-ocr page 1-
I
-A 7 V
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
nr>mr> moT-tJ
-ocr page 5-
DE ZES ZONDAGEN
TER KKItK VAN 1)KN
ji. Alojijsms van uoivtai]a>
I
-ocr page 6-
-ocr page 7-
-ocr page 8-
Pi
l ^w *\' ^»: Til
S.i&tëÖUÖS BöMW.mSiilflïSK ö
-ocr page 9-
S (>
fo. x*g-
De ze5 Zonda^erj
TER EEBE VAN DEN
H. ALQYSIÜS VAN\' GONZAGA
OPGEDRAGEN
aan de Katholieke Jeugd
I» VERBAND TOT DE KEUZE VAN EEN ZALIGEN\'
\' LEVENSSTAAT
=Ü3--Ï*3---V-»---<W~ ^*J
"^^rö
-ocr page 10-
-ocr page 11-
i x Li; i i) i \\ <;.
<L[, kn 22stoii November 1729 verklaarde
U.J I\'atis Benodictus XIII den II. Aloy-
sius van Gonzaga /«/ Schutspatroon
der katholieke jeugd en bijzonderen be-
schermheilige der scholieren.
Zoadt gij er ook maar een oogenblik aan
kunnen twijfelen, of die beminnelijke jon-
geling van stonde afaun de laak op zich
genomen beeft, de stndeerende jetujd voortaan
Ie, beschermen, te schutsen, en dat al wat
baar b lang inboezemt, Hem ten zeerste Ier
harte gaan zal? Neen, niet waar! Welnu,
a-at kan er voor de katholieke jeugd van
(/rooier belang zijn dan de levensstaat, dien
zij eenmaal en misschien al spoedig te kiezen
heeft
? Daarvan toch hangt uw geluk hier
<>/> aarde, en wat meer is, aw geluk
of ongeluk hiernamaals,
uwe eeuwigheid
grootendeels af. Die allergeiviehtigste zaak
kant gij dan ook niemand beter dan den
II. Aloysius aanbevelen, Hem, die èn door
eigen ondervinding èn omdat Hij uwe bij-
zondere schutspatroon is, a hierin het best
verlichten en helpen kan,
-ocr page 12-
Eene oefening, die uwen Beschermheilige
het aangenaamste zijn zal, is het houden
der
Zes Zondagen; want Hij zelf heeft ze,
om zoo te spreken, ingesteld. Ziehier bij
welke gelegenheid.
In het jaar 1765 verkeerde een novice der
Sociëteit van Jezus te Home, Nicolaas Celestini
genaamd, tengevolge eener gevaarlijke ziekte
in levensgevaar.
Den 13™ Februari, nadat hij gedurende
tien dagen, zelfs geen enkelen droppel water
•meer genuttigd had, scheen zijn laatste uur
nabij. Hij lag bewegingloos, zonder taal
of teeken, op zijne legerstede.
Doch hoort, daar roept hij eensklaps met
heldere stem uit:
„ Lk bea weer boter; de
11. Aloysius heeft mij genezen!"
Daarop verhaalde hij aan de verbaasde
omstanders, hoe de H. Alogsius, tot wien
hij altijd eene groote godsvrucht had ge-
voeid, hem verschenen was, en onder meer,
tot hem gezegd had
:
„Ik beveel u ook de godsvrucht der Zes
Zondagen aan, tor gedachtenis van de zes
jaren,
die ik in de Sociëteit van Jezus heb
doorgebracht."
Stelt dan, dierbare jongelingen en jonge-
dochters, al uw vertrouwen gedurende deze
oefeningen op uwen machtigen Schutspatroon!
Gij kunt deze oefeningen honden, ofwel
-ocr page 13-
de Zes Zondagen die zijn feest, den 2Js 1 <^»
Juni, voornfgaun; ofieel de zes zondr.geii,
die onmiddellijk hj> hel feest volgen ; ofwel
zes zondagen door liet jour, mifs se niet
onderbroken worden.
Zijne Heiligheid Paus demons XII heeft
door twee decreten van dan
11 don December
1730, en can den 7<l<\'» Januari 1740 een
vollen aflaat op ieder der Zes Zondagen
verleend,
op voorwaarde dat men biecht,
communiceert en eenige godvruchtige oefe-
ningen ter oere van den engolachtigcn
jongeling Aloijsius verricht.
Moge dit hoekje u daarin tof leiddraad
dienen, en de goede beschermheilige u can
(lod verkrijgen, wat Hem tot meerdere eer
en ii tot heil en zaligheid strekken zal.
Oj) het feest der Onbevlekte Ontvangenis.
De Schrijver.
Wm tim ftmtfan ï>nit
Door de katholieke jeugd met buitengewone
graagte ontvangen, werd
binnen één enkele
maand reeds een tweede uitgave van dit
boekje verlangd! God alleen zij eer!
Dat ook op dezen tweeden druk zijn zicht*
bare zegen raste !
Dk Schrijver,
-ocr page 14-
Zinspreuken van den H. Aloysius.
COft/ OfHi/ a$Y voel f/c ct:r//titf//i(l\'/S
,, Gwe mae\'cta jut/r\' i//jnrf.> /
CO // zfhi voel ri/ïi nocyeli aeoolen /
—^a-^Ocj.—
-ocr page 15-
i) v. 7. i: s / o \\ i) .v o i: x
TEK EERE VAN DEN
yi. /\\loysiu5 van Gonzaga.
ls,p ZONDAG.
Over do H Deujd van Zuivor\'noic\'.
n don naam dos Vaders, enz.
Kom, II. Geest, vervul do harten uwer
geloovigen, en ontsteek in hou het vuur
uwer goddelijke liefde.
y. Zend uwen geest af en zij zullen
herschapen worden.
R.-. En gij zult het aanschijn der aarde
vernieuwen.
GEBED.
God, die de harten der geloovigen door
d.e verlichting des II, Geestes onderwezen
-ocr page 16-
10 DE ZES ZONDAGEN TER EKRF. VAN DEN
hebt, geef dat wij in dicnzolfdon Geest,
wat waar is, ondervinden ca ons altjjd over
zijne vertroosting verblijden, door Christus
onzen lieer Amen.
Wees gegroet, Maria, enz.
II. Aloysim van Gonzaya, bid voor in jj !
\'t £> il u geenszins verwonderen, dat
wij dezen eersten Zondag aan do II. Deugd
van Zuiverheid wijden.
Do reden ligt voor de hand.
Op de eerste plaats is het juist deze
II. Deugd, waarin Aloysiun zoozeer hooft
uitgeblonken, dat zijn tijdgenooten hem
den eeronaam van: „engelachtigen jonge-
ling"
of „engel in het rfecsch" gegeven
hebben. En op do tweede plaats is het
juist die deugd, die gij vooral beoefenen
moet, als gij door den goeden God wilt
verlicht worden in de keuze van een levens-
staat, want, hoo kuischer, hoe reiner, hoe
onschuldiger gij zult leven van uw jeugd
afaan, hoe beter, klaarder en duitlelijker
gij zult inzien, hetgeen God voor uw latpr
lpven van u wil.
-ocr page 17-
11. Af.OTSlL\'S VAN GONZAGA.                    11
I.
Do moedor van den II. Aloysins,
Ihma Martha d* Tana, was oen door en
door bravo vrouw, wier grootste genot het
was, den goeden God getrouw te dienen.
Zij bad dan ook voortdurend tot God, dat
1 Lij zich gewaardigen zou haar een zoon te
schenken, die eenmaal in het klooster zou
treden, kloosterling worden zou.
En God verhoorde dat gebed, want zooals
gij weet, is Aloysins later in de Sociëteit
van Jezus
getreden, Jezuiet geworden.
Welnu, kon een kind, met zulk een vurig -
hoid van den hemel afgesmeekt, anders dan
een voorbeeld van kuischheil wezen?
Slechts zeven jaren oud, en reeds schonk
het zich geheel en al aan den goeden God,
Hem belovende voortaan rein, smetteloos,
kuisch te leven, welke belofte hjj tot zijn
heiligen dood toe allergetrouwst heeft na-
geleefd.
Allertrouwst! Ja, want aan het hof, waar-
van Aloysins deel uitmaakte, door zijn adel-
lijke geboorte, was hot een spreekwoord
geworden: „De kleine Markies van Chatillon
is niet van vleesch gemaakt
/" dat wil zeg-
gon : hij wordt niet als alle andere ster-
-ocr page 18-
12 ])K ZKS ZONDAOKN TKH KEHK VAN UEN
Telingen door hot vleesch, 0011 onzer grootste
v|janden, bekoord, lijj hoeft nimmer beko-
ringen tegen de II. Deugd van Zuiverheid.
Meent evenwel niet, dat dit een voor-
recht viis, dat hij van don goeden God zoo
maar onverdiend verkregen had.
O neen! Aloysiux had daartoe al zijne
krachten ingespannen; hij onderzocht zeer
dikwijls en nauwkeurig zijn geweten ; biecht-
tc steeds mot veel zorg on zeer geregeld ;
en bewaakte vooral aanhoudend zijn oogen,
ooren, tong on gedachten, die van hein,
heet van bloed, levendig van natuur en
scherp van verstand nog meer dan van
anderen beteugeling vroegen.
Overal, waar hij verscheen, erkende men
terstond aan geheel zijn houding den zedigen
jongeling.
IS\'ooit veroorloofde hij zich een vrijen blik
of oogopslag, uit vrees, dat deze hem tot
bekoring zoude zijn, zoo zelfs, dat hij meestal
do steekspelen of andere vermakelijkheden
bijwoonde en niets gezien had, van hetgeen
er gebeurd was. Men verhaalt zelfs van hem
dat hij de keizerin, in wier tegenwoordig-
hoid hij zich toch dagelijks aan hot hof
bevond, en die hij op reis door Italië ver-
gezeld had. nooit in het gezicht had gezien
-ocr page 19-
il. AÏ.OVSIUS VAX GOKZAIIA.                  13
zoo zelfs, dat het hem onmogelijk zou ge-
wcest zijn, haar van de andere hofdames
te onderscheiden.
Vandaar, dat men hem altijd met neer-
geslagen oogen dcor de straten zag gaan,
tengevolge waarvan hij, eenmaal religieus
geworden, den weg naar Chatillon, waar
hij geboren was, niet eens kende, noch dien
naar Madrid, waar hij toch zeer lang ver-
toefd had.
Welk een groote voorzorg, niet waar, die
eer te bewonderen, dan na te volgen is !
liet volgende voorval uit zijn leven toekont
hom in geheel zijn engelachtige schoonheid.
Op zekeren dag onderhield hij zich met
verscheidene jongelingen van zijn leeftijd in
een groote zaal. Ken edelman, omtrent 70
jaren oud, veroorloofde zich do vrijheid
eonigc al te lichte toespelingen te maken.
Aloysiits schaamrood wordend, nam onver-
schrokken het woord en sprak den onbe-
schaamde stoutmoedig toe: „SeJiaamt gij
Vu niet np mr leeftijd zulke taal te voeren,
„ontler jongelieden? Gij geeft hun ergernis,
„mijnheer, en zijl hun tol\'slecht voorbeeld !
„Zulke vuile taal bederf/ de goede zeden
.\'"
hij verwijderde zich terstond en vluchtte
deu vuilspreker.
-ocr page 20-
14 ni\' Zi:s /.OKDAfiKK Ti:tt i:i:lti: VAN DEN
Tc Chatillonhmi bij Tan de soldaten ocnigc
onbetamelijke woorden geleerd. Zijn gouver-
neur berispte hem daarover, toen hij ze hem
eens hoorde gebruiken, en de brave jonge-
ling nam die welgemeende berisping zóó
ter harte, dat hij sedert nooit weer een enkel
onbetameljjk of te vrij woord uitgesproken
heeft. Eu toen hij later zjjnc eerste alge-
meene biecht sprak, deed hij dit onder zoo
hevig schreien en snikken, dat de biecht-
vader geloofde hem aan zijne voeten te zien
sterven.
Aloi/sius sprak daarenboven weinig, en
dan bijna altijd over geestelijke zaken of
studie; toch zocht iedereen zijn gezelschap
en was men blij eenigen tijd in zijne tegen-
woordigheid te kunnen slijten.
Hoever het de engelachtige jongeling in
de II. Deugd van Zuiverheid gebracht heeft,
getuigt Kardinaal Iiellarminm, — die AI01/-
sius\'
geweten zeer goed kende — als hij
onder eed verklaart „dut Ai.oysiis (jethi\'
rende heel zijn leren niet één enkelen keer
den opstand van het vleesch ondervonden,
noch één enkele gedachte of verbeelding teyen
de II. Deugd gehad h\'eft."
-ocr page 21-
II. A1.0YMUK VAN ROK7.AHA.                    lo
II.
Ziedaar een toonbeeld van ware,
degelijke zedigheid !
Tracht, dierbare jongelingen en jonge
dochters, Aloi/sius, uw patroon, dan zooveel
mogelijk na te volgen in deze engelachtige
deugd, door vooral te waken op uwe zin-
tuigen : oogen, ooren en mond, en op de
minste uwer gedachten. Wilt toch niet
altijd alles zien, alles hooren. Bekent het
eens ronduit, waar vandaan komen uwe
ergste bekoringen:\'\' Omdat gij eens te vrij
zijt geweest in uw blik; omdat gij geluisterd
hebt naar het een of ander, waarnaar gij
niet had behoeven te luisteren: omdat men
u iets verteld heeft wat, zoo niet slecht, dan
toch zeer verdacht was. Is het niet waar
dat, als ge niet gezien, niet gehoord hadt,
gij nu veel minder te lijden zoudt hebben
van bekoringen, dat is, slechte gedachten F
Woest dan voorzichtig! Gij behoeft uw
oogen wel niet in uw zak te dragen, zoo-
als men zegt, of altijd naar den grond te
zien, maar dan, als gij denkt of vreest, dat
gij iets zoudt aanschouwen, wat u aanstoot
kan geven, waakt dan met verdubbelde
krachten. Vlucht, vlucht allen cu alles, wat
-ocr page 22-
i(S DE ZES ZONIlACiKS TKR j-XRK VAN IM\'.X
uw kuischheid, die teedere deugd, ook maar
in de verste verte zou kunnen schaden.
Zij is als een gladde, heldere spiegel, dien
één enkel ademtochrje doet beslaan, en dof
maakt.
En om die deugd te bewaren in al hare
schoonheid, let vooral er op, wie gij tot
vrienden kiest en hebt. Jtaadpleegt daar-
over brave, verstandige lieden, in wie gij
vertrouwen stelt. Niets ter wereld is ge-
vaarlijker voor uwe onschuld dan, ik zeg
nog niet een slechte, maar zelfs een ver-
duchtt;
vriend !
Waar gij ook in gezelschap zijt, veroor-
looft u nooit iets te doen of te zeggen, wat
uw geweten u verwijten kan in strijd te
zijn met die H. Deugd !
Kiest Aloysius als toonbeeld; verbeeld u
dikwijls dien zedigen jongeling te zien, u
in zijne heilige tegenwoordigheid te bevin-
den, dan zeker zult gij immer kuisch han-
delen, kuisch spreken, kuisch leven, dan
zult gij den goeden öod als het ware
dwingen u te helpen bij de gewichtige keuze
van uw levensstaat, want God is niets aange-
namer en welgevalliger, dan een kuische ziel.
Wie, welk schepsel schonk Hij de grootste
eer, namelijk om zijne moeder te worden f
-ocr page 23-
II. AI.OYSH S VAN (iON/.AGA.                    1(
])c kuische, de onbevlekte Maagd Maria.
Wie was Zijn voedstervader ?
De leliereine, de allerrechtvaardigste II.
Jozef.
Wie was Zijn boezemvriend, en mocht bij
het laatste avondmaal op Zijn liefdevol
Hart rusten ?
De maagdelijke, de kuische Joannes.
Wie zijn nog heden ten düge de boste
vrienden van God ?
Zij, die de gelofte van eeuwige zuiverheid
hebben afgelegd , de kloosterlingen, de
religieuzen.
Nu is het zeker, niemand kan aan zijn
besten vriend iets weigeren, vooral, datgene
uiet, wat hij vermag hein te geven.
De gevolgtrekking is klaar en duidelijk :
Wilt gij van God de genade verwenen
uwe II. Roeping goed te kennen, hetgeen God
u ongetwijfeld kan doen kennen., maakt u
dan vriend van Hem, door reeds in uwe
jeugd recht kuisch, rein, zuiver te leven.
Oefekiko. Let gedurende deze week eens
nauwkeurig er op, hoe en wanneer gij de
meeste bekoringen tegen de II. Deugd van
kuischheid hebt; bekent dit in uw volgende
biecht oprecht aan uw biechtvader, en
volgt stipt zijn raadgeving na.
-ocr page 24-
18 DE ZES ZONDAGEN TER EERE VAN UKN
GEBED*
Engelachtige Patroon, II. Alot/sitis,
Gij, die de schoonheid der II. Deugd van
Zuiverheid zoo goed kender, op |>rjjs gesteld
en beoefend hebt, o help mij, bid en smeek
| ik u vol vertrouwen, ook die II. Deugd
beoefenen. Boezem mij een onweerstaanbaren
afschrik in voor alles, wat met haar in strijd
is. Dat ik U, o kuische jongeling, altijd voor
oogen hebbe, Gij, Engel in den vleesche,
Gij , die mij als patroon on toonbeeld ge-
geven zijt, on daarom juist mijn gebed des
te liever zult verhooren. Ik wijd U derhalve
mijn oogen, mijn ooren, mijn mond, al mijn
zintuigen. Waak Gij er over, alsof het de
uwe waren, vooral als ze in gevaar mochten
zijn mij tot gelegenheid van zonden \'te
wezen, en verwerf mij door uwe IL Kuisch-
Iieid de genade van God mijn II. Itocping
te kennen en die edelmoedig te volgen.
j Amen.
* Vooral te bidden na <le II. Communie; doch
ook meermalen gedurende den dag.
!
-ocr page 25-
H. ALOVSIUS VAN OON7.AC.A.                    19
2de ZONDAG.
Over den geest des gebeds en de gods-
vrucht tot de H. Maagd.
:i
ii den naam des Vaders, enz.
Kom, II. Geest, enz.
Wees (jeyrtirf, Maria, c/ic.
II. Aloysius van Gonzuga, bid voor mjj !
ilt gij. dierbare jeugd, zuiver,
kuisch leven en zoo den goeden God, a!s
liet w.uro, gewold amdoon om u duidelijk
te loeren kennen, wat Hij van u voor do
toekomst verlangt, bidt dan veel, traelit don
geest des gebeds te verkrijgen en hebt een
teedere godsvrucht tot uw goede, lieve
.Moeder, de allerzaligste Maagd Maria. Uw II.
Patroon zal u hierin ook een toonbeeld zijn.
I.
Als twaalfjarige knaap vond Aloijsius
zulk een smaak, zulk een genot in het
-ocr page 26-
20 DE ZES ZONDAGEN TER EERE VAN DEN
gebed, dat hij, nog zoo jong, uren en uren
biddend kon doorbrengen, en dan niet zelden
een vlood van tranen stortte, die zijne
kleederen doorweekten en den vloer zijner
kamer besproeiden. Ja meer, van zijn
zevende jaar zelfs was het zijn dagelijkscho
gewoonte, de getijden der H. Maagd en de
boetpsalmen Ie bidden. Daarom was hij ook
het liefst alleen met zijn God, die zich nooit
in edelmoedigheid laat overtreffen. Voort-
durend was hij bezig met oefeningen van
godsvrucht on gebed. Men heeft hem door
de reten der deur zijner kamer gadegeslagen;
daar lag hij uren achter elkaar voor een
kruisbeeld geknield, op den blootcn vloer,
met uitgestrekte of over do borst gekruiste
armen, terwijl hij aanhoudend liefdezuchten
slaakte ; ofwel men zag hem in vervoering
zoo onbeweeglijk, alsof hij een beeld ge-
weest ware.
Dan konden zijn gouverneur of zijn be-
diouden de kamer iu en uitgaan, Aloysius
bemerkte ze niet. Toen hij later door Gods
beschikking een boekje vond van Pater
Petrus Canixim over het gebed, leerde hij
met meer orde bidden.
Xog later nam hij zich zelfs voor, zijn
gebed voortaan altijd zonder de minste
-ocr page 27-
II. Al.OVSIVS VAN fiOKZAC.A.                    Jl
verstrooiing te verrichten. Hij begon dan
zijne gebeden, en ais hij na een kwartier
of half uur merkte verstrooid te zijn go-
weest, beschouwde hij dien vervlogen tijd
als niet geweest, en begon weer geheel op
nieuw. Zoo bracht hij eens vijf uren achter
elkaar in gebed door; en hij liet deze
gebeden nooit achterwege, zelfs niet, toen
hjj achttien maanden lang door koortsen
gekweld werd. Hij kon dan ook aan zijne
overheden verklaren dat gedurende zes
maanden zijn verstrooiingen in het gebed
den duur van één Wees gegroet niet te
bovengingen. Vooral echter in lijden en
tegenspoed zocht hij zijn troost in het gebed.
