-ocr page 1-
B/o-
Vak 88
jk*3* i
; ■. • -/ • •••\'•-■
,,, /•-. •;-. j|L
**r*:f*-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
m"0 >%sz\\
-ocr page 4-
.
\\
-ocr page 5-
I-
/
-ocr page 6-
§• 3o3ef 6ib boot onS.
-ocr page 7-
ai,U^i^X»q^:Ufc:U~:fc,:U.AA-»U;.AJó.1^A y,\'>
DE
h
Glorievolle
% chui
i-
NIEUW
i~
t
t
TT
;;
I
E
■■.\'-
HANDBOEKJE
VOOR DE
VEREERDERS
BRUIDEGOM
Allerheiligste Maagd Maria.
Kerkelijk goedgekeurd.
fff
fffffffffffffffffffffll^".
eet - - \'■• Ui ^\'\'\'\'-l^l-t/
-ocr page 8-
-ocr page 9-
SfflM!É&&M&*!M!&M&&4Ml&&&&Mtë£
% Mui
^Een en dertig overwegingen en mirakelen
voor eiken dag der maand.
- de zeven smakten en vreugden van den
> heilige; oefeningen voor de zeven
woensdagen.
:------------                              ---- -----
) KORTE HEZOEKEN VOOR IEDEREN DAG.
LITANIE, II. MIS- EN VERSCHILLENDE
GEBEDEN.
BENEVENS IETS OVER DE
OVEREENIGING TOT ALTIJDDURENDE VER-
EERING VAN DEN H. JOZEF."
Tf?T»»fT»ffT»»T»tTTTTTTf»»»TTtTT»T»Y»TTrTT»»»W
Door een Paler Redemptorist. ^m
G. MOSMANS Senior.
\'s-BOSCH.
^mr*TrTmw**T*mv*
-ocr page 10-
-ocr page 11-
VOORBERICHT.
Het boehjl, dat wij den godvruchtigen lezer hier
aanbieden, is voor een gedeelte, getrokken uit de
geschriften van den II. Alphonsus de Liguori.
De verschillende kerkelijke goedkeuringen, welke
de Fransche uitgave mocht ontvangen, benevens het
gunstig onthaal, dat dit werkje van du Eerw. schrij-
ver ten deel viel, deden ons besluiten aan een lang
gekoesterde» wettsch gevolg te geven; en hoewel reeds
verschillende verdienstelijke handboekjes den dienaren
van den II. Jozef werden aangeboden, aarzelden
wij niet, eene Ncderlandschc bewerking te doen ver-
schijnen .
Immers, de vrome vereerder van Jesus\' Voedster-
vader vindt steeds gaarne nieuw voedsel voor zijne
godsvrucht en vermeerdering der bronnen, waaruit
hij zijne tuttere drvotie tol den bcminnelijken Brui-
degom van de Maagd der maagden futten kan.
Wat aangaat de beschouwingen over het leven
van den II. Jozef, hieraan verlangen wij volstrekt
gceue geschiedkundige waarde toe te hennen; hel is
dan trouwens ook geene geschiedenis, het zijn slechts
vrome overwegingen, in navolging van die van den
H. Alphonsus, den II. Uonaveutura en andere
-ocr page 12-
IV
heilige schrijvers over de geheimen en het leren van
Onzen lieer Jcsus Christus.
De menigte voorbeelden en mirakelen in dit boekje
voorkomende, zijn medegedeeld door den II. Al-
phonsus, fater Ilugiiet, pater Patrignani, of ivel
in de nAnnales de St. Joseph," het tijdschrift
nPropagation d. 1. devotion a St. Joseph enz.
Moge dit nederige boekje veel bijdragen om de
drvolie tot den veelvermogenden Aartsvader meer en
meer te verspreiden, dit is de vurigste wensch van
DEN BEWERKER.
-ocr page 13-
t&3&3<yy&y&y£>5
immm
A.€
EERSTE DEEL.
OVER DE MAAND VAN
DEN H. JOZEF.
INLEIDING.
Aansporing tot devotie jegens dien groole Heilige;
volgens den H. Alphonsus.
eeds het voorbeeld van Jesus Chris-
tus, die den heiligen Jozef hier op
aarde zulk eene vereering toedroeg,
dat hij aan diens bevelen wilde gehoorzamen,
moest voldoende zijn om alle harten van eene
vurige liefde en devotie tot dien grooten
Heilige te ontsteken. De hemelsche Vader
toch had hem aangewezen om hier op aarde
zijne plaats bij Jesus te bekleeden, derhalve
beschouwde Gods Zoon Jozef als zijn vader,
en bracht hem gedurende dertig jaren op
volmaakte wijze de vereering en gehoorzaam-
heid, welke een kind aan zijne ouders ver-
schuldigd is. Het Evangelie zelf getuigt, dat
»Hij hun (Maria en Jozef) onderdanig was," (\')
wat beteekent, dat de eenige bezigheid van
(i) Luo. II 5i.
-ocr page 14-
INLEIDING.
VI
Jen Verlosser gedurende al dien tijd bestond
in aan hen te gehoorzamen. Als hoofd van
dit kleine gezin had Jozef te bevelen, en
Jesus, als onderdaan, te gehoorzamen, zoodat
Hij geen voetstap verzette, geen daad ver-
richtte, geen voedsel nam noch rust, als het
met Jozefs wil niet overeen kwam. Hij ge-
hoorzaamde hem in alles en oogenblikkelijk,
gelijk God zich gewaardigde aan de H. Bri-
gitta te openbaren: «Mijn Zoon was zoo on-
derdanig, dat als Jozef Hem gelastte: Doe
dit of dat,
Hij het zonder uitstel deed (\').
«Menigmaal, zegt Gerson, was Jesus bezig
met het bereiden van den maaltijd, het was-
schen van het vaatwerk, met water putten
of het huis te vegen." Deze nederige onder-
worpenheid van God doet de waardigheid
van den H. Jozef stijgen boven die van alle
andere heiligen, uitgenomen van de Onbe-
vlekte Moedermaagd. Met recht dus merkt
een geleerd schrijver aan, dat hij, dien de
Koning der koningen zoo hoog heeft willen
verheffen, wel de vereering der menschen
verdient. De Zaligmaker beval dan ook zelf
aan de II. Margaretha van Cortona aan, eene
bijzondere godsvrucht tot den H. Jozef te
hebben, zeggende: »Ik verzoek u, om iede-
rcn dag een of andere bijzondere ecrbewij-
zing te geven aan den heiligen Jozef, mijn
toegenegen voedstervader op aarde." (\'-)
(i) Kev. 1. VI. c 58.
(2) Ap. Boll. 22 Feb: Vit. c. 9.
-ocr page 15-
INLEIDING.                             VII
Mijn plan is niet, om hier de ontelbare
voorbeelden aan te halen, die bewijzen welke
gunsten de H. Jozef voor zijne vereerders
verkrijgt; wie ze wil kennen, leze het boek
van Pater Patrignani over deze godsvrucht. (\')
Ziehier slechts hoe de H. Theresia zich uit-
drukt: »Ik herinner mij niet tot heden, ooit
iets aan hem gevraagd te hebben, wat hij
mij niet heeft verworven. Het zou een wonder-
lijk iets zijn, zoo ik al de ontelbare genaden
wilde verhalen welke God mij heeft geschon-
ken, en de gevaren opsommen, zoo tijdelijke
als geestelijke, waaruit Hij mij gered heeft
door de voorspraak van dezen glorjevollen
heilige. Wat de andere heiligen betreft, het
schijnt, dat God hun de macht heeft gegeven
om ons alleen in bijzondere voorvallen bij
te staan; maar de ondervinding leert, dat
de H. Jozef ons in al onze noodwendig-
heden ter hulp komt, en dat onze Heiland
er behagen in schept, om hierdoor aan te
toonen, dat Hij, even als op aarde, ook in den
hemel alles doet wat zijn voedstervader vraagt.
Evenals ik hebben ook anderen dit ondervon-
den, wien ik deze devotie had aangeraden___
Hoe gaarne zou ik de geheele wereld overre-
den om dezen heilige bijzonder te vereeren,
daar ik uit zulk eene lange ondervinding
zijne macht op God heb leeren kennen. Altijd
heb ik de personen, die voor hem eene ware
godsvrucht hebben, zien toenemen in de
(i) Il Divoto di S. Giusseppi.
-ocr page 16-
INLEIDING.
VIII
deugd__ Al sedert jaren vraag ik hem tel-
kens op zijnen feestdag ecne geheel bijzon-
dere gunst, en telkens ook ben ik verhoord
geworden___ Ter liefde Gods bezweer ik hen,
die mij niet gelooven, er de proef van te
nemen__ Ik begrijp niet, hoe men aan de
Koningin der Engelen kan denken en aan
al wat zij gedurende Jesus\' kindsheid ver-
duurde, zonder tevens den H. Jozef te dan-
ken voor de vaderlijke zorg en tctderheid aan
Moeder en Zoon besteed." (i)
In één woord, volgens de zeer juiste op-
merking van den heiligen Bernardinus van
Sienna valt er niet aan te twijfelen of de
Heiland, na den H. Jozef hier op aarde als
zijn vader te hebben vereerd, zal hem nu
in den hemel niets weigeren, ja zelfs zijne
gebeden nog meer ruimschoots verhooren. (2)
Daar het den niensch vastgesteld is, een-
maal te sterven, past het ieder geloovige, den
heiligen Jozef te verceren, vooral om de ge-
nade van een zaligen dood te bekomen. Al-
om wordt de bruidegom van Maria erkend
als de voorspreker der stervenden en de pa-
troon voor een zaligen dood, en wel om drie
redenen; vooreerst omdat Jesus Christus hem
eert en liefheeft, niet slechts als zijn vriend,
maar vooral ook als zijn vader; iets, wat zijne
voorspraak veel krachtiger maakt dan die der
(1)    Leven H. Ther. VI.
(2)    Scnu. de S. Jos: 3.
-ocr page 17-
INLEIDING.                                    IX
andere heiligen. Gerson zegt, dat de gebe-
den van den H. Jozef bij Jcsus in zekeren
zin de kracht hebben van een bevel:
»Als een vader zijn zoon om iets verzoekt,
staat dit verzoek als \'t ware gelijk met een
gebod." (i)
De tweede reden is, dat deze Heilige meer
macht heeft over den duivel, die ons bij ons
afsterven met woede aanvalt, daar God hem
het geheel bijzonder voorrecht heeft geschon-
ken, de stervenden te redden uit de strikken
van Lucifer, gelijk hij weleer den kleinen
Jesus uit de lagen van Herodes redde. — De
derde reden eindelijk is, dat de heilige Jozef,
aangezien den bijzonderen bijstand, bij zijn
dood genoten van Jesus en Maria, het voor-
recht bezit, zijnen dienaren een heiligen en
zachtcn dood te verkrijgen; zoodat hij als zij
hem in hunne laatste oogenblikken aanroepen,
hen zal komen sterken door zijn tegenwoor-
digheid, en hun bovendien de hulp van Je-
sus en Maria zal bezorgen.
Dit wordt door vele voorbeelden bewezen,
wij zullen er enkele aanhalen.
Boverius verhaalt dat in i58i de Capu-
cijncr leekebroeder Alexis de Vigevano op
zijn sterfbed lag, en aan de hem omrin-
gende kloosterlingen verzocht, om waskaar-
sen bij zijn bed te ontsteken. Toen zij naar
de reden vroegen, antwoordde hij, dat Maria
(i) Jos. Orat.
-ocr page 18-
X
INLEIDING.
en Jozef hem kwamen bezoeken; nauwelijks
had hij dit gezegd of hij riep opgetogen uit:
»Daar is de H. Jozef en de Koningin des
hemels; knielt allen neder, paters, om hen
te begroeten." Onder deze woorden gaf hij
zacht en kalm zijn geest op den igen Maart,
feestdag van den Heilige.
In zijn hierboven genoemd werk verhaalt
pater Patrignani, dat volgens den H. Vin-
centius Ferrerius en andere schrijvers, in Va-
lencia een koopman de gewoonte had, om
ieder jaar met Kerstmis een grijsaard aan
zijne tafel te noodigen, alsmede eene moeder
met haar kortelings geboren kind, en wel
ter eere van Jesus, Maria en Jozef. Deze
vrome man verscheen na zijn dood aan iemand,
die voor hem bad, en verhaalde, dat het
heilig Gezin hem was komen bezoeken, zeg-
gende : «Gedurende uw leven hebt gij ons
bij u ontvangen in de personen van die drie
armen, nu komen wij, om u bij ons te ont-
vangen;" vervolgens werd hij naar het para-
dijs opgenomen.
De geschiedenis der Ongeschoeide Carme-
lieten verhaalt ons, dat toen de Eerw. zuster
Anna van St. Augustinus, dochter der H.
Theresia, op haar sterfbed lag, verscheidene
religieuzen zagen, hoe zij bijgestaan werd
dcor den H. Jozef en de H. Theresia, en
geheel buiten zich zelve was van vreugde.
Later vernam men, dat eene andere religieuze,
in een ander klooster, haar in gezelschap
-ocr page 19-
INLEIDING.                                      XI
van beide heiligen ten hemel liad zien stijgen.
Eindelijk haalt pater Johannes Allosa in
zijn werk over den II. Jozef aan, dat een
Augustijner kloosterling na zijn dood aan
een zijner medebroeders verscheen, en hem
mededeelde, dat God hem, om zijne bijzon-
dere devotie tot den H. Jozef, van de hel
bevrijd had, en dat deze Heilige als voed-
stervader van Jesus Christus veel macht op
hem had.
Geestelijke ruiker. De H. Theresia had
de gewoonte om telken jare op het feest van
den H. Jozef hem eene bijzondere genade te
vragen, en altijd werd zij verhoord. Maak
het voornemen, om de maand Maart met
bijzondere godsvrucht te vieren, ten einde
deze of gene genade te verkrijgen, waaraan
gij meer behoefte hebt.
-ocr page 20-
EERSTE DAG.
De verloving.
at was zij schoon, do vijftienjarige
i Jonkvrouw, de onbevlekte Maagd!
Wat was zij schoon in do oogen der
meuschen, der Engelen, ja in het oog van God
zelf! Haar voorhoofd was helder als de he-
mel, wanneer do dageraad hem komt ver-
lichten ; ernstige on kalme gedachten druk-
ten er haren stempel op, en hielden het
een weinig gebogen ; een zacht on liefelijk
licht straalde haar uit do oogen, als Maria
zo in het gebed ten hemel richtte; hare
lippen openden zich slechts even als do roos,
om een welriekenden gonr van deugden te
storten in de harten van lion, dio haar aan-
hoorden ; haar geheelo verschijnen ademde
hemelsche aanminnighoid, gepaard aan bo-
vennatuurlijke majesteit en luister. In de
nabijheid van dio Maagd der maagden ge-
vooldo men zich betor, deugdzamer, ont-
waarde men in zijn hart oen walg van het
aardsohe.
-ocr page 21-
— 13 —
Ontmoetten zij haar in het gewijile voor-
hof des tempels, dan gevoelden de priesters,
vergrijsd in den dienst des altaars, zich
doordrongen van bewondering en eerbied,
als op het gezicht eener koningin. Maria
was als ecne hemelsche verschijning, als zij
daar zoo zedig voortschreed; de reine jonk-
vrouw schoen mot haar voet do aarde van
zich te stooten, en heur lelieblanke ziel met
haar onbesmet, volmaakt omhulsel zich ten
hemel te willen verheffen.
Zoodanig was in der menschen oog de
dochter van Joachiin ; maar de menschen
zagen slechts het uitwendige van dit heilig-
dom ; zij konden niet tot het innerlijke
schouwen en zich vermeien in den aanblik
van die onbovlekte maagdelijke reinheid,
gelijk de Engelen, die brandden van verlan-
gen om de gebeurtenissen zich te zien ont-
wikkelen, waarin dit kind der aarde be-
trokken zou worden.
In waarheid, op dezen jeugdigen leeftijd
was Maria als de korte samenvatting van
al de schoonheden der schepping. Hare ziel
was die nieuwe hemel, door do profeten
voorspeld (1) grooter, zuiverder, schitteren-
der dan het met sterren bezaaide uitspan-
(1) IsaïGS, 17.
-ocr page 22-
— 14 —
sel, zegt de II. Chrysostomus. Haar lichaam
was eeno nieuwe aarde (1) op wonderbare
wijze geschapen, oen lusthof, door God zelf
geplant, waarvan de toegang voor de hel-
sche slang afgesloten werd door duizenden
Engelen, met vlammende zwaarden gewa-
pend.
Zij had heilige ouders gehad, welke van
David afstamden, en was hun door God
geschonken geworden. Nauwelijks de eerste
zorgen kunnende ontberen, was Maria reeds
op zeer teederen leeftijd naar den tempel
opgegaan, alwaar zij tot heden in den dienst
des lleoren hare jaren had doorgebracht.
Zij had daar geleefd onder hot waakza-
me oog van een heiligen priester Zaoharias,
van een godvroezenden grijsaard Siraeon,
van eeno ingetogen weduwe Anna. De H.
Geest zelf was haar leermeester geweest.
Hij had dien sohoonen hof kwistig met al-
lerlei bloemen versierd, welke dagelijks
hare welriekende geuren als een aangenaam
offer ton hemel opzonden.
Maar als in do lente do jeugdige wijn-
stok begint uit te schieten on een rijken
oogst beloofd, geeft de verstandige hovenier
hem een steun tegen regen on wind, on
(1) Isa\'i CO, n.
-ocr page 23-
\'
— 15 --
bevestigt hom aan een sterken stam, opdat
do wijnstok onverlet zijne taak kunne vol-
brengen — Maria vol van de goddelijke
genade, was thans op don leeftijd gekomen,
om don Hemel waardige vruchten van
dengd voort to brengen; maar, behoefde
zij, de teedere jonkvrouw, de zwakke maagd,
behoefde zij geen stonn, geen hulp tegen
de stormen dezes levens?....
Eeno godvruchtige overlevering verhaalt,
dat verscheidene afstammelingen uit Davids
geslacht naar Maria\'s hand dongen, verrukt
als zij waren over de verhoven hoedanig-
heden dezer jeugdige maagd, en dat de
nederige Jozef zich slechts onder hun ge-
tal schaarde op uitdrukkelijk bevel van de
priesters; verder, dat evenals bij Aaron,
ook de staf van Jozef bloeide en dit als
een teeken was, wio Maria als zijne bruid
zou mogen begroeten.
Groot was dus wol die nederige timmer-
man in Gods oog, daar hij tot zulko ver-
heven waardigheid geroepen werd, groot
ook om do wijze, waarop hij daartoe werd
aangewezen.
Evenals het voldoende is tot Maria\'s
lof to zoggen, dat zij waardig was, Moeder
van God to worden, evenzoo ook is het,
als men Jozef wil prijzon, voldoende, to
-ocr page 24-
— 16 —
zeggen, dat hij do waardige bruidegom was
dor Allerheiligste Maagd; hieraan valt niet
to twijfelen. 1 lot geloof\' van Jozef oven-
aardde dat van Abraham ; zijne liofdo tot
God deed niet onder voor dio van David;
zijne kuischheid overtrof die van Jozef uit
het Oude Verbond, zijne zachtmoedigheid
dio van Mozes. Hij was nederig en had
begrepen, welke schatten or verborgen lig-
gen in do heilige armoede en do onbekend-
heid voor de wereld, en zou die niot heb-
ben willen ruilen voor al den rijkdom en
roem van Salomon.
Overweging en Gebed.
VS) oemvolle Aartsvader, gij zijt gelukkig
!£$< te noemen, dat gij van alle eeuwig-
heid zijt uitverkoren tot de schoonste roe-
ping na die van de Moeder Gods ; maar nog
meer verheug ik mij met u, dat gij u die
groote eer hebt waardig getoond, dat gij
volkomen beantwoord hebt aan do genaden,
welke daaruit voortvloeiden. — O, mijn
beminnelijke Beschermheilige, ook ik heb
van God buitengewone genaden en gunsten
ontvangen ; mijne ziel is do dochter gewor-
den van God don Vader doorliet Doopsel,
bruid van Jesus door de H Communie:
-ocr page 25-
— 17 —
tempel van den H. Geest door het Vorm-
sel ; bovendien, welke bijzondere genaden
heb ik nog van God niet ontvangen, ge-
naden, die mij voor de eeuwige straften der
hel behoed hebben !... En hoe heb ik daar-
aan beantwoord ? Welk voordeel heb ik uit
zooveel hulpmiddelen getrokken ? Hoe dik-
wijls heb ik de H. Drievuldigheid belee-
digd door mijne ontelbare zonden!...
Maar ik wil mij van ganscher harte be-
teren, en ik bid u, o allergetrouwste dienaar
des Heeren, om mij den machtigen steun uwer
krachtige geboden niet te willen weigeren.
Verwerf mij van Jesus dn genade om steeds
onderdanig zijn aaubiddelijken wil te vol-
brengen, en tot richtsnoer van al mijn doen
en laten deze grondspreuk der heiligen te
stellen:
Geestelijke IUjikek. God behagen en
sterven.
Voorbeeld.
TEflon meisje van tien jaren werd door eene
£y| ziekte aan beido oogen blind. Alles,
wat de kunst vermocht, werd besteed, kos-
ten noch opofferingen gespaard, maar te
vergeefs; slechts één oog werd behouden.
De doctoren oordeelden alle verdere moeite
Gi. H. J.                                                             2
-ocr page 26-
— 18 —
nutteloos. Toon ging men tot den II. Jozef.
liet vertrouwen der ouders was groot en
kinderlijk. Niet tevreden met gebeden, II.
Missen on novenen, legde men een band
aan den voet van het beeld des 11. Aarts-
vaders en bevestigde dien vervolgens op
het blinde oog. Hun vertrouwen werd niet
beschaamd, spoedig werd dit oog onder
ieder opzicht zoo goed als het andere.
Groot is de dankbaarheid der ouders en
dor kleine jegens hem, bij wien nog altijd
hulp is, als zij bij de ïnenschen vruchteloos
wordt gezocht.
(1\'rojjar/ : de. la Dcvot: d St. Jowph.)
TWEEDE DAG.
I)c voltrekking.
et Evangelie vermeldt ons goene en-
kele bijzonderheid omtrent het hu-
welijk van Jozef\' met de Koningin
der maagdon. Wij zullen trachten, dit stil-
zwijgen aan to vullen, steunend op do
Overlevering en verschillende plaatsen uit
de Gewijde Boeken.
Toen God zijn wil had kenbaar gemaakt,
gelijk wij in het vorig hoofdstuk zagen,
word dit aan Maria overgebracht op bevol
-ocr page 27-
— 19 —
van eon priester, misschien wel don heiligen
grijsaard Simeon ; tevens werd haar beduid,
het jawoord te schonken aan den bruide-
gom, dien God haar had bestemd.
Toon zij den naam van Jozef hoorde, over
wiens bewonderenswaardige godsvrucht men
haar menigmaal had gesproken, was Maria
getroost on stemde gereedelijk toe. Zij ge-
voelde, dat God haar gebod verhoord had.
Zij immers, die do gelofte van eeuwigen
maagdom had afgelegd, begreep, dat bij
deze vereoniging de bruidsluier slechts zou
dienon om voor onbescheiden oogen don in-
nerlijken schat verborgen te houden, dion
zij in haar hart droeg, en dien zij hooger
schatte en meer beminde dan het leven.
Zij dankte God, on begeleid door hare
meesteres Anna en hare gezellinnen, begaf
zij zich in het wit gekleed, naar het voor-
hof des tempels, terwijl een lichte blos van
maagdelijke zedigheid hare wangen bedek-
te. Simeon vroeg haar nu, of zij Jozof ha-
ren bloedverwant als haar wettigen echtge-
noot en hoer in diens huis wilde volgen.
Schuchter antwoordde zij, dat zij wilde. En
de vrome grijsaard, verheugd over zulk
een heilige vereoniging,\' legde hare hand
in die van Jozof, onder hot uitspreken de-
zer woorden : //Moge de God van Abraham,
-ocr page 28-
— 20 —
Iziiak en Jnkob u vereenigen en in u zijne
zegeningen voltrekken." Vervolgensbeschreef
hij de huwelijksovereenkomst op perkament.
Op den dag voor do bruiloft bestemd,
zond Jozef aan zijne verloofde een eenvou-
dig tooisel, zijne bescheidene middelen ver-
oorloofden niet meer ; en van haren kant
deed Maria lieni een f/mica toekomen, die
zij met eigen hand geweven had en ver-
vaardigd, en welke hij tweemaal \'s jaars
gedurende zijn leven moest dragen, waar-
in hij ook begraven moest worden. (I) En
als des avonds de eerste sterren aan hot
uitspansel schitterden, omhelsde Maria voor
de laatste maal hare dierbare meesteres,
bedankte haar voor hare moederlijke zor-
gen, en vroeg nederig haren zegen. Voor-
goed verliet de jeugdige maagd nu den
tempel, waar zij onder do vleugelen van
Gods bescherming was opgegroeid. Voor-
uitgegaan door tien maagden, allen met
brandende lampen in do hand, schreed zij
biddende voort. Van zijnen kant verliet ook
Jozef met tien jongelingen zijne woning.
Toen de beide groepen elkander ontwaar-
don, klonk eeno stem : //Ziehier den brui-
degom, gaat heni tegemoet." En als zij
(1) Zoo was liet gebruik.
-ocr page 29-
— 21 —
elkander ontmoetten, werd de bruid aan den
bruidegom voorgesteld. Vervolgens in Jozefs
huis aangekomen, werd het bruiloftsmaal
in de vreozo dos Hoeren gevierd.
Toen de gasten vertrokken waren, bega-
ven do jeugdige ochtgenooten zich tot het
gebed, gelijk eertijds ïobias endekuiseho
Sara. Maria vroeg voor Jozef de genade
om don schat te kennen, dien zij het oerst
van den heinol ontvangen had, en Jozef
bad God, om hein zijner bruid waardig te
maken.
Nooit nog was er een Godo aangenamer
gebod ton hemel gostiord. Men mag veilig
aannemen, dat do Aartsengel Gabriël bij
hun neerdaalde, en hot hart van Jozef als
overstroomde mot homelschen dauw, welke
alle aardsche genegenheid daarin uitdoofde.
Maria verhaalde hein nu, hoe zij in hare
kindsheid reeds zioli zelve met ziel en li-
chaam aan God had weggeschonken, om
Hem alleen too te belmoren en to behagen:
vervolgens schilderde zij Jozef het geluk
vau eene ziel, die geheel met het vleescli
heeft gebroken, om voortdurend in heilige
vorceniging mot God to leven.
Verrukt aanhoorde Jozef deze hemolsche
taal zijnor vlokkoloozo Bruid, en wel verro
van haar togen te streven, werd ook zijn
-ocr page 30-
— 22 —
zuiver hart ontvlamd van vurige begeerte
naar die bovennatuurlijke goederen. Boven-
dien, hoe gemakkelijk begreep hij de jeug-
dige maagd ; hij was immers zoo wel voor
haar gemaakt. Zijne zuivere ziel zou als de
weerspiegeling zijn van Maria\'s deugden,
onder den geheimzinnigen invloed van haar
machtig voorbeeld.
Jozef\' legde aldus de gelofte af van eeu-
wige maagdelijkheid, en drukte hiermede
het zegel op zijne vereeniging met de Maagd
der maagden.
Wat was dit huwelijk gelukkig voor Jo-
zef. Hij voordo in zijne woning binnen de
Ark des Nieuwen Verbonds, Haar, in wie
God woonde ; hij mocht zich verheugen in
het bezit van het kostbaarste wat God ooit
op het heelal had voortgebracht; zijn naam
was voor immer aan dien van het heiligste
schepsel verbonden.
Maar ook voor Maria was deze verbin-
tenis gelukkig. In haren bruidegom vond
zij een broeder, een steun, waardig om ken-
nis te dragen van de grooto geheimen, wel-
ke in haar zouden voltrokken worden. Zij
begreep hem: Jozef was niet minder heilig
dan hare vrome ouders geweest waren. Ü,
hoezeer vereerde on beminde zij hem van
nu af; hoe vurig dankte zij God, haar mot
-ocr page 31-
— 23 —
zulk oen heilige vereenigd te hebben! Zij
zag in hem Gods plaatsbokleeder, door
wiens mond de Heer zijn wil zou bekend
maken.
Overweging e» Gebed.
^Fjfêf elk een room voor u, l)ominnelijke
J.JI heilige, dat gij met uwe maagdelijke
Bruid de vaan hebt opgeheven van die hei-
lige deugd, welke de menschou tot Enge-
len maakt. (1) Welke glorie voor u, met
Maria de eerste te zijn geweest van die
onafzienbare rij van maagden, welke hier
op aarde het schoonste sieraad zijn derH.
Kerk, en hierboven het Lam volgen.
Maar gij zijt ook de voorspreker en be-
schermer van allen hier op aarde, die in
welken levensstaat ook, zich voor do be-
smetting van het vleesch weten te bewaren.
O, vader en verdediger der maagden, hei-
lige Jozef, aan u werden de Gezalfde des
lleeren on zijne onbevlekte Moeder toe-
vertrouwd; ach, ik bid u, sta mij met uwen
machtigen steun bij on behoed mij voor
alle onzuiverheid. Helaas, ik bon zoo zwak,
zoo zondig : de verleiding is menigwerf zoo
(1) Mattli. XXII. 30.
-ocr page 32-
— 24 —
groot; ik smeek u, red mij toch in alle
gevaren, en laat mij rein en kuisch mijne
levensdagen slijten. Doch zie, de zuiverheid
loopt zonder den ootmoed het grootste ge-
vaar van ten onder te gaan, o, verwerf mij
dus een nederig hart, en een groot mis-
trouwen van mij zelve en mijne zwakheid;
opdat ik sidderend als de duive, in het
gevaar tot Jesus, Maria en Jozef aanstonds
mijne toevlucht neme.
Hierom bid ik u in den naam van Jesus,
de zuiverheid zelve, in den naam ook van
uwe hemelsche liefde tot de ünbevlekto
Moedermaagd.
Voorbeeld.
/jPÈjp oone kostschool voor meisjes te Lyon
\'Syj!\' bestaat de gewoonte, dat zij, die zich
voor de eerste 11. Communie voorbereiden,
onderling eene vereeniging vormen, met den
H. Jozef tot patroon, dien zij altijd aan-
duiden onder den naam van «haar goeden
vader."
Eenigo jaren geleden was daar een meis-
je, Valcria geheeten. Hoe jeugdig nog, had
zij reeds begrepen, dat de heiligmakende
genade de kostbaarste aller schatten is. Zij
bad dikwijls haren «goeden vader," haar
-ocr page 33-
s         ~
— 25 —
te behoeden voor het ongeluk van dien
schat to verliezen.
Hare zuster zou zich in het huwelijk be-
geven : Valeria moest bij dit familiefeest
tegenwoordig zijn, maar vreezendo voordo
gevaren, bad zij tot den H. Jozef: «Goede
Vader, maak dat ik niet naar huis kan
gaan." Ëenige dagen later kwam zij hup-
pelend bij hare onderwijzeres, en wees op
tal van roode vlakjes, waarmee haar gelaat
en handen bedekt waren, liet kind werd
ziek, en moest hel lied houden terwijl do
bruiloft gevierd werd.
Zij ging voort, tot den H. Jozef te bidden
om haar zuiver to bewaren en tweo jaar
later gaf zij hare reine ziel aan God, nog
immer bekleed mot het witte kleed der
onschuld, waarmee hare ziel bij het 11. Doop-
sel getooid was geworden.
{Le Jardin des enfants.)
DERDE DAG.
liet Gebod.
n dien tijde was het heelal in de ver-
wachting van de groote gebeurtenis,
dio het aanschijn dor aarde zou
-ocr page 34-
— 26 —
komen liernieu wen. Delsraëlieten vooral waren
overtuigd, dat de Messias weldra zou komen.
Velen onder hen smeekten, datGod toeli het
uur der verlossing zou willen bespoedigen.
Zoo bad de heilige grijsaard Simeon, die van
den 11. Geest de belofto had ontvangen, van
niet te zullen sterven, alvorens den gezalfde
des Meeren gezien te hebben. (1) Zoo bad
Anna do weduwe met waken en vasten; zoo
bad do heilige priester Zacharias, als hij wie-
rook stortte op het altaarvuur.
Maar, hoeveel meer dan dat alles was
het gebed van Maria en Jozef! Welke recht-
vaardigen waren aan hen gelijk ? Welke
mensch, buiten Maria, kon met Jozef verge-
leken worden ?
lederen avond vereenigden zij zich, op
het offeruur, in het gebed, en het venster
hunner schamele woning in de richting van
Jerusalems tempel openende, (2) hieven zij
hunne onbevlekto handen ten hemel, on
smeekten God, toch eindelijk Hem te willen
zenden, die beloofd was.
Ongetwijfeld, do zuchten en gebeden van
dio beide kuische zielen waren Gode aan-
genamer dan de wierook van Zacharias.
Jesus heeft gezegd, dat telkens wanneer twee
U) Luc. IX. 29.
2) Dan. VI, 10.
-ocr page 35-
— 27 —
of meer harten zich in het gebod vereeni-
gen in zijnen naam, Hij in hnn midden zal
wezen. Hoe dus zou Hij lang hebben kunnen
weerstaan aan hot gebed van tiveo zoo zui-
vere zielen, zoo volmaakt aan elkander ver-
bonden ; aan hot gebed van hen, die hij
van allo eeuwigheid voor zijne Ouders had
vorkoren ?
Niet dat het gebed van Maria alloen,
niet voldoende zou geweest zijn, om Jesus
te overreden, eindelijk in ons midden neer
te dalen; maar dat van Jozef was niet
vruchteloos; wij meencn zelfs, dat in zijne
hoedanigheid van Bruidegom van Maria,
en met liet oog op zijn doel in het werk
der Verlossing, do heilige Aartsvader van
het Nieuw Verbond hot uur des hoils meer
verhaastte, dan al do oude patriarchen.
Het eerste echtpaar had God uit de wo-
ning der menschen verjaagd; twee andere
echtgonooten zouden Hem weer daarin te-
rugvoeren. Door deze kuischo vereeniging
van hunne harten en zielen in het gebed,
werden Maria en Jozef do ouders van don
God-Zaligmakor, gelijk do II. Lucas hou
noemt. En was Maria zijne Moeder niet
slechts door het geloof en den geest, maar
ook naar hot vleosch, Jozef was ten minste
zijn vilder naar den geest, door de vurige
-ocr page 36-
— 28 —
begeerten zijns harten, door zijn grooten
ijver voor do glorie van God on het heil
der monschen.
Overweging en Oclied.
O ja, heilige Jozef, het gebed van den
rechtvaardige vermag veel, (l) het ver-
mag alles; en het uwe, op do innigste wijze
vereeuigd met dat van uwe onbevlekte Bruid,
is als een welriekende geur ton hemel op-
gestegen. (3)
Op do bede van Elias daalde een over-
vloedige regen op het vorsohrooido aardrijk
neer; doch uw smeeken zal een stroom van
zegeningen over Gods erfdeel aftrekken.
Doch als uw gebed do komst van den
Verlosser heeft kunnen verhaasten, hoe veel
te krachtiger zal hot dan kunnen medewer-
ken oin mij moor en meer aan Hem ge-
lijkvormig te doen worden, en zoodoende
het zegel der rechtvaardigmaking op mijne
ziel te drukken !
Bid dus voor mij, o ja, bid voor mij,
Rechtvaardige onder do rechtvaardigen,
beminnelijke heilige; bevoel mij bij de Moe-
(1)    J.TC. V. IC.
(2)    I\'s. 110. 2.
-ocr page 37-
— 29 —
der vnn barmhartigheid aan, uit mij zelven
kan ik immers niets. Zeg aan Maria, dat
gij mijne zaligheid wilt, zeg haar dit in
den naam uwer zuivere liefde op aarde,
wijzende op de kostbare zweetdruppels, die
gij voor haar en haar goddelijk Kind hebt
gestort, zeg haar dit, en ik zal geholpen
zijn.
Geestelijke ruiker. Men moet altijd
bidden, on ::ooit moede worden te bidden,
Voorbeeld.
ï|]%e geestelijke dochters van den II. Augus-
iïlfi tinus hadden in haar klooster te Antwer-
pen eene fraaie kapel, toegewijd aan den II. Jo-
zef en beroemd om de vele buitengewone
genaden, welke (jod er door tusschenkomst
van den Heilige verleende. Onder de kloos-
terlingen was er eene, zuster Elisabeth, die
gedurende meer dan drie jaren aan het gra-
veel leed. Hare smarten waren zoo hevig,
dat zij dikwijls gloeiende koortsen had en
menigmaal in zwijm viel. De geneesheeren
verklaarden zich in de onmogelijkheid
haar te genezen. Toen de arme zuster
zich zoo van alle menschelijke hulp ver-
stoken zag, nam zij met groot vertrouwen
hare toevlucht tot den II. Jozef, dien
-ocr page 38-
— 30 —
zij altijd zeer vereerd bad. Dag en
nacht bad zij zelvo en liet anderen voor
haar tot hem bidden. Haar vertrouwen
groeide steeds aan, zoodat ze zelfs tot de
overste zeido: //Ja, ik zal genezen, ik ben
or zeker van, met Jozefs hul)) zal ik van
mijne pijn verlost worden." Hare smarten
bleven intusschen vreeselijk; op den 10 Juni
105!) lag zij van pijn als verteerd in de
armen harer medezusters, zij liet zich nu
voor een boeld van den 11. Jozef op de
knieën zinken, en bezwoer hein, haar toch
te verlichten.
Plotseling verdween haar lijden, en was
zij geheel van haar vreeselijke ziekte bevrijd.
Een kettersch geneesheer, die haar in haren
vroegeren toestand gezien had, verklaarde
onomwonden, dat eono dergelijke genezing
niet anders dan een wonder kon zijn.
(Amice misericordieuse.J
VIERDE DAG.
De zending des Engels.
a aldus totlaat in den nacht gebeden
te hebbon, begaf Jozef zich ter rust.
-ocr page 39-
— 31 —
Hij sliop, maar zijne wonschon, zijne verzuch-
tingen zouden den Heer opwekken, die als
ingeslapen scheen (l) boven de zondige we-
reld; zij zouden Hem zijne belofte herinneren
van den toegezegden Verlosser. Ja, Jozef
sliep, maar zijn hart, Maria, waakte voor
hem. Maria leefde van zijnen handenarbeid,
was het dus niet billijk, dat zij het vuur
in de lamp des gebeds onderhield (~) ter-
wijl hij zijne rust nam? Jozef sliep, gelijk
Jacob op den weg naar Haran; maar Maria
verhief zich nog in \'t gebed ten hemel, zij
was als de geheimzinnige ladder en smeek-
te den God van Jacob, in het huis van
Jozef neer te dalen met zijne zegeningen.
Gelukkigo Jozef! Weet gij wel wie de-
gene is, die gij bezit? Zie, de Aartsengel
Gabriél groet haar als oene koningin, in
naam der H. Drievuldigheid noemt hij
haar vol van genade, en voegt er bij: wI)e
Heer is met u, gezegend zijt gij onder de
vrouwen." En Maria is met u, Jozef; zij
is met u, zij behoort u; zoudt gij dan niet
gezegend zijn onder de mannen?
Hooreu wij, wat de Engel tot Maria
spreekt: «Gij hebt genade gevonden in de
oogen des Heeren; zie, gij zult ontvangen
(1( Ps. 77; 65.
{V Prov. XXXI, IS.
-ocr page 40-
— 32 —
on oen Zoon tor wereld brengen, dien gij
Jesus zult noemen. Hij zal groot zijn, en
de Zoon des Allerhoogsteii genoemd worden."
Alzoo zullen uwe weuschen verhoord wor-
den, o Jozef, on zelfs overtroffen: gij zult
den Heiland der wereld aanschouwëu niet
alleen, maar hij zal in uwe schamele wo-
ning opgroeien, in uwe voortdurende nabij-
heid; want die verheven Vrucht zal wor-
den voortgebracht door den heiligen Wijn-
stok, welke het sieraad van uw huis uit-
maakt, en waarvan gij de steun zijt.
Vrees niet, dat de banden, welke u aan
uwe beminde Bruid hechten, verbroken zul-
len worden, neen, zij zullen nog nauwer
toegehaald worden, en onbreekbaar blijven;
Jesus zal er het goddelijk onderpand van
wezen. Vrees ook niet, dat hare glorie
Maria\'s hart van u zal vervreemden, inte-
gendeel, zij zal er slechts nog nederiger om
zijn, u nog meer en nog trouwer aanhan-
gen. Uwe tegenwoordigheid was nuttig en
zoet voor de heiligste aller Maagden, zij
zal het niet minder wezen voor de Moeder
van God; en de zorgen, aan het Kind ge-
wijd, zullen u de eeuwige dankbaarheid
der Moedor verzekeren.
Bovendien, Jesus zal ook uw Zoon we-
zen, niet krachtens de natuur, maar de zoon
-ocr page 41-
— n —
verworven door uw gebod, door uw geloof,
door uwe maagdelijkheid. En Maria aar-
zelt niet te antwoorden: «Zio de dienst-
maagd des lleeren, mij geschiede naar uw
woord!"
Don volgenden morgen verscheen Maria
voor de oogen van haren echtgenoot, even
zuiver, even nederig als altijd, en toch:
zij was Moeder van God!
Wat Jozef aangaat, hem werd door een
wijze beschikking van Gods Voorzienigheid
het groote geheim nog niet geopenbaard;
en Maria sprak er niet van; zij liet dit aan
Gods wijsheid over.
Intusschen gevoelde de vrome Aartsvader
ongetwijfeld de tegenwoordigheid van den
Gever aller goederen, het was hem, alsof
God op eene geheel bijzondere wijze in
zijne woning verbleef. Met Jacob riep hij
uit: ffHoe ontzagwekkend is deze plaats!"
Met den profeet sprak hij: «Wat zijn uwe
tabernakelen beminnelijk, o God! mijn hart
wordt van verlangen naar u verteerd." (])
Want hij gevoelde met den dag zijne liefde
tot God aangroeien, en hij besefte, dat Maria
als het middelpunt was van die goddelijke
werkingen. In hare nabijheid geraakte hij
(1) Ps. 83, 1.
Gl. II. Jozef.                                                   3
-ocr page 42-
— 34 —
in verrukking, zij schoen hem steeds grootor
en eerbiedwaardiger, steeds schooner toe,
als een bovennatuurlijk wezen.
Overneming en Cjelied.
di^\'T olukkig, duizendwerf gelukkig zijn zij,
vyrj? die leven onder Maria\'s bescherming!
Zij behoeven de gevaren van den dag en
de verschrikkingen van den nacht niet te
vreezen. Als zij slapen, waakt do II. Maagd
over hen; hunne werken worden vruchtbaar,
daar Maria ze zegent. Hunne woning is
als een verblijf der Engelen, waarop God
met welgevallen nederziet. Zij worden over-
laden niet gunsten en genaden, waarom zij
niet gedacht hebben; het is Maria, die ze
voor hen vraagt. Door Maria, de Moeder
der schoone liefde, worden zij vrienden van
God; door haar onderwezen in de wegen
der gerechtigheid, zullen zij nimmer falen,
nooit beschaamd gemaakt wordeu, en in de
haven der zaligheid aanlanden. — Zoodanig,
o gelukkige Jozef, waren de goedoren, die
gij met Maria tegelijkertijd ontviugt; alles
hebt gij door en om haar verkregen. Ik
smeek u, gowaardig u om mij deelgenoot
te maken van uw geluk, door mij eene
teedere en kinderlijke liefde te verkrijgen
-ocr page 43-
— 35 —
tot de liefste aller Moeders, do onbevlekte
Maagd Maria. Zoo zal in mij bewaarheid
worden wat over uwe Bruid geschreven staat:
Geestelijke iiuikeu. Die mij gevonden
zal hebben, zal het leven vinden en hot
heil in den lieer. (])
Voorbeeld.
p zekeren dag was de il. Theresia, die
vurige dienares van Maria\'s Bruide-
gom, met verscheidene harer kloosterzusters
op reis, oin een nieuw klooster te stichten,
dat ter eere van den II. Jozef zou genoemd
worden. De voerman echter dwaalde van
den weg af, en kwam terecht op een zeer
gevaarlijke plek, waar menige afgrond de
reizigsters aangrijnsde.
Zij waren op het punt, in de diepte te
storten, nog eenige seconden, on het rijtuig
zou door de toomelooze vaart der paarden
van de hoogte worden afgeslingerd.
Daar herinnert zich de II. Theresia ha-
ren beschermer, en op haar voorbeeld, roe-
pen allen den H. Jozef aan. Plotseling
weerklinkt een machtige stem van uit den
afgrond: «Terug, terug, nog één stap voor-
(I) Prov. VIII, 31 en 35.
-ocr page 44-
— 30 —
uit, dan gij zijt allen verloren." Op dit be-
vel staan de paarden als door een geheim-
zinnige macht stil, en de zusters vroegen,
welke richting er moest worden ingeslagen.
Dczelfdo stem wijst haar eene plaats aan
die niet minder gevaarlijk schijnt; toch ge-
hoorzaamt men, en is nu weldra buiten ge-
vaar. De voerman ging nu naar don red-
der zoeken, om hem te bedanken, maar er
was niemand te ontdekken, zelfs geen spoor
van eenig menschelijk verblijf. De H. ïhe-
resia echter had deze stem herkend, en
sprak aangedaan: «Dierbare kinderen, te-
vergeefs zoekt onze gids naar onzen onzicht-
baren beschermer; het is de H. Jozef zelf
geweest."
(Leven van de II. Theresiu.)
VIJFDE DAG.
De eerste reis.
an don Aartsengel Gabriël had Ma-
ria vernomen, dat hare nicht Elisa-
betli, echtgenoote van den heiligen
priester Zacharias, moeder mus geworden. De
H. Geest, die al hare handelingen bestuurde,
deed haar begrijpen, wat God niet die openba-
-ocr page 45-
— 37 —
ring voorhad; Hij wilde, dat zij aan Johau-
nos don Dooper den zogen zou gaan bren-
gen van het Woord, dat zij ontvangen had.
Merken wij hier wel op, dat Maria deze
reis niet zou hebben ondernomen zonder
toestemming van Jozef; zij immers gehoor-
zaamde hom in alles, gaf zich zelfs moeite
om zijne geringste wenschen te kennen en
to voorkomen ; zoo wilde hot God, zij wist
zulks. Als dus Jozef den minsten tegenzin
had betoond, zou Maria or aanstonds van
hebben afgezien.
Om deze lange afwezigheid van Maria
te verklaren, moeten wij veronderstellen,
dat Maria aan Jozef verhaalde, wat haar
omtrent Elisabeth geopenbaard was, even-
wel datgono verzwijgende wat haar zelve
betrof; en dat zij hom vroeg of het niet
passend zou zijn, hare heilige nicht to gaan
bezoeken, en zo gedurende eenigen tijd bij
te staan. Zoodoende vermood zij te zeggen,
dat het Gods heilige wil was, teneinde hier-
door op Jozefs beslissing goen invloed uit
te oefenen ; zij had bovendien zulk eone
hooge gedachte van zijne heiligheid, dat zij
al zijne uitspraken beschouwde als van God
zelf. Jozef van zijn kant beminde en ver-
eerde zijne jeugdige eohtgenoote te zeer,
om anders te denken, anders te willen dan
-ocr page 46-
— 38 —
zij. Na God gedankt\'te hebbeu voor de ge-
nade, aan iï.lisaboth bewezen, sprak hij :
«Dierbare Maiin, als ik alleen naar niijn hart
luisterde, zou ik u slechts ongaarne zien ver-
trekken. Maar liet is Gods wil; laten wij bei-
den gehoorzamen, ik zal mede gaan en u tot
geleide strekken tot Hebron." (1)
Ongetwijfeld heeft Jozef deze reis medege-
maakt. Vooreerst was de afstand tusschen
Nazaretli en Jernsalem vijf en twintig uren
gaans, on ten tweede paste het niet bij de
Joden, dat een jonge dochter van Maria\'s
leeftijd alleen uitging, zonder geleido van
een ernstig persoon. (2) En aan wieu zou
Jozef de hoed o over Maria hebben toever-
trouwd, en waarom? Dat zou, dunkt ons,
een gemis van eerbied jegens haar geweest
zijn, eu zijn minnend hart was daartoe niet
in staat.
Zij gingen dus haastig en ingetogen voort.
Maria aanbad God in haar binnenste, en
Jozef verhief zijn g-moed tot den lieer in
gebed en overweging. Als zij spraken, liep
het gesprok zeer zeker over de groote ge-
beurtenis met Klisabeth, en over Hem, wiens
voorlooper Johannes zou zijn. Wij kunnen
ft) Daar woonde waarschijnlijk Zacliaria»,
(2) Dc/.t\'. opmerking maken de H. He nardus en fïe-
ilictus XIV.
-ocr page 47-
— 39 —
ons voorstellen, hoe de bruidegom van Gods
Moeder haar onderhield over den verwach-
ten Messias, die weldra zon komen. //Mis-
schien," dus sprak hij, tt zullen wij don Hei-
land nog met eigen oogen aanschouwen, mis-
schien zelfs is Hij reeds op deze aarde neer-
gedaald. Er staat immers geschreven : «Zie,
ik zend mijn Kogel, die den weg voor mij
zal bereiden ; en aanstonds zal in zijn tem-
pel do Heerscher komen, dien gij begeert."(l)
O, wat moed de zedige maagd wel gevoeld
hebbon bij het liooren dezer woorden! Zij
wist alles, en hare nederigheid weerhield
haar, om de geheimen te openbaren, die in
haar voltrokken waren. Ongetwijfeld spoor-
den die twee heiligen elkander aan, God
meer en moor lief te hebben, en zoo zich
waardig voor te bereiden op de komst des
Hoeren. //Ja Jozef," zal Maria gezegd heb-
ben, //laten wij God liefhebben, liefde, liefde,
ziedaar alles wat Hij van ons vraagt."
Overweging en (aebcd.
dHI! olukzalige Patriarch, uw hart was ver-
s|2i vuld van God en zijne liefde, daarom
sprankt gij ook altijd over goddelijke za-
(lj Maluoli, lil, l.
-ocr page 48-
— 40 —
ken ; liet mijne is vol ijdelheden, en helaas,
ik spreek dan ook altijd onnutte en ijdele
dingen. Ach, ik weet het, Jesus heeft beloofd,
in het midden te zijn dergenen, die in zij-
nen naam vergaderen. Zoo vertoonde Hij
zich aan de leerlingen van Ëmmaüs, als zij
over Hem en zijn lijden spraken ; Hij ver-
lichtte hen, verwarmde hun hart, en deed
ze van liefde voor God branden. Zoo zou
hot ook met mij gaan, als ik maar kon beslui-
ten om met mijne nuttelooze gesprekken te
breken, en mij slechts over Jesus, Maria en u
te onderhouden. Dikwijls wil ik er moe be-
ginnen, maar helaas, het menschelijk opzicht
weerhoudt mij; ik gelijk aan diegenen in Is-
raël, welke wel in hun hart aan Jesus ge-
loofden, maar uit vrees voor zijne vijanden
het niet durfden bekennen.
ü liefdevolle Heilige, ik bid u, mij bij te
staan, leer mij het oordeel der menschen to
verachten, het menschelijk opzicht met voe-
ten te treden, opdat ik deze vreeselijke be-
dreiging van Jesus niet behoeve te vreezen:
Geksïkujkr Ruiker. Al wie zich voor de
menschen over Mij geschaamd zal hebben,
over dien zal Ik Mij schamen voor mijnen
Vader.
-ocr page 49-
— 41 —
\\ Goilicelil.
BI en jongmensch moest loten voor de mi-
__} litio. Zijuo kleine zuster, dio !)ij ons
ter school gaat, verzocht mij om eene no-
vene voor hem te houden, men kon hem
niet missen, daar hij door zijn arbeid do
steun was van het gezin. Mijne kleine school-
kinderen baden met vuur. üp den dag der
loting woonden de ouders en al de kinde-
ren het H. Misoll\'er bij, dat ter eere van
den 11. Jozef werd opgedragen. Do kloine
ontstak een kaars voor het beeld en zoide
mij : i,0 zuster, ik ben zoo gelukkig, ik
weet zeker, dat mijn broeder een hoog num-
mer zal trekken." En inderdaad, hij trok
op één na het hoogste, hij was vrij !
(Propagation de la Devot: a Si. Joseph.)
Zuster Oabriël.
ZESDE DAG.
Te llebroii.
ndor godvruchtige gesprekken wa-
ren de beide heilige echtgenoolen
31 hot huis van Zacharias genaderd.
