-ocr page 1-
-ocr page 2-

t

J

)

Ay

f i
4

» ,

- \\
0 .

iflP«

\\

/ .

I\'.vV if ■

t

r

-ocr page 3-

"V- \'
}

V

) ,

; T\'

j

i .,
k -

h.

■J:

t .

i

I

i
f

I .4-
;
\\
A

I

r

/ ■

A" \' ..■

-V

ri- -r i ■■ . ,

-v\'.- V:.:--\' r-

{i ,

- . I

î

: ;■.

-ocr page 4-

\\

I

ry^

ié-"

V-

! .
!v

- - ■ ;

- ■

-.V

(

\'-O \'

■ .Cr

\'i- \'
f

I r

. - • - -

•"V- ■

.•-•.. r-

e

P.

k-

J. -

, A . , ^

3=

- ti\'

-r\'

•/

-ocr page 5-

f

f

I

-ocr page 6-

•yr -

ft

l

F

r f- ;\'-^ , ■
^ ...

t : \' •
■ "< - ~

- ...

-

u

\'4

-të:

■ .

1

■k

i.

I

i:

T

ï

l

i

-ocr page 7-

I O A N B L A E V W

wenfcht

DEN LEEZ ER

veel Heyls«

Iet hier, Goetwiliige Lêezer, het vierde Deel van
onze Atlas, nu voor veel jaeren belooft 5 welk be-
grijpt Engelandt; in \'t felvige te ontwerpen, heb
ik de naeuw-keurighfte kaerten van dat Rijk^voor
dezen van lan Spead in \'t licht gegeven, gevolght,
en de befchrijvingen van Wilhelmus Cambdenus,
een üytnemend geleerd man in de Britanfche Oudt-
heden, hier by gevoeght; op dat dit boeck in alle deelen
valmaekt
zoud zij n .Ik heb ook geen andere voorgeft elt5als die tot het Rijk En-
geland behooren^ en die van Schotland en Ierland tot het vijfde deel,
welk ik nu betrachte, uytgeftelt. Schotlandt uyt de eyge kaerten
van Timotheus Pontjwelke die groote lief-hebber der geleerden van
deze eeuwJóanScot vanScottis-Tarvet,Dire6teurvandeCancelrye
van Schotlandt,uyt de duyfternis opgehaelt,en als van de ondergang
verloft heeft. In de zelve te verbeterenbefteet ook de waerlijkedele
Baron Robert Gordon van Strath-Loch zijn uyterfte vlijt. Zy geven
ook hoop van nieuwe befchrijvingen ; van welke ik alreeds eenige
ontfangen heb. By de felve zal ik voegen al wat Cambdenus van
Schotlandt en lerlandt gefchreven heeftsEn daer en boven noch een
aenhangfel van vele kaerten, welke my na het uytgeven
der voorfge
Boeken ter handt gekomen zijn. Grieken-landt met fommige ande-
ren zal ik in een byzonder Boek vertoonen.OndertufTchen verwacht

de Oude Aert-befchrijvingen van Ptolemeüs : welks inhoudt Ifaak
Voflius 5 Zoon van dien grooten man en onze byzondere Vriendt
Gerard Voffius5in de oude Aerdt-befchrijvingen zeer geoefFent,uyt
de vergelijking van verfcheyde voor-beelden met de handt gefchre-
ven,zoo in Italien,als in Vrankrijk, en in Engelandt berufl:ende,zeer
verbetert geven en met aentekenen verklaeren zal. Ik ben nu be-
zigh in \'t vernieuwen van het Steden-Tooneel ^ welks twee eerfte
deelen eerftdaegs met Latijnfche befchrijvingen,en binnen weynigh
maenden in Nederduytfche-Tael, gelijk ook in de Franfche,en in de
Hoogh-duytfche, zullen uytkomen. Ondertuflchen, terwijl ik, h^t
geen tot voleynding van onzen Atlas noch overigh is,toe-rull:,geniet
dit; zijtdezen arbeydt gunftigh, envaertwel. t\'Amfterdam uyt
mijn Drukkery ^ den
x11November cio 10 c xl v11.

f

r

fr

L ■

-ocr page 8-

—t\'

WILHELMVS CAMDENVS,

Aen den Leezer.

i

ß gun ik in de eerfle uytgemng ^an dit Boek mor fwintigh jaeren
mór-redü) fchaem ik mj niet met de z^ehe woorden , ^eymge hy\'voe-
gende 3 den Leez^er in dez^e nieuwe druk wederom op een nieu mor
te dragen. Ve uitnemende herßeUer\'der AerdhefchrijDing
Abraham
Ortelius
heeft mor dertigh jaeren m&t mj gejprookenj dat ik ons oudt
Britannien verUaeren z^oud: dat is , de oudheydt aen Britannien , en
Britannien aen haer oudtheydt herßellen , h&t nieuw hj
V oude, he^
licht bj het duyßer, en
V geloofwaerdtg by V twijfelachtigh megen ;
en de waerheydt in onz^e dingen/van de z^orgloosheydt der fchrijvers ^ en de licht-geloo\'vigheydt
des gerne enen mlks mrbannen y en
ZjOo nje el mogelijk was, te huys roepen \'z^oud, Voorwaer een
zjwaer en meer als moeyltjk werk , in welk hoe Z:eer te arheyden z^y , gelijk het niemandt byna
gevoelt, z,oo gelooft het ganfchlijk niemandt ^ als dte teeniger tijdt > z^elm beproeft heeft.

te gaen , en , ^oo met in my was , der roem mijns Vaderlandts niet wilde ontbreeken , ^reef-
a^tighejdt en ßoutheydt, twee de firijdenfle dingen , welke ik dachte dat noyt in een z^elfde
menfch ^uailen konden, in mjoïk weet nie^ hoe, iz^aem-gemeght gemerkt heb, oMaer de z^aek
mder C^odts beleydt, en \'t gez^elfihap der naerfligheydt, met alle moedt, gedachten , arbeydt,
en geduurige omrweeging aenvaert hebbende , heb aen de z,elve mijn ledige uur en geheel be^
fleedt. Ik heb de Oorfprongl^kheydt en eerfle inwooners ^van Britannien z^orgh^uldelyk nage-
^orfcht, en in geen twijfelachtige z^aek iet z^eekers beveHigk. WanU ik weet, als mor zieker,
dat de Oorsprongen der mlkeren, door al te groote oudtheydt, als welke door de groote tuf
fchen-ruymte der plaets naeulijx geTUen worden , duyfler, ja onz^eker z^ijn ^ E\'ven gelijk der
groote rivieren aßoopen , fcheydingen , t z^amen-^loeden en monden bekent^ ydoch de bronnen
gemeenlijk mor ons mrborgen zJjn, Ik heb de oude af deelingen \'van Britannien doorzjocht, en
de flaeten en njierfchaeren \'van het bloeyenfle rijk ^an Sngelandt kortelijk gedacht, Elex Land-
fchaps grenzten, (nochtans niet ten naeuwflen nae de roeymaet) wat gaven, wat plaetfen
*van ouder gedachte y wat Hertogen , Graven, Baronnen , en oude en doorluchtige Huy s-ge^
zwinnen (doch niet elk in \'t byZjonder, welk onmooghlijk is) aengewez^en. tVat ikgedaen heb ,
laet zeggen , die oordeelen können , en die Zjuüen V z,elfs niet licht vonniffen. IVant^ de tijdt,
die onbedurve getuyge , \'t heveßigen , als de mjdt, die de lebendigen vermlght, z/wijght.
^it nochtans z^al ik z^eggen , dM ik, V geen om de verborge waerheydt der oudtheydt mort
te haelen dienfligh is, geenzAns verzjuymt heb, 1\'ot mijn behulp heb ik my de kennis van de
oudtfle "Britanfche en EngelSaxe tael verkregen ; by nae geheel Engelandt door- reyft ^ en elks,
die in z^ijn landt ervaerenB was, raedt ondervraeght. T>e Schrijvers z^oo van mijn vader-
landt y als Griekfche en Latijnfche, die z,elfs maer eens aen Britannien gedacht hebben , naer-
ßelijk doorleeZjen^ T>e gemeene aentekeningen des Rijks, fchrifi-laden en handt-veflen , veel
boekeryen , brieven , gedenk-tekenen en oude handt-fchriften van fleden en kerken doorz^ocht;
en de z^elve als getuygeniffen van den hemel, alle uytneming te boven, by gebracht, en , d.aer t
de z,aek fcheen te vereyfchen , met de z^elve woorden , daer z,y mee H^reeken , hoewel met
haßaert-f^raek vermengt, op dat de TVaerheydt haer eer geheel bltjkej voor-geßelt,

Voorwaer ik fchijn nochtans weynigh voorz^ichtigh en min Xedigh, dM ik uyt de nedrighße
plaets
der Oudtheydt-onderZjoekers, daer ik my wel te fchuyl houden moght, op het tooneel van
dez,e geleerdtße eeuw, onder z^o verfcheyde finaeken van ver fanden en oordeelen, als fchryver
voortkom, c::^aer op dat ik vryeüjk z^egh , \'t geen \'er af is , de liefde des Vaderlandts, welke
alle liefden van allen begrijpt
, de roem der Britanfche naem , en de raedt der vrienden hebben

mijn

-ocr page 9-

AEN DEN LEEZER.

mijn z^edigheydt ^jerwonnen , en tegen wil en dank yjae ook tegen mijn eygen oordeel, my
aengedrenjen dez^e UB3 welk ik niet machtigh hengen te gaen, en in V openhaer geßeit. Want^
ik zJie dat my \'vm alle kanten oordeelen, ^oor-oordeelen, fchattingen, berispingen j lafleringeny
als onder ^aendels tZiaem-ge\'Voeght,omringen. Andere zÄjn \'er, die dez^egan^che oefening der
Oudtheydt, als een niem-gierige naerfligheydt tot het voorledene , geheel verachten en \'veriver--
pen, TVelker aenz^ien gelijk ik niet geheel <verachte , z^oö bewonder ik haer ^oorz^ichtigheydt
niet Zjeer, Ook ontbreeken my geen redenen, waer door ik , by goede engeharte Iteden, die haer
Vaderlandt \'verlicht begeerenMt mijn\'voornemen lichtlijk aenprijz^en^en indez^e oefeningen een
z,eer z^oet vermaek voor de gemoederen , en een \'vry menjch niet onwaerdigh , bewijz^en kan.
Doch z,o \'er eenige zJijn, die altijdt gaHen in haerßadt, vreemdelingen in haer vaderlandt, en
kinderen in kennis z^ijn wiUensdie mogen ^mijnen \'t halven, z^ich z^elven behaagen ,zJich ziehen
ßaepen, ^voor die heb ik dit niet ge
fchreven^voor die heb ik dit niet gemaekt. Andere z^uüen my
eenßechteßijl van z^eggen ^ en een rouwe en onhefchaefde reden voorwerpen, Voorwaer ik
heken \'t 3 Want ik heb ieder Woordt op geen gout-fmits fihael (als Varro wil) gewoogen , nocht
voorgehadt alle reden-bloemkens over al tè kiez^en. <J^aer wa^t werpen zjy dit tegen , daer de
Vader der PVeljprekentheydt, Cicero filf,
loochem, da^ dufdanigeßofmet pronk beßhreven kan
worden, en, als Pompomti^ z^eght, der welfprekenheydt geenfins begrijpigh is.

Veele ZjUÜen z^ich daerom mógelijk tegen my aenkanten , dM ik de Oor^rongen ^an ^eel
oude naemen dikmaels met giffen durfnajpooren. De welke
ZjOO z^y njoortgaen de gißngen ge-
heel uyt teßuyten , ik \'vrees dat een groot deel der beßhaefde geleertheydt, en alz^o der menßhe--
lijke kennis eyndelijk \'verdreeven en uytgebannen werden, IVant het ßits van ons ^erßandt
is gemeenlijk z,o plomp , da^ wy in aüe konßen gedwongen zJijn \'veel dingen met gißten te ^ver-^
\'Volgen en te \'verklaeren, In de Genees-^konH grijpen tekenen, waerßhijnlijkheden en voorbeel-
dingen , welke bynae niets anders als gijßngen z^ijn, plaets. In de Redenrijk-konH, Rechts-ge-
leertheydt, en andere konßen^ bez^itten en befchermen de raamingen haer zeetel. 8n wijlde gif-
fingen ken-tekenen van een »verborge z^aek zJijn, en (als Vabim z^eght) ßieringen der reden tot
de Waerheydt, z^oo heb ik altoos geacht, dat men haer onder de ß aden, waer mee de tijdt de
waerheydt, in T>emokritm put ^erz^onken, opgraeft en ^oorthaelt, tellen moeß. Zoo dat, in-
dien zy Zjich geZceggen laten , dat men de raamingen eenige plaets geven moet, ik niet twijfel
of zy z,uUen my verfihoonen , mits mijn z^edigheydt en maetigheydt, in de z^elve te ^verbände--
len , het lichtelijk \'verwerven Z^al, Tlato gebiedt in zJjn Cratylus, dat men de oorßrongen der
naemen tot de Barbarifche talen , als de oudtße, betrekken moet. Ik neem in de OorJpronklijk-
heden en raammgen alüjdt mijn loop te rug tot \'^ri^r^ßhe, ofi (gelijk mef? die nu noemt) de
JVaüifche taehwelke de eerße en oudtße Inwooners van dit landt gebruykt hebben. Hy gebiedt
dat
de naem met de z^aeken de z,aek met de naem overeen-ßemme: Z:00 zy ^erfchtllen, tk laet
z^ulke niet toc^. In de dingen , z^eght hy,is de Stem , de Geßalte en Verw. z,oo dez^e in de
naem niet uyt-gedrukt worden, tk verwerpz^e overal met verachting, T>e duyfiere, hardt-
achtige, z/ivaerlijk gebooge oorßronklijkheden , en die tot verfcheyde deelen getrokken komen
worden , heb ik niet waerdigh geacht m dez^e aentekeningen in te voegen. Eyndlijk ben ik in
de raamingen z,oo fjpaerigh en voorzJichtigh geweeH, dat Ct zy ik my bedriegh) ik den Lee-
z^er ,
ZjOO nietßout, gewißijk met lichtvaerdig z^al können fchijnen. En hoe-wel ik meer als
eens in dit z^oete \'Voorjpel der verßanden , een oft twee gißngen in een en de z^elfde Z^aek hy-
gebraght heb ^
ZjOO ^vergeet ik nochtans niet, dat de E e n h e y d t der W a e r h e y d t
toe-gewijdt is.

^aer z^uüen \'er ook mogelijk zAjn, die z,ich eergierighlijk "vergrammen.om dat ik dit oft dat
gefacht fiil\'ZJWtjgens vooriy gegaen ben, daer \'t mijn voornemen is, niet als de doorluchtighße
geßachten te verhalen, en die ook niet alle (want zy z^ouden geheele Boeien verojullen) maer
die nae de orde van mijn ^oorgenome werk my \'voorgekomen Z^ijn. met Godts gunß z^al ons
ook een andere gelegentheydt gegeven worden om aen de Brmnfche oAdel dien dienß te doen,
^uer die z^ich hier aen meeß ^erßooren, hebben mooghlijk minß aen \'t Vaderlandt ^v er dient,
oft is noch jonge Edeldom^.

^ z Die

-ocr page 10-

Ä \'E N DEN LEEZER.

T>ie z^elfde z^uUen my miffchien beßhuldigen, da^ ik maer z^ommige o\'verhlijffeien prijs |
maer het z^ehe is korteli/k en matighlijkgefchiedt, en dM uyt het vertrouwen der waerbeydt,
uyt de overeenflemming \'vm die wel van de deughdt oordeelen , en uyt een gemoedt aen geen
vlejen onderhevigh. Uyt dat maetigh looven worden nochtans rjy:, dien \'t aengaet/uermaent^
da^ z,y z^ich het z^elfde niet onwaerdigh maeken, dat Z
jJ de verkrege roem hefchermen en da--
gelijks vermeerderm. Want dk wordt ?Jjn eer , ook de Schrijvers üp \'t papier kladden ^
van de laate nakomelingen beloont; waer op , en niet op dez^e tegenwoordige eeuw ik gezien
hek Ondertujfchen mogen z.y gedenken, dat het prijz^en der goeden , even als een \'^aak voor
de nakomelingen is , om te toonen welke z^y volgen mogen. Want die Spreuk van Sjmmachm
is waarachtigh:
De navolging \\vordt door 9icrfelcn der goeden aengehitft , en
\'de navolgende deughd wordt door het voor-beelt van eens anders eer aenge-
voert.
Zoo iemandt z^eght dat ik gelegentheydt tot het gewagh en lof van een oft twee ge-
\'ZiOcht heb , hy heeft een bekennende aengeklaaghd<L^, Ook mach men de zjuyvere oprechtigheyt
Zjonder leugen by de goeden niet tot mifdaadt keer en , en der vrienden deughdt iet toegeveri^
oAlz^ins heeft de deughdt en roem fleedts eenige benijders, en de menfchen vervolgen het tegen-
woordige met haat, het voorledene met eerbiedigheydt: \'t z^y verre, dat wy zsoo onbillijke
waerdeerers van dingen en menfchen zJjn z^ouden, dat wy onz^e tyden onder de loflijkße Vor-

ßen vruchteloos van prijswaerdige mannen z^ouden achten^ Q:^aer die het lof der goeden be-
nijden , die ^rec^ ik da/i^ i^y , quacyk hewu\\i , z^icb ook t verachten der quaden ^ om de gelijk-

heydt der zieden zjuUen aentrekken.