Ken enkel voorbeeld uit vele.
Alvorens eene keuze te doen aangaande
zjjn levensstaat, in welke orde hij nl. zoude
treden, had hjj zijn gebed verdubbeld, om
van God de verlichting in een zoo gcwieh-
tigo zaak af te smeeken.
Toen hij nu besloten was Jezuïet te wor-
den, \'maakte hij \'t eerst zijn opgevat plan
aan zijne moeder bekend en later ook aan
zijn vader.
De eerste zag haar hartewensch vervuld
en was zeer tevreden. Doch de vader, die
iets geheel anders niet zijn oudsten zoon
-ocr page 28-
22 lil\'. ZI\'.S 7.0XII.\\(iKS TRI» RRRR VAX 1>1-:X
voorhad, op wien hij al zijne lioop voor do
toekomst had gestold, ontstak bij deze bc-
kendmaking in hevigen toorn ; hij deed zijn
zoon harde vorwjjtingen en joeg liem oin-
delijk weg, hem verbiedende voorloopig nog
onder zijne oogen te verschijnen.
Aloijsiiut ging bedroefd naar zijn kamer,
wierp zich ter aarde, en bracht met uit-
gestrekte armen een gernimen tijd door in
liet vurigste gebed.
En wat nu te zeggen van zijn godsvrucht
tot do II. Maagd? Nog voor hij geboren
was, beloofde zijne brave moeder reeds met
hem naar Loreto tor bedevaart te gaan
om hem daar aan Maria, do machtige
Hemelkoningin, toe te wijden.
Kon het anders of Alogsiun zon eenmaal
een luircr grootste vereerders worden ? Do
eerste woorden, die hij leerde stamelen,
waren dan ook : „Jezus, Maria"; zijn eerste
gobeil : het „ Wees gegroet." Op zevenjarigen
leeftijd had hij reeds de gewoonte het klein
officie van O. L. Vrouw te bidden, eu be-
zieldo hem zulk een godsvrucht tot Maria,
dat hij over Haar sprekend, aan llaarden-
kend of van Haar hoorend, als verteerd
werd door de vurigste liefde tot zjjne he-
melsche Moeder, zooals hjj zelf verklaarde.
-ocr page 29-
II. A1.0YSIUS VAN OONZAOA.                    23
Geen wonder, dat zijn liefste uitspanning
dan ook was, in een kerk aan Maria ge-
w|jd, te mogen gaan bidden ; dat hij allo
vigilies der feestdagen van de Moedermaagd
en alle Zaterdagen Haar tor eero streng
vastte; dat hij llaar, nog zeer jeudig, ge-
lofte van eeuwige zuiverheid gedaan had.
11.
Spiegelt u thans weder aan uw
leerrijk toonbeeld.
Hebt gij ook zulk een lust, zoo\'n vermaak
in het gebed? Bidt gij gaarne? Ieder ehris-
ten moet bidden, wil hij staande blijven in
do deugd; hoeveel te meer een christen,
die iets noodig heeft; hoeveel te meer gij,
die den staat wilt loeren kennen, waartoe
God u roopt, waarvan uw geestelijk en
tijdelijk geluk afhangt.
Aloijsius was een jongeling van gebed;
hij had den geest des gebeds. Wat wil
dat zeggen? Dat hij een behoefte gevoelde
aan het gebed; dat het gebed hem nooit
verveelde, dat hij nooit iets begon of ein-
digde zonder het gebed. Is dat ook zoo
met u het geval ? Als gij moeielijkhedeu
hebt of bedroefd zijt, waar zoekt ge dan
-ocr page 30-
ÏÏ-I          |IK Zl\'.S ZONIlAtlKX TER i:i:t!K VAN [U\'S
het eerst uitkomst en troost? Bij de men-
schen, of\' bij God in liet gebed?
Zijt ge gaarne in de kerk; of vallen tl
daar de diensten te lang, en verlangt go
altijd maar, dat het gedaan zij ?
Wilt gij door God verlicht worden inde
keuze van uw levensstaat, o, bidt dan toch,
bidt toch veel, om het even, wat gij ook
worden wilt, want ook voor degenen, die
in de wereld blijven of niet priester wor-
dcn, is niet elke levensstaat een: ^zalige"
levensstaat.
Wilt gij door God verlicht worden, dan
moet gjj u zeer zeker waardig maken die
verlichting te ontvangen. Welnu, bidt, want
do IF. Bernardus zegt: „het gebed regelt
onze verlangens, leidt ouze handelingen, en
maakt onze misstappen weer goed."
Als gij dus ooit behoefte hebt aan gebed,
dan is het in dezen tijd van uw leven.
Tracht die behoefte te begrijpen, en geeft
er toch dikwijls gehoor aan.
Maar zorgt ook zooveel mogelijk zonder
vers rooidheid te bidden. Zoover als Aloi/-
siim
zult gij het wel niet brengen. .Maar u
aan zijn voorbeeld spiegelen, dan kunt gij
toch wel, door u ten minste eenige moeite
te geven, het tot een tamelijke hoogte
-ocr page 31-
II. AI.OYPIl\'S VAN (iONZAOA.                    2ii
brengen. Gij weet ook, dat sommige plaat-
sen meer geschikt zijn om te bidden dan
andere. Kiest dan bij voorkeur de kerk of
stille, afgezonderde p\'aatsen om er met God
bezig te zijn. In de kerken toch troont
Jezus in het kleine tabernakel, en roept
hen, die belast en beladen zijn, (dat wil
zeggen: die iets, wat dan ook, noodig heb-
ben,) om hen te helpen. En om nog beter
en eerder door den goeden God verhoord
te worden, gaat altijd eerst tot uwe Mach- •
tige Moeder, de allerzaligste Maagd Maria.
Hebt Haar kinderlijk, teederlijk lief.
Gij moet tot Haar niet hoogdravende, lan-
ge, van buitengeleerde gebeden richten:
maar eenvoudig, kinderlijk met Haar spre-
ken, zooals gij tot uw moeder, uw vader,
of uw vriend spreken zoudt. Haar zeggen:
„dit of dat, lieve Moeder, zou ik gaarne
door U van God bekomen, en ik laat U !
niet eer met rust, vóór ik het door U
verkregen heb."
Viert ook, zooals gij dit bij don H.Aloysim
zaagt, op een geheel bijzondere wjjze hare
leesten.
Laat geen enkel voorbij gaan, zonder
ten minste iets ter Harer eer gedaan te
hebben : zoo ook op de Zaterduyen, Haar
I
i
-ocr page 32-
20 III\'. ZKS /.OMIAfiKN TER EEltF. VAN- DFN
geheel bijzonder toegewijd. Kan die goede
Moeder ongevoelig blijven bij hetgeen gij
voor Haar doet P Zal hare liefde zich door
de uwe laten overtroffen V Eu zal zij niet
al hare macht bjj haar goddelijken Zoon
gebruiken om U zijn II. Wil kenbaar te
maken ? Maar bemint Haar dan ook recht
hartelijk : toont Haar dit, waar of hoe gij
ook maar kunt.
Vertrouwt door Haar, zonder angst of
bezorgdheid, geheel uwe zaak aan God toe ;
gij kunt ze. in geen betere handen stellen !
Oefening. Maakt het besluit voortaan in
moeielijkheden, angsten, bekoringen, of\'wat
dan ook, eerst tot het gebed, tot God en
de II. Maagd uw toevlucht te nemen, voor-
dat ge om raad of hulp bij de meiischen
gaat, en geen werk te beginnen, zonder
eerst uw hart tot God en de II. Maagd
verheven te hebben in eeu kort maar vurig
gebed.
-ocr page 33-
II. Al.OVSHIS VAN fiOKZAP.A.                 27
G E 1? E D *
t sn v.\' ar :z i. v rv. :.\' t,ct io
Godvruchtige Patroon ƒ/. Aloijsim,
verkrijg voor mij door uwe machtige voor-
spraak don waren geest des gebeds en een
teedcre godsvrucht tot de allerheiligste
Maagd Maria. Geef, dat ook ik gelijk
gij smaak, lust, behoefte in het gebed ge-
voel : dat ik mij, als van zelf, voel getrok
ken tot het gebed. 01 mocht ik toch zoo
kunnen bidden gelijk gij badt! Daar ik
er voortaan naar zal trachten, om zooveel
mogelijk zonder verstrooidheid te bidden,
zoo vraag ik nederig en met vertrouwen
uw hulp, die gij mij zeker niet weigeren
zult. Stort ook een vonkje dier kinderlijke
liefde tot Maria, die u zoo overvloedig be-
zielde in mijn hart, opdat ik haar oprecht
kind zij, al do dagen mijns levens, en zij
aan mij, gelijk aan u, al haar moederlijke
zorgen bestede. Alles, wat ik heb en bezit,
wijd ik Haar daarom, naar uw voorbeeld,
voor ecuwig toe. Amen.
* Vooral te bidden na de II. Communie; (Wh
ook meermalen gedurende <U>u dag.
-ocr page 34-
28 t>E ZES ZONDAGEN TER F.ERE VAX PEN
3de ZONDAG.
Over der. i-1. Wil Cods en de luivtere
meening.
a
n den naam des Vaders, enz.
Kom, II. Geest, enz.
Wees gegroet, Maria enz.
11. Alogxius van Gonzaga,
bid voor mij !
Jf\'oordat gij diVir zult komen, waar
de goede God u roept en hebben wil, zult
gij nog veel te doen, nog veel te loeren,
veel te doorworstelen hebben. Immers, wat
gij ook wilt worden, gij kunt er niet zoo
op eens toe komen. Er is misschien nog
een lange weg af\' te leggen, alvorens gij
het doel, dat ge u voorstelt, zult bereiken.
Moeielijkheden zultgij bijnazekcrontmoeten.
Wilt gij u daartegen sterken en wilt gij
u zooveel mogelijk vergewissen, of gij u wel
op den weg naar het doel bevindt, waar-
heen u de goede God roept, streeft er dan
-ocr page 35-
H. ALOYSIUS VAN OONZAOA.                 29
naar zijn II. Wil in alles, altijd on overal
j te kennen, Hem stipt, nauwkeurig, koste
wat het koste, to volbrengen, en bij al
wat gij doet een zuivere meening of in-
toutie to hebben, zooals gij dit in den 11.
Aloijsim
bewonderen eii zeker navolgen
zult.
I.
Aloi/sius, nog kind zijnde, meende
een inwendige stem te hooren, die hem
riep tot het kloosterleven : die stem kon
van niemand anders zijn dan van God,
want hij had zijne moeder verschillende
malen hooren zeggen, daar het God be-
haagd had haar verscheidene zonen te schen-
ken, dat zij gelukkig zou ziju als er één
kloosterling word.
Op zekeren dag maakte hij zijne moeder
dan ook bekend: „ik geloof zeker, dier-
bare Moeder, dat God mij tot het kloos-
lijke leven zal roepen." Voortaan hield deze
eene gedachte zijn jeugdige geest bijna
uitsluitend bezig : hoe dien H. Wil Gods
ten uitvoer te brengen ; dagelijks bad hij
daarvoor, doch zóó, dat hij alles hoege-
naamd in Gods handen stelde en Hem, die
-ocr page 36-
.\'iO DE ZES ZONUAflEX TER EERE VAX DES
iillcs wist on koude, als liet ware bezwoer,
de heelo zaak zoo te willen beschikken,
als lljj oordeelde, dat \'t beste was.
Eerst gevoelde bij zich getrokken om
zich geheel en al van de wereld af te schei-
den en in een der strengste orden te treden.
Dan, liet werd hem klaar, dat God \'t an-
ders wilde; en daarom besloot hij zich Ho-
ver tot do Sociëteit van Jezus te bepalen,
waarin men niet alleen aan zijne eigen
heiliging, maar ook aan die des na sten
verpl cht is te werken. En meent nu niet,
dat hij genist was. Thans nam hij mot
allen aandrang zijn toevlucht tot zijne he-
melscho Moeder Maria op bet feest harer
luisterrijke Hemelvaart. Toen vernam hij
duidelijk een inwendige stom, dat bij Jezuïet
moest worden, en verder zich in alles tot
zijn biechtvader moest wenden bij hetgeen
hij voor de toekomst te doen had. Met do
grootste angstvalligheid luisterde hij dan
ook naar diens raadgevingen on legde hem
zijn geweten tot in de kleinste plooien bloot.
Toen zijn vader, de Markies, bom aangaande
zijn plan voor do toekomst ondervroeg, on
deze zijn ontevredenheid en leed daarover
aan Aloijsias betuigde, antwoordde de brave
jongeling, dat hij, na rijp beraad, door God
-ocr page 37-
II. ALOYSIUS VAN GOKZAGA.                    Hl
meendo geroepen te zijn en dat hij Ood
wilde en moest gehoorzamen.
De vader echter hield aan; hij wees zijn
zoon op zijn ziokelijken toestand. „Ik heb
zoozeer medehulp noodig," sprak hij. „Reeds
nu kondetgij mij grootendeels ter zijde staan.
Treedt gij echter in het klooster, dan zal ik
niemand meer hebben, op wien ik mij ver-
laten kan. Ik zal onderden last bezwijken
on gij zult do oorzaak zijn van mijn dood."
Maar noch bedreigingen, noch de teedere
taal eens vaders konden hem bewegen ook
maar een haartje breed af te wijken van
den weg, waarlangs hij thans zeker wist,
dat God hem ten hemel wilde leiden.
Vandaar dat hij zich verstoutte de kamer
van den Markies, waar deze, aan een hevige
ziekte lijdende, reeds geruimen tijd te bed
lag, binnen te treden, en zijn vader aldus
toe te spreken: „Vader, ik stel mij geheel
in uwe handen; maak van mij, wat gjj
verkiest; maar ik ben zeker door God tot
de Sociëteit van Jezus geroepen te zijn, on
zoo gij u tegen mijn roeping verzet, han-
delt gij tegen Gods II. Wil." Na aldus
stoutmoedig, doch met allen eerbied gespro-
ken te hebben, verwijderde hij zich, zonder
antwoord af te wachten.
-ocr page 38-
.\'!•_\' DE ZES ZONIiAiiEN TER I.EliK VAN DEN
II.
Dit is voldoende om u te tooncn,
hoezeer uw II. Patroon den aanbiddelijkcn
Wil van God verlangde te kennen, maar
meer nog, vurig en stipt wenschte na te
leven.
Tracht u daar nu eens diep van te over-
tuigon, nu niet alleen, maar ook allo dagen
van uw loven, dat uw geluk, eeuwig en
tijdelijk, afhangt van de vereeniging van
uw wil met dien van God; en hoc nauwer die
vereeniging is, hoe gelukkiger gij zijn zuil.
Welnu, wie zal u dien il. Wil loeren
kennen, vooral in datgene wat uw II. Roe-
ping aangaat ? Uw biechtvader, uw gees-
tolijke leidsman.
Opdat deze u echter leide, moet ge hem,
zooals ge dit bij den II. Aloijsius zaagt,
uw hart geheel en al bloot leggen: hij
moet u door en door kennen.
Iloe zou hij u anders kunnen leiden,
niet waar ? Maar kent hij eenmaal den
toestand uwer ziel, uws gewetens, dan zal
hij u zeker daarheen wijzen, waar God u
hebben wil: Jezus Christus immers heeft
vooral van onze geestelijke leiders gezegd :
vDie u hoort, hoort mij."
-ocr page 39-
II. U.OVSIl* VAN (iON/AliA.                 33
Als gij derhalve uw biechtvader alles hebt
gezegd, wat u op het hart ligt, luistert dan
ook naar hem. Beantwoordt onbewimpeld
de vragen, die hij u stelt en laat het aan
hem over te oordeelen, zonder u over de
rest gewetensangsten te maken.
Maar wendt u ook, zooals uw II. Patroon,
bjj voorkomende moeilijkheden tot God en
de II. Maagd, uwe goede Moeder, en tot den
//. Aloyains zelf, opdat Zij u en uw biecht»
vader verlichten en u kracht geven om God-j
II. Wil te volbrengen ; want o, dat kost
soms veel, veel moeite ! Van alle kanten
ondervindt men ze somtijds, de moeilijk-
lieden! Grootendeels, we kunnen er stellig
van overtuigd zijn, komen ze van den duivel,
die jaloorsch is op onzen vooruitgang op den
weg der volmaaktheid : het streven nl. om
Gods II. Wil te kennen en te volbrengen.
Ook onze naastbestaanden zijn ons niet
zelden tot hindernis, en vooral hier, moeten
wij luisteren naar den raad van een heilig
en verstandig biechtvader.
Eerbied en liefde moeten wij blijven be-
hoiidcn voor onze dierbaren, zooals we dit
zoo treffend in Aloysiua zagen. Maar God
moeten we meer vreezen en eeren dan het
3
-ocr page 40-
iu<: /.i:s /.(isiiAiaiN rv.U kkrk van uf.N
schepsel, en als wc met een zuivere meening
en goede bedoeling niets anders dan (iods
eer en ons zielenheil zoeken, dan, woest
zeker, zal do eono na do andere moeieljjk-
heid verdwijnen, en behaalt Ood ten slotte
altijd de overwinning.
Ik sluit mot een heerlijk woord van de
11. Teresia, die uitnemende leermeesteres
in het geestelijk loven, liet verdient al uw
aandacht, uw voortdurende overweging.
„Als God ons ingeeft een goed wtrk te
„ra-richten,
(dus hier, een zaligen levens-
„staat te kiezen,) en hij ons dit verscheidene
„muien ingeeft, dan hen ik van gevoelen,
„dat te ij nimmer in gebreke moeten blijven
vhet te ondernemen en uit te voeren, zeg-
„gende, dat wij liet om de een of andere
„reden niet zullen hunnen ; want als wij
„ons alleen uit liefde tot (lod er toe voelen
„getrokken, zullen wij zeker met Zijne hulp
„en genade er in slagen, daar aan God
„niets onmogelijk is!"
Oefekixo. Ons gewoon maken dikwijls
te verzuchten: Heer, leer mij Uw II. Wil
kennen en volbrengen !
-ocr page 41-
tt. Atovsirs van ooNüAfiA:             aft
GEBED*
Machtige Patroon, Jf. Aloi/sius, wiens
Senigst streven het was, Gods II. Wil te
tonnen, wiens levensdoel bestond in dien
;ot in de kleinste bijzonderheden te volj
>rengen, ach, ik bid u vurig, leer mij toch
nzien, dat dit het ware, het hoogste geluk
i op deze wereld, een geluk, waarvan mijn
icuwige zaligheid geheel afhangt. Vraag
lan met en voor mij, o dierbare Bescherm-
leilige, dat Gods II. Wil mij duidelijk, klaar
n zoo spoedig mogelijk geopenbaard worde !
)at alle twijfel, alle bezwaren, alle angsten
erdwijnen door uwe invloedrijke tusschen-
omst. Verlicht, II. Geest, door de voor-
3raak van den H. Aloysius, daarom mjjn
Cestehjken leidsman. Dat hij mij leide
Heen, zooals God het wil, zooals het \'t meest
ot zijne meerdere eer en tot mijn zaligheid
* Vooral te bidden na de H. Communie ; doch
uk meermalen gedurende den dn#.
^                                           ____________
-ocr page 42-
3fl ])C /KS ZONDAfiKN TKIi EF.HE VAX HEN
strekt; en mocht ik dan den moed en d
kracht hebben dien II. Wil zoo volmaak
mogelijk te volbrengen, als gij hem, Aloysiiw t
hier op aarde volbracht hebt, als gij lionj
thans in den Hemel volbrengt. Daaron
bid ik nederig met den //. Augitstinus |
„Geef mij, o lieer, de kracht om ie doen
wat (lij ijebiedl, en gebied mij, wat (lij trilt
/\'
Amen.
I
ï
n
il
-ocr page 43-
II. ALOYSIIIS VAN GON\'ZAOA.                    37
I\'1\' ZONDAG.
\\fzon ie ring.
Jjn don naam dos Vaders, enz.
Kom, H. Geest, enz.
Wees !/e</roc/, Maria, en.:.
H. Aloysius van Gonzaga,
bid voor mij !
\'
vtls ge iets goed wilt hooren,
uistert go aandachtig toe; maar daarmede
zijt g|j niet tevreden ; gij legt de anderen
ook nog het stilzwijgen op, opdat u het
minste zelfs niet ontga.
Zoo geschiedt het in het dagelijksch
teven, maar zoo moot het ook in hetgoostelijk
even gaan.
