-ocr page 1-
ViKT
Vak 109
a.
-ocr page 2-
-ocr page 3-
^ VAK ,aj           /m
OVERZICHT
DER
TEN GEBRUIKE VAN
KATHOLIEKE SCHOLEN.
TWEEDE DRUK.
!
-—«gFE^g»—
\\ \'lF\'.\'\\ . \' \'                                           
ERS
^                weert.
TILBURG,
\\ ■■\' ■ \'.
Stoomdrukkeru van het R. K. Jongens-Weerhuis.
4892.
-ocr page 4-
IMPRIMATUR.
M. F. de Beer, Sup. Gen. et Dec.
ad hoc delegatus.
Datum Tilburgi, 15 Martii 1892.
Volgens Art. 10 der wet van 28 Juni 1881
(Staatsblad n° 124) is het eigendom gewaarborgd.
-ocr page 5-
VOORBERICHT.
Het boekje, dat wij thans onzen katholieken
onderwijzers aanbieden
, is geen leerboek en alzoo
niet bestemd om eenig bestaand werk te vervangen
of te verdringen. H Vraagt een bescheiden plaatsje
naast het lees- of leerboek der Vaderlandsche Ge-
schiedenis, en wil den leerling in een kort bestek
herinneren
, wat hij onder de les gelezen of ge-
hoord heeft. Jaren lang reeds was het onze ge~
woonte, na de les deze punten door de leerlingen
te laten opschrijven; om tijd te besparen lieten wij
ze voor eigen gebruik drukken
, en zoo ze thans
in H licht verschijnen
, geschiedt zulks op aanra-
den van welwillende vrienden
, die meenden, dat
ze ook elders met vrucht konden gebruikt worden.
-ocr page 6-
-ocr page 7-
VADERLMDSCHE GESCHIEDENIS.
EERSTE TIJDVAK.
Van de vestiging der eerste bewoners tot aan de
grafelijke regeering.
(300 vóór Christus — 922 na Chr.)
1. De Kelten en Klmbren waren de eerste bewoners
van ons vaderland. (300 v. Chr.) Door den Kimbri-
schen vloed
(113 v. Chr.) werden zij genoodzaakt naar
andere
gewesten te vertrekken. — De Kelten begaven
zich gedeeltelijk naar Engeland en de overigen ver-
spreidden zich over een groot deel van West-Europa.
De Kimbren verbonden zich met de Teulonen en zakten
naar het Zuiden van Europa af; zij werden echter op de
grenzen van Italië geheel verslagen door de Romeinen.
(De Teutonen in 102 v. Chr. bij ALt in Frankrijk , en de
Kimbren in het volgend jaar bij Vereelli in Italië door
Mabius.)
Men vindt hunnebedden: in Drente bij Rolde en Borger;
— in Nd.-Brabant bij Baarle; — in Denemarken (Jetten-
graf en); —
in Engeland (talmen , cromleehs) — in Frankrijk
(dolman).
-ocr page 8-
6
S. Omstreeks 100 v. Chr. vestigden zich de Friezen
en Batavieren in deze streken. (Hessen, Katten.)
Behalve deze twee volksstammen vond men nog:
de Eburonen in Limburg,
de Nerviërs in Brabant en Henegouwen,
de Menapiërs in Vlaanderen ,
de Tenktercn en Usipeten in Gelderland ,
de Tubanlen in Overijsel,
de Brukteren in Drente ,
de Kaninifaten in Zd.-Holland ,
de West-Friezen, ook Kleine Friezen of Frisiaboneu ge-
noemd , in Xoord-Holland.
Zij waren heidenen; hun voornaamste god was Wodan.
Ook vereerden zij Thok of Iionar, Fbeta , Satub en
Dis of Thius.
3. Jllius Cebaü veroverde Gallië in 67 v. Chr. —
Hij versloeg in België de Nerviër* bij Charleroi — bij Lith
in Nd.-Brabant de Tenkteren en Usipeten en roeide de
Eburonen uit, die onder Ambiorix tegen hem waren op-
getrokken.
4- Cesab sloot een verbond met de Batavieren. — De
Friezen worden door Dbusus, den schoonzoon van
Augustus , onderworpen.
Deze Dbusus liet den Eijn met den IJsel verbinden
(DrustisgracAl) en stichtte Doesburg. — In het Teuioburger-
wtn\'il
werd Vabus , een andere veldheer der Bomeinen,
door Hekman , den vorst, der Clierusken , totaal verslagen.
(9 v. Chr.)
B. De Friezen kwamen in opstand tegen hun land-
voogd Olenniüb, die hen verdrukte; zij verdreven hem en
versloegen een Bomeinsch leger onder Apboniüs in het
Baduliennerwoud. — Cobbulo , landvoogd bij de Bata-
vieren, onderwierp de opstandelingen. (28 — 47 n. Chr.)
-ocr page 9-
7
In het land der Friezen werd nu een Romeinsch fort
gebouwd, (later Groningen); ook liet Coebulo de Lek gra-
ven, voltooide de indijking der groote rivieren en legde
heerbanen aan.
O. De Batavieren stonden op tegen de Romeinen onder
aanvoering van Clatjdius Civilis. (69) Andere stammen,
als : de Tongeren , Brukteren en Trevieren , sloten zich bij
hem aan. Bbinio , het hoofd der Kaninifalen, was de
aanvoerder van het leger. Men bemachtigde eene vloot
van 24 Romeinsche schepen op den Rijn, en de legerplaats
Castra Vetera werd na een langdurig beleg genomen.
Na twee jaren zag C\'laudiüs Civilis zich van de meeste
zijner bondgenooten verlaten en was hij genoodzaakt met
Cebealis vrede te sluiten. (69—71)
f. Steden, die uit den tijd der Romeinen dagteekenen,
zijn: Tongeren, Doornik, Leiden, Utrecht, Maastricht, Nij-
megen
, Wijk-bij-Duurstede , Voorburg, Rhenen en Doesburg.
*■*. Omstreeks het jaar 250 vertoonden zich de Franken
het eerst in ons land; de Romeinen schonken hun het
Eiland der Batavieren ; deze laatsten vermengden zich met
de invallers en hun naam ging in de geschiedenis verloren.
O. Later drongen de Franken al verder en verder naar
het Zuiden voort, (volksverhuizing, ondergang der Romeinsche
macht in deze streken.) Zij
waren onderscheiden in Ripua-
rische Franken
(langs den Rijn), en Salische Franken (langs
de rivier Isala d. i. IJsel.)
Onder hunne oudste koningen zijn beroemd :
Meboveus , die zijn zetel te Doornik had ; deze streed
met Aütiüs , den veldheer van den keizer van Rome, en
Theodobik, den koning der West-Gothen tegen de Hunnen
onder Attila en behaalde in 451 de groote overwinning bij
Chdlons sur Marne. (De H. Uksula en hare 11000 maagden.
-ocr page 10-
8
te Keulen) — Attila voor Home 452. — De H. Lbo I de
Groot e.
Clovis. (500) Hij verdreef Siagbiüs uit Soissons en ver-
nietigde alzoo het laatste overblijfsel der Romeinsche macht
in Gallië. Bij Tolbiae behaalde hij eene schitterende over-
winning op de Allemannen en bekeerde zich tot het Chris-
tendom (Clotilde). Hij werd door den H. Remigius te
Rheims gedoopt.
ÏO Tijdens de volksverhuizing, na het afzakken der
Franken , hadden zich de Angelen en Saksen in ons land
gevestigd , doch weldra verhuisden het grootste gedeelte
dezer stammen weder en begaven zich naar Engeland, waar
zij 7 koninkrijken stichtten. (450)
11. Omstreeks het jaar 600 begonnen H. Geloofsverkon-
digers onze voorouders tot het christendom te bekeeren.
"Vroeger reeds was het geloof verkondigd te Doornik
door den H. Piatcs in de 3e eeuw, en had de H. Sebvatius
den bisschopszetel te Tongeren gevestigd, dien hij later naar
Maastricht verplaatste. De 21 eerste bisschoppen van Maas-
tricht
waren allen heiligen. De H. Hdbebtus verplaatste
den zetel naar Luik in 722.
Uit Engeland kwamen:
de H. Willibrobdus , geboren in 658; door Paus Sergiue
werd hij tot eersten bisschop van de Friezen gewijd; hij
vestigde zijnen zetel te Utrecht en verkondigde het geloof
ook in Denemarken , op Hefgnland en bij de Saksers (f 739.)
