de schitterendste daden der koningen.
Waarom kan ik u hierin niet navolgen ?
Mijne dagen zouden dan werkelijk heilig wor-
den doorgebracht, mijn werk zou als een voort-
durend gebed Gods aandacht op mij vestigen.
-ocr page 163-
— 159 —
Wel is waar, des morgens zeg ik niet den
profeet: „Mijn hart en mijne krachten wijd ik
U toe, o Heer!" Maar helaas, hoe spoedig heb
ik dat weer vergeten.en denk ik niet meer aan
Gods vaderoog, aan zijne liefdevolle hand, die
mij in het leven houdt, en zonder welke ik in
het niet zou terugzinken.
0 gij, die na Maria het volmaaktste toon-
beeld zijt van het inwendig leven, maak, dat
ik in het vervolg getrouwer uw voorbeeld na-
volge. Kan ik ook al niet gelijk gij voortdu-
rend met God bezig zijn, dat ik dan ten minste
bij ieder uur mijn hart tot Hem verheffe en met
uwe trouwe dienares de H. Theresiauitroepe:
„Heer Jesus, alweder een uur minder van U
verwijderd, wanneer zal eindelijk het laatste
slaan\'?"
Geestelijke kuikek: Hetzij gij eet, hetzij
gij drinkt, of iets anders doet, doet alles ter
eere Gods.
Voorbeeld.
^|Tene vrome Parijsche dame, vol ijver voor
^=* de eer van den H. Jozef, schreef ons on-
langs : „Wij zijn vol vertrouwen in den groo-
ten Patriarch; dagelijks toch zien wij aan-
moedigende feiten. Kortelings kwam eene
dame ons hare smarten toevertrouwen. Welk
-ocr page 164-
— 160 -
een treurig huishouden! Wij zijn getuigen ge-
weest van slagen en beleedigende woorden,
eindelijk gelukte het ons, haren woedenden
man tot bedaren te brengen. Deze, die zijn
zoon mishandelde, had zich in het hoofd ge-
steld, dat de jongeling zijn examen moest doen,
en werd bij voorbaat boos, als hij er niet door
zou komen. De jongeling, door de voorspraak
van O. L. Vr. van Lourdes vaneene borstkwaal
genezen, is wat ten achteren in zijne studiën.
Wij gaven zijne mama twee medailles van den
H. Jozef, om die heimelijk in de kleeren van
vader en zoon in te naaien. Daarna begonnen
wij eene novene. De jongeling gaat op, en legt,
tot groote verbazin;/ der examinatoren, een
schitterend examen af.
Hij moest een onder-
werp in het Latijn behandelen, waarvan hij
zelf verklaarde niet veel te weten ; doch hij
maakte geen enkele fout, en het on-
derwerp was zeer moeiel ij k. Toen
hij zou vertrekken, trachtte zijn vader hem
te ontmoedigen, doch zijne moeder zeide :
„Ga gerust, mijn kind, men heeft voor ons
gebeden, gij zult worden aangenomen." Haar
vertrouwen is verhoord ; moge de H. Jozef
aan die arme moeder ook spoedig den vrede
teruggeven."
-ocr page 165-
161 —
VIER EN TWINTIGSTE DAG.
De meest beminnende der menschen.
lvorens het verhaal van dit schoone
leven te eindigen, zouden wij gaarne
eenigszins den sluier oplichten,
welke het gaat bedekken, er de verborgen
schoonheden van opmerken, en zoeken te
ontdekken, datgene, wat aan God niet be-
haagd heeft, ons te openbaren. Daarom
zullen wij trachten duidelijk te maken, wat
dit leven was in de oogen van God en de
Engelen, wat er de innerlijke waarde van
uitmaakte : wij zullen spreken over de liefde
van Jozef tot Jesus.
Als God eene ziel tot groote zaken bestemt,
bereidt Hij haar gewoonlijk op twee wijzen
voor. Vooreerst, door aan die ziel het karak-
ter en de hoedanigheden te schenken, die zij
voor de waardige beantwoording harer roe-
ping noodig zal hebben. — De tweede wijs
bestaat hierin, dat de H. Geest hare aan-
geboren hoedanigheden zuivert en veredelt,
en ze geheel geschikt maakt voor haar ver-
heven doel. Laten wij nu zien, hoe de God-
Gl. H. Jo/.ef.                                                      11
-ocr page 166-
- 162 —
delijke Wijsheid deze regelen op den H. Jozef
toepaste.
De Zoon Gods, zegt de H. Paulus, heeft
in alles onze natuur willen aannemen, be-
halve in het zondige. Daarom wilde Hij,
evenals wij, eene Moeder hebben; en kwam
het met de waardigheid van God den Va-
der al niet overeen, dat Jesus een vader
had naar de natuur, toch wilde Hij, om
meer aan ons gelijkvormig te zijn, bij zijn
intreden in de wereld worden opgenomen
door een man, belast om bij Hem al de
plichten van een vader te vervullen. En
is de voornaamste dier plichten niet de
liefde ? Wat zou een vader zijn zonder
liefde voor zijne kinderen ? Juist omdat
God ons zoozeer bemint, wordt Hij onze
Vader genoemd, en is dat ook werkelijk.
Daar de H. Jozef dus op aarde bestemd was
om vader te zijn over het lieftalligste aller
kinderen, heeft de H. Geest hem ongetwijfeld
een hart gegeven, van nature tot beminnen
geneigd, evenzeer als aan Mozes, Jeremias,
den H. Joannes, den H. Paulus en zoovele
anderen. De H. Geest was om zoo te zeggen,
tegenover Jesus verplicht, om Jozef met die
schatten van edelmoedige zelfopoffering en
-ocr page 167-
— 163 —
teederheid te begiftigen, welke de grondslag
zijn van ieder edel karakter. En hiermede
niet tevreden, schonk de H. Geest aan Jozef
nog eene buitengewoon groote bovennatuur-
lijke liefde; en aangezien niets deze liefde
meer in den weg staat dan de zonde en de
aardsche genegenheden, bewaarde Hij Jozef
zijn geheele leven voor doodzonde en ge-
hechtheid aan de schepselen. Wij hebben
reeds gezien, dat zijne liefde en achting voor
Maria zuiver waren als die der Engelen, en
slechts dienen kon, om zijn vurige liefde tot
God meer en meer te doen ontbranden. Zie-
daar, dunkt ons, de eerste verwijderde voorbe-
reiding van Jozef voor zijne verheven roeping.
De onmiddellijke voorbereiding badplaats,
toen hij plotseling de menschvvording van
Gods Woord vernam en tegelijkertijd een
levend geloof in dit geheim ontving, en aldus
werd geschikt gemaakt om den Zoon, die
van Maria zou worden geboren, te beminnen
met al de liefde, die hij tot dan toe voor zijn
Schepper had gevoeld. — De H. Augustinus
gaat nog verder; laten wij diens woorden
wèl in ons geheugen prenten, want nooit
misschien is er iets schooners, iets roemvol-
lers over onzen H. Patriarch gezegd. ,0p
-ocr page 168-
— 164 —
het oogenblik der menschwording," zegt deze
kerkvader, „daalde de TT. Geest niet slechts
neder op Maria, om haar te verheffen tot
Moeder Gods, maar ook op Jozef, opdat hij
werkelijk, hoewel op geheel geestelijke wijze,
er de Vader van zou zijn."
Deze goddelijke werking was, dunkt ons,
ook noodzakelijk om verschillende redenen.
Vooreerst wilde de H. Geest voorkomen,
dat in dezen zoo nederigen man de liefde
in zekeren zin zou verminderen voor de
vrees en den eerbied, als hij in het Kind de
verborgen Godheid zou zien. Het was nood-
zakelijk, dat Jozefs liefde grooter zou zijn
dan zijn eerbied, opdat hij gemeenzaam met
Jesus zou durven omgaan, Hem op de armen
durven dragen, en aan zijn hart drukken.
Bovendien, met de vaderlijke liefde in het
gemoed eens mans te leggen, heeft God niet
alleen het inzicht gehad, aan het kind de
toewijding zijns vaders te verzekeren; maar
ook om aan den vader de noodige kracht
te geven om de zware lasten van zijn staat
met geduld, met liefde, ja zelfs gaarne te
volbrengen, zoodat het hem als \'t ware eene
behoefte is geworden. En welke vader nu
had meer die kracht noodig dan de H. Jozef?
-ocr page 169-
— 165 —
Jesus toch scheen slechts zijn huis binnen-
getreden, om er armoede en ontbering, angst
en droefheid te brengen.
Eindelijk nog betaamde het, dat de ge-
boorte van Maria\'s Zoon in geenen deele
de banden verslappen zou, welke Jozef met
de bewonderenswaardige Maagd verbonden;
het betaamde, dat hij zijn waardigheid als
hoofd der H. Familie ophield, zelfs als een
God er lid van zou wezen. Wij zien ook in
het H. Evangelie, dat Jesus hem even onder-
danig was als aan Maria. En het zou zonde
wezen, als men durfde veronderstellen, dat
zulk een Rechtvaardige over een God, een
onrechtvaardig gezag zou uitoefenen; dit
gezag was wel degelijk door God gewild,
want niet aan Maria of Jesus, maar aan
Jozef verschijnt telkens de Engel. Het is
dus duidelijk, dat Jozef meer is dan een
dienaar in de H. Familie, hij is daar de
vertegenwoordiger van God den Vader, en
de drager van zijn gezag. Als dus God de
Vader, na aan jozef zijn Zoon te hebben
toevertrouwd, hem met zijn gezag bekleedde,
is het zeer billijk, aan te nemen, dat Hij
aan het hart des Aartsvaders als \'t ware
een vonk mededeelde van de vaderlijke liefde,
-ocr page 170-
— 166 -
waarmede Hij van alle eeuwigheid zijn Zoon
bemind heeft; dit is het gevoelen der Kerk-
leeraren. Welnu, dit wonder he-jft God be-
werkt, door, zooals de H. Augustinus zegt,
zijn H. Geest zoowel over Jozef als over
Maria te doen neerdalen op het oogenblik
der menschwording. Immers, als wij volgens
den Apostel den H. Geest, den Geest van
Jesus ontvangen, om kinderen Gods te wor-
den, dan ook moest Jozef dienzelfden H. Geest
ontvangen, om te worden Vader van God!
Overweging en Gebed.
^sndien, o mijn beminde Patroon, een vader
— verplicht is, zijne kinderen te beminnen,
zou dan een kind zijn vader niet behoeven
lief te hebben ? Ik ben waarlijk Gods kind,
zijn Zoon kwam op aarde, om mij de ge-
nade te verdienen, als kind door God te
worden aangenomen; deze genade gaf God
de Vader mij, door mij zijn H. Geest te schen-
ken. Maar helaas, ik hoor Hem door den
mond van den profeet Malachias klagen"
„Als Ik uw Vader ben, waar is dan uwe
liefde tot Mij?" En toch. er is geen mid-
delweg; of wel ik moet hier branden van
liefde tot God, of wel, branden in de hel, door
-ocr page 171-
- 167 —
God ontstoken tot wraak zijner versmade
liefde. Hoezeer ben ik beangst, als ik denk
aan het vreeselij k lot, dat mij dreigt. 0, mee-
warigste Heilige, heb medelijden met mij,
kom mij te hulp in dezen nood, verwerf mij,
door de voorspraak uwer welbeminde Bruid,
dat God mij dit koude, ondankbare hart ont-
neme, en er een nieuw hart voor in de
plaats geve, een hart, gevoelig voor zijne
weldaden. O, verwerf mij dat, dan zal mijn
eeuwig heil verzekerd wezen, want:
Geestelijke ruiker : De volmaakte liefde
verdrijft de vrees: wie uit vrees handelt,
is onvolmaakt in de liefde.
(I Joan. IV, 18.)
Voorbeeld.
nderstaande is ontleend aan het tijd-
schrift La bonne Semaine van Turin,
2 Maart 1863:
Eene vrouw uit het volk had eene dochter,
wier gedrag een ergernis was voor hare andere
kinderen. Die arme moeder was daarover ten
zeerste bedroefd, en telkens als zij de kerk
binnentrad, wierp zij zich voor de afbeelding
van den H. Jozef neder, en bad met betraande
oogen om de bekeering harer dochter. Op
-ocr page 172-
- 168 -
zekeren keer schoot haar de gedachte in:
„Als ik haar eens een prentje, een mooi
prentje van den H. Jozef gaf? — Misschien
zou zij het niet willen, of wel verscheuren...
Ik zal het beproeven." En vol vertrouwen
staat zij op, koopt in een winkel het mooiste
plaatje, dat zij ziet, en begeeft zich er mee
naar huis. De dochter was afwezig, doch op
hare kamer vond de vrouw een boek, dat nu
juist wel geen kerkboek was. „Moet ik daar
uw afbeelding in leggen?" zucht zij; „H.
Jozef, vergeef mij, maar ik kan niet anders!"
— De dochter komt thuis, neemt het boek
ter hand, en ziet tot hare verwondering
het prentje. „Hoe vreemd," denkt zij, „wat
moet ik daar nu mede doen?" Onderwijl
beschouwt zij onwillekeurig de fraaie tee-
kening. en kan er niet van scheiden, zij
keert het om, en leest aan de achterzijde een
gebed; nogmaals beschouwt zij aangedaan
het prentje en.... en weent, zij werpt haar
slecht leesboek weg, valt op de knieën en
snelt weenend naar hare moeder.... Zij
is bekeerd! Eer aan den H. Jozef\'!
-ocr page 173-
— 169 -
VI.IF EN TWINTIGSTE DAG.
De teederste der Vaders.
ene waardige woning was voor de
Eeuwige Wijsheid bereid; zij kon er
bezit van gaan nemen. Immers de
Engel had tot Jozef gezegd: ,Vrees niet,
Maria uwe Bruid tot u te nemen, .... zij zal
door den H. Geest een Zoon ter wereld bren-
gen, dien gij Jesus zult noemen."
Deze woorden waren als een vuur, gewor-
pen op eene verzameling brandbare stoffen.
Maria was Moeder van God, en door aan Jozef
dit geheim te openbaren, zegende en beves-
tigde God zelf hun huwelijk; en Hij stelde
alzoo Jozef tot vader aan over Jesus. Wie zal
verklaren, welke liefde er thans ontstoken
werd in die ziel, zoo nederig, zoo zuiver en
heilig ? Wie zou kunnen vermoeden, wat er
in Jozefs hart omging, op \'t oogenblik, dat
Maria hem Jesus toonde, en vol verrukking
zeide : „Jozef, ziedaar uw zoon!" . . . Over-
wegen wij, hoezeer de goddelijke liefde in
Jozef van af dat oogenblik steeds grooter en
grooter werd, gedurende al die jaren, dat hij
de beminnelijke tegenwoordigheid van den
God-mensch mocht genieten. Wij hebben
-ocr page 174-
— 170 —
reeds gezien, hoezeer Jozefs hart van nature
en door de genade tot liefde jegens God werd
aangezet; hiten wij nu zien, hoe beminnelijk
Jesus was in zijne oogen.
De koninklijke profeet David had voor-
speld, dat de Heiland het beminnelijkste der
menschenkinderen zou wezen ; dat de lieftal-
ligheid, over zijn gelaat en zijn geheele wezen
verspreid, zou zijn als een scherpe pijl. welke
het meest verharde gemoed zou treffen en
Hem de liefde aller volkeren zou verzekeren.
Als Zoon van eene onbevlekte Maagd,
die volgens de Kerkvaders verrukkelijk
schoon was, moest ook Jesus van onvergelij-
kelijke lichamelijke schoonheid zijn. Boven-
dien, gelijk de H. Hieronvmus zegt, weer-
kaatste zich de schoonheid zijner ziel, dat
meesterstuk der schepping, in zijn geheele
uiterlijk als in een zuiveren spiegel. De ver-
heven adel van gedachte was op zijn immer
helder voorhoofd te lezen: de diepe blik zijner
oogen scheen tot in de zielen te dringen, en
de geheimste schuilhoeken der harten te
doorgronden, terwijl zij door den lieftalligen
glimlach, welke om zijne lippen speelde, tot
Hem werden aangetrokken. Noch verveling
of toorn, noch ongeduld of eenige andere
-ocr page 175-
— 171 —
hartstocht verstoorde ooit den vrede op zijn
aanbiddelijk gelaat. Zijne heldere stem, nu
eens zacht en liefelijk, dan weder sterk en
eerbied inboezemend, kondigde reeds den
Leeraar aan, bestemd om licht en troost te
brengen aan het gewonde en terneergesla-
gen hart; zij scheen als de echo van dat
machtige Woord, hetwelk in den beginne de
wereld uit het niet te voorschijn riep. Zijn
gang was vol hemelsche waardigheid en toch
eenvoudig, zonder aanmatiging; Jesus had
immers niet noodig, zich te verheffen, daar
Hij gekomen was om zich tot ons menschen
te vernederen. Wat moet Jesus dus wel in
Jozefs oog beminnelijk zijn geweest, als Hij
zich aan hem voordeed als een leerzaam,
eenvoudig kind, gehoorzamende op zijne
minste wenken, levendig, vroolijk en opge-
ruimd, en de liefkoozingen zijner ouders
afbedelend!
Een andere aantrekkelijkheid vond Jozef
nog in Jesus, dat Hij namelijk het levend
afbeeldsel was van zijne beminde Bruid.
Jesus had dezelfde trekken als Maria; Hij
bezat bovendien hare zedigheid, hare rein-
heid an eenvoud, en volgde hare wijze van
doen en spreken in alles na, zoodat Jozef
-ocr page 176-
— 172 -
Maria in Jesus terugvond, en Jesus in Maria;
en deze tweevoudige liefde smolt in zijn
hart tot een enkele samen.
Maar deze man naar Gods Hart zag verder
dan het uiterlijke: hij zag in zijn Jesus het
voorwerp van de belofte, in het aardsch para-
dijs gedaan, den Verwachte van alle volke-
ren, den Messias, wiens helder licht de duis-
ternissen van het heidendom zou verdrijven;
den Machtige, die den satan zijne prooi zou
ontrukken, den Heer der heerscharen. Hij zag
in Jesus zijn God, den Schepper van het heel-
al, die voortging het te besturen, terwijl Hij
als kind met Jozef speelde, of op zijne armen
insliep, en het hoofdje tegen zijne borst liet
rusten. Jozef wist dat alles, het ging nimmer
uit zijne gedachte. Welke liefde doorgloeide
Jozefs hart, als deze Oneindige hem om-
helsde, en hem den zoeten vadernaam gaf!
Als de liefde zich op één punt vereenigt,
en door de genade wordt ondersteund, werkt
zij als \'t ware wonderen : dat is het grootste
geheim der Heiligen. Welnu, Jozef beminde
slechts God en om God. Jesus was alles
voor hem; Jesus was zijn Vader en zijn
Zoon, zijn roem, zijn erfdeel, het voorwerp
van al zijne gedachten en verlangens.
-ocr page 177-
— 173 —
De Zaligmaker wordt dikwerf in de H.
Schrift vergeleken bij de zon, wier welda-
dige warmte zich meedeelt aan een ieder,
die zich niet aan hare stralen onttrekt. De
ondervinding leert, dat de waarlijk minnende
zielen, als zij voor het altaar knielen, waar
haar Goddelijke Bruidegom zich verbergt,
een steeds vuriger verlangen ontwaren, om
met Hem vereenigd te worden. Jozef genoot
dag en nacht deze beminnelijke tegenwoor-
digheid, hij beantwoordde met hart en ziel
aan deze genade; hoe dus zou hij niet van
liefde als verteerd zijn geweest?
Eindelijk, wij weten, dat God niets wei-
gert aan het gebed van Maria; wij zien
zulks te Cana, waar Jesus op Maria\'s voor-
bede het uur zijner wonderen vervroegde.
En als Maria daar voor haren gastheer bad
om een weinig wijn, zou zij dan niet voor
Jozef gesmeekt hebben om den wijn der god-
delijke liefde, den wijn, die maagden voort-
brengt? En van zijn kant hield Jozef niet
op, met hetzelfde doel zijn hart tot God te
verheffen, wetende, hoeveel liefde hij God
schuldig was. En Jesus heeft beloofd: „ Waar
twee of meer in mijn naam vereenigd zijn,
zal Ik in hun midden wezen." Welnu, Maria
-ocr page 178-
- 174 —
en Jozef baden steeds voor elkander om
vermeerdering der goddelijke liefde. Wij
mogen dus besluiten en zeggen, dat hier
op aarde, na Maria,
niemand Jesus meer
bemind heeft dan de bruidegom der Aller-
heiligste Maagd.
                                                   j
Overweging en Gebed.
fTjiedaar dus, H. Jozef, wat uw grootheid
^\'J en roem uitmaakt in het oog der En-
gelen, ja van God zelf; uwe groote liefde
namelijk tot Jesus, die u den. rang heeft
verdiend, welken gij in den hemel bekleedt.
Indien ik mocht kiezen, zou ik, zoo deze
twee zaken van elkander konden geschei-
den worden, uwe liefde tot Jesus verkiezen
boven uwe schitterende kroon! Doch hoe
komt het, dat ik Hem niet bemin zooals gij?
Helaas, met schaamte moet ik bekennen,
dat de middelen om dien liefdeschat te be-
komen, mij geenszins ontbroken hebben. Om
Jesus te meer lief te kunnen hebben, sloot gij
uw hart voor iedere aardschegenegenheid, en
bracht gij Hem alle krachten uwer ziel ten of-
fer. En ik, ik opende mijn hart voor alles,wat
daar eene plaats in zocht, behalve juist voor
Jesus; ik hield mijn geest met allerlei ijdele
-ocr page 179-
— 175 —
zaken bezig, en trok bijna geen voordeel uit
de voortdurende tegenwoordigheid van .lesus
in zijn aanbiddelijk Sacrament.
Zoo was het tot heden ; zal dat nog langer
voortduren ? Het hangt slechts van mij af\', ik
weet het; als ik mij wil beteren, kan ik dat
ook. Doch ik ben zoo zwak, de gelegenheden
zoo menigvuldig: H. Jozef, sta gij mij bij. Gij
zijt de Patroon van het inwendige leven ; help
mij, dit te betrachten gelijk gij het deedt; leer
mij, hoe mij te midden mijner werkzaamheden
steeds met Jesus bezig te houden en zijne liefde
te overwegen : dan zal ik Jesus eindelijk eens
oprecht gaan beminnen, en zal in mij Jesus\'
woord bewaarheid worden:
Geestelijke uuikek. Hij bemint Mij, die mijne
geboden onderhoudt, en als iemand Mij lief-
heeft, zullen mijn Vader en Ik hem beminnen.
Voorbeeld.
Men schrijft ons uit B.... (Morbihan.)
I
aat mij u een verhaal doen, even kinderlijk
1 en treffend als het geloof van den onschul-
digen kleine, waarover het gaat. Dit kind dan,
nog geen twee jaar oud. had van af zijne eerste
levensdagen vreeselijke pijnen in de ingewan-
den. De geneesheer, die het behandeld had,
-ocr page 180-
— 176 —
verborg voor de familie zijne vrees niet voor
het ernstige der kwaal; volgens hem bestond
er nog slechts één uiterste middel, en dat
wendde hij nu aan. De moeder en de zusters van
deze bespraken nu haar plan in tegenwoordig-
heid van den kleinen August, om met hem een
bedevaart te doen ter eere van den H. Jozef.
Hoewel nog zoo jong, begreep het jongske
het doel der reis. Nauwelijks aangekomen,
laat hij zijne moeder los, en klimt zoo goed
zulks kan, de trappen op van het St. Jozefs-
altaar, onder den uitroep : „ Goede H. Jozef,
maak Augustje gezond !*
Vervolgens zich tot
zijne moeder wendende, zegt hij: „Geen pijn
meer, mama, <jeen pijn meer; heilige Jozef
heeft genezen.\'\'
En als om zijne woorden
kracht bij te zetten, slaat hij met zijne hand-
jes op het zieke lichaamsdeel. Hij was lief
om aan te zien, die onschuldige kleine,
terwijl hij zijne moeder liefelijk toelachte,
als om haar te overtuigen en te troosten.
Ik twijfel geenszins, of dat kinderlijk ver-
trouwen is den goeden H. Jozef zeer aan-
genaam geweest. Werkelijk constateerde de
geneesheer eene aanmerkelijke beterschap,
en na eenige weken kon hij de volkomen
genezing als zeker voorspellen.
-ocr page 181-
— 177 —
ZES EN TWINTIGSTE DAG.
De
i rouwe beminnaar van het Kruis.
ij hebben reeds gesproken over Jozefs
groote liefde voor Jesus; laten wij
thans overwegen, wat die liefde
vergrootte en volmaakte.
Ongetwijfeld hebben alle heiligen, die den
Man van smarten hier op aarde beminden,
zijn lijden en tranen eenigszins gekend, en
die smartvolle liefde was de vereering, welke
de Heiligen des Ouden Verbonds aan den
verwachten Messias brachten. Zoo proefde,
volgens den H. Paulus, Mozes de bittere
versmadingen van Christus, en David bezong
die reeds in zijne scboone psalmen.
En zou nu de H. Jozef, de Voedstervader
van Jesus, daarmede onbekend zijn gebleven?
Zou hij zoovele jaren met het aanbiddelijk
Offerlam geleefd, en het van zijnen arbeid
gevoed hebben, zonder te weten, welke zijne
smartelijke bestemming was? Zou God zelf
hem, zijn trouwsten dienaar, onbekend heb-
ben gelaten met het doel van Jesus\' komst
op de aarde ? Neen, voorzeker neen! En
opdat Jozef daarmee ten volle bekend zou
zijn, sprak de H. Geest in zijne tegenwoor-
Gl. H. Jozef.                                                      12
-ocr page 182-
— 178 —
digheid door den mond van Simeon deze
woorden tot Maria: „Zie, dit Kind zal een
voorwerp van tegenspraak zijn, en een zwaard
zal uw moederhart doorboren."
Zonder twijfel was Jozef waarlijk die
rechtvaardige, waarvan geschreven is, dat
hij „dag en nacht Gods wetten overweegt."
Men mag dus aannemen, dat hij des avonds,
terwijl Maria bij het wiegje van den slapenden
Jesus de naald hanteerde, met luide stem
uit de H. Schrift voorlas.
O, welke teedere liefde moet zijn gevoelig
hart wel hebben ondervonden, bij het lezen
van deze en dergelijke plaatsen, zoo treffend
in hunnen eenvoud: „De Zaligmaker zal
als een zwakke struik opschieten, als een
stengel uit dorren grond opgekomen. Geen
schoonheid noch luister is aan Hem; wij
zagen Hem, en hebben Hem miskend....
Hij was als de geringste der menschen, een
mensch vol smarten.... Hij heeft onze
kwellingen gedragen en onze kwalen op
zich genomen___en wij beschouwden Hem
als een melaatsche, en als een van God
geslagen mensch!.... Door zijne kneuzin-
en zijn wij genezen___De Heer heeft ons
aller ongerechtigheid op zijne onschuldige
-ocr page 183-
— 179 —
schouders geladen----als een schaap wordt
Hij ter slachtbank gevoerd, en als een lam
onder de hand van den scheerder, doet Hij
zijnen mond niet open.. .."
En als Jozef daar, de oogen liefdevol
op Jesus geslagen, de voorspellingen las over
zijn lijden, hoe Jesus zou zijn als een aard-
worm, en het uitvaagsel des volks; hoe zijne
aanbiddelijke handen en voeten zouden wor-
den doorboord, hoe de ruwe soldaten onder
het kruis Hem zouden bespotten, en over zijn
kleed het lot werpen ; o, dan trilde zijn min-
nend hart van medelijden bij de gedachte,
dat dit onschuldige Kind zoo zwaar voor de
wereld zou moeten boeten.
Hoe gaarne verlustigen de ouders zich in
het droomen van allerlei fraaie plannen voor
de toekomst hunner kinderen, dikwijls zelfs
zonder met Gods plannen rekening te houden.
Maar Maria en Jozef hadden niets te regelen
voor hun beminden Zoon; dat alles toch was
reeds beschreven door de profeten, die zijn
schandelijken dood in alle bijzonderheden
hadden voorspeld; hemel en aarde zouden
voorbijgaan, eerder dan dat één enkele dier
voorzeggingen onvervuld zou blijven.
Zelfs alle voorvallen uit Jesus\' jeugd waren
-ocr page 184-
ISO --
voor Jozef als een profetisch schilderij,
waarop hij het lot kon lezen van het voor-
werp zijner vurigste liefde. Als hij Gods
Zoon zoo arm zag geboren worden, dacht
hij aan het woord : „Ik ben als een bedelaar."
Toen de eerste bloeddruppels vloeiden bij
dd besnijdenis, overwoog hij hoe Jesus eens
al zijn bloed zou storten; als hij zijn Kind
van den hoogepiïester terugkocht, moest
hij denken aan de profetie van Zacharias:
„Zie, zij hebben voor Mij dertig zilverlingen
gegeven." Als hij .Jesus voor het zwaard
van Herodes bevrijdde, wist Jozef\', dat hij
Hem slechts bewaarde voor een duizendmaal
wreederen dood. Bovendien was Jozef in
gezelschap van Maria, die meer omtrent
Jesus was onderricht dan alle profeten. Hoe
dus zou hij Jesus\' smarten niet gevoeld
hebben ?
Alle Heiligen hebben bittere tranen ge-
schreid over het lijden van den God-mensch:
de H. Franciscus van Assisië verloor er zelfs
bijna het gezicht door. Doch merken wij
hier op, dat de H. Jozef met veel meer recht
dan alle andere Heiligen weende over Jesus.
Immers, voor hen was het lijden van Christus
eene herinnering aan iets, wat reeds lang had
-ocr page 185-
— 181 —
plaats gehad. Maar Jozef zag de vernederin-
gen en verguizingen van zijn Jesus in de
toekomst; en zulk eene smart is veel heviger
dan het overwegen van iets, wat tot het
verleden behoort. Bovendien, als Jesus de
Verlosser was der andere Heiligen, was Hij
de pleegzoon van Jozef; en welk een Zoon !
Jozef zag Hem naast zich opgroeien : hij zag
dat lieftallig Kind zich vormen tot jongeling,
tot man; hij zag zijne beminnelijke hoe-
danigheden met den dag toenemen, en ach,
ieder oogenblik bracht hem dichter bij het
noodlottige uur, waarop het vreeselijk lijden
zou aanvangen.
De smart van Jozef werd nog vermeerderd
door die van zijn teedere levensgezellin. Wij
kunnen ons voorstellen, hoe zij Jesus stil-
zwijgend beschouwden, als om zijn geliefd
beeld voor eeuwig in hun geheugen te pren-
ten. En als hunne blikken elkander ontmoet-
ten en Jozef een traan zag blinken in Maria\'s
oog, dan kon hij zich niet meer bedwingen,
en hij verwijderde zich om alleen te kun-
nen weenen.
Doch hunne droefheid was eene geheel
geestelijke, gelaten en overgegeven aan Gods
heiligen wil. Beiden zouden duizend dooden
-ocr page 186-
182 —
gestorven zijn om Jesus ook maar de ge-
ringste smart te besparen; doch onderworpen
als zij waren aan God die den dood van zijn
eeuwigen Zoon wilde, wilden ook zij dien
tot Gods glorie en der menschen zaligheid
Overweging en Gebed.
p deze wijze dus, gelukzalige Jozef, zijt
gij er toe gekomen, om na Maria de
grootste minnaar te zijn van Jesus: gij hebt
dag en nacht zijne geheimen overwogen, en
vooral zijn droevig lijden en bitteren dood.
Zie, dat moet ook ik doen, als ik op u wil ge-
lijken, en evenals gij dierbaar wil zijn aan
Jesus en Maria. Het overdenken van het
heilig lijden moet zijn als een zout, dat mij
geheel doordringt, het moet mij als een
tweede natuur worden. Hoevele middelen
staan mij daartoe ten dienste ! HetH. Misoffer
is ingesteld om mij iederen dag de liefde van
Jesus in herinnering te brengen; deH. Com-
munie is de deelneming aan dit H. Offer, de
innige vereeniging met Jesus. In iedere kerk
vind ik een kruisbeeld, dat mijne aandacht
vraagt voor netlijden van Christus. — Entoch,
ondanks dat alles blijf ik koud, blijf ik voort-
gaan, met mijn God te beleedigen. O, heilige
-ocr page 187-
— 183 —
Aartsvader, bid voor mij. armen zondaar, bij
Jesus en Maria, opdat zij mijne ziel met den
geest van genade en gebed vervullen.
Geestelijke ruiker. „Eentraan van oprechte
liefde, om Jesus\' lijden gestort, zegt de H.
Augustinus, is meer waard dan eenjaar vasten
op water en brood."
Voorbeeld.
Men schrijft uit Brussel:
1|ER ijn zoon moest examen doen als candi-
***- daat notaris, ik vreesde, dat hij niet zou
slagen. In mijn angst wendde ik mij tot den
H. Jozef, de oefening der zeven Zondagen
werd ter zijner eer begonnen, ik liet eene H.
Mis lezen, en zeven kaarsen aansteken, en
stelde mijn zoon een medaille van den grooten
patriarch ter hand. Nu was ik zeker, dat mijn
gebed zou verhoord worden, ik zeide dit aan
ieder die mij kwam bezoeken. De uitslag be-
antwoordde aan mijn vertrouwen. Ofschoon
hij nog zeer jong was, en zijne studiën gerui-
men tijd had moeten onderbreken, legde mijn
zoon zijn examen op de meest voldoende wijze af.
Wat mij het wonderbaarste schijnt, is dit:
Den dag vóór het examen meende mijn zoon,
niet meer te moeten studeeren, en stond zelfs
-ocr page 188-
— 184
op het punt. een zijner vrienden te gaan bezoe-
ken; maar plotseling gedreven als door eene
ingeving, die alleen van den H. Jozef kon
komen, keerde hij terug, enzeide: „Ik zal
mijne wandeling uitstellen, en nog eens dit
artikel bestudeeren." Hij noemde dat artikel
en studeerde er op den ganschen avond. Den
volgenden morgen bemerkt hij, dat men hem
juist over dat artikel examineert. Had hij het
niet overgezien, dan was alle kans op dagen
verloren geweest.
Zoo heeft dus de H. Jozef
zich daarmee bemoeid, Eerw. Pater, en ik zal
hem mijn geheele leven dankbaar zijn.
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
De laatste levensdagen.
e Zoon Gods zag het uur naderen,
door zijn Vader vastgesteld voor het
grootste der werken Gods, de Ver-
lossing der menschheid. De roemrijke Aarts-
vader van zijn kant, die tegenwoordig was
geweest bij Jesus\' intrede in de wereld, ver-
minderde en verzwakte zichtbaar. Van eene
even teedere en edelmoedige natuur, was hij
niet voor den zwaren handenarbeid gescha-
-ocr page 189-
— 185 —
pen; maar vooral had zijne beminnende ziel
haar stoffelijk omhulsel vóór den tijd oud ge-
maakt. Zoovele verschillende aandoeningen
hadden zich dan ook als \'t ware verbonden,
om in hem de levenskracht uit te putten ! Hij,
de arme werkman, vergeten in het vergeten
Nazareth, had op zekeren dag vernomen, dat
de teedere Vrouwe, aan wie hij zijn leven had
verbonden, de hoogste plaats bij God be-
kleedde; dat zij de Koningin was der Engelen
en der menschen, de Moeder van den Aller-
hoogste; hij wasdaardoor tevens tot de weten-
schap gekomen, dat hij, Jozef, grooter was
dan al zijne vaderen, grooter en dierbaarder
aan God dan Abraham, dan Mozes of David.
Hij, die tot dan toe God vol ontzag had aan-
beden, had Hem kort daarna gezien, in doe-
ken in een kribbe liggend, hij had Hem op
Gods bevel als zijn Zoon aangenomen en later
omhelsd, en gevoed van zijnen arbeid. Latei-
had hij den onschuldigen Jesus met moeite
aan het zwaard van Herodes ontrukt, en Hem
in en na de ballingschap zien opgroeien in
schoonheid, en in genade en wijsheid, en toch
altijd even onderdanig, even leerzaam en lief-
devol jegens zijn pleegvader. Eindelijk had
hij Hem zijn kostbaar zweet zien storten onder
-ocr page 190-
— 186 -
den zwaren handenarbeid, luisterend naar
zijne bevelen en lessen.
Het beschouwend gemoed van den kuischen
Jozef was ontvlamd bij de voortdurende aan-
raking van Hem, die niets is dan liefde,bij het
gezicht van zijn vrijwillige vernederingen, bij
de vertrouwelijke gesprekken van den onein-
dig Beminnelijke; dat alles was als zoovele
vurige liefdepijlen, welke zijn hart verwond-
den. De kennis bovendien van het vreeselijke
lijden en de wreede vernederingen, welke het
voorwerp zijner liefde zou moeten ondergaan,
wakkerde zijne liefdevlammen voortdurend
aan; en het overwegen van die droevige ge-
heimen knaagde aan zijn minnende ziel, en
verteerde langzamerhand zijn vurig hart.
Het geheele bestaan van Jozef loste zich
dus op in liefde en smart, zijne oogen waren
als twee bronnen van tranen, en zijn hart
als een vuuroven, welks aanhoudende gloed
de banden vernietigde, die lichaam en ziel
met elkander vereenigden.
Voeg bij die inwendige uitputting de moeite
die hij zich gaf, om Jesus en Maria het leven
zooveel mogelijk te veraangenamen, en
men zal begrijpen, dat na dertig jaar van
zulk een leven, onze beminnelijke Heilige
-ocr page 191-
— 187 —
zeer zwak, zeer verouderd moest zijn.
Ziende, dat het werk hem meer en meer
vermoeide en afmatte, nam Jesus op zekeren
avond de vereelte handen van Jozef, drukte
ze vol eerbied aan zijne lippen, en sprak:
„Zie, vader, gij zijt oud, en niet meer in
staat om te werken; Ik zal het voortaan
voor u doen, gelijk gij het voor ons gedaan
hebt." Deze woorden waren als een zacht
bevel, waaraan de heilige grijsaard niet kon
weerstaan. Hij gaf dus toe, en voortaan
bestond zijne eenige bezigheid in het zich
voorbereiden tot den dood, en dat uur was
niet ver meer verwijderd.
Als hij zoo bij den haard gezeten was,
beschouwde hij in stilte de Koningin der
Engelen, die het maal toebereidde; hij vroeg
zich af, hoe hij toch had kunnen verdienen,
om dien schat te bezitten, welken de Hemel
hem benijdde, en hij verwonderde zich over
de nederigheid van Gods Moeder, die hem
met hare koninklijke handen wilde bedienen.
Of wel, als hij Jesus hoorde werken, onder-
hield hij zich met Maria over dien beminden
Zoon, over de treurige toekomst, en tranen
onderbraken zijn stem. „Wat mij betreft, ik
zal er geen getuige van wezen; maar gij,
-ocr page 192-
— 188 —
liefste Maria, zijne Moeder, hoe zult gij het
gezicht zijner folteringen verduren?... Maar
God zal uw steun zijn.... alle volkeren zullen
op u hopen, en u zalig noemen!"
