-ocr page 1-
-------—-----------------
£>
42
vwn lH\\é>ST
LIMBURG VOORHEEN
DOOR
-m
. 1
Hoofd der School te Tungelroij,
Onderwijzer aan de R. N, S. Weert.
Lid v. h. Geschied- en Oudheidkundig Genootschap
in het Hertogdom Limburg.
«■ \'.
I
THORN.
TONNAKR. ---- I89O.
Vak 121
es
f^
-ocr page 2-
■ ■
f
la»;
1
• r *
•
-..4 . .j^--              __—
-ocr page 3-
V
VAK JIJ Nd. 9Z
LIMBURG VOOR HEEN
DOOR
H. Maft). Jeeten
Hoofd. <ier School te Tungelroij,
Onderwijzer aan de R. N. S. Weert,
Lid v. h. Geschied- en Oudheidkundig Genootschap
in het Hertogdom Limburg.
m
\\ r~\'
THORN
HUli. TÜNNAER,
1890
-ocr page 4-
-ocr page 5-
Voorwoord.
Toen de eerste 43 lessen in handschrift gereed waren,
wendde ik mij tot de W. E G. Heeren Franquinet en
Jhr. MICHIELS VAN KessüNICH met nederig verzoek mijn\'
arbeid te doorlezen en zoo welwillend te zijn hun hoogge-
waardeerd gevoelen er over mij te doen geworden.
Ik wees in die brieven op het feit, dat in de scholen
nog maar al te veel graven en gravinnen worden opgedreund,
er bij voegende, dat zich gelukkig door betere boekjes in den
laatsten tijd eene wending ten goede openbaart.
Waar ik vooral op wees :
Op het nagenoeg totaal gemis van kennis der geschie-
denis van Limburg, zoowel bij vele onderwijzers, als bij zeer
vele leerlingen.
In de meening, dat mijn handschrift, in schoolboekformaat,
den leerlingen van lagere, middelbare en normaalscholen in
handen gegeven, iets zou kunnen bijMragen ter verspreiding
van geschiedkundige kennis van Limburg, deed ik dit verzoek.
Het antwoord van den W. E. G. Heer Franquinet
luidde:
...........*Het is een goed denkbeeld
tvan U eene korte schets van Limburg te geven. Ons landje
*is, zooals Gij terecht opmerkt, geheel onbekend in de Neder-
tlandscke onderwijzerswereld; de meeste leerboeken melden
>ket tenauwernood. De gang van Uw schetsje is goed, de
»stijl eenvoudig en duidelijk."
Vervolgens had deze allerverdienstelijke geschiedkenner
de goedheid mij op eenige onnauwkeurigheden te wijzen bij
het vluchtig doorlezen opmerkt.
Hiervoor openlijk mijnen dank, alsmede voor den goeden
raad mij verstrekt, een\' raad, dien ik, zooals de Heer Fran-
QUINET zal bemerken, heb opgevolgd.
Er zullen nog wel eenige fouten of vergissingen in het
werkje voorkomen; (de beide Superieuren konden wegens
drukke ambtsbezigheden het handschrift slechts vluchtig door-
-ocr page 6-
zien) aanwijzingen er van zal ik in dank ontvangen.
Eene onbevooroordeelde kritiek in de Limburgsche en
Schoolbladen zal mij hoogst welkom zijn.
Een woord van dank aan den VV. Eerw Heer HABETS,
Rijksarchivaris, die mij volmacht gaf uit zijne werken te co-
piëeren, moet mij hier van het hart.
Jhr. MICHIELS van KESSENICH verheugde mij met het
volgende;
.........» Uw voornemen om ten dienste der
slagere school eene korte schets van Limburg samen te stel-
»len en uit te geven kan ik niet anders dan toejuichen, nu
*mij uit Uw handschrift gebleken is, dat dit, zoowel wat
»stijl als inhoud betreft, geschikt is voor het gebruik in de
tlagere school en dus aan het doel beantwoordt.^
Verder wees mij Z. W. E. Geb op een paar minder juiste
uitdrukkingen, die ik mij gehaast heb te wijzigen, üok dien
Heer mijn oprechten, openlijken dank.
Tungelroij (Weert) 25 Aug 1890.
-ocr page 7-
1. VOOR-HTSTOUISCH TIJDPERK
Tot welken stam de eerste bewoners onzer huidige pro-
viucie Limburg behoord hebben, waar hunne wieg moet wor-
den gezocht, en waarheen zij hunne schreden hebben geleid,
ligt geheel in het duister.
Het eenig overgebleven uit. den Voor-Historischen Tijd
bestaat uit voortbrengselen van kunstvlijt, hoe ruw en onvol-
komen dan ook. Die overblijfselen worden over drie opeen-
volgende tijdperken verdeeld :
a- De Steenperiode,
b. De Bronsperiode,
c De Ijzerperiode.
Wel is waar deze verdeeling is willekeurig, doch zij biedt in
grove omtrekken eene bepaalde volgorde aan en vergemak-
kelijkt daardoor het verkrijgen van eene algemeene kennis
der eerste bewoners van onze 1\'rovincie.
2. De Steenperiode.
Dit tijdperk ontleent zijnen naam aan de steencn voor-
werpen, zooals : wiggen, bijlen, lanspunten, hamers, zagen,
beitels, ringen, enz. tot dage\'ijksch gebruik. De volkeren ver-
keerden destijds nog in hunne kindsheid. Immers het gebruik
en de kennis van metalen werktuigen en sieraden was hun
totaal onbekend. In tal van plaatsen zijn zulke steenen over-
blijfselen aangetroffen. Wiggen en beitels van steen zijn.ge-
vonden te 13erg & Tcrblijt, Baarlo, Echt, Herkenbosch, Horst,
Houthem, Hunsel, Keer, Maasniel, Alelick, Schimmcrt; stee-
nen ringen en speerpunten door mij te Weert-Boshoven.
De aarden potten,.drinkbekers en grafurnen dezer periode
zijn kleiner dan die uit lateien Germaanschen tijd en uit de
hand gewerkt. Kerst werden zij in de zon, later in het vuur
gebakken en op eene schijf gedraaid.
Jacht, visscherij, krijgsdienst waren de voornaamste be-
-ocr page 8-
— 6 —
zigheden der bewoners uit dien tijd. Zij schoten met bogen,
wier pijlen van steenen punten waren voorzien.
» Afgodsbeelden uit de Steenperiode zijn noch hier te
lande, noch elders gevonden ; dat zij echter eenen godsdienst
hadden bewijst het algemeen karakter der menschheid van
alle tijden."
3. De Bronsperiode.
Een bezoek aan het Provinciaal-Museum van Oudheid-
kunde te Maastricht (Oud-Stadhuis of Dinghuis) stelt eenieder
in kennis met tal van voorwerpen van gegoten brons of ge-
slagen koper van zeer ouden datum.
\'t Zijn voorwerpen van kunstvlijt der aloude bewoners
onzer gewesten, \'s Menschen geest, hoe gebrekkig nog ont-
wikkeld, geeft toch reeds blijken van vooruitgang. Immers
de steenen voorwerpen maken plaats voor bronzen.
Messen, beitels, sikkels, armbanden, doekspelden, stop-
naalden van dit metaal werden gevonden te Berg & Terblijt,
Bergen, Hunsel, Reuver en Weert-iioshoven.
4. DE CELTEN.
De geschiedenis maakt gewag van eenen volkstam, die hier
en in aangrenzende landen vertoefd heeft, de Celten namelijk.
Zij worden geschilderd als een volk, dat op tamelijk hoo-
gen trap van beschaving stond; het kende de bewerking
der metalen.
Hunne maatschappij bestond uit vier klassen:
a.     De Priesters (Druïden).
b.     De Edelen.
c.     De Vrijen.
d.     De Slaven.
Zij geloofden aan de onsterfelijkheid der ziel en aanba-
den drie hoofd- en tal van bijgoden. Zij werden verdreven
-ocr page 9-
en hunne plaatsen door Germanen ingenomen.
5.  DE GERMANEN.
Op nog hoogere ladder dan de vorige stammen, ofschoon
nog altijd op een der onderste sporten, stonden de ingedron-
gen Germaansche Stammen.
Volgens Caesar waren de Germanen ruw en barbaarsch,
leidden ze een zwervend leven, en legden zij zich (een na-
tuurlijk gevolg hunner leefwijze) meer op veeteelt, dan op
landbouw toe.
Zij hadden een denkbeeld van een onzichtbaren God,
dien zij in groote bosschen vereerden. Zulke bosschen wa-
ren heilig, (Herkenbosch, Haler, Herkenberg) en niemand
mocht er in kappen.
Evenals de Celten aanbaden zij drie voorname goden :
Wodan, Donar en Saxnot alsmede een heerleger goden van
minderen rang. Ieder god had eene echtgenoote • Ook aan-
baden zij zon, maan en sterren, en hadden zij in raven, oote-
vaars en zwaluwen voorspellers der toekomst.
Men kent de volgende stammen :
a.    De Eburonen, wonende op de beide oevers der
Maas in Zuid-Limburg; hunne plaats in ons
Limburg werd eene eeuw later ingenomen
door de Sunuci.
b.    De Menapiërs, in Kempenland, het Noordelijk
deel van Limburg en de Rijnstreek, wer-
den verdreven door
c.    De Toxandriërs,
Usipeten en
Tenkteren.
6. DE ROMEINEN.
Met de onderwerping der vorige volksstammen en de
inlijving dezer gewesten bij het groote Romeinsche Rijk dron-
-ocr page 10-
— 8 —
gen de Romeinen den overwonnen volken hunne wetten, ge-
woonten, zeden en godsdienst op en. gaven een fermen stoot
aan ilen voortgang der beschaving. Prachtige landhuizen ver-
rezen in de vette Zuidelijke streken van ons gewest langs
breedc bekiezelde wegen.
De hoofdwegen waren :
a. Van Tongeren over Maastricht, langs Coriovallum en Gu-
lik, naar Keulen met eene brug óver de Maas. bij Maastricht.
/;. Van Coriovallum naar Gastra Vetra bij Xanten, langs Tud-
dern, Melik en Zand (bij Stralen], drie poststations. Over
het Tuddernsch broek werd eene losse houten brug ge-
worpen.
c. Van Tongeren, langs Maastricht, Eisden, (Helg ) Catualium,
Blerik en Cuyck, naar Nijmegen.
Eerlang vestigden zicli Romeinsche colonistea niet alleen
langs de heerbanen, doch ook in de vette landouwen, waar
\'die groote wegen ontbraken,\' ter-vij! de Gsrrrtaansche stam-
rrncn meer en, meer naar de dorre heide- en moerassige peel-
\' streken werden gedrongen
De overblijfselen van vele Romeinsche villa\'s en hoeven
zijn in onze provincie onderzocht en leveren het bewijs, dat
de eigenaars op grooten voet leefden. Vooral langs de groote
heerbanen treft\' men die overblijfselen aan. Zij leggen tevens
de getuigenis af, dat de Romeinsche heerschappij alhier is
ten onder gebracht door den inval van een barbaarse hen
stam in de He eeuw onzer jaartelling ; immers al die land-
huizeu zijn door brand vernield. In opze moeras- en zand-
gronden spoort men in dit tijdperk uitsluitend overblijfselen
op van Germaanschen aard.
7. DE FRANKEN, cd
De Romeinen, die wel is waar den volkeren alhier hun
diersten schat, de vrijheid, ontnamen, doch hun daarvoor in
ruime mate deden deelachtig worden aan den zegen hunner
op hoogen trap staande beschaving, konden wel de opwel-
liug tot herkrijging der vrijheid bij de onderworpen stammen
-ocr page 11-
nderdrukken, maar vermochten niet den aandrang van
vreemde cohorten uit de Germaansche (Duitsche) oerwouden
re keer te gaan.
Franken (Vrije Mannen) noemden zich deze indringers.
•Reeds in 357 hadden zij de stad Maastricht overweldigd en
waren dus in het bezit van den sleutel der Maas en van het
(uitgangspunt der groote wegen. Keizer Julianus de Afval-
lige dwong hen echter tot wijken, doch na zijn\' dood werd
de aandrang grooter, onweerstaanbaar zelfs. Het Romein-
sche juk, werd afgeschud en in 418 overgegaan tot de keuze
van een koning.
