-ocr page 1-
-ocr page 2-
v-v^yrN ^6<X\\
U*>
-ocr page 3-
Ui /bij
l/s.r\'
,
NIEUW KATHOLIEK
MISSIEBOEK
OF
VERZAMELING
VAN
Onderrichtingen en Gebeden
GROOTENDEEI.S GENOMEN UIT DE SCHRIFTEN
VAN DEN H. ALPHONSUS DE I.IGUORI EN
DIJZONDER GESCHIKT OM DE VRUCHTEN
DER II. MISSIE TE BEWAREN.
Geheel op nieuw bewerkt door een
JPa-ber Hodoi-np-fcoris-fc.
GULPEN.
Druk van M. Ai.iierts & Zonen.
1891.
Uitgevers.
Votgnun&Sér tfS^j-ieflk
-ocr page 4-
BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT
A06000029465584B
2946 558 4
-ocr page 5-
9s.r
•3
NIEUW KATHOLIEK
MISSIEBOEK
OF
VERZAMELING
VAN\'
Onderrichtingen en Gebeden
GROOTENDEEI.S GENOMEN UIT DE SCHRIKTEN
VAN DEN II. ALPHONSUS DE I.IGUORI EN
BIJZONDER GESCHIKT OM DE VRUCHTEN
DER II. MISSIE TE BEWAREN.
Geheel op nieuw bewerkt door een
GULPEN.
Druk van M. Alberts & Zonen.
1891.
Uitgevers.
Aar:
VolgnumMér
-ocr page 6-
Door onzen Hoogwaardigen P. Generaal N. Mauron
gemachtigd staan wij toe dat het «Nieitw Katholiek
Missicbock»
gedrukt worde.
J. C. MEEUWISSEN, cssr.
Sup. prov.
Amsterdam , 12 Maart 1891.
IMPRIMATUR.
P. MANNENS,
S. Theol. Doet. et Prof. Librorum Censor.
Rwcemundce, 1 Maji 1891.
EIGENDOM.
1
aSUOTHEQC BfcR
UTRECHT
COLI THOWAAS8B
-ocr page 7-
INLEIDING.
Wie kent niet het katholiek «Missieboek», geschre-
ven in den geest van den H. Alphonsus en grooten-
deels uit de werken van dien grooten Kerkleeraar
geput? Wie weet niet wat al heilzame vruchten dit
heerlijk boek in de harten der geloovigen heeft
voortgebracht?
Ten jare 182G voor het eerst door Pater Kosmacek
in Oostenrijk uitgegeven , werd het Missieboek met
des te meer gretigheid ontvangen , wijl het in eene
dringende behoefte voorzag en te gemoet kwam aan
de Missiën, die destijds op Oostennjksch grondgebied
niet konden gehouden worden. Weldra werd het in
verschillende talen overgezet en in alle landen bij
•duizenden en duizenden verspreid.
In 1839, bij de opkomst der Missiën hier te lande,
verscheen de eerste hollandsche vertaling en ook
deze mocht zich al aanstonds verheugen in de
vleiendste goedkeuringen der hoogere geestelijkheid,
zoowel als in den algemeenen bijval des volks. Een-
ieder wilde het Missieboek bezitten, llijk en arm,
jong en oud, eenvoudigen en meer geletterden namen
het met belangstelling en voorliefde tor hand en aan
God alleen is het bekend, hoevele zwakken het ver-
sterkt, hoevele onwetenden ltet-Ottdemcht, hoevele
angstvalligen het, bemoedigd, hoevele bedrukten het
getroost, hoevele zieken het opgebeurd, hoevele ster-
vonden het bijgestaan, hoevele zondaren hét bekeerd,
hoevele rechtvaardigen het tot een volmaakteren
levenswandel gebracht heeft.
-ocr page 8-
INLEIDING.
IV
Ruim 50 jaren zijn sinds voorbjj. Horhaaldemalen
werd het Missieboek op nieuw gedrukt en nog liand-
haaft liet steeds zijn ouden, welverdienden roem.
Als bewjjs hiervoor moge strekken, dat binnen de
laatste vijf jaren eene talrijko oplage geheel werd
uitverkocht en dat eene nieuwe wederom met aan-
drang wordt gevraagd.
Deze verschjjnt dan ook, doch merkelijk gewjjzigd.
Immers , de tijden veranderen en de menschen met
hen, zegt het spreekwoord. De geest des volks is
niet meer dezelfde , de gevaren zijn grooter, de be-
hoeften dringender geworden. Met dat alles moest,
en is dan ook, in dit »nieuwe Missieboek" rekening
gehouden. De onderrichtingen. vooral die over de
plichten der verschillende standen , zijn allen omge-
werkt en verscheidene nieuwe daaraan toegevoegd,
zooals de onderrichtingen over do zuiverheid en de
onzuiverheid, over de gelegenheden van zonde, over
do verkeeringen , over de gevaarlijke gezelschappen
en vermaken, over de lezing van slechte boeken en
romans, over het menschelijk opzicht, den eerbied
voor den priester, de broederschappen en Congre-
gatiën, de godsvrucht tot het II. Hart van Jezus en
tot de Allerheiligste Maagd enz. enz. De aflaten, aan
verschillende voorwerpen van godsvrucht gehecht,
werden met zorg nagezien en met de laatste besluiten
in overeenstemming gebracht. Nieuwe gebeden wer-
den bjj de reeds bestaande ingelascht, terwijl deze
hun zalvenden geest zooveel mogelijk benouden
hebben
Moge dan dit «nieuw Missieboek», evenals zjjne
voorgangers eene spoedige en ruime verspreiding
vinden Moge het als een bljjvend Missionaris de eer
van God steeds bevorderen, de vruchten der Missiën
bestendigen en vele zielen een veilige gids zijn op
den weg des hemels. Dit is de vurige wensch en de
bede van
Den hewerker.^
Wiïtem, bij Maastricht, 2 Aug. 1800.
-ocr page 9-
%$$& ^ ^ ^ É$ï ^ «i$S ^ ^S fc$S ^ S<«3 ^ ^>~ö3
I. GEWONE OEFENINGEN EN GEBE-
DEN VAN DEN CHBISTEN.
Over liet Gebed.
«Alvorens gij I" tot het gebed begeeft, bereid
«uwe ziel en wees niet als iemand, die God op
«de ju-oef stelt.» (Keel. 18. 23.)
«Wie bidt wordt zalig, wie niet bidt gaat verloren.»
Zoo sprak, zoo schreef, zoo herhaalde onophoudelijk
de groote II. Alphonsus, die ware apostel des gebeds.
Wilt gij uwe driften overwinnen, zeide hij , wilt gij
de zonde vluchten en de deugd beoefenen, wilt gij
den hemel ingaan, bidt, want zonder het gebed kun-
nen wij onmogelijk in den hemel komen, met het
gebed kunnen wjj onmogelijk verloren gaan. Eene
jarenlango ondervinding als priester, als missionaris
en als bisschop had hem ten volle van die waarheid
overtuigd en in die overtuiging riep hij uit: «alle
«boeken, die over godsvrucht bandelon, alle priesters
«op den predikstoel, alle biechtvaders in den biecht-
«stoel, moesten er zich op toeleggen do noodzakelijk-
«heid des gebeds in de harten der geloovigen in «tbr
«prenten en nooit moede worden te herhalen: bidt,
«bidt, bidt. Zoo gij bidt, zijt gij zeker van den hemel
«zoo gij niet bidt, zijt gjj zeker van uw eeuwig on-
«geluk». Wie niet bidt, zegt de II. Theresia, heeft
geen duivel noodig om hem in de hel te werpen,
hij stort er zich zelf in. liidt dus en de hemel is de
uwe. «Alle uitverkorenen, de kinderen alleen uitge-
«nomen, zegt de II. Alphonsus, hebben hunne zalig-
«heid te danken aan het gebed ; alle verdoemden in
«de hel daarentegen hebben hun ongeluk daaraan te
missieb.
                                                              1
-ocr page 10-
o
MORGENGEBED.
«wijten dat zij niet gebeden hebben. Hadden zij ge-
«bedcn, nooit zouden zij in die plaats van lijden ge-
«komen zijn."\'
"Wilt gij dus zalig worden bid, bid veel, bid vurig,
bid vooral in bekoringen en moeilijkheden. Verricht
uw gebed met een zuiver, gelooeig en verlrouwvol
hart,
met een nederigen, opteUenden geest, met een
volhardend gemoed
en de hemel is u verzekerd, want
«wie bidt wordt zalig, wie niet bidt gaat verloren\',
(II. Alph.)
«De wijze waakt des morgens vroeg
«tot den Heer en bidt voor het aangezicht
"des Allerhoogsten. Hij opend zijn mond
«tot het gebed en vraagt vergiffenis over
«zijne zonden » (Eccli. 39-6. 7.»
Wie den dag heilig wil doorbrengen , moet dien
heilig beginnen: wie hem heilig wil beginnen, moet
aanstonds bij het ontwaken zijn hart tot God ver-
heffen, eetic goede meerling nadien
on hel voornemen
vormen God niet door de zonde Ie heleedigen.
1.    Zoodra gij ontwaakt, zegt de II. .loannes Cli-
macus, teeken u met het teeken des II. Kruises, orl\'er
de eerstelingen uwer gedachten aan God op en dank
hem, dat hij u dien nacht niet in zonde heeft laten
sterven , maar u genadig voor alle onheil beeft be-
waard. «Daardoor zult gjj ondervinden, dat gij den
«ganschen dag veel godvruclitiger zijt en tot alles
«veel beter geschikt."
2.   Vorm daarbij de meening om alles te doen uit
liefde tot üod en bied hom al uw doen en laten van
dien dag in vereeniging met het ljjden van Jezus en
Maria «Gelijk \'s morgens uwe meoning geweest is, zegt
«de II. Augustinus, zoo zullen gedurende den dag uwe
«werken zijn. Is uwe meening zuiver, zuiver zullen
«uwe werken wezen: is uwo meening ijdel, ijdel zul-
«len ook al uwe handelingen zijn."
-ocr page 11-
3
MORGENGEBED.
3. Maak tevens een goed besluit om allo zonden
te vermijden, vooral die waartoe gij liet meest ge-
negen zijt. Voorzie de gevaren en gelegenheden van
zonde waarin gij gedurende den dag kunt komen en
denk aan do middelen om die gevaren te vluchten
en de bekoringen te overwinnen. Gelijk een soldaat
die de hinderlagen van den vijand kent en er zich
tegen wapent, dezen gemakkelijker verslaat, terwijl hij
daarentegen, als de aanval onverwacht is. gewoonlijk
verslagen wordt, zoo is het ook niet den Christen.
«Strijd daarom dapper, zegt de H. Gregorius, en be-
«BChouw dezen dag alsof hij de laatste uws levens
«ware.» Verricht tot dat einde het volgend gebed.
I. DANKZEGGING.
In den naam dos Vaders, en des Zoons, en des
H. Gecstes. Amen.
Mijn God, ik geloof vastelijk dat gij hier
tegenwoordig zijt. Ik geloof\' dat gij al mijne
gedachten kent en de verborgenste .scliuilhooken
mijns harten doorgrondt. Ik aanbid u uit geheel
mijne ziel en ik bemin u uit al mijne krachten.
Ik dank u voor alle weldaden, die uwe onein-
dige goedheid mij heeft bewezen, maar bijzon-
der dat gij mij dezen nacht zoo welwillend be-
waard hebt. Ik offer u al mijne gedachten,
woorden en werken, al wat ik vandaag doen
en lijden zal en ik vereenig dat alles met het
lijden van Jezus en met de smarten van Maria. Ik
maak het voornemen alle aflaten, \'die ik heden
verdienen kan te gewinnen en heb het vurig
verlangen om deelachtig te worden aan al de
goede werken , die vandaag over de gansche
wereld worden verricht. Ik vorm het vaste be-
sluit om alle zonden te vluchten en alle gele-
-ocr page 12-
4
MORGENGEBED.
genheden tot zonde te schuwen, vooral die
waarin ik u vroeger reeds beleedigd heb.
(Maak hier in \'t bijzonder uwe voornemens, vooral
betreffende die fouten, welke gij bet meest pleegt te
bedrijven).
II. GEBED OM DE NOODIGE GENADEN\'.
O mijn God, ter liefde van Jezus, schenk mij
vergiffenis en geef\' dat ik n vandaag niet ver-
gramme. Verleen mij uwe liefde en uwe ge-
nade met de heilige volharding ten einde toe.
Goede Jezus, draag mij heden op uwe handen
eu sta mij hij, opdat ik niet zondige. Goede
Moeder Maria, laat mij eene schuilplaats vinden
onder uwen moederlijken mantel en verkrijg mij
Jezus en u vurig te beminnen. Kngel Gods, die
mijn bewaarder zijt, aan wiens bescherming ik
door de goddelijke voorzienigheid ben toevcr-
trouwd, gelief mij te verlichten, te bewaren,
te geleiden en te besturen. Mijne II.H. Patro-
nen, alle engelen en heiligen des hemels, staat
mij bij, opdat ik mij in alles aan Gods H. Wil
onderwei\'pe en in alle moeilijkheden gelaten
zegge: «Heer, uw wil geschiede!»
Bid daarna met groot vertrouwen bet Onze Vader,
bet Wees gegroet en bet Geloof. Vervolgens driemaal
Wees gegroet ter eere van de zuiverheid der Alier-
heiligste Maagd , met liet schietgebed : «Door uwe
Onbevlekte Ontvangenis, o Allerheiligste Maagd, heilig
mijn lichaam en mijne ziel en bewaar mij vandaag
van alle zonde." Verwek eindelijk de volgende akten :
III. AKTE VAN GELOOI\'.
Mijn God ! die de onfeilbare waarheid zijt: ik
-ocr page 13-
MORGENGEBED.                                   5
geloof alles wat de H. Kerk mij voorschrijft te
gelooven, omdat gij het haar geopenbaard hebt.
Ik geloot\', dat gij mijn God zijt, de Schepper
van hemel en aarde, dat gij de rechtvaardigen
loont in don hemel en de goddeloozen eeuwig
straft in de hel. Ik geloof\', dat gij één zijt m
wezen en drievuldig in personen: de Vader, de
Zoon, en de H. Geest. Ik geloof de mensch-
wording en den dood van Jezus Christus; ik
geloof eindelijk, alles wat de H. Kerk gelooft.
Ik darde u, dat gij mij tot dit heilig geloof\'ge-
roepen hebt, en ik betuig daarin te willen leven
en sterven.
AKTE VAN HOOP.
Mijn God! ik hoop met een vast vertrouwen
op de vervulling uwer beloften, omdat gij al-
machtig, getrouw en barmhartig zijt. «Ik hoop,
door de verdiensten van Jezus Christus, de ver-
gifl\'enis mijner zonden, de volharding tot het
einde toe en de eeuwige zaligheid.
AKTE VAN LIEFDE EN VAN BEROUW.
O mijn God! ik bemin u uit geheel mijn hart.
Ik bemin u boven al, omdat gij de oneindige
goedheid zijt en eene oneindige liefde waardig.
Ik bemin ook mijnen naaste uit liefde tot u.
Van ganscher harte ben ik bedroefd over mijne
zonden, omdat ik u, o oneindige goedheid, daar-
door beleedigd heb. Zij zijn mij leed meer dan
alle ander kwaad, en ik neem mij va\'telijk
voor met behulp uwer genade, die ik voor nu
en voor altijd van u afsmeek, liever te sterven
dan u nog te beleedigen. Ook neem ik mij voor,
-ocr page 14-
6     WIJZE OM DEN\' DAG HEILIG DOOR TE BRENGEN.
flc heilige Sacramenten te ontvangen tijdens mijn
leven, en bij mijn sterven.
Paus Benedictus XIV heeft den 11 December 1754 aan hen,
die bovengenoemde akten verwekken, een aflaat verleend van
7   jaren en zevenmaal 40 dagen, zoo dikwijls zij die bidden,
alsmede een vollen aflaat , mits men ze eeno maand lang da-
gelijks verwekt, en in die maand biecht en communiceert.
Aanmerking. Voor personen, wier bezigheden zulks
toelaten , is Itet zeer nuttig na het morgengebed ten
minste een kwartier uurs aan de meditat e te be-
stoden. Zij kunnen zich daartoe van een medidatie-
boek bedionen, bij voorbeeld van het niedidatie- en
gebedenboek van den H. Alphonsus de Liguori, of een
hoofdstuk lezen uit de «Navolging van Christus",
door Thomas a Kempis, en dit op zich zelven en
hunne persoonlijke aangelegenheden toepassen.
Bij gebrek aan deze boeken, kunnen zij zich het
lijden van Christus voorstellen , of eene van de me-
ditatiën, die zich in dit boek bevinden, rijpelijk over-
wegen.
WIJZE
OM DEN DAG HEILIG DOOR TE BRENGEN.
nBreng den ganschen dag door in de
»vreeze des Heeren." (Prov. 23. 17.)
Een Christen, die zijne volmaaktheid ter harte
neemt, mag zich niet tevreden stellen met den dag
heilbj te beginnen; hij moet dien ook volgens den
raad dos II. Geestes in do vreeze des Heeren heilig
trachten door te brengen. En wat wordt daartoe
vereischt ? Dat men tvandele in Gods tegenwoordig\'
heid
, dat men een of ander goed werk verrichte en
die gebeden storle welke ieder goed Christen gedurende
den dag gewoon is te doen.
1. Denk daarom dikwjjls dat God u ziet en al uwe
gedachten kent. Hoemeer gij aan God denkt, zegt
-ocr page 15-
WIJZE OM DEN D.VG HEILIG DOOR TE BRENGEN. 7
de II. Gregorius, des te volmaakter zult gij wezen.
In Gods tegenwoordigheid wandelen, zegt de II. A1-
plionsus, on niet toenemen in alle deugden en vooral
in de liefde, is even onmogelijk als dicht bij een
vuur blijven zonder er de warmte van te onder-
vinden.
2.    Verricht dagelijks een of ander goed werk,
woon zooveel mogelijk iederen morgen de tl. Mis bij.
«Wie \'s morgens de II. Mis gehoord hoeft, zegt de
H. Alphonsus, wordt het overige van den dag in
alles geholpen en gezegend."
Pleeg eene kleine versterving, overwin u in oen
of ander punt, geef eene aalmoes aan een arme, doe
van tijd tot tijd eene geestelijke Communie en zoo
meer. De II. Franciscus van Sales achtte den dag
verloren, als hij zich niet in een of ander verstorven
of overwonnen on een liefdedienst aan zijn naaste
bewezen had.
3.  Wees getrouw om, naar het voorbeeld der H. The-
resia en van zoovele andere Heiligen, u dikwijls door
het gebed met God te vereenigen, door kleine schiet-
gebeden, vurige verzuchtingen, en vooral die gebeden
welke ijverige Christen , gedurende den dag plegen
te storten, zooals: vóór en na het eten, voor en na
het werk, bij het Engel des Heoren enz. Dergelijke
kleine oefeningen, zegt de H. Theresia. zijn voor het
hart, wat het hout is voor het vuur ; zij onderhouden
en vermeerderen de vlam der liefde en des ijvers.
De volgende gebeden zijn daartoe zeer dienstig.
I. VÓÓR EENIG WERK.
Mijn God, ik offer u dit werk op en verdraag
alle moeite die ik daarbij zal ondervinden ter
uwer liefde. O God kom mij te hulp. Heer
haast u mij te helpen!
-ocr page 16-
8 WIJZE OM DEN DAG HEILIG DOOR TE BRENGEN.
II.   ONDER HET WERK.
Alles ter liefde van Jezus en Maria! Alles
tot meerdere eer en glorie van God!
III.   NA EENIG WERK.
Mijn God, alles voor U! Zoet Hart van Jezus,
geef dat ik u meer en meer beminne. (300 dag.)
Zoet Hart van Maria, wees mijne zaligheid.
(300 dag.)
IV. ALS MEN IN DE KERK KOMT OK DEZE VERLAAT.
Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het
Allerheiligste Sacrament des Altaars.
(100 dagen aflaat eens per dag en 300 dagen eiken Donder-
dag en eiken dag van de octaaf van het Allerh, Sacrament als
men liet driemaal bidt. Pius VI. 2 Mei 1776.)
V. ALS MEN EENE KERK VOORBIJGAAT.
Geloofd zij Jezus Christus! of Geloofd zij
Jezus Christus in het Allerheiligste Sacrament
des Altaars, God in alle eeuwen der eeuwen.
VI. IN KRUISEN EN MOEILIJKHEDEN.
Mijn God, ik draag u deze moeilijkheid op
in vereeniging van het lijden van Jezus en Maria.
Heer niet mijn wil, maar uw wil geschiede.
VII. IN BEKORINGEN EN SLECHTE GEDACHTEN.
Jezus Maria! Jezus Maria helpt mij, staat mij
bij. Liever duizendmaal sterven, o God, dan u
beleedigen.
-ocr page 17-
WIJZE OM BEN DAG HEILIG DOOR TE BRENGEN. !>
VIII. ALS MEN EENE KOUT BEGAAN HEEFT.
Mijn Jezus barmhartigheid! Vergeef mij om
de verdiensten van uw dierbaar Bloed, \'t is mij
leed u beleedigd te hebben.
IX. ALS BE KLOK SLAAT.
Al weder een uur dichter bij de eeuwigheid!
Mijn Jezus ik bemin u, ik wil u meer en
meer beminnen, laat niet toe dat ik van u ge-
scheiden worde.
X. ALS BE ENGEL BES IIEEREN GELUIB WORDT.
Hoort gjj \'s morgens, \'s middags en \'s avonds de
klok luiden, denk dan aan het groot geheim der
mensehvvording van den Zoon Gods, en zeg:
De Engel des Heeren heeft Maria gebood-
schapt. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.
Wees gegroet, Maria, enz.
Zie de dienstmaagd des Heeren. Mij geschiede
naar uw woord. Wees gegroet, Maria, enz.
En het Woord is vleesch geworden. En het
heeft onder ons gewoond. Weesgegroet, Maria,
enz.
v. Bid voor ons, o heilige Moeder Gods.
r. Opdat wij waardig worden der beloften
van Christus.
GEBED.
Wij bidden u, o Heer! stort uwe genade in
onze harten, opdat wij, die door de boodschap
des Engels de menschwording van Christus uwen
Zoon gekend hebben door .zijn lijden en kruis
-ocr page 18-
40 WIJZE OM DEN DAG HEILIG DOOR TE BRENGEN.
tot de glorie der verrijzenis gebracht worden
door Christus, onzen Heer. Amen.
Aan liet bidden van den Engel des Hceren bij tiet luiden
der klok is een volle aflaat verbonden , eens in do maand te
verdienen mits men biecbte en communiueere. (Benedictus XIII.)
XI. GEBED VÓÓR HET ETEN.
De oogen van allen vestigen zich op u, o
Heer, gij geeft hun spijs ten bekwamen tijde;
gij opent uwe hand en vervult al wat leeft
niet zegen. Eere zij den Vader, en den Zoon,
en den II. Geest. Gelijk het was in het begin,
en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Heer, ontferm u onzer. Christus, ontferm u
onzer. Heer, ontferm u onzer. Onze Vader, enz.
Heer, zegen ons en deze uwe giften, die wij
van uwe milddadigheid zullen ontvangen, door
Christus onzen Heer. Amen.
Dat de Koning der eeuwige heerlijkheid ons
doe deelen aan zijne tafel in den hernel. Amen.
of:
Mijn God, zegen mij, zegen deze spijs, opdat
ik bij het eten niet zondige, en alles te uwer
eere zij.
GEBED NA HET ETEN.
Heer al uwe werken danken u, en uwe Hei-
ligen zegenen u. Eere zij den Vader, enz.
Wij danken u, almachtige God, voor alle
uwe giften. Gij die leeft en heerscht in eeu-
wigheid. Amen. Onze Vader, enz.
Heer, geef aan al onze weldoeners, om uwen
H. Naam, het eeuwig leven. Amen.
-ocr page 19-
11
AVONDGEBED.
Dat ook de zielen der afgestorvene geloovigen
in vrede rusten. Amen.
of :
Ik dank u, o Heer, dat gij mij, die uw vijand
geweest ben, goed gedaan hebt.
AVO.IIMiHlSSCU.
«Heer blijf hij ons, want tiel wordt avond
»en de dag is reeds gedaald." (Luc. 24.29.)
Moet een Christen den dag heilig beginnen en
heilig voortzetten ; hij moet dien ook lieilig besluiten.
En hoe zal men dit het boste doen? Door een. cjc-
meenachappelijk gebed, door cru ernxtig gewelenson-
de.rzock en door eene veiirouwvolle aanbeveling
t\'«)<
zich zelven aan. God.
1.   Vergeet nooit, zegt do II Joannes Chrysostomus.
dat het gebed uwe eersto handeling moet wezen des
morgens en uwe laatste des avonds. Verricht daarom
altijd uw avondgebed en doo het zooveel gij kunt
gemeenschappelijk. Bid ook \'s avonds steeds een rozen-
hoedje ter eere der Allerh. Maagd, «(ielukkig die
«godvreezende huisgezinnen, zegt de II Alphonsus.
«waar dat schoon gebruik bestaat, de zegen van God
«en de bescherming van Maria zal op dat huis en
«deszelfs bewoners rusten.»
2.   Onderzoek ook ioderen avond uw geweten. Hebt
gij in den loop van den dag een kort bijzonder on-
dorzoek gedaan over uwc hoofddrift, zegt hieromtrent
wederom de II. Alphonsus, doo \'s avonds een alge-
meen onderzoek over al de fouten, welke gij gedu-
rende den dag hebt bedreven en vraag er God ver-
giffenis over. «Daardoor, zegt de II. Bernardus, leert
«gij u zelven beter kennen en komt gij spoedig tot
«eene hooge volmaaktheid »
3.   IJeveel ook ioderen avond u zelven en allen die
-ocr page 20-
12
AVONDGEBED.
u dierbaar zijn aan God en doe zulks, zegt de H. Ba-
silius, alsof deze avond de laatste uws levens ware,
opdat de dood, zoo hij u \'s nachts onverhoeds over-
valt, u niet onvoorbereid vinde. Verricht tot dat einde
met groote godsvrucht de volgende gebeden :
I. DANKZEGGING.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en
des H. Geestes. Amen.
O mijn God, ik geloof dat gij hier tegen-
woordig zijt. Ik aanbid u en ik bemin u uit
geheel mijn hart en ik dank u voor al het goed
dat gij mij dezen dag bewezen hebt. Ik dank
u voor alle weldaden naar ziel en lichaam :
voor spijs en drank, voor gezondheid en krach-
ten, voor uwe heilige ingevingen en verlich-
tingen. Ik dank u, door Jezus Christus onzen
Heer, dat gij mij dezen dag zoo goedgunstig
bewaard hebt en ik bid u mij ook dezen nacht
te willen beschermen en voor alle zonden te
behoeden.
Ik wil mij ter ruste hegeven om u, o mijn
God, te behagen en ik neem mij voor u door
iedere ademhaling te loven, te beminnen en te
danken. Ik wenschte dit zoo volmaakt te kun-
nen doen, als uwe engelen dit doen in den
hemel. Neem, bid ik u, dezen goeden wil voor
daad aan. Amen.
II. GERED OM LICHT.
O alwetende God, gij die steeds acht geeft
op mijnen wandel, en al mijne voetstappen telt
voor wien geene gedachte verborgen is, ver-
licht mijn verstand\', opdat ik goed inzie, welk
-ocr page 21-
13
AVONDGEDED.
kwaad ik vandaag gedaan of welk goed ik ver-
zuirnd lieb; beweeg mijn hart, opdat ik een
oprecht leedwezen daarover hebhe en mij betere.
III. ONDERZOEK DES GEWETENS.
Hoe heb ik mij dezen morgen gedragen ? — Bij het
opstaan? — lijj het morgengebed? — Hij do heilige
Mis? — Bij den arbeid?— Jijj het eten? — In den
omgang met den naaste , met dezen of genen por-
soon ? — Bij deze of die gelegenheid ? — In dit ge-
vaar, in die droefheid en bekoring?
Heb ik niet gezondigd:
Door gedachten r\' Heb ik mij niet vrijwillig opge-
houden bij onkuische, hoovaardige , nijdige. wraak-
zuchtige, wanhopige, kleinmocdige gedachten, of
daarin toegestemd? — Hoe dikwijls?
Door woorden? Heb ik geeno onkuische taal, vcr-
wenschingen, leugens, vloek-. en scheldwoorden ge-
sproken? Geschiedde dit voorbedacht of niet?
Door werken\'? Was ik niet lui, traag, ongeduldig
bij mijnen arbeid? — Heb ik niets oneerbaars gedaan?
Was ik niet uitgelaten in hot gezelschap ? — Was ik
niet onbeleefd jegens mijne ouders of oversten, knorrig
of ongehoorzaam? — Wa\'s ik niet onmeedoogend jegens
mijnen naaste , trotscb , onvriendelijk , onbarmhartig,
onrechtvaardig? — Heb ik do eer mijns naasten niet
gekrenkt? — Heb ik hem geen schade veroorzaakt?
Door verzuim\'? Heb ik niet verzuimd mijnen naaste
te vermanen, te onderrichten, van de zonden af te
houden? — Heb ik voor het zielenheil van mijne
onderhoorigen en kinderen gezorgd?— Heb ik geen
goed werk verzuimd? — Heb ik het bidden niet
veronachtzaamd ?
Door vreemde zonden? Heb ik geen behagen ge-
nomen in de zonden des naasten ? — Heb ik nie-
mand gelegenheid tot zonde gegeven, bijzonder mijne
kinderen en dienstboden ? — Heb ik de zonden van
anderen belet, waar ik konde en moest? —
-ocr page 22-
14                             AVONDGEBED.
Onderzoek u ten lnatste in liet bijzonder, hoe gi}
nw \'s morgens gemaakt voornemen gehouden hebt, hoe
dikwjjl8 gij liet verbroken en hoe dikwijls gij u over-
wonncn hebt. Denk rijpelijk na, wat de oorzaak van
uwen val geweest is, en zoek naar middelen , om u
in de toekomst voor den val te bewaren. Geloof mij,
geheel uwe christelijke volmaaktheid hangt van dit
naarstig onderzoek uws gewetens af.
IV. LEEDWEZEN EN BEROUW.
O oneindig goede Vader; ik heb u heden
wederom beleedigd!___Is dit de dankbaarheid,
die ik u voor zoo vele en zoo groote weldaden
schuldig ben? Aeli! ik beken mijne schuld, ik
ben niet waardig uw kind genoemd te worden.
Maar gij, o hemclsclie Vader! gij zijt oneindig
goed en barmhartig; daarom keer ik met ver-
trouwen tot u terug en vraag u ootmoedig en
berouwvol vergiffenis over alle zonden , die ik
zoo vandaag, alsook vroeger bedreven heb. Zij
zijn mij van ganscher harte leed, niet alleen
omdat ik daardoor beloonjhg verloren of straf
verdiend heb, maar omdat ik u , o mijn God!
mijn hoogste en opperste goed, daardoor be-
droefd heb! Ach koude ik het onrecht u aan-
gedaan herstellen! Ach hadde ik u toch nooit
beleedigd!
V. VOORNEMEN.
O mijn God, ik neem mij vastelijk voor, al
mijne zonden zoodra mogelijk oprecht te biech-
ten, alle gelegenheid tot zonde te vluchten, al
mijne plichten volmaakt te vervullen en liever
te sterven dan u, mijn God, nog ooit vrijwillig
-ocr page 23-
AVONUGËBED.                                 15
door eene zonde te beleedigen. Ten bewijze
der oprechtheid van dit mijn voornemen, wil
ik terstond mijne bekeering beginnen, en mij
ernstig toeleggen om vooral dit kwaad..... in
mij uit te roeien. — Vergeef mij, barmhartige
Vader, gelijk ook ik uit liefde tot ü al mijne
vijanden van ganscher harte vergeef. Verleen
mij uwen machtigen bijstand, opdat ik god-
vruchtig leve en u trouw blijve tot den dood.
VI. AANBEVELING AAN GOD.
Wij bidden u, o Heer! bezoek deze woning
en verdrijf daaruit alle listen van den boozen
vijand. Laat uwe heilige Engelen daarin wonen,
om ons in vrede te bewaren, en zij uw zegen
altijd over ons, door Jezus Christus, uwen Zoon,
ónzen Heer, die met u leeft en heerscht in
eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwigheid.
Amen.
VII. GEBED VOOR DE LEVENDEN EN AFGESTORVENEN.
Zegen, o Heer, al mijne bloedverwanten,
vrienden en vijanden, al mijne weldoeners en
bekenden. Bescherm mijne geestelijke en wereld-
lijke oversten. Sta de armen, gevangenen, be-
drukten, reizenden, zieken en stervenden bij;
bekeer de zondaars eu ketters, verlicht de hei-
denen en ongeloovigen.
O God van barmhartigheid! wees ook de
arme zielen des vagevuurs genadig, maak een
einde aan hare pijnen en schenk haar de eeu-
wige rust. Amen.
Bid daarna met eerbied de akten van geloof, hoop,
liefde en berouw blz. 4, vervolgens Onze Vader,
-ocr page 24-
16
AVONDGEBED.
Wees gegroet en het Geloof en eindelijk driemaal
Wees gegroet ter eere der Onbevlekte Ontvangenis
van Maria met het schietgebed: Door uwe Onbe-
vlekte Ontvangenis, o Allerheiligste Maagd, heilig
mijn lichaam en mijne ziel en bewaar mij dezen
nacht voor alle zonden.
VIII. GEBED TOT MARIA EN DE HEILIGEN.
Goede Moeder Maria, gij die na God mijne
grootste hoop, mijne voornaamste toevlucht zijt,
zegen mij en neem mij onder uwe moederlijke
bescherming; Engel Gods, die mijn bewaarder
zijt, aan wiens bescherming ik door de godde-
lijke goedheid ben toevertrouwd, gelieve mij te
verlichten, te bewaren, te beschermen en te
besturen. Mijne Heilige Patronen en alle zaligen
des hemels, bidt voor mij. Amen.
Ga te bed met heilige gedachten of met korte ver-
zuchtingen van liefde, en volhard daarin, totdat gij
inslaapt. Zoo gij \'s nachts ontwaakt, verhef dan ter-
stond uw hart tot God , en laat toch geene kwade
gedachten toe in uwen geest: integendeel , roep ter-
stond :
O Jezus! o Maria! neen, neen, liever sterven
dan zoo iets te denken, te wenschen ofte doen.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des
H. Geestes. Amen.
-ocr page 25-
17
C3-IE B EID E 3XT
ONDER DE
H. IVIIS.
«Van den opgang der zon tot haren
«ondergang is mijn naam groot onder
nrte Heidenen. Overal wordt aan dien
«naam geofferd en een heilig Offer
•opgedragen, want groot is mijn naam
«onder de Heidenen, zegt de Heer der
•Heerscharen.» (Malach. 1. 11.)
Groot on menigvuldig zijn do genadeschatten, welke
Jezus Christus in zjjne liefde aan zijne Bruid, do
H. Kerk. heeft nagelaten. Onder deze schatten echter
is de Mis de verhevenste in zicli, de aangenaamste
aan. God, de kostbaarste voor ons.
1.    De H. Mis immers is het offer van Jezus god-
delijk lichaam en bloed, hetwelk onder de gedaanten
van brood en wijn op onze altaren aan den Hemel-
schen Vader wordt opgedragen. Zij is de voortzetting
en de vernieuwing op onbloedige wijze van dat groote
zoenoffer, hetwelk do Zaligmaker op bloedige wijze
heeft voltrokken aan het kruis. Zij is de edelste gave,
welke Christus ons konde schenken. «Wat de zon is
onder de sterren, zegt do 11. Franciscus van Sales.
dat is de Mis onder do oefeningen van godsvrucht.
Zij is de afgrond van (iods barmhartigheid, de bron
der goddelijke liefde, hot middelpunt van den gods-
dienst, de ziel der geesteljjke oefeningen
2.   O hoe verheven is de II. Mis, hoe aangenaam
aan (iod! Jezus draagt er zich als Offer en voor-
naamste Offeraar aan zijn Ilemelschen Vader op om
Hem oer en glorie te geven, om te voldoen voor onzo
zonden, om dank te brengen voor zijno ontelbare
weldaden en om nieuwe genaden van Hem te ver-
werven. En daar Jezus oneindig groot is, zoo is ook
IIISSIEB.                                                                        2
-ocr page 26-
18
GEBEDEN ONDER
de eer, do dankzegging, do voldoening en do bede
die Hij zijn Ilemelschen Vader aanbiedt, van onein-
digo waarde. Kón druppel van Jezus goddeljjk llloed
uit den kelk des priesters, zegt een schrijver, beeft
meer waarde voor God, dan alle gebeden, boetple-
gingen en goede werken van alle engelen en liei-
ligen te zanien.
3. Hoe gelukkig zijn wij derhalve , dat wij de
II. Mis bezitten. Door haar kunnen wij alles van God
verkrijgen. Zijn wjj ook al onwaardig om verhoord
te worden, Jezus, die in do II. Mis met en voor ons
bidt, is do Zoon van God, hoe zou de Vader Hem
iets kunnen weigeren.\' «Neem de II. Mis weg, zegt
«de II. Bonaventura, en niets blijft er van de wereld
«over dan ongeloof en dwaling." »Aan de 11. Mis,
«zegt de II. Timotheus van Jerusalem, heeft de we-
«reld haar behoud, heeft zjj alles te danken , zonder
«de Mis ware zij reeds lang vernietigd geworden »
Dank God dus voor zulk eene kostbare genade.
Woon iederen dag do II. Mis bij , zooveel gjj kunt,
want, «hebt gij \'s morgens met eerbied de 11. Mis
«gehoord, zegt de II. Joannes Chrysostomus, dan zult
«gij dien dag in alles gezegend worden en God zal
«u naar ziel en lichaam sterken.» Volg het voorbeeld
van eene II. Iledwigis van Polen, een 11, Henricus II,
keizer, een II. Lodewijk IX, koning van Frankrijk
en zoovele anderen, die iederen dag eene of meerdere
II. Missen hoorden De II. Lodowijk was gewoon da-
gelijks bij twee , drie tot vier heilige Missen tegen-
woordig te zijn en als zijne hovelingen eens zeiden,
dat hij zooveel tijd daaraan besteedde, terwijl ge-
wiehtigo zaken des rijks er door konden lijden , gaf
dio groote koning ten antwoord: «het verwondert mij
«dat gij zoo dikwijls klaagt , als ik de 11. Mis bij-
«woon, terwjjl niemand uwer een woord zoude zeggen
«nis ik het dubbele van den tijd aan het spel of de
«jacht besteedde »
Toon ook gij zulk een ijver voor de II. Mis , ver-
oenig uwe meening daarbij met die des priesters,
-ocr page 27-
19
l)l£ II. MIS.
volg dezen in den geest van eerbied, aandacht en
godsvrucht, gedachtig dat de Engelen al bevende van
eerbied bij dit hoogheilig offer tegenwoordig zijn en
weldra zult gij de heerlijkste vruchten van deze uwe
godsvrucht plukken.
GEBED VÓÓR DE MIS.
Almachtige en eeuwige God, zie mij armen
zondaar hier voor uw altaar neergeknield om
de aanbiddelijke offerande der H. Mis hij te
wonen. Van alle oiïers, o mijn God, is dit
alleen uwer oneindige Majesteit waardig, om-
dat uw eeniggehoren Zoon zelf\' hier geofferd
wordt. In vereeniging van die volmaakte mce-
ning, waarmede Jezus zich hier opdraagt, offer
ik u deze H. Mis op om uwen allerheiligsten
Naam te aanbidden en te verheerlijken, om u
te danken voor alle ontvangene weldaden, om
te voldoen voor mijne menigvuldige zonden en
om de genaden te verkrijgen die ik zoozeer
noodig heb, bijzonder..... |noem hier de genade).
Tevens offer ik u deze H. Mis op tot hulp en
troost dergenen, voor wie ik meer bijzonder
verplicht ben te bidden, voornamelijk voor___
inoem hier de levenden en overledenen, die gij Gode
wilt aanbevelen).
Bereid mijn hart, o God, zuiver mijnen
geest en wasch mij van mijne zonden, opdat
ik deze heilige offerande waardig moge bijwo-
nen. Amen.
CONFITEOR.
Als de priester aan den voet des altaars de H. Mis
begint, maakt dan het teeken des 11. Kruises, denk een
-ocr page 28-
20
GEREDEN ONDER
weinig na ovor uwe zonden, bid God, dat hij ze u
vergeve , en zeg:
Ik belijd aan God almachtig, aan de aller-
lieiligste Maagd Maria, aan den II. Aartsengel
Michaël, aan den II. Joannes den Dooper, aan
de HH. Apostelen Petrus en Paulus en aan alle
Heiligen , dat ik zeer gezondigd heb met ge-
dachten, woorden en werken; door mijne schuld,
door mijne schuld, door mijne allergrootste
schuld; daarom bid ik de allerheiligste Maagd
Maria, den H. Aartsengel Michaël. den H. Joan-
nes den Dooper, de HH. Apostelen Petrus en
Paulus en alle Heiligen voor mij te willen bidden
tot den Heer onzen God.
De almachtige God ontferme zich onzer, ver-
geve ons onze zonden en geleide ons ten eeu-
wigen leven. Amen.
O almachtige en barmhartige Heer, verleen
ons vergiffenis, ontbinding en kwijtschelding
van al onze zonden. Amen.
KY1UE ELEISON.
Heer, ontferm u onzer. Christus, ontferm u
onzer. Heer, ontferm u onzer.
GLORIA. IN EXCELSIS.
Glorie zij aan God in den Hooge en vrede op
aarde aan de menseben die van goeden wille
zijn. Wij loven u, wij zegenen u, wij aanbid-
den u, wij verheerlijken u, wij danken u voor
uwe groote heerlijkheid! Heer onze God. hemel-
sche Koning; God almachtige Vader! Heer Jezus
Christus, eeniggeboren Zoon! Heer God! Lam
Gods, Zoon des Vaders, die wegneemt de zon-
-ocr page 29-
21
DE II. MIS.
den der wereld, ontferm u onzer; die wegneemt
de zonden der wereld, ontvang onze smeekgehe-
den; die gezeten zijt aan de rechterhand de*
Vaders, ontferm u onzer; want gij alleen zijt
heilig, gij alleen zijt de Heer, gij alleen zijt de
Allerhoogste; o Jezus Christus met den H. Geest
in de glorie van God den Vader. Amen.
Xa het Gloria wendt de priester zich tot het volk
en wenscht hun den zegen: «Dominus vobiscum !"
»l)o Heer zij met u!" De dienaar antwoordt in naam
van het volk: »Et eurn spiritu tuo!" »En met uwen
geest!" Do priester zegt: «Oremus!" «laat ons bid-
den I" Daardoor geeft do H. Kerk ons te verstaan,
dat wij onze meening met die des priesters moeten
vereenigen. Daarna volgt het gebed, dat men Collecte
noemt, dat is, verzameling, omdat de priester de
wenschen en gebeden van allen die tegenwoordig zijn
verzamelt, en die als gezant in naam van allo ge-
loovigen aan God opdraagt. Gij kunt daaronder het
volgende gebod verrichten :
COLLECTE.
Almachtige, eeuwige God, verhoor het gebed
van uw volk, en wend uw heilig aangezicht
niet van ons af om onze zonden. Verhoor ge-
nadiglijk de bede van uwen dienaar, den pries-
ter, die voor de zaligheid des volks bidt, en
geef dat wij datgene, wat wij u met vertrouwen
vragen, van uwe barmhartigheid verkrijgen, door
Jezus Christus onzen Heer. Amen.
EPISTEL.
Daarop volgt de Epistel, gewoonlijk bestaande uit
de schriften der Profeten of de brieven der Apostelen.
Gij kunt intusschen het volgende gebed verrichten :
-ocr page 30-
oo
GEBEDEN ONDER
0 mijn God! ik aanbid uwen H. Geest, die
door de profeten en apostelen gesproken heeft en
nu nog altijd spreekt bij monde der H. Kerk.
Ik omhels eerbiedig en ootmoedig alle leeringen
en onderwijzingen, die de 11. Kerk op aarde
door hare priesters mij geeft. Verleen mij nog
o God! dat ik al hare leeringen en onderrich-
tingen volge, en naïeve, dooi\' Jezus Christus
onzen Heer. Amen.
EVANGELIE.
Goddelijke Zaligmaker, groot was uwe liefde,
waardoor gij zelf\' als leeraar op aarde zijt ge-
komen, om ons den weg des hemels te toonen.
Ach! verleen mij do genade, om de waarheden,
die gij verkondigd hebt, ootmoedig aantehooren.
Verlicht mijn verstan\'d, opdat ik ze moge kennen ;
ontvlam mijn hart, opdat ik ze beminne en
stiptelijk naïeve. Verleen mij uwen Goddelijken
bijstand, opdat ik mij nooit voor uw Evangelie
schame, maar integendeel hetzelve zoo wel met
woorden als met werken belijde. Gij die leeft
en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
CREDO.
Als de priester het Credo zegt, kunt gij de geloofs-
behjdenis der Apostelen bidden:
Ik geloof in God den Vader, almachtig, enz.
OFFERANDE.
lijj hot offertorium (offerande) worden het brood
en de wijn, die in het allerheiligste lichaam en bloed
-ocr page 31-
\'23
DE HEILIGE MIS.
van onzon Verlosser veranderd zullen worden, door do
handen des priesters aan God opgedragen. Zeg dan
het volgende :
Aanvaard, o oneindig heilige Vader, almogende
en eeuwige God, dit offer, dat de priester voor onze
zaligheid u opdraagt. Ik geloof\' vastelijk, dat het
in liet waarachtig lichaam en bloed van Christus
zal veranderd worden. Aanvaard dit offer, o
hemelsche Vader, tot verheerlijking van uwen
heiligen naam, tot boete voor mijne zonden, tot
dankzegging voor alle mij verleende genaden,
ter verwerving van nieuwe weldaden en bij-
zonder ter bekoming van de middelen , die tet
mijne zaligheid noodig zijn. Voor alle geeste-
lijke en wereldlijke overheden, voor vrienden
en vijanden, voor alle levende e,n afgestorvene
Christenen. Amen.
OHATE FBATRES.
Do priester wondt zich tot hot volk en zegt: «Orate
«Fratros!» «bidt broeders.» Hij wenscht, dat allen,
die tegenwoordig zjjn, met hem bidden, opdat dit offer
Gode aangenaam zij.
De Heer aanvaarde dit offer uit uwe handen
tot lof en verheerlijking van zijn naam , als-
mede tot ons voordeel en dat van geheel zijne
heilige Kerk.
PRAEFATtE.
De Prestatie is de inleiding tot den Canon of do
stille mis. De priester zegt met luider stem : «Per om-
«nia stecula sajculorum :» daardoor drukt hij het ver-
langen uit, om God in eeuwigheid te kunnen loven.
Hij roept al het volk too: de Heer zij met u, en de
-ocr page 32-
24
GEBEDEN ONDER
dienaar antwoordt in naam van al het volk; «en met
uwen geest!» Vervolgens zegt de priester: «Sursum
«corda!» «Verheft uwe harten:» en het volk ant-
woordt door den dienaar: «Wij hebben ze tot den
«Heer verheven.» De priester gaat voort en zegt:
«Laat ons God onzen Heer danken.» Men antwoordt:
«dat is rechtvaardig en billijk.» — Xu zegt de priester
het volgende lof- en dankgebed:
Waarlijk liet is billijk en rechtvaardig, plicht-
matig en heilzaam, dat wij u ten allen tijde en
overal met dankbaarheid loven, heilige Heet\',
almachtige Vader, eeuwige God, door Jezus
Christus onzen Heer; door wien de Engelen
uwe Majesteit loven, de Vorsten des hemels
haar aanbidden, de Machten voor haar beven;
de Hemelen en de Krachten des hemels in ver-
ceniging met de heilige Serafijnen haar vreug-
dcvol verheffen. Laat ook onze stemmen aldus
vereenigd tot u opstijgen, en met den diepsten
eerbied uitroepen: Heilig, Heilig, Heilig is God,
de Heer der heerscharen, hemel en aarde zijn
vol van zijne heerlijkheid. Hosanna inden hooge,
gezegend Hij die komt in den naam des Heeren,
Hosanna in den hooge.
CANON.
"Wij bidden u vurig, o goedertierenste Va-
der, en smeeken u door Jezus Christus, uwen
Zoon, onzen Heer, dat gij deze giften, deze ge-
schenken, deze heilige, onbevlekte offerande met
liefde wilt aannemen en zegenen. Wij dragen
haar u voornamelijk op voor uwe heilige,
katholieke Kerk, opdat het U behage haar
den vrede te geven, haar te bewaren, in een-
-ocr page 33-
25
DE HEILIGE MIS.
heul te handhaven en te bestieren over de ge-
lieelc aarde, te zamen met uwen dienaar onzen
Paus N., onzen Bisschop N., en alle rechtge-
loovigen en volgelingen van het katholiek en
apostoliek Geloof\'. Gedenk o Heer uwe dienaren
en dienaressen NN. (denk hier aan de levenden,
die gij heden tijdens de II. Mis bijzonder in-
daehtig wilt zijn) en allen, die hier tegenwoordig
zijn, wier geloof en godsvrucht u bekend is,
voor wie wij U dit offer opdragen, of\' die zelf
U dit offer brengen voor zich en voor alle de
hunnen, voor de verlossing hunner zielen , voor
de hoop van hun heil, en van hunne behoudenis,
en die hunne geloften vervullen aan u den
eeuwigen. den levenden en waarachtigen God.
Wij houden ook gemeenschap en vieren de
herinnering in de allereerste plaats der glorie-
rijke Maria, altijd Maagd, der Moeder Gods en
onzes Hoeren Jezus Christus, doch ook der ge-
lukzalige Apostelen en uwer martelaren, Petrus
en Paulus. Andreas, Jacobus, Joannes. Thomas,
Jacobus, Philippus, Bartholomaeus, Matthaeus,
Siinon en Thaddams, Linus, Cletus, Clemens,
Xystus, Cornelius, Cvprianus, Laurentius, Chry-
sogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en üamia-
nus, en van alle uwe Heiligen. Wil ons door
hunne verdiensten en gebeden verleenen, dat wij
in alle dingen mogen verdedigd worden dooi\'
de hulp uwer bescherming. Door denzelfden
Christus onzen Heer. Amen.
Wij bidden u, o Heer, neem dan deze ofTer-
ande van onzen schuldigen dienst, als ook van
geheel uw huisgezin genadig aan, beschik onze
dagen in uwen vrede, en verleen ons, dat wij
van de eeuwige verwerping bevrijd , en onder
-ocr page 34-
26
GEBEDEN ONDER
de kudde uwer uitverkorenen mogen gerekend
worden. Door Christus onzen Heer. Amen.
Gewaardig u, o God, dit offer in alles ge-
zegend, geheiligd en aangenaam te maken,
opdat hot voor ons moge worden het Lichaam
en het Bloed van uwen allerliefsten Zoon on/en
Heer Jezus Christus.
CONSECRATIE.
Stel u hier levendig Jezus Christus voor, hoe Hij
in het laatste avondmaal het brood nam, het zegende
en sprak : «Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven zal
«worden » En hoe Il|j daarna den kelk nam enzeide:
«Dit is de kelk mijns bloeds » Geloof vastelijk , dat
Jezus Christus , die voor u aan het kruis gestorven
is, hier. onder de gedaante van brood en wjjn . we-
zenljjk en waarachtig, als (iod en mensch tegen-
woordig is, zoodra de priester de heilige woorden
der consecratie gesproken hoeft. Als de II. Hostie
omhoog geheven wordt, aanbid dan uwen Zaligmaker
met een vast geloof en eeno diepe ootmoedigheid,
zeggende:
BIJ HET OPHEFFEN DER II. HOSTIE.
Ik geloot\', o Jezus! dat Gij hier onder de
gedaante van brood, als God en mensch, waar-
achtig tegenwoordig zijt; ik aanbid u als mij-
nen Heer en mijnen God met den diepsten
eerbied. O Jezus, voor u leef ik; o Jezus, voor
u sterf\' ik ; o Jezus, ik ben do uwc, bij leven
en bij dood.
BIJ HET OPHEFFEN VAN DEN KELK.
Ik aanbid , o Jezus ! uw dierbaar bloed, dat
gij als zoenoffer voor ons menschen aan het
-ocr page 35-
DE HEILIGE MIS.                            27
kruis vergoten hebt, en dat onder de gedaante
van wijn in dezen kelk wezenlijk en waarachtig
tegenwoordig is. Ik aanbid u, o allerheiligst
bloed mijns Zaligmakers, wasch en reinig mij
van alle zonden,
VERVOLG SAN I)EX CANON.
Wij gedenken, o Heer ! Christus uwen Zoon,
zijn heilig lijden, zijne verrijzenis van den
dood, zijne glorierijke hemelvaart, en offeren
aan uwe Opperste Majesteit van uwe giften
en gaven eene zuivere offerande , een heilige
offerande, eene onbevlekte offerande, liet heilig
brood des eeuwigen levens, en den kelk des
altijddurenden heils.
Gewaardig ze aan te zien met een genadig
en goedgunstig gelaat, en ze met behagen aan
te nemen, gelijk gij met behagen hebt aange-
nomen de geschenken van uwen dienaar, den
rechtvaardigen Abel, en do offerande van onzen
aartsvader Abraham , en het heilig ofler , de
onbevlekte gift, die u door uwen hoogepriester
Melchisedech werd opgedragen.
Wij smeeken u vurig, almachtige God , laat
deze offerande door de handen van uwe H. En-
gelen gebracht worden op uw verheven altaar,
voor het aanschijn uwer Goddelijke Majesteit,
opdat wij allen, die deel riemen aan dit H. A1-
taar en het hoogheilig Lichaam en Bloed van
uwen Goddelijker) Zoon zullen genuttigd hebben,
met allen hemelschen zegen en genade mogen
vervuld worden ; door denzelfden Christus on-
zen Heer. Amen.
Wees ook , o Heer , gedachtig uwe dienaren
en dienaressen, die ons met het teeken des
-ocr page 36-
28
GEBEDEN ONDER
geloofs zijn voorgegaan en in vrede rusten.
(Noem hier de overledenen, die gij bijzonder
der Goddelijke barmhartigheid wilt aanbevelen,
opdat hunne smarten verzacht, of zij uit de
plaats van lijden naar de woning der eeuwige
zaligheid mogen gebracht worden). Wij bidden
u, dat gij dezen en allen, die in Christus rus-
ten , de plaats der verkwikking, des lichts en
des vredes wilt geven. Door denzelfden Christus
onzen Heer. Amen.
Geef ook aan ons zondige menschen, uwe
dienaren , die op de grootheid uwer barmhar-
tigheid hopen, doel en gemeenschap met uwe
H. Apostelen en Martelaren Joannes, Stephanus,
Barnabas, Tgnatius, Alexander , Marcellinus,
Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia,
Agnes, Caccilia, Anastasia, en met alle uwe Hei-
ligeu. Neem ons genadig op in hun gezelschap,
niet om onze verdiensten, maar ons vergiffenis
verleenende door Christus onzen Heer, door
wien Gij, o Heer, altijd deze goede gaven
voortbrengt, heiligt, levend maakt, zegent en
aan ons schenkt. Door Hem, en met Hem en
in Hem gewordt u, almachtige Vader, in de
eenheid des H. Geestes, alle eer en glorie, in
alle eeuwen der eeuwen. Amen.
PATER KOSTER.
Bid hier met den priester het Onze Vader enz. —
en doe daarna het volgende gebed:
Wij bidden tl, o Heer, verlos ons van alle
verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad,
en verleen ons door de voorbede der gelukzalige
en roemrijke altijd Maagd en Moeder Gods
-ocr page 37-
2!)
DE HEILIGE MIS.
Maria, van de H. Apostelen Petrus en Paulus,
en Anrlreas en van alle Heiligen, genadiglijk
vreile in onze dagen, opdat wij door den bij-
stand uwer barmhartigheid geholpen, ten allen
tijde vrij mogen blijven van alle zonden, *en
veilig tegen alle kwelling; door denzelfden
Christus onzen Heer, die met u leeft en heerscht
in de eenheid des H. Geestes , in alle eeuwen
der eeuwen. Amen.
Wanneer de priester de H. Hostie breekt, en een
klein gedeelte daarvan in den kelk laat vallen, bid dan:
Deze vermenging en heiliging van het lichaam
en bloed van onzen Heer Jezus Christus moge
ons, die dit nuttigen, strekken ten eeuwigen
leven. Amen.
AüXUS HEI.
Klop driemaal op uwe borst en bid Jezus, liet on-
schuldig Lam Gods, om vergiffenis uwer zonden, zeg-
gende :
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld^ ontferm U onzer. Lam Gods, dat weg-
neemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, geef ons den vrede.
Heer Jezus Christus, die tot uwe Apostelen
gezegd hebt: ik laat u den vrede, ik geef u
mijnen vrede, zie niet op mijne zonden, maar
op het geloof uwer Kerk, en gewaardig U haar
volgens uw goedvinden in vrede te behouden
en in eenheid te bewaren, die leeft en heerscht
in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden
-ocr page 38-
30                           GEBEDEN ONDER
God, die volgens den wil des Vaders en door
de medewerking van den II. (leest, de wereld
door uwen dood hebt levend gemaakt; verlos
mij door dit uw lieilig lichaam en bloed van
al mijne zonden en van alle kwaad: geef, dat
k altijd volgens uwe geboden leve, en laat
iniet toe, dat ik mij nog ooit van (I verwijdere,
die leeft en heerscht met denzelfden God den
Vader, en den H. Geest, God in alle eeuwen
der eeuwen. Amen.
COMMUNIE.
Indien gij onder de II. Mis of na de H. Mis com-
munii\'eert, kunt gij nog niet den priester het volgende
bidden :
Heer Jezus Christus, dat de nuttiging van
uw II. Lichaam, hetwelk ik, onwaardige, durf
ontvangen, niet tot mijne veroordeeling en ver-
doemenis strekke; maar, volgens uwe goedheid,
tot steun naar ziel en lichaam en tot middel
van zaligheid diene. Gij, die met den Vader in
de eenheid des H. Gecste* leeft en heerscht,
God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Ik zal het hemelsch brood nemen en den
naam des Hoeren aanroepen.
Zeg vervolgens driemaal met den priester, telkens
op uwe borst kloppende :
DOMINE XON SÜM DIGXUS.
Heer, ik ben niet waardig, dat gij onder mijn
dak komt, maar spreek slechts één woord en
rnijne ziel zal gezond worden.
-ocr page 39-
IJK HEILIGE MIS.                          31
Zoo gij niet communiceert, kunt gij de geestelijke
communie doen. zie daarover de onderrichting, en de
wijze om geestelijk te communiceeren.
LAATSTE COLLECTE.
Almachtige, eeuwige God, ik dank U uit ge-
heel mijn hart voor alle genaden en weldaden,
die gij mij bewezen hebt, maar bijzonder, dat
gij ons uwen Zoon tot zoenoffer en zijn lichaam
en bloed tot spijze onzer zielen gegeven hebt.
Bewaar mij in uwe genade , opdat ik nooit de
allerheiligste offerande der Mis onwaardig bij-
wone , en nimmer deze allerheiligste spijze on-
waardig ontvange; door denzelf\'den Christus
onzen Heer. Amen.
ITE 1IISSA EST.
Bid hier om den zegen des priesters.
Moge, o allerheiligste Drievuldigheid, de ver-
richte offerdienst des priesters u behagen en
neem het offer, dat wij u hebben opgedragen,
goedgunstig aan, opdat liet ons en allen, voor
wie net is opgeofferd , tot verzoening en zalig-
heid strekke, door Jezus Christus onzen Heer.
Amen. Zegen ons, o almachtige God, Vader,
Zoon en H. Geest. Amen.
LAATSTE EVANGELIE.
Jezus, eeuwig Woord des Vaders, die uit
liefde tot ons zijt mensch geworden, ik aanbid
u, ik vertrouw oj> u, ik bemin u; gij zijt op
aarde gekomen, om ons den weg tot het eeuwig
leven te toonen , leid mij , o waarachtig licht
-ocr page 40-
32                            ANDERE H. MIS
<lcr wereld, opdat ik te midden van de duister-
nissen dezes levens niet dwale , maar door uw
licht bestraald heilig leve en zalig sterve.
GEBED N\'A DE H. MfS.
Goede God, ik dank U, dat gij mij aan deze
allerheiligste offerande hebt laten deel nemen.
Vergeef mij alle kwaad, dat ik daarbij door
traagheid of\' verstrooidheid gedaan heb; ik
neem mij vastelijk voor geene zonden meer te
bedrijven, en in mijne gedachten, woorden en
werken zoo voorzichtig te zijn, dat ik de vruch-
ten van deze H. offerande niet verlieze. Zegen
mij, almachtige, eeuwige God, in mijnen ar-
beid. Ü Jezus en Maria, mijne liefde in ecuwig-
lieid. Amen.
AVUKKK H. MIS
TER BERE VAN HET
BITTER LIJDEN VAN JEZUS.
Daar het II. Misoffer door Jezus is ingesteld tof
gedachtenis aan zijn lijden . kan Hem zeker niets
aangenamer zijn , dan dat wij onder de H. Mis zijn
bitter lijden en zjjne overgroote liefde in dat lijden
gedenken. Overweeg daarom bij ieder deel der H. Mis
liet Ijjden des Zaligmakers daardoor voorgesteld en
bid daarna het daarbij behoorend gebed.
GEBED VÓÓB DE 1HS.
Met diepen eerbied en innige godsvrucht, (
Jezus, wil ik deze H. Mis bijwonen en in der
-ocr page 41-
VAN HET BITTER LIJDEN VAX JEZUS.         33
geest tegelijkertijd alle andere heilige Missen
hooren, die vandaag over de gansche wereld
worden opgedragen. Met een dankbaar liart wil
ik daarbij uw heilig lijden overwegen en u bc-
minnen, loven, prijzen en dankon voor alles wat
gij voor mij gedaan hebt. Ik bid n door de ver-
diensten van uw lijden en uwen dood, geef dat
ik u eeuwig beminne, eeuwig u danke. En gij,
o Maria, die uwen Jezus op zijn smartvolle!)
lijdensweg gevolgd zijt tot gij hem op het kruis
voor onze zaligheid hebt zien sterven, sta mij
bij, opdat ik zijn lijden aandachtig en rouw-
moedig overwege en de vruchten van zijn dood
moge waardig worden. Amen.
HM HET HEGIN DER MIS.
De priester gaat naar het altaar. — Jezus gaat naar
den hof van Olijven.
O Jezus, zoon van den levenden God, gij hebt
u bij het naderen van uw lijden naar den hof
van Ulijven begeven om daar voor onze zalig-
heid bedroefd en beangst te worden, gij hebt
daar te midden van uw lijden met de grootste
vurigheid tot uwen Hemelschen Vader gebeden
en u , door een engel gesterkt, geheel en al
aan den wil uws Vaders overgegeven; ik bid u
verleen mij door de verdiensten van dit uw
gebed en uw lijden, dat ook ik in al mijne moei-
lijkheden tot het gebed mijne toevlucht neme
om, door uwen engel gesterkt, mij geheel en
al aan den aanbiddelijken wil uws hemelschen
Vaders te onderwerpen. Amen.
3
M1SSIED.
-ocr page 42-
34                    ANDERE H. MIS TER EERE
BIJ HET CONFITEOR.
De priester bidt aan den voet des altaars. —
Christus bidt in den hof en zweet water en bloed.
Goddelijke Verlosser, gij hebt in den hof van
Olijven tot driemalen toe tot uwen Vader ge-
beden en bij het gezicht van mijne zonden en
van die der gansche wereld zooveel droefheid
ondervonden , dat gij door doodsangst over-
vallen water en bloed gezweet hebt, geef,
smeek ik u , dat ook ik een groot leedwezen
gevoele over mijne zonden en ze al de dagen
van mijn leven zoo oprecht beweene, dat zij
mij in het uur des doods geen vrees meer
aanjagen. Amen.
introïtus.
De priester kust het altaar en gaat naar den epi.s-
telkant. — .lezus door een kus verraden wordt naar
Annas gevoerd.
Beminnelijke Zaligmaker, Jezus Christus, die
door een "uwer leerlingen verraden , trouweloos
aan uwe vijanden overgeleverd en door dezen
als een misdadiger gebonden naar Annas ge-
sleurd zijt, bind mij, bid ik u, door de banden
uwer liefde onafscheidelijk aan u en geef mij
de genade om alle bekoringen tot zonde stand-
vastig te wederstaan, teneinde nooit in de han-
den van den helschen vijand te vallen. Amen.
KYBIË ELEISON.
De priester gaat naar het midden des altaars en
bidt. — Christus wordt van Annas naar Caiphas ge-
bracht en door Petrus verloochend.
Onschuldige Jezus, die door de Joden met
-ocr page 43-
VAN HKT BITTER LIJDEN VAN JEZUS.         35
onmenschelijke wreedheid naar Caiphas gesleurd
en daar bitter bedroefd zijt geworden door dedi ie-
voudige verloochening van uwen beminden Apostel
Petrus, schenk mij de genade om alle gevaren
en gelegenbeden tot zoude zorgvuldig te vluch-
ten, u mijn liefdevollen Verlosser steeds ge-
trouw te blijven en u nooit door woorden of
daden te verloochenen. Amen.
BIJ DE GEBEDEN.
De priester keert zich tot het volk. — Jezus wendt
zich tot Petrus.
Heere Jezus Christus, gij hebt uwen leerling
Petrus na zijn val met zulke barmhartige oogen
aanschouwd en hem tot zulk een hartelijk be-
rouw en zoo oprechte boetvaardigheid over zijne
zonden aangespoord, dat hij niet kon ophouden
deze van droefheid en liefde te beweenen ; o
werp ook op mij een blik van uw oneindig
mededoogen, opdat ik, getroffen door de groote
boosheid mijner zonden en door uwe matelooze
liefde, steeds mijne misslagen betreure en u
nooit of nimmer meer bedroeve. Amen.
BIJ DEN* EPISTEL.
De priester gaat naar de epistelzijde. — Jezus wordt
naar Pilatus gevoerd.
Geduldige en zachtmoedige Jezus, die, als
waai\'t gij een groot misdadiger, gevankelijk naar
Pilatus gevoerd en daar door uwe vijanden
verraderlijk en valsch beschuldigd zijt, geef mij
krachten om naar uw voorbeeld geduldig alle
lijden en vervolging, alle kwaadsprekendheid en
-ocr page 44-
36                     ANDERE II. S1IS TER EERE
spotternij dor goddeloozen ter uwer liefde te
verdragen en in mijn binnenste voortdurend het
getuigenis van een zuiver en onschuldig gewe-
ten te bewaren. Amen.
HIJ HET EVANGELIE.
De priester gaat naar de andere zjjde des altaars. —
Jezus wordt van Pilatus naar llerodes gebracht.
Aanbiddelijke Verlosser, die voor llerodes
zooveel smaad en hoon en schimp hebt ver-
dragen zonder de minste klacht te uiten of
U door het geringste woord te verdedigen , sta
mij bij om, uwe nederigheid en zachtmoedigheid
indachtig, gaarne vernedering, versmading en
bespotting ter uwer liefde aan te nemen en
nooit kwaad met kwaad te vergelden. Amen.
BIJ HET CREDO.
De priester keert naar het midden des altaars
terug. — Christus wordt van llerodes weder naar
Pilatus overgebracht.
O Heer Jezus, die als een spolkoning behan-
deld en met een wit kleed bedekt van Herodes
naar Pilatus zijt teruggezonden, verleen mij de
genade om alle aanslagen mijner vijanden te
ontgaan, het kwaad steeds met goed te vergel-
den en mij in alles aan uwen heiligen wil te on-
derwcrpen, teneinde daardoor volmaakter en u
gelijkvormige!- te worden. Amen.
-ocr page 45-
VAN\' HET BITTER LIJDEN VAN JEZUS.         37
BIJ HET OFFERTORIUM.
De priester ontdekt den kelk. — Christus wordt
van zjjne kleederen beroofd en gegeeseld.
Minnelijke Zaligmaker Jezus Christus, om mijne
zonden wordt gij, de God van grootheid en ma-
jesteit, van uwe kleederen beroofd, aan een
schandpaal gebonden en wreedaardig gegeeseld;
o ik smeek u om de verdiensten uwer pijnen
en smarten, geef dat ik al mijne zonden, vooral
die tegen de deugd der engelen, oprecht beweene,
de slagen uwer vaderlijke kastijding met geduld
en liefde aanneme, en u nooit meer door nieuwe
zonden geesele.
BIJ HET DEKKEN VAN DEN KELK.
De priester dekt den kelk. — Christus wordt mot
doornen gekroond
O Jezus, welke schrikkelijke pijnen hebt gij
bij uwe wreede kroning met doornen uitgestaan !
IJ komt eene gouden kroon van glorie en heer-
lijkheid toe, mij daarentegen om mijne zonden
eene doornenkroon van smaad en smarten. O
ik bid u , om de pijnen die gij voor mij ge-
leden hebt, neem van mij de doornen weg van
een knagend geweten, geef dat ik boetvaardig-
heid plege over mijne zonden om eenmaal in
den hemel met glorie en heerlijkheid gekroond
te worden. Amen.
BIJ HET WASSCHEN DER HANDEN.
Do priester wascht zich de handen. — Christus wordt
door Pilatus onschuldig verklaard, nadat deze zich
vóór al het volk do handen gowasschen hooft.
Lijdende Jezus, gij wordt dooi- Pilatus on-
-ocr page 46-
38                     ANDERE II. MIS TER EERE
schuldig verklaard en desniettemin doet deze
onrechtvaardige landvoogd u, met een purperen
mantel omhangen, met eene doornenkroon op-
het hoofd en een rietstok iu de hand , aan de
Joden overleveren en achter liarabbas stellen ;
o ik smeek u om uwe vernederingen en uw
lijden, laat toch niet toe, dat ik u ooit door
mijne zonden beleedige en achter uwe vijan-
den plaatse; maar geef dat ik u getrouw diene
en zoo leve dat ik in den jongsten dag in het
kleed der onschuld voor uw aangezicht moge
verschijnen. Amen.
BIJ DE PREFATIE.
De priester bidt de prefatie. — Christus wordt ter
dood veroordeeld.
Onschuldige Jezus, gij wordt ter dood ver-
oordeeld en neemt gelaten en onderworpen aan
den wil uws hemelschen Vaders dat onrecht-
vaardig doodvonnis aan om te voldoen voor mijne
zonden. O Jezus, terwijl de Joden roepen
«kruisig hem, kruisig hem», kniel ik voor u
neder om u met uwe engelen te aanbidden en
u met den priester toe te roepen : «heilig, heilig,
heilig zijt gij , o God der Heerscharen» ! Geef,
o mijn Jezus, dat ik u niet meer beleedige,
maar dat ik mij door een Christelijken levens-
wandel tot den tijdelijken dood voorbereide om
het onherroepelijk vonnis van een eeuwigen
dood te ontgaan. Amen.
BIJ DEX CANON.
De priester bidt in stilte de gedachtenis der leven-
den. — Christus neemt geduldig zijn kruis.
Goddelijke Jezus, als een onschuldig lam, dat
-ocr page 47-
VAN HET BITTER LIJDEN VAN JEZUS.         39
ter slachtbank geleid wordt zonder den mond
te openen, zoo draagt gij , zonder klagen of
morren geduldig uw kruis naar den berg van
Calvaiië om daar voor onze zonden te sterven,
terwijl gij de vrouwen van Jeruzalem vermaant
niet over u, maar over hare zonden te weenen;
ik bid u, zachtmoedige Verlosser, geef mij de
genade om het kruis mijns lijdens gewillig uit
uwe hand aan te nemen, het standvastig te
dragen en niet bitterder te beweenen dan het
verdriet, hetwelk ik u door mijne zonden heb
aangedaan.
BIJ DE CONSECRATIE.
De priester heft de II. Hostie en daarna den kelk
op. — Christus wordt op het kruis verheven.
Aanbiddensvvaardige Jezus, met ruwe nagelen
wordt gij voor mij aan het kruis geklonken en
te midden der hevigste smarten met dat kruis
omhoog geheven, terwijl het bloed van alle
kanten uit uwe gezegende wonden stroomt; o
ik smeek u, hecht mij met u aan het kruis
opdat ik, in mij het zondig vleesch en zijne
bedorven lusten kruisigend , heilig voor uw
aangezicht leve en geheel onthecht zij aan de
wereld. Reinig mijne ziel door de verdiensten
van uw kostbaar bloed en zuiver mij al meer
en meer van mijne zonden.
BIJ DE GEDACHTENIS DER OVERLEDENEN.
De priester bidt voor de afgestorvenen en vraagt
vergiffenis der zonden. — Christus bidt voor alle
menschen en bekeert den goeden moordenaar.
Liefdevolle Zaligmaker, die aan het kruis
-ocr page 48-
40                    ANDERE II. MIS TER EERE
voor alle menschen, zelfs voor uwe beulen liebt
gebeden en den goeden moordenaar de vergif-
fenis zijner zonden en den liemcl hebt geschon-
ken ; doordring mij van uwen geest, opdat ook
ik naar uw voorbeeld mijne vijanden van liarte
vergeve, voor hen bidde en mijne zonden zoo
oprecht beweene, dat ik eenmaal uit uwen
goddelijken mond de troostvolle woorden moge
vernemen : «heden zult gij met mij zijn in het
paradijs."
RIJ HET PATER NOSTEH.
De priester bidt het Onze Vader. — Christus be-
veelt zijne Hoeder aan den H. Joannes.
Goddelijke Zaligmaker, lieve Jezus, stervend
aan liet kruis hebt gij uwe goede Moeder aan
den H. Joannes en Joannes aan uwe gezegende
Moeder aanbevolen; ook ik beveel mij aan u
in vereeniging van die liefde, waarmede gij uwe
heilige Moeder aan den H. Joannes gegeven
hebt en ik bid u mij eene teedere godsvrucht
tot de allerzaligste Maagd te willen inprenten
en mij zoo innig aan u en aan haar te hechten
dat niets in staat is mij van u te scheiden.
Amen.
BIJ HET ÜREKEX DER II. HOSTIE.
Do priester breekt de H. Hostie en Iaat een deeltje
daarvan in den kelk vallen. — Christus sterft, zijne
ziel daalt in liet voorgeborgte noder.
Beminnelijke Jezus, gij hebt uwen geest in
de handen van uwen hemelschen Vader over-
gegeven en door uwen dood het rijk van Satan
verwoest, gij hebt door uwe nederdaling in het
-ocr page 49-
VAN HET BITTER LIJDEN VAX JEZUS.         M
voorgeborgte de zielen der oud vaders getroost
en dezen de blijde boodschap der verlossing
gebracht; ik bid u verleen mij door de smarten
van uwen wreeden dood een zalig sterf\'uur en
pas de verdiensten van uw lijden op de arme
zielen des vagevuurs toe, opdat deze getroost
en uit haren kerker bevrijd worden. Amen.
HM HET AGNUS DEI.
De priester klopt op zjjno borst en bidt driemaal
Agnus Dei. — Christus\' dood doet velen rouwmoedig
op hunne borst kloppen en zich bekeeren
Heer Jezus Christus, God van leven en dood,
gij die door uw geduldig lijden en door uw-
zalig sterven zoo velen bekeerd en tot de kennis
uwer godheid gebracht hebt, verleen mij, smeek
ik u, door de verdiensten van dit uw lijden eu
sterven een oprecht leedwezen over mijne zon-
den , geef\' dat ik ze edelmoedig uilboete en u
in het vervolg nooit meer beleedige.
BIJ DE NLTTKiIXG.
De priester nuttigt het dierbaar Lichaam en Iiloed
van Christus. — Jezus wordt begraven.
Aanbiddelijkc Verlosser, die van het kruis af\'-
genomen, door uwe goede Moeder en door uwe
vrienden met kostbare reukwerken gebalsemd
en in een nieuw graf\'zijt nedergelegd; schep
in mij een nieuw, een zuiver hart, geef dat ik
u daarin dikwijls op waardige wijze outvange
door de H. Communie en dat deze voor mij
een onderpand zij van toekomstige heerlijkheid.
Amen.
-ocr page 50-
42                    ANDERE H. MIS TER EERE
NA DE COMMUNIE.
De priester gaat naar de zijde van het altaar. —
Christus staat op van de dooden.
O Jezus, overwinnaar van den dood, die een-
maal voor onze zonden gestorven zijnde, ten
derden dage zegevierend uit het graf zijt opge-
staau en in volle heerlijkheid verrezen om nim-
mer meer te sterven; geef dat ik, eenmaal
gestorven zijnde aan de zonde, daarin nooit
meer herval Ie, maar door een nieuw leven wan-
dele in heiligheid en liefde. Amen.
BIJ DE COLLECTEN\'.
De priester wendt zich tot het volk. — Christus
verschijnt aan zijne leerlingen.
O Jezus, die na uwe glorievolle verrijzenis
aan uwe allerheiligste Moeder en uwe leer-
lingen zijt verschenen om hen te troosten en
hen gedurende veertig dagen in de geheimen
des geloofs te onderrichten en te sterken; sterk
ook mij, bid ik u, door uwe genade, opdat ik
standvastig blijve in het geloof, gaarne mij aan
uwen aanbiddelijken wil onderwerpe, en steeds
leve volgens uw eeuwig welbehagen, om u
eens in den hemel van aanschijn tot aanschijn
te aanschouwen. Amen.
niJ DEN ZEGEN.
De priester keert zich nogmaals tot het volk en
geeft den zegen. — Jezus verschijnt een laatste maal
aan zijne leerlingen , klimt ten hemel en zendt den
H. Geest.
Verheerlijkte Zaligmaker, Jezus Christus, die
-ocr page 51-
VAN HET BITTER LIJDEN VAX JEZUS.          43
in tegenwoordigheid uwer leerlingen in volle
glorie ten hemel zijt gevaren om daar aan de
rechterhand uws Vaders te zetelen en ons den
H. Geest te zenden ; geef dat ik mijn hart meer
en meer aan de wereld onthechte, het aardsche
en zinnelijke verachte, het hemelsche alleen
verlange en zoeke, om zoo waardig te worden
eenmaal met u in uwe heerlijkheid te heerschen
voor alle eeuwigheid. Amen.
BIJ HET LAATSTE EVANGELIE.
Aanbiddelijke Verlosser, Jezus Christus, die
ons in de H. Mis de gedachtenis van uw lijden
en sterven hebt nagelaten, verleen genadig dat
wij de geheimen van dit offer zoo mogen vieren,
dat wij aan de vruchten uwer verlossing deel-
achtig mogen worden, gij die leeft en heerscht
met God den Vader, in eenheid des H. Geestes, •*
van eeuwigheid tot eeuwigheid. Arnen.
MIS VOOK OVKHLI<:»KlVE¥.
GEBED VÓÓR. DE MIS.
O mijn God, gij leert mij door uwe heilige
en onfeilbare Kerk, dat de zielen der overlede-
nen, welke in het vagevuur lijden, door de ge-
beden der geloovigen en vooral door het H. Mis-
ofl\'er kunnen geholpen worden. Doordrongen van
een levendig geloof aan deze troostvolle waar-
lieid, werp ik mij voor uw altaar neder om
deze heilige Mis voor de zielen des vagevuurs
bij te wonen. Stort, bid ik u, in mijn hart een
-ocr page 52-
                   MIS VOOR OVERLEDENEN\'.
innig medelijden met die arme lijderessen van
Jezus Christus en verwek in mij eene vurige
godsvrucht, opdat ik met eerbied en vertrouwen
deze H. Mis bijwone en deze voordeelig zij aan
de zielen des vagevuurs en heilzaam voor mij
zei ven. Allerheiligste Maagd Maria, moeder der
geloovige zielen , alle engelen en heiligen des
hemels, vereenigt uwe gebeden met de mijne
om de zielen des vagevuurs te troosten, te ver-
kwikken en te verlossen. Amen.
INTROÏTUS.
Heer, <reet\' haar de eeuwige rust en het
eeuwig licht verlichte haar. U, o God, betaamt
lof in Sion , en gelofte moet er gebracht wor-
den in Jeruzalem. Verhoor mijn gebed; alle
vleesch zal tot u komen. Heer geef haar de
eeuwige rust cu het eeuwig licht verlichte haar.
COLLECTE.
O God, schepper en verlosser aller geloovigen,
schenk aan de zielen uwer dienaren en diena-
ressen vergiffenis van al hunne zonden, opdat
zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij
altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige
gebeden mogen verwerven.
O God , uitdeeler aller genaden, die de za-
ligheid aller menschen verlangt, om wille uwer
barmhartigheid smeek ik u heb medelijden met
de zielen onzer (ouders, broeders en zusters),
bloedverwanten, vrienden en weldoeners, die
uit deze wereld gescheiden zijn en geef haar
door de voorspraak van de Allerheiligste en
altijd Onbevlekte Maagd Maria en van al uwe
-ocr page 53-
MIS VOOR OVERLEDENEN.                   45
heiligen, dat zij tot de gemeenschap uwer za-
ligen in Jen hemel toegelaten worden.
Neem, o God, \'dit gehed der christelijke liefde
genadig aan en schenk de zielen der afgestor-
veneti, vooral die voor welke ik mij heb voor-
genomen te bidden eene spoedige verlossing
uit het vagevuur, opdat zij u in den schoonen
hemel eeuwig loven en danken.
Heer geef\' haar de eeuwige rust en het eeuwig
licht verlichte haar.
EPISTEL.
O God , hoe gestreng zijn uwe oordeelen!
Wie zal uwen heiligen berg bestijgen, zegt de
H. Geest; en verblijven in uwe heilige woon-
plaats? Hij alleen, die onschuldig in zijne \\ver-
ken en rein van harte is. Ach, mijn God, in de
zielen des vagevuurs schijnt uwe gerechtigheid
zoo verschrikkelijk uit. Zoolang zij nog met de
minste schuld beladen zijn en tijdelijke straffen
uit te boeten hebben, kunnen zij uw goddelijk
aangezicht niet aanschouwen , want niets wat
onrein, is mag den schoonen hemel ingaan. O
God, ontvang voor die arme zielen het offer van
het dierbaar lichaam en bloed van Jezus, hetwelk
ik u in deze H. Mis aanbied in vereeniging van
alles wat Hij in zijne liefde voor ons geleden
heeft. Om wille van Jezus\'geeseling, kroning en
kruisdood ontferm u over de zielen des vagevuurs.
Zij lijden zoo veel, zij verzuchten in de vlammen,
zij haken naar het oogenblik dat zij met u ver-
eenigd zullen wezen; door de verdiensten van
Jezus bloed schenk haar de verlossing. Heer geef
haar de eeuwige rust en het eeuwig licht ver-
lichte haar.
-ocr page 54-
46                     MIS VOOR OVERLEDENEN.
EVANGELIE.
Door uw heilig Evangelie leert gij ons, o God
«lat wij allen eens uit het graf. tot een eeuwig
leven moeten opstaan. Dan alleen echter kan
ik hopen eens glorievol te verrijzen, als ik ge-
loold en volgens mijn geloof\' zal geleefd hebben.
Daarom, o mijn God, geef dat ik, vrij van alle
zonde, u beminne en cliene en vele goede wer-
ken voor den hemel verrichte. Doch ontferm
ii ook over de zielen in het vagevuur. Door de
verdiensten van dit H. Misoffer, hetwelk ik
voor die arme zielen bijwoon, verlos haar uit
haren kerker en voer haar uwe eeuwige glorie
binnen. Heer geef haar de eeuwige rust en
het eeuwig licht verlichte haar!
OFFERANDE.
Heer Jezus Christus, Koning der glorie, ver-
los de zielen der overledene geloovigen van de
pijnen der hel en van den diepen afgrond;
verlos haar van den muil des leeuws, opdat zij
niet worden verslonden door de hel en niet
nederstorten in de duisternis: maar dat uw
hemelsche aanvoerder, de H. Michaël, ze brenge
tot het heilig licht, hetwelk Gij eertijds aan
Abraham en zijne kinderen beloofd hebt. Wij
dragen U, o Heer, offers op en lofgebeden:
neem ze aan voor de zielen, die wij heden ge-
denkeu: doe haar overgaan, o Heer, van den
dood tot het leven: hetwelk Gij eertijds aan
Abraham hebt beloofd en aan zijne kinderen.
Neem aan, o hemelsche Vader, dit offer van
brood en wijn, hetwelk de priester u thans ter
-ocr page 55-
47
MIS VOOR OVERLEDENEN\'.
uwer cere en tot heil <ler levenden en over-
ledenen aanbiedt. In vereeniging van het dier-
baar bloed van Jezus, van al zijn lijden en zijne
verdiensten ofl\'er ik u al het lijden op der zielen
in het vagevuur, al hare zuchten en verlangens.
O mijn God aanschouw hare smarten. Zie neder,
bid ik u, op uwen goddelijken Zoon, die zich
met zooveel liefde in deze H. Mis aan u op-
draagt en om zijnentwil wees de zielen in het
vagevuur genadig. Heer geef haar de eeuwige
rust en het eeuwig licht verlichte haar.
SANCTÜS.
Heilig, heilig, heilig zijt gij, o God, Heer der
Heerscharen. Heilig prijzen u de engelen en
zaligen in den hemel. Heilig noemen u de
lijdende zielen in het vagevuur. Als een heilige
God hebt gij ons uwen aanbiddelijken wil tot
richtsnoer onzer handelingen gegeven en ons
daardoor tot heiligheid geroepen. Stort mij, o
Heer, liefde in voor uwe heilige wetten en ge-
boden en geef mij een afschuw van de zonde.
Onderhoud en vermeerder in mij de heiligma-
kendc genade en geef mij meer en meer liefde,
opdat ik steeds volmaakter en u welgevalliger
worde. Heilig uwe kerk en al hare ledematen.
Bekeer de zondaren, versterk de rechtvaardigen
en reinig de zielen des vagevuurs van alle
vlekken, welke haar nog van de aanschouwing
van uw goddelijk aangezicht terughouden. Zie,
o barmhartige God, Jezus uw Zoon, in wien
gij uw welbehagen vindt en wiens ledematen
deze zielen zijn, komt ook voor haai\' als slacht-
offer op dat altaar, verhoor ons en om wille
-ocr page 56-
48                     MIS VOOR OVERLEDENEN.
van Jezus\' bloed verlos de arme zielen uit liet
vagevuur. Heer geef haar de eeuwige rust en
het eeuwig licht verlichte haar.
CONSECRATIE.
Bij hot opheffen der II. Hostie :
Gekruiste Jezus, ontferm u over de zielen
in het vagevuur.
Genadige Jezus, verkwik de arme zielen in
het vagevuur.
Barmhartige Jezus, verlos de lijdende zielen
uit het vagevuur.
Hij het opheffen van den kelk:
Heilig Bloed van Jezus, reinig de zielen in
het vagevuur.
Aanbiddelijk Bloed van Jezus, heilig de zielen
in het vagevuur.
Goddelijk Bloed van Jezus, voer de zielen
des vagevuurs uwe eeuwige vreugde binnen.
NA DE CONSECRATIE.
Eeuwige Vader, ik offer u voor de zielen in
het vagevuur uwen Goddelijken Zoon Jezus
Christus , als een aanbiddingsoffer van onein-
dige waarde, om te voldoen voor alle fouten en
verzuimenissen, waaraan deze zielen nog op aarde
zijnde zich tegenover u hebben schuldig ge-
maakt.
Ik offer u dienzelfden Goddelijken Zoon als
een dankoffer van oneindige waarde voor die
arme zielen op orn te gemoet te komen aan
alle gebrek aan dankbaarheid, waaraan zij zich
vroeger plichtig maakten.
-ocr page 57-
MIS VOOR OVERLEDENEN                   49
Ik oll\'er u, o eeuwige Vader, dien/elfden
Jezus als een zoenoffer van oneindige waarde
otn de zonden uit te boeten, waarover de zielen
des vagevuurs op aarde geen boetvaardigheid
genoeg gedaan hebben.
Ik ofl\'er u eindelijk uwen Jezus als een smeek-
offer van oneindige waarde en bid u door de
verdiensten van Jezus gebeden en smeekingen,
dat gij de zielen in het vagevuur alles wilt
kwijtschelden en ze in uwen hemel opnemen.
Heer geef haar de eeuwige rust en het eeu-
wig licht verlichte haar.
PATER KOSTER.
Neem, o Vader, de zielen uwer geliefde kin-
deren, die in het vagevuur zuchten, in uw rijk
op, opdat zij daar in uwe heilige aanschouwing
uwe barmhartigheid en uwe heerlijkheid prijzen.
Laat haar, o Jezus, zoon van God, de vruch-
ten uwer verlossing genieten en bevrijd haar
van alle schulden en straffen. Heilig haar, o
goddelijke Geest, vergeef haar alle zonden en
maak haar waardig u in het licht uwer glorie
te aanbidden.
Allerheiligste Maagd, toevlucht der zondaren
en troosteres der bedrukten, bid voor de zielen
in het vagevuur, vooral voor diegenen, welke
ii op aarde het meest vereerd hebben. Troost
die arme zielen en verwerf voor haar genade
en vergiffenis.
Heer geef haar de eeuwige rust en het eeu-
wig licht verlichte haar.
MISSIEB.                                                                       i
-ocr page 58-
50                      MIS VOPR OVERLEDENEN.
AGNUS DEI.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, geef liuti de rust. — Lam Gods, dat
wegneemt de zonden der wereld , geef\' hun de
rust. — Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld : geef hun de eeuwige rust.
COMMUNIEGEBEDEN.
Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden
God, die uit den wil uws Vaders en de mede-
werking des II. Geest es, de wereld dooi\' uwen
dood hebt lever.d gemaakt, verlos mij dooi- dit
uw heilig Lichaam en Bloed van al mijne zon-
den, doe mij altijd getrouw verkleefd zijn aai)
uwe geboden, en gedoog niet dat ik ooit van
u gescheiden worde, die leeft en heerscht met
denzelfden God den Vaderen den H. Geest, God,
in alle eeuwen der eeuwen. Amen. — Heer
Jezus Christus, laat de nuttiging van uw
Lichaam, dat ik, onwaardige, voornemens hen
te ontvangen, niet strekken tot mijn oordeel en
tot mijne verwerping, maar door uwe goedheid
strekke het mij tot bescherming <\\i\'i ziel en des
lichaams, en tot mijne genezing; die leeft en
heerscht met God tien Vader in de eenheid
des IL Geestes God, in alle eeuwen der eeuwen.
Amen. — Ik zal het Hemelbrood nemen en den
naam des Heeren aanroepen.
DOMINE NON SLM DICJNUS.
Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn
dak komt, maar spreek slechts één wo< rd eu
mijne ziel zal gezond zijn. (Driemaal!.
-ocr page 59-
MIS VOOR OVERLEDENEN.                     51
Het Lichaam van onzen Heer Jezus Christus
beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen. —
Wat zal ik den Heer wedergeven voor alles
wat Hij mij geschonken heeft? Ik zal den kelk
des heils nemen en den naam des Hceren aan-
roepen. Al lovende zal ik den Floer aanroepen,
en ik zal verlost zijn van mijne vijanden! —
Het Bloed onzes Heeren Jezus Christus beware
mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen. — Het-
gene wij met den mond hebben genuttigd, o
Heer, laat ons dit in een zuiver hart ontvangen
en moge het van een geschenk in den lijd,
voor ons een geneesmiddel worden voor de
eeuwigheid. — Heer, uw Lichaam, dat ik ge-
nuttigd, en uw Bloed, dat ik gedronken heb,
kleve aan mijn binnenste; en verleen, dat geen
smet van zonde overblijve in mij, die verkwikt
ben geworden met zoo reine en heilige gehei-
men; Gij die leeft en heerscht in de eeuwen
der eeuwen. Amen.
POSTCOMML\'NIE.
Het eeuwig licht verlichte hen, o Heer, met
uwe Heiligen in eeuwigheid. Want Gij zijt
goedertieren.
Heer geef hun de eeuwige rust en het eeu-
wig licht verlichte hen: met uwe Heiligen in
eeuwigheid; want Gij zijt goedertieren.
LAATSTE GEBEDEX.
Wij bidden U, Heer, laat onze nederige
smeekingen den zielen van uwe dienaren en
-ocr page 60-
52                       ANDERE GEREDEN
dienaressen ten voordeel verstrekken: ontsla
hen van alle zonden en maak hen deelachtig
aan uwe verlossing. Door onzen Heer J. C. enz.
v. Dat zij rusten in vrede. a. Amen.
LAATSTE EVANGELIE.
Jezus, eeuwig Woord des Vaders, die uit
liefde tot ons zijt mensch geworden, ik aanbid u,
ik vertrouw op u, ik bemin u, gij zijt op aarde
gekomen, om ons den weg tot het eeuwig
leven te toonen , leid mij , o waarachtig licht
der wereld, opdat ik te midden van de duister-
nissen dezes levens niet dwale, maar door uw
licht bestraald heilig leve en zalig sterve. Amen.
ANDERE
u ëbkdei voor ov i<:hi<k»i<:\\ i<:\\.
VOOR ZIJNE OUDERS.
O God die ons geboden hebt vader en moeder
te eeren, ontferm U genadiglijk over de zielen
van mijn vader en van mijne moeder; vergeef
hun de zonden, en verleen mij , dat ik hen in
de vreugde der eeuwige heerlijkheid moge we-
derzien. Door onzen Heer J. C. enz.
VOOR BLOEDVERWANTEN, VRIENDEN EN\' WELDOENERS.
O God , schenker der vergiflenis en minnaar
van \'s menschen heil, wij bidden uwe goedheid,
dat gij onze bloedverwanten, vrienden en wei-
doeners , die uit deze wereld zijn gescheiden ,
-ocr page 61-
VOOR OVERLEDENEN.                          53
door do voorbode dei\' Allerheiligste Maria altijd
Maagd en van alle Heiligen aan de gemeenschap
der eeuwige zaligheid wilt deelachtig maken.
Door onzen Heer .1. C. enz.
VOOU EENEN AFGESTORVENE.
Neig, Heer, uw oor tot onze gebeden, waar-
mede wij uwe barmhartigheid ootmoedig smee-
ken , opdat Gij de ziel van uwen dienaar dien
Gij uit deze wereld geroepen hebt, in het rijk
des vredes en des lichts moogt plaatsen, en de
gemeenschap uwer Heiligen doen genieten. Uoor
onzen Heer, enz.
VOOR EENE AFGESTORVENE.
O Heer! wij bidden u, ontferm u in uwe
goedertierenheid over de ziel uwer dienares N.,
en gewaardig u haar, van hare sterfelijkheid
ontdaan, aan de gemeenschap der eeuwige
zaligheid deelachtig te maken. Door onzen Heer
.). O., enz.
VOOR EENEN PRIESTER.
Wij bidden u, o Heer! geef dat de ziel des
Priesters N., uwen dienaar, dien gij tijdens zijn
leven hier op aarde met de priesterlijke waar-
digheid bekleed hebt, op den troon der liemelsche
glorie zich eeuwig verheuge. Door onzen Heer
.1. C. enz.
VOOR MEER OVERLEDENEN.
O God , Schepper en Verlosser aller geloo-
vigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en
-ocr page 62-
54          . OEFENINGEN VÓÓR DE lilECHT.
dienaressen vergiffenis van al hunne zonden ,
opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar
zij altijd verlangd hebben, door onze godvruch-
tige gebeden mogen verwerven. Door onzen
Heer Jezus Christus, enz.
©NFKMXCiaiY VOOIS I»2£ BIKCHT.
«Als wij onze zonden belijden , dnn zal
«Ood, die getrouw is en rechtvaardig, ons
odie zonden vergeven en ons reinigen van
«alle ongerechtigheid.» (1 Joan. 1. 9.)
Wie hot ongeluk gehad heeft na het doopsel zwaar
te zondigen, moet door het Sacrament der biecht
vergiffenis dier zonden verwerven. Vandaar dat do
biecht door de 11. Kerk genoemd wordt «de tweede
reddingsplank na de schipbreuk». Door eene goede
biecht verkrijgen wjj van God do vergiffenis onzer
zonden en do kwijtschelding der straffen, die wjj door
onze zonden verdiend hebbon, de heiligmakendo ge-
nade of de vermeerdering daarvan en do teruggave
der goede werken, die wij door de doodzonde ver-
loren hadden, benevens bijzondere dadelijke genaden
om de zonden te vluchten on de deugd te beoefenen.
Willen wij echter aan al dio kostbare voordeelen der
biecht deelachtig worden , dan moeten wij ons daar-
toe goed voorbereiden door een ernstig onderzoek de*
yeivetens
, een oprecht berouw en een goeden wil om
al onze zonden aan den biechtvader te openbaren.
1. Vraag daarom, eer gij te biechten gaat, vertrouw-
vol het licht des II. Geestea ten einde uwe zonden
te kennen en onderzoek uw geweten met al den
ernst, dien dit verhoven Sacrament vordert. «Biecht
gij weinig, zegt de II. Alphonsus, onderzoek dan
nauwkeurig, welke zonden gij in gedachten, woorden,
werken, begeerten of verzuimenissen bedreven hebt,
-ocr page 63-
OEFENINGEN VÓÓR DE BIECHT.              55
biecht gjj echter dikwijls dan is het voldoende, dat
gij in het kort en zonder al te grooten angst na-
denkt over do fouten, waarin gjj gewoon zijt te
vallen». «Plaats u in den geest voor Gods rechter-
stoel . spreekt de II Augustinus. en denk aan de
rekenschap die gij daar eenmaal zult afleggen. Oor-
dool u zelven nu gestreng, om dan niet door uwen
rechter veroordeeld te worden.»
2.   Wek u vervolgens op tot een goed berouw door
de gedachto aan Gods heiligheid , aan zijne menig-
vuldige weldaden en zijne alomtegenwoordigheid, die
gjj door uwe zonden hebt veracht en versmaad.
Slaak tevens een vast, oen werkdadig, een praktisch
voornemen om allo zonden te vermjjdon en de ge-
legenheden tot zonden te vluchten. Zonder dat be-
rouw en dat voornemen, zoo leert de kerk, kan
geene enkele zonde vergeven worden Zonder dat
berouw en dat voornemen, zegt de II. Gregorius,
ware uwe biecht niet alleen vruchteloos, maar schul-
dig en slecht. De H. Aloysius beweende jaren lang
eene kleine fout, die hij als kind bedreven had en
zoudt gjj dan geen berouw gevoelen over die menig-
vuldige. over die zware zonden misschien, waardoor
gij God zoo bitter hebt bedroefd.\'
3.    Heljjd daarna uwe zonden in alle oprechtheid,
in nederigheid en eenvoud des harten, gedachtig dat
hij, die eene welbekende doodzonde vrijwillig ver-
zwijgt , geen vergiffenis van zjjne zonden verkrijgt,
maar integendeel eeno verschrikkelijke heiligschennis
begaat. O hoe ongelukkig, hoo schuldig zjjn zij die
vrijwillig verzwijgen in de biecht! Welk een onrust
in hun leven, welk een angst in hun sterfuur. welk
een straf in do eeuwigheid! «Bedenk, zegt de H.
Augustinus, dat God bedekt, wat gij in den biecht-
stoel bekend mankt; terwijl Hij voor de ganscho
wereld openbaart, wat gij voor één mensch, zijn
plaatsbekleeder, zult verzwegen hebben.»
Bereid u daarom tot deze biecht alsof het de laatste
uws levens ware en gjj aanstonds daarna voor Gods
rechterstoel moest verschijnen.
-ocr page 64-
56                OEFENINGEN VÓÓR DE IUECHT.
GEBED VÓÓR DE DIECIir.
O God van oneindige majesteit en heiligheid,
ik geloof\' u hier wezenlijk tegenwoordig; ik ge-
loof, dat gij mij aanschouwt en al mijne zon-
den kent.
Ik aanbid u uit geheel mijn hart en erken
U voor mijn God en Schepper, mijn Verlosser
en Zaligmaker.
