-ocr page 1-
1 374
I
1 ^k/56
Hg;
K
-ocr page 2-
[^O W\\W) \\3036
-ocr page 3-
-ocr page 4-
t pulrlni amai-i.ïï imliit^ gyj
atricorona^ ïifrtitfT Jj^|g
\'óop liiik.i; iianliiViiiirtfirttiil nnints.
-ocr page 5-
I                                 3*
I De Alleiieilipte Eozenkraas.
Korte Overwegingen der Geheimen
van den Rozenkrans met voor-
beelden voor eiken dag der
OCTOBER-MAAND
DOOR
P. Hyacinthus M. Negri.
Uit het Grieksch vertaald
DOOR
EEN R. K. PRIESTER.
TWEEDE DRUK.
Leiden.
J. W. VAN LEEUWEN.
Maarsmanssteeg.
-ocr page 6-
Approbationes Ordinis.
—■>•-<• ■
De mandato Adm. R. P. L. Sebas-
tiani Grnmondo Prioris Provincialis et
Praefecti Aplci nosti~e Missionis o]>us, cui
titulus: Mensis SSmi Rosarii, a R. P.
L. Fr. Hyacintho Maria Negri nostro
Missionario A]>lco exaratum, Nos infras-
cripti diligenter perlegimus. atqne lcgendo
comperimus non nisi uberrimos exinde ac
saluberrimos fructus ad mentiura cordi-
umque fidelium singularem profectum
expectandos.
Igitur ut ad majorem SS. Reginaj
Rosarii gloiiain, ceu nullius erroris vel
umbra contaminatum in luciini pi\'odeat et
typis mandetur in Domino judicavimus.
Datum in Conventu nostro SS. AA.
Petri et Pauli.
Galatae et Byzantii die 18 Sept. 1886.
Fr. Hyacinthus Vin. Ma Cambiaso
S. Th. Mgr. O. P.
Fr. Vincentius Salvi S. Th. Lector O. P.
-ocr page 7-
Imprimatur.
-j- A. Archiepiscopus Pharsauessis.
Vic. Patriarciiaus Constaxtixo-
poi.itanus.
IMPRIMATUR.
A. J. Brouwer,
ad hoe delegatus.
VOORHOUT,
die!4Septembrisl890.
-ocr page 8-
O Hoogverheven Koningin van den
Allerheilig sten Rozenkrans, Maria, altijd
Maagd, vele en groote weldaden heb ik
van U ontvangen, gedurende geheel mijn
leven. Door dankbaarheid en liefde ge-
dreven , waag ik het dan U dit boekje,
dat over uwen AUerheiligsten Rozenkrans
handelt, uit geheel mijn hart aan te
bieden. Neem het genadig aan, o aller-
teederste Moeder, en zegen mij, en al
degenen, die het zullen lezen.
Uw nederige Dienaar,
P. Hyacinthus Maria Negri ,
Dontinicaan.
-ocr page 9-
-ocr page 10-
VOORREDE.
Aan do Allerverhevenste Moeder van
c Jesus was de maand der bloemen toe-
S gewijd, en het scheen ook passend dat
haar de maand der vruchten geheiligd
s werd. Als de schoonheid van geheel de l
\\
natuur ons in de Mei-maand uitnoodigt
de schoonste aller schepselen te loven
en te prijzen, niet minder eisenen de
l ontelbare weldaden, welke wij van Maria, ;
altijd Maagd, ontvangen, dat wij haai\'
\\ beminnen. dat wij haai- dankzeggen in S
i de maand Octoher. In deze maand werd \\
S de katholieke kerk hij Lepanto door de 5
l Koningin van den Rozenkrans bevrijd
l van haar allerverschrikkelijksten vijand.
J en uit dankbaarheid noemde zij de 11.
S Maagd, Hulp der Christenen, Auxüium \\
\\ Christianorum.
Om dezelfde reden stelde
S de H. Kerk in de maand October den
< schoonen feestdag van den Allerheiligsten
J Rozenkrans in.
                                                \\
-ocr page 11-
VIII
Godvruchtig was de bedoeling der twee
Paters Dominicanen, die voor eenige
jaren, de October-maand aan de Koningin
van den Rozenkrans wilden toewijden.
Zij werden zeer geprezen door den on-
sterfelijken Paus Pius IX, die vele aflaten
verleende aan alle geloovigen, die de
Allerheiligste Maagd in deze maand niet
bijzondere godsvrucht zouden vereeren.
Doch nog meer moeten wij ons tot deze
schoone godsvrucht aangetrokken ge-
voelen door het woord van Z. II. Paus
Leo XIII, die in de drie vorige jaren
voorschreef, dat deze heilzame oefeningen
van godsvrucht over de geheele wereld
moesten gehouden worden. En wie kan
de geestdrift beschrijven, waarmede ge-
heel de H. Kerk in deze maand de
Allerheiligste Maagd verheerlijkt? Wie
zal ook het getal der geestelijke gunsten
noemen, waardoor het hart van onzen
heiligen Vader is verheugd geworden?
Hierom toch heeft hij gewild, dat de
October-maand ook in de volgende jaren
zal worden gevierd, zoolang totdat de
-ocr page 12-
—                                     IX
kerk door den Rozenkrans van haar
vijanden bevrijd wordt, en de gewenschte
vrede terugkeert.
Wat de wijze betreft om deze maand
aan de H. Maagd te wijden: dezelfde
Paus leert ons wat wij daartoe moeten
doen.. Door zijne onsterfelijke Encycliek
heeft hij de geheele katholieke wereld
er toe gebracht, om met groote gods-
vrucht den Alleiheiligsten Rozenkrans
te bidden, zeggend, dat hij van den
Rozenkrans den vrede der kerk verwacht,
de verlossing van alle kwaad en van alle
vijanden.
En wel zeer terecht verwacht de heilige
Vader deze schoone vruchten. Ten tijde
van den II. Dominicns. die door de
II. Maagd het groote voorrecht werd
waardig gekeurd deze schoone gods-
vrucht te prediken, verkeerde de H. Kerk
bijna in een zelfden toestand als tegen-
woordig, en werd zij ook van alle kanten
door machtige vijanden bestreden. Maar
zoo spoedig de godsvrucht van den Ro-
zenkrans zich verbreidde, werd het aan-
-ocr page 13-
X                                             ----
schijn der aarde veranderd, en in weinig
tijds verdwenen èn ketterijen èn onge-
rechtigheden. Hoe zonden wij dan ook
nu in dezen tijd aan diezelfde gevolgen
kunnen wanhopen?
Nadat de Zetel der Wijsheid, de Aller-
heiligste Maagd Maria zelve, den Rozen-
krans heeft aanbevolen als een tegengift
tegen boosheden en dwalingen, is
het niet mogelijk meer te twijfelen aan
haai- woord, aan hare macht, aan hare
barmhartigheid. En verder, welke andere
godsvrucht is door de Heiligen meer
geprezen dan de Rozenkrans ? Het zij
genoeg hier in herinnering te brengen,
dat de II. Carolus Borromaeus. dat groote
licht der kerk, den Rozenkrans eenaller-
goddelijkst gebed
noemt. De zoo god-
vruchtige en wijze 11. Alphonsus noemt
den Rozenkrans het gebed dut liet krach-
tigst tut de II. Maagd opgaat. en ons
liet voordeeligst is.
Overbekend is het
vele goed, door deze godsvrucht in de
wereld teweeg gebracht. O hoevelen wer-
den door den Rozenkrans van een zondig
-ocr page 14-
XI
leven terug geroepen, hoevelen tot een
lieiligen wandel gebracht, hoevelen moch-
ten daardoor een zaligen dood sterven
en de hemelsche heerlijkheid deelachtig
worden ! Welke andere godsvrucht is dan
ook door de Pausen van Rome, aan wie
het oordeel hierover op de eerste plaats
toekomt, zoo zeer geprezen en aanbe-
volen ? Paus Urbanus IV zegt dat de
Christenen alle goed deelachtig worden
dooi- middel van den Rozenkrans. I\'ans
Xistus IV noemt het Rozenkransgebed
geschikt om eere te brengen aan de
II. Maagd en de dreigende gevaren van
ons te verwijderen. Paus Leo X zegt
dat de Rozenkrans een bolwerk is tegen
de ketterijen. Paus .lulius lil beweert
dat de Rozenkrans de glorie is der
Katholieke Kerk. Paus Pius V zegt dat
door den Rozenkrans de zondaars in
andere menschen veranderen. de duis-
ternissen der ketterijen verdwijnen en
het licht der Katholieke Kerk weder
ontstoken wordt. Maar het is niet mogelijk
alle de lofprijzingen aan te halen, welke
-ocr page 15-
XII                                          ----
de Pausen tot op dezen dag aan den
Rozenkrans gegeven hebben.
Aan welke andere oefening van gods-
vrucht zijn ook zoo rijke gunsten ver-
leend , als aan den Rozenkrans ? Ik
geloof niet dat eenige andere evenzeer
met de schatten der Kerk begunstigd is.
En dit is niet ten onrechte geschied.
Want in waarheid, waarom zijn er zoo-
vele menschen, die zondigen en verloren
gaan? Omdat zij hetgeen God betreft
niet overwegen, en omdat zij niet bid-
den. Maar wat is de Rozenkrans? Hij
is de schoonste der overwegingen, want
hij houdt zich bezig met de overweging
des levens, des lijdens en der verheerlij-
king van Jesns Christus. Als wij toch
door middel van den Rozenkrans die
geheimen van zaligheid overwegen,
leeren wij Jesus Christus kennen, be-
minnen on gedenken, en daarin, zoo
getuigt de H. Schriftuur, bestaat ons
eeuwig leven.
De Rozenkrans omsluit ook de schoon-
ste gebeden, die men zou kunnen be-
-ocr page 16-
XIII
denken. Want wie, al aanstonds, heeft
ons het Onze Vader geleerd, dat zoo
vele malen in den Rozenkrans voor-
komt? De onfeilbare Waarheid zelve
Jesus Christus in eigen persoon. Wie
sprak het Wees gegroet Maria? Een
engel des hemels. Wie sprak het ver-
volg? De H. Geest sprak door de H.
Elizabeth. Wie heeft het voleindigd?
De leermeesteresse van alle waarheid en
deugd, de H. Kerk. Door den Rozen-
krans overwegen wij het leven der
Allerheiligste Maagd, en \' bidden wij tot
haar met de groetenis des Engels, die
het begin was der redding van het
menschelijk geslacht.
Wie heeft ooit te vergeefs de aller-
medelijdendste Maagd Maria aangeroe-
pen? en wie zal dan ook niet alle gun-
sten kunnen verkrijgen van haar die
volgens de getuigenis der heiligen de
bron van alle genaden is ? Het is dan,
om zoo te spreken, noodzakelijk dat
de Rozenkrans de heilzaamste vruchten
oplevert.
-ocr page 17-
XIV
Om deze redenen scheen liet mij nut-
tig, dit hoekje te schrijven, dat meer
dan 30 verschillende wijzen bevat, om
den Rozenkrans te bidden; en dit te
meer omdat in de schoone Grieksche
taal geen ander geschikt hoek over den
Rozenkrans bestaat, terwijl de Rozen-
krans toch vooral in Griekenland, hij
Lepanto namelijk en Corcyra, zijn macht
getoond en de vijanden der Kerk over-
wonnen heeft. In dit hoek wordt voor-
eerst eene kleine overweging gevonden
van elk geheim, opdat de geest worde
verlicht. vervolgens een koit gebed,
waardoor het hart worde ontstoken.
En het spreekwoord gedachtig, dat
woorden wekken. voorbeelden trekken,
heh ik er een passend voorbeeld aan
toegevoegd. Ook meende ik dat het
nuttig was enkele liederen ter eere der
Allerheiligste Maagd te laten volgen,
opdat wij haar ook verheerlijken met
stem en hart. Ik weet niet beminde
Lezer, ol\' dit hoekje u zal kunnen be-
hagen. Doch geloof in ieder geval aan
-ocr page 18-
XV
mijn goeden wil. Indien ik u echter iets
goeds heb aangeboden, bid dan de Ko-
ningin van den Rozenkrans voor mij,
opdat wij haar eens te zamen mogen
verheerlijken, beminnen en haar eenwig
mogen dankzeggen in den hemel.
Verklaring. Wat de wonderen be-
treft, die ik in dit boek heb aangehaald,
verklaar ik dat het mijne bedoeling is
mij te onderwerpen aan hetgeen Paus
Clemens VIII heeft bepaald, en ook
omtrent al het overige, in dit werk
vermeld , verklaar ik mij te onderwerpen
aan het oordeel van den onfeilbaren
Plaatshek leeder van Jesus Christus,
wiens nederige dienaar ik mij beroem
te zijn.
-ocr page 19-
DE MAAND
VAN\' HKX
ALLERHEILIGSTEN ROZENKRANS.
BLIJDE GEHEIMEN.
I. 1m het lste blijilt\' geheim overwegen wij,
Jat He Aartsengel Gaiikikj. de Allerheiligste
Maagd boodschapt, dat zij de Moeder van Jesus
zal worden, tot redding der meuschen.
1. I)i\' II. AI|ilionsiis zegt, dat ile Al-
lerheiligste Maagd, zoo dikwijls zij het
Wees gegroet Maria hooit, dezelfde
vreugd ondervindt, als toen zij rlit de
de eerste maal hoorde van den Aarts-
engel Gabriël. Welk een blijdschap zal
Maria dan ondervinden, als zij de ver-
eerders van den Allerheiligste!! Rozen-
krans zoo dikwijls het WEES GEGROET
Maria hooit uitspreken! O Maagd Maria.
geel\' dat wij altijd met eerbied uwen
Rozenkrans bidden, geel\' dat wij al onze
werken beginnen en eindigen niet liet
Wees gegroet Maria, opdat zöó geheel
ons leven een lofgebed zij.
1
-ocr page 20-
- 2 —
II.    In het 2<te blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisiilieth be-
zoekt on drie maanden in haar huis verblijft.
II.    Ieder die bemint gaat, als \'t hem
mogelijk is, met blijdschap tot het voor-
werp zijner liefde. Uit kracht van deze
liefde bezoekt de Allerheiligste Maagd
Maria de II. Elisabeth. Als wij Maria
beminnen, laten wij dan ook dikwijls
hare kerken en hare afbeeldingen be-
zoeken: laten wij dan minstens meer-
malen te huis voor hare versierde beel-
tenis bidden en telkens weer hare voor-
spraak verzoeken. De II. Maagd is niet
karig en zij wil ons niet van hare voe-
ten laten gaan zonder eenig klein ge-
schenk. O Maria, kom, bezoek ons hart
en stort uwe verlangens in het onze:
gelijk gij bezorgd waart voor de II.
Elisabeth, wees ook bezorgd, dat wij U
eenmaal bezoeken in den Hemel.
III.    In het 3de blijde geheim overwegen wij.
dat de II. Maagd Jesus haart in den stal van
Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.
III.    Jesus Christus wordt arm geboren:
arm is ook zijne moeder. Eene kribbe
en twee dieren, ziedaar het paleis van
-ocr page 21-
3
den koning der koningen. IK\' wereld
bemint echter de rijkdommen het meest.
Indien zij ze niet heelt, neemt zij alle
middelen te haat om ze te winnen:
indien zij ze bezit, bewaart zij ze met
iil te groote bezorgdheid. O .lesns. o
Maria, geeft dat wij . uwe armoede aan-
schouwend, zonder ontevredenheid, het
gemis van het (roede dezer wereld ver-
dragen, en dat wij. het bezittend, ons
hart er niet aan hechten, Gelukkig is
bij. die de liefde Gods bezit, die .lesns
bezit en de Msiagd Maria.
IV. In het 4de hlijde geheim "Verwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd, op tien iln^r van
hare zuivering, Jusns in den tempel brengt en
hem over geeft in de handen van den grijaaard
Sl.MKON.
IV. De Allerheiligste Maagd bracht bij
bate zuivering bet offer der armen. Eu
wij, wat offeren we aan de Allerheiligste
Maagd? Bloemen misschien? Maai\' dit
is niet voldoende. Geld misschien? Maar
dit is niet voldoende. Wat wil de Aller-
heiligste Maagd dan meer van ipiis.\' Zij
wil ons hart. Indien wij ons hart niet
geven, is alles zonder nut. O Jesus, o
Maria, U offeren wij alles, U wijden wij
ons harte. Zuivert en heiligt het.
>
-ocr page 22-
_ 4 —
V, In het 5de blijde geheim overwegen wij,
diit de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren
hebbend toen hij 12 jaar oud was, hein na drie
dagen met groote blijdschap, in den tempel
tusschen de leeraren terugvindt.
V. Indien wij onze gezondheid en ons
geld verliezen is ons verlies zeker niet
gering: maar indien wij God verliezen,
indien we hem door de doodzonde doen
sterven, is alles verloren en ons ver-
lies is bovenmate groot. O .lesns. o
Maria, laat niet toe dat wij U ooit
verliezen. Geelt ons de genade om on
waardige vruchten van boetvaardigheid
bedacht te zijn wegens onze, bedrevene
zonden, en zorg dat wij U vinden knn-
neti, hier door de goddelijke genade, en
in den hemel door eeuwige aanschouwing.
VOORBEELD.
(Morassi.)
Ken inwoner van de stad Avignon
liail de godvruchtige gewoonte dagelijks
den Rozenkrans te bidden: maar hij
liet dit.- ik weet niet waarom, op zeke-
ren keer na. Toen ondervond hij dat
hem dooi\' eene genadevolle verlichting
iles geestes gezegd werd, weder den
Rozenkrans te bidden. Hij deed zoo, en
verliet daarna zijn huis. Onder weg
ontmoette hij een man, die hem vijandig
-ocr page 23-
- 5
was. maar zich voordeed :ils een vriend.
Deze verrader noodigde hem tot eene
wandeling uit, en de eerxte antwoordde
dut hij gaarne medeging. Toen zij nu
op een afgelegen plaats gekomen
waren, trok de verrader zijn mes en
bewoog (Ie hand inn hem te dooden.
Te gelper tijd echter gevoelde hij. dat
een on zichtbare macht zijne hand terug
hield: hij beproefde ten tweede, ten
derde maal, maar tevergeefs, want de
II. Maagd weerhield zijne hand om haren
vereerder te beschermen. Hij nu. dezj
groote gunst begrijpend, bedankte de
II. Maagd ten hoogste en ging voort
dagelijks den Rozenkrans te bidden, die
hem tut redding geweest was. Indien
de Rozenkrans verlossing biedt van de
gevaren des lichaams, hoeveel te meer
zullen wij, indien we hem godvruchtig
bidden, verlost worden uit de macht
der duivelen, uit de handen van de
vijanden onzer ziel.
-ocr page 24-
DROEVIGE GEHEIMEN.
I.   In het lste droevige geheim overwegen wij,
dat .lesus Christus, biddend inden hof van Olijven,
bloed rit water zweet door do droefheid, die hij
gevoelde om onze zonden.
I.     Een der oorzaken van de groote
droefheid, die on/e Verlosser in den
Hol\' van Olijven ondervond, was de groote
liefdeloosheid der menschen. Hij zag dat
Hij zooveel schande >ri 11<i\' verduren, zoo-
veel smarten uit liefde tot hen. en hij
zag te gelijker tijd. dat zij. in plaats
van hem te beminnen, hein zonden ver-
achten en dnizende zonden bedrijven.
Groot is wel zeker de ongevoeligheid
der menschen. Wat immers had Jesns
meer kunnen doen dan voor hen sterven.\'
Wie echter bedankt hem? wie bemint
hem.\' 0 Heilige Maagd om het bloedig
zweet van Jesus, laat niet toe, dat wij
nog langer ondankbaar zijn gelijk wij
te voren waren.
II.   In het 2de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus aan den geeselpaal met groote bar»
baarschheid ^e^eeseld wordt, en ever geheel zijn
lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.
II.     Het vleescfl van Jesus Christus
-ocr page 25-
<
-
J
wordt der verdelging prijs gegeven,
zijn aanbiddelijk bloed vloeit over de
narde. 0 wat ontzettend lijden! En
wij, wij zorgen, zooveel in ons vermogen
is, dat ons lichaam niet liet geringste
| verdure. De kleinste moeilijkheid schijnt
ons onverdragelijk. En hoeve-el sr.ha.n-
delijke zonden laten wij te gelijker tijd in
ons lichaam toe.\' Hoe dikwijls bewerken
wij den ondergang van onze ziel! 0
Allerheiligste Maagd, geel\' dat wij de
ongeregelde begeerten des lichaains niet
involgen, opdat \'wij in het eind niet èn
lichaam èn ziel verliezen.
III. In lust 3de droevige geheim overwegen wij,
{
         il:it Jesus Christus, de koning der glorie,gekroond
wordt tot koning van smarten met een kruim van
Rcberpe doornen!
\\
111. De hoovaardigheid kroont Jesns
S met doornen; de hoovaardigheid is het
S begin van alle zonde. Hoe kunnen wij
van het oogenblik, dat wij Jesns niet
!; doornen gekroond, zien, nog roem ol\'
\\ eer bij de mensehen nastreven ? O Gij,
; zoo nederige Moeder van Jesus, maak
, ons, om de smartelijke kroning van Uwen
\\ Zoon, nederig van geest en hart.
>
i
.
-ocr page 26-
— 8 —
IV.   Iu het 4de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus beladen wordt met den zwnren
liist van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg
Calvarie,
IV.     Jesus Christus draagt zijn kruis
uit liefde tot ons: en alle menschen
zijn. willig of onwillig, verplicht hun
kruis te dragen. Maar wie draagt het
uit liefde tot .lesus? De een draagt het
om rijkdommen te winnen : een ander
om zich eer te verwerven: een ander
om te. kunnen zondigen. Indien de
menschen om wille van Jesus Christus
dat kruis droegen, wat zij dragen om
wille van de wereld en van den duivel,
zij zonden in kotten tijd zeer heilig
zijn. O Allerheiligste Maagd, wij bid-
den II bij het kruis van Jesus. help
ons om ons kruis niet liefde te dragen,
of ten minste met gelatenheid.
V.   In het 5de droevige geheim overwegen wij,
dut ,/estis Christus, op den Schedelherg gekomen,
dorst heeft aan het kruis. en. na een smartelijker!
d.....Istrijd van drie uren sterft uit liefde tot ons;
en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V.    Wij bewonderen de liefde van den
11. Dominicus, die, om een mensen van
slavernij te bevrijden, zich zelven in
de plaats stelde. Maar hoeveel grooter
-ocr page 27-
9
1     is de liefde van .lesus, die til zijn bloed
<      wilde vergieten, om ons, zondaren, uit
<.
     de slavernij des duivels te verlossen.
j
     O Heilige Maagd, geel\' dat wij dikwijls
<      den dood van .lesus overwegen: geel\'
ons. o bedroefde Moeder, eene groote
l     liefde tot .lesus e.u tot U.
77../
s
s
\\
dat
f de
hij eens
geeste-
VOORBEELD.
(S. Alphon. glorim M.
Zeker schrijver verhaalt,
vooi\' de gevangenen te Xadel
lijke oefeningen ging houden; en hij
bevond, dat deze waren overeengekomen,
om volstrekt niet tot het II. Sacrament
der Biecht te naderen. Wat deed hij.\'
Hij riep ben bijeen, om zich te laten
inschrijven in bet broederschap van den
II. Rozenkrans. en om den Rozenkrans
te bidden. Toen zij één enkele maal den
Rozenkrans gebeden hadden, vroegen
die zelfde menseben de gunst van te
mogen biechten: en allen spraken wel
( spoedig hunne biecht, wat zij in vele
<      jaren niet hadden gedaan. Wil iemand
( een bloedverwant, een vriend, of een
/ groot zondaar tot bekeering brengen,
? hij moet dan trachten hein hoogsehatting
\'t voor den II. Rozenkrans iu te boezemen.
<      want de Rozenkrans beeft reeds duiztnde
-ocr page 28-
10
zondaren tot bekeering gebracht. 0]> zulk
eene wijze zullen wij te gelijker tijd de
ziel van anderen en de onze redden,
want er staat geschreven, dat hij, die
een ander van de zoiule terugbrengt,
zijne eigene ziel zal behouden.
-ocr page 29-
Gl.OliLKHIJKK (ÏKHKIMKX.
I.   In het 1stt! glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesits den derden dag na zijnen dood heerlijk,
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I.   De e.ei\'ste, dit\' .lesus Christus na zijne
verrijzenis mocht aanschouwen, was Maria
Magdalene, de bekeerlinge. Welk een
gruote reden voor de zondaren om te
vertrouwen! Laten ook wij uit het graf
onzer zouden opstaan, en, als we van
goeden wil zijn. zullen we vergiffenis
verwerven en heiligen worden. O Moeder
van het leven onzer ziel, neem de zonde,
de onboetvaardigheid van ons harte weg.
en geel\' dat wij het waarachtig leven,
de genade van .lesus Christus nastreven.
II.  In het 2de glorierijke geheim overwegen wij.
dat .Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen,
II.     Alle nienschen willen met .lesus
Christus in den hemel komen, maar wie wil
met Hem den berg van Calvarie opgaan?
Allen willen zijne verheerlijking, weinigen
echter zijn kruis. Laten wij dan moed
vatten, en Jesus Christus zal ons ter zijde
-ocr page 30-
12
staan. Hij zal mis helpen, zoodat de last
gering wordt, terwijl wel spoedig de
vergelding overvloedig wezen zal. <>
Allerheiliste Maagd, geef ons de ge-
nade, dat wij het voorbeeld van Jesns
volgen, om ook zijne verheerlijking deel-
achtig te worden.
III.    In het 3de glnrieryke geheim overwegen
wij. dut Jesus op hel Pinksterfeest den Heiligen
fieest ■/......It over de II. Maagd Maria i.....ver de
Apostelen, die in de nppei\'zmil vergaderd waren.
III.    Wanneer ontvingen de Apostelen
den II. Geest? Toen zij niet de H. Maagd
in het gebed vereenigd waren. Als wij
ook de gaven iles II. Geestes willen
deelachtig worden, laten wij dan te midden
den van bekoringen en gevaren, de hulp
der II. Maagd vragen, vooral met het
gebed van den II. Rozenkrans. O Heilige
Maagd, geel\' dat wij niet ophouden tot
U te bidden: want zoo lang wij uwen
bijstand verzoeken zullen we tot de zonde
niet komen.
IV.   In het ïde glorierijke geheim overwegen
wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel
liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV.    Hoe gelukkig was de dood van
Maria! Indien wij ook een goeden dood
-ocr page 31-
13 -
wenschen te sterven, laten wij dan de Aller-
heiligste Maagd en den Rozenkrans be-
minnen, en laten wij haar onze liefde be-
tuigen, niet slechts met woorden maar
ook niet werken , door de beoefening der
broederlijke liefde en der zuiverheid. 0
Allerheiligste Maagd, geef ons de ge-
nade goed te sterven, gelijk Gij, maai\'
geef ons eerst de genade goed te leven,
gelijk Gij.
V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid, en
zetelt als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereer-
ders bij hun leven en hij hunnen dood.
V. Hoe weinigen zijn er die een groot
vertrouwen hebben op .Tesns Christus en
o]i de Allerheiligste Maagd. En toch hoe
kunnen wij gelooven, dat .Irsns Christus
onze Verlosser is. dat de II. Maagd onze
Moeder en do Koningin des hemels is,
en dan zoo weinig vertrouwen hebben en
dooi- zoo kleinen tegenspoed tot mistrou-
wen gebracht worden ? Dat wij dan in
het vervolg een groot vertrouwen hebben
op de 11. Maagd: en wat wij ook van
haar verwachten zullen, wij verwachten
-ocr page 32-
14
nooit te veel. indien wij van onzen kant
slechts doen hetgeen in ons vermogen is.
0 Maria, j^ij zijt onze hoop; van U ver-
wachten wij alle genade en ons eeuwig
heil: -reet\' dat wij nooit besrhaamd wonlen.
VOORBEELD.
(De Rozenkrann in den Schouivbuiy.f.
Keizer Napoleon de eerste was voorze-
J ker niet bijzonder godvruchtig, maar had
toch de goede beginselen zijner jeugd niet
vergeten. Op zekeren dag bevond bij zieh
in den schouwburg van Parijs, in gezel-
( schap van een aanzienlijk jongeling dien
hij zeer liet\' had. Terwijl alle aanwezigen
niet groote aandacht de voorstelling van
het tooneel volgden, zag de keizer dat de
jongeling afgetrokken was en geen acht
\\ gaf o]) den loop van het spel. Hij zag
<      vervolgens dat hij zijne banden bedekt en
s verborgen hield. Napoleon. die begeerig
<      was te weten wat hij deed, stak zijne
5 band onder den mantel des jongelings en
bevond dat hij den Rozenkrans bad. De
keizer was verwonderd en de jongeling
bloosde een weinig\'. Toen zeide de keizer:
«Dit doet mij genoegen, en ik verheug
mij, dat gij de dwaasbeden van bet too-
-ocr page 33-
i:>
nee] slechts weinig acht. Ik zie dat gij
een goed hart bezit: eens zult. gij in hoo-
ge eere zijn": en terwijl hij hein den
Rozenkrans teruggaf: »ga voort uwen
Rozenkrans te bidden, ik zal n niet meer
storen."
De keizer sjnak waarheid, want de
jongeling is aartsbisschop geworden. is
; kardinaal geworden, en heeft zieli dooi\'
zijne deugden en goede werken een groo-
ten naam verworven. l>ie jongeling was
Kardinaal de Roiian Ciiabot \';, Prins
der Kerk en Aartshisscho]) van Rordeanx.
Er worden menschen gevonden die zich
schamen den Rozenkrans te liidden, ter-
wijl dit toch tut eer en aanzien strekt.
Want zij die den Rozenkrans bidden, ge-
lijk het behoort, zullen eer en aanzien
brengen over hun huis en over hun vader-
land. (Giomale Buona Scttint II Ou.
1879).
1) Kardinaal Dn Rohan Chadot, eerst gehuwd
en officier onder Keizer Napoleon, is na den dood
zijner pehtgenoote priester geworden. (I)c Yeftttli-i\\}
-ocr page 34-
BLIJDE GEHEIMEN.
I.   In hel 1ste blijde geheim overwegen wij. dut
de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd
bondsehapt. dut /.ij Moeder van .lesus /.al worden ,
tot redding der menscben.
I.    Het II. Evangelie verhaalt, dat de
II. Maagd ontstelde, toen zij ilen Aarts-
engel Gabriël zag. Vele heiligen zijn van
oordeel, dat zij ontstelde, omdat \'zij in
hare groote zedigheid niet gewoon was
zich in het gezelschap van mannen te be-
vinden of niet hen te spreken. Bewonde-
renswaardig was hare zedigheid liij al ha-
re werken. woorden. en hij eiken opslag
der oogen. De zedigheid is het grootste
sieraad der vrouwen . en eene vrouw . die
niet zedig is, heelt al reeds hare deugd
verloren of binnen korten tijd zal zij deze
verliezen, ü Allerheiligste Maagd, zoi-g
dat wij altijd zedig zijn. door de tegen-
woordigheid van (lod en van onzen Engel-
bewaarder te gedenken.
II.  In het 2de blijde geheim overwegen wij, dat
de Allerheiligste Maagd de 11. Elisabeth bezoekt
en drie maanden in haar huis verblijft.
II.     Het gezelschap der Allerheiligste
Maagd bracht vele zegeningen over de
-ocr page 35-
— 17
H. Elisabeth en over geheel baiir huis.
Zij zelve en haar kind, de 11. Joannes.
werden vervuld van den H. Geest. O,
hoe voordeelig is het goed gezelschap en
hoe gevaarlijk daarentegen het slechte!
Een heilige zegt. dat een slechte vriend
grooter nadeel aanbrengt dan de duivel
zeil\'. O Heilige Maagd, verlos ons van
het slecht gezelschap en geef dat onze
gesprekken altijd heilig zijn.
III. In het 3de blijde geheim overwegen wij.
dat de H. Maagd .lesus baart in den stal van
Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt
111. De herders werden des nachts aan-
gespoord het goddelijk kind te gaan
aanbidden. Maar kunnen wij hetzelfde
goddelijk kind niet op het altaar vinden,
bijzonder gedurende het H. Misoffer ?
Hoe kunnen de menschen dan zoo weinig
zorg hebben om het H. Misoffer bij te
wonen, of om eens een bezoek bij bet
H. Saciurnent te brengen? O Allerhei-
ligste Maagd, wij bidden U bij uw god-
delijk kind, ontsteek in onze harten het
vuur der goddelijke liefde en geef dat
wij eens de gelegenheid verkrijgen om,
evenals de herders, uw goddelijk kind
van aanschijn tot aanschijn te aanbidden.
-ocr page 36-
- 18 —
IV.    In het 4de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van
hare zuivering, Jesus in den tempel brengten
hem overgeeft in de handen van den grijsaard
Simeon.
IV.    De H. Simeon nam het goddelijk
kind .slechts eenmaal in zijne armen, en
hij verkreeg zoovele genaden en smaakte
zulk eene vreugde, dat hij, God lovend,
verzocht te mogen sterven. Zoo dikwijls
ontvangen ook wij den Heer Jesus, niet
slechts in onze armen, evenals Simeon,
maar in ons hart; en toch zijn wij dik-
wijls bij de H. Communie zoo ongevoelig.
De oorzaak hiervan is dat wij niet met
een zoo levend geloof, als Simeon bezielde,
tot de H. Communie naderen. 0 H.
Maagd, laat ons dikwijls Uw goddelijken
Zoon in de H. Communie ontvangen en
geef ons daarbij het geloof en de liefde
van den II. Simeon, opdat wij hem ook
ontvangen op eene waardige wijze.
V.   In het ode blijde geheim overwegen wij,
■ lat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend
toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen
met groote blijdschap, in den tempel tusschen
de leeraren terugvindt.
V.    Toen de Allerheiligste Maagd en
de H. Joseph Jesus Christus verloren
-ocr page 37-
— 19
hadden, zochten zij hem onder hunne
verwanten, maar zij vonden hem niet.
Dikwijls verliezen wij Jesus dooi- te
groote liefde en gehechtheid ten opzichte
van onze verwanten. Dikwijls zijn die
verwanten, zooals de II. Schrift zegt,
den mensch vijandig: Inimicl hominis
rlomvflici ejtis.
O Alleiheiligste Maagd,
geef toch dat wij altijd eerst God die
onze Vader is, en U, die onze Moeder zijt
eeren en danken, opdat wij Jesns Christus
vinden en onze ziel niet verliezen.
VOORI1KEI.D.
De Eervv. Pater Oonzagius Loukeros,
Dominicaan, ging naar West-Indië, om
aldaar de heidenen te hekeeren. Hij door-
stond vele moeilijkheden, gevaren en
allerlei beproevingen; maai\' te vergeefs,
want de heidenen bekeerden zich niet.
Wat zou hij doen? Hy trachtte hen te
bekeeren door middel van den Rozen-
krans. Hij nam een heeld van de Aller-
heiligste Maagd, niet de vijftien geheimen
in een driehoek er rond. en plaatste dat
in zijne kleine kapel. Toen riep hij de
heidenen om getuige te zijn van eene
groote plechtigheid; en als zij allen ge-
komen waren, ontdekte hy het beeld
der H. Maagd, en had den Rozenkrans.