V>aar zjuüen \'er ook geen gebreeken „ die my ZjUÜen heßhuldigen dat ik dit aft dat fiedeken
nagelaten heb ^ als of ik voorgenomen had anders als de vermaardtfle en van de ouden ge-
dachte z^elfs te noemen j en\'tis ook niet de pijne waerdigh die te noemen, wijl \'er niet als de
bloote naamen gedenkwaerdighs in voorkomt. Want dit is inz^onderhejdt mijn voorneemen
geweefi, dat ik die plaatfen ^ waar aen C^far, Tacitm ^TtolomM ^ de Keyz^er aAntoninus^
de oAntekening der landen, en andere oude fchrijvers gedenken , en de tijdt in
V uytblujfchen ,
veranderen en verderven der naamen, nu me4; dujßernis omgooten heeft, navorfchen en in t
licht haaien z^oud. In dit navorfchen , even als ik \'t geen niet ondervonden is niet verzoeker,
Z
jOO verz/wijgh ik ook niet V geen bewijslijk ü. Dat ik voorts niet alles in \'t byz^onder ophaal,
fchoon ik
V met groote moeyte nagevorfcht heb gedy my niet tot fchadt^ ; Éven als een Me-
taal-werker , de welke terwtjl hy de groote aderen z^oekt, na de klejne en verborge aderkens
niet
Ziiet: Oft s op dat ik de f^reuk van Sjmmachu^ gebruyke: Gelijk\'t in een groot
bofch een goedt jager toekomt veel wildt naerftelijk te vangen, en t niemandt
te wijten zydat hy niet alles vangt ^
z^oo ook my: Eenige dingen moet men ook ande-
rer naerftigheydt overlaaten : En hy leert niet wel,
Z^eght een groot man, die aUes leert, en
aen anderen niets te vinden laat. Een andere eeuw,
en andere menfchen z^ullen dagelijks andere
dingen in \'t licht brengen. V Zj mj genoegh en
over genoegh begoß te hebben , en ik z,al V voor
winß fleüen , dat ik anderen op deT^ vecht-plaats beroepen heb /t z>y z^j op nieuw fchrijven ,
V Zjy zjy V mijne verbeteren.

T>aar z^ijn \'er, nae ik hoor , die Zjich vergrammen, om dat ik van de Klooflers, en haar
flichters verhaal; ik hoor \'t met droef hejdt, doch ik z^al behoudens haar gunfi z^eggen ; dat
de
Zjelve Zsich ontwaerdigen , jae willen dat men vergeete dat onz^e voorouders Chrißenen ge-^
weeß z^ijn , en dat wy
V z>ijn. Wi]l \'er nergens zieker er en fchijnbaarlijker gedenktekenen van
haar Chrißelijke Godts-vrucht zJijn ; nocht eenige andere plantfienen geweefi zJjn, van waar
de Chrißlijke C^odts-dtenH en goede konßen tot ons voortgef^roten zÄ]n ; hoéwei het onkrujt
in die verdurve eeuw in de zjelve meer als te veel aengegroeyt is,

Q^aar nu zjuüen z^ich de Wis-konßenaers beklaagen , en mj befchuldigen dat ik in de
oAardtbeßhrijvende afmeetingen der langten en breedten geheel verdwaalt ben. Hoort bid ik >
ik heb de nieuwe , oudemet de handt gefchreve, Oxfordfche , Cambridßhe, en de volmaekße
kaarten van Koning Henrijk de vijfde naerßelijk vergeleken. In de breedte verßhillen z^y veel
van Ttolomem, onder elkander komen zy over een: J^htans acht ik
met Smdif^ niet, dat

de

UI
0.
0

ÉIÜI^M

-ocr page 11-

AEN DEN LEEZER.

de Aerdt ujt haer Middelpunt geweken ^De^e heb ik derhahcn gebrmkt. oSWaer in de
langhte Ù geen t Xja?nen-ftemmmg nocht over-eenkomfi : Wat z^oud tk dan doen ? wijl de
hedensdaeghfche ghemerkt hebben dat de naaldt van \'t Kompas tujfchen de eylanden
Afores
Zjeer na de noordt-poolßrekt, z^oo heb ik van daer^als van de ujterße Zjuydt-lijn, met haer het
begin d.er lengte geleydt, welke ik ook over al niet te even afgemeeten heb.

Ve fchuldt van dujflerheydt, beuz^elingen, oft een ujtzjwervend verhael hoef ik, Z^oo ik
hoöpj niet af te bidden. Van dujflerheydt heb ik geen gevaar, als by die, die dé oude fchriften en
onZoe gefchichten met het voorfle der lippen z^elfs met gepnaakt hebben. oAen beuz^elingen heb ik
niet metallen toegegeven, en op dat ik hier en daer met geen z^ijd-gangen uytfpaïten z^optd, z,oo
heb ik het opfchrift ( als Tlinius vermaent ) te dikwijler geleez^en , en my z^elven meenighmael
ondervraaght, wattk begofl had te fchrijven.

oMaer.op dat mijn reden m dit Voorjpel niet te ver uytloope : Om dit werk te befchaven^
heb ik eenige jaeren door een hertnekkige y ver der waerheydt, en een oprechtUjk oude ïrouw
om het Vader landt te verheerlijken yde uyterße krachten van mÀjn verflandt befleedt. Geen ge-
flacht heb ik tot lafler ghetrokken , niemandes eer ge que tfl , met niemandt s naem gefp eelt ♦ nie-
7nandts eer vermindert, z
^elfs niet van Galfreâ ^an M.onmuth , wiens gheßhichten ( die ik
Zseer gaern be\'vefligen wiUe ) onder de geleerden voorwaer z^eer verdacht gehouden worden ;
en heb my geen andere overreding van wetenfchap aengetrokken , als \'t geen ik wc et en wilde ^
T>erhalven beken ik willigh en gaern , dat ik in veelen onweetïgh hn en âwaleyi kan , en z^al
mijn dwalingeu niet door de vingeren z,ien. Wie zi^al, den gantfchen dagh fchietende , altijdt
het wit treffen ? In dez^e oefeningen z,i]n veel dingen welke verbrandens- waerdigh zÀjn^
Veel m.isßagen können van \'t geheugen z^ijn. Want wie kan in zJijn geheugen alles z^oo be-
grijpen , dat hy \'er na z^ijn bdieveyi alles kan uy thalen ? Veel müflagen können van onerva-
renheydt zâjn. TVant wie is z^oo ervaren , dat hy, in dez^e blinde z^ee der oudtheydt mét de
tijdt vjorßelende, niet aen deÂlippen floot ?
V kan ook gefchieden , dat ik door V aenzÂen van
de fchrijvers en andere , die ick voor geloofwaerdighfl gehouden heb, gedwaelt heb. Ook is \'er,
alsTlinius z^eght,
geen ghereeder misflagli dan \'t gheloof, als daer eendeftigh
fchrij ver van een valfche zaak is.
T>e byfinderheeden der plaetz^en moghen andere, diez^è
hewoonen , naerßelijker onderzoo eken , zi,oo zy my mijn dwaling aenwijz^en , ik z^alz^e met
dank verbeteren ; \'t geen ik onvoorz^ichtelijk nagelaten heb , hy voegen • \'t geen ik niet genoegh
verklaart heb ^ onderweez^en, volkomelijker aenwijz^en
; zjoo \'tßechts z^onder nijdt en twifi-
gierigheydt, de rechte liefhebbers der waerheydt minfl betaemende
, gefihiedê. OndertuJJchen
nochtans laet, beleefde Leez^er, uw beleeftheydt, mijn naerfl \'tgheyât, de gemeene liefde des Va-
derlandts , en de
waerdigheyt der "Britanfche naem dit van u voor my verwerven , dat ik
mijn goedtdunken , z^onder anderer voor-oordeel vrylijk voortbrengen , dat ik de z^elfde wegh,
die andere m dez^e oefeningen pleegen , houden magh , en dat ghy mijn dwalingen , z^oo ikz,^
erken, verfchoont. tfet welke , gelijk ik gevoel, van de oprechten en goeden meer te hopen
als te begeeren is : Z^oo fioor ik my ook in de nijdigen , en quaden,, die alles beknagen , by \'t oor
trekken , benjden en lafler en , gantfch niet. PVant dit heb ik geleert, dat de laftering een fchat
der z^otten is , dïe zjy op haer tong draghen j m dat de nijdt (ik wil
V de nijdt in haer bakhuys
z^eggen ) niet als in verbaflerde, flechte en onverflandigegemoederen huys-houdt. De z^uyvere
en vrome verflanden , gelijk z>y de nijdt lichtelijk verachten , z^oo weten z,y ook z^elfs niet te
benijden. ^Doch my en al
mijn fchriften werp ik nederighlijk met behoorlijke eerbiedt, onder het
oordeel van Godtvruchtighe en geleerde heden. by\\welke z^oo dez,e arbeydt niet aengenomen ,
ffewiflijk, als ik hope , verfchoont z^al worden, Vaert wel, Zjijt gunfligh, en gebruykt.

-k ^

\'t Engels-Saxifch A. B. C. hebben wy hier laten byftellen, om de Saxfche namen,
welke doorgaens in dit Boek gemoeten, te lichtüjker te
leezen.

A

a

e

B

n n

r

a

u

y

y

«

b

b

e

e

i

i

O <?

&

S

P

ÎV

/e

ty£

>

c

c

F

f

1

l

P ?

r

ƒ

X

X

/e

1

D

d

. 5

g

CO

m

g f

t;

t

X

X

B

Th

1

and
I that

B R I-

/v--

-ocr page 12-

R I T A N N I E

JSldien men roemen magh op hooger Goden giften

En onz^er harten driften

Vermaeken met: des hemels onverwlß gefchenk;

Waerom z^al \'t, z^oo ik denk

Dat ikgelukkighfi hen \'van alle z^aMge landen,

^edyen my tot fchande ?

Die niet erkennen kan de go ei ren van zJjn ßaet ^

Bewaerdight z,4ch het qmedt,

Het ujterß Indien pocht op z^ijn dichte bößihen ^

Bdadn met woüe-troßen;

moedigy oArahier op z^ijn wel-riekend kruydt;

Het rijk Tanchajen uytt,

T>e gantfche weereldt door ^ V lof ^an z^ijn wierook-z^anden ^

De trotfcH Iheerßhe landen

Verhe^n hemel-haogh de weldaan van haer vloen ,

Diè goude kluy ten voên;
iPe mu^ aticcu duur hare n^c\'f^c rrwnden

Egyptens roem verkonden ;
Het vry-gevochten Volk ^ d^aenwooners van den Rtjn

Zijn moedigh op haer wijn
Het \'vruchthaer Afrika \'vermaekt z^ich in Zoijn kluyten ^

Vol \'voetfel voor de fpruyten ;
Js \'t een landt ha\'ven-rijk, het wijkt weer njoor een aar
In o\'vervloet van waar :

fchort het nergens aen >k heb bronnen,, daer de ftroomen
In overvl&edt uyt-komen :
Geen ploegh hoeft vruchtelaos met morenen de kley

^e fcheyden van mijn wty :
\'k Heb Q:^annenj Wilt, oM^etaal in veelt, om niet tepratten

Op d\'overvloedt van fchatten
T>ie my de z^ee toe~reykt, nocht op
ZjOo z,oet een locht
qAIs elders weezeen mofht.

O

Voor my, laet dAvond-Zon haer fchoon verguldeßraalen

Ifeel laet ter z,eewaert daalen j
Zijn fchoone ZuBerßert met haer geßernde jacht

Op V helderfle mijn nacht:
Ik, rijk in Schaepen, kan de welgepreez^e vachten

Van B&tis z^elfs verachten ,
En C^^emfis wonderwerk. CiMaer dat 5 mijn hooghße praal,

Dat Roomden in z^ijn taal,
En Cjrieken m haer ßraek, en d Oudtheydt my geroemt heeft,

En tweede werldt genoemt heeft.

.4

0 .
0

\\

1

I- 1

i

-ocr page 13-

N N I E N.

RIT

Ritannia (welk ook
Albion, en by de Grieken
Naem, bpetania, bpetan-

nlkh,npetanis,aa-
BißN, aaotißn , ge-
noemt worde) is onder alle
eylanden der geheele we-
reldt, ver het vooriiaemfte j
liggende afgefondert van
Europa door den Oceaen,
(die tuflchen beyde door
loopt,) tegen over Duytslandt en Vrankrijk, in de gedaente
van een driehoek j naemelijk dóor drie verfcheyde voorber-
gen oft hoofden, te weten: het eene
Belleritim, wélk de En-
gelfche
Lands End, cn de Neêrianders Bngelands^eyndt noe-
men 3 cn naer het weften ftreckt; het ander naer het ooften
Cantium, genaemt by de EngdknThe Forlmd, en Neêr-
ianders het
Voorland en het derde in \'t noorden Tarwfmm
oitc Farohead. In \'t weften, daer Yrlandt light, dringt de
Vcrginifche zee in : in \'t noorden wordt het befpoelt van de
groote Noord-zee: in \'t ooften, daer \'t fich keert na Duycs-
iandt, van de Duytfche zee: en in\'tzuyden, tegenover
Vrankrijk, van de zee, welcke de Engelfe de Britannife zee,
de Neêrianders het Canael noemen. Van dié naburige lan-
den is het allenthalvcn door een bequame wijdte afgefchey-
den, wel, en als met een open fchoot gelegen voor de koop-
handel der geheele werelt j ftrekt zich, als om het men-
fchelijk geflacht te helpen, aen alle kanten na de zee. Want
tuflchen Doeveren en Calais in Vrankrijk, daer het vafte
landt van Vranekrijk enNeêrlandt laeft light, verheft het
gich zoo hoogh, en is de zee zoo eng, dat fommige mey-
nen, dat de door-grave landen, de te vooren uytgeflote zee,
aldaer ingelaten hebben, en brengen, tot bevefting Van haer
meyning, dit veers van Virgilius by:

Et penitus toto dinjtfos orbe Britmnos.
Om dat (feght Sérvius Honoratus) Britannien eertijdts aen
het vafte landt gehecht was. En ook het veers van Claudia-
nus, die Virgilius gevolgt heeft, zingende:

Nofiro didu&a Britannia mundo,
\\ Is wel wafcrfchijnlijk, dat de gedaenteder wcreldt door de
wateren der Sunt-vloedt, en meer andere oorfakenjis veran-
dert geweeft, dat \'er eenige bergen opgeworpen, dat vele
hooge plaetfen effen en dalen, waterachtige plaetfen droog,
drooge wederom tot water geworden, en fommige eylan-
den van \'t vafte landt afgefpoelt zijn. Doch ick begeer hier
niet te betwiften, of het t\'eenemael waer is, dat\'er eylanden
voor de Zund-vloedt geweeft zijn of niet, veel min dat ik
over de Goddelijke werken een verkeert oordeel fou willen
geven. Wy alle weten, hoe de Goddelijke voorfienigheydt
vele en verfcheyde faken tot\'t een en\'t felfde eyndt heeft
gefchikt. Ook hebben de Godt-geleerden en Tael-wijzen
altijdt vaft geftelt, dat de landen in zee verfpreyt, niet min,
als de hooge verheve bergen,
en uytgefpreydc meyrenop
de aerde, tot ver9iering der werelt dienen.

Livius ende Fabius Rufticus, hebben de gedaente van dit
cylandt, by een langwerpigh fchildeken, oft by een helbaert
vergeleken, en voorwaer\'t heeft die gedaente ten étuyden
( gelijk Tacitus fegt) waerom \'t geheele eylandt gemeenlijk
ook daer by geleken wort. Maer na \\ noorden wort de feer
groote ruymte der landen,die wijdt uytgeftreckt leggen,naer
de uyterfte deelen defes eylands, even als éen beytel geengt.
De Ouden hebben \'t zoo groot en breedt in *t rondt geacht,
dat Csefar, die d\'eerfteder RÓmeynen \'t felfde ontdekte, ge-
fchreven heeft, dat hy een andere wcreldt gevonden had;
oordeelende het zelve van die groote, dat het, nae hem
dacht, niet van den Oceaen omvangen wierd, maer felf den
Oceaen begreep. En Julius Solinus Polyhiftor feyt, (fpre-
kende naer het gemeen gevoelen van die tijdt) dat het om
zijn grootte byna de naem van een andere wereldt verdien-
de. Doch onfeeeuw heeft,
door het veelvoudige bevaren
des felfs, ten laetften eenighfms de fekere maet defes gehee-
len
eylandts ondervonden. Want van Farohead, langs de
weft-kuft,
\'telt «i^n d c c g x 11, van daer langs de zuyd-
kuft tot Doeveren ccc xx duyfent, en van daer langs de
kromme inwijcken van de Noord-zee tot Farohead
d c c iv
duyfent fchreden j zoo dat door deze rekening, de omvang
van\'t gantfche eylandt
m d cccxxxvi duyfent fchre-
den begrijpt. Defe maet is veel kley ner als die by Plinius, en
weynigh minder als die van Ciefar. Ik fal hier van Schitinus
Chiusniet gewagen, dewelke, als hy by Apollonius inde
wonderlijkheden gebeuzelt had, dat in Britannie vruchten
fonder doppen, en druyven fonder kernen waflcn, des felfs
omgang alleen met 400 ftadien bepaelt heeft. Veel beter
heeft Dionyfius Afer in fijn wereldt-befchrijving van de Bri-
tannifche eylanden gezeyt : Deze zijn voorwaer van uytne-
mende grootte; en onder alle eylanden is geen ander, welck
Britannien even-naert. Efi met hem heb^ben Ariftides en
andere Grieken, Britannien om haer grootte, doorvoor-
trefiijkheydt, genoemt het groote eylandt.