Soms ging hij zitten in de werkplaats,
tegenover Jesus; en als hij dan zijn God
beschouwde, voor hem werkend, voor hein
zijn kostbaar zweet stortend, o, dan trad hij
in verrukking. Wat was hij dan schoon, de
H. Aartsvader! Een lichte blos kwam op
zijne verbleekte wangen, zijn half uitgedoofde
oogen schitterden van liefdevuur, een stralen-
krans blonk hem om de slapen, hij geleek een
Engel, in aanbidding voor God neergezonken!
Niet meer, gelijk eertijds, des avonds met
Jesus kunnende gaan wandelen, plaatste hij
zich op eenigen afstand van het huis op een
zetel, door Maria\'s liefdevolle handen in ge-
reedheid gebracht. Dan beschouwde hij de
natuur, en ook daar vond hij Jesus wederom
terug. Die groenende heuvelen, die vruchtbare
akkers, dat uitspansel bezaaid met schitte-
rende sterren, was dat alles niet het werk van
Jesus\' handen? En diezelfde Jesus noemde
hem Vader! En ondanks zijne diepe nederig-
heid kwam het hem voor, dat de natuur ook
hem eerde en gelukwenschte. De lofzang van
-ocr page 193-
— 189 —
Maria kwam als eene aangename herinnering
in hem op, en het scheen hem, dat ook hij een-
maal door allen gelukzalig zou worden ge-
noemd; het was hem, alsof hij in de verte,
boven de bergen, de groc.te Heiligen uit het
Oud Verbond uit hunne graven zag opstijgen
om hem te begroeten ; alsof\' hij David zijn
harp ter hand zag nemen, om Jozefs lof\'in
de eeuwigheid te bezingen! . . .
Overweging en Gebed.
!poo naderde dus, H. Jozef, het einde uws
—\' levens, zoo bewonderenswaardig in zijn
eenvoud! Ja waarlijk, hoezeer zijn op u de
woorden van den Wijzen Man van toepassing:
„De wegen van den Rechtvaardige zijn schoon
en zijne voetpaden zijn vol vrede. Het leven
des Rechtvaardigen is als het licht, dat in
helderheid toeneemt, totdat de dag volkomen
is." En toch, beminnelijke Jozef, opdat gij
iedereen tot voorbeeld zoudt kunnen strekken,
wilde God, dat uw leven niets schitterends
had, en het kan in deze drie woorden worden
samengevat: nederigheid, liefde en getrouw-
heid.
Gij geloofdet, dat gij uit u zelven niets
waart; gij hebt uw hart zonder voorbehoud
geheel aan zijn Schepper geschonken, die u
-ocr page 194-
— 190 —
tot zijn vriend verhief; — gij liet u zonder
tegenstreven leiden door Hem, die uw geluk
wilde. — Wat is er meer waar, wat billijker,
wat wijzer?
Wat zou ook mijn leven gelukkig zijn ge-
weest, als ik immer aan de inspraken van den
H. Geest beantwoord had ! Mijne ziel zou ba-
den in een zee van vrede, en mijne verdiensten
talrijk zijn als de golven der zee. Want ook
ik ben tot de heiligheid geroepen. Ook tot mij
is het woord gesproken : „ Weest volmaakt,
gelijk uw hemelsche Vader volmaakt is." En
de H. Geest voegt er bij: „Als iemand de wijs-
heid ontbreekt, hij vrage ze aan God, die
ruimschoots geeft." (Jac. 1: 5). Als ik mij
dus tot heden niet geheiligd heb, is het mijn
eigen schuld. En wat voordeel trok ik uit
mijne voortdurende wederspannigheid ? Ik
heb een ongelukkig leven geleid, telkens
weifelend tusschen de genade en de zondige
natuur, ik heb een schat van vei\'diensten
verloren, maar bovenal, ik heb mij aan
zwarten ondank jegens God schuldig ge-
maakt. Maar daar God mij nog niet heeft
verworpen, heb ik nog hoop; ik wil het
verledene herstellen; help mij, H. Jozef,
door uwe machtige voorspraak, opdat ik
-ocr page 195-
— 191 —
eens en voor altijd aan mij zelven verzake,
om slechts God aan te hangen, zoodat ik
met den H. Paulus kan zeggen:
Geestelijke ruiker. Ik leef, ik nu niet
meer, maar Christus leeft in mij.
Voorbeeld.
Ti?)et groot vertrouwen van den heer Du-
^^ pont op den H. Jozef werd eens op
schitterende wijze beloond. Hij was gewoon,
op zekere dagen een feestavondje te geven
aan die goede oudjes, welke door de zus-
terkens der armen verzorgd worden. Eens
dat weer zoo\'n dag met ongeduld verbeid
werd, moest hij tot zijn spijt aan de grijs-
aards zeggen, dat hem dezen keer de noo-
dige middelen geheel ontbraken, en hij ried
hun aan, den H. Jozef te vragen of hij
voor het noodige wilde zorgen. „Laten wij
dan wat runder-of varkensvleesch vragen,"
klonken verscheidene stemmen. — De heer
Dupont vond deze vraag vreemd, maar daar
zijne armen aanhielden, stemde hij toe; en
nu werd iederen dag de noveen gehouden;
mijnheer Dupont bad met vuur, maar moest
toch glimlachen en schertste met de grijs-
aards om hun verzoek. Intusschen, daags
-ocr page 196-
1
- 192 —
voor het feest komt een besteller van het
spoor bij hem, en raadt hem aan, de groote
deur zoo ver mogelijk te openen. „Waarom?"
— „Wel, ik heb daar zoo\'n vrachtje bij
me, \'n wild zwijn !" en tevens overhandigde
de man hem een brief van een bekenden
vriend van den volgenden inhoud: „Waarde
vriend, ik ben maar een middelmatigjager,
doch gisteren schoot ik bij geluk in mijne
bosschen een everzwijn. Daar ik geheel
alleen ben en toch moeilijk zonder gezel-
schap dat beestje kan verorberen, zend ik
het u, voor uwe armen." Dat het geschenk
welkom was, spreekt vanzelf, en de oudjes
waren recht in hun schik over hunnen
goeden inval, en bedankten den goeden H.
Jozef, die hen verhoord had.
(Année miséficordieuse.)
ACHT EN TWINTIGSTE DAG.
De slaap van den Rechtvaardige.
og nooit was er een mensch gestor-
ven, zoo gerust, zoo heilig, zoo
zacht, als de engelachtige Bruidegom
van de Maagd der maagden. Immers, hij
-ocr page 197-
— 193 —
stierf zonder door bekoringen gekweld te
worden; hoe ook zou de duivel het hebben
durven wagen, hem aan te vallen, die daar
rustte in de armen van Jesus en Maria ? Hij
stierf zonder vrees, want zijn leven was in
volmaakte onschuld voorbijgegaan, en hij
was zich bewust, altijd naar best vermogen
Gods H. Wil te hebben volbracht. Hij stierf
zonder spijt, want nimmer had hij zijn hart
aan de aarde gehecht. Eindelijk, hij stierf
als martelaar van liefde, gelijk wij in het
vorig hoofdstuk zagen.
Wel is waar zou hij voor eenigen tijd
beroofd worden van het zoete gezelschap
van Jesus en Maria, maar die scheiding
zou van korten duur zijn, en weldra zou
hij beiden in de eeuwigheid terugvinden,
niet meer arm en miskend, maar glorievol
en glansrijk, en de hulde ontvangend van
al het geschapene. Bovendien, God wilde
deze scheiding, en Jozef wilde ze dus ook.
Ook werd Jozefs afsterven verzoet door
omstandigheden, die bij Maria\'s dood ont-
braken ; hij toch stierf onder zijn eigen
dak, omringd door eene teedere echtgenoote
en een liefdevollen Zoon, terwijl de bemin-
nelijke Koningin der Engelen bij haar ver-
Ol. H. Jozef.                                                      13
-ocr page 198-
— 194 -
scheiden in een vreemd huis was; zij was
kinderlooze weduwe, en zag rondom zich
slechts aangenomen kinderen, die eerder
hare vertroostingen behoefden, dan dat zij
Maria konden opbeuren. Jozef genoot het
geheel eenige geluk, te sterven in dezelfde
woning, waar het groote geheim der mensch-
wording was begonnen, waar hij het Kind
Jesus had zien opgroeien, waar hij in het
gezelschap der twee heiligste wezens de
dertig schoonste jaren zijns levens had
doorgebracht; hij had den troost, door de
liefdevolle zorgen der Goddelijke Moeder te
worden omringd, door haar te worden ge-
diend en geholpen. Maria vroeg hem dik-
wijls vol teederheid, of hij leed, of hij iets
verlangde, en hij las in hare oogen de
oprechtheid van haar medelijden. Want wel
verre van te verminderen, was de engelreine
liefde, welke die twee heilige echtgenooten
verbond, steeds met de jaren toegenomen.
Vreezende dat zij zich te veel zou afmatten,
smeekte hij haar, om toch de hoognoodige rust
te nemen, doch Maria betuigde, dat het haar
een geluk was en eene verlichting, hem te
kunnen dienen, en zoo eenigszins hare dank-
bare liefde te toonen in ruil voor zijne zorgen
en opofferingen.
-ocr page 199-
— 195 —
Wat echter den nederigen Jozef wel het
meeste trof, was de innige teederheid, die
Jesus zelf, zijn God en Heer, hem betoonde.
Des daags werkte Jesus om in de behoeften
van het arme gezin te voorzien, des nachts
zette Hij zich bij het bed van den dierbaren
zieke neder, beschouwde hem vol liefde en be-
wees hem alle diensten, welke een vader van
zijn zoon kan verwachten. Jesus vroeg hem
liefdevol, wat hij verlangde, schikte het oor-
kussen wat op, en ondersteunde het hoofd van
den grijsaard, als Hij hem te drinken gaf. Om
hem op te beuren, sprak Jesus hem van den
hemel, die zich weldra in de toekomst voor
hem zou openen; over het vreugdevolle ont-
haal, dat de Engelen, dat Jesus zelf hem daar
zou bereiden.
Eindelijk sloeg het uur van scheiden, de
Heilige gevoelde het; en een dankbaren lief-
devollen blik op Jesus slaande, sprak hij:
„Heer, alvorens te sterven, zou het billijk zijn,"
dat ik U bedankte voor de aan mij bewezen
weldaden, maar wat zal ik U zeggen ? Nooit
heeft een sterveling zoovele genaden ontvan-
gen als ik, die in uwe armen mag sterven. Gij
schonkt mij de Maagd der maagden tot echt-
genoote; mijne Maria verkoost Gij U tot Moe-
-ocr page 200-
— 196 —
der; in mijn huis wildet Gij opgroeien, en mij
uw vader noemen! Nooit zal ik U in eeuwig-
heid naar waarde kunnen danken. Maar, Heer
Jesus, Gij ziet mijn hart. Gij weet, dat ik U
liefheb. Vergeef mij het onwaardige gebruik
uwer veelvuldige genaden; het is de laatste
die ik U op het oogenblik van sterven vraag!"
Vervolgens het gebroken oog wendend
naar de lieve Moeder des Heeren, die in een
hoek van het vertrek geknield lag te bidden,
riep hij haar, en zeide : „Vaarwel, Maria! Ge-
lukkig de dag, waarop gij u gewaardigdet, den
drempel mijner woning te overschrijden ! Met
u kwamen het geluk en de hemelsche genaden;
uwe schoonheid maakte dit huis bekoorlijk
voor God zelf. Door u, genadenvolle, werd de
aan Abraham beloofde zegen aan de aarde
geschonken. Ik verlaat u thans, maar de Heer
is met u; o gezegende Vrouw, bid God, dat
Hij mij in het oordeel genadig moge zijn!
Jesus, Maria, ik beveel mij aan U, ik sterf,
vaarwel!"
Zoo, mag men denken, waren de laatste
woorden van dezen Rechtvaardige; zijne ziel
rukte zich in een laatste poging van het
lichaam los, en een engel droeg haar in
den schoot van Abraham.
-ocr page 201-
— 197 —
Tot dan toe had Maria hare smart in den
boezem teruggedrongen, ten einde de laatste
oogenblikken van Jozef niet te bedroeven:
doch thans liet zij hare tranen en snikken den
vrijen loop. Ook Jesus weende op het lijk van
zijn geliefden vader, omhelsde hem nog een-
maal teederlijk, sloot hem de oogen, en ge-
holpen door Maria, wikkelde hij het ont-
zielde lichaam, dat zelfs in den dood nog
schoon was, in het lijkkleed.
Eenige uren later verliet een treurige stoet
Nazareth; droevig, als treurde zij over den
dood van den vader haars Makers, wierp de
ondergaande zon hare laatste stralen op de
baar, waarop het lijk door eenige arme buren
werd gedragen; achteraan schreden eene
vrouw in rouwgewaad en een jonge man treu-
rig voort; het waren Maria en Jesus.
Gedurende drie dagen gingen dezen volgens
het gebruik waken en bidden en weenen op de
ontzielde overblijfselen van den dierbaren
overledene, daarna werd het graf gesloten.
Overweging en Gebed.
Y\\\'rie zou hier niet met den profeet uitroe-
"^ pen: „Moge ik den dood des rechtvaar-
digen sterven, mogen mijn laatste oogenblik-
-ocr page 202-
— 198 —
ken op de zijne gelijken!" — Ziedaar dus, H.
Jozef, waartoe uwe armoede, uwe vernede-
ringen en smarten geleid hebben ! O, geluk-
kige armoede, die u den hemel opende! Ge-
lukkige smarten, die door eene eeuwigheid
van geneugten zijn gevolgd! Gelukkige ver-
nederingen, die u een eeuwige glorie verdiend
hebben!
O, mijn beminde Beschermer, hoe zal het
mij gaan? Als ik op dit oogenblik moest
sterven, zou ik dan gerust zijn? Helaas, ik
heb gezondigd, ik heb de hel verdiend; en
welke vruchten van boetvaardigheid heb ik
voortgebracht? Ach, gij stierft zoo gerust,
en ik, ik kan niet zonder sidderen aan den
dood denken___ Maar, ik wil, ik mag niet
wanhopen. Vertrouwend op de verdiensten
van Jesus, op de gebeden van Maria en de
uwe. neem ik van dit oogenblik den dood
aan, zooals God mij dien zal gelieven over
te zenden, als boete voor mijne zonden. Ik
verlang er zelf naar, als een schipbreukeling
naar de veilige haven ; de dood zal mij buiten i
gevaar stellen van te zondigen. O. gij de
patroon van een zaligen dood, kom mij met
Maria bijstaan in mijne laatste oogenblikken;
maak, dat ik berouwvol en met liefde uit dit
-ocr page 203-
— 199 —
leven scheide, onder het aanroepen van de
zoete namen van Jesus, Maria en Jozef.
Geestelijke ruiker. Mijn God, ik aanvaard
den dood tot boete mijner zonden; ik verlang
er naar, ten einde niet meer te kunnen zondi-
gen, en U van harte te kunnen beminnen.
Voorbeeld.
Wi ekere heer, die veel devotie had tot den
^ H. Jozef, was gewoon telken jare diens
feest met zoo groot mogelijke vurigheid te
vieren. Hij had drie zonen; een daarvan stierf
op den feestdag van den H. Jozef, het vol-
gend jaar stierf de tweede en ook juist op
dienzelfden dag. Dit dubbele verlies smartte
den armen vader zoozeer, dat hij het besluit
nam, het feest van den H. Jozef niet meer
te vieren, uit vrees, van misschien zijn derde
kind eveneens te verliezen. Om zijne droef-
heid te verzetten, ging hij op reis. Terwijl
hij eens in gedachten verdiept, voortwan-
delde, sloeg hij de oogen op, en zag tot
zijne ontzetting twee jongelingen, die aan
een boom waren opgehangen. Tegelijkertijd
was het alsof een geheimzinnige stem hem
zeide: „Wie weet, of uwe beide zonen niet
op dezelfde wijze aan hun einde zouden zijn
-ocr page 204-
- 200 — ■
gekomen, als zij hadden blijven leven, en
of niet uwe godsvrucht tot den H. Jozef\'
van God verkregen heeft, dat zij op jeugdigen
leeftijd zijn gestorven, om uw huis voor de
schande, en hen zelf voor de hel te behoe-
den...."
Deze invallende gedachte, welke hij voor
eene ingeving des hemels hield, troostte
hem; hij keerde terug, en vierde als ge-
woonlijk het feest van den H. Jozef. Zijn
derde zoon legde zich op de studie toe, werd
later bisschop en stierf op hoogen ouderdom.
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
Eerste Zegepraal.
esus Christus heeft gezegd, dat wie
zich meer vernederd zal hebben, ook
grooter zal zijn in den hemel (Matth.
XVIII, 4). Welke nederigheid nu was groo-
ter dan die van Jozef, en dat bij de verhevenste
roeping, waartoe ooit een man bestemd was?
Wij hebben hem gezien in zijn verborgen le-
ven, laten wij hem thans zooveel mogelijk
volgen in de heerlijkheid, welke hij nu is in-
getreden.
-ocr page 205-
— 201 —
Merken wij vooreerst op, dat de H. Jozef,
evenmin als de andere voor Christus\' dood
gestorven Heiligen, tot de hemelsche zalig-
heid werd toegelaten. De hemel bleef onver-
biddelijk gesloten voor allen, die door Adam
met de erfzonde besmeurd waren. Slechts de
nieuwe Adam kon door het storten van
zijn bloed de poort des hemels openen. In af-
wachting daarvan verbleven de rechtvaar-
dige afgestorvenen in het Voorgeborchte der
Hel.
Daar begon de eerste zegepraal van den
gelukzaligen Jozef.
Als dus deze Heilige de aarde verlaten had,
werd een Engel, misschien wel de Aartsengel
Gabriël, zijn trouwe beschermer, belast om
die zuivere ziel te brengen naar de woning
der rechtvaardigen. Met welk ontzag, met
hoeveel eerbied zal hij dien kostbaren schat,
die geestelijke Ark, vol van den H. Geest, heb-
ben opgenomen. Het schijnt ons toe, alsof wij
hem, fier op zijne verheven zending, voor-
waarts zien snellen, te midden der andere En-
gelen, welke bij deze plechtigheid vereenigd
zijn, en die de lucht van hunne vreugdezan-
gen doen weergalmen.
Aan de poort aangekomen, zingen zij in
-ocr page 206-
— 202 —
koor: „Opent, o vorsten, de poort der ge-
rechtigheid(Psalm CX VII, 19) laat den Recht-
vaardigsten der stervelingen binnen." En de
Aartsengel Michaël opende de poorten, en
allen traden binnen en loofden den Heer, en
prezen zijnen Uitverkorene.
Op deze vreugdekreten en bij het zien van
dien ongewonen luister, verrijzen de geesten
der Heiligen van het Oude Verbond: Adam,
Abel, Noë en de Aartsvaders en Profeten
gaan den schitterenden stoet tegemoet, zeg-
gende : „ Wie is die rechtvaardigste der ster-
velingen, wie is deze Uitverkorene des Hee-
ren ?" — En hun wordt geantwoord : „Het is
Jozef, uw zoon en broeder, hij is die recht-
vaardige. "
En als de rechtvaardigen hem vroegen,
hun te openbaren, wat hij voor de aarde niet
had verborgen gehouden, antwoordde Jo-
zef:
„Ik ben geen profeet. Ik kom u openbaren,
niet wat ik in een geheimzinnig visioen heb
gezien, maar wat ik met eigen oogen heb
aanschouwd, met mijne ooren gehoord, wat
mijne handen hebben aangeraakt. De maagd,
door Isaïas beloofd, is verschenen,; ik, hoewel
onwaardig, had het geluk, haar echtgenoot
-ocr page 207-
— 203 —
te wezen; het Woord Gods is uit haar gebo-
ren, en heeft in mijn huis gewoond; ik heb
God op mijne armen gedragen, en dertig
jaren met Hem geleefd; en weldra zult gij
allen Hem hier van aanschijn tot aanschijn
aanschouwen."
Welke vreugde moet er in dat verblijf
geheerscht hebben bij het hooren van deze
blijde tijding. De Messias was verschenen,
en zou eerlangneerdalen om de uitverkorenen
op te voeren ten hemel! Zij brachten hulde
en eerbewijzing aan Jozef, want zij begrepen,
dat hij grooter vriend was van God dan al
zijne heilige voorvaderen, en dat zijne glorie
in den hemel de hunne in de schaduw zou
stellen, gelijk de schitterende maan het licht
der sterren doet verbleeken.
Ongetwijfeld bracht de komst van den glorie-
vollen Aartsvader vreugde in deze plaats,waar
de droefheid niet buitengesloten was; immers,
de H. Schrift noemt haar eene duistere ge-
vangenis, een put zonder water (Zach. IX, 11).
Zij, die bestemd waren voor den hemel, werden
daar achtergehouden in duisternis, wijl de
Zon der Gerechtigheid met hare stralen er
niet in doordrong. Er was geen water, d. w. z.
dat de rechtvaardigen, die hun hart niet
-ocr page 208-
— 204 —
meer aan het geschapene konden hechten,
voortdurend dorstten naar het gezicht van
den Oneindige. Welnu, Jozef\'was voor hen
als een zachte dageraad, die de duisternis
eenigszins verdrijft; want als Mozes, na
veertig dagen niet God op den berg te hebben
doorgebracht, zóó schitterde, dat de Israë-
lieten zijn aanschijn niet konden verdragen
(Exod.XXXIV,29,30),welke luister moest dan
wel het hoofd van Jozef omgeven, die dertig
jaren gemeenzaam met Jesus had verkeerd!
Met welk genoegen luisterden zij naar het-
geen Jozef\' hun verhaalde omtrent de ver-
heven gebeurtenissen, waarvan hij getuige
was geweest, de Ontvangenis, de geboorte
van Jesus, de aanbidding der Wijzen. Hoe
verrukt waren zij, als Jozef\' den lof verkon-
digde zijner onvergelijkelijke Bruid Maria,
hare nederigheid, hare zuivere liefde, en hij
zoodoende medewerkte tot de vervulling van
Maria\'s profetie: „Zie, van nu af zullen alle
geslachten mij zalig noemen!"
O ver-weging ea Gebed.
"tD echtvaardige H. Jozef, ik verheug mij
----en wensch u geluk, dat gij uwe loop-
baan zoo gelukkig volbracht hebt, en de
-ocr page 209-
— 205 -
plaats van rust zijt binnengetreden, evenals
een schip, met kostbare goederen beladen,
uit verre gewesten wedergekeerd, eindelijk
de haven bereikt. Geen wonder, dat uwe
komst in de verblijfplaats der uitverkorenen
zulke vreugde verwekte ; zelfs hier op aarde
is een rechtvaardige, een heilige een zegen
voor een huisgezin, voor een geheel land.
Hij wendt door zijn gebed de kastijdingen
af, welke den schuldige dreigend boven het
hoofd hangen. Hij werkt, om zijne omgeving
gelukkig te maken, en trekt de zielen tot
God en tot de beoefening der deugd: hij
is als een fakkel, die de duisternissen der
zonde verdrijft.
En ik, die jaren heb doorgebracht te
midden van zoovele verschillende godsdienst-
oefeningen, waaraan ik deelnam, ben ook
ik een dier rechtvaardigen, welke het schoon-
ste sieraad der aarde uitmaken ? Geef ik
door mijnen ijver vergoeding voor de be-
leedigingen, welke God worden aangedaan ?
Ach neen, integendeel; mijne lauwheid ver-
groot slechts den toorn des hemels. In
plaats van mijne omgeving te stichten, ben
ik dikwijls een reden van ergernis voor
mijnen naaste, het verdriet mijner overheden,
-ocr page 210-
— 206 -
de schrik mijner onderhoorigen. — O, be-
minde Beschermer, verwerf mij de genade,
mij van mijne gebreken te zuiveren, en uit
al mijn vermogen naar de volmaaktheid te
streven.
Geestelijke ruiker : De Rechtvaardige zal
bloeien als de palm; hij zal zich verme-
nigvuldigen gelijk de ceder van den Libanon
(Ps. XCI, 13).
Voorbeeld.
In het Fransche maandschrift Propaga-
teur d. I. Dêvotion u St. Joseph
lezen wij:
Eerwaarde Pater.
^ll)e leerlingen -van de School der ünbevl.
^ Ontv.
alhier deelen gewoonlijk iedere
week aan enkele gezinnen levensmiddelen uit
en goede boeken, o. a. uwen Propagateur.
Onlangs was er in zulk een gezin een kind,
dat aan eene oogontsteking leed. De genees-
middelen baatten niets, integendeel; en de
moeder, vol vertrouwen op den H. Jozef,
zeide: „Pater, wij hebbeneene noveen begon-
nen ter eere van den H. Jozef; ze eindigt op
het feest der Onbevlekte Ontvangenis. Dan
zal mijn kind genezen zijn." Ik wakkerde haar
-ocr page 211-
— 207 —
vertrouwen aan, en beloofde, het aan den Pro-
pagateur
te schrijven. Het kind zag er ellendig
uit, het geheele gelaat was gezwollen, en
vooral om de oogen met een vuile korst over-
dekt. Mijne leerlingen zeiden bij het uitgaan :
„Nu, als dat kind in acbt dagen geneest, zal
dat iets buitengewoons zijn."___Twee dagen
na den feestdag bezochten wij dat gezin weer,
en de moeder begroette ons: „Zie pater,
ziet heeren, mijn kind is genezen : ziet, welke
schoone oogen!" Inderdaad, alle gezwel en
korst waren verdwenen. Op het gelaat lag
eene ongewone frischheid, zeer afstekend bij
den akeligen toestand, waarin wij het kind
eerst gezien hadden. De oogen waren volko-
men gezond ....
Aanvaard, Eerw. Pater, de verzekering
mijner hoogachting. Marin de Botlesve, s. j.
Parijs, Vaugirard 7 Januari 1868.
DERTIGSTE DAG.
De nagedachtenis van den
Rechtvaardige.
e herinnering aan den H. Jozef daalde
niet met zijne kostbare overblijfselen
in het graf; zij bleef immer voort-
-ocr page 212-
- 208 —
duren in het huisje te Nazareth als een welrie-
kende geur; met liefde werd zijn beminde
naam steeds uitgesproken door de H. Maagd,
zijne kuische Bruid, en door Gods Zoon, die
zijn Zoon had willen genoemd worden. De
ledige plaats, welke zijn verseheiden had ver-
oorzaakt aan den huiselijken haard, bleef
immer oningevuld, en bracht hun altijd het
smartelijke verlies in herinnering.
Het was bij de Israëlieten een gebruik, dat
de weduwen een bijzonder kleed droegen, tot
onderscheid van de jonge dochters en de ge-
huwde vrouwen. Voorzeker, ook volgde Maria
deze gewoonte, en droeg het rouwgewaad tot
den dag van haren allerkostbaarsten dood.
Doch, de Moeder des Heeren stelde zich
met het uiterlijke niet tevreden; als eene
trouwe gade bewaarde zij immer in haar hart
de plaats, welke haar beminde echtgenoot er
eenmaal had ingenomen; de Rechtvaardige
bloeide voort in haar hart, als de ceder op den
Libanon. Hunne vereeniging was dan ook
meer dan een gewoon huwelijk geweest. Jozef
was voor Maria niet slechts een reisgezel ge-
weest, dien men toevallig ontmoet, en na het
afscheid nimmer meer gedenkt; neen, zij had
hem altijd beschouwd als den man, door den
-ocr page 213-
- 209 —
H. Geest van eeuwigheid verkoren om de ver-
trouweling te zijn van het groot geheim,
waarin zij betrokken zou worden : de mensch-
wording van Gods Woord. Jesus was het
doelwit geweest, waarom God hen vereenigd
had. En Maria begreep, dat de dood zulk eene
verbintenis, door God zelf\' gewild, niet kon
scheiden.
Bovendien, was er ooit een hart geweest,
dat meer van dankbaarheid klopte, dan hét
hart van de beminnende Maria? Vol vertee-
dering herinnerde zij zich den eerbied, wel-
ken de kuische Jozef aan haar, de Maagd
der maagden, steeds betoonde; de ware ver-
eering, welke hij haar bracht van af het
oogenblik, waarop hij met haar Goddelijk
Moederschap bekend was geworden; vanaf
dien stond had Jozef zich beschouwd als den
dienaar van de Koningin der Engelen; met
hoeveel liefde schikte hij zich steeds naar
hare inzichten, en wist hij al hare wenschen
te voorkomen !
Maria herinnerde zich met welbehagen al
de diensten, welke die Rechtvaardige haar
had bewezen, het lijden, dat hij om haar en
om haar Zoon had uitgestaan, de vermoeie-
nissen en afmattingen in de woestijn, in
Gl. H. Jozef.                                                      14
-ocr page 214-
- 210 —
Egypte, en later in Nazareth. En zou zij dan,
het heiligste en volmaaktste aller schepselen,
ondankbaar hebben kunnen zijn en Jozef
vergeten? Zij dankte God, haar zulk een
braven echtgenoot te hebben geschonken,
welke haar zoo gelukkig gemaakt had.
Maar Maria was niet alleen dankbaar, zij
was ook nederig, zoo nederig zelfs, dat zij
met voorbijgaan van eigen volmaaktheid,
haar voordeel deed met goede voorbeelden.
Welnu, Jozef was, gelijk wij, hoewel slechts
onvolmaakt, hebben aangetoond, Jozef was
een bij uitstek heilig man. Maria had dit be-
grepen, en gezien, hoe verheven, hoe onbaat-
zuchtig en zuiver haar kuische bruidegom
was; zij had hem nagegaan, en thans, nu
hij niet meer aan hare zijde was, nu her-
innerde zij zich dat alles weer levendig, en
putte zij uit zijne voorbeelden wederom
nieuwe kracht en beweegredenen om God
nog meer lief te hebben.
De H. Lucas verhaalt ons, dat Maria de
woorden der herders in haar hart overwoog;
en zou zij dan de gesprekken van Jozef, zoo
vol van hemelsche wijsheid, niet in haar
binnenste bewaard hebben?
Door den H. Geest onderwezen, bewaarde
-ocr page 215-
— 211 —
zij ook vol eerbied alle voorwerpen, welke
zijne handen hadden aangeraakt, zij bestrooi-
de zijn graf met bloemen, en vond er genoe-
gen in, er eenigen tijd op te bidden. En van af
den dag, waarop Jesus was verrezen, en de
Uitverkorenen mede ten hemel opnam, vierde
zij elk jaar dezen dag vol godsvrucht, den
Heer dankend voor de glorie, aan zijn waar-
digen dienaar bewezen.
Was dus de H. Jozef de eerste dienaar
van Maria,
zij van haren kant is ons voor-
gegaan in de vereering van dezen heiligen
Aartsvader. Laten wij dus dat voorbeeld,
door onze beminde Koningin en Moeder
gegeven, met liefde navolgen.
Van Maria vernamen de Apostelen en
Evangelisten het weinige, wat ons van Jozef
verhaald is, en ongetwijfeld besloot zij hare
lofrede met deze weinige, doch alles betee-
kenende woorden: „Hij was een Rechtvaar-
dige.
* En de Evangelist, die zooveel zegt van
Zacharias en Elisabeth, van Simeon en Joan-
nes den Dooper, heeft gemeend, niet beter te
kunnen doen tot lof van Jozef, dan het woord
te herhalen, dat hij opving van de lippen van
het verhevenste aller schepselen: „Jozef
was een Rechtvaardige."
-ocr page 216-
- 212 —
Ook mogen wij veilig aannemen, dat Jesus
zelf reeds zijn dierbaren Voedstervader op
aarde verheerlijkte. Vooreerst, om zijne be-
droefde Moeder te troosten, sprak hij haar
over het geluk van hem, dien zij beweende, en
over zijne eeuwige glorie; Jozef werd alzoo
door Jesus heilig verklaard. En in den omgang
sprak Hij over hem steeds als over zijn goeden
Vader Jozef, met eerbied en liefde; en als
iemand Hem gelukwenschte, zulk een braven
Vader gehad te hebben,antwoordde Jesus: „ Ja
waarlijk, hij was een godvruchtig man, een
vroom Israëliet; hij was een Rechtvaardige."
Overweging en Gebed.
\\j\\felk een onuitsprekelijk geluk voor u,
app jj^ Jozef, uw beeld zoo diep gegrift
te hebben in de heilige Harten van Jesus en
Maria, een geluk, dat men u altijd zal benij-
den !.... Maar ook ik kan eenigermate aan
dat geluk deelachtig worden, zoo ik wil. Jesus
heeft aan Margaretha Maria beloofd, in zijn
Hart de namen te schrijven van hen, die het
zullen doen beminnen; en Maria, onze goede
Moeder Maria, belooft de zaligheid aan hen,
die haar vereeren. Daarom wil ik nu eens voor-
goed hen met ijver gaan dienen, en tevens naar
-ocr page 217-
— 213 -
hun voorbeeld, u niet vergeten, o glorievolle
Aartsvader. Jesus, Maria en Jozef, U wil ik
altijd beminnen: weest Gij de onverbreekbare
keten, die mij aan God verbindt.
, Geestelijke kuikek. Jesus, Maria en Jozef,
I ik geef U mijn hart, mijn geest en mijn leven.
Voorbeeld.
(Sp\'en man, die aan eene borstziekte leed,
^* was geheel verstokt in de boosheid, hij
had geen geloof meer. Sedert twee jaar hadden
alle pogingen van ijverige priesters en zieken-
zusters schipbreuk geleden, zoodat ik hem niet
meer bezocht, ik gaf den moed op. Hij had een
veertienjarig dochtertje; dit onschuldig kind
ontstak in de kerk eene kaars ter eere van de
H. Maagd en den H. Jozef, het was haar laatste
hoop. Toen zij thuis kwam, verzocht haar
vader haar om . .. een pastoor. Hij spreekt
1 eene goede biecht en ontvangt de H. Commu-
nie. Vol vreugde huppelt het kind naar mij
met dit heugelijke nieuws, ik kon mijne ooren
y niet gelooven, ging naar hem toe, en vroeg
." naar de oorzaak van dien omkeer. „ Ja zuster."
antwoordt hij, .wat zal ik zeggen! Ik ben heel
anders geworden, mij dunkt, ik moet krank-
zinnig geweest zijn, toen ik niet meer aan God
-ocr page 218-
- 214 —
geloofde." Deze man is heel stichtelijk afge-
storven.
(Propag. de In dévot. t) St. Joseph).
EEN EN DEliTIGSTE DAG.
Tweede zegepraal.
erscheidene schriftuuruitleggers zijn
van meening, dat ook de H. Jozef
onder het getal was dergenen, die met
Jesus Christus verrezen, en dat hij met
ziel en lichaam ten hemel is gevaren. Wij
voor ons gelooven dit gaarne, hoewel des-
aangaande geen zekerheid bestaat; doch in
alle geval, dit is zeker, dat de ziel van onzen
beminnelijken Heilige op den dag der ver-
rijzenis ten hemel werd opgenomen. Dat
was zijne tweede zegepraal.
Het schoonste, het verhevenste gevoel,
dat God legde in het hart van den man,
is de vaderlijke liefde; en wat het schoonste
sieraad dezer liefde uitmaakt, is hare zui-
verheid, hare geheel belangelooze toewijding.
Vandaar, dat zij ons dikwijls zulke verheven
tooneelen aanbiedt, vandaar dat men niet
zonder aandoening het verhaal kan lezen
van Jacob, die zijn zoon Jozef beweent, en
-ocr page 219-
— 215 —
die verklaart tevreden te sterven, zoodra
hij hem weder levend heeft gezien.
Sterk is de liefde eens vaders, maar hoeveel
sterker is de liefde der Heiligen jegens God!
En deze dubbele liefde, liefde voor zijn
Kind, en liefde jegens God, smolt in Jozefs
hart tot een geheel, om zoo de liefde te
vormen, waarmede hij zijnen Jesus beminde.
Hoe groot was dus wel zijne vreugde, als
hij op den dag der verrijzenis het geluk,
de glorie aanschouwde van den tweeden
persoon der H. Drievuldigheid. Hij had
dienzelfden Jesus gezien, arm, vernederd,
vol lijden reeds sedert zijne jeugd, en hoe
vond hij Hem thans weder?....
O, het was thans niet meer het arme
Kind van Bethlehem, gedragen op de be-
vende armen eener teedere Moedermaagd,
vluchtend voor het zwaard van Herodes.
— Neen, Hij trad thans op als de sterke
Overwinnaar van den hellevorst, dien Hij
aan zijn zegewagen geketend voortsleurde,
Jesus trad glorievol den hemel binnen, ten
koste van zijn bloed geopend.
Zijn gelaat, eertijds door de wreedste
smarten verwrongen, door verachtelijke beu-
len besmeurd, schitterde thans als de zon ;
-ocr page 220-
— 216 —
zijn aanbiddelijk lichaam, dat aan een melaat-
sche gelijk was geweest, verscheen thans ver-
heerlijkt en vol luister. Het armoedig gewaad,
waarover zijne moordenaars het lot hadden ge-
worpen, was thans vervangen door een kleed,
kostbaarder dan het zuiverste goud, een drie-
voudige stralenkrans bedekte diezelfde slapen,
eertijds met scherpe doornen gekroond.
Eertijds omhangen met een purperen
spotmantel, was hij aan het joodsche volk
voorgesteld, dat in zijn goddelooze verblind-
heid had geroepen : „Hij is des doods schul-
dig, kruisig hem !" En nu was hij het voor-
werp van de vereering van alle hemelsche
legioenen, en de uitverkorenen riepen Hem
toe: „Eer en glorie, zegening en macht aan
het Lam, dat is geslacht geworden!" (1)
Eertijds had men hem aanschouwd, na een
bitteren doodsstrijd, ter prooi aan den smaad
der Joden, neergelegd in de armen van eene
teerbeminnende, troostelooze Moeder, — en
thans, eeuwig levend, was Hij het ongenaak-
bare licht binnengegaan, en had God de Eeu-
wige Hem in zijne armen ontvangen, zeggende:
„Gij zijt mijn Zoon, dien Ik vóór den dageraad
(1) Apoc. V, 12.
-ocr page 221-
— 217 -
heb voortgebracht; zit aan mijne rechterhand
tot Ik uwe vijanden zal stellen tot een rust-
bank uwer voeten."
En Jozef was daar !..... 0, wat moet er
in zijn gemoed zijn omgegaan bij het zien van
die wonderbare gedaanteverandering van zijn
Welbeminde! Zijne ziel vloeide over van ge-
neugten. Verrukt, stom van vreugde en ver-
bazing, verzonk hij geheel in Jesus, hij zege-
praalde in Jesus, maar vergat zich zelven.
Jesus vergat hem niet!...