Ik weet, o mijn God , dat gij den dood des
zondaars niet wilt, maar vurig verlangt dat hij
zich bekeere en leve. Ik weet dat gij steeds
bereid zijt allen, die boetvaardig tot u komen,
in genade te ontvangen: een vernederd en ver-
morzeld hart zult gij , o Heer, niet versmaden.
Vol vertrouwen werp ik mij daarom voor u
neder en vraag u de genade om eene goede
biecht te spreken en vergiffenis mijner zouden
te verwerven.
GEI1ED TOT DEN II. GEEST.
O H. Geest, bron van alle kennis, van alle
licht en waarheid, zonder uwen bijstand is het
mij onmogelijk mijne zonden goed te kennen
en te betreuren. Daarom bid ik u, zend een
straal van uw hemelsch licht in mijnen geest
af, opdat ik mijne zonden met derzelven getal,
grootheid, boosheid en alle omstandigheden
kenne; tref mijn hart, opdat ik ze bate en ver-
foeie, dat ik ze oprecht beweene en betreure
en zo onbeschroomd voor den priester belijde.
Versterk mijner\', wil, opdat ik mij ernstig betere
en geene, ook niet de geringste zonde meer
bedrijve. Amen.
-ocr page 65-
OEFENINGEN VÓÓR DE [HECHT.               57
GEBED VOOR HET ONDERZOEK DES GEWETENS.
Goede Jezus, mijn God en Zaligmaker, zie
mij hier aan uwe voeten om mijn geweten te
onderzoeken en mijne zonden te loeren kennen.
Uit liefde tot u en om uwen goddelijkcn wil
te volbrengen wil ik ernstig nadenken over
alles waardoor ik u, oneindige goedheid , kan
beleedigd hebben; ik wil alles oprecht en ne-
derig aan uwen plaatsbekleeder openbaren zon-
der iets te verzwijgen of te verkleinen, ten-
einde zoo volkomen vergiffenis van mijne zonden
te verkrijgen en in uwe genade en uwe liefde
toe te nemen. Eenmaal, o Jezus, zal ik voor
uwen rechterstoel verschijnen om daar in alle
gestrengheid onderzocht en geoordeeld te wor-
i\\en en mijne zonden voor de gansche wereld
te hooi\'Cii openbaren. Lieve Jezus, geef mij de
genade, dat ik mij zei ven thans rechtvaardig en
streng oordeelü, om dan niet door u veroor-
deeld te worden.
Goede Moeder Maria, toevlucht der zondaren,
sta mij bij en verwerf mij door uwe voorspraak
dat ik mijne zonden goed kenno en oprecht
belijde. Mijn 11. Engelbewaarder, alle Heiligen
en uitverkorenen des hemels, bidt voor mij .
opdat ik waardige vruchten van boetvaardigheid
voortbrenge. Amen.
Onderzoek hier uw geweten met; betrokking tot
uwe voorgaande biecht, tot deze biecht en tot de
voornemens, die gjj zult maken voor de toekomst:
I. Mei belrekking lul uwe voriijc biecht vraug u
zelven af:
Wanneer is mijne laatste biecht geweest.\' Heb ik
-ocr page 66-
58               OEFENINGEN VÓÓR HE BIECHT.
ze goed verricht? Heb ik mijn geweten goed onder-
zocht? Heb ik een goed berouw, een goed voornemen
gehad? Heb ik een akte van berouw gebeden eer ik
mjjne biecht sprak? Hen ik oprecht geweest.\' Heb
ik uit vrees of schaamte of\' door lichtzinnige onver-
sehilligheid niets verzwegen, vergeten, verkleind?
Heb ik mijne penitentie volbracht en gedaan wat
de biechtvader mij had opgelegd .\' Hen ik standvastig
gebleven of wel aanstonds na mjjne biecht weder in
dezelfde zonden hervallen?
2. Met belrekking tot deze biecht onderzoek u tegen
welke geboden van God gij hebt misdaan:
Ie gebod; Boi\'cnal bemin één God Heb ik God
bovenal bemind ! Heb ik \'s morgens mijne eerste ge-
dachten aan Hem gewijd? Heb ik mijne dageljjksche
gebeden verricht ? Heb ik de schepselen, de ijdelheid
der wereld, mijn eigenwil en mijn eigenbelang niet
boven God gesteld ? Heb ik mij niet uit mensehelijk
opzicht geschaamd mijne christelijke plichten te ver-
vullen ?
2e gebnd: IJdel zweer, noch spot. Heb ik den naam
Gods niet ijdel en oneerbiedig gebruikt? Heb ik
geeno onbetamelijke woorden, vloeken, verwenschin-
gen, godslasteringen uitgesproken? Heb ik niet tegen
God gemord? Heb ik niet lichtvaardig gezworen om
kleine, nietige zaken te bevestigen ? Heb ik niet
lichtzinnig eene of andere belofte gedaan , mijne
beloften verbroken of op eigen gezag veranderd?
3e gebod: Vier de heiligendagen al te gader: Heb
ik de zon- en feestdagen niet ontheiligd door slave-
lijke werken, door ergernis, losbandigheid, dronken-
schap, ongeoorloofde gezelschappen en bijeenkomsten?
Heb ik op die dagen met eerbied en aandacht eene
geheelo 11. Mis gehoord? Heb ik de preek, do on-
derrichting, de namiddiiggodsdienstoefeningen niet
uit minachting of onverschilligheid verzuimd?
4e gebod: Eer vader en moeder: Heb ik mjjnen
ouders eerbied, gehoorzaamheid en liefde betoond ,
gelijk ik verplicht ben ? Heb ik hen niet beleedigd
-ocr page 67-
OEFENINGEN VÓÓR IJK ÜIECIIT.                59
en bedroefd door hardo , ruwe woorden, door schel-
den, vcrwenschingen, verzet en weerspannigheid. lien
ik tegen hunnen rodel|jken wil niet te laat tehuis
gekomen, omgegaan met kameraden of personen, die
gevaarlijk voor mij zijn? Hen ik niet gegaan, waar
zij het mjj verboden hadden? Hen ik vriendelijk,
voorkomend, toegeeflijk jegens hen geweest? Was
ik eerbiedig, onderdanig en getrouw jegens mijne
overheden ?
r>° gebod. Sla niemand iloml: Heb ik mij zelven
niet naar ziel en lichaam benadeeld door onmatig-
heid . dronkenschap, toorn, drift en oploopendheid ?
Heb ik mijn naaste niet mishandeld, kwaad gewenscht,
kwaad van hem gesproken, hem haat of nijd toege-
dragen, hem bespot en veracht, hem ergernis ge-
geven , hem tot zonden aangezet door raden, gebie-
den , prijzen, beschermen, door hem te sterken in
zijne slechte voornemens enz
6° en 9° gebod: Pleeg (/ren onkuischheid snood,
Heb ik niet gezondigd door vrijwillige onkuische ge-
dachten, begeerten, woorden, werken? Heb ik geene
onkuische gesprekken gehouden, slechte liederen ge-
zongen, onzedige boeken gelezen, dubbelzinnige raad-
sels opgegeven, ongeoorloofde vrjjhoden toegestaan,
gevaailijko voorwerpen beschouwd, plaatsen, perso-
nen en gelegenheden opgezocht ?
7e en 10° gebod: Gij :ull niel slelen. Heb ik mij
het geld of goed van anderen niet wederrechtelijk
toegeëigend, behouden of verborgen ? Heb ik anderen
daarin niet door raad of daad geholpen? Heb ik an-
deren niet onrechtvaardig benadeeld ? Heb ik niet
geweigerd of uitgesteld mijne schulden te voldoen ?
Heb ik geen bedrog gepleegd in handel en wandel,
waren vervalscht enz.
8e gebod: Gij zuil gcn)i getuigenis der vahchheidgeveii.
Heb ik niet gezondigd door leugentaal, anderen
schade daardoor veroorzaakt, kwaad gesproken, laster-
taal, kwade vermoedens, kwaad van anderen voort-
verteld, valscho getuigenis aangehaald enz. ? Heb ik
-ocr page 68-
CO               OEFENINGEN VÓÓR DE BIECHT.
<le plichten van mijnen staat goed vervuld .\' Was ik
daaromtrent niet zorgeloos? Heb ik anderen daardoor
niet ontsticht, in gevaar, in zonde gebracht.\'
3. Met betrekking lot de toekomst. Welke voor-
nernens moet ik maken om niet meer in zonden
terug te vallen.\' Welke middelen zal ik aanwenden
om mij van deze of gene kwade gewoonte te ont-
doen ? Hoe zal ik mij gedragen in deze of gene
gelegenheid, in die of\' die omstandigheid, tegenover
dezen of dien persoon.\'...
GEBED.OM EEN WAAtl BEBOUW.
O mijn Gotl, met zonden beladen, werp ik
mij voor uw heilig aanschijn neder om uwe
eindelooze barmhartigheid in te roepen en u
vergeving te vragen. Ach! zoo dikwijls heb ik
u beleedigd en bedroefd, zoo dikwijls uwe hei-
lige geboden overtreden , uwe liefde veracht,
uwe goedheid misbruikt! En ondanks a) die
zonden en schulden is mijn hart zoo koud en
gevoelloos, zoo weinig van berouw en droef-
heid doord\'ongen. O God , God van barmhar-
tigheid en liefde, ontferm u mijner, heb mede-
lijden met mijne zwakheid en mijne ellende.
Verteeder bid ik u , vermorzel mijn ongevoelig
hart en doordring het van een waar berouw,
van een oprecht leedwezen over mijne zonden.
Verleen mij dat innig leedgevocl, lietwelk aan
uwc heilige liefde ontspruit, verleen mij die
smart en die droefheid, welke gij aan een H.
Petrus, eene H. Magdalena, een ootmoediger)
tollenaar en aan zoovele andere ware boete-
lingcn geschonken hebt. Laat niijn arm hart
van droefheid over mijne zonden wegsmelten;
aat het van haat en afschuw tegen mijne
-ocr page 69-
OEFENINGEN VÓÓR. DE BIECHT.                61
misdaden vervuld worden. O mijn God , geef
mij zulk een volmaakt berouw, dat ik waardig
zij de vergiffenis te verwerven, welke gij aan
boetvaardige zondaren beloofd liebt. Amen.
OPWEKKING TOT BEROUW.
1. De zondaar beleedigt een oneindig heiligen
God.
O mijn God, iedere zonde, hoe klein ook,
mishaagt u oneindig. Zij beleedigt uwe goed-
heid, zij onteert uwe heiligheid, zij veracht
uwe grootheid, zij pleegt onrecht tegen u, die
mij zoo vurig bemint en waardig zijt door alle
menscheu bovenal bemind te worden. En toch
heb ik u durven beleedigen, ja u zoo dikwijls
durven beleedigen, dat mijne zonden de haren
van mijn hoofd en de zandkorrels aan den oever
der zee in getal te boven gaan.
Ach! waarom ben ik dan niet van berouw
en afschuw doordrongen? Hoevele redenen heb
ik daartoe niet? Een nietig schepsel, een aard-
worm, een weinig ijdele eer, eene schandelijke
wellust, eene ellendige eigenbaat heb ik ge-
steld boven uwe oneindige Majesteit, die ik
moest aanbidden , eeren en dienen. —
Ach, mijn Heer en mijn God, vergeef mij
om wille der eeuwige liefde, waarmede gij u
zelven bemint, vergeef mij mijne zonden. O on-
begrijpelijke goedheid , o oneindige schoonheid,
hoe heb ik er toch toe kunnen besluiten, u te
haten, u te verachten?... Maar die schrikke-
lijke en onredelijke haat is mij leed en be-
droeft mij. Neen, — ik wil u niet meer belee-
-ocr page 70-
02              OEFENINGEN VÓÓR UE BIECHT.
digen; duizendmaal liever wil ik goederen, eer
en gezondheid, ja zelfs mijn leven verliezen,
dan andermaal een zoo goeden God, als gij
zijt, te mishagen.
2. De zondaar versmaadt Gods weldaden.
God van goedheid en barmhartigheid, gij zijt
mijn grootste weldoener! Wat al genaden heb
ik van u ontvangen! Gij hebt mij uit het niet
getrokken; gij hebt mij naar uw beeld en uwe
gelijkenis geschapen en mij verlost door het
bloed van uwen Goddelijken Zoon. Gij hebt
mij tot het christendom geroepen, terwijl zoo-
vele anderen in de duisternissen van het on-
geloof bleven; gij hebt mij zoo tallooze genaden
en middelen van zaligheid geschonken. En niet-
tegenstaande al die weldaden heb ik u zoo
dikwijls vergramd door mijne zouden.
O welk eene afgrijselijke ondankbaarheid!
Neen, — er is, er kan geene grootere ondank-
baarheid zijn onder de zon. Mijn beminnelijke
Zaligmaker, zóó dan heb ik u mijne erkente-
lijkheid betoond, in plaats van u dankbaar te
wezen, dat gij mij uit het niet getrokken hebt,
waarin ik zonder u voor altijd zou gebleven
zijn. Ach! zoo weinig heb ik tot dusverre uw
kostbaar bloed geteld, dat gij met zooveel liefde
en zooveel smarten voor mij vergoten hebt.
Wee mij ondankbare ? Wie geve zuchten genoeg
aan mijn hart, en tranen aan mijne oogen, om den
dood mijner ziel te beweenen! Wie verleene mij
genoegzaam berouw over het verraad, dat ik heb
gepleegd jegens mijn God! — Ach! goede en
barmhartige Jezus, ontferm u mijner! ik heb
-ocr page 71-
OEFENINGKN VÓÓR DE I!IEC}IT.                03
oen oprecht verlangen u nooit meer te belee-
digen en maakt daartoe een vast voornemen.
Ach, was het wel billijk en rechtvaardig, dat
ik, na het leven en ontelbare andere weldaden
van God ontvangen te hebhen, hem zoo dik-
wijls beleedigde, als ik helaas gedaan heb? Heb
ik daarom, o mijn God, door uwe onzichtbare,
almachtige hand in den schoot mijner moeder
gevormd moeten worden; zijn mij daartoe han-
den, voeten, ooren en een hart geschonken,
opdat ik mij van alle zintuigen, als van even
zoovele werktuigen tot mishandeling en onthei-
liging uwer verheven Majesteit zou bedienen? —
Ach ongelukkige oogen, rampzalige handen ,
trouweloos hart! — Gij draagt door uwe bui-
tensporigheden schuld aan al de pijnen en aan
den gruwelijker! dood , dien de Zoon Gods aan
het kruis geleden heeft.
3. De zondaar beleedigt God in diens aan-
biddelijke tegmifoordiglieid.
Oneindige God, Vader, Zoon en H. Geest,
gij zijt overal tegenwoordig. Gij ziet alles, gij
kent alles, gij hooit alles, gij doorschouwt de
vei borgensle geheimen mijner ziel. Gij zijt mijn
Rechter, die mij eenmaal zult oordeelen, Gij
de God van majesteit, voor wien de verhe-
venste Sei \'aphijnen sidderen. E.n ik, ellendige
zondaar, ik heb de onbeschaamdheid gehad u
te vergrammen, u te beleedigen in uwe tegen-
vvoordigheid. Ach, mijn God, welk eene schan-
delijke boosheid, welk eene verachting. Ik heb
dan durven doen voor uw aanbiddelijk oog,
wat ik niet zou durven doen in tegenwoordig"
-ocr page 72-
64               OEFENINGEN VÓÓIi DK BIECHT.
beid van den veraclitelijkston mensch ter \\ve-
relil! Barmhartigheid, o mijn God, barmhartig-
heid over zulk eene vermetele handel wijze. Ik
verfoei ze thans en ik verafschuw ze uit den
grond mijner ziel. Liever sterven, o mijn God,
dan u nog ooit Ie beleedigen! Neen, o mijn
Jezus, geen zonden, in eeuwigheid geen zonden
meer!
GEBED ONMlDDELUK VÓÓR DE BIECHT.
0 mijn God, ik ga thans mijne zonden in
het H. Sacrament der biecht belijden. Ik wil
het doen, o barmhartige vader, in alle nederig-
heid en oprechtheid. Ü hoe ongelukkig zoude
ik wezen en hoe bitter zoude ik u bedroeven,
als ik uit valscho schaamte, uit menschelijk
opzicht vrijwillig eene doodzonde zoude ver-
zwijgen ? Geef mij daarom de genade, o God,
al mijne zonden met de soort, liet getal en de
noodige omstandigheden aan uwen plaatene*
kleeder te openbaren. Ik betuig nogmaals dat
ik mijne zonden verfoei, dat ik ze haat en ver-
zaak uit liefde tot u, niet zoozeer omdat ik
daardoor den hemel verloren en de hel verdiend
heb, maar omdat ik u, oneindige goedheid en
liefde , daardoor heb bedroefd. Schenk mij dan
vergiffenis, o mijn God, door de verdiensten
van Jezus\' dierbaar Bloed en door de voorspraak
der Allerzaligste Maagd Maria. En gij, o mijne
goede Moeder, mijne heilige Patronen, mijn
heilige Engelbewaarder, bidt voor mij, opdat ik
eene goede biecht spreke en vergiffenis ver-
weï-ve. Amen.
-ocr page 73-
65
oi:i i;m\\^i;\\ vv de biecht.
De biecht is eene allergrootste weldaad Gods. Zij
reinigt onze ziel, schenkt rust aan ons geweten, ver-
sterkt de krachten van onzen wil om met moed het
pad der deugd te bewandelen. O welk een troost,
welk eene voldoening verschaft eene goede biecht!
Maar die weldaad vordert ook onze erkentelijkheid.
Daarom moeten wij na dit H. Sacrament ontvangen
te hebben God vurig danken, onze goede voornemens
vernieuwen
, de opgelegde penitentie volbrengen , om
alle vruchten der biecht te gewinnen. Dit wordt door
velen niet genoeg begrepen.
1.    Dank God, zegt de II. Alphonsus, dat Hjj u
niet in do zonde heeft laten sterven , maar dat Hij
ze u in zijne barmhartigheid zoo genadig heeft ver-
geven. Na de biecht, zegt de II. Franciscus van Sales,
is het de tijd om zich aandachtig stil te houden in
de tegenwoordigheid des Heoren , met wien wjj ver-
zoend zijn en Hem oprecht te danken voor de groote
weldaden, die wjj door dit Sacrament verkregen hebben.
Do II. Theresia bleef soms een uur in gebed neer-
geknield om God na de II. liiecht hare erkentelijk-
hoid te betuigen.
2.   Vernieuw tevens uw voornemen om God niet
meer te beleedigen en alle middelen aan te wenden,
welke de biechtvader u heeft voorgeschreven. Maak
liet besluit om veel te bidden, vooral in de bekoring,
daardoor alleen zult gij die bekoringen overwinnen.
(S. Alph.) Maak tevens het voornemen om alle gele-
genheden van zonden te vluchten, vooral die, welke
voor u bjjzonder gevaarlijk zijn, want hij alleen zegt
geheel en al vaarwel aan do zonde, zegt de II lsidorus,
die aan allo slechte gelegenheden van zonde vaar-
wel zegt. Tracht daarenboven de ergernissen en het
nadeel andoren aangedaan te herstellen, zegt de
II. Gregorius, want het is niet genoeg geen schulden
meer te willen maken, de gemaakte moeten ook af-
gedaan worden.
missieu.                                                              5
-ocr page 74-
06                 OEFENINGEN NA DE BIECHT.
3. Eindelijk verzuim niet zoodra mogelijk met eer-
bied en nauwgezetheid uwe penitentie te volbrengen,
want wie vrijwillig de penitentie of een merkeljjk
deel daarvan verwaarloost, bedrijft eene nieuwe zonde,
wijl dé penitentie tot de volmaking van het H. Sa-
crament der biecht behoort en tevens eene der nood-
zakelijkste verrichtingen is van een waren boetvaar-
dige.
DANKZEGGING NA DE DIECIIT.
Dierbare Jezus, lioe goed zijt gij, hoe groot
is uwe barmhartigheid, hoe grenzenloos uwe
liefde! Om mijne zonden had ik verdiend voor
eeuwig van u verstooten te worden en gij
neemt mij weder op als uw kind. Ik had ver-
diend in de boeien mijner zonden ie blijven
zuchten en gij hebt ze vol goedheid verbroken.
Ik had verdiend als een trouwelooze knecht
wegens mijne overgroote schuld voor altijd in
den kerker geworpen te worden en gij hebt
mij die schuld edelmoedig kwijtgescholden. Ik
had mijne ziel bezoedeld, het kleed dei\' heilig-
makende genade besmeurd , mijn hart veront-
reinigd en gij wascht en zuivert mij in uw
dierbaar Bloed. O onuitsprekelijke goedheid, o
pindelooze barmhartigheid. Hoe zal ik u, mijn
Jezus, genoeg voor zulk eene ontfermende liefde
kunnen danken! Dank, eeuwigen dank zeg ik
n, o mijn God, voor de groote genade mij door
deze H. Biecht bewezen ! Geloofd en geprezen
zij eeuwig uwe groote. barmhartigheid jegens
mij. Met den boetvaardiger! David roep ik u
toe: Loof, mijne ziel, den Heer en alles wat
in mij is, loof zijn heiligen naam. Loof, mijne
ziel, den Heer en vergeet zijne weldaden niet,
-ocr page 75-
07
OEFENINGEN NA DE BIECHT.
want Hij heeft uwe zwakheden genezen, hij heeft
uw leven van den ondergang gered en u met
genade en barmhartigheid gekroond. Looft den
Heer al zijne engelen, looft Hem alle Zaligen des
hemels, looft Hem al zijne werken, looft God
in eeuwigheid voor do liefde mij bewezen, voor
de vergeving mij geschonken. Amen.
VERNIEUWING VAN HET VOORNEMEN.
Ja, o mijn God, mijn besluit is genomen.
Tot nu toe heb ik u dikwijls verloren, tot nu
toe u dikwijls bedroefd ; maar voortaan zal het
anders zijn. Ik wil van leven veranderen, ik
wil u nooit meer beleedigen , nooit of nimmer
eene zonde meer! Ik heb u beloofd liever te
sterven dan u nog ooit te vergrammen, ik
vernieuw nu mijne belofte en wil ze houden.
Ik beloof u, o mijn God , meer en vuriger
te bidden en vooral in de bekoringen tot u
mijne toevlucht te nemen, zeggende: Jezus
Maria helpt mij, Jezus Maria staat mij bij.
Ik beloof u de gelegenheden van zonden te
vluchten en mijne slechte gewoonte af te leggen
en daartoe het volgend middel te gebruiken
(noom dit middel).
Ik beloof u te doen, wat de biechtvader mij
heeft opgelegd, vooral___
Doch gij kent mijne zwakheid ; verleen mij,
o God, de genade u getrouw te blijven tot den
dood; help mij zoo dikwijls ik bekoord word,
opdat ik tot u mijne toevlucht neme.
En gij, o Maria, Moeder der volharding, sta
mij bij, op u stel ik al mijne hoop. Amen. .
-ocr page 76-
G8                   OEFENINGEN NA DE IIIECHT.
[ GEBED VÓÓR HET VOLBRENGEN DER PENITENTIE.
Met onbegrijpelijke liefde, o mijn Jezus, hebt
gij mijne ziel in uw allerheiligst bloed gerei-
nigd en mij gezuiverd van alle zonden. Ja, ik
gevoel liet in mijn binnenste, mijn hart zegt
liet mij, mijne zonden zijn mij vergeven. Ik wil
dan ook boete doen, o mijn Jezus, over mijne
fouten en misslagen en offer u daarom de
penitentie op, die ik ga verrichten en ik offer
ze u op in vereeniging van die oneindige vol-
doeningen, welke gij ons door uw leven, lijden
en sterven verworven hebt, alsook in vereeni-
ging der verdiensten van uwe allerheiligste
Moeder, van alle heiligen en boetelingen en
van alle goede werken, die ooit op aarde ver-
richt zijn. Neem ze aan, bid ik u, o mijn God,
als eene kleine voldoening van het verdriet, dat
ik u door mijne zonden veroorzaakt heb. Amen.
Volbreng hier, zoo de tijd het u eenigszins toelaat,
uwe penitentie en doe dit zoo nauwkeurig en aan-
dachtig mogelijk.
AANBEVELING.
Moge, o Heer, zoo smeek ik u, door de ver-
diensten der Allerzaligste Maagd Maria en van
alle Heiligen , deze mijne biecht u aangenaam
en welgevallig zijn en gewaardig u door uwe
goedheid en barmhartigheid alles aan te vullen
wat mij in deze of andere biechten zou ont-
broken hebben aan berouw, aan oprechtheid of
volledigheid en gelieve mij volgens die barm-
hartigheid volmaakter ontslagen tö beschouwen
in den hemel, die leeft en heerscht met God
-ocr page 77-
I)K ZEVEN I10ETP.SALMEN.                   60
i\\en Vader in de eenheid des H. Geestes, God
in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
DE «i:i i:\\ BOKTPS \\i,uk\\.
Antiph. Gedenk, o Heer !
I. — Psalm 6.
Smeekgebed cenor boetvaardige ziel en ontboezeming va»
baar vast vertrouwen op God,
Heer, straf\' mij niet in uwe verbolgenheid
en kastijd mij niet in uwe gramschap.
Ontferm U mijner, o Heer, want ik ben
krank, genees mij, o Heer, want mijne been-
deren zijn geheel ontsteld.
Mijne ziel is zeer verschrikt; hoe lang, o
Heer, zult Gij nog vertoeven?
Wend U tot mij, o Heer, en red mijne ziel;
verlos mij om uwe barmhartigheid.
Want er is niemand, die in den dood Uwer
gedachtig is, en wie zal U loven in het graf.\'
Ik ben moede van mijne zuchten, ik zal alle
nachten mijn bed wasschen en mijne rustplaats
doorweken met mijne tranen.
Mijn oog is ontsteld van verdriet, ik ben ver-
ouderd onder al mijne vijanden.
Wijkt van mij, gij allen, die ongerechtigheid
bedrijft, want de Heer heeft de stem mijner
tranen gehoord.
De Heer heeft naar mijn smeeken geluisterd;
de Heer heeft mijn gebed aangenomen.
Dat al mijne vijanden beschaamd en geheel
-ocr page 78-
70                     DE ZEVEN BOETPSALMEN.
verbaasd worden, dat zij haastig en met schaamte
terugkeeren.
Eere zij den Vader, enz.
Gebed tegen de hoovaardigheid. Onze Heer
Jezus Christus heeft zich zelven vernederd, ge-
hoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja tot
den dood des kruises, en ik nietswaardige aard-
worm, ik ellendig stof en asch, ik de doem-
waardigste der zondaren, die duizendmaal de
hel verdiend heb, vrees niet, mij in ijdelen
waan te verheffen! Ach, Heer! wees mij ge-
nadig; ik erken en verafschuw thans mijne ver-
foeielijke verwatenheid. Werp mij toch niet met
den trotschen Lucifer en zijnen aanhang neder
in den afgrond der helle; keer U tot mij, en
red mijne ziel; help mij en maak mij zalig om
uwe barmhartigheid. Ik heb mijne keuze gedaan
voor de toekomst: Ik wil liever gering en ver-
achtelijk zijn in het huis mijns Gods, dan wonen
in de tenten der zondaren!
II. — Psalm 31.
Beschrijving der gelukzaligheid van lien wier zonden ver-
geven zijn, en vermaningen tot onverwijlde bekeering.
Gelukzalig zij, wier ongerechtigheden verge-
ven, en wier zonden bedekt zijn.
Gelukzalig is de mensch, dien de Heer zijne
zonden niet toerekent en in wiens geest geen
bedrog is.
Omdat ik zweeg (en mijne zonden niet be-
leed), daarom zijn mijne beenderen verouderd,
terwijl ik riep den ganschen dag!
Want uwe hand was dag en nacht zwaar
op mij; ik wentelde mij heen en weer in mijne
-ocr page 79-
DE ZEVEN BOETPSALMEN.                     71
kwelling, terwijl tle doornen der smart mij
doorwondden.
Mijne zonden maakte ik aan u bekend , en
mijne ongerechtigheid heb ik niet verborgen.
Ik zeide: Ik zal mijne ongerechtigheid be-
lijden tegen mij voor, den Heer: en gij hebt
de boosheid mijner zonde vergeven.
Hierom zal ieder heilige u aanbidden op het
gunstig tijdstip.
En waarlijk, al dreige de vloed van vele
wateren, /ij zullen tot hem niet genaken!
Gij zijt mijne toevlucht in de benauwdheid
die mij omgeeft; gij, mijne blijdschap! ontruk
mij aan de vijanden, die mij omringen.
Ik zal u, (zoo spreekt gij, o Heer!) verstand
geven en u onderrichten op den weg, dien gij
wandelen zult; en ik zal mijne oogen op u
gevestigd houden.
Weest dan niet gelijk aan een paard en aan
oenen muilezel, die geen verstand hebben;
Wier muil gij breidelt met gebit en toom,
die u anders niet gehoorzamen.
Veelvuldig zijn de geeselslagen des zondaars;
dengene echter, die op den Heer hoopt, zal
barmhartigheid omringen.
Verblijdt u in den Heer, en verheugt u, gij
rechtvaardigen; en zingt vroolijk gij, oprechten
van harte!
Eere zij den Vader, enz.
Gebed tegen de gierigheid. Wat wil ik in
den hemel, eu wat verlang ik op aarde zonder
u, o God mijns harten en mijn erfdeel, o God,
in eeuwigheid! Het oog wordt niet verzadigd
van het zien, en het oor niet voldaan van het
hooren; dan eerst zal ik verzadigd worden, als
-ocr page 80-
72                     DE ZEVEN BOETPSALMEN.
uwe glorie zal verschijnen! Wee mij! dat ik
tot dusverre met zoo grooten ijver den Mam-
mon heb gediend ! Wat zal het mij baten, in-
dien ik de geheele wereld winne, maar schade
lijde aan mijne ziel.\' Al de mannen des rijk-
doms hebben hunnen slaap geslapen, en zij
vonden niets in liunne handen. Ik zal mijne
ongerechtigheid tegen mij belijden voor den
Heer: en gij zult, dit hoop ik, de boosheid
mijner zonden vergeven. In het vervolg zal ik
mij ontfermen over den arme, het onrechtvaardig
verkregen goed wedergeven, en mij met vurig-
heid wijden aan uwen dienst. En gij, o Heer!
help mij, die mijn verlangen met onvergankelijke
goederen zult verzadigen!
III. — Psalm 37.
Beschrijving der ellende des zondaars en nederig gebed om
vergiffenis.
O Heer! straf mij niet in uwen toorn , en
kastijd mij niet in uwe gramschap.
Want uwe pijlen hebben mij doorwond : en
gij legt uwe hand met geweld op mij.
Daar is geene gezondheid in mijn vleesch,
voor het aangezicht uwer gramschap ; daar is
geen vrede in mijne beenderen voor het aan-
gezicht mijner zonde.
Want mijne ongerechtigheden zijn gestegen
boven mijn hoofd, en als een zware last, zijn
zij mij te zwaar geworden.
Mijne wonden zijn overgegaan tot verrotting
en bederf van wege mijne dwaasheid.
Ik ben ellendig geworden, en uitermate neer-
-ocr page 81-
DE ZEVEN\' BOETPSALMEN.                      T,i
gebogen, den gansclien dag treed ik treurend
voort.
Want mijne lenden zijn vervuld van kwel-
lingen, en daar is geene gezondheid in mijn
lichaam.
Ik ben verbrijzeld en uitermate vernederd en
ik jammer luide om den angst mijns harten.
Heer! gij kent al mijne begeerten, en mijn
zuchten is voor u niet verborgen.
Mijn hart is ontroerd, mijne kracht heeft mij
begeven en het licht mijner oogen, ook dit zelfs
is van mij geweken !
Mijne vrienden en mijne naasten traden toe,
en stonden op tegen mij.
En die met mij waren, stonden van verre;
en die mijne ziel zochten , pleegden geweld.
Zij die kwaad tegen mij zochten, spraken
ijdele dingen en verdachten den ganschen dag
listen.
Ik daarentegen was als een doove, die niet
boort; en als een stomme, die zijnen mond niet
opendoet.
En ik ben geworden als een man , die niet
hooit en in wiens mond geen tegenreden zijn.
Want op u o Heer! heb ik gehoopt; gij zult
mij verhuoren . Heer mijn God!
Tot u heb ik gesproken: Dat mijne vijanden
zich niet over mij verblijden; want zoo mijne
voeten wankelen, dan zullen zij zich tegen mij
groot maken.
Ik beu tot geeselslagen bereid, en mijne smart
is steeds voor mijne oogen. Ik zal mijne onge-
rechtigheid bekend maken , en ik zal denken
aan mijne zonden.
Doch mijne vijanden leven en zij zijn machtig
-ocr page 82-
74                   DE ZEVEN BOETPSALMEN.
geworden boven mij; en die mij wederrechtelijk
haatten zijn menigvuldig geworden.
Die kwaad voor goed vergelden, lasteren mij,
omdat ik het goede najaag.
Verlaat mij niet, o Heer mijn God, wijk niet
van mij!
Haast u tot mijne hulp o Heer, God mijns
heils ! — Eere zij den Vader, enz.
Gebed teijen de gramschap. «Hoe kan de
«mensch die gramschap in zijn hart draagt te-
«gen zijnen evenmensch, zich vleien met de hoop,
«dat hij genade zal vinden bij God.\' Hij heelt
«geen medelijden met een mensch aan hem ge-
«lijk en toch verstout hij zich vergiffenis af te
«smeeken voor zijne eigene zonden. Wie zal
«voor hem vergiffenis verwerven?» Alzoo spreekt
gij o Heer, door den mond van uwen dienaar,
den zoon van Sirach. En zal ik het dan nog
wagen ecnige gramschap of haat te voeden in
mijn binnenste tegen iemand? Spaar, o Heer!
spaar de boosheid en de verhardheid des ge-
moeds, waarin ik tot dusverre voortleefde. Van
ganscher harte vergeef ik nu alles wat ooit
door iemand tegen mij werd misdaan; en ik
smeek u nederig, straf mij niet in uwen toorn,
en kastijd mij niet in uwe gramschap. Dat ik
voortaan zijn moge als een doove, die niet hoort,
en als een stomme, die zijnen mond niet open-
doet; wanneer mijne vijanden tegen mij op-
staan , en zij geweld tegen mij plegen. die
mijne ziel zoeken. Verlaat mij niet, o Heer,
mijn God! en wijk niet van mij, want gij zijt
mijne verwachting en mijne hoop!
-ocr page 83-
DE ZEVEN BOETPSALMEN.                  75
IV. — Psalm 50.
Smeekgebed van een rouwmoedigen zondaar.
Ontferm u mijner, o God, volgens uwe groote
barmhartigheid.
En naai\' de menigte uwer ontfermingen delg
mijne ongerechtigheid uit.
VVasch mij meer en meer van mijne onge-
i\'echtigheid, en reinig mij van mijne zonden.
Want ik ken mijne boosheid; en mijne zonde
is aanhoudend voor mijne oogen.
Tegen u alleen heb ik gezondigd, en kwaad
bedreven voor uw aanschijn; vergeef\' mij, op-
dat gij gerechtvaardigd wordt in uwe beloften,
en overwint, als gij geoordeeld wordt.
Want zie, ik werd in ongerechtigheid ont-
vangen, en in zonde ontving mij mijne moeder.
Doch zie, gij hebt de waarheid bemind; gij
hebt mij de onbekende en verborgen geheimen
uwer wijsheid geopenbaard.
Besproei mij met hysop, en ik zal gereinigd
worden; wasch mij, en ik zal witter worden
dan sneeuw.
Gij zult mij de stom van vreugd en troost
doen hooren, en mijne vernederde beenderen
zullen juichen.
Keer uw aangezicht af van mijne zonden en
delg uit al mijne ongerechtigheden.
Schep in mij, o God , een zuiver hart, en
vernieuw den geest der gerechtigheid in rnijo
binnenste.
Verwerp mij niet van uw aanschijn en neem
uwen Heiligen Geest niet weg van mij.
-ocr page 84-
70                  DE ZEVEN BOETPSALMEN.
Geef\' mij de vreugde uws heils weder, en
bevestig mij met den vorstelijken Geest.
Dan zal ik de boozen uwe wegen leeren, en
de goddeloo/.en zullen zich tot u bekeeren.
Verlos mij van mijne bloedschuld, o God ,
God mijns heils; en mijne tong zal uwe recht-
vaardigheid loven.
Heer, open mijne lippen, en mijn mond zal
uwen lof verkondigen.
Want hadt gij een zoenofl\'er gewild, ik zou
het u voorzeker gebracht hebben; maar gij
schept in brandoffers geen welbehagen.
Een boetvaardige geest is eene offerande voor
God; een vermorzeld en ootmoedig hart zult
gij, o God, niet versmaden.
Heer, handel genadig volgens uwe goedwillig-
heid met Sion; opdat de muren van Jerusalem
worden opgetrokken.
Dan zult gij een offer van gerechtigheid, dank-
en brandoffers ontvangen; dan zullen zij varren
op uw altaar leggen.
Eere zij den Vader, enz.
Gebed legen de onkuischheid. Vader! ik beb
gezondigd tegen den hemel en tegen u ! en ik
ben niet meer waardig uw zoon genoemd te
worden! Wat zal ik rampzalige doen? Want
uw Geest blijft niet in den mensch, omdat hij
vleesch is. Ach ontferm u mijner, ontferm u
mijner, volgens uwe groote barmhartigheid! —
Dat ik met zoo vele duizenden verdoemden, die
door de afschuwelijke pest der onzuiverheid ter
helle worden gesleept, niet ben verloren gegaan,
dit dank ik uwer oneindige goedheid ! Zal ik
dan wederom, o Jezus! uw onschatbaar, tot
delging mijner schuld vergoten Bloed, onder
-ocr page 85-
DE ZEVEN BOETPSALMEN\'.                     77
den voet treden door toe te geven aan dierlijke
lusten? Neen, o Heer! duizendmaal neen! —
Ik smeek u, o Zoon der allerreinste Maagd
Maria! verlos mij van den geest der onzuivcr-
heid. Wasch mij, wasch mij moer en meer
van mijne ongerechtigheid; en reinig mij van
mijne zonde! Verwerp mij niet van uw aan-
schijn, en neem uwen heiligen Geest niet weg-
van mij!
V. — Psalm 101.
Smeekgebed om afwering van de straffen der zonden en
uitboezeming van gevoelens der levendigste smart en der
diepste nederigheid.
Heer! verhoor mijn gebed, en mijn geroep
kome tot u.
Wend uw aangezicht niet af van mij; neig
uw oor tot mij, ten dage mijner benauwdheid.
Ten dage als ik u aanroepe, verhoor mij
haastelijk.
Want mijne dagen vergaan als rook, en
mijne beenderen verdroogen als verdord hout.
Ik ben verzengd als hooi en mijn hart is
verdord ; omdat ik vergeten heb mijn brood te
eten.
Mijn gebeente kleeft aan mijn vleesch, door
de stem mijns zuchtens.
Ik ben gelijk geworden aan den pelikaan der
wildernis; ik ben geworden als een nachtuil in
zijne woning.
Ik ben slapeloos en gelijk aan eene eenzame
musch op het dak.
Den gansenen dag smaden mij mijne vijanden,
en die mij prezen, vloeken mij.
-ocr page 86-
78                    DE ZEVEN BOETPSALMEN\'.
Asch eet ik als brood ; en ik vermeng mijnen
drank met tranen;
Om uwen toorn en uwe verstoordheid : want
gij hebt mij verheven en weder neergeworpen.
Mijne dagen verzwinden als eene schaduw
en ik verdor als hooi.
Maar gij, Heer, blijft in eeuwigheid; en u^ve
gedachtenis van geslacht tot geslacht.
Gij zult opstaan en u ontfermen over Sion:
de tijd toch om genadig te zijn , de tijd toch
is daar!
Want uwe dienaren hebben welgevallen aan
Sion\'s steenen, en zij hebben medelijden met
hare puinhoopen.
En de heidenen zullen uwen naam vreezen,
o Heer! en alle koningen der aarde uwe hecr-
lijkheid.
Want de Heer zal Sion herbouwen en hij zal
verschijnen in zijne glorie.
Hij heeft het gebed der nederigen aangezien,
en hunne smeeking niet versmaad.
Dit moge beschreven worden door het na-
volgende geslacht; en het volk dat geschapen
zal worden, zal den Heer loven.
Want hij heeft int de hoogte zijns heiligdoms
neergezien: de Heer heeft uit den hemel op de
aarde geschouwd;
Om het zuchten der gevangenen te hooren,
om los te maken de kinderen der gedooden !
Omdat zij verkondigen den naam des Hoeren
in Sion: en zijnen lof in Jerusalem.
Wanneer1 de volken te zamen zullen vergaderd
worden; en de koningen, om den Heer te
dienen.
De arme sprak tot Hem op den weg zijner
-ocr page 87-
7!)
DE ZEVEN BOETPSALMEN.
kracht: o Heer! leer mij kennen den korten
duur mijner dagen.
Neem mij niet weg in liet midden mijner
dagen, gij, wiens jaren zijn van geslacht tot
geslacht.
In den beginne hebt gij , o Heer! de aarde
gegrondvest, en de hemelen zijn het werk uwer
handen.
Zij zullen vergaan, maar gij blijft: en zij
allen zullen als een kleed verouderen.
En gij zult ze veranderen als een gewaad en
zij zullen veranderd worden. Maar gij zijt im-
mer dezelfde en uwe jaren nemen geen einde.
De kinderen uwer dienaren zullen wonen met
11; en hunne nakomelingschap zal door u be-
stuurd worden in eeuwigheid!
Eere zij den Vader, enz.
Gebed tegen de onmatigheid. Wee mij, ramp-
zalige! want ik heb u, o mijn Heer en mijn
God, de bron des levenden waters verlaten en
mij putten van aardsche genoegens gegraven, put-
ten, die geen water kunnen houden.— Waarlijk,
ik heb vergeten mijn brood te eten, het brood
des levens, dat alle verkwikking en de zoetheid
van allen smaak in zich bevat; en ik heb mij
trachten te verzadigen met het draf der on-
reine dieren ! — De overblijfselen der spijzen
waren eertijds nog in den mond der kinderen
Israéls, toen uwe gramschap over hen los-
barstte ; en mij , mij hebt gij zoo dikwerf ge-
spaard, die door het onmatig gebruik van spijs
en drank, niet zelden uw beeld en uwe ge 1 ij-
kenis, o God! aan de redelooze schepselen ge-
lijk heb gemaakt. Ach, mocht ik in het vervolg
in asch en boete mijn brood eten, en mijnen
-ocr page 88-
80                     DE ZEVEN" BOETPSALMEN.
drank vermengen met mijne tranen; en mocht
liet voortaan mijne spijze zijn, den allerheiligsten
wil te volbrengen van u, die ons eenmaal met
den stroom uwer eeuwige wellusten zult drenken!
VI. — Psalm 129.
Nederig smeekgebed om bevrijding van scbuid en straf.
Uit de diepte heb ik geroepen tot u, o Heer!
Heer, verhoor mijn gebed.
Wend goedgunstig uwc ooren tot de stem
mijner smeeking.
Zoo gij onze zonden wilt gedenken o Heer,
wie zal dan voor u bestaan?
Maar bij u is ontferming en om uwe belofte
verlaat ik mij op u, o Heer.
Mijne ziel verlaat zich op zijn woord, mijne
ziel hoopt op den Heer.
Van den ochtendstond tot aan den nacht zal
Israël op den Heer hopen.
Want bij den Heer is barmhartigheid en bij
Hem is overvloedige verlossing.
En hij zal Israël verlossen van al zijne on-
gerecht igheden.
Eere zij den Vader, enz.
Gebed tegen den nijd. Zoo zeer, o God! hebt
gij de wereld liefgehad, dat gij uwen eenigge-
boren Zoon hebt gegeven , opdat al wie in u
gelooft, niet verloren zoude gaan, maar het
eeuwige leven bezitten! Gij laat uwe zon op-
gaan over goeden en kwaden , en zendt uwen
regen neer over rechtvaardigen en onrechtvaar-
digen; en ik word door afgunst gekweld, wan-
neer anderen wel slagen; ik verlang dat alles
naar mijnen vvensch ga. en de minste voorspoed
-ocr page 89-
81
DE ZEVEN BOETPSALMEN.
mijner broeders veroorzaakt mij smart. O ver-
foeielijke boosaardigheid ! Iielscli venijn des
nijds! — Vergeef mij, genadige Vader! alles
wat ik tot dusverre door dezen hartstocht mis-
deed! Gij zijt goedertieren en welwillend; geef,
dat ook ik van dezen oogenblik af, als een uit-
verkorene Gods, goedertieren en welwillend ge-
zind moge zijn, en dat ik mij hoven alles de
liefde, welke de band is der volmaaktheid, trachte
eigen te maken!
VII. — Psalm 142.
Gebed van den zondaar, die wenscht terug te koeren van
den weg der boosheid.
O Heer! verhoor mijn gebed, neig uwe ooren
tot mijne smeeking naar uwe waarheid; ver-
hoor mij naar uwe gerechtigheid.
Treed niet in het gericht met uwen dienaar;
want niemand, die leeft, zal voor uw aangezicht
gerechtvaardigd zijn.
De vijand vervolgt mijne ziel, hij vertreedt
mijn leven ter aarde. Hij legt mij in duister-
nissen als dooden dezer wereld.
Daarom is mijne ziel beangstigd over mijn
lot; en mijn hart is ontsteld in mij.
Ik gedenk aan de dagen van weleer; ik over-
leg al uwe daden; ik verdiep mij in de werken
uwer handen.
Ik breid mijne handen uit tot u; mijne ziel
is voor u «Is een dorstig land.
Verhoor mij haastelijk, o Heer! want mijn
geest bezwijkt.
Wend uw aangezicht niet af van mij, want
MISSIEI).                                                                                    ö
-ocr page 90-
82                  DE ZEVEN BOETPSALMEN.
ik zal gelijk worden aan degenen, die nederdalen
in de diepte.
Doe mij uwe goedertierenheid hooren in den
morgenstond: want ik betrouw op u!
Maak mij den weg bekend, dien ik bewan-
delen moet; want ik hef mijne ziel op tot u.
Red mij, Heer! van mijne vijanden ; tot U
vlucht ik: leer mij uw welbehagen doen, want
gij zijt mijn God.
Uw goede Geest geleide mij in een ellen
veld, o Heer! Gij zult mij levend maken om
uws naams wil, volgens uwe gerechtigheid.
Gij zult mijne ziel uit de benauwdheid voeren;
en mijne vijanden verdelgen om uwe goeder-
tierenheid.
En allen zult gij te gronde richten, die mijne
ziel beangstigen , want ik ben uw dienaar. —
Eere zij den Vader, enz.
Ant. Gedenk, o Heer! noch onze misdaden,
noch die onzer ouders ; en neem geene wraak
over onze zonden.
Gebed tegen de traagheid. Wanneer, o God!
zal ik toch eindelijk beginnen, u uit geheel
mijn hart en uit alle mijne krachten te bemin-
nen en te loven, u, die mij met eeuwige liefde
hebt lief gehad, en mij voor immer aan u hebt
verbonden? Helaas! mijne ziel is ingesluimerd
ter oorzake harer loomheid! Wee mij! die tot
dusverre zoo lauw ben geweest in uwen heiligen
dienst! Met recht moet ik vreezen, dat gij be-
gonnen zijt mij uit uwen mond te werpen.
Doch spaar mij, o Heer! treed niet in het ge-
richt met uwen dienaar; want geen levende
zal gerechtvaardigd worden voor uw aangezicht.
Ik strek mijne handen uit tot u; mijne ziel is
-ocr page 91-
VOORBEREIDING TOT DE II. COMMUNIE. 83
voor U als een dorstig land. Verhoor mij liaaste-
lijk, o Heer! want mijn geest begint te be-
zwijken! Uw goede Geest voere mij terug op
den weg die ten hemel leidt. Ach, Heer! om
uws naams wille maak mij wederom levend!
TOT DE
fi. ootmimuivie.
«Wie mijn vleesch eet en mijn bloed
«drinkt, blijft in mij, en ik in hem.»
(Joan. b. oi.)
Het is cene algomeene door allo godgeleerden aan-
genomen waarheid, dat de H. Communie de over-
vloedigste vruchten van genade en liefde in ons
hart voortbrengt als wij ons goed daartoe voorbe-
reiden. Velen echter trekken weinig nut uit hunne
Communiën, zegt do II. Alphonsus, wijl zjj zich niet
vurig genoeg met Jezus onderhouden, maar hem on-
verschillig ontvangen. Jezus behandelt hen. gelijk
Hij eenmaal aan de H. Margnretha van Coitona open-
baarde, zooals zij Hem behandelen. Willen wij daar-
oin met veel vrucht communieeeren dan moeten wij
ons wel overtuigen van de verheven handeling die
wij gaan verrichten, van de heerlijke uitwerkselen
die zij in ons moet voortbrengen on van de goede
voorbereiding
die daartoe gevorderd wordt.
1. Onder alle Sacramenten, zegt de il. Alphonsus,
is er geen zoo heilig, zoo waardig, zoo voornaam uls
het nanbiddeljjk Sacrament des Altaars. De andere
Sacramenten toch bevatten slechts de gaven en ge-
naden van God, maar de II. Communie bevat den
<!od en gever dezer gaven zelven. In dit heilig ge-
-ocr page 92-
84 VOORBEREIDING TOT DE II. COMMUNIE.
heim van liefde , zegt de 11. Joannes Chrysostomus,
geeft Jezus zich zelven met alles wat hij het schoonste,
het edelste, het kostbaarste bezit: zijn vleesch en
bloed, zjjne ziel en zijn lichaam, zjjne menschheid
met al de verdiensten van zijn sterfelijk leven, zijne
godheid met al de schatten zijner wijsheid, zijner
macht en zijner goedheid. «Hij geeft ons alles, zon-
«der zich iets voor te behouden.»
2.   Hoe verheven zijn dan ook de uitwerkselen der
II. Communie ! Zij geeft ons het leven der ziel en
vereenigt ons op de innigste wijze niet Jezus Christus.
Zij reinigt ons van de dngelijksche zonden en be-
waart ons voor de doodzonde. Zij verzwakt de booze
neigingen en dooft de drift der hartstochten meer en
meer. Zij versterkt en veredelt de ziel en geeft haar
ijver en moed om alles wat God behaagt te vol-
brengen. Zij bewaart en vermeerdert de heiligma-
kende genade en maakt ons steeds welgevalliger aan
God. Zij legt eindelijk in ons lichaam de kiem der
onsterfelijkheid en geeft ons het onderpand eener
heerlijke verrijzenis. Eéne heilige Communie goedont-
vangen. zeide daarom do II. Aloysius, is genoeg om
een heilige te vormen.
3.   Gm echter de II. Communie waardig te ontvan-
gen moeten wij zuiver zijn van doodzonde en ons
•van alle gehechtheid aan de zonde trachten te ont-
doen; wij moeten nuchter wezen van \'s nachts twaalf
uren en eindelijk een vurig verlangen bezitten naar
Jezus en zjjne heilige liefde. «Alleen zij die hongerig
«tot de II. Tafel naderen, zegt de geleerde Gerson,
«zullen verzadigd worden.» Dit verlangen nu moeten
wij in ons opwekken door levendige akten van ge-
loof, hoop, liefde, nederigheid en door vurige ver-
zuchtingen naar Jezus\' komst.
AKTE VAN VOORBEREIDING,
Groot, o mijn God, is het werk dat ik ga
beginnen; niet voor een meiisch, maar u zelven,
-ocr page 93-
VOORBEREIDING TOT DE II. COMMUNIE. 85
o oneindige heiligheid en liefde, ga ik eene
woning in mijn hart voorbereiden. (I Par. 20. 1).
Heilige Geest, die door uwe almacht de ge-
schapen wereld hebt versierd, die de harten
der menschen door uwe genade reinigt en door
uwe liefde vervult, vorm mijne ziel tot eene
waardige woonplaats voor Gods Zoon. Verle-
vendig mijn geloof, versterk mijne hoop, ont-
vlarn mijne liefde, vermeerder mijn verlangen
naar Jezus\'komst, opdat ik goed voorbereid tot
de H. Tafel nadere. Allerheiligste Maagd, mijne
goede Moeder Maria, gulden huis, waarin God zelf
gewoond heeft, bid voor mij, opdat mijn hart,
evenals het uwe, van liefde en verlangen naar
.lezus verzuchte. Heilige Engelbewaarder, sta
mij bij en geleid mij tot de Tafel des Hoeren.
Amen.
AKTE VAN GELOOF.
Bereid u, mijne ziel, om Jezus te ontvangen. Ver-
levendig uw geloof en zeg Hem:
Binnen weinige oogenblikken, o mijn geliefde
Verlosser, komt gij in mijn hart. Verborgen
God, dien de meeste menschen minachten, ik
geloof, dat gij in het allerheiligste Sacrament
iles Altaars waarachtig tegenwoordig zijt; ik
aanbid u uit geheel mijn hart als mijnen Heer
en mijnen God en gaarne wilde ik mijn leven
opofferen voor de belijdenis dezer waarheid.
Gij komt tot mij om mij met genaden te ver-
vullen , om u geheel met mij te vereenigen,
om u aan mij te schenken. O hoe groot moet
dan mijn vertrouwen zijn op uwe liefdevolle
komst in mijn hart!
-ocr page 94-
8f> VOORBEREIDING TOT DE II. COMMUNIE.
AKTE VAN HOOP.
Ontsluit uw liart, mijne ziel, Jezus kan u
met alle goederen verrijken. Hij bemint u zoo
vurig en verlangt slechts uw geluk. Hoop daar-
om groote genaden van uwen Verlosser, die
met zooveel teederheül en liefde tot u komt!
Ja, allerzoetste Jezus, gij zijt. mijne hoop, op
u stel ik al mijn vertrouwen. Ik verwacht van
uwe liefde, nu gij u geheel aan mij geeft, dat
gij die vlammen uwer goddelijke liefde in mijn
hart ontsteken, en in mij het vurig verlangen
zidt opwekken om u te beminnen, opdat ik in
liet vervolg niets anders wille, dan hetgeen u
behaagt. —
AKTE VAX LIEFDE.
O mijn God , mijn God, gij alleen zijt de
ware vriend mijner ziel. Kondet gij meer doen
om mijne liefde te winnen dan gij voor mij ge-
daan hebt ? Gij hebt niet alleen voor mij willen
sterven, goddelijke Zaligmaker; gij hebt daar-
enboven dit allerheiligste Sacrament ingesteld.
om u daarin geheel aan mij te schenken, en
u zoo innig mogelijk met een zoo verachtelijk
en ondankbaar schepsel te vereenigen. Ja gij
noodigt mij zelfs uit, om tot u te komen, gij
wenscht vurig, dat ik u outvange. O oneindige
liefde, o onbegrijpelijke liefde! Een God wil
zich geheel aan mij geven ! Gelooft gij dat, mijne
ziel, wat zegt gij hiervan? O liefdevolle, o
oneindige God, gij alleen verdient de liefde van
al uwe schepselen. Ik bemin u uit geheel mijn
hart, ik bemin u boven al, ik bemin u meer
-ocr page 95-
VOORBEREIDING TOT DE II. COMMUNIE. 87
dan mij zelven, meer dan mijn leven. Ach
mochten toch alle menschen n beminnen!
Koude ik tocli bewerken, dat alle harten u
liefhadden, gelijk gij liet verdient! Ik bemin
u, allerbeminnelijkste God. en om n te bemin-
nen , vereenig ik mijn ellendig hart met de
harten der Serafijnen, met het hart van Maria,
zoodat ik, o oneindige goedheid, u dezelfde
liefde toedraag, als de Heiligen; dezelfde liefde
als die, waarmede het hart uwer goddelijke
Moeder ontvlamd is. Ik bemin n, wijl gij alleen
waardig zijt boven alles in den hemel en op
aarde bemind te worden ; ik bemin u, omdat
gij verlangt door ons bemind te worden. Maria,
Moedei\' dei\' schoone liefde , help mij mijnen
God beminnen en alleen uit liefde voor Hem
te leven.
AKTE VAN OOTMOED.
Nog eenige weinige oogenblikken, o mijne
ziel, en gij gaat u met het goddelijk vleesch
en bloed van Jezus Christus voeden. Maar zijt
gij ook waardig hem te ontvangen? O mijn
God, wie ben ik, en wie zijt gij.\' Gij zijt de
oneindig groote, de oneindig heilige, de ouein-
dig machtige, de oneindig volmaakte, en ik, ik
ben een ellendig schepsel, een nietige aard-
worm. Mijn God , hoe is het mogelijk dat gij,
de oneindige zuiverheid, verlangt om in mijn
hart te wonen , in dat hart , dat zoo dikwijls
uwe vijanden heeft ontvangen, dat zoo dikwijls
door de zonden ia bevlekt geworden .\' Ik erken,
o Heer, uwe verheven Majesteit, ik belijd
mijne overgroote ellende. Ik word schaamrood
-ocr page 96-
88         VOORBEREIDING TOT DE II. COMMUNIE.
en beef voor u te verschijnen. Uit eerbier] moest
ik mij van u verwijderen. Docli waarheen zal
ik gaan? waar zal ik hulp zoeken, wat zal er
van mij geworden, als ik u, mijn God en mijn
leven, verlaat ? Neen, neen, ik wil mij niet meer
van u verwijderen, ik wil altijd meer en meer
tot u naderen. Ik kom dan, allerliefste Jezus,
beschaamd over mijne zonden en verootmoe-
digd; maar vol vertrouwen op uwe barmhar-
tigheid, en op uwe liefde tot mij, om u van-
daag in mijn hart te ontvangen. 0 kom,
oneindige liefde, kom tot mij.
AKTE VAN BEROUW.
O mijn Jezus hoe smart het mij, dat ik u
tot dusverre niet bemind heb; maar dat ik
in plaats van u te beminnen, mijne harts-
tochten heb bevredigd en uwe oneindige goed-
heid daardoor zoo dikwijls beleedigd en bedroefd
heb. Hoe smart het mij, dat ik uwe genade
en vriendschap, dat ik zelfs u, mijn Jezus,
mijn Heer en mijn God, vrijwillig heb willen
verliezen. Ja het is mij leed uit den grond
mijns harten ; ik ben er uiterst bedroefd over,
ik haat en verzaak al mijne zonden , ik haat
ze meer dan alle ander kwaad, omdat zij u,
oneindige goedheid, beleedigd hebben. Ik hoop
dat gij mij reeds vergeven hebt; of zoude dit
niet zoo zijn, vergeef mij dan alvorens ik u
ga ontvangen ; reinig door uw dierbaar bloed
.mijne ziel, waarin gij aanstonds komt wonen.
AKTE VAN VERLANGEN.
Mijne ziel, liet oogenblik is daar, waarop
-ocr page 97-
VOORBEREIDING TOT DE II. COMMUNIE. 8!>
Jezus zijn verblijf in u wil nemen. Zie, de Heer
van hemel en aarde, zie uw Zaligmaker en
uw God nadert, hij komt tot u. Bereid dan uw
hart, om hem met liefde te ontvangen, ver-
lang naar hem en bid: Kom o Jezus, kom in
mijn hart, dat naar u dorst; kom spoedig,
doch eer gij u aan mij geeft, wil ik mij aan
u schenken: zie, ik geef u dit ellendig hart;
neem het aan, en haast u, er bezit van te
nemen.
GEREI) TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD.
En gij, allerheiligste Maagd, mijne goede
Moeder Maria, zie op mij neder, nu ik op
het punt sta uwen goddelijken Zoon te ont-
vangen. O ik wenschte zoo vurig uw hart, uwe
liefde te bezitten. Geef mij uwen Jezus , gelijk
gij hem aan de herders en aan de drie konin-
gen gegeven hebt. Ik verlang hem uit uwe
zuivere handen te ontvangen. Zeg hem, dat ik
uw toegenegen dienaar ben, uw allerzoetste
Jezus zal mij dan nog meer beminnen, en in
mijn hart gekomen , zich nog inniger met mij
vereenigen.
Als de priester de H. Hostie toont, herhaal dan
met hem driemaal de volgende woorden :
Heer, ik ben niet waardig, dat gij komt on-
der mijn dak, maar spreek slechts één woord
en mijne ziel zal gezond worden.
-ocr page 98-
90
3=>^^nsris:zEC3i-a-i3src3-
NA I)K
Kr is geen gebod, aangenamer aan God en voor-
deeliger voor de ziel, dan de dankzegging na de
II. Communie, t Is het gevoelen van vele voorname
godgeleerden, dat Jezus, zoo lang do sacramenteele
gedaanten onverteerd blijven aan de ziel, die zich
door vurige akten van deugd daartoe voorbereidt,
zonder ophouden nieuwe genaden geeft: on de kerk-
vergadering van Florence leert ons hetzelfde, als zij
verklaart, dat de II. Communie dezelfde werking heeft
nis hei stoffelijk voedsel, dat min of meer goed werkt
naarmate het lichaam heter of slechter gesteld is.
De Heiligen dan ook, die het meest door üod ver-
licht waren over de waarde van den tijd, die de
II. Communie volgt, hebben ook de grootste zorg be-
steed om geen enkel oogenblik daarvan te verliezen.
Naar hun voorbeeld moeten wjj na de H. Communie
Jezus vurig danken, ons geheel aan Hem opofferen,
Hem vele genaden on gunsten vragen.
1.    Ue tijd na de II. Communie, zegt de II. Mag-
dalena de Pazzis, is de kostbaarste van ons leven.
Men doet niet goed, zegt de 11. Alphonsus, als men,
gelijk sommigen gewoon zijn, aanstonds een boek ter
hand neemt, maar het is veel beter dat men zich in
stilte door vurige akten van dankzegging, van liefde,
van opoffering met Jezus onderhoude. Betuig Hem
uwe dankbaarheid, uwe tevredenheid, uw geluk, uwe
liefde en zeg Hem, dat gij Hem altjjd wilt beminnen.
2.  Keer in u zelven, spreekt de 11, Joannes Chry-
sostomus, en overweeg de groote eer, die Jezus u
betoond heeft met zich geheel aan u te schenken,
liedenk dat de engelen van verwondering en eerbied
opgetogen rondom u staan om Jezus te aanbidden.
-ocr page 99-
DANKZEGGING N.V l>K II. COMMUNIE.          91
Aanbid Hem in vereeniging mot die zalige geesten,
bied Hem u zelven aan met alles wat gjj hebt, maar
schenk Hem vooral uw hart, wanrom Hij zoo drin-
gend vraagt: «mijn zoon. geef mij uw hart.» (PrOT.
\'23-\'26.)
\'.i. Bid eindeljjk om vele genaden. Na de II. (\'om-
munie, zoo verzekert ons de 11 Teresin. zetelt Jezus
in ons hart als op een troon van genade, terwjjl Mij
ons toespreekt: « o ziel. wat wilt gij, dat ik u doe,
«wat wilt gij van mij ontvangen.» Vraag daarom
alles, zegt de II. Alphonstis, wat gjj naar ziel en li-
chaam noodig hebt , maar vooral bid Jezus om de
heilige volharding en om zijne liefde. Wacht u in-
zonderheid het ontstichtend en vaak ergerlijk voor-
beeld te volgen van sommige trage Christenen, die
nauwelijks eenige oogenblikken dankzegging verrich-
ten en daarna de kerk verlaten. Besteed minstens
een half uur of zeker een kwartier uur aan uwe
dankzegging.
AKTE VAX GKLOOK.
O oneindige goedheid! o onbegrensde barm-
hartigheid! o onmetelijke liefde! Ken God ver-
eenigt zieli met mij , een God wil geheel aan
mij zijn! Mijne ziel wat zult gij doen, nu gij
zoo innig met Jezus verbonden, nu gij één met
Hein geworden zijt?
Wilt gij Hem niet zeggen, wilt gij niet met
uwen God, die in u tegenwoordig is, spreken?
Verlevendig uw geloot\', druk dat de engelen
bunnen God, die in u woont, aanbidden. Aan-
bid ook gij Hem; keer u inwendig tot uwen
Jezus, verwijder alle andere gedachten: verecnig
alles, wat gij van hem verlangt, tot een smeek-
gebed en offer dit aan uwen allerzoetsten Jezus
op, zeggende:
-ocr page 100-
!>2           DANKZEGGING NA DE H. COMMUNIE.
AKTE VAN\' BEGROETING.
O mijn Jezus! mijne liefde, mijn oneindig
goed, mijn al! ik groet u, ik dank u , dat gij
in mijn nietig hart gekomen zijt. —
AKTE VAN DANKZEGGING.
Ja ik dank u, mijn Heer en mijn God, voor
de groote genade , die gij mij bewezen hebt;
ik dank u, dat gij in mijn ellendig hart zijt ge-
koinen, ik wenschte, dat mijne dankbaarheid
aan de groote genade, die gij mij geschonken
hebt, volmaakt beantwoordde. Maar hoc zou ik,
arm en ellendig mensch, u op cene waardige
wijze kunnen danken.\'
AKTE VAN OPOFFERING.
Ik ofl\'er u, mijn allcrdierbaarste Zaligmaker,
ik ofl\'er u heden op alles wat ik ben, alles wat
ik bezit. Ik ofl\'er u op de zintuigen van mijn
lichaam en de vermogens mijner ziel. Ik ofl\'er
\'i mijne gedachten, mijne genegenheden, mijne
wenschen, mijne begeerten, mijne vrijheid, in
één woord , mijn lichaam en mijne ziel, alles
stel ik in uwe handen, —
Kom, o heilig vuur der goddelijke liefde,
verteer in mij al wat van mij is, en wat aan
uwe allerzuiverste oogen mishaagt; opdat ik
van nu af geheel aan u zij en voortaan alleen
leve, niet enkel om uwe geboden en uwe raad-
gevingen, maar ook om uwe verlangens en
alles wat u behaagt, te vervullen. —
AKTE VAN VEHZOEK.
Mijne ziel, verlies geen enkel oogenblik, de
-ocr page 101-
DANKZEGGING NA DK II. COMMUNIE.           93
tijd u thans geschonken is kostbaar, wijl gij
nu gemakkelijk alle genaden kunt verkrijgen,
die gij verlangt. — Ziet gij niet, hoe liefdevol
de eeuwige Vader u aanschouwt, nu hij in uw
hart zijnen beminden Zoon, het voorwerp zijner
teederste liefde ziet.\' Hoort gij niet hoe Jezus
zelf u toeroept: Wat wilt gij dat ik u doe?
Spreek, geliefde ziel, wat verlangt gij van mij?
Ik beu gekomen, om u rijk en gelukkig te
maken; vraag met vertrouwen en alles, wat gij
verlangt, zal u gegeven worden.
Vraag hier aan Jezus eenige bijzondere genaden
voor u, voor uwe bloedverwanten , vrienden en wei-
doeners. Vergeet ook do zondaren en de zielen des
vagevuurs niet.
Eeuwige Vader, Jezus Christus, uw eenigge-
boren Zoon zelf, heeft ons gezegd: «Voorwaar,
«voorwaar ik zeg u: indien gij den Vader om
«iets in mijnen naam zult bidden, hij zal het
«u geven.» (Joan. 10. \'23.) Verhoor mij dan uit
liefde tot dezen uwen goddelijken Zoon, die nu
in mijn hart woont, en verleen mij wat ik u
gevraagd heb.
Mijne zoete liefde, Jezus en Maria! voor u
wil ik lijden, voor u wil ik sterven, laat mij
geheel aan u, en nooit meer aan mij zelven zijn.
Geloofd en aanbeden zij ten allen tijde het
allerheiligste Sacrament des Altaars ; gezegend
zij de allerheiligste en onbevlekt ontvangen
Maagd Maria.
LIEFDEVERZUCHTfNQ TOT JEZUS.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig.
Uloed van Christus, maak mij dronken.
-ocr page 102-
94           DANKZEGGING NA DE II. COMMUNIE.
Water der zijde van Christus, wasch mij.
Lijden van Christus, versterk mij.
O goede Jezus, verhoor mij.
In uwe wonden verberg mij.
Laat nii\'t toe «lat ik van u gescheiden worde.
Tegen den boozen vijand bescherm mij.
In liet uur des doods roep mij.
En gebiedt mij tot u te komen.
Opdat ik ii met uwe Heiligen love.
In de eeuwen der eeuwen. Amen.
Aflaat van 300 dagen, zoo dikwijls men dit gebed verricht;
aflaat van 7 jaren als men liet bidt na het ont\'/angen der
H. Communie. (I\'ius IX, 0 Jan. 1854.)
GEBED
met vollen aflaat.
\'/Ac, o goede en allerzoetste
Jezus, ik werp mij voor uw aan-
gezicht op mijne knieën neder
en bid en smeek u met al den
gloed mijner ziel, dat Gij levende
gevoelens van geloof\', hoop en
liefde, een waar berouw over
mijne zonden en een vasten wil om ze te ver-
beteren in mijn hart wilt uitstorten; terwijl ik
met groote aandoening en smart uwe vijf won-
den bij mij zei ven overdenk en in den geest
beschouw, voor oogen hebbende wat reeds de
Profeet David van u, o goede Jezus, voorzeide :
«Zij hebben mijne handen en voeten doorboord,
«zij hebben al mijne beenderen geteld.» (Ps.
21-27, 28.)
5 Onzo Vaders, 5 Wees gegroeten, 5 Glorie zij den
Vader, tot intentie van Z. U. den Paus.
Alwie na gebiecht en gecommuniceerd te hebben , boven-
-ocr page 103-
OVER DE GEESTELIJKE COMMUNIE.           95
staand gebed voor eenig beeld van den Gekruiste verricht en
bidt tot intentie van /.. II. den Paus, verdient een vollen aflaat,
ook toepasselijk op de zielen in het vagevuur. (Bekrachtigd
door Pius IX, 31 Juli 1858.)
Over ilc geestelijke Communie.
«Met verlangen heb ik verlangd dit
•Paascblam met u te eten.» (Luc. 22. 15.)
^Yio verhinderd is tot de II. Tafel te naderen en
Jezus in werkelijkheid te ontvangen , zal met zeer
veel nut de geestelijke Communie verrichten. Deze
sehoone oefening, goed gedaan zijnde, is volgens vele
Heiligen een zoo kostbare schat, dat zij der ziel
evenveel en soms meer genaden kan bezorgen dun
do H. Communie zelve, wanneer men die in \\verke-
ljjkheid niet kan ontvangen. Die geesteljjke Communie
is des te kostbaarder wijl zij zoo gemakkelijk en zoo
verdienstelijk ia en zoo dikwerf kan verricht worden.
\\. Volgens den II. Thomas van Aquine , bestuafc
zjj «in oene brandende begeerte om Jezus in het A1-
olerheiligste Sacrament te ontvangen en in eene lief-
odevolle vereeniging met Hem. evenals of men Hem
<werkel{jk ontvangen had.» Om geestelijkerwijze te
communieeeren . zegt do II. Alphonsus, is er niets
anders noodig dan dat men allervurigst verlange om
Jezus, ware liet mogelijk , werkelijk in de 11. Com-
munic te ontvangen.
2. God zelf heeft meermalen aan zjjne Heiligen ver-
klaard, hoe aangenaam Hein deze oefening is en welk
voordeel zjj ons aanbrengt. Zoo verscheen Jezus eens
aan zuster Paulina Maresca. stichteres van bet klooster
der II. Catharina te Napels, en toondo haar een
gouden en een zilveren kelk, haar verzekerende dat
Hij in don gouden kelk hare werkelijke Heilige Com-
nmniën bewaarde en in den zilveren hare geestelijke.
Aan de II. Joanna van het Kruis zeide Hij een an-
dermaal, dat zjj, zoo dikwijls zjj geestelijkerwijze oom-
municeerde, dezelfde genaden zou ontvangen als
wanneer zjj werkeljjk tot de H. Communie naderde.
-ocr page 104-
96             OVER DE GEESTELIJKE COMMUNIE.
De H. Petrus Lefevre, eerste modegezel van den II. Ig-
natius, was gewoon te zeggen, dat de geestelijke Com-
munie een kostbaar middel is om de werkelijke
Communie met veel vrucht en genade te ontvangen.
Verzuim daarom nooit de geesteljjke Communie, zegt
de 11. Theresia, want zij is zeer voordeelig; de Heer
leert daaruit do liefde kennen, die gjj Hem toedraagt,
li. Men kan de geestelijke Communie verrichten
zoo dikwijls men wil, op alle tijdon en op alle plaat-
son. Men kan zo doen als men Jezus bezoekt in liet
Allerheiligste Sacrament des Altaars, als men eene
kerk binnentreedt, die verlaat of\' voorbjjkomt, onder
het werk, in bekoring en lijden, maar vooral onder
de II. Mis, zegt het Concilie van Trente, als men
niet werkelijk cominuniceeren kan. Een II. Alphonsus,
eene II. Theresia, eene 11. Catharina van Siena en
vele andere Heiligen deden liet meermalen, eene
II. Agatha van het Kruis zelfs tweehonderd malen
daags.
GEBED
OM GEESTELI.IKEUWIJZE TE COMMUXICEEREX.
Mijn Jezus, ik geloof, dat gij in liet Allerhei-
ligste Sacrament des Altaars wezenlijk tegen-
woordig zijt. Ik bemin u bovenal en wensch
vurig u in mijn hart te ontvangen. Daar ik dit
echter op dit oogenblik niet werkelijk doen kan,
zoo bid ik u ten minste geestelijker wijze in
mijn hart te komen. Ik aanbid u, ik omhels u,
ik vereenig mij met u alsof gij in werkelijkheid
in mijn hart gekomen waart; laat niet toe dat
ik ooit van u gescheiden worde.
KORTER GE11ED.
Ik geloof, o Jezus, dat gij in het Allerhei-
-ocr page 105-
GEBEDEN ONDER 1>E VESPERS EN HET LOK. 97
ligste Sacrament des .\\ltaars tegenwoordig zijt;
ik verlang vurig mij met u te vereenigen; kom
in mijn hart. Ik omhels u, verwijder u niet
meer van mij. Amen.
GEBEDEN-
ONDER DE
"Vespers en liet Lof.
«Het is mijn welbehagen onder de kinderen
«der menschen te zijn.» (Prov. 8. 31.)
Ofschoon geen uitdrukkelijk gebod ons oplegt de
namiddagoefeningen bij te wonen, welke op zon- en
feestdagen in de kerk geschieden; zoo beschouwt
ieder ijverig en goed Christen het toch als eene soort
van verplichting om op die dagen in het lof of de
vespers tegenwoordig te zijn. De eer van God , het
verlangen der kerk en zijn eigen welzijn sporen hem
daartoe aan.
1.   God immers heeft geboden en op zware zonde
geboden, dat wij den dag des Hoeren zouden heiligen.
Doch een Christen, die zich enkel tevreden stelt met
op zon- en feestdagen eene heilige mis van een half
uur of een uur bij te wonen, een Christen, die zon-
der de minste reden de godsdienstoefeningen ver-
zuimt, die in den namiddag gehouden worden , kan
hij in waarheid getuigen, dat hjj den dag des Heeren
heiligt ? Kan hij zich de verzekering geven, dat hij
aan God de eer en glorie geeft, welke God op die
dagen vooral van den mensch vordert? Kan hij aan-
spraak maken op den naam van een goed, een
ijverig Christen ?
2.     Vraagt de geest der kerk niet geheel iets
anders ? Waarom worden op de zon* en feestdagen
namiddaggodsdienstoefeningen gehouden? Waarom
missiëb.                                                                7
-ocr page 106-
98
DE VESPEItPSALMEN
wordt Jezus voor allen ter aanbidding uitgesteld ? Is het
niet opdat allen ze zooveel mogelijk bjjwonen, opdnt
allen zooveel zij kunnen. Jezus eer en glorie komen geven
in het Sacrament zijner liefde? De eerste christenen
dan ook muntten gansch bijzonder uit door hun ijver
om op zon- en feestdagen den gansenen dag te hei-
ligen en de geloovigen, die aanspraak willen maken
op ijver en godsdienstzin, stellen er een geluk in
hun voorbeeld te volgen. Zonder dringende redenen
zullen zjj het lof of de vespers op zon- en feestdagen
niet verzuimen.
3. Trouwens hun eigen geestelijk en tijdelijk wol-
zijn vraagt zulks. Door het ijverig bjjwonen dezer
godvruchtige oefeningen wordt de geest van geloof,
van godsdienstzin en gebed in de harten aange-
kwoekt. de liefde voor de deugd wordt opgewekt, de
gelegenheid van zonde vermeden en de zogen des
Hceren overvloedig afgetrokken. Hoe zeer is het
daarom te betreuren, dat een geest van genotzucht.
die alom toeneemt, den geest van godsdienstzin meer
en meer verdrijft en dat zoovelen de naniiddaggods-
dienstoefeningen zoo lichtvaardig voor allerlei uit-
spanning en vermaken opofferen. Toon gij, mijn
Christen, aan Jezus uwe liefde en uwe getrouwheid,
woon ijverig het lof en de vespers op zon- en feost-
dagen bij en wees overtuigd, zegt de II. Alphonsus,
«dat de tijd, dien gij in godsdienstoefening voor het
«Allerheiligste Sacrament doorbrengt, nooit beter kan
«besteed worden en u in uw stervensuur, ja de ge-
\'<heele eeuwigheid het meeste zal vertroosten.» —
He Vesprr-ijnaluieii
VOOR DEN ZONDAG.
O God, kom mij te hulp.
Heer haast u, om mij te helpen.
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den
II. Geest.
-ocr page 107-
VOOR DEV V;\\G.                        99
• •. i > i \'•ö
Gelijk liet was in (TeH^begini^:jvj»«;nu , en
altijd, en in de eeuwen der* reu\' ;;;|iJ: ^\'nen.
Alleluja, of Lof zij den Heei-, i!Köh!ing dei-
glorie,
                                       i<
I.  Psalm 409.
De Heer sprak tot mijnen Heer: zit aan
mijne rechterhand.
Tot dat ik uwe vijanden make tot eene rust-
bank uwer voeten.
Van Sion zal de Heer den schepter uwer
macht doen uitgaan: heersch in het midden
uwer vijanden.
Bij u is de heerschappij ten dage uwer kracht
in heiligen luister; uit den schoot, vóór de mor-
genster verwekte ik u.
De Heer heeft gezworen, en het zal hem niet
berouwen ; Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar
de wijze van Melehisedech.
De Heer is aan uwe rechterhand; koningen
verslaat hij ten dage zijns toorns.
Hij zal gericht oefenen onder de volkeren,
hen vol lijken maken, hoofden verpletteren in
liet land van velen.
Uit eene beek zal hij zich laven op den weg,
en zoo het hoofd weer opheffen.
Eere zij den Vader, enz.
II.  Psalm 110.
Ik wil u loven, o Heer, uit geheel mijn hart,
in den kring der vromen en in de vergadering.
Groot zijn de werken des Heeren, gepast
voor al zijne oogmerken.
-ocr page 108-
100                      DE VESPERPSALMEN
Lof en heerlijkheid is zijn doen, en zijne
rechtvaardigheid houdt eeuwig stand.
Hij stichtte eene gedachtenis voor zijne won-
deren; barmhartig en genadig is de Heer; hij
verschafte aan zijne vereerders spijze.
Zijn verbond is Hij in eeuwigheid indachtig:
hij gaf aan zijn volk zijne werkkracht te kennen.
Door hun der heidenen erf te geven. De wer-
ken zijner handen zijn getrouwheid en recht.
Alle zijne geboden zijn onwrikbaar, voor
eeuwig vastgesteld, op waarheid en gerechtig-
heid gegrond.
Hij zond verlossing aan zijn volk; hij beval
zijn verbond in eeuwigheid te houden.
Heilig en geducht is zijn naam ! De vreeze
des Heeren is het begin der wijsheid.
Recht verstand hebben allen, die daarnaar
handelen ; zijn lof bestaat in eeuwigheid.
Eere zij den Vader, enz.
III. Psalm 111.
Gelukkig de mensch , die den Heere vreest;
die grooten lust heeft in zijne geboden.
Zijn kroost zal machtig zijn op aarde; liet
geslacht der vromen zal gezegend worden.
Luister en rijkdom is in zijn huis , en zijne
gerechtigheid blijft in eeuwigheid.
Den vromen gaat in de duisternis een licht
op ; de Genadige , on Barmhartige en Recht-
vaardige.
Gelukkig de mensch, die zich ontfermt, en te
leen geeft, die zijne woorden wikt in \'t gerecht;
want hij zal in eeuwigheid niet wankelen.
De rechtvaardige blijft eeuwig in aandenken;
om kwaad gerucht wordt hij niet bevreesd.
-ocr page 109-
101
VOOR DEN ZONDAG.
Zijn liart is steeds gereed om op den Heer te
hopen; zijn hart is geschraagd , hij is onwrik-
baar, totdat hij nederziet op zijne vijanden.
Hij is mild jegens de armen; zijne gerech-
tigheid hl ij ft in eeuwigheid; zijn hoorn verheft
zich in heerlijkheid.
De goddelooze ziet het, en vergramt er zich
over: hij knarst met de tanden en verteert;
liet verlangen des zondaars zal vergaan.
Eere zij den Vader, enz.
IV.   Psalm 112.
Looft den Heer, gij zijne dienaren; looft den
naam des Hoeren.
De naam des Heeren zij gezegend , van nu
af tot in eeuwigheid.
Van den opgang der zon tot haren onder-
gang worde \'s Heeren naam geprezen.
Hoog verheven hoven alle volkeren is de
lieer, en zijne heerlijkheid gaat die der he-
nielen te boven.
Wie is gelijk de Heer, onze God, die zetelt
in den hooge, en nederziet op het lag\'! in den
hemel en op aarde.
Die den geringe opricht uit het stof, en den
behoeftige opheft uit het slijk.
Om hem te doen zitten naast de vorsten,
naast de vorsten zijns volks.
Die de onvruchtbare vrouw in een huisgezin
doet wonen als blijde moeder van kinderen.
Eere zij den Vader, enz.
V.   Psalm 113.
Toen Israël uit Egypte toog, Jacobs huis uit
een volk van vreemde sprake.
-ocr page 110-
402                      DE VESPERPSALMEN
Toen wenl Jurlea zijn heiligdom , Israël zijn
rijksgebied.
De zee zag Hem en vlood, de Jordaan week
terug;
De bergen sprongen op als rammen, en de
heuvelen als lammeren.
Wat hadt ge, o zee, dat ge wegvloodt, en
gij, Jordaan! dat ge terugweekt?
Gij bergen! dat gij opsprongt als rammen;
en gij, heuvelen! als lammeren?
Zij beefde de aarde, voor het aangezicht
des Heeren, voor liet aangezicht van Jacobs
God.
Die de rots veranderde in meren, en den
barden steen in waterbronnen.
Doe eere niet aan ons, o Heer, niet aan ons,
maar wel aan uwen naam;
Om uwe goedertierenheid en uwe trouw,
opdat niet soms de heidenen zeggen: waar is
toch hun God?
Onze God is in den hemel; al wat hij wil,
dat doet hij.
De afgoden der heidenen zijn zilver en goud,
werken van menschenhanden.
Een mond hebben zij, doch spreken niet;
oogen hebben zij , doch zien niet.
Zij hebben ooren, doch hooren niet; neuzen
doch rieken niet.
Zij hebben handen, doch tasten niet, voeten,
doch gaan niet; zij geven geen geluid met
hunne keel.
Dat zij die ze maken, hun gelijk worden, en
allen die er op vertrouwen !
Israëls huis vertrouwt op den Heer; hun
helper en hun beschermer is hij.
-ocr page 111-
VOOR DEN ZONDAG.                       103
Aarons huis vertrouwt op den Heer; hun
helper en hun beschermer is hij.
Die den Heere vreezen, vertrouwen op den
Heer; hun helper en hun beschermer is hij.
De Heer is onzer gedachtig geweest en heeft
ons gezegend:
Isracls huis heeft hij gezegend, Aarons huis
heeft hij gezegend.
Gezegend heeft hij allen, die den Heere vree-
zen, de geringen met de grooten.
De Heer zegene u al meer en meer, u en
uwe kinderen.
Weest gezegend van den Heer, die hemel en
aarde gemaakt heeft.
De hemel der hemelen is voor den Heer, en
aan de kinderen der menschen gaf hij de aarde.
De dooden kunnen u niet loven, o Heer, noch
iemand van hen, die ter onderwereld dalen,
Maar wij die leven, wij loven den Heer, van
nu af tot in eeuwigheid.
Eere zij den Vader, enz.
LOFZANG DER H. MAAGD.
Mijne ziel verheft den Heer.
En verheugd heeft zich mijn geest over God,
mijnen Zaligmaker!
Omdat hij nederzag op de geringheid van
zijn dienstmaagd; want zie, van nu af zullen
alle geslachten mij zalig noemen.
Dewijl hij groote dingen aan mij gedaan
heeft, de Machtige, en heilig is zijn naam.
En zijne barmhartigheid is van geslacht tot
geslacht voor degenen, die hem vreezen.
Kracht heeft hij geoefend door zijnen arm:
-ocr page 112-
104
DE VESPERPSALMEN
hoogmoedigen in de gedachte huns harten heeft
hij verstrooid;
Machtigen heeft hij afgezet van den troon,
en geringen heeft hij verheven;
Nooddruftigen heeft hij met goederen over-
laden, en rijken heeft hij ledig weggezonden!
Hij is Israël, zijnen dienstknecht, te hulp ge-
komen , indachtig zijner barmhartigheid.
Gelijk hij gesproken had tot onze vaderen,
met Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.
Eere zij den Vader, enz.
ANTIPHONEN DER H. MAAGD.
IX DEN ADVENT.
Genadevolle Moeder des Verlossers , die ons
eene open hemeldeur en zeester blijft. Snel uw
volk, dat bezwijkt en zich bekeeren wil, ter
hulpe. Gij die tot verbazing der natuur uwen
heiligen Schepper hebt ter wereld gebracht en
immer Maagd gebleven zijt. Gij die uit Ga-
briëls mond dien wondervollen groet mocht
hooren, wil ons zondaars genadig zijn.
De Engel des Heeren heeft aan Maria ge-
boodschapt.
En zij heeft ontvangen van den H. Geest.
I.AAT ÜNS BIDDEN.
Stort, bidden wij u, o Heer, uwe genade uit
in onze harten, opdat wij , die door de bood-
schap des Engels de menscliwording van Chiïs-
tus uwen Zoon gekend hebben, door zijn lijden
en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen
-ocr page 113-
105
VOOH DEN ZONDAG.
gebracht worden. Door denzelfden Christus on-
zen Heer. Amen.
Van Kerstavond tot Maria Lichtmis, de Antijihoon
als boven met het volgende vers.
V. Na de baring zijt gij ongeschondene Maagd
gebleven.
A. H. Moeder Gods, wees onze voorspraak
bij God.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die door den vruchtbaren maagdom
der allerheiligste Moeder Maria, aan het men-
schelijk geslacht den prijs voor het eeuwige
heil hebt verleend: wij bidden u, geef\' ons, dat
wij de voorbede mogen erlangen van haar, door
wie wij den oorsprong des levens hebben rno-
gen ontvangen, onzen Heer Jezus Christus uwen
Zoon. Amen.
Van Maria Lichtmis tol op l\'aaxcharoiul:
Gegroet gij Koningin des hemels, gegroet gij
der Engelen Vorstin. Gegroet gij heilige stam,
gij hemeldeur, van waar der wereld het heil-
licht gewerd. Verblijd u, o glorierijke Maagd,
die allen in schoonheid overtreft. Gegroet, o
wonderschoone, en smeek tot Christus voor ons.
v. Vergun mij , o Heilige Maagd , uwen lof
te verkondigen.
a. Geef mij kracht tegen uwe vijanden.
LAAT ONS BIDDEN.
Schenk goedertieren God, onze zwakheid bij-
-ocr page 114-
10(5
DE VESPERPSALMEN.
stand, opdat wij, de gedachtenis der H. Moeder-
maagd vereerende, dooi\' liare hulprijke voorbede
uit onze zonden mogen opstaan. Door denzelfden
Christus onzen Heer. Amen.
Van Vuwhen lot Di\'ieintldigheids-Zoudag.
Koningin des Hemels, verblijd u. Alleluja.
Want dien gij waardig waart te dragen. ü>
Is verrezen, gelijk hij gezegd heeft. »
Bid God voor ons.
                                  »
Verheug en verblijd U, Maagd Maria. »
Want de Heer is waarlijk verrezen. »
LAAT ONS BIDDEN.
God, die U gewaardigd hebt door de venïj-
zenis uws Zoons de wereld te verblijden; geef,
dat wij door zijne maagdelijke Moedei- Maria.
de Vreugde des eeuwigen levens erlangen. Door
denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Van II. Drievuldigheids-zondag lot den Advent.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder der Barm-
hartigheid. Ons leven, onze wellust, onze hoop,
zij gegroet. Tot u roepen wij ballingen kinderen
Eva\'s. Tot u zuchten wij treurende en weenende in
dit tranendal. Sla gij dan, onze voorspreekster,
uwe zoo meedoogende oogen op ons neder en
toon ons na deze ballingschap Jezus de geze-
gende Vrucht van uwen schoot. O barmhar-
tige, o liefdevolle, o minnelijke Maagd Maria.
v. Bid voor ons heilige Moeder Gods;
r. Opdat wij waardig worden de beloften
van Christus.
-ocr page 115-
GEBEDEN ONDER HET LOF.                 107
LAAT OXS BIDDEN.
Almachtige , eeuwige God , die het lichaam
en de ziel der glorierijke Moedermaagd Maria,
door de medewerking des H. Geestes tot eene
waardige woning uws zoons hebt voorbereid:
geef dat wij, die ons in hare gedachtenis ver-
blijden, door hare liefderijke voorbede van alle
toekomstig kwaad , en van den eeuwigen dood
mogen bevrijd worden. Door denzelfden Chris-
tus onzen Heer. Amen.
MEMORARE (\')
GEBED VAX DEX II. BEHNARDUS TOT DE II. MAAGD.
Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria, dat
men nimmer gehoord heeft, dat iemand die
zijne toevlucht nam tot uwe bescherming, uwe
hulp inriep, en om uwe voorspraak bad, ver-
laten is geworden. Van zulk een vertrouwen
bezield, snel ik tot u, o Maagd der Maagden,
o Moeder! Tot u kom ik, voor u sta ik, zuch-
tende over mijne zonden ; wil o Moeder des
Woords, mijne woorden niet versmaden, maar
hoor ze genadiglijk en verhoor mij. Amen.
(I) Telkens 300 dagen aflaat. Pius IX.
-ocr page 116-
108
Gebeden onder het Lof.
ONTBOEZEMING VOOR JEZUS IN HET H. SACRAMENT.
O mijne ziel, verlevendig uw geloof, versterk uw
vertrouwen , gij bevindt u in tegenwoordigheid van
Jezus in liet Allerheiligste Sacrament. Uit liefde tot
u is Hij uit den hemel nedergedaald op aarde. Uit
liefde tot u is IIjj menscli geworden en gestorven
aan een kruis. Uit liefde tot u bljjft Hij hier tegen-
woordig in het tabernakel om uwe gebeden te ver-
hooren en u met genaden te overladen. O spreek
tot uwen Jezus en zeg Hem:
Mijn Jezus, ik geloof dat gij hier wezenlijk
tegenwoordig zijt. Ik geloof alles wat de H. Kerk
mij te gelooven voorhoudt, omdat gij, die de
eeuwige waarheid zijt, het haar geopenbaard
hebt. Jk geloof\', dat gij de Schepper zijt van
hemel en van aarde , de Heer en Meester van
het heelal. Ik geloof\', dat gij de rechtvaardigen
voor eeuwig zult loonen in den hemel, de zon-
daren eeuwig zult straffen in de hel. Ik geloof\'
dat gij de Zoon Gods zijt,, oneindig heilig, on-
eindig groot, oneindig machtig, één in wezen
met den Vader. Ik geloof\', dat gij voor ons zijt
menscli geworden, gekruist en gestorven. Ik
geloof, dat gij het Allerheiligste Sacrament des
Altaars hebt ingesteld, dat gij daar voortdurend
tegenwoordig blijft met godheid en mensch-
heid, met ziel en lichaam, met vleesch en bloed,
om eene spijze te wezen onzer ziel en om onze
gebeden te verhooren.
Mijn Jezus, hoe ellendig ik ook ben, en hoe
onwaardig ook om voor u te verschijnen, nader
ik toch met vertrouwen en kniel eerbiedig voor
uw heilig altaar neder. Ik aanbid u, o mijn
-ocr page 117-
GEBEDEN OXDEIï IICT LOK.                  10f)
Jezus, ik loof en prijs en verheerlijk u. Ik aan-
bid ii in vereeniging van alle engelen en hei-
ligen, in vereeniging van uwe goede Moeder
Maria, in vereeniging van die oneindige aanbid-
ding, die gij uwen hemelschen Vader gebracht
hebt. Ik dank u, mijn goddelijke Verlosser, voor
al de genaden en weldaden, die ik van u heb
ontvangen. Ik dank u dat gij mij geschapen
hebt, mij geroepen tot uwe ware kerk, mij
verlost door uw dierbaar bloed. Ik dank u ge-
heel bijzonder, dat gij liet aanbiddelijk Sacrament
des Altaars hebt ingesteld , dat gij hier voor
mij wilt tegenwoordig blijven en mij de genade
schenkt u hier op dit oogenblik te bezoeken en
te aanbidden. Ik dank u, o Jezus, voor alles
wat gij voor mij gedaan hebt. O had ik u
altijd bemind, had ik u nooit beleedigd door
mijne zonden! Ik betreur ze, lieve Jezus, ik be-
ween ze uit geheel mijn hart, ik haat en ver-
zaak ze uit liefde tot u en ik maak het vaste
voornemen u voortaan nooit meer te beleedigen.
Mijn Jezus, ik bemin u, ik bemin u uit geheel
mijn hart, omdat gij het opperste goed zijt,
onze liefde oneindig waardig. Ik bemin u en ik
offer mij zelven aan u op; laat mij leven voor
u, o Jezus, voor u werken, voor u lijden, laat
mij de uwe zijn in eeuwigheid.
LIEFDEVERZUCHTINGEN TOT JEZUS.
Wie ben ik, o Jezus, dat gij mij zoo vurig
bemint, en dat gij zoozeer verlangt door mij
bemind te worden? O oneindige goedheid, die
eene oneindige liefde waardig zijt, ik bemin u;
ik bemin u boven alles, ik bemin u meer dan
-ocr page 118-
110               GEBLDEN ONDER HET LOF.
mijn leven, meer dan mij zelven, maar helaas,
ik bemin u nog veel te weinig.
O koning des hemels, koning der liefde, wees
ook de koning van mijn hart, neem er bezit
van en doe met mij volgens uw eeuwig wei-
behagen. Ik verlaat alles uit liefde tot u, ik
omhels u, ik hecht mij aan u, laat niet toe, dat
ik ooit van u gescheiden worde*
Wien zoude ik toch beminnen, o mijn Jezus,
als ik u niet beminde, u de oneindige goedheid,
de oneindige liefde zelve!
Neen, o mijn God, ik verlang niets anders
dan u, dan u alleen; trek mij tot u door de zoete
banden uwer liefde, hecht mij aan u, geef dat
ik van liefde tot u verteere en wegsmelte.
Te weinig, o mijn Jezus, te weinig heb ik u
gekend, te weinig u bemind. Dwaze, die ik ben,
hoe heb ik mijn hart kunnen schenken aan de
schepselen , hoe heb ik u kunnen verlaten om
de zonde en de zondige vermaken.
O Jezus, ware ik in de zonden gestorven, ik
zou u niet meer kunnen beminnen; ik zou u
eeuwig moeten haten en vervloeken. Och hoe-
vele jaren heb ik verloren, verre van u en van
uwe liefde!
Nu ten minste, o mijn Jezus, wil ik u be-
minnen. Ik wil u getrouw blijven en u nooit
meer vergrammen. Laat niet toe, mijn Jezus,
dat ik u nog ooit bedroeve, laat mij liever ster-
ven dan nog ooit uwe genade en uwe liefde
te verliezen.
Wanneer, o Jesus, zal ik u in den hemel
mogen aanschouwen? Wanneer zal ik kunnen
zeggen: Mijn God, ik kan u niet meer verlie-
-ocr page 119-
llt
GEDEDEN ONDER HET LOF.
zen? Wanneer zal ik zeker zijn u te beminnen
voor eene gansche eeuwigheid ?
Eeuwige Vader, ter liefde van Jezus, geef mij
uwe liefde, geef dat ik Jezus beminne uit ge-
lieel mijn hart, uit al mijne klachten.
Mijn Jezus, gij hebt U geheel aan mij gege-
vcn, ik geef mij aan u. Welke grootere vreugde
kan ik genieten, welke grootere eer ontvangen,
dan de vreugde en de eer van geheel aan u
toe te behooren.
O Jezus, verborgen in het II. Sacrament des
Altaars, ik geef u mijn verstand, mijn wil, mijn
hart, mijne ziel, mijn lichaam, alles wat ik heb,
alles wat ik ben en wat ik vermag.
Ik dank u , mijn Verlosser, dat gij mij nog
den tijd en de genade geeft om u te beminnen;
ik wil u lief hebben al de dagen van mijn
leven, u beminnen gedurende de gansche eeu-
wigheid.
Voor u, mijn Jezus, wil ik leven, voor u wil
ik lijden, voor u wil ik sterven; maak mij ge-
lykvormig aan u.
Vernederde Jezus, geef dat ik vernederd worde
ter liefde van u va dat ik de vernederingen om
uwentwil gaarne verdrage.
Mishandelde Jezus, o laat mij voor u veracht,
versmaad, vervolgd en mishandeld worden. Sterk
mij slechts om alle lijtien met liefde uit uwe
hand aan te nemen.
Gekruiste Jezus, die voor mij zijt gestorven
aan het schandhout, o geef dat ik uit liefde
voor u alle kruis en lijden , alle kwelling en
tegenspoed gaarne vcrdure. Gij hebt zooveel
geleden voor mij, zou ik weigeren te lijden
voor u.
-ocr page 120-
11\'2               GEBEDEN ONDER HET LOK.
Beminnelijke en oneindig beminnende Jezus ,
om de liefde, die gij ons in liet Sacrament uwer
liefde hebt toegedragen, o geef dat ik u beminne,
u beminne met eene zuivere, eene edelmoedige,
eene standvastige liefde.
O Maria, Moeder der schoone liefde, geef
dat ik uwen Jezus beminne, geef dat ik geheel
aan Hem zij. Gij moet mij helpen om Jezus te
beminnen, gij zijt de uitdeelster aller genaden,
geef mij liefde voor Jezus in zijn allerheiligst
Sacrament.
EEREBOETE AAN JEZUS IX HET ALLERHEILIGSTE
SACRAMENT.
Goddelijke Jezus, Verlosser van alle menschen,
doordrongen van de bitterste droefheid bij het
herdenken der beleedigingen, welke u in het
geheim uwer liefde aangedaan zijn en nog da-
gelijks aangedaan worden, kniel ik ootmoedig
voor u neder om u eerherstel en boete daar-
voor aan te bieden. O Jezus, wat hebt gij niet
gedaan om van ons bemind te worden ? Voor
ons hebt gij n van den glans uwer goddelijke
majesteit ontdaan; voor ons zijt gij mensch,
zijt gij een klein kind geworden, voor ons hebt
gij alles verlaten, alles ten offer gebracht; voor
ons hebt gij u met geesels laten verscheuren,
met doornen laten kroonen; voor ons hebt gij
u aan het kruis laten nagelen, om daar, te
midden van de onbegrijpelijkste smarten , ter
onzer zaligheid den laatsten druppel van uw
kostbaar bloed te vergieten. En als ware dit
nog niet genoeg, hebt gij in uwe liefde het
middel gevonden om tot de voleinding der
-ocr page 121-
GEDEDEN ON\'DEIt HET LOF.                  113
ecuwen in ons midden te wonen door de in-
stelling van het heilig Sacrament des Altaars.