Als men de stem dor genade, die do stem
van God is, duidelijk wil hooren, moet men
maken, dat alles rondom ons stil is. Van
Jaar dat God bij den profeet Qséas zegt ;
-ocr page 44-
Ü8 DE ZES ZONDAGEN TER EEBE VAN DEN »
| vlk zal haar (de ziel) in de afzonderil
voeren, en dan tot heur hart spreken."
Laten wij eens gaan zion, hoe Aloysh
het nut, het noodzakelijke dor afzondering
begreep, en vervolgens in hoever gij ze ft
beoefenen hebt.
Door eene echt christelijke, bra\\
moeder opgevoed, had Aloysiun reeds va
zijn prilste jeugd geleerd een groote liefd
tot het gebed te hebben, en het heilig kin
maakte zulk een goed gebruik van de lesse i
zijnor moeder, dat de lust tot het gebe I
zich bij hem veel vroeger vertoonde, dai i
bij andere meer buitengewone kinderen.
Toen hij in staat was alleen te loopei
bemerkte men bij hem eene neiging om ziel
dikwijls te verbergen. En met wat vonJ
men hem dan bezig in zijne eenzami
schuilplaats, in zijne afzondering ? Me1
hot gebed !
                                                .
De liefde tot de afzondering was hen
als het ware aangeboren.
Als elfjarige knaap maakte Aloysius hc
besluit afstand te doen van zijn eerstge
boorterecht en den geestelijken staat t
-ocr page 45-
II. AI.OVSITS VAN liON/.AliA,                    li\'.l
omhelzen. Hij smookte daarom zijn vader,
don Markies, hem toeli to ontslaan \\an in
de hofwereld mee to leven, en hem toe te
staan alloen, in stilte, zijno dagen aan do
studie to mogen wijdon. Hij gaf als reden
zijne gezondheidstoestand aan, maar in \\ver-
kelijkheid was hot de walg, de tegenzin
dien hij had voor praal en hoffelijkheid, on
de aandrang, waardoor hij zich tot do af-
zondering getrokken gevoelde.
Toen hjj echter, na vool gebeds, stellig
overtuigd was, dat God hem tot het klooster-
lijke leven riep, besloot hij van stonde af,
do wereld geheel en al te verlaten.
Hij vermeed alsdan met de meeste zorg
allo soort van bijeenkomsten, vooral den
schouwburg en do grooto feestmaaltijden.
Als allen daarheen waren, bleef Aloi/s/\'iis
alleen op zijn kamer, on hield zich bezig
met gebed, geestelijke lezing, meditatie of
andore godvruchtige oefeningen. Geregeld
bracht hij het grootste gedeelte van den
dag, daar, op zijn kamer, door, zoo zelfs,
dat er soms dagen en dagen voorbij gingen,
dat men hem ternauwernood zag, ja, dat
men zelfs zijn spraak niet hoorde, want hij
was gewoon zoo weinig mogelijk te sproken.
Toon hij later religieus was, hooft hij zelf
-ocr page 46-
40 DE ZES ZONDAGEN TER EERE VAX DEN
dan ook vorzekord, gedurende één dag in
liet klooster, meer gesproken te hebben diin
gedurende vele maanden, toen hij nog in
de wereld leefde.
Inderdaad Aloysiitx beminde de afzonde-
ring, mot meer dan gewone liefde, zooals
een heilig jongeling als hij die slechts
beminnen kon, overtuigd als hij was, hoe
noodzakelijk ze is voor iemand, die Gods
stem wil hoorcu in zijn binnenste ; daarbij
zich alleen met Ood wilde onderhouden,
moest hjj de wereld noodzakelijkerwijze
schuwen en vluchten. Vandaar, dat hjj ook
zoo duidelijk in die afzondering vernam,
wat God van hom vroeg.
II.
Aloysius in dit punt streng te willen
navolgen is onmogelijk. Vooreerst hebt gij
zeer zeker de heiligheid niet van uw glo-
rierijken patroon, üok zijn de omstandig-
heden voor u zóó, dat gij zeker niet goed
zoudt handelen, al wildet gij hem op den
voet opvolgen.
Maar hij leert u toch, waar gij Gods stem,
Gods II. Wil zeker zult vernemen : in de
afzondering, in de eenzaamheid.
-ocr page 47-
11. AI.OVSIl\'S VAN 00N7.AGA.                 41
......................................................................................
Nu behoeft ge u wol niet, van den morgen
tot den avond in de eenzaamheid te be-
vinden; dit zou zelfs af kcuringswaardig
zijn. Maar bij tijd en gelegenheid is zij voor
u bijna noodzakelijk.
God immers moet u verlichten. Om door
God verlicht te worden, moet Gij tot Hom
naderen. God nu, weet het wel, is niet in
het gewoel der wereld, maar in de cen-
zaamheid, in do afzondering te vinden en to
spreken, hetgeen Hij zelfs met evenveel
woorden aan de 11. 1 eresia zeide: „ Er zijn
vzeer vele zielen, met wie ik mij zeer gaarne
rzou onderhouden, maar de wereld mankt
„zooveel gedruiseh in heur hart, dut mijne
„stem zich onmogelijk kan doen verstaan,
„Ach! of ze zich toch maar een weinig van
„dat gewoel der wereld wilden verwij-
deren .\'"
Dat zal wel genoeg zijn om u het nuttige,
ja, het noodzakelijke der afzondering te
doen inzien, die, als ze voor ieder christen
noodig is, dan toch zeker voor degenen,
die een levensstaat willen kiezen, waarover
zij nog aan \'t beraadslagen zijn.
Wat verstaat men nu door die afzonde-
ring, die eenzaamheid ?
Natuurlijk — ik herhaal het — niet eeif
-ocr page 48-
t.2 in: /.i:s /iiniiaükn\' tkii kkiik van iiïn
voortdurende afzondering van allen en alles.
Dat zou even dwaas als onmogelijk zijn.
Op de eerste plaats dan, wat men een
retraite noemt. Deze is u zeer sterk aan te
raden, indien liet u eenigszins mogelijk is:
n eenige dagen, namelijk, geheel terug te
trekken in een geestelijk huis of klooster,
om onder geleide van een vroom priester-
kloosterling, de eeuwige waarheden te o ver-
wegen on u dan hoegenaamd met niets an-
ders bezig te houden.
Dat zijn dagen van het grootste heil voor
uwe ziel. Wat go anders niet inziet, niet
begrijpt, wordt u dan zeer dikwijls helder
en klaar. Men spreekt er u over uw eind-
doel, den dood, \'t oordeel, do zonden, en
omdat het dagen van bijzondere genade zijn,
ziet gij met een helder oog in, waaraan ge
buiten die dagen zelfs niet eens dacht, (ijj
kunt niet gelooven, hoe heilzaam, hoe zalig,
ja zelis, hoe genotvol u dat zal wezen.
„\'t Is in de retraite" zegt da II. Teresia
„dat do ziel zich ontspant on uitrust in
Hom, die hare eenige, ware rust is!"
Maar zoo gij om verschillende redenen u
dat geluk niet kunt verschaffen, dan belet
u toch niets, ofschoon gij in do wereld
leeft, u van die wereld zooveel mogelijk af
-ocr page 49-
II. ALOVSIl-S VAN GUNZAIIA.                 4.\'!
te zonderen: niet aan alles mee te doen;
dikwijls ter kerke te gaan: godvruchtige
boeken te lezen ; in den huiselijken kring
uw plezier en vermaak te zooken; lichtzin-
nige makkers te vermijden; u kleine ont-
beringen te getroosten; ja zelfs, u kleine,
geoorloofde zaken uit liefde tot God te ont-
zeggen; door aan jongeren en allen, die met
u moeten omgaan, het goede voorbeeld te
geven.
Zoo ook kunt gjj als in een voortdurende
geestelijke afzondering leven, waarin u de
goede God zeer zeker zijn stem zai laten
vernemen. Zoo toch doet gij, wat gij kunt,
zoo verwijdert gij alle verstrooiingen en laat
aan God toe, gemoedelijk met en tot u te
spreken.
Gij behoeft daarom geen kwezelaar of
kwezel of onuitstaanbare jongeling of jon-
gedochter te worden! Volstrekt niet! Maar
gij doet uw plicht, zijt voortdurend liefde-
rijk, gehoorzaam als de H. Aloyaius, en
zoekt alles zoo goed mogelijk te doen, wat
God, uwe ouders, uwe overheid van u
vragen. Zoo dwingt </ij, ah het ware, God
u te verlichten, en weest zeker, die verlichting,
zal voor u uit den hemel duidelijk en klaar
w\'dersfralen,
l
-ocr page 50-
44 DE ZES ZONDAGEN TIM! KERK VAN DEN
Oefening. Als men weigert uw zin to
ilocn, of\' u tegenspreekt, uit Holde tot do
afzondering, trachten to zwijgen.
Ci K I! K D*
0 God, die ons door den mond vim
uw Profeet uitgenoodigd hebt: TKom in de
afzondering en ik zal lot uw hart spreken"
leer ons door de voorspraak en naar het
voorbeeld van den //. Aloysius de geesto-
lijke afzondering beminnen en liefhebben.
Dat ik ze door een heilig, voorbeeldig ge-
drag dagelijks in broederen zin beoefone, on
er een zalig gebruik van make, als üij u
zult gewaardigen mij die dagen van gansch
bijzondere genade te schenken !
Dat ik u, o heilige Patroon, steeds voor
oogen hebbo, en uit uw stichtend voorbeeld
leere, hoeveel genade, hoc groot genot, welk
-ocr page 51-
tl. AI.OVSIIS VAN CON/AliA
een geluk er in gelegen is zich af\' te zouderen
van de wereld, wier genoegens slechts bit-
terheid en teleurstelling geven ! Verkrijg
voor mij, dat Gods genadestoni weerklank
vinde in mijn hart, en ik die stem duide-
lijk verstaan, edelmoedig opvolgen moge!
Amen.
* Vooral te bidden na de II. Communie; doch
ook meermalen gedurende den dag.
-ocr page 52-
4<> hi-: /.es zoniiaisex teh EEttE vAx den
j> BONDAG.
Over de H. Communie.
,j]n don naam des Vaders, enz.
Kom, H. Geest, enz.
Wees i/eijroet, Maria, enz.
]f. Aloysius run Gonzaga, bid voor mij!
é
een krachtiger, geen zekerder,
geen onfeilbaarder, maar ook geen gemak-
kelijker, geen aangenamer, geen zoeter mid-
del om u tot een heiligen levensstaat voor
te bereiden dan het dikwijls en godvruchtig
communiceeren.
Immers, daar ontvangt gij Jezus in uw
hart! Jezus, \'t Licht der wereld, Jezus, den
sterken en machtigen God.
In uw hart! Zoo-
dat ge met Hem kunt spreken, als met uw
boezemvriend, Hem alles eenvoudig, op-
recht kunt vertellen, wat u verontrust.
-ocr page 53-
II. Al.OVSIUS VAN\' (iONZACA.                    il
Pat Licht zal uw ongetwijfeld verlichten,
als gij er om vraagt, en die sterke, machtige
God zal alle banden, hoe hecht ook, ver-
breken, als gij Hem om hulp verzoekt. Maar
daarom moeten uwe communies wezenlijk
heilig zijn; en hoe heiliger ze zijn, hoe
meer ze zullen uitwerken.
Aloijsius moge u hierin wederom ten
voorbeeld zijn.
I.
Toen do aartsbisschop van Milaan,
Carolus Borromeus, Aloijsius
voor den eer-
sten keer ontmoette, vroeg hij hem o. a.
ook, of hjj zijn eerste 11. Communie reeds
gedaan had. Toen het kind hem antwoordde,
dat hij dit geluk nog niet gehad had, wilde
de groote Bisschop zelf, die in Aloijsius de
onschuld des levens, de rijpheid van oordeel,
en de heldere begrippen over de hemelsche
zaken bewonderde en vereerde, hem voor
het eerst dat geluk laten smaken. Daarna
ried hij hem de veelvuldige Communie voor-
taan ten zeerste aan, over welke hij hem
eonige korte onderrichtingen gaf, die Aloy-
sius,
met ontuitwischbare letters in zijn hart
grifte.
-ocr page 54-
48 IIP, ZRS /.OXII.UIKN TKR KRItF. VAN DEN\'
Onmogelijk zich voor te stellen met welke
zorg hij zich telkens tot het ontvangen van
dit allerheiligste Sacrament voorbereidde.
Die voorbereiding begon hij met een
nauwkeurig gewetensonderzoek om te zien
of\' er soms iets mocht wezen, wat de vlekke-
looze oogen vanden Goddelijken Gast, Dien
hij verwachtte, kon mishagen.
De eerste helft dor week was een voort-
durende dankzegging voor de af\'geloopon
Communie, de tweede, een voorbereiding
voor den volgenden Zondag.
Op den vooravond van den Communiedag,
liepen zijne gedachten, gesprekken en lccs-
stof. over het II. Sacrament des Altaars ;
voortdurend herhaalde hij schietgebedjcs op
dat allerheiligst Sacrament betrekking heb-
bend ; en God alleen, die hart en nieren
doorgrondt, is bekend, wat er in zijn hart
omging als Hij er zijn intrek in nam.
Van dag tot dag groeide dan ook zijn
liefde tot het Allorheiligste-Altaar-Sacra-
ment aan, sedert hij er zich mee mocht
spijzigen, en die liefde was zoo groot, dat
telkens, als gedurende de H. Mis door do
consecratie-woorden des priesters Ons Meer
op het altaar daalde, Aloysius overvloedige
tranen stortte.
-ocr page 55-
II. AI.OVSII\'S VAN (10N7.A0A                      40
Hooft liet gezegd, dat die Communies
zoo mogelijk nog vuriger en inniger waren
by meer gewichtige omstandigheden in zijn
leven, zooals, toen liij 1). v. zijn levensstaat
bepaald had, den 15e» Augustus, feestdag
van O. Ij. Vrouw Hemelvaart ? Luistert
eens, wat 1\'ater Karel de Reggio, die dien
dag in de kerk preekte, toen van Aloysius
getuigde:
„Ik wilde mij gedurende mjjn preek tot
meerdere godsvrucht, tot meer vuur opwek-
kon, en daartoe behoefde ik slechts mijn
oogen op Aloysius te vestigen, die voor den
preekstoel zat, en even te voren ter II.
Tafel genaderd was."
Gij ziet, dat in geheel den persoon van
Aloysius het geluk der II. Communie zicht-
baar was.
Kon hij evenwel dat geluk in werkelijk-
heid niet genieten, dan deed hij dit door
een vurige geestelijke communie. Kwam hij
ergens in een plaats, dan gold zijn eerste
bezoek de kerk, waar Jezus in het H. ïaber-
nakel rustte, en met Wien hij zich dan eerst
geestelijkerwijze vereenigde. Daarna slechts
bracht hij zijn bezoek aan de wereldlingen.
Na dit alles zal het u wel niet verwonderen,
dat Aloysius van zijn H.H. Communies de
t
-ocr page 56-
60 DE ZES ZONDAGEN TER EERE VAN DEN
schoonste vruchten pinkte, dat zij voor hem
zijn leven, zijn „alles" waren.
Volgt hier vooral uw II. Patroon
zoo getrouw mogelijk na. Zorgt op de eerste
plaats, dat uw II II. Communies altijd zoo
heilig, zoo volmaakt mogelijk zijn. Daartoe
zal uwe voorbereiding en dankzegging zeer
veel bijdragen. Noemt daarom, zooaIs Aloy-
xittx,
do heilige gewoonte aan, den tijd, die
tusschen uw Communies verloopt, in tweeën
te doelen, en de eerste heli\'t als dankzeg-
ging, de tweede als voorbereiding door te
brengen. Doch dat is slechts een verwijderde
voorbereiding en dankzegging.
De naaste voorbereiding is ongetwijfeld
een goede biecht, waarin ge u voorneemt
alles, zelfs de kleine foutjes met Gods ge-
nade te bestrjjden en te verbeteren; een
bicht, waarin ge do beste en krachtdadigste
voornemens voor de toekomst maakt. Op
den vooravond van uw Communiedag moet
ook gij, evenals uw glorierijke Patroon, al
uw gedachten in vrije oogenblikken bezig
trachten te houden met datgene, wat op het
Allerheiligst Sacrament betrekking heeft.
Verzucht dan dikwijls in stilte:
-ocr page 57-
II. ALOYSIl\'S VAN GONZAGA.                 51
vKom, Jezus, bruidegom mijner ziel,
kom!"
of wel: „Heer, ik ben niet waardig,
maar spreek slechts, en dooreen enkel woord
van u zul ik waardig worden!"
of wel:
„Mijn Jezus, barmhartigheid!" en meer
dergelijke schietgebeden.
Legt u ter ruste met de gedachte aan
liet geluk, dat u morgen weer zal te beurt
vallen! Wordt gij des nachts wakker, ver-
hef t uw hart tot God, en \'s morgens bij uw
ontwaken, verdubbelt uw verzuchtingen.
\'t Is toch de God van hemel en aarde,
die zich gewaardigt tot u te komen, ja zich
tot één met u te maken ! Kan de voorbo-
reiding tot zulk een verhoven bezoek, waar-
dig, goed, godvruchtig genoeg zijn \'t
Als nu het gewichtige oogenblik aango-
broken is, en gij u door vurige gebeden
voorbereid hebt, roept dan de H. Maagd,
uwen JJ. Engel, uw 11.11. Patronen en niet
het minst, den II. Aloysius aan.
En wat zult gij hun zeggen ?
Yraagt hun als het ware, hunne liefde
tot God, (welk een zuivere, heilige liefde
bezielt hen!) eenige oogenblikken ter leen !
En zegt daarom aan Jezus, dien gij ont-
vangt: „Mijn Jezus, ik weet het, mijn liefde
is uiet voldoende om u te beminnen, maar
\'
-ocr page 58-
52 DE ZES ZONDAGEN TKIi EERG VAN 1IKV
daarom bemin ik u of ten minste wense.h
ik U te beminnen met de liefde, die ik van
uw II. Moeder, van den H. Aloysim, enz.
geleend heb!" En zeker! na zulk een akte
van liefde moogt gij gerust alles, alles aan
Jezus vragen, wat gij voor u en de uwen
verlangt.
Licht: om u te verlichten indegewich-
tige keuze, die gij te doen hebt. Als men
verlicht wil worden, gaat men zoo dicht
mogelijk bij het licht, om des te beter te
kunnen zien. Dichter dan gij u thans bij
het „ware Licht" bevindt, is onmogelijk!
Maakt er dus gretig gebruik van.
Sterkte en kracht: om alle banden te ver-
breken, banden die u mogelijk verhinderen,
datgene te doen wat Gods eer, uw heil en
zaligheid vorderen. Hij, die in uw hart rust,
is machtig genoeg ze allen als spinrag te
verbreken : vertrouwt slechts op Hem, en
werkt met Hem mee!
En kunt gij u niet in werkelijkheid met
Hem vereenigen, doet het dan door een
geestelijke Communie, dat is, door een vurig
verlangen
u met Hem te vereenigen in het
allerheiligste Altaarsacrament.
Vergeet Hem eindelijk ook niet te danken
voor al hetgeen Hij reeds voor u deed
-ocr page 59-
II. ALOYSII\'S VAN GONZAGA.                    ftvJ
„Dankbaarheid trekt ile weldaad af!" Nooit
lezen wij in Jezus\' leven, dat hij geklaagd
heeft; noch, toen allen H^m verlieten ; noch,
toen hij bespot, gegeeseld en gekruisigd
werd. Geen klacht kwam van zijn lippen!
Alleen één enkelen keer, toen namelijk van
de tien melaatschen, die Hij genezen had,
er maar één terugkeerde om Hem te dan-
ken ! Een bewijs, hoe gevallig God voor
onze dankbaarheid is. Aan dankbaren ge-
ven de menschen, maar geeft ook God altijd
gaarne.
Communiceert gij zoo, dan zal ook de
II. Communie voor u, uw leren, uw alles zijn
en zal het de lichtbaak zijn, die u zeker in
de keuze van uw levensstaat zal voorlichten,
omdat gij nergens vertrouwelijker zult en
kunt met Jezus en Hij met u zal spreken,
dan in de II. Communie.
Oefening. Nooit ter H. Tafel gaan zonder
minstens een kwartier voorbereiding en een
kwartier dankzegging te doen; en u ook
dikwijls door een geestelijke Communie met
God vereenigen gedurende den dag.