Gezeten aan de rechterhand zijns Vaders,
sprak Hij: „Vader, laten Wij thans hem kro-
nen, die U het trouwste heeft gediend. * En
Jesus, met eene onbeschrijfelijke uitdrukking
van teederheid Jozef aanziende, noodigdehem
minzaam uit te naderen. En als de Recht-
vaardige zich voor den troon had neergebogen,
sprak de Heiland tot zijnen Vader:
„Heer, ziedaar den man, dien Gij van eeu-
wigheid verkoost tot Bruidegom mijner Moe-
der, en mijn Beschermer. Ik, als getrouwe ge-
tuige, verklaar, dat hij die dubbele roeping
steeds volmaakt heeft vervuld, en vraag voor
hem eene belooning, evenredig aan zijne ver-
diensten. "
En de eeuwige Vader zeide: „ Wees wel-
-ocr page 222-
— 218 -
kom, goede en getrouwe dienaar: treed binnen
in de vreugde des Heeren." En Hij plaatste
een schitterende kroon op het hoofd van Jozef,
terwijl de Engelen het gezang aanhieven:
„Heer, de Hechtvaardige zal zich verheu-
gen in uwe kracht; en trillen van vreugde bij
het bezit der eeuwige goederen, die Gij hem
schonkt. Want Gij hebt hem met uwe zoete
zegeningen overladen, en op zijn hoofd eene
kroon van kostbare parelen geplaatst."
Een schitterende kroon sierde thans het
hoofd vanden H. Jozef; kostbare edelgesteen-
ten fonkelden en schoten heldere stralen uit,
en in het midden bevond zich een goddelijke
parel, waarop de vinger Gods deze woorden
had gegrift: Aan den Vader van Jesus.
Overweging en Gebed.
\\^Lfees gelukkig, H. Aartsvader, wees ge-
^ lukkig in alle eeuwigheid; maar ach, ik
smeek u, vergeet ons arme stervelingen niet,
die nog hier op aarde in ballingschap rond-
dolen en in gevaar, om God voor eeuwig te
verliezen. Wij nemen tot u onze toevlucht,
gelijk de Egyptenaren tot den zoon van Jacob.
Verwerf gij voor onze ziel het zoo noodige
voedsel, liefde namelijk tot Jesus en Maria en
-ocr page 223-
— 219 —
de kracht om al die deugden te beoefenen,
waarin gij zoozeer boven de andere Heiligen
hebt uitgeblonken, en die u zulk eene buiten-
gewone glorie hebben verworven: uwe kuisch-
heid, uwe nederigheid, uwe zelfopofferende
liefde tot den menschge worden God, uw ge-
duld en uwe liefde jegens den naaste.
Geestelijke kuikek. Wees getrouw in de
vereering van den H. Jozef, alle dagen uws
levens, zij het slechts door te zijner eer
godvruchtig een Onze Vader, Wees gegroet
en Glorie zij den Vader te bidden. Voeg
daarbij iederen Woensdag een bijzonder
gebedje of eene kleine versterving.
Voorbeeld.
(f|f en arme jongeling, die langen tijd slaaf
^** was van de zonde tegen de heilige deugd,
schreef onlangs: „Ik had het ongeluk, voort
te leven in eene gewoonte van zondigen. Vol
wroeging en schaamte over mij zelf, besloot
ik uit dien droevigen staat op te staan, maar
helaas! daartoe miste ik de kracht. Gelukkig
viel mij in, iederen dag een klein gebed tot den
H. Jozef te storten, hetwelk ik drie maanden
vol hield. Na dien tijd woonde ik eene retraite
bij: doch den eersten dag bleef alles bij het
-ocr page 224-
- 220 —
oude; ik verdubbelde echter mijne gebeden.
Den volgenden morgen, zie, toen was ik geheel
veranderd ; ik besteedde den ganschen dag om
mij tot de biecht voor te bereiden, en des
avonds zat ik in den biechtstoel. Uit voorzorg
nam ik een beeldje mee van den H. Jozef, en
iederen aanval van valsche schaamte sloeg ik
af, door mijn oog daarop te richten. Welk een
pak van mijn hart! de kuische Bruidegom van
Maria heeft mij bekeerd. Sedert heb ik alle,
ook de zwaarste bekoringen met kracht over-
wonnen. Eer en dank zij daarom dien goeden
Heilige!"
(Année m isêricordieuse).
-ocr page 225-
«mp
m
n
m
i
m
B
m
B
WSm
TWEEDE DEEL.
I.
De zeven smarten en zeven vreugden
VAN
DEN H JOZEF.
1H1
e H. Jozef zelf heeft, volgens een oude
legende, ons deze devotie geleerd, na-
dat hij twee zonen van den H. Franciscus
van den dood gered had.
Deze twee kloosterlingen, die eene vurige
godsvrucht hadden tot Maria\'s maagdelijken
Bruidegom, bevonden zich op zee. Een
hevige storm greep het vaartuig aan, dat
na bovenmenschelijke inspanningen eindelijk
,te gronde ging, meer dan driehonderd men-
schen in de peillooze zee meesleepende. De
beide kloosterlingen echter slaagden er in,
eenige planken te bemachtigen, en zoo
dobberden zij voort, overgelaten aan wind
en golven. In dezen nood vluchtten zij tot
den H. Jozef, doch deze scheen doof roor
-ocr page 226-
— 222 —
hunne smeekingen. Drie kommervolle dagen
brachten zij in doodsangst door, de krachten
begaven hen, en zij waren op het punt van
te bezwijken, als plotseling de H. Jozef hun
verschijnt in de gedaante van een eerbied-
waardig man. Hij spreekt hun moed in,
versterkt hen en stuurt de plank naar de
kust, zij zijn gered. De goede kloosterlin-
gen vroegen nu, wie hen gered had, en de
verschijning sprak: „Ik ben Jozef. Ik ben
degene, wiens hart werd vervuld met zeven
vreugden en overstelpt van zeven smarten.
Mijne bescherming verzeker ik aan hen,
die deze zullen gedenken. Doet hiermede
uw voordeel, en leert deze devotie ook aan
anderen."
Eerste smart. Eerste vreugde.
kuische Bruidegom van Maria,
roemrijke H. Jozef, hoe groot was
niet de angst en droefheid uws
harten, als gij meendet, uwe on-
bevlekte Bruid te moeten verlaten!
maar ook, welk was niet uwe vreug-
i (&; toen de Engel u het groot geheim
^der Menschwording openbaarde!
-ocr page 227-
— 223 —
Door deze smart en deze vreugde smee-
ken wij u, ons hart nu te troosten, en in
den laatsten strijd door de herinnering aan
een braaf leven en door een heiligen dood.
Mogen wij sterven gelijk gij, in de armen
van Jesus en Maria. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie, enz.
Tweede smart. Tweede vreugde.
t
C% llergelukkigste Aartsvader, roemrijke EL
JrL Jozef, uitverkoren tot Voedstervader
~j V van het menschgeworden Woord; de
droefheid, die gij gevoeldet, toen gij het
Kind Jesus in zulke armoede geboren
zaagt, ging weldra over in een hemelsche
vreugde, toen gij het gezang der Engelen
hoordet, en de glorie zaagt van dien luister-
rijken nacht.
Door deze smart en vreugde sïneeken
wij u, ons de genade te verwerven om na
de reis van dit leven over te gaan naar het
Land, waar wij de lofzangen der Engelen
hooren en den glans der hemelsche glorie
aanschouwen kunnen. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie,. ënz.
>
-ocr page 228-
— 224 —
Derde smart Derde vreugde
Roemrijke H. Jozef, gehoorzaamste uit-
voerder van Gods wet, uw hart werd
zoo diep gewond bij het zien van het
kostbaar Bloed, dat de Verlosser, het Kind
Jesus, stortte bij de Besnijdenis; maar bij
het hooren van den naam Jesus werd het
tevens met leven en blijdschap vervuld.
Verwerf ons door deze smart en vreugde,
dat wij in ons leven alle ondeugd in ons
hart uitroeien, en met den zoeten Naam
JfebL\'8 op de lippen mogen sterven. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie, enz.
Vierde smart. Vierde vreugde.
CHllerget
J\\ de k<
" V lossir
rouwste dienaar, H. Jozef, die in
nnis van de Geheimen onzer ver-
lossing werd ingewijd! — vervulde de
profetie van Simeon, die het lijden van Jesus
en Maria voorzegde, uwe ziel met eene doo-
delijke smart, zij overlaadde die tevens met,
zalige vreugde, wijl zij tevens voorspelde,
dat uit dit lijden de zaligheid en de glorie-
volle verrijzenis van ontelbare zielen ont-
spruiten zou.
Verwoi.f ons door deze uwe droefheid en
-ocr page 229-
— 225 —
vreugde, dat wij mogen behooren onder het
getal dergenen, die door de verdiensten van
Jesus en de voorspraak der Moedermaagd
eenmaal met glorie zullen verrijzen. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie, enz.
Vyfde smart. Vijfde vreugde.
roemrijkste H. Jozef, getrouwste Be-
waarder en boezemvriend van Gods
vleeschgeworden Zoon, hoeveel moest
gij, vooral op uwe vlucht naar Egypte, niet
lijden, om den Zoon des Allerhoogsten te
verzorgen en te dienen ; maar hoe groot was
ook uwe vreugd, dat ^gij altijd dienzelfden
God bij u hadt, en de afgoden van Egypte
bij uwe komst zaagt ter aarde storten.
Verwerf ons door deze smart en vreugde,
dat wij vooral door het vluchten der gevaar-
lijke gelegenheden den helschen tiran ver van
ons verwijderd houden, eiken afgod van aard-
sche genegenheid in ons hart verbrijzelen,
en geheel bezig met den dienst van Jesus
en Maria, voor hen alleen mogen leven en
een zaligen dood sterven. Amen.
         ,, *
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie ntu;.
G\\. H. Jozef.
-ocr page 230-
-
- 226
Zesde smart. Zesde vreugde.
\'ngel der aarde, roemrijke H. Jozef, gij
die tot uwe verbazing den Koning des
Hemels zelfs aan uwe wenken onder-
danig zaagt; werd de vreugd, die gij onder-
vondt, toen gij Hem uit Egypte mocht leiden
door de vrees voor Archelaüs verstoord, gij
werdt door den Engel gerust gesteld, en gij
woondet in gezelschap van Jesus en Maria
met vreugde te Nazareth.
Verwerf\' ons door deze droefheid \'en
vreugde, dat wij alle schadelijke vrees uit
ons gemoed verdrijven, den vrede des harten
genieten, in eene zoete rust met Jesus en
Maria leven en in hun bijzijn mogen sterven.
Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie enz,
Zevende smart. Zevende vreugde.
\'oonbeeld van alle heiligheid, roemrijke
H. Jozef, gij hadt het Kind Jesus buiten
uwe schuld verloren, en zocht het drie
dagen met de grootste smart, totdat gij einde-
lijk met de grootste vreugde Jesus, uw Leven,
onder de leeraars in den tempel wedervondt.
Door deze droefheid en vreugde smeeken
-ocr page 231-
— 227 —
,wij u niet het hart op de lippen, dat gij ons
\'toch wilt helpen, opdat wij Jesus nooit dooi-
de doodzonde verliezen. Maar, mochten wij
ooit zoo ongelukkig zijn, o, dat wij Hem dan
met droefheid en onvermoeiden ijver zoeken,
tot wij Hem en zijne liefde hebben terug-
gevonden. Mogen wij Jesus vinden, vooral
in het uur van onzen dood, opdat wij in den
Hemel mogen overgaan om Hem daar te
bezitten en niet u zijne goddelijke barmhartig-
heid in eeuwigheid te verheerlijken. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie, enz.
Antiph. Jesus had omtrent zijn dertigste
jaar bereikt en men zag riem aan voor den
zoon van Jozef.
v. Bid voor ons, Heilige Jozef,
r. Opdat wij de beloften van Christus
waardig worden.
•
Gebed.
§ God. die in uwe onuitsprekelijke Voor-
zienigheid U gewaardigd hebt, den za-
ligen Jozef tot Bruidegom uwer aller-
heiligste Moeder te verkiezen, geef, bidden wij
U, dat wij, die hem als Beschermer eeren op
aarde, hem ook tot Voorspreker mogen heb-
•/:*
-ocr page 232-
— 228 —
ben in den hemel. Gij, die leeft en heerscht in
de eeuwen der eeuwen.
.100 dagen aflaat ééns daags, als men deze
gebeden met een rouwmoedig hart opdraagt, om
de zeven Smarten en Vreugden van den H. Jozef
te vereeren,
„300 dagen aflaat alle Woensdagen en
eiken dag der Noveen, die het feest van den H.
Jozef\' (19 Maart) en het feest van de Bescherming
v. d. H Jozef. (3e Zondag na Paschen) voorafgaat.
„Volle aflaat ééns in de maand, als men
deze gebeden eiken dag der maand verricht, en op
een dag naar verkiezing biecht en communiceert."
(Verleend door Z. II. 1\'iu* VII. !> December 1819.)
„Als men zeven opeenvolgende Zondagen deze
gebeden opdraagt-, verdient men op elk dier Zonda-
gen 300 dagen, en een vollen aflaat op den
zevenden, mits men biechte en communiceere."
Verleend door Z. II. Gregorius XVI. 22 Januari
1836.)
„Volle aflaat op elk van zeven opvolgende
Zondagen, mits men op elk van die zeven Zon-
dagen bovenstaande gebeden storte, biechte en
communiceere, eene kerk of openbare bidplaats be-
zoeke, en daar bidde volgens de intentie van Z. H."
(Verleend door Z. H. Plus IX. I Fehr. en 22
Maart 1847.)
-ocr page 233-
— 229 —
II.
Oefeningen voor de Zeven Woensdagen
ter eere van den H. Jozef
volgens den H. Alphonsus. (t)
ie WOENSDAG.
De rein naar Bethlehem.
^.\' verwegen wij, hoe iiangenaam en
AX zoet het onderhoud was tusschen
■^ Maria en Jozef\'; hun gesprek liep
over de barmhartigheid Gods, die zijn
Zoon op de wereld zou zenden, om
den mensch los te koopen, en over
l de liefde van dien Zoon, welke door
zijn smarten en tranen de zonden der wereld
zou uitboeten.
Overwegen wij vervolgens de smart van
Jozef in den nacht van Jesus\' geboorte, toen
niemand hen wilde opnemen, zoodat zij in
een ellendige grot moesten vluchten. Ach,
welke diepe droefheid voor zijn minnend
hart, te zien hoe die teedere Maagd rilde
van koude in dat akelig verblijf, door welks
(t) Men zal wel doen, met op ieder der zeven
Woensdagen tevens de gebeden te lezen ter eere
der zeven Smarten en Vreugden Zie liladz. 221.
-ocr page 234-
— 230 -
openingen de snerpende nachtwind eene ijzige
koude binnenjoeg!
Doch welke vertroosting voor hem, als
de lieftallige Maria hem kwam wekken, en
hem den aanminnigen Jesus toonde, zeggen-
de : „Dierbare Jozef, ziedaar ons Kind, zoo-
even in dezen stal geboren, kom het aan-
bidden ; zie, hoe Hij van koude siddert, die de
Serafijnen in liefde ontvlamt, zie Hem wee-
nen, die de blijdschap is van het Paradijs !"
Welke liefde ontvlamde toen Jozefs hart.
als hij met eigen oogen God mocht aan-
schouwen, als een beminnelijk Kindje op
aarde verschenen, als hij het gejubel der
Engelen hoorde. Overwegen wij met welk
vuur hij zijn God aanbad, en hem dankte,
dat hij, arme werkman, na Maria de eerste
mocht zijn, om den Messias te aanschouwen.
Hoe vloeide zijn hart over van zalige ge-
neugten bij de gedachte, dat Hij de voed-
stervader mocht zijn van zijn God, dat Jesus
hein weldra den zoeten naam van „Vader"
zou geven !
Hoe werd zijne vreugde nog vermeer-
derd, als in denzelfden heugelijken nacht
de herders kwamen om het Kind te aan-
bidden; als later de wijzen uit het Oosten
-ocr page 235-
— 231 —
aan den Koning des hemels hunne hulde
kwamen brengen!
Gebed
eilige Aartsvader! door het verdriet,
dat uw hart gevoelde, als gij het God-
delijk Woord in een stal zaagt geboren,
in de grootste armoede, sidderend van kou-
de ; bij de tranen van aandoening en liefde,
aan uwe en Maria\'s oogen ontsprongen,
smeek ik u, verwerf\' mij diepe droefheid
over mijne zonden, die Jesus zoo hebben
doen weenen. Bij den troost welken ver-
volgens uw hart smaakte, als gij Jesus in
de kribbe aanschouwdet, zóó schitterend
van goddelijke schoonheid, dat uw hart als
een oven werd van liefde, smeek ik u, ver-
werf ook mij de genade, God uit geheel
mijn hart lief te hebben, om Hem eens
eeuwig te bezitten.
En gij, lieve Maria, Moeder van God en
de mijne, verwerf mij vergeving van mijne
zonden en de genade, ze niet meer te be-
drijven.
Ach, zoete Jesus, vergeef mij om wille
van Maria en Jozef, en schenk mij de ge-
nade U eenmaal voor eeuwig in den hemel
-ocr page 236-
— 232 —
te aanschouwen en uwe oneindige schoon-
heid te beminnen. Oneindige Goedheid, ik
bemin U, mijn Jesus, mijne liefde en mijn
al! Amen.
Voorbeeld.
"fïYe H. Vincentius a Paulo was een vol-
**^ maakt dienaar van den H. Jozef. Hij
vond er genoegen in, hem aan zijne priesters
tot voorbeeld te stellen. Aan zijne semi-
naries wees hij Maria\'s Bruidegom aan tot
patroon, daar hij, na eerst Jesus te hebben
opgevoed, van God eene bijzondere macht
heeft verkregen om hen te beschermen, die
zich tot het priesterschap voorbereiden.
Zijne missionarissen beval hij aan, zich op
hunne reizen onder de bescherming van
den H. Jozef te stellen, en al hunne wel-
sprekendheid aan te wenden om de volken,
met het Evangelie, de devotie tot dien
grooten Heilige te prediken. Hij was over-
tuigd, dat men niets kon verrichten, aan-
genamer aan Maria, dan hem te vereeren,
die met zoo nauwe en zuivere banden aan
haar was gehecht geweest.
(Pater Huguei).
-ocr page 237-
— 233 —
2« WOENSDAG.
De vlucht naar Egypte.
oen Herodes van de Wijzen had ver-
nomen, dat de Koning der Joden
geboren was, gaf deze wreedaard
het bevel, alle kleine kinderen in en om
Bethlehem te vermoorden, maar God
zond een Engel tot Jozef, om hem de
vlucht naar Egypte te bevelen.
Overwegen wij de onmiddellijke gehoor-
zaamheid, waarmede de H. Jozef dit bevel
opvolgde. Hij doet den Engel geene enkele
vraag, maakt geen de minste tegenwer-
ping, doch staat aanstonds op, wekt Maria
en stelt haar met Gods wil in kennis; vervol-
gens zijne arme gereedschappen nemende,
begeeft hij zich nogdenzelfden nacht met zijne
zwakke echtgenoote op weg; zonder gids
ondernemen zij deze reis van ongeveer vier-
honderd mijlen, door woeste streken, dorre
woestijnen en over steile bergen.
Welk eene reis! Hij zag het lijden van zijn
beminde, teedere Maria, die niet gewoon \\vase
zoo te gaan, met het Kind op den arm, steeds
sidderend bij de gedachte, dat hier of daar een
-ocr page 238-
— 234 -
trawant van Herodes kon schuilen, om het
moordend staal in de borst van den onschul-
digen Jesus te stooten.
Den nacht moesten zij vaak onder den
blooten hemel doorbrengen, en dan weende
het arme Kind van koude en ontbering. Zeker,
de H. Jozef onderwierp zich volkomen aan
Gods wil, maar toch bloedde zijn hart bij het
zien van zooveel wee, van zooveel ellende!
Overwegen wij vervolgens, wat hij in \'t be-
gin in Egypte moest lijden van den kant dei-
heidenen, die hen als hunne vijanden be-
schouwden, en waar hij na veel moeite er in
slaagde, om eenig werk te bekomen, zoodat
hij, volgens den H. Bernardus, dag en nacht
moest werken om het noodige voedsel te ver-
dienen voor Hem, die hemel en aarde onder-
houdt !
Gebed.
11
ijn heilige Beschermer, door uwe
nauwlettende en voortdurende ge-
hoorzaamheid aan den wil van God,
smeek ik u, verkrijg mij van uwen Jesus de
genade, altijd zijne heilige voorschriften op
te volgen. Verwerf mij op mijne reis naar de
eeuwigheid de genade, tot mijn laatsten snik
-ocr page 239-
— 235 —
nimmer het gezelschap van Jesus en Maria te
verliezen, in hetwelk al mijne bekommeringen
mij zoeten licht zullen worden. 0 Maria, Moe-
der van God, om de smarten, die gij, teedere
en zwakke Maagd, hebt verdragen in de
vlucht, verwerf mij de kracht, om met geduld
alle wederwaardigheden te verdragen.
En Gij, mijn dierbare Jesus, heb medelijden
met mij. Gij, die de onschuld zelve zijt, Gij
hebt zooveel voor mij willen lijden reeds van
af uwe jeugd ; en ik, zondaar, hoe ben ik zoo
ongeduldig en zoo traag om iets voor U te
verdragen ? Goede Zaligmaker, vergeef mij;
ik wil in \'t vervolg alles verdragen, en neem
van nu af alle kruisen aan. die het U behagen
zal, mij over te zenden. Doch help mij met
uwe genade, anders kan ik niets goeds uit-
werken. Ik bemin U, en wil U eeuwig bemin-
nen : Schenk mij daartoe de genade, om wille
van den H. Jozef. Amen.
Voorbeeld.
"like gelukzalige De In Salie, stichter van de
*^ Broeders der christelijke school, lag
door eene zware ziekte aan zijn bed gekluis-
terd; hij was niet in staat de H. Mis te lezen.
En toch. toen het feest van den H. Jozef na-
-ocr page 240-
236 —
derde, werd zijn verlangen tot die heilige han-
deling hoe langer hoe sterker. Welnu, daags
vóór het feest, des avonds ongeveer tien ure,
gevoelde hij zijne krachten terugkeeren. Mee-
nende dat het een droom was, zeide hij niets.
Doch... des morgens kon hij opstaan, en be-
gaf zich naar het heiligdom. Met buitenge-
wone godsvrucht vierde hij de HH. Geheimen;
het was de laatste maal.Verwonderd zagen de
omstanders elkander aan, meenend dat hij
geheel genezen was door voorspraak van den
H. Jozef.
Doch zie, na afloop onderhield hij zijne
broeders nog een tijd als een gezond man,
maar daarna keerde hij in zijn vorigen staat
terug, de krachten verlieten hem, en hij werd
weggedragen. Zijn verhingen was echter ver-
vuld, en eenige dagen daarna stierf hij zacht
en kalm, vol liefde en hoop.
(Leven v. d. gelukz. De Ja Salie).
-ocr page 241-
— 237 —
3e WOENSDAG.
Het verlies van Jesus in den tem/iel.
Pis de tijd daar was om Egypte te
verlaten, verscheen de Engel aan
den H. Jozef en beval hem, met
et kind en zijne Moeder naar Judea
"!«.*• weder te keeren. Overwegen wij de
(\' droefheid van Jozef bij het zien van
de vermoeidheid, waaraan de kleine
Jesus ter prooi was, en hoe het zwakke
Kind dikwijls van uitputting langs den weg
nederviel.
Welke smart bovendien voor .lozef en
Maria, als zij later den twaalfjarigen Jesus
verloren hadden. Jozef was zoo gewoon ge-
worden aan het zien van Gods Zoon, en nu
moest hij drie dagen het aanschouwen van
dat Goddelijk gelaat derven, zonder te weten,
welke de reden daarvan was!
Welke smart veroorzaakte hem deze
laatste omstandigheid. In zijne nederigheid
vreesde de H. Aartsvader, dat hij in iets
te kort was gekomen en Jesus mishaagd
had, dat hij niet waardig was, zulk een
schat te bewaren. Gedurende die drie dagen
weenden Maria en Jozef, en zochten .lesus,
-ocr page 242-
— 238 —
gelijk de H. Maagd dan ook in den tempel
tot haar Kind zeide.
Overwegen wij vervolgens de vreugd van
Jozef bij de wedervinding van Jesus, en bij
het vernemen, dat het achterblijven van
Jesus geenszins voortsproot uit achteloos-
heid van Jozefs zijde, maar alleen uit Jesus\'
ijver voor de glorie zijns hemelschen Vaders.
Gebed.
eilige Aartsvader, gij beweent het ver-
lies van Jesus; maar gij hebt Hem
en Hij heeft u altijd bemind; Hij koos
u zelfs tot zijn Vader en Bewaker. Ach,
niet gij dus, maar ik moet weenen, weenen
over het verlies van Jesus, door mijne eigene
schuld. Helaas, hoe menigmaal heb ik Hem
verlaten om een beuzeling, om een nietige
gril of een zondig vermaak van één oogen-
blik! O groote Heilige, om uwe overgroote
smart bij het bespeuren van .Jesus\' verlies,
bid ik u, verwerf mij tranen van berouw
om , onophoudelijk de beleedigingen te be-
weenen, die ik Jesus heb aangedaan. En
om uwe vreugde bij het wederzien smeek
ik u, maak dat ik mijn Goddelijken Meester
-ocr page 243-
— 239 —
moge wedervinden en Hem mijn arm hart
binnenleiden.
Maria, mijne Moeder, toevlucht der zon-
daren, verlaat mij niet, heb medelijden met
mij. Ik heb uw Zoon beleedigd, doch ik
gevoel er innig spijt over, verwerf\' mij de
kracht om nooit meer te zondigen, ja lie-
ver te sterven, dan Hem nog eens door de
zonde verliezen.
En Gij, zoete Jesus, vergeef mij, smeek ik
U ; ik haat en verafschuw al mijne, ook de
kleinste zonden, ik heb er spijt over en zou
van droefheid willen sterven. Ach, maak dat
ik U vurig beminne, en uwe genade in mijn
hart beware tot aan mijn dood. Amen.
Voorbeeld.
*f|l;a Maria nam de H. Jozef de eerste plaats
**^ in in het hart van den H. Franciscus
van Sales. Deze groote bisschop vastte op
water en brood den dag vóór het feest van
den H. Jozef; op dien dag zelf droeg hij
eene plechtige H. Mis op, met allen luister,
dien onze Moeder de H. Kerk aan hbre
feesten vermag te geven; des avonds hield
hij met vuur eene lofrede op den Heilige.
Hij noemde hem den glorievollen voedster-
-ocr page 244-
— 240 —
vader van Jesus, den echtgenoot van de
Koningin der aarde, het volmaakte toon-
beeld van maagdelijkheid, van nederigheid
en liefde. „O God!" riep hij uit, „hoe groot
moet de H. Jozef wel zijn, daar hem Maria
en Jesus geschonken werden hier op aarde,
schatten, die de Engelen hem zouden benij-
den, zoo men in den hemel daartoe in staat
ware!" Eindelijk, hij stelde den H. Jozef
aan tot patroon en beschermer van het
klooster te Annecy.
                      (Hanwn).
4" WOENSDAG.
Over het geluk van den H. Jozef, altijd
het beminnelijk gezelschap van Jesus
en Maria te genieten.
v:-,
&»§5wl a door Maria en Jozef in den tem-
jJKSiflf pel te zijn wedergevonden, ging
J\'"ifr^yr\'i\\ Jesus met hen naar Nazareth.
tóE/ waar Hij met Jozef verbleef tot
k diens dood, hem gehoorzamend als
A aan zijn Vader.
. Overwegen wij hier het heilig leven
van Jozef, in gezelschap van Jesus en Maria.
Hun eenig levensdoel was : God de grootste
eer te brengen ; hun eenig verlangen : God
-ocr page 245-
- 241 -
meer en meer te behagen; het voorwerp
hunner gesprekken was de liefde, door de
menschen aan God verschuldigd, en de liefde
van God jegens ons, zoo groot, dat Hij zijn
eenigen Zoon over zou leveren aan de beulen,
om onder ijselijke smarten en beleedigingen
te sterven voor ons heil.
Overwegen wij, hoeveel tranen Maria en
Jozef stortten bij het lezen der H. Schrift als
zij kwamen aan de voorspellingen omtrent
Jesus\' lijden en dood: als zij tot elkander
spraken: „Zie, dit dierbaar Kind zal een Man
van smarten zijn, zij zullen Hem geeselen, zoo
wreedaardig, dat Hij een melaatsche zal schij-
nen, en er geen schaduw zijner goddelijke
schoonheid zal overblijven: overdekt met
bloedende wonden, zal Hij nochtans geen en-
kele klacht uiten, zich als een lam ter slacht-
bank laten voeren, om tusschen twee moor-
denaars den geest te geven!" Welk smartelijk
medelijden gevoelde Jozef bij die gedachte, als
hij het onschuldige Kind beschouwde, wiens
aanblik alleen zelfs het hardste gemoed zou
verteederen!
Gl. H. Jozef.
16
-ocr page 246-
— 242 —
Gebed
Heilige Aartsvader, om de tranen, die
gij gestort hebt, toen gij te voren het
lijden van Jesus overwoogt, verwerf mij
een teedere devotie tot het lijden van den lie-
ven Zaligmaker. En om de heilige liefdevlam-
men, welke bij dat overwegen uw hart ont-
staken, verwerf mij ook een vonk uwer liefde,
opdat al mijne ongeregelde neigingen er door
verteerd worden.
En gij, o Maria, om alles, wat gij hier op
aarde geleden hebt, om uwe bittere tranen,
bij Jesus\' kruisdood geschreid, verwerf mij
eene diepe droefheid over mijne zonden.
Zoete Jesus, die voor mij zoo zwaar geboet
hebt, maak, dat ik nooit die groote liefde ver-
gete. Beminnelijke Zaligmaker, uw dood is
mijn leven, mijne hoop; Gij hebt U voor mij
opgeofferd, door uwe verdiensten verhoop ik
mijne zaligheid. Ik bemin l* meer dan mij zelf,
uit geheel mijn hart en boven alles; om U wil
ik alles lijden. Schenk mij daartoe uwe kracht
en uwe genade, ik wil l\' alleen beminnen,
ach, help mij om de tranen van Maria en Jo-
zef, opdat ik mij nimmer meer van U scheide.
Amen.
-ocr page 247-
- 243 -
Voorbeeld.
*[,£) e korte maar de zaakrijke geschriften
*^ van den H. Alphonsus over de devotie
tot den H. Jozef, toonen ons duidelijk zijnen
eerbied, zijne liefde en zijn vertrouwen op
Maria\'s Bruidegom. Elke bladzijde getuigt
van het groot verlangen om iederen ge-
loovige dezelfde gevoelens in te prenten.
En het is bekend: wat deze groote kerk-
leeraar anderen onderwees, trachtte hij zelf
met nog grooteren ijver te beoefenen. Het
kon ook wel niet anders, in aanmerking
genomen zijne devotie tot de H. Theresia.
Ook stelde hij zich reeds vroegtijdig onder
bescherming van den goeden H. Jozef, en
deed evenzoo met zijne instellingen. Alle jaren
moesten zij den 19en Maart plechtig vieren.
Hij riep onzen Heilige dikwijls aan, en on-
dernam niets zonder zich aan hem te hebben
aanbevolen. Nooit schreef hij iets, zelfs geen
eenvoudigen brief, zonder bovenaan, naast
de namen van Jesus en Maria, ook dien
van Jozef te voegen.
                 (Dujardin).
-ocr page 248-
— 244 -
5e WOENSDAG.
Over de liefde van Jozef jegens zijn
heilig gezin.
l\'iffSpeschouwen wij eerst welke liefde er
_ji~ schuilde in Jozefs hart voor de H.
JSpP1"* Maagd Maria. Zij was het reinste,
hot beminnelijkste, het schoonste
aller schepselen, zij was de nederigste,
zachtmoedigste, de zuiverste onder de
menschenkinderen, zoowel boven de
Engelen als boven de menschen stond zij
in liefde tot God; bovendien, hoe zuiver, hoe
engelachtig beminde zij zelve haren bruide-
gom, zij verdiende dus wel de liefde van Jo-
zef, die de deugd zoozeer beminde! Hij be-
schouwde haar als de Welbeminde van God,
uitgekozen tot Moeder van zijn Zoon. Hoe
groot moest om dit alles de liefde van den
rechtvaardigen Jozef wel zijn jegens zulk
eene beminnelijke echtgenoote.
Overwegen wij vervolgens zijne liefde
tot Jesus. Toen God hem tot vader over
zijn Zoon aanstelde, legde Hij in zijn hart
eene ware vaderliefde, eene liefde, zooals
zulk een Zoon verdiende, bovendien was
die Zoon zijn God; Jozefs genegenheid
-ocr page 249-
— 245 —
was dus niet alleen natuurlijk, zooals van
iederen vader, maar ook en vooral bovenna-
tuurlijk. Door de openbaring des Engels wist
Jozef, dat dit Kind, \'t welk hem altijd verge-
zelde, het Goddelijk Woord was; hij wist, dat
dit Kind zelf hem tot zijn bewaker had willen
uitkiezen, en hem Vader wilde noemen. Welk
een krachtige liefdevlam moest dus wel zijn
hart verteren, bij het overwegen van dat alles,
als hij dien Zoon aan hem zag gehoorzamen,
de nederigste werkzaamheden met liefde en
nauwgezetheid zag verrichten, en zijn kost-
baar zweet zag storten ondereen afmattenden
arbeid, die zijne krachten bijna te boven ging.
Hoe werd zijn vaderhart van liefde ont-
vlamd, als hij den Schepper der wereld op
zijne armen droeg, als hij Hem liefkoosde, of
er van geliefkoosd werd, als hij uit dezen god-
delijken mond die woorden des eeuwigen
levens hoorde, gelijk aan zoovele vurige lief-
depijlen, die zijn hart troffen en ontstaken,
als hij de verheven voorbeelden zag van zijn
Metgezel in den arbeid!
Dikwijls verflauwt de liefde tusschen bemin-
nende personen, daar zij met de jaren meer
en meer de gebreken van het beminde voor-
werp ontdekken. Niet zoo bij Jozef; ho^ meer
-ocr page 250-
— 246 —
hij met Jesus omging, hoe meer hij ook zijne
heiligheid leerde kennen. Oordeel hieruit,
hoezeer hij Jesus beminde, daar hij ongeveer
dertig jaren met Hem leefde!
Gebed.
f\\ elukzalige Aartsvader, die waardig ge-
\\Tj keurd werd om met vaderlijk gezag op
, te treden tegenover Hem, aan wien het
heelal gehoorzaamt, ik verheug mij over uw
geluk en uwen roem, en wijl God het niet
beneden zich heeft geacht, om u te dienen, wil
ook ik uw dienaar wezen, u eeren en bemin-
nen, als mijn meester. Neem mij onder uw
bescherming, en beveel mij wat u zal goed-
dunken : ik weet dat al uwe verlangens slechts
strekken tot meerdere glorie van God. 0 H.
Jozef, bid Jesus voor mij, Hij zal, Hij kan
niets weigeren aan u, die hier op aarde alles
voor hem over hadt. Vraag Hem om vergiffe-
nis mijner zonden, vraag Hem om mij van al
het geschapene te onthechten, en over mij
naar welgevallen te beschikken.
H. Maagd Maria, om de kuische liefde
van den H. Jozef jegens u, eene liefde, die u
zoo aangenaam was, stel mij onder uwe
-ocr page 251-
- 247 —
bescherming, en vraag hem, om mij als zijn
dienaar te willen aannemen.
En gij, lieve Jesus, die om mijne onge-
hoorzaamheid te boeten, aan de menschen
hebt willen gehoorzamen, ach, om de ver-
diensten van die gehoorzaamheid, geef mij
de genade, voortaan uwen H. Wil in alles
op te volgen; en om uwe liefde tot Jozef
smeek ik U, geef mij een groote liefde tot
U, oneindige Goedheid! Vergeef mij mijne
beleedigingen; ach, ik gevoel er zoo innig
spijt over; en maak, dat ik l beminne, gelijk
de H. Jozef ü heeft liefgehad.
Voorbeeld.
*!$) e H. Ignatius had eene te teedere devotie
^ tot de Maagd der maagden, dan dat hij
den kuischen H. Jozef zou hebben kunnen
vergeten. Het kostbare boek zijner gods-
vruchtoefeningen toont ons genoegzaam zijne
vereering en zijn vast vertrouwen op dezen
grooten Heilige. In zijn bidvertrek bevond
zich een beeld van den H. Jozef\'; gaarne
mocht hij in tegenwoordigheid van dezen
grooten leermeester des inwendigen levens
bidden en de H. Mis opdragen; aan de voeten
van dien uitstekenden zieleherder legde hij
-ocr page 252-
— 248 —
alle moeilijke vragen ter oplossing neer; en
onder de ingevingen van den H. Jozef is de
H. Ignatius zoo bekwaam geworden in de
onderscheiding der geesten en het bestuur
der zielen. (ffuguet).
o" WOENSDAG.
De dood van den ff. Jozef.
aten wij overwegen hoe de H. Jozef
aan het einde zijner loopbaan ge-
komen was, na Jesus en Maria
trouw te hebben gediend; ziet, hoe
^o nij op zijn sterfbed l.i«jt, omringd
\'T? door die beide personen, .felke hij ge-
(_ durende zijn leven zoo had liefgehad;
in hun zoet gezelschap zal hij uit dit
leven scheiden; welk een troost!
De tegenwoordigheid van zulk eene Bruid,
van zulk een Zoon, maakte den dood van
Jozef zoet en kostbaar. Hoe ook zou de
dood bitter kunnen zijn in de armen van
Hem, die het eeuwig Leven is? Wie zal
ooit kunnen beseffen hoeveel troost, hoeveel
zuivere geneugten en liefdevlammen het hart
van Jozef op dit oogenblik vervulden, als
hij de goddelijke woorden van Jesus hoorde.
-ocr page 253-
— 249 —
of de troostredenen. die Maria hem toesprak?
De meening van den H. Franciscus van Sales
is dus wel gewettigd, dat Jozef\' stierf uit
loutere liefde tot God.
Zoo was de dood van onzen Heilige zacht
en kalm. Zonder angst noch vrees, want hij
had altijd zuiver en heilig geleefd. Zoo kunnen
voorzeker niet zij sterven, die ooitgrootelijks
God beleedigd hebhen ; maar toch, al wie in
zijn stervensuur door den H. Jozef wordt be-
schermd, zal een grooten troost smaken. Hij,
die God aan zich zag gehoorzamen, zal onge-
twijfeld den duivel kunnen bevelen en verja-
gen. Gelukkig hij, die zich deze bescherming
verdient Laten wij ons deze dus waardig ma-
ken, en er iederen dag om bidden.