Deze koning heette Pharamond en was de ontwerper
der Salische Wetten, die, volgens het gevoelen van meer-
dere geschiedschrijvers in de Kempen tusschen Gheel, Weert
en Aldeneyck zijn opgesteld.
De groote stam der Franken was verdeeld in :
a Ripuarische (Rijn)
b. Salische (IJsel).
8. DE FRANKEN. (2)
De opvolgers van Pharamond zetten zijn werk voort
Clovis, een hunner verovert bijna geheel Gallië na talrijke
overwinningen en neemt den Christelijken godsdienst aan na
de Allemannen, die op hunne beurt zijn rijk bedreigden,
bij Tolbiac te hebben verslagen. (476)
Toen het uitgestrekte Frankenrijk in 567 werd verdeeld in :
a.     Oostrijk,
b.     Westrijk,
c.     Bourgondië,
vielen deze gewesten met de geheele Nederlanden bij Oost-
Rijk (Austrasië) met de hoofdsteden Metz en Maastricht.
Het land werd verdeeld in Gouwen; elke Gouw in
Graafschappen of Marken. Onze Provincie maakte deel
uit van de volgende Gouwen:
s
-ocr page 12-
IO —
a.     De Maasgouw, gelegen op den rechter oever
der Maas van Visé tot Venloo en op den
linkeroever van Maastricht tot den Bosch.
b.     De Molengouw, waarin Venloo lag en de te-
genwoordig Pruisische streek ten N. O.
van Venloo.
c.     De Hattuargouw, ten N. van de Molengouw
met Gennep, enz.
d De Luikergouw, waartoe o. a. behoorden Vaals,
Epen en Valkenburg.
Elke vaderlandsche geschiedenis leert ons de inrichting
van het leenstelsel, en dat de zwakke opvolgers van Clovis
de teugels van het bewind in handen van , hofmeiers" stel-
den. Pepijn de Korte, gedachtig aan het „wie de lasten
draagt, dient ook de lusten te hebben", liet zich in 752 te
Soissons tot Koning zalven, waardoor de schepter uit de zwakke
hand van den laatsteu Merovinger overging in de vaste
hand der eerste Pepijnen of Karolingen.
9. DE FRANKEN. cs}
Met Karel den Grooten treedt een helden-figuur op het
wereldtooneel. Gekroond door Paus Leo III als Keizer van
het Westen, (800) vonden in hem godsdienst en beschaving,
kunsten en wetenschappen een\' beschermer, zooals de ge-
schiedenis wellicht geen tweede voorbeeld kan aanhalen.
Helaas, de kloeke Keizer had zulke zwakke opvolgers,
dat deze niet eens vermochten de invallen der barbaarsche
Noormannen te sluiten. Deze gecsel Gods, als voorheen
Attila met zijne Hunnen, daalde met ongehoorde gestreng-
heid op deze gewesten neder. Elsloo, een koninklijk land-
goed bij Maastricht, wordt hun roofnest, waaruit de geheele
streek tusschen AUleneyck. Neuss, Keulen en Stavelot ge-
plunderd en verwoest wordt, bij een bloedig treffen aan
de Geul
den 26 Juni 891 behaalden zij den zege, doch dol-
ven gelukkig het onderspit aan de Dijle bij Leuven, waar
-ocr page 13-
— II —
zij zoo volledig werden verslagen, dat geen Noorman het
meer
waagde deze streken te verontrusten.
Bij de verdeeling te Meersen in 870 kreeg :
a.     Lodewijk de Duitscher de landen ter rechter-
zijde der Maas.
b.     Karel de Kale die aan den linker oever dezer
rivier.
Daardoor kwam Belgisch Limburg nagenoeg geheel bij
Frankrijk, ons Limburg behalve Maastricht, bij Duitschland.
Onze provincie behoorde alzoo tot het latere Lotha-
ringen.
Onder de Koningen van Lotharingen leeft Zwenti-
bold of Sanderboud
nog steeds voort in den mond des
volks.
Later werd Lotharingen niet meer door koningen, maar
door Hertogen bestuurd onder toezicht van den Duitschen
Keizer. Door de rampzalige regeering van de Duitsche Kei-
zèrs Hendrik IV en I Iendrik V, alsmede door den val van
het Karolingsche Stamhuis in Frankrijk werden de ver-
schillende gewesten, als erfelijke leenen, aan de Keizerlijke
Stadhouders afgestaan.
Zoo ontstonden:
a.     Het Hertogdom Gelder,
b.     Het Hertogdom Kleef
c.     Het Hertogdom Gulik
d.     Het Prinsdom Luik.
en geraakte een gedeelte in handen van
e.     den hertog van Brabant.
10, HET HERTOGDOM GELDER.
Tot het uit de Vaderlandsche Geschiedenis bekende Her-
togdom Gelder, behoorde, wat Limburg betreft:
1.    Het Graafschap Kessel.
2.    De steden Roermond, Venloo.
3.    Het Ambt Montfort.
4.    Het Ambt Well, Bergen en Oyen.
-ocr page 14-
— I* —
5.     Dé Heerlijkheden : Afferden, Middelaar, Miiel,
Nederweert, Weert (stad), Wessem (stad)
Obbicht, Stevensweert (stad) Poll & Pan-
heel, een deel van
6.     Het Ambt Crickenbeck en
7.     De Heerlijkheid Daelenbroek een tijd lang.
11. Het Graafschap Kessel.
Het in oude tijden met den naam van Graafschap be-
stempelde „Land van of Ambt Kessel" bevatte 18 dorpen.
Het waren de Heerlijkheden :
Blitiersvvijk, Geisteren, Wanssum met Oirlo, Venray, Horst,
Sevenum, Grubbenvorst, Lottum, Swolgen & Oyen, Broek-
huizen, Broekhuizenvorst, Meerloo met Tienray, Blerick, Baar-
loo, Maasbree, Helden en Kessel.
Elk dezer dorpen bezat zijn eigen Schepenbank.
De graven van Kessel bezaten dit gebied in de vroege
middeleeuwen; omstreeks 1279 werd het door verkoop over
gedragen aan den graaf van Gelder. De graven van Kessel
bleven burchtvoogden.
Toen de laatste graaf Willem in 1541 kinderloos over
leed, ging de burcht met den aankleve daarvan door erfop-
volging over op Caspar van Merwyck. Willem, Ant.
Math Baron van Merwyck, Heer van Kessel, stierf kinderloos
in 1780, zijne bezittingen nalatende aan E. G. J. Baron de
Keverberg, zoon van zijne zuster Judith, en aan zijn neef en
zijne nichten Baron en Baronnessen d\'Olne.
12. Het Ambt Montfort.
Het Ambt Montfort bestond uit de steden : Montfort,
Echt, Nieuwstad.
En uit de dorpen : Belfeld, Beesel, Swalmen, Asselt,
Maasbracht, Peij, St. Joost, Berkelaar, Posterholt, Linne, Vlo-
drop, Ohé en Laak, Roosteren, St. Odiliënberg, Lierop, (Elmpt,
Cruchten).
-ocr page 15-
— *3 —
Het sterke slot, wiens bouwvallen thans nog zijn te zien,
werd in 1250 door Ütto III, graaf van Gelder gebouwd en
tijdens den opstand tegen Spanje omvergehaald.
De Amanie was in zes banken verdeeld :
De bank van Echt. Nieuwstad, Linne, St. Udiliënberg,
Vlodrop, Beesel.
Iedere bank had een schepen; de schepenen waren de
rechters; met de Justitiezaken was de drossaard belast, en aan
het hootd der politie stond de landscholtis (schout); de bur-
gemeesters der gehuchten van een dorp waren slechts wijk-
meesters.
(Zie later onder Vrede van Munster?)
13. Het Ambt Crickenbeck.
Op een uur afstand oostwaarts van Venloo ligt tusschen
blanke waters, omringd van schilderachtig groen, zegt Slan-
ghen, de fraaie middeleeuwsche burcht Crickenbeck, smaak-
vol gerestaureerd door den tegenwoordigeu bezitter, den graaf
Rudolf van Schaesberg.
Evenals Kessel, was dit Ambt oorspronkelijk een Graaf-
schap.
Het Ambt bestond uit:
Hinsbeck, Leuth, Grefrath, Herungen, Lobberich, Wan-
kum, Viersen, Walbeek, Twisteden, Arcetl, Velden en
Loinm.
Het landje deelde later in de lotgevallen van het Over-
kwartier van Gelder, waartoe het steeds behoorde, tot het,
evenals het Ambt Kessel, bij den Vrede van Utrecht, f1713)
den Koning van Pruisen werd toegewezen.
Zooals men ziet, behoorde slechts een klein deel dezer
Amanie tot onze huidige provincie, een deel, dat vroeger
eene schepenbank uitmaakte.
14. Daelenbroek.
Oorspronkelijk een graafschap, kwam Daelenbroek als
-ocr page 16-
— 14 —
Heerlijkheid in 1331 in \'t bezit van Jan I van Heinsbcrg
Door aanhuwelijking kwam het slot en het land van
Daelenbroc-k in handen van de Guliksche Hertogen (om-
streeks 1 500), nadat het sinds 1 367 een Geldersch leen was.
Door overdracht kwam het in 1719 andermaal bij Gelder.
Tot dit gebied behoorden :
Maasniel, Leeuwen, Herten, Mcrum, Üol en het slot
Daelenbroek
15. HET HERTOGDOM GULIK.
Tot Gulik behoorden- iu onze provincie:
a.     de steden Sittard en Susteren,
b.    het slot Millen,
c.    de dorpe 1 Tegelen, Melick, Herkenbosch,
Broeksittard e 1 Munstergeleen.
d.     de Heerlijkheid Ter Heyde,
e.     de Heerlijkheid daelenbroek (v. 1500—1719,
/. de Heerlijkheid Limbricht,
g. Het Ambt Born
Eerst werd Gulik door graven, later door hertogen uit
den stam van Gulik en Gulik-Berg geregeerd. Bij het kin-
derloos overlijden van Jan Willem, den opvolger van Willem
V, ontstond de Güliksche-Siiccessie-Corlog (1609).
In 1624 kwamen de twee voornaamste pretendenten
Brandenburg en Palz-Ncuburg tot overeenstemming na een
langen, drocvigen strijd. Het geslacht 1\'alz-Acubitrg kwam
daarbij o. a. in het bezit van Gulik.
Door het kinderloos sterven van Hertog Karel* Filips
kwam de linie Palz-Sulzbach in het bezit dier landen (1742).
In 1801 geraakte door den vrede van Luneville het land van
Gulik ingelijfd bij de Fransche Republiek.
16. Het Ambt Born.
Hiertoe behoorden :
Born (stad) met zijn slot, Urmond (stad), Grevenbicht,
-ocr page 17-
— IS —
I
Holtum. Buchten en later ook
Sittard (stad), Susteren (stad), Broeksittard, Munsterge-
leen en Dicteren.
Oorspronkelijk was dit Ambt een eigendom der Luiker
Domkerk.
Reeds in 1213 komt Heer Otto voor als leenman van ,
den Graaf van Loon, terwijl in 1306 de Heerlijkheid aan Jan
van Valkenburg, Heer van Ravenstein, overging.
In 1400 werd de Heerlijkheid met Bom. Sittard, Ur-
mond en Susteren als steden, aan Willem heriog van Gulik
en Gelder verkocht, en deelde het landje in de lotgevallen
van Gulik.
17. Ter Heyde.
In het huidige Limburg behoorden tot de Heerlijkheid
Ter Heyde bij Aken :
a.     Kigelshoven,
b.     Waubach,
c.     Bleyerheide, en
d.     waren de heeren van Ter Heyde ook in het bezit
van de Rijksheerlijkheid Ter Blijt, zonder dat
deze onder Gulik stond.
Met uitzondering van nagenoeg eene eeuw (1460 — on-
gev. 1560) was deze heerlijkheid steeds in het bezit der fa-
milie van iïongard tot op het einde der vorige eeuw, toen
de vernielende stroom der Franschen in onze streken alles
overstelpte.
18. HET HERTOGDOM KLEEF.
Wat onze provincie betreft, behoorde tot het Graaf-
schap, sinds 1417 Hertogdom, Kleef:
1
Het Stedeke Gennep.
2.     Mook, Ottersum, Heien.
3.     tot 138S Middelaar, in dat jaar kwam Midde-
laar bij Gelder.