-ocr page 60-
64 I)K ZKS 7.0ND.\\f;EN TRU EF.I1K VAN DKN
G E B E D *
//. Aloijsius, gij, die naarmate gij inniger
doordrongen waart van de verhevenheid,
liet geluk, het goddelijke eener II. Com-
munie, u zoo wel, zoo oprecht, zoo vurig
tot die 11. Handeling hebt voorbereid, en
in zulke hartelijke dankzegging uw tijd
doorgebracht hebt; leer mij toch al het
grootsche, al het verhevene, al het eervolle
eener H. Communie meer en moer beseffen
en waardeeron ! O, dat ik toch met zulk
een vurige liefde als gij, immer tot Jezus
in de II. Communie moge naderen ! Leer
mjj ook doof uw liefderijk voorbeeld in
allo kinderlijke oprechtheid hart aan hart
met mijn gooden Zaligmaker spreken. Hij,
die zich op zoo wonderbare wijze geheel
eu al met mij wil vereenigen, dat Zijn II.
Lichaam het mijne, Zijn Kostbaar Bloed
mijn bloed geworden is, gelijk twee stukken
was, die in elkaar gesmolten zijn.
* Vooral te bidden na de II. Communie; doch
ook meermalen gedurende den dag.
-ocr page 61-
II. ALOYSIt.\'S VAK OOttZAGA.                   
Wat zou ik nog Treezen Hem, mijn God,
na zulk oen nauwe verccniging, als Hij in
mij heeft willen bewerkstellen, te vragen\':\'
Verkrijg mij dan, II. Schutspatroon, dat
ik mij immer zoo waardig mogelijk, tot die
II. Handeling voorbereide; dat mijndank-
zegging van harte, oprecht en innig zij, dan
zal mijn II. Communie telkens als van zelve
een waardige wezen, en zal ik er al de
talrijke en heilzame vruchten van plukken,
die een II. Communie voor dengene, die
ze waardig doet, afwerpt. Schenk mij uw
berouw en leedwezen, uw zuiverheid en
liefde des harten, o Aloi/sius, om Jezus
zoo goed, zoo dikwijls mogelijk in mijn
hart te ontvangen. Amen.
-------«Su.
-ocr page 62-
66 DE ZES ZONDAGEfo TE il EERE VAK 1MCN
Gdi ZONDAG.
moeielljkheden.
J]n den naam des Vaders, enz.
Kom, II. Geest, enz.
Wees gegroet, Maria enz.
II. Alognius van Gonzaga, bid voor mij !
Ji.oeielijkheden zult ge bijna zeker
ondervinden bij de keuze van een levens-
staat.
Moeielijkheden van verschillende kanten,
van verschillenden aard. Dat u dit echter
geenszins bevreemde ! God laat dat toe,
deels om u te beproeven, deels om te toonen,
dat 11 |j het is, die handelt geheel onaf-
hankeljjk van de menschen. Gij hebt dus
moed en kracht noodig. Laat nooit of nim-
mer uw moed zinken, wat er u ook over-
kome. Maar vertrouwt op God. Doet gij
uw best, dan doet God de rest. Maakt, dat
-ocr page 63-
!
II. ALOYSIUS VAN G0N7.A0A.                     ")"
gij u nooit iets te verwijten hebt. Bidt veel
en vurig, en wacht dan met kalmte, maar
met vastberadenheid den uitslag, die aan
God behoort,
geduldig af.
Moge de //. Aloysius u nogmaals een
toonbeeld hierin zijn!
I.
Om zijn zoon Aloysius de gedachte
van in het klooster te treden uit het hoofd
te zetten, had zijn vader, de Markies, hem
op reis gestuurd. Teruggekeerd, hoopte deze
eindelijk verlof te krijgen. Maar hij bedroog
zich zelven deerlijk. De Markies verbood
hem nu zelfs nog daarover te spreken. Ja,
verschillende personen, hetzij uit vriend-
schap, hetzij uit misplaatste gedienstigheid,
waagden het, (om den vader te believen),
Aloysius van zijn plan te doen afzien, \'t Ging
zelfs zoover, dat de Markies den hertog
van Mantua, een beroemd, welsprekend
bisschop overhaalde naar Aloysius te gaan
en hem aan te zetten, dan toch ten minste
wereldsch geestelijke te worden, om zoo
waardigheidsposten in de Kerk te kunnen
bekleeden, waarop hij van wege zijn adel-
lijke geboorte recht had. Dit zou, zoo be-
-ocr page 64-
58 DE ZES ZONDAtiRN TER EERK VAN DEN
weerde hij verkeerd, ook meer tot Gods
eer en heil des naasten strekken. Ten slotte
beloofde hij hem niets te verwaarloozeti,
om hem die kerkelijke waardigheden ter
gelegener tijd te bezorgen. Aloysius echter
dankte beleefd, en zeide, dat hij juist daarom
besloten had in de Sociëteit van Jezus te
treden, omdat men er aan alle waardigheid
verzaakte : God was hem voldoende in het
leren !
Doch de bekoring had haar toppunt nog
niet bereikt! Een bloedverwant waagde het
zelfs de Sociëteit van Jezus in een kwaad
daglicht te stollen bij Aloysius, en hem zoo
aan het wankelen te brengen.
Op zekeren dag was zijn vader bedlegerig
en leed veel pijn. 1 lij ontbood nu Aloysius
om hem nogmaals zjjne gedachten te vragen.
Beleefd, maar vastberaden, antwoordde de
II. Jongeling, dat hij God wilde gaan dienen
in het klooster, zooals hij reeds meermalen
gezegd had. In toorn ontstoken, joeg de
Markies nu zijn zoon weg en verbood hom
nog ooit onder zijne oogen te verschjjnen.
Aloysius boog het hoofd en zeide heen-
gaande: „Ik zal u gehoorzamen, vader,"
en trok zich terug in zijne kamer. Daar
wierp hij zich voor een kruisbeeld en onder
-ocr page 65-
59
II. AI.OYSIl\'S VAN CiONZAfiA
een vloed van tranen vroeg hij God moed
en kracht om staande te blijven en zijn II.
Wil getrouw na te komen te midden van
allo aanvallen der wereld. Daarom geeseldo
hij zich ten bloede.
Een anderen keer had de Markies, zijn
vader, een beroep gedaan op zijne kinder-
liefde. „Aloysius, mijn zoon," zoo sprak
hij, „als oudste lid der familie zult gij mij,
uw vader, eenmaal moeten opvolgen! O,
ik bezweer u met tranen in do oogen,
verlaat uwe goede moeder toch niet, maar
blijf bij haar, sta haar getrouw ter zijde,
want ik, uw ziekeljjke vader, zal spoedig
niet meer in staat zijn mijn ambt te be-
kleeden."
Dan, noch die taal der liefde, noch be-
droigingen of beloften, niets was in staat
den beproefden jongeling te bewegen, eer
den wil der menschen dan dien van God
te doen. Die wil was hem bekend on, koste
wat het koste, hij wilde hem volbrengen.
Alleen bad hij maar om de wijze te ken-
nen. waarop hij dit te doen had, om de
mocielijkheden tot de laatste en kleinste
toe grootmoedig te boven te komen, en zich
door den invloed van niemand of niets te
laten verleiden. Hij vermeed daarom allo
-ocr page 66-
60 DE ZES ZONDAGEN TER EEIIE VAN DEN
gelegenheden, plaatsen on personen, die hem
hierin nadeelig waren en, moest het, zoo
stond hij hen beleefd, maar vastberaden,
doch zoo kort mogelijk te woord.
Deze beproevingen duurden jaren achter
elkaar, zonder dat ze Aloy.tius in het minste
ontmoedigden; immers hij had al zijn ver-
trouwen op God gesteld.
II.
Zoo zal het misschien ook met u
gesteld zijn. Wat gij meendet te moeten
doen, wordt u bijna onmogelijk gemaakt
door personen, van wie gij dit toch niet
verwachttet. In stilte hadt gij u wellicht
al verheugd, uw doel reeds zoo nabij te zijn,
en nu komen er van verschillende kanten
moeielijkheden, tegenheden opdagen.
Van den kant uwer ouders of verwanten,
van dien van uw geweten, van fortuin, van
kennis, van levenstijd en wat nog al meer.
Wat te doen in het vuur van dien feilen
strijd? Op de eerste plaats u afvragen of de
roeping tot dezen of dien staat van God
komt.
Heeft God u geroepen — en dat hebt gjj
door uw gebeden moeten achterhalen —
vreest dan niet, dan zal Hij ook de middelen
-ocr page 67-
H. ALOYSHS VAX OONZAOA.                 61
geven. Doch middelerwij 1 staat als Aloysim
pal, weest vastberaden. Vertrouwt op God
en bidt, veel, lang, dikwijls om kracht, om
moed, om overwinning. Laat u vooral niet
ontmoedigen, verliest geen moed, want dan
zijt gij reeds driekwart verloren.
Doordringt er u van tot in merg en been:
God heeft mij geroepen. Hij moet mij ook
helpen; wat er ook gebeure of niet, daar
waar Hij mij roept, moet en zal ik komen,
en al stond de heele wereld tegen mij, „ik
zal allen kunnen in Hem, die mij versterkt.\'1\'1
Geeft u verder ook niet aan een al te
groote droefgeestigheid over. Niets, wat de
duivel zoo gaarne ziet, ja, wat hij meer
beoogt.
Zeker, de slagen, die u treffen, zult gij
voelen; ze zullen u pijn doen, daarom zijt
ge mensch!
Maar gaat dan, als uw H. Patroon, bij
God om troost en uitkomst, niet bij de wereld,
niet bij de menschen, die niets begrijpen
van uw zieleleed, maar bij hen, die u bekend
zijn als vroom, braaf, godvruchtig en be-
kwaam, bij uw biechtvader of geestelijken
leidsman, en weest zeker, gij zult hen altijd
getroost verlaten.
Gij hoeft daarom den vrede niet te storen
-ocr page 68-
<>2 DE ZES ZONDAGEN TEU EERE VAN DEN
..............................................................................................i
met bloedverwanten en huisgenooten; toont
u geduldig, maar sterk, voorkomend, maar
vastberaden.
Laat zien, dat uw besluit onwankelbaar
vast staat en dat gij uw hulp van boven
verwacht.
Zeker moogt ge oudertusschen niet wcr-
keloos blijven.
Wat uw plicht in dien tijd van u vraagt,
verzuimt daar niet het minste van.
Gods wegen zijn soms wonderbaar, maar
leiden altijd tot hun doel !
Vertrouw op God in \'t bangst gevaar,
Hij toch redt godlijk, wonderbaar!
Oefening. Wanneer gij den moed denkt
te verliezen, spreekt dan tot u zelven en
overweegt bovenstaande spreuk.
GEBED*
//. Aloysius, gij, die bij uw II. Koe"
ping van alle kanten zoo zwaar, zoo lang
beproefd zijt, doch die te midden van al die
* Vooral te bidden na de II. Communie ; doch
ook meermalen gedurende den dag.
-ocr page 69-
_L_
H. AL0V8IIS VAN GON7.AOA.                    63
moeilijkheden al uw vertrouwen op God
stcldet, boezem mij, bid ik u, ook zulk een
vast vertrouwen in Gods oneindige almacht
en goedheid in. God kan, God wil, God
zal mij helpen.
Wat mij ook gebeure, als God mij niet
verlaat en gij mij helpt en voor mij bidt,
dan heb ik niets te vreezen. En daar kan
ik op vertrouwen, nu ik er zoo vurig om
smeek. Zijt gij niet in alle moeilijkheden
mijn machtigste voorspreker? O Aloysim!
verkrijg mij meer moed, meer kracht, naar-
mate ik ze meer noodig heb! Overwin gij
met en voor mij, eii laat alle beproevingen
strekken tot Gods meerdere eer, tot zaliging
voor mijn levensstaat. Amen.
-»«5>»
-ocr page 70-
64 DE ZES ZONDAGEN TER KERK VAN OEN
I! KS Lil T.
JiSa deze oafoningcu mot goi!s-
vruclit en vertrouwen gedaan te hebben,
laten wij hier dit beknopt besluit volgen,
dat gij, mi den bijstand van den II. Geest,
door de voorspraak van den //. Aloijniun
te hebben ingeroepen, eens, meermalen
zelfs, maar ernstig overwegen moet.
I.
Niets is gewichtiger dan een goede
keuze te doen wat uw levensstaat betreft.
Omdat: l,te ons geestelijk geluk zeker daar-
van afhangt. Do mensch is ge-
schapen om God te dienen in dit
leven en Hem hiernamaals te
bezitten in den hemel. God dienen,
buiten den staat, waarin Hij wil
en van eeuwigheid bepaald heeft,
dat wij hem zullen dienen is tegen
Gods wil handelen!
-ocr page 71-
tl. At.OYSIUS VAK GOfcZAOA.                    C.\'l
Wie tegen Gods wil een levens-
staat aanvaardt, kan daarin niet
op die hulp en dien bijstand
rekenen, welke hij anders van
God zoude ontvangen hebben;
zonder Gods hulp en bijstand is
het uiterst gevaarlijk in dit leven,
don strijd tegen den driedubbelen
vijand : den duivel, de wereld en
liet vlecsch te voeren. Eén onzer
moot overwinnen : of de vijand :
en dan zijn wij verloren, voor
eeuwig verloren; óf wij : en dan
ontvangen wij eens den goudon
zegcpalm in den eeuwigen hemel.
Dus laten wij ons Gods hulp en bijstand
waardig maken door zijn H. Wil te doen
geheel ons leven lang, in dien staat, waar-
toe Hij ons geroepen heeft, eu waarin wij
veel gemakkelijker dan ergens anders ons
eeuwig geluk kunnen bewerken.
Omdat: 2*1, ons tijdeljjk geluk grooteudeels
daarmee gemoeid is. Wat is ge-
luk ? Gerustheid , tevredenheid
des harten. Wie nu weet, dat hij
datgene doet wat, zooals en om-
dat God het wil, kan gerust,
tevreden zijn. Bevinden wij ons
i
-ocr page 72-
in dien levensstaat, dien God
voor ons bestemd heeft, vervullen
wij daarin naar best vermogen
onze plichten, dan kunnen wij
voor de rest gerust, tevreden zijn
en alles aan God overlaten, die
het overige wel doen zal.
Overwegen wij daarenboven
dikwijls en ernstig, wat wjj dien-
aangaande zouden wenschen ge-
daan te hebben, als wij op ons
sterfbed zullen liggen.
II.
Wjj moeten ons die keuze waardig
maken.
Door: le een heilig, godvruchtig leven, veel
gebeden en goede werken. God
alleen immers moet ons verlich-
ten, en dat zal Hij doen als wij
ons die verlichting waardig ma-
ken. Hoe heiliger, hoe godvruch-
tiger ons leven is ; hoe meer wij
Hem om verlichting vragen, hoe
overvloediger licht lljj over ons
zal afzenden.
lioept dan dikwijls den II. Geest
-ocr page 73-
II. M.OYSIl\'S VAN r.oS\'7.\\fi.\\.                 Ciï
iiiiii met zijn zevou gavcu; vraagt
om licht, moed, kracht en sterkte,
die gij tlians zoozeer behoeft.
Door: 2L\' Ernstig en dikwijls na te denken
over dien staat, dien gij wilt en
meent te moeten omhelzen ; het
voor en tet/en er van te overwe-
gen ; tracht u zelven to loeren
kennen wat karakter, enz. aan-
gaat; of gij de plichten, die deze
staat meebrengt, wilt en kunt
volbrengen ; u verbeteren in liet-
geen verbeterd moot worden;
daartoe den raad van heilige en
verstandige personen, geestelijke
leiders vooral, in te winnen, en
in hun stom de stem Gods er-
kennen.
lil.
Wolken aard moet de roeping hebben?
Zij moet van God komen. Ze komt niet van
God:
Als het maar een gril van hot oogenblik is.
Als gij handelt, om zóó gcniakkelijkeruwe
driften te kunnen bevredigen, als gij eigen
belang, voordeel, gemakzucht zoekt.
-ocr page 74-
C8 III-! Zi:s ZliNDAftEN TKtl EKttK VAN UKx\'
Daarom moet gij do plichten van den
staat, dien gij wilt onholzen, goed leeren
kennen, en zien of gij in Ataat zijt die te
vervullen, die na te leven ; de moeilijkheden,
gevaren enz. er van wikken en wegen met
behulp der vroeger genoemde personen.
Na dit alles bedacht en betracht te hebben,
weet wel, dat als gij niet dien levensstaat
ingaat, die de mee is, gij u zelven veel
leed en groote moeilijkheden zultberokke-
nen en wellicht uwe zaligheid in groot
govaar zult brengen.
Behoede u delf. Aloysins, uw bijzondere
Patroon, daarvoor, maar verkrijgo hij u
datgene, waarvoor gij hem in dozo oof\'e-
ningen zoo herhaalde malen geboden hebt.
IV.
Hebt gij nu eenmaal een besluit genomen,
wacht dan niet te lang om het ten uitvoor
te brengen, uit vreezo, dat uw roeping
mocht verloren gaan ; doch maakt er zoo
spoedig mogelijk werk van om datgene te
doen, wat gij mot Gods genade meent to
moeten doen; want : de ingevingen Gods
Zijn VOORBIJGAAND, NIKT BLIJVEND.
Daarom zegt de //. Joannes Chrysostomu»
-ocr page 75-
II. Al.OYSILS VAN G0NZAOA.                    f\'i\'.l
ook, dat, als do duivel ziet, dat hij iemand
niet meer van het eens genomen besluit kan
afbrengen, hij ten minste zoekt hem over
te halen om te verschuiven met dat besluit
uit te voeren.
Voegt daarbij, dat van onze roeping onze
heiligmaking afhangt 011 van onze hcilig-
making onze eeuwige zaligheid, on dat wie
één schakel breekt, de keten van zijn geluk
stuk maakt; dan moeten wij wol tot do
noodzakelijkheid der goede keuze van een
zaligen levcustaat komen.
Voor dengene toch, die niet leeft in dien
staat, waarin God hem hebben wil, geldt
het woord van den H. jHt/t(stinits: „Bene
citrris, sed e.rfru via in,"
gij loopt goed, maar
op een verkeerden weg, d. i. op een weg,
die niet of moeilijk naar hot doel leidt, dat
gij wilt en moet bereiken, namelijk : den
hemel.
GELOOFD ZIJ JEZUS CHRISTUS I
-ocr page 76-
]i O F \'/. A X (i
M
(jJLoDcum laudamu»,
te Dominum contitc-
11111 r.
Tc ii\'tornum Pa-
trcni, omiiis terra
veneratur.
Tibi oniiicsaiigcli,
tibi ca\'li et universa\'
potcstatcs.
Tibi eherubim et
scrapbim iucessabili
voce proclamant:
Sauctus, sanctus,
sanetiis, Domimis
Deus sabaoth.
Pleni sant cieli ot
terra majestatis g!o-
ria> tua\'.
il, o God loven wij
U, o Hoer belijden
wij.
U, eeuwige Vader,
eert do gansene
aarde.
U roepen al do
engelen, U de heme-
len en alle mach ton.
U de Cherubijnen
en Seraphjjnen onop-
houdelijk too :
Heilig, heilig, hei-
lig is do Heer, do
God der heerscharen.
Hemel on aarde
zijn vol van de ma-
jesteit uwer glorie ;
-ocr page 77-
LOFZANG TE UKUM.                               71
To gloriosus apo-
stolorum chorus,
ïe prophetarum
laudabilis numerus,
ïc Martvrum can-
didatus laudat exer-
eitus.
To per orbcm ter-
rarum sancta conti -
tetur Ecclesia.
Patrem immensa)
majestatis.
Yenerandum tuum
vcruni et unicum
Filium.
Sanctum qoquo
PariclitumSpiritum.
Tu rex gloria;,
Cliriste.
Tu Patris sempi-
tornus es Filius.
Tu ad liberandum
suscepturus homi-
nem, non horruisti
Yirginis utcrum,
U looft het glo-
rierijke koor der
apostelen ;
U het lofwaardig
getal der profeten ;
U het blinkend
hoir der martelaren ;
U belijdt de hoi-
ligc kerk over heel
i de wereld.
Den Vader van on-
metclijke majesteit.
Uwen eerwaar-
digen, waarachtige»
• en eenigen Zoon.
Alsook den Ver-
trooster den 11.Geest.
Gij, Christus, zijt
de Koning der glorie.
Gij zijt des Vaders
eeuwige Zoon.
Gij, mensch wil-
lende worden om den
mensch te vcrlos-
sen, liebt den schoot
i ooner Maagd niet
| geschroomd.
-ocr page 78-
72                         LOFZANG
E DEUM.
Tu, dcvicto mortis
aculeo, apcruisti crc-
doutibus regna ciu-
lorum.
Tu ad dexteram
Dei sodos, in gloria !
1\'atris.
Judcx crcderis !
csso venturus.
Ie ergoqiuesuinus
tuis famulis subveni,
quos pretioso san-
gaine redemisti.
yEterua fac cura
Sauctis tuis in gloria
numerari.