In dit Sacrament blijft gij dag en nacht onder
ons tegenwoordig. In dit Sacrament zijt gij
steeds bereid onze gebeden te verhooren, onze
smarten te lenigen , onze zwakheid te sterken,
ons met al uwe genaden en zegeningen te over-
laden. In dit Sacrament schenkt gij u zelven
tot spijs en drank aan onze ziel. O Jezus, hoe
groot is n we liefde; hoe groot moest bijgevolg
onze dankbaarheid wezen. En toch, wat hebben
wij gedaan om aan zooveel liefde te beantwoor-
den? Engelen des hemels, staat verbaasd.... en
gij, machten des hemels, siddert van veront-
waardiging! Jegens alle andere weldoeners zijn
wij dankbaar geweest, jegens Jezus, onzen besten
weldoener, waren wij ondankbaar. In plaats van
zijne liefde met wederliefde te vergelden, heb-
ben wij niet opgehouden Hem te beleedigen en
te bedroeven door onze onverschilligheden, onze
oneerbiedigheden, onze heiligschennissen. Ver-
giffenis, o barmhartige Jezus, vergiffenis voor
zooveel ondankbaarheid, zooveel snoodheid. Ver-
giffenis, o Jezus, voor de nalatigheid, de onver-
schilligheid en de minachting, waarvan gij het
slachtoffer zijt in het Sacrament uwer liefde.
Vergiffenis voor de oneerbiedigheden, traaghe-
den en verstrooidheden , waaraan men zich in
uwe heilige tegenwoordigheid schuldig maakt.
Vergiffenis voor de heiligschennissen en onwaar^
dige communièn , waardoor men u in uw aan-
biddelijk Sacrament onteert. Vergiffenis, o Jezus,
voor mijne eigene ongevoeligheid en traagheid
om u te beminnen; vergiffenis voor de bitter-
heid, waarmede ik uw goddelijk Hart heb ge-
missied.
                                                         8
-ocr page 122-
•114                  GEBEDEN" ONDER IfET LOF,
laafd, vergiffenis voor mijno koele en lauwe
communiën, voor mijne oneerbiedigheid in de
kerk, voor het verzuim der HH. missen, die ik
zoo gemakkelijk had kunnen bijwonen, voor de
nalatigheid om u in uw heilig Sacrament te
bezoeken. Ik betreur ze van ganseher harte. >
O Jezus, Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, vergeet al onze ondankhaarheden ,
wisch al onze misdaden uit. Om de liefde, welke
gij den menschen toedraagt, laat uw heiligbloed
nog eens te onzen gunste spreken, het zal
luider roepen dan onze boosheden.
En gij, o eeuwige Vader, zie neder uit uw
heiligdom, aanschouw van de hoogte uwer he-
melsche woning deze aanbiddelijke offerande, die
u onze II oogepriester, uw heilige Zoon Jezus
voor de zonden zijner broeders opdraagt en laat
u daardoor bevredigen ondanks de menigte onzer
boosheden. Zie, de stem des bloeds van onzen
broeder Jezus roept tot u van het kruis. Ver-
hoor, Heer, word verzoend, Heer, let op ons
smeeken en doe ons barmhartigheid; om uwent-
wil o mijn God, toef\' toch niet, want uw naam
is aangeroepen over deze stad en over uw volk
en handel met ons naar uwe barmhartigheid.
Amen.
GEREI) OM DE NOODIGE GENADEN.
O God, vader van goedheid en barmhartig-
heid, uw goddelijke Zoon Jezus heeft ons be-
loof\'d, dat gij ons alle genaden zult schenken,
welke wij u in zijnen naam vragen. Vol ver-
trouwen in die belofte smeek ik u in den naam
en door het aanbiddelijk Hart van Jezus om
uwe genaden en homelsche zegeningen.
-ocr page 123-
GEBEDEX ONDEIl HET I.OF.                  115
Ter liefde van Jezus, die liier tegenwoordig is
in zijn H. Sacrament, geef mij vergiffenis van
al de beleedigingen, welke ik u heb aangedaan.
Geef mij uw goddelijk licht , om de ijdelheid
der wereld en de voortreffelijkheid van het on-
eindig Goed, dat gij zijt, in te zien. Geef mij
uwe heilige liefde, onthecht mij van de schep-
selen en vooral van mij zei ven, opdat ik niets
anders beminne dan u en uwen H. Wil. Geef
mij eene groote godsvrucht tot het allerheiligst
Sacrament des Altaars en een onbeperkt ver-
trouwen in de oneindige verdiensten van Jezus
en in de bescherming van Maria. Geef mij
vooral de volharding in uwe heilige liefde en
de genade om u steeds vuriger en oprechter te
beminnen.
Zegen, o mijn God, Z. H. den Paus, Z. D.
II. onzen bisschop, mijne geestelijke en \\vereld-
lijke overheden, mijne ouders, bloedverwanten,
vrienden en weldoeners, zegen ook mijne vij-
anden, allen die mij eenig leed hebben aange-
daan, en gelief hen om de verdiensten van
Jezus met weldaden te overladen.
Ik beveel u ook, o God, de zielen des vage-
vuurs, de ongeloovigen, de ketters en alle zon-
daren. O doe u door allen kennen, door allen
beminnen, door allen dienen en verheerlijken.
Stort allen eene ware godsvrucht in tot Jezus
in zijn H. Sacrament, een grooten ijver voor
diens glorie en vcreering. Amen.
GEESTELIJKE COMMUNIE.
Heere Jezus, Zoon van den levenden God ,
die hier wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig
-ocr page 124-
416               GEBEDEN ONDER HET LOK.
zijt. gij zijt mijn Verlosser en Zaligmaker, gij
de eenige hoop mijner ziel. Op uwe liefdevolle
barmhartigheid stel ik al mijn vertrouwen; van
uwe goedheid hoop ik vastelijk al die genaden
te verkrijgen, welke ik noodig heb om heilig
te leven en zalig te sterven. Mijn Jezus, ik
aanbid n en ik bemin u in uw H. Sacrament.
Uit liefde tot u betreur ik al mijne zonden,
omdat zij u, mijn grootsten weldoener, mijn
besten Vader, mijn hoogste goed beleedigden.
Liever sterven, o mijn Jezus, dan u nog ooit
te vergrammen. O goddelijk brood des levens,
kostelijke wijn, die maagden voortbrengt, zoo
gaarne wenschte ik u in mijn hart te ontvan-
gen. Mijne ziel hongert en dorst naar u. Daar
ik u echter op dit oogenblik niet werkelijk ont-
vangen kan, zoo smeek ik u, kom ten minste
geestelijkerwijze in mijn hart. Kom tot mij met
uwe liefde en met uwe genade; vervul mij met
uwe deugden en uwe heilige gevoelens; hecht
mij zoo innig aan u,\'dat ik nooit meer van u
gescheiden worde. Amen.
GEBED TOT O. L. VROUW IN BETREKKING TOT HET
ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
Wees gegroet, o glorierijke Maagd en Moeder
van mijnen God, die van eeuwigheid zijt uit-
verkoren om onzen Heer Jezus Christus, het
brood der Engelen en menschen aan de wereld
te schenken. Wie kan u, o Moeder des Heeren,
waardig loven en prijzen.\' Groote dingen heeft
God aan u gedaan. Onbevlekt heeft Hij u be-
waard voor alle erfsmet, opdat gij eene waar-
dige Moeder zoudt worden van zijn eeuiggeboren
-ocr page 125-
GEBEDEN ONDER HET LOK.               117
Zoon , dien ik liier met alle engelen onder de
gedaante van brood aanbid. Met heiligen eerbied
en liefde vereer ik u, o machtige koningin des
hemels. Geheel uw leven was een zuiver he-
melsch loflied, een geurige wierook voor den
Heer, die uw hart met de volheid zijner genade,
met de verhevenste deugden vervulde. O Maria,
help mij, opdat ook mijn leven voor het aan-
schijn van uwen goddelijken Zoon een loflied
van deugden zij, en mijn hart eene waardige
woning, als Hij mij in zijn H. Sacrament komt
bezoeken. Verkrijg voor mij, o goede Moeder,
eene ware godsvrucht tot uwen Jezus in het
geheim zijner liefde. Geef dat ik steeds eer-
biedig voor zijn aangezicht versenijne, dat ik
Hem steeds waardig in mijn hart oi.tvange,
Hem dikwijls bezoeke en in oprechtheid Hem
aanbidde, love en verheerlijke. Verwerf voor mij
eene brandende liefde tot Jezus, den geest van
gebed, van nederigheid, gehoorzaamheid, zacht-
moedigheid en onderwerping aan zijn H. Wil.
O Moeder van mijnen Jezus, gij aanschouwt
met uwe zuivere oogen zijn aanbiddclijk aan-
schijn; gij zijt in eeuwigheid met Hem vereenigd
en bezit Hem in de zaligste liefde. Ik zie Hem
slechts schuilende onder de gedaante van brood
in liet H. Tabernakel en mag Hem slechts nu
en dan in mijn hart •ontvangen, slechts van tijd
tot tijd zijne heilige tegenwoordigheid genieten,
o help mij, goede Moeder, dat ik hier op aarde
steeds innig met uwen Jezus vereenigd blijve
door de liefde, om Hem eenmaal met u voor
eeuwig te aanschouwen, te aanbidden en te
beminnen in c\\en hemel. Amen.
-ocr page 126-
118                 GEBEÜEX ONDER HET LOF.
GEISED OM DEX ZEGEN.
Ik wil u niet verlaten, o mijn Jezus, alvorens
u mijnen oprechten dank te betuigen voor de
groote genade, die ik heb ontvangen van u
hier in uw heilig Sacrament te mogen aan-
bidden en uwen heiligen zegen verkregen te
hebben.
Dank, lieve Zaligmaker, duizendmaal dank
voor de kostbare oogenblikken, die ik in uwe
heilige tegenwoordigheid mocht doorbrengen.
Dank voor de verlichtingen en inspraken, voor
de goede gevoelens en opwekkingen die gij mij
geschonken hebt. Dank voor de gebeden, die ik
hier aan uwe voeten mocht storten. Ik vraag
u vergiffenis voor alle verstrooidheden en on-
volmaaktheden, waarmede ik mijn gebed heb
verricht.
O Jezus, laat mij niet heengaan, alvorens ik
uwen H. zegen heb ontvangen. O strek uwe
hand uit, minnelijke Verlosser, en zegen mijn
lichaam en mijne ziel, mijne vermogens en mijne
zintuigen. Zegen mijne tong, opdat zij niets
spreke dan tot uwe glorie. Zegen mijne oogen,
opdat zij nooit aanschouwen, wat u zou kunnen
mishagen. Zegen mijn mond , opdat ik u niet
door onmatigheid vergramme. Zegen mijn ge-
heugen, opdat het zich altijd uwe liefde en uwe
weldaden heriunere. Zegen mijn verstand, op-
dat het uwe goedheid kenne en begrijpe hoe
beminnelijk gij zijt. Zegen mijn wil, opdat hij
geen ander verlangen hebbe dan u te behagen,
geen ander genot smake , dan u verheerlijkt
te zien.
-ocr page 127-
BEZOEKEN\' BIJ JEZUS, MARIA EN\' JOZEF. 119
Zegen al diegenen, welke mij dierbaar zijn,
mijne ouders, bloedverwanten, vrienden en
weldoeners, in \'t bijzonder diegenen, welke zicli
in mijne gebeden nebben aanbevolen en voor
wie ik meer verplicht ben te bidden. Zegen allen
die mij eenig ongelijk bobben aangedaan, zegen
de levenden en de afgestorvenen. Dat uw zegen
ons allen een onderpand zij van eene grootere
godsvruclit tot uw aanbiddelijk Sacrament en
van eene eeuwige zaligheid in den hemel. Amen.
BEZOEK EÜXT
bij Jezus in het Allerheiligste Sacra-
ment, bij de allerheiligste Hnngd
en bij den H. Joxef.
(voor iedekex dag der week.)
«Komt allen tot Mij. die belast zijt en
«beladen en Ik zal u verkwikken.»
Het is een schoon gebruik, door verschillende god-
vruchtige geloovigen onderhouden, om dagelijks een
klein bezoek te brengen bij Jezus in hel Allerheiligste
Sacrament. bij itr Allerzaligste Maagd
en bij den
II. Jozef. O
hoe aangenaam moet dio godvruchtige
gewoonte aan Jezus, .Maria en Jozef wezen; wat al
rijke zegeningen moet zij aftrekken over hen, die er
getrouw aan zijn.
1. Jezus zetelt in het II. Sacrament zijner liefde
als op een troon van genade. Dag en nacht is Hij
bereid onze gebeden te verboeren en ons zijne gunsten
mede te deêlen. Ondanks die goedheid en barmhar-
tigheid wordt Hij door de meesten in zijn liefdege-
heim verlaten, veracht en met oneerbiedigheden over-
-ocr page 128-
120 BEZOEKEN HM JEZUS, MARIA EN JOZEF.
laden. Hoe dierbaar moeten Hem dan de zielen niet
wezen die Hem dagelijks eenige oognnblikken gaan
troosten en aanbidden? Ken 11. Alphonsus, een
H. Franciscus Xaverius , eene H. Theresia, eene
II. Magdalena de Pazzis brachten daar hunne aan-
genaamste oogenblikken door en niet alleen des daags
maar ook dikwijls des nachts bleven zjj voor het
tabernakel in aanbidding neergeknield.
2.   Hij dat bezoek aan Jezus voegen de godvree-
zende zielen een kort bezoek aan hunne henielsche
Koningin, Maria. Zjj die deze godsvrucht met ver-
trouwen en liefde oefenen , zegt do II. Alphonsus ,
kunnen groote genaden van deze dankbare koningin
verwachten. Maria immers . zegt hij, is de alvermo-
gende Moeder van God , zij is do uitdeelster aller
genaden . zjj is de grondslag onzer hoop , die den
kleinsten liefdedieust niet de grootste gunsten be-
loont, want nooit laat zij zich iu edelmoedigheid
overtreffen.
3.   Vergeten wij ook den II. Jozef niet en zorgen
wij hem steeds te vereeren, die door den Zoon Gods
zelven zoo hoog geëerd is geworden. De ondervinding
heeft geleerd, zegt de II. Theresia, dat zij, die eene
teedere godsvrucht tot den II. Jozef hebben, vele
genaden van God verkregen en in korten tijd grooto
vorderingen maken in de deugd en de volmaaktheid.
Lees daarom, godvruchtige ziel, dikwijls en met
aandacht de volgende gebeden :
Voor den Zomlng.
Bezoek aan het Allerheiligste Sacrament.
VOORBEREIDEND GEBED.
Heer Jezus Christus, die, om de liefde, welke
Gij den menschen toedraagt, dag en nacht
onder de gedaante van brood op onze altaren
rust, terwijl Gij daar vol goedheid ons afwacht,
-ocr page 129-
1SEZ0EKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF. 124
on met liefde allen ontvangt, die komen om U
in het allerheiligste Sacrament te bezoeken ; —
ik geloof, dat Gij daar wezenlijk tegenwoordig
zijt; ik aanbid U uit den afgrond van mijn
niet, en bedank U, voor al de genaden, die
Gij mij bewezen hebt; maai\'voornamelijk bier-
voor, dat Gij mij U zelven in dit heilig geheim
geschonken, uwe allerheiligste moeder Maria
tot eene voorspreekster gegeven, en mij ge-
roepen hebt om U in deze kerk te bezoeken.
Ik groet dan in dit oogenblik uw liefdevol
hart, en doe dit om U te bedanken voor do
groote weldaad der instelling van dit H. Sa-
crament, en om U eenige vergoeding te geven,
voor den hoon, dien Gij van uwe vijanden in
dit heilig geheim te dulden hebt. Ik wil ook,
lieve Jezus, door U hier te bezoeken, U aan-
bidden op al die plaatsen van de wereld, waar
Gij in uw H. Sacrament niet genoeg vereerd
wordt, of het meest verlaten zijt. Ik bemin U,
lieve Jezus, uit geheel mijn hart. Het doet mij
leed , dat ik uwe oneindige goedheid voorheen
zoo dikwijls vergramd heb. Onder inroeping
van uwen bijstand maak ik thans een vast
voornemen van fl nooit wederom te beleedigen;
en van dit oogenblik af, wijd ik mij, hoe ellen-
ilig ik dan ook ben, geheel en al aan U toe;
ik maak U meester van mijnen wil, van mijne
neigingen, van mijne verlangens, van alles wat
mij toebehoort; doe met mij wat Gij wilt; ik
smeek U alleen om uwe heilige liefde, om de
volharding in het goede ten einde toe, en om
eene volmaakte gehoorzaamheid aan uwen hei-
ligen wil. Ontferm U over de zielen van het
vagevuur, en voornamelijk over de zielen der-
-ocr page 130-
122 BEZOEKEN1 BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF.
genen, die tijdens hunnen levensloop hier op
aarde, de meeste godsvrucht hadden tot het
allerheiligste Sacrament en tot de H. Moeder
Gods Maria. Ook de ongelukkige zondaars be-
veel ik U aan, lieve Jezus! Ik vereenig, o mijn
dierbare Verlosser, al de gevoelens van mijn
hart met die van uw liefdevol hart, en zoo ver-
eenigd offer ik die op aan uwen hemelschen
Vader; en in uwen naam smeek ik Hem, die
uit liefde tot U aan te nemen, en mijne gebe-
den te verhooren.
BEGROETING.
Ik ben dan hier bij de bron van alle goed,
bij Jezus in het allerheiligste Sacrament des
altaars, die mij toeroept: Wien dorst, korne
tot mij.
O wat stroomen van genaden zijn den
Heiligen onophoudelijk toegevloeid uit deze bron
van het allerheiligste Sacrament, waarin Jezus
ons de verdiensten van zijn lijden uitdeelt, ge-
lijk de Profeet het voorspelde: Gij zult water
scheppen uit de fonteinen des Zaligmakers.
(Is. 12. 3.)
Toen de gravin de Feria, geestelijke leerlinge
van den eerbied waard igen Johannes van Avila,
religieuze geworden was in de orde der H. Clara,
ging zij Jerus in het H. Sacrament zóó dikwijls
bezoeken, en maakte dan hare bezoeken zóó
lang, dat zij daarvan onder hare zusters den
naam kreeg van de bruid van het H. Sacra-
ment. En toen men haar eens vroeg , wat zij
toch deed in al die uren, die zij voor het Ta-
bemakel neergeknield doorbracht, gaf zij dit
antwoord: alk zou,» zeidc zij, «.teel eeuwig daar
-ocr page 131-
BEZOEKEN- HIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF. 423
Mmnen blijven. Of rust daar niet dat Wezen,
dat eens het genot der gelukzaligen moet uil-
maken ? Goede God! men vraagt, wat men
voor liet II. Sacrament al doel\'. Men doet daar
alles: men bemint, men verheerlijkt God, men
smeekt Hem. Wat doel de arme en behoeftige
in tegenwoordigheid van den rijke? wat de
zieke bij den geneesheer"? wat iemand, die van
dorst versmacht bij een heldere waterbron
?
wat een uitgehongerde aan een weivoorziene
tafel ?»
0 allerbeminnelijksto Jezus, mijn leven, mijn
hoop, mijn schat! o allerzoetste Jezus, eenigst
voorwerp van mijne liefde, o hoe duur is het u ko-
men te staan, in dit Sacrament onder ons te
kunnen verblijven! Den dood hebt üij moeten
ondergaan, om vervolgens op onze altaren te
kunnen wonen, gelijk Gij daar nu woont. En
hoe vele versmadingen hebt Gij moeten lijden
door in dit Sacrament onder ons tegenwoordig
te blijven! Maar alles overwint de liefde, welke
Gij ons toedraagt en het verlangen , dat Gij
hebt om van ons bemind te worden.
Kom dan, Heere Jezus, kom en maak U
meester van mijn hart; neem Gij daar uwen
intrek in, en sluit dan voor altijd den ingang
er van toe, opdat geen schepsel meer daar
binnensluipe, en een deel roove van die liefde,
die U alleen toekomt, en die ik ook aan U
alleen geheel en al schenken wil. O mijn dier-
bare Verlosser, beheersen Gij alleen mij geheel.
En ben ik soms niet volmaakt aart U gehoor-
zaam, o kastijd mij dan met strengheid, opdat
ik in het vervolg oplettender moge wezen, om
in alles uw heilig welbehagen te volbrengen.
-ocr page 132-
124 BEZOEKEN I!1J JEZUS, MARIA EX JOZEF.
Maak, flat ik niets anders verlange, geen ander
genoegen zoeke, dan aan u genoegen te geven,
Ü dikwijls te bezoeken, terwijl Gij rust op onze
altaren; mij daar met U te onderhouden , en
U in de H. Communie in mijn binnenste te
ontvangen. Moge, wie wil, andere schatten zoe-
ken; ik verlang geen anderen schat dan den
schat van uwe liefde! Om dien schat alleen
wil ik U bidden; dien schat alleen vraag ik hier
neergeknield aan den voet van uw altaar. Maak,
o goede Jezus, dat ik mijzelven vergete, om
alleen te denken aan uwe goedheid. Heilige
Serafijnen! ik misgun U niet de heerlijkheid,
die gij geniet in den hemel, maar wel de liefde,
waarvan gij gloeit voor uwen en mijnen God.
Ach! leert gij mij, wat ik doen moet om Mem
te beminnen, en hoe ik liet zal aanleggen om
Hem genoegen te geven.
SCHIETGEBED.
Lieve Jezus! U alleen wil ik beminnen, aan
U alleen behagen.
GEESTELIJKE COMMUNIE.
Zie bladz. 95.
Bezoek bij de Allerheiligste Maagd.
Eene andere gelukkige bron van genaden is
voor ons onze Moeder Maria, die, volgens de
uitdrukking van den H. Beraardus, zoo rijk is
aan hemelsche goederen, dat er niemand ge-
vonden wordt, die daaraan geen deel hebbe:
De plenitudine ejus nccepimus omnes. Door
-ocr page 133-
BEZOEKEN- BIJ JEZl\'S, MARIA EX JOZEF. 125
Gods gunst was Maria vol van genade, naar
luid van den groet des Engels: Ave grutia
pletia ! Weesgegroet, Maria, vol van genade!
Doch niet voor zich alleen, merkt de H. Petrus
Chrysologus aan , maar ook voor ons, en om
hare dienaars daaraan deelachtig te maken, ont-
ving Maria dien onuitputbaren schat van ge-
naden.
SCHIETGEBED.
Causa nostrse laetithe, ora pro nobis.
Oorzaak onzer blijdscliap, bid voor ons.
GEBED.
27
Tot U, o allerheiligste en onbevlekte Maagd
Maria, Hemelkoningin, Moeder van God en
ook mijne moeder, tot U, o voorspreekster
en hoop der zondaars, neem ik, de allerellen-
digste van allen, op dit oogenblik mijne toe-
vlucht. Met den diepsten eerbied kniel ik voor
U neder, o groote Koningin , en ik bedank U
voor al de genaden, die ik door uwe voorspraak
heb verkregen, en voornamelijk hiervoor, dat
gij mij van de straffen der hel, zoo dikwijls
door mij verdiend , bevrijd hebt. Ik bemin U,
allerbeminnelijkste Maria, en om de liefde, die
ik u toedraag, beloof ik voor altijd uw dienaar
(uwe dienares) te wezen, en zoo veel in mijn
vermogen is, te maken, dat ook anderen U be-
minnen. Op U is mijn vertrouwen gevestigd;
Gij moet mij ter zaligheid geleiden. Neem mij
dan aan, o Maria, voor uwen dienaar (uwe die-
nares); laat mij schuilen onder den mantel
van uwe barmhartigheid. En dewijl Gij zoo
-ocr page 134-
120 BEZOEKEN BIJ .IEZUS, MARIA EN JOZEF.
vermogend zijt hij God, bevrijd mij, smeek ik
U , van alle bekoringen , ot\' wel verkrijg voor
mij de noodige krachten, om tot aan mijnen dood
toe die allen te overwinnen. Verwerf\' mij, o
allerheiligste Maagd, eene ware liefde tot Jezus
Christus; door uwe voorspraak hoop ik ook
eenen goeden dood te sterven. Om de liefde,
die gij aan God toedraagt, smeek ik u, mij
altijd uwen bijstand te verleenen , maar voor-
namelijk in de laatste oogenblikken van mijn
leven. Houd niet op met mij te beschermen,
totdat Gij mij gelukzalig ziet in den hemel,
waar ik I* bedanken en uwe barmhartigheid
zal prijzen in alle eeuwigheid. Zoo geschiede
liet. Amen.
Bezoek aan den II. Jozef.
De H. Jozef is aangesteld tot hoofd van het
Heilig Huisgezin, dat wel is waar klein in ge-
tal, doch bijzonder groot was om de verheven-
heid der personen, die het samenstelden, te
weten: de Moeder van God en de eenige , de
menschgeworden Zoon van God. God heeft
hem dan gesteld tot meester van zijn buis (\').
In dat huis gebiedt Jozef en gehoorzaamt de
Zoon van God; en Hij icas hun onderdanig(\').
SCHIETGEIiED.
O H. Jozef, bid Jezus voor mij.
1)  Constiluit cum don.inum dcmus siue (Ps. CIV, 21.)
2)  Et erat subditus iliis (Lu:. II, Dl.)
-ocr page 135-
BEZOEKEN HIJ JEZUS, MAMA EN JOZEF. 127
GEBED.
Mijn heilige Patriarch, gij die thans in \'s he-
mels vreugde zetelt op een verheven troon, in
(ie nabijheid van uwen geliefden Jezus, die u
op aarde onderdanig was, heb medelijden met mij!
Ik leef hier omringd van zoovele vijanden,
van den duivel en mijne booze hartstochten,
welke inij onophoudelijk bestrijden, om mij Gods
genade te doen verliezen.
Om het geluk dat u op aarde te beurt viel,
van voortdurend het gezelschap van Jezus en
Maria te genieten, verkrijg mij de genade, om
gedurende de dagen, die mij nog overig blijven,
altijd met God vereenigd te leven, door weer-
stand te bieden aan alle aanvallen der hel, en
daarna te sterven in de liefde van Jezus en
Maria, opdat ik mij zoo éénmaal met u in hun
gezelschap moge verheugen, in het rijk der
gelukzaligen. Amen.
Vuor den Itlaninlng.
Bezoek aan het Allerheiligste Sacrament.
Voorbereidend gebed: Heer Jezus, enz. bl. 120.
BEGROETING.
Omdat het brood eehe spijs is, die genuttigd,
maar ook bewaard kan worden, heeft Jezus ,
volgens de bemerking van den godvruchtigen
Pater Nieremberg, bij ons op aarde willen blij-
ven onder de gedaante van brood; want onder
die gedaante kon Hij èn eene spijs worden voor
onze zielen, èn tevens in onze Tabernakelen bij
-ocr page 136-
128 BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF.
voortduring rusten, om daar, door Zijne aan-
houdende tegenwoordigheid in ons midden, ons
gedurig die alles overtredende liefde te herin-
neren, welke Hij ons toedraagt. De H. Paulus,
sprekende van de menschwording van Gods Zoon,
zegt met recht: Hij heeft zich zelven vernietigd,
de gestaltenis van een dienstknecht aanne-
mende
(Phil. 2. 7.) Maar wat zullen wij zeggen,
en hoe aan Jezus onze verwondering over Zijne
liefde uitdrukken , als wij bedenken, dat Hij
niet alleen onze mensehelijke natuur heeft wil-
len aannemen, maar zelfs zich niet ontzien heeft,
onder de gedaante van brood in ons midden te
komen wonen!
Geene tong is in staat, zegt de H. Petrus
van Alcantara, om uit te spreken , hoe zeer
Jezus eene ziel bemint die in staat van genade
is. En daarom ook, toen die allerbeminnelijkste
Bruidegom onzer zielen uit dit aardsche leven
scheiden zou, liet Hij haar, om altijd levendig
in haar geheugen te blijven, dit allerheiligst
Sacrament, waarin Hij altijd zou tegenwoordig
zijn, tot eene gedachtenis na. Hij wilde name-
lijk tusschen zich en onze zielen, Zijne bruiden,
geen ander onderpand van liefde stellen dan
zich zelven; en dit deed hij door de instelling
van het Heilig Altaargeheim.
Dewijl gij dan, o mijn beminnelijke Jezus, in
onze Tabernakelen hebt willen wonen, om naar
de smeekingeti te luisteren van ellendigen , die
hier komen om van u gehoor te vragen, o
neig dan heden uw oor naar het gebed van
een allerondankbaarsten zondaar! Met berouw
en leedwezen lig ik hier neer voor uwe voeten;
ik gevoel welk een groot kwaad ik gedaan heb
-ocr page 137-
BEZOEKEN\' BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF. 129
met u te beleedigen. Vergeven moet gij mij
alles wat ik tegen u misdaan heb; dat vraag
ik u in de eerste plaats. O mijn God, hadde ik
u toch nooit beleedigd! En dan, wilt gij weten,
o mijn God, waarom ik u smeek? Zie, ik heb
nu begrepen hoe beminnelijk gij zijt, en mijn
hart is op u verliefd geworden; een groot ver-
langen gevoel ik om u te beminnen, en aan u
in alles welgevallig te zijn; maar ach ! zonder
uwen bijstand heb ik geene kracht om te doen,
wat ik toch zoo gaarne wenschte. Daarom sta
gij mij bij! Laat het gansche heir der zaligen
in mij een nieuw bewijs zien van uwe macht
en onuitsprekelijke goedheid; maak dat ik van
een wederspannig zondaar, gelijk ik tot dus-
verre geweest ben, een van uwe hartelijkste
vrienden worde. Ja, gij kunt en wilt mij ook
zeker die genade schenken. Voorzie in alles wat
mij ontbreekt, opdat ik er toe komen moge om
u op het allervurigst te beminnen, of ten minste
zóó zeer als ik u vroeger zwaar beleedigd heb.
Ik bemin u, lieve Jezus, ik bemin u boven alles:
ik bemin u meer dan mijn leven; o mijn God,
mijne liefde, mijn Al!
SCHIETGEBED.
Mijn God en mijn al!
Gecsletijl.e Communie bl. 05.
Bezoek aan de Allerheiligste Maagd.
Laat ons dan met vertrouwen naderen tot
den troonder (jenade. (Hebr. 4,16.) De H. An-
toninus merkt aan, dat van Maria gezegd kan
worden, dat zij die troon is, waarop God al
hissieb.                                                              9
-ocr page 138-
130 BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EK JOZEF.
Zijne genaden uitdeelt. O Maria, allerbeminne-
lijkste Moeder, dewijl gij zoo zeer verlangt de
zondaars uit hunnen ongelukkigen staat te red-
den; o, ik bid u, let op mij, ongelukkigen zon-
daar, ik neem mijne toevlucht tot u; sta mij
krachtig bij, help mij spoedig!
SCHIETGEREI).
O eenigste toevlucht der zondaren , heb me-
delijden met mij !
OEBED. Tot ii. en:, bl. 125.
Bezoek aan den H. Jozef.
Hoog moeten wij den H. Jozef eeren, wijl de
Zoon van God zelf, volgens Origenes, hem heeft
willen eeren als zijn Vader (\').
Ook het Evangelie geeft hem dien titel: «zijn
«.Vader en zijne Moeder waren verwonderd over
«hetgeen aangaande Hem gezegd werd» (2) en
zijne Moeder noemde hem niet anders: «Uw Va-
«der en ik zochten u niet droefheid» (\')
SCHIETGEBED.
H. Jozef, wil ook mijn Vader zijn.
geueu. Mijn H. Putriarcli, enz. bl. 127.
Voor den Dinsdag\'.
Bezoek aan het Allerheiligste Sacrament.
Voorbereidend gebed: Heer Jezus. enz. bl. 120.
(1) Joseplium parentis honore coluit Christus (in Luc. Hom. 17.)
- (2) Luc. II, 33. — (3) Luc. II, 48.
-ocr page 139-
BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEE. 131
BEGROETING.
Het is mijn welbehagen met de kinderen der
mensjJien te zijn.
(Prov. 8.) Mijne ziel, gij zijt
in de tegenwoordigheid van Jezus, die niet te-
vreden, met Zijn leven hier op aarde voor liet
gevallen menschdom opgeofferd te lubben, nog
daarenboven, na Zijnen dood. onder ben in bet
allerheiligste Sacrament des Altaars Zijn verblijf
heeft willen bonden, daardoor bewijzende, dat
Hij er waarlijk Zijn vermaak in vindt niet de
kinderen der mensclien te wezen.
Maai\' dit zoo
zijnde, boe is bet dan mogelijk, roept de H. The-
resiu. uit, dat wij een God kunnen beleedigen ,
die openlijk verklaart , dat Hij in ons Zijn <je-
noeijen vindt?
Hoe! Jezus vindt zijn vermaak
in ons, en wij , wij zouden ons vermaak niet
vinden in Jezus.\' Houden zich die onderdanen
niet voor zeer gelukkig , aan welke de vorst
eene woonplaats vergunt in zijn paleis.\' Maar
boe gelukkig moeten wij ons dan niet achten,
wij, die in bet paleis van den Koning der ko-
ningen, en als onder een dak met Jezus Christus
wonen! O! dat wij toeb niet vergeten, Hem
daarvoor onzen dank te betuigen , en ons die
gemeenzaamheid van Jezus met ons ten nutte
te maken.
Mijn Heer en mijn God! zie neer op uwen
dienaar, die bier ligt voor dit altaar, waarop
gij uit liefde tot mij dag en nacht uw verblijf
houdt, gij zijt de bron van alle goed , gij de
geneesheer van alle kwalen, en een schat voor
den behoeftige. Zie neer, o mijn Jezus! daar
ligt een zondaar aan uwe voeten, de armste,
de krankste van alle zondaren; hij smeekt u
-ocr page 140-
132 BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF.
om ontferming, o heb toch medelijden met hem !
Neen, lieve Jezus, mijne ellende zal mij den
moed niet doen verliezen, nu ik gezien heb, dat
gij uit den hemel op aarde, op onze altaren zijt
nedergedaald, en dit alleen uit liefde tot mij.
Ik loof u, ik bedank u, ik bemin u ; en mag ik
u nu om iets vragen, zoo luister waarom ik u
smeek ; ik wil u voortaan niet meer beleedigen ;
en dit vraag ik van u, dat gij mij licht en ge-
nade geeft, om u uit al mijne krachten te be-
minnen. Ja, mijn God , ik wil u beminnen uit
geheel mijne ziel, uit al mijn hart. Maar, ach!
maak gij toch, dat deze mijne liefdebetuigingen
geene bloote woorden, maar eene waarheid zijn,
en dat ik u mijne liefde betoone door daden.
Allerheiligste Maagd Maria, zalig koor der En-
gelen, en gij, mijne bijzondere beschermheiligen,
helpt mij mijnen God uit geheel mijn hart be-
beminnen!
SCHIETGEBED.
Goede herder, waarachtig brood des levens,
Jezus, ontferm U onzer; hoed ons, bescherm
ons, en laat ons komen in het land der zaligen.
Geestelijke Communie bl. 95.
Bezoek aan de Allerheiligste Maagd.
De god vluchtige Pelbartus zegt, dat de ver-
eering van Maria eene .soort van ladder is om
ten hemel op te klimmen. Bidden wij dan de
allerheiligste Maagd , dat wij altijd meer en
meer vertrouwen mogen stellen op hare be-
scherming.
-ocr page 141-
BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF. 133
SCHIETOEBED.
Tot ii verzuchten wij in dit tranendal, o
goedertieren Maagd Maria!
gebed. Tul u, ent. bl. 125.
Bezoek aan den H. Jozef.
Volgens den H. Thomas schenkt God aan
iemand, dien Hij tot eene bediening bestemt, al
de genaden, welke noodig zijn om die bediening
waardig te vervullen (\'). Wijl dus God u ,
H. Jozef\', bestemde om voedstervader van het
menschgeworden Woord te wezen, schonk Hij
u al de gaven van wijsheid en heiligheid, welke
voor die bediening noodig waren. De Wofv heeft
u dus verrijkt met al de genaden en voorrech-
ten, die aan de andere heiligen verleend zijn.
SCHIETGEBED.
O groote Heilige, ik stel mij onder uwe be-
scherming.
oebed. Mijn II. Patriarch, enz, bl. 1*27.
Voor den Woensdag.
Bezoek aan het Allerheiligste Sacrament.
Voorbereidend gebed: Heer Jezua, enz. bl. 120.
BEGROETING.
De wcreldlingcn vinden zoo veel vermaak in
den onderlingen omgang, dat zij geheele dagen
(1) Illos quos Deus ad aliqujd eligit, ita dispouit, ut ad id
inveniantur idonei (p. 3. q. 27, a. 3;.
-ocr page 142-
13i I1EZ0EKEN DIJ JEZUS, MARIA EN\' JOZEF.
kunnen doorbrengen in gezelschap met elkan-
der. Als men zich dus verveelt voor het heilig
Sacrament, dan bemint men Jezus Christus
weinig.
Voor de heiligen was de omgang met Jezus
in het geheim Zijner liefde een hemel op aarde.
De H. Theresia zeide, na haren dood, aan eene
van hare kloosterzusters: «Wij die in den he-
«mel wonen, en gij die nog op deze aarde uw
«verblijf houdt, wij moeten één zijn in liefde:
«wij, als reeds genietende, en gij, als nog lij-
«dende; en wat wij in den hemel doen ten
(opzichte van het goddelijk Wezen, dat moet
cgij doen op aarde ten aanzien van het aller-
«heiligste Sacrament des Altaars.» Zoo maakt
dan dit heilig geheim ons paradijs uit op aarde.
O Lam zonder vlek, dat voor ons op het
kruishout geslachtofferd zijt! Gedenk, dat mijne
ziel eene dier zielen is, die gij met zoo veel
lijden en door uwen smartelijken dood verlost
hebt. Gij hebt u geheel aan mij geschonken,
en gij doet dit nog voortdurend, dewijl gij uit
liefde tot mij nog dagelijks uzelven op onze
altaren op eene onbloedige wijze opoffert. O
maak toch, dat ik naar waarheid zeggen kan,
u te bezitten, en dat ik u nooit verlieze; maak
dat ik geheel en al aan u toebehoore. Zie, lieve
Jezus, ik geef mij thans geheel en al aan u
over, opdat gij met mij handelt volgens uw
welbehagen. Ik scheuk u mijnen wil; boei gij
dien met de zachte banden van uwe liefde, op-
dat mijn wil alzoo voor altijd ten dienste sta
van den uwe. Voortaan wil ik niet meer leven
om aan de begeerten van mijn hart te voldoen,
maar alleen om aan u genoegen te geven. Ver-
-ocr page 143-
BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF. 135
nietig in mij alles, wat u in mij mishaagt; geef
mij de genade van aan niets anders meer te
denken dan om aan u genoegen te geven, en
laat mij ook niets anders meer verlangen, dan
wat met uw verlangen overeenkomstig is. Ik
bemin u, o mijn dierbare Verlosser! ik bemin
u uit geheel mijn hart; ik bemin u, omdat gij
wilt, dat ik n beminne; ik bemin u, omdat gij
de liefde van ons menschen overwaardig zijt, o
mijn God! en dit smart mij, dat ik u niet zóó
zeer bemin, als gij verdient door mij bemind
te worden. O mocht ik toch mijn leven kunnen
geven uit liefde tot u! Neem, o mijn God,
dezen wensch voor daad aan , en schenk mij
uwe liefde. Zoo zij het!
SCHIETGEBED.
O heilige wil van God, geheel en al ofler ik
mij aan u op !
Geestelijke Communie bl. 95.
Bezoek aan de Allerheiligste Maagd.
7A; ben de moeder der schoone liefde, zegt
Maria, dat is van die liefde, die de zielen zui-
vert en behagelijk maakt aan God. De H. Mag-
dalena de Pazzi zag eens in den geest, hoe
Maria zekeren zoeten drank rondschonk, die de
liefde tot God moest beteekenen. Maria alleen
is de uitdeelster van dien drank ; o bidden wij
baar dan daarom !
SCHIETGEBED.
Lieve Moeder Maria, mijne hoop! maak gij ,
dat ik geheel en al aan Jezus toebehoore!
geukd. Tol u, enz. bl. 125.
-ocr page 144-
136 BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF.
Bezoek aan den II. Jozef.
Jozef nu, haar man, daar hij rechtvaardig
was.
(\') Zoo lezen wij bij den Evangelist Mat-
theus. Jozef wordt dus in liet Evangelie een
rechtvaardig man genoemd. De naam van recht-
vaardige
beteekent hier, volgens den H. Joannes
Chrysostomus, «begiftigd met alle deugden.» (\')
Indien zij het meest bij God vermogen, die
het heiligste zijn , wat mag ik dan niet van
uwe voorspraak hopen , van wien God zelf ge-
tuigt, dat gij rechtvaardig zijt!
SCHIETGEBED.
H. Jozef, schenk mij een groot vertrouwen
op uwe machtige voorspraak.
GEBED. Mijn 11. Patriarch, enz. bl. 127.
Voor don l£onderdng>
Bezoek aan het Allerheiligste Sacrament.
Voorbereidend gebed: Heer Jezus, enz. bl I \'20.
BEGROETING.
Wat Jezus toeriep aan de heilige bruid van
het Hooglied : Sta op, haast u, mijne vriendin,
mijne schoone en kom,
(3) datzelfde zegt Hij ook
aan elkeen, die Hem komt bezoeken in zijn
H. Sacrament. O ziele, die mij hier bezoekt,
roept Hij, sta op; richt u op uit uwe ellende;
(1)  Josepli vir ejus. curn esset justus. (Matlli. I. 19.)
(2)   Justuni hic omni virtute prseditum dicit. (Hom. IV. in
Mattli.) — (H) Surge , propera, amica inea , formosa mea , et
veni. (Cant. 2, 10.)
-ocr page 145-
BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EX JOZEE. i37
ik ben hier, om u met een schat van genaden
te verrijken; haast u, nader tot mij, zet n aan
mijne zijde, en wees niet verschrikt voor mijne
Majesteit, die zich in dit Sacrament vernederd
heeft, om uwe vrees wegtenemen, en u ver-
trouwen in te boezemen: mijne vriendin! niet
meer in vijandschap ben ik met u, neen , gij
zijt thans mijne geliefde, want gij bemint mij,
en ik bemin u; mijne schoone! mijne genade
gaf u die schoonheid. Kom , welaan, omhels
mij, en vraag van mij wat gij wilt, met het
grootste vertrouwen.
De H. Theresia maakt de bemerking, dat
Jezus, de groote Koning der heerlijkheid, ook
daarom de gedaante van brood heeft willen
aannemen in liet heilig altaargeheim en alzoo
Zijne Majesteit verbergen, tori einde ons aan-
temoedigen om met des te giooter vertrouwen
tot Zijn II. Hart onze toevlucht te nemen.
Laat ons dan met groot vertrouwen en eene
innige liefde tot Jezus naderen; vereenigen wij
ons met Hem, en smeeken wij van Hem allerlei
genaden af.
O eeuwig woord des Vaders! vleeschgewor-
den God ! die voor mij onder de gedaante van
brood in dit H. Sacrament hebt tegenwoordig
willen wezen, hoe groot een genoegen moet het
niet voor mij zijn te weten, dat ik hier voor
u lig neergeknield, voor u, die mijn God zijt,
de oneindige Majesteit en Goedheid , die aan
mijne ziel zoo groot eene liefde toedraagt.
O zielen, gij allen die liefde voor God hebt,
vaar gij u ook bevinden moogt, in den hemel
of op aarde, ik smeek u, bemint God ook voor
mij! Lieve Moeder Maria, o help mij om Hem
-ocr page 146-
138 BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF.
te beminnen. En «jij, mijn allerliefste Jezus,
maak u tot liet voorwerp van al mijne liefde;
maak U meester van mijnen ganseden wil , en
bezit gij mij geheel en al. Geheel mijn denk-
vermogen offer ik aan u op , opdat het altijd
bezig zij met de gedachte aan uwe goedheid.
Ook mijn lichaam wijd ik u toe, opdat het mij
helpen moge om aan u genoegen te geven; en
mijne ziel zij u toegeheiligd, opdat zij geheel
en al de uwe zij. O welbeminde van mijn hart!
hoe gaarne zou ik zien, dat alle menschen be-
grepen, welke teedere liefde gij hun toedraagt,
opdat zij allen maar alleen leefden om u te
eeren en aan u te behagen, gelijk gij dit ver-
langt en verdient! Laat ik ten minste altijd ver-
liefd zijn op uwe oneindige schoonheid. Ja, van
dit oogenblik af aan , wil ik alles doen wat in
mijn vermogen is, om aan U te behagen. Ik
maak een vast voornemen van niets te doen,
het moge zijn wat het wil, dat aan u zou kun-
nen mishagen , al kostte het mij ook nog zoo
veel moeite, en al moest ik daarbij alles, tot
mijn leven toe, verliezen, ü wat een geluk voor
mij , indien ik alles verloor om u te bezitten,
mijn God, mijn schat, mijne liefde, mijn al!
SCHIETGEBED.
O Jezus, eenigst voorwerp mijner liefde, neem
mij geheel en al, en maak u ganschelijk meester
van mij.
Geestelijke Communie bl. 95.
Bezoek aan do Allerheiligste Maagd.
Zoo iemand klein is, hij kome tot Mij. Maria
-ocr page 147-
BEZOEKEN UU JEZUS, MARIA EN JOZEK. 139
noodigt al de kindertjes, die eene moeder be-
hoeven, uit, om tot haar te komen, daar zij
onder al de moeders de teederste is. Terecht
zeide de godvruchtige Pater Nieremberg: «De
«liefde van al de moeders hij elkander genomen
«is nog maar een schaduw bij de liefde, welke
«Maria aan elk van ons in liet bijzonder toe-
«draagt.» Lieve Moeder Maria, Moeder van mijne
•ziel, Nloeder, die mij bemint, die naast God meer
dan iemand anders verlangt, dat ik zalig worde,
toon mij, dat gij ook voor mij eene moeder
zijt: monstra te esse matrein.
SCHItTGEBEI).
Lieve Moeder Maria! maak dat ik altijd aan
u denke!
GEisEU. Tut u, rnz. bl. 125.
Bezoek aan den II. Jozef.
Wanneer de H. Bernardinus van Siéna de
macht van den H. Jozef bewijzen wil, drukt
hij zich op de volgende wijze uit: (\')
«Het valt niet te betwijfelen, of Christus heeft
«de vertrouwelijkheid en den eerbied, welke hij
«tijdens zijn sterflijk leven aan Jozef als een
«zoon aan zijn vader bewees. in den hemel
«voorzeker niet verminderd, maar veeleer ver-
«meerderd.»
Men lette wel, zegt de H. Alphonsus, op de
woorden: de vertrouwelijkheid en den eerbied,
(1) Dubitanduin non est, quod Christus familiaritatem et
reverentiam, quam sibl exhlbuit dum ngeret in humanls :
tamquam lilius patri suo in ciplis utique non negavit, quin
(lutiüJ complevit. (Sermo de S. Joseplio. art. III )
-ocr page 148-
140 BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF.
want zij beteekenen, dat die Opperliëer, die
zich verwaardigd heeft, den H. Jozef hier be-
ueden als zijnen vader te ecren , hem in den
hemel zeker niets weigert.
SCHIETGEBED.
H. Jozef, vraag voor mij de genade der vol-
harding.
ueued. Mijn H. Patriarch, enz. bl. 127.
Voor don Vrijdag.
Bezoek aan het Allerheiligste Sacrament.
Voorbereidend gebed: Heer Jezus, enz. bl. 120.
BEGROETING.
Allerbeminnelijkste Jezus! ik [hoor u zeggen
in dit Tabernakel, waarin gij uw verblijf geno-
men hebt: Uier is mijne rustplaats voor altijd:
haar heb ik uitgekozen; hier wil ik wonen.
(\')
Indien gij alzoo op het heilig altaar, door uwe
tegenwoordigheid in liet H. Sacrament, onder
ons uwe woning hebt uitgekozen, en die woning,
om de liefde, die gij ons toedraagt, voor eene
aan u aangename rustplaats houdt, o mijn Je-
zus, dan is het ook alleszins billijk, dat wij met
onze harten altijd bij u wonen, en in u al ons
genoegen en vermaak vinden. O gelukkige zielen,
wier aangenaamste rust het is, te wezen bij
Jezus in het allerheiligste Sacrament! Eu o mij
gelukkige, indien ik van dit oogenblik af aan
(1) Haec requies mea in sjecutuin sjeculi: hic habitabo, quo-
niam elegi eam. (Ps. 131.j
-ocr page 149-
BEZOEKEN IiIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF. 141
in niets grooter genoegen vond , clan in altijd
bij u te blijven, o mijn Jezus, en altijd aan u
te denken, die in het heilig altaargeheim altijd
bezig zijt met mij en mijn geluk !
Ach! lieve Jezus! dat ik zoo vele jaren heb
laten verloopen , zonder n te beminnen ! onge-
lukkige jaren! ik verfoei u. Maar u zegen ik, o
oneindig geduld van mijn God, dat mij, ondank-
bare, zoo lang verdragen hebt. En waarom
deedt gij dit, o mijn God! waarom? Opdat ik
eens door uwe barmhartigheden en uwe liefde
voor u gewonnen, mij geheel en al aan u zou
overgeven. Zoo dan, lieve Jezus, niet langer wil
ik halsstarrig blijven, niet langer uwe liefde
met ondankbaarheid vergelden. Ja, ten hoogste
billijk is het, dat ik geheel de uwe zij gedu-
rende mijne overige levensdagen, zij mogen veel
of weinig zijn. Van u, lieve Jezus, hoop ik de
nootlige genade om aan u alleen toe te belmoren;
en dewijl gij eens zóó goed jegens mij waart,
toen ik niet met u wilde te doen hebben en
uwe liefde verachtte, met hoeveel grond mag
ik dan nu niet hopen op uwe goedheid, nu ik
tot u kom, en zoo zeer verlang u te beminnen?
O schenk mij dan daartoe uwe genade, o God,
die eene oneindige liefde waardig zijt. Ik bemin
u uit geheel mijn hart, boven alles, meer dan
mij zelven, meer dan mijn leven. Het doet mij
leed, u ooit beleedigd te hebben, o oneindige
goedheid, vergeef het mij, en schenk mij, te-
gelijk met die vergiffenis, de genade van u tot
aan mijnen dood toe uit geheel mijn hart lief
te hebben, en u in alle eeuwigheid te mogen
beminnen in den hemel. Vertoon hier uwe macht,
o almachtige God! Laat aan de wereld dit won-
-ocr page 150-
142 BEZOEKEN UU JEZUS, MARIA EX JOZEK.
der zien , hoe eene ziel, eens zoo ondankbaar
als de mijne was, n voortaan op eene uitste-
kende wijze beminne. Want dat verlang ik te
doen, dat neem ik mij voor. en schenk gij, lieve
Jezus, mij daartoe uwe genade.
SCHIETGEBED.
Lieve Jezus, ik bedank u. dat gij tot dusverre
geduld met mij hebt gehad.
Geestelijke Communie bl. !>5.
Bezoek aan de Allerheiligste Maagd.
Sta mij toe, o mijne allerbeminnelijkste Moe-
der Maria, sta mij toe, dat ik u, met uwen
dienaar, den H. Bernardus, nog eens noeme:
tota ratio spei mete; al mijne lioop; en laat
mij met den H. Joannes Damascus u toeroepen:
Totam spem meam in te collocavi. Op u is al mijne
hoop gevestigd.
Gij, lieve moeder, gij moet mij de
vergiffenis mijner zonden verkrijgen, en de vol-
harding in het goede tot aan mijnen dood; door
uwe voorspraak moet ik ook uit het vagevuur
verlost worden. Allen, die zalig worden, ver-
krijgen de zaligheid door uwen bijstand; Gij
alzoo, lieve Moeder, moet mij zalig maken.
Quem vis salvus erit. (S. Bonav.) Wil het maar,
dat ik zalig worde, o Maria; dan word ik zalig.
Maar om door u zalig te worden moet men u
aanroepen. Ik roep u dan aan, o heilige Maagd,
en zeg:
SCHIETGEBED.
Maria! o behoud, voor die u aanroepen, be-
lioml mij.
geded. Tot u, enz. bl. 125.
-ocr page 151-
REZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF. 143
Bezoek aan den H. Jozef.
«Het schijnt,» zoo schrijft de H. Theresia, (\')
«dat de Heer aan de andere heiligen slechts
«heeft vergund, ons in eene bijzondere behoefte
«bij te staan; docli de ondervinding leert, dat
«de H. Jozef ons in al onze noodwendighedcn
«te hulp komt.»
Hoe zou ik nog kunnen twijfelen, H. Jozef,
of gij mij wilt verhooren, als ik u aanroep. Het
is waar, ik verdien uwe goedheid niet, maar in
het vervolg wil ik mij beteren, en Jezus niet
meer vergrammen en u dienen tot aan mijnen
dood.
SCHIETGEBED.
Help mij, H. Jozef, in allen nood.
ueued. Mijn 11. Patriarch, enz. bl. 127.
Voor den Zaterdag»
Voorbereidend gebed: Heer Jezus, enz. bl. 120.\'
LEGROETING.
Voor harten, die beminnen, bestaat er geen
grooter genoegen dan in de tegenwoordigheid
te wezen van het voorwerp hunner liefde. Klopt
ons hart waarlijk voor Jezus Christus? Ziet, wij
zijn hier thans in Zijne tegenwoordigheid. Jezus
ziet en hoort ons in het tl. Sacrament; hebben
wij Hem niets te zeggen? O laat ons toch on-
zon troost vinden in Zijn gezelschap, verblijden
(1) Haar levon, Ce Hoofdstuk.
-ocr page 152-
144 liEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF.
wij ons over Zijne heerlijkheid, en over de
liefde , welke zoo vele beminnende zielen aan
Jezus in het H. Sacrament toedragen; laat ons
wenschen , dat allen Hem beminnen, en Hem
hunne harten geheel en al toewijden; en wij
ten minste, schenken wij Hem geheel ons hart.
Jezus zij dan het eenigste voorwerp van onze
liefde, en Hem te bezitten, zij al ons verlangen.
Voor Salesius, een priester uit het gezelschap
van Jezus , was het spreken over het H. Sa-
crament des Altaars reeds alleen genoeg om
•zich getroost te voelen. Die heilige man kon
hetzelve nooit genoeg bezoeken; werd hij naar
beneden geroepen , of moest hij door het huis
gaan , altijd maakte hij van deze gelegenheid
gebruik om zijnen beminden Jezus te bezoeken,
zoodat men bemerken kon , dat er nauwelijks
een uur van den dag voorbijging, waarin Sa-
lesius niet een oogenblik bij het heilig Sacra-
ment verwijlde. Hij had ook het geluk, die
heilige man, door de handen der ketters gedood
te worden, terwijl hij de waarheid van het
H. Sacrament des Altaars verdedigde. O mocht
ook ik voor eene zoo schoone zaak mijn leven
geven, en sterven , lieve Jezus , om de verde-
diging van uw heilig altaargeheim, waarin gij
ons op eene zoo uitstekende wijze de teederheid
uwer liefde gedurig bewijst. O mijn God, daar
gij zoo vele wonderwerken doet in dit H. Sa-
crament, doe, bid ik u , ook nog dit teeken .
trek mij, ellendige, geheel en al tot u; ik wil
u geheel toebehóoren; dat verdient gij. Lieve
Jezus , geef mij de genade U uit geheel mijn
hart te beminnen De goederen dezer wereld
moogt gij geven aan wie gij wilt. Ik sta ze U
-ocr page 153-
BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF. 145
allen af; ik voor mij, verzucht naar niets anders,
ik wil niets anders dan uwe liefde; daarnaar
alleen wil ik trachten. Ik bemin u, lieve Jezus:
maak gij, dat ik u beminne; ik verlang niets
anders !
SCHIETGEBED.
O mijn Jezus, wanneer zal ik u beminnen
gelijk het behoort!
Geestelijke Communie, bl. \'.15.
Bezoek aan de Allerheiligste Maagd.
O Maria, mijne allerzoetste en allerbeminne-
lijkste Moeder! O welk een groot vertrouwen
boezemt mij de 11. Bernardus in, indien ik tot
l* mijne toevlucht wil nemen! Gij let niet
zegt hij mij, op de verdiensten van hen, die
uwen bijstand inroepen, maar zijt hulpvaardig
jegens allen , die u om hulp vragen. (\') Bijge-
volg, indien ik mij tot u vervoege, o Maria, dan
ontvangt gij mij vriendelijk, en luistert naar
mijne bede. Hoor dan nu wat ik van u vraag.
Ik ben een arme zondaar , die duizendmaal de
hel verdiend heb; maar ik wil mijn leven be-
teren; dien God, dien ik zoo zeer beleedigd heb,
wil ik voortaan beminnen. Uw dienaar wil ik
worden ; ik geef mij aan u over, zoo ellendig
als ik ben; maak mij dan zalig, nu ik de uwe
geworden en niet meer de mijne ben. Hebt gij
mij begrepen, lieve Moeder Maria? Ja, gij zult
mij begrepen hebben, en mijn gebed ook ver-
hooren.
(Il Maria non discutit merlta , sed omnibus se exorabilem
prtebet,
MISSIED.                                                                        10
-ocr page 154-
146 BEZOEKEN BIJ JEZUS, MARIA EN JOZEF.
SCHIETGEBED.
O Maria, ik ben de uwe, maak mij zalig.
gebed. Tot u, en:, bl. 125.
Bezoek aan den II. Jozef.
Ons heil is in uwe handen; zie slechts op
ons, en wij zullen blijmoedig den koning die-
nen.
Zoo spreekt de H. Kerk u toe, mijn wei-
beminde Vader, H. Jozef. De tijden worden
steeds slechter, de duivel loopt meer dan ooit
als een brieschende leeuw rond, zoekende wien
hij verslinden kan; doch gij hebt onzen Jezus
uit de handen zijner vervolgers gered, en kunt
daarom ook ons redden uit Satans klauwen.
Werp maar een gunstigen blik op ons, EI. Jo-
zef, en vreugdevol zullen wij God, onzen Ko-
ning dienen.
SCHIETGEBED.
Uwen naam zal ik prijzen, o H. Jozef, wijl
gij mijn helper en beschermer geworden zijt. (\')
gebed. Mijn H. Patriarch, enz. bl. 125.
(1) Salus nostra in manu tua est, respice nos tantum et
loeti serviemus regi. (Oflic. in festo Patroc.l
-ocr page 155-
147
OEFEisriisrGt-
VAN DEN
KRUIS W E G.
«Christus heeft voor ons geleden,
«u een voorbeeld nalatende , opdat
«gij zijne voetstappen volget.»
Jl Petr. II. 2).
De oefening van den H. Kruisweg, die ons den
Goddelijken Zaligmaker in den geest doet verge-
zellen op zijn bloedigen tocht naar Calvarië , is een
uitstekend middel om de liefde Gods in ons hart te
ontsteken en tevens eene rijke bron van troost en
opbeuring te midden der veelvuldige moeilijkheden,
waarmede wij tijdens onze ballingschap op aarde te
kampon hebben.
Onder alle oefeningen van godsvrucht, welke de
H. Kerk ons bijzonder aanbeveelt, is die van den
11. Kruisweg eene der oudste, der voordeeligste en
tlrr gemakkelijkste.
1. Jezus zelf heeft dien bitteren lijdensweg het eerst
bewandeld en, beladen met zijn kruis, iederen voet-
stap als \'t ware geteekend met zijn bloed. Na Hem
en zoo dicht mogelijk bij Hem volgde Maria, zijne
geliefde Moeder, en met Haar of na Haar de Apos-
telen, de heilige vrouwen en zij die deelgenomen
hadden aan Jezus\' lijden, üok de eerste Christenen
toonden den grootsten eerbied voor die heilige plaat-
sen, waar de Zaligmaker zooveel voor ons heeft ge-
leden, en duizenden en duizenden pelgrims bezochten
ze weldra met godsvrucht, terwijl de Overheden dei-
Kerk deze bevorderden door het verleenen van vele
geestelijke gunsten en aflaten. Als later echter, vooral
na de verovering van het H. Land door de Turken,
liet bezoek dier heilige plaatsen moeilijk, voor de
meesten volslagen onmogelijk werd, hechtten de Pau-
-ocr page 156-
148           OEFENING VAX DEN KRUISWEG.
sen dezelfde aflaten aan de kruisjes, welke boven de
afbeeldingen van den kruisweg in onze kerken wor-
den opgehangen.
L2. Zoo dikwijls wij derhalve den II. Kruisweg bid-
den kunnen wij dezelfde aflaten en geestelijke voor-
deelen gewinnen, als wanneer wij in persoon do ljj-
densplaatsen te .lerusalem zouden bezoeken , dat wil
zoggen eon schat van volle en gedeeltelijke aflaten
welke door verschillende Pausen bekrachtigd en
allen toepasselijk gesteld zijn op de zielen in het
vagevuur. Daarenboven vinden wjj in het bidden van
den II. Kruisweg eene bron van kracht, van liefde,
van geduld en troost te midden van alle rampen
en tegenspoeden , alle kwellingen en smarten dezes
levens. Hoe toch zouden wij niet tot geduld en ge-
latenheid in ons lijden worden opgewekt, als wij
Jezus, de onschuld zelve, zooveel voor ons zien ver-
duren ? Cieene oefening van godsvrucht dan ook, zegt
de geleerde Paus IJenedictus XIV, is zoo zeer ge-
schikt om den zondaar tot inkeer te brengen , den
lauwen en tragen Christen tot vurigheid op te wek-
ken en den rechtvaardige te doen volharden als het
bidden van den H. Kruisweg.
3. En die oefening is des te kostbaarder , wijl zij
zoo gemakkelijk is. Wat toch wordt er vereischt om
den kruisweg goed te bidden.\' Om den kruisweg
goed te bidden , zoodat men de daaraan verbondene
aflaten gewint, moet men vooreerst in staat van ge-
nade zijn en daarom is het raadzaam eer men den
kruisweg bidt een akte van berouw te verwek-
ken. Vervolgens moet men den kruisweg achter-
eenvolgens afbidden en hem niet merkelijk onder-
breken. Ook moet men zooveel mogelijk van de eene
statie naar de andere gaan of zoo dit niet kan, moet
men zich ten minste naar iedere statie wenden.
iDeer. 1830 en 1871). Eindelijk moet men een oogen-
blik het lijden van Jezus overwogen, of wel het lij-
den in het algemeen, of het lijden van eene of an-
dere statie in het bijzonder of het lijden dat op
-ocr page 157-
OEFENING VAN DEN KRUISWEG.             Ü9
iedere statie is voorgesteld. De onze vaders, wees
gegroeten enz., die men gewoon is bij iedere statie
te bidden, alsook de 0 onze vaders enz. tot intentie
van /. H. den Paus na den kruisweg, worden wol
aangeraden, maar zijn geen vereischre om de aflaten
te gewinnen. (Deer. 1838 en 183!).)
Zij die door ouderdom, ziekte, of verren afstand
verhinderd zijn den kruisweg te bidden in eeno kerk
of kapel, waar hij wettig is opgericht, kunnen de-
zelfde aflaten verdienen aan een kruisje, hetwelk
door een daartoe machthebbenden priester is gewijd,
mits men vóór dat kruisje bidde 14 maal onzevader,
li maal wees gegr., 14 maal glorie zij den Vader,
benevens 5 maal onze vader, weesgegr. en glorie zij
den Vader ter eere van de 5 II. Wonden des Zalig-
makers en 1 onze vader, wees gegroet en glorie zij
den Vader tot intentie van Z. II. den I\'aus, dus te
zamen \'20 maal onze vader. 20 maal wees gegroet en
\'20 maal glorie zjj don Vader (Clem. XIV. \'2)i Jan. I 773.)
Men bedenke echter dat men dit kruisje niet aan een
ander kan overgeven , wijl het voorrecht persoon-
lijk is.
VOORIiEREIDEXD GEBED.
Heere Jezus! gij hebt dien weg van smarten
betreden, met zooveel liefde, toen gij voor mij
gingt sterven, en ik, ik heb u zoo dikwijls den
rug gekeerd , maar thans bemin ik u uit ge-
heel mijne ziel, en omdat ik u bemin, spijt liet
mij van ganscher harte u beleedigd te hebben:
vergeef mij, en sta mij toe u te vergezellen op
dien pijnlijken tocht: gij gaat sterven ter liefde
van mij, ik wil ook met u gaan sterven ter
liefde van u, mijn beminnelijke Verlosser! Ja
mijn Jezus, ik wil leven en sterven altoos ver-
cenigd met u.
-ocr page 158-
150            OEFENING VAN DEN\' KRUISWEG.
I. STATIE.
JEZUS WORDT TER DOOI) VEROORDEELD.
v. Wij aanbidden u, o Je/us! en wij loven u.
a. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
liebt.
Overweeg, hoe Jezus Christus, na gegeeseld
en met doornen gekroond te zijn, door Pilatus
onrechtvaardig werd veroordeeld, om den dood
des kruises te sterven.
,, Bij iedere statie overwege men eenige oogenblikken wat
Jezus daar geleden lieeft.
Aanbiddelijke Jezus , niet Pilatus , neen , het
waren mijne zonden, die u ter dood veroordeeld
hebben. Ik bid u, door de verdiensten van dien
smartvollen tocht, sta mijne ziel bij op hare
reis naar de eeuwigheid.
O Jezus, mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zelven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed, dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd heminne ; en doe vervolgens
met mij naar uw welbehagen. Ik aanvaard alles
wat u behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
II. STATIE.
JEZUS WORDT BELADEN MET HET KRUIS.
V. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u.
a. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
-ocr page 159-
OEFENING VAN DEN KRUISWEG.            151
Overweeg lioe de Zaligmaker, al voortgaande
met liet kruis op de schouderen, aan u dacht
en voor u aan zijnen Vader den dood opofferde,
dien hij ging verduren. —
Allerliefste Jezus! ik omhels alle leed, dat gij
mij tot aan mijnen dood zult overzenden; ik
bid u door de verdiensten der pijnen, welke gij
geleden hebt in het dragen van uw kruis, mij den
noodigen bijstand te verleenen, om mijn kruis
met een volmaakt geduld en eene volkomene
onderwerping te dragen.
O Jezus, mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zelven. liet is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet toe
dat ik ooit weder van u gescheiden worde. Geef,
dat ik u altijd beminne en doe vervolgens met
mij naar uw welbehagen. Ik aanvaard alles wat
ti behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader
, enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
III. STATIE.
JEZUS VALT DE EERSTE MAAL ONDER HET KRUIS.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u.
A. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg den eersten val van Jezus onder het
kruis. Zijn vleesch was geheel en al verscheurd
door de geeselslagen; zijn hoofd was met door-
nen gekroond, hij had veel bloeds vergoten, en
was dus zoo zwak, dat hij nauwelijks kon voort-
gaan, en toch droeg hij nog dien zwaren last
-ocr page 160-
152            OEFENING VAN DEK KRUISWEG.
op zijn schouderen , de soldaten brachten hem
wreede slagen toe en daarom viel hij verschil-
lende malen op den weg ter aarde neder. —
Welbeminde Jezus! het is niet het gewicht
van uw kruis, maar het is de last mijner zon-
den , die u zoovele pijnen deed lijden. Ach ! ik
bid u, door de verdiensten van dien eersten val
onder het kruis, behoed mij voor het ongeluk,
nog in doodzonde te vallen.
O Jezus, mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zei ven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet toe
dat ik ooit weder van u gescheiden worde. Geef,
dat ik u altijd beminne en doe vervolgens met
mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat n
behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
IV. STATIE.
JEZUS ONTMOET ZIJNE REDROEFDK MOEDER.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven ir.
a. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg, de ontmoeting van Jezus en zijne
Moeder, op dien weg van smarten. Jezus en
Maria zagen elkander aan en hunne blikken
waren als zoo vele pijlen, die hunne elkander
zoo minnende harten doorboorden. —
Lieve Jezus, door de smart, die gij geleden
hebt bij die ontmoeting, verleen mij de genade.
-ocr page 161-
OEFENING VAN DEN KRUISWEG.            153
oen ware dienaar van uwe allerheiligste Moeder
te mogen zijn. En gij, mijne bedroefde Koningin,
verwerf voor mij door uwe voorspraak, eene
gestadige en liefdevolle herinnering aan het lij-
den van uwen goddelijkcn Zoon.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zelven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
u behaagt.
Onze. Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
V. STATIE.
SIMON VAX CYREXE HELPT JEZUS HET KRUIS DRAGEN.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u.
A. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg hoe de Joden, ziende, dat Jezus uit-
hoofde zijner overgroote zwakte, bij elke schrede
op het punt was te bezwijken , vreesden, dat
hij onder weg zou sterven, en daar zij hem den
schandelijken dood des kruises wilden doen on-
dergaan, noodzaakten zij Simon van Cvrene het
kruis achter den Heer te dragen. —
Allerliefste Jezus, ik wil het kruis niet wei-
geren, gelijk de Cyrener; ik neem het aan en
omhels het: ik aanvaard in het bijzonder den
dood, die voor mij bestemd is, met alle smar-
-ocr page 162-
154             OEFENING VAN DEN KRUISWEG.
ten, die hem zullen vergezellen; ik vereenig hem
met uwen dood en offer u dien op. Gij zijt ge-
storven uit liefde tot mij; ik wil sterven uit
liefde tot u, en om u te behagen.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
tnij zelven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
u behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Kare zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
VI. STATIE.
DE II. VERON1CA REINIGT JEZUS GELAAT MET EEN
ZWEETDOEK.
v. Wij aanbidden u, o Jezus ! en wij loven u.
a. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg, hoe eene heilige vrouw, Veronica
genaamd, Jezus zoo mishandeld en zijn gelaat
met zweet en bloed overdekt ziende, hem eeneii
doek aanbood, waarmede de Zaligmaker zijn
aanbiddelijk gelaat afveegde en waarin hij den
afdruk van zijn aanschijn achterliet. —
Minnelijke Jezus, uw gelaat was schoon te-
voren; maar op dien weg van smarten heeft
het al zijne schoonheid verloren, de wonden en
het bloed hebben u geheel en al mismaakt.
Helaas! mijne ziel was ook schoon, toen zij in
-ocr page 163-
OEFENING VAN DEN KRUISWEG. 155
het doopsel met uwe genade verrijkt werd;
maar ik lieb haar mismaakt door mijne zonden.
Gij alleen, o mijn Verlosser, kunt haar hare
vroegere schoonheid wedergeven, doe het door
uw bitter lijden.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zelven. Het is mij uit <\\c>\\ grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe, dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles
wat u behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
VII. STATIE.
JEZUS VALT TEN TWEEDEN MALE.
V. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u.
a. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg, hoe Jezus ten tweeden male onder
het kruis nedervalt en hoe, door dien val, de
pijnen der wonden van zijn heilig hoofd en van
al de andere heilige ledematen van onzen reeds
met zoovele smarten overladen Zaligmaker ver-
nieuwd worden. —
Allerzoetste Jezus! hoe menigmaal hebt gij
mij vergeven; en ik, boe menigmaal ben ik
hervallen en opnieuw begonnen u te beleedigen!
Ach, ik bid u, dooi\' de verdiensten van dezen
uwen tweeden val, schenk mij de noodige hulp,
om tot mijnen dood, in uwe genade te vol-
-ocr page 164-
150            OEFENING VAN DEN KRUISWEG.
harden. Geef, dat ik, in alle bekoringen, die mij
zullen overvallen , steeds tot u mijne toevlucht
neme.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zelven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe, dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
u behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
VIII. STATIE.
JEZUS SPREEKT TOT DE WEENENDE VROUWEN.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u.
a. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg, hoe deze vrouwen Jezus dermate
mishandeld ziende, dat het bloed van zijn lichaam
vloeide, van medelijden begonnen te weenen.
Maar Jezus zeide tot haar: Weent niet over\' mij,
maar weent over u zelven en over uwe kin-
deren. —
O Jezus, overstelpt van smarten, ik beween
de zonden die ik bedreven heb, uithoofde van
de straffen, die ik daardoor verdiend, maar nog
meer om het verdriet dat ik daardoor veroor-
zaakt heb, aan u, die mij zoo zeer bemind hebt.
Het is niet zoozeer de hel, dan wel uwe liefde
die mij mijne zonden doet beweenen.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
-ocr page 165-
OEFENING VAN DEN KRUISWEG.             157
mij zei ven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe, dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
ii behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader
, enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
IX. STATIE.
JEZUS VALT TEN DERDEN\' MALE.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u.
A. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg den derden val van Jezus onder het
kruis. Zijne krachten waren zeer uitgeput, en
onmenschelijk was de wreedheid der beulen ,
die hem zijnen weg wilden doen verhaasten,
alhoewel hij nauwelijks den eenen voet voor
den anderen kon zetten. —
Mijn versmade Jezus, door de verdienste dier
volslagen machteloosheid, die u op weg naar
den Kalvarieberg heeft overvallen, verleen mij
de noodige kracht om alle menschelijk opzicht
en mijne kwade driften, die mij eertijds tot
verachting uwer genade gebracht hebben, te
overwinnen.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
"lij zei ven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe, dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
-ocr page 166-
158 OEFENING VAN DEN KRUISWEG.
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
u behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
X. STATIE.
JEZUS WORDT VAX ZIJNE KLEEDEREN ISEROOFD.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven ur
a. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt..
Overweeg, hoe gewelddadig Jezus van zijne
kleederen ontdaan werd; zijn onderkleed was
aan zijn door de geeselslagen verscheurd vleesch
vastgehecht terwijl de beulen, hem dat kleed
uittrekkende, zijne wonden opnieuw openden.
Neem deel aan de smarten van uwen Heer,
en zeg hem: —
Onschuldige Jezus, ik bid u, om de smart
die gij toen geleden hebt, leer mij , mijn hart
te ontdoen van alle aardsche genegenheden, op-
dat ik al mijne liefde vestige op u, die zoozeer
verdient bemind te worden.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zelven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
u behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
-ocr page 167-
OEFENING VAN DEN KRUISWEG.            159
XI.  STATIE.
JEZUS WORDT AAN HET KRUIS GEHECHT.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u.
a Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg, hoe Jezus, liggende op het kruis,
zijne handen uitstrekt en den eeuwigen Vader
zijn leven opoffert voor onze zaligheid. Die
wreedaards nagelen hem aan hetzelve vast, rich-
ten vervolgens het kruis omhoog, en laten hem
van smart aan dat schandelijk hout sterven.—
O mijn met hoon en smaad overladen Jezus,
ik bid u, nagel mijn hart aan uwe voeten, en
maak dat het altijd daaraan gehecht blijve ten-
einde u te beminnen, en u nooit weder verlate.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zelven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
u behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
XII.  STATIE.
JEZUS STERFT AAN HET KRUIS.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u,
a. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
-ocr page 168-
1G0 OEFENING VAN OEN KRUISWEG.
Overweeg, hoe Jezus, na een doodstrijd van
drie uren aan het kruis, uitgeput van lijden,
een laatsten zucht slaakt, zijn hoofd vooroverbuigt
en sterft. —
O gestorven Jezus, ik omhels met teederheid
het kruis, waaraan gij voor mij gestorven zijt.
Ik heb door mijne zonden eeneu rampzaligen
dood verdiend, maar op uwen dood heb ik mijne
hoop gevestigd. Acli! ik bid u , door de ver-
diensten van uwen dood, schenk mij de genade,
dat ik uwe voeten omhelzende en brandende
van liefde tot u moge sterven. Ik leg mijne
ziel in uwe handen neder.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zei ven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
U behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader
, enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
XIII. STATIE.
JKZUis LICHAAM WORDT VAN HET KRUIS GENOMEN.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u.
A. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg, hoe na den dood van Jezus, twee
zijner leerlingen, Nicoderaus, en Joseph van
Arimathea, zijn lichaam van het kruis afnamen,
-ocr page 169-
OEFENING VAN DEN KRUISWEG.           161
en het in den schoot zijner bedroefde Moeder
nederlegden, die het met teederheid ontvangt,
en het aan haar hart drukt. —
O Moeder van smarten, ter liefde van dezen
uwen Zoon, bid ik u, neem mij aan tot uwen
dienaar, en bid voor mij. En gij, mijn Verlosser,
die voor mij gestorven zijt, laat mij u beminnen,
want dat alleen verlang ik en niets meer.
O Jezus mijne liefde, ik bemin u meer dan
mij zelven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef, dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
u behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer! ontferm u onzer.
XIV. STATIE.
JEZUS LICHAAM WORDT IN HET GRAF GELEGD.
v. Wij aanbidden u, o Jezus! en wij loven u.
a. Omdat gij door uw kruis de wereld verlost
hebt.
Overweeg, hoe de leerlingen het lichaam van
Jezus medenamen, teneinde liet te begraven;
ook Maria, Jezus moeder vergezelde het, en
legde het met eigen handen in het graf neder,
Vervolgens sloot men den ingang des grafs dicht
en allen verwijderden zich. —
Mijn Jezus, ik omhels den steen, waarmede
uw graf gesloten werd. Maar gij zijt ten derden
dage verrezen ; ik bid u door deze uwe verrij-
MISSIEI).                                                                                    11
-ocr page 170-
162          OEFENING VAN UEN KRUISWEG.
zenis, laat mij ten jongsten dage heerlijk met
u verrijzen, om in den hemel altijd met u ver-
eenigd te wezen, en u in alle eeuwigheid te
danken en te beminnen.
O Jezus mijne liefde , ik bemin u meer dan
mij zelven. Het is mij uit den grond mijns
harten leed dat ik u vergramd heb. Laat niet
toe dat ik ooit weder van u gescheiden worde.
Geef\', dat ik u altijd beminne en doe vervolgens
met mij naar uwen wil. Ik aanvaard alles wat
u behaagt.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den
Vader,
enz.
Ontferm u onzer, o Heer ! ontferm u onzer.
Hierna bidt men zes malen het Onze Vader , het
Wees gegroet en: Eere zij den Vader. (De 5 eerste
malen ter eoie der II. Wonden, en éénmaal volgen»
de meening van \'/.. II. den 1\'aus.)
AKTE VAN GELOOF.
Ik geloof in éénen God, één in wezen ei>
drievuldig in Personen, God den Vader, God
den Zoon en God den H. Geest, looner van
het goed en straffer van het kwaad. Ik geloof dat
God de Zoon, de tweede persoon der allerhci-
ligste Drievuldigheid, voor ons is mensch ge-
worden , gekruist, gestorven en verrezen : deze
mysteriën en al hetgeen de H. Kerk mij voor-
stelt te gelooven, geloof ik vastelijk, omdat gij
mijn God, de opperste waarheid en wijsheid
zijt, die dit alles zelf geopenbaard hebt.
•In en voor dit geloof\' wil ik leven en sterven.
-ocr page 171-
OEFENING VAN OEN KRUISWEG.            163
AKTE VAN HOOP.
Mijn Heer en mijn God ik hoop en vertrouw
vastelijk, door het bitter lijden en de verdiensten
van Jezus Christus, te bekomen hier in dit !e-
ven uwe genade en vergiffenis van mijne zon-
den ; en hierna u eeuwig te aanschouwen, te
beminnen en te bezitten in den hemel: dit hoop
ik omdat gij mijn God, oneindig goed zijt tot
ons, almachtig en getrouw in uwe beloften.
In deze Iwop wil ik leven en sterven.
AKTE VAN LIEFOE.
Mijn Heer en mijn God, ik bemin u bovenal
en uit geheel mijn hart, omdat gij oneindig
goed zijt en alle liefde waardig; ik bemin
mijnen evennaaste gelijk mij zelven uit liefde
tot u. Dat u alle menschen beminnen en die-
nen, dat u alle schepselen loven in eeuwigheid.
In deze liefde wil ik leven en sterven.
Q>v*—>
11*
-ocr page 172-
II. MEDITATIES VOOR IEDEREN DAG
DER WEEK.
Over de IVIeclitatie
OK HET
OVERWEGEND GEBED.
«De geheele aarde is met boosheden
«overdekt, omdat er niemand is, die
«nadenkt in zijn hart.» <,Jer. 12, 11.)
Een der krachtigste middelen om de ziel te be-
lioeden voor de zonde en haar te sterken in de deugd,
is de meditatie of overweging en wel bepaaldelijk de
overweging der eeuwige waarheden. «Gedenk uwe
«uitersten, zegt de II. Geest, en in eeuwigheid zult
«gij niet zondigen.» (Eccl. 7. 40.) O hoevele zielen
zijn door de meditatie, standvastig en goed verricht,
in korten tijd tot eene hoogc volmaaktheid opgeklom-
men! Hoevele zondaren hebben door de meditatie
den weg der zonde verlaten! Iloevele verdoemden
branden nu in de hel, die zeker zalig geworden
waren, hadden ze dit kostbaar middel niet verzuimd.
Maak daarom het besluit om iederen dag een half
uur of ten minste een kwartier uurs aan de medi-
tatie te besteden. want is deze niet volstrekt nood-
zakelijk ter volharding, zij is toeh zedelijkevwijze
noodzakelijk, wijl zij die niet mediteeren hunne plich-
ten ook slecht zullen kennen en weinig of niet zul-
len bidden, terwijl zij die goed mediteeren hunne
plichten goed zullen inzien en volbrengen on vurig
zullen bidden. <Geof mjj iemand, die dagelijks een
-ocr page 173-
MEDITATIES VOOR IEDEREN DAG DER WEEK. 1C5
kwartier uurs mediteert, zegt de H. Theresia , en ik
beloof hem den hemel.»
De meditatie bestaat uit drie doelen : de <oorbe-
reiding, de overweging
en het besluit.
i. De voorbereiding bevat een akte van geloof in
Gods tegenwoordigheid, een akte van vernedering en
een gebed om licht, teneinde de meditatie goed te
doen.
Alvorens dus uwe meditatie te beginnen, kniel
eerbiedig neder en verricht uwe voorbereiding in
dezer voege: O mijn God, ik geloof dat gij hier
tegenwoordig zijt. Ik aanbid u uit den afgrond van
mijn niet. Ik ben niet waardig voor u te verschijnen,
o mijn God, want om mijne zonden lmd ik verdiend
reeds lang in de hel te branden. Ik beween en bo-
treur zo en vraag u om vergiffenis.
Eeuwige Vader, ter liefde van Jezus en Maria,
verlicht mij gedurende deze meditatie en geef dat
ik er vrucht uittrekke.
Goede Moeder Maria, II. Jozef, mijn II. Patroon ,
mijn II. Engelbewaarder, alle Engelen en Heiligen
staat mjj bij opdat ik eene goede meditatie boude.
I.ees daarna een punt van de meditatie bij voor-
keur over het ljjden van Jezus, over do eeuwige
waarheden, de deugden enz., en begin dan uwe over-
weging.
2. De overweging bestaat uit eene opwekking van
heilige gevoelens, uit korte verzuchtingen en gebeden
en uit een goed voornemen.
Zoodra gij dus een punt der meditatie gelezen hebt
denk bij u zelven daarover na en verwek over het
nagedachte akten van geloof, hoop, liefde, berouw,
vernedering, opoffering enz. Doe van tijd tot tijd een
kort, maar vurig gebed en vraag vooral de volhar-
ding en de goddeljjke liefde. Maak daarna het voor-
nemen om de eene of andore deugd te beoefenen ,
deze of gene ondeugd uit te roeien, eene gelegen-
heid te vermijden enz.
Hebt gij eenigen tijd gemediteerd en ondervindt
-ocr page 174-
*
166                          MEDITATIES
gij moeite om u langer met het voorgelezene bezig
te houden, lees dan een tweede punt, overweeg dit
als hierboven en besluit vervolgens uwe meditatie.
3. liet besluit vraagt eene korte dankzegging voor
de ontvangene genaden, eene vernieuwing der voor-
nemens in de meditatie gemaakt en een gebed om
die voornemens ten uitvoer te kunnen brengen.
Men kan dit doen als volgt: O mijn God, ik dank
u voor de genaden en weldaden, die gij mij gedu-
rende deze meditatie geschonken hebt en ik vraag
u vergiftenis van de traagheid waarmede ik ze heb
verricht. Ik maak hot voornemen van u voortaan
ijveriger te dienen, in het bijzonder om deze deugd.....
te beoefenen..... O God, verleen mij hiertoe uwe ge-
nade. Goede Moeder Maria, H. Jozef, mijn H. Pa-
troon, mijn II. Kngelbewaarder. alle Heiligen des
hemels staat mij bij.
Beveel ten slotte aan God de belangen der H. Kerk,
de zielen des vagevuurs, uwe bloedverwanten, vrien-
den en weldoeners en bid tot dat einde een Onze
Vader en Wees gegroet.
Zoudt gij in de meditatie bijzondere moeilijkheden
ondervinden, lees dan eenvoudig een of ander punt
en stel u daarna in den geest de volgende vragen:
1) wat heb ik hier gelezon ? 2) wat moet ik daaruit
leeren? i!) wat heb ik hieromtrent tot nu gedaan?
4) wat zal ik in \'t vervolg doen \'! Verwek daarbij nu
en dan vurige akten van liefde, van vernedering,
van vertrouwen en blijven ondanks uwe beste po-
gingen de verstrooiingen, dorrigheden en troosteloos-
heden aanhouden, verlies daarom den moed niet,
maar geeft u geheel over aan den II. wil Gods. Hoe
minder gevoeliger troost gij geniet, des te verdienste-
lijker zal de meditatie voor u wezen.
-ocr page 175-
VOOR IEDEREN DAG DER WEEK.            167
Overweging voor den Zondag.
Over liet einde van den inensch.
I.  Overweeg, mijne ziel, dat God u, zonder
eenige verdiensten uwerzijds, heeft geschapen,
dat Hij u heeft gevormd naar zijn beeld en
zijne gelijkenis en u door den H. Doop tot zijn
kind heeft aangenomen. Hij heeft u meer be-
mind dan een Vader; Hij heeft u het aanzijn
gegeven, opdat gij Hem in dit leven zoudt be-
minnen en dienen , teneinde Hem hiernamaals
in den hemel eeuwig te genieten. Gij zijt dus
niet geboren en moot derhalve ook niet leven,
om u hier op aarde te vermaken, om u rijkdom
en aanzien te verschaffen, enkel om te eten, te
drinken en te slapen, zooals de dieren; neen,
maar om uwen God te beminnen en uwe za-
ligheid te bewerken. Al het geschapene heeft
de Heer u ten gebruike gegeven , opdat het u
zou helpen uw groot en eeuwig doel te be-
reiken.
En ik rampzalige! ik heb aan alle andere za-
ken gedacht, uitgenomen aan mijn laatste einde.
Mijn Vader! om de liefde van Jezus, maak, dat
ik een nieuw, een heilig leven beginne, een
leven volmaakt gelijkvormig aan uwen godde-
lijken wil.
II.  Overweeg verder, hoe gij in het uur des
doods zult gekweld worden door de knagingen
van uw geweten , zoo gij verzuimd hebt, God
te dienen. Welke smart zal het wezen aan het
einde van uw leven te moeten zien, dat u als-
dan van alle rijkdommen, waardigheden en ver-
-ocr page 176-
168
MEDITATIES
maken niets overblijft dan eene handvol stof!
Gij zult verbaasd staan dat gij voor ijdelheden
en nietswaardige dingen de genade Gods en
uwe onsterfelijke ziel hebt verloren, terwijl het
u niet meer mogelijk is die ramp te herstellen,
en den weg der deugd opnieuw in te slaan.
Welke wanhoop, welke wroeging! Dan zult
gij zien, doch te laat, welke waarde de tijd
heeft; gij zoudt dien met uw bloed willen te-
rugkoopen; maar ongelukkige! gij zult het niet
meer kunnen. Bittere dag voor dengene, die
God niet gediend en Hem niet bemind heeft!
111. Overweeg eindelijk , hoezeer men zijne
zaligheid, zijn laatste einde, verwaarloost. Men
is slechts bedacht rijkdommen te verzamelen,
te eten, verkeeringen aan te gaan en goede
sier te maken; maar God dienen , daaraan
denkt men niet! Men is niet bezorgd voor de
redding zijner ziel, en zijn eeuwig doel houdt
men voor eene kleinigheid. Aldus gaat het
grootste deel der Christenen, al zingende, dan-
sende en spelende naar de hel. Ach wisten zij
eens, wat bet woord: hel beteekent! O inensch!
welke moeite doet gij om u te verdoemen, en
gij wilt niets doen om u zalig te maken.
De geheimschrijver van koning Frans I riep
op zijn sterfbed uit: Ellendige, die ik ben, ik
heb zoo veel papier gebruikt, om brieven voor
mijnen vorst te schrijven, en ik heb niet een
enkel blad besteed om mij mijne zonden te
herinneren en eene enkele goede biecht te
spreken.
Maar waartoe dienen dan die zuchten , die
weeklachten.\' Zij dienen meestal slechts tot
grootere wanhoop. Ach! leer toch, met de schade
-ocr page 177-
VOOR IEDEREN DAG DER WEEK.            iC>9
van anderen uw voordeel doen , en het werk
uwer zaligheid naar behooren behartigen, zoo
gij niet in wanhoop wilt vallen. Weet. dat alles
wat gij doet, spreekt ot\' denkt, zonder Gods
welbehagen, verloren is.
Welaan! het is tijd, dat gij van leven ver-
andert. Hoe! wilt gij het oogenblik des doods
afwachten om aan de poort der eeuwigheid,
uit uwe dwaling te ontwaken aan den boord
des helschen afgronds. — Maar dan is er geen
tijd, of\' gelegenheid meer, om uwe dwaling te
verbeteren.
Mijn God! ontferm u mijner! ik bemin u bo-
ven al. Het smart mij, meer dan alle kwaad,
u beleedigd te hebben. Maria, mijne hoop, bid
Jezus voor mij. (Verwek eene oefening van be-
ronw en maak een vast voornemen.)
Overweging; voor den lUiiaiitlng.
Over de eeuwige zaliglieid.
I. Overweeg, mijne ziel, boe veel er u aan-
gelegen is, dat gij uw laatste einde bereikt.
Daar is alles aan gelegen ; want zoo gij het
bereikt, zijt gij gered, eeuwig zult gij zalig zijn,
en eeuwig naar lichaam en ziel alle mogelijke
goederen genieten ; zoo gij het echter niet be-
reikt, hebt gij èn ziel èn lichaam èn hemel èn
God verloren, voor eeuwig zijt gij ongelukkig,
verdoemd voor altijd. De voorname, de eenig
gewichtige, de eenig noodige zaak is dus: God
dienen, en zijne ziel zalig maken. — Zeg der-
halve niet meer: thans wil ik volgens mijne
lusten leven; later zal ik mij tot God koeren
-ocr page 178-
170
MEDITATIES
en zalig worden.... Hoevele zielen heeft die ijdele
hoop al niet in do hel gestort! Hoevele zielen,
die ook zoo spraken, zijn thans verdoemd, en
missen reddeloos voor eeuwig hunne zaligheid!
Wie ter wereld heeft zich ooit willen verdoe-
men.\' Doch God vervloekt dengene, die zondigt
in de hoop op zijne barmhartigheid. «Vervloekt
«de mensch, die in de hoop zondigt.» Gij zegt:
ik wil die zonde nog eenmaal bedrijven en ze
daarna biechten. Wie weet, of gij daartoe den
tijd zult hebben ? Wie geeft u de verzekering,
dat gij niet terstond na die zonde zult sterven.\'
Intusschen verliest gij de genade Gods, en wat
zal er van u geworden, zoo gij ze niet terug-
bekomt ? God is barmhartig jegens dengene, die
hem vreest, maar niet jegens dengene, die hem
veracht. «En zijne barmhartigheid is voor de-
«geneu , die hem vreezen.» (Luc. 1. 50.)
Zeg ook niet: het is om het even of ik twee
of drie zonden biecht. Neen; want twee zonden
zal God u vergeven, doch drie wellicht niet.
God wacht lang, maar hij wacht niet immer.
«In de volheid der zonden zal hij straffen.»
(II. Machab. (i.) Dikwijls gebeurt het, zegt de
H. Gregorius, dat zij , op wier bekeering God
lang gewacht heeft, plotselijk sterven, zonder
den tijd te hebben zich met God te verzoenen.
Hoe meer licht zij hebhen ontvangen , des te
zwaarder, zal hun straf zijn. O ziel, geef toch
acht op hetgeen gij nu leest, houd op te zon-
digen en verzoen u met God! — Vrees, dat dit
misschien de laatste vermaning zij, die God u
toezendt. Gij heht hem lang genoeg beleedigd;
Hij heeft u lang genoeg verdragen. Vrees dat
na de eerste doodzonde, die gij nog begaan
-ocr page 179-
VOOR IEDEREN DAG DEB WEEK.             171
zult, God u den tijd tot boetvaardigheid niet
meer geeft. Bedenk het toch wel, het gaat hier
om uwe ziel, het gaat hier om de gansche
eeuwigheid. Hoe velen heeft de groote gedachte
<ier eeuwigheid niet bewogen, om der wereld te
verzaken, en in kloosters, woestijnen en holen
te gaan leven.
Wee mij, ellendige , die zoovele zonden be-
gaan heb! Mijn hart is bedroefd en mijne ziel
is ontsteld ; ik heb de hel verdiend ; ik heb God
verloren! — Ach! mijn God en mijn Vader,
vereenig mij met u door uwe liefde!
II. Overweeg, hoezeer die ééne gewichtige
zaak veronachtzaamd wordt. Aan alles denkt
men, behalve aan zalig te worden; voor alles
heeft men tijd , maar niet voor God. Zeg aan
een wereldling: nader dikwijls tot de HH. Sa-
cramenten, houd iederen dag een half uur me-
ditatie, hij zal u antwoorden, ik heb kinderen,
bloedverwanten , ik heb eene herberg , ik heb
bezigheden. — Maar o God! hebt gij dan ook
niet eene ziel! Bied al uwe rijkdommen aan ,
roep kinderen en bloedverwanten te hulp, zij
zullen u in het uur des doods niet kunnen red-
den, en zoo gij verloren zijt, zullen zij u niet
van de hel bevrijden. Vlei u niet met de hoop,
dat gij God en de wereld, den hemel en de
zonde kunt vereenigen. De zaligheid is geene
zaak, die zich zoo gemakkelijk laat bewerken,
neen , gij moet u geweld aandoen , zoo gij de
kroon der onsterfelijkheid wilt winnen. Ach,
hoevele Christenen , vleiden zich met de hoop ,
in de toekomst God te zullen dienen en zalig
te worden , en branden nu voor eeuwig in de
hel! Welke dwaasheid, altijd te denken aan
-ocr page 180-
172                               MEDITATIES
datgene, wat zoo spoeilig een einde neemt, en
zoo weinig te denken aan dat, wat nooit zal
eindigen. O ziel! denk aan uw waarachtig va-
derland , weet, dat gij weldra deze aarde zult
verlaten en liet huis uwer eeuwigheid ingaan.
Ach, hoe rampzalig, zoo gij verloren gaat! Geef
dus acht, want dan is er geen herstel meer
mogelijk.
lil. Overweeg eindelijk en zeg: ik heb maar
ééne ziel; zoo ik die verlies, heb ik alles ver-
loren. Ik heb maar ééne onsterfelijke ziel, en
zoo ik de geheele wereld win, doch aan die ziel
schade lijd, wat zal mij alles baten.\'— Zoo ik
een beroemd man word, doch mijne ziel verlies,
wat baat het mij.\' Laat mij rijkdommen verza-
melen, mijn huis vergrooten , mijne kinderen
verrijken, als ik mijne ziel verlies, wat helpt
mij alles .\' Wat hebben die onderscheidingen ,
die verkeeiingen, die ijdelheden gebaat aan zoo-
velen die in de wereld leefden, en die nu tot
stof in het graf vergaan , ja de prooi der hel
geworden zijn ?
Vermits ik dus maar ééne ziel heb, en die
ziel eenmaal verloren zijnde, alles voor eeuwig
verloren is , moet ik er ook ernstig aan den-
ken , haar zalig te maken. Alles is er aan ge-
legen ; het komt er op aan , eeuwig zalig of
eeuwig ongelukkig te zijn. O mijn God, vol
schaamte beken ik, dat ik tot nu toe als een
blinde geleefd , en u schandelijk verlaten heb.
Ik was er niet op bedacht mijne ziel zalig
te maken. O mijn Vader! om de liefde van
Jezus Christus, help mij, maak mij zalig. Ik
ben tevreden, o mijn God , al moest ik ook
alles verliezen , zoo ik u maar niet verlies —
-ocr page 181-
VOOR 1EDERF.N DAG DER WEEK.            173
Maria, mijne lioop , maak mij zalig door uwe
voorspraak.
Overweging voor den Dinsdag.
Over de doodzonde.
I. Overweeg, dat God u geschapen heeft, om
hein te beminnen ; doch dat gij door de zonde
met eene helsche ondankbaarheid legen hein
zijt opgestaan , dat gij zijne genade en zijne
vriendschap hebt veracht. Gij wist, dat gij hem
door iedere zonde mishaagdet, en niettemin hebt
gij ze bedreven. Wat doet hij, die zondigt.\' Hij
keert Goii den rug toe, hij randt diens eer
aan en heft de hand op, om hem te slaan ;
hij bedroeft liet hart van zijnen God : «en zij
«hebben zijnen H. Geest bedroefd.» (Isai. ü\'3.)
Wie zondigt, zegt metterdaad tot God : «Ver-
«wijder u van mij, ik wil u niet gehoorzamen,
«ik wil u niet dienen, ik wil u niet meer als
«mijnen Hoer erkennen, ik wil u niet als mij-
«nen God beschouwen. Dit vermaak, dit voor-
«deel, deze bevrediging mijner gramschap zal
«mijn God zijn.» Zoo spraakt gij in uw hart,
toen gij het schepsel vóór uwen God steldet.
De Ei. Maria Magdalena de Pazzis kon niet be-
grijpen, hoe een Christen met open oogen eene
doodzonde kon bedrijven. Kn gij , die dit leest,
wat zegt gij op uwe beurt? Hoe vele doodzon-
den hebt gij reeds gedaan?....
Mijn God! vergeef mij, en heb medelijden
met mij. Ik heb uwe oneindige goedheid be-
leedigd ; ik haat mijne zonden, ik bemin u, het
-ocr page 182-
17i
MEIIITATIES
berouwt mij u bedroefd te hebben, u, die eene-
oneindige liefde waardig zijt.
II.  Overweeg, hoe God op liet oogenblik uwer
zonde tot u zeide: «Mijn kind! ik ben uw God,
«ik heb u uit het niet geschapen, ik heb u
«met mijn dierbaar bloed vrijgekocht. Op straffe
«van in mijne ongenade te vallen , verbied ik
CU, deze zonde te bedrijven.» Doch gij antwoord-
det uwen God, door uwe zonde: «Heer, ik wil
«u niet gehoorzamen ; ik wil mij dit genoegen
«verschaffen, ik geef er niet om of het u mis-
«hage en of ik daardoor uwe genade verlieze
«of niet.»
Ach mijn God! meer dan eenmaal heb ik
zoo gehandeld. Hoe hebt gij mij toch zoo lang
kunnen verdragen.\' Ach, ware ik gestorven eer
ik u beleedigd had? Ik wil u niet meer mis-
hagen , ik wil u beminnen , o oneindige goed-
heid, geef mij de genade der volharding, geef
mij uwe H. liefde.
III.    Overweeg, hoe de zonden oorzaak zijn,
dat God den zondaar zijne overvloediger ge-
naden weigert, ja zelfs soms met eenen plot-
selingen dood straft. «De Heer wacht geduldig
«opdat hij, als de dag des oordeels gekomen is,
«in de volheid der zonden straffe.» (II. Mach. 6.)