Waarschijnlijk bevond Elisabeth zich in haar
-ocr page 50-
— 42 —
vertrek, en begaf Maria zich tot haar, ter-
wijl Jozef uit bescheidenheid aan den ingang
der woning achterbleef en zich door teeke-
nen on gebaren met Zacharias onderhield,
die de spraak verloren had. Denkelijk had-
den toon de grooto dingen plaats, welke
de Evangelist verhaalt, nl: de heiliging van
Johannes, de profetische ingeving van zijne
moeder, haar lofprijzing op Maria, on do
lofzang van deze laatste.
Na dit gedenkwaardig wederzien begaven
boide nichten zich tot Jozef; nederig boog
deze voor de gelukkigo moedor, en begroet-
te haar hartelijk. Deze van haron kant be-
dankte hein, de reinste aller vrouwen in
haar huis gebracht te hebben, en aanschouwde
met bewoudoriug dien man, aan wien God
zulk oen schat ter bewaring had toevertrouwd.
Ongetwijfeld gaf de H. Geest haar in, dat
doze een rechtvaardige was, de hem aange-
dane eer waardig. Zacharias van zijnen kant
kon de oogen van zijnen doorluchtiger! gast
niet afwenden, en ingewijd als hij was in
do goddelijke wetenschap, bespeurde hij dra,
dat deze geen gewoon man was, en dat
onder dat nederige uiterlijk een groote
heilige verborgen was.
Hoewel Jozef nog onkundig was van het
groot geheim, in don Voorlooper des llee-
-ocr page 51-
— 43 —
ren on in Elisabeth uitgewerkt, kon hem
toch niet ontgaan, welk een heilzainen in-
vloed Maria\'s tegenwoordigheid op dit huis-
gezin uitwerkte. Het viel hem op, dat Elisa-
beth, hoewel reeds op jaren, als verjeug-
digd scheen. In den blik, dien zij op Maria
sloeg, lag meer dan buitengewone eerbied,
en als de Moeder Gods haar naderde, scheen
Elisabeth van ontzag doordrongen te wor-
den. Soms richtte deze tot haar jeugdige
nicht geheimvolle woorden, doch een enkele
oogopslag van Maria was dan voldoende,
om haar te doen zwijgen. Een priester kon
aan hot altaar niet meer eerbied betoonen,
dan Elisabeth, wanneer zij aan do Bruid
van Jozef een dionst bewees. Ongetwijfeld
zal deze over al die wonderlijke zaken ver-
baasd hebben gestaan, en nagedacht hebbon,
wat (lat alles wel mocht beteekenen. liet
behaagde den H. Geest, oin Jozef op deze
manier langzaam voor te bereiden tot de
kennis van hot groote geheim der monsch-
wording van God.
Na eenigo dagen maakte de heilige hun
zijn plan bekend om te vertrekken. Elisa-
both bad hom om te blijven en Zacharias
voegde zijne stomme smeekingou bij de hare.
Maar Jozef beminde te zeer zijno armoede
on nederige bezigheden, om nog langer in
-ocr page 52-
— 44 —
ledigheid eu overvloed te kunnen doorbren-
gen. Hij vertrok dus, on liet, hoewel on-
gaarne, zijne beminde Maria bij hen achter.
O, wat scheen hem zijne woning thans
ledig en arm. Immers, zij was niet meer
daar, zij, die er de schoonheid en rijkdom
van uitmaakte. Haar beeld zweefde hem
steeds eu overal voor den geest, aan do
haardstede, waar zij inden vroegen ochtend
het ingesluimerde vuur door haren adem
aanwakkerde : aan het venster, waar zij ge-
woonlijk zat te spinnen, onder het zingen
vau Gods lof.
Doch terwijl Jozef zoo voortdurend Maria
in de gedachten had, sprak deze met lof bij
Klisabeth over den heiligen echtgenoot, dien
God haar geschonken had. /ij wijdde met
vuur uit over zijne deugden, zijne zuiver-
heid, de teedere zorgen, waarmee hij haar
omringde. i,0, dierbare nicht," dus vor-
volgde Maria, «wat zal zijne vreugde groot
zijn, als hij het geheim der menschwording
zal kennen, als hij Gods Zoon zal mogen
aanschouwen !"
-ocr page 53-
— 45 —
0\\ :■■■«■• \'ïiiiB cii fJclinl.
Wat doet liet goed, gelukkige Jo/.ef,
zoo uwen lof te liooreu verkondigen
uit den mond van haar, die vervuld is met
den H. Geest, die door hare woorden het
kind in den schoot zijner moeder met ze-
geningen overlaadde, ü, wat moet de ach-
ting, die het zuiverste en beminnelijkste
schepsel u toedroeg, kostbaar voor u zijn
geweest, in de vergetelheid, waarin gij voor
do menscheu leefdet. En ik, dwaze, ik zoek
de goedkeuring der menschen, ik zoek in
hun midden te verschijnen, en hunne niets-
waardige bewondering ai\' te bedelen ! Ach
maak toch, bid ik u, dat ik, naar uw voor-
beeld, slechts aan Jesus en Maria zoeke te
behagen ; maak, dat ik toch wèl mogo in-
zien, hoe ijdel on onbeteekenend de goed-
keuring der wereld is, welke de meesten
met zooveel drift najagen ; laat mij wel be-
sellen, dat de eonige duurzame en wezen-
lijke roem bestaat in Josus te behagen en
zijn wil op te volgen.
Geestelijke Ruiker. Do rechtvaardigen
zullen schitteren als sterreu in de woning
huns vaders. (Mattli. XIII, 43.)
-ocr page 54-
— 46 —
Voorbeeld,
fk kom mij van eeno schuld van dank-
_j baarheid jegens den H. Jozef kwijten.
//Tengevolge van huiselijke oneonighodon
had ik mij aan den drank overgegeven, en
langzaam was deze gewoonte een hevige
hartstocht bij mij geworden, die mij helaas
vijf\' jaar lang beheerschte. Wat al kibbela-
rijen, oploopondheid en twisten in dat korte
tijdsbestek! Het vijfde jaar sprak ik tot mij
zelven : «Ik zal niet moer drinken, ik zal
bidden, de 11. Maagd en den H. Jozef aan-
roepen ; ik zal het vaste voornemen maken
om van gedrag te veranderen." Maar doze
verdierlijkende hartstocht overheerschte mij
altijd, en ik herviel steeds opnieuw. Einde-
lijk geraakte ik bekend met het zoogenaamd
Koordje va» den H. Jozef. Den dorden dag
nadien ben ik nog eens in mijne kwade ge-
woonten vervallen, het was in hot begin
der vorige maand Maart; maar sedert is
mij dat niet meer overkomen, ofschoon ik
ook nu nog de bekoring tot overmatig drin-
ken heb ; maar alsdan is het, of eene on-
zichtbare hand mij tegenhoudt, en dank aan
God en den II. Jozef overwin ik.
,/Ik eindig, Eerw. Pater, on bid u oin
uwe gebeden en zegen. Ij. Joseph."
Cauton Donai (Nord) Sopt. 1 868.
-ocr page 55-
— 47 —
ZEVENDE DAG.
De openbaring.
e meeste schriftuuruitloggers zijn
van oordeel, dat Maria bij Elisa-
betli bleef tot aan de geboorte van
Joliannes den Dooper. Immers, zij bad van
haren echtgenoot verlof bekomen om drie
maanden in die woning te verblijven, het
scheen dus betamelijk, dat zij niet vertrok,
zonder het kind van Zacharias en Elisabeth
gezegend to hebben, zonder het aan haar hart
gedrukt, en met hare geheiligde lippen zijn
zuiver voorhoofd te hebben aangeraakt, er
zoodoende het zegel op drukkende der maag-
delijkheid en van het martelaarschap, v
Onwillekeurig rijst de vraag bij ons op,
waarom God Jozef zóó lang onkundig heeft
gelaten van het groote geheim van Maria\'s
goddelijk Moederschap. Had hij daarvan
niet eerder dan ieder ander onderricht moe-
ten worden, vóór Elisabeth en Zacharias ?
Op deze vraag luidt het antwoord aldus:
Het werk onzer verlossing moest van den
beginne afaan gekenmerkt worden door lij-
den en vernedering. Jozef, die daarin zulk
een belangrijko rol ging spelen, moest even-
als Jozef van Egypte, een zwaard zijne ziel
-ocr page 56-
— 48 —
voelen doorboren ; Maria zelve, liet hoilig-
ste der schepselen, moest de beproeving der
verwarring doorstaan. Er staat geschreven:
dat men slechts het eeuwig leven door vele
bekommeringen kan ingaan , (1) de enge
poort tot dat leven is Jesus zelf. (2) Jozef\'
was bestemd niet alleen om Christus te ken-
nen : hij moest Hem ook in naam der H.
Kerk bij zijne geboorte ontvangen en in zijn
huis opnemen, beminnen en opvoeden; kon
hij zulk een eer te duur koopen ? Eindelijk,
er was iets beter dan die beproeving in
staat om de voorzichtigheid van dien groo-
ten Heilige in een holder licht te stellen,
en de getrouwheid aan de goddelijke wet-
ten, zijne achting en eerbied voor Maria,
en de verheven deugd van deze in al hunne
waarde te doen uitkomen.
In die treurige dagen, welke hij in zulke
pijnlijke onzekerheid doorbracht, hield Jo-
zef niet op, te bidden, dat God hem mocht
verlichten. Want zijn angst was groot, hij
wist niet wat te doen. Maria toch was al-
tijd zoo onderworpen en vol eerbied jegens
hein, haar blik was zoo kalm, zoo zeker
en gerust, dat een zonderlinge tweestrijd in
zijn hart ontstond. Somtijds ongetwijfeld
(1)    Act: XIV. 21.
(2)    Joan: XVII. S.
-ocr page 57-
— 49 —
dacht hij er aan, haar te ondervragen; maar
de reinheid en majesteit, die van haar
maagdelijk voorhoofd straalden, deden hem
het woord op de lippen besterven.
Hoe het ook zij, Jozef bleef in het on-
zekere, en meende zijn plicht te vervullen,
door heimelijk zijne dierbare woning te ver-
laten ; ongetwijfeld ging hij dit droevig be-
sluit ten uitvoer brengen, als des nachts
hem een Engel verscheen en zeide: //Jozef,
zoon van David, vrees niet, Maria uwe
Bruid tot u te nemen. Want door de
kracht van den IL Geest heeft zij ontvan-
gen en zal zij een zoon ter wereld brengen,
en gij zult hem Jesus noemen; want Hij
zal zijn volk van de zonde verlossen. Zoo
zal de voorzegging vervuld worden: «Zie,
eene Maagd zal ontvangen en een zoon ba-
ren, en zijn naam zal zijn Emmanuel,
d. i. God met ons." (1)
De vreugde te beschrijven, en de ver-
rukking van Jozef, bij het vernemen dezer
hemelsche boodschap, is eene onmogelijk-
heid. Nog slechts een oogenblik te voren
meende hij zich door een onoverkomelijken
afgrond gescheiden van Haar, die hij meer
beminde dan zich zelf, en nu verscheen
(1) Matth. I, 20 s q q
01. H. Jozef.
i
-ocr page 58-
— 50 —
Maria in zijne oogen zuiverder, reiner en
eerbiedwaardiger dan ooit; God zelf haalde
den band, welke die twee heilige personen
verecnigd had, nog nauwer toe, ja, onver-
breekbaar voor eeuwig !
Jozef ontwaakte, zegt de II. Schrift —
maar welk een ontwaken ! Jozef beminde
zijne Maria uit geheel zijn hart, en zie, op
het oogunblik, dat hij meende, haar voor
hem als dood te moeten beschouwen, ont-
ving hij haar uit Gods hand weder, na ver-
heven te zijn tot den hoogsten rang boven
alle andere schepselen. Ja, zij die daar
rustte, was die sterke Vrouw, reeds in het
paradijs beloofd, zij was het, wier zaad het
zaad van satan zou verstikken, zij was het,
Maria, die de helsche slang zou verplette-
reu ; zij was Moeder van God I
Overweging en Gebed.
Be vernedering, o goede Heilige, was
altijd de weg, waarlangs Gods vrien-
den de verheerlijking binnen gingen; daar-
door werden zij waardig om de goddelijke
ingevingen van den H. Geest en zijne
openbaringen te ontvangen. De Heer heeft
gezegd, dat de nederige de hoogste plaats
-ocr page 59-
— 51 —
zal hebben in zijn rijk; (1) Jesus zelf is
slechts door versmadingen en den dood den
hemel binnen gegaan. Hoe dan zoudt gij,
meest beminde vriend van God, van die
wet zijn uitgezonderd geweest ? — En ik,
nietige aardworm, ik kan geene vernede-
ring, geene geringschatting van den kant
der menschen verdragen ; ik zou wenschen
dat iedereen mij achting en eer bowees.
Hoe is het mogelijk, dat ik zoo kan zijn
met uw voorbeeld en dat van Maria voor
oogen ! O, beminde Beschermer, verkrijg
mij door uwe gebeden on door de voor-
spraak van Haar, die het verhevenste en toch
het ootmoedigste schepsel is, de deugd van
nederigheid. Leer mij mij zelven verachten
en klein te zijn in mijne eigene oogen, opdat
ik later des te grooter zij in de oogen van
God, indachtig het woord van den profeet:
Geestelijke Ruikek. God heeft twee
woningen, den hemel en het hart van den
ootmoedige.
Voorbeeld.
IJpen grenadier leefde in algeheele ver-
gaf waarloozing zijner godsdienstplichten;
(1) Mutth. XVIII.4.
-ocr page 60-
— 52 —
hij had slechts écn zaak aangehouden van
alle gebeden, die men hem in zijn jeugd
geleerd had, namelijk slechts het Wee» ge-
groet,
en dit gebed ter eere van den H.
Jozef: 11. Jozef, gij die de vader en bescher-
mer zijl geweest van het heiligste huisgezin, dat
ooit op aarde leefde, ik bid u ook de vader en
beschermer van onze familie te willen zijn, en
ons de genade van een goeden dood te verwer-
ven.
Dit waren zijne eenige gebeden al se-
dert jaren ; maar daaraan hield hij zich ook
stipt; tot den 11. Aartsvader had hij zulk
vertrouwen, dat hij steeds zijn naam in den
mond had en hem in alle wederwaardighe-
den aanriep. Om zijne forsche gestalte noem-
den zijne kameraden hem altijd den grooten
H. Jozef
Het was in het jaar 1809. Onze grena-
dier bevond zich in den strijd en vocht dap-
per mee; plotseling echter werd hij buiten
gevecht gesteld door een kanonskogel, die
hem een been verbrijzelde. «O, heilige Jo-
           •»
zef, heilige Jozef," was zijn eerste uitroep.
Hij werd in eenebijzijnde woning gebracht;
te midden zijner smarten hoorde men hem
op zijn ziekbed niets anders uitbrengen. Een
priester sliep in een kamer naast de zijne,
en deze woorden hoorende, meende hij, dat
zijn buurman een godsdienstig soldaat zou
-ocr page 61-
— 53 —
zijn. Hij begaf er zich dus heen, en.... de
vroeger zoo onverschillige grenadier biecht-
te vol berouw : de H. Jozof had hem zij-
no bekeering verworven. TCenigo dagen la-
ter stierf hij op de meest stichtende wijze,
onder het aanroepen van den II. Jozef.
(St. Joneph. Medü: p. to\'ia l. jours du mok
de Mars.)
ACHTSTE DAG.
De eerste dienaar van Maria.
et vurige dankbetuigingen jegens
(Jod, die hem uit zijne kwellende
_ onzekerheid had verlost, wachtte
Jozef den dag af. Mindelijk vernam hij do voet-
stappen van Maria, en hij haastte zich, om
zich bij haar te vervoegen. Mij dunkt, ik zie
hem, evenals weleer Mozes, ongeschoeid en
sidderend naderen tot dat nieuwe branden-
de Braambosch, zonder doornen, waar, tus-
schen de heilige vlam van het goddelijke
moederschap, de reine lelie dor maagdelijk-
heid zich schitterend verhief. Maria groette
hem nederig als naar gewoonte, maar reeds
was haar beschermer op de knieën gezon-
-ocr page 62-
— 54 —
ken, om God, die in zijn huis verbleef, te
aanbidden en te danken.
O, wat ging er bij dit gezicht om in het
hart van de overgelukkige Maria! Zij be-
greep nu, dat Jozef onderricht moest zijn
van haar geheim; en op hare beurt viel
zij neder, en beiden loofden God voor zij-
ne barmhartigheid.
Dit verheven schouwspel is niet te be-
schrijven, en toch, wat daar op volgde, moet
nog treffender zijn geweest, het onderhoud
namelijk tusschon die twee heilige echtge-
nooten, waarin Maria aan Jozef nauwkeurig
alles verhaalde, wat met haar was voorgeval-
len. Mij dunkt, ik zie de H. Maagd, blozend
van nederigheid, in eenvoudige woorden aan
Jozof mededeelen wat de Engel haar zoide :
«Gegroet, Gij vol van genade, de Heer is met
U." Als zij hem de ontroering en verwarring
verhaalde, welke deze woorden in haar te-
weegbrachten, bewonderde Jozef hare voor-
zichtige nederigheid, hij was buiten zich zel-
ven van verrukking bij de gedachte, zulk een
deugdzame vrouw,zulk een Heilige zijne Bruid
te mogen noemen, on in haar zoete en tot
deugd opwekkende tegenwoordigheid zijn le-
ven te mogen doorbrengen. Op verzoek van
Jozef\' verhaalde Maria ook alles wat bij Ëlisa-
betli was voorgevallen; maar gekomen aan
-ocr page 63-
— 55 —
haren lofzang, liet Magnificat, sprak zij niet,
meer. Do handen ton hemel gelieven, en de
oogen opgeslagen naar God den Vader, zong
zij als verrukt die heerlijke voorzegging: nVan
nu af zullen alle geslachten mij zalig pr\'yzen."
En Jozef was als buiten zich zelf van be-
wondering, van eerbied en ontzag; en de
geest van voorzegging deelde zich aan hem
mede, en hij begreep de beteekenis, opge-
sloten
in die verhev Gii woorden : // Want
Hij, die machtig is, heeftgroote dingen in mij
gedaan. Machtigen h ej\'t Hij omver geworpen
en nederigen verheven ; Hij heeft de armen
met goederen overladen en de rijken ledig weg-
gezonden."
Jozef zag de groote gebeurte-
nissen vervuld worden, in dezen schoonon
lofzang aangeduid, hij zag hoe de volken,
gedompeld in de duisternis van dwaling en
zedoboderf, daaruit ontwaken zouden, om
den Zoon van Maria te aanbidden, van
Hem het leven der ziel te ontvangen, en
Maria\'s naam met dien van Jesus te loo-
ven en te prijzen.
Van af dien dag veranderde de eerbied
en liefde, welke Jozef voor Maria gekoes-
terd had, in een waarlijko vereering. Uit
haar verhaal had hij begrepen, dat Maria
het kanaal was, waardoor ons de genaden
zouden toevloeien ; zij was Moeder van God,
-ocr page 64-
— Be-
en hare heiligheid en macht waren dus ge-
evenredigd aan die allergrootste waardigheid.
Van nu af schepte hij er ongetwijfeld be-
hagen in, hare komst te begroeten met de
woorden van den Aartsengel: « Wees gegroet,
gij vol van genaden, de Heer is met u, gij zijt
gezegend onder de vrouwen;
of met Elisa-
beth : //Gezegend is de vrucht uws lichaam» !"
Wij mogen ook genist aannemen, dat Jo-
zef, die zich zoo klein gevoelde in de na-
bijheid zijner heilige Bruid, zich in haremach-
tige voorspraak aanbeval: //Heilige Maria,
bid toch voor mij, die een zondaar ben." Onze
heilige was dus de eerste vereerder, de eerste
dienaar van Maria; laten wij zijn voetspoor
volgen en niets te veel achten, als het do
eer van onze onbevlekte Moeder geldt.
Overweging en Gebed.
*a"X?at doet het mij goed, allerbeste II.
\\JrJl Jozef, in u hot volmaaktste voorbeeld
te zien van de vereering, die ik aan (Jods
Moeder verschuldigd ben ! Door uw voor-
beeld aangemoedigd, wil ik mijn ijver in
den dienst van Maria verdubbelen, ik wil
geen enkelen dag, geen uur voorbij laten
gaan, zonder haar met den Engel te be-
-ocr page 65-
— 57 —
groeten, zonder mij over hare vreugde te
verblijden, zonder over have droefheden en
smarten te treuren, of haar met hare heer-
lijkheid in den hemel geluk te wenschen.
Tot nog toe heb ik haar weinig bemind,
ach, help gij mij, bid voor mij, opdat ik
die goede Moeder steeds meer en meer
liefhobbe, en de kracht der belofte moge
ondervinden, die zij door den mond van
den Wijzen Man doet:
Geestelijke Ruikeu. Ik verrijk degenen,
die mij beuiiunen. (1)
Voorbeeld.
|jrn het jaar 1638 heorschte de pest in
JOL, Frankrijk ; vooral in Lyon maakte deze
vreeselijke geesel vele slachtoffers.
Een vierjarig jongetje werd er door aan-
getast. Do ongelukkigo moeder was troos-
teloos, zij zat den geheelen dag weenende
bij liet bedje van haren kleinen Martinus.
Ken vriend van do bedroef\'do ouders kwam
hen bezoeken en ried hun modelijdend aan,
om hun kind aan den II. Jozef aan te be-
velen. «O ja, van harte gaarne," riep de
moeder weenend uit; wik zal dien Heilige
(1) Prov. VIII. 21.
-ocr page 66-
— 58 —
bijzonder aanroepen, mijn kind is juist op
zijn feestdag geboren."
Bij deze woorden viel zij op de knieën
en bad den 11. Aartsvader, om toch Marti-
nus te willen genezen. Eenige uren later
kwam de vader terug om naar zijn kind te
zien ; hij vond bet slechter dan te voren,
en meende het reddeloos verloren. Ook zij-
ne ochtgenooto was van dit gevoelen. In-
tusschen gingen zij voort, den II. Jozef met
vertrouwen aan te roepen ; nog was hun
gebed niet ton einde of do kleino wilde
eten en opstaan ; hij was volkomen gene-
zen. Vol innige dankbaarheid lieten de over-
gelukkige ouden op het altaar van den II.
Jozef een schilderij plaatsen, do mirake-
leuzc genezing van hun kind voorstellende.
. (Jardin des enfants?)
NEGENDE DAG.
De YerivactiUiis.
cli, wat waren zij zoet voor Jozef,
de dagen, die verliepen na do ver-
schijning des Engela, tot aan do
geboorte van den Verlosser! Dezen Verlos-
ser, hij wist het, bezat hij reeds in zijne scha-
-ocr page 67-
— 59 —
mele woning; hij wist, dat do Zaligmaker aan
zijno zijde was, hij aanbad zijn verborgen God,
welke zijne tegenwoordigheid door een ge-
heimzinnigen invloed deed gevoelen. Daarbij
was aangesteld als bewaker over het kostbaar-
ste, dat de wereld ooit zou aanschouwen,
waakte hij bovenal op zich zelf, om zich
voor zijne taak meer waardig te maken;
hij immers leefde dag en nacht in de on-
middellijke nabijheid van die nieuwe Arke
des Verbonds. liet vleoschgeworden Woord
was do grondslag van al zijne gedachten,
daarvoor werkte, daarvoor leefde hij. Als
hij verplicht was, zijno woning voor een
tijdje te verlaten, Hot hij er zijn hart ach-
ter; men kon het hem aanzien, als hij met
do mensehen sprak, dat zijn geest elders
vertoefde, dat hij dacht aan de goliofdo
wezens, waardoor zijn huis geheiligd werd;
en zoodra zulks mogelijk was, verliet hij
het gewoel der monschen om zijn woning,
zijn paradijs weder binnen te gaan.
O, wie zou niet gaarne tegenwoordig zijn
geweest bij dozo tweo heilige ocbtgenooten,
als zij, gezeten onder den vijgeboom achter
hunne woning, uitrustten van do doorgestane
vermoeienissen, en elkander hunne vromo
gedachten mededeelden \'i De onmetelijkheid
van een donkerblauw homolgowolf, waaraan
-ocr page 68-
— 60 —
de eerste sterren begonnen te schitteren;
liet stilzwijgen van die grootsehe natuur,
welke als ingetogen scheen, oin bij het
einde van don dag haren Schepper te ze-
genen, alles in één woord, wat hen om-
ringde, bracht Maria en Jozef er toe, oin
hunne harten tot God te verheffen. Even-
als alle zuivere zielen schepte ook Jozef er
behagen in, zijne blikken tot hot met ster-
ren bezaaide hemelgewelf op te slaan, en
Gods eeuwige schoonheid en macht te be-
wonderen in die verschillende flikkerende
sterrebeelden. Vervolgens zijne oogen we-
der slaande op de 11. Maagd, die evenals
hij in diepe overwegingen verslonden was,
kwamen hem al die schitterende hemolbol-
len bleek en nietig voor, vergeleken bij
degene, die naast hem zat. Was zij niet
grooter, niet verhevener dan de hemel, was
zij niet schooner en glansrijker dan de maan,
wier zilveren licht bij Maria slechts als
schaduw was? woonde de Schepper van het
heelal niet in haar binnenste? Het schoen
hom, dat de natuur zweog van bewondering
hij liet aanschouwen van Maria, dat do ster-
ren van vreugde schitterdon in tegenwoor-
digheid van dat koninklijk aanschijn, dat
de vogelen hunne stem weerhielden om de
hare te hooreu.
-ocr page 69-
— 61 —
En Jozef, met hooveel aandacht en ziels-
verrukking luisterde Lij naar do woorden
vol wijsheid, welke van Maria\'s lippen
vloeiden, als zij hare overpeinzingen afbrak,
om hem hare gedachten mede te doelen.
En als hij haar zijne vrees uitdrukte, van
niet waardig te zijn om God in zijne wo-
ning te ontvangen en Hem onder de ge-
daante van een hulpbehoevend kind op zijne
armen te dragen, wat deed het hem dan
goed, door zijne Bruid te worden gerustge-
steld, en haar aan do hand der 11. Schrift
te hooron \\ erklaren, dat God niet zou ko-
men om te heerschon maar om onderwor-
pen te zijn; en dat de Heer, die ieder de
noodige kracht geeft voor zijne taak, ook
zou zorgen, dat Jozef en Maria hun ouder-
plichten naar behooren zouden vervullen.
Onder dergelijke heilige gesprekken sle-
ten zij den avond, totdat het uur van rus-
ten sloeg, en Jozef in een zachten slaap
do noodige kracht ging verzamelen voor
den arbeid van den volgenden dag.
Overweging en Gebed,
e hoe gelukkig zijt gij, groote A.artsva-
der, hoe rijk in uwe armoede. Zie,
hoevele koningen, hoevele profeten en recht-
-ocr page 70-
— 62 —
vaardigen vóór u hebben verzucht en ver-
langd om slechts to zien wat gij bezit, en
zij hebben het niet gezien. Ach, welk een
geluk voor mij, zoo ik de vernederendste
diensten bij u had mogen verrichten! Hoe
gaarne zou ik mijn geheele leven dusdanig
hebben doorgebracht, als het mij slechts in
ruil daarvoor gegeven werd, oin dat heilig
Tabernakel te aanschouwen, waarin God
zijn verborgen schuilplaats hield. Hoe
gaarne had ik, zij het slechts eenmaal, bij
dat bewonderenswaardig Vat van heiligheid
aanbiddend neergezonken voor den mensch-
gewordeu God, dien het in zijn binnenste
besloot!.... Maar wat beklaag ik mij toch?
Kan ik niet, zoo dikwijls ik zelf maar wil,
de beminnelijke tegenwoordigheid van een
verborgen God genieten ? Is Jesus niet
hier, op eenige schreden van mijne woning,
onder de gedaante van brood in het H.
Sacrament verborgen?.... Zie, ik kan een
gelnk smaken, dat u niet ten deel viel, ik
kan Jesus werkelijk, met Godheid en Mensch-
heid, in mijn hart ontvangen, mijne ziel
geheel in de zijne uitstorten, geheel met
Hem vereenzelvigd worden.
Maar ach, helaas, hoe weinig nader ik,
oin dat aanbiddelijk Voedsel te nuttigen,
hoe lauw beu ik, als ik Jesus ontvangen
-ocr page 71-
— 63 —
heb; hoe lang schijnt mij een half uur, in
zijne tegenwoordigheid doorgebracht. Ik
schaam mij, dat ik hot bekennen moet,
maar \'t is alsof ik mij verveel, en dat in
de tegenwoordigheid van het beminnelijkste,
het hoogste Goed !
Welk een verschil 11. Jozef, tusschen u
en mij. Maar gij bemint Jesus, en ik
helaas, ik bemin Hem niet, of zoo weinig,
dat het geen liefde genoemd kan worden;
mijn hart laat zich geheel door de schep-
selen beheerschen. Ach, om uwe liefde
tot Jesus bid ik u, vraag voor mij de
onthechting aan het aardsche. Dat ik slechts
voor Jesus leve, en voortdurend verlango
naar zijne tegenwoordigheid, en slechts mijn
vermaak vinde aan de voeten van Jesus.
Geestelijke ruiker. Wat, o lieer, is
er in den hemel en op aarde zoet, zonder U!
Voorbeeld.
"SEflen godvreezend jongeling legde zich toe
tlL-i, op de studiën, met het voornemen,
later den priesterlijken staat te omhelzen,
en zich aan het heil der zielen te wijden.
Ongelukkig ondervond hij zulke moeilijk-
heden met het Latijn, dat zijn leermeester
den moed liet zinken, en hem dit mede-
-ocr page 72-
— 64 —
deelde. Weenend bad de scholier hem, om
toch nog maar verder to willen beproeven.
//Beste jongen," antwoordde de geestelijke,
«ik zie er slechts één middel op; beveel n
aan den H. Jozef, dat hij u helpo, anders
vrees ik, dat wij halverwege zullen blijven
steken. Welaan, schep moed, ik zal mijn
gebed met het uwe vereenigen; aan een
volhardend gebed is de overwinning beloofd."
De jongeling deed zulks, hij bad met vuur,
en de 11. Jozef hielp hem op wonderlijke
wijze. Zijn verstand werd langzamerhand
ontwikkeld, en de grootste mooilijkheden
kwam hij schitterend te boven. In het
Groot Seminarie onderscheidde hij zich bo-
ven de andoren door zijn helderen geost,
en hij word een heilig priester. Later werd
hij professor in verschillende vakkon, en
eindelijk vicaris-generaal; vele jongelingen
leidde hij achtereenvolgens tot geleerde
priesters op. Zijne dankbaarheid en ver-
trouwen tot den 11. Jozef waren bekend,
en hij verhaalde menigmaal met aandoening
hoe deze goedo Heilige hem geholpen had.
(Année misericordieuse.J
-ocr page 73-
— 65 —
TIENDE DA.G.
I>c tweede rei».
p\\
ntusschon naderde hij al meer en
meer, de sehoone dag, die over de
J wereld de Zon der gerechtigheid
z Muloen schijnen, en de duisternissen van zon-
de en afgoderij verdrijven. Met een godsvrucht
en teederheid, die do Engelen in verrukking
bracht, bereidden Maria en Jozef het wiegje,
waarin de Godmensen zou worden ontvangen.
Wel waren /.ij arm! wilgetakjes on biezen,
door de naarstige hand van Jozef saamge-
vlochton, vormden als een mandje, gelijk
aan dat, waarin de redder van het Joodsche
volk, Mozes, op de wateren van den Nijl
dreef; on Maria spon en weefde eigenhan-
dig de doeken en windsels, grof wel is
waar, maar van onschatbare waarde door
de tranen van moederliefde, welke hare
oogen er op gestort hadden.
Als Jozef zijne van liefde stralende blik-
ken op die armoedige rustplaats liet gaan,
sprak hij zuchtend: //Ach, moot onze God
zóó zijn intocht doen in de wereld? Gij
weet, Maria, dat ik nooit de rijkdommen
onzer voorouders heb begeerd, maar in dit
oogenblik betreur ik toch de schatten van
01. TI. .lozol\'.                                                       5
-ocr page 74-
— 66 —
Salomon, om daarvan oon heerlijken troon
te vormen voor uw /oon,.... voor mijn Zoon,
omdat gij verlangt, dat ik Hom zoo zal
noemen."
Glimlachend antwoordde Maria: //Ver-
ontrust n daarover niet, dierbare Jozef; in-
dien Gods Zoon gewild had, zoude Hij ons
rijk hebben doen zijn, maar zie, Hij wilde
arm geboren worden, en koos daarom twee
armen tot ouders. Geloof mij, uw minnend
hart zal Hem eono aangenamere rustplaats
wezen dan het praalbed van Salomon."
Ja, wel was dat wiegje arm en onaan-
zienlijk, maar toch was liet voor den nede-
rigen Jesus nog te rijk, en verkoos hij tot
rustplaats oeno kribbe!
Op zekeren dag even uitgegaan zijnde,
kwam Jozef met ontsteld gelaat terug; me-
delijdend vroeg Maria hem naar do oor-
zaak van zijn bekommering. Jozef verhaalde
haar nu, dat zoo juist een besluit bekend
was gemaakt, waarin do keizer aan zijne
onderdanen het bevel gaf, zich ia de plaats
hunner afstamming voor de volkstelling te
doen inschrijven,. Jozef moest naar lleth-
lohem, dat vier* dagreizen van Nazarcth
verwijderd was, en moest Maria achterlaten,
daar zij in Nazareth niet zouden kunnen
terugkeeren vóór de geboorte van Jesus, dien
-ocr page 75-
— 67 —
hij dus bij diens intrede in de wereld
niet zou kunnen begroeten.
Maria deelde aanvankelijk in de ontstel-
tenis van Jozef, doch stelde hom weldra
met hemelsclie gelatenheid gorust; er stond
immers geschreven bij den profeet M icheas:
«En gij, Bethlehem, zijt geenszins de ge-
ringste onder do steden van Jurla, want
uit u zal geboren worden do Heorscher,
die Israël rogooren zal."
Jozef was getroffen over dit juiste ant-
woord en dankto God, hem zulk ceno wijzo
echtgenoote te hebben geschonken. Maria
zelve wist do plaats van Jesus\' geboorte
zeer goed, doch had aan God overgelaten,
zijn wil te doen kennen. Zij namen dus
de doeken en oen weinig brood, stolden zich
onder Gods hoede en begaven zich op
weg.
Aan zich zelf dacht Jozef niet, maar wat
hem lipt meest smartte, was deze pijnlijke
reis voor die toedere en zwakke Maagd.
Er moest spoedig worden voortgegaan, want
het was winter, en vooral in de bergstroken
doet dit jaargetijde zijne strengheid gevoelen.
Wat deod hot hom leed, des avonds zijne
Bruid te zien afgewezen, als zij vermoeid
van do reis oen onderkomen zocht! Want
in do gegeven omstandigheden weigerde
-ocr page 76-
— 68 —
mon dikwijls, beiden op (o nomen; zij wa-
ren ook zoo arm!
Toch vond Jozef op deze reis troost in
het gezelschap van Maria. Kon het ook
anders? Zij verheugde zich, weldra Jcsns
te kunnen omhelzen, en deed Jozef in hare
verrukking deelen.
Overweging en Ocl>cil.
*JVjr\'con, o neon, II. Jozef, zij kunnen niet
jL;\\li ongelukkig zijn, die voortwandelcn
in het gezelschap van Jesus en Maria! Zij
vindon oen beschutting onder den mantel
van de Moedor des Hoeren, en Jesus is
voor hen de veilige lichtbaak gedurende
den nacht, het manna der woestijn, de rots,
waaruit lovend water ontspringt. Hoe dwaas
handel ik toch, mot steun te zoeken bij don
zwakken raensch, die als een broos riet mij
voor het vallen niet kan behoeden. — Leer
mij, evenals gij, alles vaarwel zeggen on
vergeten, om mij slechts op Jesus en Maria
te verlaten en hen to volgen. Keus toch
za,l de dag komen, waarop ik alleen zal
staan zonder vrienden aan do poort der
eeuwigheid. Waartoe zal mij dan al die
aardsche vriendschap dienen? Als ik inte-
gendeel Jesus en Maria getrouw zal heb-
-ocr page 77-
— 69 —
bon gediend, als ik hunne vriendschap zal
verworven hebben, o dan zullen zij mij in
dal. ma- mot vreugde opnemen on ontvan-
gen, on vol teedorlioid zal Jesus tot mij
zeggen:
Geestelijke iuikkii. «Goede on getrouwe
dienstknecht, treed binnen in do vreugde uws
Hoeren."
Voorbeeld.
ff^jfot is oon groote fout in eou waarlijk
£LÏii. christelijke ziel, eeno overdrevone vroos
voor don dood to gevoelen. T)e II. Alphonsus
zegt, dat men er naar dient te verlangen,
daar wij eenmaal gestorven, buiten govaar
zijn, God te boloodigen en don Hemel to
verliezen. Ziehier hoe iemand door de hulp
van den H. Jozof van die vrees genezen
werd.
«Mijne moeder was eouo vrome christin,
maar zij had zulk een vroos voor den dood,
dat ik er ontsteld van stond. Door middel
van een St. Joze&beeldje, dat ik haar eens,
zonder do minste bedoeling, gat\', ontstak
zij in zulke vurige devotie tot dien Heilige,
dat zij niet ophield, alom tot dezelfde gods-
vrucht aan te sporen, on dat zij zelve hein
allo familio-aaugologenheden aanbeval. Eens
-ocr page 78-
— 70 —
dat moii bij ons cono noveen dood om oon
belangrijke gunst te verkrijgen, sprak zij
tot mijne zustors: »Wij zullen verhoord wor-
den, de 11. Jozef heeft het mij beloofd."
En werkelijk, het geschiedde ook zoo.
«Op een anderen keer ried zij eene arme
vrouw, wier man 700 francs to vorderen
had, aan, tot den II. Jozef to bidden. En
zie, de schuldenaar, d ie op het punt stond
van failliet to gaan, schreef hun eonige (la-
gen later oon briefje, dat de som tot hunno
beschikking lag.
«De II. Jozef beloonde mijne moeder
voor haar ijver on godsvrucht, en toon het
uur van sterven sloeg, was zij zoo kalm en
tevreden, als men maar denken kan. Ik
kreeg verlof om haar te bezoeken. Zoodra
zij mij ontwaarde, sprak zij: //Mijn zoon,
ik vertrek, naar het paradijs, naar den 11.
Jozef." Zij sprak met mij over haren aan-
staanden dood, over de begrafenis, en dcit
alles met eene kalmte, alsof hot oen gewo-
ne reis ware. Kenige uren later gaf zij in
de heiligste gevoelens hare ziel aan God,
en ik twijfel niet, of zij is reeds in den
Hemel."
{J\'trhual van een kloosterling.)
-ocr page 79-
— 71 —
ELFDE DAG.
Ilrthlrln\'lll.
n vele ontzettende vermoeienissen,
na vele uren van zware inspanning,
kwamen onze heilige reizigers ein-
delijk aan de poort van Bethlehem, dat zij voor
altijd beroemd zouden maken... Het kleine
stadje was met vreemdelingen overstroomd.
Daar Jozef van Bethlehem geboortig was, had
hij er ongetwijfeld eenige bloedverwanten
on kennissen. Hij klopte met Maria achter-
eenvolgens bij iedereen aan, maar helaas,
tolkens te vergeefs ; hot was te laat, er was
geen plaats meer voor hen. Iedere weige-
ring was als een dolksteek in het hart van
Jozef, niet voor zieh zelf, daaraan dacht de
onbaatzuchtige man niet, maar voor zijne
onbovlekte Bruid, die toch al zoo vermoeid
was van een vierdaagschen tocht. Ziende,
dat hij in do stad niet zou slagen, besloot
hij, met Maria naar do poort terug to koe-
ren, waar zich een uitgestrekt gebouw be-
vond, zonder bedden, zonder meubels wel
is waar, maar waar iedereen den nacht kon
doorbrengen. Helaas, ook daar was geone
plaats meer onbezet, het wemelde er van
reizigers, die alles in beslag hadden geuo-
-ocr page 80-
— 72 —
nion. Toen wierp hij cou droeven lilik vol
liefde op Maria, die buiten stond to wach-
ten, on weende. Doch de jeugdige Moeder-
maagd ontving als eeno plotselinge inge-
ving, en wees hem eeno grot in do nabij-
heid, waar de lastdieren der reizigers den
nacht doorbrachten. Jozef aarzelde, dat was
immers geene woning voor Maria, voor den
lieer van hemel en aarde, doch zij hield
vriendelijk aan, en zuchtend nam Jozef zijn
intrek daarbinnen. Hij sloot den ingang zoo
goed mogelijk, om Maria te beschutten voor
den snijdenden nachtwind, en maakte zoo
veel mogelijk eene rustplaats voor haar
gereed. Kn Maria nam den medogebrach-
ton mondvoorraad, en zotte het sobere avond-
maal voor. Vervolgens wilde Jozef de
wieg gereed maken voor Jesus; ach, wat
sneed het hein door de ziel, hier niets to
vinden, slechts oen houten kribbe zag hij,
en onder tranen van aandoening bereidde
hij die zoo goed hij vermocht; nog nim-
mer had oen priester met inniger aandacht
hot olleraltaar toebereid. Daarna begaf hij
zich op verzoek van Maria ter ruste.
En zie, in den nacht kwam hier de God-
menncli te)- wereld, en de Moeder wond Hem in
doeken, en leyde Hem. in de kribbe.
Maria\'s
stem, trillend van hemolsche vreugde, wok-
-ocr page 81-
— 73 —
te Jozef uit zijue sluimering; on nu vertoon-
de zich aan zijn oog ecu schouwspel, zoo
schoon, zoo verheven, dat eono eeuwigheid
van geluk niet bij machte zal zijn, om liet
uit zijn geheugen te wisschen. Do 11. Maagd
lag daar op de knieën, schoon en glansrijk
als een Seraphijn: zij hield op hare ar-
men oen klein Kindje in doeken gewonden,
maar schitterend van goddolijken luister,
waardoor de duisternis der kille grot in
helder daglicht werd veranderd; en zij bood
Het hem aan, zeggende : //Jozef, ziedaar
uwen Zoon !"
Do gevoelens te beschrijven, to beseffen
zolfs, dio thans hot hart van Jozef bestorm-
den on sneller deden kloppen, het is ons
onmogelijk, liet was zijn God, du God van
Abraham, Izaiik on Jacob, onder oono ge-
daante, dio do ruwste harten moest vortee-
deren. En het hart van Jozef, o het smolt
weg van liefde, van sprakeloozen eerbied.
Wat zou hij ook hebben kunnen zoggen ?
Hij schreide van aandoening, en tranon vau
dankbare liefde ontvlooidon aan zijne oogen.
Eu als eindelijk Maria hem toeriep: //Dier-
bare Jozef, zie, dit heinolsche Kind smookt
u door mijn mond, om zijn vader te wil-
len zijn, om hot aan to nemen als uw eigen
Zoon, kom nader, hot verlangt naar uwe
-ocr page 82-
— 74 —
reine omhelzingen," — toen overwon Jozef
zijne heilige vreeze, on sidderend naderde
hij tot het Goddelijk Kind, tot den Emma-
nuè\'l, God met onx
; hij strekte zijne armen
tot Maria uit, en ontving uit hare moeder-
handen zijn God. Ilij omhelsde het aanmin-
nig Wicht, en drukte hot aan zijn vurig
minnend harte, en stamelde de woorden :
„Mijn God, mijn Zoon !" En de hemelsche
Vader bekrachtigde deze aanneming, en
stortte in Jozefs zuiver hart een vonkje zij-
ner oneindige liefde; on de II. Geest daal-
de over hein neder, en om do lippou van
Maria speelde een homelscho glimlach, ter-
wijl zij zachtkens do woorden van haren
lofzang herhaalde, en de Engelen zongen
het vreugdevolle :
n Glorie aan Godin den Jiooge, en oji aarde
vrede aan die van ffoedeu wille zijn."
Overweging en Gelicd.
ÏRWoe groot, hoe onnoemolijk groot was
ilLi uwe vreugde, o beminde patroon der
11. Kerk, toon het u gegeven was, don Zoon
van God, dio de uwe wilde zijn, in uwe
armen te drukken ! Uwo verrukking doet
mij denken aan dio van oeno ziel, wel-
ke uit het Vagevuur vorlost, toegelaten
-ocr page 83-
wordt tot do aanschouwing van het Godde-
lijk Aanschijn, om zich in don Oceaan van
eindeloos geluk te dompelen ! Zal dat ge-
luk ook mij eenmaal zijn weggelegd? Ach
ja, ik hoop hot, door uwe voorspraak, door
de verdiensten van Jesus en Maria. Maak
toch, dat ik Jesus beminne en Hem nim-
mermeer beleedige ; dat ik Maria liefhebbe
on haar immer aanroope in mijne noodwon-
digheden. Moge ik met een gerust hart de
woorden van den H. Augustinus kunnen
herhalen :
Geestelijke Ruikew. Dat ik sterve, o
mijn God, opdat ik U moge zien en bezit-
ten voor alle eeuwigheid !
Voerbceld.
Onder een brandend heete zon reed ik
1 zonder doel voort langs de zandige
kust van Senegal; ik liet mijn paard maar
draven, zonder te weten waarheen, door een
mij geheel onbekende streek, liet geschui-
fel der verschrikte slangen, het plonsen in
het water van een of anderen kaaiman,
die de hoefslagen van mijn viervoeter uit
zijne rust hadden opgeschrikt, waren de
eenige geluiden, welke de stilte van deze
eentonige, barre woestenij verbraken. Ku
-ocr page 84-
— 70 —
toch was or iuts, wat mij ouwedcrstaanbaar
aandreef, mijn rijtoohtjo nog immer te ver-
lengea. Plotseling ontwaarde ik een verval-
len hut, en mijne eerste gedachte was, daar
binnen eens een kijkje te nemen. Zoodra
ik den drempel overschreed, hoorde ik eene
stem mij verschrikt toeroepen :
«Wie is daar?"
//Ken priester, een "missionnaris," ant-
woordde ik, //vrees niet. God zegene u..."
«Ken priester, o pater, gij zijt van har-
te welkom. Laten wij ons haasten om de
zaken van mijn geweten in orde te bron-
ge..."
liet was een soldaat van het Fransche
leger, die daar voor mij lag. Het gehuil
der jakhalzen, die door de reeds begonnen
ontbinding werden aangetrokken, overtuig-
den mij, dat er maar weinig tijd over was.
Hij biechtte, en ik begreep nu den gehei-
men aandrang, die mij tot in die hut ge-
voerd had.
Toen hij klaar was, sprak hij ongekun-
steld : «Ik wist zeker, dat hier oen pries-
ter zou komen !"
z/Wat? Denk er aan, wij zijn hier niet
in Frankrijk, maar in het hartje van Af-
rika !"
//Wel ja, dat maakt niets uit. Ik draag
-ocr page 85-
— 77 —
het koordje van don II. .Jozef, on ik ben
lid van zijn brooderschap voor een zaligen
dood. Welnu, mijn geweten «\'as niet rein,
de 11. .Jozef\' moest mij dus een biechtva-
der bezorgen : dat heb ik hem gezegd, en
mijn vertrouwen is niet beschaamd."
(/(), nu begrijp ik alles. Welaan, mijn
vriend, stel uw vertrouwen steeds op den II.
Jozef: de dood komt, maar brengt mot zich
liet loven der ziel, in gezelschap van Jesus,
Maria en .Tozof."
Werkelijk, twee uren later stierf do sol-
daat.
{Een Missionnaris van slfrika.)
TWAALFDE DAG
neUilchcm.
(vervolg.)
oor de kribbe aanbiddend neergebo-
gen, vergaten Maria on Jozef alles,
om slechts aan hun Schepper to
denken, die daar in schamele doeken gewon-
den voor hen lag. Jozef vooral was als ver-
nietigd onder het gewicht van zoo een grooto
gunst, o\\\\ geheel verslonden in de aanbidding
-ocr page 86-
— 78 —
van zijn God. Ongetwijfeld zou do morgen-
stond hem nog sloeds in dezelfde houding ge-
vonden hebben, als niet een verward gedruis
van stemmen aan den ingang der grot hom
had gewekt. Verscheidene mannen stonden
daar buiten, bogeorig om binnen te treden,
Jozef zag aan hunne kleeding, dat het her-
ders waren, en sprak: «Broeders, wat zoekt
gij? — n Kon Kngel dos Meeren," was liet
antwoord, wis ons verschonen, en heeft ons
aangekondigd, dat. do lieer geboren is in
de stad van David, wij moeten Hem zoe-
ken, liggend in ecu kribbe. Zeg ons, of Hij
hier is, dan wel of wij elders moeten gaan
zoeken, want wij willen Hem zien on aan-
bidden."
Dazo woorden vervulden den II. Jozef
met buitengewone vreugde; hij zogende
God, dio volgens don lofzang van Maria,
zich bij voorkeur aan de nederigen open-
baarde, on sprak : «Komt binnon, Christus
de Kedder is hier," en hij bracht hen bij
de kribbe.
Wie zou de ongekunstelde vreugde dier
goede lieden kunnen beschrijven, bij het
zien van hun Schepper, klein en arm ge-
worden zooals zij, en die hen had uitge-
kozen als de eerste, oin Hem te komen aan-
bidden. Stil on ingetogen violen zij op do
-ocr page 87-
— 79 —
knieën voor hot Goddelijk Kindje, en druk-
ten vol eerbied hunne sidderende lippen op
de voeten van don pasgeboren God ; vervol-
gens wenschton die eenvoudige lieden in
even eenvoudige als hartelijke taal de ver-
rukte ouders geluk met do geboorte van
dit Hemelsch Kind. Daarna verhaalden zij
al de bijzonderheden van de verschijning
der engelen, en do heilige Maagd luister-
de vol aandacht en liefde naar dit verhaal,
zoo aandoenlijk in zijn kinderlijken eenvoud.
En als zij geëindigd hadden, sneldon zij
honen, om aan hunne gezellen te verha-
len van de wonderlijke gebeurtenis, welke
dezon nacht had plaats gegrepen, dat de
Messias geboren was te Bethlehem.
Den volgenden morgen kwamen nog moor-
dere arme herders en landlieden mot hunne
vrouwen en kinderen om Jesus te aanschou-
wen, Jozef noodigdo hen om binnen te ko-
men en zij kwamen en brachten het Kind
hunne hulde. Wat ging er om in de harten
van Maria on Jozef, bij hot zien van die
arme eenvoudige lieden, welke het eerste
waardig gekeurd werden om hun Heiland
to aanschouwen. En dezen konden hunne
oogen van het heilig drietal niet afwenden,
van dat Kind, dat zijne teedore handjes tot
hen uitstrekte, van die Moeder, stralende
-ocr page 88-
— 80 —
van geluk on schoonheid en vreugde; van
dien Vader, teoderminnond over zijne schat-
ten noorgebogen. Hunne kinderen brach-
ten Jesus volgons liet gebruik hunne nede-
rige geschonken, bestaande in eonige vruchten
of ruw gebak. En Maria glimlachte die
lieve onschuldige kleinen mot zulke liemel-
scho zoelheid toe, dat dit schouwspel on-
uitwischbaar in hun geheugen bleef gegrift.
Zoodanig ging deze eerste nacht van Je-
sus\' leven voorbij, nacht vol zegeningen en
genaden, nacht, die het Licht der wereld
had voortgebracht en straks het aanschijn
der aarde door de almachtige stralen van
dat hemelscho Licht zou verniouwen.
Overweging en (iclied.
Meiligo Aartsvader, gij zijt ons aller va-
_ der naar hot geloof; na Maria waart
gij de eerste, die het Kind Jesus, den God-
monsch in zijne vernedering, mocht aan-
bidden; aan u komt de eer toe, Hem en
zijne heilige Moeder het eerst aan do kleinen
en geringon to hebben doen kennen. Ach
ik smook u, verwerf ook mij do genade,
Jesus en Maria to konnon, te bemin-
nen en hen getrouw te dienen en na te
volgen, en oons on voor altijd te ver-
-ocr page 89-
— 81 —
zaken aan alles, wat liuii kim mishagen, vooral
hoogmoed, zinnelijkheid «ju gehechtheid aan
aardsche goederen. Verwerf mij du volhar-
ding tot liet eindo, opdat ik in uw gozol-
schap de beminnelijke tegenwoordigheid van
Josus en Maria eeuwig moge genieten.
Amen.
Geestelijke Ruik Kit. Qroote heilige
Jozef, leer mij Josus en Maria to beminnen,
zooals gij beu hebt lief\' gehad.
Voorbeeld.
ïïfjr\'ot was tijdens cene besmettelijke ziok-
-Ï_L, te, die oono gansche streek verwoestte
maar vooral de armen en hulpbehoevenden
aantastte, dat oen vroom priester eens oenen
duiten en vuilen stal binnen ging, waar oen
slachtoffer der ziekte lag uitgestrekt. Wij zul-
len hot niet wagen, diens uiterlijk tebeschrij-
vonjgenoog zij hot te zoggen,dat bijduldelooze
smarten leed. Geheel alleen, van allen ver-
laten, kromde zich de ongelukkige op zijn
lijdensbed, oen hoop muf en vunzig stroo.
