-ocr page 1-
mm \\WóqJ
4Pt/ .5-Q ~¥<?
-ocr page 2-
-ocr page 3-
48
IIIIIMIIIIIIIIII MIMI
-
62
:
VOOR DE
Stfaandetijhsche tterffaderintf
VAN DE LEDEN DER
1
Eerherstellende Communie.
I
!
I                             MAASTRICHT.                            E
-                                                                                                                   a
-                 StOOMDR. ,,f\'OURRII!R DE I.A MKIJSP."                 :
5                                1890.                                :
~ I I I I I I I I JMI lllllllllllllllllllllllllllll llllllllll llllllllï
Vak 59
-ocr page 4-
-ocr page 5-
VAK W o. ^
VOOR I)E
Maandelijksehe Vergadering
VAN DE LEDEN DER
A06000019394182�
X!
O:
lu-
Eerherstellende Communie^
1-5
lu =
:o?
=S                    I BIBLIOTHEEK DER
L8UKSUWE.9SITEIT
UTRECHT
g
COLL. THOMAA8SE
maastricht.
Stoomdr. ..cocrrikr du la meose.
1890,
-ocr page 6-
Januari. Ter eere van den Zoeten Naam van
Jezus.......         ... 3
Februari Loflied aan Jezus\' II. Hart .... 4
Maart.
            Het Lijden des Hecren .          .... 6
April.             Liefdezang en Eerboete aan Jezus\'
H. Hart..........7
Mei.                Ter eere van Onze Lieve Vrouw van
het H. Hart........9
Juni.               Acte van toewijding aan Jezus\' H.
Hart.....- . , . . 10
Juli.                Bedezang aan het Goddelijk Hart. . . 12
Augustus. Jezus\'Hart. ons heil.......13 \'
September. Jezus, onze vriend.......14
October.          Franciscus en het H. Hart.....16
November. Loflied aan Jezus.......17
Deeemtier. Verlangen om Jezus te beminnen. . . 19
Vóór de H. Communie......20
Na de H. Communie......22
Toewijding aan den Heer na de H.
Communie.........23
-ocr page 7-
— 3 —
.I.1Ü1MUI.
Ter eere van den
Zoeten Naam van Jezus,
Ik heb mijn Jezus op mijn lippen ,
Die lieve Naam werd mij geleerd;
En met Hem mag geen woord ontglippen,
Dat Zijnen heilgen zin onteert;
Want wie dien naam in liefde vreest, I
Diesprekedoorden Heiligen Geest I
Ik heb mijn Jezus in het harte ,
Ik heb Hem onuitspreeklijk lief;
Zijn woord is mij in schuld en smarten
Ken tecdre troost, een liefdebrief.
En breekt mijn eigen hart van een, j
Dan leef ik in Zijn Hart alleen. f
Ik heb mijn Jezus in mijn leven ,
Zijn kruis is mij ten veldbanier;
Hier is geen tijd van rust gegeven ,
De ware ehristnen strijden hier ;
De dag der aarde heeft een nacht,         \\
Ons werk moet voor dien tijd volbracht.\'
-ocr page 8-
— 4 —
Ik heb mijn Jezus in den hemel,
Eens mint mijn ziel Hem eeuwig daar ;
Daar rukt geen nietig, aardsch gewemel
Ooit onze harten van elkaar;
Daar zie ik eewiglijk het woord, i
Datin\'t geloof hier wordt gehoord, f
B^Btail &BBI.
Loflied aan Jezus\' H. Hart.
Voor Jezus\'Harte zingo
Mijn ziel in mingeneugt:
Door alle wolken dringe
De luide toon der vreugd
Geëerd ten allen tijde
Zij Jezus\'heilig Hart!
Dat aller hart zich wijde           )
Aan \'t Hart vol liefdeen smart\'
O Hart, voor mij gebroken,
Uit louter liefdepijn,
Om mijne schuld doorstoken,
Moog Gij mijn redder zijn !
Geëerd enz.
-ocr page 9-
Uit breede hartskwetsure
Sprong water, heilig bloed ;
Hoe rijk stroomt sinds die ure
Ons Uw genadevloed!
Geëerd enz.
Heer Jezus, ééne bede ,
Slechts éóne, fcun ze mij :
Ruim mij een zoete stede
In Uw doorwonde zij.
Geëerd enz.
Dan word ik naar de trekken,
Die \'k in Uw beeld bemin,
Zachtmoedig, rein van vlekken
En nederig van zin.
Geëerd enz.
Verschuilend in Uw wonde
Vind ik mijn zielerust;
In zoete en bittre stonde
Veracht ik \'s werelds lust.