Hij is de patroon van ons vaderland en de stichter van
de beroemde benedictijner abdij van Echiernach, waaruit
vervolgens zoovele geloofsverkondigers zich over ons land
verspreid hebben.
De H. Gbegobius volgde hem op in het bestuur der
Kerk van Utrecht. Aan zijne domkerk was de zoozeer be-
roemd geworden school verbonden, waar de aankomende
-ocr page 11-
9
geestelijken en zelfs vorsten- en gravenzonen eene degelijke
en wetenschappelijke opvoeding ontvingen.
De H. Bonifacius of Win/ried; hij predikte het christen-
dom in geheel Daitschland en stierf den marteldood bij
Dokkum in 754.
De H. Suiïbeetus , een der volgelingen van den H.
Willibrord , werd bisschop gewijd.
De H. LiviNus ; — hij predikte tusschen de Maas en de
Schelde.
De H. Wilfeidus en Wigbertus in Friesland.
Van de Franken kwamen:
de H. Wulfban, bisschop van Sent; hij trok naar deze
streken om het geloof te verkondigen, (mislukte bekeering
van koning E a d b o n d.)
De H. Amandtts predikte te Gene en aan de oevers der
Maas.
De H. Eligius in Vlaanderen en Zeeland.
De H. Lambertus in Limburg en Nd.-Brabant.
Op vele plaatsen verrezen Benedictijner abdijen, waaruit
vele geloofsverkondigers voortkwamen, en die als brand-
punten van beschaving voor ons vaderland moeten worden
aangezien.
13. Onder de opvolgers van Clovis werd het rijk der
Franken herhaaldelijk geteisterd door binnenlandsche oor-
logen. Vooral hevig waren deze twisten tusschen Bbune-
hii.dk, koningin van Austrasië, en Fbedegonde van Neuttrië.
De beroemdste der Merovingers was Dagobebt I; onder
zijne regeering werd te Utrecht de eerste christen-kerk ge-
bouwd (631).
De H. Eligius was een zijner gunstelingen , voor hij
uittrok om het Evangelie te prediken.
13. De volgende Merovingische koningen staan in de
geschiedenis bekend als fainéants; zij bemoeiden zich niet
-ocr page 12-
1(1
met het bestuur en lieten de staatszaken over aan de hof-
meiers.
De voornaamste dezer hofmeiers zijn :
Pepijn van Hebstal ; — hij overwint de Friezen, schenkt
Ulrechl aan den H. Willibbobdus en beschermt de evange-
liepredikers tegen de ■woeste Friezen.
K abel Mabtel ; — hij verslaat de Saracenen bij Poitiers
in 732.
Dezen hadden zich onder Tabik (Gibraltar) van Spanje
meester gemaakt, en brachten het opkomende christendom
in West-Europa in groot gevaar.
Pepijn de Kobte ; — hij regeerde eerst als hofmeier ,
doch werd in 751 zelf koning gekozen in plaats van Childe-
rik III.
Hij beschermde Rome tegen de Longobarden, en
legde door zijne schenking van grondgebied aan den H.
Stoel den grondslag tot den Kerkelijken Staat.
14.    De zoon van Pepijn den Korten was Kabel de
Gboote (768—814). Hij heeft zich beroemd gemaakt:
a.    door zijne oorlogen (83 veldtochten) tegen de Saksen
onder Wittekind ; — tegen de Longobarden onder Desi-
debick ; tegen de Denen, Beieren en Avaren; — tegen de
Saracenen ; (Spaansche mark — Roeland.)
b.    door de indeeling van zijn nitgestrekt rijk in gouwen
en markgraafschappen.
c.    door de wijze wetten, die hij maakte tot beschaving
en veredeling van zijn volk, alsmede door de bescherming
van kunsten en wetenschappen, (zendgraoen, maartcelden.)
d.    door de ondersteuning, die hij den geloofsverkon-
digers verleende, en de schenking van grondgebied aan
den H. Stoel. (In 800 werd hij op het Kerstfeest door
Paus Leo III tot keizer gekroond.)
15.    Zijn zoon en opvolger was Lodewijk deVbome;
een groot gedeelte zijner regeering verging in het maken
-ocr page 13-
11
en vernietigen van verdelingsplannen van het rijk onder
zijne zonen. Daaruit onstonden vele onlusten, vooral door
de heerschzucht van Judith . de tweede echtgenoote des
keizers. — Deze vrouw liet den H. Fbedebicüs, 8™ bisschop
van Utrecht, door sluipmoordenaars dooden. (838.) In
843 werd het groote rijk voor goed verdeeld bij hot
verdrag van Verdun. — Lodewijk de Düitschee bekwam
Duitschland , Kakkl de Kaii; West-Frankenland en Lo-
thabitjs Lotharingen met den keizerstitel.
ÏO. Lodewijk de Vbome had eene schuilplaats ver-
leend en zelfs eenig grondgebied geschonken aan den Deen-
schen
koning Hebold (Buurstede) en zijne twee broeders
Rukik (Kennemerland) en Hemming (Walcheren); dezen
waren door hunne landgenooten verdreven. — Nu werd
ons vaderland bijna eene eeuw lang herhaaldelijk door de
woeste Noormannen geteisterd. (St. Jeboen , priester te
Noordioijk.) — Vooral hevig was de verdrukking onder
Godpbied , den zoon van Herold, die bijna geheel het
tegenwoordige Nederland onder zijn gebied had. — In 891
werden de Noormannen voor goed verslagen bij Leuven
door Abnülf , koning van Duitschland.
17. Ten gevolge van het leenstelsel loste zich het
groote Frankenrijk op in vele graafschappen , hertogdom-
men enz.; vooral toen in de 10E eeuw de groote leenen
erfelijk werden, ging het gezag des konings over zijne
leenmannen geheel verloren.
De leenheer was de vorst of koning, die een grondgebied
aan een zijner onderhoorigen schonk om het te besturen.
Leenmannen of vasallen waren zij , die zulk een gebied
ontvingen.
Achterleenen ontstonden, wanneer een leenman zelf weer
een gedeelte van zijn gebied aan een ander afstond.
-ocr page 14-
12
Zwaardleenen waren zulke, waar alleen een man kon
opvolgen;
Spitleleenen , zulke , waar ook eene vrouw kon regeeren.
Graven (oorspronkelijk Granen d. i. grijzen) waren eigen-
lijk alleen met de reehtsbedeeling belast; later regeerden
zij als vorsten.
Hertogen waren mannen, die in den oorlog aan het hoofd
van het heir ten strijde togen. Later waren zij eveneens
vorsten.
IJS*. Vele bisschoppen waven in de middeleeuwen ook
wereldlijke vorsten ; zelfs lezen wij van sommige abdijen,
wier grondgebied zich over geheele streken uitstrekte.
Zulke geestelijke gebieden ontstonden :
a. door de schenkingen der vorsten (zie N° 13).
i. kleinere grondbezitters stelde o zich onder de be-
scherming der geestelijke vorsten en ontvingen van dezen
hunne eigene goederen in leen.
e. sommige bisschoppen hadden persoonlijke erfgoede-
ren , die zij aan hunne kerk schonken.
d. door het ontginnen van woeste gronden.
4=H»38S«^-s—
-ocr page 15-
13
TWEEDE TIJDVAK.
Van het begin der grafelijke regeering tot den
tachtigjarigen oorlog.
(922 — 1568.)
19. Het Hollandache Htiis. (922 — 1299.) —
Dirk 1 werd in 922 door Kabel den Eenvoudigbn te
Bladel met het graafschap Holland begiftigd. (Abdij tan
Egmond.)
Dirk III stichtte Dordrecht in 1015 en versloeg God-
ïbied II van Neder-Lotharingen , die afgezonden was om
de nieuwe stad te verwoesten.
Floris I, die te strijden had tegen den bisschop van
Utrecht om het behoud van Dordrecht. Hij behield de
stad door eene list.
Ook behaalde hij eene overwinning bij Neder-Hemert,
doch werd na den slag verraderlijk vermoord.
Floris III, die in 1184 met 15000 ingezetenen eene
bedevaart deed naar Jeruzalem en 5 jaar later, evenals
Otto II van Gelder, deelnam aan den kruistocht van
Fbedebie Babbabobsa ; hij stierf aan de pest te Antioehië;
Otto II keerde behouden terug.