Én die gene , die de gelegenheyt des Aerdrijcks tegen de
geftalte van den Hemel vergeleecken hebben, ftellen Bri-
tannien onder den 8 Glimaet,en befluyten \'t tufl\'chen de i o,
en 20 Parallelen. Sy fchatten den langften dach op 18 uren
en een half. Want Engelands eynd, de uyterfte wefthoeck
defes eylandts, leydt op de Noorder breedtè van jo graden
20 minuten, en 10 graden io min. lengte j het Voorlandt
op y graden 50 min. breedte,en op i9grad. 50 min. lengde.
Farohead op 60 grad. 20 min. breedte, en iz grad. 8 min.
lengde,volgende dè kaerte. Zoo dat deze gelegenheydt Bri-
tannien met een zeer gelukkige en zachte lucht en aerde
bepaelt. De lucht is zoo zoet en wel gematight,dat de hitte
des fomers niet al te overdadigh zy, vermidts de geftadige
koeken de felfde verzachten , zoo dat zy niet alleen de
vruchten des aerdrijks vermaken ] maer ook menfchen en
heeften zrer lieflijk en gezondelijk verquikken. Van gelijc-
ken is de koude des winters heel matigh, vermidts de veel-
voudige foete regenen (opdat ik de dikachtige lucht ver-
fwijge ) de kracht der koude zö breken, cn de zee het lande
met zoo matigh een laeute ftooft, dat de koude veel fachter
ende verdraeghlijker by ons is, als in zommige landtfchap-
pen van Vranekrijk en Italien. Waer van Minutius Fcelix,
als hy verhaelt dat het Godlijk wezen door zijn voorfienig-
heyt niet alleen de geheele wereldt, maer oock de deelen
der zelve verforght, feght: Britannie heeft de zón gebrek,
maer door de laeute der omvloeyende zeé\'n vermaekt. En
verwondert u niet dat hy van de laeute der zeefpreekt,
zeght Cicero. De
zeen door de windt bewogen , worden
20 laeu, dat men lichtlijck kan afmeten , dat in dat groote
vocht een beflote warmte is. Oock fchijnt het dat de oude
dichter Cefcenius Petulicus op de gematightheyt defes ey-
lants gezien heeft, däer hy van Britannie aldus zinght:
Non illic Artes verno ferit aéra cor?tu,
Cnoßa nee Geminifracedunt cornua Tauri,
Sicca Lycaonius reßipinatplaußra Bootes.

\' Cä:far feyt, dat de plaetfen zijn gematighdcr in Britan-
nie, door dien de koude zoo groot niet is, als in Vrankrijk.
Infgelijx Cörnelius Tacitus; daer is geen harde koude: ook
voeghthy \'er by,het aerdtrijk brengt
voort,bchalven olijven,
wijn, en andere dingen, in warmer landen gewoon te ont-
fpruytcn,ook vruchten,de welk langfaem rijpen en haeftelijk
voortkomen , beyde ontftaende door de groote vochtigheyt
des hemels en der
aerde. Want de lucht (fegt Strabo) is meer
hetflachregcnen, als \'t fneeuwen onderhevigh. Nochtans is
het zoo gelukkighin allerhande vruchten,dat Orpheus het
zelve Ceres woon-plaets genoemt heeft. Want van dit ons
eylandt wordt verftaen \'t gene volght:
Hier is de koninglijke woonß\\
Daer Ceres huyfl en pronkt op \'t fchoonß\\

En \'t is geweeft als een koorn-huys van hetwefterfche
Keyfer-rijk, zoo dat de Romeynen alle jaren wel d c c c
fcheepkens , grooter alsgemeene barcken
, met koorn gela-
den,
van hier naer Duytflandt plachten te voeren, tot on-
derhout
van de heyr-legers,welke daer op de grenzen lagen.
Doch op dat ik in mijn vader-landt te prijfen niet te wilde
weye^hoort voor my een ouden
Redener het zelve volmon-
digh loven: ó gclukkigh Britannie l cn zaliger als alle lan-

A den.

-ocr page 14-

"t:

-ocr page 15-

B K ï \' T Ä N: N ï E N.

den, die den Keyfer Conftantinus eerft gcfien heeft: Met hadden zy zelve meeft gewilt, zy konden \'t mmll vetmits

recht heeft u de natuur met alle goederen van hemel en aer- haer leven rou, grof, ongeoeffent, vol van oorlogh, cn der^

de begaeft, in welke noch de ftraf heydt des winters, noch halven zonder behulp der letteren was, welke gei\'.elieb des

de hitte des zomers te groot is , en fuik eenn^ruchtbaerheyt burgerlijcken levens, der vrede, en ledigheyt zijnde , alleen

van gewas, dat het van de gaven van Ceres en Bacchus [ dat vermogen het geheugen der dingen te behouden, en den

is granen en wijnen] genoegh heeft: waer indeboffchen laten nakomelingen nae te laten. Daer-en-boven hebben

fonder vree/felijke wilde beeftcn, de aerd zonder fchadclijk« de Druiden, eertijdts Priefters de-r Britannen en Franfen.die

ilangen is. En in tegendeel zijn ontelbare menighte van men geloofde dat het voorledene onthouden hadden, en de

^amme, wol- en melck-gevende beeften; voorwaer, \'t geen Barden , lof-tuyters van tteflijcke daden, niet geoorloft ge-

dat men om dit leven bemfnt,lange dagenden geene nachten \'acht iet tebefchrijjen. En zooÈy\'t al gedaen hadden, het

zonder licht, vermidts de uyter& vlakte der ftranden geen zoud buyten twi?ifFel, door \'t verloop van zoo lang een tijdt,
fchaduw verheft, en dat het aenfien des hemels en der fter- zoo veel en groote veranderingen, vernielingen der dingen,
ren, de duyfterheydt des nachts zoo te boven gaet, dat de vergaen zijn, aengezien de opgerechte fteenen, naelden,
2on\' zelf, die by ons fchijnt onder , daer fchijnt voorby te ftijlen, en andere gedenck-teekenen, welke, om het geheu-
gaen. Hoort noch een ander, zoo \'t u gelieft, aen Conftan- gen der dingen te bewaren, langduuriger fchen\'en als ko-
dus, den vader van de groote Conftantin,aldus fpreken : Al- per, door de ftraf heyt des langduurige tijdts, al lang gewe-
hoe-wel Britannien maer eens naems is , zoo was nochtans ken en verga-cn zijn. In de volgetide eeuwen zijn \'er noch-
voor \'t gemeene beft het verlies niet kleyn van dat landt,het tans by verkheyde volkeren gevonden, die dit gebrek heb-
welck zoo vruchtbaer van gewas, zoo vol van fchoone wey- ben willen te baet komen, en niet konnende de waerheydt
den, en vlietende ftroomen, van allerhande metalen, zoo aen den dach brengen, hebben, op dat zy ten minften ver-
rijk van tollen, zoo haven-rijk, en zoo groot van begrijp is. maken mochten , vele vertellingen met een vermakelijcke
Ook heeft een oudt Dichterde byzondere moederlijke verandering, beneven veellerleye gillingen, van de oor-
goedtwilligheydt der natuur tegens dit eylandt, aldus uyt- fiprong cn namen der volken, ieder nae zijn begrijp , voort-
gedruckt, Britannien met dit Epigramma ófte Punt-dicht gebracht, cn befchreven. \'t Welck vele, die de waerheydt

aenfprekende :

Ttf nimio neeßriäagelu > nee ßdere fervens,
v_y dementi
c<eIo temperieque places.

Cum parer et Natura parens, variocjuefavert

Divideret dotes omnibus una locis,
Sepofuit potior a tibi, matremq^ue profejfas

Inßlaßsßelix ,plenaque pacts , ait.
.^idquid amat hixus, quicquid defiderat ufus
Exteproveniei , vel aliunde tibi.

Eerfle in\'
weenders.

niet onderfochten , aengenomen, cn door de zoetigheydt
van den dichter ingenomen, lichtlijk gelooft hebben.

Doch andere Ichrijvers over-geflagen j onder ons heeft Oorfimg
een zeekereGalfridus Arturius vän Monmouth, fik zal niet enbeteeke-.
zeggen dat hy dit vermoeden onderhevigh is) ten tijde van
Henrik de II, een hiftori van Britannien, uyt het Britans
(gelijk hy feght) vertaelc uyt-gegevcn j in welke hy verhack,
dat een iekere Brutus, (Trojacn van afkomft, foon van Sil-
vius, neef van Afcanius, naneef van dien grootcn^ncas.
Deze overvloedige vruchtbaerheyt, ende zalige genoeg- voortgekomen van Jupiter, want de Godin Venus was zijn
iijckheyt van Britannien , heeft zommige doen geloven, dat moeder) die zijn moeder in \'t baren, en zijn vader by geval
de gelukkige eylanden, daer de Dichters fchrijven, dat alles in \'t jagen gedoot heeft, (\'t geen de vvaerfeggers voorzeydt
door een geduurige lente\'groeyt en bloeyt, by ons geweeft hadden) en uyt zijn vader-landt in Grieken gevlucht is, dat
zijn. Want dit beveftight Ifadus Tzetzes, niet de minfte hy aldaer \'t geflacht van Helenus, Priamus zoon, van de
onder de Grieken, en onze voor-ouders fchrijven\'t voor de flaverny verloft , den Koning Pandrafms in den oorlogh
waerheyt gelooft te hebben. Want,gelijck Robert van Aves- overwonnen, zijn dochter getrout, met de overgeblevene
bury feght, als Clemens de VI Paus van Romen, Lodo* Trojanen zich op de zee begeven heeft, en gekomen in \'t
vicus van Spanje tot Vorft van de gelukkige eylanden geftelt eylandt van Leogetia, door het Orakel van Diana vermaenc
had, en dat men tot zijn onderftant in Italien en Vrankrijk is , zich na dit wettelijke eyland te begeven; dat hy van daer
krijghs-volck aen nam, zoo hielden\'td\'onfe voor feker dat door de Tyrrhenifche zee, en namaels door de * Zuilen «jy^tu
hy tot Vorft van Britannien was beftemt,en dat alle defe toe- van Hercules de Sirenen, oft Meyrminnen ontvliedende,
door de \'
ruftingh tegen Britannien, als een van de gelukkige (zoo in Aquitania gekomen, Golfarius Pidus Koning van Aqui- Straetvm
als hyzeght) gefchiede: en zelfs de wijfte mannen, onze tanien , met twaelf andere Franfche vorften, ineene ope Gibraltar,
gezanten toen ter tijt by de Paus zijnde, hadden defen naem yeldt-flagh overwonnen, de ftadtvanXours (volgenshet
zoo ingezopen, dat zy terftont, om de hare fulks te verwitti- getuygnis van Homerus ) gebout, Vrank-rijk geplondert
gen, van Romen ftil-zwijgens vertrokken, cn naer Engelant heeft, en in dit eylandt, door de Reufen bewoont, overge-
getrokken zijn. En niemandt, dien de byzondere, en geluk- varen is, de welke hy, bencjfFens Gogmagog, de fchriklijkftc
kige gaven van Britannien naeu kuntbaer zijn, zal tegen- van haer allen, overwonnen hebbende, \'t zelve na zijn naem
woordigh noch anders oordeelen; want het is cenwerck Briranniegenoemtheeft, in\'tjaerderwereltzSy^i voorde
van de bly-geefti ge Natuur, vermidts zy \'t zelve als een art- eerfte Olympias 5 34» en voor Chriftus geboorte 1108 j dus
dere werelt buyten de werelt, tot vcrmaeck van \'t menfche- ver Galfredus. Andere daer tegen trekken den naem Bri-
lijck geflacht, fchijnt geftelt, en als een fchildery tot uytne- tannic van elders. Thomas Eliotta, een zeer geleert man,
mende fchoonheydt en ^ieraedt van de gantfche wcreldt,op van Ridderlijcke waerdigheydt, haelt den oorlprong defes
\'t heerlijkft afgebeeldt te hebben. Door zoo verfcheyde naems uyt het Griekfche, naemlijk u^vTuvélct, met welk
aengenaemheden en genoeglijke befchrijvingen worden woordt de Athenienfers haer gemeene inkomften plachten
de oogen,werwaerts2y zich oock wénden, verluftight. Op te noemen. Humfredus Lhuyddus, die onder ons in de
dat ik der inwooners welgefteltheyt des lichaems, bequamc kcnniffe der outheden wel het meefte ervaren is, betrekt
zeden, geeftige verftanden, en kloekhertighey t verzwijge, het ftoutlijk tot het Britanfche woordt Pridcain, dat is, een
welker dapperheydt door haer treffelijke daden, zoo bm- witte vorm ofte gedaente. Pomponius Lsetus feght, dat de
nen- als buyten-landts, in den oorlogh der geheelc werelt, Franfche-Britoenen van Armorica , het defen naem gegc-
genoeghfaem bekent is. ven hebben: Goropius Becanus hout ftaende, dat de Dee-

Doch welke de outfte, en eerfte inwooners defes eylandts nen , hier een woon-plaets zoekende, het zelve Bridanium,
geweeft zijn, en van waer insgelijx de naem van Britannien dat is , vry Deenmarcken, genoemt hebben. Andere trek-
gefproten is, is onieker, en heeft verfcheyde giffingen voorts ken \'t van Prutenia.oft Pruyflfen, een landtfchap van Duyts-
gebracht: wy hebben ook zeeronfekerlijkdezezaekzien lant. Bodinusoordeelt, dat het zijnnaemvan hetSpaens
betwiften j En können in de zelve niet zeekers meer hopen woordt Bretta heeft, \'t welk aerde betekent: Forcatilus van
als andere volken, die (behalven die, welkers oorfprong de Brithin, \'twelk de Grieken, gelijk Athenazus gctuyghc,
heylige Schrift beveftight) gelijck wy, zoo veel haer oor- voor drank gebruykt hebben. Andere leyden \'t van de Bru«
fpronck belangt, in groote duyfternis, dwalingen, en onwe- tiis in Italien , welke de Grieken genoemt hebben,

tentheydt verkeeren. \'t Kan ook anders niet gefchieden, Doch wegh met die letter-waan-wijzen, die fnateren, dat
vermidts de waerheydt,door \'t verloop van zoo veel eeuwen, het van
brutis moribm, dat is, beeftige manieren zijner eer-
nootwendlijk zeer diep moeft bedekt worden. Want de eer- fte inwooners, genoemt is.

fte inwooners hadden andere zorgen en gedachten, als haer Dit zijn al de meeningen (dat ick weet) die van de naem
oorfptonck aen haer nakomelingen over te dragen. Enal van Britannien gcloofwaerdigh zijn. Doch gelijk wy in de-
ze zack

4 t

-ocr page 16-

B R

ze zack de vcrdiehtfelcn van andere vreenide fchrijvei\'s
moeten beiacehen, zoo worden de onzen insgelijks niet van
allen aengenomen. En \'t is voorwaer ook lichter in deze en
diergelijke dingen de valfighedcnte berifpen, als de waer-
heydt te beveftigen. Want behalven dat het ongefchickt is
de reden van deze naem uyt een vreemde tael te halen ^ zo
verwerpt ook de over-een-ftemming van alle geleerde hi-
ftori-fchrijvers , \'t gevoelen vanLïetus, de welcke feggen,
dat deze Franfche-Britoenen uyt dit eylandt verhuyft zijn,
cn de naem met zich genomen hebben. Britannien heeft
ook veel eeuwen met defe naem gebloeyt, al eer de namen
van Dan ia en Prutenia aen den dach gekomen zijn. En wat
gemeenfchap heeft ditwoort Britannia met hetSpaenibh
Bretta ? het welk ik twijfFel of het Spaenfch zy, en waer-
om wordt dit eylandt meer zoo genoemt, als eenigh ander
landt? datBrithinby de onze gebruyklijkgeweeft is, zoud
men fwaerlijk können bewijfen, en \'t is belachlijk, dat men
ons volk den naem van der Grieken drank geeft. En nim-
mer zal men bewijfen können, dat de Brutii van Italien , die
van de Lucaners B^irjm gejioemt worden , nae \'t getuyge-
niffe van Strabo, als overloopers in Brtiannie gevlucht zijn.