Geëerd enz.
En als mij de oogen breken ,
Zich sluitend voor den schijn,
Wil ik nog stervend spreken:
Heer Jezus, eeuwig mijn!
Geëerd enz.
-ocr page 10-
MAART.
3.
Het Lijden des Heeren.
Het uur van pijn, het uur van smarte,
Geliefdkoosd uur voor Jezus\'Harte,
Dat uur, zoo lang verbeid, begint,
Want Zijne liefde deed Hem wenschen
Naar pijn en dood, tot heil der menschen,
Die Hij tot \'t uiterst heeft bemind.
Een bloedig zweet druipt van Zijn leden,
Op \'t zien der ongerechtigheden
Van \'t menschdom.waar Hij nu voor lijdt;
\'t Gewicht der Hem bereide pijnen,
Die altegader Hem verschijnen,
Verzwaart Zijn doodelijken strijd.
Doch, schoonZijnkrachSen Hem ontzinken.
Den laatsten druppel zal Hij drinken
Van dezen kolk, Hem aangeboon;
Hij laat Zich grijpen, binden, sleuren,
Met doorn en geesel Zich verscheuren,
Zich tergen met geschimp en hoon.
Geheel Zijn schoonheid is verdwenen,
Een worm gelijk heeft Kij geschenen,
-ocr page 11-
Hij is volstrekt niet kenlijk meer
En wroöder nog aan \'t kruis geklonken,
In lijden zonder peil verzonken,
Sterft Hij, o mensen, uw God en Heer !
Hij sterft\'!... natuur brengt Hem haar hulde;
De mensch, ontslagen van zijn schulden,
Is in een nieuw verbond geleid,
»God heeft Zyn Zoon ten zoen gegeven" ;
Zoo juichen wij in blij herleven,
«Geloofd zij Hij in eeuwigheid !"
APRIL.
4.
Liefdezang en Eereboete
aan Jezus\' H. Hart.
Wie kan Uw Harte naadren,
0 Jezus, eindloos zoet,
En voelt niet in zijn aadren
Uw goddelijken gloed?
0 heerseh in ziel en zinnen,
En leer ons vurig minnen.
Beminnen
Beminnen
Uw beminlijk Hart.
-ocr page 12-
— s
Zoo veler ondank griefde
O Jezus zoet, Uw Hart,
En bood, in plaats van liefde,
Miskenning , hoon en smart.
Leer ons dan tot U snellen ,
En liefdevol herstellen ,
Herstelion,
Herstellen
De oneer van Uw Hart.
0 vuurvlam, nooit te dooven,
In \'t Harte, godlijk goed,
Wat is het zoet te loven
Als Gij ons tintien doet!
0 heersch in ziel en zinnen , enz.
Gij biedt in de open wonde ,
0 Hart ,een toevluchtsoord,
Ofschoon de schicht der zonde
Nog immer U doorboort,
Lcerons dan tot U snellen, enz.
Door \'t kruis in gloriestralen
Verkondigt Ge ons, wat prijs,
Go in liefde kwaamt betalen,
Op goddelijke wijs.
0 heersch in zielen zinnen, enz.
-ocr page 13-
— 9
Gij blijft van liefde spreken ,
Vergetend smaad en hoon ,
Al blijft om \'t Harte steken
Der zonden scherpe kroon.
Leer ons dan tot U snellen , enz.
MEI.
5.
Ter eere van Onze Lieve
Vrouw van \'tH. Hart.
Hoorons, o God! Hoor, Vader, onze beden!
Zie ons geknield, het harte vol berouw:
Barmhartig God! verstoot ons niet op heden,
Wy zweren U van nu af eeuwig trouw.
O Lieve Vrouwe
Van \'t heilig Hart,
Blijf borg voor onze trouwe |
In voorspoed en in smart, i
Na U, o Heer, gaan wij tot onze Moeder,
Door U geplaatst op glorievollen troon ;
Metmacht bedeeld door Jezus,onzen Broe-
der ,
Draagt zij en staf en koninginnekroon.
0 Lieve Vrouwe, enz.
-ocr page 14-
— 10 —
O Rijksvorstin, als legerscharen krachtig,
Die wijken deedt, wat ooit zich heeft verzet,
Gij sterke Vrouw, doorJezus\'Harte machtig,
Die zelfs den kop des satans hebt verplet;
O Lieve Vrouw, enz.
Denk aan uw macht in deez\' benarde tijden,
"Waarin de vorst der duisternis regeert,
Denk aan den strijd, die we als uw kindren
strijden ,
Denk aan den nood, waarin Gods huis ver-
keert.