Floris IV ondernam in 1234 een kruistocht tegen de
Stadingers, een woest heidensch volk in Noord-Duitschland.
De Hertog van Brabant stond aan het hoofd van de onder-
neming ; de Stadingers werden verslagen en grootendeeis
uitgeroeid.
Willem I; deze streed eerst met zijne nicht A d a om
het bezit van Holland; — daarna trok hij ter kruisvaart
-ocr page 16-
II.
en bevocht de Saracenen in Portugal en in Egypte.
(Damiate, Hajo de Fries.)
Willem II; hij stichtte \'s-Gravenhage, werd tot lloomsck
koning
verkozen en sneuvelde in den strijd tegen de West-
Friezen.
Floris V ontdekt het lijk zijns vaders en doet het met
eere ter aarde bestellen ; — hij begunstigde den opkomen-
den burgerstand en werd daarom door de verbondene
edelen vermoord in 1296.
Jan I; hij was een zwak vorst en werd door Woli\'eht
van Bobselen, een Zeeuwsen edelman, overheerscht. Met
hem stierf het Hollandsche gravengeslacht uit, wijl hij in
1299 kinderloos overleed.
80 Het Jrcnef/ouwsche Huis. (1299— 1354.) —
De naaste erfgenaam van Jan I was Jan II van Avenncs,
die reeds graaf van Henegouwen was; hij beteugelde de
Zeeuwsche edelen en verdreef de Vlamingen uit Holland.
(Slag bij het Mannepad — Witte van Haamstede.)
Willem III, de Goede ; hij begunstigde den burgerstand
en werd daarom door zijne onderdanen zeer bemind. Hij
huwde eene zijner dochters uit aan Lodewijk van Beie-
een , Eoomsch koning en later keizer van Duitschland ,
en eene andere van Eduabd III, koning van Engeland.
Margaretha , echtgenoote van Lodewijk van Beieren;
zij geeft het bestuur van Holland en Zeeland over aan
haar zoon Willem V tan Beieren, doch wil later deze
graafschappen terug hebben. Hieruit ontstond een oorlog
tusschen moeder en zoon, die 4 jaren duurde. (1350—1354.)
Willem V bleef graaf van Holland en Zeeland en Mabga-
betha gravin van Henegouwen tot aan haren dood in 1356.
Bij deze gelegenheid ontbrandden in Holland de burger-
twisten , die bekend zijn als Hoeksche en Kabeljanwsche
twisten. (1350 — 1500.)
De Hoekschen vormden de partij van den adel en de
Kabeljauwschen die van den burgerstand.
-ocr page 17-
15
Dergelijke onlusten ontstonden ook in:
Vlaanderen; — (Leliaarts en Klauicaarls.)
Utrecht; — (Lichtenbergers en Lokhorsten.)
Gelderland; — (Heekerens en Bronkhorsten.)
Friesland; — (Schieringers en Vetkoopers.)
81. Het) Beierache Huis. (1354 — 1433.) De eerste
graaf uit dit geslacht was Willem V. (Zie N° 20.) Hij
werd krankzinnig en leefde 31 jaren opgesloten te Quesnoi
in Henegouwen. Zijn broeder Al brei\'hl regeerde intus-
schen als ruwaard; later werd hij zelf graaf en voerde
krijg met de Frieten. (Willem van Oostebvant.)
Jacoba van Beieren kreeg te strijden met haar oom
Jan van Beieeen over de opvolging in Holland. Haar
echtgenoot Jan van Bbabant was niet gelukkig in den
strijd tegen Jan van Beieben ; zij ging een onwettig
huwelijk aan met Humfbey van Glocestee. Nu mengde
zich Filips van Boubgondië, in den strijd; deze had
van Jan van Beieben zijn rechten op Holland geërfd. —
(Albhecht Beiling.) — In 1433 was zij genoodzaakt
Holland, Zeeland en Henegouwen aan Filips af te staan,
doch zij behield vooreerst nog den titel van gravin. In
1436 stierf zij op het slot Teijlingen. — Fbank van Bob-
selen. — Den 18 November 1421 werd het land geteis-
terd door een verschrikkelijken watervloed. (De SI. Elisa-
bethsoloed.
— Biesbosch.)
88. Het Bourgondische Huis. (1433 — 1482.)
Filips van Bourgondië, de Goede, was de machtigste her-
tog van zijn tijd. Behalve over Bourgondië regeerde hij
over:
a.    Vlaanderen, Artois en Franche-Comté, deze erfde hij van
zijn vader, Jan zondes Veees (1419).
b.    Holland, Zeeland en Henegouwen. (Zie N° 21.)
c.    Namen, gekocht van den laatsten graaf Jan III,
(1429).
-ocr page 18-
16
d.    Brabant, Limburg, Antwerpen en Mechelen, geërfd van
zijn neef, Filips van St. Pol, (1430).
e.    Luxemburg, waarover hij het erfrecht kocht van
Elizabeth, echtgenoote van Jan van Beieren, (1451).
De onlusten der Hoeksche en Kaheljanwsche twisten
bleven het land teisteren. (Haarlem , Deus Pacificus.) —
David van Bouegondië wordt Bisschop van Utrecht. —
Het gelofte/eest van Uijssel.
Karel do Stoute. (1467 —1477.) Hij had het plan een
groot Bourgondisch koninkrijk te stichten, dat zich van
de Noordzee tot aan de Middellandsche Zee zon uitstrekken.
Hij voerde oorlog tegen Tjotharingen en tegen de Zwitsers,
en sneuvelde voor Nancg. — Adolf, de ontaarde zoon van
Abnotjd van Geldee , werd door hem in de gevangenis
gezet en de vader bevrijd; na eenigen tijd stond Aenoud
zijn hertogdom aan Kabel af. (1473.)
Maria van Bourgondië. (1477 — 1482.) De Fransche
koning Lodewijk XI ontneemt haar Bourgondië en Artois.—
Voortdurend had zij groote moeilijkheden met hare on-
derdanen, vooral met de machtige steden Gent en Brugge.
Zij huwde met Maximiltaan van Oostenbijk, later keizer
van Duitschland. — Aan Holland gaf zij het Groot-Privi-
legie.
Dit bevatte in hoofdzaken :
1" Zonder goedkeuring der Staten zou men geen belas-
tingen of tollen heffen.
2° Alle grafelijke bevelen zijn krachteloos, als ze met
vroegere voorrechten strijden.
3° Vreemdelingen zijn van alle ambten uitgesloten.
4» Niemand behoeft buiten zijne landpalen terecht te
staan.
5° In alle staatsstukken moet de Dietsche taal gebezigd
worden.
33. Het OostenriJIcsche Huis. (1482 — 1648.)
Na den dood van Maria voerde Maximiliaan het bewind
-ocr page 19-
17
als voogd voor zijn zoon Filips den Schoonen (eerste voogdij
1482 — 1493). Jan van Schaffelaab, de aanvoerder eener
kleine bende Kabeljauwschen , offerde zich te Barneveld op
om het leven zijner manschappen te redden. De Hoekschen
maakten zich in 1188 van Rotterdam meester (Jonker
Fbans van Bbedebode) benevens van enkele plaatsen in
Zuid-Holland. Het volgende jaar werden zij weder ver-
dreven en leden bij Brouwershaven de nederlaag , waarop
zij zich in Sluis versterkten. De veldheer van Maximiliaan,
Albbecht van Saksen , nam deze stad in, en hiermede
was de burgertwist voor goed ten einde (1492). Ook bedwong
hij het Kaas- en Broodvolk in Holland, en in Friesland de
twisten der Schieringers en Vetkoopers. — Voor zijne bewezene
diensten ontving hij het bestuur over Friesland.
Toen Filips meerderjarig verklaard was, aanvaardde
hij zelf het bestuur : Gelderland weigerde hem te erkennen.
In 1492 had men Kabel van Egmond , zoon van den
ontaarden Adolf, losgekocht uit do handen der Fransch en,
die hem in den slag van Bethune (1487) hadden gevangen-
genomen , in welk gevecht hij voor Maximiliaan streed.
