-ocr page 1-
1 •
239 ___J2*». —&-
IPF
De Heiligdommen
«<
TK
Aken, Burtscheid en
cornelimunster,
BENEVENS DIE VAN
St. Servaas en van 0. L. Vrouwe-Kerk
te Maastricht.
l
------------------3S3?-----------------------
Naar geschiedkundige bronnen bewerkt
DOOR
P. SAGET.
Met gravures.
X>
i
TWEEDE HERZIENE DRUK.
KERKELIJK GOEDGEKEURD.
Den Katholieken van Nederland en België
aangeboden door den Vertaler
A. HOCHSTENBACH, te Vaals.
Iltllll.....IIMIII1 llllll II 11 : llll IIIIIIIII SI IHtllHIIMIIIllllllllll limillllllllllK I •»
N. ALBERTS, te Kerkrade.
"J
i
-^r
Vak 48
-ocr page 2-
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
A06000012075192B
1207 5192
-ocr page 3-
jt ,<vgi-
De Heiligdommen
M
t
TK
Aken, Burtscheid en
cornelimunster,
BENEVENS DIE VAN
St. Servaas en van 0. L. Vrouwe-Kerk
te
1
BIBLIOTHEEK
RIJKSUNIVERSrfr \'T
en feWRECH
COLL. THOMt
-■&&
Naar geschiedkundige bron
DOOR
P. SAGETJ
Met gravures.
TWEEDE HERZIENE DRUK.
KERKELIJK GOEDGEKEURD.
Den Katholieke» tan Nederland en België
aangeboden door den Vertaler
A. HOCHSTBNBACH, te Vaals.
N. ALBERTS, te Kerkrade.
r
-ocr page 4-
V
IMPRIMATUR.
Rurjkmundje, 24 Junü 1895.
Dr. P. MANNENS, Librormrv
Censor.
-ocr page 5-
XLniirent\' u.vf
DRUK EN UITGAVE VAN N. ALBERTS, TK KERKKADE
-ocr page 6-
VOORREDE.
Nog slechts korten tijd en de dagen, zoo rijk aan he-
Tnelsche genaden, breken weer aan, waarop het geloovige-
katholieke volk het geluk mag smaken, de kostbare pan-
den te aanschouwen, berustend in den door Karel den
Groote gebouwden en aan de maagdelijke Moeder Gods
gewijden Dom, in de parochiale kerk van den H. Adal-
bertus en den H. Petrus, alsmede in de kerk gewijd aan
de H. Theresia, te Aken; in de parochiale kerk van den
H. Joannes den Dooper te Burtscheid en in de voormalige
abdijkerk te Cornelimunster. Ook onzen diebaren geboor-
tegrond is het geluk beschoren, kostbare overblijfselen van.
roemrijke voorvaderen, zooals van den H. Servatius en
den H. Lambertus te bezitten en wel in het aloude Tra-
jectum, waar zich de eerbiedwaardige Dom van St. Serva-
tius en de aangrenzende O. L. Vrouwe-Kerk met hare on-
vergelijkelij ke schatten verheffen. Gelijk in vroegere tijden
onze vrome voorzaten, zoo trekken ook in onze dagen dui-
zenden, ja, honderdduizenden godvruchtige pelgrims uit
Duitschland en den vreemde ter vereering dezer Relieken,
die de Zoon Gods en zijne H. Moeder gedragen of door
Hen tot een of ander doel gebezigd werden, die getuigen
geweest zijn van de onmetelijke liefde van den Zaligmaker
en deszelfs bitter lijden en sterven en dus aan de grootste
en heiligste geheimenissen van onzen heiligen godsdienst
herinneren. Niet slechts heiligdommen, op den Zaligma-
ker en zijne maagdelijke Moeder betrekking hebbende, ook
-ocr page 7-
4
Relieken van vele Heiligen en talrijke Belijders van ons
H. geloof vinden wij in die kerken, Relieken bij wier aan-
schouwing ons hart van vurige liefde ontvlamd wordt voor
Hem, die de Schepper en de Bestierder van het heelal en
de Gever van alle goede gaven is. Zij sporen ons aan hen
na te volgen, die de Algoede met zoovele deugden gesierd
heeft, en die, na den goeden strijd gestreden, hun aardsche
loopbaan voleindigd en de kroon des eeuwigen levens ver-
worven te hebben, on/e gebeden aan den troon van den Al-
lerhoogste met hun voorspraak aanbieden. Voorzeker zijn
de dagen dat de Relieken te Aken, Burtscheid, Cornelimun-
ster en Maastricht vereerd worden, dagen rijk aan he-
melsche genaden en zegeningen; dagen, die ons opwekken
en aansporen den weg des heils met meer ijver te bewan-
delen en in Gods heiligen wil berustend, voor- en tegen-
spoed, door de goddelijke Wijsheid ons op de schouderen
gelegd, te verdragen. Het is een tijd, waarin de bronwei zij-
ner onmetelijke genaden rijkelijker vloeit dan in gewone
dagen ; een tijd, waarin heraelsche balsem de wonden des
harten heelt. Ruim staat de schatkamer der goddelijke
liefde geopend en het woord des Verlossers klinkt ons
duidelijker hoorbaar in de ooren: „Komt allen tot mij,
die vermoeid en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken."
Mocht Gods stemme zich voor ons niet te vergeefs hebben
laten vernemen; neen, laten wij die bevoorrechte plaatsen
opzoeken, waar de ware vrede woont, het ware geluk te
vinden is en den kostbaren tijd wel besteden, dien de
Heer ons schenkt in de dagen der droefenis, opdat hij
ware vruchten voortbrenge voor ons, ons dierbaar Vader-
land en het geheel e Christendom.
Besteden wij op deze wijze de veertien dagen, gewijd
aan de vereering der Relieken, dan kunnen wij er van
overtuigd zijn, dat zij voor onze H. Kerk rijk aan hemel-
sche genaden en gunsten zullen zijn.
Laat ons dan in die gegronde hoop en vertrouwende
-ocr page 8-
5
op de liefde van Hem. die aan het H. Kruis zijn kost-
baar bloed ter verlossing van het menschdom vergoten
heeft, de dagen, gewijd aan de vereering dezer H. Schat-
ten beginnen, voortzetten en voleinden met de Fchoone
spreuk:
Geloofd zij Jeeus Christus!
In eeuwigheid! Amen.
EEN WOORD BIJ DEN TWEEDEN DRUK.
Deze herdruk verschilt slechts in zóóver van de eerste
uitgave, dat hij met zorg nagezien en verbeterd is. Wat het
uiterlijke betreft, meende de Uitgever hem in een nieuw
kleedje te moeten steken, waardoor naar onze bescheiden mee-
ning althans de waarde er van niet weinig verhoogd wordt.
Moge het boekske in zijn nieuw gewaad, den pelgrims
uit Nederland en Belgté, die ter vereering der heilige Relie-
ken komen, aangeboden, veel nut stichten, tot heil hunner
onsterfelijke ziel, tot grootere verheerlijking van onze Moeder
de H. Kerk en tot meerdere glorie von God en zijne Heiligen 1
Dat is de wensch van den Vertaler.
Vaals, Juli 1895.
-ocr page 9-
De vertooning van de heiligdommen te Aken, dip alle
zeven jaar van den 9den tot den 24"",n Juli plaats heeft,
en duizenden geloovige Katholieken aanspoort de oude
Keizertstad, waarin in den loop der eeuwen 37 koningen
en 11 koninginnen gekroond werden te bezoeken en hare
H. Schatten te vereeren, dankt haar ontstaan aan Karel
den Groote, die hier in de nabijheid van zijn keizerlijk
paleis op het einde der 83te eeuw de prachtige domkerk
ter eere der Moeder Gods, door beroemde bouwkundigen
uit Italië en de Gallische provinciën Het bouwen. Dit heer-
lijk gebouw, ongeëvenaard in Gallië, aan pracht niet ten
achter staande voor de tempels der eeuwige stad werd in
het jaar 796 voleindigd en de beroemde keizer, dien Paus
Adrianus (772—795) zijn boezemvriend nomnde, en aan
wien zijn opvolger Leo III (795—816) zijn bevestiging
op den pauselij ken stoel en de vergrooting der wereld-
lijke macht te danken had, ontzag geen moeite, wanneer
het gold voor zijne heerlijke kathedraal een kostbaren
schat van Relieken uit Rome, Constantinopel en Jeruzalem
te verwerven. Genoemde Pausen zonden bun keizerlijken
vriend partikels van de koord, waarmede de goddelijke
Verlosser geboeid was, partikels van het H Kruis, een
schakel van den keten des H. Petrus en vele andere kleine
Relieken. Uit Constantinopel ontving hij de windselen en
de sandalen des Zaligmakers, den doek, waarmede Hij
omgord was, toen Hij bij het laatste Avondmaal zijn
apostelen de voeten wiesch, den lendendoek en acht door-
nen van zijn kroon, een splinter van het H. Kruis en de
punt van éen der nagels, waarmede Hij aan het Kruis
-ocr page 10-
\')
7
werd geslagen; de spons, waarmede Hij in zijn laatste uur
gelaafd werd. alsmede de doeken, waarmede zijn H. Li-
chaam en zijn H. Aangezicht in het graf bedekt waren.
