-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
rV^-
-ocr page 4-
\\*>56l
VTV^
-ocr page 5-
<4^<f<Z&&C<&d
f-^d
GESCHIEDENIS
SIUTB OHI^IN\'T.^IL,
Oorsprong der Visitatie
II.
.
"\' .-"
-ocr page 6-
-ocr page 7-
GESCHIEDENIS        &H
VAN
SINTE CHANTAL
EN DKN
OORSPRONG DER VISITATIE
DOOR
Zijne Hoogweerdigheid E. BOUGAUD
gewezen Srootvlearls van Orleau
gewezen Bisschop van Laval
Vrij naar de elfde Fransche uitgave vertaald
DOOR
Hendrik REMBRY
Friesler lan het HUilom Itrnygr
Mulierem f\'ortem quis inveniel!
Eene moedige huisvrouw — wie vindt haar?
(Liber Prov. XXXI, 10.)
II. BOEKDEEL
GENT
HUIS SINT JOSEPH
BOEKDRUKKERIJ H. VANDER SCHELDEN
ONDERSTRAAT, !6. — MDCCCXC.
-ocr page 8-
EIGENDOM VAN DEN UITGEVER
-ocr page 9-
GESCHIEDENIS
VAN
SINTE CHANTAL
EN DEN
Oorsprong der Visitatie
Met moeder volgens de gratie te -worden, houdt
Sinte Chantal niet op moeder te zijn volgens
de natuur. — Hare kinderen en hare klein-
kinderen.
ene schrikkelijke gebeurtenis, de dood van
den vrijheer van Thorens en die van zijne
jonge echtgenoote Maiïa-Amata de Chantal,
welke hem niet overleven kon en stierf van
droefheid, was al met eens aan het opmaken van de
regelen der Visitatie hoogst nadoelig, verscheurde het
hert van Sint Franciscus de Sales, vermorzelde dat van
Sinte Chantal, stelde dezer leven in gevaar, bracht haar
II.                                                          SINTE CHANTAL 1
-ocr page 10-
fi
GESCHIEDENIS
zoo dichtbij het graf dat zij de laatste heilige sacramen-
ten ontving, en toonde, aan alwie er ooit aan getwijfeld
had, hoe groot te allen tijde de liefde van mevrouw de
Chantal voor hare kinderen geweest was, en hoezeer zij,
in het klooster, voortging met hen te beminnen.
Men gedooge, dat wij eenen oogenblik onze oogen
van het schouwspel der opkomende Visitatie aftrekken,
dat wij ze vestigen op de kinderen en de kleinkinderen
van Sinte Chantal, dat wij alzoo van haar openbaar tot
haar verborgen leven overgaan, en dat wij in de
kloosterzuster en de stichtster de moeder trachten te ont-
dekken.
Vooreerst herinneren wij ons, hoe het met de fami-
lie van mevrouw de Chantal gelegen was op den oogen-
blik dat zij huis en maagschap vaarwel zegde, om non te
worden. Van de zes kinderen die zij bij haren man
gewonnen had, bleven er haar enkel drij over, twee
dochters en één zoon, die het oudste kind was. De meest
gevorderde in jaren van de twee dochters, Maria-Amata,
was bitter jong toen zij het huwelijk aanging met den
vrijheer van Thorens, die insgelijks weinige jaren telde
en de broeder van Sint Franciscus de Sales was. Zij
bewoonde het kasteel van Thorens, op drij uren afstands
van Annecy, kwam dikwijls naar deszelfs klooster af om
hare moeder te bezoeken, en bracht er zelfs hare dagen
door, telkens als haar man verplicht was ten dienste te
staan van zijnen vorst, hetgeen niet zelden voorviel. De
tweede dochter van Sinte Chantal vergezelde hare
moeder naar Annecy, en te recht mag zij voor eene der
eerste kostgangsters der Visitatie doorgaan. Haar bestier-
der was Sint Franciscus de Sales, en Sinte Chantal hare
leermeesteres; en daar het klooster van Annecy nog
onder geen slot gesteld was, ging zij het dikwijls uit.
nu eens om in de kerken der stad de sermoenen van
Sint Franciscus de Sales bij te wonen, dan om aan
-ocr page 11-
7
VAN SINTE CHAXTAL
sommige edellieden een bezoek af te leggen; ofwel ook
om haar zuster te gaan vinden te Thorens, waar zij
jaarlijks eenige maanden vacantie nam, en, in de afwe-
zigheid van hare moeder, altijd naartoe kwam.
Wat Celsus-Benignus betreft, mevrouw de Chantal
had, toen zij Dijon verliet, hem aan den waakzamen voor-
zitter Frémyot, die sedert lang met diens opvoeding
gelast was, toevertrouwd; bij het afsterven van gemelden
voorzitter, had zij hem in den kost besteed op het
beroemd college des Godrans; zijne studiën voltrokken
zijnde, had zij hem naar het hof gezonden, waar de
roem van zijnen vader, den vrijheer de Chantal, hem
was voorgegaan, en waar hij, gezien zijne begaafdheden,
welhaast eene belangrijke doch hoogst gevaarlijke rol
spelen zou.
Zoo was het te dien tijde met de zaken van de drij
kinderen van mevrouw de Chantal gelegen. De voorspoed
kwam met dien toestand overeen. Maria-Amata, rijkelijk
begiftigd toen zij het huwelijk aanging, was barones van
Thorens. Het schoone landgoed van Bourbilly, bruids-
gave van mevrouw de Chantal, waar sedert de dood van
den voorzitter en die van den ouden vrijheer de heerlijk-
heden van ïhotes en van Sauvigny aan gevoegd geweest
waren, maakte, met den titel van vrijheer de Chantal,
het prachtvol deel uit van Celsus-Benignus. Het kasteel
van Monthelon met al zijn toebehooren, was bestemd
om de erfenis van Francisca te worden. En daar die drij
kinderen nog minderjarig waren, had mevrouw de
Chantal, toen zij hun al hare goederen afstond, er het
bestier van op zich genomen. Tweemaal zelfs, in 1611
en in 1613, had zij niet geaarzeld zich op weg te stellen
naar Burgonje, ten einde er eenige kwestiën, die de
fortuin harer kinderen raakten, te vereffenen, en, door
hare behendige zorgvuldigheid, had zij er in gelukt den
rijkdom harer teergelietden te verdubbelen.
-ocr page 12-
8
GESCHIEDENIS
Zooals men bemerken kan, had mevrouwde Chantal
al hare plichten van moeder allerbest gekweten. Het
vervolg van deze geschiedenis zal toonen, dat zij het
deed zoolang als zij leefde.
In 1617, bracht Maria-Amata, die sedert 1609 met
den vrijheer van Thorens getrouwd was, op eene aange-
name en heilige wijze hare dagen door, en ging voor de
eerste maal het geluk hebben moeder te worden, toen,
bij het losbersten van den oorlog tusschen Frankrijk en
Spanje, zij al met eens het droevig nieuws vernam, dat
haar echtgenoot naar Piemont vertrekken moest met het
regiment waar hij kolonel van was.
In het leven bestaan er ongemeene voorkennissen.
Zie, toen het gebeurde dat die twee jonge getrouwden ver-
plicht waren elkander voor eenigen tijd te verlaten, kon-
den zij elkander nimmer vaarwel zeggen, zonder vele
tranen te storten; doch ditmaal kwamen zij droeviger voor
dan ooit. Zij stonden met toegenepen hert op malkanderen
te kijken, zonder schier een woord te kunnen spreken.
Zich onbekwaam gevoelende om van haren man haar
atscheid te nemen, vergezelde Maria-Amata hem
tamelijk verre op den weg; en, toen zij eindelij k genoodzaakt
was naar huis te keeren, gingen zij beiden aan \'t weenen
met de macht, zoodanig dat de omstanders van die
groote genegenheid tusschen man en vrouw sterk
aangedaan waren, en buitenmate vreesden hen onder
hunne neerslachtigheid te zien bezwijken. Daar zij beiden
voor goede christenen doorgingen, was hun laatste woord
een woord van opwekking om, zoo het den Heere
believen mocht dat zij elkander wederzagen, beter dan
ooit den weg der volmaaktheid te bewandelen. Daarna
scheidde men ze met geweld, want het kostte hun moeite
elkander te verlaten, en, toen de vrijheer van Thorens,
over van treurigheid, te viervoet weggereden was, ging,
volgens hare gewoonte, de bedrukte Maria-Amata bij
-ocr page 13-
9
VAJi SUSTE CHA>TAL
hare moeder wonen. En te rekenen van dien tijd, kwam
zij steeds Dekreten voor, was zij gedurig om het leven
van haren dierbaren echtgenoot bekommerd (l).
Enkel waren er drij weken verloopen sedert dat de
vrijheer van Thorens heengegaan was, toen men vernam
dat hij, bij zijne aankomst in Piemont, ziek was
geworden en tegenwoordig groot gevaar liep van te
sterven. « Eilaas! riep Sint Franciscus de Sales uit, het
zal gedaan zijn met het leven van mijn welbeminden
broeder: alle oogenblikken verwachtte ik het droevige
nieuws van zijn overlijden, ja, wie weet of hij reeds uit
deze wereld niet gescheiden is. Ongetwijfeld zal het mij
lastig vallen die pijnlijke mare aan zijne vrouw te doen
geworden., en vijftien dagen voor het minste zullen mij
van noode zijn, om haar te troosten en mij wat moed in
\'t herte te spreken. »
Inderdaad, des anderendaags bracht men hem de
voorziene tijding, dat zijn broeder gerustelijk in deh
Heer ontslapen was. Bij het hooien van die woorden,
ging Sint Franciscus de Sales aan \'t weenen en aan
\'t snikken; doch, gansch onderworpen aan den wille
Gods, sloeg hij dadelijk zijne oogen naar den hemel en
zegde met gebrokene stem : « O mijn God ! ik wil wat
Gij wilt. Ik doe niet eens den mond open om te klagen,
om reden dat Gij liet zijt die mij beproeft
(2). »
Hetgeen de droefheid van Sint Franciscus de Sales
vermeerderde, was te denken dat de zoo jonge Maria-
Amata, die haren man groote genegenheid toedroeg, en
die, in den ouderdom van negentien jaar, een kind ging
ter wereld brengen, doordien harden en on verwachten
slag diep in de ziele zou geschokt worden. Ter nauwer-
(1)  Levens der eerste moeders der Visitatie, Maria-Amata
de Chantiil. bladz. 80.
(2)    Leven van Sint Franciscus de Sales. door
Karel-August de Sales; 1 lioekd. in-4°, 1634, bladz. 497.
-ocr page 14-
II)
GESCHIEDENIS
nood had hij aan moeder de Chantal iets of wat van de
ziekte van den vrijheer van Thorens verteld, en reeds
verstond hij, de neerslachtigheid van die heilige weduwe
ingezien, van welk hertscheurend schouwspel hij zou
getuige wezen, eens dat de oogenblik zou gekomen zijn
om Maria-Amata met dat treurig nieuws bekend te
maken. « O! hoe bedroefd ben ik! schreef hij aan zuster
Favre, terzelfder tijd dat hij haar verzocht voor hem te
bidden; mij immers is opgelegd te zeggen aan moeder
de Chantal en aan hare dochter Maria-Amata dat de
vrijheer van Thorens, haar schoonzoon en dezer echtge-
noot, het tijdelijke met het eeuwige verwisseld heeft (1). »
Inderdaad, na lange en vurige gebeden gestort te
hebben, ging Sint Franciscus de Sales moeder de
Chantal vinden in het klooster. Schaars had de heilige
bisschop haar de dood van zijnen broeder, haren schoon-
zoon aangekondigd, of zij trilde van schrik, en stond
daar zonder een woord te kunnen spreken. Zij was zoo
bevreesd om aan haar goede kind die pijnlijke mare
over te zeggen dat, in weerwil van al de pogingen die
zij aanwendde om hare droefheid te bedwingen, zij
weigerde die wreede boodschap te doen. Sint Franciscus
de Sales moest zich daarmede zelf belasten; en daar,
volgens hare gewoonte, Maria-Amata des anderendaags
te biechten gaan zou, werd er besloten dat men tot toen
wachten zou, om haar van de lastige beproeving, die
haar hoogst aanging, kennis te geven.
Nogtans werd Maria-Amata gewaar dat hare moeder
sprak met Sint Franciscus de Sales in de vreemdelings-
kamer, en de reden van die samenspraak niet kunnende
achterhalen , gevoelde zij zich al met eens sterk ontsteld
en bevreesd. Zij wachtte ann de deur der kamer hare
moeder af, om te weten of er geene droefheid op haar
(1) Brief \\an Sint Franciscus de Sales, 29 Mei 1617.
-ocr page 15-
VAN S1NTE CHANTAL                                           11
aangezicht zou te lezen staan. Doch die kloekmoedige
mevrouw lukte er in haar zelve te overwinnen en haar
verdriet te verduiken, zoodanig dat Maria-Amata uit de
wezenstrekken van hare moeder niets pijnlijks geraden
kon. Alleenlijk liet onze Heilige aan haar kind hooren,
dat het ecnen christen betaamt God vurig te beminnen
en steeds aan den wille des Heeren onderworpen te zijn,
begeerende alzoo haar met dat smertelijk nieuws
vanverre bekend te maken.
Des anderendaags, nadat Maria-Amata hare biecht
gesproken had, en zij door Sint Franciscus de Sales in
staat gesteld geweest was om die pijnlijke mare verdul-
diglijk te aanveerden, zegde haar de genoemde biecht-
vader : ii Welnu! mijne Dochter, behooren wij God
niet teenemaal toe? — Ja zeker, Monseigneur, ant-
woordde zij. — En zijn wij niet bereid om uit zijne
vaderlijke hand de beproevingen met gelatenheid te
ontvangen? — Ja, Monseigneur; doch eilaas! ik versta
waar gij naartoe wilt, gij wilt zeggen dat mijn man
overleden is! » De bisschop krees gelijk een kind en
kon niet meer spreken, en zij, van haren kant, stortte
tranen met de macht en riep, meer dood dan levend, uit:
Ach! mijn God. mijn God! zou het waar zijn dat zulk
een ongeluk mij is overgekomen? zou het waar zijn dat
mijn teergeliefde echtgenoot het tijdelijke met het eeuwige
verwisseld heeft? Eilaas! eilaas! wat staat er mij nu
te doen ? »
Bij het hooren van die hertscheurende woorden,
was moeder de Chantal toegesneld. Doch zij had gere-
kend op eene kracht die zij niet bezat. Het zien van hare
dochter die snikte en van de eene bezwijming in d\'andere
viel, verscheurde haar hert en eindigde met haar insge-
lijks machteloos te maken.
Welk treurig schouwspel! die twee mevrouwen
waren over van droefheid, en Sint Franciscus de Sales,
-ocr page 16-
12                                           GESCHIEDENIS
die op den grond knielde, weende bitterlijk en wist met
zijn eigen zelven geen weg!
Toen die ongemeene neerslachtigheid wat voorbij
was, en men wat meer gelaten in den wille Gods voor-
kwam, begaf zich de deftige bisschop naar de kapel, om
er tot zielelaafnis van den overledene de mis te lezen.
Maria-A.mata woonde in de sacristij die mis bij, en
kreesch altijd maar krijschen. Gansch bekreten, doch met
de schikkingen des Heeren hoogst tevreden, riep zij van
tijd tot tijd met eenestem die bekwaam was om de rotsen
zelven te bewegen: « O mijn God! wat hebt Gij toch
gedaan! Ach! hoe groot is mijn verdriet! O mijn God!
help mij. Datuwehand, die mij nederdrukt, mij geneze! »
Soms, de handen kruiswijze over elkander leggende
en de oogen naar den hemel slaande, smolt zij in tranen,
zeggende: « O mijn Zaligmaker, Gij zijt het die mij dien
braven man gegeven hadt; waarom vraagt Gij hem terug,
hij die mij fel opwekte om U dagelijks meer en meer te
beminnen? Niettemin, mijn God! onderwerpe ik mij aan
uwe ondoorgrondelijke oordeelen; ja, kap en kerf, als
Gij mij maar ondersteunt op den weg des lijdens. Ik was
dien deugdzamen man niet weerdig; haast U, o mijn
God! om mij te helpen, want ik verga van hertzeer. »
De oogenblik om te communie te gaan gekomen
zijnde, werd zij door hare moeder, die steeds bij haar
gebleven was, naarde koor geleid, en, toen zij Onzen
Lieven Heer genut had. deed zij heimelijk belofte van
eeuwige zuiverheid, en droeg zich teenemaal en onweder-
roepelijk den goeden Zaligmaker op.
Zoohaast zij den Welbeminde haars herten ontvangen
had, gaf zij blijken van grootere gerustheid des gemoeds,
en hield zich, zonder de minste klacht te doen, met het
overwegen van Jesus\' liefde bezig.
Bijwijlen nogtans, hare handen en hare bekreten
oogen naar den hemel heffende, sprak zij deze zielroerende
-ocr page 17-
13
VAN SINTE CHANTAL
woorden: « O Jesus! mijne liefde, uw wil geschiede in
het leven en in de dood! O Jesus, ik offere mij geheel en
gansch aan U op! O lijden en dood mijns Zaligmakers,
ik bemin Uen heb voor U de meeste achting! Mijn Jesus!
ik omhelze U en verkieze U voor mijnen Bruidegom! »
Korts daarna ging zij wederom aan \'t weenen en
aan \'t snikken, en, wat men ook deed of zegde om haar
te troosten, bleet zij neerslachtig en droefgeestig. Wat
helpt het naar opbeurende volzinnen te luisteren, als men
over is van verdriet? Zij trok een streng rouwkleed aan,
weigerde in het vervolg zich op te tooien en tot last aan
anderen te dienen, en, hoogst verslonden in den Heer,
was zij niet dan om hare zielezaligheid bekommerd.
Drij maanden waren verloopen tusschen die droef-
heid en die liefde tot God, toen zij al met eens vóór den
tijd in \'t kinderbedde kwam, en in een zeer bedenkelij ken
staat verkeerde. Na eenige uren lijdens, bracht zij eenen
zoon, die slechts eenen oogenblik leefde, ter wereld.
Moeder de Chantal verhaastte zich om haar kleinkind het
doopsel te bedienen, en zag het sterven onder hare oogen.
De beproefde Maria-Amata, hare smerten vergetende,
vroeg dadelijk om haar wichtje te zien, en vernomen
hebbende dat het een engelken in den hemel was, riep
zij met gelatenheid in den wille Gods uit: « Eilaas! is
dat kindje mij reeds onttrokken? » En de oogen naar den
hemel slaande, zegde zij: « O mijn God, hadde dat
zoontje geleefd, ik zou verplicht geweest zijn het op te
kweeken; maar nu dat het uit deze wereld gescheiden is,
ben ik teenemaal en voor altijd aan U. »
Zij maakte haar testament met volle kennis van
geest, en, hare tijdelijke zaken in orde gesteld hebbende,
bereidde zij zich om gerustelijk vóór den Heer te ver-
schijnen. Zij was nauwelijks negentien jaar oud, toen zij,
op God betrouwende, de schoonste blijken gaf van christe-
lijke verduldigheid en van buitengewone tevredenheid.
-ocr page 18-
14                                           GESCHIEDENIS
Omtrent ten achten \'s avonds, oordeelde de genees-
heer dat zij in groot gevaar van te sterven was en dat,
inaar drij of vier uren meer te leven hebbende, zij voor-
zichtig doen zou met Sint Franciscus de Sales te haren
huize te noodigen. Moeder de Ghantal ontbood dus den
heiligen bisschop, die oogenblikkelijk met eenige geeste-
lijken afkwam om de zieke Maria-Amata te berechten.
Zij biechtte en ontving Onzen Lieven Heere met
gansch bijzondere gevoelens van godsvrucht; dan, de
handen samenvoegende, zegde zij aan hare goede moeder:
<( Zou ik het wagen u iets te verzoeken? » Onze Heilige,
die wist hoezeer zij haren man bemind had, dacht dat zij
haar schoon spreken zou om bij hem begraven te worden,
en riep diensvolgens uit: « Vraag al wat gij wilt, mijne
Dochter, volgeern zal ik het u toestaan, als het eenigszins
mogelijk is. — Mijne Moeder, hernam alsdan de
stervende, ik smeeke u met groote ootmoedigheid mij in
uwe Orde te willen aanveerden. » En hare oogen op
Sint Franciscus de Sales vestigende, zegde zij hem die
gunst niet weerdig te zijn. Bij het hooren van die
woorden, ging eenieder aan \'t weenen, de bisschop,
de moeder en al de aanwezigen.
Dadelijk doet men de zieke een kleed van novice
aan, en, daar het gevaar van te sterven van ure tot ure
dreigender wierd, vroeg haar de dienaar Gods ot zij het
H. Oliesel niet wenschte te ontvangen. « Ja zeker,
Monseigneur, antwoordde zij, ik peisde er niet op om u
daarvan te spreken. Heb ik geen foute begaan? » Door
den deftigen bisschop gerust gesteld, ontving zij dat
troostelijk sacrament met haar volle verstand, bemerkte
al wat Sint Franciscus de Sales deed, en wist zelve de
gebeden te beantwoorden. De heilige zalvingen gedaan
zijnde, riep zij met buitengemeene ingekeerdheid uit:
« Monseigneur, gij hebt mij tot novice der Visitatie aan-
genomen, zult gij thans niet toelaten, dat ik mijne
-ocr page 19-
18
VAN SISTE CHANTAL
kloosteibeloften uitspreke en tot ware non gemaakt
worde? » Daar Sint Franciscus de Sales hare verlangens
voldaan had, kon zij hare blijdschap niet verbergen, en
zegde met eene dankbare ziel tot hare moeder: « Wat is
God toch goed en bermhertig, lieve Mama! Zie, op den-
zelfden dag zal ik novice en kloosterzuster zijn! » Zij
sprak met gebrokene stem hare heilige beloften uit, en
ontving uit de handen van den achtbaren bisschop den
zwarten sluier en het zilveren kruisken; doch, dewijl zij
reeds met de dood worstelde, spreidde men, ten einde
haar de dood te doen gedenken, over haargeen baarkleed.
Lichtelijk kan men begrijpen, hoe het met Sinte
Chantal gelegen was in die schoone doch pijnlijke
oogenblikken. Zij was moeder, en meer moet ik u niet
zeggen, beminde Lezer, om u te kennen te geven wat er
in haar hert omging. Sint Franciscus de Sales, die
vreesde dat dergelijke ongemeene neerslachtigheid de
stervende tot nadeel zou verstrekken, smeekte haar
zoo luidkeels niet te snikken. Maria-Amata hoorde wat
Sint Franciscus de Sales zegde aan hare moeder, en
wierp, alsof zij haar had willen troosten, dadelijk hare
stervende blikken op haar, zeggende : « O! wat goede
moeder is dat! ik bemin ze teederlijk. » En korts daarna:
« O mijne Moeder! hoe groot zijn mijne smerten! hoe
lastig mijne beproevingen! Doch wat is dat alles in
vergelijkinge met de pijnen die Jesus uitstond op het
kruis? i)
De dienaar Gods, bemerkende dat Maria-Amata
zooveel te lijden had, en wetende hoe manhaftig van
karakter zij was. stelJe haar de volgende buitengewone
vrage voor : « Welnu, indien gij wist, mijn lief Kind,
dat God u tot het einde der wereld in dergelijke pijnen
zou laten voortleven, zoudt gij er iets tegen hebben ? —
Neen ik. Monseigneur, ik ben immers bereid om al te
lijden wat Hij wil, en zoolang Hij het wil. Aan Hem
begeere ik teeneniaa! en volstrektelijk toe te behooren. »
-ocr page 20-
IC
GESCHIEDENIS
Daarna zweeg zij stil. Hare oogen waren toe. en
haar mond halfopen. Het zou moeilijk geweest zijn om
zeggen, of zij aan \'t slapen of aan \'t overwegen was. Op
haar voorhoofd was er allengskens eene schoone klaarte
te zien, aan die van den dag die aanbreekt gelijk. Haar
aangezicht veranderde langzamerhand van gedaante. Men
zou, met haar te aanschouwen, niet gemeend hebben dat
zij zoo dichtbij de dood was. Zij ging voor iets dat staat
om te bloeien, eerder dan voor iets dat staat om te ver-
slensen, door.
Eindelijk, om twee ure \'s nachts, opende zij de
oogen, en zegde met eene krachtige stem : i Ach ! zie-
hier de dood, de tijd van uit dit leven te scheiden is
gekomen : de dood grijpt mijn hert vast, doch Jesus
heeft er zich eerst van meester gemaakt, en Hij zal er
steeds de overhand op hebben. » En, drijmaal den naam
van Jesus uitsprekende, gaf zij, de oogen naar den
hemel gericht, zachtjes haren geest, den 16 September
1617. Maria-Amata de Chantal was negentien jaar, twee
maanden en zes dagen oud.
Sint Franciscus de Sales, die sedert lang de biecht-
vader van Maria-Amata was, « stond haar tot haren
laatsten snik bij, en terwijl hij eene harer oogen toedeed,
had hare goede moeder de kloekmoedigheid om haar de
andere te sluiten (1). » Doch, dit gedaan zijnde, viel
moeder de Chantal, die over was van droefheid, in
bezwijming.
Ondertusschen dat Sinte Chantal van hare aandoe-
ning opkwam, verliet de eerbiedweerdige bisschop het
klooster, gebood de peerden aan zijne koets te spannen,
en reed de stad uit. « Zijne dienstknechten waren van
gedacht, zegt Mgr Camus, dat hij zich naar het kasteel
van Sales zou begeven, om er wat lucht te scheppen en
(1) Geest van Sint Franciscus de Sales, I l;oekd. 132 bl.
-ocr page 21-
17
VAN SINTE I.IIA.NT.VI.
wat troost voor zijn bloedend heit te bekomen. Toen zij
vernamen dat hij tewege was mij te gaan vinden,
maakten zij hem de bemerkinge dat moeder de Chantal,
die de kamer waar hare dochter gestorven was niet ver-
laten kon, in buitengewone neerslachtigheid verkeerde,
en dat zij van noode had sterk getroost te worden. « Gij
doet kwalijk, antwoordde hij, met te denken dat hare treu-
righeid grooter is dan de mijne. Ik ken haar edelmoedig
karakter, en wete te spreken van mijne zwakheid; hoe
ware het dan mogelijk dat ik haar tot troost diene, als ik
zelf in de diepste droefheid gedompeld ligge? Gedoogt
dan, dat ik iemand zoeke die bekwaam zij om mijnen
geest te verkwikken. » Derhalve legde hij mij een bezoek
af, zegt Mgr Camus, en vertelde mij, met de tranen in
d\'oogen, hoe heilig Maria-Amata, die steeds een stich-
tend leven geleid had, gestorven was, en hoe haar god-
vruchtig overlijden hare bloedverwanten tot troost ver-
strekte. Hij verklaarde bijzondere achtinge te hebben
voor de deugdzame en manhaftige moeder de Chantal;
doch, de hooge volmaaktheid van Maria-Amata ingezien,
bekende hij dat die dochter, wie hij de laatste sacramen-
ten bediend had, de schoone voorbeelden van hare
deftige moeder had nagevolgd, en daarom niet minder in
achtinge behoorde gehouden te worden (1). »
Toen hij uit Belley afreisde, verhaastte hij zich,
hoogst getroost als hij was, om de bedrukte Sinte
Chantal, te Annecy moed in \'t herte te gaan spreken.
Nauwelijks was hij in deze stad aangekomen, of hij
begaf zich dadelijk naar het klooster waar hij moeder de
Chantal ontmoette, die schier aan geen mensch meer
geleek van \'t geweldig krijschen en \'t schrikkelijk snik-
ken. Tot overmaat van droefheid, was zij met iets sterk
bekommerd. Zie, zij was het die haastig weg haren
(1) Geest van Sint Franciscus de Sales, I boekd. 132 bl.
-ocr page 22-
18
GESCHIEDENIS
stervenden kleinzoon gedoopt had; welnu zij vroeg
gedurig aan haar zelve, of zij het wél gedaan had,
of zij de woorden goed had uitgesproken, of zij zich
van waarachtig en natuurlijk water bediend had,
en veel vijven en zessen, gelijk het gemeenlijk gaat met
meiischen die al te benauwd zijn. Daar zij zich de zake
niet meer herinnerde, meende zij, doordien zij in dien
oogenblik fel ontsteld geweest was, niet gedaan te hebben
wat zij moest doen om het doopsel te bedienen ; vandaar
hare tranen en hare zuchten, vandaar de bittere verwij-
tingen die zij haarzelve toebracht, omdat zij altijd peisde
de onvrijwillige schuld te zijn dat haar kleinkind nooit
God zou zien. Zoohaast zij Sint Franciscus de Sales
ontwaarde, wierp zij zich vóór hem neder, met bekreten
oogen hare fout bekennende. « O! mijn eerbiedweerdige
Vader, zegde zij, ik ben mogelijk oorzake, dat eene
ziel nimmer God aanschouwen zal! » De wijze bisschop
verstond zoo seffens dat er van eene bekoring kwestie
was, en wilde daarmede oogenblikkelijk gedaan maken.
« Mijne Moeder, riep hij al met eens uit, wilt gij weten
waarom gij zoo angstig zijt? \'t Is omdat gij te veel uwe
bekoringen toegeeft. » Die woorden hoorende, was Sinte
Chantal teenemaal gerust van herte; zij begreep dat er
onder hare handelwijze wat eigenliefde schuilde, en dat
zij wat meer op God betrouwen moest. Dadelijk beleed
zij hare schuld en, over van blijdschap, zag zij klaarlijk
dat zij allerbest en met grooten ijver het heilig doopsel
bediend had.
Dienzelfden dag ging men tot de begraving van
Maria-Amata over; want zij lag nog altijd uitgestrekt op
haar doodsbed, omringd zijnde van vele personen die
hare zachte wezenstrekken bewonderden en die aan Sint
Franciscus de Sales, terzelfdertijd dat zij met pater-
nosters en santjes haar lichaam raakten, den oorlof
vraagden om haar te mogen aanroepen. Zij geleek aan
-ocr page 23-
19
VAN SINTE CHANTAL
eenen engel. Toen men haarlichaam, in non gekleed,
ter aarde bestelde, prijkte het met een zilveren kruisken
op de borst en met eene kroon van witte rozen op het
hoofd (1).
t\' Zijnent wedergekeerd, schreef Sint Franciscus de
Sales, welke van die pijnlijke plechtigheid diep in de
ziel geschokt geweest was, zoo seffens aan moeder
Favre eenen brief, om haar met die schoone en stichtende
dood bekend te maken. « U komt het niet vreemd voor
te hooien, beminde Dochter, dat wij dezer dagen groote
smerten geleden hebben. Immers de goede Maria-Amata
de Chantal is ons, zooals gij weet, in den bloei harer
jaren ontrukt geweest, zij die niet gerekend had op zoo
korte dagen huwelijk, en die bestemd was om , te zaraen
met haren man, tot troost van hare teergeliefde moeder
te dienen. Doch, middenin onze droefheid, hebben wij,
gezien het heilig afsterven van onze schoonzuster,
gansch bijzondere redenen om ons te verheugen, want
wij verhopen vastelijk dat zij deze ellendige wereld
verlaten heeft om den hemel, het voorwerp harer vurige
verlangens, binnen te gaan.
» Onder degenen die bij haar bed stonden toen zij
den geest gaf, waren er eenigen die, gesticht in die
zalige dood, mij den oorlof vroegen om haar te aanroe-
pen , en anderen die, getroffen van dat zielroerend
schouwspel, luidop verklaarden dat zij meer dan ooit
hun best gingen doen om deugdzaam en voorbeeldig te
leven. O! wat is haar overlijden kostelijk geweest in de
oogen des Heeren! Ik was die schoonzuster om God
allermeest genegen, en nu, dat ik haar heb zien sterven
in den jeugdigen ouderdom van negentien jaren, roep
(I) Toen de teraardebeslelling voltrokken was, teekende Sint
Franciscus de Sales, op bet doodregieter des kloosters, den dag en
het jaar aan op welke het afsterven van Maria-Amata de Chantal,
tot non gemaakt, was voorgevallen.
-ocr page 24-
■20
GESCHIEDENIS
ik uit met volle gelatenheid in mijns Zaligmakers wil:
0 Jesus ! het geschiede mij naar uwe ondoorgrondelijke
en heilige schikkingen! Amen (I). »
Terwijl Sint Franciscus de Sales alzoo de droefheid
van zijn hert trachtte te lenigen, bezweek de eerbied-
weerdige moeder de Chantal onder de hare. Sedert de
dood van hare dochter, was zij om zoo te zeggen zonder
sprake gevallen en verkeerde in groot gevaar van te
sterven. In den uitspanningstijd, spinde zij, bij manier
van verzet, eenige zijde of wolle, doch gaf maar weinig
acht op de woorden van hare medezusters en zweeg
bijna stil. Wat het schrijven van brieven betrof, dat ook
liet zij achter. Slechts éénmaal stierde zij Sint Franciscus
de Sales een allerschoonste briefje toe, ten einde hem
met hare onderwerping aan Gods wil bekend te maken,
en hem te verklaren hoe zoet het haar voorkwam aan
hem haar hert te mogen openen. Ziehier dat zielroerend
en hoogst stichtende schrift.
« De vrede des Heeren en Dezes kostelijke zegen
vallen u steeds ten deele, welbeminde en achtbare Vader!
Wat mij aangaat, ik drage met geduld de beproeving
die God mij heeft overgezonden, en trooste mij in
"t gedacht dat Hij beter weet dan ik wat mij meest
voordeelig is.
» Desniettegenstaande ben ik gedurig gewaar, hoe-
zeer ik mijne overledene dochter genegen was, en
hoezeer ik ze steeds beminnen zal. Zij is het kind
geweest van mijn hert, en terecht zal zij het eeuwig
blijven. Middenin mijne droefheid, versta ik beter dan
ooit wat ik u al verschuldigd ben voor al het goed welk
gij mij en Maria-Amata gedaan hebt.
» Ik houde schier niet op God vuriglijk te bedan-
ken, omdat Hij mij eene zoo christelijke dochter gegeven
(1) Brief van Sint Franciscus de Sales, 14 September 1617.
-ocr page 25-
VAN SINTE CHANTAI.                                            21
heeft, en omdat Hij mij, in haar heilig afsterven, meer
en meer de nietigheid der aardsche zaken heeft doen
verstaan. Ja, bijna den dag door, roep ik met kracht en
met gelatenheid in den wille Gods uit: De Naam des
Heeren zij gt benedijd van nu af tot in der eeuwigheid!
Ongetwijfeld zult gij, achtbare Vader, blijde zijn zulks
te vernemen.
» Mijns dunkens, zou ik wat minder van mijn
overleden kind behoorcn te spreken; want enkel met er
aan te denken, ben ik reeds geheel neerslachtig. Doch,
wat wilt gij, beminde Vader, ik ben toch moeder! U zeg
ik dat alles rechtuit en openhertig, omdat ik sedert lang
ondervonden heb dat gij mijn trooster zijt (I). »
Zoo svist die kloekmoedige vrouw geweld te doen
om hare treurigheid te bedwingen, om leenemaal onder-
worpen aan Gods ondoorgrondelijke schikkingen voor te
komen, doch dat deed zij niet zonder fel te lijden in hel
lichaam. Zie, na zes weken vechtens tegen de natuur, na
vele en heldhaftige pogingen gedaan te hebben om hare
pijnen te verduiken, viel zij al met eens zieken geiaakte
spoedig in stervensnocd. Al de tijdgenooten van Sinte
Ghantal zijn eens om te getuigen, dat die ziekte voort-
kwam uit de droefheid die onze Heilige maakte in het
verlies van hare oudste dochter. De zaken gingen zoo
verre, dat Sint Franciscus de Sales verplicht was haar
de laatste sacramenten te bedienen. De eerbiedweerdige
bisschop trad het klooster binnen, hoorde de biecht der
stervende, berechtte haar, en ging vervolgens dichtbij
haar bed knielen, om haar in haar uiterste te helpen en
op te wekken. Moeder de Chantal leed schrikkelijke
pijnen in het lichaam en nog grootere in de ziel, en hare
oogen die het kruisbeeld, door Sint Franciscus de Sales
op het uiteinde van haar bed geplaatst, sterlinks bezagen,
(1) Brief zonder datum, die geschreven is in de maand Sep-
tember 1617.
II.                                                   SINTE CHANTAL 2
-ocr page 26-
22
GESCHIEDENIS
toonden genoegzaam hoe levend haar geloof was, en hoe
hevig hare smerten. Al met eens kreeg de deftige bisschop
het gelukkig gedacht God, ter eere van Sint Carolus
Borromeusdie onlangs onderhet getal der heiligen gesteld
was, iets te beloven. Men haalt inderhaast eene reliquie
van dezen gansch bijzonderen kerkvoogd, men brengt ze
met eerbied aan de bijna doodkoude lippen, van moeder
de Chantal, en zie! dadelijk roept de stervende, wie de
krachten waren weêrgekomen, met klare stem uit: « Teer-
geliefde Vader, sterven zal ik niet. — Neen, mijne Dochter,
hernam Sint Franciscus de Sales, gij zult niet sterven, of
liever, gij zult sterven, maar \'t zal zijn om eeuwig te
leven, om onsterfelijk te worden. — Ik ben gewaar, zegt
de zieke, dat ik mijne gezondheid teruggekregen heb,
dank aan God en aan zijn heiligen Dienaar. Inderdaad zij
was volstrektelijk genezen en kon haar werk doen zooals
voren, \'t Is het geval van te zeggen, dat God niemands
hulpe van noode heeft om wonderen te verrichten!
Zoo was het gelegen met moeder de Chantal bij het
afsterven van hare oudste dochter Maria-Amata: zij ver-
laat haar geen enkel oogenblik; zij blijft bij haar tot haren
laatsten snik ; zij heeft, wel is waar, de kloekmoedigheid
om haarde oogen te sluiten, doch zij valt in onmacht bij
het vervullen van dien harden plicht; zij doet eindelijk
geweld om niet meer te weenen, om hare droefheid te
bedwingen, om haar verdriet op te kroppen; doch zij
wordt daarvan ziek, en zij sterft in zekeren zin van
droefheid, dewijl een mirakel alleen bekwaam is haar
hare krachten weder te geven. Tegenover een zoo aan-
zienlijken tegenspoed waar Sinte Chantal, hoogst tevreden
met de aanbiddelijke schikkingen des Heeren, haar voor-
deel uit getrokken heeft, zwijgt men stil om een zoo uit-
muntend en zoo voorbeeldig mensch te eerbiedigen en te
bewonderen, en men herinnert zich met aandoening deze
woorden van Sint Franciscus de Sales: «In de bedrukte
-ocr page 27-
33
VAN Sl.NTE CHANTAL
moeder de Chantal, treft men tegelijk de manhaftige en
de teerhertige vrouw aan. »
Trekken wij thans onze oogen van die zielroerende
schouwspelen af, om te zien hoe moeder de Chantal met
hare twee andere kinderen, Francisca enCelsus-Benignus
te werke ging, en hoezeer zij met hunne tijdelijke en
eeuwige belangen bekommerd was.
Francisca, zooals wij het reeds gezegd hebben, bleef
altijd bij hare moeder wonen. Wanneer men de brieven
van Sint Franciscus de Sales leest, wordt men alle oogen-
blikken aan het een of \'t ander woord, aan de eene of\'
d\'andere groetenis gewaar, dat zij bij hare moeder t\'huis
is in het klooster. Getuige daarvan de volgende uit-
drukkingen: « Ik groete uit ganscher hert de Zusters
der Visitatie, alsook de jonge en deugdzame mejuffer de
Chantal (1). » « Moeder, zorg dat Francisca mij dezen
avond kome vinden, opdat ik hare biechte hoore (2). »
« Ik heb onze godvruchtige Francisca gezien in het
sermoen, maar de gelegenheid niet gehad om te vragen
hoe het hare moeder stelde. Daarom schrijf ik u, beminde
Moeder, dat briefje om den staat van uwe gezondheid te
kennen, en opdat gij mij zoudt laten weten, wat uwe
dochter Francisca gezegd heeft van mijn tamelijk streng
sermoen (3). »
De oorkonden, die te dien tijde geschreven en in
het klooster van Annecy berustende zijn, gewagen
insgelijks van Francisca\'s woning in de Visitatie. Overal
en altijd komt die jonge dochter nevens hare moeder
en dezer medezusters te voorschijn. Zij speelt met de
novicen en dient haar, door hare vogeltjes en hare
eekhoorntjes, een weinig tot verstrooiing (4). Zij wandelt
(1)  Brief van Sint Franciscus de Sales, 5 Februari 1617.
(2)  Brief zonder datum, die waarschijnlijk in 1613 geschre-
ven is.
(3)  Brief van Sint Franciscus de Sales, 4 December 1612.
(4)  Gedenkschriften van moeder Maria-Andriana Fichet.
-ocr page 28-
24
GESCHIEDENIS
onder de boomen van den hot, nu eens met zuster Maria-
Amata de Blonay, dan met zuster Claudia-Agnes
de la Roche, en meest van al met zuster Paula-Hieronyma
de Monthouz, die, naar het schijnt, met de opvoeding
van die mejuffer gelast was (1). Zij woont zelfs het gebed
bij met de Zusters, en deelt in hare verstervingen (2).
In den refter, is zij nevens hare moeder gezeten, en heeft
hare slaapkamer dichtbij de cel van onze Heilige. Eilaas!
vóór het afsterven der jonge barones van Thorens, trof
men nevens die twee cellen eene derde aan voor Maria-
Amata die, als zij hare moeder kwam bezoeken, telkens
vriendelijk verzocht werd in het klooster te willen ver-
nachten. Toen men met de bel teeken gaf dat liet voor de
Zusters tijd was van op te staan en zich naar de bidplaats
te begeven, « kwam de goede Maria-Amata, zegt moeder
de Chaugy, aan de deur van hare kamer kijken, om hare
teergeliefde mama, die stilzwijgend heenging, den
goedendag te wenschen. Moeder de Chantal, die niet
spreken mocht, gaf haar met haar hoofd te kennen dat
zulks haar aanstond, en dat zij haar voor hare vriende-
lijkheid bedankte (3). Francisca volgde het voorbeeld van
hare zuster na. « Alle morgen, lezen wij in een oud
gedenkschrift, verhaastte zij zich om hare welbeminde
moeder te gemoet te loopen en haar haren zegen te vragen.
Dan wist Sinte Chantal haar zachtjes toe te lachen, haar
met de hand een weinigje te streelen en haar hare bene-
dictie te geven. Ik late u geraden, of dat jonge kind
opsprong van vreugd en van aandoening (4). »
Niet alleenlijk bleef Francisca bij hare moeder
wonen in het klooster te Annecy, maar zij vergezelde
(1)  Het kleine huis der Galerij. Zuster Paula-Hieronyma
de Monthouz.
(2)  Het kleine huis der Galerij, bladzijde 7.
(3)   Gedenkschriften van moederde Chaugy, bladzijde 43S.
(4)  Kort begrijp van \'t leven en de deugden van Maria-
Francisca de Rabutin de Chantal,
uitgegeven door M. Migne.
-ocr page 29-
98
VAN SINTE CHAKTAL
haar ook, telkens al» Sinte Chantal verplicht was eene
reis te ondernemen. In 1611, toen onze Heilige naar
Burgonje vertrok, bevond zich Francisca aan de zijde
van hare moeder in hel rijtuig. Hetzelfde had plaats,
toen Sinte Chantal zich op weg stelde, om het klooster
van Grenobel te gaan stichten. Eenige maanden later,
toen onze Heilige tewege was naar Bourges af te reizen,
werd Francisca al met eens onpasselijk. Desniettegen-
staande, want de ziekte was niet erg, wilde moeder de
Chantal dat hare dochter met haar meeging; en reeds
was Francisca in de koets gezeten, toen Sint Franciscus
de Sales weigerde haar te laten vertrekken. « Onze goede
M. Michel, schrijft Sinte Chantal aan moeder Maria-
Peronna, zal u bekend maken hoe het met ons gaat, en
hoezeer het Francisca spijt mij niet te mogen vergezel-
schappen. Zij is, God zij gedankt! buiten alle gevaar;
doch gij weet hoe duur zij het moet bekoopen telkens als
zij, ziek zijnde, wat onvoorzichtig voorkomt. Om die
reden, hebben wij het geraadzaam gevonden haar t* huis
te laten. Doch, als het den Heere belieft, zal M. de Var
met die brave dochter naar Lyon afreizen, zoohaast als
het eenigzins zal mogelijk wezen; en vandaar zullen wij
haar doen geleiden naar Moulins, waar wij ze zullen
zenden halen (I). » Alzoo genoodzaakt aan hare leerge-
liefde Francisca voor eenigen tijd vaarwel te zeggen, is
Sinte Chantal om haar op den weg gedurig bekommerd.
Bij elke aanspanning van versche peerden, vraagt zij
naar nieuws van hare kranke dochter. Te Bourges
afgestapt, weet zij geen weg met haar zelve, omdat zij
geene maren heeft van Francisca. « Mijne welbeminde
Medezuster, schrijft zij dadelijk aan moeder Favre, hoe
komt het dat ik niet het minste briefje van u ontvangen
heb? gaat het mogelijk slechter dan naar gewoonte met
(I) Brieven van Sinte Chantal, uitgave Migne, bladz, 977.
-ocr page 30-
2fi
GESCHIEDENIS
mijn zieke kind (1)? » En eenige dagen later, vernomen
hebbende dat het voorwerp van hare liefde te Lyon
gelukkiglijk was aangeland, schrijft zij andermaal aan
moeder Favre, zeggende : « Mij is het onbekend of men
reeds Francisca is komen halen te Lyon, ik zou het geern
weten. Vaarwel; ik groete mijne teergeliefde medezusters
en ook Francisca, indien zij zich nog bij u bevindt.
Schrijf mij dan desaangaande spoedig een letterken (2).»
Terzelfder tijd sliert zij eenen brief toe aan moeder de
Bréchard, te Moulins, haar bedankende omdat zij tewege
is Francisca te doen halen. « Ik ben zeer tevreden,
omdat gij zoo goed zijt iemand te zenden die mijne
dochter uit Lyon naar Moulins zal medenemen..... Mijn
neef de Neufcht\'\'ze zal te Moulins hare aankomst
afwachten. Ziedaar vele moeilijkheid waar ik volstrekte-
lijk vreemd zou aan geweest zijn, hadde men mij haar
op den weg tot reisgenoote gegeven ; want zie, de brave
Francisca was reeds de koets opgeklommen om alhier
heen te reizen, toen men haar zegde, om reden dat zij
onpasselijk was, zich niet te vermoeien en te Annecy te
blijven. Gij kunt oordeelen, of die woorden aan haar
herte gingen, en of het haar lastig viel hare moeder, hoe
koite dagen ook, te verlaten (3)! » En Sinte Chantal sluit
haren brief met dezen zielroerenden volzin : « Vaarwel;
bid, en doe bidden voor mijne kinderen (4). »
Alzoo opgevoed door moeder de Chantal, bestierd
door Sint Franciscus de Sales, bemind door al de Zusters
der Visitatie, gestreeld door al de novicen, bereikte
Francisca haar zeventiende jaar, en scheen te vragen,
dat men zich met haar toekomende geluk sterk zou
bezig houden.
(1)  Brieven van Sinte Chantal, uitgave Migne, Madz. 978.
(2)  Brieven van Sinte Chantal. uitgave Migne, liladz. 981.
(3) Brieven van Sinte Chantal, uitgave MigDe, bladz. 984.
(1) Brieven van Sinte Chantal, uitgave Migne, liladz. 1071.
-ocr page 31-
27
VAN SINTE CHANTAI.
Moeder de (ühantal, zooals wij het verhaald hebben,
had eene groote begeerte om haar non te zien worden,
en de vurigheid van Francisca in 1611, 1612 en 1613.
was oorzake dat men eenigen tijd die hope koesterde.
Doch, naarmate zij vorderde in jaren, gevoelde Francisca
geen den minsten trek naar het kloosterleven, en Sint
Franciscus de Sales, die haar bestierder was, zegde aan
moeder de Chantal dat, ingezien de genegenheden van
hare dochter om het huwelijk aan te gaan, zij wél zou
doen met haarvoorzichtiglijkde wereld te leeren kennen.
Daar het klooster van Annecy nog onder geen slot
gesteld was, en men te dien tijde van geene nachtelijke
feesten en bijeenkomsten te spreken wist, kon men
Francisca toelaten dat zij in de wereld ging, zonder het
klooster te moeten verlaten. Doch men werd welhaast
gewaar, hoe verderfelijk de wereldsche vermaken zijn.
Zie, die jonge mejuffer, welke eene zeer christelijke
opvoeding ontvangen had en wier vurigheid zoo groot
was dat, nauwelijks vijftien jaar oud zijnde, zij zich nu
en dan menige geeselslagen toebracht, was schaars
onder de menschen geweest, of zij kwam minder inge-
keerd en minder godvruchtig weder. Inderdaad, naar
ziel en lichaam met de schoonste hoedanigheden begaafd,
werd zij door de edelste en schranderste mejuffers van
dien tijd sterk gezocht en bemind, en het duurde niet
lang of, beu zijnde van hare heilige oefeningen, vond zij
al haar verzet in te spreken van verlustigingen, van rijke
kleederen en van kostelijke tooisels, zoodanig dat Sint
Franciscus de Sales haar desaangaande dikwijls eenige
welgepaste bemerkingen maakte. Doch de vernuftige
bisschop verstond al gauw dat Francisca, op wier
gedrag er nogtans niets bijzonders te zeggen viel,
te sterk de wereld beminde om volkomentlijk naar zijne
raden te luisteren; en daarom, vergenoegde hij zich met
haar allermeest tot het oefenen der deugd aan te
-ocr page 32-
28
GESCHIEDENIS
moedigen, voor den oogenblik niets anders van haar ver-
zoekende dan dat zij dagelijks met een goed hert een\' Wees
Gegroet
zou bidden. Francisca stelde die vermaning in
\'t werk, en liet geen dag voorbijgaan zonder dien Wees
Gegroet
godvruchtiglijk te lezen. Niet zelden haalde zij
dien zaclitmoedigen trek van den bisschop op, ook nog
dat hij haar eene speld aanbood om haren halsdoek vast
te maken, eens dat zij een weinig bloot van kele te
voorschijn kwam. Sint Franciscus de Sales hield gedurig
de oog op Francisca\'s gedrag, om haar te berispen en
te straffen als het noodig was. Zie, op zekeren keer dat
hij haar wat veel opgetooid ontmoette, zegde hij haar:
« Ongetwijfeld, mijne Dochter, is het uwe moeder niet
die u zoo rijkelijk heeft aangekleed. » De verstandige
bisschop oordeelde juist; immers Francisca was gewoon
zich buiten de wete van hare moeder, die haar steeds de
welvoeglijkheid leerde, allerkostelijkst op te smukken,
een huis van de stad daartoe verkiezende.
Daar het zoo was, moest men denken om Francisca
een voordeelig en christelijk huwelijk te bezorgen. De
eerbiedweerdige moeder de Chantal en Sint Franciscus
de Sales waren om die zake sterk bekommerd, en
spaarden geene moeite om de verlangens van die jonge
mejuffer te voldoen. Eene eerste poging werd gedaan in
1618. Er was kwestie van een edelen jonker van Savooie,
met name M. de Foras, die rijk en godvruchtig zijnde,
zeer bekwaam zou wezen om het geluk van Francisca
uit te maken. De wijze bisschop van Geneve, wien hij
zeer aanstond, stelde hem, in 1619, tijdens zijne reis
naar Parijs, voor aan Celsus-Benignus, en het duurde
niet lang of die twee jongelingen, gezien de gelijkheid
van hunne afkomst en van hun karakter, waren de beste
vrienden. « Dezen morgen heb ik het bezoek ontvangen
van M. de Foras, schrijft Sint Franciscus de Sales aan
Sinte Chantal, en hoogst blijde was ik te vernemen
-ocr page 33-
\'2\'J
VAN SINTE CIUNTAL
van hem, dat hij in zeer vriendelijke betrekkingen leeft
niet uw teergeliefden zoon Celsus-Benignus. Dat zeg ik
u tot uwen troost. Indien ik eene zuster had die eene
fortuin van vijftigduizend kronen bezit, volgeern zou ik
gedoogen dat zij met M. de Foras in den echt trede.
Immers, hoe meer ik hem ken, hoe meer ik hem
bemin. »
Die woorden in acht genomen, weigerde Sinte
Chantal niet hare dochter in huwelijk te geven aan
M. de Foras. Doch, daar onze Heilige zich te dien tijde
te Bourges bevond, waar zij eene stichting van hare
Orde deed, en Francisca alsdan in Burgonje, bij eene
harer bloedverwanten verbleef, liep de zake wat aan en
kon men niet zeker zeggen dat het ontworpen huwelijk
zou plaats hebben. « De goede M. de Foras. schrijft de
bisschop van Geneve aan moeder de Chantal op 3 Ja-
nuari 16J 9, is ziek van \'t geweldig verlangen om
Francisca te trouwen. »
En den 9 derzelfde maand roept hij uit: « Wat
M. de Foras neerslachtig maakt, is dat hij vooreerst
niet weet of gij waarlijk toestemt dat uwe dochter met
hem het huwelijk aanga, doordien Francisca bij u niet
is, en gij zonder haar en zij zonder u niet gewoon zijt
iets te beslissen. Ten tweede, is het hem onbekend of
Celsus-Benignus, den echt van zijne zuster met eene
goede oog aanziet. Eindelijk ten derde, gaat het hem
tegen dat niemand hem zegt, hoe groot de huwelijksgift
van Francisca zijn zal. Ziedaar, achtbare geestelijke
Dochter, waar ik u van spreken wilde, en, ofschoon ik,
God zij gedankt! nooit den huwelijken staat beleefd heb,
weet ik genoeg welke de eischen zijn van bruid en
bruidegom, om u te verzoeken die netelige kwestie ten
spoedigste op te lossen. Ik mag u in de rechtzinnigheid
mijns herten verklaren, dal M. de Foras een brave en
godvruchtige jonker is, en dat, kwame hij zelfs Francisca
-ocr page 34-
50
GESCHIEDENIS
niet te trouwen, hij toch voor uwen zoon zon verdienen
door te gaan (1). »
De zake mislukt zijnde, spande Sint Franciscus de
Sales, die niet begreep waarom men M. de Foras van
de hand gewezen had, een jaar later nieuwe pogingen in,
om Francisca eenen echtgenoot te verschaffen. « Indien
gij mij zegt, schrijft hij aan Sinte Chantal den 20 Fe-
bruari 1620, dat de genegenheid om te trouwen bij
Francisca altijd blijft voortduren, dan zal ik al doen wat
ik kan om haai\' den deugdzamen neef van M. Andelot,
ofwel M. de Ballon, indien hij met jufvrouw de Char-
moisy in den echt niet treedt, te bezorgen (2). »
Terwijl Sint Franciscus de Sales om het huwelijk
van Francisca fel bekommerd was, spaarde
moeder de Chanlal, die om gewichtige redenen naar
Parijs was afgereisd, van haren kant, geene moeite om
den echt van hare dochter te doen gelukken. Onder
degenen die Francisca ten huwelijk verzochten, trof
men M. den graaf de Toulongeon aan, eenen jongeling
van edele afkomst die, als krijgsman, in het beleg van
Suzeen van la Rochelle veel van hem had doen spreken,
en die, volgens Bussy-Rabutin, de verwondering van
eenieder zou uitgemaakt hebben, hadde hij langer
geleefd. Ofschoon hij nog jong was, had hij niettemin
een merkelijk grooteren ouderdom bereikt dan Francisca;
doch dat gebrek wist hij door zoo aanzienlijke voordeelen
te vergoeden, dat noch Sinte Chantal, noch ook Celsus-
Benignus het over hun hert konden krijgen, zijne
eischen uit de oog te verliezen. Dadelijk gaf de eerbied-
weerdige moeder van geheel die zake kennis aan hare
dochter, en verzocht M. de Toulongeon, die naar
(1)  Onuitgegeven brief van Sint Franciscus de Sales. Hand-
vesten der Visitatie.
(2)  Insgelijks onuitgegeven brief van Sint Franciscus de
Sales. Handvesten van Annecy.
-ocr page 35-
51
VAN SINTE CHMiTAL
Burgonje vertrok, waar Francisca alsdan verblijvende
was, haar dezen briet te willen behandigen. Ik twijfel
geenszins of de lezer zal dat schrift, welk van een
gansch bijzonder gezag en van een ongemeen goed
oordeel getuigt, met voldoeninge lezen.
« Zie, mijne teergeliefde Dochter, zoo spreekt
moeder de Chantal, op u komt inderhaast M. de Tou-
longeon, die sedert acht of tien dagen in verlof is, af,
om te weten of gij hem wilt aanveerden voor uwen man.
Hij hoopt dat hij u zal aanstaan, en vreest niet
opentlijk te verklaren dat gij in hem een braven en
deugdzamen mensch zult ontmoeten. Wat mij belangt,
ik zeg u rechtuit dat de kans allerbest is, en dat gij
nergens een deftiger bruidegom zult aantreffen. Daaren-
boven gevoel ik zoo groote tevredenheid van geest sedert
dat ik dien heer ken, dat ik niet aarzele te zeggen,
in dien voorstel de hand Gods te zien. De edele afkomst
en de fortuin van M. de Toulongeon zijn ongetwijfeld
dingen die niet te misprijzen zijn. doch, wat is dat alles
in vergelijkinge met de schranderheid van geest, met de
openhertigheid, de wijsheid, de rechtschapenheid, de
goede inborst en de treffelijkheid van handelwijze die hij
bezit? Bedanken wij dan God, beminde Francisca, omdat
Hij ons met zoo uitstekende weldaad begunstigd heeft.
Wil ook niet vergeten, mijn Kind, dat gij meer dan ooit
verplicht zijt God te beminnen en te dienen, dat gij nog
dikwijlder dan voorheen tot de heilige sacramenten moet
naderen, en dat gij nooit ophouden moogt u in de oot-
moedigheid en de zachtmoedigheid te oefenen. Neem den
boek, Philothée genaamd, voor leidsman, hij zal u den
goeden weg aanwijzen. Peis niet te veel op diamanten
ringen en schoone kleederen. Gij zult lieve Francisca,
alles in overvloed hebben, doch herinner u steeds dat gij
aan de vergankelijke dingen dezer wereld uw hert niet
moogt vastkleven, en dat gij niet dan den hemel beoogen
-ocr page 36-
52
CESCH1EUF.M1S
en betrachten moet. Wees voortaan niet minder dan
eertijds om een stichtend en heilig leven te leiden
bekommerd, en draag vooral zorg dat de getrouwden zich
aan uw gedrag mogen spiegelen. Wat ben ik blijde dat
wij, uwe vrienden en ik, u met dat christelijk huwelijk
hebben bekend gemaakt! Met naar mijne raden te
luisteren, beminde Dochter, zult gij u wél bevinden.
Ten andere, staat die toekomende echt uwen broeder
allermeest aan. M. de Toulongeon is, wel is waar, vijftien
jaar ouder dan gij; doch, hem trouwende, zult gij,
teergeliefde Francisca, gelukkiger zijn dan gij het
wezen zoudt , bijaldien gij eenen rijken doch ondeu-
genden jongeling trouwdet. Gij zult in den echt
treden met eenen mensch die eerlijk en deftig van
manieren is, die op het hof en in den oorlog wonder-
bare blijken van manhaftigheid gegeven heeft, en
die daarbij eene aanzienlijke fortuin bezit. Gij zoudt
preuve doen van weinig gezond oordeel, zoo gij hem met
geene beleefdheid en hertelijkheid ontvinget. Ik bid u,
beminde Dochter, dit alles eens goed te overwegen en u
naar mijne raden te voegen. Dan moogt gij verzekerd
zijn, dal God, die voor u gezorgd heeft, u krachtdadig zal
helpen en bijstaan (1). »
Francisca voldeed de verlangens van hare heilige
moeder. Zij onthaalde zeer vriendelijk M. de Toulongeon
en verklaarde welhaast dat zij met hem het huwelijk zou
aangaan. Geheel bare familie was blijde zulks te ver-
nemen, en eerlang hoorde men onder de edeleen rijke
bloedverwanten van bruid en bruidegom van niets anders
meer spreken dan van huwelijksfeesten, van tooisels,
kostelijk gesteente en schoone kleederen, in één woord,
van al die ijdelheden waar de verloofden zich meesten-
deels mede ophouden, en waardoor zij belet zijn aan de
(1) XCIII Brief van Sinte Chantal.
-ocr page 37-
53
VAN SINTE CIIAXTAL
grootheid van het sacrament welk zij gaan ontvangen
genoegzaam te denken. Middenin de blijdschap welke
die echt aan beide familiën veroorzaakte, zal het
ongetwijfeld aangenaam zijn nogmaals de wijze vermanin-
gen, die Sinte Chantal aan hare dochter geert, te hooren.
Overigens zijn deze hare woorden bijna de merkweer-
digste die zij ooit gesproken heeft.
« Parijs, 13 Mei 1620.
» Mijne welbeminde Francisca,
» Vuriglijk heb ik God bedankt, omdat Hij zoo
wonderbaar voor u zorge gedragen heeft, omdat Hij u
eenen bruidegom naar zijn Hert heeft doen ontdekken. *
Ik koestere de zoete hoop dat Hij u voortdurend onder
zijne waakzame ooge houden zal, en dat Hij u, in uw
nieuwen staat, met gansch bijzondere gratiën zal verrijken.
Ik beken opentlijk dat, hoe meer ik aan uw toekomende
huwelijk denke, hoe meer ik overtuigd ben dat gij een
alleszins dertigen echtgenoot hebt aangetroffen. Ja,
M. de Toulongeon is, volgens mij, schier de vriende-
lijkste en de godvruchtigste der menschen. Hij is allerbest
gezind van zijne reis t\'huis gekomen, en wij allen, wij
zijn over van vreugd, omdat hij zoo tevreden is. Zekerlijk
heb ik met voldoeninge gezien, dat gij u op mij sterk
betrouwt, doch ik moet u zeggen dat gij nooit ophouden
moogt zulks te doen, dewijl ik nooit ophoude om zoo te
spreken voor uw tijdelijk en geestelijk welvaren te
bidden... Schrijf mij, beminde Francisca, welke de
gevoelens zijn van uw hert, en hoe gij ten opzichte van
M. de Toulongeon gesteld zijt. Al wat ik wensche, is dat
gij hem om God groote genegenheid toedraget, dat gij
met hem openhertig te werke gaat, opdat de zegen des
Heeren mildelijk over u zou nederdalen. Ja, ik hevhale
hetgeen ik u reeds gezegd heb: M. de Toulongeon is een
mensch van gansch bijzondere verdiensten, die mij om
-ocr page 38-
34
GESCHIEDENIS
zijne deugd allermeest aanstaat. Overigens is hij insgelijks
bij al oi./.e bloedverwanten of vrienden in buitengewone
achting.
» Naar het schijnt, is hij hoogst bekommerd om
u gouden en diamanten ringen te koopen; doch, daar die
overtolligheid van ringen bij de personen van aanzien-
lijken rang maar moeilijk meer gedoogd wordt, om reden
dat het dragen van dergelijke juweelen uit de mode
geraakt is, zou ik blijde zijn dat hij zulks niet deed.
Ik vreeze nogtans dat hij desaangaande mijne verlangens
niet zal voldoen: zoo waar is het, dat hij u groote doch
christelijke genegenheid toonen wil. Zie, reeds van nu af,
zendt hij u kostelijke perelen, schoone oorhangers en
eene doos om te schilderen met edele gesteenten bezet.
O mijn God! ik ben gewaar dat gij het hert en de beurs
van den achtbaren heer de Toulongeon meester zijt.
Doch wil niet vergeten, mijn Kind, dat gij nimmer te
groot in uwe wapens zijn moogt, en dat gij, middenin de
weelde, wijselijk en voorzichtig moet te werke gaan. Wat
uwe kleederen betreft, gij moet u zwichten van er te veel
te doen maken; indien gij wilt, zal ik u daartoe goede
en deugdelijke stoffe bezorgen, die niet in de oogen zal
springen van de menschen en die u hoogst zal betamen.
Overigens begeer ik dat, om een bruiloftskleed aan te
koopen, gij u in geene onkosten steket: immers op het
hot en bij de edellieden belacht men dat zot gebruik. Ja,
welbeminde Francisca, ik verlange dat gij zonder
veel beslag te maken het huweijk aangaat; daarom zult
gij, is \'t zoo niet? al wat ik kome te zeggen eens goed
overwegen.
» M. de Toulongeon heeft mij laten weten dat gij wei-
gert te trouwen in de maand Mei. O mijn God! wacht u
van alle angstvalligheid en van bijgeloof. Ik verlange
vuriglijk dat gij u met dergelijke prullen niet ophoudet.
» Eindelijk, hoe meet ik dien jonker leere kennen,
-ocr page 39-
VAN SINTE CHANTAL                                           35
hoe meer ik hem bemin, en hoe meer ik versta wat al
dankbaarheid wij den Heere verschuldigd zijn voor al het
goed welk Hij ons gedaan heeft. Herinner u steeds,
beminde Francisca, dat God u ziet, en dat gij diensvolgens
uwen verloofde op eene christene en zedige wijze moet
liefhebben. Ja, ik begeere dat gij hem eene groote en
heilige genegenheid toedraget, en dat gij u sterk ver-
heuget, omdat gij een zoo deftigen bruidegom hebt aan-
getroffen. Wat mij belangt, ik ben van M. Toulongeon
ten uiterste tevreden. Vaarwel, mijne Dochter, vaarwel,
en schrijf mij van tijd tot tijd eenige woorden. »
En alsof onze Heilige hare dochter met de eenvou-
digheid nog niet genoegzaam hadde bekend gemaakt,
voegt zij bij haren brief het volgende postscriptum:
« Tracht, mijn Kind, uwen bruidegom schoonete
spreken, dat hij u niet te veel diere dingen aankoope;
want hij bemint u zoo sterk dat, om u te behagen, hij
zich, zoo hij niet tegengehouden wierde, in aanzienlijke
onkosten steken zou. Waarlijk gij moogt u gelukkig
achten, omdat gij een zoo braven man hebt tewege; doch
ik smeeke u hem ootmoedig en beleefd te vragen niet te
veel geld aan beuzelingen te hangen, te meer, omdat gij
mijne dochter zijten diensvolgens in zekeren zin verplicht
zijt, naar het voorbeeld van uwe moeder, eenvoudig voor
te komen. Vele groetenissen van mijnen kant aan u en
aan de familie. Dus, vaarwel, lieve Francisca, en houd
niet op uwen bruidegom om God te beminnen (1). »
Alles was bereid tot de inzegening des huwelijks,
toen, eilaas! Francisca al met eens ziek werd en in gevaar
van te sterven verkeerde, \'t Is hetgeen Sinte Chantal
schreef aan moeder de Bréchard: « Mijne dochter Fran-
cisca, achtbare Medezuster, is op het punt geweest van
uit dit leven te scheiden; \'t is het geval van te zeggen dat
(1) Briefvan Sinte Chantal, 1620.
-ocr page 40-
5<;
GESCHIEDENIS
men in de wereld vele zwarigheden aantreft. Dank aan
Onzen Lieven Heere! is zij tegenwoordiggansch hersteld,
en denkt, als er niets tegenslaat, tusschen hier en acht
dagen in den echt te treden (1). »
Inderdaad zij ging het huwelijk aan, korts daarna,
op het einde van Juni 1620, en \'t was Sint Franciscus de
Sales die bruid en bruidegom trouwde. Op welken dag
en in welke stad die plechtigheid plaats had, kan ik met
zekerheid niet zeggen; alleenlijk weet ik, dat de inzege-
ning van het huwelijk veel geluk bijbracht aan Francisca,
die niet haren man aangename dagen sleet.
Terwijl Sinte Chantal met zooveel bijval die belang-
rijke zake voleindigde, dacht zij om eene voor het minste
zoo ernstige doch moeilijker taak, die haar insgelijks
lukte, \'k versta het huwelijk van haren zoon, den jongen
vrijheer de Chantal, af te doen. Celsus-Benignus maakte,
zooals wij reeds gezegd hebben, door zijne goede
hoedanigheden en Joor zijne talrijke gebreken, beurte-
lings de blijdschap en de droefheid van zijne moeder uit.
« Wat uwen Celsus-Benignus betreft, schreef Sint Fran-
ciscus de Sales aan onze Heilige, wensch hem van
mijnen kant geluk, omdat hij zich zoo deftig gedraagt.
Ongetwijfeld zal God, indien Hij mijne gebeden ver-
hoort, hem doen loopen op den weg der volmaaktheid. »
En, eilaas! des anderendaags van een zoo troostelijken
brief, vernam men dat hij, zonder vaar ot vrees, lijf om
lijf gevochten en zijnen tegenstrever overwonnen had.
Sedert eenige jaren aan het hof in dienst getreden, stond
hij er in groote gunst. Schrander van geest en blijmoedig
van karakter, liefhebber van den dans en van het te
peerd rijden, onversaagd men kan niet meer, bracht hij,
vriend als hij was van den hertog de Boutteville, van den
hertog d\'Elbceuf, van M. de Noailles, van den prins van
(1) Brief ma Sinte Chantal, 9 Juni 1620.
-ocr page 41-
7,7
VAN SINTE C.IUNTAL
Chalais en van M. de Toiras, die later tot maarschalk van
Frankrijk gemaakt werd, in feesten, in tweegevechten en
in grappigheden van alle slag zijn uitgestort en beroemd
leven door, zoodanig dat zijne godvruchtige moeder om
hem niet zelden sterk bekommerd was, en gedurig vreesde
hem ongelukkig te zien varen.
Op den oogenblik dat moeder de Chantal te Parijs
aankwam, had Celsus-Benignus, tot eenen tweekamp
uitgedaagd, niet geaarzeld met zijnen tegendinger lijf om
lijf te vechten, en liep, in weerwil van de bescherming
waar hij aanspraak op maakte, groot gevaar van sterk
gestraft te worden. De eerbiedweerdige moeder de
Chantal was van dat pijnlijk nieuws allermeest aangedaan.
Al de brieven die zij te dien tijde schreef, getuigen van
die buitengewone treurigheid. « Ik smeeke u vriendelijk,
zegt zij aan moeder de Chatel en dezer medezusters, voor
mijnen zoon vuriglijk en aanhoudend te bidden. Die
jongeling is goed van aard en bezit loffelijke hoedanig-
heden; doch, zijne kleine nadenking ingezien, doet hij
soms dingen die teenemaal af te keuren en, meer dan men
peinzen kan, sterk te bejammeren zijn. Ik vreeze altijd dat
het een of \'t ander ongeluk hem zal overkomen. God
make dat het anders zij (1)! » En aan moeder de Bréchard:
« Bid voor mij. Ik ben fel beproefd in mijne kinderen (2). »
En eenigen tijd later nogmaals aan moeder de Chatel:
« Mijne beminde Medezuster, ik weet van vele en zeer
gevoelige kruisen te spreken; mijn moederlijk hert is van
droefheid overstelpt. Desniettegenstaande onderwerp ik
mij geheel en al aan de schikkingen van den Heer (3). »
\'t Is om Celsus-Benignus van alle gevaren naar ziel
en lichaam te doen vrij gaan, dat Sinte Chantal, die om
haar onbedachte kind veel onruste leed, reeds met 1618,
(1)  Brief van Sinte Chantal. Uitgave Migue, bladï. 970.
(2)  Brief van Sinte Chantal. Uitgave Migiie, lladz. 984
(3)  Brief van Sinte Chantal. Uitgave Migne, bladz. 98b.
II.                                                    SINTE CHANTAL 3
-ocr page 42-
3S
GESCHIEDENIS
toen Celsus-Benignus noch maar een en twintig jaar oud
was, alle pogingen aanwendde om hem een voordeelig
huwelijk te bezorgen. Twee kansen mislukt zijnde, en
voor den oogenblik er geen goede aantreffende, zond
hem onze Heilige, die begeerde hem ten spoedigste uit
Parijs en uit het hof, waar hij zijne ziel verloor, te zien
afreizen, naar Savooie bij Sint Franciscus de Sales, dezen
kerkvoogd smeekende dat hij aan Celsus-Benignus eene
intrede op het hof van den hertog van Nemours zou ver-
schaffen, « Ik zal daarvoor al doen wat ik kan, schrijft
Sint Franciscus de Sales; doch wat ik vrees, is dat men
hem in den beginne maar een leegen graad zal laten
nemen. Eereposten zal hij moeten verdienen door zijne
onderwerping en door zijne deugd, die hem ongetwijfeld,
zoo hij zulks wil verstaan, tot een verheven rang, zijner
afkomst weerdig, zullen geleiden. Ik zal aan Celsus-
Benignus daarvan spreken met de eerste gelegenheid en
hem voor oogen leggen dat, bijaldien men zijnen weg
maken wil, het beter is zachtmoedig en beleefd te zijn dan
barsch en hooveerdig. U is het bekend, achtbare Moeder,
dat het hof van den prins een klooster gelijkt, en dat hij
voor niets ter wereld onder de zijnen eenige wanorde
kan gedoogen. Ik zal mij veel moeite geven om die zake
te doen gelukken, om den zoon van mijne eerbiedweer-
dige moeder, den broeder van mijne welbeminde zuster
meteene gansch bijzondere weldaad te begunstigen (1). »
Dat ontwerp mislukte, hetzij omdatde jonge vrijheer
de Chantal, die aan de feesten van het hof van Frankrijk
gewoon was, het over zijn hert niet kon krijgen in Savooie
te wonen, hetzij om andere redenen. Celsus-Benignus
kwam dan naar Parijs, waar zijne moeder verbleef,
weder, en nauwelijks, was hij er aangekomen, of hij wist
zich tegen eenen booswicht, die hem en zijnen vriend
(1) Ongedrukte brief. Handvesten van Annecy.
-ocr page 43-
VAN SINTE CHANTAL                                          39
aanrandde, fel te verdedigen. « Ongetwijfeld zijt gij,
welbeminde Zuster, schrijft onze Heilige op 12 Maart 1620
aan moeder de Bréchard, allermeest aangedaan geweest
van hetgeen mijnen zoon is voorgevallen ; ik ken immers
de groote genegenheid die gij mij en de mijnen toedraagt,
en hoezeer gij verlangt, voor zooveel het zijn kan op
aarde, ons volkomen gelukkig te zien. Zooals gij weet,
is mijn zoon en zijn vriend door eenen booswicht onver-
wachts aangevallen geweest in de straten van Parijs, en
heeft mijn zoon den beleediger harde slagen toegebracht.
Hij heeft zich over die gebeurtenis wat ontsteld, te meer,
omdat hij met eenen lafaard te doen had; gelukkiglijk is
alles wél vergaan, en heeft men geen ongelukken te
betreuren gehad. Men heeft den kwaaddoener, die tame-
lijk gekwetst is, doch geen gevaar loopt van te sterven,
naar het gevang geleid, waar hij zal tijd hebben om zijne
euveldaad te beschreien en uit te boeten. Laat ons God
bedanken, achtbare Medezuster, omdat Hij mijnen zoon
en zijnen vriend voor eene wreede dood bewaard heeft.
Wat u betreft, bid, en doe bidden voor mijnen zoon,
want hij heeft het sterk van noode (1). »
En korts daarna, schreef onze Heilige aan moeder
de Chatel: « Ik smeeke u, achtbare Medezuster, vurige
gebeden te willen storten voor mijnen zoon, en Gode
dien jongeling op eene bijzondere wijze aan te bevelen.
Wees zoo goed te vragen aan uwe gezellinnen, mijne
teergeliefde medezusters, dat zij hem in hare gebeden
insgelijks indachtig zijn (2). »
Lichtelijk kan men begrijpen dat, een dergelijk
lichtzinnig leven ingezien, het moeilijk was voor Celsus-
Benignus, die nogtans met de schoonste hoedanigheden
van hert en van geest prijkte, eene deftige echtgenoote
aan te treffen. Ook moest hij nog drij jaar wachten, eer-
(1)  Brief van Sinte OianêaZ. Uitgave Migne. bladz. 1022.
(2)  Brief van Sinte Chantal. Uitgave Migne, bladz. 1115.
-ocr page 44-
40
I.FSI llllhl.MS
dat het hem lukte een alleszins voldoende huwelijk aan te
gaan. In 1624, gaf hij, hierin sterk geholpen door zijne
moeder, trouwbelofte aan Maria de Coulanges, dochter
van Philippus, heer van Ia Tour-Goulanges, staatsman
en geheimschrijverder hoofdlasten. \'t Was een zeer rijke,
zeer godvruchtige, zeer zachtmoedige en zeer vriendelijke
jonge dochter. Sinte Chantal was hoogst tevreden, omdat
haar zoon zoo goede keus gedaan had, en hield niet op
daar God vurig voor te bedanken. Van haren kant wist
mejuffer de Coulanges zich gelukkig te achten, omdat zij
in den jongen en welgemaakten vrijheer de Chantal een
schranderen en dapperen bruidegom had gevonden.
De oogenblik van te trouwen gekomen zijnde,
spaarden beide familiën geene moeite, om te maken dat de
eerbiedweerdige moederde Chantal de bruiloft bijwoonde.
Celsus-Benignus vooral stelde alles in \'t werk om haar
daartoe te bewegen. Doch Sinte Chantal, doordien zij non
en stichtster van eene Orde was, vreesde hierdoor de
wereld en het klooster te ontstichten, en vergenoegde
zich met aan de familie de blijdschap van haar hert te
doen kennen. « O mijn God! schreef zij aan mevrouw
de Coulanges, hoe groot is mijne vreugde! Zie, ik houde
schier niet op den Heer te bidden, opdat Hij zijne beste
zegeningen over de pas getrouwden uitstorte, opdat Hij
ze beware voor alle ongelukken naar ziel en naar lichaam,
en opdat Hij hen lange en troostvolle dagen verleene op
aarde, in afwachtinge dat hij hen later met den schoonen
hemel begunstige. »
Dus, van 1617 tot 1624, binst die belangrijke jaren
waar wij wat wijdloopiger van spreken zullen, wist
moeder de Chantal niet enkel een deel van Frankrijk te
doorkruisen, de kloosters van Grenobel, van Bourges,
van Parijs en van Dijon te stichten; niet enkel met Sint
Vincentius a Paulo, met kardinaal de Bérulle, met pater
de Condren, met moeder Angelica Arnauld in gansch
-ocr page 45-
VA.1 ShNTE I.IIAM VI.                                           41
bijzondere onderhandelingen te treden; niet enkel Port-
Royal, Maubuisson, de Karmelietersen, de Penitenten te
bezoeken en alle slag van goede werken te verrichten,
maar zij vond nog tijd om zich met het toekomende
geluk van haren zoon en van hare dochter te bekommeren,
en om hun een alleszins welgepasl huwelijk te bezorgen.
<( Ik bewondere de handelwijze van God te onzen
opzichte, schreef de jonge vrijheer aan zijne moeder
eenigen tijd nadat hij het huwelijk had aangegaan : zie,
indien gij, welbeminde Mama, naar onze verlangens, in
de wereld gebleven waart, en gij, om ons tijdelijk en
eeuwig welvaren te behertigen, alles had gedaan wat
mogelijk is te doen, beterzoudt gij niet gehandeld hebben
dan gij tegenwoordig, kloosternon zijnde, met ons
gehandeld hebt. Immers God heeft ons, door uwe
tusschenspraak, met eene echtgenoote begunstigd die, in
acht genomen onze afkomst, onzen ouderdom en ons
karakter, allerbest geschikt is om ons geluk uit te maken. »
Die taak afgedaan zijnde, zou men genegen zijn om
te denken, dat Sinte Chantal ging ophouden te zorgen
voor hare kinderen. Doch, is het ooit toegelaten aan eene
moeder hare kinderen uit de oog te verliezen? Zie,
middenin hare grootste bezigheden en wonderbare ver-
rukkingen, gaat zij voort met zich om hun tijdelijk en
eeuwig welvaren te bekommeren. Zij deelt in hunne
blijdschap en in hunne droefheid; zij trekt al hunne
belangen ter herte, en weet hen zoo krachtig te beminnen
dat, bijaldien zij geen stichtster eener beroemde Orde en
de eerste overste der Zusters van de Visitatie, die
haar als hare beschermster aanzien, geweest ware, zij
voor de patrones der christene moeders en der verlaten
weezen zou doorgaan.
•o^>
-ocr page 46-
-ocr page 47-
De Visitatie is tot eene geestelijke orde onder
den regel van Sint Augustinus gemaakt. —
Stichting van de kloosters van Moulins, van
Grenobel, van Bourges en van Parijs. —
Moeder Angelica Arnauld van Port-Royal
vraagt om in de Visitatie aanveerd te
•worden.
1617-1620
iddelerwijl ging de Visitatie aan \'t bloeien en
\'t groeien. De Constüutiën waren neer-
geschreven; de oorlof, welken SintFranciscus
de Sales aan den Paus gevraagd had om het
genootschap lot eene geestelijke Orde te maken, was,
dank aan de tusschenkomst van kardinaal Bellarminus,
op het punt van gegeven te worden. Twee kloosters
wilden wél voorwaarts: het eene te Annecy, onder het
bestier van moeder de Chantal zelve; het andere te Lyon,
onder dat van moeder Favre. Een derde rees uit den
grond te Moulins, door het toedoen van moeder
de Bréchard; een vierde was verwacht te Grenobel.
Men herinnert zich ongetwijfeld nog de vrage die,
in de maand Juli 1616, gedaan werd aan Sint Franciscus
de Sales door den aartsbisschop van Lyon, bestierder van
het bisdom Autun, waar Moulins van afhing, alsook die
-ocr page 48-
44
I.KSCIIIKIIK.MS
welke gedaan werd door den maarschalk de Saint-Géran
en den meier en de schepenen van Moulins betrekke-
lijk het stichten eener Visitatie in laatstgenoemde stad.
Het ligt ons ook nog versch in \'t geheugen, hoe, tot het
inrichten van het nieuwe klooster, zij hem smeekten
moeder de Chantal zelve te willen atzenden, en hoe Sint
Franciscus de Sales, de aandringingen van al die deftige
personen ingezien, bereid was om ten spoedigste hunne
verlangens te voldoen, toen hij, om reden dat moeder
de Chantal van eene ziekte was aangetast, verplicht was
moeder de Bréchard met geheel die zake te belasten.
Inderdaad deze vertrok uit Annecy omtrent den 10 van
de maand Augustus, en kwam, na éénen dag door-
gebracht te hebben te Chambéry, een anderen te Grenobel
en twee of drij dagen te Lyon, eindelijk te Moulins aan,
den 20 Augustus. Zij werd, zij en hare gezellinnen,
\'k versta drij geprofeste Zusters uit het klooster van
Annecy, beleefdelijk doch met omzichtigheid onthaald;
want het volk en de edellieden, die zich aan de komste
van moeder de Chantal verwachtten, waren niet wel-
gezind toen zij, in stede van bovengemelde moeder, eene
gansch onbekende non tot zich zagen naderen. Ook, na
eenige bezoeken van nieuwsgierigheid en van betamelijk-
heid, werden de Zusters schier van iedereen verlaten, en
de zaken gingen zoo verre, dat zij dikwijls geen brood
hadden om te eten. Toen het jaar ten einde was, bevon-
den zij zich in de onmogelijkheid om de pacht van hare
woning te betalen, en waren, hadde mevrouw de Gouffier,
hare beschermster, haar uit den nood niet geholpen,
tewege van schandelijk weggejaagd te worden. Gelukkig-
lijk waren de deugden der nonnen grooter dan die
beproevingen. Allengskens weiden de weinige menschen,
die nog naar het klooster afkwamen, gewaar dat moeder
de Bréchard eene vrouwe was van uitstekende heiligheid;
dat zuster Gabriëlle een toonbeeld was van gansch
-ocr page 49-
K
VAN SINTE CHANTAL
bijzondere ootmoedigheid en ingekeerdheid, en dat de
kleine zuster Joanna-Maria de la Croix, die nauwelijks
den ouderdom van zeventien jaar bereikt had, een
engelken was van onschuld en van rechtschapenheid des
herten. Welhaast ging men van de onverschilligheid tot
de geestdrift over, en niet dan van de wonderen, die in
het arme huis der Visitatie geschiedden, was er thans in
de stad sprake. De geldmiddelen werden aangebracht, de
liefhebsters van het kloosterleven snelden toe, en eerlang
was alles op een nieuwen en beteren voet gesteld.
Onder de jonge dochters die naar de Visitatie
afkwamen om tot verzoekster van die Orde gemaakt te
worden, bemerkte men de edele en welhebbende mejuffer
Helena de Chastelluz. \'t Was een allerbraafste en aller-
godvreezendste dochter, die door haren vader bestemd
was om eens hare moei, abdis van eene rijke geestelijke
gemeente op te volgen, en die mogelijk tot overste van
dat klooster zou gekozen geweest zijn, hadde de abdis
niet te vroeg het tijdelijke met het eeuwige verwisseld.
Immers daar Helena, die de bovengemelde abdij
bewoonde, enkel zeven of acht jaar oud was als hare
moei stierf, kon zij voor den oogenblik op den titel van
abdis geen aanspraak maken, en moest het bestier des
kloosters, in afwachtinge dat zij daartoe de vereischte
jaren had, in handen vallen van eene Zuster der christene
gemeente. Deze, eens dat zij aan \'t hoofd van de abdij
was, wenschte niets zoozeer dan voor altijd meester te
mogen spelen, en hield daarom niet op hare medezuster
Helena lastig te vallen en te vervolgen, hopende dat zij
van hare rechten zou afzien en eindigen met het klooster
te verlaten. Wat zij voorzien had, gebeurde; immers
Helena werd door hare overste zoo sterk mishandeld, dat
zij verplicht was ten minste voor eenigen tijd hare mede-
zusters vaarwel te zeggen en bij haren vader, den graaf
de Ghastelluz, weder te keeren. \'t Was in 1608. De
-ocr page 50-
46
GESCHIEDENIS
Inleiding tot het godvruchtig leven, die onlangs van de
pers gekomen was, niaakte den troost uit van de jonge
dochter. Zij was er hoogst van ingenomen, en welhaast
gaf zij meer dan ooit gansch bijzondere blijken van
godsvrucht en van ingekeerdheid.
Niettemin verlangde de graaf de Chastelluz, die
meende dat de abdis tot betere gevoelens gekomen was,
zijne hoogst godvruchtige dochter naar het klooster te
zien wederkeeren. Zij nam diensvolgens andermaal haar
afscheid van haren vader, en trok opnieuw de abdij
binnen. Het duurde niet lang, of zij haalde uit haren zak
het kostelijk of liever zielroerend boeksken waar wij
reeds van gesproken hebben, gaf het te leen aan de
Zusters die het met gretigheid lazen, en daardoor sterk
opgewekt wierden om grooten voortgang in de deugd te
doen.
Doch , wie zou het gelooven ? de abdis kon zulks
niet verdragen. Dietrotsche non, vreezendedat Helena,
welke de Zusters allermeest aanstond, haar onderkruipen
zou, kwam wederom lastig en onverdragelijk voor, en
eindigde met Helena weg te jagen, onder voorwendsel
dat zij tot niets, tenzij om de onrust in de geestelijke
gemeente te brengen, diende.
Zij was dan verplicht eene tweede maal het klooster
te verlaten, en daar de gravin de Roussillon, hare
zuster, ondertusschen ziek geworden was, verhaastte zij
zich om die te gaan oppassen.
Roussillon is enkel op drij mijlen afstands van
Autun gelegen, en Monthelon is daar dichtbij. Mevrouw
de Chantal, die nog in de wereld leefde, en die de gravin
de Roussillon groote genegenheid toedroeg, kwam zeer
dikwijls hare welbeminde kranke een bezoek afleggen.
Aan den voet van het bed der zieke, ontwaarde zij
Helena, jonge dochter van negentien jaar oud, die
hoogst godvruchtig en ijverig voorkwam , doch buiten-
-ocr page 51-
47
VA» SINTE CHA»TAL
mate treurig was omdat, hare beproevingen ingezien,
zij niet wist wat er haar te doen stond. De droevige
gesteldheid van die jonge mejuffer ging haar fel ter
herte. Zij begreep dat Helena aan \'t dolen was, en
vreezende dat zij mogelijk haren roep zou verliezen,
indien zij langer in de wereld verbleef, stelde zij alles
in \'t werk om haar met de volmaaktheid van den
kloosterstaat bekend te maken. Helena luisterde zoo
goed naar de woorden van mevrouw de Ghantal, dat zij
besloot eene derde maal de abdij in te gaan, en liever
alles te lijden, ja liever te sterven eerder dan ze nog te
verlaten. Doch God had het anders geschikt. Immers,
toen de Visitatie korts daarna gesticht werd, zag Helena
klaarlijk wat God van haar vroeg. Dus die rijke abdij
waar zij ongetwijfeld welhaast tot overste zou gemaakt
zijn, vaarwel zeggende, trad zij een arm en onbekend
klooster binnen, en deed, gezien hare edele afkomst,
hare welhebbende familie, en vooral hare gansch bijzon-
dere bekwaamheid en hare overgroote deugd, veel van
haar spreken.
Schoon is het om hooren, hoe moeder de Bréchard
den lof van Helena uitgalmt, in eenen brief dien zij
schrijft aan de eerbiedweerdige moeder de Ghantal.
« Wij zijn zoo gelukkig, dat zijn hare woorden, Helena
in ons midden te bezitten dat, in weerwil van al wat wij
u zeggen kunnen, wij u niet genoegzaam de blijdschap
onzes herten kunnen uitdrukken. Hare intrede in de
Visitatie doet mij die van Sint Bernardus in de Orde
van Citeaux, waar de heilige man tot luister aan gediend
heeft, gedenken. Naar het schijnt zal Helena, die met
Sint Bernardus groote gelijkenis heeft, ook eens den
roem van onze Orde uitmaken, niet alleen door hare
afkomst, maar wel bijzonderlijk door hare buitengewone
kennissen en door haar godvruchtig en volmaakt leven.
Ik vrees maar één ding, dat zij wat te zeer loope op den
-ocr page 52-
48
GESCHIEDENIS
weg der deugd, en diensvolgens behoore in haren ijver
wat tegengehouden te worden (i). »
Bij die eerste weldaad, voegde God er weldra eene
tweede. Zie, te Orleans leefde er een deugdzame priester,
niet name M. de la Goudre, die, vol lietde tot Onze
Lieve Vrouwe, haar dikwijls gevraagd had om ten
eeuwigen dage te haren dienst te mogen staan , en die
steeds eene inwendige stem gehoord had die hein zegde:
« Ga, en stel u ten dienste van mijne geestelijke doch-
ters. » Niet wetende welke de zin van die woorden was,
was hij tot bestierder van de nonnen van Sinte Magda-
lena, van de Orde van Fontevrault, aangesteld geweest.
Doch nauwelijks was hij in het klooster van Sinte
Magdalena aangekomen, of hij gevoelde zich al met eens
zoo vreesachtig dat, wat hij ook deed ofte niet. hij des
nachts niet slapen kon. Sterk in den geest gekwollen,
ging hij op zekeren dag het klooster uit, en stelde zich
op weg naar Moulins, zonder te weten wat er hem te
gebeuren stond, en hoeveel tijds hij zou afwezig zijn.
Daar vernam hij dat er onlangs eene geestelijke gemeente
\\an Onze Lieve Vrouwe Visitatie was opgericht. Uit
zuivere godsvrucht tot Maria, kwam hij er de mis lezen,
en over van vreugde, riep hij uit: « Ziehier de plaats,
o Maria, waar gij wilt dat ik u, in den persoon van uwe
kinderen, mijn leven lang ten dienste sta. » Na de mis.
vroeg hij om de overste te spreken , die spoedig afkwam
en hem, gezien zijne groote ingekeerdheid, tot biecht-
vader van hare geestelijke gemeente aanveerdde. Gedu-
rende zeventien jaar oefende hij dat gewichtig ambt uit
in het klooster van Moulins, iedereen stichtende door
zijne heilige en verstorven handelwijze. Hij beminde
zoozeer de armoede dat, toen de leden zijner familie
(1) Levens van verscheidene oversten van de Orde der
Visitatie,
1 boekd. in-4, Parijs, 1695. Leven van moeder Maria-
Helena de Cuastelluz, liladz. 2IS.
-ocr page 53-
19
VAM SIXTE CHA.NTAL
hem iels of wat geven wilden, hij z,e vriendelijk bedankte,
zeggende: « Bekommer u niet om mij; immers ik sta
ten dienste van Onze Lieve Vrouwe, die in mijne nood-
wendigheden weet te voorzien en die, hare krachtige
voorspraak in acht genomen, niet toelaten zal dat ik aan
iets gebrek lijde. Ten andere, ben ik hoe langer hoe
meer overtuigd, dat een ware leerling van Jesus Christus
vele dingen missen kan (1). »
Terwijl men alzoo aan \'t oprichten was van eene
Visitatie te Moulins, dacht men om, tot het stichten van
eene andere te Grenobel, eenige voorbereidsels te maken.
Aldaar woonde eene edele dame, mevrouw Ie Blanc,
echtgenoote van den eersten voorzitter aan het parlement
van Grenobel, welke, om reden dat zij rijk was, schran-
der van geest, liefhebster van vermaak en bevallig van
aangezicht, bij de mensehen voor de gelukkigste vrouw
van Grenobel doorging. Nogtans, zoo was het niet.
Immers, middenin de luisterrijke feesten, die zij
bijwoonde kwam zij, naar het voorbeeld van al de
wereldlingen die zich enkel om de tijdelijke zaken bekom-
meren, niet zelden verdrietig en moedeloos voor, en zeer
dikwijls, toen zij aan \'t wandelen was in het veld,
wenschte zij te deelen in de blijdschap der herders die
diiar hunne schapen weidden, en die, gansch gelaten in
den wille Gods, blijde gezangen lieten hooren. Toen
in 1615 SinteChantal naarLyon, ten einde er een kloos-
ter van hare Orde te stichten, afreisde, werd zij er met
het bezoek van mevrouw Ie Blanc vereerd. Deze opende
aan onze Heilige haar bedroefde hert, en zegde haar beu
te zijn van de ijdelheden der wereld. En zie, nauwelijks
had zij eenige woorden met Sinte Chantal gesproken, of
zij gevoelde zich in een ander mensch herschapen, en
dadelijk zag zij af van hare kleederpracht, van hare
(1) Stichting van liet derde klooster der Visitatie, in de
stad Moulins, ten jare
1616. Handschrift ia-folio.
-ocr page 54-
mi
GESCHIEDENIS
zinnelijkheden, en besloot eenvoudig en godvruchtig te
leven, veel te bidden, jaarlijks eene afzondering van tien
dagen te nemen in het klooster te Lyon, en geene moeite
te sparen om eene Visitatie te Grenobel te bekomen en te
bekostigen.
Haar lukten de zaken. Gehoord hebbende dat Sint
Franciscus de Sales naar Grenobel vertrok, om erin 1616
den advent, en in 1617 den vasten te prediken, wist zij
de groote geestdrift die, gezien da zielroerende sermoenen
van den deftigen bisschop van Geneve, onder het volk
heerschte, waar te nemen, om er een huis aan te koopen,
het volgens de gebruiken en den geest der Visitatie te
bemeubelen, en alles, wat tot het uitvoeren harer plannen
dienen moest, goed voor te bereiden.
Alzoo vriendelijk lastig gevallen, wederstond Sint
Franciscus de Sales aan die verlangens niet, en smeekte
SinteGhantal hem te komen vinden, opdat, zegde hij, men
de gunstige oogenblikken, om eene Visitatie te stichten,
niet zouden laten voorbijgaan. « Iedereen, voegde hij er
bij, spreekt met lof van de inzichten van mevrouw de
voorzitster Ie Blanc, en ik koestere de hoop dat God hare
voornemens zal zegenen, zoo wij ootmoedig genoeg zijn
om onze nietigheid vóór Hem te erkennen. Ik bid u, wel-
beminde Moeder, uwe bietjes gereed te houden opdat
zij welhaast in een nieuwen korf, die veel belooft,
komen werken (1). »
Inderdaad Sinte Chantal kwam spoedig af, vergezeld
van zuster Maria-Peronna de Chatel, van vier of vijf
geprofeste kloosterzusters van het klooster van Annecy,
en van vier jonge dochters van Grenobel die mevrouw
Ie Blanc naar Savooie gezonden had om er haren roep
te bestudeeren, die er het nonnenkleed hadden aan-
getrokken, en die de steunen van de nieuwe stichting
(1) Jïrief van Sint Franciscus de Sales, 11 Maart 1618.
-ocr page 55-
!>1
VAN SINTE CHANTAL
gingen worden. De Visitatie van Grenobel werd plechtig-
lijk ingesteld den 8 April 1618, door Mgr van Chalce-
donia, coadjutor van Grenobel, in tegenwoordigheid van
eene groote menigte volks.
De geschiedenis spreekt van geen bijzondere daden
die Sinte Chantal zou verricht hebben binst haar verblijf
te Grenobel, dat enkel eene weke duurde. Naar Annecy,
uit hoofde van gewichtige kwestiën, al met eens terug-
geroepen, vertrok zij, na eenige verzoeksters tot novicen
gemaakt en moeder Maria-Peronna tot overste aange-
steld te hebben, op het einde van April. Zij was over
van blijdschap toen, heengaande, zij bemerkte dat de
Zusters in ijver voor de glorie Gods .uitschenen en, om
hare deugd, door de inwoners der stad sterk bemind en
met geschenken overladen wierden (1).
Sint Franciscus de Sales was vroeger nog dan Sinte
Chantal uit Grenobel afgereisd. Te Annecy aangekomen,
had hij er brieven van Rome gevonden, en onder die
brieven de zoolang verwachte breve, waardoor paus
Paulus V hem atveerdigde om het genootschap der
Visitatie tot geestelijke Orde te maken, onder den regel
van Sint Augustinus. Bijgevolg smeekte hij onze Heilige
haastig naar Annecy weder te keeren, om reden dat hij
tegenwoordig meer dan ooit hare medewerking hoogst
van noode had. Als zij voet in laatstgenoemde stad gezet
had, verhaastte zich de bisschop van Geneve om te zamen
met haar de Constitutiën te herlezen en te onderzoeken,
en na vijf maanden wijze overweginge, keurde hij die
goed, luidop verklarende zijn wil te wezen alsook die van
den Paus, dat zij ten eeuwigen dage stiptelijk onder-
houden wierden.
Acht dagen later, den 16 October 1618, wezende
een zondag, begaf zich Sint Franciscus de Sales naar het
(1) Stichting van het vierde klooster der Visitatie, in de
stad Grenobel,
ten jare 1619. Handschrift in-folio.
-ocr page 56-
:>2
(JESCHIF.PKNIS
klooster, vergezeld van zijnen grootvicaris, van zijn
kapittel, van M. Michiel Favre, biechtvader der Zusters,
en van twee getuigen kerkwettelijk benoemd; en diür,
na van de breve van Paulus V lezing gegeven te hebben,
stelde hij, namens den Paus, onder den regel van Sint
A.ugustinus, plechliglijk de geestelijke Orde der Visitatie
in. Hij verklaarde dat de Zusters der Visitatie voortaan
dezelfde voorrechten zouden genieten als die van andere
Orden die gelijkigen regel volgen; dat, volgens het
besluit dei\' kerkvergadering van Trente, het haar, te
rekenen van dien oogenblik, zou verboden zijn haar
klooster in en uit te gaan, en dat eraan moeder de Chantal
en aan zuster Maria-Magdalena de Mouxy, die nog eenige
goederen bezaten inde wereld, zes maanden zouden toe-
gestaan worden om hare huizen en landen te verkoopen,
ten einde in staat te zijn om plechtige beloften te doen.
Van die breve des Pausen en zijne wijze schikkingen,
werd aanteekening gedaan op de registers van het bisdom
Geneve.
Alzoo werden de regelen van de Orde der Visitatie
ten eeuwige dage vastgesteld en goedgekeurd. Gelijk men
kan bemerken, verschilde het tegenwoordige plan groote-
lijks met dat waar Sint Franciscus de Sales en Sinte
Chantal vroeger aan gedacht hadden. Na acht jaar
proevens, wachtens en lijdens, waren de zaken zooverre
gekomen dat de twee heilige Stichters eindigden met juist
het tegenovergestelde te doen van hetgeen zij in den
beginne gemeend hadden te verrichten. Zoo weet God te
werke te gaan in \'t stichten van geestelijke Orden; Hij
toont, aan ahvie het zien wil, dat de heiligen niet dan
de uitvoerders van zijnen wil zijn, en dat Hij alleen het
is die schikt.
Sinte Chantal vertrok des anderendaags, 17 Octo-
ber 1618, naar Bourges. Haar broeder, Mgr Andreas
Frémyot, had alles wat in deze stad tot het oprichten
-ocr page 57-
:>5
VAN SIMTE CHA.NTAL
eener Visitatie noodig was, voorbereid. Zij stelde zich
op weg langs Lyon, waar zij korten tijd verbleef; ging,
in \'t voorbijgaan, de Zusters van Moulins, die allen
uitschenen in eenvoudigheid, ootnioedigheid en vurig-
heid , goedendag zeggen, en haar opwekken om zich
niet te veel geeselslagen toe te brengen, hetgeen overal
plaats had waar moeder de Bréchard het ambt van
overste bekleedde. Van Moulins begaf zij zich naar
Bourges, in eene koets die door haren broeder te haren
dienste gesteld was, vergezeld van twee Zusters uit het
klooster van Annecy, Anna-Maria Rosset en Anna-
Catharina de Beaumont, en van de Zuster Gabriëlle
Bally, uit het klooster van Moulins. Het volk van
Bourges, waar Mgr Frémyot sterk door bemind was,
verhaastte zich om dezes zuster te gemoet te loopen (1).
Des anderendaags, 4 November, kwam Mgr Andreas
de Frémyot, in het nieuwe door hem aangekochte en
bemeubelde klooster, de mis lezen, het H. Sacrament
uitstellen , de omheining van het klooster vastzetten, en
de bruiden van Jesus Christus verwelkomen. Om te
voorzien in hare noodwendigheden, schonk hij haar
vijftien: honderd gulden, en begunstigde die brave
kloosterzusters met zoo groote weldaden dat Sinte Chan-
tal, van die vriendelijkheid hoogst ingenomen doch fel
verlegen, om raad schreef naar Sint Franciscus de Sales.
Lichtelijk kan men begrijpen , welke de antwoord was
van den defiigen kerkvoogd: naar niets verlangen, niets
vragen, niets weigeren, van alles een heilig gebruik
maken, zonder angstvalligheid, zonder aangekleefdheid
en met vrijheid van geest, ziedaar wat er haar te doen
staat, \'t Is de volmaaktheid in den hoogsten graad.
Overigens, zoowel uit hoofde van den wille Gods, die
niet toelaten mocht dat die beginsels zonder beproevin-
(1) Sticht ing van het rijfde klooster der Visitatie, in de
« stad Bouryes, teu jare 1618. Handschrift in-fol.
II.                                                    SINTE CHANTAL 4
-ocr page 58-
u
GESCHIEDENIS
gen waren, als krachtens de zorgeloosheid van eenen
tijd waarop het gemakkelijker was te gebieden dan te
gehoorzamen, wist het nieuwe klooster nu en dan van
armoede te spreken. Zoo groot was de onachtzaamheid
der dienaren van den aartsbisschop binst de eerste drij
maanden op welke zij verplicht waren de Zusters den
nooddruft te bezorgen , dat die brave nonnen soms geen
brood hadden om te eten. Alsdan, zonder den moed te
verliezen. geleidde Sinte Chantal de Zusters naar den
refter, haar opwekkende om op God te betrouwen.
Twee- of drijmaal gebeurde het dat, toen zij juist het
voorbereidend gebed tot het nutten van spijze gezegd
hadden, men aan de deur van het klooster belde, en
men, o wondere voorzienigheid van Onzen Lieven Heer!
aan elke uitgehongerde Zuster, een wit en versch brood
in geschenke aanbracht (1).
Sinte Chantal vertoefde niet lang te Bourges. Men
verwachtte haar te Parijs, waar men hope had een
klooster van de Visitatie te kunnen oprichten. Sint
Franciscus de Sales die er in het gezelschap van den
prins-kardinaal van Savooie pas aangekomen was, liet,
de zaken goed onderzocht zijnde, weten aan moeder
de Chantal spoedig naar Parijs te vertrekken, om, zoo
het mogelijk was er een huis van hare Orde te openen.
« Mij is het bekend, achtbare Dochter, zoo spreekt hij,
dat het meer dan een lukspel is wat ik van zin ben te
doen; doch ik betrouwe op de goddelijke Voorzienigheid,
op de heilige Maagd Maria en op Sint Joseph. » De
eerbiedweerdige moeder de Chantal gaf dadelijk van
dien brief kennis aan Mgr Frémyot, die weigerde in
haar heengaan toe te stemmen, en die luidop verklaarde
haar geene koets te geven, noch te gedoogen dat er
haar eene gegeven wierde. « Monseigneur, antwoordde
(1) Gedenkschriften van moeder de Chav.gy, Uadz. 169.
-ocr page 59-
SS>
VAN SINTE CHANTAL
daarop kloekmoedig weg Sinte Chantal, weet dat de
gehoorzaamheid sterke beenen heeft. Wij zullen eerder
dan niet te gehoorzamen, den weg te voet afleggen. »
Die woorden hoorende, kon Mgr Andreas de Fivmyot
niet nalaten onze Heilige, om hare schoone gevoelens,
grooten lof toe te zwaaien, en stond haar toe de bevelen
van haren welbeminden Vader in Jesus Christus te
volbrengen. Diensvolgens, na gevraagd te hebben aan
zuster Joanna-Maria de la Croix dat zij samen met twee
novicen uit Moulins haastig zou afreizen om haar te
komen vinden, vertrok zij, in het gezelschap van die
teergelietde medezusters en in dat van zuster Anna-
Catharina de Beaumont, uit Bourges op Goeden-Vrijdag
avond, stond stil te Orleans op de feest van Paschen , en
kwam te Parijs aan den 6 April, wezende de Zondag
Quasimodo, in eene huurkoets, in geheel hare wereld
niet dan wat Fransche munt, \'t versta negentien zilver-
lingen bezittende.
Parijs was nog niet alsdan wat het later geworden
is; doch het was reeds de groote stad, eene plaats vol
van beweging en van gerucht, het slagveld waarop het
goede en het kwade fel tegen elkander worstelden.
Kardinaal de Bérulle, pater de Condren, Sint Vincentius
a Paulo en veel anderen stonden er sterk de waarheid
en de deugd voor, toen in 1619 Sint Franciscus de
Sales en Sinte Chantal hunne pogingen met die van
voornaamde deftige mannen vereenigden en alles in
\'t werk stelden, om van de hoofdstad der dwaling en
des kwaads een nieuwen hoofdzetel van ijver en van
zelfopoffering te maken.
Nauwelijks had moeder de Chantal voet in Parijs
gezet, of duizenden zwarigheden vielen haar ten deele.
Al de beschimpingen waar de opkomende Visitatie van
Annecy in 1610 van te spreken had gehad, werden
andermaal gehoord te Parijs in 1619, en het ergste van
-ocr page 60-
•M
VESCHIEDKMS
al was, dat de priesters zelven die Orde beknibbelden.
Luisteren wij naar hetgeen moeder Angelica Arnauld
van Port-Royal schrijft aan Sinte Chantal: « Er zijn
alhier, achtbare Kloostermoeder, personen aangekomen
die niet dan mei kleinachting van uwe stichting spreken,
meenende dat men enkel bij u komt om zijn gemak te
zoeken... Hel zijn, gij moogt het wel weten, klooster-
lingen en priesters die dez.e taal voeren. Zij houden
staan dat, met uwe Orde in te gaan, ik mijn goeden
naam verliezen zal. Ik heb daarop geantwoord dat uw
regel het werk is van een allerberoemdstcn kerkvader
(Sint Augustinus), en uwe constitutiën dat van een
grooten en heiligen bisschop; dat ik diensvolgens ver-
plicht was voor uwe Orde bijzondere achting te hebben.
En daar, om mij te overtuigen, men mij de bemerking
maakte dat er aan elke non der Visitatie dagelijks
gevraagd wierd, wat zij begeerde te eten op het
middagmaal, zegde ik met kracht zulks geen schijn van
waarheid te hebben (1). »
SintFranciscusde Sales geeft ons te kennen, waarbij
het kwam dat de kloosterlingen en de geestelijken tegen
zijne Orde zoo hevig uitvielen. « Wie zou het gelooven,
schrijft hij aan moeder de Chantal, wij staan deFranschen
zoodanig aan, dat de christene gemeenten, omdat zij
vreezen al haren bijval te verliezen, zulks moeilijk ver-
dragen kunnen. » Van alle kanten dan, en dat zoowel
van den kant der goeden als van den kant der kwaden,
deed men bij den kardinaal de Retz buitengewone
pogingen, om te beletten dat er te Parijs een klooster van
de Visitatie gesticht wierd. Dagelijks bracht men nieuwe
voorstellen, die evenveel onaannemelijk waren, op het
tapijt. Men zou toestaan dat de Zusters een huis openden
te Parijs, « op voorwaarde dat zij vijftien duizend kronen
(]) Jirieven van Sint Franciscusde Sales. Uitgave Blaise,
III hoofdstuk, 364 bladzijde.
-ocr page 61-
W
VAN 8INTE CHANTAL
betaalden. » Zij zouden niet aanveerd worden, « tenzij zij
gedoogden zich tegelijk niet het bestier der jonge dochters,
die een slecht leven geleid hadden, te belasten (1). » —
« Indien gij u daaraan niet gedragen wilt, zegde een
kloosterling, hebt gij maar spoedig aan te gaan. — Dat
zullen wij doen, achtbare Pater, hernam Sinte Chantal;
ja, liever dan onzen regel te miskennen, verkiezen wij
zoo seffens at\'te reizen. Wij zijn afgekomen uit gehoor-
zaamheid, wij zullen uit gehoorzaamheid wederkeeren. »
Die woorden hoorende, was de kloosterling zoodanig ver-
slagen, dat hij schier niet meer wist waar kijken, en, van
hare groote oütmoedigheid zoo sterk ingenomen, dat hij
haar vroeg of zij mogelijk belofte van ootmoedigheid
gedaan had. « O! God gave, welbeminde Pater, ant-
woordde zij al grimlachende, dat wij die vierde belofte
mochten doen! » Die windvlage duurde omtrent drij
weken, « waarnaar, zegt moeder de Chantal, er ons door
kardinaal de Retz bekend gemaakt wierd dat wij ons te
Parijs metterwoon mochten nederzetten (2). »
De stichting had plaats des anderendaags, l Hei 1619.
Sint Franciscus de Sales zat de plechtigheid voor,
predikte, stelde de omheining des kloosteis vast, en, in
de onmogelijkheid zijnde van langer te Parijs te ver-
blijven, smeekte hij eenen priester van deze stad, \'k ver-
sta hem welken de Kerk en de katholieke wereld heden
vereeren onder den naam van Sint Vincentius a Paulo,
het geestelijk bestier des kloosters op zich te nemen. Wie
zou hier de aanbiddelijke schikkingen der goddelijke
Voorzienigheid niet bewonderen! Sint Franciscus de Sales
was op het einde zijner dagen geraakt; hij had slechts
nog drij jaren te leven, gedurende dewelke moeder
de Chantal hem niet meer zou wederzien, tenzij den dag
van zijne dood, inderhaast, en zonder zelfs hem haar hert
(1)  Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 157.
(2)   Wourdtn van Sinte Chantal zelve.
-ocr page 62-
!58
GESCHIEDENIS
te kunnen openen. En, o goedheid des Heeren! op den
oogenblik dat die zachtmoedige en wijze leidsman heen-
gaat, wordt er haar een andere, evenzoo wijs en zoo
zachtmoedig als Sint Franciscus de Sales, gegeven. Zoo
weet God hulpe naar noodwendigheden te verleenen:
indien Hij eene eenvoudige vrouw roept om verhevene
zaken te verrichten, stelt Hij engelen te haren dienste, en
gebiedt hun haar op hunne handen te dragen.
Op die eerste windbuien volgden welhaast andere.
Men deed het gerucht loopen dat de Zusters geweldig rijk
waren, hetgeen oorzake was dat de aalmoezen achter-
bleven, en dat de armoede der nonnen buitengewoon
groot wierd. Zij hadden gebrek aan alles, zelts aan de
noodzakelijkste dingen. Tot overmaat van beproeving,
berstte te Parijs de pest los, en joeg er niet enkel het hof
uit, maar ook schier al het volk, de armen alleen uit-
gezonderd. Die groote stad werd tot eene wildernis
gemaakt. Het gras schoot wortel in de straten. Onder al
de personen die weleer de nieuwe stichting ongemeene
genegenheid hadden toegedragen, waren de eenen aan
\'t vluchten gegaan, de anderen aan \'t zoeken van schuil-
plaatsen in hunne eigene stad. Er was maar ééne god-
vruchtige mevrouw, de voorzitster Amelot, die voortging
met de Zusters van tijd tot tijd te komen vinden. Daarbij,
iedere maal dat zij naar het klooster afkwam, ging zij
vandaar henen het hert toegenepen van verdriet, en ver-
haastte zich om bij den eerweerden pater Binet, den
trooster van hare bedroefde ziel, te gaan weenen en te
gaan snikken: « Eilaas! zegde zij hem, wat zal er van
die brave dienstmaagden des Heeren geworden? —
Ontrust u niet, Mevrouwe, antwoordde die mensch van
geloof; hoe meer de Zusters der Visitatie te lijden hebben,
hoe meer zij zullen verheerlijkt worden. »
De pest hield op, doch hetzelfde mocht niet gezegd
worden van de armoede des kloosters. Sinte Chantal en
-ocr page 63-
VAN SINTE CHANTAL                                          39
hare medezusters waren verplicht, bij gebrek aan stoelen,
op den grond te zitten; en des winters, in de koude
maanden December en Januari, hadden zij noch hout
om vuur te maken, noch deksel om hare versteven lede-
maten te verwarmen. Niet zelden gebeurde het dat eenige
harer die, uit hoofde van de engheid der plaats, op een
slechten zolder op wat stroo slapen moesten, des anderen-
daags ontwaakten, gansch bevend van de koude en sterk
besneeuwd.
In die pijnlijke omstandigheden, had moeder de
Chantal de gewoonte tot God te gaan, en Hem ootmoedig
te smeeken haar en hare medegezellinnen niet te laten
sterven van honger, niet te laten verstijven van de koude.
Alle dagen, toen de oogenblik van te gaan eten nakende
was, begaf zij zich naar de kerk, en déar, op hare
twee knieën geknield, bad zij met veel betrouwen eonen
Onze Vader, opdat de Heer aan haar en hare medezusters
het dagelijks brood zou verschaft hebben. Kwam er iemand
met wat spijze af naar het klooster, dan bedankte Sinte
Chantal den God van alle vertroosting, en verhaastte zich
te zeggen aan hare geestelijke kinderen dat zij de geluk-
kigste menschen van de wereld waren, om reden dat zij
van geene weelde te spreken wisten, en enkel met de
goede en liefdadige personen leefden.
Langen tijd daarna, bekenden de Zusters, die met
Sinte Chantal in de armoede en de ellende van die onge-
lukkige jaren gedeeld hadden, nooit aangenamer dagen
doorgebracht te hebben, om dieswille dat hare overste
middenin de grootste beproevingen, nooit den moed ver-
loor en steeds blijgeestig en opgeruimd voorkwam.
Ofschoon zij gebrek hadden aan voedsel, aan kleedinge
en aan slapinge, waren zij niettemin over van vreugd.
Schoon voorbeeld voorwaar, gegeven door menschen
die eertijds in overvloed leefden, en die, om de arme
bruiden van Jesus Christus te worden, met manhaftig-
-ocr page 64-
60
GESCHIEDENIS
heid aan de wereldsche grootheden vaarwel gezegd
hadden!
Niet enkel bewonderde men den geest van armoede,
de kloekmoedigheid en de gelatenheid van moeder de
Chantal, maar men prees ook haren ijver om de regelen
van hare Orde te onderhouden, hare uitstekende ootmoe-
digheid, hare vurige liefde tot God. Op zekeren dag dat
de Zusters, uit onoplettendheid, zich aan eene kleine
oneerbiedigheid jegens het H. Sacrament hadden plichtig
gemaakt, vroeg zij, binst den maaltijd, aan God vergif-
fenis voor hare geestelijke kinderen, kuste haar de
voeten, en at geknield op den grond. Een anderen keer
gaf zij aan eene Zuster, die iets tegen den regel van het
huis misdaan had, eene harde vermaninge, gebood haar
zich eenii;e geeselslagen toe te brengen, zeggende, dat
eene non die den regel niet volstrektelijk onderhoudt, de
weerde van het bloed van Jesus Christus schijnt te
miskennen. « O mijne teergeliefde Medezuster, zegde zij
eens aan eene harer nonnen, ik ben dezen nacht om
pijnlijke zaken sterk bekommerd geweest. Het docht mij
dat ik op den boord van de hel wandelde, en dat ik er
in zou vallen, indien ik voortging met zoo traag te zijn
in den dienst van God. » De wijze waarop zij dien volzin
uitsprak, kan moeilijk te verstaan gegeven worden.
Daar de stichters van Orden dooi1 God onder dui-
zenden menschen verkozen zijn om de edelmoedigste
werken te plegen, zijn zij te dien einde met de schoonste
gaven des hemels begunstigd. Zij komen, gezien vooral
hunne onthechting van alle aardsche dingen en hunne
overgroote zelfopoffering, in de handen van God als
bekwame werktuigen voor, om veel goeds te verrichten.
Ja, hoe meer zij zich vernederen, hoe meer Onze Lieve
Heer zijn genoegen vindt in hen te verheffen. Zoo waar
is het dat de ootmoedigheid de middel is, om groot te
worden in de oogen van God en van de menschen.
-ocr page 65-
(il
VAJI SINTE CHANTAL
Zulk een ootmoedig en bevoorrecht mensch was de
eerbiedweerdige moeder de Chantal. Ook wist God haar
met alle slag van deugden te verrijken, en haar sterk op
te wekken om in zelfopoffering en versterving bijzonder-
lijk uit te schijnen. Reeds in 1616, gedurende de goede
Week, had zij buitengewone genegenheid gevoeld, om
meer dan ooit zich zelve te verloochenen, en om zich
teeneniaal en onwederroepelijk den Heere op te dragen,
hoogst begeerende dat Hij met haar zou doen wat Hij
wilde. Zij sprak van die zake aan Sint Franciscus de
Sales, die toeliet dat zij schriftelijk verklaarde steeds
gelaten in den wille Gods te willen zijn, en volkoment-
lijk aan haar eigen zelve te willen sterven.
Doch dat was nog maar een begin. In 1619, van
den 10 tot den 20 Augustus, was zij gewaar dat zij meer
dan ooit zich zelve verloochenen moest, dat zij zich van
alle tijdelijke zaken volmaaktelijker behoorde at te trek-
ken, zoodanig dat zij, aan niets, hoe kleine dingen ook,
mocht vastgekleeefd zijn. Zij maakte Sint Franciscus
de Sales met hare gesteldheid des geestes bekend, en,
gedurende die tien dagen, ontving zij van hem trooste-
lijke en zielroerende brieven, ten einde haar aan te zetten
om zich volstrektelijk van de vergankelijkheden dezer
aarde te onthechten. Sinte Chantal beantwoordde steeds
die vaderlijke woorden op eene wijze harer weerdig, en
zoo waren die twee heiligen elkanders troosters en opwek-
kers. « O mijn God! schreef moeder de Chantal aan Sint
Franciscus de Sales, hoe diep is het mes der beproeving
gegaan! O Jesus! maak dat ik, betrekkelijk de verster-
ving en de zelfverloochening altijd dezelfde gevoelens-
hebbe als deze die ik thans in mijne ziel gewaar worde!
O God! hoe gemakkelijk is het te verlaten wat ons
omringt! maar zijn eigen zelven vaarwel zeggen, dat is
veel moeilijker, en kan slechts met de hulpe van Onzen
Lieven Heere bekomen worden. Aan Hem dan alle lof
-ocr page 66-
69
GESCHIEDENIS
en glorie, indien wij, gelijk wij verhopen, er in gelukt
hebben zulks te doen (1). »
Sint Franciscus de Sales was grootelijks verheugd
bij het lezen van dien brief, om reden dat hij het geluk
begreep van moeder de Chantal, die zich van alle dingen
teenemaal had los gemaakt; ook wachtte hij niet
eenen oogenblik haar eenige volzinnen van aanmoedi-
ging over te schrijven: « O Jesus! roept hij uit,
wat ben ik blijde te vernemen dat mijne geestelijke
dochter zoo verstorven aan haar zelve voorkomt!...
Gelijk het, achtbare Overste, tijdens de Gedaante-
verandering van Christus, met Petrus, Jacobus en
Joannes, die eindigden met niet dan Jesus te zien,
geschied is, zoo gaat het hedendaags met u, gij wordt
niet dan uwen Welbeminde gewaar. De roem van de
bruid is te mogen uitgalmen: Mijn Teergeliefde is aan
mij, en ik, ik ben aan Hem.
Volherd dan, mijn Kind, in
uwe strenge manier van leven. »
Begeerende dat Sinte Chantal eene gansch ongemeene
zelfverloochening zou oefenen, schrijft hij haar: « Deftige
Moeder, aarzel niet, u van alles af te trekken en enkel te
willen wat God wil; ja, zeg aan God, dat gij slechts naar
die deugden trachten wil waar Hij verlangt u te zien in
uitschijnen, en dat gij bereid zijt van die deugden zelf
afstand te doen, indien Hij zulks kwame te gebieden.
Denk niet meer op de heilige vriendschap die tusschen
ons beiden bestaat, noch aan uwe kinderen, noch aan uw
hert, noch aan uwe ziel, noch aan iets anders, welkdanig
ook; want gij hebt dat alles in de handen van God
gesteld!... O! wat ben ik gelukkig te weten dat gij aan
de wereld en, wat meer is, aan u zelve volkomentlijk
dood zijt (2)! »
(1)  Zie de Brieven van Sint Franciscus de Sales en va/n
Sinte Chantal,
gedagteekend van den 8, 9 en 10 Augustus 1619.
(2)  Brieven van Sint Franciscus de Sales, 9 en 10 Augus-
tus 1619.
-ocr page 67-
VAN SINTE CHANTAL                                        63
Terwijl de eerbiedweerdige moeder de Chantal man-
haftig stapte op dien weg van versterving en van zelfver-
loochening, kreeg het klooster van de Visitatie te Parijs
grooten bijval, en menige jonge dochters vroegen om er
in aanveerd te worden. Zij behoorden bijna allen aan
rijke familiën toe, en wisten meestendeels van eene
gansch bijzondere beweging der gratie Gods te spreken.
Doch eene der beroemdste van al degenen die het klooster
van Parijs ingingen, was ongetwijfeld Helena-Angelica
Lhuillier.
Helena-Angelica was van edelen stam afkomstig,
ook nog jong, rijk, zeer gezocht door de wereldlingen,
zeer ingenomen van de ijdelheden en de zinnelijkheden;
en \'t is, middenin die bekoorlijkheden, als alles haar
toelachte, dat God haar zachtjes aanzette om, uit liefde
van Hem, het nonnenkleed aan te trekken. Het werktuig
van die wonderbare vangst was, gelijk altijd, de heilige
bisschop van Geneve. Hij hoorde de generale biechte van
niejuffer Lhuillier, en, daar zij van het kloosterleven een
grooten atkeer gevoelde, zegde hij haar wat te vertoeven,
zich niet te verhaasten, en enkel te doen wat God haar in
het herte stak. Indien hij de jonge wereldlinge gepraamd
had om non te worden, mogelijk zou zij wederstand
geboden hebben ; met haar zachtjes daartoe op te wekken,
gingen de zaken alleene. Inderdaad, allengskens kreeg
zij eenen afkeer van de wereld, en stilletjes aan was zij
sterk aangezet om de heldhaftigste deugden te oefenen.
De stem van den hemelschen Bruidegom klonk gedurig
in hare ooren: « Alles gaat voorbij; Ik alleen ga niet
voorbij. Waarom zoolang gewacht, om u aan Mij te
geven? Gij moet aan Mij zijn, kost wat kost. » Tei. einde
die stem te beantwoorden, wilde zij van het kloosterleven
eene proeve doen, en ging de Visitatie binnen om er
eene geestelijke afzondering te nemen. Doch nauwelijks
had zij voet gesteld in die eenzame plaats, of dadelijk
-ocr page 68-
64
i.ix.nu ;i>e.nis
werd zij van de strenge levenswijze de.\' nonnen beu.
Welhoe! riep zij uit, ik zou zoo uitzinnig zijn van mijne
jonge jaren in armoede, in versterving en in zelfver-
loochening te willen doorbrengen, ik die zoo rijk ben,
zoo gezocht en zoo bemind ben van de wereld! Drij
maanden lang kwam zij ziekelijk voor, weigerende hare
kamer uit te gaan, en in beraad zijnde wat zij doen zou:
of zij den huwelijken of den kloosterlijken staat zou aan-
veerden.
Den feestdag der Visitatie klom zij den trap van het
klooster af, en was tewege hare devotie te gaan houden
in de kapel, toen zij eensklaps uit de handen van moeder
de Chantal eenen brief van Sint Franciscus de Sales
ontving. Gansch verslagen, en zonder een woord te
spreken, trekt zij de kapel binnen, opent den brief, en
verstaat welhaast waar er van kwestie was. Dadelijk zegt
zij aan hare zuster, mevrouw de Villeneuve, die nevens
haar stond: « Ik heb alles goed overlegd en begrepen,
ik wil non worden, hier wil ik leven en sterven. » Die
woorden hoorende, kon mevrouw de Villeneuve, die in
den beginne wat tegenkar.tinge bood, niet nalaten uit te
roepen: « Gij doet wél, mijne Zuster; indien gij het
kloosterleven niet aanneemt, zult gij nooitgelukkig zijn. »
Nog denzelfden avond, ging zij, na haar wel-
beminden vader omhelsd en niet hare tranen besproeid
te hebben, het klooster binnen, en liet zich geleiden als
een kind.
Geheel Parijs was met dien roep bezig. De bloed-
verwanten van Helena vergaderden, en wekten mijnheer
Lhuilüer op om zijne dochter terug te eisenen. Hij kwam
dus naar het klooster gegaan, vroeg aan zijn kind naar
huis weder te keeren, en hem te willen vergezelschappen;
doch, ondervindende dat al zijne pogingen vruchteloos
waren, stond hij, na twee uren en half met haar gesproken
en veel tranen gestort te hebben, haar toe haren roep te
volgen.
-ocr page 69-
68
VAX 8IXTE CIIANTAL
Het non worden van mejuffer Lhuillier was, hare
fortuin, hare bekwaamheid en hare deugden ingezien,
eene der bij/.onderste gratiën die God deed aan het
klooster van Parijs.
Ondertusschen besloot Sinte Chantal, die voor het
uitzet van mejuffer Lhuillier vijf en veertig duizend
gulden ontvangen had, geene moeite te sparen om van
den koning gezegelde brieven te bekomen, en om zich
een nieuw huis aan te koopen; want het klooster, waai-
de Zusters sedert twee jaren woonden, was zeer slecht
gelegen, en daarbij veel te klein om de talrijke novicen
te bevatten. De gezegelde brieven des konings werden,
door het toedoen van den invloedhebbenden heer
Lhuillier, gemakkelijk toegestaan, doch men lukte er
niet in zich zoo gemakkelijk eene andere woonst te
bezorgen. Dagelijks doorkruiste Sinte Chantal de stad
Parijs, en telkens als zij t\'huis kwam zonder het voor-
werp harer verlangens gevonden te hebben, ging zij in
de kapel zich vóór de voeten van Jesus werpen, zeggende:
«O mijn God, waar zult Gij dan uwe bruiden herbergen? »
Onder al de woningen die zij bezocht, was er maar eene
die kon dienen: het was de woonst van M. Zamet, Sint
Antoniusstraat; ongelukkiglijk vroeg men daar acht en
veertig duizend gulden voor, en scheen zij te schoon te
wezen, om tot een klooster gemaakt te worden. Desniet-
tegenstaande, dewijl men geen andere vond, waagde men
het Sint Franciscus de Sales nopens die kwestie te raad-
plegen. (( Waarlijk, zegde de heilige bisschop, het huis
van den heer Zamet is te schoon om in een klooster
herschapen te worden; niettemin, bij gebrek aan een
tamelijk voldoende huis, zult gij verplicht zijn een al te
schoon te nemen. » Men kocht dus die woning acht en
veertig duizend gulden, die betaald werden met het uitzet
van mejuffer Lhuillier, en de eerbiedweerdige moeder
de Chantal verklaarde, nadat zij het verdrag geteekend
-ocr page 70-
«6
GESCHIEDENIS
had, dat, om dat huis te koopen, zij meer tranen dan
goudstukken den Heere had opgedragen. Men deed nog
twaalf duizend gulden onkosten om het tot een klooster
te maken, en niet de maand Juni 1621 trokken de Zusters
hare nieuwe woning binnen.
Al die daadzaken, de aankomst van Sint Franciscus
de Sales te Parijs, het lang verblijf van de achtbare
moeder de Chantal, de roep van mejuffer Lhuillier, de
stichting van een klooster der Visitatie, verwekten gi-oote
verwondering onder de ingezetenen van Parijs, en
brachten bij de godvruchtige personen eene gansch
bijzondere geestdrift tewege. Onophoudelijk trof men
alsdan, in de spreekkamers der Visitatie, de beroemde
en de deugdelijkste menschen aan: Sint Vincentius
a Paulo, die het op zich genomen had een klooster der
Visitatie te bestieren ; den dettigen kardinaal de Bérulle,
die sedert lang de kennis gemaakt had van Sinte Chantal,
die, te rekenen van 4604, voorzegd had dat moeder
de Chantal tot een hoogen trap van volmaaktheid
klimmen zou, en die, telkens als hij haar kwam vinden,
niet kon heengaan, zonder diep bewogen te zijn
en zonder met de tranen in de oogen uit te
roepen: « Moeder de Chantal is een van de menschen
die God meest beminnen; » pater de Condren, wiens
grondige leering zoo verheven was, dat de kardinaal
de Bérulle op de knieën neerschreef al wat hij hem hoorde
zeggen, wiens woorden ja zoo stichtend waren, dat Sint
Vincentius a Paulo hem nimmer verliet zonder opentlijk
te bekennen nooit iets zielroerenders vernomen te hebben,
en wiens leerwijze zoo krachtig voorkwam, dat Sinte
Chantal, na ééne ure sprekens met hem, zich eenigszins
gedwongen vond dezen schoonen volzin uit te galmen:
« Indien onze eerweerde Vader bekwaam is de menschen
te onderwijzen, pater de Condren is ongetwijfeld in staat
de engelen te leeren; den heer Andreas Duval, uit-
-ocr page 71-
67
VAN S1NTE CHANTAL
stekenden doctor en professor van de Sorbonne, wien het
vooral ten deele viel de angstvalligste zielen gerust te
stellen, en die, ofschoon hij de biechtvader was van
Sint Vincentius a Paulo, van mevrouw Acarie, en van
veel andere heilige personen, niet aarzelde te zeggen
dat Sint Franciscus de Sales en Sinte Chantal de twee
wonderen waren van zijnen tijd; den heer Gallemand,
die door God gekozen geweest was om mevrouw Acarie
wegens haren roep van Karmelieternon te verlichten,
die mevrouw deSainte-Beuve helpen moest de Ursulinnen
hervormen, en die, toen hij Sinte Chantal te Dijon ont-
moette, haar krachtig aanzette om de Karmelietenorde in
te gaan : deze heer kwam nooit naar de Visitatie af zonder
zijnen misslag te erkennen, zonder zich te beschuldigen
dat hij Gods werk had willen tegenkanten, en hij deed
dat met zoo ongemeene ootmoedigheid, dat de Zusters
hem geen anderen naam geven dan dien van den oot-
moedigen heer Gallemand; den achtbaren heer de Renty
en de gravin de Saint-Pol, wier naam, beurs en hert bij
al de goede werken van dien tijd te vinden zijn; den
ridder de Sillery, die luidop verklaarde zijne
bekeering aan moeder de Chantal verschuldigd te zijn ,
en die, te beginnen met dien oogenblik, de vriend, de
raadsman, en de zoo machtige en zoo verkleefde
beschermer werd der Visitatie, dat Sinte Chantal voortaan
geen brieven schreef zonder van dien deftigen heer gewag
te maken, zonder hem den grootsten lof toe te zwaaien ;
den heer de Marillac, den zegelbewaarder, die, hoogst
bekwaam zijnde, de wereld wist te stichten door zijn
godvruchtig en liefdadig leven, en die, ofschoon hij de
Karmelieternonnen sterk genegen was, het zich tot eenen
plicht rekende de Zusters der Visitatie nu en dan een
bezoek af te leggen; eindelijk pater Binet, den uitmunten-
den kloosterling, die de nonnen tijdens het woeden der
pest veel dienst bewezen had, en die, bij het eindigen
-ocr page 72-
68
GESCIIIF.DF.N1S
eener samenspraak met moeder de Chantal, van haar
/.egde: « Zoo zuivere liefde tot God, heb ik nooit aan-
getroffen! » Ten slotte een groot getal priesters en
wereldlijken wier namen wij later zullen ontmoeten, en
die Sinte Chantal, in het stichten van hare talrijke
kloosters, zullen ten dienste staan, kwamen nu en dan
naar die spreekkamers af.
De geestelijke orden zelven waren van die heilige
levenswijze van Sinte Chantal en hare medezusters
hoogst ingenomen , en de vurigste harer leden smeekten
moeder de Chantal haar eenige goede raden te geven,
met haar in onderhandelinge te treden, en hare kloosters
te bezoeken en te hervormen. Doch niemand was de
Overste der Visitatie zoozeer genegen als moeder
Angelica Arnauld, en de geschiedenis van de betrekkin-
gen die bestonden tusschen de Stichtster der Visitatie en
de abdis van Port-Royal is te roemruchtig, om hier in
het donker gelaten te worden.
\'t Was door het toedoen van Sint Franciscus de
Sales dat die twee zielen, de eene de andere te dien tijde
zoo weerdig, met elkander kennis maakten. Toen de
heilige bisschop van Geneve te Parijs aankwam in 1619
was moeder Angelica er in een groot aanzien. Abdis in
den ouderdom van veertien jaar, had zij, nauwelijks
zeventien jaar oud zijnde, de misbruiken van haar
klooster verbeterd, en fel gewerkt om er het geloof, de
regeltucht en den ijver te doen heersenen. In den ouder-
dom van acht en twintig jaar had zij, na veel zwarigheden
uit den weg geruimd te hebben, er insgelijks in gelukt
eene andere abdij, \'k versta die van Maubuisson, te her-
vormen. Overigens sterk bekommerd om hare eigene
zaligheid, spaarde zij geene moeite om hare kleine
gebreken, die menigvuldig waren, uit te roeien, en ver-
nomen hebbende dat Sint Franciscus de Sales te Parijs
aangekomen was, verlangde zij om hem te zien en met
-ocr page 73-
VAN Sl.NTE UIANTAI.                                     69
hem te spreken. God wilde dat zij dien deftigen bisschop
ontmoette te Maubuisson, en dat zij, gelijk veel anderen
in de netten van dien wijzen en voorzichtigen zielsbe-
stierder viel; doch, hetgeen wonderbaar voorkomt, is
dat zij zich liet vangen door de kloekmoedigheid eerder
dan door de zachtmoedigheid des heiligen. Voor de
eerste maal van haar leven trof zij eenen mensch aan
die zich van hare ziel meester maakte, en die, met al
hare christene gevoelens goed te keuren, ze bestierde.
Ook was hare geestdrift groot. Zij opende hem haar hert,
deed hem eene generale biecht, smeekte hem haar
dikwijls te komen vinden, en onderhield met hem eene
gansch bijzondere briefwisseling die, zoo men ze voegt
bij die van Sint Franciscus de Sales en van Sinte
Chantal, allermeest geschikt is om tot onderwijs van de
bestierders te dienen, \'t Is schoon om te lezen, hoe de
behendige bisschop van Goneve die brave doch hoog-
moedige ziel weet te geleiden; hoe hij haar met hare
gebreken bekend maakt, met hare oploopendheid, met
hare spotzucht, met hare gekschering; hoe hij haar in
haren onbezonnen ijver tegengaat en haar verstandiglijk
opwekt, om zich niet te veel geeselslagen toe te brengen,
om in alles de middelmaat te houden. Doch schooner
nog om te hooren, is de manier op welke Sint Franciscus
de Sales haar doet verstaan dat, zoo God haar tot een
buitengewonen levensstaat roept, zij dien met geen
geweld, maar in alle ootmoedigheid, verduldigheid
en blijgeestigheid omhelzen moet, en intusschentijd zich
behoort te zwichten van alle gramschap, van alle over-
tolligheid in eten, in slapen, in wandelen, in één woord,
van alle overdrevenheid, hoe klein zij ook zij; dat het
daar de middel is om de rust van hare ziel te bekomen
en te bewaren (1).
(1) Brieven van Sint Franciscus de Sales, 25 Juni 1619,12
September 1619,16 December 16t9,4 Februari 1620 en 14 Mei 1620.
II.                                             SINTE CHANTAL 5
-ocr page 74-
70
GESCHIEDENIS
Nauwelijks stond moeder Angelica sedert eenige
maanden onder het bestier van den deftigen bisschop
van Geneve, of zij wierd gewaar dat zij in een ander
mensch om zoo te zeggen herschapen was, en tastbaren
voortgang deed in de deugd. « Ware die heilige man,
schreef zij later, in Frankrijk verbleven, dan zou ik
ongetwijfeld uit zijne onderhandelingen groot voordeet
getrokken hebben. » Eilaas! hij zou weldra heengaan,
en in stede van den zachtmoedigen en wijzen bisschop
van Geneve, zou zij eerlang voor bestierder een onvoor-
zichtigen en dwazen mensch aantreffen.
Indien moeder Angeiica Sint Franciscus de Sales
gansch bijzondere genegenheid toedroeg, heviger nog
was hare verknochtheid aan Sinte Chantal, met wie zij
kwam kennis te maken. Onze wonderbare Stichtster der
Visitatie scheen geschapen te zijn om de abdis te
behagen. Ofschoon zij negentien jaren jonger was dan
moeder Angelica, wist zij deze vriendelijk te overmees-
teren en te bestieren. Wij zijn in \'t bezit van de brieven
die de abdis van Port-Royal schreef aan moeder de
Chantal, waar wij klaarlijk kunnen uit verstaan dat
moeder Angelica te dien tijde zeer ootmoedig van herte
was. Immers zij bekent een hooveerdigen, spotachtigen
en gekscherenden aard te hebben, oploopend van
karakter te zijn, onverduldig, eigenzinnig, en daarbij
onbescheiden en verwaand voor te komen. Zoo spreekt
zij, terzelfder dat zij haar best doet om hare gebreken
te verbeteren, en de schoonste blijken geeft van recht-
schapenheid, van gehoorzaamheid en van ijver voor het
goed (1).
Ten gevolge van die onderhandelingen met Sint
Franciscus de Sales en met Sinte Chantal, werd moeder
(I) Brieven van moeder Angelica van Port-Royal aan
Sinte Chantal. Zie
onder anderen die van September en van
Novemler 1621.
-ocr page 75-
:i
VAN SISTE CIIANTAL
Angelica allengskens opgewekt om den abdisstaf,
waardoor zij zich vereerd achtte, vaarwel te zeggen, ten
einde tot eenvoudige novice der Visitatie te kunnen
gemaakt worden.
Zij kreeg daar het eerste gedacht van in 1619, en
gaf zulks dadelijk te kennen aan Sint Franciscus de
Sales, die grimlachte zonder te antwoorden. Korts
daarna schreef zij hem desaangaande nog eens, en daar
hij voortdurend van niets gebaarde, hield zij niet op,
hem brieven op brieven toe te stieren. Sint Franciscus
de Sales, die sterk verlegen was, zocht de moeielijkheden
zooveel mogelijk te ontsluipen. In den grond van de
zake, wilde hij van die abdis niet. Zij was te koppig en
te heerschzuchtig, zoo dachte hij, om de nederige Orde
der Visitatie eenig voordeel te kunnen verschaffen.
Bij den voorzichtigen bisschop van Geneve geen
gehoor vindende, nam zij haren toevlucht tot moeder
de Chantal, die haar beter ontving. Immers beide
nonnen droegen elkander groote genegenheid toe, en
wisten, om dieswille dat zij in sommige punten niet
veel verschilden van doeninge, elkanders goede hoeda-
nigheden sterk te verheffen. Vandaar kwam het, dat
moeder de Chantal hoogst tevreden was, toen zij vernam
dat de abdis van Port-Royal trek gevoelde om de
Visitatie in te gaan; vandaar kwam het ook, dat zij haar
allermeest aanmoedigde om hare plannen uit te voeren,
en dat zij het op zich nam Sint Franciscus de Sales
betrekkelijk die gewichtige zake andermaal te raadplegen.
Inderdaad den 11 November 1621, schreef Sinte
Chantal aan Sint Franciscus de Sales den volgenden
brief: Ziehier, Monseigneur, eenige bekendmakingen
van moeder Angelica Arnauld van Port-Royal..... Zij
zegt volkomentlijk overtuigd te zijn, dat God haar roept
om non te worden in de Visitatie. Ik denke zooals zij.
Doch ik smeeke u mij rechtuit te verklaren, of\'gij deelt
-ocr page 76-
\'1                                                  GESCHIEDEMÜ
in hare en mijne zienswijze; want om geen ding ter
wereld zou ik tegen uw gedacht willen te werke gaan.
Laat mij dan weten, of gij meent het de wil Gods te
zijn dat moeder Angelica haar klooster verlaat, om bij
ons te komen; want, voor wat de zwarigheden betreft
die te dier gelegenheid zouden kunnen ontstaan, zal ik
geene moeite sparen om die uit den weg te ruimen.
Men verzekert er ons van, en Mgr van Nantes zegde het
ons nog gisteren, dat hare beloften van geener weerde
zijn, en diensvolgens dat zij met gerustheid van cons-
cientie haar klooster vaarwel zeggen mag. Thans blijft
er enkel te onderzoeken of, in weerwil van hare gene-
genheid om non te worden in de Visitatie, het voor haar
voordeeliger is in hare abdij te leven en te sterven, dan
bij ons te komen wonen, waar, volgens het schijnt, zij
meer gelegenheid zal hebben om zich in de gehoorzaam-
heid te oefenen. Ik belijde openhertiglijk dat, die
vurige verlangens van moeder Angelica ingezien, ik de
zoete hope koestere haar in onze Orde te mogen aan-
veerden. Ja, ik ben eenigszins overtuigd dat God zich
van haar bedienen zal om, tot zijne glorie, veel goeds te
verrichten in de Visitatie. Wees dan zoo vriendelijk,
mij spoedig uwe antwoord te doen geworden , en mij te
zeggen wat er mij te doen staat, of ik de abdis tot
verzoekster mag aannemen, ja of neen (1). »
Sint Franciscus de Sales, die om het gedurig lastig
vallen van moeder Angelica van Port-Royal fel bekom-
merd geweest was, moest bekennen het nu nog meer te
zijn, ziende dat de eerbiedweerdige Sinte Chantal zich
in \'t belang harer vriendin inliet. Hetzij dat hij haar
niet wilde bedroeven, met haar eene alleszins voldoende
antwoord te weigeren, hetzij dat hij, uit achting voor
moeder de Chantal, de zake wat ernstiger begeerde te
(1) Die hrief is geschreven mat \'t begin van November 1621.
-ocr page 77-
"
VAN SISTE i liAM \\l,
onderzoeken, besloot hij den paus die netelige kwestie
voor te stellen. Dadelijk schreef hij aan pater Binet, die,
zooals de Stichtster der Visitatie, Sint Franciscus de
Sales schoone gesproken had, opdat hij in zijne Orde
de abdis Angelica zou aannemen, een merkweerdigen
brief waarin hij hem met zijne zienswijze bekend maakt:
« Eerweerde Pater, ik bedank u voor den brief welken
gij mij hebt toegezonden, alsook voor de moeite die gij
u geeft om de verlangens van moeder Angelica te
voldoen. Nogtans laat mij toe dat ik u in alle rechtzin-
nigheid des herten zegge, met u in gedachten te ver-
schillen. Immers toen ik mij te Parijs bevond, wilde ik
nooit toestemmen dat de abdis van Port-Royal hare
Orde verliet om de Visitatie in te gaan , en later, toen ik
verre van Parijs verwijderd leefde, en van moeder
Angelica, betrekkelijk haar afreizen uit Port-Royal,
brieven op brieven ontving, toonde ik mij niet enkel
ongevoelig maar zelfs vijandig aan haar ontwerp, zooda-
nig dat, uit al hetgeen ik haar schreef, zij gemakkelijk
besluiten kon in mij, voor wat die zake betrof, een
harden tegenstrever te vinden. Doch zie, sedert dat ik
uwen briefen dien van moederde Chantal ontvangen heb,
sta ik in beraad om te weten, of ik mogelijk niet wijselijk
zou handelen met toe te laten dat de abdis van Port-
Royal tot eenvoudige non der Visitatie gemaakt wierde,
en daarom, om niet onvoorzichtig te werke te gaan, heb
ik geoordeeld den paus wegens die kwestie te moeten
raadplegen.... Diensvolgens heb ik aan moeder Angelica
mijne bekommering om haren roep te kennen gegeven,
en haar gezegd dat ik haar toestond Zijne Heiligheid een
woordeken daarover te schrijven, op voorwaarde dat zij
zich naar de wijze schikkingen van het Opperhoofd der
Kerk gedragen zou, en naderhand, welkdanig ook de
beslissing van den Paus wezen mocht, zij gansch oot-
moedig en gelaten in den wille Gods zou voorkomen (1). »
(1) Brief va.fi, Sint FvaTiciscxtsde Sctles, \\\\ Novembev lt>$\\.
-ocr page 78-
-\\
CKSCIIIKDEMS
Eene Orde uitgaan om er eene andere, die strenger
is, in te gaan, is iets dat geene zwarigheden ontmoet en
gemakkelijk toegestaan wordt te Rome; doch het
tegenovergestelde, hetgeen hier het geval was, levert
meer moeilijkheden op. Ook verhaastte zich Zijne Heilig-
heid niet, om te antwoorden. Intusschentijd reisde
moeder de Chantal uit Parijs af, stierf Sint Franciscus
de Sales, en, tot overmaat van ongeluk, maakte moeder
Angelica, op den oogenblik dat zij hare twee bestierders
verloor, kennis met den beroemden doch hooveerdigen
abt van Saint-Cyran. Deze, in plaats van, naar het voor-
beeld van Sint Franciscus de Sales, aan de abdis van
Port-Royal goeden raad te geven, in stede van haar in
haren niet zelden onbezonnen ijver tegen te gaan, blaasde
haar onophoudelijk trotsche stelsels in de ooren, bracht
duisternis in haren geest, wekte haar op om kwestiën te
verhandelen die enkel de godgeleerden aangingen, en
eindigde, zijne ongegronde uitleggingen van het trak-
taat der gratie ingezien, met haar te doen dolen en in de
ketterij te dompelen.