Dezen erkenden de Geldersehen als hertog. — Filips huwde
met Joanna , de dochter van Feedinand van Arragon en
Isabella van Castilië en begaf zich naar Spanje, waar
hij in 1506 stierf. Joanna werd krankzinnig.
| Nu trad Maximiliaan weder op als voogd, thans voor
zijn kleinzoon Kakel V. [tweede voogdij 1506 — 1515.)
[ De leermeester van den jeugdigen Karel was Adeiaan
Flobisz. Boeijens , uit eene brave burgerfamilie van
Utrecht gesproten; hij werd om zijne deugd en geleerdheid
algemeen geacht, en later zelfs tot de pauselijke waardig-
heid verheven; hij bestuurde de H. Kerk als Adeiaan
VI. (1522 — 1523.)
34. De toestand van ons vaderland gedurende de
middeleeuwen en bepaaldelijk na de kruistochten (1200 —
1500) mag in alle opzichten gunstig worden genoemd:
2
-ocr page 20-
18
De handel bloeide ; (h a n s a : Amsterdam, Haarlem, Bord-
recht, Zwolle, Deventer, Nijmegen, Harderwijk,
enz.) —
De visscherij was voor Holland eene goudmijn^ (Willem
Beukelsz. te Biervliet vindt het haringkaken uit 1360). —
De nijverheid bracht den burgerstand tot eene ongekende
welvaart, die echter hare schaduwzijde had voor het
gedrag des volks, (gilden ; — rijkdom der steden Antwerpen,
Gent
en Brugge). De adel daarentegen verviel, wijl vele
zijner leden zich aan een verkwistend leven overgaven. —
De beoefening der letterkunde werd vooral in den laatsten
tijd bevorderd door de rederijkerskamers.
De schilderkunst nam eene hooge vlucht door de uit-
vinding van Jan van Eijck te Brugge in 1410. — Laüeens
Jansz. Koster vond de boekdrukkunst uit in 1423. —
Bbugman en Geeabd Geoote waren beroemde volksrede-
naars. — Deze laatste en Florens Radewijns stichtten
te Deventer de congregatie der „Broeders des ge-
meenen levens"; weldra verrezen J\'raterscholen in de
voornaamste plaatsen van ons land. — Thomas a Kempis
schreef zijn boek over „ De Navolging van Christus." —
Ebasmus was een leerling der school van Deventer. —
Eudolp Ageicola was een beroemd godgeleerde. — Wes-
sel Gansfobt , lid der Deventersche broederschap , werd
„een licht der wereld" geheeten ; hij herstelde de
hoogeschool van Parijs. — Hertog Jan IV stichtte de
beroemde hoogeschool van Leuven in 1426.
2S. Earel V was in 1500 te Gent geboren. — In
1515 aanvaardde hij het bestuur over de Nederland-
sche gewesten, die hij vau zijn vader geërfd had.
(welke, zie N° 22). — In 1515 bekwam hij Friesland
van Jobis van Saksen voor / 350000. In 1516 volgde hij
zijn grootvader Febdinand op in Spanje en de daarbij
behoorende landen. — In 1519 werd hij keizer van
Duitschland. — In 1527 werd hij heer van Utrecht,
waar Bisschop Hendbie van Beieben niet bij machte was
-ocr page 21-
19
zich tegen de Gelderschen te verdedigen en voor eene
geldelijke vergoeding het wereldlijk gebied over het Sticht
aan den keizer afstond; (*) in 1536 van Groningen
en in 1543 stond "Willem van Gt/lick, de erfgenaam van
Kabel van Geldeb, hem ookGeld erland en Drente
af. (Maaeten van Rossum — Lange Pieb). Thans wa-
ren de 17 Nederlandsche gewesten onder één schepter
vereenigd.
Karel V werd door zijne onderdanen bemind en zijne
regeering was een tijdperk van bloei en welvaart. Zijn
geheele leven had hij oorlogen te voeren, vooral tegen
Pbans I, koning van Frankrijk; tegen de Turken in Oost-
Enropa; tegen de Saracenen in Algiers en Tnnis, (1525)
20000 christen slaven verlost; eindelijk tegen de Protestanten
in Duitschland.
36- Oorzaken , waarom het Protestantisme zoo ge-
makkelijk werd verspreid:
1° Het gewone volk was veelal slecht onderwezen in
den godsdienst.
2° De renaissance had den eerbied ondermijnd voor
hetgeen ond was, niet alleen in de knnsten, maar ook
in den godsdienst.
3° De geschriften van Ebasmus en Hutten.
4° De berooide toestand van den adel, die in de nieuwe
leer een middel zag om aanzien en rijkdommen te ver-
werven.
5° Er waren geestelijken, wier leven niet overeenkwam
met de heiligheid van hunnen staat en wier gedrag den
ketters aanleiding gaf de H. Kerk te lasteren.
(*) De volgende bisschoppen hadden allen enkel het geestelijk
gebied in het sticht Utrecht. De laatste bisschop, de 61e na den
H. Willibrordus, was Fredkrik Schenk van Tatitenburg; hij
overleed in 1580. De Staten gedoogden niet, dat een andere bia-
schop werd aangesteld.
-ocr page 22-
20
6° De leerstellingen der nieuwe sec ten vleiden de booze
driften der menschen.
JS"?1. In 1555 deed Kabel V afstand ten behoeve van
zijn zoon Filips II; deze was het tegenbeeld zijns vaders,
wat zijn karakter betreft, maar even vlijtig als hij om de
rechten van den godsdienst te handhaven. — Hij belette
het protestantisme in Spanje door te dringen en gebruikte
ook in ons land al zijn gezag om de nieuwe seeten te
weren ; daarom is in lateren tijd zijne regeering in een
ongunstig licht gesteld en werden zijne gebreken zoover
overdreven, dat hij, die een der beste vorsten in de ge-
schiedenis was , als tiran is afgeschilderd.
Hij erfde met de kroon den oorlog met Frankrijk (slag
van SI. Qiientin
en Orevelingen — de graaf van Egmond).
De vrede werd gesloten te Ckateau-Cambrésis in 1559. Het-
zelfde jaar vertrok Filips naar Spanje.
ü*«"i. Ons land werd bestuurd door Mabgabetha van
Pabma als algemeene landvoogdes. Zij werd bijgestaan door:
1° een raad van State ; (benoemingen, vrede en oorlog.)
2° een geheimen raad ; (recht, wetgeving.)
3° een raad van financiën;
De leden van den raad van State waren: Viglius ,
Gbanvelle , Baelaimont , Willem van Oranje, Egmond,
Hooen en Filips de Ceoy. De drie eersten vormden den
geheimen raad; zij hadden den grootsten invloed in het
bestuur.
-©S282SS-
-ocr page 23-
21
DERDE TIJDVAK.
De tachtigjarige oorlog.
(1568 — 1648.)
SO. De hoofdoorzaken van den opstand tegen
Filips II waren :
1° de heerschzucht van den hoogen adel, en bepaal-
delijk van Willem van Obanje.
2° de hebzucht van den minderen adel, die bij eene
omwenteling zijn linancieelen toestand hoopte te verbe-
teren.
3° de hervorming.
De middelen, waarvan men zich bediende om het
land in gisting en het volk in opstand te brengen, waren:
1° Men ondermijnde den eerbied jegens den koning
door de gebreken van zijn karakter te overdrijven en zijne
vele nitmnntende hoedanigheden dood te zwijgen.
2° Men maakte veel geschreeuw over de Inquisitie, de
plakkaten en de nieuwe op te richten bisdommen.
3° Gbanvelle , de groote steun van het wettig gezag,
werd bij het volk hatelijk gemaakt; men drong aan op de
verwijdering der Spaansche troepen. (4000 man ! !)
4° Men beraamde middelen om het Protestantisme in
te voeren. — (vreemde predikanten — hagepreeken).
5° Men zocht ondersteuning bij de Fransche Hugenoten
en besloot tot het werven van Duitsche huurtroepen.
-ocr page 24-
22
(Vergadering te Si. Trmjen) — Compromis — (Marnix van
St. Aldegonde) smeekschrift der edelen — geuten, (*)
30. De opstand begon met den beeldenstorm
(1566), die vooral woedde in Antwerpen, \'s-Bosch, Breda,
Utrecht; later in alle plaatsen, waar de protestanten mees-
ter werden.
31» In 1567 kwam Al va in ons land en stelde den
raad van beroerten in. — Oranje vlnchtte naar Dnitschland.