Uit de hoofdstad van het Byzantijnsche Rijk ontving Karel
de Groote het kleed der maagdelijke Moeder Gods, een
gedeelte van haar linnen gordel, enkele van hare hoofd-
haren benevens steenen en houten splinters van haar
graf, den doek, waarin het hoofd van den H, Joannes na
diens onthoofding gewikkeld werd, eenige hoofdharen van
denzelfden Heilige, den arm van den H. Simeon, bene-
vens Relieken van den H. Zacharias, den H Jacobus, den
H. Stephanus, den H. Nicolaas, den H Anastasius en vele
andere Heiligen. De Muzelmansehe beheerscher van Je-
ruzalem\'s veste, Harun al Rachid, rekende er zich ook
een eer uit den machtigen westerschen keizer te verblij-
den door de zending van aanzienlijke Relieken, zooals het
gebeente van den H. Cyprianus en den H. Speratns be-
nevens het hoofd van den H. Pantaleon, on nog heden
vertoont men de prachtige ledeie zak, waarin een gedeelte
dezer H. Relieken naar Aken gebracht werden. De eerste
plechtige vertooning en vereering dezer H. Relieken had
op bevel en in tegenwoordigheid van den keizer den 13
Juni 809 plaats. Vele duizenden vrome pelgrims uit Duitsch-
land, Frankrijk en Spanje waren ter beêvnart naar Aken
gekomen, alwaar hun Karel de Groote, na hun vouraf door
de talrijk aanwezige bisschoppen en priesters de heilig-
dommen te hebben laten verklaren en hen aangespoord
te hebben, hunne zonden aan den priester te belijden en
te beweenen, van af eene groote verhevenheid in de na-
bijheid van zijn paleis den kostbaren schat ter vereering
vertoonde. Bij het einde dezer plechtigheid werd aan het
geloovige volk door de aanwezige priesters bekend gemaakt,
dat volgens keizerlijk besluit voortaan de vereering der
Relieken ieder jaar zou plaats hebben. Leo III bekrach-
tigde dit keizerlijk besluit en verleende aan alle geloovi-
-ocr page 11-
8
gen, die Woensdag na Pinksteren deze plechtigheid god-
vruehtig bijwoonden, een vollen jubelaflaat. Zoolang Karel
de Groote leefde, vond de plechtige vereering jaarlijks
plaats. Na zijn dood echter braken benarde tijden aan:
zwervende volksstammen, die hij in bedwang had weten
te houden, vielen in zijn Rijk en zakten op hunnestroop-
tochten ook tot in de stad Aken af, die verbrand en ge-
plunderd werd. Ten gevolge hiervan was de jaarlij ksche
vereering der Relieken onmogelijk geworden; ja, de Eerw.
Geestelijkheid van het kapittel moest zelfs besluiten de
H, Relieken voor de roofzucht der verwoestende Noor-
mannen in veiligheid te brengen. Twee hunner weiden
gelast de Heiligdommen en den kerkelijken schat in 881,
toen de barbaren de stad door brand vernield hadden,
naar Stablo in het Eifelgebergte te brengen, voor welke
moedige daad zij door Karel den Kale met een boerderij
begiftigd werden. Toen de heilige Relieken weer naar
Aken teruggebracht waren, werd er met het oog op de
woelige tijden besloten, ze voor de toekomst slechts alle
zeven jaren aan het geloovige volk ter vereering te ver-
toonen. De plechtigheid werd bepaald op den 17d,n Juli,
den dag, waarop na de verwoesting der stad door de Noor-
mannen, de consecratie van de domkerk plaats gehad heeft.
De bedevaart won hierdoor zeer in aanzien en er werd
bepaald, dat zij in de toekomst tweemaal zeven dagen zou
duren; welk gebruik tot in onze dagen behouden is. In
de lld<\' en 12ae eeuw kwamen vele duizenden pelgrims
uit Frankrijk, Spanje, Hongarije, Italië en Zweden ter ver-
eering der H. Relieken naar Aken. In het jaar 1358 wa-
ren ze zoo talrijk, dat de poorten der stad herhaaldelijk
moesten gesloten worden, terwijl het gedrang in de straten
zoo groot was, dat er verschillende persoonlijke ongeluk-
ken te betreuren vielen en er dus maatregelen moesten
genomen worden, dit te beletten. Om de orde met meer
nauwgezetheid te handhaven, werden den verschillenden
-ocr page 12-
9
pelgrimages bepaalde plaatsen aangewezen; b. v. die uit
Weenen en Slavonië het kerkhof, den Hongaren de visch-
markt, den Friezen de botermarkt en den bedevaartgan-
gers uit Erkelenz het zoogenaamde Bleihuis. Een pelgri-
mage, meer bekend onder den naam van de processie van
Weenen, die in de tweede helft va^i de 14llc eeuw voor
de eerste maal naar Aken kwam, bestaande uit Oostenrij-
kers, Bohemen en Stiermarkers, telde soms meer dan 5000
bedevaartgangers.
In het jaar 1374 stichtte Lort e wijk I voor de pelgrims
uit zijn landen de Hongaarsche kapel, waaraan twee pries-
ters vof>r het zieleheil der bedevaartgangers werkzaam wa-
ren. Dit loffelijk voorbeeld werd door andere volkeren,
die ter vereering der H Relieken naar Aken kwamen,
gevolgd, ten einde hunne pelgrims in de gelegenheid te
stellen te biechten en de H Sacramenten te ontvangen.
In het jaar 1402 stichtte keizer Karel IV voor de Bohe-
men het altaar van den H. Wenceslaus en omstreeks 1495
lieten de steden Laibach en Cranenburg het altaar der
Slavoniërs, ook dat der ,,Vier Docters" genaamd, op hun
kosten bouwen. Het aantal pelgrims vermeerderde niet
ieder jaar; in het jaar 1440 stortte een dak op het Dom-
plein in onder den last der menigte, die er op stond, om
van hier uit de Relieken te aanschouwen: 19 personen
werden gedood en 40 kregen gevaarlijke letsels. In het
jaar 1496 vertoefden op één dag 142,000 vereerders der
H. Relieken binnen hare poorten en van dien tijd af hiel-
den de groote pelgrimages onafgebroken tot 1775 aan, toen
zij bij keizerlijk besluit verboden werden. Wel is waar
ontzagen de bewoners van Aken moeiten noch opofferin-
gen om den pelgrims hun verblijf in de stad zoo aange-
naam mogelijk te maken; zelfs werd er voor een feestelijk
onthaal der pelgrims zekere som op de begrooting der stad
uitgetrokken, en de bedevaartgangers bij die gelegenheid
door de voornaamste burgers der stad bediend.
-ocr page 13-
10
Den 9den Juli werden zij op eene binnenplaats in de
Rosstraat voor rekening van het Coelestijnerklooster; den
10den op kosten van het voormalige klooster Mariadal en
den lldt\'n, 12llen en 13ien Juli door de stad gastvrij ont-
haald, bij welke gelegenheid zij de drie eerste dagen door
den burgemeester, en de beide volgende dagen door ande-
ren der stedelijke overheid bediend werden.
