-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
330
W0BB8BV0L LEVEN
VAN DEN"
.x u I f! ö |
PATROON TEGEN KEELZIEKTEN ,
Negendaagsche Oefening
DOOK
L. E. HOCTIN, S. J.
Kerkelijk goedgekeurd.
Drukkers en Uitgevers:
H. C. VAN DER AA & ZONEN,
Oosterhout.
Vak 92
-ocr page 4-
\'.
U-U .
-
£»\'f:)?nrr r.\'i|>r»H
•
-ocr page 5-
J^>\'
^
i v
W0IBEEVOL LEVEN
VAN DEN\'
PATROON TEGEN KEELZIEKTEN,
Negendaagsche Oefening.
!)()()K
\'          K&\'kerifk goètirjekeiird.
. , \' /^^Aff&f-------
- «-•\'.■ \'•\'s.-**/
Drukkers en Uitgevers:
H. C. VAN DEK AA & ZONEN,
Oosterhout. (N.Br.)
\'.-
\' -
-ocr page 6-
IMPRIMATUR
Datum Bredae, die 8 Fabr. 1897.
J. J. M. VAN GOCH,
lib. eens.
-ocr page 7-
EERSTE DAG.
Den roem van den grooten Heilige, wien
ter eere hier eene negendaagsche oefening
wordt aangeboden, verkondigt op bijzondere
wijze de heilige belijder en kerkleeraar
Joannes Damascenus. In negen lofzangen(\')
verheft hij de deugden, door den H. Bla-
sius zoo heldhaftig beoefend, den zwaren
strijd door hem zoo moedig gestreden en
de vele en groote wonderen, door welke
God zijn trouwen dienaar verheerlijkt heeft.
In navolging van den heiligen zanger van
Damascus zullen ook wij, gedurende deze
noveen, negen malen achtereen telkens een
gedeelte van het wondervolle leven van
dezen geloofsheld herdenken. Gods zegen
dale hierop neder.
(1) Uitgegeven door Kardinaal Maï in zijn Spici-
legium Romanum
torn. 9.
-ocr page 8-
4
De II. Blasius als geneesheer.
Cappadocië, eene landstreek in Klein-
Azië, is het land waar de H. Blasius ge-
boren werd. Zijne ouders waren heidenen
en met hen aanbad hij hout en steen en
het maaksel van menschenhanden, en otter-
de liij aan de afgoden als aan de meesters
der wereld en de beheersehers der geesten
en machten der duisternissen.
Niet lang echter zou hij deze afgoderij
bedrijven. Door Gods bijzondere genade
begiftigd, zal Blasius de dwaling van het
heidendom weldra afzweren, en zijne schoone
ziel zich verheugen in het bezit der schit-
terende waarheid van Gods leer. De goed-
aardigheid zijner kinderjaren en de zedig-
heid, welke men in hem als jongeling
bewonderde, bereidden dat hart voor tot deze
groote gunst des hemels.
Na de studiën volbracht te hebben, wel-
ke in die tijden de uitoefening de genees-
kunst voorafgingen, legde hij zich met volle
borst toe op het aanwenden van zijne ken-
nis tot leniging der kwalen en het genezen
van zieken, terwijl de goede hoedanigheden
zijner jeugd en jongelingsjaren gelijken tred
hadden gehouden met het vorderen in leef-
-ocr page 9-
.)
tijd en aangegroeid waren tot deugden, die
te midden der moeielijkheden hecht en sterk
waren geworden.
Groot was zijn naam als geneesheer en
van alle streken kwamen de ongelukkigen
vol vertrouwen naar hunnen redderen troos-
ter, want aan zijne wetenschap paarde hij
een onverstoorbare minzaamheid en onver-
moeibaren ijver. Ieders liefde en achting
had hij verworven door vurige godsdienst-
zin , groote zedigheid, duurzame lankmoe-
digheid, schitterende reinheid en onuitput-
bare weldadigheid.
Met bijzonder welgevallen zag God neder
op zijn dienaar. En terwijl deze, bij het
helpen der noodlijdenden, zijn grootste ver-
trouwen gevestigd had op Hem van wien
geschreven staat: „alle geneesmiddel komt
van God.... de Allerhoogste heeft alle genees-
middel uit de aarde doen voortkomen..... God
heeft de kracht der planten doen kennen en
den menschen de wetenschap gegeven, opdat zij
Hem zouden loven in zijne wonderwerken:"^)
liet God niet toe dat dit vertrouwen be-
schaamd werd. maar deelde zijne wónder-
kracht aan zijnen geneesheer mede.
(1) Eccl. XXXVIII: 2, 4, 6.
-ocr page 10-
6
Met eenparige stemmen van volk en gees-
telijkheid der stad Sebaste tot bisschop
gekozen, werd hij van geneesheer der ii-
chamen geneesheer der zielen, en nu nog
meer dan vroeger genas hij de lichamen
door de kracht van z\'in geloof\'en zijn gebed.
Zegt de H. Geest van de geneesheeren :
„zij zulten den llrcr xmecken opdat Hij hen,
ter oorzake van hun déugdzamen levenswandel,
doe strekken tot verlichting en gezondheid,"
(ibid 14) welk eene geneeskracht zal God
dan niet schenken aan zijnen heiligen
bisschop ?
De H. Joanncs Dainascénus verhaalt van
hem dat hij de ongeneeselijk kwalen van
zielen en lichamen genas ; dat hij door gebed
en door handoplegging degenen gezond maak-
te die tot hem hun toevlucht namen ; dat
zijn naam alleen van ziekte beweidde en
de duivelen verjoeg.
Op zekeren dag bracht een diepbedrocfde
moeder hare kleinen jongen, haar eenig
kind tot den bisschop. Bij het eten van
visch, was er een graat dwars in het keel-
tje van het knaapje blijven steken, en nu
was de vreeselijke dood nabij. De Heilige
strekt zijn hand uit over het gefolterde
-ocr page 11-
7
kind, maakt het heilig kruisteeken over
zijn halsje en bidt onzen Heer het te willen
genezen, tevens de gunst verzoekende allen
te willen genezen, die, door soortgelijk
lijden gekweld, hun toevlucht nemen tot
de goddelijke barmhartigheid, door de voor-
spraak van zijn nederigen dienaar. Na dit
gebed geeft hij den kleine genezen en vol
levenslust aan diens blijde moeder terug,
zeggende: „Offer elk jaar eene kaars ter
mijner gedachtenis en gij zult u er goed
bij bevinden, even als allen die u zullen na-
volgen." Sedert den dood van den H. Mar-
telaar zijn velen door zijne voorspraak van
dergelijke kwaal genezen.
Wel zijn er geweest die deze godsdien-
stige handelwijze als eene uitvinding van
latere tijden bespottelijk hebben willen ma-
ken, maar zij worden wedergelegd door het
getuigenis van den griekschen geneesheer
Aëtius van Amida aan den Tiger, die in
de vijfde eeuw leefde en hoog in aan/.ien
was om zijn werk „Tetrabiblos, "eene uit-
gebreide verzameling van hetgeen zijne voor-
gangers over de geneeskunde hadden nage-
laten. Onder de middelen, welke hij tegen
kwalen der keel aanraadt, noemt hij met
-ocr page 12-
8
aandrang de aanroeping van den H. Blasius.
Zij, die door het voorbeeld van dit won-
derbaar genezen kind, hun vertrouwen in
de machtige voorbede van den H. Bisschop
voelen aangroeien en ook tot hem hun toe-
vlucht nemen, om van keelkwalen bevrijd
te blijven of verlost te worden, naderen tot
den priester, die de heilige Rlasiuszegeu uit-
spreekt, terwijl deze twee gewijde brandende
kaarsen, kruislings over elkander gelegd,
tegen de keel van de nedergeknielden per-
soon houdt. Meermalen vindt men den Hei-
lige afgebeeld op deze wijze zijn zegen
gevende; ook wordt hij voorgesteld in ge-
zelschap van den kleinen knaap dien hij
genas, of met eene kaars in de hand, om
den raad dien hij aan de moeder van het
jongske gaf.
„Houdt den geneesheer in eert- want hij is
noodzakelijk. God toch lieeft hem geschapen....
Verontachtzaam u zelven niet in uwe ziekte,
maar bid Goden Hij zal ugenezen,
(ibid. 1, 9.)
Noveengebeden na de lezing voor
iederen dag.