Gebed.
tijn beminde beschermer, met recht kon-
det gij zulk een kostbaren dood ver-
wachten, daar uw leven rein en heilig
geweest was. Ik voor mij heb alle reden, om
een ongelukkigen dood te verwachten, maar
ik heb nog hoop; als gij mij bijstaat, zal ik
niet verloren gaan. Gij waart niet alleen de
vriend, maar ook de bewaker en voedstervader
van mijn Rechter; als gij mij bij Hem verde-
-ocr page 254-
— 250
digt, zul Hij mij niet veroordeelen ; o, maak
flus, dat ik uwe bemiddeling verdien. H. Aarts-
vader, ik kies u heden na Maria, tot mijn eer-
sten voorspreker ; alle dagen wil ik u mijne
hulde brengen, al zij het slechts door een kort
gebed of kleine versterving, en u zoo tot mijn
Patroon kiezen. Ik weet wel, dat ik daartoe
onwaardig ben. maar om uwe liefde tot Jesus
en Maria smeek ik u, neem mij tot uwen die-
naar aan; en om hun zoet gezelschap, dat gij
op aarde genoot, bid ik u, wil niet ophouden
mij op aarde te beschermen, opdat ik God nim-
mer meer verlieze. En om de hulp, die Jesus
en Maria u in uw stervensuur brachten, bid ik
u, sta ook gij met Jesus en Maria mij bij in
dat gewichtige oogenblik, dat over mijne
eeuwigheid beslissen zal.
Allerheiligste Maagd, mijne hoop! reke-
nende op de verdiensten van Jesus en op uwe
voorbede, vertrouw ik, mij voor eeuwigte red-
den ; lieve goede Moeder, ach verlaat mij nooit,
en sta mij vooral in mijn laatste oogenblikken
krachtig bij, opdat ik in Jesus\' liefde en de
uwe sterve.
Lieve Jesus, barmhartige Zaligmaker, die
eens mijn Rechter zult zijn, ach, vergeef mij
de beleedigingen, die ik ellendige Ü onop-
-ocr page 255-
— 251 —
houdelijk aandoe. Ik weet het, zij zijn groot,-
maar ik gevoel er spijt over, zulk een goe-
den, liefdevollen Meester ontrouw te zijn
geworden. Welk een ramp voor mij, zoovele
jaren Ijuiten uwe liefde te hebben geleefd.
Schenk mij de genade, U van nu af getrouw
te beminnen al mijne overige levensdagen,
opdat ik, als mijn stervensuur zal slaan,
ontstoken zij van liefde tot U. Ik vraag ü
geene andere genade dan U vurig te bemin-
nen ten einde toe. Amen.
Voorbeeld.
(piljok de H. Theresia had een groote devotie
^^ tot den roemvollen Bruidegom der Aller-
heiligste Maagd; men kan zelfs zeggen, dat
haar vooral de eer toekomt, de vereering
van den H. Jozef te hebben verbreid. Reeds
in hare jeugd gevoelde zij een groote ge-
negenheid tot dezen Heilige, zij ondernam
nooit iets zonder zijne bescherming in te
roepen, en noemde hem steeds haren Vader.
Al hare kloosters stelde zij onder zijn pa-
tronaat. Toen zij zelve onder de rangen der
Heiligen was opgenomen en eenige harer
stichtingen haar zelve tot patrones hadden
genomen, verscheen zij te Avila aan zuster
-ocr page 256-
— 252 —
Isabella, en beval, dat al die stichtingen
wederom den H. Jozef tot patroon moesten
nemen. Tijdens haar leven verbood hare oot-
moedigheid haar, om te spreken over de ont-
vangen hemelsche gunsten; alleen opzich-
tens den H. Jozef maakte zij eene uitzon-
dering en aarzelde zij nimmer, om de door
hem verkregen genaden openbaar te maken,
ten einde zoo haar vurig verlangen naar zijne
meerdere verheerlijking te voldoen.
(11. Alphonsics. Noveen H. Theresia).
7e WOENSDAG.
Over de glorie van den H. Jozef.
i—VA];\'
\' m heerlijkheid, die God in den hemel
.-ML aan zijne Heiligen geeft, komt
jffüly^ overeen met den graad van deug-
fW den, door hen op aarde beoefend.
Jl Om nu een denkbeeld te hebben van
<
        de heiligheid, waardoor Maria\'s Brui-
degom uitblonk, behoeven wij slechts
het Evangelie open te slaan; daar staat:
Jozef de man van Maria, was rechtvaardig.
Een rechtvaardige is iemand, die alle deug-
den beoefent, anders wordt hij geen recht-
vaardige genoemd.
-ocr page 257-
— 253 —
Als dus volgens Gods woord, Jozef reeds
een rechtvaardige was, toen hij tot Bruidegom
van Maria werd verkozen, welken vooruit-
gang in de deugd zal hij dan wel gemaakt
hebhen, levende in het voortdurend gezel-
schap van zulk een voortreffelijke, zulk een
heilige Maagd, bij wier schitterende deugden
alle hemelingen te zamen als een schaduw
zijn ! Als één woord van Maria voldoende is
om Joannes dên Dooper te heiligen, en Elisa-
beth met den H. Geest te vervullen, tot welk
een graad van heiligheid moet dan de schoone
ziel van Jozef zijn opgeklommen, tengevolge
der vertrouwelijke, leerzame, godvruchtige
gesprekken, welke hij met Maria gevoerd
heeft, gedurende dertig jaren!
Bovendien, welke vermeerdering van deugd
mogen wij bij Jozef veronderstellen, als wij
bedenken, dat hij even zoovele jaren door-
bracht met Jesus, Gods Zoon, de heiligheid
zelve. Hem dienend en voedend, en bijstand
verleenend in alle levensbehoeften. „ Voor-
waar, Ik zeg u," sprak Jesus. „als iemand een
glas water geeft in mijnen naam, hij zal zijn
loon niet missen." Maar welke glorie zal Hij
dan Jozef wel hebben toegedacht, die Hem
redde van den kindermoord, Hem kleedde en
-ocr page 258-
— 254 —
voedde, en met zooveel liefde op zijne armen
droeg.
Zeer zeker was Jozefs leven in zulk een
heilig gezelschap als een voortdurend gehed,
vruchtbaar in oefeningen van geloof en hoop,
van liefde en zelfverloochening. De recht-
vaardige God, die ieder naar verdiensten be-
loont, welk een geluk moet Hij Jozef wel be-
reid hebben voor zijn overvloed van alle deug-
den ! De B. Augustinus vergelijkt de andere
Heiligen bij heldere sterren, doch den H. Jozef
bij de zon, Pater Suarez beschouwt als zeer
aannemelijk, dat na Maria de H. Jozef in ver-
diensten en glorie alle heiligen overtreft; de
eerbied waardige Bernardinus de Bustis maakt
hieruit de gevolgtrekking, dat de H. Jozef in
den hemel in zekeren zin aan Jesus en Maria
gebiedt, als hij van hen een of andere gunst
voor zijne dienaren vraagt.
Gebed.
§ glorievolle Aartsvader! nu gij vol
vreugde in den hemel zetelt, op zulk
een verheven troon bij Jesus, die u op
aarde onderdanig was, bid ik u, hel) medelij-
den met mij, die nog te midden van zooveel
vijanden leef, ter prooi aan hevige hartstoch-
-ocr page 259-
- 255 —
ten, welke nog voortdurend strijd leveren om
mij te verderven. Ach, door het geluk, dat u
ten deel viel van hier op aarde voortdurend
het beminnelijk gezelschap van Jesus en Ma-
ria te genieten, verwerf mij de genade, het
overige mijns levens in onverbroken vereeni-
ging met God door te brengen, altijd de aan-
vallen der hel af te slaan en in de liefde van Je-
sus en Maria te mogen sterven, om met u mij
eeuwig in hunne schoonheid te mogen ver-
heugen.
Allerheiligste Maagd, mijne beminde Moe-
der Maria, wanneer toch zal ik bevrijd van de
vrees voor de zonde, in den hemel mij in aan\'
bidding voor Jesus\' voeten mogen nederwer-
pen? Gij kunt mij die genade bekomen, ach
help mij in naam van uwen getrouwen Brui-
degom.
Mijn beminde Jesus, dierbare Verlosser,
wanneer zal ik U van aanschijn tot aanschijn
mogen aanschouwen in mijn hemelsch vader-
land ? Zie, hier op aarde ben ik nog in voort-
durend gevaar van U te verliezen. Ach, lieve
Jesus, om de verdiensten van den H. Jozef,
dien Gij in den hemel zoozeer vereert, om uwe
beminnelijke Moeder de Maagd der maagden,
in naam van uw kostbaar lijden en dood,
-ocr page 260-
— 256 —
smeek ik ü : laat niet toe, dat ik nog ooit van
U gescheiden worde, maar trek mij tot U.
desnoods met geweld, als ik wederspannig
ben. Maak dat ik het voorbeeld van den H.
Jozef moge navolgen, om eens evenals hij in
den hemel heerlijk te worden beloond ; dit
smeek ik l\' in zijnen naam en in dien van
Maria. Amen.
Jesus, Maria, Jozef, ik geef l" mijn hart, mijn
geest en mijn leven.
•lesus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijnen
doodsstrijd.
Jesus, Maria, Jozef, laat mij in uw heilig
gezelschap vreedzaam sterven.
Voorbeeld
fiTenige jaren geleden leefde er te S. .
^* eene achtenswaardige familie in diepe
droefheid. De oudste zoon. die gehuwd
was, was een voorwerp van smart voor .
zijne ouders Hij ontzag zich niet, hen op
verschillende wijze te benadeelen, ja was
gewetenloos genoeg, over zijn braven vader,
die hem bij zijn huwelijk zulke schitterende
vooruitzichten had geopend, de hatelijkste
< . .
-ocr page 261-
— 257 —
leugens te verspreiden. Het is hier de plaats
niet, om dat alles in den breede te verhalen,
genoeg zij het te zeggen, dat zijn ouders dik-
werf weenden over zijn wangedrag. En o, het
leed, door een kind aan zijne ouders berok-
kend, schreit zoozeer ten hemel om wraak!
De straf Gods zou dan ook niet uitblijven.
De eene ramp na de andere trof den zoon,
bijna voortdurend had hij met ziekten te kam-
pen : en hij verloor ten slotte echtgenoote en
kind kort na elkander. Nog gingen hem de
oogen niet open, hij ging op den ouden weg
voort, en nu strafte God hem in zijne gelde-
lijke aangelegenheden. De zaken gingen ach-
teruit, hij behartigde ze niet meer, liet alles
aan bedienden over, maakte groote verterin-
gen en stond weldra aan den rand van den
ondergang.
Stel u de verschrikkelijke droefheid voor
van den ouden vader, die deze zaak, gelijk
men zegt, van den grond had opgehaald, en nu
zijn eerlijken naam, waarop hij zoo trots ging,
bedreigd zag. Want die slag zou ook op hem
terugvallen, het was menscheljjkerwijze on-
vermijdelijk.
Eens kwam zijn twaalfjarig dochtertje in
eene kerk, waar zij niet gewoon was te gaan;
Gl. H. Jozef.                                                     17
-ocr page 262-
— 258 —
doch wijl het Zondag was, en zij voor de voor-
gaande H. Mis te laat kwam, moest zij daar
wel heen. Het was in het laatst van Januari,
en de pater hield eene predikatie ter eere van
den machtigen H. Jozef, om de geloovigen
op te wekken tot het vieren der zeven
Woensdagen.
Hij sprak met zooveel vuur, dat hij een die-
pen indruk maakte op de geloovigen. Ook de
kleine Agnes was er door getroffen, en dacht
de geheele H. Mis aan haren vader, in wiens
oog zij zoo dikwijls de tranen had zien blinken.
„Papa," riep zij bij hare thuiskomst, terwijl
zij hem onstuimig omhelsde, „papa, nu moet
ge niet meer zoo weenen ; de H. Jozef zal u
weer vroolijk maken, de pater heeft zoo mooi
over de zeven Woensdagen gepreekt; toe,
laten wij die ook eens vieren!" Dat was een
lichtstraal voorde bedroefde ouders! Deze on-
gekunstelde woorden uit dien onschuldigen
kindermond wekten hun vertrouwen op en met
vuur hielden zij de gezegde godsvruchtoefe-
ning, en den laatsten Woensdag naderden alle
drie tot de H. Tafel. De uitkomst was hun ver-
trouwen waardig; vol berouw kwam de zoon
op den 19en Maart in hun huis, waar hij sedert
jaren geen voet had gezet, en vroeg onder tra-
-ocr page 263-
— 259 —
nen om vergiffenis. Evenals de vader van den
verloren zoon richtte de oude man hem op,
drukte hem aan zijn hart, en was buiten staat,
een woord te uiten. Eindelijk bracht hij snik-
kend uit: „Alles, alles, mijn zoon, heb ik u
vergeven!" meer kon hij niet zeggen.
De hemel bekrachtigde de verzoening: de
zaken namen plotseling eene geheel andere
wending, en de ramp was van hun huis afge-
wend door de voorbede van den H. Jozef.
En gij, arme ouders, die dit leest, zoo gij in
een zelfde geval verkeert, o, wendt u tot den
H. Jozef. Hij, die de tranen van zijne beminde
Bruid droogde, als zij weende over het toe-
komstig lijden van Jesus, zal ook de uwe dro-
gen ; hij, die de echtgenoot is van de Troos-
teres der bedrukten,
zal ook u troosten en
uwe droefheid wegnemen.
S.... April 1887.                         V....
Shütgetaed na de zeven Woensdagen.
ie, goede H. Jozef, ik heb de oefening der
1 zeven Woensdagen volbracht, de gehei-
men uws levens overwogen en daaruit heil-
zame leeringen en lessen getrokken; van ver-
schillende heiligen is mij de groote devotie
-ocr page 264-
- 260
voorgesteld en de diepe vereering, welke
zij u toedroegen.
Waar zulke toonbeelden mij zijn voorge-
gaan, mag ik daar wel achterblijven? O neen,
voorzeker: ik smeek u dan ook, mij de genade
te verwerven van even als zij in teedere gods-
vrucht tot u uit te blinken en mijne om-
geving daardoor te stichten.
Verwerf\'mij, smeek ik u, eene vurige liefde
tot Jesus en Maria, een kuisch en ootmoedig
hart en de genade om altijd in Gods vriend-
schap te leven. Verwerf mij tevens, indien
het mij zalig is, de gunst.......waarvoor ik
deze oefening heb opgedragen. Amen.
i
-ocr page 265-
DERDE DEEL.
Korte bezoeken tot den H Jozef
VOOR IEÜEREN DAG.
(Volgen* den H. Alphonsus).
Ie BEZOEK.
od bemint ons zoo teederlijk, en ver-
langt zóó zeer onze zaligheid, dat Hij
de middelen om die te bewerken, voor
ons vermenigvuldigt. Een dier middelen is de
vereering der Heiligen. Daar zij zijne vrien-
den zijn, wil de Heer, dat zij voor ons bij Hem
ten beste spreken, en door hunne gebeden en
verdiensten ons de genaden te verwerven, die
wij zelven niet verdienen. En wie weet niet,
dat onder al die voorsprekers de H. Jozef na
de Goddelijke Moeder de eerste plaats inneemt
in Gods Hart, en hij bij Jesus alles vermag
voor hen, die hem met vertrouwen aanroe-
J\' pen ? Zeggen wij hem dus dikwijls:
Schietgebed. H. Jozef, geef mij het groot-
ste vertrouwen in uwe machtige voorbede.
Men sluit elk bezoek met het volgende:
-ocr page 266-
— 262 —
Gebed van den H. Alphonsus tot den
H Jozef.
ïpSeilige Aartsvader, ik verheug mij over
*"— uw geluk en uwe heerlijkheid. Gij werdt
waardig gekeurd om als Vader te bevelen aan
Jesus, en u te zien gehoorzamen door Hem,
die aan hemel en aarde zijne wetten voor-
schrijft. 0, groote Heilige! daar een God u
heeft willen dienen, wil ook ik mij scharen on-
der uwe dienaars. Na Maria kies ik u tot mijn
voornaamsten Beschermer. lederen dag wil
ik u op een bijzondere wijze vereeren, en mij
onder uwe hoede stellen. In naam van het
zoete gezelschap van Jesus en Maria, dat gij
gedurende uw leven genoten hebt, bescherm
mij op mijn geheele aardsche loopbaan. In
naam van den bijstand, u door Jesus en Maria
in uw laatste uur verleend, bid ik u, sta ook
mij op mijn sterfbed krachtig bij, maak, dat
ik heilig stervende onder uwe hoede en die
van Jesus en Maria, u in het paradijs moge
bedanken en in uw gezelschap God in alle
eeuwigheid loven en prijzen. Amen.
H. Jozef, Patroon der H. Kerk, bescherm
ons, bescherm onzen H. Vader den Paus
en onze Moeder de H. Kerk. Amen.
-ocr page 267-
— 263 —
2n BEZOEK.
\\\\7ij moeten den H. .lozef veel vereeren,
^" omdat volgens eene opmerking van
Origenes, Gods Zoon zelf hem als zijn vader
heeft willen eer en. (1) Dezen titel
geeft hem dan ook de H. Lucas in het
Evangelie, en Maria zelve duidde hem niet
anders aan : „ l w vader en ik, zeide zij tot
Jesus, zochten U met droefheid.\'" Als dus
de Koning der koningen, zegt kardinaal
Ailly, zich heeft gewaardigd, Jozef tot een
zoo hooge waardigheid te verheffen, is het
alleszins betamelijk en billijk, dat ook wij
trachten, hem zooveel mogelijk te vereeren.
ScnjETGEüED. H. Jozef, ik wijd mij voor
altijd aan uw dienst toe ; bescherm mij altijd,
smeek ik u.
Gebed. Heilige Aartsvader, bladz. 262.
3\' BEZOEK.
"VVfelke Heilige, welke Engel zelfs, zoo
\'\' " vraagt de H. Basilius, heeft ooit ver-
diend, Vader van God genoemd te worden ?
Jozef alleen heeft deze eer genoten. Wij
(1) In Luc. Hom. 17.
-ocr page 268-
— 264 —
mogen dus op hem deze woorden van den
Apostel 1\'aulus toepassen : Hij staat zooveel
hooger dan de Engelen, als hij ten erfdeel
een naam heeft verworven, glorievoller dan
den hunne
(1). Door dezen titel is de H. Jozef
meer door God vereerd geworden dan alle
Aartsvaders en Profeten, Apostelen en
Opperpriesters; zij allen worden dienaars
genoemd ; doch de H. Jozef alleen wordt
Vader geheeten van God.
Schietgebed : H. Jozef, Voedstervader van
Jesus, bid Jesus voor mij.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
4\' BEZOEK.
"fjijje Heer zelf beval de H. Margaretha
=*=^ van Cortona aan, eene bijzondere de-
votie tot den H. Jozef te hebben en geen
enkelen dag voorbij te laten gaan, zon\'der
een of andere bijzondere eerbe wijzing te bren-
gen aan hem, als aan zijn allergetrouwsten
Voedstervader op aarde. (2) Laten wij ook
dus niet in gebreke blijven, iederen dag ons
zelven meermalen aan den H. Jozef aan te
(1)  Hebraeos 1. 4.
(2)  Boll. 22 Febr. c. 9.
-ocr page 269-
— 265 —
bevelen. Laten wij hem genaden en gunsten
vragen: hij zal ons alles verkrijgen, mits het
ons zalig is.
Schietgebed: H. Jozef, verwerf mij stand-
vastigheid in u alle dagen getrouwelijk aan te
roepen.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
5e BEZOEK.
e H. Jozef werd aangesteld tot hoofd van
het heilig Huisgezin, klein wel is waar
in getal leden, maar oneindig groot door de
uitstekende heiligheid van de personen, die
het samenstelden: Gods Moeder en Gods
eenigen Zoon. God stelde hem dus aan tot
Ifeer over zijn huis. In dat huis gebiedt Jozef,
en de Zoon van God gehoorzaamt.
Schietgebed: H. Jozef, om de gehoorzaam-
heid, die Jesus u betoond heeft, vorm mij tot
een gehoorzamen opvolger van Gods wil.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
6e BEZOEK.
tliozuë bracht de wereld in verbazing, als de
ö zon hem gehoorzaamde, toen hij haar
beval stil te staan, en hem den tijd te laten
om de zegepraal op zijne vijanden te volmaken.
-ocr page 270-
— 266 —
Maar wat is Jozuë, die zich ééns door de ge-
schapen zon zag gehoorzaamd, in vergelijking
met den H. Jozef, aan wien de Zon der gerech-
tigheid, Jesus Christus, gedurende dertig
jaren in alles onderdanig was.\'
Schietgebed: H. Jozef\', zoo groot en toch
tegelijkertijd zoo nederig, verwerf mij de ware
nederigheid.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
7<> BEZOEK.
T i uisteren wij, hoe de H. Bernardus zich uit-
1 drukt, sprekend over den H. Jozef:, Deze
getrouwe dienaar werd uitverkoren, niet
alleen oni de troost en steun te wezen van de
Moeder des Heeren, te midden van de zware
beproevingen, die zij zou te lijden hebben, en
om de Voedstervader van Jesus te zijn; maar
ook bovendien in zekeren zin de medewerker
aan de Verlossing der wereld, het werk van
den grooten Raad der drie Goddelijke Perso-
nen. (De Laud: V. M. hom. 2).
Schietgebed: H. Jozef, red ons; ons heil
is in uwe handen.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
-ocr page 271-
— 267 -
8e BEZOEK.
^folgens den H. Joannes Damascenus gaf
^ God aan den H. Jozef, ten opzichte van
Jesus, de bezorgdheid en het gezag eens
vaders, opdat hij zijne zending naar behooren
zou vervullen. Hij gaf hem de genegenheid
eens vaders, opdat hij Jesus met de teederste
liefde zou bewaken; de bezorgdheid eens
vaders, opdat hij Jesus met alle mogelijke
zorgen zou omringen; eindelijk het vaderlijk
gezag, opdat de H. Jozef zeker zou zijn, in
alles door den Zaligmaker en Maria te wor-
den gehoorzaamd.
Schietgeised: H. Jozef, wees ook altijd onze
Vader, en maak dat wij waarlijk uwe kin-
deren zijn.
Gehed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
9e BEZOEK.
/glorievolle H. Jozef! om de droefheid, die
^™" gij gevoeldet, toen gij het Goddeljjk
Woord zoo arm in een stal zaagt geboren
worden, te midden van zulke groote ont-
bering, zonder vuur noch voldoende dekking;
om de bittere tranen, welke de vinnige koude
aan het Goddelijke Kind ontlokte, smeek ik
u, mij eene diepe droefheid te verwerven
-ocr page 272-
— 268 —
over mijne zonden, die de oorzaak waren
van Jesus\' lijden. Door de vertroosting, die
uw hart gevoelde bij het beschouwen van
het beminnelijk Kindje, stralend van hemel-
sche schoonheid;, bij de liefde, die in uw
hart ontstond, als gij zaagt, hoe het zijne
armpjes tot u uitstrekte en u vriendelijk
tegenlachte, smeek ik u, verwerf mij de ge-
nade, Hem ook met eene vurige liefde hier
te beminnen, om Hem eens in den hemel
voor eeuwig te bezitten.
Schietgebed: H. Jozef, doordring onze harten
van een levendig berouw, en maak ze gevoelig
en vatbaar voor de beminnelijkheid van Jesus.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 2(52.
10<> BEZOEK.
"TWk ijn beminde Beschermer, door uwe al-
** geheele en voortdurende gehoorzaam-
heid aan God, verwerf mij van uwen Jesus de
genade, immer zijne goddelijke voorschriften
getrouw op te volgen; verwerf mij, dat ik
op mijne reis naar de eeuwigheid, te midden
van zooveel vijanden, Jesus en Maria nim-
mer verlieze, en tot mijn laatsten snik in
uw en hun gezelschap blijve; in dat gezel-
schap zullen de bitterste smarten, ja de
-ocr page 273-
— 269 -
dood zelf mij zoet en aangenaam worden.
Schietgebed : H. Jozef, ik wil geheel de
uwe zijn, om, door u, geheel aan Jesus en
Maria toe te behooren.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
lle BEZOEK.
/2|£| groote Heilige! door de verdiensten
^^ van de smart, die u trof, toen gij
Jesus in den tempel verloren hadt, verwerf
mij overvloedige tranen om zonder ophou-
den de beleedigingen te beweenen, die ik
mijn goddelijken Meester heb aangedaan;
en om de vreugde, die gij smaaktet, als
gij Jesus terugvondt, bid ik u om de ge-
nade en het geluk, Hem ook weder te vin-
den, in mijn hart binnen te leiden en Hem
nimmermeer daaruit te verjagen.
Schietgebed: H. Jozef, vermeerder ons
geloof, en maak het vooral levendig en
onwrikbaar in de tegenwoordigheid van
Jesus in het Allerheiligste Sacrament.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
12e BEZOEK.
*j& Is God iemand ergens toe bestemt, zegt
«** de H. Thomas, geeft Hij hem alle
noodige genaden om die roeping waardig
-ocr page 274-
— 270 —
te vervullen." Daar de H. Jozef geroepen
was om den rang van Vader te vervullen
tegenover Jesus, moet men als zeker aan-
nemen, dat God hem alle gaven van wijs-
heid en heiligheid gaf, die zulke waardig-
heid vereischte. Gerson zegt, dat de H. .lozef,
onder meer, drie buitengewone voorrechten
ontving: Ie van geheiligd te worden in den
schoot zijner moeder, zooals Jeremias en
•loannes de Dooper : 2e van terzelfder tijd in
de genade bevestigd te worden : 3e altijd be-
vrijd te blijven van de aandriften der vleesche-
lijke begeerlijkheid, welke laatste genade nog
voortdurend versterkt en vermeerderd werd
door den omgang met de zuiverste der maag-
den. En aan deze genade vooral maakt hij
zijne godvruchtige dienaren deelachtig, door
ze van de onzuivere neigingen te bevrijden.
Schietgebed : H. Jozef, schitterende lelie
van zuiverheid, bewaar in ons ongeschonden
deze engelachtige deugd.
Gehei) : Heilige Aartsvader, bladz. 2G2.
13o BEZOEK.
\'Jf ozef wordt in het Evangelie een rechtvaar-
** dige genoemd. (1) Doch wat is een recht-
(1) Matth. 1. 19.
-ocr page 275-
— 271 —
vaardig man? Dat is, volgens den H. Joannes
Chrysostomus, een man, die alle deugden be-
zit. „Merkt wel op." zoo zegt hij, „dat Jozef
rechtvaardig wordt genoemd, omdat hij alle
deugden in een volmaakten graad bezat. (1)"
Jozef was dus reeds heilig vóór zijn huwelijk
met Maria; maar hoe groeide die heiligheid
aan toen hij met Gods Moeder werd vereenigd!
Hare voorbeelden alleen waren reeds vol-
doende om hem te heiligen ; en als Maria, vol-
gens den H. Bernardus van Siëna, de uitdeel-
ster is van alle genaden, welke overvloedige
gunsten moet zij dan Jozef wel verworven
J hebben, Jozef, dien zij zoozeer liefhad, en
van wien zij ook zoo teeder bemind werd!
Schietuebed : H. Jozef, vermeerder toch bid
ik u, mijne devotie tot Maria, uwe beminne-
lijke Bruid en onze goede Moeder.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
14e BEZOEK.
"Wi)e tvvee leerlingen, die naar Emmaüs
— gingen, voelden hun hart brandende
van liefde, tengevolge der weinige oogenblik-
ken, dat Jesus niet hen sprak. Wat clan te
(1) Hom. 4 in Matth.
-ocr page 276-
- 272 —
denken van de zuivere liefdevlammen, waar-
door Jozefs hart werd verteerd, gedurende de
dertig jaren, die hij doorbracht in het gezel-
schap van Gods Zoon, al de woorden in zijn
hart bewarende, welke van die goddelijke
lippen vloeiden, en voortdurend de verheven
voorbeelden voor oogen hebbende, die Jesus
hem gaf van gehoorzaamheid en liefde jegens
God, voorbeelden van geduld en hulpbetoon
en bereidvaardigheid in het volbrengen van
een last, dien zijn hemelsche Vader Hem had
opgelegd!
Schietgebed: H. Jozef, ontvlam mijn hart
van liefde tot Jesus.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
15° BEZOEK.
,e H. Paulus verzekert ons, dat God een
ieder naar zijn werken zalbeloonen,
(Kom.
II. 6.) Welke glorie is dus niet voor den H.
Jozef weggelegd, die Hem zoozeer heeft be-
mind, en Hem hier op aarde zooveel diensten
heeft bewezen! Een glas water in Jesus\' Naam
gegeven, zal zijn loon niet missen; doch welke
zal de belooning van den H. Jozef zijn, welke
tot Jesus Christus zeggen kan: „ Niet alleen
gaf ik U drank en spijs, kleeding en onder-
-ocr page 277-
— 273 —
komen, maar ik redde uw leven, door U uit
de handen van Herodes te bevrijden!"
Schietgebed : H. Jozef, wakker onzen ijver
aan, om meer en meer in de deugd voortgang
te maken, door de hoop op de eeuwige be-
looning.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
16e BEZOEK.
nder de voornaamste deugden mag men
voorzeker de nederigheid rangschikken.
Evenals de hoovaardij de oorsprong is van
alle kwaad, zoo is de nederigheid de bron,
waaruit alle deugden voortvloeien. Wie niet
nederig is, kan onmogelijk waarlijk de deugd
beoefenen. Hij zal trotsch gaan op het goede,
door hem verricht, vermetel worden, niet naar
den raad van zijn zielsbestierder willen luiste-
ren, en zoo voor zich de bron openen van vele
zonden. Met den nederige gaat het juist om-
gekeerd. Als wij nu bedenken, dat Jozef van
nature nederig was, en voortdurend de ver-
heven voorbeelden van Jesus en Maria kon
aanschouwen, hoezeer moest hij dan zich nog
immer kleiner en geringer hebben gevoeld,
daardoor meer en meer aan God hebben be-
haagd, en tot belooning daarvan, steeds meer
Gl. H. Jozef.                                                     18
-ocr page 278-
— 274 -
en meer genaden en deugden hebben ont-
vangen.
Laten ook wij de hoo vaardigheid, waarmede
wij helaas allen behept zijn, trachten uit te
roeien door de voorspraak van den H. Jozef,
en ook wij zullen vooruitgang maken in de
deugd.
Schietgebed : Nederige H. Jozef, verkrijg
ons de ware ootmoedigheid.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
17e BEZOEK.
m te bewijzen, welke macht de H. Jozef
in den Hemel bezit, zegt de H. Bernar-
dinus vanSiëna: „ Ongetwijfeld bewaart Jesus
hierboven jegens den H. Jozef die liefde en
eerbied, hem op aarde betoond. In plaats van
verminderd te zijn, neemt dit gevoel nog im-
mer toe." Liefde en eerbied: dat beteekent, dat
de Opperheer, die den H. Jozef hier op aarde
als een Vader heeft willen vereeren, hem in
den hemel niets zal weigeren! Welk een reden
om met vertrouwen uit te roepen:
Schietgebed : Heilige Jozef, machtige Be-
schermer onzer zielen, bewaar ons voor
iedere zonde!
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
-ocr page 279-
— 275 —
18e BEZOEK.
II l was de H. Jozef niet volgens de natuur
*** Jesus\' vader, hij had toch gezag over
Hem als echtgenoot der H. Maagd, die als
wezenlijke Moeder van Jesus ook werkelijk
gezag over Hem had. De eigenaar van den
boom immers, is ook meester van zijne vruch-
ten. Daarom ook gehoorzaamde Jesus den
H. Jozef op aarde en eerbiedigde hem als zijn
Vader; daarom ook beschouwt Jesus zijne
gebeden in den hemel als bevelen. „Want,"
zegt Gerson, „als een vader zijn rechtge-
aarden zoon iets verzoekt, heeft dit ver-
zoek de kracht van een gebod."
Schietgebed : H. Jozef, wees onze verde-
diging in de bekoringen, en onze kracht in
de wederwaardigheden.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
19e BEZOEK.
roote Heilige! aangezien u een God heeft
willen dienen, wil ik ook uw dienaar
wezen, u eeren en beminnen als mijn heer en
meester. Zie, ik stel mij geheel in uwe handen,
beveel mij wat gij wilt, het zal altijd tot Gods
glorie en tot mijn welzijn strekken, en daarom
wil ik u ook onvoorwaardelijk gehoorzamen.
-ocr page 280-
— 276 —
H. Jozef\', beveel mij vooral, Jesus en Maria
lief te hebben, en hunne en uwe deugden na
te volgen. Doch bid dan ook tevens voor mij
bij Jesus om de noodige kracht om dat gebod
op te volgen. Zeker, Hij zal u niets weigeren,
daar gij Hem op aarde ook niets geweigerd
hebt. Zeg Hem, dat Hij mijne zonden vergeve,
mij van de ijdele schepselen onthechte, en
mijne zinnen op het hemelsche richte, opdat
ik geheel van dat goddelijke liefdevuur moge
ontbranden.
Schietgebed : H. Jozef, bewaar uwe kin-
deren.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
20e BEZOEK.
roemvolle Patriarch! nu gij in den
hemel zetelt, u verheugend in volmaakt
geluk bij uwen welbeminden Jesus, die u op
aarde onderdanig was, bid ik u, heb medelij-
den met mij, die nog verkeeren moet te mid-
den van zoovele slechte geesten en kwade
hartstochten, welke mij aanhoudend bestrij-
den, om mij den hemel te doen verliezen. O !
om het geluk, dat gij reeds hier beneden ge-
noot, van voortdurend in Jesus\' en Maria\'s
gezelschap te mogen leven, smeek ik u, ver-
-ocr page 281-
— 277 —
werf mij de genade, evenals gij hier op aarde
altijd met God vereenigd te blijven, en zoo-
doende de aanvallen der hel met glans af te
slaan; verkrijg mij ook, in de liefde van
Jesus en Maria uit dit leven te mogen schei-
den en zoodoende den hemel te verdienen
om daar eeuwig met u te juichen.
Schietgebed : H. Jozef, bezorg mij de zege-
praal over mijne hartstochten, en een groo-
ten afschuw voor de zonden.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
2 ie BEZOEK.
e H. Paulus leert ons, dat de onkuisch-
heid de straf is voor de hoovaardig-
heid. (1) Omgekeerd kan men zeggen, dat
de waarlijk nederige beloond wordt met alle
deugden, doch vooral met de engelachtige
deugd van zuiverheid. Na Maria was, men
mag dit veilig aannemen, haar Bruidegom
de nederigste aller menschen. Hoezeer dus
zal God hem daarvoor beloond hebben met
een graad van zuiverheid, die hem aan een
Engel gelijk maakte!
God bemint deze lieftallige bloem onder
(1) Rom. I, 23, 24, sqq.
-ocr page 282-
— 278 —
de deugden bijzonder. Immers, wie werd
onder het kruis tot steun voor Maria aange-
wezen? Waren het de H. Thaddeus of\'de H.
Jacobus, hare familieleden? Of de H. Petrus,
de Prins der Apostelen? Neen, geen van
allen. Doch zie, tot den Apostel die maagd
was,
sprak Jesus: „Ziedaar uwe Moeder."
De H. Jozef moet dus wel buitengewoon
aan God hebben behaagd om zijne schitte-
rende kuischheid. Laten dus ook wij allen
deze schoone deugd beoefenen, en zeggen
wij dikwijls tot den H. Jozef het volgende:
Schietgebed : Schitterende lelie van zuiver-
heid, H. Jozef, maak ons rein en zuiver van
zeden.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
22e BEZOEK.
jf|et zou een wonderlijk geheel vormen,
zegt de H. Theresia, als ik de ontelbare
genaden wilde opsommen, en de gevaren,
waaruit ik gered ben, alles door de voor-
spraak van den H. Jozef. Het schijnt, dat
de Heer aan de andere Heiligen meer deze
of gene bijzondere macht heeft geschonken;
doch de ondervinding bewijst, dat de H. Jozef
ons in alle behoeften bijstaat; God schijnt
-ocr page 283-
— 279 —
hierdoor de liefde te willen vergoeden, welke
deze Heilige Hem op aarde heeft betoond."
Schietgebed: H. Jozef, vraag altijd voor
mij de genade, van goed te bidden.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
23e BEZOEK.
=*fil^)e H. Theresiazegt nog: „Daar ik door
*& eene langdurige ondervinding de won-
dervolle macht ken van den H. Jozef op
Gods Hart, zou ik iedereen willen overhalen
om hem op bijzondere wijze te vereeren.
Altijd zag ik die personen, welke een ware
devotie tot hem hadden, voortgang maken
in de deugd... Dat zij, die mij niet gelooven,
er maar eens de proef van nemen."
Schietgebed : Goede H. Jozef, patroon van
het inwendige leven, geleid mij naar de vol-
maaktheid, die God van mij vordert.
Gebed : Heilige Aartsvader, blz. 262.
24e BEZOEK.
^T? oen de Egyptenaren tijdens den hongers-
— nood tot Pharao gingen om levensmid-
delen, zeide hij hun: „Ite at Joseph, gaat
tot Jozef." Mij dunkt, ik hoor Jesus hetzelfde
zeggen tot ons. Laten wij dus tot Jozef
-ocr page 284-
— 280 —
vluchten, en wij zullen getroost worden.
Schietgebed : Beminnelijke Jozef, troost
der beproefde zielen, wij zullen in al onze
kwellingen tot u gaan.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 202.
25° BEZOEK.
ie H. Theresia zegt, dat zij niet kon begrij-
pen, hoemen veel devotie tot de H. Maagd
kon koesteren, zonder tevens haren maagde-
lijken Bruidegom eene diepe vereering te bren-
gen, die op aarde zoo getrouw was in haren
dienst. Laten wij dus tot de H. Theresia gaan,
opdat zij ons eene groote devotie tot Maria en
Jozef bekome.
Schietgebed : H. Jozef, om de liefde van uwe
trouwe dienares Theresia, geef ons, altijd in
godsvrucht tot u toe te nemen.
Gebed. Heilige Aartsvader, bladz. 262.
26" BEZOEK.
ersmaad mij niet, o beminde Beschermer,
als ik, de ondankbaarste zondaar, u smeek
om mijn Patroon te willen zijn. Bewijs mij die
gunst, ik smeek er u om, bij de liefde van uw
beminden Jesus, bij de liefde van uwe door-
luchtige Bruid Maria, bij de liefde van uwe
-ocr page 285-
— 281 —
trouwe dienares de H. Theresia, die zooveel
heeft gedaan, om uwe vereering te verbreiden.
Maak dat ik, als gij, in de armen van Jesus en
Maria sterve!
Schietgebed: Bescherm mij, machtige hei-
lige Jozef, in mijn doodsstrijd.
Gebed : Heilige Aartsvader, blz. 262. .