Wat het giflen van de onze belangt ^ Eliottas n^u^mct
fchijnt niet waerfchijnli)k, wijl dit een eygen woordt der
Athenienfers geweeft is,en de Grieken dit eylandt
b^^tuwU,
en niet u^vmvéia,, genoemt hebben. Lhuddius Prid-cain
voor Britannia, fchijnt te hard en te vergezocht, op dat ik
fwijge,dat dit Cain van \'t Latijnfch Candidus, in der Britan-
nen landt-tael ingekropen is.

Zoo die dingen van Brutus waer, feker,en bevonden wa-
ren , niemandt behoefde verder moeyte en arbeydt, in\'t na-
volgen van de oorfprong der Britannen, aen te wenden. De
zaeck was volbracht,en de vlijtige onderzoekers der oudthe-
den, van een pijnlijke en langduurige arbeydt bevrijt. Wat
my aengaet, dit fprookjen, om welk te onderftutten ik dick-
wils (ik beken de waerheydt) mijn uyterfte vlijt cn beft aen-
gewent heb, heb ik niet voorgenomen te hekelen. Want dat
was met de tijdt worftelen, en tegens een gemeen en over
lang aengenomen gevoelen ftrijden. Zoud i^die zoo gering
ben van fuik een groote zaek , daer van oordcelen en befluy-
ten ? ik bedraegh de gantfche zaek aen den raedt der oudt-
heyt. Yder zy van mijnen \'t wegen zijn oordeel vry : en wat
de lefer oordeelt, ik zal \'c voortaen in geen groot twijfFel
trekken.

Ik zie nochtans (\'t geen ik my, die de waerheydt onder-
zoek, geoorloft laet
Zijn te voormanen) dat-zommige zeer
geleerde en wijze mannen de waerheydt dezer verteller ver-
fcheydelijk zoeken te verminderen, en my, zoo dikwils ikze
befcherm , met dufdanige bewijs-redenen te overvallen.
Eerftelijk door den tijdt, zeggende, dat alle de gefchiede-
nilfen , befchreven voor de eerfle Olympias-
(behalven de
heylige Schrift) te weten,
dcclxx jaer voor Chnftusge-\'
boorte,verdicht zijn. Gelijk \'t gene van Brutus gezeyt wordt,
wel driehondert en meerjaren ouder is. En dat door \'t aen-
zien van Varro, de geleerdfle der Romeynen, de welke,even
als de eerfte tijdt van de fchepping des menfchcn , tot de
zund-vloedt A^riÄcv, dat is, onfeker, om de onwetenheyt, al-
zoo de tweede, van de zund-vloedt af tot de eerfte Olym-
pias, fivSiKov, dat is, verdichtend, genoemt heeft, om dat in

de zelve veel verdichte dingen verhaelt worden, zelfs by de

geleerde Grieken en Latijnfche volkeren. Hoe veel te meer
by de Barbaren en ongeleerde menfchen, gelijk zy toen ter
tijdt alle in deze wijk geweeft zijn. Daer na dat \'er geen aen-
zienlijkheydt van bequame fchrijvers , welke onder allen
dienftig is tot wetenfchap van voorlede zaeken, om dit te
beveftigen , is. Bequame fchrijvers noemen zy, welke hoe
ouder en geleerder, hoe geloofwaerdiger zijn, aen welke
alle zy beveftigen , dat even als aen de oude Britannen, de
naem van Brutus onbekent is geweeft. Caefar , zeggen zy,
heeft voor duylent fes hondert jaeren , na zijn eyge getuyg-
nis, niets met na-vorfchen vernomen, als dat het binnenfte
deel van Britannien doör de
gene bewoont wierd , diezy
zevden in het eylandt geboren te zijn,en de zee-kuften van
die uyt Nederlandt over-gekomen waren. De wijze Gildas,
en zelf
een Biitaen, die voor duyfent jaren geleeft heeft,ver-
haelt niet een eenigh woort van deze Brutus,en twijffelt ofc
de oude Britannen eenige gedenk-tekenen oft fchriften ge-
hadt hebben, door de welke zy haer oorfprong en gefchich-
ten, aen de nakomelingen kofien nalaten i wijl hy zich zelfs

A

N N ï Ë N. 3

bekent te fchrijven uyt over-zeefch verhael, èri niet uyt dë
fchriften des vader-landts oft gedenk-tekenen der fchrijvers,
de welke, zo daer eenige geweeft zijn , oft door de vyanden
verbrant, oft door de vloot der gevluchte burgers vervoert,
niet te voorfchijn können komen. En Ninius, Elvodugus
leerling, zullende voor acht-hondert jaer een Tijdt-boeck
fchrijven , klaeght dat de Iceraers van Britannien geen erva-
renheydt gehadt, en geenigh verhael geftelt hebben, en be-
kent dat hy, \'t gene hy gefchreven heeft, uyt de jaer-en tijdt-
boeken der H.Oudtvaders getrokken heeft. By deze voegen
zy Beda: Guil. Malmesburicenfis, en al die voor
mc lx jaren
gefchreven hebben, welke, zoo \'t fchijnt, van Brutus naem
niet eens hooren zeggen hebben,zo ftil zwijgen zy van hem
in haer fchriften.

Hier by hebben zy aengemerkt, dat de naem van dié
Brutus niet eer in de werelt gehoort is, voor dat in de Bar-
bare eeuw, onder de dikfte wolken van onwetenheyt,de lep-
pige fchrijver Hunibaldus gebeuzelt heeft, dat de Trojaen-
fche Francio, Koning Priamus zoon,fticliter ^ an \'t Franfche
volk geweeft is. Hier uyt beftuyten zy , dat de onze, als zy
vernamen dat de nabuurige Franfen van de Trojanen haer
afkomft rekenden , het leelijk geacht hebben van haer in
oorfprong overtroffen te worden, die zy in deught even-
naerden. Zoo dat deze Galfredus Arturius van Monmouth
d\'eerfte is geweeft, zo zy meenen, die voor vier hondert ja-
ren dezen Brutus, van de Goden gefproten, en een Trojaen
van afkomft, als een ftichter van \'c Britanfche volk, aen on-
ze Britannen voortgebracht heeft. En te voor en heeft gee-\'
nigh menfch van deze Brutus, zoo zy zeggen, in \'t minfl icc
gemclt.

Dacr-en-boven voegen zy er by , dat ook deSchotfche
fchrijvers om die zelfde tijt, Schota, des iEgyptifchen Pha-
raos dochter, tot ftichtftervan haer volk verdicht hebben.
En dat ook, toen eenige het verftandt en de ledigheydt mis-
bruykende, en de waerheydt gewelt aendoende, den leren
haer Hiberus, den Deenen haer Danus, den Brabanders
haer Brabo, den Gotthen haer Gothus, denZaxen haer
Zaxo, als ftichters der volkeren verdicht hebben. En wijl
- in onze eeuw, welke uyt die fehandlijke duyfternis der on-
wetenheyt ontkropen is, deFranfen haer Franco, als een
verdichte vader, verzaekt hebben: darde Franfen, zeght dc
geleerde Turnebus, zich roemen uyt de ftam der Trojanen
voort-gekomen te zijn, dat doen zy door navolging der\'
Romeynen, de welke zy ziende op die ftam en adel dertel
zijn, hebben zich de zelfde eer willen toe-eygenen; en wijl
de Schotten, die gezont van oordeel zijn , haer Schota ver-
worpen, en de waerheydt zelve Danus, Hiberus, Brabo, en
diergelijke fchijnhelden verdreven heeft: zoo verwonderen
zy
haer, waerom de Britannen haren Bruto, als benoemcr
des cylants, en der Trojacnfche ooriprong zoo zeer aenhan-
gen, als of voor de uyt-roeying van Troyen, welke omtrent
duyzent jaren na de zund-vloedt gefchiet is , de Britannen
hi er niet geweeft waren , en als ot \'er voor Agamemnon niet
veel kloeke mannen geleeft hadden. Hier by beveftigen zy,
dat vele uyt den raed der Geleerden, te weten , Bocatius,
Vives , Hadrianus lunius , Polydorus, Buchananus, Vi-
gnierus, Genebrardus, Molinseus, Bodinus, cn andere man-
nen van grooten oordeel, een-ftemmiglijck lochenen, dat
deze Brutus immer in de werelt gcweefl is, en dat zelfs vele
van onze Geleerden hem, als verdicht, niet erkennen; On--
der de welke zy eerft voortbrengen loannes van Wheat-«
hamfted , Abt van S, Albanus, een zeer groot man van oor-
deel, dieeertijdts in zijn Granario aldus gefchreven heeft f
Volgens andere hiftorien , aen de welke men na\'t oordeel
van velen , meer geloofs geven moet, zoo is al\'t zéggen van
deze Brutus eerder Poëtifch.als
Hiftorifch,en óm verfchey-
de
redenen meer inbeeldigh.als daedlijk,om dat\'er noch van
de moort zijns vaders, noch
van de geboorte , oft van de-
verftoting des kints, in geenige Romeynfclie hiftorien eenig ^
gewach gemaekt wordt: ten tweeden, om dat Afcanius,
volgens veler getuygniflen, geen
zoodanigen zoon gcteelt\'
heeft, die met zijn eygen naem Silvius genoemt was. Want
hy heeft by haer alleen eeneenigen zoon gcteelt, te weten,
Iulus,van den welken in\'t laetft het lulifch geftacht zijn oor-
fprong genomen heeft,
&c. Ten derden,was Silvius Pofthu-
mus, van den welken Galfridus miflchien verftact, een zoon
van ^ncas by zijn vrou Lavinia, geweeft, cn déze zijn zoört
iEneas in \'t 18 jaer zijns Rijks teelende , is een natuur^

-ocr page 17-

■mp^wpwp

4 JÊ ïl ï T Ä H ï Ë R

lijke doodt gefturvcn. Zoo waS dan, als vcrfcheydc willen, Trojanen vaft ftaen ,wacr in zy haer klaerlijk koimcn enten,
het Koning-rijck , hedendaeghs Engelandt genoemt, te als ik hier na bewijzen zal , ik zal\'er niet tegen lopen, \'tis
vooren niet na Brutus j Silvius zoon, Britannia genoemt. my niet onbewuft ,dat in de oudfte eeuwen de volkeren haer
\\ Is dan by haer een ydel en belacchêns-waèrdigh werck, oorfprong tot Hercules, en in de volgende, tot de Tfojaneu
■Eich een waerdigheyt van bloedt toeeygenen,en geen grond betrokken hebben. Men geef dit der oudheyt toe dat zy
Tan de toe-eygening hebben. Want de déught alleen maekt met de waerheyt met valfchèydt , het menfchlijk met het
een edel volk, en het gemoedt alleen en die voimaecktere- Godlijk te mengen, de beginfelen der volkeren en fteden
den is \'t, welke den menfch dapper maekt. Waerom Sene- heerlijcker en treflijker maeckt; wijl ,als Plinius zeght, zelfs
ca, uyt Plato, in zijn brieven fchrijft, dat geenighe Koning de wapen-beelden van doorluehtigèn te verzieren, eenige
niet uyt flaven , en geenige flaef niet uyt Koningen gefpro- liefde tot de deught is. ïk beken zeer gaern met Varro , de
ten is. \'c Zy den Britannen dan genocgh, voor de oorfprong geleertfte der Romeyntn , dat düfdanighe van de Goden
iiaerer edelheyt, dat zy kloek en machtigh in den oorlogh getrokke afkomften, nut èijn, dat kloeke mannen, fchoon
zijn, dat zy aen alle kanten haer vyanden overwinnen, \\ valfch zy, zich geloven van de Goden af-gèkomen te zijn,
cn gantfch zich allenthalven bevryen, geen jock der fla- op dat het menfchelijk gemoedt alzoo , als op haer Godde-
verny dulden. ïn de tweede plaets ftellen zy Guiliel- lijke ftam vettrouwendê , te ftoutelijker groote dingen durf
mus Newbrigenfis, een veel ouder fchrijver, die den Bri- aenväerden, te heftelijkèr uytvoeren, en daerom gelukkiger,
canfchen hiftori-fchrijver Galfredus , zoo haeft hy voort als metverzekerrheyt zelf, volbrengen. Uyt welke woorden
quam, zeer fcherplijck met defe woorden van valfchèydt de H. Auguftin nochtans befluyt , dat de zeer geleerde
befchuldight heeft. Daer is een feecker fchrijver in onze Varro , hoéwei niét ftout en opentlijk , nochtans bekent ,
tijden voortkomende, belachlijke ver^ierzelen van de Bri- dat deze geflachc-rekening valfch is.

tannen by een voegende, cn haer met een onbefchaemde Aengezien dan, dat het gevoelen van de betekening van
ydelheydt vér boven de dapperheyt derMacedoniers, en de naem van Britannien, en haer eerfteinwooners zoo ver-
Romeynen verheffende. Deze is genoemt Galfredus, met fcheydenis , endat ik vreés , dat niemandt de rechte vvaer-
deby-naem van Arturius: om dathy de verdichtfélen van heyt, door ioo veeier eeuwen omwegen , zo dicht verbor^
Artur, getrokken uyt de oude ver^ierzelen der Britannen, gen, zal te voorfehijn brengen j zo laet de oprechte beleeft-
by hem vermeerdert, en met de verw van de Latijnfche tael heydt des lefers my onder anderen ook verfchoonen, indien
opgepronckt, met de eerlijke naem van hiftori bekleedt ik ook zedighlijk , zonder yemandts voor-oordeel , mijn
heeft. De welke ook met een grooter ftoutigheydt de be- giffing hier by vocge,niet uyt luft om te kibbelen, (dat zy ver-
drieghlijke waerfeggingen van eenen Merlin, tot de welke re) maer gantfchlijk door begeerte, om de waerheyt na te
by, terwijlhyze in Latijn over-zecte, veel van\'t zijne gé- vorfchcn, het welk my gantfch ingenomen heeft, en daer toe
voeght heeft, als gcloofwaerdigh, en voorzeggingen , dé gebracht,dat ik in deze zaek veel liever vergiffenis van fchulc
welke op een onbeweeglijke waerheyt fteunén , Verbreyt (zoo zy \'er is) wil verzoeken , als gantfchlijk fchult-vry zijn.
heeft. En weynigh daer na, hoe dertelijk en onbefchaemde- Op dat nochtans de reden des naems te lichter cn gelukki-
lijck hy daer-en-boven bykans alles lieght in Éijn boek, hét ger, zo \'t doenlijk is, verfchijne, zo zal ik eerft, zoo veel ik
welk hy de hiftori der Britannen noemt, kan yder licht- kan, poogen te onderzoeken, welke de eerfte inwooners van
lijk merken , die een weynigh in de oude hiftorien ervaren dit eyland geweeft zijn. Hoewel de zelve in het uyterfte
is,als hy,dit boek lezende, iechts toe-gèlaten wordt te twijf- vertrek der oudtheyt, als in een meer als dicht bofch , waer
felcn. Want die de waerheyt der dingen niet geleert heeft, in geen voetpaden zijn,zoo verfchuylen ,dat \'er bykans geen
gelooft de ydelheydt der verdichtfélen zonder onderfcheyt. oft zeer kleyne hoop is, dat onze naerftigheydt zal ten voor-
ïk verzwijg al wat die man van de daden der Britannen,voot fchijn brengén , \'t geen de vergetenheyt aen onze voor-ou-
"t gebiet en de komft van lulius Cïéfar, verkiert oft van an- ders zoo langen tijdt verborgen heeft. En om de zaek hoo-
deren ver9iert, voor geloofwaerdig befchreven heeft. Zo gér te verhalen, en CiEfar, Diodorus, en andere na te laten ,
dat zich Giraldus Cambrenfis, die in de zelfde tijt geleeft die de Britannen voor Avnx^ovig , en Aborigines, dat is, niet
cngefchrevenheeft,nietontzicnheeft, de zelve, Galfre- van elders aengevoert , gheacht , en dat de menfchen in\'c
dus verdichte hiftori te noemen. Andere belacchcn de on- begm uyt de aerde , even als de kampcrnoellie en andere
ghefchickte plaets-befchr ij ving van Galfredus in dit ver- kruyden, ontfproten , vermoet hebben. Wy worden uyt
hael, en Homerus valfchlijk tot getuyg by-gebracht, en wil- de H.hiftorie van Mofes onder-wefen,dat nae de zunt-vloct,
len betuygen, dat zy geheel uyt ongerijmde en flordigc din- Noachs drie zonen, Sem, Cham, cn laphet, met talrijk oor
gen t\'zamen gelapt is. Oock aenmercken zy^ dat zijn fchrif- en gcflacht verrijkt, van \'t geberghte van Armenien, alwaer
ten te gelijk met die van
zijn Merlin, van de Roomfché de Ark bitten bleef, in verfcheyde deelen der werelt gewe-
kerk verboden, en onder de Verboden boeken geftelt zijn. ken , en door \'t gantfche ruym der zelve de volkeren .voort-
Andere nemen waer, hoe die, die Brutus ^t allermeeft achten getcelt hebben. Dat ook tot ons eylandt, de huys-gezinnen
en verheffen, zelve van haer Brutus twijffelen én onzeker . allenx verftroyende , eenige van hare nakomelingen geko-
2ijn. Die, zeggen zy, welke dc naem en perfoon van Gil- men zijn , bcwijft zoo de reden zelve^, als-de aenzienlijklieyt
das aengenomen, en de aentekéüingen aen Ninius gehecht van Theophilus van Antiochien, als \'er,zegt hy,in dé eerfte
heeft , verciert ^ eerftlijck, dac deze Brutüs een Burger-^ tijden io Arabien en Chaldeen, weynigh menfchen waren ,
meefter van Romen, daer nae Silvius, en ten laetften, dat 2oo zijn 2y na de deeling der talen allengs vermeerdert en
hy eens Hefficions zoon geweeft is. Zelfs is\'er (als ick ge-, vermeenight: van hier gingen eenige na\'t ooften j eenige
hoort heb) een zeker Palts-graef, die bewijft, dat men deze na de deelen van het vafte landt; andere gingen haer woon-
onze Brutus Brotus noemen moet, om dat hy, naemlijck plaets zoeken in \'t noorden ^ en lieten niet eer af, over al
in \'t baren, zijn moeder doode, als of B^o^V in \'t Grieks het het landt in te nemen , voor dat zy ook tot Britannien in de
zelfde betekende. Nae ^t oordeel van andere zoudenze noorder-wijken gekomen waren. En Mofes zelf bewijft dit
d\'oorfprong der Britanners waerfchijnlijcker, en hooger al immers zoo klaer, als hy zeght,dat de eylanden der volken
geftelt hébben, indien 2y haer oorfprong verkiert hadden , van laphets nakomelingen, in haer landtfchappen zijn ge-
oft van die Centaur US Brito, daer Higinus van vermeit,-oft deelt geweeft- De eylanden der volkeren worden van de
van dien Bretanus, uyt wiens dochter Celtica, Parthenius Godt-geleerden genoemt, de welke allerveerft gelegen zijn
Nicceus een zeer oud fchrijver verhaelt, dat Hercules Cel- en Wolphgangus Mufculus, een van de voornaemfte Godt-
tus, vader van de Celten, van wien Hefichius de naem van geleerden, meent, dat de nakomelingen en geflachten van
Britannienaf-treckt,ontfangcnheeft. laphet
eerftiijk de eylanden van Europa hebben ingeno-