Onze Vader., en Wees gegroet..
-ocr page 13-
9
/"*. Onze hulp is in den naam des Heeren,
Atdw. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Vê. Heer verhoor mijn gebed.
Aniw. En mijn geroep kome tot U.
Laat ons Bidden.
Almachtige en goedertieren God, die he-
mei en aarde geschapen hebt; Gij die on-
meetbaar groot en verschrikkelijk zijt, die
allen lof verdient en wonderwerken wrocht;
Gij , voor wiens belijdenis de roemvolle
Martelaar en Bisschop Blasius, zonder vrees
voor velerlei folteringen, den palm van het
martelaarsschap heeft verworven en die hem
daarom, bij de andere gunsten, deze gaaf
geschonken hebt, dat hij alle keelziekten
door uwe kracht zou genezen: wij smeeken
ootmoedig uwe Majesteit, dat Gij, zonder
acht te geven op onze zonden, maar om
zijne verdiensten en gebeden, allen van iede-
re keelziekte bevrijden wilt, zoodat zij in
uwe heilige Kerk gezond en blij U hun
dank betuigen en uwen glorievollen Naam
verheerlijken, die gezegend zij in de eeuwen
der eeuwen. Door onzen Heer Jesus Christus
uwen Zoon, die met U leeft en regeert in
de eenheid van God den heiligen Geest door
alle eeuwen der eeuwen. Amen.
-ocr page 14-
10
TWEEDE DA G.
De II. Blasius te midden der wilde dieren
Toen keizer Diocletiaan de Christenen
vervolgde, hield de H. Blasius zich schuil,
om gespaard te blijven voor zijne geloovi-
gen en bezocht in het geheim belijders en
martelaren, hen aansporende tot\' standvas-
tigheid in den dienst des Heeren Ook bij
het uitbreken van de vervolging, door kei-
zer Licinius bevolen , begaf bij zich in de
«enzaamheid, het woord van Christus in-
dachtig : „ Ah men u vervolgt in (leze stad,
vlucht dun in eene andere."
(Matth. X 23).
Op moer dan dertig uren afstand van Se-
baste verheft zich boven de omliggende
bergen de 4000 meters hooge top van den
woesten berg Argeus, bekend om zijne vele
spelonken, door de wilde dieren bij voorkeur
als verblijfplaats gekozen. Dit onveilig cord
kiest hij ais woonplaats, c\'aar zal hij vei-
lig en ongestoord kunnen leven, want de
leeuwen en tijgers zullen iederen nieuws-
gierige terughoude; ja, zelfs de gedachte
dat zich hier een mensen verborgen houdt
zal bij niemand opkomen. De H. Blasius
stijgt immer hooger en ziet eindelijk een
-ocr page 15-
tl
grot die hij geschikt oordeelt tot zijn ver-
blijf. En nu kan men hier een zelfde schouw-
spel bewonderen als wat op denzelfden tijd,
aan de oevers van de Roode zee op den
berg Colsim. de H. Antonius aan het op-
getogen volk te zien geeft. Hadden ver-
scheurende dieren eerbied voor dezen groo-
ten dienaar Gods en gehoorzaamden zij aan
zijne bevelen, ook de H. Blasius zal vei-
lig en ongestoord te midden van hen leven;
ja, zij zullen zelfs zijne trouwe gezellen, zijne
vrienden worden. Dagelijks komen zij in
groote getale tot hunnen weldoener, want
dit was de bisschop geworden. . Vele toch
had hij van wonden en ziekten genezen,
en de liefkoozingen, waarmede zij hunnen
redder bejegenen, zijn onloochenbare bewij-
zen van de dankbaarheid der anders zoo
ontembare bewoners der wildernis.
Komen zij terwijl de Heilige, in gebed of
overweging verdiept, ligt neergeknield, dan
blijven zij eerbiedig wachten zonder hem
te storen, en nimmer zullen zij zich ver-
wijderen dan na het teeken daartoe van
hem te hebben ontvangen. Zoo toonden zij
ook hier welke groote gunsten God aan
zijne trouwe dienaren schenkt, en welke ge-
-ocr page 16-
12
hoorzaamheid alle schepselen hunnen Schep-
per verschuldigd zijn. Hier vond de heilige
kerkvorst genoegen in de holen der woeste ber-
gen; onderwerping en erkentelijkheid te mid-
den der wilde dieren; veiligheid terwijl hij
omringd was van wreede monsters; overvloed
in de wildernis en zielevreugd in de een-
zaamheid. Op hem kunnen wij toepassen
de woorden van Eliphas uit het boek Job.
„ Te midden van de woestenij en den honger
zult gij u verblijden en de wilde dieren des
lands zult gij niet vreezen. Maar met de stee-
nen der streek zult gij een verbond sluiten en
de wilde dieren van liet land zullen vreedzaam
jegens u zijn"
(Job. V, 22, 23).
Zóó kunnen wij ons Adam voorstellen
in het aardsch Paradijs zijne heerschappij
uitoefenend over al de dieren die hem om-
ringen; ja , hier hebben wij eene trouwe
afbeelding van onzen goddelijken Zaligma-
ker, van wien het Evangelieve verhaalt dat
Hij gedurende zijne veertigdaagsche vasten
„temidden der dieren verkeerde"\'(Hare. 1,13)(\')
(1) De H. Blasins te midden van wilde dieren,
is eene voorstelling, welke vroeger dikwijls op
gebrandschilderde kerkvensters werd uitgevoerd;
zooals b. v. in de kathedraal van Chartres.
-ocr page 17-
13
En nu geschiedde het dat Agricola, de
landvoogd dier streek, gewapende mannen
uitzond om wilde dieren te vangen voor de
volkspelen, die weldra te Sebaste zouden
plaats hebben. Want hij wilde zijn keizer
Licinius behagen in het opvolgen der wreede
bevelen van dien meester, die de volgelingen
van Jezus verscheurde als een bloeddorstige
wolf, terwijl echte wolven de handen van
Blasius, hunnen weldoener, kwamen lekken.
Oordeelende dat het Licinius welgevallig
zou wezen indien de gansche schaar van
Christenen, in de gevangenissen opgesloten,
als met een enkelen slag zou gedood wor-
den, had hij het plan gevormd hen bij de
volkspelen aan de wilde dieren over te le-
veren.
Een van de meest gezochte schouwspe-
len dier laag gezonken heidenen bestond
in het gevecht van menschen tegen wilde
dieren, en groot was het gejuich en geju-
bel dier bloeddorstige toeschouwers, als zij
den grond van het strijdperk, van bloed
doortrokken, met vreeselijk vaneengescheur-
de lijken van slaven en christenen over-
dekt zagen.
Toen dan de dienstknechten van den
-ocr page 18-
14
landvoogd in de wildernissen opjacht waren,
kwamen zij ook bij den berg Argeus en
drongen door tot eene plaats, waar zij
leeuwen en tijgers, wolven en beeren in
groote rust bij elkander zagen liggen voor
den ingang eener grot.
Verrast door dit vreemde schouwspel en
tevens bemoedigd door de gedweeheid der
dieren, wagpn zij het de grot binnen te gaan
en nu vinden zij een man van eerbiedwaar-
dig uiterlijk, verdiept in net gebed. Vol
verwondering snellen eenigen van hen naar
den landvoogd terug en melden wat zij ge-
vonden hebben. Terstond beveelt Agricola
soldaten naar den berg te zenden om te
onderzoeken of daar nog meer christenen
verscholen zijn, die zij dan gevankelijk voor
zijn rechterstoel moeten brengen.
Toen de soldaten bij den II. Blvsiusge-
komen waren, maakten zij hem bekend dat
de landvoogd hem ontbood. Zeer minzaam
gaf de Heilige tot antwoord : „mijne kinde-
ren, weest welkom ; reeds langen tijd was
ik bpgeerig naar uwe komst; laat ons gaan,
in den naam van God !"
Weldra was het bekend geworden dat
de heilige bisschop gevangen was genomen
-ocr page 19-
15
en door de soldaten naar Sebaste voor den
landvoogd gevoerd werd. Van alle kanten
stroomde de menigte toe om hunnen goe-
den vader, hunnen teergeliefden weldoener
voor het laaist te zien. Kinderen en zie-
ken worden in groot getal hem tegemoet
gedragen opdat hij allen zoude zegenen
en genezen; vele heidenen zelfs toonden
meer aandrang dan de overigen. De Hei-
lige bejegende allen met vaderlijke teeder"
heid. Aan bejaarden gaf hij nuttige lessen ;
kinde7-en zegende hij ; zieken legde hij de
handen op en liet hen genezen vertrekken.