Salvum fac popu-
lutn tuum, üomino,
et bonedic hieredi- ;
tati tua\\
Et rege cos, et
extolle illos, usque
in ieternum.
Gij hebt na het
overwinnen van den
prikkel des doods
voor de geloovigen
het rijk der hemelen
geopend.
Gjj zit aan de
rechterhand Gods in
de glorie des Vaders.
Wij geloovon, dat
Gij als rechter zult
komen.
Wij bidden U dan,
kom uwe dienaren te
hulp, die Gij door
uw kostbaar bloed
hebt vrijgekocht.
Maak, dat zij met
uwe Heiligen in de
glorie getold wor-
den ;
lieer , maak uw
volk zalig en zegen
uw erfdeel.
Bestuur hen en
verhef hen tot in
eeuwigheid,
-ocr page 79-
LOFZANG TK UKDK.                              1.3
Per singulos dies
bcnedicimus te.
Kt laudamus no-
inen 111111ii in sii\'ou-
lum, et iu secculum
stcculi.
Dignare, Domino,
die isto, sino peccato
nos custodire.
Miserere nostri
Domino, miserere
nostri.
Fiat misericordia
tna, Domino, super
hos, quemadmodum
sporavimus in te.
In te, Domino,
speravi, non confun-
dar in letcrnum.
V. Benodicamus
I\'atrem et Filium
cum Saucto Spiritu.
R--- Laudemus et
superexaltemus eum
jn sa;cula.
KI ken dag zege-
non wij U.
Kn loven uwen
naam in eeuwigheid,
en in do eeuwen der
eeuwen.
Gewaardig u,lieer,
ons dezen dag zonder
zonden te bewaren.
Ontferm U onzer,
lieer, ontferm U
onzer.
Dat uw barmhar-
tigheid, lieer, over
ons kome, gelijk wij
opU gehoopt hebben.
Op U, Heer, heb
ik gehoopt, in do
eeuwigheid zal iknict
beschaamd worden.
i y. Laten wij den
Vader, met don Zoon
en den II. Geest
zegenen !
B»- Laten wij Hem
loven en verheffen
1 in alle eeuwen.
-ocr page 80-
7-t                         LOFZANG Tl\'. DEII».
y. Domino, exaudi
oratioucm mcam.
ly- Ut clanior mens
ad te vcniat.
y. Domiuua vo-
biscum.
lv. Kt citm Spiritu
tuo.
oremus. Deus, cu-
jus miscricordia! non
est numerus, ot boni-
tatis infinitus est
thesaurus : piissinue
inajestati tuse pro
collatis donis gratias
agimus, tuam semper
clomentiam oxorau-
tcs, ut qui petentibus
postulata conccdis,
cosilem nondeserens,
ad prtcmia futura
dispouas. PerChris-
tum Dominiini nos-
trum.
B-. Amen.
V. lieer verhoor
mijn gebed.
Ifc. Ku laat mijn
geroep tot U komen.
y. De Heer zij
met U !
•V- En met uwen
geest.
LATEN WIJ BIDDEN :
O God, wiens barm-
\' liartigheilen zonder
tal, en wienssehatten
van goedheid onuit-
puttolijk zijn, wij be-
danken uwe allcr-
I liefdadigsteMajesteit
\' voor de ontvangene
weldaden en smeeken
uwe goedertieren-
heid altijd, dat Gij,
i die aan de biddendeu
! verleent, wat zij vra-
| gen, hen niet verla-
ten maar tot de toe-
komende beloon iner
wilt voorbereiden.
Door Onzen lieer Je-
zus Christus. Amen,
-ocr page 81-
GEBEDEN
•• ook i \\ ^ 4 i»i: lei m
Zorgt, als gij te biechten gaat, op de eerste
plaats alle ongegronde vrees af te leggen.
Door liet II. Sacrament der Biecht immers
worden aan den mensch de zonden vergeven.
En gij weet, dat, wie een doodzonde gedaan
heeft, en met die doodzonde op het geweten
zou sterren, zeker verloren is. Dus kan
men met meer reilen Innig zijn,
als men
niet gebiecht heeft.
Muur waarom zon men ook hang zijn ?
Misschien omdat de Priester iets zou ver-
tellen van hetgeen wij aan hem biechten ?
Een priester zal
eer sterven, dan ook maar
één enkel woord te zeggen. En dat is ook
iets onmogelijks. ]loe zou de priester, die
zooveel hoort, dut alles kunnen onthouden ?
-ocr page 82-
76                                   GEBEDEN
En al kon hij het onthouden, hij mag u er
zcll\'s niet cm aankijken.
„Maar" zegt (jij misschien, „//>\' heb zoo
een groot kwaad gedaan, dat ik hel niet durf
zeggen; wat zul de priester denken?"
Komaan! Als gij u niet geschaamd hebt,
dut groot kwaad
te doen, moet gij n ook
niet schamen het te
biechten ; dan beu ijst gij,
dat gij een flinke jongeling, eene flinke jonge
dochter zijt.
Maar meestal is duf I, waad, dat gij gedaan
hebt, toch zou heel
groot niet.
En wat de priester denken zal? Wel, dat
gij
oprecht zijt, dat gij er foor durft uit-
komen, als gij kwaad gedaan hebt. En wees
waar niet bevreesd: uw biechtvader heeft ui
veel erger zaken gehoord, dan gij hem ver-
tellen kant.
J)ns vooreerst: niet bang zijn om te bieeh-
ten.
Zorgt vervolgens: nooit een slechte biecht
te doen, dut wil zeggen:
wetens en willens
iets wat doodelijk zondig is, te verzwijgen ;
want doet gij dut één keer, dan wordt het
biechten hoe langer hoe moeilijker, en daarom
wees altijd
oprecht. Begint te dien einde
immer eerst met het gebed.
-ocr page 83-
Vol lil llK ItlKCfll\'.                                      77
% oor dr
GrbeH.
O mijn God! Ik heb U dikwijls dooi\' mijne!
zonden bedroefd, maar Gij zijtzoo goed zo
mij telkens weer te vergeven, als ik zo op-
recht biecht, zonder iets te verzwijgen.
/onder U evenwel, kan ik dit niet doen,
en daarom bid ik: Laat mij, o Heilige
Geest, kennen, al hetgeen ik misdaan heb.
Geef, dat ik ook alles oprecht aan mijn
biechtvader durf\' zoggen. Dan bon ik zeker,
dat Gij, mijn God, mjj weer zult vergeven,
on mjj wederom als uw kind erkennen zult.
Bidt nu drie „ Wees gegroet/ex" ter eere
rmi Onze Lieve Vrouw, en de litanie run
den II. Alogsius, opdat zij n helpen uw
geweten te onderzoeken.
Onderzoek des ü<"v\\ clou*.
1.    Hoeveel weken, maanden is het geleden,
dat ik niet weer gebiecht heb ?
2.    Toen ik den laatsten keer biechtte, heb
ik toen geen
zware zonden, uit schaamte
vrijwillig verzwegen ; of wel onvrijwillig
misschien vergeien ?
3.    Heb ik ook mijn penitentie, die mij de
biechtvader gaf. volbracht ?
-ocr page 84-
78                                   BF.hF.nF.fi
4.     Welk is het kwaad, dal ik het meest of
zeer dikwijls doe ? Ileh ik mij daarin
ooi,\' wel gebeterd, het minder gedaan,
dan toen ik den laatsten keer te biechten
geweest ben \'t
5.    Als ik zware zonden deed, ducht ik dan
niet:
ik kan immers biechten, dan is
alles weer goed ?
Ga nu eens do tien geboden Gods en de
vijf geboden der II. Kerk en de plichten Tan
uw staat na, en zie eens, of gij daartegen
niet eens of meermalen gezondigd hebt.
Weet gij niet juist hot getal meer, denk
dan eens na, hoe dikwijls dat zou kunnen
geweest zijn in do week, in do maand enz.
zeg dan dat getal en voeg er bjj : .„/\'"\'"
of meer." Is het zoo dikwijls gebeurd, dat
gij het niet kunt achterhalen, zeg dan hoc
dikwijls per dag, per week.
De geboden Gods.
Boren al bemin één God.
1. Hoe heb ik gebeden? {Morgen- en
avondgebed f roor en na tafel; in de
kerk.)
I                                                                            ""
-ocr page 85-
i. Heb ik deze gebeden niet verzuimd,
weggelaten, zonder goede redenen on-
eerbiedig gedaan ?
IJdellijk vloek, zweer noch sjmt.
1. Heb ik don Heiligen Xaam „Jezus1\' ook
oneerbiedig uitgesproken ?
i. Heb ik gevloekt?
.\'!. Ben ik ongeduldig geweest: {gemord,
geklaagd tegen God ?)
4. Heb ik over heilige zaken metveraoh-
ting gesproken, ol met plezier naar zulke
gesprekken geluisterd \'i
Vier getrouw den dag des Weeren.
1. Heb ik op Zon- of gebod-en Feestdagen
de Heilige Mis gehoord?
\'i. Ben ik op die dagen door mijne schuld
niet te laat gekomen in de H. Mis, of
heb ik zonder gewichtige redenen te vroeg
de kerk verlaten ?
• >. Hoe heb ik de Heilige Mis dan bijge-
woond ? (niet eerbied, aanduidt/, gods-
rrnrht;
— niet gepraat, gelachen, rond-
t/ezien; ze bijgewoond in en
niet builen
\'de kerk?)
-ocr page 86-
80
nivtlKDKK
4. llob ik den catechismus getrouw bijgc-
wooml, als ik dit moest doen ?
f <.c!>od
Wit mr ouder* altijd eei\'en.
1.    Hen ik jegens mijn ouders (groot-omlerst
meesters, oversten enz.)
ongehoorzaam o\'
oneerbiedig, onbeleefd, ruw geweest?
2.    Heb ik hen niet beleedigd, toornig go-
maakt, kwaad gewenscht, bedroefd door
slecht gedrag ?
.\'!. Hel) ik mij ook verzet, als ze mij wil-
den straften ; hun dan kwaad gewenscht
of hen willen slaan ?
.">\'\' (ill)O(l.
En van doodslag, wacht u wel.
1.    Ben ik jegens andoren (broeders, zuster*,
knechts, meiden, vrienden enz.)
niet ruw,
eigenzinnig of twistziek geweest; (met
In u gevochten ?)
2.    Heb ik hen nooit tof zoiiih\'ii aangezet
of hen geholpen, als zij kwaad deden ?
-ocr page 87-
SI
viptni in-: niKriiT.
(> ril \'.I (irliod.
I)du w>k n i\'m mrr om\'spcl.
1.    Met weike vr\'cmleii (vriendinnen) loop
ik //>\'/ menist? (Zijn zij wel bruce, chris-
tclijko jongelieden ?)
2.    Heli ik onzuiverheid aan mij zolvon of\'
met iiinlereii ge.laan ?
o. Hel) ik ounii\'reiv taal gespnken ; slcclito
liedjes gezongen ; er naar gsluisterd ;
ot naai1 onzuivere zaken met plsizici\'
gezien \'t
4. Ilob ik mij vrijwillig mot slechte go-
duchtcu bezig gehouden \'i
Zondig niet dooi\' diefstal.
1.    Heb ik iets gestolen of willen stelen,
(geld, eetwaren, enz. ?)
2.    Ilob ik geld achtergehouden?
•i. Hel) ik het gevoudono teruggegeven,
a\'s ik wist van wlen het was \'i
4.    Ilob ik iets, wat van anderen was, stuk-
gemaakt of bjschadgd?
5.    Heb ik iets, du/ gestolen was, amigo*
nomen of gekocht \'i
-ocr page 88-
82                               GEBEDEN
Door ralach getuit/en of bedriegen.
1.    Heb ik gelogen \'t
2.    Heb ik kwaad, of iets wat uiet waar
was, van anderen verteld \'t
3.    Hel) ik iemand, zonder goede reden,
verdacht \'t
De CIEBODEN DER II. KeKK.
1.    Heb ik vleesch gegeten op dagen, dat
liet verboden was \'t
2.    Heb ik mijne plichten altijd nageleefd \'t
Is er nn nog het een of ander, waarin
ik meen misdaan te hebben \'t
Nadat gij over dit alles een weinig hebt
nagedacht, komt het voornaamste, van de
biecht • het heroïne, dat wil zeggen, spijt,
droefheid over de zonden,
die gij gedaan hebt.
Bid daarom met aandacht het volgende :
Akte van Berouw.
Goede God, bedroefd kom ik tot U ; en
daar heb ik wel alle redenen toe. Ik heb
U, de opperste Goedheid, dagelijks zoo
dikwijls vergramd, door mijne ongehoor-
zaamhoid, door mijne oneerbiedigheid, door
mijne ontevredenheid en door zooveel andere,
-ocr page 89-
88
VOOB l)E 111 ECHT.
voel zwaardere zonden misschien. Dat spjjt
mij zeer, mijn (iod : on om U nijjn op-
rechte spijt te toonen, wil ik alles thans
aan mijn biechtvader in de II. lUoeht
rechtuit gaan zeggen, om er door hem
vergiffenis van te krijgen.
O, als ik eens gestorven ware, niet deze
doodzonde op het geweten, dan had ik voor
altijd, zonder ophouden, moeten branden in
de hol! Maar ik weet, dat ik, zonder op-
rechte droefheid, zonder oprecht berouw,
die vergiffenis niet kan krijgen. Mn daarom
bid ik er U om, door de voorspraak van
mijne lieve Moeder Maria, van mijn IIeili-
gen Engelbewaarder, van den II. Aloijsiux
en mijne II. Patronen! üjj, mijn God, zijt
altijd zoo goed voor mij geweest; Gij /ijt
voor mij gestorven aan hef kruis! Gij hebt
mij alles gegeven, wat ik heb of noodig
had! Hoe is het mogelijk, dat ik zulke
groote goedheid heb kunnen vergeten! Ik
zal dan ook zorgen in het vervolg geen
kwaad, geen zonden meer to doen, omdat
het U zoozeer bedroeft. Help mij, daaraan
altijd getrouw to blijven.
Ga nu, als het uwe beurt is, den biecht-
stoel in, maak het kruisteeken en zeg
:
-ocr page 90-
SI                                   GEBEDEN
De Voorbikcht.
Ik belijd aan God almachtig, <lc II. Maria,
altijd Maagd, do II.II. Apostelen 1\'ctruseii
I\'aulus, voor alle Heiligen en voor U, Vader,
dat ik gezondigd heb, door gedachten, woor-
den en werken, door mijne schuld, door
mijne schuld, door mijne allergrootste schuld.
Mjjn laatste biecht is geweest......
Jie/iu nu met datijene het eerst te zeggen,
wat gij meent
het grootste kwaad te zijn,
dat i/ij gedaan hebt. Zijt gij bang het te
zeggen, zoo beken ronduit aan uwen biechU
vader, dat gij bang zijt en hij zal u wel
helpen. -
- Luister goed naar de vermaning,
die de biechtvader n geeft, en naar de peni-
teutic, die hij u oplegt;
— ontvang de
Heilige Absolutie met groot en eerbied, fer-
/rijl gij een akte van berouw bidt.
Gij, o God, goede Vader, hebt mij dan
wederom vergiffenis geschonken van mijne
zonden! Thans is mijne ziel, zooalsikmag
hopen, wederom zuiver, blank, rein en dus
bemint Gij haar wederom, evenals vroeger.
Jk dank U dan ook uit geheel mijn hart,
voor het groote geluk, dat ik gehad heb,
eeuo goede biecht te mogen spreken.
-ocr page 91-
s;,
Ka de I\'.ii.c ut.
Ik dank U, omdat Gij in uwc goedheid
ons liet Heilig Sacrament der Biecht gege-
ven hebt; en vraag U, dat ik geen enkelen
keer in mijn leven een slechte lJiecht moge
spreken !
Ja, mijn God, ik liad door mijne zonden
zware straften verdiend; maar door uwe
liefde en goedheid behoef ik slechts een
kleine penitentie te bidden. Omdat en zoo-
als Gij deze penitentie van mij vraagt, wil
ik ze thans gaan volbrengen.
Bid hier nire penitentie en daarna :
Toewijding aan de Heilige Maagd.
O Maria, mijne Meesteres on Moedor, ik
otl\'er mij geheel aan U op; en om u te bo-
wijzen, dat het mjj ernst is, en ik nooit
meer wil zondigen, zoo wijd ik U heden
mijne oogen, mijne ooren, mijn mond, mijn
hart, ja geheel mij zelven. Daar ik dus ge-
heel van U bon, hoop ik ook, dat Gjj mij
zult bewaren, helpen en beschermen tegen
alle kwaad, en vooral tegen hot grootste
kwaad : do zonde.
Heilige Geest, lieve Engelbewaarder, U.
Aloysius en al mijne Heilige patronen, ik
dank U voor de hulp, die Gij mjj verleend
hebt bij deze Heilige Biecht.
GELOOFD ZIJ JEZUS CHRISTUS l
-ocr page 92-
i <nnn mi: <»!I5!:i>i:v
voor \'Ie H. Communie.
GEBED VAN\' DEN H. BERNARDÜS TOT DE H. MAAGD.
^i? Gij, die liet geluk gehad hebt genade
te vinden bij Ood, liet loven te baren en
den Stichter des heils aan do wereld to
geven, schenk ons verhoor bij uw godde-
1 ij ken Zoon; laat ons door U komen tot
Jlem, die ons door U gegeven is. Dat door
uwe nooit geëvenaarde zuiverheid onze be-
dorvcno natuur in zijne oogen verschoond
worde, en dat uwe nederigheid, zoo wol-
gevallig aan God, ons vergiffenis verkrijge
van onze ijdelheid en hoovaardigheid. Dat
uwc onvergelijkelijke liefde de mcnigvul-
dighoid onzer zonden bedokke en Uwe won-
derbare vruchtbaarheid in ons een grooton
overvloed van verdiensten uitstorte! O, onze
Meesteres, o, onze Middelares, o, onze Voor-
spreekster, beveel ons aan Uwen Zoon,
verzoen ons met Uwen Zoon, stel ons voor
aan Uwen Zoon! Verwerf ons, o gezegende
-ocr page 93-
«i:Iu:ipi:n Voor Im: II. <hMMiNii:.              8"
Maagd, door de genade, die Gij bij God
gevonden hebt, door de uitstekende waar»
digheid, waartoe Gij verdiend liebt verhc-
von te worden, en door do barmhartigheid,
die uit U geboren is, dat Jezus Christus
Uw Zoon, onze lieer en God, die zich ge-
waardigd heeft door uw tusschenkomst,
deelgenoot te worden van onze nietigheid
en ellende, ons ook door uwe voorspraak
eenmaal laat doel nemen aan de glorie en
zaligheid, die Hij geniet in alle eeuwen
der eeuwen. Amen.
Akte van geloof.
O mijn beminnelijke Verlosser, ik geloof
vastelijk, dat Gij liet zijfc, dien ik in het
allerheiligste Sacrament des Altaars ga ont-
vangen; uw lichaam, uwe ziel, uw godheid.
(Jij, die, na in het stalleken van Jïethleoin
voor mij geboren te zijn, ook voor mij op
het Kruishout hebt willen sterven ; Gij, die,
ofschoon thans glorierijk in den hemel,
door een wonder uwer goddelijke almacht
en liefde nog altijd wezenlijk tegenwoordig
zijt onder do gedaante van brood in het
11. Altaargeheim.
Ik geloof dit op uw woord, o mijn God,
en ik ben inniger vau uw wouderbare tegeu-
-ocr page 94-
Htf                                   tiKhEtlEN
woord igheid in dit Goddelijk Saoramont
overtuigd, dan dat ik U niet mijn eigene
oogen aanschouwde
Ja, ik geloof\', dat ik er mijn Zaligmaker,
mijn Kecliter, mijn lieer en mijn God ga
ontvangen; en al moest ik duizend dooden
sterven, liever dat, dan niijn geloot\' in dat
punt van mijn II. Godsdienst ook maar in
het minste te verloochenen !
Akte van vernedering.
Wie hen ik, o God van glorie en majesteit!
Wie ben ik, dat Gij U gowaardigt U met
mij te bemoeien! Wie ben ik. dat Gij U
vernedert tot mij te komen! Ik, zondaar,
aardworm, ellendiger dan het niet, naderen
durven tot ecu zoo heiligen God ! Het brood
der Engelen nuttigen, mij voeden met uw
goddelijk Yleesch ! Ach Hoer! neen, ik ben
niet waardig, nooit, nooit zal ik zulk een
eer verdienen !
Hoe durf ik het wagon tot U te naderen,
deelgenoot aan uw disch te zijn? Is de eer
U te mogen aanbidden in dit 11. Sacrament,
dan reeds niet groot genoeg ! Pat is alles,
wat Gij den engelen toestaat! Eu ik, stof
on asch, ik mag mijn God ontvangen en
mij on het nauwst met Hem vcrecnigen !