27* BEZOEK,
od zij dank. is er thans op de wereld wel
geen enkel oprecht geloovige, die den
H. Jozef niet vereert, maar onder allen ont-
vangen voorzeker zij de meeste genaden van
hem, die hem het meest en met vertrouwen
aanroepen.
Schietgebed : Geef mij, heilige Jozef, u altijd
zoo aan te roepen."
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
28e BEZOEK.
llLls ten tijde dat Jesus op aarde bij Jozef
""™ leefde, een zondaar vergeving zijner
schulden gewenscht had, zou hij dan wel een
machtiger voorspraak gevonden hebben na
Maria, dan den H. Jozef? Willen wij ons dus
met God verzoenen, laat ons dan den H. Jozef
aanroepen, die nu in den hemel nog yeel meer
door Jesus wordt bemind dan eertijds op aarde.
-ocr page 286-
— 282 —
Schietgebed : H. Jozef, vraag altijd aan
Jesus dat Hij mij mijne zonden vergeve.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
29e BEZOEK.
T^aten wij den heiligen Jozef vragen om
™ liefde tot Jesus: hij heeft dat zoo gaarne,
en die gunst verwerft hij ons zoo graag;
de meest geliefkoosde genade, die hij voor
ons verkrijgt, is, dat wij Jesus beminnen; hij
zelf bemint Hem zoozeer, het is dus zeer
natuurlijk, dat hij de liefde tot Jesus wil
zien toenemen.
Schietgebed : Maak, getrouwe Beschermer,
dat ik Jesus naar behooren beminne.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
30e BEZOEK.
/pï|) Heilige Jozef, om de tranen, door u
^^ gestort bij het overwegen van Jesus\'
toekomstig lijden, verwerf mij, dat ik die
smarten dikwijls en met teedere genegen-
heid overdenke; en om de heilige liefde-
vlammen, daardoor in uw hart ontstaan, bid
ik u, werp een vonk daarvan in mijne ziel,
die door hare zonden Jesus\' bitter lijden
heeft veroorzaakt.
Schietgebed : Maak, o heilige Jozef, dat
-ocr page 287-
- 283 —
Jesus\' lijden altijd in mijn geest blijve.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 2(32.
:31e BEZOEK.
ene krachtige beweegreden nog, om een
teedere devotie tot den H. Jozef te hebben,
is gelegen in het verlangen naar een zalig
sterfuur. Daar hij het Kind Jesus redde uit
de strikken, die Herodes gespannen had,
heeft de H. Jozef een bijzondere macht ont-
vangen om de stervenden te verlossen van de
helsche lagen. En om de voortdurende hulp,
aan Jesus en Maria betoond, om zijn noesten
arbeid, waardoor hij in hun levensonderhoud
voorzag, is hem het voorrecht geschonken,
aan zijne dienaren in hun stervensuur de
hulp van Jesus en Maria te verzekeren. Het
is trouwens van algemeene bekendheid, dat
de H. Jozef de patroon is voor een zaligen
dood, omdat hij zelf zoo zacht en kalm uit
het leven is gescheiden in de armen van
Jesus en Maria. Laten wij dus dikwijls tot
hem verzuchten:
Schietgebed : H. Jozef, verwerf mij, evenals
gij in de armen van Jesus en Maria den
geest te geven.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
-ocr page 288-
^üfêBÜ^^ \'M, MI^ÊlÊÊêêM
VIERDE DEEL.
AANHANGSEL
VAX
verschillende Oefeningen van Godsvrucht
I.
GEBEDEN ONDER DE H. MIS.
Introitus-
Stel u in Guils tegenwoordigheid, en vraagde genade, om het
H. Misoffer waardig bij te wonen. Bid daarna:
f\'k belijd voor God almachtig, voor de
H. Maagd Maria en alle heiligen,
W^J dat ik zwaar gezondigd heb door
mijne eigene schuld. Daarom, algoede
Jesus, vraag ik U door de voorspraak
van de H. Maagd en den H. Jozef
vergiffenis voor mijne overtredingen.
Barmhartige God, wees ons genadig: en na
onze zonden te hebben uitgewischt, leid ons
naar het eeuwig leven. Amen.
-ocr page 289-
- 285 —
Kyrie eleison.
TÏJ\'eer, ontferm U onzer. (3 maal).
— Christus, ontferm U onzer. (3 maal.)
Heer, ontferm U onzer. (3 maal).
Gloria in excelsis Deo.
/||tf lorie aan God in den Hooge, en vrede op
\'""\' aarde aan de menschen van goeden wil!
Wij loven U, wij zegenen U, wij aanbidden U,
wij verheerlijken U. Wij danken U om uwe
oneindige glorie. Heer God, hemelsche Ko-
ning, God Vader almachtig. Heer eeniggebo-
ren Zoon Gods, Jesus Christus, Lam Gods,
Zoon des Vaders, die de zonden der wereld
wegneemt, ontferm IJ onzer. Gij, die de zonden
der wereld wegneemt, ontvang ons gebed. Die
aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt,
ontferm U onzer. Want Gij zijt alleen Heilig,
alleen Heer, alleen de Allerhoogste, o Jesus
Christus, met den H. Geest, in de glorie van
God den Vader. Amen.
Gebed.
11» eer, Gij hebt gezegd, dat ons leven op
™ het uwe moet gelijken; ach, helaas!
hoe was het mijne tot heden? Ik bid U,.
-ocr page 290-
— 286 —
lieve Jesus, beschouw mijne zonden niet.
herinner U slechts uwe barmhartigheid. Gij
hebt gezegd, op de wereld te zijn gekomen
om de zondaars te verlossen; Gij zegt, dat
wij niets kunnen zonder U; maar dat Gij
ons alle hulp zoudt verstrekken, die wij
vragen. O, help mij dan, ik smeek er U
om, om alles, wat Gij voor mij hebt gele-
den ; schenk mij de genade, uit de zonde
op te staan, uwe deugden na te volgen,
en U tot aan den dood getrouw en vurig
te beminnen en te dienen. Lieve Maagd
Maria, allerzoetste Moeder, wil dit gebed
in Jesus\' welwillendheid aanbevelen.
Heilige Jozef, voedstervader van Jesus, bid
ook gij veel voor mij.
Epistel.
roeders, verheugt u in den Heer; nog
eens, ik zeg u, verheugt u. Dat uwe
zedigheid bij allen bekend zij; de Heer is
nabij. Verontrust u over niets, maar in
welken stant gij ook zijt, biedt God uwe
gebeden aan onder smeekingen, vergezeld
van dankzeggingen. En dat Gods vrede, die
alle gedachte overtreft, uw hart en geest
in Jesus Christus beware.
-ocr page 291-
— 287 —
Evangelie.
iftn dien tijd sprak Jesus van een berg
— tot het volk: „Zalig zijn de armen van
geest, want hunner is het rijk der heme-
len. Zalig de zachtzinnigen, want zij zul-
len de aarde bezitten. Zalig zij die weenen,
want zij zullen vertroost worden. Zalig, die
hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden. Zalig de
barmhartigen, zij zullen barmhartigheid
verwerven. Zalig de zuiveren van harte,
want zij zullen God zien. Zalig de vreed-
zamen, want zij zullen kinderen Gods ge-
noemd worden. Zalig, die vervolging lijden
om de rechtvaardigheid, want het hemelrijk
is hun. Gij zult gelukzalig zijn, als men u
met verwenschingen zal overladen, en ver-
volgen en valschelijk alle kwaad van u zal
zeggen. Verheugt u dan, want een groot
loon wacht u in den hemel; zoo immers
zijn uwe profeten ook vervolgd, die vóór
u geweest zijn." (Matth. V. 2 : 12).
Credo-
Bid hier de Twaalf Artikelen des Geloofe.
Offerande.
X lmachtige en eeuwige God, ontvang
•^ dit onbevlekt offer, dat ik onwaardige
-ocr page 292-
— 288 —
opdraag aan U, levende en waarachtige
God, tot boete voor mijne zonden en be-
leedigingan en nalatigheden zonder tal; ik
offer het U op voor alle aanwezigen en voor
alle geloovigen, zoo levenden als dooden,
opdat het hun en mij voordeelig zij ten
eeuwigen leven. Amen.
Als <le priester zieh de vingers wascht.
/SS| mijn Jesus! gewaardig U, mij te zuiveren
^^ door uwe genade en mij met het brui-
loftskleed te omhangen, opdat ik U moge
behagen en mij geheel met U vereenigen.
Orate Fratres.
THeer God, ontvang uit de handen des pries-
■™ ters dit offer tot ons eigen welzijn en het
geluk uwer geheele heilige Kerk. Wij dragen
het U op, ter gedachtenis aan het Lijden, de
Verrijzenis en de Hemelvaart van uwen lieven
Zoon Jesus, tot meerdere eer van de Aller-
heiligste Maagd, den H. Jozef en alle Heili-
gen, opdat zij voor ons bij U mogen voor-
spreken. Amen.
Prefatie.
?J|a waarlijk, mijn God, het is billijk, ja het is
® onze plicht, U altijd en overal te prijzen
I
-ocr page 293-
— 289 —
en te verheerlijken. Sta mij toe, mij met Jesus
te vereenigen en U zoo voortdurend hulde en
eer te brengen. Het is door Hem, dat alle
zalige geesten uwe Majesteit loven en prijzen.
Ik waag het, om mijne zwakke stem bij de
hunne te voegen, en tl toe te zingen : Heilig,
heilig, heilig is de God der Heerscharen.
Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie.
Gezegend Hij, die komt in den Naam des
Heeren. Hosanna in excelsis!
Memento der levenden.
IL llergoedertierenste Vader! wij smeeken
•*™^ U om Jesus Christus uwen Zoon, deze
zuivere Offerande goedgunstig te willen
aanvaarden voor geheel uwe H. Kerk, den
Paus, de Bisschoppen en Priesters, en alle
geloovigen. Schenk door de kracht van
Jesus\' aanbiddelijk Vleesch en Bloed, die
weldra onder geheimzinnige gedaanten op
het altaar verschijnen zullen, de genade,
dat allen voortgang maken in de deugd,
hunne hartstochten overwinnen en aange-
naam mogen zijn in uwe heilige oogen. Maak
de bedienaars van uwen heiligen godsdienst
heilig en zuiver, schenk hun de noodige
kracht om het Woord Gods te verkondigen,
Gl. H. Jozef.                                                     19
-ocr page 294-
- 290 —
en zegen hunnen arbeid. Bewerk de harten
der geloovigen, opdat zij uw Woord met
vreugde opnemen, en het kleine zaadkor-
reltje op den bodem van hun hart tot een
sterken boom moge aangroeien. Inzonderheid
bid ik\' U voor mijne dierbaren, vooral NN ...
Zie, uw Zoon komt; zuiver onze harten,
opdat Hij daarin eene waardige woonplaats
moge vinden. In zijn Naam smeek ik U,
verhoor mij.
Consecratie.
Aanbid hier Jesus, onder tedere gedaante geheel tegenwoor-
dig, en vraag Hem met vertrouwen, wat gij noodig hebt. Dit
oogenblik is zóó kostbaar in trods oog, dat H\\j aan een ver-
trouwvol gebed niets weigeren zal, indien het gevraagde ons
zalig is. Zeg daarna :
Jesus, ik aanbid U, hier waarlijk tegen-
woordig. Ik weet, Gij zijt uit den hemel
neergedaald, de handen vervuld met gena-
den, en zoekend aan wie ze te kunnen uit-
deden. Ik smeek U om dit offer, hetzelfde
van den Calvarieberg, verhoor mij, als het
gevraagde dienstig is voor mijne zaligheid.
O, heilige Wonden van Jesus, ik vlucht tot
u; neemt mij in u op, en verbergt mij zoo
voor de aanvallen der hel.
-ocr page 295-
— 291 —
Memento der afgestorvenen.
/pf edenk, o Heer, uwe dienaars en diena-
^^\' ressen, welke ons reeds zijn voorgegaan
in het andere leven. Zie, goede Vader, zij
allen zijn uwe kinderen, hoor hun weekla-
gen en zuchten; ach, hoe worden zij in de
zuiverende vlammen des vagevuurs gefolterd
voor de fouten, die zij tijdens hun leven
niet genoeg hebben geboet. Ik smeek U,
bij de liefde, waarmede gij uwen eenigen
Zoon beschouwt, welke zooeven op het
woord des priesters uit den hemel is gedaald,
laat een druppel van zijn aanbiddelijk Bloed
neerdalen op die bedroefde zielen, welke uwe
rechtvaardigheid nog van U verwijderd houdt,
opdat het weldra aan uwe liefde gegeven
moge zijn, haar den hemel binnen te laten.
Vooral bid ik U voor NN___\', die mij op
aarde zoo dierbaar was Laat die ziel, smeek
ik U, het Kijk uwer glorie spoedig aan-
schouwen en met de Engelen en Heiligen
jubelen in eeuwigheid. Door onzen Heer
Jesus Christus. Amen.
Pater Noster.
)0or heilzame bevelen aangemaand, en
- . door goddelijke instellingen onderwezen,
durven wij bidden: Onze Vader, enz.
-ocr page 296-
— 292 —
Verlos ons, o Heer, van alle kwaad, vooral
van de zonde, het grootste ongeluk, dat ons
kan overkomen, vergeef ons de reeds bedre-
vene fouten, en schenk ons den waren vrede
des harten. Amen.
AgnuB Dei.
T|$am Gods, Heer Jesus Christus, Zoon van
^ den levenden God, die door de mede-
werking van den H. Geest geboren zijt uit
de onbevlekte Maria, altijd Maagd, ik smeek
U door uw heilig Lichaam en kostbaar
Bloed, verlos mij van mijne zonden en genees
mij van mijne gebreken, opdat ik met hart
en ziel uwe heilige wet aanhange, en nim-
mer meer van U gescheiden worde. Ik vraag
U deze zelfde genade ook voor al mijne
dierbaren en voor alle geloovigen, opdat uw
rijk meer en meer gekend en bemind moge
worden op aarde. Amen.
Communie.
"fïfek zal het hemelsch Brood nemen, en den
— Naam des Heeren aanroepen."
Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt
or.der mijn dak, doch spreek slechts één
woord, en mijne ziel zal gezond worden.
-ocr page 297-
— 293 —
Het Lichaam en Bloed onzes Heeren beware
mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Gebed uit de JSTavolc/incf van Christus.
\\j|fie zal mij geven, o Heer, dat ik U
™* alleen vinde, U geheel mijn hart opene,
en U geniete gelijk mijne ziel verlangt, zoo-
dat niemand op mij nederziet, noch eenig
schepsel mij nog beweegt of aangaat, maar
dat Gij alleen tot mij spreekt, zooals een
geliefde tot zijn geliefde, een vriend tot zijn
vriend? Dit bid ik U, dat ik geheel met U
vereenigd worde, en mijn hart zich van alle
schepsel aftrekke, om door U dikwijls te
nuttigen, meer en meer smaak te vinden in
het hemelsche.
Onder de laatste gebeden des priesters.
Sfie Heer, het offer is volbracht. Ach, hoe
— J onwaardig heb ik dit bijgewoond, helaas,
hoe weinig verdiensten heb ik gedurende deze
heilige bandeling vergaderd! Vergeef mij
zulks, zoete Jesus; in \'t vervolg wil ik beter
op mij zelven letten, en alle verstrooiing ver-
drijven. Schenk mij daartoe uwe genade.
Amen.
-ocr page 298-
— 294 —
Als de zegen gegeven -wordt.
Stegen, o H. Geest, deze goede voornemens,
*^* door de hand des priesters, daal met uwe
zevenvoudige gaven in mijn hart en vervorm
het geheel naar uw welbehagen. Amen.
Onder het laatste Evangelie,
mijn God, hoewel ik niet waardig ben,
dat Gij naar mij luistert, heb ik het toch
gewaagd, voor U te verschijnen en in ver-
eeniging met den priester U de heilige Offer-
ande op te dragen. Moge zij voor mij vele
vruchten van deugd afwerpen, moge mijn
hart die vruchten benuttigen en er voordeel
uit trekken. Ik hoop dit door de verdiensten
van uwen lieven Zoon Jesus, die beloofd heeft:
„Voorwaar voorwaar, Ik zegu, al wat gij mijn
Vader in mijn Naam zult vragen, Hij zal het u
geven." Verhoor mij dus uit kracht dezer
belofte en door de voorspraak van Maria en
haren kuischen Bruidegom. Door denzelfden
Christus onzen Heer. Amen.
Gebed volgens voorschrift van Paus Leo
XIII
na de H Mis te bidden
.3 maal het Wees gegroet; daarna:
\\||?ees gegroet, Koningin, Moeder van
** barmhartigheid, ons leven, onze zoet-
-ocr page 299-
— 295 —
heid en onze hoop, wees gegroet. Tot u roe-
pen wij, ballingen, kinderen van Eva, tot u
smeeken wij, zuchtend en weenend in dit tra-
nendal. Welaan dan, onze Voorspreekster,
sla op ons uwe zoo barmhartige oogen, en
toon ons na deze ballingschap Jesus, de geze-
gende vrucht uws lichaams. 0 goedertierene,
o meedoogende, o zoete Maagd Maria.
Bid voor ons, H. Moeder Gods,
Opdat wij waardig worden de beloften
van Christus.
Laten wy bidden.
God, onze toevlucht en onze kracht, zie
genadig neder op het tot U snieekende
volk. En door de voorspraak van de glorievolle
en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria,
van den H. Jozef haren Bruidegom, uwe H.H.
Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen,
verhoor barmhartig en goedgunstig de ge-
beden, welke wij storten voor de bekeering
der zondaars, voor de vrijheid en verheffing
onzer moeder de H. Kerk, door Jesus Christus
onzen Heer. Amen.
H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den
strijd; wees onze bescherming tegen de boos-
heid en de listen des duivels. Wij smeeken
-ocr page 300-
— 296 —
nederig, dat God hem gebiede; en gij, aan-
voerder van het hemelsche leger, drijf den
Satan en de andere booze geesten, die ten ver-
derve der zielen in de wereld rondgaan, door
de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
300 dagen aflaat aan allen, die deze gebeden
na de 11. Mis in vereeniging met den priester op
bovengemelde wijze verrichten, verleend door
Paus Leo XIII.
_____
II.
BIECHTOEFENINGEN.
Vóór de biecht.
Wilt gij u goed voorbereiden, vermijd dan iedere
verstrooiing, ontvlucht het gewoel der wereld, en
stel u ernstig in Gods tegenwoordigheid, zeggende:
)|^\\||f:inbiddelijke en opperste Majesteit,
(S^aM ik geloof, dat Gij hier tegenwoordig
zijt, en mij ziet en aanhoort. Ik
aanbid U uit geheel mijn hart, ik erken U
als mijn God, mijn Schepper en mijn Heer,
als Dengene die alleen het eenige ware
leven is ; daarom breng ik U de aanbidding,
die U alleen toekomt, en kniel in mijne
nietigheid neder voor den troon uwer onein-
dige grootheid.
-ocr page 301-
— 297 —
Gewetensonderzoek.
Stel u deze biecht voor als de laatste uws levens,
en bereid u met evenveel zorg. als gij zulks op
uw sterfbed zoudt doen. Wie toch zegt u, dat God
u misschien niet morgen uit dit leven zal weg-
rukken? Vraag aan God de genade van goed uw
geweten te kunnen onderzoeken; vraag Ilem het
noodige licht om uwe zonden te kennen.
Gebed om Gods voorlichting.
God, Vader van liet licht, die iederen
mensch verlicht, welke in deze we-
reld komt,. tref mijn hart met een straal
van licht, liefde en smart, opdat ik goed
de zonden kenne, die ik tegen U bedreef,
er een oprecht berouw over gevoele, en ze
met de vereischte gesteltenis belijde. Lieve
Moeder des Heeren, zoo vol ontferming
jegens den zondaar, die zich wil bekeeren,
gij zijt mijne dierbare hoop, help mij. Mijn
H. Bewaarengel, verleen mij uwen mach-
tigen bijstand, om mijne zonden te kennen.
H. Jozef, mijne heilige Patronen en alle
Heiligen des hemels, bidt voor mij. opdat
ik eene oprechte biecht spreke. Amen.
. Opdracht van het gewetensonderzoek.
rX/\'oete Jesus, mijn Heer en mijn God, ik
<^i draag U mijn onderzoek op om uwe
-ocr page 302-
— 298 —
goddelijke rechtvaardigheid te verheerlij-
ken. Ik hoop, dat Gij mij de genade zult
verleenen, het goed te doen. met het voor-
nemen, U niet meer te beleedigen. Ik ver-
richt het dus in den geest van liefde, om
U te behagen, en met alle meeningen, die
IJ meer eer en glorie kunnen brengen.
Onderzoek thans uw geweten. Bij de angstvallige
personen, die dikwijls de HH. Sacramenten ont-
vangen, moet het onderzoek kort zijn, en geschieden
zonder angstvallig of overdreven alles uit te vor-
schen; voor dezulken is het voldoende, een oog-
slag te werpen op de fouten, waarin zij gewoon-
lijk vervallen, opdat zij zich bij het biechten meer
er op toeleggen, oefeningen voort te brengen,
die nuttig kunnen zijn voor hunnen geestelijken
vooruitgang; dit toch wordt dikwijls verzuimd om
ijdele vrees en ongerustheden. — Hij, die zelden
biecht, moet een behoorlijken tijd aan zijn gewe-
tensonderzoek wijden, ten einde zich zooveel moge-
lijk soort en getal zijner zonden te herinneren,
nagaande de geboden Gods, die der H. Kerk, de
zeven hoofdzonden, de plichten van zijn staat, en
zich ernstig afvragende, waartegen hij heeft mis-
daan door gedachten, woorden, werken, begeerten
of verzuimen. Als men het juiste getal niet kan
opgeven, is het voldoende, te onderzoeken, hoe
dikwijls men ongeveer gevallen is; want God vergt
niet het onmogelijke van ons.
Vooral dient men met zorg zijn hoofdgebrek te
onderzoeken, alsmede de middelen om zich daar-
van te beteren. Heeft men slechts dagelijksche
-ocr page 303-
- 299 —
zonden op zijn geweten, dan is het zeer aan te
bevelen, zijn berouw nog eens op te wekken over
eene grootere fout uit het voorgaande leven.
Beweegredenen tot berouw.
/. De grootheid en heiligheid Gods.
Men moet wel bedenken, dat zelfs de kleinste
zonden grootelijks aan (iod mishagen, daa^ zij al
zijne oneindige volmaaktheden kwetsen, terwijl
God toch eene oneindige liefde verdient. En die
God, dien gij beleedigt. bemint u zoo teeder!
Eerst in de eeuwigheid zullen wij het beseffen;
hier op aarde zullen wij nooit kunnen begrijpen,
hoe groot kwaad de zonde is, en welke straf de
zondaar verdient.
r/PS oneindig beminlijke God, ik belijd, dat
\\^ mijne zonden talrijker zijn dan de haren
op mijn hoofd, en al had ik er slechts
ééne bedreven, helaas! toch heb ik daardoor
uwe oneindige volmaaktheden gewond! Ach,
waarom gevoel ik in mij zelf niet eene onein-
dige smart en droefheid, waartoe ik alle reden
heb! Ik durfde zondigen tegen uwe goedheid,
die ik verplicht was te beminnen; ik stelde
een beuzeling, een ellendig vermaak, ijdele
eer boven uwe Majesteit, die ik moest aanbid-
den en dienen. Ach, Heer, vergeving, om uwe
oneindige liefde. O eindelooze Goedheid en
-ocr page 304-
— 300 —
Schoonheid, hoe toch heb ik tl kunnen ver-
achten en haten! Doch ik gevoel innig spijt,
U zoo dwaselijk en onbeschaamd te hebben
beleedigd, ik ben vast besloten, liever dui-
zendmaal eer en goederen en leven te verlie-
zen, dan U opnieuw te vergrammen, o God
vol liefde en goedheid.
11. De weldaden van God.
Bedenk, dat God onze opperste Weldoener is.
Hij heeft ons allen en ieder nog in het bijzonder
met goederen overladen: zonder ons noodig te
hebben, trok Hij ons uit het niet, en vormde ons
naar zijn beeld; hij verloste ons ten koste van
het bloed zijns eenigen Zoons; Hij riep ons buiten
zoovelen tot het ware geloof\', en verdroeg ons tot
heden ondanks onze zonden; Hij schonk ons zoo-
vele middelen ter zaligheid. En dien God betalen
wij met ondank! Hij vormde alle schepselen tot
ons welzijn, en wij gebruiken ze slechts om Hem
te beleedigen!
tch, hoe groot is mijne ondankbaarheid;
5 neen, geen enkele kan daarmede verge-
leken worden! O, beminnelijke Heiland,
ziedaar dus mijn dank voor de liefde, waar-
mede Gij mij uit het niet te voorschijn riept,
ziedaar mijne achting voor uw kostbaar bloed,
niet zooveel liefde en smart voor mij gestort!
Hoe groot is mijne ondankbaarheid! ach, wie
-ocr page 305-
— aoi —
zal aan mijn hart zuchten geven, en tranen
aan mijne oogen, om den dood mijner ziel en
mijne ongetrouwheden jegens God te bewee-
nen! Ach Heer vol goedheid, wees mij barm-
hartig, ik heb een vurig verlangen en een
vast voornemen, om U niet meer te mishagen.
Helaas, moest ik dan het leven en zooveel
weldaden van God ontvangen, om Hem zoo
dikwijls en zwaar tebeleedigen? Moest ik dan
mijne ledematen, die geschenken uwer gena-
de, misbruiken tegen U, en er U mede ver-
grammen ! O, ongelukkige oogen, o zondige
handen, o ondankbaar hart, gij zijt door uwe
zonden de oorzaak geweest van het lijden en
den dood van Jesus, Gods Zoon.
III. De tegenwoordigheid van God.
Verder moet men overwegen, dat de H. Drie-
vuldigheid één God, overal is, alles ziet en hoort
en kent, tot zelfs de diepste schuilhoeken van ons
hart. Voor die Opperste Majesteit sidderen de
Serapbijnen van heilige vrees; en wij nietige schep-
selen, wij durfden in Gods tegenwoordigheid zon-
digen, dingen zeggen en doen, waarover wij voor
de ïnenschen schaamrood zouden worden! Laten
wij ook bedenken, dat God onze opperste Rechter
is, die eenmaal zijn onherroepelijk vonnis zal vellen
over al onze gedachten en woorden en werken.
-ocr page 306-
- 302 -
echtvaardige en opperste Rechter van
levenden en dooden, aan wien alles
bekend is, tot zelfs het verborgenste deel
na zmijns harten, hoe is het mogelijk, dat ik
ooveel ungetrouwheden mij nog voor U
durf vertoonen ! Doch ik kan U niet ontvluch-
ten, Gij zijt overal, ik kan mij niet verbergen,
Gij ziet alles. Ach, welke onbeschaamdheid
dus van mij, om in tegenwoordigheid van zulk
een verheven Majesteit te durven doen wat ik
mij niet z^ou hebben veroorloofd in het bijzijn
van den geringsten der menschen! Barmhar-
tigheid, mijn God! ik verafschuw uit liefde
tot U al mijne zonden.
Welke schande voor mij, o Heer, om
voor uw aanschijn zoo te leven en zoo
dikwerf mijne belofte te schenden van U
niet meer te beleedigen. Als ik aan een
mensch al die beloften had gedaan, hoe
zou ik mij dan beijveren, ze te vervullen.
Alleen tegenover U houd ik mijn woord
niet, ik beleedig U schaamteloos iederen
dag. Ach, wat zijt Gij goed, dat Gij mij
zoolang wilt verdragen! O, God mijns har-
ten, die zoo barmhartig jegens mij waart,
toen ik de grootste zonden bedreef, verstoot
mij nu niet, uu ik berouwvol tot U kom.
-ocr page 307-
- 303 —
Na de biecht.
*I^ierbare Jesus, welken dank ben ik U
tïr schuldig! Door de verdienste van uw
bloed vertrouw ik heden vergiffenis te heb-
ben bekomen. Wees duizendmaal gedankt.
In den hemel hoop ik eeuwig uwe barm-
hartigheid te prijzen. Dikwijls, mijn Jesus,
heb ik U tot heden verloren, maar in \'t
vervolg wil ik U niet meer verliezen; ik
neem mij oprecht voor, van leven te ver-
anderen. Gij verdient al mijne liefde, ik wil
U waarlijk gaan beminnen, en ü niet meer
verlaten. Reeds dikwijls heh ik U dat be-
loofd, doch ik hernieuw thans mijne belofte,
ik wil liever sterven, dan U opnieuw be-
leedigen. De zondige gelegenheden zal ik
vluchten, en vooral dit middel.....aan-
wenden, om niet meer te vallen. Doch Gij
mijn Jesus, kent mijne zwakheid, geef mij
de genade, U tot mijn dood getrouw te
blijven, en U in de bekoringen aan te roepen.
O, allerliefste Moeder Maria, sta nuj bij;
daar gij de moeder zijt der volharding, is
al mijn hoop op u gevestigd.
-ocr page 308-
III.
COMMUNIEOEFENINGEN.
Over de Voorbereiding.
De H. Franciscus zeide, dat do Heer zich nergens
meer teeder en liefdevol toont dan hier, waar Hij
zich om zoo te zeggen vernietigt, en zich als
voedsel aan ons geei\'t, om beter in onze zielen
door te dringen en zich inniger met ons te ver-
eenigen. Geen enkel middel is er dan ook krach-
tiger en meer geschikt om de liefde Gods in ons
te ontsteken, dan de H. Communie.
En wat ook zou aan Jesus aangenamer kunnen
zijn dan deze handeling? Immers, de liefde streeft
boven alles naar vereeniging: en welke volmaaktere
vereeniging kan er bestaan tusschen eene ziel en
Jesus, dan die welke in dit hoogwaardig Sacrament
wordt bewerkstelligd? Die myn vleesch eet, en mijn
bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in Hem,
zegt Jesus.
„Als gij Hem dus dagelijks ontvangt," zegt de
H. Augustinus, „zal Jesus altijd in u zijn, en zult
gij immer voortgang maken in de goddelijke liefde."
Welk beter middel is er ook om ons van onze
gebreken te beteren, dan de H. Communie! Het
concilie van Trente noemt het een hemelach tegen-
gift, dat ons reinigt van kleine zonden, en ons voor
groote zonden bewaart.
„Hoe komt het echter," vraagt kardinaal Bona,
„dat vele zielen zoo weinig vrucht trekken uit
veelvuldige communiën, en altijd dezelfde gebre-
ken vertoonen? — Dat komt niet, omdat er min
der kracht in het voedsel zou zijn, maar dat
komt van de mindere voorbereiding van hem, die
het nuttigt."
-ocr page 309-
— 305 -
Het is onmogelijk, vuur in zijn boezem te dragen,
zonder zijne hleederen te verbranden.
Welnu, God
is een verslindend vuur. Hij zelf komt in de H.
Communie dat vuur in onze zielen ontsteken. Hoe
is het mogelijk dat te midden van dit vuur de
zielen koud blijven, zonder liefde voor God te
gevoelen ?
De eenige oorzaak is: het ontbreken van de
vereischte gesteltenis en van do goede voorberei-
ding. De heiligen trokken veel vrucht uit de H.
Communie, doch welk was ook hunne gesteltenis!
De H. Aloysius bijv. besteedde drie dagen aan de
voorbereiding en drie dagen aan de dankzegging.
De voorbereiding tot de H. Communie vordert
vooral twee zaken.
Ie men moet alle gehechtheid, die niet uit God
voorkomt, zooveel mogelijk uit zijn hart verbannen.
Hem, die reeds gewassehen is, zegt Jesus, behoeven
no;/ slechts de roeten gereinigd ten-orden.
(Jo. XII: 10.)
Dat beteekent, volgens den H. Bernardus, dat men
om dit goddelijk Sacrament met veel vrucht te
ontvangen, niet alleen zuiver moet zijn van dood-
zonden, maar ook van kleine fouten en aardsche
genegenheden; want deze laatste mishagen zeer
aan God, besmeuren de ziel en beletten de vruch-
ten der H. Communie. Als de H Gertruda eens
aan Jesus vroeg, welke voorbereiding Hij van haar
verlangde, antwoordde de Zaligmaker: „Geene
andere, dan dat gij tot Mij komt, ontdaan van u
zelve."
2e Een tweede noodzakelijk vereischte om met
vrucht te communiceeren, is eon groot verlangen
te hebben naar Jesus en zijn heilige liefde. „In
dit goddelijk feestmaal." zegt Gerson, ,wordtnie-
Gl. H. Jozef.                                               20
-ocr page 310-
— 306 —
mand verzadigd dan zij die hongeren," d. w. z. zij
die er naar verlangen, gelijk Gods Moeder het
bezingt in haren lofzang. Gelijk Jesus niet op aarde
kwam, alvorens er vurig naar verzucht was, zoo
ook walgt het Hem, volgens den eerbiedw. Joannes
d\'Avila, om een hart binnen te treden, dat niet
verlangt, Hem te ontvangen ; dat goddelijk voedsel
moet met graagte worden genuttigd. Op zekeren
dag zeide Jesus tot de H. Mechtilda: „De bijen
werpen zich niet met meer begeerte op de bloemen,
om den honig uit te zuigen, dan Ik mij tot u
begeef, telkens als uwe ziel naar Mij verlangt."
Als Jesus Christus dus zoo vurig begeert in onze
ziel te komen, is het niet meer dan billijk, dat
wij van onzen kant ook een vurig verlangen
koesteren om Hem in ons hart te bezitten; want
volgens den H. Franciscus van Sales moet de
voornaamste intentie van een ziel bij het com-
municeeren zijn, voortgang te maken in de liefde
tot God, die zich geheel uit liefde aan ons schenkt."
Voor de Communie.
Akte van Geloof.
t ledaar mijn beminde die komt, sprin-
gend over het gebergte, de heuvelen
overschrijdende.
(1) Ach, allerbemin-
nelijkste Zaligmaker, welke hinderpalen hebt
Gij moeten overschrijden om tot mij te kun-
nen komen ! Gij zijt God, en zijt mensch ge-
(1) Hooglied.
-ocr page 311-
- 307 —
worden, Gij zijt het oneindige Wezen, en zijt
een kind geworden; Gij, de opperste Heer,
hebt de gedaante van een slaaf aangenomen ;
van den schoot uws Vaders zijt gij afgedaald
in den schoot eener Maagd, van den hemel in
eenen stal, van de glorie op het schandig
kruishout; en heden daalt Gij opnieuw van
uwen glorietroon om in mijn arm hart uwen
intrek te nemen.
Ziedaar mijn Welbeminde, zich achter den
muur verschuilende, en door het venster naar
binnen ziende.
(Hoogl. II, 9). O mijne ziel,
ziedaar uw Jesus; ontvlamd van dezelfde
liefde, die Hem op het kruis voor u verteerde,
houdt Hij zich verborgen onder de sacramen-
teele gedaante. En wat doet Hij daar? Hij
ziet naar u als door een venster.
Gelijk een
teedere vriend, die zich met wederliefde wil
zien betaald, verblijft Hij in de Heilige Hostie,
vanwaar Hij u kan beschouwen zondergezien
te worden; op dit gelukkige oogenblik, waar-
op zijn vleesch uwe spijze gaat worden, werpt
hij liefdevolle blikken op u. Hij beschouwt
uwe gedachten en genegenheden, uwe ver-
langens en de offerande, die gij Hem gaat
brengen. Welaan, mijne ziel, bereid u voorop
zijne komst, en zeg Hem: Nog weinige oogen-
-ocr page 312-
— 308 -
blikken dus, mijn lieve Jesus, en Gij zult in
mij komen! O verborgen God, miskend door
de meeste menschen, ik geloof, dat Gij waar-
lijk hier tegenwoordig zijt; ik erken U en
aanbid U in dit geheim van liefde als mijn
Heer en Zaligmaker, en voor het geloof aan
die waarheid zou ik gaarne mijn leven willen
ten offer brengen. Gij komt om mij met uwe
genade te verrijken, en U geheel met mij te
vereenigen; welk een vertrouwen moet mij
zulk een liefdevol bezoek inboezemen!
Akte van vertrouwen.
-TVftijne zieli verruim uw hart. Ziehier uwen
Ci&A Jesus, die u met alle goederen kan
overladen, en u bovenmate liefheeft. Ver-
hoop dus groote gunsten van dien goeden
Meester, want Hij komt tot u, gedreven door
zijne teederheid en brandend van liefde.
Ja, dierbare Jesus, mijne hoop, van uwe
oneindige goedheid verwacht ik, dat Gij, door
U heden geheel aan mij te geven, in mijn arm-
zalig hart de schoone vlam uwer heilige liefde
zult ontsteken en een vurig verlangen om U
te behagen, opdat ik voortaan slechts wille
en verlange wat overeenkomstig uwen H.
Wil is.
-ocr page 313-
— 309 —
Akte van liefde.
a&ch mijn God, eenige en ware Vriend
rZJ*\' mijner ziel, wat kondet Gij nog meer
doen om mijne liefde te verdienen ? Het
was u niet voldoende, o Heer, om voor mij te
sterven. Gij hebt nog dit hoogwaardig Sacra-
ment willen instellen om U geheel aan mij
te geven, en U zoo hart aan hart te ver-
binden met zulk een ondankbaar schepsel
als ik ben. Nog meer: Gij zelf noodigt mij
uit, U te naderen, en begeert vurig, dat ik
U ontvange. O oneindige, onbegrijpelijke
liefde! Een God wil zich aan mij schenken!
— Mijne ziel, gij gelooft dit wonder van
liefde, en wat doet gij ? — O eindeloos be-
minnelijke God, eenigst voorwerp, dat al
mijne liefde waardig zijt, ik bemin U van
ganscher harte, boven alles, meer dan mij
zelven, dan mijn leven. Ach, of ik U door
allen bemind mocht zien! Konde ik toch
alle harten dwingen om U lief te hebben,
zooals Gij verdient! Ik bemin U, o God van
oneindige schoonheid, en vereenig de liefde
van mijn arm hart met die der Seraphijnen,
met de liefde van Maria en van het Hart
van Jesus, uwen beminden en beminnenden
-ocr page 314-
— 310 —
Zoon, zoodat ik V bemin, o oneindige Goed-
heid, met de liefde, die de hemelingen, die
Maria en .lesus U toedragen; ik bemin U
alleen om U te behagen en omdat Gij alle
liefde waardig zijt. Verwijdert u, aardsche
genegenheden, die niet voor God zijt. (> Moeder
der schoone liefde, zuivere Maagd Maria,
help mij, dien God lief te hebben, dien gij
zoo vurig verlangt bemind te zien.
Akte van nederigheid.
c/y\\] gaat u dus voeden, mijne ziel, met
•*■£? Jesus\' heilig vleesch en bloed!... zijt
gij het waardig? — Ach mijn God, wie
ben ik, en wie zijt Gij ? Ik weet en erken
wie Gij zijt, Gij die U aan mij wilt schenken !