Bij het aanschouwen van dezen wonder vollen
zegetocht bekeerden zich vele heidenen.
Toen met tot Nicopolis genaderd was,
drong een arme weduwe door het volk heen
en wierp zich vol droefheid voor de voeten
des bisschops neder, om hem haar beklag
te doen, dat een wolf uit het bosch geko-
men haar eenig varken had weggevoerd.
Glimlachend zeide haar de Heilige: „Vrouw,
wees niet bedroefd, het varken zal weder-
gegeven worden ; lie, hier is reeds de wolf
die het u terug brengt."
En ten aanschouwen van allen komt de
wolf in snelle vaart aangerend, werpt het
-ocr page 20-
16
geroofde varken gaaf en ongedeerd voor de
voeten der vrouw, en neemt ijlings de vlucht.
Om dit wonderbaar feit wordt de H. Bla-
sius soms afgebeeld met een varken en roept
men hem in Rusland aan tegen de ziekte
onder de varkens.
Mochten wij onze vaak zoo wilde harts-
tochten even gedwee aan onzen wil onder-
worpen houden, als de wilde dieren onder-
worpen waren aan den H. Blasius !
Gebeden als tien eersten (la;/.
DKRDE DAG.
De II. Btlasius voor den landvoogd.
Op Dinsdagavond van dezelfde week,
waarin onze goddelijke Verlosser den wree-
den kruisdood zoo sterven, verliet Hij, om-
geven door zijne leerlingen, den tempel van
Jeruzalem, en bij het uitgaan door de poort
wezen zij Hem op de grootheid en pracht
van het gebouw. Eén van hen zeide -.„Mees-
ter, zie, wal steenen en gebouwen;
Jesus ant-
woordde hierop: „Ziet gij al die groote gebou-
wen ? Voortvaar ik zeg u, er sullen dagen i-omen
waarin, van hetgeen gij ziet, geen steen op steen
-ocr page 21-
17
zal gelaten worden zonder te worden afgebroken.
En onder den droeven indruk dezer woorden
treden zij te zamen voort, gaan de beek
Cedron over en komen op den Olijfberg,
vanwaar men Jeruzalem met zijn tempel in
volle pracht iianschouwen kon. Hier zette
Jesus zich neder met het gelaat naar de
stad gekeerd. Vier van de leerlingen, Petrus,
Joannes, Jaeobus en Andreas, vroegen nu
beurtelings aan den Zaligmaker : „Meester,
ze;/ on», waaneer zullen deze dingen geschieden?
en welk teeken zul er zijn als dit alle* in ver
vulling zal gum), f en welk teehen zal er zijn
van uwe komst en van de voleinding der eeu-
wen
<"\' Nadat Jesus hun eenige teekenen
van de verwoesting van Jeruzalem en de
voleinding der eeuwen gegeven had, zeide
hij : Maar vóór dit alles zullen zij de handen
aan u slaan, en u vervolgen, en u overleveren
ter mishandeling aan recht banken in synagogen
en in gevangenissen, en gij zuil gegeeseld worden-.
Ook zullen zij om mijnen naam u sleuren voor
landvoogden en koningen, om voor hen Mij lot
getuigenis te staan. En wanneer zij u heen-
voeren om v, over te leveren, bedenkt dan niet
vooraf, wat gij zult spreken, hoe gij zult ant-
woorden, want nie* gij zult spreken, doch de
2 BlasiuN.
-ocr page 22-
1H
Aeiliffe Geest. Ik zal u eene taal en wijsheid
geven, waaraan al uwe vijanden niet zullen
kunnen wederstaan en wederspreken.\'
\'(\')
Toen nu de H. Blasius na een langen
tocht, die een ware zegetocht was, onder
het geleide der soldaten en door de menigte
omstuwd, Sebaste bereikt had, werd hij in
de gevangenis gezet. Den volgenden dag
werd hij voor den landvoogd gebracht, die
hem welwillend zeide: „Wees welkom Bla-
sius, vriend der onsterfelijke goden, ik ben
verheugd u te zien." „God beware u, land-
voogd," antwoordde Blasius, „maar geef niet
deu naam van goden aan die verachtelijke
geesten, die u geen goed kunnen doen."
Agricola, verrast door een zoo groote vrij-
moedigheid, gevoelde eerst de begeerte bij
zich opkomen om dezen gevangene tot den
dienst der goden over te halen. Weldra
echter werd deze gedachte verdreven door
de drift die hem overweldigde. Hij gaf het
bevel den bisschop te ontkleeden en met
stokken te siaan, welke foltering meer dan
twee uren duurde. Te midden dier hevige
pijnen bleef de Heilige vol vreugde, omdat hij
waardig gekeurd was voor den naam van Jesus
(1) Matth. XXIV, Mare. XIII, Lu.-. XXI.
-ocr page 23-
19
smarten te lijden. Toen de beuion hun vree-
selijk werk volbracht hadden, zeide de moe-
dige belijder van Christus tot den land voogd \'•
„Onverstandige, die de zielen tracht te mis-
leiden ! gij gelooft door deze foltering mij
los te maken van de liefde tot mijn God
en Zaligmaker Jesus Christus: daartoe zult
gij niet komen ; want ik heb om mij te
sterken, en te redden dienzelfden Heer Jesus
Christus, Zoon van den levenden God. Doe
daarom met mij wat gij wilt." De landvoogd
zag dat hij zijn doel niet kon bereiken en
dat de pijnen een geheel anderen invloed
op Blasius hadden als hij verwachtte ; hij
liet hem daarom weder naar de gevangenis
voeren.
Toen de arme weduwe, wier varken de
Heilige gered had uit den muil van den
wolf, hoorde welke foltering den bisschop
was aangedaan en met welk een groothartig
geduld hij die tallooze bloedige slagen ver-
duurd had, werd zij in de ziel getroffen
en bedacht een middel om haren weldoener
zijne weldaad te vergelden. Weldra was
haar besluit gevormd. Wat beters zou zij
kunnen doen, dan hetzelfde wat hij haar
terug geschonken had hem nu op hare beurt
-ocr page 24-
20
a:ui te biedei. ? Zij doet het varken slach-
ten ; kookt er den kop en de pooten van,
legt die, niet eenige toebereide aard vruchten,
in een pot en spoedt zich hiermede vol
dankbare vreugde naar de gevangenis. Door
de wachters tegengehouden, weet zij dezen
te overreden haar den toegang vrij te laten.
Nu .snelt zij door de gangen naar de plaats
•waar de heilige bisschop is opgesloten, de
deur wordt haar geopend en vreugdetranen
stortend val zij voor den geloofsheid op de
knieën ; niet zooals weleer, om hulp at te
smeeken, maar om hulp te bieden,om den groo-
ten man te eeren, hem hare gren zei oozedank-
baarheid en diepe hoogachting te betuigen,
op eenvoudige en ongekunstelde wijze, maar
oprecht en van ganscher harte; en toen de
Heilige, getroffen door de edelmoedige dank-
baarheid der arme vrouw, de aangeboden
spijzen aannemen en er van gebruiken wilde,
steeg hare vreugde ten top. Deze blijdschap
bleef echter niet lang ongestoord, want
weldra vernam zij uit den mond van Gods
dienaaT dat zijn stervensuur naderde. Voor
het laatst spoorde hij haar aan het weinige
wat zij bezitten zou altijd edelmoedig met
de behoet\'tigen te deelen. daar G-od op eene
-ocr page 25-
21
bijzondere wijze deze vrijgevige armoede zou
zegenen, evenals hij eenmaal, op het gebed
van den profeet E lias, de weduwe van Sa-
repta om hare mededeelzaamheid beloond
had. Bij het afscheid beloofde hij haar en
geheel haar gezin te zullen helpen en bij-
staan in alle noodwendigheden.
Gebeden ah den eersten dag.
VIERDE I) A G.
De ll.lllasius M\'eder voor den landvoogd.