O Lieve Vrouwe, enz.
JUNI.
e.
Acte van toewijding
aan Jezus\' £L. Hart.
Wijze: Pius Nonus.
Hart van Jezus, hier waarachtig
In Uw heilig Sacrament,
Zie! wij komen, stil aandachtig,
Waar do dankbaarheid ons zendt,
Met Uw moeder, met Uw Knglen,
Met geheel Uw hemelsch hof,
Om hier \'t offeri\'ed te menglen
U lot dank, en U tot lof.
-ocr page 15-
— 11 —
Hart van Jezus! liefde en leven ,
Ziel en lichaam, goed en bloed.
Zie wij komen alles geven,
U ter oere, ons hoogste Goed !
Godlijk Harte! lust en lijden,
Heel ons harte, heel ons lot,
Alles, alles U te wijden,
Is ons zaligst zielsgenot.
Och! vermochten we ook te geven
Alle harten, Heer en God,
Alle harten, die nog leven
Vreemd aan zulk een hemellot
Och! begrepen alle harten,
Kindren van Uw reine Bruid,
Welk een zegen zonder smarten
Zulk een oft\'er in zich sluit!
Hart van Jezus, hoog in glorie,
Hoor ons, neem ons offer aan,
En verleen ons Uw victorie.
Daar wij voor U strijden gaan,
Hart van Jezus, gloriezonne
Licht onsvoor, stort regen neer,
Tot wij eens ter liefdebronne
Rusten aan Uw Hart, o Heer
-ocr page 16-
— 12 —
JULI.
•7.
Bedezang aan het Godde-
lijk Hart.
0 godlijk Hart, wij knielen smeekend neder,
Om onze schuld vol droefheid, vol berouw ,
Geef ons Uw gunst, Uw zoete liefde weder ,
Geef ons een Hart, in Uwe liefde trouw.
0 Hart, vol goedheid,
Oneindig groot,
Blijf onze zoetste zoetheid, i
In leven en in dood.
            >
Teerminnend Hart, dat wij met schaamte aanschouwen
Hart, immer trouw in liefde, godlijk teer,
Hoe ook verflauwd, wij bidden met vertrouwen,
Geef ons den gloed, den gloed der liefde weer.
O Hart, vol goedheid, enz.
Aanbidlijk Hart! Hoevelen, in hun zonden,
Denken niet meer aan \'t vuur, dat U doorgloeit,
Kennen niet eens de doortien, die U wonden ,
Zien niet het Bloed, aan de open zijde ontvloeid,
0 Hart, vol goedheid, enz.
0 Jezus zoet! Uw Harte doe ons leven,
Leven voor U in zuivren liefdegloed,
En in Uw vlam naar hooger liefde streven,
Zalig door \'t vuur, dat de Englen gloeien doet.
0 Hart, vol goedheid, enz.
-ocr page 17-
— 13 —
AUGUSTUS
8.
Jezus\' Hart, ons heil.
Wie kan Uw Hart aanschouwen,
Zoo godlijk mild en teer,
En roemt niet vol vertrouwen
De liefde van zijn Heer?
Als de uitgestorte regen
Stroomt ons Uw liefde tegen.
O Jezus, o Jezus, Jezus, zegen mij! (bis)
Bij d\'aanblik van de zonde,
In eigen hart ontsteld,
Spoed ik naai\' de open wonde
Waar \'t godlijk heilbad welt;
Daar in die purperpiassen
Zal ik mijn vlekken wasschen.
O Jezus, o Jezus, Jezus, reinig mij! (W»)
Als de afgejaagde hinde
Versmacht mijn ziel van dorst;
Geef, dat ik laafnis viude
Aan Uw doorstooken borst;
La: t me aan Uw boezem zinken
En liefde uit liefde drinken.
O Jezus, o Jezus, Jezus, laaf Gij mij !(6i»)
-ocr page 18-
— 14 —
Bedreigd van alle zijden,
Door satans heir benard,
Zoek ik bij \'t moeizaam strijden
Een rustplaats voor mijn hart,
Och, datikrusten konde
In Jezus\' boezemwonde!
O Jezus, o Jezus, Jezus, veiligmij!(6i»)
In Jezus\' Harte wonen
Is \'t hoogst begeerlijk lot;
Mij zij do troon der tronen
De liefde van mijn God!
Daar van Uw glans omblonken,
Van Uwe vreugde dronken,
O Jezus, o Jezus, Jezus zalig mjj! (bis)
SEPTEMBER.
9.
Jezus, onze vriend.
Ik ken een vriend der menschen,
Geen trouwer in den nood,
Zijn liefde is zonder grenzen,
Is sterker dan de dood.