Egmond en Hoorn werden gevangengenomen en later
onthoofd. (1568). — De broeders van Oranje, Adolf en
Lodewijk van Nassau, vielen aan het hoofd van Duitsche
troepen
in ons land; zij behaalden eene overwinning op
(*) Sommige der hier aangeduide middelen om het laad ia be-
roering te breugen worden wel eens als eigenlijke oorzaken vau
den strijd tegen l\'ii.ips aangegeven. Zulks is op zijn minst eene
soheeve voorstelling der feiten ; nog erger wordt het, wanneer
Oranje tot grootsten weldoener en vader des vaderlands wordt
gemaakt; hij was de grootste weldoener van zich zelven en be-
hartigde vóór alles de voldoening zijner heerschzucht; daarvoor
waren hem alle middelen heilig.
\\\\ auneer men den tachtigjarigen oorlog voorstelt als „helden-
strijd en worsteling onzer VADEREN tegen de
vreemde dwingeland ij, strijdende voor vrijheid
van gewete u", enz., dan kent men onze vaderen niet, o f
weigert men ze te kennen. — In 1650, bij het einde van den
oorlog, waren in de provincie Holland % van den adel, % der
burgerijen en y8 der bewoners van het platteland nog katholiek.
(BlLDEBDIJK.)
In 1584 ach ree: f Oranje aan zijn broeder Jan van Nassau :
„Het getal des volks, dat hem (den koning van
Spanje) begunstigt en van zijn godsdienst is,
heeft bijna alom oneindig de bovenhand.
18 Sept. 1587. Het Hof van Holland aan Leycesler: Want
also een iegclycken, die eenige wetenschap
van deze landen heeft, kennel ij eken notoir
is het meerendei] van een iegelycke stad en
plaetse te zijn de roomsche religie nog van
herte toegedaan.....
-ocr page 25-
23
Abembeeg bij Heiligerlee, Adolf sneuvelde en Lode wijk
werd bij lemmingen door Alva verslagen. Oranje , die
insgelijks met een leger bet zuiden binnendrong, was
weldra uit geldgebrek genoodzaakt zijne troepen af te
danken.
Alva beft belastingen: 100»"» penning aller goederen,
lOien penning bij den verkoop van roerende en 20»\'™ van
onroerende goederen (ontevredenheid in het land; de belas-
tingen zijn nooit betaald.)
De Watergeuzen veroverden den Briel in 1572,
onder den bloeddorstigen Lumey , waarop verschillende
steden van Holland van Spanje afvielen; o. a. Dordrecht
en Oorkum (9 Juli 1572, de H. Martelaren van Gorkum.)
Terzelfder tijd kwam Noord-Holland onder de macht van
Sonoy , die als stadhouder van Oranje eerst te Enkhuizen
en daarna op verschillende andere plaatsen, als Alkmaar,
Medemblik, Haarlem
de kerken plunderde, de priesters
doodde of verdreef en aan de katholieke bevolking de
verschrikkelijkste wreedheden pleegde.
Don Fkkdeeik, de zoon van Alva, trekt naar Holland;
hij verovert Zutfen, Naarden en Haarlem , doch moet het
beleg van Alkmaar opbreken. Bij Hoorn werd een zeeslag
geleverd, waarin de bevelhebber der Spanjaarden , Bossu,
werd verslagen en gevangengenomen 1573. (Jan Habinö.)
Na een driejarige gevangenschap ging Bossu tot de partij
van Obanje over en bracht in 1577 Utrecht aan de zijde
van den Prins.
3fS- In 1573 vertrok Alva en werd opgevolgd door
Bequesens. Onder het bestuur van dezen landvoogd werd
Leiden tevergeefs belegerd door Valdez. (Adbiaan vak
dee Weef ; hoogeschool.) — Lodewijk en Hendeik van
Nassau
werden bij Mook verslagen in 1574. — Nog is
bekend de tocht naar Schouwen onder Mondbagon, en de
inname van Zierikiee.
-ocr page 26-
2<i
33.    Toen Kequesens in 1576 stierf, sloegen de Spaan-
sche soldaten aan het muiten en plunderen Aalst en om-
streken benevens Antwerpen (Spaansche furie.) — Afgevaar-
digden van Noord- en Zuid-Nederland kwamen te Gent
bij elkander; zij onderwierpen zich aan het gezag des ko-
nings, zij verbonden zich gezamenlijk de Spaansche troepen
te verdrijven en erkenden de onschendbaarheid van den ka-
tholieken godsdienst buiten Holland en Zeeland. (Paci-
ficatie van Gent, 1576).
34.    De nieuwe landvoogd Don Jan van Oostenbijk
(1576 — 1578), de held van Lepanto, nam de Gentsche bevre-
diging
aan en zond de Spaansche troepen weg. Voortdu-
rend werd hij door Obanje tegengewerkt; men stelde zelfs
een tegenlandvoogd aan, nl. Matthias van Oostenbijk.
36. De opvolger van Don Jan was Alexander Fab-
nese , de zoon van Margaretha van Farma. In 1578 ver-
liet Amsterdam de zijde des konings, onder de uitdrukke-
lijke voorwaarde van „u-lieden te laten de vrije dispositie op
het stuck van de religie."
(hoe nagekomen P)
36. De Zuidelijke of Waalsche gewesten sloten te
A t r e c h t een verbond in 1579 , en keerden onder het
gezag des koningB terug met behoud van al hunne rech-
ten en vrijheden.
Ook de Noordelijke Provinciën vereenigden zich te Utrecht
in hetzelfde jaar en vormden de Republiek der 7 Veree-
nigde Nederlandsche gewesten
(Holland — Zeeland —
Utrecht — Gelderland — Friesland — Overijsel en Groningen.)
De Unie van Utrecht was als de grondwet van den
Nederlandschen Staat en bevatte in 26 artikelen de bepalingen, vol-
gens welke het land moest geregeerd worden: De 7 gewesten
vormden één onrerdeelbaren staat, zoo nochtans, dat elk gewest
zijne eigene rechten en zijn afzonderlijk bestuur zou behouden ; —
zij zouden elkander steeds bijstaan tegen aanvallen van buiten,
-ocr page 27-
25
en geen staat mocht zonder de andere over oorlog en vrede eene
beslissing nemen; art. 13 bepaalde : in zake van godsdienst was ieder
vrij , zoo „dat men nyemandt ter causa van de Religie sal mogen
achterhaelen, of te ondersoucken ;"
over onderlinge geschillen beslist
de Stadhouder.
216 jaren bleef de Unie in stand. Gedurende dit tijdperk was
eene voortdurende verdrukking en vervolging het deel onzer katho-
lieken voorvaderen; in 1581 werd in Ilulland en Zeeland (elders
wat later) de uitoefening van den 1!. K. godsdienst verboden en
het bijwonen der H. Mis zwaar beboet; de priesters werden ver-
bannen of gevangengenomen. — Plakkaat van 1596. — \'f e midden
van zoovele kwellingen bleef het Katholicisme in ons vaderland
bestaan, en gaven onze vooiouders aan het nageslacht een heerlijk
voorbeeld van trouwe gehechtheid aan het ware geloof en van eene
groote edelmoedigheid in het vervullen hunner plichten.
&V. De overige feiten van den tachtigjarigen oorlog
zijn:
1.    Obanje onderhandelt met Frankrijk; — Filips ver-
klaart hem vogelvrij, waarop volgt de afzwering van Spanje
in 1581. De Staten erkenden Anjou, den broeder van den
koning van Frankrijk, ah souverein en den Zwijger als
graaf van Holland en Zeeland. In 1584 werd Obanje
te Delft door Balthasab Geeabds doodgeschoten ; zijn zoon
Maubits werd na hem als Stadhouder erkend.
2.    Het verblijf van Letcesteb in ons land (1585-\'87).
3.    De onoverwinnelijke vloot; — de inname van
Breda, (tnrfschip) Deventer, Halst, Nijmegen en Koevorden
door Maubits.
4.    Matjbits neemt Groningen in, waardoor de laatste
sporen verdwijnen van wat men het verraad van Bennen-
berg
heeft gelieven te noemen. (Van welke zijde was ver-
raad gepleegd P)
5.    De dood van Filips in 1598. — De Nederlanden had
hij afgestaan aan de om hunne deugden en beminnelijke
-ocr page 28-
26
hoedanigheden te recht beroemde „aartshertogen" Ar.-
bebtus en Jsaüella. — Slag bij Nieuwpoort in 1600.