Verklaarbaar is het, wanneer men bedenkt, welke
groote beteekenis niet alleen door de bewoners van Aken
maar door de soms ver van de stad wonende Katholieken
aan de vertooning gehecht werd, dat men er op bedacht
was deze plechtigheid zooveel mogelijk luister bij te zet-
ien en er gebruiken en ceremonies ontstonden, die voor
het grootste gedeelte heden nog bestaan. De dagen der
heiligdomsvaart beschouwden de inwoners van Aken steeds
als een tijd van bijzondere genaden en zij werden daarom
door hen jubelend en met geestdrift begroet. Op het einde
van de maand Maart of in het begin van April van het
jaar, waarin de vereering der Relieken plaats had, vroeg
de proost aan het kapittel van O. L. Vrouwe-Kerk, of de
vertooning van het heiligdom volgens aloud gebruik zou
plaats hebben. Was het antwoord bevestigend, dan werd
er publiciteit aan gegeven en de jubelaflaat verkondigd. Aan
de deuren der kerken en de poorten der stad werd door
middel van groote affiches het geloovige volk er van in
kennis gesteld en boden, door het geheele Rijk gezonden,
maakten het besluit van het kapittel bekend en spoorden
de geloovigen aan, ter vereering der H. Relieken naar
Aken te komen. Zoo vond dan het voorbeeld, door Karel
den Groote gegeven, navolging, die. zoo als een godvruch-
tige overlevering zegt, zijne herauten door zijn uitgestrekt
rijk zond, om de geloovigen op te wekken, den 13\'lBn Juni
zich ter bedevaart naar Aken te begeven. Op den voor-
avond van het feest van den H. Joannes den Dooper wer-
den \'s namiddags na de completen op de galerijen, op de
-ocr page 14-
11
brug en aan de twee vensters der kapel, waarin de hei-
ligdommen bewaard werden, de met het wapen van den
proost voorziene draperieën, waarop in de nu volgende
dagen de Relieken ter vereering zouden getoond worden,
uitgehangen. Zoodra de eerste draperie bevestigd was,
paarden zich de tonen der O. L. Vrouweklok met die
der andere stadskerken in een heerlijk accoord ter aan-
kondiging van het feest; van de wallen der stad dreunde
het gebulder van het kanon, en het van alle kanten toe-
gestroomde geloovige volk zond jubelend zijn dank- en
lofzang hemelwaarts. Was op die wijze de plechtigheid
geopend, dan werd een besluit genomen, aan wie de zijde,
waarin de H. Relieken gedurende de afgeloopen zeven ja-
ren gewikkeld geweekt waren, ten geschenke zoude gegc-
ven worden; een kapelaan van het kapittel, over een
heldere en krachtige stem beschikkend, werd gelast, otn
volgens aloud gebruik, de heiligdommen van de galerij af,
alvorens ze den gjloovigen getoond werden, te noemen en
hen tot vereering aantesporen, ton slotte weid de regeling
der godsdienstplechtigheden vastgesteld en het dienstdoende
personeel van de domkerk van inlichtingen voorzien, noo-
dig gedurende den tijd der heiligdomsvaart. Den 8S"\'" Juli
werden door het kapittel twee kanunniken gekozen, om
den Burgemeester en den Raad der stad te verwittigen,
dat den volgenden dag de Reliekhouder zoude geopend
worden, met vriendelijke uitnoodiging hieibij tegenwoor
dig te willen zijn. Buitendien werd het dagelijksch Be-
stuur verzocht mannen te kiezen, die de orde in de na-
bijheid van den dom naar plicht en geweten zouden hand-
haven. Waren zoodoende alle voorbereidende maatregelen
getroffen, dan kon den 9!len Juli de plechtige feestviering
beginnen. Om 12 uur des middags werd de kruisgangen
alle deuren van de domkerk door middel van ketenen en
zware sloten toegegrendeld. Alleen de deur, die naar den
gang van het raadhuis leidde, werd met een enkelen sleu-
-ocr page 15-
12
tel dichtgemaakt. Om twee uur \'s namiddags verkondigde
het feestelijk gelui der O. L. Vrouwe-kerk het begin der
plechtigheid en uit de woning van den deken verscheen
nu, vergezeld van de geestelijkheid in koorkleeding in
prachtigen stoet het kapittel, waarbij het dagelijksch Be-
stuur, dat door een overdekten gang, en verdere Notabe-
len der stad, die door de zoogenaamde „Loggia \', waren
binnengekomen, zich aansloten. In plechtigen optocht be-
gaf men zich naar het altaar van O. L. Vrouw, waar de
proost het Benedictus aanhief. Hierop begaf zich het ka-
pittel, van het dagelijksch Bestuur vergezeld, naar de schat-
kamer, waar een onder eed staande goudsmid den kost-
baren Reliekhouder uit de 13ie eeuw met geweld openbrak,
nadat de tegenwoordig zijnde personen er zich van over-
tuigd hadden, dat die niet geschonden was. Vervolgens
trad de deken aan den reliekhouder en ontving uit de
handen van een priester, die witte handschoenen droeg,
de zorgvuldig in zijde gehulde heiligdommen, wier opschrift
hij luide voorlas en den aanwezigen het zegel vertoonde,
verbeeldende de boodschap van O. L Vrouwe en de woor-
den: „Sigillum ad S. S. Reliquias"\'.
De tot nu toe beschreven ceremonies en bepalingen
bestaan voor het grootste gedeelte ook in onze dagen nog
en de vertooning is eveneens nagenoeg dezelfde als weleer.
Eertijds legde de vice proost de H. Relieken, hem door
den deken, die het zegel onderzocht had, ter hand gepield,
in een klein houten kostbaar kistje, waarin zij door de
„vicarii regii" onder muziek, het gelui der klokken en
gevolgd van de geestelijkheid, brandende kaarsen dragend,
en het dagelijksch Bestuur naar de schatkamer gebracht wer-
den. Zoodra de stoet hier was aangekomen, vereenigde
zich het gelui van alle kerken der stad met dat van den
dom en van de wallen der oude veste dreunde het kanon.
Middelerwijl stond eene ontelbare menigte geloovigen met
ongeduld den zegen te verwachten, die nu door den deken
-ocr page 16-
13
uit een der vensters met de Relieken, in genoemd kaatje
berustend, gegeven werd. Jubelend hief nu het volk een
feestlied aan, waarna de zegen nog eenmaal gegeven werd.
Hiermede was de plechtigheid geopend, de H. Relieken
werden ter vereering op een altaar geplaatst, waaraan 14
achtereenvolgende dagen het H. Misoffer opgedragen werd
•en dat door 4 geestelijken dag en nacht werd bewaakt.
In onze dagen worden de H. Relieken éen voor éen door
«en Kanunnik, vergezeld van twee Raadsleden, brandende
toortsen dragend, op het koor der domkerk rondgedragen
en den geloovigen ter veieering getoond. Nadot hier de
H. Relieken éen voor éen van hun omhulsel ontdaan zijn,
worden de deuren van het Ginlsgebouw geopend, en de
in blijde verwachting buiten vertoevende menigte binnen-
gelaten ter godvruchtige vereering van de heiligdommen,
die in het midden van het octogoon op eene groote ver-
hevenheid getoond worden.
De vertooning van de Heiligdommen heeft in onze
dagen gedurende de geheele feestviering \'s morgens en
\'s namiddags plaats, \'s Morgens kwart voor tien verkon-
digt het feestelijk klokgelui van de domkerk het begin
der plechtigheid en klokslag 10 verschijnt de geestelij k-
heid op de galerij, alwaar de waardigste onder hen rond
om den toren op negen verschillende plaatsen de zooge-
naamde vier groote Heiligdommen den geloovigen ter god -
vruchtige vereering toont. Soms wordt het door een his-
schop, van handschoenen voorzien, den vromen pelgrims,
die in groote menigte in de nabijheid van den toren, aan
de ramen en op de daken der omliggende huizen zich be-
vinden, getoond, terwijl twee priesters door middel van
ivoren stokjes het Heiligdom glad houden. Vooraf wordt
echter door een geestelijke, beschikkende over een krach-
tige en heldere stem, den geloovigen in de volgende woor-
den verkondigd, welk der heiligdommen ter vereering zal
getoond worden.
-ocr page 17-
14
„Men zal U toonen het Kleed, dal eens de vlekke-
looze Maagd droeg, toen zij den goddelijken Verlosser het
leven schonk. Bidt den almachtigen God, dat wij dit hei-
ligdoin zoo aanschouwen, dat er Gods eer door verheerlijkt
worde en wij deszelfs genade en zegen mogen verwerven."
Hierna wordt het Kleed der H. Maagd, (Camisia Beatae
Mariae Virginis) heelemaal ontvouwd, den vromen ver-
eerders vertoond. Dit kleedingstuk is een soort onderkleed,
zoonis de joden het plachten te dragen. Vervaardigd uit
geweven katoen, hekend onder den naam van hissus, heeft
het een geelachtig witte kleur. De zoom van den hals
en de rechter mouw zijn van ingeweefde borduursels voor-
zien. Van de linker mouw is een stuk afgesneden en op
de borst zijn enkele nauwelijks zichtbare bloedsporen.
Zijne lengte bedraagt 4\' 11\' 2:iA\'", zijn breedte in de uit-
gestiekte mouwen 4\' 5" 5"\' en aan den benedenzoon*! 3\'
11" 3\'". Zooals de traditie zegt, werdt dit kleed door de
H. Maagd bij de geboorte des Verlossers gedragen, en door
haar als de zoetste herinnering aan dat zaligste uur van
haar leven bewaard; korten tijd voor haren dood heeft zij
het aan twee met haar bevriende maagden ten geschenke
gegeven. Door deze kwam het heilig gewaad naar Con-
stantinopel, van waar het aan Karel den Groote ten ge-
echenke gezonden werd. Omstreeks 800 tot 814 was die
kostbare Reliek reeds te Aken, want de H. Angilbertus
heeft er omtrent dien tijd een partikel voor zijn klooster
van ontvangen. —
Nadat de geloovige Christenen dit heiligdom godvruch-
tig vereerd hebben, roept de priester, belast met de aan-
kondiging der Relieken : „Men zal U vertoonen de wind-
selen, waarin onze Heer Jesus Christus na zijne H. Ge-
boorle gewikkeld werd. Laat ons den almachtigen God
bidden, dat wij dit heiligdom zoo mogen aanschouwen,
dat er Zijn lof door vermeerderd worde en wij er de eeu-
wige zaligheid door verwerven."
-ocr page 18-
15
Hierna worden de windselen, (fasciae Domini) geweven
uit een soort bruinachtig geel vilten wol, driedubbel ge-
vouwen zijnde, en aan éen uiteinde omgeslagen, den ge-
loovigen ter vereering getoond
Volgens de traditie heeft de H. Maagd deze windse-
len, die onmogelijk bij de hedendaagsche kunnen verge-
leken worden, uit de slopkousen van Jesus\' voedstervader
vervaardigd, en dienden zij hoogstwaarschijnlijk slechts
tot uitwendig omhulsel, terwijl het lichaam zelf met lin-
nen bedekt was. Het was een kostbare offergave, die de
H. bisschop Juvenalis bij de nooit volprezen windselen
van den Zaligmaker, den gordel van Gods Moeder en een
licht groene agaat, waarin de H. Evangelist Lucas het
beeld van de H. Maagd Maria gegraveerd zou hebben, aan
de vrome Eudoxia, de gemalin van keizer Theodosius
schonk, die ze later aan hare schoonzuster, de H Pul-
cheria, ten geschenke gaf. Op kosten van deze laatste
verrezen te Constantinopel ter vereering der H. Relieken
3 prachtige kerken. Door de bemoeiingen van Karel den
Groole kwamen ze eindelijk naar Aken, waar zij sedert
dien tijd berusten. De derde der groote Relieken wordt
door den priester, die met de aankondiging van het hei-
ligdom belast is, met de volgende woorden afgekondigd:
„Men zal U vertoonen den doek, waarop het lichaam
van den H. Joannes den Dooper na zijn onthoofding
neergelegd werd. Laat ons den alraachtigen God bidden,
dat wij dit heiligdom mogen aanschouwen ter vermeerde-
ring van zijn eer en ter verwerving onzer zaligheid."