O ziel , zoo gij op nieuw bekoord wordt tot
zonde, zeg dan niet meer: «Later zal ik mijne
«zonden biechten.» Wat toch zal er van u ge-
worden in de eeuwigheid , als God u te voren
laat sterven.\' hoe velen zijn er op die wijze
reeds ten gronde gegaan! Ook zij noopten ver-
giffenis, maar de ure des doods kwam, en ter
helle werden. zij gedoemd. — Ach vrees, dat
dergelijk lof ook u treffe! — "Wie van Gods
-ocr page 183-
VOOR IEDEREN DAG DER WEEK.            175
goedheid misbruik wil maken , om hem te be-
leedigen, verdient geene barmhartigheid. God
heeft n reeds zoovele zonden vergeven, hoezeer
moet gij niet duchten, dat Hij u na de eerste
doodzonde, die gij zoudt bedrijven, niet meer
den tijd tot boetvaardigheid schenken zal. Dank
hem, dat Hij u tot nu toe zoo goedertieren ge-
spaard heeft, en maak het vast besluit, liever
te sterven dan op nieuw eene zonde te bedrijven.
Zeg daarom: o mijn God, maar al te dik-
wijls heb ik u beleedigd! Ik wil den overigen
tijd mijns levens niet meer besteden aan de
zonde, neen, ik wil hem gebruiken om u te
beminnen, en de beleedigingen te beweenen,
die ik u heb aangedaan. Zij zijn mij van harte
leed. Mijn Jezus, ik wil u beminnen, verleen
mij daartoe uwe genade; Maria, mijne Moeder,
geef mij kracht, en help mij. Amen.
Overweging voor den "Woensdag.
Over den Dood.
I. Overweeg, dat dit leven eens zal eindigen,
Het vonnis is reeds uitgesproken: «gij zult
•sterven.» De dood is zeker, doch gij weet niet,
wanneer hij u zal treffen. Hoe weinig is er
noodig om te sterven! Eene ader, die in de
borst springt; eene verstikking in een hoest-
aanval; eene sterke bloedbraking; de beet van
een giftig insect, eene koorts, een steek, eene
wonde, eene overstrooming, eene aardbeving,
een bliksemstraal is genoeg, om u het leven te
benemen. De dood zal u overvallen, als gij er
het minst aan denkt. Hoe vele zijn \'s avonds
gezond ter ruste gegaan , en \'s morgens dood
-ocr page 184-
176
MEDITATIES
te bed gevonden ! Kan dit ook u niet overko-
men. Zoo velen, die schielijk gestorven zijn,
dachten niet dat zij op die wijze zouden ster-
ven ; zij liehben niettemin op die wijze het
leven verloren , en als zij in staat van zonde
waren, wat is er dan van hen geworden ? Waar
zijn zij dan gedurende de geheele eeuwigheid.\' —
Ja ook voor u zal eens een nacht beginnen, die
geen dag meer heeft, of een dag, waarop geen
nacht meer volgen zal. «Ik zal komen gelijk
«een diefin den nacht,» zegt Jezus Christus;
dat wil zeggen onverwachts en plotselijk. De
Zaligmaker waarschuwt u bij tijds, omdat hij
uwe zaligheid verlangt. «Wees bereid», zoo
roept hij u toe, opdat gij nut zoudt trekken
uit zijne waarschuwing eer de dood komt, want
is deze eenmaal daar, dan is er geen tijd meer,
om zich voor te bereiden.
Ja het is zeker, dat gij sterven zult. Het
tooneel dezer wereld moet voor u eindigen en
gij weet niet wanneer! — Wie zegt u dat gij
binnen een jaar, binnen eene maand, dat gij
morgen nog leven zult\' Mijn Jezus! verlicht
mij en vergeef mij.
II, Overweeg en verbeeld u dat gij reeds
werkelijk op het doodsbed ligt uitgestrekt. Een
priester staat aan uwe zijde om u te troosten
en te bemoedigen; uwe bloedverwanten om-
ringen u al weenende, zij toonen u het kruis-
beeld, zij houden de doodkaars al gereed ,
want gij zijt op het punt de eeuwigheid in te
treden. Gij lijdt vreeselijke pijnen, uwe oogen
verduisteren, uwe tong brandt, uw adem is be-
lemnierd, uwe borst benauwd, uw lichaam ver-
magerd, uw hart van smarten als gebroken.
-ocr page 185-
VOOR IEUEREN DAG DER WEEK.            177
Alles moet gij verlaten, arm en naakt zult gij
in liet graf\' neergelegd worden om daar tot
ontbinding over te gaan. De wormen zullen er
uw vleesch afknagen, en niets zal er van u
overblijven, dan dorre beenderen en een weinig
stof. Open een graf. en zie wat er van dien
rijke, van dien gierigaard, van die ijdele en
verwaande vrouw geworden is ?
Zoo eindigt uw leven. In het uur des doods
zult gij u daarenboven omringd zien van booze
geesten, die u alle zonden voor oogen stellen,
welke gij van uwe kindsheid af bedreven hebt.
Thans verbergt en verkleint de duivel er de
boosheid van, om u tot nieuwe zonde te ver-
leiden; die ijdelheid, zegt hij, dat vermaak, die
gemeenzaamheid, die haat is geene groote zonde,
bij die verkeering hebt gij geen slecht inzicht;
doch in het doodsuur zal hij u al de grootheid
er van doen inzien. Op het punt van de eeu-
wigheid in te treden, zult gij erkennen, welk
groot kwaad het is, eenen oneindigen God te
beleedigen. Nu, het is nog tijd dat kwaad te
herstellen, spoed u, want later zal het geen
tijd meer zijn.
III. Overweeg, dat de dood het werk is
van een oogenblik, en dat vau «lat oogenblik
de ,geheele eeuwigheid afhangt. De mensch,
op liet punt van te sterven, staat voor eene
tweevoudige eeuwigheid : eene gelukkige en eene
ongelukkige. Zijn eeuwig lot hangt af van zij—
nen laatsten ademtocht, waarna zijne ziel voor
eeuwig zalig, of voor eeuwig verdoemd zal
wezen. O doodsuur 1 o laatste ademtocht! o
beslissend oogenblik, waarvan eene eeuwigheid
afhangt; —eene eeuwigheid van glorie of eene
missied.                                                      12
-ocr page 186-
178                            MEDITATIES
eeuwigheid van pijnen; eene eeuwigheid van
geluk of eeue eeuwigheid van ongeluk; eene
eeuwigheid van vreugde of eene eeuwigheid
van wanhoop ; eene eeuwigheid van alle goed
of eene eeuwigheid van ellenden ; eene eeuwig-
heid in den hemel of\' eene eeuwigheid in de
hel! Wat wil dat zeggen ? Dat wil /eggen :
als gij in dat beslissend oogenblik zalig wordt,
zult gij niets meer te lijden hebben , maar
eeuwig tevreden en gelukzalig zijn; doch zoo
gij sterft in zonde en verloren gaat, zult gij
rampzalig wezen, en wel zoo lang God , God
zal zijn. Bij den dood zidt gij zien, wat het
zeggen wil: hemel, hel, zonde, verachting der
goddelijke geboden, veizwegene zonden in den
biechtstoel, onrechtvaardig geld en goed. Wee
mij ellendige, zal de stervende zeggen, ik moet
dan binnen weinige oogenblikkcn voor God
verschijnen , en wie weet, welk oordeel mij
wacht! Waai\' zal ik heengaan, naar den hemel
of naar de hel ? Zal ik mij met de engelen voor
eeuwig verheugen, of eeuwig branden met de
verdoemden.\' Zal ik kind Gods of slaaf des
duivels zijn.\' Ach, weldra zal ik het weten, en
waar ik het eerst den voet zal zetten, daar
zal ik ook in eeuwigheid blijven. Wat zal er
binnen weinige oogenbhkken van mij geworden.\'
Wat zal er geschieden, als ik die ergernis niet
herstel; als ik dit onrechtvaardig goed niet
teruggeef; als ik mijne vijanden niet van harte
alles kwijtscheld; als ik geene goede biecht
spreek.\' Duizendmaal zult gij dan den dag ver-
vloeken, waarop gij gezondigd hebt, dat gc-
noegen verwenschen dat gij u veroorloofd, die
wraak, die gij geoefend hebt. Doch te laat,
-ocr page 187-
VOOR 1E0EREX DAG OER WEEK.           179
want wat gij doet, doet gij slechts uit vrees
voor straf\', niet uit liefde tot God.
O mijn God, zie, thans bekeer ik mij tot u:
ik wil niet wachten tot het uur des doods aan-
breekt, neen van nu af aan wil ik u beminnen.
Ik omhels u, en in uwe omhelzing wil ik ster-
ven! —• Maria,«mijne Moeder, laat mij sterven
onder den mantel uwer bescherming; sta mij
bij in liet uur van mijnen dood. Amen.
Overweging voor den Donderdag.
Over liet Oordeel.
I. Overweeg, hoe uwe ziel, zoodra zij het
lichaam verlaat, voor den rechterstoel van God
verschijnt, en geoordeeld wordt. Uw rechter
is een almachtige door u beleedigde en uiterst
vergramde God. Uwe beschuldigers zijn de
duivelen. De stof van het oordeel zijn uwe
zonden; het vonnis is onherroepelijk, de straf
is de hel. Voor die rechtbank vindt gij mak-
kers noch ouders, noch vrienden - - gij staat
er alleen met God. Üe afschuwelijkheid uwer
zonden zal u klaar en duidelijk voor den geest
worden gesteld, zonder dat gij u zult kunnen
verontschuldigen, zooals gij nu doet. Alle zon-
den, die gij in gedachten, in woorden en wer-
ken bedreven hebt, alle zonden van behagen,
van verzuim en van ergernis zullen er onder-
zocht, alles zal er gewogen worden in de groote
weegschaal van Gods gerechtigheid. Wordt gij
in één punt plichtig bevonden, een eeuwig on-
geluk zal u treilen. Mijn Jezus! gij, die mijn
-ocr page 188-
180
MEDITATIES
rechter zult zijn, vergeef\' mij, eer gij mij reken-
schap zult afvragen.
II. Overweeg, hoe de goddelijke gerechtigheid
op liet einde der wereld alle volkeren in het
dal van Josapliat bijeen zal brengen om hen te
oordeelen , en hoe allen met ziel en lichaam
bclooning of\' straf\' zullen ontvangen volgens
hunne werken. Overweeg, hoe ook gij uw li-
chaarn wederom zult aannemen , en hoe dat
lichaam, zoo gij verdoemd zijt tot een eeuwigen
kerker uwer ongelukkige ziel zal dienen. De
ziel zal dan het lichaam, en het lichaam de
ziel vervloeken, zoodat lichaam en ziel, die nu
te zamen verbodene lusten involgen, na den
dood huns ondanks zullen vereenigd blijven om
elkander wederzijds te pijnigen. Zijt gij daaren-
tegen zalig, dan zal uw lichaam geheel schoon,
onlijdelijk en glorievol opstaan, zoodat gij naar-
ziel en naar lichaam, voor eeuwig gelukkig
zult wezen. — Op die wijze zal \'s menschen
leven evenals een tooneel eindigen. Alle glorie
en vreugde, alle luister dezer wereld neemt
een einde, alles gaat voorbij; de eeuwigheid
alleen blijft; maar eene eeuwigheid van glorie,
of eene eeuwigheid van straf\'; eene gelukzalige
of eene rampzalige eeuwigheid, eene eeuwigheid
van vreugde of eene eeuwigheid van pijn. De
hemel is voor de rechtvaardigen, de hel voor
de zondaren. Rampzalig dan hij, die de wereld
bemint, die om wille der ellendige genoegens
dczei\' wereld alles verloren heeft, alles: ziel,
lichaam , hemel en God.
III. Overweeg het eeuwig vonnis: Jezus
Christus als rechter zal zich tot de verdoemden
keeren en hun zeggen: «\'t Is met u gedaan,
-ocr page 189-
VOOR IEDEREN DAG DKR WEEK.           181
«ondankbaren! liet is gedaan! mijn uur is ge-
«komen, het uur der waarheid en der gerech-
«tigheid, liet uur van gramschap en van wraak.
«Gaat weg van mij, vervloekten ! Gij hebt den vloek
«bemind, dat die vloek over u nederkome. Weest
«vervloekt nu en gedurende de ganschc eeu-
« wigheid ! Gaat weg van mijn aanschijn,gaat weg
«in het eeuwig vuur, beroofd van alle goederen
«en beladen met alle pijnen.» Gaat iveg van
mij, gij vervloekten, in het eeuwig vuur.
(Matth. \'25,) Dan zal Jezus zich tot de uitvcr-
korenen wenden en zeggen: «Komt, gij geze-
«genden mijns Vaders, neemt bezit van het
«rijk, dat voor u bereid is. Komt, niet om na
«mij het kruis, maar om te zamen met mij
«de kroon te dragen. — Komt, om erfgenamen
«mijner rijkdommen, deelgenooten mijner glorie
«te zijn ; komt, om gedurende de geheele eeu-
«wigheid mijne barmhartigheid te prijzen.
«Komt uit dit ballingsoord naar het Vaderland,
«uit de ellende naar de vreugde, uit dit dal
«van tranen naar «Ie plaats der eeuwige ge-
«neugten, komt uit dien kerker van pijnen naar
«de plaats der eeuwige rust!» «Komt gij ge-
«zegenden mijns Vadem, neemt bezit van het
«rijk, dat voor u bereid is.»
Mijn Jezus, ik hoop
ook een dier gezegenden\' te zijn. Ik bemin u
boven al. — Maria, mijne Moeder, zegen mij.
Overweging voor den Vrijdag.
Over de Hel.
I. Overweeg, hoe de hel een akelige gevan-
genis, een kerker van vuur is, waar de ver-
-ocr page 190-
182                          MEDITATIES
doemtlen voor eeuwig gepijnigd worden. In dat
vuur liggen zij als bedolven; want eene zee
van vuur zien zij beneden zich, eene zee van
vuur boven zich, vuur van alle zijden. Gemar-
teld door die pijnen, smachtend van dorst, ver-
teerd door de vlammen, wcenen, klagen, ker-
men en wanhopen die ongelukkigen, zonder dat
iemand ben kan troosten of verkwikken. O bel!
hel! sommigen willen niet aan uw bestaan
gelooven, totdat zij door u verslonden zijn. Wat
zegt gij, die dit leest? — Zoo gij nu moest
sterven, waar zoudt gij heengaan? Gij kunt
niet eens een vonkje op uwe band verdragen,
en gij meent in eene zee van vuur te kunnen
wonen, waar gij beroofd van troost en van
allen verlaten, de gansche eeuwigheid zult door-
brengen !
II. Overweeg verder de folteringen, waardoor
de verdoemde zal gepijnigd worden in alle ver-
mogens zijner ziel. Het geheugen wordt in de
hel gemarteld door de wroeging van liet ge-
weten, door dien worm die altoos knaagt aan
de ziel van den verworpeling als hij de oorzaak
nagaat zijner verdoemenis, namelijk, liet een
of ander vrijwillig zondig vermaak. — O God!
hoe zullen hem die vermaken van een oogen-
blik toeschijnen , na honderd , na duizend, na
millioenen jaren in de hel geweest te zijn? Die
worm zal hem herinneren aan den tijd, hem
door God gegeven, om het heil zijner ziel te
bewerken, aan de gelegenheden, die hij gehad
heeft, om zalig te worden, aan de goede voor-
beelden zijner vrienden, aan de gemaakte, doch
niet ten uitvoergebrachle voornemens. Dan zal hij
zien, dat er geen middel meer is, om hem uit
«
-ocr page 191-
VOOR IKDEREN UAG DEII WEEK.           183
zijnen eeuwigen ondergang te eedden. — O
God! o God! welke dubbele liel zal dit zijn! —
Uc wil zal altijd tegenstand ontmoeten; nooit
zal hij hebben, wat hij verlangt, altijd wat hij
niet verlangt: alle mogelijke folteringen. —
Het verstand zal begrijpen, welk oneindig goed
liet verloren heeft, den hemel namelijk en God !
Mijn God, mijn God! vergeef mij om de liefde
van Jezus Christus.
III. Zondaar, die thans onbezorgd zijt of gij
den hemel en God verliest of niet, gij zult
uwe verblindheid erkennen, als gij de zegepraal
en de vreugde der gelukzaligen in den hemel,
uwe eigene verbanning uit dal gelukkig Vader-
land, uit de tegenwoordigheid van God, uit het
gezelschap van Maria, van de Engelen en de
Heiligen Gods aanschouwen zult. Dan zult gij
radeloos van wanhoop uitroepen: O hemel, o
plaats van vreugde, o God ! oneindig goed, gij
zijt niet voor mij, gij zult nooit meer voor mij
wezen! —• Doe dan boetvaardigheid , verander
terstond van leven. Wacht niet tot later, dan
is er misschien geen tijd meer voor u. — Geef
u over aan God. Begin hem waarlijk te be-
minnen. Bid Jezus, en Maria, dat zij zich uwer
ontfermen.
Overweging voor den Zaterdag.
Oeer de Eeitwiglwid.
I. Overweeg, hoe de hel geen einde kent,
maar hoe men alle pijnen lijdt gedurende de
geheele eeuwigheid. Er zullen honderd, ja dui-
-ocr page 192-
184
.MEDITATIES
zend jaren in pijnen voorbijgaan, en fle hel
zal eerst beginnen. Er zullen honderd duizend,
honderd milïïoenen, en duizend millioenen jaren
en eeuwen verloopen, en de hel zal altijd op
nieuw beginnen. Zoo in dit uur een Engel aan
eenen verdoemde de tijding bracht, dat God
hem uit de hel wil verlossen, maar eerst na
zoovele millioenen jaren, als er druppelen in
het water, bladeren aan de boomen , zandkor-
rels in de zee en op de aarde zijn ; dan zou
die tijding den verdoemde eene grootere vreugde
veroorzaken dan gij hebben zoudt, als men u
de tijding bracht, dat gij koning van een groot
rijk waart geworden; want de verdoemde zou
zeggen: het is waar, vele, zeer vele eeuwen
zullen voorbijgaan, doch er zal toch ééns een
dag komen, waarop mijne pijnen zullen ein-
digen. Ja al die eeuwen zullen voorbijsnellen, —
doch de hel zal steeds op nieuw beginnen, al
die eeuwen zullen zich zoo vaak vermenigvul-
digen, als er zandkorrels, druppelen, bladeren
zijn, doch de hel zal altoos op nieuw beginnen.
Ieder verdoemde, .zoo het mogelijk ware, zou
gaarne met God dit verdrag sluiten: «Heer,
«vermeerder mijne pijnen zooveel het u belieft!
«verleng ze zooveel gij wilt, ik ben daarmee
«tevreden; als zij maar éénmaal een einde
«nemen, dan ben ik voldaan.» Doch neen, dat
einde zal nooit komen, — nooit! — Doch mis-
schien zal de arme verdoemde zich zei ven zoe-
ken te misleiden, en te vleien met de hoop,
dat God eenmaal zich over hem moge ontfermen,
en hem uit de hel verlossen. — Neen, de ver-
doemde zal altoos het vonnis zijner eeuwige
verwerping voor oogen hebben, en uitroepen :
-ocr page 193-
VOOR IEDEREN DAG OER WEEK.           185
Ach! nimmer zullen de pijnen, die ik nu lijd,
dat vuur, die droefheid, die kreten van wan-
hoop, eindigen; nimmer! nimmer! Zij zullen
eeuwig, eeuwig duren! O eeuwigheid, o hel!
hoe is het mogelijk dat de menschen aan u
gelooven en toch zondigen, ja zelfs in de zonde
blijven voortleven!
II. Mijne ziel, bedenk, dat de hel ook u
wacht, als gij zondigt. Reeds brandt onder uwe
voeten die schrikkelijke vuuroven, en ach! op
het oogenblik, dat gij dit leest, worden zoo-
vele zielen door dien vuurpoel verslonden. Be-
denk, dat gij de hel niet meer zult verlaten,
als gij daar eenmaal zijt binnen gegaan. En
zoo gij misschien de hel reeds hebt verdiend ,
dank dan God, dat hij u nog niet daarin heeft
geworpen, en haast, haast u , het bedreven
kwaad, zoodra mogelijk te herstellen. Beween
uwe zonden , en bezig alle middelen, die u ten
dienste staan, om zalig te worden. Ga dikwijls
biechten, lees dagelijks iets uit een of ander
geestelijk boek. Bid dagelijks den Rozenkrans
ter eere van Maria, ten einde eene groote gods-
vrucht tot haar te bekomen; vast, zoo het u
mogelijk is, iedereu zaterdag ter eere van Jezus\'
Moeder, wedersta aan de bekoringen, en roep
dikwijls de zoete namen van Jezus en Maria
aan. Vlucht de gelegenheden tot zonde; en zoo
God u roept, om de wereld te verlaten , zoo
doe het! doe het! Ach, al doet men nog zoo-
veel om eene eeuwigheid van pijnen te ver-
mijden , het blijft altijd weinig of niets. Nooit
kan men zeker genoeg zijn , zegt de II. Ber-
nardus, wanneer het op de eeuwige zaligheid
aankomt.
-ocr page 194-
180 MEDITATIES VOOH 1EDEREN IlAG DER WEEK.
Om zich voor de eeuwigheid in verzekering
te stellen, kan men geene voorzorg genoeg
nemen. Hoevele kluizenaars gingen, ten einde
de hel te ontvluchten, in holen en woestijnen
leven. En gij ! die zoo dikwijls de hel verdiend
heht, wat doet gij ? Zie toe dat gij niet verloren
gaat. Geef u over aan God, en zeg hem : Heer,
zie ik wil alles doen, wat gij van mij verlangt.
O Maria! sta mij hij!
~3-*?s=*=^<-
-ocr page 195-
III. GEESTELIJKE LEZING IN VER-
HALEN EN VOORBEELDEN.
«Leg u toe op de lezing__ overweeg de
f waarheden en wees er voortdurend mede
«bezig, opditt uw vooitgnng ulijkbu.tr zij
«voor allen.i) (1 Tim. 4, \\i.)
Het ware (e wensclien, zegt de II Alphonsus, dat
allen, die de volmaaktheid beminnen, iederen dag
een half uur besteedden aan de meditatie; maar
evenzeer ware het te wenschen , dat z|j zich gedu-
rende een half uur bezighielden met de geestelijke
lezing. Voor hen , die volmaakt willen worden , is
deze oefening noodzakelijk , heilzaam en vol verlroos-
ting,
vooral wanneer zjj goed wordt verricht.
1.   Alle godgeleerden en alle schrijvers van hot
geesteljjk leven, prijzen eenparig de geestelijke lezing
aan en noemen haar een grondslag voor de dege-
lijke godsvrucht. De volmaaktheid, zegt de H. Au-
gustinus, veronderstelt eene vereoniging met God;
doch wie voortdurend niet God wil wezen, zegt
hjj. moet ook voortdurend bidden on lezen. Verricht
iederen dag uwe goestelijko lezing, schrijft de II. Hie-
ronymus aan Nopotianus, want als gij bidt, spi-eekt
gij met God, maar als gij uwe geestelijke lezing
maakt, spreekt God niet u. Alle Heiligen dan ook,
alle godvruchtige zielen hechtten eene groote waarde
aan deze oefening en erkennen er de heilzame uit-
werkselen van voor het geestelijk leven.
2.   Weest er zeker van, zegt de II. Augustinus,
dat de geestelijke lezing, goed verricht zijnde, de
kostbaarste vruchten voortbrengt: zjj zuivert de ziel,
vervult haar met vrees voor de zonde en de hel en
wekt een vurig verlangen op naar de hemelsche ge-
-ocr page 196-
188                     GEESTELIJKE LEZING
neugten. Eene goede geestelijke lezing, zegt een
schrijver, verkwikt de neerslnchtigen , troost de be-
drukten, bemoedigt de wankelenden, sterkt de zwak-
ken , mankt de uitgestorten ingetogen . de tragen
ijverig , de rechtvaardigen volmaakt. Verschillende
groote Heiligen zjjn hunne bekeering aan de gees-
telijke lezing verschuldigd: de 11. Serapbion aan het
lezen van het Evangelie, de II. Augustinus aan het
lezen der brieven van den 11 1\'aulus, de II. Ignatius
aan het lezen van de levens der Heiligen.
3. Om echter al die voordeden te genieten en de
vertroosting te smaken, .die de geestelijke lezing nnn-
biedt, moet men ze goed verrichten en vooral drie
zaken vermijden. Men leze niet te vlug, maar over-
wege datgene, wat men gelezen heeft. Gelijk oen
zachte, aanhoudende regen meer vruchtbaarheid geeft
aan de narde , dan een voorbjjgannde stortvloed ;
zoo is het ook met de geestelijke lozing voor de ziel.
Men leze niet uit nieuwsgierigheid, maar uit ver-
langen om deugdzaam te worden ; anders mist men
het doel der geestelijke lezing en sluit zijn hart voor
de genado. Men leze eindeljjk niet uit ijdelheid, uit
zucht n 1 om veel te weten, maar uit verlangen om
veel voor God te doen.
De volgende verhalen en overwegingen kunnen
duartoe dienen.
DE EEUWIGE WAARHEDEN.
De kerkelijke geschiedenis verhaalt ons van
een groot getal heilige boetelingen, welke, ten
volle bewust van de nietigheid aller aardsche
goederen, en getroffen door de overweging der
eeuwige waarheden van onzen II. godsdienst,
zich in de eenzaamheid begaven, om daar on-
gestoord de overweging dier heilige waarheden
voort te zetten. Zij leefden van elkander ge-
scheiden in holen en spelonken, en hielden zich
-ocr page 197-
IN VERHALEN KN\' VOORBEELDEN.            180
alleen bezig niet deze gedachte: de dood is
zeker, doch niemand weet wanneer, waar en
hoe hij sterven zal; — elk oogenblik kan het
laatste van ons leven zijn; — zoodra de mensch
sterft, zal hij door God geoordeeld worden en
eene strenge rekenschap alleggen van zijne ge-
dachten, woorden en wei ken; — na dit leven,
dat zoo snel voorbijgaat, begint de eeuwigheid,
die geen einde heeft, en die of wel gelukzalig
of wel rampzalig zal wezen. Zij overwogen, dat
wij enkel op de wereld zijn, om onze zaligheid
te bewerken; — dat het gemis dei\' zaligheid
voor eeuwig onherstelbaar is; -- dat eene enkele
doodzonde ons voor eeuwig rampzalig kan ma-
ken, en dat de zonde het éénig kwaad, het éénig
ongeluk is, hetwelk wij te vreezen hebben.
Doordrongen van die ernstige gedachten, brachten
zij geheele nachten met waken door; zij vastten
en droegen haren kleederen; zij voedden zich
steeds niet wortelen en kruiden of ten hoogste
met brood, dat zij met hunne tranen hevoch-
tigden , — en dat alles ten einde hun lichaam
in bedwang te houden en het vleesch aap den
geest te onderwerpen. Zoo sleten zij hun leven,
of liever, zoo stierven zij langzaam weg, en
waren zij aldus, na twintig, dertig, veertig
jaren aan liet einde hunner loopbaan gekomen,
dan vroegen zij elkander, vervuld met eene hei-
lige vrees en met bevende stem: «Meent gij ,
«ach meent gij, dat God mijne ziel barmhartig
«zal zijn, dat hij mij mijne zonden zal vergeven
«hebben? Meent gij, dat ik bij mijnen dood den
«troost zal smaken, dat de eeuwige Rechter de
«strengheid van zijn oordeel jegens mij zal ver-
«zachten ? Zou ik mogen hopen, (lat ik de eeuwige
-ocr page 198-
190
GEESTELIJKE LEZING
«verdoemenis zal ontgaan, en deelachtig worden
«aan het geluk der uitverkorenen?»...
Welke gevoelens! welk voorbeeld! maar ook,
welke beschaming voor ons ! —
Al zijn wij ook niet geroepen tot zulke bui-
tengewone dingen, waartoe overigens eene bui-
tengewone genade noudigis; wij zijn toch allen,
zonder uitzondering, gehouden den geest van
boetvaardigheid in ons aan te kweeken, zonder
welke er geene zaligheid mogelijk is; want
«zoo gij geen boetvaardigheid doet,» zegt de
eeuwige wijsheid, «zult gij allen gelijkelijk ver-
«gaan.» Wij zijn geroepen, om eerst en vooral
het rijk Gods te zoeken, om ons hart niet aan de
wereld te hechten, om ons lichaam te kastijden,
en aan de heerschappij van den geest te on-
derwerpen, om onze zaligheid met vrees en
angst te bewerken. Maar waarom doen wij niets
van dat alles, terwijl de heilige boetelingen,
welke wij aanroepen en vereereu, werken ver-
richtten, die men volstrekt niet van ons vraagt,
alhoewel zij hetzelfde evangelie volgden als wij,
denzelfden godsdienst beleden als wij , denzelf-
den God dienden, en dezelfde eeuwigheid ver-
wachtten of vreesden. — Wat is de reden van
zulk een groot verschil tusschen hen en ons ?
De Heiligen hadden een levendig geloof, en
daarom behartigden zij de zaligbeid hunner ziel;
— ons echter ontbreekt dat levendig geloof,
en daarom verwaarloozen wij de belangen onzer
ziel. Zij overwogen zonder ophouden de groot-
heid Gods, de afschuwelijkheid der zonde , de
onzekerheid van liet uur des doods, de vcrbor-
genheid van Gods oordeelen, de gedachte aan
eene altoos gelukzalige of altoos rampzalige
-ocr page 199-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN. 191
eeuwigheid; — en wij, — wij zoeken zooveel
mogelijk zulke gedachten van onzen geest ver-
wijden! te houden. Zij, om het met één woord
te zeggen, — zij leefden als heiligen, en wij
leven als wereldlingen.
Laat ons die waarheden wel overwegen, zoo-
lang het nog tijd is. Hoeveel troost zal ons dit
verschaffen! Daarentegen wat staat ons te wach-
ten , zoo wij het verzuimen ? Overdenken wij
daarom van tijd tot tijd de eeuwige waarheden
van ons H. geloof, uit vrees van anders in
eeuwigheid prijs gegeven te worden aan wan-
hoop en vertwijfeling.
HKT ZIELENHEIL.
Ken man, die geheel zijn leven in dienst van
een aanzienlijk heer had doorgebracht, werd
door eene doodelijke ziekte overvallen. Zijn heer,
die hem zeer beminde, bezocht hem, en vond
den zieke in het grootste gevaar; ieder oogen-
Mik kon men den dood verwachten. Diep ge-
troffen bij liet droevig gezicht, zeide hij tot
hem: Och kon ik iets voor u doen! Vraag met
vertrouwen al wat gij wilt, en vrees niet dat
ik u iets zal weigeren. — Mijn heer en meester,
sprak de zieke, in den toestand waarin ik mij
thans bevind is er maar ééne zaak, die ik van
u begeer, namelijk deze: verleng mijn leven,
al ware het ook maar een kwartier uurs! —
Helaas, sprak de meester, dat- is niet in mijne
macht! Vraag iets anders, wat ik in staat ben
\'t te verleenen. — Hoe, hernam de stervende,
vijftig jaren lang heb ik u gediend en nu kunt
gij mij het leven nog niet een kwartier uurs
-ocr page 200-
192                     GEESTELIJKE LEZING
verlengen .\' Ach! hadde ik mijnen God zoo trouw
gediend als u, hij zou mij thans niet enkel een
kwartier uur levens, maar eene gelukzalige
eeuwigheid schenken! Na die woorden gaf hij
den geest. O hoeveel beter ware het hem ge-
weest, hadde hij tijdens zijn leven in beoefening
gebracht wat hij thans op zijn sterfbed, be-
kende verzuimd te hebben !
En wij, zullen wij niet eenmaal hetzelfde lot
ondervinden.\' — Wij vermoeien en tobben ons
af in den dienst der wereld, ja wij brengen
ons voor haar ten offer, en als het uur van
sterven daar is , wat zal de wereld dan voor
ons doen.\'.... En wat zal ons op ons sterfbed
overblijven van alles wat wij voor de wereld
gedaan hebben, zoo wij den dienst van God en
de zaligheid onzer ziel verwaarloozen 1 Overwe-
gen wij dit ernstig en maken wij ten slotte het
volgend besluit: ik wil zalig worden; ik wil de
tijd mijns levens, die mij nog overblijft, aan
het werk mijner zaligheid besteden! Tot nu toe
heb ik dit al te zeer verwaarloosd en ik moet
het als een groot geluk beschouwen, dat God
mij nog den tijd en de genade schenkt daar-
over na te denken.
ÜE ZONDE.
Arcadius, keizer van Constantinopel, had eenen
onverzoenbaren haat opgevat tegen den H. Joan-
nes Chrysostomus Eens zeide hij in eene vlaag
van woede tot eenige zijner hovelingen: O kon
ik mij toch op dien bisschop wreken! De hove-
lingeu waren aanstonds gereed hunnen keizer
-ocr page 201-
193
IX VERHALEN EN
VOORBEELDEN.
raad te geven. Zend hem in ballingschap, zcide
de eene, opdat hij nimmer voor uwe oogen ver-
schijne! Ontneem hem zijne goederen, sprak
een tweede. Sla hem in boeien, zeide een derde,
on werp hem in de gevangenis! Zijt gij niet
meester over leven en dood, vroeg een vierde.\'
Welnu, doe hem dan sterven. Één hoveling,
veel verstandiger dan alle anderen te zamen,
zeide op zijne beurt: gij bedriegt u; dat zijn
niet de middelen, om u op hem te wreken.
Waarheen zult gij hem verbannen, daar de ge-
heele aarde zijn vaderland is. Ontneemt gij
hem zijne goederen, gij ontneemt die niet aan
hem, maar aan de armen. Werpt gij hem in
den kerker, hij zal zijne ketenen kussen en zich
gelukkig achten. Veroordeelt gij hem ter dood,
gij opent hem den hemel. Neen, keizer, wilt
gij u op den bisschop wreken, dwing hem dan
eene zonde te bedrijven. Ik ken dien man, niets
ter wereld vreest hij dan de zonde.
Christenen, overweegt eens deze waarheid en
onthoudt ze goed; de mensch, in staat van zonde,
kan nimmer den hemel, zijn waar vaderland,
binnengaan. Als zondaar kunnen wij God, den
oorsprong van ons wezen, nimmer aanschouwen.
Om de zonde , ja om eene enkele doodzonde,
die wij niet hebben afgeboet, worden wij voor
eeuwig aan de pijnen der hel prijs gegeven.
Overweegt dat wel, ja vergeet, als gij wilt, al
het overige om hieraan alleen te denken. «Vlucht
«de zonden als voor het gezicht cener slang.»
(Eccl. \'21. 2.) «Vader! ik heb gezondigd tegen
«den hemel en tegen u.» (Luc. 15. 21.) «Ik erken
«mijne ongerechtigheid , en mijne zonde staat
«mij steeds voor oogen.» (Ps. 50.5.) «Keer uw
hissikb.                                                       13
-ocr page 202-
194
GEESTELIJKE LEZING
«aangezicht af van mijne zonden en wisch alle
«mijne ongerechtigheden uit.» (Ps. 50 II.)
DE DOOD.
Eene jonge dame, die mei veel verstand be-
gaafd was en toegerust met alle eigenschappen
welke haar geslacht konden versieren, bevond
zich veel eerder dan zij gedacht had aan het
einde harer loopbaan. Gelijk het helaas maar
al te dikwerf\' gebeurt, hield men haar aanvan-
kelijk het gevaar verborgen,waarin zij zich bo-
vond; doch toen de kwaal toenam, was men
gedwongen, haai\' haren toestand bekend te ma-
ken en haar te vermanen, dat zij haar geweten
in orde moest brengen. Die tijding veroorzaakte
haar in het begin schrik en ontsteltenis; doch
gesterkt door de genade van God namen de
gevoelens van geloof in haar de overhand , zij
bracht grootmoedig aan God het offer van haar
leven, en verzocht zelve om de laatste HII. Sa-
cramenten. Inmiddels ontbood zij eenige harer
«vriendinnen om haar te komen bezoeken. Deze
«verschenen juist toen zij op het punt slond de
laatste IJJ1. Sacramenten te ontvangen. «Mijne
vriendinnen,» zoo sprak de stervende op hart-
roerenden toon, «ik heb u ontboden om u de
«nietigheid der aardsche dingen te toonen. Gij
«ziet mijnen toestand en zijt getroffen; trekt
«nut daaruit en erkent de beuzelarijen dezer
«wereld. Ach ! mijne geliefden, kondet gij toch
«de zaken zoo klaar zien als ik die thans aan-
«schouw! alle ijdelheden en hersenschimmen van
«dit leven zouden voor uwe oogen verdwijnen,
«en gij zoudt erkennen , dat niets ter wereld
-ocr page 203-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN.           195
«eenige waarde hoeft dan God alleen to dienen.
«— Mijn uur is titans gekomen , ook het uwe
«zal komen; wacht tocli niet, u daartoe voor to
«bereiden. Voor de laatste maal in dit leven zie
«ik u; voor de laatste maal spreek ik tot u en
«vcrzoek- u voor mij te bidden ; en zoo ik, steu-
«nende op de verdiensten van Jezus Christus
«bij God barmhartigheid vind, zal ik ook u bij
«God niet vergeten.» Vervolgens ontving zij de
H. Teerspijze , en gaf kort daarna den geest.
Deze laatste woorden drongen diep in de barton
harer vriendinnen, en brachten vruchten van
zaligheid voort.
Mochten zij ook bij ons ernstige overweging
vinden.
DE EEUWIGHEID.
Een beroemd schilder van vroegeren tijd ont-
ving eens het bezoek van een andeivn schilder,
die hem de volgende vraag stelde: Hoe komt
bet toch, dat gij, die een zoo groot kunstenaar
zijt, zoo weinig schilderijen vervaardigt, daar
ik, die in de kunst ver beneden u sta, er in
korten tijd zoo velen vervaardigd heb.\' Dat zal
ik u zeggen, was het antwoord; gij schildert
voor den tijd, en ik voor de eeuwigheid.
Schoone les! — Wij allen moeten een beeld
schilderen; dat wil zeggen: als Christenen moe-
ten wij, willen wij eenmaal tot de uitverkorenen
behooren, de gelijkenis van Jezus Christus, het
voorbeeld en model aller uitverkorenen in ons
af malen. Dagelijks kunnen wij daaraan arbeiden:
een gebed tot God gestierd, eene aalmoes ter
liefde Gods gegeven, eene versterving door den
-ocr page 204-
196                     GEESTELIJKE LEZING
<^eest van boetvaardigheid geheiligd, zijn allen
even zoovele penseelt rekken, waarmede wij liet
beeld van Jezus Christus in ons afschilderen
Doch houden wij steeds voor oogen , dat dit
beeld niet voor den tijd, maar voor de eeuwig-
heid moet gemaakt worden.
Laat ons, overtuigd van die groote waarheid,
leven en handelen als menschen, vol van de
gedachte aan de eeuwigheid, door het geloot\'
aan de eeuwigheid versterkt, en door de hoop
op de eeuwigheid bemoedigd, in één woord, als
menschen, die voor de eeuwigheid bestemd zijn.
— Geve God dat de gelukzalige eeuwigheid een-
maal ons deel zij.
Overweeg dit wel, en zeg zonder ophouden
tot u zelven: er is eeue eeuwigheid! — ik ben
voor die eeuwigheid bestemd, — misschien sta
ik aan de poorten der eeuwigheid, — welk zal
mijn lot in eeuwigheid zijn. Daar mij tijd ge-
geven is om dit te overwegen, zoo wil ik dien
zoo ver ik kan, daartoe besteden en mijn ge-
drag daarnaar inrichten.
UITSTEL DKR BEKEERING.
«Toef niet, u tot den Heer te bekeeren, en
«stel niet uit van dag tot dag.» (Keel. 5, 8.)
Te allen tijde ziet men zondaars, die in zonde
leven, in zonde volharden, en toch nog zeggen,
dat zij zich eens zullen bekeeren , in de mee-
ning, dat de tijd hun daartoe niet ontbreken
zal. Uitzinnige taal, die reeds eene ontelbare
menigte zielen in het verderf heeft gestort, en
nog zal storten. O zondaar, bedrieg u niet, stel
uwe bekeering niet uit, anders loopt gij gevaar
-ocr page 205-
IN VERHALEN KS VOORBEELDEN. 197
u niet te bekeeren, en als een verworpéling te
sterven. Ten minste vindt gij in de waarheden
van ons H. Geloof\' geen schijn van grond , die
u in uw vermetel vertrouwen kan sterken; in-
tegendeel , alles roept u toe, dat gij in het
uiterste gevaar verkeert. Ja de uitspraken van
het geloof moeten eenen zondaar, die zijne be-
keering uitstelt, met schrik en angst vervullen.
Schrikkelijk zijn de uitdrukkingen, bedreigingen,
vergelijkingen , afbeeldingen , gelijkenissen en
voorbeelden, waarvan de H. Schrift zich bedient
om den zondaar tot eene spoedige bekeering
op te wekken.
Schrikkelijk op de eerste plaats zijn de uit-
drukkingen, waarmede de H. Schrift bij den
zondaar aandringt op bekeering: «Zoekt den
«Heer nu gij hem kunt vinden.» (Isa. 55. 6.)
«Wandelt terwijl gij het licht hebt, opdat de
«duisternis u niet overvalle; want die in de
«duisternis wandelt, weet niet waarheen hij
«gaat.» (Joa. 12. 35.) «Weest bereid, want op
«een uur, waarop gij niet bedacht zijt, zal de
«Zoon des menschen komen.» (Luc. 12. 40.)
«Heden, als gij zijne stem zult hooren, verhardt
«toch uwe harten niet.» (Ps. Oi, 8.)
Schrikkelijk eveneens zijn de bedreigingen:
«Gij zult mij zoeken en niet vinden.» (Joan. 7. 34.)
«Wijl ik riep, maar gij geweigerd hebt; wijl
«ik mijne hand uitstrekte, maar niemand er acht
«op gaf, wijl gij al mijne raadgevingen ver-
« worpen, en mijne berispingen veracht hebt;
«zoo zal ik ook lachen bij uwen ondergang, en
«spotten als u overkomt wat gij vreesdet. Als
«het onheil u onverwachts zal overvallen; als
«uw verderf, een stormwind gelijk, aanrukt.
-ocr page 206-
198                        GEESTELIJKE LEZING
«als angst en nood over u komen, dan zullen
«zij mij aanroepen, maar ik zal hen niet ver-
«liooren.» (Prov. 1. 24. 28) cln uwe zonde zult
«gij sterven.» (.loan. 8. 21.)
Krachtig zijn de vergelijkingen: «De dag des
«Heeren zal komen , gelijk een dief in den
«nacht, want als zij zullen zeggen: vrede en
«veiligheid, dan zal een plotseling verderf hun
«overkomen.» (Thess. 5. 2-3.) «Gelijk de visschen
«gevangen worden met den angel, en de vogelen
«met den strik , zoo worden de menschen ge-
«vangen ten tijde des onheils, wanneer hun dit
«plotseling overvalt.» (Eccl. 9, 12.)
Treilend insgelijks zijn de afbeeldingen: Zóó
flikkert de bliksem, en zóó is hij verdwenen: —
ziedaar een beeld des levens: heden \'zijt gij op
deze wereld; morgen in de eeuwigheid. «Gelijk
«de bliksem uitgaat van\'het Oosten en licht tot
«in het Westen, zoo zal ook de komst van den
«Zoon des menschen zijn.» (Matth. 23. 27.)
«Reeds ligt de bijl aan den wortel <\\cv hoornen,
«alle hoorn die geene goede vrucht voortbrengt,
«zal uitgehouwen en in het vuur geworpen
«worden.» (Luc, 3, 9.)
Niet minder treilend zijn de gelijkenissen:
De dwaze iraagden slapen in, terwijl zij den
bruidegom verwachten; midden in den nacht
komt hij ; zij gaan hem te gemoet, — doch
worden afgewezen met deze woorden : ik ken
%i niet.
De knecht, door de komst van zijn
Heer verrast, wordt vastgegrepen, gebonden, en
in de duisternis daar buiten geworpen. «Werpt
»dien nutteloozen dienstknecht in de duisternis
«daar buiten. Daar zal geween zijn en geknars
«der tanden. (Matth. 25. 30.)
-ocr page 207-
IN\' VERHALEN EN VOORBEELDEN.            \'199
Schrikwekkend ten laatste zijn de voorbecl-
den. Esau verkoopt zijn recht van eerstgeboorte.
Weldra voelt hij berouw daarover, hij wil zijn
woord herroepen, doch het is te laat; de zegen
is voor altijd verloren. — De stervende An-
tiochus bidt, kermt en zucht; — de ongeluk-
kige ! zijn hart, zegt de H. Schrift, was niet
oprecht; hij wenscht vergilïenis, doch bekomt
ze niet: «Hij bad tot den Heer, de goddelooze,
«van wieu hij toch geene barmhartigheid meer
«zou bekomen,» (\'2. Mach. 9.)
O verblinde zondaar, zeg mij eens wat zeg-
gen al die uitspraken der II. Schrift aan hen,
die hunne bekeering tot het einde uitstellen .\'
Wat hebben zij te wachten, die ongelukkigen,
die in hun leven doof waren voor de stem van
God , die aan de goddelijke genade hardnekkig
weerstand boden, die de stem, welke hen tot
boetvaardigheid aanspoorde, verstikken, die den
H. Geest in hun hart bedroeven , die het aan-
biddelijk bloed der verlossing onteeren, die zich
tegen alle knagingen des gewetens verhard
hebben? Wat hebben zij te wachten, dan dat
zij , hunne bekeering altijd verschuivende, ten
slotte geene boetvaardigheid doen, of ten minste
geene oprechte boetvaardigheid , en alzoo on-
boetvaardig zullen sterven en eeuwig verloren
gaan.
Wee hem! die dit niet in zijn geheugen
prent.
Men zal misschien zeggen: maar hebben de
arbeiders, die eerst in het laatste uur in den
wijngaard zijn gekomen om te arbeiden , niet
het gansche loon ontvangen.\' — Dat is waar,
doch deze arbeiders stonden op de markt op
-ocr page 208-
200
GEESTELIJKE LEZING
arbeid lo wachten, zij zuchtten, zij verlangden
te werken: de zondaren daarentegen, die de
boetvaardigheid altijd uitstellen, waar moet men
ze zoeken ! bij het spel, in gezelschappen, mul-
den in de zonden, en — hebben zij daarenbo-
ven wel eenig verlangen om zich te bekeeren?
Of men zal zeggen: de goede moordenaar
heeft zich eerst bij zijnen dood bekeerd, wij
mogen hetzelfde hopen. Dit is meer een won-
der, dan een voorbeeld, zegt de H. Angnstinus:
durft gij, o zondaar! zulk een wonder der ge-
nade, zulk een wonder van bekeering ver\\vach-
ten? — Verdient gij het? — Ja, de goede
moordenaar heeft zich bij den dood bekeerd,
doch dit is het eenige voorbeeld van dien aard,
dat in de II. Schrift te vinden is. En waar heeft
hij zich bekeerd? Aan de zijde van den ster-
venden Jezus, en met zijn goddelijk hloed be-
sproeid. Doch zondaar, wend uwe oogen ook
eens naar den anderen kant, zie daar hangt de
kwade moordenaar. Hoe sterft hij ? — In wan-
hoop, in de onmiddellijke nabijheid van Jezus
Christus. In plaats dus van zorgeloos en onbc-
kommerd voort te leven, sta op en wees niet
zonder vrees geheel uw leven lang! —
Het is dan waar: de zondaar die zijne be-
keering uitstelt, stelt zich in gevaar zich niet
te bekeeren, en daar hij zich vleit met de ge-
dachte van ecne ijdele bekeering in de toekomst,
stort hij zich in den afgrond der eeuwige straf-
fen! — Overweeg dit; zeg tot u zclven, wat de
H. Geest u toeroept: «Stel niet uit!» — begin
heden, — morgen is het misschien te laat!
-ocr page 209-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN. 20t
DE DOOI) DES ZONDAARS.
Verbeeldt u een zondaar, die altijd in de
zonde voortleefde, zijne bekeering van den eenen
dag tot den anderen uitstelde, en zich vleide
met de hoop: later, op mijn sterfbed zal ik mij
bekeeren, — verbeeldt u zulk een zondaar door
eene doodelijke ziekte aangetast op zijn uiterste
gebracht. De eerste dagen stelt men zich ge-
rust en zegt: het is niet erg , de ziekte heeft
niet veel te beteekenen. Inmiddels neemt de
kwaal toe, en wordt ernstig. Wat geschiedt
ei\'? De geneesheeren worden geroepen , alle
soorten van geneesmiddelen aangewend om het
lichaam te hulp te komen. — Eu wat doet men
voor de ziel? Daar is nog tijd voor, dat ver-
eischt nog geen spoed. Men moet den zieke
niet verschrikken; wij zullen wachten tot mor-
gen; zou de ziekte toenemen, dan zal men er
aan denken. —• De ziekte neemt inderdaad toe
en eindelijk verklaren de geneesheeren haar
voor doodelijk. — Nu ziet de een den anderen
aan, droefheid is op aller gelaat te lezen, men
spreekt elkander zachtjes toe, niemand durft
den zieke zijn toestand onder het oog brengen;
allen zijn verslagen, en men weet niet, wat
men doen moet, O heillooze liefde, o ongeluk-
kige omzichtigheid!
De zieke nadert zijn einde, de benauwdheden
van den dood overvallen hem ; hij ligt buiten
kennis, zonder spraak en zonder gevoel. — Een
biechtvader, een biechtvader! zoo roept men nu
in de grootste beangstheid , een biechtvader!
Aanstonds wordt iemand heengezonden; doch
— o heilige voorzienigheid ! o vreeselijke recht-
-ocr page 210-
202                     GEESTELIJKE LEZING
vaardigheid Gods! Geen priester is te vinden !
men\'zendt op nieuw, men wacht. Inmiddels sterft
de zieke. «In uwe zonden zult (jij sterven!»
Doch misschien vindt men terstond eeneri
priester, die zich naar den zieke spoedt, docli
op het oogenblik, dat hij binnentreedt, geeft de
zieke den geest, en men voegt den priester toe:
hij is gestorven — «In de zonde!»
Veronderstel echter dat hij den zieke nog in
leven vindt; welk leven is dat! Is het voor de
zaligheid zijner ziel niet bijna hetzelfde, als
ware hij reeds gestorven. Zijn hoofd is diep
voorover gebogen, zijn oog mat en onbe\\veeg-
lijk; zijn aangezicht doodsbleek; zijn ledematen
zijn verstijfd, met moeite en luide ademt hij ,
hij is ten prooi aan de angsten des doods. De
priester spreekt hem toe, — geen teeken van
berouw is te bespeuren. Hoe zou hij zich nu
nog kunnen bekeeren iu dien staat — «In de
«zonde !i>
Doch, geef den zieke behoorlijk tijd om zich
voor te bereiden. Onderstel, dat hij in tijds
gewaarschuwd is geworden, dat de biechtvader
tijdig gekomen is, dat de zieke nog ter kennis
en bij verstand is. Plaatsen wij ons iu den geest
aan zijn sterfbed, laat ons getuigen zijn van
een schouwspel, dat schijnbaar en uiterlijk
zielroerend en stichtend, maar in werkelijkheid
schrikkelijk en ijzingwekkend is. — Ou door-
grondelijk zeker zijn de oordeelen Gods. Maar
in den regel mag men zeggen, dat zij die tot
den dood onboetvaardig geleefd hebben, on-
danks den schijn van het tegendeel, ook op
hun sterfbed onboetvaardig zijn. Slaven dei-
zonde waren zij iu hun leven, slachtoffers der
-ocr page 211-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN. 203
goddelijke wraak zijn zij na hunnen dood. «In
«de zonde!»
Wee den onboetvaardigen zondaar , die alle
vermaningen en waarschuwingen met onver-
schilligheiden ongevoeligheid beantwoordt! Niels
treft, niets roert hem meer. Al te duidelijk ziet
men, aan dien afkeer voor alle goddelijke din-
gen, dat God hem nu ook vertalen en zich van
hem verwijderd heeft. - «In de zonde!»
Wee ii, onboetvaardige zondaar, die nu op
uw sterfbed God voor eenen vreeselijken en on-
verbiddel jj ken wreker houdt, en dienvolgens u
in den afgrond der wanhoop stort; die bij het
zien uwer misdaden en gruwelen meent, dat er
voor u geene barmhartigheid meer is, die den
Heer aanschouwt als gewapend tegen u , met
den bliksem zijner straffende gerechtigheid, die
u zelven veroordeelt, en door die wanhoop u
zelven uw eeuwig oordeel in de ziel drukt, —
in uwe ziel. — tin de zonde!»
Wee u, onboetvaardige zondaar, die u in
eenen anderen afgrond stort, door u namelijk
aan vermetel vertrouwen over te geven, en
u inbeeldt dat God, die u geschapen heeft.
ja, die de zuivere liefde is, zijn schepsel
niet voor eeuwig kan verwerpen, dat zijne
barmhartigheid oneindig is, ja dat hij ondanks
de onboetvaardigheid uws harten u al uwe
zonden zal vergeven ! In schijn i-f uw vertrou-
wen schoon; doch in werkelijkheid is het een
duivelsch, een vermetel vertrouwen, dat u over-
levert aan uwen verworpen zin, en het teeken
der eeuwige verwerping in uwe ziel drukt, —
in uwe ziel. — «In de zonde!»
W\'ee u, onboetvaardige zondaar, die zelfs het
-ocr page 212-
204
GEESTELIJKE LEZING
geloof in uw liart hebt uitgewischt, en door
uw misdadig leven tot ongeloof en goddeloos-
lieid gekomen zijt; die niet lioorcn wilt van
bekeering, van godsdienst, van sacramenten ,
die oog en oor sluit voor alles wat u tot be-
keering kan leiden , gij sterft, tot schrik en
verbazing van allen, die u omringen, en eindigt
de gruwelen van een goddeloos en onstichtend
leven door eenen rampzaligen en hcilloozen
dood! — «In de zonde
Het beslissend oogenblik is genaderd. Een
laatste zucht ontsnapt aan de borst des ster-
venden; hij is niet meer. Aanstonds verneemt
men het weemoedig en treurig gelui der klok-
ken. — Wat verkondigen zij ? Een lid minder
in een huisgezin — een mcnsch minder in de
wereld, een verdoemde meer in de hel. — «In
«de zonde
Welk een dood! — kan men daaraan denken
zonder te sidderen?
En ziedaar toch de gewone dood, ik zeg niet
van alle, doch van de meeste zondaars, die de
boetvaardigheid tot op hun sterfbed uitstellen.
Ziedaar hun rampzalig uiteinde, of liever ziedaar
de slagen der gerechte hand Gods, die hen
treft. Als zondaar heeft hij geleefd, als ver-
doemde is hij gestorven! nu volgt eene eeuwig-
heid van wanhoop. — tin uwe zonden zult gij
«sterren !»
DE OXKUrSCHHEID.
Een jongeling, aan alle gruwelen der ontucht
overgeleverd, koesterde eene ongeregelde liefde
voor eene lichtzinnige jongedochter. Alles werd
-ocr page 213-
IK VERHALEN EN VOORBEELDEN. 205
in het werk gesteld om den jongeling van den
weg des verderfs terug te voeren. Docli gebe-
deii en smeekingen, waarschuwingen en verma-
ningen, raadgevingen en bedreigingen bleken
vruchteloos. De dood echter zou een einde aan
dien zondigen omgang maken. Onverwachts
wordt de jongedechter ten gevolge harer uit-
spattingen uit het leven weggerukt. De jonge-
ling is ontroostbaar, ja vervalt schier in wan-
hoop. Weiverre echter dat het ongeluk van
haar, die hem in zoovele zouden had doen
vallen, het vuur der ontucht in zijn hart zou
uitdooven, wordt dit met den dag al heviger.
Een vriend heeft medelijden met den bekla-
genswaardigen jongeling en teneinde hem tot
inkeer te brengen voert hij hem naar het kerk-
hof, opent het graf waarin het zondig meisje
nog kort te voren begraven was en zegt: zie-
hier waartoe de ontucht het voorwerp uwer
onreine liefde gebracht heeft. Een ondragelijke
geur doet den jongeling schier in onmacht
vallen. Hij wil wegvluchten. — Zijn vriend ech-
ter houdt hem staande en spreekt : Wat vreest
gij ? Kom nader, aanschouw oplettend. Zie dat
aangezicht dat reeds tot bederf is overgegaan.
Zie die ingevallen oogen , die weleer ontucht
straalden. Zie dien geopendeu mond, die u tot
het kwaad aanzette, zie hoe de wormen er in
en uitkruipen. Zie wat gij tot hiertoe bemind
hebt, ziehier de vruchten der onkuischheid!
De jongeling stond verslagen. Hij erkende zijne
misdaad, keerde in zich zelven en begon een
geheel ander leven. O welk een kwaad, welk
een ongeluk is de zonde van onkuischheid. \'t Is
waar, de wereld beschouwt haar als eene klei-
-ocr page 214-
20G
GEESTELIJKE LEZING
nigheid, als eone verschoonbare zwakheid; het
geloof eeliter leert ons geheel anders, het ge-
zond verstand, de ondervinding bewijzen het
tegendeel. Het geloof zegt, dat zij eene aller-
grootste misdaad is, wijl de onknischaard God
als zijn Opperheer onteert, Jezus Christus als
zijn Verlosser schendt, derf H. Geest als zijn
Heiligmaker ontheiligt. De onkuische menscli
onteert God, zijnen oppersten Heer: want hij
maakt van het voorwerp zijner driften eenen
afgod, dien hij om zoo te spreken aanbidt; de
ontuchtige brengt aan zijne schandelijke drift
zijne rust, zijne gezondheid, zijne eer, zijn ver-
mogen, de genade Gods en het leven zijner ziel
ten offer. God is niet meer de Heer zijns har-
ten , maar het is aan een schepsel, dat hij al
zijne gedachten en begeerten wijdt. — Is dat
geen gruwel, geenc afschuwelijke ondankbaar-
heid jegens God!
De onkuischaard onteert Jezus Christus, die on.<
Hoofd, die onze Verlosser is. «Weet gij niet, dal
uwe lichamen leden zijn van Christus? Zal ik dan
de leden van Christus nemen en die maken tol
leden eener ontuchtige ? zegt de Apostel in zij-
nen brief tot de geloovigen van Corinthe. (6,15.)
Zijn wij niet door het doopsel kinderen Gods.
broeders van Jezus Christus, medeërfgenamen
van het rijk zijns hemelschen Vaders en leden
van zijn lichaam geworden ? Hoe afschuwelijk
handelt dus de onkuischaard met de ledematen
van Jezus Christus ?
De zonde van onkuischhcid onteert eindelijk
den H. Geest. «Weet gij niet (zegt de Aposteli
«dat uwe leden een tempel zijn van den H. Geesi
«die in u is?» (I. Cor. 6, 19.)
-ocr page 215-
9R i*»-.
IX VERHALEN\' EN\' VOORBEELDEN. 207
Nu een Christen, die de zonde van onkuisch-
lieid bedrijft, verdrijft den H. Geest uit zijn
hart, en maakt daarin plaats voor den onzui-
veren geest.
De onkuischheid dan ook trekt de verschrik-
kelijkste straffen over den mensch af. Open
slechts de H. Schrift en gij zult er overvloedige
bewijzen aantreffen. God straft de wereld met
een algemeenen watervloed, die alle menschen,
met uitzondering van Noë en zijn huisgezin,
verzwelgt. Waarom ? Om de zonde van on-
kuischheid. Sodoma en Gomorrha met nog drie
andere steden worden door het vuur des he-
mels vernield. Waarom ? Om de zonde van
onkuischheid. « Veertig duizend Israëliten,\'» wer-
den op Gods bevel in de woestijn omgebracht,
omdat zij met de dochters der Madianiten ge-
zondigd hadden. (IV. Boek Mos. 5.) Her en Onan
werden om de zonde van ontucht met den dood
gestraft. (I. Boek Mos. 38.) De zeven mannen
van Sara werden tot straf dier zonde door den
duivel gewurgd. (Tob. 3.)
Geene zonde, zegt de H. Cyprianus, is zoo
verderfelijk als deze. Zij spaart noch de ziel,
nocli het lichaam. Het lichaam wordt door haar
verzwakt, ontzenuwd, ondermijnd, uitgeput, met
allerlei ziekten en pijnen overladen en vóór den
tijd in het graf neergeworpen. De ziel wordt
door haar vervuld met afkeer en walg voor
het goede, met een onverzadelijken dorst naar
het kwaal, met verblindheid en wanorde des
geestes, met onrust en knaging des gewetens,
met slavernij en versteendheid des gemoeds,
met wanhoop en eeuwige verwerping. O hoe-
velen branden er in de hel om wille dezer
-ocr page 216-
208                       GEESTELIJKE LEZING
zonde ? En wat do onkuischheid nog gevaar-
lijkei- maakt is, dat zij zoo gemakkelijk bedreven
wordt en zoo spoedig doodzonde is. Hoevele
gelegenheden, hoevele gevaren van onkuischheid !
Hoe lichtvaardig gaan velen daarmede in. Noch-
tans alles wat vrijwillig togen de zuiverheid
geschiedt, al ware het slechts eene vrijwillige
onkuische gedachte, is doodzonde. Verafschuw
daarom deze zoo gevaarlijke en schandelijke
zonde. Vlucht de gevaren en gelegenheden en
wapen u door het gebed, de versterving en het
dikwijls ontvangen der HH. Sacramenten.
DE NAASTE GELEGENHEDEN VAN ZONDE.
Eene der gewichtigste raadgevingen, welke
<le Zaligmaker ons heeft nagelaten, zegt de
H. ISernardinus van Siena, eene raadgeving, die
wij als den grondslag van onzen godsdienst moe-
ten beschouwen, is dat wij de naaste gelegen-
lieden van zonde moeten vluchten. Ontelbare
Christenen gaan verloren, wijl zij dien raad des
goddelijken Verlossers niet opvolgen. Weiverre
van de gevaren en gelegenheden tot zonde te
vermijden, beminnen zij die en vandaar hun
hervallen in dezelfde zonden, vandaar hun zon-
dig leven en onboetvaardig sterven. De gele-
genheid van zonde beminnen, ze opzoeken, er
in blijven en tegelijkertijd deugdzaam leven is
eene onmogelijkheid. Even dwaas als het zoude
zijn te zeggen: «ik zal in het water springen,
«doch niet nat worden» ; «ik zal mij in het vuur
«werpen, maai- niet verbranden», evenzoo
dwaas en dwazer nog is het te beweren : «ik
«zal mij iu het gevaar van zonde blootstellen,
-ocr page 217-
1\\ VERHALEN EN VOORBEELDEN.           20!)
«mij in de naaste gelegenheid van zonde bege-
«ven, docli geen zonde bedrijven». God immers-
heeft uitdrukkelijk gezegd: «Wie het gevaar
«bemint zal er in vergaan» (Eccl. 3. 27) en de
godgeleerden verklaren eenparig dat zij, die zich
vrijwillig aan het naaste gevaar van zonde bloot-
stellen, daardoor alleen reeds zondigen, al zou-
den zij voor het overige geen kwaad bedrijven.
De wil des menschen moge nog zoo goed zijn,
zijne meening nog zoo zuiver, zijne bedoelingen
nog zoo oprecht, hij moge zoo goede voorne-
mens maken als hij wil; begeeft hij zich vrij-
willig in eene naaste gelegenheid van zonde
«peribit» , zegt God, hij zal er in vergaan. Is
zulks te verwonderen? De inensch is zwak, zegt
de 11. Thomas van Aquine, en wanneer hij zich
vrijwillig aan een groot gevaar van zonde bloot-
stelt, heeft hij geen recht op den bijstand des
hemels. God zal zijne genade aan zulk een ver-
metele onttrekken en deze zal bezwijken. Hij
zal daarbij zijne eigene krachten voelen ver-
minderen , zijn geest zien verduisteren en zijn
wil verzwakken, want de gelegenheid van zonde
is als een blinddoek, die ons belet te zien en
krachtdadig te handelen. De duivel daarenboven,
die rondloopt als een brullende leeuw zoekende
wien hij kan verslinden, en die juist in de ge-
legenheden en gevaren de meeste zijner slacht-
offers maakt, gelijk hij meermalen door den
mond der bezetenen heeft moeten bekennen,
zal zijne bekoringen vermeerderen en de zonde
is onvermijdelijk. Onze kracht, zegt daarom de
H. Schrift, is gelijk aan fijnbewerkt vlas, dat
op het vuur wordt geworpen; het zal aanstonds
verbranden zonder dat er iets van overblijft.
MissiEn.                                                                       14
-ocr page 218-
210                     GEESTELIJKE LEZING
Zag men dit vlas in het vuur , zonder dat het
vlam vatte , men zou het als een wonder be-
schouwen; maar een wonder zou het eveneens
zijn als iemand zich vrijwillig in het gevaar
van zonde begaf, zonder God te beleedigen,
een grooter wonder zelfs , zegt de H. Bernar-
dirius von Siena, dan wanneer hij een doode
ten leven opwekte. Evenmin derhalve als men,
volgens de uitspraak des H. Geestes, over
gloeiende kolen kan wandelen zonder zijne voet-
zolen te verbranden; evenmin kan men zich
vrijwillig in een naaste gevaar van zonde wa-
gen zonder God te vergrammen, al zou men
nog zoo schoone voornemens gemaakt en zoo
goede beloften gedaan hebben. De treurige on-
dervinding leert het, helaas! maar al te veel.
Een verschrikkelijk voorbeeld, wel in staat ons
voor de gevaren en gelegenheden van zonde af
te schrikken., verhaalt ons daaromtrent de ge-
leerue Pater Segneri. Eene jonge dochter, zegt
hij, werd gevaarlijk ziek nadat zij geruimen
tijd in zondige betrekking geleefd had met een
jongeling. Op haar sterfbed kwam zij tot in-
keer, beleed hare misdaad en gaf alle teekenen
van een waar berouw. Alvorens den geest te
geven verlangde zij den medeplichtig., in hare
vroegere zonden, nog eenmaal te spreken, ten-
einde hem zijn zondig leven voor oogeu te
stellen, hein tot boetvaardigheid en verbetering
zijns levens op te wekken. Vertrouwende op
hare goede gesteltenis en op hare prijzenswaar-
dige bedoeling, is men onvoorzichtig genoeg om
haar verzoek in te willigen. Doch wat gebeurt?
Nauwelijks is de jongeling het ziekbed der
stervende genaderd, nauwelijks is deze in de
-ocr page 219-
IX VERHALEN EN VOORBEELDEN. 211
naaste gelegenheid of zij vergeet hare beloften,
hare voornemens en met den doorl voor oogen,
richt zij zich op in haar bed , strekt de hand
uit tot hem, die haar in het ongeluk gestort
heeft en zegt: «ik heb u altijd bemind en blijf
u beminnen in den dood; ik weet dat ik om
uwen\'twil naar de hel ga, maar ik bekommer
mij er niet om, ik ga verloren om de liefde die
ik u toedraag » Na die woorden stierf zij ! —
Niet minder verschrikkelijk is het voorbeeld dat
wij lezen in de kerkelijke geschiedenis. Eene
deugdzame vrouw te Antiochië, de haar leven
en hare zorgen gewijd had aan de begrafenis
der martelaren tijdens de vervolging der Ro-
meinsche keizers, vond op zekeren dag zulk
een belijder des geloofs, die ondanks de vele
onderstane folteringen, nog teekenen van leven
gaf. Zij deed hem behoedzaam naar haar huis
brengen en met behulp van bekwame genees-
lieeren slaagde zij er in hem te genezen. Dan,
o droevig voorval, met bloedige tranen te be-
weenen, de kracht der gelegenheid is zoo groot
dat die martelaar, welke zijn bloed voor Jezus
had veil gehad, en die vrouw, welke haar
leven op \'t spel had gezet om hem te verplegen,
langzamerhand in zonde vielen en door het ge-
vaar al meer en meer verblind eindelijk het
geloof verzaakten en een ellendigen dood stierven.
Zoo groot is het gevaar van «te naaste gele-
genheid tot zonde. Vlucht daarom die personen,
die huizen, die plaatsen, die bijeenkomsten, in
één woord alles wat u eene gelegenheid tot
zonde kan wezen. Vertrouw niet op uwe
deugd, op uwen goeden wil of uwe goede be-
doelingen, want indien ceders van den Libanon
-ocr page 220-
212                     GEESTELIJKE LEZING
bezweken zijn, indien een David, een Salomon,
een Samsori zijn gevallen , zoudt gij dan niet
vreezen-.\' Vrees en vlucht, want «wie liet ge-
«vaar bemint, zal er in vergaan.» (Eccli. 3.27.)
«Wie echter de klippen d. i. de gevaren ver-
«mijdt, zal veilig wezen.» (Prov. 11. 20).
I»E VERKEERINGEN.
Onder de vele gevaren en gelegenheden van
zonde, welke jeugdige personen vooral in de
wereld aantreden, behooren zonder twijfel de
verkeeringen. «Moeten in het algemeen jonge-
«lingen en jongedochters, die verkeeren, niet allen
«zonder onderscheid van zware zonden beschul-
«digd worden, zegt de H. Alphonsus, in den
«regel meen ik, zullen zij zich bezwaarlijk buiten
«de naaste gelegenheid bevinden van doodelijk
«te zondigen. De ondervinding bewijst het maar
«al te zeer, want van de honderd jongelieden
«zullen er nauwelijks twee of drie in zulke ge-
«legenheid vrij blijven van doodzonde, is het
«niet in den beginne, dan toch na verloop van
tijd.» Inderdaad, wat al zonden worden er niet
gepleegd, zonden in gedachten, woorden, be-
geerten en werken, tengevolge vooral van die
al te vroegtijdige, al te langgerekte en inzon-
derheid die eenzame verkeeringen onzer dagen!
Maar ook , wat al ongelukken, wat al slechte
huwelijken , wat al straffen voor tijd en eeu-
wigheid brengen dergelijke verkeeringen voort!
De lichtzinnigheid, waarmede zij worden begonnen
en voortgezet, is oorzaak van dat alles. Men
beschouwt de verkeering niet genoeg als eene
voorbereiding tot het H. Sacrament des huwe-
-ocr page 221-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN. 213
lijks, eene voorbereiding tot dien hoogstgewich-
tigen staat, waaraan zoovele plichten , zoovele
zorgen en moeilijkheden zijn verbonden. Onra-
denkcnd gaat men dikwijls eene verkeering aan
zonder te weten wat men doet, zonder hoop,
zonder vooruitzicht op een huwelijk, ja zonder
dat men nog aan een huwelijk gedacht heeft.
Velen zoeken daarbij niets anders dan eene
betere gelegenheid om zich aan allerlei onge-
oorloofde vrijheden over te geven en wat erger
is, sommige ouders, als waren zij met blindheid
geslagen, laten zulke verkeeringen in hunne
kinderen toe, ja bevorderen ze. Welke schande
voor zulke ouders en voor zulke kinderen!
Welke verantwoordelijkheid!
Hoe geheel anders was de gedragslijn van
den aartsvader Abraham en diens zoon Isaak.
Als Isaak oud genoeg geworden was om een
huwelijk aan te gaan, wilde Abraham niet dat
hij eene vrouw zoude kiezen uit de afgodische
dochters van Chanaan, maar hij verlangde voor
zijn zoon eene vrouw die den Heer vreesde en
den zegen Gods over zijn huis kon aftrekken.
Hij zond daarom zijn vertrouwden dienstknecht
Eliezer naar Mesopotamie om zulk eene vrouw
voor Isaak te zoeken. Aanstonds begeeft Eliëzcr
zich op weg en beveelt zijne zending door
vurige gebeden den Allerhoogste aan. Nauwelijks
is hij in Mesopotamie\' aangekomen en heeft hij
zijn gebed geëindigd of hij ziet de brave Rebecca,
de dochter van Bathuel, eene bron naderen om
water te scheppen. Eliëzer treedt op haar toe
en vraagt te drinken. Rebecca is aanstonds be-
reid en spreekt «niet alleen u, maar ook uwe
«kameelen zal ik te drinken geven». Dat was
-ocr page 222-
214
GEESTELIJKE LEZIXG
het teeken, hetwelk Eliëzer in het gebed aan
God gevraagd had om de voor Isaak bestemde
vrouw te kennen. Nadat hij haren naam en
dien haars vaders vernomen heeft, gaat hij
naar het huis van Bathuel, verhaalt dezen het
doel zijner reis en alles wat hein overkomen is.
Bathuel hier den vinger Gods erkennend stemt
aanstonds in liet huwelijk toe, mits Rebecca
daarmede tevreden is. Deze neemt het voorstel
aan en vergezelt Eliëzer met een talrijk gevolg
naar Chanaan. Daar gekomen ziet zij in de verte
Isaak, die in het veld was gegaan om te bidden.
Aanstonds bedekt zij haar aanschijn met haren
sluier en treedt Isaak te gemoet. Deze, van
Eliëzer vernomen hebbende wat er geschied
was, neemt Rebecca tot vrouw. Het geluk, de
vrede, de zegen des Heeren rustte op hunne
woning!
Dit voorbeeld bevat in het kort alles wat tot
een gelukkig huwelijk, tot eene goed»; verkee-
ring vereischt wordt. Gelijk Isaak en Rebecca
moeten de jeugdige personen, die verkeeren
willen, een behoorlijken leeftijd, een ernstigen
wil en eene zedelijke mogelijkheid bezitten om
binnen een ge pas ten tijd een goed huwelijk
aan te gaan. Wie al te jong en zonder voor-
uitzicht op een huwelijk begint te verkeeren,
kan zich verwachten op vele zonden , op vele
ongelukken en straffen des hemels. Het gewone
gevolg van dergelijke verkeeringen is of schande
in de familie of een ongelukkig huwelijk of
beiden te zanten. De ouders moeten zulke ver-
keeringen streng verbieden, maar helaas! Eene
moeder liet hare dochter van 1(i jaren ver-
keeren. Als gewoonlijk waren vele zonden en
-ocr page 223-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN. 21&
ten slotte een ongelukkig huwelijk daarvan liet
gevolg. Weldra moest de moeder van hare
dochter de bitterste verwijtingen hooren, wijl
zij de oorzaak van het ongeluk haars kinds
geweest was. Zou die moeder voorzichtiger
worden? Zij had eene tweede dochter; ook deze
liet zij zoo jong verkeeren, maar ook deze vond
in haar huwelijk eene hel op aarde. Zoo ver-
blind zijn hierin sommige ouders. Naar het voor-
beeld van Isaak en Rehecca moet het huwelijk
en ook de verkeering worden voorbereid door
een zuiver en godvruchtig leven, door vele en
vurige gebeden en dooi- den raad en de goed-
keuring der ouders. Een jongeling, die altijd
braaf en zuiver geleefd had, wenschte den hu-
welijken staat te aanvaarden. Alvorens daartoe
over te gaan bad hij God geruimen tijd, niet
alleen om zijne roeping te kennen, maar ook
om te weten wie God voor hem in het hnwe-
lijk bestemd had. Als hij zijne keuze gevestigd
had, vroeg hij eerst de toestemming zijner
ouders en dan die der ouders van het meisje,
want, zoo sprak hij, wie tegen den redelijken
wil der ouders eene verkeering aangaat, kan
onmogelijk op geluk en zegen des hemels hopen.
Eerst na die toestemming ontvangen te hebben,
knoopte hij verkeering aan en zijn huwelijk
was overgelukkig.
Eindelijk moet de verkeering niet te lang zijn
en vooral niet eenzaam. De kortste verkeeringen
zijn in den regel de beste, terwijl langdurige
gewoonlijk in een zondigen omgang ontaarden.
In het bijzonder echter zorge men te verkeeren
onder het oog der ouders of van andere per-
sonen. Dat vraagt niet alleen de kerk, dat vraagt
-ocr page 224-
216                        GEESTELIJKE LEZING
ook de deugd, de eer, het voorbeeld aan an-
deren verschuldigd. Jeugdige personen die prijs
stellen op deugd, op eer en fatsoen verkeeren
niet in de eenzaamheid; ouders die het goed
met hunne kinderen meenen staan het niet toe
Eene weduwe had hare dochter eens alleen ge-
laten bij een jongeling. «Moeder, sprak zij, als
die jongeling weder komt, wees dan zoo goed
ons niet alleen te laten. Gij meent dat ik braaf
ben; ook zou ik den goeden God nooit door
eene zonde willen beleedigen , doch de mensch
is zwak, hij mag zich niet aan het gevaar
blootstellen ; zoovele anderen zijn in de gele-
genheid gevallen, ook ik kan bezwijken. En al
ware dit ook niet, ik stel te veel prijs op mijne
eer, op mijn goeden naam en daarom wil ik
steeds getuigen mijner handelingen hebben, op-
dat niemand mij iets ten laste kunne leggen.» —
Een jongeling van aanzienlijke afkomst, vroeg
een heer om de hand zijner dochter. Ik stem
toe, zeide de vader, op ééne voorwaarde, dat
gij steeds in onze tegenwoordigheid en nooit
in de eenzaamheid verkeert. Wordt die voor-
waarde niet vervuld, clan is de verkeering uit,
want ik wil noch u , noch mijne dochter aan
gevaren blootstellen.» Dat is juist de bepaling
die ik met u maken wilde, antwoordde de jonge-
ling, zie haar schriftelijk hier gesteld. O moch-
ten alle ouders, mochten alle jeugdige personen
zoo spreken en handelen, er zouden zoovele
zonden, zoovele slechte huwelijken, zooveel ver-
antwoordelijkheid niet zijn bij God.
-ocr page 225-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN.            217
SLECHTE GEZELSCHAPPEN.
«Met wie men verkeert, wordt men geëerd.»
Dit aloude spreekwoord van zoo hooge bctee-
kenis, wordt helaas door velen niet genoeg be-
grepen, niet genoeg gewaardeerd. En toch wordt
de juistheid ervan iederen dag door de onder-
vinding meer en meer gestaafd. Gaat men om
met deugdzame personen, als ongemerkt, als
onwillekeurig bijna, zal men langzamerhand door
hun goed voorbeeld tot de deugd worden aan-
gezet. Gaat men daarentegen om met slechte
personen, met ongodsdienstige kameraden, met
zedelooze makkers, van lieverlede zal men hunne
ondeugden overnemen. Een verstandig vader
toonde dit zijn zoon op de volgende, eenvou-
dige, maar tastbare wijze. De knaap was onder
zijne vaderlijke waakzaamheid zoo deugdzaam
opgegroeid, dat hij aan allen tot voorbeeld kon
gesteld worden. Tot zijne groote verbazing ver-
neemt de vader, dat zijn zoon op zekeren dag
in gezelschap geweest is van eenige jongelingen
zijner jaren, wier woorden en daden een vroeg-
tijdig bederf te kennen gaven. Aanstonds waar-
schuwde hij zijn zoon en verbiedt hem met
zulke kameraden om te gaan. Wees niet onge-
i\'ust, vader, sprak de jongeling, ik ben veel te
braaf en te verstandig om mij door hunne
slechte voorbeelden te laten medesleepen; in-
tegendeel , ik zal hen langzamerhand tot het
goede winnen. Gij vergist u, mijn zoon, her-
nam de vader, wie met pek omgaat, wordt er
mede besmet, en met wie men verkeert, wordt
men geëerd, die kameraden zullen u ongemerkt
bederven. Geen nood, sprak de jongeling ver-
-ocr page 226-
218                       GEESTELIJKE LEZING
der, gij zult zien dat ik die makkers weder goed
maak. Zonder verder iets te zeggen , nam de
vader eenige heerlijke versche abrikozen, legde
ze in een korfje en voegde er eene bedorven
abrikoos bij. Daarna sloot hij het korfje in eene
kast. Maar vader, zeide de jongeling, waarom
hebt gij er die bedorven abrikoos bijgedaan?
Zij is rot, zij zal de anderen aansteken. O neen,
mijn kind, was liet antwoord, de goede abri-
kozen zullen de slechte veeleer goed maken.
Na eenige dagen opende de vader het korfje
en zag dat reeds drie abrikozen waren aange-
stoken. Heb ik het niet gezegd, zeide de jon-
geling, weldra zullen allen bedorven zijn. De
vader stelde hem gerust, andermaal verzekerende
dat de goede abrikozen de slechte wederom
frisch en geurig zouden maken. Kort daarna
waren allen integendeel tot algeheel bederf
overgegaan. De jongeling treurde er over, doch
<le vader sprak : Wees niet bedroefd, mijn kind,
ik heb u slechts eene les willen geven. Heb ik
u dezer dagen niet met eenige slechte makkers
gezien? Welnu, gelijk deze éérie slechte abri-
koos genoeg geweest is om alle goede te be-
derven, zoo is één slechte kameraad voldoende
om een geheel gezelschap van brave personen
in booswichten te veranderen.
) Tnderdaad, slechte gezelschappen zijn een be-
derf voor den mensch. Zij zijn een ondergang
voor zijne ziel, want de oneerbare taal in zulke
gezelschappen gevoerd, de gesprekken tegen
geloof en goede zeden, de spotternijen met gods-
dienstige instellingen en gebruiken, de slechte
voorbeelden van allerlei aard werken zoo in-
grijpend op het hart, dat zij niet alleen alle
-ocr page 227-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN. 219
eerbaarheid en schaamte, maar nok de kostbare
onschuld, den schat des geloofs en de liefde
voor de deugd doen verliezen. Er zou een won-
der noodig zijn, zegt de H. Gregorius, om met
slechte kameraden om te gaan, zonder zelf
slecht te worden.
De slechte gezelschappen zijn daarenboven
een ondergang voor het lichaam. De zondige
gewoonten waaraan men door den omgang met
bedorven personen onvermijdelijk verslaafd ge-
raakt, ondermijnen de gezondheid, de ongebon-
denheid en losbandigheid waartoe men vervalt,
verzwakken de beste levenskrachten en op een
smartelijk ziekbed, dikwijls in hospitalen, ge-
vangenissen of op het schavot, eindigt men
weldra een ellendig leven. Op die wijze worden
de slechte gezelschappen tevens eene bron van
oneer en schande, dikwijls voor eene geheele
familie en zijn zij een ondergang voor eer en
goeden naam.
Hoevele voorbeelden strekken daarvoor ten
bewijze. Voor eenige jaren beklom een jongeling
te Rouaan de trappen van het schavot. Alvo-
rens zijn hoofd aan den beul over te leveren,
sprak hij tot bet volk: «In den jeugdigen leef-
«tijd van drieentwintig jaren valt mijn hoofd
«onder het beulenzwaard. Zes weken slechts heb
«ik met een slechten gezel verkeerd, en deze
«heeft mij zoo ver gebracht. Ik vergeef hem,
«dat God mij ook vergeve!» — Een ander jon-
geling, Gervasius Baudie geheeten, werd ter
dood veroordeeld te Moutier in Savoye. Eer hij
zijne straf onderging, zeide hij: «Ik heb niet
«het minste recht om wie dan ook aan zijne
«plichten te herinneren. Veroorloof mij noch-
-ocr page 228-
220
GEESTELIJKE LEZING
«tans te zeggen, niet om mij te verontschul-
«digen, maar om mijne misdaad des te meer
«te verfoeien, dat ik zoo slecht en schuldig ge-
«worden ben door de slechte gezelschappen.»
En als hij den voet reeds op het schavot gezet
had, sprak hij nog: «Ik ga voor God verschij-
«nen! Jongelieden en gij allen die mij hoort,
«neemt eene les aan mij; verwijdert u van de
«slechte gezelschappen en aanhoort de onder-
«wijzingeri van den katholieken godsdienst. Deze
«alleen kan den mensch geleiden en hem zelfs
«in deze wereld waarlijk gelukkig maken.»
Moevele ongelukkige slachtoffers van slechte
gezelschappen zouden eene zelfde bekentenis
kunnen alleggen! Vlucht daarom alle slechte
makkers, vooral hen, die zich in hunne gcdde-
loosheid over alle ondeugden durven beroemen.
Vlucht hen die u door woorden en daden tot
het kwaad durven aanzetten, vooral die erger-
nisgevers, die steeds onkuische woorden in den
mond hebben. Vlucht hen, die spotten met het
geloof, met den godsdienst en de godsvrucht
van brave personen. Verwijdert u van hen, zegt
de IJ. Geest, opdat gij in hunne zonden en in
hunnen ondergang niet begrepen wordet. (Num.
l(i, 26. en Eccli. 7—2.)
I>E GEVAARLIJKE BIJEENKOMSTEN EN ZONDIGE
VERMAKEN.
Alles heeft zijn tijd , zegt de wijze man. Er
is een tijd om te treuren, een tijd om zich te
verheugen en te verblijden. Het is den Christen
derhalve niet verboden van tijd tot tijd een
gepast vermaak, ten onschuldig verzet, een
-ocr page 229-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN.           221
redelijke ontspanning te nemen. Verheugt u,
zegt de Apostel Paulus, maar verheugt u in
den Heer. Opdat echter die vermaken gepast
en geoorloofd zijn, mogen zij niet schadelijk zijn
voor ziel en lichaam, niet hinderlijk aan geloof
en goede zeden, en moeten zij daarenboven ge-
nomen worden te geschikter tijd, met mate
en met eene goede meening. Het groote doel
dier vermaken en ontspanning moet zijn èn
geest èn lichaam te verkwikken, teneinde beter
in staat te zijn tot de vervulling zijner plichten.
Kan men dit echter ook zeggen van die spelen
en vermakelijkheden, van die ontspanningen en
bijeenkomsten, van die danspartijen, bals, thea-
ters en concerten, zooals die in onze tijden zoo
overvloedig worden aangetroffen.\' Helaas neen!
weiverre van eene verfrissching en verkwikking
te zijn voor geest en hart, lichten zij daarin
veeleer de verschrikkelijkste verwoestingen aan.
Zij zijn in vele, ja in de meeste gevallen, eene
pest voor het lichaam, een gif voor de ziel,
wijl zij geloof\' en zeden geweld aandoen en tot
allerlei verderfelijke beginselen en gewoonten
aanleiding geven. Eenigen dezer bijeenkomsten
en vermaken zijn gevaarlijk en slecht uit hun
aard; anderen, zonder in zich slecht en onge-
oorloofd te zijn, worden het door de omstan-
digheden. Iedereen weet hoe noodzakelijk het
is, dat men zijne zinnen, zijne oogen en ooren,
zijne verbeelding vooral bedwinge, wil men niet
evenals een Samson, een David, een Salomon
en zoovele anderen in zware zonden vallen.
Onmogelijk echter in genoemde vermaken en
bijeenkomsten zijne zinnen genoegzaam te be-
waken , wijl alles wordt aangewend om ze te
-ocr page 230-
\'222
GEESTELIJKE LEZING
streelen en te boeien. Alles wat men er hoort
en ziet èn de lichtzinnige kleederdracht, èn de
wufte muziek, èn de ongepaste vrijheden, hou-
ding en gebaren, èn de voorgedragen stukken,
die veelal slechts zedebederf en ongodsdienstig-
heid ademen, èn de valsche beginselen er uit-
gestrooid, in één woord, de gansclie omgeving
is er op berekend om het oog , het oor, de
verbeelding en het hart te treilen en als ge-
vangen te nemen. Men is er slechts op bedacht
om te zien en gezien te worden, om te behagen,
om de aandacht te trekken , om het vuur der
wellust in «Ie harten te ontsteken. Men zou
van steen of ijzer moeten zijn, zegt de H. Jo-
annes Chrysostomus, wilde men in dergelijke
gevaren niet bezwijken en niet in zware zonden
vallen. Hoe vele zonden worden dan ook in
dergelijke bijeenkomsten niet gepleegd! Men
zondigt als men ze bijwoont met slechte bedoe-
lingen hetzij om zijne eigene ongeregelde drif-
ten te streelen, hetzij om die in anderen op te
wekken. Men zondigt als men zich blootstelt
aan gevaar van te zondigen in gedachten, woor-
den, begeerten of werken gelijk dit altijd plaats
heeft als die vermaken in zich zeer strijdig zijn
met geloof en goede zeden. Men zondigt als
men ergernis geeft hetzij door rechtstreeksche
medewerking tot de zonde van anderen, hetzij
door slechte voorbeelden. Men zondigt als men
dergelijke vermaken bijwoont tegen den rede»
lijken wil der ouders in en tegen het verbod
der geestelijke overheid.
Vandaar dan ook dat de heilige vaders en
de godgeleerden tegen dergelijke vermaken zoo
ernstig waarschuwen ; van daar dat zelfs on-
-ocr page 231-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN. 223
geloovige en zedelooze personen door de onder-
vinding geleerd al liet nadeelige ervan erkend
en veroordeeld hebben.
Van de theaters in het bijzonder gesproken
noemen zij ze: eene school van ergernis en
ongebondenheid, [eene noodlottige klip waarte-
gen geloof en zeden langzamerhand een wisse
schipbreuk lijden, een zeker middel om de har-
ten te bederven en allerlei booze driften aan
te kweeken. De goddelooze D\'Alembert noemt
de theaters «een gevaarlijk vergif voor de zie-
»len.» De niet minder goddelooze J. J. Rousseau
schrijft: «de uitwerking van het theater is,
«eene nieuwe kracht te geven aan alle harts-
«tochten. Iloe aangenamer het is, des te na-
cdeeliger is het voor de zeden.» «De theaters,»
zegt hij elders, «zijn plaatsen waar zich lieden
«vereenigen, zonder godsdienst, zonder beginselen,
«lieden, wier verbeelding bedorven is door de
«ledigheid, wier liefde voor vermaken slechts
«monsters {jweekt en booswichten.» En Lodewijk
Riccoboni, een beroemd tooneelspelrr te Parijs,
verklaart na eene ondervinding van vijftig jaren,
dat men niets nuttiger zou kunnen doen , dan
alle theaters te verbieden.
Niet anders is hunne verklaring als er sprake
is van bals en danspartijen. De beste deugen niet,
zegt de H. Franciscus van Sales. De EI. Ambrosius
noemt de dansen «eene vereeniging van onge-
«rechtigheden, een klip voor de onschuld, een
«graf voor de eerbaarheid.» «Men kan God niet
«dienen en zich tegelijkertijd aan het dansen over-
«geven,» zegt de H. Ephrem, «want deze zijn
«niet alleen eene bron van verblinding voor de
«mannen en eene oorzaak van val voor de vrou-
-ocr page 232-
22i                     GEESTELIJKE LEZING
«wen, maar daarenboven zijn zij de droefheid
«der engelen en de vreugde der duivelen.»
De dansplaatsen, zegt de H. Augustinus, zijn
schandelijke schuilhoeken van satan ; liever zag
ik des zondags ploegen dan dansen. Wanneer
iemand van den dans kwam en mij zeide: «ik
«heb niet gezondigd,» spreekt de 11. Hierony-
mus, ik zou zoo iemand bezwaarlijk kunnen
gelooven , want de duivel mengt zich in zulke
vermakelijkheden, en leidt ze. Graaf De Bussy-
Kahutin, een man naar de wereld, een hove-
ling, ilie alles om zoo te zeggen had medege-
maakt, zegt dan ook: «altijd heb ik de bals en
«de danspartijen als gevaarlijk beschouwd; en
«wat mij daartoe leidde was niet slechts de
«rede, maar ook eigen ondervinding. De jongc-
«lieden kunnen zich niet derwaarts begeven,
«zonder zich aan groote gevaren bloot te stellen.
«Ook ben ik van mcening, dat een Christen
«niet bij dergelijke vermaken mag verschijnen.»
— «Ik heb vele jaren gedanst,» schrijft een
ander, «ik heb alles afgezien, alles gehoord...
«Wat zal er in het oordeel Gods van mij ge-
«worden, wanneer al mijne zonden, bij het dan-
«sen gepleegd, geopenbaard worden! Wat zal
«er van die vaders en moeders komen, die hunne
«kinderen zulke vermaken veroorloven ? Moge
«God mijne ouders genadig zijn. Wat mij be-
«treft, zoo lang ik leef en adem , ja dat zweer
«ik, zal geen mijner kinderen den voet zetten
«in die holen, de danszalen; en zouden mijne
«woorden, mijne smeekingen en bedreigingen
«hen niet wederhouden , dan zal ik mij dwars
«over den drempel der dansplaats werpen, waarin
«zij slechts zullen doordringen over het lichaam
-ocr page 233-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN. 225
«huns vaders. Ja, ik wil mij liever door mijne
«kinderen laten vertreden dan toe te staan dat
«zij den voet zetten in die gevloekte plaatsen.»
Zoo spreken ouders die hunne kinderen op-
recht beminnen en deze luisteren naar dien
raad, als zij liefde hebben voor God, voor hunne
ouders, voor hunne ziel, hunne deugd en hun
goeden naam!
HET LEZEN VAN SLECHTE BOEKEN, ROMANS
EN DAGBLADEN.
Gelijk goede boeken, die den geest van ge-
loof en godsdienstzin met de liefde tot de deugd
in de harten ontsteken en vermeerderen, zeer
voordeelig en aanbevelenswaardig zijn ; zoo zijn
slechte boeken, die hetzij rechtstreeks, hetzij
zijdelings het geloof en de goede zeden bestrij-
den, zeer gevaarlijk en verderfelijk. Onder wei-
ken vorm zij ook verschijnen en welken naam
zij dragen, boeken, romans, tijdschriften, dag-
bladen, feuilletons of wat dan ook, altijd oefe-
nen zij een noodlottigen invloed uit op geest
en hart. Niet alleen die boeken, welke openlijk
zedeloos en ongodsdienstig zijn, maar ook die
welke meer bedekt en omsluierd het vergift
van zedenbederf en ongeloof bevatten, kan men
zonder overdrijving eene ware pest noemen voor
den godsdienst, voor de maatschappij en voor
het huisgezin. Hoevelen hebben door de lezing
van zulke boeken hun geloof, hunne zeden, hun
huiselijk geluk, hunne gezondheid, hun leven,
hunne ziel verloren.
De leugens en dwalingen, welke dergelijke
boeken bevatten en op arglistige wijze verbergen,
1IISSIEB.                                                                     15
-ocr page 234-
226                       GEESTELIJKE LEZING
het ongeloof dat zij verkondigen, de valsche be-
ginselen die zij verspreiden, de onafhankelijkheid
die zij prijzen, de ongeregelde liefde die zij
ademen , dringen langzamerhand en als onge-
merkt in de ziel om haar te berooven van allen
eerbied voor God, alle achting voor het gezag,
alle liefde voor ouders en overheden. Laat iemand
nog zoo deugdzaam zijn, laat hein nog zoovele
goede hoedanigheden bezitten, geeft hij zich
over aan de lezing van slechte boeken, dag-
bladen en geschriften, onwillekeurig verdwijnen
onschuld, eerbaarheid, schaamte, liefde voor den
arbeid, plichtsbesef, om plaats te maken voor
onverschilligheid, voor afkeer en walg van alle
ernstige bezigheden, van het leven zelfs, \\vaar-
aan vele zulke lezers een einde maken door
zelfmoord. Eén slecht hoek , één roman, één
zedeloos dagblad is dikwijls genoeg om de vruch-
ten der beste opvoeding geheel en al te ver-
woesten, om de zaden van ondeugd en boosheid
in de ziel uit te strooien en gansche huisge-
zinnen ten gronde te richten. Zeer waar zegt
daarom de H. Alphonsus : «De duivel heeft geen
«krachtiger en zekerder middel om de zielen te
«bederven, dan de lezing van slechte boeken.»
Onverbiddelijk dan ook teekenen èn het gezond
verstand , èn de droevige ondervinding , en het
geestelijk gezag verzet aan tegen zulke lezingen
en verbieden zij ze ten strengste. Wat personen,
die aan dergelijke lectuur verslaafd zijn , ook
zeggen mogen, welke schijnredenen zij ook
aanhalen om hun geweten in slaap te wiegen
en hunne heillooze lezingen voort te zetten,
altijd leert het verstand en blijft het leeren
dat die slechte boeken een vergift zijn voor
-ocr page 235-
IN VERHALEN EN VOORBEELDEN.          227
geloof en zeilen, een doodsteek voor de onschuld,
een graf\' voor alle goede neigingen. En zij, die
beweren geen kwaad te zien in zulke lezingen,
bewijzen daardoor alleen dat zij er den noodlot-
tigeji invloed reeds op onrustbarende wijze van
ondergaan hebben en dat het kwaad al diep in
hun hart geworteld is. Zelfs de goddelooze Vol-
taire, hoezeer ook bedorven en peilloos diep
gezonken, erkent deze waarheid. In een zijner
werken zegt hij: «nooit heeft een kuisch meisje
«romans gelezen.... Het meisje, dat het waagt,
«eene bladzijde uit dezen roman te lezen, is
«verloren.» De ondervinding trouwens bewijst
het helaas maar al te zeer! In den beginne
leest men wat minder slecht is, men zou zich
schamen zeer ongodsdienstige en zedelooze hoe-
ken ter hand te nemen. Langzamerhand even-
wel gaat die eerbare schaamte voorbij, men
zoekt al slechtere en slechtere schriften, men ver-
slindt ze als het ware, leest bij dag en bij
nacht totdat lichaam en ziel volkomen onder-
inijnd zijn. Hoevele voorbeelden staven deze
woorden. Een jongeling van achttien jaren, die
allen een voorbeeld was van eer en deugd, had
het ongeluk eenige zedelooze feuilletons ter leen
te ontvangen. Aanvankelijk leest hij ze met af-
keer, weldra echter schept hij er behagen in,
werpt zich als een uitgehongerde op alles wat
die hoeken schandelijks en bedervends bevatten
en vindt nergens anders meer smaak in. Spoedig
wordt het duister en onstuimig in zijn anders
zoo helder en rustig gemoed. Eene zondige ge-
woonte door de lezing dier slechte boeken aan-
genomen, verwoest dermate zijne overigens
sterke gezondheid en brengt hem binnen twee
-ocr page 236-
228                     GEESTELIJKE LEZING
jaren zoover, dat alle hoop op herstel verloren
is. Na eene algeheele verlamming der beide
beenen, na een langdurig smartelijk lijden, sterft
hij aan eene ziekte van den ruggegraad, het
gevolg van een losbandig en uitputtend leven.
Eene twintigjarige dochter lag op haar uiterste.
Tot haar achttiende jaar had zij braaf en voor-
beeldig geleefd en was zij de troost geweest
harer moeder, de vreugde harer vriendinnen.
Alvorens te sterven, deed zij hare moeder tot
zich komen en sprak : «Met den dood voor oogen
«moet ik u danken voor de goede opvoeding,
«die gij mij gegeven hebt, maar u tevens ver-
«giiïenis vragen voor het misbruik dat ik er van
«maakte. Ondanks uwe goede zorgen heb ik u
«weten te bedriegen en uwe waakzaamheid te
«verschalken. Sinds twee jaren lees ik in het
«geheim slechte boeken, en dit is de oorzaak,
«dat ik zoo veranderd, zoo slecht geworden
«ben.» Daarna sprak zij tot hare vriendinnen:
«Nog eenige oogenblikken en ik ga voor God
«verschijnen. Ik bid u, neem eene les aan van
«uwe vroegere vriendin. Mijn lichaam is ten-
«gevolge van het lezen van slechte boeken aan
«den rand des grafs, mijne ziel aan de poorten
«der hel gebracht. Gelukkig heb ik mijn mis-
«stap vóór mijn sterven ingezien en betreurd.
«Spiegelt u aan mijn voorbeeld en leest nooit
«of nimmer slechte boeken of romans.» — In
eene armoedige woning te Parijs lag een meisje
van nog geen vijftien jaren, dood op den grond.
Door middel van een halsdoek had zij gepoogd
zich te wurgen en zich daarna door kolendamp
verstikt. Onder haar oorkussen vond men ver-
schillende romans , in hare kast eene menigte
-ocr page 237-
IN VERHALEN EN VOORBEKLUEN.           2\'29
slechte dagbladen, terwijl op een stuk papier
met potlood geschreven stond: «ik breng mij
«om het leven; de eenige zaak die ik vader en
«moeder vraag, is, dat mijn lijk niet in de
«kerk kome.»
Verschrikkelijke les voor de ouders, die niet
streng toezien, of hunne kinderen slechte boe-
ken lezen of hun daartoe gelegenheid verschaffen.