Te rekenen van dien lijd, hielden zooveel mogelijk
alle betrekkingen tusschen moeder de Chantal en de abdis
van Port-Royal op, en, in weerwil van al hetgeen de
Jansenisten geschreven hebben om te betoonen dat
moeder Angelica steeds de vriendin van de Stichtster dei-
Visitatie gebleven was, is het hun niet gelukt zulks voor
waarheid te doen aannemen.
Wij eindigen dan het verhaal van de betrekkingen
die in den beginne bestonden tusschen moeder de Chantal
en de abdis van Port-Royal; wij stellen er een einde aan,
ons eene vraag doende die, in den grond van de zake,
eenieder zeer natuurlijk zal schijnen. Wie van beiden
had het mis, ofwel Sint Franciscus de Sales, die dacht
dat moeder Angelica Arnauld van Port-Royal niet
bestemd was om non te worden in de Visitatie, ofwel
-ocr page 79-
VAN SI.YI\'K < MAVrAL                                           75
Sinte Chantal, die van gevoelen was dat de abdis wél zou
doen met haar klooster te verlaten om de Visitatie, waar
zij mogelijk een der steunen van worden zou, in te gaan?
Dat is eene kwestie waar ik, doordien ik de geheimen
Gods niet ken, niet over oordeelen wil. Inderdaad, wat
zou er van moeder Angelica Arnauld van Port-Royal
geworden zijn, hadde zij het kleed der Visitatie aan-
getrokken? Zou zij, in haren plicht gehouden door Sinte
Chantal, die, voor wat de kloekmoedigheid en de geest-
kracht betrof, haar gelijk was, die haar in ondervinding
en heiligheid te boven ging, geene moeite gespaard
hebben om hare gebreken te verbeteren, om ten minste
van verre op de voetstappen van de Stichtster der Visitatie
te wandelen? Zou zij, door de regelen van die wonder-
bare Orde tot een klein kind gemaakt, steeds voor hare
medezusters een voorbeeld van zelfverloocheninggevveest
zijn? Zou zij, deelhebbend aan de werken van moeder
de Bréchard en van moeder Favre, die met haar in
karakter maar weinig verschilden, gestadig het goede
beoogd en betracht hebben? Zou zij, gezien haren ijver
om alle slag van deugden te oefenen, den luister van
haar jonge en wél doorgebrachte jaren nog opgehelderd
hebben? Zou zij eindelijk, met lang en sterk te strijden
tegen de vijanden van hare ziel, met zich dikwijls en
diep te vernederen, met allermeest de versterving en de
gehoorzaamheid te beminnen, er in gelukt hebben van de
droevige gevolgen der hooveerdij vrij te gaan? Zou zij
noch van eigenliefde noch van hardnekkigheid te spreken
gehad hebben? Ofwel zou zij, om reden dat zij zich zelve
niet genoegzaam kende, totonlstichting van de geheeleOrde
der Visitatie gediend hebben? \'t Is ook mogelijk. Ja, wie
weet of zij, eens tot geestelijke dochter van Sinte Chantal
gemaakt, allengskens tot hare vorige trotschheid niet zou
overgegaan zijn? Wie weet of zij welhaast niet zou
opgehouden hebben blijken te geven van gehoorzaam-
-ocr page 80-
76
GESCHIEDENIS VAN SINTE CHANTAI.
heid, van ootmoedigheid, van verduldigheid, van zacht-
moedigheid, van verdraagzaamheid, van ingekeerdheid,
van liefde, van godsvrucht, in één woord, van alle
deugden? Wie weet, of zij de wijze en nuttige regelen dei-
Visitatie waar Sint Franciscus de Sales en Sinte Chantal
tot derzelver neerschrijven zooveel tijd aan gebruikten,
en waar, in acht genomen het groot voordeel dat uit het
onderhouden van die grondige voorschriften voor hunne
geestelijke kinderen spruiten moest, zij zooveel van
hielden, wie weet, zeg ik, of moeder Angelica die niet
stilletjes aan zou miskend en verwaarloosd hebben, en
alzoo aan hare medezusters tot stronkelsteen zou hebben
gediend? Mogelijk zou zij het lichte en aangename jok der
gehoorzaamheid afgeschud hebben; mogelijk zou zij de
bejarige Sinte Chantal veel verdriet en hertzeer aan-
gedaan hebben, en tegen haar een heimelijken oproer
hebben gemaakt. Het is den Heere bekend of, na de
dood van Sinte Chantal tot overste der Visitatie gekozen,
zij tot dwaling niet zou vervallen zijn, en diensvolgens
of, met het Jansenismus aan te hangen, zij vóór de
ketterij de deuren van hare kloosters niet zou geopend
hebben? Dat zijn zooveel gissingen of eerder veronder-
stellingen die enkel dienen om te toonen dat, de droevige
omstandigheden van latere tijden ingezien, Sint Fran-
ciscus de Sales wijselijk handelde, toen hij weigerde de
abdis Angelica van Port-Royal tot zijn geestelijk kind
aan te nemen, en dat hij wél deed met de verlangens van
die zoo wat trotsche non niet te voldoen.
-ocr page 81-
.#m=en=ftomtigj3tt Ifoofösfuft
Nieuwe stichtingen. — Sinte Chantal verlaat
Parijs om zich naar Lyon te begeven. — Op
weg, richt zy het klooster op van Di.jcm. —
Laatste samenkomst van Sint Franciscus
de Sales en van Sinte Chantal.
1620-16-22
ndertusschen groeiden de klooslers der Visi-
tatie aan in getal, en zoowel door de gunsten
waarmede Hij de Stichters overlaadde, als
door de beproevingen en de smerten die Hij
de Zusters toezond, toonde God hoezeer Hij die opko-
mende Orde beminde.
Te Montferrand leefde er eene jonge mevrouwe
de gravin de Dalet, die door verzwagering aan de
beroemdste familiën van Auvergne verbonden was. Op
zekeren dag dat, tot de Tafel des Heeren genaderd zijnde,
zij zich in eenen hoek van de kerk begeven had, om er
hare dankzegginge te doen, stond zij al met eens in
verrukkinge, en begreep wonderwel hoe groot het geluk
is der zielen die het kloosterleven aannemen. Die gesteld-
heid duurde eene ure lang, waarna zij zich fel opgewekt
-ocr page 82-
78
GESCHIEDENIS
gevoelde om zich den Heere toe te wijden, en diensvol-
gens om zich in de stilzwijgendheid, in de gehoorzaam-
heid en in de armoede te oefenen.
Die weldaad scheen haar iets vreemds te zijn;
want, ofschoon zij christenmensen was, had zij de
gewoonte niet van te overwegen. Daarbij vatte zij niet,
waarom God haar zoo sterk met het geluk des klooster-
levens had hekend gemaakt; want zij had slechts sedert
eenige jaren den huwelijken staat aangegaan, was reeds
moeder van twee kinderen met afwachlinge van een
derde, kwam met haren man allerbest overeen, en had
nooit het gedacht gehad, zelfs niet als zij jonge dochter
was, om het nonnenkleed aan te trekken. Doordien zij
zich van den eenen kant aan dat visioen niet verstond,
en van den anderen hare familie niet bedroeven wilde,
besloot zij over die wonderen niet een woord te reppen ;
alleenlijk legde zij zich op de nadenkinge toe, deed vele
goede werken, en voorzag vooral in de noodwendigheden
der opkomende kloosters en in die der arme jonge
dochters die verlangden om non te worden.
Twee jaren waren verloopen sedert dat zij die ver-
rukkinge van zinnen gehad had, loen, den 18 Januari
1620, de graaf deDalet omtrent schielijk overleed, zijne
vrouw, die sedert slechts elf maanden haar vierde kind
ter wereld had gebracht, tot ontroostbare weduwe
makende. Om haar wat verzet te verschaffen en haar wat
moed in *t herte te spreken, kwam eene harer nichten,
mejufTer de Blanzac, die door God op eene andere manier
beproefd werd, haar vinden. Deze was, na zes maanden
edelmoedig proevens, het klooster der Karmelieternon-
nen van Riom uitgegaan, en was genoodzaakt geweest,
hare flauwe gezondheid in acht genomen, naar de wereld,
waar zij eene walg voor had, weder te keeren, en het
kloosterleven, waar zij grooten trek voor gevoelde, vaar-
wel Ie zeggen. Op den oogenblik dat zij, met de tranen
-ocr page 83-
VAN SINTG CII.VNTAL                                           79
in de oogen, het klooster der Karroelieternonnen uitging,
werd haar door de goede moeder van het gesticht een
boeksken dat onlangs te Lyon gedrukt was en voor titel
droeg : Constitutiën of verordeningen voor de Zusters
der Visitatie,
in geschenke gegeven. De twee nichten
brachten een aanzienlijk deel van den nacht niet \'t lezen
van dat boeksken over, en, hoogst ingenomen van de
wijsheid en de grondigheid der regelen die het bevatte,
besloten zij geene moeite te sparen om te Monlferrand
een klooster van de Visitatie op te richten. Toen zij die
belofte deed, was mevrouw de Dalet er enkel op uit om
hare nicht te troosten en om haar, tot het volgen van
haren roep, gelegenheid te verschaffen; want, wat haar
betrof, zij wist dat, moeder zijnde van vier kleine
kinderen, het haar tegenwoordig niet mogelijk was het
nonnenkleed aan te trekken. Indien God, hetgeen zij niet
durfde verhopen, haar ooit toestond het kloosterleven te
aanveerden, zou zij vragen om tot geestelijke dochter
van Sinte ïheresia gemaakt te worden; daar was zij
dagelijks om bekommerd. Alsdan was zij verre van te
denken, dat God haar ook zou roepen om deel te maken
van de Visitatie, en dat, na sterk beproefd geweest te
zijn, zij later die Orde zou ingaan, om er eene der
beroemdste nonnen en een der beste steunen van te
worden.
\'t Was moeder Favre die door Sint Sint 1\'ianciscus
de Sales met het stichten van het klooster van Mont-
ferrand belast was. Zij kwam aldaar den 7 Juni 1620
aan, en, krachtens hare buitengewone deugd en de
bijzondere bescherming van de gravin de Dalet, gingen
de zaken goed vooruit. « Geheel de provincie weet het
heilig gedrag van moeder Favre te verheffen, schreef
korts nadien mevrouw de Dalet, en de edelste familiön
achten zich gelukkig hare dochters aan eene zoo wonder-
bare moeder toe te vertrouwen. » Van zijnen kant slierde
-ocr page 84-
80                                                  I.KSI IIIKIHMS
Sint Franciscus de Sales aan moeder Favre eenen briel
toe, zeggende: « Gij zijt, welbeminde Dochter, in
Auvergne allerbest onthaald geweest, en ik hope dat de
zaken u aldaar zullen gelukken, ja, dat gij vele en schoone
vruchten van zaligheid zult inoogsten. O! hoe blijde
ben ik te weten dat mijne moeder te Parijs is, en mijne
dochter in Auvergne waar zij veel goeds doen (1). »
Zes weken na de stichting van het klooster van
Montferrand, den 21 Juli, richtte men een ander op te
Nevers, doch in gansch verschillende omstandigheden.
Niets had in den beginne het noodweer, welk over
deszelis bakermat losberslte, doen voorzien. Mevrouw
Maria-Amata de Morville, getrouwd met M. du Tertre,
die onlangs het tijdelijke met het eeuwige verwisseld
had, was eene jonge weduwe van twee-en-twintig jaar,
wie het gelukt had Sint Franciscus de Sales te ontmoeten
te Parijs, waar zij, hare wereldsgezindsheid in acht
genomen, groote gevaren liep van verleid te wor-
den. Van de godvruchtige samenspraken des heiligen
bisschops sterk aangedaan, kreeg zij het gedacht in
de hoedanigheid van weldoenster een klooster te gaan
bewonen ; en, daar het voor haar zorgelijk was in de
stad Parijs te verblijven, ging zij, op het zeggen van
Sint Franciscus de Sales, kloppen aan de deur van het
klooster van Moulins, waar zij door de deftige overste
moeder de Bréchard wél onthaald wierd. Korts daarna
schreef zij aan moeder de Chantal dat, in stede van
slechts weldoenster van het klooster te zijn, zij begeerde
er tot non gemaakt te worden. Alsdan was er sprake
van eene Visitatie op te richten te Nevers, en, enkel bij
gebrek aan geld, kon men zijne plannen niet uitvoeren.
Sint Franciscus de Sales stelde voor aan mevrouw du
Tertre, die, als uitzet, de Visitatie van Moulins met
(1) Stirhting ran het klooster ran Montferrand.
-ocr page 85-
81
VAN SISTE CHANT.VI.
veertig duizend gulden begiftigde, er alleen dertig dui-
zend te geven aan dat klooster, hetgeen meer dan genoeg
was, zoo men denkt aan de somme gelds dat mejufferde
Chastelluz, in dergelijke omstandigheden, gestort had,
en hij raadde haar aan, de overige tien duizend
gulden aan Nevers te doen geworden. Mevrouw du
Tertre aanveerdde dien voorstel met blijdschap, en
verklaarde zelfs de stichtster van dat nieuwe klooster te
willen zijn, en daarom bereid te wezen om er het
nonnenkleed aan te trekken en er hare beloften uit te
spreken, op voorwaarde nogtans dat moeder de Bréchard
haar zou vergezelschappen, en haar wat hulpe zou
bieden. Noch Sint Franciscus de Sales noch moeder de
(Ihantal zagen daar zwarigheden in, en moeder de
Bréchard met de nieuwe stichting belastende, geboden
zij aan de jonge doch deftige moeder Paula-Hieronyma
de Monthouz, de bovengemelde overste van het klooster
van Moulins te gaan vervangen. Nauwelijks waren die
zoo wijze schikkingen gekend te Moulins, of zij veroor-
zaakten er een slag van oproer. De eenen wilden niet
dat het geld van mevrouw du Tertre naar Nevers
overging; de anderen, \'k versta den maarschalk
van Saint\'Qéran, de schepenen en de magistraten
der stad, weigerden moeder de Bréchard uit
Moulins te laten afreizen. Vruchteloos beloofde deze
na drij maanden weder te keeren; vruchteloos sprak
zij schoone, opdat men haar zou laten vertrekken;
men wilde, hare gansch bijzondere deugd ingezien,
haar zulks niet toestaan. Sint Franciscus de Sales
was over die handelwijze van de ingezetenen van
Moulins verwonderd en verheugd; doch de man-
haftigheid, waar moeder de Bréchard in die omstandig-
heid blijken van gaf, behaagde hem nog meer dan de
lof welken men haar om hare heiligheid van leven
toezwaaide. Immers, middenin die zwarigheden, verloor
-ocr page 86-
83
GESCHIEDENIS
moeder de Bréchard den moed niet, en dadelijk, zonder
zich te ontstellen, besloot zij zich te Nevers door moeder
Paula-Hieronyma, wie zij twee helpsters, \'k versta de
zusters Maria-Helena de Chastelluz en Maria-Jacoba de
Musy toevoegde, te doen vervangen. Wat meer is, zij
gebood haar met den vroegen morgen heimelijk af te
reizen, opdat mevrouw du Tertre van die nieuwe plan-
nen, geene kennis hebben zou.
Ongelukkiglijk was de befaamde moeder de Bré-
chard te Nevers verwacht. Toen men er die jonge
onbekende overste, waar wij van gesproken hebben,
zag aankomen, kon men de ontevredenheid op alle
aangezichten lezen. Daar zij klein van gestalte was, en
bleuzend van kleur, hielden de overheidspersonen niet
op te zeggen, dat men hun voor moeder van het nieuwe
klooster een kind gezonden had. Gedurig vroegen zij
haar naar haren ouderdom, naar haren tijd van professie,
en naar veel vijven en zessen, als willende te kennen
geven dat zij op hare plaats niet was, en zegden dat,
eerder dan meester te spelen, zij behoorde ter school
te gaan, hetgeen ongetwijfeld voor die jonge overste
niet aangenaam was om hooren. Rondom het klooster
van Nevers klonk daarenboven dezelfde lastertaal die
vroeger, in 1612 te Annecy, en in 1619 te Parijs,
gesproken geweest was. Ja men vond booze menschen
welke kwaad spraken van die arme doch deftige Zusters
der Visitatie, en welke zonder schaamte uitbelden dat
die nonnen rijk waren, dat zij aan niets gebrek hadden,
en diensvolgens dat zij niet verdienden geholpen te
worden. De pas aangekomen geestelijke dochters van
Sinte Ghantal gaven geen acht op dat babbelen van
sommige onvoorzichtige^personen, en toonden door hare
handelwijze dat, verre van aan het geld gehecht te zijn,
zij liever hadden te deelen in de armoede van Jesus
Christus.
-ocr page 87-
VAN SIXTE CHAÜTAL                                     85
Inderdaad, toen moeder Paula-Hieronyma te Kevers
aankwam, trof zij welhaast de gelegenheid aan , om hare
zelfopoffering en haren geest van versterving wijd en
breed te doen kennen. Zie, met den oogenblik dat
mevrouw du Tertre de veranderinge vernam welke
tusschen de plannen van moeder de Bréchard was
ingeslopen, eischte zij dadelijk de tien duizend gulden
weder die zij, enkel op voorwaarde dat moeder de
Bréchard met haar naar Nevers zou afreizen, aan het
nieuwe klooster dier stad had toegestaan. De advocaten,
die men raadpleegde, verklaarden dat de terugvragingen
van mevrouw du Tertre ongegrond waren; de bescher-
mers en de vrienden van de Zusters zegden de verlan-
gens van die drollige mevrouw niet te voldoen; iedereen
wekte de nonnen op, om haar recht met betrouwen te
vervolgen. Doch zie, middenin die moeilijkheden, knielde
de deugdzame moeder Paula-Hieronyma met de tranen
in de oogen vóór hare medegezellinnen neder, en
smeekte haar te gedoogen, dat men aan die dame haar
geschonken geld teruggaf, eerder dan men om wat
goudstukken de rust van zijne ziel zou verliezen. De
Zusters luisterden naar de raden harer overste, en de
tien duizend gulden werden dadelijk aan de voormalige
eigenaarster toegezonden. Hierdoor verviel het klooster
in groote, ja in uiterste armoede. Doch de jonge moeder
Paula-Hieronyma de Monthouz verklaarde dat, bijaldien
men zulks niet gedaan had, zij ongetwijfeld zou gestorven
zijn van verdriet, om reden dat men de inzichten van
haren heiligen Stichter zou miskend hebben. Zoo
gaven de geestelijke dochters van Sint Franciscus de
Sales te kennen, hoezeer zij de zelfverloochening en de
ootmoedigheid beminden, en hoezeer zij deelden in den
geest van haren deftigen en nooit genoeg geprezen
Vader.
Terwijl de eerbiedweerdige bisschop zelve, uit
-ocr page 88-
S4
GESCHIEDENIS
Annecy, de twee stichlingen van Montferrand en van
Nevers bestierde, maakte Sinte Chantal alles gereed, om
die van Orleans te beginnen. De gravin van Saint-Pol,
wier echtgenoot stadhouder van Orleans was, kreeg er het
eerste gedacht van.
Zie, in 1619, had Sint Franciscus de Sales in de
stad Orleans, middenin eene algemeene geestdrift,
omtrent eene maand doorgebracht. De gravin van Saint-
Pol had de eere gehad hem verscheidene malen t\'harent
te ontvangen, en telkens had zij hem gesmeekt haar
eenige Zusters van zijne Orde af te zenden. Waarop de
achtbare bisschop geëindigd had met te antwoorden:
« Ja. ja. Mevrouw, daar gij het begeert, zullen er u
Zusters van de Visitatie toegezonden worden in uwe
stad Orleans. » Aangemoedigd door die zegswijze, begon
de gravin van Saint-Pol alles in \'t werk te stellen, om die
stichtinge te doen gelukken. Doch van in den beginne
harer pogingen, kwam zij vele en groote moeilijkheden,
waar zij geen acht op gegeven had, tegen. Niemand,
te Orleans, wilde die nonnen aanveerden, noch de
bisschop, noch de vroedschap, noch het volk. Er beston-
den reeds zooveel kloosters in die landstreek, dat men
het overbodig en nutteloos oordeelde, er nog andere op
te richten. Gelukkiglijk was de gravin van Saint-Pol met
eene manhaftigheid zonder weerga begaafd. Eerdat zij
eene enkele van die zwarigheden uit den weg geruimd
had, schreef zij, overtuigd, dat God hare onderneming
zegenen zou, aan Sint Franciscus de Sales eenen brief
waarin zij hem smeekte de Zusters die voor Orleans
bestemd waren, naar Parijs, waar zij die zou gaan halen,
ie willen zenden. De eerbiedweerdige bisschop voldeed
hare verlangens, en gebood dadelijk aan moeder Claudia-
Agnes de la Roche en aan zuster Anna-Margareta
Clément, twee alleszins heilige zielen, naar die laatst-
genoemde stad af te reizen, om vandaar op Orleans
-ocr page 89-
88
VAN SINTE CHANTA1.
gestierd te worden. Hij wilde daarenboven dat eenige
Zusters, die gevraagd waren voor de huizen van Moulins,
van Nevers en van Parijs, haar zouden vergezelschappen.
Toen die kleine volkplanting aanging, kwam Sint Fran-
ciscus de Sales naar het klooster gegaan, om haar
vaarwel te zeggen, en sprak met de Zusters, eerdat hij ze
zegende, eenige zielroerende woorden, waar moeder
de la Roche aanteekening van nam. Dan, de oogenblik
van af te reizen gekomen zijnde, beklom de achtbare
bisschop, die moeilijk haar verlaten kon, eene hoogte,
vanwaar hij ze volgde met de oogen zooverre als het hem
mogelijk was, en aan wie, toen de koetsen stonden om
haar aan zijn gezicht te onttrekken, hij andermaal alle
slag van geluk en voorspoed wenschte.
Ondertusschen verloor de gravin van Saint-Pol
haren tijd niet. Daar haar man gouverneur van Orleans
was, bekwam zij door hem de toestemming van de vroed-
schap. Wat den bisschop betrof, zij ging zelve hem
vinden te Parijs, waar hij zich alsdan bevond, stelde hem
de noodzakelijkheid van het werk vóór oogen, hoe het
verschilde met de reeds bestaande goede werken, en hoe,
gezien de bijeengeraapte geldmiddelen, het gemakkelijk
zou kunnen gesticht worden. De bisschop aarzelde om
toe te staan wat zij vroeg, en dat gewaar wordende, riep
de gravin van Saint-Pol al met eens met betrouwen uit,
dat zij hem niet zou laten slapen gaan, vooraleer hij hare
verlangens zou voldaan hebben. De bisschop gaf dus zijne
toestemminge, verklarende nogtans dat het enkel uit
achtinge voor haar was, dat hij zich liet gezeggen. De
gravin van Saint-Pol kwam dadelijk aan de pas aan-
gekomen Zusters te Parijs van die goede mare kennis
geven, verzocht haar, zich tot de afreis gereed te maken,
en des anderendaags \'s morgens naar Orleans te willen
vertrekken. Dat werd gedaan. Moeder Claudia-Agnes
de la Roche kwam te Orleans den 19 September 1620
II.                                                           SINTE CHANTAL 6
-ocr page 90-
86
GESCH1KDENIS
aan, en, in weerwil van de bescherming van den graaf
van Saint-Pol, waar zij onder schuilde, werd zij er zeer
slecht onthaald. De grootvicarissen en de ofticiaal wien
de beslissing van Mgr de 1\'Aubespine, die eindelijk
gedoogd had dat er een klooster der Visitatie in zijne
bisschoppelijke stad zou opgericht worden, onbekend
was, weigerden het nieuwe gesticht te zegenen, en er de
geestelijke omheining in te brengen. Ter nauwernood
stonden zij toe, dat er in het klooster dagelijks eene mis
zou gelezen worden. De zaken gingen zoo verre, dat er
zelfs een priester was die aan de Zusters zegde van hare
Orde maar weinig ingenomen te zijn, om dieswille dat hij
niet goed begreep waartoe zij diende. « Mijnheer, ant-
woordde daarop zeer behendiglijk moeder de la Roche,
wij trachten menschen van groote versterving te zijn, die
gedurig op zich zei ven waken, om door den duivel niet
verrast te worden; en, wat heiwerken aangaat, indien
gij ons de eere wilt doen van ons wat werk te bezorgen,
wij zullen toonen dat wij geen lediggangsters zijn. » Die
manier van spreken behaagde den priester, en maakte
veel gerucht in de stad. Weldra was iedereen die Zusters
hoogst genegen. Het duurde niet lang of de groot-
vicarissen kwamen, vriendelijk daartoe verzocht zijnde
door den graaf van Saint-Pol, naar het klooster af, om
er plechtiglijk de mis te zingen. Zij wilden nogtans niet
toestaan, dat er den Te Deum gezongen wierde, om
reden dat, nog niets verricht zijnde, er geene bedankinge
mocht gedaan worden. Toen de mis geëindigd was,
geboden zij aan de overste en hare medezusters hen te
volgen in eene kamer van het huis, opdat zij haar namens
den bisschop van Orleans zouden zegenen. Düar stelden
zij aan moeder de la Roche vele kwestiën voor, en eindig-
den met haar en hare gezellinnen te verzoeken gehoor-
zaamheid aan Mgr van Orleans te beloven. « Niets valt
ons zoo zoet, antwoordde de wijze en behendige moeder,
-ocr page 91-
87
VAN S1NTE CHANTAL
dan teenemaal onderdanig te zijn aan Monseigneur, in
alles wat niet onze regelen, constitutiën en gewoonten
overeenkomt. — Waarom gewag gemaakt van die
overeenkomst? vroegen de grootvicarissen. — Omdat,
zegde zij, wij eerder God dan de menschen moeten
gehoorzamen. Immers God wil dat wij onze regelen
onderhouden, en daarom verkiezen wij alles te lijden, ja
zelfs te sterven, liever dan die vrijwillig te overtreden. —
Weest dan gezegend, beminde Zusters, hernamen de
grootvicarissen, welke van die deftige en stichtende
spreekwijze hoogst aangedaan waren, weest gezegend,
en onderhoudt ook in deze onze geliefde stad de regelen
waar gij zooveel van maakt. »
Dat waren de moeilijkheden waar de opkomende
Visitatie van Orleans fel door geschokt werd. Andere
zwarigheden wachtten haar. De Zusters kwamen er wel
is waar van den honger niet om, doch, dien uitersten
nood daargelaten, vervielen zij verscheidene malen,
in 1620 en 1621, in de grootste armoede. Er bestaan
brieven van moeder de la Roche, die getuigen van de
behoeftigheid waar het klooster van Orleans menigwerf
aan onderhevig was (1).
Weldra, den 10 Juni 1621, werd er ook te Valencia,
eene Visitatie gesticht. De goede zuster Maria van
Valencia, welke zich met die zake belast had, begreep
met ongemeene blijdschap dat haar hare pogingen
gelukken zouden. Daér trof men noch moeilijkheden
noch tegenkantingen aan. Het was voor het christene volk
van die stad genoeg te weten , dat de brave Maria er een
dergelijk klooster van hare Orde begeerde tot stand te
zien komen, om zoo seffens hare verlangens te voldoen.
Zie, bij het terugkeeren van eene reis die zij gedaan had
naar Grenobel, waar zij van het wonderbaar en ijverig
(1) Stichting van het tiende klooster der Visitatie, in de
stad Valencia,
bladzijde 165.
-ocr page 92-
8S
i.iscii.mh.ms
bestier van moeder de Chatel getuige geweest was, kreeg
zij het gedacht eene Visitatie op te richten te Valencia, en
dadelijk, met de toelating van hare oversten, gaf zij aan
hare landgenooten van hare plannen kennis. Aanstonds
verhaastte zich eenieder om de Zusters der Visitatie in
die stad een huis, de middelen van bestaan, en de goed-
keuring der geestelijke macht te verschaffen, en den
10 Juni 1621, vertrokken eenige nonnen uit het klooster
van Annecy naar Valencia, waar zij vriendelijk onthaald
en allerbest geherbergd wierden. Onder al de stichtingen
van huizen der Visitatie waar wij tot nu toe van gesproken
hebben, is die van Valencia eene van dezen die minst
tegenkantinge ontmoetten en die minst aan kost en
kleederen gebrek hadden (1).
Toen Sint Franciscus de Sales vernam, dat het huis
van Parijs aan \'t bloeien was, en gewaar wierd dat de
gelegenheid om nieuwe stichtingen te doen, namelijk
te Dijon, te Belley, te Saint-Étienne-en-Forez, gunstig
scheen, meende hij dat de tijd gekomen was voor moeder
de Chantalom Parijs te verlaten, om naar Annecy, waar
zij schier niet kon gemist worden, weder te keeren.
Diensvolgens schreef hij haar, met eenige harer non-
nen zoohaast mogelijk uit Parijs te vertrekken, langs
Orleans, Bourges, Nevers af te reizen, om te zien hoe
dat de Zusters het aldaar stelden, onder weg de stichting
van Dijon te doen, en hem ten spoedigste te komen
vinden in Savooie. Zoohaast die mare gekend was te
Parijs, zonden vele deftige mannen van de stad aan Sint
Franciscus de Sales brieven toe, ten einde hem te smeeken
hen van Sinte Chantal\'s tegenwoordigheid zoo gauw niet
te berooven. De heilige bisschop, die in den grond van
de zake onbeweeglijk bleef, beantwoordde die brieven
met zijne gewone beleefdheid, zeggende: « Het ware ons
(1) Stichting van het negende klooster der Visitatie, in
de stad Orleans,
bladzijde 160.
-ocr page 93-
X9
VA.N SISTE CHA.NTAL
zeer aangenaam te hooren, dat wij allen, ik, moeder
de Chantal en mijne vrienden van Parijs, bestemd zijn
om samen te wonen! Doch, dat is niet goed mogelijk;
niet dan in de gelukzalige eeuwigheid zullen wij bijeen-
komen, om van elkander nimmermeer gescheiden te
worden. » En het bevel welk hij aan moeder de Chantal
gegeven had, \'k versta van hem zoo seffens te komen
vinden, hield hij onveranderlijk staande.
Sinte Chantal was daar wel mee te vrede. Doch
onvoorziene omstandigheden waren oorzaak, dat zij hare
afreis tot het begin van \'t jaar 1622 moest verschuiven.
Eerdat zij heenging, vroeg zij aan Sint Vincentius
a Paulo het bezoek van haar klooster te willen doen. Die
achtbare man hoorde en onderzocht alles, en was uiter-
mate gesticht van de deftige leefwijze der Zusters, vooral
van hare godsvrucht, van hare versterving en van hare
rechtzinnige liefde tot elkander. Dat gedaan zijnde,
gedoogde hij dat moeder de Chantal haar ontslag gaf van
overste des kloosters van Parijs, om reden dat haardrij-
jarig bestier ten einde ging, en zij tewege was te ver-
trekken naar Annecy. Dan vergaderde hij kerkwettelijk
de Zusters, opdat zij tot de kiezing van eene nieuwe
- overste zouden overgaan, en, de stemmen opgenomen
hebbende, maakte hij haar na korte oogenblikken kenbaar,
dat de novicemeesteres en bijzondere helpster van moeder
de Chantal, \'k wil zeggen Anna-Catharina de Beaumont,
eene alleszins rechtschapen en kloekmoedige ziele, tot
overste van het klooster van Parijs gestemd was. Moeder
de Chantal liet haar het huis in bloeienden staat achter:
het was betaald en bemeubeld; het had een inkomen van
twee duizend drij honderd en achttien gulden, en bezat
negentien geprofeste Zusters en een groot getal novicen.
De 22 Februari was de dag op welken de Stichtster der
Visitatie en eenige harer gezellinnen Parijs zouden vaar-
wel zeggen, om naar Annecy af te reizen. Tegen dien dag
-ocr page 94-
90                                           GESCHIEItOIS
was Rolland, de opziener van Sint Franciscus de Sales,
in het klooster van Parijs aanwezig, ten einde die nonnen
op hare reize te vergezelschappen.
Ziehier met welke woorden moeder de Chantal haar
afscheid nam van hare geestelijke kinderen, die in het
kapittel vergaderd waren: « Ik bid u, welbeminde
Dochters, niet te vergeten, dat gij u steeds voor klein en
ellendig houden moet, dat gij u behoort te verheugen als
gij om Christus\' naam veracht en gelasterd wordt, en dat
gij ware toonbeelden van kloosterlijke eenvoudigheid
hoeft te zijn. Onder de kloostergemeenten zijn er vele
die verlangen om beroemd voor te komen; wat ons aan-
gaat, wij moeien ons gedurig herinneren dat onze Orde
de kleinste is van al de Orden die in de Kerk bestaan,
om reden dat zij maar onlangs geslicht is en niet dan
van gebrek aan vele dingen te spreken weet... Brengt
n daarenboven te binnen, dat de gehoorzaamheid van
de ootmoedigheid niet mag gescheiden zijn, en dat gij
diensvolgens aan uwe oversten altijd en overal om God
moet onderdanig wezen. Indien de kinderen der wereld
sterk bezorgd zijn om de bevelen van hunne stervende
ouders te volbrengen, wat moeten wij dan niet doen,
die den Heere plechtiglijk zijn toegewijd? Doch denkt
niet, achtbare Medezusters, dat ik welhaast ga sterven;
neen, daar is tegenwoordig nog geene kwestie van.
Alleenlijk wil ik u hierdoor te verstaan geven, hoe
noodzakelijk het is voor ons allen de gehoorzaamheid
te oefenen, zoo wij willen gelukkig zijn in dit leven en
in het andere. »
Na eenige oogenblikken tusschenpoos zette moeder
de Chantal, die hoogst aangedaan was van de tranen die
de Zusters stortten, hare aanspraak in dezer voege voort:
« Mijne lieve Kinderen, houdt op van te weenen, en zegt
eenvoudig weg aan God : Uw wil geschiede, o Heer!
Handel met onze moeder volgens uw welbehagen, wij
-ocr page 95-
!)1
VAX SINTE CHANTAL
onderwerpen ons aan uwe aanbiddelijke schikkingen en
zijn bereid om U te offeren wat ons het aangenaamste
voorkomt. Ja, dierbare Dochters, aldus behoort gij te
spreken, aldus moet gij gesteld zijn, bijaldien gij voor
brave en heilige nonnen begeert door te gaan. Vaarwel
dan, teergeliefde Kinderen, vaarwel! Ik smeeke u
niet te vergeten, dat gij behoort ootmoedige en
onderworpen kloosterzusters te zijn, menschen van
groote versterving, van buitengewone zelfverlooche-
ning, van ongemeene ingekeerdheid en van gansch
bijzondere gelatenheid in den wille Gods. Welhoe! God,
die almachtig is, heeft zich vernedert uit liefde van ons
en wij, die zijne dienstmaagden zijn, wij zouden weige-
ren klein te worden uit liefde van Hem! Mijn goede
Zaligmaker, ik beveel U deze mijne geestelijke kinderen,
met wier zorge Gij mij belast hebt, aan, en vraag aan
uwe Majesteit ootmoediglijk vergiffenis voor al de fouten
die ik in het bestier van mijne medezusters bedreven heb.
Ik bid U, achtbare Gezellinnen, mijn slecht voorbeeld
niet te gedenken, en mij alles wat ik te uwen opzichte
misdaan heb, uit liefde van Onzen Heer kwijt te schel-
den, alsook vurige en aanhoudende gebeden te storten,
opdat ik mij zou mogen beteren. O mijn God! die brave
kinderen behooren u toe, zegen ze en bewaar ze voor
alle ongelukken. Ik stel die in uwe handen, opdat Gij er
mede doen zoudt wal U belieft. Maak dat zij altijd uw
heiligen wil volbrengen, dat zij hare regelen en constitu-
tiën
goed onderhouden, dat zij hare oversten onderdanig
zijn, dat zij uitschijnen in christene liefde tot elkander
en dat zij de kruisen en de ongemakken des levens
hoogschatten. Geef haar, o Jesus, de gratie die zij noodig
hebben om zich gedurig vóór U te vernederen, en niet
dan uwe meerdere eere en glorie te zoeken. Moget gij,
beminde Medezusters, deze mijne woorden op eene prak-
tische wijze verstaan, en u onophoudelijk herinneren dat gij
-ocr page 96-
92
GESCHIEDENIS
behoort een klein gedacht van uw eigen zelven te hebben,
zoo gij verlangt dat God zich van u bedienet om veel goed
te verrichten! Dat uw luister zij er geen te hebben, uwe
grootheid er geen te bezitten! Aanziet u voor de ellendig-
sten of ten minste voor de kleinsten der menschen, en
bekommert u om de achting der wereld niet. En gij, o
Maria, Moeder van Jesus en mijne Moeder, wees mijner
kinderen indachtig, bescherm ze, beveel ze aan uwen
Zoon, vertoon ze aan uwen Zoon, opdat zij Hem beha-
gen mogen. Vaarwel, achtbare Medezusters, ik neem
mijn afscheid van u, doch ik zal u uit het geheugen niet
verliezen; ik zegene u allen uit der herte, in den naam
des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes.
Amen. »
Deze woorden gezegd hebbende, gaf moeder de
Chantal dadelijk aan elke Zuster den kus van vrede.
Die brave nonnen weenden bitterlijk. De Stichster der
Visitatie trachtte haar te troosten, zeggende : « Lieve
Kinderen, droogt uwe tranen af, ik smeek er u om;
houdt op van te schreien, want het betaamt niet dat gij
aan iets anders denket dan om Gods wil te volbrengen,
dan om wijselijk en kloekmoedig te handelen. >< Al de
Zusters vergezelden haar tot aan de deur van het klooster
waar de koets haar wachtte. Zij nam de jonge zuster
Gasparda Devise, haar door Sint Franciscus de Sales uit
Annecy onlangs toegezonden, als reisgenoote mede, en
vier Zusters van Parijs, die bestemd waren om de kloos-
ters van Bourges en van Nevers te gaan bewonen.
Uit Parijs vertrekkende, ging de eerbiedweerdige
moeder de Chantal eerst naar Maubuisson, waar zij de
abdis Angelica en hare onderhoorigen een vriendelijk
bezoek aflegde, en het genoegen had te zien dat hare
komst veel blijdschap onder de nonnen veroorzaakte. Zij
verbleef er vier dagen, trad met de Zusters in ernstige
onderhandelinge en wekte haar op om heldhaftiglijk de
-ocr page 97-
95
VA.N SINTE CHANTAL
wegen der volmaaktheid te bewandelen. Het duurde niet
lang, of eene buitengewone geestdrift heerschte onder al
de inwoonsters der abdij, zoodanig dat, de heiligheid van
moeder de Chantal in acht genomen, zij uit eerbied voor
haren persoon, haar, bij eiken maaltijd, eene versche
servet behandigden. Wat meer is, daar men verplicht
geweest was, om reden van eene haastige onpasselijk-
heid, aan onze Heilige ader te laten in het klooster,
dopten de Zusters eenige doeken, met \'t gedacht van die
als reliquieën te bewaren, in haar bloed.
Maubuisson ligt op zeer kleinen afstand van
Pontoise, waai- het graf van de gelukzalige Maria der
Menschwording, die over veertig jaar uit dit leven,
gescheiden was, veel vreemdelingen naar zich trok.
Sinte Chantal had nooit die beroemde dienares des
Heeren gekend ; doch zij had Sint Franciscus de Sales
er dikwijls hoorcn van spreken, als zijnde een mensch
van groote ootmoedigheid, van ongemeene versterving
en van gansch bijzondere zuiverheid des herten. Zij
besloot dus, zich maar op eenige mijlen afstands van het
graf dier gelukzalige bevindende, er in bedevaart
te gaan. De Karmelieternonnen onthaalden haar met
zooveel beleefdheid en vriendelijkheid, dat het haar
docht, zegde zij, in een klooster der Visitatie te zijn.
Van haren kant verklaarden die ijverige kloosterzusters
opentlijk, dat zij meenden in haar midden hare heilige
moeder Theresia te bezitten.
Met naar Pontoise de reliquieën van de gelukzalige
Maria der Menschwording te gaan vereeren, was Sinte
Chantal van haren weg afgeweken; zij kwam dus op
hare stappen terug, en trad, zich wat verhaastende, den
8 Maart 1622 Orleans binnen. D&ér was zij verwacht
met ongeduld; want ofschoon het klooster dier stad
door de kloekmoedigheid en de deugden van moeder
de la Roche fel ondersteund was, kwijnde het niettemin
-ocr page 98-
94                                              GESCHIEDENIS
onder groote zwarigheden. Sinte Chantal wekte de
Zusters vurig op om den moed niet te verliezen, om
gansch gelaten in den wille Gods voor te komen, en om
met volherding het aanzienlijk werk harer zielezaligheid
steeds te beoogen en te behertigen. Zij gaf haar te
verstaan, hoezeer zij zich behoorden te verheugen als zij
iets om Jesus\' naam te lijden hadden, en hoe zij geen
dag moesten laten voorbijgaan, zonder zich den Heere
volstrektelijk op te dragen. Evenals te Maubuisson,
aanzagen de Zusters van Orleans als reliquieën al hetgeen
waar de achtbare Stichtster der Visitatie zich van bediend
had, en nog hedendaags bewaren zij eene servet, eenen
sluier en een kleed waar de eerbiedweerdige moeder
de Chantal het gebruik van gehad heeft. Niet enkel
vergenoegde zich onze Heilige met hare geestelijke
kinderen een bezoek af te leggen, zij ging ook de
bijzonderste personen van de stad vinden, en van dan af
kon men klaarlijk bemerken, hoeveel zij, in latere
tijden, op de gemoederen zou vermogen. De bisschop
van Orleans zelf liet zijne vooroordeelen varen en, te
rekenen van dien oogenblik, begaf hij zich dikwijls naar
het klooster, om er ootmoediglijk te bekennen dat hij de
Zusters wat te veel beproefd had. Moeder de Chantal,
eerdat zij hare reis voortzette, voldeed de verlangens
van de voornaamste Orden der stad, die vurig wenschten
niet haar te spreken. In het klooster der Benedictijnersen
onder anderen werd zij vriendelijk verzocht een ganschen
nacht op te blijven, opdat iedere Zuster in \'t bijzonder
de gelegenheid zou hebben om met haar in onderhande-
linge te treden en van haar te leeren wat zij doen moest,
om de trappen der volmaaktheid gerustelijk en zekerlijk
te beklimmen.
Orleans uitgaande, stelde moeder de Chantal zich
op weg naar Bourges. Hier, in het klooster van die
stad, ging met de armoede, waar te dien tijde bijna al
-ocr page 99-
9!5
VAM SINTE CIIANTAX
de opkomende huizen der Visitatie aan onderhevig
waren, eene andere, doch in de annalen der Orde
zeldzamer moeilijkheid : \'k versta het onkundig bestier
van moeder Anna-Maria Rosset, gepaard. Zie, ofschoon
deze een heilig niensch was en veel deugden bezat, had
zij de manier niet om hare onderhoorigen te geleiden,
en kon bijgevolg maar weinig goed doen. Reeds in
1619, had Sint Franciscus de Sales, Bourges doortrek-
kende, gesticht geweest van den ijver der nonnen, doch
geenszins van de wijze op welke zij door hare overste
behandeld wierden. Hij had zich verhaast, om aan
moeder de Chantal er kennis van te geven. « Waarlijk,
had hij haar geschreven, ik heb de goede moeder Rosset
zoo verzwakt van lichaam en zoo vervallen gevonden,
dat ik meene van noode te zijn haar eene andere bedie-
ning te bezorgen. Die brave Zuster is meer geschikt om
met haren welbeminden Zaligmaker in eene cel te
verblijven, dan om met de menschen te handelen.
Eenieder bewondert hare deugd, doch schier niemand
hare manier van doen. Diensvolgens hadden de twee
heilige Stichters dadelijk eene deftige Zuster, moeder
Francisca-Gabriëlle Bally, naar Bourges gezonden, en
haar opgelegd de overste wat te helpen in het bestier
van het huis, en deze, als het zou noodzakelijk zijn, te
vervangen. Die halve maatregel was, gelijk het gemeen-
lijk gaat met de halve maatregelen, van slechten uitval
geweest. Nauwelijks aangekomen, begreep moeder de
Chantal dat men hier wat strenger schikkingen behoorde
te nemen, en zoo seffens gebood zij aan moeder Rosset
haar ambt van overste, waar zij geen weg mede wist,
neder te leggen. Dan. krachtens gedane kiezing, stelde
zij zuster Bally tot nieuwe moeder van het klooster van
Bourges aan, en zegde aan zuster Rosset, die blijde was
geen overste meer te zijn, aanstonds met zuster Gasparda
Devise naar Burgonje te vertrekken, en haar te Alonne,
-ocr page 100-
96
GESCHIEDENIS
in de woning van mevrouw de Toulongeon, af\'te wachten.
In die pijnlijke omstandigheden, toonde zuster Anna-
Maria Rosset wie zij was: een mensch van uitstekende
volmaaktheid. Zij sprak niet één woord, en gat\'niet het
minste teeken van ontevredenheid. Alleenlijk kostte het
haar wat moeite, om hare teergeliefde medezusters van
Bourges te verlaten. Doch Sinte Chantal haar ernstig en
strengelijk gezegd hebbende, gelijk zij placht te doen
met de heldhaftige zielen : « Mijne Dochter, zie dat alles
over het hoofd, en ga tot God; » vernederde zij zich
oogenblikkelijk, en maakte gereedschap om naar Alonne
af te reizen (-1). s
Onze Heilige, van haren kant, zette haren weg
voort naar Nevers, den Heer vurig bedankende omdat,
de ootmoedigheid van de afgestelde overste van Bourges
in acht genomen, zij in dees klooster zooveel troost
gesmaakt had. Zij was vooral blijde, omdat zij wist dat
het klooster van Bourges nu beter dan ooit zou bestierd
worden, en dat de vijf en twintig geprofeste Zusters en
de brave novicen niet zouden ophouden de schoonste
blijken van deugd en van deftigheid te geven. Ten slotte
kon zij hare vreugd niet verbergen toen zij dacht dat,
uit hoofde van gansch bijzondere schikkingen, de Zusters
wat minder gebrek aan onderstand zouden hebben (2).
De Visitatie van Nevers verlangde haar herte uit,
om de eerbiedweerdige moeder de Chantal te ontvangen;
want meer dan al andere huizen van dezelfde Orde
gevoelde zij, hoe lastig het is in den beginne eene nieuwe
stichting staande te houden. Armoede, verlatenheid,
gebrek aan novicen, verachting en vervolging van eenige
Zusters van andere Orden, dat alles viel haar ongelukkig-
(i) Levens van verscheidene oversten van de Orde der
Visitatie.
Annecy, 1863, in-4, bladz. 10.
(2) Handschriftelijke geschiedenis van de Visitatie van
Bourges.
— Leven van moeder Anna-Maria Rosset.
-ocr page 101-
97
VAN SIMTK I II1MA1.
lijk of liever gelukkiglijk ten deele. Sinte Chantal stond
eenige dagen stil te Nevers, wekte hare geestelijke
kinderen op om den moed niet te verliezen, sprak haar
over de voordeden van eene verduldige handelwijze, en
smeekte haar zich te herinneren, hoe groot de loon zijn
zal van degenen die lastering en vervolging lijden om de
rechtveerdigheid. Zij zegde haar ook, dat zij wel wist dat
de nonnen die haar beknibbelden, beroemder voorkwamen
dan zij, doch dat zulks voor die vreemde kloosterzusters
geene reden was om tegen de liefde te zondigen; zij gaf
haar insgelijks te verstaan dat God zijne gratie schenkt
aan de nederigen en ze weigert aan de hooveerdigen,
dat Hij toelaat dat zij in armoede vervallen, dat zij
gelasterd worden, opdatzij zich zouden te binnenbrengen,
hoe Jesus Christus ter wereld kwam in eene krib en stierf
aan het kruis, en opdat zij diensvolgens zouden kracht-
dadig opgewekt zijn, om op Onzen Lieven Heere te
steunen en te betrouwen. Sinte Chantal legde daarna aan
de vermaardste personen van de stad een bezoek af, en
wist alzoo, hare befaamdheid ingezien, voor hare teer-
geliefde medezusters van Nevers de genegenheid van
velen te winnen. Aan het hoofd van dat klooster, stond
de deugdzame en verdienstelijke moeder Paula-Hiero-
nyma de Monthouz.
Nevers vaarwel zeggende, begaf zich moeder
de Chantal naar Moulins, waar zij maar korten tijd ver-
bleef, om reden dat het klooster dier stad, wijselijk
bestierd door moeder de Bréchard, niets te wenschen
liet; vandaar ging zij naar Alonne, waar de Zusters, die
Sint Franciscus de Sales haar zenden moest om eene
stichting te doen te Dijon, zouden aankomen (1).
Toen onze Heilige voet zette in Alonne, had God, die
de ootmoedigen bemint, juist de afgestelde moeder
(I) Brief van Sint Franciscus de Sales, 23 April 1622.
-ocr page 102-
98
GESCHIEDENIS
Anna-Maria Rosset met ongemeene gaven begunstigd.
Die brave Zuster, die te Bourges zoo vernederd geweest
was, wist te Alonne van gansch bijzondere gratiën te
spreken. Zie, op zekeren dag dat zij in de kapel des
kasteels van mevrouw de Toulongeon aan \'t bidden was,
werd zij al met eens buiten zich zelve vervoerd: hare
voeten gingen van den grond op, en zij bleet\' op eene
groote hoogte zweven. Bij geval bevond zich mevrouw
de Toulongeon in de kapel: na op dat wonder hare oogen
uitgekeken te hebben, verliet zij inderhaast de bidplaats,
vloog gelijk een pijl uit \'n boog naar het kasteel, riep
met alle geweld tot zich en bloedverwanten en dienst-
boden, opdat zij van dat zeldzaam mirakel zouden
getuige zijn. Het lukte hun dat buitengewoon teeken te
zien, want twee uren lang stond zuster Anna-Maria
Rosset daér in verrukkinge (1).
Toen Sinte Chantal de koets at klom te Alonne, was
mevrouw de Toulongeon over van blijdschap, om dies-
wille dat zij hare welbeminde moeder mocht herbergen.
Zij ging haar, ze reeds van dan af voor eene heilige
houdende, op hare knieën te gemoet, en gaf haai-
de schoonste blijken van kinderlijke genegenheid. De
Stichtster van de geheele Orde der Visitatie vertoefde
maar korten tijd op het kasteel van Alonne, en nauwe-
lijks waren de Zusters van Annecy aangekomen, of zij
vertrok naar Dijon, waar gewichtige zaken haar wachtten.
Dijon was haar vaderland, \'t Is d&ar, dat zij het
heilig doopsel en eene christelijke opvoeding ontvangen
had; \'t is d£a>, dat, na de dood van haren man, zij meer
dan ooit een godvruchtig en ingekeerd leven geleid had;
\'t is daa>, dat zij den beroemden bisschop van Geneve
ontmoet had en gewaar geworden was dat God haar riep,
om het nonnenkleed aan te trekken; daaï is het ook, dat
(1) Levens der eerste oversten. — Moeder Anna-Maria
Rosset,
blad/.. 20.
-ocr page 103-
VAN SINTE CHANTAL                                     99
zij op haar hert den naam van Jesus met een gloeiend
ijzer geprend had, en, door de heldhaftigheid harer zelf-
verloochening, de verwondering van eenieder had uit-
gemaakt; van düar is het ten slotte, dat zij naar het
klooster vertrok, de belofte van haren goddelijken Meester
overleggend, die zegt: «Er is niemand die huis of broeders
of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers om
mijnentwil en om het Evangelie zal verlaten hebben, of
hij ontvangt honderdmaal zooveel, nu in dezen tijd,
huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en
akkers, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. »
En thans dat God zijne belofte gehouden had, en dat een
groot getal dochters, die verlangden om non te worden,
zich rondom haar schaarden, kwam het haar ongetwijfeld
aangenaam voor. hare geboorteplaats weder te zien en
alles in \'t werk te stellen, om er eene stichting van hare
Orde te doen. Sedert tien jaar begeerde zij de stad Dijon
met eene Visitatie te begunstigen, en bad zij vuriglijk,
opdat de goede God hare wenschen zou verhooren; doch
sedert tien jaar werd zij vanwege het parlement in het
uitvoeren harer plannen sterk tegengekant. Hetzij uit
afgunst tegen den deugdzamen voorzitter Frémyot, wien
het parlement, uit hoofde van sommige omstandigheden,
nooit de minste vriendelijkheid toonde, hetzij om
andere redenen, wilden de magistraten niet toestaan dat
er te Dijon eene Visitatie opgericht wierde. Vruchteloos
spaarde de voorzitter Odebert, wiens wondere liefdadig-
heid aldaar fel gekend was, geene moeite om zijne
medebroeders tot zich te winnen ; vruchteloos had hij ter
gelegenheid van het schielijk afsterven van eenige leden
des parlements, die de Visitatie vijandig waren, in volle
vergadering uitgeroepen: « Wat de mensch ook doet
ofte niet, hij kan toch den wil van God niet tegenhouden.
Getuige daarvan de subiete dood van sommige mijner
medebroeders die tegen het oprichten van een klooster der
-ocr page 104-
1(10
i;i;sciiikiikms
Visitatie waren. » Vruchteloos, zeg ik, had hij dat uit-
geroepen, het parlement bleef onveranderlijk weigeren
wal het reeds geweigerd had.
God had vastgesteld dat twee onbekende en arme
dochters zouden uitwerken, wat het parlement weigerde
tot stand te brengen. Maria Bertot was een ootmoedig
en godvruchtig meisje waar God zich reeds van bediend
had, om eene stichting van Ursulinnen te doen te Dijon.
Zij gaf aan eene harer bloedverwanten, Glara Parise,
deugdzame dochter van eenen rechtsvorderaar aan het
parlement van Dijon, haar gedacht te kennen; en beiden
op God sterk betrouwende en met een levend geloof
handelende, besloten geene moeite te sparen, om eene
Visitatie op te richten te Dijon.
Hare plannen door het parlement afgekeurd zijnde,
vertrokken zij naar Parijs, vroegen gehoor bij den
koning Lodewijk XIII, en ontvingen uit zijne handen,
tot het stichten van een huis der Visitatie, opene beze-
gelde brieven. Het parlement, dat door die handelwijze
misdaan was, en beletten wilde dat die opene brieven te
boek gezet wierden, verzond de smeeksters naar de
gerechtsheeren des konings, en dezen naar den meier en
de schepenen der stad, welke, bezield met denzelfden
geest van tegenkantinge, stoutelijk verklaarden hare
eischen niet te zullen toestaan, zoolang zij niet beloofden
voor veertig duizend gulden borg te blijven. De twee
arme dochters, die voor alle fortuin niet dan hare naald
hadden om haar dagelijks brood te winnen, en wien het
parlement, met zijne zotte vragen, begeerde den moed
te doen verliezen, riepen dadelijk met betrouwen en
ijver uit: dat zij niet wanhoopten de som van veertig
duizend gulden tusschen hier en eenige dagen bijeen te
rapen en die aan het parlement te laten geworden. Zij
maakten staat, niet op hunne eigene krachten, maar op
Onzen Lieven Heer die steeds zijne kinderen ter hulpe
-ocr page 105-
VAN SINTK CHANTAL                                   101
komt : de uitslag toonde, dat zij wijselijk gehandeld
hadden. Eene heilige weduwe, de voorzitster Ie Grand,
trok geheel die zake ter herte. «Welhoe! riep zij uit, die
voorwaarden tot het stichten van het nieuwe klooster
vernemende. God zou in deze stad geen borge vinden?
He wel, ik zal die borge zijn ! »
Al die tegenkantingen, met de aankomst van Sinte
Chantal te verschuiven, waren oorzaak dat men hoe
langer hoe meer begeerde haar te onthalen, en dat men
haar eene zegepraal voorbereidde : die zegepraal was
luisterrijk. Het volk, dat zich aan de schoone feesten zoo
goed verstaat, liep met groot getal onze Heilige te
gemoet. De kooplieden en de handwerkers sloten hunne
winkels toe, en er bestond in de straten zoo buitengewone
geestdrift dat, naar het zeggen van Sinte Chantal, men
schier de koets niet hoorde rollen op den kasseiweg.
Men zou gemeend hebben dat die brave menschen het
rijtuig op hunne armen droegen. Ook ging er in \'t afleg-
gen van weinig wegs, veel tijd voorbij, doordien de
drang van oogenblik tot oogenblik toenam, \'t Is de
eerste maal, dat die beroemde Stichtster der Visitatie van
zoo ongemeene toejuichingen te spreken weef, zij die
bestemd was om het voorwerp van zoovele andere te
zijn; \'t was billijk dat haar vaderland haar die toebracht.
Het kleine huis, gehuurd door de jufvrouwen
Bertot en Parise, ingaande, zegde moeder de Chantal
met luider stem : « Dat nieuwe klooster is geschikt om
het verborgen leven van Jesus, Maria en Joseph te
vereeren, in het huisje van Nazareth : » woorden die
te kennen geven hoezeer zij, middenin die zegepraal,
met deftige gevoelens bezield was. Tegen den avond,
nadat zij het bezoek van de overheidspersonen der stad
ontvangen had, kwamen er twee honderd eenvoudige
boeren af, uit de omstreken van Dijon, om haar hunnen
eerbied te bewijzen. Sinte Chantal was over die beleefd-
II.                                                         SINTE CHANTAL 7
-ocr page 106-
102                                          GESCHIEDENIS
heid zoo verheugd, dat zij dadelijk hare medezusters
bijeenriep, om van de vriendelijkheid dier landbouwers
getuige te zijn. Zij bedankte allermeest die brave
menschen, omdat zij zoo schoone blijken van christene
genegenheid gaven, en zond hen, na ze alvorens sterk
opgewekt te hebben om altijd heiliglijk te leven, naar
hunne woning weder. Het spreekt van zelf dat zij niet
heengingen, zonder haar andermaal veel lof toegezwaaid
te hebben, en zonder met haren zegen begunstigd
geweest te zijn (1).
Het huis werd des anderendaags ingezegend door
priester Fyot, grootviearis van Mgr Zamet, bisschop van
Langres, waar Dijon van afhing. Sinte Chantal was
vergezeld van zes kloosterzusters, die tot inwoonsters
van de nieuwe stichting moesten dienen; doch Burgonje
verhaastte zich om haar nog andere dochters te zenden.
De eerste was Clara Parise, die geene moeite gespaard
had om eene Visitatie te bekomen te Dijon, en voor wie
Sinte Chantal zoo groote achtinge had, dat zij gebood
aan de novicenmeesteres dat meisje, haren geest van
zelfverloochening ingezien, fel te beproeven. Maria
Bertot, de bloedverwante van Clara Parise, ging de
Visitatie niet binnen. God leidde haar twee maanden later
naar Saint-Jean-de-Losne, waar zij voor de armen
een gasthuis, dat nog bestaat, stichtte, en alwaar zij
heiliglijk overleed. De tweede novice, die het nonnen-
kleed uit de handen van Sinte Chantal ontving, was die
eerbiedweerdige weduwe, mevrouw de voorzitster
Ie Grand, waar wij hierboven een wooi deken over
gerept hebben. Zij had den ouderdom van vieren zeven-
tig jaar bereikt; doch zij was jong van herle, en
brandde van eene vurige liefde tot God. Niets kwam
haar te laag en te nederig voor, en de dagen die zij
(I) Gedenkschriften ran moeder de Chavyy. II Deel, XIII
hoofdstuk.
-ocr page 107-
103
VAN SINTE CHANTAL
zonder beproefd te worden doorbracht, aanzag zij als
ongelukkige dagen, bij zooverre dat zij daar bij Onzen
Lieven Heer vriendelijk over klaagde, telkens als zij van
iets dergelijks te spreken wist. « He ! mijn God, riep zij
alsdan uit, wat heb ik u misdaan, om uwe bezoekinge te
moeten derven! » Opdat zij de gelegenheid zou hebben
om zich te verootmoedigen, zegde men haar voor den hof
zorge te dragen, hetgeen zij deed met ongemeene blijd-
schap. Schoon was het om te zien, hoe behendig zij was
om alles goed op te passen, en moeilijk zou men zich een
gedachtkunnen maken van de pogingen die zij aanwendde,
om den hof te zuiveren van alle onkruid en om dien veel
groensel te doen opbrengen. Mgr Zamet, die sterk ver-
baasd stond over die groote zelfverloochening van de
gewezen voorzitster Ie Grand, vroeg haar op zekeren dag,
of het wieden haar niet te lastig viel, waarop zij hem de
volgende merkweerdige antwoord gaf: « Wel, Monsei-
gneur, toch! zou het mogelijk zijn dat iets mij te lastig
schijne, als ik de vernederingen vóór oogen heb waar
moeder de Chantal zich gedurig in oefent ? »
Mejuffer Joanna-Margareta de Rerbisey, bloedver-
wante van onze Heilige, ging welhaast ook de Visitatie
binnen. Zij was vier en twintig jaar oud, van eene ver-
maarde familie oorspronkelijk, rijk aan inkomen en alom
gekend om hare deftige handelwijze. Desniettegenstaande
slachtofferde zij alles, om zich Gode teenemaal op te
dragen. Van haar was het dat Sinte Chantal zegde: « Wij
bezitten in de Visitatie eene verzoekster, die een voor-
beeld van alle slag van deugden is. »
Dus te Dijon, gelijk te Moulins, te Parijs, te
Grenobel, te Annecy, draagt de roep tot het kloosterleven
dezelfde vruchten: overal trappelt men onder de voeten
wat het bekoorlijkste voorkomt; overal doet men zijne
kwade lusten den oorlog aan ; overal oefent men de edel-
moedigste zelfopoffering; ja, overal, in die arme
-ocr page 108-
104                                           GESCHIEDENIS
gestichten, laat men de schoonste blijken zien van ijver,
van ootmoedigheid, van versterving, van ingekeerdheid,
van liefde tot God en den evenmensch.
Zes maanden waren omtrent verloopen sedert dat
Sinte Chantal zich te Dijon gevestigd had, toen, op
zekeren dag, zij van Sint Franciscus de Sales eenen brief
ontving waarin hij haar liet weten dat hij van zin was den
hertog van Savooie naar Avignon te vergezelschappen, en,
in \'t wederkeeren, eenigen tijd te verblijven te Lyon.
haar smeekende hem in deze stad te komen vinden.
Nauwelijks had moeder de Chantal dien brief ontvangen,
of zij maakte gereedschap om te vertrekken. Zij had
reeds een twaalftal novicen aanveerd, een groot en schoon
huis gekocht en gedeeltelijk betaald, de kerk en de
sacristij gebouwd, de spreekkamers aangelegd: dat alles
met de enkele hulp van God ; want, toen hare dochter,
mevrouw de Toulongeon haar eene somme gelds had
willen geven om de onderneming te beginnen, had zij
die geweigerd, en te Dijon was zij niet dan met veertien
gulden, op haren doortocht gespaard, aangekomen.
Heengaande, belastte zij moeder Favre, wie zij gezegd
had uit Montterrand at te reizen, met de zorge van dat
nieuwe klooster; en, gerust van dezen kant, stelde zij
zich op weg naar Lyon, den 28 October 1622 (1).
Elf dagen later, den 9 November, verliet Sint Fran-
ciscus de Sales Annecy, waar hij nimmermeer zou
terugkeeren. Hij voorzag, dat hij welhaast zou sterven.
Des morgens van zijn vertrek, kwam hij de mis lezen in
de kapel der Visitatie, trad vervolgens met de Zusters in
onderhandelinge, wekte haar op om nooit iets te vragen,
iets te weigeren, en riep, haar vurig aanzettende om
steeds onderworpen te zijn aan den wil des Heeren, met
de tranen in d\'oogen uit: « Vaarwel, mijne Dochters, tot
(1) Annalen van het klooster der Visitatie van Dijon,
bladz. 21.
-ocr page 109-
108
VAN SI.YIK CIIANTAL
in der eeuwigheid. — Monseigneur, zegden de Zusters
die bitterlijk weenden: Het believe den algoede God,
zulks niet toe te laten en u, binnen korten tijd, in ons
midden weder te brengen! — En indien het anders
ware, hernam de deugdzame bisschop, zou God daarom
minder goed voorkomen ?» Het huis uitgaande, ontmoette
hij op den dorpel van de poort zuster Anna-Jacoba Coste,
geknield en schreiende met de macht. « Mijn Kind, zegde
hij haar, ik heb veel andere reizen gedaan, en nooit heb
ik u zien weenen bij mijn vertrekken. Waarom dan al
dat verdriet vandage? — Ach! Monseigneur, antwoordde
zij, mijns dunkens is het de laatste maal dat gij u zult
op weg begeven en dat gij ons zegenen zult. — En ik,
sprak Sint Franciscus de Sales, die wist dat zuster Anna-
Jacoba Coste maar weinige dagen meer te leven had, ik
make u kenbaar dat, bijaldien ik niet terugkome, wij
elkander eerder zullen zien dan gij wel denkt. »
Van Annecy, ging de achtbare bisschop naar Belley,
waar hij, twee maanden tevoren, den 22 Augustus 1622,
op verzoek van Mgr Camus, moeder Maria-Magdalena
de Mouxy met vijf nonnen, tot het stichten van een
klooster, dat reeds het dertienste van de Orde was, naar-
toe gezonden had. Sint Franciscus de Sales verbleef vier
of vijf dagen te Belley, gedurende dewelke hij eiken
morgen in de kleine kapel van het gesticht de mis kwam
lezen. Den eersten dag, aan den autaar staande, was hij
zoodanig van licht omgeven, dat de aanwezigen meenden
met een hemelsch verschijnsel te doen te hebben. Na de
mis, trad hij eene kamer van het klooster, dat zeer klein
was, binnen, en zegde sterk verheugd te zijn, omdat
zijne geestelijke kinderen er zoo ootmoedig en zoo arm
uit zagen. Een anderen keer, toen hij de kamer uitging,
bejegende hij mevrouw des Roys, die een harer doch-
tertjes, dat nauwelijks vijf of zes jaar oud was, bij de
hand leidde. Onze goede bisschop naderde die mevrouw
-ocr page 110-
106                                          UESCHIEDEMS
uit eigene beweging, streelde het meisje, en noemde het,
ofschoon hij het nooit gezien had, bij zijnen naam. Daar
de moeder over dat alles uitermate verwonderd stond,
zegde hij haar, het teeken des kruis op het voorhoofd van
het kleine kind makende: « Weet gij wat ik doe? Ik
teekene de jonge Maria met het teeken des heiligen
kruises, in afwachtinge dat zij de Orde der Visitatie
binnenga. » O wonder! wat de deftige bisschop voor-
speld had, werd later verwezentlijkt.
Doch eene merkweerdiger gebeurtenis ging met het
kort verblijf van Sint Franciscus de Sales te Belley
gepaard. Zie, toen hij eene eerste maal voet zette in het
klooster, stelde zich zuster Glaudia-Simpliciana, zoohaast
zij hem ontwaarde, aan \'t krijschen en aan \'t snikken.
En daar de eerbiedweerdige bisschop wilde weten,
waarom zij zoo geweldig weende, riep zij al met eens
over van droefheid uit: « Ach ! Monseigneur, \'t is omdat
gij dit jaar sterven zult. » Dat zegde zij op den 11"*" van
de maand November.
De beroemde bisschop, baar met zachtmoedigheid
en welwillendheid beziende, sprak met verwonderinge
den volgende volzin : « Welhoe! zuster Simpliciana. de
tijd van uit dit leven te scheiden zou voor mij geko-
men zijn?
— Ja, Monseigneur, antwoordde zij; doch ik smeeke
u te vragen aan Onzen Lieven Heer en aan zijne heilige
Moeder, dat zulks geen plaats grijpe.
—  O mijne Dochter, hernam de dienaar Gods, dat
mag en wil ik niet doen.
—  Welnu ! ik zal het doen; ik zal Jesus en Maria
lastig vallen, opdat Zij u het leven wat verlengen.
— Wacht u daarvan, welbeminde zuster Simpli-
ciana, zegde Sint Franciscus op eene biddende wijze.
Eilaas! zoudt gij er iets tegen hebben, dat ik in den
hemel ga rusten ? Bemerkt gij niet, dat ik verslechte in
-ocr page 111-
107
VAM SINTE CIH.Vm.
mijnen gang en in mijn werk? Ten andere, u ben ik
niet meer van noode. Gij hebt uwe Constitutiën en veror-
deningen, waar gij alles goed uitgedrukt zult vinden;
daarenboven laat ik u moeder de Ghantal achter, die u
tot leidster zal dienen. En, gelijk gij weet, behooren wij
steeds te betrouwen niet op de menschen, die sterfelijk
zijn, maar op God, die onsterfelijk is (1). »
Üie samenspraak had plaats den 11 November 1622.
Den 28 December van hetzelfde jaar, verwisselde Sint
Franciscus de Sales het tijdelijke met het eeuwige.
Van Belley, begaf zich onze hooggeëerde bisschop
naar Lyon, waar hij het klooster van zijne Orde nazag,
er de mis las, eenigen tijd sprak met Sinte Chantal wie
hij oplegde de Visilatién van Sint Stephanus en van
Montferrand een bezoek te doen, intusschentijd dat hij
zich op weg zou stellen naar Avignon, haar belovende,
bijaldien hij terugkwame, in wat langer onderhandelinge
met haar te treden.
Van Lyon naar Avignon, bestond er nog maar één
klooster der Visitatie, dat van Valencia. Sint Franciscus
de Sales bleef er, in \'t afreizen naar Avignon, eenige
oogenblikken stil, en vertoefde er wat langer in \'t weder-
keeren van Avignon naar Lyon. Binst den korten tijd dat
hij zich in de Visitatie van Valencia ophield, moedigde
hij de Zusters daarvan aan, om af te zien van de aan-
spraak die zij meenden te hebben op den hof van haren
gebuurman. « Mijne lieve Kinderen, zegde hij, wacht u
van te haastig te zijn; mogelijk zal uw gebuur, als gij
voorzichtig te werke gaat, toestemmen dat zijn tuin, u
hoogst noodig, verkocht worde. Ongetwijfeld heeft hij
meer recht om in \'t bezit van zijnen hof te blijven, dan
(1) Stichting van het dertiende klooster der Visitatie in
de stad Belley,
bladz. 174. — Levens der eerste moeders der
Visitatie.
— Zuster Claudia-Simpliciana Fardel, II Deel,
bladz. 36.
-ocr page 112-
108
GESCHIEDENIS
gij om dien te bekomen. » Hij stelde ook vast dat men
aan mevrouw de la Grenelle, die, in weerwil van haar
vier en tachtigjarigen ouderdom, vroeg om tot Zuster van
de Visitatie gemaakt te worden, het nonnenkleed geven
zou. Daar de Zusters hem deden opmerken, dat die
mevrouw zoo oud van jaren was om het kloosterleven te
aanveerden, antwoordde hij haar, zeggende : « Wat
geeft dat? de jaren doen daar niets aan. » Eindelijk, eer-
dat hij heenging, begeerde hij te spreken tegen de god-
vruchtige dochter Maria de Valence, van wie de nonnen
der Visitatie veel goeds wisten te verhalen. Vermits noch
hij, noch zijne reisgenooten, den weg kenden die naar
Maria\'s woning leidde, was eene leekezuster verplicht
hem dien te wijzen. Die goede non stapte dan voorop,
doch was zoo ras aan \'t gaan dat Sint Franciscus de
Sales, die reeds gewaar was dat zijne krachten
sterk verminderden, haar niet volgen kon, en eindigde
met haar te zeggen: « Mijne welbeminde Zuster, laat
ons, als het u belieft, zoo groote haast niet hebben. »
Die woorden hoorende, gebruikte de leekezuster gedu-
rende eenige oogenblikken wat meer matigheid in
haren gang; doch welhaast vergetende waar zij toe
verzocht geweest was, verdubbelde zij schier hare
schreden, zoodanig dat de achtbare bisschop, die willens
of onwillens genoodzaakt was wat zwinder voort te gaan,
niet nalaten kon den spoed van die geestelijke dochter te
bewonderen, en tot zich zelven zegde : « Het betaamt
den geleide de geleidster te volgen. Toen zij het huis van
Maria de Valence genaderd waren, knielde de brave
leekezuster vóór Sint Franciscus de Sales neder, die haar
tot drijmaal toe zegende en haar voorspelde dat zij eens
tot koorzuster van de Orde der Visitatie zou gemaakt
worden. » Het heeft gebleken dat hij waarheid sprak (1).
(1) Stichting van het klooster van Valencia, blad». 166.
-ocr page 113-
109
VAN SIiNTE (HAM\'Al.
Hij kwam vervolgens naar Lyon weder, en, alhoe-
wel hij door een groot getal beroemde personen lastig
gevallen was om t\'hunnent af te stappen en te wonen,
hield hij meer van eene kleine kamer in het huis van
den hovenier der Visitatie dan van al die schoone en
volgens de wereld versierde gebouwen. Hij placht al
lachende te zeggen aan degenen die de bemerkinge
maakten dat hij aldaar wat ellendig geherbergd was :
« Bekommert u om die zake niet, lieve Vrienden, ik
bevinde mij hier allerbest, om reden dat ik dicht bij
mijne geestelijke kinderen ben, en door ervaring geleerd
heb nooit tevredender te zijn dan toen ik minder wél was.»
Ondertusschen, verwittigd van de terugreis van
Sint Franciscus de Sales, kwam Sinte Chantal, zij ook,
met haast naar Lyon weder. Zij had ijlings het onlangs
opgerichte klooster van Sint Stephanus bezocht, en had
zich wat langer opgehouden in dat van Montferrand,
welk reeds sedert twee jaren aan \'t bloeien was, en welk,
dank aan de pogingen van moeder Favre die het gesticht
had, en aan de bijzondere deugden van de gravin
de Dalet die het ondersteunde, van buitengemeene vurig-
heid getuigde. Onze Heilige nam er hare jaarlij ksche
geestelijke afzondering, gedurende dewelke zij groote
genegenheid gevoelde om haar heiligen bestierder weder
te zien, en om met hem over veel gewichtige dingen,
die tegelijk hare ziel en hare Orde raakten, te handelen.
Sint Franciscus de Sales verlangde niet minder, van
zijnen kant, om met haar in gesprek te komen. Doch zoo
talrijk waren de vorsten en de vorstinnen die begeerden
hem iets mondeling te vragen, en de aanwezigheid van
de twee hoven van Frankrijk en van Savooie, gaven hem
zooveel werk, dat Sinte Chantal schier niet wist hoe
gedaan, om hem te kunnen naderen. Nogtans zoohaast
Sint Franciscus de Sales vernomen had dat zij was aan-
gekomen, trachtte hij den tijd te vinden om haar te gaan
-ocr page 114-
110
GKSCHIEDEMS
groeten in de spreekkamer. Drij jaren en half waren ver-
loopen, sedert dat zij elkander gezien hadden, en slechts
zouden zij op aarde nog eenige uren hebben om niet
elkander in beraadslaging te treden. Toen zij den
heiligen bisschop ontwaarde, was moeder de Chantal
sterk aangedaan van de veranderinge die zij bemerkte
in hem geschied te zijn. Hij kwam geheel verslonden
in den Heere voor, en zijn aangezicht dat sedert langen
lijd sterk glinsterde, won nog gedurig in glans en
klaarte, hetzij dat, op het einde van zijn leven zijnde, hij
reeds met den blinkenden weerschijn van de gelukzalig-
heid die hem wachtte geteekend was, hetzij dat, na veel
werken en slaven, hij eindelijk tot eenen der hoogste
trappen van volmaaktheid was geklommen.
« Mijne achtbare Moeder, zegde Sint Franciscus de
Sales, wij hebben eenige uren aan ons: wie van ons
beiden zal de eerste zijn, om te spreken? »
Sinte Chantal, die vurig van karakter was, riep
dadelijk met kracht uit : « Ik, als het u belieft, mijn
Vader; immers ik heb, wat mijn geweten betreft, u vele
dingen te vragen. »
De bisschop, gewaar wordende dat onze Heilige
groote haast had om hem heur hert te openen, zegde haar
op eenen vriendelijken doch ernstigen toon: « Welhoe!
mijne Moeder, weet gij dan nog van brandende verlan-
gens en van keus te spreken? Ik meende dat gij u daar-
van tel gebeterd had, en dat gij in eene bedaarde ziel
herschapen waart. »
En, van gedacht zijnde, dat er hem iets gewichtigers
te doen stond dan zich met het onderzoek van conscientie
van moeder de Chantal bezig te houden, zegde hij haar:
« Mijne welbeminde Overste, gedoog dat wij enkel te
Annecy van ons zelven handelen, en dat wij thans de
zaken van onze Orde gadeslaan. O! hoezeer bemin ik,
voegde hij ei\' bij, onze kleine Visitatie, waai\' God zoo wél
-ocr page 115-
III
VAN SINTE CHANTAL
gediend wordt! » Moeder de Chantal vergaderde, zonder
(\'■én woord te spreken, de schriftjes die haar gewisse raak -
ten, en waarop zij nauwkeurig had aangestipt al wat zij
sedert drij jaar in haar had opgemerkt, en, dat gedaan
zijnde, stelden zich die twee heiligen oogen blik kei ijk
aan \'t werk, om de regelen van hunne opkomende Orde
eene laatste maal na te denken, en was het noodig, te
verbeteren. De verstandige bisschop, die met Sinte
Chantal, gedurende vier uren, over die moeilijke kwestie
veel woorden repte, wilde dat ieder klooster der Visitatie
zijne overste had, en, dat gansch onafhankelijk van de
overige huizen, het onder de wakende ooge van Zijne
Heiligheid en van de bisschoppen stond, zeggende, dat
het daar Gods begeerte was en dat, verre van voor
wanorde te moeten vreezen, men zich van die wijze van
doen uitermate zou te beloven hebben. Zijne samenspraak
met Sinte Chantal eindigende, riep hij al met eens met
overtuiging uit : « Wees indachtig, deftige Moeder, dat
onze nonnen de geestelijke kinderen zijn der geestelijk-
heid, en dat de priesters de eerste Orde van den gods-
dienst uitmaken. »
Sinte Chantal had zoo bijzondere groote achting
voor Sint Franciscus de Sales, dat zij haar afscheid van
hem niet nemen kon, zonder de volgende profetische
woorden ie laten hooron: « Mijn eerbiedweerdige Vader,
zegde zij, ik twijfel geenszins, of gij zult op zekeren dag
onder het getal der heiligen gesteld worden, en ik hope
nog te leven om zelve aan die heiligverklaring te kunnen
werken. — Mijne Moeder, hernam de hooggeëerde
bisschop op een zeer ernstigen toon, het komt God toe
dat mirakel te doen; doch degenen die de kwestie mijner
heiligverklaring moeten verhandelen, zijn nog niet
geboren. »
Het was hun laatste gesprek. Zij zouden elkander
niet dan in den hemel wederzien. Des anderendaags, met
-ocr page 116-
112
I.KSI.IIII lll.MS
den vroegen morgen, vertrok Sinte Ghantal uit Lyon om
zich naar Annecy te begeven, en nauwelijks was zij
sedert twee weken heengereisd, of zij vernam de dood
van Sint Franciscus de Sales, die onder eene geraakt-
heid bezweken was.
Die veertien dagen, waar God aan moeder de Chantal
den troost van weigerde, getuigden tegelijk en van de
groeiende gelatenheid des achtbaren bisschops aan den
goddelijken wille, en van de liefde die hij zijne dochters
der Visitatie toedroeg. Op Kerstfeest, altijd nog te Lyon
zijnde, kwam hij in de kapel van de Zusters zijner Orde
de mis lezen, en scheen aan den autaar er zoo tevreden
en zoo verrukt uit, dat moederde Blonay, die de overste
was van dat klooster, het waagde hem desaangaande te
ondervragen. « Monseigneur, zegde zij hem, het docht
mij dat, toen gij den Gloria in excelsis aanhieft, ik den
aartsengel Gabrièl aan uwe zijde zag staan. — Mijne
welbeminde Dochter, antwoordde Sint Franciscus de
Sales, ik ben zoo wat traag om de inspraken Gods te ont-
vangen, en hebbe van noode dat de engelen mij helpen
om de lofzangen des Heeren te zingen. » Dat uitvluch-
tende antwoord voldeed moeder de Blonay niet, die
aanhield om geheel den grond van de zake te kennen ;
daarom zegde haar onze achtensweerdige bisschop:
«< Inderdaad, nooit ontving ik meer troost aan den autaar;
het goddelijk Kindeken is er zichtbaar en onzichtbaar
geweest. Waarom zouden de engelen er niet tegenwoordig
geweest zijn? Doch meer wil ik u van die gebeurtenis
niet verhalen, er staan te veel menschen rondom ons. »
Des anderendaags, twee dagen vóór zijne dood,
kwam Sint Franciscus de Sales nog eens de mis lezen in
de kapel der Visitatie, en des avonds, bij het aanbreken
van den nacht, vergaderde hij al de Zusters in de spreek-
kamer, om haar allerzielroerendst uit te leggen hoe, naar
het voorbeeld van het arm kindeken Jesus, zij van alle
-ocr page 117-
VAN SliNTE CHANTAL                                   115
dingen der wereld behoorden afgetrokken te zijn, en hoe,
gansch gelaten in den wille Gods, zij steeds moesten
voortleven. Sedert drij uren was hij aan\'t schoon klappen,
toen zijne dienstknechten wien hij gezegd had hem ten
achten te komen halen, de spreekkamer met brandende
toortsen binnentraden. De bisschop scheen verwonderd
te zijn dat zij zoo vroeg dóór waren, luidop verklarende
dat, in \'t handelen van hemelsche zaken, hij met zijne
geestelijke dochters volgeern den nacht zou doorgebracht
hebben ; desniettegenstaande, om de buigzaamheid van
den Zaligmaker, van wien hij over eenige oogenblikken
met grooten lof gesproken had, na te volgen, en om te
toonen dat hij aan zijne onderhoorigen kon gehoorzaam
zijn, stond hij van den stoel waar hij gezeten was op, en
ging, zijne geestelijke kinderen vaarwel zeggende, met
zijn volk naar huis weder.
Hij kwam eene laatste maal, den 27 December, de
mis lezen in de Visitatie en aan de Zusters de communie
uitdeelen. Moeder de Blonay vroeg hem hare biechte te
willen hooren, en had alzoo het geluk de laatste te zijn
van al degenen wien hij de weldaad der heilige absolutie
schonk. Immers nog dienzelfden dag, om twee uren en
half van den namiddag, viel hij in eene geraaktheid, die
hem weldra de dood kostte.
Moeilijk zou men begrijpen, hoe aandoenlijk het was
den deftigen bisschop van Geneve op zijn lijdensbed te
zien liggen, om reden dat hij zich zei ven niet kon helpen
en over was van de pijne. Eilaas! hij was met eene lam-
heid geslagen van \'t hoofd tot de voeten, en scheen in
eenen zwaren slaap, waar de geneesheeren hem vruchte-
loos trachtten uit te trekken, gedompeld te zijn. Niet dan
van tijd tot tijd, bij het hooren uitspreken van den zoeten
naam Jesus, bekwam hij een weinigje, en liet hij door
vurige schietgebedekens blijken, hoezeer hij God
beminde. Gedurende zijnen langen doodsstrijd, die
-ocr page 118-
114
r.ESCHIRDE.MS
dertig uren duurde, stond hij, evenals binst zijn leven,
met den lach op het aangezicht, en stichtte eenieder door
zijne verduldigheid. Zelfs bemerkte men dat de hemelsche
glans waar zijn gelaat op de laatste dagen van zijn leven
mede prijkte, gedurig toenam en de verwondering ver-
wekte van al degenen die hem aanschouwden. Eindelijk,
dat treurig tooneel ten einde gaande, knielden al de
omstanders om de gebeden der stervenden te lezen, en
zie, toen men deze woorden uitsprak: « Heilige Onnoo-
zele Kinderen, bidt voor hem, »
scheidde zijne schoone
ziel van zijn lichaam, en trad, naar alle waarschijnlijk-
heid, zoo seffens den hemel binnen, \'t Was de feestdag
zelve der HH. Onnoozele Kinderen, 28 December 1622,
om zeven uren \'s avonds. Sint Franciscus de Sales had
den ouderdom van zes en vijftig jaren bereikt (1).
Terwijl onze godvruchtige bisschop het tijdelijke
met het eeuwige verwisselde te Lyon, was Sinte Chantal,
die van niets wist, bezig met bidden voor haren geeste-
lijken Vader in de kapel der Visitatie van Grenobel. En,
o wonder! juist op den oogenblik dat Sint Franciscus
de Sales stierf, hoorde zij eene stem die haar duidelijk
zegde: « Hij is niet meer! » Zoo verre niet peizende,
dat hare achtbare bestierder mogelijk gestorven was,
riep zij al met eens uit: « Ja, mijn God! hij is niet meer,
hij leeft niet meer, \'t zijt Gij die leeft in hem! » En langen
tijd hield zij zich met die troostelijke gedachten op, zoo-
danig dat, zonder het minste droevig achlerdenken, zij
vol blijdschap uit Grenobel vertrok, om zich naar het
klooster van Belley te begeven.
Daar was het, dat zij met de heilige doch pijnlijke
dood van Sint Franciscus de Sales bekend gemaakt
wierd. De eerweerde heer Michiel Favre, biechtvader van
den bisschop van Geneve en van het klooster van Annecy,
(1) Stichting van het klooster van Lyon, blaclz. 64,
-ocr page 119-
113
VAN SINTE CHANTAL
de hare bijgevolg, meende het hem niet toegelaten te
zijn, haar die schrikkelijke mare langer te verduiken.
« Mijne moeder, zegde hij haar, gij moet willen wat God
wil; doe u de moeite van dezen briefte lezen. » Bij het
hooren van die woorden, beefde Sinte Chantal van angst;
zij opende den haar ter hand gestelden brief, met
\'t gedacht van zich teenemaal, \'t mocht bitter of zoet zijn
wat hij bevatte, aan de aanbiddelijke schikkingen des
Heeren te onderwerpen; doch, eerdat zij dien doorlezen
had, verstond zij allerbest wat die volzin: « Hij is niet
meer, » bediedde. Zij begon dadelijk te weenen en te
snikken, en, gedurende het overige van den dag en den
ganschen nacht, deed zij schier niets anders dan tranen
storten, zoo hevig was hare droefheid, zoo groot hare
neerslachtigheid. Enkel des anderendaags \'s morgens,
nadat zij het Lichaam des Heeren genut had, hield zij op
van te schreien en kwam geheel gelaten in den wille Gods
voor. Zij was overtuigd, dat de ziel van haren geestelijken
Vader reeds het geluk des hemels genoot.
Een kloosterling, die bij geval daar tegenwoordig
was en dat overvloedig krijschen van moeder de Chantal
bemerkte, zegde haar dat de volkomene onderwerping
aan des Heeren schikkingen de tranen uitdroogt, waarop
zij antwoordde: « O mijn brave Pater, wiste ik dat mijne
droefheid God mishaagt, zoo seffens zou ik aan mijne
bedruktheid een einde stellen! » En te rekenen van dien
oogenblik, zich wat geweld aandoende, verbood zij aan
hare oogen te weenen; doch die hevige pogingen moest
zij met groote pijnen in de maag bekoopen. De eerweerde
Heer Michiel Favre, die vruchteloos trachtte moeder
de Chantal te troosten, herinnerde zich hoe Jesus de dood
van zijnen vriend Lazarus betreurd had, en wilde niet dat
zij voortaan de teedere en heilige gevoelens van haar hert
zocht te bedwingen.
Des avonds kwam zij hare medezusters, met
-ocr page 120-
116
GESCHIEDENIS
\'t gedacht van derzelver gemoed wat op te beuren, vinden,
doch was in staat niet een woord te spreken; de uit-
spanningstijd geëindigd zijnde, ging zij naar hare cel,
sprak schoone opdat men haar een hoofdstuk van de
Navolginge Christi zou voorlezen, en vroeg vervolgens
den oorlof om zich te bed te leggen, willende, om aan
hare droefheid des te beter lucht te kunnen geven, alleen
zijn met Onzen Lieven Heer. Doch de overste van het
klooster zegde aan zuster Claudia-Simpliciana de bekreten
moeder de Chantal niet te verlaten, en die goede non
bracht geknield vóór het bed van de Stichtster der Visitatie
den nacht door, haar met lof van Sint Franciscus de
Sales sprekende, haar vertellende, hoe zij hem met zijne
dood bekend gemaakt had te Belley, en hoe zij aldaar
door geheel zijne handelwijze uitermate gesticht geweest
was. Des anderendaags, met den vroegen morgen, ver-
trok Sinte Chantal naar Annecy, om de Zusters te troosten
en de noodige schikkingen tot de begrafenis van haar
welbeminden geestelijken Vader te nemen.
Ondertusschen drong het volk te Lyon, geheel sterk
in de kamer waar Sint Franciscus de Sales gestorven
was. Men kwam zijne voeten met eerbied kussen. Men
bracht santjes aan, zakneusdoeken, paternosters, om ze
te doppen in zijn bloed, en te allen kante in de stad zegde
men dat het lichaam van den bisschop van Geneve nergers
elders dan te Lyon, waar hij den geest gegeven had,
mocht begraven worden. Om dat klappen, welk dagelijks
in hevigheid toenam, hoogst bekommerd, maakten de
getrouwe Rolland en de vrienden van den gewezen
kerkvoogd van Geneve gereedschap, om met den koste-
lijken schat naar Savooie te vertrekken; reeds was het
heilig lichaam geplaatst op eene rosbaar die door twee
muilezelen zou gedragen worden, toen de heer Olier,
opperrechter der provincie, aan dat afreizen al met eens
tegenstand bood.
-ocr page 121-
117
VAN SINTE CHANTAL
Lichtelijk kan men begrijpen, hoe pijnlijk die mare
was voor Sinte Chantal. Reeds had zij aan moeder
de Blonay, overste van het klooster van Lyon, een
ernstigen brief geschreven, om haar te smeeken niet te
gedoogen dat de heilige gebeenderen van Sint Franciscus
de Sales elders dan te Annecy zouden berusten, en voor
de eerste maal van haar leven, had zij haren brief
geëindigd met deze woorden, waar zij nooit gebruik van
maakte: « Ik bid er u om, ja, wil mij zulks niet ten laste
leggen, ik gebied het u. » Zij verhaastte zich om te
schrijven aan den hertog van Savooie, aan den burge-
meester van Annecy, vroeg aan den officiaal des bisdoms
en aan den deken van het kapittel naar de Visitatie te
willen afkomen, toonde hun het testament van den Heilige,
wekte hen op om dadelijk naar Lyon te vertrekken, en
had het geluk, met veel pogingen te doen, de tegen-
kantinge van den heer Olier te zien ophouden en het
eerbiedweerdig lichaam van haren geestelijken Vader
zelve te ontvangen te Annecy.
De afreis uit Lyon met Sint Franciscus\' de Sales
dierbaar gebeente was eene zegepraal gelijk. Die koste-
lijke overblijfsels waren op den weg het voorwerp van
buitengewone achtinge en ongemeene verheerlijking;
en, na in al de kerken die men tegenkwam, en vooral in
die van Annecy veel eere aangedaan geweest te zijn,
werden zij eindelijk gedragen in de kapel der Visitatie,
waar Sinte Chantal en hare medezusters ze met eene
gansch bijzondere bedruktheid ontvingen. Men stelde de
kist in de koor, tegen de ijzeren tralie der bidplaats van
de nonnen, en men wierp er niet een zwart doodkleed,
maar een witten sluier, waarop de heilige namen van
Jesus en van Maria in \'t goud gestikt waren, over.
Toen Sint Franciscus de Sales een uitersten keer
met moeder de Chantal in onderhandelinge trad, zegde
hij haar hare aankomst te Annecy af te wachten, om hem
II.                                                    SINTE CHANTAL 8
-ocr page 122-
118
r.F.SCUIEbE.MS VAN SINTE CBANTAL
haar hert te openen. Die woorden indachtig, ging de
Stichtster der Visitatie knielen vóór de kist waar het
lichaam van haren achtbaren Bestierder in besloten lag,
en deed hem geheel den staat van hare conscientie
uiteen, alzoo opentlijk te kennen gevende, hoezeer zij
bezorgd was om, zelfs na zijne dood, zijne bevelen te
volbrengen.[God alleen weet water alsdan in de ziel van
moeder de Chantal plaats had, en hoe groot de blijdschap
was die zij uit hare eenvoudigheid en gehoorzaamheid
raapte. Ook, toen zij bij hare medezusters wedergekomen
was, scheen zij als in een ander mensch herschapen
te zijn.
-ocr page 123-
%)mt=m=itoinïi$ztt Hooföstufi
De eerbied weerdige moeder de Chantal, zich
aan \'t hoofd van de Orde alleen bevindende,
laat zien dat zij harer verhevene zending
weerdig is. - Volledige en bestendige
inrichting der Visitatie.
1623-1624
|fop|iMK Chantal begreep allerbest, hoe groot de
|(^»2m verantwoordelijkheid was die sedert de dood
PCSjsS|| van Sint Franciscus de Sales op haai- v.eegde;
S»?8*"^\'1I doch, steunende op God en betrouwende op
den bijstand van haren heiligen bestierder, want haar
scheen het zeker te zijn dat hij reeds den hemel was
binnengetreden, besloot zij met voorzichtigheid doch
ook met kloekmoedigheid te handelen, en geene moeite
te sparen om hare gewichtige en lastige taak deftiglijk
af te doen. Het werk van den doorluchtigen bisschop
van Geneve voortzetten, dat werk tegen deszelts uitwen-
dige en inwendige vijanden verdedigen, er overal de
regelen en den geest van kenbaar maken, oppassen
opdat het steeds bloeiend zou voorkomen: zitjdaar de
plannen die moeder de Chantal, bij het vernemen van
Sint Franciscus\' de Sales overlijden, gezegd had uit Ie
voeren.
-ocr page 124-
120
GESCHIEDENIS
« Leve Jesus! schreef zij eenige dagen later aan
moeder de Chastelluz, dat die heilige Naam steeds
geloofd zij middenin onze beproevingen, en ons overal
tot troost en tot sterkte diene! Mijne Dochter! mijne
Dochter! wat is de slag toch groot en zwaar! Niettemin
ik aanbid de vaderlijke hand Gods die ons op de toets
zet. Daarom kus ik die hand met eerbied, en onderwerp
ik mij teenemaal aan des Heeren ondoorgrondelijke
schikkingen, willende al wat Hij wil en gelijk Hij het
wil. Wat ik ten vurigste verlange is, dat al onze nonnen
kloekmoedig den weg der deugd bewandelen, en zich
de schoone voorbeelden, haar door Sint Franciscus de
Sales nagelaten, gedurig herinneren. Om dat te bekomen,
beminde Dochter, moet gij altijd uwe medezusters met
vriendelijkheid behandelen, overtuigd dat, gelijk onze
hooggeëerde Vader placht te zeggen, men meer vliegen
vangt met eenen lepel zeem dan met eene geheele ton
azijn. »
Inderdaad, dat beoogde en betrachtte moeder de
Chantal, en thans, om hare geschiedenis te voleindigen,
blijft er ons over te toonen, hoe de Stichtster der
Visitatie te werke ging, om dees haar doelwit te bereiken.
Er stond haar nog veel te doen. Ongetwijfeld waren
de bijzonderste ontwerpen der Orde daargesteld, onge-
twijfeld waren de regelen en de constitutiën neergeschre-
ven ; doch duizenden kleinigheden waren in het donker
gebleven, en hadden voor gevolg gehad dat elk klooster
van vele gebruiken en gewoonten, die sterk met elkander
verschilden en tot nadeel van de eenheid dienden, te
spreken wist. Voorzeker nog was de Orde, die reeds
dertien huizen bezat, op goeden voet ingericht; doch,
ter uitzondering van drij of vier, konden die arme
kloosters, die tegelijk gebrek hadden aan novicen en
aan middelen van bestaan, gemakkelijk in verval gera-
ken , zoo zij het behendig bestier waar zij tot dan toe
-ocr page 125-
li>l
VAN SINTE CHANTAL
mede begunstigd geweest waren, al met eens kwamen
te missen. Het is ons niet onbekend, dat men alles
gereed maakte om vele stichtingen te doen, en dat er
meer dan twintig steden waren die in haar midden de
Zusters der Visitatie begeerden te ontvangen: doch
daaronder schuilde juist eene nieuwe zwarigheid: men
moest vreezen dat de Orde, met zooveel en zoo haastig
verspreid te worden, er kwijnend en krachteloos zou
uitzien. Gelukkiglijk zou God, die aan moeder de
Chantal de schranderheid van geest, het gezond oordeel
en de kloekmoedigheid gegeven had, en die daarbij
toegelaten had dat zij bij die zoo ongemeene gaven,
eene groote ondervindinge en eene uitstekende heiligheid
voegde, haar nog negentien jaren verleenen, om al die
moeilijkheden uit den weg te ruimen en om de opko-
mende Orde allermeest te doen groeien en bloeien.
Die negentien jaren waar de Orde der Visitatie
zooveel voordeel ging uit trekken, waren bijzonderlijk
bestemd om den lof van moeder de Chantal sterk te
helpen verkondigen. Inderdaad, tot dan toe, niet dan de
bevelen van Sint Franciscus de Sales uitvoerende, niet
dan onder zijn bestier te werke gaande, zich, uit
eerbied voor den deftigen bisschop van Geneve zoo
dikwijls mogelijk van kant houdende, had Sinte Chantal
de gelegenheid niet gehad om de wonderbare hoedanig-
heden waar God haar mede verrijkt had, in geheel haren
luister te laten zien. Zich voortaan alleen aan het hoofd
van dertien huizen, getal dat allengskens tot tachtig
gebracht wierd, bevindende, ging zij thans de helden-
daden van de beroemdste stichters van Orden verrichten.
Zij zou meer dan ooit blijken geven van zachtmoedig-
heid , van kloekmoedigheid, ijver, verduldigheid, voor-
zichtigheid, schranderheid van geest, ootmoedigheid,
vriendelijkheid, in één woord, van alle deugden. Zij
zou toonen dat zij, zoowel in haren ouderdom als in
-ocr page 126-
122                                             i.i:si:iiii:ih:ms
hare jonkheid, gedurig God vóór oogen had, dat zij niets
zoozeer ter herte nam dan het welzijn van Kerk en Staat,
en dat zij meer om de belangen van hare Orde dan om
die van haren eigen persoon bekommerd was. Zij zou
doen zien dat, van de wereld en hare ijdelheden gansch
afgetrokken, zij meer hield van de achtinge van Onzen
Lieven Heere dan van die der menschen, en dat, om
Gods wil te volbrengen, zij bereid was om alles te
slachtofferen. Zij zou luidop verklaren, dat zij enkel
beoogde den weg der volmaaktheid te bewandelen, den
naaste te stichten en den hemel te bekomen.
Nauwelijks was Sinte Chantal naar Annecy weder-
gekeerd , of zoo seffens deed zij al wat zij kon om aan
de reliquieim van haren achtbaren bestierder een praal-
graf , hem alleszins weerdig, te bezorgen; zij spaarde
ook geene moeite om de schriften van den heiligen
bisschop, zijne brieven, sermoenen, boekwerken, en al
wat bekwaam was om hem beter te doen kennen en te
doen hoogachten, bijeen te rapen. Middenin die ver-
schillige bezigheden, had zij het geluk de schoone
maand Mei, tijdstip waarop zij iets gansch bijzonders
zou verrichten, te zien aanbreken.
Onzes Heeren Hemelvaart, feest die, dat jaar, viel
op den 25 Mei, naderde. Welnu, volgens de regelen
der Visitatie, is het den zaterdag na die feest dat de
oversten, welke sedert drij jaren in bediening zijn, van
haar ambt plechtiglijk moeten afstand doen om, tenzij
zij herkozen worden, wel te verstaan als de kloosterregel
zulks toelaat, de nederigste plaats onder hare medezusters
te bekleeden. Doch tot dan toe had Sint Franciscus de
Sales niet gewild dat Sinte Chantal zich aan die wet
onderwierp, en, te beginnen met het inrichten der Orde,
had zij, met de oppermacht begunstigd, steeds van drij
tot drij jaar herkozen geweest, zonder ooit verplicht te
zijn haar meesterschap neer te leggen. Mogelijk zou
-ocr page 127-
125
VAN SI.NÏE CHANTAL
moeder de Chantal, hadde zij niet dan naarde mensche-
lijke voorzichtigheid geluisterd, geaarzeld hebben, om
aan dien slaat van zaken eenige veranderinge te doen, te
meer, omdat de lijden slecht waren, en het, des anderen-
daags van de dood van Sint Franciscus de Sales, zeer
gevaarlijk scheen te zijn het bestier van de opkomende
Orde der Visitatie aan andere handen dan aan die van
Sinte Chantal toe te vertrouwen. Doch de deugd weet van
heilige stoutheden, waar God zijnen zegen over zendt, te
spreken. Na alles goed overwogen en diep doorgrond te
hebben, besloot moeder de Chantal dat punt van den
regel evenals al de andere te onderhouden. Diensvolgens,
den 27 Mei, toen al de Zusters in de kapel vergaderd
waren, knielde Sinte Chantal vóór haar en vóór den
afgeveerdigden van Mgr Joannes-Franciscus de Sales
neder, en verklaarde, de regelen van de Visitatie in acht
genomen, van alle gezag en macht af te zien. \'t Was een
donderslag. Niemand verwachtte zich daaraan, noch de
afgeveerdigde, noch de Zusters. Doch onze Heilige legde
haar meesterschap met zooveel kloekmoedigheid en zoo-
veel beladenheid neder, dat niet ecne der nonnen haar
eene bemerkinge durfde maken. Het ontslag werd aan-
veerd, het bestier der geestelijke gemeente van Annecy
aan de zuster helpster toevertrouwd, en de kiezing op
naastvolgenden donderdag, lste" Juni, vastgesteld. De
nonnen hadden vier dagen, om dien maatregel tegen te
kanten. Sinte Chantal ging, om aan de voorschriften der
Visitatie te voldoen, dadelijk het laagste ambt des
kloosters bedienen. « Dat bemerkende, waren de Zusters,
zegt moeder de la Croix, over van droefheid; wat mij
aangaat, voegt zij er bij, kon ik, dewijl ik alleenlijk novice
was, niet dan stilzwijgend de groote ootmoedigheid van
die deugdzame overste van Annecy bewonderen. Schoon
was het om zien, hoe zij hare medezusters ten dienste
stond in de koor en in den refter, hoe zij zich eenvoudig
-ocr page 128-
124
GESCHIEDENIS
met ons wist te verzetten, hoe zij geknield en met de
meeste onderwerpinge de vermaningen ontving die nu
en dan aan de Zusters gedaan wierden; doch zielroeren-
der nog was het om bemerken, hoe zij hare kleine fouten
bekende, hoe zij, evenals de geringste der novicen, aan
de moeder van het huis den oorlof kwam vragen om te
mogen spreken als het noodig was, om eenen brief te
mogen schrijven, om zich met zulke of zulke zake te
mogen bezig houden. Wie zal uitdrukken, hoe groot
hare godsvrucht en ingekeerdheid waren, hoezeer zij
bezorgd was om te gehoorzamen en om zich overal en in
alle dingen te vernederen? Op zekeren dag dat de
portieres haar een pak brieven, haar toegestierd, besteld
had, wierp zij die, ziende dat er den titel van overste op
te lezen stond, dadelijk uit hare handen, zeggende, dat
zij geen overste meer was, en bijgevolg dat die brieven
naar Zuster helpster, die tegenwoordig met het bestier
van het klooster van Annecy belast was, moesten
gedragen worden (1). »
Ondertusschen, de l"e Juni verschenen zijnde,
vergaderden al de Zusters in de kapel, alwaar moeder
de Chantal tot overste voor het leven met meerderheid
van stemmen werd uitgeroepen. Op hare beurt was onze
Heilige over die handelwijze hoogst verwonderd. Des-
niettegenstaande verloor zij den moed niet. Zij weigerde
zoo seffens die kiezing goed te keuren, zeggende dat zij
nietig en van geener weerde was, ook nog strijdig met
de regelen en de constitutiën van de Orde, en dat zij
nooit zou toestemmen den titel van overste voor het
leven te aan veerden. Vruchteloos hielden de oudste
Zusters haar voor dat, volgens de begeerte van Sint
Franciscus de Sales, zij bestemd was om ten eeuwigen
dage overste en moeder van het klooster van Annecy te
(1) Pleinaak van heiligverklaring, handschrift van moeder
de la Croix, Il deel, bladz. 510.
-ocr page 129-
125
VAN S1NTE CHANTAL
zijn; zij wilde daar niet van hooren spreken, uitroepende
dat, bijaldien de bisschop van Geneve nog dat tranendal
bewandelde, zij hem hare redenen van weigering zou te
kennen geven, overtuigd, dat hij haar niet gebieden zou
tegen de wetten der Visitatie te handelen; men moest
voor hare redeneenng den duim leggen, en zich tevreden
houden met haar enkel overste voor drij jaar te
herkiezen.
Al die daadzaken, weggelaten door moeder de
Chaugy, onvolledig en onnauwkeurig beschreven door
M. de Maupas, door priester Marsollier en de andere
levensverhalers, opgenomen in verscheidene gelijktijdige
en onuitgegeven oorkonden, zijn verteld door moeder
de Ghantal zelve in eenen brief die gelukkiglijk in onze
handen gevallen is, en waar de ootmoedigheid van onze
Heilige te veel in uitschijnt, om den lezer dien niet
mede te deelen. Hij is aan moeder de Blonay toegestierd.
« Ik verlange allermeest, zegt Sinte Ghantal, om u
kenbaar te maken wat er in het hert van onze mede-
zusters omging, toen zij vernamen dat ik van zin was
van alle meesterschap af te zien. Ik had met mijne inzich-
ten niet te koope geloopen, en daarom dachten zij dat ik
enkel van de drijjarige herkiezing spreken wilde. Nooit
was men van zulk eene verwondering en neerslachtigheid
getuige; doch ik gaf daar geen acht op, en hield mij
aan den regel. Zij beraadslaagden, buiten mijne wete,
lang over die zake en stelden eenpariglijk vast mij, met
de aanstaande kiezing, te verklaren dat zij mijne ambts-
nederlegging niet aanveerdden, en mij integendeel tot
overste voor het leven uitliepen. Ik, die van deze
pogingen niet verwittigd geweest was, stond sterk
verbaasd toen men mij zegde dat, krachtens gedane
stemminge, ik ten eeuwigen dage de bediening van
overste en moeder van het klooster van Annecy had uit
te oefenen. Tegen die beslissing verzette ik mij groote-
-ocr page 130-
126
i.i:si:im:in;Nis
lijks, en liet alleenlijk toe, dat men mij voor drij jaar
het bestier van het klooster van Annecy toevertrouwde.
Dan trachtte ik haar Ie doen verslaan dat zij, met den
regel te willen overtreden, kwalijk gehandeld hadden,
\'t Was al vruchteloos geklapt, zij weigerden te bekennen
dat zij eene lout begaan hadden ; zij waren eens om te
getuigen dat, volgens de begeerte van zaliger Sint
Franciscus de Sales, die niet zou gedoogd hebben dat
zij haar gezag liet varen, zij wijselijk hadden gehandeld.
« Gij zijt, zegden zij, geen overste gelijk de anderen,
voor u moeten de regelen onzer Orde eene uitzondering
maken, te meer, omdat de overige huizen u soms ook
tot moeder zouden willen kiezen, en gij, om wél te zijn,
Annecy, de bakermat der Visitatie, niet verlaten moogt. »
Lichtelijk kunt gij begrijpen, welbeminde Dochter, wat
ik al geleden heb bij het hooren van al die vleiende
woorden, ik, die niets weerd ben en wie men eilaas!
zoo grooten lof toezwaait. Ik smeeke u voor mij veel te
bidden, opdat ik steeds met voorzichtigheid te werke ga,
en nooit iets doe wat tot eenig nadeel aan de andere
kloosters onzer Orde verstrekken zou (1). »
Nauwelijks tot algemeene overste der Visitatie en
tot moeder van het klooster van Annecy voor drij jaar
herkozen, besloot Sinte Chantal een moeilijk doch
belangrijk werk, \'k versta het nagaan der gewoonten en
gebruiken van het klooster van Annecy, dadelijk te
ondernemen. Sint Franciscus de Sales had den tijd niet
gehad om zijne taak volledig af te doen. Na zijne dood
had men, betrekkelijk de Visitatie, in zijne papieren
veel in \'t Latijn en in \'t Fransen opgestelde briefjes
gevonden, \'t Waren aanteekeningen wegens zekere
gebruiken van het klooster van Annecy waar de eerbied-
weerdige bisschop van Geneve begeerde de overige
(1) Pleitzaak van heiligverklaring, bladz. 271.
-ocr page 131-
127
VAN SINTE CHANT.il.
huizen der Orde mede bekend te maken; ook nog
eenige nola\'s wegens het uitspreken der beloften,
wegens het kleeden van verzoeksters, het doen dei-
kloosterlijke professie, der kiezinge, der ambtsneder-
legginge; \'t was een dagwijzer van de feesten die
behoorden gevierd te worden in de Visitatie, en eene
lijst van de rubrieken die men onder \'t lezen van het
heilig officie waarnemen moest; \'t was eindelijk eene
verzameling van zielroerende gedachten, van schoone
verheffingen des herten die met de verschillige oefenin-
gen der geestelijke gemeente best overeenkwamen;
\'t waren, in één woord, vele belangrijke schriften die
ongelukkiglijk zonder regeling en zonder samenbinding
op elkander lagen. Men trol er ook eenige brieven aan
van Sinte Chantal waar Sint Franciscus de Sales
begeerde, tot nut van de geheele Orde der Visitatie, zijn
voordeel uit te trekken.
Moeder de Chantal stelde vast al die aanteekeningen
na te zien en te rangschikken ; doch, uit ootmoedigheid
vooreerst, en ook opdat hare handelwijze te meer kracht
hebben zou, vergaderde zij te Annecyde eerste moeders
der Orde, die, Sint Franciscus de Sales goed gekend
hebbende, best over zijne inzichten konden oordeelen.
Zij, wien het gegeven was die vergadering bij te
wonen, waren moeder Maria-Jacoba Favre, overste van
het klooster van Dijon; moeder de Bréchard, overste
van Riom; moeder de Chatel, overste van Grenobet;
moeder de Beaumont, overste van Parijs; moeder de
Mouxy, oversle van Belley, en moeder de Compays,
overste van Montferrand. Waren er ook tegenwoordig
zuster Maria Michel, helpster van Annecy, zuster
Adriana Fichet, helpster van Chambéry, alsmede de
vier raadgeefsters van het klooster van Annecy. Men
bemerkte er de afwezigheid van moeder de la Roche,
die ziek te bed lag, en die van moeder de Blonay, wie
-ocr page 132-
128                                           GESCHIEDENIS
de inwoners van Lyon niet wilden toestaan dat zij, ai
ware het maar voor eenige dagen, de stad verliet.
« Beter zou het zijn, zegden zij, dat de zon ophield van
schijnen, eerder dan men gedoogen zou dat moeder de
Blonay uit Lyon afreisde : » zoo groot was de achtinge
en de liefde die zij haar toedroegen. Sinte Ghantal,
die wist hoezeer Sint Franciscus de Sales op die
eenvoudige en welbeminde dochter betrouwde, begeerde
dezer raden niet te missen, en daarom, ofschoon men
drij dagen hebben moest om van Annecy naar Lyon
te gaan, en men enkel door bijzondere boodschappers
iets of wat vernemen kon, besloot zij niet de minste
kwestie op te lossen, zonder alvorens de goedkeuring
van moeder de Blonay bekomen te hebben. Men ging
ook den eerweerden heer Michiel Favre, die de biecht-
vader van Sint Franciscus de Sales geweest was, en nog
de biechtvader was van Sinte Chantal en van het klooster
van Annecy, te rade. Men luisterde daarbij naar de goede
lessen van Mgr den bisschop van Geneve wiens gezag
men in die zake gelijk in al andere erkennen wilde.
Ééne wereldlijke alleen woonde die samenkomst
bij: \'t was de gravin de Dalet. Sinte Chantal, die den
schranderen geest, het gezond oordeel, de eenvoudigheid
en de zuiverheid van de gravin de Dalet bewonderde, en
die volgeern bij haar was, zegde aan moeder de Compays,
overste van Montferrand, met die deftige mevrouwe naar
Annecy af te reizen. Deze toonde dat zij dees voorrecht
weerdig was. Zij gedroeg zich middenin die achtbare
vergadering der moeders van de verschillige huizen der
Visitatie alsof zij hare dienstmeid hadde geweest; en als
zij wat tijd had waar zij over beschikken kon, ging zij
knielen vóór het graf van Sint Franciscus de Sales en er
vurige gebeden storten. Zij was uitermate verheugd
telkens als zij dat heilig gebeente aanschouwde, en nietdan
het gedacht dat hare kleine kinderen verlangden om haar
-ocr page 133-
VA.N SISTE CHANTAL                                       129
weder te zien, was bekwaam haar aan hetzelve vaarwel
te doen zeggen. « O! riep zij uit, hoe stichtend, hoe ziel-
roerend, en hoe opbeurend is het voorkomen van dien
eerbiedweerdigen doode (1). »
De vergadering werd geopend in de maand Mei.
Sinte Chantal was er het leven van; doch ik zou niet
durven zeggen dat zij die voorzat. Zij kwam er met eene
zoo gvoote ootmoedigheid, zedigheid en zelfopoffering te
voorschijn, dat al de Zusters haar heimelijk sterk ver-
heften. Bij het verhandelen van elke kwestie, wist zij de
gedachten en de zienswijzen van Sint Franciscus de Sales
aan den dag te brengen ; van haar, van hare verlangens,
van haren wil, sprak zij niet dan oppervlakkig. En daal-
de Zusters haar smeekten haar meesterschap van overste
en van Stichtster te doen gelden, riep zij uit: « Dat niet,
beminde Kinderen, dat niet; doch, zoo gij het toelaat,
zal ik mij gedragen als de oudste dochter der familie,
als iemand die meer dan anderen met den vader des
huisgezins heeft omgegaan. »
Toen, onder het toezicht van onze Heilige, de wet-
of Costumenboek, volledig was opgesteld in het kapittel,
nam Sinte Chantal dien in de hand, en begaf zich, gevolgd
van al de moeders der Visitatie, naar de kapel, alwaar zij
dien op het graf van Sint Franciscus de Sales nederlegde,
terzelfder tijd dat zij aan de Zusters vroeg samen vurige
gebeden te storten, opdat de deftige bisschop haar zou
doen kennen wat er hem in dien boek minder wel aan-
stond. Oogenblikkelijk waren al de Zusters van tevreden-
heid en van blijdschap ingenomen, alsof God haar wilde
verklaren, dat al wat in dien boek besloten was met
de uitdrukkelijke begeerte van Sint Franciscus de Sales
overeenstemde.
Inderdaad de boek getuigt van den geest van den
(1) Levens der eerbiedweerdige weduwen. — Anna-
Theresia de Préchonnet, gravin de Dalet,
XII hoofdstuk.
-ocr page 134-
150
GESCHIEDENIS
hooggeëerden bisschop. Men wordt er overal zijn zacht-
moedig vernuft gewaar. Daar treft men niet enkel zijne
gedachten aan, maar ook zijne lieflijke uitdrukkingen,
zijne vriendelijkheid, zijne knapheid, zijne kwinkslagen,
\'t Is nogtans Sinte Chantal die schrijft, dat springt in de
oogen. Immers nu en dan komt men er bladzijden tegen
die, ontbloot van gelijkenissen en van verbloemde
spreekwijzen, niet dan den schrijftrant van de Stichtster
der Visitatie aanduiden.
De kapel uitgaande, vergaderde Sinte Chantal de
Zusters in de kapittelzaal. De Costumenboek werd in de
tegenwoordigheid van al de nonnen afgelezen, van
\'t begin tot \'t einde, en de lezing daarvan geëindigd
zijnde, waren de geestelijke kinderen van den achtbaren
bisschop van Geneve eens om uit te roepen, dat die boek
waarlijk de wijze raden, de zielroerende vermaningen
van haren Vader bevatte, ook nog de welgepaste gewoon-
ten en gebruiken die hij de Visitatie had achtergelaten.
De Zusters, die aldaar vergaderd waren, stelden een
geschrift op waarbij zij lieten weten aan al degenen die
van hare Orde deel maakten, of er later deel zouden van
maken, dat die wetboek de costumen der Visitatie
behelsde, en Sinte Chantal verhaastte zicb op hare beurt,
om aan al de nonnen van hare stichtingen een afdruksel
van dien boek te zenden, haar smeekende die costumen,
uit eerbied van Sint Franciscus de Sales, niet minder
dan de regelen en de constitutiën zelven te onder-
houden f,1).
Zoo werd de wetgeving van de nieuwe Orde vol-
trokken. Zij ligt in drij boeken besloten: Sint Augusti-
nus\' Regel,
waar Sint Franciscus de Sales eene Fransche
vertaling van heeft gegeven; de Constitutiën, die de
(I) Wet- of Costumenboek voor de Zusters der Visitatie.
Onlangs heeft men van dien boek eene nieuwe uitgave in-4° gegeven.
Annecy 1850.
-ocr page 135-
151
VAN SI.VIE CHANT.IL
heilige bisschop tot uitlegging van dezen regel en tot
bereiking van het doel der Visitatie opstelde; en eindelijk
den Costumenboek, in weinige woorden uit de aanteeke-
ningen van den kerkvoogd van Geneve door Sinte
Ghantal en de eerste moeders der Visitatie samengevat,
\'t Is eene volledige, merkweerdige en wijze wetgeving,
die van buitengewone kloekmoedigheid, van ongemeene
zachtmoedigheid, van groote bedaardheid en van gansch
bijzondere verstandelijkheid getuigt.
Die taak afgedaan zijnde, dacht Sinte Ghantal zoo
seffens om een ander werk, evenzoo belangrijk voor de
opkomende Orde der Visitatie, aan te vangen. Zij nam
de pen in de hand, en schreef die vermaarde Verklaring
der regelen van de Visitatie,
gekend onder den naam van
Antwoorden omer heilige Moeder. Wij hebben het mis,
als wij zeggen dat zij die schreef; want nooit schreef zij
iets. Haar praktisch vernuft zette haar aan, om zich met
de belangen harer Orde te bemoeien, geenszins om te
schrijven. Zelts was zij niet gewoon te spreken, tenzij
men haar wegens sommige dingen ondervroeg (1); doch
niemand sprak alsdan met meer klaarheid, met meer
bondigheid, met meer gezond verstand. Ook de Zusters,
wien zulks gekend was, vonden al haar genoegen in
haar, tijdens de uitspanningsuren, duizenden kwestiën
voor te stellen, duizenden uitleggingen wegens de zwa-
righeden, die zich in \'t onderhouden van de regelen dei-
Visitatie konden opdoen, te vragen; en, zonder dat zij
er iets van wist, boekten de Zusters zorgvuldiglijk al de
antwoorden die zij gaf. Vandaar kwam het, dat men
welhaast in \'t bezit was van aanzienlijke geschreven
(1) " Mijne Dochters, ik heb u Diets te zeggen, tenzij gij mij
eruige vragen voorstellet. » — « Mijne Dochters, ik ben, gelijk gij
-meer, geen groote kanselredenaarster, mij is bet schier onmogelijk
te spreken, tenzij men mij ondervrage. » (Handvesten van de
Visitatie van Dijon.)
-ocr page 136-
132
GESCHIEDENIS
bladen, die in al de kloosters der Orde verspreid
wierden en van dag tot dag in getal vermeerderden.
Die bladzijden, bestaande uit weinig samenhangende
antwoorden, lieten ongetwijfeld veel te wenschen. Men
trof er herhalingen, ja ook leemten aan. Alles was nog
te rangschikken. Het was hoogst noodig. dat de eerbied-
weerdige Stichtster die antwoorden herzag en verbeterde;
doch daar was geheel de moeilijkheid. Haar durfde men
die niet toonen; men vreesde dat die schrijfboekjes,
welsprekende getuigenis van de achtinge welke men
voor haar had, bijaldien men haar die behandigde, met
het vuur zouden kennis maken en diensvolgens voor
eeuwig te kwiste gaan. Nogtans de zake vroeg om
gedaan te worden; de oudste nonnen, en vooral moeder
Favre, hielden aan opdat men haar zou smeeken die
antwoorden, uit belang voor de Orde, te bewaren en te
herzien. Men deed het, en zij liet haar gezeggen. Zoo
werd de Visitatie met eenen boek begunstigd die den
volgenden titel, door de Zusters hem reeds gegeven,
voor opschrift droeg: Antwoorden van onze welbeminde
Moeder op de vragen die wij haar, beti\'ekkelijk de
regelen, comtüutiën en costumen der Visitatie, tijdens de
uitspanningsuren, voorstelden, in het klooster van
Annecy.
Nooit paste een titel zoo goed op eenen boek.
Inderdaad, \'t is een slag van verklaring en van
uitlegging van al de regelen der Visitatie, eene vertrou-
welijke samenspraak over de wijze waarop men ieder
punt der constitutién behoort te verstaan, met de oplos-
sing der duizenden zwarigheden die men dagelijks kan
aantreffen. Al de buitengewone hoedanigheden van
moeder de Chantal, al hare aangename gesprekken
komen in dien schoonen boek te voorschijn. Daarin
ontmoet men een gezond oordeel, eene bedaardheid en
eene schranderheid van geest zonder weerga; ook nog
eene groote kennis van het menschelijk hert, eene
-ocr page 137-
VAM SINTE CHANTAL                                       155
ongemeene ondervinding van des Heeren behendigheid
in het bestier der zielen, en eindelijk eene kloekmoe-
digheid waar men maar zelden van te spreken weet.
Men is er de manhaftigheid van Sinte Chantal gewaar,
hare goedheid, hare vriendelijkheid, en bovenal hare
bezorgdheid om de regelen der Visitatie staande te
houden. De schrijftrant van dien boek getuigt van eene
diepe ootmoedigheid, van eene weergalooze juistheid,
van eene welgepaste strengheid en van eene gansch
bijzondere hertelijkheid, waar de lezer over verbaasd
staat.
Het getal praktische kwestiön, die in dezen boek
opgelost zijn, beloopt tot vijf of zes honderd ; uilen zijn
niet even belangrijk; zelfs zijn er die mei het eerste
opzicht nutteloos voorkomen; en nogtans, aarzelen wij
niet het te zeggen, die ontknooping dei\' dui enden
moeilijkheden, welke men in het onderhouden dei-
regelen der Visitatie kan aantreffen, is eene di. grootste
gratiën die God aan dat geestelijk genootschü | > .^hon-
ken heeft. En, inderdaad, wat is het gevolg i aarvan
geweest? Terwijl sommige Orden in verscheid i •• lakken
verdeeld wierden; terwijl andere, om de éénheid te
bewaren, van noode hadden velerhande herv>rmingen
te ondergaan, behield de Orde der Visitatie, zonder van
algemeene oversten, zonder van bezoekers en jaai lijksche
kapittels te spreken te hebben, overal hare vurigheid en
haar eigen kenmerk. Die eene Zuster van Sint Franciscus
de Sales gezien heeft, hoeft niet naar andere te vragen,
om zich een gedacht van die geestelijke dochters te maken;
die een klooster van Sinte Chantal is binnen gegaan,
moet geen andere ingaan, om over die gestichten te
kunnen oordeelen. In de Visitatiën van Frankrijk en
van Italië, evenals in die van Polen en van Amerika, is
er geen werk, hoe klein ook, dat van aard verschilt, is er
geene zwarigheid die niet gelijkelijk opgelost wordt; en
II.                                                   SINTE CHANTAL 9
-ocr page 138-
154                                          GKSCHIEDEMS
dat, laat het ons bekennen, omdat men in \'t bezit is van
de boeken der heilige Stichters, die alle moeilijkheden
hebben weten te voorzien en uit den weg te ruimen.
Niet zonder groote pogingen te doen, had men van
Sinte Chantal bekomen dat zij hare Antwoorden, buiten
hare wete door de Zusters aangeteekend, overzag; nooit
wilde zij toestemmen dat men die onder de pers legde.
Het enkel gepeis van eenen boek uit te geven, kwam
haar lastig voor, om reden dat zij het aanschouwde als
eene bekoring tegen de ootnioedigheid (1). Men moest
wachten van zulks te doen, totdat zij haar ontslag van
overste gegeven had, en \'t was moeder Favre die de
drukkers den boek toestierde, met verzoek van er geen
gebenedijd woord van te zeggen aan Sinte Chantal.
Ongelukkiglijk had iemand daar eenige afdruksels van
aangetroffen bij zekeren boekverkooper, die met derzelver
bindinge gelast was. De persoon die ze ontdekte, mee-
nende dat zij, op bevel van moeder de Chantal te koope
gesteld waren, gaf Mgr Joannes-Franciscus de Sales,
die, hoogst verbaasd en sterk bedroefd, naar de Visitatie
afkwam, daar dadelijk kennis van. « Mijne Moeder,
zegde de kerkvoogd aan onze Heilige op een ernstigen
toon, ik ben hier om u iets ter kennis te brengen waar
ik allermeest over verwonderd sta. » Bij het hooren van
die woorden, werd Sinte Chantal met schrik bevangen,
(1) Ziehier wat moeder Favre schreef aan de nonnen der
verschillige huizen der Visitatie, toen zij haar dien boek toezond :
« Wat onze eerbiedweerdige moeder betreft, durven wij verhopen,
teergeliefde Medezusters, dat zij de vrijheid welke wij genomen
hebben om dien boek ter pers te laten gaan ons niet zal ten laste
leggen, om dieswille dat wij niemand met onze handelwijze hebben
bekend gemaakt en bezorgd geweest zijn om niet eene bladzijde
daarvan te verliezen; wat wij u ten dringendste verzoeken is, dat
gij dien in uw klooster zoudet bewaren zonder aan vreemdelingen
daarvan te spreken. Want, behalve dat het onderwijzingen zijn
die enkel de Zusters der Visitatie raken, zou onze achtbare moeder
er veel bij lijden, zoo zij vernam dat men met dien boek te koope
liep, binst haar leven. »
-ocr page 139-
133
VAX SIXTE UIANTAI.
en die schrik vermeerderde nog toen hij er bijvoegde:
« Men heeft mij verteld dat de Antwoorden en uitleg-
gingen, die gij over de regelen en constitutien van uwe
Orde gedaan hebt, te koope zijn bij den drukker.
Waarlijk dat verstrekt u niet ter eere, want wat heeft
eene vrouwe in die gewichtige zaken te zien ! Dat kwam
den bisschop van Geneve, uwen bestierder, toe, maar is
uw werk niet. Wat zullen de menschen daarvan peizen,
zij die denken dat gij niets verricht zonder mij alvorens
daarover raad te vragen? » Moeder de Chantal, naar die
strenge taal luisterende, stond, met de oogen vol tranen,
in eene zeer ootmoedige houding overeind. Als hij
\'t enden gesproken was, antwoordde zij met buitenge-
wone eenvoudigheid: « Ach! Monseigneur, is het
mogelijk dat zulks weze? » Zij bekende dat zij de
regelen en de constitutien had uitgelegd: « Gij weet,
Monseigneur, dal de geestelijke dochters altijd verlangen
om meer en meer onderricht te worden. Ik heb de
vragen, die men mij voorstelde, beantwoord; wat de
Zusters en vooral moeder Favre op het papier, builen
mijne wete, neergeschreven hadden, hebben zij mij
verzocht te willen herzien en te willen verbeteren, het-
geen ik eenvoudig weg gedaan heb, niet dan de glorie
Gods en de zaligheid harer zielen behertigende. Bemer-
kende dat zij die verwarde antwoorden bewaarden,
waagde ik het dus, doch niet zonder moeite, alles op
orde te stellen, want men had wat veel volzinnen
gebruikt, om weinig te zeggen. » Aldus gesproken
hebbende, verstak zij zich eenen oogenblik achter het
traliewerk om hare tranen af te drogen; want zij kreesch
en kon schier geen woordeken uitbrengen, zoozeer was
zij van geheel die zake aangedaan. « Wel Moeder toch,
riep de bisschop uit, gij moet alzoo niet krijschen; als
ik u eene harde vermaninge geve, \'t en is niet opdat gij
zoudt weenen, maar enkel opdat gij in het vervolg
-ocr page 140-
156
GESCHIEDENIS
anders zoudt te werke gaan; overigens hebt gij veel
meer redenen om u te verheugen dan om u te bedroeven.»
Waarop zij met eene ongemeene zachtmoedigheid zegde:
« Laat mij. Monseigneur, maar krijschen; is het niet
geheel natuurlijk tranen te storten, als men over is van
verdriet? wil u nogtans om mij niet bekommeren;
immers het is noodig dat ik eens sterk vernederd worde.
Het is God die zulks, tot mijn geestelijk voordeel, toelaat.
Ten andere zal ik met geheel die kwestie zoohaast
mogelijk gedaan maken. » En daar, bij het uitgaan der
spreekkamer, eene Zuster, die door de neerslachtigheid
van moeder de Chantal diep getroffen was, haar de
bemerkinge deed dat Monseigneur wat haastig geweest
was, dat zij de zaken zoo hoog niet moest opnemen,
verklaarde zij haar in alle rechtzinnigheid des herten
dat zij minder om de strenge woorden van Monseigneur,
dan om het vernemen dat hare Antwoorden ter kennis
van menigeen gekomen waren, er droefgeestig uit zag ;
meerdere vernederinge, riep zij uit, kon mij niet te
beurt vallen. » En zij voegde er bij: « Ach! ik ben te
recht gestraft, wijl ik een hooveerdig mensch ben. »
Dadelijk gebood zij aan de Zusters den boekhandelaar
te gaan vinden, en hare Antwoorden op de constitutiën
der Orde terug te halen, begeerende dat er van dan af
eene poginge gedaan wierd om die handschriften in het
klooster zelf te binden, en ze alzoo voor goed aan de
oogen der vreemdelingen te onttrekken (1).
Wat zij ook deed ofte niet, lukte zij er geenszins in
die bladzijden teenemaal te verduiken. Van tijd tot tijd
kwamen er eenige afdruksels daarvan aan den dag, die
daar zij de verwondering der beroemdste bisschoppen
der zeventiende eeuw uitmaakten, door de biechtvaders
der Visitatiën, de kardinalen en prinsen der Kerk
(1) Onuitgegeven gedenkschriften van moeder de Clermont
ilont-Saint-Jean.
(Handvesten van Annecy.)
-ocr page 141-
137
VAN SLNTE CHANTAL
gelezen en geprezen wierden, eindigden met te Rome
goedgekeurd te worden (1).
Indien het belangrijk was de constitutiën en de
gebruiken of costumen der orde te doen kennen, die
allerschoonst en allerverstaanbaarst te verklaren en uit
te leggen, was het ongetwijfeld veel belangrijker te
zorgen dat men den geest en het leven daarvan verstond,
te meer, omdat de stichtingen van dag tot dag in getal
aangroeiden, en het klooster van Annecy eene kweek-
school van oversten was. Ook spaarde Sinte Chantal
geene moeite, om in dien zin te werken. Zonder te
spreken van de bijzondere raden die zij aan elke Zuster
gaf, zonder te spreken van de zielroerende opwekkingen
waar, tijdens de recreatie, zij hare geestelijke kinderen
mede begunstigde, zonder te spreken van de menig-
vuldige brieven die zij aan de oversten van de verschil-
lige huizen der Visitatie toezond, hield zij, eiken zaterdag,
in overeenstemming met den regel, eene algemeene
vergadering der Zusters, gedurende dewelke zij onop-
houdelijk van den geest der Visitatie handelde, en van
de manier waarop zij behoorden te leven om voor deftige
geestelijke dochters van Sint Franciscus door te gaan.
Dank aan eenige aanteekeningen die men heimelijk had
weten te nemen, zijn wij in \'t bezit van die samenspra-
ken waar Sinte Chantal nooit eenige verbetering aan
gedaan heeft, en die thans voor de eerste maal in \'t licht
gegeven worden (2). Zij verschillen met die van den
bisschop van Geneve in vele punten. Haar schrijftrant is
zoo lang, zoo juist, zoo verbloemd niet als die van Sint
(1)  Omzendbrieven. II deel, bladz. 136.
(2)  Niet zelden trelt men in de kloosters der Visitatie schoone
afschriften van die ongedrukte samenspraken aan. Wij hebhen er
twee vóór ons liggen : het eene toebehoorende aan de Visitatie van
Dijon; het andere, veel merkweerdiger en vollediger, aan AI. den
graaf de Juigné. \'t Is uit die twee handschriften, dat wij de aanha-
lingen trekken die volgen.
-ocr page 142-
158
i;isl IHIIlFM-
Eraneiscus de Sales, doch komt krachtiger, vuriger
en soms welsprekender voor. Twee of drij voor-
beelden zullen ons daarvan overtuigen, en klaarlijk doen
zien welk voor een heilig mensch Sinte Chantal was,
en wat zij al deed om hare medezusters den weg der
volmaaktheid te leeren.
Ziehier hoe zij op zekeren dag haar sprak over de
noodzakelijkheid van te sterven aan zich zelven en aan
het ijdel verlangen om geprezen te worden : « Gij zegt,
beminde Kinderen, dat men om niets meer dan om zijne
eere moet bekommerd zijn. O zoete Jesus! wat behoort
eene dienares Gods anders te betrachten dan de ootmoe-
digheid en de zelfverloochening? Niets komt zoo onver-
draaglijk voor als de handelwijze van eene Zuster
der Visitatie, die gedurig er op uit is om de
achtinge der menschen te verwerven. Inderdaad is het
geen afgrijselijke zake, iets anders te verkiezen dan
hetgeen onze goddelijke Meester tot zijn aandeel
verkozen heeft? Welnu, hield Hij het niet voor
eene eere gelasterd en vernederd te worden? De onver-
standige en ijdele menschen der wereld stellen al hun
welbehagen in goed te peerd te rijden, in te schieten met
den snaphaan, in te dansen en te springen, in te lachen
en vleiende woorden te spreken. Welhoe! zullen wij dan
ook op beuzelingen roemen, en verlangen om tot overste
of tot helpster, of tot spijsmeesteres des kloosters gemaakt
te worden?.... » En na haar getoond te hebben, hoe
dwaas het is die ambten te bekuipen. voegde zij er bij :
« Ach! mijne lieve Kinderen, beter is \'t eenvoudige leeke-
zuster te zijn dan kameniere van de keizerin te wezen.
Liever zou ik mijn leven langde schotels en de kommen
des kloosters afwasschen, dan verplicht te zijn eene
rijke kroon te dragen. Ja, hernam zij met kracht,
voordeeliger is het de ketels te spoelen in eene geestelijke
gemeente dan perelen samen te rijgen in de huizen der
-ocr page 143-
VAN SINTE CHANTAL                                         159
grooten dezer aarde; duizende keeren gaan de tranen, de
verstervingen en de vernederingen van het kloosterleven
de rijkdommen, de eere en de wellusten der
wereld in weerde te boven. O! Hoe gelukkig zullen de
ijverige kloosterlingen zijn in den laatsten dag des
oordeels! God zal tot hen zeggen : Komt tot Mij, gij die
zooveel goed gedaan hebt binst uw leven, komt, en Ik
zal u verheerlijken. En wat zal Hij zeggen aan de
wereldlingen, die in doodzonde gestorven zijn? Gaat weg
van Mij, gij booze menschen, ik ken u niet. En alsdan
zullen veel eenvoudige monniken en nonnen met Christus
ten hemel varen, terwijl veel onbermhertige rijken in de
hel zullen nederzinken. Verstaat gij nu, beminde Mede-
zusters, van hoe groote aangelegenheid het is, uit liefde
van Jesus, arm en onbekend te leven, hoe voordeelig het
is de vernederingen te beminnen en te zoeken (1) ? »
Ootmoedigheid, gehoorzaamheid, zelfverlooche-
ning, ingekeerdheid, verlating op God, zie, daarvan
wist Sinte Chantal aan hare medezusters schier onop-
houdelijk te spreken. Moeilijk ving zij eene andere
kwestie aan, en zoo het gebeuren mocht dat zij bij geval
eenige woordekens van de vriendelijkheid en de beleefd-
heid zegde, was het op eene manier welke sterk verschilde
met die van Sint Franciscus de Sales; immers het was
met kracht en nadruk (2). Niet zelden nogtans verzachtte
zij het geklank van hare stem, \'t was als zij met hare
geestelijke kinderen handelde van het geluk van non te
zijn en van den vrede des herten die haar ten deele viel:
« Het huis Gods, zegde zij op zekeren dag, is de heilige
Kerk; de kostelijke kunstkamer van den Koning, is het
kloosterleven. Een en twintig jaren zijn verloopen sedert
dat het den Heere beliefd heeft zich een nieuw kabinet,
waar Hij ons zou in ontvangen en troosten, te bouwen.
(1)  Handschrift van de Visitatie van Dijon, bladz. 8.
(2)  Handschrift van M. de Juigné, bladz. 49.
-ocr page 144-
140
GESCHIEDENIS
Als een koning, die een fraai en ouderwetsch kasteel
bewoont, eene nieuwe kunstkamer opricht, dan is hij,
beminde Zusters, bezorgd om die met schoone schilderijen
en andere rare voorwerpen te bemeubelen, en hem, wien
het lukt dat kabinet, waar enkel de koning en de koningin
met elkander in gesprekke komen, binnen te gaan, is er
voorwaar groote eere geschied. Welnu onze Zaligmaker,
onze goede Jesus, onze lieflijke en aanbiddelijke Bruide-
gom heeft, in deze laatste tijden, toegelaten dat men in
zijn koninklijk huis een nieuw kabinet bouwde, \'k versta
ons klein genootschap, onze achtbare Orde, waar Hij op
eene bijzondere wijze zorge voor draagt. Wij waren,
welbeminde Zusters, niet dan arme en ellendige dochters,
en, o wonder! God, in zijne goedheid, heeft ons tot zijne
bruiden verkozen en diensvolgens tot koninginnen
gemaakt. Hij heeft ons met ketenen van liefde en van
vriendelijkheid tot zich getrokken. Al zijn vermaak is te
wezen met de kinderen der menschen, vooral met ons,
die Hem tel beminnen en die geen moeite sparen om
Hem te bedanken voor al de weldaden die Hij ons
gedurig bewijst (1).
Een anderen keer, dezelfde stof verhandelende, en
beter en beter willende doen verstaan hoe gelukkig de
nonnen waren in haar klooster, en hoezeer zij zich
behoorden te verheugen omdat zij van de bekommer-
nissen en de ellenden der wereld vrij gingen, riep zij
vlammend van liefde tot God uit: « Mijns dunkens,
beminde Zusters, peizen wij niet genoeg op de gunsten
die wij van den Heer ontvangen hebben, op de aanzien-
lijke weldaad van onzen heiligen roep; wij denken niet
genoeg aan de dankbaarheid die wij Hem daarvoor ver-
schuldigd zijn. Zie, geheel de wereld is in rep en roer,
en wij, wij leven gerust in onze kloosters, verre van het
(Ij Handschrift van de Visitatie van Dijon, liladz. 79.
-ocr page 145-
lil
VAN SINTK CUANTAL
gewoel der raenschen, doch dichtbij Jesus die rust in
onze kapel. Wij zijn, middenin onze bezigheden, hoogst
tevreden, en verlangen naar niets dan om onbekend onze
dagen door te brengen, dan om ons met onzen Schepper
ten nauwste te vereenigen. Wij gaan vrij van de
storingen des huisgezins, van de lastige zorgen dei-
kinderen, van de onbeleefdheden der dienstboden, van
het knorren der schoonvaders en schoonmoeders, van de
beangstheid der gedingen, van de vreeze van man of zoon
te zien omkomen, van de vreeze van geld of goed te ver-
liezen, enz.; eindelijk ontsnappen wij aan duizenden
ellenden waar God ons heeft weten voor te bewaren, ten
einde ons met den vrede des herten te begunstigen.....
En waarom gaat God aldus met ons te werk, beminde
Zusters? \'t Is opdat wij Hem in deugd on heiligheid
zouden dienen alle de dagen van ons leven; opdat wij
zouden bidden voor zijn volk, voor onze goede christene
broeders, voor dien teergeliefden evenmensch die zooveel
te lijden heeft. De eenen komen ons zeggen, dat al hunne
bloedverwanten door de pest zijn weggerukt; de ande-
ren, dat zij vreezen van beroofd te worden van hunne
goederen en van in armoede te vervallen, en veel vijven
en zessen. Wat meer is, de gazetten zijn vol van pijnlijke
gebeurtenissen: men verhaalt er hoe brave dochters
gelasterd worden, deftige vrouwen onteerd en hare
mannen gedood worden; men spreekt er ook van
weduwen en weezen die verdrukt worden, van kinderen
die gedwongen worden naar slechte scholen te gaan,
enz.; en, ondertusschen, beminde Zusters, zijn wij,
door de goedheid en de bermhertigheid des Heeren, van
al die onheilen gespaard. O! wat al redenen hebben wij
dan niet van God te bedanken, omdat Hij ons verrijkt
met duizenden weldaden, omdat Hij ons verlost van
alle kwaad (1)?»
(1) Handschrift van de Visitatie van Dyon, bladz. 88.
Handschrift van M. de Juigné, bladz. 44.
-ocr page 146-
M2
GESCHIEDENIS
In dienzelfden zin spreekt zij nog eenige keeren,
doch \'t is enkel eene korte afwijking der kwestiën waar
zij zich bijzonder geern mede bezig houdt. Ja, welhaast
begint zij weder te klappen van de ootmoedigheid, de
versterving, de gehoorzaamheid, de zelfverloochening,
die schoone doch moeilijke deugden welke de grondsteen
zijn der volmaaktheid in al de geestelijke Orden, maar
die vooral behoorden te bestaan in de Visitatie, waar de
strenge boetveerdigheden en de liefdewerken veel minder
dan bij de Karmelieternonnen en de Zusters van Liefde
gepleegd zijn. Ook, in weerwil van wat veel aanhalingen
te geven, gaan wij er nog van twee gewagen, ten einde
des te beter te doen begrijpen, hoe groot de heiligheid
was van moeder de Chantal.
« Gij zijt non geworden, zegde zij op zekeren dag
aan hare geestelijke kinderen, om u met God te veree-
nigen en u van al wat God niet is af te trekken. Gij
hebt de wereld verlaten, om uw hemelschen Bruidegom
te volgen op den weg naar Calvarië. Herinnert u, hoe
Hij aldaar van zijne kleederen beroofd werd, met
doornen gekroond, aan een kruis genageld, met gal
gelaafd en de zijde met eene lans werd doorgestoken,
kortom, hoe Hij op dien berg alle slag van versmadingen
had uit te staan. Spiegelt u aan \'t gedrag van uw
goddelijken Zaligmaker, en leert van Hem wat gij doen
moet om meer en meer volmaakt voor te komen; ja,
tracht, naar zijn voorbeeld, de gehoorzaamheid te oefe-
nen, de beproevingen met liefde aan te nemen en met
geduld te verdragen, zoo niet, kunt gij voor geen ware
bruiden van den gekruisten Jesus doorgaan.....Gij zijt
verplicht, beminde Zusters, u teenemaal aan God op te
dragen, de wereld te verachten en niet dan den hemel te
beoogen. Gij behoort van uw eigen oordeel, van uw
eigen wil, van uwe eigenliefde afstand te doen ; \'t zijn
de drij dingen waar de non zich moeilijkst van ontmaakt
-ocr page 147-
143
VAN S1NTE OHANTAL
en waar zij nogtans. uit genegenheid tot Onzen Lieven
Heei\', hoeft van af te zien. Het is noodig dat gij kleine
en eenvoudige kinderen wordet, opdat de oversten u
met blijdschap en zonder bekommering bestieren (1). »
Een anderen keer dat onze Heilige, den refter
uitgaande, zich in de kapel vóór het H. Sacrament
kwam nederwerpen en al met eens in verrukking ge-
raakte, sprak zij, nadat zij neergezeten was, die vlam-
mende en zielroerende woorden : « O God, wat verrichten
wij op aarde, achtbare Zusters\'! Voorwaar, ik zeg het u,
nooit meer dan nu kwam mij de dood zoo beminnelijk
en zoo aangenaam voor. Eilaas ! hoe pijnlijk is dat dal
van tranen, waar men zoo weinig gegronde deugd
aantreft, en waar God door vele nienschen zoo sterk
vergramd wordt, te bewandelen? Zoekt mij hedendaags
eene oprechte ootmoedigheid, eene rechtzinnige eenvou-
digheid, eene ziel die gansch gelaten is in den wille
Gods! Wie onder u verlangt om steeds vernederd,
veracht en gelasterd te worden ? O God! indien het van
noode is dat wij op de wereld nog eenige jaren verblijven,
dat het zij om de verhevenste deugden te oefenen ! Ja,
wat mij betreft, ik heb besloten openhertig en zonder
vleierij te werke te gaan, en u niet te sparen, als ik het
zal geradig vinden u eenige vermaninge te doen, u wat
straf op te leggen. O God! onze handelwijze laat veel te
wenschen; wij zijn te kinderachtig en weten nog te
weinig van heldhaftige deugden te spreken. Ik mag u ver-
zekeren, beminde Zusters, dat, bijaldien de Visitatie moest
hersticht worden, ik strenger dan ik tot hiertoe gedaan heb
met u zou handelen. Daarom ben ik volstrektelijk van zin
u goed de verstervinge te doen oefenen, en geene moeite
te sparen om uwe natuurlijke neigingen fel tegen te
gaan. Ja, ik beloot het aan God, dat ik u voortaan diep zal
(1) Handschrift ran de Visitatie van Dijon, bladz. 22.
-ocr page 148-
144                                         GESCHIEDENIS
vernederen, dat ik u sterk zal vermanen, en dat ik
kloekmoediger dan ooit zal te werke gaan om u den
weg der volmaaktheid te leeren. In het vervolg moet
men met geene verschooningen meer aan den dag
komen. Men zal het kleinste punt van den regel niet
overtreden, zonder dadelijk gestraft te worden.....De
novicemeesteres zal oppassen om de novicen sterk te
vernederen, en indien er onder deze gevonden worden
die de vernederinge moeilijk kunnen verdragen, \'t zal
eene reden zijn om ze nogmaals, ja twee- en drijmaal
te verootmoedigen. En wat de novicen aangaat, zij zullen
bezorgd zijn oin stiptelijk de voorschriften van de Orde
der Visitatie te onderhouden, zoo niet, zullen zij met
mij te doen hebben.....Ik herhale het, beminde Zusters,
ik zal niet gemakkelijk zijn, ik zal u, slechts uw welzijn
vóór oogen hebbende, bijtijds vermanen en bestraffen.