Geen stoel, geen tafel, niets was er, hij had
alles verkocht, om zich een weinig warme
bouillon to kunnen verschaffen. Langs don
zwarten muur hingen oono zaag on oen
paar andoro werktuigen, zijn goheele rijk-
Gl. H. Jozef,                                                       (j
-ocr page 90-
— 82 —
(lom, toon zijne armen nog in staat waren
om te werken; nu echter hingen zij slap
en machteloos langs het misvormde lichaam.
«Gij lijdt ongetwijfeld voel, arme vriend,"
sprak de modelijdende priester, //maar grj
zult Goddank spoedig deze wereld verlaten,
waar niets dan ellende uw deel is geweest."
//Ellende, pater? Noen, gij vergist u;
ik nam dm 11. Jozef tot patroon en voorbeeld,
on evenals hij hel) ik mij nooit beklaagd
over mijn lot. Ik kendo gelukkig geen
haat, geen afgunst, en sliep gerust na al
de inspanning van een vormoeiondcn dag;
met smaak at ik mijn harde korst brood.
Ik was arm, dat is zoo : maar was de 11.
Jozef dat ook niet? Als ik gezond word, waar-
aan ik echter twijfel, zal ik weder naar de
werf gaan, waar ik werkzaam was." De
priester stond verbaasd over zulke verheven
christelijke gevoelens bij zulk oen ongelet-
terden man, on sprak hem moed in voor
den ophanden zijnden dood. „O, antwoord-
de do man glimlachend, «ik heb gelukkig
goed geleefd; mot Gods hulp zal ik ook
goed sterven..."
(Année mise\'ricordieuse.)
-ocr page 91-
— 83 —
DKltTlKNl) E DAG.
Vreugde e» smart.
lians verhief ziek voor de achtste
manl sedert Jesus\' geboorte do
zon boven de grot, on kondigde
nu aan Maria en Jozef vreugde en droef-
heid
aan ; vreugde, omdat door hen lieden
do Heilige Naam aan de wereld zou wor-
den geopenbaard; droefheid, omdat die
openbaarmaking moest worden voorafgegaan
door do pijn der bloedige besnijdenis.
Om te kunnen beseffen, hoez er het hart
van Jozef bij deze gedachte leed, zou men
zijne liefde voor Jesus moeten kennen. Jo-
sus was do Zoon van eeno Maagd, van de
zuiverste dermaagden ; de Zoon zijner Bruid,
de getrouwste en meest beminnende der
bruiden; het was ook zijn Zoon, hij had
Hein uit de handen van den hemelschen
Vader, uit de armen van Maria zelve ont-
vangen. Meer nog, Jozef wist, dat dit
Kind, hetwelk daar in de kribbe als een
hulpeloos Wicht vóór hein lag, do Heiland
was, do Messias, zijn God on lieer. Reeds
zag Jozef het scherpe staal in dat onschul-
dige lichaam dringen, roods meende hij do
hartverscheurende smartkreten te hooren
-ocr page 92-
— 84 —
van hot Goddelijk Kind, dat bleek, en uit-
geput van pijn, slechts van vermoeidheid
en afmatting de oogen zou sluiten in een
onrustigen slaap.
Jozef zag nog verder. Hij wist uit de
woorden van den Engel, dat de Pasgebo-
rene de wereld zou verlossen, en zich dus
als zoenoffer zou stellen voor de zonden vnn
het geheele menschdom. De druppels bloed,
die de besnijdenis zou kosten, waren niets
bij de stroomen, welke later uit zijne kost-
bare wondon zouden vloeien bij do wreede
geeseling, bij do onmenschelijke kroning
niet doornen.
De droefheid van Jozef\' word nog ver-
meerderd door de grievende smart van
Maria, welke haar Kind mateloos beminde,
haar God, die uit haar had willen geboren
worden, die hare liefkozingen afbedelde,
en in hare armen sliep. Ach, toen do
bedienaar der .Mozaïsche wel binnentrad om
haar Kind op te eischeu tot do pijnlijke
plechtigheid, was die teodero Maagd hare
droefheid uiot langer meester; zij weende.
Ach, hoe sneed do smart van zulk een
bemind wezen den armen Jozef door de
ziel!......
Echter smaakte de heilige Aartsvader ook
heden den troost, aan de wereld ecu Naam
-ocr page 93-
— 85 —
te openbaren vol aanbiddelijke zoetheid, oon
Naam, waarop alle knie zich zou buigen, en
die dood en hel /.ou overwinnen.
Deze Naam was door den Engel aan
Maria en Jozef geopenbaard; maar het ge-
bruik wilde, dat do kinderen eerst na de
besnijdenis hun naam ontvingen : de heilige
ouders wachtten dus met ongeduld hetoogen-
blik, waarop hei hun gegeven zou zijn, hun
dierbaren Schat met den zoeten naam Jesus
te mogen aanspreken. Als dus de bloedige
plechtigheid had plaats gehad, en Maria
haren lieveling weder in do armen drukte,
on zijne smart poogde te doen bedaren,
vroeg de priester hun, hoe hot kind ge-
noemd zou worden. In hare nederigheid
liet Maria, de hoogste in rang, aan den
voedstervader van het Goddelijke Wicht het
woord, en Jozef sprak: «Zijn Naam is Jesus!"
Overweging en (icbed.
éP$. elukzalige, heilige Jozef, het was voor
H^lf u zoor zeker room vol, om nog vóór
do Apostelen, aan de wereld dien sterken
Naam te mogen openbaren, welke de aarde
zou verlossen, den hemel in verrukking
brengen, do hel machteloos in hare kolken
doen terugzinken; maar nog grootere eer
-ocr page 94-
— 80 —
was het, er liet diepe geheim van begrepen
te hebben. Immers, gij wist het, door dien
Naam werd uw Kind bestemd tot Slacht-
en Zoenoffer voor onze zonden ; tot Uitdel-
ger onzer schulden en Middelaar tusschen
den vergramden God en ons. Evenzeer dus
als in het goddelijk vloosch van Jesus,
grifte het zwaard ook dien zoeten Xaam
in uw hart, en sedert dat oogenblik onder-
ging uw hart als \'t ware een voortdurend
martelaarschap bij do gedachte aan hot
vreeselijko lijden van Jesus in de toekomst.
Ook ik, beminde Vader en Beschermer,
ook ik heb iu mijne ziel het afdruksel ont-
vangen van Jesus\' heiligen Naam; mijne
ziol is gezuiverd in zijn aanbiddelijk bloed,
en ik bon dus verplicht, een nieuw leven
te lijden, in God verborgen, en mijn vleosch
mot deszelf\'s begeerlijkheden te kruisigen.
Maar helaas, hoe slecht vervul ik deze
plichten, hoc weinig draag ik er roem op,
den naam van Christen te dragen. Waartoe
zal hij mij later dienen, als mijn gedrag er
niet aan beantwoord heeft?....
Ach II. Jozef, maak toch, bid ik u, dat
ik in \'t vervolg boter den naam van Jesus
moge begrijpen: dat ik er niet alloen de
zoetheid van smake, maar ook de wijze
lessen begrijpo, die er in liggen opgesloten,
-ocr page 95-
— 87 —
dat ik zo drukke iu mijne handen on voe-
ten, om niijii handel en wandel zoodoende
te heiligen; in mijn andere zintuigen, opdat ik
zo allo met do meeste zorg voor iedere
besmetting bewake; in mijn hart, opdat
zijne neiging ten goede gestierd worde;
prent in één woord in mijn geheele wezen
hot lijden en den dood van Christus, opdat
mijn leven als oene weerkaatsing zij van
het zijne, en ik in zijn Heiligen Naam alle
vijanden mijner ziel moge overwinnen.
Geestelijke Ruiker: Ik draag in mijn
lichaam de wonderteekenen van den Heer
Jesns. (1)
Voorbeeld.
Ans, hij Luik. 15 Nov. 1878.
Eerw. Pater,
TtT!ioori\'ron"en vnn ^° l°vcn(liost° dank-
zij/ baarheid, acht ik mij gelukkig, mij van
oene gedane belofte (o kwijten, on in uwe
Annales de SI. Joseph de volgende gunst
bekend te maken. Ruim achttien maanden
werd ik geplaagd door eeue hevige maag-
pijn, die hardnekkig weerstand bood aan al
(1) Gal: VI 17.
-ocr page 96-
— 88 —
do zorgen, welke do geneesheer van ons
pensionnaat aan mij besteedde. Ik heb
echter niet opgehouden, de eeno noveen na
do andere te honden, on met vertrouwen
de hulp in to roepen van do H.H. Harten
van .Tesus en Maria, alsmede de machtige
voorspraak van don II. Jozef, om mijne ge-
nezing te verkrijgen, ofwel een zaligen dood.
Van do kunst hoopte ik niets meer, de
kwaal verergerde, en onlangs in het laatst
van Ootobor ontving ik de 1111. Sacramen-
ten der stervenden. Nu besloot ik nogmaals
eene Novene to beginnen, tot de 1111. Har-
ten van .losus en Maria en tot den glorierijken
II. Jozef, met inrooping der geboden van
Pius IX en die van het gcheele pension-
naat, onder uitdrukkelijke belofte, indien ik
genas, dit in do Annalen de 81. Joseph be-
kend to maken. Den 4den November j.1.
den laatsten dag der noveen, ontving ik de
H. Communie in mijne kamer ; na de dank-
zegging gevoelde ik inij eensklaps beter,
ik nam oenig voedsel, zonder daarvan let-
sel te hebben; nu stond ik op, kleedde mij
en ging geheel alleen zonder steun naarde
kapel, om voor Jesus neer te knielen, en
mijn hart in gevoelens van innige dankbaar-
heid voor (iod uit te storten; ik was vol-
komen genezon ! — Sedert dien dag ver-
-ocr page 97-
— 89 —
richt ik ïnijno gewone bezigheden, zonder
vermoeienis of\' hinder te gevoelen. Ziedaar
Kcnv. Pater het feit, gelijk het zich heeft
voorgedragen. Eeuwige dank aan Jesus, Ma-
ria en Jozef.
Aanvaard enz.
Anna Joseph Lacboix,
pensionnaire van hel IFeeshuis der
Zusters van den
Jf. Vincentins, ie Ans, hij Luik.
Als ooggetuige van bovengemeld feit be-
vestig ik de waarheid van het verhaal :
Zustee Victoike Dambaboy.
Overste van bovengenoemd huis.
VEERTIENDE DAG.
Vreugde en ongerust liciil.
\'cldru was het gerucht van de grooto
gebeurtenis te Bethlehem door de
vrome herders in den ganschen om-
trek verspreid, men sprak slechts over het
kind van Jozef\', on over de wondervollo
teekenon zijner komst. En allen, die de
herders hoorden, stonden verbaasd over hun
verhaal. (1) Na hen gehoord te hebben,
[1] Lucas, II. 18.
-ocr page 98-
— 90 —
wildo men persoonlijk die heilige familio
zien, on in grooten getale stroomden onge-
twijfeld velen naar do arme luit, waar liot
heilig drietal thans gehuisvest was. O, wat
moet Jozef zich verheugd hebhen, zijn dub-
belen schat hot voorwerp to zien van zoo-
veel belangstelling. Minzaam ontving hij
allen, en als zij de goddelijke schoonheid
van Jesns bewonderden, en do nederige
majesteit, welke het hoofd der koninklijke
Moedor omstraalde, waren zij overtuigd, on
zeiden : «Wij gelooven, dat de zoon van Jo-
zef de Verlosser is, aan onze vadoren beloofd."
Eene onverwachte gebeurtenis bracht or
nog moor toe bij, om de aandacht der gan-
sene wereld op dit arme gozin te vesti-
gen. Als Jozef zekeren avond naeone korte
afwezigheid terugkeerde, zag hij in do na-
bijheid van zijne deur eon gehoolo karavaan
van fraai opgetuigde lastdieren en kamee-
lon, benevens oen ganschon stoet dienaren;
de gansene buurt was in opschudding. Bo-
vendien ontdekte hij ocno wonderbaar groote
ster aan het uitspansel, die een schitteren-
den straloubundel op zijne woning uitgoot.
Binnen gekomen zijnde, zag hij drie voor-
name mannen mot ontbloot hoofd voor Ma-
ria neergeknield, om hot. Goddelijk Kind
op haren schoot te aanbidden. Eene zoete
-ocr page 99-
— 91 —
hemelsohe vreugde, gemengd mot vurige
liefde en diepen eerbied, sprak uit kunne
oogcn, welke onafgewend op Moeder en
Kind gevestigd waren; zij aanbaden, zij
bewonderden, zij smeekten in stilte. Daar-
na brachten zij hunne geschenken, goud,
wierook en mirre, aan den nieuwen Koning
der Joden.
Hot hart van Jozef was overstelpt van
vreugde, hij zag nu de voorzegging van
David in vervulling gaan, dat koningen on
volken zouden komen om voor den Messias
neer te knielen, Hem te aanbidden, en hun-
ne gesehenken te otteren. Jesus was wer-
kelijk do Verlosser, niet slechts voor Israël,
maar voor alle volken. Van dit oogonblik
af, wij mogen het gerust aannemen, opende
Jozef zijn vaderhart voor do Kerk, de on-
besmette Bruid van Jesus-Christus, en werd
hij de Patroon der gansclie II. Krrk.
Vervolgens verhaalden de Wijzen, hoo
zij eene geheimzinnige ster hadden gezien,
en eene ingeving des hemels ontvangen, om
in Judoa den IIeerschor der wereld te gaan
zoeken. Verrukt luisterdon Maria en Jozef
naar hun verhaal, doch toen de laatste do
woorden vernam, die Herodes tot de vor-
sten gericht had: //Boodschapt mij, waar
het kind is, opdat ik koine en het aanbid-
-ocr page 100-
— 92 —
do," toon sloeg Jozef ilo schrik oin het
minnend hart. Immers, hij wist, dat Jesus
slechts door lijden en vervolging zijne glo-
rie zou binnengaan, en dat velen tegen Hem
zouden samenspannen.
Van den anderen kant kende hij het
wreed u karakter van den onmensrholijkcn
Ilerodes, die Jesus wellicht zou trachten te
dooden. Het Goddelijk Kind was immers
de nuienwgelioren Koning der Joden."
In deze netelige omstandigheid nam Jo-
zef gelijk immer zijn toevlucht tot God.
Was zijn gebod altijd welkom in don He-
mel, hoeveel te meer thans, nu hij bad
voor Jesus en Maria.
En zie, de Aartsengel Gabricl werd aan
de drie Wijzen gezonden, en beduidde hun in
den slaap, dat zij niet naar Herodes moes-
ten wederkeeren. En opgestaan zijnde, koer-
den zij langs een anderen weg naar hun
land terug.
Overweging en Gebed.
éF% roote Heilige, hoe bewonderenswaardig
^gf is uw gedrag in alles, hoe leerzaam
voor ons ! Ja waarlijk, gij zijt bij Jesus de
waardige plaatsbekloeder van God don Va-
der, die alles met zorg en nauwgezetheid
-ocr page 101-
— 93 —
bestiert, on toch zonder overhaasting. Uw
voorboold leert mij voorzichtig tu zijn /.on-
der ovordrevon vrees, hot leert mij, ioderon
dag al liet mogelijke to doen, zoo voor mijn
eeuwig welzijn als voor hot tijdelijke, en
verder mijn vertrouwen to stellen op God,
en onder /.ijne veilige lioedo rustig iu te
slapen, zonder zijne ondoorgrondelijke raads-
besluiten vooruit te willen loopon. Ach,
hoe gelukkig zou mijn leven zijn, als ik
altijd zoo handelde ! Wat toch is verstan-
diger, dan zich op God te verlaten, op dien
g leden God, dio allo schepselen voedt, en
zelfs do kleine vogeltjes niet vergeet, als
hunne kroten ton hemel stijgen om spijze?
Hoe zou Hij mij dan kunnen vergeten, dio
naar zijn beeld en gelijkenis geschapen ben?
Wij zijn allen zijne kinderen, geen haar van
ons hoofd zal zonder zijne toelating gekreukt
worden. Moest dat alles niet voldoende zijn
om onze kleinmoedigheid te overwinnen, en
op God te bouwen?
Ach, goode Heilige, verwerf mij do ge-
nade, mij dikwijls de beloften des Heeren
to herinneren, om zoodoondo alle overdre-
ven ongerustheid to verbannen. Maak, dat
ik mijn bost doe om in allos aan God to
bohagen, en voor het overige alles aan zijne
wijsheid over to laten. Amen.
-ocr page 102-
— 94 —
Geestelijke IIuikek. Op U, o Hoor,
hol) ik mijn vertrouwen gesteld; ik zal in
eeuwigheid niot beschaamd gemaakt wor-
den. (1).
Voorbeeld.
Be eerbiedwaardige dienares des Heoren,
1 Maria-.iohanna Orsolina werd langen
tijd hevig door den duivel gekweld. Dik-
wijls zag zij hem woedend voor haar staan,
om haar op honderden wreede wijzon te ver-
volgen. In die aanvallen nam zij steeds
hare toevlucht tot don II. Jozef. Zij deed
het mot zulk oen levend geloof en ver-
trouwen, dat zij alle pogingen van de hel
machteloos maakte, en zij getroost en ge-
sterkt werd tegen don harden strijd. Zij
schreef don naam van haar hemelscheu Be-
schermer o]) hare hand, on telkens als zij
weer word aangevallen, toonde zij dio letters
aan satan, welke daarop verschrikt de vlucht
nam, en ton slotte den strijd opgaf.
Laten wij ook in al onze nood wond ig-
heden tot hom gaan, on wij zullen gehol-
pen worden.
[Annt\'e hm<!ricordieii$e.~)
(i) Ps. XXX. •>.
-ocr page 103-
— 95 —
VIJFTIENDE DAG.
Vreugde en droefheid.
|oon do kloino Josus veertig da-
gen oud was, moest Hij aan do
priesters vertoond worden; Hij
was de eerstgeborene van liet heilige huis-
gezin, en behoorde alzoo aan God.
Reeds vroeg stond Jozef op, vol vreugde
over de aanstaande plechtigheid. Vurig
had hij naar dit oogonblik verlangd, om op
plechtige wijze den God zijner Vaderen te
gaan bedanken voor de onschatbare gunst
van hem met de Lolligste, do gezegendsto
onder do vrouwen te hebben voreenigd, on
vooral voor de genade, dat hij boven allen
verkoren was geworden, om de plaats van
vader in de Heilige Familie te bekleedeu.
Ook Maria was vol heilige vreugde, nu zij
aan God de vrucht van hare maagdelijk-
heid kon gaan aanbieden, terwijl zij niet-
temin hare glorie verborg, als ware zij
slechts eone gewone moeder.
Jozef nam nu twee duiven mede, waar-
van de ocno moest worden geslachtofferd
tot zuivering van Haar, dio reiner was dan
het licht, en do andore tot erkenning van
Gods hoerschappij over het goddelijk Kind.
-ocr page 104-
— 96 —
Maria nam op bevel van Jozef\'den kleinen
Jesus in hare armen en verborg Hem ouder
haren sluier. Zoo begaven beiden zich
o|> weg.
Wat gevoelde Jo/.of\' zich rijk in zijne
armoede! Bezat hij niet het grootste, het
heiligste, dat ooit op aarde was gezien?
Hij kon God een grooter offer brengen dan
alle vorsten der aarde, hij ging God op
eene waardige wijze verheerlijken, door Hem
oen oneindig oll\'er te brengen, God zelf, in
de gedaante van een klein kind.
Onderweg onderhielden de beide geluk-
kige echtgenooten elkander slechts over hun
innig beminden schat; van tijd tot tijd be-
schouwde de jeugdige Moeder met onuit-
sprekelijke teederheid haren Lieveling, en
als zij Jesus wakker zag, lichtte zij even
don sluier op; o, hoe hemelsch was die
beminnelijke glimlach, dien Jesus zijn ovor-
gelukkigen vader toestierdo; hoe zoet do
opslag van die goddelijke oogon, als Jozef
sidderend van eerbiedige liefde zijne lippen
drukte op het aanminnige gelaat van don
Oneindige, hier in schamele doeken ge-
wikkeld.
In Jerusalein gekomen, schreden zij in-
getogen voort naar don tempel, zonder het
trotsche koninklijke paleis oen blik waardig
-ocr page 105-
— 97 —
te keuren. Hadden zij niet den Koning der
koningen bij hen? Het scheen Jozef\' toe,
dat do tempel afgunstig was op zijn ge-
luk. Kn inderdaad, bij bezat in werkelijk-
heid datgene, wat binnen de muren van
Gods gebouw slechts word afgebeeld. Jesus
was liet ware heiligdom. Hij was tegelijk
het verhevensto Offer en de heiligste Offeraar,
hot ware Altaar en de eenige lloogepries-
ter, waardig om tot God te naderen. En
Maria, zij was die Arke des Nieuwen Ver-
bonds, die verheven Lichtdrager, kostbaar-
der dan die, welke den tempel verlichtte.
Niemand echter sloeg in den tempel
acht op die eenvoudige lieden, en nederig
wachtten zij hunne beurt at\'. Eensklaps ech-
ter ziet men in groote haast den heiligen
grijsaard Siraeon aan komen snellen. Ver-
wonderd over zijne gejaagdheid, maken al-
len eerbiedig plaats voor den godvreezen-
den man. Voor Maria gekomen, knielt hij
deemoedig neer en strekt smeekend zijne
armen uit. Do jeugdige Maagd begreep hem
on reikte hem haar kiiul over. En vol aan-
doening drukte Simeon den Heiland aan
zijn hart, en dankte vervolgens don Hemel,
dat hij zijn God had mogen aanschouwen,
neergedaald om de wereld te verlossen.
Wat deed deze plotselinge openbaring
Gl. H. Jozef.                                                       7
-ocr page 106-
— 98 —
van do grootheid zijne Zoons het hart van
Jozef met versnelde slagen kloppen. Maar
ach, weldra zou die vreugde in diepe smart
veranderen bij de woorden van den grijsaard:
„Vrouwe, zie, deze is gesteld tot val on op-
standing van velen in Israël.... en een zwaard
zal uwe ziol doorboren."
Ach, Jozef, welk een grievend leed on-
dervondt gij, als gij bij deze woorden do
tranen aan Maria\'s oogen zaagt ontvlieton,
als gij de grenzenlooze smart bospourdet,
waaraan uwe zachtzinnige Bruid bij deze
voorspelling ten prooi was.\'
Evenals do priesters in den tempel ocni-
gen tijd do offerdieren moesten voeden en
verzorgen, zoo ook zou thans Jozef zijnen
Jesus slechts terugontvangen, om Hem groot
te brengen on voor Hem te arbeiden eenigo
jaren, doch slechts om Hein in het leven te
bewaren als een Oll\'erlam van oneindige
waarde, bestemd om ter slachtbank te wor-
den geleid tot uitdelging onzer zondenschul-
den.
Na aan alle voorschriften der wet voldaan
te hebben, gingen beiden mot Jesus uit
den tempel en sloegen zwijgend den weg
in naar het stille Nazareth.
-ocr page 107-
— 99 —
Overweging en fiefoed.
ïpjfoe weinig, heilige on bedroefde Aarts-
ü- vader, hoo weinig heb ik tot lieden
hot geheim des kruises begrepen! De 11.
Geest zegt, dat God gowoon is, hen to kas-
tijden, die hij onder zijne kinderen rekent;
dat men, om aan do horaelsche glorie deel-
achtig te worden, hier beneden do gelijkenis
van den gekrniston Josus moet vertoonen.
En toch, ik kan het niet verdragen, als ik
niet met vrede word gelaten; ik kan het
niet van mij verkrijgen, om de weinige bil-
tere druppels to drinken, die God in den
kelk mijns levens heeft gemengd.
Ach, heilige Jozef, indien er onder de
menschenkinderon iemand geweest is, die
verdiende, hier op aarde onvermengd geluk
to genieten, waren dat dan Josus niet en Maria,
en gij, de plaatsbekleodcr dos llomelschen
Vadors in dit heilig huisgezin ? En wat zie
ik? Jesus is een man van smarten gewor-
den, het uitvaagsel van het menschdom;
Maria, de Moeder der smarten, do Koningin
der Martelaren, gevoelde haar goheele leven
een vlijmend zwaard haar onschuldige ziel
doorboren; gij zelf, de cenige stenn van her
beidon, zijt ten prooi geweest aan grievend
zielowee; uw hart werd als \'t ware over
-ocr page 108-
— 100 —
stelpt van liet lijden, dat lninne harten niet
meer konden bevatten. En dat alles om mij,
om mijne zonden!
O, ik ondankbare; ik weiger iodero ver-
nedering, ieder verdriet, hoe klein ook.
Neen, heilige Jozef, ik wil niet langer door
zulken zwarten ondank Jesusbodroeven. Leer
mij zoetheid vinden in het lijden, bij de ge-
dachte, dat hot heiligste Drietal mij daar-
in is voorgegaan, opdat ik evenals gij een-
maal oono schitterende kroon in don hemel
moge verworvon. Jmen.
Geestelijke Ruiker. Hemolseho Vader,
niet mijn, maar uw wil geschiede!
Voorbeeld.
Men leest in het Leven van de Eertc.
... Moeder Maria Felicitas, eerste Oeerste
van de Znsfers van den II. Jozef ie Luik,
door pater Pruvost {S. J.)
//Men zon een heel boekdeel kunnen vul-
len, als men al de buitengewone gunsten
wilde vermelden, welke Moeder Felicitas
door de voorspraak van den II. Jozef heeft
verworven. Zij was van meening, dat als
er eene of andere noodzakelijke uitgaaf moest
gedaan worden, men dit niet diende uit te
stellen, al waren er ook geen hulpmiddelen;
-ocr page 109-
— 101 —
in zulke gevallen ging zij tot don H. Jozef.
Hij dergelijke gelegenheid had zij eens tien-
duizend francs
noodig; het was voor een
allernoodzakelijkste uitgaaf. Zij bezat zo
niet, maar stelde haar vertrouwen op Jesus\'
Voedstervader, en de go vraagde som kwam.
15ij eeue andere gelegenheid had zij vijf-
tienhonderd francs
noodig voor een werk in
het klooster. Maar waar zo vandaan te ha-
len? Do goedo Ovorsto laat eeno novene
houden, en geeft bevel om het werk maar
op voorhand te beginnen. Don negenden dag
kwam een kanunnik vragen om haar te spre-
ken, en stelde haar bovengenoemd bedrag
ter hand, dat oen godvreezend persoon hem
voor een of ander liefdadig dool had ge-
schonken. Zuster Felicitas legde hem de
zaak uit, on de kanunnik verzekerde haar,
dat hij van haar plan niets wist, maar dat
hij des nachts eon onweerstaanbarcn aan-
drang had gevoeld, om het gold bij haar
to brengen. — Op een anderen koor, dat
zij weer haar toevlucht had genomen tot
haar hemeUchen bankier, stelde een eerbied-
waardige grijsaard aan do zuster portierster
een rolletje goudstukken ter hand, on ver-
dween daarna, zonder dat men ooit te weten,
is gekomen, wie hij was.
-ocr page 110-
— 102 —
ZESTIENDE DAG.
De Vlucht.
lozef on Maria gevoelden zich bui-
tongemeen gelukkig, weder hun
anno vreedzame woning to Naza-
reth bereikt to hebben. Hun gemoed, in do
laatste dagen door zoovele verschillende aan-
doeningen geschokt, had rust noodig en stille
eenzaamheid, oin kalm de groote gebeur-
tenissen to kunnen overwegen, waarvan zij
onlangs getuigen geweest waren, en mot wel-
gevallen de oneindige Majesteit te kunnen
aanschouwen, als een kloin kind rustend in
de wieg. Ongetwijfeld vervolgde Simoon\'s
voorzegging hen voortdurend als oen ijselijk
schrikbeeld, maar zij waren onderworpen;
zij wilden, wat de lleinolscho Vader wilde,
on in zulko gesteltenis hebbon ook do tra-
nen hare zoetheid.....
Helaas, ook dozo geringe vreugde moest
nog door nieuwe rampen vergald worden!
Het was nacht.....De oude arglistige Hc-
rodos lag onrustig op zijn koninklijk rustbed,
hij vreesdo zich den schoptor te zien ont-
nemen door een zoon van David. Toen hij
de Wijzen niet zag terugkomen, had hij in
Bethlehem een onderzoek naar hen inge-
-ocr page 111-
— 103 —
stold, en vernomen, dat zij plotseling ver-
dwenen waren, evenals die arme Galileër,
welke aangezien werd voor den Vader van
don Messias. Ook had hij nog gehoord,
dat do oude Simeon in den tempel een kind
had aangewezen als Verlosser van Israël.
Thans kende de toomelooze woede van don
vreeden Herodes geene grenzen meer, en
hij zon op middelen om zijn waggelenden
troon te bevestigen. Plotseling rijpt er een
plan in zijn goddeloos brein, oven wreed
als bloeddorstig. Alle kinderen benoden de
twee jaren, in Bethlehem en omstreken ge-
boron, zullen worden vermoord. Bovendien
zullen er nog personen naar Nazareth .ge-
zonden worden (}) en vinden zij daar een
kind, dat te Bethlehem is geboren geduren-
de eene reis zijner ouders, zoo zullen zij
het grijpen. En aanstonds stelde do beij*
zijne trawanten met zijn plan in kennis,
maar God waakte over do zijnen.
Wat geschiedde intussehon te Nazareth
bij do H. Familie, het onsehuldigo voor-
[i] Het Evangelie zegt niet, dat Herodes ook na-
sporingen liet doen to Nazareth; maar..,, alles is niet
opgesclireven. Als de navorschingen slechts tot Bethle-
hem en omstreken beperkt waren gebleven, zon Jesus
in Nazareth veilig, on de vlucht naai* Egypte noodeloos
zijn geweest.
-ocr page 112-
— 104 —
werp van zooveel haat? Maria had haar
Kind gevoed, on op hare armen in slaap
geslist; vervolgens legde zij het in het ar-
moedige wiegje, en na een lang vurig avond-
gebod bij hun Kind, hun God, haddon beide
eclitgenooten zich ter rust begeven, onbe-
wust van het dreigend gevaar. Plotseling
verschijnt do hcmelgezant aan .lozer\'in don
slaap, en zogt hom: «Sta op, neem het Kind
on zijne Moeder, en vlucht naar Egypte,
want zie, Herodes zal hot Kind zoeken oin
het te dooden!"
Ach, hoe benauwde deze droevige mare
het hart van den minnenden Jozef. Nau-
welijks toch had Maria hare oogeii gesloten
om in don slaap hare krachten te herstel-
len, en nu moest hij die geliefde wezens
iu liunno zoete rust storen, om in liet holst
• «van den nacht ijlings eon moeilijken en
langdurigon tocht to ondernemen. Maar....
CJod heeft gesproken, on de gehoorzame Jozef
aarzelt geen oogonblik, ondanks de droef-
heid, die zijn gevoelig hart ondervindt, nu
hij Jesus en Maria ver van den tempel naar
een onbekend, onherbergzaam land moest
geleiden, waar de nicnschon in do diepste
dwaling on bederf van het heidendom ge-
dompeld waren.
Hij begaf zich naar het vertrek van Ma-
-ocr page 113-
— 105 —
ria en Jesus en sprak : //Dierbare Maria,
sta haastig op." Kn gehoorzaam als altijd
stond do nederige dienares dos Heeren op,
en zeide : //Zoon van David, waarom gunt
gij u do hoognoodigo rust niet ?... gij zijt
toch niet ziek ?..." Droevig en weenend
verhaalde Jozef nu, wat do Engel hem ge-
boodschapt had. //Ach, hoe kunnen de men-
schon U zoo haten, mijn Jesus!" antwoord-
de Maria ; //het is, wijl zij U niet kennen."
En haastig maakten beiden de noodigo too-
bereidselen voor do mooilijko reis, en be-
gaven zich met Jesus onder Gods bescher-
ming op weg.
Hoo droevig was die tocht; hoe pijni-
gend vooral voor het minnend hart van Jo-
zef. Hij sidderde van angst, hier of daar
oen der wreodo handlangers te ontmoeten
van den goddeloozen llerodes, en moest
dus zoo snel mogelijk voortgaan. En dat
met eeno zvvakko Maagd, en een hulpbe-
hoevend Kind. Zeker, hij stelde al zijn be-
trouwen op God, maar niettemin werd zijn
hart voortdurend door vrees benauwd. Welk
eene reis, en dat zou ruim oen maand zoo
duren, alvorens Egypte te beruiken. En
dan dio woestijn, waarde Israëlieten slechts
door oen voortdurend wonder waren gcspij-
zigd geworden. Het weinige brood was wol-
-ocr page 114-
— 106 —
dra verbruikt, on hun eonig voedsel be-
stond nu in de schrale vruchten, welke hier
en daar opschoten, terwijl hun menigmaal
het hoognoodige water ontbrak. Als do zon
achter den gezichteinder verdween, zeeg
Maria uitgeput van vermoeienis op den zan-
digen grond neer, en bedekte den kleinen
Jesus met haren sluier ten oinde hem zoo-
doende te beschutten tegen don ovorvloe-
digen dauw gedurende don nacht, terwijl
Jozef, onmachtig om haar een hetero rust-
plaats te schenken, droevig maar overge-
geven aan Gods aanbiddelijkeu wil daarbij
stond to waken uit vrees voor do wildo (lie-
ren, totdat ook hij do moede oogleden sloot
on de Bngelen de hoede over het heilig Ge-
zin op zich namen.
Overweging en Ucbcil.
k JT ,<V? elk eon droevig schouwspel voor u
\\Jj\\jl o H. Jozof, Jesus on Maria te zien
vluchten voor diezelfde menschen, wion zij
het eeuwig heil waren komen brengen! O,
wie zou nog eene wereld kunnen beminnen,
welke Jesus en Maria met haren haat ver-
volgt? Wie zou nog de gunsten kunnen af-
bedelen van eon bedorven wereld, die hoc
zodeubederf op den troon verheft, do ondeugd
-ocr page 115-
— 107 —
tot haren god maakt, eene wereld, die Jesus
de heiligheid zelve met Maria zijuo beminne-
lijke Moeder van zich verjaagt en naar een
wilde strook doet vluchten, ja zelfs Josus naar
hot loven staat?
O heilige Jozef, hoo oneindig beter is het
gelijk gij Jesus en Maria in de ballingschap
te volgou, in hunne smarten on ontberingen
te deelen, in plaats van to wonen in do weel-
derige paleizen der zondaars! lloo verachtelijk
zijn de genietingen van dit leven, daar de
goddelooze llorodos er naar hartelust van
geniet, torwijl Jesus do eeuwige Waarheid,
die alles naar zijne juiste waarde wootto schat-
ten, die genoegens gehool versmaadt!
Welke glorie voor u, H. Jozef, mot Maria
de oorston to zijn geweest om Jesus\' armoede
te doelen on de oneindige schatten te begrij-
pen, wolko zij haren beoefenaren vergadert.
Bid toch voor mij bij Jesus en Maria, opdat
ook ik de nardsche zaken vorachto, om slechts
het honielsehe to zoeken en met liefde do ont-
beringen des levens te dragon, opdat op mij
eens vantoepassing mogen zijn dozo woorden
dor Eeuwige Wijsheid:
Geestelijke ruiker: Gelukkig do armen
van geest, gelukkig zij die hongeren eu
dorsten en weenen; hun is hot rijk der
hemelen,
-ocr page 116-
— 108 —
Viiorlicclil.
¥ooi\' ongeveer drie jaren, schrijft eene
geestelijke overste, ging eene onzer me-
dezusters voor geldzaken naar oen kantoor.
Op het oogenblik, dat zij hare papieren
moost toonen, miste zij een banknoot van
2000 francs; nochtans wist zij zeker, dat
ik het haar met meer atidero waarde in
een zeilde papier gevouwen, had gegeven.
Aanstonds werd in huis en (haar buiten
met allen ijver gezocht, maar to vergeefs.
Ik zat in de grootsto verlegenheid, want
het geld behoorde niet aan hot klooster,
maar was mij door iemand toevertrouwd,
om het te beleggen. (Jolukkig kwam ik
op het denkbeeld, den H. Jozef aan to
roepen; de maand Maart zou juist begin-
nen. Sedert jaren reeds werd die plechtig
in ons klooster gevierd, on ditmaal voog-
den wij er nog deze bijzondere intentie bij,
on baden met vuur. Het was niet te ver-
geefs, ofschoon de II. Jozef ons wol een
beetje liet wachten, maar hij verhoorde ons
ook ten volle. In den loop van den zomor
werd het biljet terug gevonden on terug-
gegeven, wat menscholijker wij* onmogelijk
was. Maar wat vermag de II. Jozef niet?
(Fropag: d. I. dévotion a SI. Joseph.)
-ocr page 117-
— 109 —
ZEVENTIENDE DAG.
De ltiilliiigM-li»|>.
I aarraate de reis vorderde, werden
ook do bezwaren grootoron monig-
vuldigcr van de heilige ballingen.
De jeugdige Moedor vooral leed zeer onder
zulk eoue harde en ongewone levenswijze, on
alleen hare overgroote en teedere liefde voor
Jesus gaf haar de noodige kracht om verder
voort, te gaan. Groot was dus de vreugde van
Jozef, toen hij van verre de eerste sporen van
een menschelijk verblijf ontwaarde, en de
stille hoop koesterde, eindelijk een gastvrij
dak te horeiken, waar zijne beminde Bruid
een geschikt nachtverblijf zou vinden.
Helaas! hoe bittor word hij teleurgesteld.
Vooreerst kende hij de taal van het land
niet, en had dus de grootste moeite, om
met deszolfs bewoners een betrekking to
kunnen aanknoopen. Ten tweede waren de
Egyptenaren zeer achterdochtig on terug-
houdend jegens den vreemdeling, vooral
echter jegens de Israëlieten, die zij to
recht boschouwden als vijanden hunner af-
goden. Bovendien wantrouwden zij don
heiligen Jozef. Wie, zoo redeneerden zij,
had een behoeftigen werkman kunnen aan-
-ocr page 118-
— 110 —
sporen, om met zulk een jeugdige ochtge-
uoote on een pasgeboren kind een zoo verre
reis te ondernomen ? Zij veronderstelden
wellicht, dat de twee echtgeuooten wegens
een oi\' ander misdrijf verplicht waren ge-
weest., hun vaderland te ontvluchten, ton
einde aan den strengen arm der gerechtig-
heid te ontkomen, en de geringste Egyp-
tenaar verheelde hun zijn verachting niet. Koh-
ier slaagdon zij er na verloop van tijd in,
door hun geduld, hunne deugd on zacht-
zinnige gelatenheid zich de achting van
eenige medelijdende zielen te verwerven,
welke hun als huurlingen wat werk gaven.
De zoon van David verdiende een zuur
stukje brood met het vervaardigen van ver-
schillende gereedschappen, terwijl zijne even
arbeidzame (jade hein trouw terzijde stond
niet lijnwaad te weven en te spinnen voor
eenige rijke vrouwen. Gedurende don tijd
van den oogst vroeg zij aan Jozef verlof
om evenals Kuth de afgevallen en achter-
gebleven korenaren op de geoogste velden
in te zamelen; on vol vreugde toonde zij
dan aan haren echtgenoot de graankorrels,
die zij vergaderd had. En Jozef, o hij
dankte God uit de volheid zijns harten, voor
diens vaderlijke zorgen, en weende van aan-
doening bij het zien van zulke diepe ver-
-ocr page 119-
— 111 —
nedering in liet heiligste, liet hoogste aller
schepselen.
Echter was de heilige Aartsvader ook
zelfs in de ballingschap niet van allen troost
ontbloot. Bezat hij daar niet Maria, die door
hare zachte opgeruimdheid zijn moed wist
op to beuren on levendig te honden ? Zij
was altijd dezelfde, altijd even vriendelijk
en tevreden, de goddelijke wil ging bij haar
voor alles. En bovendien, met welke tee-
dere liefdevolle zorgen omringde zij Jozef
uit dank voor zijne trouwe toewijding,
zijn noeste vlijt en harden arbeid, lloozoor
gevoelde Jozef zich door hare dankbetuigin-
gen boloond!
Doch bovenal, Jozef bezat daar zijnen Je-
sus, den grootston schat van hemel en aarde;
één blik op dat Kind was voldoende om
hem al zijne moeiten gering to doen schat-
ten ; on als des avonds de beminnelijke
Moedermaagd hem haar goddelijken Zoon
toonde, rustig ingeslapen onder hare hoede,
en Jozef eerbiedig zijne lippen drukte op
dat aanbiddelijk gelaat, o, dan gevoelde
hij zich ruimschoots beloond voor al de
vermoeienissen van den dag.
In Egypte leerde de kleine Jesus to gaan.
Welk een hemelsche vreugde voor Jozof,
te zien, hoe het Goddelijk Kind zich zacht-
-ocr page 120-
— 112 —
jes van Maria\'s schoot liet glijden, glim-
lachend de armpjes naar zijn vader uitstrekte,
en met onzekeron tred naar licm toekwam
om zich in zijne armen te werpen. De Kn-
ielen /.elven waren over dit selionwspel in
verrukking,hun God,hun almachtigen Heer,
daar als oen gewoon monsohenkind mot
wankelende schredon te zien voortgaan. In
l\'jgypte ook loerde Maria aan Jesus voor
hot eerst den naam van Vader stamelen. Ach,
indien dit woord hot hart in beroering brengt
van hem, die zich voor hot eerst dien zoeten
naam hoort geren door oen wezen, geheel
aan hein gelijk, hoeveel to moer dan heeft
Jozef wel gevoeld, als hij dat woord hoor-
de uit den mond van zijn God, zijn Schep-
per!
Nog andere vertroostingen smaakte Jozef
in het land dor ballingschap: immers, hier
was hot eerste paaschfeest gevierd. Wel is
waar mocht thans het paaschlam niet meer
buiten Jerusalcm worden genuttigd; maar
koudon zij die afbeelding betreuren, nu
zij het voorafgoboeldo zelf bezaten? Was
Jesus niet hot ware Lam Gods, wiens aan-
biddolijk Uloed de volkeren zou beschutten
voor de slagen der eeuwige gerechtigheid?
Hij hot Pinksterfeest, hot feest van de
afkondiging der Wet, plaatsten Maria on
-ocr page 121-
— 113 —
Jozef\' den Goddelijken Jesus voor zich neer.
Hij was het, die aan hunne voorvaderen
op den borg Sinaï was verschonen, onder
donder en bliksem. Welk oeno verandering\'!
Uier was het een hulpbehoevend Kindje,
zwak on toeder, dat slechts uit zijne slui-
mering ontwaakte om een weinig liefde af
te bedelen, en de menschen aan te kon-
digen, hoe lief God hou gehad had, door
zijn eenigen Zoon zoo te vernederen.
Bij het Loofhuttenfeest sloeg Jozef buiten
een tent op van groen on bloemen, en
Maria zette er hun eenvoudigen maal-
tijd gereed, liet was aandoenlijk om to
zien, met welke kinderlijke vreugde do
kleine Jesus doze toebereidselen aanschouw-
do, en in zijn wit kleed tusschen Maria
en Jozef gezeten, hun de beteekenis vroeg
van deze zonderlinge woning. Met welke
oplettendheid luisterde Hij, die alles wist,
naar hot verhaal zijner ouders van al de
gunsten, die het Joodsche volk van God
had ontvangen.
Overweging en <«cbe<l.
K^oodanig, 11. Jozef, bracht gij don tijd
!±X der ballingschap door, getroost door
het zoete gezolschap van Josus, en maak-
tet gij ook daar evenzeer vorderingen in
Gl. II. Jozef.                                                       8
-ocr page 122-
— 114 —
do deugd als te Nazareth on Bothlehem.
Hoe gelukkig zou ik wezen, bijaldien
ik uw voetspoor volgde; als ik, de oogen
sluitende voor de ijdelheden dezer wereld,
gelijk een reiziger, haastig voortging, den
blik slechts gericht op het verheven doel
van liet monschelijk bestaan: de zalig-
making der ziel! Maar ik kan evenals gij,
mijn Jesus iederon dag bezitten, zijn bij-
zijn genieten; ik kan Hein iederen dag
aan zijn Vader opdragen in de II. Mis, en
Hem zoo dikwijls ik wil, aan mijn hart
drukken door de 11. Communie. Wol is
waar bezit ik Maria niet, zooals gij; maar
ik weet toch, dat haar liefdevolle blik
voortdurend op mij rust; zij is in den
hemel, maar de hemel is bij hem die bidt.
O, beminde Beschermer, wees gij mijn voor-
spreker; vraag voor mij van uwen Jesus;
niet de aardsche schatten, welke gij hebt
veracht, niet do bedorven vermaken eenor
goddelooze wereld, maar vraag voor mij
een zuiver hart, vol homelsche wijsheid,
een hart, dat slechts klopt voor Jesus,
Maria en Jozef!
Geestelijke Ruikee. Mijne ziel dorst
naar God; wanneer zal ik voor zijn aan-
schijn verschijnen?
-ocr page 123-
— 115 —
Voorbeeld.
II.... (provincie Luik, 8 November 1SGS.)
n de maand Octobor 1807 had zekere
II. M... het ongeluk, in sdjne werkplaats
getroffen te worden door een ijzeren staaf,
welke hem liet been brak; een geneesheer
zotte het gekwetste lichaamsdeel weer.
Kenigen tijd later, toen alle gevaar schoen
geweken, vertoonde zich een belangrijk
gozwel, vergezeld van vreeselijke pijn, een
weinig beneden de plaats waar het been
was gebroken geweest.
Na verscheidene maanden van duldeloos
lijden scheurde hot been van den knie tot
aan den hiel, en de goneesheoron, die liom
behandelden, verklaarden eenparig als eonig
middel, het boen af te zetten, ofschoon er
ook dan nog slechts geringe hoop op rod-
ding overbleof. Po zieke on zijne huisge-
nooten wilden daar niet van hooren en
oonige dagon later verklaarden do mannen
der kunst eenparig, dat er geen herstel
meer mogelijk was, aangezien de man geen
voedsel, zelfs geen droppel water kon nut-
tigen zonder alles onmiddellijk over te geven.
Nu rieden wij hem aan, den II. Jozef
aan te roepen, IWijn broeder bracht hem
hot gewijde koordje; on deu 4en Maart be-
-ocr page 124-
— 116 —
gon zijne familie eeno novene tor oere van
don II. Jozef (wij doden evenoene) mot
belofte, zijne genezing bekend te maken.
Nauwelijks ombangon met het koordje,
had hij geen last meer van brakingen;
aanstonds kwam er aanmerkelijke beterschap
aan het been, zijne krachten kwamen terug,
on op den feestdag van don II. Jozef kon
hij roods opzitten in bed, tot groote ver-
wondering aller goueeshoereu, die hom ge-
heel haddon opgegeven.
Dezo wonderbare genezing hoeft niet
weinig bijgedragen tot verspreiding van de
devotio tot den beroemden Heilige.
(.Jituce misericordi&iêe.)               1\'. D.
ACHTTIENDE DAG.
lic terugkeer uil Kgypte.
joe zoet het gezelschap van Jesus
hun ook was, toch verzuchtten
Maria en Jozef voortdurend naar
het oogenblik, waarop zij ileu dierbaren
geboortegrond wederom zouden mogen be-
treden. .Menigmaal onderhielden zij elkander,
na hun s >ber avondmaal genuttigd to heb-
bon, over dien grond, geheiligd door do
-ocr page 125-
— 117 —
tegenwoordigheid des tempels, door de
voetstappen van zoovele profeten, eu door
zoo vele mirakelen beroemd. De kleino
Jesus luisterde oplettend toe, en hot was
oen aandoenlijk schouwspel, uit den mond
der oouwigo Wijsheid zulke kinderlijk on-
schuldige vragen te hooron.
Eindelijk verhoorde God hunne ver-
zuchtingen. Als allen sliepen, verschoen de
Aartsengel Gabriël wederom aan Jozef ge-
lijk zeven jaar geleden, on sprak: «Noem
het Kind en deszelfs Moeder, en keer naar
uw land terug; want zij, die Hom naar
het loven stonden, zijn niet meer!" Jozef
ontwaakte, on was zeer verheugd ovor dit
bevel. Immers, hij kon nu weder liet go-
uot smaken, don gewijden tempel binnen
te gaan, eu daar zijn hart voor God uit
to storten, iets, wat hij zoovele jaren had
mooten derven, hij zou Jesus het huis zijns
homelsehen Vaders kunnen toonen, waarnaar
het Goddelijk Kind zoo menigmaal go-
vraagd had. Maar van den anderen kant
wist hij, welk wreed lot die beide dierbare
personen wachten zou in dat zelfde land,
waarheen hij hen zou geleiden als twee on-
schuldige slachtoffers. Doch, de II. Wil
van God moost worden volbracht, en dat
was Jozef voldoende.
-ocr page 126-
— 1.18 —
Den volgenden dag dus na liet morgen-
gebed, deelde Jozef aan zijne beminnelijke
IJruid het visioen mede, eu verzocht haar
zich zoodra mogelijk reisvaardig te maken.
Maria op hare beurt stelde er den kleinen Je-
sus van in kennis, welke vol kinderlijke blijd-
schap liet heugelijke nieuws ontving en zijne
ouders herhaalde malen omhelsde. En Maria
on Jozef begrepen do oorzaak dier buiten-
gewone vreugde: immers, Judoa zou het
sohouwtooneol zijn van Jesus\' arbeid en lijden
en dood, en bij deze gedachte welde een
traan op in hun oog.
Hunne toebereidselen waren spoedig ge-
maakt, on nu gingen zij afscheid nomen van
den kleinen kring vrienden, die zij zich in
hunne omgeving gemaakt hadden, on dio
waarschijnlijk den waren godsdienst omhelsd
hadden. Het viel dezen laatsten ongetwij-
feld hard, hot heilig gezin to zien vertrok-
ken. Dat wondorvollekind was zoo homelsch
schoon,zoo buitengewoon boniinnelijk en wijs!
Maria was zoo good, zoo zedig en beschei-
den, zoo liofdovol jegens do ongelukkigen I
Jozef was zoo verstandig in zijne raadge-
vingen, zoo hulpvaardig bij al zijne armoede!
Gaarne hadden z\'j hen naar Judoa gevolgd,
en wij kunnen ons voorstellen, hoe zij het
heilig gezin van al het noodige voorzagen
-ocr page 127-
— 11!) —
hen een eindweegs uitgeleide deden, en
daarna weenend naar hun land terugkeerden...
Deze reis was veel vermoeiender dan du
eerste. Immers, volgens do opmerking van
den 11. Alphonsus, was Jesus nu ongeveer
zeven jaar oud, en dus te groot, oin voort-
durend te worden gedragen, terwijl Jlij van
den anderen kant te zwak was, om de rois
geheel te voet af te leggen. Bovendien
kon het Goddelijke Kind thans niet meer
volstaan mot hot zwakke voedsel, dat Hem
tijdons de vlucht in het leven had gehou-
den ; Jesus had krachtiger spijs noodig, en
kon er niet lang van beroofd blijven zonder
aanmerkelijk te verzwakken, liet was dus
wol pijnigend voor hot liefdevol hart van
Jozef, als het Goddelijk Kind zich kwijnend
en met moeite aan don arm zijnor Moeder
voortsleepte. Jozef nam vol liefde het aan-
minnig Kind op zijne krachtige armen on
droeg Hot eenigen tijd, teneinde Hot de
noodigo rust Ie geven, zonder evenwel de
reis door do barre woestijn noodeloos te
verlengen. Iloewol beiden slechts het strikt
noodzakelijke namen, om hun kind vol-
doende te kunnen voedon, waren zij toch
dikwijls niet in de gelegenheid, Jesus de
noodige spijs te verschaffen. O, wolk ge-
moed zou niet verteederd worden bij het
-ocr page 128-
— 120 —
hoorcn van den hnrtverscheurenden kreot:
»lk hol) honger, ik heb dorst." welke on-
getwijfeld menigmaal aan Jesus\' goddelijke
li|)pen ontsnapte!
Het sneed hun door de ziel, en hunne
medelijdende liefde spoorde Maria en Jozef
aan, bij den Vader voor den Zoon als
middelaars op te treden. Biddend zonken
zij neder, on Maria sloeg ten hemel dien
nederigen en liefdevollen blik, wiens macht
op (iods Hart zij reeds kende, en veree-
nigde haar gebed met dat van Jozef, dat
daar midden in een onbewoonde grenzelooze
vlakte ton hemel steeg om uitkomst. Welk
eon schouwspel, de aandacht der goheele
wereld waardig! Ken mensch, durf ik
het zeggen, een mensch biddend voor zijn
God!...