Om defe aenmerkingen en gevoelens van andere,dé wel- men, als zijn Tgelijk hy zeght) Engelandt, Sicilien, &c. Dat
ké ik verhaelt heb, behoeft my, die de waerheydt bemin, Europa aen dezen laphet en zijn nakomelingen te beurt ge-
niemandt ten pleyt te beroepen, als of ik die hiftorie van vallen is, verhaelt, behalven de Godt-geleerden , ook lofe-
Brutus beftreden had, aengezien het , om een yder, gelijk phus en anderen. Want Ifidorus verhaelt uyt een oude
ik hoop , en te gevoelen wat hy wil, cn te verhalen, \'tgeen fchrijver , dat de volkeren uyt laphets ftam , de welke van
andere gevoelt hebben, in dusdanighe dingen altijdt geoor- den bergh Taurus tot het noordcn,de helft van Afien,en ge-
loft is. Wat my belangt, laet Brutus voor de vader en ftich- heel Europa tot aen de Brittanfche zee bezitten, de namen
ter van \'t Brittanfche volk geacht worden, my zal het tegen- aen de plaetfen en volkeren latende, van welke daer na vele
deel niet duncken
, laet der Brittannen oorfprong van de verandert zijn, de andere blijven als zy geweeft zijn. Wy heb-

bea

-ocr page 18-

B R

Gen O M ^^^ Nóachs iegen, Godt breydc laphet uyt, én lïy

ivoonc in Sems hutten, en Canan zy zijn knecht, in de Eu-
ropejaenen vervult gezien. Want Europa (zegt Plinius)
voedfter van een zege-rijk volk over alle volken, heeft meer
als eens de andere deelen der werelt, aen Sem en Cham toe-
gevallen ,
overwonnen. laphets ftam heeft zich in dit deel
wijt en breedt
uyt-gefpreyt. Want zijn zone Magog heeft de
Maflageten , lavan de loniers , Thubal de Spanjaerts , en
Mefech de Mofcoviters voort-gebracht. Doch zijn oudfte
zoon Gomer heeft deGomeriten,namaéls Cimbri enCimer
genoemt,in deze uyterfte palen vanEuropayde oorfprong én
de naem gegeven. Want de naem der Cimbren oft Cimme-
rien, heeft dit deel der weereldt eenighzins vervult, en zich
niet alleen in Duytflandt , maerookin Vrankrijk zeer wijt
uyt-geftreckt. Die nu Franfen zijn , als lofeph us en Zonaras
zeggen, wierden eertijdts Gomari, Gomereï, en Gomeriteh
vanGomerus genoemt.Ik heb altijt geacht,dat onzeBrittan-
nen van deze Gomaren oft Gomeren van Vrankrijk , haer
oorfpronggetrokken, cn deze naem tot een bewijs van haer
oorfprong gevoert hebbeni en
de eygen en bezondere naem
der Brittannen heeft my \'t zelfde overtuyght. Want zy noe»
men zich Kumero, Cymro,en Kumer^ een Brittanfche vrou
Kumeraes,en haer tael Kumeraeg. En zy kennen geen ande-
re namen, hoewel eenige neus-wijzen hier uyt in de voorigé
eeuw de Cambren en Cambriagefmeet hebben. Zelfs die
letter-wijZ:e,den welken Virgilius in zijn Cataleéiis
roskamt,
en denBritanfchenThucidides noemt, zcght Quintilia-
nus een Cimber gheweeft te zijn. En waer doch zullen
wy achten , dat deze namen van af gekomen zijn, als vab

dien Gomer en Gomeren, in het naeftgelege Vrankrijk,
welk der oude Gomeren woonplaets is. De gheleerden
houden, dat de Duytfchen van Afchenaz j de Turken van
Togorma, Gomers zonen, gefprooten zij n ^ om dat deze
noch heden van de loden Togormath, en de andere Afche-
nas, genoemt worden. Dat de Thracicrs, lone, Riphasenj
Mofcoviten, &c. VanThrax, lauan, Riphat, enMofchi,
gekomen zijn, ontkent niemant, vermidts de namen niet
verfchillen. Infgelijx bekent ydereen, dai: de Mooren Van
Chus, en dë ^gyptenaers van Misraim, Chams zonen,
ghefproten zijn^ om datze in haer eygen tael met de zelf-
de namen ghenoemt worden. Waerom zullen dan wy ook
niet bekennen, dat de Britannen oft Cumeren, Gomers
eygenfte nakomelingen , en nae Gomer ghenoemt zijn.
Want de naem ftemt zeer wel ovèr-een, en\'tis kenlijkdat
zy op de uyterfte grenzen van Europa gewoont hebben.Het
welk ook de naem van Gomer, die nietlichtvaerdelijk,
maer van Godt geghevto, te kennen gfeeftj want Gomer
betekent in de heylige tael bepalende. Dat ook niemandt
door zucht van nijdigheydt onze Cumeren oft Cimbren
voorwerpe , dat Sextus Pompéjus gefchrevèn
heeft , dat
Cimbren in de France tael ftruyk-rovers betekent. Want
hoewel de\'Cimbren, onder dewelke ook waerfchijnlijk on-
ze Cumeren gheweeft zijn, in dié groote oorloghs-eeuw
der wereldt, als de krijghs-dapperheydt uytmuntte,van dese
grenzen van Europa af zwervende,als Poffidbnius ghetuygt^
tot aen \'t Msotidefch moerafch, al ftruyk-rovënde gheoor-
loght hebben; foo betekent nochtans Cumber niet meer
een ftruyk-rover , als iEgyptius een overgelovige, Chaldëus
een fterre-kijker, en Sibarita een lekker-tant. Maër om dat
die volkeren zodanigh geweeft zijn, zoo worden die gene j
die infgelijx zodanigh zijn, methaer naem alzo genoemt:
en hier in gevoelt Jofephus Scaliger dat licht der geleertheyt
met my j en niemant verwondert zich, dar ik hier Berofus
niet te hulp roep, vanwien de fchrijvers hedendaeghs zoo
veel gercet fchap hebben. Voorwaer, om recht uyt te gaen,
de fcherpzinnigheyt van dien Berofus, den welken men
over al
vertoont, verftompt zo by my, dat ik met de geleert-
fte mannen van onzen tijdt, met Volaterranus, Vives, An-
thonius,
Auguftinus, Melchior Canus, eninfonderheyt met
Gafper
Varrerius het anders niet acht, als een belachlijk ver-
zierfel van eenigen bedrieger en nacht-uyl. Varrerius in zijn
hekeling over Berofus,
tot Romen gedrukt , kan die inge^
nomen dwaling van dezen fchrijver lichtelijk uyt de gemoe-
deren der lefers rukken.

Dit is mijn gevoelen,ofc veel eer mijn giffing,van der Bri-
tannen
oorfprong: want in zo oude dingen is \'t lichter met
giften iet te krijgen , als met zekere reden een van beyde
partyen toe te ftemmen. En deze oorfprong van Gomer en

t

Ä

N N t . É R 5

uyt Vrankrijk, fchijnt veel deftiger, ouder, én waérachtiger,
als van Brutus en Trójen.Ia ik fchijn tot de waerheyt te kön-
nen hellen , en bewijzen , dat onze Britannen een rechte
afkomft der Franfen zijn,uyt dë naem, gelegentheyt, Godts-
dienft, en tael, door alle welke de oudfte Franfen en Britan-
nen , als door eenige gemeenfchap t\'zaem-gevoegt geweeft
zijn. Om \'t zelve te doen, zy my, bid ik, geoorloft, behou-
dens de goede gunft des lezers , eénweynigh vryer uyt te
Wcyden.

, Vandena&ii , wijl boven gefprokeri is , zal ik dit Hechts
her-halen,dat,gelijk de oude Franfen Gomeren,Gomeriten>
en kordijk Cimbren,zo ook onzeBritannen Cumer enCim-
bren genoemt worden. D^t de Franfen Gomeren genoemc
±ijn geweeft,bewijzenlofephüs en Zonaras,als ik gezeyt heb^
datzyook Cimbren genoemt zijn geweeft, kan men uyt
Cicero en Appianus beftuyten : de Barbaren door Marius
t\'ondcr-gebracht, noemt Cicero opentlijk Franfen ^ Cajus
Marius (zeght hy) heeft de troupen der Franfen , in Italien
invallende , geftut. Maer alle hiftori-fchrijversgetuygen ,
dat het Cimbren geweeft zijn , en het panfer van haer Ko-
ning Beleus, by de Sextifche wateren , daerze Marius ver-
ïloegh, uyt-gegraveh, bewijft dit zeUdë, want daer was met
Vreemde letteren op gefchreven , Beleos , Cimbros. Van
gelijken die \'t Griekfche Delphos, onder \'t beleyt van Bren-
nus, geplondert hebben, ftemmen alle fchrijvers eendrach-
teli;k,dat \'ct Franfen geweeft ziin^nochtans getuyght Appi-
anus in
zijn Illyricis , dat deie Cimbren genoemt geweeft
zijn. De Cëlten oft Franfen (zegt hy) die men Cimbren
noemt. En ik ïal my hier niet op Lucanus beroepen , dié
dengenen , die gezonden was bm Marius te dooden , een
Cimber noemtj dién LiVius en andere getuygeh een Frans-
man geweeft te zijn; ook niet öp Plutarchus, die de Cim-
bren Gallo-fcythen noemt, nocht dieii tréfiijken gefchicht-
fchrijver Reinerus Reineccius by-brengen , die uyt de Set-
torius van Plutarchus ftantvaftelijk beveftight, dat de Fran-
ien en Cimbren de zelfde tael gebruykt hebben. Ook zal ik
niet op dat eënigfte woord der Cimbren,dat by de fchrijvers
overigh is, en Plinius uyt Philemon getrokken heeft, drin-
gen: , dat is , eendoodezee, hoewel\'t louter
Britanfch zy- wantm&r betekent by de Britannen een zee, cri
i>nar}v doodt.

Wijl dan deze vofkeren in de oudfte naem t\'zamenge-
ftemt hebben , van waer is deze naem anders in dit eylandt
gekomen , als.met de eerfte inwooiiders uyt het nabuurigh
Vrankrijk,dóör een kleyne fcheyding afgezohdert ? want de
wereldt is niet op eenreyste gelijk bewoont , maer men
moet bekennen dat de landen, welke naeft aen \'t geberghte
van Armenia (daer de Ark
nae de zunt-vloedt bleef zitten ^
en \'t menfchelijk geflacht voortgefproten is) liggen , eerft
èijn bewoont geweeft ^
als ook kleyn Afien , en Grieken,
eer als
Italien,Itah\'en als Vrankrijk, en Vrankrijk als Britan-
nien. In welke zaek zeer aebgenaem is te overdenken, dat
de hooghfte Schepper de landtfchappen zoo t\'zaemge-
voeght, en de eylaiiden zoo Verfpréyt heeft, dat \'er geenigc
zoo wijdt Van elkander zijn, oft het verfte gelegen kan altijt:
van eenigh nabuurigh gezien, en als met de oogen betekent
worden. En dit is door geen ander beraedt gefchiedt,als om
dat de volkeren, als zy overvloeyden, zagen , waer zy zich
mochten ontladen,tot dat de gehcéle werelt over al, tot Gods
eer, met inwooners vervult wierd-

\'t Is dan billik dat wy gelooven,dat de oude Gomeren,oft
Van andere, die haer vervolgden, verftooten, oft, om de me-
nighte te verminderen , verdreven , oft door der menfchen
ingebooren begeerte van verdere landen te bezoeken, aen-
gefteken , in dit haer naéftgelegen eylandt, \'t welk zy van \'c
vafte landt zien konden, eerft
over-gevaren zijn. Ook wijft
herdereden , dat yder landtfchap zijn eerfte inwooners i
eer uyt de nabuurige,als ver gelege plaetfen ontfangen heefr.
Wie zal niet achten,dat Cyprus uyt het naeft-gelegen Afien^
Creten, en Sicilien , uyt het nabuurigh Grieken , Corfica
uyt het nabuurigh Italien, en op dar ik niet verderga. Zee-
landt uyt het naefte Duytflant , Yflandtuyt Noorwegen
haer eerfte inwooners eer gehadt hebben , als. uyt de vér-
fchove wijken van Tartarien en
Mauritanién ? Waërom zul-
len wy insgelijx niet achten , dat ons Britannien eer van dc
nabuurige Franfen, als van die zoo ver gelegen Trojanen ,
Italianen,Albanoifen oft Brutii,eerftlijk ingenomen is. Ook
de oude fchrijvers halen de eerftelingen der Britannen , niet

van

-ocr page 19-

■CT

B R I T A

Van elders, als iiyt het nabuurigh \'.Vrankrijk. Het binnenfte
-deel van Britannien ^zeght Cc-efar) wordt van die bewoont ,
welke zy zeiver zeggen, dat haer by geheugen verhaelt is ,

in\'t eylandt geboren te zijn, cn de zee-kant door die welke

^m te oorlogen, uyt Frans-Nederkndt over-gevaren waren, njk over-gckacht is: en die gene, die deze zaek wat nacr-

die meeft al met namen der fteden , uyt welke zy gefproten, ftiger willen onderzoeken, reyzen gemeenlijk dcrwaerts om

daer gekomen , en na gedane oorlogh gebleven zijn , ge- te leeren. De Druiden zijn gewoon van den oorlogh af te

aoemc worden. Want in Britannien zijn even als in Vrank- zijin, betalen ook met de anderen geen fchatting, en hebben

rijk, Belgen, Atrebatien, Parifien, en Cenomannen , &c. vryheydt van alle dingen. Door zo groote beloningen opge-

.^reweeft.Infwelijx ze^^t Tacitus,\'t is gelooftijk,dat de Franfen wekt, begeven zich vele, en van zelfs tot haer onderwijs, en

het na-bY-<?el€gen fandtvan Britannien ingenomen heb- worden van haer vrienden en ouders daer toe ghezondcn.