Ik heb u gezegd, dat ik mij tegen uwe natuurlijke
genegenheden sterk zal aankanten, en ik zal mijn woord
houden ; en indien gij begeert eene zachtaardige overste
te bejegenen, moet gij bezorgd zijn om uwe fouten te
beweenen; want, overal waar ik eene overtreding van
den regel /.al zien gebeuren, zal ik, met Gods hulp, geen
oogenblik wachten om de plichtigen allermeest te
berispen en te laken (1). »
Ziedaar hoe Sinte Chantal sprak tegen hare geeste-
lijke dochters. En aan welke dochters klaagde zij alzoo
over hare eigene onachtzaamheid en over die van hare
medezusters? \'t Was aan nonnen zooals moeder Favre,
moeder de Bréchard, moeder de Chalel, moeder de
Blonay, moeder de la Roche, allen heilige zielen, die door
God niet zelden met buitengewone gaven verrijkt werden.
Doch zoo bestaan de heiligen, en het verschil, dat men
tusschen hen en de wereldlingen bemerkt, is groot!
(1) Handschrift van M. de Juigné. Iiladz. 78. — Hand
schrift van de Visitatie van Dijon,
blaüz. 78.
-ocr page 149-
14!»
VAN SI.NTE OIIANTAL
Deze ineenen altijd te veel te doen; genen daarentegen
bekennen steeds dat zij te weinig verrichten ; en toen zij,
gelijk moeder de Chantal, oud geworden zijn, en veel
goeds gepleegd hebben, roepen zij uit, op hare borst
slaande, dat, bijaldien het te herbeginnen was, zij het
geheel anders zouden aan boord leggen!
Lichtelijk kan men begrijpen, dat eene non van
dusdanig karakter moeilijk zou verdragen dat er eenige
misbruiken in hare Orde bestonden. Eerder dan toe te
laten dat zulks plaats greep, zou zij alles geleden en
geslachtofferd hebben. « O mijne Zusters, zegde zij, hoe
moet gij oppassen om uwen regel wél te onderhouden,
om in uwen ijver niet te verslappen, om steeds het goed
voorbeeld te geven, gij, die de inwoonsters zijt van dees
klooster van Annecy, die de geestelijke moeders zijt van
de overige nonnen der Visitatie en op wie de oogen uwer
medezusters gevestigd zijn. Indien het dan gebeurde dat
een onzer huizen iets te wenschen liet, zoudt gij geene
moeite mogen sparen om alle zwarigheden uit den weg
te ruimen, om de nonnen tot beternis te brengen. Gij
zoudt verplicht zijn aan den bisschop der stad, en is het
noodig, aan den apostolischen nuntius, ja aan Zijne
Heiligheid zelf van die misbruiken kennis te geven, niet
dan de glorie Gods en het welzijn van de Orde der Visitatie
vóór oogen hebbende. Ach! om de Visitatie staande te
houden, zoudt gij alle mogelijke pogingen moeten aan-
wenden (1). i)
Wat moeder de Chantal zoo welsprekend aan hare
geestelijke dochters voorhield, stelde zij op eene wonder-
bare wijze zelve in \'t werk. Zij zag nog naar vermoeinis,
noch naar onkosten, noch naar heen- en weerreizen om,
ten einde te beletten dat de misbruiken inslopen, ten
einde die uit te roeien als zij verschenen waren. Men
(1) Samenspraken, bladz. 112.
-ocr page 150-
146                                        GESCHIEDENIS
gedooge dat men hier één of twee voorbeelden geve van
die wonderbare waakzaamheid van moeder de Chantal,
van haren ijver, van hare zorgvuldigheid en vooral van
hare kloekmoedigheid, om de belangen van God en die
der Orde der Visitatie allermeest voor te staan.
Een der schoonste en der wijste regelen van de
Visitatie bestaat hierin dat, na een zesjarig meesterschap
uitgeoefend te hebben, de oversten der verschillige huizen
van alle macht moeten afzien, om op hare beurt te
gehoorzamen en onderdanig te zijn. Doch zoo groot was
soms de tevredenheid die heerschte in eene ot andere dier
geestelijke gemeenten, onder het heilig bestier van
moeder de Chatel of van moeder de Blonay, dat de oogen-
blik der ambtsnederlegging voor de overste gekomen
zijnde, men het moeilijk kon gedaan krijgen die wet Ie
doen uitvoeren, \'t Is hetgeen plaats had gehad te Grenobel,
waar moeder de Chatel, na zes jaren overste geweest te
zijn, in weerwil van haar schoon spreken en haar geween,
andermaal met het bestier des kloosters gelast geweest
was. Nauwelijks had Sinte Chantal die mare vernomen,
of zij schreef aan de Zusters van Grenobel een ziel-
roerenden brief, om haar de inzichten van Sint Franciscus
de Sales te herinneren, en haar te verklaren dat de kiezing
van geener weerde was en moest herdaan worden.
Vruchteloos hielden de moeders der Visitatie, alsdan te
Annecy vergaderd, aan, opdat Sinte Chantal voor moeder
de Chatel eene uitzondering zou maken, zij zegde dat
niets zou bekwaam zijn haar van gedacht te doen
veranderen. Zij begreep, in hare schranderheid van
geest, dat, wat men ditmaal aan de deugd zou toestaan,
men het later moeilijk zou kunnen weigeren aan de eer-
zucht ; en, willende dat de Visitatie nooit van dergelijk
kwaad zou te spreken hebben, eischte zij dat de kiezing in
plechtige zitting nietig, ja zelfs strijdig met de regelen der
Orde en met de inzichten van Sint Franciscus de Sales,
-ocr page 151-
147
VAN SINTE CHANTAL
haren welbeminden geestelijken Vader, verklaard wierde.
Daarenboven, zij gebood aan de moeders van Frankrijk,
die naar huis keerden, haren weg te verlaten en zich naar
Grenobel te begeven, om den bisschop van die stad te ver-
zoeken zoo goed te willen zijn die kiezing te vernietigen. Die
poginge haar niet gelukt zijnde, vertrok onze Heilige, die
vurig begeerde datde regelen goed onderhouden wierden,
zelve naar Grenobel. Zij vond er de Zusters wat droef-
geestig, en bemerkte dat de bloedverwanten der nonnen
groote pogingen deden om de kiezing geldig te.doen
verklaren. Doch, in de heiligen, bestaat er eene aan-
trekkelijkheid waar niemand kan aan wederstaan. Schaars
had moederde Ghantal zich laten zien, of iedereen was
van hare handelwijze buitenmate ingenomen. De bisschop
zelf, die in den beginne wat tegenstand geboden had,
was over de ootnioedigheid en de zedigheid van Sinte
Ghantal zoo voldaan, dat hij haar, bij hare eerste bemer-
kinge, toestond wat zij hem vroeg. « Ik ben, zegde hij,
nooit van zin geweest de Visitatie tegen te kanten; indien
moederde Ghantal geradig vindt die kiezing te verbreken,
ben ik de eerste om haar hierin te helpen. » Sinte
Ghantal antwoordde « dat zij hem geene wetten te stellen
had, maar dat zij, als overste van het klooster, hem ten
vurigste smeekte te gebieden dat men tot eene nieuwe
kiezing zou overgaan, » hetgeen hij aanstonds deed.
Overigens, in die omstandigheid, was de ootmoedig-
heid van moeder de Chatel niet minder dan de held-
haftigheid van Sinte Chantal te bewonderen. Die overste
van het klooster van Grenobel woonde de vergadering,
waar hare herkiezing tot moeder vernietigd werd, bij;
zij hield meer nog dan de overige Zusters aan, opdat
men de regelen der Visitatie naar behooren zou waar-
deeren en grootachten; zij kwam te zamen met al de
andere moeders der Visitatie zich vóór de voeten van den
bisschop van Grenobel nederwerpen, en hem met de
-ocr page 152-
148
GESCHIEDENIS
tranen in d\'oogen verzoeken hare ambtsnederlegging te
willen aan veerden en goedkeuren: 7.00 vurig verlangde
zij, om voor eene deugdzame en gehoorzame geestelijke
dochter van hare welbeminde moeder de Chantal door te
gaan (1).
Een misbruik van een anderen aard, dat te dien tijde
ontstond in het klooster van Moulins, werd door moeder
de Chantal met evenveel kloekmoedigheid en bijval weg-
genomen.
Men heeft nog niet vergeten, hoe mevrouw du Tertre
de Morville het klooster van Nevers met tien duizend
frank begunstigde, hoe zij vervolgens deze terug eischte en
weder bekwam uit de handen van moeder de Monthouz.
Welnu die mevrouw had korts nadien aanvraag
gedaan, om non te worden in de Visitatie van Moulins;
zij had er het geestelijk kleed ontvangen, en er zelfs hare
beloften uitgesproken, doch zonder zich een goed gedacht
te maken van het kloosterleven. Onder een nonnenkleed
zeer wereldsch voorkomende, deed zij aan het klooster van
Moulins, aan welk zij voor haar uitzet veertig duizend
guldens geschonken had, vele moeilijkheden aan. Niet
tevreden met de muren en den vloer van hare cel aller-
kostelijkst te bekleeden en deze met ijdele voorwerpen te
vervullen, niet tevreden met den tijd van den dag in
nuttelooze samenspraken door te brengen, had zij nog
den bisschop van Autun vele leugens wijs gemaakt, en
alzoo voor zeven of acht harer vriendinnen den oorlof
bekomen om, telkens als zij \'t goed vonden, het besloten
klooster in te gaan. Wat zou er nu van den vrede, de
stilzwijgendheid, de nauwkeurige onderhoudinge der
regels, al die troostvolle zaken der geestelijke gemeenten,
geworden? Daar moeder de Ghastelluz weigerde aan de
(1) Stichting van het klooster van Grenobel, bladz. 97.
Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 195. Levens
der eerste moeders der Visitatie,
I deel.
-ocr page 153-
149
VAN SI.NTE CHANTAL
vriendinnen van mevrouw de Morville het klooster der
Visitatie van Moulins te laten doorwandelen, was boven-
gemelde mevrouw gram op moeder de Chastelluz, sprak
er tegen den bisschop met kleine achtinge van, en laakte
derzelver handelwijs vóór al degenen die haar in de
vreemdelingskamer een bezoek kwamen afleggen, zoo-
danig dat het klooster van Moulins, het derde der Orde,
weldra in verval geraakte.
Gemakkelijk kan men begrijpen, wat er in het hert
van Sinte Chantal omging bij het vernemen van dat
pijnlijk nieuws. Dadelijk schreef zij eenen brief aan
den bisschop van Autun, die bedrogen geweest was,
hem smeekende aan al die verergernissen een einde
te willen stellen, en luidop verklarende dat, bijaldien
het, om de rust te bekomen in het klooster, van noode
was het geschonken geld aan de stichtster van de geeste-
lijke gemeente weder te geven, zij het volgeern doen
zou, en eerder zou verkiezen in de uiterste armoede
gedompeld te zijn, dan die ongeregelde manier van doen
van zuster de Morville langer te verdragen.
Zij zond vervolgens de jonge doch deftige moeder
de Chastelluz, die schaars sedert één jaar tot
overste van het huis van Moulins gemaakt was, vele
brieven toe, ten einde, middenin die moeilijkheden, haar
te troosten, te ondersteunen en te bestieren. Zij wekt
haar gedurig op, om den moed niet te verliezen, om met
groote verduldigheid en buitengewone kloekhertigheid te
handelen. « O mijne teergeliefde Medezuster, roept zij
uit, wat zijt gij gelukkig! gij , die om Christus\' naam
zooveel te lijden hebt. Al stond geheel de wereld tegen u
op, nog zoudt gij niet moeten ophouden van te doen, wat
gij doet. Vrees niet, beminde Dochter; integendeel, stap
maar altijd heldhaftig vooruit, uw betrouwen stellende op
God, die niemand verlaat en altijd bereid is om eenieder
te helpen en te versterken. Wil ook niet veigeten dat na
H.                                                       SINTE CHANTAL 10
-ocr page 154-
180                                          GESCHIEDENIS
lijden, verblijden komt, en dat de woedendste tempeesten
gemeenlijk van de grootste kalmte gevolgd zijn. » En
verder : « Ongetwijfeld, beminde Dochter, zijn wij te
goed en te meegaande. Onze heilige bestierder zegde ja,
dat wij de zwakheden van den naaste moesten verdragen;
doch nooit heeft hij gezeid dat wij de boosheid, de
ergernis en het ten onder brengen van een klooster
moesten dulden. O! wat is zuster de Morville ongelukkig,
om reden dat zij haar eigen wil zoekt te voldoen, begeert
kostelijk geherbergd te zijn en schoon gekleed te gaan,
om reden dat zij de regelen van de Visitatie miskent
en weigert de gehoorzaamheid te oefenen. Ware
het niet dat door een dergelijk onverstandig gedrag
het welzijn van uwe geestelijke gemeente in \'t spel lag,
nog zou ik, welbeminde Dochter, stilzwijgen ; maar de
zaken gaan te verre en de vei ergernissen zijn te groot,
om mijne stem daartegen niet te verheffen. Eilaas! dat is
eene goede les voor ons, om voortaan wat minder toe-
gevend te zijn! »
En in eenen anderen brief drukt onze Heilige zich
in dezer voege uit : « Volgeern, achtbare Medezuster,
wil ik u helpen uw kruis dragen, want het weegt zwaar
op uwe schouderen. Gebied, dat zuster de Morville naar
Annecy afkome, en, wat zij ook zeggen moge om zich
te verscboonen, stoor u niet aan hare onbeleefdheden.
Ik ben blijde u dien dienst te kunnen bewijzen en u uit
die moeilijkheden te kunnen verlossen. O mijn God!
wat voor een lastig rnensch is dat! Heb nog wat geduld,
beminde Medezuster, denk dat al die zwarigheden wel-
haast uit den weg zullen geruimd worden, en volherd
ondertusschen in die wederspannige geestelijke dochter
met veel voorzichtigheid te behandelen. Nooit komen de
brave christenen beroemder voor, dan wanneer zij door
de booze wereld gelasterd worden. »
Terwijl Sinte Chantal alzoo bezorgd was om de
-ocr page 155-
VAN SINTE CHANTAL                                   ]!)l
overste van het klooster van Moulins moed in \'t herte te
spreken, spaarde zij geene moeite om zuster de Morville
tot betere gevoelens te krijgen. Daar zij haar tot hiertoe
vruchteloos vermaand had, wilde zij, derzelver geestelijk
ongeluk in acht genomen, haar nogmaals schrijven,
hopende, dat zij toch de oogen zou openen en haar
ellendig gedrag beweenen. Men merke den tegelijk
gansch zachtmoedigen en treurigen schrijftrant op van
deze brieven : « Mijne welbeminde Dochter, daar gij
uwe medezusters met uwe onvolmaaktheden en fouten
hebt bekend gemaakt, is het mij onmogelijk langer te
zwijgen en over uwe ergerende handelwijze in het
klooster niet te klagen. Gedoog dan, welbeminde
Dochter, dat ik tegen Jesus, mijn goddelijken Zalig-
maker, spreke, en Hem vrage. of Hij van zin is voor
zijne bruid eene dochter te aanveerden die zich zoo slecht
gedraagt? Dat Hij mij sterk berispe, indien Hij oordeelt
dat, mijne zonden en onvoorzichtigheden ingezien, ik
de schuld ben van uwe weinig stichtende manier van
doen. Ja, Heer! spaar mij niet, dewijl ik een ellendig
schepsel ben, doch wees zoo goed de kloosters der
Visitatie, mijne teer-geliefde stichtingen, te sparen, en
die met een bestendigen vrede en eene heilige eendracht
te begunstigen. Ik ben bereid, mijne Dochter, om in
mijn bloed de wonden van uwe ziel en die welke gij aan
het klooster van Moulins toebrengt, te wasschen. Dat
mijne overvloedige tranen ten minste uw hert raken;
want mij is het van noode te weenen met de macht,
telkens als ik aan u denke. Door uwe wederspannigheid
en uwe hooveerdigheid, en mogelijk ook door onze toe-
gevendheid, zijt gij zeer ongelukkig geworden, en verre
van aan uwe medezusters tot voorbeeld te dienen, predikt
gij haar de ongehoorzaamheid aan. Geloot mij, warejik
bij u, ik zou u hard behandelen, en u leeren datjeene
kloosterzuster een onderdanig en ootmoedig kind
behoort te zijn. »
-ocr page 156-
132
i.!.M.ii[i;iii:Nis
Eenige dagen later schreef Sinte Chantal aan zuster
de Morville een anderen brief, zeggende : « Wat zijt gij
eigenzinnig, mijne Dochter! hoe groot is uwe trotsch-
heid! hoe beklagensweerdig uwe ijdelheid! Gelijk gij
kunt bemerken, ik spreke u eenvoudig weg en openher-
tiglijk; want ik schrijve u met de gevoelens van eene
teedere moeder. Gedoog dan dat ik uwe wereldsche
zienswijze lake, dat ik uwe uitgestortheid afkeure, dat ik
uwen opstand tegen de overheid schandvlekke. Doch wie
weet, of gij niet verlangt om dien lastigen en beslijkteti
weg te verlaten? Ik durf het verhopen, ten ware gij,
eilaas! liever haddet u meer en meer vóór God plichtig
te maken, uwe ziel van dag tot dag ellendiger te doen
voorkomen, en mijne droefheid van oogenblik tot oogen-
blik te doen aangroeien. Gij zegt mij daar iets, op het
einde van uwen brief, waar ik den geheelen nacht, zonder
te kunnen slapen, sterk mede bekommerd geweest ben.
Ik moet u in de rechtzinnigheid mijns herten ver-
klaren dat gij mij, door uw berispelijk gedrag, veel
verdriet veroorzaakt. Gij schrijft dat gij mij zult gehoor-
zamen, maar dat gij geenszins van gedacht zijt u aan de
bevelen van zuster N. te onderwerpen. Is dat wel eene
manier van spreken voor eene non, ik vraag het u,
beminde Dochter? Weet gij dan niet dat, bijaldien gij
uwen evenmensen weigert lief te hebben, gij God zelven
weigert genegenheid toe te dragen? O Heere Jesus!
hoe pijnlijk is het voor mij uit den mond van
eene mijner geestelijke dochters zulke woorden te
moeten hooren! Wat heeft onze zuster N. u mis-
daan, om haar niet te willen onderdanig zijn?
Voorwaar, niemendal. Ik heb, volgens gewoonte,
geheel de zake goed onderzocht, en ondervonden dat
zij aan niets plichtig is. En in de onderstelling
dat zij zou plichtig zijn, is het u onbekend dat gij moet
bidden voor degenen die u kwaad willen, voor degenen
-ocr page 157-
VAN SINTE CHANTAL                                   l!j5
die u vervolgen en lasteren? Heb ik u wel ooit iets
anders geleerd?.... Meer schrijve ik u niet, om reden
dat ik voor den oogenblik met hoofdpijn gekwollen ben.
Tracht uit hetgeen ik u kome te zeggen vrucht te rapen,
mijne Dochter, en niet te vergeten dat ik als eene teedere
moeder, die hare kinderen allermeest bemint, tot u
spreke. Veel heb ik doen bidden voor u, en zelve bid ik
veel voor u, want ik heb medelijden met den ongeluk-
kigen staat waar gij u in bevindt. Doch ik koestere de
zoete hoop, dat gij van uw boosaardig leven zult afstand
doen en tot God rechtzinnig zult wederkeeren. Dat het
zoo zij. »
Dergelijke vriendelijke doch tevens kloekmoedige
brieven, zulke heilige gebeden, moesten ongetwijfeld
den besten uitval hebben. Het duurde niet lang of de
wederspannige Zusler kwam tot inkeer, en verklaarde
ronduit dat zij zich bekeeren wilde. Schoon is het om
lezen, hoe moeder de Chantal te werke gaat om haar
boetveerdig kind moed in \'t herte te spreken, te onder-
steunen, te vertroosten en te versterken. Overstelpt van
droefheid bij het nadenken harer geestelijke blindheid,
ging zuster de Morville zich vóór moeder de Chastelluz
nederwerpen, haar om vergiffenis harer misdaden smee-
ken, en in de tegenwoordigheid van al de Zusters
bekennen, dat zij te onrecht hare eerbiedweerdige
overste gelasterd had. Vervolgens liep zij, over van
leedwezen, naar hare cel, om haar \'t schoon en \'t lang
hair te laten snijden, en ook om al de tapijten en de
kostelijke voorwerpen, waar hare kamer vol van was,
kloekmoedig weg te nemen. Dat gedaan zijnde, vroeg
zij met de tranen in d\'oogen aan moeder de Chastelluz,
om weer haar novitiaat te mogen doen. Inderdaad zij
bracht er in de grootste boetveerdigheid en in het
stichtendste gedrag twaalf maanden door, waarna zij
met luider stem hare beloften vernieuwde in de koor.
-ocr page 158-
154
(.I.NI IIII.IM M>
Al de voornaamste ingezetenen der stad, door haar tot
de plechtigheid genood, hoorden hoe zij God om vergif-
fenis harer zonden bad, en waren getuige van de held-
haftigheid die zij liet blijken in deze omstandigheid.
Immers, met gebroken stem, en met het hert vol zuchten,
riep zij al met eens uit dat, daar zij sedert lang om hare
ondeugende handelwijze verdiende weggejaagd te wor-
den, zij zich voortaan als de ellendigste der Zusters zou
aanzien en ten eeuwigen dage onder haar de leegste en
laatste plaats bekleeden. Na hare bekeering leefde zij
maar vijftien maanden meer, binst dewelke zij gedurig
toenam in godsvrucht, om daarna te sterven in geur van
heiligheid (1).
Terwijl moeder de Chantal die boetveerdige Zuster
tusschen hare armen ontving en haar den kus van vrede
gaf, vernam zij eene mare waar zij sterk van aangedaan
was. De overste van een der kloosters van de Visitatie
was de omsluiting uitgegaan. Zij was vertrokken naai-
de wateren van Bourbon, en, bij hare terugreis, eenige
dagen gaan doorbrengen op het kasteel van haren
broeder. Men vertelde zelfs, zonder nogtans daar over-
tuigende bewijzen van te kunnen geven, dat, tijdens
haar verblijf te Bourbon, zij zoo preutsch en zoo lastig
geweest was om zich te doen dienen, dat de herbergiers
dikwijls uitriepen: « Van geheel ons leven hebben wij
eene zoo moeilijke non niet aangetroffen; zij levert ons
meer werk op dan een groote der aarde. » Daar moeder
de Chantal alsdan ziek te bed lag, en diensvolgens niet
bekwaam was om de plichtige overste in persoon te
gaan vinden, schreef zij haar eenen brief om \'t fijne van
geheel die droevige zake te kennen. « Mijne Dochter,
zegt zij, ik laat u vooreerst weten dat niet eene uwer
(1) Slichting van het klooster van Moulins, bladz. 69.
Levens van verscheidene oversten. Moeder Helena de Chas-
tellvtz,
Uadz. 262.
-ocr page 159-
VAN Sl.NTE UUVI\'Al.                                         \\\'ïi
medezusters mij, betrekkelijk uw weinig stichtend gedrag,
iets of wat hebben medegedeeld, maar dat ik daarvan
verwittigd geweest ben door eenen vreemdeling. Die
mensch heeft mij uwe reize naar de wateren van Bour-
bon, met al hare bijzonderheden, in \'t lange en \'t breed
uiteen gedaan; en, zoo het waarheid is hetgeen hij mij
van u gezegd heeft, dan hebt gij niet alleen de geheele
Orde, maar ook iedere uwer medezusters groote verer-
gernis gegeven. Want. naar het schijnt, zijt gij, verge-
zeld van eenen Miniem, van uwen broeder, van eenen
geneesheer, van eenige nonnen en van verscheidene
wereldlijken, met twee koetsen naar Bourbon gereden.
Wat meer is, men zegt dat, aldaar aangekomen zijnde,
gij u voor een gansch bijzonder mensch hebt doen
doorgaan, en dat, verre van eenvoudig te leven, gelijk
het eene non betaamt, gij zoo vermetel geweest zijt
van goede cier te maken en vele vrienden te gast te
noodigen. Indien de zaken geschied zijn gelijk ik u die
verhale, wees zoo goed, beminde Dochter, er geen
doekjes aan te winden en het mij openhertig te zeggen.
Dat gij, zooals het in \'t woord loopt, op doodzonde
verplicht geweest zijt u naar de wateren van Bourbon
te begeven, kan ik niet aanveerden, doordien de bisschop
uwer stad veel te voorzichtig en te verstandig is, om u
dergelijke dingen op zoo groote straf op te leggen.
Mijns dunkens hebt gij, volgens de getuigenis uwer
medezusters, kleine achting gehad voor Sint Franciscus
de Sales en voor mij, om reden dat gij onze inzichten
miskend hebt en uwe hooveerdigheid hebt ingevolgd.
Eindelijk, indien al hetgeen men mij wegens u verteld
heeft waarheid is, dan hebt gij, beminde Dochter, tegen
den geest van uwe Orde regelrecht gehandeld. Ik begeere
dat gij mij desaangaande een woordeken schrijvet. »
Toen die weinig stichtende overste de verlangens
van moeder de Chantal voldeed en haar eenen brief
-ocr page 160-
i:;6
GESCIIIEÜKMS
toestierde, was zij sterk misnoegd tegen hare mede-
zusters, omdat zij gedurig over haar gedrag morden.
Sinte Chantal, zulks gewaar wordende, liet dadelijk
weten aan de nonnen van dat klooster, dat zij het mis
hadden met tegen de wettige overheid op te staan, dat
zij geenszins bemachtigd waren om in oproer te leven,
dat zij zich steeds als gehoorzame kinderen gedragen
moesten, en zich fel behoorden te zwichten van alle
wederspannigheid aan hare kloostermoeder. « Indien,
zegde zij, gij meent redenen te hebben om over uwe
overste te klagen, doet zulks in alle ootmoedigheid en
liefde aan mij die u kan helpen; maar past op van zulks
te doen aan vreemdelingen, die u van geen nut kunnen
zijn. Nogtans laat ik u toe van te zeggen aan uwe
overste, dat zij den regel overtreedt, wel te verstaan, als
het inderdaad alzoo is gelijk men mij schrijft. »
Moeder de Chantal zond insgelijks eenen brief aan
de plichtige overste, om haar te kennen te geven dat zij
wist waar er van kwestie was. « Mijne welbeminde
Dochter, zegt zij, ik ben over uwe handelwijze hoogst
verwonderd. Zie, gij verklaart aan al degenen die u
naderen, dat gij mij bemint, dat gij mij hoogacht, dat gij
op mij betrouwt, en intusschentijd gij gaat op uw eigen
te werk, en verricht dingen die ik geenszins kan goed-
keuren. Is het niet waar, dat gij u naar de wateren van
Bourbon begeven hebt, zonder mij daar een woordeken
over te schrijven, bijgevolg uit eigene beweging? Ach!
laat mij toe dat ik het u zegge, ik weet hoe gij bestaat,
ik ken uwe slimme trekken. Als gij iets van kleine aan-
gelegenheid te verrichten hebt, o! alsdan zijt gij bezorgd
om mij in \'t breede te raadplegen, mij brieven op brieven
te schrijven, maar als er sprake is van iets buitengemeens
te doen, dan gebaart gij van niets en handelt volgens uw-
goeddunken. Toen vergeet gij dat ik uwe geestelijke
moeder ben en dat, wildet gij, ik u groote diensten zou
-ocr page 161-
la7
VAN S1NTE CHANTAL
kunnen bewijzen. En vervolgens wat gebeurt er? luister,
ik zal het u in alle rechtzinnigheid des herten kenbaar
maken : Als gij geheel \'t spel verbrod hebt en uw eigen
gedacht gedaan hebt, dan komt gij om raad, als ik u niet
meer helpen kan... Ziedaar uwe handelwijze, beminde
Dochter, is dat schoone van uwen kant, ik vrage het u?
Gelijk gij kunt bemerken, ben ik zoo dwaas niet als gij
wel meent, ja ik ken u goed en zal mij dooi1 u bij den
neus niet laten leiden. Ook moogt gij kwaad zijn of niet
kwaad zijn, dat trek ik mij niet aan, om reden dat ik
verplicht ben zoowel aan u als aan al de overige Zusters
der Visitatie de waarheid te zeggen. Ik doe al wat ik vóór
God denke te moeten doen, om mijne plichten van
moeder te kwijten. Ja, in al hetgeen ik u schrijve, heb ik
niet dan het welzijn van onze Orde vóór oogen. »
Daar die ongehoorzame overste niet ophield moeder
deChantal met schoone beloften te paaien, en ven-e was
van meegaande te zijn, besloot de Stichtster der Visitatie
die wedeispannige geestelijke dochter kerkwettelijk af te
stellen. Doch, eerdat zij dien pijnlijken maatregel nam
en zich tot den bisschop der stad, wien het alleen toe-
kwam zulks te doen, wendde, wilde zij aan die onge-
lukkige overste een laatste woordeken schrijven, ten
einde haar, tot het nederleggen van haar ambt, sterk op
te wekken. « Ik smeeke u, welbeminde Dochter, zegde
zij haar, uw ontslag zelve te vragen ; immers tot glorie
van God, tot welzijn van uw klooster en tot verheffing
van uwe Orde, zijt gij verplicht alzoo te werke te gaan.
Luister dan naar mijne raden, en zie gewilliglijk van uw
meesterschap af; zoo niet, zal ik mijnen toevlucht
nemen tot den Bisschop, en hem bidden u van alle gezag
en macht te berooven. »
Inderdaad, geene antwoord gekregen hebbende,
schreef moeder de Chantal aan den bisschop, om hem te
verzoeken met al die moeilijkheden gedaan te maken, en
-ocr page 162-
1!58
GESCH1EDKM1S
dadelijk tot het afzetten dier onverstandige overste toe te
treden. De eerste brief bleef zonder uitwerksel; immers
de kerkvoogd was voor de plichtige ingenomen. Doch
die eerste brief werd welhaast gevolgd van twee andere,
waarin Sinte Chantal geheel de zake in \'t lang en \'t breed
uiteen deed, zoodanig dat de bisschop, alles goed naden-
kende, eindelijk de oogen opende, en met moeder de
Chantal bekende niet te mogen gedoogen, dat dergelijk
wederspannig mensch aan het hoofd van een klooster
stond. Diensvolgens begaf hij zich naar het gesticht der
Visitatie, met \'t gedacht van zoo seffens alle zwarigheden
uit den weg Ie ruimen, en met het vast besluit van al
die ongemakkelijkheden te doen ophouden. De overste
werd, om reden dat zij de regelen merkelijk had over-
treden, kerkwettelijk afgesteld, en veroordeeld om
nimmermeer in de Orde een ambt, hoedanig ook, te
bekleeden. Zij zou verplicht zijn hare dagen in oneere
door te brengen, en zelfs het klooster, waar zij aan hare
medezusters tot verergernis gediend had, te verlaten,
om een ander te gaan bewonen.
Ten slotte, om in zoovele hindernissen ten eeuwigen
dage te voorzien, wilde men ook dat de nonnen die,
door eene plichtige toegevendheid, den kant van de
verwaande overste gehouden hadden, van woonst ver-
wisselden met sommige anderen, die om hare groote
deugd gekend waren, en wien het ongetwijfeld zou
gegeven zijn in het klooster den vrede en de vurigheid
andermaal te doen heersenen. En daar het gesticht vol
schulden was, zond onze Heilige aan elk een van de
huizen der Orde eenen brief toe, om die met den
ellendigen toestand van bovengemeld klooster bekend te
maken, en ze te verzoeken hetzelve krachtdadig ter hulp
te willen komen. Dan bemerkte men allermeest, hoe
groot de eendracht was, de liefde, de onbaatzuchtigheid
van al die gestichten. In die jaren van pest en hongers-
-ocr page 163-
VAN SINTE CHANTAL                                         1!)9
nuod waar wij welhaast de verwoestingen zullen van
vertellen, toen iedere geestelijke gemeente, om zoo te
/.eggen, gebrek had aan mondbehoeften, zoodanig dat
Sinte Chantal zelve bijwijlen placht uit te roepen : « Wij
bezwijken bijna onder de armoede, » wist elk klooster
zich gansch bijzondere lasten op te leggen, aanzienlijke
zelfopofferingen te doen, om in staat te zijn van onder-
stand te bieden waar het zoo sterk van noode was. Op
die wijze werd het arme huis uit de ellendige gesteldheid
waar het in verkeerde geholpen, en ging het, na eenige
jaren, voor een der bloeiendste en der beroemdste van
de geheele Orde dooi\'.
Overigens gat de afgezette overste aan al hare
medezusters zelve een onsterfelijk voorbeeld van de
manier op welke men zijne alom bekende fouten behoort
uit te boeten. Geduiende de twee jaren en eenige
maanden dat zij nog leefde, viel zij, alhoewel zij sterk
vernederd was. veel inwendige dorheden en pijnlijke
ziekten te lijden had, niet eens tegen God in klachten
uit: de gekruisigde Jesus was al haar troost. Vooral de
laatste weken die zij in deze wereld doorbracht, getuig-
den van hare buitengewone gevoelens van leedwezen en
boetveerdigheid. Zij stierf heiliglijk, nauwelijks zes en
dertig jaar oud zijnde, na, op het einde van haar leven,
tot troost gediend te hebben aan moeder de Chantal en
tot stichting aan hare medezusters.
Hoe had de eerbiedweerdige moeder de Chantal al
die werken, die afschaffing der misbruiken, die genezing
der zielen, die handhaving van de nauwkeurige onder-
houding der regels en der vurigheid tewege gebracht?
Moet gij het vragen ï Niet dan door hare vlijtigheid,
door hare heldhaftigheid, zachtmoedigheid en ootmoe-
digheid. « Welbeminde Dochters, schreef zij in den
laatsten briet welken zij haar, betrekkelijk de droevige
zake waar wij hierboven van gesproken hebben, toezond,
-ocr page 164-
160                         GESCHIEDENIS VAX SISTE CHANTAL
u moet ik zeggen dat, als ik u vermane en berispe, ik
zulks niet doe met \'t gedacht van meester te spelen,
maar enkel met \'t verlangen van u, wier oudste zuster
ik ben en wier volmaaktheid ik beooge en betrachte,
allermeest nuttig te zijn. »
Lichtelijk kan men begrijpen, door die brieven en
door de wijze op welke die zaken belegd zijn, wie
moeder de Chantal was: hoe zij uitscheen in kloekmoe-
digheid, in heldhaftigheid, in zachtmoedigheid, in een-
voudigheid en in voorzichtigheid. Gemakkelijk ook kan
men verstaan, hoe zij bereid was om alles te verdragen,
alles te lijden, alles te slachtofferen, eerder dan te
gedoogen dat de kleinste regelen van hare Orde over-
treden wierden, eerder dan toe te laten dat het minste
misbruik bijval kreeg. Doch, was zij streng om de
belangen der Visitatie te verdedigen, zij kwam niet
minder goed en bermhertig voor, als er kwestie was
van hare verdoolde kinderen, die tot God rechtzinnig
wederkeerden, andermaal te aan veerden. Zij mag eigent-
lijk, zooals Sint Dominicus of Sint Franciscus van
Assisi, voor de Stichtster van hare Orde niet doorgaan,
noch voor derzelver hervormster aanzien worden ; maar
zij mag zich vleien dat zij aan de stichting harer Orde
heeft medegewerkt, dat zij de inrichting daarvan, na de
dood van Sint Franciscus de Saies, op vaste gronden
heeft gesteld, dat zij de Visitatie geheel de wereld door
heeft doen kennen, ze tegen hare vijanden verdedigd
heeft en allermeest bezorgd is geweest om die te doen
groeien en bloeien; en. van dien kant, komt moeder
de Chantal ongetwijfeld onder het getal der beroemdste
personen wien de Kerk den naam van Stichters van
Orden geeft.
-ocr page 165-
Algemeene uitbreiding van de Orde der Visi-
tatie. — Reis van Sinte Chantal in Lorrei-
nen. — Hoe langer hoe meer doet God de
heiligheid van de eerbiedweerdige Sticht-
ster der Visitatie kennen.
1624-1626
ansch onmogelijk scheen het te zijn dat eene
Orde, die zoo goed bestierd was, die het
oefenen der deugd zoo sterk aanprees, die de
misbruiken zoo krachtdadig tegenging, en
die, na voor Stichter een heiligen en vriendelijken
bisschop gehad te hebben, thans onder het geleide van
eene heldhaftige en godvruchtige vrouwe stond, niet
alom gekend en haastig verspreid werd. Ook waren de
stichtingen groot in getal.
Ziehier hoe men handelde, als er kwestie was van
eenige stichtinge te doen. Een oogenblik vóór de afreis
knielden de Zusters, die met het inrichten van eene
nieuwe geestelijke gemeente gelast waren, te midden
van de kapittelkamer, neder, en beloofden plechtiglijk de
regelen, constitutiën en gebruiken of costumen der Visi-
tatie groot te achten, en te zorgen dat zij steeds door al
de leden van het aanvankelijke klooster allerbest onder-
-ocr page 166-
11,2
GESCHIEDENIS
houden wierden. Men maakte van die belofte gewag op
den kapittelboek, en de bovengemelde Zusters verhaast-
ten zich om dezelve te onderteekenen; dat gedaan zijnde,
zegden zij aan de andere nonnen vaarwel. Men ging
nogtans niet heen, zonder dat men voorafgaandelijk
daartoe den oorlof van den bisschop en van de magistra-
ten der plaats, waar men zich vestigen zou, bekomen
had (1). Indien de Zusters zich te peerd, gelijk het alsdan
in gebruik was, naar hare nieuwe woonst begaven, dan
hadden zij eene kap of een klein stamijnen sluier, die
vóór de oogen een weinig neerhangde, aan, en droegen
onder de kin eenen halsdoek (2). Indien men ze kwam
halen met de koets, dan moesten de personen die haai
vergezelden een ander rijtuig beklimmen, opdat zij,
evenals in het klooster, de gelegenheid zouden hebben
om ongestoord hare geestelijke oefeningen te doen. Om
dezelfde reden, toen zij te schepe naar hare nieuwe
stichting vaarden, waren zij bezorgd om in de schuit
afgezonderde plaatsen te bespreken. Bij hare aankomst
in de stad waar zij zich zouden vestigen, legden zij haar
stamijnen sluier af, gingen naar de kerk, hieven er den
Laudate Dominum aan, en stelden zich vervolgens pro-
cessiesgewijze op weg naar het huis dat voor haar bestemd
was, en, dat gedaan zijnde, verhaastten zij zich om den
bisschop of ten minstede geestelijke overheid van de
stad te gaan groeten, luidop verklarende dat zij steeds
kinderen van gehoorzaamheid zijn zouden (3). »
De eerste stichting waar men, na de dood van Sint
Franciscus de Sales, van te spreken wist, was die van
Marseille, welke gelukkiglijk maar weinig moeilijkheden
opleverde (11 Mei 1623). Tot het doen van die stichtinge
had de heilige bisschop alles gereed gemaakt, ja zelfs de
(1) Costumenboek, artikel II, Over de Stichtingen, blad/.. 6.
(2) Costumenboek van het klooster van Annecy, bladz. 56.
(3) Costumenboek, artikel II. Over de Stichtingen, bladz. 6.
-ocr page 167-
105
VAN SliNTE CHANTAL
Zusters die met de zorge van dat nieuvve klooster zou-
den gelast zijn, met naam en toenaam genoemd. Provence,
dat welhaast van huizen der Visitatie zou krielen, ont-
haalde de kinderen van Sint Franciscus de Sales met
blijdschap waar nogtans droefheid onder gemengd was,
om reden dat die geestelijke dochters als de levende
reliquieën waren van eenen der beroemdste bisschoppen
die God ooit aan zijne Kerke gaf (1). De overste heette
zuster Francisca-Margareta Favrot. Toen zij vernam dat
zij tot overste van het aanvankelijke klooster van .Marseille
was aangesteld, ging zij, gansch bekreten, zich vóór de
voeten van Sinle Chantal nederwerpen, zeggende, dat zij
onbekwaam was om een huis te bestieren, en vurig ver-
langde om geen overste te moeten zijn (2). Die ootmoedige
manier van handelen deed deugd aan het herte van Sinte
Chantal. « Indien gij wist, schreef zij korts nadien aan
moeder de Bréchard, wat voor een heilig mensen de over-
ste is die wij naar Marseille gezonden hebben, ongetwij-
feld zoudt gij van vreugde opspringen! Doch ik was van
gevoelen dat, om dergelijk een klooster te stichten, ik
eene mijner godvruchtigste kinderen geven moest (3) »
De stichtinge van Riom, in Auvergne, die weinige
maanden daarna plaats had (8 December 1623), was
insgelijks door Sint Franciscus de Sales voorbereid
geweest; doch buitengewone zwarigheden hadden den
bisschop belet zijne plannen uit te voeren. Na de dood
van den vermaarden kerkvoogd, trok moeder de Bréchard
zich de zake aan, en thans behooren wij tot eenige
bijzonderheden te komen, om te doen zien van den
eenen kant, wie moeder de Bréchard was, en van den
(1)  Handvesten van Annecy. Zie de Stichtinge van het
klooster va/n Marseille.
(2) Levens der eerbiedweerdige weduwen. Moeder Francisca-
Margareta Favrot,
III hoofdstuk.
(3)  Brief aan moederde Bréchard, te Riom. Juni 1623.
-ocr page 168-
164
GKSCHIEDEMIS
anderen, hoeveel moeite het soms kostte om een klooster
te stichten (1). »
De hinderpaal lag in den kwaden wil des burge-
meesters en der gemeenteraadsheeren, die, onder onder-
wendsel dat de stad arm was, en geen nieuwe lasten
kon dragen, weigerden hunne goedkeuring te geven.
Vruchteloos was mevrouw de Ghazeron, dochter van den
maarschalk de Saint-Géran, en eeredame van de koningin
Maria de Médicis, bereid om, tot het aankoopen van een
huis en tot onderhoud der Zusters, eene groote som
gelds te storten, vruchteloos zegden de bisschop van
Clermont, van wien Riom athing, en M. Demeurat,
luitenant-generaal der stad, een handje toe te steken, de
burgemeester en schepenen bleven doof langs die oore.
Het was noodig dat de koningin Maria de Médicis hun
schreef, om hare begeerte te doen kennen; doch, alsdan
verplicht zijnde hunne toestemming te geven, kwamen
de gemeenteraadsheeren met zeer lastige voorwaarden
aan den dag, \'k versta, dat de Zusters een goeden borg
zouden stellen en gedoogen dat de stad en derzelver
inwoners van alle onkosten vrij gingen, hopende alzoo
dat de Zusters van hare onderneming zouden afzien. Zij
kenden moeder de Bréchard niet. Gehoord hebbende dat
de machtiging was toegestaan, vertrok zij, ofschoon
weinig voldaan over de handelwijze der magistraten van
Riom, dadelijk naar die stad, ging de gemeenteraads-
heeren groeten en begon de stad te doorloopen, om zich
eene gevoeglijke woonst te bezorgen. De gemeenteraads-
heeren, die maar met tegenzin hunne goedkeuring
gegeven hadden, en enkel om de koningin te behagen,
spraken moeder de Bréchard met onbeleefdheid toe, haar
verklarende dat, alvorens een huis aan te koopen, zij
gehouden was den geëischten borg te stellen. Moederde
(I) Stichtinge van het vijftiende klooster der Visitatie, in
de stad Riom,
bladz. 177.
-ocr page 169-
VAM SI.NTE UUM.U.                                         16S>
Bréchard had hare maatregelen genomen, en, in \'t door-
kruisen der stad, had zij vele deftige mevrouwen aan-
getroffen die zich verheugden voor de kinderen van Sint
Franciscus de Sales borge te blijven. Die borg gevonden
zijnde, kocht zij een huis dat dichtbij het gerechtshof
gelogen was, en reeds begon men met de omheinings-
muren op te richten, toen een deurwaarder haar liet
weten dat men zoo seffens de werken staken moest, om
reden dat die bouwinge de zalen des gerechtshofs ver-
duisterde. Moeder de Bréchard aarzelt niet een oogenblik;
zij verkoopt aanstonds dat huis, en verschaft zich een
ander in eene afgezonderde plaats, ten einde aan de
gemeenteraadsheeren zelfs de mogelijkheid van eene
hairklieverij te betwisten. Zij meende er in gelukt te
hebben, toen een onweder schrikkelijke!\' dan ooit al met
eens losbarst en haar dwong de stad uit te gaan. Onder
de dames die voor de nonnen borge gebleven waren telde
men mevrouw Dalet, die, gelijk men weet, weduwe was,
en moeder van vier minderjarige kinderen. Üe vijanden
der Zusters zorgden om uit die omstandigheid voordeel
te trekken. Op het zeggen van eenen advocaat, door-
wandelde men, vergezeld van die vier kleine kinderen,
de straten van de stad; daarna bood men die de gemeente-
raadsheeren aan, hen smeekende de vaders van die
verlatene weezen te willen zijn. Dat mevrouw Dalet hare
kinderen verlaten had, was volstrektelijk valsch;doch
het volk, gelijk het gemeenlijk gaat, werd, zonder juist
te weten waarom, woedend, en moederde Bréchard was
genoodzaakt uit de stad af te reizen en zich naar Mont-
ferrand te begeven.
Men dacht van de stichtinge van Riom voor goed te
moeten afzien; \'t was het gevoelen van Sinte Chantal.
h Daar God toelaat, schreef zij aan moeder de Bréchard,
dat wij van wege de gemeenteraadsheeren van Riom
zooveel lastige tegenkantingen ontmoeten, zult gij, mijns
II.                                                        SINTE CHANTAL 11
-ocr page 170-
166
lüsi.iiii m:\\is
dunkens, wél doen met die stichting voorzichtiglijk en
eenvoudig weg op te geven. » En zij raadde moeder de
Bréchard aan, de Zusters naar Lyon te geleiden, van-
waar zij gemakkelijk naar de steden, die sedert lang
naar nonnen der Visitatie vraagden, zouden gezonden
worden (1).
Eerdat zij de verlangens van Sinte Ghantal, die niet
dan raden en geenszins bevelen waren, voldeed, wilde
moeder de Bréchard eene uiterste poging wagen. Zij
verliet Montferrand waar, zooals wij gezegd hebben, zij
zich voor eenige oogenblikken verstoken had, en keerde,
ofschoon men vreesde dat er haar smaad zou aangedaan
worden, tegen den avond, heimelijk naar Riom weder.
Toen men vernam dat zij teruggekomen was, ontstond er
inderdaad eene groote beweging onder het volk. Vruchte-
loos verklaarde zij dat zij niet dan den vrede beoogde en
betrachtte, dat zij nooit tegen de inzichten der gemeente-
raadsheeren zou handelen; dat zij enkel uit Montferrand
afgereisd was om met de magistraten der stad in gesprekke
te treden, men bleef tegen haar verbitterd. De gemeente-
raad vergaderde dadelijk, om dat geschil te beslechten.
Men zag van alle kanten, zeggen de Gedenkschriften,
naar het stadhuis personen gaan die op den ondergang
van het nieuwe klooster zoodanig uit waren, dat men zou
gemeend hebben het geluk van het Land daarvan af te
hangen. Eenigen zelfs riepen langs de straten, gelijk
weleer de Joden tegen Onzen Lieven Heer: « Weg met
die nonnen! weg met die nonnen! » Die booze handel-
wijze was oorzaak dat sommige brave menschen zegden
in de Zusters der Visitatie de bruiden van den gekrui-
sigden Zaligmaker te erkennen. In den gemeenteraad
werd er besloten dat de Zusters de stad moesten verlaten,
zoo niet dat zij met de hooger macht zouden te doen
(1) Brief van den 17 September 1623.
-ocr page 171-
VAN 8INTE CUAMTAL                                   167
hebben. Men maakte aanstonds de overste van het klooster
met dat besluit bekend. Deze, tegelijk ootmoedig en
heldhaftig, antwoordde dat zij op het eerste woord van
moeder de Chantal zou aangaan, maar eerder niet.
Die manier van spreken verbitterde het volk.
Men liet weten aan moeder de Bréchard dat er, met den
aanstaanden nacht, voor het plegen van eenige gewelde-
narijen zou te vreezen zijn. De Heer de la Lande, die
omtrent zeventig jaar oud was, ging, in zijne genegen-
heid tot de Zusters, eene hellebaard halen, en ver-
klaarde, dat hij zich vóór de poort van het klooster zou
nederleggen, en niet gedoogen dat men die, zonder over
zijn lichaam te stappen, binnenging; hetgeen aan
moeder de Bréchard en aan hare medezusters gelegen-
heid gaf om eens hertelijk te lachen. Inderdaad eenige
vrienden van het klooster brachten den nacht in de
spreekkamers door, doch gingen van alle moeilijkheden
vrij. Des anderendaags, lieten de gemeenteraadsheeren
andermaal weten aan de nonnen, dat zij dadelijk te
vertrekken hadden. Slechts stond men haar toe eenige
dagen in de stad te verblijven, opdat zij hare zaken in
goede orde zouden kunnen stellen. Iemand anders dan
moeder de Bréchard zou ongetwijfeld van droefheid
overstelpt geweest zijn. Doch zij werkte voor God, en
had het geluk menige brieven van Sinte Chantal te
ontvangen, die niet weinig hielpen om haar te troosten,
te versterken en te bestieren. « Mijne goede Zuster,
schreef haar de Stichtster der Visitatie, hoe pijnlijk valt
het mij te vernemen dat gij zooveel tegenkantingen
ontmoet! Voorzeker zal het die magistraten vroeg of laat
berouwen, dat zij zoo leelijk met u gehandeld hebben.
De Heer vergeve het hun, en verleene u de gratie en de
kracht, om die netelige taak met vele zachtmoedigheid
en ootmoedigheid af te doen. Ik bid u, welbeminde
Zuster, u te herinneren, hoe onze eerbiedweerdige
-ocr page 172-
168
GESCHIEDENIS
Vader gewoon was te werke te gaan in dergelijke
omstandigheden..... Hij wilde van geen geweld hooren
spreken, noch dat men het onbeleefde volk lastig viel.
Daarom meen ik dat gij, achtbare Zuster, u wijselijk
zult gedragen, zoo gij zonder veel gerucht te maken,
gelijk ik het u reeds geschreven heb, uit Riom
afreist (l). »
Onze Heilige hield altijd aan, opdat men van die
stichtinge zou afzien. Moeder de Bréchard had besloten
die verlangens van Sinte Chantal te voldoen, en reeds
had mevrouw de Dalet, alles voorbereid, tot het geleiden
der Zusters naar Lyon, toen deze mevrouw groote hoop
kreeg dat die stichtinge van Riom eindelijk moeder de
Bréchard zou gelukken.
Uit haar klooster verdreven, hadden de Zusters
eene schuilplaats gezocht in een huis dat aan mevrouw
de Montfan, moeder van dame de Dalet, toebehoorde.
Bij geval paalde deze woonst aan die van den advocaat
die haar zoo menige leekenen van vijandschap gegeven
had, en wiens werkkamer op zulke wijze was ingericht,
dat hij gemakkelijk kon zien al wat de Zusters den dag
door deden. Haar stilzwijgen, hare ingekeerdheid, haar
zang, de regelmatigheid harer geestelijke oefeningen,
maakten buitengewonen indruk op dien advocaat, en
waren oorzaak dat hij van gedachten en van hert veran-
derde. Hij werd haar vriend, en, om het kwaad te her-
stellen welk hij haar had toegebracht, trachtte hij haar de
machtiging, haar door de gemeenleraadsheeren ontnomen,
andermaal te bezorgen. De koningin Maria de Médicis,
van haren kant, schreef, om aan al die zwarigheden een
einde te stellen, brieven op brieven aan Mgr den bis-
schop van Clerniont, aan M. Demeurat, luitenant-gene-
raal van Riom, en aan de heeren magistraten zei ven. Men
(1) Handvesten van de Visitatie van Annecy. Brief van,
5 October 1623.
-ocr page 173-
VAN SUITE CHANTAL                                      169
meende dat alles goed tewege was ; doch wat kon men
verwachten van menschen die zich door de eigenliefde
lieten verblinden? Al die brieven en al die pogingen
dienden tot niets tenzij om moeder de Bréchard en hare
medezusters sterker dan ooit te bedroeven en te ver-
nederen. Moeder de Chantal stortte tranen in overvloed,
toen zij van dat smertend nieuws kennis kreeg. « Eilaas!
riep zij uit, is het wel mogelijk niet te weenen, als men
denkt aan al de pijnlijkheden, tegenkantingen, lasterin-
gen en vervolgingen die mijne goede en welbeminde
geestelijke dochter heeft uit te staan! Ongetwijfeld,
achtbare Medezuster, wil God u door het kloekmoedig
dragen van al die kruisen, naar den hemel leiden (1). »
En nadat zij moeder de Bréchard wat getroost had,
vertrok zij aanstonds naar Riom (2), met \'t inzicht van
dat geschil te vereffenen of van de Zusters mede te
nemen. Zij kwam te Riom den 27 November 1623 aan,
en verbleef er enkel drij uren, zich naar Montferrand
begevende; doch, in drij uren tijds. lukte zij er in die
netelige zaak, waar de koningin geen weg mede geweten
had, allerbest af te doen. De gemeenteraadsheeren, wien
onze Heilige een bezoek aflegde, lieten zich gezeggen en
keurden, hoogst ingenomen als zij waren van de een-
voudigheid, de ootmoedigheid en de rechtzinnigheid van
Sinte Chantal, het nieuwe gesticht goed, zeggende, dat
zij haar volgeern toestonden wat zij tot dan toe aan
menigeen geweigerd hadden. De plechtige inrichting
van het klooster zou plaats hebben op 8 December,
ofwel omdat men het mysterie der Onbevlekte Ontvan-
genis bijzondere eere begeerde te bewijzen, ofwel omdat
moeder de Chantal, die zich naar Montferrand begeven
moest, niet vroeger naar Riom kon wederkeeren. Die dag
(1)  Leven van moeder de Bréchard. Brief van 24 Novem-
ber 1623.
(2)  Stichting van het klooster van Riom, liladz. 175.
-ocr page 174-
170
i.i:si lilKbKNis
aangebroken zijnde, werd er, in het kleine huis waar
moeder de Bréchard uit verjaagd geweest was, tegenover
eenen autaar die krielde van de edelgesteenten dei-
dames van de stad, met de toestemming van eenieder,
zelfs van Burgemeester en schepenen, de akte van
stichtinge des kloosters plechtiglijk afgelezen door den
Zeer Eerweerden Heer Officiaal des bisdoms, de omhei-
ning vastgesteld, de mis gedaan, en den Te Deum
gezongen, om God vooralle ontvangene weldaden vurig-
lijk te bedanken (1).
Wat moeder de Chantal opwekte om naar Mont-
Ferrand te gaan, was eene kwestie die even zoo moeilijk
en zoo belangrijk was om te verhandelen als die dei-
stichting van een klooster te Riom. Korts nadat de gravin
de Dalet door Onzen Lieven Heer met een ongemeenen
geest van gebed begunstigd geweest was, en begrepen
had hoe gelukkig het is non te zijn, werd zij door Hem
met eene nog grooter weldaad verrijkt. Op zekeren dag
\'t was de 2 Juli, feest der Visitatie, wist zij, van de
communiebank naar hare plaats keerende, al met eens
van eene diepe ingetogenheid te spreken; het docht haar
dat zij in eene verrukkinge van zinnen zou geraken.
Eensklaps ontwaarde zij een eerbiedweerdigen bisschop,
die den stiel van metselaar uitoefende. Hij was aan
\'t bouwen van een nieuw huis, en bezig met alles in
goede orde te stellen. Zij wilde dat huis binnengaan;
doch zij vond er de deur niet van, en terwijl zij sterk
verlegen voorkwam, hoorde zij eene stem die zegde :
« Bid en hoop, gij zult die later vinden. » Toen zij,
eenige maanden daarna, voor de eerste maal Sint Francis-
cus de Sales bejegende, riep zij met verwondering uit:
« Ziedaar, ziedaar den bisschop van mijn vizioen ! » Te
rekenen van dien dag deed zij belofte van zuiverheid, en
(1) Stichting van het klooster van Piom, bladz. 177.
-ocr page 175-
171
VAN SI.NTE CHANTAL
maakte het vast voornemen de Visitatie in te gaan zoo-
haast hare vier kleine kinderen hunne opvoeding zouden
ontvangen hebben.
Men was van dien tijd nog veraf, want het oudste
kind begon schaars alleen te loopen, en het jongste was
enkel één maand oud. Ondertusschen begaf zij zich
dikwijls naar het klooster van Montferrand waar zij de
stichtster van was, en spaarde geene moeite om, in de
onmogelijkheid waar zij tegenwoordig in verkeerde van
het nonnenkleed der Visitatie aan te trekken, er den
geest ten minste van aan te nemen. Alles ging wél gedu-
rende eenige jaren; maar later barst het onweder los.
Een der machtigste heeren van het koninkrijk, nog
jong en reeds weduwenaar, slechts éénen zoon en ééne
dochter hebbende, die omtrent even oud waren als de
zoon en de eerstgeboren dochter van mevrouw de Dalet,
tegelijk aangelokt door de eerlijke faam der gravin en
door de hoop van terzelfder tijd drij vermaagschappin-
gen tewege te brengen, kwam op zekeren dag bovenge-
melde mevrouw ten huwelijk verzoeken. De moeder der
gravin was over die vrage hoogst voldaan, en stelde alles
in \'t werk om de toestemming van hare dochter te
bekomen. Wijl hare pogingen haar niet lukten, verga-
derde zij eenige beroemde godgeleerden en kloosterlin-
gen, opdat zij over die gewichtige zake hun oordeel
zouden strijken en aan mevrouw de Dalet opentlijk ver-
klaren, dat zij in conscientie verplicht was met dien heer
in den echt te treden. Daar die theologanten, ofschoon
zij haar sterk aanraadden dat huwelijk aan te gaan, haar
daartoe niet pramen wilden, moest men trachten haar op
eene andere manier tot zich te winnen. Wat dan uitge-
peisd? Zie, men gebiedt aan hare vier kinderen, wien
men gezegd had een tooneelstukje te spelen, de kamer
binnen te komen. Nauwelijks waren die kleinen de ver-
gadering ingestapt of, de gegeven les indachtig, vlogen
-ocr page 176-
172
GESCHIEDENIS
de eenen hare moeder om den hals, wierpen de anderen
zich vóór hare voeten neder, haar smeekende met hen
medelijden te hebben en hen niet te verlaten. Mevrouw-
de Dalet bekende later, dat haar alsdan het herte brak
van de groote aandoening.
Korts daarna, toen mevrouw de Dalet, vergezeld
van hare moeder en hare vier kinderen Mgr den bisschop
van Clermont, die haar nabestaande was, een bezoek
aflegde, bemerkte zij al met eens, op den oogenblik dat
zij zich daar het minst aan verwachtte, dat hare moeder
knielde vóór de voeten van den bisschop, ze met tranen
besproeide, en haren bloedverwant luidop verzochte niet
te gedoogen dat hare dochter ooit het nonnenkleed der
Visitatie zou aantrekken; integendeel, dat hij haar sterk
zou willen opwekken, om den huwelijken staat te aan-
veerden. Daar het vruchteloos gepoogd was, riep
mevrouw de Montfan, moeder van dame de Dalet, eenen
familieraad bijeen. Allen hielden aan, opdat zij met den
jongen weduwenaar in den echt zou treden, haar met
hunne verontweerdiging dreigende, zoo zij langer aan
hunne vurige smeekingen doof bleef. Mevrouw de Dalet,
niet wetende hoe zij die lastige uitnoodigingen behoorde
te beantwoorden, en overtuigd dat het hooge tijd was
aan al die hertscheui ende schouwspelen, die tot nadeel
van hare gezondheid verstrekten, een einde te stellen,
knielde middenin de vergadering op den grond, en
verklaarde dat, te beginnen met den dag waarop heur
welbeminde echtgenoot haar door de dood onttrokken
geweest was, zij belofte van eeuwige zuiverheid gedaan
had, en die naderhand wel honderdmaal vernieuwd
had. \'t Was alsdan dat mevrouw de Montfan woedende
dul werd. Zich zelven niet kunnende bedwingen, ging
zij op hare dochter los, overlaadde haar met smaad-
woorden, en zelfs met vuistslagen, en, alhoewel men
in \'t herte van den winter was, verjaagde zij haar uit
-ocr page 177-
173
VA.N SINTE CHANTAL
het kasteel met hare vier kinderen, dadelijk bevel
gevende dat men deszelfs wipbrug zou ophalen, de poort
sluiten en den sleutel mede nemen. De jonge gravin de
Dalet, aldus uit hare eigen woonst verdreven, was ver-
plicht het jongste haver kinderen in haar opgevouwd
kleed neer te leggen, het tweede op haren rug te dragen,
terwijl zij aan de anderen, die insgelijks nog zeer klein
waren, eene hulpveerdige hand bood; een lands-
man, over dat pijnlijk tooneel hoogst bewogen,
verschafte hun eene schuilplaats gedurende den nacht
die\'aanbrak. « Ja, achtbare Overste, schreef mevrouw
de Dalet te dien tijde aan moeder Favre, ik ben,
om mijn welbeminden roep te kunnen volgen,
geslagen en gegeeseld geweest; doch, onder al de mis-
handelingen die mij alsdan ten deele vielen, is die van
met mijne kinderen onmenschelijk uit het huis mijner
ouders gebannen te zijn, ongetwijfeld de grootste en de
lastigste geweest om te lijden. Zoo gij ooit arme vrouwen
gezien hebt die kinderen op haren rug en in hare handen
dragen, dan kunt gij u inbeelden hoedanig ik gesteld
was. Doch, wat is God toch goed en bermhertig! Zie,
ofschoon ik in die omstandigheid mijne kleine kinderen
niet kon aanschouwen zonder bittere tranen te storten,
gevoelde ik mij eventwel inwendig zoo tevreden en zoo
blijde dat, ware het voor den oogenblik niet onbetamelijk
geweest, ik aan \'t zingen zou gegaan zijn. Toen ik door
mijne, moeder schandelijk uit het kasteel verdreven
wierd, was een akkerman zoo goed mij met gulhertigheid
te herbergen. Dezes vrouw gaf mij twee van hare hoofd-
doeken te leen, waar ik voor mij en mijne kinderen
slaapmutsen van maakte; daarenboven stelde zij haal-
bed, waar ik mijne vier kleinen in nederlegde, te mijnen
dienste; wat mij betrof, ik had zooveel dingen te vragen
aan God, dat ik dien nacht weigerde eenige rust te
nemen. »
-ocr page 178-
174
GESCHIEDENIS
Die geweldenarijen waren van korten duur. Mevrouw
de Montfan herinnerde zich dat zij moeder was, en riep
hare dochter uit haar ballingschap terug. Sint Franciscus
de Sales werd voor bemiddelaar gekozen, en wist door
zijne zachtmoedigheid, gematigheid en gezond oordeel
geheel die pijnlijke zake wél af te doen. Er wierd vast-
gesteld dat mevrouw de Dalet in de wereld nog eenigen
tijd zou verblijven, dat zij ondertusschen zou zorgen om
hare kinderen eene christelijke opvoeding te geven, en
hen tegen de listen der booze wereld te wapenen. Men
zegde haar ook, dat zij niet verplicht was een tweede
huwelijk aan te gaan, en dat zij, volgens beliefte, al de
goede werken mocht verrichten waar zij genegenheid toe
gevoelde.
Ongelukkiglijk, sedert de dood van Sint Franciscus
de Sales, waren de moeilijkheden weder aangevangen,
en de stichting van het klooster van Riom hielp niet
weinig om die nog te doen aangroeien. Op hare beurt
moest Sinte Chantal, als middelares optreden tot het
vereffenen van het aloude geschil tusschen moeder en
dochter. Voorzichtig en bedaard, doch vol kloekmoedig-
heid en zielskracht, lukte zij er in beide mevrouwen tot
iede te brengen. Aan de moeder, zegde zij, dat het een
schelmstuk heette iemand, uit baatzucht, te willen lastig
vallen om nogmaals te trouwen, toen het zonneklaar was
dat God het anders begeerde. Aan de dochter integendeel
gaf zij te verstaan, dat men van de beste zaken kan mis-
bruik maken, en dat, in afwachting dat zij haren roep
kon volgen, het hoogst noodzakelijk was voor haar met
hare moeder en hare kinderen goed overeen te komen.
Mevrouw de Dalet luisterde naar die gewichtige en zalige
vermaning. Zij verbleef nog meer dan tien jaar in de
wereld, allermeest om het welzijn harer kinderen, wien
zij eene deftige opvoeding verschafte, bekommerd, doch
steeds van de Visitatie ingenomen, reeds middenin hare
-ocr page 179-
van sim e chantal                               17-J
bezigheden een kloosterleven leidende, onder haar
costuum van gravin een hairen kleed dragende, en zich
enkel één- of tweemaal \'s jaars, \'k versta als er kwestie
was van eenige bijzondere bezoeken af te leggen, van
koets of van rosbaar bedienende. Eindelijk, na vijftien
jaar wachtens, des anderendaags van het huwelijk harer
laatste dochter, had zij het geluk het nonnenkleed aan te
trekken, en, door eene gansch buitengewone uitzonde-
ring waar men geen twee voorbeelden in de Orde der
Visitatie van aantreft, werd zij, twee dagen na het uit-
spreken harer kloosterbeloften, door Sinte Chantal tot
overste van het klooster van Montferrand aangesteld (1).
Na die zake van belang ten einde gebracht te hebben,
vertrok moeder de Ghantal naar Chambéry, waar eene
stichting, die, sommige netelachtige omstandigheden
daargelaten, sedert lang en gedurende het leven zelfs van
Sint Franciscus de Sales zou gedaan geweest zijn, op het
punt was haar te gelukken. Onze Heilige heeft zelve ons
met de troostelijke beginselen van dat klooster, welk in
de nabijheid lag van de stad Annecy, bekend gemaakt.
Dat alles wél uitviel, kan men gemakkelijk begrijpen als
men denkt dat Annecy, de naburige stad van Chambéry,
nog weergalmde van de predikingen des heiligen bisschops
van Geneve, van de uitstekende bekeering van moeder
Favre, en van den wonderbaren roep van moeder de
Beaumont.
« Ik, zegt moeder de Chantal, en mijne medezusters
Maria-Adriana Fichet, Claudia-Maria ïhiollier, Maria-
Gasparda Davise, Gasparda-Angelica Brunier, Claudia-
Agnes Dalos, Claudia-Cecila de Chatel, en Joanna-Ste-
phania Guyot reisden af uit Annecy den 14 Januari 1624.
en kwamen, in het aangenaam gezelschap van M. Michiel
(1) Levens der ■weduwen. — Anna-Theresia de Préchonnet
(in de wereld gravin de Datet), kloosterzuster en stichtster van
de Visitatie vau Monttèrrand.
-ocr page 180-
176
<;eschiei>en!S
Favre, onzen biechtvader, en van veel andere geeste-
lijken en wereldlijken der stad Annecy, den 13 van
bovengemelde maand, te Chambéry aan. Deszelfs
beroemde prins, Mgr Thomas had eene zijner koetsen te
onzer beschikking gesteld, hierdoor te kennen gevende
hoe blijde hij was in zijne stad een klooster der Visitatie
te bezitten. Te rekenen van dien oogenblik, hield hij niet
op ons met weldaden te begunstigen, ons te helpen overal
waar hij het noodig oordeelde. Zijn eerste gedacht was
geweest ons processiesgewijze naar ons klooster te doen
geleiden; doch, op ons aandringen, had hij toegestaan
dat wij, arme nonnen die sterk de eenvoudigheid bemin-
nen, met wat mindere praal in onze nieuwe woning voet
zetteden. Ons huis was van zooveel volk omringd,
dat, in weerwil van de maatregelen die zijne Hoog-
heid genomen had, wij groote moeite hadden om onze
kapel, waar reeds het H. Sacrament plechtiglijk ter
aanbidding der geloovigen was uitgesteld, binnen te
gaan (4). De goede en godvruchtige heer Moris, pastoor
van Lémenc, bood ons, bij onze intrede in de kapel,
wijwater aan en bewierookte ons. Dadelijk ging men
aan \'t zingen van den Te DeAim en van andere zielroe-
rende kerkliederen. De zeer eerweerde deken gaf de
zegening met het H. Sacrament; en daarna, werden wij,
vergezeld door de misdienaars, die ons met brandende
toortsen voorafgingen, naar onze koor geleid. Wij hieven
den lofzang Laudate Dominum aan, traden onze trooste-
lijke bidplaats binnen, en bedankten den heer deken en
de kinderen voor bewezen diensten. Het H. Sacrament
(1) Daar de ootmoedige Sinte Chantal aan prins Thomas
gevraagd bad haar eenvoudig weg te willen onthalen, had die
machtige der aarde zich tevreden gehouden met in de kapel der
Zusters, tegen hare aankomst, het H. Sacrament te doen uitstellen
<i Ongetwijfeld, zegde hij, zal het de brave moeder de Chantal
meer aanstaan Onzen Lieven Heer te zien, die haar wacht, dan
getuige te zijn van veel uitwendige!) Juister. » (Gedenkschriften
van Moeder de Chaugy,
bladz. lt)2.)
-ocr page 181-
175
VAN SIXTE CIIANT.VL
bleef drij dagen lang uitgesteld, om reden dat men, met
Sint Antonius\'feest.dieop den derden dag viel, begeerde
de plechtigheid te zien eindigen. Volgens het verlan-
gen van den prins, werd het volk ook nog dien dag in
de kapel toegelaten, en des avonds, nadat de Zusters de
Completen en de litanie van Onze Lieve Vrouwe gezon-
gen hadden, zegende de zeer eerweerde heer deken eene
laatste maal al de aanwezigen met het Hoogweerdige.
De plechtigheid werd gesloten met het aanheffen van
eenige schoone en welgepaste kerkliederen waar eenieder
hoogst van ingenomen was (i). »
Ziedaar eenigerwijze het schriftelijk verslag van de
inbe/.ittreding der geestelijke kinderen van Sint Fran-
ciscus de Sales te Chambéry. \'t Is het werk van Sinte
Chantal. Spijts hare groote ootmoedigheid, is zij ver-
plicht van de zegepraal dier stichtinge te spreken: van
den prins die zijne koets te haren dienste stelt en die
vraagt om haar processiesgewijze te mogen afhalen; van
het volk dat haar met geheele benden te genioet loopt en
haar belet om zoo te zeggen de kapel in te gaan; van de
mevrouwen die drij dagen lang het H. Sacrament
bezoeken ; en van de geestelijken zelf die haar verwelko-
men, haar met wijwater besproeien en haar bewierooken.
Onder de priesters bemerkte men de heilige en ootmoedige
heer Mauritius Maupéau, die de verwondering van Sint
Franciscus de Sales uitmaakte, en die, met de aankomst
van de Zusters der Visitatie te Chambéry, eene belang-
rijke pastorij vaarwel zegde, om den troost te hebben
van haar biechtvader te zijn. Hij stond zijn leven lang te
haren dienste, zonder daar wat geld te willen voor aan-
veerden, met groote ootmoedigheid uitroepende: « dat hij
zich gelukkig achtte het arme hondje der geestelijke
gemeente te wezen. Welnu, voegt hij er bij, tot loon van
(1) Handschriftelijke geschiedenis van het klooster van
Chambéry,
bladz. 208.
-ocr page 182-
178
GESCIÜEIIKMS
zijne getrouwheid, vraagt de hond naar niets andere dan
dat zijn meester hem een stuk broods zou geven. Meer
wensche ik niet, om reden dat ik nog een appelken
tegen den dorst gespaard heb (1). »
Ondertusschen dat, door het toedoen van de eerbied-
weerdige moeder de Chantal, een klooster te Chambéry
tot stand gebracht wierd, zorgde moeder de Blonay,
overste van Lyon, dat er te Avignon ook een uit den
grond oprees. In deze stad leefde er eene buitengewoon
deugdzame weduwe, met name mevrouw de Capelis.
Getrouwd in den ouderdom van twaalf jaren, moeder aan
zestien jaar en weduwe aan zeventien, had zij zich
niet gansch bijzondere kloekmoedigheid den Heere
opgedragen, niets zoozeer verlangende dan in versterving
de beroemdste heiligen te evenaren. Haar biechtvader
die bemerkte dat zij om hare ongemeene lichamelijke
hoedanigheden sterk door den duivel bekoord wierd,
stond haar toe een streng leven te leiden. Drijmaal
daags bracht zij zich geeselslagen toe, en dat met zoo
groot geweld, dat zij eene kan met water van noode had,
om het bloed dat opden muur van hare kamer gesprongen
was, behendig weg te nemen. Niet zelden, ja bijna altijd
droeg zij een hairen kleed, eenen boetgordel en een
ijzeren riem. Zij vastte gedurende dertig achtereen-
volgende jaren, niet dan omtrent ten tweeën van den
namiddag een broodje etende. In hare kamer had zij,
volgens haren rang, een schoon kostelijk bed waarop zij
zich des nachts eenige oogenblikken te slapen legde,
opdat niemand, het bed gekreukt zijnde, van hare ver-
sterving zou te spreken weten. Doch steeds stond zij na
eenige minuten uit dat bed op, belegde den vloer van de
kamer met een tapijt, en liet daarop hare vermoeide
ledematen rusten, totdat het tijd was om de metten der
(\\) Handschriftelijke geschiedenis van het klooster van
Chambéry,
bladz. 2)0.
-ocr page 183-
17<»
VAN SINTE CHANTAL
EE. PP. Augustijnen, wier officie zij altijd aandachtig
volgde, te gaan bijwonen. Dagelijks bracht zij zes uren
over in het gebed, en besteedde het overige van haren
tijd aan \'t bezoek der armen wien zij naar ziel en lichaam
groote diensten bewees. Zij stierf in den ouderdom van
drij en zestig jaar, den 31 Augustus 1612, bij eenieder
voor eene heilige doorgaande (1). De eerbiedweerdige
Cesar de Bus, stichter der Paters van de Christelijke
leering, haar biechtvader, verklaarde nooit godvruchtiger
ziel gekend te hebben.
Onder het bestier van die achtbare weduwe hadden
eenige jonge dochters, die naar hare raden luisterden
en hare voorbeelden volgden, plaats genomen, hopende
weldra tot Zusters van eene Orde gemaakt te worden. De
dood der stichtster bracht wat verwarring in die kleine
geestelijke familie. Eenige dier dochters kregen van die
manier van leven eenen afkeer en gingen de wereld
wederom in; andere trokken in strenge kloosters het
nonnenkleed aan; enkel bleven er negen of tien over,
die Blanca Morarde, eene harer, tot overste verkozen, en
besloten onder den regel van Sinte Ursula een afgezon-
derd leven te leiden. Haar ontbraken noch edelmoedig-
heid noch ijver. Echter kwijnde grootelijks het werk.
Degenen die met deszelfs bestier belast waren, kwamen
met elkander niet overeen. Die brave dochters stonden in
beraad wat zij doen zouden, toen het juist gebeurde dat
men haar sprak van de Visitatie, van de zachtheid harer
regelen, van de volmaaktheid haars geests, en van het
geluk dat haar wachtte, bijaldien zij er in lukten eenige
Zusters der Visitatie naar Avignon, waar zij een huis
zouden stichten, te doen afkomen. Haar allen behaagde
het ontwerp, en men gaf daarvan kennis aan moe-
(1) Zie de Stichting van het klooster van Avignon.
bladz. 191. Zie ook het Leven van mevrouw de Capelis. 1 boek-
deel in-12, Avignon, 1684.
-ocr page 184-
180
GESCHIEDENIS
der de Blonay. Deze, die alsdan aan \'t hoofd was
van het klooster van Lyon, waar, sedert de dood
van Sint Franciscus de Sales, het getal novicen meer
en meer aangroeide, was blijde eene nieuwe stich-
ting te kunnen aangaan, en zond zoo seffens eene heilige
non, moeder Maria-Clara de la Balme met zes geprofeste
zusters derwaarts. Blanca Morarde ontving ze met opene
armen aan de deur van haar huis, behandigde haar des-
ralfs sleutels en beloofde haar gehoorzaamheid en liefde.
Zoo gebeurde het dat, te rekenen van dien dag, Blanca
Morarde en hare negen gezellinnen in de Orde der Visi-
tatie als novicen aanveerd wierden.
Desniettegenstaande was de stichting van Avignon
nog niet voltrokken. Om reden dat de magistraten
weigerden dat klooster te erkennen, vielen gansch bijzon-
dere zwarigheden de pas aangekomen zusters der Visitatie
ten deele. Ongetwijfeld zou moeder de la Balme, die
tegelijk een deugdzaam en verstandig mensch was, al
die moeilijkheden overwonnen hebben, hadde God niet
toegelaten dat de zaken op eene andere manier goed afge-
daan wierden. Zij was fel bezig om alles in orde te
stellen, en spaarde geene moeite om den burgemeester
en schepenen der stad tot zich te winnen, toen zij al met
eens gevaarlijk ziek werd, en in de weerdij van eenige
dagen het tijdelijke met het eeuwige verwisselde. Alsdan
werd men een buitengewoon schouwspel gewaar. Die
godvruchtige en kloekmoedige non, die onbekend te
Avignon was aangekomen, die zich dadelijk achter het
traliewerk haars kloosters had weggestoken, en die door
weinige personen gekend was, ontving op haar doodsbed
het bezoek van vele menschen, die luidop verklaarden
vóór de overblijfsels eener heilige kloosterzuster te staan,
en niet ophielden haar eerbiedweerdig lichaam met pater-
nosters en kruiskens te raken. Meer dan tien duizend
personen vroegen om haar te aanschouwen, om haar non-
-ocr page 185-
181
VAN S1NTF. f.IIANTAL
nenkleed te genaken, om hare voeten te kussen. Om de
billijke nieuwsgierigheid der geloovigen te voldoen, was
men verplicht haar twee dagen en twee nachten ten toon
te stellen in de kapel der EE. Paters van de Christelijke
leering. Gedurende dien tijd, kwam haar aangezicht
frisch, hare wangen en hare lippen bloozend en geheel
haar lichaam buigzaam en welriekend voor, en men had
de meeste moefte van geheel de wereld om de bezoekers,
als het avond geworden was, de kapel te doen verlaten.
Twaalfdagen daarna, hoogst verlangend om hare moeder
nog eens te zien, openden de Zusters der Visitatie hare
kist, en vonden haar zoo schoon, zoo bloozend en zoo wel-
riekend als op den eersten dag haars overlijdens, hetgeen
haar niet weinig aanzette om voortgang in de deugd te
doen. Konden de magistraten der stad, bij het hooren van
al die wonderheden, nog tegenstand bieden? Konden zij
langer weigeren dat opkomende klooster onder hunne
bescherming te nemen? De goedkeuring, waar moeder
de la Balme vruchteloos naar getracht had, werd eindelijk
gegeven, en het klooster plechtiglijk opgericht den
8 Maart 1825, in de tegenwoordigheid van Mgr Cosmas
de Bardy, onderlegaat, en van de wereldlijke overheids-
personen van Avignon (1).
Doch, hoe groot ook de geestdrift was welke te Avi-
gnon heerschte, kon zij met die van Aix in Provence, waar
de Zusters der Visitatie, vijf maanden later, 20 Augustus
1624, voet in zetteden, niet vergeleken worden. Toen de
heer voorzitter van het parlement en zijne godvruchtige
vrouw vernamen dat de eerbiedweerdige moeder de
Chantal hun, zooals zij het gevraagd hadden, toestond
Zusters te zenden, en dat dezen voor overste de goede
moeder de Chatel hebben zouden, waren zij over van
blijdschap en gingen alom dat aangenaam nieuws ken-
(1) Stichting van het klooster van Avignon, bladz. 197.
II.
                                            SINTE CHANTAL 12
-ocr page 186-
IS*
CESCHIEDEMS
baar maken. Zij omhelsden elkander en zegden : « Wij
zullen eenige geestelijke kinderen van Sint Franciscus de
Sales bezitten; wij zullen die beroemde dienaressen
Gods aanschouwen. »
Den dag van de aankomst der Zusters, die uit
Grenobel afreisden, gingen de edelste mevrouwen van
Aix haar in koets te gemoet, en hielden haar verscheidene
uren gezelschap. De heer proost van het kapittel en zijn
plaatsvervanger, ook nog de overige kapittelheeren en de
magistraten van de stad, vergezeld van eene schoone
muziek, kwamen haar processiesgewijze afhalen. Moeder
de Chatel bood hun hare reisbrieven aan en ging, na den
zegen van den heer proost ontvangen te hebben, samen
met hare medezusters hare nieuwe woning binnen. De
toejuichingen van het volk waren zoo geweldig, dat het
geluid der muziek er door verdoofd wierd. Onmogelijk
was hel aan de nonnekens, volgens haar heilig gebruik,
den lofzang Laudate Dominum aan te heffen, zoo hevig
werden zij door de talrijke menschen gedrongen, zoo
sterk klonk muziek en vreugdekreten al dooreen (1).
Des anderendaags werd de mis plechtiglijk gezongen,
het H. Sacrament ter aanbidding der geloovigen uitge-
steld, en drij dagen lang mocht eenieder, in het bezoeken
van het klooster, zijne nieuwsgierigheid voldoen. Het
gedrang was zoo groot, dat men de deur van het huis,
ten einde de Zusters wat mondbehoeften te bezorgen,
schier niet naderen kon; en de goede voorzitster, die de
geestelijke kinderen van Sint Franciscus de Sales naar
Aix geroepen had, was verplicht, die buitengewone
scharen ingezien, aan de nonnen het eten al door het dak
te doen geworden (2).
Doch hoe troostelijk ook die twee stichtingen van
Avignon en Aix voor onze Heilige waren, zorgde zij om
(1)  Stichting van het klooster van Aix, bladz. 216.
(2)  Stichting van het klooster van Aix, bladz. 217.
-ocr page 187-
185
VAN SINTE CHAHTAL
eene andere te doen die haar veel meer ter herte ging;
\'t was die van Autun. Deze stad was haar tweede vader-
land; zij had er omtrent acht jaar gewoond; zij had er
meer dan ievers de armen bemind en bijgestaan. Zij
had er veel pijnen geleden. Hare dochter was er gehuis-
vest. Hare beste vriendinnen, mevrouwende Roussillon,
de Saffres, de Chastelluz wien zij, toen zij het klooster-
leven aannam, vaarwel gezegd had, leefden er als heilige
nienschen. Zij had er vele beroemde en godvruchtige
priesters gekend. Wat al redenen om die landstreek te
beminnen, en om er eenige van hare geestelijke kinderen
te zenden! Sedert lang was zij om die stichting bekom-
merd, en reeds zou zij dezelve gedaan hebben, indien zij
aan dat nieuwe klooster geen gansch bijzondere overste
had willen geven. Die behendige overste was niemand
anders dan Helena de Chastelluz, die tegenwoordig met
het bestier van het klooster van Moulins gelast was en
die, gezien de heiligheid van haar leven, de verwondering
van moeder de Chantal uitmaakte. Niet dan met moeite
bekwam de Stichtster der Visitatie dat moeder Helena de
Chastelluz de stad Moulins verliet, en dat, tot spijt van
die het beneed, zij het klooster van Autun stilletjes aan
begon te bestieren, middenin eene brave bevolking die
zich het deugdzaam leven van moeder de Chantal herin-
nerde, en die deze nooit anders dan met den naam van
goede Mevr ouwe groette.
Zoohaast onze Heilige vernam dat de stichting
voltrokken was, schreef zij eenige woorden aan moeder
de Chastelluz. zeggende: « Mij is het bekend, lieve
Medezuster, dat gij u tegenwoordig bevindt te Autun.
Ik smeeke u, te maken dat de eendracht en de eenvou-
digheid in uw opkomende klooster heersenen, opdat
allen die u zien en naderen door uwe deftige handelwijze
sterk mogen gesticht zijn. Ik koestere de zoete hope,
dat de eerbiedweerdige heer Guyon u tot geestelijken
-ocr page 188-
IK4
GESCHIEDENIS
vader dienen zal; ik verzoeke hem, mij zijnen kostelijken
zegen te verleenen en mij voor zijne nederige geestelijke
dochter te willen erkennen (1). »
De eerweei\'de heer Guyon, waar er hier sprake van
is, en wiens groote deugden Sinte Chantal zich te binnen
bracht toen zij hare kinderen naar Autun zond, was een
der heiligste priesters die Frankrijk\'s bodem bewoonden
in de zeventiende eeuw. Hij stierf in geur van heiligheid
in 1631, grootvicaris zijnde van Autun en bestierder der
Visitatie; doch sedert vele jaren was hij fel vermaard
om zijn streng en boetveerdig leven, om zijne buiten-
gewone zedigheid en ongemeene zuiverheid, en vooral
om zijne grondige kennissen waar hij door God mede
begunstigd was.
Die Heer Guyon werd, telkens als hij zich naar het
klooster begaf, van veel menschen, wien hij het goede
toewenschte, en wier zieken hij, niet dan met ze aan te
raken, de gezondheid terugschonk, omringd. Op zekeren
dag, bemerkende dat het volk hem bij geheele benden
achterna kwam in de kapel der nonnen, en dat, die
talrijke personen in acht genomen, het de priesters
teenemaal onmogelijk was de sacristij te verlaten om mis
te lezen, sprak hij al met eens met de tranen in d\'oogen,
en in den schijn een weinig verbitterd, dat groot gedrang
aan, zeggende, dat zij kwalijk deden met hem voor eenen
mirakeldoener te houden, dat hij niet dan een ellendige
zondaar was, die meer dan iemand om bermhertigheid
bidden moest; dat zij zich behoorden te wenden naar
mannen die heilig van leven waren en diensvolgens hen
helpen konden; dat zij moesten vreezen de straffen Gods
over zich te trekken, om reden dat zij zooveel achtinge
hadden voor een armen zondaar, en van hem wilden
bekomen hetgeen hij hun niet kon geven; dat hij
(1) Handvesten der Visitatie van Anneey. Brief van den
24 November 1624.
-ocr page 189-
VAN Sl.NTE CHASTAL                                         188
geenerlei wijze wilde deelen in hun uitzinnig gedrag,
en daarom, dat hij hen noch zien, noch raken, noch
zegenen zou. Wat die achtbare priester ook zegde ofte
niet, weigerde het volk aan te gaan, uitroepende, dat het
blijven zou om zijne mis te hooren, en om alzoo het
geluk te hebben van zijnen zegen, hem thans geweigerd,
te ontvangen (1).
Terwijl de Orde der Visitatie aldus aangroeide in
het zuiden en het midden van Frankrijk, wist de hoog-
geëerde moeder de Chantal die in Savooie en in Lorreinen
sterk uit te breiden. Nadat zij twee jonge dochters en
eene weduwe, die het op zich genomen hadden eene
stichtinge te doen te Evian, gedurende een gansch jaar
tot het kloosterleven had voorbereid te Anneey, nadat zij
haar hel nonnenkleed had gegeven, vertrok zij met haar,
vergezeld van moeder Lucinge, die bestemd was om
overste te zijn, naar Evian, en kwam er aan den
6 Augustus 1625. Oogenblikkelijk ging zij, volgens haar
vurig verlangen, tot het plechtig inrichten van het
nieuwe klooster over. De pleit/aken der heiligverklaring
hebben ons met eene wonderbare gebeurtenis, die te
dien tijde plaats greep, bekend gemaakt. « Toen Sinte
Chantal uit Evian afreisde, zegt moeder Favre de Char-
niette, werd zij te la Roche door een zekeren Chatrier,
die elf dochters en eenen zoon had, geherbergd. Die
brave man smeekte haar zijn huisgezin te willen zegenen,
en eenige zijner meisjes in hare Orde te willen aan-
veerden. Nadat zij ze goed aanschouwd had, verklaarde
ile dienares Guds onder haar geene te bemerken die de
Visitatie zouden ingaan, doch zij zegdedatSint Bernardus\'
Orde er drij van hebben zou, en dat eenige dochters van
zijnen zoon, die dan nog ongehuwd was, naderhand tot
nonnen der Visitatie zouden aangenomen worden. Het
(1) Stichting van het klooster van Autun, bladz. 77.
-ocr page 190-
186                                           GESCHIEDENIS
was zoo; want drij zijner meisjes trokken het kleed der
Bernardijnernonnen aan, en heden, zoo spreekt nog
altijd moeder de Charmette (7 Mei 1722), bejegent men,
in dat eerste klooster der Visitatie, twee kleindochters
van den voornoemden Chatrier (1). »
Nauwelijks uit Evian teruggekeerd, begaf zich
moeder de Chantal naar Rumilly, waar eene harer beste
vriendinnen, mevrouwde la Fléchère, eene stichtinge had
voorbereid; zij was vergezeld van eenige jonge Zusters
wien zij moeder Maria Adriana Fichet tot overste gal;
en, daar deze zeer vurig en zeer vlammend van karakter
was, liet haar Sinte Chantal deze schoone raden achter:
« Weet, welbeminde Dochter, dat het kleine Rnmilly mij
bijzonder aanstaat, om reden dat wij dichtbij elkander
wonen, en diensvolgens niet verre moeten reizen om
elkander tot het oefenen der deugd krachtdadig op te
wekken. Ik bid u, te maken dat de geest van onzen
eerbiedwerrdigen Vader, die zachtmoedige en vriendelijke
geest, steeds in uw pas ingericht klooster heersche.
Tracht u daarop toe te leggen, lieve Medezuster, en u te
herinneren dat men meer vliegen vangt met een lepelken
zeem dan met eene geheele ton azijn. Ga vlijtig, kloek-
moedig en zachtjes te werk; vergeet niet dat gij uwe
brave gezellinnen met vele liefde en voorzichtigheid
moet behandelen; wees zoo goed ze niet lastig te vallen
en haar steeds de blijgeestigheid en de gelatenheid in
den wille Gods aan te prediken. Zeg haar van mijnen
kant dat ik ze grootelijks bemin, ja dat ik haar gansch
bijzondere genegenheid toedraag. »
Die stichting geëindigd zijnde, verlangde de heilige
moeder de Chantal om eene andere doch langer reis,
\'k versta die van Lorreinen, te ondernemen. Zie, mevrouw
d\'Haraucourt, eene alleszins deftige ziel, bood zich tot
(1) Pleitzaak van heiligverklaring. Getuigenis van moeder
de Charmette.
-ocr page 191-
187
VAN SINTE CHANTAL
stichtster van een klooster te Pont-a-Mousson aan, en de
prinsen van Lorreinen hadden dikwijls aan moeder de
Chantal gevraagd, zelve te willen afkomen om die
stichtinge te doen, en altijd hadden zij daarbij gevoegd,
dat het hun hoogst aangenaam zijn zou haar eenigen tijd
in hunne staten te bezitten.
Zij vertrok uit Annecy den 27 April 1626, vergezeld
van zuster Paula-Hieronyma Favrot, die tot moeder zou
aangesteld worden, en van vier geprofeste kloosterzusters
en van eene novice. Een trek van buitengewone gehoor-
zaamheid greep te dier gelegenheid plaats. Daar eenige
dagen vóór hare afreis zuster Favrot ziek gevallen was,
had men haar door zuster Bernarda-Margareta weten te
vervangen. Welnu, deze laatste zat reeds te peerd en
was bereid om met hare medezusters heen te gaan, toen
de zieke zuster Favrot uit het bed opstond om Sinte
Chantal, die tewege was af te reizen, een pijnlijk vaarwel
te zeggen. Nauwelijks had onze Heilige die kranke en
brave Zuster ontwaard, of zij riep haar toe: « Hoe gaat
het met u, mijn lieve Kind? — Tamelijk wél. Moeder,
was de antwoord. — Als het zoo is, kom bij mij op de
rosbaar, zegde moeder de Chantal, en dat zuster Ber-
narda-Margareta van \'t peerd stijge, en haar klooster
weder inga. » Dadelijk werden de verlangens van onze
Heilige voldaan, en beide Zusters toonden, door hare
deftige handelwijze, dat zij evenveel bereid waren om
t\'huis te blijven of om zich op weg te stellen: hetgeen
des te wonderbaarder voorkwam daar zij beiden van die
gebeurtenis nimmer gewaagden. Eens dat iemand zegde
aan zuster Bernarda-Margareta: « Jammer is het,dat gij
belet geweest zijt die schoone en lange reis te doen, »
wist zij hem niets anders te antwoorden dan dat het aan
de oversten toekwam te gebieden wat zij wilden (1).
(1) Stichting van het klooster Pont-d-Mousson, bl. 336.
-ocr page 192-
188
GESCHIEDENIS
Van Annecy, ging Sinte Chantal eerst en vooral
naar Saint-Claude, waar zij grooten troost gevoelde bij
het wederzien van die plaatsen die, over vele jaren, van
hare eerste vurigheid getuige geweest waren. Verschei-
dene beroemde mevrouwen legden haar een bezoek af,
en de zeer eerweerde heeren kanunniken gaven haar
het kostelijk gebeente van Sint Claudius te vereeren.
Uit Saint-Claudi\'. afreizende, begaf zij zich, langs
schrikverwekkende wegen, naar Salins, waar zij gevaar
liep van te verongelukken. Zij was een steil pad opge-
klommen, toen zij al met eens bemerkte dat zij op den
boord van eenen afgrond verkeerde. Zij wilde van haren
muil afstijgen; doch de gids verbood het haai\', zeggende:
« Stap maar moedig aan. » Bij het hooren van die
woorden, riep zij uit: « Welnu , laat ons vooruitgaan in
den naam des Heeren. » Diensvolgens stak zij haren
muil met beide sporen. Jamaar, haastig toespringende,
struikelde de beest en was tewege te vallen. De Zusters,
dat ziende, lieten, hoogst verschrikt, een vervaarlijken
schreeuw hooren. Dadelijk maakte onze Heilige, zonder
den moed te verliezen, het teeken des kruises en be-
trouwde op God. Aanstonds kreeg de muil zijne krachten
weder en ontkwam het gevaar. De muilezeldrijver, fel
verheugd, verklaarde luidop dat, bijaldien moeder de
Chantal door God niet geholpen geweest ware, zij onge-
twijfeld het leven zou verloren hebben (1).
Twee dagen later kwam zij te Salins aan, waar
mevrouw de Chateau-Rouleau d\'Andelot en vele andere
godvruchtige dames haar een bezoek aflegden, en met
haar in onderhandelinge traden. Toen deze laatsten
heengegaan waren, knielde de brave en bejaarde
mevrouw de Chateau-Rouleau vóór moeder de Chantal
neder, haar vriendelijk verzoekende haar te willen
(1) Stichting van het klooster Pont-é-Mousson, bladz. 356.
-ocr page 193-
189
VAN Sl.NTE CHASTAL
zegenen, hetgeen onze Heilige weigerde te doen, zeg-
gende dat zij door haar behoorde gezegend te worden.
Die twee vermaarde dienaressen Gods, ootmoedig als
zij waren, verstonden elkander in dat punt niet, en
zegden elkander vriendelijk vaarwel, zonder het over
haar hert te kunnen krijgen van meester te spelen (1).
Salins verlatende, bejegenden de Zusters, op twee
of drij mijlen afstands van voornoemde stad, eene koets
die haar door de stichtster, mevrouw d\'Haraucourt, was
toegezonden, en dat rijtuig beklimmende, kwamen zij,
eerder dan zij het gemeend hadden, te Besancon aan.
Met welke vriendelijkheid moeder de Chantal in die stad
onthaald wierd, kan men moeilijk zeggen. De kanun-
niken en bijna al de priesters der paroehiën kwamen
haar te gemoet. De besloten kloosters zonden tot haar
hare zielsbestierders. De grooten der aarde, de magi-
straten, de edele mevrouwen gingen beurtelings haar
vinden. Den dag door, waren er twee ruime zalen
proppendvol van menschen, die verlangden om met haar
in gesprekke te treden. Elk een hunner mocht haar
vragen wat hij wilde. Opdat allen de gelegenheid zouden
hebben haar te aanschouwen, mocht niemand lang in de
zalen verblijven. Toen zij des anderendaags en volgende
dagen naar de kerk ging om mis te hooren, werd zij
door het volk, dat begeerde haar kleed te raken en ei
iets of wat van af te snijden, waar zij zich moeilijk
tegen verzetten kon, lastig gevallen (2). Overal, zoowel
in de straten als in de huizen, sprak men schoone om
haren zegen te ontvangen, zoodanig dat, beschaamd
over haar zelve, zij tot hare medezusters zegde: « Om
de liefde Gods, mijne Kinderen, laat uns spoedig uit deze
stad afreizen; want derzelver ingezetenen misgrijpen
(1)  Stichting van het klooster Pont-d-Mousson, bladz. 357.
(2)  Stichting van het klooster Pont-d-Mousson, bladz. 357.
-ocr page 194-
190
GESCHIEDENIS
zich grootelijks met mij voor eene heilige te aanzien:
eilaas! ik ben niet dan een ellendig schepsel (1)! »
Te Besangon aangekomen, had moeder de Chantal
het huis van mevrouw de la Tour voor verblijfplaats
verkozen. De prinsen de prinses de Cantecroix, die meen-
den het geluk te hebben haar in hun paleis te mogen
herbergen, smeekten haar hun niet te weigeren in hunne
kapel de mis te hooren. Zij begaf er zich inderdaad,
des anderendaags. Men had, tegen hare aankomst,
de bidbank der kapel met kostelijke tapijten en
schoone kussen bekleed. Doch zij weigerde er zich
van te bedienen. « Mevrouwe, zegde zij aan de
prinses, gebied mij niet, als het u belieft, te
knielen op die rijke bank; ik zou er te fel verlegen uit
zien. Eene non vindt overal hare knielbank; ja overal
treft zij de aarde aan, die het kussen is waar Onze Lieve
Heer van gebruik maakte in den hof van Olijven. » Die
woorden gezegd hebbende, knielde zij op den grond, te
midden van de acht Zusters die haar vergezelden; en
dadelijk ging zij met haar aan \'t zingen van \'t officie,
juist alsof zij in de besloten kapel eens kloosters geweest
ware. Prins de Cantecroix was over de handelwijze dier
brave nonnen sterk voldaan. « Hem docht het in die
negen Zusters de negen koren der engelen te ontwaren.
Moeder de Chantal kwam als een ware serafijn voor.
Haar aangezicht getuigde van eene gansch bijzondere
heiligheid (2). »
De mis voleindigd zijnde, smeekten Mr en Me de
Cantecroix moeder de Chantal hun kasteel, dat aller-
schoonst was, te willen bezichtigen. Doch zij antwoordde
geen lust te hebben om zulks te doen, zeggende dat, in
gansch hun huis, er niets was waar zij meer dan van
hare personen ingenomen was. Echter ging zij het eenige
(1)  Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 200.
(2)  Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 200
-ocr page 195-
191
VA.N SIMTE CHANTAL,
oogenblikken binnen om eene zieke dienstmeid, die
tegen haar begeerde te spreken, te troosten en te helpen.
Het volk was verwonderd te bemerken, dat zij toestond
aan eene meid wat zij geweigerd had aan eene prinses,
en het riep langs straten en wegen dat het eene ware
heilige was (1).
Ondertusschen vergaderden de zeer eerweerde
heeren kanunniken, en besloten de eerbiedweerdige
moeder de Chantal met eene groote weldaad, waar niet
dan de koningen aanspraak op hadden, te begunstigen.
Die weldaad bestond hierin, dat men haar den heiligen
lijkdoek, waarmede Onze Lieve Heer begraven geweest
was, toonde. Moederde Chantal was blijde die kostelijke
reliquie te mogen aanschouwen en te vereeren, en hield
schier niet op, hoogst godvruchtig als zij was, die te
kussen en met hare tranen te besproeien (2).
Te Besancon viel haar nog eene andere vreugd ten
deele. Zij bejegende er eene dienstmeid die bij velen
voor eene ellendige en uitzinnige dochter doorging, maar
wie zij buitengewone genegenheid toedroeg, en van wie
God zich zou bedienen om, spijts de parlementen en de
prinsen, een klooster der Visitatie te stichten te Besancon.
Dat eenvoudig meisje heette Magdalena Adelaine.
Sedert meer dan tien jaren, had God haar met zijn
ontwerp bekend gemaakt, en haar drij achtereenvolgende
nachten een bebloedend crucifix getoond, om haar te
doen verstaan dat zij om zijnen Naam veel zou te lijden
hebben. Zij had van dat vizioen iets of wat gezegd aan
haren biechtvader, die daar geen geloof aan gaf.
« Welhoe! riep hij uit, gij meent verplicht te zijn eene
Visitatie te stichten te Besungon , gij, die eene arme en
ongeleerde dochter zijt! Weet gij dan niet dat bekwamer
menschen dan gij er niet in gelukt hebben zulks te
(1)  Stichting van het klooster van Besancon, bladz. 371.
(2)  Stichting van het klooster van Besancon, bladz. 371.
-ocr page 196-
]!):>
GESCHIEDENIS
doen? M Bij het hooien van die woorden, besloot zij,
doch vruchteloos van hare plannen af te zien, ging
achtervolgens veel heilige en verstandige priesters vinden,
deed pogingen om Kamielieternon te worden, bekom-
merde zich om het welzijn van den arme en van de
kleine kinderen, en toch, overtuigd zijnde dat zij op
hare plaats niet was, eindigde zij met te gaan vragen aan
Sint Franciscus de Sales, om in het klooster van Annecy
als non te mogen aanveerd worden, \'t Was in "1620.
De deftige bisschop van Geneve zegde haar, dat zulks
niet zijn kon, dat zij wat geduld hebben moest, dat zij
later in het klooster van Besancon het nonnenkleed zou
aannemen. « Maar, Monseigneur, hernam zij, dat is
gansch onmogelijk, doordien de ingezetenen van
Besancon van geene stichting van Zusters der Visitatie
willen hooren, en weigeren met mij mede te werken om
aldaar een dergelijk klooster tot stand te brengen.»— « Dat
de anderen zeggen en doen wat zij willen, mijn lief Kind,
stoor u daar niet aan, antwoordde de achtbare bisschop;
gij ondertusschen wees bezorgd om in de stad Besancon
eene stichtinge van nonnen der Visitatie te beoogen en te
betrachten, en verheug u in den Heer, omdat gij eens
daarin zult aanveerd worden. » Zij kwam dan weder
naar Besancon, vol zijnde van een nieuwen en grooteren
ijver. Doch zij trof veel moeilijkheden aan. De eenen
zegden dat God zulks van haar niet vraagde, en dat er
gansch bijzondere personen van noode waren om
dergelijke gewichtige zaken te ondernemen. De anderen
hielden staan dat zij God vergramde, en dat, hare
uitzinnige pogingen ingezien, zij ongetwijfeld aan som-
mige opkomende geestelijke gemeenten veel nadeel zou
toebrengen: Eenieder overlaadde haar met verwijtingen.
Men aanzag ze als iemand die van zijn verstand beroofd
is. Midderlerwijl vernam zij dat Sinte Chantal zich te
Dijon bevond (\'t was in 1622), en zij kwam haar geheel
-ocr page 197-
VAN SINTE f.HANTAL                                   193
hare gevaarten uiteen doen. « O mijne welbeminde
Dochter, antwoordde haar onze Heilige, wat hebt gij
gedaan voor God, om tot het verrichten van een zoo
belangrijk werk verkozen te zijn? O! hoe gelukkig zijt
gij! beken ootmoediglijk dat gij een uitzinnig mensch
zijt, maar dat uwe uitzinnigheid de uitzinnigheid des
kruises weze! Stap moedig vooruit op den weg der
moeilijkheden, en aan al degenen die met misachting
van ons spreken, antwoord dat wij de nederigste
en ellendigste dienaressen Gods zijn ; ja, dat wij volgeern
toestaan dat anderen ons in alles, de ootmoedigheid
en de zelfopoffering alleen uitgezonderd, overtreffen.
Indien men u in de ooren blaast dat wij in ons
klooster dochters aanveerd hebben die eertijds minder
stichtend van leven waren, zeg dat gij daar niets
van weet, gelijk het inderdaad de waarheid is; doch voeg
er bij dat Onze Lieve Vrouw niet weigerde in onderhan-
delinge te treden met Magdalena, eens dat die booze
zondares in eene minnares van het kruis veranderd was:
ook nog dat het hoogst betaamt dat de kinderen van
Maria het voorbeeld van hare moeder navolgen. Wanneer
men u spreken zal van uwen rang, van uw klein vernuft
en van uwe machteloosheid, verneder u vóór God en
bid Hem, opdat gij steeds zijn aanbiddelijken wil moget
volbrengen en ootmoedig voorkomen. Betrouw op den
Heer, en gij zult gewaar worden dat Hij u iemand
zenden zal, die u in uwe moeilijkheden zal ter hulp
komen. »
Die woorden vermeerderden den moed van Magda-
lena, en, nauwelijks te Besancon teruggekeerd, bood zij
de Magistraten der stad een verzoekschrift aan waarin zij
hun vroeg te gedoogen, dat er een klooster van de
Visitatie te Besangon opgericht wierde, en geene moeite
te sparen om haar van den koning opene gezegelde
brieven te bekomen.
-ocr page 198-
194                                          GESCHIEDE.MS
Het noodweer, dat sedert eenigen tijd broedde, borst
alsdan los. Zijn er, zegde men, andere bewijzen van
noode, om te beweren dat Magdalena, die zoo hooveerdig
voorkomt, krankzinnig geworden is? Men wachtte
haar afin de straten om haar, telkens als zij te voorschijn
kwam, na te schreeuwen. Men hield haar voor een
dwaas, trotsch en vermetel mensen. Men klaagde over
haar aan haren biechtvader, die ze sterk berispte, en
die, eindelijk, eischte dat zij van haar ontwerp zou
afzien, bij aldien zij hem voor raadsman behouden wilde.
Zoo was het met haar gelegen, toen Sinte Chantal
aankwam, en met al die zwarigheden oogenblikkelijk
gedaan maakte. Magdalena Adelaine ging zich vóór hare
voeten nederwerpen, en bood haar van zestig tot tachtig
dochters aan, die allen verlangden om het nonnenkleed
der Visitatie aan te nemen. Onze Heilige moest hertelijk
lachen, toen zij zich van dat kleine leger omringd zag, en
wist die deugdzame zielen tot het beminnen van Onzen
Lieven Heer allermeest aan te zetten. Vervolgens gebood
zij haar, in halfrond te staan, opdat zij gemakkelijk aan
elk eene harer in "t bijzonder eenige woorden van opwek-
king en van vriendelijkheid zou kunnen geven; en, in
hare conscientiën lezende, zegde zij aan vier-en-twintig
harer zich gereed te maken om welhaast de Visitatie in
te gaan, aan twaalf anderen, de zoete hope te koesteren
van naderhand tot hare geestelijke kinderen gemaakt
te worden. En, o wonder! niet eene van die uitgelezen
dochters wien Sinte Chantal de weldaad van het klooster-
leven beloofde, had het ongeluk niet te volherden in
haren roep: zoo behendig was zij in het verkiezen der
bruiden van Jesus Christus. Van de veertig andere
dochters sprak zij niet één woord. Welnu onder deze
laatsten was er eene die roemde op hare godsvrucht,
opentlijk verklarende, dat zij de inzichten van God over
haar voorzeker zou beantwoorden, en dat zij niet dan
i
-ocr page 199-
VAN SINTE CHANTAL                                     198
hare ouders vreesde die haar mogelijk zouden beletten
hare plannen uit te voeren : « Mijne Dochter, vrees ook
u zelve, » zegde haar Sinte Chantal. En daar die dochter
gedurig op hare standvastigheid stofte, gaf onze Heilige
haar te kennen, dat zij gewoon was geen staat te maken
op menschen die zoo vol van hun eigen zelven zijn. Het
bleek naderhand dat de eerbiedweerdige Stichtster der
Visitatie waarheid sprak; immers die juffer viel af van
hare eerste vurigheid, volgde de wereld, en eindigde met
zich in den echt te begeven (1).
De zaken gingen goed vooruit, en welhaast zou er
te Besancon een klooster der Visitatie gesticht geweest
zijn, hadden de vijanden van die geestelijke Orde, met
den aartsbisschop te gaan vinden en hem tegen onze
Heilige aan te hitsen, daar geen beletsel aan gesteld.
Inderdaad, een der hoofden van het aartsbisdom legde
Sinte Chantal een bezoek af, en trachtte haar dooi\' vele
redenen te doen verstaan dat zij wijselijk zou handelen,
bij aldien zij van hare plannen wilde afzien en het niet
waagde een klooster van hare Orde te Besancon op te
richten. Onze Heilige aanhoorde met aandacht zijne
woorden, en verzocht hem te willen zeggen aan Mon-
seigneur dat zij hem te sterk achtte en beminde, om zich
te Besancon, zonder door hem daartoe gemachtigd te
zijn, te komen vestigen. Desniettegenstaande smeekte zij
hem, aan den bisschop te kennen te geven, hoe groot het
getal jonge dochters was te Besancon, die verlangden
om tot non der Visitatie gemaakt te worden, hetgeen
ongetwijfeld een klaar bewijs was dat God begeerde
een dergelijk gesticht aldaar tot stand te zien komen.
Zij reisde des anderendaags, na alvorens den voor-
noemden aartsbisschop met de Brieven van Sint Fran-
cisais de Sales
begunstigd te hebben, uit Besancon af.
(1) Gedenkschriften van moederde Chaugy, bladz. 198.
-ocr page 200-
19G
GESCHIEDENIS
Haar afscheid van Magdalena Adelaine nemende, zegde
zij haar: « Ga, beminde Dochter, uwen weg zachtjes
voort; want de zwarigheden die u wachten zijn groot,
en ik vrees altijd dat, daarvan moede zijnde, gij einde-
lijk uwe schoone plannen latet varen. » En daar Magda-
lena luidop verklaarde, dat zij voorgeene tegenkantingen
beducht was, voegde onze Heilige er bij: « Ja, mijne
Dochter, volgeern beken ik de zoete hoop te koesteren dat
God naar deze stad de Zusters der Visitatie welhaast zal
roepen. Daarom behoort gij manhaftig te werke te gaan.
en u aan de kwaadwilligheid van sommige menschen. die
ons vijandig zijn, niet te storen. Stap zonder vreeze aan,
overtuigd, dat God u zal zegenen en voor uwe standvastig-
heid beloonen. » De zaken gingen, gelijk moeder de
Chantal het voorspeld had, en, wat de boozen ook deden
ofte niet om die stichting te beletten, rees zij, na nog vijf
jaren schoon sprekens en lijdens, eindelijk uit den
grond, tot meerdere eere van God en tot zaligheid der
zielen (1).
Van Besantjon begaf zich Sinte Chantal eerst en
vooral naar Haraucourt, waar mevrouw d\'Haraucourt,
de stichtster van het klooster van Pont-a-Mousson haar
wachtte. Nauwelijks had zij voet gezet in het huis
van die mevrouwe. of zij verstond dadelijk dat er
de vrede en de liefde niet heerschen, en, ver-
nomen hebbende dat mevrouwe d\'Haraucourt met
haren schoonzoon, M. de Ville, niet overeenkwam,
dat zij zelfs tegen hem in proces was, spaarde
zij geene moeite om aan dien twist een einde te
stellen, ja bracht de zaken zooverre, dat bovengemelde
personen elkander den kus van verzoening gaven, en
wederzijds beloofden met allen afkeer van elkander voor
altijd gedaan te maken. De jongeM.de Ville was de
fl) Stichting van het klooster van Besancon, bladi. 374.
-ocr page 201-
197
VAN SINTE CHANTAL
eerbiedweerd ige Stichtster der Visitatie van dan af zoodanig
genegen, dat hij luidop verklaarde haar nooit anders
dan met den naam van moeder te groeten, en niet eene
gelegenheid te laten voorbijgaan zonder haar en hare
medezusters dienst te bewijzen. Hij hield zijn woord:
immers het was hij die wilde dat Sinte Chantal en hare
gezellinnen zijne koetsen beklommen, om den weg naar
Nancy en naar Pont-a-Mousson te doen; wat meer is,
zijn leven lang wist hij de Zusters der Visitatie met alle
slag van weldaden te begunstigen.
Zoohaast moeder de Chantal te Nancy was aange-
komen, kwam mevrouw de prinses van Salzburg, zuster
van Hare Hoogheid van Lorreinen. haar met blijdschap
en eerbied vinden, en korts daarna deden insgelijks
mevrouw de hertogin van Lorreinen en mevrouw
de prinses Claudia, zich gelukkig achtende eene
zoo beroemde dienares Gods te bejegenen, en haar
belovende van op alle manieren de kloosters der Visitatie
te bevoordeeligen. M. de Lénoncourt, opperkerkvoogd
van Lorreinen, zette nog denzelfden dag voet in Nancy,
vergezeld zijnde van een groot getal geestelijken. Einde-
lijk Zijne Hoogheid de hertog van Lorreinen, Karel IV,
liet haar weten dat hij ze aanzag en eerbiedigde als zijne
moeder. Niet dan van haar was er sprake in de stad en
op het hof; « en te recht, zegde Karel IV, dat hij ze voor
eene Heilige hield (1). »
Ofschoon Sinte Chantal de eere van de wereld in
afschrik had, durfde zij nogtans niet nalaten zich naar
het paleis van den hertog en hertogin te begeven. Zij
werd er dooi\' dien prins met groote achtinge en vriende-
lijkheid onthaald. Men had er den adel der stad en der
provincie vergaderd, en gezorgd dat iedereen die wonder-
bare mevrouwe kon zien, die, niettegenstaande haar
(I) Gedenkschriften van moederde Chaugy, bladz.201.
II.
                                                 SINTE CHANTAL 13
-ocr page 202-
193
GESCHIEDENIS
jeugdigen ouderdom en haar buitengewonen rijkdom,
alles uit liefde tot God verlaten had, om arme en
eenvoudige non der Visitatie te worden. Na tegen den
hertog en de hertogin wat gesproken te hebben, was
moeder de Chantal tewege aan te gaan, toen zij al met
eens onder de eerejuffers eene jonge dochter van twintig
jaar of daar omtrent bemerkte. Het engelachtig wezen en
de zedigheid van dat onbekende mensch maakten op haar
gansch bijzonderen indruk, en, ze naderende, zegde zij
haar geheel beleefdelijk: « Mijne Dochter, zoo gij een
beteren bruidegom vindt dan Onze Lieve Heer, ik raad u
aan, ti aan hem te verbinden. » Welnu, te dien tijde, en
gedurende meer dan één jaar, stond zij tusschen de
begeerte om in de wereld te blijven die haar behaagde,
en de genegenheid om het klooster in te gaan, dat haai\'
schrik inboezemde, \'t Was voor haar eene openbaring
van den wille Gods, en.eenige maanden later, vernam het
prinselijk hof dat mejuffer d*Auvaines, eeredame van de
hertogin de Vaudemont, het nonnenkleed der Visitatie
zou aantrekken. De hertog en de hertogin, met geheel
hun hof woonden die zielroerende plechtigheid bij (i).
\'t Was middenin die zegepraal over het menschelijk
hert, dat Sinte Chantal te Pont-a-Mousson de koets
afklom, en er, volgens de bestaande gebruiken, een
klooster van de Visitatie oprichtte. Zijne Eminentie de
kardinaal van Lorreinen zat die schoone feest, waar veel
rijke menschen naartoe kwamen, voor.
Een ongemeene troost viel de eerbiedweerdige
moeder de Chantal, te Pont-k-Mousson, te beurt; zij
maakte er kennis met een heiligen priester, die, in de
gewichtigste zaken van zijne eeuw ingewikkeld,
de hoogste eereposten zou bekleed hebben, had hij
niet liever gehad pastoor te zijn van eene arme
(1) Levens van eenige oversten. Annecy, 1693, 1 boekd.
in-i", bladz. 403.
-ocr page 203-
199
VA* SINTE CHANTAL
parochie, en diensvolgens ootmoedig, verstorven en
onbekend te leven. Sinte Chantal stond over die
zoo stichtende handelwijze sterk verbaasd, en riep
nu en dan met geestdrift uit: « Zie, enkel behoort men
zijne oogen op den deftigen eerweerden lieer Fourrier te
werpen, ooi dadelijk overtuigd te zijn dat het een heilige
is. » Die twee beroemde zielen legden elkander meer-
maals een bezoek af, en wisten elkander fel aan te zetten,
om dagelijks in de volmaaktheid toe te nemen.
Sinte Chantal verbleef omtrent vier maanden te
Pont-a-Mousson; zij gaf bevel opdat men zou aan
\'t bouwen gaan van het nieuwe klooster, ontving eenige
novicen, stelde zuster Paula-Hieronyma Favrot voor
overste aan, en verhaastte zich, de belangrijkste zaken
geëindigd zijnde, om te vertrekken, begeerende alzoo
vrij te gaan van den lof en de eere die men tewege was
haar toe te zwaaien. Zij verklaarde later dat zij nooit
blijder ure gehad had dan toen zij mocht afreizen uit
Pont-a-Mousson, Nancy en Besamjon, waar de menschen,
om reden dat zij haar niet kenden, zich leelijk bedrogen
wegens den staat van hare conscientie, haar als eene
heilige aanziende, daar zij nogtans maar een ellendig
schepsel was. »
Zij wist niet wat haar ging te beurt vallen bij hare
terugkomst in het midden en het zuiden van Frankrijk,
Zij zou er grooter toejuichingen, meerdere eer en achting
dan overal elders aantreffen. Gedurende nog eenige
jaren, zullen wij moeder de Chantal sterk zien lijden,
telkens als men haar eenigen lof zal toezwaaien; wij
zullen haar zien weenen telkens als men, uit eerbied
voor haren persoon, iets of wat, als \'t ware zooveel
reliquieén, van hare kleederen zal afsnijden; wij zullen
haar de steden zien ontvluchten waar men haar in
zegepraal zal willen omvoeren, en haar hooren uitroepen
hetgeen zij uitriep te Besan^on: « Laat ons hieruit
-ocr page 204-
200                          GESCHIEDENIS VAN SINTE CHANTAL
afreizen, want die rnenschen misgrijpen zich wegens
mijne arme ziel. » Dan, naarmate dat zij toeneemt
in jaren, in ootmoedigheid, in heiligheid, in zelfver-
loochening, zullen wij bemerken dat zij zelfs op al die
eerbewijzingen niet meer let, dat zij, zonderden minsten
tegenstand te bieden, en zonder ooit te peizen aan haar
eigen zelve, hare handen te kussen geeft aan al degenen
die zulks verlangen te doen. Eveneens, toen Sint Fran-
ciscus van Assisi de steden van Italië doorliep, en, om
reden van zijne wondteekenen aan handen en voeten,
veel rnenschen tot zich trok, zag men hem, schaamrood
wordende, zijne handen wegsteken; en zoo het gebeurde
dat iemand hem een stukje van zijn kleed of van zijne
koord ontnam, werd men dadelijk gewaar dat hij aan
\'t snikken ging, en men hoorde hem zachtjes zeggen:
« Die rnenschen moeten uitzinnig zijn om eenen zondaar
alzoo in eere te houden, of ik en ken het niet. » Doch
naderhand, op het einde van zijn leven, drukte hij zelf
zijne doorboorde handen op de lippen der pelgrims; en
daar op zekeren dag een jonge kloosterbroeder hem zijne
verbaasdheid daarover toonde, antwoordde hij hem,
zeggende: Wel Broederken toch, zijt gij nog zoo onnoo-
zel om te denken dat die vreemdelingen mij voor eenen
heilige aanzien?
Zoo sprak en deed Sint Franciscus van Assisi,
omdat hij vrij ging van alle eigenliefde; zoo sprak en
handelde de ootmoedige Sinte Ghantal; zoo zeggen en
doen al de oprecht nederige rnenschen.
«*©>•
-ocr page 205-
10in?=$n=ffcrinitg*fe ^oof&stttfc
Reis van Sin te Chantal naar Orleans en naar
Parijs. — \'Wonderbare
deugden -waar de
opkomende kloosters der Visitatie van
blijken gaven.
1626-1630
NTUsscHENTuit was het di\'ijjarig bestier van
Sinte Chantal als overste van Annecy len
einde geraakt. Gekozen, of liever herkozen
den 27 Mei 1623, moest zij, met Onzes
Heeren Hemelvaart van het loopende jaar 1626, van
haar meesterschap afzien. Daar zij alsdan om het stichten
van het klooster van Pont-a-Mousson sterk bekommerd
was, en het haar gansch onmogelijk voorkwam, de
kiezing te Annecy te gaan bijwonen, diende zij de
Zusters hare ambstnederlegging, gedagteekend uit Pont-
a-Mousson , in, terzelfder tijd dat zij haar eenen brief
schreef, om haar te laten weten dat zij grootelijks van
zin was zich naar de regelen der Visitatie teenemaal te
schikken, en dat zij niet gedoogen zou dat men haar
andermaal tot overste herkoze. De Zusters, die in 1623
van hare kloekmoedigheid getuige geweest waren, ver-
stonden dat het vruchteloos zijn zou aan te houden, en,
hare ootmoedigheid bewonderende, aanveerdden zij haar
-ocr page 206-
202                                            GESCHIEDENIS
ontslag, haar voor opvolgster moeder de Chatel gevende.
Zoohaast als het ter ooren kwam van de Zusters van
Orleans dat hare heilige Stichtster haar ontslag van
moeder van het klooster van Annecy gegeven had, ver-
haastten zij zich om haar tot overste van haar klooster te
maken, en zij schreven haar eenen brief, om haar te
smeeken zich ten spoedigste naar Orleans te willen
begeven. Ongelukkiglijk voor haar had Sint Franciscus
de Sales vastgesteld dat moederde Chantal. opdat zij
meer in staat zou zijn om de zaken van de Orde te
bestieren, nooit elders dan te Annecy, de bron en het
toonbeeld van al de kloosters der Visitatie, het meester-
schap zon uitoefenen. Dus was het onze Heilige niet
toegelaten de verlangens van de Zusters van Orleans te
voldoen ; doch daar moeder de Chantal begeerde al de
oversten der Orde te leeren, hoe zij een voorbeeld
moeten zijn van vriendelijkheid, vertrok zij, nadat zij
wat gerust had te Annecy en er eenige zaken, waar wij
later van spreken zullen, voleindigd had, naar Orleans.
drij of vier Zusters, die bestemd waren om het huis van
Grémieux te helpen stichten, medenemende.
Op den oogenblik dat zij uit het klooster afreisde,
kwam M. de Granieux, jonker van Grenobel, die sedert
verscheidene jaren met hoofdpijn gekwollen was, te
Annecy aan, om bij het graf van Sint Franciscus de
Sales de gezondheid weder te vinden. Sinte Chantal
ontwarende, liep hij haar te gemoetom haar te groeten,
want sedert lang kende hij haar. Onze Heilige ontving
hem geheel beleefdelijk, en daar zij hare hand, terwijl zij
hem goedendag wenschte, op zijn hoofd liet rusten,
gevoelde hij zich oogenblikkelijk genezen, o Ik was,
zegde hij, door de voorspraak van Sint Franciscus de
Sales, de herstelling mijner gezondheid komen vragen,
en zie, die heb ik, door het toedoen van moeder de
Chantal , weder gevonden (1). »
(1) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 217.
-ocr page 207-
VAN SINTE CHANTAL                                   203
Van Annecy, begaf zich de Stichtster der Visitatie
onmiddellijk naar Crémieux, vergezeld zijnde van de
geestelijke dochter Maria-Adriana Fichet, die tot overste
zou gemaakt worden, en van drij andere geprofeste
kloosterzusters. De stad was klein, arm en krachteloos,
en nooit zouden de Zusters der Visitatie er in gelukt
hebben zich aldaar te vestigen. hadden twee beroemde
en godvruchtige dames van die streek, mevrouw de
Saint-Julien en mevrouw de Mépieu, de vriendinnen
van Sinte Chantal, het niet op zich genomen haar in die
stad een huis te bezorgen. Zij hadden zich uitermate
veel moeite gegeven om alles, wat toteene stichtinge
noodig was, voor te bereiden en vast te stellen. De
eerbiedweerdige moeder de Chantal bedankte ze voor
bewezen diensten. Den avond zelven van de stichting, *
toen iedereen was heen gegaan en reeds aan \'t slapen
was, stond eensklaps de woning van de twee boven-
gemelde mevrouwen in vuur en vlam. Een geweldige
wind was oorzaak dat de brand van oogenblik tot
oogenblik sterk toenam. Het schrikkelijk geschreeuw der
peerden , die in hunnen stal opgesloten waren , maakte
geheel het gebuurte wakker. Men liep met zeven haasten
naar moeder de Chantal, die dadelijk neerknielde en
door hare krachtige gebeden bekwam dat het vuur van
zelf uitging, net alsof een hevige stortvlage over dat
huis gedaald was. De planken vloeren. die begonnen te
zakken, bleven half verbrand tusschen hemel en aarde
hangen, en de menschen , bij het zien van die wonder-
bare zake buitenmate aangedaan, riepen zooveel zij
roepen konden: Mirakel! mirakel! Doch de ootmoedige
dienares Gods zegde, dat dees mirakel aan de voorspraak
van Sint Franciscus de Sales, haar heiligen Stichter, toe
te schrijven was, en dat men God voor die weldaad
allermeest bedanken moest. Desniettegenstaande was
eenieder overtuigd dat moeder de Chantal, door haar
-ocr page 208-
204                                           GESCHIEDENIS
toedoen, die gunst van den Heer bekomen had, en te
rekenen van dien tijd, droegen de inwoners van
Crémieux haar bijzondere genegenheid toe (1). »
Van Crémieux, waar zij tot overste van het nieuwe
klooster moeder Adriana Fichet aanstelde, begaf zich
Sinte Chantal, haren wegnaar Orleans voortzettende,
naar Paray-le-Monial. Dank aan de bescherming van den
markgraaf de Ragny, landvoogd van Charolais, was er,
in die stad, door de Zusters van Lyon, eene Visitatie
gesticht geweest. De ootmoedigheid van onze Heilige
kwam aan den dag, op den oogenblik dat zij het klooster
binnentrad. Zie mevrouw de Toulongeon, hare dochter,
die haar vergezelde, was tewege hare moeder te volgen in
het huis, toen Sinte Chantal haar zegde: « Francisca,
blijf hier eenen oogenblik stil, totdat ik wete of de overste
toestaat dat gij den dorpel overstappet. » En, de jonge
moeder Margareta-Elisabeth Souzion tot zich roepende,
zegde zij haar: « Mijne achtbare Medezuster, ziehier
mijne dochter, die verlangt u een bezoek af te leggen;
doch, ik wil niet dat zij zulks doe, zoolang zij van u den
oorlof niet bekomen heeft om uw klooster in te gaan. »
De personen die daar tegenwoordig waren, konden niet
nalaten fel te weenen, omdat de Stichtster der Visitatie
zoo nederig en zoo vriendelijk handelde met hare onder-
hoorigen, en hoogst bewogen over die zielroerende
gebeurtenis, verklaarden zij luidop zich in de tegen-
woordigheid van eene Heilige te bevinden (2).
Na drij dagen doorgebracht te hebben in het
klooster van Paray, en de Zusters, die nog klein in
getal, arm, en zeer slecht geherbergd waren, sterk
aangemoedigd te hebben, stelde moeder de Chantal zich
op weg naar Autun. Hare intrede was eene zegepraal.
Den geheelen tijd dat zij in die stad verbleef,
(1)  Gedenkschriften van moeder de Cbaugy, bladz. 218.
(2)  Stichting van het klooster van Paray-le-Monial, bl.228.
-ocr page 209-
VAN SI.YIK CHANTAL                                      203
kon zij in de straten niet te voorschijn komen>
zonder door het volk, dat begeerde haar te zien,
grootelijks gezocht te worden. De kinderen vooral
gingen haar vol ijver achterna, en, toen het gebeurde
dat zij, onze Heilige naderende, door haar gestreeld
geweest waren, liepen zij blijgeestig al huppelend heen,
aan iedereen vertellende dat zij de beroemde moeder de
Chantal gezien hadden. Op zekeren dag, onder anderen,
kwamen er bij geheele benden kinderen op haai1 af, en
dat enkel om hel geluk te hebben van haar te kunnen
groeten. Men wilde ze wegjagen; doch moeder de
Chantal verhaastte zich om te zeggen, dat men zulks niet
doen mocht, dat men aan hunne billijke nieuwsgierigheid
geen beletsel hoefde te stellen, en die woorden uit-
sprekende, hefte zij haren sluier op, opdat zij hare
wezenstrekken zouden zien, en streelde ze met gansch
bijzondere goedheid.
Niet alleen de inwoners van Autun, maar ook al de
ingezetenen der steden en dorpen, die zij doortrok,
begeerden haar van nabij te aanschouwen. Overal waar
moeder de Chantal zal voet zetten, zal zij verplicht zijn
haren sluier op te herten, en haar ootmoedig, vurig en
statig aangezicht te laten bewonderen: Zoo groot is de-
indruk dien de heiligen op de mcnschen maken! Men
aanschouwt ze niet enkel langs den kant van hunne ziel,
indien het mij gegeven is alzoo te spreken, maar ook
langs den kant van hun uitwendig voorkomen. Jesus
Christus, die in hun hert woont, staat ook te lezen op
hun aangezicht, en drukt, op hun voorhoofd, iets schoons
dat verrukt en tot het oefenen van de deugd aanzet.
Al de kloosterlingen van Autun legden moeder de
Chantal verscheidene malen een bezoek af, de eenen,
opdat zij zouden mogen zeggen, dat zij eene Heilige
gezien hadden, de anderen, opdat zij het geluk zouden
hebben haar te raadplegen. De overste der Jesuïeten\'
-ocr page 210-
206
GESCHIEDENIS
kwam, vergezeld van al de leeraars van zijn college,
haar ook groeten en bewonderen. Moeder de Chantal
was zoo aangedaan van al die eerbewijzingen, dat zij
schier niet spreken kon, en zich verhaastte om zich
diep te vernederen. Hetzelfde had plaats, toen de
gardiaan der Kapucijnen, in de tegenwoordigheid van
vele menschen haargrooten loftoezwaaide.en luidop ver-
klaarde dat zij allermeest had medegewerkt om de Orde
der Visitatie te stichten. Zij vergenoegde zich met te
zeggen, dat God zich dikwijls van eenvoudige werktuigen
bedient om buitengewone zaken te verrichten, en dat
aan Hem alleen de glorie van geheel die gewichtige zaak
moest toegeschreven worden.
Indien de kloosterlingen van Autun zoo ongemeene
achting hadden voor moeder de Chantal, wisten de
nonnen der Visitatie haar geen minderen eerbied te
toonen. Zij schaarden zich, als \'t ware kleine kinderen,
rondom haar, en luisterden met gretigheid naar al de
woorden die zij sprak. Toen zij voet zette te Autun, was
er in het klooster eene novice wie de Zusters, in kapittel
vergaderd, gezegd hadden haar niet te kunnen aan-
veerden, om reden dat zij in vele punten iets of wat te
wenschen liet. Hoogst bedroefd over die beslissing,
beloofde die novice haar leven te beteren, en al te doen
wat zij kon om hare gebreken uit te roeien. De goede
gesteltenissen van die jonge dochter, welke kreesch met
de macht, bemerkende, ging moeder de Chastelluz, die
tewege was zich te laten overhalen, om raad bij Sinte
Chantal. « Welhoe! mijne beminde Medezuster, riep de
Stichtster der Visitatie met kloekmoedigheid uit, maakt
gij maar zooveel werks van de beraadslagingen eens
kapittels dat door den H. Geest verlicht is? Nooit moogt
gij tegen de besluiten van dergelijk eene vergadering
handelen. Zend dan die dochter beleefdelijk weg, want,
volgens mij, is dat mensch niet geroepen om non te
worden. »
-ocr page 211-
VAN SINTE CHANTAL                                     207
Men sprak haar ook van eene jonge juffer van
veertien jnar die vurig verlangde om het novicenkleed
aan te trekken, maar wie eenige jaren te kort waren om
zulks te mogen doen. Onze Heilige wilde niet dat men
die dochter van den gewonen regel zou vrijstellen,
zeggende, dat men de voorschriften van de Orde der
Visitatie, vooral voor wat den ouderdom betreft, geens-
zins overtreden mocht, te meer, omdat zij verzekerd was
dat die vurigheid van korten duur wezen zou. en ein-
digen zou met geheel in eenen hoop te vallen. Hetgeen
zij voorspeld had, gebeurde; en, ofschoon dat meisje
onberispelijk was van gedrag, ging het echter het
klooster uit, om naar de wereld weder te keeren.
Tot dan toe hadden de Zusters van Autun niet dan
een huurhuis bewoond; zij smeekten dus moeder de
Chantal haar eenen grond te bezorgen om een klooster
te bouwen, overtuigd dat, met de hulp van onze Heilige
in te roepen, zij gansch bijzonderen troost smaken en
wonderen bijstand bekomen zouden. Behalve dat de
plaats verkozen door moeder de Chantal tot het bouwen
van een klooster allerbest geschikt was, wist zij ook van
zonderlinge gebeurtenissen te spreken. De muren van het
huis waren schaars een man hooge, of reeds hoorde men
er eene schoone muziek waar men de spelers niet van kon
ontdekken. « Men zou gezegd hebben dat hemelsche
muzikanten aldaar bijeen gekomen waren om er Gods
lof te zingen. en om van dat nieuwe huis des
gebeds de plechtige inwijding te doen. Later toen de
Zusters haar klooster voor goed ingegaan waren, hoorde
men dikwijls welluidende en onbekende stemmen, die
samen met de Zusters het heilig officie zongen. De
nonnen waren van die melodij zoodanig ingenomen, dat
zij, gansch verrukt, meenden in den hemel te zijn; doch
zoohaast zij aan die muziek, ten einde er de aangename
tonen van op te merken, aandachtig het oor leenden,
-ocr page 212-
208                                         GESCHIEDENIS
hield zij dadelijk op. \'t Was vooral met de hoogdagen,
en onder het zingen van de antiphones van 0. L. Vrouwe,
dat die stemmen dweers door de kapel allerschoonst
klonken (1).
Uit Autun afreizende, begaf zich Sinle Ohantal naar
Orleans, waar zij met eene onzeglijke blijdschap door de
Zusters onthaald wierd; doch die vreugde veranderde
welhaast in droefheid, te weten dan, als zij uit den
mond van onze Heilige gehoord hadden dat zij geenszins
hare verlangens kon voldoen, en diensvolgens, de
bevelen van Sint Franciscus de Sales ingezien, niet
toeslaan mocht tot moeder van het klooster van Orleans
gemaakt te worden. Echter verbleef zij drij maanden in
het klooster, en , gedurende dien tijd, weigerde zij niet
het ambt te bekleeden van overste des gestichts,
\'k versta de Zusters te vermanen en te berispen als het
noodig was, haar de zachtmoedigheid en de ootmoedig-
aan te prediken, en haar tot het onderhouden van den
regel sterk aan te zetten. Die maanden verloopen zijnde,
wilde zij dat de nonnen, tot het kiezen van eene overste,
in kapittel vergaderden, en ging, na, door haar god-
vruchtig en heilig leven, hare geestelijke kinderen
hoogst gesticht te hebben. de stad uit.
Van Orleans, begaf zich Sinte Chantal naar Parijs,
ten einde de verlangens van moeder de Bréchard, die
haar gevraagd had naar haar klooster at te komen,
spoedig te voldoen. Gij moet weten dat de deftige moeder
de Bréchard, die het klooster van Parijs zoo wijselijk
bestierd had, en die, bijna zonder geldmiddelen, niet
dan op God betrouwende, in die stad eene tweede
Visitatie gesticht had, alsdan door de boozen fel vervolgd
was. In den grond van de zake, was men jaloersch ,
omdat alles haar zoo goed lukte. De lof welken men
(1) Stichting van het klooster van Autun, bl. 236 en volgg.
-ocr page 213-
209
VAN SINTE CIUNTAI.
haar toezwaaide, de genegenheid welke twee koninginnen,
Maria de Médicis en Anna van Oostenrijk haar toedroe-
gen, waren oorzaak dat men haar lasterde en kleinachtte.
Het ging zoo verre dat er. bij oogenblikken, sprake was
van het klooster te verdelgen.
Sinte Chantal verhaastte zich om toe te loopen.
Een trek, waarde oude Gedenkschriften van gewagen,
geeft te kennen hoe groot reeds, te dien tijde, hel aanzien
van onze Heilige was. Zoodra als men vernomen had dat
zij was aangekomen, werd er zonder tusschenpoos, om
zoo te zeggen, aan de deur van het klooster gebeld, zoo-
danig dat de portieres, zuster Anna-Maria Verdelot, bijna
op hare beenen niet meer konde staan, van d\'eeuwige
vermoeinis, en, na drij dagen, verplicht was te gaan
rusten in haar bed.
Men had de hope gekoesterd dat de tegenwoordig-
heid van de eerbiedweerdige moeder de Chantal zou
genoeg geweest zijn, om de gemoederen te stillen. Men
bedroog zich leelijk. Bemerkende dan dat het noodweer
niet ophield, dacht die beroemde dienares Gods, die,
volgens de omstandigheden, het geweld wist tegen te
staan of voor hetzelve te wijken, dat, om de rust te
bekomen, zij wél zou doen met te gebieden dat moeder
de Beaumont Parijs zou verlaten, en naar Annecy
afreizen. Alsdan toonde moeder de Beaumont wat voor
een edelmoedig mensch zij was (1). Dadelijk maakte zij
gereedschap om te vertrekken, troostte zelve hare mede-
zusters, die bitterlijk weenden, en bedankte met zoo
groote ootmoedigheid en edelaardigheid de koningin
Anna van Oostenrijk, die aan hare afreis een beletsel
stellen wilde, dat die machtige der aarde, de spreek-
kamer uitgaande, luidop verklaarde tegen eene Heilige
gesproken te hebben. Middenin die schoone blijken van
(1) Brief san Sinte Chantal aan moeder Maria-Jacoba Favre.
30 Maart 1628.
-ocr page 214-
210
GESCHIEDKMS
manhaftigheid en van gehoorzaamheid, gaf zij, bij het
uitgalmen van een woord, te kennen, hoe nauw zij was
van conscientie. Zie terwijl zij bezig was met eene harer
medezusters wat te troosten, en zij, zonder achterdenken,
iets ot wat gezegd had dat haar tot eere verstrekte, was
zij al met eens daar zoodanig droevig over, dat zij zoo
seffens Sint Vincentius a Paulo, haren biechtvader,
ontbood, en hem ootmoediglijk hare schuld beleed. Die
heilige man, hoorende waar er van kwestie was, zegde
haar rechtuit, dat God die fout toegelaten had, opdat zij
nimmer op hare standvastigheid, hoe groot ook,
roemen zou (1).
De zoo spoedige en zoo krachtige beslissing van
moeder de Chantal, de zoo volkomene gehoorzaamheid
van moeder de Beaumont, de aankomst van moeder Favre
waren oorzaak dat die tegenkantingen een einde namen,
en dat, gelijk het dikwijls gaat, de omtrek van het
klooster, thans van vriendelijke toejuichingen weer-
galmde. Sinte Chantal, na in het tweede klooster van
Parijs eenige dagen doorgebracht te hebben, ging het
eerste, bestierd door moeder Maria-Helena Lhuillier,
een bezoek afleggen, en, den geheelen tijd dat zij te Parijs
verbleef, kwam zij beurtelings de Zusters van het eene
en van het andere vinden, haar opwekkende om steeds
godvruchtig voor te komen, en om gestadig de belangen
van haar huis fel te behertigen.
De brieven aan Sinte Chantal te Parijs toegezonden,
waren allertroostelijkst. Immers verscheidene onlangs
gedane stichtingen gingen, in weerwil van vele moeilijk-
heden, goed vooruit in het wijdvermaarde Frankrijk:
\'t waren die van Embrun (26 April 1625); die van Blois
(4 November 1625); die van Bourg-en-Bresse (19 Maait
1627); die van Dol, in Bretanje (21 October 1627);
(1) Levens van verscheidene oversten, bladz. 94.
-ocr page 215-
211
VAN SINTE I IIANIA1.
en eindelijk die van Lyon, op den hoogen en heiligen
berg van Fourvières (21 November 1627). Dat tweede
klooster van Lyon was het dertigste van de Orde der
Visitatie. Sint Franciscus de Sales had, in den tijd van
twaalf jaar, de dertien eerste opgericht; in de weerdij
van vijf jaar, zag Sinte Chantal de zeventien andere
aan den dag komen. Hier nogtans dient opgemerkt te
worden dat het klooster van Bourg-en-Bresse, welk
thans ook aan \'t groeien en \'t bloeien was, in den
beginne groot gevaar liep van te vergaan, om reden dat
de weldoenster daarvan, een alleszins ongestadig niensch,
op zekeren dag van moeder Favre de dertig duizend
frank, haar tot het koopen van het huis gegeven, met
alle geweld weereischte. Gelukkiglijk dat moeder Favre
het hoofd niet verloor en, op God betrouwende, zoo
seffens bij iemand ging die haar die somme gelds
leende, en zij alzoo de verlangens van die kwaadwillige
mevrouvve kon voldoen, zoo niet was het voor altijd
gedaan met het klooster van Bourg-en-Bresse. Men vindt
toch aardige menschen in de wereld !
Doch wat meer nog dan de spoedige uitbreiding
van de Orde der Visitatie aan moeder de Chantal troost
verschafte, was te bemerken dat al hare geestelijke
kinderen wedijverden om van dag tot dag in deugd en
heiligheid toe te nemen. Men gedooge, dat wij daar
eenige oogenblikken over spreken. Die eerste jaren van
eene opkomende Orde zijn de eerste dagen van het
novitiaat gelijk. Zij hebben er de frischheid van, de
vlijtigheid, de aangenaamheid. Na in \'t lang en in
\'t breede van de regelen en den geest der Visitatie
gehandeld te hebben, gaan wij thans toonen, hoezeer de
nonnen van die Orde bezorgd waren om op de voetstap-
pen van hare heilige Stichters te wandelen.
Men weet dat Sint Franciscus de Sales, van geen
buitengewone lijfkastijdingen willende hooren spreken,
-ocr page 216-
212
GESCHIEDENIS
zich bijzonderlijk, had toegelegd om zijne geestelijke
kinderen, die, gelijk alle christen \'mensen, verplicht
waren boetveerdigheid te doen, de inwendige versterving
te leeren. Hij was goed verstaan geweest. De gehoor-
zaamheid werd door de medezusters van Sinte Chantal
allermeest geoefend; men mocht haar gebieden wat men
wilde, haar zenden tot de uiterste palen der aarde, haar
op alle manieren beproeven en vernederen, altijd waren
zij gereed om de bevelen van hare oversten te volbrengen,
en dat, zonder ooit de kleinste bemerkinge te maken, zon-
der ooit in de minste klachten uit te vallen. Tot bewijs
van de waarheid mijns gezegde, treed ik hier in eenige
bijzonderheden. Zie, op zekeren dag dat de deftige moeder
Favre door Sinte Chantal uit Montferrand naar Dijon
geroepen was, ontmoette zij vanwege de magistraten en
het volk, die haar in ongemeene achting hielden, zoo
grooten tegenstand dat, om te gehoorzamen, zij
verplicht was des nachts uit haar klooster te vertrekken
en den weg, in eene arme vrouwe gekleed, te voet af te
doen. Gelukkiglijk dat, bij haar aangaan, zijeene kar
tegenkwam waar zij plaats op nemen mocht, en alzoo
vrij ging van duizenden moeilijkheden (1). Te Belley,
waar sommige edele personen beletten wilden dat moeder
Margareta Michel afreisde, antwoordde deze: « Ach!
eerder dan te vertoeven tegen den dank van mijne
oversten, zou ik, hoe mank ik ook ben, niet aarzelen de
muren van de stad met eene ladder te beklimmen (2). »
Te Moulins, lag moeder de Bréchard ziek te bed, toen
Sinte Chantal haar liet weten dat zij haar vier nonnen
moest zenden, en bij voorkeur die waar zij meest dienst
en voordeel van had. En zie, zoo seffens voldeed zij de
verlangens van de Stichtster der Visitatie. « Indien,
zegde zij, mijne overste mij gebood haar eene mijner
(1)  Levens der eerste moeders, 1 hoekd., bladz. 38.
(2)  Levens van eenige oversten, bladz. 135.
-ocr page 217-
VAN SINTE CHANTAL.                                     213
oogen of eenen mijner armen te geven, dadelijk zou
ik mijne ooge uitrukken en mijnen arm doen afsnijden,
om te toonen dat ik haar wil gehoorzamen (1). » Ofschoon
de geneesheeren verklaard hadden dat moeder de Ghatel.
met uit Grenobel te vertrekken, in groot gevaar was van
eene harer oogen, die sterk aan ontsteking leed, te
verliezen, ofschoon zij haar gesmeekt hadden hare afreis
wat uit te stellen, ging zij niettemin, op het eerste bevel
van Sinte Chantal heen, zeggende: « Wat kan mij dat
schillen dat ik maar céne ooge heb, als ik maar gehoor-
zame (2)! » Zich, op verzoek van Sinte Chantal, naar
Crémieux begevende, valt moeder Adriana Fichet van
haar peerd, en ligt deerlijk gekwetst twee uren lang te
midden van de sneeuw des gebergten. Men wekt haar
op om eenige dagen stil te blijven, om wat rust te
nemen; doch \'t is vruchteloos gepoogd: zij antwoordt:
« Mijne overste heeft gesproken, laat ons gaan. » En
ten prijze van onzeglijke vermoeinissen, komt zij op
gestelden dag te Crémieux bij Sinte Chantal aan (3).
Doch al deze woorden zijn niets, vergeleken met die
welke moeder de Blonay in zekere omstandigheid sprak.
Daar men haar laakte, omdat zij toegelaten had dat men
met het lichaam van Sint Franciscus de Sales naar
Annecy afreisde, riep zij uit met kracht: « O! niet enkel
zou ik, op de stem van mijne eerbiedweeidige overste,
toegestaan hebben dat men met het lichaam van mijn
heiligen Stichter naar Annecy vertrok, maar ik zou zelfs
gedoogd hebben dat men mij het lichaam van mijn
goddelijken Zaligmaker, ware het in mijn bezit geweest,
ontnam (4). » Zoo wist men in de Visitatie de gehoor-
zaamheid te oefenen.
(1)  Levens van de eerste moeders, bladz. 214.
(2)  Stichting van het klooster van Grenobel.
(3)  Stichting van het klooster van Crémieux.
(4)  Leven van moeder de Blonay, bladz. 31.
II.                                                 SINTE CHANTAL 14
-ocr page 218-
214                                          GESCHIEDENIS
Ziehier nog eenen trek waar de gehoorzaamheid der
Zusters van de Visitatie allermeest in uitschijnt. Op
zekeren dag (\'t was in 1647), dat de nonnen van Annecy
zich vóór priester Olier, stichter van het seminarie van
Sint Sulpitius, in de spreekkamer, achter het traliewerk
bevonden, gebood de moeder van het klooster aan
zuster Anna-Maria Rosset wat nader te komen en te zingen.