Kene andere bron van kwelling voor
Jozef waren nog de nachten. In deze
slreeken waar het nooit regent, is de nacht
buitengemeen kool, want de dauw vervangt
or den regen. Wel deed Jozef zijn best,
om zijne beide dierbaren voor de doordrin-
gende vochtigheid te beschutten, maar wat
vermocht hij, hier in deze woestenij, ver-
plicht om onder den blooten hemel te over-
nachten ?
Als hij de schitterende zonneschijf achter
-ocr page 129-
— 121 —
do gebergten in do vorto zag verdwijnen,
stond hij sül en Maria met hem, teneinde
niet onverhoeds door de duisternis te wor-
den overvallen. Het sobere avondeten werd
in gereedheid gebracht, en na een lang en
vurig gebod begaven Moeder en Kind zich
ter ruste onder de hoede van den trouwen
Aartsvader. En als de maan hare zilveren
stralen over het aardrijk uitgoot, stond
Jozef daar leunend op zijn staf, in de over-
weging van Gods liefde verdiept, of richtte
zijne blikken naar hot schitterende uitspan-
sel, waar duizenden sterren flikkerden, door
(iods almachtigen wil uit het niet te voor-
schijn geroepen. En die zelfde God rustte
daar, eonige schreden van hein verwijderd,
onder zijne hoede; hij hoorde zijn rustigen
ademtocht de stilte van den nacht verbro-
ken. En sidderend van eerbied, sloog hij
zijn liefdevoller! blik op dat Homelscho
Kind, dat de Vader aan hom had toever-
trouwd, on aanbiddend viel hij nodor, mot
Jacob zeggende: //Waarlijk, groot is deze
plaats, het is hier het huis Gods!"
Overweging en (>ebcil.
heilige Aartsvader, waarheen leidt gij
Jesus en Maria? Holaas, het zijn twee on-
-ocr page 130-
— 122 —
schuldige lammeren, die gij lor slachtbank
leidt... Gij wist dat, en uw hart bloedde
bij de gedachte aan hun toekomstig lijdon;
maar gij wist ook, dat voor zielen, die
God waarlijk liefhebben, het lijden zijne
bitterheid verliest, ja zelfs aangenaam wordt
als men oprecht is vereenigd met den god -
delijkou wil. Josus haakte er naar om in zijn
bloed te worden gedoopt, om aan de we-
reld te doen zien, hoezeer Hij God en de
menschen beminde, Maria was met dezelfde
gevoelens bezield; uw verlangen kon dus
niet anders wezen.
O Jüsus, Maria en Jozef, welk een schoon
voorbeeld geeft Gij mij! Hoe aangenaam
was voor God uwe onderlinge eensgezind-
heid on verooniging met zijnen aanbiddo-
lijkon wil. II. Jozef, ik smook u, verwerf
inij door Maria\'s voorbede van Jesus do
genade om uwe getrouwheid na te volgen,
verwerf mij oen grooton afschrik van iedere
vrijwillige onvolmaakthoid, en don mood
on do kracht om in Gods wil altijd te be-
rusten, zoowol in hot grooto als in hot
kleine, opdat ik naar waarheid kunne
zoggen:
geestelijke n.i\'JKER: Mijne spijze is, don
wil Gods to volbrengen.
-ocr page 131-
— 123 —
Voorbeeld.
E ene jonge dame uit de stad Namen, N.
j T. II... . gelioeten, leed sedertgeruimen
tijd aan verzwakking in zoo hevigen graad,
dat zij in het, geheel geen arbeid, welken
ook, kon verrichten, zij kon zelfs een betrek-
kelijk gering gewieht niet oplichten. Men
had zijn toevlucht genomen tot de kunst,
doch de bekwaamste geneesheeren vermoch-
ten niets tegen deze droevige kwaal, welke
steeds erger werd.
Mejuffrouw 11.... was daarover nog te
meer bedroefd, wijl zij religieuze wilde
worden; maar deze pijnlijke toestand was
oen onoverkomelijke hinderpaal voor haar
plan.
Hoewel zij altijd een groote devotie tot-
den 11. Jozef had gekoeslcrd, besloot zij
nu nog een buitengewoon beroep te doen
o]) zijne goedheid, en zij begon eeno bui-
tengewone novene, verzocht vrome personen
om voor haar te bidden, en naderde dik-
wijls tot de H. Communie.
Haar vertrouwen werd niet beschaamd,
do genezing volgde oogenblikkelijk, en zij
werd tot den kloosterlijken staat toegelaten.
Zij bestuurt thans een talrijke klas, en haar
gezondheid laat haar toe, dagelijks langdu-
-ocr page 132-
— 124 —
rite onderwijs to geven, allo kloosteroefe-
ningen to volgou, zonder liet minste onge-
mak. Moge deze buitengewone gunst de
devotie tot den II. Jo/.ef voortdurend ver-
meerderen, dit is mijn vurigste wensch, to
meer wijl deze kloosterlinge oene mijner
naaste bloedverwanten is.
N. .T.
Kanunnik titulair v. tl. Cathedraal Ie
Name».
NEGENTIENDE DAG.
De aankomst in Palestina.
indelijk had de Heilige Familie
het doel liarer reis bijna bereikt,
en na vele vreeselijke inspannin-
gen zouden /.ij hunne geliefden geboorte-
grond weldra weder mogen betreden. Hot
Goddelijk Kind betuigde do levendigste
vreugde, toen do hoiligo gebergten zicht-
baar worden, waarvan zijne ouders zoo
dikwijls verhaald hadden, en Maria ver-
heugde zich, hare dierbare grot te Uethlehein
woldra te zullen weerzien.
-ocr page 133-
\'— 125 —
Waarlijk schijnt Jozef van plan goweost
to zijn, zicli daar voorgoed te vestigen. Im-
mers, Nazaretii lag in Galilea, een land vol
vreemdelingen on heidenen, wier aanraking
het geloof der oorspronkelijke bewoners aan-
merkelijk had verzwakt. Ook meende Jozef,
dat de Heiland, te Bethlehem geboren, ook
in dezelfde plaats zou willen leven. Ein-
delijk ook weuschte hij voor zijne teedero
Maria den weg naar Jerusalems tempel in
liet vervolg zoo kort mogelijk te maken,
alsook voor Jesus, die misschien wel niet
zou willen wachten tot zijn twaalfde jaar,
zooals in de Wet was voorgeschreven.
Doch God had anders besloten. Ter oero
van David had de Heiland in Bethlehem
willen geboren worden; maar zijne komst
moest tot heil strekken van de zondaars,
en dus wilde Hij ook te midden der zon-
dairs leven en opgroeien. Het Licht dor
wereld wilde in de duistere dwalingen het
eerste schitteren; in Galilea zou Jesus zijne
dierbaarste leerlingen vinden. Eindelijk, er
stond geschreven in Gods eeuwige raads-
besluiten, dat aan het kruis des Verlossers
de woorden zouden gehecht worden: Jeans
van Nazarvlk.
Wellicht wist Maria dat alles,
maar zij beschouwde zich zelve als de die-
nares van Jozef; hare taak was niet om te
-ocr page 134-
— 126 —
bevelen, maar om af to wachten, en luiar
echtgenoot in alles to volden. Zoo had zij
tot. heden gehandeld, zoo was ook de wil
van üod, die gewoonlijk aan Jozef zijnen
Aartsengel zond. Uit is wel geschikt om
onze achting roor dezen grooten Heilige to
verhoogen; wij zien hieruit, dat hij wel we-
zenlijk volgens Gods besluit het hoofd was
der 11. Familie, en de plaatsvervanger des
hemolschen Vaders. Want Jesus wist zeer
goed, welke plaats getuige zou wezon van
zijne jeugd; doch Jesus zeido niets, en ge-
hoorzaamde en volgde mot Maria don II.
Jozef als do schapen hunnen herder.
üp de grenzen van Judoa gekomen, vroeg
Jozef ongetwijfeld inlichtingen omtrent den
liuidigen toestand van zijn land. En als zij
vernamen, dat do wreede Herodes, veracht
en verwenscht van allen, gestorven was, en
als zij hoorden van den vreoselijken moord
van Bethlehem\'s kinderen, op bevel van Ho-
rodes gepleegd ten einde ook den Messias
to treilen, welko men zeide, daar geboren te
zijn, werden hunne harten met ontzetting
vervuld, maar tevens met dankbaarheid voor
do wonderbare redding van hunnen Jesus.
Toen echter Jozef vernam, dat de niet min-
der goddelooze Archelaüs, zoon van Horodos,
thaus in Judea heerschte, werd zijn hart op-
-ocr page 135-
— 127 —
nieuw beangstigd. Waarlioeu zo\\i liij tbans
zijno schreden wonden ? Bothlohein scheen
hein niet veilig, (laar het in Judea lag; on
misschien kon deze ol\'gene, om den koning
te behagen, hen verraden en het onschuldige
Kind aanduiden als datgene, welk Herodes
had zoeken te doodon.
Jozef deelde zijne ongerustheid aan zijne
gezellin mede, en bad haar, om mot hem
tot den hemelschen Vader om licht te smee-
ken. Eu zie, terwijl zij sliepen, verscheen
do Kngel nogmaals aan Jozef, en beduidde
hoin, naar Galilea te trokken. Des morgens
doolde hij zulks aan Maria mede, en ver-
heugd sloegen zij den weg in naar Nnzareth
in Galilea, waar zij sedert hun huwelijk had-
den gewoond.
Diepe ontroering maakte zich van Jozef
meester, als hij in do verte den heuvel
ontwaarde, waarlangs Nazareth is gebouwd,
on do nederige woning herkende, onder wier
dak hij zulke gelukkige dagen had doorge-
bracht in gezelschap van Gods Zoon en do
Koningin der Engelen.
Wij kunnen ons do vreugde voorstellen,
welke hen overmeesterde, als zij na zoovele
jaren van scheiding hunne vrienden on bloed-
verwanten wederzagen, als dezen Maria geluk
wonschten, moeder to zijn van zulk^oeu
-ocr page 136-
— 128 —
schoon kind. O, hoo gevoelde Jozef zijn
hart kloppen van vreugde bij hut zien van
de oprechte genegenheid eu liefde, waar-
mede men zijne dierbaron verwelkomde in
hunne eenvoudige woning,
Gelukkig huis, mogen wij wel uitroepen,
welk euno groote bestemming hebt gij! Nog
meer dan twintig jaren zult gij den Zoon
Gods binnen uwe muren herbergen, bene-
vens zijne onbevlekte Moeder-maagd en dun
heiligsteu aller mannen; nog meer dan twintig
jaar zult gij getuige zijn van hunne zuch-
ten en gebeden, van hunne Godgovallige
gesprekken, van huu arbeid en lijden, en
zal de hemel u uwe schatten benijden. Eu
als de wrekende vlammen het ondankbare
Jerusalem zullen verdelgen, zullen de En-
gelen u op hunne vleugelen nemen, en het
als de ark van liet Eeuwig Verbond naar
het nieuwe Sion dragen.
Overweging cii Ucbeil.
ijMjret u verheug ik mij, groote Hoilige,
J./J. over do eer, welke God u aandoet,
door aan uw gezag te onderwerpen on aan
uwe wijsheid toe to vertrouwen het kost-
baarste wat Hij bezat: zijne wonderbare Bruid
Maria on zijn aanbiddelijken Zoon. Welke
-ocr page 137-
— 129 —
diepo lossen liggen ov voor mij in dit gc-
hoiin opgesloten ! Leidzaam volgt .Tesus, de
eeuwige Wijsheid, Maria zonder Ie vragen
waarheen; Maria, vol van den 11. (Joest,
wacht zwijgend en ootmoedig uwe bevelen
af, en gehoorzaamt aan u als aan God zelf.
Welk een schoon voorbeeld voor mij, oin
aan mijne ouders en oversten onderworpen
to wezen! En gij zelf, hoewel gij beider
volmaaktheid kent, aarzelt niet, hun to be-
velen, omdat gij weet, dat (iod het zoo
heeft verlangd; maar niet op eigen kracht
bouwende, vraagt gij voortdurend den He-
mel om voorlichting. Doch (iod de Vader
antwoordt u niet zelf, maar zendt u zijnen
Engel, on toont mij aldus, hoezeer Hij ver-
langt, dat wij de priesters, zijno bedienaren,
voreeren en hunne uitspraken eerbiedigen.
AVolk oene reden dus, om mij aan de bevo-
len mijner overheid to onderwerpen. Zoo dus
gehoorzamende, ben ik iu voortdurende ge-
meenschap met God, ik volbreng zijnen wil
gelijk Josus on Maria, en woet zeker, hoo
zw(ak ik ook ben, in do haven der zaligheid
te zullen aanlanden.... O, beminde Bescher-
mer, loer mij dit wel beseffen, verkrijg mjj,
dat ik smaak viude in te gehoorzamen, met
goduld, maar ook mot liefde on vreugde,
gelijk Samuël zeggende:
Gl. H. Jozef.                                                       U
-ocr page 138-
— 130 —
Geestelijke Ruiker : G ehoorzaamheid is
beter dan offeranden.
Voorbeeld.
TBalcn pater Redemptorist to Luik had
sJM oeno bijzondere godsvrucht tot den H.
Jozef, en bad hem dikwijls om do genade, oin
op zijn feestdag te mogen sterven; hij was
overtuigd, te zullen worden verhoord. Als
hij eons ernstig ziek lag, en zijne mede-
broeders zich over zijn toestand ongerust
maakten, zeide hij.glimlachend: «Kr is nog
niets te vreezon; dit jaar zal ik niet, ster-
ven, daar het feest van den 11. Jozef reeds
voorbij is." Werkelijk genas bij ook. Ge-
lijk bij echter gebeden had en verhoopt,
stierf hij later, en wel op den 1 Oen Maart,
terwijl men het Lof deed ter eere van den
H. Jozof.
TWINTIGSTE DAG.
Ken ilas ii> lid heilig liuis Ie \\nzarelh,
aten wij thans het Heilig Huisge-
zin beschouwen in zijne dagelijk-
; soho bezigheden. Laten wij siddo-
end van eerbied den drempel overschrijden
-ocr page 139-
— 131 —
van de Rechtvaardigen bij uitnemendheid, en
daar ware wijsheid verzamelen.
Nauwelijks nou; verlicht de dageraad don
oüstelijken hemel, on roods hebbon do hei-
lige echtgonootou hunne nachtrust afge-
broken, om God den Heer bij hot eerste
morgengloren te loven en te prijzen. Welk
een gezicht! Hoe schoon zijn zij, als zij
aanbiddend op do kuioi\'ii neergezonken
liggen voor het bedje, waar hun Goddelijk
Kind sluimert; het hart brandend van liefde,
houden zij hunne blikken onafgebroken ge-
vestigd op het voorwerp hunner vurige ge-
negenheid; onbewegelijk liggen zij daarin
diepe aanbidding, en bij het beschouwen
van hun vernederden God ontwelt aan hun
oog een traan van aandoening.
Welke gedachten houden hunnen goest
bezig? Maria verheerlijkt God, die op de
geringheid zijner dienstmaagd hooft noder
gezien, en van haar hot voorworp heoft ge-
maakt van do bewondering van alle toe-
komende geslachten; zij overweegt do ge-
heimen dor Boodschap, der Ontvangenis
van hot Woord Gods, zijno Geboorte in den
stal, on zij stort haar hart uit in liefde en
dankbaarheid jogons de H. Drievuldigheid.
Het is onmogelijk voor Jozef, zoo dicht
in do nabijheid te zijn van Maria\'s bran-
-ocr page 140-
— 132 —
(leurt hart, zonder ook liet zijne van vurige
liefde te voelen ontstoken jegens zijn God.
Immers, als de leerlingen van Einmaus,
hoewel nog zinnelijke mensclien, hunne
harten van liefde voelden gloeien, als Jesus
zich hij hen vervoegde, hoeveel te meer
dan de kuische en verstorven Jozef, zoo
vol van heiligheid, zoo geheel geschikt om
God te beminnen! Ook hij dankt do II.
Drievuldigheid, hem mot do volmaakste
aller vrouwen te hebhen verbonden; hij
overweegt do vreugde, dio hem bezielde,
toen hij vernam, van welk een Kind zij do
Moodor was geworden, toen hij .rosus voor
het eerst mocht aanschouwen on aan zijn
hart drukken. En dat Kind, de God van
Abraham, ligt hier vóór hom in een scha-
mel wiegje, het zal woldra ontwaken en
hem begroeten met den zooten naam van
„Vader!"
Doch Maria en Jozef bidden ook; zij bid-
den ieder voor zich zelf, vragende om de
door God verleende eer meer en meer waar-
dig te worden. Zij bidden ook voor elkan-
der. Wetende dat een brave echtgcnoote haren
man trouw tor zijde moet staan, bidt Ma-
ria uit het volst haars harten, dat God Jo-
zef moge zegenen.
i/O Vader," zoo verzucht zij, „Gij woothoe
-ocr page 141-
— 138 —
liefdevol deze Rechtvaardige steeds voor mij
is en voor uw Zoon; beloon lieni daarvoor
liior op aarde met uwen vrede en hierna-
maals met de eeuwige glorie."
En Jozef, ofschoon wetende, hoever Maria
boven hom staat, waagt hot ook voor haar
te bidden, dat de H Geest in haar zijn werk
mogo voltooien, en haar tot het schoonst on
beminnelijkste sieraad verheffen van hemel
en aarde.
Zoo brengen beiden aan God de eerste-
lingen van den dag, en begeven zich daar-
na aan hun arbeid.- Maria bij hot spinne-
wiel onafgebroken bezig, Jozef in de werk-
plaats, waar hij zaag on hamer hanteert.
Als eindelijk Jesus ontwaakt is, en zijne
Moeder heeft omhelsd, begeeft Hij zich, na
haren zegen te hebben gevraagd, naar Jo-
zefs vertrek en klopt zachtkens aan de deur.
Op dit wel bekende en met ongeduld ver-
beide geluid opent Jozef en staat voor hot voor-
werp zijner verlangens.
Wie zal do vreugde van den braven
handwerksman beschrijven, als hij zijn God
en Heer onder die nederige gedaante tot
hem ziet naderen, en die goddelijke lippen
den naam Facie?\' hoort uitspreken; als hij
de zuivere omhelzingen ontvangt van het
beminnelijke Kind, on in zijn hart de hei-
-ocr page 142-
— 134 —
ligo liefdevlam raoev en meer voelt ontstoken!
Dat was zijne dagelijksche Communie, en
in die omarming put hij steeds meer en
meer geestelijke kracht on liefde; hem wordt
telkens meer en meer medegedeeld van dat
horaelsche vuur, dat Jcsus op do aarde is
komen brengen.
Hoo aangenaam on kostbaar is de arbeid
van Jozef in Gods oog. Immers, daardoor
voorziet hij in het onderhoud van Jesus, hij
vult oin zoo te zeggen langzamerhand den
lijdenskelk, welke voor het heil der zon-
dige wereld moest worden geledigd; hij
voodt en verzorgt liet onbevlekte Otterlam,
dat op den homelschou feostdisch zal ver-
schijnen. De Allerhoogste wendt zijne blik-
ken af van de grooton der aarde, om ze
mot welbehagen te vestigen op den armen
timmerman van Galilea; op hot eentonig
geluid zijner werktuigen zoudon, als het
mogelijk was, de Engelen afgunstig zijn,
wier ooren voortdurend gestreeld worden
door heniolsche gezangen....
Gedurende don dag snuit de kleine Jesus
van Maria naar Jozef, en van Jozef naar
Maria, en bewijst beiden alle kleine diens-
ten, waartoe zijne zwakke armen in staat
zijn. En hoo vorrukt is het hart van den
heiligen Aartsvader bij het hooren van Je-
-ocr page 143-
— 135 —
sus\' gesprokkou, kinderlijk en tocli zoo vol
wijsheid.
Gedurende don maaltijd is zijne plaats
tussclion Maria en Jozef, onzijno bominne-
lijko tegenwoordigheid maakt het ruwste
brood smakelijk; in hunne gesprekken ver-
heerlijken do heilige ouders God in don
hemel, zij weten immers, hoe aangenaam
in Jesus\' ooron do lof zijns Vaders is.
En als de avond gevallen is, verlaat Jesus
aan do hand van Jozef do woning, om in
do omringende natuur Gods heerlijkheid to
bewonderen, en de frissche avondlucht in
te ademen; en tusschen zijne kinderlijke ge-
sprokken mengt Hij van tijd tot tijd uitin-
gen vau hoinelsclio wijsheid, welke het hart
van Jozef met bewondering vervullen.
Als zij weder huiswaarts koeren, ontwaren
zij Maria, welke op don drempel zit te
spinnen. Bij hunne nadering staat zij, hot
verhevenste schepsel, als gewoonlijk op,
uit eerbied voor haren echtgenoot, en komt
hein togemoot. De aanvallige Jesus laat nu
den arm zijns vaders los, en snelt naar zijne
Moedor, om bij wijze van groet hare hand
aan zijne lippen to drukken.
Het gemeenschappelijk avondgebed komt
vervolgens den dag sluiten; en in de psal-
men, welke zij bidden, en in de vorschil-
l
-ocr page 144-
— 130 —
lende schriftimrplaalsen, die zij lezen, zien
Maria en Jozef\' de geheele geschiedenis
voorspeld van den arbeid en de weldaden, het
lijden en de vernederingen
van hun bemin-
den Jesus. En als het Goddelijk Kind rust,
na hun zegen ontvangen te hebben, onder-
houdt Jozef\' zich nog langen tijd met Ma-
ria en herhaalt haar de woorden van Jesus,
welke de nederige Maagd zorgvuldig in haar
geheugen opteekent en in haar hart be-
waart.
Overweging en Caclicd.
^JRJMfclk een geluk en eer voor u, II. Jo-
\\Ji\'\\lj zef, om mot uw handenarbeid te mo-
gen voorzien in het onderhoud van het Lam
Gods, dat de zonden der wereld zou weg-
nemen. Door uwe noeste vlijt werd Hij in
het leven behouden, die ons nienschen moest
zalig maken. Maar ik benijd u dat geluk
niet; ook ik immers kan in zekeren zin Jesus
voeden, in don persoon der armen; als ik
dus overvloed heb, kan ik, evenals gij,.lesus
spijs en drank geven. En dan, hoevelon dwa-
len er in zonden on ondeugden! Zijn zij
allen niet ledematen van Jesus\' lichaam ?
En ik kan hen door een vurig gebed red-
den uit de netton van s-.itan. O, indien ik
-ocr page 145-
— 137 —
deze middelen verwaarloos, waardoor ik toch
zoo gemakkelijk Jesus kan troosten, dan
vergis ik mij deerlijk, wanneer ik meen
Hem te beminnen: de liefdo uit zicli door
daden, door liefdewerken.
O beminde Beschermer, bid voor mij,
opdat ik gelijk gij Jesus waarlijk beminne
met eone krachtdadige liefde, en zoo den
vloek ontga, wolko is uitgesproken tegen
den bodem, die slechts distelen en doornen
voortbrengt, en den zegen verdieno, beloofd
aan de aarde, welke de zorgen van haren
meester vergoedt door rijke vruchten te
dragon.
Geestelijke Ruiker: Elke boom, die
geen goede vrucht voortbrengt, zal uitge-
houwen en in het vuur geworpen worden.
Voorbeeld.
M[eue jeugdige novice werd door oeno
__j zoodanige ziekte aangetast, dat zij,
zonder volkomen genezing, onmogelijk ge-
profest zou kunnen worden. In hare droef-
heid nam zij hare toevlucht tol den 11. Jozef,
in wien zij een onbegrensd vertrouwen
stelde. Eone novene van heilige missen werd
tot hare intentie gehouden, met belofte,
de verkregen genezing openbaar te maken.
-ocr page 146-
— 138 —
Kort voor den sluitingsdag meende <lo
geneesheer eenige beterschap to bespeuren.
Werkelijk gevoelde zij zich botor, en eonigen
tijd na do noveno was alle gevaar geweken.
De dokter was verheugd, dat zijne ge-
neesmiddelen zoo goed gewerkt haddon.
Ik voor mij goloof\', dat do 11. Jozof alles
heeft gedaan.
Gij allon dus, die lijdt, gaat tot Jozof vol
vertrouwen, hij zal uwe tranen drogen.
EEN EN TWINTIGSTE DAG.
Troostelooze clroc! hpid.
en der wreedste smarten, die een
gevoelig en minnend hart kunnen
treffen, is zeker wel, plotseling
on onvoorziens te worden gescheiden van
het voorwerp zijner liefde en geheole toe-
wijding. Welk grievend leed doorstonden
dus wel Maria en Jozof, toon zij hun ge-
liefd Kind verloren hadden!
Het was een gebruik bij de Joden, dat
na afloop dor feesten, in Jerusaleins tempel
gevierd, de mannen on do vrouwen af-
-ocr page 147-
— 139 —
zonderlijk torugkeerdon. Maria on Jozef
waren overeengekomen over de plaats, waar
zij elkander wederom zouden treilen. Als
Jozef nu mot de andore mannen den tempel
vorliet, en Jesus niet zag, meende liij na-
tuurlijk, dat het Kind bij Maria was, en
deze omgekeerd dacht, dat liet ziek bij do
mannen had gevoegd. Bovendien was hun
zijne wijsheid en voorzichtigheid bekend,
en zonder do minste onrust wandelden
beiden met hun gezelschap voort, ver-
langende naar den avond, en met innige
vreugd het teekun vernemende, dat do
tijd daar was om te rusten. Immers, nu zouden
zij, na een geheelen dag ervan beroofd te
zijn, hot Goddelijk Kind wederom mogen
omhelzen, en zijne zoete tegenwoordigheid
genieten.
Wie schetst echter hunne toleurstelling,
als zij elkander ontwaren, en dichter bij
gekomen, hun schat niet bespeuren. Met
hunne blikken ondervragen zij elkander,
en als Maria bij Jozef is gekomen, klinkt
het angstig van hnro lippen: ,/Waar is
Jesus?" En Jozef ziet do smart zijner be-
droefde Bruid, en is buiten staat om haar
te troosten; ook hij weet niet, waar Jesus
zich bevindt. Zij gaan naar hunne bloed-
verwanten eu vrienden, en vragen met
-ocr page 148-
— 140 —
betraande oogen naar hun Kind; doch
niemand kan do minste aanwijzing geven!
Wolko smart voor hunne teedere liefde!
Gij vaders on moeders, die dit overweegt,
ach, hebt gij ooit zulk oen verlies to be-
treuren gehad, is het u ooit overkomen,
dat gij uw kind moest missen, dat gij over-
al zocht zonder het to vinden? (Jij kunt
de smart beseffen van den ouden Jacob, toen
hem het valscho bericht gewerd van den
dood van zijn zoon Jozef, gij kimt de droof-
heid begrijpen van Anna en Tobias, als zij
eenzaam en treurig verzuchtten: «Ach, had-
don wij onzen zoon toch niet laten vertrek-
ken; wie weet of\' wij hem ooit weerzien,
den steun van onzon ouderdom!"
\'Doch wat was hunne droefheid, wat is
uw verlies, vergeleken bij dat van Maria
en Jozef? /ij immers waren geen gewone
ouders; neen, bohalvo de natuurlijke liefde,
welke God in liet hart van ieder ouderen-
paar stortte, beminden zij Jesus nog met
boveuaardsche liefde; was hun Kind bovenal
beminnelijk, hot was ook hun God, hun
Schepper!
Dit verlies was zeker wol con dor bitter-
ste beproovingen van Jozef gedurende zijn
aardsehe leven. Maar ook de droefheid van
zijne teedere Maria pijnigdo ?ijn govoelig
-ocr page 149-
— 141 —
gemoed. Die twee zielen tooli waren zoo
geheel één, zoo geheel aan elkander ver-
bonden en gehesht, dat de eone niet kon
lijden, zonder dat de andere het eveneens
gevoelde. En Jozef begreep ton volle do
diepe en gerechte droefheid van Maria. Hij
zag haar, bleek on ontdaan en het aanmin-
nig gelaat met tranen overplast, hij hoorde
hare zuchten en klachten: «O mijn Jesns,"
zeide zij, «dierbaar kind, waar zijtGij?.....
Waarom toch, schat mijns harten, waarom
heb ik U ook maar 66n oogenblik uit het
gezicht verloren, en nwo beminde hand los-
gelaten?.... Maar Gij, mijn Zoon, die alles
weet, hebt mij niet kunnen verlaten, zonder
U daarvan bewust to zijn; (lij wist, dat Gij
uwe arme Moeder in naraelooze droefheid
zoudt dompelen.... Helaas, heb ik zulks mis-
schien verdiend?.... En toch beminde ik U,
Heer; maar misschien te weinig!"
Iedero traan, ieder woord der troosteloozo
Moeder was als een zwaard, dat het hart
van Jozef doorvlijmde. Hij overwoog mot
ontzetting, wat er van haar zon worden, als
zij Jesus zou zien in de handen van godde-
loozo priesters, overgeleverd aan do onmon-
scholijke geeseling, aan de wroode doornon-
kroning. Hij trachtte haar to trooston, en
de hoop to (loon koesteren, dat Jesus haar
i
-ocr page 150-
— 142 —
weldra zou worden teruggeschonken; hij ge-
bruikte zijn gezag, om haar zachtjes te nood-
zaken, de noodige nachtrust te nemen. Al aria
gehoorzaamde dan, en viel van uitputting
iu slaap. Doch ook dan nog was hanr geest
voortdurend met Jesus bezig, en ontwakend,
riep zij: »Bierbare Jozef, wat doen wij hier?
Laten wij Jesus zoeken, tot wij Hem vinden."
Hoe griefde het den liefhebbenden Jozef,
Maria zoo ter prooi te zien ann de uiterste
smart. Hoe gaarne zou hij haar willen
troosten, maar ach, hij zelf had opbeuring
en troost noodig. Begrijpende, dat Jesus
zulk ecu heilige Moeder niet zou willen
verlaten, dacht hij, zelf\' de schuld te dra-
gen van deze ramp : en hij vroeg zich af,
waarin hij God toch zou hebben kunnen
mishagen. Hij verweet zich, dat hij al-
thans nauwkeuriger op Jesus had moeten
acht geven, misschien had iemand hem
aan den koning verraden, lleeds stelde hij
zich Jesus voor, gevangen in een duisteren
kerker, vruchteloos zijne Moodor roepond, en
de geboeide handen naar haar uitstrekkend.
Hun angst nam intusschon voortdurend
toe, telkens werden zij teleurgesteld, als
zij meenden, het spoor van Jesus ontdekt
to hebben, en eindelijk besloten zij, naar
Jerusalem weder te koeron.
-ocr page 151-
— 143 —
Overweging e» Ciciieil,
e. teedersto der vaders, ik deel in do
smarf, dio gij mot uwe hemclsche
Bruid govoeld liobt. in do drie dagen, dat
dc/.o sclieiding duurde; on nog te moer,
omdat gij daaraan wordt onderworpen uit
liefde tot mij on mijne leering. Uwe droef-
heid toch loert mij, hoezeer Jesus bemind
verdient te worden, mot hoeveel zorg ik
o;) mij zelven moet waken, niet alleen om
zijne liefde niet uit te dooven door <lo dood-
zonde, maar ook om daarin door do dagelijk-
sche fouten niet te verkoelen. Kn als God,
om mij te straffen, of ook slechts om mij
te beproeven, zich schijnbaar van mij af-
trekt, zal uw voorbeeld mij loeren, mot
welken ijver, met welko liefde en nauwge-
zetheid ik Hem moet fcoe\'cen. Helaas, hoe
noodzakelijk was dozo les voor mij, die
misschien maanden in Gods ongenade heb
doorgebracht; voor mij, die ten minste zoo
dikwijls voor een nietigheid Hem mishaagd
heb 1 O, beminde Beschermer, maak, dat
ik met uw voorbeeld en dat van Maria
mijn voordeel doe, dat ik do vriendschap
van Jesus, on do kleinsto vermeerdering
van genade hoogor schatte dan alle goe-
deren dor aarde. Maak, dat ik in al mijn
-ocr page 152-
— 144 —
doen en laten, in mijne woorden on hande-
lingen slechts ten dool hebbe, meer en
moer tot dien beminnelijken Josns te nade-
ren, want er staat geschreven:
Geestelijke ruiker. De lieer is goed
voor dio Hem zoeken.
Voorbeeld.
IJSTen jeugdige novice van de Sociëteit
jBtvan Jesus had in zoo hovigen graad de
tering, dat op den raad dor geneesheoren
zijn overste hem aanspoorde, in zijne fa-
milie terug te koeren, lieeds had de lijder,
dio ontzettend vermagerd was, allen eetlust
verloren; hij kon zelfs nauwelijks spreken.
De uitspraak der geneesheoren sloeg hem
geheel ter neer, en hij smoekto den overste
om hom nog eenigo (lagen in het klooster
to laten. Eeno noveen tot den heiligen
Jozef, zeide hij, zou veel meer uitwerken,
dan allo geneesmiddelen; do heilige zou
hem redden, dat was zijne vaste overtuiging.
De pater liet zich overhalen, en wilde zelfs,
dat het geheelo klooster zich zou ver-
eonigeu met de gebeden van don jongeling.
Deze had zulk oen vertrouwen, dat hij
onmiddellijk op den II. Jozef eeno lofredo
opstelde, welke hij zou houden in den
-ocr page 153-
— 145 —
refter op don laatston dag dor noveen, don
dag tevens van hot bescherinfeost van don
H.^ Jozef.
Intusschon nainon zijne krachten moor
en moer af, doch zijn vertrouwen grooido
oven sterk aan. Daags voor het bescherm-
feost gaat hij dos avonds naar don pater
ovorsto, en vraagt verlof om nog dien eigen
avond de lofrede uit to sproken, dio eigen-
lijk voor den volgenden morgon was be-
stemd. Do pater aarzelde oen oogonblik,
want do jeugdige novice kon bijna goon
geluid voortbrengen, doch op diens hor-
haaldo verzekering van zijn aanstaande ge-
nezing geot\'t hij eindelijk toe.
Daar staat nu do jongeling tot ieders
verbazing op het spreekgestoelte, men be-
schouwt hem oplettend. In hot eerst is
hij bijna niet verstaanbaar, maar allengs
noemt zijn stom in omvang 011 kracht too,
on ton laatste is zij geheel teruggekeerd,
tegelijk mot de kracht en do gezondheid ;
en algemeen is de aandoening, als hij zijne
rede sluit met den krachtig uitgegalmden
kreet: «Eere aan don II. Jozef, hij hoeft
mij genezen."
Ja waarlijk, dat was zoo, want dezo no-
vice, later Pater Fiuaz, werd naar Mada-
gascar gezonden, waar hij roeds sedert ja-
Gl. H. Jozef.                                                     10
-ocr page 154-
— 140 —
ren don invloed van die moorddadige lucht-
gesteldheid verdraagt zonder letsel.
Ken ooggetuige, Pater Ponlevoy, hoeft ons
deze bijzonderheid meegedeeld.
(St. Josejj/i, sa vie. etc)
TWEE KNr TWINTIGSTE DAG.
Keil onhcsi hri.iieli.jli zoet oogcnlilik.
angekomon in .lerusalem, begeven
Jesus\' ouders zich het eerst naar don
tempel, om bij den priester inlich-
tingen te winnen en vooral ook, om den Heer
te smeeken, hun hunnen beminden Jesus terug
te willen geven. Terwijl zij nu langs de prach-
tige zuilen voortschreden, bemerkten zij een
groep eerbiedwaardige grijsaards, en in hun
midden verscheidene kinderen. Plotselingblij-
ven zij verwonderd staan, on verkeeren iu
twijfel, maar neen, het is wel duidelijk de
hemelsche stem van Jesus, welke hun ge-
hoor treft. Sidderend van aandoening, na-
deren zij schoorvoetend, ja, hun Kind is het,
dat zich bij de jougdigo leerlingen dor
schriftgeleerden heeft govoogd, als om hunne
lessen te ontvangen.
Wij zullen het niet wagon, do vreugde
te beschrijven van Maria on Jozof bij het
-ocr page 155-
— 147 —
wedervinden van Jesus. Hoe schoon scheen
hun thans dat goddelijk gelaat to muiden
der grijze schriftgeleerden, welke mot ver-
wondering staarden op het Kind, uit welks
mond zooveel wijsheid vloeide, zoowol in
zijne vragen als in zijne antwoorden. Zij
stonden verstomd en vroegen elkander at\',
van wie toch dat wonderbare kind zon zijn,
want zijne kleeding verried hot kind van
een werkman.
Do vreugde van Jozof was niot minder
dan die van Tobias, toon deze zijn zoon
weder aan zijn hart mocht drukken. Jozef
bleet\' in verrukking staan, hij beschouwde,
hij luisterde in stilte, hij vergat zich zelf;
doch ieder gevoel in zijn binnenste, zelfs
zijne vreugd over het wedervinden, werd
overhoerscht door oerbied en ontzag bij
deze plotselinge openbaring van Jesus\' eer
en wijsheid. Hij geloofde zich niet waar-
dig, Jesus nog langer onder zijne lioodo te
mogen hebben; onbewegelijk dus stond hij
daar, en durfde de verheven gesprekken
van zijn goddelijken Moschermeliug niet on-
derbreken.
Maria echter, dio als Moeder natuurlij-
kerwijze meer eigen was met het (ioddelijk
Kind, kon hare moedorliefde niet langer
bedwingen, maar deed eonige schreden, en
-ocr page 156-
— lts —
plaatste zich zoodanig, dat zij door Jesus
moest worden opgemerkt, en Hij naar haar
zou toekomen. Werkelijk, zoodra het haar
zag, groette liet aanvallig Kind do geleer-
den, bedankte hen voor hunne verklaringen
on uitleggingen, en met dien hemelschen
glimlach op de lippen, welke de Engelen
in verrukking brengt, begaf het zich naar
zijne Moeder. En deze, Jesus omhelsd
hebbende, zeide: «Mijn Zoon, waarom hebt
Gij zoo mot ons gedaan? Zie, uw vader
en ik zochten U met droefheid!"
Zekere ketters, altijd in de weer om den
lichtkrans te bevlekken, welke het hoofd
omstraalt van Haar, die den kop van den
holsoheu draak, hun vader, heeft verpletterd,
durven hier Maria beschuldigen van gebrek
aan oorbied jegens Gods Zoon. Zij mer-
ken echter niet, dat dit verwijt, als het ge-
grond was, ook zou vallen op Jesus zelf,
toen Hij aan het kruis uitriep: «Mijn God,
mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten ?\'-
Maria toch deed slechts wat zij doen moest;
en ais zij had gezwegen van hare en Jozefs
smart over het verlies van Jesus, zou men
beiden voeloor van onverschilligheid jegens
het Goddelijk Kind hebben kunnen beschul-
digen. Immers, onder zulke omstandig-
heden was in Maria\'s mond deze uitdruk-
-ocr page 157-
— 149 —
king eerder oene liefkozing dan eeno
berisping, on behaagde ongetwijfeld aan den
liefdevolsten aller zonen.
Wat hier vooral dient opgemerkt, is, dat
Maria over haren kuischen Bruidegom spre-
kende, tot Jesus zegt: «Uw Vader" Wel
een bewijs dus, dat zij hem altijd zoo be-
titelde, en dat Jesus zelf aan Jozef geen
anderen naam gaf. Zoo weerklonk dus
deze zoete naam dagelijks in het huis van
Nazareth, zoowel wanneer Jesus en Maria
over Jozef spraken, als wel, wanneer het
Goddelijk Kind den armen werkman toe-
sprak. O, hoe zoet was deze uitdrukking
voor don nedorigen Jozef, die zich niet waar-
dig achtte, de dienaar te zijn van de heiligo
Familie!
Wij zien ook in deze woorden don groe-
ten eerbied van Maria voor Jozef. Zij
noemt hom hot eerste : « Uic Vader en ik,"
Dit verdient te meer onze aandacht, wijl
deze wijze van uitdrukking geheel in strijd
is niet het gebruik dor oude talen, on
vooral van de taal der gewijde boeken (\')
[11 Bij do Grieken, Latijnen en Iïebreeirwen noemt
de spreker zioli het eerst: //.■ en (jij, ik en mijn
vader,
enz.
Zie Gen: XXII ... Joon VIII in cm.
-ocr page 158-
— 150 —
En Jesus antwoordde hun: //Waarom
zocht gij mij? Wist gij niet, dat ik zijn
rnoost in hetgeen mijns vaders is?"
Maria heeft Jesus niet berispt; maar
Jesus op zijne beurt berispt ook zijne
ouders niet, doch geeft hun slechts te
kennen, dat zij zicli ten onrochto ongerust,
hebben gemaakt, on dat zijn eerbied en
liefde jegens Maria en Jozef hen had
moeten doen begrijpen, dat Jesus slechts
op bevel zijns homolschon Vaders zoo ge-
handeld had.
Zij begrepen dit antwoord niet, zegt de
H. Lucas, die uit Maria\'s mond alles ver-
nomen heeft; zij begrepen niet, hoe hot
werk der Verlossing kon betrokken zijn
in het feit, dat Jesus zich onder do jeug-
dige leerlingen der Schriftuurverklaarders
had gemengd. Maar zij vroegen niet vorder,
zoo groot was hun eerbied voor hun God-
delijk Kind!
Na dit antwoord ging Jesus tot Jozef,
groette hem als naar gewoonte en om-
helsdo hom teederlijk. Ongetwijfeld zullen
do oogen der omstanders zich gericht
hebben op don gelukkigen vader on
wenschton zij hom goluk met het bezit
van zulk een Kind. Doch do nederige
Jozof, wol verre van te luisteron naar al
-ocr page 159-
— 151 —
die loftuitingen, welke een vaderhart 7.00
weldadig aandoen, trok zich snel niet Maria
en Jesns terug, om buiten de blikken eencr
nieuwsgierige menigte zijn hart in diep ge-
voeldeu dank uit te storten over do gelukkige
terugvinding van don schat zijns harten. Ver-
volgens keerden zij naar hun stil 011 dier-
baar Nazareth terug.
Overweging en Gebed.
W%e Goddelijke Leermeester heeft tot
Zy^ zijne leerlingen gezegd: «Voorwaar,
Ik zeg u, als gij u niet bekeert en wordt
als kleine kindoren, zult gij het rijk
Gods niot ingaan." — Gij, groote lloiligo,
gij echter hadt dezo bekoering niet noodig,
om een volmaakt voorbeeld te zijn van
die evangelische eenvoudigheid; de nederig-
heid toch scheen mot u ontvangen en
geboren, zij groeide mot 11 op, en werd
zoodanig met uw wezen vereenzelvigd, dat
Jozef, zonder de nederigheid, geen Jozef
meer zou wezen!
Helaas, hoe weinig gelijk ik op n! en
hoezeer hob ik bekeering noodig, wil ik
in den Hemel komen! Niets kan ik ver-
dragen, alles is voor mijn trotsch gemoed
te voel; ik wil geacht worden on go-
-ocr page 160-
— 152 —
prezen door een ieder, en zoek steeds in
woorden en daden hoven anderen uit te
blinken, ten einde geprezen te worden.
Ik verheug mij, als de aandacht dor men-
sclien o]) mij gevestigd is, en vrees slechts
datgene, wat gij juist altijd gezocht hebt, na-
melijk van onopgemerkt daar voorbij te gaan.
Ach, ootmoedige Heilige, heb medelijden
met mijn ellendigen toestand, verkrijg mij
ware nederigheid en dien heiligen eenvoud,
waarvan Jesus spreekt, opdat ik, gelijk de 11.
Paulus, erkenne, dat ik eigenlijk een niet
ben, en deze woorden wel op mij toepasse:
Geestelijke Ruiker. Het niet kan
niets, is nuttig tot niets, verdient niets;
het beklaagt zich ovor niets, het heeft
recht op de aandacht van niemand, van niets.
Voorbeeld.
"Salon priester, die sedert zijne jeugd eene
JHEJi teedoro devotie tot den 11. Jozef had ge-
had, trad in oen religieuso orde. Nog novice
zijnde, kwetste hij op zekeren dag don rug-
gegraat, toon hij een zwaar meubelstuk wilde
oplichten. Hot was een ernstig goval, doch
de zieke stelde alle hoop op Jesus\' Voed-
stervader en bad.
lleeds had de dokter een honderdtal
-ocr page 161-
153 —
bloedzuigers gezet, en toen dat zonder het
gewensclite gevolg bleef, verklaarde hij, er
nog honderdvijftig te moeten zetten. Jtij
het hooron dezer woorden riep de novice
uit: »En toch, II. Jozef, bemin ik u zoo
vurig!" Dit zaohto verwijt trof zoo het
schijnt den Heilige. Do zieke viel in eene
lichte sluimering, die weldadig werkte.
Eenige uren daarna vertoonden zich do ver-
schijnselen, die de dokter had verwacht bij het
zetten der bloedzuigers: hetgevaar was voorbij.
Do genezing volgde nu snel, en de pries-
terlijke loopbaan van den pater is een der
meest vruchtbare geweest.
DEIE EN TWINTIGSTE DAG.
Ken metlelieliier iii den nrlield.
•al
H\'et is ontwijfelbaar zeker, dat ge-
lurende zijn verblijf onderde mon-
}Wj,^£S»Hi scheu .Tesus handenarbeid heeft
verricht, on wol hetzelfde ambacht als zijn
Voedstervader. Immers, wij zien Hem zich
gedragen als een gewoon menschenkind,
zonder acht te geven op zijne Goddelijke
waardigheid, liet is dus niet aan te ne-
men, dat Hij, tot jongeling opgegroeid, den
-ocr page 162-
— 154 —
II. Jozef niet zon hebben bijgestaan in zijn
harden arbeid. Ook de inwoners van
Nazaroth, welke zeker dikwijls in de heilige
woning geweest waren om Jozef oen of
ander werk op te dragen, noemden Jesus
niet alleen den zoon eens werkmans, maar
ook ecu werkman. (Mare. VI 3) Bovendien
laat do Overlevering hieromtrent geen
twijfel.
Volgens het algemeen gevoelen was de
II. Jozef timmerman of schrijnwerker. Voor-
zeker, het zou nooit in zijn geest ziju op-
gekomen, om Jesus te bevelen, dit ruwe
handwerk te loeren; ja hij zou het niet
eens hebbon durven voorstellen. Die ge-
dachte zou zelfs nooit bij Jozef zijn opge-
komen, on ware dit ook, dan nog zouden
zijn eerbied en onbegrensde liefde voor don
lieven Josus het niet gewild hebben. Hoogst-
waarschijnlijk dus vroeg Gods Zoon, zoodra
Hij daartoe krachtig genoeg was, uit eigen
beweging, of Jozef hom het ook wilde
loeren.
Diep was hot vadorhart van Jozef over
dit voorstel getroffen, en tranen ontsnapten
aan zijn oog, als hij antwoordde: //Lief
Kind, dit werk is niet voor U geschikt; Gij
zijt daarvoor ni\'.t op aarde gekomen, maar
om ons zondaren don hemel te ontsluiten."
-ocr page 163-
— 155 —
Doch Jesus hield aan: nVader, is er niet
geschreven, dat de ïnonsch is geschapen om
tij weken, gelijk de vo^el om te vliegen?
Zoovele jaren roods zie ik u voor mij ar-
beiden, en mijne lieve Moeder eveneens;
is liet niet billijk, dat ik u helpe?" —
^Dierbare Zoon," antwoordde Jozef moer
on meer bewogen, «do monscb is tot den
arbeid veroordeeld ja, om zijne zonden;
doch dio wet is iinmors voor U niet ge-
maakt; noen, ik zal bet niet toelaten!" -
Doeb .les s hernam : «Goede Vader, weet
gij dan niet, dat mijn Vader in den liomel
voortdurend werkt? Zijn wil i.s, dat ook ik
werke."
Maar om zekerder tot zijn doel te gora-
ken, nam Jesus zijn toevlucht tot zijne Moe-
der, en smeekte haar, om haren invloed op
Jozefs hart te willen aanwenden. En Maria,
volkomen onderricht door den II. Geest,
begreep, dat aan Jesus\' verlangen niet mocht
wedorstaan worden, en bad Jozef, om het in
te willigen. Eindelijk dan gaf deze zich ge-
wonnen, on zoidc: //Welaan, mijn Hoor en
mijn Zoon, omdat hot moot, omdat het do
wil is van God don Vader en de uwe, stem
ik toe; voortaan zult Gij mijn nederigen
arbeid deolen." En Jesus was verheugd,
en omhelsde zijn Voedstervader vol vreug-
-ocr page 164-
— 150 —
de, on haastte zich, om zijne Moeder dit
heugelijke nieuws mede te doelen.
Ziehier, dierbare Lezer, hoe wij ons zoo
gaarne een der treffendste gebeurtenissen
uit Jozefs leven voorstellen.
Welk oen aandoenlijk schouwspel, inder-
daad do aandacht dor Engelen waardig,
wordt hier in die arme woning afgespeeld.
Zie, de lllooin der monschheid, de Koning
der koningen werkt als een anno dagloo-
nor, on in een ruwen arbeid vereelt Hij
zijne aanbiddelijke handen, bestemd om den
Scheptor van het heelal te dragen. Jozef,
brandend van Seraphijnscha liefde, bestierf
het bijna van verlegenheid als do Godmensen
hem kwam vragen: «Vader, hoo moet ik
dit of dat doen ?" Want uitgenomen zijne
goddelijke wijsheid, wilde Jesus alles van
zijne ouders loeren. Zij leerden Hem te
sproken, to gaan, hoe zich in het gezelschap
der menschen te gedragen, en duizend klei-
nigheden omtrent do gebruiken en do le-
venswijze van liet Joodsche volk. Als kind
richtte de Heiland zich naar Maria, en groo-
ter geworden, nam Hij de zedige houding
ann van Jozef, zoodat. men aan zijne wijze
van gaan, van groeten, in een woord in alles
don Zoon van den godvreezenden timmer-
man, herkende.
-ocr page 165-
— 1B7 —
Dikwijls tlus vroeg Jesua aan Jozef op
welke wijze het aangegeven werk moest
worden verricht. En als dan Jozef vol ne-
derheid zoide: «Och lieer, hoe vraagt Gij
mij dat? Het is immers aan U, om mij
te onderwijzen, doo zooals U goeddunkt en
het zal volmaakt zijn." — //Neon vader,"
antwoordde Jesus dan, «ik ben uw leerling,
gij mijn meester, ik moet u in alles gehoor-
zamen!" — //Welaan mijn kind, men kan
dat zoo doen, ten minste, zoo doe ik hot
gewoonlijk." — En Josus gehoorzaamde,
on volgde do lessen nauwkeurig op. Deze
wederzijdsche wijdijver in nederigheid, wel-
ke zich dikwijls herhaalde, stelde Jozef in
de gelegenheid, meer en meer aan Jesus
gelijkvormig te worden, en zijne liefde
groeide van dag tot dag aan.
Als Hij zijn goeden vader met eenig
zwaar werk bezig zag, stolde Jesus er ge-
noegen in, hem met zacht geweld het ge-
reedschap uit de hand te nemen, en uit
alle kracht te werken, Kn als Jozef dan
eenige oogeublikken daarna do oogen op-
sloeg, zag hij dikke zweetdroppels parelen
op hot aanbiddelijk gelaat van Josus. //Ach,
mijn Zoon,!\' riep hij dan smeekend uit,
//ach, het is te veel, ik bid U, neem oon
woinig rust." Doch Jesus antwoordde:
-ocr page 166-
— 158 —
«Neen vader, or staat immers geschreven.:
In hel zweel u/cn aansc/iijiis zult gij wc
hrooil eten.
Laten «ij dan werken, Let is
Gods wil."
Maria verrichtte zoo dikwijls liet moge-
lijk was, haar werk bij hare zoo dier-
bare Werklieden; en op het aanschouwen
van den Schepper van het heelal, zwoegend
onder hut knellende juk van een vermoei-
endeu arbeid, verhief zij haren geest boven
hot aardscho on verdiepte zich in beschou-
wingen over Gods barmhartigheid. En als
de tijd daar was, noodigde zij beiden aan
het sobere maal, welke hare liofde hun
had toebereid. En Jesus betuigde zijne
blijdschap, dat Hij thans den arbeid zijns
Voedstervaders kon verlichten, enzeide; //Va-
der, do profeet zeido teroeht: Het u zoet, te
eten van liet werk zijner handen."
Welk een voorbeeld van huiselijk geluk
voor onzen tijd, nu men slechts buitenshuis
in het gewoel der wereld zijn vermaak schijnt
te kunnen vinden.
Overweging en (icbed.
IJpHat is dan, goede Vader, het groote ge-
ZL!/\' heim uwer heiligheid: wel verre van
uwe innige veroeuiging mot Josus to ver-
-ocr page 167-
— 159 —
minderen, strekte uw noodzakelijke arbeid
slechts om ze nog nauwer en hechter te
maken. Ku uw werk, geheiligd door een
voortdurende oefening van liefde, was God
aangenamer dan do schitterendste daden
der koningen.