■ben. Ook Beda , onder alle onze fchrijvers een vriendt der Men zeght,dat zy daer een groot ghetal van veerzen leeren,

waerheydt, zeght, in\'t eerft heeft dit eylandt alleen de Bri- Derhalven blijven zy eenige jaren in deze onderwijfmg:

toenen, van de welke het de naem gekregen heeft, tot haer ook achten zy \'t ongeoorloft die te befchrijven, daer zy

inwooners gehadt , dewelke uyt de A^moricaenfche wijk nochtans byna in alle andere, zoo gemeene, als bezondcre

(zoo men zeght)in Britannien aengevocrt,de zuyder deelen dingen, Griekfe letteren gebruyken. Dit dunkt my hebben

des zelfs zich toe-geeygent hebben } de Armoricaenfche zy om twee oorzaeken ingeftelt, en omdatzy niet wilden,

wijk noemthyde zee-kuften van Vrankrijk , tegen ons ey- dat haer leering onder\'t volk gebracht wierd , en om dat

landt over-gelcgen. \'t Schijnt ook tot de tegenwoordighc die, welke de zelfde leeren, zich op\'t fchrift verlatende,

zaek dienftigh, dat Casfar verhaelt , dat Divitiacus Gallus te min haer geheugen zouden oeftenen : \'t welk bykans

in zijn tijdt een groot deel van Vrankrijk, met het Rijk van yder gebeurt , dat zy door\'t behulp der letteren, haer

Britannien bezeten heeft en dat het meefte is , Plmius naerftigheydt in\'t van buyten leeren, en haer geheugen

heeft onder die volkeren van Vrankrijk die aen de zee-kant, verflappen. Inzonderheyt willen zy dit bewijzen, dat de

tegens over Britannien, neven \'t Gracffchap vanBolognen zielen niet vergaen, maer van d\'een in den ander over-gaen,

woonen, BritoenengeteltialsookDionyfms Afer, dieveel cn meenen dat men daer door mecft tot de deught cn

ouder als hy is, met deze veerzen: dappcrheydt opgewekt wordt, met verachting van dc vrees

Hujf^i vUeluet extremum quidemfib mgelum degi^nt, des doodts. Daer-en-boven twift-reden zy veel van de ftar-

Frope columnas mägnAnimorumgen$ iberüm, ren en haer beweging, van de groote der wcreldt cn aerdbo-

Secundumlongitudinemad continentem\'verßi\'^uhiSeften- dem, van de natuur der dingen, van de macht en kracht

trionalis,

Ocemi frigidusfufm efifluxw. uhi Britanm
Candida^ue gentes habitant Marthrum Germamrum^

\'t Welk aldus luydt :
■By d\'all erUetfl€ hoek van \'t Rijk Euroop verkeer en >
■Benevens Berk\'lesftijl -, de moedige iberen,
In\'t lang na \'t vafte landt ge keert, alrvaer het vocht
Des noorder Oceaens ten mejlenplasgerocht
Alwaer de dafpere Britannen zich vertconen,

V z,uyver witte volk der ftrijdb\'re Duytfen woonen.
Want dit, alwacr de dappere Britannen, fchijnt te zien op
in \'t lang na \'t vafte land, cn Euftathius, die den zeiven vcr-
klaert heeft , verftact het van de Britocnenin Vrankrijk:
•wantfey zeght r q &:c. Nochtans Avicnus en Ste-

plianus, in zijn boek van de fteden, gevoelen het tegendeel.
Ook wierd by bey de volkeren de zelfde Godts-dienft ge-
viert iby de Britannen ( zeght Tacitus) ziet men de Godts-
dienft der Franfen, door over-tceding der overgheloovig-
hedcn. De Franfen (zeght Solinus) offerden door een ver-
vloekte gewoonte van offeren, menfchen, niet tot eer, maer
veel eer tot laftcr der Godts-dienft. Dat de Britannen hec
-zelfde gedacn hebben, getuyght onder anderen Dio Caffius
in Nero.Dat ook beydc volken haer Druidcn gehat hebben,
verhalen Cxfar en Tacitus overvloedelijk. Van welke het
ons niet verdriet dc gehecle plaets uyt Cïefar te overlopem
de Dmiden zijn over de Goddelijke zaeken, bezorgen de
gemeene en byzondcre offerhanden, vertalen dc Godts-
dienften.Tot dc zelve begeeft zich een groot getal van jon-

dcr onfterflijke Goden, cn leeren \'t dc jcught. Waer van
Lucanus haer aldus aenïpreckt :

Et vos barbdricos ritm, moremcpie finißrum

Sacrorum Vruidapofitis repetißü ab armü,

S^iis mjfe J}e@s, ^ cwlifydera vobis,

Aut fölis nefcire datum: nemora dta remotis

Incolitis lució, vobis autoribus, umbra

Non tacit as Br ebiJedes, Bitiffie pro fundi j

Pallida regna petunt, regit idemfpiritm art us,

Orbe alio longéi, canitisfi cognita, vitä,

Mors media efl, eer te populi quos defiicit Ar Bos

Bdices err ore fuo, quos ille timorum

Alaximm haud urget Let hi metm: unde ruendi

Inferram mens prona vir is, animafque cap aces

Mortis: érignavumefi reditur<tparcerevit£.

Met wat naem deze ook aen haer Celten cn Britannen
bekent waren , zo fchijnt nochtans deze naem van Druidcn
van dit Griekfe woordt A^vg, dat is een eyke, zijn oorfprong
te hebben, niet alleen om dat haer niet hcyligcr was, als dc
lijm.van een eyken-boom | waer van Ovidius aldus:

Al vifcum Brmdd I>rmd& clamare filehant.
Dat is :

Naer lijm was eeriijdts \'t roepen der Bruiden.

Als die in dichte eyken boffchen woonen , en geenige of-
ferhanden zonder\'t loof der zelve volbrachten j maer dit
verklaert Plinius wijd-lopiger met deze zijn woorden:Niets
hebben de Druiden (zo noemen dc Franfen haer Priefters)

gelingenom onderwijs, en dezelve zijn by haer in groote heyliger, als het lijm en den boom, waer uyt het voortkomt,

eer. Want zy vonniffen bykans van alle ghemeene, en by- Nu kiezen zy voor zich de dichte eyken-boflchen, en doen

zondere verfchillen en zoo \'er een fchelm-ftuk begaen is, zonder \'t zelve loof geenige ofterhandcn, zo dat zy daer van

20 \'er een doodt-ftagh gefchiet is, zo men om grondt en in\'tGrjexook Druidcn konnen fchijnen genoemt te zijn.

landc-palen twift, dat oordeelen zy, en ftcllen loon en ftraf. Want al wat aen de zelve waft, meenen zy van den hemel

Zoo \'er iemanc in \'t by zonder, oft haer gantfche volk op gezonden, en een teken te zijn, dat de boom zelfs van Godt

haer befluyt niet ftaet, die verbieden zy de offerhanden, verkoren is: want het wordt zeer zelden gevonden , en ge-

Dit is de fwaerfte ftiaf by haer. Dien zulx verboden is, wor- Vonden, met groote Godts-dienftighcyt begeert. En voor

den onder \'t ghetal van de fchelmen cn onvromcn gchou- al in de zeftc maen, de welke by haer het begin der maen-

den, yder fchout haer en mijt zich van haer gezelfchap en den en jaren maekt, als ook der eeuw na \'t derngfte jaer, om

t\'zamenfprack,op dat zy niet uyt befmetring eenigh ongeval dat het dan zijn volle kracht heeft, en net de helft van zich

krijgen: ook word haer, al verzoeken zy \'t, geen recht ge- zy, noemen het zelve op haer fpraek alles genezende. Na

geven, noch eenige eer bewezen. En over al de andere datze onder den boom d\'offerhande en een gaft-mael heer-

Druiden is cenOverfte,wclke\'onder haer het hooghfte aen- lijk bcreyt hebben , nemen zy twee van de allerwitfte ftic-

zien heeft. Deze doodt zijnde, zo \'er iemant onder de ove- ren, welker hoornen dan eerft gebonden worden. De Pric-

rige in waerdigheyt uytmunt, die volght: maer zo \'er veel fter klimt met een wit kleedt boven in den boom, cn fnoeyt

even-gelijk zijn , zo wordt hy door \'tbeftemmen der Drui- hem met een gulden fnoey-mes,\'t welk men in een wit kleet

den gekoren. Somtijdts ftaen zy ook door gewelt van wa- ontfangt, dan offeren zy eerft haer flacht-offer, biddende

penen na de oppervooghdy. De zelve komen in een zeker dat God zijn gacf gelucken laet, dien zyze gegeven zullen

tijdt van \'t jaer op de grenzen der Cornuten , welk land- hebben. Zy meenen, dat het zelve gedronken, aen alle on-

fchap voor \'t Oiidden ym gej;ieel Vrankrijk gehouden word, vruchtbare dieren vruchtbaerhcyt geeft, en dat hec tegens

alle

N N I E N. ƒ

in een gehcylighde plaets by-een. En al dvc eeniséverfchil
hebben, begeven zich van alle kanten hier na toe, en zijn
haer oordeel en vonniffen ghehoorzaem. Men meent dat
deze tucht in Britannien gevonden, en van daer in Vrank-

I:

iv

-ocr page 20-

R

alle vergift helpt. Zo groot een Góds-dicnfl hebben de vol-
keren veeitijdts in nietige dingen.

Hier komt noch by, dat Diodorus Siculus deze Priefters
der Franfen , in de zelfde zin genoemt heeft ,

welk woord yder weet een cyken te betekenen, die Griex
kan. EnMaximusTyriusgetuygt, dat de Celten, dat zijn
Franfen, lupiter eerden, wiens teken een zeer hooge eyken-
boom was : voorts fchijnt het dat onze Saxen deze Drui-
den, als wy by Alfricus gelezen hebben, in haer tael Dry
genoemt hebben. Zoo iemandt hier van meer begeert, die
ga tot Mela, Ladantius,Eufcbius van de Euangelifche voor-
bereyding, en des valfchen Plautus Gout-pot.

De Franfen hebben ook de Barden onder haer geeftlijk-
heyt gehat, die de kloeke daden der treflijke mannen in
vcerzen geftelt, op de Lier na de maet zongen. Waer van
de zelve Lucanus haer aldus aenfpreekt:

Vos (^uoque, qui fort es animas, belioqueperemptas >
Laudihus in longum vates dimittitis Avum >
Flurimaßcuri fudiflis Carmina Bardi.

De zelve hebben ook onze Britannen met de zelfde
naemgehadt, want door Bard betekenen zy die, behalven
dat hy dat ampt bedient, zich voomamentlijk bevlijtight in
befchrijvinge der geflacht-reexen. En of de Britannen,
gelijk de Franfen, gelooft hebben, dat zy van den vader Dis
gefprooten zijn, daer is geen gewach van. Doch dat de
t>anfen daerom de ruymte van alle tijden, niet door \'t getal
der daghen, maer der nachten bepaelt hebben, op dac de
dach den nacht volgde ^ \\ zelfde hebben onze Brjcanncn
ook gantfchlijk waergenomen, want
\'t geen de Latijnen een
en twee weeken noemen, dat noemen
zy Withnos, dat is
acht nachten, en
Tymthec-nos, dat is vijfthien nachten.

Beyde deze volkeren fchijnen zich ook een zelfde vorm
van heerfching voor-geftek te hebben. Want zy wierden
niet door \'t gebiedt van eenen geheerfcht , maer gelijk
Vrankrijk, 20 heeft ook Britannien vele Koningen ghehat.
En gelijk de Franfen in alle gewichtige zaeken\'t gemei-
ne volk verzamelden, en een bevel-hebber beftemden; het
zelve hebben ook de Britannen gedaen,gelijk men uyt deze
woorden van Csfar befluyten kan: Het opperfte gezach ,
zo in \'t Rijk, als den oorlogh te bedienen, is met gemeenen
raedc CalTivellaunus opgedragen.

Ook zijn deze volkeren in zeden en inftellen niet onge-
lijk geweeft: want op dat ik zwijge, dat zy\'beyde zeer ftrijdt-
baer cn begeerigh tot doodt-flaen geweeft zijn, zy waren
tot flagh-leveren, en zich in gevaer te begeven even ftout,
als uyt Strabo , Tacitus, Dion, Herodianus,, en andere
blijkt.De Britannen(zeght Strabo) zijn denFranfenin zeden
ten deel gelijkj en voeght \'er terftont by, even als zommige
Franfen, zijn veeitijdts zeerafgrijflijkin\'toorlogh voeren.
En Tacitus met hem, de Britannen, die niet van de Romey-
nen verwonnen zijn, blijven als de Franfen ghcwceft zijn;
cn op een ander plaets, de Britannen zijn de
Franfen naeft
enghelijk. Dat de Britannen , op zijn Franfch gewapent,
vochten, gctuygh t Mela.

Tot den oorlogh gebruykteh de Britannen een menicb-
te van wagenen, gelijk zommighe Franfen, fchrijft Strabo.

Beyde deze volkeren hadden in den oorlogh voor een
wijs, haer flach-ordens zoo by volkeren te ftellen, dat de
onderfcheyde dapperheyt te klaerer bleek. Dat de Franfen
dit
gedaen hebben, getuyght Ciefar met deze woorden: De
Franfen (redcelt in burgerfchappen behielden de ondiepten.
Het welk Tacitus van de Britannen in den flagh van Cara-
tacus, aldus beveftigt: De troepen der volken ftonden voor
de vefting.

De Franfen (zeght Strabo) zijn leerzaem, en tot onder-
wijs vaerdigh van verftant geweeft. En de Britannen niet
min , welker verftant Agricola by Tacitus verheft boven de
oéfieningen der Franfen , als die alleen de Romeynfche tael
verwerpen, en haer welfprekentheyt begeerden.

Strabo verhaelt, dat de Franfen oprecht en eenvoudigh
van
gemoed geweeft zijn, \'t welk Tacitus van de Britannen
infgciijx fchijnt
toe te ftaen, daer hy fchrijft dat zy zich vry-
wiSiigh het volk lichten, fchatten , en andere rijx-laften on-
derwurpen, zo zy zonder onrecht waren.

Cxkï verhaelt, dat de Franfen, door onftantvaftigheydt
cn lichtvaerdigheydt des gemoedts, na nieuwe heerfchap-
pyen trachteden. De Britannen waren infgelijx met t\'za-
men-rottin<Ten en luften na nieuwigheden ingenomen.

B

A

N N I E N. 7

Uyc deze lichtvaerdigheyt der Franfen, welke C^far eer-
lijker een fwakheyt noemt, is zo groot een lichtgclovigheyt
in haer gemoet geflopen, dat de Franfche licht-gelovigheyt
tot een fpreek-woordt geworden is, en de Dichter gezon-
gen heeft:

Et tumidm Gaila credulitatefr/tar.
Dat is:

Zofleun ik onvafi op het licht ge loof der Eranfen^

Ook zijn de Britannen zelfs daer in niet ont-aert, de wel-
ke zélfs aen \'t Milefifch fprookje een greetig oor verleen én :
en de ydelfte waer-zeggeryen, oft door over-gelovige hoop,
oft bekommering terftondt gelooveri.

Men leeft by Strabo, dat de Franfen zeer droevigh waren
over haer na-verwanten, die zy berooft zaghen. Dat hec
zelfde mee-lijden boven alle andere volken in onze Britan-
nen is, is bekender, als men \'t zeggen kan.

De Franfen, (als Cazfar zeght; na dat een yder vanaf-
komft en rijkdom was , had hy veel ambachten , dat zijn
knechten en onderdanen, rondtom zich i eh hebben älleen
deze aengenaemheyt, en mogentheyt gekent.

En heden hebben ook onze Britanfche Edelen geen an-
dere aengenaemheden gekent,van de welke,als men meent,
deEngelfen zo groote troepen van dienftknechtcn met z-ich
te flecpen geleert hebben ^ waer in zy alle Europeanen on-
langs vér overtreft hebben.

Dat der Britannen huyzen den Franfchen gelijk, en met
boffchen omheynt geweeft zijn, getuygt Csfar met Sttaboi

De Franfen (als Strabo zeght) droegen goude halskete-
nen , cn de Britanfche Bunduica (zeght
Xiphilinus ) heeft
een gulde hals-keten ghedragen, gekleet zijnde met een
rok van verfcheyde verwen^ en nergens is heden dit ^ieraedc
meer in gebruyk, als in dit eylant, en by onze Britannen.

Dat de Britannen en Franfen aen de middeUie vingec
een ring gebruykt hebben, getuyght Plinius.

Dat de Franfen haer hayr lieten waffen, verhaelt de zelf-
de Strabo; en dat de Britannen lang hayr hadden, getuyght
Cxfar.

Men leeft by verfcheyde fchrijvers, dat de Franfen eeni^
ge kleederen gebruykt hebben, dié zy in haer moederlijke
tael Broeken genoemt hebben; dat ook deze by onze Bri-
tannen gemeen waren, getuygt Martialis met dit veersken:
^mm veter es Bracht Britonis pauperis.

ïk laet ftaen \'t gene Silius Italiens van de Franfen fchrijft;
.^mn etiüm ingeniofluxi,fidprimaferoces;
Vaniloquum Celt^e genus, ac mutahile mentis.

Om dat deze dingen aen veel volken gemeen zijn. Hier
zoud ik noch andere dingen by voegen, waer in deze volke-
ren over-een-geftémt hebben. Maer ik vrees dat zy, van
quacdwilligen, mochten tot lafter getrokken worden. Ook
behaeght my deze fpreuk zeerwel:
OmniamodiceérintrA
modum
, dat is. Alles matelijk en niet ie \'veel: en miiTchicn is
het
bewijs, hier van getrokken, ook wel tp fwak.

Nu Zijn wy tot de tael gekomen,waer m de meefte Vaftig-
heydt van deze twift-reden is. Want die in gemcenfchap
van tael gevocght zijn, ial niemandt, meen ik, ontkennen,
dat in gemeenfchap van oorfprong t\'zaem-gevocght zijn.