-ocr page 38-
20 —
Daarna begon hij het volk te verklaren,
wat het beeld en wat de vijftien geheimen
beteekenden. Meer behoefde hij niet te
doen tot bekeering dezer menschen. Zij
wilden aanstonds in het Katholiek Geloof
onderwezen worden, brachten al hunne
afgodsheelden, opdat de Pater ze zou
verbranden, en wenschten vurig het
H. Doopsid te ontvangen. De Rozenkrans
had hen bekeerd. Indien wij niets anders
kunnen doen tot bekeering dei\' zondaren,
laten wij althans van tijd tot tijd den
Rozenkrans voor hen bidden, en indien
wij het geluk hebben één zondaar te red-
den, dan zullen we ook onze eigene ziel
gered hebben, volgens de uitspraak der
H. Schriftuur.
-ocr page 39-
DROEVIGE GEHEIMEN.
I.    In het 1ste droevige geheim overwegen wij,
■lat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven,
bloed en water zweet door de droefheid , die hij
gevoelde om onze zonden.
I.   Toen .losns Christus in den Hol\' van
Olijven in doodstrijd verkeerde door de
groote droefheid zijns harten, kwam hem
een engel vertroosten. C) hoe goed en
medelijdend is onze engelbewaarder! Hij
bemint cms. staat ons ter zijde in alle
gevaren en bij alle behoeften, en volgt
ons overal bij dag en bij nacht. Slechts
weinige menschen echter roepen hem
aan en bedanken hem. Velen denken
er niet eens aan, dat zij een engelbe-
waarder hebben. 0 Koningin der engelen,
om den doodstrijd van Jesus bidden wij
U, zend ons te midden van gevaren en
bekoringen een engel om ons te be-
schermen en te helpen , om ons van alle
kwaad naar ziel en lichaam te bevrijden.
II.   In het 2de droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus aan den geeselpaal met groote barbaarseh-
heid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam
zijn kostbaar bloed vergiet.
II.     Pilatus wist dat Jesus Christus
onschuldig was, maar om aan de men-
-ocr page 40-
— \'22 —
schen te behagen, beval hij hem zoo
wreed te geeselen. Ziedaar wat het
menschelijk opzicht vermag. Hoe dikwijls
geeselen ook wij Jesus Christus en be-
drijven we zonde, om aan de menschen
te behagen! O Allerheiligste Maagd,
geel\' dat wij in \'t vervolg alleen maar
trachten aan God te behagen en dat wij
Jesus Christus niet meer door menschelijk
opzicht bedroeven.
III. In het 3de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus , de koning der glorie, gekroond
wordt tot koning van smarten met een kroon van
scherpe doornen
Til. Men kroonde Jesus mot scherpe
doornen, en om hem te bespotten be-
groetten zijne beulen hem als koning, en
sloegen hem met den rietstok. O hoe
vele beleedigingen verdroeg Jesus in dat
oogenblik! Wij echter, wij worden toornig
bij eene kleine beleediging, en om een
enkel woord, en dan spreken we onbe-
hoorlijke woorden en willen het onrecht
ons aangedaan niet weer vergeten. O
bedroefde Moeder, wij bidden U, om de
smartelijke doornen-kroning van uwen
Zoon, help ons de beleedigingen met
geduld te verdragen en een ieder, die
ons onrecht aandoet, kwaad met goed te
vergelden.
-ocr page 41-
23 —
IV.  In het 4de droevige geheim overwegen wij.
«lat Jesus Christus beladen wordt niet denzwaren
last van zijn kruis, dat hij draagt tot opdenberg
Calvarie.
IV.    De vrouwen, die .lesus zijn kruis
naar den berg Calvarie zagen voort-
slepen, weenden, en de medelijdende
Yeroniea droogde zijue tranen. Vele
mensehen weenen in deze wereld; maar
wie weent om het lijden van den Zalig-
maker, wie weent om zijne zonden.\' O
bedroefde Moeder, leer ons weenen om
het lijden van .lesus. maar leer ons
eerst weenen over onze zonden, die de
oorzaak van dit lijden geweest zijn.
V.   In het 5de droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen.
dorst heeft aan het kruis en . na een sniartelijken
doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons,
en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V.    Niemand heeft ooit met zoo groote
liefde bemind als de Allerheiligste Maagd
haar Goddelijken Zoon: en daarom heeft
niemand ooit zoo groote smarten onder-
vonden als zij, toen zij hem aan het
Kruis zag sterven. Het is billijk dat
wij die smarten, welka de II. Maagd
om onzentwil geleden heeft, dikwijls
gedenken : het zou zeer ondankbaar
-ocr page 42-
24 -
zijn ze te vergeten. O Heilige Maagd
Maria, wond onze harten met liet zwaard ,
dat het uwe doorboord heeft, en {Xt^lï.jk
gij tegenwoordig waart bij den ilood
van Jesus. kom (nik (»ni ons in onzen
doodstrijd liij te staan.
VOORBKEI.D.
Pater Ludoviciis, die eene groote
godsvrucht had tot de H. Maagd, en
tot de zielen in het Vagevuur, bevond
zicli eens, toen hij op reis was, op
ci\'iii\' eenzame plaats tegen den onder-
gang der zon, en volgens zijne gewoonte.
had liij den Rozenkrans voor de zielen
van het Vagevuur, opdat zij hem in
alle gevaar zonden beschermen Hij
werd gezien door twee roovers, die
zich niet ver van daar bevonden en zich
gereed maakten hem aan te vallen. Maai\'
plotseling hoorden zij een trompet en
zagen dat een groot aantal soldaten den
pater volgde, zoodat zij zich haastten op
de vlucht te gaan, terwijl de pater on-
gestoord een herberg bereikte, waai\' hij
den nacht, wensehte door te brengen.
Niet • lang daarna kwamen de roovers,
die zagen dat er geen soldaten meer
waren, te zellder plaatse en vroegen den
pater, waarom hij zoo vele soldaten met
-ocr page 43-
25
zich had, en waarheen zij j?o<ra:in waren.
Deze verwonderde zich bij liet vernemen
van zulke woorden en zeide eenvoudig
we;?, dut liij nooit soldaten in zijn gezel-
schap had. De roovers, hierover verbaasd,
deden hein verschillende vragen en ver-
namen, welk eene gi\'oote godsvrucht hij
had voor de zielen in het vagevuur, en
dat hij den Rozenkrans had. om door
haar geholpen te worden. Toen zij nu
liet wonder begrepen, openbaarden de
roovers hem, welke slechte bedoeling zij
gehad hadden en zeiden, dat zij soldaten
gezien en de trompet geboord hadden,
Ja, zij besloten hun leven te veranderen,
en beide spraken hij den pater hunne
biecht.
Ziedaar welk eene zoete troost, welk
goed gezelschap en hoe groote veiligheid
de lïo/enkrans in het midden der grootste
gevaren ons aanbrengt.
-ocr page 44-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I,  In het. 1stu glorierijke geheim overwegen wij,
^ dat Jesus den dorden dag van zijnen dood heerlijk, }
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I. Jesus Christus stond op van den
dood, en allen zullen wij eens verrijzen
op tien laatsten dag des oordeels. Maar
niet allen zullen in dezelfde gesteldheid
, veri\'ijzen. Die arme en godvruchtige /.iel. J
die nederige en geduldige niensch, zij
zullen blinken als de sterren des hemels.
Maar zij. die hun lichaam en hunne ziel j
met afschuwelijke zouden liezoedelen, \\
zullen verrijzen in een afzichtelijk lichaam. ï
Indien wij thans onze ziel heiligen door (
onthouding, zuiverheid en nederigheid,
dan zullen wij ook eeils als Jesus ver-
rijzen. O medelijdende Moeder, om wille
iler glorievolle opstanding van Jesus.
, verlos onze ziel en ons lichaam van den S
eeuwigen dood.
II.  in het 2de glorierijke geheim overwegen wij, <
dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die ?
zijn voorbeeld wil navolgen.
II\'. Beproef, o mensch, wat gij wilt,
door rijkdommen, eer en genoegens na
-ocr page 45-
•27
te jagen, zooveel in uw vermogen is.
gij zult toch geen geluk vinden in
deze wereld. Dat zult gij alleen vinden
bij God in den hemel, waarheen Jesus
Christus ons is voorgegaan. Indien gij
uw geluk zoekt in deze wereld en niet
bij Jesus Christus, dan zult gij onge-
lukkig zijn nu en in de eeuwigheid. O
Allerheiligste Maagd, indien wij nu nog
niet tot Jesus in den hemel kunnen
naderen, geef dat ons hart er toch dik-
wijls henen streve, en laat. terwijl ons
lichaam nog op aarde leeft, onzen geest
te gelijker tijd in den hemel verblijven.
111. In het 3de glorierijke geheim overwegen
wij, dut Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen
Geest zendt over de H. Maagd Marhi en over de
Apostelen , die. in de opporzaal vergaderd waren.
III. De geest van God is vijandig aan
den geest der wereld. De geest der wereld
zegt: gelukkig zij. die in eer en genoegen
leven en de middelen bezitten om aan
hunne begeerten te voldoen. Maar de
geest van God zegt: gelukkig zij. die de
genoegens en de goedelen der wereld
verachten. Aan onze werken zullen wij
erkennen, of we den geest Gods dan wel
of we den geest dezer wereld bezitten.
O Allerheiligste Maagd, f lij die de gaven
-ocr page 46-
28 —
ilcs Heiligen Geestes in overvloed ont-
vangen hebt, vervul ook ons hart niet
zijne genaden en help ons altijd dien
zeilden Heiligen Geest en niet den geest
dezer wereld te zoeken.
IV.  I e i het 4de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tot God, en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV.    De H. Maagd is gestorven, en wij
zullen ook eens sterven. Doch wanneer
zullen wij sterven? Wij weten het niet,
noch ik. noch gij. Indien wij altijd bereid
zijn, en indien we iederen dag zoo leven,
alsof het de laatste, van ons leven was,
dan zullen wij goed leven, en op welk
uur de dood dan ook konie. het zal een
goi\'de dood zijn. O Heilige Maagd, geef
ons. om uwen heiligen dood, de genade.
dat wij een goeden dood sterven, en dat
wij eiken dag bereid zijn.
V.  In het 5de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en
zetelt als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereer-
ders bij hun leven en bij hunnen dood.
V.     Hoeveel moeilijkheden, zorgen en
angsten getroosten de menschen zich,
-ocr page 47-
— 29 —
om zich de goederen der wereld te ver-
schaffen! Kn wat doen zij om hun eeuwig
geluk te verzekeren, om den hemel, waar
de H. Maagd ons wacht te winnen ?
Velen denken er niet eens aan. dat er
gedurende dit leven beslist wordt over
hun eeuwig geluk, of over hun eeuwig
ongeluk. O Heilige Maagd, wij bidden
U om de groote eer, die gij geniet, maak
dat wij ons eeuwig geluk niet verliezen.
maar dat wij ons eens zonder einde in
uw gezelschap verblijden.
VOORBEELD.
Zeker aanzienlijk man werd eens door
een zijner verwanten grootelijks belee-
digd, en hij was hiervoor zoo gevoelig.
dat hij aan niets anders meer dacht, dan
hoe hij zich zou wreken. Zijne bloed-
verwanten en vrienden trachtten hem
tot verzoening te brengen, maar hunne
pogingen bleven vruchteloos, daar hij in
het slechte voornemen om zich te wreken
volhardde. Hij had reeds alles in gereed-
heid geinlicht oin zijn voornemen ten
uitvoer te brengen, toen hij op het feest
van Maria-Boodschap eene kapel, haar
toegewijd, bezocht; en van liet eerste
oogenblik af dat hij zijne blikken op de
versieringen der kapel sloeg, knielde hij
-ocr page 48-
30 —
neder en begon den Rozenkrans te bidden.
()]> hetzelfde oogenblik werd zijn hart
bewogen door een zekere kracht, die
hem tot vergevingsgezindheid aanspoorde.
Hieraan gevolg gevend, ging hij zich
aan de voeten van een biechtvader neder-
werpen en verklaarde zich bereid tot al
wat deze wenschte. De biechtvader riep,
na niet hem overlegd te hebben, zijn
vijand, en toen deze gehoord had wat
ei\' geschied was. wilde hij ook zijne biecht
spreken, waarna zij met kinderlijke blijd-
schap tot eene volkomene verzoening
kwamen. Als wij in het vervolg door
eene hevige bekoring verontrust worden,
en niet weten, hoe die te overwinnen,
laten wij dan onze toevlucht nemen tot
den Rozenkrans, als tot den burcht van
ons heil, en wij zullen altijd overwinnen.
(Mokassj.)
-ocr page 49-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I. In het 1ste glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I. Tot liet graf van Jesus Christus
kwamen de H. Petrus, Joannes en vele
vrouwen, maar /.ij zagen den Zaligmaker
niet. Alleen Magdalcna zag hein, omdat
zij, terwijl de anderea waren heen ge-
gaan, bij het graf bleef wadden. Zij
weende, zij zocht, en weende en zocht
op nieuw, en wilde niet heengaan. Ten
slotte werd zij om haai\' wachten waardig
gekeurd Jesus Christus te zien, en met
Hem te spreken. Hij de godsvrucht en
bij alle goede werken is de volharding
noodzakelijk, indien we den zegen Gods
daarover willen verkrijgen; en het is
niet voldoende den eenen dag met goede
werken te beginnen en den andere weder
alles te vergeten. Hij die volhard zal
hebben, maar niet hij die begonnen zal
zijn, zal zalig worden. O Allerheiligste
Maagd, maak dat wij altijd in het goede
volharden en dat wij in de godsvrucht
niet verflauwen dooi\' dorheid of bekorin-
gen, opdat wij ook eens na onzen dood
Jesus Christus mogen aanschouwen.
-ocr page 50-
32 —
II. Iti het 2de glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
]T. Al wie wil, zal in den hemel komen
maar wij\' moeten krachtdadig willen, wij
moeten de middelen er toe gebruiken,
en zooveel als mogelijk is de gevaren
vermijden. De H. Theresia, die den Ro-
zenkrans lief had. vluchtte eens niet hij
eene bokoring, die haar gevaarlijk had
kunnen worden, en God wees haar de
plaats in de hel, waarheen zij zou gaan,
indien zij die bekoring niet vluchtte. O
Koningin des hemels, maak dat wij elk
vrijwillig gevaar ver van ons verwijderd
houden, opdat wij allen met Jesus Christus
in den hemel mogen komen. 5
lll.;ln het 3defglorierijke geheim overwegen wij
dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest
zendt over de H. Maagd Maria en over de Aposte-
len , die in de opperzaal vergaderd waren.
III. Dikwijls spreekt de II. Geest tot
ons door inwendige verlichting; maar
dan zijn wij dool\' en willen niet hoo-
ren. Wij verlangen dat God zal doen
wat wij begeeren, en wij trachten niet te
doen wat God begeert. Indien de H. Geest
-ocr page 51-
— 33 —
ons aanspoort om een of ander goed werk
te doen, laten wij dan zijne stemhooren,
want het is misschien de laatste genade
die hij ons schenkt. O H. Maagd Maria,
bruid van den H. Geest, geel\' dat wij niet
langer den H. Geest wederstaan, en dat
wij altijd gehoor geven aan zijne stem.
IV.  In het 4de glorierijke geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tot God, en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV. De menschen dezer wereld leven
alsof\' zij nooit zullen sterven. Maar
hoe zouden zij weken, maanden en
jaren in doodzonde kunnen leven, indien
zij overwegen wilden: morgen. ja heden
nog kan ik sterven en verloren gaan ?
O Allerheiligste Maagd , wij bidden U
om uwen heiligen dood. geef dat wij
ons nooit in doodzonde te ruste begeven.
en verlos ons van een onverwachten dood.
V.  In het 5de glorierijke geheim overwegen wij .
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en
zetelt als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak der zondaren . als hulpe liarer vereer-
ders bij hun leven en hij hunnen dood.
Y. Ontelbare zielen verblijden zich
op dit oogenblik in den hemel in het
3
-ocr page 52-
— 34 —
gezelschap der Heilige Maagd, ten ge-
volge van hare godsvrucht tot den
H. Rozenkrans. Wie kan, zoo zegt de
II. Alphonsus, de zondaren tellen, door
den Rozenkrans bekeerd? Wie kan de
zielen tellen, door den Rozenkrans tot
heiligheid gebracht. Laten wij dan heden
een stellig voornemen maken den Rozen-
krans niet godsvrucht te bidden. O
Koningin des hemels, zie van den hemel,
waar gij heerscht, met medelijden op
uwe kinderen in deze ballingschap neder,
en geef ons de genade, dat wij U eens
mogen aanschouwen, U eens eeuwig
mogen beminnen en prijzen.
VOORBEELD.
Meerdere schrijvers verhalen dat eens
twee studenten der Leuvensche hooge-
school den geheelen avond in zonden
doorbrachten. Een van hen, die ge-
woon was dagelijks den Rozenkrans te
bidden, hoorde de klok elf uur slaan
en, zich herinnerende dat hij dien dag
den Rozenkrans nog niet gebeden bad,
stond hij op om heen te gaan. Zijn
makker bespotte hen, maar hij wilde
niet geweld naar huis gaan om den
Rozenkrans te bidden. Hij had den
Rozenkrans nog niet geëindigd en zie,
-ocr page 53-
— 35 —
daar stond zijn vriend, geheel en al
van vlammen omringd "voor hem . terwijl
hij zeide: »Ik hen verloren: de zonden.
die wij heden bedreven, hebben de
maat vervuld ; God heeft mij plotseling
doen sterven. en reeds nu bevind
ik mij in de hel." «Maar hoe. zeide
zijn vriend, hoe is dat mogelijk daar
ik toch dezelfde zonden bedreven heb,
als gij?" »(ïij hadt eene goede ver-
dedigster, hernam de ander: de Rozenkrans
der Allerheiligste Maagd, dien gij gebeden
hebt, heeft u gered, en de duivelen konden
u niet als mij naar de hel wegvoeren".
Wij mogen hieruit zeker niet besluiten
om in de zonde te volharden, en te
gelijker tijd ons vertrouwen op den Rozen-
krans te stellen: maar wij zien intusschen
welk groot vertrouwen de zondaar hebben
mag, indien hij den Rozenkrans bidt, met
het voornemen zijn leven te veranderen.
-ocr page 54-
BLIJDE GEHEIMEN.
I.    111 het 1ste blijde geheim overwegen wij ,
dat de Aartsengel Gabriki. de Allerheiligste Maagd
boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal worden,
tot redding der menschen.
I.    Het is duidelijk, dat de Rozenkrans
een aanvang genomen heeft op den dag
van Maria-Boodschap. De boodschap door
den Aartsengel aan Maria gebracht was
het eerste geheim : en van hem hebben
wij het Wees gegroet geleerd, dat we in
den Rozenkrans zoo dikwijls herhalen.
Laten wij dan dat geheim. waarbij onze
verlossing een aanvang nam oplettend
overwegen en den Rozenkrans godvruch-
tig bidden. Als men in vroeger tijd een
onboetvaardig zondaar zag, zeide men:
»het is duidelijk, dat die mensch den Ro-
zenkrans niet bidt of niet goed bidt". O Al-
lerheiligste Maagd, geef ons de genade den
Rozenkrans te bidden gelijk het behoort,
opdat wij de vruchten der nienschwording
van Jesus Christus deelachtig worden.
II.   In het 2de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth be-
zield en drie maanden in haar huis verblijft.
II.    Toen de II. Maagd het huis van
Elisabeth binnen trad, bracht zij daar
-ocr page 55-
37 —
alle geluk, waarom de II. Elisabeth
dankzeggend haar gelukkig prees, als
gezegend onder de vrouwen. De II. Maagd
verhoovaardigde zich niet, maar gaf alle
eer aan God en dankte Hem met den
bekenden lofzang: «Mijne ziel verheft den
Heer. Magnificat". Als wij vele en groote
genaden ontvangen willen, dan moeten
wij God dikwijls dankzeggen. zooals de
II. Maagd en de II. Elisabeth deden,
voor de gunsten, die wij alreeds ontvin-
gen: want de dankbaarheid is hoogst aan-
genaam zoowel aan God als aan de men-
schen. O Allerheiligste Maagd . wij vragen
U vergiffenis voor onze vorige groote
ondankbaarheid: geef dat wij in het
vervolg niet meer ondankbaar zijn.
III. In liet 3de blijde geheim nverwe;ren wij
dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van
Bethlehem en hem in eeue kribbe nederlegt.
I
III. Het H. Evangelie verhaalt, dat de
herders in den stal van Bethlehem Jesus
en de H. Maagd en den II. Joseph vonden.
Wie Jesus Christus vinden en zijne ge-
schenken ontvangen wil. laat hij eene
bijzondere godsvrucht hebben tot de
11. Maagd en den 11. Joseph. Door deze
godsvrucht zal bij zeker Jesus Christus
-ocr page 56-
— 38 —
vinden. O .lesns, Maria. Joseph, U wijden
wij ons leven , onze ziel en ons hait.
IV.   In het 4de blijde geheim overwegen wij,
d:it de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare
zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem
overgeeft in de handen van den grijsaard Simf.on.
IV.  De H. Siineon had het geluk Jesus
Christus in zijne armen te dragen, niet
o]t de openbare wegen. niet in ijdele
gezelschappen, maar in den tempel.
Wie groote genaden van God ontvangen
wil. liij moet als Simeon naar de kerk
gaan, indien zijne bezigheden het hem
veroorloven, en daar zal hij gemakkelijk
vele gunsten des hemels erlangen. O
H. Maagd, help ons de onnutte gezel-
schappen der wereld te vermijden en
met een dankbaar hart tot Jesus Christus
te vluchten en met hem ons te onder-
houden, die nacht en dag uit liefde tot
ons op het altaar verblijft en daar zijne
gunsten uitdeelt.
V.   In het 5de blijde geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd, .lesns verloren heb-
bend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie
dagen metgroote blijdseliap in den tempel tusschen
de leeraren terugvindt.
V.   God verlaat nooit eene ziel, indien
-ocr page 57-
— 39 —
wij niet eerst vrijwillig hem verlaten
door de zonde, 0 Allerheiligste Maagd,
laat ons het leven verliezen. laat ons
alles verliezen, maar laat ons IJ en
.lesns Christus nooit verliezen.
VOORBEELD.
Te Leiden, eene stad van Holland,
was een Jongeling, die sinds hij eene
zonde tegen de heilige deugd van zui-
verheid bedreven had. zich zoozeer
schaamde. dat hij de kracht niet vond
deze te biechten. En zoo gekomen tot
eene duivehche verblinding bedreef hij
zonde op zonde, heiligschennis op hei-
ligschennis. Eens hoorde hij eene onder-
richting van den bekenden Pater Domi-
nicaan Conradns, die over de kracht
van den Rozenkrans sprak. en hevig
door diens woorden getroffen, besloot
hij zich in het liroederschap van den
II. Rozenkrans te laten inschrijven en
dagelijks den Rozenkrans te bidden.
Nauwelijks had hij dezen driemaal ge-
beden . of hij begon zich voor te stellen
dat hij een duivel op de keel had. en
vond geen rust meer. voor dat hij zijne
zonden met groote oprechtheid en onder
vele tranen gebiecht had. Wie dan de
-ocr page 58-
— 40 —
schaamte niet kan overwinnen bij zijne
biechten, laat hij zijne toevlucht nemen
tot den Rozenkrans, en door den mach-
tigen bijstand van deze, zal hij er de
kracht toe verkrijgen.
-ocr page 59-
DROEVIGE GEHEIMEN.
I. In liet 1ste droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven,
bloed en water zweet door de droefheid, dte hij
gevoelde om onze zonden.
I. In den hoi\' van Olijven ondervond
Jesns Christus grooten angst en groote
droefheid: «Mijne /.iel is bedroefd tot
den dood." Kr zijn twee soorten van
droefheid, /.egt de Apostel Paulns,
eene droefheid volgens God, en eene
droefheid volgens de wereld. De droef-
heid volgens God brengt goede vruchten
voort, en doet ons weenen over onze
zonden, en over de beleedigingen, God
aangedaan: maar de droefheid volgens
de wereld doet groot nadeel aan de
ziel, en werkt den dood zelve, zooals
de II. Schriftuur zegt, en voert ons tot
ongeregelde liefde voor de goederen dezer
wereld, voor hare genoegens en andere
ijdelheden. Om deze reden moeten wij
haar zoo veel als mogelijk is vluchten.
0 Allerheiligste Maagd, geel\' dat wij be-
droefd zijn om onze zonden,die de oorzaak
van Jesns\' lijden waren, en bevrijd ons
van de schadelijke, van de verderfe-
-ocr page 60-
— 42 —
lijke droefheid, die volgens de wereld is.
II.   In liet 2ile droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus aan den geeselpaai met groote liar-
baarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn
lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.
II.    Wat /.uilen de engelen des hemels
gezegd hebben. toen zij zagen, dat
menschen hun koning, hun vader zoo
wreedaardig geeselden, dat zij hun God
met de vlakke hand en met vuisten in
het aangezicht sloegen. O Jesus, hoe
hebt gij dit van ons kunnen verdragen?
Door dit voorbeeld hebben de heiligen ge
leerd, om beleediging, laster en ver-
achting met geduld te verdragen. De
gelukzalige Magdalene. Dominicanesse,
ontving eens van ecu boos niensch een
siiiartelijken kaakslag: zij noemde toen den
Zoeten Naam, en bood aanstonds de an-
dere wang aan. om ook op deze een slag-
te ontvangen. O bedroefde Moeder, geef
ons de genade dat wij een weinig willen
lijden en verdragen om wille van Jesus,
die zooveel om onzentwil geleden heeft.
III.  In liet 3de droevige geheim overwegen wij ,
dut Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond
wordt tot koning van smarten niet een kroon van
seherpe doornen.
III.    Zoovele slechte gedachten als wij
vrijwillig hebben toegelaten, zoovele
-ocr page 61-
— 43 —
doornen hebben wij aangebracht, om
het hoofd van Jesus Christus te kronen.
De slechte gedachte is geen zonde als
zij niet vrijwillig is. maai- alleen dan
als wij haar niet behagen toelaten. Hoe
hevig dan ook de bekoring zij. wij zon-
digen niet. indien we niet willen. Laten
wij slechts den naam van .lesus en van
Maria aanroepen. want dit korte gebed
is krachtig genoeg om alle duivelen der
hel te overwinnen. <> Allerheiligste
Maagd. ons leven is een voortdurende
strijd : geel\' dat wij in de bekoring
tot U onze toevlucht nemen, en bid voor
ons opdat wij niet ingaan iu de bekoring.
IV. In hut 4de droevige geheim overwegen wij,
dnt Jesus Christus beladen wordt niet denzwaren
last van zijn kruis, dnt hij draagt tut np den berg
Calvarië.
IV. Dikwijls dragen wij den zwaren
last van ons kruis niet ongeduld en met
weinig onderwerping aan den wil van God.
Als men het voornemen maakt, zijn
kruis moedig te dragen om wille van
Jesus Christus, dan wordt het aanstonds
licht. Mijn juk is zoet en mijn last is
licht. zeide Jesus. 0 Allerheiligste
Maagd. geef ons de genade dat wij
ons kruis geduldig dragen, en. indien
-ocr page 62-
— 44 —
gij ziet dat wij. door onze zwakheid
gevaar loopen. o kom ons dan te hnl|>,
gelijk Simon van Cyrene Jesus hielp
en draag gij voor ons ons kruis in uwe
moederlijke armen.
V. In liet 5de droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen,
dorst heeft aan het kruis en. na een sniartelijken
doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons;
en ondel- het kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V. Jesus is voor ons gestorven, en
voor ons is zijn hart met een scherpe
speer doorstoken. O hoe ongevoelig is
liet hart der menschen, indien het Jesus
Christus niet bemint, die ons zoozeer
heelt lief gehad! O Allerheiligste Maagd.
geef ons de genade, dat wij U krachtdadig
beminnen, dat wij Jesus beminnen, die
zooveel voor ons geleden heelt, die voor
ons gestorven is. Wat is het ons dienstig
te leven, indien wij de oneindige goed-
heid, Jesus Christus, niet beminnen.\'
VOORBEELD.
Zeker man. die onder veel tegenspoed
gehukt ging, en zich niet in staat ge-
voelde langer zijne schande en armoede
te dragen. maakte het plan zich van het
leven te berooven. Maar alvorens dit
-ocr page 63-
— 45 —
dwaas en misdadig voornemen te vol-
brengen , ging hij in eene kerk den Rozen-
krans bidden. Nauwelijks bad hij dezen
gebeden. of troostvolle gedachten brach-
ten hein den vrede weder, en de hoop
keerde terug in zijn hart zoodat hij van
die verschrikkelijke bekoring bevrijd
werd. Nooit roept iemand te vergeefs
den naam van Jesus en van Maria aan.
Als wij ons dan te midden der moeilijk-
heden bevinden, laten we. in plaats van
den moed te verliezen en te wanhopen , den
Rozenkrans ter hand nemen, en deze zal
de droefheid uit ons hart doen verdwijnen,
en ons voortdurende vreugde aanbrengen.
(Clierz. Muis du Rosaire p. 54).
-ocr page 64-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I. In liet 1ste glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus den derden dag in zijnen dood heerlijk,
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I. Het H. Evangelie verhaalt, dat de
vrouwen zeer vroeg uitgingen om het
graf van Jesus, te bezoeken, en om deze
bezorgheid mochten zij nog vóór de
Apostelen de opstanding van Jesus uit
den mond der engelen vernemen. Indien
ook de Hebreen niet uitgingen voor den
opgang der zon, vonden zij het manna
niet meer, dat eene voorafbeelding was
van Jesus. Wie dan van de zonde wil
opstaan en het manna des hemels, dat is
de genade Gods wil vinden, laat hij des
morgens aanstonds ontwaken om zijn
voordeel te doen, anders zal hij de hemel-
sehe en voorbijgaande genaden verliezen.
Wie den slaap bemint, zegt de 11. Schrift,
zal altijd arm zijn. ü Allerheiligste Maagd ,
roep onze slapende ziel op uit den diepen
slaap der geestelijke traagheid, en maak
dat wij waakzaam en ijverig zijn.
-ocr page 65-
— 47 —
II.  In het 2de glorierijke geheim overwegen wij ,
dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis: ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
II.    Zeker menseh zeide eens in groote
ongerustheid: »0 hoe bedroef gevoel
ik mij! indien ik wist dat ik niet .lesus
Chi istns naar den hemel zon gaan, weik
eene blijdschap zou dit zijn". Toen hoorde
hij eene stem , die hem zeide : »\\Yat zoudt
gij doen . indien gij wist dat ge met Jesns
Christus naar den hemel zoudt gaan?"
»Ik zou hem niet groote vurigheid dienen".
En de stem zeide hem andermaal: «doe
nu wat gij doen zoudt, indien gij wist dat
gij naai\' den hemel zoudt gaan". 0 Aller-
heiligste Maagd. neem de ongegronde
vrees van ons hart weg, en geel\' ons de ge-
nade, dat wij van onzen kant zooveel doen
als in ons vermogen is. opdat wij zeker
met Jesus Christus in den hemel komen.
III.  In het 3de glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen Geest
zendt over de H. Maagd Maria en over de Apos-
telen , die iu de opperzaal vergaderd waren.
III.   Zoo spoedig als de Apostelen den
H. Geest ontvangen hadden. waren zij
zeer geleerd. Ons echter past het zeker
-ocr page 66-
— 48 —
niet een wonder te verlangen . opdat wij
aanleeren wat ons noodig is te weten
om onze ziel zalig te maken: en daarom
moeten wij de catechismus bijwonen en
de onderrichtingen aanhooren. Vooral
behooren de ouders hunne kinderen in
de zaken van het geloot\' te onderwijzen.
De onwetendheid is de oorzaak van zon-
den en van ketterijen. O Allerheiligste
Maagd, bid voor ons den Heiligen Geest,
opdat wij datgene leeren en nog meer
datgene doen. wat noodig is om onze ziel
zalig te maken.
IV. In het 4de glorierijke geheim overwegen wij,
dsit de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tot God. en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV. Door de schuld van eene vrouw
moeten wij allen sterven. Maar door de
bemiddeling van eene andere vrouw, van
de H. Maagd Maria, kunnen wij allen
een onsterfelijk leven deelachtig worden.
De gelukzalige Sadoc en zijne veertig
gezellen, Dominicanen, ondergingen den
wreedsten marteldood. terwijl zij den
lofzang Salve Regina ter eere der Aller-
heiligste Maagd zongen. Sla ook op ons,
o zoete Maagd Maria, uwe medelijdende
oogen, en toon ons na deze ballingschap
Jesus , de gezegende vrucht uws lichaams.
-ocr page 67-
— 49 —
V. In het Ode glorierijke geheim overwegen wy,
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid, en
zetelt als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak der zondaren, als hulp*; harer vereer-
ders hij hun leven en bij hunnen dood.
V. Koningin Esther, die eene vooraf-
beelding der H. Maagd Maria was, zeide
bij het groote gevaar, waarin haar volk
verkeerde, tot koning Artaxerx.es: »Red,
o koning, mijne ziel en mijn volk". En
de koning redde aanstonds geheel haar
volk uit het dreigend gevaar, ü Koningin
des hemels, zeg ook gij tot den koning
der koningen: Red mijne vereerders,
red allen die godvruchtig mijnen Rozen-
krans bidden, en de Koning der glorie
zal ons redden en ons den hemel schenken.
VOORBEELD.
Een schip met negen honderd menschen
was op reis naar West-Tndië. Ten ge-
volge van het oponthoud . door stormweder
veroorzaakt, waren op het laatst alle
levensmiddelen verbruikt. De gezagvoer-
der wilde dit eerst niet bekend maken,
maar eindelijk was hij verplicht te zeggen,
dat er nog slechts een weinig koren
voorhanden was. Aanstonds werden niet
anders dan klachten en zuchten gehoord,
4
-ocr page 68-
— 50 —
en in dien verschrikkelijken toestand
werd de wanhoop algemeen. Toen echter
stond een der reizigers o]> en zeide: »Wij
klagen en wanhopen, maar zonden wij
Hein nu vergeten, die duizende menschen
in de woestijn gespijzigd heeft en die
dagelijks de vogelen des hemels voedt?
Laten wij met groot vertrouwen de
Koningin van den Rozenkrans aanroepen,
opdat zij zich gewaardige ons hij te staan."
Allen vielen dan op de knieën en baden
den Rozenkrans met dat vertrouwen, dat
bergen verzet. Nauwelijks hadden zij het
laatste Wees gegroet gebeden, of zij zagen
de. hoofdstad van Brazilië en na korten
tijd bereikte men de kust, zonder dat
iemand iets van den honger geleden had.
Het eerste wat zij nu deden, was naar
de kerk der H. Maagd gaan, om haar
te bedanken voor deze redding van den
dreigenden dood. Laten wij dan in de
gevaren en in de beproevingen van dit
leven, het gebed van den H. Bemardus
bidden. laten we onze oogeu opheffen
naar de schitterende ster der zee, en
hare hulp inroepen met het gebed van
den H. Rozenkrans, en wij zullen on-
gedeerd de haven van het hemelsch
Vaderland bereiken.