6.    De tochten naar Oost-Indië. — Houtman , Vak
Noobd , Heemskerk , Babends en De Eijp. — De oprich-
ting der 0. I. Compagnie in 1602. — Jan Pietebsz. Koen.
7.    Het twaalfjarig bestand, (1609-1621) gekenmerkt door
godsdiensttwisten en binnenlandsche onlusten (Remonstran-
ten,
Abminii b ; — Contra-Remonstranten, Gomarus ; de sy-
node van Dordrecht). De verdienstelijke staatsman, Jo-
han van Oldenbabneveld , werd onthoofd. Hugo de
Groot, Hoogerbeets en Ledeuerg werden op Loeoestein
gevangen gezet; de eerste ontsnapte in eene boekenkist.
West-Indische Compagnie.
8.    Maurits stierf in 1625, en werd opgevold door
aijn broeder Fredehik Hendrik, den Stedendwinger; deze
bemachtigde \'s-Bosch in 1629, Venloo, Roermond en Maas-
tricht.
— De veroverde gewesten, Noord-Brabant en Lint-
burg ,
vormden de generaliteitslanden.
9.    Fsederik Hendrik stierf in 1647 en werd opge-
vold door Willem ii, die het bestuur had over alle ge-
westen behalve over Friesland. Aanslag op Amsterdam ;
zijn dood in 1650.
Zeehelden: Piet Hein (Zilvervloot, 1628) — Willbkenb.
Dichters: J. v. d. Vondel — Hooft — Huighens —
Camphuizen — Catb.
Schilders: Kembhant van Ehijn — Gebabd Dou —
Jan Stben — Potteb.
In België: Ki hens — Van Dijk.
Geleerden: Hugo de Gboot — Bollandus.
3Öt Bepalingen van den vrede van Munster (1648):
1. De koning van Spanje erkent ons land als eene
vrije republiek, waarop noch hij, noch zijne nakome-
lingen aanspraak zullen maken.
-ocr page 29-
27
2.    Ieder blijft in het bezit van hetgeen bij het sluiten
van den vrede in zijne macht is.
3.    Hetzelfde geldt voor de koloniën. De Hollanders
hebben het recht handel te drijven in alle landen, die
aan Spanje toebehooren.
4.    Holland hondt de Schelde voor den handel gesloten.
----—aS§4-3»=x>—----
VIERDE TIJDVAK.
Van den Munsterschen vrede tot het einde der Unie.
(1648 — 1795.)
39. Het eerste stadhonderlooze bestuur
duurde van 1650 — 1672.
Jan de Witt was raadpensionaris van 1653 — 1672 en
oefende den grootsten invloed uit op den gang der zaken.
De voornaamste gebeurtenissen uit dit tijdperk zijn:
1. De eerste Engelsche oorlog (1652 — 1654.)
Oorzaken: a. De naijver der Engelschen op onzen
handel.
b.    De Engelsche gezanten in Den Haag
bespot als koningsmoorders.
c.    De acte van navigatie.
Feiten: De onbesliste slag bij Dover — de overwinning
van De Ruiteb bij Plymoulh en die van Jan van
Galen bij Livorno.
Vrede van Westminster: De acte van navigatie en het
-ocr page 30-
28
strijken der vlag bieren gehandhaafd, als vroeger. —
Holland nam de acte van seclusie aan.
2.    Van 1656 — 1660 ondersteunde men Polen en Bene-
marken
in hun strijd tegen Zweden; daardoor bt chermde
Holland zijn handel op de Oostzee (Jacob van Wassenaar,
De Euttee.)
3.    De oorlog met den bisschop Chb B. v. Galen ; Hol-
land had de Munsterschen in hunnen opstand ondersteund
en het stadje Borhulo wederrechtelijk in bezit genomen.
Bij den vrede van Kleef in 1666 kwam Borkulo voor
goed aan Holland.
4.    De tweede Engelsche oorlog (1665 —1667.)
Oorzaken: a. Lodewijk XIV strooide oneenigheid
tusschen Engeland en Holland om
in België vrij spel te hebben.
b.   Kabel II was ontevreden, omdat men
den Prins van Oranje van het be-
wind weerde.
c.   Engeland was nog steeds naijverig op
onzen handel.
Feiten: Nadeelige slag bij Lestoffe, dood van WASse-
naae , — vierdaagsche zeeslag bij Foreland en bij Duin-
kerken ,
M. A. de E.UTTEE, Coen. Teomp. — Tocht
naar Chaitam.
Vrede van Breda. De navigatie-akte werd gewijzigd
voor Duitsche waren, Suriname aan Holland; — Nieuw-
Nederland
aan Engeland.
5.    Jan de Witt bewerkte de trip Ie alliantie
(Holland, Engeland
en Zweden) om de veroveringsplannen
van Lodewijk XIV in België tegen te gaan. De Fransche
koning was genoodzaakt den vrede van Aken te sluiten
(1668.)
40. In 1672, het rampjaar, nam Lodewijk XIV wraak
over de ondervonden tegenwerking; onze vijanden waren :
-ocr page 31-
29
Frankrijk , Et/geland, Munster en Keulen ; — onze bondge-
nooten : Spanje, de keizer van Duitschland en Brandenburg.
Feiten : De Franschen onder Tubenne, Condé en Luxem-
bueg dringen tot in Utrecht door; alleen Aardenburg en
Muiden bieden wederstand; — de vredesvoorwaarden van
Lodewijk XIV verworpen.
De Munsterschen en Keulenaars veroveren een deel van
Gelderland, Overijsel en Drente, doch worden voor Gronin-
gen
door Rabenhaupt teruggeslagen; deze herovert ook
Koevorden.
Willem III wordt kapitein-generaal en daarna ook stad-
houder ; Jan en Cobnelis de Witt in Den Haag laag-
hartig vermoord. — Luxembubg dringt over het ijs tot
bij Leiden door (M. Pain et Vin.) — De Ruijteb verslaat
de Franschen en Engelschen bij Kijkduin.
Vrede. In 1674 sloot men te Westminster vrede met
Engeland, Munster en Keulen; Holland kreeg al het ver-
lorene terng.
Met Frankrijk duurde de oorlog tot in 1678. In 1676
sneuvelde Neerlands grootste zeeheld, De Buttbb , bij
Syracuse. Bij den vrede van Nijmegen kregen wij Maastricht
terug en werd de handel op Frankrijk vrij.
41. Willu.m III regeerde als stadhouder van 1672 tot
1702. In 1685 werd het edikt van Nantes opgeheven ; vele
protestanten kwamen uit Frankrijk naar ons land. Wil-
lem III verdreef in 1688 zijn schoonvader Jacohi.-s Jlvan
den Engelschen troon en werd koning in diens plaats;
deze daad bracht hem geen zegen aan; zijn gezag in Enge-
land
had weinig te beduiden; na den dood zijner schoon-
zuster in 1714 ging de regeering in Engeland over in het
huis van Hannover.
Lodewijk XIV trok ziek de zaak van Jacobus II aan
en voerde oorlog tegen ons land en Engeland (1688—1697).
De Franschen overwonnen bij Fleurus, Steenkerken, Lande»
-ocr page 32-
30
en Neerwinden. — Cobn. Evebtsbn verloor den zeeslag bij
Bevesier , doch zegevierde bij kaap La Hogue
Vrede van E ij s w ij k (1697). Willem III als ko-
ning van Engeland erkend; — hij ontvangt het prinsdom
Oranje terng , dat hem ontnomen was. — (Engeland de
grootste zeemogendheid).
In 1697 bezocht Czaab Peteb de Gboote ons land en
woonde te Zaandam.
43. Spaansche successie-oorlog (1701—1713). Kabel
II, koning van Spanje, stierf in 1701. Door zijne kuiperijen
had Lodewijk XIV bewerkt, dat Filips van Anjou, zijn
kleinzoon, de geheele monarchie erfde. Nu maakten ook
aanspraak op den Spaanschen troon : de keizer van Duitsch-
land voor zijn tweeden zoon \\— benevens Maximiliaan
van Beieren.