-ocr page 95-
voon Iié ii\'. coMMi\'.Nii\',.                  s;i
Neon, ik zou niet durven tot U konion,
als Gij mij niet bevolen hadt zoo dikwijls
mogelijk tot U te naderen.
Ak\'e van berouw.
Op liet zien van do grooto oor, die Gij
mij doet, o mijn God, van de onuitsprcko-
Ijjko liefde, dio Gij mij bewijst, kan ik niet
anders dan oen groot leedwezen en spijt
gevoelen, U zoo dikwijls, zoo aanhoudend
belccdigd te hebben.
Ik baat on verzaak do zonden van ganschci\'
harte uit liefde tot U en vraag er U nederig
vergiffenis over. Ach, ik bid en bezweer
U, liefderijke Vader, vergeef, vergeef\' mij
toch, al wat ik ooit misdaan heb !
Naar ik hoop, bon ik reeds gezuiverd
door liet II. Sacrament der biecht; maar
reinig Gij mij meer en meer, tot zelfs van
do kleinste onvolmaaktheid. Schep in mij
een nieuw, zuiver, vlekkeloos hart!
Akfe van hoop.
Wat mag ik niet van U verhopen, o lieve
Jozus, daar Gij zelfs tot mij komt, en Gij U
geheel on al aan mij gaat schenken ! Ik
nader dan tot U niet allo hoop, die mjj uw
oneindige liefde en barmhartigheid en goed-
-ocr page 96-
00                                  GEBEDEN
lieid ingeeft. Gij kent al mijn behoeften;
Gij kunt ze lenigen; Gjj dwingt mij tot U
te komen, en Gij belooft mij zeker Uwe
hulp.
Welnu, mijn God, hier beu ik ! Ik ver-
trouw op Uw woord ! Met al mijn zwak-
lieden, met al mijn ellende, kom ik tot U;
ik hoop dan, dat Gij mij verlichten, ver-
sterken, veranderen zult. Dat hoop en ver-1
irouw ik vastelijk. Zijt Gij geen machtige,
goede, liefdevolle God ! De God van mijn
hart \'i En wanneer zal dat hart meer voor
on aan U zijn, dan als Gij er uw intrek in
zult genomen hebben ?
Akte vii ii verlangen.
Is het mogelijk, o mijn God, dat Gij tot
mij komt met een vurig verlangen U mot
mij te vereonigen ? Ach kom dan, bruide-
gom mijns harten ! Kom ! dierbaar Lichaam,
kostbaar Bloed van mijn Verlosser, kom ! en
strek tot goddelijke spijze aan mijn ziel!
Dat ik u bezitte, o God van mijn hart,,
mijn Vreugde, mijn Zaligheid, mjjn Hoop,
mijn Liefde, mijn AI !
Wie zal mij vleugelen geven om tot U
op te vliegen! Gij alleen zijt in staat mijne
verlangens te bevredigen; verre van U
-ocr page 97-
VOOR 11K II. COMMUNIE.                         i\'1
kwijnt mijne ziel! Als het afgejaagde hert
verlangt naar het water der bronne, zoo
haakt mijne ziel naar U, o mijn eenigst
Goed, mijn Troost, mijn Schat en mijn
Leven !
Kom dan tot mij, o Jezus lief, ondanks
mijne onwaardigheid en nietigheid ! Sluit
nwe oogon voor mijne fouten uit het ver-
leden, en gedenk slechts uwe liefde. Mijn
hart is bereid, mijn God, mijn hart is bo-
reid ; en zoo het nog niet genoog voorbereid
is, welnu, door één enkel woord, door één
enkelen blik van U, kunt Gij het verteodo-
ren, ontvlammen ! Toef dan niet, lieer Jezus,
maar kom mij vervullen met uwe genade,
mot uwe Liefde. Amen.
Is het grnote oogenblik daar, nadert dun
wet de diepste ingetogenheid tot de II. Ta [et.
Vraagt aan den
II. Aloysius, dut hij urer-
gezelle naar de communiebank; dat hij me!
en voor u hidde. Handt de oogen eerbiedig
neergeslagen, wacht geduldig uw beurt af:
Gelooft, hoopt, bemint.
de H. Communie.
Op nwe. plaats teruggekeerd, beschouwt u
als een lerend tabernakel, waarin de God
run hemel en aarde ritst: Neemt niet terstond
-ocr page 98-
92                                   REIlKDEN
............................................................................................... I
een kerkboek of rozenkrans, maar maakt van
die kostbare oogenblikken gebruik om uwen
God uw hulde, en aanbidding te brengen, en
Hem, met het volste vertrouwen, uiveaange-
legenheden aan te hevelen.
GEBED VAN DEN H. IGNATIUS VAN LOYOLA. (*)
Ziel van Christus, heilig mij!
Iiicliaam van Christus, red mij!
Bloed van Christus, maak mij dronken !
Water der zijde van Christus, reinig mij !
Lijden van Christus, versterk mij !
O goede Jezus, verhoor mij !
In uwe heilige wonden, verberg mjj !
Laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde!
Van don vcrderfelijken vijand, verlos mjj!
In de ure des doods roep mij !
En beveel mij tot U te komen !
Opdat ik U met uw heiligen love
In de eeuwen dor eeuwen! Amen.
(*) Een aflaat van zeven jaren, mi de II. Com
m tin ie; I-iilO dagen voor eiken keer.
Akte van aanbidding.
\'t Is dan waar, dat ik Hem, die de hcele
wereld niet bevatten kan, thans in mijn
hart bezit! Aanbiddelijke Majesteit van mijn
I
-ocr page 99-
NA DE II. COMMUNIE.                                 \'.».">
God, voor "VVion alles, wat er groots o]) do
aarde en in tien hemel is, zich onwaardig
acht te verschijnen, wat kan ik op dit
oogenblik beter doen, dan mij diep voor
U vernederen bij het aanschouwen van het
groote wonder, dat in mij voltrokken is op
dit oogenblik.
Met allen mogelijken eerbied aanbid ik U
dan; dat, wat aan mijne ongenoegzaamheid
ontbreekt, door do aanbidding van alle
rechtvaardige zielen op aarde en van allo
heiligen eii engelen in den hemel aangevuld
worde !
U alleen, Koning der eeuwen, komt allo
lof en aanbidding toe ! Gezegend de Zone
Gods, die heden zich gewaardigd heeft in
mijn hart, overigens zoo onwaardig Hem te
ontvangen, zijn intrek te nemen.
Akte van liefde
Welk geluk, o God van liefde, U eindelijk
in mijn hart te mogen bezitten ! Ach, waarom
kan ik niet aan dat geluk naar waarde be-
autwoorden ! Waarom U niet geheel en al,
U alleen, uitsluitend om U, beminnen en
liefhebben! Verbrand, verteer, ontvlam mijn
hart, o mijn God, door Uwe goddelijke liefde.
Mijn welbeminde is aan mij en ik beu
-ocr page 100-
! 94                                   GEBEDEN
i .............               ..........................
aan Hem ! O Rngelcn dos hemels, Moedor
van iiiijn Jezus, Heilige Aloysiiis, mijn liefde-
volle l\'atroon, loont mij uwe liefde, uw hart,
om Jezus voortaan to bemiiincn, Jezus mijn
eenigste liefde ! Ja, ja, mot duizend harten
wil ik u voortaan liefhebben, l!riiidegom
mijner ziol ; versterk (.Jij dit voornomen,
bevestig en bekrachtig liet en duld niet,
dat ik dat hart, dat U thans geheel en ganseh
toebehoort, ooit weorncme om iets anders te
beminnen, dan U !
Akte van dankbaarheid.
Hoc zal ik U naar waarde kunnen dankon ;
want niet tevreden met mij bemind te hebben
tot den dood toe, gewaardigt Gij LI heden
nog mij mot Uw goddelijk bezoek te yereo-
reii! Prijs, mijne ziel, den Hoer, erken zijne
goedheid, verhef zijne grootheid, verkondig
zonder ophouden zijne barmhartigheid !
Dank dan, duizendmaal dank, o minnelijke
Zaligmaker, voor de mij bewezen gunst?
Wel is waar, bon ik U dikwijls ontrouw
geweest; maar een ondankbare wil ik niet
meer worden ! Daarom zal ik mij al de dagen
mijns levens hot geluk herinneren, dat mij
beden to beurt gevallen >s-
Mag ik U dan nu, dierbare en machtige
i
-ocr page 101-
NA DE II. COMMUNIE.                           95
Meester, do gevoelens mijas harten bloot
leggen ?
Neen, ik vraag u geen rijkdommen, noch
aardsche voldoeningen, noch eer on aanzien ;
neen, neen, slechts verzoek ik om Uwc vrees,
Uwe liefde en genade !
Dat mijn oogen, die van zoo nabij de
II. Hostie gezien hebben, nooit meer op
gevaarlijke, zondige voorwerpen gericht zijn ;
dat de tong, die U aangeraakt heeft, voor-
taan niet meer dan heilige, knische woorden
spreke, dat het hart, waarvan Gij thans bezit
genomen hebt, niet meer dan eerlijke cu
geoorloofde wenschen vormc!
Laat mij over mijn driften, ever alle
inooielijkheden van wat aard ook altijd zege-
pralen ; leef Gij in mij, opdat ik voor hot
vervolg in U en voor Ü leve! Verlicht
mijn verstand om Uwen II. Wil te kennen in
hetgeen mijn levensstaat aangaat, om Mem
getrouw na te komen. Verleen mijn goede
Jezus, dit alles ook voor al degenen, voor
wie ik moet en wil bidden !
Voegt hier uwe bijzondere intenties bij, en
bidt
het gebed voor deu Zondag.
Akte van opoiïVrini:.
Neem, lieer, en ontvang geheel mijn yrij-
-ocr page 102-
Stfi                                              i;i:i\'.i:i\'i-:x
hctd, mijn geheugen, mijn verstand, mijn
wil : :il hetgeen ik heb on bozit, hebt (iij
mij geschonken; U, o Heer, geef ik liet
wotlcr ; dit alles beliourt aan Li ; beschik er
over volgens uw goedvinden ; geef mij slechts
uwe liefde en genade ; dit is mij voldoende.
Akte van goed voornemen.
Met do hulp uwer genade noem ik mij
vasiclijk voor niet meer te zondigen, dier-
bare .Jezus, en de gelegenheden daartoe
nauwkeurig te vermijden.
Voortaan geen gedachten meer, noch
woorden, noch verlangens, noch daden in
strijd niet de zuiverheid, met de liefde, met
het geduld of met andere deugden! (Jeen
menscholljk opzicht meer; geen vrijwillige
zonden meer, hoe klein en gering in mijn
ougen ze ook schijnen !
Liever sterven, liever op dit oogenb\'.ik
den geest geven, dan U i:og ooit te mis-
lmgcn!
In uwe II. tegenwoordigheid, mijn Jezus,
maak ik dit voornomen; bekrachtig Gij het,
on dat liet II. Sacrament, dat ik ontvangen
heb, als het zegel zij, dat ik nooit zal mogen
schenden. //. Aloya iiscan Gonzuga, bid voor
mij, opdat ik Jezus getrouw blijve tot den
-ocr page 103-
Ma de niKi\'ii\'l\'.                             97
dood, on ik mij door het stipt naleven dezer
voornemens meer en meer waardig make
tot den levensstaat, waartoe de goede God
mij geroepen heeft! Amen.
GEBED,
met vollen aflaat, voor degenen, die na ge-
biecht en gecommuniceerd te hebben het
vöör een kruisbeeld godvruchtig zullen
bidden en daarbij gebeden roeyen tot
intentie van Zijne Heiligheid.
TOEPASSELIJK OP DE GEL00V1ÜE ZIELES DES VAGEVUÜRS-
O goede en allerzoetste Jezus, zie ik buig
mijne knieën in uwe tegenwoordigheid, ik
bid en ik smeek U met de grootste vurig-
heid van mijnen geest, dat Gij U gowaar-
diget in mjjn hart te drukken, levende
gevoelens van geloof, hoop en liefde, een
waar berouw over mijne zonden en een en
zeer vasten wil van mij te betoren, terwijl
ik met groote aandoening en droot heid bij
mij zolven overweeg en in don geest aan-
schouw uwe vijf wondon, voor oogen heb-
bende hetgeen de profeet David eertijds
van U, o goede Jezus getuigde: Zij hebben
mijne handen en voeten doorboord en al
mijne beenderen geteld.
Ps. XXI, 17, 18.
7
-ocr page 104-
LITANIE
VAX DES
\'1\\. -Al<>YSII\'S VAN (JjoXZAGA.
lieer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
lieer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemolsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, II. Geest, ontferm U onzer.
II. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
11. Maria, moeder en beschermster van den
II. Aloysius van Gonzaga, bid voor ons.
II. Aloysius van Gonzaga, bid voor ons.
II. Aloysius, vervuld met den 11. Geest,
bid voor ons.
II. Aloysius, Zeer waardige belijder van
Jezus Christus, bid voor ons.
-ocr page 105-
LITANIE VAN l>l\')N II. AI.OYSIL\'S VAN fiONZAflA. \'M)
Zeer godvruchtige aanbidder van liet
Allerheiligst Sacrament des Altaars.
Getrouw dienaar der 11. Moeder Gods,
Edelmoedige verachter der wereldsche
wellusten,
Voorbeeld van het volmaakt leven,
Voorbeeld van ootmoedigheid,
Minnaar der armoede,
Volmaakt in gehoorzaamheid,
Wonderbaar in verduldigheid,
Zeer machtig in den hemel,
«f Yerdrijvcr der helscho geesten,
            o"
•Ë Verrijkt door do zegeningen des c-
o\' Hoeren,
                                                 <
!«; Eer en luister der jeugd,                      °
. Beschermheilige der scholieren,           o
53 Bijzondere Patroon van een zaligen 5
levensstaat,
Xavolgor van het evangelisch leven,
Spiegel der maagden,
Zeer zoctaardige vertrooster der bo-
drukten,
Zeer zekere genezing der krankon.
Luister en sieraad dor Sociëteit van
Jezus,
Klaarblinkond licht der li. Kerk,
Vermaard door menigvuldige won-
deren,
-ocr page 106-
100                         LITANIE VAN PP.N
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, lieer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
lieer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
V• Bid voor ons, II. Aloysius van Gonzaga_
ty. Opdat wij waardig worden aan de be-
loftcn van Christus.
i.aten wij iuddkn. God, uitdeeler der hemelschc
gaven, ilio. in den engelachtigcn jongeling Aloys\'ms
cene wonderbare onschuld des levens met een geljjke
boetvaardigheid gepaard hebt, verleen ons door zijne
verdiensten en gebeden, dat wij, die hem iu zijne
onschuld niet gevolgd hebben, hem ten minste in
zijne boetvaardigheid mogen navolgen, door Jezus
Christus onzen Heer. Amen.
:
-ocr page 107-
KM
II. ALOVSITS VAN UON/.AUA
Engelachtigcn jongeling. II. Aloysiut, die duur
de Moeder Gods in de Sociëteit van Jrznx geroepen
werdt, zie ik kom tot I vol vertrouwen; Ma mij
bij in de zoo gewichtige zaak als die der keuze
van een levensstaat; geleid mij door uw wijzen
raad: ondersteun mij met uwe machtige voorspraak,
opdat ik dien staat kieze, waarin ik de eer van
Uod bevorderen en mijn heil verzekeren kan. Amen.
(ICO (lngen iifhuit, cons dungs Pius VII,
0 Jliinit 1802),
O, II. Aloysiia, met de deugden der engelen
versierd, ofschoon ik uw zeer onwaardig dienaar
hen, zoo durf ik u toch op een geheel bijzondere
wijze de zuiverheid van mijn ziel en lichaam aan-
bevelen. Ik bezweer u bij uw engelachtige knisch-
heid, mij aan Jezus Christus, het Lam zonder vlek
aan te bevelen; alsook aan zijne allerheiligste Moe-
der, de Maagd der Maagden, en mij van alle,
vooral zware zonden, te bewaren.
Laat niet toe, dat ik ooit in zonden van onzui-
verheid valle. .Maar als gij mij in bekoring of in
gevaar van zonden zult zicu, verwijder dan van mij
alle onzuivere gedachten of neigingen, stel mij
levendig voor den geest mijn gekruiste!) Jezus en
!
-ocr page 108-
102 LITANIE VAN DKN II. M.OYSIIJÜVAN CONZAfiA.
de gedaehten aan de eeuwigheid; druk de vrceze
(inils diep in mijn hart : ontsteek het in goddelijke
liefde, njxlut, nu uw schoon voorbeeld op narde na
gevolgd te hebben, ik eenmaal met I.\' (Jod in den
hemel moge bezitten. Amen.
Onze Vader. Ure\'s yeyroel.
-ocr page 109-
LITANIE
VAX HET
HEILIG HART VAN JEZUS.
lieer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemolsehe Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, II. Geest, ontferm U onzer.
II. Drievuldigheid,édnGod,ontferm Uonzer.
Hart van Jezus, Zoon van den eeuwigen
Vader, ontferm U onzer.
Hart van Jezus, Zoon van do Maagd en
Moeder Maria, ontferm U onzer.
Hart van Jezus, eigen en waardige woon-
plaats van den II. Geest, ontferm U onzer.
Hart van Jezus, tempel van do allcrheilig-
ste Drievuldigheid, ontferm U onzer.
-ocr page 110-
104                        LITANIE VAN HliT
Hart van Jezus, glorie en vreugd der
Engelen,
Hart van Jezus, oneindig in majesteit,
Hart van Jezus, voorwerp van alle liefde,
Allerootmoedigst Hart van Jezus,
Allerzuiverst Hart van Jezus,
Allcrminlijkst Hart van Jezus,
Vol van zegen en genade,
Wellust van hemel en aarde,
Licht van geheel de wereld,
Onoverwinnelijke sterkte tegen onze O
vijanden,
                                               s,
Fontein van alle rechtvaardigheid, ™
Oorsprong van goedheid en barmhar- "
g" tigheid,
                                                c!
g Vol medelijden en teederheid,              o
*"* Woonstode aller deugden,                     n
§ Allen lof en eer waardig,                     ~
k Aan wien alle aanbidding toekomt,
"C Oneindige afgrond van alle hemelscho
W gaven,
Fontein der springende wateren tot
het eeuwig leven,
Verzoening onzer zonden,
Troost van alle bedrukte harten,
Hoop van die in U sterven,
Ons leven en verrijzenis,
Toevlucht van alle zondaren,
-ocr page 111-
H. IIAR.T VAN JEZUS.                      105
Met bitterheid voor ons vervuld,
.. Met versmaadheden voor ons verzadigd, O
s Om onze boosheden doorwond,             5;
£ Voor onze zaligheid gestorven aan •?
i-s                  _                        o               t>                                    -
0 kruis,                                                    a
g Met eene lans doorstoken,                     ^
.« Levende, heilige en Godc behagende o
js offerande,
                                             g
** Altaar op hetwelk alle Heiligen op- r
geofferd worden,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jezus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Jezus,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer, Jezus,
y. O Koning der glorie, Gij zult nooit
versmaden.
r. Ecu boetvaardig en vernederd hart.
GEBED.
Beer Jezus, die U gewaardigd hebt, de onuit-
sprekelijke rijkdommen van Vw allerheiligst Hart
aan Uwe Kerk te openbaren, verleen ons, dat wij
aan de liefde van dit allcrh. Hart mogen beaut-
woordon en dat wij door waardige dienstbcwijzingen
vergoeden de verongelijkingen, die datzelfde Hart
yan de ondankbare mensehen wordt aangedaan, die
-ocr page 112-
IOC LITAKIK VAN IIKTII. IIAIt\'l\' VAN JKZI\'S.
leefl en hecrscht met God den Vader, in de eenheid des
Heiligen Geesten, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
O Jezus, die gezegd hebt: vZa/u? t/e sulveren
run hart?, mant zij zullen God zien
;" Hein zien,
zooals Hij inderdaad is. Hem kennen in al zijne
gnotheid, liefde en goedheid; hoe moet de engel-
achtigc Jlnt/xitis, die zoo rein, zoo kuiseli, zoo pu-
schuldig, op aarde geleefd heeft, uw liefdevol Hart
thans in den hemel zien, kennen en beminnen !
Welnu clan, H. Patroon, open ons dat 11. Hart,
leid ons binnen, waar (iij zoo goed bekend zijt,
opdat wij ook Het dagelijks beter en beter leereu
kennen, meer en meer loeren beminnen! Doch aan-
gezieu dit alleen aan de rcinen van harte gegund
is, verkrijg ons een groote liefde tot de II. Deugd
van zuiverheid ; dat wij ze nauwgezet, angstvallig
al de dagen van ons leven beoefenen, opdat wij met
11 zalig mogen genrezen worden, en wij God een-
maal van aanschijn tot aanschijn mogen aansrhuu-
wen, en zijn goddelijk Hart voor eeuwig beminnen
en bezitten in den hemel. Amen.