Na korten tijd werd de heilige bloedge-
tuige weder voor Agrieola gebracht, die
hem met deze woorden toesprak: „Kies één
van beiden : aanbid de afgoden en gij zult
onze vriend zijn ; of weigert gij dit, dan
zult gij veroordeelt worden tot vele en
vreeselijke folteringen, om daarna een ellen-
digen dood te sterven." En Blasius, de bis-
schop, antwoorde: „Ik heb reeds gezegd, o
landvoogd, dat de beelden welke gij aan-
bidt geen goden zijn. maar hout en steen,
koper, zilver en goud, werk van de handen
der menschen ; want goden kunnen zij niet
wezen die door de menschen gemaakt wor-
-ocr page 26-
22
den, en die /.elven noch hemel, noch aarde,
noch wat daar in is gemaakt hebben. Zij
allen zullen verdwijnen gelijk allen die op
hen vertrouwen. Dit is de reden waarom
ik hen niet aanbid, noch de folteringen
vrees waarmede gij mij schrik wilt inboe-
ücmen ; door die pijnen toch hoop ik tot
het eeuwig leven te komen."
Door dit vrijmoedig antwoord vertoornd,
beveelt de landvoogd Blasius aan een staak
op te hangen en zijn rug en geheel zijn
lichaam te verscheuren met de ijzeren kam-
men waarmede de wol gekaard wordt. (\')
Nauwelijks is dit bevel gegeven, of de
beulen grijpen hem aan en rukken hem de
kleederen van het lichaam. Welk eene smart!
Die kleederen zijn vastgehecht aan dat door-
wonde lichaam, nog kort te voren zoo bloe-
dig met stokken geslagen. Daar rukken zij
met de kleeren weer vele wonden open en
de Heilige lijdt zwijgend, geduldig met
(1) De H. Blasius wordt om deze foltering som-
tijds afgebeeld met een kaarddistel of een ijzeren
kam in de hand, waarom hij als patroon der
wolkaarders wordt vereerd: gelijk ook de steen-
houwers hem als hunnen beschermheilige aan-
roepen, om de gelijkenis van hun krasijzer met
de wolkam.
-ocr page 27-
23
vreugd zelfs, want hij denkt aan zijn Jesus,
wien ook door de beulen de spotmantel en
kleederen van het gegeeselde lichaam wer-
den afgescheurd. O ! hoe dankt de Heilige
zijn God voor de groote eer hem geschon-
ken van zoo treffend eene gelijkenis te
mogen hebben met zijn Verlosser!
Zoo vloeide dan weder het bloed van
onzen held, maar in grooter hoeveelheid,
onder heviger smarten, want zijn vleesch
werd met haken zoo gruwzaam doorploegd,
dat den beulen zei ven de tranen in de
oogen welden.
Zonder eene klacht te uiten verdroeg hij
dit alles en zweeg, tot dat hij eindelijk zijn
mond opende om Agricola te zeggen : Dit
is het wat ik sedert lang reeds begeer, met
ziel en met lichaam ten hemel verheven te
worden. Nu eindelijk is mijn vleesch gedwee
aan den geest en begeert de geest niet iets
anders dan het vleesch. Keedsden hemel nabij,
veracht ik al het aardsche, al uwe folteringen,
al uwe wreedheid. De/.e folteringen kan
ik niet duchten, noch voor zwaar houden,
want er is iemand die mij versterkt, mijn
Heer Jesus Christus. Hierom vrees ik deze
zichtbare straffen niet wijl zij niet ecuwig
-ocr page 28-
24
duren, maar voorbijgaande zijn; want, ge-
dachtig aan de goederen en aan de rampen
die eeuwig zijn, aanzie ik uwe goederen en
de rampen welke gij veroorzaakt volstrekt
als of zij niet bestonden, en ik verwacht
in den hemel alle goed als een onbesehrij:
lelijk loon, een loon, dat geen oog ooit ge-
zien, geen oor ooit gehoord heeft, dat nooit
opkwam in de gedachten eens menschen,
maar dat God heelt bereid voor hen die
Hem beminnen."
Agricola, moedeloos bij het zien hoe dit
lijden Blasius in geestkracht doet winnen in
plaats van verzwakken, beveelt den geloofs-
held los te maken en weder naar den ker-
ker te brengen. Welk een schouwspel !
Uitgeput door bloedverlies, met een li-
chaam van alle zijden doorkerfd, en met
diepe voren doorploegd, wordt de bisschop
door de wachters naar de gevangenis geleid.
Iedere stap veroorzaakt nieuwe folterin-
gen, geheel de weg wordt met een bloedig
spoor geteekend. En toch, het hart van
Blasius is niet ter neergedrukt; vol vreugde
zelfs looft hij zijnen God, die zijne dienaren
weet te troosten, te sterken naar de mate
van liefde waarmede zij Hem beminnen. O !
-ocr page 29-
25
mochten ook wij, op het schitterend voor-
beeld, ons heden gegeven, het vaste vooi--
nernen maken om het weinige dat wij moeten
lijden met geduld te verdragen uit liefde
tot Jezus, die voor ons zooveel leed; mochten
ook wij het krachtig besluit vormen, stand-
vastig te zijn in het goede en niet voor de
kleinste moeielijkheid terstond te bezwijken.
Zie, onze Heilige weerstaat aan de bekoring
ten bloede toe. En wij ?
Heer, sterk onze groote zwakheid !
Gebeden ah den eersttti dmj.
v ij r i» i; i) a «.
De zeven sterke vrouwen.
Terwijl de H. Blasius zijn bloedigen weg
ging, volgde hem zeven vrouwen, door zijne
wonderen, zijne leering en standvastigheid
tot Christus bekeerd. Zonder vrees voor fol-
teringen noch voor de wreedheid van Agri-
cola of zijne beulen, verzamelden zij met
grooten eerbeid in doeken de aarde, met het
bloed des martelaars vermengd, en hare-
zielen verheffend tot God, strooiden zij hier-
van op hunne hoofden Christus smeekend,.
-ocr page 30-
26
door de groote verdiensten van zijnen die-
naar, hen te willen sterken in den strijd,
waartoe zij zich voelen opgewekt. Door de
wachters staande gehouden, belijden zij man-
moedig Christenen te zijn. Terstond worden
zij naar den landvoogd gevoerd, die haar
de keus gaf tusschen het offeren aan de
goden of\'een smart vollen dood. „Weestniet
zoo dwaas." zeide hij, „om voor een zoo
nietsbeteekenden naam uwe bezittingen en
uw leven te verliezen ; gelooft aan mijne
woorden en offert aan de goden, aan wie
uwe voorouders offerden en nog offers op-
dragen. De wijze vrouwen antwoordden
hierop: Zoo gij wilt dat wij den dienst van
•Christus verlaten en aan de goden offeren,
moeten wij ons eerst zuiveren. Laat ons
daarom naar gindschen vijver gaan om, vol-
gens gebruik, ons gelaat en ons lichaam te
wasschen. Beveel dan dat men ons daar de
goden brengt, aan welken wij volgens uwe
begeerte moeten offeren. In de nabijheid
van het water /uilen wij een allerzuiverst
offer kunnen opdragen." _4gricola, vol vreug-
de over deze taal, wachtte niet haar de
goden achterna te doen dragen, maar beval
die in een zak te doen dien met lood te ver-
-ocr page 31-
27
zegelen en aan de vrouwen mede te geven,
opdat zij ze zei ven zouden dragen; tevens
gaf hij wachters als getuigen mede. Vol
blijdschap spoedden de zeven sterke vrou-
wen zich met hun last naar het water. Daar
aangekomen wierpen zij zonder dralen den
zak met de goden in het diepst van den
vijver, en hieven in opgetogenheid een lof-
lied aan op den onsterfelijken Christus, den
waren God.
Buiten zich zelven van toorn over deze
ongehoorde daad, grijpen de wachters de
zeven heldinnen met woest geweld aan, en
sleuren haar voor den landvoogd. Bruisend
van woede bij het hooren van hetgeen de
stoutheid der vrouwen dorst wagen, richt
hij eerst zijne vertoornde blikken op de wach-
ters en vraagt hun, waarom zij deze snoode
daad niet verhinderd hebben. Van schrik
onthulst en bevreesd voor geweldige straf,
antwoorden zij bedroogen te zijn, even als de
landvoogd zelf. „Neen," zeggen de vrouwen
hierop terstond „wij hebben u niet willen
bedriegen, wij spraken uit spotlust; want
wij konden niet denken dat gij zoo dwaas
zoudt wezen om te gelooven dat wij ooit
den dienst van Christus verlaten zouden
-ocr page 32-
28
om aan de goden te offeren. Vindt gij u
bedrogen, wijt het niet aan onze bedoeling,
maar aan uwe lichtgeloovigheid." Terstond
beveelt Agricola een groot vuur aan te leg-
gen, lood te smelten en zeven ijzeren pla-
ten, tot zeven lange onderkleederen omge-
smeed, roodgloeiend te maken.