-ocr page 69-
BLIJDE GEHEIMEN.
I. In het 1ste blijde geheim overwegen wij, dut
de Aartsengel OabriëL de Allerheiligste Maagd
boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal worden ,
tot redding der menschen.
I.   Wie aan God behagen en zijne ziel op
eene gemakkelijke wijze heiligen wil moet
in alle omstandigheden de woorden spre-
ken, die de II. Maagd tot den Aarts-
engel zeide: »Zie de dienstmaagd des
Heeren. mij geschiede naar uw woord."
Hij, wiens wil gelijkvormig is aan den
heiligen wil van God, zal gelukkig zijn
nu en in eeuwigheid. O Allerheiligste
Maagd, maak dat onze wil. evenals de
uwe het was. altijd gelijkvormig zij
aan den heiligen wil. Gods, en dat wij
in alle, blijde en moeielijke omstandig-
heden des levens met U zeggen: »Zie de
dienstmaagd des Heeren, mij geschiede
naar uw woord."
II.  In liet 2de blijde geheim overwegen wij, dat
de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt
en drie maanden in baar huis verblijft.
II. Toen de Allerheiligste Maagd de
H. Elisabeth bezocht, riep deze uit:
-ocr page 70-
52
«Gelukkig Gij, die geloofd hebt."
Maar hoe zeldzaam is een levend
en krachtdadig geloot\'! Hoe is het
mogelijk. dat de mensc.hen geloo-
ven aan een hemel, aan eene hel, <
aan eene eeuwigheid, en dat zij te ge- \\
lijker tijd leven alsof\' er noch hemel, noch s
hel, noch eeuwigheid bestond ? O Aller- S
heiligste Maagd, geel\' ons de genade, l
dat wij dikwijls en met godsvrucht eene l
oefening des geloofs bidden, geef dat l
ons geloof niet dood zij. maar dat w\\j >
volgens de voorschriften van ons geloof {
handelen en leven.
                                         \\
111. In het 3ile blijde geheim overwegen wij,
dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van
Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.
III. Jesus Christus werd arm geboren.
De koning des hemels had geen paleis
om in te wonen: hij moest, toen hij in
deze wereld kwam. zijn intrek nemen
in een stal, tusschen os en ezel. Er
zijn vele armen in deze wereld: maar
weinigen hunner zijn arm van geest.
Velen verwensenen hunne armoede en
zoodoende lijden zij nog meer en ver-
liezen alle recht op belooning. Indien
zij wilden denken aan den stal van Jesus
Christus, dan zou hunne armoede hun
-ocr page 71-
— r>3 —
een bron van eindeloozen rijkdom wor-
den. O Allerheiligste Maagd, geef ons
de genade. dat wij de goederen dezer
wereld niet op ongeregelde wijze be-
minnen , maar dat wij Jesus Chris-
tus beminnen, die onze hoogste rijk-
dom is.
IV. In het 4de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van
hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en
\\
         hem over geeft in de handen van den grijsaard
j           SlMEON.
I        IV. De Heilige Maagd ging op den
}     dag van hare zuivering naar den tempel,
j    alsof zij eene zondares was, alsof zij
\\     zuivering behoefde, terwijl zij de zui-
s     verste der Maagden was, de heiligste
s     van alle vrouwen. Wij zijn inderdaad
\\     zondaren en wij hebben waarlijk behoefte
aan de zuivering ,onzer ziel. Doch wat
zullen wij doen om onze ziel te zui-
<     veren? Laten wij ook naar den tempel
<     gaan, laten wij niet groot berouw. met
<     groote oprechtheid en niet bitterheid der
j
     ziel de droevige geheimen overwegen,
dan zullen ook wij ongetwijfeld gezui-
verd worden. O beminnelijke, engel-
reine Maagd, zuiver onze ziel en ons
hart.
-ocr page 72-
— 54 —
V. In het üde blijde geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren
hebbend toen hij 12 jaar oud was, hem na drie
dagen met groote blijdschap, in den tempel
tusschen de leeraren terugvindt,
V. De zondaars verliezen Jesus Christus
en te gelijker tijd zeggen zij in hun hart:
later zal ik Hem zoeken, later zal ik
terugkeeren en boetvaardigheid doen.
Maar als intusschen de dood nadert, wat
zal er dan van hen worden ? Koning
Balthasar zag, in den zeilden nacht, dat
hij de gewijde vaten ontheiligde. eeue
hand oj» den muur, die daar schreef:
O koning, nog dezen nacht zult gij
sterven; en in dien zeilden nacht werd
hij door den vijand gedood. O Aller-
heiligste Maagd, help ons terwijl het nog
tijd is, opdat wij God zoeken voor de
dood ons bereikt: en opdat wij hem des
te gemakkelijker vinden. zoek gij hem
voor ons, o Toevlucht der zondaars.
VOORBEELD.
In het jaar •1572 ontstond er een hevige
storm op de kusten van Portugal, en
vele schepen vergingen, waaronder ook
een van de stad Setubal, dat op weg
was naar Sicilië. Op dat schip was een
-ocr page 73-
— 55 —
jongeling van de stad Setnhal. Petras
Mendex geheeten. Toen deze zag in welk
groot gevaar men verkeerde. nam liij
zijn Rozenkrans en deed dien om zijn
hals, terwijl hij zich aan de II. Maagd
aanbeval, opdat zij hem mocht bijstaan.
Het schip ging verloren, gelijk wij reeds
zeiden, en al de menschen verdronken
in zee, behalve die jongeling. die. zonder
dat hij zeil\' wist op welke wijze, levend
en ongedeerd in zijne vaderstad stond
met den Rozenkrans om zijn hals. Hij
ging naai\' zijn huis. verhaalde al wat ei\'
geschied was. en begaf zich toen op weg
om de H. Maagd te bedanken, Hoe veel
meer zullen wij behouden worden voor
geestelijke schipbreuk te midden der nog
grootere gevaren van de stormachtige
zee dezer wereld, indien wij godsvrucht
hebben voor den Rozenkrans en den
Rozenkrans bij ons dragen.
-ocr page 74-
DROEVIGE GEHEIMEN.
I.   In het 1ste droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus, biddend inden hof van Olijven,
bloed en water zweet door de droefheid , die hij
gevoelde om onze zonden.
I.  Vele menschen, die zich in moeilijk-
heden en in droefheid bevinden, bidden
evenals de Zaligmaker in den hof van
Olijven: «Heer, indien het moge]ijk is,
laat deze kelk voorbijgaan." Weinigen
echter voegen met hem er bij : »Doch
niet mijn, maar uw wil geschiede." Het
is wel geoorloofd dat wij God om hulp
bidden, maar wij behooren ten slotte
toch datgene te vragen wat de wil van
God is. Velen, die zondaars waren in
voorgoed, zijn in tegenspoed heiligen
geworden. O bedroefde Moeder, help ons
om altijd en in alle omstandigheden met
Jesus Christus te bidden: «O God, dat
niet mijn, maar dat Uw wil geschiede."
II.   In het 2de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus aan den geeselpaal met groote bar-
baarschbeid gegeeseld wordt, en over geheel zijn
lichaam zijn kostbaar bloed vergjet.
II.   Indien iemand begrijpen wil, welk
eene zonde de onzuiverheid is, laat hij
-ocr page 75-
— 57 —
acht slaan op de wreede geeseling van
Jesus Christus: laat hij acht slaan
op dat onschuldig bloed, dat uit alle
zyne ledematen stroomt, op dat aller-
zuiverst lichaam, dat geheel en al ver-
scheurd ter aarde nederzinkt, laat hij
acht slaan op de schaamte die Jesus
ondervond wegens zijne naaktheid, en
dan zal hij begrijpen, wat de onzuiverheid
is, waarvoor de Zaligmaker dit alles
geleden heeft. O allerzuiverste Maagd
Maria, bewaar onze ziel voor die schan-
delijke zonde, waardoor dagelijks zoo-
velen verloren gaan.
III. I» het 3de droevige geheim overwegen wij,
dut Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond
wordt tot koning van smarten met een kroon van
scherpe doornen!
III. Dikwijls kronen de mensehen door
hunne zonden Jesus Christus met doornen.
terwijl zij meenen in de zonde hun geluk
te zullen vinden. Hierin echter vergissen
zij zich. De zonden zijn scherpe doornen,
ook voor den zondaar zelve. Judas meende
dat hij gelukkig zou zijn, toen hij door
zijn verraad dertig zilverlingen won.
Maar de ongelukkige heeft geen genot
van zijn geld gehad. Nog voor dat Jesus,
dien hij verraden had, gestorven was,
wierp hij zijn geld weg, vluchtte in wan-
-ocr page 76-
— 58 —
hoop en verhing zich zelven. Ongelukkig
zijn ook zij, die zondigen en Jesus met
doornen kronen, /ij hebben geen vrede,
zelfs niet in deze wereld. O Allerheiligste
Maagd. wij hebben dikwijls door onze
zonde het hool\'d van Jesus Christus niet
doornen gekroond. Maar het is genoeg;
geef\' ons de genade, dat wij in het vervolg
zoo wreed niet meer zijn.
IV. Mi het 4de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus beladen wordt niet den zwaren
last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg
Calvarie.
IV. Vele raenschen vreezen zoozeer het
oordeel der wereld, dat zij er de slaven
van geworden zijn. Wilt gij weten wat
bet oordeel der wereld is? Geel\' dan
acht op dat volk. dat voor zeven dagen
.lesus het «hosanna, hosanna" toezong,
en nu voor Pilatus bet «kruisig hem ,
kruisig hem." booren doet. Wee bun,
die. om zich naar bet oordeel dei- wereld
te schikken, met de wereld eischen:
»dat Jesus gekruisigd worde." 0 Aller-
heiligste Maagd, geel\' dat wij alleen aan
God trachten te behagen. De wereld
moge zeggen wat zij wil: wij weten dat
God en niet de wereld ons eenmaal zal
oordeelen.
-ocr page 77-
— 59 —
V. In het 5de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus, op den Schedelherg gekomen.
dorst heeft aan het kruis, en. na een smartelijken
doodstrijd van drie uren sterft uit liefde tot ons;
en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V. 0 zondige ziel, beschouw de moorde-
naars die met Jesus Christus gekruisigd
zijn. Dat de boetvaardigheid van den eene
u een groot vertrouwen geve in het lijden
van Jesus, maar dat het ongeluk vanden
andere u eene groote vrees inboezeme
om in de zonde te volharden. 0 Aller-
heiligste Maagd, men verhaalt dat gij
de bekeering van den goeden moordenaar
bewerkt hebt. omdat hij u een kleinen
dienst bewezen had 0|> uwe vlucht naar
Egypte. 0 verlos ons. op de eerste plaats
om den dood van Jesus, maar dan ook
om den Rozenkrans, dien wij in deze
maand bidden . verlos ons van een kwa-
den dood.
VOORBEELD.
In het jaar 1855 riep men te Turijn
een priester om de H.H. Sacramenten te
komen bedienen aan eene zieke vrouw.
De priester vergiste zich: iu plaats van
te gaan naar het huis, waar hij geroepen
was, ging hij naar een ander, en opende
de deur. Hij ging binnen, en zag eene
-ocr page 78-
— 60
vrouw, die op sterven lag, terwijl
haar man daar ook aanwezig was. Deze
zeide hem toornig: »Wie heeft u gezegd
naar mijne woning te komen?" «Hebt
gij mij dan niet ontboden?" »Neen." —
«Maar al ben ik dan bij vergissing hier
gekomen: ik zie dat deze zieke behoefte
heeft de H.H. Sacramenten te ontvangen.
Het is duidelijk dat de goede God mij
hierheen heeft gezonden." De stervende
vrouw zeide: »ja, de goede God zendt
u tot mij." Doch haar echtgenoot voegde
er bij : «sinds tien jaar heeft geen
priester een voet in mijn huis gezet
en ik wil niet dat gij haar zult
biecht hooren." «Maar uwe vrouw
wil het, en gij hebt het recht niet het
haar te beletten. God is de Heer van
hare ziel: heb dan de goedheid mij
slechts een oogenblik met haar alleen
te laten." En ofschoon ongaarne, ging
de man toch eindelijk heen, opdat zij
hare biecht zou spreken. Toen toonde
de stervende vrouw den priester een
Rozenkrans, dien zij bij hare legerstede
had hangen en zeide: «Zie deze heeft
mij gered. Ik vreesde meer mijnen man
dan God, en daarom heb ik reeds sinds
tien jaren mijne plichten van den gods-
-ocr page 79-
— 61 —
dienst verwaarloosd. Eéne godsdien-
stige oefening heb ik echter nooit achter-
gelaten . namelijk de vereering der
Allerheiligste Maagd. en tot op dezen
dag heh ik altijd den Rozenkrans ge-
beden. Zij zelve, de Moeder van barm-
hartigheid heelt u tot mij gezonden."
Zeer getroffen trachtte de priester baar
te troosten, hoorde haar biecht, hielp
haar om een goeden dood te sterven,
en weinige oogenblikken later gat\' zij
den geest.
Het is ons niet geoorloofd te zondigen,
rekenende op de liefde van de II. Maagd:
maar als wij gezondigd hebben, laten
we dan ten minste die zonde er niet
bijvoegen van de godsvrucht tot haar,
en den Rozenkrans te vergeten. Zoolang
wij den Rozenkrans bidden, is er altijd
hoop dat wij gered zullen worden.
-ocr page 80-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I.  In het lste glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus den derden dag na zijnen dood heerlijk,
onsterfelijk en nnlijdelijk verrijst.
«Indien gij niet Jesus Christus ver-
rezen zijt, zoo zegt de Ajwstel Paulus
ziet dan naar boven, waar .lesns Christus
gezeten is aan de rechterhand Gods, en
zoekt wat van hierboven is en niet wat
van deze aarde is. En indien .lesns
Christus, die ons leven is. verheerlijkt
werd. dan znlt ook (tij met hem ver-
heerlijkt worden." 0 Allerheiligte Maagd.
Eva wordt de Moeder der levenden ge-
noemd . maar zij is meer de moeder ge-
weest van hen die sterven. Gij zijt de waar-
achtige moeder des levens, omdat gij ons
Jesus Christus, die het beginsel des levens
is. geschonken hebt. Geel\', o Moeder, dat
wij een nieuw leven beginnen, gelijk-
vormig aan het leven van Jesus Christus.
II.  In het 2de glorierijke geheim overwegen wij.
dut Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, nin dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navol-ren.
II. In wereldsche zaken zijn de men-
-ocr page 81-
— 63 —
Bchen gewoonlijk zeer voorzichtig. Zij
weten zeer goed hunne berekeningen te
maken en te zorgen voor hetgeen hun
nuttig is. Doch in hetgeen hunne ziel
en hnnne zaligheid betreft, zijn er maar
weinigen voorzichtig. Voor enkele pen-
ningen , voor een schandelijken hartstocht
verkoopen zij hunne ziel, en den hemel,
dien Jesus Christus ons bij zijne hemel-
vaart geopend heeft. Maar wat baat het
ons de geheele wereld te winnen , indien
wij schade lijden aan onze ziel en den
hemel verliezen? 0 Koningin des hemels,
laat niet toe dat wij voor welk gewin
dan ook , onze ziel en het eindeloos geluk
des hemels verliezen.
III. In het 3<le glorierijke geheim overwegen
wij. dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen
Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de
Apostelen, die iu de oppenaal vergaderd waren.
III. De Heilige Geest is een geest van
liefde. Indien wij willen weten, of de
H. Geest in ons hart woont, laten wij
dan nagaan, of wij ware liefde bezitten,
niet met woorden alleen. maar metterdaad,
of er geen afkeer in ons hart woont,
en of wij alle menschen zonder uitzon-
dering beminnen: daaraan zullen wij
-ocr page 82-
— 64 —
erkennen of de H. Geest in ons hart
verblijft. O Moeder der goddelijke en
reine liefde, ontsteek ons hart van op-
rechte liefde voor Jesus en voor den
evennaaste.
IV. In het 4de glorierijke geheim overwegen
wij, dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel
liefde tot God, en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen,
IV. De H. Maagd is gestorven: en hoe
nuttig is het dat wij ook nadenken
over onzen dood. De gelukzalige Petrus,
Dominicaan, hield zijne onderrichtingen
met eene afbeelding des doods in zijne
handen, en zoo bekeerde hij vele. zon-
daren. Op zekeren dag zag hij een jon-
geling en, door God voorgelicht, wist hij
dat die jongeling op het punt was eene
groote zonde te bedrijven. Hij zeide hein
toen: »Gij denkt er aan thans die schande-
lijke zonde te \' bedrijven. doch denk ei-
liever aan. dat gij morgen zult sterven."
De jongeling ontstelde toen hij dat hoorde.
sprak onder veel tranen zijne biecht, en
stierf den volgenden dag. O Allerheiligste
Maagd, geef ons om uwen heiligen dood
de genade, dat wij den dood dikwijls voor
oogen hebben: dan zal de dood ons de
oorzaak van het eeuwig leven zijn.
-ocr page 83-
— 65 —
V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en
zetelt als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak der zondaren, als hnlpe harer vereer-
ders bij hun leven en hg hunnen dood.
V. Een ieder bewondert de verheerlij-
king der H. Maagd en wenscht ook zelf
eenmaal verheerlijkt te worden : weinigen
echter willen hare deugden en voorna-
melijk hare nederigheid navolgen. Doch
alleen hij die zich vernedert zal verheven
worden, en omgekeerd zal hij dié zich
verheft vernederd worden. O Allerheilig-
ste Maagd, gij waart zoo heilig en te
gelijker tijd zoo nederig: en wij, die zon-
daars zijn, zullen wij ons dan in het
vervolg nog verhoovaardigen? Geef dat
ook wij de nederigheid beoefenen, opdat
wij ook eenmaal als Gij verheerlijkt
worden.
VOORBEELD.
Salzano verhaalt dat een Karthuizer
in het klooster der stad Trèves de ge-
woonte had dagelijks den Rozenkrans
te bidden, doch, ten gevolge van vele
bezigheden en andere bijzondere oefe-
ningen van godsvrucht, deed hij het
met weinig oplettendheid en vele ver-
-ocr page 84-
— 66 —
strooiingen. Terwijl hij dan eens op
die wijze in het gebed was, hoorde hij
een stern, die hem zeide: «Indien gij
wilt dat uwe godsvrucht de Koningin
des hemels aangenaam zal zijn, dan
moet gij haar geen kleurlooze en ver-
dorde rozen aanbieden, doch frissche en
levende. Uwe rozen hebben noch aan-
genamer! geur, noch schoone kleur, en
passen niet in een krans voor de Ko-
ningin des hemels." De kloosterling
begon sinds die verdiende berisping den
Rozenkrans met veel grootere oplettend-
heid en godsvrucht te bidden, en ont-
ving daardoor grooten overvloed van
genaden, zoodat hij zijn leven met een
voorbeeldigen dood eindigde. Het is
dan niet genoeg den Rozenkrans te
bidden, maar wij moeten dien ook met
bijzondere godsvrucht bidden, en vooral
de geheimen er bij overwegen.
-ocr page 85-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I. In het 1ste glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus ileu derden dag nu zijnen dood heerlijk
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I. De drie Maria\'s gingen naar het
graf van .lesus, maar zij waren bevreesd,
omdat liet door soldaten bewaakt werd,
en omdat de steen van liet graf zeer
groot was. De eene zeide dan tot de
andere: »YVat zullen wij doen, en wie
zal ons den steen van het graf nemen."
Niettemin gingen zij moedig voort, en
niet groote vreugd zagen zij dat de steen
van het graf was afgewenteld. Vele
christenen komen niet tot Jesus Christus
en beginnen geen nieuw leven, omdat zij
het godvruchtig leven vreezen. Zij vree-
zen dat zij er den last niet van zullen
kunnen dragen, dat zij een verdrietig
leven zullen lijden. Maar zij vergissen
zich. Want God is geen harde meester:
hij is veeleer een goede Koning, een
goede Vader: en al wie hem oprecht en
edelmoedig dient, zal geen verdriet on-
dervinden, maar vrede en vreugde ge-
nieten. O Allerheiligste Maagd, maak
ons krachtig en edelmoedig, en met Gods
-ocr page 86-
— 68 —
genade zullen wij gemakkelijk alle moei-
lijkheden overwinnen en tot een god-
vruchtig leven in staat zijn.
II. In liet 2de glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesns, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
II. Buitengewoon groot is de belooning
welke .lesus Christus ons ging voorbe-
reiden toen Hij ten hemel opklom. Maar
als wij in \'t eind die belooning verliezen,
dan is het een onherstelbaar verlies, een
verlies voor de geheele eeuwigheid. De
wreede Elisabeth, koningin van Engeland,
zeide eens: »Geef mij, o Heer, geef rnij
het geluk, dat ik vijftig jaar regeere;
dan wil ik uwen hemel wel missen. O
ongelukkige koningin. zoudt gij nu ook
nog zoo spreken, nu gij weet wat het
is voor^ eeuwig verloren te zijn, voor
eeuwig in de hel te zijn? O Allerheiligste
Maagd, maak dat wij er dikwijls aan
denken, hoe dit leven beslist over den
hemel, over onze ziel. over de eeuwig-
heid, opdat wij zorgvuldig zijn in het
vervullen van al onze verplichtingen,
om dat oneindig geluk des hemels niet
te verliezen.
-ocr page 87-
— 09 —
III.  In liet 3de glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus op liet Pinksterfeest den Heiligen Geest
zendt over de H. Maagd Maria en over de Aposte-
len , die in de opperzaal vergaderd waren.
lil. Toon de Heilige Geest nederdaalde,
waren alle de Apostelen en leerlingen
vergaderd op dezelfde plaats en in het
gebed vereenigd niet de Allerheiligste
Maagd. Het is veel waarschijnlijker dat
de 11. Geest onze ziel zal bezoeken, en
dat God ons geheel verhooien zal. als
wij niet velen te samen vereenigd zijn
en den Rozenkrans bidden, dan wanneer
wij alleen zijn. Even als in de orde der
natuur zoo wordt ook in de orde der
genade het kleine door vereeniging groot.
O Allerheiligste Maagd, geel\' dat wij
allen één van hart zijn. opdat God onze
gebeden verhoore. en ons de gaven des
Heiligen Geestes schenke.
IV.  In liet 4de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tot God, en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV. Vele menseheri hebben eene over-
drevene vrees voor den dood. De II. Maagd
vreesde den dood niet, maar verlangde
er naar. Vele heiligen hebben eveneens
gedaan. De 11. Theresia zeide: »ik sterf
-ocr page 88-
— 70 —
omdat ik niet sterf." En wat is de dood
dan ook? Hij is de deur des hemels.
Wij moeten daarom de zonden vreezen,
maar niet den dood. O Allerheiligste
Maagd. o|> U rekenen wij in het uur van
onzen dood: kom dan om ons te helpen,
om ons te troosten, om ons te verdedigen,
om onze ziel te ontvangen en haai\' niet
U naar den hemel te geleidden.
V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wij ,
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en
zetelt als koningin dos hemels en der iiiirde, als
voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereer-
ders bij hun leven en bij hunnen dood.
V. De wereld en hare leerstellingen
gaan snel voorhij. Binnen weinig tijds
zullen wij in het graf zijn afgedaald,
en anderen zullen hier in deze kerk, en
op onze plaatsen den Rozenkrans bidden.
Laten wij dan, terwijl het nog tijd is,
God en de II. Maagd met vurigheid dienen.
Laten wij met godsvr, ht ter harer eere
den Rozenkrans bidden, want Maria is
getrouw, en edelmoedig zal zij ons helpen
in dit en in het andere leven. O Aller-
heiligste Maagd, op U hopen wij, U be-
minnen wij; van U verwachten wij de
vergiffenis onzer zonden, de genade Gods,
-ocr page 89-
— 71 —
een goeden dood. den hemel, o laat
niet toe dat wij eens beschaamd /.ouden
worden.
VOORBEELD.
(H. Alphontus.)
Eene groote zondares. Helena ge-
naamd, ging eens naar eene kerk en
hoorde toevallig een preek over den
Rozenkrans. Deze preek trof haar zoozeer,
dat zij aanstonds heenging om een Rozen-
krans te koopen: maar zij durfde dien
niet in het openbaar bidden, lntusschen
begon zij te bidden: en ofschoon zij hem
niet weinig godsvrucht bad. gevoelde
zij op het feest van den Rozenkrans zulk
eene vertroosting en zoetheid. dat het
haar niet mogelijk was het gebed te eindi-
gen. Daarna kreeg zij groot berouw en
groote beschaming over haai1 zondig leven,
zoodat zij geen rust meer vinden kon en
zich als genoodzaakt zag om te gaaii
biechten. En wel spoedig biechtte zij in
zoo goede gesteldheid dat de biechtvader
er over verwonderd stond. Aanstonds na
hare biecht ging zij zich nederwerpen
voor eene beeltenis der H. Maagd, om
haar te bedanken. Zij bad den Rozenkrans,
en de Moeder Gods sprak haar toen van
die beeltenis toe en zeide: »Helena, gij
-ocr page 90-
— 72 —
hebt God en ook mij genoeg beleedigd;
verander nu in het vervolg uw leven;
dan zal ik u vele genaden verleenen."
De ongelukkige zondares zeide toen in
groote beschaming: »0 Allerheiligste
Maagd, het is waar, dat ik tot op dit
oogenblik eene groote zondares geweest
ben, maar Gij, die alles vermoogt, o
help mij. terwijl ik mij zelve geheel aan
U ten offer breng en het vervolg van
mijn leven wil besteden om boetvaardigheid
over mijne zonden te doen." Hoe ongevoe-
lig ons hart ook zij, hoe groot ook onze
zonden, indien wij slechts niet ophouden
den Rozenkrans te bidden, dan zal de
II. Maagd ons èn bekeering èn vergiffenis
en den hemel schenken.
-ocr page 91-
BLIJDE GEHEIMEN.
I.   In het 1ste blijde geheim overwegen wij,
dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste
Maagd boodschapt, dat zij de Moeder van Jesus
zal worden, tot redding der menscheti.
I.    Do wijsgeeren van vroeger tijden
spraken zeer schoon over alle deugden,
maar de deugd van nederigheid kenden
zij niet; deze is enkel aan de christenen
bekend. De II. Maagd heeft ons een
bewonderenswaardig voorbeeld van nede-
righeid gegeven. De Aartsengel Gabriel
groette haai- als gezegend onder de
vrouwen, als vol van genade en vervuld
van den H. Geest, als moeder van God:
en zij, in plaats van zich te verhoovaar-
dlgen, noemde zich de dienstmaagd des
Heeren. O allerzoetste en nederigste aller
schepselen, geel\' ons de genade om naar
uw voorbeeld nederig te zijn van geest
en hart.
II.    In het 2de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd de H. Klisabeth be-
zoekt en drie maanden in haar huis verblijft.
II.    Het is een prijzenswaardig werk,
naar het voorbeeld van Maria, den even-
-ocr page 92-
— 74 —
naaste te bezoeken, als de broederlijke
liefde dit vordert, vooral als hij ziek
of\' in droefheid is. In het laatste oordeel
zal God ons zeggen: »Gaat gezegenden
mijn koninkrijk binnen, want ik was ziek
en gij hebt mij bezocht." 0 Allerheiligste
Maagd, geef ons groote liefde tot den
evennaaste en vooral tot hen die be-
droefd zijn.
III. In liet, 3de Wijde geheim overwegen wij,
dut de H. Maagd Jesus baart in den stal van
Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.
III. Toen Jesus Christus te Bethlehem
geboren was. zongen de engelen des
hemels: «Glorie aan God in den hooge,
en vrede op aarde aan de menschen,
die van goeden wil zijn." De vrede is
van deze wereld gevlucht, omdat de
menschen niet van goeden wil zijn: zij
willen God en de zaken Gods niet, maar
zij zoeken de goederen der wereld, de
rijkdommen , de genoegens. de ijdelheden,
de zonde. Daarom zijn er zoo velen, die
geen vrede hebben : want er is geen vrede
in het hart van den zondaar, zegt de
H. Schriftuur. 0 Allerheiligste Maagd,
maak ons hart afkeerig van de werken
dezer wereld ; van de genoegens, van de
-ocr page 93-
— 75 —
zonde; dan zullen wij vrede vinden, den
waren vrede van Jesus Christus.
IV.   In het 4de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van
hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en
hem overgeeft in de handen van den grijsaard
SlMEON.
IV.     De Farizeër offerde veel in den
tempel, en de arme weduwe offerde
enkele penningen. En toch zegt Jesus
Christus dat de arme weduwe meer of-
ferde dan hij. Evenzoo bracht de II. Maagd
bij hare, zuivering het offer der armen,
en toch gaf zij veel aan God. God be-
sehouwt niet zoozeer hetgeen wij hem
geven, als de meening, het hart waar-
mede wij het geven. Hoe klein ook de zaak
zij, zij wordt groot, indien wij haar met een
goed hart voor God verrichten. O Aller-
heiligste Maagd, zuiver ons hart en geef
dat wij al onze werken met dezelfde
meening verrichten, als waarmede Gij het
goddelijk kind aan God hebt opgedragen.
V.   In liet 5de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren hebbend
toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen
met gi-oote blijdschap, in deu tempel tusscheu
de leeraren terugvindt.
V.   Op deze wereld is de vreugde altijd
met droefheid vermengd. De II. Maagd
-ocr page 94-
— 76 —
gevoelde groote vreugde, toen zij Jesus
Christus, die de ware vreugd der hemelen
is , met haar kleed mocht beschermen,
toen zij hem omhelzen en aan haar harte
drukken mocht. Maar zij ondervond groote
droefheid, toen zij hem verloor. Ook wij
hehhen .somtijds vreugde en dan weder
droefheid, somtijds vertroosting en dan
weder angsten, somtijds vrede en dan
weder bekoringen. Geef o Allerheiligste
Maagd, dat wij te midden der vertroosting
niet zorgeloos worden en dat wij ons
voorbereiden voor het oogenblik van
droefheid; geef dat wij den moed nooit
verliezen maar altijd onze hoop op U en
oj) Jesus Christus blijven stellen.
VOORBEELD.
De Graaf Malèt, ond strijder onder
Napoleon en later priester, was ziek.
De beroemde geneesheer Récaniier, die
door geheel Frankrijk bekend was, kwam
hem bezoeken. Hij opende de deur en
groette de aanwezigen, onder welke zich
ook andere geneesheeren bevonden. Ver-
volgens ondervroeg hij den zieke en
schreef hein geneesmiddelen voor. H\\j
wilde reeds heengaan, toen hij te kennen
gaf eene zaak vergeten te hebben. Toen
zocht hij in zijn zak en zeide tot den
-ocr page 95-
— 77 —
zieke: «Rij mijn hoofd, daar had ik eene
voorname zaak vergeten." »Watdan?"»0
mijn goede vader, daar is mij eene ver-
gissing overkomen." «Maar gij schertst
misschien?" »Neen, neen, ik spreek waar-
heid. Het is echter eene vergissing, welke
wij kunnen herstellen." «Welaan laat ons
hooren." «Het betreft een geneesmiddel
dat, gij in eenige oogenblikken tijds kunt
samenstellen. En terwijl hij dit zeide. haalde
dezelfde geneesheer, de geneesheer van liet
hof en der voornaamsten in Frankrijk,
schrijver van zoo geleerde hoeken, zijn
Rozenkrans met zekere trotschheid voor den
dag. De andere geneesheeren en aanwe-
zigen verwonderden zich toen zij dezen
Rozenkrans zagen. Maai\' Récamier zeide
hun: »\\Yecst niet verwonderd: ik, ja
zeker, ik bid den Rozenkrans: en als ik
niet meer weet wat met eenen zieke
aantevangen , dan neem ik mijne toevlucht
tot haar, die het behoud dei\' kranken
is, en zij staat mij bij. Het is mij dik-
wijls moeilijk den geheelen Rozenkrans
achtereenvolgens te bidden, omdat ik
van verschillende kanten te gelijk ge-
roepen werd. Als ik bij een zieke kom,
houd ik op met bidden, en als ik heen
ga zet ik mijn gebed voort."
-ocr page 96-
— 78
Zie daar dan hoe de geleerden doen,
hoe zij den Rozenkrans beminnen, ter-
wijl vele onwetenden zich schamen hem
te bidden. Indien /.ij dit voorbeeld wilden
gedachtig zijn, zou het met hunne ge-
zondheid en van ziel en van lichaam
veel heter gaan.
-ocr page 97-
DROEVIGE GEHEIMEN.
I.   In het 1ste droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus, biddend in den hof van OlijvenT
bloed en water zweet door de droefheid, die hij
gevoelde om onze zonden.
I.   » Waakt en bidt opdat gij niet ingaat
in de bekoring", zoo zeide Jesus tot zijne
Apostelen in den hot\' van Olijven. Maar
aeli, hoe betreurenswaardig! de men-
schen waken, om genoegens te zoeken,
om zonden te bedrijven: en zij waken
niet om hunne ziel te redden. Petrus en
de Apostelen, zij sliepen toen zij moesten
bidden en den bedroefden Verlosser
troosten; maar Judas, die Jesus Christus
verraden kwam, hij sliep niet. 0 be-
droefde Moeder, wek gij onze slapende
ziel, opdat wij niet evenals Petrus den
Zaligmaker verloochenen.
II.   In het 2de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus aan den geeselpaal met groote barbaarsch-
heid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam
zijn kostbaar bloed vergiet.
II.   Waarom heeft God toegelaten dat
Jesus Christus zoo wreedaardig gegeeseld
werd? Omdat onze zonden op hem gelegd
-ocr page 98-
— 80 —
waren. Maar welke straf verdienen dan
de zondaren, van dat oogenhlik at\', dat
.lesus Christus zoo wreed gegeeseld werd?
Als God ons een enkele maal bestraft,
en slaat, dan morren wij, dan zijn wij
vertoornd, alsof God onrechtvaardig was.
Hij bestraft degenen, die hij lief heeft,
zegt de H. Schrift. O Allerheiligste Maagd,
wij vragen U de genade, dat God ons
straffe en ons kastijde in deze wereld;
het is voldoende als hij ons slechts niet
straft in de hel.
111. In het 3de droevige geheim overwogen wij,
dat Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond
wordt tot koning van smarten met een kroon van
scherpe doornen
Hl. Beschouw den koning der glorie
en zie hoc hij gekleed is. Een kroon van
scherpe doornen op het hoofd , een rooden
spotmantel om zijne schouders, ziedaar
zijn hoogepriesterlijk gewaad. Hit voor-
beeld bewijst den hoogmoed der menschen
in den opschik hunner kleederen. die
dikwijls het verderf is van het huisgezin
en van de ziel. O Allerheiligste Maagd,
geef dat onze ziel gekleed zij met het
schoone kleed van zedigheid en zuiver-
heid en van alle deugden, en dat wij
de ijdelheid der kleederen niet beminnen.
-ocr page 99-
_ 8-1 —
IV. In het 4de droevige geheim overwegen wij.
dat Jesus Christus beladen wordt met den zweren
last van zijn kruis, dat hij draagt tut op den berg
Calvarie.
IV.    Waarom wilde Jesus door Simon
van Cyrene in het dragen van zijn kruis
geholpen worden ? Had soms de almo-
gende God de hulp der meiischen noodig?