Als aardsche liefde en trouw vergaan,
Dan
blijft Zijn Hart nog teeder slaan.
-ocr page 19-
— 15 —
Geen vriend voor mij,
Zoo goed als Hij,
Zoo met mijn lot begaan.
Ik lag met schuld beladen
In slavenkcetnen neer ;
Hij boet mijn euveldaden,
Herstelt mij in mijn eer.
Al kost het Hem Zijn harteboed
Geen lijden bluscht Zijn liefdcgloed.
Geen vriend voor mij ,
Zoo trouw als Hij,
Wiens dood mij leven doet.
Als ik mijn ziel voel kwijnen ,
Alsstrijd en drukkend leed
Haar krachten ondermijnen ,
Houdt Hij Zijn disch gereed.
Dan stort Hij met Zijn hartebloed
Mij krachten in en frisschen moed.
Geen vriend voor mij,
Zoo trouw als Hij,
Wiens eigen Vleesch mij voedt.
Nog wacht mij na dit leven
Zijn grootste liefdeblijk,
Als Hij me een kroon zal geven
In \'t hemelsch koningrijk ;
-ocr page 20-
— 16 —
Daar valt mij Zijn geluk ton deel,
Daar scheukt Hij mij Zich zelf geheel.
Geen vriend voor mij,
Zoo trouw als Hij,
Geen min ik ook zooveel.
OCTOBER
10-
Franciscus en het H. Hart.
Hemelsch beeld der schoonste liefde,
Ware Seraf, u doorkliefde
\'tHeiligzwaard der liefdesmart; bis
Liefde was uw eenig streven,
Liefde mocht in u ons geven
\'t Evenbeeld van\'t Godlijk Hart. bis.
Voor het kruisbeeld neergezonken ,
Had uw hart do liefdevonken
Uit het Godlijk Hart gegaard, bis.
Snellend toen naar dorre strekon ,
Gingt gij \'t liefdevuur ontsteken
In het koude hart der aard. bis.
Eikonkruinen, korcnhalmen,
Luistrend naar uw liefdepsalmen,
Bogen bij dit hemelsch lied; bis.
-ocr page 21-
— 17 —
Vogels, visschen stemden mede,
Voor den zondaar was die bede ;
IIij toch minde Jezus niet.           bis.
Liefdezon in \'s werelds duister,
Schittrendwas uw glansen lui; ter
In het needrig boetekleed;         bis.
Door uw gloed werd \'t dorre teeder,
Duizend zondaars knielden neder,
Stilden Jezus\' liefdekreet.           bis.
Vader, leer ons \'t Harte minnen,
Koude harten voor Hom winnen,
Gloeien door uw liefdovuur; bis.
Kom met ons uit Jezus\' oogen
Smarten vegen, tranen drogen,
Bij Hem waken in dit uur.         bis.
NOVEMBER.
11.
Loflied aan Jezus.
O Jezus zoet, Uw liefde,
Vereer ik in Uw Hart,
Dat eens de lans doorkliefde,
Toen \'t mij geopend werd.
O Gij bemint mij teeder ,
O liefderijke Heer;
Ik geef IJ liefde weder,
Gij wenseht, Gij vraagt niet meer.
-ocr page 22-
— 18 —
Gij hebt ons \'t minnend Harte,
Met dorenen gekroond,
Gewond door felle smarte ,
In liefdegloed vertoond.
0 Gij, enz.
Gij noodigt ons te komen,
En aan Uw open borst,
Waar \'t leven vloeit bij stroomen,
Te lesschen onzon dorst.
O Gij, enz.
Slechts wederliefde vraagt Gij
Voor Uw beminnend Hart,
En over ondank klaagt Gij ,
In teedre liefdesmart.
O Gij, enz.
Welzalig, wie Uw Harte,
Dus hartelijk bemint,
En troost voor alle smarte,
En eeuwige liefde vindt:
O Gij, enz.
-ocr page 23-
— 19 —
DECE11DER.
IS.
Verlangen om Jezus
te beminnen.
O Jezus mijn,
Moet het dan zijn,
Zal ik U nooit beminnen!
Zal ik altijd
Uw Hart ten spijt
Slechts wenschen, nooit beginnen? bis
Dat minnend Hart
Doorboorde, o smart!
De lans van mijne zonden:
Uw Hart , o Heer,
Zoo mild zoo teer,
Ik kon, ik durfde \'t wonden. bis
Toch mint Gij my,
Toch vordert Gij
Mijne arme wederliefde;
Om met een vloed
Van eindloos goed
Te zaalgen, die U griefde.
          bis.