Zoo dat /indien alle hiftorien van alle fchrijvers vergaen
waren, en niemandt in \'t licht gebracht had,dat de Engelfen
van dc Duytfchen , de oprechte Schotten van de Ieren, en
de Armoricaenfche Britoenen van onze Britannen geko-
men zijn i zoo zoud nochtans dc gemeenfchap van haer
tael, dat genocghfaem overtuygen, ja lichter als het aenzien
der deftighfte Gefchicht-fchrijvcrs. Indien ik dan bewezen
yM hebben^dat de oude Franfen cn onze Britannen een zelf-
de tael gebruykt hebben, zoo zal ons dc waerheyt zelf dwin-
gen te bekennen, dat zy van een af komft geweeft zijn. Ook
acht ik niet dat C^far fchrijft,dat de Franfen zelve in de tael
onderfcheyden geweeft zijn. Strabo getuyght, dat zy alleen
in dc uytfpraek verfcheelt hebben. Alle, zeght hy, gebruy-
kcn zy niet over al een tael, maer een weynigh verichillen-
de. Voort getuyght Ca;far felf,dat
de tael van de oude Fran-
fen ender Britannen, een-zelvigh geweeft is (\'tzydatzy
miifchien in uytfpraek
vcrfcheclde) en fchrijft, dat de Fran-
fen , welke de tucht en leere der Druiden naerftlijck wilden
onderzoeken , gewoon waren in Britannien tot onze Drui-
den te trekken,- cn wijl zy geen boeken gebruykten, zoo
volght, dat zy in ïonder-wijzen de zelfde tael met dc Fran-
fen gebruykt hebben, \'t Welk Cornelius Tacitus klaerer be-

C vcftighc.

-ocr page 21-

I T

N.

N

N

E

A

B

vcftigte. De fprack der Britannen en Franfen (zeght hyj is fborte van pijlen was, die dc Franfen in den oorlogh ge*

-niet zeer verlcheyden. Waer van Beatus Khenanus, Gefne- bruykten betrokken worden , volgens \'t zeggen van ifr

rus , Hottomannus , Petrus Daniël, Picardus, cn al die dorus.

de eerwaerdige oudtheydt ge-eert hebben, dit gevoelen ge- GeiTa een Franfche pijl, vertaek Servius een Mansfpiets ,

voWht zijn , behalven weynige die willen, en ftaende hou- met welk het Britanfch Cethelou gemeenfchap fchijnt te

-den, dat de Franfen Duyts.geiproken hebben. Doch op dat hebben , dat by Ninnius wordt uyt-geleght voor gebrande

niemandt ons in deze zaek ftof in de oogen werpt, zoo laet thuyn-ftaken en oorloghs-zaet.

^ns uyt de fchrijvers de woorden der oude Franfen, die wy De Franfen, die Brennus in Grieken-lant voerde, noem-

konnen, gelijk berderen uyt een fchipbreuk, (wijl die tael nu «^cn in haer tael ( zeght Paufanias) een infetting van een

door de vloeden van vergetcnheydt verdronken light) ver- ruyter-ftrijt, beftaende uyt drie paerden, Trimarcia , want

zamelen en vergelijken. Want wy zullen zien dat vele niet een paert noemden zy Marca: welk woort t\'eenemael Bri-

\'Zwaerlijk en geweldclijk,maer bequaemlijk, en bykans zon- tanfch is, want Tri betekent drie, en March een paert.

der eenige verandering, met onze Britanfche woorden, zoo
in klank als zin, over-een-ftemmen.

Aufonius zegt in dit vecrsken van een bron by Bordeaux,
dat Divona in \'t Frans der Goden bron betekent heeft:
Divona Celtarum lingua fons addite Divis.
En ©nze Britannen noemen Godt Dyw,cn een bron Vo-

In \'t zelfde boek getuyght Paufanias, dat de Franfen haer
fchilden Thireos noemden,welke de Britannen heden noch
Tarian noemen.

CaEfarinzijn Rphemerides fchrijft, (gelijk Servius ge-
tuyght ) dat, als hy in Vrankrijk , van den vyandt gevangen
zijnde,gewapent op zijn paert wegh gevoert wierd,hem een

! /

nan, waer uyt t\'zamen komt Divonan ^ en door de Latijn- van de vyanden, die hem kende, gemoette, en al gekkende
fche gelijckvormigheyt, om \'s dichts wil Divona. zeyde Cetos Casfar, \\ welk in \'t Frans betekent laet gaen, en

Niet weynigh fchrijvers verhalen , dat Jupiter, die by de Geduch betekent \'t zelfde in \'t Britanfch.
Grieken van den donder , en by dc Latijnen To- Rheda, een Franfch woort, ( zeght Quintilianus) is van

nans genoemt wordt, by de Franfen onder den naem van een betekening, als der Latijnen Caruca, dat is, een wagen.
Taran ge-eert is geweeft. Nu Taran betekent by dc Britan- ^t Welk nu in \'t Britanfch niet bekent is, dat het nochtans in
nen de donder,\'in welke betekening de Duvtfchcn, Jupiter \'t gebruyk geweeft is betoonen Rhediad voor een loop,
ook fchijnen Thonder genoemt te hebben. Want Jupiters Rhede voor loopen, en Rhedecfa voor een loop-wagen ,
dagh noemen zyThonderdagh,dat is,den dagh des donders, de welke niemandt behoeft te twijffelen, dat van een zelfde
De Franfen hebben een andere Godt, by Lucanus, He- oorfprong zijn. \'tis ook niet wanfchijnlijk Eporedia, een
fus, by Ladantius Heus genoemt, gehadt, de dichter van ftad der Salaflen,hier af te trekken,de welke Plinius fchrijft.
Querulus heeft hem de blaffende Ansubis oft hondt ge- cJat van de temmers der paerden alzoo genoemt is.
noemt, om dat hy in de gedaente van een hondt gefchildert Deze beyde volken hebbenook een ander flagh van wa-
wierd, en Huad, betekent by onze Britannen een hondt. gens gebruykt, dieze met een woordt Covinum noemden,
\'t Is
zeker dat dc Franfen Teutates onder dc naem van ^^^ \'i^ii wagenaer Covinarius, en al hoewel deze naem met
Mercurius, als een vinder der konften,
en de leytsman der de wagen verdwenen is, zoo is nochtans des zelfs herftel-
wegen , hebben aengebeden , en Diw-Taith betekent in Üng om zoo te fpreken, by de Britannen overgebleven, by
\'t Britanfch een Godt der wegen. Ook ben ik niet onbe- de welke Kowain betekent op een wagen rijden,
wuft dat Plato Mercurius, in zijn Phasdrus en Pliilebus, Insgelijx was Efledum een Franfche wagen, oft liever
een
Theut noemt. Nochtans weet ik dat\'er eenige zijn , oorloghs-wagen , de welke Propertius en Ca:fardeBritan-
die willen dat Teutates de zelfde is, die by Tacitus voor der ^^^^ mede toe-fchrijven:
Duytfen Tuifcoen Mars geacht wort, en dat wy, der Duyt-
Efeda cdatts ftfle Britanna jugis.
fen oor, den dagh van Mars oft dings-dagh, daer van Tuef- Circius^ is een wint door zijn naem zeer wel bekent, aen
day noemen. Leeft van deze drie Goden der Franfen, be- welke Divus Auguftus in Vrankrijk een kerk toegewijten
lieft het u, deze drie veerfcn van Lucanus: gebout heeft. Dat\'t zelfde een Franfch woort is, bewijft

Et quihus immitis flacaturfangutne dirö Phavorinus, ecn Frans-man van afkomft, in Agellius. On-

Teutates, horrenfqueferis altaribus Hefus, ze Franfen (zeght hy) noemen de wint, die uyt haer landt

Et Taranis Scythicsnon mitior ara Biamz. waeyt, de welke zy bevinden zeer ftreng te zijn, Circius\'jom

De H. ^.uguftinus en Ifidorus gctuygen, dat de Da:mo- haer dracyingzoo ik meen. \'t Is zeker dat zy de geweldigh-
iies oft Nacht-geeften (by ons heden Nacht-merryen ge- fte en ongeftuymighfte van alle winden is ^ nu Cyrch betc-
noemt) van de Franfen Dufii genoemt geweeft zijn, ver- kent in \'t Britanfch gewelt en gedruyfch, gelijk men in haer
midts zy gcftadigh onkuyfcheyt pleeghden: nu \'t geen dat Litany zien kan.

langduurigh en geftadigh is, wordt in \'t Britanfch Dyth ge- Livius fchrijft, dat de Pennifche Alpes, de welke by Ge-
noemt. far dc hooghfte Alpes zijn,haer naem niet van Annibal Poe-
Pomponius Mela fchrijft, dat de Franfen dc Priefterften, nus gekregen hebben, maer van die, welken de bergh-Fran-
aen een van haer Goden door eeuwige maeghdelijkheyt ge- fen, om zijn hooghfte top geheylight, Penninus genoemt
wijt, Senas noemen. Durfd ik , ik las liever Lenas, want de hebben, en noch heden worden de hooghten der bergen by
gewijde maegden,die men nu Moniales of Bagijnen noemt, de Britannen Pen genoemt, waer van de hooghfte bergen
plachten de Britannen (als in een oude acn-tekcning ftaet) by ons de naem van Penmon-maur, Pendle, Pen, Penoch-
Leanes te noemen , waer van een zeer oudt Bagijnen-kloo- cloud, en Pennigent, en den bergh Appenninus in Italien
fter in Britannien Lean-minifter, en nu Lemfter genoemt, van nergens elders, gekregen hebben,
de naem gekregen heeft. \' Csefar fchrijft, dat de fteden van Vrankrijk, aen dc zee
De Franfeti ( zeght Polybius) noemden dc gehuurde fol- gelegen, na de gewoonte der Franfen Aremoricje genoemt
daten in haer tael Gjeftaten j en de Britannen noemen nu worden, met welke de Britannen met \'t zelfde woordt in de
haer gehuurde knechten Gueflin. zelfde zaek over-een-komen; want Ar-mor betekent by
De kloeke mannen (fchrijft Servius) noemden de Fran- haer aen de zee oft op de zee, cn Strabo noemtze bynain
fen Gcfri,en GuaiTdewr betekent in \'t Britanfch \'t zelfde,dat de zelfde zin in \'t Griex

hy fortis &firenuHs,^2X.\\s,eenvroorn€ndap-\' Ten tijde van Diodetianus verweckten de boeren in

f er man. Vrankrijk een oproer, en gaven haer aenhang de naem van

Hier toe kan betrokken worden het woortGefum,\'t welk Baucaden • en de varken-drijvers, en boeren worden by dc
in \'t Frans een pijl betekende, gelijk der Latijnen pilum, en Britannen Beichiad genoemt.

der Duytfchen framea doch terftont fullen wy hier bree- Sidonius zeght, dat de Franfen haer ingeborc roovers
der van fpreken. Vargarien noemden, en ik heb indeaentekening vandc

Gelijk Phalanx by dc Macedoniers, zoo betekende Ca- kerk van Landaf gevonden, dat de rovers eertijdts in\'t Bri-
terva by dc Franfen een legioen,als te zien is by Vegctius^ en tanfchVeriad genoemt wierden.

dit is by de Britannen noch niet verfturven, de welke een De oude en treflijke uytlegger van luvenalis zeght, dat
bende Caturfa, den oorlogh Kad, en de fterkte der oorlogh, de Allobrogen daerom zoo genoemt zijn , om dat de Fran-
die in een legioen beftaet,Kaderne noemensin eenige voor- fen een akker Brogas noemen, en Alla een ander. Zy zijn
beelden van Vegetius vint men Caterna. dan zoo genoemt, om dat zy uyt een andere plaets zijn ver-

Tot dit Kad kan gevoeghlijk Cateja, \'t welk een zeker voert geweeft. Doch Bro betekent in \'t Britanfch een land-

fchap,

-ocr page 22-

B R

N

N

E

N.

fchap, cn Allan buytcn uytwendigh^zoo dat die ooifpronk- Biilga voor een Iccr-zak, tot het Britanfch Butfict Dc So"

iijkhcydt m beyde talen klaer is lidunos van C^^lar voor Godt-hcylige menfchen, \'tor Sow"

Pliniuszcght, dat het wcegh-blader-kruytm Vrankrijk diwr. Des Plmius Planarat voor een ploe^h totArat welk

Glaftum genoemt wordt, waer mee, na\'tgetuyghnis der ccn ploegh betekent. Des Ifidorus Taxeavoor fpek \'bete

fchrijvers, de Britannen zich plachten té beftrijken. Dit is kent tot Tew. Des Diodorus Siculus Zithum tot Sider En

\'t kruy t, dat wy Woad noemen, en maekt een hemels-blaeu- Ccrvifia bier, tot Kcirch, dat is > haver, waer van de Britan

we verw, welke deBritannen heden Glas noemen. De Grie- nen m vele plaetfen bier brouwen, oft liever tot Cwrwf dat

ken, als Phnms zeght, noemen \'t im-nq, en dc verwers Vi- is \'t geen wy Ale noemen.

tmm, als Oribafms getuyght. Waer van Pomponius Mela Dat dit al oude Franfche woorden geweeft zijn blijkt

hchtlijk verbetert wort, zoo men Vitro ftelt voor Vltro, daer uyt deze Schrijvers , en ghy ziet hoe bequaemlijk dat 2/111

hy zegt: Brt^mmcertumobdecorem, an ob quid almd Fl- klank en zin mctonze Britanfche over-een-komen, enals

tro corpora mferti. t\'zamen-ftcmmen.

Dc Gallathen, die, als Hieronymus getuyght, met dc Hier by komt, dat, wijl de oude namen der plaetzen by

oude Franfen dc zelfde tael gebruykten, hadden een kleync deze beyde volkeren een-zelvigh van uytaang geweeft zijn -

{pruyt, Coccus genoemt, waer uyt de roode fcharlake verw te weten , in Duno, Bnva, Rico, Duro fMago , &c. men

gemaeckt wierd, en deze zelfde verw noemen de Britanpen lichtli^k befluyten kan, dat zy gcenzins verfcheyde geweeft

Coch. zijn,

Wy hebben voor dezen bewezen, dat de Broeken by de Ook kan men voortaen geen kleyn bewijs hier uvt trek-
Franfcn en Britannen een gemeen kleedt was. Diodorus ken. dat wy Engelfen van de Duytfbhen cefprooten ziin
Siculus noemtze ongefchooren en veelverwige kleederen : vermidts de later namen van onze fteden , uvt^aen in
Bur-
en
nu noemen de Britannen vuyle en gelcheurdé kkederen , Berry, Hdm, Sted , Ford, ihorp, en vhch, welke met

^\'f^V -n ru /r- T deVi\'^yiizheMyig^ngen, Burg,Bergh,Hetm, Stadt,¥urt,

Indien Lama een Franich woort geweeft is, dat Srrabo Dorpe, Wie, even over-een-komcn.
fchijnt te getuygen, als hy fchrijft: De Franfen maken rok- Defgelijx kan men van eenige Franfche namen zoo be-
ken van dikke wol ,.die zy Lainas noemen: 200
zijn de Bri- quaemiijk, uyt onze Britanfche tael, reden geven zoo dat
tannen niet te wijt gegaen, die de wol in haer tael Giawn denatuur met de zaek over-ecn-komt, dat wynootzaekli\'k

, , ^ , van de Britannen op-geftck

Feftus Pompejus getuyght, dat Bardus in t Franfch een zi|n, oft dat de Britannen Franfchgefproken hebben Maer
zanger betekent, en dit is louter Britanfch. ^t fy genoeg een oft twee by te brengen.

Martialis en meer andere bewijfen, dat Bardocucullus ^ Het derde deel van Vrankrijk ( zeght C^far) wordt be-
cen zeker kleedt der Franfche Barden geweeft is nu, ge- woont, van die in haer tael Geiten, in onze Galli, cn van
lijk Bard noch by de Britannen gebruyklijck is, zoo is het de Grieken Gallathcn genoemt worden. Waer van zv
Cekx
andere deel van dit woordtby de Britannen ook geheel gc- en Gallathen genoemt zijn, hebben de geleertfte onder de
bleven, by de welke een mantel Cucul genoemt wordt. Franfen noch nictgezeyt, maer laet zy zien oft niet fchijnt
Vrankrijk brengt voort (zeght Plinius) haer aert van van het Britanfche woortGualt/twelk heden noch by de Bri-
koorn , dat zy Brancc noemen, by ons wórdt het zuyverfte tannen het hooft-hayr betekent, en Gualtoc gehayrt, waer
koorn Sandalum genoemt 5 en by de Britannen wordt het van Celtica, Galla th^ cn Galli, door een verzafting der uyt-
koorn,datzuyvcrvankafis,Guracthvrancgenoemt,enin fpraek, fchijnt her te komen. Want het is by alle gheleer-
Nortfolk by ons Brank. . den bekent, dat de Cclten van haer lang hayr, dat zy zor?-

Dat de Grieken Pcntaphyllon van dc vijf bladen noc- vuldighlijk lieten groeyen , gehayrt genoemt zijn j cn hoe
men, was by de Franfen (als Apulejus getuyght) Pempedula zult ghy dc C. K. QjG. van haer kracht en aert des geluyts
genoemt j nu Pymp betekent bydc Britannen vijf, en Dei- onderfcheyden? ° ^

Icncenbladt. \'t Is bekent dat dcGaronnc, een van de voornaemfte ri-

Feftus geeft te kennen, dat even als Pymp vijf, Pctof vieren van Vrankrijk, zeer fnel, en als met verbitterde vloe-
vicr by de Franfen betekende, cn zeght, dat Petoritum een den af-vloeyt, zoo dat de dichters haer de geweldige, fncllc,
Franfche wagen geweeft is,van de vier raden alzo genoemt. en zee-gelijkc Garonnc noemen j en dit betekent Garaw in
En Pedwar betekent in\'t Britanfch vier. \'t Britanfch.