Neen, maar hij wilde zoo. om ons te
leeren, dat liet kruis van Jesus niet
genoeg is voor onze zaligheid, indien wij
ook ons kruis niet dragen, het kruis, dat
(tod ons oplegt en niet het kruis dat
wij zelve verkiezen. Geef, o Allerheiligste
Maagd, dat wij moedig ons kruis om-
helzen , en kom onze zwakheid te hulp.
V.   In het 5de droevige geheim overwegen wij .
dat Jesus Christus, op den Schedclberg gekomen,
dorst heeft aan liet kruis en , na een smartelijken
doojstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons,
en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de M;tagd Maria.
V. Toen hij aan het kruis was opge-
heven zeide Jesus: »ik heb dorst". En
de Joden gaven onzen stervenden Ver-
losser azijn te drinken. Waarom wilde
Jesus dorst hebben? Ter veroordeeling
van onze gulzigheid, waaraan wij dikwijls
voldoen ten verderve van lichaam en
li
-ocr page 100-
— 82 —
ziel. O Allerheiligste Maagd, geef ons,
0111 liet bloed van Jesus Christus en 0111
uwe tranen de genade, dat wij de ver-
sterving van Jesus Christus beminnen,
opdat wij de vruchten van zijn en uw
lijden deelachtig mogen worden.
VOORBEELD.
Meerdere schrijvers verhalen, dat eene
zekere dame de gewoonte had den Ro-
zenkrans te bidden, doch dit later naliet.
Het strekte haar niet tot gewin, want
zij werd zoo arm, dat zij zich zelve ten
slotte niet drie messteken verwondde.
Heeds was zij op het punt te sterven,
en naderden de duivelen om haar naar
de hel weg te voeren, toen haar de H.
Maagd verscheen, die haar zeide: «Gij
hebt den Rozenkrans vergeten, maar ik
heb niet vergeten, dat gij dien vroeger
gebeden hebt. In het vervolg moet gij
hem weer bidden, en ik zal u liet leven
en ook de rijkdommen, die gij verloren
hebt. teruggeven." Van dat oogenblik af
werd zij weder gezond, en bad op nieuw
den Rozenkrans, /.ij kreeg hare goederen
terug, en bij \'haren dood verscheen de
H. Maagd, die haar om haar vertrouwen
opnam, zoodat zij in heiligheid stierf.
-ocr page 101-
5                               _ 83 —
Hoe groot dan ons ongeluk ook zij, hoe
talrijk onze zonden. laten wij nooit wan- \\
t hopen. maar met den Rozenkrans tot
haar vluchten, die de toevlucht der zon- \'t
\\ daren is, en zij zal ons nooit aan ons
\\ zelven overlaten.
-ocr page 102-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I.  In het 1ste glorierijke geheim overwegen wij.
dat Jesus den derden dag van zijnen dood heerlijk
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I.    De Rozenkrans, zegt Paus Nicolaas .
is (Ir boom des levens, die de zieken
geneest en de gestorvenen opwekt. En
dit is (Kik de bedoeling van de Rozen-
krans-maand, dat wij namelijk uit liet
graf der zonde opstaan, en een nieuw,
godvruchtig leven beginnen. O Aller-
heiligste Maagd, geel\' ons de genade, de
zonde na te laten. en uit Helde tot U
te leven naar liet voorbeeld van Jesus
Christus. die het waarachtig leven is.
II.  In het 2de glorierijke geheim overwegen wij.
dat Jesus, veertig «lagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
II.     I\'aus Clemens Vil zegt. dat de
Rozenkrans de redding der Christenen
is. Maar om niet Jesus Christus in den
hemel te komen. is liet niet genoeg den
Rozenkrans te bidden, maar wij moeten
ook in beoefening brengen. wat de Ro-
-ocr page 103-
- 85 —
zenkrans ons leert. Niet hij zal in den
hemel komen, zegt .lesns. die zegt: Heer.
Heer: maar die den wil van God doet.
De ware godsvrucht bestaat alzoo niet
enkel in woorden, maar in de werken. Geef
dan. o Allerheiligste Maagd, dat wij God
beminnen, dat wij om God arbeiden en
lijden, gelijk de Rozenkrans het ons leert:
dan zullen wij ook eens in den hemel !
komen.
III.  In het 3de glorierijke geheim overwegen wij.
fint Jesns op liet Pinksterfeest den Heiligen Geest
zendt over de H. Maagd Mariti en ..ver de Apos- \\
telen, die in lie opperzaal vergaderd waren.
lil. De Rozenkrans, zegt Paus Pius V. s
is het licht van het Katholiek geloot\'.
Laten wij door den Rozenkrans de II.
Maagd bidden, dat zij ons en de onzen
verlichte in de schaduw en duisternis
des doods. en onze schreden geleide o|>
den weg des vredes. O bruid van den
Heiligen Geest, geel\' ons en de geheele
H. Kerk die zoo groote genade, den
waren vrede van God.
)
IV.  In liet 4de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tot God, en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV. Altijd gaat de duivel rond, maar
s
-ocr page 104-
— 80 —
vooral in het uur des doods. Wie vooral
in het uur van zijnen dood den duivel
wil overwinnen, moet met godsvrucht
den Rozenkrans bidden. want de Rozen-
krans is de geesel van den duivel, zegt
Paus Adrianns VI. O Maria, geef\' den
vereerders van den Rozenkrans een zali-
gen dood en het eeuwig leven.
V. In hot 5de glorierijke geheim overwegen wij,
dat <Je Allerheiligste Maagd niet groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid, en
zetelt, als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereer-
ders bij hun leven en hij hunnen dood.
V. De Rozenkrans is eene schatkamer
van genade, zegt Paus Pau lus V. Wie
dan genaden van de II. Maagd verkrijgen
wil. laat hij die vragen door middel van
den Rozenkrans en hij zal ze verwerven:
ja. hij zal de grootste der genaden ver-
werven : de glorie des hemels. 0 Koningin
des hemels. U wijden wij ons lichaam,
onze ziel. ons hart: zegen (ïij de ver-
eerders van den Rozenkrans in dit leven
en in eeuwigheid. Amen.
VOORBEELD.
(De Medaille van den Rozenkrans.)
Pater Vera. die tegenwoordig Overste
is van het groote klooster der tertiarissen
-ocr page 105-
— 87 —
te Genua, schreef in 188") het volgende:
Leve de barmhartige Koningin van den
Rozenkrans! Te Genua had in de ver-
loopene maand October liet wonder plaats
der bekeering van een grijsaard , die reeds
sinds vele jaren alle oefeningen van gods-
dienst had achtergelaten en geheel on-
geloovig was. Oji zekeren dag ontmoette
hem de moeder overste van het klooster,
die hem op hare goede en vriendelijke
manier er toe bracht eene gewijde medaille
van de Allerheiligste Maagd van den
Rozenkrans aan te nemen. Nauwelijks had
hij deze om zijnen hals gehangen. to;\'n
hij zich als in een geheel ander mensen
veranderd gevoelde. Aanstonds begaf hij
zich tot eenen priester en sprak met
groot berouw eene biecht van geheel
zijn leven. Daarna ontving hij de II.
Communie onder een vloed van tranen ,
en smaakte eane onuitsprekelijke vreugde.
Ook wilde hij tot zijne vrienden gaan.
om de ergernis, die hij gegeven had te
herstellen, en de wouderen der goddelijke
barmhartigheid te verhalen, die hij door
tusschenkomst der H. Maagd had mogen
ondervinden. Hij spoorde een ieder aan
groote godsvrucht te hebben tot de II.
Maagd van den Rozenkrans, en zeide
-ocr page 106-
— 88 —
dat hij de gewijde medaille boven zijn
kleed wenschte te dragen, om haar als
een zegeteeken aan de gelieele stad te
tonnen. Drie dagen daarna werd hij
ernstig ziek en stierf. Maar hij stierf,
terwijl hij met de eene hand de medaille
der 11. Maagd krachtig vast hield en met
de andere een scapulier, in liefdevolle
verceniging met de 11. Maagd, die even-
eens hare armen uitstrekte om hem aan
haar moederlijk hart te drukken. Met
de oogen ten hemel geslagen en met
blijdschap op het gelaat blies hij den
laatsten adem uit: (ïij dan. zondige ziel,
sehe]> moed: hoe groot ook uwe zonden
zijn. stel uwe hoop op de Allerheiligste
Maagd van den Rozenkrans, en zij zal
voor u vergiffenis en een zaligen dood
vei krijgen.
-ocr page 107-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I.  Ia het lste glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus cleu derden dag in zijnen dood heerlijk,
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I.     De verrijzenis van .lesus Christus
is het onderpand van onze toekomstige
verrijzenis. Xn het hoofd is opgestaan
zullen ook de ledematen verrijzen. Hoe
troostrijk is de overweging der verrijzenis.
De gedachte aan de verrijzenis troostte
ook den heiligen man Job, toen de wormen
zijn lichaam verteerden. »Ik weet dat ik
zal opstaan, en dat ik in dit vleesch mijn
Verlosser zal aanschouwen". Hoe meer
het lichaam verduurd heelt, des te glorie-
voller zal het verrijzen. Geef, o Aller-
heiligste Maagd, om de opstanding van
Jesus, dat ons lichaam op den laatsten
dag glorievol verrijze, en geel\' daartoe
dat wij de ongeregelde lusten des lichaams
niet inwilligen.
II.  In liet \'2de glorierijke geheim overwegen wij.
dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis; ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
II.   Waar onze sehat is daar is ook ons
-ocr page 108-
— 90 —
hart. Als Jesus Christus onze schat is,
laten wij dan dikwijls ons hart tot hum
verheffen, laten wij dan al onzen arbeid
om hem verrichten. en door den dag
onder on/e bezigheden kleine schietge-
beden tot hem opzenden. O hoe nuttig
zijn die kleine gebeden! 0 Allerheiligste
Maagd . als nu ons lichaam nog niet kan
opklimmen tot Jesus Christus in den
hernel. ons hart moge toch tot hem gaan
en met hem vereenigd zijn.
III. In het 3de glorierijke geheim overwegen
wij. dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen
Geest zendt over, de H. Maagd Maria en over de
Apostelen , die in de opperzaal vergaderd waren.
lil. Alvorens de Apostelen den II. Geest
hadden ontvangen waren zij zwak en
vreesachtig. Maar toen de H. Geest over
hen was nedergedaald waren zij moedig
en vreesden zelfs den dood niet meer.
Hoe vele christenen zijn bevreesd voor
eene geringe zaak , voor een enkel woord.
voor eene kleine bespotting, en laten
daarom het goede achter en bedrijven
de zonde! 0 Allerheiligste Maagd, ver-
krijg voor ons van den H. Geest kracht,
moed en volharding, opdat wij de wereld,
den duivel en alle bekoringen overwinnen.
-ocr page 109-
— 91 —
IV.  ln het 4de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tut God. en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV.  Toen de jonge Tobias naar een ver
land vertrokken was, besteeg zijne moe-
der dagelijks een hoogen berg, om te
zien of haar zoon terugkeerde. Toen z\\j
hem in de verte zag naderen met zijn
goeden begeleider, den Aartsengel Rafaël,
welk eene vreugde gevoelde zij toen.
hoe stortte zij tranen van blijdschap!
Zoo ook de H. Maagd van uit den hemel,
waarheen zij ons is voorgegaan. Zij ziet
nit of hare kinderen tot haar naderen.
en welk eene vreugde smaakt zij. als
zij hare beminde kinderen aan haar hart
mag drukken. 0 Moeder. >ta ons bij op
onze reis door dit leven. verlicht ons.
bevrijd ons van den duivel, opdat wij
eens ons vaderland mogen bereiken.
V.  In het öde glorierijke geheim overweaeu wij,
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt
als koningin des hemels en der aarde, als voor-
spraak der zondaren, als hulpe harer vereerders
bij hun leven en bij hunnen dood.
V.    »Wij hebben hier, zoo zegt de
Apostel I\'aulus. geen blijvende woon-
-ocr page 110-
— 92 -
plaats, maar wij verwachten een toe-
komstige. De tijil is koit: laten derhalve
zij die zich verheugen zijn als verheugden
zij zich niet, en die van deze wereld
genieten, als genoten zij haar niet, want
de gedaante dezer wereld gaat voorbij.
Laten wij zoeken wat des hemels is.
en niet wat van deze wereld is". Wees
gegroet, o Koningin des hemels, wees
gegroet Koningin der engelen, en bid
Je.sns Christus voor ons.
VOORBEELD.
De bekende Pastoor van Ars. die voor
weinige jaren gestorven is. en die reeds
op liet punt staat onder het getal der
heiligen gerangschikt te worden, was
bezig zijne kerk te vergrooten en te
verfraaien. Doch na weinig tijds onder-
vond hij groote moeilijkheid ter vol-
doening dei- onkosten, lntnssehen ging
hij van huis om eene wandeling door
liet veld te maken, en begon den Rozen-
krans te bidden. zooals hij gewoon was
te doen. als hij zich in eene ot\' andere
lastige omstandigheid bevond. Nauwelijks
was hij in de vlakte gekomen, toen een
heer te paard op hem aan kwam, die
hein vroeg, hoe hij het maakte. De
goede Pastoor antwoordde: »ik maak
-ocr page 111-
— 93 —
hot. wat mijne gezondheid betreft, zeer
goed, maar ik bevind mij in groote
moeilijkheid, omdat ik geen geld heb
ter betaling van de werken, die aan
mijne kerk verricht zijn." Toen de on-
bekende lieer dit boorde, bleef hij een
oogenblik nadenken, en daarna zijne
benrs ledig schuddend, gaf\' hij hem vijf
en twintig franc, zeggend: »Zie bier,
wat u noodig is om uwe schuld te be-
talen, en bid voor mij." Aanstonds daarop
zijn paard de sporen gevende, verdween
hij. O met welke overvloedige genaden
zal de II. Maagd van den Rozenkrans
hare vereerders begunstigen, als zij van
haar trachten te leeren. hoe hunne ziel
met deugd en heiligheid te sieren, om
waardige tempels te zijn van den Heiligen
Geest.
-ocr page 112-
BLIJDE GEHEIMEN.
I.    In het 1ste blijde geheim overwegen wij ,
Jat de Aartsengel Gahhiki. de Allerheiligste Maagd
boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal w\'orden,
tot redding der menschen.
I.    Hoe voortreffelijk is de deugd van
zuiverheid. Ue Allerheiligste Maagd wilde
weigeren moeder Gods te worden, indien
zij hare maagdelijkheid moest verliezen.
De H. Ursula met de elf duizend maag-
den, hare gezellinnen, verkozen allen
liever den dood te ondergaan, dan hare
maagdelijkheid te verliezen. Maar hoe
vele zielen verkoopen voor een weinig
geld, en als voor niets hare zuiverheid,
haar eer, den hemel en God zelven. O
Koningin der maagden, bid voor tle
maagden, opdat zij voor niets ter wereld
tegen de zuiverheid zondigen.
II.   In liet 2de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth be-
zoekt en drie maanden in haar huis verblijft.
II.   De barmhartigheid Gods strekt zich
uit van geslacht tot geslacht, zeide Maria,
-ocr page 113-
— 9:> —
j toen zij de II. Elisabeth bezocht. Ja, de
barmhartigheid Gods is oneindig groot.
En toch schijnen wij niet te gelooven
dat .lesus zoo barmliartig is. Wegens
een oi\' ander gering ongeval. Wegens
eene kleine beproeving ol\' ziekte, ver-
liezen wij aanstonds ons vertrouwen, en
i; dan zijn wij geheel mismoedig en doen
\\ geen poging meer om deugdzaam te
< leven, ü medelijdende Moeder, geef ons
s een onbeperkt en krachtig vertrouwen
op de oneindige barmhartigheid van Jesus
\\ en op Uwe goedheid.
\\
III. In liet 3de blijde geheim overwegen wij,
{         dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van
\\         Bethlehem en hein iu eene kribbe uederlegt.
III. De os kent zijnen heer en de ezel
s     kent de kribbe van zijnen heer. doeh
^     mijn volk kent mij niet, zegt God bij
)     den proleet. De os en de ezel zijn de
/     eenige gezellen van Jesus in den stal
>     van Fïethlehem: de menschen hadden
s    hem aan hunne deur afgewezen. O on-
S     dankbaarheid der menschen, wat zijt
5     gij groot! Indien gij, o mensch, God
S     zelven, die voor u een kind geworden
)     is , niet bemint, wien zult gij dan be-
i     minnen ? 0 Allerheiligste Maagd . leer
S
-ocr page 114-
— 96 —
ons uw goddelijk kind beminnen en onze
vorige liefdeloosheid herstellen.
IV. In het 4de blijde geheim overwegen wij ,
dat de Allerheiligste Maagd, np den dag van hare
zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem
overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.
IV. Hij hare zuivering hoorde de II.
Maagd deze woorden van den grijzen
Simeon : »Ken zwaard zal uwe ziel doorbo-
ren". De zonde, zij is het, die het hart van
Maria wondt. Laten wij dan in het vervolg
Maria\'s harte niet meer door onze zonden
doorboren. Men verhaalt dat eens een
zeker mensch des nachts , eene grooto.
zonde tegen de heilige deugd van zuiver-
heid bedreef en dat hij des morgens een
beeld van de Moeder der Smarten be-
zocht. Toen zag hij dat het beeld acht
zwaarden droeg in plaats van zeven,
zooals te voren. Daarna hoorde, hij een
stem in zijn hart, die hem zeide: uwe
zonde heeft mijn hart met het achtste
zwaard doorstoken. O Allerheiligste
Maagd, hoevele malen hebben ook wij
door onze zonden uw hart doorboord!
Maar \'t is genoeg; wij zullen trachten
tl te beminnen, en uw hart door een
goed gedrag te troosten.
-ocr page 115-
— 97 —
V. In het Txie blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maa^d , Jesns verloren heb-
bend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie
dagen metgroote blijdschap in den tempel tusschen
de leeraren terugvindt.
V. In geestelijke dorheid en in lieko-
ringen scliijnt het godvruchtige zielen
somtijds toe. dut zij .lesus Christus en zijne
genade verloren hebben. Maar het is
zoo niet. De aartsengel Gabriël zeide
tot Tobias: «Omdat gij aangenaam waart
aan God. was het noodzakelijk dat de
bekoring u beproefde". Wij verliezen God
niet zonder het te willen, of zonder het
te weten. O Allerheiligste Maagd, indien
wij bekoringen en geestelijke dorheid moe-
ten ondervinden: dat uw wil geschiede:
indien wij slechts nimmer Jesns Christus
door de zonde verliezen.
VOOKBEELD.
Wij lezen in de jaarboeken van de
voortplanting des gelools, (1858) dat op
een eiland van den grooten oceaan, Vullis
genaamd. het geloof door de missiona-
rissen gepredikt werd, doch niet weinig
vrucht, omdat slechts weinigen zich be-
keerden. Want de heidenen hadden beslo-
ten allen te dooden. die christen zouden
worden, en zoo waren velen gedwongen
7
-ocr page 116-
— 98 —
lien te vervolgen. De nieuw-hekeerden
vluchtten in vreeze fles doods tot Pater
Bataiilor. Deze, zelf ook niet wetend wat
te doen. zeide tot hen: houdt moed,
mijne kinderen, want geen leed zal u
geschieden. Laten wij liet eiland rond-
trekken en er bezit van nemen voor
Jesus Christus; en hij beval, dat allen,
kleinen en grooten, mannen en vrouwen
den Rozenkrans zouden bidden. Toen
ging de missionaris alleen den vijand te
genioet niet zijnen Rozenkrans en niet het
kruis in de hand. Toen de heidenen dit
zagen , dat één enkel man zonder wapenen
tot hen kwam, verwonderden zij zich
ten hoogste en durfden hein geen leed
aandoen. Den tweeden en den derden
dag deed hij eveneens. zonder eenig na-
deel te ondervinden. Vervolgens drong hij
tot in het binnenland door. en niet de hulp
der H. Maagd overwon bij alle nioeie-
lijkheden. en in korten tijd mocht hij
alle deze wilde en verharde niensehen
bekeeren. Hoe groot is de macht van
den Rozenkrans! Als dan de vijanden
onzer ziel, de duivelen of de vrienden
des duivels ons willen schaden. laten
wij dan het wapen van den Rozenkrans
ter hand nemen en voor niets beducht zijn.
(Morassi.)
-ocr page 117-
DROEVIGE GEHEIMEN.
I. Ia het 1ste droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven,
bloed en water zweet door de droefheid, die hij
gevoelde om onze zonden.
I.      Voordat Jesus Christus naar tien
hof van Olijven ging, waren al zijne
Apostelen niet hem aan het Avondmaal.
In den hof waar hij zooveel leed. werd
hij slechts door drie van hen gevolgd.
maat\' deze drie vielen in slaap, en
eindelijk werd hij doof allen verlaten.
Velen worden niet .lesiis Christus aan
het Avondmaal gevonden, d. \\v. z. zij
beminnen hem in vreugde en in ver-
troosting. Maar zoo spoedig eenig ongeval
eenige droefheid tusschenbeide komt,
verdwijnt de godsvrucht en verlaten zij
Jesus. O Jesus, o Maria, geef dat wij
U liefde bewijzen en ware godsvrucht
toonen te midden der moeilijkheden en
droel\'enissen en niet enkel hij vertroosting.
II.   In het 2de droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus aan den geenelpaal met groote bar-
baarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn
lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.
II. Toen .lesns Christus zoo wreed
-ocr page 118-
— 100 —
gegeeseld werd, deed Hij als het schul-
deloos lam zijn mond niet open om zich
te verontschuldigen, om zich te beklagen.
Indien slechts een enkel verkeerd woord
tot ons gesproken wordt, indien ons eene
kleine beleediging wordt aangedaan, dan
hebben wij aanstonds duizende woorden
om ons te verdedigen. Wij hebben al-
tijd recht, wij hebben nooit ongelijk. O
mensch, beschouw uwen Verlosser in
zijne wreede geeseling; uw God beklaagt
zich niet, en zult g\\j, zondaar, u beklagen ?
O Allerheiligste Maagd, leer ons om ook
eenig ongelijk stilzwijgend te verduren,
zonder dat wij altijd ons zelve be-
klagen.
111. In liet 3ilo droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond
wordt tot koning van smarten met een kroon van
scherpe doornen.
III. Eens toonde God twee kronen aan
de II. Catharina van Siena, eene van
goud en eene van doornen, en zeide
haar: «Neem, mijn kind, de kroon, welke
gij verkiest. Maar indien gij in de wereld
de gouden kroon verkiest, dan zult gij
in de eeuwigheid de kroon van doornen
dragen: zoo gij hier de doornen kroon
draagt, dan zult gij in den hemel de
-ocr page 119-
— 101 —
gouden kroon der heerlijkheid bezitten.
Toen nam de II. Catharina de doornen
kroon en plaatste deze op haar hoofd.
O Allerheiligste Maagd. wij hidden U
bij de doornen kroning van Jesiis, leer
ons ter uwer liefde de doornen van dit
leven verdragen, opdat wij niet in de
hel met doornen gekroond worden.
IV. In liet 4de droevige geheim overwegen wij,
da* Jesus Christus beladen wordt met deuzwaien
last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg
Calvarië.
IV. Jesus Christus viel niet slechts eens,
maar twee. ja drie malen onder den last
van zijn kruis. O gij. die twee en drie,
ja duizend malen onder den last uwer
zonden gevallen zijt. licht u weder op
en verlies uw vertrouwen niet. Daarom
heeft Jesus zoo vele malen willen vallen,
opdat gij den moed zoudt hebben u weder
op te richten: want het is voldoende dat
gij slechts den goeden wil hebt niet
weder op nieuw te vallen. O Maria,
hoe dikwijls zijn wij in de zonde geval-
len! maar doe met ons. gelijk eene
moeder met het kind. dat zij lief heeft.
Al valt het duizendmaal. duizendmaal
richt zij het in hare moederlijke armen
weder op.
-ocr page 120-
— -102 —
V. In het 5de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen,
dorst heeft aan liet kruis en, na een smartelijken
doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons;
en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V. De Joden zeiden tot Jesus: «Indien
gij de zoon van God zijt, kom dan af
van liet kruis." Maar Jesus wilde zijn
kruis niet verlaten. Dikwijls zegt de
duivel tot ons: kom af van uw kruis,
leef anders, houd u met andere zaken
bezig om meer rust te genieten. Doch
laten wij het kruis, dat Jesus ons ge-
geven heeft, niet verlaten, want wij zonden
een nog moeilijker kruis te dragen krijgen,
en dat zonder belooning. O Allerheiligste
Maagd, zorg dat wij ons van het kruis
van Jesus niet verwijderen, o (lij, die
ondei\' het kruis van Jesus gestaan hebt.
blijf ook hij ons, vooral in het uur van
onzen dood.
VOORBEELD.
De gelukzalige Berchmans verkreeg
door middel van den Rozenkrans de
grootste genaden gedurende zijn leven
en bij zijnen dood. Van zijne vroegste
jeugd af beminde hij de H. Maagd ten
hoogste, bezocht hare kerken, en over-
-ocr page 121-
103 —
woog de geheimen van den Rozenkrans
met zoo groote aandacht, dat hij dikwijls
de personen die hem omgaven niet op-
merkte ol\' niet kende. Men vroeg lieni
eens, of hij de II. Maagd beminde, en
hij gal\' ten antwoord: ja. ik bemin haar,
en ik zou wenschen duizend harten te
hebben, om haar nog duizendmaal meer
te beminnen. Maar de Allerheiligste
Maagd wilde niet dat deze jongeling
langen tijd in de wereld verblijven zou.
en in korten tijd vervulde hij vele jaren.
De dood kwam dan spoedig tot hem,
maar de H. Maagd troostte hein met
vele gunsten. In zijn laatste uur wilde
hij niets om zich zien en niets in zijne
hand hebben dan drie zaken : zijn kruis-
beeld. zijn gebedenboek en zijnen Rozen-
krans. Deze drie. zoo zeide hij. zijn mijne
grootste schatten. in dit gezelschap heb
ik geen vrees voor den dood: en zoo
gal\' hij zijne heilige ziel in de handen
der Allerheiligste Maagd, (ielukkig het
leven, gelukkig de dood van hem. die
de II. Maagd bemint en met godsvrucht
den Rozenkrans bidt.
(GnF.iiv 179.)
-ocr page 122-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I.  In het 1ste glorierijke geheim overwegen wij,
«lat .lesns tleti derden dag na zijnen dood heerlijk,
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I.    «Indien tle H. Geest in ons woont,
zoo zegt tle Apostel Paulus. zal God,
die .lesus Christus van de dooden heeft
opgewekt, ook onze gestorvene lichamen
opwekken, door den H. Geest die in ons
woont. Wij\' zijn dan schuldenaren, zoo
voegt hij er hij. niet aan liet vieesch,
om naar het vieesch te leven . want indien
gij naar het vieesch leeft. zult gij sterven,
maar indien gij de werken des vleesches
versterft, zult gij leven." O Moeder van
hen. die het waarachtig leven bezitten,
maak dat wij volgens het voorbeeld van
Jesus leven, opdat wij glorievol met hem
mogen verrijzen.
II.  In het 2de glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesns, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
II.  Toen .lesus ten hemel opklom, zeiden
de engelen tot zijne leerlingen: «Mannen
van Galilea wat staat gij te zien naar
-ocr page 123-
— 105 —
den hemel? Deze Jesus die van u ten
hemel is opgenomen. zal zoo wederkeeren .
als gij hem ten hemel hebt zien opklim-
men." Laten wij dan altijd bereid zijn,
vóór Jesus komt om ons te oordeelen
op den verschrikkelykeu dag van het
laatste oordeel. Xu is liet nog tijd van
barmhartigheid, dan zal het tijd zijn
van rechtvaardigheid. O Allerheiligste
Maagd, geef dat wij spoedig, vóór Jesns
wederkeert om ons te oordeelen. onze
rekening gereed maken, opdat Hij ons
op dien verschrikkelyk,en dag niet ver-
oordeele.
III. In het 3de glorierijke geheim overwegen
wij, dat Jesus op liet Pinksterfeest den Heiligen
Geest zendt mei\' de II. Maagd Maria en ever de
Apostelen, die in de npperzaal vergaderd waren.
III. Toen de II. Geest nederdaalde. waren
de Apostelen niet de II. Maagd verwijderd
van de wereld, en vereen igd in het gebed.
Wie den H. Geest wil ontvangen, laat
hij zich als het mogelijk is van het ge-
drnisch der wereld verwijderen en dik-
wijls eene kleine overweging honden.
om te weten wat hij doen en wat hij
vluchten moet tot heiliging zijner ziel.
Velen gaan verloren omdat zij niet aan
de zaak hunner ziel. maar alleen aan de
-ocr page 124-
— 106 —
zaken der wereld denken. 0 Heilige
Maagd, maak dat wij ons verwijderd
honden van de ijdele en gevaarlijke gezel-
schappen der wereld, en dat wij dikwijls
aan de alleen groote en noodzakelijke
zaak onzer zaligheid denken.
IV.   In het 4de glorierijke geheim overwegen
wij. dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel
liefde tot God, en dooi-de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV.    Vele menschen zeggen: als ik op
sterven lig dan zal ik eene goede biecht
spreken. Wee hnir. die het uur des doods
afwachten om zich te hekeereu. Dat is
het uur niet om zich gereed te maken,
dat is het uur om gereed te zijn. Indien
wij nu niet gereed zijn, wij zullen ook
dan niet gereed zijn. O Allerheiligste
Maagd . geel\' dat wij dagelijks zoo leven ,
alsof het de laatste dag van ons leven
was. dan zult gij in uwe liefde ons ook
de genade geven van een zaligen dood.
V.  In het 5de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en
zetelt als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereer-
ders hij hun leven eu hij hunnen dood.
V.   Ons leven gaat spoedig voorhij en
-ocr page 125-
— 107 —
de eeuwigheid nadert. En intusschen
overwegen de menschen wat hun te (toen
staat om zich rijkdom. aanzien en ge-
noegens te verschaffen: maai\' wie denkt
er aan . wat hij doen moet om zijn eeuwig
geluk te verzekeren ? Slechts eene zaak
is noodzakelijk in deze wereld, dat wij
onze ziel zalig maken: al het andere is
ijdelheid der ijdelheden. O Allerheiligste
Maagd, reeds is het beste deel van ons
leven voorbij gegaan . en wat hebben wij
gedaan, om ons eeuwig geluk te verze-
keren ? Geel\' dat wij in het vervolg zoo
zorgeloos niet meer zijn: want als wij
onze ziel verliezen, dan is het gedaan,
dan is er geen herstel meer mogelijk.
VOORBEELD.
Toen Pater Bartholomeus Saxate.
Dominicaan, in Arragon het woord Gods
predikte zag hij een algemeen bekend
zondaar. Met groote goedheid spoorde hij
hein aan zijne zonden te biechten. Maar
de man antwoordde: Ik heb geen enkele
zonde te biechten. De Pater verwonderde
zich bij het hooren van deze woorden,
maar hij begreep aanstonds dat de duivel
hem den mond sloot en hem belette zijne
zonden te openbaren, wat deed hij? Hij
nam hem bij de hand. geleide hem naar
-ocr page 126-
— 108 —
de kerk van de H. Maagd van den Rozen-
krans en spoorde hem aan den Rozenkrans
met hem te bidden. De H. Maagd ver-
lichtte dezen verharden zondaar en nam
de verstoktheid zijns harten weg. Zijne
zonden overdenkend werd hij door droef-
heid en vrees overmeesterd. Hij wierp
zich aan de voeten des priesters, biechtte
onder vele tranen zijn groote zonden en
werd uit de macht der duivelen bevrijd.
Als wij moeilijkheden gevoelen in het
overwinnen der duivelen om onze zonden
oprecht te biechten. laten wij dan onze
toevlucht nemen tot de 11. Maagd van
den Rozenkrans, en zij zal ook aan ons,
even als aan zoovele anderen. de genade
verleencn. om eene goede biecht te spre-
ken en de vergiffenis onzer zonden te
verkrijgen.
-ocr page 127-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
Voor den Paus.
I. In het 1ste glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jeans den derden dag na zijnen dood heerlijk
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I. Toen de H. Petrus en de H. Joannes
op den dag der verrijzenis hoorden, dat
Jesus Christus van den dood was opge-
staan, gingen /.ij beide met groote vreugde
om het graf te zien. De II. Joannes ging
vooruit, maar hij ging niet in het graf:
de H. Petrus kwam later, maar ging
liet eerst in het graf om het te bezoeken.
Waarom ging de II. Petrus het eei\'st
het graf binnen ? De heiligen zeggen,
dat het Petrus toekwam het eerst de
geheimen van ons heilig geloof te aan-
schouwen , te onderzoeken en te prediken,
omdat hij de eerste Paus en het hoofd
der Kerk was. Hierom ging hij het eerst
binnen. O Allerheiligste Maagd . bescherm
den Paus, en maak dat wij. hem in alles
gehoorzamende, het eeuwig leven be-
zitten.
-ocr page 128-
— 110 —
II.  In het 2de glorierijke geheim overwegen wij,
dut Jesns, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
II.    .Jesns Christus klom ten hemel op.
maai\' hij liet ons den Paus, zijn plaats-
bekleeder achter. Jesus Christus zeide
tot den eersten Paus. den H. Petrus:
o Wijd mijne lammeren, wijd mijne scha-
pen. U zal ik de sleutelen van het rijk
der hemelen geven, en al wat gij op
aarde zult binden zal in den hemel ge-
bonden zijn. en al wat gij op aarde zult
ontbinden, zal in den hemel ontbonden
zijn." O Allerheiligste Maagd, maak dat
wij altijd gehoorzamen aan de stem van
onzen oppersten herder, opdat Jesns ons
den hemel ontsluite.
III.  In het 3de glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesns op het Pinksterfeest den Heiligen Geest
zendt over de H. Maagd Maria en over de Aposte-
len , die in de opperzaal vergaderd waren.
III.    Toen de H. Petrus den H. Geest
ontvangen had. bekeerde h\\j (luizende
menschen en zij die hem hoorden ont-
vingen op wonderbare wijze den II. Geest.
Als wij ook den H. Geest willen ontvan-
gen, dan moeten wij de woorden van
-ocr page 129-
_ 111 _
Petrus\' opvolger aanhooren. Hij die den
Heiligen Vader hoort, hoort Petrus, en
die Petrus hoort, hooit .lesus Christus.
O Allerheiligste Maagd, verlicht degenen,
die in de schaduw en de duisternis des
doods gezeten zijn, opdat het één schaap-
stal en één herder worde.
IV.  In het 4de glorierijke geheim overwegen wij,
dal de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tnt God, eii door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV. Noodlottig en verschrikkelijk was
altijd de dood van hen. die den Paus ver-
volgd hadden. Sirnon de toovenaar en kei-
zer Nero hadden den eersten Paus vervolgd
en zij stierven heide een vreeselijkeu dood.
De ondervinding heelt altijd het zelfde
bewezen. O Allerheiligste Maagd bewaar
ons. om uwen heiligen dood. voor een
slechten dood. en bescherm den Heiligen
Vader, wiens dood de vijunden der Kerk
zoozeer wenschen.