-ocr page 113-
L I T A N I E
VAN
<1 >. I j. V. \\ ïlll I j«>l\'< vl O.
lleer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Veriosser dor wereld, ontferm
U onzer.
God, II. Geest, ontferm U onzer.
11. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
11. Maria,
II. Moeder Gods,
II. Maagd der Slaagden,
Moeder van Christus,
                                 ^
Moeder der Goddelijke genade,                 §
Allerroinste Moeder,                                    "*
Allerzuiverste Moeder,                                §
Ongeschonden Moeder,
Onbevlekte Moeder,
-ocr page 114-
108                             LITANIE VAN
Minnelijke Moeder,
Wonderlijke Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Alaagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Stoel der wijsheid,                                      o^
Oorzaak onzer blijdschap,                          **
Geestelijk vat,                                              3
Eerwaardig vat,                                          §
Uitmuntend vat van godsvrucht,              o
Geestelijke roos,                                          p
Toren van David;
Ivoren toren,
Gulden huis,
Ark des verbonds,
Deur des Memels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken,
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten,
Hulp der christenen,
Koningin der Engelen,
-ocr page 115-
0. I.. V. VAK I.ORF.TO.                         109
Koningin dor Patriarchen,
Koningin der 1\'rofeten,
Koningin der Apostelen,                            g!
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,                              o
Koningin der Maagden,                              °
Koningin van alle Heiligen,                      o
Koningin zonder erf\'smet ontvangen, ?
Koningin van den allerheiligsten Kozen-
krans,
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, verhoor ons, Hoer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg-
neemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onder uwe bescherming nemen wij onze
toevlucht, o H. Moeder Gods: verstoot onze
gebeden niet in onzen nood : maar verlos
ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en
gezegende Maagd, ünze Vrouw, onze Mid-
delares, onze Voorspreekster, verzoen ons
-ocr page 116-
110                                I.ITANIK VAN
met uwen Zoon , beveel ons aan uwen
Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
y. Bid voor ons, II. Moeder Gods.
U.-. Opdat wij der beloften van Christus
waardig worden.
H. Maagd Maria, mijne Koningin, Inden en al
de dagen mijns levens, vooral echter in het uur van
mijn dood, beveel ik aan uwe zegenrijke besehor-
ming, aan uwc bijzondere hoedeen moederlijke bnrm-
hartigheid mijn lichaam en mijne ziel. U gocf ik
al mijne hoop en troost, al mijne wederwaardig-
beden en droefheid, mijn leven en i\'eszelfs einde
over. Verwerf mij door uwe machtige voorspraak
en I door n\\vc"groote verdiensten de genade, in al
mijn doen en laten uwen wil en den wil van uwen
goddelijken Zoon te vervullen. Amen.
(100 cl:lj;cn lilhoit, crus per ilair, voor lii\'M die het \'s \'ilnr-
pt\'iis en \'s ie muls met ie:i Wees yyiael liiddcn.)
O mijne Moeder, o mijne meesteres, ik oll\'er mij
geheel aan U op ; en om mijne toewijding voor U
I
-ocr page 117-
n. f., v. v\\\\- T.nTrrrm.                111
te bevestigen, wijd ik I\' vandaag mijne oogen, mijiii!
ooren, mijn mond, mijn har\', geheel mijn wezen,
en omdat ik I\' zoodoende geheel behoor, o goede
Moeder, bewaar mij, bescherm mij als uw goed en
eigendom.
-o£g*S#s~
-ocr page 118-
EDEN.
J|ti vereenigingmetdon Priester, verschijn
ik hier in Uwe goddelijke tegenwoordig-
heid, om U, o mijn God, het waardigste
der otters op te dragen, door de voorspraak
van mijn glorierijken Patroon, den II. Aloy-
shis
van Gonzaga.
ü beminnelijke Beschermheilige, gij die
zoo levendig doordrongen waart van het hei-
lige, het waardige van een misott\'er, beziel
mij met de ware godsvrucht, die noodig is,
om dit II. Sacrificie goed en met vrucht bjj
te wonen. Verwijder van mij alle verstrooid
heid en vraag den goeden God, dat 11 ij
geheel mijn hart in bezit neme, en mjj, arme
zondaar, door Zijne barmhartigheid mijne
zonden vergeve! Ik haat ze uit liefde tot
Hem ; ik vraag er Hem ootmoedig vergiffenis
om, en vergeef zelf aan allen, die mij mis-
daan hebben.
(Vormt hier uwe bijzondere intentie.)
-ocr page 119-
MISOKBKDKN.                             Hit
Itij In-t IküïII (l>T Mi».
In Jon naam des Vaders, enz.
Als eer-, dauk-, zoen- en smeekoffer ga
ik o, allerheiligste Drievuldigheid, dit 11.
Misoffer bijwonen.
U zij alle eer en lof op aarde on inden
hemel !
U zij onophoudcljjk dank voor de velo en
talrijke weldaden mij on allen menselion
bewezen !
U zij van harte eerherstel gebracht voor
alle zonden en beleodigingen door de mon-
schen ooit bedreven ; en voor die nog door
hen bedreven worden in de toekomst.
U zijn alle onze noodwendigheden, licha-
melijke en geestelijke, met vol vertrouwen
aanbevolen.
O ! dat mij die gevoelens gedurende dit
onbloedige Offer mochten bezielen, die ik
gehad zou hebben, als ik bij hot bloedige
Kruisoffer op den Calvarieberg zou zijn
tegenwoordig geweest!
Daarom wend ik mij tot U, H. Aloyxutx,
opdat gij met en voor mij gedurende deze
aanbiddeljjke Geheimen moogt bidden!
Ik belijd voor God almachtig, de II. Maria,
altijd Maagd, den 11, Aartsengel Michaël,
______________________________________________8__
-ocr page 120-
111
MISGEHEDF.N,
den ir. Joanncs den Doopor, de II.II. Apos-
tclen L\'ctrua en l\'aulus, alle Heiligen en voor
U, Vader, dat ik zeer gezondigd liel>, niet
gedachten, woorden en werken, door mijne
schuld, door mijne schuld, door mijne al-
Icrgrootste schuld. Daarom bid ik do II.
Maria, altijd Maagd, den 11. Aartsengel
Michaël, den II. Joanncs den Dooper, de
11.11. Apostelen Petrus en l\'aulus, allo
Heiligen en U, Vader, den Heer onzen
God, voor mij te willen bidden.
Dat de goede God mij barmhartigheid
bewijze, mij mijne zonden vergeve cii het
eeuwige leven schenko !
Heer veihoor door de voorspraak van
den 11. Aloyxiux mijn gebed, en dat mijn
geroep tot L\' kome !
Kyrie elcison.
Driewerf-heilige God, Vader, Zoon en II.
Geest! Ontferm U onzer volgens Uwe over-
grooto barmhartigheid, nu, in alle omstau-
digheden des levens, eu vooral in het uur
van onzen dood\'
(iloriii.
Eere aan God in den hooge, en vrede op
-ocr page 121-
MISOEBEllKN.                             115
aarde aan de mcnschen van goeden wil!
Wij prijzen U. Wij zegenen U. Wij aan-
bidden U. Wij verheerlijken U, NV ij be-
danken U om Uwe oneindige heerlijkheid,
lieer, God, opperste Koning des hemels, o
God, almachtige Vader ; Heer Jezus Christus,
eenige Zoon Gods, Lam Gods, Zoon des
Vaders! Gij dio de zonden der wereld weg-
neemt, ontferm IJ onzer. Gij, die de zonden
der wereld wegneemt, aanhoor ons nederig
gebed. Gij, die aan do rechterhand des
Vaders gezeten zijt, heb medelijden met
ons. Want gij zijt de eenige Heilige, do
eenige lieer, de eenige Allerhoogste, Jezus
Christus, mot den Heiligen Geest in do
heerlijkheid van God den Vader. Amen.
Oremus.
Verleen ons, o Heer, door de voorspraak
der allerzaligste Maagd en Moeder Gods
Maria, van den 11. Aloysius en van alle
Heiligen, al de genaden dio uw dienaar,
do Priester, U vraagt voor zich zelven en
voor ons.
Mij met hem vcreenigend, bid ik voor
allen, voor wie ik gehouden ben te bidden,
en ik smeek U voor hen en mij, verleen
-ocr page 122-
IK\')                                  M1SCKIIKDRN.
ons ;il hetgeen Gij went, dat ons noodig is,
voor ons geestelijk on tijdelijk welzijn ; door
Je/us Christus, onzen lieer. Amen.
I.pi-!cl.
O God, Gij, die U gowaardigd hebt mij
buiten zoovele anderen tot Uwe Kerk te
roepen, die de cenig heiligmakende leer
steeds ongeschonden bewaard heelt, geef
dat ik mijn leven steeds naar die heilige
leer inrichte; dat ik er mij door late leiden,
vooral in de gewichtige keuze van een
levensstaat. Dat zij, wie Gij daartoe de zcn-
ding gegeven hebt, mij voorlichten, raden
; en bijstaan, en ik hunne raadgevingen volg-
zaam moge ter harte nemen, daar Gij toch
gezegd hebt van hen: Tdie u hoort, hoort
Mij; die n versmaadt, versmaadt Mij!"
Verlicht ons dan beiden, met het Licht
uwer goddelijke genade ! il. Aloysius, bid
: voor ons!
l\'.\\ iinaclie.
Door den mond uwer Evangelisten, o dier-
bare Jezus, worden ons telkens o]) treilende,
aangrijpende wijze de; wonderwerken ver-
haald, die Uwe almacht gewrocht heeft.
-ocr page 123-
ilT
MrSOF.tlEDEN.
Verhaald wordt ons, lioo Gij blinden hot
gezicht, doovcn liet gehoor, stommen hun
spraak, lammen hun gang, ja, dooden zelfs
hot loven weergegeven hebt; hoe Gij, door
medelijden bewogen, de hongerigen op \\von- •
dervollo wijze spjjzigdet; de droeven steeds
troosttct, de noodlijdenden lichamelijke hulp
boodt, de arme zondaars vooral tot U riept,
vermaandet, vergiffenis schonkt, en hen
teeder lijk bemindet; in één woord hoe (Jij
hier „weldoende rondyinyt."
ü lieve Zaligmaker, hoe kan ik dus mijn
vertrouwen in Uwe almacht verlevendigen!
Wat mag ik dus niet van Uwc goedheid
verwachten! Mijne hoop is op U gesteld,
in eeuwigheid zal ik niet beschaamd wor-
den. Zijt gij dan nog niet altijd dezelfde
goede , liefdevolle, hulpvaardige Jezus!
Hoopt on zoekt Gij ook nu de ongelukkigen
niet op, gelijk in Uw sterfelijk leven?
Welnu, dierbare Zaligmaker. Gij weet, wat
mij zoozeer kwelt en bezorgd maakt; Gjj
weet, hoo vurig ik verlang Uwen aanbid-
deljjkcn Wil te leoren kennen ; naar uw
goddelijk voorbeeld zal ik dien, koste wat
het kosto, zoo getrouw mogelijk volbrengen.
Zend dan een straal uwer goddelijke vcr- j
lichting neer! Spreek, Heer, Uw dienaar
-ocr page 124-
UH
M1S0EUKDEN.
luistert! Mijn hart is bereid, mijn hart is
bereid, o God, om to doen alles wat Gij
van mij vraagt en verlangt.
//. Aloysiits, vraag gij voor mij aan uwc
en mijne on Jezus\' machtige .Moeder, die
in het il. Evangelie zulk eeno edele, ver-
hevene en liefdevolle taak opgelegd is, dat
zij met ons en voor mij bij God bidde !
( rrtlo
Ik geloot in één enkelen God, den Vader
almachtig, Schepper van hemel en aarde en
van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En
in Jezus-Christus, den ecnigen Zoon (iods; uit
God den Vader vóór alle eeuwen geboren ;
God van God; Licht van\'t Licht, ware God
van den waren God, geboren en niet ge-
maakt, geheel en al aan don Vader gelijk,
door Wien alles gemaakt is. Die uit den
Hemel gedaald is voor ons en voor ons
geluk. En het vleesch heeft aangenomen
in den schoot tier II. Maagd Morin, door
medewerking van den II. (leest:
en is mbnscii
geworden\'. Die voor ons gekruisd is, die
geleden heeft onder I\'ontius Pilatus on be-
graven is. Die naar geschreven was, ton
derden dago is verrezen. Die ten Domei
-ocr page 125-
Misr.EiiEDKSi.                             119
geklommen is, en gezeten aan de reehter-
liand dos Vaders. Die eens in volle.glorie
zal wederkomen, om te oovdee\'en do lc-
venden en de deoden, en Wiens rijk geen
einde zal hebben. Ik geloof in God den
II. Geest eveneens Heer, liet leven gevend,
dio uit den Vader en den Zoon voorspruit.
Die met den Vader en den Zoon te gelijk
aanbeden en verheerlijkt wordt ; die voor-
zegd is door de profeten. Ik geloot aan de
ééne, heilige, katholieke enapostolieke Kerk.
Ik belijd één doopsel ter vergeving der
zonden; ik verwacht de verrijzenis der
dooden en hot eeuwig leven. Amen.
OfFertorium.
O oneindig II. Vader, ik duif (J thans,
ofschoon ik overtuigd ben van mijne groote
onwaardigheid, in vereoniging motdenpries-
ter dit vlekkelooze Offer opdragen, met de-
zelfde meening als Jezus-Christus gehad
heeft, toen Hij dit Sacrificie ingesteld heeft,
en Hij op dit oogenblik heeft, terwijl Hij
zich door \'s priesters handen aan U opoffert,
alsmede voor mijne eigene intentie......
Ik offer het U op, terwijl ik bid, om van
Uwe oneindige goedheid voor nnj, mijne
-ocr page 126-
120
MISOEÜEDEK.
naastbestaanden, weldoeners, vrienden en
vijanden, alle kostbare genaden voor ons
geestelijk en tijdelijk welzijn te verwerven,
door de oneindige verdiensten van Uwen
goddelijken Zoon, van Zijne en onze lieve
Aioeder, van den II. Aloysius en alle Gods
lieve Heiligen.
Verder beveel ik U do gehcele katholieke
Kerk aan, onzon H. Vader den Paus, zijne
Uoorluchtighcid onzen Bisschop, al do pries-
ters en christen prinsen en geheel het in
U goloovigo volk. Vergeet ook niet Uwe
en mijne vijanden; heb medelijden met alle
zondaars. Vergeet\' allen, die mij misdaan
hebben, gelijk ik hun vergeef. Amen.
Neem, Heer, en ontvang mijne gehecle
vrijheid, mijn wil, mijn geheugen, mijn
verstand; al wat ik heb en bezit, hebt Gij
mij gegeven; U geef\' ik het weer; doe er
mee naar uw welbehagen, en geef\' mij slechts
uwe liefde en genade, üit is mij voldoende.
l\'riiH\'Htie.
Welke verplichting heb ik niet, U te
loven en te prijzen te allen tijde en op
allo plaatsen, o God van hemel en aarde,
oneindig grooto lieer, Schepper en Regeer-
der van alles wat is en bestaat!
-ocr page 127-
121
NISGECEDEN.
Xiets is billijker, niets rechtmatiger dan
mij met Jezus-Christus te vcreenigen om U
voortdurend to aanbidden. Al de machten
der hemelen, al de krachten (leraarde, mot een
eerbiedigen schroom bevangen, vercenigen
zich om Uwen lof to zingen. Duld dan, o
God, dat wij onze zwakke stemmen met die
dor geheele schepping vcreenigen, en wij met
hen in eeno heilige vervoering uitjubelen :
Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God iler
legerscharen. Hosanna in de hoogste der
Hemelen \'. Gezegend Hij, die komt in den
naam des Heeren. Hosanna in den hoog e!
Neem, Heer, volgons Uwo overgrootc
barmhartigheid het offer aan, dat de Priester
voor zich zolven en voor ons opdraagt.
Zegen het; bewaar, bescherm en bestuur
op onze boden Uwe II. Katholieke Kerk,
mot al hare leden, haar Opperhoofd, onzen
Bisschop en allen die tot het eenig ware,
beiligmakende geloof behooren.
W jj bevelen U verder dogenen dringend
aan voor wie do liefde, de rechtvaardig-
heid, do dankbaarheid ons verplichten te
bidden, voor allen, die in dit II. Sacrificie
tegenwoordig zijn en ook voor mij zelveu,
-ocr page 128-
122                               MISORBEDEN.
opdat ik door do voorspraak Tan den mach-
tigon //. Aloysiun, van do II. Maagd, van
allo Heiligen, mjjn levensstaat moge leeren
kennen, en alle moeieljjkhedcn overwinnen,
die ik zal tegenkomen.
Daal dan neder, o Lam zonder vlek, o
dierbare Jezus, op dit altaar, om mijn
wenschen to aanhooren en ze in zoover te
vervullen als het U tot oer, mij en do
mijnen tot zaligheid strekt.
Klevatir.
Mijn Jezus! ik aanbid U met al do Kn-
gelen, die U hier thans eerbiedig omrin-
gen ; ik geloot\' in U : ik hoop op U ; ik
bemin U uit geheel mijn hart. Zegen mij,
o goede God, zegen mijne familie en al dio
mij dierbaar zijn, thans, nu Gjj hier neder•
daalt om ons Uwe rijke gunsten mede te
doelen ; geef ons allos, wat ons noodig is
naar ziol en lichaam en maak, dat wjj
altijd uwen II. Wil volbrengen, vooral in
het omhelzen van dien staat, waarin O ij van
eeuwigheid bepaald hebt, dat ik n dienen zal.
Dat Uw kostbaar Bloed voor niemand
onzer te vergeefs vergoten zij ! integendeel,
dat Met ons geluk en zegen aanbrcuge !
-ocr page 129-
123
MISfiEIlKDF.N.
H. Maagd, II. Jozef, II. Aloysius, H. Bo-
waarengelen, allo Gods lieve Heiligen, ver-
eonigt uwe boden mol\' do mijne, opdat ik
on al mijne dierbaren do beloften van
Christus immer mooi\' on meer waardig
worden. Amen.
\\ci">ols van den Canon.
Hoe groot zou mijne boosheid on on-
dankbaarheid niet wezen als ik U, na
hetgeen ik thans heb zion geschieden, nog
boleodigde ? Neen, neon, nooit zal ik ver-
geton hetgeen (Jij voor mij dagelijks
herhaalt in dit aanbiddelijk offer-geheim,
onbloedig offer en gedurige voortzetting
van het II. Kruisoffer, van geheel Uw
bitter lijdon, waardoor Gij voor ons tot uw
laatsten druppel bloeds vergoten hebt.
Dat allen dan, dio wezenlijk of gceste-
1 ijker wijze deelnemen aan dit II. Misoffer
met Uwc genaden on hemelsehe zegenin-
gen rij kol ijk overstelpt worden !
Laat ook do zielen in hot vagevuur dool
nemen ain deze offerande, voornamelijk do
ziolon van.... Verleen haar, Hoor, tor wille
van dit offer kwijtschelding van al haar pij-
non, en Iaat ons allen mot haar on al Uwe
heiligen on zaligen eenmaal voor eeu-
-ocr page 130-
124                           MISGEDEDEN
wig U loven en beminnen in den hemel.
Amen.
Wij durven dan ook, daar Gij het ons
zoo bevolen en geleerd hebt, bidden :
Onze Vader, enz.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegnecnit, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer.
Lam Uods, dat de zonden dor wereld
wegneemt, geef ons don vrede.
< OllllllMIIH\'.
O lieve Jezus! Ik zou mij thans zoo gaarne
met U vereonigen in do II. Communie. Daar
ik echter niet waardig genoeg ben, zoo ver-
lang ik vurig dit op geestelijke wijze te doen.
Ik geloof in U en vraag U vergiffenis
voor al mijne zonden, fouten en gebreken !
O, dat toch, als het oogenblik daar is,
waarop ik U in werkelijkheid zal ontvan-
gen, mijn hart zuiver, rein en goed voor-
bereid zij! Ondertusschen zal ik trachten
U altijd innig, vurig to beminnen.
-ocr page 131-
MISGKÜEDKN.                             125
Laat mij intusscheii deel hebben aan de
vruchten dor Communie van den priester.
Wisch, dierbare Jezus ! door uw kostbaar
Bloed, mijne zonden en die der geheele
wereld uit en ontsteek in de plaats daar-
van eene vurige liefde tot U in onze harten !
II. Aloysius, wek in mijn hart zulk een
verhingen op om mij met Jezus te vereeni-
gcn in de II. Communie, als U telkens be-
ziolde, wanneer gij eene H. Mis bij woonde t!