Waarom kan ik u hierin niet navolgen ?
Mijne dagen zouden dan werkelijk heilig
worden doorgebracht, mijn werk zou als
een voortdurend gebed Gods aandacht op
mij vestigen.
Wel is waar, des morgens zog ik mot
den profeet: «Mijn hart en mijne krachten
wijd ik U toe, o lieer!" Maar helaas,
hoe spoedig ben ik dat weer vergoten, en
denk ik niet meer aan Gods vaderoog,
aan zijne liefdevolle hand, die mij in hot
lovon houdt, en zonder welke ik in het niet
zou terugzinken.
O gij, die na Maria het volmaaktste
toonbeeld zijt van hot inwendig leven, maak,
dat ik in het vervolg getrouwer uw voor-
beeld navolge. Kan ik ook al niet gelijk
gij voortdurend met God bezig zijn, dat ik
dan ten minste bij ieder uur mijn hart tot
Hem verhett\'o en met uwe trouwe dienares
do 11. Thorosia uitroepe: «lieer Jesus,
alweder een uur minder van II verwijderd,
wanneer zal eindelijk hot laatste slaan?"
-ocr page 168-
— 160 —
Geestelijke ruiker: Hetzij gij oet,
hetzij gij drinkt, of iets anders doet, doet
alles ter eore Gods.
Voorbeeld.
\'Mono vrome Parijsche dame, vol ijver
iZOJ voor de eer van den II. Jozef, schreef
ons onlangs: «Wij zijn vol vertrouwen in
den groeten Patriarch; dagelijks toch zien
wij aanmoedigende feiten. Kortelings kwam
eene dame ons hare smarten toever-
trouwen. Welk een treurig huishouden!
Wij zijn getuigen geweest van slagen on
beleedigende woorden, eindelijk gelukte
het ons, haren woedenden man tot bedaren
te brengen. Deze, die zijn zoon mishan-
delde, luid zich in het hoofd gesteld, dat
de jongeling zijn examen moest doen, en
werd bij voorbaat boos, als hij er niot door
zou komen. De jongeling, door de voor-
spraak van O. L. Vr. van Lourdes van
eene borstkwaal genezen, is wat ten achteren
in zijne studiën. Wij gaven zijne mama
twee medailles van den II. Jozef, om die
heimelijk in de kleeren van vader on zoon
in te naaien. Daarna begonnen wij eene
novene. De jongeling gaat op, en legt,
tot r/roote verbazing der examinatoren, een
-ocr page 169-
— 161 —
schitterend examen af. 11 ij moest outi on-
derwerp in het Latijn behandelen, waarvan
hij zelf verklaarde niet veel te weten ;
doch hij maakte geen enkele fout, on
hot onderwerp was zeer in ooi el ij k.
Toon hij zou vertrekken, trachtte zijn vader
hem te ontmoedigen, doch zijne moedor
zeide: «Ga gorust, mijn kind, men heeft
voor ons gebeden, gij zuil worden, aange-
nomen."
Haar vertrouwen is verhoord;
mogo de 11. Jozef aan die anno moedor
ook spoedig den vrede teruggeven,
VIKR ËN TWINTIGSTE DAG.
De meest liciiiiiincinlc iler nieiischeii.
Ivorens het verhaal van dit schoone
loven te eindigen, zouden wij gaarne
eonigszins den sluier oplichten,
welke het gaat bedekken, er de verborgen
schoonheden van opmerken, en zoeken te ont-
dekken, datgene, wat aan God niet be-
haagd heeft, ons te openbaren. Daarom
zullen wij trachten duidelijk te maken, wat
dit leven was in de oogen van God on de
Engelen, wat er de innerlijke waarde van
(il. H. Jozef.                                                     11
-ocr page 170-
— 162 —
uitmaakte: wij zullen spreken over de
Vu-file van Jozef lol Jesus.
Als God eeno ziel tot groote zaken bo-
stenit, bereidt Hij haar gewoonlijk op twee
wijzen voor. Vooreerst, door aan die ziel
het karakter, en de hoedanigheden te
schenken, die zij voor de waardige beant-
woording harer roeping noodig zal hebben.
— ])e tweede wijs bestaat hierin, dat de
II. Geest hare aangeboren hoodanighodon
zuivert en veredelt, on ze geheel geschikt
maakt voor haar verheven doel. Laten wij
nu zien, hoe do Goddelijke Wijsheid deze
regelen op den 11. Jozef toepaste.
De Zoon Gods, zegt de H. Paulus, heeft
in alles onze natuur willen aannemen, be-
halve in het zondige. Daarom wilde Hij,
evenals wij, eene Moedor hebben ; en kwam
het met do waardigheid van God den Va-
dor al niet overeen, dat Jesus oen vader
had naar de natuur, toch wildo Hij, om
moer aan ons gelijkvormig te zijn, bij zijn
intreden in de wereld worden opgenomen
door een man, belast om bij Hem al de
plichten van een vader te vervullen. En
is de voornaamste dier plichten niet de
liefde ? Wat zou een vader zijn zonder
liefde voor zijne kinderen? Juist omdat
-ocr page 171-
— 163 —
Gort ons zoozeer bemint, worrtt Hij onzo
Varter genoemd, on is dat ook werkelijk.
Daar do II. Jozef dus op aarde bestemd
was om vader te zijn over bot lieftalligste
aller kinderen, beeft de 11. Geest bem on-
getwijfeld een hart gegeven, van nature
tot beminnen geneigd, evenzeer als aan
Mozos, Jeremias, den 11. Joannes, don H.
1\'aulus en zoovele andoren. Du H. Goost
was om zoo te zeggen, tegenover .Testis
verplicht, oin Jozef met die schatten van
edelmoedige zelfopoffering on tooderlioid te
begiftigen, welke de grondslag zijn van
ioder odol karakter. Eu hiermede niot te-
vreden, scbonk de II. Geest aan Jozef nog
oono buitengewoon grooto bovennatuurlijke
liefde; en aangezien niets deze liefde moer
in den weg staat dan de zonde en de aard-
scbe genegenheden, bewaarde Hij Jozof
zijn goboelo loven voor doodzonde en go-
liecbtboid aan de schepselen. Wij bobben
reeds gezien, dat zijne liefde en achting
voor Maria zuiver waren als die der lïnge-
len, en slecbts dienen kon, om zijn vurige
liefde tot God moer en meer te doen ont-
branden. Ziedaar, dunkt ons, de eerste
verwijderde voorbereiding van Jozef voor
zijne verbeven roeping.
Pe onmiddellijke voorbereiding luidplaats,
-ocr page 172-
— 104 —
toen hij plotseling de mensehwording van
Gods Woord vernam on tegelijkertijd een
levend geloof in dit geheim ontving, en
aldus werd geschikt gemaakt om den Zoon,
die van Maria zou worden geboren, te be-
minnen met al de liefde, die hij tot dan toe
voor zijn Schepper had gevoeld. — Du H.
Augustinus gaat nog verder; laten wij
diens woorden «rel in ons geheugen pren-
ten, want nooit misschien is er iets schoe-
ners, iets roemvollers over onzen H. Patri-
arch gezegd. vOphet oogenblik dermenseh-
wording"
zegt deze kerkvader, n daalde de
il. Geënt niet slechts neder op Maria, om
haar Ie verheffen lot Moeder Godx, maar
ook op Jozef, opdat hij werkelijk, hoewel
op geheel geestelijke wijze, er de Vader van
:on zijn."
Deze goddelijke werking was,dunkt ons,
ook noodzakelijk om verschillende redonon.
Vooreerst wilde de 11. (ieest voorkomen,
dat in dezen zoo noderigen ïnau de liefde
in zekeren zin zou verminderen voor do
vrees en den eerbied, als hij in het Kind
do verborgen Godheid zou zien. liet was
noodzakelijk, dat Jozefs liefde grooter zou
zijn dan zijn eerbied, opdat hij gemeenzaam
met Jesus zou durven omgaan, lLemopde
armen durven dragen, en aan zijn hart drukken.
-ocr page 173-
— Kiö —
Bovendien, mot do vaderlijke liefde in
het gemoed eens mans te leggen, heeft
God niot alleen hot inzicht gehad, aan
het kind de toewijding zijns vaders to ver-
zekeren ; maar ook om aan den vader do
noodige kracht to geven om de zware las-
ten van zijn staat mot geduld, mot liofdo,
ja zelfs gaarne to volbrengen, zoodat het
hom als \'t ware eene behoefte is geworden.
En wolko vader nu had meer die kracht
noodig dan do H. Jozef? Jesus toch
scheen slechts zijn huis binnengetreden,
oin or armoede en ontbering, angst on
droefheid te brengen.
Eindelijk nog betaamde het, dat do gc-
boorto van Maria\'s Zoon in goonon doolo
do banden verslappen zou, wolko Jozef mot
do bewonderenswaardige Maagd verbonden;
hot betaamde, dat hij zijn waardigheid als
hoofd dor II. Familie ophield, zelfs als een
God er lid van zou wezen. Wij zien ook
in het 11. Evangelie, dat Jesus hom even
onderdanig was als aan Maria. En hot
zou zonde wezen, als men durfde veron-
derstellen, dat zulk een Rechtvaardige ovor
een God, een onrechtvaardig gezag zou uit-
oefenen; dit gezag was wol degelijk door
God gewild, want niot aan Maria of Jesus
maar aan Jozef verschijnt telkens de Engel.
-ocr page 174-
— 106 —
liet is dus duidelijk, dat Jozef meer is
dun ouu dienaar in do 11. Familie, hij is
daar de vertegenwoordiger van God don
Vader, en do drager van zijn gezag. Als
dus God de Vader, na aan Jozef zijn Zoon
to hebben toevertrouwd, hem mot zijn ge-
zag bekleedde, is het zeer billijk, aan to
nemen, dat Hij aan het hart des Aarts-
vaders als \'t ware oen vonk mededeelde
van de vaderlijke liefde, waarmede Hij van
alle eeuwigheid zijn Zoon bemind hoeft;
dit is het govoelen dor Kerkleeraren. Wel-
nu, dit wonder hoeft God bewerkt, door,
zooals de II. Augustinus zegt, zijn H. Geest
zoowel over Jozof als ovor Maria te doon
neerdalen op het oogonblik der mensen-
wording. Immers, als wij volgens don
Apostel don II. Geest, den Geest van Jesus
ontvangen, om kinderen Gods te worden,
dan ook moest Jozof dienzelfden II. Geost
ontvangen, om to worden rader van God!
Overweging en Kelieil.
ndion, o mijn beminde Patroon, een
i vader verplicht is, zijne kinderen to be-
minnen, zou dan een kind zijn vader niet
behoeven lief to hebben ? Ik ben waarlijk
Gods kind, zijn Zoon kwam op aarde, om
-ocr page 175-
— 1G7 —
mij de genade te verdienen, als kind door
God te worden aangenomen; deze genade
gat\' (iod de Vader mij, door mij zijn II.
Geest te schenken. Maar helaas, ik hoor
Hem door den mond van den profeet Ma-
lachias klagen: «Als Ik uw Vader ben,
waar is dan uwe liefde tot Mij ?" En
toch, er is geen middelweg: ofwel ik moot
hier branden van liefde tot (iod, ofwel,
branden in do hel, door God ontstoken tot
wraak zijner versmade liefde. Hoezeer bon
ik beangst, als ik denk aan het vreesolijk
lot, dat mij dreigt. O, meewarigste Hei-
lige, heb medelijden met mij, kom mij te
hulp in dezen nood, verwerf mij, door de
voorspraak uwer welbeminde Bruid, dat
God mij dit koude, ondankbare hart onf-
neme, en er een nieuw hart voor in de
plaats geve, een hart, gevoelig voor zijne
weldaden. O, verwerf mij dat, dan zal
mijn eeuwig heil verzekerd wezen, want:
Geestelijke rx\'iker: De volmaakte
liefde verdrijft de vrees; wie uit vrees han-
delt, is onvolmaakt in de liefde.
(1 Joan. IV. 18.)
-ocr page 176-
— 108 —
Voorbeeld.
COnderstaande is ontleend van hot tijd-
f schrift L u. bonne Setnaine van Turin,
2 Maart, 1803:
Konc vrouw uit het volk had oene doch-
ter, wier gedrag een ergernis was voor
hare andere kinderen. Die arme moeder
was daarover ten zeerste bedroefd, en tel-
kens als zij do kerk binnentrad, wierp zij
zich voor do afbeelding van den H. Jozef
neder, on bad niet betraande oogen om de
bekeering harer dochter. Op zekeren koor
schoot haar de gedachte in: «Als ik haar
eens oen prentje, een mooi prentje van
den II. Jozef gaf? — Misschien zou zij
het niet willen, of wel verscheuren......
Ik zal bet beproeven," En vol vertrou-
wen staat zij op, koopt in oen winkel hot
mooisto plaatje, dat zij ziet, on begeeft
zich er mee naar huis. De dochter was
afwezig, doch op hare kamer vond de
vrouw een boek, dat nu juist wel geen
kerkboek was. «Moet ik daar uw afbeel-
ding in leggen," zucht zij; „11. Jozef, ver-
geef mij, maar ik kan niet anders!" —
De dochter komt thuis, neemt het boek
ter hand, en ziot tot hare verwondering
het prentje. „Hoe vreemd," deukt zij „wat
-ocr page 177-
— 169 —
mooi ik daar mi modo doon ?" Onderwijl
beschouwt zij onwillekeurig de fraaie tee-
kening, en kan er niet van scheiden, zij
keert liet om, en leest aan de achterzijde
een gebod; nogmaals beschouwt zij aange-
daan het prentje en......en weent, zij werpt
haar slecht leesboek weg, valt op de knieën
en snelt weenend naar bare moedor.....
Zij is bekeerd! Kor aan den II. Jozef!
VIJF EN TWINTIGSTE DAG.
I>c tceilcrsCc fier vnilers.
ono waardige woning wasvoorde
Eouwigo Wijsheid bereid; zij kon
er bezit van gaan nemen. Immers,
do Engel had tot Jozef gezegd: «Vrees
niet, Maria uwe Bruid tot u te nomen,...
zij zal door don H. Geest een Zoon ter
wereld brengen, dien gij Jesus zult noemen."
Deze woorden waren als oon vuur, ge-
worpen op eeno verzameling brandbare
stoffen. Maria was Moeder van God, en
door aan Jozef dit geheim te openbaren,
zegende en bevestigde God zelf hun huwe-
lijk ; en Hij stelde alzoo Jozef tot vader aan
-ocr page 178-
— 170 —
over Jesus. Wie zal verklaren, welke liefde
or thans ontstoken werd in die ziel, zoo
nederig, zoo zuiver en heilig ? Wie zou
kunnen vermoeden, wat er in Jozefs hart
omging, op \'t oogenblik, dat Maria hem
Jesus toonde, en vol verrukking zeide:
,iJozef, ziedaar uw Zoon"!... Overwe-
gen wij, hoezeer de goddelijke liefde in
Jozef van af dat oogenblik steeds grooter
en grooter werd, gedurende al die jaren,
dat hij de beminnelijke tegenwoordigheid
van den God-Mensch mocht genieten. Wij
hebben reeds gezien, hoezeer Jozefs hart
van natnre en door de genade tot liefde
jegens God werd aangezet: laten wij nu
zien, hoe beminnelijk Jesus was in zijne
oogen.
l)o koninklijke profeet David had voor-
speld, dat de Heiland het beminnelijkste
der mensnhenkinderen zou wezen; dat de
lieftalligheid, over zijn gelaat en zijn ge-
heele wezen verspreid, zou zijn als een
scherpe pijl, welke het meest verharde
gemoed zon troffen en Hem de liefde aller
volkeren zou verzekeren.
Als Zoon van eeue onbevlekte Maagd,
die volgens de Kerkvaders verrukkelijk
schoon was, moest ook Jesus van onverge-
lijke lichamelijke schoonheid zijn. Boven-
-ocr page 179-
— 171 —
dien, gelijk de H. Ilieronymus zegt, weer-
kaatste zich do schoonheid zijner ziel, dat
meesterstuk der schepping, in zijn geheele
uiterlijk als in een zuiveren spiegel. De
verheven adel van gedachte was op zijn im-
mer holder voorhoofd te lezen : de diepe
blik zijner oogen scheen tot in de zielen
te dringen, on de geheimste schnilhoeken
der harten te doorgronden, terwijl zij door
don lioftalligen glimlach, welke om zijno
lippen spoelde, tot Mem werden aange-
trokken. Noch verveling of toorn, noch
ongeduld of eenige andere hartstocht ver-
stoorde ooit den vrede op zijn annbiddelijk
gelaat. Zijne heldero stom, nu eens zacht
on liefelijk, dan woder sterk en eerbied
inboezemend, kondigde reeds den Leeraar
aan, bestemd om licht en troost te brengen
aan het gewonde en terneer geslagen hart;
zij schoen als do echo van dat machtige
Woord, hetwelk in don beginne de wereld
uit liet niet te voorschijn riep. Zijn gang
was vol homelscho waardigheid en toch
eenvoudig, zonder aanmatiging; Jeans had
immers niet noodig, zich to verheffen, daar
Hij gekomen was oin zicli tot ons mon-
schen to vernederen. Wat moet Jcsus dus
wel in Jozefs oog beminnelijk zijn geweest,
als Hij zich aan hem voordeed als eeu
-ocr page 180-
— 172 —
leerzaam, eenvoudig kind, gehoorzamende
o]) zijno minste wenken, levendig, vroolijk
en opgeruimd, on de liefkozingen zijner
onders afbedelend!
Een andere aantrekkelijkheid vond Jozef
nog in Jesus, dat Hij namelijk het lovend
afbeeldsel was van zijne beminde Bruid.
Jesus had dezelfde trokken als Maria; Hij
bezat bovendien hare zedigheid, hare rein-
heid en eenvoud, on volgde hare wijze van
doen en spreken in alles na, zoodat Jozef
Maria in Jesus terugvond, en Josus in Ma-
ria; en deze tweevoudige liefde smolt in
zijn hart tot oen enkele samen.
Maar dozo man naar Gods Hart zag verder
dan het uiterlijke: hij zag in zijn Jesus
het voorworp van do bolofte, in het aardsch
paradijs gedaan, don Verwachte van allo
volkeren, don Messias, wiens helder licht de
duisternissen van het heidendom zou ver-
drijven ; den Machtige, die don satan zijne
prooi zou ontrukken, den Heer dor heor-
Bcharen, llij zag in Jesus zijn God, don
Schepper van hot heelal, die voortging het
te besturen, terwijl Hij als kind met Jozef
speelde, of op zijne armen insliep, en het
hoofdje tegen zijne borst liet rusten. Jozef
wist dat alles, het ging nimmer uit zijne
gedachte. Welke liefde doorgloeide Jozefs
-ocr page 181-
— 173 —
hart, als deze Oneindige hum omhelsde, on
hom den zoeton vadernaam gaf!
Als de liefde zich op één punt vereenigt,
en door do genade wordt ondersteund, werkt
zij als \'t ware wonderen: dat is hot groot-
ste gohoim dor Heiligen. Welnu, Jozef bo-
miudo slechts God oh om God. Jesns was
alles voor hom; Jesus was zijn Vader en
zijn Zoon, zijn room, zijn erfdeel, hot voor-
worp van al zijno gedachten on verlangens.
Do Zaligmaker wordt dikwort\' in do 11.
Schrift vergeleken bij do zon, wier welda-
dige warmte zich moodoolt aan een icdor,
die zich niet aan hare stralen onttrekt. T)o
ondervinding leert, dat do waarlijk minnende
ziolon, als zij voor hot altaar knielen, waar
haar Goddelijke Bruidegom zich verbergt,
eon steeds vuriger verlangen ontwaren, om
met ilom voreouigd te worden. Jozef ge-
noot dag on nacht dozu beminnelijke tegen-
woordigheid, hij beantwoordde met hart ou
ziel aan deze genade; hoe dus zou hij niet
van liefde als verteerd zijn geweest?
Eindelijk, wij weten, dat God niets wei-
gert aan het gebed van Maria; wij zien
zulks to Cana, waar Jesus op Maria\'s voor-
bede het uur zijner wonderen vervroegde.
En als Maria daar voor haren gastheer bad
ora een weinig wijn, zou zij dan niet voor
-ocr page 182-
— 174 -^-
Jozef gcsmoekt hebben om don wijn dor god-
dolijko liefde, den wijn, die maagden voort-
brengt? En van zijn kant biold .Jozef niet
op, mot hetzelfde doel zijn hart tot God te
verheffen, wetende, hoeveel liefdo hij God
schuldig was. Eu Jesus heeft beloofd:
«Waar tweo of meer in mijn naam veree-
nigd zijn, zal Ik in hun midden wezen."
Welnu, Maria en Jozef baden steeds voor
elkander om vermeerdering der goddelijke
liefde. Wij mogen dus bosluiten en zog-
gon, dat hier op aarde, va Maria, niemand
Jesus meor bemind hoeft dan do bruidogom
dor Allerheiligste Maagd.
Orerweghig e» Gebed.
^iedaar dus, H. Jozef, wat uw grootheid
-i—l on roem uitmaakt in hot oog der En-
gelen, ja van God zelf; uwe groote liefde
namelijk tot Jesus, die u den rang hoeft
verdiend, welken gij in den hoinel bokloodt.
Indien ik mocht kiezen, zou ik, zoo deze
twee zaken van elkander konden geschei-
den worden, uwe liefde tot Jesus verkiezen
boven uwe schitterende kroon! Doch hoe
komt liet, dat ik Hom niet bemin zooals gij?
Helaas, met schaamte moet ik bekennen,
dat do middelen om dien liefdeschat te be-
-ocr page 183-
— 175 —
komen, mij geenszins ontbroken hebben.
Om Josiis te moer lief te kunnen hebben,
sloot gij uw hart voor iedere aardscho ge-
negenheid, en bracht gij Hom alle krach-
ten uwer ziel ten olfer. En ik, ik opende
mijn hart voor alles, wat daar eene plaats
in zocht, behalvo juist voor Jesus; ik hiold
mijn geest mot allerlei ijdele zaken bezig,
en trok bijna geen voordeel uit de voort-
durende togenwoordighoid van Jesus in zijn
aanbiddelijk Sacrament.
Zoo was het tot heden; zal dat nog lan-
ger voortduren? Het hangt slechts van mij
af, ik weet het; als ik mij wil beteren, kan
ik dat ook. Doch, ik ben zoo zwak, de ge-
legenheden zoo menigvuldig; H. Jozef, sta
gij mij bij. Gij zijt de Patroon van het in-
wendige leven; help mij, dit te betrachten
gelijk gij het deedt; leer mij, hoe mij te
midden mijnor werkzaamheden steeds met
Jesus bezig te houden on zijne liefde te
overwegen: dan zal ik Jesus eindelijkeons
oprecht gaan beminnen, on zal in mij Jesus\'
woord bewaarheid worden:
Geestelijke Ruiker. Hij bemint Mij,
die mijne geboden onderhoudt, en als iemand
Mij liefheeft, zullen mijn Vader en Ik hem
beminnen.
-ocr page 184-
— 176 —
Voorbeeld.
Mon schrijft ons uit 15.... (Morbihau.)
\'SP aat mij u eon verhaal iloon, ovou kin-
i!Li derlijk ou treffend als het geloof van
den onschuldigen kleine, waarover het gaat.
Dit kind dan, nog geen twee jaar oud, had
van af /,ijn eerste levensdagen vreesolijke
pijnen in de ingewanden. De geneesheer,
die het behandeld had, verborg voor de fa-
milie zijne vrees niet voor het ernstige dor
kwaal, volgons hom bestond er nog slechts één
uiterste middel, on dat wondde hij nu aan. Do
moedor on de zusters van deze bespraken nu
haar plan in tegenwoordigheid van den klei-
nen Aug\\ist, om met hom eon bedevaart te
doen tor eero van den 11. Jozef.
Hoewel nog zoo jong, begreep het jongsko
het dool der rois. Nauwelijks aangekomen,
laat hij zijne moeder los, en klimt zoo good
zulks kan, de trappen op van hot St. Jozol\'s-
altaar, onderden uitroep: nGoede H. Jozef,
maak Augmtje gezondl"
Vervolgens zich tot
zijne moeder wendende, zegt hij : nGeenpiju
Mevr, mama, geen pijn meer; heilige Jozef
heeft genezen."
En als om zijuo woorden
kracht bij te zetten, slaat hij met zijne hand-
jes op hot zieke lichaamsdeel. II ij was lief
om aan te zien, dio onschuldige kleine,
-ocr page 185-
— 177 —
terwijl hij zijne moeder liefelijk toelachte,
als om haar te overtuigen en te troosten.
Ik twijfel geenszins, of\' dat kinderlijk ver-
trouwen is den goeden H. Jozef zeer aan-
genaam geweest. Werkelijk constateerde de
geneesheer eene aanmerkelijke beterschap,
en na eenigo weken kon hij de volkomen
genezing als zeker voorspellen.
ZES EN TWINTIGSTE DAG.
Do trouwe lieniiimaar van het Kruis.
m
ij hebben reeds gesproken over
Jozefs groote liefde voor Jesns:
laten wij thans overwogen, wat
die liefde vergrootte en volmaakte.
Ongetwijfeld hebben alle heiligen, die
den Man van smarten hier op aarde bemin-
den, zijn lijden on tranen oenigszins gekend,
en die smartvolle liefde was de vereering,
welke de Heiligen des Ouden Verbonds
aan den verwachten Messias brachten. Zoo
proefde, volgens den H. Paulus, Mozes
do bittere versinadingen van Christus, en
David bezong die reeds in zijne schoone
psalmen.
Gl. II. Jozef.                                                     12
-ocr page 186-
— 178 —
Kn zou nu de H. Jozef, de Voedstervader
van Jesus, daarmede onbekend zijn geble-
ven? Zou hij zoovele jciren met het aan-
biddelijk Olt\'erlam geleefd, en het van zijnen
arbeid gevoed hebben, zonder te weten, wel-
ke zijne smartelijke bestemming was? Zou
God zelf\' hom, zijn trouwsten dienaar, on-
bekend hebben gelaten met het doel van
Jesus\' komst op aarde? Neen, voorzeker
neen! En opdat Jozef daarmee ten volle
bekend zou zijn, sprak de II. Geest in zijne
tegenwoordigheid door den mond van Si-
meon deze woorden tot Maria: «Zie, dit
Kind zal een voorwerp van tegenspraak
zijn, en een zwaard zal uw moederhart
doorboren."
Zonder twijfel was Jozef waarlijk die recht-
vaardige, waarvan geschrevon is, dat hij
nilag en nacht Gods Keilen overweegt." Men
mag dus aannemen, dat hij des avonds, ter-
wijl Maria bij het wiegje van den slapenden
Jesus de naald hanteerde, met luide stem
uit de 11. Schrift voorlas.
O, welke teudero liefde moet zijn gevoe-
lig hart wel hebben ondervonden, bij het
lezen van deze en dergelijke plaatsen, zoo
treilend in hu
111161) OCnVOUu : ii Do Zaligma-
ker zal als eene zwakke struik opschieten,
als een stengel uit dorren grond opgeko-
-ocr page 187-
— 179 —
mon. Geen schoonheid noch luister is aan
Hem; wij zagen Hem, en hebben Hem mis-
kend.... Hij was als de geringste dermen-
schen, een meiisoh vol smarten.... Hij heelt
onze kwellingen gedragen on onze kwalen
op zich genomen.... en wij beschouwden
Hem als een melaatsche, en als een van
God geslagen mensch!.... Door zijne i;nou-
zingen zijn wij genezen.... Do Heer heeft
ons aller ongerechtigheid op zijne onschul-
dige schouders geladen.... als een schaap
wordt Hij ter slachtbank gevoerd, en als
een lam onder de hand van den scheerder,
doet Hij zijnen mond niet open..."
En als Jozof daar, de oogen liefdevol
op Josns geslagen, de voorspellingen las
over zijn lijden, hoe Josns zou zijn als oen
aardworm, en het uitvaagsel des volks;
hoe zijne aanbiddelijke handen on voeten
zouden worden doorboord, hoe do ruwe
soldaten onder het kruis Hein zouden be-
spotten, en over zijn kleed het lot werpen;
o, dan trilde zijn minnend hart van mede-
lijden bij de gedachte, dat dit onschuldige
Kind zoo zwaar voor do wereld zou moeten
boeten.
Hoe gaarne verlustigen de ouders zich
in het droomen van allerlei fraaie plannen
voor de toekomst hunner kinderen, dikwijls
-ocr page 188-
— 180 —
zelfs zonder mot Gods plannen rekening te
honden. Maar Maria en Jozef hadden niets
Ie regelen voor hun boni inden Zoon; dat
ailes toch was reeds beschreven door de
profeten, die zijn schandelijken dood in
alle bijzonderheden hadden voorspeld; hemel
on aarde zonden voorbijgaan, eerder dan
dat één enkele dier voorzeggingen onver-
vuld zon blijven.
Zelfs alle voorvallen uit Jesus\' jongd
waren voor Jozef als oen profetisch schil-
derij, waarop hij het lot kon lezen van
het voorwerp zijner vurigste liefde. Als hij
Gods Zoon zoo arm zag geboren worden, dacht
hij aan het woord: fflk ben als een bedelaar."
Toen de eerste bloeddruppels vloeiden
bij do besnijdenis, overwoog hij hoe Jesus
eens al zijn bloed zou storten; als hij zijn
Kind van don hoogepriester terug kocht,
moest hij deuken aan de profetie van
Zacharias: «Zie, zij hebben voor Mij dertig
zilvcriingea gegeven." Als hij Jesus voor
hot zwaard van llerodes bevrijdde, wist
Jozef, dat hij Hom slechts bewaarde voor
een duizendmaal wivcdercndood. Bovendien
was Jozof in gezelschap van Maria, dio
moer omtrent Jesus was onderricht dan
alle profeten, lloo dus zou hij Jesus\' smar-
ten niet gevoeld hebben?
-ocr page 189-
— 181 —
Alle Heiligen hebben bittere tranen ge-
schreid over het lijden van (Ion God-mensch;
du II. Franciscus van Assisië verloor er
zelfs bijna liet gezicht door. Poeh merken
wij hier op, dat do II. Jozef met veel meer
rechl dan alle andere Heiligen weende over
.losus. [minors, voor hen was hot lijden
van Christus eene herinnoring aan iets,
wat roeds lang had plaats gehad. Manr
Jozef\' zag de vernederingen on verguizingen
van zijn Jesus in de toekomst; en zulk
eone smart is veel heviger dan hot over-
wegen van iets, wat tot het verleden be-
hoort. Bovendien, als Jesus de Verlosser
was der andere Heiligen, was Hij de Zoon
van Jozef; on welk oun Zoon! Jozef zag
Hem naast zich opgroeien; hij zag dat
lioftnllig Kind zich vormen tot jongeling\',
tot man; hij zag zijne beminnelijke hoe-
danigheden mot don dag toenemen, on
ach, ieder oogenblik bracht hein dichter
bij het noodlottige uur, waarop hot vreose-
lijk lijden zou aanvangen.
De smart van Jozef word nog vermeer-
derd door die van zijne teodero levensge-
zellin. Wij kunnen ons voorstellen, hoe zij
Josus stilzwijgend beschouwden, als om zijn
geliefd beeld voor eeuwig in hun geheugen
te prenten. En als hunne blikken elkander
-ocr page 190-
— 182 —
ontmoetten en Jozef een traan zag blinken
in Maria\'s oog, dan kon hij zich niet
meer bedwingen, en hij verwijderde zich
om alleen te kunnen weenen.
Doch hunne droefheid was eone geheel
geostelijke, gelaten en overgegeven aan Gods
heiligen wil. Beiden zouden duizend doo-
dun gestorven zijn om Jesus ook maar de
geringste smart te bespareu: doch onder-
worpen als zij waren aan God, die den
dood van zijn eeuwigen Zoon wilde, wilden
ook zij dien tot Gods glorie en der men-
schon zaligheid.
Overweging en Gebed.
ét%]> deze wijze dus, gelukzalige Jozef,
«y^/ijt gij er toe gekomen, om na Maria
de grootste minnaar te zijn van Jesus: gij
hebt dag en nacht zijne geheimen overwo-
gen, en vooral zijn droevig lijden en bit-
teren dood. Zie, dat moet ook ik doen,
als ik op u wil gelijken, on evenals gij
dierbaar wil zijn aan Jesus en Maria.
Het overdenken van het heilig lijden moet
zijn nis een zout, dat mij geheel door-
dringt, het moet mij als een tweede na-
tuur worden, lloevole middelen staan
mij daartoe ten dienste ! Hot 11. Misoffer
-ocr page 191-
— 183 —
is ingesteld om mij iederon dag de liefde
van Jesus in herinnering te brengen; de
H. Communie is de deelneming aan dit
H. Offer, de innige vereonigiug mot Jesus.
In iedere kerk vind ik een kruisbeeld, dat
mijno aandacht vraagt voor het lijden van
Christus. — En toch, ondanks dat alles
blijf ik koud, blijf ik voortgaan, met mijn
God te beleedigen. O, heilige Aartsvader,
bid voor mij, armen zondaar, bij Jesus en
Maria, opdat zij mijne ziel met den geest
van genade on gebed vervullen.
Geestelijke iiuiker. «Een traan van op-
rechte lwfde, om Jesus lijden gestort, zegt
de H. Augustinus, is meer waard dan een
jaar vasten op water en brood."
Voorbeeld.
Men schrijft uit Brussel:
%jffiJD zoon moest examen doen als cau-
.L/iL didaat notaris, ik vreesde, rtat hij niet
zou slagen. In mijn angst wendde ik mij
tot den 11. Jozef, de oefening der zeven
zondagen werd ter zijner eer begonnen, ik
liet eone II. Mis lezen, en zeven kaarsen
aansteken, en stelde mijn zoon een medaille
van den grooton patriarch ter hand. Nu
was ik zeker, dat mijn gobed zou verhoord
-ocr page 192-
— 184 —
worden, ik zeide dit ann ieder, die mij
kwam bezoeken. Do uitslag beantwoordde
aan mijn vertrouwen. Ofschoon liij nog
zeer jong was, en zijne studiën geruinien
tijd had moeten onderbreken, legde mijn
zoon zijn examen op de meed voldoende
wijze af.
Wat mij het wonderbaarste schijnt,
is dit: Don dag vóór het examen inoendo
mijn zoon, niot moer te moeten studecren
en stond zelfs op het punt, een zijner
vrienden te gaan bezoeken; maar plotseling
gedreven als door eene ingeving, die alleen
van den II. Jozef kon komen, keerde hij
terug, en zeide : «Ik zal mijno wandeling
uitstellen, en nog eens dit artikel bestu-
deeren." Hij noemde dat artikel en stu-
deerde er op don gansenen avond. Den
volgendon morgen bemerkt hij, dat men
hem juist over dat artikel eramineer/. Had
hij het niet overgezien, dan was alle kam
o// slagen verloren geweest.
Zoo heeft dus
do 11. Jozef zich daarmee bemoeid, Kerw.
Pater, en ik zal hein mijn gehoelo leven
dankbaar zijn.
-ocr page 193-
— 185 —
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
De laatste levensdagen.
) Zoon Gods zag liet uur naderen,
door zijn Vader vastgesteld voor
het grootste der werken Gods, de
Verlossing der menschheid. Do roemrijke
Aartsvader van zijn kant, die tegenwoordig
was geweest bij Josus\' intrede in de we-
reld, verminderde en verzwakte zichtbaar.
Van eene even teedere als edolmoedige
natuur, was hij niet voor den zworen han-
denarbeid geschapen; maar vooral had zijne
bominnonde ziel haar stofl\'olijk omhulsel
voor don tijd oud gemaakt. Zoovele ver-
schillende aandoeningen hadden zich dan
ook als \'t ware verbonden, om in hein de
levenskracht uit te putten! Hij, de arme
werkman, vergeten in het vergeten Naza-
reth, had op zekeren dag vernomen, dat
de teedere vrouwe, aan wie hij zijn leven
had verbonden, de hoogste plaats bij God
bekleeddo; dat zij de Koningin was der
Engelen en der menschen, de Moeder van
den Allerhoogste: hij was daardoor tevens
tot de wetenschap gokomen, dat hij, Jozef,
grooter was dan al zijne vaderen, grooter
-ocr page 194-
— 186 —
on dierbaarder aan God dan Abraham, dan
Mozes of David. Hij, die tot dan toe God
vol ontzag had aanbeden, had Hom kort
daarna gezien, in doeken in eene kribbe
liggend, hij had Hora op Gods bevel als
zijn Zoon aangenomen en later omholsd,
en gevoed van zijnen arbeid. Later had hij
deu onschuldigen Jesus met moeite aan
het zwaard van Herodes ontrukt, en Hem
in on na de ballingschap zien opgroeien
in schoonheid, en in genade en wijsheid,
en toch altijd oven onderdanig, even leer-
zaam en liefdevol jegens zijn pleegvader.
Eindelijk had hij Hom zijn kostbaar zweet
zien storten onder den zwareu handenar-
beid, luisterend naar zijne bevelen on
lossen.
Het beschouwend gemoed van den kui-
schen Jozef was ontvlamd bij de voortdu-
rendo aanraking van Hora, die niets is dan
liefdo, bij het gezicht van zijn vrijwillige
vernedoringon, bij de vertrouwelijke ge-
sprekken van deu oneindig Beminnelijke;
dat alles was als zoovele vurige liefdopijlen,
welke zijn hart verwondden. De kennis
bovendien van het vreeselijke lijden, en de
wreede vernederingen, welko het voorworp
zijner liefde zou moeten ondergaan, wak-
kerde zijne liofdüvlainmen voortdurend aan
-ocr page 195-
— 187 —
en het overwegen van die droevige gehei-
mon, knaagde aan zijn ïninnendo ziel, en
verteerde langzamerhand zijn vurig hart.
Het goheele hestaan van Jozef loste zich
dus op in liefde en smart, zijne oogen
waren als twee bronnen van tranen, en zijn
hart als een vuuroven, welks aanhoudende
gloed de banden vernietigde, die lichaam
en ziel met elkander vereenigden.
Voeg bij die inwendige uitputting de
moeite die hij zich gaf, om Jesus en Maria
het leven zooveel mogelijk te veraangena-
men, en men zal begrijpen, dat na dertig
jaar van zulk een leven, onze bemiuno-
lijke Heilige zeer zwak, zeer verouderd
moest zijn.
Ziende, dat het werk hem meer en moer
vermoeide en afmatte, nam Jesus op zekeren
avond de vereelte handen van Jozef, drukte
ze vol eerbied aan zijne lippen, en sprak:
«Zie, vader, gij zijt oud, en niet meer in
staat om te werken; Ik zal het voortaan
voor u doen, gelijk gij hot voor ons gedaan
hobt." Deze woorden waren als een zacht
bevel, waaraan de heilige grijsaard niet
kon weerstaan. Hij gaf dus toe, en
voortaan bestond zijne eenigo bozighoid
in het zich voorbereiden tot den dood, en
dat uur was niet ver meer verwijderd.
-ocr page 196-
— 188 —
Als hij zoo bij den haard gezeten was,
beschouwde hij in stilte do Koningin der
Engelen, die hot maal toebereidde; hij vroeg
zich af, hoe hij toch had kunnen verdienen,
oin dien schat te bezitten, welken de Hemel
hem benijdde, on hij verwonderde zich over
de nederigheid van Gods Moedor, die hom
met hare koninklijke handen wilde bedienen.
Of wel, als hij Jesus hoorde werken, onder-
hield hij zich met Maria over dien bemin-
den Zoon, over do treurige toekomst, en
tranen onderbraken zijne stem. «Wat ïnij
betreft, ik zal er geen getuige van wezen;
maar gij, liefste Maria, zijne Moeder, hoe zult
gij het gezicht zijner folteringen verduren?...
Maar (Jod zal uw steun zijn.....alle volkeren
zullen op u hopen, on u zalig noemen!"
Soms ging hij zitten in de werkplaats,
tegenover Jesus; en als hij dan zijn God
beschouwde, voor hem werkend, voor hom
zijn kostbaar zweet stortend, o, dan trad hij
in verrukking. Wat was hij dan schoon,
do 11. Aartsvader! Ken lichte blos kwam
op zijne verbleekte wangen, zijn half uit-
gedoofde oogen schitterden van liofdovuur,
een stralenkrans blonk hem om de slapen,
hij geleek een Kugel, in aanbidding voor
God neergezonken!
Niet meer, gelijk eertijds, des avonds
-ocr page 197-
— 189 —
mot Josus kunnende gaan wandelen, plaat-
ste liij zich op eenigen afstand van het huis
op oen zetel, door Maria\'s liefdevolle han-
den in gereedheid gebracht. Dan beschouw-
de hij de natuur, en ook daar vond hij
Josus wederom tenig. Die groenende heu-
velen, die vruchtbare akkers, dat uitspansel
bezaaid met schitterende sterren, was dat
alles niot het, werk van Josus\' handen? tën
diezelfde Jesus noemde hem rader. En
ondanks zijne diepe nederigheid kwam hot
hem voor, dat de natuur ook hem eerde en
gelukwenschto. Do lofzang van Maria kwam
als eene aangename herinnering in hem op,
en het scheen hein, dat ook hij eenmaal
door allen gelukzalig zou worden genoemd;
het was hom, alsof hij in de verte, boven
de bergen, do grooto Heiligen uit, het Oud
Verbond uit, hunne graven zag opstijgen om
hem te begroeten; en David zijne harp tor
hand nemen, om Jozefs lof in de eeuwig-
heid te bezingen!....
Overweging en (icbcd.
KS^\'oo naderde dus, H. Jozef, hot einde uws
ÜL\\\\ levens, zoo bewonderenswaardig in zijn
eenvoud! Ja waarlijk, hoezoor zijn op u de
woorden van den AVijzen Man van toepas-
-ocr page 198-
— 190 —
sing: «De wegen van den Rechtvaardige
zijn schoon en zijne voetpaden zijn vol vrede....
Met loven dos Rechtvaardigen is als het licht,
dat in helderheid toeneemt, totdat do dag
volkomen is." En toch, beminnelijke Jozef,
opdat gij iedereen tot voorbeeld zondt kun-
nen strekken, wilde God, dat uw loven niets
schitterende had, en het kan in deze drie
woorden worden samengevat: nederigheid,
liefde
en getrouwheid. Gij geloofd et, dat gij
uit u zelveu niets waart; gij hebt uw hart
zonder voorbehoud geheel aan zijn Schepper
geschonken, die u tot zijn vriend verhief;
— gij liet u zonder tegenstreven leiden door
Hem, die uw geluk wilde. — Wat is er
meer waar, wat billijker, wat wijzer?
Wat zou ook mijn leven gelukkig zijn
geweest, als ik immer aan do inspraken
van den II. Geest beantwoord had! Mijne
ziel zou baden in een zoo van vrede, en
mijne verdiensten talrijk zijn als de golven
der zee. Want ook ik ben tot de heilig-
heid geroepen. Ook tot mij is het woord
gesproken: «Woest volmaakt, gelijk uw
hemelscho Vader volmaakt is." En de
H. Geest voegt er bij: „Als iemand de wijs-
heid ontbreekt, hij vrage zo aan God, die
ruimschoots geelt" (Jac: I. 5) Als ik mij
dus tot heden niet geheiligd heb, is het
-ocr page 199-
— 191 —
mijn eigen schuld. En wat voordeel trok
ik uit mijne voortdurende woderspannig-
lieid ? Ik heb een ongelukkig loven ge-
leid, telkens weifelend tusschen de genade
en de zondige natuur, ik lieb een schat
van verdiensten verloren, maar bovenal, ik
heb mij aan zwarten ondank jegens God
schuldig gemaakt. Maar daar God mij
nog niet hoeft verworpen, heb ik nog hoop;
ik wil het verledenc herstellen; help mij,
H. Jozef, door uwe machtige voorspraak,
opdat ik eens en voor altijd aan mij zelven
verzake, om slechts God aan te hangen,
zoodat ik met den 11. Paulus kan zeggen:
Geestelijke ruiken. Ik leef, ik nu
niet moer, maar Christus leeft in mij.
Voorbeeld.
ÏTSjfet groot vertrouwen van den heer
ZEü, Dupont op den H. Jozef werd eens
op schitterende wijze beloond. Hij was
gewoon, op zekere dagen een feestavondje
te geven aan die goede oudjes, welke
door de zusterkens der armen verzorgd
worden. Eens dat weer zoo\'n dag met
ongeduld verbeid werd, moest hij tot zijn
spijt aan do grijsaards zoggen, dat hem
dezen keer de noodige middelen geheel
-ocr page 200-
— 192 —
ontbraken, en hij ried hun aan, den H. Jozef
te vragen of hij voor het noodige wilde zor-
gen. «Laten wij dan watrundorof varkens-
vleesch vragen," klonken verscheidene stem-
men." — De lieer Dupont vond deze vraag
vreemd, maar daar zijne armen aanhielden,
stemde hij toe; en nu werd iedorendagde
noveen gehouden; mijnheer Dupont bad niet
vuur, maar moest toch glimlachen en schertste
met de grijsaards om hun verzoek: Intusschen,
daags voor het feest komt een besteller
van hot spoor bij hem, en raadt, hem aan
de grooto deur zoo ver mogelijk te ope-
nen. «Waarom!-\'" — //Wel, ik heb daar
zoo\'n vrachtje bij me, \'n wild zwijn!" eu
tevens overhandigde do man hem eou brief
van een bekenden vriend van don volgenden
inhoud: „Waarde vriend, ik ben maareen
middelmatig jager, doch gisteren schoot ik
bij geluk in mijne bosscheu eon ovoizwijn.
Daar ik geheel alleen ben en toch moei-
lijk zonder gezelschap dit beestje kan ver-
orberen, zend ik het u, voor uwe armen."
Dat het geschenk welkom was, spreekt van
zelf, eu de oudjes waren recht in hun schik
over hunnen goeden inval, en bedankten den
goeden II. Jozef, die hen verhoord had.
(J/niee mhericordiense.)
-ocr page 201-
— 193 —
ACHT EN TWINTIGSTE DAG.
De Slasi|i vnn ilen Rechtvaardige.
IjHog nooit was er eeu ïnensch ge-
storvon, zoo gorust, zoo heilig,
zoo zacht als de engelachtige
Bruidegom van do Maagd dor maagden.
Immers, hij stierf zonder door bekoringen
gekweld to worden; hoe ook zou de duivel
hot hebben durven wagen, hem aan te
vallen, die daar rustte in de armen van
Jesus en Maria? Hij stierf zonder vrees,
want zijn leven was in volmaakte onschuld
voorbijgegaan, en hij was zich bewust, al-
tijd naar best vermogen Gods H. Wil te
hebben volbracht. Hij stierf zonder spijt,
want nimmer had hij zijn hart aan de aar-
de gehecht. Eindelijk, hij stierf als marte-
laar van liefde, gelijk wij in het vorig
hoofdstuk zagen.
Wol is waar zou hij voor eonigen tijd
beroofd worden van het zoete gezelschap
van Jesus en Maria, maar die scheiding
zou van korten duur zijn, en woldra zou
Gl. H. Jozef.                                                        13
-ocr page 202-
— 194 —
hij beiden in de eeuwigheid terugvinden,
niet meer arm eu miskend, maar glorievol
1311 glansrijk, en do hulde ontvangend van
al het geschapene. Bovendien, God wilde
deze scheiding, en Jozef wilde ze dus ook.
Ook werd Jozefs afsterven verzoet door
omstandigheden, die bij Maria\'s dood ont-
braken ; hij toch stierf onder zijn eigen
dak, omringd door eene teedere echtgenoo-
te on een liefdevollen Zoon, terwijl de be-
minnelijke Koningin der Engelen bij haar
verseheiden in een vreemd huis was; zij
was kinderlooze weduwe, en zag rondom
zich slechts aangenomen kinderen, die eer-
der hare vertroostingen behoefden, dan dat
zij Maria konden opbeuren. Jozef genoot
het geheel eenige geluk, te storven in de-
zelfde woning, waar het groote geheim
der menschwording was begonnen, waar
hij het Kind Jesus had zien opgroeien,
waar hij in het gezelschap der twee hei-
ligste wezens de dertig schoonste jaren
zijns levens had doorgebracht; hij had den
troost, door de liefdevolle zorgen der Godde-
lijke Moeder te worden omringd, door
haar te worden gediend en geholpen.
Maria vroeg hem dikwijls vol teedorheid,
of hij leed, of hij iets verlangde, en hij
las in hare oogen de oprechtheid van haar
-ocr page 203-
— 195 —
medelijden. Want wol verre van te ver-
minderen, was de engelreine liefde, welke
die twee heilige echtgenooten verbond,
steeds met de jaren toegenomen. Vreezondo
dat zij zich te veel zou afmatten, smeekte
liij haar, om toch de hoognoodige rust te
nemen, doch Maria betuigde, dat liet haar
een geluk was en eene verlichting, hein te
kunnen dienen, en zoo eenigszins hare
dankbare liefde te tooneu in ruil voor zijne
zorgen on opofferingen.
Wat echter do nederige Jozof wel het
meeste trof, was do innige teederheid, die
Jesus zelf, zijn God en Heer, hom betoon-
de. Des daags werkte Jesus om in de
behoeften van het arme gezin to voorzien,
des nachts zette Hij zich bij het bed van
den dierbaren zieke neder, beschouwde
hem vol liefde en bewees hom allo dien-
sten, welke een vader van zijn zoon kan
verwachten. Jesus vroeg hem liefdevol,
wat hij verlangde, schikte het oorkussen
wat op, en ondersteunde het hoofd van
don grijsaard, als Hij hem te drinken gaf.
Om hem op te beuren, sprak Jesus hem
van den hemel, die zich weldra in de toe-
komst voor hem zou openen; over hot
vreugdevolle onthaal, dat de Engelen, dat
Jesus zelf hem daar zou bereiden.
-ocr page 204-
— 196 —
Eindelijk sloeg hot uur van scheiden, do
Heilige gevoelde liet; en een dankbaren,
liefdevoller) blik op Jesus slaande, sprak
hij: n Heer, alvorens te sterven, zou hut bil-
lijk zijn, dat ik U bedankte voor de aan
mij bewezen woldaden, maar wat zal ik U
zoggen? Nooit hoeft een sterveling zoovele
genaden ontvangen als ik, die in uwe ar-
men mag sterven. Gij sehonkt mij de Maagd
der maagden tot eehtgenoote; mijne Maria
verkoost (iij U tot Moeder; in mijn huis
wildet Gij opgroeien, en mij uw vader noe-
men ! Nooit zal ik U in eeuwigheid naar
waarde kunnen danken. Maar, lieer Jesus,
Gij ziet mijn hart. Gij woot, dat ik U lief-
heb. Vergeef mij hot onwaardige gebruik
uwer veelvuldige genaden; het is de laatsto
die ik U op hot oogenblik van sterven
vraag!"
Vervolgens het gebroken oog wendend
naar de lieve Moeder des Heoren, die in
een hoek van het vertrek geknield lag te
bidden, riep hij haar, en zeide: «Vaarwel,
Maria! Gelukkig de dag, waarop gij u ge-
waardigdet, den drempel mijner woning te
overschrijden! Met u kwamen het geluk en
de hemelscho genaden; uwe schoonheid
maakte dit huis bekoorlijk voor God zelf.
Door u, genadenvollo, werd do aan Abra-
-ocr page 205-
— 197 —
ham beloofde zegen aan de narde geschon-
ken. Ik verlaat n thans, maar de lieer is
met u; o gezegende Vrouw, bid God, dat
Hij mij in hot oordeel genadig moge zijn!
Jesus, Maria, ik beveel mij aan U, ik
sterf\', vaarwel!"
Zoo, mag men denken, waren de laatsto
woorden van dezen Rechtvaardige; zijne ziel
rukte zich in eene laatsto poging van het
lichaam los, en een engel droeg haar in
den schoot van Abraham.
Tot dan toe had Maria hare smart in don
boezem teruggedrongen, ten einde do laat-
sto oogenblikken van Jozef niet te bedroe-
ven ; doch thans liet zij hare tranen on snik-
ken don vrijen loop. Ook Jesus weende
op het lijk van zijn geliefdon vader, om-
helsde hem nog eenmaal teoderlijk, sloot
hem do oogon, on geholpen door Maria,
wikkelde hij het ontzielde lichaam, dat zelfs
in don dood nog schoon was, in het lijk-
kleod.
Eenige uren later verliet oen treurige
stoet Nazareth; droevig, als treurde zij over
den dood van don vader haars Makers,
wierp do ondergaande zon hare laatsto
stralen op de baar, waarop het lijk
gelegd, door eenigo arme bureu gedragen;
achteraan schreden eene vrouw in rouwgo-
-ocr page 206-
— 198 —
waad on een jonge man treurig voort; het
waren Maria en Jesus.