Toen dit alles gereed en in de tegenwoor-
digheid der vrouwen gebracht was, moesten
zij kiezen tusschen het aanbidden der goden
of\' de foltering door vuur, gesmolten lood
en het gloeiend ijzeren kleed. Agricola ech-
ter, bevreesd dat zij wellicht, uit mensche-
lijk opzicht voor elkander, weerhouden zou-
den worden vrijmoedig met den mond
Christus te verloochenen, beval een zeildoek
op den grond uit te spreiden waarover hij
haar beval te gaan in rechte richting, zonder
naar links of rechts af te wijken ; doet gij
dit niet," zoo sprak hij, „dan zal ik u pij-
nigen met al deze folteringen." En nu wacht
hij een oogenblik op hetgeen er geschieden
zal. Heimelijk hoopt hij dat het menschelijk
opzicht hier zijn kracht heeft verloren, want
een enkele voetstap naar rechts of naar
links is voldoende om als afval van Chris-
tus\' leer beschouwd te worden; en hoe licht
-ocr page 33-
2\'.»
was die eene stap niet gezet. Onder de
vrouwen was er eene die, bij al het voor-
gevallene, steeds twee jeugdige kinderen
aan hare zijde gehouden had, beiden op-
wekkend door woord en door daad tot ge-
trouwheid aan Jesus. Deze vrouw bukt zich
neder, slaat het zeildoek in elkander en
werpt het in het groote vuur, zeggende :
„Op deze wijze zal Ood van de wereld
doen verdwijnen en in het eeuwige vuur
storten al degenen die denken dat men niet
Christus aanbidden moet, maar de afgo-
den." En de beide kleinen, begrijpend dat
hun moeder zal moeten sterven, roepen te
zamen, zich aan haar vastklemmend, uit:
„Heilige moeder, laat ons niet alleen op
deze wereld ; neem ons met u mede naar
den hemel, daar zult gij ons dat hemelsch
brood geven, dat gij ons zoo dikwijls be-
loofd hebt als wij dagelijks van u ons brood
kregen."
Gebeden al-* den eersten dap.
-ocr page 34-
30
ZESDE DAG.
Hoe de zeven vrouwen gefolterd en
gedood
werden.
Velen van hen, die getuigen waren van
dit indrukwekkend schouwspel door de
sterke vrouwen en de moedige kleinen ge-
geven, werden tot medelijden bewogen en
tot nadenken gebracht, sommigen zelfs ston-
den beschaamd over hun eigene zwakheid
en val. Op Agricola had dit alles geheel
anders gewerkt. Zijn toorn was feller ont-
stoken naarmate hij in zijne slachtoffers
vuriger liefde voor haren Christus zag
gloeien , en inwendig beschaamd omdat
vrouwen en kinderen het durven wagen
zich zoo stout tegen hem te verzetten, spreekt
hij het vonnis uit en de beulen voeren onder
hoon en bespotting de heldhaftige vrouwen
tot de foltertuigen. Hier vragen de heldin-
nen vrijheid om een kort gebed tot haren
God te mogen doen. Op den grond neer-
geknield, harten en oogen ten hemel gericht,
smeeken zij te zamen: „ Welke God is groot
gelijk Gij, onze God, die ons uit de duis-
ternissen geroepen en door uwe genade be-
werkt hebt dat wij zouden verlangen naar
-ocr page 35-
31
al deze smarten, als naar iets wat zeer
aangenaam is ? Daarom, Heer onze God,
gij die groot zijt en vreeswekkend, geef
dat wij vereenigd worden met Thecla, uwe
eerste, martelares, door de voorbede van
onzen gelukzaligen vader Blasius, die ons
leerde hoe wij tot dezen glorievollen mar-
teldood en het bezit van het eeuwig leven
moeten komen." Toen bad nog de moeder
der twee kleinen: „Gewaardig u, o Heer,
ook deze kleine kinderen met uwen mar-
telaar Blasius te vereenigen en hen in uwe
barmhartigheid te doen deelen." En beiden
antwoordden: „Amen."
Nu zal het vonnis ten uitvoer worden
gebracht. In gespannen verwachting zijn
aller oogen op de vrouwen gericht. Het-
zelfde lijden dat Blasius verduurd had,
wachtte ook haar. Van hare kleederen be-
roofd , werden zij aan palen gebonden en
ijzeren kammen doorploegen hare lichamen.
Maar groot is de verbazing van allen, als
zij zien hoe door een wonder van Gods
almacht en liefde, geen bloed doch slechts
melk uit hare wonden vloeit en hemelsche
geesten nederdalen om de bloedgetuigen te
sterken, de wonden te heelen, en de marte-
-ocr page 36-
32
laressen te troosten met de woorden: „Vreest
deze folteringen niet en strijdt moedig, want
gij zult overwinnen en gekroond worden."
Zoo ziet dan de wreede landvoogd zijne
pogingen andermaal mislukken, de smar-
ten in vreugde veranderd, de doorkerfde
lichamen zonder letsel en gaaf. Hierom be-
veelt hij dat zij allen in het vuur zullen
geworpen worden. Alsof de God der Chris;
tenen niet machtig genoeg was haar daar-
uit te redden ! Had Hij niet, vele eeuwen
te voven, de drie jongelingen van Babyion
te midden der vlammen van het hevigste
ovenvuur, ongedeerd zijn lof doen bezingen
en aldus den koning Nabuchodonosor be-
schaamd ? Diezelfde God zal hier een zelfde
wonder werken. Ongedeerd blijven ook de
zeven vrouwen, hoe vel het vuur worde
aangezet ; en de landvoogd van Armenië
gevoelt, evenals de koning van Babylonië
eer.e macht die boven hem is.
Ten einde raad veroordeelt Agricola haar
allen om onthoofd te worden. Bij het hoo-
ren van dit vonnis danken zij God voor
de groote gunst haar geschonken, en hart
en geest ten hemel verheffend zeggen zij
gezamelijk : „Wij danken u, Heer, voor de
-ocr page 37-
33
gunst welke gij ons schenkt van geoffert te
mogen worden op dit altaar.\'" En de beide kin-
deren juichten mede en wenschten hunne
moeder goeden moed in den dood : in den
hemel lag de kroon reeds voor haar gereed.
Gebeden ah den eersten dag.
Z E VE\\DK D A G.
De II. Biasiiis ten derden maal voor
den landvoogd.
Nadat de zeven heldinnen dooi God in
zijnen hemel gekroond waren, bleven de
twee kleinen op aarde achter, het hart
vervuld met het vurigst verlangen om
met moeder in Gods schoonen hemel ver-
eenigd te worden. Niet lang zullen zij be-
hoeven te wachten, want weldra zal hun
hartewensch vervuld zijn.
De landvoogd doet nu Blasius weder
voor zich brengen en vraagt hem of de
tijd, sedert de laatste foltering vervlogen,
hem tot nadenken gebracht en wijzer heeft
doen worden, zoodat hij besloten is aan de
3 Blasius.
-ocr page 38-
34
goden te offeren ? Hierop antwoordt de
Heilige: „Niet genoeg kan ik mij over de
diepe duisternis uwer verblinding verwon-
deren. Wat zonneklaar is voor geheel de
wereld, blijft onzichtbaar voor u ; want zoo,
gij ooit het ware licht aanschouwd hadt,
zoudt gij zelf de afgoden niet aanbidden ;
zoudt gij zelf niet zeggen tot hout, tot steen,
tot koper, tot zilver en goud: gij zijt mijn
God ! Wie is er die niet weet dat de maak-
sels van menschenhanden geen goden zijn ?