-ocr page 18-
— :IÖ —
Om niet te uitvoerig te worden zij alleen gemeld, dat
na den dood van Johan, Willem, hertog van Kleef, die ook
hertog van Gulik, Berg en Marck, heer van Ravenstein en
meer andere plaatsen, was, de onder Gulik gemelde Succes-
sie-Oorlog ontstond (1609)
Bij het vergelijk, door den Keizer in 1618 goedgekeurd,
kwam Kleef onder de heerschappij van de Keurvorsten van
Brandenburg, sinds 1701, Koningen van Pruisen.
19, Gennep.
Oorspronkelijk een Graafschap, maakte dit stadje met
Ottersum en Oeffelt later een gerechtsambt uit onder de Hee-
ren van Gennep en later voor de eene helft onder die van
Heinsberg-Loon en voor de andere helft onder die van Bre-
derode.
In 1424 werd de Heerlijkheid aan Adolt van Kleef ver-
kocht en in 1449 voor goed met Kleef vereenigd.
20. HET PRINSDOM LUIK.
Tot het Prinsdom Luik behoorden :
a.     Het Graafschap Horne,
b.     De onverdeelbare helft van Maastricht.
c.     De vrijdorpen Neeritter en Heel.
d.     De dorpen St. Pieter en Breust.
De H. Servatius, Bisschop van Tongeren, verplaatste
den Bisschopsstoel naar Maastricht. (343). Noemen wij hem den
Xden Bisschop, dan treedt als XXXste en laatste Bisschop van
Maastricht de H. Hubertus op, die op zijne beurt den zetel
naar Luik verplaatst (in 727). waar als laatste Prins Bisschop
fungeert de Prins de Méan die in 1793 den 20 Juli voor de
Franschen de wijk moest nemen.
De Bisschoppen van Luik oefenden \'en geestelijke, \'en
souvereine macht uit over een uitgestrekt gebied. Het Prins-
dom was rechtstreeks van het Duitsche Rijk afhankelijk en
was dus verplicht eene maandelijksche bijdrage in geld of 170
-ocr page 19-
— 17 —
manschappen te voet te leveren voor de Rijks - armee.
21. Het Graafschap Home.
Het Graafschap HORNE strekte zich uit over de, thans
Belgische, dorpen Geistingen en Ophoven en over :
Horn, Haelen, Buggenum, Beegden, Heithuizen,
Roggel, Nunhem, Neer.
Dit land was rijksland, doch tegelijkertijd een mannelijk
leen der Graven van Loon, en, door den overgang van het
Graafschap Loon tot het prinsdom Luik, leenroerig aan Luik.
Jacob, heer van de overoude heerlijkheid Horne werd in
1450 door den keizer van Duitschland tot Rijksgraaf verhe-
ven ; deze titel was echter slechts nominaal. Daarvandaan
dat bij het uitsterven van het geslacht Montmorency, ver-
want aan dat van Horne, het landje in 1570 overging aan den
Bisschop van Luik en het geene bijdragen behoefde te leve-
ren aan de Rijkskamer, doch ook geen\' zetel had op de land-
dagen.
Beroemde mannen leverde het geslacht Horne en Mont-
merency,
ook beruchte verkwisters en uit de Vad. Geschie-
denis bakende helden en vrijheidminnende voorvechters.
Hier zij op een misverstand gewezen.
Velen meenen, dat Weert tot Horne behoorde ; Weert
was eene heerlijkheid (zie Gelder); latere graven van Horne
waren ook heer van Weert en hielden hun gewoon verblijf
op het Kasteel Weert. Daarvandaan, dat Weert wel eens ge-
noemd wordt de hoofdstad van het Graafschap Horne. Beter
ware dus : de residentiestad van den graaf van Horne.
Het land was verdeeld in 5 banken :
Horn, Haelen, Neer, Heithuizen, (Ophoven) en sinds 1636
ook Beegden.
De voornaamste leenen des lands waren Aldenghoor,
Ghoor
en Warenberg,
Het treurig uiteinde van Philips van Montmerency,
.laatsten graaf van Horne, is bekend. (\'Pinkster-Zaterdag 1568^,
Zijn lijk rust in de trotsche Weerter kerk, een gewrocht zij-
8
-ocr page 20-
— 18 —
ner familie (1500), onder een sierlijken grafsteen (1829/
In 1572 legde Gerard van Groesbcek, Prins-Hisschop van
Luik de hand op dit graafschap, dat, op den spinrok geval-
len, aan de kerk van Luik moest terugkeeren.
22.  HET HERTOGDOM BRABANT
De hertogen van Brabant bezaten in deze gewesten :
1.     sinds 1204 de onverdceIi>are helft van Maastricht.
2.     sinds 13.Si het land van Valkenburg.
3.     sinds 1288 het hertogdom Limburg.
4.     sinds 1243 het graafschap Daalhem.
5.     sinds 1288 het land van \'s Hertogenrade.
6
     liet graafschap Vroenhoven.
23. liet land van Valkenburg.
Het land van Valkenburg, dat in 1357 tot Graafschap
werd verheven, bestond uit :
a.     Valkenburg met zijn slot,
b.     Beek, Bernelen, Bingelrade, Borgharen,
Bunde, Brunssum, Elsloo, Eisden, Ge-
leen, Geulle, Heerlen, Heerlerheide,
Hulsberg, Ittcren. Jabeek, Klimmen,
Lutterade Meersen, Merkelbeek,
Nieuwenhagen, Nuth, Schimmert,
Schin-op-Geul, Schinveld, Sint-Geer-
truid, Spaubeek, Scheidt, Sibbe,
Strucht, Sweikhuijzen, Ubachsberg,
i Ulestraten, Vaesrade, Voerendaal,
Wynandsrade.
Het land van Valkenburg had reeds vroeg zijn eigen
Hoeren, die van niemand anders dan-van den Keizer afhin-
gen. Die Heeren waren te gelijk bezitters der Heerlijkheid
Heinsberg.
Het land werd ;ichterecnvolgens geregeerd door :
-ocr page 21-
— ip —
1.    het huis van "Wassenberg,
2.    Het huis van Limburg.
Als eerste bekende Heer staat te boek Gozewijn I, anno
1085, een afstammeling der Heeren van Wassenberg.
Gozewijn IV liet geene kinderen na en werd opgevolgd
door zijn neef üiedrik van Hinsberg.
Jan van Limburg, de laatste heer van Valkenburg over-
leed kinderloos in 1352. Zijne oudste zuster verkocht toen
het land en slot aan Reinoud van Sckoonvorst. Toen zich
[Valram van Valkenburg, Heer van Borne enz., hiertegen
verzette, verkocht Reinoud, zich ..iet sterk genoeg gevoe-
lende, zijne rechten aan Willem 1, hertog van Gulik.
De Keizer verhief dit land tot een Graafschap, dat
spoedig daarna (1308) door aankoop in handen der Brabant-
sche Hertogen kwam, tot door verandering van tijdsomstan-
Stigheden de Hollanders in een deel van het landje in hunne
rechten traden.
(Zie partage-tractaat 1662.)
24. Het Land van Daalhem.
Dit gebied, zijnde een leen van Brabant met den titel
van Graafschap, bestond uit :
1.     het stadje Daalhem en \\G dorpen in de omstre-
ken van Luik.
2.     Cadier, Mheer, Noorbeek, Oost.
De oudst bekende graaf van Daalhem is Willem, die in
1108 leefde. Lenigen tijd later ging het Graafschap over in
handen der Heeren van Hochstade.
De Brabanters beroofden Lotharius II in 1222 om eene
nietigheid van zijn Graafschap. Bij verdrag in 1243 kreeg
Dirk II, pretendent en zoon van Lotharius II, een jaargeld,
en behielden de Brabanters het gebied.
Sedert den vermaarden slag in \'1288, maakte Daalhem
een deel uit van de landen van Limburg en Overmaas.
(Zie verder partage-tractaat.)
-ocr page 22-
— 20 —
25,   Graafschap Vroenhoven.
In overoude tijden vormde het dorp Maastricht met om-
geving een Graafschap, dat namens den hertog van Lotha-
ringen door tijdelijke Graven werd geregeerd, die met hunne
vicarii, centinarii en scabini het oppergerecht van het gehcele
Graatschap spanden in het hertogelijk paleis, gelegen op de
groote plaats bij de St. Servaaskerk.
Toen Keizer Hendrik II de volle souvereiniteit in het
dorp van .Maastricht aan den Bisschop van Luik Notgerus
overdroeg, (hij was bisschop van 971 —1008) spande deze
zijn\' rechterstoel aldaar tot waarneming van Justitie, Finan-
tie en Politie.
Zoo verloor de Graaf het bestuur over de hoofdplaats
van zijn Graafschap.
Hij trok zich toen terug, bouwde een kasteel tusschen
den Jeker en den weg naar Montenaken, de Munt, alwaar hij
met zijne overheidspersonen het oppergerecht spande voor
het overige gedeelte van zijn graafschap.
Ten tijde van Keizer Hendrik IV bestond het Graafschap
Vroenhoven uit :
tt. De dorpen Vroenhoven ol Leemcuylen,
Wilré, Montenaken, Volne ;
/;. Heer, Vlijtingen, Ellicht,
den „Clooster-
lijken Cingel" en de Commer van
St. Servaas
Hendrik IV gaf het onder /; vermelde aan het Kapittel
van St. Servaas, zoodat den graaf niet veel overbleef. Maas-
tricht zelf was steeds Luiksch.
Van dien tijd af ontmoet men geen Graven van Vroen-
hoven meer.
26. HET HERTOGDOM LIMBURG
De steden en dorpen, die tot dit Hertogdom, dat
zijn naam aan onze schoone provincie gegeven heeft, behoor-
den, liggen grootendeels op Belgischen bodem, üorspron-
-ocr page 23-
— 21 —
keiijk schijnen ook grensdorpen van onze provincie tot het
aloude Limburg te hebben behoord.
De Heerlijkheid Rode weid in 1136 met dit hertogdom
vereenigd
Walram I, de eerste graaf van Limburg, bouwde om-
streeks 1064 een slot op den oever der Vesdre en gaf dat
den naam van Limburg (burg op het water of sterke burg).
Bij het slot ontstond het stadje Limburg, en de geheeleland-
streek ontleende haren naam aan het slot. De geschiedenis
maakt met eere gewag o a. van den Hertog:
Walram III, dubbel verwant aan ons vorstenhuis.
Onder de Duitsche Keizers vindt men ook hertogen van
Limburg.
Bij het kinderloos overlijden van Ermengardis, echtge-
noote van Reinoud I, van Gelder en dochter van Walram IV,
ontstond de Limburgsche Successie-Oorlog.
Wijl Reinoud slechts het vruchtgebruik van hare nala-
tenschap was toegekend, maakte haar neef Adolf van Berg
aanspraak op het 1 lertogdom. Zijne bloedverwanten waren
echter hiermede niet tevreden en nu droeg hij zijne rechten
over op Jan I, hertog van Brabant. Op het slagveld bij Wö-
ringen werd de strijd beslecht met het bekende gevolg, dat
Limburg met Brabant werd vereenigd.
27. Land van \'s llertogenrade.
Tot dit land behoorden :
a.     Het stadje\'s Hertogenrade met zijn slot, Afden,
Alsdorp, Merkstein, Roerdorp, Ubach,
Welz.
b.    Kerkrade, Ubach-over-Worms, Simpelveld,
Holset, Vaals, Vijlen Bocholz, Spek-
holzerheide. Gulpen en Margraten.
Een der eerste Heeren Adelbert van Saffenberg, Heer
van Rode, was een weldoend der abdij Kloosterrade (thans
Rolduc) en wordt in de geschiedenis vermeld in 1079. Hij
voert oorlog met Hendrik I, hertog van Limburg, wegens
-ocr page 24-
— 22 —
een derde deel der heerlijkheid Rode.
Adelbert van Saffenberg - Mechtilda.
Adolf - Marg^v. Schwarzenberg.
Herman
Adolf
Hendrik van Limburg - Mechtildis.
De Hertogen van Limburg, die bereids een deel van Rode
vroeger in bezit hadden, zagen alzoo door dit huwelijk hun
grondgebied beduidend vergroot.