-ocr page 24-
— 20 —
O Jezus, nu
Geef ik mo aan U ;
Och, wasch mijn zondevlekken ;
O mocht mijn bloed,
In liefdegloed,
Tot Uwe glorie strekken,
           bis.
O Liefde, U zijn
In vreugde en pijn,
Gewijd mijn ziel en krachten.
Doe mij steeds meer,
Uw hart ter eer,
Naar vuurger liefde trachten ! bis.
Vóór de H. Communie.
1.
Mijn gastmaal is bereid,
\'k Wensch feest met u te houwen;
Vergeet Mijn majesteit
En nader met vertrouwen.
Ik wacht met ongeduld ;
Kom, Mijn geliefde, kom;
Beminnen wij elkaar
Als bruid en bruidegom.
2.
O kostelijke diseh,
Waar \'t Vleesch en Bloed mijns Heeren
-ocr page 25-
— 21 —
Der zielen feestmaal is ;
Wie zou u niet begeeren ?
\'k Ben arm en hongerig.
Mijn ziel vergaat van dorst ;
Ach spijs haar, lcsch haar toch
En druk haar aan Uw borst.
3.
Versterk mijn zwak geloof!
Wat ook de zinnen tuigen,
\'k Blijf voor hun stemme doof;
\'k Moet voor Uw waarheid buigen.
Mijn God is waarlijk spijs,
In \'t heilig Sacrament.
0 liefde niet bemind,
0 liefde niet gekend !
4.
Welaan, het uur is daar;
Mijn bruidegom gaat komen :
Hij wacht mij op \'t altaar,
De hand vol zegenstroomen.
Hier ben ik, kom, mijn God!
Maria, sta mij bij.
Ontvlam me in liefdevuur!
0 englen schut mijn zij !
-ocr page 26-
__ 22 __
Na de H. Communie.
1.
De God-Mensch woont in mij :
Mijn ziel, besef uw waarde,
Aanbid uw Bruidegom,
Verhef u boven do aarde ;
Koor ganschlijk in u zelf,
Verzamel hart en geest,
Dank Jezus, die voor u i
J f)j
Zoo lieflijk is geweest. I
2.
Een God met mij! kan \'t zijn?
Zoo niet \'t geloof mij leerde;
Met mij, die vroeger Hem
Zoo stout den rug toekeerde!
0 Godheid, zonder peil,
Verheven boven smaad,
Gij haat den zondaar niet; \\
De zonde is \'t, die Gij haat 1
3.
Ik bid U needrig aan,
Vernietigd en verlegen.
Mijn God, n.ijn Bruidegom;
Vervul mij met Uw zegen!
-ocr page 27-
— 23 —
Gij geeft me Uw eigen zelf,
Het meerdere, hoe dan
Is \'t mooglijk, dat Uw Hart
Mij \'t mindre weigren kan ?
4.
Wijk, wereld, zonde, wijk !
Vergeefs komt gij bekoren:
Ik had om u, helaas!
Mijn goeden God verloren ;
Doch van deez stonde af aan
Ben ik voor eeuwigheid
Geheel en onverdeeeld )
Aan Jezus toegewijd.
        \' "\'*\'
bis
Toewijding aan den Heer
na de H. Communie.
O grooie God, wat zijn Uw tabernakels
Voor mijne ziel verrukkelijk en schoon !
Gjj openbaart ons daar Uw heilorakels,
Daar heft geloof en liefde zich ten troon.
Gelukkig hij, die U daar mag beschouwen,
En aan den voet van Uwe altaren smacht!
Een eeuw, getoefd in aardsche praalgebouwen,
Heeft niets bij \'t stip, bij U hier doorgebracht.
-ocr page 28-
ïéo$5 - 24 -
Ik dobber in een zee van zaligheden ,
En mijne ziel bezit al \'t hemelheil.
0 goede God! hoe voeren zwakke beden
Voor my den stroom van gunsten boven peil!
Ja, de Almacht sart, door duizend zegeningen ,
Die zij mij schenkt, de wenschen mijner ziel ;
Ik voel mijn hart van lièfdevuur doordringen ,
Terwijl ik hier in zuchten nederkniel.
Een talloos heir van englen, die me omringen,
Bewondert stil de onzichtbre Majesteit.
Benijdt mijn heil, en knielt, o hemelingen ,
Aanbiddend neer in Gods aanwezigheid !
En zou een goed, dat vlucht, mijn hart bekoren s
Mijn hart, waarin de Godheid zelf verblijft?
Neen, neen, mijn God, ik wil U heel behooren,
Zoo Uwc kracht in nood mijne zwakheid styft.