V.  In liet 5de glorierijke geheim overwegen wij ,
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en
zetelt als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak tier zondaren, als hulpe harer vereer-
ders bij hun leven en hij hunnen dood.
V. O Schutsvrouw der H. Kerk richt van
-ocr page 130-
— 112 —
den hemel, waar gij heerscht genadig uwe
blikken oji den Heiligen Vader Paus Leo
XIII. die U zoozeer bemint, en die zoo-
veel eer geelt aau den II. Joachim en de
H. Anna, uwen vader en uwe moeder,
opdat wij, vader en kinderen, U verheer-
lijken mogen in alle eeuwen der eeuwen.
VOORBEELD.
De geleerde Dominicaan Pacciucchelli ver-
haalt, dat men te C\'areassonne, eene stad
van Frankrijk, eens een ketter, die door
den duivel bezeten was. bij den heiligen
Dominicus bracht, omdat bij openlijk tegen
de vereering van den Allerheiligsten Ro-
zenkrans bet woord voerde. Toen beval
de H. Dominicus de duivelen uit naa.ni
van God om te belijden, ol\' hetgeen hij
omtrent den Rozenkrans leerde waarheid
was. Ondei- luide kreten gaven de duive-
len hierop antwoord en zeiden: Hooit o
christenen, al wat onze vijand omtrent
den Rozenkrans leert is waar. Zij zeiden
vervolgens geen macht te hebben tegen
degenen, die dienaren der 11. Maagd waren,
want dat de H. Maagd bun. al waren zij
bet ook niet waardig, op bun sterfbed te
hulp kwam, indien zij baren naam aanriepen.
-ocr page 131-
— 113 —
Wij zijn gedwongen, zoo spraken zij, te
zeggen dat niemand verloren gaat van
degenen, die in de godsvrucht tot den 11.
Rozenkrans volharden, omdat de II. Maagd
hun een waar berouw over hunne zonden
verleent eer zij sterven. Toen beval de H.
Dominicus het volk den Rozenkrans te
bidden, en terwijl dit geschiedde gingen
de duivelen uit in de gedaante van zwaite
vlammen, zoodat de man, toen de Rozen-
krans geëindigd was, rustig en van den
duivel bevrijd was. Dit ziende bekeerden
zich velen. Laten wij dan in onze gods-
vrucht tot den H. Rozenkrans volharden,
dan zullen de duivelen geen macht over
onze ziel hebben.
S
-ocr page 132-
BLIJDE GEHEIMEN.
Voor de bekeering der zondaren.
I.   In liet -1ste blijde geheim overwegen wij,
dat de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste
Maagd boodschapt, dat zij de Moeder van Jesus
zal worden, tot redding der mensclien.
I.    Waarom is Jesus Christus mensch
geworden in den maagdelijken schoot van
Maria? Waarom is hij in deze wereld ge-
komen?" Hij geelt zelf ten antwoord: sik
hen niet gekomen om de rechtvaardigen
maar om de zondaars te zoeken?" O toe-
vlucht der zondaren laat niet toe dat de
menschwording van Christus in uwen
maagdelijken schoot voor ons te vergeefsch
zij, en red ons, red ook alle zondaren.
II.    In bet 2de blijde geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd de H. Klisabetb be-
zoekt en drie maanden in haar buis verblijft.
II.    Toen de II. Maagd de woning van
de II. Elisabeth binnen kwam, en deze
de begroeting van Maria hoorde, gaf de
H. .loannes in den schoot zijner moeder
-ocr page 133-
— -115 —
lilijk van een gtoote vreugde en op
dat zelfde oogenblik werd liij van de
erfzonde gezuiverd en geheiligd. 0
Maria, bezoek ook onze ziel, breng
ons Gods genade en red de zondaren,
vooral hen, die in onzuiverheid leven,
uit hun rampzaligen toestand.
III. In liet 3de blyde geheim overwegen wij,
dat de II. Maagd Jeans haart in den stal van
Bethlehem en lietn in eene kribbe nederlegt.
III. Hij de geboorte van Jesus Christus
zeide de engel tot de herders: Vreest
niet. want zie, ik verkondig u eene
groote vreugde, die voor geheel het
volk zal zijn, dat u heden in de stad
van David de Verlosser geboren is. die
Christus de Heer is." En aanstonds zong
eene groote menigte engelen met groote
blijdschap: »Eere aan God in den hooge,
en op aarde vrede aan de mensehen
van goeden wil." O Allerheiligste Maagd,
maak dat ook heden de engelen den
lol\' van God verkondige, wegens onze
bekeering, want. zooals Jesus zegt. is
er grooter vreugde bij de engelen over
één zondaar die boetvaardigheid doet. dan
over negen en negentig rechtvaardigen
die geen boetvaardigheid noodig hebben.
-ocr page 134-
— 116 —
IV.    Ia hot 4de blijde.geheim overwegen wij,
tiat de Allerheiligste Maagd, op den dag van
hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en
hem over geeft in de handen van den grijsaard
Sl.MEON.
IV.    Toen de 11. Maagd liet goddelijk
Kind in de armen van Siraeon overgaf,
zeide de heilige grijsaard: »Dit kind.
o Maria, zal tot val en tot opstanding
zijn van velen in Israël." En Jesus was
inderdaad tot opstanding der boetvaar-
dige zondaren, tot val van hen die in
hunne liooschlieid volhardden. O Moeder
van barmhartigheid, hekeer de harten
der zondaren, opdat uw goddelijke zoon
ons niet tot val verstrekke, maar tot
opstanding en behoud.
V.    In het 5de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren
hebbend toen hij 12 jaar oud was, hein na drie
dagen met groote blijdschap, in den tempel
tusscben de leeraren terugvindt.
V.   De menschen verliezen hun geld.
hunne gezondheid, eene ol\' andere niets-
waardige zaak en zij vveenen; door
hunne zonden verliezen zij Jesus Christus
en zij weenen niet, veeleer spotten zij
nog. 0 allerteederste Moeder, heb mede-
lijden met de zondaren, die hunne ziel.
den hemel en Jesus Christus verliezen,
-ocr page 135-
— -117 —
en hij dut alles ongevoelig blijven. Gaarne
willen wij alle rampen uit Gods hand
aannemen, maar niet die ram», «lat wij
Jesus Christus zouden verliezen.
VOORBKELD.
Een zieke was den dood nabij, en
viel in groote wanhoop wegens zijn
zondig leven. Hij wilde niet biechten,
en zeide tot de priesters, die hem
kwamen bezoeken, dat er voor hem
geen vergiffenis van zoo groote zonden
mogelijk was. Tot zijn geluk kwam toe-
vallig de II. Vincentius Ferreri in die
stad. Zoo spoedig als deze hiervan hoorde,
ging hij naar het huis van den zondaar
en wekte hem tot vertrouwen op. Maar
waarom, zoo zeide hij hein, waarom
zondt gij wanhopen, terwijl gij weet.
dat Jesns Christus voor de zondaars aan
het kruis gestorven is ? Op deze woorden
van barmhartigheid gat\' de zieke in
groote gramschap dit verschrikkelijk
antwoord : Juist daarom zal ik verworpen
worden ten spijt van .lesns Christus.
De heilige het. zich door deze schan-
delijke godlastering niet afschrikken,
maar zeide: en gij zult gered worden,
ten spijt van u zelven. Zich daarna tot
de aanwezigen keerend, beval hij hun
-ocr page 136-
— 118 —
met hem den Rozenkrans te bidden tot
bekeering van den verharden zondaar.
Nog was de Rozenkrans niet geëindigd,
toen plotseling het huis vervuld werd
van allerschitterendst licht, waarin de
II. Maagd verscheen, niet het goddelijk
kind. dat geheel bebloed was. in hare
armen. Door dit gezicht ontstelde de
ongelukkige zondaar ten hoogste en
hekeerde zich. Hij vroeg God en da
aanwezigen vegiflenis voor zijne gods-
lasteringen, hij biechtte zijne zonden
met groot berouw, en met groot ver-
trouwen op kwijtschelding en stierf een
zaligen dood in de armen van den hei-
lige. Laten wij vooral in omstandig-
heden van wanhoop, hetzij\' het ons zei ven,
hetzij het anderen betreft, onze toe-
vlucht nemen tot den Rozenkrans want
vooral door den Rozenkrans toont Maria
zich de toevlucht der zondaren.
-ocr page 137-
DROEVIGE GEHEIMEN.
Voor de Zielen van hut Vagevuur.
I.    In het Isto droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven,
bloed eu water zweet door de droefheid, die hij
gevoelde om onze souden.
I.    Tn den hol\' van Olijven zeide Jesus
tot zijne leerlingen: «Mijne ziel is be-
droefd tot den dood." Ook de zielen
van het Vagevuur kunnen zeggen: onze
ziel is bedroefd tot den dood te midden
dezer verschrikkelijke vlammen. Indien
het mogelijk was zouden wij duizend
maal willen sterven van droefheid. O
Allerheiligste Maagd, troosteres dei- be-
droefden, vertroost uwe dochteren, die
de zoo smartelijke straffen van het
Vagevuur ondergaan.
II.    In het \'2de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus aan den gecselpaal niet groote hnrbanrsch-
heiii gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam
zijn kostbaar bloed vergiet.
II.      Groote smarten verdoeg .lesus
Christus hij zijne wreede geeseling;
zware straffen verduren ook de zielen
-ocr page 138-
— 120 —
van het Vagevuur. Als er medelijden
in ons hart woont, laten wij dan eenige
versterving voor haar ondergaan. De
II. Dominicns deed zich zeken eiken
nacht eene zware kastijding ondergaan
voor de zielen in het Vagevuur. Als
wij ons geen groote verstervingen kunnen
opleggen, laten wij ten minste kleinere
voor haar verdragen. Om de wreede
geeseling van .lesns. bidden wij U, o
Allerheiligste Maagd, dat de rechtvaar-
digheid Gods moge ophouden haar te
straffen en dat hij zich enkel zijner
barmhartigheid herinnere.
UI. In liet ;ïi1e droevige geheim overwegen wij,
<lat Jesns Christus, ilc koning tier jjhuïe. gekroond
wordt tut koning van smarten met een kroon van
scherpe doornen
lil. Met scherpe doornen werd .lesns
Christus gekroond: hoe vele doornen
kwellen ook de zielen in het Vagevuur!
Laten wij dan dikwijls een kroon van
rozen voor haar vlechten, d. w. z. laten
wij den Rozenkrans bidden, die volgens
de getuigenis der heiligen zooveel ter
harer verlossing vermag. O Allerheiligste
Maagd, kroon Gij. om de doornenkroning
van .lesns, de zielen van het Vagevuur
met de kroon der eeuwige heerlijkheid.
-ocr page 139-
— 121 —
IV.  In het 4de droevige geheim overwegen wij,
d:it Jesus Christus beladen wordt met den zwaren
lust van zijn kruis, dat hij draagt tot opdenberg
Calvarie.
IV.    Wij zijn allen verplicht in deze
wereld een of ander kruis te dragen:
maar allerzwaarst is het kruis der zielen
in het Vagevuur. Wie hier zijn krnis.
dat licht en gemakkelijk is. niet geduld zal
gedragen hebben, zal het moeilijk kruis van
het Vagevuur ontgaan. (I Allerheiligste
Maagd, wisch de tranen weg der afge-
storvenen, zooals Veronica de tranen
van uwen Jesus gedroogd heelt op den
weg zijns kruises.
V.   In het 5de droevige geheim overwegen wij.
dat Jesus Christus, op den Srhedelher^ jrekoïnen.
dorst heeft aan het kruis. en. na een smartelijken
doodstrijd van drie uren sterft uit liefde tot ons;
en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V.  Somstijds bedrijven wij zonde zonder
groote droefheid er over te gevoelen.
Maar laten wij den dood van Jesus over-
wegen, laten wij de verschrikkelijke
vlammen van het Vagevuur beschouwen,
dan zullen we begrijpen wat de zonde
is. waarvoor Jesus stierf, en waarvoor
zijne rechtvaardigheid die zielen, die hij
-ocr page 140-
— 122 —
toch zoozeer bemint, kastijdt. O Maria,
wij bidden lT. bij don dood van .lesus,
neem zijn allerheiligst bloed, neem uwe
tranen van droefheid, en bluscli daar-
mede\' de vlammen van het Vagevuur.
En als liet uur van onzen dood nadert,
kom dan. o Moeder, om ons te troosten
om ons spoedig uit dat veeselijk vuur
te verlossen.
Voorbeeld: (Gltenj p. 10, 3.)
De Jezuiet Petrus Rasto had groote
liefde voor de zielen in liet Vagevuur
en bad dagelijks den Rozenkrans voor
haar. Op zekeren dag echter vergat hij
het door de vermoeienis van vele bezig-
heden en begaf zich ter ruste zonder
den Rozenkrans gebeden te hebben. Des
nachts kwam een jongeling in schitte-
rend gewaad hem wekken, gaf hem
zijnen Rozenkrans in de hand en zeide:
De zielen van het Vagevuur vrag.....Ie
aalmoes, welke gij gewoon zijt baar te
geven. Hij stond op. en begaf zich in
groote droefheid over zijne achteloos-
heid naar eene Maria-kerk en bad daar
den Rozenkrans niet groote godsvrucht.
Toen hij terugkeerde, zie daar werd hij
door roovers overvallen die hem wilden
uitschudden en dooden. Maar onbekende
-ocr page 141-
123 —
lieden snelden hein ter hulp, verdreven
de roovers en geleidden hem naar huis.
Petrus bedankte hen en wilde hun naam
vragen: maar op hetzelfde oogenblik
waren zij verdwenen. De zielen van het
Vagevuur hadden hein gered. Laten wij
dan niet godsvrucht den Rozenkrans
hidden. Daardoor zullen wij een dubbel
goed werk doen: voor de zielen in het
Vagevuur en voor ons zelven.
-ocr page 142-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
Foor de vereering van hel Allerheiligst
Sacrament.
I.  In het lste glorierpe geheim overwegen wij,
dat Jokiis den derden dag van zijnen dood heerlijk,
onsterfelijk en onlijdelp verrijst.
I.    Eet van de vrucht, en gij zult niet
sterven, zeide liet lielseh serpent tot
Eva. De ongelukkige geloofde hem. at
van de vrui\'ht en stieif. Maar als wij
de gezegende vrucht dei\' Maagd Maria,
als wij de II. Communie ontvangen,
/.uilen wij niet sterven, want er staat
geschreven: «Wie dit brood eet /.al in
eeuwigheid leven." O .lesus, in liet
Allerheiligst Sacrament verborgen, geel\'
ons. door de bemiddeling der Allerhei-
ligste Maagd, het waarachtig, eeuwig
leven.
II.  In hel 2de glorierijke geheim overwegenw(J,
dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
II.    .lesns klom ten hemel op. maar
hij liet ons niet als wezen achter, want
-ocr page 143-
— 125 —
hij gaf ons het Allerheiligst Sacrament,
dat de hemel dezer aarde is. omdat de
Koning des hemels er verblijft. Welk
groot vertrouwen moeten wij dan niet
hebben in dit ontzachelijk geheim, dat
het onderpand is van onze toekomstige
verheerlijking. O Jesns. in het H. Sa-
crament verborgen, geel\' ons door uwe
heilige Moeder, dat wij tot U naderen
mogen, dat wij U eenmaal van aan-
schijn tot aanschijn in den hemel aan-
schouwen.
III. In het 3de glorierijke geheim overwegen wij,
d;it Jesus op liet Pinksterfeest (Umi Heiligen Geest
zendt over de H. Maa^d Maria en over de Apos-
telen , die in de opperzaal vergaderd waren.
III. Wie de gaven van den Heiligen
Geest wil ontvangen moet in goede ge-
steltenis tot het II. Sacrament des Altaars
naderen: want daar zal hij alle de ge-
naden van den H. Geest ontvangen.
Welke gave toch zou kunnen gewei-
gerd worden aan hem, die de onein-
dige schoonheid, de hoogste schat, die
Jesus Christus in het hart draagt? O
Heilige Geest, geef\' ons door de bemid-
deling der Allerheiligste Maagd. Uwe
Bruid, dat wij dit groot geheim in
-ocr page 144-
— 126 —
goede gesteltenis der ziel ontvangen, en
zoo alle uwe rijke gaven waardig worden.
IV.  In het 4iie glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tot God. eu door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV.    De vrienden der wereld vluchten
het sterfbed, maar Jesus Christus vlucht
daar niet. Hij. die onze ware vriend
is. zal ons daar niet verlaten, maar
zelf zal Hij komen om zijn stervenden
vriend te troosten, hetzij in zijn Paleis,
hetzij in zijne schamele lint: zoo min
als in zijn leven, zal Hij hem aan zich
/.elven overlaten hij den dood. O Jesus,
Gij die de ware vriend der zielen zijt.
wij bidden U. om den heiligen dood
van Maria, kom ons bezoeken, helpen
en troosten in het uur van onzen dood.
V.  Iti het 5de glorierijke geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wurdt door de H. Drievuldigheid, en
zetelt als koningin des hemels eu der aarde, als
voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereer-
ders hij hun leven en hij hunnen dood.
V.    Eva at van de verboden vrucht
en bracht ons den dood. De Allerhei-
ligste Maagd gaf ons de vrucht des
levens, Jesus Christus, is het H. Sa-
-ocr page 145-
— 127 —
> crament, en luncht ons het eeuwig leven.
Wees dan gedankt, o verheerlijkte Ko-
ningin des hemels en toon ons na de/.e
ballingschap Jesus Christus, de geze-
gende vrucht uws lichaams.
VOORBEELD.
De Jezuiet 1\'. Martinns Dominicus,
missionaris van Indië, had groote gods-
vrucht tot den Allerheiligsten Rozen-
krans, en liet, ofschoon hij vele bezig-
heden had, geen dag voorbijgaan zon-
der hem geheel te bidden. Als hij iemand
ontmoette die in /.eer groote zonden
verstrikt was. legde hij als penitentie
den Rozenkrans op, zeggend dat zij
daarna zouden terugkecicu om de 11.
Absolutie te ontvangen. Zij keerden dan
aanstonds terug: maar zoozeer veran-
derd en met zulk een krachtig voor-
nemen om hun leven te verbeteren,
dat hij niet veel meer behoefde te doen
om hen geheel en al te bekeeren: want
dan zeiden zij zelven, dat de 11. Maagd
hen gezonden had om te biechten. De
vele vruchten, die hij door den Ro-
zenkrans in Europa verkregen had,
brachten hem ei\' toe, zich een groot
aantal rozenkransen te verschaffen om
die naar Indië te brengen en daar zoo-
-ocr page 146-
— 128 —
s
veel hij vermocht deze godsvrucht te
j verbreiden. Voor zich zelven verkreeg
hij van de II. Maand zoo groote gave
van zuiverheid, dat hij te niidden der
i grootste gevaren nooit ook maar in de
geringste zonde tegen de heilige deugd
) vervallen is. Trachten wij dan ook,
S ieder in onzen staat en naar ons ver-
mogen, de godsvrucht van den Rozen-
krans te verbreiden, want daardoor
zullen wij zoowel ons eigen geluk als
dat van anderen bewerken, en ons
<. zelven de heerlijkste gaven der H. Maagd
waardig maken.
-ocr page 147-
BLIJDE GEHEIMEN.
Om de H. deugd van zuiverheid te verkrijgen.
I. In het 1ste blijde geheim overwegen wij, dut
de Aartsengel Gabriki. de Allerheiligste Maagd
boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal worden,
t\'it redding der menscben.
]. Hoe schoon is de deugd van zui-
verheid, on vooral ile maagdelijkheid.
De H. Maagd wilde liever de moeder
Gods niet worden, dan hare maagde-
lijkheid verliezen. Ook de II. Ursula
met hare elfduizend maagden verkozen
allen een smartelijken marteldood hoven
het verlies harer maagdelijkheid. O welk
een schouwspel, dit maagdelijk hloed te
zien vloeien! Maar helaas! ook zijn er
menschen, die voor weinige stuivers
hun deugd, hun eer, hun ziel. den
hernel en God zelven verkoopen! O
Koningin der maagden, geel\' dat wij
ieder in onzen staat de zuiverheid van
ziel en van hart beoefenen.
II. In het. 2de blijde geheim overwegen wij. dat
de Allerheiligste Maagd de II. Elisabeth bezoekt
en drie maanden in haar huis verblijft.
II. De H. Maagd ging een heilig huis
il
-ocr page 148-
— 130 —
bezoeken, waar zij zeker geen enkel
gevaar zou aantreffen. Wie de scliat
der maagdelijkheid en de zuiverheid des
harten wil bewaren, dat hij zich in
geen gevaarlijke gezelschappen begeve,
en dat hij de gelegenheid van zonde
vluchte: anders is het onmogelijk de
zuiverheid te bewaren, »Wie het gevaar
bemint zal er in omkomen." O Aller-
heiligste Maagd, om uw heilig bezoek
bij de II. Elizabeth, bidden wij U, geef
dat onze omgang, dat onze gesprekken
heilig zijn, dat wij alle onnutte bezoeken
en gevaarlijke gezelschappen vermijden,
III. In het 3de blijde geheim overwegen wij,
dat de H. Maagd Jesus haart in {[en stal van
Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.
III. De engelen zongen bij de ge-
boorte van Jesus Christus: maar ook
de maagden zegt de H. Apostel Joan-
nes, volgen het goddelijk lam en zingen,
en niemand anders kan het lied der
maagden zingen. Zoo verheven is het!
Laten wij ook den lol\' van Maria en
van .lesus zingen. Laten wij toch nooit
oneerbare liederen zingen, of onze tong
bezoedelen door het spreken van slechte
woorden. O Allerheiligste Maagd, als
wij het geluk niet meer hebben kunnen
-ocr page 149-
— 131 —
met U liet heerlijk lied der maagden
te zingen. geef ten minste dat wij het
eens hooren zingen in den hemel.
IV. In liet 4de blijde geheim overwegen wij ,
dat de Allerheiligste Maagd, op den dag van
hare zuivering, Jesus in den tempel brengten
item overgeeft in de handen van den grijsaard
Si.mkox
IV.      Dooi\' hare groote nederigheid
wilde de zuiverste der maagden op den
dag van hare zuivering gelijk schijnen
aan andere vrouwen. Wie de heilige
deugd van zuiverheid wil bewaren, moet
nederig van harte zijn. want dikwijls
is de onzuiverheid de straf der hoovaar-
digheid. Laten wij ook dikwijls, evenals de
H. Sirneon, het goddelijk kind niet slechts
in onze armen, maar hij de II. Com-
munie, in ons hart ontvangen. 0 Aller-
heiligste Maagd, wij wijden ons lichaam,
onze ziel, ons hart U toe: bewaar ons
voor alle onzuiverheid.
V.    In het 5de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd. Jesns verloren hebbend
toen hij twaalf jaren ond was, hem na drie dagen
niet groote blijdschap, in den tempel tusschen
de leeraren terugvindt.
V. De II. Maagd was grootelijks be-
droefd toen zij Jesus Christus verloren
-ocr page 150-
— 132 —
had. Maer indien liet nog mogelijk was,
/.oude zij ook wel willen wecnen. als
eene maagd dooi- de zonde hare maag-
delijkheid verliest: want dan verliest zij
.lesns Christus, bezoedelt zijnen tempel
en verstoot hem uit haar hart. Als wij
het ongeluk gehad hebben de H. Maagd
die droefheid aan te doen. laten wij
haar dan nu weer door onze bekeering
vertroosten, laten wij dan ook. gelijk
Maria Magdalena. ons aan de voeten van
.lesus nederwerpen, en hij zal ons die
zoete woorden toevoegen : uwe zonden
zijn u vergeven. O Allerheiligste Maagd.
vvaseh onze ziel meer en meer van alle
vlekken, zuiver haar in het bloed van
•lesus. en als wij in zonde gevallen zijn.
maak ten minste dat wij niet in zonde
sterven.
YOORMKKIJ): Clmlrra "1885.
In de maand Oetober 1885. toen de
cholera te Napels heerschte, schreef de
rechtsgeleerde Josef. Aurelins Peccoraro
het volgende in de Osservatore Cattolico:
»In den nacht van den tienden Oetober
overvielen mij de vreeselijke smarten
der cholera. Ondragelijke pijnen leed ik
in de ingewanden en in de heenen, en
eene hevige braking overviel mij. Het
-ocr page 151-
— 133 —
was diep in den nacht en al mijne huis-
geuooten waren in slaap, (lm hun geen
plotselinge schrik aan te doen streed ik
een uur lang tegen deze smarten. Doch
ze niet langer kunnende verdragen
schelde ik en riep om hulp. Men snelde
toe en bevond dat mijne voeten en heenen
reeds koud waren. Aanstonds begon men
mij met wollen doeken te wrijven en
gal\' mij geneesmiddelen. Mijn vader, die
geneesheer is en reeds meer dan twee
honderd choleralijders behandeld had,
schreef nog meer geneesmiddelen voor.
die ik om het hall\' uur moest gebruiken.
De huisgenooten verkeerden in de grootste
spanning. Maai\' terwijl zij de Litanie der
II. Maagd baden, riep Ik met al de
klachten mijner ziel. de Allerheiligste
Maagd van den Rozenkrans aan. en hield
ik haren Rozenkrans op mijn borst,
onder de belofte, deze zoo schoone gods-
vrucht te zullen verbreiden, indien zij
mij de genade verleende spoedig van deze
verschrikkelijke ziekte verlost te worden.
En zie. aanstonds begon mijn lichaam
wede)\' warm te worden, terwijl ik toen
met nog grooter vertrouwen Maria van
den Rozenkrans aanriep. Ik wilde toen
geen geneesmiddelen meer innemen,
omdat mijn hart mij zeide, dat ik die
-ocr page 152-
— -134 —
groote genade van de H. Maagd alleen
verkrijgen zon. Mijne huisgenooten dron-
gen er op aan. dat ik meer geneesmid-
delen zon nemen, doch daar ik wist dat
er geen bepaalde geneeswijze voor de
cholera bestaat, en dat de geheimzinnige
aard dor ziekte duidelijk te kennen geelt.
dat God den mensch rechtvaardig met
haar straffen wil. had ik hen mij met
rust te laten. Vóór den morgen was ik
reeds volkomen genezen. Ziedaar dan
wat er geschied is. Ik laat de beoordee-
ling aan anderen. Ik voor mij. zonder
te vreezen voor den spot der goddeloozen.
zeg openlijk: het is wonder. En dit /.egt
ook niijn vader, die sinds veertig jaar
in meerdere ziekenhuizen geneesheer ge-
weest is." Welaan dan. mijne broeders,
laten wij in eiken nood onze toevlucht
nemen tot de Allerheiligste Maagd van
den Rozenkrans, doch laten wij vooral
tot haar gaan om genezen te worden
van de ziekten onzer ziel, van onzui-
verheid en van alle zonde.
-ocr page 153-
DROEVIGE GEHEIMEN.
Voor de stervenden.
I.   Iti het 1ste droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus, biddend inden hofvanOlyven
bloed en water zweet duur de droefheid . die hij
gevoelde om onze zonden.
I.   In den hol\' van Gethsemani geraakte
Jesus Christus in doodstrijd. Wij zullen
ook eens in doodstrijd komen. 0 hoe
verschrikkelijk is dat uur van den dood-
strijd ! Van dat uur hangt de geheele
eeuwigheid at\'. Over de geheele wereld
sterven dagelijks meer dan tachtig duizend
ïnensc.hen. Het is dus wel zeer noodig
dat wij voor de zielen bidden. 0 troos-
teresse der bedroefden, help ons in
onzen doodstrijd, en kom ook de zielen
te hulp van al degenen, die op dezen
dag sterven over de geheele wereld.
II.   In het 2de droevige geheim overwegen wij,
dut Jesus aan den geeselpaal met groote bar-
baarschbeid gegeeseld wordt, en over geheet zijn
lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.
II.     0 in hoeveel smarten bevinden
zich de stervenden! Van den eenen kant
worden zij gekweld door de smarten der
ziekte, van den anderen kai.it door de
-ocr page 154-
— 136 —
duivelen en de bekoringen : te gelijkertijd
door den schrik voor den dood, en de vrees
voor liet oordeel. Laten wij nu tocli die
goede werken verrichten, welke wij in
dat uur zullen wenschen verricht te
hebben. O Allerheiligste Maagd, help
ons de zonde te vluchten, en nu zóó te
leven, dat onze vrees niet zoo groot zij
in het uur des doods, Verlos ook de
stervenden uit alle gevaren.
III.   In liet 3ile droevige geheim overwegen wij
d;it Jesus Christus, ile koning der glorie, gekroond
wordt tut koning van smarten niet een kroon van
scherpe doornen.
III.     De knagingen van het geweten
zullen ons in het uur des doods als
scherpe doornen zijn. Ons geweten zal
ons dan de zonden doen zien, die wij
bedreven hebben, het goede dat wij
achtergelaten hebben, de genaden die
wij veracht hebben. O wat smartelijke
doornen! O Moeder, haast u om uwe
stervende kinderen te hulp te snellen,
en verander hun die kroon van doornen,
in eene kroon van hemelsche heerlijkheid.
IV.  In het \'ide droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren
last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg
Calvarië.
IV.   De H. Maagd ging Jesus op den
-ocr page 155-
— 137 —
weg zijns kniises te gemoet. en was bij
zijnen doodstrijd tegenwoordig. Wij ook.
o Moeder, wij venvachten U, als liet
uur van onzen dood zal naderen. Geef
ons de genade om het zware krnis van
den doodstrijd naai\' Gods wil te dragen,
en evenals Veronica kwam om Jesus
tranen te drogen, kom (Jij ook zoo om
ons te troosten.
V. In het 5de droevige <jeheim overwegen wij ,
dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen,
dorst heeft aan het kruis en, na een smartelijker!
doodstrijd van drie uren . sterft uit liefde tot ons,
en onder het krnis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V. Toen .lesus in doodstrijd gekomen
was, zeide hij tot zijne Moeder: «Vrouw,
ziedaar uwen zoon:" en daarna zeide
hij tot Joannes: »zie uwe moeder." O
bedroefde Moeder, herinner u dat Jesus
U in het uur van zijnen dood ons tot
moeder gegeven heeft. Help ons dan als
een moeder nu, maar vooral in het uur
van onzen dood, en kom dan om onze
ziel, die het lichaam verlaat, in uwe
moederlijke armen te ontvangen.
VOORBEELD.
In het jaar 1868 stierf in het klooster
van den II. Maximinus in Frankrijk
-ocr page 156-
— 138 —                             i
de jeugdige Dominicaan Ludovicus Rra- S
man te. Mij had groote liefde tot de
H. Maagd en verdroeg de smarten
zijner langdurige ziekte met bewonde- S
renswaardig geduld. Zoolang hij kou
had hij den Rozenkrans met voorbeel- •■
dige godsvrucht, en uit den eigenaar- >
digen klank van zijn stem bleek zijne <j
groote liefde voor de 11. Maagd. In \\
zijne ziekte wenschte hij de voorlezing \\
te hooren uit een of ander Mariaboek, (
vooral uit het hoek van den II. Al- j
phonsus. Dan zeide hij dikwijls: O mijn
Vader, ik hoop dat de 11. Maagd mij i
in het uur van mijnen dood zal komen {
vertroosten, ik hoop haar te zien. al- \\
vorens te sterven. Gedurende zijne ziekte
bewaarde hij altijd den Rozenkrans bij
zich op zijn ziekbed. Eindelijk kwam
het gelukkige uur van zijnen dood, en !
weinige oogenblikken voor hij den geest ^
gaf, riep hij met kraehtige stem: O hoe
gelukkig is het in het uur van sterven
de II. Maagd gediend te hebben! O
hoe zoet is het in de liefde van de H.
Maagd te sterven! O Allerheiligste
Maagd, mijne hoop, gij zult mij redden!
O Allerheiligste Maagd, mijne hoop, gij
zult mij redden! en daarna herhaalde
hij tien of twaalf maal diezelfde laatste
-ocr page 157-
woorden, ontsliep zacht in <lon Heer,
S en gut\', naar ik vertrouw, zijne ziel
i over in <le moederlijke armen van Maria.
die hij beminde. Gelukkig dan het leven,
j maar nog gelukkiger de dood van hem
f die de II. Maagd Maria en den heiligen
J Rozenkrans bemint zooal.s deze jongeling.
-ocr page 158-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I.  Iil het Iste glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesns Jen derden dag na zijnen dood heerlijk,
onsterfelijk en óiiüjdelijk verrijst.
I.    Do Allerheiligste Rozenkrans is de
opstanding der dooden. Door middel van
den Rozenkrans deed de II. Ludovicus
de gestorvenen tot liet leven terugkeeren.
Om dan niet Jesus Christus tot een nieuw
leven te verrijzen, moeten wij de zonde
vluchten, die de dood der ziel is. en
dan zal de Rozenkrans ons het eeuwig
leven aanbrengen. O Allerheiligste Maagd,
moeder van het waarachtig leven, verlos
ons van den eeuwigen dood.
II.  In liet 2de glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis: ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wit navolgen.
II.    Ons leven is als eene schaduw die
snel voorbij gaat. Laten wij dan de
hemelsche dingen beminnen en niet wat
van deze wereld is. O Allerheiligste
Maagd, onthecht ons hart en verwijder
van ons alle ongeregelde neigingen tot
-ocr page 159-
— 141 —
het aardsche. eer de naderende dood er
ons niet geweld aan ontrukt.
III.    1 ti het 3de glorierijke geheim overwegen
wij, dat Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen
Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de
Apostelen , die in de opperzaal vergaderd waren.
III.   De II. Geest bezoekt de nederigen,
zooals de H. Schrift zegt, maar tot de
hoovaardigen komt hij niet. Sommige
schrijvers zeggen dat de II. Maagd op
de laatste plaats gezeten was. toen de
H. Geest over de Apostelen nederdaalde.
O Allernederigste Maagd, geel\' dat ik
de nederigheid beminne en in beoefening
brenge, opdat ik de gaven van den
H. Geest moge ontvangen.
IV.  In het 4de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tot God, en duor de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV.    De heilige Stanislaus stierf met
zijn Rozenkrans in de hand. Eenige be-
zoekers zeiden tot hem: Waartoe dient
u nog uw Rozenkrans, nu gij hem toch
niet meer kunt bidden? Toen zeide de
heilige jongeling: Het is een zwijgende
godsvrucht tot de H. Maagd, en deze
-ocr page 160-
— 142 —
is voldoende om mij te troosten. 0 Aller-
heiligste Maagd, geel\' dat wij sterven
in de liefde tot U en tot uwen Rozen-
krans.
V. In liet 5de glorierijke geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd niet groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt
als koningin des hemels en der narde, als voor-
spraak der zondaren, als hulpe harer vereerders
bij hun leven en hij hunnen dood.
V. De overweging over den hemel
strekt tot grooten troost en moed aan
de ongelukkige kinderen van Eva. Kn
hoe zouden wij ons dan ook niet ge-
troost gevoelen bij de beschouwing
van onze allerzoetste Moeder en van
zoovele heilige broeders, die ons in den
hemel wachten ? waarom zouden wij al
te vreesachtig zijn? Binnen weinig tijds
komt het einde van deze wereld, daar
in den hemel wacht mij mijne Moeder,
zou ik dan mijne moeilijheden niet met
geduld trachten te dragen? 0 Koningin
der heiligen, geef dat wij ook eens
medegerekend worden met U en met
.lesus Christus, onder het getal van
zoovele gelukkigen.