I.MilN\'c HI\'Ih (Il II.
Gij hebt U dan wederom geslachtofferd
op dit Altaar, o mijn Jezus; ook ik wil
mij ton offer brengen voor uwe meerdere
eer en glorie; voortaan ben ik geheel de
uwo : doe met mij volgons uw welbehagen,
U hoor ik geheel en al toe. Beschik over
mijn tijd, mijne vrijheid, mijne neigingen,
over alles, wat ik heb en bezit. O, ik
gelukkige, zoo Gij gelieft dit offer te aan-
vaarden ! Ja, ik zal uwe wet getrouw blij-
ven ; ik zal deze en die gelegenheid tot
zonden schuwen ; ik zal voor deze of die
slechte gewoonte op mijne hoede zijn ; geef
mij echter de kracht en den moed, die ik
noodig heb, en dat dit alles moge strekken
-ocr page 132-
126
MIHOKIIEIIKN.
om mij een zalige keuze to laten doen
aangaande mijn levensstaat; ik zal niet
ruston en ophouden L\' dit te vragen, o
mijn God, alvorens ik geheel zekerheid
dienaangaande verkregen heb, daar ik diep
overtuigd ben, dat er mijn tijdelijk en
eeuwig geluk meogemoeid is. Goede Moeder
Maria, //. Aloyxius, U zij nogmaals mijne
zaak van harte aanbevolen. Amen.
Zi\'gcu.
Zegen, lieer, deze heilige voornemens,
door de hand van uwen priester, en dat wij
er voortdurend do uitwerksels van onder-
vinden. In den naam des Vaders, enz.
Laatste Evangelie.
Ik dank U, o God, dat Gjj mij buiten
zoovele anderen dit II. .Misoffer weer hebt
laten bijwonen. Ik vraag U vergiffenis over
al de fouten en gebreken die ik begaan
heb, door verstrooidheden, oneerbiedigheden
of anderszins. Dat dit aanbiddolijk offer
mij rcinige van het verledeno, en mij sterke
van de toekomst.
Ik begeef mij thans vol vertrouwen aan
de bezigheden, waartoe uw aanbiddclijkc
-ocr page 133-
(iKIIKIIKN NA UK II. MIS.                         1\'Jfi
wil mij roept. Ik zal mij don geheeleu
dng do weldaad herinneren, die Gij mij
door dit II. Misoffer hebt willen bewijzen,
en noch doorgedachten, noch door woorden
of werken, noch door verzuimenissen de
vrucht er van doen verloren gaan. Dit neem
ik mij voor, met en daar uwe genade. A.
Geiteden na elke stille II. Mis.
(Voorgeschreven en met pen allaat van 300 dagen
verrijkt door 7.. 11 Leo Xlll).
De Priester bidde driemaal met het volk
het
Wees gegroet Maria.
Vervolgens :
Wees gegroet, Koningin, Moeder van
barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid
en onze hoop, wees gegroet.
Tot U roepen wij, ballingen, kinderen
van Eva.
Tot U verzuchten wij klagende en wee-
nendo in dit tranendal.
Welaan dan, onze Voorspreekster, sla
uwe zoo barmhartige blikken op ons neder.
En toon ons, na deze ballingschap, de
gezegende vrucht uws Iichaams, Jezus.
• O Goedertierene, o liefdevol ie, o zoete
Maagd Maria.
-ocr page 134-
128               GKIIKUKN NA UK II. JUS.
f. I5id voor ons, H. Moedor Gods.
r- Opdat wij do belofte van Christus
waardig worden.
Laten wij bidden. God, onze toevlucht
en onze kracht, zie genadig neer op het
volk, dat tot u roept; en verhoor in uwe
barmhartigheid on goedertierenheid, door
de voorspraak van de glorierijke en onbe-
vlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van
den gelukzaligen Jozef\', haren Bruidegom,
van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en
I\'aulus en alle Heiligen, de gebeden, die
wij storten voor de bekeering der zondaars,
voor de vrijheid en de verheffing van onze
Moeder de 11. Kerk. Door Christus onzon
lieer. Amen.
Daarbij voegt men de volgende aanroeping
Heilige aartsengel Michaël, verdedig ons
in den strijd ; wees onze bescherming tegen
de boosheid en de Jagen dos duivels. Dat
God hem gebiede. ;
daarom bidden wij oot-
moediglijk, on Gij, Aanvoerder der hemel*
sche legerscharen, verdrijf door do kracht
Gods den satan naar do hel mot de andere
boozo geesten, die tot verderf der zielen
in de wereld rondzwerven. Amen.
-ocr page 135-
G E i: e i) i: x
o \\ i> i: is u i: i i, o f.
<!? goede Jezus! ik geloof vasteljjk, dat
Gij daar in dat kleine tabernakel woont,
dag en nacht, omdat Gij mij en alle men-
schen zoozeer bemint, dat (jij u niet van
ons bebt kunnen scheiden !
Duizenden en duizenden engelen liggen
hier voor U neergeknield, aanbidden U,
en zingen U voortdurend de schoonste
lofliederen. Ik wil mij ook bij hen voegen,
gedurende dit lof vooral, om U met hen
te aanbidden en lof te zingen.
Geloofd, gedankt en geprezen zij Jezus
Christus in het Allerheiligste Sacrament
des Altaars !
Helaas! ofschoon Gij ons zoozeer bemint,
dat Gij, lieve Jezus, te midden van ons
wilt komen, ?ijn de mensclien toch zoo
ondankbaar jegens U ! Ze komen maar
zelden ter Kerke; en als ze er komen, zijn
ze er oneerbiedig, onverschillig, niet god-
-ocr page 136-
1510                  OKIIKDKX OXIIKII IIKT I.OK.
vruchtig : ja, sommigen durven zelfs in Uwe
heilige tegenwoordigheid zware zonden be-
drijven. Daarom vraag ik U met droefheid
vergiffenis, voor mij en voor allo menschen,
die L" ooit in de Kerken door hun zondig
gedrag mochten bedroefd hebben.
ü, dat toch Uw liefderijk Goddelijk Hart
meer en meer bemind en gekend moge
worden !
Ik durf U, goede Jezus, ook alles vragen
wat ik noodig heb naar ziel en lichaam ;
alsook voor mijne ouders, broeders, zusters,
bloedverwanten en vrienden ; voor do
Heilige Kerk, haar Opperhoofd den l\'aus,
de bisschoppen en priesters. Immers Gij
roept ons: „Komt allen tot Mij, die iets
noodig hebt, en Ik zal het n geven !"
Jiijzonder heveel ik U echte f <mn....
Heilige .Maria, Moeder Gods, en ook
mijne Moeder; Heilige Jozef, Heilige Kn-
gelbewaarder, II. Aloi/Hius, bidt met en
voor mij bij den lieven Jezus!
Bid hierna liet gebed van den Zondag,
de litmiie. run het II. Hart en die van den
11. Aloyxiux, wet de gebeden.
-ocr page 137-
JLicve Jezus, ik ga U nu volgen op den
smartvollen lijdensweg naar den Calvurie»
berg.
Daar Gij al dat vrecseljjk lijden en dien
pijnlijken dood voor mijne zonden en die
van alle menschen geleden hebt, vraag ik
U nederig vergiffenis over al dat kwaad ;
geef rajj overvloedige tranen om gedurende
dezen 11. Kruisweg de zonden te beweenon!
O, dat ik door al dat lijden getroffen
worde, eu dat ik U, die mij het eerst !>o-
ïnind hebt, voortaan ook hartelijk lief
liebbe !
O Jezus, door uw bloed\'ge wondra
Bewaar mij voortaan van de zonden !
I
-ocr page 138-
l:;2                        Ui: II. KRl\'ISWKM.
I STATIE.
.Jezus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden en loven U, Christus.
Omdat Gij door L\'w II. Kruis de wereld
verlost hebt.
Hoe moet het U bedroefd hebben, lieve
Jezus, toen de ondankbare Joden daar voor
1\'ilatus riepen: „Kruisig Hem, Kruisig
Hem !" Zoo dikwijls ik de zonde bedreet\',
heb ik dat ook geroepen. Maar voortaan zal
ik zoo dikwijls mogelijk herhalen : „Mijn Je-
zus, ik bemin U ; ik bemin U, mijn Jezus!"
o .Irzus, door uw bloed\'gc wonden
Bewaar mij voortaan van de zonden !
Onze Vader. Wees gegroet.
Dat do zielen der geloovigen in vrede
rusten. Amen.
Ontferm U onzer, lieer, ontferm U onzer !
2de STATIE.
Jezus neemt het Kruis op Zijne schouders.
Wij aanbidden enz.
Hoe zwaar dat Kruis ook was, Gij, lieve
Jezus, vreesdet niet liet te dragen; ja, Gij
hebt het niet liefde omhelsd, omdat Gij toen
-ocr page 139-
in: ii. kiuisweg.                      133
aan mij dacht, die toch zooveel kwaad ge •
daan heb! Ik zal uw voorbeeld volgen,
goede Zaligmaker, en alles wat mij minder
aangenaam zal overkomen, geduldig van U
aannemen, en uit liefde tot U verdragen.
o Jezus, door uw b\'oed\'ge wonden
Bewaar mij voortaan van dr zonden !
Onze Vader. Wees Gegroet.
Dat do zielen enz.
Ontferm enz.
3de STATIE.
Jezus calt den eersten keer onder Zijn krui*.
Wij aanbidden enz.
Gij valt neer onder het zware kruis, o
lieve Jezus, dat kruis door mijne zouden
zoo zwaar geworden. Door de verdiensten
van dezen eersten val, bid ik U, o laat
mij toch nooit meer in zware zonden vallen,
en geef dat ik de reeds bedreven zonden
oprecht beweene.
o Jezus, door uw bloed\'ge wonden
Bewaar mij voortaan van de zonden !
Onze Vader. Wees gegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
-ocr page 140-
VM
li: II. KRL\'lSWKfi.
Jezus ontmoet Zijne bedroefde Moeder.
Wij aanbidden en?..
o Jezus, o Maria! Wat een groote droef»
heid ondervindt pij niet bij deze pijnlijke
ontmoeting ! En daarvan ben ik gedeeltelijk
de schuld door de zonden, die ik gedaan
heb ! Vergiffenis, lieve Jezus ; vergiffenis,
goede Moeder Maria! Ach ! help mij toch
de zonden vluchten, opdat Gij in mij altijd
uw getrouw kind inoogt herkennen.
n Jezus, door uw bloed\'ge wondon
Bewaar mij voortaan van de zonden !
Onze Vader. Vees gegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
Simon van Ci/rene helpt Jezus\' kruis dragen.
Wij aanbidden enz.
Hoe pijnlijk moet hot U geweest zjjn,
o Jezus, daar niemand U wilde helpen Uw
kruis te dragen, en dat Simon het slechts
deed, omdat men hem er toe dwong! O
neen ! alles, wat ik voortaan doen zal voor
-ocr page 141-
!>!. II. KlU\'ISWF.ft.                         135
U. zal niet gedwongen, maar uit vrijen
vil gebeuren ! Schenk mij dan ook het
geluk, evenals aan Simon. te ondervinden,
hoe zoet liet is iets voor U te mogen doen.
n Jezus, door uw liliml\'ge wnnöVll
Bewaar mij voortaan van do zonden!
Onze Vader. Weesgegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
Vtronica droogt Jezus1 aangezicht af.
Wij aanbidden enz.
Hoe aangenaam moet het U niet geweest
zijn, lieve Jezus, eindelijk eens iemand op
Uwen lijdensweg te ontmoeten, die U troost,
en deel neemt in Uwe pijnen. Veronica
biedt U een doek aan om Uw Heilig aan-
gezicht at\' te drogen ! En welk oen schoone
belooning geeft Gij haar voor dien kleinen
liefdedienst! Uw beeld staat in den doek
gedrukt! O Jezus, geef dat ook ik Udik-
wijls troosten kom, vooral in bet Allerhei-
ligste Sacrament des Altaars, en schenk mij
dan als belooning, dat het beeld van Uw
Heilig lijden diep in mijn hart geprent worde,
opdat ik U steeds meer en meer bemiuue !
-ocr page 142-
l\'M)                          DE II. KRUISWEG.
O Jezus, iloor nw Idoed\'ge wonden
liewnar mij voorlaan vau de zouden !
0;;^« Vader. Wees gegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
7 :. STATIE.
Jezus volt voor den tweeden keer
onder het kruis.
Wij aanbidden enz.
Vermoeid en uitgeput, valt Gij ten twee-
den male onder het zware kruis ! Maar toch
richt Gij U weder op, omdat Gij verlangt
uit liefde voor mij te sterven! O lieve
Jezus, ik bid U vurig, laat toch nooit to^,
dat ik iu zonden aoude blijven leven, als ik
eens gevallen ben, maar dat ik, op uwe
liefde vertrouwende, telkens weder opsta,
mijne zonden beweene, en met moed in
Uwen heiligen dienst getrouw voortga !
o Jpzup, door uw lilood\'ge wonden
Bewaar mij voortaan van de zouden \'.
<hi;c Vader. Wees gegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
-ocr page 143-
DE II. KRI\'ISWF.IS.                        137
8         STATIE
Jezus troost de weenende vrouwen.
Wij aanbidden enz.
Alhoewel (jij zelf\'zooveel, zoo bitter lijdt,
vergeet Gij toch uw eigen lijden, lieve Jezus,
om de weenende vrouwen, iu haar droefheid
over U, te troosten. O ! wat zijt gij tordi goed
voor de mousehen! Ach ! dat ik toch leere
in droefheid alleen en altijd bij U mijn troost
te komen zoeken, want Gij alloen, lieve
Jezus, kunt den waren troost schenken !
o Jezus, door uw bloed\'ge wonden
Bewaar mij voortaan van dn zonden !
Onze Vinler. Wees (/eroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
9de STATIE.
Jezus valt voor den derden keer onder
het kruis.
Wij aanbidden enz.
O ! dat kruis moet wel zwaar geweest zijn,
daar Gij tot driemaal toe er onder ueerge-
valleu zijt, lieve Jezus! Door dezen val bid
-ocr page 144-
l.\'W                            UK II. KIIL\'ISWKO.
ik U, mij voortaan to willen bewaren tooi\'
zware bekoringen, die zoo dikwijls den val
in zonden voorafgaan.
ei Jezus. door uw Idoed\'ge wonden
Bewaar mij voortaan vau de zouden !
Onze Vader. Wees gegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
Jezus wordt can Zijne Meederen ontdaan.
Wij aanbidden enz.
Zoo zijt Gij dan op den Calvarieberg aan-
gekomen ; en nu nikken U do woeste beulen
de kleedoren van het heilig Lichaam ! Jezus,
ter wille van de schaamte en van de pijnen,
die Gij hier doorstondt, bid ik U, dat ik van
alle slechte gewoonten en begeerten meer
en meer ontdaan worde, om gedurig meer
op U te gelijken!
<» Jezus, door uw bloed\'ge wonden
Bewaar mij voortaan van de zonden \'.
Onze Vader. Wees gegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
-ocr page 145-
139
Ui: II. KRIISWKO.
Jezus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden enz.
Aeli ! mocht ik toch met U aan het kruis
genageld worden, mijn Jezus, opdat ik nooit
meer van U gescheiden kon worden ! (Jeef
toch, dat ik mij steeds zóó gedrage, dat ik
altjjd met U vereenigd moge leven hier op
.aarde, maar vooral hiernamaals in deii
gchoonen hemel!
>> Jezus, door uw bloed\'ge wonden
Bewaar mij voortaan van de zouden !
Onze Vader. Wees gegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
Jezus sterft aan liet kruis.
Wij aanbidden enz.
Na een pijnlijk, onhegrijpelijk lijden, sterft
Gij dan eindelijk voor mij aan het schan-
delijk kruis. Uwe liefde echter is nog niet
voldaan ; na uw dood, wildot Gjj nog dat
uw goddelijk Mart zou doorstoken worden
met een scherpe lans ! O, Jezus, laat mij iu
-ocr page 146-
140                        de ii. KRi\'iswiiu.
Jat aanbiddelijk Hart altijd ccno schuilplaats
vinden tegen alle kwaad, vooral tegen de
zonden ! Onze Lieve Vrouw, O ij, die mij,
onder hot kruis, door Jezus tot Moeder ge-
geven zijt, leid mij in dat goddelijk Hart
binnen, om er in te loven en te sterven.
ei Jezus, door uw bloed\'ge wouden
Bewaar mij voortaan van <le zouden !
Onze Vader. Wees (jet/roet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
13 i. STATIE.
Jezus wordt van het kruis afgenomen en
in den schoot Zijner Moeder gelegd.
Wij aanbidden enz.
Hoe bedroefd moet Gij niet geweest zijn,
o Maria, toen Gij het koude Ijjk van uwen
Jezus op uw schoot zaagt liggen ! Ik ben
de oorzaak van Zijn dood en dus van uw
lijden, omdat ik zoo dikwijls gezondigd heb !
Vergiffenis, o Maria. Ik zal voortaan door
een oprechte liefde tot U en uwen Zoon alles
weer zoeken goed te maken. Geef Gij mij
het geluk te volharden tot het einde toe,
en eenmaal in uwe omhelzing, met de hei-
-ocr page 147-
de ii. kim is\\vi:c.                        141
ligc namen „Jezus on Maria" op de lippen,
te sterven.
o Jezus, door uw Idoed\'gc wonden
Bewaar mij voortaan van de zonden !
Onze Vader. Wees gegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
14. STATIE.
Jezus icordt in een nieuw steenen graf gelegd.
Wij aanbidden enz.
Zoo rust Gij dan eindelijk in het koude
graf, lieve Jezus! Maar \'t is slechts voor
weinige uren , want den derden dag zijt Gij
verheerlijkt uit dat graf verrezen ! O ! dat
ik toch ook eenmaal verheerlijkt uit mijn
graf moge opstaan om dan met U voor eeuwig
te leven in den schoonen Hemel. Amen.
o Jezus, door uw bloed\'ge wouden
Bewaar mij voortaan van de zonden !
Onze Vader. Wees gegroet.
Dat de zielen enz.
Ontferm enz.
-ocr page 148-
14"2                           III) II. KRIISWKC.
Ik dank U, goede Jezus, dat Gij mij toe-
gestaan hebt U wederom op uwen lijdens-
weg to volgen. Laat mij de oneindige
verdiensten van uw heilig lijden altijd meer
en meer ondervinden. Vooral ais ik verleid
word tot zonden, herinner Gij mij dan, lieve
Jezus, al die pijnen, die Gij voor mij door-
staan hebt gedurende uw bitter lijden en
kruisdood. Ik wil aan al de ariaten deel-
achtig worden, die ik door liet bidden van
dezen Heiligen Kruisweg heb kunnen ver-
dienen, en pas ze toe op de geloovige zielen
in het vagevuur.
ii Jezus, door uw d1.....Vge wonden
Bewaar mij voortaan van de zonden !
Vijfmaal het „Onze Vader," „ Wees ge-
groet"
en „Eere zij den Vader" enz. en een
nOnze Vader" voor Zijne Heiligheid den
Paus.
<4W
1
-ocr page 149-
lii./..
Inleiding..........        5
Eerxte Zondag. Over do II. Deugd
van Zuiverheid.......        0
Ticeide Zondag. Over den geest des
gebeds, en do godsvrucht tot do
II. Maagd.........       1!)
Derde Zondag. Over den II. Wil Gods
en de zuivere meening.....       "28
Vierde Zondag. Over do II. Afzon-
dering..........      \'M
Vijfde Zondag. Over de II. Communie      4(>
Zesde Zondag. Over moeilijkheden .      56
Besluit ...........      fit
Lofzang Te Deum.......       70
Gebeden vóór en na de Biecht . .       75
Gebeden vóór en na de II. Communie.       <S(>
Gebed met vollen aflaat.....       !>7
Litanie van den II. Alöysius . . .      98
Gebed tot den II. A lui/sin* van Gonzaga
voor een gelukzaligen levensstaat.    101
-ocr page 150-
144                                         I1I.AUWI.17.KH.
Gebed tot den 11. Aloysius van Gon-
zaga...........101
Litanie van het allerheiligst Hart van
Jezus...........10:5
Gebed tot den 11. Aloijsius om een
ware godsvrucht tot liet 11. llarr
van Jezus te verkrijgen .... 10(i
Litanie van 0. L. Vr. van Loreto . 107
Smeekgebed van den //. Aloysiits tot
de 11. Maagd........ 110
Gebed tot Maria om de bekoring te
overwinnen.........110
Misgeboden.........112
Gebeden na de H. Mis.....127
Gebeden onder het Lof.....12!)
Do 11. Kruisweg.......131
IMPRIMATUR.
M. J. DE BEEK, Sup. Gen.
(al hoc delegatus.
Tilbikgi, 18 Maii 1899.