Gedurende drie dagen gingen dezen vol-
gens liet gebruik waken en bidden en wec-
nen op do ontzielde overblijfselen van den
dierbaren overledene, daarna werd het graf
gesloten.
Overweging en fiulied.
^f\'X/io zon hier niot met don profeet uit-
XI: dl roepen: //Mogo ik don dood dos
rechtvaardigen sterven, mogen mijne laatste
oogenblikken op de zijne gelijken !" — Zie-
daar dus, II. Jozef, waartoe uwe armoede,
uwe vernederingen en smarten geleid bob-
ben ! O, gelukkige armoede, die u den hemel
opende! Gelukkige smarten, die door oono
eeuwigheid van geneugten zijn gevolgd ! Ge-
lukkige vernederingen, die u een eeuwige
glorie verdiend hebben!
O, mijn beminde Boschermer, hoe zal hot
mij gaan? Als ik op dit oogenblik moest
stervon, zou ik dan gorust zijn? Helaas, ik
heb gezondigd, ik bob de hol verdiend; en
welke vruchten van boetvaardigheid heb ik
voortgebracht? Ach, gij stierft zoo gorust,
cu ik, ik kan niet zonder sidderen aan den
-ocr page 207-
— 199 —
dood (lonken.... Maar, ik wil, ik mag niet
wanhopen. Vertrouwend op do verdiensten
van Jesus, op de geboden van Maria en do
uwe, neem ik van dit oogenblik don dood
aan, zooals God mij dien zal geliovon over
te zenden, als boete voor mijne zondon. Ik
verlang er zelf naar, als een schipbreuke-
ling naar de veilige haven; do dood zal
mij buiten gevaar stellen van te zondigon.
O, gij do patroon van een zaligen dood,
kom mij met Maria bijstaan in mijne laat-
ste oogonblikkon; maak, dat ik berouwvol
en mot liefde uit dit levon scheide, onder
het aanroepen van de zoete namen van Je-
sus, Maria en Jozef.
Geestelijke Ruiker. Mijn God, ik aan-
vaard den dood tot boete mijner zonden;
ik verlang er naar, ten eindo niet moor to
kunnen zondigen, en U van harte te kun-
nen beminnen.
Voorbeeld.
okero heer, die veel devotie had tot
den 11. Jozef, was gewoon telken jare
diens feest met zoo groot mogelijke vurigheid
to vieren. Hij had drie zonen, oen daarvan
stierf op don feestdag van den H. Jozof,
het volgend jaar stierf de tweodo en ook
-ocr page 208-
— 200 —
juist op dienzelfden dag\'. Dit dubbele
verlies smartte den armen vader zoozeer,
dat hij het besluit nam, het. feest van den
11. Jozef niet moor te vieren, uit vrees,
van misschien zijn derde kind eveneens te
verliezen. Om zijne droefheid Ie verzetten,
ging hij op reis. Terwijl hij eens in ge-
dachten verdiept, voortwandelde, sloeg hij
de oogen op, en zag tot zijne ontzetting
twee jongelingen, die aan een boom waren
opgehangen. Tegelijker tijd was het als-
of een geheimzinnige stem hom zeidc: «Wie
weet, of uwe beide zonen niet op dezelfde
wijze aan hun einde zouden zijn gekomen,
als zij hadden blijven leven, en of niet uwe
godsvrucht tot don II. Jozef van God ver-
kregen heeft, dat zij op jeugdigen leeftijd
zijn gestorven, om uw huis voor de schande,
en hen zelf voor de hel to behoeden......."
Deze invallende gedachte, welke hij voor
eeno ingeving des hemels hield, troostto
hem; hij keerde terug, en vierde als ge-
woonlijk het feest van den II. Jozef. Zijn
derde zoon legde zich op de studie toe, werd
later bisschop en stierf op hoogen ouder-
dom.
-ocr page 209-
— 201 —
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
I>■••.<!\' Xrgcprasil.
I osus Christus hooft gezegd, dat wie
zich moor vernederd zal hebben,
ook grooter zal zijn in den he-
mel. (Matt. XVIII 4.) Welke nederigheid
nu was grooter dan die van Jozef, en dat
bij do vorhovenste roeping, waartoe ooit oen
man bestemd was ? Wij hebbeu hom ge-
zien in zijn verborgen leven, laten wij hem
thans zooveel mogelijk volgen in do heer-
lijkheid, welke hij nu is ingetreden.
Merkeu wij vooreerst op, dat de H. Jozef,
evenmin als do andore voor Christus\' dood
gestorven Heiligen, tot de hemelsehe zalig-
heid werd toegelaten. Do hemel bleef on-
verbiddelijk gesloten voor allen, die door
Adam met de erfzonde besmeurd waren.
Slechts do nieuwe Adam kon door hot
storten van zijn bloed de poort des hemels
openen. In afwachting daarvan verbleven
de rechtvaardige afgestorvenen in het Voor-
geborchte der Hel.
Daar begon de eerste zegepraal van den
gelukzaligen Jozef.
Als dus deze Heilige de aarde verla-
ten had, werd oen Engel, misschien wel de
-ocr page 210-
— \'202 —
Aartsengel Gabriël, zijn trouwe beschermer,
belast om die zuivero ziel te brengen naar
do woning der rechtvaardigen. Met welk
ontzag, met hoeveel eerbied zal hij dien
kostbaren schat, die geestelijke Ark, vol
van den H. Goost, hebben opgenomen. Het
fchijnt ons toe, alsof wij hem, fier op zijne
verhoven zending, voorwaarts zien snellen,
te midden der andere Engelen, welke bij
deze plechtigheid vereenigd zijn, en die de
lucht van hunne vreugdezangen doen woer-
galmen.
Aan de poort aangekomen, zingen zij in
koor: ,; Opent, o vorsten, de poort der ge-
rechtigheid (Psalm CXVI1, 19) laat den
Ttechtvaardigsten dor stervelingen binnon."
En do Aartsengel Michaël opende do poor-
ten, on allen traden binnen en loofdon don
Hoor, on prezen zijnon Uitverkorene.
Op dozo vreugdekreten en bij het zien
van dien ongewonon luister, verrijzon do
geesten der Heiligen van het Oude Verbond:
Adam, Abel, Noë, on de Aartsvaders en
Profeten gaan den schitterenden stoot tege-
moet, zeggende: «Wie is die rechtvaardig-
ste der sterrelingen, wie is dozo Uitverko-
rene des Hooren?" — En hun wordt ge-
antwoord: «Hot is Jozef, uw zoon en broedor,
hij is die rechtvaardige."
-ocr page 211-
— 203 —
En als de rechtvaardigen hom vroegen,
hun te openbaren, wat hij voor do aarde
niet had verborgen gehouden, antwoordde
Jozef:
,/Ik ben geen profeet. Ik kom u open-
baren, niet wat ik in oen geheimzinnig vi-
sioen heb gezion, maar wat ik mot eigen
oogeu heb aanschouwd, mot mijne ooren
gehoord, wat mijne handen hebben aange-
raakt. De Maagd, door Isaïas beloofd, is
verschonen; ik, hoewel onwaardig, had hot
geluk, haar echtgenoot te wezen ; het Woord
Gods is uit haar geboren, on heeft iu mijn
huis gewoond; ik heb God op mijne armen
gedragen, on dertig jaren mot ! lom geleefd;
en weldra zult gij allen Hem hier van
aanschijn tot aanschijn aanschouwen."
Welke vreugde moetor in dat verblijf
goheorscht hebben bij het hoorcn van deze
blijde tijding. Do Messias was verschonen,
en zou eerlang neerdalen om do uitverkore-
nen op te voeren ton hemel! Zij brachten
hulde on eorbowijzing aan Jozef, want zij
begrepen, dat hij grootor vriend was van
God dan al zijne hoilige voorvaderen, on
dat zijne glorie in den hemel de hunne in
do schaduw zou stellen, gelijk de schitte-
rende maan het licht der sterren doet ver-
bleeken.
-ocr page 212-
— 204 —
Ongetwijfeld bracht de komst van den
glorievollen Aartsvader vreugde in deze
plaats, waar de droefheid niot buitengeslo-
ten was; immers, de II. Schrift noemthnaruone
duistere gevangenis, een put zonder water
(Zach. IX 11) Zij, die bestemd waren voor
don hemel, werden daar achtergehouden in
duisternis, wijl de Zon der Gerechtigheid
met hare stralen er niet in doordrong. Er
was geen water, d. w. z. dat de rechtvaar-
digen, die hun hart niet meer aan het ge-
schapene konden hechten, voortdurend dorst-
ten naar het gezicht van den Oneindige.
Welnu, Jozef was voor heu als een zachte
dageraad, die do duisternis eonigszins ver-
drijft; want als Mozes, na veertig dagen
met God op den berg hebben doorgebracht,
zóó schitterde, dat do Israëlieten zijn aan-
schijn niet konden verdragen, (Exod. XXXIV
29. 30) welko luister moest dan wol het
hoofd van Jozef omgeven, dio dertig jaren
gemeenzaam met Jesus had verkeerd!
Mot welk genoegen luisterdon zij naar
hetgeen Jozef hun verhaalde omtrent de
verhoven gebeurtenissen, waarvan hij ge-
tuige was geweest, do Ontvangenis, do ge-
boorte van .losus, do aanbidding der Wijzen.
IIoo verrukt waren zij, als Jozef don lof
verkondigde zijner onvorgolijklijke Bruid Ma-
-ocr page 213-
— 205 —
ria, bare nederigheid, hare zuivere liefde,
en hij zoodoende medewerkte tot de ver-
vulling van Maria\'s profetie!: «/jie, van
nu af zullen allo geslachten mij zalig noe-
men !"
Overweging en Cclieil.
TBjlft echtvaardige H. Jozef, ik verheug mij
JE@i en wensch u geluk, dat gij uwe loopbaan
zoo gelukkig volbracht hebt, en de plaats
van rust zijt binnengetreden, evenals een
schip, niet kostbare goederen beladen, dat
uit verre gewesten wedergekeerd, eindelijk
de haven bereikt. Geen wonder, dat uwe
komst in do verblijfplaats der uitverkorenen
zulko vreugde verwekte; zelfs hier op aarde
is een rechtvaardige, een heilige een zegen
voor een huisgezin, voor een geheel
land.
Hij wendt door zijn gebed de kastijdin-
gen af, welke den schuldige dreigend
boven het hoofd hangen. Hij werkt, om
zijne omgeving gelukkig te maken, en
trekt de zielen tot God en tot de beoefe-
ning der deugd: hij is als oen fakkel, die
de duisternissen dor zonde verdrijft.
En ik, die jaren heb doorgebracht te
midden van zoovele verschillende gods-
-ocr page 214-
— 206 —
dienstoefeningen, waaraan ik deelnam, ben
ook ik een dier rechtvaardigen, welke het
schoonste sieraad der aarde uitmaken?
Geef ik door mijnen ijver vergoeding voor
de beleedigingen, welke God worden aan-
gedaan? Ach neen, integendeel; mijne
lauwheid vergroot slechts den toorn des
hemels. In plaats van mijne omgeving te
stichten, ben ik dikwijls een re:len van
ergernis voor mijnen naaste, het verdriet
mijner overheden, de schrik mijner onder-
hoorigen. — O, beminde Beschermer, ver-
werf mij de genade, mij van mijne gebre-
ken te zuiveren, eu uit al mijn vermogen
naar de volmaaktheid te streven.
Geestelijke Rvikkii: De Rechtvaardige
zal bloeien als de palm; hij zal zich ver-
menigvuldigen gelijk de ceder van deu
Libanon. (Ps. XCI. 13)
Voorbeeld.
In het Fransche maandschrift 1\'ropctga-
feur (1.1. Déootion il St. Jo&eph
lezen wij:
Herwaarde Pater,
o leerlingen van do Sc/wol tier Onhevl.
Ontv.
alhier deelen gewoonlijk iedere
-ocr page 215-
— 207 —
week aan enkele gezinnen levensmiddelen
uit en goode hoekon, o. a. uwen Propaga-
tenr.
Onlangs was er in zulk een gezin
een kind, dat aan eone oogontsteking leod.
Do geneesmiddelen baatten niets, integen-
deel; en de moeder, vol vertrouwen op
den H. Jozef, zeide: «Pater, wij hebben
eene novoen begonnen ter eere van den
H. Jozef; ze eindigt op het feost dor Onbe-
vlekte Ontvangenis. Dan zal mijn kind
genezon zijn." Ik wakkerde haar vertrou-
wen aan, en beloofde, hot aan don Vropiuja-
tenr
te schrijven, liet kind zag er ellen-
dig uit, hot geheelo gelaat was gezwollen,
en vooral om de oogen met een vuile
korst overdekt. Mijne leerlingen zeiden bij
het uitgaan: »Nu, als dat kind in acht
dagen geneest, zal dat iets buitengewoons
zijn."...... Twee dagen na den feestdag
bezochten wij dat gezin weer, en do moe-
der begroette ons: «Zie pater, ziet heereu,
mijn kind is genezen: ziet, welke schcone
oogen!" Inderdaad, alle gezwel on korst
waren verdwenen. Op het gelaat lag eene
ongewone frischheid, zeer afstekend bij don
akeligon toestand, waarin wij het kind eerst
gezien hadden. Do oogen waren volkomen
gezond......
-ocr page 216-
— 208 —
Aanvaard, Korw. Pater, ilo verzekering
mijner hoogachting
M.VRIN DE BoYLESVE, S. .!.
Parijs, Vaugirard 7 Januari 1 Sf>8.
DEETIGSTE DAG.
De iingcilachtciiis vnu >lfii llecllf vaoriligp
;o herinnering aan den H. Jozef\'
daalde niet met zijne kostbare
I overblijfselen in het graf; zij bleef
immer voortduren in het huisje to Naza-
reth als een welriekende geur: met liefde
werd zijn beminde naam steeds uitgespro-
ken door de II. Maagd, zijne kuische Bruid,
en door Gods Zoon, die zijn Zoon had wil-
len genoemd worden. De ledige plaats,
welke zijn verscheiden had veroorzaakt aan
den huiselijken haard, bleef immer oninge-
vuld, en bracht hun altijd het smartelijke
verlies in herinnering.
liet was bij do Israëlieten oen gebruik,
dat de weduwen een bijzonder kleed droe-
gen, tot onderscheid van de jonge dochters
en de gehuwde vrouwen. Voorzeker, ook
volgde Maria deze gewoonte, en droeg
hot rouwgewaad tot den dag van haren al-
lorkostbaarsten dood.
-ocr page 217-
— 209 —
Doch, du Moeder dos Hoeren stelde /,ioh
met hot uiterlijke niot tevreden; als oono
trouwe gado bewaarde zij immer in haar
hart do plaats, wolko haar beminde echt-
genoot er eenmaal had ingenomen; do
Rechtvaardige bloeide voort in haar
hart, als do ceder op den Libanon.
Hunne voreeiiigiug was dan ook moor dan
oen gowoon huwelijk goweost. Jozef\' was
voor Maria niet slechts een reisgezel go-
weost, dien men toevallig ontmoet, on na
het afscheid nimmer meer gedenkt; neen,
zij had hem altijd beschouwd als den man,
door den II. Geest van eeuwigheid vorko-
ren om do vertrouweling te zijn van bot
groot geheim, waarin zij betrokken zou wor-
den: do menschwording van Gods Woord.
Jesus was hot doelwit geweest, waarom God
hen voreonigd had. En Maria begreep, dat
de dood zulk oono verbintenis, door God
zelf gewild, niet kon scheiden.
Bovendien, was er ooit een hart goweost,
dat meor van dankbaarheid klopte, dan het
hart van do beminnende Maria? Vol ver-
teedoring herinnerde zij zicli don eerbied,
welken de kuische Jozef aan haar, do Maagd
der maagdon, steeds betoonde; do ware ver-
eering, welke hij haar bracht van af het
oogenblik, waarop hij met haar Goddelijk
01. H. Jozef                                                        14
-ocr page 218-
— 210 —
Moederschap bekend was geworden; vanaf
dien stond had Jozef ach beschouwd als
den dienaar van de Koningin der Engelen;
met hoeveel liefde schikte hij zich steeds
naar hare inzichten, en wist hij al hare
wenschen te voorkomen!
Maria herinnerde zich met welbehagen
al de diensten, welke die Rechtvaardige haar
had bewezen, het lijden, dat hij om haar
en om haar Zoon had uitgestaan, de ver-
moeienissen en afmattingen in de woestijn,
in Egypte, on later in Nazareth. En zou
zij dan, het heiligste en volmaaktste aller
schepselen, ondankbaar hebben kunnen zijn
en Jozef vergeten? Zij dankte God, haar
zulk een braven echtgenoot te hebben ge-
schonken, welke haar zoo gelukkig gemaakt
had.
Maar Maria was niet alleen dankbaar,
zij was ook nederig, zoo nederig zelfs, dal-
zij met voorbijgaan van eigen volmaaktheid,
haar voordeel deed met goede voorbeelden.
Welnu, Jozef was, gelijk wij, hoewel slechts
onvolmaakt, hebben aangetoond, Jozef was
een bij uitstek heilig man. Maria had
dit begrepen, en gezien, hoe verheven,
hoe onbaatzuchtig en zuiver haar kuische
bruidegom was; zij had hem nagegaan, en
thans, nu hij niet meer aan hare zijdo was,
-ocr page 219-
— 211 —
nu herinnerde zij zich dat alles weer leven-
dig, en putte zij uit zijno voorbeelden we-
derom nieuwe kracht en beweegredenen om
God nog meer lief te bobben.
l)o 11. Lucas verbaalt ons, dat Maria do
woorden dor herders in haar hart overwoog;
on zou zij dan do gesprekken van Jozef,
zoo vol van hemelsche wijsheid, niet in haar
binnenste bewaard hebben?
Door den 11. Geest onderwezen, bewaarde
zij ook vol eerbied allo voorwerpen, welke
zijne handen hadden aangeraakt, zij bestrooi-
de zijn graf met bloomen, en vond er ge-
noegen in, er eenigen tijd op te bidden. En
van af den dag, waarop Josus was verrezen,
en de Uitverkorenen mede ton hemel opnam,
vierde zij elk jaar dezen dag vol godsvrucht,
den Heer dankend voor de glorie, aan zijn
waardigen dienaar bewezen.
Was dus de H. Jozef de eerde dienaar
van Maria,
zij van baron kant is ons voor-
gegaan in de vereering van dezen heiligen
Aartsvader. Laten wij dus dat voorbeeld,
door onze beminde Koningin en Moeder ge-
geven, met liefde navolgen.
Van Maria vernamen de Apostelen on
Evangelisten het weinige, wat ons van
Jozef verhaald is, en ongetwijfeld besloot
zij hare. lofrede met deze weinige, doch
-ocr page 220-
— 213 —
alles hotookonondo woonlun: »//;/ was
een Rechtvtuirtlige."
I<ïu du Evangelist, dio
coovool zegt vnn Zaohariaa on Klisabeth,
van Simeon on Joannos don l)i>o])or, hooit
gomeoud, niet boter to kunnen doon tot
lof van Jozof, dan hot woord to herhalen,
dat hij opving van do lippen van hot. vor-
hovoiist.o allor schopsolen: «Jozef was een
Reclilvaardige."
Ook mogen wij voilig aannemen, dat
Josus zolf roods zijn dierbaren Voodsterva-
dor o]) aarde verheerlijkte. Vooreerst, om
zijne bedroefde Moedor to troosten, sprak
Hij haar ovor hot geluk van hem, dien zij
bewoonde, on ovor snjne eeuwige glorie:
Jozof word alzoo door Josus heilig vor-
klaard. tën in don omgang sprak Hij over
hem steeds als ovor zijn goeden Vador
Jozof, mot oorbiod on liol\'do; on als iomaiul
Hom golukwonschto, zulk een braven Vader
gehad to hebbon, antwoordde Josus: «Ja
waarlijk, hij was oon godvruchtig man,
oon vroom Israoliot; hij wan een Recht-
vaardige"
Overweging en Gebeil.
\'Wftfjp\'elk oon onuitsprekelijk goluk voor u,
VfSf 11. Jozof, uw beold zoo diep go-
-ocr page 221-
— 2i:ï —
grift to hebben in do heilige llarton van
Josiis en Maria, een geluk, dat meu u al-
tijil /..\'il benijden!.... Maar ook ik kun
eenigermate aan dat golukdeelachtig worden,
zoo ik wil. .losu.s heeft aan Margarethn
Maria beloofd, in zijn Hart ilo nainon to
schrijven van lion, dio hot zullen doen bo-
minden; en Maria, onze goede Moedor
Maria, belooft do zaligheid aan hon, die
haar vorooron. Daarom wil ik uu oons
voorgoed bon met ijver gaan dionen, on
tevens naar linii voorbeeld, u niot. vergoten,
o glorievolle Aartsvader. Jesus, Maria en
Jozef, IJ wil ik altijd beminnen: woost (lij
do onverbreekbare koten, die mij aan God
verbindt.
Geestelijke Ruiker. Jesus, Maria en
Jozef, ik geel\' U mijn hart, mijn geest en
mijn lovon.
Voorbeeld.
"Sjïïon man, dio aan eeno borslziokto leed,
, \' I, was geheel verstokt in do boosheid,
hij had geen geloof meer. Sedert twee
jaar hadden alle pogingen van ijverige
priesters en ziekozuatera schipbreuk gele-
den, zoodat ik hom niet meer bezocht, ik
gaf den moed op. Hij had een veertien-
-ocr page 222-
— 214 —
jarig dochtertje; dit onschuldig kind ont-
stak in de kerk eene kaars ter eere van
de II. Maagd en den H. Jozof, het was
haar laatste hoop. Toen zij thuis kwam,
verzocht haar vader haar om___oen pastoor.
Hij spreekt eene goede biecht en ontvangt
de 11. Communie. Vol vreugde huppelt
het kind naar mij met dit heugelijke
nieuws, ik kon mijne ooren niet gelooven,
ging naar hem toe, en vroeg naar de oor-
zaak van dien omkeer. »Ja zuster," ant-
woordt hij, «wat zal ik zeggen! Ik bon
heel anders geworden, mij dunkt, ik moet
krankzinnig geweest zijn, toon ik niet moor
aan God geloofde." Deze man is heel
stichtelijk afgestorven.
(Propag: de la d<!vot. ïl St. Josejih.)
EEN EN DEBTIGSTE DAG
Tweede zegepraal.
erscheidene schriftuuruitleggers zijn
van meening, dat ook do II.
Jozef onder het getal was dorge-
nen, die met .Testis Christus verrezen, en
dat hij met ziel en lichaam ten hemel is
gevaren. Wij voor ons gelooven dit gaarne,
-ocr page 223-
— 215 —
hoewel desaangaande geen zekerheid be-
staat; doeli in alle geval, dit is zeker,
dat de ziel van onzen beminnelijkon Heilige
O]) den dag der verrijzenis ten liemol werd
opgenomen. Dat was zijne tweede zegepraal.
liet schoonste, het verhovensto gevoel,
dat God legde in het hart van den man,
is de vaderlijke liefde ; en wat hot schoon-
ste sieraad dezer liefde uitmaakt, is hare
zuiverheid, hare geheel belangelooze toe-
wijding. Vandaar, dat zij ons dikwijls
zulke verheven tooneolen aanbiedt, vandaar
dat men niet zonder aandoening het ver-
haal kan lezen van Jaeob, die zijn zoon
Jozef beweent, en dio verklaart tevreden
te sterven, zoodra hij hem weder levend
heeft gezien.
          \\
Sterk is de liefde eens vaders, maar
hoeveel sterker is de liefde der Heiligen
jegens God!
Ku dczo dubbele liefde, liefde voor zijn
Kind, on liefde jegens God, smolt in Jozefs
hart tot een geheel, om zoo de liefde te
vormen, waarmede hij zijnen Jesns beminde.
Hoe groot was dus wel zijne vreugde, als
hij op den dag der verrijzenis het geluk,
de glorie aanschouwde van don tweeden
persoon der 11. Drievuldigheid. Hij had
dieuzolfden Jesus gezien, arin, vernederd, vol
-ocr page 224-
— 216 —
lijdon reeds sedert zijne jeugd, en hoe
vond hij Hem thans weder?....
Ach, het was thans niet moer het arme
Kind vim Bothlehem, gedragen op de be-
vende annon eener tcedero Moedermaagd,
vluchtend voor het zwaard van Herodes.
— Neen, Hij trad thans op als de sterke
Overwinnaar van den hellevorst, dion Hij
aan zijn zegonwageu geketend voortsleurde,
.Tesus trad glorievol den hemel binnen, ten
koste van zijn bloed geopend.
Zijn gelaat, eertijds door de wreedste
smarten verwrongen, door verachtelijke beu-
lon besmeurd, schitterde thans als de zon ;
zijn aanbiddelijk lichaam, dat aan een me-
laatsche gelijk was geweest, verscheen thans
verheerlijkt en vol luister. Hot armoedig
gewaad, waarover zijne moordenaars het
lot haddon geworpen, was thans vervangen
door een kleed, kostbaarder dan het zui-
verste goud, een drievoudige stralenkrans
bedekte diezelfde slapen, eertijds met scher-
pe doornen gekroond.
Kertijds omhangen met oen purperen
spotmantel, was hij aan het joodscho volk
voorgesteld, dat in zijne goddelooze ver-
blindheid had geroepen : „llij is des doods
schuldig, kruisig hom!" Kn nu was hij
het voorworp van do vereering van alle
-ocr page 225-
— 217 —
hemelscho legioenen, on de uitverkorenen
riepen Hem toe: «Eer on glorie, zegening
en macht aan hot Lam, dat is geslacht ge-
worden!" (i)
Eertijds had men Hem aanschouwd, na
oen bitteren doodstrijd, ter prooi aan den
smaad der joden, neergelegd in do armen
van eene teerbeminnende, troostelooze Moe-
der, — en thans, eeuwig levend, was 11 ij
hot ongenaakbare licht binnengegaan, en
had God de Eeuwige Hem in zijne armen
ontvangen, zeggende : «Gij zijt mijn Zoon,
dien Ik voor don dageraad hel) voortgebracht;
zit aan mijne rechterhand, tot Ik uwe vij-
anden zal stellen tot een rustbank uwer
voeten."
En Jozef was \\laar!.....O, wat moet
er in zijn gemoed zijn omgegaan bij het
zien van die wonderbare gedaanteverande-
ring van zijn Welbeminde! Zijne ziel
vloeide over van geneugten. Verrukt, stom
van vreugde en verbazing, verzonk hij ge-
heel in Jesus, hij zegepraalde in Josus, maar
vergat zich zolvon.
.Tesus vergat hom niet!...
Gezeten aan de rechterhand zijns Vaders,
sprak Hij : «Vader, laten Wij thans hein
(2! Apoc. V. 12,
-ocr page 226-
— 218 —
kronen, die TI liet trouwste heeft gediend."
Kn Jesus, met eeno onbeschrijfelijke uit-
drukking van teederheid Jozef aanziende,
noodigde liem minzaam uit te naderen. En,
als de Rechtvaardige zich voor den troon
had neergebogen, sprak de Heiland tot
zijnen Vader:
"Heer, ziedaar den man, dien Gij van
eeuwigheid vorkoost tot Bruidegom mijne
Moeder, en mijn Beschermer. Ik, als ge-
trouwe getuige, verklaar, dat hij die dub-
bele roeping steeds volmaakt heeft vervuld,
en vraag voor hem eeno belooniiig, even-
redig aan zijne verdiensten."
En de eeuwige Vader zeido: //Wees
welkom, goede en getrouwe dienaar: treed
binnen in de vreugde des lleeren." Kn
Hij plaatste eene sehittere.de kroon op het
hoofd van Jozef, terwijl de Engelen het ge-
zang aanhieven:
//Hem-, de Rechtvaardige zal zich verheu-
gen in uwe kracht; en trillen van vreugde
bij het bezit der eeuwige goederen, die Gij
hom Bchonkt. Want Gij hebt hem met uwo
zoete zegeningen overladen, en op zijn hoofd
eene kroon eau kostbare parelen geplaatst."
Ken schitterende kroon sierde thans het
hoofd van den II. Jozef; kostbare edelge-
steenten fonkelden en schoten heldere strn-
-ocr page 227-
— 219 —
len uit, on in het midden bevond zich een
goddelijke parel, waarop de vinger Gods
deze woorden had gegrift: Jan den Vader
va» Jezus.
Overweging en (•rln-il.
^R&ees gelukkig, II. Aartsvader, wees gc-
\\jl\\lj lukkig in alle eeuwigheid; maar ach, ik
smeek u, vergeet ons arme stervelingen niet,
die nog hier op aarde in ballingschap rond-
dolen en in govaar, om God voor eeuwig
te verliezen. Wij nomen tot u onze toe-
vlucht, gelijk do Egyptonaren tot den zoon
van Jacob. Verwerf gij voor onze ziel het
zoo noodige voodsol, liefde namelijk tot Jesus
en Maria en de kracht om al die deugden te
beoefenen, waarin gij zoo zeer boven de andere
Heiligen hebt uitgeblonken, en die uzulkoeno
buitengewone glorie hebben verworven; uwe
kuischheid, uwe nederigheid, uwe zelfsopof-
ferende liefde tot den menschgeworden God,
uw geduld en uwe liefde jegens don naaste.
GEESTELIJKE RUIKER. Weos getrouw
in de vereering van den II. Jozef, alle
dagen uws levens, zij hot slechts door
te zijner eor godvruchtig een Onze Vader,
Wees gegroet
en Glorie zij dm Vader te
bidden. Voeg daarbij iederen Woensdag een
bijzonder gebedje of eene kleine versterving.
-ocr page 228-
— 220 —
Voorlicclil.
Vjflen ar)ne jongeling, die langen tijd slaaf
.,\'[ I was van de zonde tegen de heilige
deugd, schreef onlangs: «Ik had het on-
geluk, voort te leven in eene gewoonte van
zondigen. Vol wroeging on schaamte over
mij zelf, besloot ik uit dien droevigeu staat
op te staan, maar helaas! daartoe miste ik
de kracht. Gelukkig viel mij in, iederen dag
een klein gebed tot den H. Jozef te stor-
ten, hetwelk ik drie maanden vol hield.
Na dien tijd woonde ik eene retraite bij;
doch den eersten dag bleef alles bij het
oude; ik verdubbelde echter mijne gebeden.
Don volgenden morgen, zie, toen was ik
geheel veranderd; ik besteedde den gan-
schon dag om mij tot de biecht voor te
bereiden, en des avonds zat ik in den biecht-
stoel. Uit voorzorg nam ik een beeldje
mee van den 11. Jozef, en iederen aanval
van valsche schaamte sloeg ik af, door mijn
oog daar op te richten. Welk een pak
van mijn hart! do kuische Bruidegom van
Maria heeft mij bekeerd. Sedert heb ik
alle, ook de zwaarste bekoringen met kracht
overwonnen. Eer en dank zij daarom dien
goeden Heilige!"
(Annéb wméricord\'mm.)
-ocr page 229-
EEagaBEBB
TWEEDE DEEL.
L
VAN
DEN H. JOZEF.
xK.K\' H. Jozef zelf heeft, volgens een oude
C^fto legende, ons deze devotie geleerd, nadat
hij twee zonen van den H. Franciscus van
den dood gered had.
Deze twee kloosterlingen, die eene vurige
godsvrucht hadden tot Maria\'s maagdo-
lijkcn Bruidegom, bevonden zich op zee.
Ken hevige storm grcop het vaartuig aan,
dat na bovennienschclijke inspanningen ein-
delijk te gronde ging, meer dan driehonderd
menschen in de peilloozo zee meeslepende.
De beide kloosterlingen cehtcr slaagden er
in, ecnigo planken te bemachtigen, en zóó
dobberden zij voort, overgelaten aan wind
en golven. In dezen nood vluchtten zij tot
den H. Jozef, doch deze scheen doof voor
hunne smeekingen. Drie kommervolle dagen
brachten zij in doodsangst door, de krach-
-ocr page 230-
— 222 —
ten begaven hen, en zij waren op het punt
van te bezwijken, als plotseling den H. Jozef
hun verschijnt in de gedaante van een eer-
biedwaardig man. Hij spreekt hun moed
in, versterkt, hen en stuurt de plank naai-
de kust, zij zijn gered. De goede klooster-
lingen vroegen nu, wie hen gered had,
en de verschijning sprak: »Ik ben Jozef.
Ik ben degene, wiens hart werd vervuld
met zeven vreugden en overstelpt van zeven
smarten. Mijne bescherming verzeker ik
aan hen, die deze zullen gedenken. Doet
hiermede uw voordeel, en leert deze devotie
ook aan anderen."
Eerste smart; Eerste vreugde.
kuische Bruidegom van Maria,
roemrijke 11. Jozef, hoe groot was
niet de angst en droefheid uws
harten, als gi,i meendet, uwe onbevlekte Bruid
te moeten verlaten ! maar ook, wolk was niot
uwe vreugde, toen de Engel u hot groot ge-
heim der Mensehwording openbaarde!
Door deze smart en deze vreugde smoekeu
wij u, ons hart nu te troosten, en in don
laatsten strijd door de herinnering aan een
braaf levon en door een heiligen dood.
Mogen wij sterven gelijk gij, in de armen
van .Tesus on Maria. Amen.
Onze Vader, Wevs gegroet, Glorie, enz.
-ocr page 231-
— 223 —
Tweede smart. Tweede vreugde.
fflk Uergelukkigsto Aartsvader, roemrijke H-
|aj Jozef, uitverkoren tot Voedstervader van
het monschgowordeu Woord ; de droefheid,
dio gij gevoeldet, toen gij het Kind Jesus
iu zulke armoede gel)oron zaagt, ging
weldra over iu eene hemelsche vreugde,
\'toen gij het gezang der Engelen hoordot,
i en de glorie zaagt van dien luisterrijken
i nacht.
** Door deze smart en vreugde smoeken
«wij u, ons do genade te vorwerven om
NJ na de reis van dit leven over to gaan naar
-het Land, waar wij de lofzangen der En-
, T gelen hooren en den glans der hemelsche
glorio aanschouwen kunnen. Amon.
| — Viize Vader. Wees gegroet, Glorie, enz.
Derde smart. Derde vreugde.
IpS; oeuirijko II. Jozef, gehoorzaamste uit-
JE^) voerder > an Gods wet, uw hart word
zoo diep gewond bij hot zien van het kost-
baar Bloed, dat de Verlosser, \'>.et Kind
Jesus, stortte bij de Besnijdenis; maar bij
het hc*ieu van den naam Je»»* werd hot
tevens met leven en blijdschap vervuld.
>X Verwerf ons door deze smart on vreugd o,
-ocr page 232-
— 224 —
dut wij in ons loven alle ondeugd in ons
hart uitroeien, en met den zooteu Naam
Jesus op de lippen mogen sterven. Amen.
Onze Fader, Wees gegroet, Glorie, enz.
Vierde Smart. Vierde Vreugde.
A
llergetrouwste dienaar, 11. Jozef\', die in
. de kennis van do Geheimen onzer ver-
lossing werd ingewijd! — vervulde do profetie
van Simeon, dio het lijden van Jesus ei
Maria voorzegde, uwe ziel mot eone doodo
lijko sinart, zij overlaadde die tevons me
zalige vreugde, wijl zij tevens voorspelde
dat uit dit lijden de zaligheid en de glo-
rievolle verrijzenis van ontelbare zielen ont-
spruiten zou.
                                    "•\' ■•. j
Verwerf ons door dezo uwe droefheid en
vreugde, dat wij mogen behooren onder het
getal dorgenen, die door de verdionsten van
Josus en do voorspraak dor Moedermaagd
eenmaal met glorie zullen verrijzen. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie, enz.
Vijlde Smart. Vijfde Vreugde.
t\\ roemrijkste 11. Jozef, getrouwste Be-
%Jjf) waarder on Boezemvriend van Gods
-ocr page 233-
— 225 —
vleeschgeworclen Zoon, hoeveel moest gij,
vooral\'opTuwe vlucht naar Egypte, niet lij-
den, om den Zoon des Allerhoogsten te ver-
zorgen en te dienen; maar hoe groot was
ook uwe vreugd, dat gij altijd dienzelfden
God bij u hadt, en de .afgoden van Egypte
bij uwe komst zaagt ter aarde storten.
Verwerf ons door deze smart en vreugde,
dat wij vooral door het vluchton der gevaar-
lijke gelegenheden den helsehen tiran ver
van ons verwijderd houden, eiken afgod
van aardscho genegenheid in ons hart ver-
brijzelen, on geheel bezig met den dienst
van Jesus en Maria, voor hen alleen mogen
leven en een zaligen dood sterven. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie, enz.
Zesde Smart. Zesde Vreugde.
IJpngel der aarde, roemrijke H. Jozef, gij
JSet die tot uwe verbazing den Koning des
Hemels zelfs aan uwe wenken onderdanig
zaagt; werd de vreugd, die gij ondervondt,
toen gij Hem uit Egypte mocht leiden,
door de vrees voor Archelaüs verstoord, gij
werdt door den Engel gerust gesteld, on
gij woondet in gezelschap van Jesus en Maria
met vreugde te Nazareth.
Verwerf ons door deze droefheid en vreug-
Gl. H. Jozef.                                                       15
-ocr page 234-
— 226 —
do, dat wij alle schadelijke vrees uit ons
gemoed verdrijven, den vrede des harten
genieten, in eene zoete rust met Jesus en
Maria leven en in hun bijzijn mogen ster-
ven. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie, enz.
Zevende Smurf Zevende Vreugde.
Mfoonbeeld van alle heiligheid, roemrijke
il H. Jozef, gij hadt hot Kind Jesus bui-
ten uwe schuld verloren, en zocht het drie
dagen met de grootste smart, totdat gij ein-
delijk met de grootste vreugde Jesus, uw
Loven, onder de leeraars in den tempel we-
dervondt.
Door deze droefheid en vreugde smeeken
wij u met het hart op de lippen, dat gij
ons toch wilt helpen, opdat wij Jesus nooit
door de doodzonde verliezen. Maar, moch-
ten wij ooit zoo ongelukkig zijn, o, dat wij
Hem dan met droefheid en onvermoeiden
ijver zoeken, tot wij Hein en zijne liefde
hebben teruggevonden. Mogen wij Jesus
vinden, vooral in het uur van onzen dood, op-
dat wij in don Hemel mogen overgaan om
Hem daar te bezitten en met u zijne god-
delijke barmhartigheid in eeuwigheid te ver-
heerlijken. Amen.
-ocr page 235-
— 227 —
Onze Vader, Ween gegroet, Glorie, enz.
Antiph. Jesus had omtrent zijn dertigste
jaar bereikt en men zag Hem aan voor den
zoon van Jozef.
v. Bid voor ons, Heilige Josef,
B. Opdat wij de beloften van Christus
waardig worden.
Gebed.
God, die in uwe onuitsprekelijke Voor-
zienigheid U gowaardigd hebt, deD za-
ligen Jozef tot Bruidegom uwer allerheilig-
ste Moeder te verkiezen, geef, bidden wij
U, dat wij, die hem als Beschermer eeron
op aarde, hem ook tot Voorspreker mogen
hebben in den hemel. Gij, die leeft en
heerscht in de eeuwen der eeuwen.
,,100 dagen aflaat ééns daags, als men
deze gebeden met een rouwmoedig hart
opdraagt, om de zeven Smarten en Vreug-
den van den H. Jozef te vereeren.
" 300 dagen aflaat allo Woensdagen
en eiken dag der Noveen, die liet feest van
den H. Jozef (\\9 Maart) en het feest van
de Bescherming v. d. H. Jozef. (3\'\' Zondag
na Paschen) voorafgaat.
x Volle aflaat éóns in de maand, als
men deze gebeden eiken dag der maand
-ocr page 236-
— 228 —
verricht, en op oen dag naar verkiezing biecht
en communiceert."
{Verleend door Z. II. Tim Vil. 9
December 1819.)
«Als men zeven opeenvolgende zondagen
deze gebeden opdraagt, verdient men op elk
dier zondagen 300 dagen, en een vollen
aflaat
op den zevenden, mits men biechte
en communiceere."
(Verleend door Z. II. Gregorius XVI.
22 Januari 1836.)
» Volle aflaat op elk van zeven opvol-
gende zondagen, mits men op elk van die
zeven zondagen bovenstaande gebeden stor-
to, biechte en communiceere, eone kerk of
openbare bidplaats bczoekc, en daar biddc
volgens de intentie van Z. H."
(Verleend door Z. H. Tim IX 1 Febr.
en
22 Maart 1847.)
-ocr page 237-
II
Oefeningen voor de Keven Woensdagen
ter eere van den II. Jozef.
volgens den II. Alphonsus.(f)
1° WOENSDAG.
De reis naar Bethlehem.
verwegen wij, hoo aangenaam en
zoet het onderhoud was tus-
sehen Maria en Jozef; hun go-
sprok liep over de barmhartigheid Gods,
die ziju Zoon op de wereld zou zenden,
om don monsch los te koopen, en over de
liefde van dien Zoon, welke door zijn
smarten en tranen de zonden der wereld
zou uitboeten.
Overwegen wij vervolgens de smart vau
Jozef in den nacht van Josus\' geboorte, toen
niemand hen wilde opnemen, zoodat zij in
een ellendige grot moesten vluchten. Ach,
welke diepe droefheid voor zijn minnend
(■f) Men zal wel doen, met op ieder der zeven woens-
dagen tevens de gebeden te lezen ter eere der zeven
Smarten en Vreugden. Zie bladz, 221.
-ocr page 238-
— 230 —
hart, te zien hoe die teedere Maagd rilde
van koude in dat akelig verblijf, door welks
openingen de snerpende nachtwind eene
ijzige koude binnen joeg!
Doch welke vertroosting voor hom, als
de lieftallige Maria hem kwam wekken,
en hem den aanminnigen Jesus toonde,
zeggende: «Dierbare Jozef, ziedaar ons Kind,
zooeven in dezen stal geboren, kom het
aanbidden; zie, hoe Hij siddert, die de
Serafijnen in liefde ontvlamt, zie Hem wee-
nen, die de blijdschap is van het Para-
dijs !*\'
Wclko liofdo ontvlamde toen Jozefs hart,
als hij met eigen oogon God mocht aan-
schouwen, als eou beminnelijk Kindje op
aarde verschenen, als hij het gejubel der
Engelen hoorde. Ovorwegen wij met welk
vuur hij zijn God aanbad, 011 Hein dankto,
dat hij, arme werkman, na Maria de eer-
ste mocht zijn, om den Messias te aan-
schouwen. Hoe vloeide zijn hart over van
zalige geneugten bij de gedachte, dat hij
de voedstervader mocht zijn van zijn God,
dat Jesus hem weldra den zoeten naam
van «Vader" zou geven!
Hoe werd zijne vreugde nog vermeer-
derd, als in denzelfden heugelijken nacht
de herders kwamen om het Kind te aan-
-ocr page 239-
— 231 —
bidden; als later de wijzen uit het Oosten
aan den Koning des hemels hunne hulde
kwamen brengen!
Gebed.
ÏEjfoilige Aartsvader! door het verdriet,
alÜ; dat uw hart gevoelde, als gij het God-
delijk Woord in een stal zaagt goboren, in
de grootste armoede, sidderend van koude,
bij de tranen van aandoening en liefde, aan
uwe en Maria\'s oogen ontsprongen, smeek
ik u, verwerf mij diepe droefheid over mijne
zonden, die Jesus zoo hebben doen weenen.
Bij den troost, welken vervolgens uw hart
smaakte, als gij Jesus in de kribbe aan-
schouwdet, zóó schitterend van goddelijke
schoonheid, dat uw hart als een oven werd
van liefde, smeek ik u, verwerf ook mij de
genade, God hier uit geheel mijn hart lief
to hebben, om Hem eens eeuwig te be-
zitten.
En gij, lieve Maria, Moeder van God
en de mijne, verwerf mij vergeving van
mijne zonden en de genade, ze niet meer
te bedrijven.
Ach, zoote Jesus, vergeef mij om wille
van Maria en Jozef, en schenk mij de ge-
nade U eenmaal voor eeuwig in den hemel
-ocr page 240-
— 232 —
te aanschouwen en uwe oneindige schoon-
heid te beminnen. Oneindige Goedheid, ik
bemin U, mijn Jesus, mijne liefde en mijn
al! Amen.
Voorbeeld.
ïPSie H. Vincentius si Paulo was een vol-
J2& maakt dienaar van den H. Jozef. Hij
vond er genoegen in, hem aan zijne priesters
tot voorbeeld te stellen. Aan zijne semi-
naries wees hij Maria\'s Bruidegom aan tot
patroon, daar hij, na eerst Jesus te hebben
opgevoed, van God eene bijzondere macht
heeft verkregen om hen te beschermen, die
zich tot het Priesterschap voorbereiden. Zijne
missionnariïsen beval hij aan, zich op hunne
reizen onder de bescherming van den H.
Jozef te stellen, en al hunne welsprekend-
heid aan te wenden oin do volken, met het
Evangelie, de devotie tot dien grooten Hei-
lige te prediken. Hij was overtuigd, dat
men niets kon verrichten, aangenamer aan
Maria, dan hem te vereeren, die met zoo
nauwe en zuivere banden aan haar was ge-
hecht geweest.
(Pater Hugnet)
-ocr page 241-
— 233 —
2" WOENSDAG.
De vlucht naar Egypte.
loen Herodes van de Wijzen had
vernomen, dat de Koning der Jo-
den geboren was, gaf\' deze wreed-
aard het bevel, alle kleine kinderen in en
om Bethleliem te vermoorden, maar God
zond een Engel tot Jozef, om hem de
vlucht naar Egypte te bevelen.
Overwegen wij do onmiddellijke gehoor-
zaamheid, waarmede de 11. Jozef dit bevol
opvolgde. Hij doet den Engel geene en-
kele vraag, maakt geen do minste tegen-
werping, doch staat aanstonds op, wekt
Maria en stelt haar met Gods wil in ken-
nis ; vervolgens zijne arme gerootlschappen
nemende, begeeft hij zich nog denzelfden
nacht met zijne zwakke echtgenoote op weg;
zonder gids ondernemen zij deze reis van
ongeveer vierhonderd mijlen, door woeste
streken, dorre woestijnen en over stoile
bergen.
Welk oene reis ! Hij zag het lijden van
zijne beminde, teedere Maria, die niet ge-
woon was, zoo te gaan, met het Kind op
den arm, steeds sidderend bij de gedach-
-ocr page 242-
— 234 —
te, dat hier of daar een trawant van He-
rodes kon schuilen, om het moordend staal
in de borst van den onschuldigen Jesus te
stooten.
Den nacht moesten zij vaak onder den
blooten hemel doorbrengen, en dan ween-
de het arme Kind van koude en ontbering.
Zeker, de H. Jozef onderwierp zich volko-
men aan Gods wil, maar toch bloedde zijn
hart bij het zien van zooveel wee, van zoo-
veel ellende!
Overwegen wij vervolgens, wat hij in \'t
begin in Egypte moest lijden van den kant
der heidenen, die hen als hunne vijanden
beschouwden, en waar hij na veel moeite er
in slaagde, om eenig werk te bekomen,
zoodat hij, volgens den H. Bernardus, dag
en nacht moest werken om het noodige
voedsel te verdienen voor Hem, die hemel
en aarde onderhoudt!
Oebed.
Mijn heilige Beschermer, door uwe nauw-
__ij lettende en voortdurende gehoorzaam-
heid aan den wil van God, smeek ik u,
verkrijg mij van uwen Jesus de genade,
altijd zijne heilige voorschriften op te vol-
gen. Verwerf mij op mijn rois naar do
-ocr page 243-
— 235 —
eeuwigheid de genade, tot mijn laatsten
snik nimmer het gezelschap van Jesus en
Maria te verliezen, in hetwelk al mijne be-
kommeringen mij zoet en licht zullen wor-
den. O Maria, Moeder van God, om de
smarten, die gij, teedere en zwakke Maagd,
hebt verdragen in de vlucht, verwerf mij
de kracht, om met geduld alle wederwaar-
digheden te verdragen.
En Gij, mijn dierbare Jesus, heb mede-
lijden met mij. Gij, die de onschuld zelve
zijt, Gij hebt zooveel voor mij willen lijden
reeds van af uwe jeugd; en ik, zondaar,
hoe ben ik zoo ongeduldig en zoo traag
om iets voor U te verdragen? Goedo
Zaligmaker, vergeef mij; ik wil in \'t ver-
volg alles verdragen, en neem van nu af
alle kruisen aan, die het U behagen zal,
mij over te zenden. Doch help mij met
uwe genade, anders kan ik niets goeds
uitwerken. Ik bemin U, en wil U eeuwig
beminnen: schenk mij daartoe do genade,
om wille van den H. Jozef. Amen.
Voorbeeld,
ïf%e gelukzalige de la Salie, stichter van
iMJjl de Broeders der christelijke school,
lag door een zware ziekte aan zijn bod
-ocr page 244-
— 236 —
gekluisterd; hij was niet in staat, de H.
Mis te lezen. En toch, toen hot feest van
den H. Jozef naderde, werd zijn verlangen
tot die heilige handeling hoe langer hoe
sterker. Welnu, daags vóór het feest, des
avonds ongeveer tien ure, gevoelde hij
zijne krachten terugkeeren. Meenende dat
het een droom was, zeide hij niets. Doch___
des morgens kon hij opstaan, en begaf zich
naar het heiligdom. Met buitengewone
godsvrucht vierde hij de H H. Geheimen;
het was do laatste maal. Verwonderd za-
gen de omstanders elkander aan, meenend,
dat hij geheel genezen was door voorspraak
van den H. Jozef.
Doch zie, na afloop onderhield hij zijne
broeders nog oen tijd als een gezond man,
maar daarna keerde hij in zijn vorigen staat
terug, de krachten verlieten hem, en bij
werd weggedragen. Zijn verlangen was
echter vervuld, en oenige dagen daarna
stierf hij zacht en kalm, vol liefde on hoop.
(Loven v. d. gelukz: de la Salie)
-ocr page 245-
— 237 —
3c WOENSDAG.
Het verlies vim Jestu in den Tempel.
jls de tijd daar was om Egypte
I te verlaten, verscheen do Engel
i aan den H. Jozef, en beval hem,
met het Kind en zijne Moedor naar Jndea
weder te koeren. Overwegen wij de droef-
heid van Jozef bij het zien van de ver-
moeidheid, waaraan do kleine Josus ten
prooi was, on hoe hot zwakke Kind
dikwijls van uitputting langs den weg
nederviel.
Welke smart bovendien voor Jozef en
Maria, als zij later den twaalfjarigen Jesus
verloren hadden. Jozef was zoo gewoon
geworden aan het zien van Gods Zoon, en
nu moest hij drie dagen het aanschouwen
van dat Goddelijk gelaat derven, zonder te
weten, welke de reden er van was!
Welke smart veroorzaakte hein deze
laatste omstandigheid. In zijne nederigheid
vreesde do 11. Aartsvader, dat hij in iets
te kort was gekomen en Jesus mishaagd
had, dat hij niet waardig was, zulk een
schat te bewaren. Gedurende die drie da-
gen weenden Maria en Jozef, en zochten
-ocr page 246-
— 238 —
Jesus, gelijk de H. Maagd dan ook in den
tempel tot haar Kind zeide.
Overwegen wij vervolgens de vreugd vau
Jozef bij de wedervinding van Jesus, en
bij het vernemen, dat het achterblijven van
Jesus geenszins voortsproot uit achteloosheid
van Jozefs zijde, maar alloen uit Jesus\' ijver
voor de glorie zijns hemelschen Vaders.
Gebed.
\'ÏKÏeilige Aartsvader, gij beweent het ver-
JÏÏÏZl, lies vau Jesus; maar gij hebt Hem
en Hij heeft u altijd bemind; Hij koos
u zelfs tot zijn Vader en Bewaker. Ach
niet gij dus, maar ik moet weenen,
weenen over het verlies van Jesus, door
mijne eigene schuld. Helaas, hoe menig-
maal heb ik Hem verlaten om een beuze-
ling, om oen nietige gril of een zondig
vermaak van één oogenblik! O groote
Heilige, om uwe overgroote smart bij het
bespeuren van Jesus\' verlies, bid ik u,
verwerf mij tranen van berouw om onop-
houdelijk de beleedigingon te beweenen,
die ik Jesus heb aangedaan. En om uwe
vreugde bij het wederzien smeek ik u, maak
datikjmijn Goddelijken Meester moge weder-
vinden en Hein mijn arm hart binnenleiden.
-ocr page 247-
— 239 —
Maria, mijne Moeder, toevlucht der zon-
daren, verlaat mij niet, heb medelijden met
mij. Ik heb uw Zoon beleedigd, doch ik
gevoel er innig spijt over, verwerf mij de
kracht om nooit meer te zondigen, ja lie-
ver te sterven, dan Hem nog eens door
de zonde verliezen.