De grafdoek (panni decollationis) van den Voorlooper
van Jesus Christus is een fijn linnen weefsel, bij wijze van
een lang vierkant gevouwen, een geschenk van den ko-
ning Herodes, waarin de discipelen volgens de legende
het lichaam van den H. Joannes na de onthoofding wikkel-
den. Daar deze Heilige in de Katholieke Kerk ten allen
tijde eene zeer groote vereering genoot, is het gemakkelijk
-ocr page 19-
1(5
te begrijpen, dat men zijn grafdoek, waarin nog zichtbare
bloedsporen zijn, zorgvuldig bewaard en bij de H. Relie-
ken van Jesus en zijne H. Moeder gevoegd heeft. De-
laatste der groote Relieken is de lendendoek, dien de Za-
ligmaker, aan het kruis hangende, om zijn H. Lendenen
droeg. De priester, die de Relieken aankondigt, vestigt
er de aandacht der geloovigen met de volgende woorden op :
„Men zal U toonen den doek, door O. H. Jesus Chris-
tus gedragen, toen Hij voor ons aan het kruis den bitte-
ren, onschuldigen dood stierf. Laat ons den almachtigen
God bidden, dat wij dit onschatbaar heiligdom zoo mogen
aanschouwen, dat Zijn lof er door uitgebreid en Zijn eer
vermeerderd worde, pn Zijn lijden en onschuldig sterven,
waardoor wij vergiffenis van onze zonden verkrijgen, ons
de zaligheid moge verwerven."
Overweldigd van aandoening aanschouwen de vrome
pelgrims dien H. Doek (perizonium Doinini), die uit on-
gebleekt linnen vervaardigd, geheel doortrokken is van
het kostbaar bloed van het goddelijk Offerlain. Die doek,
het laatste gewaad door den Zaligmaker op aarde gedra-
gen, schijnt slechts een deel van een kleedingstuk te zijn,
ten minste is dit vermoeden gewettigd door de twee inzetsels,
waarvan éen drie naden heeft. Een dezer inzetsels is nog
heel gaaf, terwijl van het tweede nog slechts éene en ge-
deehelijk de tweede naad zichtbaar is. Zooals hierboven
reeds gezegd, is de geheele doek bloedig en met geronnen
bloed bedekt; slechts de beneden uiteinden zijn wit, waar-
schijnlijk omdat hij hiermede samen gebonden was. Die
doek wordt, gelijk dit ook met den doek van den H. Jo-
annes gebeurd, samen gevouwen en kruiswij-se met een
koordje ombonden, den vereerders der H. Relieken getoond.
Na elke aankondiging, zooals hierboven omschreven, met
uitzondering echter van de laatste, waarna het algemeen
gebed verricht wordt, wordt een psalm gezongen, en na
de vertooning van den lendendoek, waarmede de benedic-
-ocr page 20-
17
tie gegeven wordt, is de plechtigheid des morgens afge-
loopen, waarna om 1 uur \'s namiddags het tweede gedeelte
een aanvang neemt. Processiegewijs trekken nu de pel-
grims door de heerlijke domkerk, waarin op het koor het
kleed der Moeder Gods hangt, waarnaast te linker zijde
de windselen van het zoete Jesuskindje en de doek, van
den H. Joannes, ter rechterzijde de lendendoek des Zalig-
makers, benevens zijn lederen gordel zich bevinden. Deze
vereering der H. Relieken in de domkerk duurt tot \'s a-
vonds 8 uur. Zieken pelgrims, voorzien van een getuig-
schrift van hun pastoor, wordt op hun verzoek de lenden-
doek ter genezing opgelegd. De prachtige Dom wordt nu
gesloten en de Heiligdommen in kostbare zijde gewikkeld,
in de kast geborgen, waarin eertijds de Rijkskleinodieën
bewaard werden.
Behalve deze vier groote heiligdommen, die telkens
om de zeven jaren en slechts bij uitzondering op een an-
deren tijd aan gekroonde hoofden, die zulks wenschen,
getoond worden, berusten in de O. L. Vrouwe-Kerk nog-
de volgende, die in de schatkamer ter vereering getoond
worden. Van deze Relieken, bekend onder den naam van
de kleine heiligdommen zijn de voornaamste:
1.   De lederen gordel des Verlossers, waarvan de beide
uiteinden in een zegel van keizer Constantijn geslo-
ten zijn, berustend in eene kostbare gothieke mon-
strans.
2.   De geweven linnen lijfgordel der onbevlekte Moeder
Gods, bewaard in een gothieken reliekhouder.
3.   Een gedeelte van het touw, waarmede de Zaligma-
ker bij de bloedige geeseling vastgebonden was, be-
waard in een gothieke vaas.
4.   In eene monstrans, op een stralenlooze zon lijkende,
door twee engelen gedragen:
a. Een stuk van de spons, waarmede de Zaligmaker
aan het Kruis hangende, gelaafd werd;
-ocr page 21-
18
b.   een partikel van het H. Kruis;
c.   van hel hoofd haar van den H. A postel Bartholomeus;
d.   beenderen van den H. Zacharias, den vader van
den H. Joannes den Doop er;
e.   twee tanden van den H. Apostel Thomas.
5.    In een Reliekhouder, een gothieke Kapel voorstellende:
a.   partikels van het H. Kruis;
b.           .         var. de doornenkroon;
c.          ,.         van een der kruisnagels;
d.         ,.         van de spons;
e.   hoofdhaar van den H. Joannes den Dooper;
f.   asch van eten H. Evangelist Joannes;
g.   een gedeelte van een der armen van den H. Bis-
schop Nicolaas;
h. een tand van de H. Catharina;
i. een benedenheen, dri* tanden en verschillende
andere partikels van Kaïel den Groote.
6.   In een Reliekenhoudev, eene Kapel voorstellende:
a.   een deel van den zweetdoek, waarmede het H.
Aangezicht van den Zaligmaker in het graf be-
dekt was;
b.   een stuk van het riet, den scepter verbeeldend,
dien men den Zaligmaker ter bespotting in de
hand gaf;
c.    hoofdhaar van den H Joannes den Dooper;
d.    een ribbe van den aartsmartelaar den H. Stephanud.
7.   In een gothieke met een Agnus Dei versierde mon-
strans:
a.   partikels van het H. Kruis;
b.          „         van het opschrift van het H. Kruis;
c.    hoofdhaar van Gods Moeder;
d.   deelen van het kruis van den rouwmoedigen moor-
denaar.
8.   Een beeld, de Moeder Gods en het Jesus-Kindje voor-
-ocr page 22-
19
stellende, bevattende eenige partikels van de wind-
selen van .den Zaligmaker.
9. Een gothiek« monstrans, waarin eenige partikels van
het H. Kruis berusten.
10.   Onder de Relieken van Heiligen, die in den dom
bewaard worden, munten vooral uit wegens hun
kostbare en kunstrijke insluiting, de Reliekhouder
genaamd naar Karel den Groote, — een tegenvoeter
van de kast, waarin de groote Relieken berusten en
Maria\'s Reliekhouder genoemd, — waarin het ge-
beente van genoemden keizer besloten is.
11.   Een zilver verguld borstbeeld van Karel den Groote,
waarin de hersenpan van den keizer berust.
12.   Een zilver vergulde Reliekenhouder, een arm voor-
stellende, een geschenk van Lodewijk XI, Koning
van Frankrijk, bevattende een gedeelte van den rech-
ter arm van Karei den Groote.
13.   Een kruis bevattende partikels van het H. Kruis,
door Paus Leo III Karel den Groote ten geschenke
gegeven.
14.   Een zilver verguld beeld van den prins der Aposte-
len, houdende in eene hand een schakel van den
keten, waarin hij in de Marmertijnsche gevangenis
geboeid lag.
15.   Gebeente van den H. bisschop en belijder Spes van
Spoleto, berustende in een ivoren kistje.
16.   In een zilver vergulden met kostbaar edelgesteenten
bezetten Reliekenhouder, waarop de opoffering van
Jesus in den tempel gebeiteld is :
a.   een bovenarm van den H. Simeon ;
b.    een stuk van den nagel, waarmede de H. Petrus
aan het kruis geklonken werd;
c.    een tand van den H. Athanasius;
d.   een gedeelte van de beenderen van den H. Hie~
ronymus;
-ocr page 23-
20
e. aarde, afkomstig van het graf van den Zaligmaker;
ƒ. Relieken van de H. Gertrudis van Nivelles;
Relieken van de H Lucia;
Relieken van de H. Martelaren Maicellinus, Vic-
torinus en Cyriaeus.
17. Het hoofd van den H. Athanasius, berustende in een
kostbare kast, eene grieksche kapel voorstellende, die
eertijds waarschijnlijk als tabernakel dienst gedaan
heeft.
Behalve de genoemde Relieken berusten in de O. L.