Twijfelt gij hieraan, werpt dan uwe goden
in het vuur, en gij zult zien dat ik waar-
heid spreek. Op al wat ik zeg is uw eenig
antwoord, dat gij mij dreigt met foltering en
dood. Door de kracht van Christus vrees
ik dat alles niet; mijn lichaam is in uwe
macht, niet mijne ziel. En mijn God kan
zelfs, als hij wil, ook mijn lichaam redden
uit uwe handen.:\' „Maar hoe zal die Chris-
tus u redden," vroeg de landvoogd „als
ik u doe verdrinken in de diepten van dien
vijver?" „Het is waar," hernam Blasius,
„zooals gij zegt, dat uwe goden, die gij
daarin hebt laten werpen, zich niet konden
redden ; maar mijn Christus heeft ook macht
over dat ellement. Hij zelf ging over de
-ocr page 39-
35
golven der zee als over den vasten grond
en gaf aan Petrus, den Prins der Apos-
telen, het bevel tot Hem te komen over het
water."
Zonder dralen gelast nu Agricola dat
Blasius in den vijver geworpen worde om
te zien welke macht hem kan redden. En
terwijl de Heilige met blijdschap in het
hart zijne rassche schreden naar het water
richt, wordt hij gevolgd door den landvoogd
en geheel de menigte, die alle in gespan-
nen verwachting nieuwsgierig zijn wat er
gebeuren zal.
Aan den rand van den vijver gekomen
maakt de bisschop daai-over het kruistee-
ken, zet den voet op het water en ten aan-
schouwen van allen die daar vol verbazing
bijeen zijn, gaat Christus\'belijder alsof zijn
voeten den vasten grond betraden, tot mid-
den op den vijver. Daar blijft hij staan, en
richt tot den landvoogd en die hem om-
ringen deze woorden : „Zoo uwe goden
eenigen macht hebben, of\' zoo gij eenig ver-
trouwen in hen stelt, gaat dan ook gij over
het water en toont hunne macht." Op deze
uitdaging verstouten zich zestig mannen,
onder de aanroeping hunner goden de proef
-ocr page 40-
36
te wagen, maar alle zestig verdrinken jam-
meilyk voor de oogen der ontstelde toe-
schouwers. Terwijl dit geschiedt daalt een
engel des Heeren, omstraalt van een schit-
tereld licht, uit den hemel tot den marte-
laar al en spreekt hem toe: ,,Glorievolle
str ;<ler, verlaat dezen vijver en spoed u
om den kroon te ontvangen, welke God
voor u gereed houd." Al het volk aan-
schouwde het licht ; doch kon den engel
niet zien om den glans van de schitterende
verschijning. En Blasius verlaat de plaats
waar hij staat, gaat over het water alsof
het een geplaveide vloer was en komt op
den rand bij de opgetogen menigte, nog
vol schrik over de ramp, welke onder hun
oogen had plaats gegrepen.
Gebeden ah den eersten dag.
A C II T S T E D A G.
Marteldood van tien II. Blasius.
Na de vele wonderen, van welke Agri-
cola getuige geweest was, kon hij toch niet
besluiten den geloofsheld te sparen, of aan
diens woorden te gelooven ; maar hij vel-
-ocr page 41-
37
de het volgende vonnis: „Blasius, die mijn
persoon veracht heeft, weerstand bood aan
de bevelen des keizers, de goden onteerde
en zestig mijner mannen deed verdrinken,
zal onthoofd worden, met de twee kinde-
ren, die hij verleiddedoorzijnetooverkunst."
Van vreugde begint het gelaat van den
bisschop te stralen. Eindelijk zal dan de
strijd volstreden, de hemel, zijn God hem
tot eeuwige vergelding geschonken worden!
De twee kleinen snellen met uitgestrekte
armpjes naar hunnen vader in Christus;
omvatten zijne handen en dringen zich vast
tegen hem aan. Nu juichen de engelen, nu
juicht hunne moeder in Gods schoonen
hemel ! Zoo gaan deze drie bloedgetuigen
des Heeren naar de plaats waar het vonnis
volvoerd zal worden. Daar aangekomen,
stort de H. Blasius een vurig gebed tot
zijn God, die zijnen dienaar zoo machtig
had bijgestaan. Hij dankt Hem voor alle ge-
naden en gunsten, zoo ruimschoots verleend,
en smeekt om het voorrecht, dat allen die
Gods barmhartigheid zouden inroepen door
zijne voorbede, de genezing zouden verkiij-
gen, welke God tot nu toe door zijne tus-
schenkomst verleend had. En een stem uit
-ocr page 42-
38
den hemel sprak, zoo dat heel de menigte
het hoorde: „Ik heb uw gebed verhoort. Ik
sta u toe wat gij Mij verzoekt." Nu boog
de Heilige zijn hoofd, en de twee kinderen
dat ziende bogen hunne hoofdjes als hij....
en de strijd was volstreden, de glorie ver-
diend, het juichen begonnen om nimmer
weer te eindigen.
Eene godsdienstige vrouw, Helisa ge-
heeten, begroet\' vol eerbied de drie heilige
lichamen op dezelfde plaats buiten de stad
Sebaste, waar het vonnis volbracht was den
3den Februari \'d 10.
Even als God zijn trouwen dienaar ge-
durende diens leveii op aarde verheerlijkt
had door vele wondervolle mirakelen, ver-
heerlijkte Hij ook zijn graf\' door groote
wonderen.
Toen de weduwe, die den Heilige in
zijne gevangenis spijzen gebracht had, den
glorievollen marteldood van haren weldoe-
ner en diep vereerden bisschop vernam,
haastte zij zich te doen wat hij haar in den
kerker bevolen had. Te zijner eer steekt zij
kaarsen aan en noodigt al de armen, die in
hare nabijheid wonen, uit om te komen en
te deelen in het weinige dat zij bezat. Ook
-ocr page 43-
:51)
hare verwanten, hare vriendinnen en gebu-
ren haalde zij over om hetzelfde te doen,
en allen zagen dat deze aalmoezen, in plaats
van hunne tijdeliike goederen te doen ver-
minderen, een bijzonderen zegen des hemels
deden nederdalen, want God zag met wei-
gevallen daarop neder, en aan die vromen
werden de beloften vervuld, door den H.
Geest, gedaan : Gelukkig hij, die acid geeft
op den arme en ellendige ; ten dage des onheils
zal de Heer hem redden .... Hij, die genegen is
tol barmhartigheid cal gezegend worden, want
hij gat\' van zijn brood aan de armen.... Steek
den arme uwe hand fue, opdat, uwe uitboeting
en uw zegen volmaakt -ij ... Doe wel aan den
rechtvaardige en gij zult enne groot-e vergelding
vinden, zoo niet van hem-, dan toch zeker van
den lieer."
Ps. XL en CXI. Eccli. VII en XII.
Spoedig werd het in geheel Armenië eene
godsdienstige gewoonte, op den teestdag van
den H. Blasius kaarsen aan te steken en aal-
moezen uit te deelen.
Gtliedeu als den eersten dag.
-ocr page 44-
40
X E E X D E DA G.
De vereeriiig van den II. Blasitis.
Uit het Oosten, waar onze Heilige leefde
en stierf voor zijnen God en Zaligmaker,
is zijne vereering naar Europa gebracht
door kruisvaarders en anderen, uit die
streeken tot ons gekomen. Vooral in Duitseh-
land werd zijne vereering spoedig zeer ver-
spreid, omdat de H. Blasius daar weldra
opgenomen werd onder een bijzondere Hei-
ligengroep, die, onder den naam van „de
14 Noodhelpers," door allen vereerd en
aangeroepen worden tot bescherming tegen
bepaalde ziekten en rampen. Deze Heiligen-
groep bestaat uit de volgenden : II. Illasius,
bisschop en mart. 3 Febr.; II. («eorgius,
mart. 2?> Apr.; II. Acliatius, uit Cappa-
docië, 8 Mei ; II. Erasiiius, bisschop en
mart. 2 Juni; II. Vitus, mart. 15 Juni;
II. Margareta, maagd en mart. 13 of 20
Juli ; II. Christopliorus, mart 2h Juli;
II. Paiitaleon, mart. 21 Juli ; II. Cyria-
ciis.
mart. 8 Aug.; II. Aegitlius, abt, 1
Nept. ; II. Eustacliius, mart. 20 Nept.;
II. Dionysiiis, bisschop en mart. 9 Oct.;
-ocr page 45-
41
II. Catharina, maagd en mart. 25 Nov.;
H. Barbara, maagd en mart. 4 Dec.
Het eerste zekere bewijs van de veree-
ring dezer Heiligengroep is een aflaatbrief
van bisschop Koenraad van Passau, voor de
parochiekerk te Krems, van het jaar 1284.