En, o wonder! dadelijk voldeed die bejaarde Zuster, die
verre was van eene meesteresse in de zangkunst te zijn,
de verlangens van hare achtbare overste, zoodanig dat
de eerweerde heer Olier, die thans zelf over de vol-
komene gehoorzaamheid der Zusters van de Visitatie
oordeelen kon, met verbaasdheid uitriep: « \'t Is genoeg.
brave Zuster, \'t is genoeg, meer moet ik niet weten, om
luidop te mogen verklaren dat gij eene deugdzame
non zijt (1). »
Sinte Chantal verheugde zich, omdat hare geeste-
lijke kinderen zoo kloekmoediglijk de deugd van gehoor-
zaamheid oefenden. « God heeft ons, schreef zij, buiten-
gewonen troost verschaft, met ons novicen te zenden
die buigzaam zijn van karakter. Zie, wat ik haar gebiede
ofte niet, \'t mag zoet of bitter zijn, altijd zijn zij gereed
om mijne bevelen te volbrengen, en zoo is het ook met
al myne geprofeste medezusters gelegen. Daarom ben ik
over van blijdschap, ziende dat ik van zoo brave en zoo
ootmoedige kinderen omringd ben; ja volgeern beken ik
dat, die kostelijke schatten in acht genomen, ik de
gelukkigste mensch ben van de wereld (2). »
Als men zoo weinig aan zijn eigen gedacht houdt»
waar zou men kunnen aan houden ? Niet te verwonderen
dan dat de Zusters der Visitatie teenemaal afgetrokken
van de tijdelijke bekommernissen leefden. In den
beginne was hare armoede groot; niet zelden hadden zij
(1)  Levens van eenige oversten, bladz. 31.
(2)  Brief van Sinte Chantal, uitgave Migne, bladz. 123".
-ocr page 219-
21 O
VAN SINTE CIUNTAL
gebrek aan de noodzakelijkste dingen; doch zij lieten
daarom niet van blijgeestig en opgeruimd te zijn. Zij
betwisten elkander op de vriendelijkste wijze de ver-
sletenste kleeren, het overschot der tafel, ook nog het
ongemak van zonder eten slapen te gaan: zoo hevig
verlangden zij om de voetstappen van den armen Jesus ,
haren goddelijken Zaligmaker, te volgen! Doch, mid-
denin die gansch bijzondere behoeftigheid, betrouwden
zij op Dezen die niemand Iaat honger lijden, zelfs niet
de vogelen van de lucht. Zij hadden uit liefde van Onzen
Lieven Heer aan huis, maagschap en vrienden vaarwel
gezegd; \'t was aan Hem van te zorgen voor haar. van
haar kost en kleederen te verschaffen; zoo spraken zij;
en waarlijk, God kwam haar niet enkel in hare geeste-
lijke, maar ook in hare lichamelijke noodwendigheden
sterk ter hulpe.
Zekeren keer dat de Zuster huisbezorgster van het
klooster van Orleans aan moeder de la Roche, hare
overste, gezegd had dat zij welhaast zou gebrek hebben
aan koorn en aan geld, werd er haar eenvoudiglijk
geantwoord: « Mijne lieve Dochter, ga spoedig naai-
den zolder en zegen het weinige koorn dat overblijft,
uw betrouwen op God stellende. » Daar de Zuster zulks
niet gedaan had, gevoelde zij des anderendaags knaging
van conscientie, en kwam, gansch bekreten, in de tegen-
woordigheid van al de nonnen, aan hare overste ver-
giffenis vragen. « Mijn lief Kind. zegde haar moeder
de la Roche, wat gij verzuimd hebt te doen, zullen wij
dadelijk samen gaan doen. » En zoo seffens, in \'t
gezelschap van al hare onderhoorigen, begeeft zij zich
naar den zolder, en daar, na vurige gebeden gestort te
hebben, gebiedt zij aan de Zusters het weinige koorn
eenparig te zegenen. En zie, te rekenen van dien
oogenblik , hield het hoopje graan , waar men dagelijks
ging uit scheppen, op van te verminderen (1). Eene
(1) Levens der eerste moeders, 1 bkd., blad/.. 463.
-ocr page 220-
216                                           GESCHIEDENIS
andere overste van de Visitatie, die eene betaling te
doen had, kwam eens niet zeven haasten naar de geldkas
van het klooster gegaan, zich niet herinnerende dat zij
schier ledig was. Ongelukkiglijk haalde zij daar maar
éénen armen stuiver uit; hetgeen gelegenheid gaf aan de
Zusters om eens te grimlachen, en haar te vragen of de
engel Raphaël haar niet zou ter hulpe komen. De overste,
zonder den moed te verliezen, sloeg, alsof zij de godde-
lijke Voorzienigheid met hare behoefte hadde willen
bekend maken, hare oogen ten hemel, en zie, op
denzelfden oogenblik, klopte men aan de deur van het
klooster; \'t was iemand die eene beurze vol goudstukken,
\'k versta honderd gouden louis, aanbracht. « Dochters
van klein geloof, zegde alsdan de moeder van het huis,
zult gij eindelijk overtuigd zijt dat God niemand onge-
troost laat, dat Hij getrouw is in zijne beloften? »
Die aangename tooneelen hadden schier onop-
houdelijk plaats. Te Crémieux, hadden de nonnen niets
te eten. Men belt al met eens aan het klooster. En o
wonder! eene brave vrouwe brengt in hare schort een
schoon wit brood voor iedere der Zusters (1). Te Nevers,
waar de nonnen slecht geherbergd en hoogst begeerig
waren een kleinen hof, waar men niet wilde van afzien,
te bekomen, stelt men zich, op bevel van de overste, aan
\'t bidden, en welhaast komt de eigenaar van den hot
zeggen dat hij van zin is aan de Zusters den zoo lang
gewenschten grond te verkoopen (2). Te Moulins, was
op zekeren dag de armoede zoo groot, dat men zijne
nooddruft niet kon voldoen. Moederde Chastelluz, sterk
op God betrouwende, gebiedt aan hare medegezel-
linnen vurige gebeden te storten. Schaars hadden zij
opgehouden den Heer om hulpe te smeeken, of een
onbekende heer zendt haar eene aanzienlijke somme
(1)  Stichting van het klooster van Crémieux.
(2)  Stichting van het klooster van Nevers,
-ocr page 221-
217
VAN SIMT. UHANTAL
gelds, waardoor zij van vele moeilijkheden en van den
schrikkelijken honger vrij gingen (1).
Eindelijk, te Annecy, terwijl men aan \'t bouwen
was van de kapel, kwam op zekeren dag een arme
manke werkman naar moeder de Blonay gegaan, haar
zeggende: « Ik heet Esseve; ik heb vernomen dat gij
bezig zijt met eene kerke te timmeren waarin het
eerbiedweerdig lichaam van Sint Franciscus de Sales die
mij, tijdens zijn herderlijk bezoek in het Chablais,
gevormd heeft, zal geplaatst worden. Welnu, ik breng
u eene kleine aalmoes, hopende dat gij die geringe gift
met dankbaarheid zult aanveerden. » En, knielende,
gaf hij ons eenige stuivers, met blijdschap uitroepende:
« Zie, met de gomme van de boomen te plukken, heb
ik dat geld bijeen geraapt, en u behandige ik het, opdat
gij er iets of wat zoudet mede koopen voor uwe nieuwe
kerk. Ik weet wel dat ik arm ben en dat ik dat geld
hoogst van noode heb om te bestaan; desniettegenstaande
schenk ik u het volgeern, om reden dat ik steune op de
brave menschen die mij geen stuksken brood zullen
weigeren, en die, als ik zal ziek of zuchtig zijn, mij
ongetwijfeld zullen ter hulpe komen. Wat meer is, ik
heb een goeden vriend van wien ik verkrijg al wat ik
begeere of vrage. » En daar moeder de Blonay wilde
weten wie die vriend was, antwoordde hij met de tranen
in d\'oogen: « Ach! die goede vriend welke niet ophoudt
de menschen te overladen met gunsten en die door velen
miskend wordt, is Jesus Christus. Alwie op Hem
getrouwt en Dezes vriendschap bezit, zal nooit aan iets
gebrek hebben. Hij draagt gedurig zorge voor de zijnen,
toont hun op alle wijzen zijne liefde en staat hun, niet
enkel in hunne geestelijke maar zelfs in hunne lichame-
lijke noodwendigheden bij. En voor die gansch bijzon-
(1) Levens van eenige oversten, bladz. 259.
-ocr page 222-
218                                           GESCHIEDENIS
dere genegenheid, eischt Hij niets anders dan hun
hert (1). »
In alle omstandigheden wisten de Zusters der
Visitatie van de aangename tusschenkomst der goddelijke
Voorzienigheid te spreken. Zie, op zekeren dag dat
moeder de Chatel tewege was eene vleeschsoep gereed
te maken voor eenen zieke, riep zij al met eens uit met
kracht: « Eilaas! het zal lang duren eerdat die brave
man zijn versterkend voedsel hebben zal; immers het
vuur is uitgegaan, en ik weet niet hoe aan boord gelegd
om het natte hout te doen branden. » Schaars had zij
die woorden gezegd, of het bijgebrachte stoofhout ging
van zelt aan \'t laaien. Dit bemerkende, knielt moeder
de Chatel, allermeest bewogen, dadelijk neer, en drukt
zich in dezer voege uit: « Waarlijk, Heer, mij was het
bekend dat Gij hier waart, doch ik dacht niet dat het
was om onze keukenknecht te zijn. » En eensklaps
meende zij eene stem te hooren die haar antwoordde:
« In den Hemel ben ik de vergelder van mijne heiligen;
niet te verwonderen dan dat ik op aarde dezen die
Mij beminnen ter hulpe kome (2). »
Hoe meer de goddelijke Voorzienigheid voorzag in
de armoede der kinderen van Sinte Chantal, hoe meer
dezen hare armoede beminden, en hoe meer zij weikten
om arm te blijven. De kloosters der Visitatie bezaten
schier niets; en het weinige dat zij nog hadden, waren
zij bereid te verlaten eerder dan om wat geld iemand in
rechten te vervolgen. Het ligt ons nog versch in het
geheugen, hoe Sint Franciscus de Sales al de goederen
van Mevrouw de Bonivars, wier eigendom door hare
erfgenamen aan het klooster van Annecy betwist was,
wedergaf (3). « Daar beware ons God voor, zegde
(1)  Leven van moeder de Blonay, bladz. 204.
(2)   De eerste moeders, I hoekd. bladz. 310.
(3)  Stichting van het klooster van Annecy.
-ocr page 223-
VAN SINTE CIU.NTAL                                     219
de deftige bisschop, te zien dat onze duivekens niet de
spaarzame mieren dezer wereld woorden, geschil of
krakeel hebben! » Evenzoo weigerde Sinte Chantaleene
erfgift, haar, op voorwaarde dat zij legen de familie
pleiten zou, toegestaan, te aanveerden (\\). Desgelijks
handelden moeder Favre (2) en moeder de Monthouz,
die van aanzienlijke sommen gelds afzagen, eerder dan
met iemand in \'t recht te liggen. Wilde ik, ik haalde
nog een twintigtal gelijkige voorbeelden aan.
De versterving en de zelfopoffering gingen daaren-
boven met de gehoorzaamheid en de armoede der
Zusters van de Visitatie gepaard. In deze Orde oefende
men, wel is waar, die schrikverwekkende strengheden
niet die de glorie der Karmelieternonnen uitmaakten en
thans nog uitmaken. De regelen en het einde waar de
Visitatie voor ingesteld is, zouden zulks niet gedoogd
hebben; doch men leidde er een boetveerdig leven:
« Niets begeeren, naar niets vragen, niets weigeren, »
viel de geestelijke kinderen van Sinte Ghantal soms
lastiger om doen, dan het haar zou gekost hebben de
ongemakkelijkste hairen kleederen te dragen. Te Lyon,
waar de brave zuster Maria ïrunel van den trap gevallen
was en zich veel zeer gedaan had, verstond men
allerbest hoe fel de nonnen der Visitatie zich wisten te
versterven. Immers toen moeder de Chantal aan boven-
gemelde Zuster vroeg, hoe het kwam dat zij zoo mank
ging en zoo groote moeite had om haar werk te doen,
antwoordde zij met kloekmoedigheid: « Ik heb, beminde
Moeder, den trap beklimmende, eene tuimeling gemaakt,
en mij wat zeer gedaan. » Eilaas! toen men de zake
goed onderzocht, ondervond men dat drij van hare
ribben gebroken waren (3). Vijfjaar lang sliep moeder
(1)  Stichting van het klooster van Moulins.
(2)  Stichting van het klooster van Bourg-en-Bresse.
(3)  Leven van luster Maria Trunel, in <ie wereld mevrouw
d\'Auxerre; handschrift in-4*, bladz. 18.
I
-ocr page 224-
220
l.KSI Hlklil MS
de Martignat, die van edele ouders geboren was, in eene
slechte zolderkamer, onder een dak waar de regen de
sneeuw en de zon gemakkelijk doorkonden; en, toen de
Zusters haar zegden dat zij er ongetwijfeld moest braden
in den zomer en er vervriezen in den winter, riep zij
al lachende uit: « Ik zou mijn kamerken tegen het
paleis van de koningin niet willen verwisselen; voor-
zeker is zij zoo tevreden niet als ik. » Nooit zou men
geweten hebben, hoedanig de verstervingen waren die
zij deed in hare cel, hadde de Zuster huisbezorgster, op
een wintersenen dag voet in dien ellendigen schuilhoek
zettende, niet bemerkt dat de regen, tot ijs gemaakt, in
lange stukjes, waar zij Sinte Chantal een staal van
toonde, boven het bed van moeder de Martignat
neerhing (1).
Niets kwam die edelmoedige zielen te lastig voor;
en niet eene harer vergat de deugd manhaftiglijk te
oefenen. Op zekeren dag dat zuster Gabriëlle Bally bezig
was met het schurftige hoofd van een armen mensch te
kammen, gevoelde zij al met eens zoo grooten afkeer
van dat werk, dat zij meende in onmacht te vallen;
doch, zich dadelijk herinnerende dat de volmaaktheid
bestaat in zich zelve te overwinnen, riep zij met de
tranen in d\'oogen uit: « O mijn Jesus, laat niet toe dat ik
van dat zieke hoofd nog walg hebbe. » En met de hand
het ongedierte bijeen rapende, zegde zij: « Zusterken,
tot uwe straf, zult gij die beestjes, als \'t ware
welriekend anijs, smakelijk opeten. » En waarlijk, wie
zou het gelooven? oogenblikkelijk zwelgde zij met
kloekmoedigheid dat ongedierte door (2).
Als men menschen aantreft die de zelfopoffering
zoo goed verstaan, hoe ware het mogelijk ze niet te zien
uitschijnen in gansch bijzondere liefde tot God? Ook
(1)  De eerste moeders, II boekd. bladz. 185.
(2)  Levens der eerste moeders, II boekd. bladz. 131.
-ocr page 225-
S>21
VAN SINTE CHANTAL
leefden zij met Hem in wondere en innige betrekkingen.
Menigwerf verklaarde Sinte Chantal dat bijna al hare
geestelijke kinderen gewoon waren met God in gemeen-
zame onderhandeling te treden, en dat vele harer van
buitengewone verrukkingen en zonderlinge opgetogen-
heden te spreken wisten. De brave Zuster portieres,
Anna-Jacoba Coste, was met de gave van tranen
begunstigd. Nooit bevond zij zich vóór het H. Sacra-
ment zonder te schreien met de macht, en de zaken
gingen zoo verre dat moeder de Chatel, die zulks niet
zelden bemerkte, het moeilijk zien kon zonder daar
sterk van aangedaan te zijn (1). De jonge zuster Maria
Amata de Rabuiin verlangde om, naar het voorbeeld
van haar welbeminden Zaligmaker, voor het welzijn
van het menschdom te mogen geslachtofferd worden.
Dag en nacht wenschte zij, uit liefde van Jesus, te
mogen lijden. Op zekeren keer, zich meer dan naar
gewoonte verlicht gevoelende, knielde zij en vroeg aan
God, om voor de zonden zijner ondankbare kinderen te
voldoen, en haar op alle manieren te beproeven en te
pijnigen. Doch haar vielen welhaast zoo groote smerten
en ongemakken ten deele, dat, zonder tegen de godde-
lijke Voorzienigheid te morren, zij de jonge Zusters
smeekte nooit dergelijke vrage te doen, en zich steeds
niet de schikkingen des Heeren eenvoudig weg tevreden
te houden (2).
Moeder Francisca de la Fléchère was niet minder
dan Maria-Amata de Rabutin naar lijden begeerig. Zij
dacht aan niets anders dan aan vernedering en kruisen.
Zekeren keer dat zij neerstig aan \'t bidden en aan
\'t overwegen was, vroeg zij aan Jesus Christus om te
mogen deelen in de pijnen van zijne dood, en door de
menschen voor eene uitzinnige gehouden te worden. De
(1)  Levens der eerste moeders. II boekd. I laclz. 369.
(2)  Levens van eenige oversten, bladz. 521.
-ocr page 226-
222
GESCIIIEDE.MS
edelmoedigheid van die jonge Zuster maakte op Sinte
Chantal grooten indruk. « Laat, zegde zij, zuster
Francisca maar gewerden, ongetwijfeld brandt zij van
liefde tot God; ongetwijfeld is zij Hem allersterkst
genegen (1). »
Eens dat Sint Franciscus de Sales vroeg aan moeder
Anna-Maria Rosset, of zij Onzen Lieven Heer beminde,
was hij van een zielroerend schouwspel getuige. Immers
moeder Anna-Maria was van die vrage zoodanig aan-
gedaan, dat zij geen woord spreken kon, en als in eene
verrukkinge stond. Dat bemerkende, riep de achtbare
bisschop de Zusters, die deze gelukkige zieke zonder
taal of teeken vonden, tot zich, zeggende: « Draag ze
naar hare cel, en laat ze gerust; alleenlijk let op de
woorden die zij spreken zal als zij tot haar zelve zal
gekomen zijn. Men gehoorzaamde stiptelijk, en de
eerste volzin, welken zij uitgalmde, was deze: « Ach!
indien ik God bemin! Is er wel een schepsel in den
hemel en op de aarde die daar kan aan twijfelen? » Te
rekenen van dien oogenblik, was haar leven niet dan
eene gedurige verheffing haars herten tot haren welbe-
minden Zaligmaker, niet dan eene aaneenschakeling van
verrukkingen, van opgetogenheden en van voorzeggin-
gen waar de diepste ootmoedigheid en de volstrektste
gehoorzaamheid onder schuilden (2).
Bijna telkens dat moeder de Bréchard tot de heilige
Tafel naderde, viel zij in onmacht, om reden dat zij
teenemaal in den Heere verslonden was. Geheel dikwijls,
binst de mis, werd zij buiten haar zelve vervoerd. De
eerste maal dat zij van die gansch bijzondere gesteldheid
te spreken wist, deed zij geweld om op te staan van de
plaats waar zij gezeten was, doch het was haar onmoge-
lijk. De Zusters legden haar op een bed, en waren
(1)  Levens van eenige oversten, bladz. 570.
(2)   Levens van eenige oversten, bladz. 19.
-ocr page 227-
VAN SINTE CHANTAL                                  223
tewege, meenende dat zij kwalijk wierd, haai- een\'
versterkingsmiddel te geven, toen moeder de Chatel
gelukkiglijk afkwam en op het schitterend aangezicht
van moeder de Bréchard wees, zeggende: « Ziedaar
eene goede ziekte, teergeliefde Medezusters; wacht u
wel van die te willen genezen. Moge zij ongeneesbaar
zijn! » En haar opleggende de kamer te verlaten, liet zij
die brave moeder de Bréchard de vruchten van dat
wonderbaar vizioen gerustelijk plukken (1).
Moeder de Chatel was ook met ongemeene weldaden
begunstigd. Zij vond al haar behagen met God te
spreken. Onophoudelijk trad zij met Hem in gemeen-
zame onderhandeling, en zoo groot was hare liefde tol
Onzen Heer dat, de hevigheid dier verknochtheid inge-
zien, zij dikwijls verplicht was de venster van hare cel
te openen, om aan de vriendelijke en heilige gevoelens
van haar hert wat lucht te geven (2). « Mijne welbe-
minde Medezuster, zegde haar Sinte Chantal, tracht uit
de tegenwoordigheid van uw hemelschen Bruidegom
vrucht te rapen, want er zal een dag komen dat gij Hem
zoeken en niet vinden zult. — Welhoe! antwoordde
moeder de Chatel, ik zou naar mijnen God zoeken, en
Hem niet vinden! Voorwaar, indien iemand anders dan
mijne Overste mij zulks zegde, zou ik er niets van
gelooven. » Hetgeen Sinte Chantal voorspeld had,
gebeurde. Moeder de Chatel ging welhaast van de
blijdschap tot de neerslachtigheid over, van de inwen-
dige tevredenheid tot de duisternissen en de dorheden
des geestes. Ja, het duurde niet lang of, vol van treurig-
heid, riep zij tot Onze lieve Vrouwe, zeggende: « Beste
Moeder, zoudt gij gedoogen dat men u uw lieven Zoon
ontneme? Zie, gij hebt Hem drij dagen lang gezocht,
toen Hij verloren was, en het geluk gehad Hem weder
(\\) Levens der eerste moeders. I boekd. Madz. 170.
(2) Levens der eerste moeders, I boekd. bladz. 400.
-ocr page 228-
224
<.i:si:iiii:iii:,\\is
te vinden, en ik, ellendig schepsel als ik ben, ik zoeke
en blijf Hem zoeken, en vind Hem niet! daarom, wil ik
u nogmaals doen gevoelen, hoe pijnlijk het is van Hem
gescheiden te zijn. » En, die woorden zeggende, nam
zij eene schaar, en ontleende aan de beeltenis van de
H. Maagd, waar zij vóór geknield was, het kindeken
Jesus dat op de armen van zijne teergeliefde Moeder
rustte. Dat gedaan zijnde, sprak zij in dezer voege tot
Maria, de troosteres der bedrukten : « O goede Moeder,
wil het mij niet ten laste leggen dat ik u uwen Zoon
ontnomen heb, gij hebt mij immers sterk gedwongen
om zulks te doen, daar gij mij Hem niet geven wilt. »
Op denzelfden oogenblik was zij zoo droevig te zien dat
het goddelijk Kindeken van zijne heilige Moeder geschei-
den was dat, weenende met de macht, zij al met eens
uitriep: « O beste Moeder, mij is het gansch onmogelijk
u langer van het gezelschap uws welbeminden Zoons te
berooven. » En dadelijk maakte zij het afgesneden
santje met eene spel aan de beeltenis van Maria vast.
Nauwelijks had zij dat werk verricht of de H. Maagd
verscheen haar, en gaf haar, evenals aan Sint Antonius
van Padua, het goddelijk Kindeken Jesus te vereeren (1).
Moeder Favre wist van die gansch bijzondere ver-
troostingen niet te spreken. Haar leven was met aller-
hande smerten en duisternissen bezaaid, en, op haar
aangezicht, dat bleek en uitgemergeld was, stond de
droefheid in groote letters te lezen. Schier den geheelen
dag door, hoorde men haar niets anders uitroepen dan :
Mijn God, mijn God, waarom hebt gij Mij verlaten?
Doch middenin die pijnlijkheden van lichaam en van
geest, kwam zij gansch onderworpen aan den wille Gods
voor, en, naar het voorbeeld der visschen die, spijts de
hevigste onweders, gerustelijk voortleven in het water,
(1) Levens der eerste moeders, I boekd. bladz. 320.
-ocr page 229-
VAN SIMT, CBANTAL                                  22»
bewandelde zij met betrouwen dit met kruisen bestrooide
tranendal. Begeerende te toonen, hoezeer zij met de
aanbiddelijke schikkingen des Heeren tevreden was, en
hoezeer zij bereid was om alle zwarigheden, hoe aan-
zienlijk ook, manhaftig te onderstaan, beloofde zij aan
God Hem steeds te gedenken, en Hem, zoowel in droef-
heid als in blijdschap, te loven en te gebenedijden.
Wonderbare belofte voorwaar, die eenieders verbaasd-
heid uitmaakt, en die groote gelijkenis heeft met die van
Sinte Theresia en van Sinte Chantal (1).
Hoe gedaan, om den lezer met de buitengewone
vereeniging van moeder de la Roche met God bekend te
maken? Eens dat zij, binst den uitspanningstijd, aan
\'t wandelen was in den hof, werd zij, na wat gerust te
hebben, plotseling buiten zich zelve vervoerd, niet dan
met Onzen Lieven Heer en den hemel bezig zijnde.
Haar aangezicht glinsterde van eene engelachtige schoon-
heid, en was voor de Zusters een voorwerp van aange-
naamheid en van stichting. Men droeg ze naar hare cel
waar de nonnen langen tijd haar bewonderden, zonder
schier een woord te kunnen spreken (2). Een anderen
keer dat zij aan \'t bidden was in hare cel, kwam zij zoo
ingetogen voor en zoo verslonden in den Heer, dat de
Zuster helpster, die bij geval haar iets te zeggen had.
haar niet kon aanschouwen zonder diep in de ziel
getroffen te zijn. Haar niet durvende aanspreken, om
reden dat zij met God in gemeenzame onderhandelinge
getreden was, verliet zij, van dat zicht sterk aangedaan,
het kamerken en zegde bij haar eigen dat zij na eenige
oogenblikken zou wederkeeren. Na eene halve ure
wachtens, waagde zij het eene tweede maal de deugd-
zame moeder de la Roche een bezoek af te leggen, en
zie, zij vond haar nog altijd in dezelfde gesteldheid,
(1)  Levens der eerste moeders, I lioekd. bladz. 25.
(2)  Levens der eerste moeders, I boekd. bladz. 454.
-ocr page 230-
226
GESCHIEDENIS
\'k versta geknield, bekreten, niet de armen kruiswijze
over malkanderen en het aangezicht naar den hemel
gericht. Over dat schouwspel hoogst verbaasd, ging de
Zuster helpster haar uit eerbied de kleederen kussen, en
nam dadelijk de pen in de hand om de woorden, die
moeder de la Roche sprak, neer te schrijven (I).
Hetgeen vooral dient bemerkt te worden, is dat de
ootmoedigheid met de liefde tot God gepaard ging in
die eerste moeders der Visitatie. Van hare verrukking
opgekomen, verbood moeder de la Roche aan de Zuster
helpster er ooit iets van te vertellen, en, de beschreven
bladzijden van deze gevonden hebbende, wierp zij die
dadelijk in \'t vuur, schaamrood wordende (2). Telkens
als moeder de Blonay, eene niet minder heilige ziel,
uit hare opgetogenheden trad, was zij over van verle-
genheid (3), en wist zij zich, voor eenige oogenblikken,
aan de oogen harer medezusters behendiglijk te onttrek-
ken. Wat moeder de Bréchard betreft, zij toonde in
haren ijver om de ootmoedigheid te oefenen eene gansch
bijzondere kloekhertigheid. Twee beeltenissen van haren
persoon, waar men buiten hare wete de Zusters der
Visitatie mede begunstigd had, ontdekt hebbende, had
zij er zoo kleine achting voor, dat zij oogenblikkelijk
eene harer met eenen vuistslag aan stukken schuurde en
tewege was aan de andere hetzelfde lot te doen onder-
gaan, indien hare medezusters er niet in gelukt hadden
haar die te ontnemen. Doch door zoeken en herzoeken,
vond zij eindelijk dat weggestoken portret, en aanstonds
ging zij het werpen in de vuilste plaats van het huis,
zeggende: dat het nergens beter dan in dien verlaten
hoek zijn kon (4). Op zekeren dag dat moeder de Chatel
(1)  Levens der eerste moeders, I Wkd. bladz. 474.
(2)  Levens der eerste moeders, 1 boekd. bladz. 475.
(3)  Leven van moeder de Blonay, door Karel-August de
Sales.
(4)  Levens der eerste moeders, I l>oekd. bladz. 196.
-ocr page 231-
VAN SINTE CHANTAL                                   \'Hl
vóór het H. Sacrament was neergeknield, kreeg zij het
gedacht eene ernstige navorschinge van hare handelwijze
te doen, om te weten als zij aan geen ding van de
wereld vastgekleefd was; zij meende van alle tijdelijke
zaken volkomentlijk onthecht te zijn, toen het haar
scheen eene stem te hooren, die haar zegde: « En zoo
men u tot overste maakte, zoudt gij in die eere onver-
schillig zijn? » Haar kwam het in den beginne lastig
voor die vrage te beantwoorden, en zij sidderde van
angst. Desniettegenstaande, van de schepsels sterk afge-
trokken, offerde zij zich, gansch gelaten in den wille
Gods, andermaal den Heere op (1). Doch zij deed haar
zoo groot geweld aan om die bekoring te overwinnen,
dat \'t koude zweet haar uitbrak, de tranen uit hare oogen
rolden, en de bezwijming op haar haastelijk atkwam (2).
Als men in de eeretitels zoo gansch bijzonderen
tegenzin heeft, is het niet moeilijk om te verstaan hoe
geern men er van afziet, wanneer de omstandigheden
zulks vereischen. Wij hebben bemerkt hoe, op het eerste
woord van Sinte Chantal, moeder de Beaumont gereed-
schap maakte om dadelijk uit Parijs te vertrekken. Te
Annecy aangekomen, spreekt zij schoon aan onze
Heilige, om opnieuw haar novitiaat te mogen doen (3).
Moeder de la Roche vraagt korts nadien hetzelfde; en,
alhoewel men alsdan moeilijke tijden beleefde, en men
middenin het stichten was van huizen der Visitatie, ja
alhoewel de moeders de Beaumont en de la Roche reeds
tot oversten gemaakt geweest waren, aarzelde Sinte
Chantal geen oogen blik om haar toe te staan wat zij
vroegen, overtuigd, dat die vrijwillige vernederingen
niet weinig helpen zouden om haar in de liefde tot God
meer en meer te versterken.
(t) Levens der eerste moeders, I boekd. bladz. 524.
(2)  Levens der eerste moeders, I boekd. bladz. 324.
(3)  Stichting van het klooster van Montferrand,
-ocr page 232-
iiH
GESCHIEDENIS
Niet enkel gingen de Zusters der Visitatie voor
menschen van groote gehoorzaamheid door, niet enkel
schenen zij uit in het oefenen der armoede, der zelfopof-
fering en der liefde tot God, maar zij kwamen ook
allerbest met elkander overeen. « Waarlijk, zegde pater
Cotton, biechtvader van Hendrik IV, nievers meer dan
in de kloosters der Visitatie treft men de goedhertigheid
aan (1). » Te Lyon, was de genegenheid der Zusters
voor moeder de Blonay, hare overste, zoo ongemeen
groot, dat men ze van overdrevenheid beschuldigde (2).
Te Annecy, te Parijs, te Dijon, in één woord, overal
vond men zijn welbehagen met over de deugden der
afwezige Zusters te spreken (3). Te Orleans, waar eene
brave Zuster van eene geweldige buikpijn was aangetast,
knielde moeder de la Roche, over van droefheid, in
eenen hoek der ziekenkamer neer, God vurig smeekende
dat Hij die Zuster zou verlossen van hare kwale, en zou
toestaan dat zij leed in de plaats van hare medegezellin.
Onze Lieve Heer verhoorde haar gebed; de kranke non
werd dadelijk genezen, en groote pijnen vielen moeder
de la Roche op staanden voet ten deele, zonder dat zij
het genoegen had die vóór hare dood te zien ophouden (-4).
De ijver dien de Zusters der Visitatie hadden om in
hare Orde ziekelijke menschen te aanveerden, arme
novicen en bejaarde personen, gaf ook klaarlijk te ken-
nen dat zij haren naaste groote genegenheid toedroegen.
In al de huizen der Visitatie, trof men ofwel een ziekelijk
mensch, ofwel eene arme dochter, ofwel eene oude
weduwe aan, en, alsof God hadde willen toonen hoezeer
het Hem behaagde te zien dat die personen tot nonnen
gemaakt wierden, waren het dikwijls deze die meest van
(1)  Stichting van het klooster van Grenobel.
(2)  Leven van moeder de Blonay, bladz. 162.
(3)  Zie de stichtingen van die huizen.
(4)  Levens der eerste \'moeders, I boekd. bladz. 162.
-ocr page 233-
i-2\'.t
VA.1 SINTE CHANTAL
al de deugd oefenden en sterkst de Visitatie tot troost en
eere verstrekten. Te Chambéry, onder anderen, zag
moederde Chatel, die toen overste van het klooster was,
op zekeren dag hare stokoude mama tot zich naderen,
die, in weerwil van haren zeven en negentigjarigen
ouderdom, haar smeekte, geknield als zij was op den
grond, om tot non der Visitatie te mogen gemaakt
worden. Moeder de Chatel twijfelde of, de hooge jaren
van hare mama in acht genomen, zij zulks mocht toe-
staan; doch, na de Zusters en vooral Sinte Chantal
de-aangaande geraadpleegd te hebben, opende zij met
blijdschap de deur van haar klooster aan deze wie zij
naast God gansch bijzondere weldaden te danken had.
Iedereen bewonderde de ootmoedigheid van die eer-
biedweerdige mevrouwe, en wist haar om hare manhaf-
tigheid fel te verheffen. Schoon was het om bemerken,
hoe diep zij zich vóór hare medezusters vernederde, hoe
zij haar bedankte voor de gunst die zij haar gedaan
hadden; doch zielroerender nog was het om zien, hoe
zij op hare knieën viel voor hare eigene dochter, haar
biddende haar te willen zegenen, en te gedoogen dat zij
haar, in alle eenvoudigheid en rechtzinnigheid des her-
ten, den staat harer conscientie vóór oogen legde. Zij
stierf korts nadien, na het geluk gehad te hebben op
haar doodsbed hare kloosterbeloften uit te spreken (1).
Te Grenobel ging mevrouw Ie Blanc, weduwe van den
eersten voorzitter aan het parlement, na het klooster der
Visitatie gesticht te hebben, hetzelve insgelijks binnen
in den ouderdom van zeventig jaren, daartoe den nacht
verkiezende, uit vreeze dat de armen, wien zij buiten-
gewone weldaden bewees, haar zouden belet hebben de
verlangens van haar hert te voldoen. De Zusters zegden
« dat een kind van twee jaar zoo gewillig en zoo vrien-
(1) Levens der acht ecrbiedweerdige weduwen der Visi-
tatie,
handschrift in-4».
II.                                           SINTE CHANTAL 15
-ocr page 234-
230
i.isuiii.ni nis
delijk niet zou geweest zijn ais zij; » en verder: « dat
het eene godminnende ziele was. » Een weinig voordat
zij het tijdelijke met het eeuwige verwisselde, begon
haar lichaam, de hevigheid van hare liefde tot God in
acht genomen, allengskens uit te drogen. Het bovenste
van hare mouwen werd, na hare dood, zoo hard als
leder bevonden, door het geweld van de tranen die zij
stortte onder het gebed, en die onophoudelijk uit hare
oogen, als \'t ware twee beken, rolden. Haar kleed,
aan duizenden stukjes geschuurd, bracht wonderen
voort (1). Eindelijk te Parijs, had de Visitatie te dien
tijde het geluk, in den persoon van mevrouw de
Bouthilliers. eene gansch bijzondere novice te aan-
veerden (2). Mevrouw de Bouthilliers was zeven en
zeventig jaar oud; haar man kwam, na iedereen gesticht
te hebben door zijne deftige en beroemde daden, in den
ouderdom van tachtig jaren uit deze wereld te schei-
den. Zij had bij hem acht kinderen gewonnen. De
eerstgeborene, was staatsminister van Zijne Majesteit
Lodewijk XIII; de tweede zoon, was bisschop van
Aire; de derde, bisschop van Boulogne, en naderhand
aartsbisschop van Tours; de vierde, had eene aanzien-
lijke bediening aan het parlement van Parijs. Hare vier
dochters waren allen den Heere toegewijd. Twee harer
hadden het kleed van de geestelijke kinderen van Sint
Franciscus van Assisi aangetrokken; de derde dochter,
dat van de Karmelieternonnen; de vierde, was abdis van
Fontevrault. Hare kleinkinderen sloegen denzelfden weg
in, \'t is te zeggen, dat eenige hunner in de wereld
verbleven, terwijl dat andere hunne familie verlieten om
(1)  Stichting van het klooster van Grenobel.
(2)  Claudia-Francisca Machecop, geboren te Dijon, trouwde
in Burgonje, in 1575, Dionysius de Bouthilliers, heer van Fouille-
tourte en van Petit-Thouars. Het leven van mevrouw de Bouthil-
liers staat beschreven in de Levens der acht eerbiediceerdigr
weduwen der Visitatie.
-ocr page 235-
iöl
VAN SINTE CHANTAL
monnik of non te worden. Hare kleindochter (lecilia was
non in de Visitatie; eene andere, was Karmelietersse.
Mevrouw de Bouthilliers zag welhaast de kleinkinderen
van hare kinderen. Fortuin, eere, heiligheid, lang leven,
onuitputtelijk nageslacht, zie, dat alles viel haar te beurt,
en dat was juist hetgeen waar zij meest om verlegen was,
en dat haar opwekte om de wereld te verlaten en non te
worden. Zij was maar al te gelukkig. Zij zocht naar het
kruis zonder het te kunnen vinden. Hare dochter Karme-
lietersse zegde haar: « Kom met mij, uwe verlangens
zullen voldaan worden bij de Karmelieternonnen. » Hare
kleindochter Cecilia integendeel hield aan, opdat zij bij
haar zou komen in de Visitatie. Zij gaf de voorkeur aan
deze laatste Orde. Zij ontving er, in den ouderdom van
drij en tachtig jaar, het geestelijk kleed uit de handen
van Mgr den aartsbisschop van Parijs, in de tegenwoor-
digheid van de koningin Maria de Médicis en van geheel
het hof, en had het geluk dat costuum omtrent een jaar
met wonderbare ootmoedigheid te dragen. Hare klein-
dochter Cecilia was raadgeefster en hulpportieres des
kloosters. Toen het gebeurde dat hare brave grootmoeder,
haren hoogen ouderdom ingezien, bij gebrek aan herin-
nering eene of andere der voorschriften van de Visitatie
had overtreden, wachtte zij niet een oogenblik om haar
in de tegenwoordigheid van al de Zusters daarover te
berispen, zoodanig dat dezen schier niet wisten wat zij
hier meest moesten bewonderen, of de kloekmoedigheid
der kleindochter of de ootmoedigheid der grootmoeder.
Doch, wat mevrouw de Bouthilliers ook deed ofte niet
om met de kruisen en pijnlijkheden des levens kennis te
maken, haar werd die weldaad geweigerd, en daarom,
een weinig voor dat zij ging sterven, riep zij uit met de
tranen in d\'oogen : « Eilaas! ik was van gedacht dat,
met non te worden, ik veel lijden en droefheid zou
ontmoeten, en ik heb er meer blijdschap gesmaakt dan
toen ik in de wereld leefde. »
-ocr page 236-
252                        GESCHIEDENIS VAX SINTE CHANTAL
Wat is het kloosterleven toch schoon en aantrekke-
lijk! Wat is het vruchtbaar in goede en heldhaftige
werken ! Daar immers oefent men in den hoogsten graad
alle deugden : de ootmoedigheid, de gehoorzaamheid,
de zelfopoffering, de armoede, de zuiverheid, de liefde
tot God. de liefde tot den evenmensch en andere meer.
Diiar treft men gansch bijzondere mannen en vrouwen
aan, die niet dan Gods glorie en de zaligheid van hunne
ziel behertigen : getuige daarvan een Sint Bernardus,
een Sint Dominicus, een Sint Franciscus van Assisi, eene
Sinte Theresia, een Sint Vincentius a Paulo, eene Sinte
Chantal, een Sint Ignatius, een Sint Franciscus
Xaverius, enz. Daar weet men op eene strenge wijze
zijne driften te beteugelen, zijn eigen zelven te
verloochenen, zijn zwak vleesch \'t onderbrengen, in
één woord, daar leert men vooral, wat men doen en
laten moet om des te beter zijne zaligheid en die
van zijnen naaste te bewerken, wat men doen en laten
moet om vele verdiensten voor den hemel te vergaderen,
om heilig te leven en vol hope en troost uit deze
wereld te scheiden. De geschiedenis van Sinte Chantal
onder anderen is dAar om te getuigen dat wij waarheid
spreken, dat wij ons van geen overdrevenheid te
beschuldigen hebben. Ja, wij-twijfelen niet, of het lezen
van die wonderbare geschiedenis zal op velen den groot-
sten indruk maken, om dieswille, dat zij zullen verstaan,
hoe stichtend de Zusters der Visitatie steeds geleefd
hebben en thans nog leven, en hoe zij het aan boord
gelegd hebben om over haar wederspannig vleesch te
zegepralen, om de volmaaktheid te oefenen, om de
schoonste blijken van christene edelmoedigheid te geven.
Aan die eenvoudige Zusters zullen zij les nemen om God
uit gansch hun hert, en hunnen evenmensch, gelijk hun
eigen zelven, om God te beminnen. Dat het zoo zij!!
-ocr page 237-
ftijf=m=ïunnfig$fr HoofMufc
Algemeene pest in Frankryk en in Savooie. —
Staat der kloosters van de Visitatie gedu-
rende de pest.
1628-1631
MEMBET was vooral gedurende die sehrikverwek-
3 j£f| a kende pest, welke, met het eindigen van het
S ESj3 rt jaar 1628, ontstond in Frankrijk, in Savooie,
%»fe«»3«\' in Piémont, in Italië, in de gansche wereld,
en er binst de jaren 1629, 1630 en 1631 talrijke
slachtoffers maakte, dat men gewaar wierd hoezeer de
Zusters der Visitatie hielden aan hare regelen en consti-
tutiün, hoezeer zij uitschenen in kloekmoedigheid en
zelfopoffering.
Moeilijk kan men zich inbeelden, welke te dien
tijde de droevige gevolgen waren eener pest. Immers de
morsigheid der steden, het gebrek aan geneeshecren,
aan orde en aan praktisch verstand, spanden te zamen
om alles met schrik en wanhoop te bezaaien, om het
getal dooden sterk te doen aangroeien. Tegenover eene
ziekte die zich door het aanraken voortzette, die de pest-
lijder niet dan met zijnen adem te halen verspreidde,
durfde men schier tegen niemand spreken noch sommige
dingen in handen nemen; zelfs van de levensmiddelen
-ocr page 238-
0.7A
GESCHIEDENIS
had men een kwaad vermoeden; alle betrekkingen tus-
schen de menschen hielden bijna op. Met den oogenblik
dat de ramp te voorschijn kwam, verliet men de steden,
die vele maanden onbewoond bleven, waar het gras
groeide in de straten, en waar geheele benden wolven,
aangelokt door den reuk van de verrotte lijken, naartoe
snelden. De landbouwers zelven zegden hunne woonst
vaarwel, en gingen haastig heen. Een jaar pest was
gevolgd van een jaar hongersnood, en omgekeerd : dat
was het geval vele jaren lang.
Ondcrtusschen hoe was het met de kloosters der
Visitatie gelegen? Zij bleven alleen bewoond in de
steden waar de menschen uit gevlucht waren ; zij hadden
gebrek aan voedsel, aan medicijn, aan geneesheeren,
zelfs aan biechtvaders, toen het gebeurde dat de pest
haar die ontnam; soms gingen zij van die schrikverwek-
kende ramp vrij, dikwijls waven zij er van aangetast, en,
in alle omstandigheden, gaven zij de schoonste blijken
van ijver en van zelfopoffering.
Een der kloosters die eerst de droevige gevolgen
van de pest gewaar wierden, was dat van Autun waar
moeder de Chastelluz het hoogste woord voerde. Nauwe-
lijks was de geesel verschenen, of zij riep hare mede-
zusters bijeen en smeekte haar van den oorlof, haar
door de kerkvergadering van Trente toegestaan, gebruik
te maken, \'k versta het klooster te verlaten en te
lande te gaan wonen, in een luchtig kasteel dat mevrouw
de Roussillon, hare zuster, ter beschikking van de
nonnen gesteld had. Doch schaars had zij haar gedacht
gezegd, of dadelijk verzetteden de Zusters zich daar-
tegen, luidop verklarende dat zij de heilige omheining
niet wilden miskennen, dat zij niet dan voor de pest der
ziel beducht waren; en, zich den kus van vrede gevende,
beloofden zij elkander tot de dood toe te helpen en bij te
staan. Sinte Chantal, van die kloekmoedige gesteldheid
-ocr page 239-
VAN SIM\'t IIIA.NTAL                                        23IS
harer nonnen hoogst aangedaan, schreef haar eenen
brief, om haar met hare schoone gevoelens geluk te
wenschen (i).
Bijna terzelfdertijd barst de pest los te Moulins,
maar niet zulke hevigheid dat, in de weerdij van vier ot
vijf dagen, er in de stad niet dan eenige armen te vinden
waren, die de verlaten huizen plunderden en de zieken
die in staat niet geweest waren te vluchten, lastigvielen.
Een der eerste slachtoffers, was de brave priester de la
Coudre, biechtvader van het klooster, die heiliglijk over-
leed. Zijn laatste zegen en zijne laatste woorden waren
voor zijne welbeminde geestelijke kinderen. Eenige
oogenblikken vóór zijne dood smeekte hij haar niet te
vreezen noch den vrededes herten te verliezen, en, gansch
gelaten in den wille Gods, riep hij uit : « Ik weet hoe
groot de diensten zijn die gij mij bewezen hebt, en
daarom heb ik schoone gesproken aan Onze Lieve
Vrouwe, opdat zij u, door hare voorspraak, voor den
woedenden geesel zou gelieven te bewaren. » Door die
vriendelijke woorden opgewekt, verbleven de nonnen
acht maanden lang middenin de dooden en de sterven-
den, van iedereen verlaten, en zelfs van geestelijken
bijstand beroofd. Enkel schreef een deftige kloosterling,
die den troost der pestlijders uitmaakte, haar van tijd
tot tijd een briefje, om haar te verzoeken voor zijne
ellendige zieken te bidden en den moed niet op te geven.
« Dagelijks, zegde hij, ben ik u, onder de mis, bijzon-
derlijk indachtig, en, als ik het H. Sacrament naar de
zieken drage, stort ik vurige gebeden opdat gij van de
gevolgen der wreede pest zoudt vrijgaan, en, o wonder!
telkens als ik den Heer voor u om hulpe en sterkte
bid, ben ik eene stem om zoo te spreken gewaar die mij
zegt dat gij van den ijselijken geesel niet zult aangetast
(1) Stichting van het klooster van Autun, bladz. 239.
-ocr page 240-
236
GESCHIEDENIS
worden. Dit zoo zijnde, verheugt u in den Heer, en
houdt niet op te bidden voor de pestlijders (1). »
Van Autun en van Moulins ging de pest haastig
naar Paray, waar zij insgelijks menige slachtoffers
maakte, over. Des anderendaags van de verschijning
des geesels, vluchtte men de stad uit; niet dan de
Zusters, een veertigtal arme huishoudens, den biecht-
vader van het klooster en den pastoor der parochie trof
men er nog aan. Bijna tezelfdertijd dat de pest losbarst
in de stad, kwam zij het klooster binnen. Zuster Claudia-
Antonia was de eerste om van die schrikverwekkende
kwaal aangetast te worden; op hare knie bemerkte men
drij zwarte gezwellen. Dadelijk zegde men haar, op het
uiteinde van den hof, in een hutje alleen te gaan wonen;
en aangezien al de Zusters vurig verlangden om die
kranke medegezellin te mogen bijstaan en haar leven
voor heur ten beste te geven, wierp men oogenblikkelijk
het lot, en het geschiedde dat zuster Joanna-Catharina
Vivian tot ziekenbezorgster uitgeroepen werd. Al hare
medezusters omhelsden haar teederlijk, en wenschlen
haar met hare nieuwe bediening geluk; en zij, over van
blijdschap, ging na den zegen van hare overste ontvan-
gen te hebben, hare beminde zieke vinden. De heel-
meester, die gewoon was ten dienste te staan van het
klooster, was te lande gaan wonen. Niet dan met groote
moeite en enkel met geweld van smeekingen, had men
van hem bekomen dat hij de stad naderen zou en van
verre met de overste zou spreken. Ondervraagd wegens
de gesteldheid van de kranke Zuster, antwoordde hij
dat, tenzij men haar aderliete, zij voorzeker welhaast
zou sterven. En, nog eenige raden gegeven hebbende,
keerde hij spoedig op zijne stappen naar zijne woning
weder, zoozeer vreesde hij te deelen in de verpestende
(1) Stichting van het klooster van Moulins, bladz. 79.
-ocr page 241-
VAN SISTE CHANTAL                                   237
lucht der stad. Vruchteloos vroeg men hem om zelf naar-
het klooster af te komen, hij wilde daar niet van hooren
spreken. Gelukkiglijk dat, tegen den avond, er zich
iemand aanbood om voor honderd frank de aderlating te
doen, zoo niet moest de kranke Zuster ongetwijfeld
omkomen. Die onbekende was een geldzuchtig mensch,
die in den beginne honderd kronen eischte, om dat
liefdewerk te verrichten, maar die eindigde met zoo wat
meer menschlievend te zijn en de zieke voor honderd
irank van de nakende dood te verlossen. Zijne kunst
uitgeoefend zijnde, maakte hij al de Zusters met het
aderlaten bekend, wees haar, tot het verdrijven van de
slechte lucht zekere reukwerken aan, en leerde haar
eenige heelmiddels bereiden. Zoo werden de nonnen in
staat gesteld, om veel goed te doen, ja om in die akelige
oogenblikken van pest den doktor te spelen (1).
De Zusters van Montferrand, waar de pest terzelfder
tijd losbarst, gingen het voorbeeld der Visitatiën van
Moulins en van Autun navolgen, \'k versta beloven dat
zij elkander tot de dood toe zouden bijstaan en diens-
volgens dat zij haar klooster nimmer zouden verlaten,
toen de geestelijke overheid van Montferrand, van de
droevige gesteldheid van de Zusters van Paray
hoogst aangedaan, haar zegde naar Saint-Flour,
waar de nonnen der Visitatie haar wachtten, zoo
seffens af te reizen. Lichtelijk kan men begrijpen
wat voor uitzicht die reize had. Immers het volk,
om reden dat te dien tijde al de kloosters beslo-
ten waren, had de gelegenheid niet nu en dan
nonnen in de straten aan te treffen, en vandaar kwam
het dat het over het heengaan van de Zusters der Visi-
tatie van Montferrand, die te peerd wegreden, zoo
schrikkelijk verbaasd stond. Iedereen verhaastte zich
(1) Stichting van het klooster van Paray, bladz. 285.
-ocr page 242-
~>ÖX
(.i:m.iiii:hi:ms
om vóór baar, nieenende dat zij van de pest waren aan-
gedaan, zijn huis toe te doen; de dorpen richtten tegen
hare aankomst verschansingen op. Den tweeden dag van
hare afreis, moesten zij met den avond eene schuilplaats
middenin de bosschen zoeken, en de woudwachters
schoon spreken om aldaar, onder den blooten hemel,
niemand van \'t omliggende haar willende herbergen,
den nacht te mogen doorbrengen. Doch \'t was nog een
ander paar mouwen toen zij te Saint-Flour aankwamen.
De poorten van de stad waren gesloten, en het volk, dat
sterk bevreesd was, om reden dat het peisde met
pestzieken te doen te hebben, vergaderde op de markt,
met \'t inzicht van die nonnen kwalijk te onthalen, bijal-
dien zij geweld deden om binnen te komen. Ik weet niet
wat er zou gebeurd zijn, hadden de Zusters het verstand
niet gehad van in de voorgeborgten van Saint-Flour stil
te staan, had de bisschop zijn lusthuis dat op drij mijlen
van de stad lag, te harer beschikking niet gesteld. Zij
verbleven er veertig dagen. En enkel na dien tijd werd
er haar, om reden dat zij er frisch en gezond uit schenen,
toegestaan de stad te naderen en het klooster der Visitatie,
waar zij met ongeduld verwacht waren, binnen te trek-
ken. Zij brachten er in het zoeten vriendelijk gezelschap
van hare medezusters zeven maanden door (1).
Ondertusschen gat\' de pest, die sedert eenige maan-
den aan \'t broeden was in Frankrijk, en die reeds op
sommige plaatsen ongemeene verwoesting veroorzaakt
had, gansch bijzondere teekens van leven. Eene vroege
en hevige warmte, eene buitengewone droogte die maakte
dat men overal gebrek aan water had, eene zware en
brandende lucht die de menschen veel kwaad deed, zie,
dat alles spande te samen om het getal dooden fel te
doen aangroeien. Te Lyon, te Valencia, te Grenobel, te
(1) Stichting van het klooster van Montferrand, bl. 140.
-ocr page 243-
239
VAN SINTE CHANTAI.
Aix, te Crest, te Crémieux, barst de vvreede en onver-
biddelijke pest bijna op een en denzelfden oogenblik los.
Hoe groot de schrik was onder het volk, kan moeilijk
gezegd worden: iedereen meende dat zijne laatste ure
welhaast slaan zou, dat de tijd van uit dit leven te
scheiden voor hem gekomen was, te meer omdat, zoo
men van dien verraderlijken geesel wierd aangetast,
men schier geen hope meer had van te genezen. Te
Lyon bestonden er twee kloosters van de Visitatie: het
eene was gelegen te Bellecour, aan den benedenkant der
stad, tusschen de Rhöne en de Saöne, en, om zoo te
spreken, middenin het water ; het andere was gebouwd
op den berg van Fourvières, niet verre van het vermaard
heiligdom van Maria. De Zusters van het eerstgenoemde
klooster gingen vrij van de pest; de nonnen van het
tweede werden sterk door den Heere beproefd. « Eilaas!
eilaas! schreet de overste der Visitatie van Fourvières
aan Sinte Chantal, de hand Gods heeft ons geraakt!
Wij waren, gelijk gij weet, achtbare Moeder, met
ons twee en twintigen, en zie, reeds hebben zeven
Zusters het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. En
welke Zusters! \'t waren engelkens van deugd. » De
Zuster helpster, Maria-Jacoba de 1\'Etang, was het eerste
slachtoffer, en stierfin geur van heiligheid. « Moeilijk,
achtbare Moeder, schrijft nog dezelve overste, zou men
iemand aantreffen die zoo godvruchtig en zoo verstorven
leefde als onze diepbetreurde medezuster. Nooit, in
geheel hare ziekte, heeft zij het minste teeken van onge-
hoorzaamheid gegeven , en zij placht te zeggen dat,
bijaldien men haar oplegde een gloeiend ijzer in te
zwelgen, zij dadelijk al hare krachten zou verzamelen
om zulks te doen. » Het tweede slachtoffer heette zuster
Joanna: \'t was een hoogst eenvoudig en heilig mensch ,
die in het klooster het ambt van portieres uitoefende.
Haar leven was eene aaneenschakeling van wonderen.
-ocr page 244-
2iU
GESCHIEDENIS
Van arme en ongeleerde ouders geboren, had zij langen
tijd, bij gebrek aan christelijk onderwijs, in de grootste
onwetendheid geleefd, toen op zekeren dag dat zij hare
schapen weidde, zij zich de volgende vraag voorstelde:
« Maar, wie mag toch die zoo schoone en vruchtbare
aarde gemaakt hebben? Wie heeft de welriekende
bloemen geschapen, de boomen , de zon, den nacht,
den dag? Ongetwijfeld moet het een gansch bijzonder
Wezen zijn. In die gedachten verslonden, knielde zij op
den grond, zeggende: « Wie gij ook zijn moget, gij
verdient sterk bemind te worden, gij die hemel en aarde
geschapen hebt. » Drij jaar lang was zij bezorgd om
God, dien zij niet kende, te aanbidden, om zijne ver-
hevene werken aandachtig te bestudeeren. Dat tijdstip
verloopen zijnde, hoorde zij bij geval spreken van Onze
Lieve Vrouwe, en vernam dat zij de Moeder van God en
ook onze Moeder was. Allengskens werd zij in den
godsdienst meer en meer onderwezen, zoodanig dat zij
welhaast in de gansche christelijke leering t\' huis was,
en geheel haren catechismus goed kon opzeggen. Dan
was het dat, fel bedroefd omdat zij haren God zoo laat
gekend had, zij het besluit nam alles uit liefde van Hem
te verlaten en het nonnenkleed aan te trekken. Sedert
twee jaar bewoonde zij het tweede klooster van Lyon en
deed grooten voortgang in de deugd, toen zij al
met eens door de pest werd aangetast en uit het
leven scheidde. Vijf andere Zusters volgden, in de
weei\'dij van eenige dagen, die twee pas genoemde nonnen
in het graf, hetgeen oorzaak was dat de geestelijke kinde-
ren van Sinte Chantal, die alle oogenblikken de dood
verwachtten, buitengemeene pogingen aanwendden om
vele verdiensten te vergaderen voor den hemel,
ten einde met betrouwen voor haren Rechter te verschij-
nen, en de kroon van glorie, voor de getrouwe bruiden
van Jesus Christus weggelegd, te bekomen. Het eerste
-ocr page 245-
VAX SISTE CHAMTAL                                        ï24I
klooster van Lyon, dat tot dan toe vrij gegaan was van
den geesel. kwam het tweede, dat door de pest fel was
geteisterd, krachtdadig ter hulp. Op het aandringen van
al de Zusters, schreef de overste van Bellecour aan die
van Fourvièies, opdat men haar al de nonnen zou zenden
die ziek waren, belovende van ze goed op te passen en
ze tot de dood toe bij te slaan. Die wonderbare voorstel
van de hand gewezen zijnde, en de pest zoo sterk
toenemende dat men welhaast verplicht was het klooster
te verlaten, schreef moeder de Blonay andermaal aan de
Zusters van Fourvières om haar vriendelijk te verzoeken
naar Bellecour, waar zij met opene armen zouden ont-
vangen worden, te willen afkomen. De nonnen van het
tweede klooster van Lyon stonden nog eenige dagen in
beraad, om te weten of zij de verlangens van hare medezus-
ters zouden voldoen; doch, ziende dat het getal dooden
in den omtrek van het klooster gedurig aangroeide, en
dat de lucht hoe langer hoe meer besmettender werd, bij
zoo verre dat zij bijna allen ziekelijk waren en onbe-
kwaam om hare gewone bezigheden te verrichten,
besloten zij eindelijk den menschlievenden voorstel van
moeder de Bloney teaanveerden. Zij gingen dus, hoogst
bewogen, haar klooster uit, de diep beproefde stad met
de tranen in d\'oogen doorkruisende. Zoo groot was het
getal lijken die op de straten lagen, dat de Zusters moeite
hadden om zich den weg te banen. Zij werden goed
onthaald door de Zusters van Bellecour die, zonder acht
te geven op den ellendigen staat waar die uitgewekenen
in verkeerden, ze teederlijk omhelsden en ze dadelijk
naar de koor leidden waar zij samen God ter eere een
danklied aanheffen. Overigens werd de liefdadigheid van
de Zusters van Bellecour door den Heere rijkelijk beloond;
want, gedurende de vier maanden dat zij ten opzichte
van hare kranke medezusters de herbergzaamheid uit-
oefenden, wisten zij, niettegenstaande de pest in de
-ocr page 246-
24-2
U>l IIII.lll.M-i
stad schrikkelijk woedde, van geen overlijdens te
spreken (1).
Van Lyon ging de geesel haastig naar Valencia,
waar hij veel slachtoffers maakte, over. Gelukkiglijk
weid hij in zijnen loop door de deugd van eene eenvou-
dige Zuster tegengehouden. Zie, reeds was de pest in het
klooster losgebarsten, en twaalf of vijftien nonnen waren
reeds op het punt van ziek te worden, toen de godvruch-
tige zuster Maria-Constancia Orlendin zich naar de kapel
begaf en aan God vroeg om voor hare medegezellinnen te
mogen sterven. Zij werd verhoord, en nog denzelfden dag
maakte zij met de wreede pest kennis. Zij stierf korts
nadien, in de schoonste gevoelens van godsvrucht,
gestadig God bedankende, omdat zij voor hare
medezusters haar leven mocht ten beste geven. Te
rekenen van die dood, werd men in het klooster geen
pest meer gewaar (2).
Iets dergelijks zag men gebeuren te Grenobel, met
dat verschil nogtans dat de Zuster, die zich als
slachtoffer voor hare gezellinnen aanbood, het tijdelijke
met het eeuwige niet verwisselde. Zij heette moeder de
Beaumont. Bemerkende dat de gansene stad door de pest
verwoest was, en dat het klooster, in acht genomen de
besmettende uitwasemingen, de grootste gevaren liep,
verhaastte zij zich te vragen aan Onzen Lieven Heer dat
Hij haar, in stede van hare onderhoorigen, zou bezoeken
en beproeven. «O mijn God! zegdezij, wat zijtgij goed en
rechtveerdig! Zend uwen geesel op mij, die zoo boos en
zoo ondankbaar ben, af, en wil toch mijne medezusters
voor de pest bewaren. Ik alleen verdiene gestraft te
worden, en behoore het slachtoffer van uwe billijke
gramschap te wezen. Ik offere u mijn leven op, mijn
hert, mijn lichaam, mijne ziel, in één woord al wat ik
(1) Stichting van het klooster van Lyon, bladz. 33.
(Z) Stichting van het klooster van Valencia, hladz. 167.
-ocr page 247-
VAN SISTE CHANTAL                                  245
ben en bezit; ja, ik verlange dat al de kloppingen van
mijn hert, al de gedachten van mijnen geest, en al de
bewegingen van mijn lichaam voor U zijn en te uwen
dienste staan, opdat ik U geve wat U toekomt, opdat ik
U gestadig en overal verheerlijke. Ik vereenige mijn
lijden met uw lijden, o lieve Jesus, om alles verdienstig
te maken voor den hemel, en ben bereid om mijn bloed
te vergieten tot uwe meerdere eere en glorie en tot zalig-
heid van al mijne medezusters. » God was met den
goeden wil van moeder de Beaumont tevreden, en eischte
niet dat zij uit het leven scheidde; doch, tot belooning
van hare buitengewone christene menschlievendheid,
verbood Hij aan de pest het klooster te naderen (1).
Te Nevers, gaf moeder Francisca-Jacoba de Musy,
die den geesel op haar klooster zag afkomen, gansch
bijzondere blijken van ijver en van voorzichtigheid. Zich
de verordeningen haars regels herinnerende, *k versta
dat de overste de zieke Zusters eigenhandig dienen moet
en haar leven voor haar behoort ten beste te geven,
besloot zij hare medegezellinnen, die van de pest aange-
tast waren en op het uiteinde van den hof in kleine hutjes
woonden, te gaan vindenen haar dag en nacht bij te
staan; doch, de geheele geestelijke gemeente sprak haar
schoone, opdat zij van die edelmoedige doch gevaarlijke
verlangens zou afzien. Verplicht alzoo verre van het
gevaar te blijven, spaarde zij geene moeite om hare
onderhoorigen met de blijdschap, den ijver en de heilige
begeerte der dood, die de beste behoedmiddelszijn tegen
de pest, bekend te maken. Haar lukten hare pogingen.
De Zusters, gewaar wordende dat zij op den boord van
het grat wandelden, zegden meermaals daags de schoone
gebeden der stervenden op, en hielden zich altijd gereed
om met betrouwen voor haren Rechter te verschijnen.
(1) Levens van verscheidene oversten, bladz. 98.
-ocr page 248-
•2ii
GESCHIEDENIS
Dan bemerkte men, hoe groot de eendrachligheid was
die onder al kloosters der Visitatie heerschte. Dagelijks
ontvingen de Zusters van Nevers een groot getal brieven
waarin de nonnen van de andere huizen haar verklaarden
bereid te zijn om haar op alle manieren te troosten en bij
te staan. Welhaast waren zij in \'t bezit van meer dan
tweehonderd brieven, die van de liefde en de vriende-
lijkheid der geestelijke kinderen van Sint Franciscus de
Sales jegens malkanderen getuigden , en die ongetwijfeld
sterk hielpen om haar moed in \'t herte te spreken.
Te Crémieux werd de geesel door schooiers inge-
bracht, en het duurde niet lang of geheele familiën
werden van schrikkelijke ongemakken, waar zij onder
bezweken, aangetast. Men aarzelde nog in den beginne
om te bekennen dat het de pest was, of liever, gelijk het
altijd gaat, men zegde van de pest geen kwestie te zijn,
toen op zekeren dag het haastig afsterven van vele
menschen te kennen gaf dat de onverbiddelijke kwaal de
stad was binnengedrongen. Zekere Zuster portieres der
Visitatie was een der eerste slachtoffers van de pest.
Zoodra men in haar de pijnlijke voorteekens dier besmet-
telijke ziekte bemerkte, verhaastte men zich om haar van
hare medege/.ellinnen te verwijderen en haar eene een-
zame plaats, waar zuster Francisca-Augustina Pelet
haar tot troost en hulpe verstrekken zou, te verschaffen.
Daar de kranke Zuster jong en struisch was, kwam zij
gedurende drij dagen en drij nachten schrikkelijk ijlhoof-
dig en razend voor, en niet dan toen zij ging sterven,
gaf zij blijken van bedaardheid en van gerustheid des
gemoeds. Zij was het, die, den avond van hare onpasse-
lijkheid, het eten voor de Zusters had gereed gemaakt, en
die mogelijk hierdoor de onvrijwillige oorzaak zou zijn
van het ziek worden harer medegezellinnen. Ook, met
den oogenblik dat de geneesheer van het klooster zulks
vernomen had, verhaastte hij zich te laten weten aan de
-ocr page 249-
VAN SINTE CHANTAI,                                  245
nonnen dat haar leven groot gevaar liep, en diensvolgens
dat zij voorzichtig zouden handelen met hare zaken in
goede orde te stellen. Gelukkiglijk heette de overste
van de geestelijke gemeente moeder Maria-Anna Rosset.
Zij leidde al hare medezusters naar de kapel, en wist
haar krachtdadig aan te zetten, om, middenin den angst
waar zij in verkeerden, op God te betrouwen en den moed
niet te laten zinken. Desniettegenstaande werd de mis-
dienaar haastig van de pest aangetast, en reeds des
anderendaags lag de biechtvader van de geestelijke
gemeente op sterven. Tot dan toe had men geweigerd
het gesticht te verlaten ; doch de smeekingen van dien
achtbaren priester waren zoo krachtig, dat moeder
Anna-Maria Rosset zich liet gezeggen. De Zusters
reisden dan uit hare geliefde woning af, en begaven
zich twee en twee, met den sluier voor de oogen, te
voet naar het huis dat haar op twee mijlen afstands van
de stad te leen gegeven was. Bij haar heentrekken,
gingen zij de woonst van haren biechtvader, die maar
weinige oogenblikken meer te leven had en van wien
zij uit de venster eene laatste zegening ontvingen,
voorbij, en kwamen eindelijk in de plaats die voor haar
bestemd was zonder ongelukken aan (1).
Te Crest, was de biechtvader van het klooster ook
een der eerste slachtoffers. Op zekeren dag, toen hij
reeds sterk ziek was, kwam hij de Zusters vinden in de
spreekkamer, en ze opwekken om des Heeren beproe-
vingen met gelatenheid en kloekmoedigheid te\'aanveer-
den. Naar zijn huis teruggekeerd, werd hij eenige uren
later op zijn kranke lichaam twee pestgezwellen gewaar,
en verhaastte zich om bij zijne ouders te gaan
wonen. Het duurde niet lang, of hij scheidde uit
bet leven, en ging den loon van zijne goede wer-
(1) Stichting van het klooster van Crémieux.
II.
                                           SINTE CHANTAL 16
-ocr page 250-
246                                           GESCHIEDENIS
ken ontvangen. Hij leefde nog, toen de portieres,
die hem de deur van het klooster geopend had, insgelijks
van de pest werd aangetast en in groot gevaar van
sterven verkeerde, \'t Was alsdan dat men van eene
gansch bijzondere heldendaad getuige was, en dat men
ondervond wat het betrouwen op God kan tewege
brengen. Er woonde te Crest eene jonge rijke juffer die
uit Provence oorspronkelijk was. Zij heette mejuffer
de Bachason. Zij had, voor wat het verstand en de
hoedanigheden des lichaams betrof, groote gelijkenis
met de juffers de Blonay, de Martignat en de Chatel.
\'t Was dezelfde ouderdom, dezelfde schoonheid, dezelfde
overvloed. Evenals die jonkvrouwen, had zij aan alles
vaarwel gezegd om zich den Heere toe te wijden, en,
niet dan de glorie Gods vóór oogen hebbende, had zij
veel geld gestort om eene Visitatie, waar zij, tot non
gemaakt, sedert eenige jaren in buitengemeene vurigheid
leefde, op te richten. Toen de besmettende geesel te
Crest losbarst en tewege was het klooster te verdelgen,
kreeg die brave Zuster eene knaging van conscientie.
Zou zij de oorzake niet zijn dat hare medegezellinnen
gingen omkomen, zij die geene moeite gespaard had om
te Crest de grondslagen eener Visitatie te leggen ? Met
dat gedacht allermeest bekommerd, verhaastte zij zich
de kapel in te treden, en Jesus ten vurigste te bidden,
dat Hij hare medezusters voor pest en andere besmette-
lijke ziekten zou bewaren, ja dat Hij haar, in stede van
hare vriendinnen, zou bezoeken en beproeven. Zij verliet
de kapel, overtuigd dat God haar verhoord had, en
kwam, vol van blijdschap, zeggen aan de overste dat zij
sterven zou, maar dat, behalve haar, niet eene der
nonnen het tijdelijke met het eeuwige zou verwisselen.
Inderdaad, nog denzelfden avond werd zij doodelijk
ziek. Alsdan hield die brave Zuster niet op God vurig te
bedanken, omdat Hij hare verlangens voldaan had. O!
-ocr page 251-
-247
vax SISTE r.UA.vr.vL
zegde zij dikwijls middenin hare groote pijnen, wat is
het mij aangenaam te denken dat, bij het scheiden uit
dit leven, ik in Onze Lieve Vrouwe en in Sint Franciscus
de Sales twee machtige voorstanders zal aantreffen, die
mij sterk zullen ter hulp komen! In den beginne meende
zij niet te mogen toelaten dat haar biechtvader, die
mogelijk de pest in het klooster zou medebrengen, haar
bed naderde; doch, vernomen hebbende dat de belangen
harer ziel verre het tijdelijk welzijn der nonnen in
gewichtigheid overtroffen, riep zij hem tot zich, sprak
hare biecht, ontving het heilig Sacrament des Autaars
tot reisgeld, ook nog de H. Olie en de generale absolutie,
en bleef met den lach op het wezen, in de schoonste
gevoelens van godsvrucht en van gelatenheid in Gods
wil, de komst van haren Rechter afwachten. Acht uren
vóór hare dood, leed zij buitengewone smerten met
gansch bijzondere verduldigheid. Jesus en Maria maakten
al haren troost uit. Eindelijk, de ure van haar overlijden
geslagen zijnde, ontsliep zij, de oogen op het crucifix
gevestigd, zachtjes in den Heer, na iedereen gesticht te
hebben door hare wonderbare ingekeerdheid en hare
ongemeene tevredenheid des herten. Volgens hetgeen zij
voorspeld had, was zij de eenigste Zuster die door de
pest werd weggesleept (1).
Gemakkelijk kan men verstaan, hoe groot de ver-
legenheid en de angst waren van moeder de Chanlal, bij
het vernemen van al die droevige doch ook opbeurende
maren. Ongetwijfeld verstrekten haar de kloekmoedig-
heid, de verduldigheid, de gehoorzaamheid, de liefde en
de zelfopoffering van hare geestelijke kinderen tot troost;
doch zij stortte bittere tranen als zij dacht aan al de
onheilen waar hare beminde onderhoorigen mede be-
dreigd waren. Eilaas! bijna al de kloosters der Visitatie
(1) Stichting van het klocster van Crest, bladz. 535.
-ocr page 252-
-24H
i.rsnni nr.Ms
wisten te gelijk en van pest en van armoede te spreken.
Te Saint-Flour, middenin eenc verlatene stad, hadden
de nonnen een geheelen dag gebrek aan brood. Te
Autun, hadden zij niet dan nioeskruiden te eten. Te
Crémieux, stonden zij met versleten kleeren aan \'t lijf
en zonder schoenen aan de voeten. Te Crest, te Moulins,
te Montferrand, was de ellende nog grooter. In vele
huizen van de Orde liepen de Zusters, die aan den
besmettelijken geesel ontsnapten, nakend gevaar van
door den schrikkelijken honger om te komen.
In die droevige omstandigheden gaf moeder de
Chantal aanzienlijke blijken van geestkracht. Al met
eens toont zij. hoe zij niet het geestelijk en ook met
het tijdelijk welzijn harer nonnen sterk bekommerd is.
« Reeds heb ik u, achtbare Medezuster, schrijft zij aan
eene overste wier klooster door de pest was aangetast,
drij of vier brieven toegezonden, en gij geeft mij geen
antwoord. Wat moet ik hieruit besluiten, tenzij dat gij
mij den ellendigen staat van uw klooster wilt verduiken,
tenzij dat, met de zaken te zeggen gelijk zij zijn, gij vreest
van mij te bedroeven en neerslachtig te maken. Spoed u
dan mij alles openhertig te openbaren, want ik verlange
om de waarheid te kennen, en om te weten of de geesel
Gods nog altijd op u en uwe medegezellinnen drukt. »
Hoe groot hare werkzaamheid was, haar praktisch ver-
stand, haar ijver om hare zieke geestelijke kinderen ter
hulpe te komen, kan men moeilijk zeggen of peizen. Zij
denkt op alles, zij voorziet in alles. Zij biedt aan al de
gebreklijdende kloosters der Orde eene liefdadige hand,
en dag en nacht is zij bezorgd om de Zusters in hare
noodwendigheden troost en bijstand te verschaffen. Zij
zendt naar Lyon, naar Grenobel, Chambéry en Saint-
Flour koorn met de macht; naar Crest, geneesmiddelen;
naar Crémieux. kleeren en schoenen; naar Autun, vleesch
en brood. Zij roept de vermaardste doktors van Parijs
-ocr page 253-
VAN SISTE CIIAN\'I\'AL                                         249
bijeen, om te weten welke voorzorgen men gebruiken
moet om van de aanvallen der pest vrij te gaan. Terzelf-
dertijd ondervraagt zij de beroemdste godgeleerden
wegens de belangrijke kwestie der kloosterlijke omhei-
ning, of het, in geval van pest, de Zusters niet vrijstaat
haar klooster te verlaten, en naar al de huizen dei-
Visitatie, zendt zij brieven om hare nonnen te troosten
en moed in \'t herte te spreken, ook nog om haar te
zeggen dat zij zich tegen de komst van den Bruidegom
steeds moeten gereed houden.
Middenin dien heiligen ijver, stort zij biltere tranen
en verwijt zij zich te weinig te doen voor hare mede-
zusters ; zij slaat op hare borst, en verklaart de oorzake
te zijn van al de straffen die op hare teergeliefde Oide
wegen. Nu en dan roept zij, over van droefheid, uit:
« Eilaas! wat zijn de lichamelijke ellenden mijner
geestelijke kinderen toch groot! Zie, volgeern zou ik
mijn leven ten beste geven, om ze uit den nood te
helpen cl). »
Middelerwijl ontving zij eenen brief die op haar
gansch bijzonderen indruk deed. Mgr Joannes-Franciscus
de Sales, die vernomen had dat de pest in Frankrijk was
losgebarsten, en dat Parijs in buitengewoon gevaar
verkeerde van door den geesel aangetast te worden,
schreef aan moeder de Chantal dadelijk uit de hoofdstad
te willen afreizen en naar Annecy, zonder in een of
ander klooster stil te staan, weder te keeren. Hoe pijnlijk
ook dat gebod voorkwam aan moeder de Chantal, die de
deur van hare geliefde gestichten zou voorbijtrekken
zonder hare kranke medezusters te mogen troosten,
gehoorzaamde zij en stelde zij zich oogenblikkelijk op
weg. Men kan zich een gedacht maken van hare reize
met de brieven te lezen die zij, naar Annecy gaande,
(1) Ongedrukte brieten, bladz. 151. Migi.e 1865.
-ocr page 254-
•:jo
GESCHIEDENIS
hare geestelijke kinderen toezond. Den 5 Juli 1628,
bevindt zij zich te Bourges, zich naar Paray begevende
en overal aalmoezen voor hare beproefde Visitatiën
vragende. Van den 10 tot den 20 Augustus, trekt zij,
hoogst droevig omdat zij hare zieke medezusters niet mag
bezoeken, langs Nevers en Moulins haastig heen. Den
23 Augustus, is zij dichtbij Paray, staat stil te Lamolte,
klein dorp op twee mijlen af\'stands van voornoemde stad
gelegen, en schrijft dadelijk eenen brief aan mevrouw
de ïoulongeon, om haar te kennen te geven hoe groot
hare smerlen waren, en hoezeer zij gebrek had aan geld
en andere hulpmiddelen. « Mijne welbeminde Dochter,
zoo spreekt zij, wij zijn hier te Lamolte aangekomen,
\'t is te zeggen in de nabijheid van Paray, om te weten
hoe het gaat met onze brave en hoogst beproefde mede-
zusters. Ik heb haren biechtvader, die haar naast God
sterk ter hulpe komt, doen halen, en van hem heb ik
vernomen dat de vier nonnen, die tegenwoordig van de
pest zijn aangetast, in geen gevaar van te sterven
verkeeren. De brave zuster Maria-Margareta heeft het
tijdelijke met het eeuwige verwisseld; maak, als het u
belieft, uwe vrienden met dat droevig nieuws bekend,
opdat zij voor haar bidden. Wat de overige Zusters
betreft, zij leven met de aalmoezen die haar biechtvader
voor haar gaat schooien in de omliggende dorpen,
en, indien die priester voor haar geen zorge bad
gedragen, sedert lang zouden zij allen van honger
bezweken zijn. \'T is nu meer dan ooit het geval van die
deftige en kloekmoedige bruiden van Jesus Christus te
troosten en bij te staan, \'t is nu, beminde Dochter, dat
wij moeten toonen hoe menschlievend ons hert is, hoe
groot onze zelfopoffering, hoe bewonderensweerdig onze
liefdadigheid, hoe stichtend cnze christelijke handelwijze.
Eilaas! behalve dat de Zusters van Paray groot
gevaar loopen van door den geesel aangetast te worden,
-ocr page 255-
-»il
VAN SIXTE CHA.NTAI.
zijn zij nog zonder hope van de besmettelijke kwaal
weldra te zien ophouden. Immers de stad ligt vol onbe-
graven lijken, die een onverdragelijken stank veroor-
zaken, en die wijd en breed door hunne vergiftigde
uitwasemingen de lucht verpesten. Dat is nu de droevige
gesteldheid waar onze welbeminde geestelijke kinderen
in verkeeren; zij hebben mij eenen brief toegezonden,
om mij te laten weten hoezeer zij door den Heere
beproefd zijn, en hoezeer zij hulpe van noode hebben.
Er blijft haar maar weinig geld, weinig koorn en weinig
wijn meer over. Ik twijfele geenszins, teergeliefde
Francisca, of gij zult die arme nonnen krachtdadig
troosten en bijstaan (1). »
Om des te beter te bekomen hetgeen waar zij sterk
naar trachtte, begaf zich Sinte Chantal van Lamotte naar
Alonne, bij mevrouw de Toulongeon. Aldaar afgestapt,
schreef zij zoo seffens eenen brief aan moeder de Chas-
telluz, die alsdan overste was te Autun, om haar
vriendelijk te verzoeken oogenblikkelijk het klooster te
verlaten en priester Toulongeon, in zijne priorij van
Méiure, te gaan vinden. « Herinner u, achtbare Mede-
zuster, zoo spreekt zij, hoe wij met uwe tijdelijke en
eeuwige belangen bekommerd zijn, en hoe wij bereid
zijn om alles te slachtofferen, ten einde u gelukkig en
welvarend te mogen uitroepen. Zegdan, de verwoestingen
der pest in acht genomen, uw klooster voor eenigen tijd
vaarwel, en begeef u ten huize van priester de Toulon-
geon waar gij met opene armen zult ontvangen worden.
Intusschen verhaast u om mij te laten weten, hoe het gaat
met u en met al uwe medezusters. Het kost mij uiter-
mate veel de stad Autun, waar het mij zou gegeven zijn
met ti en met uwe onderhoorigen in gesprek te komen,
niet te mogen binnentreden (2). »
(1)  Onuitgegeven brieven, tiladz. 372.
(2)  Onuitgegeven brieven, bladz. 308.
-ocr page 256-
SS2
GESCHIEDENIS
Moeder de Chasteliuz, die wist dat Sinte Chantal
haren weg langs Aulnn zou voortzetten, bekwam,
de gelegenheid niet hebbende om Sinte Chantal
eenen brief te doen geworden, den oorlof om haar
op ééne half ure afstands van de stad, middenin het
veld, te gaan afwachten, ten einde met haar eenige
gewichtige kwestiën te verhandelen en op te lossen. Toen
de Stichtster der Visitatie de goede overste tot zich zag
naderen, smeekte zij God om hulpe, en riep, het kruis-
teeken makende, met kracht uit: « Stappen wij moedig
aan, in den naam des Heeren. » En, haastig op moeder
de Chasteliuz afkomende, omhelsde zij die en gebood
haar hare koets te beklimmen. Mevrouw de Toulongeon,.
die met haar zesjarig dochterken Gabriëlle, hare moeder
gezelschap hield, beefde van schrik toen zij bemerkte dat
de overste van Autun tewege was plaats te nemen in het
rijtuig. « Waarlijk, zegde zij, indien ik niet verzekerd
was dat mijne moeder eene heilige is, zou ik moeilijk
gedoogen dat eene non, die mogelijk van de pest is
aangedaan, nevens mij zitte. » Mevrouw de Roussillon,
wier kasteel men ging bezichtigen, was nog meer
vervaard en wierp zich voor de voeten van Sinte Chantal
neder, zeggende: « Mevrouwe, indien het mij sedert
lang niet bekend was dat gij een gansch bijzonder mensch
zijt, dadelijk zou ik, de droevige gevolgen van de pest in
acht genomen, mijn huis ontloopen en het in eigendom
geven aan mijne zuster; doch ik heb betrouwen dat er
ons geen kwaad zal overkomen; geef mij dan uwen
zegen, en wees zoo goed met geheel uw gezelschap alhier
een weinig stil te staan. »
Van Roussillon begaf zich de Stichtster der Visitatie
naar Dijon, waai\' zij vernam dat vele kloosters van hare
Orde sterk beproefd waren: hetgeen oorzake was dat zij
tranen stortte met de macht. « Ware het niet, schreef zij
aan de Zusters van Lyon, dat ik mij hoe langer hoe meer
-ocr page 257-
235
VAN SISTE CHANTAL
van al wat er in de wereld is aftrekke om niet dan God te
beminnen en te zoeken, voorzeker zou ik, bij het hooien
van die pijnlijke maren, den moed laten zinken (1). »
Zij vertoefde maar korten tijd te Dijon, en stelde zich op
weg naar Chalons-sur-Saöne, waar haar neef, Jacobus de
Neufchèzes onlangs tot bisschop gemaakt was, en waai\'
zij door de gansche bevolking met eere overladen werd.
De Karmelieternonnen en de Benedictijnersen verzochten
haar vriendelijk, haar te komen vinden; de Ursulirmen
noodigden haar te gast, en sneden, ze reeds voor eene
heilige houdende, een deeltje af van haren sluier; zij
weende bitterlijk toen zij des avonds zulks gewaar wierd,
en met den vroegen morgen verhaaslte zij zich des
anderendaags om Mgr van Chalons kennis te ^even van
hetgeen gebeurd was, zeggende, dat zij sterk verlangde
af te reizen, doordien de nonnen der stad haar te veel
lof toezwaaiden en haar niet konden gerust laten. De
bisschop wilde niet bekennen dat de nonnen van Chalons
kwalijk te haren opzichte handelden, of, in andere
woorden, dat zij haar te veel eere bewezen; hij ver-
klaarde dat zij wél deden met haar als eene heilige te
aanzien, en verre van toe te staan dat zij uit de stad
vertrok, gebood hij haar de verlangens van vele
menschen, die haar begeerden te aanschouwen, te
voldoen, en diensvolgens op een of anderen dag volgens
hare beliefte, naar het bisdom te komen om er in eene
groote zaaide nieuwsgierigen af te wachten. Zij gehoor-
zaamde; doch zij hield zich zoo dichtbij den muur, dat
het onmogelijk was om zoo te spreken haar eenige
stukjes van hare kleederen te ontleenen; doch, spijts
dat alles, kon zij niet beletten dat sommige menschen nu
en dan behendig de schaar gebruikten om iets of wat van
hare kleeding mede te dragen (2).
(1)   Onuitgegeven brieven, CCXXIV.
(2)  Gedenkschriften van moeder de Chaugy, 1 ladz. 222.
-ocr page 258-
iSi
GESCHIEDENIS
Uit Chalons afreizende, begaf zich onze Heilige naar
Bourg, en vandaar naar Crémieux, waar mevrouwde
gravin de Disimieux, die aan Sinte Chantal een bezoek
kwam afleggen, van waterzuchtig als zij was, gave en
gezond werd. Eindelijk, na veel vermoeienis, na veel
angst en schrik, zette de Stichtster der Visitatie voet in
Annecy, den 30 October 1628.
Die lange reis gedaan dweers door zooveel besmette-
lijke landstreken , de smerten die zij gevoelde bij het
afsterven van een groot getal harer geestelijke kinderen,
de bekommernissen waar zij steeds mede vervuld was,
maakten dat onze Heilige van dag tot dag meer en meer
gelaten in den wille Gods voorkwam, en dat zij vurig
verlangde om het tijdelijke met het eeuwige te verwisse-
len. Dat geven al de brieven, die zij alsdan schreef, te
kennen. « Wij behooren God toe, roept zij onophoude-
lijk uit: dat zijn aanbiddelijke wil geschiede! Niets komt
den mensch zoo aangenaam en zoo voordeelig voor, als
de volkomene onderwerpinge aan des Heeren wijze
schikkingen. »
« Men sterft zoowel te Annecy als te Lyon, schreef
zij aan moeder Catharina de Crémeaux de la Grange,
overste van \'t klooster van Lyon, den 8 December 1628.
Inderdaad, eergisteren hebben wij eene onzer Zusters
ten grave vergezelschapt. \'t Was een allerbraafst en
allergodvreezendst nonneken, een engelken van zuiver-
heid , een voorbeeld van gestichtigheid en heiligheid.
Ook aarzel ik niet te zeggen dat, hare deftige handel-
wijze ingezien, zij reeds den schoonen hemel bezit, of
ten minste weldra bezitten zal. O mijne teergeliefde
Medezuster, het geeft er weinig aan of wij van zulke of
zulke ziekte sterven, als wij maar het geluk hebben in
de vriendschap van God uit deze wereld te scheiden! O
heilige Maagd Maria, wanneer zullen wij op uwen schoot
en tusschen uwe armen rusten ? Niet dan met dergelijke
-ocr page 259-
2ÖJ
VAN SI.NTE CHAMTAI,
\\erlangens behoorden wij ons bezig te houden, achtbare
Medezuster. Doch neen, ik ben mis, wij moeten willen
wat God wil, en tevreden zijn met hetgeen Hij wegens
ons afsterven heeft vastgesteld. Begeert Hij dat wij nog
veel wei\'ken lot zijne meerdere eere en glorie, wij moeten
dat geern doen; begeert Hij dat wij welhaast dat tranen-
dal verlaten, wij moeten ons nogmaals voegen volgens
zijne heilige verlangens, en met overgeving aan zijne
aanbiddelijke schikkingen onze medezusters vaarwel
zeggen. Ja, bekommeren wij ons met niets anders dan
met het volbrengen van zijn goddelijken wil (1). »
Met moeder de Chantal naar Annecy, middenin de
i\'rissche lucht van het hooge gebergte weder te roepen,
liad men de zoete hoop gekoesterd haar van den wreeden
geesel verwijderd te houden. Doch de pest, door de
ltoude des winters in haren loop eenen oogenblik tegen-
gekant, kwam met het smelten der sneeuw opnieuw te
voorschijn, sloop Belley binnen in Februari 1629,
Chambéry, Rumillyin Maart en in April, en barst ein-
delijk los te Annecy, een weinig na Paschen. De vrijheer
Lodewijk de Sales had zich daaraan verwacht om reden
dat, de baldadigheden van het volk bemerkende, hij beter
dan iemand verstond dat God niet zelden straft als men
er bet minst aan denkt. Zie, die booze menschen belach-
ten de predikanten, die hen schoone spi-aken opdat zij van
hunne dertele vermaken zouden afzien, opdat zij zouden
ophouden van God gedurig te tergen; en daarom
voorzag de bovengemelde vrijheer dat God zijne
wmaknemende hand zou doen gevoelen, dat Hij die
ondeugende inwoners van Annecy straffen zou. « Eilaas,
riep hij op zekeren avond uit bij zijne terugkomst van
het graf van Sint Franciscus de Sales, ik zou sterk
verwonderd zijn, indien ik tusschen hier en eenige
(I) lirief aan moeder Catharina de Crémeaux de la
Grange.
-ocr page 260-
*;(>
<;i:s(.iiii:iiK.\\is
dagen niet vernam dat de pest in Annecy is losge-
barsten. »
Inderdaad, het was zoo. Eenige dagen later liep de
mare dat vele menschen in de stad het tijdelijke met het
eeuwige verwisseld hadden, en dat zij de slachtoffers
waren van de wreede pest. \'t Was in die omstandigheden
dat moeder de Chantal tot overste van het klooster van
Annecy gekozen werd, den 31 Mei 1629, God het alzoo
toelatende, opdat de Orde in die pijnlijke oogenblikken
door eciiu Heilige zou bestierd worden.
Al de Visitatiën van Frankrijk en van Savooie kre-
gen welhaast kennis van de droevige gesteldheid waar
Annecy in verkeerde, en konden, dien ellendigen staat
van zaken ingezien, haar hertzeer niet verduiken. Moe-
der de Chantal ontving brieven met de macht, waarin
men haar smeekte uit Annecy spoedig at te reizen en
zich tegen den geesel te wapenen. Men zond haar ook,
alhoewel men zelf gebrek had aan vele zaken, groote
sommen geld. De prins en de prinses de Carignan schre-
ven op hunne beurt aan moeder de Chantal om haar ten
dringendste te verzoeken de stad te verlaten, en, in
hunne pogingen niet gelukt hebbende, gingen zij den
hertog van Savooie vinden, opdat hij haar zou gebieden
spoedig heen te gaan. Doch \'t was al vruchteloos ge-
welkt. « O! wil het mij niet ten laste leggen, riep zij
uit, ik heb den moed niet om mijne schapen, voor wie
ik mijn leven moet ten beste geven, te ontvluchten. »
Vrij van te doen wat zij wilde, en sterk van zin
haar klooster nooit vaarwel te zeggen , was moeder de
Chantal eerst en vooral bekommerd met de Orde waar zij de
stichtster van was. Zij schreefhaar daneenen omzendbrief,
enkel aan de oversten toegestierd, wie zij hare laatste
raden, in geval dat zij zou sterven, deed kennen. Bemer-
kende dat zij van alle kanten door de dood omringd
was, had zij, haren hoogen ouderdom en het woeden.
-ocr page 261-
2157
VAX SISTE OIIASTAI.
der pest in achl genomen, gedacht aan de middelen die
zij gebruiken moest om in de Visitatie steeds de een-
dracht en de liefde te doen heersenen. Zij gebood vooral
de regelen van het huis goed te onderhouden en met
\'t klooster van Annecy eens te zijn van gedachten en van
doeninge. Zij koesterde de hoop dat, zoo men aldus te
werke ging, men meer en meer van de zegeningen, die
over de Orde gedurig daalden, zou getuige zijn.
Die biief, die, in geval dat zij door de pest zou
weggerukt worden , voor haar uitersten wil kon door-
gaan, was geschikt om te dien tijde verdoken te blijven,
in de handen der oversten (I).
Dat eerste werk voltrokken zijnde, spaarde moeder
de Chantal geene moeite om de pestlijders, die in den
omtrek van haar klooster door de wreede dood wierden
weggemaaid, te troosten en te helpen. Zij gebood dat
men hun met onzeglijke goedheid koorn, geld en
geneesmiddelen zou uildeelen. Van de maand September
af, had zij al het geld haar door de Visitatiën van Frank-
rijk geschonken, in geneesmiddelen besteed. Vruchte-
loos, teneinde het deel der armen te vermeerderen,
verminderde zij dat der Zusters; vruchteloos bekwam zij
van haar dat zij niet dan zwart brood zouden eten, met
het eindigen van de maand, had men buitengewoon
gebrek aan koorn. Gelukkiglijk dat God, die rijk is in
bermhertigheid, en die niet gedoogt dat men Hem in
milddadigheid overtreft, zijne dienaressen uit de oog niet
verloor en haar sterk ter hulpe kwam. « Moeder de
Chantal, zeggen oude Gedenkschriften, ziende dat de
ellende der armen allermeest toenam, gebood een deel
van het koorn, dat tot voorraad dienen moest, aan de
schamele Iièn te behandigen, zoodanig dat, te rekenen
van de maand September, het klooster van Annecy zon-
(1) Brief van den 80 Augustus 1629.
-ocr page 262-
2J5S
i;r.si:u.Ki>KMS
der kooi\'n stond en zonder geld om er nieuw aan te koo-
pen. Doch een der aalmoezeniers bezorgde aan de
behoeftige Zusters twaalf zakken koorn die hij deed
malen; en, o wonder! als men de zakken koorn telde,
bemerkte men dat het getal tot zestien gerezen was. God
hield niet op de Zusters ter hulpe te komen, en het koorn
en den wijn te vermenigvuldigen, zoodanig dat men
dagelijks de arme menschen brood met de macht geven
kon zonder dat de voorraad schier verminderde; hetgeen
vooral gadegeslagen wierd door zuster Maria-Anna
Devosery, die alsdan huisbe/.orgster was, en die placht
te zeggen dat zij nooit zou vergeten, wat dat God in die
droevige omstandigheden voor haar en hare medegezel-
linnen gedaan had (1). »
Terwijl dat zij alzoo aan de arme zieken al haar
koorn en al haar geld uitdeelde, trachtte moeder de
Chantal, die uit hoofde van haren regel, haar klooster
niet mocht uittreden , hun bezoekers Ie verschaffen. Dus
wekte zij Mgr Jan-Frans de Sales en eenige ijverige
priesters krachtdadig op om de schamele liên in hunne
ellendige en slordige woningen te gaan vinden, om hen
gedurende meer dan tien maanden te troosten en te hel-
pen, \'t Is ook bij haar, in de spreekkamer der Visitatie,
dat M. HectordeFessigny, eerste syndicus van de stad
en eenige kloekmoedige burgers, het voornemen maakten
van den geesel niet te vreezen en van zich ten dienste
der stervenden te stellen. « De vlammende woorden van
die groote Heilige, schreef M. de Fessigny, deden op
mij gansch bijzonderen indruk. Zij gaf mij twaalf dozij-
nen Agnus Djï, mij verzekerende dat alwie ze dragen
zou, van de pest zouden bevrijd zijn. Ik deelde ze uit
aan mijne vrienden die veel onder de pestlijders ver-
(1) Handschriftelijke annalen van de Visitatie van
Annecy,
handschrift in-4».
-ocr page 263-
239
VAN SI1STE CHANTAL
keerden, en ik vertelde hun wat moeder de Ghantal mij
gezegd had. Wij werden om ons betrouwen beloond :
noch ik noch zij smaakten de pijnlijke gevolgen dei-
pest (1). »
« O mijne eerbiedweerdige moeder! zegde insge-
lijks Mgr Jan-Frans de Sales, gij zijt mijn Mozes en ik
ben uw Josuc. Terwijl gij uwe handen naar den hemel
verheven houdt, ik vechte met mijne helpers tegen de
wreede en onverbiddelijke pest. »
Indien moeder de Chantal zooveel vermocht op men-
schen die van haar maar schaars gekend waren, hoe groot
moest dan haar gezag niet zijn bij hare geestelijke kinde-
ren met wie zij dag en nacht leefde? Ook is het schoon
om lezen hoe, middenin de pijnlijke aanvallen der pest,
de Zusters luisterden naar de verstandige lessen en de
zalige vermaningen harer teergelietde kloostermoeder,
en zielroerend is het om bemerken, hoe, in weerwil van
al hare beproevingen, zij wedijverden om te deelen in
de gelatenheid en de tevredenheid harer overste. Niet
eenen oogenblik hielden zij op hare gewone oefeningen te
doen. Terwijl eene schrikverwekkende stilte over de
gansche stad heerschte, klepte de klok van het klooster
met dezelfde zachtheid en dezelfde regelmatigheid van
vroeger dagen. Hare bidplaats weergalmde van dezelfde
aangename en godvruchtige gezangen. « Steeds heb ik
ondervonden, schrijft Sinte Chantal, dat de Zusters, die
groot gevaar liepen van door den geesel aangetast te
worden, gerust van herte waren, op God betrouw-
den en voor het overige stilletjes en bedaarde!ijk
haar werk voortzetteden. » En verder: « Alhoewel men
twee of drij keeren reden had om te vreezen dat de pest
in het klooster was losgebarsten, heb ik nooit kunnen
bemerken dat de Zusters bang voorkwamen; zij gebruik-
(l) Pleitzaal; van heiligverklaring. Getuigenis van M. Hec-
torde Fessigny.
-ocr page 264-
260
GKSCIIIF.IIF..NIS
ten met kalmte hare medicijn, en maakten gereedschap
om met betrouwen voor haren Rechter te verschijnen.
Wat het ontvangen der laatste sacramenten betrof, ziehier
hoe men handelde om de biechtvader van alle onge-
makken te doen vrij gaan. De Zuster, die begeerde te
biechten, moest hare biechte spreken van verre; en haar
werd Onze Lieve Heer, dien de priester lusschen twee
smeden brood op een sterk versierd tafeltje neerlegde,
door de ziekenbezorgster te nutten gegeven; alzoo is men
gewoon in dat Land de heilige Sacramenten aan de
pestlijders te bedienen. »
Zoo groot was de tevredenheid der nonnen binst
dat tijdstip, op welk men noch van bezoeken, noch van
brieven te spreken wist, dat Sinte Chantal opentlijk
bekende, enkel uit meedoogendheid voor het arme
volk te wenschen dat de beproeving zou ophouden,
verre van tegen God in klachten uit te vallen (1).
Doch, daar de schamele lièn sterk te lijden hadden,
hield onze Heilige niet op te bidden, te weenen, te
werken, opdat de pest een einde zou nemen. Behalve
dat men in het klooster buitengewone gebeden stortte,
waren er Zusters die dagelijks te water en te brood
vastten, die middenin den refter zich gansch bijzondere
straffe oplegden, en die zich talrijke geeselslagen toe-
brachten. Schier alle dagen ook gingen de Zusters,
blootsvoets en met eene koord om den hals, den omgang
in den hof, biddende en weenende over de boosheden
van het volk, en zich, onder het zingen van den
Miserere, eene sterke lijfkastijding gevende. De Zusters,
welke van die zielroerende plechtigheden getuige waren,
zeggen dat men zich moeilijk kan inbeelden hoedanig
(1) Brieven van de Zusters der Visitatie van Annecy aan
de nonnen van het eerste klooster der Visitatie te Lyon,
11 Februari 1630. — Zie ook eenen brief aan moeder de Klonay
van den 30 Juli 1629.
-ocr page 265-
261
VAN SINTE CHANTAL
moeder de Chantal in die oogenblikken voorkwam , hoe
groot hare droefheid was, en hoe, kruipende op hare
bloote knieën en met de koord om den hals, zij gedurig
met de tranen in d\'oogen uitriep: « Bermhertigheid,
o Heer, bermhertigheid! Wees de ellendige zondaars
genadig, straf hen niet! »
De pest, dank aan die zoo vurige gebeden, vermin-
derde allengskens, en ging eindelijk de stad uit, na er,
in de weerdij van één jaar, vele slachtoffers gemaakt te
hebben. Weldra ook verdween zij uit Savooie, uit
Frankrijk, en zelf uit Italië, en op het einde van 1631,
woedde zij niet dan in sommige plaatsen meer, en dan
nog flauwtjes.
\'t Was terwijl dat zij bezig was met te bidden, met
te schreien, met te werken voor het beproefde arme volk,
dat moeder de Chantal meer dan ooit om gewichtige
zaken bekommerd scheen. Dat hertzeer bestond hierin,
dat zij en hare medezusters haar klooster niet mochten
uitgaan, om de pestlijders te troosten en te helpen.
Twintig jaren te voren, de wereld waar zij zooveel goed
gedaan had, voor eeuwig vaarwel zeggende, had zij het
gedacht gekregen eene Orde te stichten, die grootendeels
zou bestemd zijn om de arme en zieke menschen te gaan
opzoeken, te gaan bezorgen en in hun uiterste te gaan
bijstaan. Tegen haren dank verplicht van dat gedacht af
te zien, wachtte zij sedert twintig jaar dat iemand haar
helpte hare plannen uitvoeren, doch \'t was vruchteloos
gewacht. Niemand bood zich aan om hare verlangens
te voldoen. Men trof, wel is waar, middenin de steden
die door de pest aangetast waren, vele priesters aan die
eene heldhaftige dood stierven, kloosterlingen die hun
leven voor hunnen naaste zonder vaar of vrees ten beste
gaven, zelfs deftige mevrouwen die de schamele lièn
eigenhandig ter hulpe kwamen, doch nergens bejegende
men geestelijke dochters, \'t is te zeggen nonnen die de
II.                                                      SINTE CHANTAL 17
-ocr page 266-
262
GESUil! m:\\ist
zieken in hunne laatste ure troost en hulpe verschaften.
De kloosterzusters waren verplicht, uit hoofde van haren
regel, achter haar traliewerk te verblijven, zij die nogtans
zoo verlangden om teenemaal ten dienste te staan van
den kranke en den noodlijdende.
In 1619, en vooral in 1628, gedurende het woeden
der twee pesten die Frankrijk veel nadeel toebrachten, ik
bedoele de twee tijdstippen waar onze Heilige zich meest
mede bekommerde, was zij te Parijs bij Sint Vincentius
a Paulo. Zij had het geluk met hem bijna dagelijks in
onderhandelinge te treden. Ongetwijfeld maak te zij hem
dikwijls met hare liefdadige plannen bekend; ongetwijfeld
wekte zij hem dikwijls op om eene Orde in te stellen die
het welzijn van den arme voor bijzonder oogwit hebben
zou. Voorzeker wist zij, vlammend van karakter als zij
was, den voorzichtigen Sint Vincentius a Paulo kracht-
dadig aan te zetten, vooral gedurende het woeden der
pest, om het nooit genoeg geprezen genootschap dei-
Zusters van Liefde te stichten. Sint Vincentius a Paulo
liet zich eindelijk gezeggen, en sloeg hand aan \'t werk
omtrent het jaar 1634, \'k versta bij het ophouden van den
geesel waar wij in \'t lange en \'t breed over gesproken
hebben. Twintig jaren lang had Sinte Chantal om die
gewichtige zake bekommerd geweest; het losbersten van
twee achtereenvolgende pesten maakte dat zij hare ver-
langens eindelijk voldaan zag. Toen Sint Vincentius a
Paulo dat schoon genootschap der Zusters van Liefde
instelde, was men eens om te getuigen dat hij den
grootsten lof verdiende en te recht voor een wonderbaar
en hoogst liefdadig mensch mocht doorgaan. Doch, een
ootmoedige priester zijnde, hield hij niet op te zeggen,
dat hij daar het eerste gedacht niet van gehad had, dat
hij het aan de Stichtster der Visitatie verschuldigd was,
en telkens als hij met zijne geestelijke kinderen over zijne
opkomende Orde sprak, verhaastte hij zich uit te roepen,
-ocr page 267-
^63
VAN S1NTE (HAM Al.
dat Sinte Chantal hem tol het uitvoeren zijner plannen
sterk geholpen had (1).
Dus, in haren ouderdom, had Sinte Chantal het
geluk den boom te zien groeien welken zij tijdens hare
jonge jaren gemeend had zelve te planten. Zij leefde nog
lang genoeg, om getuige te wezen van zijn spoedigen
wasdom en zijne buitengewone vruchtbaarheid. En als
het soms gebeurde dat zij zich de heilige handen herin-
nerde van hem welke dien boom geplant had, dan kwam
zij, nederig als zij was, dubbel getroost en tevreden
voor.
(1) Sint Vincentius a Paulo, zijn leven, zijne eeuw,
zijne werken, ent.,
door priester Maynard, 4 boekd. in-8".
Parys, 1860.
^^
-ocr page 268-
-ocr page 269-
De eerbiedweerdig-e moeder de Chantal spaart
geene moeite om de heiligverklaring van
Sint Franciscus de Sales te bekomen. —
Algemeene bekendmaking zijner schriften.
— Opening van zijn graf.
1630-1632
at Sinte Chantal hierboven /egde, staat ons
nog diep in \'t geheugen geprent; zij ver-
klaarde dat, hadde zij niet bemerkt hoezeer
het volk door de onverbiddelijke pest getei-
sterd was, zij nooit zou verlangd hebben om dien wree-
den geesel te zien ophouden, doordien zij, wat haren
persoon betrof, gansch gelaten in den wille Gods voor-
kwam, en bijgevolg hoogst gelukkig was. Die minnares
van de eenzaamheid en van het stilzwijgen, welke huis en
maagschap verlaten had om de bruid van Jesus Christus
te worden, en welke, tot verspreiding van hare geliefde
Orde sedert lang verplicht was wijd en breed te reizen,
veel brieven te wisselen en zaken met de macht te ver-
handelen, had eindelijk het genoegen wat rust te genie-
ten. De bezoeken, de samenspraken hadden geene plaats
meer tijdens het woeden der pest; de brieven bleven
achter; het stichten van nieuwe kloosters en het heen en
-ocr page 270-
266                                          GESCHIEDENIS
weer reizen waren dingen die men voor den oogenblik
niet kon gedaan krijgen. Tusschen de werken die Sinte
Chantal verlichtte gedurende de eerste jaren van haar
kloosterleven, en tusschen die welke zij zou plegen op
het einde harer dagen, was er eene rustuur ingeslopen,
\'t Is de eenigste waar onze onvermoeibare Werkster, binst
haar langen levensloop, zal van te spreken weten.
Iemand anders dan zij zou dat verblijf in eene stad
die door de pest fel was geteisterd, geenszins als een
rusttijd aanzien hebben. Doch in het hert der heilige
menschen komt de liefde sterker dan de dood voor. Zij
deelt hun, terwijl zij hen opwekt om zich voor het wel-
zijn van den evennaaste te slachtofferen, de scherpzin-
nigheid van geest, de vrijheid van handelwijze, de
tevredenheid des gemoeds en de gerustheid van ziele
mede. Moederde Chantal gebruikte dien tijd, om de
voordeelen der eenzaamheid meer en meer na te denken,
om zich beter dan ooit in het stilzwijgen en in de inge-
keerdheid te oefenen. Vervolgens wist zij dien tijd te
benuttigen met aan zekere werken, waar zij tot dan toe
uitermate om bekommerd geweest was, eene laatste
hand te slaan. Alsdan was het dat zij den schoonen
boek, de Antwoorden, een uitersten keer wijselijk
overzag en verbeterde. Alsdan ook trachtte zij een
einde te stellen aan het werk waar zij zich sedert
tien jaar angstig mede bezig hield, en waar wij thans een
verstandigen oogslag moeten op geven.
Dat werk was de heiligverklaring van Sint Francis-
cus de Sales.
De pest was oorzake geweest dat het christene volk
bijzonderen eerbied had voor den deftigen bisschop van
Geneve, dat het geweldig veel op hem betrouwde en veel
van hem verwachtte. Overal waar de geesel woedt, ver-
haasten zich de ingezetenen om te loopen, niet naar zijne
autaren, die nog niet bestonden, maar naar zijn graf,
-ocr page 271-
267
VAJi SINTE CHA.NTAL
naar zijne reliquieën, naar zijne beeltenissen. Te
Grenobel, maakt moeder de Beaumont, die vernomen
had dat de pest in de stad was losgebarsten, aan de deur
van het klooster het portret van Sint Franciscus de Sales
niet groot betrouwen vast. Te Crémieux weet moeder
Anna-Maria Rosset ook haren toevlucht tot haren heiligen
Stichter te nemen, en doet belofte van naar zijn graf een
zilveren huisje te zenden. Te Nevers, gaan al de Zusters
de bladzijden van eenen brevier, waar Sint Franciscus
de Sales zich van bediend had, met eerbied kussen,
overtuigd dat, met zulks te doen, zij van alle besmette-
lijke ziekten zouden bevrijd worden. Te Lyon, te Moulins,
te Crest, te Valencia, aanschouwt men insgelijks Sint
Franciscus de Sales als een machtige beschermer; overal
gaan het aanroepen van den naam des eerbiedweerdigen
bisschops, het dragen van zijne beeltenis, voor bijzon-
dere behoedmiddelen tegen de pest door.
Niet enkel dachten alzoo de Zusters der Visitatie,
maar iedereen was eens om den lof van den machtigen
Sint Franciscus de Sales uit te spieken, en om op hem te
betrouwen. Te Lyon, vielen de menschen de Zusters
lastig, om een deeltje te hebben van de doeken waar zijn
achtbaar lichaam in gewonden geweest was. Te Orleans,
kwam het volk met geheele benden naar het klooster
geloopen, om te mogen putten in dat water waar moeder
de la Roche eene reliquie van den deftigen bisschop had
ingedompeld, en de menigte was zoo schrikkelijk groot
dat, binst den geheelen tijd der pest, men er meer dan
eene ton daags uitdeelde. Te Crest, te Crémieux, gingen
de burgemeester en de schepenen de kapel der Visitatie
binnen, om, namens de stad, te beloven aan Sint Fran-
ciscus de Sales dat zij naar zijn graf in bedevaart zouden
trekken, kwame hij, door zijne voorspraak, hen met het
ophouden des geesels te begunstigen. Dikwijls ook,
middenin den schrik waar het naderen van de pest
-ocr page 272-
268
GESC1I1EÜEMS
gelegenheid aan gaf, stelden de inwoners van steden vast
eene Visitatie te stichten, en niet zelden verhaastten zij
zich de geestelijke dochters van Sint Franciscus de Sales
in \'t omliggende te gaan vinden, en haar te bewilligen
om met hen naar hunne stad spoedig af te reizen, over-
tuigd dat, uit hoofde van het betrouwen welke zij hadden
op haren Stichter, zij, tegen de aanvallen der pest, een
sterk behoed middel zijn zouden. Te Arles, onder anderen,
begeerde men ze te bezitten om er een klooster van
Clarissen, dat veel te wenschen liet, te hervormen ; doch,
verscheidene moei el ij kneden ontstaan zijnde, hadden zij
het geluk niet er voet in te zetten, en, in beraad wezende
of zij te Arles verblijven zouden of naar Aix, waar zij uit
afgereisd waren, zouden wederkeeren, waren zij verplicht
geweest een huurhuis te zoeken dichtbij de poorten van
de stad. Aangezien de pest al met eens losgebarsten was
en spijts de voorzorgen der gemeenteraadsheeren reeds
vele slachtoffers gemaakt had, hield een persoon niet op
te roepen: « Achtbare Heeren van Arles, die voor uwe
ingezetenen zoo goed zorge draagt, en overal de beste orde
doet heersenen, gebiedt dat het klooster der Clarissen, tot
eene heilige plaats gemaakt worde. » Die woorden werden
zoo seffens door bijna al de inwoners der stad, die vurig
verlangden om van de aanvallen der wreede pest vrij te
gaan, onophoudelijk herhaald. De aartsbisschop van
Arles, de gemeenteraadsheeren en vooral het volk gingen
de geestelijke dochters van Sint Franciscus de Sales
vinden, haar smeekende naar het klooster der Clarissen
dadelijk te willen afkomen, en, zoo groot was hun aan-
dringen dat, eerdat de zon was ondergegaan, zij reeds
het genoegen hadden de Zusters met hare nieuwe woning
te mogen geluk wenschen. Daar korts nadien de pest
ophield, kwam het volk met geheele benden naar het
nieuwe gesticht geloopen, zeggende, dat men klaarlijk
ondervond, hoezeer God den eerbiedweerdigen bisschop
-ocr page 273-
269
VAN SI.NTE CHANTAL
van Geneve en dezes geestelijke kinderen in achtinge
hield (1).
Overigens had Sint Franciscus de Sales die ure niet
afgewacht om te toonen aan de wereld hoe groot zijn
vermogen was bij God, en hoezeer hij de Zusters dei-
Visitatie genegen was in den hemel. Die bekendmakin-
gen, die sedert tien jaar duurden, en die op duizenden
plaatsen gedurig geschiedden, waren met den dag zelven
zijner dood begonnen.
Men heeft nog niet vergeten, hoe te Grenobel in het
gebed verslonden zijnde, Sinte Chantal tijdens het
afsterven van Sint Franciscus de Sales, eene stem
gehoord had die haar zegde: « Hij is niet meer. » Te
Annecy, zag de brave zuster Anna-Jacoba Coste, die aan
\'t bidden was, zich op denzelfden oogenblik van eene schit-
terende klaarheid, welke op haar eenen grooten indruk
deed, eensklaps omringd. Zij meende dat hare woning de
prooi der vlammen geworden was. Doch welhaast kwam
zij tot bedaardheid en hoorde duidelijk deze woorden :
« Wij nemen de ziel van uwen kloostervader mede; loof
God. i) Onmiddellijk verdween de klaarheid, en, bij de
schemering van dat licht welk verzwinde, had zij den
tijd om in hem die deze woorden had uitgesproken,
dienzelfden engel te herkennen die Sint Franciscus de
Sales ten dienste stond toen zij het geluk had uit dezes
hand te communiceeren, te Geneve (2).
Nog altijd denzelfden dag, in het klooster van Sint
Stephanus, geraakte zuster Maria-Antonia Gopier, die
zich naar de spreekkamer begaf, al met eens in verruk-
kinge, en bemerkte Sint Franciscus de Sales die zege-
vierend den hemel binnenging. Zij was bezig met hem
sterk te bewonderen, toen hij de armen uitstrekte over
het klooster van Sint Stephanus, het zegende en gansch
(1)  Stichting van het klooster van Arles, lladz. 355.
(2)  Levens der eerste moeders, II, bladz. 360.
-ocr page 274-
270
GESCHIEDENIS
tevreden uitliep : « 0 ! wat zal het tusschen hier en drij
jaar goed maken in dees huis! » Gij moet weten dat, te
dien tijde , het klooster van Sint Stephanus slechts twee
of drij novicen telde; drij jaar later, was haar gelal zoo
groot, dat het herbouwde en vermeerderde gesticht
schier te klein was om ze te bevatten (1).
Te Kevers, waren de Zusters in \'t bezit vaneen
ouden brevier waar Sint Franciscus de Sales zich langen
tijd van bediend had, en welken hij, ziende dat de
Zusters hem gedurig lastig vielen om dien versleten
boek, als \'t ware eene reliquie, te mogen bewaren, tegen
een nieuwen verwisseld had. O wonder! den dag zelven
van de dood des eerbiedweerdigen bisschops, ging die
boek van zijn eigen open, en verspreidde alom den aan-
genaamsten reuk. Die hemelsche welriekendheid bleet
twee jaar lang duren; doch zij vermeerderde op de feest-
dagen , en van tijd tot tijd werden de kamers van het
klooster, dien liefelijken reuk ingezien, als in een fraaien
bloemhof herschapen (2).
Moulins wist van dezelfde weldaden, doch enkel
een jaar na de dood van den dettigen Kerkvoogd, te
spreken. Den 28 December 1623, feest der HH, Onnoo-
zele kinderen en verjaardag des overlijdens van Sint
Franciscus de Sales, waren de Zusters bezig met zich
wat te verzetten en handelden van diens deugden, toen
de kamer waar zij vergaderd waren, plotseling met een
zoo aangenamen en zoo krachtigen reuk vervuld werd,
dat iedereen daar hoogst van ingenomen, was. In de cel-
len , in de keuken, in de spreekkamers, met één woord,
in al de plaatsen van het klooster werd men die vol-
doende lucht gewaar, en niet dan mevrouw de Morville,
een trotsche geest, waar wij hierboven van gesproken
(1)  Stichting van het klooster van Sint Stephanu»,
bladz. S47.
(2)  Stichting van het klooster van Nevers, bladz. 148.
-ocr page 275-
271
VA.1 SI.NTL CBANTAL
hebben, had het hertzeer dien behaaglijken reuk te moe-
ten derven cl). Verwittigd van hetgeen gebeurd was,
kwam zij haastig naar de kapittelzaal gegaan, opdat zij
in dien zoeten balsem zou deelen, doch, \'t was vruchte-
loos gepoogd; naarmate dat zij de vergaderplaats
naderde, verhaastte zich die aangename reuk om te ver-
dwijnen en voor haar te vluchten. Verscheidene maanden
lang werd het klooster met die weldaden begunstigd,
en niet dan na hare rechtzinnige bekeering tot God, had
bovengemelde mevrouw het geluk iets of wat van die
wonderbare geurigheden in te ademen (2).
Te Lyon hadden de Zusters die verplicht geweest
waren het lichaam van Sint Franciscus de Sales naar
Annecy te laten vertrekken, zijn hert in geschenke
gekregen. Zij hadden het onder eenen troonhemel ge-
plaatst, in eene kostelijke gouden reliquieënkas, haar
door Lodewijk XIII, die door het aanraken van dat hert
teenemaal genezen geweest was, geschonken, en dage-
lijks zagen zij de koningen, de prinsen, de bisschoppen
en het volk naar dien eerbiedweerdigen schat afkomen,
ten einde er Gode, door de voorspraak van den Heilige,
buitengewone gratiën te vragen. Gedurig vloeide er uit
dat hert een zacht vocht, dat met welriekende olie kon
vergeleken worden. De scharen, die over dat mirakel
verbaasd stonden, hadden den naam der nonnen van de
Visitatie van Lyon in dien van Dochters van het Hert
veranderd.
Desniettegenstaande, nergens meer dan te Annecy,
gaf Sint Franciscus de Sales blijken van zijne machtige
bescherming. Een liefelijke reuk verspreidde zich door
hel gansche klooster. Vruchteloos gebood Sinte Chantal
aan de Zusters, en vooral aan die welke met de zorge
van de sacristij gelast was, geene geurigheden, hoe aan-
(1)  Zie XXII hoofdstuk.
(2)  Stichting van het klooster van Mov.lins, bladz. 88.
-ocr page 276-
272
GESCHIKIIEMS
genaam ook, te gebruiken : de behaaglijke balsem sloop
overal binnen en maakte van den pandhof, van de gan-
gen, de koor, de bidplaats een gansch bijzonder ver-
blijf. Die welriekendheid hielp de Zusters niet weinig om
zich van de wereld meer en meer al te trekken en zich
Gode teenemaal op te dragen (1).
Andere daadzaken verkondigden ook te Annecy de
heiligheid van Sint Franciscus de Sales. Sedert tien jaar
bestond er in de kapel des kloosters waar zijn eerbied-
weerdig lichaam onder eene bloote zerk berustende was,
groote toeloop van volk. De rijke menschen offerden
kostelijke schilderstukken, vergulde zilveren lampen,
gouden hoofden, voeten en herten. De schamele liên
kwamen af niet wat lijnwaad. met wat gehekelden
hennep, met eenige grepen koorn, ja zelfs met eenige
hinnetjes: hetgeen zoo troostelijk was om zien, dat de
aanwezigen meermaals tranen van aandoening stortten (2;.
Uit alle kanten van Savooie, van Frankrijk, en zelfs van
Italië, reisden ook priesters af, om op het graf van den
deftigen kerkvoogd van Geneve de mis te mogen opdra-
gen, en zij waren zoo groot in getal dat men verplicht
was verscheidene autaren in de kapel op te richten, en
hen vriendelijk te verzoeken hunne beurt van mis te
lezen met geduld te willen afwachten.
Sinte Chantal was uitermate blijde te zien dat men
haren achtbaren geestelijken Vader zooveel eere bewees;
ook besloot zij al te doen wat zij kon om zijne heilig-
verklaring te bekomen. Dus, niet tevreden met onder de
bedevaartgangers eenige afdruksels van de Inleiding tot
het godvruchtig leven
uitte strooien en van er eenige naar
Frankrijk, naar Italië, en zelfs naar Duitschland en den
Canada te zenden ; niet tevreden met zijn Traktaat over de
(1)  Getuigenis van Sinte Chantal tijdens de pleitzaak
der heiligverklaring van Sint Franciscus de Sales,
art. 54,
(2)  Stichting van het klooster van Annecy. ) ladz. 55.
-ocr page 277-
VAX SUITE CHAMTAL                                       273
Liefde Gods te doen herdrukken en in de kloosters te doen
verspreiden, trachtte zij zijne brieven te ontdekken, zijne
sermoenen, zijne schriftjes, om die tot eenige boeken ,
die van zijn vernuft en van zijne deugden zouden
getuigen, Ie maken.
Een tot nog toe ongedrukte brief toont met welken
eerbied voor haren heiligen zielsbestuurder, met welke
ootmoedigheid, met welke manhaftigheid zij hierin te
werke ging, en wat dat zij beoogde toen zij aanhou-
dend vroeg dat men al de Schriften van Sint Franciscus
de Sales zou uitgeven. Die brief is aan den commandeur
de Sillery, die het op zich genomen had die zake te
doen vooruitgaan, toegestierd.
« Weledele Heer, ik zend u nog eenen hoop brieven
en sermoenen die door Sint Franciscus de Sales geschre-
ven of gepredikt zijn geweest, en die daarom ongetwijfeld
bij u zullen welkom zijn. Gij zult er vele dingen in vinden
die u tot troost zullen verstrekken, en die u zullen aan-
zetten om dien man naar Gods herte meer en meer te
beminnen en te bewonderen. Vooreerst, zult gij vier en
dertig brieven aantreffen, die, met de vijf welke wij u
reeds gezonden hebben, het getal van negen en dertig
uitmaken, \'t Zijn belangrijke brieven die u zullen te kennen
geven hoe groot de godsvrucht was van den kerkvoogd
van Geneve, hoezeer hij in kloekmoedigheid en in wijs-
heid uitscheen, en wat hij al deed middenin de vervol-
gingen die hij van sommige hooggeplaatste personen te
lijden had. Gij moogt.zoo gij het geradig oordeelt, die zoo
nuttige schriften ter pers laten gaan. Ongetwijfeld zullen
zij, met er eenige woorden aan te veranderen, die voor
den oogenblik niet te pas komen, met voordeel gedrukt
worden. Gij zult ook, onder de papieren die ik u toestiere,
achttien schoone en geheele sermoenen vinden, alsook
vele aanteekeningen die den kanselredenaar van groot
nut zijn kunnen. Alles is door Sint Franciscus de Sales
-ocr page 278-
274
GES< III 1.1)1.M.-
eigenhandig geschreven. Mijns dunkens zullen die
verschillige stukken, in druk gegeven, veel belangrijke
bladzijden beslaan. »
Waarom moet eene bittere spijt het aangename van
die herinneringen komen wegnemen? Zie, met die
papieren te doorsnuffelen, legde Sinte Chantal eensklaps
hare hand op een pak brieven die zij bekende de hare te
zijn en welke zij wist den Heilige nu en dan toegestierd
te hebben, \'t Was toen dat de zaken scheef stonden,
vooral als zij gewaar wierd dat Sint Franciscus de Sales,
op den rand van sommige dier brieven, haar wat veel
lof had toegezwaaid. Ook verhaastte zij zich om dien
kostelijken schat in het vuur te werpen, hopende alzoo
van alle eerbewijzingen vrij te gaan. Vervolgens herlas
zij met groote aandachtigheid al de brieven des Heiligen,
hoogst bezorgd zijnde om al wat haar in de oogen der
menschen verhefte ombermhertig uit te schrabben. Zij
kon nogtans niet beletten dat sommige volzinnen de
christelijke genegenheid des bisschops voor haar te
kennen gaven. Doch alsdan kwam tegelijk hare droefheid
en hare oolmoedigheid aan den dag. « Weledele Heer,
schrijft zij aan den commandeur de Sillery, het doet mij
pijne te bemerken dat Sint Franciscus de Sales in eenige
zijner brieven met achting van mij spreekt, te meer,
omdat ik een zeer ellendig schepsel ben en geen lof
hoegenaamd verdiene. Mij zijn de gebeden van alle
menschen, en wel bijzonderlijk de uwe, deftige Heer,
sterk van noode. Ik smeek udus, uit liefde tot God,
mijner te willen gedenken, alsook te vragen aan den
algemeenen overste van het Oratorium en aan priester
Vincentius, veel voor mij te bidden (1). »
Moeder de Chantal was ook fel bedroefd, toen zij zag
dat men, in de eerste uitgave der Brieven van Sint
(1) Uitgave van Barthélemy, Ongedrukte brieven, bladz. 23.
-ocr page 279-
VAN S1NTE CHANTAL                                      27S
Franciscus de Sales, tewege was van de groote en heilige
verknochtheid, die de Bisschop van Geneve voor haar
had, gewag te maken.
« O mijn God, schrijft zij dadelijk aan moeder de
Blonay, nooit zal ik, voor wat de schrilten van mijn
welbeminden geestelijken Vader betreft, op iemand nog
steunen; gij moogt zeker zijn dat zij in \'t licht niet zullen
komen, vooraleer ik ze zelve goed onderzocht heb; want,
het spijt mij schrikkelijk dat men mij daar zooveel lof
toezwaait. De wereld is in staat niet die heilige vriend-
schap te begrijpen, en daarom, ga ik uitschrabben al
wat er met de ellendige zienswijze der aardsgezinden
strijdt (1). »
Gelukkiglijkdatde personen, bij wiemoeder de Chan-
tal te rade ging, haar verboden aan de Schriften van Sint
Franciscus de Sales iets of wat te veranderen, iets of wat
achter te laten; zoo niet, waren wij van belangrijke en
hoogst aangename bladzijden beroofd geweest. « Giste-
ren , schrijft Sinte Chantal aan moeder de Blonay, sprak
ik van de Brieven van Sint Franciscus de Sales aan
Annecy\'s voorzitter, die een man van gezond oordeel is ;
en hij antwoordde mij dat ik eene slechte zake zou doen
met aan die brieven eenige veranderingen toe te bren-
gen , om reden dat ik tegen den geest van den bisschop
van Geneve, die niet dan met zuivere inzichten bezield
was, zou handelen. Andere deftige mannen spreken in
denzelfden zin. \'t Is het geval van te zeggen dat men niet
altijd zijn eigen gedacht mag doen (2). »
Terzelfder tijd dat zij alles gereed maakte om de
Werken van Sint Franciscus de Sales eene eerste maal te
kunnen uitgeven, trachtte zij iemand te vinden die het
op zich zou nemen zijn Leven te schrijven. Te dien einde
smeekte zij al de moeders der Visitatie, vooral moeder
(1)  Uitgave Migne, bladz. 1198.
(2)  Uitgave Migne, bladz 1225.
-ocr page 280-
276
GESCHIEDEMS
de Blonay, die met Sint Franciscus de Sales zeer ver-
trouwelijk had omgegaan, haar te zeggen wat zij van
hem wisten, opdat zij al die gewichtige aanteekeningen
zou kunnen behandigen aan Mgr Karel-August de Sales,
neef van den Heilige, en aan pater de la Rivière,
Miniem, twee verstandige en godvruchtige mannen, die
het zouden wagen de Geschiedenis van den eerbiedweer-
digen bisschop van Geneve te geven. Terwijl zij schre-
ven, ondersteunde zij hen door hare raden, vertelde
hun in \'t lange en in \'t breed al de wonderbare trekken
waar zij getuige van geweest was, en herlas met hen in
de spreekkamer de verscheidene hoofdstukken die zij op
het papier gesteld hadden, en, niet tevreden met voor
hen te bidden, stierde zij aan al de huizen der Orde
eenen brief toe, om te vragen dat derzelver ingezetenen
voor de verveerdigers van het Leven haars geestelijken
Vaders te communie zouden gaan. Zoo sterk was zij
overtuigd dat het schrijven der Levens van Heiligen
eene moeilijke zake is, en dat dezen die zulks willen
doen, de hulpe van Onzen Lieven Heer allermeest van
noode hebben! « O! zegde zij, zoo God hen niet ver-
licht, zullen zij nooit in staat zijn naar behooren van
dien deftigen Bisschop te spreken (1). »
Voor moeder de Chantal was het niet genoeg te
weten dat men al de Schriften van Sint Franciscus de
Sales zou in \'t licht geven, dat men zijn Leven zou
beschrijven; zij wilde iets meer, zij begeerde te mogen
zeggen dat hij heilig verklaard was en voor een toonbeeld
van godsvrucht moest doorgaan. Zij spaarde geene moeite
om tot haar oogwit te geraken, en had de voldoening te
zien dat de mirakelen die op zijn graf geschiedden te
zijnen voordeele getuigden. Achttien jaar lang had zij de
schoonheid van zijne ziel bewonderd en de edele gevoe-
(1) Uitgave Migne, bladz. 1223.
-ocr page 281-
277
Vüü SISTE CHANTAL
lens zijns herten gade geslagen. Thans was zij van
gedacht dat, alhoewel hij niet dan sedert drij jaar het
tijdelijke met het eeuwige verwisseld had, men fel wer-
ken moest om hem onder het getal der gelukzaligen te
doen stellen. Zij sprak daarvan verscheidene keeren met
Mgr Jan-Frans de Sales, broeder van den Heilige en
deszelfs opvolger op den zetel van Geneve. Zij schreef
daarover aan de voornaamste leden van het kapittel van
Annecy; aan de raadgevers en de syndicussen der stad,
ja zelfs aan den hertog van Savooie; en het duurde niet
lang of er werd, vanwege den Paus, eene commissie van
hooggeleerde en voorzichtige mannen genoemd, die de
deugden en de mirakelen van Sint Franciscus de Sales
rechterlijk moesten onderzoeken. De drij apostolische
gevolmachtigden waren Mgr Andreas Frémyot, aartsbis-
schop van Bourges, Mgr Pieter Camus, bisschop van
Belley, en M.Joris Ramus, doctoren kanunnik van
Leuven. Zij vergaderden te Annecy zelf, in de spreek-
kamer der Visitatie, en namen, gedurende den loop van
\'t jaar 1627, talrijke getuigenissen op. De gewichtigste
dezer getuigenissen was ongetwijfeld die van moeder de
Ghantal. Zij begon den 27 Juli, en duurde bijna zonder
tusschenpoos tot den 3 van Augustus. Alle dagen even
goed, behalve den zondag, gebruikte zij drij uren des
morgens en drij uren des namiddags om aan de bevoegde
rechters het stichtend leven van haren geestelijken
Vader uit te leggen.
Het schriftelijk verslag van die getuigenis vangt in
dezer voege aan :
« In den Naam des Heeren. Amen.
» \'t Jaar 1627, den 27 Juli, ten achten \'s morgens,
het vierde jaar van het pausschap van Zijne Heiligheid
Urbanus VIII, is vóór ons, Andreas Frémyot, aartsbis-
schop van Bourges, Jan-Pieter Camus, bisschop van
Belley en den Zeer Eerweerden Heer Joris Ramus, doc-
II.                                                      SINTR CHANTAL 18
-ocr page 282-
278
GESCHIEDENIS
tor en kanunnik van Leuven, gevel machtigden van de
congregatie der Ritussen voor wat het rechterlijk onder-
zoek der deugden en mirakelen van den dienaar Gods
Franciscus de Sales, bisschop van Geneve, aangaat, in
de spreekkamer der Visitatie van Annecy, verschenen
Joanna-Francisca Frémyot, eerste non en Stichtster van
de Orde der Visitatie , die, door ons verwittigd wegens
de schrikkelijkheid van den valschen eed, luidop ver-
klaard heeft die gruweldaad, met de gratie Gods, nooit
te bedrijven, en de waarheid, niet dan de waarheid en
geheel de waarheid te zeggen, zonder zich noch door
winst of voordeel, noch door haat of nijd, of door
andere menschelijke beweegredenen, te laten omkoopen.
Haren eed met de grootste ingekeerdheid afgelegd
hebbende, heeft zij zoo als volgt op onze vragen
geantwooi\'d.
Toen wij haar verzochten ons met haren naam, met
hare geboortestad, met haar beroep en met haren ouder-
dom te willen bekend maken, zegde zij:
« Ik heet Joanna-Francisca Frémyot, gemeenlijk
genaamd de Chantal; ik ben oorspronkelijk uit Dijon,
hoofdstad van het hertogdom van Burgonje, ben vijf en
vijftig jaar oud, en dochter van heer Benignus Frémyot,
tweeden voorzitter aan het parlement van Dijon, en van
mevrouw Margareta de Berbisey. Ik ga voor de eerste
non en voor de eerste algemeene overste van de Orde
der Visitatie, en bijgevolg voor de eerste geestelijke
dochter van den eerbiedweerdigen Franciscus de Sales,
onzen Stichter, door. »
Toen wij haar vroegen of zij te Paschen of op
andere tijden gebiecht en gecommuniceerd had, ant-
woordde zij:
« Ik ben gewoon tweemaal per week te biechten.
Volgens mijnen kloosterregel ben ik verplicht alle
zondagen en alle feestdagen en den donderdag van elke
-ocr page 283-
27!)
VAN Si\\ll. IIIIMtl,
week het Lichaam des Heeren te nutten; doch, uit
hoofde van eenen raad en een gebod mij door Sint
Franciscus de Sales gegeven, ga ik dagelijks te
communie. »
Ondervraagd of zij uit geen menschelijke beweeg-
redenen te werk ging, riep zij met genoegen uit:
« Neen ik; dat ken ik niet. Enkel uit liefde van de
waarheid en om God in zijne heiligen te verheerlijken,
sta ik hiervóór u. »
Eindelijk ondervraagd, of zij wist wat afgrijselijke
zonde de meineed is, zegde zij:
« Ja, ik weet het, en zou voor geen goud van de
wereld dergelijk kwaad willen bedrijven. »
Dat voorloopig onderzoek gedaan zijnde, stelde
men aan moeder de Chantal vijf en vijftig kwestiën, die
het leven, de deugden , de schriften , de mirakelen van
Sint Franciscus de Sales raakten, voor. Zij gebruikte
twee en veertig uren om die op eene nette, voorzichtige
en klare wijze te beantwoorden. Die getuigenissen zijn
onlangs van de pers gekomen, en hebben op de god-
vruchtige menschen en op de beste beoordeelaars grooten
indruk gemaakt. « Nooit, schreef kortelings Mgr Rey,
bisschop van Annecy, zal ik kunnen zeggen hoezeer ik
van die zielroerende lezing ben aangedaan geweest. Mijn
hert smelt weg van tevredenheid, bij het nadenken van
die troostelijke verklaringen. Niet zelden sta ik, bij het
overwegen van die overschoone getuigenissen, met de
oogen vol tranen; en te midden van mijne lastige bezig-
heden, weet ik waar gegaan om licht en sterkte te vinden.
Duizenden keeren zal ik het herhalen, en \'t zal de
waarheid zijn, dat men de getuigenissen van Sinte
Chantal moet lezen, om met verstand over de levenswijze
van Sint Franciscus de Sales te kunnen oordeelen (1). »
(1) Brief van Mgr Rey aan priester de Beaudry,
27 Januari 1S37.
-ocr page 284-
280                                          (iESCHIEDKNIS
Nadat men Rome met de beraadslagingen van dat
eerste rechterlijk onderzoek had bekend gemaakt, gingen
de rechters uiteen op den oogenblik zelven dat de pest,
waai\' wij in het vorige hoofdstuk van gesproken hebben,
losbarst. Willens of onwillens, moest men thans
gedurende drij of vier jaren van alle getuigenverhoor
afzien. Doch, te rekenen van 1631, \'t is te zeggen met
den oogenblik dat er hope was dat de geesel ging een
einde nemen, schreef moederde Chantal, welke verlangde
die belangrijke zake goed af te doen, eenen brief aan de
apostolische gevolmachtigden, om hen te smeeken zoo-
haast mogelijk te willen bijeenkomen. Slechts in 1632,
konden zij vergaderen. Mgr Andreas Frémyot, die sterk
begeerde dat de plechtige heiligverklaring van den
dienaar Gods Franciscus de Sales welhaast zou plaats
grijpen, was, in weerwil van zijne onpasselijkheid, een
van de eersten om zich naar Annecy te begeven. De
andere gevolmachtigden kwamen ook af, te zamen met
veel deftige personen, waaronder men vooral den prins
en de prinses de Carignan bemerkte. Welnu, den
4 Augustus 1632, om drij ure van den namiddag,
bevonden zich de apostolische rechters in de kapel der
. Visitatie, ten einde tot het openen van het graf van den
eerbiedweerdigen Franciscus de Sales, gewezen bisschop
van Geneve, over te gaan. De deur van de kapel was
gesloten, doch eene groote menigte volks bleef op de
straat met ongeduld wachten, om den uitval van geheel
die gewichtige zake te kennen. Slechts eenige gansch
bijzondere personen waren in de kapel aanveerd geweest.
De Zusters, in het bijzijn van moeder de Chantal,
stonden, vol van heilige blijdschap en van welgepaste
nieuwsgierigheid, achter haar traliewerk, overeind.
Mijnheer Ducrest, apostolische notaris, las vooreerst
met luider stemme, het rescript of schriftelijke antwoord
van de Congregatie der Ritussen af, gedagteekend van
-ocr page 285-
281
VAN SINTE CIUJiTAI,
den 27 Februari 1627, waardoor Mgr Andreas Frémyot,
aartsbisschop van Bourges, Pieter Camus, bisschop van
Belley en priester Joris Ramus, doctor van Leuven,
van wege Zijne Heiligheid den Paus wettig aangesteld
waren om \'t leven en de mirakelen van den dienaar
Gods Franciscus de Sales rechterlijk te onderzoeken.
Die lezing gedaan zijnde, naderden de gevolmach-
tigden de tralie waarachter de Zusters verstoken waren,
en geboden haar openhertig te antwoorden op al de
vragen die zij haar namens het zienlijk Opperhoofd
der Kerk zouden voorstellen. De eerbiedweerdige
moeder de Chantal beloofde hun , niet dan de waarheid,
ja niet dan geheel de waarheid te zeggen.
Vooreerst wilde men weten waar men het lichaam
van den achtbaren Franciscus de Sales, bisschop van
Geneve begraven had. Sinte Chantal antwoordde dat, op
10 Juni 1623, het gebeente van den Kerkvoogd geplaatst
geweest was in het graf welk zij zagen al den kant van
den epistel; dat het een mishemd, eene stool en eene
witte kazuifel aanhad en op het hoofd een witten mijter
droeg waarop den naam van den overledene, den dag
van zijn overlijden en den dag van zijne begraving te
lezen stond. De apostolische rechters, het graf nade-
rende , bemerkten er een groot getal lampen, gouden en
zilveren armen , hoofden en herten, ook nog vele schil-
derijen en opschriften. Desaangaande ondervraagd, zegde
hun Sinte Chantal dat het giften waren van dankbare
bedevaarders die bij het graf van den deftigen bisschop
van Geneve troost gevonden hadden in hunne kwellingen,
licht in hunne duisternissen, sterkte in hunne zwak-
heden , in één woord, de gezondheid naar het lichaam of
de bekeering naar de ziel.
Alsdan, op verzoek van den eerweerden pater Justus
Guérin, zaakbezorger, waren de rechters tewege de
talrijke offerbeelden te tellen die om het graf van Fraa-
-ocr page 286-
883
GESCHIEDENIS
ciscus de Sales hingen, toen zij al met eens verschrikt
stonden bij het zien van de kostelijke voorwerpen die
men den achtbaren bisschop vanGeneve uit dankbaarheid
had opgedragen, ook nog bij het zien van al de krukken
en de stokken die daar van de machtige voorspraak des
Kerkvoogds getuigden. De steden zelfwaren er vertegen-
woordigd, en menige harer bekenden dat zij aan Fran-
ciscus de Sales hare bevrijding van pest of van ketterij
te danken hadden. Wat kon men meer begeeren? Eenie-
der verlangde om de aangename wezenstrekken van den
beroemden overledene eindelijk te mogen aanschouwen.
Echter gaf men eenen oogwenk op het graf zelf waai1 de
trappen reeds versleten van waren door al de eerbewij-
zingen die de menschen aan hetzelve hadden toegebracht,
en waarvan het marmer, ten gevolge van kleine god-
vruchtige insnijdingen, een weinig geschonden was.
De werklieden stapten alsdan vooruit, wentelden den
bezegelden steen af van het graf en ontwaarden dadelijk
de kist, die zij opnamen en op de eerste trede van den
autaar plaatsten. De houten kist was in stukken gevallen,
de looden integendeel was ongeschonden en wel gesloten.
Zoohaast als men die laatste geopend had, waren al de
aanwezigen over van aandoeninge, en riepen met kracht:
« Daar is hij, daar is hij, de deftige Franciscus de
Sales ! » Inderdaad, \'t was wel de bisschop van Geneve.
Hij rustte in zijne kist als \'t ware op een bed; zijne
kleederen waren ongekreukt en zindelijk; zijn lichaam
was frisch en onaangeraakt; zijn aangezicht was blozend
van kleur; zijn baard en zijn hair waren vast gelijk die
van iemand die leeft. Men gaf acht op zijne handen, en
men bemerkte dat zij goed in staat en van al de nagelen
voorzien waren. Het vleesch van den rechten arm was
slap en beweegbaar, zoodanig dat iedereen daar over
verbaasd stond. Zijn engelachtig wezen vooral getuigde
van eene gansch bijzondere frischheid en heiligheid
-ocr page 287-
383
VAN Sl.NTE CHA.NTAL
waar de toeschouwers sterk van getroffen waren. Een
aangename reuk steeg gedurig uit die kostelijke over -
blijfsels op , en was oorzake dat al de aanwezigen God
vurig bedankten voor het mirakel waar zij getuige van
waren.
Terwijl al die deftige en beroemde personen wedij-
verden om dat achtbaar lichaam te aanschouwen en te
vereeren, hield het nieuwsgierig en godvruchtig volk
niet op te kloppen en te schreeuwen aan de deur van
de kapel opdat er hem zou open gedaan worden, en
opdat het ook de gelegenheid zou hebben van zijn wel-
beminden herder te zien. Men hoorde roepen op de
straat: « Wij gaan van hier niet, zonder onzen teerge-
liefden bisschop van nabij bekeken te hebben. » De
eenen, uit billijke nieuwsgierigheid, beklommen met
eene ladder de vensters der kapel; de anderen deden
geweld om derzelver poort in te stooten : zoozeer ver-
langde men zich dichtbij de eerbiedweerdige overblijfsels
van den dienaar Gods Franciscus de Sales te bevinden.
Toen het volk er in gelukt had de poort der kapel omver
te werpen, drong het, in weerwil van al het zeggen dei-
bewakers en der bisschoppen, met haast het heiligdom
binnen, naderde de geopende kist, bewees zijnen eerbied
aan het achtbare lichaam van zijn gewezen herder, en
nam de gelegenheid waar om hetzelve met paternosters,
kruisbeelden, neusdoeken en armringen aan te raken.
Met \'t aanbreken van den nacht, gebood Mgr van Bour-
ges aan de nieuwsgierige menigte de kapel te verlaten,
zoo niet, dat zij in den kerkdijken ban zou geslagen
worden. Het volk liet zich gezeggen, en ging gewillig
heen.
Ondertusschen, wat deed Sinte Chantal? Zij was
geknield dichtbij de tralie van hare koor, de oogen
gevestigd houdende op het eerbiedweerdig gebeente van
haren gewezen geestelijken Vader, en hem duizenden
-ocr page 288-
284
GESCHIEDENIS
teekenen van christene genegenheid gevende. Zij zag
noch wist wat er rondom haar omging, zij was gansch in
den Heere verslonden. Ook toen de Zusters de tralie
harer koor naderden, om des te beter de wezenstrekken
van den dienaar Gods Franciscus de Sales te bemerken,
bleef zij, in verrukkinge geraakt zijnde, roerloos op
de kist kijken.
Des avonds, om zeven of acht ure, als iedereen heen
gegaan was, kwam moeder de Chantal met al hare
medezusters knielen en bidden vóór de kostelijke over-
blijfsels van Sint Franciscus de Sales. \'t Was alsdan dat
God haar, om hare gehoorzaamheid , met een mirakel
beloonde. Gij moet weten dat de apostolische gevolmach-
tigden verboden hadden aan het volk, het lichaam van
den overledene te kussen of met de hand aan te raken.
Welnu, meenende dat dees gebod haar ook aanging, had
moeder de Chantal voor den oogenblik de hand van den
bisschop niet durven kussen. Doch des anderendaags
daartoe oorlof bekomen hebbende, naderde zij de kist,
en was tewege hare lippen op de hand van Sint Francis-
cus de Sales met grooten eerbied te drukken , toen de
achtbare kerkvoogd zijnen arm uitstak, en, als \'t ware
een levend schepsel, zijne vingeren liet rusten op haar
hoofd. Onze Heilige gevoelde duidelijk dat de gewezen
bisschop van Geneve haar het hoofd vastnam, en de
Zusters zagen de beweging van zijnen arm en van zijne
vingeren. Nog hedendaags bewaart men als eene reliquie
den sluier dien Sinte Chantal alsdan aanhad (1).
Nadat de schriftelijke verslagen betrekkelijk het
openen van het graf opgemaakt en onderteekend waren,
(1) <• Moeder Vosery en andere nonnen hebben mij verklaard,
«egt P. Fichet, dat zij van dat mirakel ooggetuige geweest waren. »
(Leven van Sinte Chantal, door P. Fichet. — Zie ook de Getui-
genissen
van zuster Maria-Amata de Sonnaz, van zuster Maria-
Francisca de Gruel en van zuster Carolina-Lucia de Bertrand de
Villarrousset.)
-ocr page 289-
28!?
VAN SliNTE CHANTAL
herplaatstte men het hooggeëerd gebeente in eene looden
kist, en deze in eene eiken kist. Men deed den overledene
een ander mishemd, eene andere kazuifel en een anderen
mijter aan, en men maakte op de borst van den
bisschop een opschrift vast dat dienen zou om hem
te doen kennen, in geval dat, uit hoofde van droevige
tijdsomstandigheden, men zijnen zerksteen niet meer
bezitten zou.
Vervolgens, gingen de apostolische gevolmachtigden
tot het getuigenverhoor over, en het getal personen, die,
wegens het heilig gedragen de deugden van den dettigen
bisschop Franciscus de Sales, iets of wat begeerden te
zeggen, was zoo schrikkelijk groot dat, na de getuige-
nissen van diijhonderd menschen gehoord :e hebben, zij
van verdere onderzoekingen afzagen, en den eerweerden
pater Justus Guérin belastten die verklaringen naar
Rome mede te nemen.
Sinte Chantal had het geluk niet die lange pleitzaak
te zien eindigen. Reeds had zij sedert twintig jaar het
tijdelijke met het eeuwige verwisseld, toen de bisschop
van Geneve plechtiglijk onder het getal der heiligen
gesteld wierd. Vóór haar afsterven, had zij ten minste
den troost te bemerken, dat iedereen naar zijne heilig-
verklaring verlangde en trachtte, en mocht de zoete hoop
koesteren dat de Paus welhaast die vurige wenschen der
katholieken zou voldoen.