-ocr page 161-
— -143 —
VOORBEELD.
Eene godvruchtige jonge dochter huw-
de met een man, die rijk bedeeld was
van de goederen der fortuin, maai\' arm
aan geestelijke gaven, door zijn onge-
regeld en zondig leven. De ongelukkige
vrouw begreep zeer goed, dat haar echt-
genoot groot gevaar liep, eeuwig ver-
loren te gaan, en daarom ging zij tot
den H. Dominicus oni raad te vragen.
De heilige zeide haar dat zij met veel
godsvrucht den Rozenkrans moest bidden,
en dat zij dan zeker de gunst zou ver-
krijgen, die zij vroeg. Aanstonds begon
de deugdzame vrouw dezen raad te
volgen. Reeds den eerst volgenden nacht
toonde de H. Maagd aan haren echtge-
noot in zijn slaap zoo duidelijk de straf-
fen der hel, dat hij met de levedigste
voorstelling van dat vreeselijk vuur
ontwaakte. Hij begon van het hoofd tot
de voeten te beven, en nit schrik voor
het groot gevaar, waarin hij verkeerde,
ging bij zich nederwerpen aan de voeten
van den heiligen Dominicus. Hij biechtte
zijne zonden met groot berouw, liet
zich inschrijven in het broederschap van
den Rozenkrans, en bracht het ver-
volg van zijn leven zeer deugdzaam
-ocr page 162-
_ 144 —
floor. Laten dun zij, die verplicht zijn
met driftige ot ongodsdienstige ouders
of echtgenooten te leven, in plaats van
hun geduld te verliezen en te morren
tegen de Goddelijke voorzienigheid, met
groot vertrouwen en met volharding hun
toevlucht nemen tot den Rezenkrans,
en zij zullen hun doel bereiken.
-ocr page 163-
BLIJDE GEHEIMEN.
I. In liet 1ste blijde geheim overwegen wij.
dat de Aartsengel GABRltiL de Allerheiligste Mangd
boodschapt. dat zij Moeder van Jesns zal worden,
tot redding der menschen.
I.      Wees gegroet, Maria, zeide de
Aartsengel bij zijne komst tut de H.
Maagd. Wees gegroet. Maria, dat zeg-
gen ook wij zoo dikwijls bij het bidden
van den Rozenkrans. <• hoe zoet is die
naam voor hem. die Maria bemint! Een
kind verveelt liet niet duizendmaal daags
zijne moeder te roepen, omdat hel haar
bemint. Maai\' ei\' is geen Moedernaam,
zoo schoon, zoo zoet als die van Maria.
Laat het ons dan niet zwaar vallen dien
beminnelijken naam dikwijls te noemen,
vooral bij bet bidden van den Rozenkrans,
O Allerheiligste Maagd, help ons uwen
naam. Maria, noemen in gevaren, in
droefheid en vreugd, bij het leven en
hij den dood.
II.   In liet 2de blijde geheim overwegen wij ,
dat de Allerheiligste Maagd de H. Klisabeth be-
zoekt en drie maanden in haar huis verblijft.
II. Toen de Allerheiligste Maagd hare
10
-ocr page 164-
— 140 —
nicht Elisabeth bezocht zeide zij : »11ij
dii- machtig is. heeft groote dingen aan
mij gedaan." Het zou misschien iemand
kunnen toesclrijnen, dat deze woorden
met de nederigheid in strijd waren. Maar
het is niet strijdig niet de nederigheid,
als wij de gaven, die God ons geelt
erkennen, liet zon veeleer ondankbaar
zijn. die niet te erkennen; en wij zouden
ook geen vordering maken in de deugd,
als wij geen acht sloegen op de gun-
sten, die God ons bewijst. O Aller-
heiligste Maagd, geef dat wij de gena-
den en de gunsten Gods erkennen, en
dat wij in het vervolg niet meer on-
dankbaar zijn.
[II. In het 3de bigde geheim overwegen wij,
dat de II. Maagd Jesus haart in den stal van
Betblehem en hem in eune kribbe nederlegt.
111. .lesus werd geboren in den stal,
omdat er. zooals liet II. Evangelie zegt,
geen plaats voor den heiligen .loseph
en voor de II. Maagd was in de herberg.
O hoeveel malen wilde .lesus in ons hart
komen, doch hij vond geen plaats. Wij
hebben wel plaats in ons hart om de
rijkdommen, de genoegens, de ijdelheden
-ocr page 165-
— 147 —
der wereld te beminnen, maar wij hebben
geen plaats voor Jesus Christus. O Aller-
heiligste Maagd, neem gij nit ons hart
alle ongeregelde liefde voor rle schepselen
weg, opdat Jesus er plaats moge vinden.
IV. In liet 4de blijde geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd, <»|) den dag van hare
zuivering. Jesus in den tempei brengt en hem
overgeef! in de handen van den grijsaard SlMEON.
IV. Toen Jesus in den tempel kwam
vond liij slechts twee. hoog bejaarde per-
sonen, die hem als den Messias erkenden,
den heiligen Simeon en de heilige Anna,
die vierentachtig jaar oud was. Veeltijds
is dat nu ook nog zoo. .lesns vindt slecht»
bejaarde lieden voor het II. Sacrament.
Men zegt: ik zal ter kerke gaan. ik zal
tot de II. II. Sacramenten naderen, als
ik oud zal geworden zijn. Maar wie
verzekert den mensch, dat hij oud zal
worden ? hoe velen sterven niet op jeug-
digen leeftijd! En hoe schandelijk is het
alleen het laatste deel zijns leven aan
God te willen geven, en het schoone
aan den duivel! O Allerheiligste Maagd,
geef dat wij God nn dienen voor de tijd
komt, waarin onze dienst hem niet aan-
genaam meer zal zijn.
-ocr page 166-
148
V. In het 5de blijde geheim overwegen wij. \\
dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren heb- l
bend toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie
dagen niet gi.....te blijdschap in den tempel tusscben
de leeraren terugvindt.
V. (\'.root was de vreugde der Aller-
heiligste Maagd toen /ij .lesns vond.
Groot is ook de vreugde van .lesns c
Christus als hij eene verloren zondige
ziel terugvindt, lu den hemel zelfs smaken ;
de engelen meer vreugde over één zon-
daar die boetvaardigheid doet. dan over ,
ïiegen-en-negentig rechtvaardigen, die
geene boetvaardigheid noodig hebben, 0 >
toevlucht der zondaren, geel\' dat wij
Jesus Christus dooi\' ware boetvaardig-
heid terug vinden, en dat wij hem in
het vervolg niet meer verliezen.
VOORBEELD.
Eene vrouw wordt door den
Rozenkrans genezen.
Te Barcelona leefde eene vrouw die
door lamheid bezocht werd. Doch daar
zij groote godsvrucht voor den Rozen-
krans bad. bad zij dezen daags voor i
Maria-Zuivering meerdere malen om ge-
nezen te worden, indien het God mocht. !
beliagen. Den volgenden morgen kleedde >
zij zich, en liet zich naar de kerk der
-ocr page 167-
— -149 —
Dominicanen brengen in de kapel van
den Rozenkrans. Daar gekomen richtte
zij zich aanstonds tot de H. Maagd en
zeide: O Moeder van God en mijne
Meesteresse, op wie ik naast God al
mijn • vertrouwen stel, zie met hoeveel
moeite ik U bier kom bezoeken: ik zal
deze plaats niet verlaten zoolang ik niet
genezen word, en ik zal niet anders dan
op mijne voeten naar huis tenigkeeren.
Zoodra zij op deze wijze gebeden had,
werd zij genezen, tot groote verwonde-
ring der aanwezigen, die allen hierdoor
tot bijzondere vereering van den Rozen-
krans werden opgewekt. Laten wij dan
in elke geestelijke ziekte onze toevlucht
nemen tot den Rozenkrans, want zij,
die door de H. Kerk, de genezing der
zieken genoemd wordt, zal zeker de
wonden onzer ziel genezen.
-ocr page 168-
DROEVIGE GEHEIMEN.
I.   In hut 1ste droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus Christus, biddend in den hof van Olijven,
bloed en water zweet door de droefheid , die hij
gevoelde om onze zonden.
I.    Indien du mensehen uit geheel hun
hart spraken, zooals Jesus Christus • in
den hof van Olijven: «Vader, niet mijn.
muar Uw wil geschiede," dan /.ouden
zij altijd gelukkig en tevreden zijn. Alle
ontevredenheid en alle verdriet komt
daaruit voort, dat wij onzen wil en niet
den wil van God wenschen te volgen.
0 Allerheiligste Maagd, geef ons de ge-
nade, dat wij altijd vrede nemen met
den wil van God.
II.   In het 2de droevige geheim overwegen wij ,
dat \'Jesus aan den geeselpaal met groote bar-
baarschheid gegeeseld wordt en over geheel zijn
lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.
II.    Veel verdroeg .lesus Christus bij
zijne wreede geeseling. Zoo verdragen
de menschen ook veel om de wereld,
om den duivel, maar om Jesus Chris-
tus willen zij niets verdragen. Laten
wij eens overwegen of we in staat zullen
-ocr page 169-
— 151 —
zijn de vreeselijke straffen van de hel
te verdragen. O mijn Jesus. ik wil in
het vervolg niet den heiligen Augustinns
zeggen: »Hrand en snijd mij hier, het
is genoeg indien gij mij spaart in
eeuwigheid."
III.  In het 3de droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus Christus, lie koning der glorie.gekroond
wordt tot koning van smarten mot een kroon van
scherpe doornen.
III.    De II. Roza. Dominicanesse, die
groot-; liefde voor den Rozenkrans had,
droeg, om Jesus Christus na te volgen,
eene kroon van spijkers vervaardigd om
het hoofd. Wij kunnen zoo buitenge-
wone verstervingen niet verduren: maar
indien God ons eene of andere beproe-
ving of\' moeilijkheid overzendt, laten wij
die dan dragen met moed. want hij
zendt ons hierom alleen doornen, om
ons in den hemel voor eeuwig eene
kroon van heerlijkheid te geven. 0 Aller-
heiligste Maagd, geel\' mij groot berouw
over mijne zonden en de genade om uwen
zoon niet weer met doornen te kronen.
IV.  In het 4de droevige geheim overwegen wij.
dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren
last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg
Calvarië.
IV.    De H. Petrus Dominicaan, werd
-ocr page 170-
— 152 —
in de gevangenis geworpen, en hij be-
klaagde zich hij Jesus Christus, zeggend :
Welk kwaad heb ik gedaan ? Waarom
werpt men mij onrechtvaardig in de
gevangenis? Toen verscheen hein Jesus
Christus, beladen niet zijn kruis, en
zeide tot hem : En ik, Petrus, welk kwaad
heb ik gedaan ? Waarom heeft men mij
niet liet kruis beladen? O Allerheiligste
Maagd, help ons dikwijls bet kruis en
liet lijden van Jesus te overwegen, dan
zullen wij ons over ons kruis niet be-
klagen.
V. In hot 5de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen,
dorst heeft aan het kruis en, na een smartelijken
doodstrijd van drie uren, sterft uit liefde tot ons;
en ondel" iiet kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V. De goede en de slechte moorde-
naar stierven beiden aan het kruis: maar
hetzelfde kruis bracht den eene in den
hemel, den andere in de hel. Waarom
dat? Omdat de een zijn kruis droeg
met geduld om wille van God, en de
ander met ongeduld om wille van den
duivel. Als wij dan goedschiks of kwaad-
schiks toch verplicht zijn ons kruis te
dragen, laten wij liet ten minste om
-ocr page 171-
— 153 —
wille van Jesus Christus (loon. O Maria
wij verbergen ons hart in de doorstoken
< zijde van Jesus, in Uw droevig harte:
; daar willen wij rusten nu en in eeuwig-
heid.
VOORBEELD.
In Holland leefde een echtpaar, dat    <
groote liefde had voor den Rozenkrans,
en hem eiken dag niet groote gods-    (
) vrucht bad. Deze menschen hadden een     >
( jeugdig kind, dat zij met groote liefde     S
; beminden. Op zekeren dag speelde het
j kind met anderen iu de nabijheid van
i eene rivier, had het ongeluk er in te     >
/ vallen, en verdronk. Onmogelijk is het     )
! te beschreven, hoe groot de droefheid     )
! dezer ouders was. toen zij hoorden wat    \\
l
er was voorgevallen, /ij haastten zich
S naar de plaats van het ongeluk en
f droegen het kind onder veel tranen en     }
zuchten naar hunne woning. In deze    l
\\ droefheid namen zij hun toevlucht tot    l
den Allerheiligsten Rozenkrans, en onder    ?
j vurige gebeden beloofden zij de II. Maagd,
j haar het kind te zullen toewijden, indien    ;
zij het weder opwekte, en te zullen     )
zorgen, dat het geheel zijn leven den    )
Rozenkrans bidden zou. De Moeder van     \\
\\ Barmhartigheid verhoorde hen op het-     i
-ocr page 172-
— 154 —
zelfde oogenblik, want tot groote ver- l
wondering van allen, die gezien hadden,
dat het kind gestorven was, ontvingen s
zij het in volkomene gezondheid terug. >
De knaa|i begon aanstonds groote liefde
voor den Rozenkrans te koesteren, en
verhaalde aan een ieder dat hij door
de macht van den Rozenkrans weder
tot het leven was opgewekt. 0 hoevele \\
ouders zonden geestelijker wijze hunne <■
ongodsdienstige kinderen tot het leven
terug roepen, als zij meer godsvrucht \\
hadden voor den Rozenkrans van Maria.
-ocr page 173-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I.  Iii het lste glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesns (Idii derden dag na zijnen dood heerlijk
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I.   De ziel is het leven van ons lichaam,
en de genade Gods is het leven onzer
ziel. Gij. mijne ziel. die het waarachtig
leven, de genade Gods. verloren heht,
neem den Rozenkrans der Allerheiligste
Maagd Maria, en gij /.uit de genade
Gods, die uw leven is, terug vinden.
0 Moeder van het waarachtig leven,
wek onze ziel weder tot het leven op,
en bevrijd haar van den eeuwigen dood.
II.  In het 2de glorierijke geheim overwegen wij,
d:it Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
II.     Jesus ging naar den hemel om
daar voor u een plaats te bereiden.
Waarom dan, o mensch, verheft gij niet
dikwijls uw hart ten hemel, waar uw
vaderland is? God heeft den mensch
geschapen met het hoofd opziende ten
hemel, opdat fcij zich herinneren zou.
-ocr page 174-
— 156 -
dat de hemel de plaats zijner bestemming,
zijn vaderland is. O Allerheiligste Maagd,
maak dat wij de dingen dezer wereld,
die zoo snel voorbijgaan, verachten, en
dat wij de hemelsche zaken, die eeuwig
duren, boven alles beminnen.
III.  In het 3de glorierijke geheim overwegen wij,
dat .lesns op het Pinksterfeest den Heiligen Geest
zendt over de H. Maagd Maria en over de Aposte-
len. die in de opperzaal vergaderd waren.
III,    De 11. Geest verlangt zijn intrek
in ons hart te nemen. Hoeveel maal zegt
hij ons niet eene gevaarlijke gelegenheid,
of de zonde te verlaten, maar dan sluiten
wij de deur van ons hart. dan zijn wij
dool\' en willen niet hooren. O liruid van
den 11. Geest, geef dat wij altijd naar
zijne stem hooren en die volgen, en dat
wij hem nooit den toegang tot ons hart
ontzeggen.
IV.  In het 4de glorierijke geheim overwegen wij,
dat ile Allerheiligste Maagd sterft, uiteokelliefde
tot God, en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV.   Vele mensehen hebben al te groote
vrees voor den dood: want het is de
dood niet, dien wij het meest moeten
vreezen, maar veeleer de zonde, omdat
de zonde alleen een ongelukkigen dood
-ocr page 175-
— 157 —
veroorzaakt. 0 Maria, Moeder van God.
bid voor ons zondaars 1111 en in het nnr
van onzen dood.
V. In het 5de glorierijke geheim overwegen wy,
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en
zetelt als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak der zondaren . als hulpe harer vereer-
ders hij hun leven eu hij hunnen dood.
V. Terwijl wij den Rozenkrans bidden.
o Allerheiligste Maagd, ziet •rij ons van
uit den hemel, waai\' gij heerscht, en
deelt gij allerlei genaden aan uwe ver-
eerders uit. Vergeet ons toch niet bij
de groote heerlijkheid welke gij geniet,
maak dat wij uwe groote deugden
gedenken, uwe nederigheid, uwe zui-
verheid, uwe liefde tot God. Geel\' dat
wij U oprecht beminnen, dat wij U
dienen uit geheel ons hart, dat wij U
eindelijk eens mogen aanschouwen en
bezoeken, en deelgenooten zijn van uwe
groote heerlijkheid. Amen.
VOORBEELD.
In Spanje leefde eene vrouw. Maria
genaamd, die door hare ouders in zoo
groote vereering van den heiligen Rozen-
krans was opgevoed, dat zij hem iederen
dag driemaal bad. Ook toen zij gehuwd
-ocr page 176-
was ging zij met deze godsvrucht voort.
Nu gebeurde liet eens dat zij een onder-
wijzer in de godgeleerdheid ontmoette,
die haar over hare oefeningen van gods-
vrucht ondervroeg. De vrouw verklaarde
hem toen hare vereering van den Rozen-
krans, en deed dit met zooveel gevoel
van godsvrucht en overtuiging, dat de
onderwijzer ook groote liefde voor deze
geestelijke oefening opvatte. Hij begon
niet. enkel voor zich zei ven den Rozen-
krans te bidden, maar gal\' er in zijne school
verklaring van en beval gedurende ge-
heel zijn leven deze godsvrucht aan een
ieder ten hoogste aan. Kn zooveel vor-
dering maakte hij in de deugd dat hij
in het uur van zijnen dood eene ver-
schijning van de H. Maagd werd waardig
gekeurd, terwijl men op hetzelfde oogen-
hlik zijne ziel van echt schitterend licht
omgeven ten hemel zag opklimmen. Re
ongeletterden behoeven dus wat de gods-
vrucht aangaat diegenen niet te benijden,
die meer onderricht genoten hebben;
indien zij slechts naai\' behooren den
Rozenkrans bidden, zullen zij daaruit
als uit een boek de wijsheid loeren en
de noodzakelijkheid inzien om hunne
ziel zalig te maken.
-ocr page 177-
BLIJDE GKHK1MKN.
I In liet 1ste blijde geheim overwegen wij,
dat de Aartsengel Gabkiki. de Allerheiligste
Maagd boodschapt, dat zij de Hoeder van Jesus
zal worden, tot redding flor menschen.
I.    Bij God is niets onmogelijk, zeide
de Aartsengel Gabriel tot do Allerhei-
ligste Maagd. Als God machtig is om
ons te helpen, waarom vreezen wij dan
do kleinste moeilijkheden in zijnen
dienst? Als God met ons is, wie zal
tegen ons zijn.\' O machtige Maagd, geef
kracht aan onze zwakheid in alle gevaren
en haast U ter onze hulpe.
II. In liet 2de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd de H. Klisaheth be-
zoekt en drie maanden in haar huis verblijft.
II.    De H. Elizabeth ondervond groote
blijdschap, toen de Allerheiligste Maagd
haar bezocht, en de II. Joannes de
Dooper sprong van vreugde op in den
schoot zijner moeder. Overal waar Maria
-ocr page 178-
— 100 —
zich begeeft brengt zij vreugde. Laten
! wij dan. als we ware vreugd genieten
willen, de II. Maagd beminnen en de
ijdele genoegens der wereld vluchten. De
wereld kan ons geen ware vreugde geven,
want ook de H. Maagd, zij zegt: »mijn
geest heelt gejuicht in God, mijnen
s ZaligmakerI O hoven allen verheerlijkte
Maagd, wij bidden U met de II. Kerk,
verlos ons uit de droefheden van dit
\\ leven, en geef dat wij de eeuwige heer-
lijkheid mogen genieten.
IM. In tiet 3ilc blijde geheim overwegen wij,
dat de H. Maagd Jesus haart in den .stal van
Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.
III. Er is geen wezen zoo beminnelijk
<     als een kind. Een kind trekt ons hart
tot zich, bijna zonder dat wij het willen.
Daarom is de Koning des hemels een
\\ kind geworden, om ons hart tot zich te
trekken. Maar, o mijn Jesus, de men-
sclien beminnen allerlei zaken, doch Uw
hart beminnen zij niet. Te laat heb ik
U gekend, te laat U bemind. Maar ik
<     wil ten minste in het vervolg U uit
geheel mijn hart beminnen. Leer mij
! die schoone liefde, o Gij, die de moeder
der goddelijk liefde zijt.
s
-ocr page 179-
— 161 —
IV.   In het 4de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Haagd, op den dag van
hare zuivering, Jesus in den tempel brengten
hem overgeeft in de handen van den grijsaard
Si.mkox.
IV.   God verlangt van ons geen zilver
of goud. hij verlangt enkel ons hart;
en het Ls alsof de Almachtige, om zoo
te spreken, niet gelukkig kan zijn.
indien hij het hart der menschen niet
bezit. 0 bewonderenswaardige liefde!
Waarom dan toch, o mensc.h, heiligt
gij uw hart hem niet toe. die u zoozeer
bemind heeft, zoozeer bemint, en uwe
liefde zoo waardig is? O Allerheiligste
Maagd, neem mijn hait en breng het
tot Jesus.
V.   In het 5de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd. Jesus verloren hebbend
toen hij twaalf jaren oud was, hem na drie dagen
met groote blijdschap, in den tempel tusschen
de leeraren terugvindt.
V.  De verloren zoon verliet zijn goeden
vader met groote ondankbaarheid. Maar.
de ongelukkige! hij werd door armoede
en gebrek bezocht en gedwongen een
wreeden meester te dienen. Ziedaar de
geschiedenis van hen. die God verlaten
en Jesus Christus door doodzonde ver-
11
-ocr page 180-
— -162 —
liezen. Wie Jesus Christus verliest, heelt
alles verloren. O Koningin van barm-
hartigheid help ons tot het hart van
Jesus te vluchten, en laat ons niet
weer onzen goeden Vader verlaten.
VOORBEELD.
In eene Congregatie van vrouwen
bevond zich een meisje van voorname
familie, Joanna genaamd, van goed
karakter, maar dat toch geen grooten
voortgang in de deugd maakte, omdat
de godsvrucht der anderen niet grooter
was dan de hare. Maar van dien tijd al\', dat
zij. o|i raad van haren biechtvader, den
Rozenkrans begon te bidden, niet de
overweging der. geheimen, werd zij ten
voorbeeld aan allen. Deze echter, die
hare godsvrucht wel zagen, wilden
in plaats van dit voorbeeld te volgen,
haar terughouden om in zoo groote
heiligheid te leven. Toen Joanna eens
den Rozenkrans bad, en de H. Maagd
haren bijstand vroeg in de moeilijkheden
die zij ondervond, zag zij een brief van
den hemel vallen, waarin het volgende
te lezen stond: «Maria, de moeder van
God groet hare dochter Joanna. Mijn
zeer beminde dochter, ga voort den
Rozenkrans te bidden, houd u ver-
-ocr page 181-
— 163 —
wijderd van haar, die u niet behulpzaam
zijn in het godvruchtig leven, vlucht
de ledigheid en de ijdelheden, verwijder
alle overbodige zaken uit uwe cel, en
ik zal uwe voorsprekeresse zijti hij God."
De overste der congregatie kwam haar
bezoek afleggen en trachtte hare onder-
hoorigen tot grooter heiligheid te bren-
gen, doch mocht hierin niet slagen.
Toen zij nu van Joanna\'s godsvrucht
voor den Rozenkrans hoorde, en van
den brief, dien zij van de H. Maagd
had ontvangen, schreef zij voor. dat
allen den Rozenkrans zouden bidden en
van dien dag at\' aan werd deze congre-
gatie in een paradijs veranderd. Willen
wij Gods zegen doen rusten over ons
huis, laten wij dan niet godsvrucht den
Rozenkrans van Maria bidden. (Glorie
di Maria.)
-ocr page 182-
DROEVIGE GEHEIMEN.
I. In het 1ste droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus Christus, biddend inden hof van Olijven,
bloed en water zweet door de droefheid, die hij
gevoelde om onze zonden.
I.    O mijn Jesus, waarom hebt gij in
den hof van Olijven water en bloed ge-
zweet? Om mijne ondankbaarheden,
om mijne zonden. Geef mij, o mijn Ver-
losser, groot berouw over mijne zonden,
en Gij. o Allerheiligste Maagd, bid
uwen Goddelijken zoon, opdat ik deze
genade verweive.
II. In liet 2de droevige geheim overwegen wij,
dat Jesus aan den geeselpaal metgroote barbaarsch-
heid gegeeseld wordt en over geheel zijn lichaam
zijn kostbaar bloed vergiet.
II.    0 mijn Jesus, hoe hebt gij zulk
eene wreede geeseling kunnen verduren
van hen, die de schepselen uwer handen
zijn? Om welke reden is uw heilig
lichaam zoo wreedaardig verscheurd ? O,
ik weet de reden. De schandelijke zonden
der menschen hebben U deze onnien-
schelijke geeseling veroorzaakt. O mijne
-ocr page 183-
— 165
Meesteres, o allerzuiverste Maagd, geef
ons de genade om altijd zuiver te leven
naar lichaam en ziel.
III.   In het 3de droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond
wordt-tot koning van smarten niet een kroon van
scherpe doornen.
III.    0 Jesus, met doornen gekroond,
niet hoe vele doornen heb ik uw heilig
hoofd doorstoken door mijne zondige
woorden, door schandelijke gedachten!
Geef, o allerzoetste Koningin, dat iR
altijd met de grootste zorg de onzuivere
woorden vermijde, en dat ik in de be-
koringen de allerheiligste namen van
.lesus en van Maria aanroepe.
IV.  In het 4de droevige geheim overwegen wij.
dat Jesus Christus beladen wordt met den /.waren
last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg
Calvarië.
IV.    O Jesus, gij hebt den zwaren
last van uw kruis gedragen, en ik zou
mijn kruis afwerpen? 0 laat dit nooit
geschieden. Geef mij kracht om het
moedig te dragen, en gij, o Allerhei-
ligste Maagd, die Jesus zijt te gemoet
gegaan, kom mij te hulp, terwijl ook
ik mijn kruis wil trachten te dragen.
-ocr page 184-
— 166 —
V. In het 5de droevige geheim overwegen wij,
ilat Jesus Christus, op den Schedelherg gekomen,
dorst heeft aati liet kruis, en, mi een smartelijken
doodstrijd van drie uren sterft uit liefde tot ons;
en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V. 0 mijn .Testis, gij sterft, gij sterft
uit liefde tot mij. Maar als ik voor U
niet sterven kan, waarom leef ik ten
minste niet voor U? O. laat mij U be-
minnen, of laat mij sterven: ik wil niet
meer leven buiten uwe liefde. 0 Moeder
der goddelijke en sehoone liefde, wond
met het zwaard, dat uw bart bij den
dood van .lesus doorstoken heeft, ook
mijn hart. opdat het gewond zij van
liefde en van berouw.
VOORBEELD.
(Periodico Cuore di Maria 1877.)
Men verhaalt dat eens in eene voor-
name hoogesehool te Parijs, waar de
jongelingschap zich tot den militairen
stand voorbereidt, een Rozenkrans ge-
vonden werd. Het is bekend dat men
in zulke inrichtingen gewoonlijk weinig
liefde voor de godsvrucht ontmoet. Een
der jongelingen dan, die den Rozenkrans
zag, maakte zich boos hierover en zeide:
-ocr page 185-
— 1G7 —
Hoe. worden er dan onder ons nog zulke
dwazen gevonden, die den Rozenkrans
durven bidden? Kn daarna begaf hij zich
naar het midden van liet binnenplein en
riep ten aanhoore van al de jongelingen:
»IIij, die dezen Rozenkrans verloren heelt,
kome om hem te halen." Toen begonnen
allen te lachen want wie zon durven
zeggen: het is de \'mijne? Maar zie. één
richtte zich uit aller midden op, ging
bedaard naar den jongeling en zeide:
«Mijn vriend, die Rozenkrans is van mij.
Mijne moeder heeft hem mij gegeven,
en ik bid hem ook: en ik geloof ook
niet dat dit onteerend is voor ons college,"
Die jongeling was de eerste onder zijne
medeleerlingen, en behaalde de eerste
prijzen. Allen bewonderden nu zijn moed
en riepen: bravo! Y.n de kapitein die
hoorde wat ei\' was voorgevallen, ging
hem te gemoet. gaf hem de hand en
zeide: Gij zijt e^n dappere jongen, gij
zijt in staat ons vaderland te verdedigen.
daar gij den moed hebt alle menschelijk
opzicht te overwinnen. De godsvrucht
voor den Rozenkrans is dan dienstig voor
alles, voor de ziel. voor de wetenschap,
voor den tijd en voor de eeuwigheid,
-ocr page 186-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I.  In liet 1ste glorierijke geheim overwegen wij,
dat Jesus den derden (lag na zijnen dood beerlijk,
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I.   De Apostel Thomas wilde de op-
standing van Jesus Christus niet gelooven,
maar Jesus Christus, onze- Zaligmaker,
berispte hem en zeide: »Steek uw vinger
hierin, en zie mijne handen, en neem
uwe hand en leg haar in mijne zijde,
en wees niet ongeloovig maar getrouw."
Laten wij de waarheden der Katholieke
Kerk vastelijk gelooven, laten wij hooren
naar hetgeen ons geleerd wordt door
het hoofd der Kerk, den Paus van Rome.
0 Allerheiligste Maagd, vermeerder ons
geloof, en geef ons de genade, dat wij
ook in oefening hrengen hetgeen wij
gelooven.
II.  In het 2de glorierijke geheim overwegen wij,
dut Jesus, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten
hemel opklimt, om dien te openen voor ieder die
zijn voorbeeld wil navolgen.
II.      Bij de Hemelvaart van Jesus
Christus zeiden de engelen tot de Apos-
telen : «Deze Jesus. die van u is heenge-
-ocr page 187-
— 169 —
gaan naar den hemel, zal zoo wederkeeren
gelijk gij hpm naar den hemel hebt zien
heengaan," d. w. z. hij zal terugkeeren
om de wereld te oordeelen. Laten wij
dikwijls het oordeel Gods overwegen. De
heilige Vincentins Ferreri, Dominicaan,
bekeerde diiizende menschen door zijne
predikatiën over het laatste oordeel. Nu
is het de tijd van barmhartigheid, laten
wij niet tot den dag des oordeels wachten,
want dan zal het tijd zijn van- recht-
vaardigheid. O Allerheiligste Maagd,
help ons nu, alvorens wij op dien ver-
schrikkehjken dag voor het oordeel Gods
verschijnen.
III. In het 3de glorierijke geheim overwegen
wij, dut Jesus op het Pinksterfeest den Heiligen
Geest zendt over de H. Maagd Maria en over de
Apostelen, die in de opperzaal vergaderd waren.
III. Ons lichaam is de tempel van
den H. Geest, zegt de Apostel Paulus.
Laten wij het dan niet bezoedelen door
schandelijke zonden, opdat wij den Hei-
ligen Geest niet van ons verwijderen.
Wee hem, die den tempel Gods onteert.
O Allerzuiverste der Maagden geef ons
groote reinheid van lichaam en ziel.
-ocr page 188-
— 170 —
IV.   In het 4de glorierijke geheim overwegen
wij, ilat (ie Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel
liefde tut 0\'»d, en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV.     Heilig was Maria\'s leven, heilig
was ook haren dood. Eu zoo is het bijna
altijd. Is het leven goed, ook de dood
is goed: is liet leven slecht, ook de dood
is slecht: zoo het leven, zoo de dood.
Wij moeten dan niet doen evenals de
propheet Balaam: want deze zeide wel:
het moge God behagen, dat ik den dood
der rechtvaardigen sterve, en dat mijn
einde gelijk zij. aan het einde van hen:
maar hij wilde niet leven volgens het
leven der rechtvaardigen, en daarom
was zijn dood rampzalig. O Maagd Maria,
geel\' ons de genade, heilig te leven gelijk
Gij. opdat wij heilig sterven gelijk Gij.
V.  In het 5de glorierijke geheim overwegen wy,
dat de Allerheiligste Maagd met gronte glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en
zetelt als koningin des hemels en der aarde, als
voorspraak der zondaren, als hulpe harer vereer-
ders hij htm leven en hg hunnen dood.
V.    De II. Maagd is in den hemel de
allerhoogste verheerlijking deelachtig ge-
worden. Doch hoe heeft zij deze ver-
kregen? Zij deed hier op aarde niets
-ocr page 189-
— 17-1 —
buitengewoons: zij had zorg voor haar
huis. zij was gehoorzaam aan (hm hei-
ligen Josef, zij besteedde haren tijd goed,
zij deed haar werk met zorgvuldigheid:
en zoo verkreeg zij die bijzondere ver-
heerlijking, zonder iets buitengewoons
gedaan te hebben. Eveneens kan ieder
in zijnen staat zich zelve gemakkelijk
heiligen: het is genoeg, dat hij zijne
plichten goed vervult. De ouders b. v.
moeten bezorgd zijn hunne kinderen eene
goede opvoeding en een goed voorbeeld
te geven: zij die zaken doen. moeten
de rechtvaardigheid voor oogen houden:
de kloosterlingen moeten hunne regels
goed in acht nemen. Ziedaar de waarlijk
gemakkelijke weg ten hemel. O Aller-
heiligste Maagd, help ons het voorbeeld
uws levens volgen. opdat wij in
eeuwigheid deelgenooten Uwer glorie
mogen zijn.
VOORBEELD.
Wij lezen dat zekere arme man zijne
armoede niet dan onder veel morren
droeg, en een hevige begeerte naar
rijkdom had opgevat. De duivel die wel
weet dat een mensch tot alle boosheden
in staat is. als hij door de ongeregelde
begeerte naar geld beheerscht wordt.
-ocr page 190-
— 172 —
bezocht hem, en zeide hem groote rijk-
dommen te zullen bezorgen, indien hij
tot drie zaken werd bereid gevonden.
Vooreerst moest hij aan zijn Doopsel
verzaken: ten tweede moest hij aan God
verzaken: en eindelijk het stuk dezer
overeenkomst met zijn bloed teekenen.
Ziedaar tot welke afdwalingen de harts-
tocht naar geld een mensch kan brengen.
Want hij deed wat de duivel van hem
eisehte en onderschreef de overeenkomst
met zijn bloed. In koilen tijd verkreeg
hij nu zeer vele goederen. Maar zij ver-
gissen zich, die ineenen, hun geluk in
de zonde te zullen vinden. In plaats van
gelukkiger te worden, verviel hij tot
nog grootere ontevredenheid, en door
de aanhoudende knaging van zijn geweten
vond hij noch rust noch duur. Op den
feestdag van den Rozenkrans ging hij
toevallig eene kerk binnen en boorde
den predikant zeggen, dat de grootste
zondaars door middel van den Rozen-
krans vergiffenis hunner zonden kunnen
verkrijgen, en de liefde Gods herwinnen.