Is het wonder, dat de Paus, dat de bisschoppen
dergelijke lezingen zoo streng verbieden.\' Is het
wonder, dat de priesters zoo dikwijls hunne
stem tegen slechte boeken verheffen ? Personen,
die geloof\', deugd en eergevoel bezitten, moesten
een afschuw voor zidke boeken hebben en ze
nooit ter hand nemen; de ouders en overheden,
zegt de H. Alphonsus, moeten ze zorgvuldig
uit hun huis verbannen, willen zij bij God geene
strenge rekenschap afleggen.
-ocr page 238-
g^~^s ^ §^ ^ ^""^ ^ f%p ^ e$b ~^i "^ 0 §^~èj§
IV. OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
Handleiding tot een Godvruchtig Leven.
«Weest volmaakt gelijk mijn hemelsche
«Vader volmaakt is.» (Matth. 5. 48).
Ieder Christen is verplicht naar steeds grooter deugd
en naar eene zijnen staat passende volmaaktheid te
streven. Xiet alleen vraagt God zulks uitdrukkelijk
als Hij zegt: «Weest volmaakt gelijk uw hemelsche
«Vader volmaakt is», en elders: «wie volmaakt is
«worde nog volmaakter en wie rechtvaardig is nog
«rechtvaurdiger»; maar ook ons eigen welzijn ge-
biedt het. Hoe volmaakter en deugdzamer wij zijn,
des te aangenamer zullen wij wezen aan God , des
te grooter zal ons geluk en onze tevredenheid zijn
in dit leven, des te heerlijker onze kroon in den
hemel. Om echter tot die volmaaktheid van onzen
staat te komen, moeten wij haar vurig verlangen,
nederig vragen
, ijverig aanhweeken\'
i. Hoe grooter de waarde eener zaak is en hoe
moeilijker deze verkregen wordt, des te grooter moet
ons verlangen er naar zijn, willen wij haar bereiken.
De volmaaktheid nu is van eene allergrootste waarde
voor don mensch: zij is een schat die hem hier en
hiernamaals wezenlijk gelukkig maakt, doch een
schat die slechts met moeite en inspanning wordt
verkregen. Willen wij derhalve de volmaaktheid be-
reiken, zegt de II. Thomas, dan moeten wij het
ernstig willen, dan moeten wij haar verlangen. Zon-
der dat verlangen zullen wij door den minsten tegen-
zin afgeschrikt, door de geringste moeilijkheid tegen-
gehouden worden; met dat verlangen daarentegen
-ocr page 239-
OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN\'.         231
zullen wjj alle hinderpalen gemakkelijk te boven
komen. Daarom zegt ook de Zaligmaker: «Zalig die
«hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want
«zij zullen verzadigd worden.»
2.   En niet alleen moeten wij de volmaaktheid ver-
langen: wij moeten haar ook dringend aan God
vragen. De volmaaktheid wordt alleen verkregen door
hen, zegt de II. Theresia. die haar nederig afsmeeken
door het gebed Zonder het gebed , zegt de II. A1-
phonsus, zonder een nederig, aanhoudend en ver-
trouwvol gebed zullen wij nooit tot de volmaaktheid
komen, wijl zij onze krachten verre te boven gaat:
door het gebed echter zal God ons al de genaden
schenken die wjj noodig hebben om volmaakt te
worden «vraagt en gij zult verkrijgen.»
3.   Daarenboven moeten wij die verlangens en ge-
beden ondersteunen door onze werken. Wij moeten
ons moeite geven om volmaakt te worden. Ons leven
is geljjk aan den loop eener rivier. Een stroom van
bekoringen, vaif verleiding, van driften en slechte
voorbeelden dreigt ons mede te slepen en ons neer
te werpen in den afgrond. Tegen dien stroom moe-
ten wij inwerken door ons zelven steeds te over-
winnen en in navolging van Jezus Christus die deug-
den te beoefenen, welke aan onzen staat meer bijzonder
eigen zijn. Eenige dezer deugden laten wij hier
volgen.
DE GELlJKVomiLGHEÜ) AAN GODS WIL.
Onze gansche volmaaktheid bestaat in de liefde
tot God «de liefde is de band der volmaaktheid*
(Col. :3. \'I i.) Docli de volmaakte liefde steunt
op de vereeniging van onzen wil met den wil
van God. Het voornaamste uitwerksel der liefde,
zegt de H. Dionvsius de Areopagiet, is daarin
gelegen, dat zij de harten der minnendeu zoo-
danig vcreenigt dat beiden maar één wil hebben.
-ocr page 240-
232           OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
Hoe grooter .bijgevolg onze gelijkvormigheid is
met den goddelijken wil, des te meer liefde
zullen wij bezitten, des te volmaakter zullen wij
wezen.
I. Willen wij derhalve volmaakt worden, schik-
ken wij ons dan in alles naar den aanbiddelijken
wil des Hoeren , ja vereenzelvigen wij ons als
het ware met hem. Dit leert ons Jezus Christus,
wiens geheel leven eene onafgebroken onder-
werping aan den wil zijns hemelschen Vaders
geweest is. «Ik ben uit den hemel nedergedaald,
«zegt Hij, niet om mijn wil te volbrengen, maar
«om den wil te doen van Hem die mij gezon-
«den heeft» (Joan. 6. 38.) «Slachtoffers en of-
«feranden hebt gij niet gewild, o Vader, spreekt
«Hij verder, maar een lichaam hebt gij mij toe-
«bereid :... Toen heb ik gezegd: zie ik kom om
«uwen wil te doen» (Hebr. 10. 5.) En elders :
«Opdat de wereld erkenne dat ik den Vader
«lief heb en zóó doe gelijk de Vader mij ge-
«boden heeft... staat op, laat ons gaan» (Jóan.
14.31.) «Niet mijn wil, zoo bad Hij, maar uw
«wil, o Vader,"geschiede.» — Dit leeren ons
insgelijks de Heiligen. \' Zij hadden geen ander
doel dan Gods wil te volbrengen, overtuigd dat
daarin de gansche volmaaktheid eener ziel ge-
legen is. God wil niet altijd dat wij rijk zijn
aan kennis en begaafdheid, zegt de zalige Hen-
ricus Suso, maar Hij verlangt dat wij ons in
alles aan zijn heiligen wil onderwerpen. Ik wil
dan ook liever de verachtelijkste aardworm zijn
met den wil van God, zoo voegde hij er bij,
dan een Seraphijn te wezen met mijn eigen
wil. Men houcle zich wel overtuigd, zegt de
H. Theresia, dat de hoogste volmaaktheid bestaat
-ocr page 241-
OV HANDLEIDING TOT EEN GOIJVR. LEVEN. 233
in de gelijkvormigheid met Gods wil, zoodat
alles wat wij in het inwendig gebed moeten
zoeken is, die heilige vereeniging met den aan-
biddelijken wil des Heeren. Wie in deze oefe-
ning zal uitmunten, spreekt zij, zal van God
vele gunsten ontvangen en grooten voortgang
maken in het geestelijk leven. Ook de Zaligen
des hemels leeren ons die volmaakte vereeniging
met Gods wil , waarnaar zij zoozeer streven ,
dat zij zich aanstonds in den afgrond der hel
zouden nederstorten, wanneer God hun daartoe
zijn verlangen te kennen gaf.
Hoe gelukkig dan ook zijn die zielen, welke
zich in alles aan den goddelijken wil onder-
werpen ! Zij geven aan God eene groote eer,
eene groote voldoening. Zij brengen Hem het
kostbaarst offer, dat zij Hem kunnen aanbieden,
want wie zijn wil aan God schenkt, schenkt
Hem alles. Zij verzamelen een schat van ver-
diensten in den hemel en van ongekende vertroos-
tingen reeds hier op aarde. De H. Maria Mag-
dalena de Pazzis behoefde slechts de woorden
te hooren «wil van God» , om aanstonds zulk
een troost te smaken, dat zij in verrukking en
buiten zich zelve geraakte van liefde.
II. Doch waarin vooral moeten wij ons aan
Gods wil onderwerpen .\'
1, Wij moeten tevreden zijn met Gods wil
in ziekte en kwelling. Wrel is waar mogen wij
gebruik maken van de gewone geneesmiddelen,
wijl God zulks wil; wel mogen wij God vragen
dat Hij ons van onze ziekte en pijnen verlosse;
doch missen die middelen hunne uitwerking,
blijven onze gebeden onverhoord , dan moeten
wij onderworpen en tevreden zijn heiligen wil
-ocr page 242-
234           OVER VE CHRISTELIJKE DEUGDEN
aanbidden, met Jezus zeggende: «Heer, niet
mijn wil, maar uw wil geschiede.» De tijd van
ziekte en kwellingen is de beste tijd om te
zien of iemand ware deugd bezit; men zou hem
gerust den toetssteen der ziel kunnen noemen.
Verdraagt iemand zijne ziekte en kwelling zon-
der onrust, zonder klacht, zonder outevreden-
lieid ; gehoorzaamt hij aan de geneesheeren, aan
zijne oversten , is hij onderworpen aan Gods
heiligen wil, dan is dit een teeketi van dege-
lijke, oprechte deugd. Is hij daarentegen lastig,
ontevreden, morrend en klagend over alles, dan
kan men zulk een gunstig oordeel niet over
hem vellen , zijne deugd zal in de meeste ge-
vallen slechts eene schiindeugd wezen. Het vol-
maaktste wat wij derhalve doen kunnen is noch
ziekte, noch gezondheid te verlangen, maar ons
geheel aan God te onderwerpen en te bidden
dat Hij met ons doe wat Hem behaagt.
2. Wij moeten ons verder aan Gods wil over-
geven in natuurlijke gebreken en tegenlwden,
zooals: zwakte, mismaaktheid, slecht geheugen,
traag verstand, weinig aaideg, armoede, hitte,
koude, regen, honger, dorst enz. Alles wat wij
bezitten hebben wij van God ontvangen, \'t is
eene weldaad, eene loutere gave zijner goed-
heid, waarop wij geen recht hadden. God had
ons veel ellendiger, veel armer, veel on weten-
der, veel mismaakter kunnen scheppen; Hij had
ons eeuwig in het niet kunnen laten en nog
zou Hij rechtvaardig met ons gehandeld hebben.
Zijn wij dus tevredeti met datgene wat wij zijn
en hebben en danken wij Hem voor alles wat
Hij ons geschonken heeft. Wie weet of grooter
rijkdommen en talenten, of uiterlijke schoonheid
-ocr page 243-
OK HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 235
en begaafdheid, of gezondlieid en andere uit-
wendige voordeelen voor ons niet eene oorzaak
van eeuwigen ondergang zouden geweest zijn.
Voor lioevelen zijn dergelijke gaven eene ge-
legenlieid van tijdelijk en eeuwig ongeluk ge-
weest. Hoevelen zijn in rijkdom, in wetenschap,
in schoonheid verloren gegaan, die in armoede,
in eenvoud, in ziekte zalig zouden zijn geworden !
Onderwerpen wij ons daarom met liefde aan
alles wat God ons overzendt; nemen wij het
goede en het kwade even tevreden uit zijne
vaderhand aan, zeggende: «ja, lieer, zoo ge-
«scliiede het, wijl het zoo behagelijk is voor Ü.»
Dit is het beste middel om altijd gelukkig en
tevreden te leven.
De godvrcezende Tauler verhaalt daaromtrent
het volgende, dat hem zelf\' overkomen is. Jaren-
lang had hij gebeden , dat God hem iemand
zou zenden, die hem in het geestelijk leven kon
onderrichten. Üp zekeren dag nu hoort hij eene
stem, die hem zegt: ga naar die en die kerk
en gij zult vinden wat gij vraagt. Tauler be-
geeft zich naar de aangewezen plaats en vindt
daar een bedelaar, met ellendige lompen be-
dekt. Hij groet hem zeggende: Goeden dag,
mijn vriend. Meester, was het antwoord, ik
herinner mij niet dat ik ooit een kwaden dag
beleefd heb. Welnu, hernam Tauler, God ver-
leene u dan een gelukkig leven. God zij dank!
sprak de arme, ik ben nog nooit ongelukkig
geweest. Als Tauler zich verwonderd toonde
over dat gezegde, ging de bedelaar voort:
Luister, mijn vader, ik zeide u niet zonder reden
dat ik nooit een kwaden, dag gehad heb; heb
ik honger, dan loof ik den goeden God; sneeuwt
-ocr page 244-
236 OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
of regent het, dan zegen ik hem; veracht en
verstoot mij iemand, of valt mij iets anders
onaangenaams te beurt, dan verheerlijk ik des-
wege den Heer. Ik zeide ook dat ik nimmer
ongelukkig was geweest, en ook dat is waar;
want ik ben gewoon alles te willen wat God
wil, zonder eenige beperking: overkomt mij iets
zoets of bitters, alles ontvang ik van zijne hand
met vreugde, als zijnde dat voor mij het beste,
en dat nu maakt mijn geluk uit. —Maar, her-
nam Tauler, zoo God nu wilde dat gij verloren
gingt, wat zoudt gij dan zeggen.\' — O, ant-
woordde de arme, als hij dat wilde, dar) zou
ik mijnen God nederig en liefdevol omhelzen ,
en ik zou hem zoo stevig vasthouden dat, zoo
hij mij in de hel wilde storten, hij gedwongen
zou zijn met mij mede te gaan; ja het zou mij
veel zoeter wezen met Hem in de hel te zijn,
dan alle wellusten des hemels te smaken zonder
hem. — Waar hebt gij God gevonden? — Ik
heb hem gevonden daar waar ik de schepselen
verlaten heb. — Wie zijt gij dan? — Ik ben
koning.— En waar is uw koninkrijk? In mijne
ziel, waarin ik de orde doe heerschen , want
mijne driften gehoorzamen aan de rede, en de
rede aan God. — Tauler vroeg hem ten laatste
hoe hij eene zoo groote volmaaktheid bereikt had. —
Wel, antwoordde hij, met het stilzwijgen te
bewaren voor de meQSchen , om mij te onder-
houden met den Heer, en door mij gestadig
vereenigd te houden met God, in wien ik al
mijne rust, en al mijn geluk vind. Ziedaar wie
die arme bedelaar was; door zijnen wil te ver-
eenigen met dien van God, was hij zeker veel
rijker in zijne armoede, dan alle koningen der
-ocr page 245-
OF HANDLEIDING TOT EEN GOUVR. LEVEN. 237
aarde, en veel gelukkiger in zijn lijden dan de
wereldlingen te midden hunner vermaken. Te-
recht antwoordde dan ook Alphonsus de Groote,
koning van Arragon, als men hem eens vroeg,
wie wel de gelukkigste mensch op aarde was:
Hij is de gelukkigste, die steeds berust in den
wil van God en uit diens hand even gelaten
liet kwaad als liet goed aanvaardt.
3. Wij moeten ons vervolgens aan Gods wil
onderwerpen in allen tegenspoed, die ons over-
valt, zooals verlies van goederen, vooruitzichten,
bloedverwanten, alsook in beleedigingen, ver-
achtingen , lasteringen,\' vernederingen die ons
door de menschen worden aangedaan. Niet dat
God de zonde goedkeurt, die anderen daardoor
bedrijven, neen, God wil de zonde niet, maar
Hij wil onze vernedering, onze berooving, onze
tuchtiging. Immers, \'t is een punt van ons
heilig geloot\', dat er niets geschiedt zonder den
wil en de toelating van God. «Goed en kwaad,
«leven en dood, armoede en rijkdom,» zegt de
"Wijze Man, «komen van God.» (Eccli. 11. 14.)
Beschouwen wij daarom de onheilen die ons
treffen, niet als uitwerkselen van een blind toe-
val of van de kwade gezindheid der menschen,
zegt de II. Augustitius, maar laten wij over-
tuigd zijn, dat alles wat ons overkomt, tegen
onzen eigen wil, ons overkomt door den wil
van God.
Oesarius verhaalt dat een kloosterling, die
zich van zijne medebroeders niet onderscheidde,
niettemin een zoo hoogen trap van heiligheid
bereikt had, dat eenvoudig de aanraking van
zijn kleed de zieken genas. Zijn abt, verbaasd
over dat wonder, vroeg hem op zekeren dag,
-ocr page 246-
238          OVER DE CIlRISTiaiJKE DEUGDEN
hoe liet kwavn dat hij zulke wonderen verrichtte,
hij die tocli niet voorbeeldiger leefde dan de
anderen. De kloosterling gaf ten antwoord, dat
hij zelf daarover verbaasd stond, en niet wist hoe
dat geschiede. Maar welke oefeningen van gods-
vrucht, verricht gij dan, hervatte de abt.\' De
nederige kloosterling gaf te verstaan dat hij
weinig of niets deed, maar dat hij zeer bezorgd
was in alle zaken datgene te willen wat God
wil, en dat hij de genade ontvangen had zijnen
wil volkomen te doen berusten in den wil van
God. Voorspoed, zeide hij, verheft mij niet, en
in tegenspoed hen ik niet terneêrgedrukt, want
ik aanvaard alles als komende van de hand van
God , en het eenig doel dat ik mij voorstel in
al mijne overwegingen , is dat zijn heilige wil
volmaaktelijk in mij vervuld worde. — En de
schade welke ons eergisteren die vijandige
inensch berokkende, die ons van alle middelen
van bestaan beroofde, doordien hij onze hoeve in
brand stak, waarin ons graan en ons vee zich
bevonden , hebt gij deswege geen verdriet ge-
voeld? Neen, mijn vader, ik heb zelfs God ge-
dankt, zooals ik gewoon hen te doen in derge-
lijke gevallen, overtuigd als ik ben, dat de Heer
niets doet en niets toelaat, dan dat wat strekt
tot zijne glorie, en tot ons welzijn; en zoo ben ik
steeds tevreden, wat er ook gebeure. — Na dit
antwoord, waarin eene zoo groote overeenstem-
ming ligt opgesloten met den wil van God, was
de abt niet meer verwonderd, dien kloosterling
zoo groote wonderen te zien verrichten.
4. Nog moeten wij ons met Gods wil ver-
eenigen in geestelijke dorhaden, troostelooslwden,
bekoringen
en verlatenheden, welke de hemel
-ocr page 247-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVEt. LEVEN. 23!)
ons overzendt. Als eene zie! zich op het in-
wendig leven hegiut toe te leggen, is de Heer
gewoon haar een zekeren gevoeligen troost te
verleenen teneinde haar meer en meer te ont-
hechten aan de genoegens dezer wereld. Is zij
echter genoegzaam in het inwendig leven be-
vestigd, dan onttrekt Hij haar dikwerf die ver-
troostingen om hare liefde op de proef te stellen
en te zien of zij Hem dient om Hem zelven en
niet om de voldoening die zij in zijnen dienst
smaakt. «Door dorheden en bekoringen,» zegt
de H. Theresia, «beproeft God degenen, die
«Hem liefhebben.» Weiverre dus van ons in
verlatenheid en bekoring door moedeloosheid te
laten medesleepen, moeten wij ons veeleer ver-
heugen, wijl het dan juist de tijd is om aan \'
God onze getrouwheid te toonen, de tijd ook
om schatten voor den hemel te verzamelen.
Hoe minder voldoening wij smaken in onze god-
vruchtige oefeningen, des te meer voldoening
zullen wij geven aan God en des te meer ver-
diensten zullen wij gewinnen voor ons zelven,
mits wij ze trouw verrichten. Nooit ook kunnen
wij beter onze ellende en onze nietigheid in-
zien dan ton tijde van dorheden en troosteloos-
hcden. Dan begrijpen wij hoe weinig wij kunnen
uil ons zelven, hoe sterk wij daarentegen zijn
door God. Dan vernederen wij ons gemakkelijker
voor Hem en spreken met meer overtuiging:
Heer, ik ben uwe vertroostingen niet waardig;
ik verlang ze ook niet, tenzij gij ze mij wilt
schenken, ik wensch niets anders, dan dat uw
heilige wil in mij vervuld worde. Door zoo te
spreken en te handelen, zegt de H. Theresia,
verdienen wij meer in (kin dag van troosteloos-
-ocr page 248-
240 OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
beid , dan in eenc maand van zoete genoegens
on tranen van hemelsche aandoening.
Hetzelfde geldt ook voor de bekoringen. Wij
moeten ze vermijden zooveel wij kunnen, maar
laat God toe dat wij tegen het geloof\', de hoop,
de zuiverheid of\' tegen eene andere deugd be-
koord worden, dan moeten wij wederom te-
vreden zijn met zijn heilig welbehagen. Alle
heiligen zijn overigens met dorheden en geeste-
lijke verlatenheid bezocht geworden, en velen
hadden met de verschrikkelijkste bekoringen te
strijden. «Hoe koud en ongevoelig is mijn hart,»
riep de H. Bernardus uit, «ik heb geen smaak
«meer in de lezing, geen lust in de overweging,
«geen voldoening in het gebed.» Doch weiverre
van daarom den moed te verliezen of hunne
oefeningen van godsvrucht achtertelaten, stel-
den zij des te meer vertrouwen op God en ver-
richtten hun gebed en hunne goede werken
met des te meer ijver. Zij waren overtuigd van
hetgeen de eerbiedwaardige Joannes van Avila
zcide : «Het is veel beter in dorheid en beko-
«ringen te leven in overeenstemming met Gods
«wil, dan tegen dien wil zich tot den hoogsten
«trap van beschouwing te verheffen.»
5. Eindelijk moeten wij ons aan Gods wil
onderwerpen in alles wat onzen dood betreft,
zoowel met betrekking tot den tijd en de plaats,
als tot de wijze waarop het Gode behagen zal
ons dien over te zenden. Hij , die sterft met
volle overgeving aan Gods aanbiddelijken wil,
sterft een heiligen dood en verdient eene be-
looning eenigermate gelijk aan die der marte-
laren. «Eene akte van volmaakte overgeving
«aan Gods wil, bij den dood,» zegt de god-
-ocr page 249-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 241
vreezende Blosius, «bevrijdt ons niet alleen van
«de hel, maai\' ook van liet vagevuur.» Als de
II. Gertrudis op zekeren dag eene steilte be-
klom, gleed zij uit en stortte naar beneden.
Hare zusters vroegen haar of zij niet bang was
geweest zonder Sacramenten te moeten sterven.
«O nee.n,» antwoordde de Heilige , «ik verlang
«wel vurig de genademiddelen der kerk bij mijn
«dood te ontvangen, maai\' nog liever wil ik
«Gods wil volbrengen. Ik ben overtuigd, dat
«de beste gesteltenis om goed te sterven, is,
«zich geheel aan dien aanbiddelijken wil te ou-
«derwerpen; ik verlang bijgevolg den dood, ge-
«lijk. het God behagen zal mij dien over te
«zenden.» Eveneens moeten wij gesteld zijn. Dit
belet evenwel niet dat wij verlangen mogen
om langer te leven, teneinde méér voor God
te kunnen werken en lijden en dat wij met
den H. Martinus zeggen: «Heer, indien ik nog
«noodig ben voor uw volk, zoo weiger ik den
«arbeid niet.» Dit belet evenmin dat wij naar
den dood verlangen, om God spoediger in den
hemel te bezitten en dat wij met den H. Pau-
lus uitroepen: «Ik wensch ontbonden te worden,
«om met Christus te zijn;» integendeel, wij zijn
zelfs verplicht naar den hemel te verlangen, en
hij, die dat verlangen niet bezit, toont dat hij
weinig liefde heeft voor God. Doch wanneer
God er anders over beschikt, wanneer Hij wil
dat wij langer werken, lijden en strijden, dan
moet wederom onze bede zijn: Heer, uw wil
geschiede. In één woord, wat ons ook over-
kome , hetzij rechtstreeks van God, hetzij door
tusschenkomst van de menschen, hetzij wij in
vreugde of droefheid , in voor- of tegenspoed,
missieb.
                                                 16
-ocr page 250-
242          OVEH DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
in armoede of rijkdom, in ziekte of gezondheid
zijn , blijven wij steeds tevreden met Gods wil
en zeggen wij dikwerf: Heer, geef dat nw wil
volmaakt in mij vervuld worde, ik verlang niets
dan uw eeuwig welbehagen.
III. Om die seboone deugd van overgeving
aan Gods II. Wil te verkrijgen, moeten, wij ons
wel van hare verhevenheid en volmaaktheid
overtuigen. Wij moeten haar dikwijls vragen in
onze gebeden, onder de Mis, na de II. Com-
munie, in onze bezoeken bij Jezus in het AI-
lerheiligste Sacrament. Wij moeten ons einde-
lijk in die heilige overgeving oefenen , door in
alle moeielijkheden, tegenspoeden en ongeluk-
ken , in droevigheden en troosteloosheden te
zeggen : «Heer, uw wil geschiede.» «Mijn God,
«doe met mij wat gij wilt. Geef dat ik steeds
«tevreden zij met uw heilig welbehagen. O
«Jezus, ik verlang niets anders, dan hetgeen gij
«verlangt.* Eéne enkele verzuchting in tegen-
spoed, een enkel «gezegend zij God» of «Heer,
«uw wil geschiede,» is veel meer waard, zegt
de godvreezende Johannes van Avila, dan dui-
zend dankzeggingen in voorspoed.
DE LIEKDE TOT GOD.
God is een God van liefde, die eene onein-
digc liefde waardig is. Niet alleen bemint Hij
ons, zijne schepselen, maar Hij wil daarenboven
ook door ons bemind worden. Hij vraagt, Hij
gebiedt dit zelfs uitdrukkelijk in de H. Schrift:
«Mijn zoon,» spreekt Hij, «geef mij uw hart.»
«Gij zult den Heer uwen God beminnen.» zegt
Hij elders, «uit geheel uw hart, uit geheel uwe
-ocr page 251-
OF HANDLEIDING TOT EEN* GODVR. LEVEN. 243
«ziel, uit al uwe krachten.» En verder: «Wat
«vraagt de Heer uw God van u , dan dat gij
«Hem vreest, dat gij zijne wegen bewandelt,
«dat gij Hem dient en bemint uit geheel uwe
«ziel.»
I. Niemand dan ook heeft meer recht op
onze liefde dan God. Hij is oneindig groot, on-
eindig goed, oneindig volmaakt, oneindig be-
miunelijk. «Wie God niet bemint, kent God
«niet,» zegt de H. Joannes. (Joan. I. 4.8.) God
daarenboven heeft ons het eerst bemind, ons
bemind van alle eeuwigheid en ons in die liefde
tallooze weldaden geschonken naai- ziel en li-
chaam. «Zoozeer zelfs heeft Hij ons bemind,»
zegt de Apostel, «dat Hij zijn eenigen Zoon niet
«gespaard, maar Hem voor ons ten beste ge-
«geven heeft.» (Joan. 13. 16.) «O mijn God,»
roept dan ook de H. Augustinus uit, «wien zou
«ik beminnen, als ik u niet beminde, u, die
«oneindig goed en beminnelijk zijt in u zelven.»
Men verhaalt van de Japaneezen , dat toen
men hun het Evangelie verkondigde, en hen
onderrichtte over de schoonheid , de grootheid
en de oneindige liefde van God; toen men hun
vooral sprak van de groote geheimen van onzen
godsdienst, en van al wat God voor de men-
schen gedaan heeft, toen men hun voorhield
hoe God uit liefde tot ons en om onze zalig-
heid is mensch geworden en gestorven, zij in
eene zoete verrukking uitriepen: O hoe groot,
hoe goed, hoe beminnelijk is de God der Chris-
tenen! Als zij verder hoorden, dat er een ge-
bod bestaat, hetwelk ons voorschrijft God te
beminnen, een gebod dat dengene, die hem niet
bemint, met straften bedreigt, stonden zij ver-
-ocr page 252-
244          OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
stomd, en konden van hunne verbazing niet
bekomen. Hoe zeiden zij? Hebben dan redelijke
menschen een gebod noodig om God te bemin-
nen, die ons zoo zeer bemind heeft? Is liet niet
het grootste geluk , hem te beminnen , en het
grootste ongeluk, hem niet te beminnen? Hoe!
liggen de Christenen niet gestadig geknield aan
den voet der altaren van hunnen God, door-
drongen van zijne goedheid, ontvlamd van zijne
heilige liefde ? — En als zij verder vernamen
dat er Christenen waren, die niet alleen God
niet beminnen , maar hem integendeel beleedU
gen, hem lasteren, dan riepen zij weemoedig
uit: o onrechtvaardig volk, o ondankbare har-
ten , is het mogelijk dat Christenen aan zulk
een gruwel plichtig zijn ? En op welken ver-
vloekten bodem wonen dan die ongevoelige en
onredelijke menschen?
Willen wij dat dit verwijt ook niet op ons
van toepassing zij, willen wij dat die verwij-
derde volkeren niet eenmaal tegen ons opstaan
in den dag des oordeels, laten wij God dan
beminnen uit geheel ons hart. Beminnen wij
Hem met eene oprechte, eene edelmoedige, eene
werkdadige liefde, eene liefde die God stelt bo-
ven alles, eene liefde die voor God weet te
lijden en die bereid is liever alles ten offer te
brengen, dan Gods geboden vrijwillig te over-
treden. Beminnen wij God zoo, dat wij met
den Apostel Paulus kunnen zeggen: «Noch le-
«ven, noch dood, noch engelen, noch machten,
«noch eenig ander schepsel zal ons kunnen
«scheiden van de liefde Gods, die is in Jezus
«Christus onzen Heer.»
II. O, hoe gelukkig zij die den kostbaren
-ocr page 253-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. \'J45
schat der goddelijke liefde bezitten! Die schat
is zoo groot, dat wij alle middelen behooren
aan te wenden om hem te verkrijgen , te be-
waren en te vermeerderen. En welke zijn die
middelen ?
1. Een eerste middel om de liefde tot God
te verkrijgen , is zich te ontdoen van alle
aardsclie genegenheden.
Zoolang een hart vol
aarde is, kan de liefde Gods er geen plaats in
vinden en hoe meer het aan de aarde verkleefd
blijft, des te minder zal de goddelijke liefde er
in wonen. Daarentegen nadert God met zijne
liefde, zoodra men zijn hart aan het aardsche
begint te onthechten, en is die liefde eenmaal
in de ziel binnengetreden, dan hecht zij weldra
geen waarde meer aan alles wat de wereld
acht: «Al gaf een mensch ook alle goederen
«van zijn huis voor de liefde,» zegt de H. Geest,
«hij zal dat voor niets achten.» (Cant. 7. 8.)
En de H. Franciscus van Sales was gewoon te
zeggen: «zoodra een huis in brand staat, werpt
«men alles door de vensters,» dat wil zeggen:
zoodra het hart ontvlamd is van de goddelijke
liefde, dan maakt het zich als van zelf los van
dn goederen, van de eer en de genoegens dezer
aarde. Willen wij God dus waarlijk beminnen,
dan moeten wij bezorgd wezen al liet aardsche,
al liet zinnelijke uit ons hart te verbannen,
zoodat wij met den H. Paulus kunnen spreken:
«Ik acht alles nadeel om de overtreffende kennis
«van Jezus Christus, mijnen Heer, om wien ik
«dat alles verloren heb en als slijk acht opdat
«ik Christus gewinne.» (Phil. 3. 8.) Wij moeten
den H. Geest gestadig bidden, dat hij ons hart
van zijne goddelijke liefde ontvlamme en wan-
-ocr page 254-
2iG          OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
neer ooit eeiiig schepsel aanspraak wil maken
op een deel van ons hart, dan moeten wij het
aanstonds allen toegang weigeren en tot Jezus
zeggen: «Mijn Jezus, gij alleen zijt mij genoeg:
«ik wil niets anders beminnen dan u.» «Gij zijt
«de God mijns harten, gij mijn deel in eeuwig-
«heid.» Mijn God, ik verlang dat gij de eenige
meester, de eenige liefde van mijn hart zijt.
2. Een tweede middel om de liefde tot God
te verwerven, is de overweging van het lijden
onzes lleeren Jezus Christus
en vooral van de
liefde, die Hij ons in zijn lijden en in het AI-
lerheiligste Sacrament des Altaars betoond heeft.
Zoo Jezus weinig bemind wordt in de wereld,
dan is dit een gevolg van de onachtzaamheid
der menschen, die niet willen overwegen, ten
minste van tijd tot tijd, wat de Zoon Gods voor
ons gedaan en geleden heeft. «Het schijnt eene
«dwaasheid geweest te zijn.» zegt de U. Gre-
gorius, «dat een God heeft willen sterven om
«ellendige schepselen zalig te maken ; en toch
«is het een punt des geloofs dat God dit ge-
cdaan heeft ter liefde van ons.» «Mij heeft ons
«liefgehad, en zich zei ven voor ons als een oll\'er
«overgegeven.» (Eph. 5, \'2.) «Hij heeft ons lief-
«gehad, en ons met zijn bloed van onze zonden
«gewasschen.» (Apoc. 1, 5.) O mijn God, roept
de Ii. Bonaventnra uit, gij hebt mij zoozeer be-
mind, dat «jij uit liefde tot mij, u zei ven schijnt
gehaat te hebben. En niet tevreden met te
lijden en te sterven aan het kruis voor onze
zaligheid, heeft de Heer nog daarenboven ons
voedsel willen worden in de H. Communie, zoo-
dat volgens de uitspraak van den H. Thomas,
God zich te onzen opzichte vernederd heeft,
-ocr page 255-
OK HANDLEIDING TOT EEN GODVH. LEVEN*. 247
als ware hij onze dienstknecht, en ieder onzer
zijn God geweest.
Dit ook bewoog den Apostel te zeggen: «De
«liefde dringt ons.» (II. Cor. 5, 14.) De liefde
die Jezus Christus ons heeft toegedragen dringt
en noodzaakt ons eenigermate hem te bemin-
nen. Als de menschen zich aan een schepsel
hechten, wat doen zij dan niet voor hetzelve.\'
En een God, oneindig goed en oneindig schoon,
een God die ons dermate bemind heeft, dat hij
voor eenieder van ons aan een kruis gestorven
is, bemint men zoo weinig! Ach! laat ons den
apostel Paulus navolgen, die zeider «Van mij
«zij het verre te roemen dan op het kruis van
«onzen Heer Jezus Christus.» (Gal. 6,14.) Welk
een grooteren roem kan ik in de wereld verwaeh-
ten, dan door een God zoozeer bemind te zijn
geworden, dat hij zijn bloed en leven ter liefde
van mij gegeven heeft. Zoo moet iedereen spre-
ken die geloof heeft, en zoo men geloof heeft,
hoe kan men dan nog iets anders beminnen
dan God.\' Aks eene ziel Jezus beschouwt met
drie nagelen aan het kruis gehecht, rustende
niet al het gewicht van zijn lichaam op de
wonden zijner handen en voeten, en stervende
van smart ter liefde van ons, hoe is het dan
mogelijk dat zij zich niet gedrongen , ja bijna
genoodzaakt gevoelt, hem uit al hare krachten
te beminnen.
•i. Ken derde middel om tot de volmaakte
liefde Gods te komen, is zich in alias te schik-
ken naar zijn heiligen wil.
Wie God volmaakt
bemint, zegt de II. Bernardus, kan niets anders
willen dan hetgeen God wil en daarom leggen
deugdzame zielen zich op de vereeniging met
-ocr page 256-
248 OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
Gods heiligen wil toe, teneinde tot die vol-
maakte liefde Gods te komen. Dikwijls echter
gebeurt het, dat men met den mond zegt:
Heer uw wil geschiede, dat men door zijne
woorden betuigt geheel en al in den goddelijken
wil te berusten , zonder dat zulks ernstig ge-
noeg gemeend is. Want, overkomt er eenc of
andere wed er waardigheid, wordt men door
tegenspoed, door eene lastige ziekte, of een
ander kruis getroffen, dan is men ontroostbaar.
Nochtans in die oogenblikken juist is het tijd
om God bewijzen te geven, dat men niets
anders zoekt dan zijn heiligen wil en zijne liefde.
In die oogenblikken juist moet men met den
Goddelijken Zaligmaker spreken: «Den kelk,
«dien de Vader mij gegeven heeft, zou ik dien
«niet drinken»? (Joan. 18. 11). In die oogen-
blikken moet men met den deugdzamen Job
zeggen : «Gelijk het den Heer behaagd heeft,
«zoo is het geschied, de naam des Heeren zij ge-
«zegend» (Job. 1. 21). Dan moet men met den
koninklijken Profeet David uitroepen: «Heer,
«leer mij uwen wil volbrengen» (Ps. 142. 10)
of met den Apostel Paulus «Heer wat wilt gij
«dat ik doe»? (Act. 9. 0) Dit is de volmaaktste
akte van liefde tot God, die men kan verwek-
k"en, eene akte die meer waarde heeft dan dui-
zendmaal te vasten en duizend lijfkastijdingen
te verrichten.
4. Een vierde middel om ons hart van liefde
tot God te ontvlammen, is het in wendicj gebed
of de meditatie.
De eeuwige waarheden ziet
men niet, gelijk de stoffelijke zaken, met de
oogen des vleesches, maar alleen in den geest
door de overweging. Hieruit volgt, dat zoo wij
-ocr page 257-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 249
niet een gedeelte van onzen tijd besteden aan
de overweging der eeuwige waarheden en vooral
van de verplichting die wij hebben om God te
beminnen, het ons moeilijk zal zijn ons hart
aan de schepselen te onthechten en het geheel
aan God te schenken. Overwegen wij echter
die waarheden, dan leeren wij als ongemerkt
de nietigheid der aardsche , en de waarde der
hemelsche goederen inzien en zoo wordt ons
hart van lieverlede tot God getrokken en door
zijne liefde ontstoken. Hoe komt het dan dat
sommige menschen gewoon zijn hunne over-
weging te doen en toch God niet vinden ? Dat
komt, wijl zij de meditatie verrichten met een
hart vervuld van aardsche genegenheden. God
zelf zegt van de ziel: «Ik zal haar in de een-
«zaamheid geleiden en daar tot haar hart spre-
«ken.» (Os. \'2. 14). De eenzaamheid des lichaams
is echter niet genoeg om God te vinden, zegt
de H. Gregorius, ook de eenzaamheid des har-
ten wordt gevorderd. «Er zijn vele zielen tot
wie ik gaarne zoude spreken, zeide God daar-
om eens tot de H. Theresia, maar de wereld
maakt zooveel gedruis in haar hart, dat zij
mijne stem niet kunnen verstaan.\' Dit deed
deze\' heilige Bruid des Heeren zeggen: «Ont-
«hecht uw hart van de schepselen, zoek ver-
«volgens God en gij zult hem vinden.»
5. Een vijfde middel eindelijk om een hoogen
graad van liefde tot God te bereiken is liet
gebed.
Wij zijn arm en van alles ontbloot. Wij
zijn zwak en kunnen niets uit ons zelven. Door
het gebed echter worden wij sterk eti rijk aan
alle goederen, want God heeft gezegd «vraagt
«en gij zult verkrijgen.» Die waarheid begrepen
-ocr page 258-
250          OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
de heiligen en vandaar dat liet leven van alle
heiligen een leven van gebed geweest is. Door
het gebed hebben zij die vele en groote gena-
den verkregen , welke hen tot de liefde Gods
en de heiligheid gevoerd hebben. Willen ook
wij dus heilig worden , willen wij eene groote
liefde tot God verwerven, dan moeten wij voort-
durend staan aan de deur der goddelijke barm-
hartigheid om gestadig zijne genaden en zijne
liefde te vragen. Vragen wij die in de meditatie,
onder de mis. na de 11. Communie, vragen wij
ze zoo dikwijls wij voor Jezus in zijn IJ. Sa-
crament zijn neergeknield. Verwekken wij dan
levendige akten van liefde , want deze zijn als
het hout dat het vuur der goddelijke liefde in
ons voedt en vermeerdert. Zeggen wij dikwijls:
o Jezus, ik bemin u , ik bemin u boven alles,
ik bemin u meer dan mij zelven. O Jezus ver-
meeider uwe liefde in mijn hart. Vragen wij
die genade aan Maria, want de genade van
God te beminnen, zegt de H. Franeiscus van
Sales, bevat alle genaden, omdat hem, die God
waarlijk bemint, geene enkele deugd ontbre-
ken kan.
III. Wat nu de kenteekenen betreft, waar-
uit wij kunnen afleiden dat de liefde Gods in
ons woont, deze zijn menigvuldig ; vooral echter
zijn er twee, n. 1. werken en lijden. Immers de
liefde is een vuur. «Ik ben het vuur op aarde
«komen brengen», zegt Jezus Christus spre-
kende van de liefde die Hij in de harten der
me.ischen wil ontsteken. Het vuur nu heeft
deze tweevoudige eigenschap, dat het uit zijn
natuur werkzaam is en dat het wederstand
biedt. Het vuur is altijd in werking, het slaat
-ocr page 259-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVIl. LEVEN. 251
om zich henen en overwint de grootste binder-
palen. Zoo ook de liefde; zij wil zich altijd
verder en verder uil breiden en weerstaat daar-
toe alle moeilijkheden. Willen wij derhalve met
genoegzame zekerheid weten of\' de liefde Gods
in ons verblijft, onderzoeken wij dan slechts of
wij voor God werken en lijden. Verlichten wij
al onze handelingen met eene zuivere meening,
om aan God te behagen .\' Onderhouden wij zijne
geboden en die zijner kerk, vervullen wij al
onze plichten met nauwgezetheid, om Gods hei-
ligen wil te volbrengen.\' Lijden wij gaarne te
zijner liefde tegenspoed, armoede, ziekte, kwel-
ling, vernedering, verachting en versmading?
Zoo ja, dan is de liefde, de ware liefde Gods
in ons, dan is die liefde een werkzaam vuur,
een vuur dat alle beletselen wedersUat. Daar-
üin ook zegt Jezus Christus: «Wie mijne ge-
«boden heeft en ze bewaart, hij is het die mij
«lief heeft.» Doch. werken wij niet met eene
zuivere bedoeling, lijden wij niet met gelaten-
beid en geduld, zijn wij onachtzaam in bet
onderhouden van Gods geboden en in het na-
leven onzer plichten; wij mogen dan nog zoo
dikwijls met den mond zeggen : «mijn God, ik
«bemin u», onze liefde is geene ware, maar
eene valsche liefde. En hiertegen waarschuwt
or.s de H. Geest als Hij zegt: «Mijne kinderen,
«laat ons niet liefhebben met woord of tong,
«maar met daad en waarheid» (I Joan. 3. 18)
Vooral uit het lijden kunnen wij besluiten dat
wij God beminnen, want lijden is een veel
zekerder teeken van liefde dan werken. Wie
werkt geeft zich moeite voor iemand dien hij
liefheeft en dit is een bewijs dat hij hein be-
-ocr page 260-
252          OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
mint; maar wie lijdt vergeet zich zelf om wille
van een ander, dien liij liefheeft, en dit is een
bewijs van eene veel grootere liefde. Het was
door liet lijden dat God op eene bijzondere wijze
de grootc liefde van den profeet Job wilde doen
uitschijnen. Job had zeer zeker eene groote
liefde tot God, maar wanneer vertoonde zij zich
in haren heldersten glans? Was het toen hij
zich omringd zag van een talrijk kroost, toen
hij baadde in den overvloed van alle goederen,
toen hij eene volmaakte gezondheid genoot?
Zeker ook toen straalde zijne groote liefde door,
want hij erkende dat alles hem van God kwam,
hij was daarvoor dankbaar, droeg Gode ofleran-
dcn op, verzuimde geene enkele zijner verplich-
tingen, gaf heilzame lessen aan zijne kinderen
en bad gestadig voor hen, uit vrees dat zij God
zouden beleedigen. Maar zijne liefde tot God
vertoonde zich eerst in heldhaftigen graad, toen
hij in één oogenblik van al zijne goederen be-
roofd werd, toen zijne kinderen allen stierven,
en hij zelf met wonden overdekt, op een mest-
hoop gezeten, door zijne vrienden, door zijne
eigene vrouw nog bespot werd. Te midden dier
ongehoorde beproevingen herhaalde hij met
een bewonderenswaardig en onoverwinnelijk
geduld deze schoone woorden : «De Heer heeft
«gegeven, de Heer heeft genomen, zooals het
«den Heer behaagd heeft, zoo is het geschied.
«De naam des Heeren zij gezegend.»
Doch waarom het voorbeeld van den H. Man
Job aanhalen? Zien wij diezelfde waarheid niet
veel duidelijker en veel verhevener in onzen
Heer Jezus Christus ? Op het punt staande van
zijn lijden te beginnen, sprak Hij tot zijne leer-
-ocr page 261-
OK HANDLEIDING TOT EEN GODVB. LEVEN. 253
lingen : «Opdat de wereld erkenne dat ik den
«Vader liefheb..... staat op, laat ons gaan»
(Joan. 14. 31). En de Heiligen, strekken zij ons
hierin niet ten bewijze door woorden en daden ?
Eene H. Theresia was gewoon te zeggen: «of
«lijden of sterven». Eene II. Magdalena de
Pazzis: «Lijden en niet sterven». Een H. Joannes
van het Kruis: «Lijden en zwijgen», en on-
schuldig bleef hij zonder klagen negen maanden
lang in den kerker, waar hij duizenden onge-
makken en kwellingen verduurde. Eene H. Li-
divina leed met vreugde eene smartvolle ziekte
van 38 jaren. Eene H. Francisca verdroeg ge-
laten de onrechtvaardige verbanning van haren
gemaal en de verbeurdverklaring van al hare
goederen.
Het geduld alzoo is het zekerste bewijs van
de ware liefde tot God, van die kostbare deugd,
die de koningin aller deugden is en bij welke
alle rijkdommen der wereld niet eens in ver-
gelijking kunnen komen. Laat ons derhalve aan
niets ter wereld eenige waarde hechten dan
aan de liefde Gods alleen. Laat ons voor haar
werken, voor haar lijden en haar door vurige
smeekingen aan God vragen, zeggende: «Uwe
«liefde alleen, o Heer, uwe liefde alleen is mij
«genoeg». «Geef mij uwe liefde en uwe genade
«en ik vraag niets meer»,
DE LIEFDE TOT DEN NAASTE.
Zijn wij verplicht God te beminnen, wij zijn
ook gehouden onzen evenmenseh lief te hebben.
«Gij zult den Heer uwen God beminnen uit
«geheel uw hart, zegt Jezus Christus, en uwen
-ocr page 262-
254          OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
«evennaaste gelijk u zelven,» En op eene an-
dere plaats spreekt Hij : «Ik geef\' u een nieuw
«gebod, <lat gij elkander bemint, gelijk ik u
«heb liefgehad.» «Dit is het gebod dat wij van
«God ontvangen hebben , zegt de H. .loannesr
«dat alwie God bemint, ook zijn broeder lief-
«liebbe » (1 .loan. •\'», \'21.) Die liefde nu aan onzen
evenmensch verschuldigd, moet inwendig zijn
en uitwendig. Inwendig moeten wij onzen
naaste beminnen door hem geen kwaad te gun-
nen maar hem alle goed te wenschen dat wij
voor ons zelven verlangen. Wij moeten ver-
heugd zijn als het hem wel gaat en bedroefd
wezen als hij tegenspoed heeft en ongelukken.
Wij moeten ons wel wachten den evenmensch
te oordeelen en zonder gegronde redenen kwade
vermoedens van hem op te vatten.
Uitwendig moeten wij onzen naaste bemin-
nen, door hem niet alleen geen kwaad te bc-
rokkenen, maar door hem bepaaldelijk goed te
doen. En die liefde moet zich openbaren in
woorden en in werken :
In woorden moeten wij onze liefde toonenr
dat wil zeggen:
1)    Wij moeten zelfs den schijn van kwaad-
spreken vermijden. De kwaadspreker wordt ge-
haat door God en de menschcn; wie integen-
deel van iedereen goed spreekt, wordt door God
en de menschen bemind. Als men de fouten
van zijnen evenmensch niet kan verontschul-
digen , moet men ten minste zijne bedoeling
verontschuldigen.
2)  Wij moeten ons wel wachten aan iemand
het kwaad over te brengen dat een ander van
hem gezegd heeft, want daaruit ontstaan soms
-ocr page 263-
Of HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 255
langdurige vijandschap en wraak. De H. Schrift
zegt dat zij die tweedracht zaaien, door God
gehaat worden.
\'.ij "Wij moeten ons ook zorgvuldig in acht
nemen den evenmensen niet te kwetsen door
een of ander bijtend woord, dat enkel hij wijze
van scherts gezegd wordt. Zoudt gij wel willen
dat men met u den spot dreef, gelijk gij dat
doet met anderen ?
4)    Wij moeten alle oneenigheid en twist
vermijden. Somtijds ontstaat ei\' twist uit onbe-
duidende zaken, die vervolgens op beleedigingen
en haat uitloopen. Laat ons derhalve allen geest
van tegenspraak vermijden, en niet doen gelijk
sommigen , die zonder grond , altijd en in alle
zaken tegenspreken. Zeg bij gelegenheid uw
gevoelen en blijf overigens bedaard.
5)  Wij moeten eindelijk iedereen met zachte
woorden toespreken, zelfs onze minderen, en
ons onthouden van alle verwenseningen en be-
leedigingen. Wordt iemand boos en voegt hij
ons een belcedigend woord toe, laat ons dan
met zachtmoedigheid antwoorden , en de toorn
zal spoedig bedaard zijn, want: «een zachtant-
«woord doet de gramschap bedaren.» (Prov.
45. i.) En als het gebeurt dat wij zelven boos
worden op den evenmensen, wachten wij ons
dan wel van een woord te spreken; want de
drift die ons dan beheerscht, zon ons ingeven,
dat wij met gestrengheid moeten optreden,
doch later zou het ons berouwen. De H. Fran-
ciscus van Sales zegt: «Ik ben nooit boos ge-
«weest, of ik heb latei1 berouw daarover gehad.»
Neem tot regel te zwijgen tot dat de gevoe-
ligheid bedaard is. Moet gij iemand die vertoornd
•
-ocr page 264-
25G           OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
is terechtwijzen, wacht dan ecnigen tijd, anders
is uw woord niet bij machte te overtuigen en
goed te stichten.
In werken moeten wij de liefde jegens onzen
naaste beoefenen, dat wil zeggen:
1)   Wij moeten hern behulpzaam zijn zooveel
wij kunnen en vooral den arme door onze aal-
inoezeu bijstaan. De aalmoes, zegt de H. Schrift,
bevrijdt van alle zonde en van den dood, en
«zal niet gedoogen dat de ziel de duisternissen
«inga.» (.lob. 4 11.) De aalmoes dus bevrijdt
ons van de zonde en behoedt ons voor de hel.
Men verstaat door aalmoes, alle hulp, eiken
dienst dien rnen anderen kan bewijzen. De ver-
dienstelijkste aalmoes is die welke men besteedt
vooi\' de ziel van den evenmensen, door hem
met zachtheid, en te geschikter tijd te verbe-
teren, telkens als men kan. Zeg niet gelijk
sommigen: Wat is mij daaraan gelegen? Daar
moet ieder Christen aan gelegen zijn. Wie God
bemint, wil hem ook door iedereen bemind zien.
2)  Ecne bijzondere liefde moeten wij wijden
aan de zieken, die meer dan anderen hulp
noodig hebben. Verleenen wij hun eenigen on-
derstand zoo zij arm zijn, bezoeken en troosten
wij hen, ook dan wanneer zij ons geene erkente-
lijkheid betoonen. God, de Heer, zal er ons
voor beloonen.
3)   Oefenen wij in het bijzonder liefde jegens
onze vijanden. Men vindt menschen , die vol
liefde zijn voor hunne vrienden, maar Jezus
Christus heeft gezegd: «doet wel aan die u ha-
«ten,» (Matth. 5, 44.) Daaraan erkent men den
waren Christen. Kunnen wij derhalve niets\'doen
voor hen die ons vervolgen, bidden wij dan ten
-ocr page 265-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 257
minste voor hen, gelijk Jezus Christus ons be-
veelt: «bidt voor hen die u vervolgen.» (Matth.
ibiil.) Op die wijze wreken zich de heiligen.
Alwie zijnen beleediger vergeeft, is zeker dat
God ook hem zal vergeven; want hij heeft het
beloofd: «Vergeeft en u zal vergeven worden.»
{Luc. 6. 37.) Hij zeide eens tot de gelukzalige
Angela van Foligni: «het zekerste bewijs voor
«eene ziel dat zij door God bemind wordt, is
«dat zij dengene bemint die haar beleedigd heeft.»
4." Toonen wij eindelijk onze liefde jegens de
overledenen en bidden wij veel voor de arme
zielen in het vagevuur. De H. Thomas leert dat
evenals wij gehouden zijn onzen naaste bij te
staan tijdens het leven, wij evenzeer gehouden
zijn hem ter hulp te komen na zijnen dood.
De zielen des vagevuurs lijden pijnen, die alle
pijnen dezer wereld te bovengaan; zij verkeeren
daarenboven in den uitersten nood, daar zij zich
zelve niet helpen kunnen. Laat ons dus zor-
gen die arme zielen te hulp te komen , hetzij
door missen te laten lezen, of ter harer lafenis
missen bij te wonen, door aalmoezen, verster-
vingen of ten minste door onze gebeden, en
door haar de aflaten toe te passen die wij ver-
dienen kunnen. Zij zullen ons zeker dankbaar
zijn en groote genaden voor ons bij God ver-
werven, niet slechts als zij in den hemel zullen
zijn , maar zelfs reeds in het vagevuur, waar
hare gebeden aangenaam zijn aan God.
OVER HET GEDULD.
Het leven van den mensch op aarde is een
strijd. Deze wereld is geen plaats van rust en
MISSIEB.                                                                       17
-ocr page 266-
258          OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
vrede, maar van arbeid en lijden, zij is een
ballingsoord , een tranendal , waar kwelling en
smart ons wachten. Door het geduld echter ko-
men wij alles te boven. «Het geduld,» zegt de
H. Jacobus, «heeft een volmaakt werk.» (Jac.
1. 4.) \'t Is door het geduld dat wij schatten
van verdiensten en eene heerlijke kroon ver-
werven in den hemel. Tegenspoed en lijden ,
beproeving en kwelling moeten de schoonste
juweelen in die kroon uitmaken. God immers
zendt ons de kruisen niet over om ons te \'ver-
doemen, gelijk sommige ongeduldige menschen
wel eens zeggen, neen, Hij geeft ze ons wijl
Hij ons wil zalig maken en des te zekerder den
hemel invoeren. Alle menschen dan ook hebben
hunne kwellingen en hunne moeilijkheden, rij-
ken zoowel als armen , rechtvaardigen zoowel
als zondaren en die het hoogste geplaatst is,
heeft doorgaans het meest te verduren. Bekla-
genswaardig de merisch , die zijn lijden met
weerzin en ongeduld verdraagt; hij verzwaart
zijn tegenwoordig lijden en bereidt zich ccn nog
veel zwaarder in het ander leven. Beklagens-
waardig de zondaar, die in deze wereld slechts
voorspoed geniet; \'t is een bewijs dat God hom
eene eeuwige straf voorbehoudt. Gelukkig daar-
entegen zij , die door kruis en lijden bezocht
worden; \'t is een bewijs dat God hen zalig wil
maken, want Hij kastijdt hen in dit leven,
waar de pijnen kortstondig en licht zijn, om
hen niet te moeten kastijden in het andere
leven, waar die pijnen streng en eeuwigdurend
zullen wezen. Gelukkig, driewerf gelukkig wie zijn
lijden verduurt in geduld en liefde, want wie met
geduld lijdt, lijdt minder en wordt zalig; wie
-ocr page 267-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVB. LEVEN. 259
uit dwang lijdt, lijdt moer en gaat verloren.
Het kruis schijnt zwaar aan hem die liet ge-
dwongen sleept, zegt de H. Theresia, doch die
het gewillig opneemt voelt het als het ware
niet. In (leze wereld, zegt op zijne beurt de
H. Philippus Nerius, bestaat er geen vagevuur;
er is slechts een hemel en eeue hel. Wie zijne
beproevingen geduldig verdraagt, heeft een
hemel; wie dit niet doet, heeft eene hel. Lij-
den wij dus met liefde , het oog gevestigd op
onzen Goddelijken Verlosser, die zooveel voor
ons doorstaan heeft; want, zegt de II. Maria
Magdalena de Pazzis, «alle lijden, hoe zwaar
«het ook zij, wordt zoet als men Jezus aan het
«kruis beschouwt.» Wie Jezus lief heeft, ver-
draagt geduldig alle kruisen en kwellingen en wie
voor Jezus niet weet te lijden, zegt de gelukzalige
JosephCalasantius, kan Jezus ook niet gewinnen.
In welke omstandigheden nu, moeten wij het
geduld beoefenen?
i. Wij moeten het geduld beoefenen in ziekten.
De tijd dei\' ziekte doet den mensch kennen en
leert zien of hij van goud of van lood is. Men
vindt er, die vol godsvrucht en opgeruimdheid
zijn,, zoolang zij frisch en gezond blijven; doch
worden zij door eene of andere ziekte bezocht,
dan verliezen zij het geduld , zij klagen over
iedereen, slaan over tot droefgeestigheid en
vallen in duizenden fouten: ziedaar het goud in
lood veranderd. Ware men geduldig in ziekten,
zeide de gelukzalige Joseph Calasantius, nooit
zou men klachten hooren. Sommigen hoort men
vrome klachten uiten : In den toestand waarin
ik ben, kan ik niet ter kerk gaan, niet com-
municeercn, geen mis hooren , in één woord,
-ocr page 268-
200         OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDKN
kan ik niets doen. Hoe! gij kunt niets doen?
maar gij doet alles, zoo gij den wil van God
doet. Zeg mij eens waarom wilt gij die opge-
noemde zaken verrichten? Is het niet om aan
God te behagen? Welnu, het behaagt God, dat
gij met geduld omhelst al wat gij te lijden
hebt, en dat gij al het overige wat gij zoudt
wenschen te doen achterlaat. Men dient God beter,
zegt de heilige Franciscus van Sales, met te
lijden, dan met te- werken. Vooral zoo de ziekte
doodelijk is moet gij haar met alle geduld aan-
vaarden, zelfs den dood aannemen als het einde
van uw leven gekomen is. Zeg dan niet: Maar
ik ben thans niet voorbereid, ik wenschte nog
wat te leven, om boete te doen voor mijne
zonden. Maar hoe weet gij, dat gij langer le-
vende werkelijk boete zult doen, en niet in nog
zwaardere zonden zult vallen? Hocvelen zijn er
niet, die van eene doodelijke ziekte hersteld,
later slechter leefden dan tevoren en verloren
zijn gegaan, terwijl zij misschien zalig zouden
geworden zijn, zoo zij aan hunne ziekte be-
zweken waren ? Zoo God wil dat gij nu deze
wereld verlaat, onderwerp u dan aan zijnen
heiligen wil, en dank hem dat hij u de genade
verleent te sterven voorzien van de laatste
H.II. Sacramenten; aanvaard gelaten den dood,
en leg u neder in de armen der goddelijke barm-
hartighcid. De berusting in den wil van God,
die u den dood overzendt, is voldoende om uwe
eeuwige zaligheid te verzekeren.
2) Wij moeten het geduld nog beoefenen
bij den dood van bloedverwanten en vrienden
Er zijn menschen, die zoo ontroostbaar zijn bij
het verlies van een hunner bloedverwanten,
-ocr page 269-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 201
dat zij bet gebed , bet ontvangen der HH. Sa-
cramenten, en al hunne oefeningen van gods-
vrucht achterwege laten. Sommigen gaan zoo
ver van tegen God te morren, en zeggen:
«Heer! waarom hebt gij dat gedaan?» Welke
vermetelheid! Zeg mij eens: waartoe dient die
matelooze droefheid ? Meent gij misschien op
die wijze iets welgevalligs te doen aan den
overledene? O neen. Gij mishaagt den over-
ledene zoowel als God. Degene wiens afsterven
gij beweent verlangt dat zijn dood u diene om
u inniger met God te vereenigen , en dat gij
voor hem bidt, indien zijne ziel soms in liet
vagevuur mocht wezen.
\'3) Wij moeten verdor liet geduld beoefenen
als icij veracht en vervolgd worden en ons
zelfs gelukkig achten dat wij met en voor
Jezus vervolging mogen lijden. Gij zegt mis-
schien: wat heb ik toch gedaan, dat ik aldus
vervolgd moet worden ? Waarom moet ik dien
smaad lijden.\' — Mijn broeder, zeg dat aan den
gekruisten Jezus, en luister wat hij u zal ant-
woorden : «En ik dan, welk kwaad heb ik ge-
ffdaan, om zooveel pijnen en versmadingen, en
«den dood des kruises te moeten lijden.» Als
Jezus Christus zooveel geleden heeft ter liefde
van u, dan is het niet te veel gevorderd dat
gij ook een weinig lijdt ter liefde van hem.
Mocht gij ooit in uw leven eene zware zonde
bedreven hebben, bedenk dan dat gij verdiendet
in de hel te wezen, waar men veel grooteren
smaad en veel hevigere vervolgingen van de
zijde der duivelen te lijden heeft. Vervolgt men
u omdat gij uwen plicht gedaan hebt, verheug
u dan grootelijks daarover: «Zalig zijn zij, die
-ocr page 270-
262           OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
«vervolging lijden om de gerechtigheid, want
«hunner is het rijk der hemelen.» (Matth. 5.10.)
Wees overigens overtuigd van hetgeen de
Apostel ons voorspelt. «Alwie in deze wereld
«met Jezus Christus vereenigd wil leven, moet
«vervolging lijden.»
4)   Wij moeten geduld oefenen ten tijde van
dorheid en verlatenheid des geestes,
wat zeker
het zwaarste lijden is voor eene ziel die God
liefheeft. Aldus heproeft God de liefde derge-
nen die hem dierbaar zijn. Wij moeten ons ten
tijde van die beproevingen vernederen, ons
onderwerpen aan den wil van God en ons
nederleggen in zijne handen. Laat ons wel be-
dacht wezen om alsdan niet eene van onze god-
vruchtige oefeningen achter te laten ; zooals het
gebed, liet naderen tot de H.H. Sacramenten,
liet bezoek aan het Allerheiligste Sacrament,
de geestelijke lezing enz. In dien toestand ge-
plaatst, meenen wij dat alles wat men doet
verloren is, omdat men alles met tegenzin en
met moeite verricht; doch wij dwalen, want
wie ondanks allen tegenzin volhardt, geniet wel
is waar geene voldoening, maar handelt tot
groote voldoening van God.
5)   Wij moeten eindelijk geduldig zijn in de
bekoringen.
Sommige kleinmoedige zielen ver-
liezen den moed als de bekoring lang duurt, en
durven soms zeggen : Wil God mij dan ver-
doemen? O neen: God laat de bekoringen toe
niet tot ons verderf, maar tot ons voordeel;
opdat gij u zoudt vernederen, en u inniger met
Hem vereenigen door u geweld aan te doen,
teneinde de bekoringen te wederstaal); endoor
uwe gebeden te verdubbelen, om aldus meer
-ocr page 271-
OK DAM LE1D1Ï G TCT EEN GODVR. LEVEN. 263
verdiensten te verwerven voorden liemel: «Om-
«dat gij welbevallig waart aan God, was het
«noodig dat gij door de bekoring beproefd werdt»,
(Tob. 12. UI.) zeide God tot Tobias. Eilke be-
koring, die men overwint, bezorgt ons een nieuwen
graad van glorie, en eene vermeerdering van
kracht om de bekoringen , die ons in het ver-
volg mochten overvallen , te overwinnen. Ook
laat God nooit toe, dat wij boven onze krachten
bekoord worden: e God is getrouw, en hij zal
«niet toelaten , dat gij beproefd wordt boven
«uw vermogen, maar hij zal met de beproeving
«ook de uitkomst geven, opdat gij haar ver-
«dragen kunt.» (I. Cor. 10. 13.) Wij moeten
wel is waar God bidden, dat hij ons voor be-
koringen behoede, doch zoo zij ons niettemin
overvallen, moeten wij berusten in zijnen hei-
ligen wil en hem de sterkte vragen om weer-
stand te kunnen bieden. De H. Paulus door
bekoringen tegen de zuiverheid overvallen, bad
God hem daarvan te bevrijden, doch God gaf
hem ten antwoord, dat zijne genade hem ge-
noeg moest wezen : «Mijne genade is u genoeg:
«want de kracht wordt in zwakheid volmaakt.»
(II. Cor. 12. 9.) Het eerste middel dat wij in
de bekoringen vooral tegen de zuiverheid moe-
ten bezigen is zooveel mogelijk ons verwijderen
van de gelegenheden , vervolgens niet steunen
op eigen krachten, maar aanstonds onze toe-
vlucht nemen tot Jezus Christus, en zijne hulp
afsmeeken. En zoo de bekoring nog niet op-
houdt , moeten wij voortgaan met bidden , ge-
stadig herhalende: Mijn Jezus, help mij. Heilige
Maagd Maria, sta mij bij. — De aanroeping
alleen der machtige namen van Jezus en Maria,
-ocr page 272-
264          OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
is voldoende om alle pogingen, en alle aanvallen
der hel te verijdelen, Het is ook zeer goed dan
liet teeken des kruises te maken op voorhoofd
en borst. Met het teeken des kruises sloeg de
H. abt Antonius, dergelijke aanvallen des duivels
af. Het is ook zeer heilzaam de bekoringen aan
zijnen zielbestierder te openbaren. Eene beko-
ring geopenbaard, zegt de H. Philippus Nerius,
is half overwonnen.
OVER DE VERSTERVING.
De versterving is eene deugd, die over het
algemeen weinig wordt beoefend, omdat zij
weinig wordt gekend. Sommige Christenen mee-
nen dat de versterving iets overbodigs, dat zij
zelfs iets onnatuurlijks is en zij schrikken terug
voor alles wat hun natuur wederstreeft. Jezus
Christus echter, spreekt: «Wie na mij wil ko-
«men, verloochene zich zelven, neme zijn kruis
«op en volge mij na.» (Matth. 16. \'24.) Doch
zich zelven verloochenen, zijn kruis opnemen, is
zich zelven en vooral zijne eigenliefde versterven.
Wilt gij derhalve Christus volgen, wilt gij Chris-
ten zijn, overwin dan uwe eigenliefde, verloochen,
versterf u.
Er is eene tweevoudige versterving: eene in-
wendige
en eene uitwendige. De inwendige ver-
sterving doet ons de driften beteugelen, vooral
die welke ons het meest beheerschen, de uit-
wendige versterving daarentegen doet ons de
begeerlijkheid der zinnen in bedwang houden.
Wie zijne driften, vooral zijne hoofddrift niet
bestrijdt is in groot gevaar van verloren te
gaan; wie deze echter te boven komt, zal alle
-ocr page 273-
OF HANDLEIDING TOT EEN GÜDVR. LEVEN. \'205
anderen gemakkelijk overwinnen. Sommigen
laten zich door eene drift beheerschen en liou-
den zich niettemin voor deugdzaam, omdat zij
in zich zelven de gebreken niet zien, welke zij
in anderen bespeuren. Doch wat baat dit, vraagt
de H. Cvrillus; eene kleine opening, zegt hij,
is genoeg om een schip te doen zinken. Anderen
zeggen: ik kan mijne driften niet wederstaan ;
doch zij bedriegen zich, zij kunnen het wel,
mits zij bidden en zich geweld aandoen. Een
vaste wil, met de hulp Gods, die nooit ont-
breekt, komt alles te boven. Anderen wederom
geven toe dat men het lichaam elk verboden
vermaak moet ontzeggen, maar zij versmaden
de uitwendige verstervingen, wijl de inwendige
versterving, dat is de versterving van den wil,
de eenig noodzakelijke is. Ja, zij beschuldigen
zelfs de heiligen van wreedheid, omdat dezen
aan hun lichaam alle voldoeningen der zinnen
weigerden en het met boetekleederen, lijfkastij-
dingen, vasten en andere boetplegingen tuch-
tigden. Doch ten onrechte, zegt de H. Bernardus,
want die zoo spreken zijn veel wreeder jegens
zich zelven, ten einde hier op aarde eenige el-
lendige en kortstondige voldoening te genieten,
veroordeelen zij zich om eeuwig te branden in
het vuur der hel. Zeker, men moet voorname-
lijk den wil versterven, maar men moet ook zijn
weerspannig vleesch beteugelen, wijl het anders
moeilijk valt den geest aan God te doen ge-
hoorzamen. Volgens den H. Joannes van het
Kruis moet men geen geloof slaan aan hen,
die leeren dat de uitwendige versterving niet
noodzakelijk is, a! zouden zij overigens ook
wonderen verrichten.
-ocr page 274-
260\'           OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
Maar waarin moet men zich dan vooral ver-
sterven ?
1) Men moet zijne oogen versterven. De eerste
schichten, die de ziel treffen, en haar dikwijls
den dood toebrengen dringen binnen door de
oogen. De oogen zijn zooveel als haken der
hel, die de zielen bijna gedwongen tot de zonde
trekken. Een heidensch wijsgeer benam zich
vrijwillig het gezicht, om te kunnen wederstaan
aan de lusten des vleesches. Wij mogen ons
wel is waar niet van het gezicht berooven door
middel van een gloeiend ijzer, maar wij moeten
ons blind maken door middel van de heilige
versterving; zoo niet dan zal het ons moeilijk
vallen de zuiverheid te bewaren. «Wie niet wil
«dat de vijanden de stad binnentreden, moet
«de poorten gesloten houden», zegt de H. Fran-
ciscus van Sales. Wij moeten ons dus wachten
eenig voorwerp te beschouwen dat bekoringen
kan verwekken. De H. Alovsius van Gonzaga
durfde zelfs zijne eigene moeder niet in het
aangezicht zien. Mochten onze oogen soms een
gevaarlijk voorwerp ontmoeten, nemen wij ons
dan in acht dat voorwerp aan te staren. Niet
het zien maar het bezien van een voor-
werp , zegt de H. Franciscus van Sales stort
ons in het verderf. Laat ons dus oplettend
wezen om onze oogen te versterven, want velen
zijn thans om wille hunner oogen in de hel.
2) Men moet ook zijne tong versterven, met
zich te onthouden van achterklap en van be-
leedigendc en oneerbare woorden. Een al te
vrij woord in het gesprek gebezigd, alleen maar
om te lachen, kan aanstoot verwekken, en ver-
volgens aanleiding geven tot duizenden zonden.
-ocr page 275-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN\'. 267
Men merke ook op tlat een dubbelzinnig woord
geestig aangevoerd, soms meer kwaad sticht
dan een openlijk oneerbaar gesprek.
3)   Men moet daarenboven den mond ver-
sterven. Volgens den H. Andreas Avellinus moet
men om als goed Christen te loven , beginnen
met zijnen mond te versterven. «Men moet eten
«om te leven, zeide de H. Franeiscus van Sales,
«en niet leven om te eten.» Vele menschen
schijnen te leven om te eten, en dat is oorzaak
van bunnen ondergang zoo naar ziel als naar
lichaam. Hoevele ziekten worden door de gul-
zigheid voortgebracht! Doch wat erger is, de
onmatigheid is in den regel eene bron van
onkuischheid. Als de maag met spijzen en geest-
rijke di-anken, zooals wijn, brandewijn en der-
gelijke is gevuld, zegt Cassianus, dan is het
onmogelijk dat men niet vele onzuivere beko-
ringen gewaar worde. Doch moet ik dan niet
meer eten? zal iemand zeggen. Ja gij moet
eten om uw leven te onderhouden, gij moet
eten als mensch , docli niet als dier. Heb den
moed om van tijd tot tijd eene versterving of
onthouding te oefenen, bijzonder des zaterdags
ter eere van de Allerheiligste Maagd Maria.
Zoovele personen vasten op water en brood :
doe ook zoo ten minste daags vóór de zeven
voornaamste feesten van O. L. V. Ik bid u
ten minste de kerkelijke vastendagen te onder-
houden.
4)    Men moet ook bet rjeJioor en het gevoel
versterven; het gehoor, door niet te luisteren
naar gesprekken die de zedigheid of de liefde
kwetsen; het gevoel door voorzichtig te zijn
zoowel ten opzichte van anderen , als van zich
-ocr page 276-
268           OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
zelvcn. Daar zijn er die niets daaruit maken,
omdat zij het doen bij wijze van scherts, doeli
ik vraag u: Is er wel iemand die vermaaks-
halve met vuur zal spelen?
OVER DE NEDERIGHEID.
De nederigheid wordt door de heiligen de
grondslag en de bewaarster aller deugden ge-
noemd. Ofschoon zij onder de deugden niet de
eerste is in rang, zegt de II. Thomas, is zij
toch de eerste als grondslag; wijl alle andere
deugden op haar moeten gevestigd worden en
zonder haar niet kunnen bestaan.
Wie niet nederig is, kan dan ook aan God
niet behagen, want God duldt de hoovaardigen
niet. Hij heeft beloofd diegenen te verhooren
die Hem bidden; doch het gebed van den hoo-
.vaardige verhoort Hij niet: «God wederstaat
«de hoovaardigen, maar den nederigen geeft Hij
«genade» (Jac. 4. 6.)
Men onderscheidt eene tweevoudige nederig-
heid : de nederigheid des geestes en de nederig-
heid des harten. De nederigheid des geestes
bestaat daarin , dat wij eene geringe gedachte
hebbeu van ons zelven en (lat wij ons voor
ellendig en verachtelijk beschouwen, gelijk wij
ook inderdaad zijn. De nederigheid des harten of
van den wil echter gaat verder en bestaat in het
verlangen om door anderen veracht te worden en
zich in de vernederingen te verheugen. Zij heeft
drie trappen, zegt de H. Bernardus: de eerste is,
dat men niet verlangt te gebieden, de tweede,
dat men gaarne onderworpen is en de derde,
dat men geduldig alle beleedigingen verdraagt.
-ocr page 277-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 269
Wat nu moeten wij doen, orn de nederigheid
des geestes te bezitten ?
1)   Wij moeten nooit vertrouwen op onze
eigen krachten
of voornemens; maar steeds
ons zelven mistrouwen, en gestadig met eene
heilzame vrees bezield zijn: «Arbeidt aan uwe
«zaligheid, met vreezenen beven.» (Philip.\'2.12.)
De H. Philippus Nerius zeide: Wie niet vreest,
is reeds gevallen.
2)   Wij moeten ons nimmer beroemen hetzij
op onze talenten of werken, hetzij op onze
geboorte, op onze ouders enz. Laat ons daarom
nimmer spreken over hetgeen wij doen, tenzij
over de fouten die men bedreven heeft; ja het
best van alles is nooit over ons zelven te spre-
ken, noch ten goede, noch ten kwade; want
zelfs wat wij zeggen tot ons nadeel doet soms
in ons de ijdele begeerte ontstaan om geprezen
te worden, of ten minste om voor nederig door
te gaan, zoodat de nederigheid eigenlijk slechts
een bedekte hoogmoed is.
3)  Wij moeten ook niet boos worden op ons
zelven, als wij eene fout bedreven hebben. Dat
is niet de ware nederigheid, maar hoogmoed,
dat is eene list des duivels, die ons in moede-
loosheid wil storten en den goeden weg wil
doen verlaten. Zoodra wij gevallen zijn, moeten
wij zeggen evenals de H. Catharina van Genua:
«Heer! ziedaar de vruchten van mijnen tuin.))
Wij moeten ons vernederen en opstaan van
onzen val door eene akte van liefde en van
berouw, met het voornemen van niet meer te
vallen, rekenende op den bijstand van God. En
zoo wij andermaal vallen en hervallen, moeten
wij telkens hetzelfde doen.
-ocr page 278-
270           OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN\'
4)    Als wij zien dat anderen vallen, moeten
wij ons daarover niet verwonderen, maar mede-
lijden met hen hebben. Wij moeten God dan-
ken, dat wij niet gevallen zijn , en bidden dat
hij ons gelieve te ondersteunen ; anders zou
God ons straffen met toe te laten dat wij in
dezelfde, wellicht nog in zwaardere, zonden vielen.
5)    Wij moeten steeds ons zelven voor de
ijroolste zondaars der wereld honden.,
zelfs dan
als wij wisten dat anderen meer gezondigd
hebben dan wij; want de zonden bedreven door
ons, die zooveel licht en genaden ontvangen
hebben, zijn zwaarder voor God dan die van
anderen, alhoewel minder in getal. «Meen niet,
«schrijft de H. Teresia, dat gij gevorderd zijt
«op den weg der volmaaktheid , zoolang gij u
«niet houdt voor den slechtste van allen, en
«niet verlangt als de minste behandeld te worden.»
6)  De nederigheid des harten, of van den wil
vordert dat wij ons verheugen door anderen
veracht te worden.
Wie de hel verdiend heeft,
moest eeuwig door de duivelen met voeten ge-
treden worden. Jezus Christus wil dat wij van
hem zouden leeren , zachtmoedig en ootmoedig
van harte te zijn: «Leert van mij; want ik
«ben zachtmoedig en ootmoedig van harte.»
(Matth. 11. 29.) Velen zijn nederig met den
mond, doch niet met het hart; zij zeggen wel:
Ik ben de slechtste der menschen; ik verdien
duizendmaal de hel; — maar ingeval iemand
hun eene terechtwijzing of een onaangenaam
woord toevoegt, koeren zij hem hoogmoedig
den rug toe. Zij doen gelijk de stekelvarkens,
die zoodra men hen aanraakt, terstond hunne
stekels vertoonen. Hoe! gij zegt dat gij de
-ocr page 279-
OF HANDLEIDING TOT EF.X GODVR. LEVEN-. 271
slechtste van allen zijt, en gij kunt niet één
woord verdragen.\' Wie waarlijk ootmoedig is,
zegt de H. Bernardus, acht zich gering, en wil
ook voor dusdanig door anderen gehouden wor-
den. — Wilt gij dus waarlijk ootmoedig zijn:
Ontvang dan gelaten elke terechtwijzing die
men u doet, en dank dengene die ze u geeft.
De H. Joannes Chrvsostomus zegt, dat de recht-
vaardige als hij terechtgewezen wordt, zich be-
droeft over de bedreven fout; maar dat de
hoovaardige integendeel zich bedroeft, omdat
zijne fout is opgemerkt. De heiligen , zelfs dan
als zij ten onrechte beschuldigd worden, ver-
dedigen zich niet, zoo zij niet gedwongen zijn
dat te doen, om anderen niet tot ergernis te
dienen; doch bestaat hier geen gevaar voor,
dan bewaren zij het stilzwijgen, en brengen
alles aan God ten offer.
Versmaadt men u, verdraag dan dien smaad
met geduld en tracht dengene die u versmaadt
nog meer te beminnen. Ziedaar de toetssteen
die ons doet kennen of iemand waarlijk oot-
moedig en heilig is: wordt iemand boos als hij
hoon en smaad ontvangt, al deed hij overigens
ook wonderen, zeg gerust dat hij een holle
rietstok is. Pater Balthasar Alvarez zeide, dat
de tijd der vernederingen de tijd is om schatten
van verdiensten te verzamelen. Gij wint meer
niet gelaten eene versmading te verduren, dan
met tien dagen lang op water en brood te
vasten. Het is goed dat wij ons zei ven verne-
deren, maar het is veel beter dat wij de ver-
nederingen geduldig aanvaarden, die ons door
anderen worden toegevoegd. In zulke verne-
deringen is minder voor ons en meer voor God
-ocr page 280-
272           OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
gelegen , en is liet ons dus veel voordeeliger
die te verdragen. Maar wat kan een Christen
dan nog doen, als liij zelfs geene vernedering ter
liefde van God kan verduren ? Hoevele versma-
dingen, kaakslagen, bespottingen, geeselslagen.
bespuwingen enz. heeft Jezus Christus voor ons
niet geleden! Ach! zoo wij Jezus Christus
lief\' hadden, zouden wij niet ontevreden zijn
over de versmadingen , maar ons veeleer ver-
heugen wijl ook Jezus Christus zoo versmaad
is geweest.
OVER DE ZUIVERHEID.
Zoo er ééne deugd is, welke de H. Vaders
bijzonder prijzen en verheffen , dan is het zeer
zeker de schoone deugd van zuiverheid. Een
H. Petrus Damianus noemt haar : «de koningin
«der deugden». Een IJ. Hieronymus: «het sieraad
«ker kerk». Een H. Alhanasius: «de woonplaats
«des II. Geesles, het leven der engelen, de
«kroon der heiligen», «üe zuiverheid, zegt de
«H. Bernardus, maakt den mensch tot een
«engel». «De zuiverheid, zegt de H. Ambrosius,
«brengt engelen voort; hij die haar bewaart is
«een engel , die haar verliest is een duivel».
«O zuiverheid, roept de II. Ephrem uit, o
«schoone zuiverheid, gij maakt den mensch tot
«een mededinger der engelen». Ja, Jezus zelf
verzekert dat de zuivere zielen aan de engelen
gelijk zullen zijn «zij zullen zijn gelijk de En-
«gelen Gods» (Matth. 22. 30.) Hij prijst haar
zalig en belooft haar het aanschouwen Gods:
«Zalig zijn de zuiveren van harte, want zij
«zullen God zien» (Matth. 5. 8). Hij vindt in
-ocr page 281-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 273
haar zijn welbehagen en voedt zich onder haar.
«Hij voedt zich onder de leliën» (Cant. 6. 2.)
Tot moeder dan ook koos Hij de zuiverste aller
maagden, tot voedstervader nam Hij den kui-
schen H. Jozef; zijn voorlooper was maagd, zijn
beminde leerling was maagd. En de H. Geest,
die zeker beter dan iemand de waarde der
zuiverheid kent, weet als het ware geen woor-
den te vinden om den lof dezer schoone deugd
genoeg te verheflen. Alle schatten der aarde,
zegt Hij, zijn niets in vergelijking van eene
zuivere ziel. (Eccl. 26. 20). O hoe schoon, roept
Hij uit, is eene zuivere ziel in deugdenglans.
Hare gedachtenis is onsterfelijk; zij is in eere
bij God en bij de menschen. Is zij tegenwoor-
dig, dan volgt men haar na; is zij afwezig, dan
betreurt men haar, zij zegeviert en wordt voor
altijd gekroond, nadat zij den prijs der over-
winning behaald heeft. (Cant. 4.)
Groot derhalve is de waarde der zuiverheid,
maar verschrikkelijk ook is de strijd, welke de
helsche machten den mensch aandoen, om hem
dezen kostbaren schat te ontrooven. Het zondig
vleesch is het machtigst wapen, waarvan de
duivel zich bedient, om den mensch tot zijn
slaaf te maken. Dagelijks, zegt de H. Augusti-
nus, moet men strijden en zeldzaam is de over-
winning. Hoevele ongelukkigen, spreekt de H.
Laurentius Justinianus, zijn na jaren van gebed,
vasten en gestrengheden medegesleept gewor-
den door de ongeregelde begeerten van het
bedorven vleesch en hebben zoo hunne zuiver-
heid en hun God verloren.
Daarom moeten de zielen, die naar de vol-
maaktheid streven, met de grootste zorg waken
MISSIED.                                                                                 18
-ocr page 282-
274          OVER 1IE CHRISTELIJKE UEUGDEN
over zich zelvcn, en standvastig alle middelen
aanwenden om die schoone deugd te bewaren,
welke eenmaal de schitterendste parel in de
kroon des hemels zal uitmaken.
1. Wie zuiver wil leven , moet waken over
zijne gedachten. Zoolang de onzuivere gedach-
ten niet vrijwillig zijn, zijn zij geene zonde;
doch zoodra men er wetens en willens in toe-
stemt, zoodra men er vrijwillig behagen in
neemt, worden zij zondig en slecht en «slechte
«gedachten, zegt de II. Schrift, scheiden ons
«van God.» (Sap. 1. 3.) Zoodra derhalve eene
slechte gedachte bij ons opkomt, moeten wij
haar verwerpen, door te bidden, aan iets anders
te denken, onzen geest te verstrooien en zoo meer.
\'2. Wie zuiver wil leven, moet waken over
zijne oogen. De oogen zijn de vensters der ziel
en de meeste driften die onze ziel den oorlog
aandoen, nemen hun oorsprong in de al te
groote vrijheid welke men zijnen oogen geeft.
De eerste schichten welke zuivere zielen ver-
wonden en haar dikwijls den dood berokkenen,
zegt de H. Bernardus, komen binnen door de
oogen. Wie den vijand buiten de stad wil slui-
ten, zegt de H. Franciscus van Sales, moet de
poorten gesloten houden ; zoo ook moet eene
ziel, die de zuiverheid bemint, zedig zijn in hare
blikken, on hare oogen zorgvuldig sluiten voor
alles wat gevaarlijk is.
3. Wie zuiver wil leven, moet waken over
zijn hart. W\'einig zoude het baten te waken
over zijne oogen, ais men niet tegelijkertijd
waakte over de genegenheden zijns harten, want
«uit het hart komt het leven voort», zegt de
H. Geest (Prov. 4. 23.) Men wachte zich wel
-ocr page 283-
OE HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 275
zijn hart te lieclitcn aan de schepselen, men
hoede zich voor bijzondere, en meer nog voor
al te natuurlijke en zinnelijke vriendschappen,
men vluchtc zorgvuldig iederen al te vertrouwe-
lijken omgang. «Wie (Ie gevaarlijke vriendschap-
apen niet vermijdt, zegt de H. Augustinus, stort
«zich weldra in den afgrond».
4.   Wie zuiver wil leven, moet veel en vurig
bidden
, vooral in de bekoringen. Hedeneer
nooit met de bekoring, maar verhef aanstonds
uw hart tot God, zoodra eenig onzuiver beeld,
eenige onreine gedachte zich voor uwen geest
opdoet. Roep de namen aan van Jezus en
Maria en ga daarmede voort zoolang de beko-
ring aanhoudt. De namen van Jezus en Maria
hebben eene bijzondere kracht tegen den duivel
en zij die ijverig gebeden hebben in de beko-
ring kunnen gerust zijn, dat zij niet hebben
toegestemd.
5.    Wie zuiver wil leven, moet vervolgens
dikwijls naderen tot de H.H. Sacramenten,
hij moet eene teedere tjodsvruclit oefenen tot
de Allerheiligste maagd Maria en het werk be-
minnen
en de ledigheid schuwen.
Wie deze middelen aanwendt zal met Gods
genade zijne ziel zuiver en kuisch bewaren,
een gerust en tevreden leven leiden, eene heer-
lijke kroon verwerven in den hemel.
OVER DE GOEDE MEEXING.
De goede meening bestaat hierin, dat men
alles wat men doet, verricht, alleen om aan
God te behagen. Naar gelang onze meening
goed of\' slecht is, zullen ook onze werken goed
-ocr page 284-
27G           OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN
of slcclit zijn, want Jezus Christus zegt: «In-
«dien uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam
«helder zijn; maar indien uw oog niet goed is,
«zal geheel uw lichaam duister zijn». Het zuiver
oog nu beteekent de zuivere meening om in
alles aan God te behagen. Het duister oog be-
teekent de verkeerde meening, wanneer wij
onze handelingen verrichten uit ijdelheid of om
aan ons zei ven te behagen.
Op ,drie wijzen nu kan onze meening goed zijn.
Vooreerst als wij eene of andere goede han-
deling verrichten om van üod lijdelijke goe-
deren te verkrijgen, zoo zij ons zalig zijn, t>.v.
men geeft eene aalmoes, laat eene H. Mis lezen
of vast om van eene ziekte bevrijd te worden
of eene andere tijdelijke gunst te verwerven.
Vervolgens als wij die handelingen verrichten
om aan de goddelijke rechtvaardigheid te vol-
doen, om onze zonden uit te boeten of geeste-
lijke goederen, zooals deugden, verdiensten, den
hemel te verwerven. En eindelijk als wij alles
doen enkel en alleen om aan üod te behagen
en zijn heiligen wil te volbrengen. Deze laatste
meening nu is do beste en de volmaaktste, zij
is de aangenaamste aan God.
Deze meening dan ook behooren wij steeds
te vormen in alles wat wij doen. Want, zoeken
wij ons zelven of onze eigene voldoening, dan
kunnen wij van God geen loon verwachten,
zelfs niet van onze geestelijke werken, zooals
gebeden , aalmoezen , vasten en boetplegingen.
Wat is er schooner dun zijn leven te geven
voor het geloof? En toch, zegt de II. Paulus, »
als iemand sterft met eene andere meening dan
om aan God te behagen, zal hij niets met zijn
-ocr page 285-
OF HANDLEIDING TOT EEN GODVR. LEVEN. 277
marteldood winnen. Maar, als zelfs de martel-
dood niets beteekent, wanneer hij niet geleden
wordt voor God, wat zullen dan onze andere
goede werken zonder goede meeuing beteekenen?
De heiligste werken, wanneer men ze niet voor
God doet, worden in een gescheurden zak ge-
worpen, zegt de Profeet Aggeus, (Ag. 1. 6.) dat
wil zeggen, zij gaan aanstonds verloren. Daaren-
tegen wat men met eene goede meening, wat
men voor God doet, wordt altijd beloond, al
is het in zich nog zoo klein, nog zoo gering.
Een glas koud water aan een arme gegeven
in Jezus\' naam, zal zijn loon niet missen. Eene
kleine daad met eene goede meening verricht,
heeft voor God veel meer waarde dan eene
groote daad zonder goede meening. Zoo oor-
deelde Jezus veel gunstiger over het penningske
der arme weduwe, dan over al de rijke gaven
der Schriftgeleerden en Pharizeërs. «Deze arme
«weduwe , zegt Hij, heeft het meest geofferd
«van allen» (Mare. 12. 41.) Zij gaf met eene
goede meening , zegt de H. Cyprianus. Maken
wij daarom eene goede meening zoo dikwijls
wij eenig werk beginnen, vooral des morgens
en dragen wij dan al ons doen en laten aan
God op. Vernieuwen wij die meening van tijd
tot tijd in den loop van den dag zeggende: «O
«mijn God, alles tot uwe meerdere eer en
«glorie.» «Alles ter liefde en ter eere van Jezus
«en Maria.» «Wie alles wat hij doet met eene
«zuivere meening deed, zegt de El. Maria Mag-
«dalena de Pazzi, zou recht naar den hemel
«gaan.»
-ocr page 286-
V. MIDDELEN OM IN HET GOEDE TE
VOLHARDEN EN DE VRUCHTEN
DER MISSIE TE BEWAREN.
«Wie volhard zal hebben tot het einde
«toe, zal zalig wezen.» (Matth. 24. 13.)
Al het goede hnngt af van het einde. (Einde
«goed, alles goed,» zegt het spreekwoord. Goed be-
ginnen is zeker veel, maar het is niet genoeg ; men
moet ook volharden. Wat baat het immers in het
begin zijns levens eenige jaren braaf en gods-
dienstig geweest te zijn, als men in meer gevorder-
den leeftijd van het goede pad afwjjkt, slecht en
ongodsdienstig wordt en een rampzaligen dood sterft.\'
Wat baat het bij gelegenheid eener Missie of geeste-
lijke oefening goede voornemens gemaakt, den weg
der zonde verlaten en eenige weken , maanden mis-
gchien in die goede stemming volhard te hebben,
als men daarna zjjne vroegere\'slechte gewoonten
weder aanneemt, zjjne vorige zonden weder in erger
mate wellicht bedrijft en ten slotte verloren gaat !
Niet het begin, maar het einde spant de kroon. Ve-
len zijn goed begonnen , maar slecht geëindigd en
betreuren nu voor eeuwig hunne onstandvastigheid
en ongetrouwheid in den afgrond der hel,
"Wij moeten dus volharden. Zonder volharding geen
ware deugd Zonder volharding geen ware verdiensten.
Zonder volharding geen zaligheid. Wij kunnen echter
volharden met de genade Gods, welke Hij steeds
bereid is te geven aan hen die zo vragen , op ééne
voorwaarde, dat wij met zijno genade medewerken,
dat wij de middelen aanwenden welke Hij zoo over-
vloedig ter volharding aanbiedt.
Eenige dezer middelen hebben wij hier en daar
-ocr page 287-
MIDDELEN O.M IX HET GOEDE TE VOLHARDEN. 279
in dit boek reeds besproken, zooals het gebed i\'bl. 3\\
het bezoeken van Jezus in het Allerheiligste Sacra-
ment (bl. ll\'.li. de geesteljjke lezing (bl. 187), de
meditatie (bl. 10i), het vluchten der gelegenheden
van zonde bl. 208\', in het bijzonder de slechte ver-
keeringen (bl. 212\', de slechte gezelschappen (bl. 217),
de zondige bijeenkomsten (bl. 220) , het lezen van
slechte boeken en dagbladen (bl. 225), enz.
Kenige anderen zullen wjj hier laten volgen , zoo-
als het aanhooren van Gods woord, het veelvuldig
naderen tot de H. Sacramenten, do godsvrucht tot
hot il. Hart van Jezus de godsvrucht tot O. L. Vrouw,
het deelnemen aan broederschappen en geestelijke
vereenigingen , bet bestrijden van den geest der we-
reld, het menschelijk opzicht, de lauwheid, enz.
LUISTER MET EERBIED NAAR UODS WOORD.
Een krachtig middel om ons in het goede te
doen volharden , is met eerbied Gods woord te
aanhooren. Dat woord Gods heeft Christus zelf
verkondigd toen Hij op aarde zijne kerk kwam
stichten en Hij heeft het vervolgens aan zijne
apostelen en hunne opvolgers, de bisschoppen
en priesters te verkondigen gegeven toen Hij
zeide: «Gaat en verkondigt het Evangelie aan
alle volkeren.» Doch gelijk Christus den priesters
voorschreef, dat goddelijk woord te prediken ,
zoo schreef Hij ook den geloovigen voor naar
die prediking te luisteren , terwijl Hij verze-
kerde: «Wie uit God is, hoort Gods woord.»
i. Willen wij echter vruchten ter volharding
van dat woord plukken, dan moeten wij de pree-
ken aanhooren met een leerzaam hart. De preek
is nu eenmaal het door God bestemde middel
om tot de harten te spreken. Niemand verbeelde
-ocr page 288-
280 MIDDELEN OM IN HET GOEDE TE VOLHARDEN
zich daarom zoo geleerd en onderwezen te zijn,
dat hij het gepredikt woord van God kan mis-
sen, want wie den verkondiger van Gods woord
niet wil aanhooren en weigert naar de preek
te luisteren, veracht Jezus Christus, die gezegd
heeft: «wie u hoort, hoort mij en wie u ver-
«aclit, veracht mij!» Niemand zegge: «ik kan
«het woord Gods lezen in de H. Schrift, ik heb
«geen preek noodig;» immers \'t is de kerk, die
door den H. Geest verlicht en bestuurd, door
hare priesters den waren zin der H. Schrift
leert kennen en behoedt voor dwaling. Niemand
ook denke: «ik heb tehuis degelijke verklarin-
«gen van het evangelie en andere stichtende
«boeken, deze kan ik lezen:» want, zegt de
H. Thomas van Villanova: «de letter is dood,
«de stem is levend. De prediker is de levende
«stem Gods.»
2.   Wij moeten het woord Gods verder aan-
hooren met een nederig hart, zonder te zoeken
naar schoone woorden en volzinnen, zonder de
preek op anderen toe te passen of\' den priester
te bedillen en te beoordeelen. Gelijk een ban-
neling, die in den vreemde eenig nieuws hoort
van zijn ver verwijderd vaderland, zijne ouders,
bloedverwanten en vrienden, niet let op stijl en
vorm, maar alleen op datgene wat verhaald
wordt; zoo moeten ook wij tijdens de preek,
waarin gesproken wordt over ons hemelsch va-
derland, over God en de heiligen, niet zoozeer
letten op de wijze waarop, dan wel op de zaak
zelve die gepredikt wordt.
3.  Wij moeten de preek eindelijk aanhooren
met een getrouw hart en naar het voorbeeld
der allerheiligste Maagd alle woorden zorgvuldig
-ocr page 289-
EN DE VRUCHTEN DER MISSIE TE BEWAREN. 281
in ons binnenste bewaren om ze later te over-
wegen en in beoefening te brengen. «Zalig,»
zegt Jezus Christus, «die het woord Gods aan-
«hooren en beoefenen.» (Luc. 11. 28.) Het zal
honderdvoudige vruchten in hunne ziel voort-
brengen !
NADER DIKWIJLS TOT DE HII. SACRAMENTEN.
Geen beter middel om de zonde te vermijden
en de deugd te beoefenen en daarin standvastig
te volharden , dan dikwijls te biechten en te
communiceeren.
De veelvuldige biecht verlicht de ziel om
zich zelve te kennen en te vernederen, om hare
fouten, gebreken en zwakheden te ontdekken,
om de gevaren en gelegenheden van zonde in
te zien en de middelen aan te wenden, welke
voor een deugdzaam leven noodig zijn. De veel-
vuldige biecht zuivert daarenboven de ziel van
al hare zonden en ongerechtigheden, want de
biecht vergeeft alle zonden , hoe groot en hoe
menigvuldig zij ook zijn, zij scheldt de eeuwige
straffen kwijt en neemt de tijdelijke straffen
geheel of gedeeltelijk weg, al naargelang het
berouw meer of minder volmaakt is. Zij geeft
het kleed der heiligmakende genade weder en
tegelijk de verdiensten der goede werken, welke
door de doodzonde waren verloren gegaan. De
veelvuldige biecht sterkt tevens de ziel om niet
in de zonde te hervallen. Zij sterkt haar door
de bijzondere genaden aan dat Sacrament ver-
bonden, door de opwekkingen en vermaningen
van den biechtvader en door de goede voorne-
mens, welke de ziel telkens vernieuwt. Vandaar
-ocr page 290-
282 MIDDELEN OM IX HET GOEDE TE VO-HAKDEX
dan ook dat de Heiligen en de godgeleerden
liet dikwijls biechten zoozeer aanprijzen. «Mijn
«zoon,» sprak de H. koning Lodewijk op zijn
sterfbed, «mijn zoon, ga dikwijls te biechten
«en geef gelegenheid aan uwe biechtvaders om
«u vrij te vermanen en te waarschuwen.» «Mijn
«kind,» zeide de H. Philippus Nerius tot een
jongeling, die onophoudelijk in dezelfde zonde
herviel, «ik ken slechts één middel om u te
«redden, ga biechten zoodra gij gevallen zijt,»
èn door dat middel was de jongeling weldra
van zijne schandelijke kwaal genezen. Door het-
zelfde middel genas de H. Macarius eene drif-
tige vrouw, die later een voorbeeld werd van
zachtmoedigheid.
Eveneens raden de godgeleerden aan van tijd
tot tijd eene generale biecht te spreken over
de voornaamste zonden van geheel het leven
of van een merkelijk gedeelte des levens, wijl
niets zoozeer in staat is om eene ziel te zui-
veren en gerustheid van geweten te schenken.
Hoevelen, die vroeger aan de schandelijkste en
verschrikkelijkste zonden verslaafd waren, zijn
na eene generale biecht geheel veranderd en
standvastig gebleven in hunne goede besluiten.