Vrouwe-kerk nog de volgende kunstvoorwerpen:
1.   de kast bevattende het borstkruis van Karel den Groote;
2.   de ivoren jachthoorn van Karel den Groote, met goud
beslagen en voorzien van een rood fiuweelen band,
waarop zesmaal in zilver vergulde letters de woor-
den geborduurd staan: Deyn! Eyni
3.   het pluviale of de koorkap door Paus Leo III bij de
consecratie der O. L. Vrouwe-kerk gedragen;
4.   een Casula gedragen door den H. Bernardus bij de
offerande van het H. Misoffer in de Domkerk;
5.   een kunstig bewerkte gouden kroon, met 28 diaman-
ten, 2 groote saffieren en ander edelgesteente bezet,
met het wapenbord en den naam der milde geefster
Margaretha van York versierd ;
•6. twee prachtig geborduurde en met kostbaie paarlen
bezette gewaden , dienende ter versiering van het
beeld der H. Maagd en het Jesus Kindje; het eerste
is met 70 en het laatste met 34 diamanten bezet.
Deze beiden gewaden werden, evenals de uit goud
en zilver vervaardigd\'-, met paarlen bezette doeken,
waarin de groote Relieken gewikkeld worden, in de
jaren 1599 tot 1622 door de Spaansche Infante Isa-
bella Clara Kugenia ten geschenke gegeven;
7. twee kapellen, voorzien van een bij behoorenden voor-
hang van venetiaansch brocaat, verder een van paar-
-ocr page 24-
2\\
len schitterend kleed van het beeld der Moeder Gods
en het Kindje Jesus, door Eleonora, Moeder van
keizer Joseph I, ten geschenke gegeven;
8.   een votiefgift van een Nederlandschen zeeman, een
zilver verguld beeld van O. L. Vrouw, nagenoeg twee
voet hoog, dat eertijds in de groote processie, door
twee kapelaans door de stad vol eerbied gedragen
werd;
9.   een prachtig met edelsteenen bezet kruis, het zooge-
naamde Lothariuskruis, met het opschrift: „Christe
adjuva Lotharium Regein." (Christus, help koning
Lotharius);
10.   de kroningsscepter der duitsche koningen;
11.   een gulden monstrans, bezet met een groote gouden
topaas, door Karel V bij zijn kroning den 23 Octo-
ber 1520 ten geschenke gegeven;
12.   een praalgraf van parisch marmer;
13.   een zilver vergulden lessenaar;
14.   drie zilveren vergulde, met kostbaar edelgesteente
bezette en geëmailleerde wapenborden, voorzien van
schilderingen, de kroning van Maria en Maria met
het Kindje Jesus voorstellende;
15.   een grooten zetel, waarop na de kroning de koning
het huldebetoon der aanwezige vorsten aannam;
16.   de aan de rechter zijde van het koor der domkerk
staande evangeliestoel, een geschenk van keizer Hen-
drik II in 1002;
17.   de in het midden van het octogoon neerhangende
kroonlamp, een heerlijke gift aan de Moeder des Hee-
ren door Frederik I en zijne vrome wederhelft Bea-
trix in 1165 ten geschenke aangeboden.
Ofschoon, zooals uit deze opsomming blijkt, de O. L.
Vrouwe-kerk op een onmetelijk rijken schat van H. Re-
lieken en kunstvoorwerpen bogen mag. is hiermede de
rijkdom van kostbare Relieken nog niet uitgeput, want
-ocr page 25-
22
in de andere kerken van het oude Aquisgranum berusten
eveneens vele Relieken Tot grooter volledigheid willen
wij die naar ons beste vermogen beschrij ven. Wegens haar
groot getal tieedt aan de spits de parochiale kerk van den
H. Adelbertus. Deze kerk, waarvan keizer Otto III ten
jare 100*3 het voorrecht genoot de stichter te zijn, naderde
hare voltooiing onder zijn opvolger Hendrik II. Met veel
zorgvuldigheid en grooten eerbied worden in dit kerkge-
bouw bewaard de volgende Relieken:
1.   het hoofd van den II. Adalbertus, bisschop en belij-
der, door de heidensehe Germanen 997 ter dood ge-
bracht; keizer Otto gaf deze H. Relieken aan de stad
Aken ten geschenke.
2.    Een schouderbeen en een gedeelte van een voet der
H. boetelinge Maria Magdalena.
3.   Twee partikels van de spons, waarmede deZaligma-
ker aan het kruis gedrenkt werd
4.   Twee partikels van het hoofd van den II. martelaar
Quirinus
5.    Het hoofd van den II. Hennes.
6.   Beenderen van den II. bisschop Nicolaas van Myra.
7.   Een armbeen van den H. Sebastianus.
8 Een schouderblad van den II. Laurentius.
9. Gebeente en een gedeelte van het kleed van denH.
diaken en martelaar Quirinus.
10.   De jachthoorn van keizer Frederik.
11.   De sluier van de II. Gertrudis.
12.   Gebeente van de H. Agnes.
13.   Gebeente en bloed van den II. Stephanus.
14.   Een gedeelte van het kleed der H. Walburgis.
15.   Een armbeen van den H. Christophorus.
16.   Een fragment van de kribbe van het Kindje Jesus.
17.   Een partikel van het kruis, dat keizer Frederik aan
den hals placht te dragen.
18.   Gebeente en drie tanden van den apostel Bartholomeus.
-ocr page 26-
23
19.   Een gedeelte van de hersenpan en drie tanden van
den H. Paus Stephanus.
20.   Gedeelte van den H. Paus en Martelaar Cbrnelius.
21.   Gebeente van den H. Martelaar Georgius.
22.   Een gedeelte van de hersenpan van de H. Lucia,
maagd en martelares.
23.   Drie beenderen van de H. Maagd en Martelares Cat-
harina.
24.   Gebeente van de H. Maagd en Martelares Agatha.
Deze H. Relieken worden niet alleen gedurende de
veertiendaagsche Heiligdomsvaart maar ook jaarlijks den
10den Augustus, den feestdag van St. Laurentius, \'s namid-
dags na de vespers den geloovigen ter vereering getoond.
Verder berusten in het klooster van de H. Theresia
vele H. Relieken, waarvan de voornaamste zijn:
1.   Een stuk van het linnen, waarmede het H. Aange-
zicht van den Zaligmaker bedekt was, toen Hij ten
huize van Oaïphas door de krijgsknechten geslagen
werd, onder de woorden: „Zeg ons" enz
2.   Een korporale, doorweekt van H. Bloed, afkomstig
uit een kelk, die na de consecratie bij de offerande
der H. Mis bij ongeluk omgestooten werd.
3 Een zweetdoek van de H. Maagd Maria, door den
ridder Hermann van Randeraadt uit het Oosten meê-_
gebracht en door Arnold van Walhoorn aan het
klooster der Augustijnen ten geschenke gegeven.
4.   De hersenpan van den H. Martelaar Theodorus.
5.   Een stuk van den linnen doek, waarin het lichaam
van den H Laurentius gewikkeld was, nadat het
van den rooster afgenomen was
6.   Een gedeelte van het priesterkleed, waarin de H.
diaken Laurentius hij het H. Misoffer diende.
7.   Een partikel van het H Kruis.
8.   Een tand van de H. Maagd en Martelares Apollonia.
Genoemde Relieken werden voor de opheffing der
-ocr page 27-
24
kloosters in de kerk der Augustijnen bewaard en den ge-
loovigen ter godvruchtige vereering getoond.
Van de overige kerken van Aken bezitten nog de
parochiale kerk van St. Petrus, St. Paulus, St. Foïlanus
en de Kruiskerk vele H. Relieken.
In de parochiale kerk van den H. Petrus, die weleer
buiten de poorten der stad lag en na 1260 tot parochiale
kerk verheven werd, berust het hoofd en ander gebeente
van de H. Florina uit het gezelschap der H. Ursula, eene
der 11,OM maagden, die roemrijk voor .Tesus Christus haar
bloed vergoten.
In de parochiale kerk van St. Paulus, een voormalige
kloosterkerk der Dominicanen, die zich in 1293 te Aken
vestigden, berusten:
1.   Het hoofd van den II. Willebrordus, den apostel der
Friezen en bisschop van Utrecht.
2.   Een groot gedeelte van den arm van den II Blasius,.
bisschop en maitelaar.
In de parochi.ale kerk van den II. Foïlanus, een der
oudste godshuizen der stad Aken, reeds vermeld in een
oorkonde uit de tweede helft der 12:lt\' seuw, en waarin,
toen de domkerk voor de groote parochie te klein was
geworden, godsdienstoefeningen gehouden werden, berust
het gebeente van den H. Foïlanus, bisschop en martelaar.
In de parochiale kerk van het H. Kruis, eertijds aan
de Kruisbroeders toebehoorende, die zich te Aken geves-
tigd hadden, berusten II. Relieken van de II. maagd en
martelares Odilia, gezellin van de H. Ursula, benevens
H. Relieken van de H. Justina en vele andere heiligen.
Voorwaar de oude keizerstad Aken is eene der d\'ior
God bevoorrechte plaatsen, die in den dom en de overige
kerken een schat van H. Relieken en kunstvoorwerpen
bezit, welke men elders tevergeefs zoekt. Hoe natuurlijk
dus, dat de geloovige katholieken ten allen tijde de da-
gen der Heiligdomsvaart, zoo rijk aan hemelsche genaden
-ocr page 28-
25
en gunstbewijzen, in groote en en talrijke processies ter
bedevaart naar het oude Aquisgranum trokken, waar alles
op zoo treffende wijze aan Gods oneindige liefde en ge-
nade herinnert, ten einde er troost en hulpe in alle we-
derwaaidigheden van dit aardsche leen af te smeeken.