Aanstonds keerde het vertrouwen in dit
geschokte hart weder, en hij begon vurig
den Rozenkrans te bidden. De duivel
zeide hem: gij doet vergeefsche moeite,
gij zijt verloren, gij zijt mijn eigendom,
-ocr page 191-
— 173 —
ik heb uwe eigene getuigenis in handen.
Niettemin bleef de ongelukkige zondaar
volharden in het gebed van den Rozen-
krans, en terwijl hij eens weder de
H. Maagd om de vergiffenis zijner zonden
bad, zag hij dat het geschrift, hetwelk
hij den duivel gegeven had, voor zijne
voeten nederviel. Wie zal beschrijven
hoe verheugd hij was, en hoe dankbaar
tot de H. Maagd. Geheel zijn leven ging
hij voort den Rozenkrans te bidden, die
de oorzaak van zijne bekeering en van
zijne redding geweest was. Laten wij
dan nooit zeggen: er is voor mij geen
heil meer, mijne zonden zijn zoo groot,
dat ik er geen vergiffenis van verkrijgen
kan. Als wij de Allerheiligste Maagd
met het gebed van den Rozenkrans aan-
roepen is er altijd hoop, en hoe groot
onze zonden ook mochten zijn, wij kunnen
er vergiffenis van verkrijgen, en zalig
worden, indien wij slechts van goeden
wil zijn.
-ocr page 192-
BLIJDE GEHEIMEN.
I. In het 1ste blijde geheim overwegen wij, dat
de Aartsengel Gabriël de Allerheiligste Maagd
boodschapt, dat zij Moeder van Jesus zal worden,
tot redding der menschen.
I.     Het was voor de Allerheiligste
Maagd een groote eer, van den Aarts-
engel Gabriel te hooren : »Wees gegroet,
gij, vol van genade, de Heer is met U,
gezegend zijt gij onder de vrouwen."
Wij herhalen voortdurend dezelfde groe-
tenis. als wij den Rozenkrans bidden,
en wij doen Maria dezelfde eer aan, zoo
dikwijls wij haar op die wijze toespreken:
Wees gegroet Maria. Geef ons, o Maria,
om de boodschap des Engels, de genade,
dat wij den Rozenkrans, die schoone
begroeting, dikwijls en naar behooren
bidden, en sta ons bij, dat wij, die U
hier vereeren, U eens in den hemel met
de woorden van den Aartsengel mogen
te gemoet komen: Wees gegroet, gij,
vol van genade, wees gegroet.
II.  In het 2de blijde geheim overwegen wij, dat
de Allerheiligste Maagd de H. Elisabeth bezoekt
en drie maanden in haar huis verblijft.
II. Ahvie den naam van Jesus aanroept
-ocr page 193-
— 175 —
zal zalig worden, zegt de H. Schriftuur.
Wel mogen zij dan een groot vertrouwen
koesteren, die. bij het gebed van den
Rozenkrans, zoo dikwijls herhalen: ge-
zegend is, o Maria, de vrucht uws
lichaams, Jesus! O gezegende namen
van Jesus en van Maria, weest gij altijd
op mijne lippen en altijd in mijn hart.
III.    111 hel 3de blijde geheim overwegen wij,
dat de H. Maagd Jesus baart in den stal van
Bethlehem en hem in eene kribbe nederlegt.
III.    Bij de geboorte van Jesus Chris-
tus zongen de engelen in den hemel
den lot\' van God. Ook wij zingen den
lof van Jesus en van Maria als we den
Rozenkrans bidden: daarom wordt ook
de Rozenkrans de lofzang van de Aller-
heiligste Maagd genoemd. O Maria,
geef dat wij U in dit leven met den
Rozenkrans verheerlijken, en dat wij
Uwe barmhartigheid, en de barmhar-
tigheid van Jesus, Uwen Zoon in den
hemel in alle eeuwigheid verheerlijken.
IV.    In het \'tde blijde geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd, op t\\en dag van
hare zuivering, Jesus in den tempel brengt en
hem overgeeft in de handen van den grijsaard
Sim icon.
IV.   De heiligen des hemels, zegt de
-ocr page 194-
— 176 —
H. Joannes, legden hunne kronen aan
Gods voeten neder, tot een teeken van
aanbidding en van liefde. Als wij maar
weinig bezitten, om God en de H.
Maagd aan te Vlieden, laten wij dan
doen als die heiligen, en voor de voeten
van Jesus en van Maria een kroon van
rozen. d. w. z. den Rozenkrans, neder-
leggen, want dit zal een Gode welho-
hagelijk geschenk zijn, dit zal verheer-
lijking brengen aan Jesus en Maria. O
Allerheiligste Maagd, wij hebben geen
andere zaken om U aan te bieden, wij
zullen U daarom dikwijls den Rozen-
krans offeren, en Gij. sta ons bij, dat
wij de kroon der eeuwige heerlijkheid
deelachtig worden.
V. In het 5de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd, Jesus verloren
hebbend toen hij 12 jaar oud was, hem na drie
dagen met groote blijdschap, in den tempel
tusschen de leeraren terugvindt.
V. Niet gemakkelijk zal iemand, die
godvruchtig den Rozenkrans bidt, Jesus
Christus verliezen: en indien het bij
ongeluk geschiedde dat hij hem verloor,
wel spoedig zal hij hem weder terug-
vinden, indien hij voortgaat te bidden,
gelijk het behoort. O, hoeveel zondaars
-ocr page 195-
— 177 —
zijn door den Rozenkrans gered, zegt
de H. Alphonsus. Laat dit dan ons voor-
nemen zijn. in deze maand van den
Rozenkrans, om voort te gaan met het
bidden van den Rozenkrans, en eiken
dag de overweging dei- Geheimen daarbij
te volbrengen. Gelukkig wij. indien we
dit schoone voornemen ten uitvoer leggen.
O allermedelijdenste Maagd Maria, geef
ons, om den Rozenkrans, dien we deze
maand eiken dag bidden, de genade
dat wij Jesus Christus nooit verliezen.
Oin uwen heiligen Rozenkrans, geef
dat wij altijd in deze schoone gods-
vrucht volharden, en dat niemand ver-
loren ga van hen, die U deze maand
eeren, geef ons vooral, dat wij U eens
vinden te zamen met Jesus in den hemel.
VOORBEELD.
In het ziekenhuis te Antwerpen be-
vond zich een oud-soldaat. op hoogen
leeftijd, die geheel zijn leven te midden
der oorlogen had doorgebracht. Eens
werd hij door een priester bezocht, die
hem de godsvrucht tot den Rozenkrans
leerde. De oud-soldaat smaakte zulk
een vreugde en vertroosting bij dit ge-
bed, dat hij uitriep: waarom heb ik
dit niet eer, maar zooveel te laat ge-
geweten! Als ik den Rozenkrans eer ge-
-ocr page 196-
— 178 —
kend had. zou ik hem daprelijks gebeden l
hebben. En liij zeide: als de H. Maagd
mij gezond maakt, en mij nog twee
jaar te leven geeft, zal ik hem even
zooveel malen bidden, als er dagen in
mijn leven zijn voorbijgegaan. Hij was >
zestig jaar oud. en vroeg: hoeveel
dagen zijn er in zestig jaar? Men ant- >
woordde hem : een-en-twintigduizend en
negen-honderd dagen. Daarna vroeg hij:
hoeveel Rozenkransen moet ik dan dage-
lijks bidden, om in twee jaar tot dit i
getal te komen ? .Men zeide hem: dertig i
Rozenkransen. En de soldaat zeide: dan c
zal ik die bidden, om te herstellen wat \'
ik zoo vele dagen van mijn leven ver- c
znimd heb. Zoo hield hij dan latei\' bijna (
nacht en dag zijn Rozenkrans in de
hand. en maakte daarbij groote vorde- j
ringen in deugd en godsvrucht. Einde- i
lijk kwam de dood. en terwijl hij het
laatste «Wees gegroet" bad. stierf hij l
in geur van heiligheid, en verliet deze (
wereld om de Koningin van den Allerhei-
ligsten Rozenkrans te gemoet te snellen, c
Wij moeten dan niet ophouden den Ro-
zenkrans te bidden, en de II. Maagd
zal onze beschermster zijn in dit en in
het andere leven.
                                                  s
Chery. Mots du Ronairc.
-ocr page 197-
DROEVIGE GEHEIMEN.
I. In het 1ste droevige geheim overwegen wij,
flat Jesus Christus, biddend inden hof van Olijven
bloed en water zweet door de droefheid, die hij
gevoelde om onze zonden.
I.    Wat is de, reden, dat zoo vele
menschen in de zonden vallen en ein-
delijk verloren gaan ? Dat zij liet lijden
van den zaligmaker in den hof van
Olijven niet overwegen, en in gevaren,
in bekoringen niet bidden, htm toe-
vlucht niet nemen tot God. Wie bidt
wordt zalig, wie niet bidt gaat verlo-
ren, zeggen de heiligen. O Allerhei-
ligste Maagd, wij bidden U, hij den
doodstrijd Van Jesus, leer ons bidden
en bijzonder onze toevlucht tot U
nemen in alle gevaren.
II.   In het 2de droevige geheim overwegen wij ,
dat Jesus aan den geeselpaal met groote bar-
baarschheid gegeeseld wordt, en over geheel zijn
lichaam zijn kostbaar bloed vergiet.
II. O mensch, gij, die uw lichaam
zoo koestert en van zorgen omringt.
-ocr page 198-
— 480 —
terwijl liet uw grootste vijand is, aan-
schouw uwen God, aanschouw het lichaam
van Jesus. die bij zijne wreede geeseling
als vernietigd ter aarde valt, en zorg dat
gij in het vervolg niet toegeeft aan de be-
geerte uws vleesches, maar dat gij ze ver-
streft. 0 Koningin der martelaren, geel\'
ons den geest van Christelijke verster-
ving, opdat wij onzen grootsten vijand,
het lichaam met zijn slechte neigingen,
niet te veel verzorgen:
III. In\'het 3de droevige geheim ovenvegen wij,
dat Jesus Christus, de koning der glorie, gekroond
wordt tot koning van smarten met een kroon van
scherpe doornen.
III. Zie uwen Koning, zoo riep Pi-
latus uit, nadat hij Jesus met een kroon
van smartelijke doornen had laten kronen.
En waarlijk, o mijn Jesus, gij zijt een
koning, maar een koning van lijden en
van vernedering. Wees ook de koning
van ons hart, en indien wij U niet be-
minnen, om uwe overgroote liefde tot
ons, dat wij U ten minste beminnen
om de groote smarten, die gij voor ons
zondaars geleden hebt. O Moeder der
schoone liefde, geef ons toch eene groote
liefde voor onzen Koning, met doornen
gekroond.
-ocr page 199-
— 181 —
IV.  In het 4de drnevige geheim overwegen wij,
dat Jesus Christus beladen wordt met den zwaren
last van zijn kruis, dat hij draagt tot op den berg
Calvarië.
IV.    Velen klinkt het woord van Jesus
hard: Wie mijn leerling wil zijn. neme
zijn kruis op en volge mij. Doch veel
harder zal zijn woord zijn in het laatste
oordeel: gaat van mij. verdoemden, in
het eeuwig vuur. Het kruis schijnt
zwaar te zijn, maar in het kruis is
onze hoop, onze vreugde, ons geluk,
onze zaligheid. O Allerheiligste Maagd,
geef ons de genade, dat wij ons kruis
dragend Jesus naar Calvarië volgen,
opdat wij hem ook mogen volgen in
de eeuwige vreugde des hemels.
V.   In het 5de droevige geheim overwegen wij.
dat Jesus Christus, op den Schedelberg gekomen,
dorst heeft aan het kruis en , na een smartelijken
doodstrijd van drie uren , sterft uit liefde tot ons.
en onder het kruis stond zijne bedroefde Moeder,
de Maagd Maria.
V.    De Almachtige lijdt, de Onsterfe-
lijke sterft voor u, o mensen. Waarom
dan overweegt gij ten minste dit lijden
niet, den dood van Jesus. uwen Ver-
losser? Het kruis van Jesus is het
schoonste aller boeken. Het leert ons
-ocr page 200-
— 182 —
alles, en wie er in overweegt, hetzij
hij geleerd, hetzij hij ongeletterd zij.
zal er de ware wijsheiil leeren, de wijs-
heid der heiligen, de wijsheid des hemels,
ü Maria, prent ons diep in geest en
hart de wonden van .lesns en Uwe
smarten, en geef\' dat de dood van Jesus
ons ten leven zij.
VOORBEELD.
In het tijdschrift »de Rozenkrans"
1884, bh. 233 lezen wij. dat er ten
tijde van de verschrikkelijke aardbe-
ving, die voor weinige jaren het eiland
Iscliia teisterde, te Home eene dame
leefde, die groote godsvrucht had voor
den Allerheiligsten Rozenkrans. Zij kwam
een Pater Dominicaan van het klooster
»del la Minerva" bezoeken, en zeide in
groote vrees te verkeeren. dat haai\'
echtgenoot, die met een nog jeugdig
kind naar dat eiland vertrokken was,
door een groot ongeluk zon worden ge-
troffen. De Dominicaan trachtte haar
te troosten en gaf haar den raad een
groot vertrouwen te stellen op God en
op de Allerheiligste Maagd van den
Rozenkrans, tot wie zij zoo groote gods-
vrucht had. De dame bad den Pater
eene H. Mis te lezen aan liet altaar
-ocr page 201-
— 183 —
van den Rozenkrans, en de Allerhei-
ligste Maagd toch goed te bidden, omdat
zij zoo groote vrees voor eenig onge-
luk gevoelde. De Dominicaan deed wat
de godvruchtige dame hem verzocht.
Den dag waarop de verschrikkelijke
ramp, waarbij zooveel menschen het
leven verloren, plaats had. was de vader
met zijn zoon te huis gekomen, slechts
enkele oogenblikken voordat de aard-
beving plaats had. en zij waren op het
punt zich ter ruste te gaan hegeven.
()|i dat oogenblik echter vroeg de knaap
zijn vader. om een komkommer te
mogen gaan plukken, en hij hield met
eene zoo lastige volharding hierop aan.
dat zijn vader eindelijk gehoor gevend.
heen ging. om den komkommer te pluk-
ken. Daarna zeide hij tot zijn zoon
den komkommer hij de deur van het
i huis te gebruiken. Toen zij nu bij de
deur gekomen waren, hoorden zij plot-
seling het gedruisch van de aardbeving:
oogenblikkelijk greep de vader zijn kind
en sprong op de straat. Daar zag hij
voor zijne oogen hoe het huis instortte
en vermorzeld werd. Was hij een oogen-
blik langer gebleven, hij zou verplet-
terd zijn geworden, hij en zijn kind.
Zeker mogen wij wel zeggen, dat de
-ocr page 202-
— 184 —
godsvrucht der moeder tot de H. Maagd
van den Rozenkrans haar bewaard heeft
voor de ontzettende ramp, waarvoor
zij vreesde, en haren echtgenoot met
het kind van den dreigenden dood heeft
gered. 0 hoe voordeelig is het de Aller-
heiligste Maagd van den Rozenkrans
te beminnen, om uit alle gevaren naar
ziel en lichaam verlost te worden!
-ocr page 203-
BLIJDE GEHEIMEN.
I.   In het 1ste blijde geheim overwegen wij,
dat de Aartsengel Gahkiki. de Allerheiligste
Maagd boodschapt, dat zij de Moeder van Jestis
zal worden, tot redding der rnenschen.
I.    Zie. hoe voorzichtig de H. Maagd
zich gedroeg in hare samenspraak niet
den Aartsengel Gabriël! Eerst hoorde
zij zwijgend zijne begroeting aan: daarna
ondervroeg z\\j hem slechts uit noodza-
kelijkheid en met weinig woorden; ein-
delijk gaf\' zij ook met weinig woorden
ten antwoord: Zie de d iensmaagd des
Heeren. mij geschiede naar uw woord."
Laten wij van de H. Maagd leeren.
weinig te spreken, en te overdenken
alvorens wij spreken, want ontelbare
zonden komen voort van de tong. O
Allerheiligste Maagd, leer ons dikwijls
te zwijgen, en altijd na te denken alvorens
wij spreken, opdat wij het ongeluk niet
hebben God of de rnenschen te beleedigen.
II.    In het 2de blijde geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd de H. Klisabeth be-
zoekt en drie maanden in haar huis verblijft.
II.    «Mijn geest heelt gejuicht in God
-ocr page 204-
— 186
mijnen Zaligmaker," zoo zeide de H.
Maagd tot de H. Elizabeth. Wie de ware
blijdschap genieten wil, hij moet die
zoeken bij (tod en zijne genade. Onge-
lukkig zij. die hunne vreugd zoeken in
de zonde en in de zondige genoegens.
Zij zullen niet anders vinden dan tranen
en droefheid, in dit en in het toekomstig
leven. O Allerheiligste Maagd, geel\' mij
de ware vreugde, de vreugde (iods. de
vreugde der goede werken.
III. fn het 3de blijde geheim overwegen wij,
dnt de H. Maagd Jesus baart in den stal van
Bethlehem en hein in eeue kribbe nederlegt.
III. De Wijzen werden door de ster
naar Bethlehem geleid. De Allerheiligste
Maagd, is ons. zooals de H. Kerk zegt,
de morgenster, de ster der zee. Al wie
Jesus Christus wil vinden, moet die ster
volgen, moet. in de duisternissen dezer
wereld, Maria godvruchtig aanroepen:
en dan zal hij door hare genade Jesus
Christus vinden in deze wereld, dan zal
hij een Jesus Christus vinden in de
eeuwige heerlijkheid des hemels. O
schoone Morgenster, voer ons zoo door
de zee dezer wereld, dat wij eens de
haven van het hemelsch Paradijs bereiken.
-ocr page 205-
— 187 —
IV.   In liet 4ile blijde geheim overwegen wij,
dut de Allerheiligste Maagd, op den dag van hare
zuivering, Jesus in den tempel brengt en hem
overgeeft in de handen van den grijsaard Simeon.
IV.    Hoc schoon en hoe behagelijk aan
God was het offer der II. Maagd in den
tempel! Nooit heelt God een aangenamer
offerande ontvangen. Wat gij God ook
wilt aanbieden, zoo zegt de II. Bernardus,
beijver u dat offer te brengen door de
handen dei\' Allerheiligste Maagd, indien
gij wilt dat het Gode welgevallig zal
zijn. O Allerheiligste Maagd. V geef ik
mijn ziel. mijn hart. mijn lichaam,
mijne werken, U geef ik mij geheel en
al: en Gij. gewaardig U mijne offers
aan te bieden aan God.
V.   In liet 5de blijde geheim overwegen wij.
dat de Allerheiligste Maagd , Jesns verloren heb-
bend toen hij twaalf jaren ond was. hem na drie
dagen metgroote blijdschap in den tempel tusseheii
de leeraren terugvindt.
V.     De Allerheiligste Maagd had de
grootste zorg om haar kind terug te
vinden. Maar hoe vele ouders hebben
volstrekt geen zorg voor hunne kinderen,
vooral wat hunne zaligheid betreft! Dik-
wijls weten zij wel waar hunne lastdieren
-ocr page 206-
— 188 —
zijn, maar zij weten niet waar hunne
kinderen zich bevinden; en wegens die
zorgeloosheid gaan én ouders én kinderen
eeuwig verloren. 0 Allerheiligste Maagd,
geef aan allen die in overheid gesteld
zyn, behoorlijke zorg, opdat zij zelven
niet verloren gaan, noch degenen, die
hun toevertrouwd zijn.
VOORBEELD.
Pater Bartholomaeus, een Jezuiet, had
zoo groote godsvrucht tot den AUerhei-
ligsten Rozenkrans, dat hij zich beijverde
dezen ook overal waar hij kwam te ver-
breiden. Zelf deed hij, wat hij anderen
leerde, en bad eiken dag den Rozenkrans.
Vooral ging hij dezen, als het kon, in
eene kerk bidden, in de tegenwoordig-
heid van het Allerheiligst Sacrament,
omdat het gebed in eene kerk van hoo-
gere waarde is. Terwijl hij op reis eens
den Rozenkrans bad, viel hij met zijn
paard van eene hoogte in den afgrond
neder, zoodat hij noodzakelijk had moeten
verpletterd of ten minste zwaar had
moeten gewond worden. Maar de H.
Maagd stond hem bij en hij ondervond
volstrekt geen letsel. In de bekoring
-ocr page 207-
— 189 —
dan, als wij in gevaar zijn van in de
diepte der hel te verzinken, moeten wij
onze toevlucht nemen tot den Rozenkrans,
die ons uit alle gevaren naar lichaam
en ziel kan redden.
(Morassi.J
-ocr page 208-
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
I. Iu het 1ste glorierijke geheim overwegen wij,
<];lt Jesus tien dertien dag na zijnen dood heerlijk
onsterfelijk en onlijdelijk verrijst.
I. De II. Maagd hoeft vele gestorvenen
opgewekt maar nog veel meer heelt zij
er opgewekt die dood waren naar de
ziel. Niet ieder, die naar liet lichaam
gestorven is. kan worden opgewekt,
maar wel een ieder die naar de ziel
gestorven is. Het is voldoende dat hij
slechts van goeden wil zij. en de zonde
begeere te vluchten. In dat geval zal
de II. Maagd hem helpen uit zijne zonden
op te staan. O Allerheiligste Maagd,
zeg tot mijne ziel de woorden, die Jesns
tot Lazarus zeide: kom te voorschijn
uit uw graf: en ik zal een nieuw, een
heilig leven beginnen.
II. In liet 2de glorierijke geheim overwegen wij, \\
dat Jestis, veertig dagen na zijne verrijzenis, ten <,
hemel opklimt, oin dien te openen voor ieder die
zijii voorbeeld wil navolgen.
II. Hoe is het mogelijk, dat gij zoovele \\
moeilijkheden kunt doorstaan? vroeg eens
-ocr page 209-
— 191 —
iemand aan een heiligen kluizenaar, die
zoo goed als in eene verschrikkelijke
gevangenschap leefde. Door de verwach-
ting van het eenwij; leven. gat\' hij ten
antwoord. O mensch, als de moeilijkheden
van dit leven n ter neder drukken, sla
dan uwe oogen omhoog ten hemel, waar-
heen .lesns Christus ons is voorgegaan,
en het gezicht, de overweging van het
hemelsei) Paradijs zal u troosten en be-
moedigen. O Allerheiligste Maagd, zal
ik eens hij U en hij .lesns in den hemel
komen .\' O laat toch niet toe. dat ik
dat groot geluk zou verliezen.
III. In liet 3de glorierijke geheim overwegen
wij, üat Jesns op het Pinksterfeest den Heiligen
Geest zendt over de H. Mnagd Maria en over de
Apostelen . die in de opnerzaai veranderd waren.
111. De II. (leest daalt over ons niet
zichtbaar neder, zooals over de Apostelen :
maar hij spreekt tot ons door de stem
der gehoorzaamheid. Wie de stem van
den H. Geest wil hooren. laat. hij luis-
teren naar hetgeen zijn biechtvader,
zijne ouders, zijne overheden hem he-
velen, en hij zal de stem van den II. Geest
vernemen. Ü Allerheiligste Maagd, geef
ons den geest van gehoorzaamheid, die
de geest is van God, van den II. Geest.
-ocr page 210-
— 192 —
IV.  In het 4de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd sterft, uit enkel liefde
tot God, en door de engelen ten hemel wordt
opgenomen.
IV.   Als wij nog dezen dag moesten
sterven, zouden wij dan gereed zijn?
Indien wij heden niet gereed zijn, dan
zullen we ook morgen en in het ver-
volg niet gereed z\\jn. Laten wij dan
zorgen, iederen dag gereed te zijn, en
dan zullen wij den dood niet vreezen,
op welken dag hij ook konie. O Aller-
heiligste Maagd, help ons, dat wij ons
eiken dag voor den dood voorbereiden,
opdat wij heilig leven en heilig sterven.
V.  In het 5de glorierijke geheim overwegen wij,
dat de Allerheiligste Maagd met groote glorie
gekroond wordt door de H. Drievuldigheid en zetelt
als koningin des hemels en der aarde, als voor-
spraak der zondaren, als hutpe harer vereerders
bij hun leven en bij hunnen dood.
V.    O Koningin des hemels, allen, die
in den hemel komen, komen er door
uwe bemiddeling, want gij zijt de deur
des hemels, zooals de H. Kerk zegt.
O maak dat allen, die godvruchtig uwen
Rozenkrans bidden, in den hemel komen,
maak dat z\\j allen komen om U in den
hemel te verheerlijken, en dat niemand
-ocr page 211-
— 193 —
van degenen, die in deze kerk de ge-
heele maand uwen Rozenkrans bidden,
verloren gaat.
VOORBEELD.
In het jaar 1870. den loden Septem-
ber, den dag, waarop de vijanden van
1\'ins IX het Pauselijk grondgebied bin-
nentrokken, had in de landstreek van
Soria. in de tegenwoordigheid van al
bet volk, eene wonderdadige gebeurte-
nis plaats, die door den bisschop van
het diocees bevestigd en te Rome onder
de oogen des Pausen te boek gesteld
is. Daar toch is een levensgroot beeld
van den H. Doininicus ter vereering
der geloovigen geplaatst. Des morgens
omstreeks elf uur begon het beeld op
wonderbare wijze te bewegen, en zij
die hierbij tegenwoordig waren, hieven
godvruchtige kreten aan: O heilige
Dominicus! een wonder! een wonder!
Zoodra dit gerucht zich verbreidde, kwa-
men de bewoners van het klooster en
het volk uit geheel den omtrek naar
de kerk om getuigen te zijn van de
wonderdadige gebeurtenis. Zie hier wat
de ooggetuigen er van verhalen. Men
zag dat het beeld zich bewoog naar
voren, vervolgens naar achter, daarna
13
-ocr page 212-
— 194 —
naar den rechter- en eindelijk naai\' den
linkerkant, in den vorm van e™ kruis,
en dat het tegelijkertijd meer dan de
lengte van een palm van het voetstuk
was opgeheven. De kroon en de ster
op het, hoofd werden hevig bewogen.
De rechterhand, die als door het kleed
bedekt, gebeeldhouwd was, werd niet
enkel ontbloot, maar bervoog zich ook
snel in het rond, terwijl de linkerhand
verschillende bewegingen maakte met
de lelie, welke zij droog. Eveneens be-
woog zich het hoofd, en kleurde het
voorhoofd. Het gelaat scheen nu eens
van zweet bevochtigd, nam dan weder
de vleeschkleur aan, en verbleekte een
oogenblik later. Ook gaf het somtijds
duidelijke teekenen van verstoordheid,
somtijds van medelijden, vooral niet de
oogen, die naar verschillende kanten
schenen rond te zien: en het kwam
allen voor, dat zij vertrouwen en een
zekere zoetheid te kennen gaven, als
van iemand die het medelijden inroept,
als zij zich naar de Allerheiligste Maagd
van den Rozenkrans wendden. Ja, wat
nog meer is, de lippen bewogen zich
als van een mensch die spreken wil.
Een ieder begrijpt, welk eene verwon-
dering en schrik zich van het saamge-
-ocr page 213-
— 195 —
stroomde volk meester maakte, dat van
alle kanten was gekomen, om getuige
van het wonder te. zijn. terwijl dit
langer dan een uur aanhield. Maar,
zooals het gewoonlijk onder de menigte
gaat, geloofden niet allen, hetgeen /.ij
niet eigen oogen zagen. en. hetzij dan
uit redelijken twijfel, hetzij uit onge-
loovigheid, schortten zij hun oordeel
op, en verlangden duidelijke bewijzen,
dat er geen natuurlijke oorzaken of geen
bedrog aanwezig was. Dit strekte tot
nog grooter bewijs van het wonder,
want het onderzoek leidde er toe. dat
de waarheid nog duidelijker in het licht
werd gesteld. Om dan allen twijfel weg
te nemen, verwijderde men het omhangsel
en alle versierselen, zoodat het beeld
alleen stond, en alle vermoeden van ge-
zichtsbedrog onmogelijk werd. Men ont-
deed ook de tafel, waarop het beeld
stond, van alle omhulsel, en intusschen
waren de bewegingen duidelijk zoo voor
hen. die van nabij, als voor hen. die
van verre stonden. Enkelen kwamen
zeer nabij, nauwkeurig onderzoekend,
of hetgeen zij zagen niet het gevolg kon
zjjn van een verborgen mechaniek, ande-
ren verlangden dat men het beeld in
de armen nemen en opheffen zou. Doch
-ocr page 214-
— 196 —
hierbij gevoelde men zich door de kracht
der beweging mede getrokken: en te
vergeefs was het dat sommigen den wind
als oorzaak wilden beschouwen, want,
terwijl dit alles plaats had, werden de
kaarsen niet alleen niet uitgedoofd, maar
bewogen zelfs in het minste niet. Zoo
was hier de vinger Gods zichtbaar, die
niet ophoudt ook nu nog zijn grooten
dienaar te verheerlijken.
De groote Heilige, die het eerst van
de Allerheiligste Maagd de vereerende
opdracht ontving haren Rozenkrans te
prediken, wilde ons door dit wonder
zelf toonen, dat wij, om de gramschap
Gods te stillen, evenals hij, onze oogen
moeten richten tot de Koningin van den
Rozenkrans, Want gelijk zij ook vroeger
om het gebed van den Rozenkrans de
kerk gered heeft, zoo zal zij haar opnieuw
redden uit den strijd van deze dagen.
-ocr page 215-
G E B E I).
O allermedelijdenste, o machtige Maagd
Maria, zie, wij eindigen de maand, aan
Uwen Allerheiligste!) Rozenkrans toege-
wijd. Wij bedanken U voor al de ontel-
bare weldaden in dezen tijd verkregen,
en beloven U, dat wij uit. dankbaarheid
Uwen Rozenkrans altijd zullen beminnen
en dat wij hem ook in ons huis zullen
bidden. 0 Allerheiligste Koningin van
den Rozenkrans, help ons in eiken nood
naar ziel en naar lichaam, in de beko-
ringen, in de gevaren, bij het leven en
bij den dood. Wij bidden U ook voor
onze verwanten, voor onze weldoeners,
voor al Uwe vereerders. Wij bidden U
vooral voor onzen Allerheiligsten Vader
den Paus, die zoo groot vertrouwen stelt
op Uwen Rozenkrans, en dooi\' Zijne
groote liefde tot U gewild heelt, dat
deze Octobermaand U werd toegeheiligd.
Gy dan, vertroost hem, sta hem bij,
bescherm hem tegen al zijne vijanden
en geel\' onzen Vader den vrede, de
vrijheid en alle goed. Wij roepen Uwe
tussehenkomst in, o allerteederste Moeder,
voor de zielen in het Vagevuur: o wil
haar toch redden uit die verschrikkelijke
-ocr page 216-
— -198 —
vlammen, wijs haar allen, en vooral
onzen verwanten, den weg des hemels.
Ja, help ons allen, o Allerheiligste Maagd
Maria, red ons allen, die uit liefde tot
II geheel deze maand den Rozenkrans
gebeden hebben: geel\' dat wij U mogen
beminnen, danken en prijzen in de
eeuwigheid, in den hemel. Amen.
-ocr page 217-
UITTREKSEL UIT DE ENCYCLIEK VAN
Z. H. PAUS LEO XIII
OVER DEN ROZENKRANS.
1 September 188H.
Als de IL Vader gezegd heelt, dat
de Allerheiligste Rozenkrans de redding
der kei\'k geweest is. niet slechts ten tijde
van den II. Doniinicus. maar ook ten
tijde van Paus Pias V bij Lepanto, en
dat. na de overwinningen bij Temeswar
en hij het eiland Corcyra de viering van
het Ro/.enkransl\'eest voor <le geheele kerk
is vastgesteld, geelt hij als zijne ver-
wachting te kennen, dat de Koningin
van den Rozenkrans, de Allerheiligste
Maagd Maria, ook in dezen tijd de
redding der H. Kerk zal zijn. Daarna
srhrijl\'t hij het volgende :
«Daarom vermanen wij niet alleen
dringend alle Christenen om. zoowel in
het openbaar als in het bijzonder, ieder
in zijn woning en zijn huisgezin, op dit
schoone gebed van den Rozenkrans zich
toe te leggen; maar wij verordenen tevens.
dat de geheele maand October van dit
jaar zij toegewijd aan de hemelsche Ko-
ningin van den Rozenkrans.
Wij bevelen
-ocr page 218-
— 200 —
dus en gelasten, dat over de geheele
katholieke wereld dit jaar het feest der
Koningin van den Rozenkrans niet bij-
zondere plechtigheid en buitengewone
luister worde gevierd, en dat van 1
October tot \'2 November in alle parochie-
kerken en. wanneer de plaatselijke Or-
dinarissen het nuttig en oirbaar achten,
ook in alle andere kerken of kapellen.
die aan de 11. Moeder Gods zijn toege-
wijd, dagelijks ten minste vijl\' tientjes
van den Rozenkrans, met toevoeging
van de litanie van Loreto, aandachtig
zullen gebeden worden. Ook verlangen
wij. dat in den tijd. waarop het volk
tot dit gebed te zamen komt. of de
H. Mis worde opgedragen, ót\' het Aller-
heiligste Sacrament ter aanbidding worde
uitgesteld, en vervolgens, naar kerkelijk
voorschrift, den zegen met het Aller-
heiligste worde gegeven. Wij vinden bet
zeer prijswaardig, als de Rozenkrans-
broederschappen, naar oud gebruik, ter
bevordering der devotie, processiesge-
wijze de straten der steden doortrekken.
Waar dergelijke processies door de onge-
lukkige tijdsomstandigheden niet kunnen
gehouden worden, daar zal. hetgeen de
openbare godsvrucht door dit gemis lijdt,
worden vergoed door een veelvuldiger
-ocr page 219-
— 201 —
bezoek der kerken en, door een vlijtiger
beoefening der Christelijke deugden, van
de vurigheid der godsvrucht worden
blijk gegeven.
Ten gunste nu dergenen die hetgeen
wij voorgeschreven hebben, zullen vol-
brengen, willen wij de hemelsche schatten
openen, opdat daardoor de godsvrucht
zoowel bevorderd als beloond worde. Wij
verleenen dus aan allen, die binnen den
bepaalden tijd zullen tegenwoordig zijn
bij het openlijk gebed van den Rozen-
krans en de litanie van Loreto en bidden
zullen ter Onzer intentie, voor iederen
keer een aflaat van zeven jaren en zeven
quadragenen. Aan deze gunst zullen ook
zij deelachtig kunnen worden, die om
wettige reden verhinderd zijn genoemde
openbare gebeden bij te wonen, en wel
onder voorwaarde dat zij hetzelfde gebed,
ieder, voor zich, ?n eveneens ter Onzer
intentie verrichten. Zij, die binnen den
genoemden tijd minstens tien malen,
hetzij openlijk in de kerken, hetzij (om
geldige reden) te huis, de gebeden ver-
richten, zullen, na behoorlijk gebiecht
en het Allerheiligste Sacrament ontvangen
te hebben, van alle schuld en van al de
voor de zonden vastgestelde straffen,
naar den aard van een pauselij ken atlaat,
-ocr page 220-
— 202 —
ontbonden zijn. Dezen vollen aflaat ver-
leenen wij ook aan allen, die op het
feest van den Rozenkrans zelf, of op
een dag onder het octaaf, na hunne ziel
door een heilzame biecht te hebben ge-
reinigd, tot de Tafel des Heeren naderen
en in eenig bedehuis voor de nooden
der Kerk en ter onzer intentie tot God
en de II. Maagd zullen bidden.