Nadat de Bisschop van Luik door schenking van Hen-
drik II, in 1154, een tijd lang den kromstaf voerde, deelde
het landje met Limburg door den genoemden slag in 1288
in de lotgevallen van Brabant, deel uitmakende van de lan-
den van Overmaas en Limburg.
28. De jRijksIieerlijkheden.
Wij weten, dat de Nederlanden in betrekking stonden tot
het Duitsche Rijk. Dit rijk in 1512 in 10 Kreitzen verdeeld
zijnde, viel het huidige Limburg voor een deel in den "West-
faalschen, voor het overige in den Bourgondischen
Kreits, in dier voege, dat tel den eerstgenoemdeu Krcits
behoorden :
a.    Het prinsdom Luik,
/;     Het hertogdom Kleef,
c.     Het hertogdom Gulik,
d.     Het hertogdom Gelder, (voor 1548)
Tot den Bourgondischen Kreits behoorden :
a Het hertogdom Brabant,
ó. Het hertogdom Limburg,
c.     Het hertogdom Gelder, (sinds 1548)
d.     De Graafschappen Valkenburg en Daalhem,
e.     De Heerlijkheid \'s Hertogenrade, (Rode).
/. De overige Brabantsche landen van Overmaas,
-ocr page 25-
— 23 —
g. De stad Maastricht
Behalve cle onder a tot d opgesomde, behoorden tot
den Westfaalschen Kreits de volgende Rijksheerlijk-
heden
:
e. Het Graafschap Horne (zie no 21)
/. Het landje Thorn.
g. Kessenich, Gronsveld, Mesch, Rijckholt,
Slenaken, Eys Cartils, Rimburg.
Onmiddellijk van het Duitsche Rijk hingen af:
Stein, Wylré, Wittem; zoodat deze Rijks-hcerlijkhe-
dqn onder gecnen Kreits ressorteerden.
„Al deze heerlijkheden" zegt Habets, „hadden met het
»regeeringsbeleid der Nederlandsche vorsten geene gemeen-
»schap ; zij vormden een onafhankelijk grondgebied, dat al-
»leen met het Duitsche Rijk en den Duitschen Keizer in be-
»trekking stond. Zij volgden, onverminderd hunne lands-
»costumen, de wetten van het Rijk."
29. Rijks-Vorstendom Thorn.
Dit Rijks-Vorstendom bestond uit :
a Het stadje Thorn, met de Abdij of het Stift,
b. Grathem en Baexem,
c Eli, Haler, Ittervoort,
d. Stramproy (met Winkel Belg.,/
Volgens deze vier letters was het landje in 4 kwartieren
verdeeld. Twee burgemeesters en een schepen stonden aan
het hoofd van elk kwartier.
»De gebiedend\'-; vorstin des lands was de abdis, die door
»hct Kapittel der Abdij werd gekozen. Hare verordeningen
»en besluiten hadden kracht van wet en werden alleen be-
»perkt door de Rijkswetten en de Landrechten " (Habets.,/
Het stift en land van Thorn was een allodiaal goed
van het Duitsche Rijk met den titel van Vorstendom. De
vorstin-abdis had op den rijksdag hare plaats tusschen de
Rijnlandsche kerkvor.-gden, die den titel van vorst niet hadden;
op de Westfaalsche Kreitsdagen echter voerde zij den
-ocr page 26-
— 24 —
Vorstelijken titel, en nam zij zitting naast Ie Vorstin-Abdis
van Essen.
Ausfried graaf van Hoei en Tcisterbant, bezat in de
Xde eeuw op den linker Maasoever vele bezittingen, waaron-
der waarschijnlijk Thorn. Dit is zeker, dat hij na de kro-
ning van Keizer ütto I (962), in overleg met zijne huisvrouw
Hilsundis van Strijcn, de vermaarde Abdij stichtte.
De abdijbewoners kozen eenen voogd. Als zoodanig
treden op :
a.     de Duitsche Keizer.
b.     de graaf van Gelder, die de voogdij in leen
geeft aan:
c.     de graven van Horne,
d.     de Bisschoppen van Luik (na 1568/
De Franschen maakten een einde aan het eeuwen lang,
gelukkig bestaan van dit miniatuurlandje.
30. Wittem, Eys, Cartils,
Wylré met den Neuborg.
Aangaande deze Rijkshccrlijkheden zegt Slanghen :
De eerste heeren van "Wittem zijn voorhing in den
maostam uitgestorven. Zij noemden zich van Julemont,
uit den stam der Scavedriessche.
Het opvolgend geslacht van Cosselar bracht Wittem
in de familie van Palant-Breidenbempt.
Tot "Wittem behoorde:
a het Kasteel, met de buurt Wittem,
b. Wahlwyler, Nyswyler, Mechelen, Epen.
De zetel der Heerlijkheid Eys was Gocdenrode.
Daar woonden de Muirepas, naderhand die van Beus-
dal
en van Tzevel.
üp Cartils leefden in het begin der XVde eeuw Jan
de Oude en Jan Zn. beiden genaamd Hoen van Cartils.
Te Wylré werd in 1458 ingehuldigd Gerard Sceiffart
van Bornheim (de Mérode).
-ocr page 27-
— 25 —
Neuborg (Nieuwe Burg, waarschijnlijk in tegenstelling
van een ouderen), was ook allodiaal goed. De oudste Hee-
ren van Neuborg behoorden tot het geslacht der Eynatten.
31. Rimburg en Gronsveld.
De oudste heeren van Riinburg waren die van Muire-
pas,
die hier hun hoofdzetel hadden. Zij stonden in den slag
bij Wöringen tegenover (ie Scavedriesche, hunne gebu-
ren. De Koningen van Spanje, die uit geldgebrek in deze
gewesten voor en na al hunne heerlijkheden verpandden, de-
den in 1557 afstam! van de Hooge Heerlijkheid van Rim-
burg
aan Jhr. Jan van Bronkhorst.
Gronsveld : Eerst .\'ene heerlijkheid, later een graafschap,
bevatte het landje toch niets moer dan de dorpen :
Gronsveld, Heugem, Eckelrade, Honthem
De oudste heeren komen voor in de XUde eeuw. De op
volgers zijn tevens bezitters van Heerlijkheden in andere ge-
westen.
Toen in 1717 het huis van Bronkhorst-Gronsveld
in de mannelijke lijn uitstierf, bracht de weduwe van den
laatsten graaf. Jan Frans, doorhaar tweede huwelijk, het graaf-
scliap over op den graaf van Arberg en door het huwelijk
hunner dochter kwam in 1746 de graaf van Törring-Jet-
tenbach
in liet bezit van het graafschap.
De laatste graaf van Gronsveld, August, Joseph, Lau-
rens van T\'órring, stond dtn Franschen zijn landje af en
overleed in 1802.
32. DE VREDE VAN MUNSTER
EN HET PARTAGE-TRACTAAT.
Wij zijn in het jaar 164S. Het eertijds oppermachtige
Spanje erkent Noord-Nederland te zijn een gewest, waarop
zijn gebieder, noch diens nakomelingen iets te eischen heb-
ben. Zoodoende traden de Staten der Vereenigde Nederlan-
den in de plaats der Spaanschc vorsten. Dientengevolge
kwam in het bekende jaar van ons tegenwoordig Limburg bij
4
-ocr page 28-
26
de Vereenigde Nederlanden :
a.     Een deel der landen van Overmaas, die vroe-
ger bij Brabant behoorden,
b.     De onverdeclbare helft van Maastricht.
Van de vier kwartieren, waarin Gelder oudtijds was ver-
deeld, bleef alleen het Over-Kwartier aan Spanje.
Behalve de Souvereiuen der vrije Rijks-lleei lijkheden, ken-
den de plaatsen van het huidige Limburg na 1648 nog de
volgende:
1.     den hertog van Gulik,
2.     den hertog van Kleef,
3.     den prins bisschop van Luik,
4.     den koning van Spanje,
5.     de Staten der Vereenigde Nederlanden.
In 1647, tijdens de vredesonderhandelingen, gaf Philips
IV, koning van Spanje, het Ambt Montfort aan prins Fre-
derik Hendrik
ter leen.
Door eene der bepalingen van den Munsterschen vrede:
»Elk der partijen behoudt in de landen van Overmaas, wat
op dit oogenblik ia haar bezit is", deed zich eene reeks van
moeielijkheden en geschillen voor, zeer ten nadeele van de
bewoners. Eerst in 1662 kwam na eene 3 jarige redekaveling
het lang verbeide Partage-Tractaat tot stand.
Volgens dit verdrag uit het land van Valkenburg ver-
bleven:
aan Spanje:
                                kwamen aan de Staten:
Nuth,                                                    Valkenburg (sfcaA),
Oud-Valkenburg,                                Valkenburg fslot),
Strucht,                                                Geulle,
Schin-op-Geul,                                     Bunde,
Oost-op-Geul,                                       Ulestraten,
Wynandsrade,                                     Haren,
Geleen,                                                Itteren.
Schinnen,                                             Houthem,
Spaubeek,                                            Bemelen,
Oirsbeek,                                             Eysden,
Jabeek,                                                 Meersen,
Brunssum,                                            Klimmen,
Schinveld,                                            Hulsberg,
Hoensbroek,                                        Schimmert,
-ocr page 29-
— 27 —
Vaesraede,                                           Beek,
Schaesbcrg,                                          Heerlen.
St. Gerlachs Klooster.
Voerendael, Nieuwenhagen, Bocholz, Merkelbeek, Amsten-
rade, Bingelrade en Ambij, alle Valkenburgsche dorpen, wor-
den niet genoemd, omdat zij in 1662 nog geene zelfstandige
gemeenten uitmaakten. Met Elsloo was het proces nog aan-
hangig.
Uit het land van Daalhem behield :
Spanje :                                    en kregen de Staten :
a. Mheer,                                           a. Cadier,
Noorbeek,                                           Oost,
/;. andere dorpen, thans tot               b. Daalhem stad & slot,
België bchoorende.                         Trembleur, Olne,
Bernau, Bolsbeek,
Feneur.
Uit het land van \'s Hertogenrade hield
Spanje :                                    en verkregen de Staten:
a.     Kerkrade en Simpelveld, Gulpen, Margraten,
b.     Rode (stad en slot), Merk- Vijlen, Vaals, Holset.
stein. Ubach, Welz,
Roerdorp.
33. De Spaansche Successie-
Oorlog en liet Barrière-
Tractaat.
Door de besluiten van de onderhandelaars te Munster
(1648,1 was Maastricht met de Overmaassche Landen van de
overige Noord-Nederlandsche gewesten gescheiden. Dat de
Staten naar eene gunstige gelegenheid zochten om de on-
middellijke gemeenschap met deze enclave te verkrijgen, ligt
voor de hand. Die gelegenheid bood de Spaansche-Succes-
sie-Üorlog aan.
Bij den vrede van Utrecht, waardoor aan dezen oorlog
een einde werd gemaakt, kreeg Pruisen, wat ons betreft: (1713)
-ocr page 30-
— 28 —
a.     het laud van Kessel,
b.     het Ambt Crickenbeck,
c.     Middelaar, Afferden, Well & Oyen.
De Oostenrijksche Keizer erfde de op de vorige bladzijden
opgesomde deelen van ons gewest, die den Spaanschen Ko-
ning in 1648 waren verbleven.
In het Barrière-Tractaat, nadat Pruisen en de Ver-
eenigde Staten aan de zijde van Oostenrijk hadden gestaan,
(15 Nov. 1715)1 stond de Keizer ten voordeele dei Staten af:
1.     de stad Venloo en Rayon,
2.     de stad Stevensweert,
3.     het Ambt Montfort, behalve Swalinen.
Oostenrijk
behield da :
a.     de stad Roermond,
b.     Swalmen (met Elmpt), Over- en Nederkruch-
ten en Wegberg,
c Daelenbroek,
d. De Ileerl. "Weert nut tien aankleve -daarvan,
f. De Heerlijkheid Nederweert met Leveroy,
/. De Hccilijkheden "Wessem, Obbicht en Pa-
penhoven, Meiel.
34. Latere Veranderingen.
De nazaten van Prins Frederik Hendrik, die het Ambt
Montfort
in leen had, bezaten dit gebied tot 1732. Toen
viel het uit de nalatenschap van Willem III den Koningvan
Pruisen ten deel ; Frederik de Groote verkocht liet in 1769
voor de som van 27500.) gulden aan den stadhouder Wil-
lem V. De souvei einiteit erover was in het Barrière-
Tractaat
toegekend aan de Staten.