Nadat de vrome pelgrims in Aken de heiligdommen
godvruchtig hebben vereerd, trekken zij processiesgewijs
naar het in de nabijheid der stad gelegen Burtscheid, waar
in de parochiale kerk van den H Joannes den Dooper
een groot aantal H. Relieken sedert vele eeuwen berusten.
De voornaamste ervan zijn de volgende:
1.   Een kruis, waarin besloten zijn:
a.   twee partikels van het H. Kruis;
b.    eene partikel van het purper kleed van Jesus
Christus;
c.    een fragment van de kolom der geeseling en een
partikel van een der roeden, waarmede Hij ge-
geeseld werd;
d.   een partikel van het kleed der goeder Gods;
e.    Gebeente van den H. Apostel Paulus en van den
H. Jacobus den Jongeren, benevens een partikel
van den staf van Aaron en Mozes;
2.   Een borstbeeld bevattende een groot deel van de
hersenpan van den H. Laurentius;
3.   Een borstbeeld, waarin een armbeen van den H.
Joannes den Dooper gevat is.
4.   Een borstbeeld, waarin het hoofd van den H. Ever-
marus bewaard wordt.
5.   Het hoofd van de H. Agatha, maagd en martelares.
6.   Een Reliekhouder, waarin de volgende Relieken be-
waard worden:
a. een partikel van het H. Kruis; gebeente van den
H. Andreas; gebeente van den H. Simon, apos-
tel, benevens van de apostelen Judas, Jacobus
den Jongeren en Mathias; gebeente van de HH.
-ocr page 29-
26
Evangelisten Lucas en Marcus; gebeente van den
H. Timotheus, den H. Vincentius, de HH. Fabia-
nus en Sebastianus, de HH. Stephanus, Vitus en
Fortunatus; gebeente van den H. Joannes den
Dooper, van den H. Donatus, den H. Cornelius,
den H. Cyprianus, den H. Hennes, den H. Ae-
gidius, den H. Pancratius en van de H. Emeren-
tiana, de H. Lucia, den H. Adrianus en een arm-
been van den H. Laurentius.
7.   Een Reliekhouder waarin zijn opgesloten: een par-
tikel van het H. Kruis; gebeente van den H. Lau-
rentius; een partikel van het hoofd van den H. Six-
tus; gebeente van den H. Joannes, den H. Chrysos-
tomus, den II. Calixtus, den H. Gregorius, de HH.
Mauritius en Apollinaris, van den H. Damascus en
een arm been van den H. Alexius.
8.   Een prachtige Reliekenhouder, waarin de volgende
Relieken bewaard worden:
van den H. Maximus en zijne gezellen, te weten:
den H. Lambertus, de HH. Gervasius en Protasiu-;
verder van de HH. apostelen Andreas, Mathias en
Mathaeus; van den H. Justinianus, van den H. Gre-
gorius, van den H. Chrysostomus, den H. Servatius,
den II. Pelix, van de H. Lucia en de H. Elisabeth, de
moeder van den H. Joannes den Dooper.
9.   Een houder, bevattende H. Relieken van den H.
Valerius, den H. Germanus, de HH. Cosimis en Pa-
mianus, den H. Martinus en de H. Constantia; tan-
den van de HH. apostelen Petrus en Paulus; een
tand van den H. Sixtus, den H. Casius, den H.
Mathias, den H. Evermarus, de H. Juliana en de
H. koningin Binosa.
10. Een pyramide, inhoudende H. Relieken van den H.
Petrus, den H. Laurentius, den II. Apollinaris en de
HH. maagden Julia en Apollonia.
-ocr page 30-
27
11.   Een pyraniide waarin de volgende Relieken besloten
zijn: een tand van den H. apostel Mathias, gebeente
van den H. Vitalis, den II. Joannes den Dooper, van
de HH. Jacobus en Bartbolomeus, apostelen, bene-
vens gebeente van den H. Martellus en den H. Lau-
rentius.
12.    Partikels van de windsels van het goddelijk|KindjJesus.
il. Gebeente van de H, Lucia maagd en martelares.
14.   Het boetkleed der II. Margaretba. eene Hongaarscbe
prinses.
15.    Een klein fleschje met bloed van den H. Joannes
den Dooper.
16.   Een graftombe, waarin het gebeente berust van den
H. Gregorius, een zoon van den Griekschen keizer
Nicephorus, den eersten abt dezer kerk.
17.   Een afbeeldsel van den H. Joanne? den Dooper.
18.   Een in het bloed van den H. Frans van Hieronymo,
priester van het gezelschap van Jesus, gedompeld
stuk linnen.
19.   Een gedeelte der beenderen van den H. Joannes den
Dooper.
20.   Een kastje, bevattende een gedeelte van de hersen-
pan van den H. Joannes den Dooper, een gedeelte
van het gebeente van den II. Renier, den H. Lode-
wijk, koning van Frankrijk, en van de H. Catha-
rina, maagd en martelares.
21.   Een stuk van den mantel van den H. Franciscus
van Assisië.
22.   Een voet van een der onnoozele Kinderen, door Ile-
rodes wreed:iardig vermoord.
Ook in de vroegere abdijkerk te Cornelimunster be-
rusten vele H. Relieken, die tot de kostbaarste behooren,
welke door de katholieken vereerd worden, en wel de
volgende:
1. De linnen doek, waarmede de Zaligmaker bij het
-ocr page 31-
28
laatste avondmaal omgord was, en waarmede Hij den
apostelen de voeten afdroogde.
2.    Een groot stuk van het zweetdoek, waarmede het H.
aangezicht van den Verlosser in het graf bedekt was.
3.    Een der doeken, waarin Joseph van Arimathea het
Lichaam des Heeren, na de afneming van het kruis,
in \'t Graf legde.
4.   Het hoofd van den H. Cornelius, paus en martelaar.
5.   De rechterarm van den H. Cornelius.
6.    De drinkhoorn van den H. Cornelius.
De drie eerstgenoemde groote Relieken werden door
Lodewijk den Vrome, den zoon van Karel den Groote,
naar de door hem gestichte abdij der Benedictijnen te
Cornelimunster, langen tijd het Klooster „aan de Inde"
genoemd, gebracht. De grafdoek werd in het jaar 876,
korten tijd voor den veldslag bij Andernach, door Karel
den Kale bij machtspreuk gedeeld, en het afgesneden deel
aan het klooster van St. Cornelius te Compiegne, welks
kerk hare voltooiing nabij was, ten geschenke gegeven.
Ter vergoeding hiervan verkreeg Cornelimunster het hoofd
van den H. Cornelius, waaraan het stadje zijn naam ont-
leend heeft. De doek, waarmede de Zaligmaker bij het
laatste avondmaal omgord was, het hoofd en den rechter
arm van den H. Cornelius en verschillende andere Re-
lieken, worden reeds in een pauselijk afinatdecreet van het
jaar 1359 vermeld, dat eertijds aan het altaar, aan de H.
Anna gewijd, hing. In hetzelfde decreet wordt er ook
reeds melding van gemaakt, dat genoemde Relieken om
de 7 jaren den geloovigen ter vereering getoond worden
en dat bij die gelegenheid vele godvruchtige pelgrims het
stadje Cornelimunster bezoeken. Gelijk in vroegere eeuwen
zoo werden ook in onze dagen deze H. Relieken alle zeven
jaar van af den 11*» tot den 25s,cn Juli om 3 uur \'s na-
middags, den geloovigen ter godvruchtige vereering ge-
toond. Ook gedurende de St. Cornelius Octaaf, die in de
-ocr page 32-
29
maand September valt, trekken duizenden vrome vereer-
ders van den H. Cornelius naar het stedeke, naar dien
grooten Heilige Cornelimunster genoemd, om door diens;
machtige voorspraak genezing van de vallende ziekte te
verkrijgen. Zooals alles op deze wereld een einde neemt
en ons de bestendige herinnering aan de broosheid en de
vergankelijkheid in het geheugen roept, zoo komt er.ook
een tijd, dat het zegenrijke 14daagsche tijdstip der glorie-
volle heiligdomsvaart besloten wordt. Tegen den avond
van den 24sten Juli vergadert de geestelijke en wereldlijke
overheid in de O. L. Vrouwe-kerk, en nadat de heerlijke
psalm 140 door de aloude gewelven met begeestering heeft
weergalmd, de daarbuiten staande menigte het godshuis
binnengetreden is, bewierookt de priester, de zich voor
hem bevindende heiligdommen en zingt met luider stem
de overheerlijke gebeden, die eveneens reeds bij het fees-
telijk begin der heiligdomsvaart gesproken werden. Zijn
deze ceremoniën ten einde, dan volgt een lofrede, waarna
de heiligdommen den geloovigen voor de laatste maal ge-
toond worden, om vervolgens in veelkleurige zijden doe-
ken gewonden, verzegeld en in den Maria-Reliekhouder
geborgen te worden. Nadat dit alles heeft plaatsgegrepen,
wordt er proces-verbaal van opgemaakt, dat door de eer-
ste katholieke burgers der stad onderteekend wordt, en
nu begint het wijd vermaarde domkoor den schoonen
lofzang: „Salve Regina" waarop de niet minder indruk-
wekkende psalm volgt: „Looft den Heer alle volkeren !•\'
Wanneer de laatste ionen zijn weggestorven, dan weer-
galmt ten slotte de lofzang van heel het Christendom:
);0 groote God, U loven wij." Nog een oogenblik en de
kostbare panden zijn voor onze oogen verdwenen en dui-
zenden verheffen in warme dankbaarheid hunne geloovi-
ge harten tot den Gever van alle goede gaven, die tijdens
de heiligdomsvaart zoo rijkelijk zijn zegenstroom vloeien-
-ocr page 33-
30
liet, en troost en hulp gaf aan allen, die met bedrukt ge-
moed zich tot Hem wendden.