Eu gelijk de veelvuldige biecht een uitstekend
middel is om in het goede te volharden , zoo
ook de veelvuldige Communie. De heerlijke uit-
werkselen eener H. Communie nu hebben wij
vroeger reeds gezien (hl. 83); maar welke moe-
ten die uitwerkselen dan niet zijn als men dik-
wijls communiceert? De H. Communie is de
bijzondere en innige vereeniging van Jezus
Christus met de ziel; zij is als een nieuw le-
ven, dat Jezus ons door zijn goddelijk lichaam
-ocr page 291-
EN\' DE VRUCHTEN HEK MISSIE TE BEWAREN. \'283
en bloed mededeelt om ons te doen leven door
zijn eigen leven; zij is een onderpand van on-
sterf\'elijkheid en eeuwige glorie; maar hoe sterk
moet dan die vereeniging niet wezen, hoc
krachtig dat leven, hoe zeker en geruststellend
dat onderpand voor eene ziel, die Jezus dikwijls
ontvangt in de H. Communie, .lezus verlangt
dat wij dikwijls communiceeren en juist daarom
heeft Hij de IJ. Communie als een voedsel on-
zer ziel ingesteld; juist daarom heeft Hij ge-
zegd: «Wie mijn vleesch eet, zal leven in
«eeuwigheid; wie echter het vleesch van den
«Zoon des menschen niet zal gegeten en zijn
«bloed niet zal gedronken hebben, zal het leven
«niet in zich hebben.» De kerk insgelijks ver-
langt dal wij Jezus dikwijls in de 11. Communie
ontvangen, en daarom zegt zij ons door het
Concilie van Tretite: «het heilig Concilie zou
«wenschen dat alle geloovigen elke mis bij-
«woonden en daar communiceerden, niet alleen
«in den geest en door het verlangen, maar ook
«door het ontvangen der wezenlijke Communie,
«opdat zij overvloedigere vruchten uit dit heilig
«offer zouden trekken,» want voegt het Concilie
er bij, «de H. Communie is een tegengif, \\vaar-
4door wij van de dagelijksche zonden verlost
«en voor de doodzonden bewaard blijven.» Ook
onze ziel verlangt naar dit haar geestelijk voed-
sel, gelijk het lichaam naar bet aardsche voedsel
versmacht, \'t Is waar, er zijn Christenen, die
zelden communiceeren en die daarvoor allerlei
verontschuldigingen aanhalen, zeggende: ik heb
geen tijd om zoo dikwijls te biechten en te
communiceeren — God gebiedt dit overigens
niet, de kerk verlangt het niet — ik gevoel er
-ocr page 292-
284 MIDDELEN O.M IN HET GOEDE TE VOLHARDEN
geen behoefte aan — en zij die zoo dikwijls te
biechten en te Communie gaan zijn ook niet
altijd de besten; — doch door zoo te spreken
en te handelen openbaren zij eenvoudig hunne
onverschilligheid en hunne onwetendheid. Chris-
tenen, die het goed met God en met hunne
ziel meenen en in het goede willen volharden,
achten zich gelukkig dikwijls de HH. Sacra-
menten te ontvangen.
VEREER VURIG HET H. HART VAN JEZUS.
De godsvrucht tot het H. Hart van Jezus is
een ander middel ter volharding. Jezus zelf
heeft het geopenbaard aan de gelukzalige Mar-
garetha Alacoque als Hij haar zeide : «Zij die
«deze godsvrucht oefenen, zullen hunne namen
«in mijn hart gegrift vinden en deze zullen er
«nooit worden uitgewischt. Ik zal hun al de
«genaden geven, die zij in hunnen staat noodig
«hebben. Ik zal hunne veilige toevlucht wezen
«in hun leven, maar vooral in hunnen dood.»
De gelukzalige Margaretha Maria hierop doe-
lende zegt dan ook : «ik ken geene godsvrucht
«die meer geschikt is om de ziel in korten tijd
«tot eene groote volmaaktheid op te voeren, dan
«de godsvrucht tot Jezus\' H. Hart. Ik ben er
«van overtuigd, spreekt zij, dat er geen Christen
«op aarde zou gevonden worden die het H. Hart
«niet vereert, zoo ,hij wist hoe dierbaar die
«godsvrucht aan Jezus is. De personen, die aan
«God zijn toegewijd, gaat zij voort, vinden er
«een onfeilhaar middel om hunnen ijver te be-
. varen en te vermeerderen of dien terug te
«bekomen als hij verloren was. De personen
\\
-ocr page 293-
EN\' DE VRUCHTEN UER MISSIE TE BEWAKEN. 285
die in de wereld leven, vinden er alle genaden
die /.ij noodig hebben in bunnen staat, vooral
vrede in hun huisgezin, ondersteuning in hun-
nen arbeid, zegen des hemels in al hunne on-
dernemingen :
Die godsvrucht trouwens is zoo oud als de
Kerk. Zij heeft haar begin genomen op den
berg van Calvarië, toen Jezus\' Hart, met eene
lans doorboord, een toevluchtsoord opende voor
alle Christenen. De grootste heiligen aller eeu-
wen , een H. Bernardus, een H. Bonaventura,
eene H. Gertrudis, eene H. Catharina van Siena
en zoovele anderen kenden en vereerden dat
gezegend Hart; doch vooral in onze dagen is
die godsvrucht algemeen en bloeiend geworden.
Haar voorwerp en voorname beweegreden is de
liefde welke Jezus\' Hart ons heeft toegedragen,
eene liefde, die Hem aanspoorde om voor ons
te lijden en te sterven en zijn H. Sacrament
in te stellen. Haar bijzonder doel is, de liefde
te vereeren van Jezus\' H. Hart, en dat Hart
schadeloos te stellen voor de beleedigingen
waarvan het voortdurend slachtoffer is, onze
wederliefde op te wekken en de genade der
volharding te verwerven.
Wat nu de wijze aangaat waarop godvruch-
tige zielen het H. Hart van Jezus vereeren, zij
is de volgende:
1. lederen dag offeren zij des morgens al
hunne gedachten, woorden en werken aan God
op in vereeniging van Jezus\' H. Hart en ver-
richten door den dag van tijd tot tijd een
schietgebed, zooals: «Zoet Hart van Jezus,
«wees mijne liefde:» «Zoet Hart van Jezus,
«.geef dat ik U meer en meer beminne.»
-ocr page 294-
28G MIDDELEN O.M [N HET GOEDE TE VOLHARDEN
2. ledere, weel;, des donderdags houden zij
het heilig uur, dat wil zeggen, zij stellen zich
in den geest liet uur voor waarop Jezus\' Hart
in den hof van Olijven zoo ontzettend veel voor
ons geleden heeft en brengen ilit uur in gebed
en overweging door. Het heilig uur geschiedt
eigenlijk, volgens het verlangen door Jezus aan
de gelukzalige Margaretba Maria uitgedrukt, in
den nacht van donderdag op vrijdag, van 11
uur tot middernacht. Jezus\' Hart zal echter
tevreden zijn, wanneer men dit heilig uur op
een anderen tijd stelt b. v. des donderdags on-
der de II. Mis of bij het bezoek aan het AI-
lerheiligste Sacrament.
\'3. Ieder maand vieren zij den eersten vrij-
dag, die bijzonder aan het H. Hart is toegewijd,
(of wel den eersten Zondag) door de H. Mis
bij te wonen, te Communiceeren en de akte
van opdracht en eereboete aan het H. Hart te
bidden.
4. Iedere jaar is hun de feestdag van Jezus\'
H. Hart bijzonder dierbaar en vieren zij dien
met meer ijver nog dan den eersten vrijdag-
van iedere maand. Zij storten dan vurige ge-
beden , offeren zich aan Jezus\' Hart meer bij-
zonder op en vragen alle genaden welke zij
wenschen te verkrijgen.
HEB EEXE TEEDERE GODSVRUCHT TOT DE
ALLERHEILIGSTE MAAGD.
Eenë teedere godsvrucht tot de Allerheiligste
Maagd en Moeder Gods Maria werd door de
heiligen en godgeleerden steeds beschouwd als
een der zekerste teekencn van volharding en
-ocr page 295-
EN DE VRUCHTEN DER MISSIE TE BEWAREN. 287
van eeuwige voorbeschikking. «Indien ik Maria
«bemin, zeide de H. .loannes Berchmans, dan
«ben ik zeker van mijne volharding, dan ver-
«krijg ik alles van God wat ik verlang.» «Een
«dienaar van Afm-iu , ze«t de 11. Kphrem, kan
«niet verloren gaan.» Alle ware katholieken
dan ook beminnen en vereeren Jezus\' Moeder.
En geen wonder. Heeft God zelf\' ons daarvan
geen voorbeeld gegeven.\' Heeft Hij Maria niet
bevoorrecht boven alle schepselen ? Heeft Hij
haar niet uitverkoren tot de hoogste waardig-
hcid, die een schepsel kan bckleeden, tot Moe-
der van zijn eeniggeboren Zoon.\' Heeft Hij
haar niet verheven tot koningin van engelen
en heiligen? Heeft Hij niet ontelbare wonderen
op hare voorspraak verricht? Leert de kerk
ons niet hoe wij Maria vereeren en prijzen
moeten? Hoevele kerken ter eere der Moeder-
Maagd gebouwd! Hoevele altaren gesticht!
Hoevele feesten ingesteld! Hoevele gebeden
voorgeschreven! Hoevele broederschappen en
kloosterorden onder hare bescherming geplaatst!
Hoevele allaten aan hare vereering verbonden!
Hebben alle heiligen Maria niet vereerd en
verheven ? Koningen en vorsten vertrouwden
hunne staten aan hare hoede toe. Geleerden
en kunstenaars vervaardigden haar ter eere
hunne meesterstukken. Tal van Christenen ver-
richtten heldenfeiten uit liefde tot haar. "Wat
deed voor Maria niet een H. Joannes Damas-
cenus, een H. Bernardus, een H. Alphonsns en
zoovele anderen ! En zonden wij haar dan niet
vereeren ? Is zij niet het beminnelijkste en ver-
eerenswaardigste aller schepselen ? Is zij niet
onze alvermogende voorspreekster? Is zij niet
-ocr page 296-
288 MIDDELEN OM IX HET GOEDE TE VOLHARDEN
de uitdeelster aller genaden ? Is zij niet onze
moeder \'. Is zij niet de toevlucht der zondaren
na Jezus onze eenige hoop, gelijk de H. Ber-
nardus haar noemt.\'
Ja, verecren wij die goede Moedei\' en wij
zijn zeker van onze volharding; wij mogen niet
twijfelen aan onze zaligheid, bidden wij iederen
morgen en iederen avond drie weesgegroeten
ter eere harcr onbevlekte Zuiverheid. Bidden wij
dagelijks een rozenhoedje om haar te verheer-
lijken. Dragen wij met eerbied het Schapulier.
Vieren wij met ijver hare feesten. Naderen wij
dikwijls tot de HH. Sacramenten ter eere onzer
goede Moeder. Brengen wij dikwijls een bezoek
aan een harer beelden. Luisteren wij gaarne
naar de verkondiging van haren lof en lezen
wij met voorliefde iets over hare heerlijkheden.
Doen wij van tijd tot tijd, vooral des zaterdags,
eene kleine versterving ter eere van O. L. V.,
geven wij naar vermogen eene aalmoes aan
den arme ter liefde van Maria. Vooral roepen
wij hare voorspraak dikwijls in, inzonderheid
ten tijde der bekoring. Zeggen wij dan: o Maria
help mij. Goede Moeder sta mij bij. Trachten
wij eindelijk die liefde en vereering ook in de
harten van anderen uit te storten, want Maria
heeft gezegd : Die mij vereeren zullen niet zon-
digen en die mij verheerlijken zullen het eeu-
wig leven bezitten!
ZORG LID TE ZIJN VAN EENE OF ANDERE BROEDER-
SCIIA1\' OF CONGREGATIE.
Tegen groote en vele gevaren moeten groote
en vele hulpmiddelen worden aangewend. Nooit
-ocr page 297-
EN DE VRUCHTEN DER MISSIE TE BEWAREN. 289
wellicht waren de gevaren der ziel zoo ver-
schrikkelijk en zoo talrijk als in onze dagen;
maar nooit ook werden door de kerk en hare
bedienaren zoovele behoedmiddelen tegen die
gevaren geboden als dit thans geschiedt door
de talrijke broederschappen en Congregatiën.
Men treft ze aan op schier alle plaatsen, onder
allerlei titels en benamingen. Men vindt broe-
derschappen van het Allerheiligste Sacrament,
van den H. Rozenkrans, van het Schapulier,
van het H. Hart van Maria, van de H. Bar-
bara en van verschillende andere heiligen. Men
heeft Congregaties van de H. Familie J. M. J.,
van O. L. V. en van den H. Aloysius, van den
H. Franciscus Xaverius, benevens tal van pa-
tronages, zondagsscholen, gezellen-vereenigin-
gen enz.
Dat al deze broederschappen en vereenigin-
gen een krachtig middel zijn om den geest van
ongeloof en zedebederf onzer dagen te bestrijden,
om de zonde te beletten en de deugd te be-
vorderen, is meer dan duidelijk, «\'t Is onge-
«loofelijk, zegt de geleerde Paus Benedictus XIV,
«wat al voordeden personen van allen rang en
«stand in dergelijke vereenigingen hebben geno-
«ten. Boevele Congreganisten, spreekt hij, heb-
«ben door hunne getrouwheid in het bewandelen
«van het pad der deugd en der godsvrucht
«onder bescherming der Allerheiligste Maagd
«gedurende geheel hun leven den grooten schat
«der onschuld bewaard ! Anderen, gaat hij voort,
«anderen in de boeien der zonde gekluisterd,
«stonden op uit hunne ellende en keerden op
«den weg der gerechtigheid terug. Met behulp
«der Allerbarmhartigste Moeder van God, aan
missieb.                                                  i 9
-ocr page 298-
290 MIDDELEN O.M IX HET GOEDE TE VOLHARDEN
«wier dienst zij zich door liunne intrede in
«dergelijke Congregaties hadden toegewijd, ver-
«kregen zij eindelijk de kroon der volharding.»
«Vraagt mij daarom een persoon die in de
«wereld leeft, zegt de H. Alplionsus,: wat moet
«ik doen om mijne zaligheid te verzekeren .\' —
«dan kan ik hem geen beteren raad geven, dan
«dat hij zich late opnemen in eene of\' andere
«Congregatie. De Congregaties, zoo gaat de
«Heilige voort, zijn een zeker middel van zalig-
«heid, welke alle andere middelen, zelfs de
«onfeilbaarste, in zich besluiten, zoodat een lid
«van zulk eene vereeniging in alle waarheid
«kan zeggen : «alle goederen zijn mij met haar
«geworden.» (Cant. 7. 11) — Van het gewicht
«dier geestelijke vereenigingen, zegt de H. AI-
«phonsus verder, ben ik tijdens de missiën
«overtuigd geworden, daar ik menigmaal on-
«dervonden heb, dat die personen welke lid
«waren van zulk eene vereeniging, gewoonlijk
«de onschuldigste en deugdzaamste waren.»
Geen wonder. De leden van zulke vereenigin-
gen worden in het goede gesterkt en tot vol-
harding aangespoord èn door de voorspraak der
H. Patronen, onder wier bescherming de Con-
gregatie gesteld is, èn door de kracht der
gebeden, welke zij gemeenschappelijk verrichten,
èn door de H.H. Sacramenten die zij zoo dik-
wijls ontvangen, èn door de goede werken, welke
zij als om strijd oefenen, èn door het stichtend
voorbeeld dat zij elkander voortdurend geven
èn door de zorgen, de waakzaamheid en de
opwekkingen van hunnen Directeur. Zij worden
daarenboven door hunne beschermheiligen en
hunne medeleden getroost en geholpen in het
-ocr page 299-
EN DE VRUCHTEN DER MISSIE TE BEWAREN. 291
sterfilm-; zij worden door hen bijgestaan ook
na hunnen dood. «Gerust kan men daarom
«zeggen, spreekt de H. Alphonsus, dat inge-
«schreven te zijn in de registers van die ver-
«eenigingen hetzelfde is, als ingeschreven te
«zijn in liet boek des levens , mits men in de
«Congregatie volharde en haar reglement on-
«derhoude.»
Dat allen derhalve, die hunne volharding en
hunne zaligheid op prijs stellen, lid worden
van de eene of andere broederschap of Con-
gregatie, inzonderheid van de H. Familie J. M. J.
en van de H. Maagd.
BESTRIJD DEN GEEST DER WERELD.
Was er ooit een tijd waarin men de jeug-
dige personen vooral moest waarschuwen voor
den bedorven en bedervenden geest der we-
weld; dan is het in onze dagen. Reeds de
goddelijke Zaligmaker vermaande zijne leerlin-
gen: «Wilt de wereld niet beminnen, noch
«datgene wat in de wereld is, want alles in
«deze wereld is begeerlijkheid des vleesches,
«begeerlijkheid der oogen en hoovaardij des
«levens.» (1 Joan. 2. 15.) Jezus vervloekte die
wereld en verklaarde dat Hij voor haar niet
wilde bidden. Doch wanneer zag men ongods-
dienstigheid , weelde en zingenot zoo schrikba-
rend toenemen als in onzen tijd. De wereld
biedt rnoer dan ooit duizenden gevaren en ge-
legenheden van zonde aan, schaamteloos volgt
zij eene zedcleer geheel in strijd met die van
het evangelie, door ijdele, dikwijls onzedige
modes verblindt zij de jeugdige harten, door
-ocr page 300-
292 MIDDELEN OM IN HET GOEDE TE VOLHARDEN
overdreven zucht naar rijkdom, eer en verma-
ken sleept zij de zielen mede en bederft ze;
zij bespot de godsvrucht, veracht de wetten
van God en van zijne kerk, spant allerlei strik-
ken aan de zuiverheid, voedt de hartstochten
en leert deze in alles te bevredigen. En ach,
hoevelen zijn er die deze wereld beminnen,
die hare achting, hare goedkeuring zoeken!
Hoevelen die denken, spreken, handelen gelijk
de wereld. Uit gehechtheid aan de genoegens,
aan de eer en de goederen dezer aarde, ver-
waarloozen zij het groote werk hunner zalig-
heiil. Zij volgen de ijdelheden (\\ev wereld en
loopeu hare vermaken na. Zij beschouwen het
als eene dwaasheid de verachting geduldig te
verdragen en de beleedigingen te vergeven;
eene dwaasheid zich in iets te versterven en
de bedorven lusten te bedwingen. Genieten is
hun verlangen, genieten hun hoogste doel op
aarde. Alle vermaken willen zij bijwonen , alle
vreugden deelen, zien en gezien, geprezen en
gevleid worden. Beklagenswaardige zielen, zij
worden beheerscht door den geest dezer \\ve-
relil. In dien wereldgeest zoeken zij hun geluk,
hunne voldoening; maar helaas, rust, voldoe-
ning en geluk vinden zij nergens. Niet bij God,
want zij worden dooi\' God gehaat en tegelijk
met de wereld dooi\' Jezus Christus gevloekt.
«De liefde dezer wereld is vijandin van üod,
«zegt de H. Geest, wie vriend wil zijn van de
«wereld., wordt Gods vijand.» (.lac. 4. 4). Geen
rust ook, geen waar geluk in de verleidelijke
en bedriegelijke wereld, want alles wat die
wereld aanbiedt kan het hart niet bevredigen.
De eer dier wereld verandert weldra in ver-
-ocr page 301-
EN\' I)E VRUCHTEN DER MISSIE TE BEWAREN\'. 203
achting, de grootheid in vernedering, de rijk-
dom in berooving, de genoegens in gal en bit-
terlieid. Geen rust of voldoening daarenboven
in hun eigen hart. Dat hart is steeds ontevre-
den, onvoldaan, gefolterd door de zonden, welke
de wereldgeest doet bedrijven. O hoevelen, die
eerst met Salomon den geest en de voldoenin-
gen der wereld gevolgd hebben, moeten later
met dien grooten koning treurend uitroepen :
«ijdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid
«en kwelling des geestes.»
Bestrijden wij daarom den geest dezer wc-
reld, waar wij hem ook ontdekken en leven
wij in de wereld alsof wij er niet leefden, ge-
lijk de Apostel zegt, gebruiken wij de goOvleren
dezer wereld alsof wij ze niet gebruikten. De
wereld gaat voorbij met hare begeerlijkheden,
maar die den wil van God volbrengt blijft in
eeuwigheid.
VERACHT HET MENSCHELIJK OPZICHT.
Een der gevaarlijkste kunstgrepen waarvan
de duivel zich bedient om ons van het goed af
te houden en tot het kwaad aan te sporen;
een der grootste hinderpalen tevens voor de
volmaaktheid en de volharding, zegt de H. I3er-
nardus, is het menschelijk opzicht. Door men-
schelijk opzicht verstaat men eene zekere laffe
vrees voor de menschen, eene vrees die ons
belet onze plichten te vervullen, het goed te
doen en het kwaad te laten, tegen ons gewe-
ten in. Iemand zou bijv. gaarne meer bidden,
meer naar de H. Mis gaan, meer biechten en
communicecren; hij zou gaarne lid worden van
-ocr page 302-
294 MIDDELEN OM IN HET GOEDE TE VOLHARDEN
eene of andere Congregatie, zich gaarne ont-
trekken aan die lichtzinnige modes, aan die
ijdele vermaken en gevaarlijke bijeenkomsten,
hij zou gaarne zediger en ingetogener leven,
dezen of genen vloeker of vuilprater den mond
sluiten ; maai\' aanstonds komt de gedachte bij
hem op: wat zullen de menschen van mij
zeggen? — wat zal men van mij denken? — men
zal mij uitlachen; een zonderling noemen — en
door die dwaze vrees overwonnen verwerpt hij
de goede inspraken des H. Geestes, om toe te
geven aan de inblazingen des duivels. Het men-
schelijk opzicht heeft bij hem de overhand.
Welke dwaasheid, welke lafheid, welke schan-
delijke slavernij ! Hij verzuimt zijne heiligste
plichten, berooft zich van vele deugden en ver-
diensten, stort zich in vele fouten en zonden,
hij beleedigt God en trekt diens straffen over
zich af— en dat om een «wat zal men van mij
«zeggen»! Veronderstelt eens een gezond en
sterk man siddert en beeft en gaat op de
vlucht voor een kind. Zoudt gij hem geen
dwaze, geen lafaard noemen? Maar hoeveel
dwazer en laffer is hij , die zich laat medesle-
pen door het menschelijk opzicht! Voor wien
vreest hij? Voor God, voor brave menschen,
voor zijn geweten? Neen, voor God behoeft
men zicli niet te schamen, voor brave menschen
en voor zijn geweten niet te vreezen als men
zijn plicht doet. Hij vreest voor eenige lieden
die niet deugen, die geen godsdienst, geen deugd,
dikwijls geen eer en fatsoen hebben, voor per-
sonen die spotten met al wat goed en heilig
is. Maar is het dan schande zijn plicht te doen
tegenover hen die het niet doen? Welk eene
-ocr page 303-
EN DE VRUCHTEN DER .MISSIE TE BEWAREN. 295
slavernij! Hij weigert te gehoorzamen aan God
en zijn geweten en liij schikt zich naar even-
zoovele personen als hij uit menschelijk opzicht
vreest en ontziet. Is hij met brave menschen
dan spreekt hij goed, en doet zich voor als
godsdienstig; is hij met slechte dan spreekt en
handelt hij slecht en ongodsdienstig. Bij de
eenen prijst hij, wat hij bij anderen laakt; bij
eenigen keurt hij goed, wat hij voor anderen
afkeurt. Is dat geen slaaf zijn van het men-
schelijk opzicht.\' Is dat geen laagheid van ka-
rakter .\' En wat wint men met zoo te handelen.\'
Niets, integendeel men verliest de achting van
God en van alle weidenkenden, terwijl men
bespot en verfoeit wordt door hen, die men
vreest. In zijne tegenwoordigheid zullen zij den
slaaf van het menschelijk opzicht prijzen; in
zijne afwezigheid verachten zij hem en noemen
hem een verfoeielijken bloodaard. Vertrappen wij
daarom edelmoedig alle menschelijk opzicht,
zoo wij geëerd willen zijn door God en de
menschen, zoo wij waarlijk deugdzaam willen
leven en in het goede volharden. Gaan wij er
groot op Christen te zijn en ons als christen
te gedragen. Stellen wij er eene eer in met
Jezus Christus door de boozen versmaad te wor-
den. Storen wij ons niet aan het gezegde der men-
schen, want zegt de Apostel Paulus, «zoo ik nog
«tracht aan de menschen te behagen, kan ik
«Christus\' dienaar niet wezen.» En Jezus zelf zegt:
«wie zich over mij zal geschaamd hebben voorde
«menschen, over hem zal ik mij schamen voor
«mijn Vader die in den hemel is; wie mij echter
«voor de menschen zal beleden hebben, hem
«zal ik belijden voor mijn hemelschen Vader.»
-ocr page 304-
290 MIDDELEN OM IN HET GOEDE TE VOLHARDEN
VLUCHT DE LAUWHEID.
Er zijn twee soorten van lauwheid: éóne die
onvermijdelijk is, en ééne die men kan vermij-
den. Onvermijdelijk is die lauwheid, waarin men
tengevolge der menschclijke zwakheid van tijd
tot tijd eenige onvrijwillige fouten bedrijft.. Zelfs
inwendige zielen zijn hieraan onderhevig. Niet
zelden gevoelen zij zich zonder ijver, traag en
lusteloos in hunne godvruchtige oefeningen en
bedrijven in die oogenblikken van dorheid lich-
telijk eenige fouten. Zij moeten hierom evenwel
niet moedeloos worden, maar hunne gewone
oefeningen standvastig voortzetten en hunne
fouten verfoeien. God laat dien toestand toe om
hen in de nederigheid te bewaren.
De andere en schuldige lauwheid daarente-
gen is die, waarin de ziel zich nog wel wacht
voor groote zonden , maar geen afschuw heeft
voor de dagelijksche. Deze be Irijft ze vrijwillig
en zonder vreezc, betreurt ze weinig of niet
en geeft zich geen moeite om zich te beteren.
Zielen die zich in deze lauwheid bevinden ver-
richten hunne oefeningen van godsvrucht slechts
uit gewoonte, met verveling en tegenzin. Zij
bidden zonder aandacht, biechten zonder zich
te beteren, communiceeren zouder vrucht, voe-
den in hun hart allerlei afgekeerdheden, ja-
loerschheden, gehechtheden, een geest van af-
keuring, bedilzucht, kwaadsprekendheid en
andere fouten. Die toestand nu is zeer gevaarlijk
en een groot beletsel voor de volharding. Im-
mers de lauwheid belet de genade des Heeren.
God heeft een afkeer van de lauwe en trage
zielen. «Waart gij slechts koud of warm, zegt
-ocr page 305-
EN DE VRUCHTEN\' DER MISSIE TE BEWAREN. 207
«Hij , maar nu gij lauw zijt zal ik beginnen
«met u uit mijn mond te spuwen.» (Apoc. 3. 16.)
Docli hoe wil God zijne genade overvloedig
schenken aan eene ziel voor welke Hij een
walg gevoelt? De lauwheid daarenboven doet
vele fouten bedrijven en er weinig uitboeten,
zoodat de lauwe ziel zich eene zware rekenschap
bij God voorbereidt. De lauwheid verzwakt ver-
volgens de ziel al meer en meer, zegt Pater
Alvarez, zoodat zij, van Gods bijzondere gena-
den verstoken tijdens eene zware bekoring
geen kracht genoeg bezit om die te wederstaal),
Diiarom zegt de H. Geest «die de kleine fouten
«niet acht, zal langzamerhand in groote vallen»
(Eccl. 19. 21.) Wat meer is, de lauwe ziel een-
maal in zware zonde gevallen, staat moeilijk
daaruit op. Door aanhoudend dagelijksche zon-
den te bedrijven heeft zij zoodanig allen afschuw
daarvoor verloren , dat zij zelfs niet meer voor
de doodzonde terugschrikt en den ellendigen
toestand niet inziet waarin zij langzamerhand
is gekomen. «Mijne kinderen, zeide daarom ge-
«woonlijk de II. Theresia tot hare zusters, God
«behoede u voor elke vrijwillige zonde, hoe
«klein die ook zij.»
Uit dit alles is het duidelijk dat lauwe zielen
niet in de genade en in hunne goede voorne-
mens zullen volharden, zoo zij niet spoedig uit
hunnen staat van lauwheid opstaan. Niemand,
zegt het Concilie van Trente , kan in de ge-
nade volharden zonder een bijzonderen bijstand
van God. Doch God zal billijkerwijze dien bij-
stand weigeren aan iemand die zoo lauw is in
zijnen dienst. «Wie karig zaait, zegt God zelf,
«zal karig maaien.» (2. Cor. 9. 6.) Eene lauwe
-ocr page 306-
298 MIDDELEN OM IN HET GOEDE TE VOLHARDEN
ziel moet derhalve besluiten tot eiken prijs zoo
spoedig mogelijk uit dien ongelukkigen toestand
op te staan, gedachtig dat het oprecht ver-
langen den arbeid lichter maakt en kracht geeft
om voorwaarts te gaan. Zij rnoet vervolgens de
gelegenheden harer fouten vermijden en vooral
hare hoofddrift bestrijden. Zij moet eindelijk
God vurig bidden , dal Hij haar ijver schenke
in zijnen dienst. Mijn God, zoo moet zij zeggen,
mijn God kom mij te hulp. Heer , haast u mij
te helpen.
WEES STERK IN HET GELOOF.
Er is maar één waar geloof, gelijk er maar
één ware God is. Dat ééne ware geloof steunt
op het woord van God, die niet kan liegen,
noch bedriegen. Dat onfeilbaar woord van God
is door zijn eeniggeboren Zoon Jezus Christus,
de eeuwige Waarheid zelve, aan zijne kerk ge-
leerd en toevertrouwd, het is op zijn bevel
door de Apostelen eu hunne opvolgers, de
Pausen, bisschoppen en priesters aldus verkon-
digd. Die kerk van Jezus Christus, waarin de
Pausen en in hunnen naam de bisschoppen en
priesters in onafgebroken opvolging met de
Apostelen, het ware geloof hebben verkondigd,
is alléén de katholieke kerk.
Derhalve is de katholieke kerk, de ware kerk
van Jezus Christus, is het katholiek geloot het
ééne ware geloof. Niets bijgevolg is redelijker,
niets is eervoller, niets is zekerder dan de leer
der katholieke kerk te volgen, wijl deze kerk
alléén verlicht en bestuurd wordt door den
H. Geest, die de geest der waarheid is. Wie
-ocr page 307-
EN DE VRUCHTEN DER MISSIE TE BEWAREN. 299
hare leer onderhoudt, kan onmogelijk dwalen,
onmogelijk ook verloren gaan.
Dwaasheid is het alzoo een geloof\' te ver-
werpen, dat door God zelf is geopenbaard, door
Jezus Christus gepredikt, door de Apostelen
verkondigd, door ontelbare heilige en geleerde
mannen gevolgd, door millioenen martelaren
met hun bloed bezegeld, dour ontelbare won-
deren bevestigd is, een geloot\' dat één is en door
alle eeuwen heen onveranderlijk werd beleden.
Grootere dwaasheid is het nog te zeggen :
alle godsdiensten zijn goed,— men kan in ieder
geloof zalig worden — men moet leven en
sterven in het geloof waarin men geboren is.
Alleen kwaadwillige goddeloozen, alleen door
hunne zonden verblinde» menschen kunnen zoo
spreken. Neen, niet alle godsdiensten zijn goed,
maar alléén de ware godsdienst, die door God
gewild en geopenbaard is ; de waarheid is één
en God kan niet tegelijkertijd het ware en
het valsehe goedkeuren. Men kan niet in ieder
geloof zalig worden , maar alléén in het ware
katholieke geloof; want de mensch moet zijne
zaligheid bewerken niet zooals hij wil, maar
zooals God wil. Men moet niet altijd leven en
sterven in het geloof waarin men geboren is,
want is dit geloof valsch, dan moet men onder-
zoek doen naar het ware en God vooral vurig
bidden om dat ware geloof\'te kennen, want
het geloof is eene gave Gods. Heeft men dat
ware geloof eenmaal leeren kennen, dan is men
verplicht het te omhelzen, wil men niet eeuwig
verloren gaan.
Doch de grootste aller dwaasheden is het ware
geloof te kennen en te bezitten en er de voor-
•
-ocr page 308-
.\'WO MIDDELEN OM IX HET GOEDE TE VOLHARDEN.
schriften niet van na te leven of zich over zijn
geloof te schamen. Wie zich schaamt over zijn
geloof, wie vreest voor dat geloof uit te komen,
is Jezus Christus onwaardig. Zijn wij daarom
sterk in ons heilig geloof; danken wij God dat
Hij ons tot de waarheid heeft geroepen en
smeeken wij Hem ons de genade te verleenen
volgens dat geloof te leven en daarin te vol-
harden. «Wie volhard zal hebben, zal zalig zijn.»
-ocr page 309-
J\'VïJ Yv- Vfrfc*. >¥¥* ^sq^. .v,-;>iOSKari« w. &* u,
VI. PLICHTEN EN LEVENSREGELEN
VOOR BIJZONDERE STANDEN.
I. PLICHTEN DER GEHUWDEN JEGENS ELKANDER.
«Dat een ieder uwer zijne vrouw beminne
ugelijk zich zelven en dat de vrouw haren man
tvreeze.M (Ephes. V. 33.)
Ieder mensch is geschapen om God te kennen,
te dienen en te beminnen en aldus zijne zalig-
heid te bewerken. Ieder mensch moet die zal!g-
heid bewerken in den staat of stand, dien God
hem daartoe heeft aangewezen en liet is slechts
door het trouw vervullen van de plichten aan
dien staat verbonden, dat hij in dit en in het
andere leven gelukkig zal wezen. De plichten
nu welke de gehuwden, welke christelijke echt-
genooten jegens elkander te volbrengen hebben
zijn: onderlinge liefde, wederzijdsclie stichting
en onschendbare trouw.
1. De onderlinge liefde, welke man en vrouw
elkander verschuldigd zijn, is de grondslag van
al hunne andere plichten. Niets is zoo nood-
zakelijk in het huwelijk als die wederzijdsche
genegenheid, die eenheid des harten. Neemt
deze weg en gij berooft het huwelijk van zijn
wezen en waren vorm. Die liefde echter moet
eene ware, eene standvastige en eene christe-
lijke liefde zijn. Man en vrouw moeten elkander
niet slechts beminnen in woorden en uiterlijken
schijn, maar in daad en werkelijkheid. Zij moeten
-ocr page 310-
302              PLICHTEN EX LEVENSREGELEN
belangstellen in elkanders geluk, elkanders fou-
ten en gebreken geduldig verdragen, elkander
troosten en helpen en de lasten des huwelijks
edelmoedig met elkander dragen. Hunne liefde
moet niet verminderen met de jaren, maar
steeds dezelfde blijven in den ouderdom als in
de jeugd, in vóór- als in tegenspoed, in ziekte
als in gezondheid. Zij moet gevestigd zijn niet
op uiterlijke voordeden\'\', die vergaan, maar op
God, die onveranderlijk is. In God moet zij
haar begin en haar laatste einde hebben. In
God en om God moeten zij elkander beminnen.
Zij zullen elkanders handelingen niet te nauw-
lettend nagaan, maar deze steeds ten goede
trachten uit te leggen; nooit zullen zij eenig
ongegrond vermoeden in hun hart toelaten en
vooral overdragers en oorblazers geen gehoor
verleenen. Spot- en schimpwoorden mogen tus-
schen gehuwden niet gewisseld worden , maar
met eene christelijke beleefdheid en zachtmoe-
digheid zullen zij elkander om God behandelen.
2. De ivederzijdsche stichting moet een na-
tuurlijk gevolg van deze oprechte liefde zijn.
Weiverre dat man en vrouw elkander een be-
letsel zouden wezen om God te beminnen,
moeten zij in elkander een steun vinden om
Hem volmaakter te dienen. Door woorden en
voorbeelden moeten zij elkaar tot de liefde Gods,
de onderhouding zijner geboden, den innigen
vrede en de beoefening aller deugden aansporen.
De man toone achting, behulpzaamheid en ver-
draagzaamheid aan zijne vrouw. Hij beschouwe
haar als zijne gezellin en niet als eene dienst-
maagd , veel minder als eene slavin. In zijne
Moorden, in zijn oordeel, in zijn minzamen om-
-ocr page 311-
VOOB BIJZONDERE STANDEN.              303
gang geve hij bewijzen zijner hoogachting voor
haar. Hij waclite zich wel haar door zijn lastig,
oploopend, ontevreden en onhebbelijk karakter
tot droefheid te verstrekken. Hij helpe haar
met raad en daad, overlaadde haar niet met te
veelvuldigen arbeid en versehafl\'e haar, naar
best vermogen, alles wat zij in het huishouden
noodig heei\'t, zonder zich evenwel te veel met
huiselijke kleinigheden in te laten. Hare gebre-
ken verdrage hij met geduld, zonder ze noch-
tans goed te keuren of te bevorderen en is zij
lastig, onredelijk en boosaardig dan trachte hij
haar niet door vloeken en geweld, maar door
vriendelijke woorden te verbeteren. De vrouw
op hare beurt moet eerbied, gehoorzaamheid
en zorg hebben voor haren man. Zij moet hem
als haar Hoofd beschouwen en hem in alles
onderdanig zijn, de zonde alleen uitgenomen.
Met geduld en volharding neme zij de zorg des
huizes waar en gedrage zich in alles zindelijk,
spaarzaam en huishoudelijk. Is de man driftig
en vergramd, dan zoeke zij hem door toegevend-
heid en stilzwijgen en niet door tegenspreken
en spijtige woorden te bedaren. Om wille van
den vrede, waaraan Gods zegen is verbonden,
zullen zij elkander gaarne toegeven en voor
elkander wijken.
3. De onscJiendbare trouw, welke de echt-
genooten elkander verschuldigd zijn, bevat twee
plichten, eene met betrekking tot anderen, eene
met betrekking tot elkander. Met betrekking-
tot anderen zullen zij nooit de minste vrijheid
over hunnen persoon of hun hart veroorloven.
Geene vreemde genegenheid, geen zucht om
aan anderen te behagen, geen gemeenzaamheid
-ocr page 312-
304               PLICHTEN\' EN LEVENSREGELEN
mogen zij voeden, willen zij geen wantrouwen,
jaloerschhetd en valsche vermoedens opwekken
en zich in gevaar stellen van tot de zware
zonde van ontrouw te vervallen. Met betrekking
tot elkander zorgen zij alles te vermijden wat
tot wederzijdsclie ergernis en meer nog tot
nadeel der kinderen zoude strekken. Zij houden
het huwelijk in eere , gelijk God zegt, (Hebr.
13. 4) en wachten zich wel voor de verschrik-
kelijke zonde, welke de Heer met een plotse-
iingen dood in Onan strafte. Schenkt God hun
vele kinderen, dan moeten zij Hem dankbaar
wezen. Schenkt Hij hun geene kinderen of
neemt Hij ze weder uit de wereld weg, dan
moeten zij tevreden zijn, zeggende: «Wat God
«doet is wel gedaan. Het? uw wil geschiede.»
II. PLICHTEN DER OUDERS JEGENS HUNNE KINDEREN.
«Neem dit kind en voedt liet voor mij op ;
«ik zal u uw loon geven.» (Exod. II. 9.)
De plichten, welke de ouders tegenover hunne
kinderen te vervullen hebben, zijn zoo gewichtig
en zoo innig met hun eigen geluk verbonden,
dat de H. Alphonsus niet aarzelt te zeggen :
«Hij gebrek aan plichtsbetrachting en waak-
«zaamheid gaan er meer ouders naar de hel
«om de zonden hunner kinderen, dan om hunne
«eigene zonden.»
De plichten welke ouders hebben ten op-
zichte hunner kinderen zijn : liefde, opvoeding,
zorg voor de ziel.
i. De ouders moeten hunne kinderen bemin-
nen
en dit niet zoozeer met eene natuurlijke,
als wel met eene bovennatuurlijke liefde. De
-ocr page 313-
VOOR BIJZONDERE STANDEN\'.                305
kinderen immers zijn hun toekomstige steun in
den ouden dag niet alleen, maar wat meer zegt,
zij zijn ook de hoop van de maatschappij, van
de kerk, van den hemel. Zij zijn een kostbaar
pand, hetwelk God aan de ouders heeft toe-
vertrouwd en dat Hij eenmaal uit hunne hand
zal opeischen. De ouders moeten daarom hunne
kinderen beminnen met eene in- en uitwendige,
eene welgeregelde en algemeene liefde. Zij
moeten wel weten dat zij zondigen, wanneer
zij hunne kinderen haten , vervloeken en ver-
wenschen, wanneer zij hen te hardvochtig be-
handelen , hen niet helpen\'willen in den nood
of door al te groote toegeefelijkheid oorzaak
worden dat die kinderen in zonde vallen.
2. De ouders moeten hunne kinderen opvoe-
den
, dat wil zeggen, zij moeten zorgen voor
hun levensbehoud, voor hun voedsel en verkrij-
ging van een zekeren stand. Zoo vóór als na
de geboorte van het kind moeten de ouders
voorzichtig zijn dat hetzelve geen ongeluk over-
kome. De moeder wachte zich voor ai te zwaren
arbeid, het heffen van te groote lasten, onma-
tigheid enz. De vader zij behoedzaam om haar
niet tot groote droefheid of gramschap op te
wekken. Ook wagen zij het niet een kind, be-
neden het jaar, bij zich te bed te houden. Hoe-
vele moeders hebben geheel haar leven lang
zulk eene onvoorzichtigheid betreurd. Verder zijn
de ouders verplicht te zorgen voor voedsel,
kleeding en woning, waarop hunne kinderen
volgens hunnen stand recht hebben. Ook moe-
ten zij zorgen dat de kinderen later volgens
dien stand kunnen leven. De ouders blijven
derhalve aan hunne plichten te kort als zij
missieb.                                                  20
-ocr page 314-
306              PLICHTEN EN LEVENSREGELEN
hunne goederen lichtzinnig verkwisten, als zij
hunne kinderen niet tijdig\' aan den arbeid ge-
wennen en iets nuttigs laten loeren, waardoor
zij later in hun bestaan kunnen voorzif"*, als-
ook wanneer zij-die kinderen eenen levensstaat
opdringen, waartoe deze niet geroepen zijn of\'
hen met geweld daarvan afhouden als zij zich
geroepen gevoelen.
3. Eindelijk moeten de ouders zorg dragen
voor liet geestelijk welzijn, voor de ziel hunner
kinderen. Zij zijn verplicht hen door woord et»
voorbeeld te onderrichten en tot het goede aan
te sporen. Zijn de kinderen nog klein dan moe-
ten de ouders en vooral de moeder hen de
namen van Jezus en Maria leeren uitspreken,
hen leeren bidden, leeren wat zij weten moe-
ten uit noodzakelijkheid des middels, zij moeten
hen vlijtig de school en den catechismus doen
bezoeken, de H. Mis en andere oefeningen van
godsvrucht leeren bijwonen. Door woord en
voorbeeld moeten zij de kinderen leeren hun
morgen- en avondgebed te verrichten, te bid-
den vóór en na het eten , dikwijls te biechten
en te communiceeren en zoo meer. De ouders
moeten verder waken over hunne kinderen.
Nooit laten zij kinderen van verschillend ge-
slacht boven de vier of vijf jaren bij elkander
slapen; nooit laten zij hen omgaan met slechte
makkers ; nooit veroorloven zij hun spelen die
gevaarlijk zijn; nooit mogen zij hun naar plei-
zieren, vermaken, bijeenkomsten laten gaan
waar hunne ziel schade zou lijden; nooit ge-
doogen zij dat hunne dochters een doelloozen
omgang hebben met personen van het ander
geslacht, dat zij uitgaan met hen bij avond of
-ocr page 315-
307
VOOR BIJZONDERE STANDEN.
nachttijil, dat zij in de eenzaamheid verkeeren
of zich te veel overgeven aan ijdelheid, behaag-
zucht en lichtzinnige kleederdracht. Met zorg
verhp nen de ouders uit hun huis slechte dienst-
boden, personen die vloeken, vuile taal spreken
of ongodsdienstig zijn , alsmede jedelooze boe-
ken , platen, romans en laten vooral niet toe
dat hunne kinderen in diensten wonen of in
huizen verblijven , waar het er ongodsdienstig
en lichtzinnig toegaat. Zouden hunne kinderen
naar de raadgevingen en vermaningen hunner
ouders niet luisteren, zouden ze niet willen ge-
hoorzamen, dan moeten de ouders hen berispen
en bestraften en dit wel met ernst, met eene
gepaste strengheid en met gemeenschappelijk
overleg; zij moeten in het berispen en bestraffen
ééne lijn trekken en wat de eene zegt, doet of
goedkeurt, mag de andere in tegenwoordigheid
der kinderen niet afkeuren of tegenspreken.
"Willen nu de ouders dat hunne vermaningen,
hunne lessen en hunne bemoeiingen voor het
welzijn der kinderen de gewenschte vruchten
dragen, dan moeten zij nooit door hun eigen
slecht voorbeeld , door vloeken, dronkenschap
ongodsdienstigheid, twist en tweedracht afbre-
ken, wat zij door hunne woorden opbouwen;
maar door daden steunen zij wat zij door
woorden leeren. Immers woorden wekken, maar
voorbeelden trekken.
-ocr page 316-
308             PLICHTEN EN LEVENSREGELEN
III. PLICHTEN DER KINDEREN OPZ1CHTENS HUNNE
OUDERS.
«Eer vader en moeder, gelijk de Heer uw
«God u geboden heeft , opdat gij lang ruoogt
«leven en het u welga op aarde.» lDeut. V. lb\'.i
Heeft God aan de ouders plichten opgelegd,
welke zij tegenover hunne kinderen moeten
vervullen; den kinderen wederkeerig heeft Hij
plichten voorgeschreven tegenover hunne ouders.
Die plichten zijn: liefde, eerbied en ijehoorzaam-
heid.
\\. Liefde zijn de kinderen aan hunne ouders
schuldig, want, na God, zijn deze hunne grootste
weldoeners. Hoevele moeite, pijnen en smarten
staat eene moeder voor haar kind niet uit;
hoevele slapeloo/.e nachten brengt zij voor liet-
zelve niet door? Hoevele inspanning en zorg
kost het een vader niet zijne kinderen te spij-
zen, te kleeden en op te voeden. Voor dit alles
zijn de kinderen liefde aan hunne ouders ver-
schuldigd en wel eene inwendige liefde, die den
ouders steeds wenscht wat goed is, en eene
uitwendige liefde, welke alle kwaad van de
ouders tracht af te weren , hun goed te doen
en in het noodige te voorzien. Kinderen, die
door hun slecht gedrag aan de ouders verdriet
en schande veroorzaken, hun kwaad wenschen,
hunne gebreken niet geduldig verdragen , hen
met minachting bejegenen, hard toespreken en
tot gramschap opwekken; kinderen, die hunne
ouders in ziekte, in nood en ouderdom niet
bijstaan, die in gevaar van sterven niet tijdig
geestelijke en tijdelijke hulp aan hunne ouders
-ocr page 317-
VOOR BIJZONDERE STANDEN.              309
verschaffen, niet voor hen bidden, als zij over-
leden zijn, misdoen tegen de liefde aan vader
en moeder verschuldigd en kunnen zich dan
ook op Gods straffen verwachten.
1. Eerbied moeten de kinderen aan hunne
ouders toonen en hen als plaatsbekleders van
God beschouwen. Geen leeftijd , geen staat of
stand, geen ambt welkdanig ook, kan hen van
dien plicht ontslaan. In al hun doen en laten,
in woorden, in werken, in gedachten, in geheel
hun gedrag moet die eerbied doorschijnen. Zij
zondigen daarom tegen dien eerbied, als zij
hunne ouders minachten, hen met bitse \\voor-
den toespreken, hun spot- of scheldnamen geven
en ongepaste verwijtingen toevoegen. Zij zon-
digen als zij vader en moeder uitlachen, gaarne
over hunne onvolmaaktheden spreken, zich scha-
men over hunne onwetendheid, hunne armoede
of hun minderen stand. En wee het kind, dat
het wagen zoude, zijne ouders te vervloeken en
te verwensenen of dreigend de hand tegen hen
op te hellen! «Vervloekt, zegt God, wie zijn
«vader en zijne moedei\' niet eert.» (Deut. \'27.16.)
«Wie vader en moeder slaat, spreekt Hij, moet
«sterven en wie zijne ouders vloekt zal den
«dood ondergaan.» (Exod. 21. 15. 17.)
3. Gehoorzaamheid zijn de kinderen daaren-
boven aan hunne ouders verschuldigd. «Kin-
«deren, zegt God, gehoorzaamt uwen ouders in
«den Heer, want dit is rechtvaardig.» (Ephes.
6.1.) Een kind moet zijnen ouders gehoorzamen
in alles, wat niet zonde is; gehoorzamen vooral
in datgene wat het bestuur des huizes en het
welzijn hunner ziel aangaat. Kinderen zondigen,
en zondigen dikwijls zwaar, als zij hunnen ouders
-ocr page 318-
310              PLICHTEN EN LEVENSREGELEN
openlijk gehoorzaamheid weigeren of onwillig
en slechts ten halve gehoorzamen, als zij hunne
vermaningen en waarschuwingen niet aannemen,
zich tegen hunne bestraffingen verzetten en, on-
danks het strenge verbod van vader of moeder,
gevaarlijke gezelschappen, danszalen, diïnk- of
speelplaatsen bezoeken, en slechten omgang on-
derhouden, in de eenzaamheid verkeeren en zoo
meer. Zulke kinderen vergeten welke strenge
rekenschap de ouders van hunne ziel aan God
moeten geven; maar van zulke kinderen geldt
dan ook het woord van den Apostel Paulus:
«Die aan de ouders niet gehoorzamen.... zijn
«den dood schuldig.» (Rorn. \'1. 30.)
o
IV. PLICHTEN DEK MEESTERS EN OVERHEDEN.
«Zoo iemand geen zorg heeft voor de zijnen
«en vooral voor zijne huisgenooten , dan heeft
«hij zijn geloof verloochend en is slechter dan
«een ongeloovige » (1 Tim. V. 8.)
De Meesters en Overheden bekleeden Gods
plaats bij hunne dienstboden en ondergeschikten.
Zij hebben diensvolgens plichten tegenover hen
te vervullen en wel zulke ernstige plichten dat
God zelf verzekert: «Zoo iemand geen zorg
«heeft voor de zijnen en vooral voor zijne huis-
«genooten, dan heeft hij zijn geloof verloochend
«en is slechter dan een ongeloovige.» De Mees-
ters en Overheden nu zijn verplicht hunne on-
derdanen welwillend te behandelen, behoorlijk
te onderrichten
en te berispen en hun een
billijk loon te betalen.
1. Welwillend moeten de overheden hunne
onderhoorigen behandelen. Deze zijn menschen,
-ocr page 319-
VOOR BIJZONDERE STANDEN.               311
geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, men-
schen die dikwijls een edeler hart en een ge-
voeliger gemoed bezitten dan velen denken. De
overheden moeten hen op eene passende en
mensclielijke wijze aanspreken, hen van behoor-
lijk voedsel en verblijf voorzien, hen niet over-
laden door overmatigcn arbeid en hen, zoo zij
ziek zijn , uit liefde verzorgen. «Hebt gij een
«trouwen knecht, spreekt God, hij zij u als
«uwe ziel, behandel hem als een broeder.»
(Eccli. \',i;i. 31.) De overhedïn blijven aan dien
plicht te kort als zij hunne dienstboden en
ondergeschikten met beleedigingen, vloeken en
verweiischingen overladen, als zij hun een ar-
beid opleggen boven hunne krachten, als zij
hen niet toegevend behandelen in ziekte. Zij
zijn echter niet verplicht hunne dienstboden,
als deze langen tijd ziek zijn, het volle loon en
de onkosten der behandeling, zooals genees-
middelen enz. te betalen, tenzij de gewoonte
of eene vooraf gesloten overeenkomst zulks vor-
deren.
\'2. De overheden moeten hunne onderhoo-
rigen onderrichten en berispen. Zij moeten toe-
zien of deze in den godsdienst genoegzaam on-
derwezen zijn, of zij de geboden van God en
van de kerk onderhouden, of zij zich niet over-
geven aan ondeugden of aan gevaren en gele-
genheden van zonde zich blootstellen, en in die
gevallen moeten zij hen waarschuwen en ver-
manen. Overheden maken zich aan zonde schul-
dig als zij bunnen onderhoorigen geene gelegen-
beid geven om hunne godsdienstplichten te
vervullen, als zij niet zorgen dat zij zich ge-
noegzaam in den godsdienst kunnen onderwijzen,
-ocr page 320-
312              PLICHTEN EN LEVENSREGELEN
als zij hen beletten om des zondags de H. Mis
bij te wonen en op behoorlijke tijden te naderen
tot de H. Sacramenten, als zij hen hiertoe niet
aanzetten, wanneer zij nalatig zijn; zij zondigen
als zij niet door strenge handhaving der orde
en huiselijke tucht zooveel mogelijk alle gevaren
en gelegenheid tot zonde van hunne onderge-
schikten verwijderd houden, als zij hen niet
berispen wanneer zij vloeken, onzedige taal
spreken, ergernis geven, als zij de onverbeter-
lijken niet uit hun huis verwijderen, zoo zij
gevoegelijk kunnen , en vooral wanneer zij zelf
door ongodsdienstigheid en slecht gedrag een
ergernis voor hunne onderdanen zijn.
3. De overheden moeten eindelijk aan hunne
ondergeschikten hel verdiende loon schenken,
willen zij zich niet aan ceue wraakroepende
zonde pliehtig maken. Zij mogen derhalve het
rechtvaardig loon niet achterhouden , niet ver-
minderen, de betaling er van niet te lang uit-
stellen, hen niet zonder goede redenen vóór
den tijd uit den dienst verwijderen; in dat
geval zijn zij verplicht de schade te vergoeden,
welke (Ie onderdanen lijden. Daarom vermaant
God: «Gij overheden, geeft wat recht en bil—
«lijk is aan uwe onderdanen, daar gij weet
«dat ook gij een Heer in den hemel hebt, een
«Heer, bij wien geen aanzien is van personen.»
(Eph. VI. 9.)
V. PLICHTEN DER DIENSTBODEN EN ONDERIIOORIGEN.
«Dienstboden, weest aan uwe meesters naar het
«vleesch gehoorzaam met vrees en eerbied... ais
«aan Christus zelven.» (Ephes. VJ. 5.)
Gelijk de Meesters en Overheden plichten te
-ocr page 321-
VOOR BIJZONDERE STANDEN.              313
vervullen hebben jegens hunne dienstboden en
onderhoorigen, zoo hebben dezen plichten te on-
derhouden tegenover hunne overheden. De plich-
ten der dienstboden en ondergeschikten ten op-
zichte hunner meesters zijn: eerbied, gehoor-
zaamlieid
en trouw.
1. De dienstboden en ondergeschikten moeten
hunne meesters eerbiedigen en in hen Gods
plaatsbekleeders zien. «Dienstboden , zegt de
«H. Paulus, acht uwe meesters alle eer waardig.»
(1 Tim. (i. 1.) «Zijt hun met allen eerbied on-
«dordanig, zegt de H. Petrus, niet alleen den
«goeden en zachtmoedigeti. maar ook den eigen-
«zinnigen.» (\'1 Petr. II. i8.) Tegen dien eerbied
zondigen de ondergeschikten als zij hunne over-
lieden bespotten, hunne gebreken alom bekend
maken, hen onbeleefd en ruw toespreken en
vooral als zij door ongodsdienstig en zedeloos
gedrag, door slechte voorbeelden, vloeken, on-
gebonden gesprekken , onvoorzichtige handelin-
gen oorzaak zouden zijn dat de kinderen of
huisgenooten hunner meesters bederven werden
en in zonde vielen. Die eerbied vordert dus dat
zij allen een goed voorbeeld geven, dat zij hunne
godsdienstplichten stipt vervullen en zich in
alles kuisch en matig gedragen. O hoeveel goed
kunnen brave dienstboden, hoeveel kwaad daar-
entegen slechte dienstboden in het huis hunner
meesters stichten !
\'2. De dienstboden moeten verder hunne over-
heden gehoorzamen en wel in alles wat den
dienst aangaat en wat de goede zeden betreft.
Zij moeten dit doen niet uit vrees voor straften,
ook niet hoofdzakelijk om eenig tijdelijk loon,
zegt de Apostel, maar om God. «Dienstboden
-ocr page 322-
314              PLICHTEN EN LEVENSREGELEN
«gehoorzaamt uwen meesters, niet als oogen-
«dienaars, maar met oprechtheid des liai\'ten
«uit vrees voor God.» (Col. III. 22.) Aan die
gehoorzaamheid blijven zij te kort die de recht-
matige hevelen hunner meesters weerstaan, die
hen door norschheid, weerspannigheid, onge-
zeggelijkheid tot gramschap opwekken, die het
hun voorbeschrevene niet of slecht volbrengen.
In één geval slechts mogen die ondergeschikten
hunnen overheden niet gehoorzamen , namelijk
als dezen iets zouden gebieden wat zonde is,
vooral als zij zelf eene naaste gelegenheid tot
zonde zouden stellen of in hun huis toelaten.
Dan moeten de onderhoorigen met kracht en
standvastigheid weerstaan en, baat dit niet,
aanstonds het huis verlaten.
3. De dienstboden moeten eindelijk trouw zijn
in hunnen dienst. «Vermaan de dienstboden, zegt
«God, dat zij in alles welgevallig zijn, niet
«tegenspreken, niet ontvreemden, maar zich
«volkomen getrouw toonen.» (Petr. II. 9.) Tegen
die getrouwheid zondigen de dienstboden, als
zij niet ijverig werken, als zij de zaken hunner
meesters niet behartigen, deze verwaarloozen,
bederven of laten bederven, als zij ze ontnemen
of laten ontnemen, als zij de geheimen van het
huisgezin openbaren, zich kostbaarder spijzen
of dranken toeéigenen, den dienst zonder reden
verlaten vóór den tijd of, niet tevreden zijnde
over het loon, dat men eenmaal bepaald heeft,
zich zelven betalen, door meer te nemen dan
hun xoekomt.
Opdat echter de ondergeschikten al hunne
plichten nauwgezet kunnen vervullen, moeten
zij voorzichtig zijn in de keuze van eenen dienst
-ocr page 323-
VOOR BIJZONDERE STANDEN.                315
en zich niet verhuren in huizen waar geen
godsdienst is, waar zij hunne godsdienstige
plichten niet kunnen waarnemen, waar naaste
gelegenheden van zonde en vooral gevaren be-
staan voor hunne zuiverheid, /ij moeten wel
bedenken dat zij meer moeten zorgen voor hun
geestelijk welzijn, dan voor het tijdelijk, meer
voor de ziel, dan voor het lichaam.
VI. PLICHTEN DER JEUGDIGE PERSONEN MET
BETREKKING TOT HUNNE ROEPING.
«Leer mij den weg kennen, die ik ho\\van-
«delen moet, want tut U, Heer, heb ik
"mijne ziel verheven.» (Ps. 142. 8.)
Niets is van zoo groot belang voor jeugdige
personen, dan de keuze van een levensstaat.
Van die keuze immers hangt niet alleen het
welzijn af der maatschappij en het geluk van
het tegenwoordig leven ; maar zelfs de eeuwige
zaligheid.
Inderdaad, \'t is in het belang der maatschappij
dat iedere staat goed vervuld worde; dit echter
is niet mogelijk tenzij eenieder, zoover hij kan
een staat kieze, waarvoor hij neiging en ge-
schiktheid heeft. Zonder neiging en zonder aan-
leg toch voor eenc zaak, zal men haar in den
regel weinig behartigen of zoo men ze ook al
behartigt, zal men er zonder geschiktheid moei-
lijk in slagen. Üok is het duidelijk, dat men in
eenen staat waarvoor men geen geschiktheid
heeft, niet gelukkig en tevreden zal leven, wijl
men in den reürcl geen lust en voldoening vindt
in iets, waarvoor men geen neiging en be-
kwaamheid heeft. Bijgevolg moet zulk een toe-
-ocr page 324-
316            PLICHTEN EN LEVENSREGELEN
stand noodzakelijkerwijze eene bron worden
van tegenzin, afkeer en verdriet, die ons lang-
zamerhand tot moedeloosheid doet vervallen en
geheel het leven, doch vruchteloos, de slechte
keuze doet betreuren, welke men eenmaal ge-
daan heeft. Gewichtiger evenwel zijn de gevol-
gen welke de keuze van een levensstaat na
zich sleept met betrekking tot de eeuwige
zaligheid. We] is waar zijn alle levensstaten
goed in zich; maar allen zijn zij niet goed voor
iederen mensch in het bijzonder; gelijk ook
ieder mensch niet geschikt is voor iederen
staat. De een zal zalig worden in dezen staat,
terwijl hij in een anderen verloren zou zijn
gegaan ; een ander zal verloren gaan in genen
staat, terwijl hij in dezen zijne zaligheid zou
hebben bewerkt. De reden hiervan is, dat de
Voorzienigheid den mensch tot een bepaalden
levensstaat roepend, aan dien staat ook bijzon-
dere genaden verbindt, welke hij elders niet
zoo overvloedig zou verkrijgen. Hij dus, die een
staat aanvaardt, waartoe God hem niet geroe-
pen heelt, kan niet vorderen dat God hem die
bijzondere genaden schenke welke Hij geeft
aan diegenen welke Hij roept.. Doch zonder die
bijzondere genaden zal het hem moeilijk zijn
de plichten van dien staat, welke hij zich zon-
der geroepen te zijn, gekozen heeft, te vervul-
len en daar van het goed vervullen van die
plichten grootendeels onze zaligheid afhangt, is
het met recht te vreezen dat zoo iemand niet
zal zalig worden. Kan men derhalve niet zeg-
gen, dat allen die hunne roeping missen verlo-
ren gaan; dit nochtans is zeker uit de onder-
vinding dat het leven van de meesten dezer
-ocr page 325-
VOOR BIJZONDERE STANDEN.                317
weinig hoop op zaligheid overlaat. De keuze
van een levensstaat alzoo is van het allergrootste
gewicht. Doch, welke zijn nu de beginselen, de
regelen, welke men volgen moet om zich in
cene zoo belangrijke keuze niet te vergissen.\'\'
1.   Het eerste middel om een goeden levens-
staat te kiezen is, te handelen met eene goede
meening. Men moet in die keuze niet zoozeer
zijn tijdelijk voordeel beoogen, dan wel zijn
geestelijk voordeel en boven alles den wil en
de eer van God zoeken. Kerst en vooral dus
moet men vast besloten zijn om God getrouw
te dienen en dan moet men zich afvragen: hoe
wil God dat ik Hem diene.\' In welken staat
zal ik mijne ziel het beste zalig maken.
2.   Een tweede middel om zijne roeping te
kennen, is een deugdzaam en echt christelijk
leven. Men stelle daarom alles in het werk
teneinde de zonde te vermijden, de deugd te
beoefenen en goede werken te verrichten, vooral
dikwijls te biechten en te communiceeren.
Daardoor trekt men Gods genade en zijne ver-
lichtingen over zich af.
3.   Een derde, en allernoodzakelijkst middel
om zijne roeping te kennen is het gebed. Men
vrage dikwijls met den Apostel Paulus: «Heer
«wat wilt gij dat ik doe»! of met den jeugdi-
gen profeet Samuel: «Spreek, Heer, uw die-
«naar luistert», of met Salomon: «Zend, Heer,
«den geest uwer wijsheid in mij af, opdat die
«goddelijke geest in mij zijnde en in mij wer-
«kende, mij doe kennen wat u behagelijk is».
Niets is zoozeer geschikt om zijne roeping dui-
delijk in te zien en de moeilijkheden die haar
in den weg staan te overwinnen, dan een aan-
-ocr page 326-
318            PLICHTEN\' EN LEVENSREGELEN
houdend gebed en wel inzonderheid het gebed
tot de Allerh. Maagd, die de zetel der wijsheid
is, de moeder van goeden raad.
4.   Een vierde! middel om zijne roeping te
kennen, is te zien tot welken staat men de
grootste neiging en den meesten aanleg heeft.
Doch hierin wederom moet men voorzichtig
wezen en onderzoeken of die neiging God en
zijne zaligheid of\' wel hoofdzakelijk natuurlijke
en tijdelijke voordeelen tot voorwerp heeft.
Tevens moet men de verplichtingen van dien
staat trachten te kennen en de gevaren die er
aan verbonden zijn.
5.   Een ander middel eindelijk is een deugd-
zaam en verstandig raadsman, in het bijzonder
zijn biechtvader te raadplegen. Hierbij zij ech-
ter bemerkt, dat de kinderen in de keuze van
een levensstaat niet behoeven te gehoorzamen
aan hunne ouders en dit in vele gevallen niet
mogen. Zelfs is het in den regel niet raadzaam,
zegt de H. Thomas, dat zij den raad hunner
ouders inwinnen als zij den kloosterlijken staat
willen omhelzen; wel echter als zij een huwe-
lijk willen aangaan met een bepaalden persoon;
dan immers moeten zij raad en verlof aan
hunne ouders vragen tenzij in geval zij voor-
zien dat dezen zich zonder billijke redenen tegen
het huwelijk zouden verzetten.
Mochten alle jeugdige personen deze gewich-
tige regelen goed onderhouden, hoevelen zou-
den er dan voor een tijdelijk en eeuwig ongeluk
bewaard blijven!
-ocr page 327-
VOOR BIJZONDERE STANDEN.                319
VII. PLICHTEN\' DER JONGELINGEN.
«Gedenk uwen Schepper in de dagen
tuwer jeugd . . . vrees God en onder-
«houd zijne geboden, dit immers is de
cgansche mensen.» (Keel XII. 1. 13.)
1. De christelijke jongeling moet eerst en
vooral godsdienstig zijn en dit wel van zijne
jeugd af. Hij moet God vreezen en diens gebo-
den onderhouden, want daarin bestaat de gansche
mensen. Nooit of nimmer schame hij zich over
zijn geloof\'; nooit of nimmer vreeze hij voor
zijn godsdienst uit te komen. Schaamt een sol-
daat zich dat hij in dienst is van zijn koning,
dat hij de wapenen draagt en zijn vaderland
verdedigt? Integendeel, hij gaat er groot open
gaarne vertoont hij zich in volle wapenrusting.
En zou een katholiek jongeling zich dan scha-
men in dienst te zijn van den oppersten koning
van hemel en van aarde? Zou hij zich schamen
zich christen te toonen , zijn God en de kerk,
zijn vaderland, tegen schaamteloozc spotters te
verdedigen? Neen christen te wezen, zich als
christen te gedragen, de plichten van een
christen te vervullen, moet zijne grootste eer,
zijn roem wezen. Gaarne moet hij zich in volle
wapenrusting als christen vertoonen; gaarne
bidden, gaarne de kerk bezoeken, mis hooren
op zon- en feestdagen, maandelijks biechten en
communiceeren, gaarne moet hij lid zijn van
de eene of andere godvruchtige vereeniging.
Zou een jongeling zich daarover schamen en
vreezen voor een spotlach van ongodsdienstigen,
dan zou hij zich een lafaard toonen en Christus
zou zich schamen over hem; gelijk ook een
-ocr page 328-
-Ï20              1\'I.ICIITEN\' I£X LEVENSREGELEN
koning zicli schamen zou over een soldaat en
«lezen een lafaard zou noemen als hij zich
schaamde de wapenen voor zijn vorst te dragen.
\'2. Een christelijk jongeling moet verder ma-
tif)
zijn. Een jongeling die overmatig gebruik
maakt van spijs en drank wekt de zinnelijke
lusten op en voedt ze; hij benevelt zijn ver-
stand , verzwakt zijn wil, ondermijnt zijne ge-
zondheid en stort zich in ontelbare zonden. De
overdaad, vooral in sterken drank, maakt den
jongeling moedwillig en losbandig en doet hem
vooral in de slavernij der ontucht vervallen.
Een onmatig jongeling dan ook is een ramp
voor zich zelven, eene schande voor de mensch-
heid, een voorwerp van verdriet voor zijne ouders,
eene oorzaak van verderf\' voor zijne makkers,
een ongeluk voor hen die met hem moeten
leven, een afschuw voor de engelen, eene ver-
vloeking voor God. Hij blijve daarom altoos
matig, vluchte de ledigheid, schuwe slechte
makkers en ver wij Ie nooit te lang in herbergen
en drinkgelagen. Arme jongeling die zich aan
onmatigheid overgeeft! Arme ouders die een
dronkaard tot zoon, arme vrouw die hem tot
man krijgt!
3. De christelijke jongeling moet daarenbo-
ven zuiver en kuisch zijn. Volgens de grond-
beginselen der wereld is de ontucht slechts
eene kleinigheid, eene verschoonbare zwakheid;
doch in het oog van God en van den godsdienst
is zij eene schandelijke en verlagende misdaad;
eene misdaad, welke de drie goddelijke perso-
nen de aanbiddelijke Drievuldigheid grootelijks
beleedigt; eene misdaad die de verschrikkelijkste
stralïen over den schuldige aftrekt; eene mis-
-ocr page 329-
VOOR BIJZONDERE STANDEN.                321
daad, die zicli zoo spoedig in het onnoemelijke
vermenigvuldigt en den jongeling vóór den tijd
naar ziel en lichaam ten gronde richt. Een
deugdzaam jongeling, die waarlijk deugdzaam
en gelukkig wil blijven, ga daarom nooit met
ongodsdienstige, onmatige en ontuchtige kame-
raden om, die hen tot zonde en ongodsdienstig-
heid aanzetten , maar kieze godvreezende mak-
kers, die even als hij het gebed, de oefeningen
van godsvrucht, de matigheid en zuiverheid
beminnen; want waarmede hij verkeert, wordt
hij ook geëerd.
Vin. PLICHTEN DER JONGE DOCHTERS.
«De ongehuwde vrouw en maagd
«denkt wat des Heeren is opdat zij
aheilig zij naar lichaam en geest»..
(1 Cor. Vil. 34.)
Het grootste verlangen eener jongedochter
moet zijn aan God te behagen; hare voornaamste
zorg moet wezen heilig te zijn naar lichaam
en ziel. De zuiverheid, de ingetogenheid en de
f/odsvrucht moeten hare geliefkoosde sieraden
uitmaken.
1. Eene jongedochter moet kuisch zijn. De
kuischheid is haar grootste schat; voor niets
ter wereld moet zij dien prijs geven. Liever
moet zij willen sterven, dan den schat der /.ui-
verheid verliezen. In die deugd vindt zij eene
rijke bron van rust en vrede, een. bron tevens
van deugden en verdiensten. Door die deugd
wordt zij aangenaam aan God en de menschen,
wordt zij in zekeren zin gelijk aan de Engelen.
«O hoe schoon, roept de H. Geest uit, is een
«zuiver geslacht in deugdenglans. Niets op aarde
MISS1KII.                                                                    .21
-ocr page 330-
322            PLICHTEN EN LEVENSREGELEN
«kan met eene zuivert\' ziel gelijk gestelil worden».
Wat daarentegen is eene jongedocliter, die niet
kuiscli is.\' Zij is een voorwerp van afschuw
voor God en de menschcn, een voorwerp var»
verlaging in haai\' eigen oog. Stiijden daarom
moet du jongedocliter, strijden als eene heldin
om de kuischheid te bewaren ; alle gevaren en
gelegenheden moet zij zorgvuldig vluchten. Eet»
gevaarlijke klip nu voor die deugd is de al te
vrije omgang met personen van het andere
geslacht, vooral liet bezoeken van slechte ge-
zelschappen. Hoevele jongedochters, lichtzinnig
in dit punt, zijn diep gevallen en hebben hare
roekeloosheid moeten boeten dooi- een droevig
naberouw, stelt gij daarom prijs, jongedocliter,
op uwe onschuld, vlucht dan slechte gezelschap-
pen, vlucht den omgang met ongelijke personen,
vlucht de eenzame verkeering. Vindt gij geva-
ren in het ouderlijke huis, waarschuw oogen-
blikkelijk uwe ouders; treft gij gevaren aan in
uwen dienst, verwittig den meester of de meeste-
res en helpt dit niet, verlaat dan zonder tegen-
bedenking dat huis. Liever eenige schade lijden,
ja liever armoede en vervolging verduren dan
uwe reinheid te missen.
2. Eene jongedocliter moet vervolgens inge.-
toqen zijn.
Zonder ingetogenheid is het onmo-
gelijk voor eene jongedocliter om zuiver te
leven. Eene jongedocliter die niet zedig, niet
ingetogen is, staat bloot aan allerlei verstrooi-
ingen en verleidingen; zij is nieuwsgierig, ver-
langend om te zien en gezien te worden, praat-
zuchtig, uitgestort van geest, zij is eene oorzaak
van vele zonden voor zich zelve en voor anderen.
Eene jongedocliter daarentegen die ingetogen is,
-ocr page 331-
VOOR BIJZONDERE STANDEN.                323
is ceti voorwerp van stichting voor eenieder.
Zij is zedig in hare blikken, zedig en omzichtig
in hare woorden, zedig en stemmig in geheel
haar voorkomen ; overal verspreidt zij den goe-
den geur harcr deugden; op eenieder maakt
zij een gunstiger) indruk. In strijd echter met
die ingetogenheid is de ijdelheid in kleeding en
opschik; de zucht om aan anderen te behagen.
Eene behaagzieke jongedochtor maakt zich be-
spottelijk dooi\' hare ijdelheid. Die zucht om
schoon gekleed te gaan en zich op te schikken
toont dat zij in werkelijkheid weinig of\' niets
is. Ware zij iets uit zich zelve, dan behoefde
zij hare toevlucht niet te nemen tot ijdele sie-
raden en lichtzinnige modes om iets van zich
te maken. De ware schoonheid eener jonge-
dochter is de eenvoudigheid, die inwendige
zedigheid, die zich uitwendig vertoont. Daarom
zegt de II. Petrus: Het sieraad der vrouw zij
niet het uitwendige, het vlechten der haarlok-
ken, het omhangen van goud, of het aantrek-
ken van kleederen, maar de verborgen mensch
des harten, niet het onvergankelijke van dien
zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is
in het oog van God. (Petr. III. 3.)
3. Eene jongedochter moet eindelijk f)od-
vntchtig
zijn. Immers «de godsvrucht is tot
«alles nuttig, zegt de Apostel Paukis, zij heeft
«de belofte van dit en van het toekomende
«leven». (1. Tim. 4. 8.) Zij doet de onschuld
schitteren, de deugd bloeien, de gevaren vluch-
ten, de bekoringen wederstaan. Eene ,jonge-
dochter die werkelijk godvruchtig is zal alle
deugden beoefenen en eene vreugde, een\'
ti\'oost zijn voor allen die met haar omgaan.
-ocr page 332-
324              PLICHTEN EN LEVENSREGELEN
Daartoe echter is liet niet genoog, (\'at zij uit-
wendig godvruchtig is, dut zij gaarne bidt,
gaarne naai\' de kerk gaat, gaarne biecht en
communiceert; neen, zij moet ook inwendig
godvruchtig zijn, eene godsvrucht bezitten, die
voortkomt uit een levendig geloof, een slerk
vertrouwen, eene brandende liefde tot God, eene
godsvrucht die haar geduldig kruisen en tegen-
spoeden, vernederingen, ziekte en smarten doet
verdragen. Zonder die degelijke, innerlijke gods-
vrucht is alles slechts klatergoud, is zij onstand-
vastig, lichtzinnig, gemakkelijk over te halen
tot het kwaad. Wil uu eene jongedochter deze
deugd verwerven, dan moet zij de zinnelijke
plcizieren, de zondige vermaken dezer wereld
verachten ; want deze zijn met de ware gods-
vrucht niet bestaanbaar.
Gelukkig de jongedochter die deze deugden
bezit, zij zal eene vreugde zijn voor God, een
troost voor bare ouders, een toonbeeld voor
allen die haar kennen.
IX. PLICHTEN TEGENOVER DEN 1\'RIESTER.
«Wie u hoort, hoort Mij ; wie u vcr-
«smaadt, versmaadt Mij».
Hebben alle mensehen plichten te vervullen
jegens elkander; hebben zij plichten vooral je-
gens hunne overheden, zij hebben die inzonder-
heid jegens hunne geestelijke Overheden, de
priesters. Alle mensenen, en wel bijzonder de
katholieken, moeten hunne priesters eerbiedigen,
beminnen en gehoorzamen.
Niemand kan zich
aan die plichten onttrekken zonder God te be-
leedigen en zich aan zware straften schuldig te
maken.
-ocr page 333-
VOOR BIJZONDERE STANDEN.                325
1.   Wij moeten de priesters eerbiedigen. Zij
zijn Gods afgezanten, Gods plaatsbeVloeders,
Gods bemiddelaars bij de menschen. Van den
priester staat er geschreven: «wij vervullen
«een gezantschap voor Christus». (2. Cor. 5. 20.)
Moeten wij nu de gezanten van een aardschen
koning eerbiedigen, hoeveel meer de gezanten
van den koning des hemels en der aarde. De
priesters bekleeden Gods plaats bij de menschen,
in naam van God dragen zij het H. Misoffer
op, vergeven zij de zonden, verkondigen zij zijn
woord. Moet men dan een gouverneur eerbiedi-
gen omdat hij in zijne provincie de plaats des
konings inneemt en in naam des konings han-
delt, meer nog den priester, die handelt in
naam van God. De priester is de Middelaar
tusschen God en de menschen, hij bedaart Gods
gramschap, verzoent Hem met de zondaren en
bidt voor het volk. Aan den priester is de
hoogste macht gegeven, zegt de H. Bernardus,
eene macht grooter dan die der engelen, want
hij gebiedt («ver God zelven en doet op zijn
woord Jezus Christus uit den hemel nederdalen.
Dit deed een H. Franciscus van Assisië zeggen:
«indien ik een priester ontmoette en een engel,
«dan zou ik eerst den priester mijn eerbied
«bewijzen en dan den engel , want de macht
«des priesters is grooter dan die der engelen».
En de groote keizer Constantijn was gewoon
te zeggen: «indien ik een priester eene fout
«zag bedrijven, zoude ik die aanstonds met
«mijnen keizerlijken mantel bedekken, uit eer-
«bied voor zijne hooge waardigheid».
2.   Wij moeten de priesters beminnen. Zij
zijn onze grootste weldoeners, onze beste vrien-
-ocr page 334-
32(3            PLICHTEN EN\' LEVENSREGELEN
den l)ij God. Do priester is vader der zielen.
Aan onze ouders danken wij liet lichamelijk
leven, aan den priester het geestelijk leven. De
priester is leeraar, hij onderwijst in de verhe-
venste aller kennissen, in de heiligste aller
wetenschappen, in de kennis Gods en de \\ve-
tenschap der zaligheid. De piiester is genees-
lieer, hij toont ons onze geestelijke wonden en
geneest die, hij geeft edelmoedig de beste
middelen daartoe aan. De priester is rechter;
hij doet uitspraak tusschen den zondaar en God
en verzoent den schuldige met den eeuwigen
Rechter. Wat doet niet een priester voor de
geloovigen? Hij volgt hen van de wieg tot aan
liet graf\', ja zelfs tot aan gene zijde van het
graf. EJij doopt het pasgeboren kind. leert en
vormt het; hij troost de zieken, staat de sterven-
den bij, opent den hemel en sluit de hel. Hij deelt
de kostbaarste genadeschatten, de 11.11. Sacra-
menten uit en verleent ontelbare andere wei-
daden. Voor die goedheid en liefde zijn wij den
priester wederliefde schuldig; wij moeten steeds
nederig, vreedzaam, goedertieren met hem om-
gaan, voor hem bidden, zorgen hem het noo-
digo te verschaffen. «VVeet gij niet, zegt Jezus
«Christus, dat zij die in het heiligdom arbeiden,
«van liet heiligdom moeten leven en dat zij die
«liet altaar bedienen van het altaar hun aan-
«deel moeten ontvangen». (1. Cor. 9. 13.) «De
«werkman, spreekt Hij, is zijn loon waardig»,
(Luc. 10. 7); de geloovigen bijgevolg zijn ver-
plicht hunne priesters te onderhouden.
3. Wij moeten de priesters verder gnhoorza-
men.
Zij zijn onze geestelijke Herders, door
God aangesteld om ons te besturen en ten
-ocr page 335-
327
VOOR BIJZONDERE
STANDEN-.
hemel te geleiden en eenmaal zullen zij eene
strenge rekenschap moeten afleggen van de
zielen aan hunne zorgen toevertrouwd. «Gehoor-
«zaamt hem daarom, zegt de Apostel Paulus, en
«weest liun onderdanig, opdat zij dit niet vreugde
«en niet al zuchtende doen; want dit is u niet
«dienstig» (llebr. 13. 17.) Gehoorzamen moeten
wij derhalve aan de priesters in alles wat het
geloof\', de christelijke tucht en in het algemeen
het zielenheil betreft. Dit begreep weder keizer
Constantjjn de Groote. Als eenige Aiïanen ver-
langden dat de Keizer over een geloofspunt
beslissen zou, gaf hij hun onbewimpeld ten ant-
woord: «Gij vergist u, zoo gij meent dat ik in
«geloofszaken eene beslissing geven zal. Al ben
«ik keizer, zoo ben ik toch een mensch zonder
«rang en gezag in de orde der goddelijke din-
«gen en zal er nooit toe overgaan uitspraak
«te doen over datgene wat slechts aan God en
«zijne priesters toekomt. Ik zelf onderwerp mij
«met kinderlijke gehoorzaamheid aan hun oor-
«deel, aan hunne uitspraak en beslissingen en
«dit is ook uwe plicht». Hoe schuldig zijn der-
halve die christenen welke geen eerbied , geen
liefde, geen onderwerping aan de priesters
toonen; die hunne handelwijze beoordeelen en
bevittcn, hunne daden afkeuren, hun zelfs
slechte bedoelingen toeschrijven, hen bepraten
en bekladden, zich tegen hen durven verzetten
en ook anderen daartoe aansporen. Hoe ver-
schrikkelijk zal de straf van zulke christenen
zijn, want God zelf heeft gezegd: «Raakt mijne
«gezalfden niet aan». (1. Par. 1(5. \'22.) Want
«wie hen aanraakt raakt den appel aan van
«mijn oog. Ik zal mijne hand tegen hen op-
-ocr page 336-
328             PLICHTEN EN LEVENSREGELEN.
«lieden en zij zullen een roof\' worden voor hen
«die hen dienden)) (Zach. 2. 8.) Zelfs dan, wan-
neer de priester ongelijk zoude hebben en ver-
keerd handelen, mogen wij hem niet oordeelen;
maar wij moeten hem hlijven eerhiedigen om
zijne waardigheid en het oordeel overlaten aan
Hem, die gezegd heeft: oordeelt niet en gij
zult niet geoordeeld worden: aan Mij is het
oordeel, ik zal vergelden.
-ocr page 337-
§g~^ 6^ È$9 ^ ^* "^ ^ ^ ^ ^* ~6^ ^ ^ ^"gf
VII. BEKNOPTE HANDLEIDING VOOR
ZIEKEN EN STERVENDEN.
•Waakt. omdat pij niet weet, op wat uur
«uw Heer komen zal.i (Matth. 24. 42.)
I RAADGEVINGEN VOOR ZIEKEN.
1)    Zoodra gij ziek wordt, mijn Christen , moet
uwe eerste zorg zijn , uw hart te verheften tot God,
die u deze ziekte als eene beproeving overzendt Zeg
in uw hart met den geduldigen man Job: «De •hand
«des Hoeren heeft mij getroffen," (c. 19.) — Neem
uwe ziekte uit Gods hand aan. als eene bjjzondere
genade, gelijk .lezus Christus den bitteren kelk zijns
lijdens uit do handen van zjjnon hemelschen Vader
aannam. Zeg met uwen goddeljjken Zaligmaker: «Niet
«mijn, maar uw wil geschiede, o Hemelsche Vader!» —
Vereenig op die wjjze uwen wil met den wil van
God, en bid hem om geduld in uw lijden.
2)   Zorg voor de belangen uwer ziel , alsof uwe
ziekte de laatste uws levens ware. Tracht op tijd
door eene goede en rouwmoedige biecht, en zoo uw-
biechtvader het goedvindt, door eene algemeeno
biecht u niet God, te verzoenen. Stel uwe biecht niet
uit van dag tot dng, opdat do ziekte niet onverwachts
toenemo en u het biechten lastig of schier onmoge-
l|jk make. Ontvang het H. Sacrament des Altaars
als het beste geneesmiddel zoo naar ziel als naar
lichaam , en als teerspijzo voor de reis naar de eeu-
wigheid. Ontvang Jezus met eene innige liefde, als
den besten vriend en helper uwer ziel. — Wordt
het H. Oliesel u toegediend, schrik dan niet, alsof
gij zeker moest sterven ; maar troost u bij do ge-
dachte dat dit H. Sacrament de ziel van hare zonden
-ocr page 338-
330                  BEKNOPTE HANDLEIDING
zuivert, haar in den strijd tegen de booze aanvcch-
tingon versterkt, en u eindelijk ook de lichamelijke
gezondheid, in geval het u zalig is, kan verschaffen.
De Kerkvergadering van Trente verzekert ons : (!"\'css.
22, cap. 2) dat men somtjjds de gezondheid des
lichaams, als zjj tot zaligheid onzer ziel strekt, door
dit II. Sacrament bekomt liet zou dan eeno groote
uitzinnigheid zijn, zoo gij niet bij tijds zorgdet dit
zoo troostvol, voor ziel en lichaam zoo heilzaam Sa-
crament te ontvangen.
3)   Hebt gij uw geweten in orde gebracht, stel dan
ook orde op uwe tijdelijke zaken; maak of een testa-
ment waarin uw uiterste wil klaar en duidelijk staat
uitgedrukt; of regel uwe aardsche belangen op eene
andere wijze. Stel die regeling niet te lang uit, op-
dat gij niet het laatste oogenblik uws levens, waarop
gij enkel u met de belangen uwer ziel behoort bezig
te houden, u met tijdelijke zaken gaat bemoeien.
Weet dat de dood u onverwachts kan overvallen, en
dat gij u voor den rechterstoel van Jezus Christus zult
moeten verantwoorden. zoo iemand door uwe zorgo-
loosheid eenig onrecht zou lijden. Uoevele twisten
en oncenigheden ontstaan er niet bij gebrek aan eene
behoorlijke wilsbeschikking des overledenen. Hebt
gij onrechtvaardig goed in uw bezit, geef het dan
terug, hebt gij schulden, betaal ze zoo gij kunt.
Wee u, zoo uwe ziel met onrechtvaardig goed belast,
de eeuwigheid ingaat! — Hebt gij vermogen, ver-
geet dan ook den arme niet, maar zorg vooral voor
uwe ziel, door het maken van vrome stichtingen, en
het geven van milde giften; na den dood immers
treedt niet zelden bij de erfgenamen het eigenbelang
op den voorgrond.
4)   Onderwerp u aan den geneesheer en neem de
voorgeschreven geneesmiddelen, God immers heeft
ze geschapen, en geneeskracht daaraan medegedeeld.
Stel niettemin geheel uw vertrouwen op God, die do
geneesheeren moet verlichten en aan de geneesmid-
delen de noodige kracht moet verleenen. — Helpen
-ocr page 339-
VOOR ZIEKEN EX STERVENDEN.           331
de geneesmiddelen niet, wees dan bedaard en gelaten.
Wees minzaam en erkentelijk jegens hen die u
verplegen: geef u eindelijk geheel en al over aan
den wil van üod. zonder wiens toelating geen haar
van uw hoofd valt.
5) Breng den tjjd uwer ziekte niet door. met nut-
telooze gesprekken of mot eene bovenmatige bezorgd-
heid voor de gezondheid uws liohauns; maar bedenk,
dat van het goed benutten uwer ziekte de eeuwige
zaligheid uwer ziel afhangt. Verricht van tjjd tot
tjjd eenige gebeden en godvruchtige oefeningen, bid
den rozenkrans, de boetpsalmen, of eene litanie:
lees een geestelijk boek of laat het voorlezen, bij-
zonder een boek dat over het lijden van Jezus
Christus handelt Zijt gij niet in staat veel te bidden
of te lezen, verhef dan dikwijls uw hart tot God door
liet verwekken van korte maar vurige schietgebeden. —
Neem uw kruisbeeld in de hand druk het dikwerf aan
uw hnrt en aan uwen mond, zeggende: «O mjjn
«Jezus! ik vereenig mijne pijnen met de uwe: ik
«wil ze gaarne verduren tot boete mijner zonden!» —
Plaats aan uw bed het bjjld der allerheiligste
Maagd, en stel in haar al uw vertrouwen. Koer u
tot haar, als tot eene geliefde moeder, die u ten tijde
van tegenspoed niet zal verlaten. Vereer ook de en-
gelen en de heiligen Gods: bijzonder degenen, in wie
gjj een bijzonder vertrouwen stelt
Duurt uwe ziekte geruimen tijd, vraag dan uwen
biechtvader, dat hij u kome bezoeken en u van tijd
tot tijd de 11 Communie toedienc tot sterking uwer ziel.
fi) Denk gedurende uwo ziekte, behalve aan het
lijden van Christus, dut het voornaamste voorwerp
uwer geestelijke overwegingen moet zijn. aan liet
lijden der heiligen en aan hun voorbeeldig geduld.
Hoe geduldig leed niet de heilige man Job. Hoe ge-
duldig was niet de oude Tobias tijdens zijne blind-
lieid? De 11 Franciscus Xaverius riep uit in zijn
lijden: Nog meer, o lieer! Dell Teresia was gewoon
te zeggen: lijden of sterven! De II. Maagd Lidwina
-ocr page 340-
.\'332                  BEKNOPTE HANDLEIDING
leed acht en dertig jaren lang eene smarteljjke ziekte,
geheel haar lichaam was met wonden overdekt, en
toeh hehield zjj het geduld en den vrede der ziel.
Ontelbare voorbeelden van een heldhaftig geduld
kunt gij vinden in de levens der heiligen.
II. RAADGEVINGEN VOOR STERVENDEN.
i) Neemt uwe ziekte dermate toe, dat de dood
meer en meer nadert, word dan niet kleinmoedig
en ontsteld; maar wees tevreden deze wereld te ver-
laten , om het hemelsch vaderland binnen te gaan.
Immers wij hebben hier geene vaste woonplaats. Wij
zijn als vreemdelingen op aarde. Door den dood wordt
gij verlost van uwe ellenden, alsmede van het ge-
vaar van nog te zondigen De dood is de ingang des
hemels en de beste boete voor uwe zonden, zoo gij
dien met overgeving aan den wil van God aanneemt.
De dood maakt u geljjkvormig aan uwen Goddelijke»
Verlosser; want ook Jezus is voor u gestorven.
2)   Hebt gij nog iets dat u beangstigt of bezwaart,
openbaar het dan aan uwen biechtvader, doe eeno
rechtzinnige biecht, opdat niets de rust uws gewetens
store.
3)  Zijt gij met iemand in onmin, tracht u dan met
hem te verzoenen, verban allen haat en wrevel uit
uw hart De laatste woorden die de goddeljjke Zalig-
maker sprak aan het kruis, waren een gebed voor
zijne vijanden. —Hebt gij vrouw en kinderen die gij
moet verlaten, bemoed g u dan door deze gedachte :
God zal voor hen zorgen. — Gij van uwen kant kunt
voor den troon Gods voor hen bidden.
4)  Zoodra uw geweten in orde is en uwe tijdelijke
zaken zijn geregeld, bekommer u dan niet meer met
deze of soortgelijke gedachten: hoe zal het met mij
gaan na den dood ; zal ik wel zalig worden ? Laat
dat geheel aan do oneindige en liefderijke barmhar-
tigheid Gods over, en verlang niets anders, dan dat
God in u verheerlijkt en zijne allerheiligste wil vol-
bracht worde Ziednar do beste wjjze om zalig te
-ocr page 341-
VOOR ZIEKEN EN STERVENDEN.            \'3\'33
sterven, en zich van zijne eeuwige zaligheid te ver-
zekeren: want het is onmogelijk . dat eene ziel, die
zich aan God op eene zoo volmaakte wijze overgeeft,
eeuwig verloren gaat. — Zeg dikwijls tot uwen aan
het kruis verlaten en bedrukten Zaligmaker: Mijn
Jezus in uwe handen beveel ik mijnen geest!
5) Strijd met moed en standvastigheid tegen alle
aanvechtingen en bekoringen der hol Overvalt u
eenige twijfel aangaande hel geloof, onderzoek dan
niet, ga met den vijand uwer ziel geen strijd aan
op dat gebied, maar zeg: «Ik gelooi\' alles wat de
«katholieke Kerk gelooft, en in dit geloof wil ik
«sterven1» Wordt gij bekoord tot kleinmoedigheid en
mistrouwen ot) God, en wel omdat gij zoovele en zoo
zware zonden bedreven hebt, of omdat gjj nu geene
boetvaardigheid meer doen kunt: zijt gij bevreesd den
hemel te missen , omdat de weg die daarheen leidt
smal, de deur eng, het getal der uitverkorenen klein
is , en uwe goede werken zoo onbeduidend zijn : of
stellen uwe vroegere lauwheid en ondankbaarheid
jegens Uod, of andere schrikbeelden zich voor uwen
geest, verdrijf dezelve, of liever overweeg de onmete-
lijke liefde en barmhartigheid (iods, en de oneindige
verdiensten van Jezus Christus, geef u met de grootste
gerustheid en kalmte over aan den goddeljjken wil,
en zeg met het hart: «Hemelsche Vader, ik stel mij
«geheel in uwe handen ! ik offer u op mijn leven,
«mijne ziel , mijne zaligheid, geheel mij zelven ; doe
«met mij wat gij wilt, u hoor ik toe in leven en in
« sterven.»
0; Houd u vooral bezig met akten van geloof,
hoop, liefde en van berouw te verwekken over de
zonden die gij gedurende uw leven bedreven hebt,
voeg daarbij ook akten van overgeving aan den god-
dolijken wil. Weet dat ieder mensch op zijn sterfbed
gehouden is, eene akte van volmaakte liefde tot God
en een volmnakt berouw over zjjne zonden te ver-
wekken. Laat u de geschiedenis voorlezen van het
lijden van Jezus Christus, of undere godvruchtige
-ocr page 342-
:$34                  BEKNOPTE HANDLEIDING
overwegingen. bijaldien u (Int niet te zeer vermoeit.
Neem dikwijls liet kruisbeeld in de hand en kus liet
teeder. Zorg ook den vollen aflaat te verdienen, die
ons verleend wordt in liet uur des doods. Aanschouw
dikwijls een beeld der allerheiligste Maagd Maria, en
beveel u aan hare machtige bescherming. — Dat de
namen van lezus en Maria op uwe stervende lippen
zweven, en dut de brandende waskaars van u in
eeuwigheid getuige, dat gij het II. Geloof\', dat gij in
uw Doopsel ontvangen hebt, ook tot het einde toe
bewaard hebt.
III WEKKEN VOOR HEN DIE ZIEKEN E.N STERVENDEN
BIJSTAAN.
i) Onder alle werken van christelijke liefde tot den
naaste , is er geen zoo verdienstelijk en Gode zoo
aangenaam, dan den naaste in zijno ziekte en bij
zijn sterven bij te staan Doordien christeljjken liefde-
dienst kan menige ziel, die anders wellicht verloren
ware gegaan, zalig worden : want Jezus Christus be-
looft den hemel aan hen, die zich over hunne zieke
medebroeders ontfermen , hij zal tot hen zeggen op
den dag van het algemeen oordeel. «Komt, gij ge-
«zegenden mijns Vaders, neemt bezit van het rijk,
«dat voor u bereid is van de grondvesting der we-
i\'i-eld af: want ik was ziek, en gij hebt mij bezocht »
(Matth. 2*>.) De H. IMiilippus Nerius noemt de zieken-
kamers geestelijke goudmijnen , waar men zich on-
eindig groote schatten van verdiensten voor den
hemel kan verzamelen. — Daarom moeten de huis-
genooten en geburen des zieken het zich ten plicht
rekenen, bij gemis aan eenen priester zelven op eene
waarlijk christelijke wjjze den zieke toe te spreken.
\'i) Bij den stervende moeten alle nuttelooze, ijdele
en wereldsche gesprekken vermeden worden. De ster-
vendo moet voor de reis naar de eeuwigheid, onder-
richt , versterkt en getroost worden. Daarom moeten
zjj allen verwijderd worden, die door noodelooze go-
sprekken den geest des zieken verstrooien en ver-
-ocr page 343-
ai*\'
VOOR ZIEKEN EN STERVENDEN.
moeien. Men lnte slechts enkele personen toe dio ter
oppassing van den stervende volstrekt noodzakeljjk
zijn en die zorgen moeten lieni met godvruchtige ver-
zuehtingen en heilige gedachten bezig to houden. De
overigen kunnen in eene andere kamer de litanio
der stervenden, den 11 nzenkrans. of andere gebc-
den voor den stervende bidden.
.\')) Van het sterfbed moeten ook verwijderd worden,
dezulke wier tegenwoordigheid den stervende eene
gelegenheid tot nieuwe bekoringen zouden zijn, of
die de rust zijns harten kunnen storen, b. v. personen,
tot wie de zieke gedurende zijn leven misschien in
ongeoorloofde betrekking heeft gestaan . of zij , die
hem groote beleedigingen of verdriet hebben aange-
daan. of bloedverwanten, aan wie zijn hart bijzonder
verkleefd is, of die hunne droefheid niet kunnen
matigen, en zoodoende den stervende ontrusten.
i) Men moet den stervende vragen, of er nog iets
is, dat zijn geweten bezwaart, en zoo ja, dat men
dan zonder uitstel oenen priester roepe, dio zijn ge-
weten gerust stelt. Zoodra de doodstrjjd begint, moet
men de gebeden der stervenden bidden , en zoo het
gevoegelijk kan, oenen priester ontbieden.
5) De godvruchtige gebedenen oefeningen dio men
met den zieke verricht, moeten overeenkomstig zijnen
toestand gekozen worden. Mijzonder moet men hem
tot akten van geloof\', hoop. liefde, berouw, van over-
geving aan den goddeljjken wil, en van verlangen
naar den hemel opwekken. ISij het voorbidden of
voorlezen mag men niet te luid spreken. om den
zieke niet lastig te vallen. Men leze niet te spoedig
en niet te veel op eenmaal, maar langzaam, en men
onderbreke van tijd tot tijd de lezing, opdat de ster-
vende den tijd hebbo, het gehoorde te overwegen.
Men moet hem herinneren, dat het genoeg is, als hij
in den geest nabidt, en dat het niet n< o lig is mond-
gebeden te verrichten.
C) Zjj die den zieke verplegen, moeten zorgen hem
van tijd tot tijd eene godvruchtige gedachte voor te
-ocr page 344-
\'ii\'iü                  BEKNOPTE HANDLEIDING
houden, b. v : bij bet opmaken van liet bod: «Zie.
«gjj hebt toch nog een zacht rustbed: terwijl onze
«Verlosser niets had, waarop bij zijn hoofd kon neder-
«leggon.» — Als de zieke spijs of drank of eene an-
dero verkwikking neemt, kan men zeggen: «O hoe
«goed is de lieve God, die ons spijs en drank bezorgt.
«Jezus, de Zoon (iods, heeft te onzer liefde geene
«andere spijs gehad, dan gal on edik.» — Als de zieke
zich voortdurend van den oenen kant tot den anderen
wendt en nergens rust vindt, kan men zeggen : «In God
«alleen is ware rust en ware verkwikking te vinden.
«In deze wereld kunnen wij nergens rust vinden,
«dan met ons over te geven aan den wil van God.» —
Op die wijze kan men den z eke gestadig in veree-
niging houden met (iod.
7i Moeten den stervende de laatste 11.II. Sacra-
menton toegediend worden, dan zorgo men dat alles
daartoe gereed zij. Men bedekko eene tafel met een
helder witten doek , plaatse in bet midden daarop
een kruisbeeld tusseben twee brandende waskaarsen
en aan de eene zjjde daarvan een weinig zuiver
water, aan de andere zjjde een weinig wijwater met
een palmtakje. Ook geve men den zieke een witten
dook als deze de II. Communie ontvangt. Zonder
noodzakelijkheid spreke men niet, uit eerbied voor
het aanbiddeljjk Sacrament. Heeft de zieke de II. Com-
munie ontvangen, dan late men hem eenige oogen-
blikken met rust om zjjne dankzegging te ver-
richten.
Si Men late den kranke dikwijls een kruisbeeld
aanschouwen en vereeren en plaatse voor zijne oogen
eene beeltenis der Allerheiligste Maagd, opdat hij
tot haar zijne toevlucht neme. Men verwijdero uit de
kamer van den zieke alle wereldsche zaken , opdat
zijn geest daardoor niet verstrooid worde. — Men
houdo de gezegende kaars in gereedheid , bespvoeie
dikwijls de kamer en het bed van den stervende
met wijwater: en als hij op het punt is den loatsten
snik te geven, dan zegge men hem nog de laatste
-ocr page 345-
VOOR ZIEKEN KN\' STERVENDEN.           337
verzuchtingen der stervenden voor, en herhule hem
gestadig de zoete namen vnn Jezus en Maria.