In 1785 stonden de v\'ereenigde Nederlanden bij hetver-
drag van Fontaiuebleau aan. Keizer Joscpli IT af:
Daalhem, slot en stad, Bernau, Bolsbeek, Trem-
bleur, Olne
en Feneur;
en kregen daarvoor in ruil :
Or.d-Vnlkenby.rc:, Strocht, Schin-op-Getil, Schaes-
-ocr page 31-
— 29 —
berg, de abdij van St. Gerlach, Obbicht en Papenhoven.
35. De Fransehen komen
en nog* wat.
Tot het jaar 1789 hieven de verschillende souvereinen
in het rustig bezit hunner landen. Alleen in de Oostcnrijk-
sche deelen van ons tegenwoordig Hertogdom loonde zich
door zekere maatregelen van Joseph II, Keizer van Oosten-
rijk, een geest van verzet. Ik bedoel den patrioten-tijd.
Vermelden wij hiervan alleen den tocht der VVeertenaren
naar Roermond tot hei oplichten en naar Brussel voeren van
„den moemer (Voogd), den canselier eu den griffier," zijnde
de iieereii Stuers, Luijtgens en Van der Renne.
Toen in nacht van 4 op 5 Augustus 1789 in de Fran-
sche Nationale Vergadering ,,de rechten van den mensch als
hoofdbeginsel der nieuw te ontwerpen Staatsregeling" werden
aangeno:r.en, was het doodvonnis over het aloude leenstel-
sel uitgesproken. (La journce des saciifices, of la journée
des dupes.)
Door het wapengeluk dar Fransche legers waren de
sans-culottes reeds op het laatst van 1792 in onze streken,
doch moesten in Maart 1793 wederom terug naar »chez nous".
Inliet laatst van 1794 lagen zij echter voor Venloo. Op
de meeste plaatsen werden zij met eipcn armen ontvangen. Zij
brachten „liberté, égalité, fraternité" ; men richtte vrijheids-
boom\'cn op, zong en sprong daarom heen, ontstak vréugde-
vuren, enz.
Dat de ontnuchtering onzer voorouders uit den roes der
opgewektheid groot is geweest, weet ieder.
De onpartijdige opmerker moet echter toegeven, dat de
destijds geboren, en later in wezen gebleven toestanden den
Franschen zijn te danken ; daarbij brachten deze indringers
eenheid op velerlei gebied.
Behalve het zoo gevierde en vurig verlangde trio : »vrij-
heid, gelijkheid en broederschap", brachten ons de have-
-ocr page 32-
— 30 —
looze Franschen o. a : levcrantiën naar heinde en verre, as-
signaten en geloofsvervolging. Doch genoeg ; de aan de kin-
derschoenen ontwassen lezer make zelf eene balans, wikke
en wege en merke voor zich den uitslag.
Met de inneming van Venloo (26 Üct. 1794) en Maas-
tricht (4 Nov. 1794) was geheel Limburg in handen derFran-
schen.
De Fransche wetgeving, betrekkelijk de afschaffing der
leenrechten en van het tiendewezen, werd den iyden Novem-
ber 1795 te Maastricht afgekondigd. Unze provincie heeft
met België de eer (?) genoten het eerst tot de „grande na-
tion" te hebben mogen behooren.
Het grootste gedeelte behoorde tot het Departement der
Beneden-Maas; de kleine noordelijke rest tol het Departe-
ment van de Roer.
Thans deelden onze voorouders in de lotgevallen der
Fransche Republiek, later, in die van het Keizerrijk.
Bij het tanen van Napoleon\'s gelukszon ontwaakte alom
het ware vrijheidsgevoel bij de volken, (slag van Leipzig 181 3).
Op het einde van ,,1815 vormde het huidige Hollandsch
en Belgisch Limburg eene provincie, (de 3de van de 17)
Limburg, krachtens art. 1 der Grondwet van 1815.
Heillooze maatregelen brachten 111 1839 eene revolutie
te weeg, waarbij Limburg den algemeenen vloed volgde.
Venloo werd door Je Zuidelijken genomen, doch Maastricht
door Gouverneur DibbetS behouden.
Als schadeloosstelling voor het afgestane deel van Luxem-
burg werd krachtens art. 3 en 4 van het Tractaat van Lon-
den
(19 April 1839) Limburg verdeeld, en kwam onze hui-
dige Provincie Limburg tot stand, als elfde van Noord-
Nederland.
36. De invoering* van bet
Christendom,
Het lijdt geen twijfel, of eene schemering van het licht
-ocr page 33-
— 3i —
des Evangelies is reeds in de Apostolische tijden over Gallic
en België opgegaan. Men kan met genoegzamen grond
van waarheid aannemen, dat het Christendom in de eerste
en tweede eeuw tot in onze streken is doorgedrongen, voor-
al, doordat de Romeinsche legers onophoudelijk <lc Gallische
en Germaansche wingewesten doorkruisten. Tertulianus (220)
mocht dan ook tien Romeinscheu bewindvoerders met fierheid
toeroepen: „Wij, Christenen, zijn overal, waar gij zijt, in uwe
steden, op uwe eilanden, in uwe vestingen en koloniën, in
uwe vlekken, in uwe vergaderingen, in uwe paleizen, in uwen
senaat en in uw forum; wij laten U niets meer over dan
uwe tempels."
Na de bekeering van keizer Constantijn (324) volgde op
een tijdperk van gruwzame vervolging een tijd van bescher-
ming, bevordering en bloei.
Het bisdom Tongeren werd van dat van Trier ge-
scheiden en toevertrouwd aan de ijverige zorgen van den
H. Servatius. Het bekeeringswerk van dezen grooten man
en van zijne ijverige opvolgers werd jammerlijk in zijn\' voort-
gang gestuit door de invallen der noordsche horden in de
IVde en Vde eeuw.
Eerst nadat de Merovingische Koning Chlodwig zich in
495 had laten doopen. nam de verbreiding van de leer des
Evangelies eene onbekende vlucht.
üe laatste schuilhoeken, waar in de Vide eeuw de afgai-
deudienaars zich ophielden, waren de dorpen, de afgelegen
bosch-, moeras- en heidestreken ; daarom werden deze lie-
den door de Christenen Pagani of Heidenen genaamd. De
ijverige Kerkvoogden van Maastricht spaarden geene moeite
om dezen plattelandsbewoners het licht des Evangelies
te ontsteken.
De grondlegger van het Christendom (709) in de Kern-
pen .vis de H. LambertUS. Onder zijn bestuur predikten
in het noorden van zijn bisdom de H. H. "Willebrordus,
Wiro, Plechelmus en Otgerus.
De drie laatste gelootsheldeu uit Schotland stichtten naar
alle waarschijnlijkheid vele parochiën, rondom den St.
Petersberg, (later St Odiliënberg), zooals: Linne, Her-
-ocr page 34-
— 32 —
ten, Melick, Herkenbosch Vlodrop niet Posterholt,
Montfort, Heel, Tegelen, Swalmen, Asselt
en vele
andere.
Van uit het Koninklijke landgoed Elsloo (882) bezoch-
ten de Noormannen te vuur en te zwaard de abdijen Sus-
teren, Odiliënberg, Cornelie-Munster, Alden-Eyck
en
Chèvreniont.
Gelukkig werden zij in 891 verdreven.
37. Iets over het geestelijk
Bestuur.
Was het aantal wereldlijke ye\'Mcders ovet de vjrschil-
lende deelen vu;i ons gewest groot, op geestelijk terrein ken-
nen wij twee Bisdommen.
a. Het Bisdom Luik
was voor hetgeen onze provincie betreft, verdeeld in twee
Aarts-Diakenaten :
1.     Kempenland,
2.     Hespengouw.
a.     Het Aarts-Diakenaat Kempenland telde hier: ■
het  landdekenaat Cuyck,
»
             »              Maaseijck,
»             v              Susteren,
»             *              Wassenberg
Onder het Aartsd. Hespengouw ressorteerde het knul-
dekenaat Maastricht.
het (in 1789 opger.) landdekenaat Herve.
b.     Het Aartsbisdom Keulen.
Wat voor ons doel in aanmerking komt van dit aarts-
bisdom is :
het Aarts-Diakenaat Xanten met :
het landdekenaat Gelder,
»
             »             Nijmegen.
-ocr page 35-
— ss —
38. Dekenaten.
De volgende lijsten zijn getrokken uit Habets, „het Bis-
dorn Roermond". De spelling der meeste plaatsen is die van
1400.
ec beteekeut kerk; ap, hulpkerk; kap, kapel. Zij
geven ons een overzicht van de uitbreiding van de Kerkge-
meenten in 1400, 1485 en 1558, alsmede van de grootteder
verschillende dekenaten.
Lijst I.
Dekenaat Cuyek.
1485
1558
ec
ec
cc
ec
cc
ec
ec
ec
kap
kap
cc
ec
ec
ec
ap
ap
kap
kap
ec
ec
ec
ec
?
?
ec
ec
kap
kap
ec
ec
—
ec
kap
kap
ec
ec
?
?
—
kap
Parochiën.
Blerich
Blitterswijck
Broekhuizenvorst
Brede (Maas)
Castelre (Castenray)
Gheijsteren
Grubbenvorst
Horst
Loenen (Leunen)
Lothem
Meerlaar (Meerlo)
Mertersloe (Merseloo)
Oerle
Üestrem
Swolgen
Sevenhem
Tienroede
Venroede
Wansem
Zandvoort
1400
ec
cc
ec
ec
cc
ec
ap
cc
ap
kap
cc
kap
ap
Bijzonderheden.
sub. Venroede
Vicaria
Blerik, Hosp 1558.
sub. Venroede.
sub. Blitterswyck
sub. Venroede
Vicaria in 1585 en
later sub. Venroede
ap de Blitterswyck
Vicaria
sub. Swolgen
cc
cc
sub. Grubbenvorst
13
-ocr page 36-
— 34 —
Lijst II,
39. Dekenaat Eijcfe
1400 14851558 Bijzonderheden.
ec
Parochiën.
Barle
Baexem
Beecde
Bugghenem
Eel (Eli)
Grathem
Halen
Hedel
Helden
Heijthuijsen
Hunsel
Hoerne
Ittervoort
Kessel
Meyel
Merefelt (Nederweert)
Neer
(Kasteel Goir)
Nederytter
Nuenhem
Rochel
Stramproede
Thorne
Weert
» Molenpoort.
» Boshoven
» Tongelrode
» Swartbroek
Wissen
ap
ap
cc
ap
ec
ap
cc
ec
ap
ec
ec | ap. de Thorn
ec ; ap. de Wessem
ec
kap sub. Thorn
ap I ap. de Wessem
ec
aP l de Wessem
ec
ec
aP p ap. van oudste tij-
ec |) den her v.Kessenich
— I sub. Thorn
ec
ec
ec
ec | Hospitaal v. af 1400
ap
{ ec
ap
ec
ap
cc
cc
ap
cc
ec   ;    ec
ec    i   ec
ec   i   ec
ec       ec
■ kap | kap \\ kap > sub. Neer
ec ! ec j ec ; Hospitaal
ec
ec
ec
ec
ec
ec ec
\\ ec
ap de Thorn in 1400
Vicaria van af 1400
ap 5 ec
ec i ec
ec ec
kap \\ kap kap
—   I kap
—   | kap
—       kap
ec j ec ) ec \\ Hospitaal
-ocr page 37-
— 35 —
40. Dekenaat Susteren.
1400 1485$ 1558j Bijzonderheden
Parochiën.