Feiten: In 1704 behaalden Peins Eugeniub en Mabl-
bobough eene groote overwinning op de Franschen bij
Hochstiidt, en werd Gibraltar door de Engelschen en Hol-
landers ingenomen. — In 1706 was België geheel in de
macht der Oostenrijkers, die vervolgens den Franschen
bij Oudenaarden en Malplaquet gevoelige nederlagen toe-
brachten. Karel III deed in 1710 zijn intocht in Madrid
en Lodewijk XIV smeekte om den vrede; de voorwaarden
echter waren onaannemelijk en de oorlog werd voortgezet.
In 1711 keerde de toestand der zaken geheel ten gunste
van Frankrijk en de vrede was voor Filips V zoo voor-
deelig mogelijk.
Vrede van Utrecht 1713 en llasludt (Duitschland en Frank\'
rijk) 1714.
1.    Filips V behield Spanje en de Indien.
2.    Frankrijk en Spanje zouden nooit onder één schep ter
vereenigd worden.
3.     Engeland bekwam Gibraltar en Minorca, benevens
onderscheidene bezittingen in Amerika.
-ocr page 33-
31
4.    Savoge met Sicilië een koninkrijk. (Later ruilde
men Sicilië tegen Sardinië.)
5.    België, Napels en Sardinië aan Oostenrijk.
6.    Barrière-traktaat, 1715 ; (Namen, Doornik,
Heenen , Yperen , Venrne , Warneton en frt. de Knocke.)
7.    Pruisen staat Oranje af aan Frankrijk en ontvangt
Opper-Gelder.
8.    Pruisen als koninkrijk erkend.
43. Het tweede stadhonderlooze bestuur dnnrde van
1702 — 1747. Het eerste stadhonderlooze tijdvak was de
tijd van Neerlands grootheid, het tweede die van diep
verval.
Oorzaken: 1. De overspanning van krachten in de
voorgaande oorlogen.
2.    De overdreven zucht tot bezuiniging
na 1713.
3.    De verkeerde inrichting der stedelijke
besturen (aristocratie).
Feiten uit dit tijdperk :
1.    De dei/ van Algiers bracht onze vloot eene schade
toe van f 1000000 en hoonde onze gezanten; men be-
taalde hem schatting.
2.    Kakel VI wilde voor België eene 0. 1. Compagnie
oprichten; de Republiek kwam hiertegen in verzet; de
keizer liet zijn plan varen onder beding, dat Holland
zou toetreden tot de Pragmatieke sanctie.
3.    Cobn. Steenhovkn werd in 1723 door Dom Vablet
tot eersten Jansenistischen bisschop van Utrecht gewijd;
de Staten erkenden hem.
4.    De Oostenrijksche successie-oorlog
duurde van 1740 — 1748.
De Eepubliek bleef volgens de Pragmatieke sanctie
trouw aan Mabia Thebesia en steunde haar eerst met
geld en daarna met troepen. Hierom zond Lodewijk
XV, na bijna geheel België veroverd te hebben, zijne;
-ocr page 34-
32
legers over onze grenzen. — Bergen op Zoom (Coehoorn\'s
meesterstuk) en Maastricht werden genomen.
44.    Stadhouderschap van Willem IV (1747 — 1751).
Toen het land in gevaar was , ging van Veere de be-
weging uit ten gunste van Oranje en weldra werd de neef
van
Willem III erfelijk stadhouder en ontving eene grootere
macht dan al zijne voorgangers.
Bij den vrede van Aken in 1748 kregen wij de veroverde
steden en ook de ontmantelde Barrière terug. — Willem
IV stierfin 1751.
45.    Willem V was stadhouder van 1751 tot 1795.
Hij stond echter onder voogdij eerst van zijne moeder
Anna van Engeland en daarna onder die van den hertog
van Brunswijk-Wolfenbüttel tot in 1766.
1.    Onder Willem V openbaarden zich de gevolgen van
het lezen der goddelooze Eransche sehrijvers; Voltaibe,
Didebot en Rodsseau ; — er ontstond eene partij, de
Patriotten of Keezen, die revolutionnaire be-
ginselen huldigden; vele ontevredenen in den lande sloten
rich hierbij aan. De stadhouderegezinden noemde men
Oranjeklanten.
2.    Derde Engelsche oorlog (1780 — 1784.)
Oorzaken: a. Hollandsche kooplieden leverdenkrijgs-
behoeften aan de opgestane Amerikanen.
b. Het ontwerp van een handelsverdrag
tusschen Amsterdam en de staten van
Amerika viel den Engelschen in handen.
Feilen: J. A. Zoutman leverde in 1781 den onbeslis-
ten zeeslag bij Doggersbank. — De Engelschen ontnamen
ons vele koloniën.
Vrede van Parijs (1784). De Eepubliek kreeg hare
koloniën terug , behalve Negapatnam.
3.    Jozef II eischte en verkreeg de ontruiming der
barrière-steden; daarop drong hij aan op het bezit van
-ocr page 35-
Maastricht en de opening der Scheldt; hij stelde zich echter
tevreden met de forten lillo en Lie/kenshoek, met Baelhem,
benevens 9\'/2 millioen gulden.
4.    Toen de hertog van Wolfenbuttel in 1784 vertrok,
werd de toestand van Willem V met den dag hache-
lijker. Men begon vrijkorpsen op te richten, in naam om
tegen Jozef II gereed te zijn, maar eigenlijk om den
prins tegen te werken; deze moest Den Haag verlaten en
vestigde zich te Nijmegen. Op vele plaatsen kwamen he-
vige Patriotten in de Stadsbesturen. (Kaat Mossel, — de
pruikenmaker Mourand).
5.    In 1784 werd de prinses bij Goejanvertoellesluis door
het vrijkorps van Gouda aangehouden en gedwongen te-
rug te keeren. — De koning van Pruisen eischte voldoe-
ning voor den smaad zijne zuster aangedaan; — toen men
weigerde, rukte een Pruisisch leger onder Wolfenbuttel
het land binnen. Alles onderwierp zich en de acte van
garantie
steunde het gezag des stadhouders. De hoofden
der Patriotten weken uit naar Frankrijk.
6.    In 1792 wierp de Oroote Revolutie in Frankrijk de
bestaande staatsregeling om; België kwam in opstand tegen
de kleingeestige willekeur van Jozef II (de gekroonde koster).
De uitgeweken Patriotten in verbond met de hier achter-
geblevene bewerkten den ondergang der Oude Republiek.
7.    De Franschen eischten de opening der Schelde; in
1794 rukte Piohegru ons land binnen. (Hende. Willem
Daendels aan het hoofd der uitgeweken Patriotten.) Vele
steden vielen in hunne handen ; dolzinnige vrijheidsfees-
ten; — in 1795 bezetten de Franschen het geheele land.—
Willem V week naar Engeland, later stierf hij te Bruns-
wijk
in 1806.
8.    De W. I. Compagnie was in 1791 bezweken; in 1801
nam de Bataafsche Bepubliek de bezittingen en schulden
der O. I Compagnie over.
3
-ocr page 36-
34
VIJFDE TIJDVAK.
Van de Bataafsche Republiek tot op onze dagen.
40. De afschaffing der „ tirannie" en de grondvesting
der Bataaf \'sche Republiek, waar „ v r ij h e i d , g e 1 ij k-
keid en broederschap" zetelden, werd betaald met
100 millioen gulden, den afstand van Staats-Vlaanderen,
Maastricht en Venloo, het toestaan der vrije vaart op de
Schelde, het beschikbaar stellen van land- en zeemacht
ten dienste der Fransche Eepnbliek en het onderhouden
en kleeden van 25000 Fransche sansculotten.
47.    Inmiddels hadden de Fngelschen al onze koloniën
in bezit genomen; met de Russen verbonden vielen zij de
nieuwe Republiek zelve aan en versloegen in 1798 den
Hollandsehen admiraal De Winter bij Kamperduiu. Hunne
landing in Noord-Holland echter mislukte ; zij werden bij
Bergen en Castricum verslagen.
Bij den vrede van Amiens in 1802 kregen wij de veroverde
overzeesche bezittingen terug, behalve Ceylon; maar het
volgende jaar ging dit alles wederom verloren.
48.    In 1805 werd Rutgeb Jak Schimmelpenninck
raadpensionaris der Bataafsche republiek; hij gaf eene
nieuwe grondwet (de 3J« in 7 jaren) en regelde ook het
lager onderwijs (staats-examen.)