Dat dan niet alleen de herinnering aan al dat schoone,
aan al dat grootsche in ons moge voortleven, maar mogen
vooral ook de ontvangen genaden in aller harten blijven
ingedrukt; ja genaden, onwaardeerbaar door grootte en
menigvuldigheid, die Gods goedheid ons schonk bij het
bezoek dier kostbare kleinodiën. Mogen die kostbare hei-
ligdommen voor de talrijke pelgrims steeds wezen de
spoorslag, die hen vol moed op dit aardsche pad Dengene
volgen doet, die gezegd heeft: „Ik ben de Weg. cfeWaar-
heid en het Leven."
Hebben wij te Aken en omstreken al dat heerlijke
aanschouwd, dan willen wij ons wel gaarne de moeite ge-
troosten der korte reize, die voert naar het oude Trajectum,
Maastricht, niet minder eerbiedwaardig door den rijken
schat, welke het in zijn midden bergt. Onze eerste schrede
zij gericht tot de kerke, waar het kostbaar gebeente van
den moedigen apostel der Tongeren, Taxandriërs en Maas<
trichtenaren ligt begraven. Treden wij het binnen, dit
groote en statige gebouw van ware en christelijke bouw-
kunst en gaan wij opwaarts naar het hooge koor, om al
dat schoone van nabij te zien. Onder de H. Relieken en
schatten, die wij hier bewonderen eu vereeren, munten
vooral uit:
1. Het borstbeeld van den H. Servatius, bisschop en
patroon van Maastricht, van verguld koper, een ge-
-ocr page 34-
31
schenk van Hendrik, hertog van Beieren, die hier
op wonderdadige wijze genezen werd.
2.   De noodkist van verguld koper, bevattende een ge-
deelte van het gebeente en de asch van den H. Ser-
vatius, overblijfselen van zijne kleederen en bijna al
de beenderen van den H. Martinus, bisschop van
Tongeren.
3.   De bisschopsstaf van den H. Servatius. Volgens de
overlevering werd deze staf, welke van riet is met
ivoren krul en knop, door een engel van het altaar
der H. Maagd genomen en den H. Servatius in han-
den gesteld, toen hij na den dood van den H. Valen-
tinus, tot bisschop der Tongeren aangesteld werd.
4.   Het draagaltaar van den H. Servatius.
5.   Het zegel van den H. Servatius, zijnde een lensvor-
mige bloedsteen.
6.    Zijden stof, gevonden in het reisaltaar van den H.
Servatius.
7.   De reiskelk van den H. Servatius, in verguld zilver.
8.    Bisschoppelijk gewaad van den H. Servatius.
9.   De sleutel van den H Servatius. Bij het einde der
boetprocessiën gaf de Deken van het Kapittel aan
het volk daarmede den zegen.
10.   Een pelgrimsstok van den H. Servatius.
11.   De drinkbeker van den H. Servatius. Volgens de
overlevering werd deze door een engel aan den H.
Servatius geschonken.
12.   Een bokaal, den drinkbeker bevattend
13.   Een gouden kruis met ivoren Christusbeeld.
14.   Een processiekruis van burgglas. De steel van dit
kruis is >an een koperen verguld invatsel voorzien.
15.    Een steenen graftombe, kleinere Relieken der HH.
Valentinus en Candidus, benevens der HH. Monul-
phus en Gondulphus, Bisschoppen van Maastricht,,
bevattend.
-ocr page 35-
32
16.    Reliekentafel der H. Catharina Onder de vier tra-
liën bezijden het middenkruis, bevinden zich even
zoovele glazen fleschjes, gevuld met wonderlijke olie,
uit de overblijfselen der H Maagd en Martelares Catha-
rir:a gevloeid. In het midden is een stuk van het H.
Kruis, daarboven een stuk van de kolom, waaraan
de Zaligmaker bij de geeseling gebonden was; bene-
den het kruis berusten Relieken van den H. Apostel
Mathias.
17.   Een patriarchaal kruis, bevattende 35 bij elkander
gevoegde stukken van het H. Kruishout des Heeren.
18.   Een Reliekentafel van het H. Kruis, bevattende ge-
deelten van het H. Kruis.
19.   Een kistje van verzilverd hout, waarin drie stukken
rusten van den linnen doek, waarin het Lichaam
onzes Heeren in het graf is gelegd.
20.   Een bus van verguld koper met geëmailleerde ver-
sieringen , Relieken van het H. Graf des Heeren be-
vattend.
21.    Een struisvogel-ei, waarin Relieken van de H. Prisca,
maagd en martelares, en van de H. Walburgis berusten.
22.   Eene monstrans van verguld zilver, bevattende in
het onderste kristal van het haar der Allerzaligste
Maagd, en in het bovenste van het haar van den
H. Joannes, evangelist.
23.   Een ivoren doos, met zilveren beslag, waarin zich
Relieken van de HH.Japansche martelaren bevinden.
24.   Een zilveren borstbeeld van den H. Joannes den
Dooper. Het hoofd van dit borstbeeld omsluit Re-
lieken van den H. Joannes den Dooper.
25.   Een ivoren doosje, bevattende Relieken van den Ni-
comedischen geneesheer, den H. Pantaleon.
26.   Een arm van gedreven zilver met kostbare steenen
versierd, bevattende den rechter bovenarm van den
H. Apostel Thomas.
-ocr page 36-
33
27.   Een beurs van geprent leder met vergulde koperen
versieringen, bevattende Relieken van den H. An-
tonius, abt.
28.   Een arabisch kistje van ivoor, bevattende een ribbe
van een der zeven martelaren van Ephesus.
29.   Een ivoren doosje, waarin Relieken van de hoofden
der HH. martelaren Amantia, Valentina, Felicissima
en Constantia berusten.
30.   Een arabisch kistje van ivoor bevat het hoofd van
een der gezellen van den H. Gereon.
31.   Een zilveren kram van gedreven zilver met vergulde
figuren, den H. Servatius voorstellende, terwijl hij
met zijn pelgrimsstok een fontein doet ontspringen
en een engel hem den drinkbeker brengt.
32.   Eene monstrans van het Allerheiligste Sakrament,
een der merkwaardigste voortbrengselen der Maas-
trichtsche goudsmeekunst uit de 15d\'- eeuw.
33.   Eene zilveren monstrans, bevattende eene Reliek van
de beroemde Syracusaansche maagd en martelares
de H. Lucia.
34.   Een ivoren bus, met verguld zilveren koepeltje, waarin
gebeente van den H. kerkleeraar Ambrosius berust.
35.   Een ivoren kistje, met zilveren beslag, bevattende
Relieken van den H. Bernardus, abt en kerkleeraar
en den H. Gerlach, kluizenaar.
36.   Een tafel van verguld koper, waarin Relieken van
den H. Germanuz, bisschop van Parijs, en de H.
Aldegonda, maagd, bewaard worden.
37.   Een bus van verguld hout, bevattende Relieken van
de H. Euphemia, maagd en martelares.
38.   Een borstbeeld van gedreven zilver, waarin zich een
tand met nog andere Relieken van den H. Livinus,
bisschop en martelaar, bevinden.
39.   Een ivoren kistje met zilveren beslag, bevattende
-ocr page 37-
34
Relieken van de HH. Switbertua, Ludgerus en Se-
verinus.
40.   Een ivoren hoorn met verguld zilveren en geëmail-
leerd beslag, waarin zich een ribbe en een tand met
nog andere Relieken van eene gezellin der H. Ur-
sula bevinden.
41.   Een bruine hoorn met verguld beslag, bevattende
meerdere gebeenten van martelaren uit het Thebaan-
sche Legioen.
42.   Eene zilveren monstrans, waarin eene ribbe en an-
dere Relieken van de beroemde maagd en martela-
res, de H. Agnes, bewaard worden.
43.   Een ivoren hoorn met verguld zilveren beslag, waarin
zich Relieken van den H. Remaclus, bisschop van
Maastricht, en van den H. Hendrikus, keizer, be-
vinden.
44.   Een witte hoorn met verguld zilveren beslag, waarin
Relieken van de HH. Adrianus en Vitalis, martela-
ren, bewaard worden.
45.   Van de windselen en van de doornenkroon van O.
Heer Jesus Christus, in een vergulde koperen mon-
strans.
46.   Van de kleederen der Allerheiligste Maagd Maria,
in een ivoren gesneden kastje.
47.   Van den mantel van den H. Josef, in een zwarten
hoorn met zilveren beslag.
48.   Eene ribbe van de H. Moeder Anna, in een ver
gulde zilveren monstrans.
49.   Van de H. Elisabeth, de nicht van Maria, in een
zwarten hoorn met verguld koperen beslag.
50.   De lichamen van de HH. Valentius, Monulphus,
Gondulphus en Candidus, bisschoppen, in een prach-
tig vergulde houten kist.
51.   Van het hoofd van den H. Martinus, bisschop van
Tongeren, in een verguld houten borstbeeld.
-ocr page 38-
35
52.   Van het hoofd van den H. Monulphus, bisschop van
Maastricht, in een verguld houten borstbeeld.