Welaan dan. Eerwaardige Broeders,
naar de mate waarin de eer van Maria
en het heil der maatschappij u ter harte
gaat. beijvert u rle godsvrucht en het ver-
trouwen uwer volkeren op de allerzaligste.
Maagd aan te wakkeren. Want wij zien er
eene genade in van God, dat zelfs in dezen
voor de Kerk zoo droevigen tijd, bij het
meerendeel van het christenvolk, de
oude godsvrucht en liefde tot de ver-
hevene Maagd voortduurt en bloeit. Nu
evenwel nog te meer zullen de chris-
tenvolken, door onze vermaning opge-
wekt en door uwe woorden aangevuurd,
met dagelijks aangroeiendeh ijver, zich
stellen onder Maria\'s bescherming en
voorspraak, en steeds vuriger er naar
streven den Rozenkrans van Maria lief
te hebben, in welken onze vaderen niet
slechts een trouwe hulp in hun nood,
maar ook een edel kenmerk van chris-
-ocr page 221-
— 203 —
telijke vroomheid plachten te zien. De
vereende smeekingen zal de hemelsche
Beschermster van het menschdom gaarne
aanhooren. en zij zal ongetwijfeld van
God verkrijgen, dat de rechtvaardigen
in deugd toenemen, de dwalenden weder
tot beter inzicht komen en hun eeuwig
heil behartigen, dat God, de straffer
van alle kwaad, in Zijne goedertieren-
heid en erbarming, alle gevaren afwere
en aan Kerk en Staat den gewenschten
vrede terugschenke."
Hetzelfde wordt voor de volgende
jaren, zoolang totdat de vrede der Kerk
hersteld zal zijn. voorgeschreven in de
Encycliek van 20 Augustus 1885.
—•—>—*
-ocr page 222-
204
DE BLIJDE GEHEIMEN.
Gabriël, van God gezonden.
Komt op aard zijn last verkonden.
Haar, die van geen smet geschonden,
Moeder Gods zal zijn en Maagd.
Lieve Moeder onzes Ileeren,
Wil ons door Uw voorbeeld loeren,
Dat ook wij Hem needrig eeren,
Wien Uwe eenvond heeft behaagd.
Zonder dralen spoedt Zij henen .
Daar Zij zich in staat mag nieenen,
Hare nicht den troost te leenen.
Van ootmoedig hulpbetoon.
Leer ons. Moeder, met verblijden
Zorg en liefde aan allen wijden,
Die verlost zijn door liet lijden
En den dood van Uwen Zoon.
Zie een stal verstrekt tot woning
Aan der heenden rijken Koning.
Klein en arm aan hulpbetooning
Ligt Gods eeuwig Woord hier neer.
-ocr page 223-
— 205 —
Wil mij ééne gunst betoonen,
Moeder, kom in \'t hart mij wonen,
Kom er met Uw .Tesus tronen,
\'k Wensch nooit andren rijkdom meer.
Om de wet der offeranden,
Brengt ze in maagdelijke handen.
Binnen Salem\'s tempelwanden,
God haar allerliefste!) Zoon.
\'k Wil mijn hart, mijn ziel en leven
Moeder, U ten offer geven,
Maak dat ik. hij al mijn streven
Mij aan U gehoorzaam toon.
\'t Kind, drie dagen lang verloren.
Mag Ze omhelzen als te voren,
Was haar groote smart beschoren,
Grooter is de blijdschap na.
Moeder, van geen vlek geschonden,
Laat mij \'t Kind, door U gevonden,
Nooit verliezen door de zonden,
Laat me eer sterven, bid ik U.
-ocr page 224-
— 206 —
DE DROEVIGE GEHEIMEN.
Hoe zie ik, Heer van leven
En dood, U zelf zoo beven,
Van stervesangst omgeven,
In tranen en gebed!
Leer mij \'t gebed beminnen,
Den duivel overwinnen,
Dat ik én hart en zinnen,
Ueware zonder smet.
Houdt stand, houd stand, gij wreeden,
Den God van heerlijkheden
Te kwetsen, hootd en leden,
Onzinnig en ontaard!
O Jesus, om Uw wonden
Vergeef\' mij mijne zonden:
Mijn boosheid heeft die stonden
Van smarten II gebaard.
Der englen wijze koning
Zwijgt bij Zijn doornenkroning,
Om onze prualvertooning,
En ijdlen geestes waan.
-ocr page 225-
— 207 —
\'k Wil mij dier trotschheid schamen
En roep de zoete namen :
Maria, Jesus, samen
In zelfmisti\'onwen aan.
Een stoet van woestelingen
Gaat \'t offerten) omringen,
De God der englenkringen.
Valt onder \'t kruishout neer.
O help mij niet te klagen,
Mijn God, hij \'s levens plagen;
Met U mijn kruis te dragen,
Zij thans mijn vreugd, mijn eer.
O Schepper, hoog verheven,
Voor mij dan wilt Ge Uw leven
In zooveel smarten geven!
0 Liefde, buiten maat!
\'k Wil, Moeder, nu heginnen
U en Uw Zoon te minnen,
Die liefde moet verwinnen,
Zoolang mijn harte slaat.
-ocr page 226-
— 208 —
DE GLORIERIJKE GEHEIMEN.
Gij verrijst in \'s levens luister,
En ik zucht nog in het duister,
Heer, hoelang nog in de kluister
Zal ik /.uchten van den dood ?
Heer, ach wil mijn hoeien slaken,
Help mij uit mijn graf\' ontwaken,
Tot Uw liefde weer genaken,
Help mij, Moeder, in den nood.
Die den zondaar kwam beminnen,
Vaart nu \'s hemels glorie binnen;
Ieder kan dien hemel winnen,
Die zijn levensdoel gedenkt.
Koningin van teederheden,
\'k Stel mijn hope op Uw gebeden,
Daar Uw Helde ons hier beneden,
Steeds ten hoogen hemel wenkt.
Weldra melden \'t alle talen,
Dat Gods Geest kwam nederdalen
Om de Apost\'len te bestralen,
Met de Moedermaagd vergaard.
-ocr page 227-
— 209 —
Die Gods liefde wist te winnen,
Edelste aller rijksvorstinnen,
Leer ook mij den Heiland minnen,
Dien Uw liefde ons heeft gebaard.
Hevig was Maria\'s smachten,
Tot haar God, te lang het wachten; —
\'t Vuur van liefde sloopt haar krachten,
En zij sterft — o dood. zoo zoet!
Sta nahij mijn \'stervenssponde,
Voer — ach in die bange stonde —■
Gij mijn ziel, bevrijd van zonde,
Moeder, \'t oordeel te gemoet.
Als Vorstinne in \'t hemels Eden
Troont Gods Moeder. Haar Gebeden,
Tot den Heer der heerlijkheden
Zijn zoo machtig als Zijn Woord.
Blijf ons naar den hernel wenken.
Dien Gods liefde ook ons wil schenken,
Moeder, blijf ons toch gedenken,
In dit aardsche ballingsoord.
U
-ocr page 228-
— 210 —
TOEWIJDING AAN MARIA.
O maagd, zoo verheven,
Gij vreugd van mijn streven,
En /.iel van mijn leven,
Myn liefde, mijn hoop.
Wil \'t offer gedoogen
Van mond, oor en oogen,
En alle vermogen
Van lichaam en ziel.
Mijn moed en mijn strijden,
Myn arbeid en lijden,
\'k Wil alles U wijden
Wat goeds ik bezit.
Mijn hoopvol verwachten
Mijn sombre gedachten,
En jiiichtoon en klachten,
U offer ik \'t al.
-ocr page 229-
— 1\\\\ —
En hebt Gij hiermede
O Moeder, geen vrede,
Verhoor dan mijn bede,
En zeg het mij toch.
O wil dan belijden.
Wat kan \'k U nog wijden,
Waarmee U verblijden?
Gij vindt mij gereed.
Ja \'k kan er naar streven
U nog iets te geven,
En \'k voel mij gedreven
U alles te biên.
Ik kan door de banden
Der minne in Uw handen
Mijne harte verpanden,
Maar meer dan toch niet?
Neen, niets wilt Gij winnen
Dan harten, die minnen,
0 \'k wil dan beginnen
En minnen U teer.
-ocr page 230-
Uw liefde, nooit moede,
Z\\j neme ten goede,
O Moeder, en hoede
Het hart van Uw kind.
-ocr page 231-
— 213 —
MARIA\'S GEBOORTE.
Laat ons \'t wellekom U zingen,
En verheugd Uw wieg omringen;
Lieflijkste aller stervelingen,
U Maria, groeten wij.
Gij verwint den vorst der logen,
Aan zijn macht hebt Ge ons onttogen,
Gij ontsluiert voor onze oogen
\'t Licht der heemlen, naamloos blij.
Eva, die Gods wil miskende,
Bracht ons jammerlijke ellende;
Tot Uw hulp, o Reinste, wende
Zich thans vrij ons dankbaar hart.
Eva\'s kroost komt aan Uw voeten
U als Koningin begroeten:
Gy zijn vreugd in elk ontmoeten,
Gij zijn hoop en troost in smart.
-ocr page 232-
— 214 —
Toon ons d\' opslag Uwer oogen,
Laat een blik van mededoogen,
Lieflijk kind, de vreugd verhoogen,
Die Uw feest ons heeft bereid.
Om Uw blijde komst in \'t leven,
Leer ons, van het aardsche ontheven,
Onvermoeid ten hemel streven,
Waar Uw liefde ook ons verbeidt.
-ocr page 233-
MARIA\'s TEN HEMELOPNEMING.
Om in \'s hemels glorie
Bij Gods troon te staan,
Zijt Gij ons, Maria,
Blij vooruitgegaan.
Wil nu, lieve Moeder,
Niet vergeten \'t kind,
Dat op U blijft hopen,
En zoo teer U mint.
In dien sehoonen hemel
Staat voor goed Uw troon,
Eeuwig blijft Ge er heersenen
Met Uw lieven Zoon.
Zal ik ook eens komen,
Moeder, aan Uw zij,
En den God van liefde
Naadren zooals Gij ?
-ocr page 234-
— 246 —
In veel kommernissen
Gaan mijn dagen voort,
En ik zucht zoo dikwijls
In dit ballingsoord.
Zie hoe droef mijn ziele
Hier Uw hulp verbeidt,
Red ze, ach, van die angsten
Der verlatenheid.
Zoo Gij haar wilt redden
Zwijgt mijn lied niet meer,
Maar \'k wil eeuwig zingen.
Moeder, U ter eer.
Kom dan, lieve Vrouwe
\'k Hoop en wacht op u,
Moeder, Maagd, Maria,
Ach verlos mij nu.
-ocr page 235-
— 217 —
MARIA ONZE HOOP.
O zegenrijkste Vrouwe,
Mijn hope, op wie ik bouwe,
Maria, troost in rouwe,
Mijn leven, liefde en vreugd.
Nauw klinkt Uw naam mij tegen,
Nauw is hij \'t hart me ontstegen,
Of \'k smaak den zoetsten zegen
Van hemelsche geneugt.
Komt Satan mij bekoren,
Ik geef geen moed verloren,
Wijl hij alrêe op \'t hooren
Van Uwen naam verdwijnt.
Mijn ziel, op \'s levens baren
Een scheepje in doodsgevaren,
Mag blij Uw hulp ontwaren,
Daar Ge als een ster verschijnt.
-ocr page 236-
— 218 —
Laat mij de gunst bedingen,
Dat me Uwe zegeningen,
Gelijk een kleed omringen,
Zoolang mijn harte leeft.
O mag ik eens verwerven,
In Uwe gunst te sterven,
\'k Zal \'t heerlijk aandeel erven
Dat God zijn kindren geeft.
Wil dan Uw teederheden
Als tot een keten smeden,
En boei mijn levenszeden,
In zoete slavernij.
Uw macht en wil verwinne,
En bied Ge, o Koninginne,
Aan God der kindren minne,
Geef hem mijn hart er bij.
-ocr page 237-
— 219 —
DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.
O Maria, bij de stralen
Van Uw reinheid kan het pralen
Van de morgenster niet halen.
Noch de lelie, maagd\'lijk blank.
Duld, dat alle hemelingen
U. met ons vereend, omringen,
Om die vlekk\'loosheid te zingen
In een eeuwig lied van dank.
U kon Adam\'s schuld niet wonden,
Gij alleen bleeft ongeschonden
Van de smetten aller zonden,
Nooit volprezen Bruid van God.
Voor Uw voeten neergebogen,
Zag de slang der sluwe logen,
Zag de hel haar macht bedrogen:
En voor \'t eerst haar list ten spot.
-ocr page 238-
— 220 —
Wat door Eva\'s schuld te voren
Onherstelbaar scheen verloren,
\'t Hoogst geluk, den mensch beschoren,
Gij o Moeder, bracht het weer.
Laat dan steeds Uw liefde ons blijken,
Doe den vijand verre wijken,
Help ons, dat wij niet bezwijken
Voor zijn listen, als weleer.
Om Uw eerste wordingsstonde.
Die ons dagend heil verkondde,
Weer van ons de smet der zonde,
Sta tot in den dood ons mj.
Laat geen vijand ons berooven
Van de blijdschap U te loven,
Hier op aarde en eens hierboven
In den hemel, aan Uw zij.
-ocr page 239-
— 221 —
TER EERE VAN HET H. HART VAN MARIA.
Aan Uw hart vol medelijden.
Bron van hope en van verblijden,
Wil zich ieders harte wijden,
Lieve Moeder van Gods Zoon.
Niemands hart zoo edelaardig.
Als het Uw\' ter hulpe vaardig,
Niemands hart zoo minnenswaardig,
Noch zoo heilig, noch zoo sehoon.
\'t Hart aan wanhoop prijs gegeven,
Ziet aan \'t Uw zijn hoop herleven;
\'t Hart door droefenis gedreven,
Vindt er troost en blijdschap weer,
Wie, van smart of angst bestreden,
Heeft U vruchtloos ooit gebeden ?
Lieve Moeder, zie dan heden
Ook op mij genadig neer.
-ocr page 240-
— 222 —
Wil, mijn ziel, uw zuchten staken,
Om dit harte te genaken,
Dat voor uw geluk wil waken,
Dat u heil en redding biedt.
Moederhart, om Jesus wonden
Zoo bedroefd, om onze zonden
In zoo grooten rouw bevonden,
Ach, verstoot den zondaar niet.
Zie ik wensch tot U te snellen,
Al mijn hoop op U te stellen,
Tot het uur des doods komt spellen,
Dat \'k U eindloos minnen mag.
Steun met moederlijke zorgen
\'t Kinderharte, in \'t Uw\' verborgen;
Rij ze eens zoo de schoone morgen
Van een nieuwen levensdag.
-ocr page 241-
— 223 —
MARIA\'s NAAM.
O Maria, welk een vreugde
Wordt ons door Uw naam bereid,
Mij vooral, wiens hart te voren
Vaak tot zonde werd verleid.
0 Maria, wij beminnen
Teederlijk Uw zoeten naam,
Biddend noemen we U naar waarheid
Onze hoop en liefde saam.
0 Maria, Gij verblijdt ons,
En in smart en ook in vreugd,
Telkens als de nood doet bidden,
Zien we ons door Uw troost verheugd.
0 Maria, \'k roep Uw name
Bij het eerste ontwaken aan,
\'k Wil Uw naam ook telkens noemen,
\'s Avonds bij het slapen gaan.
-ocr page 242-
— 224 —
O Maria, \'k roep Uw bijstand
In gevaren aanstonds in.
En Gij maakt dat ik de wereld
\\ En den duivel overwin.
; O Maria, tot U vlucht ik
5 Altijd en in allen nood,
; Laat me Uw zoeten naam nog staamlen
In het uur van mijnen dood.
-ocr page 243-
225
MARIA ONZE MOEDER.
Eene moeder, o Maria
Zoo beminnelijk als Gij,
Zoo bezorgd en mededoogend,
Kent of heeft geen mensch dan
\'t Is God zelf, oneindig heilig,
Die behagen in U vindt;
En Gij zijt de blijdschap tevens,
Van het zondig menschenkind.
Jesus, die ons kwam verlossen,
Heeft in Uwen schoot gerust:
Aan Uw harte te verwijlen,
Is ook ons de hoogste lust.
Hem, o maagdelijke Moeder,
Hebt Gij aan Uw hart gevoed,
Die op aarde en in den hemel
Alle schepsel leven doet.
-ocr page 244-
— 226 —
Alles mag ik dan verwachten,
Van Uw macht en teederheid;
Welk een troost! Mij wordt een hemel
Van geluk door U bereid.
O Maria, aan geen ander,
Dan aan U, zij voor altijd,
En in blijdschap, en in droefheid,
Heel mijn harte toegewijd.
-ocr page 245-
— 227 —
MARIA, TROOSTERESSE DER
BEDROEFDEN.
Troosteresse der bedrukten.
Hopend op Uw liefde en macht,
Houdt mijn ziel in zorg en droefheid,
Aan Uw voeten trouwe wacht.
Eenmaal zijt Ge om hulp te bieden
Tot Elizabeth gegaan.
En Uw komst in hare woning
Bracht de grootste blijdschap aan.
\'t Jeugdig echtpaar, dat te Cana
U ter bruiloft had genood ,
Zag dat .Tesus. op Uw voorspraak,
Hun zijn hulp ten uitkomst bood.
Zou ik dan alleen, o Moeder,
Mij door U verlaten zien ?
Neen ik weet, bij al mijn zorgen
Zult Ge ook mij uw bijstond bién.
-ocr page 246-
— 228 —
Nimmer is het nog vernomen
Dat ge Uw hulp geweigerd hadt
Aan een ziel, die tot U vluchtte,
En U om bescherming bad.
Laat dan mij niet de eerste wezen,
Moedermaagd, zoo teer bemind,
Zie genadig neer van boven,
Help Uw arm, Uw biddend kind.
Zie ik nader vol vertrouwen:
Mag mijn hart bij vrees en druk
In het Uw\' een schuilplaats vinden,
Eindeloos is mijn geluk.
-ocr page 247-
— 229 —
MARIA\'s SMARTEN.
O schoonste der Vorstinnen,
Prent diep in hart en zinnen
Der kindren, die U minnen,
Uw groote moedersmart.
O droevigste aller vrouwen,
Wie kan Uw angstig rouwen
Op Golgotha aanschouwen,
Met ongevoelig hart?
Wie zal Uw smart doorgronden,
Toen in die droeve stonden
U \'t vlijmend zwaard kwam wonden,
Van Simeon voorzegd?
Gij hoordet Jesus\' klagen,
Toen hij met hamerslagen
Aan \'t kruis door Hem gedragen,
Zoo wreed werd vastgehecht.
-ocr page 248-
— 230 —
O smartelijk ontmoeten!
Gij zaagt aan \'t kruis Hem boeten,
Van \'t hoofd tot aan de voeten,
Bebloed en diep gewond.
Toen heeft Hij \'t| hoofd gebogen,
En sloeg nog stervend de oogen,
Op U, die zoo bewogen.
Bij \'t wreede kruishout stond.
Als \'t leven was geweken,
Zaagt Gij , nog onbezweken,
Het godlijk Hart doorsteken
Van Uw zoo lieven Zoon.
\'t Heelal vangt aan te treuren,
De zon verbergt haar kleuren,
En aarde en steenrots scheuren
En zuchten droef van toon.
O, dat geen ziel de rouwe,
Der allerdroefste Vrouwe,
Meedoogenloos aanschouwe,
En harder zij dan steen.
-ocr page 249-
231
Ach, om Uw bitter lijden,
Wil ons Uw zorgen wijden,
Laat ons in \'s levens strijden,
O Moeder, niet alleen.
-ocr page 250-
— 232 —
VERZUCHTING DER ZONDIGE ZIEL
TOT MARIA.
Moeder vol van mededoogen,
Zie bezwaard van zonde en schuld,
Waag ik het tot U te vluchten,
Needrig en van rouw vervuld.
Zoete ontferming durf ik hopen,
Van Uw groote teederheid;
Wees genadig en tot redden
Van mijn arme ziel bereid.
Moeder weidt Gij van Gods Zone,
Om verlossing ons te biên:
Om den zondaar \'t zoet vermogen
Van Uw voorspraak te doen zien.
Aan Uw harte kwam Hij rusten,
Die de troost der droefenis,
En een God van medelijden,
En de hoogste goedheid is.
-ocr page 251-
— 233 —
In Zijn eindeloos erbarmen
Stortte Uw Zoon zijn kostbaar bloed;
Gij ook, in een vloed van tranen,
Hebt voor onze schuld geboet.
Sinds dien tijd is U \'t ontfermen,
Tot een teedre moederplicht,
Houdt Ge, uit kracht der zoetste liefde,
\'t Zorgzaam oog op ons gericht,
Wie heeft zonder hulp te ontmoeten,
Aan Uw voeten ooit gestaan ?
Neen nog nimmer is een zondaar
Zonder troost van U gegaan.
Zou ik de eerste wellicht wezen,
Wiens gebeden Gij verstoot?
Neen, dit kan ik nooit gelooven,
\'k Ben Uw kind, Gij kent mijn nood.
Ach, als Gij u niet ontfermdet,
Welk een angst werd mij bereid,
Moeder, zeg mij, waar ter wereld,
Vond ik nog barmhartigheid ?
-ocr page 252-
— 234 —
Maar ik blijf o\\> U vertrouwen,
\'k Wacht den hemel zelfs van U,
Gij, die moeder heet der zondaars,
Toon Uw moederliefde nu.
-ocr page 253-
— 235 —
LIEFDE TOT DE H. MAAGD.
•Geld en eer zij hun beschoren
Die de wereld toebehooren,
Wij, o Maagd, van God verkoren
Wij beminnen U het meest.
Door ons kinderhart gedreven,
Minnen we U bij al ons streven,
En met heel ons zieleleven,
En met opgewekten geest.
Waar ter wereld is een wezen
Uit Gods handen ooit verrezen,
Schoon als Gij en nooit volprezen,
Ieders liefde zoozeer waard ?
Neen, zoo rein en ongeschonden,
Zoo begaan met onze zonden,
Wordt geen schepsel ooit gevonden
In den hemel noch op aard.
-ocr page 254-
— 236 —
O genadig.ste aller vrouwen,
Om dat medelijden bouwen
Wij op U zoo groot vertrouwen
En beminnen we U zoozeer.
Moeder, in veel angst en strijden,
Van Hem, die ons kwam bevrijden,
Moeder van liet medelijden,
O wij minnen U zoo teer.
U beminnen we al de jaren
Die Gods goedheid ons zal sparen
Om dan stervend te verklaren:
Eeuwig minnen we U nog meer.
-ocr page 255-
— 237 —
MARIA, KONINGIN DES HEMELS.
Koningin der hemelkoren,
Wil ons needrig bidden hooren,
Om den luister U beschoren,
Sta op aarde Uw kindren bij.
Groot is de eer, U reeds gegeven,
Groot de vreugd van \'t eeuwig leven;
Wy, die ook ten hemel streven,
Ach! hoe verre nog zijn wij.
Doch haar kindren, neergezeten
In den rouw van \'t droef geweten,
Zal een moeder niet vergeten,
Noch verlaten in den nood.
Zijt Gij ons in de englenkringen,
Als Vorstin der hemelingen,
Niet de redding gaan bedingen
Van de zonde en van den dood ?
-ocr page 256-
— 238 —
Gij dan, liefde van ons leven.
Zoete hoop bij al ons streven.
Om die glorie, U gegeven.
Wil genadig nederzien.
Wil ook ons, na \'s levens strijden,
Door die hemelvreugd verblijden,
\'t Harte God alleen te wijden,
En Hem eeuwig dank te bièn.
-ocr page 257-
239 —
VOOR DE ZIELEN IN HET VAGEVUUR.
O Maagd, vol mededoogen.
Wij bidden, sla Uwe oogen
Ontfermend van den hoogen
In \'t Vagevuur ter neer.
Eleïson, eleïson!
Zie neer op uw getrouwen,
Beschouw haar eenzaam rouwen,
Ach, toon Uw aanschijn weer.
Ach, blusch der vlammen woede
En word ook daar de hoede
Van \'t lijdend kind niet moede,
O Moeder, eindloos teer.
Kom uit haar angstig strijden
En lijden haar bevrijden:
Zij zingen te alle tijden
Haar helpster dank en eer.
-ocr page 258-
— 240 —
Ach haast U haar de stonden
Van redding aan te konden,
O Moeder — om de wonden
Van Jesus onzen Heer!
Als wij eens d\' angstkreet slaken
Dat \'t oordeel gaat genaken,
Wil dan ook, wil dan waken
Dat ons dat vuur niet deer\'.
-ocr page 259-
— 241 —
DE MEIMAAND.
Zie teedre Maagd Maria,
\'t Is weer een schoone tijd.
AVeer vieren wij vol vreugde
De maand, U toegewijd.
Het veld daarbuiten fluistert,
L\'w zoete liefde me in:
En \'k hoor in \'t woud herhalen:
Bemin haar. ja bemin.
Stil is der bloesems stemme:
Remin Maria, teer:
En \'t voglenheir geeft dartiend
Dien raad in lofzang weer.
0 \'k wil U dan beminnen.
Meer dan mij wordt gevraagd!
Wees duizendmaal gezegend.
O teedre, schoone Maagd.
-ocr page 260-
— 242 —
Ik wil Uw lot\' verkonden,
En zingen luid en blij :
En heel mijn hart U oll\'reii,
Schoon \'t klein en nietig zij.
Maria, al uw kindren,
Zij juichen blij te moé,
Met mond en hart en ziele
Hun lieve Moeder toe.
Zij bidden dat Uw goedheid
Hun het geluk bereid\',
Dat \'t minnend kinderharte,
U love in eeuwigheid.
-ocr page 261-
\'243 —
.) OP HET FEEST VAN DEN ROZENKRANS.
>
\'k Groet U mijn Koningin!
Hemelsehe rozen.
Tot een genadekrans
Door Haar verkozen,
Hoor, geheimzinnige
Roze. mijn groete:
Gij ook, o Rozenkrans,
Krans van zoo zoete
Geuren en gloed.
Vol van bekoorlijkheid,
Nooden uw geuren
Ons het bedrukte hoofd,
Blij weer te beuren,
Hemelwaarts op.
-ocr page 262-
— 244 —
Wie mocht ooit heerlijker
Ro/.en aanschouwen!
\\
          0, hij uw kleurenpracht
f          Stijgt uwer trouwen
Blijdschap ten top.
1          Mogen wij allen dan
Loven en prijzen.
En u een vurige
Liefde bewijzen.
Rozen zoo schoon.
Kan ik. o Rozenkrans
j
          Waarlijk u minnen .
Dooi\' uw genadekracht
Zult gij mij winnen,
\'t Heerlijkste loon.
<           Blijf dan in \'t biddend hart
Wonen en tronen.
Wijk van mijn lippen niet,
Rat ik den schoonen
\\          Hemel eens vind.
\\
-ocr page 263-
Ja, op Uw Rozenkrans .
Hemelsche Vrouwe.
Hoop ik in nood en dood:
Red om die trouwe
Red toch Uw kind.
-ocr page 264-
— 246 —
BIJ HET EINDE DER MARIA-MAAND.
Bij het einde dezer dagen
U, Maria, opgedragen,
Kom ik nog eens needrig wagen
Neer te knielen voor Uw beeld.
O, ik nader U, verlegen
Hoe te danken voor den zegen,
Mij door Uwe gunst verkregen,
En zoo ruimschoots toegedeeld.
\'t Waren al lei-zoetste stonden,
Toen wij Uwen lof verkondden
O, die vreugd , toen ondervonden,
Geef ze ons in den hemel weer.
Zie \'k wil al mijn levensdagen
U beminnen , U behagen :
Om in \'t eind een plaats te vragen
In de Koren Uwer eer.
-ocr page 265-
— 247 —
Sterk. bij \'t biddend banden vouwen
Ons geloof en ons vertrouwen.
Zegen ons om voort te bouwen
In de liefde, in deugd en kracht.
Duld. dat wij ons in gevaren
Onder Uwen mantel scharen:
Wil Uw kinderen daar bewaren
Voor der duiv\'len list en macht.
Wil voor alle kwaad ons hoeden ,
Moeder, in der stormen woeden
Kom dan snel ter hulpe spoeden.
Dat Gods vrede ons blijve op aard.
Heel ons leven hier beneden
En den duur der eeuwigheden
Tot Uw glorie te besteden,
O, die gunst zij ons bewaard.
-ocr page 266-
— 248 —
TOT HET GODDELIJK KIND.
Godlijk Kind, o heil der wereld,
Zoon der Moeder-Maagd, zoo teer,
In mijn harte diep bewogen,
Kniel ik aan Uw krihje neer.
O mijn God, o mijn Verlosser,
O mijn Jesus, groot en goed,
Gij mijn hoop, mijn liefde en leven,
Wees, wees teederlijk gegroet.
Alle hoop was ons ontnomen,
Zeker was ons de eeuw\'ge dood,
Als uw medelijdend harte
Ons geen hoop op uitkomst bood.
Maar voor d\' afgrond, die ons wachtte
Opent Gij der heemlen woon:
O mijn ziel, wil nooit meer vluchten,
Van dit Kind, zoo goed, zoo schoon.
-ocr page 267-
— 249 —
God\'lijk Kind, bij Uw geboorte.
Werd de vreugde op aard\' hersteld .
En Gods vrede met de menschen ,
Ons door engelen gemeld.
Gij dan, zondaar, als uw harte
\'t God\'lijk Kind niet minnen kan.
Zeg mij , wien of\' wat ter wereld,
Eert gij en bemint gij dan?
Zie, ik min die stralende oogen,
En dien glimlach zoet en blij:
0. gij harten aller menschen,
Nadert en bemint met mij!
0 Maria, ik onwaardig.
En van zonden mij bewust,
\'k I!id U, wees de tolk mijns harten,
Als Gij straks Uw Kindje kust.
Wil, o Josef, voor ons zondaars
Spreken , met Maria saam ,
En omhels den zoeten Jesus,
\'t Minlijk kind, uit mijnen naam.
-ocr page 268-
f
— 250 -•
Ctod\'lijk Kind. U zij op aarde
Heel ons harte toegewijd:
Geel\' dat we in den sehoonen hemel
U behooren voor altijd.
-ocr page 269-
TOT HET GODDELIJK HART VAN JESUS.
Hart van Jesus, trouw voor ieder
Die met U in vriendschap leeft,
Neem mijn hart en hoor mijn bede:
Dat Ge ook nnj getrouwheid geeft.
Allermedelijdendst harte,                            \\
\'k Hoop op U in allen nood.
Wat gevaren me ooit omringen,
\'k Hoop op U tot in den dood.
Hart zoo goed dat om de boosheid
Onzer zonden bloedde en leed .
Duizend malen wil ik sterven
Eer \'k Uw liefde weer vergeet.
-ocr page 270-
— 252 —
God\'lijk hart van mijn Verlosser,
Neem mijn hart, dat voor den tijd
En voor eeuwig na dit leven
U geheel zij toegewijd.
-ocr page 271-
INDEX.
BLIJDE GEHEIMEN.
Blz. . 1, 16, 36, 51, 73, 94. -H4. 129, 145,
159. 174, 185.
DROEVIGE GEHEIMEN.
Blz. . 6, 21, 41, 56, 79, 99, 119, 135, 150,
164, 179.
GLORIERIJKE GEHEIMEN.
Blz. 11, 26, 31, 46, 62, 67, 84, 89,104,109,
124, 140, 155, 168, 190.
Blz.
Voor onzen II. Vader den Paus . . .    109
Voor de bekeering der zondaars . . .    114
Voor de zielen in het Vagevuur. . .    119
Ter eere van het Allerheiligst Sakraraent    124
Om de deugd van zuiverheid te verkrijgen    129
Voor de stervenden.......    135
Gebed............    197
Uittreksel uit de Encycliek van Paus
Leo XIII over den Rozenkrans. . .    199
-ocr page 272-
VOORBEELDEN.
Bevrijding uit de hand eens vijand» .
Bekeering van gevangenen.....
De Rozenkrans in den Schouwburg. .
De afbeelding van den Rozenkrans .
Bevrijding uit de macht van roovers .
De Rozenkrans en de wraakgierige . .
De twee studenten van Leuven .
Schaamte door d.Rozenkrans overwonnen
Bekoring tot zelfmoord overwonnen.
Verlossing van hongersnood . . . .
Verlossing van schipbreuk.....
De Rozenkrans redt eene vrouw op haar
sterfbed..........
De Rozenkrans brengt een kloosterling
tot groote heiligheid......
De zondares lleleua en de Rozenkrans.
De geneesheer lSecamier en de Rozenkrans
De arme, wanhopige vrouw . . . .
Medaille van den Rozenkrans ....
Pastoor van Ars door den Rozenkrans
geholpen ..........
Bekeering van het eiland Vallis . . .
De zalige Berchmans.......
De verblinde en onboetvaardige zondaar
De Rozenkrans en de duivelen . .
-ocr page 273-
—                                                    I I
Blz.
De H. Vincentius redt een wanliopige.    117
Petrus Basto, Jezuïet, behouden door de
zielen van het Vagenvuur ....    122
De Jezuiet Martinus legt den Rozenkrans
als penitentie op.......    127
De Rozenkrans en de Cholera. . . .    132
De Rozenkrans en een zalige dood . .
    137
Kene vrouw bekeert haar echtgenoot dooi-
den Rozenkrans........
    143
De Rozenkrans geneest eene vrouw. .    148
De Rozenkrans wekt een kmd tot het
leven op..........    153
De Rozenkrans brengt een onderwijzer
tot groote heiligheid......    157
De Rozenkrans brengt eene Congregatie
tot groote heiligheid......    162
De moedige jongeling......    166
Ken arme door den Rozenkrans gered .    171
De soldaat, die den Rozenkrans bidt .    177
De aardbeving op het eiland Ischia. .    182
Pater Bartholomaeus door denRozenkrans
behouden..........    188
Wonder met het beeld V. d. H. Dominicus    193
LIEDEREN TER EERE VAN MARIA.
De blijde geheimen.......    204
De droevige geheimen......    206
-ocr page 274-
Blz.
De glorierijke geheimen......    208
Toewijding aan Maria......    210
Maria\'s geboorte........    213
Maria\'s ten hemel opneming ....    215
Maria onze hoop........    217
De onbevlekte ontvangenis.....    219
Ter eere van het H. Hart van Maria .    221
Maria\'s naam.........    223
Maria onze Moeder.......    225
Maria, Troosteresse der bedroefden . .    227
Maria\'s smarten........    229
Verzuchting der zondige ziel tot Maria    232
Liefde tot de II. Maagd......    235
Maria, Koningin des hemels ....    237
Voor de zielen in het Vagevuur . . .    239
De Mei-maand.........    241
Op liet feest van den Rozenkrans . .    243
Iiij het einde der Maria-Maand . . .    246
Tot het goddelijk kind......    248
Tot het goddelijk Hart van Jesus . .    251