Maar weet Gij wie ik ben, die U ga ont-
vangen? Is het mogelijk, mijn .lesus, dat
Gij, de oneindige zuiverheid, in mijne ziel
wilt komen, zoo dikwijls bewoond door uwen
vijand en besmeurd met zooveel zonden?
Ik erken uwe opperste Majesteit, maar ook
mijne diepe ellende; ik schaam mij, voor U
te verschijnen ; uit eerbied zou ik mij van
uwe heilige tafel willen verwijderen, maar o
Heer, mijn Leven, tot wien zal ik dan gaan?
wat zou er van mij worden ? Neen, ik wil
-ocr page 315-
- 311 —
mij niet van U verwijderen, integendeel, ik
wil U meer en meer naderen. Gij stemt er
in toe, mijn voedsel te worden, Gij noodigt
mij zelfs uit: welnu hier ben ik, beminnelijke
Verlosser, ik kom LI heden ontvangen, vol
schaamte over mijne zonden, maar ook vol
vertrouwen op uwe liefde en barmhartigheid.
Akte van berouw.
aarom, o God mijns harten, heb ik U
vJfeX vroeger toch niet bemind! Helaas, in
plaats daarvan heb ik, om mijne harts-
tochten te voldoen, uwe oneindige goedheid
voortdurend beleedigd en bedroefd, ik keerde
U den rug toe en versmaadde uwe vriendschap
en uwe genade, in één woord, mijn God, ik
heb U willen verliezen, ik heb het geheel
vrijwillig gewild. Ik gevoel er spijt over, o
Heer, in het diepst mijns harten ben ik
bedroefd en verfoei ik alle zonden, groote
en kleine, die ik tegen U heb bedreven; ik
verafschuw ze, omdat ze U mishaagd heb-
ben, die oneindig goed zijt. Ik hoop, dat
Gij mij hebt vergeven, maar mocht Gij mij
die genade nog niet bewezen hebben, ach,
vergeef mij dan nu, alvorens ik U ga ont-
vangen ; reinig in uw kostbaar bloed deze
-ocr page 316-
— 312 —
ziel, welke in weinig oogenblikken het ver-
blijf uwer glorie gaat worden.
Akte van verlangen.
1
erheug u, mijne ziel; zie, het gelukkig
oogenblik nadert, waarop uw Jesus in
u zijne woning gaat vestigen; zie den
Koning des bemels, uw Verlosser en uw
God, die in u zal binnen gaan; bereid u
voor, Hem waardig te ontvangen; noodig
Hem door uwe verzuchtingen uit.
Kom, o mijn Jesus, in mijne ziel; zij
verzucht naar II; maar alvorens Gij IJ aan
mij geeft, wil ik U mijn hart schenken;
zie, hier is het, gewaardig U, er bezit van
te nemen. Kom dan, o Heer, toef niet lan-
ger. O, oneindig Goed, mijn eenige schat,
mijn leven, mijn paradijs, mijne liefde, hoe
gaarne zou ik ü ontvangen in een hart,
brandend van liefde, gelijk de heiligste zielen
U ontvangen hebben, gelijk de H. Maagd,
uwe teedere Moeder, U ontving; met al
hunne Communiën vereenig ik de mijne.
O, allerheiligste Maagd Maria, mijne Moe-
der, zie ik ben op het punt, uwen Godde-
lijken Zoon te ontvangen; ach, of ik uw
hart hadde en de verterende liefde, waar-
-ocr page 317-
— 313 —
mede gij Hem bemind hebt. Geef mij uwen
zoeten Jesus, zooals gij Hem eertijds aan
de herders en wijzen gegeven hebt; uit uwe
zuivere handen wil ik Hem ontvangen. Zeg
Hem, dat ik uw dienaar, uw kind ben; deze
eeretitel zal Hem aansporen om met nog
meer liefde op mij neer te zien, en mij op
dit kostbaar oogenblik inniger met Hem
te vereenigen.
Over de dankzegging.
Geen gebed is aangenamer aan God, of nuttiger
voor de ziel, dan de dankzegging na de H. Com-
munie. Het is het gevoelen van verscheidene vrome
geleerde schrijvers, zooals Suarez, Valencia, de
Lugo en anderen, dat zoolang de sacramentoele
gedaante nog in ons aanwezig is, de H. Communie
steeds meerdere genaden uitwerkt, naar gelang
de ziel voortgaat, zich met nieuwe deugdsoefe-
ningen daartoe voor te bereiden, want het Concilie
van Florence verzekert, dat het H. Sacrament
dezelfde uitwerkselen teweeg brengt in de ziel,
als het voedsel in het lichaam; hoe meer dit er
voor geschikt is, hoe meer kracht het ook zal
trekken uit de spijs.
Vurige zielen blijven dan ook zoo lang mogelijk
na de H. Communie met bidden bezig. De eerbiedw.
pater Avila besteedde er zelfs op zijne missiën
minstens twee uren aan. Pater Balthasar Alvarez
zeide, dat men veel werk moet maken van den tijd
na de H. Communie, alsof Jesus tot ons zeide: „Gij
-ocr page 318-
— 314 —
zult mij niet altijd bij u hebben" (Mattli. XXVI: 11).
Het is niet passend, zooals velen doen, 0111 aan-
stonds na Ons Heer te hebben genuttigd, een boek
ter hand te nemen. Veel beter is het, een betame-
lijken tijd te besteden met het verwekken van
liefdeoefeningen, en zich hart aan hart met Jesus
te onderhouden, door eenig godvruchtig gevoelen
op te wekken, of een liefdevol gebed te herhalen,
al was het ook altijd hetzelfde. Deed ook Jesus
zulks niet in den hof der Olijven?
De /.iel moet zich dus liefdevol en vertrouwe-
lijk met Jesus onderhouden, overtuigd dat in die
kostbare oogenblikken de godvruchtige handelingen
meer waarde hebben dan op welken anderen tijd
ook, aangezien do aanwezigheid van den Zalig-
maker in de ziel, waarmede Hij dan op \'t innigst
vereenigd is, hare handelingen heiligt en veredelt.
Na de H. Communie is Jesus ook meer geneigd
om ons zijne gunsten mee te deelen. De H. Theresia
zegt, dat Hij dan in onze ziel heerscht als op
zijn genadetroon, en Hij tot ons deze zoete woor-
den richt: M\'clk ijoed wilt (jij, dat Ik u zal bewijzen ?
Alsof Hij zeide: Beminde ziel, Ik ben opzettelijk
gekomen om u wel te doen, vraag Mij wat gij
wilt, gij zult verhoord worden.
O, welk een schat van genaden zult gij u dus
verzamelen, godvruchtige ziel. als gij u gewoon
maakt, om u na de H. Communie een uur of ten
minste een half uur met Jesus te onderhouden !
Tot dit doel kunt gij u van de volgende gebeden
bedienen: draag ook gedurende den loop van den
dag zorg, om door veelvuldige gebeden en vurige
verzuchtingen die gelukkige vereeniging te be-
stendigen met Jesus, dien gij ontvangen hebt.
-ocr page 319-
— 315 —
Oefeningen na de H- Communie.
Akte van yeloof.
vjrphans bezit ik mijn Jesus, die zich gewaar-
® digt, mij met zijn bezoek te vereeren, en
in mijne ziel zijn intrek te nemen!... Ja,
mijn Jesus woont in mij, Hij is gekomen om
geheel de mijne te zijn, en opdat ik geheel de
zijne zou wezen. Jesus behoort dus geheel
aan mij, en ik geheel aan Jesus!
O, eindelooze goedheid, eindelooze liefde
en barmhartigheid! Een God gewaardigt
zich, geheel zich met mij te vereenigen, zich
geheel aan mij te schenken!___O, mijne ziel,
nu gij het geluk hebt, zoo innig met Jesus te
zijn verbonden, met Jesus als één geheel te
vormen, hebt gij Hem nu niets te zeggen,
spreekt gij niet tot God, die.inu woont ? Kom,
wek uw geloof op, bedenk, dat de Engelen u
vol eerbied omringen, den God aanbiddend,
die in uw binnenste rust; aanbid ook gij uwen
Heer. Verjaag alle andere gedachten en ge-
negenheden, omhels uwen God en zeg Hem:
eminnelijke Jesus, mijne liefde, mijn op-
perste goed, wees welkom in de arm-
zalige woning mijner ziel. Ach, Heer,
waarin zijt Gij afgedaald? Gij zijt thans in
-ocr page 320-
— 316 —
mijn hart, een hart, ellendiger dan de grot
waarin Gij zijt geboren, een hart vol aardsche
genegenheden, eigenliefde, ongeregelde drif-
ten. Ach, hoe hebt Gij U zulk eene woon-
plaats kunnen uitkiezen? Met den H. Petrus
zou ik U willen toeroepen: Verwijder Uvan
mij Heer, want ik ben een zondaar,
ik ben niet
waardig een God van oneindige goedheid te
ontvangen, ga rusten in die zuivere zielen,
welke U zoo liefdevol dienen ! Maar wat zeg
ik, o Heer? Ach neen, verwijder Uniet, want
dan ben ik verloren. Ik omhels U, o mijn
Leven, ik hecht mij aan U. O, hoe dwaas was
ik, om U te verlaten voor de ellendige schep-
selen ! Ondankbare die ik ben, ik heb U verre
van mij verjaagd. Maar nu, o mijn Schat, wil
ik U niet meer verlaten; in eene voortdurende
vereeniging met U wil ik leven en sterven.
Allerheiligste Maagd Maria, vurige Sera-
fijnen, gij allen, die brandt van liefde tot
God, o, deelt mij uwe liefde mede, opdat ik
mijn beminden Zaligmaker waardig ontvange.
Akte van dankbetuiging.
ieve Jesus, mijn God, ik dank U voor
de genade die Gij mij heden bewijst,
door in mijn hart te willen komen, ik
-ocr page 321-
— 317 -
zou U willen danken op eene wijze gelijk
Gij verdient, en evenredig aan deze groote
gunst. Maar helaas, welken dank kan een
ellendige als ik U brengen ?
Een God geeft zich aan mij !___een God
behoort mij ! Welk eene gedachte!... David
riep uit: , Wat zal ik den Heer geren in ruil
voor al zijne goederen ?"
Maar ik, wat zal
ik U geven, o mijn Jesus ? Na mij met wel-
daden te hebben overladen, geeft Gij mij nog
U zelven! O, mijne ziel, zegen dan uwen
God, breng Hem allen dank, waartoe gij in
staat zijt. En gij, teedere Moeder Maria, gij
mijne heilige Patronen, mijn Engelbewaarder,
gij allen, die brandt van liefde tot God, komt
mijn God danken en zegenen in mijne plaats;
komt de uitstekende gunst bewonderen en
verheerlijken, die Hij mij verleend heeft.
Opdracht van zich zelven.
fndien een rijk vorst zich gewaardigde,
een armen herder in zijn woning op te
zoeken, zou dan de herder wel iets beters
kunnen geven, dan zijn geheelen stal gelijk
hij is? En Gij, mijn Jesus, hebt mij niet
alleen bezocht, maar ook U zelven geheel
aan mij geschonken. Welaan dan, Koning
-ocr page 322-
318 —
des hemels, ik offer U mijne ziel en geheel
mij zei ven, met mijne vrijheid en mijn wil
en alles wat ik heb. 0, Jesus, ik wil uiet
meer mij zelven toebehooren, ik wil geheel
de uwe zijn. Dat mijne zintuigen U geheel
toebehooren, en slechts doen wat U behagen
kan. Welk genot kan vergeleken worden
met het genoegen, U te behagen, die een
zoo beminnelijke, liefdevolle en weldadige
God zijt! Ik geef U ook alle krachten mijner
ziel, ik wil, dat zij U voortaan alleen toe-
behooren ; dat mijn geheugen mij voortdu-
rend uwe weldaden en uwe liefde in her-
innering brenge; mijn verstand denke slechts
aan U, die altijd op mijn geluk bedacht
zijt; mijn wil strekke slechts om U, mijn
God en al. te beminnen en slechts te willen,
wat ook Gij wilt.
Ik wijd U dus heden, zoete Jesus, al wat
ik heb en ben, mijne zinnen, mijne gedachten
en genegenheden, mijne verlangens, en nei-
gingen, mijne vrijheid; in één woord, ge-
heel mijn ziel en lichaam stel ik in uwe
handen.
Aanvaard, oneindige Majesteit, dit offer,
dat de onwaardigste zondaar U van zich zel-
ven doet; hij geeft zich thans geheel aan U.
-ocr page 323-
— 319 —
Beschik voortaan, o Heer, over mij zooals U
behaagt.
Kom, o verslindend Liefdevuur, verteer in
mij alles wat mij behoort, alles wat uwe zui-
vere blikken mishaagt, opdat ik in het ver-
volg slechts leve om niet alleen uwen wil te
vervullen, maar ook al uwe heilige verlan-
gens en wat U het aangenaamste is. Amen.
Liefste Maagd Maria, heiligste der schep-
selen, bied met uwe zuivere handen aan de H.
Drievuldigheid mijn nederig offer aan, en
smeek Haar, het te aanvaarden en mij de
genade te schenken, tot mijn dood getrouw
te blijven Amen.
Gebed.
mijne ziel, wat doet gij ? Als er één kost-
baar oogenblik is, waarvan gij wijse-
lijk gebruik moet maken, dan is het wel
thans, nu gij alles kunt bekomen wat gij
vraagt. Weet, dat de eeuwige Vader u met
liefde aanschouwt, daar Hij in u zijn welbe-
minden Zoon ziet, het voorwerp van zijn wel-
behagen. Verdrijf dus iedere andere gedachte,
verlevendig uw geloof, en vraag al wat gij
wenscht. Hoort gij Jesus niet tot u zeggen:
Beminde ziel, wat verlangt gij van Mij? Ik
-ocr page 324-
— 320 —
ben opzettelijk gekomen om u met mijne goe-
deren te verrijken, vraag met vertrouwen, gij
zult verhoord worden.
Ach, zoete Jesus. daar Gij in mij zijt geko-
men om mij genaden mee te deelen, en vurig
verlangt, dat ik er U om vraag, bid ik U, niet
om aardscbe goederen, of rijkdommen en eer;
maar geef mij, smeek ik U, een waar berouw
over het verdriet, dat ik U heb aangedaan;
schenk mij licht, opdat ik de ijdelheid dei-
wereld kenne en uw recht op onze liefde.
Geef mij een nieuw hart, vrij van aardsche
liefde, dat immer geheel met uwen H. wil
is vereenigd, dat slechts uw welbehagen en
uwe heilige liefde zoekt.
Ik verdien deze gunsten niet, maar Gij
verdient ze voor mij, o Jesus, daar Gij in
mijn hart hebt willen komen; ik vraag ze
U om uwe verdiensten en die uwer H.
Moeder, als ook om de liefde, die Gij uwen
Vader toedraagt.
Vraag hier Jesus eenige bijzondere genaden voor
u zelf, voor uwe dierbaren en evennaasten; ver-
geet ook niet de arme zondaars en de zielen des
vagevuurs, alsmede hem, die dit boekje voor uw
nut samenstelde.
-ocr page 325-
— 321 -
euwige Vader, uw Goddelijke Zoon Jesus
heeft deze schoone belofte gedaan:
, Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als gij
mijn Vader iets in mijn Naam vraagt, Bij
zal het ii geven."
In naam dus en om de liefde van Jesus,
die in mij rust, verhoor mij, en geef mij
wat ik U vraag.
O Jesus en Maria, teedere voorwerpen
mijner liefde, o, dat ik voor U lijde en
sterve ; dat ik geheel de uwe zij!
Gebed van den H. Ignatius.
iel van Christus, heilig mij. Lichaam
van Christus, maak mij zalig. Bloed
van Christus, verzadig mij. Water uit de
zijde van Christus, wasch mij. Lijden van
Christus, versterk mij. Goede Jesus, verhoor
mij. Verberg mij in uwe wonden. Laat niet
toe, dat ik mij ooit van U scheide. Ver-
dedig mij tegen den vijand mijner zaligheid.
In het uur des doods roep mij, doe mij tot
U komen, opdat ik met uwe Heiligen U
love in de eeuwen der eeuwen. Amen (l).
(1) 300 dagen aflaat telkens. — Zeven jaren
aflaat na de H. Communie. — Wanneer men dit
Gl. H. Jozef.                                                21
-ocr page 326-
IV.
VESPERS EN LOF.
Vesperpsalmen voor den Zondag.
Psalm 109.
n^e Heer heeft gezegd tot mijnen Heer:
\'tkr Zit aan mijne rechterhand ;
Totdat ik uwe vijanden tot een bank
uwer voeten stelle.
De Heer zal uit Sion den schepter uwer
macht doen komen ; heersch in het midden
uwer vijanden.
Bij u is liet vorstendom ten dage uwer
kracht, in den grooten glans des heilig-
doms; vóór den dageraad heb ik u voort-
gebracht.
De Heer heeft gezworen en het zal Hem-
niet berouwen: gij zijt priester, volgens de
orde van Melchisedech.
De Heer is aan uwe rechterhand; op den
dag van zijn toorn heeft Hij de koningen
vernield.
Hij zal recht doen over de volken ; Hij zal
de verwoestingen vermeerderen; Hij zal ze
verdelgen, die hoofden zijn in een talrijk land.
gebeil iederen dag bidt, verdient men ééns in de
maand een vollen aflaat onder de gewone voor-
waarden (Paus Pius IX, 9 Januari 1854).
-ocr page 327-
— 323
Hij zal op den weg uit de beek drinken:
daarom zal Hij het hoofd opheffen.
Glorie zij den Vader, enz.
Psalm 110.
U zal ik loven, Heer, met geheel mijn
hart, in den raad der rechtvaardigen en in
de vergadering.
De werken des Heeren zijn groot; uit-
gelezen volgens zijne wilsbesluiten.
Zijn werk is lof en heerlijkheid, en zijne
rechtvaardigheid duurt van eeuwigheid tot
eeuwigheid.
Hij heeft een gedenkteeken zijner won-
deren gesteld, de genadige en barmhartige
Heer: Hij heeft een spijs gegeven aan hen
die Hem vreezen.
Hij zal zijn verbond in eeuwigheid geden-
ken, Hij zal de kracht zijner werken aan zijn
volk bekend maken.
Om hun het erfdeel der heidenen te geven;
de werken zijner handen zijn waarheid en ge-
rechtigheid.
Al zijne bevelen zijn getrouw, bevestigd in
eeuwigheid, zij zijn gedaan in waarheid en
rechtvaardigheid.
Hij heeft verlossinggezonden aan zijn volk;
-ocr page 328-
— 324 —
Hij heeft zijn verbond in eeuwigheid beves-
tigd-
Heiligen ontzaglijk is zijn Naam: de vrees
des Heeren is het begin der wijsheid.
Het verstand van allen, die volgens die vrees
leven is goed; zijn lof blijft in eeuwigheid.
Psalm 111.
Gelukkig de man, die den Heer vreest, en
zijne geboden gaarne onderhoudt.
Zijn zaad zal machtig zijn op aarde; het
geslacht der rechtvaardigen zal gezegend
worden.
In zijn huis zal luister en rijkdom zijn; en
zijn rechtvaardigheid blijft in eeuwigheid.
In de duisternis is den oprechten een licht
opgegaan; genadig en barmhartig en recht-
vaardig is de Heer.
Gelukkig de mensch, die barmhartig is en
weldadig, die zijne woorden met verstand re-
gelt, want in eeuwigheid zal hij niet wankelen.
De rechtvaardige zal in eeuwige nagedach-
tenis zijn ; een kwaad gerucht zal hij niet
vreezen.
Zijn hart is bereid op den Heer te hopen,
hei is (in die hoop) bevestigd; hij zal niet ont-
roeren, totdat hij nederziet op zijn vijanden.
-ocr page 329-
— 325 —
Hij geeft en deelt aan de armen; zijne recht-
vaardigheid blijft in eeuwigheid; zijn macht
zal luisterrijk verheven worden.
De zondaar zal het zien en toornig worden ;
hij zal op zijne tanden knarsen ; de begeerte
der goddeloozen zal vergaan.
1\'salm 112.
Looft den Heer, gij dienaren; looft den
Naam des Heeren.
De Naam des Heeren zij gezegend, van nu
af tot in eeuwigheid.
Van den opgang der zon tot haren onder-
gang is de Naam des Heeren lofwaardig.
Boven alle volken verheven is de Heer; en
boven de hemelen zijne heerlijkheid.
Wie is gelijk aan den Heer onzen God, die
in den hooge woont, en op het nederige in den
hemel en op aarde nederziet?
Hij wekt den arme uit het stof op, en uit
het slijk richt Hij den behoeftige op ;
Om hem te plaatsen bij de vorsten, bij de
vorsten van zijn volk.
Hij doet de onvruchtbare wonen met een
huisgezin, en maakt ze tot een blijde moeder
van kinderen.
-ocr page 330-
— 326 —
Psalm 113.
Als Israël uit Egypte trok, en het huis
van Jacob uit een vreemd volk;
Toen werd het Joodsche volk Hem toege-
wijd, Israël werd zijne heerschappij.
De zee zag het, en vluchtte; de Jordaan
keerde terug.
De bergen sprongen op als rammen, en de
heuvelen als lammeren der schapen.
Wat was u, zee, dat gij vluchttet, en u,
Jordaan, dat gij terugkeerdet?
Dat gij, bergen, opsprongt als rammen, en
gij, heuvelen, als lammeren\'{
Voor het aanschijn des Heeren daverde de
aarde; voor het aanschijn van den God van
Jacob;
Die den steen veranderde in een watervloed,
en de rots in waterbronnen.
Niet aan ons, Heer, niet aan ons, maar geef
eer aan uwen Naam;
Om uwe barmhartigheid en waarheid, op-
dat de heidenen niet zeggen: waarishunGod?
Want onze God is in den hemel; al wat Hij
wilde, heeft Hij gedaan.
De afgoden der volken zijn zilver en goud,
werken van \'s menschen handen.
-ocr page 331-
- 327 —
Zij hebben een mond, maar spreken niet;
zij hebben oogen, maar zien niet.
Zij hebben ooren, maar hooren niet; zij
hebben neuzen, doch ruiken niet.
Zij hebben handen, doch tasten niet; zij
hebben voeten, maar gaan niet; zij roepen
niet met hunne keel.
Dat zij, die ze maken, er aan gelijk worden,
en allen, die er op vertrouwen.
Het huis van Israël hoopt op den Heer; Hij
is hun helper en beschermer.
Het huis van Aaron hoopt op den Heer;
Hij is hun helper en beschermer.
Die den Heer vreezen, hopen op den Heer;
Hij is hun helper en beschermer.
De Heer is ons gedachtig geweest en heeft
ons gezegend.
Hij heeft het huis van Israël gezegend; hij
heeft het huis van Aiiron gezegend.
Hij heeft allen gezegend, die den Heer
vreezen, kleinen en grooten.
De Heer zegene u meer en meer, u en uwe
kinderen.
Weest gezegend van den Heer, die hemel
en aarde gemaakt heeft.
De hemel der hemelen behoort den Heer;
maar de aarde heeft Hij gegeven aan de kin-
deren der menschen.
-ocr page 332-
— 328 —
De dooden zullen U niet loven, Heer, noch
iemand dergenen, die in het graf neerdalen.
Maar wij, die leven, loven den Heer, van
nu af tot in eeuwigheid.
Lofzang der H. Maagd.
^Oijne ziel looft den
cjjy Heer. En ver-
heugd heeft zich mijn
Geest in God mijn
Zaligmaker.
Want Hij heeft op
de geringheid zijner
dienstmaagd neerge-
zien ; zie, van nu af
zullen alle geslach-
ten mij zalig noemen.
Want Hij die mach-
tig is, heeft groote
dingen aan mij ge-
daan ; en heilig is zijn
Naam.
En zijne barmhar-
tigheid is van ge-
slacht tot geslacht
over hen, die Hem
vreezen.
\'Ji\'^Jiü\'<j ugnificat ani-
\'"wspp ma mea Do-
niinum. Et exultavit
spiritus meus in Beo
sahdari meo.
Quia respexit hu-
militatem ancillae
suae; ecce enim ex
hoc beaiam me dicent
om nes yenerationes.
Quia fecit mihi
magna qui potens est:
et sanctitm nomen
i
e) us
Et misericordia
ejus a progenie in
progenies
titnentibus
eum
-ocr page 333-
— 329 —
Hij heeft kracht
gedaan door zijnen
arm; verstrooid heeft
Hij hen, die hoog-
moedig zijn in den
waan huns harten.
Machtigen heeft
Hij van den troon ge-
stort, en geringen
verheven.
Hongerigen heeft
Hij met goederen
vervuld, en rijken
ledig weggezonden.
Hij heeft Israël,
zijnen dienaar, aan-
genomen, indachtig
zijne barmhartigheid.
Gelijk Hij tot onze
vaderen gesproken
heeft, Abraham en
zijn zaad in eeuwig-
heid.
Glorie zij den Va-
der en den Zoon en
den H. Geest; gelijk
het was in den be-
Fecit potentiam in
brachio suo; dispersit
superbus mente cordis
sul.
Deposuü potentes
de sede, et exaltavit
hum Hes.
Esurientes imple-
vit bon is; et divites
dimisit inanes.
Suscepit Israël
puerum suitni, recor-
datus misericordiae
suae.
Sicut lucutus est
ad patres nostros;
Abraham et semini
efus in saecula.
Gloria Patri, et
Filio, et Spiritui
sancto, sicut erat in
prineipio, et nunc et
-ocr page 334-
330 —
semper, et in saecula ginne en nu en altijd,
saeculorum. Amen.
         en in de eeuwen der
eeuwen. Amen.
Salve Regina
w
ees gegroet, Koningin, Moeder van
barmhartigheid, ons leven, onze zoet-
heid en onze hoop, wees gegroet. Tot
u roepen wij, bannelingen, kinderen van Eva:
tot u smeeken wij, zuchtend en weenend in
dit tranendal. Welaan dan, onze Voorspreek-
ster, wend uwe zoo barmhartige oogen tot
ons. En toon ons na deze ballingschap Jesus.
de gezegende vrucht uwslichaams, o goeder-
tierene, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria.
GEBEDEN ONDER HET LOF.
Gebed tot het H. Sacrament.
Aan.m. .\'100 dagen aflaat, telkens als men dit gebod rouw-
moedig en aandachtig leest vóór het Allerheiligste. Volle aflaat
eens in do maand, onder do gewone voorwaarden, voor hen
die hot een gehoeio maand dagelijks Ballen gebeden hebben.
(7 Sopt. 1«4;.
eer Jesus, die uit liefde voor de men-
schen dag en nacht hier in dit
H. Sacrament verblijft, vol barm-
hartigheid en teedere liefde, allen afwach-
-ocr page 335-
— 331 -
tend, roepend en ontvangend die U komen
bezoeken, ik geloof vastelijk dat Gij in het
H. Sacrament des Altaars tegenwoordig zijt,
en aanbid U in den afgrond van mijn niet. Ik
dank 1T, dat Gij mij met gunsten hebt over-
laden, vooral dat Gij lT zelven in dit H. Sacra-
ment aan mij geschonken, mij uwe aller-,
heiligste Moeder Maria tot voorspreekster
gegeven, en mij geroepen hebt om U in
deze kerk te bezoeken. Ik kom uw liefdevol
Hart groeten, en wel met een drieledig doel:
ten eerste, uit dankbaarheid voor die groote
gift; ten tweede tot herstel der beleedigingen,
die Gij van al uwe vijanden in dit aanbid-
delijk geheim ontvangen hebt, en ten derde,
met de meening om U door dit bezoek te
aanbidden op alle plaatsen der aarde, waar
Gij het minst vereerd en het meest verlaten
zijt in dit goddelijk Sacrament.
O, mijn Jesus, ik bemin U uit geheel mijn
hart. Ik gevoel berouw, vroeger zoo dikwijls
aan uwe oneindige goedheid mishaagd te
hebben. Met behulp uwer genade neem ik
mij voor, U in de toekomst niet meer te
beleedigen. Hoe ellendig ik ook ben, ik
wijd mij thans geheel aan U, ik geef en
offer II zonder voorbehoud op mijnen wil,
-ocr page 336-
— 332 —
mijne genegenheden, verlangens en al wat
mij toebehoort. Doe voortaan met mij en
al het mijne zooals l\' behaagt. Ik verlang
en vraag l* slechts uwe heilige liefde, de
volharding en de volmaakte vervulling van
uw heiligen wil. Ik beveel U de zielen des
vagevuurs, vooral die de meeste godsvrucht
tot het Allerheiligste en de H. Maagd Maria
gehad hebben. Ik beveel U ook alle arme
zondaars. Eindelijk, welbeminde Verlosser,
ik vereenig mijne genegenheden en gebeden
met die van uw van liefde brandend Hart,
en aldus vereend ofi\'er ik ze uwen hemel-
schen Vader, Hem smeekend, in uw Naam
en uit liefde tot U, ze te willen aannemen
en verhooren.
Geestelijke Communie.
ijn Jesus, ik geloof, dat Gij in het H. Sa-
.^s. crament verblijft. Ik bemin U bovenal,
en wensch U in mijn hart te bezitten.
Ik kan U thans niet werkelijk ontvangen, kom
daarom ten minste geestelijkervvijze in mijn
hart. Ik omhels U alsof ik U werkelijk bezat,
en vereenig mij geheel met U; duld niet
dat ik mij nog ooit van U scheide.
-ocr page 337-
Bezoek bu Jesus.
uqoe zoet is het gezelschap van een waar-
<&* achtigen vriend! En hoe kan het mogelijk
zijn, dat wij in dit tranendal geen zoete ver-
troosting vinden bij den besten aller vrienden,
een vriend, die ons zoo bovenmate bemint, dat
hij voortdurend bij ons wil verblijven! Die
vriend, het is Jesus in het H. Sacrament. Zoo
dikwijls wij verlangen, kunnen wij ons niet
Hem onderhouden, Hem onze behoeften bloot-
leggen, zijne genaden vragen ; in één woord,
in het H. Altaargeheim kunnen wij met den
Koning des hemels gemeenzaam omgaan. In
de gevangenis was Jozef ten toppunt van
vreugde, toen God zich gewaardigde, daarin
af te dalen en hem met zijne genaden te ver-
troosten. Maar wij, wij zijn duizendwerf ge-
lukkiger; wij bezitten in ons midden onzen
menschgeworden God, die vol liefde en barm-
hartigheid ons ieder oogenblik onzes levens
met zijne tegenwoordigheid vereert. Welk
een troost is het voor een armen gevangene,
als een trouwe vriend hem komt bezoeken, en
zich met Hem onderhouden! Welnu, ziedaar
onzen getrouwsten vriend, Jesus Christus, die
ons in het H. Sacrament bemoedigt, zeg-
gende : Ik ben met u alle dagen. 7Ae Mij hier,
-ocr page 338-
— 334 —
opzettelijk van den hemel in uw gevangenis
afgedaald, om u te troosten en te verlossen.
Ontvang Mij, laat ons immer vereenigd
blijven, hecht u aan Mij. Zoodoende zult gij
uwe ellende minder gevoelen en vervolgens
in mijn rijk komen, waar Ik u volmaakt ge-
lukkig zal maken.
0 God, o onbegrijpelijke liefde! Daar Gij
uwe goedheid zoo ver drijft, van op onze al-
taren af te dalen en bij ons te verblijven, neem
ik mij voor, U dikwijls te bezoeken, en zooveel
mogelijk de bekoorlijkheden uwer tegenwoor-
digheid te genieten. Ach, waarom kan ik niet
voortdurend bij U blijven, om U te aanbidden
en te beminnen. Wek mijne ziel op, smeek ik
U, als ik uit lauwheid of om wereldsche beu-
zelingen verzuim U te bezoeken. Ontvlam in
mij een vurige begeerte om altijd aan den voet
des Tabernakels te zijn. Ach, zoete Jesus,
waarom heb ik U niet altijd liefgehad! niet
altijd U zoeken te behagen! Ik troost mij met
de gedachte, dat mij nog tijd gelaten wordt,
om het nog te doen. Ja, opperste Goed, mijn
liefde, mijn schat, U wil ik beminnen uit
al mijne krachten.
Schietgebed. Mijn God. help mij U te
beminnen.
-ocr page 339-
Gebed tot Maria.
^Aillerheiligste en onbevlekte Maagd Maria,
00* mijne teedere Moeder! tot u, Moeder
van God, Koningin der wereld, Voor-
spreekster, hoop en toevlucht der zondaren,
neem ik, de allerellendigste van allen, heden
mijne toevlucht. Ik vereer u, groote Koningin,
ik dank u voor alle gunsten, die gij mij tot
heden bewezen hebt, vooral dank ik u, dat
gij mij voor de hel bevrijd hebt, die ik
helaas! zoo menigmaal verdiende. Ik bemin
u, allerbeminnelijkste Vorstin, en omdat ik
u bemin, beloof ik u, u altijd te zullen
dienen, en alles aan te wenden om u ook
door de anderen te doen liefhebben. Aan u
vertrouw ik al mijne hoop, alles wat mijne
zaligheid aangaat: ontvang mij voor uwen
dienaar, en bedek mij met den mantel uwer
bescherming, o lieve Moeder van barmhar-
tigheid! Daar gij zoo machtig zijt bij God,
behoed mij voor alle bekoringen, of wel,
verkrijg mij de kracht, ze te overwinnen tot
mijnen dood. Ik vraag u de ware liefde tot
Jesus, ik verwacht door u de genade van
#een goeden dood. In naam van uwe liefde
tot God, smeek ik u, o Moeder, mij altijd
bij te staan, maar vooral in mijn laatste
uur. Verlaat mij toch niet alvorens gij mij
-ocr page 340-
— 336 —
in het bezit des hemels ziet, u zegenend
en uwe barmhartigheid bezingend door de
gansche eeuwigheid. Zóó wensch, zóó hoop
ik het. Amen.
Voe<f hierachter een der bezoeken tot den H.
Jozef, zie Ille Deel, bladz. 261—283.
Als de zegen wordt gegeven.
.■5$i Jesus, ik geloof U werkelijk in het
g§\' H. Sacrament tegenwoordig; ik bemin
U, en verlang naar Ü. Kom in mijn hart.
Ik omhels U, verwijder U niet meer van
mij, en blijf met uwen rijken zegen steeds
mijn hart vervullen. Amen.
V.
Verschillende gebeden tot den
H. Jozef.
Gebed in allerlei nood wend igheden.
oezeer gevoel ik mij getroost, o mijn
beminnelijke en machtige bescher-
mer, als ik uwe trouwe dienares de
H. Theresia hoor verzekeren, dat zijunooit^
tevergeefs heeft aangeroepen, en dat allen,
die een ware devotie tot u hebben, en geheel
met vertrouwen tot u vluchten, altijd verhoord
-ocr page 341-
— 337 —
worden! Door een dergelijk vertrouwen be-
zield, vlucht ik tot u, o waardige Bruidegom
van de Maagd bij uitnemendheid! ik werp mij
aan uwe voeten, en hoe groot zondaar ik ook
ben, toch durf\'ik zuchtend voor u te verschij-
nen. 0," verwerp mijn gering gebed niet, gij,
die den glorievollen naam droegt van Vader
van Jesus, maar hoor mij genadig aan, en
spreek voor mij ten beste bij Hem, die uw
Zoon heeft willen genoemd worden, en die u
altijd als zijn Vader heeft vereerd. Amen.
Om vergiffenis der zonden en liefde tot God.
lorievolle Aartsvader, wiens leven zoo
geheel zuiver en vol verdiensten is ge-
weest en die zoo vurig verlangt, God door ons
te zien bemind en gediend, verwerf mij tot
zijne meerdere eer de vergiffenis mijner talrijke
zonden, en de genade van ze te herstellen door
ware vruchten van boetvaardigheid, en zoo
het verledene weer goed te maken. Verwerf
mij bovendien, groote Heilige, een vurige
liefde jegens mijn God, die al mijne liefde ver-
dient, en die mij zoozeer bemind heeft.
Verwerf mij bovendien, dat ik Hem hier
01. H. Jozef.                                                     22
-ocr page 342-
— 338 —
op aarde zoodanig liefhebbe, dat ik waar-
dig worde, Hem eens in den hemel voor
eeuwig met u te beminnen. Amen.
Om een zaligen levensstaat.
(Uy.roote Heilige, die zoo volgzaam en ge-
^^\' hoorzaam waart aan de leiding van den
H. Geest, verwerf mij de genade om te weten
tot welken staat God mij roept. De wereld
tracht mij op alle wijzen te lokken, doch
maak, dat ik mij niet door haar late ver-
schalken. Duld toch niet, dat ik in deze
gewichtige zaak worde misleid, immers, van
de keuze hangt voor een groot deel mijne
zaligheid af. Maak, dat ik door God voor-
gelicht, en getrouw aan zijne stem, den
staat kieze, waartoe Hij mij van alle eeuwig-
heid bestemde, en zoodoende mijn eeuwig
heil verzekere!
Om de genade van goed de plichten te ver-
vullen van den staat, waarin God
ons heeft geplaatst.
/pCroote H. Jozef, altijd zoo gehoorzaam
^*\' aan Gods stem, en zoo stipt in de ver-
vulling der plichten, door den hemel u op-
gelegd, door uwe verdienste en uwe macht
-ocr page 343-
— 339 —
op Jesus en Maria, bid ik u, maak mij
ijverig en getrouw in de vervulling der plich-
ten, die God mij heeft opgelegd, hoe zwaar
zij mij soms ook mogen vallen. Verlicht en
versterk mij, verwerf\'mij de noodige omzich-
tigheid en ijver; ondersteun mijn moed in
de bezwaren, mijn geduld in de moeilijk-
heden, bewaar mij voor iedere zonde, opdat
ik, na Gods Wil volmaakt te hebben vol-
bracht, het geluk smake, bij mijn dood mijne
ziel in uwe vaderhanden over te geven, op-
dat gij ze aan Jesus en Maria zoudt over-
dragen en zij in God moge rusten. Amen.
Om het welslagen eener tijdelijke zaak.
Tl| eilige Jozef, die alles vermoogt bij Jesus
- en Maria, die nooit tevergeefs wordt
aangeroepen, ik werp mij voor u neder,
en smeek u vol vertrouwen zegen in deze
zaak.... Maar, als hetgeen ik vraag, strijdig
mocht zijn met Gods eer en mijne zaligheid,
verwerf mij dan de genade, met liefde mij
te onderwerpen aan Hem, die alles naar
wijsheid bestiert, die voor ons een vader-
hart heeft, die ons wederwaardigheden over-
zendt tot ons eigen welzijn, en die slechts
ons eeuwig geluk beoogt. Amen.
-ocr page 344-
— 340 —
Om eene geestelijke genade.