En Gij, zoete Jesus, vergeef mij, smeek
ik U; ik haat en verafschuw al mijne,
ook de kleinste zonden, ik heb er spijt over
en zou van droefheid willen sterven. Ach,
maak dat ik U vurig bominno, en uwe
genade in mijn hart beware tot aan mijn
dood. Amen.
Voorbeeld.
Ma Maria nam de H. Jozef de eerste
plaats in in het hart van den H.
Franciscus van Sales. Deze groote bis-
schop vastte op water en brood den dag
vóór liet feest van don II. Jozef; op dien
dag zelf droeg hij eene plechtige H. Mis
op, met allen luister, dien onze Moeder de
H. Kerk aan hare feesten vermag te geven;
des avonds hield hij met vuur eene lof-
redo op den Heilige. Hij noemde hein den
glorievollou Voedstervader van Jesus, den
echtgenoot van de Koningin der aarde, het
-ocr page 248-
— 240 —
volmaakte toonbeeld van maagdelijkheid,
van nederigheid en liefde. wO (Jod!" riep
hij uit, whoe groot moet de 11. Jozef wel
zijn, daar hem Maria en Jesns geschonken
werden hier op aarde, schatten, dio de
Engelen hem zouden benijden, zoo men in
den hemel daartoe in staat ware!" Einde-
lijk, hij stelde den H. Jozef aan tot patroon
on beschermer van het klooster te Annecy.
(llamon)
4" WOENSDAG.
Over het geluk van den H. Jozef, altijd
het beminnelijk gezelschap van Jesns
en Maria te genieten.
B door Maria en Jozef in den tem-
pol te zijn wedergevonden, ging
Jesus met hen naar Nazareth,
waar hij met Jozef verbleef tot diens dood,
hem gehoorzamend als aan zijn Vader.
Overwegen wij hier het heilig loven van
Jozef, in gezelschap van Jesus en Maria.
Hun eenig levensdoel was: God de groot-
ste eer te brengen, hun eenig verlangen:
God meer én meer te behagen; het
voorwerp hunner gesprekken was de
-ocr page 249-
— 241 —
liefde door do menschen aan God ver-
schuldigd, on de liefdo van God jegens
ons, zoo groot, dat Hij zijn eenigeu Zoon
over zon leveren aan do beulen, om onder
ijselijke smarten en beleedigingen te sterven
voor ons heil.
Overwegen wij, hoeveel tranen Maria en
Jozef stortten bij het lezen der 11. Schrift,
als zij kwamen aan de voorspellingen om-
trent Jesus\' lijdon on dood ; als zij tot el-
kander spraken: ffZie, dit dierbaar Kind
zal een Man van smarten zijn, zij zullen
Hem geesolen, zoo wreedaardig, dat Hij een
melaatsche zal schijnen, en er goeu scha-
duw zijner goddelijke schoonheid zal over-
blijven; overdekt mei bloedende wonden,
zal Hij nochtans geen enkele klacht uiten,
zich als een lam ter slachtbank laten voe-
ren, en tusschon twee moordenaars den
geest te geven!" Welk smartelijk mode-
lijden gevoelde Jozef bij die gedachte, als
hij het onschuldige Kind beschouwde, wiens
aanblik alleen zelfs het hardste gemoed zou
vorteoderen!
Gebed,
Heilige Aartsvader, om de tranen, die
gij gestort hebt, toen gij te voren het
Gl. H. Jozef.                                                        16
-ocr page 250-
— 242 —
lijden van Jesus overwoogt, verwerf mij
een teedero devotie tot het lijden van den
lieven Zaligmaker. En om de heilige liefde-
vlammen, welke bij dat overwegen uw hart
ontstaken, verwerf mij ook een vonk uwer
liefde, opdat al mijne ongeregelde neigin-
gen\'er door verteerd worden.
En gij, o Maria, om alles, wat gij hier
op aarde geleden hebt, om uwe bittere
tranen, bij Jesus\' kruisdood geschreid, ver-
werf mij eene diepe droefheid over mijne
zonden.
Zoete Jesus, die voor mij zoo zwaar ge-
boet hebt, maak, dat ik nooit die groote
liefde vergete. Beminnelijke Zaligmaker,
uw dood is mijn leven, mijne hoop; Gij
hebt U voor mij opgeofferd, door uwe ver-
diensten verhoop ik mijne zaligheid. Ik
bemin U meer dan mij zelf, uit geheel
mijn hart en boven alles ■. om V wil ik
alles lijden. Schenk mij daartoe uwe kracht
en uwe genade, ik wil U alleen beminnen,
ach help mij om de tranen van Maria en Jo-
zef, opdat ik mij nimmer meer van U schei-
de. Amen.
-ocr page 251-
— 243 —
Voorbeeld.
Be korte maar de zaakrijke geschriften
1 van don II. Alphonsus, over de do-
votie tot den II. Jozef, toonen ons duidelijk
zijnen eerbied, zijne liefde en zijn vertrou-
wen op Maria\'s Bruidegom. Iedere blad-
zijde getuigt van het groot verlangen om iede-
ren geloovige dezelfde gevoelens in te prenten.
En het is bekend : wat deze grootokerkleeraar
anderen onderwees, traohtte hij zelf met nog
grooteren ijver te beoefenen. Hot kou ook
wel niet anders, in aanmerking genomen,
zijne groote liefde tot Jesus en Maria en
zijne devotie tot de II. Theresia.
Ook stelde hij zieh reeds vroegtijdig
onder bescherming van den goeden II. Jo-
zef, en deed evenzoo met zijne instellingen.
Alle jaren moesten zij den 19\'" Maart
plechtig vieren. Hij riep onzen Heilige
dikwijls aan, en ondernam niets zonder
zieh aan hom te liubben aanbevolen. Nooil
schreef hij iel-, zelfs geen uenvoudigen
brief, zonder bovenaan, naast de namen van
.lesus en Maria, ook dien van Jozef te
voegen.
                                    (Dujardin,}
-ocr page 252-
— 244 —
5e WOENSDAG.
Over de liefde van Jozef jegens zijn
heilig gezin.
esohouwcn wij eerst, welke liefde
i er schuilde in Jozefs hart voor
do H. Maagd Maria. Zij was
het reinste, het beminnelijkste, het schoon-
ste aller schepselen, zij was de nederigste,
zachtmoedigste, de zuiverste onder de
menschenkinderen, zoowel boven de En-
gelen als boven de menschen stond zij in
liefde tot God; bovendien, hoe zuiver, hoe
engelachtig beminde zij zelve haren brui-
degom, zij verdiende dus wel de liefde
van Jozef, die de deugd zoozeer beminde!
Hij beschouwde haar als de Welbeminde
van God, uitgekozen tot Moeder van zijn
Zoon. Hoe groot moost om dit alles de
liefde van den rechtvaardigen Jozef wel
zijn jegens zulk een beminnelijke echt-
genoote.
Overwegen wij vervolgens zijne liefde
tot Jesus. Toen God hem tot vader over
zijn Zoon aanstelde, legde hij in zijn hart
eene ware vaderliefde, eene liefde, zooals
zulk een Zoon verdiende, bovendien was
die Zoon zijn God; Jozefs genegenheid
-ocr page 253-
— 245 —
was dus niet alleen natuurlijk, zooals van
iederen vader, maar ook en vooral boven-
natuurlijk. Door de openbaring des En-
gels wist Jozef, dat dit Kind, \'t welk hein
altijd vergezelde, het Goddelijk Woord was;
hij wist, dat dit Kind zelf hem tot zijn
bewaker had willen uitkiezen, en hem Va-
der
wilde noemen. Welk een krachtige
liefdevlam moest dus wel zijn hart verte-
ren, bij het overwegen van dat alles, als
hij dion Zoon aan hom zag gehoorzamen,
de nederigste werkzaamheden met liefde
en nauwgezetheid zag verrichten, on zijn
kostbaar zweet zag storten onder oen af-
mattend en arbeid, die zijne krachten bijna
te boven ging.
Hoe werd zijn vaderhart van liefde ont-
vlamd, als hij den Schepper der wereld
op zijne armen droeg, als hij Hem lief-
koosde, of er van geliefkoosd werd, als hij
uit dezen goddelijken mond die woorden
des eeuwigen levens hoorde, gelijk aan zoo-
vele vurige liefdepijlen, die zijn hart trof-
fen en ontstaken, als hij de verheven voor-
beelden zag van zijn Metgezol in den
arbeid!
Dikwijls verflauwt de liefde tusschen
beminnende personen, daar zij met de ja-
ren meer en meer de gebreken van het
-ocr page 254-
— 246 —
beminde voorwerp ontdekken. Niet Zoo
bij Jozef; hoe meer hij met Jesus omging,
hoo meer hij ook zijne heiligheid leerde
kennen. Oordeel hieruit, hoezeer hij Jesus
beminde, daar hij ongeveer dertig jaren
met Hem leefde!
Gebed.
e^elukzaligo Aartsvader, die waardig ge-
f kourd werd om met vaderlijk gezag
op te treden tegenover Hom, aan wien het
heelal gehoorzaamt, ik verheug mij over
uw geluk en uwen roem, en wijl God
het niet beneden zich heeft geacht, om u
te dienen, wil ook ik uw dienaar wezen,
u eereu en beminnen, als mijn moester.
Neem mij onder uwe bescherming, en be-
veel mij wat u zal goeddunken: ik weet
dat al uwe verlangens slechts strekken tot
tot meerdere glorie vau God. O H. Jozef
bid Jesus voor mij, Hij zal, Hij kan niets
weigeren aan u, die hier op aardo alles
voor Hem over hadt. Vraag Hem om
vergiffenis mijnor zonden, vraag Hem om
mij van al het geschapene te onthechten,
en over mij na ar wel gevallen te beschikken.
II. Maagd Maria, om de kuische liefde
van den H. Jozef jegens u, eene liefde, die u
-ocr page 255-
— 247 —
zoo aangenaam was, stel mij onder uwe
bescherming, on vraag hem, om mij als
zijn dienaar te willen aannemen.
En gij, lieve Jesus, die om mijne onge-
hoorzaamheid te boeten, aan de menschen
hebt willen gehoorzamen, ach, om de ver-
diensten van die gehoorzaamheid, geofmij
de genade, voortaan uwen 11. Wil in alles
op te volgen; en om uwe liefde tot Jozef
smook ik U, geef mij een groote liefde
tot U, oneindige Goedheid! Vergeef mij
mijne beleedigingen; ach ik gevoel er
zoo innig spijt over; on mank, dat ik U
beminne, gelijk de 11. Jozef U heeft lief-
gehad.
Voorbeeld.
W\\ e 11. Ignatius had eene te teedere gods-
JL? vrucht tot de Maagd der maagden,
dan dat hij den kuischen H. Jozef zou
hebben kunnen vergeten. Het kostbare
boek zijner godsvruchtoefeningen toont ons
genoegzaam zijne vereering en zijn vast
vertrouwen op dezen grooten Heilige. In
zijn bidvertrok bevond zich een beeld van
den H. Jozef; gaarne mocht hij in tegen-
woordigheid van dezen grooten leermeester
des inwendigen levens bidden eu de H.
-ocr page 256-
— 248 —
Mis opdragen; aan do voeten van dien uit-
stekenden zieleherder legde hij alle moei-
lijke vragen ter oplossing neer; en onder
de ingevingen van den H. Jozef is de 11.
[gnatiua zoo bekwaam geworden in do
onderscheiding der geesten en het bestuur
der zielen. (Huguet.)
6« WOENSDAG.
De dood van den H. Jozef.
I aten wij overwegen hoe de H. Jozef
aan het einde zijner loopbaan ge-
komen was, na Jesus en Maria
trouw te hebben gediend; ziet, hoe hij op
zijn sterfbed ligt, omringd door die beide
personen, welke hij gedurende zijn leven
zoo had liefgehad; in hun zoet gezelschap
zal hij uit dit leven scheiden; welk een
troost!
De tegenwoordigheid van zulk eene Bruid,
van zulk een Zoon, maakte den dood van
Jozef zoet en kostbaar. Hoe ook zou de
dood bitter kunnen zijn in de armen van
Hem. die het eeuwig Leven is? Wie zal
ooit kunnen beseffen hoeveel troost, hoeveel
zuivere geneugten en liefdevlammen het
-ocr page 257-
— 249 —
hart van Jozef op dit oogenblik vervulden,
als bij de goddelijke woorden van Jesus
hoorde, of de troostredenen, die Maria hein
toesprak? De meening van don H. Franciscus
van Salos is dus wel gewettigd, dat Jozot
stierf uit loutere liefde tot God.
Zoo Wcis de dood van onzen Heilige
zacht en kalm. Zonder angst noch vrees,
want hij had altijd zuiver en heilig geleefd.
Zoo kunnen voorzeker niet zij sterven, die
ooit grootelijks God beleodigd hebben; maar
toch, al wie in zijn stervensuur door den
H. Jozef wordt beschermd, zal een grooten
troost smaken. Hij, die God aan zich zag
gehoorzamen, zal ongetwijfeld den duivel
kunnen bevelen en verjagen. Gelukkig
hij, die zich deze bescherming verdient.
Laten wij ons deze dus waardig maken,
en er iederen dag om bidden.
Gebed.
Mijn beminde Beschermer, met recht
__, kondet gij zulk een kostbaren dood
verwachten, daar uw leven rein en heilig
geweest was. Ik voor mij heb alle reden,
om een ongelukkigon dood te verwachten,
maar ik heb nog hoop; als gij mij bijstaat,
zal ik nietverloren gaan. Gij waart niet alleen
-ocr page 258-
— 250 —
de vriend, maar ook de bewaker en voed-
stervader van 111 ijn Rechter; als gij mij bij
Hem verdedigt, zal Hij mij niet veroor-
tleelen; o, maak dus, dat ik uwe bemidde-
ling verdien. H Aartsvader, ik kies u heden
na Maria, tot mijn eersten voorspreker;
alle dagen wil ik u mijne hulde brengen,
al zij het slechts door een kort gebod of
kloine versterving, on u zoo tot mijn J\'a-
troon kiezen. Ik weet wel, dat ik daartoe
onwaardig ben, maar om uwe liefde tot
Jesus en Maria smeek ik u, neem mij tot
uwen dienaar aan; en om hun zoet ge-
zelschap, dat, gij o]) aarde genoot, bid ik u,
uil niet ophouden, mij op aarde te be-
sehermen, opdat ik God nimmer meer vor-
lieze. En om de hulp. die Jesus en Maria
u in uw stervensuur brachten, bid ik u,
sta ook gij met Jesus en Maria mij bij in
dat gewichtige oogonblik, dat over mijne
eeuwigheid beslissen zal.
Allerheiligste Maagd, mijne hoop! rekenen-
de op de verdiensten van Jesus en op uwe
voorbede, vertrouw ik, mij voor eeuwig te
redden; lieve goede Moeder, aoli verlaat
mij nooit, on sta mij vooral in mijn laatste
oogenblikken krachtig bij, opdat ik in Jesus\'
liefde en de uwe sterve.
Lieve Jesus, barmhartige Zaligmaker, die
-ocr page 259-
— 251 —
eens mijn Rechter zult zijn, ach, vergeef
mij de beleedigiugen, die ik ellendige U
onophoudelijk aandoe. Ik weet het, zij
zijn groot, maar ik gevoel er spijt over,
zulk een goeden, liefdevollen Meester on-
trouw te zijn geworden. Welk een ramp
voor mij, zoovele jaren buiten uwe liefde
te hebben geleefd. Schenk mij do genade,
U van nu af getrouw te beminnen al mijne
overige levensdagen, opdat ik, als mijn
stervensuur zal slaan, ontstoken zij van
liefde tot U. Ik vraag U geene andere
genade dan U vurig te beminnen ten einde
toe. Amen.
Vaarbeeld.
Ook de II. Theresia had een groote
devotie tot den roemvollen Bruidegom
der Allerheiligste Maagd; men kan zelfs
zeggen, dat haar vooral de eer toekomt, de
vereering van den II. Jozef te hebben ver-
broid. lleeds in hare jeugd gevoelde zij
een groote genegenheid tot dezen Heilige,
zij ondornam nooit iets zonder zijne be-
scherming in te roepen, en noemde hem
steeds haren Vader. Al hare kloosters
stelde zij onder zijn patronaat. Toen zij
zelve onder de rangen der Heiligeu was
-ocr page 260-
— 252 —
opgenomen en eenige liarer stichtingen
haar zelve tot patrones hadden genomen,
verscheen zij te Avila aan zuster Isabella,
on beval, dat al die stichtingen wederom
den H. Jozef tot patroon moesten nemen.
Tijdens haar leven verbood hare ootmoe-
digheid haar, om te spreken over de ont-
vangen hemelscho gunsten; alleen opzich-
tens den 11. Jozef maakte zij eene uitzondering
en aarzelde zij nimmer om de door hem
verkregen genaden openbaar te maken, ten
einde zoo haar vurig verlangen naar zijne
meerdere verheerlijking te voldoen.
(II. Alphonmis. Noveen H. Theresia.)
7\' WOENSDAG.
Over de glorie van den H. Jozef.
e heerlijkheid, die God in den
hemel aan zijne Heiligen geeft,
komt overeen met den graad van
deugden, door hen op aarde beoefend. Om
nu een denkbeeld te hebben van de hei-
ligheid, waardoor Maria\'s Bruidegom uit-
blonk, behoeven wij slechts het Evangelie
open to slaan; daar staat: Jozef, de man van
Maria., icas rechtvaardig.
Een rechtvaar-
-ocr page 261-
— 253 —
dige is iemand, die alle deugden beoefent,
anders wordt hij geen rechtvaardige ge-
noemd.
Als dus volgens Gods woord, Jozef reeds
een rechtvaardige was, toen hij tot Brui-
degom van Maria werd verkozen, welken
vooruitgang iu de deugd zal hij dan wol
gemaakt hebben, levende in het voortdu-
rend gezelschap van zulk een voortreffelijke,
zulk oen heilige Maagd, bij wier schitte-
rende deugden alle hemelingen te zamen
als een schaduw zijn! Als één woord van
Maria voldoende is om Joannes den Booper
te heiligen, en Klisabeth met den II. Geest
te vervullen, tot wolk een graad van hei-
ligheid moet dan de schoone ziel van Jozef
zijn opgeklommen, ten gevolge der ver-
trouwelijke, leerzame, godvruchtige gesprok-
ken, welke hij met Maria gevoerd heeft,
gedurende dertig jaren!
Bovendien, welke vermeerdering van
deugd mogen wij bij Jozef veronderstellen,
als wij bedenken, dat hij even zoovele ja-
ren doorbracht met Jesus, Gods Zoon, de
heiligheid zelve, Hem dienend en voedend,
en bijstand verleenend in alle levensbe-
hoeften. «Voorwaar, Ik zeg u," sprak Jesus,
«als iemand een glas water geeft in mijnen
naam, hij zal zijn loon niet missen." Maar
-ocr page 262-
— 254 —
welke glorie zal Hij dan Jozef wel hebben
toegedacht, die Hem redde van den kin-
dermoord, Hem kleedde en voedde, on met
zooveel liefde op zijno armen droeg.
Zeer zeker was Jozefs leven in zulk een
heilig gezelschap als een voortdurend ge-
bed, vruchtbaar in oefeningen van geloof
en hoop, van liefde en zelfverloochening. Do
rechtvaardige God, die ieder naar verdien-
sten beloont, welk een geluk moet Hij
Jozef wel bereid hebben voor zijn overvloed
van allo deugden! Do H. Augustinus
vergelijkt do andere Heiligen bij heldere
sterren, doch den 11. Jozef bij do zon.
Pater Suarez beschouwt als zeor aanne-
lijk, dat na Maria de 11. Jozef in verdiensten
en glorie alle heiligen overtreft; de eer-
biedwaardige Bernardinus de Bustis maakt
hieruit de gevolgtrekking, dat de H. Jozef
in den hemel iu zekeren zin aan Jesus en
Maria gebiedt, als liij van hen e*.....I\'
andere gunst voor zijne dienaren vraagt.
diebed.
éP% glorievolle Aartsvader! nu gij vol
%Jf\' vreugde in den hemel zetelt, op zulk
een verheven troon bij Jesus, die u op aarde
onderdanig was, bid ik u, heb medelijden
-ocr page 263-
— 255 —
met in ij, die nog te midden van zooveel
vijanden leef, ten prooi aan hevige harts-
tochten, welke nog voortdurend strijd le-
veren oin mij te verderven. Ach, door het
geluk, dat u ten doel viel van hier op
aarde voortdurend het beminnelijk gezel-
schap van Jesus en Maria te genieten, ver-
werf mij de genade, het overige mijns le-
vens in onvorbroken vereeniging met (iod
door te brengen, altijd de aanvallen der
hel af te slaan en in de liefde van Jesus
en Maria te mogen sterven, om met u mij
eeuwig in hunne schoonheid te mogen
vorheugen.
Allerheiligsto Maagd, mijne beminde
Moedor Maria, wanneer toch zal ik, bevrijd
van de vrees voor de zonde, in den hemel
mij in aanbidding voor Jesus\' voeten mo-
gon nedenverpon? Gij kunt mij die genade
bekomen, ach help mij in naam van uwen
getrouwen Bruidegom.
Mijn beminde Jesus, dierbare Verlosser,
wanneer zal ik U van aanschijn tot aan-
schijn mogen aanschouwen in mijn hemelsch
vaderland? Zie, hier op aarde ben ik nog
in voortdurend gevaar van U te verliezen.
Ach, lieve Jesus, om do verdiensten van
den H. Jozef, dien Gij in den hemel zoo
zeer vereert, om uwe beminnelijke Moeder
-ocr page 264-
— 256 —
de Maagd dor maagdon, in naam van uw
kostbaar lijden on dood, smeek ik U: laat
niet toe, dat ik nog ooit van U gescheiden
worde, maar trek mij tot U, desnoods met
geweld, als ik wodorspannig ben, maak dat
ik hot voorbeeld van den H. Jozof moge
navolgen, om eens evenals hij in den he-
mel heerlijk te worden beloond, dit smeek
ik U in zijnon naam en in dien van Maria.
Amen.
Jesus, Maria Jozef, ik geef\' U mijn hart,
mijn geest en mijn leven.
Jesus, Maria Jozef, staat mij bij in mijnen
doodstrijd.
Jesus, Maria Jozef, laat mij in uw heilig
gezelschap vreedzaam sterven.
Voorbeeld.
!TOI|enige jaren geleden leefde er te S. eene
f I achtenswaardige familie in diepe
droefheid. De oudste zoon, die gehuwd
was, was een voorwerp van smart voor
zijne ouders. Hij ontzag zich niet, hen op
verschillende wijzo te bonadeelen, ja was
gewetenloos genoeg, over zijn braven vader,
-ocr page 265-
— 257 —
die hem bij zijn huwelijk zulke schitteren-
de vooruitzichten had geopend, de hatelijk-
ste leugens te verspreiden, liet is hier de
plaats niet, om dat alles in den breede te
verhalen, genoeg zij het te zeggen, dat
zijn ouders dikwerf weenden over zijn wan-
gedrag. En o, het leed, door een kind
aan zijne onders berokkend, schreit zoozeer
ten hemel om wraak!
De straf Gods zou dan ook niet uitblij-
ven, De eene ramp na de andere trof den
zoon, bijna voortdurend had hij met ziekten
te kampen: en hij verloor ton slotte echt-
genoote en kind kort na elkander. Nog
gingen hem de oogen niet open, hij ging
op den ouden weg voort, en nu strafte
God hem in zijne geldelijke aangelegen-
heden. De zaken gingen achteruit, hij be-
hartigde ze niet meer, liet alles aan be-
dienden over, maakte groote verteringen
en stond weldra aan den rand van den
ondergang.
Stel u de verschrikkelijke droefheid voor
van den ouden vader, die deze zaak, gelijk
men zegt, van den grond had opgehaald,
en nu zijn eerlijken naam, waarop hij zoo
trots ging, bedreigd zag. Want die slag
zou ook op hem terugvallen, het was men-
schelijker wijze onvermijdelijk.
Gl. H. Jozef.                                                         17
-ocr page 266-
— 258 —
Eens kwam zijn twaalfjarig dochtertje in
eene kerk, waar zij niet gewoon was to
gaan ; doch wijl het Zondag was, en zij voor
de voorgaande H. Mis to laat kwam, moest
zij daar wel heen. Hot was in hot laatste
van Januari, en de pater hield eene
predikatie ter eere van den machtigen H.
Jozef om de geloovigen op te wekken tot
het, vieren der zeven Woensdagen.
Hij sprak met zooveel vuur, dat hij een
diepen indruk maakte op de geloovigen.
Ook de kleine Agnes was er door getroffen,
en dacht de geheelo II. Mis aan haren
vader, in wiens oog zij zoo dikwijls de
tranen had zien blinken.
//Papa," riep zij bij hare thuiskomst,
terwijl zij hem onstuimig omhelsde, «papa,
nu moet ge niet meer zoo weenen; de H.
Jozef zal u weer vroolijk maken, de pater
heeft zoo mooi over de zeven Woensdagen
gepreekt; toe, laten wij die ook eens vie-
ren!" Pat was een lichtstraal voor de be-
droefde ouders! deze ongekunstelde woorden
uit dien onschuldigen kindermond wekten hun
vertrouwen op en met vuur hielden zij de
gezegde godsvruehtoefening, en den laat-
sten Woensdag naderden alle drie tot de
H. Tafel. ])e uitkomst was hun vertrou-
wen waardig; vol berouw kwam de zoon
-ocr page 267-
— 259 —
op den lOoii Maart in hun huis, waar hij
sedert jaren geen voet had gezet, en vroeg
onder tranen om vergiffenis. Evenals de
vader van den verloren zoon richtte de
oude man hem op, drukte hem aan zijn
hart, en was buiten staat, een woord te
uiten. Eindelijk bracht hij snikkend uit:
//Alles, alles, mijn zoon, heb ik u verge-
ven !" meer kon hij niet zeggen.
De hemel bekrachtigde deze verzoening:
de zaken namen plotseling eene geheel
andere wonding, en de ramp was van hun
huis afgewend door de voorbede van den
H. Jozef.
En gij, arme ouders, die dit leest, zoo
gij in een zelfde geval verkeert, o, wendt
u tot den II. Jozef. Hij, die de tranen
van zijne beminde Bruid droogde, als zij
weende over het toekomstig lijden van
Jesus, zal ook de uwe drogen; hij, die de
echtgenoot is van do Troosteres der bedruk-
ten,
zal ook u troosten en uwe droefheid
wegnemen.
S. ... April 1887.                      J..;.
Sluitgelied na de zeven Woensdagen.
IjP\'ie, goede H. Jozef, ik heb de oefening
gggj der zeven Woensdagen volbracht, de
-ocr page 268-
— 260 —
geheimen uwa lérens overwogen en daar-
uit heilzame leeringen en lessen gotrok-
ken; van verschillende heiligen is mij de
groote devotie voorgesteld en de diepo
vereering, welke zij u toedroegen.
Waar zulke toonheelden mij zijn vóór
gegaan, mag ik daar wel achter blijven?
O neen, voorzeker: ik smeek u dan ook, mij
de genade te verwerven van even als zij
in teedere godsvrucht tot u uit te blinken
en mijne omgeving daardoor te stichten.
Verwerf mij, smeek ik u, eene vurige
liefde tot Jesus en Maria, een kuisch en
ootmoedig hart en de genade om altijd in
Gods vriendschap te leven. Verwerf mij
tevens, indien het mij zalig is, de gunst.......
waarvoor ik deze oefening heb opgedragen.
Amen.
-ocr page 269-
DERDE DEEL.
jjflrfc \\fmt\\n\\ tot &w % $m\\
VOOR IEDEEEN DAG.
1» BEZOEK.
lod bomiut ons zoo teederlijk, on
verlangt zóó zoor onzo scalig-
heid, dat Hij de middelen om die
te bewerken voor ons vermenigvuldigt. Een
dier middelen is de vereering der Heiligen.
Daar zij zijne vrienden zijn, wil de Hoer,
dat zij voor ons bij Hem ten beste spreken,
en door huntio gebeden en verdiensten ons
de genaden te verwerven, dia wij zelvon
niet verdienen. En wie weet niet, dat
onder al die voorsprekers de H. Jozef na
de Goddelijke Moodor de eerste plaats in-
neemt in Gods Hart, on Lij bij Jesus alles
vermag voor hen, die hem met vortrou-
won aanroepen ? Zoggen wij hem dus dik-
wijls :
Schietgebed. II Jozef, geef mij het
-ocr page 270-
— 262 —
grootste vertrouwen in uwe machtige voor-
bede.
Men sluit elk bezoek met het volgende :
Gebed vun den II. Alplionsus tot den
II. Jozef.
Meilige Aartsvader, ik verheug mij over
_ uw geluk enuwo heerlijkheid. Gij werdt
waardig gekeurd om als Vader to bovolon
aan Jesus, en u to zien gehoorzamen door
Hem, die aan hemel en aarde zijne wetten
voorschrijft. O, grooto Heilige! daar een
God u hoeft willen dienon, wil ook ik mij
scharen onder uwo dienaars. Na Maria
kies ik u tot mijn voornaamsten Bescher-
mer, lederen dag wil ik n op een bijzon-
dere wijze vereeren, en mij onder uwo
hoede stellen. In naam vau hot zoote ge-
zelschap van Jesus en Maria, dal gij ge-
durende uw leven genoten hebt, bescherm
mij op mijn geheelo aardsche loopbaan. In
naam van den bijstand, u door Jesus en
Maria in uw laatste uur verloend, bid ik
u, sta ook mij op mijn sterfbed krachtig
bij, maak, dat ik heilig stervonde onder
uwe lioodo on die van Jesus en Maria, u in
het paradijs moge bedanken en in uw ge-
-ocr page 271-
— 263 —
zelschap God in alle eeuwigheid loven en
prijzen. Amen.
H. Jozef, Patroon dor H. Kerk, bescherm
ons, bescherm onzen H. Vader den Paus
en onze Moeder de 11. Kork. Amen.
2\' BEZOEK.
^fpfifij moeten den II. Jozef veel vereeren
\\j!\'Jj omdat volgens eeno opmerking van
Origenes, Gods Zoon zelf hem als zijn
vader heeft willen eoren.(f) Dezen
titel geeft hem dan ook de H. Lucas in
hot Evangelie, en Maria zelve duidde hem
niet anders aan: „Uw vader en ik, zeido
zij tot Jesus, zochten U mei droefheid."
Als dus de Koning der koningen, zegt kar-
dinaal Ailly, zich heoft gewaardigd, Jozef
tot oen zoo hooge waardigheid to ver-
heffen, is het alleszins betamelijk en billijk,
dat ook wij trachton, hein zooveel mogelijk
to vereeren.
Schietgebed II. Jozef, ik wijd mij voor
altijd aan uwen dienst too; bescherm mij
altijd, smeek ik u.
Gebed. Heilige Aartsvader, bladz. 262.
(1 In I,ui\\ Hom; 17.
-ocr page 272-
— 264 —
ge BEZOEK.
Welke Heilige, welke Engel zelfs,
zoo vraagt do II. Basilius, heeft
ooit verdiend, Vader van God genoemd te
worden? Jozef alleen heeft deze eer ge-
noten. Wij mogen dus op hem deze woor-
den van den Apostel Paulus toepassen:
Hij staal, zouveel hooger dan de Engelen,
ah hij ten erfdeel een naam, heeft verwor-
ven, glorievoller dan den hunne
(1) Door
(lezen titel is de II. Jozef meer door God
vereerd geworden dan allo Aartsvaders en
Profeten, Apostelen en Opperpriesters; zij
allen worden dienaars genoemd; doch de
H. Jozef alleen wordt Vader geheeten
van God.
SciiiETüKBED: H. Jozef, Voedstervader van
Jesus, bid Jesus voor mij.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 202.
4« BEZOEK.
e Heer zelf beval de II. Margaretha
van Cortona aan, eene bijzondere de-
votie tot den H. Jozef te hebben, en geen
enkelen dag voorbij te laten gaan, zonder
(1) Hebracos I. 4.
-ocr page 273-
— 265 —
een of andere bijzondere eerbewijzing te
brengen aan hein, als aan zijnallergetrouwsten
Voedstervader op aarde. (1) Laten wij ook
dus niet in gebreke blijven, iedoren dag
ons zelven meermalen aan don 11. Jozef aan
te bevelen. Laten wij hein genaden en
gunsten vragen: hij zal ons alles verkrij-
gen, mits het ons zalig is.
Schietgebed: H. Jozef, verwerf mij stand-
vastigheid in u alle dagen getrouwelijk aan
te roepen.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
5° BEZOEK.
e H. Jozef werd aangesteld tot hoofd
van het heilig Huisgezin, klein wel
is waar in getal leden, maar oneindig groot
door de uitstekende heiligheid van de per-
sonen, die het samenstelden: Gods Moe-
der en Gods eenigon Zoon. God stelde hem
dus aan tot lieer over zijn huis. In dat
huis gebiedt Jozef, on de Zoon van God
gehoorzaamt.
Schietgebed : H. Jozef, om de gehoor-
zaamheid, die Jesus u betoond heeft, vorm mij
tot een gehoorzamen opvolger van Gods Wil.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
(1) ISoll. 22 Febr. c. 9,
-ocr page 274-
— 266 —
6? BEZOEK.
Jozue bracht do wereld in verbazing, als
de zon hom gehoorzaamde, toen hij haar
lioval stil to staan, en hem don tijd te laten
om de zegepraal op zijne vijanden to vol-
maken. Maar wat is Jozue, dio zich ééns
door do geschapen zon zag gehoorzaamd,
in vergelijking met den H. Jozef, aan wien
do /on dor gerechtigheid, Jesus Christus,
gedurende dertig jaren in alles onderda-
nig was!
Schietgebed : H. Jozei\', zoo groot en toch
tegelijkertijd zoo nederig, verwerf mij do
wave nederigheid.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
7= BEZOEK.
*fP uisteren wij, hoe do H. Bernardus
JU]] zich uitdrukt, sprekend over den H.
Jozef: //Deze getrouwe dienaar word
uitverkoren, niet alleen om de troost en
steun to wezen van de Moeder des Heeren,
te midden van de zware beproevingen, die zij
zou te lijden hebben, en om do Voedster-
vader van Jesus te zijn; maar ook boven-
dien in zekeren zin de medewerker aan
de Verlossing der wereld, het werk van
-ocr page 275-
— 267 —
den grooten Baad der drie Goddelijke Per-
sonen. (De Land: V. M. hom. 2)
Schietgebed: H. Jozef, red ons; ons heil
is in uwe handon.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
8\' BEZOEK.
¥olgens den H. Johannes Damascenus
gaf God aan den II. Jozef, ten op-
zichte van Jesus, do bezorgdheid en het
gezag eens vaders, opdat hij zijne zending
naar bohooren zou vervullen. Hij gaf hom
do genegenheid eens vaders, opdat hij Jesus
met do teedorste liefde zou bewaken; de
bezorgdheid eens vaders opdat hij Jesus
met allo mogelijke zorgen zou omringen;
oindülijk het vaderlijk gezag, opdat de H.
Jozef zeker zou zijn, in alles door den Zalig-
maker en Maria to worden gehoorzaamd.
Schietgebed: H. Jozef, wees ook altijd
onze Vader, on maak dat wij waarlijk uwo
kinderen zijn.
Gebed: Heilige Aartsvader; bladz. 262.
9" BEZOEK.
C^IIlorievolle H. Jozef! om do droefheid,
>fJ die gij gevoeldet, toen gij het Godde-
-ocr page 276-
— 268 —
lijk Woord zoo arm in oen stal zaagt ge-
boren worden, te midden van zulke groote
ontbering, zonder vuur noch voldoende dek-
king; om de bittere tranen, welke de vin-
nige koude aan het Goddelijk Kind ont-
lokte, smeek ik u, mij eeuo diepe droefheid
te verwerven over mijne zonden, die de
oorzaak waren van Jesus\' lijden. Door do
vertroosting, die uw hart gevoelde bij het
beschouwen van het beminnelijk Kindje,
stralend van hemelsche schoonheid; bij de
liefde, die in uw hart ontstond, als gij
zaagt, hoe het zijne armpjes tot u uit-
strekte on u vriendelijk tegenlachte, smeek
ik u, verwerf\' mij de genade, Hem ook met
eene vurige liefde hier te bominuen, om
Hem eens in don hemel voor eeuwig te
bezitten.
Schietgebed: H. Jozef, doordring onze
harten van een levendig berouw, en maak
ze gevoelig en vatbaar voor do beminne-
lijkheid van Jesus.
Geüeu: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
10\' BEZOEK.
Bijriju bemindo Beschermer, door uwe
Bm algeheele en voortdurende gehoor-
zaamheid aan God, verwerf mij van uwen
-ocr page 277-
— 269 —
Jesus do genade, immer zijne goddelijke
voorschriften getrouw op te volgen; verwerf
mij, dat ik op mijno reis naar de eeuwigheid,
te midden van zooveel vijanden, Jesus
en Maria nimmer verlieze, en tot mijn
laatsten snik in uw en hun gezelschap
blijve ; in dat gezelschap zullen de bitter-
ste smarten, ja do dood zelf mij zoet en
aangenaam worden.
Schietgebed : H. Jozef, ik wil geheel de
uwe zijn, om, door u, geheel aan Jesus en
Maria toe te behooren.
Gebed.- Heilige Aartsvader, bladz. 202.
11« BEZOEK.
groote Heilige! door de verdiensten
van de smart, die u trof, toen gij
Jesus in den tempel verloren hadt, verwerf
mij overvloedige tranen om zonder ophou-
den de beleedigingen te beweenen, die ik
mijn godclelijken Meester heb aangedaan;
en om de vreugde, die gij smaaktet, als
gij Jesus terugvondt, bid ik u om de ge-
nade en liet geluk, Hem ook weder te vin-
den, in mijn hart binnen te leiden en Hem
nimmermeer daaruit te verjagen.
Schietgebed : H. Jozef, vermeerder ons
geloof, en maak het vooral levendig en
-ocr page 278-
— 270 —
onwrikbaar in do tegenwoordigheid van
.Tesns in het Allerheiligste Sacrament.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 202.
12" BEZOEK.
0 Is God iemand ergens toe bestemt, zegt
S-^ do II. Thomas, geeft Hij hem alle
noodige genaden oin die roeping waardig
te vervullen." Daar do H. Jozef geroepen
was om den rang van Vader te vervullen
tegenover Josns, moet men als zeker aan-
nemen, dat God hem alle gaven van wijs-
heid en heiligheid gaf, die zulke waardig-
heid vereischte. Gerson zegt, dat de II.
Jozef, onder moer, drie buitengewone voor-
rechten ontving: Ie van geheiligd te wor-
den in den schoot zijner moeder, zooals
Joremias en Joannes de Dooper: 2e van
terzelfder tijd in de genade bevestigd te
worden; 3e altijd bevrijd te blijven van
de aandriften der vleeschelijke begeerlijk-
heid, welke laatste genade nog voortdurend
vorsterkt on vermeerderd werd door den
omgang met do zuiverste der maagden. En
aan deze genade vooral maakt hij zijne
godvruchtige dienaren deelachtig, door ze
van de onzuivere neigingen te bevrijden.
Schietgebed : H. Jozef, schitterende lelie
-ocr page 279-
— 271 —
van zuiverheid, bewaar in ons ongeschon-
den deze engelachtige deugd.
Gebed.- Heilige Aartsvader, bladz. 2C2.
18\' BEZOKK.
\'jjTozef wordt in het Evangelie een rocht-
@ vaardige genoemd. (1) Doch, wat is een
rechtvaardig man ? Dat is, volgens den
H. Joannes Chrysostomus, een man, die
alle deugden bezit. «Merkt wel op," zoo
zegt hij, «dat Jozef rechtvaardig wordt ge-
noemd, omdat hij alle deugden in een vol-
maakten graad bezat.(2)" Jozef was dus
reeds heilig vóór zijn huwelijk met Maria;
maar hoe groeide die heiligheid aan, toen
hij met Gods Moeder werd vereenigd!
Hare voorbeelden alleen waren reeds vol-
doende om hem te heiligen ; en als Maria,
volgens den 11. Bernardinus van Sicna, de
uitdoelster is van alle genaden, welke
overvloedige gunsten moet zij dan Jozef
wel verworven hebben, Jozef, dien zij zoo
zeer liefhad, en van wien zij ook zoo teeder
bemind werd!
Schietgebed : H. Jozef, vermeerder toch
(l)Muttli. 1.19.
(2) Hom 4 in Matth.
-ocr page 280-
— 272 —
bid ik u, mijne devotie tot. Maria, uwe
beminnelijke Bruid en onze goede Moeder.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
14- BEZOEK.
*Cjf% e twee leerlingen, die naar Emmaiis
£jJ9 gingen, voelden hun hart brandende
van liefde, tengevolge dor weinige oogen-
blikken, dat Jesus met hen sprak. Wat
dan te denken van de zuivere liefdevlam-
men, waardoor Jozefs hart werd verteerd,
gedurende de dertig jaren, die hij door-
bracht in het gezelschap van Gods Zoon,
al de woorden in zijn hart bewarende,
welke van die goddelijke lippen vloeiden,
en voortdurend de verheven voorbeelden
voor oogon hebbende, die Jesus hem gaf
van gehoorzaamheid en liefde jegens God,
voorbeelden van geduld en hulpbetoon en
bereidvaardigheid in het volbrengen van
een last, die zijn hemelsche Vader Hem had
opgelegd!
Schietgebed : H. Jozef, ontvlam mijn
hart van liefde tot Jesus.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 202.
-ocr page 281-
— 273 —
15- BEZOEK.
\'DfSte 11. Paulus verzekert ons, dat God
EU9 een ieder naar zijne werken zal be-
loonen.
(Bom. II. 0.) Welke glorie is
dus niet voor den H. Jozef weggelegd, die
Hem zoozeer heeft bemind, en Hem bier
op aarde zooveel diensten heeft bewezen!
Een glas water in .Tesus\' naam gegoven,
zal zijn loon niet missen; doch welke zal
de belooning van den 11. Jozef zijn,
welke tot Jesus Christus zeggen kan:
«Niet alleen gaf ik U drank en spijs, klee-
ding en onderkomen, maar ik redde uw
leven, door U uit de handen van Herodes
te bevrijden!"
Schietgebed: II. Jozef, wakker onzen
ijver aan, om meer en meer in de deugd
voortgang te maken, door de hoop op de
eeuwige belooning.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 202.
1G" BKZOEK.
ndor de voornaamste deugden mag
men voorzeker de nederigheid rang-
schikken. Evenals de hoovaardij de oor-
sprong is van alle kwaad, zoo is de nede-
righeid de bron, waaruit alle deugden
Gl. H. Jozef.                                                 18
-ocr page 282-
— 274 —
voortvloeien. Wie niet nederig is, kan on-
mogelijk waarlijk de deugd beoefenen. Hij
zal trotsch gaan op het goede, door hem
verricht, vermetel worden, niet naar den
raad vanzijn zielsbestierder willen luisteren,
eu zoo voor zich de bron openen van vele
zonden. Met den nederige gaat het juist
omgekeerd. Als wij nu bedenken, dat Jo-
zef van nature nederig was, en voortdu-
rend de verheven voorbeelden van Jesus
en Maria kon aanschouwen, hoezeer moest
hij dan zich nog immer kleiner en gerin-
ger hebben gevoeld, daardoor meer en
meer eu meer aan God hebben behaagd,
en tot belooning daarvan, steeds meer en
meer genaden en deugden hebben ont-
vangen.
Laten ook wij de hoovaardigheid, waar-
mede wij helaas allen behept zijn, trachten
uit te roeien door de voorspraak van den
H. Jozef, en ook wij zullen vooruitgang
maken in de deugd.
Schietgebed : Nederige H. Jozef, ver-
krijg ons de ware ootmoedigheid.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
-ocr page 283-
— 275 —
17" BEZOEK.
4^m te bewijzen, welke macht de H.
%S> Jozef in don hemel bezit, zegt de H.
Bernardinus van Siöna: //Ongetwijfeld bo-
waart Jesus hierboven jegens den 11. Jozef
die liefde eu eerbied, hem op aarde be-
toond. Li plaats van verminderd te zijn,
neemt dit gevoel nog immer toe-" Liefde
en eerbied:
dat beteekent, dat de Opper-
heer, die don II. Jozef hier op aarde als
een Vader heeft willen rereeren, hem in
don homol niets zal weigoren ! Welk een
reden oin mot vortrouwon uit te roepen:
Schietgebed: Heilige Jozef, machtige
Beschermer onzer zielen, bewaar ons voor
iedere zonde!
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 262.
18- BEZOEK.
fa 1 was de H. Jozef\' niet volgens de
JÈÏlLj natuur Jesus\' vader, hij had toch ge-
zag over Hem als echtgenoot der 11. Maagd,
die als wezenlijke Moeder vau Josus ook
werkelijk gezag over Hem had. De eige-
naar van den boom immers, is ook meester
van zijne vruchten. Daarom ook gehoor-
zaamde Jesus den H. Jozef op aarde en
-ocr page 284-
— 876 —
eerbiedigde hem als zijn Vader; daarom
ook beschouwt Jesus zijno geboden in den
hemel als bevolen. «Want, zegt Gerson,
als oen vador zijn rechtgeaarden zoon iets
verzoekt, hoeft dit verzoek de kracht van
een gebod."
Schietgebed : II. Jozef, wees onze ver-
dediging in de bekoringen, on onze kracht
in de wederwaardigheden.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 2(52.
19° BEZOEK.
roote Heilige! aangezien u een God
heeft willen dienen, wil ook ik uw
dienaar wezen, u eeren en beminnen, als
mijn heer on meester. Zie, ik stel mij ge-
heel in uwe handen, beveel mij wat gij
wilt, het zal altijd tot Gods glorie en tot
mijn welzijn strekken, en daarom wil ik u
ook onvoorwaardelijk gehoorzamen. H. Jo-
zef, beveel mij vooral, Jesus en Maria lief
te hebben, en hunne en uwe deugden na
te volgen. Doch bid dan ook tevons voor
mij bij Jesus om de noodige kracht om
dat gebod op te volgen. Zeker, Hij zal
u niets weigeren, daar gij Hem op aarde
ook niets geweigerd hebt. Zeg Hem, dat
Hij mijne zonden vergeve, mij van de ijdele
-ocr page 285-
— 277 —
schepselen onthechte, en mijne zinnen op
het hemelsche richte, opdat ik geheel
yan dat goddelijk liefdevuur moge ont-
branden.
Schietgebed: H. Jozef, bewaar uwe
kinderen.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 202.
20= BEZOEK.
roemvolle Patriarch! nu gij in den
hemel zetelt, u verheugend in vol-
maakt geluk bij uwen welbeminden Jesus,
die u op aarde onderdanig was, bid ik u,
heb medelijden met mij, dio nog vorkeeron
moet te midden van zoovele slechte gees-
ten en kwade hartstochten,. welke mij aan-
houdend bestrijden, om mij den hemel te
doen verliezen. O! om het geluk, dat gij
reeds hier beneden genoot, van voortdu-
rond in Jesus\' on Maria\'s gezelschap
te mogen leven, smeek ik u, verwerf mij
de genade, evenals gij hier op aarde altijd
met God vereenigd te blijven, en zoo-
doende de aanvallen der hel met glans af
te slaan; vorkrijg mij ook, in do liefde
van Jesus en Maria uit dit leven te mogen
scheiden, en zoodoende den hemel te ver-
dienen, om daar eeuwig met u te juichen.
-ocr page 286-
— 278 —
Schietgebed: H. Jozef, bezorg mij de
zegepraal over mijne hartstochten, en een
grooten afschuw voor de zonden.
Gebed.- Heilige Aartsvader, bladz. 2G2.
21- BEZOEK.
Be H. Paulus leert ons, dat de onkuisch-
\' heid de straf is voor de hoovaardig-
heid. (1) Omgekeerd kan men zeggen, dat
de waarlijk nederige beloond wordt met
alle deugden, doch vooral met de engel-
achtige deugd van zuiverheid. Na Maria
was, men mag dit veilig aannemen, haar
Bruidegom do nederigste aller menschou.
Hoezeer dus zal God hem daarvoor beloond
hebben met een graad van zuiverheid, die
hom aan een Engel gelijk maakte!
God bemint deze lieftallige bloem onder
de deugden bijzonder. Immers, wie werd
onder het kruis tot steun voor Maria aan-
gewezen? Waren het de 11. Thaddeus of
de H. Jacobus, hare familieleden? Of de
H. 1\'etrus, de Prins der Apostelen ? Neen,
geen van allen, doch zie, tot den Apostel,
die maagd was,
sprak Jesus: //Ziedaar uwe
Moeder."
(i) Rom. I, 23, 24, sqq.
-ocr page 287-
— 279 _
De H. Jozef moet dus wel buitengewoon
aan God hebben behaagd om zijne schitte-
rende kuischheid. Laten dus ook wij al-
len deze schoone deugd beoefenen, en zeg-
gen wij dikwijls tot den 11. Jozef het
volgende:
Schietgebed: Schitterende lelie van zui-
verheid, H. Jozef, maak ons rein on zui-
ver van zeden.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 202.
22" BEZOEK.
fHPet zou een wonderlijk geheel vormen,
JZL zegt de 11. Theresia, als ik de ontel-
bare genaden wilde opsommen, en de ge-
varen waaruit ik gered ben, alles door de
voorspraak van den H. Jozef. Het schijnt,
dat de Heer aan de andere Heiligen meer
deze of gene bijzondere macht heeft ge-
schonken ; doch de ondervinding bewijst,
dat de H. Jozef ons in alle behoeften bij-
staat; God schijnt hierdoor de liefde te
willen vergoeden, welke deze Heilige Hem
op aarde heeft betoond."
Schietgebed: H. Jozef, vraag altijd voor
mij de genade, van goed te bidden.
Ge BED: Heilige Aartsvader, bladz. 2fi2.
-ocr page 288-
— 2S0 —
28° BEZOEK.
Be H. Theresia zogt nog: «Daar ik
\' door eono langdurige ondervinding de
wondervolle macht ken van den II. Jozef
op Gods I [art, zon ik iedereen willen over-
halen om hom op bijzondere wijze te vor-
oeren. Altijd zag ik die personen, welke
een ware devotie tot hom hadden, voort-
gang maken in de deugd.... Dat zij,
die mij niet geloovon, er maar eens do proef
van nomen."
Schietgebed: Goede 11. Jozef, patroon van
hot inwendige leven, geleid mij naar do
volmaaktheid, die God van mij vordert.
Gkbkd : Heilige Aartsvader, bladz. 202.
2ie BEZOKK.
raioon de Egyptenaren tijdens den hongers-
l-L; nood tot Pharao gingen om levensmid-
delen, zeido hij hun: //Ile ad Joseph, gaat
tot Jozef." Mij dunkt, ik hoor Jesus het-
zelfde zeggen, tot ons. Laten wij dus tot
Jozef vluchten, en wij zullen getroost
worden.
Schietgebed : Beminnelijke Jozef, troost
der beproefde zielen, wij zullen in al onze
kwellingen tot u gaan.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
-ocr page 289-
— 28 L —
25" BEZOEK.
Be H. Theresia zegt, dat zij niet kon
\' begrijpen, hou men veel devotie tot
do H. Maagd kon koesteren, zonder tevens
hïiron maagdelijkon Bruidegom eeno diepe
vereering te brengen, die op aarde zoo ge-
trouw was in haren dienst. Laten wij dus
tot de H. Theresia gaan, opdat zij ons eeno
groote devotie tot Maria en Jozef bekome.
Schietgebed: H. Jozef, om de liefde van
uwe trouwe dienares Theresia, geef ons,
altijd in godsvrucht tot u toe te nemen.
Gebed. Heilige Aartsvader, bladz. 202.
26" BKZOEK.
¥ersmaad mij niet, o beminde Bescher-
mer, als ik, de ondankbaarste zondaar,
u smeek om mijn Patroon te willen zijn.
Bewijs mij die gunst, ik smeek er u om,
bij do liefde van uw beminden Jesus, bij
de liefde van uwe doorluchtigo Bruid Ma-
ria, bij de liefde van uwe trouwo dienares
de H. Theresia, die zooveel heeft gedaan,
om uwe vereering te verbreiden. Maak dat
ik als gij, in de armen van Jesus en Maria
sterve!
-ocr page 290-
— 282 —
Schietgebed: Bescherm mij, machtige
heilige Jozef, in mijn doodsstrijd.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
27\' BEZOEK.
4j*f od zij dank, is er thans op de wereld
^jf wel geon enkel oprecht geloovige, die
den H. Jozef niet vereert, maar onder allen
ontvangen voorzeker zij de meeste genaden
van hem, die hem het meest en met ver-
trouwen aanroepen.