Astenrode (Amstenrade)j ec
Beke
                                   ec
Berge (a. d. Maas)           ec
Binghenrade                   j ec
Borne                             S ap
Buchten                          j ec
Echt                                   ec
Halbeek (Beek b/Bracht i kap
Bracht (Maas)
                    ap
Etsenrode                          kap
Elsloe                                 ec
Geleen (Opghleine)           ec
Geul (Goyle)                  j ec
Grevenbicht                      kap
Guttechoven                   < ec
Heerle                            1 ec
» Welchern (Weiten ap
» Broecke(Hoensbrj ap
Herten
                            \\ ec
Houthem (Holtum) \\ ec
Hulsberg
                            ec
Clemmen (Klimmen)        ec
Lymborch (Limbricht) ec
Lynne
                             \\ ec
Mersen                            \\ ec
» Ambij                   l kap
» Houthem                 kap
» Schimmert            l kap
» Bercheyn (Ulestr.) kap
> Bunde
                      kap
Merckelbece                   ? ec
Montfort                             ec
Monstergelene                    ec
Novestade (Nieuwstad) j ec
ec
ec
ec
ec
ap
ec
ec
kap
ap
kap
ec
ec
ec
kap
ec
ec
ap
kap
ec
ec
ec
ec
ec
ec
ec
kap
kap
kap
kap
kap
ec
ec
ec
ec
ec
ec
ec
ec
; ec
!) ec
kap
ec
ec
ec
kap
ec
ec
ap
kap
ec
ec
ec
ec
ec
ec
ec
kap
kap
ap
kap
ap
ec
ec
ec
ec
Hospitaal
ap. de Buchten
Hospitaal
sub. Jabeck
sub. Papenhoven
Hospitaal, Vicaria
Vicaria Duplex
Hospitaal
-ocr page 38-
_ 36-
Parochiën.         1400 1485 1558 Bijzonderheden,
Nutte
Oersbeke
Opbeycht
Odiliënberge
Papenhoven
ec
\\ ec
! ec
s ec
ec
ec
cc
CC
cc
cc
cc
cc
cc
cc
cc
cc
Vicaria in 1558
Hospitaal, Vicaria
in 1485
ec i
ec \\
kap !
kap
kap !
kap
ap 1
ap
ec
ec
ec
ec
kap
kap \\
ap
ap 1
ap
ap j
ec
cc
kap
ap
ec
ec !
ec
•
ec ;
ec
ec !
ec
ec :
ec
ec
ec
ec
ec
ec \'
ap
ec |
Ruremunde
»        Bogaerde kl. i
» Begijnen kl.
»
         Munster
Roesteren
Schynne
Schynvelt
Brunschem
Jaecbeke (Jabeek)
Sittart
» Broeksittart
Spaubeke
Steyne
» kap. St. Richard
Weerde (Stevensweert)
Susteren
Oermunde lUrmond)
Voerendaele
Rodewigande (Wy-
nandsradej
Wychoven.
kap l
ap
éc
ec
kap |
ap
ap
ec \\
kap |
ec
ec
kap \\
ec
ec
ec
ec
sub. Gangelt
de Gangelt
de Gangelt
Vicaria Hospitaal
Vicaria
Hospitaal in 1558
Hospitaal
ap. de Geul na 1558
ec sub. dekenaat
Susteren
ap
41. Dekenaat Wassenberg.
Parochiën.         51400^ 1484^155 8; Bijzonderheden
Assel
Belfel
kap
cc
cc
cc
cc
cc
kap
kap
ec
sub. Tegelen
Bezel
Melich
Herkcnbosch
Xyle (Maasniel)
Tyghelen
Velden
Venle
cc
CC
cc
ec
cc
cc
cc
[kap
cc
cc
kap
cc
Hospitaal
Vicaria v. af 1558.
> H, Geest Kapel. S kap
» St. Jacobs Kap. —
Vlodrop                          > ec
ec
-ocr page 39-
— 37 —
42. Dekenaat Maastricht.
Parochiën.
1441
1558
Bijzonderheden
Berghe met Terblijt
1 ec
ec
Beymelen
ec
Haren (Borg)
i ec
ec
Bruest
ec
» Maeslant
kap
» kasteel Caestert
kap
Cadiers & Keer
ec
ec
Eckelroede
kap
Eyngelsloe (Eygelshov.,
:
ec
» Berghe
ap
Eijse
ec
Esden (EijsdeiiJ
ap
de Breust
Espen (Epen)
ec
St. Geertruide
: ec
ec
Gronselt (Gronsfeld)
ec
Gulpen
ec
Vicaria hospitaal
Heren (Heer)
ec
Hoeghen (Heugen)
ec
Holsit
kap
ec
Hoogcruts
kap
sub. Voeren fSt
Ittere
: ec :
ec
Maartens,!
Kerckrode
1 ec
ec
Lemiers (Lammers)
kap
sub. Vylen
Lemoval (Limmel)
: ec
ec
Maastricht St. Mathias
ec
» O. L. Vrouw
ec
St. Jan
ec
Hospitaal
Margarete (Margraten)
ec
Mechelen
ec |
ec
Messche
ec j
ec
Meer en Noorbeek
ec
Oostfbij Breustyl
ec
Üud-Valkenburg
ec
ec
Wilré foud-Vroenh.)
ec
St. Peter
ec
Hospitaal
Schyne fop GeulJ
ec
Sympelvelt
ec
Bochout fBocholtzJ
kap
Waelst
ec
ec
sub. Simpelveld
Valkenbousch
ec
ec
Hospitaal
Vylen
ec
-ocr page 40-
—
38-
Parochiën
1441
1558 Bijzonderheden
Nyswilre
Wyck (Maastricht;
Wijlre
ec
ap de Eyse
ec
ec
43. Dekenaat Herve.
Opgericht in 1789, behoorde hiertoe o. a. Bocholz,
Kerkrade, Mheer, Noorbeek, Slenaken, Simpelveld.
Het Dekenaat Gelder.
Parochiën
Afferden
Arsen
Borgen
Gennep
Heijden
Milsbeek (Ottersum)
Welle
1258 -1291
cc
cc
ec
ec
ec
kap
ec
Bijzonderheden.
sub Gennep
Dekenaat Nijmegen.
Parochiën.
1258 -1291
Bijzonderheden
Molich (Mook)
Midler (Middelaer)
ec
kap
: sub Molich
44. Onze alleroudste Kerken.
Om te doen zien, dat zich het Christendom in Limburg
reeds vroeg uitbreidde, er veel, veel vroeger dan in Holland
werd verkondigd, laat ik hier eene korte opsomming volgen
onzer alleroudste kerken, volgens den Wel Eerw. Heer Wil-
lemsen :
Maastricht. Kapel van St. Petrus, gesticht door den
-ocr page 41-
— 39 —
H, Maternus.
Maastricht. Bidplaats boven het graf van den H. Servatius.
»
            Tempel ter eere van St. Servaas door Monul-
phus (kerk van St. Servaas.)
»
            Kapel van O. L. Vr. aan den Oever.
»            Kerk van O. L. Vr. aanvankelijk St. Bartholo-
meus.
»
            Kapel van St. Amandus.
»            KerkTvan St. Petrus.
»            Kerk van den H. Martinus.
»             Eenige Kloosters met kloosterkerken.
St Odiliënberg. (eertijds St. Petersberg) Klooster en Kap.
der H. Maagd
Suestra (Susteren). Klooster en Kerk ter eere des aller-
heiligsten Verlossers en der HH. Petrus en Paulus.
Tiglau (Tegelen). Kerk van St. Martinus, 713, gesticht
door den H. Plechelmus.
Tot zoover de geschiedenis. De overlevering wijst nog
meerdere kerken aan uit de eerste X eeuwen en de bouw-
orde bevestigt hare oudheid.
45. Plaatsnamen.
(ter invulling)
Ray, roy rade. Tal van namen i i Limburg eindigen op
ray, roy, rade, zooals:
Venray . , . .         .....
Stramproy. ........
Kerkrade .....         ....
Rode beteekent : „ontgonnen grond" Opmerkelijk is hét,
dat rode in het N klinkt als ray, in het midden als roy en
in het Z als rade.
Rivieren. Naar riviereu heeten:
Neer, Beek ........
Bergen Aan verhevenheden ontleenen hun naam :
of Dalen. Bergen, Voerendaal.....
-ocr page 42-
— 40 —
Kasteel. Bij kasteelen ontstonden in vroeger tijd :
Caestert, Kessel ....         ...
Donk. Een donk is een moeras.
Donk (bij Roermond)        ......
Loo Loo wil niets anders zeggen dan bosch.
Venloo        .........
Weerd, Wat een „weerd" is, weet ieder Maaskanter ; even
ohé, laak. als Ohé en Laak is het eene lage, waterachtige plek.
Weert                 ,......,
Ohé & Laak >>>>,,,,
Horst. Een horst is een woud.
Horst,        ,..,.,,,,
voord „Voord" doorwaadbare plaats eener beek:
Ittervoort ,,,,,,,,,
sel Volgens eene vernuftige gissing van den heer Zinnicq
of Bergman zou de uitgang „sel" de zaal aanduiden van
el. den vrijen Frank. In ons gewest en in Noord-Brabant vindt
men de meeste namen met den uitgang sel:
Hunsel ,,,,,,,,,
Anderen zijn van meening, dat de uitgang „el" moet
luiden en dan door letter verplaatsing is ontstaan uit loo.
mond. Mond, uitwatering.
Urmond ,,,,,.,,,
Wilre. Wilre - wijier - huis. (denk aan verwijlen, verblijven).
Wylré ,        ,.......
Tong. Tong duidt op den stam der Tongeren.
Tongelroy, (Tungelroy)......
Sunici of De Schinnen vertoefden in Zuid-Limburg.
Schinnen. Schinnen ,,,,,,,
Romeinen. Blerik, Oost,......
Heeren. \'s Hertogenrade, \'sGrevenbicht, , , ,
Kerkpatronen. Margraten ..,,,,
Haar - heilig (Germaansch)
Haler (van Haerle - Haerloo.)
-ocr page 43-
— 41 —
40. De Tienden.
»En zie, aan de kinderen van Levi heb ik alle Tienden
in Israël gegeven voor hunne dienst, die zij bedienen, de
dienst van de tent der zamenkomst." Num XVIII, 21.
Hieruit kan men de aloudheid van het tiendewezen op-
maken.
De stam van Levi bezat geene landerijen en moest door
andere stammen onderhouden worden ; van elk gewas, boom-
vrucht en geworpen vee werd het tiende gedeelte te zijner
voordeele afgestaan. Daarvoor verrichtten de Levieten tem-
peldiensten; zij waren de priesters.
De Christelijke gemeenten voerden eveneens de tienden in.
Gesteund door geestelijke, later ook door wereldlijke
wetten, lieten in de Middeleeuwen dienstdoende geestelijken,
kanunniken, kloosters, kapittels, stiften, of hoe dergelijke en
andere corporatiën ook mochten heeten, de opbrengst der
tiende van veldgewassen in voorraadschuren (tiendschuur) in-
zamelen.
Bij overgang van grondeigendom aan wereldlijke over-
heidspersonen werd het recht van tiendheffing op die perso
nen overgedragen.
Men onderscheidde hoofdzakelijk de tienden in : a groote,
b. smalle, c krijtende.
Groote tienden (Fr. les grosses dimes) werden geheven
op rogge, wijn, enz. ; smalle tienden (les menues dimes) op
zornergewasse ï, gevogelte, enz. ; krijtende op vee.
Tienden van hennip, vlas, peulvruchten e. a heetten
groene tienden ; (les vertes dimes); die op veld- en boom-
vruchten ook wel : hooge en lage tienden; (les dimes du
haut et bas).
Ook waren vele gewestelijke namen voor de tienden in
zwang.
Het woord tiende was niet altijd rekenkundig juist. Dik-
wijls bedroeg de heffing l/i2> Vis en minder.
Onder het kapittel van St. Servaas te Maastricht, dat
IS
-ocr page 44-
— 42 —
tiendrecht bezat van de vroegste tijden tot 1795 over een
uitgestrekt gebied waren eenige dorpen, die het verschuldigde
tiendrecht afkochtten: zij redimeerden en heetten daarom
dorpen van Redemptie.
De Groote Omwenteling in Frankrijk schafte in Frank-
rijk de Tienden af en met het wapengeluk der Fransche le-
gers ook elders en daaronder in ons Limburg.
47. Eene \'Beleening voor het
Leenhof van C\'uringen.