"*1|> eminnelijke H. Jozef, Bestuurder en
—\'J Beschermer der zielen, die naar de
volmaaktheid streven! bekom mij deze ge-
nade .....Goede VTader, mijn gids en mijn
voorbeeld, kunt gij mijn gebed versmaden,
gij, die zoo vurig Gods eer en onze zalig-
heid verlangt ? Neen, gij kunt het niet
verwerpen, ik heb daarvan het zoete ver-
trouwen ; uwe goedheid zal aanvullen, wat
aan mijne vurigheid ontbreekt, en gij zult
mij verhooren volgens de geheele uitge-
strektheid uwer liefde en uwer macht op
Dengene, die u zijn Vader noemde. Amen.
Om den H. Jozef zijn gezin aan te bevelen.
TÊjkachtige H. Jozef, die door God werdt
<W» aangesteld als hoofd over het heilig-
ste Gezin, dat ooit bestaan heeft! gewaar-
dig u, uwe aandacht aan ons te wijden en
onze familie onder uwe bijzondere bescher-
ming te stellen. H. Aartsvader, toonbeeld
van alle deugden, verwerf voor onze fami-
lieleden, dat zij weerstaan aan de ergernissen
en verleiding der wereld, om onwrikbaar
aan God gehecht te blijven. Maak, dat wij
allen onderling door onbaatzuchtige liefde
-ocr page 345-
— 341 —
vereenigd, alle oneenigheid vermijden; en
mocht deze soms toch ontstaan, schenk ons
dan de kracht om die te doen ophouden;
dat ieder onzer van zijnen kant dan wat
toegeve, opdat de vrede hersteld worde, en
Jesus, de God van vrede, met welgevallen
op ons kunne neerzien. Zoo zullen wij
gemakkelijker den goeden weg bewandelen,
en onze zaligheid bewerken. Amen.
Om een kind onder zijne bescherming
te stellen.
/pil groote H. Jozef\', die als Vader van
^^ onzen Heer Jesus zijt opgetreden! wij
bieden u aan en wijden u dit kind toe.
Ach, neem het onder uwe hoede; bewaar
in dat hart de kostbare onschuld; bescherm
het voor alle gevaar en zonde; en prent
in dat jeugdig gemoed een teedere devotie
tot u, uwe beminnelijke Bruid, en haren
goddelijken Zoon : voorzeker het beste mid-
del om alle afdwaling te vermijden. Moge
uwe machtige bescherming het op alle we-
gen vergezellen: waak over zijn handel en
wandel, richt het, geleid het in alle onder-
nemingen, en leid het eenmaal aan uwe
vaderhand de eeuwige glorie binnen. Amen.
-ocr page 346-
— 342 —
Gebed voor een zieke.
]\\\\ Ön beminde Vader en Beschermer, H.
M*x jozefj si^ van uwen schitterenden troon
uwe barmhartige oogen liefdevol op aarde.
In naam van het Kindje Jesus. in naam van
de onbevlekte Maria, uwe kuische Bruid,
bid ik u, medelijden te hebben met.....
Hij licht aan het ziekbed gekluisterd, en ik
kom thans uwe voorspraak inroepen. 0 gij,
die door uwe machtige gebeden zoo dikwijls
aan kranken de gezondheid hebt wedergege-
ven, laat u verteederen door mijn smeeken.
Allerliefste Vader, om de dankbare liefde, die
uw hart jegens God vervulde, toen gij den
kleinen Jesus in den tempel mocht wedervin-
den, o, geef dat ook die persoon, waarvoor
ik u bid, zijne gezondheid moge terugbeko-
men, opdat hij ter eere Gods de plichten
van zijnen staat wederom kunne vervullen.
Mocht dit echter niet met Gods aanbidde-
lijken wil overeenkomen, dan bid ik u, met
hem te handelen naar Godes welbehagen.
Mocht de Schepper besloten hebben, zijne
ziel op te eischen, welaan dan, het zij zoo;
maar zorg gij dan, bid ik u, dat die persoon,
mij zoo dierbaar, niet onvoorbereid sterve,
-ocr page 347-
— 343 —
maar zich door het waardig ontvangen der
HH. Sacramenten tot het rechtvaardig oor-
deel voorbereide, waar gij, naar ik hoop,
zijn voorspreker zult willen zijn. Neem mijn
onwaardig gebed gunstig op en wil het met
liefde verhooren. Amen.
Om de bekeering van een zondaar.
\'\'Rechtvaardige H. Jozef, dringend beveel
—\' - ik u het eeuwige heil aan van de ziel
van..... door Jesus\' kostbaar bloed vrij-
gekocht. Ach, hoe ongelukkig zijn zij, die
God uit hun hart hebben verbannen; ook
deze ziel behoort onder dat getal. Goede
Vader, laat niet toe, dat deze, mij zoo dier-
baar, verloren ga. Verlicht die duistere
verblinde ziel omtrent de ernstige gevaren,
die haar bedreigen. Ach, zoo die persoon
in dezen toestand eens voor God werd geroe-
pen ! O, ik kan er zonder sidderen niet aan
denken. Ach, breng dit verdwaalde schaap
tot den Goeden Herder Jesus weder. Verlaat
die ziel niet, alvorens gij haar bekeerd en
het paradijs hebt binnengeleid. Amen.
Voor eene ziel in het vagevuur.
,ierbare H. Jozef, die Jesus zoo teeder
bemind hebt, en zoozeer het verdriet
-ocr page 348-
— 344 —
gevoeld hebt van de berooving zijner bemin-
nelijke tegenwoordigheid, ik beveel in uwe
vaderliefde de ziel aan van___ die wellicht
thans nog in het vagevuur lijdt. Hoor haar
smeeken om erbarming, goede H. Jozef.
Zie, deze ziel was mij dierbaar tijdens haar
leven ; op haar sterfbed verzocht zij mij om
mijne gebeden, en thans roept zij mijne hulp
in uit naam van de banden, die ons op aarde
vereenigden. Ach, H. Jozef, ik doe een beroep
op uw vaderhart; ik smeek u bij de vreugde,
die uwe ziel vervulde, toen gij Jesus in den
tempel wedervondt, verlos deze ziel uit dien
poel van vuur; draag aan Jesus uw lijden
op, wijs Hem op het zijne en dat van de
lieve Maria zijne Moeder, en o, ik ben er
zeker van, Hij zal u verhooren, en die ziel
verlossen. Amen.
Van een kind voor zijne ouders.
TÊiïk ijn goede H. Jozef, zie, ik kom mij voor
«®^- u nederwerpen om een mijner voor-
naamste plichten te vervullen. Ik kom uwen
bijstand afsmeeken en uwe zegeningen over
hen, aan wie ik naast God alles te danken
heb. Nooit zal ik naar waarde de weldaden
kunnen vergelden, die zij mij bewezen heb-
-ocr page 349-
- 345 -
ben ; daarom bid ik u, goede Heilige, kom
mij in de vervulling van mijne kinderplichten
te hulp. Verwerf mijne <>uders alle genaden,
overlaad hen met gunsten naar ziel en
lichaam ; en om de groote liefde, die het Kind
Jesus u betoond heeft, smeek ik u, maak
dat ook ik jegens mijne ouders onderdanig
en volgzaam zij, hunne wijze lessen ter harte
neem, wel bedenkende, dat zij met alles mijn
eigen geluk voor oogen hebben. Maak in
één woord van mij een rechtgeaard kind,
opdat de zegeningen, door God beloofd aan
hen, die hunne ouders eeren, ook eenmaal op
mij mogen neerdalen. Verkrijg ons bovendien,
dat wij, gelijk thans op aarde, ook in den
hemel eenmaal vereenigd mogen aijn. Amen.
Gebed van ouder.s voor hunne kinderen.
*|!>} oemvolle Aartsvader H. Jozef, zuivere
—\' - Bruidegom van de Moeder des Heeren,
zie, God heeft onze vereeniging met kin-
deren gezegend. Dat geluk legt ons echter
tevens den zwaren plicht op: te waken
voor het tijdelijk, maar vooral voor het gees-
telijk welzijn van de panden, ons door den
Schepper toevertrouwd. O, doordring ons
levendig van het besef onzer ouderplichten,
-ocr page 350-
— 346 —
maak dat wij voor niets terugdeinzen, als
het er op aankomt, onze kinderen den rech-
ten weg te doen bewandelen. O gij, voor-
beeldige huisvader, leer ons, hoe wij onze
kinderen moeten bestieren, met gematigd-
heid ja, doch tevens zonder weekheid, leer
ons den gulden middelweg, opdat onze kin-
deren vertrouwen in ons stellen, en onze
vermaningen met liefde opvolgen. Wij stellen
ze geheel in uwe handen, aan betere zorg
kunnen ze nooit worden toevertrouwd. Ge-
waardig u, hen te beschermen, opdat wij,
dank uwe hulp, eenmaal met gerustheid en
voldoening in het oordeel kunnen zeggen:
Zie Heer, ziehier de schatten, aan onze be-
waking toevertrouwd ; allen zijn zij behouden.
Amen.
Gebed om een zalig sterf uur.
TMeilige Jozef, voorbeeld, trooster en pa-
— troon der stervenden, ik kom heden uwe
machtige bescherming inroepen voor het
laatste oogsnblik mijns levens, dat gewichtig
oogenblik, waarop ik misschien buiten staat
zal zijn, uwe hulp te vragen. Maak, bid ik
u, dat ik den dood der rechtvaardigen sterven
moge. Maar om zulk eene genade waardig
-ocr page 351-
— 347 —
te zijn, smeek ik u, verwerf mij dat ik zoo-
als gij moge leven in tegenwoordigheid van
Jesus en Maria, dat ik mij altijd voor oogen
stelle, hoe zij al mijne handelingen nagaan:
dat ik mij dus wel wachte, hunne heilige
blikken te kwetsen door eenige zonde, hoe
klein dan ook. Moge ik van nu afaan mijne
zonden en driften sterven, aan alles wat
God mishaagt, ten einde alleen voor Hem
te leven, die voor mij gestorven is. — Jesus,
Maria, Jozef, in de hoop op uwe bescher-
ming, neem ik dat besluit, vveest mij genadig
nu en in het uur mijns doods, dan zal mijn
afsterven heilig zijn. Amen.
Gebed van den H. Alphonsus.
/gelukzalige Patriarch, die waardig zijt ge-
^\' weest, met vaderlijk gezag te bevelen
aan Jesus, aan wien hemel en aarde gehoor-
zamen, ik verheug mij over uw geluk en
verheffing; en daar een God u heeft willen
dienen, wil ook ik mij in uwen dienst be-
geven. Ik Kies u na Maria tot mijn voornaam-
sten Voorspreker en Beschermer, alle dagen
zal ik u op een bijzondere wijze vereeren, en
mij zoo onder uwe bescherming stellen. Door
dat zoete gezelschap van Jesus en Maria, dat
-ocr page 352-
348 —
gij zoo lang op aarde genoten hebt, smeek ik
u, houd niet op, mij mijn geheele leven te
beschermen, opdat ik nimmer Gods genade
verlieze. En om den bijstand, in uw sterfuur
van Jesus en Maria ontvangen, sta ook mij in
mijne laatste oogenblikken bij, opdat ik, ster-
vend in het gezelschap van Jesus, Maria en
Jozef, in datzelfde gezelschap de eeuwige
glorie des hemels moge binnentreden en
eeuwig God loven en beminnen. Amen.
Responsorium
*% 1 wie in onschuld leven, en zijn levensloop
*^ met vreugde wil eindigen, roepe den bij-
stand van Jozef in.
Hij, die de Bruidegom was der Allerh.
Maagd, hij, die beschouwd werd als de Vader
van Jesus, hij, de getrouwe, de rechtvaardige,
de zuivere Jozef, verkrijgt door een enkel
gebed alles wat hij vraagt.
Al wie, enz.
Hij aanbidt zijn God, die een Kind is gewor-
den, en daar rust op het stroo; hij vertroost
zijn Jesus in de ballingschap, hij verliest Hem,
maar zoekt Hom weenend, tot hij Hem we-
dervindt.
Al wie, enz.
De Opperste Maker der wereld voedt zich
-ocr page 353-
— 349 —
met zijn zweet, de Zoon deshemelschen Vaders
is hem in alles gehoorzaam en ondergeschikt.
Al wie enz.
En als zijn sterfuur nadert, ziet hij Jesus
en diens Moeder bij zich, hij rust in hunne
armen, voelt, dat de banden van het vleesch
zich ontbinden, hij juicht en sterft, de dood
was zijn zoetste slaap.
Al wie, enz.
Glorie zij den Vader enz.
Al wie, enz.
Antiph. Ziedaar den trouwen en voorzich-
tigen dienaar, dien de Heer over zijn gezin
heeft aangesteld.
V. Bid voor ons, H. Jozef,
R. Opdat wij de beloften van Christus
waardig worden.
Gebed.
God, die in uwe wonderbare Voorzienig-
heid U gewaardigd hebt, den zaligen
Jozef tot Bruidegom uwer allerheiligste
Moeder te verkiezen, geef, bidden wij U, dat
wij, die hem als Beschermer eeren op aarde,
hem ook tot Voorspreker mogen hebben in
den hemel. Gij die leeft en heerscht met God
den Vader in de eenheid des H. Geestes, God
in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
-ocr page 354-
- 350 —
Aflaat van een jaar, telkens dat men met gods-
vrucht en een rouwmoedig hart dit Kesponsorium
bidt. om de machtige bescherming van den H. Jozef
te verwerven. (Paus Pius Vil, 6 September 1804.)
Krachtig gebed, om de deugd van zuiver-
heid te vragen.
"T8Êader en Bewaker der Maagden, H. Jozef,
** aan wiens getrouwheid Jesus, de on-
schuld zelve, en Maria, de Maagd der Maag-
den werden toevertrouwd, ik smeek en be-
zweer u om Jesus en Maria, dat dubbele on-
derpand zoo dierbaar aan uw hart, maak, dat
ik zuiver van alle smet, geheel rein van geest,
hart en lichaam Jesus en Maria immer in eene
volmaakte zuiverheid moge dienen. Amen.
100 dagen aflaat ééns per dag.
Gebed tot den H. Jozef.
Trïerinner u, o allerzuiverste Bruidegom
- van de Maagd Maria, H. Jozef, mijn be-
minnelijke Beschermer, dat men nimmer ge-
hoord heeft, dat een dergenen, die uwe be-
scherming inriepen en uwe hulp afsmeekten,
ongetroost is gebleven. Vol van dit vertrou-
wen, kom ik in uwe tegenwoordigheid en
beveel mij met vurigheid aan u aan. Ach, ver-
-ocr page 355-
— 351 —
smaad mijne bede niet, gij, die de Vader van
den Verlosser wordt genoemd, maar hoor ze
goedgunstig aan en gewaardig u ze te ver-
hooren. Amen.
300 dagen aflaat ééns per dag.
SCHIETGEBEDEN.
Jesus, Maria, Jozef, ik geef U mijn hart,
mijn geest en mijn leven,
Jesus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijn
doodsstrijd,
Jesus, Maria, Jozef, laat mij in uw heilig
gezelschap vreedzaam sterven.
100 dagen aflaat iederen keer, dat men één de-
zer schietgebeden met een rouwmoedig hart bidt.
-ocr page 356-
VI.
Novene tot den H. Jozef.
Overwegingen over de negen voornaamste
deugden van den Heilige.
EERSTE DAG.
Getrouwheid van den H. Jozef aan zijne koeping.
"•^ÉKyï? e mensen is niets, noch in de orde der
fl/?♦ natuur, noch vooral in de orde der ge-
iHJ\'5 nade, tenzij door een weldaad van God.
j»yö \'if" Waarom besta ik V Waarom ben ik
Jy christen, Katholiek, buiten zoovele anderen,
v die in heidendom of dwaalleer voortleven?
Omdat God mij daartoe heeft uitverkoren.
Aan dezelfde uitverkiezing dankt de H.
Jozef zijne grootheid. Van eeuwigheid voor-
zag God den val der zonde, van eeuwigheid
de geboorte van zijn Zoon uit eene maagd, van
eeuwigheid ook de noodzakelijkheid dat deze maag-
delijke Moeder een steun behoefde. Wie zal die
uitverkorene zijn ? Het is de H. Jozef, en daar God
niets ten halve doet, bereidt Hij voor Jozef tevens
alle genaden en voorrechten, die hem zijne roeping
zulien waardig maken.
Het is echter niet voldoende, geroepen te zijn:
wij moeten aan onze roeping beantwoorden. Ook
Judas was tot Apostel uitverkoren; wat nut heeft
hij er uit getrokken ? Helaas, Jesus zelf geeft ten
antwoord: Het ware Judas beter, niet geboren te
7,ijn ! — De glorie en het geluk van Jozef bestaan
-ocr page 357-
— 353 -
juist daarin, dat hij evenals Maria volmaakt ge-
trouw aan zijne roeping heeft beantwoord; hij is
niet alleen een Vader, maar ook een waardige
Vader van Jesus geweest.
Gebed.
elaas, Heer Jesus, het schaamrood bedekt mijn
gelaat, als ik mijne vervlogen jaren overdenk.
Nog kind zijnde, was ik al zondaar, en in
plaats van toe te nemen in de deugden, zooals
de H. Jozef, nam ik toe in zonden en ondeugden.
Het spijt mij, Heer, en voortaan wil ik U lief-
hebben en alle deugden zien te verwerven....
H. Jozef, machtige beschermer, bid voor mij,
bekom mij de genade, getrouw te zijn aan mijn
voornemen. Waardige plaatsvervanger van den
hemelschen Vader, maak dat ik een waardig kind
van Hem zij. Voedstervader van Jesjs, maak mijne
ziel tot eene getrouwe bruid van dien liefdevollen
Bruidegom. Vriend van den H. Geest, maak dat
ik Hem niet meer bedroeve en zijn tempel be-
zoedele. Bruidegom van Maria, maak dat ik hare
deugden navolge.
Oefening. Leg u er op toe, uw hoofdgebrek
te bestrijden.
28
Gl. H. Jozef.
-ocr page 358-
— 354 —
TWEEDE DAG.
NEDERIGHEID VAN DEN H. JoZEF.
• oor alle volmaaktheid is de nederigheid
de onmisbare grondslag. Besloten heb-
bende, den patriarch Jozef zoo heilig te
maken, heeft de H. Geest hem met eene
allerdiepste nederigheid begiftigd.
Zien wij met welke voorzorgen de H.
4 Geest deze nederigheid omringt. Adellijke
\\> afkomst, een groote naam, maken de men-
schen dikwijls trotsch: zij die uit een door-
luchtige familie zijn, loopen gevaar, zich van een
beter maaksel te wanen dan de anderen en hen
te verachten. Jozef stamde rechtstreeks af van
den heiligen David, den rijken Salomon, de mach-
tige koningen van Juda; hij zou het hoofd zijn
van het edelste huisgezin dat ooit bestond Opdat
al die voorrechten de nederigheid van zijn uitver-
koren dienaar niet zouden aantasten, laat God
zijne familie vervallen in de diepste vergetelheid.
Jozef komt in Jerusalem, niemand herkent zijne
afstamming, niemand groet hem; de grooten der
aarde gunnen hem geen blik.
Een andere bron van hoovaardigheid is de rijk-
dom Daarom wil God, dat Jozef in armoede zal
leven en met zwaren arbeid zijn karig brood ver-
dienen; zijn huwelijk met de Koningin der Engelen
verheft hem niet uit deze armoede, want ook zij
is arm. — De geboorte van Christus, waardoor
Jozef groot wordt in de oogen der Engelen, dient
slechts om hem nog meer versmadingen te bezor-
gen van de menschen, niemand wil hem in zijn
-ocr page 359-
— 355 -
huis opnemen. Is Jesus dertig jaren en zal Hij
openbïiar optreden, zal Jozef dan verheerlijkt wor-
den als diens vader? Geenszins, want hij sterft
vóór dien tijd.
Ziedaar hoe God niet zijn liefsten dienaar heeft
gehandeld Hebben wij, zondaars, dan wel reden
tot klagen, als de mensehen ons belasteren, of ons
niet genoeg achten naar onze meening? Wat goeds
hebben wij uit onszelven?. .niets! —
Gebed,
4r
JL iedaar, H. Jozef, het geheim uwer groot-
jsL heid : nooit zal er een heiliger man wor-
(-"I den gevonden, meer begunstigd en bemind
door God dan gij, omdat nooit eenig schepsel de
nederigheid volmaakter zal beoefenen dan gij, o
nederige heilige! In uw hart was geen eigenliefde,
geen zucht om uwe goede hoedanigheden te doen
erkennen; daarom schroomde de H. Geest niet,
om in uw hart zijne schatten en openbaringen uit
te storten. Gezegend zij altijd uwe nederigheid.
Maar ach, hoe weinig gelijk ik op u. Ik kan
niets verdragen, zelfs geen rechtvaardige berisping,
mijn hoogmoed vliegt aanstonds op, ik maak
aanspraak op de achting van iedereen, ik. die
door zoovele zonden verdiend heb, door de duivelen
te worden met voeten getreden. Daarom blijf ik
steeds zondig, God verstoot de hoovaardigen!
\' Ach, beminnelijke Heilige, ik smeek u om wille
van Jesus en Maria, bekom mij de nederigheid
des harten. En kan ik ook niet. zooals gij, er voor
God behagen in scheppen, dat ik word miskend,
-ocr page 360-
— 356 —
maak dan dat ik het ten minste geduldig ver-
drage en u in de verte navolge.
Oefening. Overdenk altijd het woord van
den H. Franciseus: „Hetzij men mij berispt of
prijst; hetzij men mij veracht of eert, ik ben, wat
ik ben in Gods oog, niets meer, niets minder.\'
DKRDE DAG.
Zuiverheid van den H. Jozef.
Zulij,\' de zuiveren van harte, want zy
zullen God zien (Matth. V. 8).
e apostel Paulus leert ons, dat de on-
kuisehheid de straf is voor den hoogmoed
iRom. I. 24). Omgekeerd kan men zeg-
*f\' gen dat de zuiverheid het loon is en
de dochter van de nederigheid.
Hoe zuiver moest de H. Jozef zijn! Zijne
jh roeping eischte dit: hij was bruidegom van
de Koningin der maagden, voedstervader
van Jesus den Bruidegom der maagden.
Algemeen wordt aangenomen, dat de H. Jozef
de gelofte van zuiverheid aflegde op den dag zijner
vereeniging met Maria, en in navolging van haar.
Toen daalde de H. Geest in hem neder en maakte
hem geheel zuiver. De engelachtige deugd nam
meer en meer toe bij hem, die dertig jaren mocht
leven in het gezelschap van Maria, welke door
de Kerkvaders de Wortel der maagdelijkheid wordt
genoemd.
Vooral echter genoot hij voortdurend de aan-
wezigheid van Jesus, die nog kind zijnde, op Jozefs
armen werd gedragen en zijn goddelijk hoofdje
-ocr page 361-
— 357 —
tegen de borst van Jozef deed rusten. Ü, hoe moet
deze aanraking het geheele lichaam van den kui-
schen aartsvader doortinteld hebben. Welk een
zoetheid moet hij gesmaakt hebben, als hij zijne
lippen vol eerbied drukte op het blanke voorhoofd
van den Vriend der maagden, dat voorhoofd, dat
eens zoo wreed gekroond zou worden; als de kleine
Jesus hem vriendelijk, vol onweerstaanbare godde-
lijke aanminnigbeid toelachte en hem „vader"
noemde. Het kon niet anders, de leliebloem der
kuischheid moest bij Jozef wel meer en meer
bloeien in zulk heilig gezelschap.
Wij helaas, kunnen hier op aarde de lichamelijke
tegenwoordigheid van het heilig Huisgezin niet
smaken, maar wij kunnen ons toch in den geest
Nazaretfa voorstellen. Zulks zal een krachtig wapen
zijn tegen alle onzuiverheid.
. Wij moeten echter niet volstaan met de zonde
zelve te ontvluchten, maar ook de gelegenheid
met schrik vermijden en den strijd niet opzoeken.
Onze natuur is zoo zwak, en daarom is ook dat
nog niet voldoende. Wij moeten een sterke doornen
haag oprichten tusschen ons en de zonde; lokt
deze ons, dan zullen de doornen dier haag ons
beletten de zonde te volgen: Die doornen nu zijn
de verstervingen. De apostel zegt het: „zij. die
Jesus beminnen, hebben hun vleesch gekruisigd."
De heidenen zelven hebben reeds opgemerkt, dat
de kuischheid niet samengaat met een zinnelijk
leven zonder versterving.
-ocr page 362-
— 358 -
G
elie zonder smet. H. Jozef, beschermer der
zielen, die naar de zuiverheid streven, acïi,
zie op onze ellende, op de gevaren waaraan
de zondige natuur en de aanloksels der wereld ons
blootstellen, ach bid voor ons, opdat wij Jesus en
Maria met een zuiver hart dienen. — Bekom ons
de noodige kracht om niet toegevend te zijn jegens
het oproerige vleesch, maar het te kruisigen met
Christus, uwen beminden Voedsterzoon. Leg in de
wonde van .Tesus onze goede voornemens neder,
opdat zij daar, besproeid door Jesus\' bloed, mogen
groeien en ontluiken tot krachtige daden. Be-
schermt ons, Maria en Jozef, opdat Jesus behagen
in ons scheppe.
Oefening. Bid iederen morgen en avond het
Krachtig gebed (bladz. 350.)
VIERDE DAG.
Geloop van den H. Jozef.,,
SM,*!:
Hen die zich boven huns gelijken hebben
onderscheiden en beroemd gemaakt,
zijn groot geworden door hun volhar-
ding in het nastreven van een verheven
deugd, waarvoor zij al hunne krachten in-
spanden. De deugd nu, die heiligen maakt,
is het geloof, hun getrouwheid in het leid-
.1
          zaam volgen van dezen veiligen helderen
fakkel, en het inrichten van hun naar Iepen
dat geloof.
-ocr page 363-
- 359 -
Jozef was rechtvaardig (Matth. 1: 19) en volgens
verscheidene groote godgeleerden,blonk hij in deugd
uit onder de deugdzamen. Als nu het geloof de
bron is der rechtvaardigheid, moet Jozefs geloof
\'dus ook grooter zijn geweest dan dat der andere
rechtvaardigen.
De Engel verschijnt aan Jozef, en verkondigt
hem eene groote, bijna ongelooflijke tijding: zijne
bruid Maria was moeder geworden door de kracht
van den H. Geest, haar Zoon zal de Zoon des
Allerhoogsten worden genoemd. — Maakt Jozef
aanmerkingen ? Vraagt hij nadere uitlegging, of
een teeken ter bevestiging der waarheid ? Neen,
hij gelooft aanstonds; zonder aarzelen, evenals
Maria. En nooit wankelde zijn geloof. In een stal
zag hij het Kind geboren worden, welks komst
met zulke schitterende woorden was voorspeld:
hij bleef gelooven. Hij hoorde het kind weenen,
toch geloofde hij dat het de vreugde was der
Engelen en de troost der menschen; bij zag bij
de besnijdenis op diens schuldeloos lichaam het
merkteeken van den zondaar drukken, toch bleef
hij gelooven dat dit Kind het Lam Gods was, dat
de zonden der wereld wegneemt. Vluchtend naar
Egypte beschouwde hij dit Kind, schijnbaar dooi-
den hemel verlaten, toch aanbad hij het als den
Koning der koningen. In Nazareth zag hij Jesus
werken volgens zijne bevelen, niettemin twijfelde
hij geen oogenblik of\' dat Kind wel de Schepper
was van het heelal, het Woord des Vaders.
Het geloof moet vergezeld gaan van de goede
werken, immers, ook de duivel gelooft dat er een
God is; is hij daarom echter minder verdoemd?
Onze handelingen moeten dus in overeenstemming
-ocr page 364-
- 360 —
zijn met ons geloof\', anders zal in den laatsten
oordeelsdag het lot der heidenen dragelijker zijn
dan het onze.
Gebed.
t
êroote H. Jozef, gij zijt onze vader in het ge-
loof, omdat gij na Maria de eerste zijt ge-
weest om den Schepper te erkennen in een
zwak Kind, omdat gij u zoo getrouwelijk hebt
laten leiden door het heilige licht der eeuwige
waarheden. Helaas ! mijn geloof is zoo zwak, zoo
kwijnend, en daarom, van zoo weinig invloed op
mijn gedrag! Maar ik wil veranderen, ik wil met
behulp uwer machtige voorspraak, gaan leven naar
uw voorbeeld, ten einde eenmaal met u in den
hemel de Waarheid onbedekt te mogen aanschou-
wen. Ik maak dus, o vader, aan uwe voeten het
voornemen, om overal Gods tegenwoordigheid te
gedenken, vooral in bekoringen en gevaren, en bij
het gebed, ten einde alle verstrooidheid te ver-
mijden. In Gods tempel wil ik mij de waarachtige
tegenwoordigheid van Jesus herinneren en er met
godsvrucht de heilige geheimen vieren. Wil de«e
voornemens zegenen en in Jesus\' heilige wonden
leggen, opdat ik er aan getrouw blijve.
Oefening. Het zekerste middel om heilig te
worden, zegt de H. Thomas van Aquinen, is een
levendig geloof in Gods eeuwigheid.
-ocr page 365-
— 361 —
VIJFDE DAG.
1>E HOOP VAN DEN H JoZEF.
as het geloof van den H. Jozef\' zoo
groot, dan moest natuurlijk zijne hoop
op God ook zeer groot wezen. God
|ï§r^ schept er behagen in, de zijnen te
^JPO^P beproeven, en wierp ook Jozefs vertrou-
\'jjJWi wen in den smeltkroes van bekoring en
/KtT1 verwarring.
t I            Vooreerst hield God hem langen tijd
"         het goddelijk moederschap van Maria
verborgen. Tengevolge daarvan meende Jozef ver-
plicht te zijn, zijne vlekkelooze bruid te verlaten.
Welke kwelling voor zijn liefdevol hart! Ken
ander zou wanhopig zijn geworden en misschien
geene beleedigingen hebben gespaard. Jozef zwijgt,
hij blijft Maria vereeren, hij spreekt niet met de
menschen, maar stort vol hoop zijn hart voor God
uit, en smeekt vertrouwvol om licht in deze moeie-
lijke zaak. God verhoort zijn ootmoedig vertrou-
wen en openbaart hem door zijn Engel, dat de
zoon, die uit Maria zal geboren worden, Jesus,
Zoon des Allerhoogsten zal worden genoemd. O,
hoe verheugde deze rechtvaardige zich nu er over,
dat hij op God had vertrouwd!
Nauwelijks is Jesus geboren, of Jozef moet vluch-
ten naar het onbekende Egypte, door de woestijn.
O Zoon van David, wat doet gij ? Voert gij deze
teedere zestienjarige moeder met haar pasgeboren
Kind naar dat verre land ? Deze reis duurt meer
dan eene maand, hoe zal Maria dat volhouden ?
— Jozef maakt geen bedenkingen. God beveelt,
-ocr page 366-
— 362 -
God moet worden gehoorzaamd, en God zal voor
alles zorgen. Hij die aan den zorgeloozen vogel
zijn dagelijksch voedsel geeft, zou Hij aan zijn even-
beeld den onderstand weigeren\'?
O gij kleingeloovige, leer van Jozef, hoe gij
moet bidden. Kan een vader zoo onbarmhartig
zijn om aan zijn zoon een steen te geven, als deze
hem om brood vraagt ? Het gebed moet zijn vol
geloof\' in Gods Macht, vol vertrouwen op zijne
liefde, vol overgeving aan zijnen wil. Zeker, als
wij onze eigen onwaardigheid overwegen, zullen
wij misschien zeggen: Ware ik niet zoo zondig,
ik zou wel vertrouwen hebben. Dit nu is af te
keuren. Immers, Jesus is mensch geworden voor
de zondaars. Zij verdienden die onschatbare ge-
nade niet, maar juist de ongelukkige heeft barm-
hartigheid noodig. (Jns vertrouwen moet dus niet
steunen op het zwakke riet onzer eigene verdiensten,
maar op de goedheid en de beloften van God.
G E li E D.
t
tt
eer beminde beschermer, H. Jozef, wat heb
ik mij in dit punt veel te verwijten ! Alles
t deed ik voor het aardsche, doch voor de
eeuwige goederen was de minste inspanning mij
te veel: de genade die ik noodig heb Ier zaligheid,
met hoe weinig vertrouwen heb ik die gevraagd;
en hoe kwijnend, lauw en verstrooid waren mijne
gebeden, zonder het minste vuur, zelfs niet bij
de gedachte, dat God de Almachtige en de Algoede
is. O groote Heilige, bekom mij de genade van
goed te bidden, zonder ophouden, met een groot
-ocr page 367-
— 363 —
vertrouwen, dat onwrikbaar sleunt op Jesus\' woord
en zijne verdiensten.
Oefening. Om veel van den H. Jozef te ver-
krijgen, zal ik het hem vragen ter liefde van het
Kindje Jesus en de Onbevlekte Maagd.
ZESDE ÜAG.
LlEFDE VAN DEN H. JoZEF TOÏ^JeSIS.
ngetwijfeld is de H. Jozef het schoonste
voorbeeld van liefde tot Jesus en Maria.
Hij heeft hier beneden slechts voor
Zfjrsy\'vi nen geleefd en gearbeid en alle ver-
MH;\\ moeieni8sen gedragen. Hij redde het leven
Cj\'_y van den Redder der wereld; in de woestijn
.»!(, wist hij niet de grootste opofferingen
Jesus en Maria het noodige voedsel te
1 verschaffen; als zij sliepen, waakte hij
over die twee geliefde wezens met geen
andere beschutting dan de sterren boven hem.
En het loon voor zijne toewijding? Jesus en
Maria beijverden zich om in Jozefs hart meer en
meer de goddelijke liefde te doen ontvlammen.
Voor wien heeft Maria meer gebeden dan voor
haren trouwen bruidegom, den liefdevollen voed-
stervader van haar Kind, den bewaker harer eer en
zuiverheid ! En Jesus, hij maakte van Jozefs schoone
ziel het evenbeeld der hoogste Serafijnen. Hij be-
minde hem, volgens het woord : „ Die Mij bemint.. .
Ik zal hem beminnen en Mij aan hem openbaren."
Jesus beminde Jozef. Zegt dit njet alles ? . . . Het
was als een wedstrijd tusschen Jesus en Jozef;
-ocr page 368-
— 364 —
Jesus openbaarde hem meer en meer zijne godde-
lijke volmaaktheden, en Jozef beminde Jesus eiken
dag in hoogere mate, naargelang hij Jesus beter
leerde kennen ... Wij allen zouden wenschen te
sterven zooals de H. Jozef; laten wij dan eerst
leven zooals hij.
De eerste stap in de liefde tot God is het ver-
zaken van de zonde, niet alleen van de doodzonde,
maar ook van de dagelijksche. Deze verzwakt de
liefde tot God, zij is als de worm, die den boom
wel niet in eens doodt, maar hem zijne schoonheid
en kracht ontneemt en hem ten laatste onvrucht-
baar maakt. De vrijwillige gewoonte der dage-
lijksche zonde is een volsh\'ekte hinderpaal tegen
iederen ernstigen voortgang in de deugd, meer
nog, zij stelt de ziel bloot aan het gevaar der
doodzonde ... Zondigen wij niet dikwijls uit ge-
woonte door leugentaal, kwaadspreken, oneerbie-
digheid jegens ouders en oversten, door ijdelheid?
Vragen wij aan Jozef om ons hiervan te genezen.
Geen kwaad doen is echter niet voldoende. Men
moet het goede doen, en zoo volmaakt mogelijk.
Men kan in waarheid zeggen, dat hij God bemint,
die de plichten van zijn staat volmaakt in alles
vervult. Zoo is Jozef een groote heilige geworden.
Hij was een gehoorzaam kind, een kuische, god-
vruchtige jongeling; een echtgenoot vol voorko-
mendheid en goedheid, een eerzame, vlijtige werk-
man. En dat alles ter liefde Gods, om Hem te
behagen. Al zijne uren heeft hij in die verschillende
standen geheiligd door een vurig gebed. Ziedaar
wat God ook van ons vraagt. — God heeft aan
Jozef de beproevingen niet gespaard, bij verdroeg
ze uit liefde tot zijn Schepper, gelaten en in stilte.
-ocr page 369-
— 365 —
Willen wij voortgang maken in de goddelijke
liefde, dan moeten wij eveneens doen.
G e b e d.
iik dank u, mijn God, dat Gij mij in Jozef\'zulk
Il een volmaakt toonbeeld hebt gegeven. Voor
liet oog der wereld heeft hij niets buitenge-
woons gedaan, geen groote dingen; hij was groot
in het kleine en nederige. Maak dat ik hem na-
volge, dat ik reeds heden beginne en nimmer
blijve stilstaan.
En gij, beminde beschermer, bekom mij eene
vurige liefde tot Jesus, dien gij op aarde zoozeer
hebt bemind. Dat ik Hem mijne liefde bewijze
door alles, ook het geringste te vermijden, wat
Hem kan mishagen; dat ik in alles zijn heiligen
wil volbrenge en de plichten "an mijn staat goed
begrijpe en vervulle. En bekom mij\' eene teedere
liefde tot uwe dierbare Bruid Maria, opdat ik
door hare en uwe gebeden de volmaaktheid moge
bereiken, die God van mij verlangt
Oefening. Vraag dikwijls aan den H. Jozef
de liefde tot Jesus en Maria.
-ocr page 370-
— 366 —
ZEVENDE DAG.
Geest des geheds van den H. Jozef.
^jpÊËil et voorschrift van het aanhoudende gebed,
ïSjEw \'n schijn zoo moeilijk, kan vervuld wor-
\' den door het middel van den geest des
gebeds. Deze bestaat hierin, dat men
bidde als de tijd daarvoor is aangewezen,
zooals \'s morgens, \'s avonds, voor en na het
eten, en telkens als men een vrij oogenblik
heeft: verder door herhaaldelijk aan God
I onze bezorgdheden op te dragen, en gedurende
dezelve ons hart tot Hem te verheffen door een
kort schietgebed.
Voorzeker bezat de H. Jozef dezen geest des
gebeds in hoogen graad. Immers hij beminde de
stille afzondering, het verborgen leven. Als men
het woelige verkeer der menschcn vlucht, verheft
de ziel zich zoo gemakkelijk tot God, want zij is
voor God gemaakt. God is het middelpunt, buiten
hetwelk zij geen rust kan vinden, zij streeft er
naar gelijk een vlam, die altijd wil opwaarts gaan.
Dikwijls, helaas! zoekt de ziel voldoening in het
aardschc; maar als zij alleen is en weder over-
weegt, wordt de natuurlijke aandrift tot God
wederom levendig, en als vanzelf verheft het
hart zich in beschouwing of gebed tot zijn Schepper.