IV. UEBEKEN EX VERZUCHTINGEN VOOR ZIEKEN EN STEH-
VENIIEN , VOORAL TIJDENS EENE BEKORING.
De zieke hehoeft geen lange gebeden te storten,
doch hij trachte zicli door schietgebeden en vurige
verzuchtingen met God te onderhouden. In bekoringen
redeneere hij niet met den helschen vijand, maar
verwekke korte akten, die hom sterken in de deugd
waartegen hjj bekoord wordt. Komen bijv. bekoringen
tegen het geloof, dan verwekke hij akten van ge-
loof: in bekoringen tegen de hoop , denke hij aan
Gods goedheid en vaderlijke barmhartigheid en ver-
wekko akten van hoop en vertrouwen enz. Inzon-
derheid bediene hij zich, als hoofdmiddelen tegen de
bekoringen, van de zoete namen van Jezus en Maria
en van het teekcn des kruises. De volgendo akten
zjjn hiertoe zeer dienstig: zij die de zieken en ster-
venden verzorgen zullen hun deze dikwijls voor-
zeggen.
Aklen van (/doof. Mijn God ik geloof in u.
Ik geloot\' alles wat de katholieke kerk mij te
gelooven voorhoudt. O Jezus ik dank u dat gij
mij tot het ware geloof geroepen hebt, in dat
geloof wil ik leven en sterven. Heer vermeerder
mijn geloof.
Akten van hoop. Mijn God, gij zijt oneindig
goed en barmhartig. Gij wilt den dood des
zondaars niet, maar verlangt dat hij zich be-
keere en leve. Mijn God op u stel ik mijn
vertrouwen. Jezus, Maria gij zijt mijne hoop.
O Jezus, gij hebt Magdalena in genade aange-
nomen, gij hebt Petrus met goedheid aan-
schouwd, gij hebt den goeden moordenaar den
hemel beloofd, gij hebt uwen vijanden vergeven;
missied.                                                              22
-ocr page 346-
338                 BEKNOPTE HANDLEIDING
o neem ook mij genadig aan on vergeef mij
mijne zonden. Gij zijt mijn Verlosser en Zalig-
maker, maak mij zalig.
Akten van liefde. Mijn God ik bemin n ; ik
bemin u meer dan mij zelven, ik bemin u boven
alles, geef\' dat ik n meer on moor beminne.
Zoet Hart van Jezus wees mijne liefde Zoet
Hart van Maria wees mijne toevlucht. Mijn
God en mijn al, £>eof dat ik u eeuwig beminne
in den hemel. O hadde ik u altijd bemind.
Jezus mijne liefde , u schenk ik mijn hart.
Akten van berouiv. Mijn God wees mij. arme
zondaar, genadig. Mijne zouden zijn mij leed
uit den grond van mijn hart. liet smart mij,
lieve Jezus, u beleedigd en bedroefd te hebben.
O hadde ik u toch nooit vergramd door mijne
zonden. Mijn Jezus, ik vraag u vergiffenis, liever
sterven dan u nog ooit te beleedigen. Mijn
Jezus, uit liefde tot u vergeef ik aan allen die
mij iets misdaan liebben, vergeef ook mij om
uwe oneindige barmhartigheid.
Akten van geduld. Mijn God ik lijd veel, ik
verduur zware pijnen : maar ik verdraag alles
uit liefde tot u. Lieve Jezus, gij hebt zooveel
voor mij geleden, ik offer u mijne pijnen op,
geef mij geduld , sterk mij. Heilige Moeder
Maria zoo groot waren uwe smarten. Heilige
Martelaren gij hebt zooveel voor God verduurd,
bidt voor mij opdat ik mijne pijnen geduldig
verdrage. Alles ter liefde van Jezus en Maria.
Akien van overleving aan Gods wil. Heer uw
wil geschiede. Mijn God ik wil niets anders dan
hetgeen gij wilt, wilt gij dat ik leve, wilt gij
dat ik sterve, mijn God ik ben tot alles be-
-ocr page 347-
VOOR ZIEKEN EN STERVENDEN.           339
reid. Geef dat uw wil in mij vervuld worde.
Doe met mij volgens uw welbehagen. Vader,
zoo het mogelijk is, laat dezen kelk van mij
voorbijgaan; niet echter wat ik wil, maar wat
gij wilt. Gelijk liet den Heer behaagd heeft
zoo is het geschied , de naam des Heeren zij
gezegend. Goede Jezus ik offer u mijn leven
en mijn sterven op — doe met mij wat gij
wilt—neem mijn (lood aan tot boeting mijner
zonden. O zalige wil van God, ik aanbid u.
Akten van verlangen. Mijn God, ik verlang,
ik verzucht naar u, ik wenschte u in mijn hart
te ontvangen. O kom ten minste geestelijker-
wijze in mijne ziel. Mijn Jezus ik wensch u in
den hemel te aanschouwen. O wanneer zal ik
komen en voor uw aangezicht verschijnen. Ik
verlang onthouden te worden, om met u mijn
Jezus te zijn. Gelijk een hert verlangt naar de
frische waterbronnen, zoo versmacht mijne ziel
naar u. O Jezus neem mij op in uwen schoo-
nen hemel.
Laatste verzuchtingen: O Jezus, ik vereenig
mijn lijden met het uwe.
Ik aanbid u, levende en waarachtige God.
Ik geloof in u, o eeuwige Waarheid.
Ik hoop op u, o oneindige Barmhartigheid.
Ik bemin u, o matelooze Goedheid.
Ik wil sterven uit liefde tot u, o Jezus, die
uit liefde tot mij gestorven zijt.
O goedertieren God, laat niet toe dat ik u
verlieze. O oneindige goedheid, ik bemin u uit
geheel mijn hart.
Uit liefde tot u, o oneindig goedertieren God,
-ocr page 348-
340                  BEKNOPTE HANDLEIDING
is het mij leed, dat ik 11 ooit beleedigd hel».
Nimmer wil ik meer zondigen.
O Jezus, binnen weinige ougenblikken sta ik
voor u als mijnen rechter; ach ontferm u
mijner.
0 Jezus, wees mij een Verlosser en maak
mij zalig.
O Jezus, voor u leef ik, voor n sterf ik, u
hoor ik toe, tijdens mijn leven, en bij mijnen
dood. Amen.
In uwe handen beveel ik mijnen geest.
Ik sterf, o Jezus, om u te gaan aanschouwen.
Maria, Moeder Gods, bid Jezus voor mij.
0 Maria, toon dat gij mijne moeder zijt.
O Maria, verlaat mij niet in den uitersten
nood.
O groote God, wanneer zal ik u volkomen
beminnen, en u van aanschijn tot aanschijn aan-
schouwen.\'
O Jezus, wanneer zal ik zeker wezen u niet
meer te kunnen verliezen ?
Mijn God en mijn al.
Ik verlies gaarne alles, zoo ik u, mijn God,
maar win.
O mijn God, heb medelijden met mij uit
liefde tot Jezus, mijn Verlosser.
Ik wil gaarne alles lijden, ja de pijnen des
vagevuurs verduren, zoo ik u mijn God maar
in eeuwigheid kan beminnen.
Ontferm u , o Jezus, over uwen dienaar, die
gij riooi\' uw dierbaar bloed verlost hebt.
Gekruisigde Jezus, gij zijt mijne liefde!
O God, zie toe tot mijne hulp; Heer, haast
u mij te helpen!
-ocr page 349-
VOOR ZIEKEN EN STERVENDEN.             341
Jezus, ik beveel u mijne ziel, die gij door uw
dierbaar bloed liebt vrijgekocht.
H. Aartsengel Michael, strijd voor mij, H. Jo-
seph, sta mij bij.
H. Engelbewaarder, verlaat mij niet. En gij
Heiligen Gods , staat mij bij en bidt voor mij.
ü Jezus, ik sterf\' met een groot vertrouwen
op uwe oneindige verdiensten.
O Jezus, ik heb berouw over alle mijne zonden.
O Jezus, in uwe goddelijke armen wil ik
sterven.
O Jezus, ik leg mijne arme ziel in uw aller-
heiligst en allerteederst hart.
Kom, o Jezus, verlos mij.
Kom, o Jezus, versterk mij.
Kom, o Jezus, geleid mij ten hemel.
Jezus, Maria, Joseph, staat mij bij, en liebt
medelijden met mijne arme ziel.
Ik wil sterven, o Jezus, tot boete voor mijne
zonden.
Ik wil sterven, o Jezus, omdat gij voor mij
gestorven zijt.
Ik wil sterven, o Jezus, opdat ik u aanscliouwen
en eeuwig kunne beminnen.
Jezus, Maria, Joseph. weest altijd in mijn hart.
Jezus, Maria, Joseph , weest altijd in mijne
gedachten.
Jezus, Maria, Joseph, weest altijd op mijne
tong.
Jezus, Maria, Joseph, weest mijne laatste ge-
dachte, mijne laatste vei\'zuchting.
Jezus, Maria, Joseph, voor u leef ik.
Jezus, Maria, Joseph, voor u sterfik.
Jezus. ik geloof in u. Jezus, ik hoop op u.
Jezus, ik bemin u bovenal.
-ocr page 350-
3i2                 HEKNOPTE HANDLEIDING
Jezus, wees mij armen zondaar genadig. Jezus,
Jezus, Jezus.
Jezus, in uwe handen beveel ik mijnen geest.
Jezus, Maria, Joseph, in uwe handen beveel
ik mijnen geest.
V. GEBEDEN VOOH DE STERVENDEN.
(Genomen uit het Romeinsch Ititueel.)
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
H. Maria . bid voor hem (of voor haar.)
Alle H. Engelen en Aartsengelen .
H. Abel,
Alle Koren der rechtvaardigen,
II. Abraham ,
                                                      5?
H. Joannes de Dooper,
H. Joseph ,                                                         ^
—
Alle H. Oud vaders en Profeten ,
H. Petrus.
H. Paulus,
H. Andreas,                                                        ~
H. Joannes,                                                         --
Alle H. Apostelen en Evangelisten ,                 =r
Alle H. Leerlingen des Heeren,                       5
Alle H. onschuldige kinderen,                         
II. Stcphanus,                                                   "^
H. Laurentius,                                                    g
c
Alle H. Martelaren,
II. Silvester ,
H. Gregorius,
H. Augustinus,
Alle H. Bisschoppen en Belijders,
H. Beuedictus,
H. Eianciscus,
-ocr page 351-
1
VOOR ZIEKEN EN\' STERVENDEN.           343
H. Camillus. bid voor hem (of voor haar.)
H. Joannes de Deo, bid voor hem (of voor haar.)
Alle H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor hem
(of voor haar.)
H. Maria Magdalena, bid voor herr. (of voor
haar.)
H. Lucia, bid voor hem (of voor haar.)
Alle H. Maagden en Weduwen, bidt voor hem
(of voor haar.)
Alle Heiligen en Uitverkorenen, bidt voor hem
(of voor haar.)
Wees hem (haar) genadig, spaar hem (haar),
o Heer.
Wees hem (haar) genadig, verlos hem (haar),
o Heer.
Van uwe gramschap,
Van het gevaar des doods,                               ,.
Van eenen kwaden dood,                                  §_
Van de straffen der hel,                                   £
Van alle kwaad ,                                                 —
Van de macht des duivels,                               |
Door uwe geboorte,                                          ,Z,
Dooi\' uw kruis en lijden,                                   jf
Door uwen dood en uwe begrafenis,               ~
Door uwe heerlijke verrijzenis,
Door uwe wonderbare hemelvaart,
                   \'__
Door de komst van den H. Geest den Ver- jjp
trooster,                                                           -?
In den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij hem (haar) spaart, wij bidden u, ver-
hoor ons.
Heer, ontferm u over hem (haar).
Christus, ontferm u over hem (haar).
Heer, ontferm u over hem (haar.)
-ocr page 352-
l\'
344                    BEKNOPTE HANDLEIDING
GEREI).
Vertrek, christen ziel, uit deze wereld, in
den naam van God den Vader almachtig, die
11 geschapen heeft; in den naam van Jezus
Christus den Zoon des levenden Gods, die voor
u geleden heeft; in den naam des H. Geestes
die in u is uitgestort; in den naam der Engelen
en Aartsengelen; iu den naam der Tronen en
Heerschappijen; in den naam der Vorstendommen
en Machten; in den naam der Cherubijnen en
Serafijnen; in den naam der Patriarchen en
Profeten; in den naam der H. Apostelen en
Evangelisten ; in den naam der H. Martelaren
en Belijders; in den naam der H. Monniken en
Kluizenaars; in den naam der Maagden en
van alle Heiligen Gods. Heden zij uwe plaats
in het verblijf des vredes, en uwe woning in
het H. Sion, door denzelfden Christus onzen
Heer. Amen.
Barmhartige en goedertieren God, die volgens
de grootheid uwer ontfermingen de zonden der
boetvaai\'digen uitwischt, en de schulden der
bedreven zonden door kwijtschelding wegneemt;
aanzie genadig uwen dienaar (uwe dienares),
en verhoor hem (haar), die van ganscher harte
u om vergiffenis van al zijne (hare) zonden bidt.
Vernieuw in hem (haar), goedertieren Vader, al
wat door de menschelijke zwakheid bedorven,
of door bedrog des duivels geschonden is, en
vereenig dit lidmaat dat door het bloed van
uwen Zoon is vrijgekocht, met het lichaam der
H. Kerk. Heer, ontferm u over zijne (hare)
zuchten, ontferm u over zijne (hare) tranen, en
omdat hij (zij) geen ander vertrouwen heeft
-ocr page 353-
VOOR ZIEKEN EN\' STERVENDEN.           345
dan in uwe barmhartigheid, ontvang hem (haar)
in het Sacrament van verzoening, door Jezus
Christus, onzen Heer. Amen.
Allerliefste broeder (allerliefste zuster), ik be-
veel u aan den almogenden God . en geef u
over aan Hem wiens schepsel gij zijt; opdat
gij, na de schuld der menschelijke natuur door
den dood betaald te hebben, moget wederkeeren
tot uwen Schepper, die u uit het slijk der aarde
gevormd heeft. De schitterende schaar der En-
gelen kome uwe ziel, als zij van het lichaam
scheidt, te gemoet; het koor der Apostelen, be-
last met de taak van te oordeelen, trede u
nader; het luisterrijk heir der roemvolle Mar-
telaren kome u tegen; eene glansrijke menigte
van Belijders met leliën in de band omstuwe
u; het koor der jubelende Maagden ontvange
ii, de omhelzingen der Patriarchen in den schoot
der zalige rust omknellen u; het zoet en blij-
moedig gelaat van Jezus Christus verschijne u
en stelle u onder degenen die voortdurend bij
hem zijn. Onbekend blijven u de akelige duis-
ternissen, de knetterende vlammen, en de fol-
terende pijnen. De afschuwelijke Satan met zij-
nen aanhang wijke voor u ; hij siddere en vlnchte
naar den afgrijselijken afgr.ond van den eeu-
wigen nacht. Dat God opsta en zijne vijanden
verstrooid worden, en dat allen, die hem haten,
voor zijn aanschijn vluchten! Gelijk de rook
verdwijnt, zoo mogen ook zij verdwijnen; ge-
lijk was smelt bij het vuur, zoo mogen de
zondaren vergaan voor bet aanschijn van God;
doch de rechtvaardigen zullen zich verheugen
en van vreugde opspringen voor het aangezicht
van God. Dat alle helsche legioenen vernederd
-ocr page 354-
340                  BEKNOPTE HANDLEIDING
en beschaamd gemaakt worden, en de trawan-
ten van Satan u geen hinderpaal in den weg
stellen. Christus, die voor u gekruist is, be-
vrijde u van de pijnen der hel; Christus, die
zich gewaardigd heelt voor u te sterven, be-
lioede u voor den eeuwigen dood; Christus, de
Zoon van den levenden God, stelle u in de
heerlijke altoos groene dreven van zijn Paradijs,
en die ware Herder rekene u tot het getal
zijner schapen. Hij ontsla u van al uwe zouden,
en plaatse u aan zijne rechterhand in het ge-
zelschap der uitverkorenen. Moget gij uwen
Verlosser van aanschijn tot aanschijn aanschou-
wen, altijd in zijne tegenwoordigheid verblijven,
met uwe gelukzalige oogen de Waarheid iu
hare helderste klaarheid bewonderen en te
midden van de reien der gelukzaligen de zoet-
heid smaken der aanschouwing van God, in
alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer, ontvang uwen dienaar (uwe dienares)
in de plaats der behoudenis, die hij (zij) van
uwe barmhartigheid hoopt te verwerven.
Amen.
Verlos, Heer de ziel van uwen dienaar (van
uwe dienares) van alle gevaren der hel. Verlos
hem (haar) van de knellende straffen, alsmede
van alle kwellingen. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar, (van
uwe dienares) gelijk gij Henoch en Klias van
den algemeenen dood der menschen verlost
hebt. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (van
uwe dienares), gelijk gij Noë van den zondvloed
verlost hebt. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (van
-ocr page 355-
VOOR ZIEKEN EN STERVENDEN.             .347
uwe dienares), gelijk gij Abraham uit de Chal-
deeuwsehe stad Ui\' verlost hebt. Amen.
Verlos, Heei\', de ziel van uwen dienaar (van
uwe dienares), gelijk gij l/aak verlost hebt van
den offerdood en uit de hand van zijn vader
Abraham. Amen.
Verlos, Heer. de ziel van uwen dienaar (uwc
dienares) gelijk gij Loth uit Soiloma en uit den
gloed des vutirs verlost hebt. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (van
uwe dienares), gelijk gij Mozes verlost hebt uit
de hand van Pharao, koning van Egvpte. Amen.
Verlos, Heer. de zie! van uwen dienaar (van
uwc \'dienares), gelijk gij Daniel verlost hebt
uit den leeuwenkuil. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (van
uwe dienares), gelijk gij de drie jongelingen
verlost hebt uit den brandenden oven, en uit
de hand van een goddeloozen koning. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (van
uwe dienares), gelijk gij Susanna verlost hebt
toen zij valschelijk van eene misdaad beticht
werd Amen.
Verlos, lieer, de ziel van uwen dienaar (van
uwe dienares), gelijk gij David uit de handen
van Saiil en Goliath verlost hebt. Amen.
Verlos, Heer, de ziel van uwen dienaar (uwe
dienares), gelijk gij Petrus en Pau lus uit den
kerker verlost hebt. Amen.
En gelijk gij de gelukzalige maagd en mar-
telares Thecla van drie vreeselijke folteringen
verlost hebt, verlos ook aldus de ziel van dezen
uwen dienaar (van deze uwe dienares), en doe
hem (haai\') met u de hemelsche goederen ge-
nieten. Amen.
-ocr page 356-
348                  BEKNOPTE HANDLEIDING
Wij bevelen u, o Heer! de ziel van uwen
dienaar N. (uwer dienares N.), en bidden u,
Heer Jezus Christus, Verlosser der wereld, dat
gij die ziel, voor wie gij genadig op aarde zijt
nedergedaald, niet weigert in den schoot uwer
Patriarchen op te nemen. Erken, o Heer, uw
schepsel, dat niet door vreemde goden, maar
door u, den alléén waren en levenden God ge-
schapen is; want er is geen andere God dan
gij, en niets is er, wat gij niet gemaakt hebt.
Verblijd, Heer, zijne (hare\') ziel in uwc tegen-
woordigheid; en gedenk niet meer zijne (hare)
vroegere ongerechtigheden en buitensporigheden,
waartoe de hartstocht of de drift eener kwade
begeerte hem (haar) opgewekt heeft. Want al
heeft hij (zij) gezondigd, hij (zij) heeft toch het
geloof aan den Vader, den Zoon en den H. G -est
niet verloochend, maar hij (zij) heeft hetzelve
bewaard; hij (zij) heeft ijver gehad voor de
eer van God ; en God, den Schepper aller din-
gen getrouw aangebeden.
Wij bidden u, o Heer, gedenk toch niet de
misslagen en onwetendheden zijner jeugd, maar
wees hem volgens uwe groote barmhartigheid
indachtig in den luister uwer heerlijkheid. Dat
de hemelen voor hem (haar) geopend worden,
en de engelen zich met hem (haar) verblijden.
Neem o Heer, uwen dienaar, (uwe dienares)
op in uw rijk; de H. Michael de aartsengel
Gods die verdiend heeft aan het hoofd gesteld
te worden van het hemelsch heir, verwelkome
hem (haar). Gods heilige engelen komen hem
(haar) te gemoet en geleiden hem (haar) naat-
de hemelsche stad Jerusalem. De H. apostel
Petrus, wien God de sleutels heeft toevertrouwd
-ocr page 357-
3ii>
VOOR ZIEKEN EN
STERVENDEN.
van liet rijk des hemels, ontvange hem (haar);
<le II. apostel Paulus, die waardig is bevonden
een uitverkoren vat te wezen, sta hem (haar)
hij. De II. Joannes de uitverkoren apostel van
God, wien de geheimen des hemels geopen-
haard zijn, bidde voor hem ihaarj. Dat alle
H. apostelen die van God de macht ontvangen
hebhen van te binden en te ontbinden, voor
hem (haar) bidden. Dat alle heiligen en uitver-
korenen Gods die in dit leven voor den naam
van Christus pijnen geleden hebben, voor hem
(haar) smeeken, opdat hij van de banden des
vleesches ontdaan , tot de heerlijkheid van het
rijk des hemels verdiene te komen. Door onzen
lieer Jezus Christus die met den Vader en den
II. Geest leeft en heerseht in de eeuwen der
eeuwen. Amen.
NA HET OVERLIJDEN.
Kom hem (haar) te hulp Heiligen Gods; En-
gelen des Heeren, gaat hem (haar) tegen; neemt
zijne (harei ziel op, en plaatst haar voor het
aanschijn des Allerhoogsten. Christus, die u
geroepen heeft, neme u op, en de Engelen
voeren u in den schoot van Abraham. Heer,
ontferm u zijner iharen. Cluistus, ontferm u
zijner (harer). Heer, ontferm u zijner (harer).
Onze Vader, die in de hemelen zijt, enz.
V. Heer, geef hem Ihaar) de eeuwige rust!
A. En het eeuwig licht verlichte hem (haar).
v. Van de deur der hel. a. Verlos hem (haar),
o Heer!
v. Dat hij (zij) ruste in vrede. a. Amen.
V. Heer, verhoor mijn gebed. a. En mijn ge-
roep kome tot u.
-ocr page 358-
\'.iïsO                 BEKNOPTE HANDLEIDING.
GEBED.
Wij bevelen u, o Heer, de ziel van uwen
dienaar (uwe dienares), opdat hij (zij) voor de
wereld gestorven, bij u moge leven; en neem
genadiglijk weg van hem (haar), door de ver-
gifl\'enis uwer allerbarmhartigste goedheid, al
hctgene hij (zij) door de broosheid des vleesches
in zijnen (haren) tijdelijken wandel heeft mis-
dreven. Door Christus onzen Heer. Amen.
-»$
$<r-
-ocr page 359-
VIII. OVER DE AFLATEN, GEHECHT
AAN VOORWERPEN VAN GODS-
VRUCHT DOOR DE PATERS REDEMP-
TORISTEN GEWIJD.
I. OVER DE AFLATEN IX HET ALGEMEEN.
1. Een aflaat is eene door de Kerk buiten de
biecht verleende kwijtschelding van die tijdelijk«
straffen, welke na de vergeving der zonden dikwijls
hier of hiernamaals nog te boeten overblijven. De
aHaten vergeven dus niet de zonden , maar alleen
tijdelijke straffen , welke wjj door de zonde verdiend
hebben. De Kerk verleent deze aflaten uit den schat
der overvloedige verdiensten van Jezus Christus, van
de Allerh. Maagd en van de Heiligen.
2 De aflaten worden verdeeld: in volle en gedeel-
teljjke.
Ken volle aflaat is de algeheele kwijtschelding van
de tijdelijke straf der dadelijke zonden, wier schuld
reeds vergeven is. Ken gedeeltelijke aftaal is de
kwijtschelding van een gedeelte dier straf. Zoo zijn
er aHaten van 40 dagen, van een jaar, van 7 jaren
en 7 quadragenen enz. Dit beteekent niet dat de
pijnen van het vagevuur daardoor 40 dagen, een
jaar enz. worden verkort: maar dat er zooveel tijdo-
lijke straf wordt kwijtgescholden, als er vroeger door
eene evenlange kerkelijke boete werd afgekocht. Ken
quadrageen beteekent do bijzondere boete eener veer-
tigdaagsohe vasten.
;5. Om de aflaten te gewinnen worden over het
algemeen drie zaken vereischt:
a) men moet de meening hebben om die aflaten
te verdienen. Evenwel is het niet noodig dat men
-ocr page 360-
:&2
OVER DE AFLATEN.
telkens voor ieder gebed of voor iedere oefening
waaraan aflaten verbonden zijn die meening ver-
nieuwe : het i-t voldoende dut men die meening in
liet algemeen eenmaal gemankt en ze niet terugge-
nmnen beeft. Zeer raadzaam is het. iederen morgen
de ïneeiiing te maken om alle aflaten to gewinnen,
welke men dien dag gewinnen kan on zo toe te
voegen aan de zielen in bet vagevuur in zooverre
zij daarop toepasselijk zijn.
b man moei in Htaat eau genade zijn. Wie niet
in stunt van genade is kan voor zich zclven niet
den kleinsten gedeeltelijkon aflaat verdienen; terwijl
men om een vollen aflaat geheel en al te gewinnen
daarenboven vrjj moet zijn van alle gehechtheid aan
de dagoljjksche zonden. Het is derhalve raadzaam
dikwijls te biechten en een akte van berouw te ver-
wekken.
c) men moei de voorwaarden veroullen, welke tot
verdienen der aflaten gesteld zijn. Zijn zekere gebe-
den als voorwaarden aangegeven, dan moet men die
gebeden doen met eerbied en aandacht; terwijl men
ze ook beurtelings met andere personen kan ver-
richten
Wordt de biecht vereischt, dan kunnen zjj die ge-
woon zjjn wekelijks to biechten, al de aflaten ver-
dienen welke in den loop dier week voorkomen.
Wordt de II. Communie gevorderd, dan is ééne
Communie voldoende om meerdere volle aflaten te
gewinnen welke dien dag kunnen verdiend worden :
is die dag een feestdag, dan kan men reeds daags
te voren communieceren. Is het bezoek eener kerk
of openbare kapel voorgeschreven, dan kan men in
die kerk eommuniceeren en de voorgesclneven gebe-
den doen zonder dat het noodig is, nog ééns naar
die kerk terug te keeren om het gevraagde bezoek
te doen ; nochtans moet men het bezoek zoo dikwjjfs
herhalen als men volle aflaten op denzelfden dag
wil verdienen, ingeval dit bezoek voor eiken aflaat
in "t bijzonder vereischt wordt. Wordt er gevorderd
-ocr page 361-
353
OVER DE A PLATEN.
dat men bidde tot intentie van Z. II. den Paus, dan
kan men volstaan niet i> maal Onze Vader en 5
maal Wees gegroet of met andere daarmede gelijk-
staande gebeden.
II. AFLATEN VAN DK II. MISSIE.
Aan eene Missie , door de Paters Redemptoristen
gegeven, zijn de volgende aflaten verbonden:
I.   Volle aflaat:
1)  Voor hen dio de oefeningen der Missie bijwonen
of ten minste eene kerk bezoeken, waar de missie
gegeven wordt, mits men rouwmoedig bieclite, waardig
communieeere en bidde tot intentie van Z. 11. den
Paus.
2)   Voor hen dio tegenwoordig zijn bij den Pause-
lijken zegen. — (Dezelfde voorwaarden als n. 1 )
3)   Voor hen die op den dag der oprichting van
het missiokruis dit kruis en eene kerk bezoeken. —
(Dezelfde voorwaarden als n. 1 en 2.)
II.   Gedeeltelijke aflaten.
\\) Aflaat van 7 jaren en 7 cpaadragenen, zoo dik-
wijls men de preek bijwoont en de voorgeschreven
gebeden verricht.
2) Aflaat van 40 dagen, zoo dikwijls men de Mis-
sionarissen in het een of ander behulpzaam is.
Deze aflaten zijn allen toevoegelijk aan do zielen
in het vagevuur.
Zij die door ziekte verhinderd zijn bovengenoemde
voorwaarden tu vervullen, kunnen deze door den
biechtvader in een ander goed werk laten veran-
deren. (Priv. pg. 287.1
111. AFLATEN VAN HET MISSIEKRUIS.
Aan het Missiekruis, door de Paters Redemptoristen
tijdens de Missie opgericht, worden de volgende af-
laten gehecht:
missiem.                                                               23
-ocr page 362-
354                      OVER ])E AFLATEN.
1.   Volte aflaat.
1)   Op den verjaardag der planting van het Missie-
kruis.
2)  Op het feest van Kruisvinding, den 3lJen Mei.
3)  Op het feest van Kruisverheffing, den 14de Sept.
of op den Zondag, welke de drie bovengenoemde
dagen volgt , mits men rouwmoedig bieehte, commu-
niceere . eene kerk bezoeke en vóór het missiekruis
bidde tot intentie van Z. 11. den Paus.
II. Gedeeltelijke aflaten.
1)   Aflaat van 300 dagen, zoo dikwijls men vóór
het missiekruis met godsvrucht en met een rouw-
moedig hart bidt: 5 maal Onze Vader, 5 maal VVeesg.
en 5 maal Glorie zij den Vader ter eere der 5 H.
Wonden.
2)   Aflaat van 7 jaren en zevenmaal 40 dagen, zoo
dikwijls men vóór hetzelve bidt: 7 maal Wees gegr.
ter eere der zeven Smarten van Maria.
Deze aflaten zijn toevoegelijk aan de zielen des
vagevuurs.
IV. AFLATEN GEHECHT AAN KRUISJES, KRUISBEELDEN,
MEDAILLES EN DEELDEN.
i. Om aflaten aan bovengenoemde voorworpen te
kunnen hechten, moeten zij van eene duurzame stof
zijn, zooals goud, zilver, koper, staal, ijzer enz , niet
van lood of tin.
2.    De kruisbeelden en kruisjes moeten de beel-
tenis van den Goddelijken Zaligmaker bevatten in
duurzame stof, wijl juist aan die beeltenis do aflaten
gehecht worden. liet is dus niet . genoeg dat de
beeltenis slechts gegraveerd is. liet eigenlijke kruis
kan dan ook vernieuwd worden zonder dat do af-
laten daardoor verloren gaan.
3.   De beelden en medailles moeten (aan eene zjjde
althans) Heiligen voorstellen welke als zoodanig in
hot Roomsch martelaarsboek zijn ingeschreven.
4.    Deze vooiwerpen moet men of wel bij zich
-ocr page 363-
355
OVER DE AFLATEN.
dragen of ten minste in zjjn huis of in eeno andere
behoorlijke plaats bewaren.
5. De aflaten, welke door de Paters Redemptoristen
aan gemelde voorwerpen gehecht worden, zjjn:
I. Aan do kruisbeelden en kruisjes:
I) Ve aflaten van den kruisweg. Zij derhalve . die
in de onmogelijkheid verkeeren om naar de kerk te
gaan teneinde daar den kruisweg te bidden, kunnen
dezelfde aflaten verdienen wanneer zjj voor gemelde
kruisbeelden of kruisjes bidden 20 maal Onze Vader,
Wees gegroet en Glorie zij den Vader idat is I Onze
Vader. Wees gegr. en Glorie zij den Vader voor do
14 staties, 5 ter eere der II. vijf Wonden en 1 tot intentie
van Z. II. den Paus). Kene zedelijke onmogelijkheid is
hiertoe voldoende b v. als men ziek is, op reis, te
druk aan den arbeid den geheelen dag , te ver van
de kerk enz (Docret. autli. n. 387.) Zouden verschil-
lende personen belet zijn den kruisweg in do kerk
te bidden, dan kunnen allen te zamen de aflaten ge-
winnen , mits één persoon zulk gewijd kruisje in de
hand neme, alle anderen den arbeid 8\'aken en te
zamen \'20 Onze Vaders enz. bidden. (10 Jan. 1884)
Zjj. die te ziek zouden zijn om \'20 Onze Vaders enz.
te bidden, kunnen volstaan met een akte van be-
rouw of met het schietgebed: «Wij smceken u dan,
«kom uwe dienaren te hulp, die gij door uw dier-
«baar bloed hebt vrijgekocht.» (\'20 Nov. 1887.)
\'2) l)c Pauselijke aflaten, dat wil zeggen, eene
menigte volle en gedeeltelijke aflaten, welke de Pausen
gewoon zijn aan voorwerpen van godsvrucht te hech-
ten, als zij zelf deze zegenen. Op bijna alle voorname
feesten des jaars, alsmede op do feestdagen der IIH.
Apostelen, kan men aldus een vollen aflaat verdienen,
mits men biechte, communiceere en bidde tot intentie
van Z. II. don Paus. (\'23 Feb. 1878.) Onder deze
aflaten behoort ook :
3) De volle aflaat van den doodstrijd Wie alsdan
zulk oen kruisje vóór zich heeft, kan een vollen
aflaat in liet uur des doods gewinnen, mits hij. met
-ocr page 364-
350
OVLR DE AFLATEN.
godsvrucht zijne ziel aan <>od aanbevele. bereid zij
met gelatenheid den dood uit Gods liand aan te
nemen, bieelite en communiceere, of\' zoo dit niet kan.
rouwmoedig den naam Jezus aanroepe, zoo mogelijk
met den mond of anders met liet hart. (-28 Feb. 1878.)
II. Aan de beelden en medailles worden ins-
gelijks gehecht:
1)   De Pauselijke aflaten, zie hierboven n. 2, waar-
onder
2)   De volle aflaat van don doodstrijd, zie n. 3.
C. Deze aflaten (aan bovengenoemde voorwerpen,
alsook aan rozenkransen gehecht) gaan verloren :
ai als men een dier voorwerpen aan anderen weg-
geeft , nadat men ze voor zich zelven heeft ont-
vangen of ze zelf reeds gebruikt heeft Men kan ze
echter laten wijden, zelfs velen in getal en ze later
uitdeden. (Decret. Aut. n. 34, 3U3.)
b) als men ze verkoopt, verwisselt of verruilt
tegen iets anders nadat ze gewijd zijn. Men kan ze
echter door een ander voor zich laten koopon en wij-
den en deze kan daarna het voorgeschoten geld ont-
vangen. (Deer. auth. 78. 82, 344 item 1G Juli 1887.)
c; als men ze uitleent met het doel om een ander
de aflaten te doen gewinnen; niet echter als men ze
uitleent opdat oen ander gelegenheid hoeft er aan te
bidden, doch dan gewint deze geen aflaten. (Decret.
auth. n. 151.)
di als men ze verliest of als zij voor een zeer
groot gedeelte bedorven zijn. Hetzelfde geldt voor
een rozenkrans van welke eenigo koralen zouden
verloren zijn ; de aflaten blijven wanneer verreweg
het grootste gedeelte van de koralen behouden zijn.
(10 Jan. 183\'J.)
V. AFLATEN VAN HET SCAPULIEK.
1. Door Scapulier verstaat men twee strookjes
laken, welko door twee linten zoodanig verbonden
zijn dat men ze om den hals kun dragen, zoodat het
-ocr page 365-
357
OVER DE AFLATEN.
eene gedeelte op de borst, liet andere op den rug
afhangt. Dit Scapulier is eene verkleining van het
groote Scapulier of schouderkleed dat du leden van
sommige kloosterorden dragen.
2. De slof van het Scapulier moet van geweven
wol zijn. Gebreide of geborduurde stof of linnen of
katoen is niet geldig Nochtans kunnen do boorden
ter versiering eenigerniate worden geborduurd of
omzoomd (Deer. auth. n. il2:i.)
I{. De twiii der Scapulieren moet zijn vierkant
of langwerpig vierkant. De ovale, ronde en meerzij-
dige vorm mag niet gebezigd worden, (ibid )
i. De kleur is verschillend naar gelang van het
Scapulier. Immers er zjjn verschillende s:>. r en van
Scapulieren De voornaamste dezer zijn :
a) Hel S.:apul\'wr van de Allerheiligste I)ricvulilig-
heitt
, hetwelk zijn oorsprong verschuldigd is aan de
Orde der Trinitarissen tot vrjjkooping d< r slaven.
Het kleed dier Orde, waarnaar het Scapulier geno-
men is, werd aan di>n 11 stichter Joannes de .Matha
in 1191 door een engel aangewezen. De kleur van
dit Scapulier is wil, met een kruis in het midden.
De stam van dit kruisje moet van roode, de dwars-
balk van Manier wol zijn. (18 Aug. 1808.1
b Uut Scapulier run O. I.. V. run Ze ren .S.mirten,
hetwelk don 25 Maart 1239 door de 11. Maagd zolvo
aan hare «zeven dienaars» de Kw. P.P. Servicten,
met den regel van den II. Augustimis, werd gegeven.
Zij moesten door de overweging van het lijden O. II.
J. C. en van do smarten van Maria aan hunne eigene
heiliging en aan die der wereld werken. De kleur
van dit Scapulier is zwart.
o) Hel Scapulier van O. L. V. run den berg Karmel,
het meost bevoorrechte van allon , werd den 16 Juli
1251 door de Allerh. Maagd aan den Z. Simon Stock,
genoraal der Karmelieten, geschonken. Zeventig jaren
na den dood van den Zalige schonk Maria daaren-
boven , bjj verschijning aan Paus .loannes XXII, het
Sabbatijnseh privilegie, waarover blz. 361.
-ocr page 366-
358                       OVER DE AFLATEN.
De kleur van dit Scapulier is bruin, (koffie- of
kastanjebruin) , nochtans kan men ook zwart ge-
bruiken (Deer. nutli. 278) ofschoon bruin verkiese-
lijker is vooral wanneer dit Scapulier met dat der
Zeven Smarten vereenigd is.
d) Hel Scapulier der Onbevlekte Ontvangenis , den
2 Febr. Kil7 door de Allerli. Maagd aan de Eer-
biedw. Zuster L\'rsula lienincasa aangewezen voor
hen, die Maria oprecht willen vorceren en de kuisch-
heid van hunnen staat volgen , behoort aan de Orde
der Theatijnen. Het heeft de bekeering der zon-
daren en de verbetering der slechte zeden ten doel.
De kleur moet blauw zijn (Deer. auth. n. 307).
Licht- of hemelsblauw verdient de voorkeur, doch
liet blauw kan ook min of meer donker zijn. (3 Jul.
1871. Beringer 1 pg. 409)
c^ Hel Scapulier van hul lijden en van de allerli.
Harten van Jezus en Maria,
den 10 Juli 184\'S door
den Zaligmaker zclven ann de Congregatie van den
H. Yincentius a Paulo geschonken.
De kleur is rood (scharlaken); op de eene zjjde
van het Scapulier moet eene beeltenis bevestigd
zijn van den gekruiston .lezus, met de werktuigen
van het Ijjdeu aan den voet van het kruis, op de
andere eene beeltenis der II 11. Harten van Jezus en
Maria, tusschen welke een stralend kruis. Een op-
schrift is niet vereischt. De linten moeten vun roode
•wol zijn. (I)eclar. 180\'2-1882-Ber. 1. pg. 40 -).
5. De linten van al deze Scapulieren kunnen van
kleur en stof zjju naar verkiezing, uitgenomen die
voor het Scapulier van het lijden, welke van rooile
wol
moeten zijn.
(i. De wijle waarop de Scapulieren, zoo zij veroe-
nigd worden , moeten vervaardigd zijn is deze: de
Scapulieren moeten gescheiden zjjn en waarlijk (vier
of) vijf\' Scapulieren uitmaken die door evenzoovele
of slechts door twee linten zijn vereenigd en niet een
Scapulier waaraan dan linten van verschillende kleur
worden gehecht. (20 Maart 1887.)
-ocr page 367-
359
OVER DE AFLATEN.
Op Iwee u-ijzen alzoo kunnen de Scapulieren ge-
maakt worden :
a)   of\' wel elk Scapulier heeft zijne twee afzonder-
lijko linten, zoodat de Scapulieren op elkander ge-
legd en enkel aan den bovensten rand (bij de linten)
even worden vastgenaaid.
b)  of wel alle Scapulieren hebben te zamen slechts
twee linten, waaraan zij allen zoo worden bevestigd
dat zij slechts aan den bovensten rand worden vast-
gemaakt. De vier randen mogen dus niet op elkan-
der genaaid worden ; hoogstens mag men ze aan
den bovensten rand of even in het middelpunt met
elkander bevestigen , zoodat de drie overige randen
vrij blij ven.
Men zorge daarbjj dat liet witte Scapulier met het
kruis en het roodo met de beeltenissen steeds zicht-
baar zij; het eerste wordt daarom gewoonljjk bo-
venop, het tweede onderaan geplaatst. Ook vergete
men niet dat de linten voor het roode Scapulier
altijd rood moeton zijn; bevindt zich derhalve het
roode Scapulier bjj de anderen dan kan men ze
allen te zamen aan een rood lint bevestigen. —
(Beringer I p. 402.)
7. Om de njlaicn Ie. verdienen moet men:
a)   ilet Scapulier ontvangen van een priester, die
daartoe gemachtigd is. De eerste maal dat men een
Scapulier ontvangt moet men persoonlijk bij de in-
zegening en oplegging tegenwoordig zijn.
b)   Het Scapulier altijd dragen zoo bij dag als bij
nacht. Zou men het een geheelen dag afleggen, dan
verdient men dien dag de aflaten niet, wel echter
als men het eenige oogenblikken slechts of een klein
gedeelte van den dag zou afleggen. Is het Scapulier
versleten, heeft men het verloren of in geruimon
tijd niet gedragen dan neemt men eenvoudig een
ander zonder dat dit op nieuw behoeft gewijd te
worden; zou men liet echter uit verachting of on-
godsdienstigheid hebben afgelegd, dan moet men
het op nieuw laten inzegenen. (Decret. auth. n. 379.)
-ocr page 368-
.\'«30
OVER DE AFLATKN.
Personen van iederen leeftijd kunnen het Scapulier
ontvangen. Kleine kinderen er mede te bekleeden is
eene heilzame en godsdienstige gewoonte, die op vele
plaatsen bestaat. (Deer. auth. n. 410 )
8. De aflaten en voordeden , aan het godvruchtig
dragen van het Scapulier verbonden, zjjn te talrijk
om ze aan te halen. Eenige nochtans mogen hier
hunne plaats vinden:
a) Aflaten Onder de menigvuldige volle aflaten
die men door het Scapulier verdienen kan komen:
Volle aflaat, voor ieder Scapulier, op den dag dat
men het ontvangt of\' den Zondag daaraanvolgende,
mits men biechte. communiceere, bidde tot intentie
van \'/.. II. den Paus en eene kerk der broederschap,
of zoo dit niet kan , de parochiekerk bezoeke.
Volle aflaat op de meeste voorname feestdagen van
het jaar en die van de broederschap van ieder Sca-
pulier. (Voorwaarden als hierboven.)
Volle aflaat voor ieder Scapulier in het uur des
doods, mits men biechte en communiceere of zoo dit
niet kan met godsvrucht den zoeten naam Jezus uit-
spreken.
Volle aflaat op alle woensdagen des jaars voor het
Scapulier van den berg Karmel
Volle aflaat alle eerste zondagen der maand en
alle zaterdagen van de Vaste, voor het Scapulier der
Onbevl Ontv.
Alle aflaten der 7 kerken van Home, van Portiun-
cula, van Jerusulem en van den II. Jacobus van
Compostella zoo dikwijls (toties quoties) men, in
welke plaats ook, 0 maal Onze Vader, (> maal Wees
gegr. en G maal Glorie zij den Vader bidt ter eere
der Allerheiligste Drievuldigheid en der Onbevlekte
Maagd Maria, met het doel daardoor aan God te
vragen de verheffing der II. Kerk, de uitroeiing der
ketterijen, den vrede en de eenheid der Christen
vorsten. (Scap. der Onb. Ontv. \'21 Apr. IX.\'ü.)
bl Ti.idkm.ikk voordekken. Uit verschillende verkla-
ringen en uitspraken dor kerkelijke overheid, onder
-ocr page 369-
3()1
OVER DE AFLATEN.
welke 22 Pausen, zoowel als uit de ondervinding van
meer dan C00 jaren is het duidelijk, dat het Scapu-
lier een krachtig behoedmiddel is tegen ongelukken
en gevaren. Uit overigens heeft de Allerh. Maagd
beloofd aan den gelukz. Simon Stock, alsook aan de
eerbiedw. Ursula Benincasa.
o) Geestelijke vookdeelex. Zij die bovengenoemde
Scapulieren dragen. worden verbonden aan do ver-
schillende Orden, door dit Scapulier aangeduid en
zijn diensvolgons deelachtig aan al de goede werken
van de kloosterlingen dezer Orden.
Krachtens liet Scapulier van den berg Karniel dee-
len zij tevens op bijzondere wijze in het goed dat in
de geheele Katholieke Kerk wordt verricht. d. i. zij
hebben een ruimer aandeel in de gunsten, welke de
geloovigen door de gemeenschap der Heiligen ge-
nieten. — Zij worden daarenboven op bijzondere wijze
door de Allerh. Maagd beschermd in leven en sterven.
Zjj mogen met grond verhopen van de «hel govrij-
uwaard te worden » Iljj die bjj zijn sterven dit kleed
godvruchtig draagt , sprak de Moeder des Meeren,
zal bevrijd blijven van het eeuwig vuur. — Zij kun-
nen eindelijk doelen in het Sabbatijnsch privilegie,
waardoor zij spoedig uit het vagevuur verlost worden.
«Zoo er medeleden der Broederschap gevonden wor-
«den, die om hunno fouten naar het vagevuur gaan,
«sprak de Allerh Maagd, zal ik als eene teedere
«Moeder zaterdags na hun dood in hun midden
«nederdalen; allen, die ik er vinden zal, zal ik ver-
«lossen en op den heiligen berg des eeuwigen levens
«voeren.» Om aan dit Sabbatijnsch privilegie decl-
achtig te worden moet men :
"l0 de zuiverheid bewaren volgens zjjnen staat:
2° eiken dag de kleine getijden der II. Maagd lezen.
Zij die niet lezen kunnen, moeten de door de Kerk
voorgeschreven vasten onderhouden en alle woens-
dagen en zaterdagen vleesch derven, uitgenomen als
Kerstmis op een dezer dagen valt.
Zij, die om oenige andere reden verplicht zjjn tot
-ocr page 370-
362                      OVER DE AFLATEN.
het bidden der kerkelijke getjjden of van het officie
der II. Maagd , kunnen hiermede volstaan.
Wie om ziekte of anderszins verhinderd is om
vleesch te derven of deze getijden te bidden , kan
zulks door een daartoe gemachtigd biechtvader in
den biechtstoel (en hoogst waarschjjnlijk ook buiten
den biechtstoel) in een ander goed werk laten ver-
anderen , welke verandering geëvenredigd moet zijn
aan eenieders behoeften, ouderdom, gezondheid en
stand. (22 Jun. 1842)
VI. AFLATEN VAN HET ROZENHOEDJE.
i. Door Rozenhoedje verstaat men het dorde ge-
deelte van den Hozen krans.
2. Er zijn verschillende Rozenhoedjes, zooals dat
van den II. Dominicus of het gewone rozenhoedje,
dat van O. L. V. van 7 smarten, dat van de II. IJri-
gitta, dat der Onbevlekte Ontvangenis enz.
a)    Hel Rozenhoedje der Onbevlekte Ontvangenis
dankt zijn oorsprong aan P. lionaventura Ferrari.
Capucijn. liet beslaat uit 15 koralen, in drie deelen
verdeeld. Ue drie geseheiden koralen geven het Onze
Vader aan. de I i andere het Wees gegroet.
b)   Het Rozenhoedje van de 11. BrigiUa word het
eerst verspreid door de II. Ilrigitta van Zweden, ten
jare 1373 te Rome gestorven Het bestaat uit zes
tientjes, waarbij men 1 Onze Vader en 3 Weosg. voegt,
ter eere van de 63 levensjaren van O. L. Vrouw. Vóór
ieder tientje bidt men 1 Onze Vader en het Geloof.
De overweging der geheimen is geen vereisehte.
c)  Het Rozenhoedje van 7 Smarten is zijn oorsprong
verschuldigd aan de 7 stichters der Sorviten, om-
streek8 het midden der 13e eeuw. Het bestaat uit 7
maal 7 Weesgegroeten ter eere der Zeven Smarten
van Maria. Om de talrjjke aflaten te gewinnen, moet
men do 7 Smarten van Jezus\' Moeder onder het bid-
den overwegen. Men bidt het aldus. Eerst akte van
berouw, dan :
-ocr page 371-
363
OVER DE AFLATEN.
le Smart. De voorzegging van Simeon: Onze Vader,
7 Wees gegroet.
2e Smart. De vlucht naar Egypte • Onze Vader, 7
Wees gegroet.
3e Smart. Het verlies van Jezus in den tempel:
Onze Vader, 7 Wees gegroet.
4e Smart. De ontmoeting van Jezus op den kruis-
weg : Onze Vader, 7 Wees gegroet.
aa Smart. De kruisdood van Jezus : Onze Vader, 7
Wees gegroet.
ü° Smart. De nederlegging van Jezus in den schoot
van Maria : Onze Vader, 7 Wees gegroet.
7e Smart. Do begrafenis van Jezus: Onze Vader, 7
Wees gegroet.
Hierbij voegt men ten slotte 3 Wees gegroet ter
cere der tranen van O. L. V. om de genade van een
waar berouw te verkrijgen en de aflaten te winnen.
Het akte van berouw is echter geen vereisohto
voor de aflaten.
d) Het Rozenhoedje van den 11. Dominieus, werd
omstreeks het juar 1200 door de Allerh. Maagd aan
den II. Dominieus gegeven. Het bestaat uit 5 tientjes,
terwijl de Rozenkrans 15 tientjes bevat, ter eere van
de 15 voornaamste geheimen van het leven van Je-
zus en Maria. De overweging der geheimen is ver-
eischt om de aflaten te gewinnen.
3.   Om aflaten aan het ld zenhoedje te kunnen
hechten, moeten de koralen van oene duurzame stof
zijn , dat is eene stof die niet gemakkeljjk breekt of
bederft: zooals goud, zilver, jjzer enz ; ook van tin,
lood, hout en glas, mits dit solicd zij. (Deer. Auth.
n. 249.) Deze aflaten gaan verloren, zie blz. 350 n° 0.
4.   De aflaten, welke de Paters Redemptoristen aan
den gewonen Rozenkrans kunnen hechten , zijn :
a) Da aflaten eigen aan den Rozenkrans van den
il. Dominieus,
n. 1. 100 dagen voor ieder Onze Va-
der en ieder Wees gegroet; 10 jaren en 10 maal 40
dagen eens per dag voor hen die rouwmoedig en
godvruchtig het Rozenhoedje gemeenschappelijk bid-
-ocr page 372-
3G4
OVER DE AFLATEN.
den (te liuis, in de kerk of elders) en . zoo zij dit
minstens driemaal in de week doen. volle aflaat den
laatsten Zondag van iedere maand, mits men biechte,
communiceero, eene kerk bezoeke en bidde tot in-
tentie van Z. II. den Paus. Onder deze zelfde voor-
waarden eindelijk volle aflaat eens in \'t jaar , voor
hen die liet Rozenhoedje dagelijks bidden.
b) Do aflaten tier II. UrUjiUa. Wil men echter
alle aflaten der II lirigitta gewinnen, dan moet men
ook het Rozenhoedje dier Heilige, van li tientjes enz.,
bidden, llidt men slechts het gewone Rozenhoedje,
dan gewint men geen gedeeltelijke, maar enkel twee
volle aflaten, n 1 een vollen aflaat eens in hot jaar
op een dag naar verkiezing, voor hen die het dage-
lijks gedurende een jaar bidden, mits zij biechten,
communiceeren en bidden tot intentie van \'/.. II den
Paus en onder deze zelfde voorwaarden een vollen
aflaat den 8 October, feest der II lirigitta, voor hen
die eens in de week het Rozenhoedje zonder iner-
kelijk onderbreking gebeden hebbon. Daarenboven
is het noodig om deze twee aflaten te gewinnen dat
men na ieder tientje bidde «ik geloof in (iod den
Vader». Ook moet een ieder voor zich het Rozen-
hoedje onder het bidden in de hand houden om de
aflaten der H. lirigitta te verdienen en is het niet
voldoende dat hij die voorbidt zulk een Rozenhoedje
heeft. (Nieuwe Raccolta p 190 — Deeret. \'20 Mei
188fi. Beringer — I — HOI— 363
c) De l\\iumtijke aflaten. Zie hierover blz. 1555 n. \'2.
5. Oin de aflaten te gewinnen van het gewone
Rozenhoedje, hetwelk door do Paters Redemptoristen
of door een daartoe macht hebbend priester gewijd
is, moet men: a1 het Rozenhoedje geheel en al bid-
den, zonder merkelijke onderbreking, b) het in de
hand houden en de koralen aanraken Wanneer men
het echter met meerderen te zamen bidt, is het vol-
doende dat hjj die voorbidt zulk een gewijd Rozen-
hoedje hebbe. cl men moot de geheimen overwegen.
Deze geheimen zijn in drie klassen verdeeld : de 5
-ocr page 373-
OVF.Il DE AFLATEN.                    .\'565
blijde. do ."> droevige en de 5 heerlijke. Gewoonlijk
neemt men de blijde geheimen des maandags, des
donderdags en gedurende den advent tot na het
octaaf van Driekoningen; do droevige des dinsdags,
des vrijdags en gedurende de vaste: de heerlijke
des zondags, des woensdags, des zaterdags en gedu-
rende den paaschtijd Dit gebruik is echter niet ver-
p lichtend.
Om de geheimen beter te overwegen, kan men ze
of wèl vóór ieder tientje uitspreken b. v. voor de 5
blijde : De boodschap des engels aan Maria — Onze
Vader enz. — ; de bezoeking van Maria — de ge-
boorte van Jezus — de opdracht in den tempel —
de wedervinding in den tempel. — Voor de droe-
vige: Do doodsangst in den hof van Olijven. — De
geeseling van Christus. — De kroning van Christus. —
De kruisdraging van Christus. — Do kruisiging van
Christus. — Voor de heerlijke: do verrijzenis van
Christus. — De hemelvaart van Christus. — De zen-
ding van den H. Geest. — De opneming van Maria
ten hemel. De kroning van Maria; — of wèl men
herhaalt het geheim in ieder Wees gegroet na de
woorden: «en gezegend is de vrucht uws liohaams
«Jezus». — b. v. Voor de blijde geheimen : 1) Dien
Gjj hebt ontvangen.... enz. blz. 4G8 en 4^\'.). — Of
wèl men stelt de geheimen telkens vóór ieder Wees
gegroet in dezer voege.
-ocr page 374-
36Ö
"WIJZE
om den Rozenkrans te bidden.
In den naam des Vaders, enz.
Ik geloof in God, den Vader almachtig, enz.
Eere zij den Vader, enz.
Onze Vader, enz.
Ik groet u, Dochtervan God den Vader! Wees ge-
groet, enz
Ik groet u, Moeder van God den Zoon! Wees ge-
groet , enz.
Ik groet n, üruid van God den H. Geest! Wees ge-
groet, enz.
Eere zij den Vader, enz.
De vijf blijde Geheimen.
I. Du boodschap des Engels.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
i. De II. Drievuldigheid heeft toegestemd in de
menschwording van Christus. Wees gegroet, enz.
2.   Maria is tot de Moeder van Christus verkoren.
3.   De Engel Gabriël brengt Maria de bljjde
boodschap.
4.  Maria was in de eenzaamheid in het gebed. JÏ
5.  De Engel zeide : «Wees gegroet, vol van ge- g
nado, de lieer is met u !»
                                    M
fi. Maria was verbaasd toen zij den Engel hoorde. S
7.   De Engel zeide: «Maria! wil niet vreezen, "J
want gij zult ontvangen door den II. Geest!» g.
8.   Maria zeide: «Zie de dienstmaagd des Ileeron ; "
mij geschiede naar uw woord.»
                           a
9.  Maria is door den 11. Geest overschaduwd ge- •
worden.
10. En het Woord is vleesch geworden, en het
heeft onder ons gewoond.
Eere zij den Vader, enz
-ocr page 375-
WIJZE O.M DEN ROZENKRANS TE RIDI1EN. 3(37
II. Het bezoek van Maria aan hare nicht Etisabcth.
De namen van Jezus, enz. < )nze Vader, enz.
1.   Maria, gaat uit ootmoed hare nicht Klisabeth
bezoeken. Wees gegroet, enz
2.   Maria bestierd door den II. Geest.
:i. Maria staat in haast op, en gaat over het ge-
bergte.
4. Maria wordt met veel liefde door hare nicht
Klisabeth ontvangen.                                              ___
ö. De 11. Joannes gezuiverd van de erfzonde, j!
springt op van vreugde , in den schoot zijner |
moeder.                                                                   3,
6.   Klisabeth zeide: «Gezegend is de vrucht uws &
lichaams!»
                                                               3
7.   Maria riep uit: «Mijne ziel verheft den Heer!» S-
8.   Klisabeth zeide: «Welk geluk valt mij te beurt \'0
dat de Moeder des lleeren tot mij komt!» g
!). Het huis van Zacharias werd door de komst
van Jezus en Maria met zegeningen overladen.
10. Maria heeft hare nicht, drie maanden met veel
liefde gediend.
Eere zij den Vader, enz.
III. De geboorte van Christus.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
1.   Maria baarde en is maagd gebleven. Wees ge-
groet , enz.
2.   Maria heeft Jezus in eenen stal gebaard en ^
in doeken gewonden
                                              "£-
!$. Maria heeft Jezus met veel liefde en bewon- 2
dering aanschouwd.
                                                 ers
4.   Maria heeft Jezus omhelsd en aan haar hart on
gedrukt.
                                                                   g
5.   Mnria heeft Jezus met haro heilige borsten J1"
gevoed.
                                                                     a
(i. Maria heeft Jezus in eeno krib gelegd.              n
7. Jezus lag op hooi en stroo tusschen os en ezel.
-ocr page 376-
;?GS WIJZE OM DEX ROZENKRANS TE I1IUDEX.
8. T>o Engelen hebben gezongen: «Eere aan God in
den Ilooge on vrede op aarde aan do menschen,
dio van goeden wil zijn !» Wees gegroet, enz.
\'.I. De herders kwamen het Kind Jezus bezoeken.
Wees gegroet, enz.
1Ü. De drie Koningen kwamen het aanbidden, en
boden het geschenken aan. Wees gegroet, enz
Eere zij den Vader, enz.
IV. De opdracht van Christus in den tempel.
De namen van Jezus, enz. Onze Vador, enz.
1. Maria gaat nanr den tempel, om haar Kind den
Heer op te offeren. Wees gegroet, enz.
"i. Jezus en Maria onderwerpen zich aan do wet
van Mozes.
.\'J. Maria gaat langs moeilijke wegen naar Jeru-
salom.                                                                      ^
i Maria heeft Jezus op hare armen gedragen. *\'
5. Maria vordert al biddende haren weg.
              "
li. Maria heeft Jezus in den tempel geofferd. °g
7.   Maria voldeed aan de wet met de offergift"^
der armen.
                                                             I
8.   Anna, de profetes, loofde God voor de ver- »
lo33ing van Israël.
                                                 §
0.   Do oude Simeon hoeft Jezus omhelsd on in f
zijne armen genomen.
10. Simeon zeido : «Hoer! laat uwen dienaar gaan
in vrede, naar uw woord.»
Eere zij den Vader, onz.
V. De vinding van hel kind Jezus in den tempel.
Do namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
1.   Maria heeft haar lief Kind verloren. Wees ge-
groet, enz.
2.   Maria miste haren Schat. Wees gegroet, enz.
\'.i. Maria heeft Hem met veel droefheid gezocht.
Wees gegroet, enz.
-ocr page 377-
WIJZE OM DEN ROZENKRANS TE RIBDEN. 369
4. Maria ging Jezus langs alle wegen en straten
zoeken. Wees gegroet, enz.
ö. Maria heeft Jezus na drie dagen gevonden. ^
0. Maria vindt Jezus in den tempel.
                       g
7. Jezus, twaalf jaren oud zjjnde, onderwees de °°
leeruren.                                                                 
H. Maria zeide: «Zoon! waarom hebt Gij ons\'g
«bedroefd?»                                                            g.
9. Jezus ging met hen en was hun onderdanig. "a
10. Maria bewaarde in haar hart al de woorden g
die Jezus tot haar sprak.
Eero zij den Vader, enz.
O Maria! allergoodertierenste Moeder! verkrijg
droefheid voor mijn hart, en geef tranen aan mijne
oogen, om de zonden te beweenen, waardoor ik Jezus
zoo dikwijls heb verloren; geef dat ik Hem weder-
vinde, en nimmer meer verlieze. Amen.
l»e vijf droevige Cteheimen.
l)e doodsangst van Christus in het hofje.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
1.   Jezus gaat naar den hof van Olijven. Wees ge-
groet, enz.
2.  Jezus valt plat ter aarde neder.
3.  Jezus volhardt in het gebed.
4.   Jezus is bedroefd tot den dood toe.                    <
5.   Jezus zweet water en bloed.
«i. Jezus onderwerpt zijnen wil aan den wil van TO
zijnen hemelsehen Vader.
                                    &
7.  Jezus vermaant zijne apostelen om te waken 3
en te bidden.
                                                         X
8.  Jezus wordt door Judas met eenen kus ver- a
raden.
                                                                     §
9.  Jezus wordt door zijn ondankbaar volk ge- \'
vangen.
missiëu.                                                              24
-ocr page 378-
370 WIJZE OM DEN" ROZENKRANS TE HUIDEN.
10. Jezus wordt wreedaardig gebonden, en van den
eenen rechter naar den anderen gesleurd. Wees
gegroet, enz.
Hoe lief heeft God den mensch gehad, dat Hij zijnen
eonigen Zoon niet gespaard, maar Hem geleverd
heeft ter dood , ja, tot den dood des kruises.
II.   I>i\' geescling van Christus.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz
1.  Jezus wordt door de Joden aan de Heidenen
overgeleverd. Wees gegroet, enz.
2.  Jezus wordt bjj I\'ilatus valschelijk beschuldigd,
ü. Jezus wordt door zijn volk achter Barrabbas
gesteld.                                                                       <S
i. Jezus, alhoewel onschuldig verklaard , wordt »
overgeleverd om gegeeseld te worden.              a,
5. Jezus\' kleederen worden uitgerukt.                    ^
(i. Jezus staat daar naakt en bloot.                         o
7.  Jezus aan eene kolom gebonden.                       _S-
8.  Jezus wordt wreedaardig gegeeseld.                    „,
9.  Jezus\' bloed druipt ter aarde.                              g
10. Jezus is gewond om onze\' zonden.
Hoe lief heeft God den mensch , enz.
III.   Be kroning van Christus.
Do namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
1.  De soldaten hebben Jezus eene doornen kroon
bereid. Wees gegroet, enz.
2.  Zij hebben de doornen kroon op Jezus\' hoofd
gedrukt.
                                                                  <
3.  Jezus\' hoofd van alle kanten doorwond.
4.  Jezus\' hoofd zij pende van het bloed.                 M
5.  Jezus met eenen purperen mantel bespot. £
G. Zij hebben Jezus een riet tot schepter in de 3
hand gegeven.                                                        S-
7.   Zij hebben met het riet op het gekroond hoofd ~K
van Jezus geslagen.
                                               g
8.  Zij hebben Jezus\' gezegend aangezicht bespuwd.
-ocr page 379-
WIJZE OM DEN ROZENKRANS TE BIDDEN. 371
0.  Jezus is verzaad van versmaadheden. Wees ge-
groet , enz.
10. Pilatus heeft Jezus aan het volk vertoond, zeg-
gende: «Aanzie den mensch!» Wees gegroet, enz.
Hoe lief heeft God den mensch, enz.
IV. De kruisdraging van Christus.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
1.   Jezus werd veroordeeld om gekruisigd te worden,
Wees gegroet, enz.
\'2. Jezus heeft zijn kruis met liefde omhelsd.
3. Jezus heeft zijn kruis op zijne doorwonde
schouderen gedragen,
i. Jezus wordt tusschen twee moordennren weg- :2
gevoerd.                                                                            <g*
5. Jezus bezwijkt onder het kruis om onze zonden.
G. Jezus, beladen met zijn kruis, ontmoet zijne°5
bedroefde Moeder.                                                "%
7.  Jezus wordt beweend door de vrouwen van §
Jerusalem.
8.  Jezus zeide tot haar: «Handelt men aldus met §
«het groene hout, wat zal er dan met het -N
«dorre geschieden?»
!>. Niemand wilde Jezus het kruis helpen dragen.
10. Jezus beklimt voor ons den berg van Calvarië.
Hoe lief heeft God den mensch, enz.
V. De kruisiging van Christus.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
1.  Jezus wordt wreedaardig op het kruis uitgerekt.
Wees gegroet, enz.
2.   Jezus\' handen en voeten worden doornageld.
Wees gegroet, enz.
3.  Jezus wordt aan het kruis opgeheven, en zijne
wonden druipen van het bloed. Wees gegroet, enz.
4.  Jezus bidt voor zjjne vijanden. Wees gegroet, enz.
ö. Jezus belooft den moordenaar het paradijs. Wees
gegroet, enz.
-ocr page 380-
372 WIJZE OM HEN ROZENKRANS TE BIDDEN.
(>. Jezus beveelt den II. Joannes aan zijne Moeder.
Wees gegroet, enz.
7.   Jezus, dorst nebbende, wordt met gal en edik
gelaafd. Wees gegroet, enz.
8.  Jezus riep uit: «Mijn God! waarom hebt Gij mij
«verlaten.\'» Wees gegroet, enz
9.  Jezus zeide: «Het is volbracht!» Wees gegroet, enz.
10. Jezus beeft zijnen geest gegeven, en zijn hart
voor ons laten openen. Wees gegroet, enz.
Hoe liof heeft God den mensch, enz.
GEUËD.
0 Jezus! ik bid U om de verdiensten van uwe
smarten en van uwen bitteren dood, door de pijnen
van uwe doornagelde handen en voeten, van uwe
doorboorde zijde, en van al uwe gezegende wonden,
ontferm U mijner, en druk uw heilig lijden zoo diep
in mijn hart, dat ik in niets anders meer behagen
scheppe, daH in U, mijn Jezus, die voor mij gekruist
zijt. Amen.
De vijf glorierijke Geheimen.
I. Dp verrijzenis van Christus.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
1.  Jezus is ten derden dage glorierjjk verrezen. Wees
gegroet, enz.
2.  Jezus beeft dood en hel overwonnen.
3.  Jezus heelt de Oudvaders getroost en verlost. <
4.  Jezus vertoont zich nan zijne II. Moeder.
5.   Jezus verschijnt aan Maria Magdalena.             3-
fi. Jezus vertoont zich aan Petrus • ó?
7.   De Discipelen van Emmiiüs zeiden: «Waren 3
«onze harten niet brandende van liefde, toen Jt
«Hij tot ons sprak?»
                                            „,
8.  Jezus staat in het midden van zjjne Discipelen g
en wenscht hun allen den vrede.
-ocr page 381-
WIJZE OM OEN ROZENKRANS TE MDDEN. 373
9. Jezus toont zijne glorierijke wonden aan den
H. Thomas. Wees gegroet, enz.
10. Thomas roept uit: «O mijn Heer en mijn God!»
Wees gegroet, enz.
Geloofd en gedankt zjj ten allen tijde het allerhei-
ligst en goddelijk Sacrament!
II. De hemelvaart van Cltrixtits.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
1. Jezus stjjgt glorievol ten hemel. Wees gegroet, enz.
\'2. Jezus klimt op door zjjno eigen macht.
3. Jezus scheidt van zijne lieve vrienden,
i. Jezus belooft met hen te blijven tot het einde
der wereld.
                                                             *1
5.  Jezus belooft hun den H. Geest.
6.   De Discipelen hebben Jezus aanschouwd, en OT
Hij heeft hen allen gezegend
                             
7.  Jezus heeft ons den Hemel geopend.                  3
8.  Jezus zit aan de rechterhand van zijnen he- 9-
melschen Vader.
                                                    a
9.  Jezus toont zijne heilige wonden voor ons aan È3
zijnen homelschen Vader.
\'10. Jezus is onze middelaar in den Hemel.
Geloofd en gedankt, enz
III. De zending van den H. Geënt
De namen van Jezus, enz Onze Vader, enz.
1.  Jezus heeft den H. Geest gezonden. Wees ge-
groet, enz.
2.  Jezus heeft den Trooster gezonden.                     ^j
3.  Jezus heeft het Vuur op de wereld gezonden. «*
i. De H. Geest heeft de harten van liefde ont- •
stoken.                                                                   
5.  De H. Geest heeft de verstanden verlicht. v ^
6.   De H. Geest heeft de harten versterkt.             -:
7.  De H. Geest heeft verscheidene talen doen §
spreken.
                                                                  •
-ocr page 382-
!374 WIJZE 0.M DEN ROZENKRANS TE BIDDEN.
8.   De II. Geest heeft zijne gaven uitgedeeld. Wee»
gegroet, enz.
9.  Kom, H. Geest! bezoek de harten van uwe ge-
loovigen. Wees gegroet, enz.
10. Kom, H. Geest! ontsteek in ons het vuur uwer
liefde. Wees gegroet, enz.
Geloofd en gedankt, enz.
IV. De hemelvaart van Maria.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader, enz.
1.   Maria is opgenomen ten Hemel. Wees gegroet, enz.
2.   De hemelsche Vader ontvangt zijne beminde
Dochter.
3.  Jezus omhelst zijne lieve Moeder.                       
4.   De II. Geest verwelkomt zijne lieve Bruid. §
5.   De Serafijnen groeten Maria.
6.  De Engelen dienen Maria.
7.   Heel de Hemel is verblijd door Maria.
8.  Maria zit de naaste bij Jezus.                              2.
9.  Maria is onze moeder en middelares in den"
Hemel.
                                                                     g
10. Maria is onze voorspreekster in den Hemel.
Geloofd en gedankt, enz.
V. De kroning van Maria.
De namen van Jezus, enz. Onze Vader. enz.
1.   Maria is glorievol gekroond in den Hemel. Wees
gegroet, enz.
2.   Maria gekroond om hare serafijnsche liefde. ^
3.   Maria gekroond om hare engelachtige zuiver- g\'
heid.
                                                                         B
4.   Maria gekroond om hare groote ootmoedigheid. °g
5.   Maria gekroond om hare volmaakte gehoor- °5
zaamheid.
                                                                %_
fi. Maria gekroond om hare heilige voorzichtigheid. -
7. Maria gekroond om hare voorbeeldige lijd- |
zaamheid.                                                                *
-ocr page 383-
WIJZE OM DEN ROZENKRANS TE BIDOEN. 375
8. .Maria gekroond om hare grooto dankbaarheid.
Wees gegroet, enz.
i). Maria gekroond om hare volharding in allo
deugden. Wees gegroet, enz.
10. Maria boven alle Engelen en Heiligen in den
Hemel gekroond, gelijk de Moeder Gods toe-
komt. AVees gegroet, enz.
Geloofd en gedankt, enz.
GEBED.
Ik offer u, allerzuiverste, glorierijke Maagd, en
Moeder Gods Maria, in vereeniging met uwe deugden,
verdiensten en volmaaktheden, deze geestelijke kroon
van gebeden en begroetingen, gewaardig u die aan
te nemen gevoegd bij al de gebeden en lofzangen,
die op aarde en in den hemel tot u worden opge-
stierd, en verkrijg voor mij en voor al degenen, voor
wie ik gehouden ben te bidden, van uwen lieven
Zoon do genade om deugdzaam te leven en zalig te
sterven. Amen.
Eén onze vader , om God te danken, dat hij ons
de genade heeft verleend den Rozenkrans te bidden.
Onze Vader, enz.
Eén wees gegroet, opdat Maria ons verstand op-
offere aan den hemelschen Vader, en wij in eeuwig-
heid zijne barmhartigheid mogen gedenken. Wees
gegroet,
enz.
Eén wees gegroet, opdat Maria ons geheugen op-
drage aan haren Zoon, en wij gestadig zijn leven
en bitter lijden indachtig mogen wezen. Wees ge-
groet,
enz.
Eén wees gegroet, opdat Maria ons hart aanbiede
aan den H. Geest, en het gestadig van liefde moge
branden. Wees gegroet, enz.
Ten slotte zullen wij de artikelen des Geloofs bid-
den, opdat ons gebed Gode moge aangenaam zijn,
-ocr page 384-
370 WIJZE OM DEN ROZENKRANS TE BIDDEN.
dat het moge strekken tot zijno meerdere eer en
glorie tot welzijn van de 11. Kerk, tot bekeering der
zondaren en afvallige christenen, en tot zaligheid
onzer zielen.
Ik geloof in God den Vader almachtig, enz.
De almacht des Vaders beware ons. De wijsheid
des Zoons onderwijze ons. De liefde des II. Geestes
ontsteke ons.
In den naam des Vaders, enz.
•*$
i<-
-ocr page 385-
*1 »f.Jt >.X W& SW W»fc >.» >K« SW kfc >> ST\'K >> tf-ö >.Vp
IX. LITANIEËN" EW GEBEDEN.
LITANIE VAN DE ALLERHEILIGSTE :
DRIEVULDIGHEID.
Op Zondag.
Heer, ontferm u onzer!
Christus, ontferm u onzer !
Heer, ontferm n onzer!
Gort de Vader, uit wien alle dingen zijn, ont-
ferm u onzer!
God de Zoon, door wien alle dingen zijn,
God de heilige Geest, in wien alle dingen zijn,
Heilige en ondeelbare Drievuldigheid, één Gort,
Onbegrijpelijke Majesteit,
Onbeperkte Macht,
Oneindige Wijsheid,
Heer der Heerschappijen,                               Sp
Eewige wet,                                                  ~.
Eeuwige waarheid,                                        |
God almachtige koning,
Die alleen God, en één God zijt,                   7
In wien wij leven, ons bewegen en het aan- 3
zijn hebben ,                                               ij
Wiens Majesteit de aarde vervult,
Aan wien alleen de eerc en de glorie toekomt,
Die ons troost in onze droefenissen,
Die alleen groote wonderen doet,
Die zijt, en waart en wezen zidt,
Rechtvaardig en verschrikkelijk in uwe oor-
deelen,
-ocr page 386-
378
LITANIE
Heerlijk en wonderbaar in uw rijk, ontferm u
onzer.
Die alleen de onsterflijkheid bezit, en het on-
genaakbare licht bewoont, ontferm u onzer.
Eeuwige Vader, ontferm u onzer.
Eeniggeboren Zoon , ontferm u onzer.
Heilige Geest van beiden voortkomende, ont-
ferm u onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u
onzer.
Wees genadig, spaar ons, Heer!
"Wees genadig, verlos ons, Heer!
Van alle kwaad,
Van alle zonden,
Van alle ongeloovigheid en dwaling,              ^
Van de overtreding uwer geboden,               2
Van het veronachtzamen en misbruiken uwer ©"
genaden,
                              .. .            ©
Van de verwaarloozing der heilige dingen , s
Van den eeuwigen dood ,
Door uwe almacht,                                        s
Door uwe wijsheid ,                                       £
Door uwe oneindige goedertierenheid,
Door uwe overgroote barmhartigheid,
Door uw geduld en uwe lankmoedigheid,
"Wij, zondaren , wij bidden u , verhoor ons.
Dat gij ons de genade wilt verleenen, om altijd
en overal, te belijden, dat gij de ware God
zijt, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons de genade wilt verleenen, om u te
vereeren, éénen God in de Drievuldigheid van
personen, en de Drievuldigheid in de eenheid
van uw wezen, te aanbidden, wij bidden u,
verhoor ons.
Dat gij ons de genade wilt verleenen, om u
-ocr page 387-
VAN DE ALI.KRH. DRIEVULDIGHEID.         379
uit geheel ons hart lief te hebben, wij bidden
u, verhoor ons.
Dat gij het volk, hetwelk uwen heiligen Naam
is toegeheiligd, wilt behouden en zaligmaken,
wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij de dwalenden op den weg der gerech-
tighcid wilt terugleiden, wij bidden u, ver-
hoor ons.
Dat gij ii gewaardigt, ons te verhooren, wij
bidden u, verhoor ons.
Heilige Drievuldigheid , verlos ons!
Heilige Drievuldigheid, maak ons zalig!
Heilige Drievuldigheid , maak ons levend !
Heer, ontferm u onzer!
Christus , ontferm u onzer!
Heer, ontferm u onzer!
Onze Vader, enz.
V. Laat ons zegenen den Vader, en den Zoon
en den H. Geest.
R. Loven en verheffen wij hen.
v. Geloofd zijt gij, Heer God! in het uitspansel
des Hemels.
R. En lofwaardig en glorievol en boven alles
verheven in de eeuwen der eeuwen.
V. Dat God ons zegene: God , onze God, ze-
gene ons!
R. Dat de gansche aarde hein vreeze.
v. Heer! verhoor mijn gebed.
R. En mijn geroep kome tot u.
Laat ons bidden.
Almachtige, eeuwige God! die aan uwe die-
naren de genade hebt verleend om , door het
licht van het ware Geloof, de heerlijkheid uwer
eeuwige Drievuldigheid te erkennen, en in uwe
-ocr page 388-
380
LITANIE
opperste Majesteit, hare Eenheid te aanbidden;
verleen ons, dat wij door de kracht van dat-
zelfde geloof, ten allen tijde, voor alle kwaad
mogen bewaard worden. Door Jezus Christus
uwen Zoon, onzen Heer, die met u leeft en
heersrht, in de eenheid des H. Gcestes, God in
eeuwigheid. Amen.
LITANIE VAN DEN HEILIGEN GEEST.
Op Maandag.
Heer. ontferm u onzer.
Christus . ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld,
God , Heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Heilige Geest, die van den Vader en den
Zoon voortkomt,
Geest der waarheid, die alle waarheid leert, O
Geest van wijsheid en verstand ,
                     C,
Geest van raad en sterkte,
Geest van wetenschap en godsvrucht,
            *
Geest van de vreeze des Heeren ,                    s
Geest van liefde, blijdschap en vrede,            §
Geest var. lankmoedigheid, weldadigheid en 3
goedertierenheid ,
Geest van zachtmoedigheid, trouw en matig-
heid,
Geest van eerbaarheid en reinheid,
Geest des Heeren, die de gansche aarde
vervult,
-ocr page 389-
VAN UEN II. UEEST.                     381
Heilige Geest, die in ons woont, ontferm u
onzer.
Geest van genade,
Geest van heiligmaking,
Geest van kracht en wijze gematigdheid.
Heilige Geest, door wiens ingeving, de hei-
lige mannen Gods hebben gesproken,
Heilige Geest, die de dolende zondaren terecht-
brengt,
Heilige Geest, die al uwc ware geloovigen,
één van hart en ziele maakt,
Heilige Geest, die de ware wijsheid verleent,
Heilige Geest, die dubbelhartigen en geveins-
den ontvlucht, en niet woont in een li-
chaam, dat aan de zonde is onderworpen, P
Heilige Geest, die aan onzen Heer Jezus 5:
Christus zonder mate gegeven zijt,
Heilige Geest, die het lichaam van Jezus\' "
Kerk bezielt,                                             =
Heilige Geest, die ons de verborgenheden §
der Heilige Schriften, door de onfeilbare S
Keik verklaart,
Heilige Geest, die alleen ons Gods Wet kunt
doen volbrengen,
Heilige Geest, die zelf de Gever van het
bidden zijt,
Heilige Geest, die zelf voor ons en in ons
met onuitsprekelijke verzuchtingen bidt,
Heilige Geest, die ons hart van droefheid en
kwellingen bevrijdt,
Heilige Geest, die de liefde Gods uitstort in
onze harten,
Heilige Geest, die.in uwe geloovigen als in
uwe tempels woont,
Heilige Geest, die uit uwe geloovigen stroo-
-ocr page 390-
382                                LITANIE
men van levend water doet voortvloeien, ont-
ferm u onzer.
Heilige Geest, door wiet» wij nu niet meer
slaven zijn maar kinderen en erfgenamen
Gods,
Heilige Geest, door \'wien wij niet meer in
gedurige vrees voor welverdiende straf
leven, maar gelijk kinderen hun vader, O
alzoo God uit liefde eercn en dienen ,        Si
Heilige Geest, die ons doet zuchten naar de 5
volkomen bezitting van het voorrecht der 3
aanneming tot kinderen Gods,
Heilige Geest, die, in ons wonende, onze §
sterfelijke lichamen zult levend maken, ; S
Heilige Geest, die ons in onze zwakheid te "
hulp komt,
Heilige Geest, die onze harten door het ge-
loof reinigt,
Heilige Geest, Trooster, die met ons blijft
in eeuwigheid,
Wees genadig, spaar ons, H. Geest!
Wees genadig, verhoor ons, H. Geest!
Wees genadig, verlos ons, H. Geest!
Van den geest der dwaling,
                          <*
Van den geest der onkuischheid,                   %
Van den geest der godslastering,                   o
Van alle verhardheid in ds boosheid en van 0
vertwijfeling,                                             »
Van alle laatdunkendheid en van het bestrij- "
den der geopenbaarde waarheden des P*
Christendoms,                                            o
Van alle boosaardigheid en van zondige ge- |
woonten,                                                   r
Van het krenken der broederlijke liefde,
Van onboetvaardigheid, vooral in ons sterfuur,\'
-ocr page 391-
VAX DEN H. GEEST.                    383
Van allen kwaden freest, verlos ons, H. Geest.
Van allen geest, dit\' maar eenigszins met u
strijdig is,
Door uwe eeuwige voortkomst van den Va-
der en den Zoon ,
Door uwe onzichtbare zalving,
Door de volheid der genade, waarmede gij <
de Heilige Maagd Maria steeds hebt be- 2.
giftigd,
                                                             »
Uoor den overvloed van heiligheid, waarmede 2
gij de Moeder des Heereri, bij de ontvan- -m
genis des Woords, als overstroomdet, K
Door uwe heilige verschijning bij den Doop \'
van Christus,
                                                  re
Door uwe heilrijke nederdaling over de ».
Apostelen,
Door de onuitsprekelijke goedheid, waar-
mede gij Gods Kerk bestuurt, de over-
lieden eensgezind doet zijn, de martelaren
versterkt, de leeraren verlicht, en de
geestelijke orden instelt,
Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons!
Dat, gelijk wij in den geest leven, wij alzoo ^
ook naar den geest wandelen,
                     c=:
Dat wij de werken des vleesches door den 2!
geest dooden ,
                                           . o.
Dat wij u nimmer bedroeven ,                       s
Dat wij ii, o Geest der genade, geene ver- a
smading aandoen ,
                                      "
Dat wij altijd trachten de eenheid des Geestes, £&
door den band van vrede, te onderhouden, §~
Dat wij naar u leven, en de begeerlijkheid 2.
des vleesches niet involgen,
                       o
Dat wij alle geesten niet gelooven, maar be- «
proeven of zij uit God zijn,
-ocr page 392-
384                       LITANIE VAN DEN
Dat wij die uwe tempelen zijn, steeds vreezen
ons zelven te schenden, wij bidden u, ver-
lioor ons.
Dat wij degenen, die tot zonde zijn vervallen,
met den geest van zachtmoedigheid, te-
rechtbrengen ,
Dat wij in u zaaien, en van u het eeuwige
loven inoogsten,
Dat het u behage, ons een nederig gevoelen
van ons zelven in te boezemen en onze
harten van den rijkdom los te maken,
Dat het u behage, ons zachtmoedig te doen
worden,                                                     ^
Dat het u behage , ons de genade van eene *<
zalige droefheid en boetende, heiligende
tranen te verleenen ,                                  5;
Dat liet u behage, ons hongerig en dorstig %
naar de gerechtigheid te doen worden, 3
Dat het u behage, ons ware gevoelens van f
liefde en barmhartigheid in te boezemen, «•
Dat het u behage, in ons een zuiver hart te g.
scheppen en den geest te vernieuwen, g
Dat wij vredelievend en waardig zijn den ~
naam van kinderen Gods te dragen,          §
Dat wij alle vervolgingen om de gerechtig" "
beid, kloekmoedig en standvastig verduren.
Dat wij vrij zijn van de zonden, welke noch
in deze, noch in de toekomende wereld
vergeven worden,
vüat gij nimmer van ons wijkt,
Dat wij u nimmer wederstaan,
Dat gij ons, tot het einde toe, in het goede
leven wilt bevestigen ,
Geest Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
-ocr page 393-
385
ALLERH. NAAM JEZUS.
reld, stort uwen Heiligen Geest over ons
uit!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, zend over ons den beloofden Geest des
Vaders!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, geef ons den goeden Geest!
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader, enz.
v. De genade des Heiligen Geestes verlichte
onze zinnen en harten.
r. Amen.
Laat ons bidden.
O God, die de harten der geloovigen, door de
verlichting des H. Geestes onderwezen hebt,
verleen ons uwe genade;\' opdat wij door dien-
zelfden Geest leeren verstaan wat goed is; en
wij ons, ten allen tijde over zijne vertroosting
mogen verblijden. Door onzen Heer Jezus Christus
uwen Zoon, die met u leeft en heerscht in de
eenheid van denzelfden H. Geest, God, in alle
eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE VAN DEN ALLERH. NAAM JEZUS.
Op Dinsdag.
Éénige door Z. H. den Paus goedgekeurde Litanie van den
Zoeten Naam.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
MISSIEI).                                                                   25
-ocr page 394-
386
LITANIE VAN DEN
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon , Verlosser der wereld ,
God, Heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God.
Jezus, Zoon van den levenden God.
Jezus, glans des Vaders,
Jezus, klaarheid des eeuwigen lichts,
Jezus, Koning der glorie,
Jezus, zon der gerechtigheid,
Jezus, zoon der Maagd Maria,
Beminnelijke Jezus,
Wonderbare Jezus,
Jezus, sterke God,
Jezus, Vader der toekomstige eeuw,
Jezus, Engel des hoogen Raads,
Allermachtigste Jezus,
Allergeduldigste Jezus,
Allergehoorzaamste Jezus,
Jezus, zachtmoedig en nederig van harte
Jezus, minnaar der zuiverheid,
Jezus, onze minnaar,
Jezus, God des vredes,
Jezus , oorsprong des levens ,
Jezus, toonbeeld dei\' deugden,
Jezus, ijveraar der zielen,
Jezus, onze God,
Jezus, onze toevlucht,
Jezus, vader der armen ,
Jezus, schat der geloovigen,
Jezus, goede herder,
Jezus, waarachtig licht,
Jezus, eeuwige wijsheid,
Jezus, oneindige goedheid,
-ocr page 395-
387
ALLERIIEILIGSTEX NAAM JEZUS.
Jezus, onze weg en ons leven, ontferm u onzer.
Jezus, vreugde der Engelen ,                         —
Jezus, Koning der Patriarchen,                     =_
Jezus, Meester der Apostelen ,
Jezus, Leeraar der Evangelisten,                  g
Jezus, sterkte der Martelaren,                       B
Jezus, licht der Belijders,                              0
Jezus, zuiverheid der Maagden,                     3
Jezus, kroon van alle Heiligen,                     •?
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wees genadig, verhoor ons, Jezus.
Van alle kwaad, verlos ons Jezus.
Van alle zonde,
Van uwen toorn ,
Van de lagen des duivels,
Van den geest van onzuiverheid ,
Van den eeuwigen dood,                              .JJ
Van de verwaarloozing uwer ingevingen, 2.
Door het geheim uwer H. Mensehwording, »
Door uwe geboorte,                                      §
Door uwe kindsheid,                                     ™
Door uw allergoddelijkst leven,                     
Door uwen arbeid,                                        g
Door uw doodstrijd en lijden,                        »
Door uw kruis en verlatenheid,
Door uwe krankheden,
Door uw dood en begrafenis,
Door uwe verrijzenis,
Door uwe hemelvaart,
Door uwe vreugden,
Doji\' uwe glorie,
Dam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der \\ve-
reld, verhoor ons , Jezus.
-ocr page 396-
388                      LITANIE TER EERE
Lam Gods , dat wegneemt de zonden der we-
reld, ontferm u onzer, o Jezus.
Jezus, hoor ons.
Jezus, verhoor ons.
Laat ons bidden.
Heer Jezus Christus, die gezegd hebt: Vraagt
en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden,
klopt en u zal geopend worden; wij bidden U,
geef ons dat wij, die de waarachtige genegen-
beid uwer goddelijke liefde vragen, u van gan-
scher harte met woorden en met werken mogen
beminnen , en nimmer mogen ophouden van u
te loven.
Maak, o Heer, dat wij altijd uwen H. Naam
mogen vreezen en tevens beminnen: want nim-
mer onttrekt gij dengene uwe leiding, die gij
bevestigt in bestendige liefde jegens u. Door
onzen Heer Jezus Christus uwen Zoon, die met
u leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes,
God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE TER ÉERE DER H. ENGELEN.
Op Woensdag.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld , ontferm u
onzer.
-ocr page 397-
DER HEILIGE ENGELEN.                  389
God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods,                                        ^3
Heilige Maagd der Maagden,                            S
Heilige Koningin der Engelen ,                        g
Heilige Michaël,                                                 £;
Heilige Gabriël,                                                 o
Heilige Raphaöl,                                                 »
Heilige Cherubijnen, bidt voor ons.
Heilige Seralijnen,
Heilige Tronen,
Heilige Heerschappijen,
Heilige Vorstendommen,
Heilige Machten,
Heilige Krachten,
Heilige Aartsengelen,
Heilige Engelen ,
Heilige Engelen, die Gods verheven troon
omringt,                                                          ffi
Die ten allen tijde het aanschijn des Vaders S?
aanschouwt,                                                    <
Die onophoudelijk, Gode het driemaal heilig g
toezingt,                                                          0
Die \'s Heeren bevelen volvoert,                        ^
Die aan ons menschen den goddelijken wil
bekend maakt,
Die u over onze boetpleging verblijdt,
Die tot onzen dienst wordt uitgezonden,
Die ons bewaakt en in bescherming neemt,
Die ons leert en onderricht,
Die ons vergezelt en leidt,
Die ons waarschuwt en vermaant,
Die onze gebeden aan God opdraagt,
Die voor ons bidt,
-ocr page 398-
390
LITANIE TER EERE
Die ile geboorte des Zaligmakers aan de herders
bekend maaktet, bidt voor ons.
Die, bij de geboorte des Verlossers, den A1-
lerhoogste met gejuich en gezang verheer-
lijktet,
Die den Heer in de woestijn diendet,
Die in sneeuwwitte klceding, bij het graf
van den verrezen Verlosser waart neèrge-
zeten,
Die onmiddellijk na de hemelvaart van den &>
Zoon Gods, aan de Apostelen verschenen S^
rijt,                                                      . §
Die eenmaal, met schrikwekkend bazuin- ©
geschal alle menschen zult dagen, orn 0
voor den rechterstoel van Christus te ver- p
schijnen,
Die den Zoon des menschen zult omgeven,
bij zijne plechtige komst ten gerichte der
wereld ,
Die bij de algemeene opstanding der dooden
de uitverkorenen zult verzamelen,
Die de kwaden van de goeden zult scheiden
en hen ten verderve zult richten,
Jezus, vreugde der Engelen, wij bidden u, ver-
hoor ons ootmoedig smeeken.
Van alle rampen en gevaren, verlos ons, Heer.
Van al Ie listen en lagen des Satans, verlos ons, Heer.
Van alle scheuring, ongeloof en ketterij, verlos
ons, Heer.
Voor eenen onvooi zienen dood, behoed ons, Heer.
Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons.
Dat het u behage, ons door uwe heilige En-
gelen voor de lichaams- en zielsgevaren te
behoeden, waaraan wij gedurig zijn bloot-
gesteld , wij bidden u, verhoor ons.
-ocr page 399-
391
DER HEILIGE ENGELEN.
Dat liet u beliage , door uwe heilige Engelen
in al onze behoeften te voorzien en ons
bijstand te verleenen, wij bidden u, ver-
hoor ons.
Dat het u behage, ons door uwe heilige En-
gelen in de bekoringen te ondersteunen,
opdat wij , in het goede volhardende mo-
gen overwinnen,
Dat het u behage, ons door uwe heilige En-
gelen tot ware boetpleging te geleiden, ^
Dat het u behage, ons door uwe heilige En-\'s:
gelen in onze droefenissen en rampspoeden, 3[
onderwerping, troost en bemoediging te 51
verschaffen,
                                                d
Dat het u behage, door de veelvermogende e
voorbidding uwer heilige Engelen, uwe"
rechtmatige verbolgenheid van ons af te £
wenden,
                                                     g*
Dat het u behage, door uwe heilige Engelen, %
ons op ons doodbed verkwikking en lafenis 0
te doen erlangen,
                                       5
Dat het u behage, onze ziel na het verschei-
den , door uwe heilige Engelen te doen
opnemen, en tot u ten Hemel te doen
voeren,
Jezus, vreugde der Engelen,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, verhoor ons, Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, ontferm u onzer !
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
-ocr page 400-
:?92 LITANIE TER EERE DER HH. ENGELEN.
Onze Vader, enz.
V. Looft den Heer, gij alle Engelen!
R. Gij, sterke helden! die zijn woord volbrengt,
gehoorzaamt aan de stem van zijn gebod,
v. Looft den Heer, gij, al zijne heerscharen!
r. Gij, zijne Dienaren, die wat Hem behaagt,
volvoert.
V. God heeft zijne Engelen wegens u bevolen,
dat ze u bewaren in al uwe wegen.
R. De Engel des Heeren zal zich legeren rond-
om degenen , die hem vereeren, en hij zal
hen redden uit allen nood.
v. In de tegenwoordigheid der Engelen, zal ik
u, o mijn God! lof zingen.
R. Ik zal, heen gekeerd naar uwen heiligen
tempel, u aanbidden, o Heer! en uwen
naam verheerlijken,
v. Heer , verhoor mijn gebed ,
R. En mijn geroep kome tot u.
Laat ons bidden.
Almachtige God, onuitsprekelijk liefderijke
Vader! die u gewaardigt uwe Engelen ten
dienste van ons zondige menschen uit te zen-
den; geef dat wij ten allen tijde hunne be-
scherming en bijstand, en de kracht van hunne
voorbidding ontwarende eenmaal door de ver-
diensten van Jezus Christus, in hunne zalige
gemeenschap, u en uwen welbeminden Zoon
altoos en eeuwig dankbaar mogen verheerlijken
Amen.
-ocr page 401-
393
LITANIE VAN HET ALLERH. SACRAMENT.
()/) Donderdag.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon , verlosser der wereld,
God, Heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Levend Brood, uit den Hemel nederdalende,
Verborgen God, onder zichtbare gedaante
schuilende,
Tarwe der Uitverkorenen,
Wijn, die Maagden kweekt,
Voortreffelijk Brood en wellust der Koningen,
Gedurig offer,
                                                O
Reine Spijsoflerande,                                      s;
Onbevlekt Lam,                                             3
Allerreinste Tafel,                                          *
Engelenspijze,                                                s
Verborgen Manna ,                                         §
Gedenkteeken van Gods wonderen,               5
Bovennatuurlijk Brood,
Vleeschgeworden Woord, onder ons wonende,
Heilig OfTer,
Kelk der zegening,
Troostvolle Verborgenheid van ons geloof,
Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament,
Allerheiligste offerande,
Zoenoffer voor levenden en dooden,
Hemelsch Behoedmiddel, waardoor wij voor
zonden behoed worden;
-ocr page 402-
394                       LITANIE VAN HET
"Wondei- van Gods wonderen, ontferm u onzer.
Allerheiligste Gedachtenis van het lijden des
Heeren,
Geschenk, dat alle volheid te boven gaat,
Voortreffelijk Gedenkteeken der Goddelijke
liefde,
Overvloeiende Bron van Gods milddadigheid,
Doorluchtig, hoogheilig Geheim,
                    O
Krachtige Spijs ter onsterfelijkheid,               3.
Levendmakend, aanbiddelijk Sacrament,       
Brood, dat door de almogendheid des Woords 3
zijt Yleesch geworden ,                               e
Onbloedig, rein Offer des Nieuwen Verbonds, o
Tafelgerecht en Gastheer,
                             g
Allerheiligste Maaltijd, waarbij Kngelen tegen- .""•
woordig zijn en dienen ,
Teeken van genade,
Band van liefde,
Hoogepriester, die zelf het Offer zijt,
Geestelijke Spijze en Verkwikking onzer zielen,
Teerspijze dergenen, die in den Heer sterven,
Onderpand der toekomende glorie,
Wees genadig, spaar ons, Heer!
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
Van het onwaardig nuttigen uws Lichaams en
Bloeds, verlos ons, Heer!
Van de begeerlijkheid des vleesches,
K
Van de begeerlijkheid der oogen ,
Van de hoovaardij des levens,
A^an alle twijfeling, ongeloovigheid, verblind-
heid des harten en ketterij,
Van alle oneerbiedigheid en misbruik met
opzicht tot dit Hoogheilig Sacrament,
Van alle zwakheden en zonden, die de heer-
lijke uitwerkselen van dit aanbiddeiijk Sa-
-ocr page 403-
ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.               IJ95
crament kunnen verminderen en tegenhouden,
verlos ons , Heer !
Van alle gelegenheid tot zondigen,
Door de groote begeerte, die gij hadt, om
dit Pascha met uwe Leerlingen te eten, ^
Door den diepen ootmoed , waarmede gij de £_\'
voeten van uwe Discipelen hebt "ewas- ~
*                           °               en
schen,                                                              0
Door de onuitsprekelijke liefde, waarmede gij =
dit Hoogheilig Sacrament hebt ingesteld, "
Door uw dierbaar Bloed , dat gij voor ons 5
op het Altaar hebt nagelaten ,
                     2,
Door de vijf kruiswonden , welke gij in het ™
allerheiligste Lichaam, dat gij voor ons
hadt aangenomen , hebt ontvangen ,
Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons!
Dat het u behage, in ons geloof, eerbied en ^
godsdienstige gemoedsstemming jegens dit Jp
wonderbaar Sacrament, te onderhouden en \'
te vermeerderen,
                                            EI
Dat het u behage, ons door eene oprechte
belijdenis onzer zonden. tot liet dikwijls =
nuttigen dezer geestelijke spijze voor te 5
bereiden,
                                                          <
Dat het u behage, de onschatbare hemelsche g.
vruchten van dit Allerheiligste Sacrament, o
in ons overvloedig uit te storten,
Dat het u behage, ons in het uur van onzen 2
dood met deze Hemulspijze tot de reis "
naar de eeuwigheid te versterken,
Zoon van God,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld , spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, verhoor ons , Heer.
-ocr page 404-
:}96                       LITANIE VAN HET
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, ontferm u onzer, Heer.
lieer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer,
v. Heer, verhoor mijn gebed.
n. En mijn geroep kome tot u.
Laat ons bidden.
Heer Jezus, die ons in dit wonderbaar Sa-
crament eene altoosdurende gedachtenis van
uwe liefde , en van uw lijden en sterven hebt
nagelaten ; geef dat wij de heilige Geheimenissen
van uw Lichaam en Bloed met zulk een ware
godsvrucht vereeren, dat wij al de heilrijke ge-
volgen uwer verlossing onophoudelijk in ons
mogen ontwaren. Gij, die met den Vader in de
eenheid des Heiligen Geestes leeft en heerscht,
God, in de eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE VAN HET LIJDEN ONZES HEEREN.
Op Vrydag.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
-ocr page 405-
397
LIJDEN OXZES HEEREX.
Heilige Drievuldiglieid, één God, ontferm U
onzer.