Talrijke lofredenen van den Kerkvoogd van Geneve
zijn, hetzij vóór, hetzij na zijne heiligverklaring, door
het toedoen van moeder de Chantal en hare medezusters
in \'t licht gegeven geweest. De beroemdste redenaars,
Bossuet, Bourdaloue, Fléchier, hebben beurtelings het
schoon karakter van dien deftigen bisschop afgeschilderd.
« Er is nogtans iemand, zegt een vermaarde schrijver,
die van Sint Franciscus de Sales beter nog dan Bossuet
gesproken heeft, en die hem getoond heeft gelijk hij
-ocr page 290-
iSli                        GESCHIEDENIS VAN SINTE CHANTAL
was: \'t is Sinte Chantal, de geestelijke dochter van Sint
Franciscus de Sales, en de grootmoeder van mevrouw
de Sévigné. Om zich daarvan te overtuigen, men gelieve
den honderd en een en twintigsten brief van Sinte Chan-
tal , die beter dan iemand den vriendelijken en heiligen
bisschop van Geneve gekend heeft, te lezen. Daarin zult
gij gewaar worden, hoezeer die deftige man gedurig God
vóór oogen had, hoezeer hij zijnen evenmensch en vooral
zijne geestelijke kinderen genegen was, en wat hij al deed
om de zondaars, en vooral de ketters te bekeeren en
gelukkig te maken. Daarin ook zult gij zien, dat hij zich
aan de wereld en hare rijkdommen weinig gelegen liet,
en dat hij enkel de eeuwige schatten des hemels beoogde
en betrachtte, dat hij onophoudelijk zijne laatste ure
indachtig was, en zich altijd gereed hield om eene zalige
dood te sterven. Welke les voor ons allen (1)! »
(1) M. Sainte-Beuve, Samenspraak van den maandag.
Sint Franciscus de Sales,
-ocr page 291-
3ttmt=tn=fttrinttg*ft üooffofuft
Nieuwe en talrijker stichtingen in Frankrijk.
— De Visitatie wordt gekend in Italië en in
Zwitserland. — Dood van den eerweerden
heer Michiel Favre, eersten biechtvader
van ds nonnen der Visitatie.
1631-1632
ogtans de geestelijke Orden, waar de pest
gedurende twee en half jaren veel nadeel had
aan toegebracht, begonnen wederom te her-
leven. Toen die afgrijselijke geesel die meer
bekeeringen deed in één jaar dan honderd kanselrede-
naars in ééne eeuw bekwaam zijn te doen, een einde
nam, gevoelden de menschen van Italië, van Savooie en
van Frankrijk zich meer dan ooit opgewekt om een
boetveerdig en heilig leven te leiden. Van 1630 tot
1640 zegden vele personen de wereld vaarwel, om
monnik of non te worden. De bestaande Visitatiën
werden met talrijke novicen bevolkt, en overal vroeg
men dat er nieuwe huizen van die Orde zouden gesticht
worden. Thans zullen wij van eenige dier stichtingen,
\'k versta die welke om hare deugden en haar lijden
meest vermaard gebleven zijn, spreken.
Onder al de landen die fel aan de uitbreiding van
-ocr page 292-
288
UESCIIIEÜEMS
de Orde der Visitatie werkten, zou Savooie, waar
derzelver bakermat te vinden is, de eerste plaats moeten
bekleeden. Doch, door de onverbiddelijke pest wreedelijk
geteisterd, was die arme provintie in staat niet nieuwe
stichtingen te doen. Aan hare vier kloosters, Annecy,
Chambéry, Thonon en Rumilly waren eenige jaren rust
van noode, om naar Italië en naar Zwitserland, eenige
hunner leden te kunnen zenden.
Treden wij dus Burgonje, na Savooie de tweede
wieg en bakermat van de Visitatie, binnen. Dat oud
landschap, welk in de middeleeuwen van zooveel
machtige abdijen te spreken wist, welk te allen tijde de
geestelijke gemeenten bijzondere genegenheid toedroeg,
en waar Sinte Chantal uit oorspronkelijk was, bleef de
beroemde Stichtster der Visitatie getrouw. Jaarlijks rees
er uit zijnen grond eene nieuwe Visitatie op, \'k versta
die van Dijon in 1622, die van Autun in 1625, die van
Paray in 1626, die van Bourg in 1627, die van Beaune
en Macon in 1632, van Semur in 1633, van Chalons-
sur-Saóne en van Charolles in 1636. Elk jaar ook
kwam het, ten einde die nieuwe kloosters te bevolken,
met deftige en brave personen, waar wij reeds van
gesproken hebben of later zullen van spreken, af. De
tamiliën de Bréchard, de Chaugy. de Rabutin, de
Berbisey, de Bouhier, allen uit Burgonje afkomstig,
waren blijde een of ander harer verstandige en god-
vruchtige kinderen den Heere toe te wijden.
De Visitatie in de steden van Burgonje zooveel
bijval hebbende, was het moeilijk dat zij in het Vrije
Graafschap onbekend bleef. Men is nog de reis indachtig
die Sinte Chantal deed naar Besancon in 1626, men heeft
nog niet vergeten hoezeer zij aldaar welkom was, hoe zij
er door het brave volk zegepralend werd ingehaald, hoe
zij er door zestig jonge dochters, die verlangden tot non
gemaakt te worden, werd aangesproken. Het komt ons
-ocr page 293-
289
VAN SI.NTE CHANTAL
ook te binnen, hoe de aartsbisschop aan de plannen van
Sinte Chaiital tegenstand bood, en hoe hij haar beval de
stad te verlaten, zonder de minste stichtinge van kloosters
gedaan te hebben. I)ie tegenkantinge hield omtrent dees
tijdstip op, hetzij dat Mgr vreesde voor de pest, hetzij,
\'t geen meer waarschijnlijk is, dat de aanhoudende
smeekingen van Magdalena Adelaine, die ootmoedige
dienstmeid, wie Sint Franciscus de Sales en Sinte
(ihantal gezegd hadden te volherden in het vragen om te
bekomen hetgeen zij begeerde, hetzij, zeg ik, dat die
aanhoudende smeekingen op het hert van Zijne Hoog-
weerdigheid bijzonderen indruk gemaakt hadden. Altijd
is het zeker dat vier steden, \'k versta Besan<jon, Gray,
Champlitte en Salins verlangden om de Zusters der
Visitatie tusschen hare muren te ontvangen. Besangon
had welhaast het geluk moeder Maria-Margareta Michel,
die uitDijon afgereisd was (1630), om er eene stichtinge
te doen, te zien afkomen. In dat nieuwe klooster werden
vervolgens al de dochters aanveerd wien Sinte Chantal
op hare reize gezegd had de zoete hope te koesteren
van eens tot nonnen der Visitatie gemaakt te worden.
Champlitte en Gray werden korts nadien (1633-1634)
ook met eene Visitatie begunstigd. Wat de stad Salins
betreft, zij moest nog wat wachten, eerdat die weldaad
haar ten deele viel.
Die bijzonderlijk veel werkte om al die stichtingen
tot stand te brengen, was eene jonge doch edele dochter,
welke op de voetstappen van de brave en kloekmoedige
dienstmeid Magdalena Adelaine wandelde. Zij heette
Clara de Cusanges, en was uit de beroemde familie der
graven van Bergues, van Champlitte en van Gray
oorspronkelijk. In den ouderdom van negen jaar als
kostgangster in het klooster van BesanQon aanveerd,
ging zij, toen zij aan achttien jaren uit dit leven scheidde,
voor eene der deftigste jonkvrouwen van haren tijd door.
-ocr page 294-
290                                            GESCHIEDENIS
Gezien hare wonderbare zuiverheid, was zij in groote
achtinge bij alle welpeizende menschen; daarenboven
hare ootmoedigheid, hare gehoorzaamheid, hare zelfopof-
fering, hare godvruchtigheid, hare schranderheid van
geest, hare voorzichtigheid spraken hooger dan men
zeggen kan. Slechts dertien jaar oud zijnde, woonde zij
als stichtster te Champlitte en te Gray het oprichten van
twee kloosters bij, ontving de gelukwenschingen van
den burgemeester en de schepenen dier steden, werd
door het volk verwelkomt, en gaf, tijdens het woeden dei-
pest, de schoonste blijken van zedigheid en van manhaf-
tigheid. Wat men ook deed om haar eenen afkeer van de
pestlijders in te boezemen, ging zij voort met hen te
troosten en bij te staan, met te zorgen voor hun lichaam
en nog meer voor hunne ziel. Schaars zestien jaar oud
zijnde, werd zij al met eens zoo beu van de wereld die
haar zocht in hare netten te vangen, zoo begeerig om
hare driften, hoe klein ook, te bedwingen , zoo genegen
om de zelfopoffering te oefenen, dat men zulks niet zien
kon zonder daarvan in de ziel diep getroffen te zijn. Zij
was tewege zich teenemaal aan God op te dragen en de
bruid van Jesus Christus te worden toen , rijp voor den
hemel, zij, na eenige maanden ziek geweest te zijn, met
den lach op het wezen, in den ouderdom van achttien jaar
zachtjes in den Heer ontsliep, den heiligen Franciscus
de Sales aanroepende, en hare lippen op eenen brief,
dien zij van Sinte Ghantal ontvangen had, drukkende.
Hoe aangenaam is het te sterven als men wél geleefd
heeft (1)!
Omtrent te zelfden tijde zag de provintie van
Lorreinen, die in 1626 door Sinte Chantal met een kloos-
ter der Visitatie te Pont-a-Mousson begunstigd geweest
was, twee andere uit haren schoot oprijzen, en dat in
(1) De Levens van negen nonnen der Visitatie, door
moeder de Chaugy, 1 boekd. in-4», bJadz. 1 en volgg. Annecy, 1639.
-ocr page 295-
29»
VAN SINTE CHA.NTAL
weerwil van al de moeielijkheden waar dat landschap
alsdan van te spreken wist. Dat van Nancy, gesticht in
1632, werd bevolkt met eenige Zusters van Pont-a-
Mousson; het klooster van Metz, opgericht in 1633,
ontving voor inwoonsters eenige Zusters van Riom.
Schoon is het om lezen, hoe de Zusters van Riom het aan
boord legden om die laatstgenoemde stichtinge te doen.
Zij gebruikten vooreerst drij maanden om te Metz aan te
komen. Vertrokken uit Riom den 16 November 1632,
slaan zij stil te Moulins, waar zij vriendelijk verzocht
zijn eenige dagen in het klooster te willen doorbrengen,
en waar zij voor hare nieuwe kapel vele gitten, \'k versta
mishemden, kazuifels, ampulletjes en eenen kelk, te
weten dien waar Sint Franciscus de Sales mede mis
gelezen had, ontvangen. Vervolgens reizen zij at naav
het klooster van Nevers, waar zij door de Zusters insge-
lijks goed aanveerd en geherbergd worden, en het geluk
hebben in derzelver voorraad van koorn te mogen deelen.
Van daar begeven zij zich naar Orleans, waar eene
godvruchtige mevrouwe haar eene koets bezorgt om naar
Parijs te rijden, en haar veel lijnwaad, eenige witte
dwalen voor den autaar en andere voorwerpen in
geschenke geeft. Te Parijs aangekomen, zijn zij, de
stuurheid van het weder en de groote koude ingezien,
verplicht er zeventien dagen te verblijven. Doch zij
verliezen er haren tijd niet. Zij trachtten de brave
menschen te gaan vinden en hun vóór oogen te stellen
hoezeer zij gebrek hadden aan vele dingen, en diens-
volgens hoe menschlievend het zijn zou haar te troosten
en te helpen. Mijnheer de Renty, en mevrouw de Ville-
neuve wedijverden, om haar dagelijks met een of ander
voorwerp te begunstigen. Nu eens zonden zij haar een
tabernakel en kandelaars voor den autaar, dan eene
groote hoeveelheid lijnwaad voor de sacristij, een
anderen keer kostelijke kleederen om de mis te doen, ook
-ocr page 296-
*9i
CËSCII1EDEMS
nog eene beurze met goudstukken, en, wat nog beter
is, eenige jonge dochters die vroegen om non te worden.
Toen de meeste koude voorbij was, zetten de Zusters
van Riom haren weg voort naar Metz, overal de berm-
hertige herten opwekkende om haar eenige almoezen te
geven. Te Pont-a-Mousson, onder anderen, krijgen zij
de noodige voorwerpen om acht cellen te bemeubelen.
Eindelijk komen zij te Metz aan, den 14 Februari 1633,
voorzien van levensmiddelen, van huisraad, van kerk-
gewaad, in één woord van al wat de nieuwe geestelijke
gemeente kon dienstig zijn. \'t Was voorzichtig gehandeld
in een Land waar Sint Vincentius a Paulo zou welhaast
verplicht zijn gedurende tien achtereenvolgende jaren
veel geld naartoe te zenden, koorn , zaaizaad, ploegen,
vee, ja zelfs kleederen voor twintig duizend menschen
uit alle standen (1).
De provintie Champagne maakte ook te dien tijde
kennis met de Visitatie, doch niet zonder moeite; want
de burgerlijke overheid kantte in den beginne die Orde
sterk tegen. De bisschop van Troyes had moeder Favre
tot zich geroepen, opdat zij in zijne bisschoppelijke stad
een klooster van den regel van Sint Augustinus zou
hervormen. Moeder Favre reisde dan af uit Parijs,
vergezeld van eenige nonnen, en was tewege de stad
Troyes binnen te gaan, toen derzelver burgemeester en
schepenen al met eens afkwamen en hare koets tegen-
hielden, haar zeggende dat zij dadelijk naar Parijs
moesten wederkeeren, om reden dat de inwoners der
stad van haar niet wilden, en zij diensvolgens nooit den
oorlof zouden bekomen om de stad in te trekken. Fel
verwonderd over die onverwachte tegenkantinge, gebiedt
moeder Favre aan den peerdenknecht dichtbij de poorten
van Troyes stil te staan, doch weigert te vertrekken, en
(1) Stichting van het klooster van Nancy en van Metz,
bladz. 537-559.
-ocr page 297-
293
VAX SINTE CHANTAI.
beroej)t zich op den bisschop, die haar gesmeekt had die
reize te ondernemen. De kerkvoogd, van die zwarigheid
verwittigd, snelt met zeven haasten toe, en treedt zoo
seffens met de gemeenteraadsheeren in hevige onder-
handelinge. Op den oogenblik dat men meest aan
\'t twisten was, keerde de burgemeester zich schielijk
naar moeder Favre, zeggende: « Zoudt gij mogelijk
aan de stad willen geweld doen ? — Aan de hemelsche
stad, ja, antwoordde moeder Favre al grimlachende,
doch geenszins aan de steden dezer wereld. » De burge-
meester, die woorden hoorende, kwam een weinig tot
bedaardheid , doch wilde niet toestaan dat de Zusters der
Visitatie de stad binnen gingen. Van haren kant, weigerde
moeder Favre achteruit te deinzen , en de koets af\'klim-
mende, vestigde zich met hare medegezellinnen dichtbij
de poorten van de stad, in een klein huis des voorge-
borgten. Ondevtusschen beraadslaagden de burgemeester
en de schepenen over die zake. Zij bekenden dat zij met
een behendig en slim mensch te doen hadden. Zij stellen
dus vast dat, bijaldien het haar lukte Troyes door
listigheid in te gaan, zij haar er schandelijk zouden
uitjagen. Zes weken verliepen aldus, moeder Favre wei-
gerende te vertrekken, en de gemeenteraadsheeren luidop
verklarende, dat zij nooit voet in de stad zetten zou.
Vol ijver als zij was, en te Parijs belangrijke zaken te
verrichten hebbende, begint moeder Favre den moed te
verliezen en de moeilijkheden wat te ontzien. Verwittigd
van die kleine neerslachtigheid, trekt de eerbiedweerdige
moeder de Chantal zich de zaken aan. Zij komt hare
geestelijke dochter door schoone brieven ter hulpe, wekt
haar op om te volherden in hare eerste kloekhertigheid,
zegt haar dat de tijd, dien men voor God besteedt, een
nuttige tijd is, dat de vervolgingen en de zwarigheden de
geestelijke gemeen Ion bijna altijd ten deele vallen, en
dat de balooning dezen wacht die om bet waar geloof
II.                                                      SINTE CHANTAL 19
-ocr page 298-
294
GESCHIEDENIS
veel zullen verdragen hebben (1). Door die woorden
sterk opgebeurd, schept moeder Favre nieuwen moed,
en, daar de verduldigheid voor de koningin der wereld
gehouden wordt, verminderen de zwarigheden allengs-
kens, nemen de rede en het geloof over de eigenliefde de
overhand, en trekken de Zusters, met toelating van
burgemeester en schepenen, die haar zooveel verdriet
hadden aangedaan, op 6 Juli 1631 zegepralend de stad
Troyes binnen (2).
Terwijl dat die dingen plaats hadden in Champagne,
Lorreinen, \'t Vrije Graafschap en in Burgonje, waren
de noordelijke provintiên op hare beurt tewege met de
opkomende Orde der Visitatie kennis te maken; doch
niet dan na veel moeite gedaan te hebben, lukten zij er
in de Zusters der Visitatie allengskens te zien afkomen.
Immers op den oogenblik waar wij van gewagen, hadden
Vlaanderen noch het Artois den naam van de Visitatie
hooren noemen. Picardië was omtrent in dezelfde gestel-
tenis. Normandië bezat wel is waar een klooster, te
weten dat van Caen, doch wist maar oppervlakkig van de
Visitatie te spreken. Toen mejuffer de Boisguillaume,
dochter van eenen raadsheer des parlement* van Rowaan,
begeerde de wereld, waar alles haai\' toelachte, te verlaten
om non te worden, trachtte zij wegens de Zusters der
Visitatie eenige inlichtingen te hebben, en groot was hare
verwondering, toen zij vernam dat, volgens het klappen
ten minste van het volk, zij sterk te beklagen waren.
De eenen zegden, dat het arme nonnen waren die stierven
van honger. De anderen voegden er bij, dat die nieuwe
Orde gesticht geweest was dooreen goedertieren bisschop
om de zieken ter hulpe te komen, en dat, om er in aan-
veerd te worden, men aan eenige lichamelijke of geeste-
(1)  Uitgave Migne, bladz. 1644.
(2)  Stichting van het klooster van Troyes, bladz. 429. —
Levens der eerste kloosterzusters, i boekd. bladz. 51.
-ocr page 299-
L>!»:i
VAN SIM\'K CHANTAL
lijke krankheid moest onderworpen zijn. Men vond er
ook die beweerden, dat het duister maakte in de kloosters
der Visitatie, en dat men er schier geen hand vóór zijne
oogen zag. Wat aan \'t uitstrooien van dat laatste gezegde
gelegenheid gaf, was dat iemand, die bij geval de kapel
der Visitatie was ingegaan , bemerkt had dat de Zusters
onder het sermoen in het donker stonden, de gordijnen
der vensters neerhangende, waardoor men belet was het
aangezicht der nonnen, wier sluier was opgevest, onder-
scheidentlijk te zien. Zoo groot was de moedeloosheid
waar, bij het hooren van dat uitzinnig geklap, jufvrouw
de Boisguillaume in verkeerde, dat Ons Lieve Heer haar
troosten en versterken moest. Op zekeren nacht dat zij
aan \'t slapen was, meende zij al met eens geknield te
zijn vóór het H. Sacrament, in eene kapelle van de
Visitatie, waar, omringd van veel nonnen, die haar hare
wereldsche kleederen uitdeden, zij eene stem hoorde die
haar zegde: « Aanschouw.....zij leven gelijk engelen. »
Van het geklank dezes volzins gansch aangedaan, stelde
zij zich dadelijk op weg naar Parijs, en ging zelve onder-
zoeken of men haar, betrekkelijk de Visitatie, de
waarheid gezegd had. Het duurde niet lang of, te Parijs
in het klooster der Visitatie aangekomen, werd zij gewaar
dat men haar veel leugens had wijs gemaakt, en dat de
Zusters geheel anders waren dan men haar ze had
afgeschilderd. Ook aarzelde zij geen oogenblik, om alles
uit liefde tot Jesus Christus vaarwel te zeggen, om de
wereld met al hare ijdelheden onder de voeten te
trappelen, en, spijts haren jeugdigen ouderdom , haren
rijkdom en hare ongemeene lichamelijke hoedanigheden,
vroeg zij, met de tranen in d\'oogen, om den sluier van de
bruiden van Jesus Christus te mogen aannemen. Hare
verlangens werden voldaan. Hare ouders, die in de
plechtigheid tegenwoordig waren, keerden naar Rowaan
weder, met geestdrift vertellende wat zij gehoord en
gezien hadden.
-ocr page 300-
296
GESCHIEDENIS
Al/.oo kreeg men allengskens het gedacht van eene
Visitatie te stichten te Rowaan; en, daar de geldmidde-
len niet ontbraken, werd er van dat ontwerp aan don
aartsbisschop der stad gesproken. Deze, die zeer voor-
zichtig was, wilde, eerdat hij zijne toestemming gaf,
zien, of de constitutiön der Visitatie hem goed aanstonden,
en daar de beschouwing niet zelden verschilt met de
oefening, vertrok hij naar Parijs en begaf zich dadelijk
naarde spreekkamer der Visitatie, om te weten of, hare
heilige regelen indachtig, de Zusters inderdaad toonbeel-
den waren van zachtmoedigheid, van ootmoedigheid en
van christene eenvoudigheid. De eerste non wie hij het
woord toestierde, was moeder Maria-Jacoba Favre. Hij
stelde haar eerst, om haar te beproeven, eenige vragen
voor : « Mijne Dochter, zegde hij haar, wat is er beter,
ofwel met God spreken, ofwel naar God, die spreekt,
luisteren? » Zij antwoordde hem eenvoudiglijk, dat zij
niet bekwaam was dergelijk eene vrage op te lossen.
<( Mogelijk zijt gij, hernam de aartsbisschop, beschaamd
te antwoorden, om reden dat gij vóór mij met opgevesten
sluier staat; maak dan dat deze neerhange. » Zoo seffens
liet zij dien neder, doch ging voort met eenvoudig Weg
te zeggen, dat zij in staat niet was zijne vrage op te
lossen. De aartsbisschop was over hare openhertige
handelwijze zeer voldaan, bekende niet te begeeren, dat
de nonnen den doctor in godgeleerdheid speelden, en
beloofde geene moeite te sparen, om de stichtinge van
Rowaan te doen gelukken. De heeren van het parlement
van pas genoemde stede waren zoo vriendelijk niet, en
boden in den beginne aan de Zusters der Visitatie wat
tegenstand. Zij lieten zich nogtans allengskens gezeggen,
dank aan de schranderheid van geest en aan de fijne
trekken van eenige goede kennissen der familie de
Boisguillaume, en den 27 October 1630, vertrokken
eenige Zusters uit het klooster van Parijs, ten einde eene
-ocr page 301-
VAN SI.NTF. CIIA.NTAL                                         297
stichtinge van hare Orde te doen te Rowaan. Toen zij,
tegen den avond, niet het vallen van den dag, de klok-
torens van de stad Rowaan ontwaarden, gevoelden zij,
te beginnen met de overste, die moeder Anna-Margareta
Guérin heette, eene gansch bijzondere godsvrucht tot
Sint Joseph in haar hert ontstaan, en, over van blijd-
schap, smeekten zij dien grooten Heilige te maken dat al
de personen, die zij tot novicen zouden aanveerden,
buitengewone teekens gaven van ootmoedigheid en van
eenvoudigheid \\\\).
Ofschoon verder afgelegen van Parijs dan het
Normandië, kende het katholiek Bretanje beter te dien
tijde de Visitatie, en opende haar, ééne voor ééne, al
zijne steden: Rennes, waar de eerbiedweerdige moeder
de la Roche, tegen haren dank, van hare deugden veel
had doen spreken, en waar zij in persoon kwam om de
stichting van de geestelijke gemeente te doen; Nantes,
waar het klooster tot overste de vermaarde moeder de
Bressand had, eene alleszins deftige ziel, waar wij tot
nog toe niet van gewaagd hebben, want, hoe gedaan om
tegelijk van al die beroemde menschen te handelen? Die
moeder de Bressand was novice te Grenobel in 1618,
en maakte er de verwondering uit van Sint Franciscus
de Sales en van Sinte Chantal, die plachten te zeggen,
dat het eene van de bekwaamste en van de heiligste
nonnen der Visitatie was. Moeder de Bressand svas om
hare deugden zoo vermaard, dat de bisschop van N\'antes,
Philip de Cospéan, een uitermate geleerd man, luidop
gezegd had nooit toe te stemmen dat de Zusters der
Visitatie zijne bisschoppelijke stad binnentraden , zoo zij
van moeder de Bressand niet vergezeld waren; Vannes,
waar de Zusters der Visitatie insgelijks veel goed deden;
en eindelijk nogmaals Rennes, waar een tweede klooster
(1) Stichting van het klooster van Rowaan, blatlz. 380.
-ocr page 302-
298
GESCHIEDENIS
welhaast zou opgericht worden, de drij genoemde
kloosters niet toereikend zijnde om al de jonge novicen
van Bretanje te bevatten (1).
Het Anjou en het la Touraine volgden de voor-
beelden van het katholieke Bretanje na, en twee
belangrijke Visitatiën werden er in eenige jaren tijds
opgericht, \'k versta die van Angers waar een heilige
priester, de vriend van Sint Franciscus de Sales en van
Sinte Chantal, de stichter van was, en die van Tours
welke men aan den ijver van eene arme dienstmeid te
danken had. Wij zullen van deze laatstgenoemde stichting
eenige woorden in \'t bijzonder zeggen.
Tours, met zijn graf van Sint Martinus, was eene
der bijzonderste steden van Frankrijk, een der vier groote
bedevaarten van de wereld. Men had, dichtbij het graf
van Sint Martinus, van eeuw tot eeuw, zooveel kerken
gebouwd, zooveel abdijen, zooveel kloosters, dat het
onmogelijk scheen er nog nieuwe op te richten. Ziehier
hoe die eenvoudige jonge dochter, wier naam zelfs ons
onbekend is, het aan boord legde om hare plannen uit te
voeren. In 1619 had zij aan Sint Franciscus de Sales,
die, in eene plechtige omstandigheid, de stad Tours
doorreisde, hare biecht gesproken, en hem met hare
begeerte van non te worden bekend gemaakt. « Ja, mijne
Dochter, had haar de heilige bisschop geantwoord, gij
zijt bestemd om non te worden, doch u is nog wat
geduld van noode. Gij moogt verzekerd zijn dat God u
eens de inzichten die Hij heeft over u zal te kennen
geven.» Meer dan tien jaar later, zegde haar een klooster-
ling bij wien zij te biechte ging: « Mijn Kind, nu
behoort gij u de woorden, die de eerbiedweerdige
Franciscus de Sales u heeft toegestierd, te herinneren. »
En haar opgewekt hebbende om zich teenemaal den
(1) Zie de verschillige stichtingen van die kloosters.
-ocr page 303-
299
VAN SINTE CHAISTAL
Heere op te dragen, gebood hij haar het Lichaam des
Heeren te nutten, en, hem na de mis te komen verklaren,
wat God van haar wilde.
Inderdaad, nadat zij de heilige Communie ontvan-
gen had, kwam zij hem vinden, en, er werd besloten, dat
die ootmoedige dochter al hare krachten zou inspannen,
om eene Visitatie te slichten te Tours. Doch welhaast
ontmoette zij zooveel hinderpalen, zooveel zwarigheden,
dat, twijfelende of zij die zou meester zijn, zij haren
biechtvader smeekte. haar in een reeds bestaande
klooster eene intrede te bezorgen. « Gij hebt geheel den
nacht om de zake goed na te denken, zegde haar op een
droevigen toon de kloosterling, en, indien gij het
volstrektelijk wil, dan zal ik morgen voor u ten beste
spreken. » Lichtelijk kan men begrijpen, dat die dochter
gedurende den nacht sterk met haar ontwerp bezig was,
en geen ooge kon toedoen. Ook, met \'t krieken van den
dag, ging zij haren biechtvader vinden, en hem hare
verlegenheid te kennen geven. « Het verwondert mij
niet, zegde haar de brave Pater, u hier zoo vroeg te zien;
ik heb mij daaraan verwacht. Ga dan. Dochter van klein
geloof, waar God u roept, en wees verzekerd dat Hij
u krachtdadig helpen zal. » Te rekenen van dien tijd,
besloot zij kloek moedig te werke te gaan, en voor geen
moeilijkheden , hoedanig ook, nog achteruit te deinzen.
Te Tours, leefde er een rijk en invloedhebbend man, die
deel maakte van den gemeenteraad en er veel te zeggen
had. Zij legde hem een bezoek af. « Mijnheer, zoo sprak
zij eenvoudiglijk, ik ben van zin u den hemel te doen
winnen. » Die goede overheidspersoon antwoordde haar,
met den lach op het wezen, dat, zoo zulks geschiedde, hij
nooit grooter winst zou gedaan hebben, en dat hij vurig
verlangde te weten wat er hem te verrichten stond, om
die plaats van eeuwige genuchten te bekomen. Bemer-
kende dat zij wél onthaald was, maakte zij den magistraat
-ocr page 304-
300
GESCHIEDENIS
met hare plannen bekend, en zegde hem, dat zij tewege
waseene Visitatie te stichten te Tours. Bij het uitspreken
van die woorden, veranderde de deugdzame heer Boutos
van gelaat, en verklaarde haar dat, het groot getal
kloosters waar de stad van krielde in acht genomen, zij
geenszins de hope koesteren mocht, in hare onder-
neminge te gelukken. Doch zij hield zoo sterk aan , dat
hij beloofde de zake te onderzoeken, en geene moeite te
sparen om hare verlangens te voldoen. Zij ging insge-
lijks de vier en twintig schepenen vinden, den aartsbis-
schop, den luitenant-generaal; en men weet waarlijk
niet, wie men hier meest bewonderen moet, of die
eenvoudige dienstmeid, welke den moed heeft die
hooggeplaatste personen te naderen, of die magistraten ,
welke haar met eerbied onthalen, met haar spreken , en
haar helpen werkstellig maken wat zij zoo vurig ver-
langde te zien gebeuren. Des avonds van de aankomst
der Zusters van de Visitatie, die uit Orléans afgereisd
waren, verhaastte zich die brave dochter om zich vóór
derzelver voeten neer te werpen, en haar ootmoediglijk
den sluier der bruiden van Jesus Christus te vragen. Zij
was dien sluier alleszins weerdig (1)!
Het I\'oitou, welk wij langs den anderen kant van de
Loire aantreffen, tegenover het Bretanje en het Anjou,
komt op zijne beurt in beweging, \'t Was eene protes-
tansche landstreek, waar men de kerken in brande
gestoken had, de kloosters geplunderd, de gewijde
omheiningen verbrijzeld en de nonnen had verjaagd en
gelasterd, en waar men te dien tijde moeilijk voet zou in
gezet hebben, ware het Poitou voor Sinte Ghantal geen
tweede vaderland geweest, \'t Is te Poitiers dat zij hare
jonkheid had doorgebracht, en dat hare zuster Marga-
reta, haar schoonbroeder, M. de Neufchèzes, en hare
(1) Stichting van het klooster van Tours, bladz 464.
-ocr page 305-
301
VAN SISTE CHA.NTAL
twee neven gewoond hadden. De bisschap van Chalons
trad in onderhandelinge met eene zuster van den
bisschop van Poitiers, niejuffer Chateignier de la
Roche-Posay, die, onlangs tot het waar geloof bekeerd ,
verlangde om de misslagen van hare jonge jaren door
het stichten van eene Visitatie uit te boeten, en die, met
SinteChantal lastig te vallen, eindelijk bekwam dat eenige
Zusters uit Bourges afreisden, om zich, onder het geleide
van moederde Lage, te Poitiers te gaan vestigen. De abt
van Saint-Cyran predikte ter gelegenheid van die plech-
tige inbe/.ittreding; hetgeen een klaar bewijs is, dat hij
ten jare 1634 nog voor geen ketter aanzien was,
en te dien tijde aan de opkomende Visitatie van Poitiers
geen nadeel kon toebrengen (1).
Doch, indien de Visitatie te dien tijde het genoegen
had een huis van hare Orde te zien openen te Poitiers,
werd zij in die landstreek voor den oogenblik niet geen
andere stichtingen begunstigd. Noch het Saintonge, noch
het Angoumois, noch het Limousin, nog het Guienne,
noch het Gasconje openden vóór haar hare poorten ; vijf
of zes jaren zijn er nog noodig, eerdat de geestelijke
kinderen van Sint Franciscus de Sales aldaar zullen
aanveerd worden. Keeren wij dan weder tot de streek die
de bakermat der Visitatie is, en na haastig weg het
zuiden van Frankrijk, waar zij zich sterk uitbreidt,
doorreisd te hebben, maken wij gereedschap om nog
eens de boorden van de Rhóne en van de Saöne, alsmede
de hellingen der Alpen, waar die Orde meer en meer
zal welkom zijn, te betrappelen.
(1) Bérault-Belcastel zegt, dat moeder de Lage deelde in de
dolingen van den abt van Saint-Cyran ; doch dat heeft, gelijk blijkt
uit al de gelijktijdige gedenkstukken , geen schijn van waarheid ;
wat meer is, dat zeggen strijdt met de heiligheid van haar leven en
den eerbied dien men haar tegenwoordig in het klooster van
Poitiers, waar zij meermaals tot overste gekozen werd, nog
toedraagt.
-ocr page 306-
302                                          GESCHIEDENIS
Men heeft ongetwijfeld nog niet vergeten, hoe men
te werke ging om stichtingen te doen. Ieder klooster
zwermde. Als het gebeurde dat er in eene geestelijke
gemeente meer dan drij en dertig nonnen waren —
getal dat door den regel was vastgesteld en dat niet
mocht vermeerderd worden — dan reisde er eene kleine
kolonie uit, die, gemeenlijk op weinig afstands van het
moederhuis, in eene naburige stad een nieuw klooster,
dat op zijne beurt zou zwermen, ging oprichten. Op die
wijze werd het zuiden van Frankrijk allengskens met
veel Visitaticn verrijkt.
De kloosters van Parijs, van Bourges, van Moulins
zwermen met de macht. In de voornaamste steden van
Frankrijk treft men de Zusters der Visitatie aan, die
bijna allen uit de drij bovengemelde kloosters zijn afge-
reisd. Niet enkel bejegent men die te Orleans, te Nevers,
te Montferrand, te Riom, te Blois; maar ook nog te
Montargis, te Meaux, te Mamers, te Ie Mans, te Melun.
Het Auvergne voor zijn deel, bezit reeds vier kloosters:
Montferrand, Riom, Saint-Flour, en Ie Puy. Het
Dauphiné, eene nog meer bevoordeeligde landstreek ,
heeft er zeven : Grenobel, Valencia, Embrun, Crémieux,
Crest, Condrieu en Romans. In de stad Lyon ontwaart
men drij kloosters van de Visitatie, die bezorgd zijn om
eenige hunner leden te zenden naar Saint-Etienne, naar
Villefranche en naar Avignon.
In Languedoc, en vooral in Provence, gaan de
zaken nog beter vooruit. Daar vindt men geen stad, hoe
klein en hoe arm ook, die zich niet gelukkig acht eene
Visitatie te hebben. Daar, gelijk in Burgonje, ziet men
jaarlijks een klooster van die Orde nit den grond rijzen :
Marseille in 1623, Aix in 1624, Arles in 1629, Digne
in 1630, Montpellier , Sisteron , Apt en Forcalquier in
1631, Draguignan, in 1632, Pont-Saint-Esprit in 1632,
Toulon en Grasse in 1634.
-ocr page 307-
305
VAN SINTE CHANTAL
En wat nog troostelijker dan die spoedige uitbrei-
ding voortkomt, is te bemerken, dat de Zusters der
Visitatie overal met gansch bijzondere geestdrift onthaald
worden. Reeds hebben wij daar iets of van wat gezegd.
Toen de nonnen voet te Aix zetteden, was het gedrang van
het volk zoo groot, dat zij de meeste moeite van de
wereld hadden om hare nieuwe woning te vinden, en,
in haar klooster aangekomen , was het haar gedurende
drij dagen volstrekt onmogelijk eenige mondbehoeften
bij te halen, zoodanig dat zij allen van den honger
zouden gestorven zijn, hadde de overste geen middel
gevonden om de eetwaren al langs de daken der huizen te
doen aanbrengen. Te Grasse, waren al de winkels geslo-
ten, toen de Zusters de stad binnengingen, en eenieder,
in zijne zondagskleeren uitgedost, kwam haar met den
lach op het wezen te gemoet geloopen. De lucht weer-
galmde onophoudelijk van deze woorden: « Ziedaar,
ziedaar, de geestelijke kinderen van den beroemden
Franciscusde Sales! » Te Montpellier, waren de Zusters,
die zich naar hare nieuwe woning begaven , van zooveel
menschen vergezelschapt, dat zij bij duizenden keeren
gevaar liepen van elkander te verliezen, en verplicht
waren te vragen, dat men toch wat meer orde zou
houden. Des anderendaags ontvingen zij het bezoek van
al de overheidspersonen, en moeder Ludovica-Dorothea
de Maurigny, bloedverwante van Sint Franciscus de
Sales, had negen of tien aanspraken te beantwoorden. De
eerste aanspraak was die van de gemeenteraadsheeren ,
die de Zusters welkom wenschten en haar zegden dat zij
in alle omstandigheden, hoe moeilijk ook, op hen
mochten rekenen. De tweede aanspraak was die van de
kanunniken van de hoofdkerk Sint Pieter, welke,
namens de gansche geestelijkheid, luidop verklaarden,
dat hare aankomst eene groote weldaad was voor de stad
en de provintie, en die haar eene ciborie in geschenke
-ocr page 308-
504
GESCHIEliEMS
gaven. Dan volgden de aanspraken van den vrederechter,
van de edellieden en van de oversten der verschillige
geestelijke Orden, die de Zusters veel lot toezwaaiden en
haareene hnlpveerdige hand boden.
Het klooster uitgaande, gingen zij allen Mgr Pieter
Fenouillet, bisschop van Montpellier vinden, om hem te
bedanken voor al hetgeen hij voor de Zusters gedaan
had. \'t Was een oude en goede kennis van Sint Fran-
ciscus de Sales, die, evenals deze, door zijne ziclroe-
rende en welgepaste sermoenen vele bekeeringen tewege
bracht. Die deftige kerkvoogd kieesch van blijdschap,
toen hij dergelijk eene eendracht gewaar wierd. « Ik
heb, zegde hij later aan de Zusters, in deze stad een
klooster van Kapucijnen en van Jesuïeten gesticht; ik
heb er veel gepredikt en niet opgehouden de christelijke
leering uit te leggen; niettemin hebben de gemeonte-
raadsheeren mij daar nooit dank voor geweten. En nu,
dat gij alhier zijt aangekomen, ontvang ik gelukwen-
schingen en bedankingen met de macht. »
Het volk toonde geen mindere geestdrift. Behalve
dat hel de Zusters, bij hare aankomst, goed onthaalde,
bestormde het om zoo te zeggen het klooster, luidop
zijne vreugde te kennen gevende. Daar het nooit het
geluk gehad had nonnen te ontmoeten, want, sedert de
eerste godsdienstige oorlogen, waren er in die stad geen
te vinden geweest, keek het naar die vriendelijke en
deftige Zusters der Visitatie bijna zijne oogen uit. Eiken
dag, kwamen er, uit het naburige gebergte, en zelfs uit
de verafgelegenste dorpen, geheele benden boeren en
boerinnen af, die zich verhaastten om het traliewerk,
waar de geestelijke kinderen van SintFranciscus de Sales
achter verstoken waren, te kussen , en om haar hertelijk
te groeten, weigerende heen te gaan zoo lang zij een of
anderen engel van het huis niet gezien hadden ; want met
-ocr page 309-
VAN S1NTE CHANTAL                                   5lftf
dergelijk renen naam waren zij gewoon de Zusters aan
te spreken il)-
In het /.uiden van Frankrijk bieden bijna al deopgf.-
richte Visitatiën hetzelfde schouwspel aan. Schier overal
bejegent uien geheel hoopen menschen die de Zusters
te gemoet loopen; schier overal weergalmt de lucht van
welgemeende gclukwenschingen, schier overal worden er
vriendelijke aanspraken gedaan. Wat meer is, gedurende
verscheidene dagen, zendt men haar eene zoo groote
hoeveelheid spijzen van alle slag. dat zij dikwijls geen
weg weten met al de mondbehoeften die zij ontvangen.
Weldra nogtans vermindert de geestdrift onder hét volk,
en de nonnen achten zich gelukkig, de voordeden van de
eenzaamheid en de pijnlijkheden van de armoede te
mogen genieten.
Ondertusschen was het bestier van Sinte Chantal,
die sedert drij jaar aan \'t hoofd was van het klooster van
Annecy, op het punt van te eindigen. Den 22 Mei 1632,
de voorschriften van den regel der Visitatie indachtig,
knielde onze Heilige te midden van de koor waar de
Zusters vergaderd waren, vroeg haar vergiffenis van al
de fouten die zij mogelijk bedreven had, en ging, na
haar ambt van overste neergelegd te hebben, zitten op de
laatste plaats, waar zij de schoonste blijken van oot-
moedigheid en van zelfopoffering gaf. Zij was alsdan
zestig jaar oud, en , overtuigd dat hare reis op aarde
verre gezel was, smeekte zij hare geestelijke dochters,
haar tot overste niet meer te herkiezen, niet zoozeer
wenschende dan al haren tijd te besteden om zich
tot de dood allerbest te bereiden. In weerwil van haar
dringend verzoek, werd zij herkozen den 27 Mei. « Zie,
mijne Dochter, zegde zij aan eene harer nonnen , ik ben
beu van alle eere en grootheid, en ware het niet dat ik
(1) Stichting van liet klooster van Montpellier, bladz. 401.
-ocr page 310-
306
r.KSCHIEDEMS
vreeze tegen den wil van God te handelen, oogenblikke-
lijk zou ik weigeren tot overste van het klooster van
Annecy andermaal op te treden. Eilaas! ik ben oud van
jaren en gansch versleten, en behoore te peizen op
mijne nakende dood! »
Nauwelijks was zij herkozen, of zij bekommerde
zich meer dan ooit om het groote werk van den
oogenblik, \'k versta de stichtinge van nieuwe Visitatiën ,
behendig voort te zetten.
Niet zelden stond moeder de Ghantal verbaasd over
die spoedige en wonderbare uitbreiding van hare Orde;
niet zelden sprak zij daarvan met verlegenheid. « Mijn
God! zegde zij op zekeren dag, in 1633, het getal
Visitatiën beloopt reeds tot negenenvijftig! Waarlijk,
ik schud en beve, als ik denk aan de tijdelijke en
geestelijke noodwendigheden van al die huizen! » En
eenige jaren later: « Wie zou het gelooven; reeds
bezitten wij meer dan tachtig kloosters. » Zij zou gewild
hebben, dat die uitbreiding zoo wat trager ging. Zij
schreef aan al de oversten der verschillige huizen der
Visitatie, zich niet te verhaasten, en te wachten van
nieuwe stichtingen te doen, totdat de jonge Zusters goed
onderwezen waren. « Want, zegde zij met haar gezond
verstand en hare groote ondervinding, gij zoudt u niet
kunnen inbeelden, hoe moeilijk het is voor eene jonge
en onervaren non geene misslagen te doen! » Gestadig
herhaalde zij deze zielroerende woorden: « Mijn God!
hoezeer verlang ik te vernemen, dat al de Zusters der
Visitatie van dag tot dag in alle slag van deugden
vorderen! »
Te rekenen van dien tijd, waren het niet enkel de
provintiën, de steden, ja zelfs de dorpen van Frankrijk
die schoone spraken om eene Visitatie te hebben; \'t was
ook Zwitserland, Duitschland, Polen, Piémont, Italië,
Sicilië, ja zelfs de Fransche Ganada, die vurig verlang-
-ocr page 311-
307
VAN SIMT, CIIANTAL
den om de geestelijke kinderen van Sint Franciscus de
Sales te mogen herbergen.
Moeder de Ghantal begon met de verlangens van
eene kleine Italiaansche stad, die sedert lang naar een
klooster der Visitatie trachtte, te voldoen, en gebood
diensvolgens aan moeder Gasparda Favier, met eenige
geprofeste Zusters van Chambéry derwaarts af te reizen,
ten einde er eene Visitatie te stichten. Die stad heette het
dal van Aoste.
Niets is zoo schoon om lezen als de oorsprong van
dat arme Italiaansche klooster, dat welhaast tot spiegel
van godsvrucht en van gelatenheid zou dienen aan de
andere Visitatiën, die in Italië zouden gesticht worden.
Men had eene oude verlaten herberg ijlings tot klooster
gemaakt, den peerdenstal in eene kapel veranderd en
aan het huis vele verbeteringen gedaan. Doch de kapel,
ofschoon een weinig versierd, zag er zoo armtierig uit,
dat de bisschop van Aoste weigerde erin Onzen Lieven
Heer te laten rusten. Uit de armoede van deze kapel kon
men besluiten, hoe groot die van de geestelijke gemeente
was. Niet zelden hadden de Zusters gebrek zelfs aan
brood. De overste, eene alleszins deftige non, wakkerde
alsdan hare medegezellinnen aan, om voordeel te trekken
uit die pijnlijke omstandigheid, en om de buitengewone
armoede van Jesus Christus gedurig indachtig te zijn.
Eene goede ziel, waar die nonnen in haren nood door
geholpen wierden, gaf haar, hetgeen haar hoogst aange-
naam was, zes schapen in geschenke. Den geheelen dag
door om zoo te zeggen liepen, bij mangel aan stallinge,
die zachtaardige beesten de Zusters achterna, hetzij dat
zij naar de koor gingen om het Officie te lezen, hetzij
dat zij zich naar de spreekkamer begaven om de verlan-
gens der bezoekers te voldoen. Ook hadden de nonnen
zeer dikwijls groote moeite om hun den ingang van de
kapel of van de spreekkamer te beletten; en zoo
-ocr page 312-
508                                          GESCHIEDENIS
geschiedde het, dat de Zusters tegen haren dank allen
oogenblik voor schaapherderinnen mochten doorgaan.
Doch menige godvruchtige gedachten, die bij het zien
van die aangename dieren in haren geest ontstonden,
vergoedden haar die ongemakkelijkheid, \'t Is alzoo, bij
voorbeeld, dat het gedacht van den goeden Herder, die
zijn leven ten beste gaf voor zijne schapen, ol het
gedacht van het Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, haar gedurig te binnen kwam (1).
Wat het geestelijk welzijn betreft, was de ellende
nog veel grooter. Zij hadden geen biechtvader. De Kapu-
cijnen wel is waar, en de Jesuïeten waren zoo goed nu en
dan hare biecht te hooren ; doch dat gedurig veranderen
van geestelijken bestierder kwam haar lastig voor, en was
haar niet voordeelig. Zij besloten dus haren toevlucht tot
Onze Lieve Vrouw te nemen, opdat zij haareenen priester
naar Gods hert, die bestendig voor hare ziel zou zorgen,
zou verschaffen. Te dien einde lazen zij, een jaar lang, alle
dagen eenparig den lofzang Ave maris stella, in de koor.
Zij werden verhoord, en ziehier op welke wijze. Op
zekeren wintersenen dag bemerkte Mgr van Aoste dat
twee jongelingen, wier voorkomen hem aanstond, zijn
bisschoppelijk paleis voorbijtrokken; hij riep ze tot zich,
vroeg hun, hoe zij heetten en wat zij tevvege waren te
doen. Zij zegden hem, dat zij uit Macon in Burgonje
oorspronkelijk waren, en dat, hunne theologische
studiën voltrokken zijnde, zij op spnelreis gingen naar
Rome, naar Loretten en andere steden van Italië. De
goede kerkvoogd gaf hun te verstaan, dat men in \'t herte
van den winter was, dat het later veel aangenamer weder
zou maken om de schoonheden van de natuur te bewon-
deren, en diensvolgens, dat zij wél zouden doen met te
Aoste wat te vertoeven, en met intusschentijd het ambt
(I) Stichting des kloosters van het dal van Aoste, l.dz. 450.
-ocr page 313-
309
VAN SINTE CHANTAL
van leeraar in eene zijner kostscholen te willen uitoefenen.
De voorstel werd gretig aanveerd.
De beroemdste dier twee reizigers heette M. Besan-
yon. Hij had de geestelijke kruin ontvangen, en was
Onze Lieve Vrouwe allermeest genegen. Vernomen
hebbende dat er te Aoste een klooster der Visitatie
was, ging hij dagelijks deszelfs kapel meermaals binnen,
om er vurige gebeden te storten en om er alle
morgen de mis te dienen. Dóa> was hel dat de Zusters
gewaar wierden, hoe zedig hij was. Toen hij op
zekeren dag in de spreekkamer kwam en met de Zusters
in gesprekke trad, werd zijne godgeleerdheid nog meer
dan zijne zedigheid bewonderd, zoodanig dat de nonnen
luidop verklaarden in hem, ware hij priester, den
persoon te vinden die haar tot biechtvader dienen zou.
Ondertusschen ontving deze heer uit de handen van Mgr
van Aoste, van wien hij bezondere genegenheid getoond
was, de wijdingen van subdiaken, diaken en priester, en,
dewijl het leeraarschap in de godgeleerdheid aldaar open
stond, leidde de bisschop zelf hem naar de hoofdkerk,
alwaar hij hem tot leeraar in de godgeleerdheid maakte.
Die onverwachle benoeming werd fel tegengesproken.
De nieuwe titularis was jong van jaren en uit \'t vreemde
afkomstig; daarbij had hij den eeretitel van doctor nog
niet behaald; dat was meer dan genoeg om eene alge-
meene verontweerdiging te verwekken. Om aan al die
moeilijkheden een einde te stellen, vroeg men aan den
eerweerden heer Besancon zich inderhaast naar Turin te
willen begeven, ten einde er tot doctor in de godgeleerd-
heid uitgeroepen te worden. In die stad aangekomen,
gevoelde de jonge priester, toen hij de onderzoekzaal
binnentrad zich geheel ontroerd, en meende de vragen
die men hem zou doen niet te kunnen beantwoorden. Hij
nam alsdan zijnen toevlucht tot Onze Lieve Vrouwe, en
beloofde dat, zoo zij hem bijstond, hij zijn geheel leven
II.                                                SINTE CHANTAL 20
-ocr page 314-
310
GESCHIEDENIS
lang alle zaterdagen van het jaar te harer eer te water en
te brood zou vasten. Op staanden voet bekwam hij
zooveel licht in den geest, zoo groot gemak om te ant-
woorden, dat hij niet geestdrift tot doctor in de godge-
leerdheid gemaakt wierd. Te rekenen van dien oogenblik
hield men op, hem in het uitoefenen van zijn ambt lastig
te vallen, en hij mocht gerustelijk ten dienste staan van
de Zusters der Visitatie, die hem voor haren biechtvader
verkozen (1).
Ziedaar den oorsprong des kloosters van Aoste, van de
eerste Visitatie van Italië. Welhaast zou de stad Freiburg,
in Zwitserland, ook zijne Visitatie hebben, en ziehier te
welker gelegenheid. Men had in het klooster van Besan-
con eene jonge dochter van achttien jaar oud tot novice
aanveerd, \'k versta eene rijke en edele juffer, met name
de Vienne de Beaufremont. Zie, toen zij bijna tewege
was met haar vollen neef, den markgraaf de Coligny, het
huwelijk aan te gaan, kreeg zij al met eens andere
gedachten en droeg zich den Heere op. Gij kunt oordee-
len> of de bloedverwanten van juffer de Vienne de
Beaufremont tegelijk verwonderd en verbitterd waren!
Sommigen hunner, \'k bedoele een zeer klein getal,
hingen de jonge dochter aan en spraken met lof van hare
kloekmoedigheid; doch de meeste hoop was gram
genoeg om te sterven, doordien zij meenden dat boven-
gemelde juffer niet vrij was te doen wat zij wilde, en
verplicht was het kloosterleven tegen haren dank aan te
nemen. Toen zij zich op weg stelde naar Besancon, was
zij meer dan van vijftig muskettiers en van evenveel buks-
schieters vergezeld, die moesten beletten dat er haar leed
gedaan wierde. Te Besancon aangekomen, bereidde zij
zich om het klooster in te gaan, toen, aandeszelfs ingang,
(1) Stichting des kloosters van het dal van Aoste,
bladz. 446.
-ocr page 315-
"II
VAN SI.NTE CHANT4L
zij eenen deurwaarder van het parlement bejegende, die
kwam zeggen aan de overste haar geenszins te aativeer-
den, zoo niet dat hij de geestelijke gemeente in eene
geldboete zou slaan. Van zijnen kant eischte de aarts-
bisschop dat zij naar de kerk zou komen, om er in de
tegenwoordigheid van de heeren kanunniken en van het
volk betrekkelijk de vrijheid en de rechtzinnigheid van
haren roep ondervraagd te worden. Zij ging er aanstonds
naartoe, en wist de vragen haar gedaan zoo goed te
beantwoorden, dat al de aanwezigen eenparig uitriepen:
« Gij zijt bestemd om in de Visitatie als non uwe dagen
door te brengen. » Dadelijk werd zij tot novice gemaakt,
en, ofschoon zij, geheel haren proeftijd, sterk lastig
gevallen wierd door de familiën de Vienne en de Beau-
fremont, die haai smeekten naar de wereld weder te
keeren , ofschoon zij gepraamd werd door de familie de
Coligny haar woord te houden , volherdde zij niettemin ,
hare conscientie goed in regel zijnde, in haar heilig
besluit van non te worden. Toen haar novitiaatten einde
was, moest zij andermaal voor den aartsbisschoppelijken
raad verschijnen en een onderzoek, plechtiger nog dan
het eerste, onderstaan. Zij meende dat alles goed tewege
was, toen zij met verwondering vernam dat, als bloed-
verwant, de bisschop van Macon haar verbood hare
kloosterbeloften uit te spreken. Lichtelijk kan men
begrijpen, hoe droevig juffer de Vienne was bij het
hooren van dat gezegde, nu vooral, dat zij op het punt
stond van geprofest te worden.
In weerwil van het verbod van den bisschop van
Macon, deed juffer de Vienne hare kloosterbeloften, in
de tegenwoordigheid van den adel des Lands, en zich op
den Paus, den beschermer der kloosterlijke vrijheid,
beroepende. De zake werd alzoo vóór de pauselijke
rechtbank overgebracht, doch zonder dat de parlementen
ophielden er zich mede te bemoeien. Integendeel, van
-ocr page 316-
312
GESCHIEDENIS
des anderendaags af, verklaarde het parlement van
Besan^on dat de gedane beloften van geener weerde
waren, en eenige dagen na hare professie, werd mejuffer
de Vienne ingeroepen om vóór het parlement van Parijs
te verschijnen. Ongetwijfeld was het parlement van
Besan^on, met toe te laten dat juffer de Vienne voor dat
van Parijs, waar zij niet van afhing, gedaagd wierd,
zijne rechten te buiten gegaan, en daarom liet men weten
aan bovengemelde jonkvrouw dat, bijaldien zij vóór het
parlement van Parijs verscheen, men al de goederen van
het klooster zou aanslaan. Zoo was het met geheel die
kwestie gelegen, toen de oorlog al met eens losbarst in
Lorreinen, en men moeder overste waarschuwde dat,
onder begunstiging van de onlusten, zuster de Vienne
zou geroofd worden. Wat gedaan in die moeilijke
omstandigheden?MoederMaria-Margareta Michel verliest
den moed niet. Willende een zoo groot ongeluk en zoo
buitengewone schande voor de familie en het klooster
voorkomen, verliet zij bij nachte de stad Besan^on,
vergezeld van zuster de Vienne en van zeven of acht
andere geprofeste nonnen, en begaf zich met haast naar
het stedeken Freiburg, in Zwitserland, waar zij de
herbergzaamheid kwam vragen en zich onder de machtige
bescherming van Mgr den bisschop stellen, \'t Was déa>
de oorsprong van het klooster van Freiburg en het begin
van de uitbreiding der Visitatie in Zwitserland en in
Duitschland (1).
Terwijl moeder de Chantal met voldoening zag dat
de Visitatie reeds talrijke stichtingen telde, werd zij al
met eens van eene droevige gebeurtenis, \'k versta de
dood van den achtbaren priester Michiel Favre fel aan-
gedaan. Niet enkel het klooster van Annecy, maar de
gansche Orde betreurde zijn afsterven. Kon het anders
(1) Stichting van het klooster van Beianqon, bladz. 371.
-ocr page 317-
315
VAN BIKTE UUNTAL
zijn ? Hij was de biechtvader geweest van Sint Franciscus
de Sales, van Sinte Chantal, van moeder Favre, van
moeder de Bréchard, van moeder de Blonay, met één
woord, van al de nonnen van Annecy. Hij had ze in het
stichten van veel huizen der Orde door zijne raden
krachtdadig geholpen, en nog meer in het groot werk
harer ziele zaligheid. Van hem placht Sinte Chantal te
zeggen, dat zij door Onzen Lieven Heer sterk moesten
bemind zijn, om zoo deugdzamen en zoo voorzichtigen
priester tot biechtvader te hebben.
Overal heb ik de beeltenis van dien heiligen priester
gezocht. Die niet gevonden hebbende, wil ik u ten
minste met zijne schoone en eenvoudige ziel bekend
maken.
Hij was in Savooie geboren. Van kindsgebeente af
tot de eenzaamheid genegen, ging hij in den ouderdom
van zeventien jaar de Paters Kapucijnen schoone spreken,
om in hunne Orde aanveerd te worden. Zijne verlangens
werden voldaan. Doch na eenige maanden het kleed der
novicen gedragen te hebben, werd hij, uit hoofde van
zijne flauwe gezondheid, verplicht het klooster uit te
gaan en den toog van het seminarie aan te nemen. Hij
had het geluk uit de handen van Sint Franciscus de
Sales de heilige wijdingen te ontvangen. Korts nadien,
naar Annecy gekomen zijnde om den kerkzang te leeren,
bevond hij zich in de kerk op den oogenblik dat de
achtbare bisschop mis ging doen. Men verzocht hem
een koorhemd aan te trekken en den Kerkvoogd te
willen helpen aan den autaai, hetgeen waarvoor Sint
Franciscus de Sales hem hoogst dankbaar was, en wat
hij hern met eenen maaltijd vriendelijk betaalde. De
eerweerde heer Michiel Favre was over die handelwijze
van den bisschop zoo voldaan, dat hij niet wist hoe het
aan boord gelegd om hem zijne dankbaarheid te
betoonen , en meende verplicht te zijn hem nog eenige
-ocr page 318-
314                                         GESCHIEDENIS
dagen gezelschap te houden. Van zijnen kant was Sint
Franciscus de Sales zeer tevreden hem te zijnen huize te
bezitten, om reden dat hij een toonbeeld van ingekeerd-
heid en van godsvrucht was. Hem dus goed gade
geslagen hebbende, en van zijne eenvoudigheid aller-
meest ingenomen zijnde, zegde hij hem: « Mijnheer
Michiel, zoudt gij het op u durven nemen de biechtvader
te zijn van eenen bisschop! » De jonge priester peisde
een weinig, om te weten hoe hij behoorde te antwoorden,
dan zegde hij met groote ootmoedigheid en wijsheid:
« Ja, Monseigneur, van eenen bisschop gelijk gij, maar
van geen andere bisschoppen. » Te rekenen van dien
tijd, ging Sint Franciscus de Sales alle weke bij hem te
biechte. De eenveerde heer Michiel Favre was nog geen
vijf en twintig jaar oud.
\'t Was in 1610; de Visitatie kwam op. Sint Fran-
ciscus de Sales meende haar geen beteren bestierder
dan dien jongen en godvruchtigen geestelijke te kunnen
bezorgen, en hij noemde hem biechtvader van de Orde,
opdat niet enkel de Stichter maar ook deszelfs kinderen
in hem een heiligen en geleerden leidsman zouden
aantreffen.
Van dan af was hij de Visitatie zoo genegen, dat
men moeilijk kan zeggen, hoeveel goede diensten hij
haar bewees. Daar er, als eene Orde aan \'t groeien en
\'t bloeien is, gemeenlijk veel te schrijven staat, weigerde
die liefdadige priester niet meermaals dezelfde dingen,
\'k versta de regelen, de constitutiün, den costumenboek
op het papier te stellen; en, wat meer is, daar men arm
was en geen geld genoeg had om voor elke Zuster in \'t
bijzonder eenen brevier te koopen, verveerdigde de
brave dienaar Gods voor iedere Zuster eenen handboek
waar zij allerschoonst geheel haar dagelijksch officie
vond in neergeschreven, net alsof het van de pers
gekomen was.
-ocr page 319-
318
VAM SI.NTE CHANTAL
Toen de stichtingen van dag tot dag talrijker wier-
den , vergezelde hij bijna altijd de Zusters die derwaarts
gingen, haar op alle manieren bijstaande en haar door
zijne liefde, zijne ingekeerdheid en zijne nauwgezetheid
van geweten tot het oefenen der deugd sterk aanmoe-
digende. Met den vroegen morgen, deed hij één ure lang
overweginge, en des avonds, na vespers en completen
gelezen te hebben, stelde hij zich andermaal gedurende
één half uur aan \'t nadenken. Hij liet geen dag voorbij-
gaan zonder zijnen rozenkrans te bidden, zonder zijn
hert bij honderden keeren tot God te verheffen, zonder
de schoonste blijken van gegronde heiligheid te geven.
Hij was een toonbeeld van rechtzinnige godsvrucht voor
al de nonnen der Visitatie, en wist haar van al de ijdel-
heden der wereld eene groote walg in te boezemen.
De onderwijzingen die hij gaf in den biechtstoel
waren zoo zielroerend en zoo welgepast, dat de Zusters,
die Sint Franciscus de Sales voor biechtvader gehad
hadden, luidop verklaarden geen verschil te vinden
tusschen hem en den deftigen bisschop van Geneve:
zoozeer was hij bezorgd om op de voetstappen van dien
beroemden kerkvoogd en vriend te wandelen! Op de
feestdagen wist hij als biechtvader eenige korte doch
bijzondere woorden te spreken, die aan \'t hert van zijnen
biechtelingen groote deugd deden. Hij las de heilige
mis met buitengewonen eerbied enongemeene aandacht,
daartoe, naar het voorbeeld van Sint Franciscus de
Sales, die in alle dingen de middelmaat hield, nog te
veel noch te weinig tijd gebruikende. Kortom, het was
een eerbiedweerdige priester, een geleerd en voorzichtig
man, die al de hoedanigheden van een deftigen geeste-
lijken leidsman in den hoogsten graad bezat.
Gedurende drij en twintig jaar was hij de biecht-
vader van het klooster van Annecy; vervolgens legde hij
zich te bed, en zegde dat hij zou sterven. Eenige dagen
-ocr page 320-
316
GESCHIEUEMS
vóór zijne dood, kwam hij nog in de spreekkamer der
Visitatie van Annecy waar zuster Maria-Antonia de
Vosery, die hem iets te vragen had, aan \'t wachten was.
Beweeglijk was het om zien hoe, uit eerbied voor die
Zuster, hij, met den hoed in de hand, stond te luisteren
naar al de kwestien die hem gedaan wierden. Vruchteloos
smeekte hem de Zuster zijn hoofd te dekken, hij bleef
doof aan haar verzoek, zeggende: « Wel Zusterken toch!
weet gij dan niet dat wij ons best moeten doen om op
de voetstappen van den ootmoedigen Sint Franciscus de
Sales te wandelen ? »
Nauwelijks was de eerweerde heer Michiel Favre
ziek naar bed gegaan, of men oordeelde dat hij van zijne
onpasselijkheid niet zou opkomen. Toen men onze
Heilige waarschuwde dat hij mogelijk van die ziekte
sterven zou, riep zij gansch droefgeestig uit: « Welhoe!
zou ik ook die beproevinge moeten onderstaan? » En,
dadelijk hare handen samenvouwende, zegde zij met de
oogen toe en geheel gelaten in den wille Gods: « Uw
aanbiddelijke wil geschiede, o Heer! uw aanbiddelijke
wil geschiede! » En tegen den avond, tot hare mede-
zusters sprekende, drukte zij zich uit als volgt: « Ziehier,
lieve Gezellinnen, eene nieuwe reden om op God te
betrouwen; onze heilige biechtvader zal ons welhaast
verlaten en den hemel binnentreden. Wat mij betreft,
ik beken dat ik hem met de kleinste dingen van mijn
geweten volgeern bekend maakte, dat ik bij hem veel
troosten sterkte vond; doch, vermits God wil dat hij
sterve, onderwerpe ik mij aan zijne ondoorgrondelijke
schikkingen. »
Zoo seffens stelde zich moeder de Chantal aan
\'t bidden, en wilde dat hare geestelijke kinderen insge-
lijks deden, indachtig, hoe, in weerwil van zijn stichtend
leven, de eerweerde heer Michiel Favre voor het oordeel
allermeest vreesde. Nooit had hij kunnen denken op de
-ocr page 321-
VAN SISTE CHANTAL                                   317\'
dood, zonder met angst bevangen te zijn. Ook schreef
zij hem een brief ken om hem tot betrouwen op te
wekken, om hem te zeggen dat hij veel op de goedheid
des Heeren steunen moest, en voor de oordeelen Gods
niet behoorde bang te wezen. Hij was van die vriende-
lijkheid zoo diep getroffen, en daarover zoo voldaan, dat
hij haar aanstonds liet weten zich om hem niet te bekom-
meren, doordien hij tegenwoordig van alle benauwdheid
vrij ging, en de volle rust des herten genoot. Hij sprak
zijne biechte aan den eerweerden pater Justus Guérin, en
vroeg de Zusters vergiffenis van al de fouten die hij in
zijn bestier mogelijk bedreven had.
Gewaar wordende dat hij welhaast uit dit leven zou
scheiden, meende hij, tot glorie van God en van zijne
heiligen, verplicht te zijn luidop te verklaren, wat er hem
docht van Sinte Chantal wier biechtvader hij gedurende
drij en twintig jaar geweest was. « Niemand beter dan
de stervende mensch, riep hij uit, is bekwaam de waar-
heid te zeggen! Welnu, mijn gedacht is, dat moeder de
Chantal voor eene der bijzonderste dienaressen Gods
mag aanzien worden. Sedert drij en twintig jaar bewon-
dere ik hare conscientie, die zuiverder, klaarder en netter
dan het kristal voorkomt. Steeds ben ik van zin geweest
over haar iets of wat te schrijven, doch mijne onweerdig-
heid ingezien, heb ik zulks niet durven doen, te meer,
omdat Sint Franciscus de Sales getuigd had niet heilig
genoeg te zijn om van dergelijk eene vrouwe te spreken. »
Op witten Donderdagavond, zegde hij eensklaps
aan dezen die bij zijn bed stonden: « Vaartwel! » en,
zijne armen kruiswijze leggende, viel hij in bezwijming.
Men meende dat hij den geest gegeven had, en men
maakte met zeven haasten het klooster daarmede bekend;
doch \'t was eene onmacht eerder dan eene dood. Immers
na eenige oogenblikken stilzwijgen, hoorde men hem
zachtjes zeggen: « Vergiffenis, o mijn God, vergiffenis! »
-ocr page 322-
318
GESCHIEDENIS
Men verhaastte zich om hem de laatste HH. Sacramenten
toe te dienen, en om hem de onderwerping aan den wille
Gods sterk aan te prediken. Te rekenen van die ure,
riep hij, over van blijdschap, van tijd tot lijd uit: « O
hemel! o schoone hemel! wanneer zal het mij gegeven
zijn u binnen te treden? »
Mgr Joannes-Franciscus de Sales, hem een bezoek
afleggende, vond hem zoo gerust van herte en zoo wel-
gezind , dat hij hem smeekte zijner te willen herinneren
bij Sint Franciscus de Sales in den hemel. Waarop de
stervende eenvoudig\' antwoordde: « Eilaas! Monseigneur,
ik verdiene niet dat hij mij erkenne voor eenen zijner
kinderen , om reden dat ik uit zijne voorbeelden en lessen
maar weinig voordeel getrokken heb. » Hij ontving met
groote blijdschap den zegen van zijn bisschop, en ver-
zocht hem te vragen aan de eerbiedweerdige moeder de
Ghantal en hare medezusters voor hem te willen bidden.
De ziekte nam meer en meer toe, doch wierp hem
in geene neerslachtigheid. Zijne laatste woorden waren
voor Onze Lieve Vrouwe. Men hoorde hem gedurig
uitroepen : Maria, Moeder van bermhertüjheid, bid voor
mij!
Daar een geestelijke hem vraagde of hij hoopte door
Maria bijgestaan te worden in de ure van zijne dood,
antwoordde hij zoo seffens met kracht: « \'k Geloove het
wel! » geheel verwonderd dat men aan de gansch
bijzondere goedheid van de heilige Maagd twijfelen kon.
Eindelijk, versterkt met de sacramenten, vol van geloof,
hoop en liefde, en daarbij nog rijk aan veel andere
deugden, overleed hij zachtjes in den Heer, tusschen den
nacht van Witten Donderdag en van Goeden Vrijdag, in
den ouderdom van acht en veertig jaren. Ongetwijfeld
werd hij door Onzen Lieven Heer, die uit liefde voor hem
op Goeden Vrijdag gestorven was, in genade ontvangen.
Des avonds van den Goeden Vrijdag werd hij, naar
zijn verlangen, begraven in de kapel der Visitatie van
-ocr page 323-
319
VAN SINTE CIUNTAI.
Annecy: \'t was de 25 Maart 1634. Toen, de plechtige
begrafenis voltrokken zijnde, Sinte Chantal naar hare
gewone bezigheden terugkeerde, sprak zij deze troosle-
lijke woorden: « De eerweerde heer Michiel Favre,
onze welbeminde biechtvader, rust midden onder de
heiligen (1). n
Hetgeen die godvruchtige priester vurig wenschte
op het einde van zijn leven, was een tweede klooster
van de Visitatie tot stand te zien komen te Annecy. Twee
dagen na zijne dood, op Paschen 1634, werd Sinte
Chantal naar de spreekkamer geroepen, en trof er vele
jonge dochters aan, die vóór haar knielden, en tot haai-
de schoonste woorden van de wereld spraken om tot
novice aanveerd te worden. In den beginne hoogst ver-
wonderd, dan overtuigd dat haar heilige biechtvader het
welzijn van de Visitatie bleef behertigen in den hemel,
wekte zij die brave dochters op, om in hare voornemens
te volherden, en, te rekenen van dien dag, was de stichting
van een tweede klooster te Annecy vastgesteld. Korts
daarna, zich met twee Zusters in de bidplaats bevin-
dende, naderde onze Heilige de venster, en het klein
huis, la Galerie, waar zij het nonnenkleed uit de handen
van Sint Franciscus de Salesontvangen had, ontwarende,
kreeg zij het gedacht het tot \'t tweede klooster van
Annecy te doen dienen.
Ongelukkiglijk was dat huis verkocht geweest, en
weigerde de eigenaar er zich van te ontmaken. Men
moest dan zich tevreden houden met een huis dat dicht
nabij was, en welk later met la Galerie zou gevoegd
worden, aan te koopen. De plannen der nieuwe
bouwinge vastgesteld zijnde, vroeg Sinte Chantal aan de
(1) Al die bijzonderheden zijn ontleend aan de twee volgende
handschriften : de Stichting van het eerste klooster van Annecy,
door moeder de Chaugy, en de Gedenkschriften van moeder
Ludovica-Dorothea de Marigny.
-ocr page 324-
320                                          GESCHIEDENIS
geiueenteraadsheeren den oorlof, om haar tweede klooster
van Annecy te timmeren. Doch, wie zou het gelooven?
Zoohaast er sprake was van in dat stedeken, waar Sint
Franciscus de Sales veel jaren had gewoond, en waar
dezes eerbiedweerdig lichaam berustende was, een
tweede klooster der Visitatie op te richten, heerschte er
eene algemeene verontweerdiging. Ja, zoohaast de
inzichten van moeder de Chantal in Annecy, de baker-
mat van eene geestelijke Orde, waar onze Heilige met
hare gezellinnen zooveel goed deed, gekend waren,
rezen van menigeen de hairen te berge. Sterk werd
de Stichtster der Visitatie gelasterd en wreedelijk ver-
volgd. Men sprak van haar en hare geestelijke kinderen
den groolsten achterklap, en men vreesde niet naar het
hof van Savooie, betrekkelijk de Orde der Visitatie, de
leelijkste dingen over te schrijven. Zoo hevig was het
tempeest, dat moeder de Chantal, die doorgaans zoo
bedaard en zoo kloekmoedig voorkwam, daar fel door
ontroerd was, en zich gansch bijzonder geweld moest
aandoen om den moed niet te verliezen. Dus, in weerwil
van al die tegenkantingen, gebood zij aan de metsers de
werken te beginnen, en zich om het zeggen van vele
wereldsche menschen niet te bekommeren, noch ook
acht te geven op al de lasteringen die sommige dwaas-
hoofden tegen haar spraken. Immers Sinte Chantal wist
dat de christene ondernemingen, om bestendig te zijn,
behooren sterk beproefd te worden.
Na lijden komt verblijden. Zie, degenen die Sinte
Chantal in den beginne meest belachen hadden, die met
haar, toen zij den eersten steen van het klooster legde,
den spot hadden gehouden, woonden nu, over van
blijdschap, de plechtige inzegening van het nieuwe
gebouw bij (1). De Zusters gingen hetzelve, op heilige
(1) Stichting van het tweede klooster van Annecy.
-ocr page 325-
331
VAN SINTE CHANTAL
Drijvuldigheidzondag 11 Juni 1634, binnen, \'t Was juist
de dag op welken vier en twintig jaar te voren, Sinte
Chantal, vergezeld van moeder Favre en van moeder de
Bréchard, hare Orde, bijna in hetzelfde huis, gesticht
had. Vier en twintig jaren waren schaars verloopen,
toen de geestelijke kinderen van Sinte Chantal op het vijf
«n zestigste huis van hare Orde mochten roemen!
-ocr page 326-
-ocr page 327-
Diensten bewezen door de Visitatie aan de
zielen en de maatschappij. — Roep van
moeder de Ghaugy.
axwaah kwam die zoo algemeene en zoo
spoedige uitbreiding van de opkomende
Visitatie? Ongetwijfeld van de heldhaftige
deugden die Sinte Chantal en hare geestelijke
kinderen wisten te oefenen; want de christene volkeren
wederstaan aan de bekoorlijkheid van het godvruchtig
leven niet. Doch die rasche voortzetting had nog eene
andere oorzaak: zij was toe te schrijven aan de talrijke
weldaden die de Visitatie rondom zich uitstrooide. Zeer
dikwijls is men nieuwsgierig, om te weten waartoe de
besloten kloosters dienen. Hier is het de plaats zulks te
openbaren; men moet toonen hoe groot de diensten zijn
die zij aan de zielen en aan de maatschappij bewijzen.
In stede dat, zooals men het verkeerdelijk meent in de
wereld, zij voor bezegelde graven, waar niets uit
opstijgt, moeten gehouden worden, zijn zij bronnen van
leven, van licht en van kracht, \'t Zijn toegemaakte
tuinen, ik wille wel, maar tuinen die de lucht met de
welriekendste uitwasemingen vervullen.
En vooreerst, wat gezegd van al de schoone voor-
beelden die de jonge dochters, wier roep hierboven
-ocr page 328-
324
GESCHIEDENIS
door mij beschreven is geweest, gaven aan de maat-
schappij? Zie, zij waren bevallig, rijk, schrander van
geest, zeer geschikt om te behagen en om van haar te doen
spreken in de wereld, en desniettegenstaande, trappelen
zij al die aardsche grootheid onder de voeten, eY) gaan
kloppen aan de deur van een eenvoudig klooster, om tot
bruiden van Jesus Christus gemaakt te worden. Meent
gij dat dergelijke stichtende voorbeelden niets vermoch-
ten bij de menschen van de zeventiende eeuw, die, wel
is waar, het hoofd vol hadden van ijdele en wereldsche
vermaken, maar toch niet ongodsdienstig voorkwamen?
Meent gij dat, bij het overwegen van die ongemeene
zelfopoffering, zij nimmer in hun eigen zelven gingen,
en weigerden te bekennen dat geld en goed, eere en
glorie, pleizier en wellusten maar nietigheid zijn? Voor-
waar, niemand naderde die edelmoedige dienaressen van
Jesus Christus, zonder diep in de ziele bewogen te zijn,
zonder de beste voornemens te maken van zijn leven te
beteren. Niemand, zelfs hedendaags, treedt de kapel van
•een klooster binnen, luistert naar die aangename en ziel-
roerende gezangen der nonnen, zonder zich teenemaal
van het aardsche beu te gevoelen, zonder te denken aan
het geluk des hemels. O zotte vermaken dezer wereld!
vermaken die van zoo korten duur zijn, en de menschen
toch zoo aanstaan! Hoe kunt gij in vergelijking komen
bij de zoete en zuivere vreugden die men in een klooster,
hoe arm en hoe nederig ook , aantreft ?
Bij dezen eersten dienst, bij deze aanhoudende en
welsprekende prediking over de ijdelheid der vergan-
kelijke dingen, voegden de geestelijke kinderen van
Sint Franciscus de Sales een tweeden ongetwijfeld nog
aanzienlijker dienst, dien van het gebed. Wilt gij weten
wat het gebed is op de lippen der kloosterzusters?
Luister, ik zal het u leeren, door het voorbeeld aan te
balen van mejuffer de Martigny, die, gelijk wij gezien
-ocr page 329-
VAN StNTE CHANTAL                                     325
hebben, het hof van de koningin Maria de Médicis
vaarwel zegde, om tot non van de Visitatie gemaakt te
worden.
Te rekenen van hare intrede in het klooster, was
haar leven niet dan een gedurig gebed. Bijna den
geheelen dag door, was zij verslonden in den Heere,
en steeds klaagde zij dat zij te weinig tijd had om te
bidden. Niet zelden vond men zijn genoegen, in haar
niet te vermanen, als de oogenblik van zijne nooddruft
te nemen gekomen was. Alsdan, zonder het schier
gewaar te worden, stortte zij, geknield vóór het
H. Sacrament, tot één uur van den namiddag, voort-
durend haar hert uit. Des avonds was zij de laatste om
de kapel te verlaten, en hadde de Zuster, die de keersen
uitdeed en de koor toemaakte, haar geen teeken gedaan ,
ongetwijfeld zou zij van geen slapen geweten hebben. In
den ouderdom van vijf en zeventig jaar, knielde zij meer
dan zeven uren daags.
En waarmede hield zij zich gedurende dien langen
tijd bezig? Moet gij het vragen? met God vuriglijk te
bidden. Alle morgen las zij het gebed Veni sancte Spiri-
tus
voor den Paus, de trappsalmen voor de krijgslieden,
en de zeven psalmen van boetveerdigheid voorde ketters
en de slechte christenen.
Vervolgens zegde zij, en dat alle dagen, de litaniën
van het H. Sacrament op, om te groeien in de liefde tot
Jesus; ook nog de litaniën van de HH. Engelen voor
dezen die zich op zee begaven; de litaniën van Sinte
Anna, voor de getrouwde vrouwen ; de litaniën van de
passie Christi, voor de rechters; de litaniën van den
zoeten Naam Jesus, voor de studenten; de litaniën van
den heiligen Antonius van Padua, voor dezen die voor
\'t recht geroepen waren; de litaniën van Onze Lieve
Vrouwe, voor de dochters die stonden om eenen staat te
aanveerden.
II.                                                        SINTE CIIANTAL 21
-ocr page 330-
526                                         GESCHIEDENIS
Zij voegde er een groot getal gebeden bij voor al de
openbare noodwendigheden, en voor de zielen die dage-
lijks hare hulp afsmeekten. Met gedurig te bidden, was
zij schier uitgeput van krachten, en droog van mond
geworden. En toen men haar zegde: « Welbeminde
zuster Maria-Dionysia, waarom stort gij zooveel gebeden?
— antwoordde zij: Ach! God heelt mij te kennen gege-
ven, dat er mij niets anders te doen staat. »
Doch degenen voor wie zij meest den bijstand van
God inriep, waren de vorsten. Van jongs af bij het hof
opgevoed, wist zij bij ondervinding, hoe uitzinnig de
machtigen der aarde te werke gaan, hoezeer zij genegen
zijn om geld en goed, eere en glorie, pleizier en wel-
lusten na te jagen, en daarom, hield zij niet op voor hen
vurige gebeden te storten. Niet zelden vond men haar,
met de armen kruiswijze over malkanderen, met de
oogen vol tranen, op den grond geknield, en toen men
haar vraagde wat zij deed in die houdinge, antwoordde
zij: « Ach! ik bid voor mijne arme prinsen. » Vernomen
hebbende dat Lodewijk XIII uit dit leven gescheiden
was, riep zij over van droefheid uit: « Eilaas! ik heb
dien koning weten ter wereld komen, ik heb hem zien
doopen, zien kronen, het huwelijk zien aangaan, zien
heerschen, en reeds is hij onder het getal dergenen die
het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hebben! »
Eene non haar gevraagd hebbende, of zij voor hem
bidden zou: « Twijfel daar niet aan, anwoordde zij;
want niemand meer dan de koningen, die de eeuwigheid
zonder den schepter in de hand binnengaan, behoort
men te helpen. » Zij smeekte al degenen die iets of wat
bij de vorsten vermochten, niet te vergeten dat zij
buitengemeene plichten te kwijten hebben ; zij sprak hen
vooral schoone, opdat zij die machtigen der wereld toch
fel zouden aanzetten tot het doen van goede werken.
k Ach! riep zij uit, wat zijn die arme prinsen te
-ocr page 331-
327
VAN Sl.NTE CHANTAL
beklagen ! zij zijn door iedereen gevleid , en zij denken
niet eens dat zij langs een gouden trap in de hel neder-
dalen ! »
Behalve dat zij de grooten der aarde sterk ter
hulpe kwam, wist zij gansch bijzondere gebeden te
storten voor de verlalene zielen des vagevuurs. Onop-
houdelijk was zij die in hare smeekingen indachtig.
Alle dagen las zij voor haar de getijden der overledenen.
Des zondags bad zij voor de zielen der pausen, bisschop-
pen en priesters van de heilige Kerk ;
\'s Maandags, voor de vorsten en de vorstinnen;
\'s Dinsdags, voor hare bloedverwanten en vrienden ;
\'s Woensdags, voor de Zusters der Visitatie en
derzelver weldoeners;
\'s Donderdags, voor de zielen die, om hare oneer-
biedigheden jegens het H. Sacrament, in het vagevuur
branden;
\'s Vrijdags, voor al de christene krijgslieden die in
de oorlogen tegen de vijanden der Roomsche Kerk het
leven verloren hadden;
\'s Zaterdags, voorde zielen die van iedereen ver-
laten zijn, die niemand hebben, om voor haar te bidden.
Bij hare gebeden, voegde zij talrijke oefeningen
van godsvrucht en van boetveerdigheid die zij, nog in
de wereld zijnde, van eene heilige schooister, gekend
onder den naam van moeder Antée, geleerd had. Die
moeder Antée was eene rijke mevrouw van Turin, die,
na al haar geld en goed aan de armen uitgedeeld te
hebben, vastgesteld had haar brood, uit liefde van Jesus,
te gaan bedelen. Dagelijks trof men ze aan in de straten
en op de markten van Turin waar, haar ellendig voor-
komen en hare gelapte kleederen ingezien, zij aan velen
tot verwondering diende. Schoon was het omhooren,
hoe zij van den eenen kant de zondaars, vooral de gods-
lasteraars, tot boetveerdigheid opwekte; doch, van den
-ocr page 332-
528                                             GESCHIEDENIS
anderen kant. pijnlijk was het om zien, hoe zij door
sommige verwaande menschen gelasterd en vervolgd
werd, en dat, in weerwil van al de goede diensten die zij
hun bewees. Desniettegenstaande was zij tevreden met
haar lot, en bleef\' de vriend van het volk en van den
hertog van Savooie, die haar tegen de geweldenarijen
van eenige heethoofden steeds wist te verdedigen. Die
brave vorst was moeder Antée zoo genegen, dat hij op
zekeren dag aan eenen zijner bewakers, welke die heilige
vrouw verwijtingen had toegebracht, eene groote straf
oplegde. Doch moeder Antée was daarover zoo misnoegd,
dat zij liet weten aan den prins voor hem geen gebeden
meer te storten, zoo hij nog zulke dingen deed. en. om te
toonen dat zij zijne handelwijze afkeurde, weigerde zij
gedurende eenige weken hem te gaan vinden in zijn paleis.
En toen de hertog haar smeekte naar zijn hof te komen
z.ooals voren, zegde zij van ja, op voorwaarde nogtans
dat hij zoo haastig niet meer zijn zou om te straffen, en
dat hij zou toelaten dat men haar laakte, lasterde en
vervolgde.
Welnu die moeder Antée had , om zoo te spreken,
maar ééne godvruchtigheid, te weten: die der verlatene
zielen des vagevuurs. Zij dacht onophoudelijk aan haar;
zij zorgde dat men voor haar missen las. Wat meer is,
daar zij veel aalmoezen ontving, bouwde zij, opdat men
voor die lijdende zielen dag en nacht zou bidden, kapellen,
die zij met een jaarlijksch inkomen begiftigde. Met te gaan
bedelen bij het hof, bejegende zij juffer de Martignat.
De jonge wereldsgezinde en de oude schooister stonden
elkander goed aan, en hielden, te rekenen van dien dag,
met elkander kennis, \'t Was moeder Antée die jonk-
vrouw de Mavtigny leerde de arme zielen des vagevuurs
beminnen. Toen deze tot non gemaakt was, vergat zij
hare les niet, en groeide dagelijks in de liefde tot die zoo
deerlijk gekerkerden. Niet enkel hield zij zich tevreden
-ocr page 333-
VAN SINTE UIA.NÏAL                                   5:29
met te bidden voor haar, zij offerde zich daarenboven
Gode op, om in hare plaats te mogen lijden. Haar gebed
werd verhoord. Ook bracht zij dikwijls verscheidene
maanden in de grootste pijnen door, zich sterk ver-
heugende, omdat zij tot laafnis der zielen van het
vagevuur weerdig gevonden was van beproefd te worden.
Niet zelden had zij de verschijninge van eene of andere
ziel wie zij door hare gebeden en goede werken den
hemel geopend had, en van wie zij thans voor bewezen
diensten buitengewone bedanking ontving. Als het
gebeurde dat zij eene stem hoorde die haar zegde:
o Welbeminde Zuster, sta mij bij, ik ben in het vage-
vuur, » dan verdubbelde zij hare verstervingen, en hield
niet op te bidden totdat die ziel uil den droevigen kerker
des vagevuurs verlost was.
Op zekeren keer. onder anderen, behandelde zij zich
zoo hard, dat het been van hare rechter heup met
groot gerucht uit de nole sprong, en de Zusters in haar
gebed kwam storen. Toen zij poogde eenige stappen Ie
doen, ondervond zij dat zij mank ging, en had het
droevig vooruitzicht dat zij gedurende geheel haar leven
mank blijven zou. « Het is noodig, riep zij alsdan uit,
dat ik voor de verlaten zielen des vagevuurs eenige
beproevingen uitsta, dat ik, ten einde hare pijnen te
verkoiten , voor haar iets of wat lijde. »
Doch de reden waarom zij gansch bijzondere gebe-
den stortte, waarom zij bijna onophoudelijk weende en
buitengewone boetveerdigheid deed, was de dood van
den hertog van Nemours, Karel-Amedeus, dien zij goed
gekend had op het hof van den hertog van Savooie. Hij
had met zijnen schoonbroeder, den hertog van Beaufort,
lijf om lijf gevochten, en hij was mors dood gesteken
geweest. Doch op den oogenblik dat de degen hem
kwetstte, had hij zijn hert tot God gekeerd en van dezen
Vader van alle bermhertigheid vergiffenis bekomen.
-ocr page 334-
530
GESCHIEDENIS
Zuster de Martignat werd van \'s Heeren wege met die
ongemeene gunst bekend gemaakt, en sprak schoone,
opdat hare overste haar zou toelaten tot laafnis van die
arme ziel vele en groote verstervingen te doen. « O
mijne Moeder, riep zij uit, ik ben gewaarschuwd geweest,
dat die ziel diep en voor langen tijd in het vagevuur te
branden ligt. Mogelijk zal zij er niet uit verlost worden,
vóór den laatsten dag des oordeels. » En daar de overste
weigerde te gelooven dat die ziel zalig was, antwoordde
haai\' zuster de Martignat: « Ik beken het, Moeder, mil-
lioenen zielen zouden, in dergelijke eene droevige
omstandigheid, verloren zijn gegaan. Hem bleef er maar
een oogenblik over, om zich met God te verzoenen, en hij
heeft dien oogenblik van gratie waargenomen. Het is
misschien nog nooit gebeurd, dat de duivel in zijne
verwachtinge zoo deerlijk bedrogen is geweest. »
Met de toestemminge van de overste, offerde zich
die achtbare Zuster Gode op, om te mogen voldoen voor
de schulden van den in het vagevuur, brandenden hertog.
Dat God hare bede verhoord had, bleek welhaast aller-
duidelijkst. Immers meer dan ooit had zij te lijden; hare
gewoonlijke opgeruimdheid verdween; zij werd mager
gelijk een geraamte, hare oogen waren gedurig met
tranen vervuld, hare ziel kwam neerslachtig voor.
Bijwijlen vluchtte zij, sterk ontsteld, uit hare cel, zich
in de gebeden der Zusters bevelende. Meestendeels ging
zij, geleund op haren stok, waar, hare ongemakken
ingezien, zij allermeest gebruik van maakte, voor een
roerloos schepsel door. En, als het gebeurde dat zij hare
medezusters aansprak, was het bijna altijd om te vragen
dat zij tot zielelaafnis van den hertog zouden bidden.
Het duurde niet lang, of hare gezondheid was voor altijd
gekrenkt. Zij werd zoo fel op de borst gepakt, dat zij
allen oogenblik in gevaar was van te versmachten. Hare
longen brandden van de hitte, en hare beenen, zoo koud
-ocr page 335-
VAN SINTE CHA.NTAI.                                       351
als marnier, zwollen op met de macht en waren onbe-
kwaam haar te dragen. Op zekeren dag dat de overste,
door medelijden getroffen, zich om de ellendige gesteld-
heid van zuster de Martignat allermeest bekommerde,
kreeg zij voor antwoord: « Achtbare Moeder, wees met
mij niet bezig, die marmeren beenen zijn mij van noode,
om mijn gefolterden hertog in de vlammen des vagevuurs
na te loopen. » Desniettegenstaande, ofschoon hare
beenen van dag tot dag zwaarder wierder, en zij groote
moeite had om de oefeningen van de geestelijke gemeente
bij te wonen, was zij in al die oefeningen tegenwoordig,
\'t Is gelijk op welke uur van den dag men naar de kapel
ging, bijna altijd trof men er zuster de Martigny aan ,
die, geknield of op haren stok geleund, bezig was met
bidden voor de verlaten zielen des vagevuurs, alsook
voor al degenen die haar gebeden gevraagd hadden. In
één woord, men mag zeggen dat zij een mensch van
gebed en van gansch bijzondere versterving was, dat
zij bad bij dage en bij nachte, ja dat zij al biddende
stierf (1).
Zoo leefde zuster Maria-Dionysia de Martignat; zoo
leven al de nonnen. Zij bidden schier zonder ophouden.
Als men hare kapellen voorbijgaat, is men van een aan-
genaam, ootmoedig, zielroerend en hemelsch gezang om
zoo te spreken getuige. En wat vragen zij alzoo aan God?
Zij smeeken Hem hare fouten te willen vergeven, de
boosheden der menschen te willen kwijtschelden, de
bedroefden te vertroosten, de kranken te versterken, de
zondaai\'s te bekeeren , de rechtveerdigen op hunne wegen
te bewaren.
\'t En is nog niet al. De nonnen houden, zooals wij
gezegd hebben, zich niet tevreden met te bidden, zij
boeten. Niet enkel smeeken zij God dat Hij de schelm-
(1) Levens der eerste moeders, Il boekd. bladz. 150.
-ocr page 336-
332
GESCHIEDENIS
stukken vergeve, zij nemen ze op zich. Zij brengen zich
menige geeselslagen toe, om te voldoen voor dezen die
gezondigd hebben. En *t is om des te beter verhoord te
worden, dat zij zoo ootmoedig, zoo zuiver en zoo god-
vruchtig leven. Met de zonde te bedrijven, zouden zij
vreezen een voorwerp van afkeer te zijn vóór den Heer,
die ongetwijfeld hare verstervingen en hare gebeden niet
gunstig zou aannemen.
Ziedaar hoe men leeft, ziedaar wat men doet in die
kloosters waar de goddelooze met verachting van spreekt,
en waar vele onbezonnen en onverstandige christenen
van zeggen: Waartoe dient dat? Hierin den bliksemaflei-
der gelijk, die bovenop de torens en de kerken geplaatst
wordt om ze tegen noodweer te beschutten, prijken die
geestelijkegemeenten midden in onze steden enonzedorpen
met veilige en indrukmakende gebouwen. Daar worden
de bedroefden vertroost, de zwakken versterkt, de
plichtigen tot boetveerdigheid opgewekt. En niet dan
in den laatsten dag des oordeels zal men weten , hoeveel
onweders, hoeveel straffen door die kloosters zijn
tegenhouden geweest.
Doch de geestelijke dochters van Sinte Chantal
bekommerden zich nog om andere dingen. Niet alleen
stortten zij vurige gebeden, en trachtten zij door hare
zelfopoffering de misdaden der menschen te boeten,
maar zij zorgden ook voor de armen, leerden de
onwetenden , troostten de treurigen, bekeerden de zon-
daars en hielden niet op schoone te spreken, opdat
eenieder haar voorbeeld zou navolgen.
Men zag haar. wel is waar, gelijk op de eerste
dagen van de stichting van Annecy, de straten der
steden niet meer doorkruisen, brood, kleederen en heel-
plaasters dragende; doch indien het haar niet meer
toegelaten was de armen te gaan vinden, was het haar
eventwel niet verboden in haar klooster de schamele
-ocr page 337-
533
VAN SI.NTE CHANTAL
lièn te ontvangen. Onophoudelijk trof men er, vóór het
traliewerk der spreekkamers, bij geheele benden aan.
Anna-Jacoba Coste ontving ze, zegde hun geen laweit
te maken, en deelde aan ieder van hen brood, vleeseh
en geneesmiddelen zeer vriendelijk uit. Zij was uitermate
behendig om te schooien voor de arme menschen. Als
het gebeurde dat hare bede van de hand gewezen werd ,
dan kwam zij gansch neerslachtig naar Sinte Chantal
geloopen, die haar altijd aanhoorde. Met zelden, om de
verlangens van Anna-Jacoba Coste te voldoen, ging
onze Heilige de zuster huisbezorgster vinden , en haar
smeeken iets of wat voor den arme te willen geven.
« Mijne welbeminde Medezuster, zegde zij alsdan, wees
zoo goed mij, uit liefde van Onzen Heer, \'t een en \'t
ander te behandigen voor den gebreklijdende. » En
dadelijk deed zij zuster Anna-Jacoba de bekomen wel-
daden geworden, met blijdschap uitroepende: dat zij
beter dan zij kon schooien, aangezien men haar dit en
dat voor den arme geschonken had.
Moeder de Chantal wilde niet dat men ooit de
schamele liên ongetroost wegzond. « Ja zeker, mijne
Dochter, antwoordde zij toen men haar den oorlof
vraagde om den noodlijdende te helpen, gij moogt dat
doen, en gij moet dat doen, maar dat hetzij uit liefde
van Onzen Lieven Heer. » Als de huisbezorgster de
bemerkinge maakte dat de kas bijna ledig was, zegde
zij met betrouwen: « Geef maar, altijd geven , gij zult
ondervinden dat, op het einde van het jaar, wij van
overvloed zullen te spreken hebben. » Zij had aan de
toezichtster over het linnen geboden de versleten hemden,
die voor den arme bestemd waren, aan eene zijde te
leggen, opdat zij die eigenhandig zou kunnen herstellen.
Indien men haar had laten gewerden, zou zij volgeern
zelve de oude schoenen der arme menschen gelapt en
getapt hebben.
-ocr page 338-
"54
GESCHIEDENIS
Zeker jaar dat de levensmiddelen zeer duur waren,
riep zij de Zusters bijeen en vroeg haar of zij er iets
tegen hadden dat, ten einde de ellendigen te kunnen
bijstaan , men den vasten bleef onderhouden na Paschen?
Een anderen keer, \'t was tijdens het woeden der pest,
verzocht zij de nonnen zwart brood te willen eten, ten
einde de zieken des te beter te kunnen helpen.
Van Annecy, ging die geest van liefdadigheid tot al
de kloosters van de Orde over. Te Rowaan, hadden de
novicen al hare edelgesteenten, kleinooden, zakuur-
werken samen gebracht, om, tot onderstand van de
behoeftigen, en de zieke menschen te doen dienen.
« O! riep Sinte Chantal over van blijdschap uit, wat al
dankbaarheid ben ik die brave dochters niet verschul-
digd! » Te Ie Puy, waren de Zusters overeen gekomen
dat zij zich in vele dingen zouden versterven, ten einde
de nooddruftigen ter hulpe te komen. Dat besluit ver-
nemende , kustte Sinte Chantal meermaals den brief die
daarvan gewaagde. « Ziedaar, zegde zij, iets dat uit het
hert van eene ware Zuster der Visitatie komt. » Gedurende
verscheidene dagen maakte zij dien brief aan haren
gordel vast, onophoudelijk den Heere smeekende die
edelmoedige geestelijke kinderen te willen zegenen.
In hare liefde tot den arme gingen de Zusters der
Visitatie niet enkel manhaftig, maar ook verstandig te
werk. Niet alleen voorzagen zij in de lichamelijke nood-
wendigheden der behoeftigen , maar eerst en vooral in
hunne geestelijke noodwendigheden. Zij begrepen aller-
best, dat de ziel van een groot getal arme menschen veel
ellendiger dan hun lichaam voorkwam, en daarom
spaarden zij geene moeite om de wonden van die
kwijnende ziel te genezen. « Vele schamele liên, zegde
Anna-Jacoba Coste, die ze goed kende, gaan, onder
voorwendsel van te schooien, voor oprechte landloopers
door, om reden dat zij van niemand willen afhangen. Zij
-ocr page 339-
353
VAN SINTE GHANTAL
hebben noch pastoor noch parochie; zij gehoorzamen
aan niemand. Zij staan aan de deur der kerk , en treden
die nooit binnen. » Annn-Jacoba klaagde daar grootelijks
over bij Sint Franciscus de Sales. « Monseigneur, zegde
zij hem, ik bemerke dat gij in al uwe sermoenen de
aalmoes sterk aanbeveelt; welnu, ik zou wenschen dat gij
op den predikstoel verkondiget, hoe men die ontvangen
moet, hoe men God voor de geschonken weldaad behoort
dankbaar te zijn. » \'t Was om de verlangens van de
brave zuster Anna-Jacoba te voldoen, dat Sint Francis-
cus de Sales het op zich nam de armen in de christelijke
leering dagelijks te onderwijzen. Zuster Anna-Jacoba
woonde die onderwijzingen bij, en zorgde dat diens
toehoorders aandachtig voorkwamen. Na de dood van
Sint Franciscus de Sales, riep zij de armen alle zondagen
bijeen in de spreekkamers der Visitatie, leerde hen den
catechismus, en gaf hun vervolgens eene kleine aalmoes.
Men deed insgelijks te Lyon, te Ie Puy. te Clermont. te
Montferrand, te Turin, en in al de overige kloosters der
Visitatie (1).
Naar het voorbeeld der Zusters huisbezorgsters, die
den onwetenden arme leerden, wisten ook de koorzusters
den aan vele gevaren blootgestelden rijke den weg dei-
deugd te wijzen. Immers men was overtuigd dat de wei-
hebbenden niet zelden zeer nalatig zijn in den dienst van
God, dat zij dikwijls hunne eeuwige belangen uit de oog
verliezen, dat zij zich soms door de bedriegelijke wereld
laten medeslepen en daarom wilde men doen voor hen
wat men deed voor de behoeftigen, \'k versta hen tot het
neerstig kwijten van al hunne plichten allermeest opwek-
ken. Alle zondage dan was er, volgens de begeerte van
Sinte Chantal, in de spreekkamers der Visitatie, vergade-
ring van edele dames en van rijke juffers, die verlangden
(1) Zie die verschillige Handschriftelijke stichtingen. Ook
nog het Leven van Anna-Jacoba Coste.
-ocr page 340-
.>3(i
(.I.SCIMi.lll.MS
over de godvruchtigheid te hooren spreken , die wensch-
ten voortgang in de deugd te doen. In al de kloosters der
Visitatie, woonde men die vergaderingen met gretigheid
bij; overal had men de voldoening te zien dat /.ij veel
goeds tewege brachten. Te Aiineey./.at Sinte Chantal
die godvruchtige bijeenkomsten voor, en, van tien uren
verre, kwam men nieuwsgierigheidshalve er naartoe
geloopen (1). Te Troyes, te Montferrand, waren de
spreekkamers te klein, om al de beroemde personen te
bevatten, die vroegen om met moeder Favre in onderhan-
delinge te treden. l)e dames zegden, dat men haar tot dan
toe de deugd en den weg die er n.iartoe le.dt op eene zoo
strenge wijze had afgeschilderd , dat het niet te verwon-
deren was dat zij zoo weinig godvruchtig voorkwamen (2).
Te Riom, had moeder de Bréehard geen minderen bijval.
De edele mevrouwen, wien zij het nemen van eene gees-
telijke afzondering aanraadde, werden, bij het eindigen
van die zalige oefeningen, in zich zoo groote veranderinge
gewaar, dal zij haar zelven om zoo te zeggen niet meer
kenden. Niet enkel bij de dames en de jonkvrouwen,
maar ook bij de mannen was moeder de Bréchavd, hare
schranderheid van geest en hare taalkennis in acht
genomen, in gansch bijzonder aanzien. Van achter het
traliewerk der spreekkamer, begroette zij in eene schoone
redevoering de voornaamste gemeenteraadsheeren der
stad over den voorspoed huns bestiers, bekeerde de
ketters en bracht eenige kloosterlingen, die van den
rechten weg waren afgedwaald, tot betere gevoelens
weder (3). Te Dijon, stilde moeder Margareta Michel
de gemoederen, en lukte er in alle oneenigheid te doen
ophouden (4). Te Grenobel en te Chambéry, wist de aan-
(1)  Stichting van het klooster van Annecy. Gedenkschrif-
ten
van moederde Cbaugy.
(2)   Lérens der eerste moeders . I boekd. Uadz. 36.
(3)  Levens der eerste moeders , I lioekd. bladz. 212.
(4)  Levens van eenige oversten, bladz. 157.
-ocr page 341-
357
VAN SISTE CIIANTAL
gename moeder de Chalel vele edele dames en deftige
juffers tot zich te trokken, en haar den weg der deugd te
leeren (1). Eindelijk te Tours, hield moeder Ludovica de
la Mardelière niet op de zondaars vriendelijk te verma-
nen, hun de groote waarheden van het Roomsch-Katholiek
geloof vóór oogen te leggen, en had den troost vele
verdoolde schapen tot den echten schapenstal weder te
leiden, \'t Was tot haar, om maar van een voorbeeld te
gewagen, dat Rancé, de beroemde hervormer van la
T rappe, zich wendde, toen bekeerd zijnde, hij begeerde
te weten wie hij voor biechtvader verkiezen zou (2).
De koningen, de koninginnen, de vorsten en de
vorstinnen begaven zich ook naar de spreekkamers der
kloosters van de Visitatie. De twee koninginnen Maria de
Médicis en Anna van Oostenrijk legden van tijd tot tijd
aan moeder de Bréchard, Sint Antoniusvoorgeborgte,
een bezoek af, haar de zaken van het Rijk aanbevelende,
en zeer dikwijls bekenden zij dat de Koning Lodewijk XIII
aan de gebeden van die heilige dochter de sterkte van
zijn leger en deszelfs voorspoed verschuldigd was (3).
De hertog Karel van Lorreinen, die alsdan te Besan^on
verbleef, verklaarde dat nooit iemand hem schooner de
waarheid gezegd had dan moeder Margareta Michel, en
kwam, den geheelen tijd dat hij in die stad woonachtig
was, haar gezettelijk alle acht dagen bezoeken (4). Te
Moulins, trok moeder de Montmorency al de edelste en
de beroemdste personen tot zich, en inzonderheid de
hertogin van Longueville, de koningin Christiana van
Zweden, dochter van Gustaaf-Adolf, en Lodewijk XIV
zelven, die zich aldaar begaf met zijne moeder Anna van
Oostenrijk en met geheel zijn hof (o).
(1)  Levens der eerste moeders, I boekd. Madz. 341.
(2)  Leven van Rancé, door M. de Chateaubriand.
(3)  Levens van eenige oversten, bladz. 91.
(4)   Levens van eenige oversten , hladz. 162.
(5)  Leven van mevrouw de Montmorency, bl. 249-275.
-ocr page 342-
558
geschiedenis
Doch deze die meest van al de koningen en konin-
ginnen, de vorsten en de vorstinnen aanstond, was eene
jonge novice van zeventien jaar oud, die scheen bestemd
te zijn om de grooten der aarde te troosten, evenals
mejuffer de Martignat bestemd was om voor hen te lijden.
Die jonge novice heette in het klooster zuster Ludovica-
Angelica; in de wereld en bij het hof, waar zij veel van
haar had doen spreken , droeg zij den naam van jonk-
vrouw de la Fayette. Iedereen wist dat zij den koning
beminde en door hem bemind was. Gedurende twee
geheele jaren wekte zij, ondanks den kardinaal
Richelieu, die bij het hof veel te zeggen had, Lodewijk
XIII krachtdadig op, om na de kwade tongen niet
te luisteren, en om zich met de deugdzame koningin
te verzoenen, \'t Was eene allerbraafste, allerver-
standigste en allervoorzichtigste mejuffer, die kloek-
moedig van karakter en deftig van manieren voorkwam ,
die niet dan Gods glorie en het welzijn van haren naaste
beoogde en betrachtte, die zich om het geluk van den
koning en de koningin sterk bekommerde, die, tot
welzijn van het Rijk, volgeern haar leven zou ten beste
gegeven hebben; \'t was een mensch van groot geloof,
van gansch bijzondere zuiverheid, van ongemeene
zelfopoffering, van buitengewone verduldigheid, van
overgroote behendigheid en schranderheid van geest,
die de verkeerde inzichten van Richelieu, den machtigen
en doortrapten staatsminister van Lodewijk XIII ont-
dekte , en die daarom in de neuze zat van dien hoogge-
plaatsten man en niet zelden zijne gramschap inliep;
\'t was eene teeihertige jonkvrouw die den koning , mid-
denin zijne beproevingen en zijne neerslachtigheid, tot
troost diende, die hem goeden raad gaf, die hem sterk
aanzette om een godvruchtig en ingekeerd leven te
leiden, en die geene moeite spaarde om hem van veel
onheilen te doen vrijgaan; eindelijk \'t was eene jonge
-ocr page 343-
559
VAN SISTE CHASTAL
dochter die, beu van de ellendige wereld en van derzelver
ijdele grootheden, vurig verlangde om het hof te verlaten
en om zich den Heere toe te wijden, te meer, omdat zij
den ongelukkigen koning zoo wat veel beminde en
vreesde, ofschoon zij alleszins zeer zedig was, van tot
zonde bekoord te worden. Wie ontwaart hier den vinger
Gods niet? Zij, die men meende in de wereld , waar alles
haar toelachtte, te zien verblijven, zegt al met een*
vaarwel aan bloedverwanten en vrienden, om tot nederige
bruid van Jesus Christus, \'k versta tot Zuster der
Visitatie gemaakt te worden! De waarheid van het
aloude spreekwoord: « de mensch wikt, maar God
schikt,
» wordt hier bewezen.
Zoohaast men op het koninklijk hof met het edel-
moedig besluit van mejuffer de la Fayette bekend was,
weergalmde de lucht van droevige kreten. Men kon niet
gelooven dat eene jonge dochter van zeventien jaar oud ,
wie de koning groote genegenheid toedroeg, het nonnen-
kleed zou aantrekken en tusschen vier muren zou gaan
leven en sterven. Het was nogtans zoo. Lodewijk XIII
vooral was van die manhaftige handelwijze allermeest
aangedaan. Toen men hem van wege jonkvrouw de la
Fayette kwam zeggen dat zij hem den oorlof vroeg om
heen te gaan , verzuchtte hij bitterlijk en liet zich, over
van verdriet, op zijn bed nedervallen. « Ach! ongetwij-
feld, riep hij uit, sta ik toe, indien God haar roept, dat
zij vertrekke naar het klooster; haar, hoezeer ik haar
ook bemin, wil ik niet tegenhouden. » En, daar men
aanhield opdat hij haar zoo seffens uit het hof zou laten
afreizen, antwoordde hij gansch bekreten: « Waarom
die haaste? Dat zij nog eenige maanden alhier verblijve;
ik zal weldra naar het leger gaan, en zoo zal mij die
scheidinge minder lastig voorkomen; haar spoedig heen-
gaan ware genoeg om mij de dood aan te doen. »
« Inderdaad ik bemerkte, zegt pater Caussin,
-ocr page 344-
340
GESCHIEDENIS
biechtvader van den koning, dat deze van die onver-
wachte mare diep in de ziel geschokt was en fel aan
\'t krijschen ging. Doch welhaast nam de deugd over die
neerslachtigheid de overhand; en het duurde niet lang
of Lodewijk XIII, die, ofschoon flauw van karakter, zeer
godvruchtig was, gebood mij te gaan zeggen aan
mejuffer de la Fnyette, dat zij dadelijk mocht vertrekken
naar het klooster. » Hier, mceten wij andermaal de
schikkingen des Heeren bewonderen en grootachten. Zie,
zij die gepeisd had van den kant des konings vele
tegenkantinge te ontmoeten, mag nu gerustelijk de
vurige verlangens naars herten voldoen. « Voor geen
goud van de wereld, roept Lodewijk XIII uit, zou ik,
met haar tegenstand te bieden, willen oorzake zijn dat zij
haren roep verlieze. Ongetwijfeld valt het mij hard haar
te zien heengaan; doch de wille Gods moet volbracht
worden. »
Nauwelijks had jufvrouw de la Fayette dien zoo
vurig gewenschten oorlof ontvangen, of zoo seffens
maakte zij gereedschap om het hot te verlaten en zich te
begeven waar God haar riep. Zij ging de koningin
vinden, zegde haar dat, na de eere gehad te hebben van
harestaatsjuffer te zijn, zij het geluk zou hebben van in
de Visitatie aanveerd te worden; dat, zonder van den
i\'oem harer voorvaderen af te wijken, zij een minderen
dienst dan dien van Hare Majesteit niet verkiezen mocht,
en bijgevolg dat zij haar insgelijks vraagde uit het hof te
mogen afreizen, om ten dienste van Maria, de Koningin
van hemel en aarde te staan. Zij was nog bezig met
spreken, toen de koning, gansch bekreten, de kamer
binnentrad. De koningin had ook de tranen in d\'oogen.
Juffer de la Fayette was kloekmoedig genoeg om niet te
krijschen , en toonde, door haar ingekeerd voorkomen ,
dat zij verlangde om de begeerte van haar herte te
voldoen.
-ocr page 345-
341
VAN SISTE CIIANTAL
Het was dan vastgesteld dat jonkvrouw de la
Fayette, huis, bloedverwanten en vrienden vaarwel
zou zeggen, om de bruid van Jesus Christus te
worden. Welnu, zoohaast zij de kamer der koningin
verlaten had, vertrok Lodewijk XIII, over van droef-
heid, naar Versailles, zonder eten of drinken. Hij
was van het heengaan van dat heilig mensch zoo
getroffen, dat hij in gansch bijzondere neerslachtig-
heid verviel, en weigerde zich te verzetten. Juffer
de la Fayette, zij ook, gevoelde haar hert wegsmelten
van bedruktheid, toen zij dacht aan den ongelukkigen
koning wien zij zoo buitengemeene diensten bewezen
had, en van wien zij welhaast zou verplicht zijn haar
afscheid te nemen. Doch, meester van zich zelve,
trappelde zij al die menschelijke beweegredenen onder
de voeten, en ging, sterk begeerig naar het eenzaam
leven, met haast de Visitatie, om er tot novice gemaakt
te worden, binnen.
Ondertusschen liepen de inwoners van Parijs in
groot getal naar het klooster der Visitatie, Sint Antonius-
straat, om er juffer de la Fayette te zien. Nooit had men
van een geestelijken roep zooveel gesproken als van
dezen. Van des anderendaags af, kwam de koningin
hare gewezen staatsjuffer, thans novice der Visitatie
geworden, bezoeken, en, gedurende verscheidene dagen,
was de toeloop van personen, die vroegen om met de
jonge novice te spreken, zoo groot, dat men gedwongen
was een middel te zoeken, om haar van die menigvuldige
en lastige eischen te doen vrij gaan. Enkel liet men toe
aan sommige prinsen en prinsessen, en onder anderen
aan koning Lodewijk XIII, met haar in onderhandelinge
te treden. Op zekeren dag dat deze haar een bezoek
aflegde, smaakte hij gedurende drij uren een gansch
bijzonderen troost, om r^den dat, verre van de jonge
novice lastig te vallen om naar het hof weder te keeren,
II.                                                 SINTE CHANTAI. 22
-ocr page 346-
342
\'.I M Hll.hKMS
hij haar met haar edelmoedig besluit geluk wenschte, en
haar aanzette om naar de stem van God meer en meer
te luisteren. Toen hij heenging, zegde hij aan degenen
die hem vergezelden, dat, gedurende die heilige samen-
spraak met juffer de la Fayette, hij veel geleerd had, en
blijde geweest was te zien, dat zij zoo goed de inzichten
des Heeren beantwoordde. Onder het uitspreken van die
woorden, stortte hij tranen met de macht, en besloot,
gansch van de wereld afgetrokken, in het oefenen der
deugd grooten voortgang te doen.
Vervolgens kwam Lodewijk XIII haar dikwijls
vinden. Hij was over van blijdschap, telkens als hij liet
geluk had met haar van de zaken van God te handelen.
Dat troostte en versterkte hem. Van haren kant spaarde
zuster Ludovica-Angelica geene moeite om hem tot de
verduldigheid op te wekken, om hem te helpen in het
dragen van zijn kruis, en om hem de liefde tot zijne
wettige vrouw, met wie hij zich verzoenen moest,
gedurig aan te prediken. Zij eindigde met de goede
overeenkomst tusschen koning en koningin te wege
te brengen, en iedereen weet dat de geboorte van
Lodewijk XIV het troostelijk gevolg was van hare
vriendelijke bemiddeling.
Tot non gemaakt, scheen Ludovica-Angelica bestemd
te zijn om de vorsten en de vorstinnen te troosten.
Terwijl eenige harer medezusters het zich tot plicht
rekenden de kleinen en de armen te onderwijzen; terwijl
anderen de edele en rijke menschen leerden en bekeer-
den, was het zonneklaar dat zij geroepen was om de
tranen der koningen en der koninginnen af te drogen.
Haar naderden, in de spreekkamer der Visitatie, de
volgende gekroonde hoofden : Lodewijk XIII; Lodewijk
XIV; Karel II, koning van Engeland; Jacobus II, dezes
ongelukkige opvolger; Anna van Oostenrijk; Maria-
Theresia; Hendrika van Engeland, hertogin van Orleans;
-ocr page 347-
VAN S1NTE CHANTAL                                       343
prinses Benedicta, meer gekend onder den naam van
hertogin van Brunswick; niejuffer d\'Aumalle, die latei-
koningin van Portugaal werd uitgeroepen, en voor wie
zij groote genegenheid had; prinses Ludovica, dochter
van den koning van Bohemen en kleindochter van den
koning van Engeland Jacobus I, en een groot getal
andere beroemde personen, die allen verlangden om met
haar te spreken, om reden dat zij sterk van noode
hadden getroost te worden (1).
Wilde ik, dan zou ik een geheelen boek kunnen
schrijven over het bezoek dat koningen en koninginnen,
prinsen en prinsessen aan de liefdadige zuster Ludovica-
Angelica aflegden. Doch, het ware iets overbodigs.
Alleenlijk begeer ik te doen bemerken dat niet enkel
in de spreekkamers der Visitatie, maar zelfs in de
binnenplaatsen der kloosters var. die Orde vele edele
bezoeksters, die de belangen harer ziel behertigden,
aanveerd wierden, ik zeg niet éénmaal, maar verscheidene
keeren gedurende het jaar, te weten dan als zij van zin
waren ofwel van eene geestelijke afzonderinge te nemen,
ofwel van de gewichtige zake haars roeps aandachtig na
te denken. Wat de weldoensters der kloosters betrof, zij
werden, bij toelating van den regel, aanzien om zoo te
zeggen als nonnen der geestelijke gemeente, en mochten
er verblijven zoo lang als zij wilden, vooral als zij de
eenzaamheid zochten om belangrijke kwestion te be-
slissen , om de dood van eenen of anderen harer bloed-
verwanten te betreuren, of ook om hare eigene zonden
te beweenen (2).
De wreede dood van haar welbeminden man, Karel I,
was oorzaak dat de ongelukkige koningin van Engeland,
(1)  Handschriftelijke Annalen van de Visitatie van
Chaillot.
(2)  Costumenboek van de Visitatie, art. III. Antwoorden
van Sinte Chantal,
bladz. 468.
-ocr page 348-
344
GESCHIEDENIS
ook naar een klooster der Visitatie afkwam. Vruchteloos
stelde men gansch bijzondere kamers te haren gebruike
op de Louvre ; zij verkoos de Visitatie van Chaillot, om
te schreien en te lijden. Zij bleef er twaalf jaren wonen,
in het gezelschap van de moeders Lhuillier en de Ia
Fayette, wien zij den naam van goede vriendinnen toe-
kende. Iedereen weet, hoe Bossuet in de lijkrede die hij
deed van de koningin van Engeland, al met eens de twee
pas genoemde moeders zielroerend aanspreekt. « Heilige
geestelijke Dochters van Sint Franciscus de Sales, want
zoo was zij gewoon u te noemen , roept hij uit, gij die
haar zoo dikwijls hebt zien weenen vóór den autaar van
haren eenigen Beschermer, en die, als het den Heere
beliefde haar te troosten, in hare blijdschap deeldet,
maakt ons met de edele gevoelens van haarherte bekend,
en leert ons hoe zij God voor twee gratiën, \'k versta de
gratie van haren roep tot het waar geloof en de gratie van
voor Hem te mogen lijden, wist te bedanken. Ach! hoe
vurig wensche ik dat mijne stem door geheel de wereld
gehoord worde, nu dat ik iets te zeggen heb waar weinige
menschen genoegzaam van overtuigd zijn. Ja, iedereen
mag en moet weten dat de koningin van Engeland, wier
afsterven wij sterk betreuren, eene manhaftige mevrouwe
is geweest, zij, die zich niet alleen verheugde omdat zij
christenmensen was, maar die blijde was, uit liefde van
den gekruisten Jesus, beproevingen op beproevingen te
onderstaan. Zij heeft dat eenvoudig klooster meer dan haar
paleis bemind, omdat zij alhier beter dan ievers begreep,
hoe ijdel al de aardsche grootheden zijn, en Tioe men
enkel behoort bezorgd te wezen om den hemel te
winnen (1). »
Bossuet had nauwelijks die zoo troostelijke en zoo
zielroerende woorden gesproken, of eene andere konin-
(1) Lijkrede van de koningin van Engeland, II deel.
-ocr page 349-
VAN SISTE CHANTAL                                  343
gin van Engeland, eene niet minder ongelukkige weduwe,
de weduwe van Jacobus II, vroeg om in diezelfde Visi-
tatie hare dagen door te brengen, om, temidden van hare
smerten, in die eenzame plaats haren troost te moge;i
zoeken (1). \'t Is nog in de Visitatie van Ghaillot, dat de
koningin Anna van Oostenrijk zich van tijd tot tijd ver-
bergde, om er de ruste van hare ziele te vinden (2). De
jonge koningin Maria-Theresia begaf zich welhaast ook
naar dat kloosterder Visitatie, om er de onverschilligheid,
en, eilaas! de trouwloosheid van Lodewijk XIV te
beschreien (3). \'t Is nog aldaar dat de hertogin van
Nemours, Elisabeth van Vendóme, zich verstak, wanneer
men haar met de dood van haren man, Karel-August van
Savooie, hertog van Nemours, die met zijnen schoon-
broeder lijf om lijf gevochtenhad, bekend had gemaakt(4).
Zij kwam. over van droefheid, aan de deur van dat een-
voudige klooster kloppen, om er aan hare neerslachtig-
heid volle lucht te geven. Zij was vergezeld van hare
twee dochters, die langen tijd bij de Zusters verbleven en
het klooster maar verlieten, toen zij, de eene tot hertogin
van Savooie, en de andere tot koningin van Portugaal
gemaakt werden (o). En die edele en deftige mevrouw de
Hautefort, welke aan de koningin Anna van Oostenrijk ,
de verlaten echtgenoote van Lodewijk XIII, tot troost
diende, en daarom de ongunst van derzelver ministers op
den hals haalde, zoodanig dat zij door Mazarin schande-
lijk werd weggejaagd, waar ging zij de droefheid van
haar hert uitstorten? tenzij in een klooster der Visitatie,
\'k versta in eene plaats die van al die wisselvalligheden
niet te spreken weet. Ja, zij, die gezegd had aan Anna
(1)  Stichting van de Vüitatie van Chaillot.
(2)   Ibid.
(3)  Ibid.
(4)  De eerste moeders der Visitatie: Mejuffer de Martignat
II deel. blad/.. 211).
(5)   Stichting van de Visitatie van Chaillot.
-ocr page 350-
346                                        GESCHIEDENIS
van Oostenrijk, toen zij haar verliet: « Ik verzekere u,
achtbare Koningin, dat, bijaldien ik zooveel voor God
gedaan had als ik voor u heb gedaan, ik eene groote
heilige zijn zou, » ondervond nu door haar eigen zelve,
hoe weinig men op de menschen betrouwen mag,
en hoe men den waren troost bij God alleen behoort te
zoeken (1). Nog wat geduld, en die beroemde hertogin
de Montmorency, welke door den onverzoenbaren Riche-
lieu, in den ouderdom van zes en twintig jaar, tot weduwe
gemaakt werd, zal ook eene schuilplaats vinden in de
Visitatie waar zij in den beginne tranen zal storten met
de macht, om vervolgens, gansch gelaten in den wille
Gods, manhaftig en sterk afgetrokken van de verganke-
lijke wereld voor te komen (2). Duizenden dergelijke
voorbeelden zou ik kunnen aanhalen. Die heilige huizen,
waar vele menschen zoo weinig mede bekend zijn, dienen
tot troost van de godvruchtige zielen, tot rechtveerdig-
makingder zondaars en der zondaressen, en tot stichting
van de gansene samenleving. Daar oefent men de schoon-
ste en de heldhaftigste deugden ; daar werkt men aller-
meest aan de belangrijke zake zijner ziele zaligheid.
Niet enkel verspreidden de geestelijke dochters van
Sinte Chantal de godsvrucht en de liefde tot God onder
de wereldlingen, maar zij trachtten ook dat de oude
talrijke abdijen der zeventiende eeuw in vurigheid
toenamen. De vermaarde abdij van Sinte Catharina van
de Orde van Citeaux, waar Sint Franciscus de Sales
vruchteloos veel voor gedaan had om ze te hervormen,
was, na zijne dood, aan de pogingen der nonnen
der Visitatie hare verbetering verschuldigd (3). In
Rurgonje had de abdij van Onze Vrouwe van Tart,
(1)  Mevrouwde Hautefort, door M. Cousin.
(2)   Leven van mevrouw ie Montmorency. Parijs, 1864,
1 boekd. in-K.
(3)  Leven van moeder de Ballon,
-ocr page 351-
VAS SINTK CIIANTAL                                        347
die tot groote verslapping was overgegaan, het geluk
uit hare vadsigheid te geraken, dank aan de zorge
van moeder Favre, die zich er met twee of drij
Zusters van hare Orde kwam neerzetten (1). Te
Troyes, vroeg men naar de geestelijke kinderen van
Sinte Chantal, om eenige nonnen, op wier gedrag er iels
of wat op te zeggen viel, in vuriger kloosterzusters te
herschappen. De uitval ging de verwachting te boven (2).
Zoo ging het ook te Arles, te Blois, te Cusset, in Auvergne,
te Orleans en te Parijs (3). Het was genoeg dat de
Zusters der Visitatie te voorschijn kwamen, om alle
lafhertigheid te doen staken, om de regels van het
klooster te doen onderhouden. In 1644, toen de eerbied-
weerdige pater Eudes, stichter der zendelingen van
Jesus en van Maria, in de stad Caen een huis voor
dochters, die een slecht leven geleid hadden, opende,
tot wie nam hij zijnen toevlucht om de nonnen te
vormen die dat huis zouden bestieren? tenzij tot de
deugdzame en schrandere Zusters der Visitatie. Vijf
harer vertrokken naar Caen, stelden er eenige regels op,
die groote gelijkenis hadden niet die van de Visitatie,
vormden er goede religieuzen, en keerden niet eerder
naar haar klooster weder, dan toen zij" zagen dat de
aanvankelijke geestelijke gemeente wel voorwaarts wilde,
en veel beloofde voor de toekomst. En twintig jaar later,
toen Lodewijk XIV de vermaarde abdij van Port-Koyal
van het Jansenismus begeerde te zuiveren, aan wie
vertrouwde hij die moeilijke zending, waar Bossuet geen
weg mede geweten had, toe? Nogmaals aan de geeste-
lijke dochters van Sint Franciscus de Sales en van Sinte
(1)  De eerste moeders der Visitatie, I boekd. bla\'lz. 40.
(2)  De eerste moeders der Visitatie, 1 boekd. bladz. 57.
(3)  Zie de verschillige Stichtingen dier huizen. Zie insgelijks
de Levens van de weduwen der Visitatie, bladz. 106, en de
Levens der eerste oversten, bladz. 08.
-ocr page 352-
548
GESCHIEDENIS
Chantal. En, indien de uitval beneden derzelver ver-
wachtinge bleef, ten minste hadden zij het geluk te
vernemen dat de nonnen van Port-Royal vastgesteld
hadden tot hare overste niet dan een bekwaam mensch,
die in de dolingen harer medezusters niet deelde, te
verkiezen. Een weinig later, toen Lodewijk XIV, op
verzoek van mevrouw de Maintenon, het koninklijk
huis van Saint-Cyr had gesticht, en de dames van Sainl-
Louis
met deszelfs bestier belast had, was het wederom
tot de Zusters der Visitatie dat hij zijnen toevlucht nam,
om die edele mevrouwen de deugden van haren staat te
leeren.
Ziedaar eenige van de diensten die de Visitatie
bewees aan de zielen en aan de maatschappij, diensten,
welke zij tot den dag van heden niet ophoudt te bewijzen.
In het algemeen gesproken, heeft men maar een verkeerd
gedacht van de nonnen die in een besloten klooster
wonen. Men begrijpt niet, hoe het mogelijk is dat zij
met de wereldlingen in onderhandelinge treden. En
nogtans, hoe talrijk zijn de personen niet die zij, in de
spreekkamers harer huizen, weten te troosten, te ver-
lichten en te versterken? Indien men aan mijn gezegde
twijfelde, dan zou men op de brieven der Visitatie eenen
oogslag behooren te geven, en wel bijzonderlijk op die
van Sinte Chantal. D5a> treft men den wonderbaren en
kostelijken invloed der heiligen op de wereldsche men-
schen aan. Zie,„die deftige moeder de Chantal, welke
alles uit liefde tot\'God vaarwel had gezegd, welke men
sterk gelaakt had, omdat, volgens het babbelen van
velen, zij haar verstand en hare deugden tusschen vier
muren zou begraven, wordt nu de raadgeefster en de
leidster van een groot getal beroemde mannen, ja, van
prinsen en van prinsessen! De bisschoppen gingen haar
vinden, om te weten hoe zij hun bisdom moesten
bestieren; eenige priesters maakten haar met den staat
-ocr page 353-
VAN SINTE CHANTAI.                                      349
hunner conscientie bekend, eenige schrijvers vraagden
haar hunne boekwerken te willen nazien. Bij honderden
beproefde zielen smeeken haar voor haar te willen
bidden, haar middenin hare geestelijke noodwendigheden,
eene hulpveerdige hand te bieden. Evenals de zon die, in
een bosch, al door de takken van de boomen hare stralen
schiet, zoo aangenaam kwam moeder de Chantal achter
het traliewerk van de spreekkamer voor; met de zon in
dees punt nogtans verschillende dat, hare geweldige
bezigheden en hare overgroote briefwisseling in acht
genomen, zij allengskens hare krachten verloor. Omtrent
het jaar 1631, was Sinte Chantal zoo vermoeid en
afgemat van werken , dat zij zich onbekwaam oordeelde
om dien last, die altijd maar vermeerderde, langer te
dragen, en dat zij besloot eene Zusler van de Visitatie tot
hare geheimschrijfster te maken.
God, die de aanvankelijke Visitatie reeds met
zoovele gratiën begunstigd had, was tewege haar eene
nieuwe te verleenen. Hij zou haar eene bekwame en
aangename geschiedenisverhaalster, die ongetwijfeld
hare Orde gansch bijzondere diensten bewijzen zou,
geven. Die Zuster heette in de wereld mejuflfer de
Ghaugy, en heeft te belangrijke rol gespeeld in de
Visitatie, om hier in het donker gelaten te worden.
Zij was uit eene edele familie van Burgonje oor-
spronkelijk. Sint Franciscus de Sales, die op zekeren
dag met haar genoenmaald had bij M. den maarschalk
van Sint-Géran, had geraden wie zij was, en hoe zij
bestond. Toen het nagerecht was opgezet, nam hij eenen
appel uit hettafelbord en behandigde dien aan jonkvrouw
de Chaugy, met den lach op het wezen zeggende: « Ik
weet dat de jonge dochters liefhebsters van de zoetig-
heden zijn. » Dan voegde hij erbij: « Een tijd zal
komen, dat gij het nonnenkleed der Visitatie zult aan-
trekken. » Voorzegging die vele jaren lang scheen niet
-ocr page 354-
3Ü0
GESCIUEDE.MS
te zullen volbracht worden. Begaafd met veel verstand,
vriendelijk van manieren, blijmoedig van karakter,
behendig in \'t spreken en in \'t schrijven, en daarbij
bevallig van gelaat, was mejuffer de Chaugy de wereld,
die haar veel beloofde, sterk genegen. Zij was nog maar
zestien jaar oud, toen zij in het vaderlijk huis eenen
edelen en bekwamen jongeling, die, evenals zij, in de
poëzij en de muziek al zijn verzet vond, bemerkte. Zij
beminde hem; haar vader keurde die verknochtheid
goed. Nog éénen stap, en \'t was gedaan met de voor-
zegging van Sint Franciscus de Sales. Doch God waakte,
en niet dan om mejuffer de Chaugy des te beter tot zich
te trekken, had Hij toegelaten dat zij groote genegenheid
voor de wereld opvatte.
De moeder van jonkvrouw de Chaugy weigerde toe
te stemmen, dat hare dochter met dien rijken jongeling
het huwelijk aanging. Deze vertrok naar het leger en
werd er om het leven gebracht. M. de Chaugy verwis-
selde het tijdelijke met het eeuwige. Dus in de weerdij
van eenige dagen, kwam mejutTer de Chaugy niet dan
hertzeer en pijne tegen. Om wat troost te smaken te
midden van hare neerslachtigheid, en ook om hare
moeder, met wie zij niet goed kon overeenkomen, te
ontvluchten , ging zij eenigen tijd wonen in het klooster
van Paray, bij de eerbiedweerdige Stichtster der Visitatie,
hare moei. Onze Heilige verstond zoo seffens waarom die
jonge juffer zoo buitenmate ontroostbaar voorkwam; zij
wist dat niet enkel de dood van haren vader, maar ook
de dood van den jongeling dien zij bemind had, haar
veel droefheid veroorzaakte, en daarom stelde zij haar
voor, ten einde haar wat verzet te verschaffen, met haar
naar Annecy af te reizen. Het verlangen om van land-
streek te veranderen, de begeerte om hare moeder te
ontvluchten, die haar, tegen haren dank, dwingen wilde
te trouwen met iemand voor wien zij geene genegenheid
-ocr page 355-
.->:; i
VAX SIN\'TE CHANTAI.
had, de blijdschap van in \'t gezelschap van eene zoo
eerbiedweerdige moei, eene reis te mogen doen in
Savooie, zie, dat alles wekte haar op om den voorstel
gretig te aan veerden. IN\'ogtans in den grond van de zake,
was zij van de kloosters afkeerig, en wel van zin nooit
het nonnenkleed aan te trekken.
Zij zelve heeft verteld, wat al moeite zij doen
moest om den dorpel van het klooster van Annecy over
te stappen. Zij riep Sint Joseph aan, opdat niemand zou
bemerkt hebben, hoe verlegen zij was, en, in haar hert,
maakte zij het voornemen in het klooster niet lang te
verblijven. Doch, nauwelijks hadden de Zusters haar
— gezien, of, hoogst voor haar ingenomen , stortten zij
vurige gebeden, opdat het den Heere zou beliefd hebben
haar dat deftig mensch tot medezuster te geven. Moeder
de Chatel was eene van dezen die meest verlangden
zulks te zien gebeuren. « O! zegde zij, indien die jonge
juffer zich teenemaal den Heere opdraagt, zal zij veel tot
Gods glorie werken. » En toen het gebeurde dat zij in
het klooster jonkvrouw de Chaugy bejegende. zegde zij
haai\'zeer vriendelijk: « Wanneer zult gij dan luisteren
naar de stem der gratie? » Mejuffer de Chaugy verhaastte
zich niet. Zij maakte verzen, stelde schoone lofzangen
op, schreef neer de sermoenen die op haar bijzonderen
indruk dede.n, en diende, de schranderheid van haren
geest in acht genomen , de Zusters tot verzet. Doch . te
midden van hare vroolijkheid, docht het haar nu en dan
eene stem te hooren, die haar zegde: Wie van beiden is
beter, de wereld of het klooster? Lastige vraag die niet
zelden in hare ooren klonk en waar zij niet begeerde op
te antwoorden. De zaken stonden alzoo, toen een predi-
kant de lofrede van Sint Pieter en van Sint Pauwel
kwam doen, in het klooster. Met hunne gehoorzaamheid
te prijzen, verhefte hij allermeest zijne stem tegen de
zielen die gedurig wederstaan aan de gratie, en die niet
vreezen de wereld bij God te vergelijken.
-ocr page 356-
352
I.KSCIIIKIILMS
\'t Was de lichtstraal. Mejuffer de Chaugy, diep in
de ziele geschokt, in tranen smeltend, ging zich vóór de
voeten van Sinte Chantal nederwerpen, en verklaarde
haar dat de worsteling gedaan was, en dat zij \'t gewon-
nen gaf. Onze Heilige toonde meer blijdschap clan
verwondering. God had haar met die gesteltenis van
jonkvrouw de Chaugy bekend gemaakt. Doch zij zegde,
dat zij haar had laten gewerden, eerder, dan haar, tegen
haren dank, te dwingen.
Mejuffer de Chaugy trok het nonnenkleed aan in de
maand Mei 1629, zeven jaar na de dood van Sint
Franciscus de Sales, en ontving de namen van Francisca-
Magdalena. Het volgende jaar deed zij hare klooster-
beloften, en \'t was korts nadien dat Sinte Chantal haar
tot hare geheimschrijfster verkoos. Te rekenen van dien
tijd, verliet deze de Stichtster der Visitatie niet meer.
Zij vergezelde haar op hare reizen; zij schreef onder haar
toezicht. Hare twee cellen waren dichtbij elkander.
Alzoo met onze Heilige in de innigste onderhandelinge
getreden; leerlinge van moederde Chatel,die haar,binst
haren proeftijd, tot novicemeesteres gediend had; vol-
gelinge van moeder de Blonay, die later hare overste
werd en hare vriendinne; onderhoorige van al de eerste
moeders der Visitatie, met wie zij naderhand gansih
bijzondere gemeenschap had; gekomen op den oogenbiik
dat de Orde aan \'t groeien en aan \'t bloeien was; won-
derbaar geschikt om alles goed na te zien en wijselijk
teoordeelen, verstond de jonge geheimschrijfster wat
God van haar wilde, en hoe zij bestemd was om al de aan-
gename en heldhaftige daden der Zusters van de Visitatie
te boeken. Het wilde wel lukken, of liever de goddelijke
Voorzienigheid liet toe, dat die jonge non uit de familie
van de beroemdste schrijvers oorspronkelijk was. Zij
had eene ongemeene behendigheid om de zaken te
verhalen, eene buitengewone schranderheid van geest om
-ocr page 357-
3Ü3
VAN SINTK I.IMS\'I VI.
alles goed te vatten en op te stellen. Indien zij bij het
hof van Lodewijk XIV geleefd had, zou zij, in het
geven van verslagen, mevrouw de Sévigné, hare nicht,
geëvenaard hebben. In het gebergte verstoken, in een
klooster verblijvend, zonder met de goede schrijvers en de
vermaarde tijdgenooten in gesprekke te komen, overlast
van bezigheden, en niet dan het welzijn van de geeste-
lijke gemeente vóór oogen hebbend, is het niet te ver-
wonderen dat haar schrijftrant iets of watte wenschen laat,
dat zij wat lang van stijl is, dat zij in hare uitdrukkingen
wat zinnebeeldig en spitsvinnig voorkomt. « Desniet-
tegenstaande mag zij, voor wat de schranderheid van
geest betreft bij mevrouw de Sévigné vergeleken worden.
Evenals deze bezit zij eene levendige verbeeldingskracht,
weet zij gezond te oordeelen, de gebeurtenissen onpar-
tijdig neer te schrijven en allermooist te vertellen. Zij
heeft wel is waar die aangename schertserij niet van de
markgravin, maar zij gaat haar in de godvruchtige wijze
van de dingen mede te deelen te boven (1). »
Zuster de fihaugy had nauwelijks eenige woorden
op het papier geschreven, of Sinte Chantal begreep zoo
seffens, hoe groot de gave was die God aan hare Orde
deed. Overtuigd dat zij maar weinig tijds meer te leven
had, verzamelde de eerbiedweerdige Stichtster met de
grootste zorgvuldigheid al wat met den oorsprong dei-
Visitatie betrek had. Zij wilde dat zuster de Chaugy in
haar werk deelen zou. Nu eens dicteerde zij ver-
scheidene uren lang wat zij te schrijven had; een ande-
ren keer vertelde zij haar vele dingen, en gebood haar
die op te stellen. In al de kloosters die zij bezocht, beval
zij haar aanteekeningen te doen, iets of wat wegens den
oorsprong van ieder klooster in \'t bijzonder te boeken.
Te Annecy, had zij haar opgelegd al de schoone daden
(1) De eerste moeders der Visitatie. Voorrede van M. Ixjde-
wijk Veuillot.
-ocr page 358-
3j4
GESCHIEDENIS
van moeder de Chatel, van moederde Blonay en van veel
andere nonnen, heimelijk neer te schrijven. Wanneer
zuster de Chaugy een verslag van \'t een of \'t ander
gedaan had, ging zij het dragen naar Sinte Chantal, die
het overlas en verbeterde als het noodig was. Dat had,
voor wat de nauwkeurigheid betrot, zijn voordeel; doch,
van een anderen kant, het had zijn nadeel. Immers onze
Heilige wilde niet dat men van haar sprak. Zij schrabde
onbermhertig uit al wat tot hare eere verstrekte. Niet
zelden ook gebood zij aan zuster de Chaugy te knielen ,
zeggende: « Dat is voor uwe straffe, want het betaamt
niet alzoo te spreken van eene zondares, en wacht u wel
van mij nog in het vervolg den minsten lof toe te
zwaaien. » Gelukkiglijk dat dergelijke bevelen niet ver-
plichtend zijn. Hoe meer moeder de Chantal begeerde
onbekend te blijven, hoe meer zuster de Chaugy
wedijverde om de woorden en de werken van onze
Heilige neer te schrijven. Alleenlijk was zij bezorgd om
zich te verbergen, en niet zelden bracht zij, om door de
Zusters niet gade geslagen te worden, geheele nachten over
in \'t opmaken van haie aanteekeningen. Dat kostte baar-
bij na riet verlies van hare oogen. Moederde Chantal, om
die gesteltenis van zuster de Chaugy hoogst bekommerd,
ging een beroemden geneesheer te rade, die effen weg
zegde dat, bijaldien voornoemde Zuster niet ophield te
werken, zij nooit zou genezen en stekeblind zou worden.
Onze Heilige kon hare geheimschrijfster niet missen.
« Mijne Dochter, zegde zij haar op zekeren avond , ik
ondervinde dat de doktor juist oordeelt, maar hoe gedaan,
om uwen dienst niet meer van noode te hebben ? Het is
den Heere bekend. In alle geval, laat ons te zamen
bidden, opdat God ons, middenin de moeilijkheden, ter
hulpe kome. » En dit zeggende maakte Sinte Chantal een
kruisteeken op de zieke oogen van zuster de Chaugy, en
gebood haar te gaan slapen. Nauwelijks was zij inge-
-ocr page 359-
3Ö3
VAN SINTE CIUNTAL
sluimerd, of de heilige Franciscus de Sales, uitgedost in
zijn bisschoppelijk gewaad en schitterend van glorie,
verscheen haar, zeggende: « Mijne Dochter, ik ben van
God gezonden om u te genezen, om dieswille dat gij onze
Orde groote diensten bewijst, en Hij van u nog meer-
dere verwacht. » Die woorden uitgesproken hebbende,
verdween hij dadelijk ; en, o wonder! de Zuster was vol-
komentlijk genezen. Oogenblikkelijk gingenal de nonnen,
Sinte Chantal aan \'t hoofd, naar de kapel, om God voor
die uitstekende weldaad te bedanken (1).
Zuster de Chaugy nam wederom de pen in de hand.
Doch in haar ging de ootmoedigheid met het vernuft
gepaard: nooit wilde zij toelaten dat hare schriften in
\'t licht kwamen (2). Enkel één dezer werd uitgegeven
toen zij nog leefde. Buiten hare wete naar Rome gezon-
den, werd dit handschrift gelezen door de Kardinalen
die, hoogst verwonderd over de groote geleerdheid van
die eenvoudige non, haar, namens den Paus Alexander
VII, oplegden, het ter pers te laten gaan. De overige zijn
verdoken gebleven in de kloosters, waar onze tegenwoor-
dige eeuw, die zoovele dingen aan den dag brengt,
schijnt ze te willen uittrekken.
Ziedaar zuster de Chaugy. Ziedaar de aangename,
geleerde, doch ootmoedige schrijfster van de Visitatie.
(1)   Leven van moeder de Chaugy , 2 boekd. in-12. Oranje,
1839.
(2)   Vele van hare werken zijn nogtans binst haar leven gedrukt
geweest, maar enkel voor de nonnen der Visitatie.
-ocr page 360-
-ocr page 361-
De kostscholen der Visitatie.
iehier nog eenen dienst welken de Visitatie
zou bewijzen aan de zielen en aan de maat-
schappij , en waardoor zij veel lof en eere op
zich zou trekken.
In de kloosters van die Orde vergaderden te dien
tijde een groot getal rijke kinderen, die, onder het bestier
van de geestelijke dochters van Sint Franciscus de Sales
en van Sinte Chantal, er haren geest kwamen vormen,
haar hert en haar geweten.
De oorsprong van die kostscholen komt tamelijk
vreemd voor. \'t Waren de tijdsomstandigheden, veel-
meer dan de wil der heilige Stichters, die ze tot wezen
brachten. Noch de achtbare bisschop van Geneve, noch
dezes eerbiedweerdige medewerkster, hadden ooit
gedacht, om kostscholen in de Visitatie op te richten; zij
weigerden zelfs langen tijd zulks te doen: de stroom
sleepte hen mede. Men sprak toen niet dan van opvoe-
ding. Na den eersten oogenblik van verslagenheid,
veroorzaakt door het getal en de grootheid der geloofs-
verzakingen waar de opstand van Luther gelegenheid
aan gaf, veroorzaakt vooral door de gemakkelijkheid voor
gansche volkeren van verleid te worden, was er boven
de katholieke wereld een lichtstraal opgerezen. Bij de
II.                                                 SINTE CHANTAL 23
-ocr page 362-
358                                           GESCHIEDENIS
schemering van het onweder, begreep men dat de
onwetendheid in de dingen van God de eenigste oorzaak
van al die onheilen was, en dat de goede opvoeding het
eenigste hulpmiddel scheen te zijn daartegen. Iedereen
verstond, hoe noodig het was de jongelingen tot zich te
roepen, hen den weg der deugd te leeren, hen tegen de
dreigende zwarte wolken te beschutten. Van alle kanten
sloeg men hand aan \'t werk om de verderfelijke plannen
der boozen te verijdelen. Men gaat aan\'t stichten van
groote en van kleine seminariën. De Jesuïeten openen
scholen voor de welhebbende kinderen; de Priesters van
het Oratorium, voor de jongens der burgerklas; de
Paters van het Christene Onderwijs, voor de kleinen des
armen volks, \'t Is een algemeene geestdrift. Indien het
tegenwoordige op het spel gezet is, wil men ten minste
het toekomende redden. De heiligen trekken zich de zake
der opvoeding tel ter herte. Sint Carolus Borromeus,
Sint Vincentius a Paulo, Sint Josephus Calasanctius,
M. Olier, de eerbiedweerdige Gesar de Bus, wedijveren
om seminariën, colleges en scholen voor de jonkheden
te openen.
\'t Is dezelfde vurigheid voor de opvoeding der jonge
dochters. Men ziet te gelijk, en tot een en hetzelfde einde,
de volgende geestelijke gemeenten Ie voorschijn komen:
de Zusters van Onze Lieve Vrouwe, die den gelukzaligen
Pieter Fourrier voor stichter hebben; de Zusters van het
Kruis, de Zusters van Sinte Genoveva, de Zusters van
Sint Joseph, de Zusters van de Presentatie, de Zusters
der Christene Scholen, die zich te lande verspreiden en
er voor de arme kinderen kostelooze scholen openen. De
Ursulinnen herleven in de steden, en, met te herleven,
maken zij de Predikheerinnen en de Bernardinen, die
sedert lang de opvoeding der rijke kinderen bezorgden ,
wakker. De oude abdijen zelf, waar de jongste dochters
der beroemdste huisgezinnen hare geleerdheid ontvingen,
weten ook van nieuwe vurigheid te spreken.
..