De H. Jozef was zeer nederig. Hij verwachtte
zijn heil slechts van Gods barmhartigheid, hij was
overtuigd dat hij deze altijd noodig had, en in zulke
omstandigheden is het veel moeilijker het gebed
na te laten, dan zonder ophouden te bidden. Het
-ocr page 371-
— 367 —
gebed is de dochter der nederigheid; want de
trotsche bidt niet of weinig, omdat hij, gelijk de
Farizeër uit het Evangelie, zich beter waant dan
de andere menschen.
De H. Jozef had altijd het voorbeeld van Maria,
voor oogen, wier leven een aanhoudend gebed
was, en die ook voor hem deze genade afsmeekte,
welke de bron is van alle goederen. De H. Jozef
leefde ook in gezelschap van Jesus, die God was
en die dag en nacht bad. die gedurende den dag
zijne blikken smeekend ten hemel verhief. Hoe
zou Jozef in zulk eene verheven school niet geleerd
hebben voortdurend te bidden? Hij was immers
vol van den H. Geest en getrouw aan zijne in-
spraken.
Willen ook wij den geest des gebeds verkrijgen?
Laten ook wij dan even als Jozef, het gewoel der
wereld vluchten, of ten minste alle nuttelooze
gesprekken vermijden en ons hart tot God ver-
heffen in de stilte der eenzaamheid, of als wij
Gods natuur beschouwen; in één woord, als wij
willen, zijn er honderden gelegenheden om dit
te doen. Is dat dan zoo moeilijk ? En is dat niet
veel heilzamer dan onzen tijd door te brengen met
allerlei beuzelpraatjes, waarin zoo licht de duivel
van het kwaadspreken zich mengt ? Een kort
schietgebed je, hoe spoedig is het uitgesproken, in
stilte, zonder tijdverlies, zonder dat hij, die naast
ons is, er iets van bespeurt. Beproef het eens,
lieve lezer, houd het eens één dag vol, en gij
zult er smaak in krijgen, en de zaak uwer zalig-
heid zal een flinken stap hebben gedaan in de
goede richting.
-ocr page 372-
— 368 —
Gebed.
3
a, glorievolle patriarch, aan de goddelijke ge-
nade zijt gij uwe zaligheid verschuldigd, en
die genade is u gegeven, omdat ijij er om
gebeden hebt,
ze is u overvloedig gegeven, omdat
gij er aanhoudend om gebeden hebt. Gij waart de
vriend der Engelen, en dat was een groot voor-
recht, gij waart de bruidegom van de Hemel-
koningin, ziedaar een nog grooter voorrecht, gij
waart de voedstervader van den Koning der konin-
gen; ziedaar een groote eer, een overmaat van
geluk. Maar dat alles zou u niet zalig hebben ge-
maakt, wat zeg ik, dat alles zou God u niet
hebben geschonken, als gij niet bovenal een man
des gebeds waart geweest ... Ik geloof dit alles,
en waarom bid ik niettemin zoo weinig, en dan
nog zoo lauw en verstrooid V .. . Ach, help mij,
ik wil uit mijne onverschilligheid opstaan, ik wil
ieder oogenblik van den dag voor God besteden.
Bekom mij daarvoor den geest des gebeds.
Oefening. Neem u vast voor, ten minste bij
ieder uur, uw hart tot God te verheffen door een
kort schietgebed of door uwe werken opnieuw aan
God op te dragen.
A
-ocr page 373-
— 369 —
ACHTSTE DAG.
Naastenliefde va.n den H. Jozef.
■kin»?
i iets heeft Testis ons zoozeer aanbevolen,
als de broederlijke liefde; het was als
wilde Hij op dat ééne punt de geheele
evangelische zedenleer samenvatten.
„Gelijk mijn Vader Mij bemind heeft, be-
min Ik u; als gij Mijne geboden onder-
jjrj\' houdt, blijft gij in mijne liefde .. . Welnu,
( \' dit is mijn gebod : dat gij elkander lief-
hebt zooals Ik u heb liefgehad" (I Joh.
XV, !) en r.v.J
De H. Johannes verzekert ons,
dat hij, die zijne naasten niet bemint, ook God
niet bemint.
Het allereerst zijn wij zeker wel liefde ver-
schuldigd aan onze huisgenooten. Niet zelden ont-
moet men lieden, die hieromtrent een vreemde
opvatting hebben. Men gaat veel naar de kerk,
is zachtzinnig jegens de armen, geeft hun aal-
moezen, bezoekt hen gaarne in hunne ziekte, in één
woord, men wordt om zijne vroomheid door de
vreemden geprezen. Maar kom nu eens in het eigen
huis: dezelfde persoon is door zijn lastig karakter
onuitstaanbaar voor de dienstboden, kan niets
verdragen; is een kwelling voor ouders, broeders,
zusters, voor echtgenoot of kinderen: in één woord
— de opmerking is van den H. Franciscus van
Sales — men is een engel daar buiten, een duivel
in huis. Welk een valsch begrepen liefde, of liever,
dat is geen naastenliefde, dat is eigenliefde, en
al die werken van barmhartigheid geschieden of
wel uit ijdelheid, of wel om het genot, dat er in
Gl. H. Jozef.\'
                                                24
-ocr page 374-
— 370 -
ligt, anderen goed te doen en door hen te worden
geprezen. „Hij, die zijne huisgenooten niet lief-
heeft, zegt de H. Paulus, is erger dan een onge-
loovige."
De H. Jozef zij ons ook hier weer ten voorbeeld.
Want hoewel hij tot levensgezellin had de heiligste
vrouw, het volmaaktste schepsel, wilde God toch,
dat zij onvrijwillig zijn geduld zwaar op de proef
stelde. Daarom liet God Jozef onkundig van het
heilig geheim van haar goddelijk moederschap.
O, wat zou de teedere Maagd hebben geleden,
als zij een echtgenoot had gehad, minder voor-
zichtig, minder liefdevol dan Jozef. Voorzeker zou
zij minstens met harde woorden zijn overladen,
beleedigd en smadelijk verdreven. Hier niets van
dat alles, Jozef kent hare deugd, en hoewel hij
vreeselijk leed, bij deze pijnlijke onzekerheid, achtte
hij Maria te hoog, om haar ook slechts door een
blik te grieven. Hij droeg zijne zuchten aan God
op, en vroeg om kracht. En God, die behagen
schept in het gebed van den nederige, haastte
zich om Jozef te troosten en openbaarde hem het
verheven geheim, dat in Maria voltrokken was.
O, hoe verheugde zich nu de H. Jozef over zijne
zachtzinnigheid; welke bittere verwijten zou hij
zichzelf hebben gemaakt, zoo hij anders had ge-
handeld Kn de eerbied en liefde van Maria voor
haren kuischen bruidegom groeiden nu nog meer
aan, zij erkende hem meer en meer als een man
vol deugden en begunstigd door den H. Geest. —
Willen wij het geluk uitmaken van onze huisge-
nooten ? Laten wij dan liefdevol zijn en verdraag-
zaam uit liefde tot God. Doch ook de andere
nienschen moeten wij beminnen Men hoort soms:
-ocr page 375-
— 371 —
„van hem kan ik dat niet verdragen, wel van een
ander.\' Is dat laatste dan christelijke naastenliefde?
Neen, duizendmaal neen. — Vooral, laten wij nooit
spreken als wij toornig zijn, want een zacht woord
is als een zachte regen, die tot den wortel dringt,
terwijl een stortvloed over den grond heenraast,
en niets doet dan vernielen.
De wereldlingen vinden Jesus\' voorschrift on-
uitvoerbaar, wellicht beschouwen zij het als een
lafheid om een beleediging te vergeven. Maar dat
godvruchtige zielen niets kunnen verdragen, is
allerbedroevendst; zij bewijzen daardoor, dat aan
hun godsdienst de hechte grondslag der nederig-
heid ontbreekt.
Gebed.
we grondstellingen, H. Jozef, waren voorzeker
geheel andere clan die der zondige wereld;
uwe naastenliefde was eene waarlijk chris-
telijke, en ik dank God dat Hij u zoo ruimschoots
heeft begiftigd met de ware zachtmoedigheid.
Hoezeer hebt gij daardoor de inzichten gediend
van den Allerhoogste. Ach, hoe weinig gelijk ik
op u; de minste tegenspraak ontstelt mij, de ge-
ringste beleediging doet mij in toorn uitbarsten.
Ik smeek u, om de zachtmoedigheid en ootmoed,
waarmede gij het verdragen hebt, dat in den
Kerstnacht u door iedereen de toegang tot zijn
huis werd geweigerd, bekom mij de ware naasten-
liefde, gegrondvest op de nederigheid, opdat op
mij het woord van Christus moge worden toege-
past: „Zalig de zachtmoedigen, zij zullen kinderen
Gods genoemd worden."
-ocr page 376-
— 372 —
Oefening. Als de menschen ons grieven, be-
denken wij dan,.hoe dikwijls wij God beleedigen.
NEGENDE DAG.
Zelfverloochening van dkn H. Jozkf.
y^!; esus Christus heeft het gezegd : Om zijn
|£- leerling te zijn, moet men zichzelf ver
i£ loochenen. Om te begrijpen, waarin dit
bestaat, moeten wij ons herinneren, dat
er in ons twee menschen zijn: de oude
^iö\' mensch, d. i. de aardsche zondige mensch,
kind van Adam, geneigd tot het kwaad;
en de nieuwe mensch, geboren in het doop-
iJ sel, kind van Jesus. Den ouden mensch
moeten wij verzaken, hem beschouwen als
een trouweloozen slaaf, waarvoor bestendig de
zweep wordt gereed gehouden. Vandaar zegt de
H. Paulus: „Die aan Jesus toebehooren, hebben
hun vleesch met zijne begeerlijkheden gekruisigd."
Een gekruisigde bezit niets meer, niemand heeft
achting voor hem, niemand ontziet hem, hij is
geheel in de macht van hen, die hem hebben
terechtgesteld. Zoo ook is de ware leerling van
Jesus. Al bezit hij aardsche goederen, hij hecht er
zijn hart niet aan, hij ontzegt zich alle gevaarlijke
vermaken niet alleen, maar ook dikwijls de onschul-
digste, om zich te versterven. Hij zoekt de ach-
ting der menschen niet, hij onderwerpt zijn wil
aan alle beschikkingen der Voorzienigheid, hij kan
zeggen : „Ik leef niet meer, maar Christus leeft
in mij."
-ocr page 377-
- 373 —
Dusdanig was ongetwijfeld de H. Jozef: hij was
de nieuwe mensch, gebouwd op de puinhoopen
van den ouden, een man des hemels, levend ten
koste van een man der aarde, evenals een kost-
bare plant, aangevoerd uit verre landen en ingeënt
en heerlijk bloeiend op een wilden stam, waarvan
alle eigen takken zijn verwijderd.
De H. Franciseus van Sales verzekert, dat de
H. Jozef zuiverder was dan de Serafijnen. En een
zoo hoogen graad van zuiverheid kan men onmo-
gelijk bereiken zonder groote en voortdurende
versterving. De H. Jozef was dus buitengewoon
matig en sober in zijne maaltijden, het vasten
heeft hij ongetwijfeld veel beoefend. Hij onderbrak
zijn slaap om zich met God te onderhouden. Hij
bedwong zijne oogen, al zijne zintuigen bewaakte hij.
De H. Jozef wist, hoe groot zijne waardigheid
was: doch sprak hij ooit een enkel woord dat aan
de menschen dat geheim zou openbaren? Integen-
deel, ook hierin kruisigde hij den ouden menseh.
Hij verzaakte echter ook aan zijn eigen wil,
hij overwoog steeds Gods geboden en onderhield
ze op de volmaaktste wijze. Hij bezat zijn God in
zijn eigen huis, toch ging hij volgens het voor-
schrift der wet driemaal \'s jaars op om God in
Jeruzalems tempel te aanbidden; hij gehoorzaamde
eveneens aan de menschelijke wetten, en ging naar
Bethlehem op voorschrift van keizer Augustus..
En met welken ijver volgde hij de inspraken van
den H. Geest!
Gij, die dit leest, treed in uzelven, en onderzoek
of gij eenigszins op den Aartsvader gelijkt. Is uw
hart onthecht aan de aardsche goederen? Bemint
gij niet te veel uw lichaam, zijt gij tevreden met
-ocr page 378-
— 374 —
eenvoudig voedsel, kunt gij u op Vrijdag en Zaterdag
eene kleine versterving getroosten?
Hecht gij niet te veel aan uw eigen meening,
wilt gij niet altijd gelijk hebben en uwen wii
doorzetten\'? Kunt gij tegenspraak en beleediging
verdragen, gehoorzaamt gij zonder woorden aan
ouders en overheden\'?.. .
G e i> e d.
elaas, H. Jozef, ik heb den eersten stap
nog niet gedaan op den weg der volmaakt-
heid. Zal ik dan nooit verder komen, zal
ik altijd den \'weg vóór mij zien, zonder hein te
durven betreden? Neen... Dagelijks hoor ik hoe
gij tijdelijke gunsten uitdeelt, zoudt gij mij dan
niet verhooren als ik u met vertrouwen vraag om
de volmaaktheid? — Van nu af zal ik beginnen
om mij te heiligen. Ik zal deze neiging bestrij-
den .... dit genoegen mij ontzeggen.... mijne
eigenliefde in dit punt overwinnen.... Maar in
plaats van te steunen op het geknakte riet mijner
voornemens, zal ik alle hoop stellen op de godde-
lijke genade, die ik door uwe voorspraak hoop te
bekomen. Ik ga tot u, H Jozef en gij zult mij
brengen tot Maria, en gij beiden zult mij van Jesus
die genaden bekomen, welke ik noodig heb om
den ouden menseh geheel af te breken. Zoo zij
het, ter eere der H. Drievuldigheid. Amen.
Oefening. Overleg met uwen biechtvader
welk gebrek gij vooral moet bestrijden, en leg
dan aanstonds de bijl aan den wortel onder de
bescherming van Jesus, Maria en Jozef.
-ocr page 379-
— 375 —
Een ■woordje over de vereeniging voor
de altijddurende vereering van
den H. Jozef.
e Milaan ontstond door de zorgen
van eene vrome edele dame, boven-
gemelde vereeniging, welke door den
Aartsbisschop werd goedgekeurd op den 12n
November 1854, en den 20 Januari 1856
door Z. H. Pius IX met vele aflaten, toe-
passelijk op de zielen des vagevuurs, werd
verrijkt.
Deze instelling stelt zich als doel voor, dat
op iederen dag des jaars minstens één persoon,
onverschillig van welk geslacht, op eene ge-
heel bijzondere wijze den H. Jozef vereert.
Daartoe schrijft men den naam van elk lid,
alsmede den door hem uitgekozen dag in een
boek voor dat doel bestemd, en insgelijks op
een lijst, die hem overhandigd wordt. Op dien
dag wordt van hem gevorderd, dat hij deel
neme in de smarten, die de H. Jozef geleden
heeft en waarvan onze zonden de oorzaak
waren, en dat hij bovendien zich beijvert, met
buitengewone vurigheid en naarstigheid het
volgende te verrichten:
-ocr page 380-
— 376 —
1\'. Tot de HH. Sacramenten naderen;
of als zulks niet gevoegelijk kan, een groot
leedwezen verwekken over zijne zonden en
op geestelijke wijze communiceeren.
2". De H. Mis met bijzondere godsvrucht
bijwonen, ter gedachtenis van de Aanbie-
ding van het Kind Jesus in den tempel.
3". Minstens een kwartier uurs door-
brengen in overweging over de smarten
van den H. Jozef.
4". Den dag in vrome ingetogenheid
doorbrengen, zich vereenigd boudende met
het hart van den H. Jozef.
5". Ter zijner eer zich eenige versterving
opleggen, of wel eenig werk van geestelijke
of lichamelijke barmhartigheid doen.
6". Ter eere zijner zeven smarten en
vreugden 7 maal bidden Onze Vader, Ween
gegroet
en Glorie zij den Vader.
7". Den dag sluiten met een bezoek aan
het Allerheiligste Sacrament en met de
opoffering van zijn hart aan den H.
Jozef.
Het kan niet anders, of deze devotie
moet alleraangenaamst zijn aan den H.
Jozef en aan het Hart van Jesus en Maria,
die zoo vurig verlangen, den kuischen
-ocr page 381-
— 377 —
Aartsvader vereerd te zien; daarom is liet
te wenschen, dat die godsvrucht zich meer
en meer uitbreide, om tot een krachtig
wapen te strekken tegen het alom heer-
schende ongeloof en zedenbederf.
-ocr page 382-
Litanie tot den H. Jozef.
5|h|ga? eer, ontferm U onzer.
JP1 Christus, ontferm U onzer.
[Wi Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontf. U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ont-
ferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U
onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden,                           Et
H. Jozef,                                                    ="
Beschermer van .Tesus,                              o
Bruidegom van Maria,                               -<
Man naar Gods hart,                                «
Trouwe en wijze dienaar,                         
Bewaarder der zuiverheid van Maria,
-ocr page 383-
— 379 -
Medehulp van Maria, bid voor ons.
Die, om Maria, met bijzondere genaden
begunstigd zijt,
Allerzuiverste in reinheid,
Allernederigste in ootmoed,
Allervurigste in liefde,
Allerhevenste in beschouwing,
Die door den H. Geest zelven rechtvaar-
dig zijt verklaard,
Die in de goddelijke verborgenheden
boven anderen verlicht zijt geweest,
Die door den Engel in het geheim der er
menschwording onderwezen zijt,           
Die met Maria, uwe Bruid, naar Beth- g
lehem zijt gereisd,                                  °
Die in de herberg geen plaats vindende, o
in eenen stal zijt gaan overnachten, a>
Die waardig geacht zijt bij Jesus te wezen,
toen Hij geboren in een krib gelegd werd,
Die met Maria het Kind Jesus in den
tempel hebt opgeofferd,
Die op het woord van den Engel met
Jesus en zijne Moeder naar Egypte
gevlucht zijt,
Die, na den dood van Herodes, met Jesus
en zijne Moeder naar het land van
Israël zijt wedergekeerd,
-ocr page 384-
— 380 —
Die het Kind Jesus, dat te Jeruzalem was
gebleven, met Maria zijne Moeder, vol
droefheid gezocht hebt, bid voor ons.
Die Hem na drie dagen met blijdschap
gevonden hebt, zittende in het midden
der leeraren, bid voor ons,
Aan wien de Heer der Heeren op aarde
onderdanig geweest is, bid voor ons,
Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt,
bid voor ons.
Onze voorspreker, hoor ons, H. Jozef\'.
Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef.
In al onzen nood, help ons, H. Jozef. &
In al onze benauwdheden,
                        £•
In het uur onzes doods,                           0
Door uw allerzuiverste trouw,                  g
Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, *
Door al uwen arbeid en zweet,
                .
Door al uwe deugden,                               «-i
Door al uwe verdiensten,                          g
Door uw eeuwig geluk,                            f*
Wij, die u als Beschermer aanroepen, wij
bidden u, verhoor ons,
Dat gij Jesus de vergiffenis onzer zonden
wilt vragen, wij bidden u, verhoor
ons.
Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria
-ocr page 385-
— 381 -
gelieft aan te bevelen, wij bidden u,
verhoor ons.
Dat gij aan alle maagden en ongehuwden
de gave van zuiverheid wilt verwerven,
Dat gij voor de gehuwden een onbevlekte
trouw en heilige eendracht wilt ver-
krijgen,
Dat gij voor alle vergaderingen eene vol-
maakte liefde en overeenstemming wilt £.
.verwerven,
                                               ^
Dat gij de vaders der huisgezinnen in het 5J
christelijk opvoeden hunner kinderen g
wilt behulpzaam zijn,
Dat gij alle oversten in het bestuur der *
hun toevertrouwden wilt behulpzaam «
ziJn\'..                      .                              t*
Dat gij alle vergaderingen, die u bijzon- ©
der zijn toegedaan, wilt begunstigen, 0
Dat gij allen, die op uwe hulp betrou- §
wen, altijd en overal wilt beschermen,
Dat gij alle geloovige zielen door uwe
voorbede wilt helpen,
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
H. Jozef,
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, spaar ons, Heer!
-ocr page 386-
— 382 —
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, ontferm U onzer, Heer!
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Wij hidden U, o Heer! dat wij door de
verdiensten van den Bruidegom uwer aller-
heiligste Moeder geholpen mogen worden,
opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen,
hetgeen wij door ons zelven niet kunnen
bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen
der eeuwen. Amen.
Gebed
om den heiligen Jozef tot patroon te verkiezen en
zich onder zijne bescherming te stellen.
roote Heilige! ik verkies u heden voor
al den tijd mijns levens tot een bijzon-
deren patroon, meester, leidsman en be-
stuurder van mijne ziel en mijn lichaam, van
mijne gedachten, woorden en werken, van
mijne begeerten en genegenheden, van mijne
eer en goederen, van mijn leven en mijn
dood, en ik neem mij vastelijk voor, u nooit
-ocr page 387-
- 383 —
meer te verlaten, maar uw heiligen Naam
te verheffen, en uwe eer zooveel mogelijk
te bevorderen. Ik bid u vurig, dat gij mij
als uw eeuwigen dienaar wilt ontvangen.
Help mij in al mijne werken, en verlaat mij
niet in het uur des doods. Amen.
Gebed tot den H. Jozef.
300 dagen aflaat ééns per dag.
In de maand October aflaat van 7 jaren en 7 maal 40 dagen
voor die het bidden na het in die maand voorgeschreven
openbaar rozenkransgebed.
Tot U, H. Jozef, nemen wij in onze
kwelling onze toevlucht, en, na den bijstand
van uwe allerheiligste Bruid te hebben
afgebeden, roepen wij ook uwe bescherming
met vertrouwen in. Wij bidden u bij de
liefde, die u met de onbevlekte Maagd en
Moeder Gods vereenigd heeft en smeeken
u deemoedig bij de vaderlijke teerhartigheid.
waarmede gij het Kind Jesus omhelsd hebt,
goedgunstig neer te zien op het erfdeel,
dat Jesus Christus door zijn bloed verworven
heeft, en ons door uw vermogen en bijstand
in al onze behoeften te ondersteunen.
Bescherm, o allerzorgvuldigste Bewaar-
der der H. Familie, de uitverkoren kinderen
-ocr page 388-
— 384 —
van Jesus Christus; verwijder van ons,
allerliefste Vader, iedere besmetting van
dwaling en bederf; sta ons, allerkrachtda-
digste Behoeder, uit den hemel genadig bij
in dezen strijd tegen de macht der duister-
nis ; en gelijk gij weleer het Kind Jesus
uit het grootste levensgevaar gered hebt,
verdedig nu eveneens de heilige Kerk Gods
tegen de vijandige aanslagen en elk ander
onheil; behoed ons allen door uwe voort-
durende bescherming, opdat wij, naar uw
voorbeeld en door uwe hulp, heilig mogen
leven, zalig sterven en het eeuwig geluk
des hemels verwerven. Amen.*
* IMPRIMATUR.
Buscoduci, 18 Sept. 1889.
t A. Godschalk.
Ep. Bitse.
-ocr page 389-
- 385 —
OEFENING VAN DEN H. KRUISWEG.
Men verwekt eene akte van berouw.
Ie STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
m
ij aanbidden U, Christus, en loven U.
Omdat Gij door uw heilig kruis de
wereld verlost hebt.
O mijn Jesus, ik bid U door het onrecht-
vaardig doodvonnis, dat Pilatus tegen U
heeft uitgesproken, en dat ik zoo dikwijls
door mijne zonden onderteekend heb, dat ik
toch nooit het eeuwig doodvonnis hoore, dat
ik zoo dikwijls verdiende. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
. 2e STATIE.
Jesus neemt het kruis op zijne schouders.
Wij aanbidden U, enz.
O mijn Jesus, Gij, die met zooveel liefde
het kruis mijner zonden op uwe schouders
f naamt, ach doe mij toch de grootheid mijner
zonden kennen, en geef mij de genade, om die
al de dagen mijns levens te beweenen. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm ü onzer.
r           Gl. H. Jozef.                                                      25
-ocr page 390-
— 386 —
3e STATIE.
Jesus valt ten eersten male onder het kruis.
Wij aanbidden U, enz.
Het zwaar gewicht mijner zonden deed
U, o mijn Jesus, onder het kruis bezwijken.
O, ik haat, ik verfoei die uit geheel mijn
hart, vergeef ze mij, dierbare Jesus, met
uwe genade wil ik mij nooit meer aan
zonden plichtig maken.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm II onzer, Heer, ontferm U onzer.
4e STATIE.
Jesus ontmoet zijne lieve Moeder.
Wij aanbidden U, enz.
O diep bedroefde Jesus, Maria, Moeder
der smarten, ach! het is waar, ik ben door
mijn zondig leven de oorzaak uwer droef-
heid geweest, maar ik wil ü nooit meer be-
droeven, en met uwen bijstand U beminnen
tot in het uur van mijnen dood.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
5e STATIE.
Simonvan Cyrenen draagt met Jesus het kruis.
Wij aanbidden U, enz.
0 gelukkige Simon, die met Jesus het kruis
-ocr page 391-
— 387 —
mocht dragen! Geef mij toch de genade, o
Jesus, dat ik altijd met geduld en liefde het
kruis moge dragen, dat Gij mij door ziekte
en tegenspoed, door in- of uitwendig lijden
op de schouders zult leggen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer, ontferm U onzer.
6e STATIE.
Veronica droogt met een zweetdoek het
aangezicht van Jesus af.
Wij aanbidden U, enz.
O mijn dierbare Zaligmaker, Gij, die de
trekken van uw goddelijk aangezicht in den
doek van Veronica hebt afgedrukt, o druk
toch in mijne ziel de gedachte aan uw bitter
lijden opdat ik het altijd moge gedenken.
Amen.
Onze Vader. Wees «jegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
7e STATIE.
Jesus valt ten tweeden male onder het kruis.
Wij aanbidden U, enz.
Mijn hervallen in de zonden deed U, o
mijn Jesus, ten tweeden male onder uw kruis
ter aarde storten. Ach! moge ik voortaan toch
-ocr page 392-
— 388 — ■
altijd in uwe genade staande blijven. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
8« STATIE.
Jesus vertroost de vrouwen van Jerusalem.
Wij aanbidden U, enz.
Mijn Jesus, Gij hebt de vrouwen van
Jerusalem, die uw bitter lijden beweenden,
met zooveel liefde vertroost. Vertroost ook
mij, mijn dierbare Zaligmaker, als ik in
droefheid zal zijn, en geef mij de genade,
om met tranen van ware liefde uw bitter
lijden te beweenen. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
9e STATIE.
Jesus valt ten derden male onder zijn kruis.
Wij bidden U, enz.
O Jesus, door de uiterste vermoeienis, die U
ten derden male onder uw kruis deed bezwij-
ken, bid ik U, wil mij de allerkostbaarste
genade schenken, om tot het einde van mijn
leven in uwe liefde te volharden. Liever op dit
oogenblik sterven, dan V nog vergrammen.
Amen.
-ocr page 393-
— 389 —
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer. ontferm U onzer.
10e STATIE.
Jesus wordt van zijne Meederen beroofd
en met gal en azijn gelaafd.
Wij aanbidden U, enz.
Mijn Jesus, Gij zijt uit liefde tot mij van
uwe kleederen beroofd en met gal en azijn ge-
laafd ; ach! geef mij, dat ik uit liefde tot U
mijn hart van al het aardsche onthechte,
en in de bitterheid van het lijden de ware
zoetheid vinde. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.             ■»
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
11e STATIE.
Jesus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden U, enz.
Door de onbegrijpelijke smart, die Gij, o
mijn Jesus, in geheel uw lichaam geleden
hebt, toen Gij met handen en voeten aan
het kruis werdt genageld, bid en smeek ik ü
om de genade van ook mij zelren door de ver-
sterving aan het kruis te hechten, en tot het
, laatste uur met U op het kruis te leven. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
-ocr page 394-
— 390 -
12e STATIE.
Jesus sterft aan het kruis.
Wij aanbidden U, enz.
Dierbare Jesus, Gij, die na een doodsstrijd
van drie uren den geest gegeven hebt, o wil
mij, ik smeek het L\', door uw dood in mijnen
doodsstrijd bijstaan en mij in het oogen-
blik van mijn sterven genadig zijn. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
13e STATIE.
Jesus wordt van het kruis genomen en in den
schoot zijner 3Joeder neergelegd.
Wij aanbidden U, enz.
O Maria, o Moeder der smarten, welk een
scherp zwaard van droefheid doorboorde uw
hart, toen gij het ontzielde lichaam van uw
Zoon in uwe armen ontvingt. Ach, verwerf
mij toch de genade dat ik de zonden, die
de eenige oorzaak zijn geweest van uw lijden
en van het lijden van Jesus, altijd als het
grootste kwaad moge vermijden, ten einde
ik als een waar christen moge leven en
sterven. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
-ocr page 395-
— 391 —
14e STATIE.
Jesus wordt in het graf gelegd.
Wij aanbidden IJ, enz.
Geef mij, o mijn Jesus, dat ik nog levend
reeds met U moge begraven zijn, opdat ik,
eenmaal gestorven, in vrede ruste en voor
eeuwig met U moge verheerlijkt worden op
den dag der algemeene verrijzenis. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.
GEBED.
O God, die de banier van het levendmakend
kruis door het kostbaar bloed van uwen eeni-
gen Zoon geheiligd hebt, geef, bidden wij U,
dat wij, die onzen roem stellen in de verheer-
lijking van dat heilig kruis, ons ook overal
onder uwe bescherming mogen verheugen.
Amen.
Een „Onze Vader, Wees gegroet en Glorie
zij den Vader" volgens de intentie Zijner
Heiligheid.
„Door de oefening van den H. Kruisweg verdient
men al de aflaten, die door de verschillende Pausen
verleend zijn aan hen. die te Jerusalem de heilige
plaatsen bezoeken.
„Om deze aflaten te verdienen, is het noodig dat
men het lijden van Jesus Christus overwege, en
-ocr page 396-
- 392 -
zich van de eene statie tot de andere begeve,
voor zoover de menigte van hen, die den Kruis-
weg houden, en de omtrek der plaats, waar de
Kruisweg is opgericht, dit toelaten.
„Ue zieken, gevangenen, zeevaarders en zij, die
zich in ongeloovige landen bevinden, en in het
algemeen al degenen, die in wezenlijke onmoge-
lijkheid zijn, om in eene Kerk of openbare bid-
piaats de staties van den Kruisweg te bezoeken,
kunnen de bovengenoemde aflaten verdienen, door
veertienmaal het „Onze Vader en Wees gegroet,"
daarna vijfmaal het „Onze Vader, Wees gegroet
en Glorie zij den Vader," en ten slotte één „Onze
Vader," naar de meening van den Paus met aan-
dacht te bidden. Zij moeten daarbij een koperen
kruisbeeld in de hand houden, dat door den Gene-
raal van de orde der Minderbroeders Observanten
of door een Provinciaal of Gardiaan dierzelfde
orde gewijd is.
„Deze gunst werd verleend door Zijne Heiligheid
Clemens XIV, den 2(>en Januari 1773. Het oor-
spronkelijk stuk berust in het archief van het
klooster der Minderbroeders „H. Bonaventura" te
Rome.
„Men merke hier op, dat de kruisbeelden, waar-
aan de aflaten van den H. Kruisweg verbonden
zijn, na de wijding niet meer verkocht, aan anderen
ten geschenke of ter leen kunnen gegeven worden,
met het inzicht om hen aan de aflaten deelachtig
te maken. Aldus bepaald door de H. Congregatie
der aflaten bij de reeds elders aangehaalde decreten."
Prinzivalli, verzameling v/m gebeden, blad*. 56.
-ocr page 397-
— 393 —
Litanie ten eere der H. Maagd Maria,
genaamd „de Litanie van Lore/te*.
lf|eer, ontferm U onzer.
^™ Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld,ontf. U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade,
Allerreinste Moeder,                                 
Allerzuiverste Moeder,
Ongeschonden Moeder,                              §
Onbevlekte Moeder,                                   "!
Zeer minnelijke Moeder,                            §
Zeer wonderbare Moeder,                          "
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
-ocr page 398-
- 394 —
Lofwaardige Maagd, bid voor ons
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat,
Eerwaardig vat,
Schoon vat van godsvrucht,
Geheimzinnige roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden Huis,
Ark des Verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken,
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Aartsvaders,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
-ocr page 399-
— 395 —
Koningin der Maagden, bid voor ons.
Koningin van alle Heiligen, bid voor ons.
Koningin zonder vlek ontvangen, bid voor
ons.
Koningin van den allerheiligsten Rozen-
krans, bid voor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, ontferm U onzer,
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm II onzer.
Antiph. Onder uwe bescherming nemen
wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods! ver-
stoot onze gebeden niet in onzen nood,
maar verlos ons altijd van alle gevaren, o
glorierijke en gezegende Maagd! onze Vrouw,
onze Middelares, onze Voorspreekster! ver-
zoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan
uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.
Bid voor ons, H. Moeder Gods,
-ocr page 400-
— 396 —
Opdat wij der beloften van Christus waar-
dig worden.
Gebed.
Heer God! wij bidden U. stort uwe genade in onze
harten, opdat wij. die door de boodschap des Engels
de menschwording van Christus uwen Zoon gekend
hebben, door zijn lijden en kruis tot de glorie der
verrijzenis gebracht worden, door denzelfden Jesus
Christus, onzen Heer. Amen-
„Twee honderd dagen aflaat eiken keer, dat
men de litanie van Lorette met een rouwmoedig
hart godvruchtig bidt."
Verleend door Zijne Heiligheid Sixtus V, 11 Juli
1587, in de Constitutie „Reddituri."
Bekrachtigd door Zijne Heiligheid Benedictus
XIII bij een decreet van de H. Congregatie der afla-
ten, 12 Januari 1728, en door Z. H. Pius Vil bij een
decreet van dezelfde Congregatie, 30 Sept. 1817
„Daarenboven nog honderd dagen aflaat.
Verleend door Zijne Heiligheid Pius VII, in het
zooeven aangehaalde decreet.
„Bidt men de litanie van Lorette iederen dag. dan
kan men een vollen aflaat verdienen op het feest
van de Onbevlekte Ontvangenis, Geboorte, Bood-
schap, Zuivering en Hemelvaart van de H. Maagd."
Verleend door Zijne Heiligheid Pius VII, bij het
zooeven aangehaalde decreet.
Prinzivalli. Verzameling van gebeden, bladz. 139
en 140.
-ocr page 401-
INHOUD.
Blz.
Voorbericht................III
EERSTE DEEL.
Overwegingen en beschouwingen over de
maa»(l tan den H. Jozef.
Inleiding.................    V
I. De Verloving...........    11
II. De Voltrekking..........   17
III.  Het Gebed . ...........   25
IV.  De Zending des Engels......   30
V. De eerste reis..........   36
VI. Te Hebron............   41
VII. De Openbaring..........   46
VIII. De eerste Dienaar van Maria ...   52
IX. De Verwachting.........   58
X. De tweede reis..........   64
XI. Bethlehem............   70
XII.        id.         (vervolg)........   76
XIII.  Vreugde en Smart........   82
XIV.  Vreugde en Ongerustheid.....   88
XV. Vreugde en Droefheid......   94
XVI. De Vlucht............101
XVII. De Ballingschap.........108
XVIII. Terugkeer uit Egypte.......116
XIX. Aankomst in Palestina......123
XX. Een dag in het heilig Huis te Nazareth 130
XXI. Troostelooze Droefheid......137
XXII. Een onbeschrijflijk zoet oogenblik . 145
XXIII.  Een Medehelper in den arbeid . . . 153
XXIV.  De meestbeminnende der menschen. 161
XXV. De teederste der vaders......169
-ocr page 402-
— 398 —
Blz.
XXVI. De trouwe Beminnaar van het Kruis 177
XXVII. De laatste levensdagen......184
XXVIII. De slaap van den Rechtvaardige . . 192
XXIX. Eerste zegepraal.........200
XXX. De nagedachtenis van den Recht-
vaardige .............207
XXXI. Tweede zegepraal.........214
TWEEDE DEEL.
I.
De Zeven Smarten en Zeven Vreugden van den
H. Jozef................
Over het ontstaan dezer devotie......221
Oefeningen voor deze devotie.......222
Aflaten, daaraan verbonden .........228
II.
Oefeningen voor de zeven Woensdagen ter eere
van den 11. Jozef, volgens den H. Alphonsus 229
Sluitgebed na de zeven Woensdagen .... 259
DERDE DEEL.
Korte bezoeken tot den H. Jozef voor iederen
dag............... 261-283
Gebed van den H. Alphonsus, tot sluiting van
elk bezoek...............262
VIERDE DEEL.
I.
Gebeden onder de H. Mis . .........284
Gebed volgens voorschrift van Paus Leo XIII
na de H. Mis te bidden.........294
-ocr page 403-
— 399 —
II.
Blz.
Biechtoefeningen..............296
III.
Communie-oefeningen............304
Gebed van den H. Ignatius........321
IV.
Vespers en Lof.
Vesperpsalmen voor den Zondag......322
Lofzang der H. Maagd..........328
Salve Regina...............330
Gebeden onder het Lof..........330
V.
Verschillende Gebeden tot den H. Jozef.
Gebed in allerlei noodwendigheden.....336
Om vergiffenis der zonden en liefde tot God 337
Om een zaligen levensstaat........338
Om de genade, van goed de plichten te ver-
vullen van den staat, waarin God ons heeft
geplaatst................338
Om het welslagen eener tijdelijke zaak . . . 339
Om eene geestelijke genade........340
Om den H. Jozef zijn gezin aan te bevelen . 340
Om een kind onder zijne bescherming te stellen 341
Gebed voor een zieke...........342
Om de bekeering van een zondaar.....343
Voor eene ziel in het vagevuur......343
Van een kind voor zijne ouders......344
Gebed van ouders voor hunne kinderen . . . 345
Gebed om een zalig sterluur........346
Gebed van den H. Alphonsus.......347
-ocr page 404-
- 400 —
Blz.
Kesponsorium............348
Krachtig gebed, om do deugd van zuiverheid
te vragen (100 dagen aflaat ééns per dag) 350
Gebed tot den H. Jozef (300 dagen aflaat ééns
per dag)................350
.Schietgebeden (met aflaten)........351
Novene tot den H. Jozef..........352
Ken woordje over de Vereeniging roor de altijd-
durende vereering van den H. Jozef
.... 375
Litanie tot den H. Jozef..........378
Gebed om den H. Jozef tot patroon te kiezen,
en zich onder zijne bescherming te stellen, 382
Gebed tot den H. Jozef, volgens voorschrift
van Paus Leo XIII in de kerken te bidden,
gedurende de maand October......383
Oefening van den Kruisweg........385
Litanie der H. Maagd...........393
RE1MPRIMATUR.
Buscoduci. 26 Novembris 1894.
J. J. Versterren, R.
ad boe delegatus.
REIMPRIMATUR.
---------
Baarlo. die 10 m. Maji 1898.
- I. H. Geenen,
Lil>. Cens.