■4=&. Lodewijk Napoleon, de broeder des Keizers,
regeerde als Koning van Holland van 1806 tot 1810 en tracht-
te zich bij het volk bemind te maken. (Bilderdijk was
zijn taaimeester; — zijne menschlievendheid bleek bij het
-ocr page 37-
35
springen van een kruitschip te Leiden in 1807, en bij de
overstroomingen van 1808.) — Daendels werd gouverneur-
generaal in Indië. — Uit Berlijn kondigde de keizer
het continentaal stekel af; zijn broeder, de koning van Hol-
land,
begnnstigde den sluikhandel op Engeland en verzette
zich tegen de conscriptie en de tiërceering der staatsschulden.
Eorst werd daarom, een deel van zijn gebied aan Frank-
rijk gehecht, en weldra was hij gedwongen afstand te doen
van den troon; ons land werd bij Frankrijk ingelijfd
in 1810.
CSO. Uit Amsterdam (de 3,lc stad des keizerrijks) voerde
Chables Lebbun het bewind over de nieuwe Fransche
provincie. Alle koloniën waren ons ontnomen (Desima.)
Op den heilloozen tocht van Napoleon naar Rusland
kwamen ook velen onzer jongelingen om (1812.) In 1813
werd de keizer te Baulzen en te Leipzig verslagen en vielen
de Pruisen onder Bulow in ons land. Weldra ontruim-
den de Franschen ons vaderland. (Het laatst Del/zijl.)
£51. Limburg Stibum , Van Hogendoep en Van dee
Duin van Maasdam regelden het bestuur, zij noodigden
den zoon van Willem ^uit, die als souvereine vorst (Willem I)
het bestuur aanvaarde in 1813. — Hogendoep stelde
eene niewe grondwet op, die door den koning werd
bezworen. Ook kregen wij onze koloniën weder, behalve
die aan de Kaap de Goede Hoop en enkele W. I. eilanden.
5~. Op het Congres van Weenen in 1815 werden ons
land en België tot één koninkrijk vereenigd en Willem I
werd door de mogendheden als koning erkend. — Luxem-
burg
werd hem als familie-eigendom toegewezen in ruil
voor zijne Duitsche bezittingen.
In hetzelfde jaar was Napoleon van Elba teruggekeerd
en den 20«ten Maart wederom als keizer over Frankrijk
-ocr page 38-
36
uitgeroepen (de 100 dagen.) Op den 18dl!» Juni werd hij
bij Watertoo voorgoed verslagen, hij werd naar St. Helend
verbannen, waar hij in 1821 stierf.
53.    Feiten uit de regeering van koning Willem I.
1.    Eene gewijzigde grondwet werd tegen den zin der
Belgen als aangenomen beschouwd en ingevoerd.
2.    In 1816 werd Algiers gebombardeerd door Lord
Exmouth en Van der Cafellen , (1000 christen slaven
bevrijd.)
3.    Groote werken werden ondernomen voor stoll\'e-
lijke welvaart van het land. (Noord-Hollandsch kanaal —
Zuid-Willemsvaart — Grit\'tl;anaal — machinenfabriek van
Seraing — Veenhuizen en Erederiksoord — de Neder-
landsche Handelmaatschappij.)
54.    De oorlog der opgestane Belgen duurde van
1830 — 1839.
Oorzaken: 1. Het verschil in godsdienst en ook de uit-
eenloopende belangen der beide volkeren.
2.    De vasthoudendheid des konings tegenover
de grieven zijner katholieke onderdanen
(eedskwestie over het regelen van het
onderwijs — opheffing der kleine semi-
nariën, philosophisch college — de verban-
ning van Mgr. De Brogue ; onteerend
vonnis.)
3.    De belastingen op het gemaal en geslacht,
benevens het amortisatie-syndicaat. (Syn-
dicat d\'engloutissement.)
4.    De ontevredenheid der juristen en dag-
bladschrijvers.
5.    De invloed van Frankrijk, vanwaar
weder een revolutionaire wind naar Bel-
gië overwaaide. (Juli-revolutie 1830.^
Feiten.• 1. De Prins van Oranje (Willem IE) en Peins
-ocr page 39-
37
Fbedebik trachtten tevergeefs de opgewonden menigte
in Brussel te bedaren -, daarna vierdaagsche strijd in de
straten der stad.
2.    Bombardement van Antwerpen door Chasbé nit zijne
citadel; toen later de Fransohen onder Gébakd de Belgen
te hulp kwamen, werd Chassé zelf belegerd en moest
zich overgeven.
3.    Leopold I van Saksen-Coburg werd koning van
België.
4.    Tiendaagsche veldtocht van den Prins van Oranje,
(slagen bij Hasselt en Leuven); de macht der Belgen was
gebroken, doch toen de Franschen onder Gehard aan-
rukten , moesten de Hollanders terugtrekken.
5.    Willem: I bleef zich hardnekkig tegen alle voor-
stellen van vrede verzetten, schoon op \'t laatst Holland
zelve den vrede verlangde, (embargo op onze schepen;
groote onkosten.)
Vrede van, 1839. 1. België werd als onafhankelijk ko-
ninkrijk erkend.
2.    Limburg en Luxemburg werden gedeeltelijk tot België
gerekend , gedeeltelijk tot Noord-Nederland.
3.    België zon jaarlijks 5 millioen gulden van de rente
der staatsschuld overnemen.
66i Willem I deed afstand in 1840; zijn zoon
Willem II volgde hem op en regeerde van 1840-1849.
Hij was groot als krijgsman, grooter nog als koningen
staatsman , en werd door zijn geheel volk bemind om zijne
verdraagzaamheid en rechtvaardigheid; voor een ieder
was hij toegankelijk.
De staatsschuld was tot de verbazende som van 2200
millioen galden gestegen; door minister Van Hall werd
eene leening van 127 millioen a 3% tot stand gebracht
om andere schulden met hoogere renten af te lossen.
-ocr page 40-
38
In 1848, terwijl geheel Europa in gisting of in open-
Jijken opstand was, werd in ons vaderland de grondwet
gewijzigd om aan de grieven van velen te gemoet te ko-
men. In 1849 stierf de koning te Tilburg, door het gansche
land betreurd.
56< In 1849 kwam Willem III aan de regeering1
In 1853 werd de bisschoppelijke hiërarchie in ons va-
derland hersteld. (1 aartsbisdom Utrecht en 4 bisdommen ;
Haarlem, \'s-Bouh, Breda en Roermond.)
Het cultuurstelsel in onze Oost werd afgeschaft, en door
de Agrarische wet kon ieder particulier eigenaar worden
van gronden (velden) op Java.
In 1873 begon de oorlog tegen Atjeh om den handel
ter zee te beschermen, om onze bezittingen op Sumatra
uit te breiden en Engeland» invloed aldaar te voorkomen.
Groote schatten en vele menschenlevens eischte deze
krijg; vele en gewichtige voordeelen werden behaald,
nochtans niet genoeg om de roofzuchtige Atchineezen ge-
heel te onderwerpen en de veiligheid van den handel
voorgoed te waarborgen.
In 1887 wijzigde men de grondwet en wel bepaaldelijk
de inrichting van het kiesstelsel voor de Staten-Generaal.
67- Willem III stiert in 1890 en werd opgevolgd door
zijne minderjarige dochter Koningin Wilhelmina onder het
regentschap van hare moeder, de Koningin-weduwe Emma.
-ocr page 41-
-ocr page 42-
<* \'So^0
<
-ocr page 43-
Ter Drukkerij van het R. K. Jongens-Weeshuis zijn
de volgende werkjes over de Geschiedenis uitgegeven:
Kleine Bijbelsche Geschiedenis voor R. K. Scholen.
Oud Testament. Versierd met vele gravuren.
Dito, Nieuw Testament.
Geschiedenis van het Oude Testament ten gebruike
van Katholieke scholen en huisgezinnen.
Dito, Nieuw Testament.
Geschiedenis des Vaderlands, ten dienste van Kath.
Scholen.
                                                                     \'
De. Jonge Nederlander, leesboek over Vaderlandsche
Geschiedenis, voor de middelklas der lagere school.
Overzicht der Vaderlandsche Geschiedenis ten ge-
bruike van Katholieke scholen.
Beknopt overzicht en Tijdrekenkundige tafel
van de voornaamste Gebeurtenissen der Algemeene
Geschiedenis.
Chronologisch overzicht van de Geschiedenis der