Uit Duitschland verspreidde zich de ver-
eering naar Italië en Sicilië. Nu en dan
geschiedde het wel dat op eene plaats een
andere Heilige als plaatsvervanger van
een der bovengenoemden ingeschoven werd;
maar dit belette niet dat de hierboven aan-
gegeven groep altijd als de eigenlijke Nood-
helpers voor allen, ook door allen vereerd
werd.
Als reden van de grootere verspreiding
wordt aangewezen de vreeselijke pestziekte,
welke onder den naam van „Zwarte dood"
van 134ö—1349 over Europa heerschte en
twee derde der bevolking in het graf deed
dalen.(\') Vooreerst, omdat sommigen dezer
Heiligen ook afzonderlijk aangeroepen wor-
den voor ziekten welker verschijnselen zich
ook vertoonden in deze pestziekte, terwijl
anderen weder afzonderlijk worden aange-
roepen tegen een onvoorzienen dood, zooals
(1) Petrarca, M. Villani.
3* Bfesius.
-ocr page 46-
42
de H. Christophorus; of voor een zaligen
dood, zooals de H. Barbara. Vervolgens,
omdatvele ziekenhuizen de H.H. Noodhelpers
tot patroon hadden ; eindelijk, omdat ten
gevolge van pestziekte door de eeuwen
heen bedevaarten en ex voto\'s ontstaan zijn
ter eere van de Noodhelpers.
In sommige misboeken der middeleeuwen
vond men een afzonderlijke Mis voor de
14 H. Noodhelpers, deze werd door de ü.
Congregatie der Kerkgebruiken den 20n Nov.
1628 vervangen door de Mis der gewone
martelaars als votief-mis. Maar Leo XIII
heeft den 4n April 1889 eene eigene Mis
goedgekeurd voor de bedevaartkerk van
het klooster Langheim in het Bisdom Bam-
berg. Vroeger was dit een Cistersiënser
klooster, thans wordt de kerk bediend door
Franciskanen. Op den 8n Maart 1890 werd
door de H. Congregatie der Kerkgebruiken
voor bovengenoemde kerk en voor de Fran-
ciskanerkerk te Hammelburg, bisdom Wurs-
burg, het feest d«r H.H. Noodhelpers ge-
steld op den 4en Zondag na Pasehen als
dubbel eerste klas met eigen Brevierge-
bed.
Ook buiten deze Heiligengroep wordt de
-ocr page 47-
43
H. Blasius in Duitschland veel vereerd.
Te Metz, waar in dp kerk van den H. Euca-
rius overblijfselen van onzen Heilige bewaard
worden, heeft ieder jaar op zijnen feestdag
eene bijzondere plechtigheid plaats, welke
het volk op hoogen prijs stelt, \'s Morgens
te vijf ure begint men met de koorgebeden
van den feestheilige en daarna wijdt de
priester, gedurende de plechtige Mis, welke
te 8 ure wordt opgedragen, eene groote
hoeveelheid brood, dat door de menschen,
die op een afstand van tien uren en ver-
der in den omtrek wonen, een geheel jaar
eerbiedig bewaard wordt als een onderpand
van bijzondere bescherming tegen ziekten
onder menschen en vee. Dit brood is daar
bekend onder den naam van: „brood van
den H. Blasius."
In den Duitschen Kalender werd deze
feestdag immer aangegeven dooreen Hoorn;
eene gemoedelijke toespeling op den naam
van den H. Blasius.
Ten tijde der kruistochten zijn vele over-
blijfselen van onzen Heilige uit het land
van zijn leven en lijden naar verschillende
kerken van Frankrijk overgebracht, waar-
door de vereer ing spoedig onder de chris-
-ocr page 48-
44
tenheid verspreid werd. Zoo kwam de stad
Montpellier in het bezit van het grootste
gedeelte van den schedel des Heiligen, liet
klooster der Miniemen te Grenoble werd
genoemd „het klooster van den H. Blasius,"
om de voorname overblijfselen, welke daar
met grooten eerbied bewaard en met groo-
ten godsdienstzin vereerd werden. In de
XVe eeuw vereerde men in de collegiale
kerk van Vic , toen behoorende tot het
bisdom Metz, een gedeelte van den sche-
del des Heiligen, hetwelk nog heden daar
bewaard wordt nadat de echtheid wederom
den 28en Febr. 1805 op vereischte wijze
door Mgr. Osmond, bisschop van Nancy,
bevestigd was. Dit gedeelte meet ongeveer
elf centimeters op zijn grootste uitgestrekt-
heid, is bruinachtig van kleur en bijzon-
der dik. Op de talrijke plaatsen, waar iets
van zijne overblijfselen bewaard werd ver-
heerlij kte God zijnen dienaar door vele won-
deren, zoodat hij ook in Frankrijk een
volksheilige was.
Schept God er behagen in zijne dienaren
te verheffen voor het aan.schijn der volken,
door weldaden zonder tal op hunne voor-
bede te schenken; satan daarentegen tracht
-ocr page 49-
45
met alle vrijheid hem nog gelaten, die glo-
rie van God in zijne Heiligen zooveel mo-
gelijk tegen te werken. Bij de volken, die
zich in de XVIe eeuw van de Moederkerk
losscheurden en zich Protestanten lieten
noemen, omdat zij protesteerden tegen het
ware Geloof, had de duivel zijn invloed
vrij doen gevoelen. Den Scandinavischen
zeelieden had hij een onuitsprekelijken
afschrik ingestort voor den H. Blasius, als
ware hij er steeds op uit menschen en die-
ren met rampen te overladen, en zoo groot
was de afschuw voor die afschuwelijke spook-
gestalte, dat zij zelfs zijnen feestdag niet
durfden noemen want, door bijgeloof ver-
blind, hechtten zij allerlei ongelukkige ge-
volgen aan het uitspreken van dien dag.
Ook in Denemarken heerscht bij velen een
bijgeloof dat de wind welke waait op den
feestdag van onzen Heilige, de noodlottige
stormwind van geheel het jaar moet wezen.
Maar wenden wij liever onze oogen naar
het warmere Zuiden, het zonnige Saveie.
Daar rijst voor onze verbeelding de aan-
gename gestalte van den zachtzinnigen
bisschop van Geneve, den H. Franciscus
de Sales, die een onverstoorbaar vertrouwen
-ocr page 50-
46
stelde in de machtige voorspraak van den
grooten bisschop van Sebaste, den H. Bla-
sius. Scharen wij ons aan zijne zijde en
vereenigen wij onze stemmen in het koor
der vele lofzangeu, door alle kerken ten hemel
opgezonden ter eere van onzen glorievollen
bisschop en martelaar ! En als antwoord op
die eerbetuigingen, U bewezen, zie, o H.
Blasius, dan neder van den glorietroon
waarop gij zetelt; zie, hoe de christenen
door uitdelgende boetplegingen zich voor-
bereiden om met een berouwvol hart terug
te keeren tot hun Heer en God. Herdenk
uw eigen strijden, en help ons in het werk
der hernieuwing van den ouden mensch.
Gij hebt geen vrees gehad voor folteringen
en voor dood ; hoe zwaar uwe beproeving
ook geweest is, gij hebt ze moedig onder-
gaan. Verkrijg ons standvastigheid op een
minder gevaarvolle levensbaan. Onze vij-
anden zijn niet zoo geducht als zij die gij
moest overwinnen; maar zij zijn sluw, en
terwijl wij ze gering achten kunnen zij
ons ten val brengen. Verkrijg ons de god-
delijke hulp, welke U heeft doen zegevieren.
Wij zijn de nakomelingen van martelaren,
dat hun bloed niet ontaarde door onze schuld.
-ocr page 51-
47
Gedenk ook, heilige bisschop, de gezegende
landstreek waar gij voor God geleefd, voor
God gestreden hebt. Het Geloof, voor het-
welk gij uw leven schonkt, is daar ontaard.
Schenk door uwe vaderlijke smeekingen
Armenië terug aan de ware Kerk van Chris-
tus, en troost door den terugkeer hunner
broeders de geloovigen die, te midden van
zoovele gevaren, daar onwankelbaar getrouw
bleven aan Jesus\' Stedehouder, den Paus
van Rome.
Gebed-en ah den eersten dag.
Gesebreven met volkomen onderwerping aan de
bepalingen van Paus Urbanus VIII, van 13 Maart
1625 en 5 Juni 1631.