Anno XVc ende ses envyftich, op ten XXsten dach
July heeft hem personelyck verscheenen voor mijnen Gena-
digen Here op het huis van Curingen, in bywesen van
stathelder ende leenmannen hier onder geschreven, der Eren-
feste ende frorne Wilhelm van Bronckhorst, wettig son
wijlen Heer Herman\'s van Bronckhorst zeliger memori in
synen tyd Here tot Steyne etc. ende heeft begeert ende
versocht, naer doit zijns vors. Meeren vaders, te ontfangen
die vors. Heerlicheyt van Steyne, met allen haare aenhangh
ende toebehoirte, nyet daervan uytgescheyden, als: den
Burch ende woeninghe van Steyne etc. mit hoeche en de
leege heerlicheyt, dorpen, manschapluyden, rechten, pechten,
cheynsen, keuren, den Maesstroim, soe verre als die heerlic-
heyt reurt, twee watermolens liggende voir den huyse, die
groete wyer, liggende voor \'t sloet, die duyfhuysweyer, de
Keerweyer, die Rebeck, die boemgaerden, liggende on) \'t
sloet, dat biiske achter den huyse liegende, die gruyt, die
groete thiende met ter smaelthiende. Item derüendehalf bon-
der bembt ofte driessche achter den huyse ter Maese waert
gelegen, noch eenen bembt genaemt den Keerebempt. Idem
acht bonder ackerlant liggende op den Schaerenberg. Item
vier bonre in den Corenwyer ende noch vier bonre acker-
lants gelegen in \'t Breewater, met vorts alle andere hoch-
heden ende gerechtigheden daertoe gehoorende na voeg ende
wyse mijns Gen. Here leenregisteren. Ende is alsulx den-
-ocr page 45-
— 43 —
seloen met behoirlyke eide verleent geweest na saelen recht
etc. Ende vors Willem heeft zyne Joufv. moeder hiervan
haar tocht bekant nae den landrecht, sonder arglist.
Gesciet ter plaetse als boven, in tegenwoordigheid van
Johan Rougrave, stathelder mijns G. H.;
Arnolt van Bocholt, aertsdiaken en ziegler ;
Mr. Johan "Witten, scolaster, domheer etc.;
Willem van Oyenbruggen, heer van Duras ;
der heer van Elteren ende Vogelsanck;
Herman van Eynatten, heer tot Tinloe ;
Aert van Horion, heer tot Reikhoven,
en meer andere Loensche mannen.
48. Het Bestuur eener Heer-
lijkheid in de Middeleeuwen.
Was over een of ander dorp een hertog, graaf, prins-
bisschop, kapittel, stift of heer de souverein, als diens plaats-
vervangend landvoogd trad de meier op,
Zoo\'n personaadje was bij onze voorvaderen een man
van groot gewicht; rechter, burgemeester en nog veel
meer.
Hij heette meier (major) of Scholtis (sehout, van schuld
eischen). Op \'s mans schouders rustte het geheele bestuur
der heerlijkheid.
Hij zorgde voor :
de regelmatigheid der procesorde,
den juisten omslag der belastingen,
het eischen der manschappen ter landweer,
het aanvoeren dezer mannen (schutters),
het inschrijven der hypotheken,
het straffen der overtredingen en misdaden,
de huishouding der gemeente,
de belangen zijner overheid.
Voor zijne infunctietreding legde hij den gebruikelijken
eed af.
-ocr page 46-
— 44 —
De dingbank bestond uit den meier, een zevental
schepenen, een\' secretaris en dtn gerechtsbode. De
schepenen waren de raadsheerendes meiers bij de rechtbank. Zij
werden door de dingbank benoemd uit de meest gegoede in-
woners. Zij oordeelden als vrije mannen over een vrij volk.
De Scholtis kondigde den overtreder het vonnis aan en
bracht het ten uitvoer. Ook de schepenen traden in bedie-
ning na een\' afgelegden eed. Zij bemoeiden zich met :
Koop, verkoop, voogdijschap, meerderjarigheids verklaring,
huwelijksvoorwaarden, leenen, renten, pachten, moord, kwet-
sing, diefstal, enz.
Soms was zoo\'n bank zelfs het hof van appèl van een
of meer andere banken (vb. Wessem). Ons achttal kon over
leven of dood van een\' misdadiger beslissen. En dat van dit
recht geen karig gebruik werd gemaakt, is overbekend. Er
zijn in ons Limburg galgenheuvels genoeg.
Den misdadiger bleel het recht van herziening of cas-
satie over, doch alleen in civiele zaken; onze voorouders
kenden geen recht van hooger beroep in crimineele zaken.
De gewone zittingen werden om de 14 dagen gehouden.
Het oordeel was gewoonlijk drieledig :
1. ten aanzien van den aanklager,
2.      »         »         » de overheid,
3.      »         »         > het gerecht.
De eerste ontving »voldoening", de tweede „boetegeld"
de derde „de proceskosten."
behalve die zittingen hield het gerecht nog butenge-
wone »genachten\'- gewoonlijk driemaal \'s jaars : eerstin den
hooitijd en tweemaal in den grastijd, (te hoi en te grase).
Het jaargeding werd gespannen in de open lucht onder
de dorpslinde of in den Vroenhof (Heerenhof.) De meier
hield dien dag zijne ïoede in de hand, als zinnebeeld van zijn
recht tot \'jevelen en straffen, noodigde het volk uit tot stil-
zwijgen, gebood het ontdekken der hoofden uit eerbied voor
het gezag en las op plechtigen toon den »ban des jaarge-
dingen" voor. L)e schepenen, de pastoor en de burge-
meester
(was : Wijk-, buurtmeester) namen naast hem plaats
op de banken.
-ocr page 47-
— 45 —
Ziehier wat liij sprak (te N\'eeritter)
In nomine Dumini. Amen.
. Dieseu jaergedinge doen ik ban cnde vrede aen (dit
jaarged. stel ik op boeten len gunste van den Heer (fredus)
en op de proceskosten ten voordeele van het gerecht) van
nu tot dien naesten jaergedinge toe, ende dat van wegen
Godes almachtich, van wegen St. Lambertus (patr d. Kerk
v. Neeritterj en van wegen het Kapittel van St. Lambert te
Luik, eigenaar van het vrijdorp Neeritter), van wegen des
meiers en der schepenen, dat alleman recht geschie ie ; zoe
en zal nyemant in den bancke spreken dan myt eynen ge-
swoien voerspreecker (advocaat); gtyn scheepen zal neder-
zitlen, noch opstaan sonder Consent des meiers; neymant zal
mogen coemen voer recht, noch in de cameren, daar men
recht besit met ge*veer ; de meier zal maenen (vonnis vra-
gen), de schepenen zullen wysen (uitspreken, vellen), de se
cretaris Sul irliryven cien rijke en: gel;, den arme om Godts
wille en wie dat hierboven dede der sal des bans breucke plich-
tig zijn.
Op de jaargedingen werden de Kerk- ei gemeentereke-
ningen getoetst, de wegen geschouwd, allerhande reclamen
onderzocht, werd de dorpschat bepaald, kort recht gesproken
en alles overlegd, wat der Heerlijkheid nuttig en voordeelig
zijn kon.
49. Geaardheid.
(Jver het verschil in geaardheid tusschen de bewoners
van het arr. Roermond en die van het air. Maastricht zegt
Ecrevisse :
Zoo is de bevolking der Limburger Kern-
pen eentonig en stilzwijgend ; die van Overmaas integendeel
bont en mededeelende. Ginds bestaat meer gelijkheid van
leefwijze, zeden, taal en begrippen, meer zachtheid spruitende
uit eenvoudigheid; hier meer afwisseling in de leefwijze meer
verschil in de volkstaal ; meer ruwheid, gepaaid met i jnheid,
meer list, gepaard met geweld. De eerste is gaiitcl.elijkde
-ocr page 48-
-46-
onverbasterde Limburger, de oorspronkelijke Vlaming, de
laatste is half Vlaming, half Duitscher van geaardheid en taal
en bezit daarenboven den ondernemingsgeest van den Hol-
lander en de levendigheid van den Waal....
50. Maastricht.
Na langen twist tusschen het Kapittel van St. Servaas
en den Duitschen Keizer ten eenre enden bisschop van Luik
ten andere, nopens de souvereiniteit over de personen binnen
het dorp Maastricht, werd in 1139 bepaald, dat
die souvereiniteit werd verdeeld tusschen den
Bisschop en den Keizer; dat
        .        .        .        .de kerk
van O. L. Vrouw moest dienen voor het duopen en begraven
tot parochie der lieden van den Bisschop, die van St. Ser-
vaas voor de» lieden des Keizers.
Dit gold voor vreemdelingen, die te Maastricht kwamen
wonen en niet reeds behoorden tot de familie van St. Maria
en St. Lambert, onder welk laatste werd verstaan : de ge-
heele Bisschoppelijke, zoo geestelijke als burgerlijke juris-
dictie.
Den 20sten Nov. 1204 schonk de Keizer het geheele
graafschap Maastricht, zijn deel van het dorp, alsmede het
graafschap Vroenhoven in volle souvereiniteit aan Hendrik
van Leuven, hertog van Brabant.
Deze omgaf Maastricht van wallen en grachten, zonder
der den Bisschop te raadplegen.
De Bisschop en de Graaf van Loon, die het geheele
graafschap Maastricht in pand hield, lieten onverwijld het vol-
tooide vernielen. Hendrik peinsde op wraak ; doordat de
Bisschop van Luik Keizer Frederik, den tegenkeizer van
Oito, Hendriks vriend, erkende, verklaarde deze Brabantsche
bertog hem den oorlog ; hij plundert de hoofdstad, maar
wordt te Steppes bij Montenaken totaal verslagen in het na-
jaar van 1213.
»Een heer geen heer,
»T\\vee heeren een heer,"
-ocr page 49-
— 47 —
bleef voor Maastricht eeuwen waar.
Tenjare 1229 werd Maastricht omwald. Met het oog op
gebreken en disputen, zegt ejne oadj kroiiek, lieten de
beide genadige Heeren en Prinsen in het jaar 1285 hunne
eerste gezamenlijke wet afkondigen onder den naam van
Oude-Caerte.
»De wederzijdsche regtbanken der stad bleven in haar
»geheel 1 oordeelende paraat de twisten zyner onderdanen,
«behoudens het appèl naar het ryek. De gemeene zaken
«werden te zamen verhandeld. De tol, in de Oude-Caerte
»niet vermeld, bleef aan den Bisschop, zoowel als de spiri-
>tueele jurisdictie over al degeene, die niet waren van de
»dependentie van het kapittel van St. Servaas, vermits dit
«kapittel het genot had zyner voorrechten onder de bescher-
»mingh van den Paus en den Keyzer." (Oude Kroniek).
Omstreeks 1350 werd een tweede ringmuur aangelegd,
noodzakelijk geworden door de uitbreiding der stad.
In de eerste tijden nadat Maastricht tot stad was ver-
lieven, werd zij door gewapende burgers, in gilden en ker-
spelen
verdeeld, bewaard en verdedigd. Nadat het gebruik
in zwang raakte gehuurde krijgslieden te legeren, werden
deze bij de burgers in kwartier gelegd door middel der
fouriers van beide prinsen.
Toen men alom staande legers vormde, vroeg en kreeg
de stad een vast garnizoen van 1500 man in het jaar 1552.
Aan het hoofd van het gar n\'zoen stond in 1557 Jhr.
Arnold Huyn van Amstenraad, lieer van Geleen en
Eysden, die tevens gouverneur was der drie landen van
Overmaas.
Deze had zijn patent ontvangen van de beide
prinsen ; eenige vorige niet, het waren Spanjaarden. Nadat
de Gentsche Bevrediging in de stad plechtig was afge-
kondigd, hechtten zich de burgers zoodanig aan de Staat-
sche Regeering, dat z\'j. de wettige souvereinen vergetende,
bepaalden geen krijgsvolk in garnizoen te nemen, zonder uit-
drukkelijk bevel van den Aartshertog en den Prins van Oranje,
die dan ook 1200 man herwaarts stuurden, onder bevel van
Jhr Melchior van Schwarzenberg tot Heerlen.
De troepen van Pari na namen de stad den 29 Juni 1579
-ocr page 50-
-48 -
stormenderhand in en plunderden haar drie dagen. Vele men-
schenlevens gingen verloren, vooral ook door het afbreken
van een\'boog der Maasbrug.
Het is treurig, maar plicht, dat ik hier iets móet schrij-
ven over o (waarheden. In onze schoolboeken over geschie-
denis vindt men 1102; steeds het aan Bachiene, Hooft of Mot-
ley ontleende verdichtsel, dat er slechts 300 burgers over-
bleven. dat de stad bleef een nest van soldaten en dat
zij venier werd bevolkt door een zwerm Luiker "Walen.