53.   Van het hoofd van den H. Gondulphus, bisschop van
Maastricht, in een verguld houten borstbeeld.
54.   Van het hoofd van den H. Amandus, bisschop van
Maastricht, in een verguld houten borstbeeld.
55.   Van het hoofd van den H. Candidus, bisschop, in
een verguld houten borstbeeld.
56.   De dalmatica van den H. Monulphus in een ivoren kist.
57.   Een vinger van den H. Domitianus, bisschop van
Maastricht, in een vergulde koperen monstrans.
58.   Van den H. Lamberl.us, bisschop van Maastricht en
martelaar, in een vergulde en geëmailleerde monstrans.
59.   Van de HH. Petrus en Paulus, apostelen, en van
den H. Stephanus, eersten martelaar, in een ver-
gulde koperen monstrans.
60.   Van den arm van den H. Bartholomeus en van den H.
Andreas, apostelen, in een vergulde koperen monstrans
61.   Van de HH. Simon en Judas Thaddeus, apostelen,
in een vergulde koperen monstrans.
62.   Van het bloed der HH. Apostelen, in een verguld
zilveren hartje.
63.   Van het kruis van den H. apostel Andreas en van
den H. Aegidius, abt, in twee zilveren harten.
64.   Van den H. Amor, belijder, in een houten kistje,
met verguld koperen beslag.
65.   Van de H. Maria Magdalena, in een zwarten hoorn.
66.   De voorarm van den H. Mauritius, martelaar, in
een houten verzilverden arm.
67.   Van den arm van den H. Urbanus, paus en marte-
laar, in een vergulden houten arm.
68.    Van den arm van den H. Bertuinus, bisschop, in
een vergulden houten arm.
69.   Van de H. Philomena, maagd en martelares, in een
vergulde monstrans.
-ocr page 39-
36
70.   Van den H. Petrus, martelaar, en van nog andere Hei-
ligen, in een koperen vergulde en geëmailleerde bus.
71.   Van de H. Barbara, maagd en martelares, in een
gedreven beeldje van verguld koper.
72.   Van de HH. Georgius, Christopborus en Mauritius,
martelaren, in een vergulde koperen monstrans.
73.   Van de H. Juliana, maagd en martelares, de H.
Walburgis, maagd, de H. Margarita, maagd en mar-
telares, de H. Petronilla, maagd, en de H. Filicitas,
maagd en martelares, in een ivoren kistje met zil-
veren beslag.
74.   Van den H. Magnus, in een bruinen hoorn met ver-
guld koperen beslag.
75.   Van de HH. Kligius, bisschop en Marculphus, abt,
in een zilveren doos.
76.   Van den H. Hyacinthus, belijder, in een zilveren doos.
77.   Van den H. Medardus, bisschop, in een kastje van
albast.
78.   Van den H. Ignatius, belijder, in een verzilverd
houten kistje.
79.   Een vingerlid van den H. Franciscus Borgias, in
een ivoren kistje met koperen beslag.
80.   Van den H. Liborius, bisschop, en van den zaligen
Petrus Canisius, in een venetiaansch doosje.
81.    Van den H. Carolus Borromeus, bisschop, in een
ivoren kistje.
82.   Van den H. Antonius van Padua, belijder, in een
ivoren busje.
83.    Van de H. Amelberga, weduwe, in een kasuaris-ei,
met verguld zilveren beslag.
84.    Van de H. Isoburgis, maagd, van den H. Mauritius
en andere Heiligen, in een uitgesneden kokosnoot
met zilveren invatsel.
85.   Van den H. Paulus van het Kruis, belijder, in een
ivoren kistje.
-ocr page 40-
37
86.   Van den H. Benedictus, abt, in een vergulde ge-
email leerde gevel vorm ige kast.
87.   Van de HH. Agnes, Lucia, Agatha en Victoria, mar-
telaressen, in een vergulde koperen monstrans.
88.   Van de HH. Petrus en Maicellinus, martelaren, in
een vergulde koperen houder.
S9. Van den H. Blasius, in een vergulde koperen houder.
90.    Van den H. Lambertus, in een vergulde koperen
monstrans.
91.   Van den H. Pancratius, in een lederen doosje.
92.    Van de HH. Stephanus en Laurentius, martelaren.
93.   Van den H. ïheodorus, bisschop van Maastricht en
martelaar.
94.   Van den H. Sebastianus, martelaar.
95.   Van de HH. Jacobus, Stephanus, Martinus van Tours
en Margarita.
96.   Manipel en brief van den H. Franciscus van Sales,
bisschop.
97.   Preek van den H. Alphonsus, bisschop en kerkleeraar.
98.   Van de HH. Apollinaris, bisschop en martelaar, Vin-
centius, Pelix, Peregrinus en andere martelaren.
Schuins tegenover de H. Servaas-kerk verheft zich de
eerbiedwaardige O. L. Vrouwe-kerk, welke ons eveneens
welkom heet en ons uitnoodigt, ook hare schatten te ko-
men bewonderen en vereeren. Deze zijn :
1. Een grieksch doosje van zilver en goud, met ge-
emailleerde en gedreven figuren. De voorzijde van
dezen zoo zeldzamen en kostbaren Reliekenhouder
stelt op een gouden plant de Moeder Gods voor, op
het oogenblik dat het Eeuwig Woord in haren maag-
delijken schoot gaat nederdalen. De H. Maagd houdt
hare handen en blikken ten hemel verheven, de
komst van den Zoon Gods, die nu ook haar zoon
gaat worden, in diepen eerbied en uiterste nederig-
-ocr page 41-
38
heid afwachtend In het doosje wordt wierook be-
waard van de HH. Driekoningen.
2.   Een Reliekenbeurs van geborduurde zijde
3.   Een Reliekenhouder van verguld koper en bergkris-
tal, waarin zich een fleechje bevindt, dat voor twee
derden gevuld is met olie, die gevloeid is uit de been-
deren van den H. Nicolaas.
4.   Een hoorn met oostersohe versierselen, waarin oud-
tijds de fragmenten van de zaal des Avondmaals en
van de plaats waar de H. Geest op de apostelen is
nedergedaald, bewaard worden.
5.   Een zilveren Reliekenhouder met den gordel van de
H. Maagd Maria.
6.   Een torenvormige Reliekenhouder van zilver met
overblijfselen van de H. Barbara.
7.   Een verzilverd borstbeeld, bevattend een groot ge-
deelte van den schedel van den H. Bartholotneus,
apostel.
8.   Twee cilinders met zilveren montuur, bevattende de
eene van de doornenkroon, de andere van de spons
des Heeren.
9.   Een romaansche pyxis van verguld koper.
10.   Het hoofd van een onbekenden martelaar.
11.   Een groote houten hoorn met Relieken der marte-
laren van \'t Thebaansch Legioen
12.   De dalmatica van den H. Lambertus
13.   Twee ronde ivoren doozen, met Relieken van den
H. Bernardus en andere Heiligen.
14.   Een ivoren hoorn, gevat in verguld koper.
15.   Een zilveren Reliekenhouder met iragmentjes van
de kolom der geeseling.
16.   Een zilveren doos, met eene voorstelling der H.
Veronica en deze woorden: „Salve facies nostri Re-
demptoris."
-ocr page 42-
39
17.   Een afbeeldsel van de H. Maagd, geschilderd door
den H. Lucas.
18.   Een borstkruis van verguld zilver.
19.   Drie vierkante koffertjes met Relieken.
20.   Een Reliek van den H. Rochus, in zilver gevat.
21.   Een Reliek van den H. Joannes Nepomucenus.
22.   Een stukje van de stola van den H. Hubertus.
23.   Drie looden kistjes met Relieken, voortkomende uit
oude altaren.
24.   Vijf doozen met Relieken.
25.    Het hoofd van eene der gezellinnen der H. Ursula.
26.   Twee hoofden van gezellen des H. Gereon.
27 Acht monstransen uit den Renaissancetijd, met Re-
lieken van de H. Maria Magdalena, de H. Catharina,
de HH. Hubertus en Nicolaas, de H. Barbara, den
H. Tranquillus, den H. Servatius, den H. Petrus
van Alexandrië en de H. Petronilla.
Ten slotte dan looft en prijst den Heer in de ge-
beenten van hen, die met mannenmoed Zijne heilige voet-
stappen hebben gevolgd, en de vereering van Gods Hei-
ligen zal voor u een ïijke bron van milden zegen wezen
voor tijd en eeuwigheid.
W
DRUK EN UITGAVE VAN N. ALBERTS, TE KERKRADE.
-ocr page 43-
Bij den uitgever dezes is verschenen en alom
verkrijgbaar\':
AndachtsbÜchlein zam Gebrauch der Mitglieder der
Bruderschaft für die Abgestorbenen a f 0,15
A. Brouwers, L\'action de la Kranc-Macon-
nerie dans 1 histoire Moderne, „ - 1,40
R. Corten, l/élève chrétien(l avre de Prières),
2\' dr., geb. met verguld op snee, „ - 2,40
__________Confession et Cornmunion, geb. „ - 0,36
A. Rliyten, A. Baumgartner\'s Loretaansche
Litanie in 59 sonnetten, ingen. „ -0,50
in pracktband verguld op snee
„ -1,00
J. Van Wersch, Heil im Gebete, geb. in leer „ - 0,72
Sammlling von religiösen Liedern, 2te Aufl. „ - 0,06