-ocr page 363-
ö:>9
VAN SI.NTE CHA.NTAL
Men begrijpt lichtelijk dat, middenin eene derge-
lijke geestdrift, alle oogen gevestigd waren op de Visita-
tie, en dat vele moeders verlangden om de opvoeding
harer kinderen aan de geestelijke dochters van Sint
Franciscus de Sales, die wonderwel de plichten van eene
jonkvrouw in de wereld had verstaan en uitgelegd, toe
te vertrouwen. De vurige bewondering van de Inleiding
tot het godvruchtig leven
, bewondering die van dag tot
dag sterk aangroeide, die maakte dat men dien boek in
alle talen overzette, en dat men hem schier tusschen alle
handen vond, ziedaar wat, tegen den dank van den
bisschop van Geneve zei ven, gelegenheid gaf aan het
stichten der kostscholen van de Visitatie. De liefde die
men Sinte Chantal en hare ootmoedige doch verstandige
medezusters toedroeg, hielp ook niet weinig om die
belangrijke kostscholen te doen oprichten. O schoone
zaak! de Inleiding tot het godvruchtig leven zou tot
programma van opvoeding, en de moeders de Chatel,
de la Fayette, de Chaugy en de Blonay, allen uit edele
en rijke familiën afkomstig, tot leermeesteressen dienen.
Is het dan te verwonderen, dat de menschen der zeven-
tiende eeuwdat slag van onderwijs sterk genegen waren?
Ook, nauwelijks had Sint Franciscus de Sales de
eerste huizen van de Visitatie gesticht, of uit alle gewes-
ten schreef men hem, om hem te smeeken er kostgangsters
te willen in aan veerden. De heilige Kerkvoogd wees
in den beginne die vragen van de hand. Hij had reeds
aanzijn plan veranderinge toegebracht: moest hij het
eene tweede maal veranderen? Van eene werkende Orde,
bestemd tot het oppassen der zieken, had hij eene beslo-
ten en beschouwende Orde gemaakt: moest hij deze nu
in eene onderwijzende Orde herscheppen? De deftige
bisschop van Geneve was van dat gevoelen niet. « God
wil niet, schreef hij aan eene overste, dat wij ons met
het onderwijs der dochtertjes bezig houden, maar dat
-ocr page 364-
560                                          GESCHIEDENIS
wij aan de volmaaktheid der mevrouwen en der mejuffers
werken (1). » Sinte Chantal antwoordde in denzelfden zin
aan eenen bisschop: « Monseigneur, naar het schijnt,
verlangt gij dat de nonnen der Visitatie het onderwijs der
kleine kinderen op zich nemen ; dat zouden wij volgeern
doen, Monseigneur, ware het niet dat de regelen van onze
Orde daarmode streden. Nogtans wij zullen de zake
eens goed onderzoeken, en geene moeite sparen om, als
het mogelijk is, u niet tegen te spreken (2). »
Doch, indien de eerbiedweerdige bisschop van
Geneve geweigerd had de deur van zijne kloosters voor
al de kostgangsters, die vroegen om er in aanveerd te
worden, te openen, had hij ze eventwel niet ganschelijk
toegesloten. Hij had toegestaan dat men er eenige
jonge dochters, die van kindsgebeente af genegenheid
gevoelden om non te worden, in ontving, en dat men ze
bleef herbergen, totdat zij oud genoeg waren om te
weten wat er haar te doen stond. Ongetwijfeld
voorzag hij dat hij een grooten last op zich trok.
« Maar, zegde hij met zijne gewone schranderheid
van geest, beter is het eenige rozen te hebben die
prikkelen dan geene rozen hoegenaamd (3).»
Dus, begeerende dat zijn geestelijke hof met rozen
zou voorzien zijn, nam Sint Franciscus de Sales eenige
maatregelen, opdat zij er een goeden geur zouden
verspreiden, en geenszins in des bloemkweekers\' weg
zouden staan. Te dien einde besloot hij in de kloosters
der Visitatie niet dan eenige brave juffertjes, en bij
voorkeur dezen die tot het kloosterleven trek gevoelden
en hoogst godvruchtig voorkwamen, te aan veerden.
Inderdaad, te beginnen met den oorsprong van die
geestelijke gemeenten, bejegent men er kleine kinderen.
(t) Brieven van Sint Franciscus de Sales, 3Ö6 brief.
(2)  Brieven van Sinte Chantal, 50 brief.
(3)   Brieven van Sinte Chantal, 468 brief.
-ocr page 365-
561
VAN S1MTE CHANTAL
In 1610, bij het stichten van het klooster van Annecy,
vergezelt de jonge Francisca mevrouw de Chantal, hare
moeder. Mevrouw Colin, die uit Lyon afreist met
mevrouw de Gouflier, neemt ook hare kleine tienjarige
Anna mede; eene nicht van Sint Franciscus de Sales,
de vijftienjarige Joanna-Maria de la Croix komt die
juffers vinden aldaar; anderen, die het klooster van
Annecy niet bewonen, zooals Claudia-Agnes de la Roche,
gaan het, naar beliefte, in en uit; en moeilijk zou men
een handschrift van de Visitatie aantreffen, waar er niet
te gelijk gewag gemaakt wordt en van de deugdzame en
ingekeerde Zusters, en van derzelver vriendelijke jonge
gezellinnen.
Op zekeren dag, bij voorbeeld, dat Sint Franciscus
de Sales vroeg om te spreken met moeder de Chantal,
kwam deze dicht bij het traliewerk van de kamer der
vreemdelingen slaan, hare kleine welbeminde gezellin
Anna Colin met de hand houdende; want, toen de
Stichtster der Visitatie het geluk had met den achtbaren
bisschop van Geneve in onderhandelinge te treden, had
zij steeds iemand bij zich. Ons beider Heiligen waren
sterk aan \'t praten, en de jonge Anna speelde op den
grond, toen al met eens de deur van de kamer openging,
en men Sint Franciscus de Sales en Sinte Chantal met
de komst van den aartsbisschop van Lyon bekend
maakte. Dadelijk stond de Kerkvoogd van de plaats
waar hij gezeten was op, en ging het Opperhoofd van
de Kerke van Lyon met gansch bijzondere vriendelijk-
heid te gemoet. Terwijl de twee deftige bisschoppen
elkander groote eere bewezen, doet Sinte Chantal teeken
aan de kleine Anna, en toont haar, ze tegen de tralie
verheven houdende, een staaltje van de buitengemeene
ootmoedigheid van Sint Franciscus de Sales.
Een anderen keer dat het moeder de Blonay te
beurt viel met den kerkvoogd van Geneve te klappen in
-ocr page 366-
562
GESCHIEDENIS
de spreekkamer, was zij insgelijks vergezeld van het
jonge kind Anna. Na eenen oogenblik koutens, bemerkte
moeder de Blonay dat er twee deuren wijd open stonden,
en, vreezende dat de bisschop mogelijk daar ongemak
zou van hebben, gaf zij hem desaangaande hare verlegen-
heid te kennen. Sint Franciscus de Sales verhaastte zich
om eene dier deuren toe te doen, doch kwam op zijne
stappen weder, zonder iets verricht te hebben, zeggende:
« Welbeminde Dochter, ik ontware daar bij geheel
hoopen juffertjes die mij zoo vriendelijk aanschouwen,
dat ik den moed niet heb de deur vóór haren neus te
sluiten. » Van die overgroote goedheid fel getroffen,
gebood moeder de Blonay aan de kleine Anna de deur
langs den anderen kant toe te maken (I).
Men treft dan kinderen aan in de Visitatie het jaar
zelf van hai\'e stichting. Ten einde aan die juffertjes al
hare vrijheid te laten, wilde Sint Franciscus de Sales
niet dat zij het nonnenkleed droegen; doch, opdat zij
zich zouden herinneren dat zij mogelijk tot klooster-
zusters zouden gemaakt worden, sneed hij zelt haar een
kleed, dat hall wereldsch en half kloosterlijk voorkwam.
« Mijns dunkens, schreef hij aan moeder de Chatel, zult
gij wél doen met uwe koslgangsters een eenvoudig
kleed, doch geenszins het nonnenkleed te bezorgen;
daarbij zult gij oppassen, dat dit kleed zwart of bruin zij
en van geene versiering te spreken wete; het betaamt
immers dat wij het voorbeeld navolgen van de nonnen
van Saint Pauwel van Milaan, die willen dat hare
kostgangsters eene kleeding, sterk met de hare
verschillend, dragen. Nogtans ik sta toe dat uwe kleinen
op het hoofd meteen sluiertje te voorschijn komen,
(1) Levens van verscheidene eerbiedweerdige moeders van
de Orde der Visitatie,
1 boekd. in-12. Avignon, 1634, bladz. 58.
-ocr page 367-
Öfi3
VAN Sl.NTE CHANTAL
waardoor zij, voor wat het costuum aangaat, gedeeltelijk
de Zusiers van het huis zullen gelijken (1). »
Dat klein costuum werd aan de kinderen, die het
verdiend hadden, plechtiglijk gegeven. Te rekenen van
dien oogenblik gedoogde men, dat zij eenige oefeningen
van de geestelijke gemeente volgden. Zij verzetteden
zich met de Zusters; zij psalmodieerden de vespers
en de completen; zij onderhielden de groote stilzwij-
gendheid in zekere plaatsen van het huis; zij wachtten
zich van wijd en zijd te kijken in de koor en in
den refter, en zij gingen voor jonge nonnen door. Men
bracht aan hare doop- en familienamen nog geene
veranderingen toe; maar men noemde ze reeds de Zus-
ters van het klein habijt.
Gelijk men ziet, is er nog geene kwestie van kost-
scholen; doch men hebbe wat geduld. Welhaast zullen
de kostgangsters in groot getal naar de kloosters der
Visitatie afkomen, \'t Zijn die juffertjes, of, in andere
woorden, die Zusters van het klein habijt welke haarde
deur zullen openen.
Overigens zou men mis zijn te gelooven dat, behalve
de nonnen, er in den beginne in de kloosters der Visita-
tie niet dan Zusters van het klein habijt te vinden waren.
Francisca de Chantal nam dat kleed nooit aan, en mag
alzoo als de eerste en oudste kostgangster der Visitatie
aanzien worden. Anna Colin integendeel droeg het zeer
vroegtijdiglijk. « Moeder de Chantal, zegt een geschied-
schrijver, was die brave juffer allermeest toegedaan; zij
gaf haar het klein habijt, en maakte haar met de verbin-
tenissen van haar voorbereidend kloosterleven bekend.
De jonge Anna, die voor de eerste Zuster van het klein
habijt doorgaat, was een voorbeeld van eenvoudigheid
en van godvruchtigheid (2). »
(1)  Brieven van Sint Franciscus de Sales, 434 brief. —
Sinte Chantal weet die kleeding vollediger te beschrijven, Costu-
menhoek, >>ladz. 28 en 537.
(2)  Levens van de moeders van Avignon, bladz. 58.
-ocr page 368-
364                                          GESCHIEDENIS
Indien Sint Franciscus de Sales en Sintc Chantal
weigelden in den beginne kostgangsters te aanveerden
in de Visitatie, was het uitsluitelijk omdat zij voor moei-
lijkheden vreesden, omdat zij daarin voor de Zusters
eene oorzake van groote verstrooidheden zagen (1). Doch
die vreeze hield allengskens op, en weldra was men
overtuigd dat, zoo er in het openen van kostscholen te
Annecy en elders eenig bezwaar bestond, er toch ook
voor de Orde veel voordeel daarvan te verwachten was.
Inderdaad, eens dat het lastig werk der stichtingen zou
voltrokken zijn, zouden de jonge Zusters alzoo eene
goede gelegenheid aantreffen om haren geest en haar hert
te vormen, om blijken van gansch bijzonderen ijver en
buitengewone zelfopoffering te geven; en verre dat, door
\'t geweld van de bezigheden, zij belet zouden zijn den
weg der volmaaktheid te bewandelen, zouden zij integen-
deel, door \'t zien van die brave juffertjes, sterk opgewekt
zijn om dagelijks meer en meer voortgang in de deugd
te doen. Ook aarzelt de eerbiedweerdige moeder de
Chantal, die vroeger van de kostscholen niet weten
moest, eindelijk niet meer. Zij schrijft aan den aarts-
bisschop van ïarantaise, zeggende: « Monseigneur, wat
de jonge dochters betreft, van wie gij mij gesproken
hebt, ik ben bereid ze als kostgangsters in de kloosters
der Visitatie te aanveerden en uwe verlangens alzoo
teenemaal te voldoen. Alleenlijk verzoek ik u, achtbare
Kerkvoogd, te zorgen dat de juffers die naar de Visitatie
gezonden worden niet al te jong van jaren zijn, doordien
wij ons met de geheel kleine kinderen niet kunnen bezig
houden. In alle geval, wij zullen ons voegen naar uwe
maniere van zien, en naar uwe vaderlijke raden (2). »
Zij wekt omtrent denzelfden tijd moeder de Beaumont
(1) Brieven van moeder de Chaugy. Brieven 14 en 15.
(i) Brieven van Sint Franciscus de Sales. Uitgave Migne,
VI boekd. bladz. 849.
-ocr page 369-
365
VAN S1NTE CHANTAL
op, opdat zij eene kostschool te Pignerol zou stichten {i);
en eindelijk zegt zij aan moeder de Chaugy, te laten weten
aan al de oversten van de huizen der Visitatie, dat zij
gerustelijk al de kostgangsters, die zich aanbieden,
mochten aanveerden (2). Ook in 1635, treft men er in al
de kloosters der Orde aan. En toen het volgende jaar
moeder de Chantal Frankrijk doorkruist, ontwaart zij in
de geestelijke gemeenten van Parijs, van Lyon, Autun ,
Montferrand, Montpellier, Avignon, in één woord,
overal waai zij stil slaat, jonge juffers die haar te gemoet
loopen, en die haar vragen om eenige verzen te mogen
aflezen, en om eenige liedjes te zingen. Overal streelt zij
die, zegent ze, en geeft haar eenige goede raden en eenige
kleine belooningen.
En het getal mejuffers, die in de Visitatie opgevoed
worden, groeit niet alleenlijk aan, maar de aangename
geest van Sint Franciscus de Sales en de kloekmoedige
handelwijze van Sinte Chantal staan om zoo te zeggen op
de aangezichten dier talrijke kinderen te lezen. Zij toonen
door hare manier van doen, hoezeer zij de deugd
beminnen, hoezeer zij zich gelukkig achten in de kloos-
ters der Visitatie een eenvoudig en verborgen leven te
leiden. Te Pont-a-Mousson, onder anderen, verneemt
eene twaalfjarige edele juffer, Anna-Hendrika d\'Harau-
court, niet dan met tegenzin dat hare moeder tewege is
haar naar huis te roepen, om haar, in stede van hare
zieke moei, tot abdis van Sint Pieter te maken. Wat
doet die jonge en vriendelijke dochter? Zij snijdt zich
het hair van \'t hoofd af, en looptin die gesteltenis naar
hare moeder, zeggende: « Dat is eene schoone abdis,
he! voor geen goud van de wereld zou ik willen non zijn
(1)  Omzendbrief van de Zusters van Pignerol, 14 April
1857.
(2)  lirieven van moeder de Chaugy. 14 en 15 brief.
-ocr page 370-
366                                          GESCHIEDENIS
in een klooster waar men, naar het schijnt, van zijn hair
veel werk maakt (1).
Te Montferrand, wordt de twaalfjarige Maria-Sera-
fina de Chanflours, die gewoon was zich voor eenen niet
in gramschap te stellen, een engel van zachtmoedigheid,
niet dan met het leven van Sint Franciscus de Sales aan-
dachtig te overleggen. Als zij op het punt was van kwaad
te worden, deed zij geweld om hare drift in te toornen, en
sprak niet één woord. « Het mag zoet of bitter zijn,
zegde zij, wat men mij toebrengt, steeds zal ik
mij de handelwijze van Sint Franciscus de Sales, die
alles uit de hand des Heeren met liefde aanveerdde,
herinneren, en nooit vergeten dat ik God, zoowel in den
voor- als in den tegenspoed, behoore te loven en te
danken (2). » Te Chambéry, op zekeren dag dat een
hevige wind veel fruit en bijzonderlijk veel schoone
pruimen op den grond geworpen had, zwichtten zich de
kleine kostgangsters, die in den hof aan \'t wandelen
waren, er op te trappelen, verre van die op te eten of
ze te zakken. Sinte Chantal, die alsdan in het klooster
van Chambéry verbleef, was zoo voldaan over het deftige
gedrag dier ingekeerde en verstorven kinderen, dat, tot
belooning harer wijsheid, zij haar dadelijk de lekkerste
en beste pruimen van den gaard deed behandigen (3).
Te Besanoon, gaf jonkvrouw Maria-Glara de Gusanges,
van wie wij reeds gesproken hebben, bijzondere blijken
van ootmoedigheid en van zelfopoffering. Zie, op zekeren
keer dat, t\'huis komende van eene reis naar Gray en
Ghamplitle, er haar, vanwege de Zusters die haar
vergezelschapten, gevraagd wierd wat er haar docht van
al de eere die men haar bewezen had, antwoordde zij
geheel verstandiglijk: « Wat ik daarvan denke. is
(1)  Stichting vanhet klooster van Pont-d-Moitsson, bl. 261.
(2)   Stichtimj van het klooster van Montferrand, bl. 144.
(5) Stichting van het klooster van Chambéry,
-ocr page 371-
367
VAN SINTE CHANTAL
gemakkelijk om te verstaan: \'t is nietigheid en groote
nietigheid. Want, waarom zwaait men mij zoo gansch
bijzonderen lof toe? Is het niet enkel, omdat, mijne
aanzienlijke fortuin in acht genomen, ik twee kloosters
heb helpen stichten te Gray en te Champlitte? Ware ik
van schaapherders\' afkomste, men zou van mij zooveel
niet spreken en zich weinig om mij bekommeren. » En
een anderen dag dat haai- broeder en eenige jonkers,
hare neven, haar een bezoek hadden afgelegd, en haar
met geestdrift vertelden wat al pleizier zij in de wereld-
sche feesten genoten, stond zij, moede van al dien praat
te hooren. al met eens overeind, vergaderde in hare
schort wat zand en wat vaagsel, en kwam dat vóór
hunne voeten uitschudden, zeggende: « Ik weet wat
er van is van uwe vermaken. Ziehier hetgeen zij
weerd zijn! »
Men zou van geen eindigen weten, wilde men al de
aangename woorden bijeenrapen welke uit den mond
van die jonge kostgangsters der Visitatie vloeiden, wilde
men al de eenvoudige gezegden, al de schoone trekken
van zedigheid, van gehoorzaamheid en van heilige
kloekmoedigheid, waar die twaalfjarige kinderen zoo
buitengemeene blijken van gaven, neerschrijven, \'t Zijn
daar de eerste vruchten der Visitatie.
Overigens vormde men er niet alleen het hert, men
vormde er ook den geest, en nergens, laat het ons
bekennen, kon eene jonge dochter beter zijn, ik zeg
niet, om eene groote geleerdheid te bekomen, — daarvan
wisten de vrouwen van dien tijd niet te spreken — maar
om te deelen in die scherpzinnigheid van verstand, in
die aangename manier van praten, in die behendigheid
van opstellen, in die liefhebberij voor de vernuftige
zaken, waar men alsdan zooveel van hield, en die, na
de deugd, wonder helpen om de vrouwe gelukkig te
maken. Ja, dit alles trof men in de Visitatie meer dan
-ocr page 372-
368                                         i;i.s( ihkm.ms
ievers aan. Getuige daarvan al wat de Zusters van die
Orde gezegd en geschreven hebben. « Daar er bij het
stichten van kloosters, dat zijn de woorden van moeder
de Chantal, veel op het papier te stellen staat, was er
onder de eerste Zusters der Visitatie, schier niet ééne,
die niet verplicht was meermaals in den dag de pen in
de hand te nemen. De eenen raapten de schriften van
Sint Franciscus de Sales bijeen, en zagen ze na. Daarin
muntte moeder de la Roche uit. De anderen, zooals
moeder de Bréchard, moeder de Marigny, moeder de
Clermont-JIont-Saint-Jean, en vooral moeder de Chaugy,
die hare medezusters in verstand verre overtrof, gaven
de geschiedenis van de stichtinge der kloosters, of de
godvruchtige levensbeschrijvingen van de Zusters die
het tijdelijke met het eeuwige verwisselden. Men vond
er die zich niet het opmaken van de annalen der Orde
bezig hielden, annalen die zeer weinig gekend zijn, en
die, waren zij onderzocht, veel zouden bijdragen om de
geschiedenis van eene stad en van de beroemde familiën
eener provintie aan den dag te brengen. Eindelijk,
allen, doch vooral de oversten, schreven een aanzienlijk
getal brieven, die nog bewaard worden, en die, te zamen
met al de schriften waar wij van gesproken hebben,
(geschiedenis der stichtingen, levensbeschrijvingen der
Zusters, annalen der kloosters, omzendbrieven der Orde),
kostelijke boekwerken, waar eenieder de grootste achting
voor heeft, uitmaken, en welke men nooit doorloopt
zonder diep in de ziel getroffen te zijn, en zonder sterk
opgewekt te zijn om buitengewonen voortgang in de
deugd te doen.
Wat zal ik hier nog bijvoegen? Zelfs de poézij wist
men in de Visitatie te beminnen en aan te kweeken. Ik
versta de gewijde poëzij, die der lofzangen en der
gedichten ter eere van God. Hierin muntte moeder de
Chatel onder al hare medezusters uit. Zij die, nog jong
-ocr page 373-
.-,fi9
VAN SINTE CHANTAL
zijnde, groote liefhebster geweest was van de rijmkunst,
ging, eens dat zij het nonnenkleed had aangetrokken,
meer dan ooit voor eene ervaren verzenmaakster door.
Zij had nogtans eene mededingster, \'t was moeder
Anna-Maria Rosset, de bespiegelendste, men weet het,
onder al de nonnen der Visitatie, en van wie men zeggen
mocht dat zij, door hare aangename godsvrucht, tot ver-
zet van het geheele klooster diende. Moeder de la Roche,
die allermeest in den Heere verslonden was, gevoelde
ook in zekere oogenblikken, hoezeer zij van noode had
haar hert met zielroerende kerkliederen te verkwikken.
Moeder de Bréchard en moeder Favre wisten ingelijks
nu en dan, vooral op de feestdagen, de geheele geeste-
lijke gemeente met eenige schoone gedichten te
begunstigen.
De tweede nakomelingschap der nonnen van Sinte
Ghantal moest onder dat betrek voor de eerste niet
onderdoen. Vele harer, en inzonderheid moeder de
Chaugy waren gansch bijzondere verzenmaaksters; hierin
muntten ook moeder de Rabutin en zuster Emmanuel-
Philiberta de Monthouz uit. \'t Was aangenaam om
hooren, hoe zij hare medezusters met de zoete rijmkunst
bekend maakten.
Sinte Ghantal stond die liefhebberij van poëet te
spelen sterk voor, verre van ze tegen te spreken. Men
heeft ongetwijfeld nog niet vergeten hoe, nog in de
wereld zijnde, zij steeds de psalmen van David, door Philip
Desportes in verzen gesteld, op zich droeg, en hoe, toen
zij op reize ging, zij die aan haar zadelkleed, ten einde in
staat te zijn ze op weg te zingen, vasthechtte. Tot non
aanveerd, bleef zij de dichtkunst hoogst genegen. Hare
stem was schoon en kloek ; zij zong gelijk eene lijster.
Toen zij van iets fel aangedaan was, vraagde zij aan eene
harer medezusters de gevoelens van haar hert in verzen
te geven. Zij bekommerde zich weinig om den rijmklank,
-ocr page 374-
370
GESCHIEDENIS
en verlangde niets anders dan dat haar gedacht goed
en deftig uitgedrukt zou wezen. Zelfs waagde zij het
soms, doch zelden, zegt moeder de Chaugy, eenige
verzen te maken, en alzoo van tijd tot tijd, namentlijk op
de feestdagen, hare geestelijke kinderen veel verzet te
verschaffen.
Toen de heiligheid met zooveel verdiensten gepaard
ging, de schranderheid van geest met de goedheid des
herten, het gezond verstand met de edelheid der ziel, is
het voorzeker niet te verwonderen dat menige familiën
schoone spraken, opdat hare dochters in de Visitatie ter
school zouden mogen gaan, en niemand zal verbaasd
zijn te hooren dat, reeds vóór de dood van Sinte Chantal,
men schier in al de kloosters der Visitatie kostscholen
aantrof.
Inderdaad in het meeste gedeelte der kloosters van
die Orde ontvingen alsdan niet enkel één of twee dochter-
kens hare opvoeding, maar veel juffertjes wierden daar-
mede begunstigd. Te Annecy, onder anderen, te rekenen
van 16oo, was het klooster reeds door twaalf kostgang-
sters bewoond. Dat blijkt uit een handschrift waar wij
hier eenige volzinnen zullen van neerschrijven.
Wat ik vertellen zal, gebeurde in \'t jaar 1653,
gedurende het conclaaf welk eindigde met de kiezing
van paus Alexander VII, dezen die de pleitzaak der
heiligverklaring van Sint Franciscus de Sales, sedert
dertig jaren onderbroken, weerom in handen nam, en
veel werkte lot verheffing en tot glorie van dien eerbied-
weerdigen bisschop. Zie, de Zusters van Annecy
onderhielden eene novene om eenen Paus te bekomen,
die haren hoogst achtbaren Vader onder het getal der
heiligen zou stellen. Zij vastten te water en te brood; zij
gingen stilzwijgend hare wegen; zij droegen een boet-
kleed ; zij brachten zich vele geeselslagen toe; zij oefen-
den eene gansch bijzondere versterving in den refter; zij
-ocr page 375-
571
VAN S1YTE CHAJiTAL
woonden dagelijks verscheidene missen bij, en gingen
alle dage te communie; zij waren den dag door, om zoo
te zeggen, bezig met bidden, en spraken onophoudelijk
haren deftigen Stichter schoone, opdat hij haar, door
zijne voorbede, zou verkrijgen wat zij ten vurigste
verlangden te zien gebeuren. Lichtelijk kan men verstaan,
dat dergelijk eene vurigheid door God met buitengemeene
gunsten beloond werd, en dat de Zusters der Visitatie de
zoete hoop mochten koesteren — het bleek later — van
het conclaaf te zien eindigen met de benoeming van eenen
Paus, die den bisschop van Geneve heilig verklaren zou.
« Welnu, het geschiedde op zekeren nacht dat eene
Zuster die, tusschen \'t slapen en \'t waken was, al met
eens aan het voeteneinde van haar bed eene groote
klaarte bemerkte, net alsof er iets aan \'t branden zou
geweest zijn. Gij moet weten dat die Zuster den oorlof
bekomen had om, toen zij zich ter ruste begaf, voor hare
oogen een schilderijtje, dat den eerbiedweerdigen bisschop
van Geneve verbeeldde te mogen plaatsen, opdat, bij haar
ontwaken, niet dan met de beeltenis van haar geeste-
lijken Vader te aanschouwen, zij zich diens voorbeelden
en deugden zou herinneren. En \'t was dat schilderijtje,
thans met glans omgeven, waar de Zuster met verwon-
dering op keek.
In diezelfde kamer stonden ook de bedden van
twaalf kleine kostgangsters, welke bij die groote klaarte
wakker schoten, en welke, naar het voorbeeld harer
meesteresse, zich verhaastten om uit het bed op te staan.
Zelfs de jonge nicht van Sint Franciscus de Sales, die
maar vier jaar oud was, liet hooren dat zij geen vaak
meer had, en kwam naar hare medegezellinnen, die
allen voor dat wonderbaar schilderijtje geknield waren,
haastig geloopen. Terwijl dat de Zuster, insgelijks vóór
het portret van Sint Franciscus de Sales geknield,
het met de tranen in d\'oogen aanschouwde, nnderde
-ocr page 376-
572                                          GESCHIEDENIS
het vierjarig kind hare meesteresse, zeggende : « Lieve
Zuster, ik weet waar er van kwestie is; \'t is mijn
brave oom die uit den hemel ons komt verklaren,
dat hij welhaast onder het getal der heiligen zal gesteld
worden; houd dan op van te krijschen, wij zullen
moeder overste met die blijde mare bekend maken. »
En dadelijk kustte dat jonge meisje de beeltenis van
haar achtbaren oom. Er ontstond eene zoo groote
klaarte in de kamer dat het dochterken er eenen rozen-
krans, waar hare meesteresse vruchteloos naar gezocht
had, opraapte, met vreugde uitroepende: « Ziehier, lieve
Meesteresse, den paternoster welken gij verloren hadt;
\'t is mijn beminde oom die u denzelven terugschenkt. »
Alsdan nam de Zuster de nicht van Sint Franciscus de
Sales bij de hand en legde die, uit vreeze dat zij eene
vallinge zou betrapen, weerom te slapen in haar
beddeken. Toen verdween allengskens die klaarte, net
gelijk een vuur dat stilletjes uitgaat (1).
Welk aangenaam schouwspel! Zou men niet denken
aldaar tegenwoordig te zijn?\'t Is eene slaapzaal waar
twaalf kleine kostgangsters haar beddeken hebben. Eene
Zuster is gelast haar te bewaken en te beschermen. De
juffertjes groeten haar met den naam van lieve Mees-
teresse, van welbeminde Zuster. Deze weet, als het
nood doet, streng te zijn, doch bewaart steeds voor
hare leerlingen een moederlijk hert. Ofschoon
zij van dat mirakel sterk aangedaan is, en gansch
bek reten voorkomt, vergeet zij niet te zorgen voor hare
kleinen. Zij ziet toe dat zij geene verkoudheid opdoen,
en, legt ze, na haar een kruisken met wijwater op het
voorhoofd gemaakt te hebben, andermaal in een warm
beddeken te slapen.
(\\) Verzameling van de mirakelen van onzen heiligen
Stichter,
handschrift van H bladzijden, aan de Visitatie van
Dijon toebehoorend.
-ocr page 377-
575
VAN SINTE CHANTAL
Uit de pas aangehaalde oorkonde vernemen wij, dat
het getal kostgangsters, die ten jare 1655 de Visitatie
van Annecy bewoonden, beliep tot twaalf. Andere
handschriften zijn eensom te zeggen.dat, te rekenen
van dien tijd, vele jonge juffers naar de kloosters dei-
Visitatie afkwamen, om er hare opvoeding te ontvangen.
« Het meeste gedeelte onzer huizen aanveerden kost-
gangsters, schrijft in 1664 moeder de Chaugy. In de
kloosters van Rumilly en Chambéry, zijn er gemeenlijk
van twaalf tot vijftien; in dat van Turin, zijn er gemeen-
lijk van twintig tot vijf en twintig (1). Hoe meer de jaren
voorbijvliegen, hoe meer het getal toeneemt, en, vóór
het einde der zeventiende eeuw, zijn de kostscholen der
Visitatie overal volop aan \'t groeien en aan \'t bloeien.
Men stelt voor de juffers kostgangsters der Visitatie
kerkboeken op (2); men schrijft treurspelen voor haar (3).
Welhaast treft men in de wereld, en tot in de rijkste
farailiën, vele gewezen leerlingen van de Visitatie aan.
In de achttiendeeeuw wedijveren de edellieden, om hunne
dochters naar de Visitatie te zenden. Vruchteloos belacht
men de kloosters; vruchteloos spotten Voltaire, Rous-
seau, Diderot, d\'Alembert met eene opvoeding waar
Fénelon, mevrouw de Maintenon, mevrouw de Sévigné
den grootsten lof van spraken, het getal juffers, die naar
de Visitatie ter school gaan, groeit van dag tot dag meer
•en meer aan. Enkel verlaten zij die aangename gestichten,
wanneer zij, te zamen met de Zusters, er in 1792, door
de gevolmachtigden der Fransche dwingelandij, uit
gejaagd worden; doch, na dat vreeselijk tijdstip, treden
(1)  Brieven van moeder de Chaugy, H en 15 brieven.
(2)  Geestelijke oefeningen volgens den geest van Sint
Franciscus de Sales voor de kostgangsters der Visitatie.
Dijon,
b.i Desaint. Derde uitgave, 1756. De tweede was van 1693. De
eerste is bet werk van de eerste moeders dier Orde.
(3)  Bij voorbeeld: het Treurspel van de afreis van Sinte
Chantal.
II.
SINTE CHANTAL 24
-ocr page 378-
574
1,1 S( llll lil.MS
zij, in \'t gezelschap der nonnen, talrijker dan ooit,
andermaal die door God gezegende huizen binnen.
Vanwaar die geestdrift voor de kostscholen der
Visitatie? Dat is omdat, de huiselijke opvoeding daar-
gelaten, die, als zij kan gegeven worden, voor de beste
doorgaat, er voor eene jonge dochter geene opvoeding
zoo eenvoudig, zoo aangenaam en zoo grondig voorkomt
als die der kloosters. Daar, door een gelukkigen samen-
loop van omstandigheden, vindt het kind al wat het
van noode heelt om de vermogens zijner ziel te vol-
maken, \'k versta de middelen om zijnen geest en zijn
hert te vormen, de middelen om zijne onschuld te
bewaren, om verstandig te oordeelen, om vriendelijk en
wijselijk te handelen. Wat een priester is voor den
jongeling, die het zuiver kleed van zijn heilig doopsel
onbezoedeld gedragen heeft, dat is eene non voor de
welopgevoede jonge dochter. Door hare indrukmakende
kleeding, wekt zij die op om haar eerbied toe te dragen;
door haren zielenijver, zet zij die aan om haar te
beminnen; door hare ootmoedige, verstorven en gehoor-
zame levenswijze, tracht zij haar te doen verstaan,
hoezeer het behoort dat niet alleen de priesters en de
nonnen, maar ook alle christenmenschen, in die schoone
deugden uitschijnen. Doch, behalve dat de klooster-
zusters wonder geschikt zijn om de kinderen te onder-
wijzen, zijn hare vreedzame woningen, hare beeltenissen
van heiligen, hare lustige gaarden, hare zielroerende en
aangename zangen, ook zeer bekwaam om de herten
der kostgangsters tot God te keeren. Waar de jonge
dochter zich ook wendt, wordt zij niet dan zedigheid,
dan ingekeerdheid, dan vrede gewaar. Het spreekt van
zelf dat men dergelijk een schouwspel niet bespeurt,
zonder diep in de ziel, vooral als men zoo bitter
jong is, getroffen te zijn. Allengskens wordt het
kind aan dien vrede gewoon, aan die weldoende
-ocr page 379-
573
VAN SI.NTE CIUNTAL
stilzwijgendheid, aan die zoete en zuivere vermaken.
Daar treft de jonge dochter de verergerende beeltenissen,
die haren geest zouden besmetten, niet aan, noch de
slechte boeken, die haar hert zouden bederven, noch de
ondeugende voorbeelden, die haar in het ongeluk zouden
helpen. Het klooster is voor haar een huis waar alles
samenspant om haar van de wereld af te trekken, om
haar de geboden van God en de heilige Kerk te doen
beminnen, en om haar veel verdiensten voor den hemel
te doen vergaderen.
In de kostscholen der nonnen bekomt de jonkvrouw
niet alleen hare geleerdheid, bewaart niet enkel hare
onschuld, maar zij weet er ook van eene blijdschap des
herten, die de wereld niet geven kan, te spreken. Van al
die kloosters en van de kinderen die dezelve bewonen
mag men zeggen, hetgeen Bossuet schreef van de prinses
van Cluves en van het nooit genoeg volprezen gesticht
waar zij hare opvoeding kreeg. « In de eenzame woning
van Sainte-Farc, waar men de wereldsche vreugde niet
kende, waar men de schoonste deugden oefende, waar
men steeds met God en zijne zielezaligheid bezig was,
waar men de voordeden van het wijs bestier der abdis
genoot, bracht de prinses Anna van Gonzaga, in volle
blijdschap, hare jonkheid over (1). »
De wereld weet, dat de onschuld en het waar geluk
inde kloosters te vinden zijn. Ook, hoe meer de tijden
somber en slecht worden, hoe meer de boosheid aangroeit,
hoe meer de goddeloosheid en de zedeloosheid toenemen,
hoe meer ook de jonkvrouwen naar de kostscholen der
Visitatie afkomen, hoe meer de familiën, zelfs de
onchristelijkste, bezorgd zijn om hare kinderen naar die
gestichten te zenden, overtuigd, dat zij daar in veiligheid
zullen zijn tegen al de verergernissen en de driften waar
(1) Lijkrede van de prinses Anna van Gonzaga, !"• deel.
-ocr page 380-
576
GESCHIEDENIS
onze ellendige eeuw ongelukkiglijk schier vol van is.
Ziedaar de reden waarom de opvoeding, die men in de
kloosters geeft, zoo gezocht wordt, waarom men aan de
kostscholen der nonnen zooveel prijs hecht (1).
Ziedaar, hoe het in \'t algemeen met de opvoeding
der mejuffers in de kloosters, en vooral in die der Visita-
tie, gelegen is. In \'t bijzonder heeft elke leerende Orde
iets wat haar eigen is, en waardoor zij den geest en het
heit harer kleinen tracht te vormen en te regelen. Wat
men bij de geestelijke kinderen van Sint Franciscus de
Sales allermeest aantreft, is de eenvoudigheid en de
vriendelijkheid. Inderdaad, men heeft maar naar het
vijfde artikel van den Costumenboek, bladzijde 27, te
luisteren, om zoo seffens daarvan overtuigd te zijn.
« Men zal, voor wat de opvoeding belangt, met de kost-
gangsters geheel eenvoudig te werke gaan, en men zal
opletten om haar steeds vriendelijk en beleefd voor te
komen (2). » Dat is het eenigste woord welk door Sinte
Ghantal over de opvoeding der mejuffers in de kloosters
der Visitatie geschreven is geweest. Schoone woorden
voorwaar! die toonen wat een zachtmoedig, aangenaam
en verstandig mensch moeder de Chantal was. Wilt gij
nu met den geest der kostscholen der Visitatie volkoment-
lijk bekend gemaakt zijn, dan behoort gij nog te weten,
(1)  De genegenheid van het volk voor de kostscholen der Visi-
ta<ie is zoo groot, en de kinderen die er naartoe komen zijn zoo
aanzienlijk in getal, dat uit vreeze van tegen de inzichten van Sint
Franciscus de Sales te handelen, men geradig geoordeeld heelt
Zijne Heiligheid Pius IX daarvan kennis te geven. Welnu, verre
van het onderwijs der Zusters van de Visitatie af te keuren, verlangt
de Paus dat hare kostscholen meer en meer groeien en bloeien, om
reden dat het welzijn der Kerk zulks vereischt, en dat zulks geens-
zins strijdt met de plannen van den deftigen bisschop van Geneve,
die, ware hij nog in \'t leven, er ongetwijfeld vele zou oprichten
tot glorie van God en tot zaligheid der zielen.
(Omzendbrief van de Zusters van Pignerol, 14 April 1857.)
(2)  Costumenboek. artikel V, bladz. 27.
-ocr page 381-
577
VAN S1NTE CHANTAL
wat men de kostgangsters dier Orde gedurig vóór oogen
stelde. Ziehier die twee gansch bijzondere regelen:
« Eerst en vooral, zullen zij Onzen Lieven Heer uit
geheel haar hert beminnen, en alles doen uit liefde
van Hem;
» Hare plichten zullen zij getrouwiglijk, blijgeestig,
en met een goed hert volbrengen (1). »
Ziedaar den geest der kostscholen van de Visitatie in
al zijne aangenaamheid, in al zijne vriendelijkheid, \'t Is,
zooals men kan bemerken, de ware geest van Sint Fran-
ciscus de Sales. Immers, in de Visitatie, vormt men
het verstand en het hert der jonge dochters op eene
wijze die niets te wenschen laat, op eene wijze,
die noch van te groote strengheid noch van te groote
uitgestortheid te spreken weet, hetgeen ongetwijfeld de
deftige manier van doen van den beroemden bisschop
van Geneve was.
Men zou daar een voorbeeld moeten van geven,
eerdat wij dit hoofdstuk eindigen; doch, dat zou ons te
verre buiten ons plan brengen. Wij zullen u dan in het
donker laten, achtbare Juffers, die, na de kostscholen
der Visitatie bewoond te hebben, naderhand het geluk
uitmaaktet van uwe ouders en van uwe bloedverwanten,
en die, met de handen vol verdiensten, vroegtijdig uit
dit leven gescheiden zijt. En gij, die ter school gingt bij
de Zusters der Visitatie, en die er vervolgens tot non
gemaakt werdt, gij, zeg ik, die iedereen stichttet door uw
heilig gedrag en die, bij uw zalig afsterven, alle oogen
op u trokt, blijft gij ook in het donker: wij zouden te
veel over u moeten schrijven. Moeder de Chantal vraagt
dat wij op haar al onze aandacht vestigen, en wij stellen
niet dan hare geschiedenis op.
Overigens, wilde men niettemin een voorbeeld van
(1) Costumenboek, bladz. 336.
-ocr page 382-
578                         GESCHIEDENIS VAN SINTE CIIANTAL
die schooneen grondige opvoeding, waar de kostgangsters
der Visitatie mede begunstigd zijn, ontdekken, dan zou
men maar de oogen moeten werpen op de kinderen van Sinte
Chantal zelve. Is moeder de Chantal hunne eerste leer-
meesteres niet geweest? Heeft zij hun niet eerst met den
geest, dien wij tegenwoordig nog in de kostscholen der
Visitatie aantreffen, bekend gemaakt? Niet enkel is men
haar hare kleine Charlotta, dat lieve en engelachtige kind,
verschuldigd, maar ook eene nog beminnelijker dochter,
Maria-Amata, die, hare zedigheid, hare liefde lot haren
man en hare heilige dood in acht genomen, steeds voor
een allerschoonste toonbeeld van godsvrucht zal door-
gaan. Eindelijk is het zij niet, die Francisca en Celsus-
Benignus heeft opgekweekt en opgevoed ? Zie, van eene
wereldsche en hooveerdige dochter, maakt zij eene van
de christelijkste en de beroemdste mevrouwen der zeven-
tiende eeuw; van een waagachtigen, grammoedigen en
onervaren jongeling, maakt zij een zachtnioedigen
christen, een deftigen man, een verstandigen jonker. Hoe
wonderbaar ook de levens en de voorbeelden van de
bovengemelde kostgangsters der Visitatie voorkomen,
zullen wij ons vergenoegen, met alleen de geschiedenis
van de opvoeding der kinderen en der kleinkinderen
van moeder de Chantal te voleindigen.
-ocr page 383-
^rftosfe Hoof&sfuft
Se eerbiedweerdig-e moeder de Chantal houdt
zich, tot haar laatsten snik, met het wel-
zijn harer kinderen en kleinkinderen bezig-.
jet de schriften vanSinte Chantal tedoorloopen,
heeft men een brief ken ontdekt, dat door
onze Heilige, ten jare 1631, geschreven
geweest was aan de gravin de Dalet. Gij moet
weten dat deze, beu zijnde van de wereld, het nonnen-
kleed had aangetrokken in de Visitatie, en dat, korts
nadat zij hare kloostergeloften had uitgesproken , zij de
dood vernam van hare moeder wie zij de zorge van hare
kinderen had toevertrouwd, \'t Was om haar te troosten,
dat moeder de Chantal haar met de volgende woorden
bekend maakte. Ziehier dat briefken:
« Mijne welbeminde Medezuster, ik kom de dood
van uwe moeder te vernemen. Van dat droevig nieuws
ben ik sterk aangedaan geweest, en voorzeker doet dat
overlijden grooten indruk op uw christelijk hert, en niet
dan het gedacht dat het daar de wil van God is, zal
bekwaam zijn u te vertroosten. Waarlijk, teergeliefde
Medezuster, de Heer behandelt u gelijk Hij mij behan-
deld heeft. Zie, schaars had ik mijne kloosterbeloften
uitgesproken, of de dood maaide mijns achtbaren vaders\'
-ocr page 384-
380                                           GESCH1EDK.MS
leven af, en maakte mij sterk verlegen, doordien ik dezen
missen moet die gezegd had voor mijnen zoon en mijne
dochters zorge te dragen. Daarom, het geluk gehad
hebbende van, in onzen eerbiedweerdigen Stichter, een
oprechten vader, een waren trooster en deftigen leidsman
van mijne ziel aan te treffen, oordeele ik, dat gij wél
zult doen, met de raden te volgen die hij mij te dien tijde
gegeven heeft. Gij zult u dan, eerweerde Medezuster, niet
te veel om de zaken van uwe kinderen bekommeren, maar
God laten gewerden, die u de noodige gratiën zal ver-
leenen, om uwe kleinen wijselijk en bedaardelijk te
bestieren (1). »
Niet enkel zou de gravin de Dalet wél doen mei op
de raden van Sint Franciscus de Sales acht te geven, zij
mocht ook gerustelijk die van onze Heilige zelve volgen.
Inderdaad, was er wel ooit iemand die beter dan Sinte
Ghantal den last van dat dubbel moederschap droeg?
Was er wel ooit iemand die de twee familiën, haar door
God toevertrouwd, heiliger en teederlijk bestierde?
Overlast van werk in het klooster, vergeet zij niettemin
hare kinderen en kleinkinderen niet. Zij blijft steeds de
beste, de vriendelijkste, de waakzaamste en de verkleefd-
ste der moeders. Voorwaar mocht zij zeggen aan de
gravin de Dalet: « Doe, naar hetgeen gij in mij gezien of
van mij gehoord hebt. »
Houden wij ons dan eene laatste maal met de
belangen der kinderen en kleinkinderen van Sinte Chan-
tal bezig, en bemerken wij hoe onze Heilige, tot den
laatsten dag van haar leven , het geluk en de zaligheid
harer teergeliefden behertigde.
Eilaas! hare kinderen waren zeer verminderd in
getal. Van de zes vruchten die zij in haren schoot gedra-
gen had, en die, hadde het den Heere beliefd, haar tot
(1) Brieven van Sinte Chantal. Uitgave Migne, bl. 1628.
-ocr page 385-
581
VAN SINTK CHANTAL
troost zouden gediend hebben in haren ouden dag,
bleven er enkel twee over: Celsus-Benignusen Francisca.
Hare twee oudste kinderen waren gestorven in de wiege.
Cbarlotta was uit dit leven gescheiden in den ouderdom
van tien jaren; Maiia-Aniata had, schaars negentien oud,
het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Nog eenige
oogenblikken, en moeder de Chantal zal maar één kind
meer hebben op aarde. Zoo gaat het in de wereld: de
droefheid en het hertzeer vallen den mensch dikwijls
vroeger, dan hij het gemeend had, ten deele.
Francisca, zooals wij hierboven gezegd hebben, had
in 1620 M. de Toulongeon getrouwd. Zij beminde hem,
en was er door bemind. Haar echtgenoot was een rijk
man, een edele jonker, een mensch van groot aanzien,
\'t Was al wat men begeeren kon. Doch, hoe dikwijls gaan
onze billijkste vreugden met pijn en smert niet gepaaid
op de wereld! Reeds had Francisca bij haren man twee
kinderen gewonnen, die beiden, vóór tijd geboren,
vroegtijdig gestorven waren. Zij was tewege een derde
te baren, toen, hare voorgaande pijnen indachtig, zij al
met eens meer dan ooit verlegen en vreesachtig
voorkwam.
De eerbiedweerdige moeder de Chantal had sedert
lang in al de zielsaandoeningen harer dochter gedeeld.
Telkens als deze een kindje ter wereld bracht, liet onze
Heilige hare blijdschap uitschijnen; telkens als Fran-
cisca de vrucht haars lichaams zag sterven, verhaastte
zich de Stichtster der Visitatie aan hare welbeminde
dochter eenige woorden van troost en van onderwerping
aan den wille Gods te zenden. Ditmaal heviger dan ooit
om den gevaarlijken staat van Francisca bekommerd,
liet zij haar weten dat, hoogst begeerig om met haar te
spreken, zij, bij hare terugreis uit Parijs naar Annecj>
langs Alonne, waar M. de Toulongeon zijn kasteel had,
zou afkomen, ten einde haar en haren man een goedendag
-ocr page 386-
582
i.i:si mi in M>
te zeggen (1). Gij kunt oordeelen, of Francisca blijde was
bij het vernemen van dat aangename nieuws, en of zij
gereedschap maakte, om hare teergeliefde moeder met
opene armen te ontvangen! Toen Francisca, die ziek te
bed lag, kennis kreeg dat hare moeder naderde, kleedde
zij zich spoedig aan en kroop, ofschoon zij sedert acht
maanden bevrucht was, haar op hare knieën, zonder dat
men haar beletten kon zulks te doen, tegemoet. Men
vreesde voor ongelukken, en men wilde haar tegenhou-
den; doch \'t was vruchteloos gepoogd. Francisca, die
reeds van dan at\' overtuigd was dat hare moeder voor een
heilig mensen mocht gehouden worden, weigerde anders
dan geknield haar te verwelkomen, te meer, omdat zij
wist, hoezeer de gebeden van Sinte Chantal haar, in de
moeilijke omstandigheid waar zij zich in bevond, helpen
zouden. Onze Heilige, van die handelwijze hoogst aange-
daan, hefte haar op van den grond , en bekwam van God
dat Francisca ditmaal het geluk had eene frissche dochter,
wie men in het doopsel den naam gaf van Gabrièlle, korts
daarna ter wereld te brengen (2).
De eerbiedweerdige moeder de Chantal had sedert
ééne maand het kasteel van Alonne verlaten, toen, bezig
zijnde met een klooster te stichten te Dijon, zij die blijde
mare vernam. Zij dankte God voor die weldaad, en
wenschte oogenblikkelijk hare dochter met dien zegen
des Heeren geluk. Doch hare vreugde was nog veel
grooter, toen, achttien maanden later, zij eenen brief
ontving waarin er geschreven stond dat Francisca, God
zij gelooid ! van een kloeken zoon gelegen was. « Dank
zij duizendmaal den Heere, schreef moeder de Chantal
zoo seffens aan hare dochter, omdat, volgens het zeggen
(1)   Alonne, gelegen op het grondgebied van la Chapelle-sous-
Uchons. op twee mijlen afstands van Montcenis, op drij van
Autun. Alonne is, tenjare 1631, tot graafschap gemaakt geweest.
(2)  Zij was liet, die met Bussy-llabutin het huwelijk aanging.
-ocr page 387-
583
VAN SUITE UIA.NTAL
van uwen neef, gij, zonder veel moeite, een struischen
zoon gebaard hebt. Ik moet u niet schrijven, hoe blijde
ik was zulks te vernemen : gij kent mijn moederlijk hert.
Ik koestere de hope u een bezoek welhaast te kunnen
afleggen, en met u over die gunst des Allerhoogsten
mondelinge te kunnen spreken. Intusschentijd dat de
milde zegening van God steeds over u blijve, en over
uw kind! Doch, opdat zulks geschiede, moet gij, Fran-
cisca, bezorgd zijn om van dag tot dag voortgang in de
deugd te doen. Ja, gij moogt niet vergeten dat gij den
Almachtige groole dankbaarheid, voor al de weldaden
die Hij u doet, verschuldigd zijt. Ik verwacht van u een
briefken: \'t is immers al lang geleden, dat gij mij
geschreven hebt (1). »
Wat Francisca betrof, zij was over van tevreden-
heid. Alles lachte haar toe: de eere, de fortuin , het aan-
zien, de jonge jaren. God, na haar eene vriendelijke
dochter gegund te hebben, schonk haar thans eenen
sterken zoon, die den schoonen naam van haren man
zou voortzetten. Al de smerten van vroeger tijden waren
in de vergetenis geraakt. De toekomst zag er haar uiter-
mate voldoende uit. Meer dan ooit was zij de wereld,
voor wie zij altijd bijzondere genegenheid had gehad,
toegedaan. Gevaarlijk oogenblik waarop er te vreezen is
dat het hoofd ons draaie, en dat de wereld met al hare
ijdelheid ons overmeestere. Ook is het zielroerend om
hooren , hoe Sinte Chantal het tijdelijk, doch vooral het
geestelijk welzijn van hare dochter wijselijk gadeslaat.
Allermeest om de zaligheid van Francisca bekommerd ,
smeekt zij onophoudelijk have medezusters voor haar
teergelietde dochter te willen bidden. Zij zelve bidt
gedurig den Heer, opdat Hij Francisca voor alle onge-
(1) Migne, Nieuwe brieven, !>ladz. 1567. — Die brief is
geschreven in 1627, want er is kwestie daarin van een beleg waar
M. de Toulongeon en Celaus-Benignus deel in namen, en dat beleg
moet ongetwijfeld het beleg van la ïtochülle zijn.
-ocr page 388-
384
GESCHIEDENIS
lukken naar ziel en lichaam zou believen te bewaren. Al
de brieven van onze Heilige eindigen met een postscrip-
tum.
Aan Moederde Chatel, bij voorbeeld, schrijft zij
het volgende: « P. S. Bid en doe bidden voor mijne
wereldsgezinde dochter, zij heeft vele gebeden van
noode. Haar echtgenoot en zij bevinden zich voor den
oogenblik alhier. » Aan moeder de Mouxy: « P. S. Ik
smeeke u, bid en doe bidden voor Francisca , hare gees-
telijke noodwendigheden zijn tamelijk groot. » Aan
moederde Bréchard: « P. S. O! wat heeft onze dochter
sterk van noode dat men voor haar bidde! God overlaadt
haar met allerlei weldaden. Dus, gedenk harer in uwe
gebeden (1). »
En terzelfdertijd dat zij alzoo schoone sprak, opdat
eenieder zou bidden voor hare welbeminde dochter, die
in de wereld aan vele gevaren blootgesteld was, hield
zij niet op haar brieven op brieven te schrijven, ten einde
haar te verlichten, te versterken, en haar de gansch
bijzondere plichten van haren staat vóór oogen te stellen.
« Ik twijfel geenszins, teergeliefde Francisca, schrijft zij
haar, of gij zijt God voor al zijne weldaden hoogst dank-
baar, of gij zijt overtuigd, dat de Heer u zooveel voor-
spoed geeft, niet dan om tot zijne glorie en uwer ziele
zaligheid te werken. Zeg mij, dierbaar Kind, en dat in
de rechtzinnigheid van uw hert, of ik mij jegens uwe
gesteltenis mogelijk niet vergisse, en of gij waarlijk het
geluk des hemels gedurig beijvert en betracht? Want ik
ben nog altijd een weinigske benauwd dat, uwen rijk-
dom en uwe eeretitels ingezien, gij het hoofd in de lucht
sleket, om weinig of niet aan Hem, die u dit alles
geschonken heeft, te denken (2). »
Nauwelijks had Francisca dien brief ontvangen,
of, middenin hare vreugd, toonde zij, door hare onver-
(1)  Uitgave Migne, Nieuwe brieven, bladz. 1121, 1122.
(2)  Uitgave Migne, Nieuwe brieven, bladz. 417.
-ocr page 389-
VAM SI.NTK CHANTAL                                       583
standige manier van oordeelen, dat hare moeder wél
deed met zich om haar allermeest te bekomme-
ren. Zie, Francisca had reeds vier kinderen gebaard,
en was voor de vijfde maal bevrucht, toen het gedacht
van nog veel kinderen te hebben, wien zij mogelijk
geen bestaan volgens hunnen rang zou kunnen verschaf-
fen, haar sterk kwam kwellen. Van den eenen kant was
zij door dat gedurig zwanger zijn belet met de wereld,
waar zij groote genegenheid voor had, om te gaan, en,
van den anderen kant, de oogen op de toekomst slaande,
was zij bevreesd hare kinderen, zoo zij talrijker wierden,
niet voordeelig te kunnen uittrouwen. Doch, waarom
moest Francisca zoo vreezen , zij, die maar twee kinde-
ren meer in \'t leven had, en die, kwame de Heer er haar
nog vele te verleenen, ongetwijfeld in staat zou zijn hun
eene schoone fortuin achter te laten? Die bekoring vond
dan meest hare oorzake in het wereldsch herte van Fran-
cisca , die niet geern t\'huis bleef en altijd maar vroeg om
zich te verzetten, wel te verslaan als het verzet eerlijk
was en tegen God niet streed. Zielroerend is het om
hooren. hoe moederde Chantal haar kind tegen dergelijke
zotte gedachten weet te wapenen, en hoe zij het opwekt
om te doen wat eene christene moeder betaamt; treffend
is het om te vernemen, hoe onze Heilige hare dochter in
den wille Gods leert gelaten te zijn, en hoe zij haar ver-
maant in alle omstandigheden van haar leven op den
Heere, den Gever van alle goed, fel te betrouwen.
« Welbeminde Francisca, schrijft zij haar, uwe gepeizen
staan te veel op geld en eere; daar houdt gij u te veel
mede bezig. Waarom zijt gij bang? zeg het mij rechtuit.
Ach! gij vreest, zoo uwe familie gedurig aangroeit, van
uwe kinderen geen bestaan volgens hunnen rang te
kunnen verschaffen. Wat onnoozele praat is dat! Alzoo
moogt gij niet spreken, mijne Dochter; want gij zoudt u
vóór God, die over uw huwelijk zijn milden zegen zendt.
-ocr page 390-
386
GESC.HlliUENIS
plichtig maken. Laat Hem maar gewerden; Hij is mach-
tig en rijk genoeg, om te zorgen voor de kinderen die
Hij u geeft, \'t Eenigste welk gij betrachten moet is uwe
kinderen den weg der deugd te leeren, en, verre dat gij
om de toekomst behoort bekommerd te zijn, moet gij
vastelijk gelooven dat gij niet dan uw dagelijks brood
van noode hebt. Ja, zoekt eerst en vooral het rijk Gods
en zijne gerechtigheid, en het overige zal u toegeworpen
worden.
» Welnu , beminde Francisca, ontvang met dank-
baarheid en met liefde uit de hand Gods al de kinderen
die Hij u verleenen zal; draag er groote zorg voor; bemin
ze teederlijk en brengt ze op in de vreeze des Heeren,
en gij zult, alzoo doende, ondervinden, dat gij aan niets
zult te kort hebben , ja, dat God, zoo gij uwe kinderen
christelijk opvoedt, de tijdelijke belangen van u en uwe
kinderen sterk zal gadeslaan en behertigen.
» Geloof mij, dierbare Dochter, gij hebt veel te
verwachten van God, als gij Hem wél dient, als gij zijne
geboden goed onderhoudt, als gij u van de wereld en
hare ijdelheden aftrekt, als gij met uwen man vreedzaam
leeft, als gij uwe kinderen van jongs af naar behooren
onderwijst en vermaant, als gij de wegen van uw huis
zorgvuldig naziet, in één woord, als gij leeft voor den
hemel. Doe dat, en gij zult gelukkig wezen (1). »
Die zoo wijze en zoo krachtige raden van moeder
de Ghantal waren hare eenige en welbeminde dochter des
te noodzakelijker, daar deze door God met alle slag van
weldaden overladen werd, en zij meer en meer gevaar
liep van door de bekuorlijke vreugden der wereld betoo-
verd te worden. Zie, zij, die haren rnan zoo sterk
beminde, was over van blijdschap, telkens als zij hoorde
dat men hem bijzondere eere zou aandoen. Welnu, toen
(1) Uitgave Migne, Xieuwe brieven, bladz. 12ot.
-ocr page 391-
387
VA.N SINTE HU5T.il.
zij vernam dat de graaf de Toulongeon, haar echtgenoot,
tot belooning van bewezen diensten aan het vaderland ,
tot gouverneur van I\'ignerol, ja zelfs tot maarschalk van
Frankrijk zou gemaakt worden, bezat zij bijna zich
zelve niet meer van danige tevredenheid. Nauwelijks had
moeder de Chantal van die blijde mare kennis gekregen,
of zij verhaastte zich om hare dochter met de eeretitels
van haren gemaal geluk te wenschen ; doch, vreezende
dat Francisca zich met die wereldsche grootheden moge-
lijk zoo wat veel zou ophouden, en hierdoor zou opge-
wekt zijn om hare plichten van christenmensch allengs-
kens te verzuimen, laat zij haar weten dat zij zich meer
met de belangen van hare ziel dan met die van dat
vergankelijke leven moet bekommeren.
« Mij is er ter kennis gebracht geweest, teergeliefde
Dochter, schrijft zij haar, dat gij hoogst gelukkig zijt,
dat gij den voorspoed drinkt met groote teugen, dat gij
roemt op de eeretitels van uwen echtgenoot, in één
woord, dat gij het toppunt der aardsche glorie meent
bereikt te hebben. Dat dergelijk een nieuws aangenaam
is om hooren, vooral aan eene moeder, moet ik u niet
zeggen; maar hetgeen ik u begeere te zeggen is dat,
middenin uw geluk, gij u steeds behoort te herinneren
dat alle voorspoed van God komt, en diensvolgens dat
gij Hem fel bedanken moet voor al de weldaden die Hij
u gedurig verleent. U maak ik ook indachtig, hoezeer gij
verplicht zijt u te zwichten van den hoogmoed, hoezeer
gij de deugd van ootmoedigheid moet hoogschatten en
Dezen, wien gij alles verschuldigd zijt, voornamentlijk
behoort te beminnen. Wil insgelijks nooit vergeten,
dierbare Francisca, hoe vergankelijk al het geld en het
goed van de wereld is, hoe onbeduidend hare eere is,
hoe verachtelijk hare zotte vreugden zijn, en daarom,
hecht u aan God alleen, die uw welvaren voor den tijd
en voor de eeuwigheid moet uitmaken. Het is u bekend ,
-ocr page 392-
388                                          GESCHIEDENIS
beminde Dochter, hoe ik u van jongs af de deugd heb
leeren waardeeren, hoe bezorgd ik geweest ben om u de
vreeze des Heeren vroegtijdig in te planten, en hoe, te
beginnen van uw jeugdigen ouderdom, ik alles heb
aangewend, om u de geboden van God stiptelijk te doen
onderhouden. Zeg mij nu, lieve Francisca, hoe het met
uwe conscientie gelegen is, of gij u moeite geeft, om van
dag tot dag voortgang in de deugd te doen. »
En na eenige woorden gesproken te hebben over de
liefde, den eerbied en de gehoorzaamheid die zij aan
haren man verschuldigd is, voegt moeder de Ghantal
er bij: « Pas op, mijne Dochter, dat de ijdele goederen
der wereld en de luister der eeretitels u niet verblinden.
Men heelt mij laten weten , dat gij niet zelden met de
handelwijze van sommige menschen lacht en spot. Ach!
wil u aan dergelijk eene uitzinnige manier van u te
gedragen niet gewennen; integendeel, wees bezorgd om
door uwe christene zedigheid en aangename gesprekken
eenieder tot u te winnen. Het schertsen betaamt eene
mevrouwe van uwen rang en uwen ouderdom niet. Tracht
door uwe beleefdheid en gedienstigheid vele verdiensten
voor den hemel te vergaderen, en zwicht u altijd van u
boven de anderen te willen verheffen. Ziedaar de raden
die uwe moeder, omdat zij u bemint en vurig verlangt u
gelukkig te zien, u geelt. »
Al die schoone en welgemeende woorden, geven,
naar ons oordeel, eene ware moeder te kennen. Hier stort
Sinte Chantal geheel haar hert uit, en, in weerwil van
al den lof welken men hare dochter toezwaait, houdt zij
niet op haar tegen de gevaren van de bedorvene wereld
te wapenen, haar te zeggen dat zij niet dan Gods glorie
en de zaligheid van hare ziel moet beoogen en betrachten.
Dat heet christene moeder zijn. Ja, zoek mij iemand die
meer dan Sinte Chantal begrepen heeft, dat men zijne
kinderen enkel om God behoort lief te hebben, dat men
*
-ocr page 393-
r
VAN SINTE CJHNr.VI.                                         589
ze alleenlijk voor den hemel verplicht is op te kweeken
en op te voeden. Ongetwijfeld treft men maar zelden
zulke deftige mevrouwen aan.
Hoezeer moeder de Ghantal hare kinderen en
kleinkinderen om God beminde, hoezeer zij hun
geestelijk welzijn, doch ook hun lichamelijk welvaren
behertigde, blijkt zonneklaar uit de mirakelen die zij,
doorde macht Gods, deed ten voordeele van hare teerge-
liefden. Zie, in 1622, zooals wij reeds hierboven gezegd
hebben, kruipt de zwangere en zieke Francisca op hare
knieën hare eerbiedweerdige moeder te gemoet, en
bekomt van haarde verzekering dat, spijts hare twee
ongelukkige misvallen, zij ditmaal haar kind gave en
gezond zou ter wereld brengen. Nauwelijks was er ééne
maand verloopen sedert dat moeder de Chantal den zegen
van God over hare dochter en haar kind gevraagd had ,
of Francisca baarde een meisje wie zij in het doopsel den
naam van Gabriëlle deed geven. Later, toen Francisca
om de flauwe gezondheid van haren zoon fel bekommerd
was, gebood zij dikwijls hem naar moeder de Ghantal
te dragen, « opdat deze, zegde zij, die mij van den
Heere eene dochter bekomen heeft, mij ook het leven van
mijnen zoon zou gelieven te bewaren (1). » En nader-
hand, toen in 1636, die welbeminde zoon op \'t sterven
lag, en maar eenige uren meer scheen te zullen leven, wat
deed de hoogst beproefde Francisca ? Zij rijdt met de
koets recht naar Autun, waar de achtbare Stichtster der
Visitatie alsdan verblijvende was, en schaars heeft zij
hare moeder ontwaard, of zij smeekt haar, met de
tranen in d\'oogen, dadelijk naar Alonne te willen afko-
men , en haren zoon, die in doodsgevaar was, te willen
genezen. Moet ik u zeggen, beminde Lezer, dat het
moederlijk hert van Sinte Chantal brak, bij het ver-
(1) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 179.
II.
                                                 SINTE CHANTAL 25
I
-ocr page 394-
590
GESr.HIEDr.MIS
nemen van die pijnlijke mare? Zult gij verwonderd zijn
te hooren, dat zij zoo seffens de verlangens van hare
bekreten dochter voldeed? Neen, voorwaar. En, als ik u
zal verklaren dat moeder de Chantal, niet dan met op
het voorhoofd van haren kleinzoon het kruisteeken te
maken, dezes volkomene genezing tewege bracht, zult
gij u daar meer over verbaasd toonen ? Ook al niet. Gij
begrijpt immers dat God zijn behagen vindt, met zijne
heiligen te verheerlijken, dat Hij ook aan sommige brave
menschen, reeds van op de aarde, nu en dan toestaat
in zijnen aanbiddelijken Naam groote en ongemeene
dingen te verrichten.
Terwijl de eerbiedweerdige moeder de Chantal
geene moeite spaarde, om Francisca tot het oefenen der
deugd allermeest aan te zetten, vergat zij Celsus-Benig-
nus niet. Zij had het geluk gehad hem eene brave echt-
genoote te bezorgen. Behalve dat zij van grooten huize
was en welgemanierd voorkwam, scheen Maria de
Goulanges uit in diepe godsvrucht, in buitengewone
zachtmoedigheid en in gansch bijzondere vriendelijkheid,
hetgeen niet weinig hielp om van haar eene volmaakte
huisvrouw te maken. Ook droeg de deftige moeder de Chan-
tal Maria de Coulanges veel genegenheid toe, en hield
niet op God tel te bedanken, omdat Hij die tot gemalin aan
haren zoon gegeven had (1). Schier zonder tusschenpoos.
Iaat zij voor hare schoondochter de teedersteen christelijk-
ste liefde blijken. « Ik verlange sterk, schrijft zij aan de
moeder van Maria de Coulanges, om te weten hoe het
gaat met mijne vriendelijke en welbeminde schoondoch-
ter. Wees wél verzekerd, achtbare Mevrouwe, dat ik
haar hoogst genegen ben, en dat ik den Heere vurig bid,
opdat, zwanger als zij is, zij het kind, welk zij in haren
schoot draagt, zonder ongelukken zou mogen ter wereld
(1) Brieven aan Mgr Frémyot.
-ocr page 395-
591
VAN SI.NTE CHANTAL
brengen. » En, wanneer men haar kenbaar maakt dat
hare kleindochter, na hare geboorte, slechts eenige
oogenblikken geleefd heeft, weet zij de jonge moeder
met de zielroerendste woorden te troosten en op te
beuren. « Dierbare Maria, schrijft zij haar, loof endank
God, omdat Hij uwe kleine tot Zich geroepen heeft en
haar den hemel, waar zij in der eeuwigheid voor hare
ouders bidden zal, heeft gegeven. Denk, dat het groot-
ste geluk uw dochterken ten deele is gevallen, en troost
u met het gedacht dat de Heere, in zijne goedheid, u wel
een ander kindje gunnen zal. Steeds moogt gij op
mij, die altijd bereid ben om u te helpen, rekenen. Ik
weet dat gij voor den oogenblik zeer droefgeestig zijt, en
dat kan ik gemakkelijk verstaan; doch , droog stilletjes
uwe tranen af, en onderwerp u aan den wille des
Heeren die u beproeft, om dieswille dat Hij u bemint.
Zorg voor uwe gezondheid, en koester de zoete hoop
van welhaast, als het God belieft, een ander kindje te
baren (1). »
En toen dat andere kindje stond om het licht te
zien, neemt onze Heilige andermaal de pen in de hand,
om de moeder van hare schoondochter met die zoete
verwachtinge geluk te wenschen. « Gedurig smeek ik
den Heer, schrijft zij haar, dat het Hem believen zou
uwe dochter voor alle ongelukken te bewaren, en haar
met een voldoende kinderbed te begunstigen. U zeggen,
achtbare Mevrouwe, hoezeer ik de gemalin van mijnen
zoon genegen ben, kan ik niet. Immers ik bemin haar
op eene gansch bijzondere manier, en verlange vuriglijk
haar om God nog meer en meer te beminnen. Ik groete
u vriendelijk in den Heer, deftige Mevrouwe, en verzoek
u mijner te gedenken in uwe gebeden (2). »
Gij moet al de brieven lezen die Sinte Chantal
(1)  Brieven van moeder de Chantal, (\'UI In-iel\'.
(2)  Brieven van moeder de Chantal, CIV briel.
-ocr page 396-
392
GESCHIEDENIS
schreef aan Mijnheer en Mevrouwe de Coulanges, zoo
gij u een gedacht wilt maken van de christene liefde
waar onze Heilige mede bezield was. Steeds geeft zij hun
te kennen, hoezeer zij het lichamelijk, doch vooral het
geestelijk welzijn van hunne dochter beoogt en betracht,
en schier zonder tusschenpoos bedankt zij hen voor de
diensten die zij aan Celsus-Benignus, hunnen schoon-
zoon, bewijzen.
Echter maakte Celsus-Benignus, op wiens gedrag
er veel te zeggen viel, de verlegenheid van geheel zijne
familie, en vooral van zijne deftige moeder uit. Hij was,
wel is waar, een getrouwe echtgenoot, een dankbare en
eerbiedige schoonzoon, een alleszins vernuftige jonker,
maar hij had vele fouten waar hij ongelukkiglijk geen
acht op sloeg. Zijne spotzucht, zijne ruwheid, zijn waag-
ziek karakter, zijne gevaarlijke vriendschappen, waren
oorzaak dat hij dikwijls lijf om lijf vocht, dat hij meer-
maals, ten nadeele van zijne ziel, het leed hem aange-
daan, in het bloed van zijnen tegenstrever zocht te
wreken. Ongelukkige drift, die veel tranen kostte aan
zijne achtbare moeder, en die hem niet zelden aan groote
straffen, vooral onder het bestier van den machtigen
minister de Richelieu, blootstelde.
Een van die tweestrijden maakte dat men veel van
hem sprak. Zie, Celsus-Benignus had, te zamen met
zijne jonge vrouw en de geheele familie de Coulanges,
op Paaschdag juist gecommuniceerd in zijne parochie-
kerk , toen een volgdienaar den tempel Gods binnentrad,
en hem kwam zeggen dat Boutteville de Montmorency,
zijn vriend, hem wachtte aan Sint Antonius\' poort, en zijne
hulp tegen Pont-Gibaud, van het huis Lude, inriep.
Met die mare bekommerd, verlaat Celsus-Benignus na
eenige stonden biddens de kerk, en loopt, ofschoon hij
niet dan fluweelen schoenen aanhad, recht naar de aan-
gewezene plaats, en dia" r gekomen zijnde, vecht hij gelijk
-ocr page 397-
593
VAN SINTE CHANTAL
een leeuw tegen den tegenkanter van zijnen vriend. Lichte-
lijk kan men begrijpen, dat zulke handelwijze door
iedereen sterk gelaakt werd, en dat Celsus-Benignus voor
eenen verergernisgever doorging. De kanselredenaars
spraken met verontvveerdiging van die euveldaad in
hunne sermoenen; de koning was over die manier van
doen van Celsus-Benignus buitenmate verbitterd, en
dezen bleef niets anders over dan haastig uit Parijs naar
Burgonje, alwaar hij op het kasteel van Alonne, bij
zijnen schoonbroeder, M. de Toulongeon geherbergd
werd, te vluchten. Korts daarna, keerde hij weder naar
Parijs, en welhaast ook naar het hof, waar de koning
scheen nog niet vergeten te hebben, dat men zijne wetten
zoo stoutelijk had overtreden. Gelukkiglijk dat hij den
koning wist tot zich te winnen en hem veel schoone
beloften deed, zoo niet zou hij groot gevaar geloopen
hebben van sterk gestraft te worden.
Lukte hij erin tot zijn gevoelen den koning te over-
halen, hij vond in den minister de Richelieu een strengen
rechter. Deze bemerkende dat des Rijks\' wetten onder de
voeten getrappeld waren, en dat het edelste en kostelijk-
ste bloed des Lands zonder voordeel voor Frankrijk in
rampzalige tweegevechten gestort werd, besloot met die
buitensporigheden gedaan te maken en aan eenige stoute
mannen \'t hootd af te houwen. Diensvolgens gebood hij
Boutteville de Montmorency in hechtenis te nemen, en
hem met de dood te straffen. Al de vrienden van den
vrij heer de Chantal vreesden dadelijk hem insgelijks
ongelukkig te zien varen. « De kardinaal de Richelieu,
zegt Bussy, die bevolen had Boutteville de Montmorency
te onthalzen, en wien Celsus-Benignus, om reden dat
hij zich aan eene gelijke misdaad had plichtig gemaakt,
hatelijk voorkwam, had aan den koning te kennen
gegeven dat M. de Chantal de groote vriend van Boutte-
ville de Montmorency was. Doch, daar hij gewaar wierd
-ocr page 398-
394                                           GESCHIEDENIS
dat de koning tot bedaardheid gekomen was, en dat, het
schelmstuk van voornoemden vrijheer uil de oog verlie-
zende , hij hem zelfs eenige genegenheid toedroeg, zegde
hij hem dat M. de Chantal een oproerige mensch was,
dat hij alleman belachtte en bespotte. De koning school
andermaal in gramschap, en stelde vast alle vriendelijke
betrekkingen met Celsus-Benignus te staken, ja, hem te
haten en te straffen (1). »
Gemakkelijk kan men verstaan, hoe groot de ver-
legenheid van Sinte Chantal was in dergelijke pijnlijke
omstandigheden. Doch hare kloekmoedigheid was nog
grooter dan hare droefheid. « Toen men haar liet weten.
zegt moeder de Marigny, dat M. Boutteville de Mont-
morency en M. de la Chapelle, om reden dat zij lijf om
lijf gevochten hadden, op bevel van den koning, ont-
hoofd geweest waren, maakte onze Heilige gereedschap
om naar Frankrijk af te reizen, overtuigd dat, bijaldien
haar zoon om zijn vechten insgelijks ter dood veroordeeld
weid, men haar zou toestaan hem te troosten en tot leed-
wezen over zijne fouten krachtdadig op te wekken.
Ofschoon zij wist dat haar moederlijk hert zou breken bij
het vervullen van dien harden plicht, was zij nogtans van
zin haren zoon tot zijn laatsten snik bij te blijven, en hem
het betrouwen op God, die den berouwhebbenden zondaar
niet verstoot, gedurig aan te prediken. Gelukkiglijk dat
de zaken een beteren uitval hadden, en dat zij zich
niet genoodzaakt vond die droevige maatregels te
nemen (2). »
Want zie, tegen alle verwachtinge, werd er wel-
haast van de euveldaad van Celsus-Benignus niet meer
gesproken. Immers men hoorde al met eens zeggen dat
(1)  Bussy, Handschriftelijke geslachtsrehening.
(2)  Tweede handschrift van moeder Ludovica-Dorothea de
Marigny. Pleitzaak van zaligverklaring, II boekd. bladz. 978. Zie
ook het handschrift van moeder de la Croix, id., bladz. 516.
-ocr page 399-
VAM SISTE CHANTAL                                       395
de Engelschen, ten einde de protestanten van la Rochelle
ter hulpe te komen, tewege waren voet aan de kusten
van Frankrijk te zetten , en dat, om zulks niet te laten
gebeuren, dezes krijgsvolk onder bet geleide van den
markgraaf de Toiras derwaarts zou vertrekken. Celsus-
Benignus, die bemerkte dat de koning hem sedert eeni-
gen tijd maar met eene slechte ooge aanzag, nam die
gelegenheid waar om den vorst andermaal tot zich te
winnen, om zijne gekrenkte eere eenigszins te herstellen.
Diensvolgens trad hij, met eenige andere jonkers op wier
gedrag er insgelijks veel te zeggen viel, als vrijwilliger
in dienste bij het Fransche leger.
Nauwelijks had Sinte Chantal vernomen wat haar
zoon tewege was te doen, of zoo seffens schrijft zij hem
een ziehoerenden brief. De raden die zij hem geeft zijn
van gansch bijzondere gewichtigheid. Duizenden keeren
meer bekommerd om de gevaren van zijne ziel dan om
die van zijn lichaam, sterk verlegen dat hij in den oorlog
zou omkomen, spreekt zij hem met nadruk van de
eeuwigheid. Zij smeekt hem te zorgen dat zijne conscien-
tie goed in regel zij, zich te herinneren dat hij groot
gevaar loopt van te sterven in den slag, en diensvolgens
al zijne krachten te willen inspannen om, indien de dood
hem treft, met betrouwen vóór God te kunnen verschij-
nen. Zij toont hem klaarlij k dat de eere en de glorie van
de wereld, vergeleken bij die van een gerust geweten,
maar ijdelheid is, en zij eindigt haren brief met hem te
verzoeken steeds Gods geboden stiptelijk te onderhouden,
opdat, na zijn overlijden, zijne ziel weerdig zij om zalig-
lijk tot den Heer over te gaan (1).
Zij schrijft terzelfder tijd aan de jonge vrijvrouw om
haar, middeninde moeilijkheden waarin zij zich bevond,
moed in \'t herte te spreken. « O! mijne welbeminde
(1) Brieven van Sinte Chantal, LXXX brief.
-ocr page 400-
396
GESCHIKIlF.NIS
Schoondochter, zegt zij haar, ik ben overtuigd dat gij u
om den aanstaanden oorlog, waar uw teergeliefde man
naartoe trekt, fel bekommerd. Ik zelve ben zonder ver-
legenheid niet. Wees verzekerd dat ik meer dan ooit
voor hem bidde, en dat ik niet ophoude den Heere te
smeeken, opdat Hij hem voor alle ongelukken zou gelie-
ven te bewaren. Ik koestere de zoete hoop dat, wat er
hem ook overkome, hij door God in genade zal ontvangen
worden (I). » En niet enkel stort zij gebeden, maar
overal doet zij bidden voor hem. Zij schrijft aan moeder
Favre, aan moeder de Bréchard, aan Mgr Frémyot, aan
Mr en MMe de Coulanges. Zij klaagt omdat men haar geen
tijding van Celsus-Benignus geeft, en zij zendt brieven
op brieven om te bekomen dat men haar dagelijks zegge,
hoe het met hem gaat.
Ondertusschen was de oorlog aangevangen, en, te
midden van deszelfs gevaren, was Celsus-Benignus,
wien zijne moeder en zijne jonge echtgenoote gedurig
goeden raad gaven, en voor wien er vele gebeden gestort
wierden, zoo wat meer een man van geloof geworden.
Zonder zijne stoutmoedigheid en zijne Fransche vroolijk-
heid daar te laten, hield hij zich, zooals het eenen chris-
ten , die de dood vóór zijne oogen ziet, betaamt, op zijne
hoede, en kwam ernstiger dan ooit voor. Dewijl op
22 Juli 1627, de Engelschen bij de kusten van Rhé inge-
scheept waren, en hierdoor verklaarden dat zij verlang-
den om handgemeen te worden, ging Celsus-Benignus
met eene buitengewone godvruchtigheid te biechte en te
communie, en, in vriendschap van den kant van God,
dacht hij aan niets anders meer dan om te vechten als
een leeuw.
De slag was bloedig en duurde zes uren lang.
Celsus-Benignus deed wonderen van dapperheid. Drij.
(1) Nieuwe brieven. Uitgave Migne, bladr, 1367.
-ocr page 401-
3»7
VAN MME CHANTAL
peerden werden onder hem gedood. Hij ontving zeven
en twintig spiessteken. De laatste pieksteck werd hem
door Cromwell toegebracht, en eindigde met hem af
te maken. « De handen samenvouwende, smeekte
hij God om bermhertigheid, en, na de rechten van
Kerk en van koning verdedigd te hebben, stierf hij
op eene heilige en glorierijke wijze (1). Hij was slechts
dertig jaren oud. « Hadde hij langer geleefd, zegt
Bussy, hij zou, zijne afkomst, zijne schranderheid
van geest en zijne manhaftigheid ingezien, het vader-
land , tijdens de oorlogen die onder het bestier van
Lodewijk XIII losbarstten , van groot nut geweest zijn.
en zeer waarschijnlijk zou men hem alle bedenkelijke
eere betoond hebben. Ik zeg zeer waarschijnlijk; want
daar heb ik geen volstrekte zekerheid van. Immers niet
zelden treft men onder de menschen groote ondankbaar-
heid aan (2). »
Alleman betreurde sterk de dood van Celsus-Benig-
nus (3). De aartsbisschop van Bourges, zijn oom, was
ontroostbaar, en, den moed niet hebbende, om aan moeder
de Chantal dat pijnlijk nieuwste laten weten, sprak hij den
bisschop van Geneve, Mgr Jan-Frans de Sales schoone,
opdat hij zelf haarden kelk van droefheid zou te drinken
geven. Dus, op zekeren dag dat moeder de Chantal,
volgens hare heilige gewoonte, tot de Tafel des Heeren
genaderd was, kwam men haar na de mis zeggen, dat de
bisschop van Geneve haar wachtte in de spreekkamer.
Gelijk gij gemakkelijk kunt oordeelen, had men tegen
(1)  Bussy , Handschriftelijke geslachtsrekening.
(2)  Bussy, Handschriftelijke geslachtsrekening. De onge-
meens en vroegtijdige overlijdens van Christoffel en van Celsus-
Benignus de Rabutin toonen klaartijk, dat de voorspoed de brave
menschen bier op aarde niet altijd ten deele valt, dewijl Sinte
Chantal, hoe heilig zij ook was, niet Leletten kon dat de hardste
beproevingen op haar afkwamen. Altijd is het waar geweest, dat
Godkastijdt wie Hij bemint.
(3)   Korte levensschets van Sinte Chantal.
-ocr page 402-
398
GESCHIEDENIS
het kwalijk worden van Sinte Chantal eenige maatregels
genomen. Mgr van Geneve had aan moeder de Chatel
gezegd dichtbij de deur van de spreekkamer te staan,
opdat, in geval van nood, zij onze Heilige eene hulpveer-
dige hand zou bieden. Men had nog niet vergeten, wat
er bij het afsterven van Maria-Amata gebeurd was.
Welnu, nauwelijks had Mgr Jan-Frans de Sales aan
Sinte Chantal zijnen zegen gegeven, of hij maakte haar
met de droevige mare voorzichtiglijk bekend. « Mijne
Moeder, zoo sprak hij, ik heb wegens den oorlog eenig
nieuws ontvangen; er is in het eiland Rhé een harde slag
geleverd geweest; de vrij heer de Chantal, vooraleer er
deel in te nemen, heeft de heilige mis gehoord, gebiecht
en gecommuniceerd. — Ik versta u , Monseigneur, her-
nam de Stichtster der Visitatie al bevende, mijn zoon is
dood, mijn zoon is dood! » De goede kerkvoogd ging
aan \'tweenen, zonder één woord te kunnen spreken.
Van haren kant was moeder de Chantal over van droef-
heid. Zij was geknield vóór den bisschop, hield hare
handen te zamen en kreesch gelijk een kind. « Onmoge-
lijk is het te zeggen, schrijft Bussy-Rabutin, hoe groot
de neerslachtigheid van moeder de Chantal was. Zij wist
met zich zelve geen weg, en men vreesde haar onder
hare beproevingen te zien bezwijken (1). » Na langen
tijd hare oogen op den bisschop stilzwijgend gevestigd
te hebben, riep zij al met eens met gelatenheid in den
wille Gods uit! « Mijn Heer en mijn God, gedoog dat ik
mijnen mond opene, om bij U wat troost te zoeken. Ik
bedanke U, omdat Gij mijnen zoon tot U geroepen hebt
op den oogenblik dat hij de rechten der Roomsche Kerke
voorstond. » Dan een kruisbeeld in handen nemende,
en de twee armen er van kussende, zegde zij: « Mijn
welbeminde Zaligmaker, ontvang dat lieve kind in den
(1) Korte levensschets van Sinte Chantal.
-ocr page 403-
599
VAN SINTE CHANTAL
schoot uwer bermhertigheid. » En vveenende met de
macht, voegde zij er bij: « Mijn brave Zoon, wat zijt gij
gelukkig op de voetstappen van uwe voorvaderen, die
steeds de Roomsche Kerke getrouw gebleven zijn,
gewandeld te hebben! Dat maakt de vreugde van uwe
toegenegen moeder uit. »
Zij stond op van de plaats waar zij geknield was,
en, met onderwerping aan des Heeren wil, tranen stor-
tende, zegde zij aan Mgr van Geneve: « Ik mag u
verzekeren, Monseigneur, dat ik sedert achttien maanden
schier niet anders doe dan God vurig bidden, opdat Hij
mijnen zoon de gratie van in zijne vriendschap te ster-
ven zou verleenen, en niet zou toestaan dat hij in die
ellendige tweegevechten, waar zijne vrienden hem
gedurig toe opwekten, het leven verloor. » Zij was nog
bezig met spreken, toen Mgr van Bourges, haar broeder,
gansch bekreten en diep in de ziele bewogen, de spreek-
kamer binnentrad. Hij haalde met welbehagen de
goede hoedanigheden, de verdiensten, en de dappere
heldendaden van zijnen neef aan, en vertelde, hopende
dat Celsus-Benignus eene zalige dood gestorven was, al
wat hij hem vroeger gezegd en geschreven had. Nadat
Sinte Chantal gedurende eenige oogenblikken hare tranen
met die van haren broeder gemengd had, ging onze
Heilige stilzwijgend heen , zonder dat er iemand onder
deaanwezigen in de spreekkamer, waar men vele priesters
en kloosterlingen aantrof, den moed had haar een enkel
woord toe te stieren. De droefheid en de verwondering
maakten dat zij tegenwoordig stom voorkwamen.
Vele dagen lang, was Sinte Chantal treurig en
diepdenkend, en men vreesde dat die harde beproeving
haar het leven zou kosten. Binst den uitspanningstijd,
hield zij hare oogen gesloten, en spon, gansch in den
Heere verslonden, zijde of wolle, zonder één woord te
spreken. Desniettegenstaande vertroostte zij zich nu en
-ocr page 404-
400
GESCHIEDENIS
dan met eenige verkwikkende gedachten. Zie, sedert
omtrent tien jaar was zij om de zaligheid van Celsus-
Benignus sterk bekommerd geweest! Niet zelden had zij
gebeefd bij het gepeis dat hij mogelijk in eenen twee-
strijd zou omkomen, en nu dat hij glorierijk in het
verdedigen der rechten van den koning en de Kerk uit
dit leven gescheiden was, roemde zij, als chrislene
moeder, op zijn heldhaftig en heilig afsterven. « Eilaas!
riep zij van tijd tot tijd uit, hoe dikwijls heeft het niet
gebeurd dat, op het aandringen van zijne waagzieke
vrienden, hij lijf om lijf vocht en diensvolgens in groot
gevaar was van zijne ziele te verliezen! en nu, dat,
volgens alle waarschijnlijkheid, hij in de vriendschap
van God gestorven is, nu, dat hij voor het geloof zijn
bloed vergoten heeft, heb ik meer reden om mij te
verheugen dan om mij te bedroeven. »
Nauwelijks had SinteChantal vernomen dat Celsus-
Benignus het tijdelijke met het eeuwige verwisseld had,
of zij verhaastte zich, hoe neerslachtig zij ook was, hare
beproefde schoondochter eenen brief te doen geworden,
waarin zij haar zegde goeden moed te hebben en hare
tranen, zooveel mogelijk, te willen afdrogen. Maria de
Coulanges was eene christene mevrouwe, en, evenals de
eerbiedweerde moeder de Chantal, had zij dikwijls
gevreesd haren echtgenoot in een van die ellendige
tweegevechten, waar de ziel niet minder dan het lichaam
groot gevaar loopt, te zien omkomen. Niet dan het
gedacht dat Celsus-Benignus, met de wapenen in
de hand, voor de belangen van Kerk en Staat
manhaftig en glorierijk gestorven was, kon hare
treurigheid een weinigje verdrijven, en \'t was hetgeen
moeder de Chantal zich indachtig maakte, toen zij het
op zich nam de jonge weduwe van haren zoon te troosten
en op te beuren. « Welnu, mijne brave en welbeminde
Maria, zoo schrijft zij, gij zijt, \'t mag zoet of bitter zijn
-ocr page 405-
VAN SI NIK (\'HA NT VI.                                             4ÜI
wat de Heer u overzendt, verplicht u aan de aanbid-
delijke schikkingen van Gods voorzienigheid ten volle
te onderwerpen. Ja, lieve Maria, gij zijt daartoe
verplicht, en gij behoort zulks met vlijtigheid en met
liefde te doen, en, alhoewel de wonde groot zij, en de
pijn allergevoeligst, toch moet gij die beminnen uit
genegenheid van Hem die u ze heeft toegebracht. Eilaas!
uw goede man is vroegtijdig gestorven, en wij ook, wij
zullen sterven, en misschien eerder dan wij denken.
Troost u bij het gedacht dat God hem voor eene ramp-
zalige dood bewaard heeft, dat Hij hem niet laten
sterven heeft in eenen schandelijken tweestrijd, die voor
hem mogelijk de oorzake van zijne eeuwige verdoemenis
zou geweest zijn. Hij is met zoo christene gevoelens uit
dit leven gescheiden dat, zijn levendig geloof in acht
genomen, men de zoete hope mag koesteren hem in den
schoonen hemel eens weder te zien. Troost u dan, acht-
bare Schoondochter, bij het gepeis dat gij maar voor
korten tijd van uw welbeminden echtgenoot gescheiden
zijt, en dat gij hem later weder zult vinden in eene plaats
van onuitsprekelijke en eeuwige genuchten. Nooit heb
ik aan God voor u beiden iets anders gevraagd, dan dat
gij hier op aarde een heilig leven zoudet leiden, eene
zalige dood sterven en den hemel bekomen. Nog heden
wensche ik u niets anders. Schep dus moed, mijn
deugdzame Kind, onderwerp u aan des Heeren schikkin-
gen , en draag zorge voor den kostbaren pand u toever-
trouwd.... (1). Ik verzekere u dat ik u om God sterk
bemin, en dat ik u door mijne raden meer dan ooit wil
helpen en bijstaan; want, te rekenen van den oogenblik
dat gij mijne schoondochter geworden zijt, hebt gij een
gansch bijzonder recht op mijne liefde verworven. Ik
sraeeke God u zijnen weldoenden zegen te verleenen,
(1) Maria de Chantal, later markgravin de Sévigaé.
-ocr page 406-
402
GESCHIKDEMS
u te troosten in de pijnlijkheden waarin gij u bevindt,
en voor u op eene buitengewone manier zorge te dragen.
Ik groete u vriendelijk in den Heer, en blijve steeds uwe
teedere en verkleefde moeder (1). »
Niet tevreden met aan hare schoondochter dien
zielroerenden brief toe te stieren, wilde Sinte Chantal
welke, uit hoofde van hare bezigheden, naar Orléans
was afgereisd , dat die jonge weduwe haar aldaar kwam
vinden. Zoo seffens stelde zich Maria de Coulanges op
weg naar voornoemde stad, en welhaast had zij het geluk
hare welbeminde schoonmoeder, die haar met opene
armen ontving en hare tranen , die altijd maar vloeiden ,
afdroogde, den kus van vrede te geven.
Eilaas! Maria de Coulanges zou Celsus-Benignus
niet langer overleven dan Maria-Amata zelve den vrijheer
de Thorens had overleefd. In 1632, vernam moeder de
Chantal al met eens dat hare jonge schoondochter doode-
lijk ziek was en dat zij groot gevaar liep van te sterven.
« Mijn welbeminde en achtbare Broeder, schreef zij
dadelijk aan den aartsbisschop van Bourges, die haar
daarvan kennis gegeven had, u zeggen hoezeer ik van
uw pijnlijk nieuws ben aangedaan geweest, kan ik niet.
Welhoe! zou God toelaten dat ook de brave Maria de
Coulanges haastig uit dit leven scheide? Indien het zijn
wil is, ik heb er niets tegen. Want steeds en in alle
dingen begeere ik gansch gelaten in de aanbiddelijke«
schikkingen des Heeren voor te komen. In afwachtinge
dat God met die deugdzame en edelmoedige schoondoch-
ter handele volgens zijn welbehagen, begrijpe ik, hoe
groot het verlies voor ons allen zijn zou, kwame zij
welhaast het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen;
doch, ik versta beter dan iemand, dat de dood van
mevrouw de Chantal voor haar jonge kind (2) een gansch
(1)  Brieven van Sinte Chantal, XCI brief.
(2)  Maria de Chantal.
-ocr page 407-
403
VAN SINTE CHANTAL
bijzonder verlies wezen zou. Wat er ook gebeure, ben ik
bereid om de hand Gods, die ons beproeft, te kussen en te
danken, want Hij weet wat er ons voordeelig is en gaat
altijd uit liefde tot de menschen te werk. Ik moet u niet
zeggen, teergeliefde Broeder, dat ik veel bid voor de
kranke moeder en haar dochterken, dat spreekt van zelf.
Wees zoo goed mij nu en dan met de gesteldheid van
mijne zieke schoondochter bekend te maken. Ik groet u
vriendelijk in den Heer (i). »
Sinte Chantal moest niet lang wachten. om nieuws
te hebben. En welk nieuws! Onze Heilige stond paf
geslagen bij het vernemen van de dood der jonge
viijvrouw. Echter sprak zij maar één woord: « God had
ze ons gegeven, God heeft ze ons teruggevraagd, dat zijn
hoogeerweerde Naam gebenedijd zij! » En gedurende
verscheidene dagen verviel zij, gelijk het gemeenlijk
gaat in dergelijke omstandigheden, tot eene buitenge-
wone treurigheid. Dat moet ons niet verwonderen;
immers zij was gevoelig van herte, en had de gewoonte
fel te weenen over de bloedverwanten en kennissen die
haar door de onverbiddelijke dood onttrokken wierden.
« Ik bevond mij in hare kamer, schrijft moeder de
Marigny, een half uur nadat zij de pijnlijke mare des
overlijdens van mevrouw de Chantal ontvangen had; zij
sprak mij in dezer voege aan: « Mij was het onbekend,
dat ik zoo weinig manhaftigheid bezat; want, hadde ik
overeind gestaan, toen ik den brief van Mgr van Bourges
overlas, ongetwijfeld zou ik, mijne ongemeene verschie-
ting in acht genomen, op den grond gevallen zijn. O!
wat is die brave schoondochter gelukkig! zij is van de
ellenden dezes tranendals verlost; desniettegenstaande
ben ik van hare dood sterk getroffen, en haar afsterven
gaat, mijns dunkens, mij nog meer dan dat van mijn
(1) Brieven van Sinte Chantal, XV brief.
-ocr page 408-
404
GESCHIEDENIS
welbeminden zoon ter herte. O mijn God! wie zou er ooit
gepeisd hebben dat zij enkel zoo korte dagen meer te
leven had! nooit zag ik eene vrouwe die beter van
gezondheid was: ziedaar hoe de schijn in dwaling
brengt. » Die zielroerende woorden uitgesproken heb-
bende, zweeg onze Heilige eenige oogenblikken stil, doch
voegde er welhaast het volgende bij: « Wat de kleine
Maria de Ghantal betreft, zij zal Onze Lieve Vrouwe voor
moeder hebben! » En dit zeggende, kreesch zij gelijk
een kind (1). »
« Eilaas! schreef zij eenige dagen later aan Mgr de
Neufchèse, haren neef, u make ik de groote droefheid,
■die mij bij het vernemen van de dood mijner teergeliefde
en deugdzame schoondochter ten deele viel, kenbaar.
Ziedaar hoe God ons weet te beproeven, hoe Hij ons van
de liefde tot bloedverwanten en vrienden langzamerhand
aftrekt, hoe Hij ons leert meer op Hem, die alleen ons
bijblijft, dan op de schepselen, die ons onttrokken
worden, te steunen (2). »
Zij liet insgelijks weten aan hare dochter Francisca,
hoezeer zij van het haastig overlijden van hare schoon-
dochter Maria de Coulanges aangedaan was, en hoezeer
zij eventwel verlangde in den wille Gods teenemaal
gelaten te zijn. Diensvolgens smeekte zij haar die dood
zachtjes te betreuren, en, naar haar voorbeeld, over de
jonge vrijvrouw de Chantal eenige tranen te storten , om
vervolgens manhaftig en gansch onderworpen aan des
Heeren aanbiddelijke schikkingen voor te komen. Een
andere sniert wachtte Francisca en hare moeder. Zie,
M. de Toulongeon, de teedere echtgenoot van Francisca,
verwisselde korts daarna het tijdelijke met het eeuwige,
en Francisca bleef weduwe met twee kleine kinderen. Onze
(1)  Gedenkschriften van moeder Dorotheade Marigny. Pleit\'
zaak van Zaligverklaring,
II boekd. bladz. 951.
(2)  Brief van Juli 1632.
-ocr page 409-
40S
VA* SINTE CHANTAL
Heilige was bezig met spreken tegen een hooggeplaat-
sten persoon, toen men haar ter kennis bracht dat haar
schoonzoon uit dit leven gescheiden was. Zij veranderde
dadelijk van kleur, en riep hoogst treurig uit: « Ziedaar
een nieuwen doode, of liever een nieuwen pelgrim, die
zich verhaast om in zijn vaderland te geraken. » En de
handen samenvouwende, zegde zij: « O mijn God ! ont-
vang al die afgestorvenen tusschen de armen uwer berm-
hertigheid. » En na een kort gebed gedaan te hebben,
ging zij aan \'t krijschen met de macht, op M. de Toulon-
geon, wien zij groote genegenheid toedroeg, en op
Francisca, die weduwe bleef met twee kleine kinderen,
denkende.
Van haren kant, door een zoo onverwachten en zoo
wreedén slag diep in de ziele geschokt, had Francisca
maar één plan, \'t was te loopen naar hare moeder, over-
tuigd , dat zij in haar een medelijdend hert vinden zou ,
\'k versta iemand die bekwaam zou zijn haar te troosten
en op te beuren. Dus begaf zij zich zoo seffens naar
Annecy, en \'t was daar, in dat klooster waar zij hare
jonge jaren in blijdschap had doorgebracht, en waar zij
thans over van verdriet terugkeerde, dat, samen met de
grootste blijken van christene genegenheid, zij uit
den mond van hare moeder, die verheven gedachten van
het geloof en die grondige vertroostingen van den gods-
dienst vernam, die alleen in staat zijn den sterk beproefde
moed in \'t herte te spreken : \'t Was daar dat zij besloot
een ingekeerd, zedig en eenzaam leven meer dan ooit te
leiden, en zich niet dan met de opvoeding harer kleine
kinderen bezig te houden, hetgeen zij met kloekmoedig-
heid deed. Toen, na verscheidene maanden te Annecy
doorgebracht te hebben, zij met de tranen in d\'oogen
heenging, om naar Alonne weder te keeren, wilde zij dat
hare moeder haar eenen levensregel voorschreef, en dien
bekomen hebbende, bewaarde zij dien met eerbied, onder-
H-                                                        SINTE CHANTAL 26
-ocr page 410-
406                                         GESCHIEDENIS
hield dien met vurigheid en standvastigheid, en had het
ongetwijfeld aan dien levensregel te danken dat, in
weerwil van hare jonkheid en hare aanzienlijke fortuin,
zij voor eene der deftigste, der beroemdste en der chris-
telijkste mevrouwen van de zeventiende eeuw doorging.
Hier zouden wij mogen een einde stellen aan de
geschiedenis der betrekkingen, die bestonden tusschen
Sinte Chantal en hare zes kinderen. Doch er is nog een
meisje, eene wees, \'k versta het kind van Celsus-Benig-
nus en van Maria de Coulanges waar wij nog behooren
een woordeken van te zeggen. Waar is die dochter,
welke later den naam van mevrouw de Sévigné zou
dragen, t\'huis? Wie bekommert zich om haar? Wat is
er van haar geworden sedert de dood van hare ouders?
Wat kon de eerbiedweerdige moeder de Chantal voor
haar doen, en wat heeft zij gedaan ? Nog één woord over
die belangrijke kwestiën, eerdat wij dees hoofdstuk
volmaken.
Ons is het bekend, dat Celsus-Benignus en Maria,
zijne vrouw, gemeenlijk bij Mr en MW(; de Coulanges
gehuisvest waren. Na de dood van haren man, ging de
jonge vrijvrouw vergezeld van haar dochterken er voor
goed wonen ; en \'t is daar dat zij stierf, hare moeder
met de zorg van de kleine juffer belastende. Maria de
Chantal was dus bij hare grootmoeder, mevrouw de
Coulanges, woonachtig. Niets was zoo natuurlijk, en,
daar zij bij hare twee grootmoeders tegelijk niet verblij-
ven kon, scheen het gemakkelijker te zijn voor haar te
gaan wonen bij hare grootmoeder de Coulanges, die in
de wereld leefde, dan, in den ouderdom van vijf en half
jaren, zich in een klooster bij hare grootmoeder de Chan-
tal te gaan neerzetten. Deze aanveerde die zoo natuurlijke
schikkinge , bedankte grootelijks Mr en Mw* de Coulan-
ges, omdat zij alzoo voor de kleine wees en hare goederen
wilden zorge dragen, en wist zich volkomen gerust te
-ocr page 411-
407
VAN SINTE CHANTAL
stellen bij het gedacht dat het jonge meisje in brave
handen was, en deftig zou opgevoed worden. Desniet-
tegenstaande was zij, bijaldien men van het eerste plan
atzag, bereid om de jeugdige Maria te ontvangen in het
klooster van Annecy, en zelve haar te leeren en te
onderwijzen.
Om te weten, hoezeer onze Heilige hare kleindochter
Maria de Chantal beminde, moeten wij maar hare
brieven openen. Daar zien wij hoe groot en hoe stand-
vastig de christene liefde was, die zij haar toedroeg. Zelfs
vóór de dood van mevrouw de Chantal, toen de kleine
Maria nog in de wiege lag, vergeet zij deze niet. Steeds
heeft zij een vriendelijk woordeken « voor dat lieve kind,
voor dataangename meisje, voordien kostelij ken pand die
den troost van Gelsus-Benignus en Maria de Coulanges
uitmaakt (1). » Doch, na de dood van de vrij vrouw, als
de kleine Maria teenemaal wees geworden is, spreekt
onze Heilige er nog meer van, en nog met grooter
teederheid. Al hare brieven geven hare genegenheid en
hare bezorgdheid voor haar te kennen. « Ik schrijve aan
M\' en Mwe de Coulanges, zegt zij aan den aartsbisschop
van Bourges, om hun wat moed in \'t herte te spieken.
Ongetwijfeld zijn zij van het vroegtijdig afsterven hun-
ner dochter fel aangedaan geweest. Ik twijfel geenszins
of zij zullen voor onze welbeminde wees voortdurend
zorge dragen. O mijn God! als ik denke aan de beproe-
ving die op ons is afgekomen, weet ik bijna geen weg
met mij zelve (2). » En aan Mwe de Coulanges, die haar
had laten weten dat zij Maria onder hare bescherming
zou nemen, en dat zij haar eene christene opvoeding zou
verschaffen, schrijft zij in dezer voege: « Wat onze jonge
wees betreft, achtbare Mevrouwe, ik acht ze gelukkig,
zoolang zij bij u en uwen echtgenoot verblijven kan,
(1) Brieven van Sinte Chantal, XCI brief.
(2; Brieven van Sinte Chantal, LXXVIII.
-ocr page 412-
408
GESCIIIEDE.MS
want, mij is het stellig bekend, dat gij haar voor waren
vaderen ware moeder dient, en dat uwe kinderen haar sterk
beminnen. Ik ben buitenmate neerslachtig, als ik peize
op den tijd waarop zij u zal moeten missen (1). »
Toen mevrouwde Coulanges ziek geworden was,
wist moeder de Chantal zich om de toekomst van hare
kleindochter nog meer dan ooit te bekommeren: « Ik
ben zeer droefgeestig, schrijft zij aan mevrouw de
Toulongeon, omdat, volgens het zeggen van uwen oom,
hel met mevrouw de Coulanges in \'t geheel niet wél gaat:
het schijnt dat zij van eene wreede ziekte is aangetast.
Het believe den Heer haar de gezondheid welhaast terug
te schenken! Zij heeft, met te zorgen voor de kleine
Maria, en met haar tot leermeesteres te dienen, mij
grooten dienst bewezen (2). »
Drij jaar later, in 1634, mevrouw de Coulanges nog
altijd ziek zijnde, schrijft moeder de Chantal aan Mr de
Coulanges een zielroerenden brief om hem, van den
eenen kant, middenin de pijnlijkheden waar hij zich in
bevindt, wat moed in \'t herte te spreken, en hem, van
den anderen kant, met zijne kleindochter, die welhaast
hare eerste communie zou doen, geluk te wenschen.
Ziehier dien brief: « Ach! Mijnheer, wat ben ik aange-
daan geweest van hetgeen gij mij onlangs geschreven
hebt! De tranen sprongen uit mijne oogen, toen ik las
dat uwe welbeminde vrouwe nog altijd lijdend en zieke-
lijk is. Doch, wat mij, middenin mijne neerslachtigheid,
een weinigje troostte, was te vernemen dat onze wees
welhaast het geluk zou hebben van hare eerste communie
te doen. Dat was een balsem voor mijn bedroetU hert.
God geve, edele Heer, dat uwe deftige vrouw spoedig
gezond worde, opdat zij zich met de christene opvoeding
van de kleine Maria zooals te voren zou kunnen bezig
(1)  Brieven van Sinte Chantal, CIV l riet\'.
(2)  Brieven van Sinte Chantal. Uitgave Migue, bladz. 596.
-ocr page 413-
409
VAN S1NTE CHANTAL
houden! Ik beken het, ik drage dat kind ganscli bijzon-
dere genegenheid toe, en wensche niets zoozeer dan het
in jaren en deugden te zien opgroeien. Ik verheuge
mij, omdat die brave juffer met Paschen aanstaande
voor de eerste maal van haar leven Onzen Lieven Heer
zal mogen ontvangen. Gij moogt verzekerd zijn, dat ik
harerzal gedenken in mijne gebeden, en dat, te rekenen
van dien sohoonen dag, ik niet eene ure om zoo te
spreken zal laten voorbijgaan, zonder te vragen aan Jesus,
dat Hij steeds zou heersenen in dat jonge hert door zijne
gratie. Ik bedanke u, edele Heer, alsook uwe achtbare
Echtgenoote, voor al wat gij doet voor de kleine Maria. »
Die brief is de laatste van al de brieven die
onze Heilige schreef aan Mr en Mwe de Coulanges,
die beiden korts daarna uit dit leven scheidden. In
1636 werd er een familieraad, die in de noodwen-
digheden der jonge wees voorzien zou, gehouden.
Men stond in beraad of men Maria aan hare groot-
moeder de Chantal, die voor haar zorgen zou gelijk
zij voor Francisca gezorgd had, zou toevertrouwen, ofwel
of men haar zenden zou naar haren oom Christoffel de
Coulanges, abt van Livry. die vroeg om haar te hebben.
Men besloot dit laatste te doen. Van den eenen kant was
moeder de Chantal alsdan vieren zestig jaar oud, en
men vreesde haar niet lang meer te zien leven. Van den
anderen kant lag de abdij van Livry dichtbij Parijs, en
bood voor de opvoeding der kleine wees duizenden
middelen aan waar men in het gebergte van Savooie niet
op rekenen mocht. De omstandigheden toonden dat de
familieraad wijselijk geoordeeld had. Maria de Chantal
had nauwelijks den ouderdom van vijftien jaar bereikt,
toen hare heilige grootmoeder, de Stichtster der Visi-
tatie, het lijdelijke met het eeuwige verwisselde.
Aan de zorgen van dien braven en deftigen abt van Livry
toevertrouwd, opgevoed in die schoone abdij van Livry,
-ocr page 414-
410                                          GESCHIEDENIS
omringd van grondige boeken en van beroemde leer-
meesters, kon zij in hare jonkheid die wonderbare
begaafdheden, waar de Heer haar mede begunstigd had,
sterk beoefenen, hetgeen ongetwijfeld het geval niet zou
geweest zijn, hadde zij gewoond in het klooster van
Annecy waar de Fransche taal te dien tijde maar zeer
onvolmaaktelijk gesproken was.
Ziedaar welke de betrekkingen waren die bestonden
tusschen Sinte Chantal en hare kinderen en kleinkinderen.
Men wordt gewaar hoe zij hare plichten van moeder
grootachtte, en hoe vurig zij hare kleinen beminde.
Evenals al de merkweerdige personen, had zij een
gevoelig hert, dat, naar het zeggen van Sint Franciscus
de Sales, den evenmensch fel genegen was. Zij heeft in een
ongeoefenden, zoo gij wilt, doch natuurlijken en krach-
tigen schrijftrant, al de verscheidenheden der verkleefd-
heid uitgedrukt: de teederheid, de blijdschap, de bekom-
mering, de droefheid, de zelfopoffering, en enkel moet
men hare brieven openen, om te verstaan hoe groot hare
christene liefde was. Ook God, die beter dan wij deze
ziel kende, en die, om haar tot eene gansch bijzondere
heiligheid te verheffen, haar die marteling der liefde,
waar zij zoo schoon over gesproken heeft, wilde opleg-
gen, stelde vast, na haar veel schrikkelijke ziekten over-
gezonden te hebben, na haren geest bezocht te hebben
met duisternis en twijfel, ook haar hert, het gevoeligste
deel des lichaams, allermeest te beproeven. Nog zeer
jong zijnde, verliest zij hare twee eerste kindjes; haar
man sterft onder hare oogen, hare kleine Gharlotta geeft
den geest tusschen hare armen. Ziedaar de eerste
smerten. En, toen onze Heilige, gansch afgetrokken van
de wereld, bekwaam is om nog meerdere pijnen uit te staan,
weet God haar andermaal te vinden. Zij verliest achter-
volgens haren vader, haren schoonvader, haren schoon-
zoon, hare dochter, haren kleinzoon; en, na eenige
-ocr page 415-
411
VA* SINTE I.HAM VI.
oogenblikken ruste, wordt zij met het overlijden van
haren zoon, met dat van hare schoondochter en met dat
van haren anderen schoonzoon bekend gemaakt. In de
weerdij van eenige jaren, maait de wreede dood \'t leven
af van twaalf leden harer familie. Haar naam sterft uit,
en van dat beroemde geslacht waar zij zooveel van
verwachtte, blijft er niet dan eene weduwe en drij
weezen over. Schrikkelijke beproevingen, die niet enkel
het levendig geloof van Sinte Chantal en hare gelaten-
heid in den wille Gods aan den dag brachten, maar die
ook hare vurige moederlijke liefde te kennen gaven.
-ocr page 416-
-ocr page 417-
Sinte Chantal stelt zich op reis naar Parijs. —
Zy bezoekt bijna al de kloosters van Frank-
rijk. — Algemeeae toestand van de Orde.
1635-1636
ijk en twintig jaren waren verloopen sedert
dat de Orde der Visitatie gesticht geweest
was, en reeds hadden vijf en zestig huizen
in Frankrijk, in Zwitserland, in Savooie, in
Piémont, in het spaansche Lorreinen het licht gezien.
Daarbij waren er een tiental die stonden om aan den dag
te komen. Die rasche en steeds aangroeiende voortzetting
was, ofschoon zij de bewondering verwekte, toch ook
oorzake van veel vreeze en verlegenheid. Ongetwijfeld
behoorde men niet bevreesd te zijn, zoolang moeder de
Chantal leefde; want zij was de band van de Orde, haar
middelpunt, hare kracht; want haar titel van Stichtster
en van geestelijke dochter van Sint Franciscus de Sales
maakte dat, hare ongemeene deugd en hare kloekmoe-
dige werkzaamheid in acht genomen, zij hare teergeliefde
medezusters wijselijk bestierde. Doch wie zou voor de
toekomst verantwoordelijk zijn? Wat zou er, na hare
dood, van die kloosters, die van elkander niet afhin-
gen , die van algemeene oversten, noch van bezoekers,
-ocr page 418-
414
GESCHIEDENIS
noch van jaarlijksche vergaderingen en kapittels wisten
te spreken, geworden? Hoe was het afgeloopen niet
zooveel abdijen die, op denzeltden voet ingericht zijnde,
in den beginne gansch bijzondere vurigheid toonden*
Waren zij niet allengskens tot verval geraakt? En indien,
in de zeventiende eeuw, de Kerk den troost had te zien
dat zij uit hare vadsigheid opstonden, waar had men zulks
aan te danken? Was het niet aan de manier waarop zij
toen het kloosterleven inrichtten? Was het niet aan de ver-
standige bestiering van een algemeene overste wien zij
gehoorzaamden? Is het op die wijze niet dat de hervormin-
gen plaats hadden bij de Benedictijnen, de Feuillanten, de
Franciscanermonniken, de Ursulinen , en dat de gods-
vrucht begon in een groot getal kloosters nieuwen scheut
te schieten ?
Te dien tijde hielden de brave menschen zich met
die gedachten bezig. Sint Vincentius a Paulo bekom-
merde zich daarom schier onophoudelijk. Vele bisschop-
pen, die de Visitatie allermeest genegen waren, gaven
desaangaande hunne beangstheid te kennen. Vermits er
in 1635, te Parijs eene algemeene vergadering der
geestelijkheid zou plaats hebben, vond men geradig die
kwestie eens goed te doen onderzoeken door de bis-
schoppen die zich aldaar zouden bevinden. Mgr Jan-
Frans deSales, wien men van geheel die zake kennis
gat, kon niets anders zeggen dan dat hij dergelijk een
besluit ten uiterste prees, en, oordeelende dat de tegen-
woordigheid van moeder de Chantal te Parijs hoogst
noodzakelijk was in zulke gewichtige omstandigheden,
stelde hij vast haar naar Frankrijk te zenden.
Echter wilde hij, eerdat hij haar gebood die reis te
ondernemen, haar alvorens raadplegen, en haar verzocht
hebbende dat zij hem zou komen vinden in de spreek-
kamer, vroeg hij haar, wat haar hert van die reize zegde?
waarop zij niet ootmoedigheid antwoordde: « Ach!
-ocr page 419-
415
VAN SINTE CHANTAL
Monseigneur, sedert lang heb ik de gewoonte, voor wat
mijne zaken betreft, mijn hert niet meer te rade te gaan;
doch, zoo genomen dat ik het zou raadplegen, zou het
mij niets anders kunnen zeggen, dan dat ik moet gehoor-
zamen. » De reis werd dan onveranderlijk vastgesteld;
doch, daar moeder de Chantal op het einde was van
haar zesjarig bestier van overste des kloosters van
Annecy, wachtte men haar te laten vertrekken totdat,
volgens de regelen der Orde, zij eene van hare mede-
zusters zou hebben, om haar in het bestier van het
klooster op te volgen.
Den 19 Mei, al de Zusters in de koor zijnde,
knielde moeder de Chantal, en legde haar meesterschap
af met eene ootmoedigheid en een? blijdschap die tot op
haar aangezicht te lezen stonden. Vervolgens beleed zij
hare schuld in dezer voege: « Monseigneur, ik beken zeer
ootmoediglijk dat, binst het stilzwijgen mijner mede-
zusters, ik nu en dan gesproken heb zonder noodzake-
lijkheid; dat ik soms om kleine redenen van de vergade-
ringen der geestelijke gemeente afwezig geweest ben;
ook nog dat ik voor mijne onderhoorigen de vereischte
vriendelijkheid niet altijd gehad heb. Ik vrage haar en
u. Monseigneur, daarvan uit den grond van mijn hert
vergiffenis. »
De bisschop antwoordde dat, dank God, hij in
haar nooit iets berispelijks bemerkt had; doch dat,
om van de goede gewoonten der Orde niet af te zien,
zij drij Onze Vader en drij Wees Gegroet voor hare
penitentie bidden zou; dit gezegd hebbende, stond hij
toe dat zij op de laatste plaats ging zitten (i). Den 24
Mei, werd moeder de Chatel gekozen, om onze Heilige
in haar ambt van overste van het eerste klooster van
Annecy te vervangen.
(1) Ongedrukte gedenkschriften van moeder de Mont-
Saint-Jean.
-ocr page 420-
416
GESCHIEDENIS
Nauwelijks afgestemd, maakte moederde Chantal
gereedschap om heen te gaan, toen men haar ter kennis
bracht dat Mgr Jan-Frans de Sales haastig ziek geworden
was, en het lijdelijke met het eeuwige verwisseld had.
Dat verlies, waar zij buitenmate was van aangedaan,
was oorzaak dat zij nog eenigen tijd te Annecy verblij-
ven moest. Moeder Favre, die ook in een huis van de
Orde overste geweest was en eveneens haar meesterschap
had neergelegd, bevond zich insgelijks aldaar, en \'t was
schoon om zien, hoe de heilige Stichtster der Visitatie
moeder Favre soms bij de hand nam, zeggende:
« Beminde Medezuster, verhaasten wij ons om, in de
tegenwoordigheid van onze gezellinnen, onze schuld te
belijden; het past ons, die zoolang oversten geweest zijn,
ons diep te vernederen, en vóór haar te verklaren dat
wij de ellendigste menschen van het geheele klooster zijn. »
Nogtans langer mocht moeder de Chantal niet
wachten van naar Parijs te vertrekken. Zij reisde dan af
uit Annecy op het einde van Juni, en, na wat gerust te
hebben te Moulins, kwam zij te Parijs den 25 Juli aan.
Reeds van des anderendaags, vergaderden in de spreek-
kamer van het klooster van Parijs eenige bisschoppen
die de Visitatie meest genegen waren, en met hen Sint
Vincentius a Paulo, de ridder de SiUery en de voornaamste
weldoeners van de Orde. Vele uren besprak men de
kwestie. Allen waren eens om te zeggen, dat het noodig
was tusschen al die kloosters eenen band van vereeni-
ging, waardoor zij van elkander zouden afhangen, te
doen ontstaan. Geheel de zake was van dat gedacht
werkstellig te maken en dien band van vereeniging te
ontdekken. De eenen wilden dat moeder de Chantal tot
algemeene overste van de Orde uitgeroepen werd, en dat
zij dien eeretitel aan hare opvolgster zou overzetten.
De anderen, meenende dat, na de dood van onze Heilige,
eene eenvoudige non, de eerste de beste, niet bekwaam
-ocr page 421-
417
VAN SI.NTE CHANTAL
zou zijn om dat wijdverspreid genootschap te bestieren,
begeerden het onder het bestier van een manmensch te
stellen. Moeder de Chantal hoorde, hoogst ingekeerd,
zonder één woord te spreken, alles af. Als men de
kwestie sterk verhandeld had, waagde zij het. haar
gedacht te zeggen. Zij deed vooreerst bemerken dat de
kwestie, die op het tapijt lag, geen nieuwe kwestie was;
dat zij zelts binst het leven van Sint Franciscus de Sales
in \'t lange en \'t breede was onderzocht geweest; dat, in
de laatste samenspraak die zij met hem gedurende meer
dan twee uren gehad had. er schier van niets anders
sprake was geweest; dat de eerbiedweerdige bis-
schop haar alsdan gezegd had Gods wil te zijn,
dat de Visitatie zonder algemeene overste, zonder
geestelijke bezoekers, en zonder jaarlijksche kapittels
voortleefde. Alsdan den boek der Verordeningen
openende, liet zij zien aan de bisschoppen, hoe Sint
Franciscus de Sales gezorgd had dat een en dezelfde
geest in zijne Orde steedszou heersenen. Zij bekende dat,
om de eendracht te handhaven, hij zijnen toevlucht tot
de macht niet genomen had, maar dat hij in dezer plaats
de liefde, die nog iets beters is, gesteld had, en dat,
zoo er op alle handelwijzen iets of wat te zeggen viel,
er mogelijk op die van den achtbaren bisschop van
Geneve maar weinige ernstige bemerkingen te doen
stonden. Zij wist de manier van peizen van Sint Francis-
cus de Sales, volgens hare gewoonte, zoo netjes en zoo
vuriglijk voor te dragen, dat de bisschoppen en de
andere heeren der vergadering van gedacht veranderden.
« Wat wilt gij meer hebben? zegden zij, \'t is de Stichter
die spreekt en die eenen aangenamen en sterken middel
van eendracht voorschrijft. Hij wil dat zijne geestelijke
kinderen met den band der liefde eerder dan met dien
van de macht vereenigd zijn. Laat hem dan maar
gewerden. »
-ocr page 422-
418
GESCHIEDENIS
Alzoo werd er aan die vergadering, waar de gansch
bijzondere deugden van Sinte Chantal en vooral hare
overgroole ootmoedigheid aan den dag kwamen, een
einde gesteld. Onze Heilige nam de gelegenheid waar,
om de bisschoppen wegens eenige duistere punten van
den Costumenboek en der kerkgebruiken te raadplegen,
en vroeg hun, te willen toelaten dat het Klein Officie van
Onze Lieve Vrouwe,
opnieuw in het licht gegeven, ten
gebruike zou staan van de nonnen der Visitatie (1).
Ondertusschen was de mare van de aankomst van
Sinte Chantal te Parijs, in de geheele Orde haastig ver-
spreid geweest. Ei- waren alsdan in de talrijke kloosters
die gesticht wierden vele nonnen, die de heilige Stichtster
nooit gezien hadden. Lichtelijk kan men begrijpen, dat
zij verlangden om met hare Moeder, die op het einde
van haar leven was, in gesprekke te komen. Gemakkelijk
kan men verstaan, dat Sinte Chantal van haren kant
vurig begeerde met al hare geestelijke kinderen kennis
te maken. Kon zij, eerdat zij uit dit leven scheidde,
weigeren al de huizen van hare Orde een bezoek af te
leggen? Mocht zij gerustelijk het tijdelijke met het
eeuwige verwisselen, zonder zich alvorens verzekerd te
hebben dat de geest van Sint Franciscus de Sales, haren
eerbiedweerdigen Vader, in al hare geestelijke gemeenten
volop aan \'t bloeien was, zonder onderzocht te hebben
of de regels en de gebruiken der Visitatie er goed onder-
houden waren?
Evenveel door haar goed hert als door de aandrin-
gingen der talrijke kloosters van de Visitatie opgewekt,
besloot zij, eerdat zij naar Savooie zou terugkeeren, al
de huizen van hare Orde te gaan bezoeken (2).
Cl) Al die bijzonderheden zijn ontleend aan eenen lirief dien
moeder de Chantal aan de geheele Orde der Visitatie toestierde,
om haar te laten weten wat er in de vergadering der bisschoppen
te Parijs was vastgesteld geweest. (Handvesten van Annecy.)
(2) Moeder de Chaugy en al de geschiedschrijvers reppen
-ocr page 423-
419
VAN SI.VTE CIIA.NTAL
Na aan de moeder van Annecy den oorlof gevraagd
te hebben om die lange reis te mogen doen, begaf zij
zich, zulks haar toegestaan zijnde, in de maand Septem-
ber van 1635, eerst en vooral naar het pas gesticht
klooster van Melun, en bleef vervolgens stilstaan in de
huizen van Mantargis, van Blois, van Orléans en van
Tours, hoogst tevreden zijnde bij het zien dat de geest
van ootmoedigheid, van armoede en van gehoorzaamheid
er sterk heerschten (1). Zij was tewege ook de kloosters
van Nantes en van Rennes een bezoek at te leggen, toen
zij al met eens ziek werd en gedwongen was haar plan
te veranderen. Dus keerde zij met Allerheiligen naar
Parijs weder, en verbleef er den geheelen winter.
Hetzij dat zij nog onder den invloed was van het-
geen gezegd was geweest in de vergadering der bis-
schoppen, hetzij dat zij vreesde dat de rijkdommen,
waar de twee kloosters van Parijs van te spreken wis-
ten, een beletsel zouden zijn aan den welstand van die
huizen, hield moeder de Chantal den ganschen winter
niet op de goede overeenkomst met het arme en nederige
klooster van Annecy aan te prijzen. « Hoogst noodzake-
lijk is het, zegde zij, dat wij met het klooster van Annecy
in vriendelijke en ootmoedige betrekkingen leven. Dda>
is het dat wij het licht gezien hebben, en déir is het ook
dat wij troost en sterkte zullen vinden. » Allen oogen-
blik riep zij uit dat, om de eendracht onder al de huizen
der Orde te doen heersenen, zij volgeern, ware het
noodig, haar bloed zou vergieten. « Herinnert u, wel-
beminde Medezusters, herhaalde zij dikwijls, dat onze
teergeliefde Visitatie een klein rijk van liefde is, en dat,
maar één woord over die lange en belangrijke reis. Wij zullen
trachten die reis in haar geheel te geven, en alles neerschrijven wat
wij desaangaande in de kloosters, die zy bezocht heeft, ontdekt
hebben.
(1) Ongedrukte brieven van Sinte Chantal, CCXL1X
brief.
-ocr page 424-
420
GESCHIEDENIS
zoo de chrislene genegenheid er niet groeit en bloeit, het
welhaast tot verval zal geraken en diensvolgens verwoest
worden. »
De nonnen van het eerste klooster van Parijs
besloten, om reden dat zij eene groote gunst begeer-
den te bekomen, uit die schoone gevoelens van
moeder de Chantal voordeel te trekken. Onder voor-
wendsel dat de eendracht tusschen de Zusters van
Parijs en die van Annecy des te beter zou onder-
houden worden, vroegen zij aan moeder de Chantal te
willen toestaan dat, na hare dood, haar lichaam zou
rusten te Annecy en haar hert te Parijs. Toen de eerbied-
weerdige Stichtster der Visitatie hoorde spreken van aan
haar lichaam heur hert te onttrekken en het te laten rus-
ten te Parijs, was zij over van aandoening en riep met
verwondering uit: « Ach! mijne welbeminde Kinderen,
wat zegt gij? Verre dat mijn hert zou verdienen bewaard
te worden, behoorde men het, zijne ongetrouwheid inge-
zien , in eene vuilnisplaats te werpen! — O mijne
Moeder, hernam de schrandere overste van Parijs, die
wist hoe zij het moest aan boord leggen om Sinte Chantal
tot zich te winnen, wij vragen u dat hert niet, enkel om
het te bewaren, maar opdat het zicht daarvan ons zou
opwekken om met elkander in vrede te leven. — Als het
zoo is, zegde alsdan ernstiglijk moeder de Chantal, sta
ik toe dat het u geschonken worde; want, om de eendracht
te handhaven, zou ik duizenden herten geven, en gedoo-
gen dat het mijne aan honderden en honderden stukjes
gesneden worde. » En, de nonnen van Parijs haar
beloofd hebbende dat zij steeds met hare medezusters
van Annecy en van de overige huizen góéd zouden
overeenkomen, stelde zij eene schriftelijke getuigenis op
waarbij zij bekende te begeeren dat, na hare dood , haar
hert aan hut klooster van Parijs zou behandigd worden,
op voorwaarde nogtans dat, zonder behulp van den
-ocr page 425-
VIN SINTE CHANTAL                                   421
heelmeester, eene harer medezusters haar het hert met
de allergrootste zedigheid langs de zijde en geenszins
langs eenen anderen kant zou uithalen (1). »
Dat lang verblijf te Parijs liet de ootmoedigheid
van moeder de Chantal niet minder dan hare liefde voor
<Ie eendracht en den vrede blijken. Daar zij geen overste
meer was, weigerde zij niet alleen nog te gebieden,
maar zij ging zitten op de laatste plaats, knielde om den
zegen van de kloostermoeder te vragen, en zegde luidop
dat zij gekomen was niet om de Zusters de deugd te
leeren maar om door haar daarin onderwezen te worden.
Middelerwijl naderde de lente, en moeder de
Chantal spoedde zich om dat algemeen bezoek der
kloosters, waarde ziekte en de winter haar hadden doen
van afzien, en waar zij meer en meer de belangrijkheid
van begreep, neerstig voort te zetten. Zij vertrok dan
uit Parijs, in het begin van April 1636, vergezeld van
M. Marchez, haren biechtvader, van moeder Favre en
van zuster de Chaugy, en begon met de provintie
Champagne te doorreizen. Te dien tijde was er in deze
landstreek nog maar één klooster der Visitatie, te weten
dat van Troyes, welk niet dan met groote moeite door
moeder Favre was gesticht geweest. De eerbiedweerdige
moeder de Chantal kwam er den 12 April aan, en werd
er, onder het geluid der klokken, met blijdschap ontvan-
gen door al de Zusters, die processiesgewijze, met het
kruis voorop, haar stonden af te wachten, en die, zoo-
haast zij haar ontwaarden, den Benedictus aanhieven.
Wat moeder de Chantal ook zegde om dien zang te doen
staken, zongen de Zusters, over van tevredenheid,
altijd maar zingen. Al de nonnen waren zoo blijde die
beroemde Stichtster der Visitatie, die van vele harer niet
(1) Het oorspronkelijke schrift waar M. de Maupas, bladz.
240. kopie van gegeven heeft, is tegenwoordig in handen van
M. den graat d\'Hauterive, te Parijs.
II.                                                 SISTE CHAXTAL 27
-ocr page 426-
422                                          GESCHIEDENIS
gekend was, te zien, dat zij het bovengemelde kerklied
met geestdrift herhaalden, en van geen uitscheiden
wisten. Het overige van den dag schaarden zij zich, vol
eerbied, rondom haar, zegden haar hoedanig het met den
staat harer conscientie gelegen was, maakten haar het
verdriet van haar hert kenbaar, en vroegen haar zoo
goed te zijn haar den weg der volmaaktheid, waar alle
brave non begeerig naar is, te leeren. Moeder de Chantal
bezocht vervolgens het huis met groote nauwkeurigheid,
om te weten of de regels der Visitatie, zelfs de kleinste,
aldaar wel onderhouden waren. Een ding deed haar
pijne. Men was alsdan bezig met het klooster te bouwen,
en de bouwmeester, gelijk het dikwijls gaat, sterk in
zijne kunst verslonden, had er wat te veel versiering aan
toegebracht. Het schilde weinig of de achtbare moeder,
om aan hare Orde eene bijblijvende les van ootmoedig-
heid en van armoede te geven, deed al die versiersels
afkappen. Ten minste eischte zij dat het overige van het
klooster nederiger werd aangelegd, zooals, zegde zij, het
de bruiden van Dezen, die niets had om zijn hoofd te
laten rusten, betaamt (1).
Na een gansenen dag bij hare geestelijke dochters
doorgebracht te hebben, ging zij des anderendaags de
Karmelieternonnen, die de Visitatie van Troyes groote
diensten bewezen hadden, een bezoek afleggen. Zij
bedankte allermeest die brave Zusters voor hare christene
genegenheid. Zij zegde dat de goede overeenkomst
tusschen de kloosterlijke Orden het teeken is van eene
gansch bijzondere vereeniging met God, en de stempel
der geliefde kinderen van eenen en denzelfden hemel-
schen Vader. Zoo sterk wist moeder de Chantal de
Karmelieternonnen aan te staan dat, terwijl zij dezer
klooster bezocht, zij een stukje van haar kleed afsneden.
(I) Stichting van het klooster van Troyes, bladz. 429.
-ocr page 427-
423
VAN SINTE CHANTAL
Daar was het, in het klooster der Karmelietersen,
dat onze Heilige het geluk had eene blijdschap, waar zij
sedert lang naar trachtte, te smaken. Zij zag er de
deugdzame moeder Maria van de H. Drijvuldigheid
weder, die zij over dertig jaar zoo goed gekend had te
Dijon, wie zij, nog in de wereld zijnde, hare genegenheid
om Karmelieternon te worden had medegedeeld, en uit
welker mond zij deze profetische woorden had hooren
vloeien: « Neen, neen, gij zult tot dochter van Sinte
Theresia niet gemaakt worden, gij zult hare zuster zijn,
en zooals zij, zult gij den troost hebben eene geestelijke
Orde te stichten. » Te rekenen van dien tijd, had moeder
Maria der H. Drijvuldigheid een klooster van Karmelie-
ternonnen opgericht te Rowaan, ook nog een te Gaen,
een te Chutillon en twee te Troyes, waar zij, in 1636,
in zoo grooten geur van heiligheid leefde, dat de kloos-
ters van dan af wedijverden, om te weten wie hunner
haar deftig hert later bezitten zou. Sinte Chantal verlangde
vuriglijk om haar weder te zien. « O mijne Moeder,
schreef zij haar op zekeren dag, hoezeer begeere ik met
u in onderhandelinge te treden, hoezeer wensche ik met
u van de liefde van Onzen Heer Jesus Christus te mogen
handelen. » En nu dat dit geluk haar ten deele viel, was
het mondgesprek hoogst wonderbaar.« De Zusters, zeggen
de jaarboeken van de Karmelietenorde, meenden dat zij
in den hemel waren, toen zij den christenen en vriende-
lijken omgang van die twee heilige zielen bemerkten.
Ook, de oogen op haar gevestigd, luisterden zij met
gretigheid naar de aangename woorden welke die twee
brave menschen tot stichting van elkander en van het
geheele klooster spraken. Toen de nacht aanbrak en de
tijd van heengaan voor moeder de Chantal gekomen was,
eindigde de samenspraak met duizenden zalige geluk-
wenschingen. De eerbiedweerdige Stichtster der Visitatie
gaf, tot teeken van hare gansch bijzondere genegenheid,
-ocr page 428-
424
GESCHIEDENIS
aan de deftige priorin een zielroerend voorwerp
in geschenke, \'t Was eene fijne schildering in waterverf
van eene roos, die in haar midden de beeltenis van het
kindeken Jesus bevatte, en die aan moeder de Chantal,
op haren feestdag, door Sint Franciscus de Sales was
toegezonden geweest. Op de keerzijde van die schildering
had Sinte Chantal deze woorden, haar te dier gelegen-
heid door Sint Franciscus de Sales toegestierd, geplakt:
Mijne Moeder, in deze hoos
ligt ons leven besloten.
« Zij gaf dus die aangename roos aan moeder Maria
der H. Drijvuldigheid, haar zeggende: « Ik schenke u,
als aan mijne beste vriendinne in Jesus Christus, hetgeen
waar ik meest aan houde. » Vervolgens smeekte zij haar
met eene buitengewone ootmoedigheid steeds het kloos-
ter van Troyes te willen beschermen, en te maken dat
er tusschen de Karmelieternonnen en de Zusters der
Visitatie altijd goede overeenkomst zou bestaan. Dan, na
iedereen gesticht te hebben door haar voorbeeld en hare
deugden, verliet moeder de Chantal het klooster der
Karmelietersen (1). »
Van de provintie Champagne, ging Sinte Chantal
naar die van Burgonje over en stond eenigen tijd stil te
Dijon, waar de Zusters, diep getroffen van Moeders\' heilig-
heid, zich verhaastten om al wat te haren gebruike geweest
was, \'k versta een van hare kleederen, eenen sluier, wat
linnengoed, en haar zilveren kruis, als \'t ware zooveel
reliquieën, te verzamelen en te verbergen. Zij schreven
ook met eene kinderlijke zorge al de raden neer die zij
van haar betrekkelijk de ootmoedigheid, de armoede,
de gehoorzaamheid, de zelfopoffering en de liefde tot
(1) Jaarboeken der Karmelietenorde. Troyes, 1856, III
boekd. bladz. 465.
-ocr page 429-
423
VAN SIiNTE CHANTAL
het lijden ontvangen hadden, overtuigd dat, niet zulks
te doen, zij den wil Gods volbrachten en sterk aan hare
zielezaligheid werkten (1).
Een groote troost wachtte haar te Autun, waar zij
slechts een enkelen dag verbleet. Er heerschte in dat
klooster zooveel vrede, zooveel lieide onder de nonnen,
zooveel eenvoudigheid, rechtzinnigheid en ootmoedig-
heid, dat de Zusters niets bijzonders te zeggen hadden
aan moeder de Chanlal, en dat deze in minder dan drij
uren aan elk eene harer — en zij waren negen en dertig
in getal — kon gehoor geven. Zij verheugde zich aller-
meest daarover. « Welhoe! mijne Dochter, herhaalde
zij meermaals aan mevrouw de Toulongeon, wie kan
begrijpen dat er mij niet dan drij uren noodig geweest
zijn, om aan elk eene dier Zusters te spreken? Dat is
voor rnij een teeken dat de overste en hare onderhoorigen
menschen zijn van groote deugd. » Inderdaad de onder-
vinding leert dat de nonnen die gedurig vragen om aan
iemand anders dan aan hare gewone overste haar hert
te openen, juist deze zijn met wie men in de kloosters
meest van al moeite heeft. Ook hield moeder de Chantal
bij al de oversten der kloosters van de Visitatie aan,
opdat zij de grillen van sommige Zusters, die altijd naar
nieuwigheden, haar dikwijls hoogst nadeelig, trachten,
niet zouden involgen. « Laat ons van ons eigen brood
leven, zegde zij dikwijls, \'t is het beste. »
Dus, bemerkende dat hare tegenwoordigheid niet
vereischt was in een huis dat zoo schoone blijken van
grondige godsvrucht gaf, maakte zij, spijts al de aan-
dringingen der Zusters, die haar wilden tegenhouden,
gereedschap om heen te gaan. Op den oogenblik harer
afreis, zegde zij aan de negen en dertig nonnen die haar
tot aan de deur van het klooster vergezeld hadden:
(1) Annalen van de Visitatie van Dijon, bladz. 60.
-ocr page 430-
426
GESCHIEDENIS
« Vaartwel, mijne teergeliefde Dochters; ik ben over-
tuigd dat gij allen leeft volgens de voorschriften van
uw heiligen roep. » En toen de overste haar de bemer-
kinge deed dat de ingekeerdheid wat te wenschen liet in
het klooster, en dat zij daar de ooizake van was, zegde
Sinte Ghantal met nadruk: « O! zoo spreekt gij ongetwij-
feld uit ootmoedigheid, lieve Medezuster, want indien
gij en uwe onderhoorigen daar gebrek aan haddet, dan
zou uw klooster geen huis van vrede zijn, gelijk het is,
maar eene plaats van wanorde. »
Zij was juist tewege het klooster uit te gaan, toen
een der bijzonderste ingezetenen der stad haar vurig
kwam smoeken naar zijne bloedverwante, die sedert vele
jaren van eene zware ziekte was aangetast, met de
reliquieën van den gelukzaligen Franciscus de Sales ten
spoedigste te willen afkomen. Vol van geloof, twijfelde
hij geenszins ot de vereeringe van die kostelijke over-
blijfsels zou tot het herstellen van hare gezondheid won-
derveel bijdragen. De eerbiedweerdige moeder de Ghan-
tal, die om hare liefde tot de zieken en de armen alom
gekend was, was op het punt de verlangens van dien
heer te voldoen, loen zij vernam dat. de aanbiddelijke
schikkingen van God ingezien, zij de zieke niet helpen
mocht. Dus wist zij zich op eenige bijzondere redenen te
ontschuldigen , hierdoor te kennen gevende, hoezeer zij
bezorgd was om de bevelen Gods, hoe klein ook, te
vervullen (1).
Van Autun begaf zij zich naar Macon, waar zij
veel menschen bejegende die haar wachtten op den steen-
weg; want gij moet welen dat zij nooit den voet gezet
had in die stad, en dat hare aankomst aldaar voor iets
gansch bijzonders doorging. Al de mevrouwen der stad
kwamen haar verwelkomen, en onder derzelver getal
(1) Stichting van het klooster van Autun, liladz. 230.
-ocr page 431-
427
VAN SINTE UIANTAL
bemerkte men de voorzitster de Framaye, die haar twee-
jarig dochterken op de armen droeg. Sinte Chanlal
naderde haar, en, het kind zachtjes streelende, zegde zij:
« Ziedaar eene kleine die voor ons zal zijn. » Eenige
jaren later, wilde die dochter kost wat kost het nonnen-
kleed aantrekken, en ging de Visitatie, waar zij welhaast
aan hare medezusters tot voorbeeld dienen kon, met
kloekmoedigheid binnen. Ongelukkiglijk scheidde zij
vroegtijdig uit dit leven.
Moeder de Chantal verbleef maar twee dagen te
Macon. Den tweeden dag, gebood de overste van het
klooster aan hare medezusters, ten einde aan onze
Heilige, wie de zaken van godsvrucht sterk aanston-
den , wat verzet te verschaffen, een Stabat te zingen in
vier partijen. De muziek was allerschoonst, en de
nonnen zongen gelijk lijsters.
Moeder de Chantal luisterde naar dat gezang met
groote ingekeerdheid, en, toen het ten einde ging, zegde zij
op een ernstigen en statigentoon: « Wat is dat aangenaam
om hooren, welbeminde Kinderen! doch ik begeere dat
gij nimmermeer dergelijk eene muziek zoudet spelen,
en u zoudet herinneren dat zulks met de eenvoudigheid
van onze Orde strijdt. » Vervolgens bekeef zij een
weinigje de overste van het huis, die knielde en met bui-
tengewone ootmoedigheid de berisping aanveerdde (1).
Te Lyon, waar moeder de Chantal naartoe gegaan
was, vertoefde zij vijftien dagen , \'k versta eenige dagen
in het klooster van Bellecour en eenige andere in dat van
Antiquaille. Dat laatste klooster, waar men jegens
de verjaagde Zusters van Villefranche de herberg-
zaamheid oefende, bevatte om die reden negentig
nonnen. De Stichtster der Visitatie was over van
blijdschap, toen zij de ingekeerdheid en de vriendelijk-
(t) Stichting van het klooster van Macon. (Handvesten
van dat klooster.)
-ocr page 432-
428                                           GESCH1CUEMS
heid van dal aanzienlijk getal kloosterzusters bemerkte,
en volgeern bekende zij van haar niets beters te kunnen
vragen. Zij bewonderde vooral de goede overeenkomst
die bestond tusschen de onlangs gekozen overste en die
welke kortelings was afgestemd geweest, en luidop
verklaarde zij dat dit schouwspel haar tot ongemeenen
troost verstrekte (1).
Lyon uitgaande, stond zij stil te Valencia, en stierde
er de Zusters eenige zielroerende woorden , die dadelijk
met de grootste zorge geboekt wierden, toe. Bij hare
afreize uit het klooster, bood eene eenvoudige non haar
een doosje met Agnus Dei in geschenke aan, zich op
hare kleine gift verschoonende. Onze Heilige luisterde
met vriendelijkheid naar het gezegde van de Zuster,
bedankte haar voor hare goedhertigheid, doch nam de
gelegenheid waar om hare geestelijke dochters de
armoede meer en meer te doen beminnen: « O lieve
Medezuster, riep zij uit, ik ben over u voldaan , doch
meer nog zou ik van u tevreden zijn, waret gij zoo arm
dat gij mij niels te geven hadt (2). »
Te scheep gegaan zijnde op de Rhöne, vaarde
moeder de Chantal naar Pont-Saint-Esprit, waar zij den
23 Juni aankwam, en waar zij het klooster in groote
armoede vond. Zij zette de Zusters aan om verduldig te
zijn, bezocht de stad om er eenen grond, die tot het
bouwen van een klooster dienen kon, aan te treffen,
kocht dien, en zegde aan moeder overste op God, voor
wat de betaling aanging, te betrouwen, haar verzeke-
rende , dat Hij haar welhaast ki\'achtdadig zou ter hulpe
komen. Die voorzegging werd korts daarna op eene
wonderbare wijze waargemaakt (3).
(i) Stichting van het tweede klooster van Lyon, Udz. 32J>.
(2)  Stichting van het klooster van Valencia, bladz. 105.
(3)  Stichting van het klooster van Pont-Saint-Esprit,
bladz. 482.
-ocr page 433-
VAN SINTE CHANTAL                                   42*
Toen zij uit I\'ont-Saint-Esprit afreisde, en tewege
was op de Rhöne in te schepen , wierd het zeer donker
weer, en deed de zwaar bewolkte lucht vreezen voor een
schrikkelijk tempeest. Men wilde Sinte Chantal, die
verlangde om het klooster van Avignon te gaan bezoe-
ken , tegenhouden, en haar beletten ter rivier te
varen. Zij luisterde naar die raden, en zegde met hare
gewone voorzichtigheid: « Indien mijne reis eenigs-
zins zou gevaarlijk zijn, ben ik bereid, om reden
dat ik God niet tergen wil, die wat uit te stellen;
doch ik begeere de schippers daarover te hooren
spreken. » Dezen, de lucht en de wolken aandachtig
aanschouwd hebbende, verklaarden dat de donderbui
zoo gauw niet zou losbersten, en diensvolgens dat men
gerust mocht te schepe gaan: « Dat is genoeg gezegd,
hernam Sinte Chantal; immers onze eerbiedweerdige
Vader zou, op het enkele woord der schippers, de
woede der baren getrotseerd hebben; want God heeft
het verstand van die menschen, voor wat het schoon of
slecht weder aangaat, met bijzondere kennissen begun-
stigd. » Zij kwam te Avignon op Sinksenavond aan, en
werd er, gelijk het de gewoonte was bijna overal,
processiesgewijze, en onder het geluid der klokken,
plechtiglijk verwelkomt. Moeder de Villars, overste van
het klooster, bood haar de sleutels aan van het huis, en
hare helpster, eenen kwast met wijwater, om er de Zusters
mede te besproeien. Doch zij weigerde met nadruk dat
meesterschap over haar te voeren. De koorzangsters
hieven den Benedictus aan, en wat moeder de Chantal ook
zegde ofte niet, zongen zij, over van blijdschap, altijd
maar zingen, en voegden zelfs, terwijl onze Heilige aan
\'t aanbidden was van het H. Sacrament, er nog den
Laudate Dominum bij. Toen men de koor uitging,
lazen de dochterkens van het klein habijt, in engeltjes
gekleed, haar eenige verzen voor, haaralzoo te kennen
-ocr page 434-
450
GESCHIEDEMS
gevende, hoe gelukkig zij waren haar te zien en met
haar te mogen spreken. De eerbiedweerdige moeder
verbleef vijf dagen in het klooster, met iedere Zuster in
\'t bijzonder in onderhandelinge tredende, al de oefenin-
gen bijwonende, al de vragen beantwoordende, en
onophoudelijk niet de Zusters, over de liefde Gods en
de nederige Orde der Visitatie redeneerende. « Wilt niet
vergeten, welbeminde Zusters, zegde zij haar, al heen-
gaande, dat ik ti allen om God sterk beminne. Ik smeeke
u mijner insgelijks te willen gedenken, en veel voor mij
te bidden, opdat ik het overige van mijn leven heiliglijk
zou mogen doorbrengen, en in der eeuwigheid des
Heeren bermhertigheid zou mogen zingen (1). »
Het landschap Provence had op zijne beurt het
geluk die beroemde Stichtster der Visitatie in zijne
steden te ontvangen. Men bemerkte dat, bij haar aan-
komen in dat gewest, het weder al met eens veranderde
en verzachtte. De groote hitte, waar men sedert lang
van te spreken wist, hield oogenblikkelijk op, en een
weldoende regen bevochtigde den uitgedroogden grond.