Hebben de Heeren Franquinct, Habets e. a niet reeds lang
bewezen, dat dit onwaar is ? Hoe kan het doopregister van eene
der vier parochiën van 1581 —1591 per jaar 136 doopsels
aangeven in een nest, bevolkt door e.-n zwerm ? Zeker was
\'579 voor de stad een ongeluksjaar.
Bij tractaat van 15 October 1579 werd eene overeen-
komst getroffen tusschen FhilippusII, als hei tog van Brabant,
en Gerardus van Groesbeek bisschop van Luik.
Daarop volgden de wederzijdsche ratificatiën van 12—20
Dec. 1579 en „alle gevlugte bewooners, die de stad verlaten
hadden, keertien nu naar hunne woningen terugh en kochten
legen gereede penningen uit de roofgierige handen der sol-
daten de meubels, die te voren hunne huysen gesierd had-
den, terugh." (Kroniek.)
Velen waren gesneuveld, eenigen bleven verbannen door
1\'arma, en hunne plaatsen werden „door vreemde landzaten
en naburige bewoners, die, tot winst genegen, zigh in de le-
dihe en zonder eyghenaars gebleven huysen nederzetten, aan-
gevuld "
Tot in staatstelling der verwarde zaken werd den vreem-
delingen burgerrecht en andere plaatselijke rechten gratis ver-
leend. Beide prinsen lieten vervolgens eene algemeenc wet
afkondigen (16 Jan. 1580). waarvan het voornaamste artikel
luidde, »dat de aanstellingh der magistraat zoude voortaan ge-
ïbi\'yren door Commissarissen der beyde prinsen pro in-
»diviso,
en er een breede-raad zoude opgeright wor-
»den door byvoegingh van subsidiaire leden, notabelen
genoemd." Deze notabelen waren of konden zijn : niet-ade-
lijken. Tot onderhoud der op gebouwen, tractementen enz.
-ocr page 51-
— 49 —
verleende beide prinsen der stad een octrooi om licent-
gelden te heffen voor den tijd van 10 jaren op alle waren
en goederen de Maas op- en afvarende.
Het garnizoen bleef bij de burgers ingekwartierd ; den
6den Oct 1580 legde als gouverneur Adriaan de Gomicourt
heer van Cunchey enz. den eed af.
Door bovengemelde wijze maatregelen der beide prinsen
trad oude welvaart eerlang in plaats van ellende en spoedig
was het doorgestane leed vergeten. De burgerij legde zich
vooral toe op de lakenbereiding ; zoo min de rijkste als
de armste schaamde zich dezen handel te drijven. In 1634
kon door den bouw van meerdere kazernen het gewoon door
de stad te onderhouden garnizoen van 2 compagniën in die
gebouwen huizen, wat een groot gemak voor de burgerij op-
leverde.
Er lagen eigenlijk 4 compagniën te Maastricht. Het on-
derhoud van 2 compagniën bleef steeds voor rekening der
stad ; hoeveel zulks beliep en hoe groot een compagnie was
kan bijgaand lijstje opgesteld den 27 Juni 1604, leeren. Het
is de comp, van Don Gaston Spinola, graaf van Bruay
gouverneur der drie landen van Overmaas.
fl. st. oord.
Een kapiteyn
                    180 0 0
Een alferus (vaandrager) 90 0 0
Twee sergeanten
72
Negen corporaals
243
186 muskettiers
3348
Een chef-luitenant
90 0 0
Een corporaal
27 0 0
Een trompetter
18 0 0
28 ruyters
504
Een ingenieur
27
Een provoost
108
te zamen fl 4707
Voor Maastricht viel alzoo te betalen fl 9414. Daarbij
kwam :
7
-ocr page 52-
— $o —
de Gouverneur fl    2400
zijn luitenant                        1200
twee fourriers                         416
Com van ammunitie             200
Ontvanger der licenten         200
zijn controleur                        100
de hellebardiers                      100
Vuur en light der waghten   4000
fl 8616
Omstreeks dezen tijd kregen de godsdienstige instellin-
gen te Maastricht eenen toevloed door de aankomst der pa-
tcrs Capucienen, der zusters Annuntiaten, der Sepul-
chrynen of Bonefanten
en der vergadering van St. Anna-
dal.
Wat de politie en goede orde betreft, zoo zag men
Agenten te Luik en Brussel benoemen, die zich beijver-
den de stedelijke belangen van Maastricht bij die hoven te bevor-
deren, boden aanstellen, zoo te paard als te voet, voor de corres-
pondentie met omliggende steden, en een stadsbouwmeester.
Nadat Frederik Hendrik den Bosch, Venlo en Roer-
mond had genomen sloeg hij het beleg voor Maastricht, dat
na 2 maanden te zijn belegerd, heftig beschoten en kloek ver-
dedigd, moest capituleeren ; den 22 Aug. 1632 werd getee-
kend en geratificeerd, zoodat van af dien dag Maastricht be-
hoorde tot den Bisschop van Luik en de Staten der Unie.
De burgerlijke regeeringvorm bevatte, zooals wij zagen
vier autoriteiten:
1.     Het Collegie van Schepenen des Bisschops,
2.     Het Collegie van Schepenen der Brabantsche zijde,
3.     Het Collegie van Burgemeesters,
4.     Het Collegie van gezworen Raden.
Den 25 Mei 1635 werd door de wederzijdsche Commis-
sarissen-deciseurs
een accoord getroffen, door beide prin-
sen goedgekeurd, waarbij het gedeelte van het garnizoen tot
stads lasten, werd gesteld op de helft der infanterie, niet meer
dan 3000 man, en op een derde der kavallerie. niet overtref-
fende 4 compagniën.
-ocr page 53-
— 5i —
In 1664 Heten de Staten en de Prinsbisschop eene al-
gemeene wet afkondigen, getiteld : Recetten der stadMaas-
tricht,
waarbij veel op den ouden voet bleef.
Als eerste gouverneur onder Bisschop en Staten fungeerde :
prins Fred.-Maurits de la Tour d\'Auvergne, hertog
van Bouillon
enz. (1632-1641), een beleidvol en dapper
man. Hem volgde op : graaf Johan-Albert van Solms,
enz. (1641—1648).
Het servies, geregeld bij accoordin\'1595, bleef na 1632 ook
in stand. Dit bedroeg van ritmeester tot en met ruiter, van ka-
pitein tot den soldaat in Luiksch geld 730 gl. 16 stuivers. Er
werd eene nieuwe proportie ingevoerd, onder van Solms, eene
regeling, die tot 1707 werd gevolgd.
fl st. oord.
Ritmeester
                81 18 o
f? Luitenant                 38 16 o \\
2 Cornette                    45 12 o /
ir kwartiermeest 17 6 2 ( 212 ol.-ll st.
3- Korporaal
                 15 15 0 )
Ruiter                         14 3 2 \'
Kapitein                    47 5  C
ff Luitenant                  31 10  C
I" Vaandrager             39 7  0 ( 152 17 s 0
ff Sergeant                   13 10  0 { 365 8
£• Korporaal                 11 16  0 (
Musketier                   9 9  0)
Als derde gouverneur treedt op : rijngraaf Fred-Magnus,
prins van Salm
(1649--1673) zijn opvolger Jacques Fa-
riaux,
burggraaf van Maulde (1673) vermocht niet, niettegen-
staande allerlei maatregelen tot kloeken tegenstand, Lodewijk
XIV uit de stad te houden ; van 10—30 Juni 1673 duurde het
beleg. De stad gaf zich over, de Staatsche bezetting vertrok
naar Den Bosch en de Franschen lieten 6000 man infanterie met
1200 man kavallerie inde vesten onder het bestuur van God-
fried d\'Estrades, ridder enz (1673—78). Door de vrede van
Nijmegen (ioAug. 1678) kwam Maastricht weer aan de Sta-
ten,
ofschoon de Koning van Spanje het hem beloofde niet kreeg
en protesteerde.
De nieuwe gouverneur heette : Georg-Frederik graaf
-ocr page 54-
— 52 —
van Waldeck. (1679—1692), zijn opvolger Johan-Adolf
van Holstein-Plön (1693—1704); vervolgens bekleedde die
betrekking : Baron Daniël "Wolfgang de Dopf, heer van
Nederkanne
enz. (1704—1723).
In 1716 kon men einde maken met het bouwen van den
laatsten boog der nieuwe brug ; de bouwer van den eersten
boog was Frangois Romain, kloosterbroeder ; de overige zijn
voltooit in 1698, 1699, 1714.
In 1725 werd eene belasting op thee en koffie geheven ;
een bewijs dat zij volksdranken waren geworden is te vinden
in het teit, dat de opbrengst van dien impost in het jaar meer
dan 20000 gl. beliep,
Wij tellen verder als gouverneur :
prins "Willem van Hessen-Kassel (1724)
Hobbe,
baron van Aylva (spr. Alua) (17—1772) met
tusschenpoozing van 1748 - 1749, gedurende welken tijd de
maarschalk graaf van Löwenthal gouverneur was, tijdens
hj?t Fransen bewind. De stad ging door het vredescongres te
Aken den 30 April goedschiks in handen der Franschen over
na van 11—30 April te zijn belegerd. Na den dood van
Aylva
treedt als gouverneur op : de prins Karel Christ van
"Weilberg
en na dezen prins Frederik van Hessen-Kas-
sel.
(Men zie verder onder „De Franschen kumen"). De laat-
ste prins-bisschop van Luik was de Méan. Hij zag zijn prins-
dom bij de Fransche Republiek inlijven en den 16 Nov. 1794
onder de administratie der Vereenigde Departementen stellen.
Naschrift.
Het was aanvankelijk mijn plan in denzelfden zin als met
Maastricht geschiedde de overige Limb steden te beschrijven.
Daar de omvang van het boekje m i. dan te groot werd,
laat ik dit varen, mij voorstellende deze stof tot onderwerp
van een tweede deeltje te maken bij eenig gunstig onthaal van
\'t thans voltooide.
A\'iet alleen de steden, doch ook alle vroegere heerlijkhe-
den hoop ik dan de revue te laten pas se er en. alsmede een en an-
der in het midden te brengen over nog niet behandelde onder-
werpen, als geld, munt, wapens enz.
P. M. P.
-ocr page 55-
— 53 —
Inhoud.
Voorwoord.
1     Voorhistorisch Tijdperk.
2     De Steenperiode.
3     De Bronsperiode.
4     De Celten
5     De Germanen.
6     De Romeinen.
7     De Franken.
8     De Franken, (iste Vervolg.)
9     De Franken, (2de Vervolg.)
io
    Het Hertogdom Gelder.
11     Het Graafschap Kessel.
12     Het Ambt Montfort.
13     Het Ambt Ctickenbeck.
14     Uaelenbroek.
15     Het Hertogdom Gulik.
16     Het Ambt Bom.
17     Ter Heyde                                                                        *
18     Het Hertogdom Kleef.
19     Gennep.
20     Het Prinsdom Luik.
21     Het Graafschap Horne.
22     Het Hertogdom Brabant.
23     Het Land van Valkenburg.
24     Het land van Daalhem.
25     Het Hertogdom Limburg.
26     Het land van \'s Hertogenrade.
27     Het Graafschap Vroenhoven.
28     De Rijksheerlijkheden.
29     Het Rijkvorstendom Thorn.
30     Wittem, Eys, Cartils, Wylré met den Neuborg.
31     Rimburg en Gronsveld
32     De Vrede van Munster en het partage-tractaat.
33     De Spaansche Successie-Oorlog en het Barrière-tractaat.
34     Latere Veranderingen.
35     De Franschen komen en nog wat.
36     De invoering van het Christendom.
37     Iets over het Geestelijk bestuur.
38     Dekenaat Cuyck.
39     Dekenaat Eyck.
40     Dekenaat Susteren.
41     Dekenaat Wassenberg.
-ocr page 56-
— 54 -
42     Dekenaat Maastricht.
43     Dekenaten Herve, Gelder en Nijmegen.
44    Alleroudste kerken.
45     Plaatsnamen.
46     Eene beleening voor het leenhof van Curingen.
47     Het bestuur eener Heerlijkheid in de Middeleeuwen.
48     De Tienden.
49     Geaardheid.
50     Maastricht.
Naschrift.