Schietgebed: Geef mij, heilige Jozef, u
altijd zoo aan te roepen.
Gebed : Heilige Aartsvader, bladz. 202.
28\' BEZOEK.
& Is ten tijde, dat Jesus op aarde bij Jo-
liEL; zef leefde, een zondaar vergeving zij-
ner schulden gewenscht had, zou hij dan
wel een machtiger voorspraak gevonden heb-
ben na Maria, dan den H. Jozef? Willen
wij ons dus met God verzoenen, laat ons
dan den H. Jozef aanroepen, die nu in den
hemel nog veel meer door Jesus wordt be-
mind, dan eertijds op aarde.
Schietgebed : H. Jozef, vraag altijd aan
Jesus, dat Hij mijne zonden vergeye.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
-ocr page 291-
— 283 —
29° BEZOEK.
W aten wij den heiligen Jozef vragen om
ÏLJ, liefde tot Jesus; hij heeft dat zoo gaarne,
en die gunst verwerft hij ons zoo graag;
de meest geliefkoosde genade, die hij voor
ons verkrijgt, is, dat wij Jesus beminnen;
hij zelf bemint Hem zoozeer, het is dus zeer
natuurlijk, dat hij de liefde tot Jesus wil zien
toenemen.
Schietgebed : Maak, getrouwe Bescher-
mer, dat ik Jesus naar bohooren beminne.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
30" BEZOEK.
Heilige Jozef, om de tranen, door u
gestort bij het overwegen van Jesus\'
toekomstig lijden, verwerf mij, dat ik die
smarten dikwijls en met teedere genegen-
heid overdenke; en om de heilige liefde-
vlammen, daardoor in uw hart ontstaan, bid
ik u, werp een vonk daarvan in mijne ziel,
die door hare zonden Jesus\' bitter lijden
heeft veroorzaakt.
Schietgebed : Maak, o heilige Jozef, dat
Jesus\' lijden altijd in mijn geest blijve.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
-ocr page 292-
— 284 —
31- BEZOEK.
\'owi krachtige beweegreden nog, om een
I teederc devotie tot don II. Jozef te
hebben, is gelogen in hot verlangen naar
eon zalig sterfuur. Daar hij het Kind Je-
sns rodde uit do strikken, dio Horodes ge-
spannon had, heeft do 11. Jozef een bijzon-
dere macht ontvangen om de stervenden to
verlossen van do helsehe lagen. Kn om de
voortdurende hulp, aan Jesus en Maria be-
toond, om zijn noesten arbeid, waardoor hij
in hun levensonderhoud voorzag, is hem
hot voorrecht geschonken, aan zijne diena-
ren in hun stervensuur de hulp van Jesus
en Maria te verzekeren. Het is trouwens
van algoineone bekendheid, dat do II. Jozef
de patroon is voor een zaligen dood, om-
dat hij zelf zoo zacht on kalm uit het leven
is gescheiden in do armon van Jesus en
Maria. Laten wij dus dikwijls tot hem ver-
zuchten :
Schietgebed: H. Jozef, verwerf mij, even-
als gij in de armen van Jesus en Maria
den geest te geven.
Gebed: Heilige Aartsvader, bladz. 262.
-ocr page 293-
VIERDE DEEL.
EN
verschillende gebeden tot den H. Jozef.
i.i;iti:in:\\ onder de ii. mis.
Introïtus.
Stel u ir Gods tegenwoordigheid, er vraag de ge-
nade, om liet II. Misoffer waardig bij te wonen. Bid
daarna :
k belijd voor God almachtig, voor do H.
Maagd Maria en alle Heiligen, dat ik
zwaar gezondigd heb door mijne eigene
schuld. Daarom, algoede Jesus, vraag ik
U door de voorspraak van de H. Maagd
en den H. Jozef vergiffenis voor mijne over-
tredingen. Barmhartige God, wees ons ge-
nadig; en na onze zonden te hebben uitge-
wiseht, leid ons naar het eeuwig leven. Amen.
h>rif eleison.
aal eer, ontferm U onzer. (3 maal.)
-ocr page 294-
— 286 —
Christus, ontferm U onzer. (3 maal.)
Heer, ontferm U onzer. (3 maal.)
Glori» in excelsi* Deo.
Cf lorie aau God in den hooge, en vrede
% op aarde aan de menscheu van goeden
wil! Wij loven U, wij zegenen U, wij aan-
bidden U, wij verheerlijken U. Wij dankon
U om uwe oneindige glorie. Heer God,
hemelscho Koning, God Vader almachtig.
Heer eeniggeboron Zoon Gods, .Tosus Chris-
tus, Lam Gods, Zoon des Vaders, die de
zoudon dor werold wogneomt, ontferm U
onzer. Gij, dio do zonden der wereld weg-
neemt, ontvang ons gebed. Dio aan de rech-
terhand des Vaders gozoten zijt, ontferm U
onzer. Want Gij zijt alleen Heilig, iilleen
Hoer, alleen de Allorhoogsto, o Jesus Chris-
tus, met den II. Geest, in de glorie van
God deu Vader. Amen.
Gebed.
Meor, Gij hebt gezegd, dat ons leven op
_,_s het uwe moot gelijken; ach, helaas!
hoe was het mijne tot heden? Ik bid U,
lieve Jesus, beschouw mijne zonden niet,
herinner U slechts uwe barmhartigheid. Gij
-ocr page 295-
— 287 —
hebt gezegd, op de wereld te zijn gekomen
om de zondaars te verlossen; Gij zegt, dat
wij niets kunnen zonder U; maar dat Gij
ons alle hulp zoudt verstrekken, die wij
vragen. O, help mij dan, ik smeek er Ü
om, om alles wat Gij voor mij hebt gele-
den; schenk mij de genade, uit de zonde
op te staan, uwe deugden na te volgen,
en U tot aan den dood getrouw en vurig
te beminnen en te dienen. Lieve Maagd
Maria, allerzoetste Moeder, wil dit gebed
in Jesus\' welwillendheid aanbevelen. —
Heilige Jozef, voedstervader van Jesus, bid
ook gij voel voor mij.
Epistel.
Broeders, verheugt u in den Heer; nog
__) eens, ik zeg u, verheugt u. Dat uwe
zedigheid bij allen bekond zij; de lieer is
nabij. Verontrust u over niets, maar in wel-
ken staat gij ook zijt, biedt God uwe ge-
beden aan onder smeekingen, vergezeld van
dankzeggingen. En dat Gods vrede, die
alle gedachte overtreft, uw hart en geest
in Jesus Christus beware.
-ocr page 296-
— 288 —
Evangelie.
f n dien tijd sprak Jesus van oen borg
__i tot Lot volk: «Zalig zijn do armen van
Geest, want hunner is hot rijk der heme-
len. Zalig do zaehtzinnigen, want zij zul-
len de aarde bezitten. Zalig zij die wee-
tien, want zij zullen vertroost worden. Zalig
die hongeren en dorsten naar de gerechtig-
heid, want zij zullen verzadigd worden,
Zalig de barmhartigon, zij zullen barmhar-
tigheid verwerven. Zalig de zuiveren van
harte, want zij zullen God zien. Zalig do
vreedzamen, want zij zullen kinderen Gods
genoemd worden. Zalig die vervolging
lijden om de rechtvaardigheid, want het
hemelrijk is hun. Gij zult gelukzalig zijn,
als men u mot venvenschingen zal overla-
den, en vervolgen en valschelijk alle kwaad
van u zal zeggen. Verheugt u dan, want
een groot loon wacht u in don hemel; zoo
immers zijn uwo profeten ook vervolgd, die
vóo\'r u geweest zijn." (Matth. V. 2. 12)
Credo.
liid hier de Twaalf Artikelen des Gelools.
Offerande.
M lmachtige en eeuwige God, ontvang
JÜk, dit onbevlekt otter, dat ik onwaardige
-ocr page 297-
— 289 —
opdraag aan U, levende en waarachtige
God, tot boete voor mijne zonden en be-
leedigingen en nalatigheden zonder tal; ik
o Her het U op voor alle aanwezigen en voor
allo geloovigen, zoo levenden als dooden,
opdat het hun en mij voordeelig zij ten
eeuwigen leven. Amen.
Als de priester zich de vingers wascht.
©mijn Jesus! gewaardig U, mij te
zuiveren door uwe genade en mij met het
bruiloftskleed te omhangen, opdat ik U
moge behagen en mij geheel met U ver-
eenigen.
Orate Fratres.
iJBÊjr\'eer God, ontvang uit de handen des
J-OHj priesters dit offer tot ons eigen wel-
zijn en het geluk uwer geheele heilige
Kerk. Wij dragen het U op, ter gedach-
tenis van het Lijden, de Verrijzenis en de
Hemelvaart van uwen lieven Zoon Jesus,
tot meerdere eer van de Allerheiligste
Maagd, den H. Jozef en alle Heiligen,
opdat zij voor ons bij U mogen voorspre-
ken. Amen.
Gl. H. Jozef.                                                        19
-ocr page 298-
— 290 —
Prefatie.
Ja waarlijk, mijn God, het is billijk, ja
het is onze plicht, U altijd en overal
te prijzen on te verheerlijken. Sta mij
toe, mij met Jesus te vereenigon en U zoo
voortdurend hulde en eer te brengen, liet
is door llom, dat alle zalige geesten uwe
Majesteit loven on prijzen. Ik waag het,
om mijne zwakke stem bij de hunne te
voegen, en U toe te zingen: Heilig, heilig,
heilig is de God der Heerscharen. Hemel
en aarde zijn vol van uwe glorie. Gezegend
Hij, die komt in den naam des lleeren.
Hosanna in excelsis!
Memento der levenden
A
llergoedertierenste Vader! wij smooken
, U om Jesus Christus uwen Zoon, deze
zuivere Offerande goedgunstig te willen
aanvaarden voor geheel uwe 11. Kerk, den
Paus, de Bisschoppen en Priesters, en alle
geloovigen. Schenk door de kracht van
Jesus\' aanbiddolijk Vleesch en Bloed, die
woldra onder geheimzinnige gedaanten op
het altaar verschijnen zullen, do geuade,
dat allen voortgang maken in de deugd,
hunne hartstochten overwinnen en aange-
-ocr page 299-
— 291 —
naam mogen zijn in uwe heilige oogen.
Maak do bedienaars van uwen heiligen
godsdienst heilig en zuiver, schenk hun de
noodige kracht om het Woord Gods te
verkondigen, en zogen hunnen arbeid. Be-
werk de harten dor geloovigen, opdat zij
uw Woord met vreugde opnemen, en het
kleine zaadkorreltje op don bodem van hun
hart tot een sterken boom mogo aangroeien.
Inzonderheid bid ik U voor mijne dierba-
ron, vooral NN. . .
Zie, uw Zoon komt; zuiver onze harten,
opdat Hij daarin eene waardige woonplaats
moge vinden. In zijn Naam smeek ik U,
verhoor mij.
Consecratie.
Aanbid hierJesus onder iedere gedaante geheel te-
genwoordig, en vraag Hem met vertrouwen, watgij
noodig bebt. Dit oogenblik is zoó kostbaar in Gods
oog, dat Hij aan een vertrouwvol gebed niets wei-
geren zal, indien het gevraagde ons zalig is. Zeg
daarna:
Jesus, ik aanbid U, hier waarlijk te-
genwoordig. Ik weet, Oij zijt uit den
hemel neergedaald, do handen vervuld met
genaden, en zoekend aan wie ze te kunnen
uitdeelen. Ik smeek U om dit olfer, het-
zelfde van den Calvarieberg, verhoor mij,
als het gevraagde dienstig is voor mijtte
-ocr page 300-
— 292 —
zaligheid. O, heilige Wonden van Jeans,
ik vlucht tot n; noemt mij in u op, en
verbergt mij zoo voor de aanvalllen der
hol.
Memento der afgestorvenen.
rfpi edenk, o Hoer, uwe dienaars en die-
%fS naressen, welke ons roods zijn voor-
gegaan in het andere leven. Zie, goede
Vader, zij allen zijn uwe kinderen, hoor
hun weeklagen en zuchten; ach, hoe wor-
den zij in de zuiverende vlammen des va-
gevuurs gefolterd voor do fouten, die zij
tijdons hun leven niet genoog hebbon ge-
boot. Ik smeek U, bij de liefde, waarme-
de Gij uwen eonigen Zoon beschouwt, welke
zooeven op het woord des priesters uit den
hemel is gedaald, laat een druppel van
zijn aanbiddelijk Bloed neerdalen op die
bedroefde zielen, welke uwe rechtvaardig-
heid nog van U verwijderd houdt, opdat
het weldra aan uwe liefde gegeven moge
zijn, haar den hemel binnen te laten. Voor-
al bid ik U voor N N.... die mij op
aarde zoo dierbaar was. Laat die ziel,
smook ik U, hot rijk uwer glorio spoedig
aanschouwen en mot do Engelen en Heili-
gen jubelen in eeuwigheid. Door onzen
Heer Jesus Christus. Amen.
-ocr page 301-
— 293 —
Pater Noster.
Boor heilzame bevelen aangemaand, en
door goddelijke instellingen onderwe-
zen, durven wij bidden: Onze Vader, enz.
Verlos ons, o ILeer, van alle kwaad,
vooral van de zonde, hot grootste ongeluk,
dat ons kan overkomen, vergeef ons de
reeds bodrevone fouten, en schonk ons den
waren vrede des harten. Amen.
Agnu* Del.
am Gods, Heer Jesus Christus, Zoon
van den levondeu God, die door de
medewerking van den II. Geest goboreu
zijt uit de onbevlekte Maria, altijd Maagd,
ik smeek U door uw heilig Lichaam
en kostbaar Bloed, verlos mij van mijne
zonden en genees mij van mijne ge-
breken, opdat ik met hart en ziel uwe
heilige wet aanhange, en nimmer meer
van U gescheiden worde. Ik vraag U deze
zelfde genade ook voor al mijne dierbaren
en voor alle geloovigen, opdat uw rijk
meer on meer gekend en bemind moge
worden op aarde. Amen.
-ocr page 302-
— 294 —
Communie.
k zal liet hemelsch Brood nemen, en den
_L Naam des Heoren aanroepen."
Heer, ik bon niet waardig, dat Gij komt
onder mijn dak, doch, spreek slechts
één woord, en mijne ziel zal gezond wor-
den. Het Lichaam en Bloed onzes Heeren
beware mijne ziel ton eeuwigen loven.
Amen.
Gebed nit de Navolging van Christus.
"SKlfie zal mij geven, o Heer, dat ik U
yly] alleen vinde, U geheel mijn hart
opene, en U geniete gelijk mijne ziel ver-
langt, zoodat niemand op mij nederziet, noch
eonig schepsel mij nog beweegt of aangaat,
maar dat Gij alleen tot mij spreekt, zooals
een geliefde tot zijn geliefde, een vriend
tot zijn vriend? Dit bid ik U, dat ik ge-
heel met U vereenigd worde, en mijn hart zich
van alle schepsel aftrekke, om door U dik-
wijls te nuttigen, meer en moer smaak te
vinden in het hemelsche.
Onder de laatste gebeden des priesters.
M\'io Heer, het Üll\'or is volbracht. Ach,
__| hoe onwaardig heb ik dit bijgewoond,
-ocr page 303-
— 295 —
holaas, hoe weinig verdiensten heb ik ge-
durende deze heilige handeling vergaderd!
Vergeef mij zulks, zoete Jesus; in \'t ver-
volg wil ik beter op mij zelveu letten, en
alle verstrooiing verdrijven. Schenk mij daar-
too uwe genade. Amen.
Als de zegen gegeven wordt.
fiWegen, o H. Geest, deze goede voorne-
gËM mens, door de hand des priesters, daal
met uwe zevenvoudige gaven in mijn hart
en vervorm het geheel naar uw welbeha-
gen. Amen.
Onder liet laatste Evangelie.
mijn God, hoewel ik niet waardig ben,
dat Gij naar mij luistert, heb ik het
toch gewaagd, voor Ü te verschijnen en in
vereeniging met den priester U do heilige
Offerande op te dragen. Moge zij voor mij
vele vruchten van deugd afwerpen, moge
mijn hart die vruchten benuttigen en er
voordeel uit trekken. Ik hoop dit door de
verdiensten van uwen lieven Zoon Jesus,
die beloofd hoeft: «Voorwaar voorwaar, Ik
zeg u, al wat gij mijn Vader in mijn Naam
zult vragen, Hij zal het u geven." Verhoor
-ocr page 304-
— 296 —
mij dus uit kracht dezer belofte en door de
voorspraak van Maria en haren kuischen
Bruidegom. Door denzelfden Christus onzen
Heer. Amen.
Gebed volgens voorschrift van I\'ans Leo
XIII na de II. Mis «e liidden.
3 maal liet Wees gegroet; daarna:
Wees gegroet, Koningin, Moeder van
barmhartigheid, ons leven, onze zoet-
heid en onze hoop, wees gegroet. Tot u
roepen wij, ballingen, kinderen van Eva,
tot u sinecken wij, zuchtend en weenend
in dit tranendal. Welaan dan, onze Voor-
spreekster, sla op ons uwc zoo barmhar-
tige oogen, en toon ons na deze balling-
schap Jesus, de gezegende vrucht uws li-
chaams. ü goedertierene, o meedoogcnde,
o zoete Maagd Maria.
Bid voor ons, H. Moeder Gods,
Opdat wij waardig worden de beloften
van Christus.
Laten wij bidden.
God, onze toevlucht en onze kracht,
zie genadig neder op het tot IJ smée-
kende volk. En door de voorspraak van
de glorievolle en onbevlekte Maagd en
Moeder Gods Maria, van den H. Jozef
-ocr page 305-
— 297 —
haren Bruidegom, uwe H. H. Apostelen
Petrus en Paulus en alle Heiligen, ver-
hoor barmhartig en goedgunstig de ge-
beden, welke wij storten voor de bekee-
ring der zondaars, voor de vrijheid en ver-
heffing onzer moeder do H. Kerk, door
Jesus Christus onzen Heer. Amen.
H Aartsengel Miehaël, verdedig ons in
den strijd; wees onze bescherming tegen
de boosheid en de listen des duivels. Wy
smeeken nederig, dat God hem gebiedc: en
gij, aanvoerder van het hemclseho leger,
drijf den Satan en de andere booze geesten, die
ten verderve der zielen in de wereld rond-
gaan, door de goddelijke kracht in de hel
terug. Amen,
800 dagen aflaat aan allen, die deze
gebeden na de H. Mis in vereeniging met
den priester op bovengemelde wijze verrich-
ten, verleend door Vans Leo XIII.
Verschillende gebeden tot den
H. Jozef.
Gebed in allerlei noodwendigheden.
oezeer gevoel ik mij getroost, o
mijn beminnelijke en machtige
lü beschermer, als ik uwe trouwe
dienares, de H. Theresia hoor verzekeren
dat zij u nooit te vergeefs heeft aange-
-ocr page 306-
— 298 —
«
roepen, en dat allen, die een ware devotie
tot u hebben, en geheel met vertrouwen
tot u vluchten, altijd verhoord worden!
Door een dergelijk vertrouwen bezield,
          t
vlucht ik tot. u, o waardige Bruidegom
van de Maagd bij uitnemendheid! ik werp
mij aan uwe voeten, en hoe groot zondaar
ik ook ben, toch durf ik zuchtend voor u
te verschijnen. O, verwerp mijn gering
gebed niet, gij, die den glorievollen naam
droegt van Vader van Jesus, maar hoor ze
genadig aan, en spreek voor mij ten beste
bij Hem, die uw Zoon heeft willen ge-
noemd worden, en die u altijd als zijn Va-
der heeft vereerd. Amen.
Om vergiffenis der zonden en liefde tot God.
ff^li lorievolle Aartsvader, wiens leven zoo
«Söüf\' geheel zuiver en vol verdiensten is
geweest, en die zoo vurig verlangt, God
door ons te zien bemind en gediend, ver-
werf mij tot zijne meerdere eer de ver-
gitlouis myner talrijke zonden, en de ge-
nade van ze te herstellen, door ware vruch-
ten vau boetvaardigheid, en zoo het ver-
ledoue weer goed te maken. Verwerf mij
bovendien, gro\'<te Heilige, oen vurige liefde
jegens mijn God, die al mijne liefde ver-
-ocr page 307-
— 299 —
dient, en die mij zoozeer bemind heeft.
Verwerf mij bovendien, dat ik Hem hior
op aarde zoodanig liofhebbe, dat ik waar-
dig worde, Hem eens in den hemel voor
eeuwig met u te beminnen. Amen.
Om een zaligen levensstaat.
/pf roote Heilige, die zoo volgzaam en ge-
i|§jjp hoorzaam waart aan den leiding van
don H. Geest, verwerf mij de genade om
te weten, tot welken staat God mij roept.
Re wereld tracht mij op alle wijzen te
lokken, doch maak, dat ik mij niet door
haar late verschalken. Duld toch niet,
dat ik in deze gewichtige zaak worde
misleid, immers, van de keuze hangt voor
een groot deel mijne zaligheid af. Maak,
dat ik, door God voorgelicht, en getrouw
aan zijne stem, den staat kieze, waartoe
Hij mij van alle eeuwigheid bestemde, en
zoodoende mijn eeuwig heil verzekere!
Amen.
Om de genade van goed de plichten te ver-
vullen van den staat, waarin God ons
heeft geplaatst.
roote H. Jozef, altijd zoo gehoorzaam
aan Gods stem, en zoo stipt in de
-ocr page 308-
— 300 —
vervulling tier plichten, door den hemel
u opgelegd! door uwe verdienste en uwe
macht op Jesus en Maria, bid ik u, maak
mij ijverig en getrouw in de vervulling
der plichten, die God mij heeft opgelegd,
hoe zwaar zij mij soms ook mogou vallen.
Verlicht en versterk mij, verwerf mij do
noodige omzichtigheid en ijver; ondersteun
mijn moed in de bezwaren, mijn geduld
in de moeilijkheden; bewaar mij voor iedere
zonde, opdat ik, na Gods Wil volmaakt
te hebbon volbracht, het geluk smake, bij
mijn dood mijne ziel in uwe vaderhanden
over te geven, opdat gij ze aan Jesus en
Maria zoudt overdragen en zij in God moge
rusten. Amen.
Om het wchlar/cn ec/ier tijdelijke zaak.
Meilige Jozef, die alles vermoogt bij Jesus
en Maria, die nooit tevergeefs wordt
aangeroepen, ik werp mij voor u neder,
en smeek u vol vertrouwen zegen in deze
zaak.... Maar, als hetgeen ik vraag, strijdig
mocht zijn met Gods oer on mijne Zcilig-
heid, verwerf mij dan do genade, met
liefdo mij te onderworpen aan Hem, die
alles naar wijsheid bestiert, die voor ons
een vaderhart heeft, die ons wederwaardig-
-ocr page 309-
— 301 —
heden overzendt tot ons eigen welzijn, en
die slechts ons eeuwig geluk beoogt. Amen.
Om eenc geestelijke genade.
Beminnelijke H. Jozef, Bestuurder en
Beschermer der zielen die naar de
volmaaktheid streven! bekom mij deze ge-
nade.... Goede Vader, mijn gids en mijn
voorbeeld, kunt gij mijn gebed versmaden,
gij die zoo vurig Gods eer en onze zalig-
hoid verlangt? Neen, gij kunt het niet
verwerpen, ik heb daarvan het zoete ver-
trouwen ; uwe goedheid zal aanvullen, wat
aan mijne vurigheid ontbreekt, en gij zult
mij verhooren volgens de geheele uitge-
strektheid uwer liefde, en uwer macht op
Dengene, die u zijn Vader noemde. Amen.
Om den H. Jozef zijn gezin aan te bevelen.
Machtige H. Jozef, die door God werdt
, aangesteld als hoofd over het heilig-
ste Gezin, dat ooit bestaan heeft! gewaar-
dig «, uwe aandacht aan ons te wijden en
onze familie onder uwe bijzondere be-
scherming te stellen. H. Aartsvader, toon-
beeld van alle deugden, verwerf voor onze
-ocr page 310-
— 802 —
familieleden, dat zij weorstaan aan de
ergernissen en verleiding der wereld, om
onwrikbaar aan God gehecht te blijven.
Maak, dat wij allen onderling door on-
baatzuchtige liefde vereenigd, alle oneenig-
heid vermijden, en mocht deze soms toch
ontstaan, scheuk ons dan de kracht om
die te doen ophouden; dat ieder onzer
van zijnen kant dan wat toegeve, opdat de
vrede hersteld worde, en Josus, de God
van vrede, met welgevallen op ons kunne
neerzien. Zoo zullen wij gemakkelijker den
goeden weg bewandelen, en onze zaligheid
bewerken. Amen.
Om een kind onder zijne bescherming
te stellen.
groste H. Jozef, die als Vader van
onzen Heer Jesus zijt opgetreden! wij
bieden u aan en wijden u dit kind toe.
Ach, neem hot onder uwe hoede; bewaar
in dat hart de kostbare onschuld; bescherm
het voor alle gevaar van zonde; on prent
in dat jeugdig gemoed eene teedere devotie
tot u, uwe beminnelijke Bruid, en haren
goddelijkeu Zoon: voorzeker het beste mid-
del om alle afdwaling te vermijden. Moge
uwe machtige bescherming het op alle we-
-ocr page 311-
— 303 —
gen vergezellen; waak over zijn handel en
wandel, richt hot, geleid het in alle onder-
nemingen, en leid het eenmaal aan nwe
vaderhand de eeuwige glorie binnen. Amen.
Gebed voor een zieke.
AJFSn beminde Vader on Beschermer, H.
-L/_L Jozef, sla van uwen schitterenden
troon uwe barmhartige oogeu liefdevol op
aarde. In naam van het Kindje Jesus, in
naam van de onbevlekte Maria, uwe kui-
sche Bruid, bid ik u, medelijden te hebben
met..... Hij ligt aan het ziekbed ge-
kluisterd, en ik kom thans uwe voorspraak
inroepen. O gij, die door uwe machtige
gebeden zoo dikwijls aan kranken de ge-
zondheid hebt wedergogeven, laat u vertee-
deren door mijn sineeken. Allerliefste Vader,
om de dankbare liefde, die uw hart jegens
God vervulde, toen gij den kleinen Jesus
in den tempel mocht wedervindon, o, geef
dat ook die persoon, waarvoor ik u bid,
zijne gezondheid moge terugbekomon, op-
dat hij tor eere Gods de plichten van zij-
nen staat wederom kunnen vervullen. Mocht
dit echter niet met Gods aanbiddelijken
Wil overeenkomen, dan bid ik u, met hem
te handelen naar Godes welbehagen. Mocht
-ocr page 312-
— 304 —
do Schepper besloten hebben, zijne ziel op
te eischen, welaan dan, het zij zoo; maar
zorg gij dan, bid ik u, dat die persoon,
mij zoo dierbaar, niet onvoorbereid sterve,
maar zich door het waardig ontvangen der
HH. Sacramenten tot het rechtvaardig oor-
deel voorbereide, waar gij, naar ik hoop,
zijn Voorspreker zult willen zijn. Neem
mijn onwaardig gebed gunstig op, en wil
het met liefde verhooren. Amen.
Om ilt\' bekeering van een zondaar.
"W^j echtvaardige II. Jozef, dringend beveel
*E3& ik u het eeuwig heil aan van de ziel
van.....door Jesus\' kostbaar bloed vrij-
gekocht. Ach, hoe ongelukkig zijn zij, die
God uit hun hart hebben verbannen; ook
deze ziel behoort onder dat getal. Goede
Vader, laat niet toe, dat deze, mij zoo dier-
baar, verloren ga. Verlicht dat duister en
verblind gemoed omtrent de ernstige ge-
varen, die haar bedreigen. Ach, zoo die
persoon in dezen toestand eens voor God
werd geroepen! O, ik kan er zonder sid-
deren niet aan denken, Ach, breng dit
verdwaalde schaap tot den Goeden Herder
Jesus weder. Verlaat die ziel niet, alvo-
rens gij haar bekeerd en het paradijs hebt
binnengeleid Amen.
-ocr page 313-
— 305 —
Voor eene ziel in het vagevuur.
Bierbare 11. Jozef, dio Jesus zoo teoder
bemind hebt, en zoo zeer liet ven I riet
gevoeld hel)t van de borooving zijner be-
ïniiiuelijke tegenwoordigheid, ik beveel iu
uwc vaderliefde de ziel aan van.....die
wellicht thans nog in het vagevuur lijdt.
11 oor haar sraeeken om erbarming, goede
11. Jozef\'. Zie, deze ziel was mij dierbaar
tijdens haar leven; op haar sterfbed ver-
zocht zij mij om mijne gebeden, en thans
roept zij mijne hulp in uit naam van de
banden, die ons op aarde vereenigden. Aoli,
H. Jozef, ik doe een beroep op uw vader-
hart; ik sme.\'k u bij do vreugde, die uwe
ziel vervulde, toen gij Jesus in den tem-
pel wedervondt, verlos deze ziel uit dien
poel van vuur; draag aan Jesus uw lijden
op, wijs Hem op het zijne on dat van
de lieve Maria zijne Moeder, en o, ik ben
er zeker van, Hij zal u verhooren, en die
ziel verlossen. Amen.
Van een kind voor lijne ouders.
lj%J*fiju goede 11. Jozef, zie, ik kom mij
ii/JL. voor u nederwerpeu om een mijner
voornaamste plichten te vervullen. Ik kom
UI. II. Jozef.                                                        20
-ocr page 314-
— 306 —
uwen bijstand afsmeeken en uwe zegeningen
over hen, aan wie ik naast God alles te
danken heb. Nooit zal ik naar waarde de
weldaden kunnen vergelden, die zij mij
bewezen hebben; daarom bid ik u, goede
Heilige, kom mij in de vervulling van mijne
kinderplichten te hulp. Verwerf mijne ouders
alle genaden, overlaad hen met gunsten
naar ziel en lichaam; en om de groote
liefde, die het Kind Jesus u betoond heeft,
smeek ik u, maak dat ook ik jegens mijne
ouders onderdanig en volgzaam zij, hunne
wijze lessen ter harte neem, wel bedenken-
de, dat zij met alles mijn eigen geluk
voor oogen hebben. Maak in een woord
van mij een rechtgeaard kind, opdat de
zegeningen, door God beloofd aan hen, die
hunne ouders eeren, ook eenmaal op mij
mogen neerdalen. Verkrijg ons bovendien,
dat wij, gelijk thans op aard", ook in don
hemel eenmaal vereenigd mogen zijn. Amen.
Gebed van ouders voor hunne kinderen.
Vjft oemvolle Aartsvader H. Jozef, zuivere
S/gf Bruidegom van de Moeder des Heeren,
zie, God heeft onze vereeniging met kin-
deren gezegend. Dat geluk legt ons echter
tevens den zwaren plicht op: te waken
-ocr page 315-
— 307 —
voor het tijdol ijk, maar vooral voor liet
geestelijk welzijn van de panden, ons door
den Schepper toevertrouwd. O, doordring
ons levendig van het besef onzer ouder-
plichton, maak dat wij voor niets terug
deinzen, als het er op aankomt, onze
kinderen den rechten weg ti doen bewan-
delen. O gij, voorbeeldige huisvader, leer
ons, hoe wij onze kinderen moeten be-
stieren, met gematigheid ja, doch tevens
zouder weekheid, leer ons den guldon
middelweg, opdat onze kinderen vertrouwen
in ons stellen, on onze vermaningen met
liefde opvolgen. Wij stellon ze geheel in
uwe handen, aan betere zorg kunnen ze
nooit worden toevertrouwd. Gewaardig u,
hen te beschermen, opdat wij, dank uwe
hulp, eenmaal mot gerustheid en voldoening
in het oordeel kunnen zeggen.- Zie Hoer,
niohier de schatten, aan onze bewaking
toevertrouwd; allen zijn zij behouden. Amen.
Gebed om een zalig sterfuur.
M\'eiligo Jozef, voorbeeld, trooster en
__i patroon der stervenden, ik kom heden
uwe machtige bescherming inroepen voor
het laatste oogenblik mijns levens, dat ge-
wichtig oogenblik, waarop ik misschien
-ocr page 316-
— 308 —
buiten staat zal zijn, uwe lmlp to vragen.
Maak, bid ik u, dat ik den dood der
rechtvaardigen sterven moge. Maar oin zulk
eene genade waardig te zijn, smeek ik u,
verwerf mij dat ik zooals gij moge leven
in tegenwoordigheid van Jesus en Maria,
dat ik mij altijd voor oogen stelle, hoe zij
al mijne handelingen nagaan; dat ik mij
dus wel wachte, hunne heilige blikken to
kwetsen door eenige zonde, hoe klein dan
ook. Moge ik van nu af aan mijne zon-
den en driften sterven, aan alles, wat God
mishaagt, ten einde alleen voor Hem te
loven, die voor mij gestorven is. Jesus,
Maria, Jozef, in do hoop op uwe boscher-
ming, noem ik dat bosluit, woest mij ge-
nadig nu on in het uur mijns doods, dan
zal mijn afstervon heilig zijn. Amen.
Gebed van den U. Alplwnsus.
ft% clukzaligo Patriarch, die waardig zijt
ty^f geweest, mot vaderlijk gezag te be-
volen aan Jesus, aan wien hemel en aarde
gehoorzamen, ik verheug mij over uw ge-
luk en verheffing: en daar een God u heeft
willen dienen, wil ook ik mij in uwen
dienst begeven. Ik kies u na Maria tot
mijn voornaamsten Voorspreker en Bescher-
-ocr page 317-
— 309 —
mor, allo dagen zal ik u op oen bijzone!o-
dere wijze vereeren, en mij zoo onder uwe
bescherming stellen. Door dat zoete gozol-
schap van Jesus en Maria, dat gij zoo
lang op aarde genoten hebt, smeek ik 11,
houdt niet op, mij mijn gcheele leven te
beschermen, opdat ik nimmer Gods genade
verlieze. En om den bijstand, in uw sterf-
uur van Josus on Maria ontvangen, sta ook
mij in mijne laatste oogenblikken bij, op-
dat ik, stervend in het gezelschap van
Jesus, Maria en Jozef, in datzelfdo gezel-
schap de eeuwige glorie dos hemels moge
binnentreden en eeuwig God loven en be-
minnen. Amen.
Respoiisorium.
fflji 1 wie in onschuld leven, en zijn levens-
JTi^t, loop met vreugde wil eindigen, roepe
den bijstand van Jozef in.
Hij, die de Bruidegom was der Allerh.
Maagd, hij, die beschouwd werd als de
Vader van Jesus, hij, de getrouwe, de
rechtvaardige, do zuivere Jozef, verkrijgt
door een enkel gebed al, wat hij vraagt.
Al wie, enz.
Hij aanbidt zijn God, die een Kind is
geworden, en daar rust op het stroo ; hij
-ocr page 318-
— 310 —
vertroost zijn Jesus in do ballingschap, hij
verliest Hem, maar zoekt Hem weenend,
tot hij Hem wedervindt.
Al wie, enz.
De Opperste Maker der wereld voedt
zich met zijn zweet, de Zoon des hemel-
schen Vaders is hem in alles gehoorzaam
en ondergeschikt.
Al wie, enz.
En als zijn sterfuur nadert, ziet hij Jesus
en diens Moeder bij zich, hij rust in hun-
ne armen, voelt, dat de banden van het
vleesch zich ontbinden, hij juicht en sterft,
de dood was zijn zoetste slaap.
Al wie, enz.
filorie zij don Vader enz.
Al wie, enz.
Antiph. Ziedaar den trouwen en voor-
zichtigen dienaar, dien de Heer over zijn
gezin heeft aangesteld.
V Bid voor ons, H. Jozef,
E Opdat wij de beloften van Christus
waardig worden.
•
Gebed.
God, die in uwe wonderbare Voorzie-
nigheid U gewaardigd hebt, den zaligen
Jozef tot Bruidegom uwer allerheiligste
-ocr page 319-
— f.\\ —
Moudor te verkiezen, geef, bidden wij U,
dat wij, die hem als Beschermer eeren op
aarde, hem ook tot voorspreker moge heb-
bon in den hemel. Gij, die leeft en heerscht
met God den Vader in de eenheid des
H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen.
Amen.
„Aflaat van een jaar, telkens dat men
met godsvrucht en een rouwmoedig hart
dit Responsorium bidt, om de machtige be-
scherming van den H. Jozef te verwerven.
(Paus Pius VII 6 September 1804.)
Krachtig gebed, om dr deugd van zuiver-
heid te vragen.
¥ader en Bewaker der maagden, H.
Jozef, aan wiens getrouwheid Jesus,
de onschuld zelve, en Maria, de Maagd
der maagden werden toevertrouwd, ik smeek
en bezweer u om Jesus en Maria, dat
dubbele onderpand zoo dierbaar aan uw
hart, maak, dat ik zuiver van alle smet,
geheel rein van geest, hart en lichaam Jesus
en Maria immer in eene volmaakte zuiver-
heid moge dienen. Amen.
100 dagen aflaat ééns per dag.
-ocr page 320-
— 312 —
Gebed lot den H. Jozef.
fHjferinner u, o allerzuiverste Bruidegom
JÏ-i van do Maagd Maria, II. Jozef, mijn
beminnelijke Beschermer, dat men nimmer
gehoord heeft, dat oen dergenen, die uwe
bescherming inriepen on uwe hulp afsmeekten,
ongetroost is gebleven. Vol van dit ver-
trouwen, toni ik in uwe tegenwoordigheid
en beveel mij niet vurigheid aan u aan.
Ach, versmaad mijn bede niet, gij, die do
Vader van den Verlosser wordt genoemd,
maar hoor /,e goedgunstig aan en gewaar-
dig n zo te verhooren. Amen.
\'300 dagen ailaat, eens per dag.
SCHIETGEBEDEN.
Jesus, Maria, Jozef, ik geef U mijn hart,
mijn geest en mijn leven,
Jesus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijn
doodstrijd,
Jesus, Maria, Jozof, laat mij in uw heilig
gezelschap vreedzaam sterven.
100 dagen ailaat iederen koor, dat men één
dezer gebeden met een rouwmoedig hart bidt.
-ocr page 321-
1rTltj,»;MTtTTirTlT,Ttttllfi1T.rf.|f.ftT.Tl.T.T;:Ti,T;,T,TT.T..TJT.
Een woordje over de vereeniging
voor de iiltijddureiide vereering van
den II. Jozef\'.
e Milaan ontstond door de zorgen
van eene vrome edele dame, bo-
vengemelde vereeniging, welke
door den Aartsbisschop werd goedgekeurd
op den 12" Novembor 1854, on den 20°
Januari 1856 door Z. H. 1\'ins IX met
vele aflaten, toepasselijk op de zielen des
vagevnurs, werd verrijkt.
Deze vrome instelling stelt zich als doel
voor, dat op iederen dag des jaars minstens
één persoon, onverschillig van welk geslacht,
op eene geheel bijzondere wijze den glorie-
vollen Bruidegom der H. Maagd vereert.
Daartoe schrijft men den naam van elk lid,
alsmede den door hem uitgekozen dag, in
een boek, voor dat doel bestemd, en insge-
lijks op een lijst, die hem overhandigd wordt.
Op dien dag wordt van hem gevorderd, dat
hij deel neme in de smarten, die de H. Jo-
zef geleden heeft, en waarvan onze zonden
-ocr page 322-
— 314 —
de oorzaak waren, on dal hij bovendien
zich beijvert, met buitengewone vurigheid
en naarstigheid het volgende te verrichten:
1° Tot de HU. Sacramenten naderen;
of, als zulks niet gevoegelijk kan, oen groot
leedwezen verwekken over zijne zonden en
op geestelijke wijze communiceeren.
2" De H. Mis met bijzondere godsvrucht
bijwonen, ter gedachtenis van de Aanbie-
ding van het Kind Jesus in den tempel.
3\'\' Minstens een kwartier uurs doorbren-
gen in overweging over de smarten van
den II. Jozef.
4° Den dag in vrome ingetogenheid
doorbrengen, zich voroenigd houdende met
het hart van den H. Jozef.
5C Ter zijner eer zich eenige versterving
opleggen, of wel eenig werk van gees-
telijke of lichamelijke barmhartigheid ver-
richten.
6e Ter eere zijner zeven smarten en
vreugden 7 maal bidden Ome Vader, Wees
gegroet
en glorie zij den Fader.
7e Den dag sluiten met een bezoek aan
het Allerheiligste Sacrament, en met de
opoffering van zijn hart aan den H. Jozef.
Het kan niet anders, of deze devotie
moet alleraangenaamst zijn aan don H. Jo-
zef en aan het Hart van Jesus en Maria,
-ocr page 323-
— 315 —
die zoo vurig verlangen, den kuischen
Aartsvader vereerd te zien; daarom is het
te wenschen, dat die godsvrucht zich meer
en meer uitbreide om tot een krachtig
wapen te strekken tegen het alom heer-
schende ongeloof en zedebederf.
-ocr page 324-
^^MHÜ^M
LITANIE TOT DEN II. JOZEF.
f oer, ontferm U onzer,
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
| God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
I God Zoon, Verlosser der wereld, ont-
ferm U onzer.
God II. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U
onzer.
II. Maria, bid voor ons.
II.
11.
11.
Moeder Gods,
Maagd der Maagden,
Jozef,
Beschermer van Jesus,                              c-
Bruidegom van Maria,                             &
Man naar Gods hart,                                <
Trouwe on wijze dienaar,                         8
Bewaarder der zuiverheid van Maria, 0
Medehulp van Maria,
                               S
Die, om Maria, met bijzondere genaden
begunstigd zijt,
Allerzuiverste in reinheid.
-ocr page 325-
— 317 —
Allernederigste in ootmoed, bid voor ons.
Allervurigsto in liefde,
Allorverheveuste in beschouwing,
Die door den 11. Geest zelven rechtvaar-
dig zijt verklaard,
Die in de goddelijke verborgenhoden
boven anderen verlicht zijt geweest,
Die door den Engel in het geheim der
mouschwording onderwezen zijt,
Die met Maria, uwe Bruid, naar Beth-
lehem zijt gereisd,
Die in de herborg geene plaats vin-
dende, in eenen stal zijt gaan over-
nachten,
                                                 2t
Die waardig geacht zijt bij Josus te
wezen, toen Hij geboren en in een o
krib gelegd werd,
                                 -=
Die met Maria hot kind Jesus in don 2
tempel hebt opgeofferd,
                        ™
Die op het woord van den Engel met
Josus en zijne Moeder naar Egypto
gevlucht zijt,
Die, na den dood van Herodes, mot
Jesus en zijne Moeder naar het land
van Israël zijt wedergekeerd,
Die het Kind Jesus, dat te Jeruzalem
was gebleven, met Maria, zijue Moe-
der, vol droefheid gezocht hebt,
Die Hem na drie dagen met blijdschap
-ocr page 326-
— 318 —
gevonden hebt, zittende in het mid-
den der leeraren, bid voor ons.
Aan wien do Heer der Heeren op aarde
onderdanig geweest is, bid voor ons,
Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt,
bid voor ons.
Onze voorspreker, hoor ons, H. Jozef,
Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef.
In al onzen nood, help ons, H. Jozef.
In al onze benauwdheden,
                        &
In het uur onzes doods,                           £-
Door uw allerzuiverste trouw,
Door uwe vaderlijke zorg en teeder- a
heid,
Door al uwen arbeid en zweet,
               F
Door al uwe deugden,                             e-i
Door al uwe verdiensten,                         g
Door uw oeuwig geluk,                           ^
Wij, die u als Beschermer aanroepen, wij
bidden u, verhoor ons.
Dat gij Jesus de vergiffenis onzer zonden
wilt vragen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria
gelieft aan te bevelen, wij bidden u,
verhoor ons.
Dat gij aan alle maagden en ongehuwden
de gave van zuiverheid wilt verwerven,
wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij voor de gehuwden een onbevlekte
-ocr page 327-
— 319 —
trouw en heilige eendracht wilt ver-
krijgen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij voor alle vergaderingen eene
volmaakte liefde en overeenstemming
wilt verwerven,
Dat gij de vaders der huisgezinnen in het
christelijk opvoeden hunner kinderen
wilt behulpzaam zijn,
                           £.
Dat gij alle oversten in het bestuur der \'
hun toevertrouwden wilt behulpzaam £;
zijn,                                             f*
Dat gij alle vergaderingen, die u bij-
zonder zijn toegedaan, wilt begun- -
stigen,
                                                    g
Dat gij allen, die op uwe hulp betrou-
wen, altijd en overal wilt bescher- °
uien,
                                                      0
Dat gij alle geloovige zielen door uwe 3
voorbede wilt helpen,
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
H. Jozef,
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, ontferm U onzer, Heer!
Christus, hoor ons.
-ocr page 328-
— 320 —
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Wij bidden U, o Heer! dat wij door de
verdiensten van den Bruidegom uwer aller-
heiligste Moeder geholpen mogen worden,
opdat wij dooi\' zijne voorspraak verkrijgen,
hetgeen wij door ons zelvcn niet kunnen
bekomen. Die leeft en heerscht in de ecuwen
der eeuwen. Amen.
Gebed.
om den heiligen Jozef tot patroon te verkiezen rn
zich onder zijne bescherming te stelten.
Mpjlrooto Heilige ! ik verkies u heden voor
«Ob al don tijd mijns levens tot een bijzonderen
patroon, moester, leidsman en bestuurder
van mijne ziel en mijn lichaam, van mijne
gedachten, woorden en werken, van mijne
begeerten en genegenheden, van mijne eer
on goederen, van mijn leven en mijn dood,
en ik noem mij vastclijk voor, u nooit
meer te verlaten, maar uw heiligen Naam
te verheffen, en uwe eer zooveel mogelijk
te bevorderen. Ik bid u vurig, dat gij mij
als uw eeuwigen dienaar wilt ontvangen.
Help mij in al mijne werken, en verlaat mij
niet in het uur des doods. Amen.
-M—
-ocr page 329-
INHOUD.
—*>—
l!lz.
Voorbericht.........    III
EERSTE DEEL.
Overwegingen en beschouwingen over
de maand van den H. Jozef.
Inleiding..........       V
I. Do Verloving.....      12
II. De Voltrekking ....      18
III.    Het Gebed......      25
IV.    Do Zending des Engels . .      30
V. De eerste reis ....
          36
VI. Te Hebron......      41
VII. De Openbaring ....      47
VIII. De eerste Dienaar van Maria      53
IX. De Verwachting ....      58
X. De tweede reis.....      65
XI. Bethleliem......      71
XII. id. (vervoh/) ...      77
XIII.    Vreugde en Smart ...      83
XIV.    Vreugde en Ongerustheid .      89
XV. Vreugde en Droefheid . .
      95
XVI. De Vlucht......    102
XVII. Do Ballingschap ....    109
XVIII. Terugkeer uit Egypte . .    116
XIX. Aankomst in Palestina .         124
XX. Een dag in hot heilig Huis
te Nazareth.....    130
XXI. Troostclooze Droefheid . .    138
-ocr page 330-
II
Bis.
XXII. Een onbeschrijfelijk zoet
oogcnblik......146
XXIII.    Een Medehelper in den ar-
beid .......153
XXIV.    De meestbeminnende der
menschen. - . . . . 161
XXV. De teedcrste der vaders. . 169
XXVI. De trouwe Beminnaar van
het Kruis......177
XXVII. Do laatste levensdagen . . 185
XXVIII. De slaap van den Rechtvaar-
dige .......193
XXIX. Éérste zegepraal .... 201
XXX. De nagedachtenis van den
Rechtvaardige .... 208
XXXI. Tweede zegepraal. ... 214
TWEEDE DEEL.
I.
De Zeven Smarten en Zeven Vreugden
van den H. Jozef......    221
Over het ontstaan dezer devotie . .    221
Oefeningen voor deze devotie . . .    222
AHaten, daaraan verbonden ....    227
II.
Oefeningen voor de zeven Woensdagen
ter eere van den H. Jozef,
volgons
den II. Alphonsus......229
Sluilgebed na de zeven Woensdagen. 259
-ocr page 331-
III.
BH.
DERDE DEEL.
Korte bezoeken tot den H. Jozef voor
iedcron dag........    261
Sluitgebod na elk bezoek.....    202
VIERDE DEEL.
Gebeden onder de H. Mis . . . .    285
Verschillende Gebeden tot den H. Jozef.
Gebed in allerlei noodwcndighedcn .    297
Om vergiffenis der zonden en liefde
tot God..........    298
Om een zaligen levensstaat . , - .    299
Om de genade, van goed de plichten
te vervullen van den staat, waarin
God ons heeft geplaatst ....
    299
Om het welslagen eenor tijdelijke zaak
    300
Om eene geestelijke genade. . . .
    301
Om den H. Jozef zijn gezin aan te be-
velen...........
    301
Om een kind onder zijne bescherming
te stellen.........    302
Gebed voor een zieke......    303
Om do bekeering van een zondaar        304
Voor eene ziel in het vagevuur . .    305
Van een kind voor zijne ouders . .    305
Gebed van ouders \\oor hunne kinderen    306
Gebed om een zalig sterfuur . . .    307
Gebed van den II. Alphonsus . . .    308
Responsorium......    309
-ocr page 332-
IV
Blz.
Krachtig gebod, om do deugd van zui-
verheid te vragen (100 dagen aflaat
eens per dag)........311
Gebed tot den H. Jozef (300 dagen af-
laat éöns per dag) .
         .... 312
Schietgebeden (mot aflaten) .... 312
Een woordje over de Vereeniging voor
de altijddurende verccring van den
E. Jozef.........313
Litanie tot den H. Jozef.....316
Gebed tot den H. Jozef, volgens voor-
schrift van Paus Leo XIII in de
kerken te bidden gedurende de maand
October..........321
IMPRIMATUR.
Buscoduci, 20 Januarii 1891.
J. J. Versterren,
Rector.
ad hoc dclegatus.
-ocr page 333-
Bij denzelfden uitgever
Acnes, de kleine bruid van het H. Sacra-
ment. Een verhaal uit het Engelsch,
vierde verbeterde druk, met 2 plaatjes. f 0.60
In gekleurd linnen.......- 1.00
Hart van .lesus. (Het H.) Bron en Toon-
beeld der Christelijke Volmaaktheid, in
180, door B. Desjardin, S. J. 4e druk. - 1.00
In linnen band.........- 1.40
Groei in heiligheid, of de voortgang in
het geestelijke leven door Frederik Wil-
lem Fahcr,
Pr. naar de }o eng. uitgave
door F. IV. Tscbierschke. Pr. 180
                - 1.20
In linnen band........ - i.6o
Catacomben van Rome. Aanteekeningen
over de christelijke oudheidkunde, naar
het fransche werk van Henri VEspinois,
vertaald door A. Nuijens met drie platen,
I deel in groot 80........- 1.40
Coiigreganist. (de ware) Volledig handboek
ten dienste van congregatiën van O. L. V.
bewerkt door Ar. Aussems, Priester van
de orde van den H. Franciscus, 2e druk.
in 80.............- 1.—
In zwart lederen baud ..••.- 1.40
Geperst leder verguld snede . . • . - 1.75
Canttca Slon. Sions-gezangen, beschouwd
in hun verband met de voorspellingen
der H. Schrift, en in hunne beteekenis,
voor het christelijk hart, door R. J. Tierik.
Pc. Gr. 80. 1...........1.—
Idem.         II.
- 0.50
-ocr page 334-
Derde orde van den H. Dominicus. Hand-
boekje voor de Leden en Bestuurders der
Derde orde van boetvaardigheid van den
H. Dominicus, door Fr: A. van den El^en,
Ord. Praed.
                                               f 0.70
In linnen........... - 1.—
Bezoeken (nieuwe) bij Jesus in het Aller-
heiligste Sacrament door de schrijfster
van de Avis Spiriiuels, met gebeden onder
de H. Mis, Communie-oefeningen, ver-
schillende gebeden, Litaniën, hymnen
en Antifonen der Allerheiligste Maagd,
in \'t hollandsch overgebracht, door H. F.
Schoenaker,
Pastoor. Ingenaaid .... - 0.40
In linnen band, rood snede .... - 060
Chagrin leder verguld op rood snede. - 1,50
Drie en dertig dagen in het H. Hart
van Jesus of overwegingen over \'s Hei-
lands levensjaren, naar het fransch, door
A. M. D. G. in 320........
Idem. In linnen, rood snede .....
0.50
0.75
Handboek voor de devotie van het H, Hart
van J sus, naar het Engelsch door een
vereerder van het II. Hart, met vele Li-
taniën ter eere van het II. Hart van Je-
sus, gebeden onder de II. Mis enz.4e druk
0.40
0.60
In linnen band, rood snede ....
Leerlingen (de) van \'t 11. Hart van Jesus.
Kleine Maand van het Goddelijk Hart,
naar het fransch. fo.15. In linnen ... - 0-25