Jezus, die, na liet H. Sacrament des Altaars,
dat eeuwig gedenkteeken van uwe onein-
dige liefde ingesteld en den lofzang gezegd
te hebben, van Jeruzalem, over de beek
Cedron, naar den Olijfberg uitgingt, om
uw gebed te doen,
Jezus, die door liet voorgevoel des smaads
en der smarten , en ook der diepe verne-
dering, waarvan gij het slachtoffer wezen
zoudt, bedroefd en zeer beangstigd werdt,
Jezus, die bereid vaardig het lijden aanne-
mende u aan den wil van uwen hemelschen
Vader onderworpen hebt,
Jezus, die bij uwen afmattendcn doodstrijd s
door een Engel versterkt werdt,                jf
Jezus, die door Judas , één van uw gelief- 3
koosd twaalftal, werdt verraden,               ~_
Jezus, die door cene bende huurlingen werdt
geboeid,                                                     =
Jezus, die door al uwe Leerlingen werdt £
verlaten,
Jezus, die geboeid naar Annas en Caïphas
werdt gebracht,
Jezus, die van een dienaar een kaakslag
ontvingt,
Jezus, die door valsche getuigen werdt be-
schuldigd,
Jezus, die, getuigenis der waarheid gevende,
als een godslasteraar ter dood werdt ver-
oordeeld,
Jezus, die Petrus, nadat hij u had verloochend,
door een blik van medelijden en ontfer-
ming bekeerdet,
-ocr page 406-
398                       LITANIE VAN HET
Jezus, die aan Pilatus een heiden werdt over-
geleverd, ontferm u onzer.
Jezus, die voor Herodes gebracht, door dezen
en dooi\' zijn hof\' werdt bespot,
Jezus, die gesteld werdt achter den oproe-
rigen moordenaar Barrabbas,
Jezus, die wreedelijk werdt gegeeseld,
Jezus, die ter bespotting met een purperen
mantel werdt omhangen,
Jezus, die ter bespotting met doornen werdt
gekroond,
Jezus, wien men ter bespotting een riet tot
schepter in de hand gaf,
Jezus, wiens kruisdood door de Joden onder
een ontzettend geschreeuw geeischt werdt,
Jezus, die door Pilatus tot den kruisdood 3
veroordeeld en aan de woede der Joden jj£
overgeleverd werdt,                                   3
Jezus, die bij het dragen van den kruisbalk,
onder dezen zwaren last diep gebukt
g>"gt,                                                        g
Jezus, die als een schuldeloos lam ter slach- 3
ting geleid werdt,
Jezus, die van uwe kleederen beroofd werdt,
Jezus, die voor onze boosheden gewond werdt,
Jezus, die vol verschoonende liefde, uwen
Vader om vergiffenis voor uwe vijanden
en moordenaren gebeden hebt,
Jezus, die met de booswichten werdt gelijk
geacht,
Jezus, die nog aan het kruis gelasterd en
bespot werdt,
Jezus, die den geloovigen en rouwmoedigen
moordenaar in genade aangenomen en hem
het Paradijs beloofd hebt,
-ocr page 407-
399
LIJDEN ONZES HEEREN.
Jezus, die uwe Moeder aan den H. Joannes
hebt aanbevolen, ontferm u onzer.
Jezus, die aan liet kruis hangende, hebt uit-
geroepen : Mijn God! mijn God! waarom
hebt gij mij verlaten.\'
Jezus, die in uwen dorst met gal en edik
gelaafd werdt,
Jezus, die betuigdet dat alles volbracht was,
wat van u geschreven stond ,
Jezus, die stervende uwen geest in de han-
den uws Vaders hebt bevolen,
Jezus, die uw hoofd buigende, onder een lui- O
den kreet den geest gaaft?                        g;
Jezus, door wiens sterven de hoofdman en |
velen uit het volk bekeerd werden,           *
Jezus, wiens zijde met een speer doorstoken c
werd,                                                        g
Jezus, uit wiens doorstoken zijde, water en S
bloed vloeiden,
Jezus, wiens Lichaam door twee eerbiedwaar-
dige mannen van het kruis afgenomen en
begraven werd,
Jezus, die na uwen dood nederdaaldet ter
helle, om de zielen der afgestorven recht-
vaardigen te troosten en te verlossen,
Jezus, die op den derden dag na uwen dood,
vol heerlijkheid uit het graf zijt verrezen,
Jezus , die levenden en dooden zult komen
oordeelen,
Wees genadig, spaar ons, Jezus.
Wees genadig, verhoor ons, Jezus.
Van alle kwaad, .verlos ons, Jezus.
Van alle zonden, verlos ons, Jezus.
Van een haastigen en onvoorzienen dood, verlos
ons, Jezus.
-ocr page 408-
400
LITANIE VAN\' HET
Van gramschap, haat en allen kwaden wil,
verlos ons, Jezus.
Van de listen fles duivels ,
Van het eeuwig verderf,
Van pest. hongersnood en oorlog,                 ^
Door uwen doodstrijd en uw bloedig zweeten, £
Door uwe geeseling en ondergane mishande- 5"
hngen,                                                       Q
Door uwe doornen kroon,                              =
Door uw kruis en lijden,
Door uwen dorst, door uwe tranen en naakt- g
heid,                                                          g
Door uwen dood en uwe begrafenis,
Door uwe opstanding,
Op den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons.
Dat wij de dwaasheid van het Kruis hooger
achten dan alle menschelijkc wijsheid,
Dat wij er naar streven, u, o Jezus Christus!
vooral als gekruisigd en gestorven voor onze ^
zouden te leeren kennen,                           «s:
Dat wij, ons het voorbeeld van uw lijden ct;
voorstellende, uwe voetstappen navolgen, §;
Dat wij dagelijks ons kruis opnemen en u 2
volgen,                                                       e
Dat wij, daar gij onze zonden op het kruis- "
hout in uw lichaam hebt gedragen, der »
zonde afgestorven zijnde, voor de gerech- g"
tigheid leven ,                                             2
Dat wij op u, o Grondlegger en voltrekker o
van ons geloof steeds het oog gevestigd 5
houden,
Dat wij, daar uw voorbeeld, als wij geschol-
den worden niet weder schelden, als wij
beleedigd worden, niet dreigen, maar het
-ocr page 409-
UJDEN ONZES HEEREN. 401
aan u overlaten, die rechtvaardig oordeelt,
wij bidden u, verhoor ons.
Dat het verre van ons zij, op iets anders te
roemen dan op uw Kruis , o Heer Jezus! ^
Dat, uit liefde tot u, de wereld voor ons ge- *?.
kruisigd zij en wij dit voor de wereld zijn,
Dat wij hetgeen ons tot gewin was, om 5;
uwentwil, voor schade achten,
Dat uw Bloed ons van alle doode werken =
reinige, om u, o levende God, te dienen, ?
Dat wij, die zoo duur gekocht zijn, u in ons <
lichaam verheerlijken,                                5-
Dat wij ons vleesch met zijne hartstochten §
en begeerlijkheden kruisigen,
Dat, gelijk wij deelgenooten van uw lijden §
zijn, wij ook der vertroosting deelachtig ™
worden,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld , verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, ontferm u onzer, Jezus.
Jezus Christus, hoor ons.
Jezus Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader, enz.
V. Heer, verhoor mijn gebed.
R. En mijn geroep kome tot u.
Laat ons bidden.
Laat, o Heer Jezus Christus, al de zegeningen
missieb.                                                              26
-ocr page 410-
402              LITANIE VAN DE II. MAAG».
van uw lijden en sterven over ons komen. Ver-
wek in ons den levendigsten afkeer tegen de
zonde. Verleen ons uwe genade, om de zonden
welke ons zoo diep verlagen, den Hemel ont-
rooven, en van u scheiden, geheel en al in ons
uit te roeien. Stort in onze harten het ver-
trouwen, dat ons de zonden , om uwentwille,
genadiglijk vergeven zijn. Schenk ons uwe hulp,
opdat wij heilig worden; maak ons getrouw en
standvastig in alle de beproevingen van dit ver-
gankelijke leven; geef rust en verkwikking aan
ons hart in de dagen van droefheid en lijden. —
O! gij die ons tegen den duren prijs van uw
onschatbaar Bloed tot uw eigendom gekocht
hebt; wees ons genadig; en daar gij zelf, god-
del ijke, dierbare Verlosser! met den dood ge-
worsteld hebt, zoo verlaat ons niet in het uur
van onzen dood. Laat. zoolang wij nog hier op
aarde leven, ons steeds de gedachte vergezellen,
dat het onze zonden zijn, die u nedervelden,
verwondden en aan het kruis brachten. Doe
ons in zalige hoop dit leven verlaten, en mogen
wij in het laatste uur, het troostvol woord van
uwe lippen vernemen: «Heden zult gij met mij
«zijn in het Paradijs.» Amen.
LITANIE VAN DE H. MAAGD.*).
O;) Zaterdag.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
*) 300 dagen aflaat telkens (PiusVlI. 30 Sopt. 1R17); en ver-
schcidene volle aflaten voor die de Litanie alle dagen bidden.
-ocr page 411-
•403
LITANIE VAN DE II. MAAGD.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods,
Heilige Maagd der Maagden ,
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade,
Allerzuiverste Moeder,
Allerreinste Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Ongeschondene Moeder,
Minnelijke Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers ,                                  ö
Moeder des Zaligmakers ,                               °"
Allervoorzichtigste Maagd,                             o
Eerwaardige Maagd,                                      °
Lofwaardige Maagd ,                                      o
Machtige Maagd,                                           «
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap,
Geestelijk vat,
Eerbiedwaardig vat,
Uitstekend vat van godsvrucht,
Geheimzinnige roos,
Toren van David,
-ocr page 412-
404                LITANIE VAN DE ir. MAAGD.
Ivoren toren, bid voor ons.
Gulden huis,
Ark des Verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken ,
Toevlucht der zondaren,                                a
Troosteres der bedrukten ,                             £;
Hulp der Christenen ,                                     <
Koningin der Engelen ,                                   o
Koningin der Patriarchen,
Koningin der Profeten,                                  s
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden ,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder vlek ontvangen,
Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld. spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld , ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader.
v. En leid ons niet in bekoring.
R. Maar verlos ons van den kwade.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toe-
vlucht, H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden
-ocr page 413-
LITANIE VAN HET II. IIAUT VAN JEZUS. 405
niet in onzen nood, maar bevrijd ons altijd van
alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd ,
onze Vrouwe, onze Middelares, onze Vooi spreek-
ster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons
aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
v. Bid voor ons H. Moeder Gods.
a. Opdat wij waardig worden de beloften
van Christus.
Laat ons bidden.
Wij bidden u, o Heer, stort uwe genade in
onze harten, opdat wij, die door de boodschap
des Engels de menschwording van Christus
uwen Zoon gekend hebben, door zijn lijden en
kruis tot de glorie der verrijzenis gebracht
mogen worden, door denzelfden Christus onzen
Heer. Amen.
LITANIE VAN HET H. HART VAN JEZUS.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God, heilige Geest, ontferm u onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
Hart van Jezus, met het Woord Gods zelfstandig
vereenigd, ontferm u onzer, o Jezus.
-ocr page 414-
406 LITANIE VAN HET II. HART VAN JEZUS.
Hart van Jezus, Heiligdom der Godheid, ont-
ferin u onzer, o Jezus.
Tempel der H. Drievuldigheid ,
Afgrond van wijsheid ,
Oceaan van goedheid ,
Troon der barmhartigheid,
Onuitputbare schat,
Wiens overvloed ons allen verrijkt,
Onze vrede en onze verzoening,
Toonbeeld van alle deugden,
Oneindig beminnend en oneindig bemin-
nenswaardig,
                                              3
Springader des eeuwigen levens,                 g>
(o Waarin de Vader zijn welbehagen schept, 3
S Vcrzoeningsaltaar voor onze zonden ,
>-« Voor ons met bitterheid gelaafd,
S In Gethsemane tot stervens toe benauwd, a
> Met verguizingen verzadigd,
                        2
"C Van liefde gewond,
[g Dat al uw bloed aan het kruis vergoot, °
Verbrijzeld om onze snoodheden,                o-
Nu nog door ondankbaren verscheurd, g
Toevlucht der zondaren ,
Sterkte der zwakken,
Troost der bedrukten ,
Volharding der rechtvaardigen ,
Heilbron voor die op u vertrouwen,
Plechtanker voor die in u sterven,
Troostvolle bescherming vooru we vereerders,
Geneugte van alle Heiligen,
Onze hulp in overstelpcnden nood ,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld,
verhoor ons, Jezus.
-ocr page 415-
LITANIE VAN HET II. HAHT VAN MARIA. 407
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Hart van Jezus, brandende van liefde voor ons.
A. Ontvlam in ons eene brandende liefde voor u.
Laat ons bidden.
Almachtige God, wij bidden u, verleen ons
dat wij, die in het allerheiligste Hart uws ge-
liefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan
de voornaamste weldaden van zijne liefde danken,
ook in de werking en de vruchten daarvan ons
mogen verblijden. Door denzelfden Christus onzen
Heer. Amen.
LITANIE VAN HET H. HART VAN MARIA.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u
onzer.
Hart van Maria, zonder eenige smet ontvangen,
bid voor ons.
Hart van Maria, vol van genade, bid voor ons.
-ocr page 416-
408 LITANIE VAN HET H. HART VAN .MARIA.
Hart van Maria, waardig verblijf der aanbid-
delijke Drievuldigheid, bid voor ons.
Woontente van bet vleeschgeworden
Woord,
Hart volgens bet hart van God,
Luisterrijke troon van glorie,
«~ Volmaakt brandoffer der goddelijke liefde, a
5 Afgrond van nederigheid,
                          5;
S Met Jezus aan het kruis gehecht,             <
e Zetel der barmhartigheid,                         o
> Troost der bedrukten,
•g Toevlucht der zondaren,                            s
&, Veilige woning der rechtvaardigen,
Voorspraak der H. Kerk,
Moeder van alle geloovigen ,
Na Jezus de zekerste hoop der stervenden,
Koningin der Engelen en van alle Heiligen,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, spaar ons Heer.
J^arn Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld , verhoor ons , Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. O allerheiligst en beminlijkst Hart van
Maria, Moeder van mijn God, bid voor ons.
A. Opdat onze harten ontstoken worden van
de goddelijke liefde die u bezielt.
Laat ons bidden.
God van goedheid, die het heilig en onbe-
vlekte Hart van Maria vervuld hebt met de-
zelfde gevoelens van barmhartigheid en goeder*
-ocr page 417-
LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.              400
tierenlieid voor ons, welke het Hart van Jezus,
uwen en haren Zoon doorgloeiden; verleen ons
allen, die dat maagdelijk Hart vereeren, dat
wij tot den dood toe in gevoelens en genegen-
lieden eene volmaakte gelijkvormigheid behouden
met het H. Hart van Jezus Christus, die met
u en den H. Geest leeft en heerscht in alle
eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God H. Geest, ontferm u onzer.
H. Drievuldigheid , één God, ontferm u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,                                           E
H. Maagd der Maagden,                                5*
H. Michaël,                                                    §
H. Gabriël,                                                    ©
H. Raphaël;
Alle H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons.
Alle H. Koren der zalige geesten, bidt voor ons.
H. Joannes de Dooper, bid voor ons.
H. Joseph, bid voor ons.
Alle H. Patriarchen en Profeten, bidt voor ons.
H. Petrus, bid voor ons.
-ocr page 418-
410               LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
H. Paulus, bid voor ons.
H. Andreas,
H. Jacobus,
H. Joannes,
H. Tliomas,
H. Jacobus,                                                      Cd
H. Philippus,                                                 s
H. Bartholomaeus,                                        g
c
H. Mathaeus,                                                t
H. Simon ,                                                     o
H. Thaddaeus,                                               ?
H. Mathias,
H. Barnabas,
H. Lucas,
H. Marcus,
Alle H. Apostelen en Evangelisten, bidt voor ons.
Alle H. Discipelen des Heeren, bidt voor ons.
Alle H. Onnoozele Kinderen, bidt voor ons.
H. Stephanus, bid voor ons.
H. Latirentius, bid voor ons.
H. Vincentius , bid voor ons.
H. Fabianus en Sebastianus, bidt voor ons.
H. Joannes en Paulus, bidt voor ons.
H. Cosmas en Damianus, bidt voor ons.
H. Gervasius en Protasius, bidt voor ons.
Alle H. Martelaren, bidt voor ons.
H. Silvester,                                                  ^
II. Grcgoiïus,                                                5:
H. Ambrosius,                                              g
H. Augustinus,                                              |
H. Hieronymus,                                             o
H. Martinus,
H. Nicolaüs,
Alle H. Bisschoppen en Belijders, bidt voor ons.
Alle H. Leeraren, bidt voor ons.
-ocr page 419-
411
LITANIE VAX ALLE HEILIGEN.
H. Antonius, bid voor ons.
H. Benedictus, bid voor ons.
H. Bernardus, bid voor ons.
H. Dominicus, bid voor ons.
H. Franciscus, bid voor ons.
Alle H. Priesters en Levieten, bidt voor ons.
Alle H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor ons.
H. Maria Magdalena,                                    K
H. Agatha,                                                    %
H. Lucia,                                                       <
H. Acties,                                                     2
H. Caecilia,                                                   ©
H. Cathariiia,                                                §
H. Anastasia,
Alle H. Maagden en Weduwen, bidt voor ons.
Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor ons.
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.
Van alle kwaad, verlos ons, Heer.
Van alle zonden ,
Van alle gramschap,
Van een haastigen en onvoorzienen dood,
Van de lagen des duivels,
Van gramschap , haat en kwaden wil,          <
Van den geest der onkuischheid,                   2.
Van bliksem en onweer,                               §
Van den geesel der aardbeving,                    g
Van pest, hongersnood en oorlog,                 f
Van den eeuwigen dood,                               —
Door het geheim uwer H. Mcnschwording, &
Door uwe komst,                                           ~
Door uwe geboorte,
Door uw doopsel en H. vasten ,
Door uw kruis en lijden,
Door uw dood en begrafenis,
-ocr page 420-
•412               LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
Door uwe H. verrijzenis, verlos ons, Heer.
Door uwe wonderbare hemelvaart, verlos ons,
Heer.
Door de komst van den H. Geest, den Ver-
trooster, verlos ons, Heer.
In den dag des oordeels, verlos ons, Heer.
Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons wilt sparen ,
Dat gij onze misdaden wilt kwijtschelden,
Dat gij u gewaardigt ons tot eene ware
boetvaardigheid te geleiden.
Dat gij u gewaardigt, uwe H. Kerk te be-
sturen en te bewaren,
Dat gij u gewaardigt, het Kerkelijk Opper-
hoofd en alle geestelijke overheden in den
heiligen godsdienst te doen volharden, <
Dat gij u gewaardigt, de vijanden der H.ü=\'
Kerk te vernederen,                                   2t
Dat gij u gewaardigt, den Christen Koningen g-
en Vorsten vrede en ware eendracht te 3
schenken,                                                   s
Dat gij u gewaardigt aan alle Christenvolken «.
vrede en eendracht te verleenen,               £
Dat gij u gewaardigt, ons in uwen H. dienst o*
te versterken en te bewaren,                    ®
Dat gij onze gemoederen tot hemelsche be- o
geerten wilt opwekken,                              »
Dat gij u gewaardigt, al onze weldoeners
met de eeuwige goederen te vergelden,
Dat gij u gewaardigt, onze zielen en die van
onze broeders, vrienden en weldoeners voor
de eeuwige verdoemenis te behoeden,
Dat gij u gewaardigt. de vruchten der aarde
te geven en te bewaren,
Dat gij u gewaardigt. aan alle overledene
-ocr page 421-
LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.               413
geloovigen de eeuwige rust te geven, wij
bidden u, verhoor ons.
Dat gij u gewaardigt, ons gebed te verhooren,
wij bidden u, verhoor ons.
Zoon Gods, wij bidden u, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons , Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus , verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader, enz.
En leid ons niet in bekoring.
Maar verlos ons van den kwade.
Psalm 69.
O God, kom mij te hulp: Heer haast u, om
mij te helpen.
Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die
mijne ziel zoeken.
Dat zij terugwijken en zich schamen, die mij
kwaad willen.
Dat zij terstond terugwijken , en zich scha-
men die mij zeggen: zeer wel! zeer wel!
Dat allen, die u zoeken, zich in u verheugen
en verblijden; en dat zij, die uwe zaligheid
beminnen , altijd zeggen: Hoog geëerd zij de
Heer.
Doch ik ben behoeftig en arm, o God, help mij!
-ocr page 422-
414               LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
Gij zijt mijn helper en verlosser; Heer, toef
niet.
Eer zij den Vader enz.
Maak uwe dienaars zalig.
Mijn God, die in u hopen.
Heer, wees ons eene sterke toren,
Tegen onze vijanden.
Laat de vijand niets tegen ons vermogen ,
En laat de zoon der boosheid zich niet ver-
stouten, ons te schaden.
Heer, handel niet met ons naar onze zonden,
Noch vergeld ons naar onze boosheden.
Bidden wij voor onzen Paus N.
De Heer spare hem, benoude hem in het
leven, make hem gelukzalig op aarde, en levere
hem niet over aan den wil zijner vijanden.
Bidden wij voor onze weldoeners.
Heer, gewaardig u, allen die ons, om uwen
H. Naam, goed doen, met het eeuwig leven te
vergelden. Amen.
Bidden wij voor de geloovigen, die overleden
zijn.
Heer, geef hun de eeuwige rust, en het
eeuwige licht verlichte hen.
Dat zij rusten in vrede.
Amen.
Bidden wij voor onze broeders, die afwezig zijn.
Mijn God, maak zalig uwe dienaren, die op
u hopen.
Heer, zend hun hulp uit de heilige plaats,
En bescherm hen uit Sion.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot u.
-ocr page 423-
LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.              415
Laat ons bidden.
O God, wien het eigen is, altijd genadig te
zijn en te sparen, ontvang ons gebed, opdat
uwe goedertierene barmhartigheid ons en al
uwe dienaren, die met de ketenen der zonden
beladen zijn , genadiglijk ontbinde.
Wij bidden u, Heer, verhoor de gebeden der
ootnioedigen, en spaar degenen, die hunne zon-
den belijden, opdat wij tevens vergiffenis en
vrede van uwe goedertierenheid verwerven.
Toon ons genadiglijk, o Heer, uwe onuitspre-
kelijke barmhartigheid, en verlos ons van alle
zonden, en te gelijk van de strafl\'en, welke wij
er door verdiend hebben.
O God, die door da zonden vergramd, en
door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie
genadig neder op de gebeden uws volks, dat
zich ncderwerpt voor uwe Majesteit: en wend
de geesels uwer gramschap van ons af, welke
wij door onze zonden verdienen.
Almachtige en eeuwige God, ontferm u over
uwen dienaar, onzen Paus N., en bestuur hem
volgens uwe goedertierenheid in den weg des
eeuwigen levens; opdat hij door uwe gunst be-
geere wat u behaagt, en het met alle kracht
volbrenge.
O God, van wien alle heilige begeerten, goede
voornemens en rechtvaardige werken voortko-
men, geef uwen dienaren den vrede, dien de
wereld niet geven kan, opdat onze harten ge-
negen mogen worden tot het volbrengen uwer
geboden, en wij, van de vrees des vijands ontslagen,
onder uwe bescherming in kalmte mogen leven.
Ontsteek, o Heer, onze nieren en onze harten
-ocr page 424-
416              LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
door het vuur van den H. Geest, opdat wij u
met een zuiver lichaam mogen dienen en met
een rein hart behagen.
God, Schepper en Verlosser van alle geloo-
vigen, verleen aan de zielen uwer dienaren en
dienaressen vergiffenis van alle zonden , opdat
zij de kwijtschelding van al hunne misdrijven,
waarnaar zij steeds zoo vurig verlangd hebben,
door onze godvruchtige smeekingen mogen ver-
werven.
Wij bidden u, o Heer, ga onze werken door
den invloed uwer genade vooraf, en voltrek ze
door uwe medewerking, opdat al onze gebeden
en handelingen immer van u beginnen; en een-
maal begonnen zijnde, ook door u voltrokken
worden.
Almachtige, eeuwige God, die over levenden
en dooden heerscht, en u ontfermt over allen,
welke gij te voren weet dat door geloof en
goede werken de uwen zullen worden; wij bid-
den u ootmoedig, dat degenen , voor wie wij
voorgenomen hebben, onze gebeden te storten,
hetzij ze nog in deze wereld leven of reeds
overleden zijn , op de voorspraak van al uwe
Heiligen , door uwe genadige barmhartigheid ,
vergiffenis van al hunne zonden mogen ver-
krijgen, door onzen Heer J. C. enz.
Amen.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot u.
De almachtige en barmhartige Heer ver-
hoore ons.
Amen.
En de zielen der geloovigen mogen door Gods
barmhartigheid rusten in vrede. — Amen.
-ocr page 425-
417
LITANIE VAN DEN H. JOSEPH.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
H. Maria, Josephs Bruid, bid voor ons.
H. Joseph, Maria\'s Bruidegom,
Beschermer en voedstervader van Jezus,
Man naar Gods hart,
Getrouwe en vrome dienaar,
Bewaarder der zuivere Maagd Maria,
Geleider en troost van Maria,
Allerzuiverste in maagdelijkheid,
Allerdiepste in ootmoedigheid,
Allervurigste in liefde ,
                                    SS
Allerverhevenste in beschouwing,
Die door de getuigenis van den H. Geest als c
een rechtvaardig man zijt bevestigd,          i
Die in de H. Geheimen boven alle anderen §
waart ingewijd,                                          f
Die over het H. Geheim der Menschwording
door den Hernel zijt ingelicht,
Die met Maria uwe getrouwe Bruid naar
Bethlehem zijt heengereisd.
Die, geene plaats in de herberg vindende, in
een stal zijt gaan vernachten ,
Die bij Christus waart, toen Hij in de kribbe
werd gelegd,
missieb.                                                  27
-ocr page 426-
418              LITANIE VAX DEN H. JOSEPH.
Die liet goddelijk Kind, bij zijne besnijdenis,
met den naam Jezus hebt genoemd, bid
voor ons.
Die met Maria liet Kind Jezus in den tempel
des Heeren hebt opgeofferd ,
Die, door den Engel vermaand, Jezus in uwe
armen hebt genomen, en met zijne Moeder
naar Egypte zijt gevlucht,
Die, na Herodes\' dood, met het Kind en zijne
Moeder naar het land van Israël zijt weder- ~
gekeerd,
Die, toen het Kind Jezus in Jerusalem ge- §
bleven was. het met Maria, zijne Moeder, ~
in droefheid hebt gezocht,                              §
Die Hem na drie dagen, zittende in het mid- ;*
den der leeraren, blijde hebt teruggevonden,
Wien de Heer der Heeren hier op aarde
onderdanig was,
Wiens loftitel in het Evangelie is: Echtge-
noot van Maria, waaruit Jezus werd ge-
boren ,
Onze Voorspreker, hoor ons H. Joseph.
Onze Beschermer , verhoor ons H. Joseph.
In alle onze bekommeringen, help ons H. Joseph.
In het uur van onzen dood, help ons H. Joseph.
Door uwe vaderlijke zorg en trouw, help ons
H. Joseph.
Door uwen allerzuiversten echt, help ons H. Joseph.
Door uwen arbeid en door uw zweet, help ons
H. Joseph.
Door al uwe deugden, help ons H. Joseph.
Door uwe hoogste eer en eeuwige gelukzalig-
hcid , help ons H. Joseph.
Door uwe liefderijke tusschenkomst, help ons,
H. Joseph.
-ocr page 427-
LITANIE VAN DEN H. JOSEPH.             419
Wij, uwe beschermelingen, wij bidden u, ver-
lioor ons.
Dat gij uwen beminden Voedsterzoon Jezus
om vergiffenis onzer zonden gelieft te
bidden,
Dat gij ons altoos uwen goddelijken pleeg-
zoon en uwer allerliefste bruid wilt aau-
bevelen ,
Dat gij voor alle maagden en gehuwden de
hunnen staat betamende zuiverheid wilt ^
verwerven,                                                5-1
Dat gij alle gemeenten eene volmaakte liefde g.
en eendracht wilt doen erlangen,               5J
Dat gij alle vorsten en overheden in het be- a>
sturen hunner onderhoorigen wilt bijstaan,
Dat gij alle huisvaders in het Christelijk op- -
voeden hunner kinderen wilt behulpzaam <j
wezen,                                                       5,
Dat gij allen, die zich op uwe bescherming §
verlaten , gelieft te bewaren ,
Dat gij alle vereenigingen , die uwen dienst §
zijn toegedaan, gelieft gunstig te zijn, ™
Dat gij met Jezus en Maria in de ure des
doods ons bijstand en hulp gelieft te verleenen,
Dat gij allo geloovige zielen door uw gebed
\'en voorspraak wilt helpen,
Reine Bruidegom van Maria,
Getrouwe Voedstervader van Jezus,
H. Joscpli,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, spaar ons, Heer.
ham Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, verhoor ons , Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wc-
reld, ontferm u onzer.
-ocr page 428-
420          LITANIE VAN DEN II. AI.I\'HONSUS.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader, enz.
v. Bid voor ons, H. Joseph.
R. Opdat wij waardig worden de beloften van
Christus.
Gebed.
O God, gij die den H. Joseph tot Bruidegom
der heilige, altijd onbevlekte Maagd Maria en
tot beschermer en voedstervader van uwen be-
minden Zoon, onzen Heer Jezus Christus hebt
uitverkoren; wij smceken u ootmoedig, verleen
ons genadiglijk, onder zijne hoede, zuiverheid
naar lichaam en naar ziel, opdat wij, vrij van
alle smet en met het bruiloftskleed der on-
schuld getooid , tot den hemelschen feestdisch
mogen worden toegelaten. Boor den/.elfden
Jezus Christus, onzen Heer, uwen welbeminden
Zoon, die met u leeft en heerscht van eeuwig-
heid tol eeuwigheid. Amen.
LITANIE VAN BEN H. ALPHONSUS.
Heer , ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
-ocr page 429-
LITANIE VAN DEN H. ALPHONSUS.          421
God hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God Heilige Geest, ontferm u onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u
onzer.
Heilige Maria, zonder zonde ontvangen, bid
voor ons.
H. Alphonsus Maria,
Apostel der armen en verlatenen ,
Blakend van het vuur der goddelijke liefde,
Christus\' vurige aanbidder in het H. Sa-
crament,
Die alles voor allen geworden zijt,
Ervaren gids op den weg der volmaaktheid,
Fakkel uwer eeuw,
- Glorie der priesters en bisschoppen,
•? Hartelijke minnaar van het Kindje Jezus,
3 In ijver voor Gods huis ontstoken,
Jezus\' edelmoedige navolger,                     2!
| Kuisch en maagdelijk naar lichaam en °*
I ziel >                                                §
-g_ liefdevolle vereerder van den lijdenden 1
3 Jezus >                                                    §
a Machtige bestrijder der ketterijen ,           •*
.SP Nederig en geduldig van harte,
\'S Onze veelvermogende beschermer in den
* hemel,
Pronksieraad van den godsdienst,
Rijk aan hemelsche zegeningen ,
Spiegel der verhevenste deugden,
Toonbeeld der Missionarissen,
Uitmuntend door alle gaven des H. Geestes,
Versmader der wereldsche grootheid en
rijkdommen ,
-ocr page 430-
422             LITANIE VAX DEN II. ALOYSIUS.
Heilige Alphonsus Maria, waakzame herder der
u toevertrouwde kudde , bid voor ons.
Heilige Alphonsus Maria, ijveraar voor het heil
der zielen, bid voor ons.
Heilige Alphonsus Maria, zalvingvolle schrijver
der heerlijkheden van Maria, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u onzer, Heer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
GEUED.
O God, die door den H. Alphonsus Maria,
Belijder en Bisschop, uwe Kerk met eene
nieuwe nakomelingschap verrijkt hebt: wij bid-
den u, dat wij door zijne heilzame vermaningen
onderwezen en door zijne voorbeelden gesterkt,
gelukkiglijk tot u mogen geraken. Door Christus
onzen Heer. Amen.
LITANIE VAN DEN H. ALOYSIUS (\').
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
(Il Op den Feestdag van den H. Aloysius kunnen alle Ge-
loovigen een vollen aflaat verdienen op de gewone voorwaar-
den, mits zij eenigen tijd komen bidden in eene kerk alwaar
het Feest van dien Heilige gevierd wordt.
-ocr page 431-
LITANIE VAN DEN II. ALOYSIUS.           423
Heer, ontferm u onzer.
Christus, lioor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
H. Maria, Moeder en Beschermster van den
H, Aloysius, bid voor ons.
H. Aloysius,
H. Aloysius, verrijkt door de zegeningen des
Heeren,
H. Aloysius, vervuld met den H. Geest,
H. Aloysius, zeer waardige Belijder van
Jezus Christus,
H. Aloysius, zeer godvruchtige aanbidder van
het allerheiligste Sacrament des Altaars,
H. Aloysius, zeer vurige dienaar derH. Maagd,
H. Aloysius, edelmoedige verachter van de a
wellusten der wereld,                                5;
H. Aloysius, voorbeeld van ootmoedigheid, <
H. Aloysius, minnaar der armoede,
               o
H. Aloysius, volmaakt in gehoorzaamheid,
H. Aloysius, wonderbaar in verduldigheid, a
H. Aloysius, zeer machtig in den hemel,
H. Aloysius, verdrijver der helsche geesten,
H. Aloysius, eer en luister der jeugd,
H. Aloysius, beschermheilige der studeerende
jeugd,
H. Aloysius, navolger van het evangelisch
leven,
H. Aloysius, spiegel der maagden,
H. Aloysius, zeer zoetaardige vertrooster der
bedrukten,
-ocr page 432-
424             LITANIE VAN DEN II. ALOYSIUS.
H. Aloysius, zekere genezing der kranken, bid
voor ons.
H. Aloysius, luister en sieraad der Sociëteit
van Jezus, bid voor ons.
H. Aloysius, klaarblinkend licht der H. Kerk,
bid voor ons.
H. Aloysius, vermaard door menigvuldige won-
deren , bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.
spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Bid voor ons H. Aloysius.
K. Opdat wij waardig worden de beloften van
Christus.
Laat ons bidden.
God, uitdeeler der hemelsche gaven, die in
den engelachtigen jongeling Aloysius eene won-
derbare onschuld des levens met eene gelijke
boetvaardigheid gepaard hebt, verleen ons door
zijne gebeden en verdiensten, dat wij, die hem
in zijne onschuld niet gevolgd hebben, hem ten
minste in zijne boetvaardigheid mogen navolgen.
Door onzen Heer, enz.
Ander Gebed.
Verhoor, o Heer,\' onze gebeden en verleen
ons door de voorspraak van den H. Aloysius,
-ocr page 433-
425
LITANIE VAN DEN H. ANTONIUS.
uwen dienaar, dat wij al datgene wat onze roeping
van ons eischt, getrouw mogen volbrengen en
van deugd tot deugd voortgaande, het Hemel-
rijk mogen verwerven. Door Christus onzen Heer.
Amen.
LITANIE VAN DEN H. ANTONIUS V. PADUA.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
H. Maria, Moeder en beschermster van den H.
Antonius, bid voor ons.
H. Franciscus, vader en bestuurder van den
H. Antonius,
H. Antonius van Padua,
Zalige vrucht van Spanje,                         ^
Nieuw licht van Italië,                              5:
^Beschermer van Padua,                             <
.2 Apostel van Frankrijk,                              §
3 Liefde aller volkeren,                                0
= Navolger van der. H. Franciscus,              r
Lelie van zuiverheid,
33 Minnaar van het kruis,
Kostelijke parel van armoede,
Klaar licht van gehoorzaamheid,
-ocr page 434-
426              LITANIE VAN DEN II. ANTONIUS.
H. Antonius, spiegel van boetvaardigheid , bid
voor ons.
Roos van verduldigheid,
Schoone vlam van liefde,
Rein vat van heiligheid,
Kolom der H. Kerk,
Verkondiger der genade ,
Uitroeier der zonde,
Versmader der wereld ,
Verhefïer van Gods glorie,
Ootmoedige verberger der wijsheid,
Leeraar der waarheid,
Blinkende ster van de Serafijnsche orde,
Ark des verbonds ,
Trompet van den Allerhoogste ,
„ Verdediger van het hoogwaardig Sacra-
« ment,
                                                          £;
"E Brandende naar den marteldood ,                «.
S Geesel der ketters ,                                        o
<; Schrik der ongeloovigen,                              ""
• Roede der tirannen,                                      s
IJverige dienaar van Gods huis,
Ijveraar der zielen ,
Wonderbare mirakeldoener,
Patroon in verlorene zaken ,
Toevlucht der armen,
Gezondheid der zieken.
Trooster der bedrukten.
Beoefenaar der deugden,
Kenner der harten,
Voorzegger van toekomende dingen,
Verwekker der dooden,
Schrik der duivelen ,                                      ;
Navolger der Patriarchen en Profeten,
Atbeeldsel der Apostelen,
-ocr page 435-
LITANIE VAN DEN H. ANTONIUS.            427
H. Antonius, uitstekende onder de leeraars, bid
voor ons.
H. Antonius, luister der Heiligen, bid voor ons.
H. Antonius, getrouwe beschermer en voor-
spreker van die u aanroepen , bid voor ons.
Jezus, wees ons genadig, spaar ons, o Heer.
Jezus, wees ons genadig, verhoor ons, o Heer.
Van alle kwaad, verlos ons, o Heer.
Van alle zonden ,
Van de macht en listen des duivels,
Van pest, oorlog en hongersnood,
Van den eeuwigen dood,
Door de verdienste van den H, Antonius, <
Door zijne brandende liefde,
                             ±
Door zijn grooten ijver voor de bekeering 8
der zondaars,                                                  2
Door zijne vurige begeerte tot den marteU J-
dood,                                                               o
Door het standvastig onderhouden zijner be- cc
loften van gehoorzaamheid, armoede en <|
kuischheid,
Door zijn onvermoeider! arbeid ,
Door de zeldzame verscheidenheid en menigte
zijner wonderen,
In den dag des oordeels,
Wij zondaars, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons een waarachtig leedwezen over
onze zonden wilt verkrijgen, wij bidden u,
verhoor ons.
Dat gij het vuur der goddelijke liefde in onze
harten wilt onsteken, wij bidden u, ver-
hoor ons.
Dat gij ons der verdienste en voorspraak van
den H. Antonius deelachtig wilt maken, wij
bidden u, verhoor ons.
-ocr page 436-
428            LITANIE VAN DEN II. ANTONIUS.
Dat gij dit land onder de bescherming van
den H. Antonius wilt stellen en behouden,
wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij aan degenen, die tot den H. Antonius
hunne toevlucht nemen, gezondheid naar ziel
en lichaam wilt verleenen, wij bidden u, ver-
hoor ons.
Dat wij door de verdiensten en voorspraak van
den H. Antonius in alle deugden mogen
voortgaan, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij alle dienaars van den H. Antonius in
alles met uwen zegen wilt voorkomen, wij
bidden u, verhoor ons.
Dat gij u gewaardigt ons te verhooren, wij
bidden u , verhoor ons.
Jezus Christus, Zoon van den levenden God,
wij bidden u , verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld , spaar ons , Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, verhoor ons , Heer !
Lam Gods , dat wegneemt de zonden der we-
reld , ontferm u onzer !
Jezus Christus, hoor ons.\'
Jezus Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer!
Christus, ontferm u onzer!
Heer, ontferm u onzer!
Onze Vader , enz.
v. Bid voor ons,\'H. Antonius, beroemde ver-
kondiger des geloofs.
r. Opdat wij, onder uwe bescherming, waardig
worden tot het geluk des eeuwigen levens
te geraken.
-ocr page 437-
LITANIE TER EERE DER II. BARBARA. 429
Gebed.
O goedertierenste Jezus! die uwen belijder,
<len heiligen Antonius door gedurige mirakelen
wonderbaar hebt doen uitschijnen, verleen ons
genadig, dat wij door zijne voorspraak en ver-
diensten met zekerheid mogen verkrijgen, het-
geen wij met betrouwen verzoeken. Daarom
bidden wij u, die leeft en heerscht met den
Vader en den H. Geest in alle eeuwen der
eeuwen. Amen.
LITANIE TER EERE DER H. BARBARA.
Heer, ontferm u onzer!
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God , Hemelsche Vader. ontferm u onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u
onzer.
God, Heilige Geest, ontferm u onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Maagd der Maagden,
H. Barbare,
                                                   g
^Getrouwe dienares des Heeren,
§ Zuivere Bruid van Jezus Christus,             g
% Wijze en Voorzichtige Maagd,                  **
g§ Kloekmoedige Martelares,                          §
. Troosteres der Zieken,                              ™
•^ Toevlucht der Stervenden,
-ocr page 438-
430 LITANIE TER KERK DER II. BARBARA.
H. Barbara, beschermster dergenen, die in dood-
strijd zijn , bid voor ons.
Die door God op wonderbare wijze in het
geloof\' zijt onderwezen ,
Die vroegtijdig alle rijkdommen, eer, ver-
maken en wellusten der wereld hebt
verzaakt,
                                                     —.
2 Die uwe maagdelijke zuiverheid zoo edel- El
CS                                    •
-? moedig aan God hebt opgeofferd,           <
M Die hebt uitgeschenen door uwen eerbied o
voor de Allerheiligste Drievuldigheid, 0
SS Die standvastig uw geloof tegen alle aan- g
vallen hebt beleden,
Die de vroeselijkste folteringen ter liefde
van Jezus hebt doorstaan ,
Die door de band van uw eigen vader
zijt onthoofd,
Dat wij God, naar uw voorbeeld, met een
zuiver hart mogen dienen, H. Barbara, wij
bidden u, verhoor ons.
Dat wij steeds gehoorzaam mogen wezen BS
aan de inspraken zijner genade,                  ss
Dat wij ons door geen lijden of kwelling of EL
dood van zijne liefde laten scheiden ,           »
Dat wij steeds bevrijd mogen wezen van r
alle dreigende gevaren ,                                 <
Dat wij ons door waken en bidden op zijne ^"
komst mogtin voorbereiden,                          S;
Dat wij iedere» dag mogen doorbrengen g-
alsof het de laatste onzes levens was,
Dat wij bewaard blijven voor een haastigen -
en onvoorziene» dood ,                                   2
Dat wij voor ons sterven waardig en met é-
volle kennis de H.H. Sacramenten mogen o
ontvangen,                                                              5
-ocr page 439-
GEBEDEN TOT DE II. BARBARA. 431
Dat wij tien dood der uitverkorenen sterven
mogen, H. Bar ba ra, wij bidden u, ver-
hoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, spaar ons Heer!
Karn Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, verhoor ons Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we-
reld, ontferm u onzer Heer!
v. Bid voor ons, o H. Barbara.
R. Opdat wij waardig worden de beloften van
Christus.
Laat ons bidden.
Wij bidden u , o Heer, verleen ons door de
voorspraak der heilige Maagd en Martelares
Barbara, dat wij, die haren bijstand inroepen,
hare hulp in al onze noodwendigheden mogen
ondervinden en. vóór onzen dood, door eene
ware boetvaardigheid en eene rouwmoedige
biecht voorbereid het allerheiligste Lichaam en
Bloed van onzen Heer Jezus Christus mogen
ontvangen, die met u leeft en heerscht in alle
eeuwigheid. Amen.
GEBEDEN TOT DE H. BARBARA.
PLECHTIGE VERKLARING VOOR EEN GOEDEN DOOD.
(Door den H. Alplionsus.)
Mijn God, daar mijn dood zeker is en ik
niet weet wanneer ik sterven zal, zoo wil ik
mij van nu af daartoe voorbereiden.
-ocr page 440-
432 GEBEDEN TOT DE H. BARBARA.
Ik betuig dan, dat ik alles geloof wat de
H. Kerk mij te gelooven voorhoudt, en in het
bijzonder het geheim der allerh. Drievuldigheid,
de menschwording en den dood van den Zoon
Gods, Jezus Christus, en dat Gij, o mijn God,
de rechtvaardigen voor eeuwig zult loonen in
den hemel, en de zondaars voor eeuwig zult
straffen in de hel; ik geloof dit, omdat Gij, die
de eeuwige waarheid zelve zijt, dit alles ge-
openbaard hebt.
Ik heb duizendmaal de hel verdiend; doch
ik hoop, door de verdiensten van Jezus Christus,
van uwe barmhartigheid te verwerven, de ver-
giffenis mijner zonden, de volharding tot het
einde toe en de eeuwige zaligheid des hemels.
Ik betuig, dat ik u bemin boven alles, om-
dat Gij oneindig goed zijt in u zelven; en om-
dat ik u bemin, is het mij van harte leed, dat
ik u zoo dikwijls vergramd heb; ik heb vast
besloten liever te sterven dan u nog ooit te
beleedigen; ik bid u mij liever het leven te
benemen, dan toe te laten, dat ik mij nog ooit
door de zonde van u scheide.
Ik dank u, mijn Jezus, voor al de smarten
die Gij ter liefde van mij geleden hebt, en
voor zoo vele genaden , welke Gij mij , die u
zoo dikwijls beleedigde, bewezen hebt.
Beminnelijke Verlosser, ik verheug mij over
uw oneindig geluk; ik verheug mij als ik denk,
dat Gij door zoo vele Heiligen in den hemel
en op aarde bemind wordt; en ik verlang vurig,
dat alle menschen u kennen en beminnen mogen.
Ik betuig, o mijn Jezus, dat ik uit liefde tot
u, van harte vergeef aan allen die mij belee-
digd hebben, en ik bid u hun wel te doen.
-ocr page 441-
GEBEDEN TOT DE II. BARBARA. 433
Ik betuig, dat ik verlang de H. Sacramenten
te ontvangen gedurende mijn leven en bij mijn
sterven : en reeds nu vraag ik de kwijtschel-
ding mijner zonden voor het oogenblik van
mijnen dood, indien mij soms alsdan de macht
daartoe ontbreken zoude.
Ik neem den dood en al de pijnen die hem
zullen vergezellen, uit uwe hand aan en ik
vereenig die met het lijden en den dood, welke
Jezus Christus voor mij op het kruis verduurd
heeft. Ik aanvaard ook, o mijn God, alle smar-
ten en wederwaardigheden, welke uwe vader-
hand mij gedurende mijn leven zal toezenden.
Doe met mij en met alles wat mij toebehoort,
volgens uw goddelijk welbehagen. Schenk mij
uwe liefde en de heilige volharding, en ik
vraag niets meer.
Mijne teedere moeder Maria, sta mij altijd
bij , maar vooral help mij in Gods genade te
volharden; gij zijt mijne hoop; onder uwe be-
scherming wil ik leven en sterven.
Heilige Jozef! Heilige Aartsengel Michael !
mijn heilige Engelbewaarder! staat mij altijd
bij, maar vooral in het uur des doods.
En Gij, mijn lieve Jezus, Gij die, om mij een
goeden dood te verzekeren, een zoo bitteren
dood hebt willen sterven, ach, verlaat mij dan
niet: van nu af wil ik u omhelzen, om eens
in uwe omhelzing te kunnen sterven, \'t Is
waar: ik verdien de hel, maar ik verlaat mij
geheel en al op uwe barmhartigheid, en ik
hoop door de verdiensten van uw bloed in
uwe vriendschap te sterven; ik hoop het ge-
nadevonnis te mogen hooren, als ik voor den
eersten keer u als rechter zal aanschouwen.
MISSIE!!.                                                                      28
-ocr page 442-
434          LITANIE VOOR EEN GOEDEN DOOD.
Ik stol mijne ziel in uwe handen, uit liefde tot
mij met nagels doorboord, \'t Is door « dat ik
vertrouw dan niet voor eeuwig tot de hel ver-
oordeeld te worden. Op u, Heer, heb ik ge-
hoopt; ik zal niet beschaamd worden in eeu-
wigheid. Ach sta mij altijd bij , maar vooral
op het oogenblik van sterven. Geef dat ik sterve
in uwe liefde, dat ik zóó sterve dat <!e laatste
zucht mijns levens een akt van liefde zij, die
mij overbrengt van de aarde naar den hemel,
om u daar voor eeuwig te beminnen.
Jezus. Maria, Jozef, staat mij bij in mijnen
doodstrijd.
Jezus, Maria, Jozef, ik schenk mij aan u,
ontvangt mijne ziel, als zij van de wereld
scheiden zal.
LITANIE VOOR EEN GOEDEN DOOD.
Heer Jezus, God van goedheid , Vader van
barmhartigheid, ik verschijn voor u meteen
ootmoedig, \'rouwmoedig en vermorzeld hart, en
beveel u mijn laatste uur en al wat mij na
hetzelve wacht.
Wanneer het • verstijven mijner voeten mij
zal verwittigen, dat mijn wandel op deze \\ve-
reld weldra voleindigd zal wezen ;
Barmhartige Jezu», ontferm u dan mijner!
Wanneer mijne bevende en verstijfde handen
hei Kruisbeeld niet meer kunnen omvatten en
hetzelve tegen mijn wil op mijn ziekbed zullen
laten neervallen;
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
-ocr page 443-
LITANIE VOOR EEN GOEDEN DOOI).         4.15
Wanneer mijne verduisterde oogen ontsteld
door de vrees voor den naderenden dood, hunne
gebroken en stervende blikken tot u zullen
wenden ;
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
Wanneer mijne bevende koude lippen voor
de laatste maal uwen aanbiddelijken naam
zullen uitspreken;
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
Wanneer mijn verbleekt en loodvervvig aan-
gezicht in hen, die mijn sterfbed omringen,
medelijden en afschrik verwekken zal, en mijne
haren in het doodzweet badende, en op mijn
hoofd te berge rijzende, mijn aanstaande einde
zullen aankondigen ;
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
Wanneer mijne ooren, op het punt van zich
voor altijd voor alle menschelijke taal te slui-
ten , zich zullen openen om uwe stem te ver-
nemen , die het onherroepelijk vonnis zal uit-
spreken, waardoor mijn lot voor alle eeuwigheid
zal vastgesteld worden;
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
Wanneer mijne verbeelding door vreeselijke
schrikbeelden ontsteld in doodelijke droefgees-
tigheid zal zijn gedompeld, en mijn g6est door
de herinnering aan mijne menigvuldige zonden,
en door de vrees voor uwe gerechtigheid ver-
ontrust, zal worstelen met den engei der duis-
ternissen, die alsdan zal trachten mij de troos-
tende gedachte aan uwe barmhartigheid te
benemen en mij in den afgrond der wanhoop
te storten;
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
-ocr page 444-
430          LITANIE VOOR EEN GOEDEN DOOD.
Wanneer mijn afgemat onder de smarten
bezwijkend hart, door de vrees voor den dood
bevangen, en door den strijd tegen de vijanden
mijner zaligheid van krachten uitgeput zal zijn;
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
Wanneer ik mijne laatste tranen , de voor-
teekenen mijner ontbinding, storten zal, neem
die dan als een zoenoffer aan; opdat ik sterve
als een slachtoffer van boetvaardigheid, en in
dat verschrikkelijk oogenblik;
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
Wanneer mijne bloedverwanten en vrienden,
om mij vergaderd, met mijnen ellendiger) toe-
stand medelijden hebben, en u voor mij zullen
aanroepen;
Barmhartige Jezus, ontferm -u dan mijner!
Wanneer ik het gebruik van mijne zinnen
geheel en al zal verloren hebben; wanneer de
gansche wereld voor mij verdwenen zal zijn,
en ik zuchten zal in de benauwdheid van de
zieltoging en den doodstrijd ;
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
Wanneer de laatste zuchten van mijn hart
mijne ziel van mijn lichaam zullen doen schei-
den, ontvang dan dezelve als verzuchtingen van
een heilig ongeduld om bij u te zijn; en gij
Barmhartige Jezus, ontferm u dan mijner!
Wanneer mijne ziel, reeds op mijne lippen
zwevende, voor altijd van deze wereld afscheid
nemen, en mijn lichaam koud, verstijfd en leven-
locs zal achterlaten, ontvang dan de vernieti-
ging van mijn leven als een teeken van ver-
eering uwer Opper-Majesteit; en dan
BarmJtartige Jezus, ontferm u dan mijner!
-ocr page 445-
VERSCHILLENDE GEBEDEN.                  437
Ten laatste, wanneer mijne ziel voor u ver-
schijnen en voor de eerste maal den onsterfe-
lijken luister uwer heerlijkheid zal aanschouwen,
verwerp haar dan niet van uw aangezicht, maar
gewaardig haar in den liefderijken schoot uwer
barmhartigheid te ontvangen, opdat ik in eeu-
wigheid uwen lof zinge;
Barmhartige Jezus, ontferm ie dan mijne)\'!
GEBED.
O God, die ons tot den dood veroordeelend,
het oogenblik en uur van ons sterven voor ons
verborgen houdt, geef, dat ik al de dagen mijns
levens in rechtvaardigheid en heiligheid door-
brengende, moge verdienen in uwe heilige liefde
deze wereld te verlaten. Door de verdiensten
van onzen Heer Jezus Christus, die met u
leeft en heerscht in eenheid van den H. Geest.
Amen.
Z. II. Leo XII heeft 100 dagen aflaat verleend
eens iederea dag te verdienen door alle freloovigen,
die mot een rouwmoedig hart dit gebed verrichten
en eenigen tijd bidden ter intentie van Zijne Heilig-
hcid ; en een vollen aflaat iedere maand, op een dag
naar verkiezing, onder de gewone voorwaarden, zoo-
zij die litanie iederen dag der maand zullen gebeden
hebben. (i\\ Aug. 1824.)
TOEWIJDING AAN HET H. HART VAN JEZUS.
O aanbiddelijk Hart van mijn Jezus! het tee-
derste, het beminnelijkste en het edelmoedigste
van alle harten, doordrongen van dankbaarheid
-ocr page 446-
438                   VERSCHILLENDE GEBEDEN.
bij de overdenking uwer weldaden, kom ik mij
geheel en voor altijd aan u toewijden. Ik wil
alle mijne krachten inspannen om uwe veree-
lïng uit te breiden en om, zoo zulks mogelijk
is, alle harten voor u te winnen. O Jezus, ont-
vang heden mijn hart, of\' liever neem gij het
zelf\', verander het, zuiver het, om het uwer
meer en meer waardig te doen worden , en
maak mijn hart gelijk aan het uwe, ootmoedig,
zachtzinnig, geduldig, vol van heilige en van
edelmoedige liefde. Verberg mijn hart met al
de harten die u beminnen in liet uwe, en laat
nimmer toe dat ik het terugneme. Ja, ik wil
liever sterven, dan ooit uw beminnelijk Hart be-
droeven. O Hart van Jezus ! het verlangen mijns
harten is u altijd te beminnen, u altijd te
eeren, u altijd te dienen , u altijd toe te be-
liooren, in leven en in dood, en in alle eeu-
wigheid. Amen.
OPDRACHT ZIJNER WERKEN AAN JEZUs\' IL HART.
Goede Jezus, alle dagen mijns levens be-
hooren u toe en alle werken die ik verricht
moeten u worden toegewijd. Van dit oogenblik
af draag ik ze dan ook allen op aan uw god-
delijk Hart en door die opdracht heilig ik ze
zonder voorbehoud toe aan uwe meerdere eer
en glorie. Welk eene krachtige beweegreden,
o mijn Jezus, om ze allen zoo heilig en vol-
maakt mogelijk te verrichten ! O laat niet toe
dat zich ook een ander inzicht in mijne hande-
lingen menge dat uwer onwaardig zou wezen ;
geef dat ik alles verrichte uit zuivere liefde
tot u. Van nu af verzaak ik aan alle ijdelheid,
-ocr page 447-
VERSCHILLENDE GEMEDEN.                439
alle eigenliefde en alle menschelijk opzicht,
welke mijne werken minder aangenaam aan
uw goddelijk Hart zouden maken. Geef, o
Jezus, dat ik al mijne handelingen beginne,
voortzette en eindige in uwe genade , en dat
ik nooit een ander doel hebbe dan u en uwe
heilige liefde. Alles, o Jezus, wat ik heb, wat
ik ben, en wat ik vermag, al mijne gedachten,
woorden en werken heilig ik u onherroepelijk
toe. Ontvang dan deze offerande in vereeniging
van uwe oneindige verdiensten , sluit ze op in
uw goddelijk Hart en geef dat ik dit aanbid-
delijk Hart steeds meer en meer beminne.
Amen.
EEREBOETE AAN JEZUS\' H. HART.
Aanbiddelijk Hart van Jezus, doordrongen
van eene levendige droefheid bij het zien der
beleedigingen, welke uw goddelijk Hart in het
Sacrament uwer liefde worden aangedaan, kniel
ik neder om u eerherstel aan te bieden. Zoo-
veel hebt gij voor de menschen gedaan en ge-
leden en toch beantwoorden zoovelen hunner die
oneindige liefde met onverschilligheid en ver-
achting. O konde ik door mijnen eerbied en
mijne liefde de oneer herstellen die u voortdu-
rend wordt aangedaan? Konde ik door mijne
tranen en mijn bloed de beleedigingen, de
versmadingen en heiligschennissen uitvvisschen,
waarvan Gij, mijn Jezus, het aanbiddelijk slacht-
ofler zijt! Maar ach! ik zelf heb U beleedigd.
Vergeef mij, lieve Jezus, mijne ondankbaarheid.
Vergeef mij de oneerbiedigheden, de onver-
schillighedcn, en de versmadingen, waaraan ik
-ocr page 448-
440                 VERSCHILLENDE GEBEDEN.
mij tegenover U heb schuldig gemaakt. Gedenk
dat uw goddelijk Hart, den last mijner schul-
den dragend, bedroefd is geweest tot den dood
toe. Laat niet toe, Heer Jezus, dat uw lijden
en uw bloed voor mij vruchteloos geweest zijn f
Geef mij een nieuw hart, een hart gelijkvormig
aan het Uwe, een vernederd en vermorzeld, een
zuiver en van liefde brandend hart, een hart
dat voortaan een slachtoffer is aan uwe liefde
en uwe eer gewijd. Van mijnen kant zal ik
mijn best doen om door mijne eerbiedigheid in
de kerk, mijne getrouwheid om U in het Sa-
crament uwer liefde te bezoeken, mijn ijver
om U in mijn hart te ontvangen en mijne zorg
om U door anderen te doen beminnen, de be-
leedigingen goed te maken die ik nu uit ge-
heel mijne ziel betreur. Ontvang dan mijn hart,
lieve Jezus, ontvang al mijne gedachten, al
mijne verlangens, al mijne verzuchtingen, mijne
gebeden en werken; alles wat ik heb en ben
offer ik u tot eereboete op, in vereeniging met
de liefde van uw H. Hart, van de verdiensten
van Maria, uwe goede Moeder, en van de aan-
biddingen der engelen die voortdurend voor
uw tabernakel liggen neergeknield. O goddelijk
Hart van Jezus, voor U wil ik leven, voor U
wil ik lijden, voor U wil ik sterven. Amen,
ALLERKOSTBAARSTE OFFERANDE.
Jezus, mijn allerbeminnelijkste en allerzacht-
moedigste Zaligmaker, duld dat ik U, en door
U aan den eeuwigen Vader, het allerkostbaarst
Bloed en Water opdraag, die gevloeid zijn uit
de wonde, welke men in Uw goddelijk Hart
-ocr page 449-
VERSCHILLENDE GEBEDEN\'.                  441
op den boom des kruises geslagen lieert. Ge-
waardig u de verdiensten van dit Bloed en dit
Water toe te passen op al de zielen, maar in
het bijzonder op die der arme zondaren en op
de mijne. Zuiver, hervorm en red alle menschen
door de hulp uwer verdiensten. Ja, sta ons toe,
o Jezus, in uw allerbeminnelijkst Hart binnen
te treden en daar voor altijd te wonen. (100
dag. all. Pius IX. 13 Jun. 1876.)
of wel
OFFERANDE TOT DANK VOOR DE WELDADEN ONS
DOOR DE HEILIGSTE DRIEVULDIGHEID
GESCHONKEN.
Eeuwige Vader, wij offeren U het allerkost-
baarst bloed op, dat Jezus met zooveel liefde
en zooveel smart voor ons uit de wonde zijner
rechterhand vergoten heeft, en door de ver-
diensten en de kracht van datzelfde bloed,
smeeken wij uwe goddelijke Majesteit ons uwen
heiligen zegen te schenken, opdat wij door
dezen beschermd mogen worden tegen onze
vijanden en bevrijdt van alle rampen. Zeggen
wij dan: Dat de zegen van den almachtigen
God, Vader, Zoon en H. Geest, op ons neder-
dale, en altijd met ons blijve. Amen. Onze
Vader. Wees gegr. Glorie enz. (100 dag. all.
Leo XII. \'25 Oct. 1823.)
LIEFDEVERZUCHTINGEN TOT JEZUS\' H. HART.
O barmhartige Jezus verhoor mij! De genade
van uw goddelijk Hart bekeere mij. De glans
van uw Hart verlichte mij. De smart van uw
Hart vermorzele mij. De wond van uw Hart
doordringe mij. Het bloed van uw Hart ver-<
28*
-ocr page 450-
442                   VERSCHILLENDE GEBEDEN.
zoene mij. De verdienste van uw Hart heilige
mij. Het kruis van uw Hart versterke mij. De
doornenkroon van uw Hart versiere mij. De
.ontferming van uw Hart omhelze mij. De Geest
van uw Hart beziele mij. De vuurgloed van
uw Hart verwarme mij. De vlam van uw Hart
ontsteke mij. De liefde van uw Hart verteere
mij. De waardigheid van uw Hart verheffe mij.
De glorie van uw Hart verheerlijke mij. De
aanschouwing van uw Hart vernieuwe mij. De
vreugde van uw Hart zalige mij. Het bezit van
uw Hart verzadige mij. In uw Hart, o Jezus,
wil ik leven en sterven. Ik schenk u mijn hart,
opdat ik u alleen beminne. 0 liefelijk Hart van
mijn Jezus, wees gij al mijn troost op aarde
en eenmaal mijn loon in den hemel! Amen.
Gebeden tot de Allerh. Maagd voor alle
dagen der week.
Voor den Zondag.
GEBED OM DE VERGIFFENIS DER ZONDEN TE
VERKRIJGEN.
0 Moeder Gods, ziehier aan uwe voeten een
ellendigen zondaar, die tot U zijne toevlucht
neemt en op u zijn vertrouwen stelt. Heb me-
delijden met mij, o Moeder van barmhartigheid.
Ik hoor dat allen U de toevlucht en de hoop
der zondaars noemen ; Gij zijt dus ook mijne
toevlucht en mijne hoop; Gij moet mij door
uwe voorspraak zalig maken. Ach ! om de liefde
van Jezus Christus help mij, reik de hand aan
een ongelukkige, die gevallen is en zich aan U
aanbeveelt. Ik weet dat het een troost voor U
is een zondaar te helpen, als Gij kunt; Help
-ocr page 451-
VERSCHILLENDE GEBEDEN.                443
mij dan, nu Gij mij kunt helpen. Door mijne
zonden heb ik Gods genade en mijne ziel ver-
lorcn, doch ik stel mij thans in Uwe handen;
zeg mij wat ik doen moet om in die genade
van mijn God weder te keeren; want ik ben
besloten zonder uitstel alles te doen. Tot U
dan neem ik mijne toevlucht; gij bidt voor
zoovele anderen; bid ook Jezus voor mij. Zeg
Hem dat Hij mij vergeve en Hij zal mij ver-
geving schenken. Zeg Hem dat Gij mijne zalig-
heid verlangt en Hij zal mij zalig maken. Doe
het geluk kennen, dat Gij dengene weet te
verschafl\'en, die in U zijn vertrouwen stelt.
Zoo hoop ik, zoo zij het.
Drie wees gegroeten tot eerherstel der beleedigingen
en lasteringen der Allerh. Maagd aangedaan.
Voor den Maandag.
OEUEI) OM DE GENADE DER VOLHARDING.
O koningin des hemels, ik wil mij voor altijd
aan uwen dienst toewijden; ik bied mij aan om
geheel mijn leven u te dienen. Gewaardig U
mij aan te nemen en verstoot mij niet gelijk
ik het verdien. Mijne Moeder, in U heb ik al
mijn vertrouwen gesteld. Ik zegen en dank God,
die mij uit barmhartigheid dit vertrouwen in
U geschonken heeft, een vertrouwen dat ik als
een kostbaar onderpand mijner zaligheid be-
schouw: O voorzeker! wanneer ik vroeger hot
ongeluk heb gehad te vallen, dan is dit omdat
ik tot U mijne toevlucht niet genomen heb. Nu
echter vertrouw ik, dat ik, door de verdiensten
van Jezus Christus en door uwe gebeden, de
-ocr page 452-
44i                  VERSCHILLENDE GEBEDEN.
vergiffenis mijner zonden heb verkregen; maar
op nieuw kan ik de genade Gods verliezen. O
mijne koningin, bescherm mij en laat niet toe
dat ik andermaal een slaaf der hel worde: sta
mij altijd bij. Ik weet dat gij mij zult bijstaan
en dat ik door uwe hulp zal zegevieren als ik
mij slechts aan u aanbeveel; dit echter vrees
ik, dat ik U in de gevaren van zonde niet zai
aanroepen en zoo verloren gaan. Hoor dus de
genade, die ik u vraag: geef\' dat ik in de aan-
vallen der hel altijd tot u vluchte en zegge:
Maria! sta mij bij. Teedere Moeder gedoog niet
dat ik mijn God verlieze.
Drie wees gegroeten als boven.
Voor den Dinsdag.
GEBED OM EEN ZALIGEN DOOD.
O Maria! welk zal mijn dood zijn.\' Reeds nu
sidder en beef ik als ik mijne zonden overweeg
en denk aan het verschrikkelijk oogenblik, waarop
ik mijn laatstcn snik zal geven en geoordeeld
worden. Mijne Moeder, in het bloed van Jezus
Christus en in uwe voorspraak stel ik al mijne
hoop. O Troosteres der Bedrukten! verlaat mij
alsdan niet; maar troost mij in die groote be-
druktheid. Zoo gij mij niet te hulp komt, ben
ik verloren. Eer de dood mij overvalt, verkrijg
mij, o mijne koningin, eene groote droefheid
over mijne zonden, eene oprechte beterschap
en de getrouwheid in den dienst van God voor
het overige van mijn leven. En als mijn laatste
uur nadert, o Maria, mijne hoop , sta mij dan
bij in den vreeselijken strijd, dien ik zal te
-ocr page 453-
VERSCHILLENDE GEBEDEN.                   445
voeren hebben. Sterk mij dan legen de \\van-
lioop, waaraan ik zal zijn blootgesteld op het
gezicht mijner zonden, welke de duivel mij als-
dan voor oogen zal houden. Verwerf mij de
genade om u alsdan meermalen aan te roepen,
opdat ik sterve met uwen zoeten naam en dien
van uwen aanbiddelijkeu Zoon op de lippen.
Beminnelijke koningin, vergeef\' mij als ik daar-
enboven nog eene gunst durf verzoeken : eer
ik mijn laatsten zucht slaak. kom gij zelf mij
troosten door uwe tegenwoordigheid, \'t Is waar,
ik ben een zondaar, ik verdien die gunst niet;
maar ik ben uw toegenegen dienaar, ik bemin
u en stel op u een groot vertrouwen. O Maria,
ik verwacht u dan, onthoud mij die vertroosting
niet. Zou ik echter die gunst onwaardig zijn,
sta mij dan tenminste uit den hemel bij en
geef dat ik uit dit leven scheide in de liefde
tot God en tot u, om u eeuwig in het paradijs
te gaan beminnen.
Drie wees gcgroclcn als boven.
Voor den Woensdag.
GERED OM VAN DE HEL BEVRIJD TE WORDEN.
Beminnelijkste koningin, ik dank u dat gij
mij voor de hel bevrijd hebt, zoo dikwijls ik
deze door mijne zonden verdiende. Er was een
tijd dat ik, ongelukkige, reeds tot die eeuwig-
durende gevangenis was veroordeeld en, hadde
uwe barmhartigheid mij niet geholpen, mis-
schien was dat vonnis, na mijne eerste zonde,
reeds ten uitvoer gebracht. Zonder dat ik u
daarom gebeden heb, alleen gedreven door uwe
-ocr page 454-
446                VERSCHILLENDE GEMEDEN.
goedheid, hebt gij rle goddelijke gerechtigheid
tegengehouden en do verstoklheid van mijn
hart overwinnend, hebt gij mij vervolgens be-
wogen al mijn vertrouwen in u te stellen. En
hoe dikwijls zou ik na dien tijd niet hervallen
zijn in do vele gevaren, waarin ik mij bevond,
zoo niet gij, o teedere Moeder, mij beschermd
hadt door de genaden, die gij mij hebt verwor-
ven. O mijne koningin, ga voort met mij voor
de hel te behoeden! Heb ik u tot dusverre
niet altijd bemind , na God bemin ik u thans
boven alles. Ik bezweer u, laat niet toe dat ik
mij van u aftrekke, noch van God, die mij
door uwe bemiddeling zoo groote barmhartig-
heid heeft bewezen. Gedoog niet, o mijne be-
minnelijkste koningin, dat ik U voor eeuwig in
de hel vervloeke. Kunt gij dulden, dat een
dienaar, die u bemint, verloren gaat? O Moe-
der, nu gij reeds zooveel gedaan hebt om mij
te redden, voltooi uw werk, blijf mij bijstaan.
Als gij mij reeds zoozeer begunstigd hebt, toen
ik niet aan u dacht, hoeveel te meer moet ik
dan nu niet op u vertrouwen, nu ik u bemin
en mij aan u aanbeveel. Neen, hij die zich aan
u aanbeveelt, kan niet verloren gaan. Daarom
bid ik u, o Moeder, laat mij niet aan mij zel-
ven over, want dan zal ik zeker verdoemd \\vor-
den. Geef dat ik altoos tot u mijne toevlucht
neme. Red mij, o Maria, mijne hoop, red mij
van de hel, of liever, red mij van de zonde,
want deze alleen kan mij in de hel neder-
storten.
Drie wees gegroeten, ala boven.
-ocr page 455-
VERSCHILLENDE GEBEDEN,                447
Voor den Donderdag.
GEBED OM DEN HEMEL TE VERWERVEN.
O koningin des hemels, die boven alle koren
der engelen het naaste bij Gods troon gezeten
zijt, ik, arme zondaar, groet u uit dit tranendal
en smeek u uwe barmhartige oogen, die overal
genade verspreiden, op mij te willen vestigen.
Zie, o Maria, aan hoevele gevaren ik nu
en zoolang ik leef ben blootgesteld, gevaren
waarin ik mijne ziel, het paradijs en mijn God
kan verliezen. In u, o mijne koningin, heb ik al
mijn vertrouwen gesteld. Ik bemin u en ver-
zucht naar het geluk om u te zien en te loven
in den hemel. O Maria! wanneer toch zal de
dag aanbreken waarop ik zalig zal zijn, de dag
waarop ik voor u zal nederbuigen om in u de
Moeder mijns Verlossers te aanschouwen, en
ook mijne Moeder, die zooveel voor mijne zalig-
heid gedaan heeft? Wanneer zal ik de hand
kussen, die mij zoo dikwijls aan de hel heeft
ontrukt en die mij zoovele genaden heeft ge-
schonken, zelfs toen ik om mijne zonden ver-
diende van iedereen gehaat en verlaten te
worden? Zeer ondankbaar, o groote koningin,
ben ik in mijn leven jegens u geweest; maar
in den hemel zal ik niet meer ondankbaar zijn;
daar zal ik u uit al mijne krachten, onafgebro-
ken en eeuwig beminnen; daar zal ik mijne
ondankbaarheid herstellen door u eindeloos te
zegenen en te danken. Ik dank God uit geheel
mijn hart, dat Hij mij zulk een groot vertrou-
wen in het bloed van Jezus en in uwe bescher-
ming geschonken heeft. Ja, ik geloof vaslelijk
-ocr page 456-
•448                  VERSCHILLENDE GEBEDEN.
<lat gij mij zult redden, dat gij mij voor de
zonde zult bewaren, dat gij mij de noodige
verlichting en sterkte zult verkrijgen om Gods
wil te volbrengen en dat gij mij eindelijk in
de haven der zaligheid zult doen aanlanden.
Dit hebben al uwe dienaren gehoopt en niet
één hunner is teleurgesteld geworden; ook ik
zal het evenmin zijn. O Maria, mijne zaligheid
is in uwe handen en dit is mij genoeg. Bid
uwen goddelijken Zoon Jezus, gelijk ook ik
Hém bid, dat Hij door de verdiensten van zijn
lijden mij steeds in dat vertrouwen beware en
doe aangroeien en ik zal zeker zalig wezen.
Drie wees gpgroelen, als boven.
Voor den Vrijdag.
GE13EU OM DE LIEFDE TOT JEZUS EN MARIA TE
VERKRIJGEN.
O Maria, ik weet dat gij het edelste, het
heiligste en het beminnelijkste aller schepselen
zijt. O mijne beminde koningin, mochten toch
alle menschen u kennen en beminnen, gelijk
gij het verdient! Intusschen troost ik mij in
de gedachte, dat zoovele gelukkige zielen in
den hemel en op aarde opgetogen zijn over
uwe goedheid en schoonheid. Ik verheug mij
vooral dat God alleen reeds u meer bemint
dan alle menschen en engelen te zamen. Ook
ik, arme zondaar, bemin n, mijne beminnelijke
koningin; maar ik bemin u te weinig. Ik
wenschte dat mijne liefde vuriger en teederder
ware en zulk eene liefde moet gij mij ver-
schaffen. U beminnen is een teeken van voor-
-ocr page 457-
44»
VERSCHILLENDE GEBEDEN.
beschikking; \'t is eene genade, die God slechts
schenkt aan hen, die Hij zalig wil maken.
Ik weet ook, mijne Moeder, hoeveel ik aan
uwen goddelijken Zoon verschuldigd ben; ik
weet dat Hij eene oneindige liefde waardig is.
Gij daarom, die niets vuriger verlangt dan
Hem bemind te zien, geef\' dat dit verlangen in
mij verwezenlijkt worde; verwerf mij eene
groote liefde voor Jezus Christus. Gij verkrijgt
alles van God, wat gij verlangt, ik bid u, vraag
voor mij de genade om zoo innig met den god-
delijken wil vereenigd te zijn, dat ik er mij
nooit meer van scheide. Ik vraag u noch aard-
sche goederen, noch eer, noch rijkdom; ik
vraag u slechts wat uw hart het meest ver-
langt, de genade om God te beminnen. Zou het
mogelijk zijn dat gij mijn verlangen niet inwil-
ligt, een verlangen dat zoo dierbaar is aan uw
hart.\' Neen, want reeds staat gij mij bij en
bidt voor mij. O! bid, bid, houd niet op met
bidden totdat gij mij in den hemel ziet, buiten
gevaar van God te verliezen en verzekerd dat ik
Hem eeuwig met u, allerliefste Moeder, bemin-
nen zal.
Drii! wees gegroeten, als boven.
Voor den Zaterdag.
GEBED OM DE BESCHERMING VAN MARIA TE
VERKRIJGEN.
O allerheiligste Moeder, ik erken dat ik vele
genaden van u heb ontvangen, maar ook eiken
ik dat ik zeer ondankbaar jegens u geweest
ben. Toch zal ik niet ophouden mijne hoop in
missieb.                                                              29
-ocr page 458-
450                VERSCHILLENDE GEBEDEN.
uwe barmhartigheid te stellen, want deze over-
treft verre mijne ondankbaarheid. Heb mede-
lijden met mij, o machtige Voorspreekster! Gij
zijt de uitdeelster van alle genaden, die God
aan ons, ongelukkiger!, schenkt en alleen om
ons in onze behoeften te helpen heeft Ilij u zoo
machtig, zoo rijk en zoo goedertieren gemaakt.
O Moeder van barmhartigheid, veilaat mij niet
in mijne ellende. Gij zijt de voorspreekster der
grootste en meest verlatene zondaren, wanneer
ze slechts tot U hunne toevlucht nemen; neem
dan ook mijne verdediging op u, want ik stel
mij onder uwe bescherming. Zeg niet dat mijne
zaak moeilijk te winnen is; want de meest
honelooze gevallen hebben een goeden uitslag,
wanneer gij er u slechts mede belast. In uwe
handen stel ik daarom mijne eeuwige zaligheid;
u vertrouw ik mijne ziel toe: Reeds was zij
verloren, maar door uwe voorspraak zult gij
haar redden. Zoo hoop ik, zoo zij het.
Drie wees gegroeten, als boven.
GEBED TOT DEN H. JO/EE OM EENE BIJZONDERE
GUNST.
Herinner u, o zuiverste Bruidegom der Maagd
Maria, mijn beminnelijke Beschermer, II. Jozef,
dat het nooit gehoord is, dat iemand uwen
bijstand verzocht en uwe hulp heeft ingeroe-
pen, zonder getroost te zijn geworden. Aange-
moedigd door dat vertrouwen kom ik tot u en
beveel ik mij aan u met al de vurigheid mijner
ziel. Verwerp mijn smeeken niet, o voedster»
-ocr page 459-
VERSCHILLENDE GEBEDEN.                  451
vader des Verlossers, maar gewaardig u het
met goedheid aan te nemen. Amen.
(300 dag. afl.. eens per dag als men het met godsvrucht en
een rouwmoedig hart bidt. *2b\' Juni. 18*33.)
GEflED TOT DEN H. JOZEF OM DE DEUGD VAN
ZUIVERHEID.
O roemrijke H. Jozef, vader en beschermer
der maagden, getrouwe bewaarder, wien God
liet Kind Jezus , de onschuld zelve , en Maria,
de Maagd der maagden, toevertrouwde; ik bid
en smeek u door Jezus en Maria, dat dubbel
pand u zoo dierbaar, geef dat ik, vrij van alle
vlek , zuiver naar geest en hart en rein naar
lichaam, Jezus en Maria in een volkomene zui-
verheid standvastig moge dienen. Amen.
(300 dag. afl.. eens per dag, als men het met godsvrucht en
rouwmoedig bidt. (4 Febr. 1877,.
GEBED TOT DEN II. JOZEF OM EEN GOEDEN DOOD.
O K. Jozef, gij, die in de liefdevolle omhel-
zing van uwen Voedsterzoon Jezus, en van uwe
allerheiligste Bruid, de Moedermaagd Maria,
dit aardsche leven verlaten hebt; kom mij, o
heilige Vader, met Jezus en Maria ter hulpe,
voornamelijk wanneer de dood mijn leven ein-
digen zal; en verwerf\' mij dan, — dit smeek ik
ootmoedig — de genade en den troost, dat
ook ik, in de teedere omarming van Jezus en
van Maria, mijne ziel aan God moge gevet). In
uwe handen beveel ik, bij leven en sterven,
mijnen geest, o Jezus, Maria, Jozef. Amen.
-ocr page 460-
452                  VERSCHILLENDE GEBEDEN.
GEBED TOT DEN\' H. ALPHONSÜS OM DE GODSVRUCHT
TE VERWERVEN TOT JEZUS IN HET ALLERH.
SACRAMENT EN TOT O. I.. V.
H. Alplionsus, roemrijke Leeraar der Kerk,
(He zoo bijzonder hebt uitgeschenen door uwe
vurige liefde voor Jezus in het aanbiddelijk
Sacrament des altaars en door uwe teedere
godsvrucht tot Maria, verkrijg voor mij een
vonkje van die hemelsche liefdevlam, die u ver-
teerde en geef dat ook ik Jezus in zijn H. Sa-
crament vurig beminne, gaarne bezoeke en Hem
dikwijls in mijn hart ontvange. Verwerf mij
insgelijks eene ware godsvrucht tot Jezus Hei-
lige Moeder, dat ik in Maria al mijn vertrouwen
stelle, haar voortdurend aanroepe en haar met
eene kinderlijke liefde vereere. Geef dat ik naar
uw voorbeeld dikwijls herhale : o Jezus, o Ma-
ria, zoetste voorwerpen mijner liefde, geef dat
ik voor u lijde, dat ik voor u sterve, dat ik ge-
lieel aan u toebehooie en gansch onthecht zij
aan mij zelven. Amen.
GEBED TOT DEN II. ALPI10NSUS OM EEN
ZALIGEN STAAT.
Grootc H. Alphonsus, die zooveel gedaan en
geleden hebt om uwe roeping te kennen en te
volgen, verkrijg mij de genade om te weten
tot welken staat de voorzienigheid mij bestemd
heeft. Laat niet toe dat ik mij bedriege in eene
zoo gewichtige keuze , waarvan mijn geluk in
deze wereld en wellicht ook mijne eeuwige
zaligheid afhangen; maar goef dat ik den god-
-ocr page 461-
453
VERSCHILLENDE GEBEDEN.
delijken wil in mijne roeping kennende, dien
ook getrouw volge en zoo den weg insla, dien
God mij aanwijst en die mij tot de gelukzalige
eeuwigheid moet geleiden. Amen.
GEBED OM DE GENADE VAN ALTIJD TE BIDDEN.
O God mijner ziel! ik zie maar al te wel de
oorzaak mijner zonden en van mijn gedurig
hervallen ; \'t is mijne nalatigheid om u in de
bekoringen aan te roepen en u de heilige vol-
harding te vragen. Ik ben daarom vast besloten
ii in de toekomst zonder ophouden te bidden,
vooral als ik mij in gevaar zie van in de zonde
te hervallen. Ik neem mij voor steeds tot uwe
barmhartigheid mijne toevlucht te nemen door
de heilige namen van Jezus en Maria aan te
roepen, overtuigd als ik ben, dat gij niet zult
ontbreken mij de noodige kracht te geven om
mijne vijanden te wederstaan, als ik slechts
bid. Dit is dan ook mijn besluit en ik beloof u
daaraan getrouw te zullen zijn. Maar, o mijn
God, waartoe zullen al mijne voornemens en
mijne beloften dienen, zoo gij mij niet helpt
door uwe genade om ze ten uitvoer te bren-
gen? Help mij daarom, o eeuwige Vader! help
mij om de liefde van Jezus Christus en laat
niet toe dat ik ooit verzuime om in de beko-
ring tot u te vluchten. Ik ben overtuigd dat
uwe hulp mij niet ontbreken zal, wanneer ik
haar slechts inroep; doch dit vrees ik, dat ik
vergeten zal u aan te roepen in den nood en
dat dit mijn verzi i i oorzaak zal wezen van
mijn ongeluk, namelijk van het verlies uwer
genade, hetwe\'k het grootste aller ongelukken
-ocr page 462-
4ü4               VERSCHILLENDE GEBEDEN.
is. Ik smeek u daarom, Heer, door de ver-
diensten van Jezus Christus, geef mij de ge-
nade van liet gebed , maar eene overvloedige
genade, die mij altijd doet bidden en bidden
gelijk bet behoort.
ü Maria, mijne Moeder, zoo dikwijls ik tot u
mijne toevlucht genomen heb, hebt gij mij den
noodigen bijstand verleend om niet te vallen ;
ik wend mij wederom tot u op dit oogenblik
om van u eene allerkostbaarste genade te ver-
krijgen, de genade oin mij in al mijne nood-
wendigheden aan uwen goddelijker! Zoon en
aan u aan te bevelen.
O mijne koningin, gij verkrijgt van God alles
wat gij Hem vraagt, verwerf mij dan, ik bid
er u om om de liefde welke gij Jezus toedraagt,
verwerf mij de genade om te bidden en zonder
ophouden te bidden tot mijnen dood toe. Amen.
GEBED VOOR DE KERK.
Mijn God, ik dank u dat gij mij tot het
ware geloof geroepen en in de katholieke Kerk
hebt laten geboren worden. Die Kerk, o mijn
God, staat aan zoovele vervolgingen bloot, zoo-
veel heeft zij van de goddeloozen te lijden. O
God, gedenk dat zij de Bruid is van uwen
coniggeboren Zoon, die haar ten koste van
zooveel vermoeienis en lijden heeft gesticht.
Om de verdiensten van Jezus smeek ik u, be-
waar, bestuur, geleid uwe Kerk, verdedig haar
tegen de aanvallen harer vijanden. Vereenig
alle menschen in den schoot der ware Kerk,
opdat zij allen u kennen, dienen, beminnen en ver-
heerlijken volgens uwen aanbiddelijken wil. Amen.
-ocr page 463-
VERSCHILLENDE GEBEDEN. 455
GEBED VOOR DEN PAUS.
Heere Jezus Christus, onzichtbaar opperhoofd
der Kerk, ik beveel U uwen plaatsbekleeder
aan, onzen H. Vader den Paus. Zegen hem met
•de volheid des H. Geestes, vervul hem met
uwe heilige wijsheid, opdat hij uwe kerk \\vaar-
dig besture; schenk hem kracht en sterkte om
alle moeilijkheden te overwinnen, verleen hem
de gave van raad en onderscheiding om in
alle aangelegenheden datgene te erkennen en
te kiezen wat u welgevallig is. Amen.
GERED VOOR DE PRIESTERS.
Mijn God, ik geloof aan de verhevene waar-
digheid, die gij door het priesterschap aan uwe
bedienaren hebt toevertrouwd, eene waardig-
heid welke die der koningen en der engelen
te boven gaat, gelijk de H. Dionysius zegt.
Vervul, bid ik u, alle priesters met uwen geest;
geef hun de genade om u vurig te beminnen
«n u ook door anderen te doen beminnen.
Schenk hun een waren ijver, eene groote gods-
vrucht, een onbeperkt vertrouwen in uwen bij-
stand ; zegen hen in hunnen arbeid voor het
heil der zielen, opdat zij rijk aan deugden en
verdiensten eenmaal onder uwe apostelen en
getrouwe dienaren in den hemel mogen heer-
schen. Amen.
GEBED VAN EEN KIND VOOR ZIJNE OUDERS.
O God, die ons geboden hebt vader en moe-
der te eeren, zegen, bid ik u, mijne goede
-ocr page 464-
456                VERSCHILLENDE GEBEDEN.
ouders voor alles wat zij voor mij gedaan heb-
ben. Nooit of\' nimmer zal ik in staat zijn hun
te vergelden wat ik hun schuldig ben; docli
gij o, mijn God, zijt almachtig. Beloon, bid ik
u, mijne ouders duizeodwerf voor al het goede
dat ik van hen mocht ontvangen. Vermeerder
in hen den geest van geloof\', hoop en liefde;
maak hen rijk aan goede werken en verdiensten
voor den hemel. Bewaar hen voor alle onge-
lukken en tegenspoeden, zegen hen met uwe
goddelijke goederen, indien hun dit zalig is;
spaar hen nog lang in het leven. Onderhoud
in mij den geest van eerbied, gehoorzaamheid
en liefde; geef dat ik nooit iets doe wat mijne
ouders kan bedroeven, maar schenk mij de ge-
nade om steeds hunne goede lessen en vermanio-
gen op te volgen, opdat ik eenmaal met hen voor
eeuwig gelukkig moge zijn in den hemel. Amen.
GEBED VOOR DE BEKEERING DER ZONDAREN.
Heer Jezus Christus, verlosser der wereld,
hoevele menschen zijn er niet die den weg dei-
zonde bewandelen en hun eeuwig ongeluk in-
loopen. O Jezus, gij hebt uw dierbaar bloed
voor hen vergoten en wilt hen redden van den
ondergang. Ontferm u over hen, heb medelijden
met die ongelukkigen, zoek als een goede her-
der deze afgedwaalde schapen op, laat toch
niet toe dat uw kostbaar bloed voor hen vruch-
teloos gestort zij. Doordring hen van eene heil-
zame vreeze voor de hel en hare eeuwige
straffen, doe hun de afschuwelijkheid hunner
zonden inzien, geef er hun een waar berouw
over en een ernstigen wil om zich te beteren.
-ocr page 465-
VERSCHILLENDE GEBEDEN\'.                  457
Laat hun, goede Jezus, door eene oprechte
biecht vergiffenis van hunne zonden verwerven,
opdat zij in uwe genade leven en u niet meer
vergrammen. Amen.
GEDEI) VOOR IIEX DIE IX DOODSTRIJD ZIJN.
Allergenadigste Jezus, die van liefde voor de
zielen brandt, ik smeek u door den doodsangst
van uw allerheiligst Hart en door de smarten
van uwe onbevlekte Moeder, reinig in uw bloed
al de zondaren der gansche wereld welke op
dit oogenblik in doodstrijd zijn en die heden
zullen sterven. Amen. (100 dag. afl.)
GEBED VOOIl DE ZIELEN DES VAGEVUURS.
O God, wiens natuur goedheid is en wiens
barmhartigheid zich uitstrekt van geslacht tot
geslacht, sla bid ik u, een blik van mededoogen
op de arme zielen des vagevuurs, die u bemin-
nen en wier grootste smart het is van u ge-
scheiden te zijn. Gedenk, o God, dat zij het
werk zijn uwer handen, de prijs van Jezus\'
lijden en dood. In naam van Jezus, die gezegd
heeft: «al wat gij den Vader zult vragen in
«mijnen naam, zal Hij u geven,» in naam van
Jezus, smeek ik u, hel) medelijden met die
arme zielen. Voor hare verlossing offer ik u
het bloed van Jezus, de verdiensten van Maria,
de gebeden uwer heiligen, de smeekingen der
H. Kerk en de goede werken aller geloovigen.
Ter liefde van Jezus en Maria verlicht, ver-
troost, verlos die arme zielen, open haar den
schoonen hemel, opdat zij er 11 eeuwig bemin-
nen, loven jn danken. Amen.
-ocr page 466-
X. VERSCHILLENDE KORTE OEFENIN-
GEN EN GEBEDEN, WAARAAN AF-
LATEN ZIJN VERBONDEN.
4. Zoo dikwijls men mot eerbied het kruis-
teeken maakt, (50 dagen aflaat.)
2.   Zoo dikwijls men eerbiedig het kruisteeken
maakt met wijwater, (100 dag. all.)
3.   Zoo dikwijls men eerbiedig den naam
«.Tezuso uitspreekt, (\'25 dag. all.)
4.   Zoo dikwijls men met eerbied den naam
van «Maria» aanroept, (25 dag. all.)
5.   Zoo dikwijls men elkander groet en de
<;én zegt: «Geloofd zij Jezus Christus.» terwijl
de ander antwoordt: In alle eeuwen öf Amen,
(50 dag. all.)
6.  Zoo dikwijls men elkander groet «Geloofd
zij Jezus en Maria» en de ander antwoordt
«nu en altijd.» (50 dag. afl.)
7.   Zoo dikwijls men de akten van geloof,
hoop en liefde bidt, (afl. van 7 jaren en 7
quadragenen.)
8.   Zoo dikwijls men 6 maal Onze Vader, 0
maal Weesgegr. en 6 maal glorie zij de Vader
bidt ter eere der Aüerh. Drievuldigheid en dei-
Onbevlekte Ontvangenis van Maria, al de alla-
ten der 7 Kerken van Rome, alsmede van
Portiuncula, Jerusalem en S\' Jacobus van Com-
postella, mits men het scapulier drage der On-
bevl. Ontvangenis.
9.  Mijn Jezus barmhartigheid. (100 dag. afl.)
-ocr page 467-
VERSCHILLENDE KORTE OEFENINGEN ENZ. 459
10.  Mijn God en mijn al. (50 dag. afl.)
11.  Jezus, mijn God, ik bemin u boven al.
(50 dag. afl.)
12.   Zoetste Jezus, wees mij geen rechter,
maar een Zaligmaker. \'50 dag. afl.)
13.  Zoet Hart van Jezus, geef dat ik u meer
en meor beminne. (300 dag. all) -J-
14.   Zoet Hart van Maria wees mijne red-
ding. (300 dag. all.)
15.   Gezegend zij de heilige en onbevlekte
Ontvangenis der allerzaligste Maagd Maria, Moe-
der van God. (300 dag. all.)
1G. In uwe ontvangenis, o Maagd Maria, zijt
gij onbevlekt geweest. Bid voor ons den Vader,
wiens Zoon Jezus, van den H. Geest ontvan-
gen, gij gebaard hebt. (100 dag. all.)
17.   Engel Gods, die mijn beschermer zijt,
wien ik door eene weldaad van Gods liefde ben
toevertrouwd, verlicht mij, bescherm mij, ge-
leid en bestuur mij. Amen. (100 dag. afl.).
18.   Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God
der heerscharen. De aarde is vervuld van uwe
glorie. Glorie zij den Vader, glorie den Zoon,
glorie den H. Geeft. (100 dag. all. eens per
dag.)
19.   Jezus, Maria, Jozef, ik geef u mijn hart,
mijn geest en mijn leven.
Jezus, Maria, Jozef, sta mij bij in den doodstrijd.
Jezus, Maria, Jozef, laat mij in uw heilig
gezelschap vreedzaam sterven. (300 dag. all.)
20.   Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het
allerheiligste en allergoddelijkste Sacrament. (100
dag. ad. eens per dag.)
21.  Bemind zij overal het H. Hart van Jezus.
(100 dag. all. eens per dag.)
-ocr page 468-
•460 VERSCHILLENDE KORTE OEFENINGEN ENZ.
22.  Jezus zachtmoedig en nederig van harte,
maak mijn hart gelijkvormig aan liet Uwe. (300
dag. all. eens per dag.)
23.  Eeuwige Vader, ik draag u op het dier-
baar bloed van Jezus Christus, tot boeting mij-
ner zonden en voor de noodwendigheden der
heilige Kerk. (100 dag. afl.)
24.  Volle aflaat als men na de H. Communie
bidt: Zie, o goode enz. blz. 9i.
-ocr page 469-
INHOUD.
Bladz.
Voorrede....... . m
I. GEWONE OEFENINGEN EN GEBEDEN VAN DEN CIIIUSTEN.
Over het gebed ....
Morgengebed .....
Wijze om den dag heilig door te brengen
Avondgebed .....
Gebeden onder do II. Mis
Andere II. Mis ter eere van het bitter lijden
van Jezus .....
Mis voor overledenen
4nderc gebeden voor overledenen .
Oefeningen voor de Biecht
Oefeningen na de Biecht .
De zeven Boetpsalmen
Voorbereiding tot de II. Communie .
Dankzegging na de H. Communie
(Her de geestelijke Communie
Gebeden onder de Vespers en het Lof
De Vesperpsalmen voor den Zondag
Gebeden onder het Lof .
Bezoeken bij Jezus in liet Allerheiligste Sacra
ment, bjj de allerheiligste .Maagd en bij den
H. Jozef .....
Oefening van den Kruisweg
II. MEDITATIES VOOR IEDEI1EN DAG DER WEEK
Over  de meditatio of het overwegend gebed
< )ver  het einde van den mensch
Over  de eeuwige zaligheid
Over  de doodzonde ....
Over  den dood           ....
Over  het oordeel ....
Over  de hel . . . , .
Over de eeuwigheid
-ocr page 470-
-«i2
1XHOJD.
Bladz.
III. OEESTELUKE LE/.IXG IN VERHALEN EN VOOR-
DEELDEN.
De eeuwige waarheden
liet zielenheil ....
De zonde .....
De dood .....
De eeuwigheid ....
Uitstel der bekeering
De dood des zondaars
De onkuischheid
De naaste gelegenheden van zonde
De verkoelingen
Slechte gezelschappen
De gevaarlijke bijeenkomsten en zondige
maken ....
Het lezen van slechte boeken, romans en
bladen ....
IV. OVER DE CHRISTELIJKE DEUGDEN OF HANDLEIDING
TOT EEN\' GODVRUCHTIG LEVEN.
De gelijkvormigheid aan Gods wil
De liefde tot (iod
De liefde tot den naaste .
Over het geduld
Over de versterving .
Over de nederigheid.
Over de zuiverheid .
Over de goede meening .
V. MIDDELEN OM IN HET GOEDE TE VOLHARDEN EN
DE VRUCHTEN DER MISSIE TE BEWAREN.
Luister met eerbied naar Gods woord
Nader dikwijls tot de MI Sacramenten
Vereer vurig het II. Hart van Jezus
Heb eene tecdere godsvrucht tot de Allerh. Maagd
Zorg lid te zijn van eene of andere Broeder
schap of Congregatie
liestrijd den geest der wereld \'.
Veracht het menscheljjk opzicht
Vlucht de lauwheid .
-ocr page 471-
40}
INHOUD.
Bladz.
Wees sterk in het geloof ....    298
VI. PLICHTEN EN LEVENSREGELEN VOOR BIJZONDERE
STANDEN.
I. Plichten der gehuwden jegens elkander .    301
il. Plichten der ouders jegens hunne kinderen    304
Hl. Plichten der kinderen opzichtens hunne
ouders........    308
ïv. Plichten der meesters en overheden . .310
v. Plichten der dienstboden en onderhoorigen    312
vi. Plichten der jeugdige personen met betrek-
king tot hunne roeping         . . . .315
vu Plichten der jongelingen . . . .319
vin. Plichten der jonge dochters . . .    321
ix. Plichten tegenover den priester . . .    324
VII. BEKNOPTE HANDLEIDING VOOR ZIEKEN EN
STERVENDEN.
i. Raadgevingen voor zieken ....    329
il Raadgevingen voor stervenden . . .    332
in. Wenken voor hen die zieken en stervenden
b|jstann .......    334
ïv. Gebeden en verzuchtingen voor zieken en
stervenden, vooral tjjdens oene bekoring .    337
v. Gebeden voor de stervenden . . .    342
VUL OVER 1IE AFLATEN, GEHECHT AAN VOORWERPEN
VAN GODSVUCCHT DOOR DE PATERS REDEMP-
TORISTEN GEWIJD.
i. Over de aflaten in het algomeen . . .    351
il Aflaten van de II. Missie ....    353
in Aflaten van het Missiekruis . . .    353
ïv. Aflaten gehecht aan kruisjes, kruisbeelden,
medailles en heeldon .....    354
v. Aflaten van het scapulier ....    356
vu. Aflaten van het rozenhoedje . . .    302
Wijze om den Rozenkr.ins te bidden . .    306
IX. LITANIEËN EN GEBEDEN.
Litanie van de allerheiligste Drievuldigheid .    377
Litanie van den heiligen Geest . . •    380
Litanie van den allerh. Naam Jezus . •    385
-ocr page 472-
404
INHOUD.
Bladz.
Litanie ter eere der II. Engelen . . .    388
Litanie van het allcrh. Sacrament . . .    393
Litanie van liet lijden onzes Heeren .             390
Litanie van de 11. Maagd ....    4!)2
Litanie van liet II. Hart van .lezus . . .    405
Litanie van het 11. Hart van Maria . . .    407
Litanie van allo Heiligen .....    409
Litanie van den 11. .lozef. ....    417
Litanie van den II. Alphonsus. . .             420
Litanie van den II. Aloysius ....    422
Litanie van den II. Antonius v. Padua . .    425
Litanie ter eere der II. Harbara . . .    429
Gebeden tot de H. Harbara ....    431
Litanie voor een goeden dood ....    434
Toewijding aan het II. Hart van Jezus . .    437
Opdracht zijner werken aan Jezus\' II. Hart .    438
Eereboeto aan Jezus\' II. Hart ....    439
Allerkostbaarste offerande ....    440
Liofdeverzuchtingen tot Jezus\' II. Hart . .    441
Gebeden tot de Allerh. Maagd voor alle dagen
der week.......    442
Gebed tot den II. Jozef omeene bijzondere gunst    450
Gebed tot den II. Jozef om de deugd van zuiverheid    451
Gebed tot den II. Jozef om een goeden dood ,.-  451
Gebed tot den II. Alphonsus om godsvrucht te
verwerven tot Jezus in het Allerh. Sacrament
en tot f). L. V.......    452
Gebed tot den II. Alphonsus om een zaligen staat    452
Gebed om de genade van altijd te bidden .    453
Gebed voor de Kerk.....    454
Gebed voor den Paus .....    455
Gebed voor de priesters .....    455
Gebed van een kind voor zijne ouders . .    455
Gebed voor de bekeering der zondaren . .    456
Gebed voor hen die in doodstrijd zijn . .    457
Gebed voor de zielen des vagevuurs . .    457
X. VERSCHILLENDE KORTE OEFENINGEN EN ÜEHEDEN,
WAARAAN AFLATEN ZIJN VERBONDEN.                     458