De ingezetenen van dat oord waren daar fel over ver-
wonderd, en riepen dat er een mirakel gebeurd was.
Inderdaad, te rekenen van dien gewenschten oogenblik,
regende het regelmatig twee of drijmaal per week,
groeiden de vruchten der aarde met de macht, hetgeen
ongetwijfeld aan de gebeden van Sinte Chantal toe te
schrijven was (2).
Te Arles, kwam het volk in groot getal haar te
gemoet geloopen, en vergezelde haar, al schreeuwende,
tot aan het klooster. Zij vernachtte er; en des anderen-
daags, toen zij tewege was uit de stad af te reizen,
ontving zij het bezoek van eene onbekende mevrouwe,
(1)  Slichting van het klooster van Avignon, bladz. 191.
(2)  Getuigen ixsen van moeder de Sonnaz en van moeder
de Monthouz.
-ocr page 435-
431
VAN SI.NTE CHANTAL
die haar ten middagmaal noodigde. Onze Heilige ging,
waar er een klooster van hare Orde bestond, nooit eten
bij de burgers of de edellieden. Doch, in deze omstan-
digheid, overweegde moeder de Chantal een weinig de
zake, sloeg hare oogen naar den hemel, en zegde aan
die mevrouwe: « Mijne Dochter, ik wil uwe verlangens
geheel geern voldoen, en diensvolgens zal ik mij te
uwen huize om twaalf ure laten bevinden. » Die god-
vruchtige dame, in plaats van met moeder de Chanlal
aan tafel te gaan zitten, vroeg om haar de spijzen eigen-
handig te mogen voorzetten. Tot groote verwondering
van de Zuster die haar vergezelde, stond Sinte Chantal,
die de gewoonte niet had alzoo te handelen, de vrage
van de achtbare mevrouwe toe. Het maal geëindigd
zijnde, maakte de Stichtster der Visitatie gereedschap
om te vertrekken, toen die dame, ten hoogste in de ziele
bewogen en fel bekommerd om moeder de Chantal voor
hare gewilligheid te bedanken, zich al met eens vóór
hare voeten nederwerpt en haar zegt: « Welbeminde
Moeder, sedert drij jaar was ik aan eene zware en schier
aanhoudende koorts onderhevig; en nu, dat gij de
goedheid gehad hebt voet in mijn huis te zetten, ben ik
volkomentlijk genezen (1). »
Arles uitgaande, stelde onze Heilige zich op weg
naar Aix, waar zij met nog grootere geestdrift onthaald
werd. Op meer dan eenen dag reizens van de stad,
ontwaarde men reeds een groot getal rijtuigen op de baan
waar de edelste mevrouwen van de streek plaats in
genomen hadden, ten einde de eerbiedweerdige moeder
te verwelkomen, en haar tot aan het klooster te ver-
gezelschappen. Naarmate dat Sinte Chantal haren weg
voortzette, liep het volk bij geheel hoopen haar meer en
meer te gemoet, keelgaten uitroepende: « Ziedaar de
(1) Stichting van het klooster van Arles, liladz. 355. —
Gedenkschriften van moeder de Cbaugy.
-ocr page 436-
432
GESCHIEDENIS
Heilige! ziedaar de Heilige! » Nauwelijks was deze het
klooster ingestapt, of de heeren van de raadsvergadering
en van de rekenkamer kwamen haar gezamentlijk begroe-
ten, ook nog korts daarna Mgr de aartsbisschop van Aix,
die, na eenigen tijd met moeder de Ghantal gesproken
te hebben, luidop bekende met haar in onderhandelinge
niet te kunnen treden zonder van hare dettige manier
van doen diep getroffen te zijn. Mgr Pieter de Cornulier,
bisschop van Rennes, die bij geval in de stad aanwezig
was, had, toen hij die eerbiedweerdige Stichtster zag,
de meeste moeite van geheel de wereld om niet te wee-
nen, en het duurde niet lang, of hij knielde neder en
vroeg haar hem te willen zegenen. Doch die eenvoudige
moeder ging, bij het hooren van die woorden, aan
\'t beven, kreesch gelijk een kind van danige aandoening,
en stond daar gelijk een standbeeld zonder één woord
te kunnen spreken. De achtbare bisschop was lijk pat
geslegen, als hij zulks bemerkte, en meer was er hem
niet noodig om zoo seffens vast te stellen dat, ten einde
de gelegenheid te hebben om met onze Heilige dikwijls
in gesprekke te komen, hij de reis naar Savooie doen
zou (1).
Uit Aix vertrekkende, begaf zij zich naar Marseille,
waar zij met niet mindere blijken van vreugde en van
eerbied ontvangen werd. De Zusters, gansch verheugd,
omdat zij het geluk hadden hare hoogeerweerde Sticht-
ster gedurende eenige dagen te mogen herbergen, ver-
wisselden haren sluier, haar linnengoed, haar kleed, en
bewaarden die afsof het reliquieën zouden geweest zijn.
Van haren kant, kon moeder de Ghantal niet nalaten de
ingekeerdheid en de godsvrucht der nonnen te bewon-
deren en te prijzen. « O! indien gij dat huis gezien hadt,
schreef zij aan eene harer geestelijke kinderen, gij zoudt
(t) Stichting van het klooster van Aix, bladz. 216.
-ocr page 437-
435
VAN SI.VfK CHANTAL
er verwonderd over geweest zijn. Nergens, mijns
dunkens, heb ik meer ijver voor het gebed, meer vrien-
delijkheid, meer nauwkeurigheid in het onderhouden
van den heiligen regel en meer eenvoudigheid aange-
troffen (1). »
De andere kloosters van Provenee waren te verre
van elkander verwijderd, opdat moeder de Chantal
in persoon die zou kunnen bezoeken. Er werd dus
vastgesteld dat de oversten van Sisteron, van Digne,
Toulon. Draguignan, Grasse, Forcalquier naar Aix
zouden afkomen, om er met de Stichtster der Visitatie
over den staat harer huizen te handelen. Lichtelijk kan
men begrijpen, hoe blijde zij waren toen zij zich in de
tegenwoordigheid van Sinte Chantal bevonden. Ver-
scheidene harer schreven aan hare geestelijke gemeenten
dat zij zich hoogst gelukkig achtten, om dieswille dat het
haar ten deele gevallen was met hare eerbiedweerdige
moeder in \'t lange te spreken. De veertien dagen, die zij
samen doorbrachten, werden gebruikt om een groot getal
praktische kwestién te onderzoeken en op te lossen. Daar
de zeden en de manier van doen in \'t Zuiden zeer ver-
schillen van die van \'t Noorden, waren er vele dingen
die aan alle kloosters tegelijk niet konden toegepast
worden, en die daarom eene aandachtige nadenkinge
vroegen. Al de oversten der hierboven gemelde huizen
waren eens om de vriendelijkheid en de voorzichtige
handelwijze van moeder de Chantal te verheffen, en
wedijverden om haar gansch bijzondere teekenen van
genegenheid, van eerbied en van vertrouwen te geven.
Zij vreesden den dag te zien naderen op welken zij zou-
den afreizen, en diensvolgens verplicht zijn haar een
laatste vaarwel te zeggen. Wat zij meest bewonderden
in de eerbiedweerdige moeder de Chantal, was niet
(1) Stichting van het klooster van Marseille.
-ocr page 438-
434
GESCHIEDENIS
zoozeer hare hooge jaren als wel eene buitenge-
wone volmaaktheid, die, wanneer zij de brave men-
schen ten deele valt, meestendeels een teeken is dat zij
op het punt zijn van het tijdelijke met het eeuwige te
verwisselen. Ook, overtuigd dat zij haar welhaast niet
meer zien zouden, konden zij niet nalaten haar gedurig
te aanschouwen en op geheel hare stichtende manier van
handelen acht te slaan. Vooral waren zij van de laatste
woorden die de Stichtster der Visitatie haar toestierde
hoogst getroffen. Immers Sinte Ghantal zette die over-
sten sterk aan, opdat zij in hare kloosters den regel
harer Orde goed zouden doen onderhouden, opdat zij
hare onderhoorigen meer en meer de zelfopoffering zou-
den leeren oefenen, en opdat zij haar deze zielroerende
woorden van den goddelijken Zaligmaker: « Wie na
Mij wil komen, verloochene zich zelven, neme zijn kruis
op en volge Mij, » steeds zouden indachtig maken.
Daarenboven sprak zij haar schoone, opdat zij hare
medezusters nu en dan zouden voor oogen leggen, hoe-
zeer zij verplicht zijn haren God, haren naaste en
haar eigen zelven op eene heilige wijze te beminnen,
haar verzekerende dat, zoo zij zulks konden gedaan
krijgen, zij aan hare gezellinnen een grooten dienst
zouden bewijzen en haar den weg, die naar den hemel
Jeidt, banen. Die woorden zeggende, zegende zij de
oversten, omhelsdeze en bevool haar aan hare mede-
zusters de christene genegenheid , die zij haar toedroeg,
te kennen te geven. De oversten, van die aangename
onderhandelinge diep aangedaan, gingen, fel gesticht
door al hetgeen zij gezien en gehoord hadden, kloekmoe-
dig heen, en haar meeste geluk, toen zij t\'huis kwamen,
was die deftige opwekkingen en schoone voorbeelden
van Sinte Chantal schier gestadig te vermonden (1).
(1) Stichting van het klooster van Aix, bladz. 216.
-ocr page 439-
435
VAN SINTE CHANTAL
Al die zaken geëindigd zijnde, wilde moeder de
Chantal, eerdal zij uit het Zuiden afreisde, nog het
klooster van Montpellier gaan bezoeken. Toen in 1631
moeder de Maiïgny afkwam om er de stichtinge van te
beginnen , had zij, men weet het, genoodzaakt geweest
vele welgepaste aanspraken, die de gouverneurs, de
magistraten en de geestelijken haar deden, te aanhooren:
wat zal er thans gebeuren, nu dat moeder de Chantal in
persoon afkomt? Zie, nauwelijks had men vernomen dat
de Stichtster der Visitatie voet gezet had in de stad, of
iedereen verhaastte zich om haar plechtiglijk te onthalen.
De geestelij ken, de edellieden, de rechtsbeambten gingen
haar beurtelings den grootsten lof toezwaaien, bij zooverre
dat zij niet meer wist waar kijken van danige beschaamd-
heid, van danige verlegenheid. Ook, toen die heeren ver-
trokken waren, verklaarde zij luidop, dat, zoo zij den
geest van Sint Franciscus de Sales betrekkelijk de
beleefdheid niet ware indachtig geweest, zij zich in een
diepen kelder, ten einde al die vleiende woorden niet te
moeten hooren, zou gaan verduiken zijn (1).
Onder de verdienstelijke mannen die haar kwamen
groeten en raadplegen, bemerkte men eenen rechtsvor-
deraar des konings, eenen mensch van buitengewone
deugd, met name M. Ramasce. Deze, beu van de wereld,
verlangde sedert lang om zich aan den dienst van God
teenemaal toe te wijden, doch, uit vreeze van onvoorzich-
tig te handelen, wilde hij eerdal hij met Sinle Chantal
gesproken had, zijn plan niet uitvoeren: « O! achtbare
Heer, riep onze Heilige uit, geef aan uw besluit geen
gevolg; immers wat zou er van de wereld geworden,
indien al de brave menschen het kloosterleven aan-
namen? » En zoo seffens toonde zij hem welsprekend en
met kracht, hoeveel goeds hij in zijnen staat kon doen,
(1) Stichting van het klooster van Montpellier, bladz. 401.
-ocr page 440-
45<;
GESCHIEDE-NIS
hoeveel menschen hij door zijn voorbeeld naar den
hemel kon leiden. Te rekenen van dien tijd, leefde deze
heer in rust en vrede, zich bezig houdende met goede
^verken te doen, en overtuigd, dat God hem door deze
eerbiedweerdige kloostermoeder zijnen wil had kenbaar
gemaakt.
Om zich naar Avignon te kunnen begeven, vertrok
moeder de Chantal uit Montpellier naar Nimes, waar
zij verplicht was te vernachten. Daar al de voornaamste
afspanningen door protestanten bewoond waren, weigerde
zij er te gaan slapen, en had liever in eene kleine en
arme herberg den nacht door te brengen. Toen zij zich
aldaar aanbood, zegden haar de brave menschen van
het huis: « Mevrouwe, wij zijn arme lieden; doch wij
zijn goede katholieken. — O! antwoordde hun onze
Heilige, gij rijt geen arme maar rijke lieden, om dies-
wille dat gij den kostelijken schat des geloofs bezit! »
En dadelijk wekte zij hen op, om dat levendig geloof
steeds te bewaren. Men trof\' in die nederige woning niet
dan een slecht en vuil bed aan. Zij wist het wat op te
schudden, en zegde, toen zij des anderendaags heen-
ging, dat zij zich niet herinnerde ooit van geheel haar
ie ven zoo goed geslapen te hebben.
De maand Augustus was op het punt van te ein-
digen , toen moeder de Chantal te Avignon aankwam;
doch, daar de groote hitte haar, om reden van hare
bloedrijke lichaamsgesteldheid, veel kwaad gedaan had,
en hare reis sedert meer dan vijf maanden duurde,
scheen zij van den gedanen weg sterk vermoeid te zijn
en vele krachten verloren te hebben. Niettemin weigerde
zij zich te kloesteren, zoodanig dat men fel eene
kloostermoeder bewonderde die, bijna zeventig jaar
oud zijnde, van zooveel kracht en werkzaamheid nog te
spreken wist. Geheel dikwijls stond zij om twee ure
van den nacht op, om vroeg te been te zijn en de
-ocr page 441-
457
VAN SINTE CHANTAL
mis voor hare afreis te kunnen bijwonen. « In den
ouderdom welken zij bereikt had, zegt moeder de
Chaugy, diende zij tot wekker aan al degenen die haar
vergezelschapten. » Soms ook gebeurde het dat, met
\'t krieken van den dag opstaande, zij niet dan met den
tweeën of den drijén van den achternoen hare nooddruft
kon krijgen, en verplicht was zich met wat melk, wat
zwart brood en wat slechte kaas tevreden te houden;
doch, te midden van de grootste ontberingen en de
zwaarste vermoeinissen die haar ten deele vielen, kwam
zij steeds opgeruimd en vroolijk voor, maakte zij stand-
vastig de vreugde uit van iedereen.
Hare deugd scheen nog meer uit dan hare werk-
zaamheid en hare geestkracht. Elk een van de stappen
die zij deed op hare reize was door eene oefening van
ootmoedigheid, of van armoede, of van versterving, of
van liefde tot God gekenmerkt. Op zekeren dag dat
mevrouw de Toulongeon haar zegde, haar zwaar en
versleten kleed tegen eene lichte zijden stoffe te ver-
wisselen, antwoordde zij: « Ach! mijne welbeminde
Dochter, het dragen van dergelijk een kleed past mij
niet; geloof mij, het ware genoeg van te denken dat ik
op de schouderen iets kostelijks drage, om het zoo
seffens verre van mij te werpen. Men zou mij maar een
zoo gemakkelijk en schoon kleed moeten bezorgen, om
mij al mijne ruste te benemen. » En toen mevrouw de
Toulongeon haar smeekte te gedoogen ten minste dat zij
haar op hare reize naar de kloosters van Burgonje zou
vergezelschappen, wilde zij haar zulks geenszins toe-
staan, zeggende dat, al dat beslag van peerden en
koetsen ingezien, zulk een doortocht te veel in de oogen
van de menschen zou springen, en diensvolgens te veel
opspraak zou lijden. Zij liet dus weten aan hare dochter
dat, ofschoon het haar zeer aangenaam zou zijn met
haar op reis te gaan, zij voor den oogenblik liever had
II.                                                 SINTE CHANTAL 28
-ocr page 442-
458
GESCHIEDENIS
niet dan in het gezelschap van haren biechtvader en van
eenige harer medezusters die bezoeken te doen. « Ik
bemin de eenvoudigheid, riep zij uit, en wil toonen
overal dat ik van geen wereldsche grootheid en make. »
Bij hare aankomst in de steden die zij doortrok,
trachtte zij aan alle plechtige onthaling te ontsnappen
en ging zelfs, den nacht aanbrekende, bij gebrek aan
kloosters van hare Orde, niet dan met tegenzin in
christelijke doch rijke huizen, waar alles even schoon
en kostelijk was, slapen. Als men haar zegde, op het
bed wijzende waar de koning zijne vermoeide ledematen
had laten op rusten : « Zie, Mevrouwe, hier zult gij van
dezen nacht goede dagen hebben, » kwam zij, ootmoedig
als zij was, schrikkelijk beschaamd voor, en verhaastte
zich, toen zij het schoon had, om, te zamen met hare
medegezellin, de fijne zijden deksels waar het bed van
voorzien was toe te vouwen, en van kant te stellen,
zeggende, dat de kleederen die zij aanhadden haar tot
dekkinge zouden dienen. Nooit was zij gelukkiger dan
toen zij, bijna zonder eten, in arme herbergen moest
gaan slapen op stroo of op bladeren, dan toen zij mocht
uitroepen dat zij aan alles mangel had, en zoo arm was
als de heilige man Job.
Zij gaf dezelfde blijken van ootmoedigheid en van
versterving, toen zij in een of ander harer kloosters
aankwam. Zij weigerde op den stoel der overste te gaan
zitten, de zegening vóór of de dankzegginge na het eten
plechtiglijk te doen, ook nog in de vergadering der
nonnen \'t hoogste woord te voeren, luidop verklarende
dat zij op de rechten der kloostermoeder geen aanspraak
begeerde te maken. Eens dat, uit eerbied voor haren
persoon, men de plaats, waar zij zou aanzitten, met
groene saaien stoffe bedekt had, verhaastte zij zich die
weg te nemen, zeggende: « Zijn wij dan edellieden,
om te gedoogen dat er ons zooveel eere geschiede? »
-ocr page 443-
459
VAN S1NTE CHANTAL
Insgelijks weigerde zij, onder voorwendsel dat zulks
met den geest van armoede streed, te knielen op een
kussen in de koor.
Ofschoon zij, om hare kloosters te bezoeken, veel
tijd aan \'t reizen besteden moest, liet zij eventwel hare
godvruchtige oefeningen niet achter, en steeds bewaarde
zij hare ingekeerdheid en hare gestichtigheid. Zoo het
gebeurde dat zij schoone landschappen tegenkwam, dan
sloeg zij er eens hare oogen op, om die vervolgens naai-
den hemel te verheffen, alsof -zij had willen verklaren
dat die sierlijkheden der natuur bij de aangenaamheden
des Paradijs niet kunnen vergeleken worden. Bevond
zij zich op moeilijke en gevaarlijke wegen, dan had zij
haar vermaak met de bangheid van degenen die haar
vergezelschapten te bemerken, en, zonder de minste
vreeze te toonen, gaf zij acht op hare gewone bezig-
heden. Op hare reizen, wist zij nu en dan zielroerende
kerkliederen te zingen, dikwijls van God te spreken en,
door haar vriendelijk en deftig gelaat, iedereen tot
betrouwen steeds aan te zetten.
Doch \'t was vooral in de kloosters van hare Orde
dat het goed maakte haar, in de tegenwoordigheid van
hare geestelijke kinderen, het woord te hooren voeren.
Hare gemeenzame gesprekken waren kort, vlammend en
met zeer beweeglijke woorden bezaaid. Nu eens bevool
zij het oefenen der oolmoedigheid, der ingekeerdheid,
der zelfopoffering en der rechtzinnigheid aan; dan
handelde zij eenvoudig weg van de eendracht, de vrien-
delijkheid en de christene liefde, niet zoozeer verlangende
dan door hare moederlijke raden en opwekkingen hare
dochters in Jesus Christus ter hulpe te komen. Ook
moest zij maar haren mond opendoen, om zoo seffens de
nieuwsgierigheid en de aandacht van eene geheele
geestelijke gemeente te verwekken (1).
(1) Deugden die Sinte Chantal oefende op hare reizen,
door moeder Favrot.
-ocr page 444-
440
GESCHIEDENIS
Wie begeert eenige dier troostelijke en opbeurende
woorden te vernemen, luistere: « Mijn God, zegde zij
op zekeren dag, sterk vreeze ik dat, bij gebrek aan
alleszins deugdelijke oversten, onze kloosters die dage-
lijks in getal aangroeien, aan \'t kwijnen gaan! O! hier
behoort men eens goed aan te denken! zoo niet zal men
veel duivenkoten, waar onze duivekens zoo wel voor het
geestelijke als voor het tijdelijke van honger zullen
omkomen, opslaan. »
Om dat ongeluk te vermijden, sprak moeder de
Chantal de oversten der kloosters van hare Orde schoon,
opdat zij den roep der novicen strengel ijk zouden onder-
zoeken. « Weest bekommerd, zegde zij, meer om te
weten of de novicen met den geest Gods bezield zijn dan
om te weten of zij veel geld en goed bezitten. Wie niet
dan op geld uit is, voegde zij erbij, zal zich in zijne
verwachtinge dikwijls bedrogen vinden. » Daarenboven
hield zij niet op de oversten te vermanen, opdat zij alle
eigenliefde uit het hert harer onderhoorigen zouden
bannen. « Wiste ik, zegde zij, dat de hoogmoed in een
of ander onzer kloosters is binnengedrongen, dan zou
ik genegen zijn om God te bidden dat Hij dat klooster
door het vuur des hemels zou verdelgen. Mogelijk zal
ik van overdrevenheid beschuldigd worden, doch ik
twijfele geenszins dat men mij gelijk geve, als men eens
wil overwegen wat al kwaad de trotschheid in eene
geestelijke gemeente doet. En, onder het uitspreken van
die woorden, veel tranen stortende, riep zij uit met nog
meerdere kracht: « Ja, beminde Medezusters, wilt gij
mijn leven verkorten en mij welhaast in \'t graf helpen,
dan moet gij maar onder elkander verdeeld zijn en hoo-
veerdig voorkomen. Wat mij belangt, ik zou volgeern
toestaan dat men mij de tong met een gloeiend ijzer
doorboorde, om nooit te moeten hooren dat iemand van
u zich aan zonden tegen de liefde heeft plichtig
-ocr page 445-
441
VAN SINTE CHAJiTAI.
gemaakt! » Gedurig handelde moeder de Chantal van de
ootmoedigheid, die den vrede onderhoudt en de trotsch-
heid verjaagt. Zij wist niet hoe gedaan, om die schoone
deugd sterk genoeg te verheffen. « \'t Is de overste van
onze Orde, zegde zij, en zoo eenieder tracht die overste
gehoorzaam te zijn, dan zal men nooit onder ons de
minste oneenigheid aantreffen. »
Zij wilde dat de ootmoedigheid niet de gehoorzaam-
heid gepaard ging: en met welke gehoorzaamheid? met
eene spoedige, blijgeestige, heldhaftige en blinde gehoor-
zaamheid. « O! riep zij uit, hoezeer moet ik de handel-
wijze van sommige nonnen laken die in het verkiezen
van hare oversten niet dan op de bekwaamheid en de
groote ondervindinge van den mensch acht slaan! \'t Zijn
al die bekwaamheden en eeretitels welke niet zelden
oorzake zijn dat men, met te gehoorzamen , minder ver-
diensten vergadert voor den hemel; want het is niet
moeilijk te gehoorzamen aan iemand die gansch bijzon-
dere hoedanigheden heeft. Wat mij aangaat, voegde zij
er bij, ik zou , gave men mij de jongste en nederigste
mijner medezusters voor overste, haar sterk beminnen en
aan haar stiptelijk gehoorzamen. »
Doch, ten einde hare geestelijke dochters met elkan-
der goed te doen overeenkomen, wist moeder de Chantal
de christene liefde meer nog dan de gehoorzaamheid en
de ootmoedigheid te waardeeren en aan te prijzen. Zij
sprak bijna van niets anders. « Daar ik maar weinige
jaren meer te leven heb, zegde zij, wil ik, omdat de
laatste woorden van eene moeder best door hare kinderen
onthouden worden, u gedurig herhalen dat gij ten
opzichte van elkander steeds gedienstig en vol liefde
behoort te zijn. Nu, dat ik op het punt ben van het tijde-
lijke met het eeuwige te verwisselen, vermane ik u allen
deze mijne uiterste les nooit te vergeten: « Bemint mal-
kanderen. » En daar zij schier gestadig hetzelfde zegde,
-ocr page 446-
442                                           GESCHIEDENIS
fluisterde zuster de Chaugy haar zachtjes in deoore:
« Mijne Moeder, overal zal ik laten weten dat, hooge
jaren bereikt hebbende, gij, naar het voorbeeld van Sint
Jan, niet dan van liefde en eendracht spreekt. — Mijne
Dochter, beman) onze Heilige op een vriendelijken toon,
vergelijk mij bij Sint Jan niet.eene zondares bijeen
uitmuntenden dienaar Gods: doch weet dat, zoo ik niet
vreesde mijne medezusters lastig te vallen, ik haar
onveranderlijk deze gewichtige woorden zou laten hooren:
« Bemint malkanderen. »
Terzelfder tijd dat moeder de Chantal de kloosters
die zij bezocht met zoo zielroerende lessen begunstigde,
was zij met het welzijn van de overige Visitatién die zij,
om reden van eene al te groote vermoeidheid, niet bezoe-
ken kon, allermeest bekommerd. Onophoudelijk sloeg
zij, als moeder en stichtster, de tachtig huizen van hare
Orde gade. Zij wisselde met al de oversten, ja zelfs met
de Zusters brieven met demacht. Zeer dikwijls was zij, om
al de vragen, haar toegestierd, te kunnen beantwoorden,
op hare reize verplicht verscheidene dagen stil te staan.
Die briefwisseling van de bejaarde moeder de Chantal
geeft meer en meer hare groote behendigheid, hare
buitengewone ondervinding, hare aangroeiende heilig-
heid te kennen. Gij zoudt zeggen dat er iets aan haar
doordringend onderzoek ontsnapt, maar niets! Zie, in
hare brieven spreekt zij van het bestier der huizen, van
de plichten dei\' oversten en der Zusters, van de keus der
novicen, van het nauwkeurig onderhouden des regels,
van de liefde tot elkander en van veel andere middelen
om tot de volmaaktheid te geraken, in één woord, van
alles wat tot voordeel van hare geestelijke kinderen
strekken kan. In al wat zij schrijft, komt zij tegelijk
strengen vriendelijk voor. Hoe ouder zij wordt, hoe
meer zij genegen is om nieuws van hare teergeliefde
kinderen te ontvangen. Haar is het onmogelijk te leven,
-ocr page 447-
445
VAN SISTE CMANTAL
zonder te weten hoe hare geestelijke dochters het stellen;
/.ij smeekt ze, zij praamt ze haar nu en dan een letterken
toe te stieren. Ja zelfs zij berispt ze als zij de gunstige
gelegenheid om haar een briefken te zenden laten voor-
bijgaan. Doch welke berispinge! het is eene berispinge
die uit het hert komt en tot het herte spreekt. « Ik ben
niet tevreden vanu, welbeminde Dochter, schrijft zij
aan moeder de Blonay, omdat gij verwaarloosd hebt mij
wat nieuws te doen geworden : ongetwijfeld ware ik bij
u , ik zou, om te beletten dat gij nog in die kleine tout
vallet, u gansch bijzondere blijken van genegenheid
geven. O! volgeern schelde ik u die fout kwijt, op voor-
waarde nogtans dat gij die niet meer bedrijft; want hel
is u bekend, hoezeer ik u bemin en hoezeer ik begeere
een briefken van uwe hand nu en dan te ontvangen (1). »
Ondertusschen naderde de winter, en, daar moeder
de Chantal van zin was de kloosters van \'t Vrije Graaf-
schap , van Lorreinen, van Picardië en van Normandië
te gaan bezoeken, verhaastte zij zich om uit het Zuiden
af te reizen. Zij begaf zich van Avignon naar Grenobel,
toen men haar eenen brief van den bisschop van Geneve,
die haar naar Annecy terugriep, behandigde. Vernomen
hebbende dat zij van dat gedurig heen en weer gaan
sterk vermoeid was, en vreezende dat, hare hooge jaren
ingezien, zij hare gezondheid zou te kort doen, gebood
hij haar, hare reis te onderbreken en dadelijk naar boven-
gemelde stad weder te keeren. Zij gehoorzaamde,
hopende, daar zij t\' enden alle krachten was, wat ruste
te mogen genieten. Zij was mis: niet dan in het graf zou
zij inslapen en rusten.
(1) Men treft in de werken van M. Migne en van II. Kil. de
Barthélemy, vele van die brieven aan.
«^ó^-
-ocr page 448-
-ocr page 449-
Laatste beproevingen van moeder de Chantal.
— Hare inwendige dorheden. — Dood van
moeder de
Chatel, van moeder Favre en
van moeder de Bréchard. — Stichting van
de Visitatie van Turin.
1637-1640
iddelerwijl was Sinte Chantal aan het einde
van haar leven geraakt, en aan de verwezen-
lijking harer zending. Zij zou het zes en
zeventigste huis van hare Orde stichten, en
de inrichting van vier ot vijf andere gereed maken,
hetgeen het getal kloosters der Visitatie op tachtig
brengen zou. Zij had achtervolgens Lorreinen,
Frankrijk, Savooie en Zwitserland doorloopen, en overal
had zij als eene heilige aanzien en de grootste eere
bewezen geweest. Om haar in een zoo buitengewoon
werk te doen gelukken, had God de twee beroemdste
mannen van haren tijd, Sint Franciscus de Sales en
Sint Vincentius a Paulo te haren dienste gesteld.
Daarenboven had zij het geluk gehad eenige heldhaftige
vrouwen te bejegenen, die hare wonderbare plannen
hielpen uitvoeren. Nu dat zij met zooveel glorierijke
kronen was begunstigd geweest, ging er haar eene
-ocr page 450-
446                                          GESCHIEDENIS
gansch bijzondere, die des tegenspoeds, ten deele vallen,
waardoor zij nog deftiger en edelmoedige!\' dan ooit zou
voorkomen.
Doch tot dan toe had God niet gewacht om aan
moeder de Chantal den kostelijken kelk des lijdens te
behandigen. Ongetwijfeld wordt men geen acht en zestig
jaar oud, zonder fel geleden te hebben, en, wanneer
eene ziel zich met eene edelmoedigheid, die van onze
Heilige gelijk, den Heere opdraagt, dan weet Jesus
Christus haar vroegtijdig te beproeven, en haar bijtijds
in zijne smerten te doen deelen. « En ik, mijne wel-
beminde Medezuster, zegde de eerbiedweerdige Sticht-
ster der Visitatie aan eene jonge non die voor den
eersten keer niet de kruisen kennis maakte, ben sedert
meer dan veertig jaar aan alle slag van bekoringen
blootgesteld. Is dat eene reden voor mij om den moed
te verliezen? In het geheele niet. Ik wil op God hopen,
\'t mag zoet of bitter zijn wat Hij mij overzendt. » En
zij voegde er deze christelijke en beweeglijke woorden
bij: (i Mijne ziel was evenals een ijzer zoo verroest door
de zonde, dat zij sterk van noode had door het vuur
van Gods rechtveerdigheid gezuiverd te worden (1). »
Niettemin waren die inwendige dorheden, die zij
sedert meer dan veertig jaar leed, bij die welke haar
op het einde van haar leven ten deele vielen, geenszins
te vergelijken. In 1632 of daar omtrent, drukte God
op haar hoofd heviger dan ooit die doornenkroon, waar
zij sedert zoo langen tijd van te spreken wist, en
wekte haar krachtdadig op om zich, door eene zieltoging
die negen jaar duurde, tot de dood te bereiden.
Op zekeren keer dat zij buiten zich zelve vervoerd
was, begreep zij hoe lang het marteldom dat haar
wachtte duren zon, alsook welke er de beteekcnis en het
voordeel van waren.
(1) Gedenkschriften \\an moeder de Cliaugy, bladz. 460.
-ocr page 451-
VAN SINTE CIIANTAL                                   447
\'t Was de 14 Juni, dag op welken men de feest
van Sint Basilius vierde. Zie, zij was be/.ig niet zich
een weinig te verzetten, toen zij al niet eens in verruk-
king geraakte en, zonder één woord te kunnen spreken,
gansch verslonden in den Heere voorkwam. Hare oogen
waren gesloten, haar aangezicht bleusde van roodheid,
en alles gaf te kennen, ofschoon zij het niet wilde
geweten hebben, dat zij in innige onderhandelinge met
God was getreden. Opdat men op de gunsten die Jesus
haar deed geen acht zou geven, stelde zij zich wel is
waar aan \'t spinnen, doch meermaals was zij verplicht
haar werk te onderbreken: zoo groot was de opgetogen-
heid die haar ten deele viel. Toen zij bemerkte dat zij
er niet in gelukt had Gods bezoekinge te verduiken,
gebood zij, nog altijd willende verbergen wat er in haar
omging, aan hare geestelijke kinderen eenige deuntjes
van zeker lied. waar moeder de Bréchard de maakster
van was, te zingen. Dat deed haar groote deugd, en
gewaar wordende dat hare opgetogenheid ten einde was,
drukte zij zich met kracht in dezer voege uit: « Mijne
welbeminde Dochters, gelijk het u bekend is, zijn het
meeste getal van onze H. Vaders, en onder anderen
Sint Basilius niet gemarteld geweest: zoudt gij mij
daar de reden van kunnen zeggen? »
Nadat elk eene harer geantwoord had, zegde zij:
« Wat mij betreft, ik denke dat het is omdat, behalve
het wezentlijke marteldom, er ook een marteldom van
liefde bestaat, waarin God, zijne dienaren in \'t leven
latende, hen tegelijk martelaars en belijders maakt.
En ziedaar, voegde zij er bij, de marteldood waar de
Zusters der Visitatie behooren naar te verlangen. » En
een eenvoudig nonneken gevraagd hebbende waarin die
marteldood bestond, gaf zij voor antwoord: « Welbe-
minde Zuster, bemin God, en gij zult ondervinden
waarin die marteldood bestaat. Als men stiptelijk des
-ocr page 452-
448
CESCHIEDEMS
Heeren wil volbrengt, dan wordt men gewaar hoe
dikwijls men zijne kwade neigingen moet bedwingen,
hoe dikwijls men tegen zijne eigenzinnigheid den oorlog
moet voeren. Welnu, zoo men dat doet uit zuivere
genegenheid voor Jesus, dan ondergaat men het martel-
dom van liefde. Ik ken eene ziel, zegde zij, die zoo
afgetrokken van de wereld leeft, die zoo bezorgd is om
haren Schepper te behagen, dat zij alles zou slachtoffe-
ren, alles zou lijden eerder dan Hem onaangenaam voor
te komen.
—  En hoe lang duurt dat slag van marteldood,
vroeg eene andere Zuster?
—  Dat duurt van den oogenblik dat de ziel zich aan
God heeft opgedragen tot de ure der dood. Doch dat
moet verstaan worden van de manhaftige herten, die,
zonder ooit den moed te verliezen, getrouw zijn aan de
liefde; want de Heer houdt zich niet bezig met de machte-
looze personen te martelen; hij laat hen stilletjes hunne
wegen gaan, uit vreeze dat zij Hem ontsnappen, zoo Hij
ze te veel pramen zou.
— Kan dat marteldom van liefde, hernam eene
andere non, bij het lichamelijk marteldom vergeleken
worden ?
—  Ja, zeker, het eene moet voor het andere niet
onderdoen, want de liefde is sterk als de dood, en de
martelaars van liefde, albewaren zij nog hun leven,
lijden meer met steeds den wil Gods te volbrengen, dan
zij lijden zouden met duizenden levens tot bewijs van
hun geloof, van hunne liefde en hunne getrouwheid ten
beste te geven. »
Des anderendaags van den oogenblik waarop God
Sinte Chantal met de volmaaktheid des marteldoms van
liefde had bekend gemaakt, begon voor haar de ziels-
benauwdheid die slechts ééne maand vóór hare dood
eindigde. Zij werd door zoovele en zoo wreede inwendige
-ocr page 453-
449
VAN SINTE CIIANTAL
dorheden bestormd, dat zij met zich zelve bijna geen
■weg wist. Zij durfde op hare conscientie hare.oogen
niet slaan, noch ze tot God opheffen. Het docht haar dat
hare ziel met zonden besmeurd was, en diensvolgens dat
zij bij God afkeer en haat verwekte. Hoe meer zij zich
oefende in de deugd, hoe meer zij bij de menschen voor
eene heilige kloosterzuster doorging, hoe meer ook zij
sterk bekoord en groote verlatenheid in haren geest
gewaar wierd. Behalve dat zij nooit tegen de gepeizen
van onzuiverheid te worstelen had, waren er geen
inbeeldingen, hoe slecht ook, die haar niet ten deele
vielen, geen werken, hoe boosaardig ook, die zij niet
meende bedreven te hebben. De twijfels wegens de
aanbiddelijkste mysteriën, de lasteringen tegen de onein-
dige volmaaktheden van God, de schandelijkste oordeelen
nopens den evenmensch, kwamen haar beurtelings kwel-
len en bedroeven. Zij zegde dat haar geest een groot
bosch gelijk was, waar de afgrijselijkste kruipdieren vrij
heen en weer gingen , zonder dat het haar gegeven was
die te vernielen of te verjagen. Ook, toen zij sprak van
hare inwendige dorheden, rolden dikke tranen langs
hare wangen af. Des nachts , hoorde men haar zuchten ,
gelijk iemand die op sterven ligt. Bij dage, vergat zij te
eten en te drinken. En wat haar, middenin hare bekorin-
gen, het pijnlijkste van al voorkwam, was te denken dat
God haar verlaten had, dat Hij zich om haar niet meer
bekommerde. Zij stak tot Hem hare armen uit, doch
zonder den minsten troost te ontvangen. Wat meer is,
zij meende dat Onze Lieve Heer op haar verbitterd was,
dat Hij haar voor een vijandelijk mensch aanzag. Vruch-
teloos trachtte zij, om de rust van hare ziele te bekomen,
zich die schoone namen van herder, of van bruidegom
of van vriend, Hem zoo dikwijls gegeven, te herinneren;
zij ontwaarde in Hem, zoohaast als zij aan Hem dacht,
niet dan een vergramden rechter, niet dan een misprezen
-ocr page 454-
430                                           GESCHIEDENIS
meester, die zich wreken wilde. Allengskens kreeg zij
van al de oefeningen, waar er gewag van God gemaakt
wordt, eenen afkeer. Zij beefde gelijk een riet, als er
kwestie was van te bidden of van te communiceeren,
overtuigd zijnde dat, de heiligheid van God en hare
boosheden ingezien, zij daarvan gansch onweerdig was.
Wie zou het gelooven? zelfs de geestelijke lezing, waar
zij eertijds zooveel trek voor gevoeld had, kwam haar,
om dieswille dat men daarin van God sprak, lastig en
verdrietig voor. Zij zegde aan eene harer medezusters
dat zij aan die lezing geene aandachtige ooi\' leenen kon
in den refter, zonder te peizen dat men haar het hert
met schichten doorboorde.
Tot dan toe, zelfs middenin hare hevigste inwendige
dorheden, had zij, tot het bestier van de anderen, al hare
behendigheid en haar vernuft behouden. Thans veran-
derden de zaken, en dat meesterschap werd voor haar
eene bron van schrikkelijke bekoringen. Men mocht
haar van geene zwarigheid meer spreken, zonder dat de
tranen in hare oogen perelden, noch van eene of andere
zonde gewag maken, zonder dat zij meende die bedreven
te hebben. Op zekeren dag dat moeder de Blonay haar
van eenige inwendige smerten sprak, zegde zij haai\' over
van verdriet: « O mijne Dochter, houd op van klagen,
want ik zou onder die bekoring, welke op het punt is
mij ook aan te vallen, bezwijken. » En aan eene andere
non: « Wistetgij, teergeliefde Medezuster, hoe ellendig
mijne ziel gesteld is, gij zoudt u wachten mij de droef-
heid uws herten te kennen te geven ! Het is genoeg dat
gij mij zegt: ik ben door den duivel lastig gevallen,
om insgelijks zoo seffens bekoord te worden. God ver-
schaft mij de middelen om de anderen te troosten, doch
verhaast zich niet om mijne eigene neerslachtigheid weg
te nemen. Moet ik dan niet vurig verlangen om, te mid-
den van mijne geestelijke duisternissen, door eene brave
-ocr page 455-
4:;i
VAiN SINTE CIIANTAL
overste, die mij alle moeilijkheden helpe overwinnen,
bestierd te worden ? »
O wonderbare zake! Zie, die manhaftige en behen-
dige mevrouwe, die velen den weg der volmaaktheid
geleerd heeft, die zelve dien weg kloekmoedig bewandeld
en er allerschoonst van geschreven heeft, ligt nu t\'enden
alle krachten geveld op dienzelfden weg, en is, zonder
eene hand vóór hare oogen te zien, verplicht al tastende
naar haar doelwit te stappen, \'t Is al/.oo dat God haar
beproeft en verootmoedigt. Op dezelfde wijze weet God
al de heilige menschen met inwendig verdriet en kruisen
te bezoeken, en zij mogen de dooden verwekken of er
geene verwekken, in de toekomst lezen of er niet in
lezen, toch allen moeten zij deelen in het bitter lijden
van hun goddelijken Zaligmaker. Terwijl men hun den
grootsten lof toezwaait en hun de voeten kust, is God,
ten einde hen van de eere der wereld atkeerig te maken,
bezorgd om hen sterk te vernederen en hen diep op de
toets te zetten.
Allerhevigst waren de bekoringen die de eerbied-
weerdige moeder de Ghantal op het einde harer dagen
ten deele vielen. « Mijne welbeminde Kinderen, zegde
zij, ik ben tegenwoordig zoo ellendig en zoo beproefd,
dat er niets in de wereld tenzij de dood aan mijne smer-
ten eenige verzachtinge kan toebrengen. Ik zoeke en
herzoeke, om te weten hoe lang mijn vader en mijn
grootvader geleefd hebben, de zoete hope koesterende
van niet langer dan zij te leven. »
En in eene andere omstandigheid: « Ik wil mij niet
meer bezig houden, met te onderzoeken wanneer ik
sterven zal; het heelt mij fel gespeten zooveel tijd in
beuzelarijen verloren te hebben: immers wat baat het
mij den ouderdom van mijnen vader, die drij en zeventig
jaar geleefd heeft, te kennen? Is \'t daarvoor gezeid, dat
ik niet langer dan hij leven zal? » Te rekenen van dien
-ocr page 456-
43*2
GESCHIEDENIS
tijd, placht zij dikwijls uit te roepen: « O mijn God! ik
begeere te leven zoolang het U believen zal. »
Middenin die schrikkelijke bekoringen, gaf zij blij-
ken van gansch bijzondere deugd. Sterk gepijnigd in
hare ziel, kwam zij niettemin vriendelijk en blijgeestig
van aangezicht voor, zoodanig dat niet eene harer
medezusters, hadden zij er niet van verwittigd geweest,
ooit den droevigen staat haars gemoeds zouden geraden
hebben. « Vruchteloos dreef de hagelbui die roos van
liefde heen en weer, zegt moeder de Chaugy, zij bewaarde
steeds hare frischheid en hare welriekendheid (i). »
Wat meer is, God verliet zijn welbemind kind niet.
Hij zond zijne engelen uit om haar bedroefd hert te
troosten en te versterken. Op zekeren keer dat zij over
was van verdriet, hoorde zij eensklaps eene stem die
haar zegde: « Lees den achtsten boek van Sint Augusti-
nus\' Belijdenissen. » Een anderen dag dat zij veel
benauwdheid in hare ziel leed en tranen stortte met de
macht, werd zij diezelfde stem gewaar die haar toeriep:
« Lees het zeven en dertigste hoofdstuk van den derden
boek der Navolginge Christi. »
Eens dat zij met zich zelve bijna geen weg wist
van de danige neerslachtigheid, verscheen haar Sint
Franciscus de Sales, in zijn bisschoppelijk gewaad
uitgedost, gezeten op eenen troon, en vol van glans en
heerlijkheid. Dadelijk wierp zij zich op de knieën, zeg-
gende: « Achtbare geestelijke Vader, wat wilt gij dat
ik doe?
— Mijne welbeminde Dochter, antwoordde de
Heilige, God begeert dat gij met kloekmoedigheid en
liefde den weg, dien Hij u heeft aangetoond, bewan-
deld. »
Doch wal moeder de Chantal, meer nog dan al die
(1) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 4S0.
-ocr page 457-
483
VAN SINTE CHANTAL
verschijningen, tot troost en sterkte diende, was de
gehoorzaamheid. Van haar ambt, zooals wij hierboven
gezien hebben te dien tijde afgezet, had zij moeder de
Chatel, overste van Annecy, gesmeekt haar te willen
bestieren, haar de gehoorzaamheid sterk te doen oefenen.
Van haren kant, volgde moeder de Chatel, die een wijs
en behendig mensch was, ten opzichte der Stichtster
van de Visitatie, met standvastigheid diezelfde regelen
van bestier waar Sint Franciscus de Sales vroeger
gebruik van gemaakt had, om onze beproefde Heilige
te troosten en op te beuren, alsook om de vurige zielen
Favre en de Bréchard, en zelfs moeder Angelica Arnauld
den weg der christene voorzichtigheid te wijzen.
Moeder de Chatel had maar één woord, — het
groote woord van het waar en grondig bestier, — om al
de klachten van onze Heilige, al hare vreeze van te zon-
digen, al hare pijnlijke verlegenheid wegens het ver-
ledene en het tegenwoordige te doen ophouden. En welk
was dat woord? Luister: « Maak nooit iemand met uwe
geestelijke dorheden bekend, en wacht u van u daarover
te onderweken. Als gij er wilt van spreken, spreek er
aan uwen biechtvader van, maar aan niemand anders.
Geef geen acht op uwe zwarigheden, handel alsof gij van
geene bekoringen waret aangetast. Stel al uw betrouwen
op God, en neem, middenin uwen angst en uw verdriet,
gestadig tot Hem uwen toevlucht
(1). »
Dat heet wijs en verstandig spreken! Dat is de middel
om alle bekoringen te overwinnen; want het gaat met de
bekoringen gelijk met de voorwerpen die men door een
vergrootglas ziet; hoe meer men ze aanschouwt, hoe
grooter zij worden, en zoo men er wil van vrij gaan, kan
men niet beter doen dan er zijne oogen van af te keeren.
Sinte Chantal bevond zich zoowel met die raden te
(1) Brieven van Sinte Chantal, bladz, 407.
II.
                                            SINTE CHANTAL 29
-ocr page 458-
454                                          GESCHIEDENIS
volgen, dat zij besloot te beloven van nooit aan hare
bekoringen gehoor te geven, noch van er zich ooit vrij-
willig mede bezig te houden. Moeder de Chatel liet toe
dat onze Heilige die belofte deed, op voorwaarde nog-
tans dat zij niet dan voor éénen dag die belofte zou
doen, en ze alle morgen zou vernieuwen (1), hetgeen
haar wonder hielp om de ruste van hare ziel te bekomen.
Die dorheden van den geest gingen welhaast met
nieuwe en groote zwarigheden des herten gepaard.
Reeds meermaals had moeder de Chantal door God sterk
beproefd geweest in hare genegenheid voor hare
familie. Zij had haren vader, hare kinderen, hare klein-
kinderen, hare schoonzonen, hare schoondochters achter-
volgens zien sterven. Van hare zes kinderen, bleef er
haar maar ééne dochter meer over, en nog was zij
weduwe; van al hare kleinkinderen, waren er maar drij
meer in \'t leven, en zij waren weezen. Nadat zij al die
verliezen met kloekmoedigheid onderstaan had, wachtten
haar andere pijn lijk heden. Sint Franciscus de Sales was
den voorzitter Frémyot in \'t graf opgevolgd. Moeder
Favre, moeder de Chatel en moeder de Bréchard zouden
er welhaast Maria-Amata en Celsus-Benignus gaan
vinden.
Moeder Favre was de eerste die door de dood werd
weggerukt; \'t was billijk, niemand stond SinteChantal zoo
sterk aan. Sedert vijf en twintig jaar droeg zij met onze
Heilige den last van de opkomende Orde. Beurtelings
overste te Parijs, te Lyon. te Dijon, te Chambéry; sticht-
ster der Visitatiën van Troyes, van Montferrand, van
Bourg-en-Bresse; rijk in deugden, van eene armoede en
eene zuiverheid zonder weerga, gehoorzaam als een kind,
dapper gelijk een leeuw, onbekwaam om den moed te
verliezen, had zij hare Orde ongemeene diensten bewezen
(1) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, black. 463. —
Maupas bladz. 247.
-ocr page 459-
483
VAN SINTE CHANTAL
en de achting en de genegenheid van Sinte Ghantal ten
hoogste verworven, \'t Was hare groote dochter, gelijk
zij, naar het voorbeeld van Sinl Franciscus de Sales,
placht te zeggen.
Wat Onze Heilige fel had aangezet om haar die
buitengewone liefde toe te dragen, was dat moeder Favre,
zooals zij, denzelfden lijdensweg bewandelde. Die
gemeenschap van sraerten was oorzaak geweest dat die
twee vurige doch zoo beproefde zielen elkander om God
veel beminden.
Opdat er aan hare droefheid niets zou te kort zijn ,
had Sinte Ghantal den troost niet aan moeder Favre de
oogen te sluiten. Haar werd er al met eens ter kennis
gebracht, dat moeder Favre uit dit leven gescheiden was,
nauwelijks acht en veertig jaar oud zijnde, toen zij nog
in staat was aan God en hare Orde gansch bijzondere
teekenen van liefde te geven. Dewijl zij sedert lang van
eene leverziekte was aangetast en schrikkelijke buikpijn
had te onderstaan, hadden de geneesheeren haar geboden
de wateren te gebruiken ; doch, daar zij, om zulks met
voordeel te doen, zou verplicht zijn haar klooster voor
eenigen tijd uit te gaan, had zij liever te sterven
dan de voorschriften der doktoren waar te nemen. Zij
werd door eene darmkramp, heviger nog dan de voor-
gaande, verwittigd dat hare dood nakende was. Zoo
buitengewoon groot waren hare pijnen, dat zij deed wat
zij tot dan toe nog niet gedaan had: zij smeekte Onze
Lieve Vrouwe haar in haar lijden wat verzachtinge te
verschaffen; zij vreesde dat zij haar verstand zou ver-
liezen; haar schreeuwen was wreed om hooren: men
zou gemeend hebben dat, gekerkerd zijnde, er kwestie
was van haar het hoofd af te houwen. Een weinig vóór
hare dood, hielden hare inwendige dorheden op, en zoo
smaakte zij op den boord van het graf eenen vrede waar
zij zoo weinig mede bekend geweest was in haar
-ocr page 460-
4U6
GESCHIEDENIS
sterfelijk leven, en waar zij thans zou van vervuld zijn
in de eeuwigheid. Haar aangezicht schitterde van
vreugd en blonk gelijk dat van eenen engel. Zij stierf
zoo gerust, dat niemand juist kon zeggen op welken
oogenblik zij het tijdelijke met het eeuwige verwisseld
had (1).
Sinte Chantal vertrok zoo seffens naar Chambéry,
om de begravinge van hare teergeliefde geestelijke
dochter bij te wonen, en da"ir was zij getuige van de
groote genegenheid die de Zusters der Visitatie moeder
Favre toedroegen, en van de overvloedige tranen die
zij op haar graf stortten. Men was eens om te zeggen
dat zij voor eene heilige mocht doorgaan, en sterk
verhaastte men zich , om eenige stukjes van haar kleed,
als \'t ware zooveel reliquieën, af te snijden.
Toen Sinte Chantal, van die rasche doch gelukkige
dood sterk aangedaan, naar Annecy wederkeerde, vond
zij er moeder de Chatel, die insgelijks gereedschap
maakte om uit dit leven te scheiden. Zij was een en
vijftig jaar oud, kloek van gezondheid, en kon aan hare
Orde nog veel diensten bewijzen; doch, als men haar
hoorde spreken, was men verplicht te twijfelen of zij
welhaast niet sterven zou. Ten andere zegde zij niet
zelden in klare woorden aan alwie haar naderde, dat de
oogenblik om naar de andere wereld te verhuizen voor
haar gekomen was. Zij stelde een einde aan haar
begonnen werk, en ondernam er geen nieuw meer.
« Verhaasten wij ons, fluisterde zij in de oore van
moeder de Chaugy, wie zij gedenkschriften over den
oorsprong der Visitatie dicteerde, verhaasten wij ons
ons werk af te doen, want ik heb maar weinige dagen
meer te leven. » En haar nog meer opwekkende om het
Leven en de deugden van Sinte Chantal op het papier
(1) 15 Juni 1637. Levens der eerste moeders, I buekd.
hl adz. 112.
-ocr page 461-
437
VAN SINTE CHANTAL
te stellen, zegde zij: « Wees zoo goed, beminde Mede-
zuster, mij, opdat ik niets vergele, wegens de heilige
handelwijze van onze achtbare Moeder de Chantal te
ondervragen, want binnen korten tijd zal ik onbekwaam
zijn mijnen mond te openen. »
Al hare zaken geëindigd zijnde, legde zij zich te
bed met de rust van eenen reiziger die de uur van ver-
trekken afwacht. Op zekeren morgen dat zij in bezwij-
minge viel, verscheen haar al met eens moeder Favre,
met den lach op het wezen, en tot haar hare armen
uitstekende. Zij verstond dat hare dood nakende was,
want zij waren met elkander overeen gekomen, dat de
eerste die zou God zien Hem den oorlof vragen zou, om
de andere te gaan halen.
Binst hare ziekte, was de non de Chatel hetgeen
zij altijd geweest was, over van blijdschap en gansch
gelaten in des Heeren wil. « Mijne Moeder, zegde zij
aan Sinte Chantal, nooit heb ik iets anders beoogd en
betracht dan Jesus, Maria en Joseph te behagen, dan
onzen achtbaren Stichter, U, en onze eenvoudige mede-
zusters aan te staan. » In eene koortsige slaapzucht,
waar de geneesheeren haar door pijnlijke hulpmiddelen
vruchteloos wilden uit trekken, geraakt zijnde, sprak
ze maar één woord: « Mijne Moeder, mijne goede
Moeder. » Men vroeg haar wat die manier van roepen
bediedde: « Ik heb, antwoordde zij, twee goede
moeders, vooreerst Onze Lieve Vrouwe, mijne allerbeste
Moeder, die in den hemel is en die altijd genegen is om
mij te helpen, en mijne eerbiedweerdige moeder de
Chantal, die voor mij zorge draagt in dit tranendal. »
Zij bekende dat zij kwalijk gedaan had met Sinte
Chantal te willen overleven, alsof zij de eenigste Zuster
zou geweest zijn die bekwaam was de Stichtster dei-
Visitatie in haren ouderdom te troosten en op te beuren.
« Ach! mijne welbeminde Medezusters, riep zij uit,
-ocr page 462-
458                                           GESCHIEDENIS
met die verlangens te hebben, heb ik klaarlijk getoond
dat ik een hooveerdig mensch ben, want beter dan ik
zijt gij in staat onze deftige moeder te dienen en haar
eene hulpveerdige hand toe te reiken. »
Het ging aan \'t herte van Sinte Chantal al die
ootmoedige woorden te hooren, en te zien dat deze op
wie zij, middenin hare pijnlijkheden, een gansch bijzon-
der betrouwen stelde, haar welhaast zou onttrokken
worden. Moeder de Ghatel aan Sinte Chantal ontnemen,
was zooveel als den stok in de handen van den blinde
verbreken. Doch zij had gezegd: « Al gebeurde het dat
God mij doodde, nog zou ik Hem uit geheel mijn hert
beminnen. » Dichtbij het bed van de zieke staande,
meer lijdend in haar hert dan gene leed in haarlichaam,
bleef zij, met de tranen in d\'oogen, het traag aangroeien
der kwaal die het leven van moeder de Chatel, hare
groote troosteres, zou afmaaien, beschouwen en bewon-
deren.
De dood van moeder de Chatel is die van al de
heiligen gelijk; doch het behaagt eenieder de omstan-
digheden van het afsterven dier hoogst beroemde
menschen in \'t breede te hooren vertellen. « Mijne
Moeder, zegde zij nu en dan, wat is God toch goed!
IJdelheid der ijdelheden, en alles is maar ijdelheid,
behalve God te beminnen en Hem alleen te dienen! Wat
is al de blijdschap en het lijden dezer wereld, vergeleken
bij de geestelijke vertroostingen? Ik ben christene, en
als christene wil ik sterven. » Zoo zij wat ophield van
spreken, dan fluisterde Sinte Chantal haar eenige liefde-
kreten in de oore. « LeveJesus! zegde onze Heilige.
— En mijne ziel zal in Hem leven, antwoordde de
kranke. —Jesus en Maria! staat mij bij, hernam de
eene. — En ook de groote H. Joseph! » mompelde de
andere.
Geheel de nacht ging alzoo voorbij. Om 6 ure van
-ocr page 463-
VAN SINTE CHANTAL                                      439
den morgen , het hoofd recht, het aangezicht blinkend,
de oogen open en naar den hemel gericht, sloeg zij met
de hand op het deksel van haar bed om te kennen te
geven, gelijk men overeen gekomen was, dat, zoo hare
tong zich niet meer bewegen kon, haar hert den Heere
steeds getrouw bleef. Haar biechtvader wist haar met
eene laatste heilige absolutie te begunstigen.
Dan buigde zich moeder de Chantal, gansch bekre-
ten, over de zieke, haar zeggende: « Ga heen, mijne
welbeminde Dochter, ga heen in vrede, Onze Lieve Heer
roept u. Gedenk onzer, mijn teergeliefd Kind, en neem
onze herten mede in den hemel. » Dadelijk, alsof zij
dien oorlof van noode hadde gehad om te vertrekken,
bezag zij vriendelijk moeder de Ghantal, deed haar teeken
haar te willen zegenen, en scheidde zachtjes uit dit
leven. Op den zelfden oogenblik schitterde haar wezen
van eene gansch bijzondere klaarheid. Verre dat zij,
gelijk het somtijds gaat, schrik inboezemde, kwam zij
zoo aangenaam voor, dat de Zusters niet konden nalaten
haar gedurig te aanschouwen en bij haar te blijven. Wat
meer is, toen men haar lichaam in de doodkist neder-
legde, verhaastten zij zich om haar den kus van vrede te
geven (1).
Drij weken later, den 18 November 1637, verwis-
selde moeder de Bréchard op hare beurt het tijdelijke
met het eeuwige te Riom. \'t Was eene van de eerste
dochters die het kleed der Visitatie aannamen, de bloed-
verwante van onze Heilige, de meter van een harer kinde-
ren , de stichtster van verscheidene kloosters, een zoo
deugdelijk mensch, dat de pleitzaak harer heiligverkla-
ring begonnen werd met die van Sinte Ghantal. en dat
haar lichaam, acht jaren na hare dood, frisch, buigzaam
en welriekend werd bevonden. Zij stierf, met dezelfde
(1) Levens der eerste moeders, 1 boekd. bladz. 427. —
Brief van Sinte Ghantal aan moeder Angelica, bladz. 407.
-ocr page 464-
460
GESCHIEDENIS
vurigheid die zij steeds in al hare werken had laten
blijken. Toen hare overste haar bedektelijk wilde te
kennen geven dat zij maar weinige oogenblikken meer
te leven had, riep zij uit: « Ik versta u, mijne Moeder,
gij wilt zeggen dat de tijd van uit dit leven te scheiden
voor mij gekomen is. O! hoe gelukkig ben ik dit ellendig
tranendal te mogen verlaten! » En hare overste omhel-
zende, bedankte zij haar voor het goede nieuws welk zij
haar aanbracht. Dan, zich tot hare medezusters keerende,
sprak zij tot haar in dezer voege: « Welnu , teergeliefde
Medegezellinnen, wat zegt gij van onze brave moeder,
die mij ter kennis brengt dat ik welhaast naar den
schoonen hemel vertrekken zal! Wat aangename, wat
troostelijke woorden zijn dat! » Bij het naderen der dood
glinsterden hare oogen van klaarheid, en op haar voor-
hoofd bemerkte men eene helderheid bijna zonder
weerga. Een dergelijk voldoende schouwspel levert de
dood der rechtveerdigen dikwijls op. Alzoo stierf moeder
de Bréchard, in den ouderdom van zeven en vijftig jaar,
de handen vol hebbende van verdiensten, en te recht de
zoete hope koesterende van eeuwig gelukkig te zijn.
Ongetwijfeld verstrekten dergelijke heilige overlij-
dens tot troost aan moeder de Chantal; doch, van een
anderen kant kwamen zij haar zeer pijnlijk voor, om
reden dat, te midden van hare gedurig aangroeiende
stnerten, zij zich meer en meer alleen bevond. Zij
schreef aan eene overste « dat haar zwakke ouder-
dom sterk beproefd was; dat hare eerste welbeminde
medegezellinnen naar den hemel gegaan waren, terwijl
zij verplicht was nog eenigen tijd op deze ellendige
wereld te verblijven; dat zij rijpe vruchten waren die op
de tafel van den Koning der koningen zouden voorgezet
worden, maar dat zij, eene onrijpe of mogelijk rotte
vrucht gelijk, tot niets dienen kon (1). » En die woorden
op het papier stellende, stortte zij tranen in overvloed.
(1) Levens der eerste moeders, I boekd, bladz. 205.
-ocr page 465-
VAN SI.NTE CHANTAL                                       461
Diiar moeder de Chatel uit dit leven gescheiden
was, moest men zorgen om het klooster van Annecy met
eene nieuwe overste te begunstigen.
Dadelijk sloeg eenieder de oogen op Sinte Chantal,
die, in weerwil van al haar schoonspreken en haar vurig
smeeken om geen meesterschap meer te moeten aanveer-
den, tot overste van het klooster van Annecy werd uit-
geroepen. Zij kreesch dat het pijnlijk was om zien , toen
men haar met die mare bekend maakte; doch zich wel-
haast wat geweld aandoende, en overtuigd dat het haar
laatste drijjarig bestier zijn zou , besloot zij de belangen
van hare Orde fel te handhaven. « Dat drijjarig bestier,
zegde zij, zal mij tot middel dienen om den hemel te
winnen, wel te verstaan als ik oppasse om voor mijne
medezusters een voorbeeld van alle deugden te zijn. »
\'s Zaterdags na hare benoeming tot overste van het
klooster van Annecy, riep zij al de nonnen bijeen, en
stierde haar eenige vriendelijke doch kloekmoedige
woorden toe. « Daar God, zegde zij haar, gewild heeft
dat ik over u het bevel andermaal voere, zal ik, met zijne
gratie, al doen wat ik kan om u door mijn voorbeeld
den weg naar den hemel te toonen, om u de volmaaktheid
te leeren oefenen. Ja, \'t is God die mij die taak heeft
opgeleid; want dezer dagen heb ik uitermate veel
gebeden om zijnen wil te kennen; en Hij weet beter dan
iemand dat het enkel is om Hem te behagen, dat ik
toesta u wederom te bestieren. Doch, mijne welbeminde
Medezusters, u zal ik het niet verduiken, u zal ik het
rechtuit zeggen, dat drijjarig bestier zal voor mij het
laatste zijn, en daarom, zal ik geene moeite spaten om
u naar ziel en lichaam te troosten en te helpen, en, hoe
ellendig en hoe oud van jaren ik ook ben, zal ik alle
mogelijke pogingen aanwenden om u tot teedere en
zorgvuldige moeder te dienen. Ik heb nooit gedacht, en
velen met mij, dat ik zoolang zou geleefd hebben, dat
-ocr page 466-
462
GESCHIEDENIS
ik nogmaals zou verplicht zijn u in den weg der deugd
te geleiden; doch, daar Onze Lieve Heer het alzoo
begeert, zal ik aan zijn geestelijken wijngaard, opdat
hij veel vruchten van zaligheid voortbrenge, eene
uiterste doch werkzame hand slaan. Het is mij onbekend,
achtbare en teergeliefde Medege/.ellinnen, of God mij
zal toestaan dat ik het einde van dat drijjarig bestier
zie, want, eens dat men tot zoo hoogen ouderdom
geraakt is, dan mag men zich niet vleien nog lang te
zullen leven. In alle geval, ik ben tevreden met den wil
van God, hetzij dat Hij mij u enkel één jaar, hetzij dat
Hij mij u twee of drij jaar late bestieren. Hij doe, wat
Hij geradig vindt. Niettemin koestere ik de zoete hope
van, na mijn drijjarig meesterschap, nog eenigen tijd te
leven, om mij in de stilte tot de dood te bereiden. Want,
gedoog dat ik het u zegge, eerweerde Medezusters,
sedert zeven en twintig jaar ben ik om uw tijdelijk en
geestelijk welzijn zoo bekommerd, dat ik bijna geen
oogenblik aan mij hebbe om aan mijne eigen volmaakt-
heid te werken. Doch, ik herhale het, dat God handele
met mij naar zijne beliefte! steeds wil ik, door mijne
onderwerpinge aan zijne aanbiddelijke schikkingen,
toonen dat ik zijn gehoorzaam kind ben. Wat u betreft,
lieve Zusters, tracht meer dan ooit uw best te doen om
God wél te dienen, om uwen regel goed te onderhouden,
en om elkander gansch bijzondere blijken van christe-
lijke genegenheid te geven: zoo zult gij mij helpen den
last dragen dien God op mijne schouderen gelegd heeft,
en mij groote redenen van blijdschap verschaffen. Ja,
gij moogt het wel weten, ik zal tegelijk vriendelijk en
streng voorkomen: vriendelijk, met alvwe goed van
wille is; streng, met alwie iets of wat te wenschen
laat (1). »
(1) Aanspraken van Sinte Chantal, handschrift in-4» toe-
behoorende aan de Visitatie van Dijon.
-ocr page 467-
463
VAN SINTC CHANTAL
Die ernstige en kloekmoedige woorden, oogenblik-
kelijk door de Zusters van Annecy neergeschreven,
werden aan al de nonnen der Orde medegedeeld. Te
gelijk vreesde men en was men vol vurigheid. Men
vreesde, omdat men meende dat de tijd van sterven
voor de eerbiedweerdige moeder de Chantal nakende
was; men was vol ijver, omdat men uit de laatste raden
en voorbeelden van Sinte Chantal begeerde voordeel te
trekken.
Nauwelijks was de Stichtster der Visitatie tot overste
van Annecy herkozen, of zij werd door de koningin
Anna van Oostenrijk gewaarschuwd dat, bevrucht zijnde,
zij hare gebeden en die van hare medezusters afsmeekte,
opdat zij eenen zoon, die Ludovicus XIII zou opvolgen,
gelukkiglijk zou ter wereld brengen. Onze Heilige, die
haar vaderland sterk genegen was, verhaastte zich om
de verlangens van Anna van Oostenrijk te voldoen;
doch, in weerwil van al de pogingen van haren broeder,
den aartsbisschop van Bourges, en spijts de aandringin-
gen harer geestelijke dochters, weigerde zij te schrijven
aan de koningin. « He! wie ben ik, zegde zij, om aan
eene zoo machtige vorstin eenen briefte durven zenden?
Wij moeten zoo eenvoudig en zoo nederig voorkomen,
voegde zij erbij, dat niets bekwaam zij ons te bekoren
om met de grooten der aarde om te gaan (1). »
Ondertusschen ging de Visitatie schier overal meer
en meer aan \'t groeien en aan \'t bloeien. De provintiën
die alreê met kloosters van die Orde begunstigd waren,
vroegen om er nog andere van dezelfde soort te hebben;
die er nog geene en hadden, bekwamen dat er eenige in
hare streek gesticht wierden. In Picardië werd het huis
van Amiens geopend, in la Guienne dat van Bordeaux,
in les Landes dat van Bayonne, in het Albigensenland
(1) Brieven van Sinte Chantal, bladz. 39.
-ocr page 468-
464
GESCHIEDENIS
dat van Alby. In Italië rezen er twee nieuwe stichtingen
uit den grond op: die van Pignerol en die van Nissa.
Eene derde, die van Turin, zou welhaast het licht zien.
Sedert lang was er van dat laatste klooster kwestie
geweest. Te beginnen met 1618, had de hertogin van
Mantua er aan Sint Franciscus de Sales, die dat plan
goedkeurde, van gesproken, en te recht mocht men
peizen dat het huis van Turin een van de eerste zoude
zijn van al degene die zouden gesticht worden. Doch
het was zoo niet. In 1620 werd die kwestie weerom op
het tapijt gebracht, en de zaken gingen zoo goed vooruit
dat moeder Favre, op het gedurig aandringen van Sint
Franciscus de Sales, tewege was die stichtinge te gaan
doen. Doch de dood van den bisschop van Geneve, de
oorlogen en de pest, ook nog het overlijden van moeder
Favre zelve, en dal van moeder de Chatel die deze
vervangen moest, en daarbij veel vijven en zessen waar
de aartsbisschop en de pauselijke nuntius gehoor aan
gaven, waren oorzaak dat er meer dan twintig jaren
verliepen, vooraleer men er in lukte die geestelijke
gemeente op te richten.
Desniettegenstaande verlangde men altijd sterk te
Turin die stichtinge te zien gebeuren. De zusters van
den koning Victor-Amedeus, de prins Thomas van
Savooie, mevrouw Mathilda, dochter van Philibert-
Emmanuel, hertog van Savooie, de markgraaf de
Pianesse, dezes zoon, hielden niet op te schrijven en te
doen schrijven aan onze Heilige, opdat zij zou zorgen
dat de oprichting van het klooster welhaast zou plaats
hebben. Zij spraken vooral schoone, opdat moeder de
Chantal, ten einde de verlangens van den koning Victor-
Amedeus te voldoen, die vurig begeerde met haar in
onderhandelinge te treden, in persoon zou afkomen.
Doch, spijts al die aandringingen, wilde de bis-
schop van Geneve niet noch ook de geestelijke gemeente
-ocr page 469-
468
VAN SINTE CHANTAL
van Annecy, dat de eerbiedweerdige moeder de Chantal,
die zes en zestig jaar oud was, die zoo lange, zoo lastige
en zoo gevaarlijke reis zou ondernemen. Om die reden,
bleef de zake nogmaals slepen. Doch eindelijk, de
pauselijke brieven te Rome bekomen geweest zijnde, en
de smeekingen van het hof van Turin gedurig aan-
groeiende, moest men van den nood eene deugd maken,
en moeder de Chantal vertrok uit Annecy den 14 Sep-
tember 1638.
Zij begaf zich vooreerst naar Rumilly, alwaar zij
met groote blijdschap ontvangen werd, en vandaar naar
Chambery, alwaar zij verscheidene dagen stilstond, en
alwaar zij al de Zusters en zelfs de novicen, gansch
bijzondere blijken van genegenheid gaf. Toen eene
harer, die er zeer bleek en zeer zwak uit scheen, haar
naderde om haar den kus van vrede te geven, zegde zij:
« Ziedaar eene die eene lange reize te doen heeft. » Al
de Zusters toonden hare verwondering bij het hooren
van die woorden; want hare medegezellin was door de
geneesheeren verlaten geweest. Niettemin bereikte zij
den ouderdom van twee en zeventig jaar, en was langen
tijd overste van verscheidene kloosters (1).
De leekezusters kwamen op hare beurt de Stichtster
der Visitatie omhelzen; en eene harer, die groote kloven
aan de handen droeg, en die daarom maar moeilijk
werken kon, werd van haar ongemak, niet dan met hare
handen tusschen die van onze Heilige te steken, dadelijk
genezen. Te Chambery weet men nog te spreken van
eenen trek, die bij het eerste opzicht maar weinig
belangrijk schijnt te zijn, maar die klaarlijk toont,
hoeveel prijs moeder de Chantal aan de gehoorzaamheid
hechtte. Op zekeren woensdag dat de Zusters bezig
waren met zich, volgens haren regel, eenige geeselslagen
(1) Pleitzaak van Sinte Chantals heiligverklaring.
-ocr page 470-
466
GESCHIEDENIS
toe te brengen, was eene harer medegezellinnen, die het
teeken van uit te scheiden, door Sinte Chantal gedaan,
waarschijnlijk niet gehoord had, altijd maar voortgegaan
met zich van de zwepe te geven. Des anderendaags,
binst den uitspanningstijd, wilde de eerbiedweerdige
Moeder weten wie de Zuster was die haar gebod over-
treden had. « Mijne Dochter, zegde zij haar op een
ernstigen toon, met uw lichaam meer te kastijden dan
het noodig was, hebt gij den duivel groote vreugde
verschaft. »
Chambéry uitgaande, stelde zij zich op weg naar
la Tarantaise, en daar het gerucht liep dat zij die reize
deed, vond zij de baan bezet met een groot getal boeren,
die, om haar te aanschouwen, met verhaaste schreden
op haar waren afgekomen. Zoohaast zij de rosbaar waar
zij op gezeten was ontwaarden, knielden zij op den
grond, om het geluk te hebben van haren zegen te
ontvangen. Benedictus-Theophiel de Chevron, aartsbis-
schop van Tarantaise, ging haar, op drij mijlen afstands
van Moutiers, met zijnen grootvicaris, die Karel-August
de Sales heette, verwelkomen. Overal, zegt deze laatste,
werd zij als eene heilige aanzien. Ik kan zulks getuigen
voor wat de volkeren van la Tarantaise betreft, die
haar grooten lof toezwaaiden. De aartsbisschop
wilde niet dat zij elders dan in zijn paleis den nacht
doorbracht. Hij ontving haar als iemand die door God
met eene ongemeene boodschap belast was. Hij sprak
langen tijd met haar, en des anderendaags deed hij haar
uitgeleide naar den kleinen Sint Bernardus\' berg. Hij
zegde ons over van blijdschap: « Laat ons eene heilige
vergezelschappen. » En toen wij van ons uitstapje terug
waren, riep hij uit: « Dank God! wij hebben een
verdienstelijken dag gehad, want wij hebben, naar ons
vermogen, aan eene heilige eenige goede diensten
bewezen (1). »
(1) Lijkrede van Sinte Chantal, door Karel-August de Sales.
-ocr page 471-
VAN SINTE CHANTAL                                   467
Ofschoon deze weg naar den kleinen Sint Bernardus\'
berg lastiger was om doen dan deze die leidt naar den
berg Cenis, had Sinte Chantal dien niettemin verkozen,
omdat zij het klooster van het dal Aoste begeerde te
bezoeken. Moeilijk kan men zeggen met welke buiten-
gewone geestdrift zij in die stad ontvangen werd. De
markgraaf de Pianesse ging, vergezeld van een groot
getal heeren, haar te gemoet. Het volk wachtte haar af
op de baan; men luidde de klokken van al de kerken,
die allerschoonst versierd waren. Nadat Sinte Chantal
de tentoongestelde reliquieën vereerd had, trok zij den
21 September 1638 het klooster der Visitatie binnen.
« Haar gelaat kwam ons wat streng voor, schreven
de Zusters korts daarna, doch zoo ootmoedig, zoo
ingekeerd, zoo hemelsch, dat, in gevalle zelfs dat zij
onze eerbiedweerdige Stichtster niet zou geweest zijn,
wij niet hadden kunnen nalaten ons vóór hare voeten te
werpen om, naar het voorbeeld van vele wereldlijken,
en van een godvruchtigen kanunnik der hoofdkerk, den
tempel van den H. Geest te vereeren. Men sneed van
haren sluier eenige stukjes, die men als reliquieën
bewaren zou, af (1). »
Toen moeder de Chantal het dal Aoste verliet,
gebeurde er iets dat voor uitermate wonderbaar kan
aanzien worden. De luitenant der provintie, M. Derriard.
had het op zich genomen eenige mannen te vinden, die
de rosbaar, waar Moeder de Chantal op gezeten was,
zouden dragen, en hij had daartoe, onder anderen, een
vreemdeling, die te recht roemde op zijne sterkte,
verkozen. Welnu, nauwelijks hadden de dragers eenige
stappen gedaan, of die mensch die voor eenen Hercules
doorging, begon te waggelen en zoodanig te beven dat,
(1) Handschriftelijk verhaal des verblijfs van Sinte Chan-
tal in het klooster van het dal Aoste.
Dat verhaal, onderteekend
door vier Zusters, wordt bewaard in de handvesten van het klooster
van Annecy.
-ocr page 472-
468
GESCII.\'ËDEKIS
in weerwil van al de pogingen die hij aanwendde om
voort te gaan, hij verplicht was eenige oogenblikken te
rusten. De luitenant der provintie begreep niet hoe men,
na zoo korten weg afgelegd te hebben, kon vermoeid
zijn, en daarom, hem wat van zijn roedje gevende,
zegde hij hem: « Sa! vriend, hier niet te parlesanten, \'tis
kwestie van uwen weg voort te zetten. » Doch wat die
kloeke kerel deed ofte niet om de bevelen van den
luitenant te volbrengen, moest hij eindelijk, over van
zwakheid, den moed laten vallen, luidop verklarende
dat hij onbekwaam was verder te stappen. Die onge-
meene gebeurtenis verwekte wat verwondering bij den
luitenant, die er de oorzake wilde van kennen; daarom
gebood hij aan dezen drager, die beschaamd was men
kan niet meer, te proeven, of het in zijne macht niet
-zou zijn een grooten steen, dien hij hem toonde, te
bewegen. Wonder ding! ofschoon die steen van eene
schrikkelijke dikte was en niet dan door het toedoen van
drij of vier mannen kon verschoven worden, lukte hij
er in dien op zijn eeuwig gemak heen en weer te stooten.
Lichtelijk kan men verstaan, hoe verwonderd de toe-
schouwers waren bij het zien van die reuzenkracht;
doch zich welhaast herinnerende al wat zij betrekkelijk
het ergerend gedrag van dien ongelukkige hadden hooren
vertellen, begrepen zij allerbest hoe weinig het betaamde
dat een slave van Satan ten dienste van eene Heilige
stond, en diensvolgens hoe, met dien booswicht diep te
vernederen, God zeer wijselijk gehandeld had (1).
Naar het schijnt werd die mensch, om zijne
misdaden, korts daarna uit zijn Land gebannen, en
vervolgens, er ten dievelinge wedergekeerd zijnde,
vastgehouden en tot de dood veroordeeld.
Zeggen, hoeveel eere men moeder de Ghantal,
(1) Brief van Pieter-Frans de Sales, bisschop van Aoste,
aan paus Benedictus XIV.
-ocr page 473-
4G9
VAN SI.NTE CHAKTAL
aandeed, op den weg van Aoste naar Turin, kunnen wij
niet. Overal zwaaide men haar den grootsten lof toe.
Men schoot met het kanon op haren doortocht; de
bisschoppen kwamen haar verwelkomen: de prinsen en
de prinsessen gingen haar achterna; hel volk knielde,
en sprak schoone om haren zegen te ontvangen.
Op den oogenblik dat zij Turin binnentrad, kwam
er haar iemand vragen zich naar het kasteel van hare
koninklijke Hoogheid, wier oudste zoon op sterven lag,
dadelijk te willen begeven. Sinte Chantal, die zoo seffens
de verlangens van bovengemelde koningin voldeed,
werd er met groote eere onthaald door de bedrukte
moeder, die haar tot dichtbij het bed van den zieke
bracht. Hare koninklijke Hoogheid verklaarde luidop dat
een enkel gebed van Sinte Chantal zou genoeg zijn, om
aan haren zoon de gezondheid weder te geven. Doch
onze Heilige was schaars geknield, toen zij zich sterk
genegen gevoelde om voor de welvaart van Karel-
Emmanuel, tweeden zoon van hare koninklijke Hoogheid,
te bidden, en geenszins voor de herstellinge van den
zieke. Dus stond zij van den grond op, overtuigd, dat
God den tweeden zoon van den koning tot dezes opvolger
verkozen had, en diensvolgens dat Hij hare koninklijke
Hoogheid niet zou toestaan wat zij zoo vurig begeerde.
Welhaast bleek het, hoe juist Sinte Chantal geoor-
deeld had.
Moeder de Chantal stelde voet in Turin den 30 Sep-
tember 1638, en in deze stad had plaats wat men reeds
in verscheidene andere bewonderd had. Tegenover de
ootmoedigheid van onze Heilige verdwenen al de zwa-
righeden. Monseigneur de nuntius kwam haar vinden,
en na eenige uren sprekens met haar, bekende hij dat
hij van de Visitatie een kwalijk gedacht had opgevat,
maar dat hij thans goed verstond hoezeer hij zich
misgrepen had. Insgelijks getuigden twee beroemde
II.                                                 SINTE CHANTAL 30
-ocr page 474-
470
GESCHIEDENIS
personen die, van vijandelijk als zij waren, de Visitatie
naderhand groote genegenheid toedroegen.
Echter waren er zeven maanden van noode, om de
stichtinge van Turin te doen gelukken, en, ware moeder
de Chanlal geen behendig en heilig mensch geweest,
veel meer tijd zou zij gebruikt hebben om dat klooster
tot stand te brengen. Behalve dat zij de belangen van
hare opkomende Orde allermeest gadesloeg, wist zij een
deel van haren tijd te besteden om de kerken, die zeer
rijk zijn aan reliquieën, te bezoeken, ook nog om de
kloosters, namentlijk dat der Zusters Annuntiaten en
dat der Karmelieternonnen te gaan bezichtigen, en om
de Piemonteesche mevrouwen, die met de macht naar
de spreekkamers van de Visitatie van Turin afkwamen,
tot de deugd aan te zetten.
Daar er kwestie was dat de oorlog in Piémont zou
losbersten, schreef Mgr dom Justus Guérin, bisschop
van Geneve, aan moeder de Chantal, om haar te zeggen
dat zij dadelijk naar Annecy zou wederkeeren. Dus riep
zij eene laatste maal al de Zusters bijeen, wekte haar
krachtdadig op om al de grondige deugden, de ootmoe-
digheid, de nauwkeurigheid in het onderhouden van
den regel, de liefde tot elkander, den eerbied voor het
klooster van Annecy, de bakermat harer Orde, te oefe-
nen. Zij gaf aan elk eene harer den kus van vrede,
behandigde aan iedere van haar een santje waar zij
eenigë woorden tot derzelver troost en voortgang in de
volmaaktheid had op geschreven, en zegende haar, al
tranen stortende, \'t Was aan den voet van een grooten
boom, binst den uitspanningstijd, dat die eerbiedweer-
dige moeder haar dit teeder en laatste vaarwel zegde.
Zeer dikwijls, op diezelfde plaats, had zij hare geliefde
medegezellinnen met de vurige gevoelens waar haar hert
van brandde bekend gemaakt. Op zekeren keer was zij
zoo sterk in den Heere verslonden, dat haar aangezicht
*
-ocr page 475-
471
VAN Sl.NTE CHANTAL
schitterde als eene ster aan het firmament. Te rekenen
van dien tijd, werd die boom geheeten de boom van de
eerbiedweerdige Moeder, en zoolang als hij meeging,
heeft hij dien naam blijven dragen. Later heeft men eene
kapel gebouwd op de plek waar eertijds de gemelde
boom gestaan had, en heden treft men er eene beweeg-
lijke schilderij, Sinte Chantal verbeeldende die uit de
handen van Sint Franciscus de Sales de regels van hare
Orde ontvangt, aan.
Van Turin, waar zij den 19 April 1639 uit afreisde,
begaf zij zich vooreerst naar Pignerol; doch, de aan-
diingingen ingezien om haar uit Piémont te doen ver-
trekken, verbleef zij in die stad maar korten tijd, en
verhaastte zich om, langs Eiubrun (I), naar Annecy
weder te keeren.
Onder den weg was zij om ha ie kloosters van
Piémont, waar de oorlog zou losbersten, steik bekom-
merd. De dood van Victor-Amedeus gaf gelegenheid
aan allerhande zwarigheden. Daar deze niet dan een jong
kind had achtergelaten, maakte men van twee kanten
aanspraak op het regentschap. De eenen riepen de hulp
in van Spanje, de anderen van Frankrijk. Het Spaansche
en het Fransche leger zouden dus handgemeen worden,
en Piémont zou tot slagveld dienen. Lichtelijk kan men
begrijpen hoe verlegen moeder de Chantal voorkwam,
te meer, omdat alle briefwisseling onderbroken zijnde,
zij maanden op maanden zou zijn zonder eenig nieuws
te ontvangen. Onze Heilige bracht alzoo het einde van
het jaar 1639 door, nu en dan biddende, bij wijlen
weenende en somtijds sterk vreezende.
Dat is verstaanbaar, als men denkt hoe groot
gevaar het klooster van Turin liep. De Franschen hadden
de stad met krijgsvolk omringd, en dreven de belegering
(1) Stichting van het klooster van Embrun.
-ocr page 476-
472
GESCHIEDENIS
sterk aan. De Zusters, geplaatst tusschen het Spaansche
en het Fransche geschut, hoorden de kanonsbals dwers
door de muren van haar klooster vliegen, en zagen
die vervolgens in den refter of in de koornedervallen. De
goede M. Truitard, biechtvader der nonnen, deed al
wat hij kon om het klooster tegen de vijandelijke legers
te verdedigen, en ging des nachts, toen de Zusters, op
den Heer betrouwende, in volle rust het H. Sacrament
aanbaden, heen en weer in het klooster, om te zien of er
niets slechts op handen was (1). Doch hij was alleen niet
om blijken van edelmoedigheid te geven. Inderdaad op
zekeren dag kwam eene eenvoudige leekezuster, die den
hof oppaste, hare overste vinden, zeggende: « Welbe-
minde Moeder, hoeveel kanonschoten moet ik wel hooren,
eerdat ik den hof, waar ik gewoon ben het noodige
groensel tot het middagmaal bijeen te rapen, mag
verlaten? — Drij, » antwoordde de overste. Joanna-
Benigna Gojos, zoo heette die leekezuster, verstond dat
bevel letterlijk, en wist het stipt uit te voeren. Telkens
als zij, in den hof zijnde, het kanon voor de derde maal
hoorde bulderen, verhaastte zij zich om heen te gaan;
doch, den hof verlatende, gebeurde het dikwijls dat,
vooraleer te zijn waar hare bezigheden haar wachtten,
zij een twintigtal andere kanonschoten gehoord had: zoo
hevig was de belegering. Desniettegenstaande stapte zij,
geladen met fruit en groensel, bedaard en traagzaam roort,
zonder zich ooit om het dringend gevaar te bekommeren.
Zekeren keer werd de helft van eenen boom, waar zij
onder rustte, door eenen kanonsbal weggenomen, zonder
dat zij van kwetsuren te spreken wist. Op een anderen
dag werd de korf die zij droeg aan stukken geschoten,
zonder dat zij iets van hare gerustheid van geest ver-
loor (2). Eindelijk werd de stad stormenderhand be-
(1)  Stichting van het klooster van Turin.
(2)  Leven van zuster Joanna-Benigna Gojos. Turin, 1846,
l.ladz. 34.
-ocr page 477-
VAN SI.YIK CHA.NTAL                                        473
machtigd, doch de Zusters werden gespaard; niemand
onder de soldaten was zoo stout het klooster in te gaan,
of de Zusters moeilijkheden aan te doen.
De nonnen van Pignerol, ofschoon gansch gelaten
in den wille Gods, waren evenals die van Turin zonder
vreeze niet: doch die bangheid duurde maar eenen
oogenblik. De graaf d\'Harcourt, die \'t bevel had op de
Fransche troepen, bemerkende dat hij met een leger dat
sterker was dan het zijne te doen had, schreef aan
moeder Anna-Catharina de Beaumont, overste van
Pignerol, voor hem en zijn krijgsvolk te willen bidden,
en zond haar, wetende dat het klooster arm was, vijf
honderd gulden. Eenige dagen later, vernam men dat
de graaf d\'Harcourt de Spanjaards verslagen had (1).
Die veldoverste bekende opentlijk dat hij die zegepraal
aan de gebeden der nonnen van Pignerol verschuldigd
was, en daarom stierde hij haar nieuwe giften toe.
Eenige andere bevelhebbers van zijn leger volgden zijn
voorbeeld na, en wedijverden om het arme klooster niet
wat geld te begunstigen. Kortom, de oorlog was nog
niet ten einde, als de Zusters, die tot dan toe aan alles
hadden gebrek gehad, in staat waren een ruim en schoon
huis aan te koopen. Zoo strekt alles tot voordeel van
dezen die God beminnen.
Die aangename mare kwam ter kennis van
moeder de Chantal met de eerste maanden van \'t jaar
1640, en was oorzake dat zij God voor de ontvangen
weldaden fel bedankte. Zij stelde juist de laatste hand
aan een werk waar zij veel goeds van verwachtte: \'t was
de stichting van een klooster van Lazaristen te Annecy.
i( Ik ben over van blijdschap, riep zij uit, als ik denk
aan de voordeden die de komst van de EE. PP. Laza-
risten te Annecy zal tewege brengen. » Ongelukkiglijk
(1) Levens van eenige oversten, in-4», bladz. 109.
-ocr page 478-
474
GESCHIEDENIS
ging die vreugde met eene gansch bijzondere droefheid
gepaard. Haar broeder, Mgr de aartsbisschop van Bour-
ges was uit dit leven gescheiden te Parijs, bijgestaan
door zijnen neef, Mgr van Chalons, en door zijne nicht,
mevrouwe de Toulongeon. \'t Was een heilige kerkvoogd
die, na, onder het geleide van moeder de Chantal, veel
deugden geoefend te hebben, de dood der rechtveerdigen
stierf. Sinte Chantal betreurde sterk diens overlijden, en
schreef overal om gebeden te vragen voor de ziele van
haar teergeliefden broeder, en om te bekomen dat men
ook voor haar zou bidden.
\'t Was middenin die bekommernissen en die smerten,
dat de drij jaren van haar meesterschap verliepen, en
dat de dag waarop zij haar ambt zou nederleggen aan-
brak. Zij zag dien dag komen met de blijdschap van
eenen gevangene wien men de ijzeren boeien breekt.
Eenige weken te voren, viel zij Mgr van Geneve zoo
buitenmate lastig, dat deze haar toestond geen moeder-
overste meer te moeten zijn, en dat hij verbood aan de
Zusters haar met dusdanige weerdigheid nog te beklee-
den. Des Zaterdags vóór Ons Heer Hemelvaart, 11 Mei
1641, riep zij diensvolgens al hare nonnen bijeen, legde
voor altijd alle meesterschap neder, en vroeg aan de
Zusters vergiffenis van al de fouten die zij tijdens haar
bestier bedreven had. \'t Was eene Heilige die sprak.
Vervolgens gaf zij aan iedere der Zusters den kus van
vrede, haar, in hoedanigheid van overste, een laatst
vaarwel zeggende, en haar belovende dat, het voorbeeld
der bejarige grootmoeders jegens hare kleinkinderen
indachtig, zij nooit zou ophouden haar groote liefde toe
te dragen.
Moeder de Chantal afgezet zijnde, moest men den-
ken om haar te vervangen. Men wierp de oogen op
moeder de Blonay, een alleszins deftig rnensch, die in
ongemeen aanzien was bij de Stichtster der Visitatie, en
-ocr page 479-
VAN SI.NTE CHANTAL                                        47S)
van wie Sint Franciscus de Sales dikwijls gezegd had
dat zij het beste van de Orde was. Sedert de dood der
moeders Favre, de Bréchard en de Chatel had zij, hare
deugden in acht genomen, veel van haar doen spreken.
De bisschop van Annecy eischte haar van den kardinaal
van Lyon, die diens verlangens volgeern voldeed. Bij het
vernemen van dat nieuws, bezit moeder de Chantal
bijna haar zelve niet van danige tevredenheid. Zij schrijft
aan moeder de Blonay; « Alleluia, mijne welbeminde
Dochter, alleluia! Eindelijk, dank God, zijn de zaken
goed afgeloopen! Onze achtbare bisschop heeft van
Zijne Eminentie den kardinaal van Lyon een voldoend
antwoord ontvangen. Welhaast zult gij onze overste zijn.
Eilaas! u is het bekend, sedert hoeveel jaren ik verlange
om van alle meesterschap at te zien. » En eenige
dagen later, haar schrijvende hoe groot de blijdschap
der nonnen was, die vernomen hadden dat zij moederde
Blonay voor overste zouden hebben, voegde zij erbij:
« Doch geene vreugde kan bij de mijne vergeleken
worden, om reden dat ik iemand zal wederzien met wie
ik volgeern mijne laatste dagen zou doorbrengen, om
reden dat ik iemand zal wederzien die mij tegelijk tot
teedere Moeder en tot achtbare Zuster dienen zal. Ik
gevoele mij gepraamd om mijne blijdschap wijd en
breed kenbaar te maken (1). »
Niet enkel was moeder de Chantal verheugd, omdat
zij eene welbeminde medezuster, voor wie zij steeds de
grootste achting had gehad, zou wederzien; zij was ook
blijde omdat zij haar zou mogen gehoorzamen, omdat
zij aan haar heur hert zou mogen openen, overtuigd,
dat zij hierdoor den vrede welken zij onder het bestier
van moeder de Chatel gesmaakt had, gedeeltelijk zou
wedervinden. Zij sprak schier van niets anders dan van
(1) Leven van moeder de Blonay, door Karel-Aufrust de
Sales, bladz. 1"4.
-ocr page 480-
476
GESCHIEDENIS
de aanstaande komst der nieuwe overste, de Zusters fel
aanzettende om die te beminnen en aan haar stiptelijk
te gehoorzamen. Toen het gebeurde dat zij eene of andere
Zuster in de gangen van het klooster bejegende riep zij,
sterk in den Heere verslonden , haar toe: « Mijne lieve
Zuster! liefde! liefde! liefde! »
Moeder de Blonay kwam den avond vóór H. Sacra-
mentsdag 1641 aan. Toen Sinte Ghantal vernam dat
moeder de Blonay dichtbij de deur van het klooster was,
begaf zij er zich dadelijk, over zijnde van blijdschap en
vergezeld van al de nonnen. Nauwelijks had de Stichtster
der Visitatie moeder de Blonay ontwaard, of zij knielde
vóór haar neder, gaf haar den kus van vrede en zegde:
« Ziehier nu mijne moeder, mijne dochter, mijne zuster,
mijne ziel en mijn eigen hert. » Moeder de Blonay, die
insgelijks geknield was, kwam, de ootmoedigheid van
Sinte Chantal ingezien, zoo beschaamd voor, dat zij niet
wist wat gezeid of gedaan (1).
Toen Sinte Ghantal van den grond waar zij knielde
was opgestaan, wilde zij dat de nonnen Onzen Lieven
Heer voor die gelukkige aankomst zouden bedanken, en
dat zij van den oogenblik af moeder de Blonay als de
overste van het klooster van Annecy zouden aanzien.
Beeds des anderendaags, begaf zich Sinte Chantal
in de kamer van moeder de Blonay, om haar den goeden-
dag te wenschen, en om haar te vragen of zij goed
geslapen had. Zij opende haar alsdan heur hert, en
smeekte haar te maken dat zij sterk de gehoorzaamheid
kon oefenen, want, naar haar zeggen , was zij daarin wat
ten achteren. Vervolgens deed zij haar gansch hare
manier van doen uiteen, om te weten of zij mocht voort-
gaan indien weg, en of zij niets verbeteren moest.
Daarbij toonde zij haar geheel haren rijkdom: een stuk
(1) Leven van moeder de Blonay, door Karel-August de
Sales, bladz. 178.
-ocr page 481-
477
VAN SINTE CHANTAL
papier waar hare beloften op geschreven waren, een
santje waar Jesus, Maria en Joseph op afgebeeld stonden,
en eene tafpleister tot genezinge van hare oogen, haar
den oorlof vragende om die dingen te mogen behouden (1).
Dan zag men tusschen moeder de Blonay en Sinte
Ghantal eene van die heilige worstelingen ontstaan waai\'
de wereld niet van te spreken weet. Moeder de Blonay
kon niet verdragen dat de eerbiedweerdige en bejaarde
Stichtster der Visitatie steeds de laatste plaats verkoos,
en wilde haar, gelijk het betaamde, eene plaats van
eere geven.
Doch Sinte Chantal weigerde dien voorstel te aan-
veerden. Men zou gezegd hebben dat er haar, in haren
ouden dag, niets anders dan vernederingen van noode
waren. In de koor, in den refter, ja overal ging zij op
de laatste plaats zitten. In de keuken vond zij al haar
vermaak in de kommen af te wasschen en den vloer te
vagen. In de kapittelkamer beleed zij, op het minste
teeken der overste, ootmoediglijk hare schuld. Moeder
de Blonay kon zulks niet zien, zonder sterk daarvan
aangedaan te zijn, en zeer dikwijls wilde zij haar, haren
ouderdom en hare groote heiligheid in acht genomen,
beletten te knielen; doch alles was vruchteloos: Sinte
Chantal hield er aan , hare fouten geknield kenbaar te
maken, en sprak schoone aan hare overste opdat zij haar
zou laten gewerden. « Eilaas! mijne Moeder, riep zij
alsdan uit, waarom zoudt gij, met te beletten dat ik mij
vernedere. de vreugde van mijn hert willen wegnemen?»
Als moeder de Blonay zag dat Sinte Chantal steeds de
laatste plaats verkoos, nam zij haar niet zelden bij de
hand, en gaf haar eene eervoller plaats; doch \'t was goed
voor éénen keer: de Stichtster der Visitatie wist zich
welhaast andermaal te vernederen en voor de ellendigste
(1) Gedenkschriften van moeder de Chavgy, bladz. 386.
-ocr page 482-
478
GESCHIEDENIS
der geestelijke gemeente te doen doorgaan. Men peisde
van alles uit, om haar de gelegenheid te onttrekken van
op hare beurt de tellooren en de schotels af te spoelen;
doch zij was zoo behendig dat zij altijd die slimme
trekken gewaar wierd, en steeds bekwam die nederige
werken te mogen verrichten. Men was nog meer bezorgd
om haar te beletten dat zij in het kapittel hare schuld
beleed. Moeder de Blonay zegde haar dikwijls, op de
ure dat de Zusters vergaderden, \'t een of \'t ander te
doen, of liet haar roepen om naar de spreekkamer te
gaan, haar alzoo van de kapittelkamer willende verwij-
deren ; doch zij wist de inzichten van hare overste te
geraden, en verhaastte zich om bijtijds die heilzame en
boetveerdige oefeningen van het klooster bij te wonen.
Op zekeren dag dat moeder de Blonay begeerde kapittel
te houden buiten de wete van Sinte Chantal, en daarom
hetzelve, op het einde van den uitspanningstijd, zonder
te bellen, begonnen had, twijfelde onze Heilige of men
haar bij den neus niet leiden wilde, en kwam zoo rasch
als zij kon naar de kapittelkamer gegaan. Toen moeder
de Blonay haar zag aankomen, zegde zij haar, om reden
dat het kapittel begonnen was, naar hare gewone bezig-
heden weder te keeren, en niet dan den volgenden zater-
dag zich aldaar te laten bevinden. Sinte Chantal gehoor-
zaamde zoo seffens en ging heen, doch al tranen stortende
met de macht. Zij begaf zich naar de ziekenkamer bij
eene kranke Zuster, en smeekte deze voor haar te willen
bidden, haar zeggende dat men haar, gezien hare
onweerdigheid, te recht de vergaderinge harer medezus-
ters ontzeid had: en zij kreesch en snikte zoo hevig
bij het uitspreken van die woorden, dat de zieke en
derzelver oppasster niet konden nalaten samen met haar
te weenen.
Dagelijks trof men hetzelfde schouwspel aan, en de
zaken gingen zoo verre, dat de bisschop er moest orde
-ocr page 483-
479
VAJI SINTE CHA.NTAL
aan stellen. Doch onze Heilige trachtte zich zoo goed te
verschoonen en zoo gegronde redenen aan den dag te
brengen, dat Mgr de Geneve haar gelijk gaf; en, in
weerwil van al de liefdevolle bemerkingen van moeder
de Blonay, gebood de kerkvoogd, het voorbeeld van
Onzen Lieven Heer indachtig, die Zich diep vernederd
en de voeten van zijne Apostelen gekust had , aan Sinte
Chantal alle gelegenheid te geven om zich sterk te
verootmoedigen. Mgr Guérin was over van aandoening,
toen hij de heilige gesteldheid van de Stichtster der
Visitatie aandachtig beschouwde. « Gave God, riep hij
uit, dat er nooit van anderen twist tusschen de gekozen
en de afgestelde oversten der Visitatie te spreken
ware (1). ■
« Te dien tijde, zegt moeder de Chaugy, kwam
Sinte Chantal zoo ingekeerd, zoo vriendelijk en zoo
verslonden in den Heere voor, dat men grootelijks
vreesde het oogenblik, waarop zij uit dit leven scheiden
zou, nabij te zijn (2). »
(1)  Leven van moeder de Blonay, bladz. 181.
(2)  Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 270.
\'^^^
-ocr page 484-
-ocr page 485-
Beeltenis van Sinte Chantal.
e ure nadert op welke de eerbiedweerdige
moeder de Chantal uit dit leven scheiden zal.
Staan wij dan eenen oogenblik stil, en
beschouwen wij eene laatste maal in \'t breede
de gansch bijzondere wezenstrekken van onze Heilige.
In het tweede klooster der Visitatie van Parijs treft
men eene schilderij aan die den datum van 1636 draagt,
en waarop men omhoog het volgende leest: « Beeltenis
van onze achtbare Moeder Joanna Frémyot, Stichtster
der Orde van de Visitatie, gemaakt toen zij vijf en zestig
jaar oud was. » Die schilderij, welke goed verveerdigd
is, geeft te kennen hoedanig moeder Chantal was, in
haren ouderdom, \'t Is wel Joanna Frémyot, gelijk zij
was in hare jonkheid, met dat verschil dat hare wezens-
trekken, de jaren van Sinte Chantal in acht genomen, er
wat ouder uit zien en nog van meerdere heiligheid
getuigen. De natuurlijke fierheid van haar jong gelaat is
hier niet meer te vinden. Hare oogen zijn minder door-
dringend geworden. Om hare lippen zweeft eene grootere
goedheid. Haar kin komt wat ronder dan eertijds voor ;
met één woord geheel haar aangezicht is in dat van een
heilig mensch veranderd. Doch hier wordt men nog
altijd hetzelfde verheven en wijd voorhoofd gewaar,
-ocr page 486-
482
GESCHIEOEMS
dezelfde sterk geteekende slapen, dezelfde vooruitstekende
oogbeenen, dezelfde gevulde, roode en bloedrijke
wangen, denzelfden scherpen en gebogen neus, denzelf-
den vriendelijken mond, ja , hetzelfde deftig voorkomen
waar meer nog dan vroeger de ootmoedigheid en de
zachtmoedigheid op te lezen staan.
Het ware eene schoone zake eens de beeltenis van
Sinte Chantal bij die van de heilige ïheresia te verge-
lijken , en te zien, waarin die twee eerbiedweerdige
personen met elkanderen verschillen. Welnu ofschoon
beide heiligen voor zeer kloekmoedige en ijverige
menschen doorgaan, verschillen zij nogtans met mal-
kanderen in vernuft en in verbeeldingskracht. Sinte
Theresia houdt zich meestendeels met verhevene en
grootsche gedachten bezig, en vindt al haar vermaak
daarin; Sinte Chantal integendeel is een praktische geest,
die op eene lagere baan wandelt, en meer acht geeft op
de gewone dingen. De eene is buitenmate verstandig, de
andere is buitenmate gezond van oordeel. Ja, na de dood
van moeder de Chantal, verklaarden de doktoren die
gekomen waren om haar lichaam te balsemen, dat zij
nooit een zoo welgemaakt hootd ontmoet hadden, en dat
het niemand moest verwonderen, indien zij zoo wijs van
oordeel was geweest en zoo gezond van verstand (1).
Uit de verscheidenheid van geest spruit de verschei-
denheid van woorden. De welsprekendheid van Sinte
Theresia is vermaard gebleven. Zij moest niet dan haren
mond openen, niet dan de pen in hare handen nemen,
om zoo seffens met de macht de gepastste beeltenissen te
geven, en de wonderbaarste gelijkenissen te doen.
Sinte Chantal integendeel was zoo welsprekend niet.
« Ondervraag mij, was zij gewoon te zeggen aan
hare geestelijke dochters, want ik ben geen groote
(i) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 292.
-ocr page 487-
483
VAN SINTE CHANTAL
predikant; ik kan maar spreken, als men mij eenige
kwestiën voorstelt. » Sprak zij weinig, zij schreef nog
minder. Gedurende dertig jaren aan \'t hoofd van eene
nieuwe Orde geplaatst, sterk geoefend in het gebed, en
diep in den Heere verslonden, heeft zij desniettegen-
staande maar een klein getal schriften achtergelaten. Het
weinige dat wij van haar bezitten, is buiten hare wete
uit hare samenspraken , uit hare moederlijke vermanin-
gen en uit hare brieven bijeengeraapt geweest. Deze zijn
slechts na hare dood verzameld geweest. Zij schreef ze
haastig weg. Niet zelden dicteerde zij die aan drij of vier
geheimschrijfsters te gelijk (1), en altijd was zij kort van
schrijftrant, enkel op eene vriendelijke wijze zeggende,
wat zij meende te moeten zeggen, zonder meer. Ofschoon
hare brieven vaneene kleine verwarring getuigen, geven
zij niettemin een gansch bijzonder verstand te kennen. In
korte woorden, treft men er dikwijls de schoonste
gedachten en de grondigste oordeelen aan, en daarom
mag men zeggen dat zij onder de vernuftigste menschen
van haren tijd mag gerekend worden.
Zij was wel is waar zoo verstandig niet als Sinte
Theresia, wij steken het niet weg, maar zij had iets wat
haar eigen was: een buitengewoon kloekmoedig karakter.
Zij bezat in den hoogsten graad de zeldzaamste en in den
schijn de meest met elkander strijdende hoedanigheden:
de vurigheid en de verduldigheid, de haastigheid en de
standvastigheid, de strengheid en de goedheid. Men zou
gezegd hebben dat zij geschapen was om te gebieden:
zoo gemakkelijk voerde zij het hoogste woord. Zij had
het voorkomen van eene koningin; zij had de oog, de
stem en de doeninge van iemand die met de zorge van
anderen belast is; en ongetwijfeld zou zij, hadde zij op
haar zelve niet gelet, wat trotsche manieren aangenomen
(1) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladi. 492.
-ocr page 488-
484
GESCHIEDENIS
hebben. Gelukkiglijk dat, met de gratie Gods mede-
werkende , zij naar de goede raden van Sint Franciscus
de Sales luisterde, en alzoo van allen hoogmoed, hoe
klein ook , vrij ging.
Niet enkel was onze Heilige eene manhaftige ziele,
\'t was ook een goed hert. Wie zou, na deze geschiedenis
gelezen te hebben, er kunnen aan twijfelen? Geheel haar
leven is niet dan eene aaneenschakeling van heilige
gevoelens, van christelijke inzichten, van oprechte
vriendelijkheid geweest. Mogelijk kan men een teederder
hert aantreffen, doch nergens zal men eene getrouwer
en rechtschapener ziel vinden. Zij beminde haren
evenmensch om God, en dat op eene gansch bijzondere
manier, zegt Sint Franciscus de Sales, en ziedaar wat
hare beroemdheid gedeeltelijk uitmaakte.
Zoo schoone gaven waren ongetwijfeld in Sinte
Chantal niet dan middelen om tot een groot doelwit te
geraken. Wat zou zij er mede gedaan hebben, hadde zij
haar geheel leven op haar kasteel van Bourbilly door-
gebracht? Zij zou er hare kinderen bemind hebben , ik
wille wel: zou zij ze sterker bemind hebben? Zij zou ze
uitgetrouwd hebben: zou zij beter gelukt hebben? Zij
zou hen in hun overlijden bijgestaan hebben, want, met
hen wonende, zou zij onbekwaam geweest zijn om hen
te beletten van te sterven, en in haar kasteel verstoken,
zou zij er die wonderbare talenten , tot het ondernemen
van groote zaken zoo noodig, begraven hebben. Moge-
lijk zou zij er hare kleindochter, Maria de Ghantal, eens
dat zij weeze geworden was, opgekweekt hebben; zij zou
haar eenen jonker van de omstreken van Bourbilly ot van
Monthelon doen trouwen hebben, en zoo handelende,
zou men noch van de Stichtster der Visitatie noch van
mevrouwe de Sévignéte spreken gehad hebben. Zij deed
beter voor ons en voor haar met haren roep te volgen, en
hier gelijk overal elders moeten wij de schikkingen des
Heeren bewonderen en grootachten.
-ocr page 489-
483
VAN SINTE CHANTAL
Met die buitengemeene hoedanigheden des geestes
en des herten, gingen van kindsgebeente af de verheven-
ste deugden gepaard. Onder het schrijven van die
geschiedenis heeft men gesproken van het levendig
geloof der jonge Joanna Frémyot, van hare kloekmoedig-
heid om, hoe klein zij ook was, de vijanden der Kerk te
bevechten en beschaamd te maken. Welnu dat sterk
geloof, waar zooveel voordeelen aan vast zijn, bleef zij
behouden alle de dagen van haar leven. Zij had met haar
bloed de beroemde geloofsbelijdenis van de Kerkverga-
dering van Trente geschreven, en dag en nacht droeg zij
die op haar hert. Toen zij zich in de kerke bevond, was
zij over van vreugde bij het hooren zingen van den
Credo. Zij zegde dat die vereeniging van stemmen en
van herten om eene openbare belijdenis van zijn geloof
te doen, iets schoons en zielroerends was. Zij had eene
bijzondere achting voor den heiligen aartsvader Abraham,
die in het H. Schrift de vader der geloovigen genoemd
wordt, en wanneer zij, zooals hij, om aan God te
gehoorzamen, Hem haren zoon had opgedragen, werd
hare achting voor hem nog grooter. Zij vierde ook op
eene gansch bijzondere wijze den feestdag der HH. Mar-
telaars, om reden dat zij hun bloed voor het geloot
vergoten hebben, en den feestdag der Kerkvaders,
om reden dat zij het door hunne schriften tegen
de boozen verdedigd hebben. Ofschoon zij buitenge-
wonen eerbied had voor al de boeken van het
H. Schrift, stond er haar geen een zoo zeer aan als
de boek der Handelingen der Apostels. Die held-
haftige bladzijden waar men schier alle oogenblikken
met het geloof van Sint Pieter, met de vierigheid van
Sint Pauwel en met de zegepralen van de opkomende
Kerk bekend gemaakt wordt, deden op haar hert grooten
indruk. Zij sprak daarvan met geestdrift. Toen zij iets of
wat uit die Handelingen der Apostelen gelezen had,
II.                                                     SINTE CHANTAL 31
-ocr page 490-
48G
GESCHIEDENIS
zegde zij, den boek toedoende en denzelven uit
eerbied kussende, den Credo en den Confiteor op.
Onder al de mysteriën van den godsdienst, wist zij
eerst en vooral het mysterie van het H. Sacrament des
Autaars te waardeeren en groot te achten, omdat de Kerk
zelve er den naam van mysterie des geloofs aan geeft. Zij
had het verheven kerklied van Sint Thomas van Aqui-
nen: Adoro te devote, van buiten geleerd; en de strophes
daarvan die zij liefst van al zong waren die waarin de
beroemde doctor eene geloofsbelijdenis doet. Zij haakte
naar de marteldood. « O God! zegde zij aan hare
nonnen, hoezeer behooren wij ons te verootmoedigen ,
daar wij niet weerdig bevonden geweest zijn van ons
geloot te belijden vóór de dwingelanden dezer aarde! »
Was het geloof van Sinte Chantal zoo sterk, zoo
levendig, dat kwam omdat zij op het woord van God
allermeest steunde. Naar het voorbeeld van Sint Lodewijk,
bekommerde zij zich niet om de redenen te hooren die
de waarheid der leerstukken vaststellen, noch ook om
het verhaal der mirakelen te vernemen die God gedaan
heeft om die waarheid te bevestigen , en gemeenlijk
gebood zij die verhalen over te slaan , als men in den
refter de Levens der Heiligen leesde. « Ons zijn die
bewijzen niet van noode om te gelooven, zegde zij, wij
hebben het woord van God, en dat moet ons genoeg
zijn. » En een anderen keer: « Ik ben zoo overtuigd,
riep zij uit, van de waarheid van al de artikelen des
geloofs, dat ik er geenszins aan twijfele, want gelijk ik
zeker ben, dat ik twee oogen heb, zoo zeker en zekerder
ben ik dat God niet kan liegen, noch bedriegen, noch
bedrogen kan worden. »
Op dat zoo vast geloof, wist zij al hare ondernemin-
gen te doen rusten. Op zekeren dag dat zij tewege was
een klooster van hare Orde te stichten, zegde zij met
groot betrouwen: « Mij is het niet van noode op de
-ocr page 491-
487
VAN BIKTE CIT4.NTAL
menschen te steunen. maar op God die altijd zijn woord
houdt. » En een anderen keer dat zij zich in zeer moeilijke
omstandigheden bevond, zegde zij: « Hemel en aarde
kunnen vergaan, maar het woord Gods blijft in der
eeuwigheid staan. God heeft verklaard dat, zoo wij eerst
en vooral zijn rijk zoeken, Hij ons al het overige zal
toegeven; ik betrouwe mij teenemaal op die beloften. »
Zoo genomen dat zij van al de schepsels zou verlaten
geweest zijn, nog zou zij in haar geloof niet gewankeld
hebben. In*egendeel, dat zou haar gediend hebben, om
nog meer op God te betrouwen. De zwarigheden mochten
groot en menigvuldig zijn zooveel gij maar wilt, toch
verliet zij zich sterk op God, verre van den moed
verloren te geven of van neerslachtig voor te komen.
Dikwijls hoorde men haar, als zij ten hoogste beproefd
was, met groot betrouwen uitroepen: « God houdt zijne
beloften ! God houdt zijne beloften ! » en soms: « Indien
God mij verpletterde , nog zou ik op Hem hopen. » Van-
daar die rust middenin het gevaar, die blijdschap en die
tevredenheid te midden van de grootste ontberingen, die
aangename vriendelijkheid te midden van deschrikkelijkste
dorheden, die buitengewone standvastigheid te midden
van de aanzienlijkste moeilijkheden. In haar zijn deze
schoone woorden van het H. Schrift waargemaakt
geweest: « Hetgeen ons over alles doet zegepralen, is
ons geloof. »
Met dat levendig geloof, met die vaste hope, ging
de sterkste en de edelmoedigste liefde tot God gepaard.
Zij had liever alles geslachtofferd, dan Onzen Lieven
Heer niet te beminnen, dan Hem vrijwillig te vergram-
men , en zoo groot was hare genegenheid tot Hem, dat
zij alle gelegenheden waarnam om van Hem te spreken,
en om te mogen deelen in de smerten zijner heilige
passie. Nooit scheen zij zoo gelukkig te zijn dan toen zij,
naar het voorbeeld van haren goddelijken Meester,
-ocr page 492-
488                                           GESCHIEDENIS
gelasterd en vervolgd was. Steeds, zelfs middenin de
hevigste bekoringen, verliet zij zich op Hem, en wist
zich aan zijne aanbiddelijke schikkingen te onderwerpen.
De beroemdste personen van de zeventiende eeuw
spraken niet dan met geestdrift van de grootheid dezer
liefde. « Ik twijfele , zegde een kloosterling, of het vuur
der goddelijke liefde ooit meer gebrand heeft in eene
ziel, en of er velen zijn die God meer dan zij bemind
hebben. » Dus, zonder te moeten vreezen van zich te
misgrijpen, mag men luidop verklaren dat Sinte Chantal
eene van de zielen was die Jesus meest genegenheid
toedroegen.
Die vurige liefde tot God was zoo zuiver en zoo ver-
heven in Sinte Chantal, dat zij zich noch om het genot,
noch om den troost, noch zelfs om de belooning der
liefde bekommerde. « Op niets anders dan op het proeven
van de zoetigheden der liefde uit zijn, dat is, zegde zij,
geen sterke liefde; maar bereid zijn om zich te veroot-
moedigen , om te lijden, om te sterven aan zich zelven,
om te willen wat God wil, dat heet ware en vurige
liefde. » En in eene andere omstandigheid, riep zij met
overtuiging uit: « Indien de glorie en de vreugden des
hemels van God konden gescheiden zijn, ik zou geenen
slap doen om die te bekomen, om reden dat ik niet dan
God alleen vóór oogen heb. » Zij voegde er bij:«Ik heb,
te midden van mijne groote dorheden, dikwijls gezegd
aan Onzen Lieven Heer dat, zoo zulks Hem kon aange-
naam wezen en ik Hem niet vergramde, ik volgeerne uit
liefde tot Hem de pijnen der hel zou lijden. »
Dus moet het ons niet verwonderen dat haar groot-
ste vermaak was aan God te denken en voor God te
werken. « God alleen! God alleen! «zegde zij schier
zonder tusschenpoos.« Houdt niet op God te beminnen, »
herhaalde zij gedurig aan hare geestelijke kinderen. En
daar op zekeren dag er haar gezegd wierd dat het gestadig
-ocr page 493-
489
VAN SINTE CHANTAL
denken aan God iets moeilijks was om doen, antwoordde
zij gansch in den Heere verslonden en de oogen naar
den Hemel gericht: «O! kendet gij de zoetigheid der
liefde Gods, gij zoudt alzoo niet spreken! »
Tijdens de pleitzaak der heiligverklaring van Sinte
Chantal, heeft er iemand getuigd, dat, hare gansch
bijzondere liefde tot God ingezien, zij soms in verruk-
kinge geraakte. En zij zelve heeft, toen zij nog op de
wereld was, verklaard, bijwijlen in haar hert zoo
buitengewone genegenheid tot God gevoeld te hebben,
dat zij meende in den hemel te zijn.
Doch hoe vurig ook de liefde was van Sinte Chantal,
wist zij nooit spitsvindig te handelen. Zij had te veel
verstand om die klip der ware godsvrucht te prijz?n en
voor te staan. Zich op zekeren dag in eene der grootste
steden van Frankrijk bevindende, kwam er eene hoogst
deugdelijke non tot haar gegaan, om met haar in onder-
handelinge te treden. Binst dat zij aan \'t spreken waren,
zegde haai- de kloosterzuster sedert eenigen tijd zoo sterk
bekoord te zijn en zoo ongemeene dorheden te gevoelen,
dat zij God niet den naam van mijn God niet meer durfde
noemen. « O! wat dat punt betreft, antwoordde Sinte
Chantal ernstiglijk, ik ben van uw gedacht niet, en nooit
zal ik de zaken zooverre brengen. Hoe neerslachtig ik
ook ben, houd ik niet op te zeggen: « Mijn God! gij
siijt mijn God, en de God van mijn hert. » Die klooster-
zuster de bemerkinge doende dat met te zeggen mijn
God,
men niet genoegzaam gelaten in den wille des
Heeren voorkwam, hernam zij met kracht: « Welhoe!
was er wel ooit iemand die meer dan onze goddelijke
Zaligmaker aan den wil van zijnen Vader onderworpen
was? En nogtans, te midden van al zijne onbeschrijfelijke
smerten, roept hij uit: « Mijn God, mijn God , waarom
hebt gij Mij verlaten ? »
Die zoo vurige en zoo bestendige liefde tot God
-ocr page 494-
490                                          GESCHIEDENIS
scheen vooral uit in hare teedere en eenvoudige gods-
vrucht, \'t Was schoon om zien , hoe zij zelve op Kerst-
dag, het Kindeken Jesus in doekjes wond, om het
vervolgens in de krib, die zij doen verveerdigen had,
neder te leggen; ook nog hoe blijde zij was bij het
zingen of hooren zingen van lofzangen dat goddelijk
Kindeken ter eere. Met dezelfde stichtende en eenvoudige
godsvrucht vierde zij Drijkoningenfeest; zij had zuster
Maria-Peronna de Chatel belast met de geheele reis der
Wijzen van het Oosten in verzen te stellen.
Gedurende den Vasten gaf zij geen minder blijken
van ingekeerdheid en van godsdienstigheid. Zij sprak
niet dan van het lijden van Jesus, haren goddelijken Zalig-
maker. Zij zegde dat haar hert over was van droefheid
en van liefde, telkens als zij zich de vernederingen en
de smerten van den Godmensch herinnerde. De woorden
die zij liefst van al herhaalde, waren deze: Wij hebben
Hem gezien, en wij hebben Hem niet erkend. Hij kwam
als een melaatschevoor. \'t Was een man van weedommen.
Zij gebood die woorden in verzen te stellen, en vond al
haar vermaak in die binst den uitspanningstijd te zingen.
Op Witten Donderdag, waschte en kustte zij de voeten
van hare geestelijke kinderen met eene ootmoedigheid
zonder weerga. Den Goeden Vrijdag en den Zaterdag
vóór Paschen, bereidde en versierde zij zelve eenen
kruisberg en een klein graf, en bracht daar al tranen
stortende uren en uren over in het gebed. Te Paschen,
bezocht zij, vergezeld van al hare nonnen, ter eere van de
zeven verschijningen van den Zaligmaker, zevenmaal de
kapel van haar klooster. Op Onzes Heeren Hemelvaart,
was zij bezorgd omeenige oogenblikken vóór den middag
in de koor te zijn, ten einde het mysterie van den dag te
vereeren, en Jesus te vragen dat Hij haai-, na hare dood,
den schoonen hemel zou geven. Op Pinksterfeest, wilde
zij dat men de gaven van den H. Geest uitlotte, en trachtte
-ocr page 495-
491
VAN S1NTE ClU.vm.
de gave, die haar ten deele gevallen was, wel te verstaan
en goed te oefenen.
Bijna altijd , daags vóór die feesten, pleegde zij, in
de tegenwoordigheid van de Zusters, een werk van
boetveerdigheid, in den refter. Gemeenlijk bad zij alsdan
met luider stemme, en met de armen kruiswijze, den
Heer vurig smeekende haar en hare medegezellinnen den
geest van het mysterie welk men des anderendaags vieren
zou, te willen verleenen. Hare godsvrucht was toen zoo
groot, dat haar gansche aangezicht niet zelden schitterde
van eene hemelsche klaarheid.
Op al die feestdagen, zat zij zelve de kerke-
lijke getijden voor, en, tot den ouderdom van
zeventig jaar, kweet zij, telkens als zij tot overste van
het klooster van Annecy was aangesteld, zorgvuldiglijk
dien plicht. Hare stem was schoon en kloek, en zette de
aanwezigen tot het oefenen der deugd aan. De kleinste
plechtigheden van den godsdienst, en vooral de zang van
het Officie waren Sinte Chantal hoogst aangenaam. Zij
kon niet verdragen dat men onder het zingen der psalmen
de minste fout beging, en overal, zoowel te Annecy als
in de andere kloosters van hare Orde, trachtte zij dat
het heilig Officie met statigheid, met godsvrucht en met
groote ingekeerdheid gezongen werd.
Doch \'t is vooral jegens het H. Sacrament des
Au laars dat zij hoogst godvruchtig voorkwam. Onderde
papieren die zij altijd op haar hert droeg bevond zich
eene dankzegginge aan Onzen Lieven Heer, die haar
toegestaan had dagelijks te communiceeren. Gedurende
een en dertig jaar had zij het geluk alle morgen tot de
H. Tafel te naderen , en nooit verflauwde zij in haren
ijver om Jesus te ontvangen. Die goddelijke maaltijd was
voor haar steeds iets nieuws, iets aantrekkelijks, doch
ook iets ontzaglijk». Had men haar willen gelooven,
dagelijks zou zij hare biecht gesproken hebben: zoo groot
-ocr page 496-
492
GESCHIEDENIS
was haar verlangen om het Lichaam van haren Zalig-
maker met de heiligste gesteltenissen te nutten. Zij zorgde
dat er in den hof schoone bloemen waren, om die vóór
het H. Sacrament te stellen. Alle zon- en feestdagen boden
de Zusters haar eenen bloemtuil aan, overtuigd, dat zij
zich verhaasten zou om dien aan den voet van den autaar
te leggen. Als die bloemtuil verslensd was, plaatste zij
dien op hare cel, vóór haar kruisbeeld. Daar eene Zuster
haar gevraagd had waarom zij zoo sterk oppaste om altijd
eenen bloemtuil, aan den voet van den autaar waar het
H. Sacrament rustte, te stellen , antwoordde zij: « Dat
zou ik u niet geern zeggen. » En de Zuster haar vurig
smeekende zulks kenbaar te maken, riep zij al met eens
uit: « Gij moet weten , mijne welbeminde Dochter, dat
de kleur en de geur het leven zijn van die bloemen ; ik
leg deze vóór den autaar van het H. Sacrament neder,
waar zij allengskens verslensen en sterven. Welnu, naar
het voorbeeld van die bloemen, begeere ik mijne
gezondheid en al mijne krachten te gebruiken om Jesus
in zijn aanbiddelijk Sacrament te vereeren, te loven en te
danken. » Een anderen keer dat diezelfde Zuster groote
geestelijke dorheden te lijden had, gaf haar moeder de
Chantal de helft van eenen bloemtuil die, met eenigen
tijd vóór het H. Sacrament te slaan, geheel en al verslensd
was, zeggende: « Mijn lief Kind, houd dien bloemtuil,
uit eerbied voor het H. Sacrament, eenige dagen op uw
hert; niet zelden ben ik in mijne smerten daardoor
getroost en geholpen geweest. »
Al wat dienen moest tot het versieren van den
autaar der kapel, boezemde haar een gansch bijzonderen
eerbied in. Waar zij zich volgeern mede bezig hield,
was met het verveerdigen van dekkleeden voor kelken,
met het maken van autaardwalen en vooral met het
opschikken van kleèren, die de priester moet aanhebben
om mis te lezen. In geheel het omliggende van Annecy,
-ocr page 497-
495
VAN SINTE (HAM Al.
was er noch parochie noch klooster om zoo te zeggen die
van hare milddadigheid en haren ijver voor het huis
Gods niet te spreken wist. Zelfs in de verafgelegenste
gewesten van Frankrijk, ja tot in Italië toe kende men
die schoone godsvrucht van Sinte Chantal. Zielroerend
was het om zien, hoezeer zij de priesters, die dagelijks
het heilig sacrificie der mis aan God den hemelschen
Vader opdragen, eerbiedigde en achtte. Zij vroeg hun
harer te gedenken aan den autaar, en toen een hunner
haar beloofde zulks te doen, was zij over van blijdschap
en riep uit dat zij haar geluk tegen dat der koningen en
der prinsen der aarde niet zou willen verwisselen.
In weerwil van den grooten eerbied dien men
de dienaars des Heeren verschuldigd is, vielen de
menschen, zells inde tegenwoordigheid der priesters,
haar niet zelden lastig, opdat zij hun haren zegen zou
geven; doch zij wilde zulks nooit toestaan , tenzij als de
priester haar gebood zich te laten gezeggen. En in dat
geval smeekte zij den geestelijke het gezelschap eenen
oogenblik te verlaten, zeggende dat, in de tegenwoordig-
heid van eenen priester, het niemand toekomt te zegenen.
Die teedere godsvrucht jegens Jesus in het
H. Sacrament, ging, gelijk het altijd gebeurt, met eene
buitengewone liefde tot zijne heilige Moeder gepaard.
Nog geheel jong zijnde, had zij zich onder hare bescher-
ming gesteld; later, voordat zij het nonnenkleed aantrok,
doch toen zij reeds de hope koesterde van het klooster-
leven te aanveerden, had zij haar voor hare abdis
verkozen, en, tot teeken van ongemeene verknochtheid,
had zij de belofte gedaan van dagelijks den paternoster
te lezen. Toen de feestdagen van Onzen Lieve Vrouwe
naderden, bereidde zij zich er toe door eene vermeer-
dering van ijver, zingende en doende zingen den Magni-
ficat,
den Ave maris stella, of eenige andere van die
wonderbare lofzangen die de godvruchtige christenen
-ocr page 498-
494                                           GESCHIEDENIS
gewoon zijn, ter eere van hunne heilige Moeder, op te
zeggen. Onder al deze feesten stond die van de Onbevlekte
Ontvangenis haar het meest aan. Niet bekomen hebbende
van Mgr van Geneve dat hij die in zijn bisdom zou doen
vieren gelijk de zondagen, trachtte zij ten minste die
plechtiglijk te doen vieren in de kerk van Onze Lieve
Vrouwe van Annecy. « Onze goede heer Deken heeft
mij ongemeene blijdschap verschaft, zegde zij aan hare
nonnen, om reden dat hij mijne verlangens zal werk-
stellig maken; immers hij heeft mij beloofd op de feest van
Onze Lieve Vrouw Onbevlekt, de groote klok van de kerk
te doen luiden gelijk op de hoogdagen. Zij schreef aan de
kloosters van hare Orde die feest met gansch bijzondere
plechtigheid te vieren, opdat het volk hierdoor zou opge-
wekt zijn om dat buitengewoon voorrecht van Maria te
vereeren. « Ik zou mij gelukkig achten, zegde zij, mijn
leven tot het verdedigen van dat schoon voorrecht ten
beste te geven. » Zij hield schier niet op het gebed van
Sint Bernardus, Gedenk, o genadigste Maagd, te lezen,
en, in vele omstandigheden , zegde zij aan de zwakke,
bekoorde, of ontmoedigde zielen hoogst godsvruchtig
tot Maria te zijn. Op zekeren keer dat drij Zusters
haar gingen oorlof vragen om een werk te ver-
richten, vonden zij haar, met de armen kruiswijze over
malkander, vóór een beeld van Maria geknield, bezig
zijnde met de litaniön van hare goede Moeder te lezen.
Nauwelijks had zij die drij nonnen ontwaard, of zij riep
haar toe: « Mijne Lieve Zusters, wilt nooit vergeten dat
wij in Onze Lieve Vrouwe al vinden wat wij van noode
hebben. Zijn wij kinderen, zij is moeder; zijn wij zwak,
zij is machtig; hebben wij eene gratie te verzoeken, zij
is de moeder der goddelijke gratie; hebben wij gebrek
aan wetenschap, zij is de stoel der wijsheid; zijn wij
droevig van herte, zij is de oorzaak onzer blijdschap. »
En zoo ging zij voort met de gansche litaniën te overzien
-ocr page 499-
498
VAN SINTE CHANTAL
en met die aan de noodwendigheden van eenieder toe te
passen. Vervolgens zegde zij aan de Zusters heen te
gaan, haar vurig smeekende voor haar Onze Lieve Vrouwe
te willen bidden. Eene van de Zusters haar gevraagd
hebbende, welk gebed zij best doen zou, antwoordde
zij: « Mijne brave Dochter, het gebed welk de heilige
Maagd meest van al aanstaat, is dat waarin men God
bedankt, omdat Hij haar met zooveel gratiën verrijkt
heeft, en haar verkozen heeft om zijne Moeder te zijn. »
Terzelfder tijd dat zij uitscheen in liefde tot Jesus en
tot Maria, wist Sinte Chantal de H. Kerke grootelijks
genegen te zijn. Zooals Sinte Theresia, en naar de raden
van Sint Franciscus de Sales, verheugde zij zich onop-
houdelijk, omdat God haar van christene ouders had
laten geboren worden. Zij toonde zich zeer gevoelig over
de beproevingen die de H. Kerk ten deele vielen, deelde
in hare smerten, stortte tranen met de macht als zij van
sommige ontaarde kinderen dier goede Moeder hoorde
spreken, en spaarde geene moeite om de belangen der
H. Kerk sterk voor te staan. Onzeglijk veel heeft zij, tot
welzijn der zielen, gewerkt en geslaafd. In den ouderdom
van zeventig jaren doorliep zij nog Savooie, Frankrijk
en Italië. Wij zullen haar, nadat zij meer dan tachtig
kloosters opgericht had, nadat zij vele abdijen hervormd
en menige zielen getroost en versterkt had, zien sterven
op reis, weerdig einde voorwaar van eenen apostel en
van eene Stichtster van Orde.
Men verricht geen zulke werken , men sticht vooral
geen tachtig huizen van gebed, in een tijdstip zooals dat
der zeventiende eeuw, zonder tegelijk groote veront-
weerdigheid en buitengewone geestdrift te verwekken.
Velen wisten haar te prijzen, anderen haar te lasteren.
Men dreef met haar den spot in liedjes en in vlugschrif-
ten, zelfs spaarde men geene moeite om haar met leelijke
dingen te betichten. Dat moet ons, de boosheid van
-ocr page 500-
496
GESCHIEUEMS
sommige menschen ingezien, niet verwonderen. Doch,
gelijk het gemeenlijk gaat. dienden al die beschimpingen
niet dan om de gansch bijzondere ootmoedigheid van
onze Heilige meer en meer te doen uitschijnen. Schoon
was het om te bemerken, hoe deftig Sinie Chantal zich
gedroeg in die moeielijke omstandigheden. Op zekeren
dag dat iemand, in het bijzijn der nonnen, haar van
onrechtveerdigheid en schijnheiligheid beschuldigde,
luisterde zij, zonder zich te ontstellen, naar al dat
uitzinnig gebabbel, en toen hij aan zijn lasteren een
einde gesteld had, bezag zij hem vriendelijk, zeggende:
« Dat God u zegene, mijn goede Vriend! » En zich tot
de Zusters keerende, riep zij met gelatenheid in den
wille Gods uit: « Welbeminde Kinderen, sterk moeten
wij dezen braven mensch, die op mij vertoornd is,
beminnen. Spoeden wij ons, om te zijner intentie te gaan
bidden. » Niet zelden gebood zij de liedjes, waarin men
haar lasterde, te lezen binst den uitspanningstijd, en na
die met groote zachtmoedigheid aanhoord te hebben, nam
zij die gelegenheid waar om zich diep te vernederen. Op
zekeren dag dat zij uit de spreekkamer kwam, bekende
zij zoo goed gesteld te zijn ten opzichte van sommige
personen die haar beschimpt hadden, dat, hadde zij niet
gevreesd hen te verbitteren, zij zich , met de handen te
zamen, vóór hunne voeten zon geworpen hebben, om
hen te bedanken.
Die buitengewone ootmoedigheid scheen nog meer
uit, wanneer men haar eenigen lof toezwaaide. Zij wierd
alsdan rood van schaamte juist gelijk eene jonge dochter
die eene vernedering te onderstaan heeft. « Verhaasten
wij ons om te vertrekken , zegde zij toen aan hare mede-
zusters, want die menschen misgrijpen zich in hunne
woorden, zij en weten niet, hoe ellendig ik ben. »
Dikwijls, vooral in de laatste jaren van haar leven, was
zij beschaamd en verlegen men kan niet meer, te weten
-ocr page 501-
497
VAN SINTE CHANTAL
dan als de grooten der aarde haar vroegen voor hen te
bidden, of als de bisschoppen haar smeekten hen te
willen zegenen. Gaf men haar den naam van Heilige,
dan riep zij gansch mistroostig uit: « Eilaas! eilaas! » en
dat zeggende, stortte zij tranen met de macht. Insgelijks
gedoogde zij niet dat men haar de Stichtster van de
Visitatie heette. Overal waar zij dezen naam aantrof, wist
zij dien zonder genade uit te schrabben, \'t Was, zegde
zij, die bloeiende Orde oneere aandoen, met haar voor
Stichtster daarvan te willen erkennen. » Zij durfde bijna
hare gezellinnen met den naam van medezusters niet
groeten: zoozeer was zij overtuigd dat zij de ellendigste
van al de nonnen was, en niet dan voor de dienstmeid van
het klooster moest gehouden worden.«Ik ben, zegde zij,
eene van die lompe arbeidsters gelijk, die de boeren
tijdens het inzamelen van den oogst ten dienste staan,
en wien er gezegd wordt: komt hier, gaat déar, begeeft
u naar dat veld, keert naar dien akker weder. Als die
arme dienstmeiden oud van jaren geworden zijn, deugen
zij tot niets meer, tenzij om wolle te spinnen en om
gedurig te zeggen aan de kinderen van hunnen meester:
Uw vader wilde dat men dit deed, en dat men zich wachte
van het andere te doen. Alzoo zegde mij in den beginne
onze eerbiedweerdige Vader, als aan de dienstmaagd van
de Visitatie: Ga stichten te Lyon, ga naar Grenobel; keer
weder om u naar Bourges te begeven; reis uit Bourges
af om u op weg te stellen naar Parijs; verlaat Parijs en
kom naar Dijon terug. Gedurende verscheidene jaren heb
ik schier niets anders verricht dan gaan en keeren in den
geestelijken akker van dien welbeminden Vader; en nu
dat ik den ouderdom van vijf en zestig jaar bereikt heb,
ben ik tot niets meer goed, tenzij om den wil van den
Stichter onzer Orde te doen kennen. » En in eene andere
omstandigheid schreef zij deze schoone woorden aan
moeder de la Roche: «Thans, mijn hoogen ouderdom
-ocr page 502-
498                                           GESCHIEDENIS
ingezien, gedoog ik met minder moeite dan eertijds dat
mijne medegezellinnen mij den naam van moeder geven,
om reden dat zij geen Vader meer hebben, en ik de
eerste non der Visitatie ben ; doch, in de rechtzinnigheid
mijns herten, verklare ik niet weerdig te zijn dien naam
te dragen. Ach! hoe vurig wensche ik enkel voor de
dienstmeid der Zusters door te gaan! Immers als men
eens wil overwegen hoe weinig goeds ik in de Visitatie
verricht heb, zal men allermeest overtuigd zijn dat mijne
verlangens redelijk, ja billijk zijn. »
Deze zoo ootmoedige gedachten welke zij had van
haar zelve, had zij ook van de Orde die zij gesticht had.
Krachtens eene zeldzame schranderheid van geest en
eene ongemeene teederheid van conscientie, was zij hare
Orde meer dan al andere Orden genegen, doch, in hare
achtinge, wist zij de andere Orden boven de hare te
stellen. Noch de buitengewone deugden harer geestelijke
kinderen, noch derasche uitbreiding der Visitatie, noch
de groote heiligheid van Sint Franciscus de Sales, noch
hare medewerkinge in het stichten van hare Orde, waren
bekwaam haar desaangaande anders te doen oordeelen.
« Ongetwijfeld, zegde zij, mogen wij onze Orde boven
de andere niet verheffen, maar wij moeten eenvoudig
bekennen dat, vermits zij enkel in deze laatste tijden te
voorschijn kwam in de Kerk, zij niet dan een viooltje
van Maart gelijk is, dat weinig of geen kleur heeft. » En
aan eene Zuster die eenige bemerkingen deed, antwoordde
zij met behendigheid : « Mijne welbeminde Dochter, ik
zeg u niet uwe Orde te misprijzen, verre zij van daar;
integendeel gij moet ze grootachten, omdat zij van God
komt, omdat zij God toebehoort, omdat zij goed en
heilig is. Doch hetgeen ik u voorhoud, is van uwe Orde
boven de andere Orden nooit te willen verheffen, hetgeen
gij voorzeker niet zoudt doen, leefdet gij nog in de
•wereld; want mij is het bekend, hoezeer gij alsdan de
-ocr page 503-
VAN SINTE CHANTAL                                         36\')
beroemde en deftige Orden van Sint Benedictus, van
Sint Franciscus van Assisi, van Sint Dominicus, enz.,
boven die der Visitatie wist te stellen. Welnu, met alzoo
te werke te gaan, toont gij klaarlijk dat gij wat eigen-
zinnig zijt, en, laat het ons rechtuit zeggen, dat gij,
eilaas! buiten uwe wete, wat hooveerdig zijt (1). » Zoo
wapende Sinte Chantal hare geestelijke kinderen tegen
een slag van eigenliefde, die zeer natuurlijk is, en waar
de brave menschenzich moeilijk van beschuldigen.
Was Sinte Chantal een schoon voorbeeld van
ootmoedigheid, zij mocht ook voor eene non, die lel de
verstervinge beminde, doorgaan. Zij had, wel is waar,
uit gehoorzaamheid aan haren regel, van dat streng
vasten, van dat lastig nachtwaken, van die pijnlijke
lij f kastijdingen, met één woord, van al die groote boet-
veerdigheid van vroegere jaren afgezien ; doch, omdat zij
dat buitengewoon hard leven van eertijds niet meer
leidde, volgt daaruit niet dat zij minder verstorven voor-
kwam. Toen men de stichtinge van het klooster van Turin
deed, zegde de markgraaf de Lullin aan hare koninklijke
Hoogheid, die aldaar tegenwoordig was, eens te bemerken,
hoe ellendig Sinte Chantal uitgedost was. Al hare kleederen
waren gelapt en versleten, hare schoenen waren bij
stukken en brokken aaneen genaaid dat het deerlijk was
om zien; desniettegenstaande achtte zij zich gelukkig,
omdat al wat zij aanhad net en zindelijk was. Op zekeren
keer smeekte zij de Zuster, die met het toezicht over het
linnen gelast was, te gedoogen dat zij nog eenigen tijd
haren sluier waar er reeds veertien of vijftien lappen op
stonden, zou dragen. Zij versleet hare kleederen tot op
den draad. « Sedert acht jaar, schreef zij aan eene harer
nonnen, gebruike ik het winterkleed, welk ik van de
Zusters van Dijon ontvangen heb, en ik mag u verzekeren
(1) Antwoorden van Sinte Chantal, blatlz. 488.
-ocr page 504-
500
CESCIIIEDEMS
dat het nog altijd veel warmte geeft; ook koestere ik de
zoete hope dat, zoo God mij \'t leven laat, het nog twee
of drij jaar zal meegaan. Het steekt mij tegen als ik eene
kloosterzuster, die beloofd heeft de armoede te oefenen,
zoo wat veel van hare kleedinge hoore spreken. » Toen
zij tewege was haar laatste reis naar Frankrijk te doen,
wilde zij niet toestaan dat men haar nieuwe kleederen
gaf, en daags vóór haar vertrekken, vroeg zij eenige
stukken stofte, om haar kleed, dat geheel slecht was, te
vermaken. Tot den ouderdom van zeventig jaar, bracht
zij, op de zaal waar al de Zusters sliepen, den nacht
door, en toen, te rekenen van dien tijd, moeder de Chatel
haar gebood in eene kamer te gaan slapen, maakte zij
er zoo weinig vuur in den winter, dat zij er bijna
versteef van de koude. Toen zij verplicht was eene lamp
te gebruiken in hare kamer, verzocht zij die slechts van
twee of drij draadjes katoen te voorzien. Zij placht te
zeggen: « Ik vinde al mijne voldoening met dat flauwe
licht te aanschouwen; het geeft zoo goed onzen geest van
armoede te kennen! » Zij begeerde niets meer te hebben
dan de andere Zusters, en dikwijls kwam zij met de
tranen in d\'oogen, en met samengevouwde handen zich
vóór de voeten van hare medegezellinnen nederwerpen,
haar vurig smeekende te gedoogen dat zij zich in de
armoede en in de versterving zou oefenen.
Diezelfde geest van versterving scheen nog uit in de
strenge manier waarop zij de regelen van hare Orde
onderhield, alsmede in de nauwkeurigheid die zij toonde
om stil te zwijgen als het te zwijgen was, en allermeest
in den ijver dien zij liet blijken om zich alle voldoening,
hoe klein ook, te weigeren. « Alles voor God, zegde zij
onophoudelijk, en niets voor mij zelve. » Op zekeren dag
van den zomer dat het schrikkelijk heet was, zette zij
zich, den hof uitgaande, op een steenen trap waar er
een frisch en aangenaam windje blaasde, neder. Doch
-ocr page 505-
VAN SIMT. CIIANTU.                                   301
nauwelijks was zij gezeten, of zij stond haastig op.
zeggende: « \'t Is hier al te gemakkelijk. » En in eene
andere omstandigheid, dat zij van geheel den nacht geen
ooge toegedaan had, rechtte zij zich, gewaar wordende
dat zij binst het inwendig gebed wat slaperig voorkwam,
al met eens op. en voltrok alzoo de meditatie met zoovele
vurigheid en zoo groote godsvrucht dat het niet zeglijk
en is. Bijna gedurig wist zij dergelijke blijken van eene
gansch bijzondere versterving te geven.
Het is de heiligen eigen de deugden, die met
elkander meest schijnen te strijden, te oefenen. Die zoo
strenge mevrouwe was uitermate goed van herte, vrien-
delijk en vroolijk. In den ouderdom van twintig jaar
werd zij de volmaakte dame genoemd, en men placht te
zeggen te Bourbilly dat, waar mevrouwe de Ghantal
niet tegenwoordig was, er geene vreugde zijn kon. Vijftig
jaar later, maakte de eerbiedweerdige Stichtster, bijna
zeventig jaar oud zijnde, nog het verzet der kloosters
uit waar zij zich bevond. « Binst den uitspanningstijd,
was het schier onmogelijk zich te verheugen, zegt moeder
de Ghaugy, als Sinte Chantal bij ons niet was. Wij
moesten maar een\' oogslag op haar vriendelijk aangezicht
geven , om zoo seffens over van blijdschap te zijn (1). »
Zij was liefhebster van de verzen, en men stelde er veel
op in de Visitatie. Moeder Favre, moeder de Bréchard en
moeder de Chatel verveerdigden dikwijls eenige zielroe-
rende gezangen, die onze Heilige gebood te zingen op de
feestdagen. Niet zelden ging zij zelve aan \'t zingen, en ,
om hare geestelijke dochters wat pleizier te verschaffen,
maakte zij ook nu en dan eenige verzen of vertelde
eenige aangename klachtjes.
Doch hoe wonderbaar ook in eene en dezelfde ziel
de vereeniging van zooveel verschillige en in den schijn
(1) Gedenkschriften van moeder de Ohaugy, bladz. 431.
II.
                                           SINTE CHANTAL 32
-ocr page 506-
802
GESCHIEDENIS
met elkander zoo strijdende deugden voorkwam, trof
men nogtans in haar iets aan dat nog opmerkensweer-
diger is, \'t was de moeite die zij zich gegeven had om
van kindsgebeente at de volmaaktheid te oefenen. Onder
dat betrek, verschillen de heiligen sterk met elkander in
handelwijze. Er zijn er, onder anderen Sint Augustinus,
die zich maar laten bekeeren, nadat zij hunne jonge jaren
in de ijdelheden en de driften hebben doorgebracht.
Sommigen, gelijk SinteTheresia, dragen zich Gode vroeg-
tijdig op, maar verflauwen vervolgens eenigeoogenblikken
in hunne godsvrucht, om naderhand met meer ijver dan
ooit aan hunne ziele zaligheid te werken. Eindelijk
eenigen oefenen de deugd van jongs af, en nemen,
zonder tusschenpoos, van dag tot dag, meer en meer in
de volmaaktheid en in de heiligheid toe. Sinte Chantal
was van dat getal. Hare kinderjaren en hare jeugd zijn
daar, om te getuigen hoe zedig en hoe ingekeerd zij was
van in den beginne van haar leven. En wat gezegd van
haar gevorderden ouderdom? Was het niet schoon om
zien, hoezeer zij geweld deed om de voetstappen der
heiligen te bewandelen, om hunne deugden na te volgen,
om in hunne zelfopoffering en verstervingen tedeelen?