De Schrgrar.
/
-ocr page 52-
48\'
LITANIE
VAN DEN
HEILIGEN BLASIUS.
Z. D. Hoogw. Monseigneur P. Leijten, Bisschop
van Breda, verleende den 22 Febr. 1893, 40 dagen
aflaat, zoo dikwijls men de Litanie van den H.
Blasius bidt.
Heer ontferm U onzer.
Christus ontferm U onzer.
Heer ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
Heilige Maria, koningin der Martelaren,
bid voor ons.
Heilige Blasius, kloekmoedige Martelaar,
bid voor ons.
-ocr page 53-
49
H. Blasius, die van jongst af godvreezend
en aan ieder welgevallig waart.
H. Blasius, die, steeds toenemende in
deugden, *ot Bisschop verkozen zijt,
H. Blasius, die U op Gods ingeving in de
eenzaamheid heht begeven,
H. Blasius, die aldaar door wilde dieren
gespijsd en geeërd werd,
H. Blasius, bij wien de wilde dieren be-
daard vertoefden, tot ze uwen zegen
ontvangen hadden,                                 
H. Blasius, die in uwe eenzaamheid hemel- °^
sche vertroosting genoten hebt,            <
H. Blasius, die door de soldaten van den §
Landvoogd ter dood gezocht zijt,         o
H. Blasius, die gevangen voor den rechter S
gebracht en te vergeefs door vleierij
beproefd werd,
H. Blasius, die om uwe vrijmoedige en
onbevreesde antwoorden uren lang mis-
handeld zijt,
H. Blasius, die U door geene folteringen
van God liet aftrekken,
H. Blasius, die, in den kerker geworpen,
vele zieken genezen hebt,
H. Blasius, die een kind, dat door een
graat in \'de keel, met den dood worstelde,
-ocr page 54-
50
wonderdadig genezen hebt,
H. Blasius, die andermaal voor den rechter-
stoel gebracht, even standvastig werd
bevonden,
H. Blasius, die wreedelijk gegeeseld en
met ijzeren haken doorwond zijt,
H. Blasius, wiens geheiligd bloed door god-
vruchtige vrouwen is opgevangen,
H. Blasius, die in den watervloed gewor-
pen, wonderdadig behouden bleeft,
H. Blasius, die van Gods Engelen mocht g"
hooren : Priester Gods, kom, Gij zult ^
de kroon der glorie ontvangen,             ^
H. Blasius, die door den glans van uw ®
aanschijn de schrik waart der heidenen o
en de blijdschap der christenen,           
H. Blasius, die ter dood veroordeeld, voor
Uwe vijanden tot God om vergiffenis
hebt gebeden,
H. Blasius, die door den beul onthoofd, de
kroon der Martelaren ontvangen hebt,
H. Blasius, die verheerlijkt in den Hemel,
menigvuldige wonderen van God hebt
algebeden,
H. Blasius, bijzondere Patroon tegen keel-
ziekte,
H. Blasius, machtige beschermer tegen uit-
-ocr page 55-
51
slag en alle andere kwalen, bid voor ons.
H. Blasius, toevlucht en troost der lijden-
den en bedrukten, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontlerm U onzer.
Onze lader, enz.
v. Bid voor ons H. Blasius, Martelaar.
if. Opdat wij van onze krankheden mo-
gen bevrijd worden.
GEBED.
O God, die op de machtigste voorbede
van den H. Blasius de genezing hebt ge-
schonken aan zoo reien, die met betrouwen
hunne toevlucht tot Hem namen, wij smee-
ken U, door de voorspraak van den H.
Martelaar, ook ons van onze krankheden
te willen verlossen, opdat wij gezond naar
ziel en lichaam uwen heiligen Naam mogen
loven en danken.
Almachtige en eeuwige God, geef ons
de genade om naar het voorbeeld van uwen
H. Martelaar Blasius, de kwalen die ons
-ocr page 56-
52
uitwendig overkomen, zoo geduldig te ver-
dragen dat wij inwendig door dezelfve meer
en meer in deugden mogen toenemen en
eenmaal met Hem in de glorie des Hemels
mogen deelen. Door Jezus Christus onzen
Heer. Amen.
Uit de Mis van den H. Blasius.
Priesters van God prijst den Heer : heili-
gen en ootmoedigen van harte looft God.
Dat alle werken des Heeren den Heerprij-
zen : looft den Heer en verheerlijkt Hem
ten hoogste door de eeuwen heen. Glorie zij
den Vader, den Zoon en den H. Geest ;
gelijk het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Ameu.
Laat ons bidden.
O God, die ons door de jaarlijksche feest-
viering van den zaligen Blasius uwen mar-
telaar en bisschop verblijdt: verleen goed-
gunstig : dat wij, die zijn intreden in den
hemel vieren, ons ook over zijne bescherming
mogen verheugen, door onzen Heer Jesus
Christus, die met CT leeft en heerscht in de
eenheid van God den Heiligen Geest door
alle eeuwen der eeuwen. Amen.
-ocr page 57-
53
Met glorie en eer hebt Gij hem gekroond,
En hem gesteld over de werken uwer han-
den, o Heer. Alleluja, Alleluja. Dit is de
priester dien de Heer gekroond heeft. Alle-
luja. Op zijn hoofd, o Heer, hebt Gij een
kroon van edelgesteenten geplaatst.
Ander Gebkd.
Bid voor ons H. Blasius.
Opdat wij waardig worden de beloften
van Christus.
Laat oxs bidden.
God, die den zaligen Bla3ius uwen mar-
telaar en bisschop in het verdragen van
zijne folteringen en in het afweren van de
ziekten van anderen bewonderenswaardig
hebt gemaakt: verleen goedgunstig; dat
wij en zijne standvastigheid in het geloof
mogen navolgen, en zijne voorspraak in
gevaren ondervinden.
Door Christus onzen Heer. Amen.
WlJDINli DER KAARSEN OP HET FEEST
VAN DEN H. BlASIIS.
Vs. Onze hulp is in den naam des Heeren,
Antip. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
-ocr page 58-
04
Ta. Heer verhoor mijn gebed,
Antw. En mijn geroep kome tot U.
/".?. De Heer zij met u,
Antw. En met uwen geest.
Laat ons bidden.
Almachtige en goedertieren God, die al
de verschillende zaken der wereld door uw
Woord alleen geschapen hebt, en gewild
dat tot herschepping van den mensch dat-
zelfde Woord, door hetwelk alles gemaakt
is, vleesch zoude worden : Gij die groot
zijt en onmeetbaar, verschrikkelijk en lof-
waardig en wonderwerken wrocht; voor
wiens geloofsbelijdenis de roemvolle Marte-
laar en Bisschop Blasius, zonder vrees voor
verschillende soorten van folteringen, het
geluk had den palm van het martelaar-
schap te verwerven : en die hem bij de
andere gunsten, dit voorrecht geschonken
hebt, dat hij alle keelziekten door uwe
kracht zou genezen : wij bidden smeekend
uwe Majesteit, dat Gij, zonder acht te slaan
op onze zonden, maar door zijne verdiensten
en gebeden goedgunstig gestemd, deze voor-
werpen van was door uwe vereerenswaardige
barmhartigheid gewaardigt te zegenen en
-ocr page 59-
55
te heiligen, door uwe genadekracht er in
te storten ; opdat allen, over wier halzen
zij met goed vertrouwen gelegd zullen zijnr
door de verdiensten van zijn lijden bevrijd
mogen worden van alle keelziekte, en in
uwe heilige Kerk gezond en blij U hunne
dankbetuigingen brengen, en uwen glorie-
vollen Naam verheerlijken, die gezegend is.
in de eeuwen der eeuwen. Door onzen Heer
Jezus Christus uwen Zoon, die o Godr
met u leeft en heerscht in de eenheid van
den heiligen Geest, door alle eeuwen der
eeuwen. Amen.
Hierna worden zij tnetgeicijd water besproeid.
Terwijl de priester de beide kaarsen, kruislings;
over elkander gelegd, onder de kin langs den
huls houdt van den persoon die voor hem ge-
knie ld \'ligt, zegt hij :
Door de voorspraak van den heiligen
Blasius, Bisschop en Martelaar, bevrijde u
God van alle keelziekte, en van iedere
andere ziekte. In den naam des "Vaders en
des Zoons f en des heiligen Geestes. Amen.