Hieruit kunt gij reeds oordeelen, hoezeer zij verlangde,
eens dat zij het nonnenkleed had aangetrokken, om de
verhevenste trappen der volmaaktheid te beklimmen. Elk
jaar van haar kloosterleven is met een nieuwen voortgang
in de deugd gekenmerkt, en, tot in haar hoogen ouder-
dom, houdt zij niet op naar steeds aangroeiende verbete-
ring van handelwijze te haken en te trachten. « Hoe
ouder zij wierd, zegt moeder de Chaugy, hoe nauwkeu-
riger zij was om de regelen van hare Orde te onder-
houden, en voor geen ding in de wereld, zou zij het
gewaagd hebben het een of het ander voorschrift dei-
Visitatie vrijwillig te overtreden (1). » En elders: « Men
(1) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 425.
-ocr page 507-
Ö03
VAN S1NTE CHA.NTAI.
mag zeggen dat, met ouder te worden, zij beter dan ooit
begreep, hoe noodig het is kloekmoedig van karakter te
zijn, goed van herte en zachtmoedig van manieren,
zoodanig dat zij bereid was om alles te slachtofferen, en
alles te lijden, om hieraan niet te kort te blijven (1). » En
op eene andere plaats: « Hoe meer zij vorderde in jaren,
hoe meer ook zij blijken gaf van eene gansch bijzondere
zachtmoedigheid. In de laatste jaren van haar leven, kwam
zij zoo zachtmoedig voor, dat zij tot verwondering diende
van al wie haar naderde (2). » Doch niet enkel in de
zachtmoedigheid, maar in alle deugden, deed zij van dag
tot dag meer en meer voortgang. « Telkens als wij haar,
bij hare terugkomst van eene of andere reis, ontwaarden,
zegt rioeder de Chaugy, bemerkten wij zoo seffens dat
zij nog volmaakter dan te voren was (3). »
Dat alles en vooral een hemelsch licht welk zich, te
rekenen van haren zeventigjarigen ouderdom, op haar
steeds zoo ingekeerd en zoo vriendelijk aangezicht ver-
toonde , gaf te veronderstellen dat zij welhaast uit dit
leven scheiden zou. Immers \'t was hetgeen men bemerkt
had in Sint Franciscus de Sales en in veel andere
heiligen, die, eenige oogenblikken vóór hunne dood,
met dezelfde weldaad begunstigd geweest waren.
Moeilijk zouden wij aan dees hoofdstuk een einde
stellen, wilden wij al den lof, haar door hare tijdgenooten
toegezwaaid, op het papier zetten. Enkel zullen wij ons
tevreden houden net de getuigenissen van twee hoogst
verdienstelijke, verstandige en heilige mannen, die Sinte
Chantal allerbest gekend hebben, aan te halen. Men
verstaat reeds van wie wij spreken willen: \'t is van Sint
Franciscus de Sales en van Sint Vincentius a Paulo. De
eerste kende mevrouw de Ghantal in hare jeugd; hij
(1)  Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 355.
(2)  Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 847.
(ö) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 417.
-ocr page 508-
504
GESCHIEDENIS
bejegende haar te Dijon, toen zij jonge weduwe was met
vier kleine kinderen, en over eene aanzienlijke fortuin
macht en bewind had; en van toen af achtte hij zich niet
weerdig met haar in onderhandelinge te treden. Hij ont-
ving met eerbied de brieven die zij hem toestierde, las
ze met groote aandacht en legde ze zorgvuldig weg, om
er zich, tot het schrijven van haar leven, later van te
bedienen. Ofschoon hij stierf langen tijd vóór Sinte
Chantal, en de beschouwer niet geweest is van de twintig
laatste schoone jaren van haar leven, hield hij nogtans
niet op haar buitengewone eere aan te doen. Zij ging in
zijne oogen voor de kloekmoedige vrouw van het Evan-
gelie, voor eene andere Sinte Paula, eene Sinte Angela,
eene Sinte Catharina van Genua door. « Ik mag recht-
zinnig zeggen, schreef hij, dat eene ziel moeilijk tot
eene hooger volmaaktheid klimmen kan. Nooit trof
ik in iemand zooveel zuiverheid van inzicht aan,
zooveel onderwerping, zooveel gehoorzaamheid, zooveel
zelfopoffering, zooveel onthechtinge van de wereld, zooveel
gelatenheid in den wille Gods, zooveel ijver in het gebed
als in Sinte Chantal. » En op eene andere plaats: « Niet
dan met eerbied spreke ik van die heilige ziel; men kan
geen schrandere en tegelijk ootmoediger mevrouwe
uitpeizen; zij is eenvoudig en openhertig gelijk een kind;
zij heeft een gezond en juist oordeel, een manhaftig
karakter, eenen moed zonder weerga om de moeilijkste
zaken aan te vangen; met één woord, nooit kan ik de
beschrijvinge van de volmaakte vrouwe, die Salomon
ons doet, lezen, zonder aan moeder de Chantal te
denken. »
Ongetwijfeld zouden zulke schoone loftuigingen
genoeg geweest zijn om de eerbiedweerdige moeder de
Chantal door iedereen te doen grootachten; maar God
die aan de jeugd van zijne dienares eenen waardeerder,
haar alleszins weerdig, had weten te verschaffen, wilde
-ocr page 509-
805
VAN SI.NTK CHANTAL
niet dat haar ouderdom van dergelijk eene eere beroofd
wierd. Op den oogenblik dat Sinte Ghanlal Sint Francis-
cus de Sales uit dit leven ziet scheiden, bejegent zij Sint
Vincentius a Paulo. De eerste bestiert haar gedurende
achttien jaar; de andere gedurende twintig. Sint Fran-
ciscus de Sales aanschouwt, om zoo te spreken, het
opgaan van die schoone zon, en hij staat daar verbaasd
over; Sint Vincentius a Paulo woont derzelverdalen bij,
en, niet minder verwonderd, geeft hij er ons eene ziel-
roerende beeltenis van. Ziehier nu dat portret; men zal
het stellen nevens de beeltenis die Sint Franciscus de
Sales van Sinte Chantal ons heeft achtergelaten , en ik
twijfele geenszins of men zal verplicht zijn uit te roepen:
Wie door zulke heilige mannen geprezen wordt, moet
voorzeker een gansch bijzonder mensch zijn. Weest
aandachtig:
« Wij, Vincentius a Paulo, algemeene doch zeer
onweerdige overste der priesters van de Zendinge, ver-
klaren dat wij over twintig jaar of daar omtrent met de
eerbiedweerdige moeder de Chantal, Stichtster der
Visitatie, in onderhandelinge getreden zijn, en dat wij
haar gedurende twintig jaar bestierd hebben. Welnu, wij
moeten hier opentlijk bekennen, schier nooit heiliger
mensch ontmoet te hebben: zoo sterk scheen zij uit in
het oefenen van alle slag van deugden. Niet enkel had zij
een levendig geloof dat alle bekoringen wist te over-
winnen ; maar zij kwam ook uitermate ootmoedig,
eenvoudig, onderdanig, verstorven, voorzichtig en
kloekmoedig voor. Daarbij was zij hare Orde allermeest
genegen, gansch gelaten in den wille Gods en vol van
liefde tot Jesus en van ijver voor de zaligheid der zielen.
Dat getuigen wij, en verklaren daarenboven nooit of zeer
zelden ten minste iets onvolmaakts in haar bemerkt te
hebben: zoo groot was de heiligheid van hare handelwijze,
zoo aanzienlijk de ingekeerdheid van haren geest. Dat
-ocr page 510-
S06                         GESCHIEDENIS VAN SINTE CIIANTAL
belette nogtans niet dat zij hevig bekoord werd door den
duivel en vele en lastige dorheden te onderstaan had;
doch, naar het voorbeeld van al de godvruchtige zielen,
wist zij, middenin hare zwarigheden, die soms zoo groot
waren dat zij met haar zelve bijna geen weg wist, op
God, den Vader van alle vertroosting, fel te betrouwen,
en voor geen ding van de wereld zou zij, hoe beproefd
ook, nagelaten hebben hare geestelijke oefeningen stip-
telijk te volbrengen en de belangen van hare welbeminde
Orde gade te slaan. Dat zoo zijnde, oordeele ik dat zij
een der deftigste menschen was die ik ooit op aarde
gekend heb, en dat zij thans het geluk des hemels geniet!
Ook twijfele ik geenszins, of zij zal eens onder het getal
der heiligen gesteld worden. »
-ocr page 511-
Dood van Sinte Chantal. — Mevrouw de Mont-
morency helpt haar het tijdelijke met het
eeuwige verwisselen.
1641
rankruk, dat het geboorteland van Sinte
Chantal was, zou ook de streke van de
wereld zijn waar zij haar laatsten snik zou
geven, en, om dezen te ontvangen, had God
eene gansch bijzondere mevrouw verwekt wie Hij zou de
eere doen, eerste belooning van eene weergalooze deugd,
aan onze Heilige de oogen te sluiten.
Mevrouw de hertogin de Montmorency was uit de
beroemde romeinsche familie der Ursins oorspronkelijk.
Nicht van den paus Sixtus V, nanicht en doopkind van
de koningin Maria de Médicis, bevallig van lichaam en
nog schooner van ziel, was zij in den ouderdom van
veertien jaar het beroemde en aloude huis de Montmo-
rency, wiens krijgsgeroep was : « God kome den eersten
vrijheer des christendoms te hulp! » binnengegaan.
Haar man, de jonge Hendrik II de Montmorency, gaf
vroegtijdig te kennen dat hij een der deftigste krijgslie-
den van zijnen tijd zijn zou. Toen hij slechts zeventien
jaar oud was, werd hij tot groot-admiraal van Frankrijk
-ocr page 512-
508
GESCHIEDENIS
en tot gouverneur van Languedoc uitgeroepen. Aan vijt
en twintig jaar versloeg hij de Calvinisten te water en te
lande, verdreef ze uit het eiland Rhé, worp, met
de toejuichingen van den Paus en van de gansene
christenheid, hunne voornaamste sterkten neer, en werd,
nauwelijks den ouderdom van drij en dertig jaar bereikt
hebbende, door Lodewijk XIII tot maarschalk van
Frankrijk gemaakt. Stel nevens hem zijne jonge
echtgenoote, die een mensch van groote zedigheid was,
van ongemeene dapperheid, van buitengewone liefdadig-
heid, van onzeglijk mededoogen, en gij zult u kunnen
inbeelden, met welke onbeschrijfelijke geestdrift die def-
tige personen door het volk onthaald wierden in den
Languedoc. Men houdt staan dat die voorspoed diende
om het hoofd van den jongen hertog de Montmorency te
verdraaien; men houdt ook staan, en dat is beter
gepeisd, dat, in tijden van oproer, het moeilijker is
zijnen plicht te kennen dan zijnen plicht te kwijten. De
hertog meende den koning en Frankrijk dienst te bewij-
zen , met zich tegen de steeds aangroeiende macht van de
Richelieu te stellen, en, den vermoedelij ken erfgenaam
der koninklijke kroon tot zich roepende, waagde hij het
de plannen van den vreeselijken minister tegen te kanten.
Het kostte hem de dood. Gevangen genomen in het
gevecht van Castelnaudary, naar het parlement van
Toulouse, bedekt met achttien wonden, gedragen, en ter
dood veroordeeld, stapte hij, zijne kwetsuren wat ver-
bonden zijnde, onder het geween der getuigen, der
soldaten en der rechters zelven, moedig naar het scha-
vot. De krijgslieden, die zijne lijfstraf bijwoonden,
dronken iets of wat van zijn bloed en staken er de punt
hunner degens in, alsof dat bloed bekwaam zou geweest
zijn hun de kracht van het hert, waar het uit vloeide,
mede te deelen.
Nadat het hoofd van den hertog de Montmorency
-ocr page 513-
VAN SI.NTE CHANTAL                                     309
onder de schrikkelijke bijl van den beul gevallen was,
beefde eenieder vóór den vergramden minister de Riche-
lieu. De jonge hertogin, over van droefheid, zag, tot
overmaat van smerten, dat zij van alleman verlaten was.
De eenen sloten de deuren en de vensters van hunne
huizen toe op haren doortocht, uit vreeze dat men hen
van verraderij zou verdacht houden. De anderen, \'t waren
dezen die haar vroeger meest van al genegenheid toon-
den, beschuldigden haar valschelijk bij den minister,
om des te beter te doen verstaan dat zij met haar geen
het minste gemeens hadden. Men legde de tranen die
zij stortte, in een slechten zin uit. Eindelijk werd er
bevolen haar vast te zetten en haar, onder het geleide
van eenige krijgsbenden, naar de sterkte van Moulins
over te brengen. Middenin die zware beproevingen, als
zij zeer van noode had getroost te worden, kwam er
haar in het gedacht dat, zoo de zachtmoedige bisschop
van Geneve nog leefde, hij haar niet zou verlaten heb-
ben , en, vernemende dat moeder de Chantal zich te Lyon
bevond, begeerde zij, bij het doorreizen van deze stad,
haar te zien, overtuigd. dat zij in de geestelijke dochter
den troost vinden zou dien haar de vader niet zou
geweigerd hebben. Doch de onverbiddelijke de Riche-
lieu stond haar die gunst niet toe. Haar werd enkel den
oorlof gegeven van Sinte Chantal van verre te groeten.
Zij liet weten aan de Stichtster der Visitatie dat zij zich
onweerdig achtte met eene heilige in onderhandelinge te
treden, alsook dat zij niet verdiende van eenige verzach-
tinge in haar lijden te ontvangen, maar dat zij haar vurig
smeekte harer te gedenken in hare gebeden. Moeder de
Chantal slierde haar aanstonds een vnendelijken brief
toe, haar fel opwekkende om gansch gelaten in den wille
Gods voor te komen, en haar verzekerende, dat hare
pijnlijkheden haar tot trappen dienen zouden om tot
eene hooge volmaaktheid te geraken.
-ocr page 514-
Ö10
GESCHIEDENIS
Die voorzegging werd waargemaakt. In hare ge-
vangenis niet dan met God en met de gedachtenis van
haren man bezig, enkel bezocht door de leekezusters der
Visitatie, die haar hielpen veel goede werken doen, vond
mevrouw de Monlmorency al haren troost in het storten
van tranen. Toen men haar de deuren van den kerker
opende, wilde zij dien niet meer uitgaan. « Waartoe dat
alles? zegde zij, ik leve alleenlijk voor God. ■ Desniet-
tegenstaande verliet zij eindelijk hare gevangenis, om
zich naar eene nog somberder en strengerder woning te
begeven. Op haar kasteel bestond er eene donkere kamer
waar het licht van den dag nooit binnenkwam, en die
voor alle versiersel slechts een reusachtig kruisbeeld had
en eene kleine beeltenis van den hertog de Mont-
morency. Daar verbergde zij zich volgeern, om uren
en dagen lang te bidden, te weenen en te vergeven.
De hertog van Orleans die haren man had aangezet
om tegen den minister de Richelieu op te staan, legde
haar een bezoek af, en stond tegelijk over hare bleeke
kleur en over hare deugd verbaasd: « \'t Is eene
Heilige, » herhaalde hij onophoudelijk.
Eindelijk in 1634, in weerwil van al de aandrin-
gingen des konings, der koningin, des hertogs van
Orleans, die haar vurig smeekten naar Parijs te komen,
en spijts het schoone spreken van den hertog van Brac-
ciano, haren broeder, die begeerde haar te mogen
onthalen te Rome, trad zij de Visitatie van Moulins
binnen, niet om er het nonnenkleed aan te trekken, zij
dacht daar nog niet aan, maar om er tegen de verleidin-
gen der booze wereld eene schuilplaats te zoeken, en om
er zich uitsluitelijk met de belangen harer ziel en met de
gedachtenis haars teergeliefden mans bezig te houden. In
het klooster van Moulins wist zij alle slag van deugden
te oefenen: de ootmoedigheid, de eenvoudigheid, de
nauwkeurigheid in het vervullen harer plichten, de
-ocr page 515-
VAN SINTE CHANTAL                                   511
zelfopoffering, de versterving en vooral de liefdadigheid
lot den arme. Moeder de Brécbard stelde haar als novice-
meesteres aan; moeder de Chastelluz vroeg om door haar
.bestierd te worden. En Sinte Chantal zelve zal welhaast
luidop verklaren dat mevrouw de Montmorency eene
ware heilige is, en dat God op haar gansch bijzondere
inzichten heeft.
Zij hield niet op, de dood van haren man te
beschreien ; zij beweende die haar leven lang. Meer dan
tien jaarna het overlijden des hertogs, kwam zij nog
altijd even treurig voor. In 1642. toen Lodewijk XIII,
vergezeld van geheel zijn hof, de stad Moulins door-
kruiste, was hij eersten vooral bekommerdom mevrouw
de Montmorency in zijnen naam te doen groeten. De
hertogin, hoorende dat de koning het aandenken van eene
zoo ongelukkige mevrouwe gelijk zij was bewaard had,
toonde desaangaande eene groote verwondering en zegde
aan des konings afzendeling: « Mijnheer, maak uwen
vorst met hetgeen gij hiur ziet bekend. » En , den sluier,
die vóór hare oogen neerhing, opheffende, gaf zij hem
een uitgemergeld en bekreten aangezicht te bewonderen.
De Kardinaal de Richelieu liet haar ook van zijnentwege
groeten. « Mijnheer, zegde zij aan diens afgezant, wil
niet nalaten aan uwen meester te kennen te geven dat ik
hem, voor de eere die hij mij aandoet, zeer verplicht
ben; doch vergeet ook niet hem te verklaren, dat mijne
tranen nog altijd vloeien. »
Veel jaren later, kwam Lodewijk XIV, vergezeld
van zijne moeder, Anna van Oostenrijk, de hertogin
vinden; en, de arme cel die zij bewoonde binnengegaan
zijnde , verhelen zij die, over van verbaasdheid en van
eerbied. « Waarlijk, zegde haar Anna van Oostenrijk, gij
toont ons door uwe strenge manier van leven, wat wij
doen moeten om den hemel te bekomen. » En, op den
dorpel van het klooster, op Lodewijk XIV, die nog zeer
-ocr page 516-
SI 2
GESCHIEDENIS
jong was, wijzende, voegde zij er bij: « U behoore ik
niet te vragen, dat gij voor mijnen zoon zoudt bidden;
gij zijt immers met hem te nauw vereenigd door de
banden van het bloedverwantschap, opdat gij zijner niet
zoudt gedenken. »
Hetgeen in de hertogin de Montmorency meest van
al te bewonderen voorkwam, was hare diepe ootmoedig-
heid. J)e koningin Christina van Zweden, die haar een
bezoek had afgelegd, kon niet nalaten luidop te zeggen,
dat zij in de nederige handelwijze van mevrouw de
Montmorency grootelijks gesticht was. Wat meer is, de
novicen van het klooster wedijverden, om dat heilig
mensch in eenvoudigheid eenigszins te evenaren (1).
Dat was nu de mevrouwe wie God toestond de
oogen van Sinte Chanlal te sluiten. Behalve een haastigen
keer in 1635, hadden die twee beroemde personen
elkander nooit gezien; niet dan bij briefwisseling kenden
zij elkander. Mevrouw de Montmorency, die alsdan een
en veertig jaar oud was, en die, na negen jaar weduwe
geweest te zijn, vastgesteld had het nonnenkleed aan te
trekken, verlangde haar hert uit om den sluier der
bruiden van Jesus Christus uit de handen der Stichtster
van de Visitatie te ontvangen, en diensvolgens schreef zij
haar brieven op brieven, opdat zij naar Moulins spoedig
zou afkomen. De zake scheen onmogelijk te zijn. Van
den eenen kant, smeekten de Zusters van Annecy moeder
de Blonay hare toestemming niet te geven, en deze was
niet meer dan Mgr van Geneve genegen om Sinte Chantal
te laten afreizen. Van den anderen kant vreesden de
voornaamste ingezetenen der stad dat de eerbiedweerdige
en bejaarde Stichtster der Visitatie buiten Savooie zou
(1) Gedenkschriften der stichtinge van het klooster van
Moulins.
— Leven van Hendrik 11, den hertog de Montmo-
rency,
door Simon Ducros. Parijs, 1643, in 4#. — Leven van
mevroutve de hertogin de Montmorency,
door Cotoleudi. Parijs,
1684, in 12°.
-ocr page 517-
S13
VAN SINTE CHANTAL
sterven, en spraken daarom den hertog van Savooie
schoone, opdat hij aan moeder de Chantal zou verbieden
zijne Staten uit te gaan. Doch God had vastgesteld dat
onze Heilige uit dit leven zou scheiden in Frankrijk, en ,
in weerwil van al de tegenkantingen, werd er, toen men
zich er het minste aan verwachtte, aan Sinte Chantal
bevel gegeven van dadelijk naar Moulins te vertrekken.
Het vaarwel zeggen kwam pijnlijk voor. Men is in
het bezit van de laatste woorden die zij sprak aan de
Zusters. Ziehier die korte doch zielroerende volzinnen.
« Mijne welbeminde Dochters , ik bid u in de liefde
tot Jesus, onzen goddelijken Zaligmaker, meer en meer
te groeien, en nooit te vergeten dat gij verplicht zijt
elkander groote genegenheid toe te dragen. Eert elkander
gelijk den tempel van den H. Geest: en zoo gij dat doet,
dan zal uwe verknochtheid iets bijzonders zijn. Gij zult
God beminnen in uwe medegezellinnen, en uwe mede-
gezellinnen in God. Tracht allen maar één hert en ééne
ziel uit te maken. Gedenkt mijner, achtbare Kinderen ,
in uwe gebeden; u allen bemin ik; u allen ken ik.
Ik koestere de zoete hoop dat gij in de vriendschap
van God leeft, en dat gij uw best zult doen om die steeds
te bewaren. Ik verzoeke ootmoediglijk God u te willen
zegenen. Weest bezorgd om uwen regel goed te onder-
houden. Tot wederziens. teergeliefde Vriendinnen, tot
wederziens. Mij is het onbekend, of wij elkanderen nog
zullen bejegenen in dit leven; ik onderwerpe mij aan
Gods aanbiddelijke schikkingen. In alle geval, ik ben
overtuigd dat, zoo wij volherden in het oefenen der
deugd, wij elkander zullen ontmoeten in den hemel. Ik
zal intusschen dikwijls aan u denken en veel voor u
bidden, want ik ken u allen zeer goed (1). »
Gedaan hebbende met spreken, omhelsde zij al de
(1) Kapittels gehouden door Sinte Chantal, in-4°, blz. 106.
Handschrift van de Visitatie van Dijon.
-ocr page 518-
:;n
GESCHIEDENIS
Zusters, in de oore van elk eene in het bijzonder iets of
wat dat de volmaaktheid raakte fluisterende. Men
bemerkte dat zij ditmaal niet kreesch, zij die gewoon
was zulks te doen telkens als zij eene reis ondernam.
Eene non haar gezegd hebbende: « Mijne welbeminde
Moeder, wij zullen u niet meer zien. — \'t Is mogelijk,
mijn Kind, antwoordde zij al grimlachende. — Maar,
hernam de Zuster, vraag aan Onzen Lieven Heer dat wij
uwe gelukkige wederkomst in ons klooster mogen vieren.
— Ik zal mij daarvan wachten, brave Dochter, zegde
zij, immers Gods wil moet geschieden.Wij zulllen ons in
dit of in het andere leven wederzien. » Tot eene andere
Zustei\', die vreesde met haar nooit meer in onderhande-
linge te kunnen treden, sprak zij in dezer voege : «Wees
verzekerd, lieve Medegezellin, dat ik alhier of levend of
dood zal wederkeeren. » En aan M. Piotton, die zich over
hare blijgeestigheid verwonderde, zegde zij: « Mijn
lieve Vriend, ik wete het wel dat er mij eene lange en
gevaarlijke reis te doen staat, maar dat geeft er niet aan.
Ik verlate mij op God en ben enkel bekommerd om zijne
bevelen te volbrengen; dus moet het u niet vreemd
schijnen dat ik zoo opgeruimd en zoo vroolijk ben. Ik
zeg u daarenboven: ware \'t dat God mij gebood in het
meer te springen, zoo seffens zou ik het doen: zoozeer
begeere ik zijn aanbiddelijken wil te vervullen. »
De blijdschap van in het afreizen naar Frankrijk
Gods wil te volbrengen, ging in de ziele van moeder de
Ghantal met eene andere groote vreugde gepaard; zij zou
Sint Vincentius a Paulo wien zij een gansch bijzondere
genegenheid toedroeg bejegenen te Parijs, hem eene
laatste maal haar hert openen, en van hem leeren, hoe
zij zich tot de dood bereiden moest.
Zij vertrok uit het klooster den 28 Juli 1641, door de
rangen vaneene talrijke schaar, die haar wachtte op den
steenweg, heendringende. Zij deedalsdan iets welk zij nooit
-ocr page 519-
:>I5
VAN SISTE CHANTAL
gedaan had: zij stak links en rechts aan de nieuwsgierige
menigte de handen uit. Iedereen begeerde haar vaarwel
te zeggen, de zieken zelven keken uit de venster om
haar eene laatste maal te groeten. « Eilaas! zegt moeder
de Chaugy, wij dachten geenszins, dat wij ze niet meer
zouden zien ! Die eerbiedweerdige Stichtster der Visitatie
beloofde, hare kloeke gezondheid in acht genomen, nog
vijftien jaren voor het minste te leven (1). »
Zij kwam te Moulins aan den 9 Augustus 1641. Op
weg zijnde, had zij de Visitatiën van Rumilly, van Bel-
ley, van Montluel en van Lyon bezocht, overal buiten-
gemeene blijken van heiligheid gevende. Mevrouw de
Montmorency onthaalde ze met verwondering en met
blijdschap, en, te rekenen van dien oogenblik, ontstond
er tusschen deze mevrouwe en Sinte Chantal eene aller-
grootste christene vriendschap.
De tijd gekomen zijnde om het nonnenkleed aan te
trekken, besloot de hertogin de Montmorency een deel
van hare goederen te gebruiken om eene Visitatie te
stichten te Toulouse. ten einde aan de dochters van
degenen die haren man gedood hadden eene schuil-
plaats te bezorgen : het andere deel van hare have zou
bestemd zijn om aan de Visitatie van Moulins gegeven te
worden. Doch moeder de Chantal, die dichtbij hare dood
was, vreesde hare kinderen te rijk te maken, en daarom
de plannen van de hertogin afkeurende, zegde zij haar
al hare goederen aan hare familie achter te laten. Bij die
eerste versterving, moest er eene tweede gevoegd wor-
den. Op zekeren dag dat Sinte Chantal de hertogin de
Montmorency, die het treurig afsterven van haren man
niet kon vergeten, gansch bekreten vond, zegde zij haar
een enkel woordeken van onderwerping aan den wil des
Heeren; maar dat woordeken was zoo krachtig dat het
(1) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 274.
-ocr page 520-
:;n;
GKSCHIF.DEMIS
eene buitengewone zelfopofferinge in het hert der herto-
gin tewege bracht. Dus, zich in hare kamer opsluitende,
nam zij de beeltenis van haren man tusschen hare han-
den , die beeltenis waar zij sedert tien jaar zooveel tranen
vóór had gestort, en, na die gedurende eenige oogen-
blikken aandachtig bekeken te hebben, wierp zij die al
met eens kloekmoediglijk in het vuur. Sinte Chantal,
die heldhaftige daad vernomen hebbende, stond daar
verbaasd over, te meer, omdat zij haar niet opgelegd
had zulks te doen, en het niet dan de vrucht van eene
groote onthechting van de dingen der wereld zijn kon.
Dan was het dat Sinte Chantal met ongemeene overtui-
ging uitriep : « Niet noodig is het zich moeite te geven
om de hertogin de Montraorency te bestieren; \'t is eene
ware heilige, en God toont klaarlijk dat Hij zelve ze wil
bestieren. » \'t Was dan ook dat, om de edelmoedigheid
van de hertogin te beloonen, Sinte Chantal haar een
klein portret van Sint Franciscus de Sales in geschenke
gaf. Op de keerzijde van de beeltenis schreef zij deze
woorden : « Heilige Bisschop en teergeliefde Vader,
bekom aan mevrouw de Montmorency de gratie om God
bovenal te beminnen, en om vroolijk te zijn middenin
de pijnlijkste beproevingen. Dat het zoo zij, dat het zoo
zij! » De hertogin ontving dat geschenk met groote blijd-
schap , en bewaarde het haar leven lang als eene dubbele
reliquie (1).
Ondertusschen verlangde de koningin Anna van
Oostenrijk, die vernomen had dat de eerbiedweerdige
moeder de Chantal te Moulins was aangekomen, om haar
te zien en om met haar in onderhandelinge te treden.
Diensvolgens liet zij haar weten dat zij naar Parijs zou
willen afreizen. Terzelfder tijd zond zij haar eenen draag-
(1) Gedenkschriften betrekkelijk het leven van N. V. Af.
Maria-Felicia des Vrsins, weduwe de Montmorency, (Hand-
schrift van de Visitatie van Annecy.)
-ocr page 521-
817
VAN SINTE CHANTAL
zetel, en toen men haar zegde dat moeder de Chantal
naderde, reed zij met hare twee kinderen, den kroon-
prins, die later Lodewijk XIV heette, en den hertog van
Anjou, haar in koets te gemoet. Zij wist haar met bijzon-
dere eere te onthalen, en riep, over van blijdschap uit:
« Achtbare Moeder, ik begeere tot mijnen troost met u
in \'t lange en in \'t breede te spreken. » Dadelijk gebood
haar de koningin te zitten , haar smeekende hare vragen
te willen beantwoorden. Als de samenspraak geëindigd
was, wees de koningin op hare zonen, zeggende :
« Ziedaar, welbeminde Moeder, de kinderen die God
mij verleend heeft; wees zoo goed God veel voor hen te
bidden en ze te zegenen. » Sinte Chantal voldeed de
verlangens van Anna van Oostenrijk (1).
Die onthalinge greep plaats te Saint-Germain, van-
waar onze Heilige zich begaf naar Parijs. Zij werd er met
geestdrift verwelkomt. Zoo groot was het getal van
menschen die met haar begeerden te spreken, dat zij ver-
plicht was om drij ure van den nacht op te staan, en nog
kon zij den tijd niet vinden om toe te laten dat iedereen
haar zijn hert zou openen. De Zusters konden het volk,
dat de kleederen van Sinte Chantal met paternosters
begeerde aan te raken, schier geen meester: zoo talrijk
waren de personen die vraagden om de eersten bediend
te zijn. Eenieder bekende, dat wat men eertijds in Sinte
Chantal bewonderd had niet te vergelijken was bij het-
geen men tegenwoordig zag. Hoe groot ook de lof was
welken men haar toezwaaide, bleet zij altijd dezelfde,
\'k versta even zedig, even eenvoudig, even vriendelijk,
even vurig : die eerbetuigingen maakten op haar geenen
indruk. Op haar aangezicht stond te lezen wat al pogin-
gen zij gedaan had om zich in eene gansch bijzondere
ootmoedigheid en buitengewone godsvrucht te oefenen.
(1) Getuigenis van de overste van het klooster van Moulins
en van eene harer nonnen.
II.                                                 SINTE CHANTAL 33
-ocr page 522-
«18
GESCHIEDENIS
« Wat mijjbetreft, zegt eene non, ik was zoo verheugd
telkens als ik overweegde hoe moeder de Chantal wist te
handelen met alle slag van personen, en hoe behendig zij
was om met hen te spreken, dat ik gedurende één jaar
volgeern alle dagen te water en te brood zou gevast
hebben, ja zelfs mij dagelijks eenige geeselslagen zou
toegebracht hebben, eerder dan de gelegenheid van
bij haar te zijn te laten voorbijgaan. Ook mag
ik in alle rechtzinnigheid des herten zeggen dat ik haar
nooit naderde, zonder mij meer opgewekt te gevoelen
tot het oefenen der deugd, zonder sterk aangezet te zijn
om de edelmoedigste werken te verrichten. Niet zelden
stortte ik tranen met de macht, als ik hoorde hoe
wonderschoon zij van de volmaaktheid, waar de nonnen
naar trachten moeten, handelde (1). » Die getuigenis
geeft te kennen hoezeer moeder de Chantal hare mede-
gezellinnen aanstond, en wat grooten indruk hare
zielroerende woorden op hare onderhoorigen maakten.
Te Parijs viel er Sinte Chantal eene ongemeene
vreugde, waar zij sedert lang naar verlangde, ten deele.
Zij trof er Sint Vincentius a Paulo aan. Zij opende hem
eene laatste maal haar hert. Hoe aangenaam moest de
samenspraak van die twee heilige zielen niet zijn! Sint
Vincentius a Paulo was bijna vijf en zestig jaar oud;
Sinte Chantal had den ouderdom van negen en zestig
jaar of daar omtrent bereikt. Beiden waren dan op het
einde hunner dagen. Hunne werken deden veel van hen
spreken, en dienden tot troost aan onze Moeder de
H. Kerk. Terwijl dat Sinte Chantal haren tijd gebruikte
om kloosters te stichten, om in hare geestelijke gemeenten
den regel van hare Orde goed te doen onderhouden,
wist Sint Vincentius a Paulo gasthuizen op te richten, de
Zusters van Liefde in te stellen, eenige priesters, die zich
(1) Gedenkschriften van moeder Francisca-Hieronyma
Favrot.
(Handvesten vanAnnecy.)
-ocr page 523-
VAN SINTE (HAM Al.                                   519
met de zendingen van het volk des planten lands zouden
gelasten, tot zich te roepen, de seminaiïën te openen en
de geestelijkheid te hervormen. Doch dat alles was
weinig, vergeleken bij hetgeen zij voorafgaandelijk
gedaan hadden en nog deden om hunne eigene ziel te
heiligen. Sedert meer dan vijftig jaar hadden zij beiden
groote boetveerdigheid gepleegd, en daarbij blijken van
buitengewone ootmoedigheid en van liefde tot God en
den evenmensch gegeven. Zij konden elkander niet
bezien, zonder van elkanders deugd sterk ingenomen te
zijn. O gelukkige oogenblik, op welken het aan twee
brave menschen gegeven is elkander te ontmoeten op het
einde van hun leven! Wie zal ooit bekwaam zijn die
schoone en grondige samenspraak te beschrijven? Wie
zal ooit kunnen uiteen doen, hoezeer zij elkander sticht-
ten door hun sterk geloof, door hunne vaste hoop, door
hunne brandende liefde? Hier eindigden al de geestelijke
dorheden van Sinte Ghantal; hier eindigde hare ziels-
benauwdheid, die sedert negen jaar duurde. God wilde
dat zij bij Sint Vincentius a Paulo en bij een achtbaren
aartsbisschop, Mgr de Bellegarde, wien zij den staat harer
conscientie kenbaar maakte, troost en volle rust des
gemoeds zou vinden. Te rekenen van dien dag , dat is,
gedurende de drij laatste maanden van haar leven, was
zij over van blijdschap, en had reeds van op de aarde de
voorsmaak van de onbeschrijfelijke en eeuwige vreugden
des hemels.
Eerdat zij Parijs verliet, ging Sinte Chantal twee
dagen te Port-Royal doorbrengen, bij moeder Angelica
Arnauld, die, eilaas! medegesleept door den heftigen en
hardnekkigen M. de Saint-Gyran, welhaast in dezes
bejammerlijke dolingen zou deelen. Doch te dien tijde
dacht zij niet zoo groot gevaar naar de ziel te loopen,
en diensvolgens wist zij aan Sinte Ghantal, die den
afgrond niet kende waar Port-Royal zou instorten, zonder
-ocr page 524-
320
GESCHIEDENIS
achterdenken vele dingen te vertellen die meer of min
jansenistisch voorkwamen.
Moederde Chantal bezocht ook de Karmelieternonnen
van Parijs, en zij vernam er door den mond van eene
beroemde dienares Gods, dat hare dood nakende was.
« Wat zegt gij daar, welbeminde Zuster! riep Sinte
Chantal over van blijdschap uit; welhoe ik zal binnen
korten tijd het geluk hebben van mijnen God te aan-
schouwen in den hemel! Ziedaar een nieuws dal voor
mij zeer aangenaam is om hooren! » En den ganschen
dag door, hield zij zich met het nadenken van die
voldoende mare bezig.
Zij vertrok uit Parijs den 11 November. De Visitatie
van die stad vaarwel zeggende, sprak zij geen andere
woorden dan: « Tot wederziens; mijne welbeminde
Medegezellinnen, tot wederziens- ik hope dat wij elkander
zullen ontmoeten in den schoonen hemel. »
Zij stond eerst te Melun stil. Déar, smeekte haar
eene jonge novice te gedoogen dat de overste van het
klooster, die reeds sedert zes jaar aan \'t hoofd van de
geestelijke gemeente was, in haar meesterschap zou
behouden worden. Nauwelijks had zij die woorden
uitgesproken, of Sinte Chantal, die er altijd zoo vriende-
lijk uitzag, nam een streng wezen aan, en zegde voor
alle antwoord, op eene beeltenis van Sint Franciscus de
Sales wijzende: « Mijne Dochter, hoeveel ik ook make
van dezen Heilige, houd ik nog meer aan den regel van
onze Orde (1). »
Te Montargis, bejegende zij voor de tweede maal
den aartsbisschop van Sens, Mgr de Bellegarde, die haar
wachtte, en wien zij wederom den staat van hare cons-
cientie te kennen gaf. « Onmogelijk is het te zeggen,
schreef de achtbare kerkvoogd, hoezeer die heilige ziel
(1) Stichting van het klooster van Melun, bladz. 512.
-ocr page 525-
821
VAN SINTE CHANTAL
uitscheen in zachtmoedigheid, in gerustheid des herten,
in liefde tot God en in onderwerping aan zijn aanbidde-
lijken wil! » Op den oogenblik dat de Stichtster der
Visitatie van hem haar afscheid nam, riep zij uit: « O
mijn geestelijke Vader, herhaal mij opnieuw wat ik doen
moet om wél te sterven; want ik begeere het nooit te
vergeten. »
Te Nevers werd zij al met eens onpasselijk; doch
zij bekommerde er zich niet om. « Mijne lieve Kinderen,
zegde zij aan de Zusters die haar wilden beletten
om vijf ure van den morgen op te staan, men moet
altijd willen wat God wil, en bereid zijn om te sterven
op den dag dat het Hem behaagt. » En ziende dat de
nonnen zich verhaastten om haar te dienen en haar, in
haar lijden, eenige verzachtingen te verschaffen , zegde
zij: « Al dat beslag niet, als het u belieft, welbeminde
Dochters. Armoede, ootmoedigheid, eenvoudigheid,
ziedaar onze regelen. » En daar men te dien tijde aan
\'t bouwen van de kerke des kloosters was, en men den
voorgevel daarvan allerschoonst had uitgewerkt, zegde
zij met eene kleine verontweerdiging : « Dat alles is
strijdig met den geest van armoede, en doet mij groote
pijne. » Volgeern zou zij gewild hebben, ware het
mogelijk geweest, dat men dat prachtig portaal atbrak.
« Indien er iemand gevonden ware die hetzelve wil aan-
koopen, riep zij met overtuiging uit, zou men zich
moeten spoeden hem bij zijn woord te nemen. » Zij
eischte ten minste dat de Zusters aan de geheele Orde
schreven dat, met zulks te laten gebeuren, zij eenen
misslag bedreven hadden, en dat men zich wachten
moest haar slecht voorbeeld na te volgen. Het klooster
uitgaande, zegde haar deszelfs overste: « Welhoe!
mijne Moeder, zou het waar zijn, dat ik u in deze wereld
mogelijk niet meer zien zal? » Sinte Chantal berispte
haar ernstiglijk, zeggende dat zij behoorde meer gelaten
-ocr page 526-
822
GESCHIEDENIS
te zijn in Gods wil, en zich zwichten moest van Hem
wetten te stellen.
Met te reizen van Nevers naar Moulins, kwam zij
meer en meer afgemat en ziekelijk voor. De Zusters
vonden dat zij sterk veranderd was van gelaat en bijna
geen krachten meer had. Onze Heilige was zelve gewaar,
dat de tijd van te sterven voor haar gekomen was, en
dat God haar welhaast tot Zich zou roepen (1).
Den Zaterdag 7 December, den avond vóór de feest
der Onbevlekte Ontvangenis, ging zij, ofschoon zeer
onpasselijk, naarden refter, knielde binst het licht ont-
bijtder Zusters, en herhaalde, de armen kruiswijze over
malkanderen leggende, tweemaal deze woorden : O
Mater Dei, memento mei!
Dan voegde zij er bij in
\'t Fransch : « O heilige Moeder Gods, ik smeeke u,
door uwe Onbevlekte Ontvangenis, mij altijd en vooral
in de ure mijner dood ter hulpe te komen. » Des ande-
rendaags stond zij, gelijk hare medezusters, om vijf
ure uit het bed op; doch nauwelijks was zij de koor bin-
nengetreden , of eene felle koorts kwam op haar af. Men
verzocht haar naar het bed weder te keeren. « Neen,
neen, zegde zij, ik begeere te communiceeren met de
geheele geestelijke gemeente. Dezen dag houde ik in
bijzondere achting; want het is heden een en dertig
jaar dat ik, hoe onweerdig ook, van den eerbiedweerdi-
gen bisschop van Geneve, mijn achtbaren Vader in
Jesus Christus, den oorlof bekomen heb om dagelijks
het heilig Lichaam des Heeren te nutten. » De mis
gedaan zijnde, was men verplicht haar uit de koor naar
het bed te dragen. Dadelijk ontbood men den geneesheer,
(1) Om het verhaal van de dood van Sinte Chantal goed op
te stellen , heliben wij de volgende werken doorlezen : 1° Gedenk-
schriften
van moederde Chaugy ; i\' Omzendbrief v&n moeder de
Musy, overste van het klooster van Moulins; 3° Gedenkschriften
en Leven van mevrouw de Montmorency.
-ocr page 527-
VAN SINTE CHANTAL                                  825
die den staat der zieke maar zeer gemeen vond. Men
stelde het H. Sacrament ter aanbidding uit in de kapel;
men onderhield eene godvruchtige oefeninge negen
dagen lang; men deed veel missen lezen; al de kloosters
der stad gingen aan \'t bidden; mevrouw de Montmorency
en vele nonnen waren bereid haai leven ten beste te
geven om dat van Sinte Chantal te verlengen. « Doch
God liet toe dat al de pogingen, die men aanwendde om
de gezondheid van onze teergeliefde Moeder te bekomen,
vruchteloos waren, en dat zij ons eindelijk door de dood
ontnomen werd (1). »
Die oogenblik der dood waar de zondaar voor schrikt
boezemt den rechtveerdige niet dan troost en betrouwen
in. Hij, die zijn best gedaan heeft om God te dienen, die
zijne geboden goed onderhouden heeft, moet vreezen
noch voor duivel noch voor hel.
Dat begreep Sinte Chantal. En ofschoon zij, bij
\'t naderen der dood, in de afwezigheid van haren gewo-
nen biechtvader, begeerde met pater de Lingendes, van
het gezelschap van Jesus, te spreken, was het enkel om
des te beter den overgang van den tijd naar de eeuwig-
heid te doen.
Inderdaad, den 11, opende zij aan dezen heiligen
man nogmaals haar hert, en na hare biecht gesproken te
hebben, smeekte zij hem aan al de kloosters van hare
Orde te willen schrijven, dat de Zusters zouden oppas-
sen om steeds de regelen van de Visitatie goed waar te
nemen. « Dat zijn, voegde zij er bij, mijne laatste en
vurigste wenschen. »
Den 12, in den morgen, ontving zij Onzen Lieven
Heer tot reisgeld met gansch bijzondere godsvrucht.
Toen zij den priester met haren Welbeminde zag nade-
ren , rechtte zij zich op, en, wat geweld doende riep zij,
(1) Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 288.
-ocr page 528-
i>24                                         GESCHIEDENIS
in weerwil van hare belemmering op de borst, met klare
stem uit: « Ik geloove vastelijk dat mijn Zaligmaker
Jesus Christus in het heilig Sacrament des Autaars tegen-
woordig is, ik heb dat altijd geloofd en beleden; ik
aanbid er Hem en erken Hem voor mijnen God , mijnen
Schepper, mijnen Zaligmaker en mijnen Verlosser, die
mij door zijn dierbaar bloed heeft vrijgekocht. Volgeern
zou ik mijn leven ten beste geven om die waarheid te
bevestigen ; doch ik ben niet weerdig zulks te doen. Ik
verklare nogtans, in de rechtzinnigheid mijns herten,
dat, steunende op Gods goedheid en bermhertigheid, ik
hope den schoonen hemel te bekomen. »
Nadat zij Onzen Lieven Heer ontvangen had, zegde
zij aan den priester, in de tegenwoordigheid van al hare
medezusters : « Eerweerde Heer, ik smeeke u uit gan-
scher herte, nu dat ik nog geheel mijn verstand heb,
niet te lang te wachten van mij de H. Olie te bedienen. »
Binst dien dag van hare berechtinge, ging het maar
zeer slecht. En daar men vreesde haar in den nacht te
zien sterven, oordeelde men geradig hare zintuigen te
zalven; doch zij fluisterde in de oore van de ziekenop-
passter dat zij nog niet zou sterven, en bijgevolg dat de
priester zijn liefdewerk maar des anderendaags zou ver-
richten.
Om twee uren van den namiddag, zat zij op haar
bed neder, en gaf, met den lach op het wezen, aan hare
teergeliefde kinderen in Jesus Christus hare laatste lessen
en vermaningen. Zij wekte ze op om de inzichten van
Sint Franciscus de Sales steeds te eerbiedigen, ook nog
om met elkander goed overeen te komen, om den regel
der Visitatie wél te onderhouden, en vooral om de open-
hertigheid, de eenvoudigheid, de armoede van geest en
de verdraagzaamheid allermeest te oefenen. « Ziedaar,
voegde zij er bij, al wat ik, mijn groot lijden ingezien,
n zeggen kan. » Vervolgens smeekte zij al hare mede-
-ocr page 529-
VAN SINTE CHANTAL                                     1)25
zusters een gansch bijzonderen eerbied te hebben voor
mevrouw de Montmorency en op haar sterk te betrou-
wen, om reden dat het eene heilige ziel was wie God
buitengemeene gratiën verleende en wie degeheele Orde
veel verschuldigd was. « Zij is, zegde zij, nog eenvou-
diger, ootmoediger en godvruchtiger dan de eerste
boerin de beste. Ik ben van de genegenheid die zij mij
toont hoogst aangedaan. Zij vreest dat gij haar mijne
dood zult ten laste leggen. Doch, het is u bekend, wel-
beminde Dochters, dat de goddelijke Voorzienigheid heeft
vastgesteld hoe lang wij zullen leven, en dat het ons,
tegen haren dank, niet gegeven is onze dagen van een
\'kwartier uurs te verlengen. Die reis welke ik op het
schoon spreken van mevrouw de Montmorency onder-
nomen heb, is van groot nut geweest voor ons en voor
de gansche Orde. » Zij eindigde met te vragen dal de
Zusters harer zouden gedenken in hare gebeden, haar
belovende dat zij op hare beurt Sint Franciscus de Sales
zou bidden, opdat hij haar van God den geest van oot-
moedigheid , alle menschen en vooral alle nonnen hoogst
noodig, zou bekomen.
Daarna legde zij zich in haar bed wederom neer, en
verklaarde luidop dat hare conscientie goed in regel was,
en dat zij niets meer te zeggen had.
Met den avond won de beklemdheid in hevigheid,
en de ziekte scheen moeder de Chantal te willen neder-
drukken; doch zij behield haar volle verstand. De Zusters,
die haar oppasten, wisten al de woorden die zij uit den
mond van hare stervende Moeder vernamen, zorgvuldig-
lijk te boeken. « Wat is eene non, riep zij uit, die haren
regel niet onderhoudt? » « De non die wél bidt is geluk-
kig. » « O! wat schoone dag zal de dag van morgen
zijn! » Soms opende zij hare oogen om de ontroostbare-
mevrouw de Montmorency en de nonnen die kreeschen
met de macht, vriendelijk te bezien, en om haar alzoo
wat moed in \'t herte te spreken.
-ocr page 530-
826
GESCHIEDENIS
Van geheel den nacht, die de laatste van haar leven
was, geen ooge kunnende toedoen, gebood zij aan hare
medezusters haar het verhaal van de dood van Sinte
Paula, waar zij met groote aandacht naar luisterde, voor
te lezen. Van tijd tot tijd riep zij uit: « Wat zijn wij
ellendige menschen, vergeleken bij die roemruchtige en
heilige non! » Zij smeekte ook hare medegezellinnen
haar met het hoofdstuk, dat handelt van het overlijden
van Sint Franciscus de Sales, opnieuw bekend te maken,
opdat zij hem zoowel voor de dood als voor het leven
eenigszins zou gelijk zijn. Men gat haar daarenboven
lezing van een hoofdstuk uit den negenden boek des
tiaktaats de Liefde Gods, en toen men gekomen was aan
dezen volzin: « Ik of mijne moeder mogen ziek zijn of
niet ziek zijn, steeds behoore ik mij aan des Heeren
aanbiddelijke schikkingen te onderwerpen, » bekeek zij
zachtjes de bedrukte mevrouw de Montmorency en zegde
haar: « Mevrouwe, dat is iets voor u. » En korts daarna,
toen men haar in Sint Augustinus\' Belijdenissen het
verhaal van het afsterven van Sinte Monica voorlas, waar
er onder anderen gezegd wordt dat het haar niet lastig
voorkwam, verre buiten haar Land, uit dit leven te
scheiden, riep zij, al grimlachende, uit: « Dat is iets
voor mij. »
Naarmate dat de dood naderde, gaf zij aan hare
welbeminde medezusters gansch bijzondere blijken van
christene genegenheid, en hield niet op haar met schoone
en zielroerende woorden te begunstigen.
De dag brak allengskens aan, en begeerende eenige
oogenblikken alleen te zijn met mevrouwe de Mont-
morency, deed zij teeken aan de nonnen, die haar
oppasten, uit de kamer te gaan. Dan sprak zij met die
mevrouwe in \'t lange en in \'t breed over het klooster-
leven, haar biddende, zoo zij volherdde in haren roep,
hare goederen aan de Visitatie niet te geven, maar te
-ocr page 531-
VAN SINTE CHANTAL                                   ÏJ27
doen wederkeeren aan hare familie: zoozeer was zij
bezorgd om den geest van armoede onder hare geeste-
lijke kinderen te doen groeien en bloeien. Daarna,
gevoelende dat zij t\'enden alle krachten was, zegde zij:
« Vaarwel, Mevrouwe, de tijd van scheiden is gekomen.
Gedenk mijner in uwe gebeden , en tracht u teenemaal
den Heere toe te wijden. »
Om negen ure \'s morgens of daar omtrent ontving
zij het H. Oliesel met volle kennis en met groote inge-
keerdheid, zelve al de gebeden beantwoordende. Nadat
die zielroerende plechtigheid van onzen heiligen gods-
dienst voltrokken was, vroeg haar pater de Lingendes
zoo goed te zijn al de nonnen van het klooster, die rond
haar bed geknield waren, te willen zegenen. In den
beginne weigerde zij uit ootmoedigheid zulks te doen,
doch, na eenige stonden, voldeed zij uit gehoorzaam-
heid de verlangens van haren deftigen biechtvader.
Diensvolgens, de handen t* zamen vouwende, en, de
oogen naar den hemel gericht, zegde zij gansch gelaten
in den wille Gods : « Mijne brave Kinderen , daar Onze
Lieve Heer het alzoo heeft vastgesteld, ga ik voor de
laatste maal van mijn leven tegen u spreken. Ik verzoeke
u dan uwe oversten steeds te eerbiedigen en hun stipt te
gehoorzamen, indachtig, dat zij voor u de plaats van
God bekleeden. Weest sterk bekommerd, om met elkan-
der altijd goed overeen te komen en wacht u van alle
geveinsdheid, ja, ik herhale het, wacht u van alle
geveinsdheid. Leeft in eene groote eenvoudigheid, en zijt
bezorgd om den regel van uwe Orde geheel en al te
onderhouden : zoo doende, zult gij den zegen van God
over u trekken. Hopende dat gij mijne raden zult vol-
gen , zegene ik u, in den naam des Vaders, en des
Zoons en des heiligen Geestes. Amen. » En na hare
welbeminde geestelijke dochters gezegend te hebben,
voegde zij er bij : « Mijne lieve Kinderen, hecht u aan
-ocr page 532-
Ö28
GESCHIEDENIS
de dingen der wereld niet, die spoedig voorbijgaan;
denkt dikwijls dat gij u eens in denzelfden staat, waarin
ik mij thans bevinde, zult bevinden. »
Die woorden hoorende kreeschen al de Zusters dat
zij snikten. Pater de Lingendes, die bemerkte dat moe-
der de Chantal van dat geweldig weenen der nonnen
hoogst aangedaan was, en dat dergelijk treurig schouw-
spel niet dan nadeelig aan de stervende zijn kon, gebood
aan de Zusters de kamer te verlaten. « Welhoe! riep
alsdan de Stichtster der Visitatie uit, de tijd van te schei-
den van elkander, de tijd van elkander vaarwel te zeg-
gen , is gekomen! » Dan naderden haar al de Zusters-
eene vóór eene, kustten haar de hand en luisterden met
gretigheid naar de opwekkende woorden die zij, al grim-
lachende , in de oore van elk eene harer fluisterde.
Te rekenen van dien oogenblik sprak de stervende
Heilige niet dan van Onzen Lieven Heer. Gedurig sloeg,
zij hare oogen op de beeltenissen van den gekruisten
Zaligmaker en van zijne teergeliefde Moeder Maria. Men
las haar in \'t Fransch het verhaal van het lijden Christi
voor, alsmede de geloofsbelijdenis waar het concilie van
Trente van gewag maakt, en luidop verklaarde zij vaste-
lijk te gelooven al wat God veropenbaard heeft en door
de H. Kerk voorhoudt; wat meer is, zij zegde dat zij
haar leven zou ten beste geven, om haar geloof tegen de
boozen te verdedigen. Uit haren mond vloeiden niet zelden
deze troostelijke woorden : Maria, Mater gratice, Mater
misericordice, tu nos ab hoste protégé
, et hora mortis-
suscipe. Amen.
Terwijl men de gebeden der stervenden
las, riep zij van tijd tot tijd uit: « O God! wat zijn die
smeekingen toch schoon en zielroerend ! » Zij verlangde
alsdan een weinig alleen te zijn; doch welhaast ontbood
zij haren biechtvader, en zegde hem: « O mijn Vader,
hoe schrikkelijk zijn Gods oordeelen! » Pater de Lingen-
des vroeg haar of zij met vrees bevangen was. « Neen ik,.
-ocr page 533-
VAN SINTE f.HA.NTAI.                                   329
antwoordde zij; maar ik mag u verzekeren dat de oor-
deelen Gods ontzaglijk zijn. » En zij zweeg dadelijk stil.
Ten vijven van den avond, kwamen de Zusters
op nieuw haar vinden in hare kamer, om haar te helpen
en te troosten. Moeder de Chantal was sterk uitgeput van
krachten en de geneesheer bekende dat zij maar eenige
uren meer te leven had. Eene harer geestelijke kinderen
naderde haar en vroeg of zij veel leed: O! zeker lijd ik
veel, brave Medezuster, antwoordde zij; doch wat is dat
te vergelijken bij hetgeen Jesus uit liefde voor mij geleden
heeft? » Pater de Lingendes zegde haar: « Mijne Moeder,
mogelijk hebt gij nog niet genoegzaam aan de goedheid
Gods gedacht? Zie, Hij is het die, in zijne liefde, ons het
leven gegeven heeft, en Hij is het ook die het ons tegen-
woordig terugvraagt. » « O! wat troostelijke woorden
zijn dat! » fezelde zij.
Men stelde haar alsdan in de linker hand eene
brandende gewijde keers; zij nam in hare rechtere het
kruisbeeld en het zakje welk zij gedurig aan haren hals
droeg, en waar hare geloofsbelijdenis, hare beloften en
de laatste raden van Sint Franciscus de Sales in besloten
waren; en,alzoo opgeschikt, luisterde zij, gezeten op
haar bed , naar de gebeden der stervenden die de Zusters
andermaal lazen. Toen zij geëindigd waren, verzuchtte
zij een weinig. « Mijne Moeder, zegde haar pater
de Lingendes, het groot lijden dat u thans ten deele valt,
geeft u te kennen dat gij welhaast uit dit leven scheiden
zult. Verlangt gij om naar den hemel te gaan ? — Ja
zeker, achtbare Pater, bovendien ga ik er zoo seffens
naartoe. » Die woorden uitsprekende, zegde zij nog
drijmaal: « Jesus, Jesus, Jesus, » en gaf den geest. De
wijzers van het uurwerk stonden op half zeven van den
avond, \'t Was den 13 December 1641, een vrijdag.
Binst dat moeder de Chantal aan \'t sterven was, had
iemand haar gevraagd: « Meent gij dat, na uwe dood,
-ocr page 534-
530                                          GESCHIEBENIS
Sint Franciscus de Sales u zal te gemoet komen? — Ja,
zeker, had zij geantwoord, ik koestere die zoete hope,
want hij heeft het mij beloofd. »
Zij vergiste zich niet. Toen zij het tijdelijke met hel
eeuwige verwisselde, ging Sint Franciscus de Sales haar
te gemoet. Hij was de engel dien God zond om die
schoone ziel naar den hemel te geleiden. Sint Vincentius
a Paulo, die beide Heiligen goed gekend had, zag die
wonderbare bejegening. Luisteren wij naar zijne woorden.
« Ik twijfele geenszins, schrijft Sint Vincentius a
Paulo, of God zal eens de heiligheid van moeder de
Chantal doen kennen; wat zeg ik, reeds aan vele
menschen en onder anderen aan mij heeft Hij te verstaan
gegeven, dat die deugdelijke ziel met het geluk des
hemels begunstigd is.
» Toen ik de dood van moeder de Chantal vernam,
stelde ik mij zoo seffens aan \'t bidden tot hare zielelaafnis,
en zie, oogenblikkelijk werd ik in de lucht een kleinen
vuurbol die zich bij een nog grooteren en schitterender
ging vervoegen gewaar. Ik verstond dadelijk, met Gods
gratie, dat die kleine vuurbol de ziele was van de eer-
biedweerdige moeder de Chantal, en die grootere de ziel
van Sint Franciscus de Sales, wien God geboden had de
Stichtster der Visitatie bij haar overlijden tegen te gaan
en naarden hemel te geleiden.
» Wat meer is, toen ik, vreezende dat zij mogelijk
aan Gods rechtveerdigheidinog iets of wat zou te betalen
hebben, voor haar, onmiddelijk na haar afsterven, de
mis las, had ik andermaal hetzelfde vizioen, en zag
dezelfde vuurbollen, die ik vroeger gezien had, elkander
te gemoet gaan: hetgeen mij deed besluiten dat moeder
de Chantal reeds in den hemel was, en geene gebeden
van noode had. Dat geloove ik vastelijk, om reden dat ik
nooit met eenige andere vizioenen begunstigd geweest
ben, en niet kan begrijpen dat er hier bedrog zou onder
-ocr page 535-
551
VAN SINTK CHANTAL
zijn. Tot bevestiging van dien, heb ik dees stuk onder-
teekend en er mijnen zegel op gedrukt (i). »
Sint Franciscus de Sales die moeder de Chantal te
geraoet gaat, en Sint Vincentius a Paulo, die, aan den
autaar staande, van die bejegening kennis krijgt, welk
schoon en zielroerend schouwspel!!
Zoohaast onze Heilige den geest gegeven had,
verhaastte zich mevrouw de Montmorency om haar de
oogen te sluiten, en om hare voeten, die zij met hare
tranen besproeide, te kussen. Zij drukte ook met eerbied
hare lippen op den aanbiddelijken naam Jesus, dien
moeder de Chantal boven haar hert gesneden had.
Al de Zusters deden insgelijks. Men opende het zakje
welk de Stichtster der Visitatie steeds aan haren hals
droeg, en men las luidop, in het bijzijn harer eerbied-
weerdige overblijfsels, de gebeden en de dankzeggingen
die onze Heilige geschreven en met haar bloed onder-
teekend had, de eenen te Dijon, op den autaar van
Onze Vrouwe van Etang, de anderen te Saint Glaude, te
Annecy, te Parijs en te Lyon. Mevrouw de Montmorency
gebood dat achtbaar lichaam te balsemen, en het
gedurende twee dagen in de kapel, dichtbij de tralie van
de koor, ten toon te stellen. Vele menschen kwamen het
bezichtigen, en wedijverden om hetzelve met paternosters
en doeken aan te raken. Daarna beval de hertogin dien
kostelijken schat dadelijk en heimelijk naar Annecy,
waar moeder de Chantal begeerde nevens het lichaam
van haren geestelijken Vader begraven te worden, te
vervoeren.
Doch, tot haren troost, en tot troost van de nonnen
van Moulins, hield zij het hert van moeder de Chantal
achter, en deed het in eene rijke zilveren reliquieênkas,
door engelen vastgehouden, zetten. Dat hert werd
(1) Pleitzaak der heiligverklaring van Sinte Chantal. — Brief
van Sint Vincentius a Paulo aan de Zusters der Visitatie.
-ocr page 536-
832                         GESCHIEDENIS VAN SINTK CEI.VNTAI.
geplaatst op eenen autaar, in de kamer waar de Sticht-
ster der Visitatie gestorven was, en dichtbij het bed waar
zij het tijdelijke met het eeuwige op verwisseld had. De
hertogin de Montmorency bracht daar uren en uren over
in het gebed, en kustte met ingekeerdheid de arme koets
waar dat heilig mensch den geest op gegeven had.
Dat bed bestaat nog. Het is in het klooster van
Moulins, door de boozen onteerd, niet meer te vinden,
noch ook in de kamer waar onze Heilige stierf, die geen
kapel meer is. Het wordt bewaard te Nevers, waarde
nonnen van Moulins, aldaar afgekomen, er groote zorge
voor dragen; en het is onmogelijk hetzelve te aanschou-
wen, \'k versta dien harden stroozak, die slechte matras,
die grove deksels, zonder daarvan in de ziel diep aange-
daan te zijn.
Alle doodbed spreekt aan \'t herte van den toeschou-
wer. Doch het bed waar een heilig mensch op gestorven
is, het bed dat getuige geweest is van zijn levendig
geloof, van zijne vaste hope, van zijne brandende liefde,
van zijne buitengewone ootmoedigheid, van zijne onge-
meene zelfopoffering, dat bed, zeg ik, gaat voor iets
stichtends door. Men nadert hetzelve niet dan met
eerbied, men verlaat het niet dan met de tranen in
d\'oogen; en mogelijk treft men nergens iets aan dat zoo
schoon leert, hoe men leven en hoe men sterven moet.
-ocr page 537-
Heiligverklaring van Sinte Chantal.
ET lichaam van Sinte Chantal kwam te Annecy
aan den 30 December 1641. Van Moulins
naar Lyon had men, op bevel van mevrouwe
de Montmorency, heimelijk en haastig
gereisd. Te Lyon was men bij nachte dwers door de stad
getrokken, zonder dat de Zusters der Visitatie van dien
doortocht kennis kregen. Doch, bij het uitgaan van Lyon,
als men wat weg naar Savooie toe had afgelegd, oordeel-
den de afgeveerdigden van mevrouw de Montmorency
dat zij zoo wakker niet meer moesten aanstappen, en dat
zij zonder vaar of vreeze hun geheim mochten kenbaar
maken. Dadelijk werd de reis in eene zegevierende
intrede veranderd. Te Montluel, kwam het volk in groot
getal naar de kapel der Visitatie, waar men die kostelijke
overblijfsels had neergezet en waar men den nacht in
"t gebed zou doorbrengen, geloopen. Te Belley, ging
Mgr Camus, in zijn bisschoppelijk gewaad uitgedost, en
vergezeld van vele geestelijken, het achtbaar gebeente
van de eerbiedweerdige Stichtster der Visitatie te gemoet.
Te Saint-Rambert, te Seissel en te Rumilly werd het
gedrang nog grooter. Overal luidde men met de klok-
ken, en werd de koor der kerken in \'t zwart gekleed; bij
geheel hoopen menschen verlieten de steden en de
II.                                                 SINTE CHANTAL 34
-ocr page 538-
■-J54
GESCHIEDENIS
dorpen, om de deftige moeder de Chantal eene laatste
maal te groeten.
Doch nergens was er meer volk op de been dan te
Annecy. Het lichaam werd plechtiglijk in de kerk van
het eerste klooster der Visitatie gedragen, en de dood-
kist geopend, om de nieuwsgierigheid en de godvruchtige
verlangens van de inwoners te voldoen. Een mirakel gaf
dien/.elfden dag te kennen, hoe heilig moeder de Chantal
was. Zie, onder de menschen die naderden om de voeten
van de Stichtster der Visitatie te kussen, sloop er een
jonge vrijgeest in, die verre was van een stichtend leven te
leiden. Welnu, op den oogenblik dat hij tewege was op
die eerbiedweerdige overblijfsels zijne lippen te drukken,
trok moeder de Chantal al met eens hare beenen in.
Vele menschen waren van dat wonderwerk getuige, en
verheugden zich grootelijks (1).
Nadat men aan het volk eenige dagen gegeven had
om het heilig lichaam van moeder de Chantal met pater-
nosters en andere voorwerpen aan te raken, werd dat
achtbaar gebeente, welk in de kerk der Visitatie niet
kon begraven worden, om reden dat men er verbeteringen
aan deed, geplaatst in desacristij, waar het omtrent één
gansche jaar berustte (2). « Welnu, schrijft moeder de
Chaugy, zoohaast het klooster van Annecy met dien
kostelijken schat begunstigd was, hielden zoo seffens al de
Zusters op van weenen, overtuigd dat, met het lichaam
te bezitten van hare Moeder die de dood der rechtveer-
digen gestorven was, zij eene gansch bijzondere voor-
spreekster bekomen hadden (3). »
Het beroemd vizioen van Sint Vincentius a Paulo,
(1)  Pleitzaak van heiligverklaring, II boekdeel, bl. 309.
(2)  Afschrift van de registers der griffie des bit\'doms van
Gerieve. Begrafenis en teraardebestelling van de eerbiedweerdige
moeder Joanna-Francisca Frémyot, gezegd de Chantal, eerste-
non en Stichtster van de Orde der Visitatie.
(3)  Gedenkschriften van moeder de Chaugy, bladz. 294.
-ocr page 539-
:>:,\'.;
VAN SINTE CIIANTAI.
waar wij hierboven van gesproken hebben, werd wel-
haast gekend in al de kloosters der Orde, en hielp niet
weinig om de tranen der nonnen af te drogen. Een ander
vizioen waar, na de dood van moeder de Chantal, eene
godvruchtige ziel mede begunstigd was, droeg ook veel
bij om onder de geestelijke kinderen van de Stichtster
der Visitatie alle neerslachtigheid weg te nemen.
Ook, toen moeder de Blonay, op het einde van het
j;iar, een plechtigen dienst deed zingen tot zielelaafnis
van Sinte Chantal, gebood zij de kerk in \'t wit en niet in
\'t zwart te kleeden, ook nog die met bloemen te versie-
ren, willende te kennen geven dat, de heilige, dood van
de Stichtster der Visitatie ingezien, men eerder reden
had om zich te verheugen dan om zich te bedroeven.
Daarenboven sprak zij schoone aan Mgr Karel-August
de Sales, opdat hij te dier gelegenheid een sermoen zou
doen over de deugden van Sinte Chantal; hetgeen hij
deed metgroote behendigheiden buitengewonen ijver (1).
Ondertusschen stelde men eene laatste hand aan de
verbeteringen van de kerk, men bereidde het graf, en
eindelijk, na zeven jaren wachtens, kon de plechtige ver-
plaatsing van de heilige overblijfsels van moeder de
Chantal gebeuren. Den 11 December 1648, ging Mgr
Karel-August de Sales, onlangs tot bisschop van Annecy
gezalfd, het klooster der Visitatie binnen, en gebood
dadelijk het achtbaar gebeente van Sinte Chantal, dat
altijd in de sacristij berustende was, plechtiglijk rondom
de kerk des kloosters te dragen en het vervolgens in de
kapel van Sinte Lucia neer te zetten. Het graf, in mar-
mer, waar zij zou in gelegd worden, was zeer eenvoudig
en droeg geen opschrift. Enkel had men het met eenig
snijwerk, Sinte Chantal op haar doodbed verbeeldende,
versierd (2).
(1)  Leven van moeder de Blonay, XV hoofdstuk.
(2)   Omzendbrief van moeder Favre de Charmette.
-ocr page 540-
356
GESCHIEDENIS
Vele personen meenden dat, na de dood van moeder
de Chantal, de Visitatie, die haren bloei aan dat heilig
mensch vooral verschuldigd was, aan \'t kwijnen zou
gaan. Doch zij hadden het mis, en welhaast werd het
zonneklaar dat de Zusters der Visitatie op de voetstappen
van hare deftige Moeder zouden blijven wandelen.
Inderdaad, nauwelijks had Sinte Chantal het tijdelijke
met het eeuwige verwisseld, of al de kloosters der Orde
lieten weten aan de geestelijke gemeente van Annecy,
de bakermat waar zij uit gesproten waren, dat zij steeds
met haar in goede betrekkingen zouden leven, en altijd
den grootsten eerbied zouden hebben voor eene plaats
waar de lichamen harer eerbiedweerdige Stichters berus-
tende waren. Plechtige belofte die sedert drij eeuwen
bestaat, en nog nooit gebroken is geweest.
En terzelfder tijd dat de inwendige geest der Orde
aan \'t groeien was, nam dezer uitwendige voortzetting
meer en meer toe. Sinte Chantal had zes en tachtigkloos-
ters achtergelaten : ieder jaar was van nieuwe stichtingen
getuige. Op het einde der zeventiende eeuw, was het
getal kloosters der Visitatie van zes en tachtig
tot honderd en zes en veertig geklommen. Niet
enkel waren er Visitatiën in Frankrijk, in Savooie,
in Zwitserland, in Piémont, in Lorreinen, in Italië,
maar ook nog in Sicilië, in Nederland, in Beieren, in
Oostenrijken in Polen. Vruchteloos wildede achttiende
eeuw dien bloei van de Visitatie tegenkanten, vruchteloos
deed zij deze veel moeilijkheid aan, zij breidde zich van
dag tot dag meer en meer uit, en ging zelfs zich neder-
zetten in Spanje, in Portugaal, in Engeland, in Rus-
land, in Azia en in Amerika.
De roem van Sinte Chantal ging met de uitbreiding
van hare Orde gepaard. Ieder jaar sprak men van mira-
kelenLdie [door de gebeden van onze Heilige bekomen
geweest waren. Wonderbare genezingen hadden door
-ocr page 541-
357
VAN SINTE ( IIANI.U.
hare voorbidding plaats gehad te Rumilly, te Thonon,
te Matuers, te Annecy, te Sauraur, te Nevers, te Pigne-
rol, te Saint-Amour, te Orlcans, te la Roche en te
Rome (1). Ongelukkiglijk was men niet bezorgd geweest
omdieschoone daden te boeken ; ongelukkiglijk had men
al de menschen laten sterven die Sinte Chantal goed
gekend hadden, en die bijgevolg bekwaam zouden
geweest zijn om van hare deugden getuigenis te geven.
Zij, die zooveel gewerkt had om de heiligverklaring van
den deftigen bisschop van Geneve te bekomen, vond nie-
mand om de pleitzaak van hare zaligverklaring ter hand
te nemen. De zeventiende eeuw was bijna ten einde, en
men zou gezegd hebben dat de Visitatiün, zonder hare
heilige Stichtster vergeten te hebben, weinig bekommerd
waren om haar onder het getal der heiligen gesteld te
zien.
Nogtans het was geheel anders. Niet alleen in de
Visitatiün waar men haar den naam van Heilige gaf en
heimelijk groote eere bewees; niet alleen te Annecy,
waar talrijke pelgrims naar haar graf afkwamen ; maar
overal, in Frankrijk, in Italië, in Savooie, verlangde
men naar den dag op welken hare kostelijke overblijfsels
op de autaren zouden geplaatst worden. Wat was er dan
oorzake dat de pleitzaak van zaligverklaring der eerbied-
weerdige moeder de Chantal gedurig verschoven werd?
Eene zonderlinge misgreep, die bij de theologanten
en de kerkrechtsgeleerden grooten bijval kreeg, was de
eenigste oorzake van die schijnbare onverschilligheid.
In 1634, zeven jaar vóór de dood van moeder de Chan-
tal, had paus Urbanus VIII betrekkelijk de zaligverkla-
ring van godminnende zielen een besluit, dat slecht ver-
staan geweest was, afgekondigd. Die wijze en voorzich-
tige Paus had van den eenen kant verboden een
(1) Geschiedenis van Sinte Chantal, door P. Beauüls.
-ocr page 542-
538                                           GESCHIEDENIS
openbaren eeredienst te geven aan menschen die door de
Kerk nog niet zalig verklaard waren, en van den anderen
kant had hij opgelegd aan de congregatie der Ritussen
zich met de pleitzaak der zaligverklaring van personen
die in geur van heiligheid gestorven waren niet meer
bezig te houden , zoolang als er sedert hunne dood nog
geen vijftig jaar verloopen was. Men was van gedacht dat
dit besluit ook de bisschoppen raakte, en dat er hun
insgelijks verboden was, eerder dan na vijftig jaar, de
deugden en schoone daden van sommige personen rech-
terlijk te onderzoeken. Het was eene misgreep; want lichte-
lijk kan men begrijpen dat, met zoolang te wachten, er
bijna geen getuigenverhoor meer mogelijk zoude geweest
zijn , doordien dat de menschen die over het stichtend
leven en de kostelijke dood van sommige christene hel-
den of heldinnen moesten spreken , reeds uit deze wereld
zouden gescheiden zijn. Ongelukkiglijk verstond men dat
niet te dien tijde, en zoo kwam het dat de pleitzaak der
zaligverklaring van vele dienaars en dienaressen Gods
overal werd uitgesteld.
Ziedaar de reden waarom men zoolang wachtte om
aan de zaligverklaring van moeder de Chantal te werken;
ook, nauwelijks waren de vijftig jaren verloopen, of al
de Visitntiën schreven brieven op brieven en deden
pogingen met de macht, opdat hare eerbiedweerdige
Stichtster onder het getal der Heiligen zou geplaatst
worden. Niettemin was het enkel in 1715 dat, onder het
toezicht van den bisschop van Geneve, men het rechter-
lijk onderzoek wegens de deugden en de mirakelen
van Sinte Chantal, begon te Annecy. De gevolmachtig-
den begaven zich naar Dijon, naar Autun, naar Bour-
billy; en, na de provincie Burgonje doorloopen te
hebben, stelden zij zich op weg naar Moulins, Bourges
en Parijs, om al wat het stichtend leven van moeder de
Chantal aanging bijeen te rapen en na te zien. Terzelfder
-ocr page 543-
539
VAN SIMTE CHANTAL
tijd spaarden de beroemdste mannen van de christene
wereld geene moeite, om te bekomen dat de Paus de
heiligverklaring van de achtbare Stichtster der Visitatie
zou doen. Onder de brieven welke te dien einde aan het
zienlijk Opperhoofd der H. Kerk toegezonden wierden,
treft men er vele aan die geschreven zijn door de mach-
tigste vorsten van Europa, en een groot getal die opge-
steld zijn door de kardinalen, de bisschoppen, de
abten, de hoogescholen, de parlementen en de stadsbe-
sturen van Frankrijk (1). Niet alleen de inboorlingen van
Frankrijk en van Savooie, maar ook die van Italië, van
Duitschland, van Zwitserland, van Polen, en van het
eiland Malte wedijverden, om den lof van de eerbied-
weerdige moeder de Chantal uit te spreken, en om te
verkrijgen dat men, haar ter eere, autaren zou oprichten.
Het rechterlijk onderzoek gedaan door de bisschop-
pen eindigde in 1718, en het verslag daarvan werd naar
Rome gedragen met het begin van \'t jaar 1719. Doch
schaars hadden de pleiters der zake dat verslag aan de con-
gregatie der Ritussen behandigd, of men ondervond dade-
lijk dat die kwestie zonder zwarigheid niet was. Men placht
gemeenlijk te Rome niet dan op de verklaringen van
ooggetuigen, die alles gezien hadden, tot de zaligverkla-
ring van deftige personen over te gaan. Welnu, ten
gevolge van de misgreep waar wij hierboven van gespro-
ken hebben, waren er hier geen ooggetuigen meer. De
apostolische gevolmachtigden, al hadden zij Savooie,
Burgoiije, Frankrijk en Italië sterk doorgekruist, moes-
ten bekennen . ter uitzondering van drij of vier ouderlin-
gen, niet dan de kinderen van dezen die moederde
Chantal gekend hadden ontmoet te hebben, en derhalve
tot het invoeren der pleitzaak eener zaligverklaring geen
genoegzame basis te hebben.
(1) Zie te Aimecy de verzameling der afschriften ran al die
brieven.
-ocr page 544-
•)4(l                                                GESCHIKDE.MS
Die zwarigheden waven oorzake dat de kwestie der
zaligverklaring van moeder de Chantal langen tijd onder-
bleef. Het was omtrent honderd jaar geleden dat zij het
tijdelijke met het eeuwige verwisseld had, en de oogen-
blik op welken zij zou zalig verklaard worden, was nog
altijd te komen. Men mocht spreken van hare heldhaftige
deugden of\' er niet van spreken, hare wonderbare daden
aanhalen of ze niet aanhalen, de zaken gingen niet
vooruit.
Te midden van die moeilijkheden, waren de nonnen
van Annecy en van de overige kloosters der Orde event-
wel zonder troost niet. Zie, er wierd al met eens vereischt
dat het graf van moeder de Chantal zou geopend wor-
den, en dat men van haar eerbiedweerdig gebeente eene
schriftelijke bekentenis zou doen. Diensvolgens, den
i8"\'" December 1722, begaf zich Mgr de Rossillon de
Bernex, bisschop van Geneve, vergezeld van de aposto-
lische gevolmachtigden, naar de kapel van het eerste
klooster der Visitatie van Annecy, en daar, in de tegen-
woordigheid van Hare dóorluchtigste Hoogheid Mevrouw
de prinses Leonora-Philippina de Hesse-Rhinfelds-Rotem-
bourg, zuster van Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw
de prinses van Piémont, gebood hij, al de nonnen
overeind staande achter het traliewerk der koor, den
steen van het graf af te werpen (1). De looden kas
waarin de kostelijke overblijfsels van moeder de Chantal
berustende waren, was overdekt met eene kist van note-
laren hout waar het volgende opschrift op te lezen stond:
(1) De volgende bijzonderheden zijn ontleend aan eenen
omzendbrief toegestierd aan al de kloosters der Orde, den 2 Januari
1729, door moeder Francisca-Magdalena Favre de Charmette,
overste van de Visitatie van Annecy.
-ocr page 545-
van M.vn: 1.11 a.mm.                                  ü4l
ICI GIST LE CORPS
DE N0STRE TRF.S-HONORÉE SOEUR JEANNE-FRANCOISE FRÉMYOT,
FONDATRICE DES KILLES DE LA VISITATION SAINTB-MARIE,
ET PREMIÈRE RELIGIEUSE OICELUY ;
LAQUELLE EST DÉCÉDÉE AD MONASTÉRE DE MOULINS
LE TREIZ1ÉME DF.CEMBRE M1L S1X CENT QUARANTE ET IN,
A SEPT HEURES DL\' SOIR, JOUR DE SA1NTE LUCIE.
HIER LIGT BEGRAVEN HET LICHAAM
VAN ONZE HOOGGEËERDE ZUSTER JOANNA-KRANCISCA FRÉMYOT,
STICHTSTER DER ZUSTERS VAN DE VISITATIE SINTE-MAR1A ,
EN\' EERSTE NON VAN DIE ORDE ;
DEWELKE OVERLEDEN IS IN HET KLOOSTER VAN MOULINS
DEN DEIIT1ENDEN DECEMBER \'ï JAAR ONZES HEEREN
DUIZEND ZES HONDERD EN EEN EN VEERTIG,
OM ZEVEN URE \'s AVONDS, WEZENDE DE FEESTDAG VAN
SINTE LUCIA.
Hoe zwaar ook deze kist weegde, wilden de nonnen
niet dat eenige vreemdelingen die zouden dragen, en,,
enkel geholpen door haren biechtvader, stelden zij
dezelve op hare schouders, en kwamen er naar de
kapittelzaal mede af.
DA&r, zegde Mgr van Geneve aan eencn dienaar de
looden kist te openen; en alsdan, schiijft moeder Favre
de Charmette, « ontwaarden wij onze eerbiedweerdige
Stichtster, die met ons heilig habijt bekleed was, eenen
paternoster aan de zijde liggen had en een kruisbeeld
op haar hert droeg. Haar nonnenkleed, waar eenige
plekken, door de natheid des grafs veroorzaakt, op te
bespeuren stonden, was ongehinderd. Het hoofd van
onze achtbare Moeder prijkte met eene kroon die hare
frischheid nog behouden had. In geheel haren persoon
-ocr page 546-
842
GESCHIEDENIS
kwam er niels verward voor. Men kon haar gemakkelijk
herkennen. Haar deftig en heilig wezen boezemde ons
eerbied en achtinge in, en wij dankten God, omdat Hij
ons met dien kostelijken schat begunstigd had. Beneden
de handen van de eerweerde dienaresse Gods, zagen wij
een doosje, dat op twee verschillige plaatsen met den
zegel van de Visitatie toegemaakt was, hangen. Men
opende dat doosje, en men trof er eenige schriften aan,
die ongetwijfeld deze waren waar er in het Leven van
dat achtbaar mensch van gesproken is, en waarvan men
gezegd heeft dat zij gevraagd had om met die papieren
begraven te worden. Die bladen waren zoo versleten,
dat het ons onmogelijk was die te lezen.
Toen de nonnen langen tijd hare heilige Stichtster
grooten eerbied bewezen hadden, legde de bisschop
haar op heen te gaan, en, vergezeld van de apostolische
gevolmachtigden en van eenige andere beroemde man-
nen, ging hij tot de kerkwettige herkenning van het
eerbiedweerdig gebeente over, en deed alles gereed
maken om, in afwachtinge dat de Paus het op de autaren
zou stellen, hetzelve wederom te begraven. Eene nieuwe
looden kas, niet wit armozijn bezet, waar men eene kist
van notelaren hout op timmerde, werd verveerdigd, en
men stond toe aan de Zusters der Visitatie hare welbe-
minde Moeder in versche nonnenkleederen uit te dossen.
De stoffe daarvan hadden zij zelven gesponnen en ge-
verfd, en geheel het costuum van hare geestelijke Moeder
hadden zij eigenhandig gemaakt, behalve nogtans den
sluier, die door Hare doorluchtigste Hoogheid Mevrouw
de prinses genaaid werd.
Aldus opgeschikt, werd onze Heilige, met haar
zilveren kruis aan den hals, met een crucifix tusschen
de handen, met eene kroon op het hoofd, nog eenige
oogenblikken ten toon gesteld. Geene pen kan beschrij-
ven , hoe groot de ingekeerdheid, de zedigheid en de
-ocr page 547-
YAÖ
VAN S1NTE CHANTAL
blijdschap waren van de nonnen die dichtbij de koste-
lijke overblijfsels van hare teergeliefdf\' Moeder knielden,
en die haar gedurig smeekten om in hare kloekmoedig-
heid , in haar vast geloof, in hare vurige liefde en in
hare onderwerping aan den wille Gods te mogen deelen.
Enkel was men droevig, omdat al de geestelijke kinderen
van moeder de Chantal daar niet tegenwoordig waren,
en omdat de tijd nog niet gekomen was om die achtbare
reliquieën zegepralend op den autaar te dragen. Ofschoon
zij hoopten hare verlangens welhaast voldaan te zien,
zou de zaligverklaring van moeder de Chantal maar
verscheidene jaren later geschieden, en weinigen harer
zouden leven als de gelukkige dag, waar zij zoo sterk
naar trachtten, zou aanbreken.
De pleitzaak der zaligverklaring ging niet vooruit.
De jaren verliepen, de zwarigheden vermeerderden, de
hope van te gelukken in zijne pogingen verminderde.
De honderdste verjaardag van de dood van Sinte Chantal
(13 December 1741) naderde, zonder dat de Zusters der
Visitatie hare welbeminde Moeder onder het getal der
Heiligen gesteld zagen, zonder dat de geloovigen haar
de gevoelens van eerbied, van betrouwen en van liefde,
waar zij te haren opzichte mede vervuld waren, in
\'t openbaar mochten te kennen geven, zoodanig dat men
vreesde de zake der zaligverklaring van moeder de
Chantal te zien onderblijven.
Niettemin God had vastgesteld de verheerlijking
van zijne deftige dienares niet langer te doen afwachten.
In 1740, was een hoogst behendig en vernuftig man op
den troon van Sint Pieter geklommen, een man die
bezig was met een grondig werk in vijf boekdeelen
betrekkelijk de zalig- en de heiligverklaring der eerbied-
weerdige dienaars en dienaressen Gods te schrijven, en
die alom om de gewichtige ambten die hij bij het hof
van Rome had uitgeoefend bekend was. Die man heette
-ocr page 548-
544                                           GESCHIEDENIS
de kardinaal Lambertini en werd onder den naam van
Benedictus XIV tot Paus uitgeroepen. Welnu, nauwe-
lijks is hij gelast de gansene H. Kerk te bestieren, of hij
drijft de pleit/aak der zaligverklaring van Sinte Chantal
sterk aan, weet alles goed te onderzoeken en na te zien,
en kondigt eindelijk, in 1751, een besluit af, waardoor
hij aan de gansche katholieke wereld laat weten, dat de
achtbare moeder de Chantal plechtiglijk onder het getal
der gelukzaligen gesteld is (1).
De plechtigheid van de zaligverklaring van Sinte
Chantal had plaats op Sint-Pieters te Rome, den
21 November 1751, met grooten luister en buitenge-
wone praal. De beeltenis van de Stichtster der Visitatie
was gesteld geweest te midden van den schoonen straal-
krans waar de predikstoel door bekroond is, in het
welfsel der kerk. Twee aanzienlijke schilderijen verbeel-
dende, de eene Sint Franciscus de Sales, de andere Sint
Vincentius a Paulo, stonden aan den rechter en den
linker kant van die beeltenis te prijken, en waren,
oorzake dat iedereen den lof uitsprak van die twee
beroemde Heiligen, welke binst hun sterfelijk leven tot
bestierders van de gelukzalige gediend hadden, en wien
zij grootendeels de eere van hare zegepraal verschuldigd
was. Boven de voornaamste ingangsdeur der domkerk,
had men een der bijzonderste mirakelen van Sinte
Chantal, ik wil zeggen de genezing van Clara de Rossi,
die te Rome zelf, eenige jaren te voren geschied was,
geschilderd. Met den vroegen morgen van den dag op
welken de plechtigheid der zaligverklaring zou plaats
(1) Het besluit draagt het volgende opschrift\'. Sanctissimi
Vomini nostri lienedicti Papce XIV Decretwn in causa
Gebennen, lieatificationis ven. servm Dei J. Franciscai Fré-
myot de Chantal, ordinis monialium a Visitatione sanctie
Marice nuncupatarum fundatricis. Editum die XXI August*
MDCCLI. Romce MDCCLI. Ex typographia reverendce camerar
apostolicce.
-ocr page 549-
VAN SINTE CIIANTAL                                        S>45
hebben, kwamen de rnenschen met geheele benden naai-
de kerke geloopen, overtuigd dat, met die feest bij Ie
wonen, zij sterk zouden opgewekt zijn om ongemeenen
voortgang in de deugd te doen. De koning van Engeland,
Jacob III, de afgezanten van al de katholieke volkeren,
vele prinsen, en daarbij de kardinalen, de prelaten en
de abten van Rome woonden die plechtigheid bij. Na de
mis, ging Benedictus XIV, op zijne beurt, vóór de
beeltenis der nieuwe gelukzalige, wie hij eene gansch
bijzondere genegenheid toedroeg, knielen en bidden (1).
In al de gewesten der katholieke wereld waar er
kloosters van de Visitatie bestonden, \'k versta in Frank-
rijk, in Savooie, in Italië, in Duitschland, in Polen, in
Spanje, in Amerika, stelde men tereere van de geluk-
zalige moeder de Chantal sehoone feesten in. Om ons
daar een gedacht van te maken, behooren wij enkel de
Omzendbrieven van \'t jaar 1752 te lezen. Dóar treft men
aan, wat de geestelijke kinderen der Stichtster van de
Visitatie al deden om hare welbeminde Moeder te ver-
heerlijken.
De geestelijkheid van Frankrijk hield korts daarna
eene algemeene zitting, en besloot eenpariglijk den Paus
eenen brief toe te zenden, om hem te bedanken en ook
om hem te smeeken, dat hij tot de heiligverklaring van
de gelukzalige moeder de Chanlal zou willen overgaan.
« Mogelijk zal men ons beschuldigen van in onze
verlangens wat haastigheid te toonen, zegden de bis-
schoppen aan Benedictus XIV; doch als men de zaken
goed overlegd, zal men moeten bekennen dat onze
wenschen bescheiden en billijk zijn. Onze smeekingen
zijn te wel gemeend, om van de hand gewezen te wor-
(1) Verhaal van de plechtigheid der zaligverklaring van de
eerbiedweerdige dienaresse Gods Joanna-Francisca Frémyot de
Chantal, Stichtster van de Orde der Visitatie Sinte Maria, gevierd
te Rome in de domkerk des Vatikaans, den 21 November 1751.
-ocr page 550-
!>46
GESCHIEDENIS
den. i) « Zoo groot, voegden zij er bij, was de heldhaf-
tigheid van die beroemde mevrouwe, zoo aanzienlijk de
luister van hare voorbeelden en deugden, dat de Fran-
schen sedert omtrent eene eeuwe niet opgehouden
hebben hare verheerlijking te vragen. Aan U, H. Vader,
zijn wij thans naast God die verheerlijking verschuldigd,
en al wat wij begeeren is, dat het U believen zou het
werk door U begonnen voort te zetten, en ons welhaast
met de heiligverklaring van de gelukzalige moeder de
Chantal te begunstigen. Indien het waar is dat de tegen-
woordige feesten, de Stichtster der Visitatie ter eere,
met gansch bijzondere geestdrift gevierd zijn geweest,
wat zal het dan niet zijn als die gelukzalige Moeder met
den naam van Heilige zal gegroet worden? »
De bisschoppen van Frankrijk eindigden hunnen
brief met die schoone woorden: « Wij twijfelen geens-
zins, H. Vader, of de gansche christene wereld deelt in
onze manier van peizen, of de geheele christene wereld
verlangt om de heiligverklaring van de Stichtster der
Visitatie ten spoedigste te zien gebeuren. Doch \'t zijn
bijzonderlijk de Franschen, in wier Land de gelukzalige
moeder de Chantal geboren is, en, als ik zeg de Fran-
schen, \'k versta vooral hare medeburgers, hare bloed-
verwanten en hare vrienden die vurig begeeren den dag
te zien aanbreken op welken er uit uwen mond zal
gehoord worden dat de Stichtster der Visitatie onder het
getal der Heiligen gesteld is (1). »
Doch, hoe groot ook de verlangens waren van den
paus Benedictus XIV, hoe groot ook zijne werkzaamheid
en zijn ijver voorkwamen, zou het hem niet gegeven
zijn die heiligverklaring te doen. Hij had het tijdelijke
met het eeuwige verwisseld, als de gerechtelijke onder-
(1) Brief der geestelijkheid van Frankrijk aan den paus
Benedictus XIV, om hem te vragen dat hij de gelukzalige moeder
de Chantal zou willen heilig verklaren.
-ocr page 551-
VAN SI.VIT. CHANTAL                                   !)47
zoeken betrekkelijk de heiligverklaring van Sinle Chantal
eindigden, \'t Was zijn opvolger, Clemens XIII, die in
1767 het geluk had de katholieke wereld met de gansch
bijzondere verheerlijking van de gelukzalige moeder de
Chantal bekend te maken. Thans was de blijdschap der
christene herten nog grooter dan in 1751, de geestdrift
en de lofbetuigingen nog meerder. Een jaar lang
wedijverden al de nonnen der Visitatie, om, hare heilige
Moeder ter eere, de luisterrijkste en de zielroerendste
feesten op te richten.
Eilaas! \'t waren de laatste dagen van vreugd voor
de Kerke van Frankrijk. Reeds begon men in de verte
de voorteekenen van een tempeest te ontwaren dat, over
het katholiek Europa zwevende, na eenige jaren op de
Kerke van Frankrijk zou losbersten en er veel onheilen
veroorzaken. Het rustige Savooie was te dichtbij Frank-
rijk om in dezes wanorde niet te deelen. Nog had men
den drij en twintigsten verjaardag der heiligverklaring
van moeder de Chantal niet gevierd, toen reeds de
nonnen van het eerste en het tweede klooster van Annecy
verjaagd waren door het republikeinsche leger van 1793,
de katholieke geestelijkheid verbannen of gekerkerd was,
en schismatische priesters aangesteld waren in de
kerken en diensvolgens belast met de bewaking der
heilige lichamen van Sint Franciscus de Sales en van
Sinte Chantal. Wat zou er van die kostelijke panden
geworden, in een tijdstip waarop men de kerken van
Frankrijk plunderde, en het heilig gebeente van onze
apostels, van onze martelaars, van onze maagden in
vuilnisplaatsen wierp ? Vier godvruchtige inwoners van
Annecy, welker namen verdienen gekend te worden,
MM. Burquier, Amblet, Rochette en Belleydier, besloten
die heilige reliquiecn aan de onteering, die haar wachtte,
te onttrekken. Diensvolgens haalden zij uit de begraaf-
kelder der nonnen van Sinte Clara twee lichamen, en
-ocr page 552-
34S
GKSCICKDEMS
stelden ze in de plaats van die van Sint Franciscus de
Sales en van Sinte Chantal, met zoo groote behendig-
heid, dat de schismatische geestelijkheid niet in staat was
het bedrog te ontdekken (1). Op die wijze gingen de
lichamen van Sint Franciscus de Sales en van Sinte
Chantal van alle heiligschending vrij, en hadden het
geluk binst die woelige tijden onder een schoon vloer-
werk van het huis van M. Amblet te berusten.
Hun beider hert werd niet minder tegen de aan-
vallen der boozen beschut. Het hert van Sint Fran-
ciscus de Sales was te Lyon; dat van Sinte Chantal te
Moulins. Toen Sint Franciscus de Sales uit dit leven
scheidde, was men, om de verlangens der inwoners van
Lyon te voldoen, verplicht geweest hun het hert van den
deftigen bisschop van Geneve af te staan, zoo niet
zouden zij nooit gedoogd hebben dat men met zijn eer-
biedweerdig lichaam naar Annecy afreisde. Soortgelijke
zake was gebeurd te Moulins, toen de achtbare Stichtster
der Visitatie er den geest gaf; men was genoodzaakt
geweest het hert van Sinte Chantal aan de Zusters der
Visitatie van Parijs te behandigen, om reden dat moeder
de Chantal het haar beloofd had. Welnu, toen de
Omwenteling losbarst, begaven zich de nonnen van
Lyon naar Venetië, alwaar zij met opene armen ontvan-
gen wierden, en alwaar zij het geluk hadden een nieuw
klooster en kapel te bouwen; \'t was in die kapel dat zij
onder eenen troonhemel in eene kristallijnen met
gesteenten bezette reliquieënkas het hert van Sint Fran-
ciscus de Sales insloten en ter vereering van de
katholieken stelden. Op hare beurt waren de
Zusters van Moulins, te midden van dat schrikkelijk
noodweer, verplicht geweest hare stad te verlaten, en
enkel, als de tijden wat rustiger waren, kwamen zij
(1) Verhaal van de overvoering der reliquieén van Sint
Franciscus de Sales en van Sinte Chantal. Annecy, Burdet, 1826.
-ocr page 553-
51»
VAN SINTE CHANTAL
wederom bijeen eerst te Charité-sur-Loire, en later te
Nevers, vergezeld zijnde van het hert harer welbeminde
Moeder, dat insgelijks in eene kristallijnen met goud
bezette reliquieënkas berustte.
Déar is het, te Venetië en te Nevers, dat men
hedendaags die twee kostelijke panden aantreft. Na
verloop van eenige jaren zijn de lichamen van Sint Fran-
ciscus de Sales en van Sinte Chantal aan \'t uitdrogen
gegaan; doch men zou zeggen dat hunne herten
nog altijd even levendig zijn. Sedert twee eeuwen
schijnen zij van hunne gevoeligheid nog niets verloren
te hebben. Er leekt uit dat van Sint Franciscus de Sales,
uit dat zoo zachtmoedig, zoo goed, zoo medelijdend hert,
eene welriekende olie die wonder geschikt is, als men
er een goed gebruik van maakt, om alle pijnen, en
vooral die der ziele, te verzachten. Wat het hert van
Sinte Chantal aangaat, God heeft het verheerlijkt op eene
andere wijze; zie, dat hert, welk zoo sterk beminden
geleden heeft, zwelt somtijds op evenals een hert dat
mistroostig is, en niet zelden, te weten dan als de
H. Kerk groote vervolgingen heeft uit te staan, wordt
het een hert dat staat om in tranen weg te smelten
gelijk (1). Heilige en onsterfelijke reliqui\'ïön! verblijft
steeds in de geestelijke gemeenten die op uwe kostelijk-
heid roemen, en stort over Frankrijk en over Italië, over
de wereld en over de Kerk, de welriekendheid uit en
het licht waar gij mede vervuld geweest zijt.
Nogtans de godvruchtige geloovigen waren droe-
vig, omdat de lichamen van de twee heilige Stichters,
van elkander verwijderd, in twee verschillige kerken
berustende waren. In 1804, den 29 September, had
Mgr de Mérinville, oud-bisschop van Dijon, en thans
(1) Niet enkel bezit het klooster van Nevers het hert van Sinte
Chantal, maar het houdt ook de twee oogen van de Stichtster
der Visitatie in bewaring.
II.                                                 SINTE CHANTAL 35
-ocr page 554-
330
GESCHIEDENIS
bisschop van Chambéry en van Geneve, ze voor de
echte overblijfsels van voornoemde personen erkend, en,
eenige jaren later, had Mgr de Sales, diens opvolger,
die zich op 26 Mei 1816 opnieuw van de echtheid dier
lichamen verzekerd had, toegelaten dat zij ter vereering
der geloovigen gesteld wierden, het lichaam van Sint
Franciscus de Sales in de hoofdkerk van Annecy, en dat
van Sinte Ghantal in de kerk van Sint Mauritius, \'t Was
iets troostelijks; doch daarmede wilde men zich niet
vergenoegen. Ook, toen in 1824 het eerste klooster der
Visitatie, door het toedoen van Mgr de Thiollaz, bisschop
van Annecy, herbouwd wierd, en deszelfs kapel in 1826,
door de mildheid van de koningin van Sardinië, Maria-
Christina, heropgericht was, eischte men dat de lichamen
der twee deftige Stichters aan hunne geestelijke kin-
deren terug geschonken wierden. Dus werden zij in
het bijzijn van den koning, van de koningin, van negen
aartsbisschoppen, van vele bisschoppen, van meer dan
vijf honderd priesters en van eene groote menigte volks,
plechtiglijk naar de kapel der Visitatie gedragen. Het
lichaam van Sint Franciscus de Sales is boven den
hoogen autaar berustende, en dat van Sinte Chantal in
de eerste kapel aan de rechterhand, dichtbij de koor der
nonnen.
D£a> is het dat de eerbied weerdige lichamen van
die twee beroemde personen den troost van vele bedrukte
menschen uitmaken, in afwachting dat zij den dag der
algemeene verrijzenis zien aanbreken. Mogen zij steeds
bij elkanderen verblijven, in de nederige kapel der
Visitatie van Annecy! Mogen de boozen er nimmer eene
heiligschendige hand op slaan ! Moge de geest van Sint
Franciscus de Sales en van Sinte Chantal ons altijd
bezielen! Mogen wij tot den laatsten oogenblik van
ons leven op de voetstappen van die twee vermaarde
Heiligen wandelen, en nooit vergeten dat, naar hun
-ocr page 555-
VAN SINTE CHANTAL                                            •)•> 1
voorbeeld, wij gedurig de glorie Gods en de zaligheid
van onze ziel behooren te betrachten en vóór oogen te
hebben!!
EINDE VAN HET TWEEDE EN LAATSTE BOEKDEEL
-e^cfc^^s-
-ocr page 556-
t
-ocr page 557-
INHOUDSTAFEL
Negentiende Hoofdstuk
blaiz.
Met moeder volgens de gratie te worden, houdt
slnte (\'.ham al. niet op moeder te zijn volgens de
natuur. — Hare kinderen en hare kleinkinderen.
                 !5
1617. Hoe het met de kinderen van Mevrouw de
Ghantal, bij hare afreis naar het klooster,
gelegen is......6
Hunne groote fortuin, die onder het behendig
toezicht van Sinte Chantal, nog gedurig
aangroeit......           7
27 Mei. Dood van den vrijheer van Thorens . .           9
Droefheid van zijne jonge echtgenoote, Maria-
Ainutu. — Hare pogingen om die te
overmeesteren .
                                           10
7 September. Zij komt vóór den tijd in de kraam.
— Hare heilige dood . . . •          13
Sinte Chantal bezwijkt bijna onder dien
zwaren slag......         15
Hare aanhoudende doch wonderbare treu-
righeid. ......
         20
-ocr page 558-
\'iU
INHOUDSTAFEL
1618.  Zij wordt ziek, van \'t groot geweld dat zij
zich aandoet om haar hertzeer te
verduiken ......
          21
1 Februari. Zij ontvangt Onzen Lieven Heer en de
H. Olie. — Zij is wonderwcrkelijk
genezen......21
Sinte Chantal is hare tweede dochter,
Francisca, niet minder genegen . .          23
Zij zorgt voor derzelver opvoeding . .         23
Beeltenis van die jonge dochter ...         24
Francisca blijft bij hare moeder wonen in
het klooster, en vergezelt ze overal,
zelfs op hare reizen ....          2j
1619.  Sint Franciscus de Sales en Sinte Chantal
zijn er op uit, om die juffer in den echt
te doen treden.....27
Eerste gedacht van huwelijk met M. de Foras.          28
1620.   Mevrouw de Chantal geeft de voorkeur aan
den graaf de Toulongeon. — Schoont-
en verstandige brief van onze Heilige .         30
Sinte Chantal maakt hare dochter, dietewege
is den huwelijken staat aan te gaan,
met wijze en zielroerende raden bekend.
          35
Sint Franciscus de Sales zegent het huwelijk.          56
Juni. Terwijl dat Sinte Chantal pogingen doet om
hare dochter een braven echtgenoot te
bezorgen, spaart zij geene moeite om
haren zoon eene deugdzame huisvrouw
te verschaffen .....
         36
Hoedanigheden en gebreken van Celsus-
Benignus ......          37
1624. Sinte Chantal doet hem in den echt treden
met Maria de Coulanges. — Merkweer-
dige woorden van Celsus-Renignus te
dier gelegenheid.....40
Sinte Chantal patrones der moeders en der
weezen . . . . . .         41
-ocr page 559-
SSS
INHOUDSTAFEL
Twintigste Hoofdstuk
De Visitatie is tot eene geestelijke orde onder
DEN REr.EI. VAN SlNÏ AuGUSTINUS GEMAAKT. —
Stichting van de kloosters van Moulins, van
Grenobel, van Bourges en van Parijs. —
Moeder Angelica Arnauld van Port-Royal
vraagt om in de vlsitatie aanveerd te worden .
           43
1617.   Geschiedenis der moeilijke stichting van de
Visitatie van Moulins door moeder de
Bréchard ......
           44
1618.   Stichting van het klooster van Grenobel .           49
16   October. Sint Franciscus de Sales maakt de
Visitatie tot geestelijke Orde, onder den
regel van Sint Augustinus . . .           SI
17 October. Sinte Chantal reist naar Bourges af, en
richt er een klooster op . . .          S2
1619. Van Bourges begeeft /.ij zich naar Parijs .           SS
De kloosterlingen en de wereldlijke priesters
vallen tegen de Orde der Visitatie uit. —
Waarom zij alzoo handelen? . .
          S6
1 Mei. Stichting van het klooster van Parijs, die
fel tegengekant wordt ....           -57
10 Augustus. Sinte Chantal doet eene retraite, binst
dewelke zij zich sterk opgewekt gevoelt
om meer dan ooit zich zelve te verlooche-
nen, en zich aan God alleen vast te kleven
          61
Roep van jufvrouw Helena-Angelica Lhuillier
          65
Met het uitzet van jufvrouw Lhuillier, koopt
Sinte Chantal een huis. — Schoone en
welgepaste woorden van Sint Franciscus
de Sales ......
          65
1619. De aankomst van de twee heilige Stichters te
Parijs verwekt de grootste geestdrift
onder de godvruchtige lieden . .          66
De geestelijke Orden der stad begeeren ook
met hen in onderhandelinge te treden.
-ocr page 560-
:;!><;
INHOUDSTAFEL
— Moeder Angelica Arnauld maakt
kennis met Sinte Cbantal ...
          68
1619. Beeltenis van die beroemde abdis . .         68
Zij doet, onder het bestier tan Sint Franciscus
de Sales, gansch bijzonderen voortgang
in de deugd ......
          69
Zij is Moeder de Cbantal uitermate genegen.          70
Zij verlangt om in de Visitatie aanveerd te
worden        ......          71
Sint Franciscus de Sales twijfelt, of hij hare
verlangens mag voldoen . . .          71
Sinte Cbantal houdt aan, opdat men haar
aanveerdè ......          72
1619. De bede van moeder Angelica Arnauld wordt
niet verhoord; waarom? ...          74
Wie van beiden had het mis, ofwel Sint
Franciscus de Sales, die dacht dat
moeder Angelica Arnauld van Port- Ito val
niet bestemd was om non te worden in
de Visitatie, ofwel Sinte Chantal, die
van gevoelen was dat de abdis wél zou
doen met haar klooster te verlaten om
de Visitatie in te gaan? ...
          75
Een-en-twintigste Hoofdstuk
Nieuwe stichtingen. — Sinte Chantal verlaat Pakms
OM ZICH NAAR LvON TE BEGEVEN. — Op WEG, RICHT
ZIJ HET KLOOSTER OP VAN DlJO.N. — LAATSTE SAMEN-
KOMST van Sint Franciscus de Sales en van
Sinte Chantal......77
7 Juni 1620. Stichtinge van de Visitatie van
Montferrand.                                          .          79
21 Juli. Stichtinge van de Visitatie van Nevers .         80
Heldhaftigheid van moeder de Monthoux .         85
19 September. Stichtinge van het klooster van
Orléans......         84
-ocr page 561-
337
I.MIOI IDgTAFEL
1621. Stichtinge van het klooster van Valencia .          87
Sint Franciscus de Sales verzoekt Moeder de
Chantal Parijs te verlaten ...          88
Sinte Chantal zegt hare medezusters vaarwel.          90
1622.  Parijs uitgaande, legt zij moeder Angelica te
Maubuisson een bezoek af                                92
Zij begeeft zich ook in bedevaart naar het
graf van de gelukzalige Maria der
Menschwording, te Pontoise ...
          93
3 Maart. Zij komt te Orléans aan. ...         93
Zij stelt zich op weg naar Bourges. — Won-
derbare ootmoedigheid van zuster Anna-
Muria Rosset. .....
          94
Zij gaat naar Nevers . ■ . . .          96
Vandaar reist zij af naar Moulins ...          97
Zij komt te Alonne aan. — Verrukkinge
van zuster Rosset. ....         97
Zij begeeft zich naar Dijon. — Stichtinge
van de Visitatie dier stad ...          98
9 November. Op zijne beurt, verlaat Sint Franciscus
de Sales Annecy voor de laatste maal . 104
Te Belley, voorzegt hem eene Zuster zijne
dood.......106
Hij bezoekt te Valencia de beroemde zuster
Maria de Valence . . . . • 108>
Hij komt naar Lyon weder. — Laatste samen-
spraak met Sinte Chantal . . • 109
Binst de laatste dagen van zijn leven, toont
Sint Franciscus de Sales meer dan ooit,
hoezeer hij de Orde der Visitatie
genegen is . . . . . • 112
27 Dec. 1622. Zijne dood.....114
Sinte Chantal is er op eene wonderbare
wijze van verwittigd. — Hare droefheid. 114
1622. Zij geeft zich groote moeite, om te bekomen
dat het lichaam van haren geestelijken
Vader naar Annecy zou worden over-
gebracht ......117
-ocr page 562-
i5o8
INHOUDSTAFEL
Twee-en-twintigste Hoofdstuk
De eermedweerdige moeder de Chantal, zich aan
\'t hookd van de orde alleen bevindende, laat
zien dat zij ii vki\'.i! verhevene zending weerdig is.
— Volledige en bestendige inrichting der
Visitatie........119
1625. Dadelijk na de dood van haar heiligen
bestierder, stelt Sinte Chantal hare
plannen met behendigheid en kloek-
moedigheid vast . . . . . 119
2ö Mei. Zij legt, in overeenstemming met de regelen
van hare Orde, haar ambt van overste
neer .......
        125
1 Juni. Zij wordt voor altijd tot overste herkozen. 124
Zij weigert, langer dan drij jaar, het meester-
schap over hare medezusters te voeren . 124
Zij spaart geene moeite om hare Orde te doen
groeien en bloeien. — Algemeene verga-
dering der eerste moeders . . . 126
Het opstellen van den Costumenboek . . 129
Verklaring van de regelen der Visitatie,
gekend onder den naam van Antwoorden
van Sinte Chantal. — Hoe men er in
lukte dien boek bijeen te rapen. — Van
welk nut hij is
             . . . . 151
Sinte Chantal weigert hare Antwoorden ter
pers te laten gaan. — Hare wonderbare
ootmoedigheid . . . , . 154
Samenspraken van Sinte Chantal met hare
medezusters, in kapittel vergaderd. —
Eigenaardigheid van die Samenspraken;
hoe zij niet die van Sint Franciscus de
Sales in hoedanigheid verschillen . . 137
Waakzaamheid en standvastigheid van Sinte
Chantal, om de misbruiken tegen te gaan. 138
-ocr page 563-
559
INHOUDSTAFEL
1625. Tvreeof drij nuttige voorbeelden. — De her-
kiezing van moeder de Chatel, als
overste van het klooster van Grenobel,
wordt als strijdend met de regelen der
Visitatie aanzien, en als dusdanig
verbroken ...... 138
Strafbare handelwijze van eene weldoenster
te Moulins. — Brieven van Sinte Chantal,
om die onverstandige mevrouwe te
bekeeren . . . . . . 148
Afzetting van eene overste, die de regelen van
de Visitatie niet onderhield . . . Ib8
Moeder de Chuntal mag te recht als Stichtster
van eene Orde aanzien worden . . 160
Drij-en-twintigste Hoofdstuk
Algemeene uitbreiding van de Ohoe dek Visitatie. —
Reis van Si.nte Chantal in Lourkinen. — Hoe
langer hoe meer doet God de heiligheid van de
eerbiedweerdige stichtster der visitatie
KENNEN ........            161
1623. Hoe men het aan boord legde, om stichtingen
te doen. . . . . . . 161
11 Mei. Stichtinge van het klooster van Marseille . 162
8 Dec. 1623. Stichtinge van het klooster van Riom,
in Auvergne. , . . . . 163
Moeder de Bréchard komt, van vvege den
burgemeester en de gemeenteraads-
heeren, veel moeilijkheden tegen . . 164
8 Dec. 1623. Roep van de gravin de Dalet . . 172
14 Jan. 1624. Stichtinge van het klooster van
Chambéry......175
8 Maart. Stichtinge van het klooster van Avignon. 178
20 Augustus. Stichtinge van het klooster van Aix . 181
8 November. Stichtinge van het klooster van Autun. 183
-ocr page 564-
:>(i()                                                INH0UI NI Al II.
5 Aug. 162ö. Stichtinge van het klooster van Evian 185
Stichtinge van het klooster van Rumilly . 186
1626. Moeder de Chanlal reist af naar Lorreinen. —
Bemerkensweerdige trek van gehoor-
zaamheid ...... 186
Zij is met geestdrift onthaald te Besancon . 189
Zij vindt er Magdalena Adelaine weder. —
Geschiedenis van die eenvoudige en
heilige dochter .
        . . .        .        191
De aartsbisschop van Besancon verbiedt aan
Moeder de Chantal een klooster der
Visitatie op te richten, in zijne stad . 195
Aankomst van onze Heilige te Nancy . . 197
Zij begeeft zich naar het hof. — Hoe zij er
mejufvrouw d\'Auvaine weet op te wek-
ken, om het kloosterleven te aanveerden. 197
6  Mei. Stichtinge van het klooster van Pont-a-
Mousson ...... 198
Moeder de Chantal en de gelukzalige Pieter
Fourrier......199
Ootmoedigheid van Sinte Chantal, middenin
de eere die men haar in Lorreinen
toez waait . . . . . . 199
Vier-en-twintigste Hoofdstuk
Reis van Si.nte Chantal naak Orléans en naar Parijs.
— Wonderbare deugden waak de opkomende
kloosters der visitatie blijken van geven. . 201
1626. Moeder de Chantal legt haar ambt van overste
van het klooster van Annecy neer. .        201
Zij wordt te Annecy door Moeder de Chatel
vervangen ......        202
De Zusters van Orléans kiezen Moeder de
Chantal tot overste van haar klooster .        202
1627.  Zij vertrekt naar Orle\'ans ....       202
-ocr page 565-
361
INHOUDSTAFEL
18 September 1627. Op weg, sticht zij de Visitatie
van Crémieux. — Uitmuntend mirakel . 205
Zij bezoekt de Visitatie van Paray en die van
Autun. — Steeds aangroeiende ootmoe-
digheid ......204
Zij verklaart aan de Zusters van Orléans, dat
zij tot hare overste niet mag aangesteld
worden......208
Zij begeeft zich naar Parijs .... 208
Zij gebiedt er aan moeder de Bréchard haar
ambt van overste neer te leggen. —
Blinde gehoorzaamheid van moeder de
Bréchard......20!»
1627. Stichtinge van verschillige kloosters, te
Embrun, te Blois, te Bourg in Bresse, te
Dol in Bretanje, te Lyon . . . 210
Groote deugden in al de Visitatién . . 211
Gehoorzaamheid . . . . . . 212
Armoede . . . . . . . 214
17£September. Verstervinge en zelfopoffering . 219
Liefde tot God. — Verrukkingen. — Opge-
togenheden......220
Ootmoedigheid ...... 226
Christen»1 verknochtheid der Zusters tot
elkander......228
Wat wonderbaar schouwspel het klooster-
leven oplevert ..... 232
Vijf-en-twintigste Hoofdstuk
Algemeens pest in Savooie en in Fit ank huk. — Staat
BHTDER KLOOSTERS VAN DE VISITATIE GEDURENDE HET
WOEDEN DER PEST......233
1628. Algemeen gedacht over de pest. — Zij is iets
schrikkelijkers dan al de geesels waar
deze eeuw van te spreken weet . . 235
-ocr page 566-
562
INHOUDSTAFEL
1628. De pest in het klooster van Autun
—                     — van Moulins
—                     — van Para y
—                     — van Montferrand
—                     — van Lyon.
—                     — van Valencia .
—                     — van Grenobel .
—                     — van Nevers
—                     — van Crémieux .
—                     — van Crest.
Moeder de Chantal is van dat droevig nieuws
sterk aangedaan .
Hare werkzaamheid, hare ootmoedigheid,
hare liefde ......
Haar wordt er bevel gegeven dadelijk naar
Annecy weder te keeren, zonder in een
of ander van hare kloosters waar de
pest woedt stil te staan.
Hare afreis . . . . . .
Hare schoone handelwijze, bij het voorbij
trekken van Autun
1629. De pest berst te Annecy los, korts nadat zij
teruggekomen is in deze stad.
31 Mei. Zij wordt tot overste herkozen.
Omzendbrief van Sinte Chantal aan hare
geestelijke kinderen, wien zij zegde dat
zij mogelijk een slachtoffer van de pest
zijn zou ......
Hare liefdadigheid binst de pest .
Hare gelatenheid in den wille Gods en hare
gerustheid van gemoed ....
Het spijt haar, omdat zij en hare medezusters
het klooster niet mogen verlaten om de
pestlijders te troosten en te helpen .
Zij werkt onrechtstreeks aan de stichtinge
van het genootschap der Zusters van
Liefde mede......
234
235
236
237
239
242
242
243
244
24$
247
248
249
249
232
233
256
256
237
259
261
262
-ocr page 567-
565
INHOUDSTAFEL
Zes-en-twintigste Hoofdstuk
De eerbiedwberdigemoeder de Chantal spaart geene
moeite om de heilig verklaring van slnt fllancis-
eus de Sales te rekomen. — Algemeene bekend-
making ZIJNER SCHRIFTEN. — OPENING VAN ZIJN
GRAF........265
1650. Het volk neemt zijnen toevlucht tot Sint
Franciscus de Sales, binst het woeden
der pest ...... 266
Sint Franciscus de Sales, komt de pestlijders
terhulpe......267
Hij wacht dien pijnlijken oogenblik niet af,
om te toonen aan de wereld hoe groot
zijn vermogen is bij God. — Vizioenen,
wonderteekenen, talrijke bekend-
makingen ......269
Sinte Chantal vraagt, dat men al de schriften
van Sint Franciscus de Sales zou uitgeven. 275
Zij doet al wat zij kan, opdat men zijn Leven
zou beschrijven ..... 276
Pogingen van Moeder de Chantal, om de
heiligverklaring van Sint Franciscus de
Sales te bekomen.....277
Eerste rechterlijk onderzoek. — Zielroerende
getuigenissen van Sinte Chantal, betrek-
kelijk de deugden van Sint Franciscus
de Sales ...... 277
Tweede reehterlijk onderzoek . . . 280
Opening van het graf van Sint Franciscus
de Sales......282
In welken staat het lichaam bevonden wordt. 282
Het volk, hoogst verlangend om de eerbied-
weerdige overblijfsels van zijn dertigen
bisschop te zien, slaat de deur van de
kapel aan stukken .... 285
-ocr page 568-
864                                          INHOUDSTAFEL
1630. Ondertusschen, wat doet SinteChantal? . 283
Sint Franciscus de Sales neemt haar, terwijl
xij vóór zijn graf is neergeknield, het
hoofd vast......284
Talrijke lofredenen worden, dien achtbaren
bisschop van Geneve ter eere, uitgespro-
ken. — Sinte Chantal spreekt beter dan
iemand van haar achtbaren geestelijken
Vader.......283
Zeven-en-twintigste Hoofdstuk
Nieuwe en talrijker stichtingen in Frankrijk. — De
Visitatie wordt gekend in Italië en in Zwitser-
land. — Dood van den eerweerden heer Michiel
Favre, eersten biechtvader van de nonnen der
Visitatie.......287
1630.  Te rekenen van 1630 tot 1640, begint de
geestdrift om monnik of non te worden,
te herleven, in Frankrijk . . . 287
De reeds bestaande Visitatiën worden met
vele novicen bevolkt .... 287
1631. Uitbreiding van de Orde der Visitatie in Savooië 288
—                                 —             in Burgonje 288
—                                 —             in \'t Vrije-
Graafschap.         288
—                                 —             in Lorreinen 290
—                                 —             in Champagne 292
—                                 —             in Normandië 294
—                                 —             in Bretanje 297
—                                 —             in Anjou en
Touraine.            298
—                                 —             in Poitou.        300
—                                 —             in Auvergne     302
—                                 —             in Languedoc  302
—                                 —             in Provence     302
-ocr page 569-
365
INHOUDSTAFEL
1651. Overal zijn de nieuwe stichtingen der Visitatie
welkom......303
■27 Mei 1632. Moeder de Chantal wordt opnieuw tot
overste van het klooster van Annecy
gekozen......303
1635. Moeder de Chantal is om die zoo rasche
uitbreiding van hare Orde een weinigje
verlegen ...... 306
Hare schoone en wijze raden . . . 306
Stichtinge van het klooster van Aoste . . 307
Stichlinge van het klooster van Freiburg,
in Zwitserland ..... 310
1634. Groote droefheid in al de huizen der Visitatie,
ter gelegenheid van het overlijden van
M. Michiel Favre, eersten biechtvader
van de Orde. , . . . . 312
Wie die achtbare priester was . . . 313
23 Maart. Zijne heilige dood. .... 318
11 Juni. Stichtinge van het tweede klooster der
Visitatie te Annecy .... 320
Acht-en-twintigste Hoofdstuk
Diensten bewezen door de Visitatie aan de zielen en
aan de maatschappij. — roep van moeder de
Chaugy........323
Waartoe de besloten kloosters dienen. —
Hoezeer zich de wereldlingen betrekke-
lijk dat punt misgrijpen. . . . 323
Voornaamste diensten bewezen door de Visi-
tatie aan de zielen en aan de maatschappij 324
Verachtinge der rijkdommen, der eere en der
vermaken van de wereld . . . 324
Aanhoudend gebed en zelfopoffering . . 324
Liefdadigheid jegens den arme . . . 332
IJver voor de zielezaligheid der rijken . . 333
II.
                                            SINTE CHANTAL 36
-ocr page 570-
366
INHOUDSTAFEL
De koningen, de koninginnen, dichtbij de
tralii1 der spreekkamers van de Visitatie 537
Roep van jufvrouw de la Fayette. . . 338
De bedrukten zoeken eene schuilplaats bij
de Zusters der Visitatie .... 345
Hervorming van verscheidene kloosters door
de Zusters der Visitatie. . . . 546
Briefwisseling der Zusters van de Visitatie
met een groot getal ootmoedige zielen . 548
Sinte Chantal heeft zooveel brieven te wisse-
len, dat zij verplicht is zich eene
geheimschrijfster te bezorgen . . 549
Roep van moeder de Chaugy . . . 550
Negen-en-twintigste Hoofdstuk
De Kostscholen der Visitatie.....337
Vreemde oorsprong der kostscholen . . 537
Verschillige oorzaken van den toeloop van
kostgangsters naar de Visitatie . . 339
Sint Franciscus de Sales staat in beraad, of
hij al die kinderen aanveerden zal, en
stelt eindelijk zijne plannen vast . . 360
Eerste leerlingen van de Visitatie, Francisca
de Chantal en Anna Colin . . . 561
Costuum, dat iets van de klceding der non en
iets van die der wereld heeft . . 362
Men is de voordeden der kostscholen gewaar.
— Sinte Chantal staat deze sterk voor . 364
Eerste vruchten van de opvoeding der Visitatie 363
Men vormt er niet enkel het hert, maar ook
den geest ...... 367
Voortgang der kostscholen .... 375
Hoezeer eene non bekwaam is, om de jonk-
vrouwen eene goede opvoeding te
verschaffen......374
-ocr page 571-
367
iNiimnsi vi\'i:i.
Hoezeer de eenzame kloosters aan het herte
van de kostgangsters spreken, om het
tot God te keeren.....375
Hoe vriendelijk en hoe eenvoudig de opvoe-
ding det Visitatie voorkomt . . . 376
De opvoeding der Visitatie mag voor een
toonbeeld van ware en grondige opvoe-
ding doorgaan.....377
Dertigste Hoofdstuk
De EERBIEDWEERDIGE M0RDEK 0E CllANTAL HOUDT ZICH,
TOT HAAR LAATSTËN SNIK , MET HET WELZIJN HARER
KINDEREN EN KLEINKINDEREN BEZIG
          .            .            .            379
De twee moederschappen. — Sinte Chantal
voorbeeld van beide moederschappen . 380
Teedere genegenheid van Sinte Chantal voor
hare dochter Francisca . . . . 381
Hare blijdschap, telkens als zij verneemt dat
hare dochter een kind gelukkig ter
wereld heeft gebracht .... 382
Hare vrees, dat Francisca zich door de eere en
de vermaken der wereld late verleiden . 384
Hare wijze raden aan hare onbedachtzame
dochter......383
Sinte Chantal schoon voorbeeld der moeders. 388
Zij heeft weinige mirakelen verricht; maar
zij heeft «e bijna allen ten voordeele van
hare kinderen en kleinkinderen gedaan. 389
Hoezeer Moeder de Chantal voor haren zoon
Celsus-Benignus zorge draagt. . . 390
Hoezeer zij hare jonge schoondochter, Maria
de Coulanges, genegen is                                390
Gevaarlijke vrienden van Celsus-Benignus.
— Zijne tweestrijden .... 392
Heldhaftig besluit van Moeder de Chantal , 394
-ocr page 572-
S568
INHOUDSTAFEL
1627. Celsus-Benignus vertrekt naar het leger. —
Zijne dood ...... 595
Droefheid van zijne moeder. — Hare bedrukt-
heid is zoo groot, dat men vreest haar uit
het leven te zien scheiden . . . 398
Zij doet haar uiterste best, om de jonge
weduwe de Chantal te troosten . . 400
1632. Dood van Maria de Coulanges . . . 405
Buitengewone neerslachtigheid van Moeder
de Chantal......404
Dood van mijnheer de Toulongeon . . 404
Francisca, over van verdriet, loopt naar hare
moeder ...... 405
Moeder de Chantal is om het toekomende
welzijn van de kleine wees van haren
zoon, Maria de Chantal, die later de
markgravin de Sévigné heette, sterk
bekommerd ...... 406
Onze Heilige schrijft, vooral na de dood van
hare dochter Francisca, aan M. en Mwt\'
de Coulanges, zielroerende brieven, opdat
zij voor de kleine wees zouden zorge
dragen.......407
1634. Wijs besluit genomen door den familieraad. 409
Sinte Chantal kwijt tot den laatsten oogen-
blik van haar leven hare plichten van
moeder
        ...... 410
Een-en-dertigste Hoofdstuk
Rei* van Sinte Chantal naar Parijs. — Zij bezoekt
bijna ai. de vlsitatlën van frankrijk. — alge-
meens staat van de orde. .
                . . 413
1651$. Men is om die zoo rasche uitbreiding van de
Visitatie sterk bekommerd, en men ver-
langt dat, na de dood van Sinte Chantal,
-ocr page 573-
569
INHOUDSTAFEL
er eene algemeene overste /.on worden
aangesteld ...... 413
1635. De zake wordt door sommige bisschoppen,
die te Parijs vergaderd waren, onderzocht 414
19 Mei. Sinte Chantal gaat, na haar ambt van overste
neergelegd te hebben, die kerkvoogden
vinden. ...... 415
26 Juli 1635. Vergadering der bisschoppen, inde
spreekkamer der Visitatie . . . 416
Ootmoedigheid en manhaftigheid van onze
Heilige, die de inzichten van Sint Fran-
ciscus de Sales uitlegt . . . . 417
Al de bisschoppen zijn van haar gedacht , 417
Die zake beslecht zijnde, bezoekt Sinte Chan-
tal al de kloosters van hare Orde . , 418
September. Zij begint met Melun, Montargis, Blois,
Orléans en Tours te bezoeken . . 419
De ziekte en de winter dwingen haar hare
reize te onderbreken; zij komt naar
Parijs weder. ..... 419
Hare schoone woorden, betrekkelijk de een-
dracht die tusschen Annecy en al de
overige kloosters der Orde bestaan moet. 419
De Zusters van Parijs nemen de gelegenheid
waar, om haar te vragen te willen toe-
staan dat, na hare dood, haar hert te
Parijs zou rusten. — Die pogingen
lukken haar......420
April 1636. Met de lente, stelt Sinte Chantal zich
wederom op weg, en bezoekt achtereen-
volgens het landschap van Champagne . 421
—          van Uurgonje . 424
—          van Lyon . . 427
—          van Avignon . 429
—          van Provence . 430
In staat niet zijnde om al de Visitatien van
Provence te bezoeken , roept zij te Aix
de oversten van dit gewest bijeen . . 433
-ocr page 574-
370
I.NHOI DSTAI II.
1056. Raden van onze Heilige aan de oversten . 454
Aandoening van dezen, toen zij met hare
Stichtster in onderhandelinge treden . 454
Sinte Chantal begeeft zich in Languedoc, om
de Visitatie van Montpellier een bezoek
af te leggen ...... 453
Augustus. Zij staat eenige oogenblikken stil te
Avignon ...... 450
Hare werkzaamheid en hare deugd binst die
lange reis ...... 457
Hare ootmoedigheid en hare versterving , 458
Hare vereeniging met God .... 459
Hare vlammende en zielroerende aanspraken,
betrekkelijk de gehoorzaamheid, de
armoede, de liefde tot God . . . 45!>
Hare moederlijke genegenheid voor al hare
geestelijke kinderen .... 442
Men laat haar weten, dat zij dadelijk naar
Annecy zou wederkeeren . . . 445
Twee-en-dertigste Hoofdstuk
Laatste beproevingen van Sinte Chantal. — Hare
inwendige doriieden. — dood van hoeoer de
CHATEL, VAN MOEDER FAVRE, VAN MOEDER DE BrÉ-
CHARD. — SïlCHTINGE VAN HET KLOOSTER VAN TlIRIN.            44*}
1657. De zieltoging van Sinte Chantal begint. —
Negen jaar lang, weet zij daarvan te
spreken ...... 446
Sinte Chantal wordt met de beteekenis en de
voordeden van die zieltoging wónder-
werkelijk bekend gemaakt . . . 446
Beschrijving van hare inwendige dorheden . 448
Middenin die groote pijnen, komt zij voort-
durend vroolijk en vriendelijk voor . 452
1657. Om te genezen van hare geestelijke kwaal,
oefent zij sterk de gehoorzaamheid . 455
-ocr page 575-
571
INHOUDSTAFEL
1637.  Buitengewone oiidurvindingc van moeder de
Chatel, overste van Sinte Chantal . . 453
Met die pijnen van den geest, gaan ongemeene
smerten des herten gepaard .        .        . 454
14 Juni.            Dood van moeder Favre. . . 434
£2 October. — van moeder de Chatel . . 456
18 November. — van moeder de Bréchard . 459
Sinte Chantal wordt tot overste herkozen . 461
Ernstige en grondige woorden, die zij tegen de
nonnen te dier gelegenheid spreekt . 461
De koningin Anna van Oostenrijk, bevrucht
zijnde, vraagt haar dat zij voor haar
zou willen bidden. — Ootmoedigheid
van onze Heilige ..... 465
De bloei der Visitatie blijft voortduren. —
Stichtinge van de kloosters van Amiens,
van Bordeaux, Bayonne, Albi, Pignerol
en van Nice ...... 463
1638.   De stichtinge van de Visitatie van Turin, waar
men sedert twintig jaar sterk naar
trachtte, wordt altijd verschoven . . 464
Sinte Chantal stelt zich eindelijk op weg, om
dat belangrijk werk af te doen . . 465
Hare reis. — Met welke onzeglijke geestdrift
zij overal onthaald wordt . . . 465
50 September. Zij trekt Turin binnen, en sticht er
een klooster van hare Orde . . . 469
1639.   De oorlog berst los. — Sinte Chantal wordt
naar Annecy teruggeroepen. — Gevaren
die de Visitatiën van Turin en van Pigne-
rol loopen. — Verlegenheid van onze
Heilige.......470
Edelmoedige deugd van zuster Joanna-
Benigna Gojos ..... 472
1640.  Stichtinge van een klooster van Lazaristen,
te Annecy ...... 475
Dood van Mgr Andreas Frémyot . . . 474
11 Mei 1641. Sinte Chantal legt haar ambt van
-ocr page 576-
872                                          INHOUDSTAFEL
orerste neer. — Zij ziet voor altijd van
alle meesterschap af. — Haar vaarwel-
zeggen .......474
1641. Moeder de Blonay wordt gekozen om Sinte
Chantal te vervangen .... 475-
Ootmoedige woordenwisseling tusschen
moeder de Blonay en Moeder de Chantal. 476
De bisschop trekt zich de zake aan, en wil dat
men aan de Stichtster der Visitatie alle
vrijheid late, om zich te vernederen en
klein te achten ..... 479
Moeder de Chantal klimt tot een zoo hoogen
trap van volmaaktheid, dat men vreest
haar welhaast uit dit leven te zien
scheiden......479
Dry-eii-dertigste Hoofdstuk
Beeltenis van Sinte Chantal.....481
1641. Echte beeltenis van Sinte Chantal . .        481
Haar portret vergeleken bij dat van Sinte
Theresia......        482
Waarin die twee beroemde Heiligen elkander
gelijk zijn. — Waarin zij met elkander
verschillen ......        482
Sinte Chantal is een vernuft ij; mensen . .        485
Sinte Chuntal is eene kloekmoedige ziel .        483
De schoonste deugden gaan in haar met de
zeldzaamste hoedanigheden gepaard .        483
Haar geloof.......        485
Hare hope.......        487
Hare liefde tot God.....        487
Hare teedere godsvrucht ....        490
Hare devotie tot het H. Sacrament des Autaars       491
Hare genegenheid tot Onze Lieve Vrouwe
Hare verkleefdheid aan de H. Kerke .
493
498
-ocr page 577-
INHOUDSTAFEL                                        875\'
1641. Hare overgroote ootmoedigheid, te midden
van de lasteringen die haar ten deele
vallen.......493
Hare nog wonderbaarder ootmoedigheid,
middenin de eere die men haar toezwaait 496
Hare versterving en hare armoede. . . 499
Hare vroolijkheid en hare vriendelijkheid , SOI
Haar aanhoudende voortgang in de deugd . 502
Op haar aangezicht, staat er iets hemelsch te
leien....... 805
Al de tijdgenooten van Sinte Chantal zijn
eens oin haar te verheffen . . . 505
Sint Franciscus de Sales ziet die schoone zon
opgaan, en is over van verwonderinge . 508
Sint Vincentius a Paulo woont het dalen van
die flikkerende sterre bij, en komt nog
meer verrukt voor .... 508-
Vier-en-dertigste Hoofdstuk
Dood van Sinte Chantal. — Mevrouw de Montmorency
helpt haar het tijdelijke met het eeuwige
verwisselen.......807
1641. God staat aan mevrouw de Montmorency toe,
dat zij de oogen van Sinte Chantal sluite 807
Wie mevrouw de Montmorency was . . 807
Hare overgroote droefheid bij het afsterven
van haren man.....809
Hare aangroeiende volmaaktheid. — Zij is
van gedacht het nonnenkleed aan te
trekken in de Visitatie. , . . 810-
Zij begeert dat kleed te ontvangen uit de
handen van Sinte Chantal . . . 513
28 Juli. Vaarwelzeggen van Sinte Chantal, op den
oogenblik dat zij Annecy voor altijd
verlaat. ...... 815>
-ocr page 578-
4>74
INHOUDSTAFEL
9 Augustus 1641. Zij komt te Moulins aan. —Hare
wijze raden aan mevrouw de Mont-
morency ...... 818
De koningin Anna van Oostenrijk verlangt, om
Moeder de Chantal te zien . . . 817
Onze Heilige begeeft zich naar Saint-Germain,
zegent het jonge kind Lodewijk XIV, en
reist vandaar af naar Parijs . . . 317
Met welke geestdrift, zij te Parijs onthaald
wordt. — Eenieder tracht haar met zijnen
paternoster aan te raken . . . 817
Hare laatste samenspraak met Sint Vincentius
a Paulo . . . . . . 818
Hier eindigt hare zieltoging. — Zij is over
van blijdschap gedurende de drij laatste
maanden van haar leven . . . 819
Zij bezoekt moeder Angelica te Port-Royal . 819
11   November. Zij neemt haar afscheid van de
Visitatie van Parijs. — Zij doorkruist
Melun en Montargis. — Schoone spreuk
van onze Heilige ..... 820
Te Nevers wordt zij onpasselijk . . . 821
8 December. Te Moulins, is zij verplicht zich te
bed te leggen.....822
Al de Zusters van \'t klooster zijn, om de pijn-
lijke gesteldheid van Moeder de Chantal,
sterk bekommerd.....822
Mevrouw de Montmorency is bereid haar
leven ten beste te geven, om te bekomen
dat de Stichtster der Visitatie gezond
worde ....... 823
12  December. Zij ontvangt Onzen Lieven Heer als
reisgeld......823
Zij zegt hare medezusters vaarwel, geeft haar
hare laatste vermaningen en uiterste
raden.......824
Haar wordt het H. Oliesel bediend. — Zij
zegt\'ut hare geestelijke dochters . . 827
-ocr page 579-
373
INHOUDSTAFEL
13 December 1641. Hare laatste woorden. — Zij
sterft, drijmaal den naam van Jesus
uitsprekende.....327
Yiziot\'ii van Sint Vincentius a Paulo. — Hij
ziet de ziel van Sinte Chantal, onder de
gedaante vaa eenen vuurbol, ten hemel
varen......
                330
Neerslachtigheid van de Zusters van Moulins,
en van mevrouwe de Montmorency . 331
Uit gehoorzaamheid, gedoogt zij dat men met
het lichaam van Sinte Chantal naar
Annecy vertrekke, maar wil niet toe-
laten dat men het herte van de Stichtster
der Visitatie medeneme. . . . 331
Mevrouw de Montmorency maakt de kamer,
waar onze Heilige gestorven is, tot eene
verlichte kapel ..... 331
Waar men hedendaags het doodbed van
Sinte Chantal aantreft .... 332
Vijf en-dertigste Hoofdstuk
Heiligverklaring van Sinte Chantal . . . 333
30 December 1641. Hoe het lichaam van Sinte
Chantal te Annecy onthaald werd. — Een
mirakel geeft, den dag zelven van de
begrafenis dier eerbiedweerdige over-
blijfsels, de heiligheid van Moeder de
Chantal te kennen .... 334
Overal spreekt men van Moeder de Chantal,
en van hare Orde, met gansch bijzonde-
ren lof.......333
Ondertusschen gaat de zeventiende eeuw ten
einde, zonder dat er sprake zij van de
heiligverklaring van Sinte Chantal. —
Waarbij kwam dat? .... 337
Onverstaanbare misgreep der godgeleerden
en der kerkrechtsgeleerden . . . 337
-ocr page 580-
876                                          INHOUDSTAFEL
1718. Eindelijk wordt de kwestie der heiligverkla-
ring van Moeder de Chantal op het
tapijt gebracht.....558
Moeilijkheden waar die pleitzaak aan gele-
genheid geeft ..... 559
1722. Men eischt, dat het graf van Sinte Chantal
geopend worde.....540
In welken staat het heilig lichaam bevonden
wordt.......541
Blijdschap der Zusters. — Hare spijt, omdat
hare geestelijke Moeder onder het getal
der Heiligen nog niet gesteld is . . 545
De pleitzaak gaat niet vooruit. — Men begint
te Vreezen dat er geen einde aan kome . 545
1741. Benedictus XIV beklimt den pauselijken troon 545
Hij schrijft een grondig boekwerk, betrekke-
lijk de kwestie van de heiligverklaring
der eerbiedweerdige dienaars en diena-
ressen Gods ...... 545
Hij drijft de pleitzake der heiligverklaring
van Moeder de Chantal allermeest aan,
en maakt er mede gedaan . . . 544
1751. Zijne beroemde en geleerde bulle . . 544
Vijf mirakelen van Sinte Chantal worden in
die bulle aangehaald en goedgekeurd . 544
Plechtigheid van de zaligverklaring van
Moeder de Chantal, te Rome. . . 544
De geestelijkheid van Frankrijk, te Parijs
vergaderd, vraagt dat men dadelijk tot
de heiligverklaring van de Stichtster
der Visitatie overga .... 545
1767. Die bulle van heiligverklaring wordt, enkel
na de dood van Benedictus XIV, door
paus Clemens XIII uitgegeven . . 546
Groote blijdschap onder de Zusters der
Visitatie, en onder de katholieken van
de gansche wereld .... 547
1795. De Frausche omwenteling verjaagt de non-
nen van Annecy . . \' . . . 547
-ocr page 581-
377
INHOUDSTAFEL
1793. Het lichaam van Sinte Chantal, en dat van
Sint Franciscus de Sales, worden binst
dat vreeselijk tijdstip weggesteken . 347
Hun beider hert wordt wonderwerkelijk
bewaard......548
1804. De heilige lichamen worden, bij het eindigen
van het noodweer, plechtiglijk in de
kapel van het herstelde klooster van
Annecy, andermaal geplaatst. . . 350
1860. Eerbied, dien men hedendaags die heilige
lichamen bewijst.....550
EINDE VAN DE INHOUDSTAFEL DES TWEEDEN BOEKDEELS
-ocr page 582-
-ocr page 583-
Laatst verschenen Werken van Sint Joseph\'s Huis,
H. vander Schelden, Onderstraat, 26, Gent.
Het leven van Onzen Heer Jcsns Christus getrokken
uit de Vier HH. E\'analisten, samengevoegd in eene Evangelische
geschiedenis, voorgegaan van eene bondige inleiding en eene zeer
nuttige tafel. Opnieuw herzien, met menigvuldige verklaringen van den
Heiligen Tekst vermeerderd, en gevolgd van eene volledige Tafel der
Evangeliën van gansch het jaar, door J. Hulpiau, Priester. In-18,
674 bladz. 1,50 — In linnen band 2,25.
Genegenheid voor het Heilig Haart van jresus in
verband met het Apostolaat des Gebeés. — Met gebeden voor Mis,
Kruisweg en Communie, door C.-H.-T. Jamar, Priester. In-32;
196 bladz. 0,50 — In linnen band 0,80.
Leven van den II. Thomas van Aqulne, patroon der
katholieke scholen, ten behoeve der jeugd geschreven door den Eerw.
P. Fr. K. A. Joyau, van de Orde der Predikheeren. Nederduitsche
vertaling door VV. J. Van Venckenray, Priester. Vleiend goedgekeurd
door Mgr Lambrecht, bisschop van Geut en door Mgr Rutten, groot-
vicaris van Luik. Groot in-S, 558 bladz.
                                         1,50
Leven van den H. FrnncUcug-Xaverlu*, Priester der
Sociëteit Jesu, Apostel der Indien en van Japonië, naar het fransch van
den Eerw. P. Bouhours, Priester derzelfde Sociëteit. Groot in-8,
350 bladz. Versierden omslag.
                                                        2,00
•Frederlk-FranciscusOK.averius de Mérode, Minister
en Aalmoezenier van Pius IX, Aartsbisschop van Melitene, zijn Leven
en zijne Werken, door Mgr Besson, Bisschop van Ni mes, vrij naar het
fransch vertaald door W. J Van Venckenray, Priester. In-8, 360 bladz.
üik en schoon boek. Met portret en versierden omslag.
                   2,00
Geschiedenis van de H. Chantal en den Oorsprong der
Visitatie, door Zijne Hoogwaardigheid E. Bougaud, bisschop van Laval,
gewezen groot-vicaris van Orleans. Vrtf naar de elfde fransche uitgave
vertaald, door Hendrik Rembry, Priester van het Bisdom van Brugge.
2 dikke boekd. in-12, 1160 bladz. Versierde omslagen.
                   4,50
Het volgende boek is het vervolg van het voorgaande werk:
Geschiedenis van de Gelukz, Margaretha-Marla
en den oorsprong der devotie tot Jesus\' Hart, door Mgr E. Bougaud, Bis-
schop van Laval, gewezen groot-vicaris van Orleans. In-12, 416 bl. 1,50
Leven van den Eerhledw. Dienaar Gods Andreai
vnn nurfglo, leekehroeder van de Orde der Minderbroeders
Kapucienen, door Pater Eugenius van Bornhem, kloosterling derzelfde
Orde. In-12. Met schoon portret in photogravuur. 180 bladz.
          1,00
-ocr page 584-
Laatst verschenen Werken van Sint Joseph\'s Huis,
H. vander Schelden, Onderstraat, 26, Gent.
Lieven van den 11. Andrean AvclliuuH, Patroon tegen
vallende ziekte, geraaktlieid en onvoorziene dood. door J. I.. Buys,
Pastoor te Minderhout. ln-24, 176 bladz.                                   0,50
Leven vnn III gr Bracq, Bisschop van Gent, door Kan. La vaut,
secretaris en archivist van \'t Bisdom. In-12, 200 bl. Met portret. 1,00
Heilige jonepli, voorspreker in hopelooze omstandigheden. Verhan-
delingen der geestelijke en tijdelijke gunsten door de machtige tusschen-
komst van dien glorierijken Patriarch bekomen, door den E. P. Huguet.
Boekdeel groot in-8, 268 bladz. met versierden omslag 1,23 — In linnen
band 2,35 — ld. verguld op snee 2,75
<Die oude Suf! door Mej. Zenaide Fleuriot, uit het fransen vertaald
door Mej. Clementina-M. Naert. In-8, 210 bladz. Dik en schoon papier,
versierden omslag.                                                                 1,00
I.Ioim-11<>. door den Eenv. P. Bresciani, S. J. Een gevolg op de Jood van !
Verona. In-12, 376 bladz. Tweede uitgaaf.                                 1,50
Van denzelfden Schrijver: De Jood van Verona. 3 deelen in-12, 3,00 — De
Romeinsche Republiek, in-12, 1,50 — Don Giovanni, in-12,1,50.
\'Beknopte geloof»- en zedenleer, of kort begrip van hetgeen
wij moeten gelooven en onderhouden om zalig te worden, doer C.-H.-T.
Jamar. In-12, 32 bladz. 0,20 — 25 exempl. 3,75.
Kleine getijden van den n Joachlm, Vader der H. Maagd
Maria, Patroon voor den Oogst en Ziekten der beesten, met litanie,
8 bladz. 0,04 — 0,36 voor 12 — 2,00 voor 100.
Medaille of Kruis van den n. Benedtctui, bijzonder
in de missiën. ln-52, 64 bladz. 0,15 — Voor 100: 10,00.
Viering van den Kersten Vrijdag der Maand en van het
Feest van het II. Hart. — Redenen die de geloovigen aanzetten om het
H. Hart te eercn op den Vrijdag en vooral den 1" Vrijdag der maand;
waarom de feest van het H. Hart een Vrijdag is. 12 bladz. 0,06 —
0,54 voor 12 — 3,00 voor 100.
Handboekje voorkinderen die zich voorbereiden tol hunne
eerste H. Communie. Oefeningen en gebeden door G. Jamar, priester.
64 bl. 0,20 —12 ex. 2,23—25 ex. 4,00 — 50 ex. 7,50 — 100 ex. 14,00
Hetzelfde boekje in het Fransch aan dezelfde prijzen.
Hetzelfde in het Vlaamsen of in het Fransch in linnen band.          0,40
Gebeden tot den n. joseph. 24 bladz. 0,10 — De dozijn 1,00
— Voor 100 exempl.: 6,00.
Congregatieboekje, door J. Hillegeer, Priester der Soc. Jesu.
ln-24, 64 bladz. Nieuwe uitgaat.                                               0,20
De gebeden der Congregatie zijn in latijnsche en vlaamsche taal.