Ifidorus fchrijft, datonder de houtegereetfchappen een Derivicr Arar vloeyt met ongelooflijke langzaemhcydt,
wijngaert Rek, by de EngeKchcn Aleaver genoemt, by de hier van zeggen dc dichters, langzamer als den Arar, en de
Franfen Guvia genaemt wierd, en wordt in \'t Britanfch loome Arar,- nu Ara betekent in Britanfch Jangzaem cn
Gwifgcnoemt. loom.

Den Bcrkc-boom, die wy Birch heeten, noemt PJi mus DeRhofoe, daer dc Arar in loopt, loopt met een vaer-
cen Franfche boom. Hy zoudze nu ook een Britanfche dige fnclheyt, waer van zy haeftigh , fnel, cn vaerdigh sc-
ïioemen, vermidts hy in Britannien zoo wccldigh groeyt,cn noemt wordt, het welk van Rhedec, dat haeftig loopen be-
in\'t Britanfch bedwgehecten wordt. tekent, niet veel en verfcheelt.

Dc gewaterde wijn wierd (als Athen^us verhaelt) van Strabo en andere verhalen, dat dc Gebennifche bergen
de Franfen Dercoma genoemt,
cn Dwr betekent by dc Bri- zich in Vrankrijk met een geduurige rugh vêr uytftrckkenj
tannen water. , - ^ii dat Keven by onze Britannen dc rugh van een bergh be-

Alzo wort, om niet alles te verhalen, by Diofcorides teekent, blijkt uyt het Britanfch woordt-boek ^ ook heb ik
genoemt, \'tgeen de Latijnen Filix heeten, by de oude by Ottcley
,in\'tGracffchap vanlork, de uyt-geftrekterugh
Franfen Ratis, by dc Britannen Redin. By de Latijnen van een berg gezien, diende bywooncrs The Kcuin noe-
Sambucus, is by dc Franfen Scovies, by de Britannen Ifcaw. men.

Scrratula by de Italianen , is by de Franfen Vetonica , by dc Wijl men in Vrankrijk eertijdts op dc ruymte van i foo
Britannen cn ons Betanii. \'t Gene Plinius by de Latijnen fchreden,om dc langte des weghs af te metcn,ftcenen placht
terr^ adcps , \'t vet der aerde, noemt, wort by dc Franfen op te rcchtcn, cn de Leuca Gallica (als lornandes getuyght)
Marga, \'en
by de Britannen Marle geheeten. De zuyvere zooveel fchrceden begreep, cn Leach in\'t Britanfch een
Marga by de Latijnen, noemen de Franfen Glifcomarga , ftecn betekent, 20 laet dc geleerden zeggen, of Leuca daer
cn kan by de Britannen Gluyfmarl genoemt
worden, want van den naem niet gekregen heeft.

Gluys betekent by haer helder, \'z Geen de Latijnen Se//u. Op dc ftrandt van \'t Narbonfch Vrankrijk , alwaer men
la tripes heeten, noemt Sulpitius Scverus in t Franfch Tri- verdicht dat Hercules en Albion t\'zamen gevochten hcb-
petia, cn deBritannen Tripet. \'Dc
centum pedes by de ben, liggen defteenen zoo dicht cnverftrooyt, darmen
Latijnen , noemen de Franfen Candctum, en de Britannen geloven Zoud, dat het daer ftecnen geregent heeft^ zo dat
Cantroed. De Avis-Roftrum, vogels-bek, by de Latijnen, zy de fteencn-ftrandt cn het fteenen-veldt by de fchrijvers
heeten de Franfen, als Suctonius zeght, Becco, en dc Bri- genoemt wordt. Heden wordt zy van de Franfen Ie C roux
tannen Pic. genoemt, zonder nochtans te weten waerom^ maer de ftee-

Ik zoud ook Goropius razery niet razen, indien ik des nen worden in \\ Britanfch Craig genoemt.
Suctonius Galba, voor een vettert, betrok tot het Britanfch Die certijts de zec-plaetfcn in Vrankrijk, ons naeft, be-
Galvus, welk over groot betekent. Des Verrius Flaccus woont hebben, wierden in haer tael Morini genoemt / en

dc Zee

I

-ocr page 23-

ü-

E R 1 T A

de Zcè wordt iti \'c Britanfch Mor genoemt, 200 dat het zel-
ve daer van fchijnt gekomen te zijn; want deaenzeefche
noemen zy
Mormmyr,gelijk AremoricA eertijts in \'t Franfch,
en nu in t Britanfch aen de zee betekent.

Zoo fchijnt Arelate,een zeer vermaerde ftadt van Vrank-
•rijk, in een nat en vochtigh landt gelegen, van de gelegen-
heydt zelf haer naem te hebben, want Ar betekent in \'t Bri-
tans op, cn Laith vochtigh.

Vxellodunum, zeght Csfar, was een ftadt gelegen op een
alzins fterken hoogen berg , en Vchell betekent in \'t Bd-
tanfch hoogh , en dat Dunum by de oude Franfen een ver-
heve plaets
ofte heuvel betekent heeft, leert ons Plutar-
chus uyt Clitio in het boexken van de rivieren,cn \'t zelfde is
byde oude Britannen in gebruyk geweeft.

Den voor-bergh Cythariftes ftek Plinius in Vrankrijk >
dicht by Marftlien , daer men nu dc ftadt vanTolon ziet;
indien men riu onze Britannen vraeght, wat Cytharain
haer tael is, ghy zult terftont Telen hooren.

Wederom ,om geen twijfteling in deze zaek te laten, wijl
""t blijkt, dat de hedendaeghfche Franfche tael, zo van het
Latijn en Duyts af-gekomen is, dat \'er nochtans veel oude
Franfche woorden in de zelvige overig zijn: zo heb ik , van
die in beydc talen ervaren zijn, verftaen, dat vele van die
Franfche woorden, welke nocht tot de Latijnfche, nocht
tot de Duytfche bron gebracht konnen worden, en der-
halven uyt de oude Franfche, fchijnen nochtans met het
Britanfche zeer nauwe gemeenfchap te hcbbcn:als by voor-
beelt, de Franfengebruyken heden Guerir, de Britannen
Guerif voor genezen; de Franfen Guaine , de Britannen
Gwain voor een fchede j de Franfen Derechcf, dc Britan-
nen Derchefu voor op een nieuw; de Franfen Cambre, de
Britannen Cam
voor krom j de Franfen Bateau , de Britan-
nen Bad
voor een fchuyt; de Franfen Gourmand, voor een
vract, dc Britannen Gormond voor al te veel; de Franfen
Bafton, de Britannen Paftwn voor een ftok; dc Franfen
Accabler , de Britannen Cablu voor onderdrukken ; dc
Franfen Havrc.dcBritannen Aber voor een havenren Comb,
by beyde volkeren noch in gebruyk, voor een dal. Dierge-
lijke zijner veel meer, welke miflchien den lezer min moch-
ten behagen, hoewel zy tot deze zaek zeer wel dienen.

Dat Tacitus fchrijft , dat de ^ftinerfche volkeren in
Duytflandt, de Sweedfche gewoonten en zeden hebben,
doch dat haer tael met het Britanfch meer over een komt,
weêrftreeft onze bevefting niet. Want de verfchovenfte ta-
len komen in eenige dingen over-ecn. En onlangs heeft
Augerius Busbequius, des Keyfers gezant by den grooten
Turk, verfcheyde Duytfche en Engelfche woorden in dc
Cherfoncfche Turkfe tael waer-genomen.

ïlier uyt zoud men konnen beftuyten,dat de oude Fran-
fen en Britannen de zelfde tael gebruykt hebben, en dat
men derhalven door nootwendigh gevolgh de oorfprong der
Britannen tot deFranfen betrekken moet. Want men moet
bekennen dat Vrankrijk, gelijk ik gezeyt heb, naeft aen Ar-
menia , en vruchtbaer
, even als in vruchten , zo ook ( als
Strabo getuygt) in menfchen , eer bewoont is geweeft; en,
wijl de Franfen haer Colonien oft Nieu-ftedeninltalien,
Spanjen, Duytflandt, Thracien, en Afien vcrfpreyt hebben,
zo moeten wy billijck geloven, dat zy\'t veel meer in Bri-
tannien, zo naburigh cn niet min vruchtbaer, gedaen hcb-

I

it
It

I

il

f

th

I

ic

I •{
d-

:

H N

ben. En dit kan den Britannen niet als tot groote eer ftrek^
ken, dat zy van die oude Franfen her-gekomen zijn, die in "
oorloghfche dapperhcyt uyt~gemunt, en met welke dc Ro-
meynen, niet om eer, maer om haer behoudenis, veelja-
-ren gcftrcden hebben; cn de welke, op datik liever des
Dichters woorden, als
de mijne gcbruyke,

Ter omnem

-Invecii Eurpfam, (^mfigrande Acjuilone, vel Außrp
Import ata, gravi pajßmfonuere ttmultu.
Seit Ràmmus adhuc, quam Tarpeja videîis
Arx attollmtem caput ill» in monteßiperbum ,
Pannones, Mmathii norunt ,/cit Delphica râpes.
En een weynigh daer na :

Intravere Afi^a fines :.prope lit ter a Vonti
Ingentem crevere nevam, qua tenditur ufque
Adjuga Pamphîlûm, Garamantica fydera contra,
Inter Cappâ doces poßta, ér Bythinica regna.
Ook moeten wy hier niet ftil-zwijgens voorby .gaen, hec
geen andere, om der Britannen oorfprong van de Franfen
te bewijfen, by-gcbracht hebben. G. Buchananus, niet min
vermaert door zijn voorouders,als goede oefFeningen,merkt
acn uyt-^Iekerkus , dat de Duytfen een Frans-man Wallon
noemen. En dat dc Saxifche Duytfchen , als zy hier qua-
men, en de Britannen Frans hoorden fprèken, haer Wallen^
dat is, Franfen, noemden. Buchananus vóeght \'er by, dat
Walch by de Duytfen niet eenvoudighlijk een vreemdeling,
maer veel eer een Frans-man oft Wael betekent ; cn geeft
met een
cc kennen, dat de Franfen dat landtfchap, dat wy
Walles heeten , heden Galles noemen , cn dat de oudö
Schotten al de Britanfche volken in Gaol en Galle , dat is
(als hy \'t vcrtaelt) in Galercn en Gallen, .gcdeelt hebben.

Zoo nu onze Britannen, \'t zy waer oft niet, willen Tro-
janen van af komft zijn, ik zal \'cr niet tegen ftreven ; door
de Franfen dunkt my nochtans zullen zy zich bequamelijxt
met dc Trojanen rekenen. Want zommige zeggen ( als
Ammianus verhaelt ) dat éenige vluchtelingen na de ver-
woefting van Trojen Vrankrijk, tocnledigh, ingenomen
hebben. In déze opmerking der talen konnen wy de goc-
dertierentheydt van denoppcrfteSchcpper, tot onze Bri-
tannen , na-zaten van dc oude Gomcren, niet genoegh lo-
ven, de welke, hoewel zy van de Romeynen, Saxen, cn
Normannen verwonnen geweeft zijn, zo hebben zy noch-
tans haer vaderlijckcn naem cn eerfte tael, tot nu toe gelapt
cn verborgen gehouden. Ook fchoonzede Normannen,
door ingcftcldc wetten, pooghden te vernietigen. Zoo dat
die oude Britanfche Edel-man niet buyten reden fchijnt gc-
antwoort tc hebben, de welke van Henrik de 11, Koning
van Engelandt, gevraeght, wat hem dacht van de macht der
Britannen, en zijn Koninglij ke tocrufting tegen dé zelve :
Die volk (zeght hy) ô Koning i zal door uw, cn andere
machten, nu, gelijk voor dezen, onder-drukt, verzwakt,
cn ten deelen uyt-geroeyt konnen worden. Maer zal om
des menfchen toorn, \'t zy \'er Godts toorn zich by-voeghde,
niet ten vollen uyt-geroeyt worden. En daer zal, meen ik ,.
geen ander als \'t Cambrifchc, dat is , Britanfche volk, en
geen andere tael voor \'t mccfte deel, in den dagh des ge-
ftrengen oordeels, voordien oppcrfte Rechter, wat\'er van
meerder gefchiedt, voor deze hoek der werelt antwoorden»

-E N,

R I T A N N I E N S NAEM.

^ Acr, zult ghy zeggen, 20 Cumero dc
"^eerfte naem der inwooners is, waer
van komt Albion cn Britannia? wel-
ke zo ingewortclt is, dat zy die zelve
eenighzins verduyftert heeft. Hoor,
bid ik, \'t geen ik zekcrft acht, om
dat het \'t waerachrighft is.En de zelf-
de dingen kan men met verfcheyde
omftandigheden acnmerken, derhal-
ven met
verfcheyde namen betekenen,als Plato in zijn Cra-
tylus leert; cn zo men al het oude cn nieuwe byzondcrlijk
door-loopt, men zal bevinden dat vele volken met andere
namen, als zy zelve gebruykt hebben,
van anderen benoemt
wierden. Zoo zijn zy, die in haer moeder-tacl Ifraè\'litcn
genoemt wierden, van dc Grieken, Hebreen, en loden,
en van de iEgyptenaers (als Manetho getuyght) Huefen ge-
noemt, om dat zy harders tot Koningen gehadt hadden : zo
noemden de Grieken Syriers, (als ïofephus verhack) die
zich Arameten noemden; die zich Chufien noemden, heb-
ben de Grieken Äthiopiers, om haer zwart acnzicht, ge-
noemt : die in haer moeder-tael Celten zijn, hebben dc
Grieken Gallaten genoemt, om haer melk-wit, (als zommi-
ge willen; oft om haer lange hayren, als ik terftont gezeyt
heb. Zoo wierden zy, die zich in haer tael Teutfch , Nu-
miden, cn Heienen noemden, van dc Romeynen Germa-
nen, Mauren, en Grieken genoemt. Zoo ook (op dat ik

niet

- f-
:
k

i

h

I :

E

t

•k-

■5

/

-ocr page 24-

N.

N

R

B

N

A

E

11

niet verder loop) worden zy, die in haer eyge tael Mufel-
inannen, Magier , Czechen, Befermannen genoemt wor-
den , noch heden van alle Europeanen Turken, Hungaren,
Bohemers, en Tarters genoemt. En zelfs wy Engelfen, die
by ons in onze tael
Englishmen genoemt worden, zijn van
de Britannen, Ieren, en wilde Schotten Saffon, dat is. Saxen
genoemt. Door de zelfde reden moet men oordeelen,
dat onze
voor-ouders, die zich Cumero noemden, om ee-
nige andere
oorzaek oft van zich zeiven,oft van anderenBri-
toenen zijn genoemt geweeft, van waer de Grieken B^ê^wcii/
t\'zaem-getrokken, enalsmetde handt aen de Romeynen
over-gelevert hebben. Dit nu vaft geftelt zijnde, zullen wy
nu de namen onzes eylandts onder-zoeken.

Van de naem Albion ben ik niet zeer bekommert, om
dat de Grieken de zelve aen ons eylandt, totonderfcheydt
gegeven hebben, midts al de ombuurige eylanden, Britan-
nifche en Britannien genoemt wierden. Het Britanfch ey-
landt (zeght Plinius) vermaert omdeGrieckfcheen onze
gedenk-tekenen, light tuftchen \'t noorden en \'t weften,
in een groote tuftchen-wijde, tegen over Duytflandt, Vrank-
rijk , Hifpanien , en het meefte deel van Europa. Dit wordt
Albion genoemt, midts zy \'t alle Britannien heeten. Waer
van Catullus tegen Csefar alzoo, hem vreeft Vrankrijk, hem
vreeft Britannien. De welke in \'t zelfde gedicht dit het laet-
fte eylandt van \'t weften noemt. Deze naem van Albion
fchijnt van de ydelheydt, beuzelachtigheyt, en die loiTc
lichtvaerdigheydt der Grieken, in \'t verzieren der namen,
welke zy zelve
a^wlcf genoemt hebben, verkre-

gen. Want wijl zy Italien beuzelachtigh van Hefperus, At-
las zoon, Hefperia , cn Vrankrijk, Gallatia, van Polyphe-
mus zoon, genoemt hebben^ zo moet ik nootzaeklijk gelo-
ven , dat zy dit eylandt van Albion , Neptunus zoon, ook
Albion genoemt hebben,\'t welk Perottus en Lilius Giraldus
beveftigen. \'t Zy \'t iemant liever van A^Acpov af-trekke, het
welk, na \'t getuyghnis van Feftus, in \'t Griex wit betekent,
cn waer van de Alpes genoemt zijn. Want het wordt ge-
kroont met witte blinkende rotzen, welke Cicero wonder-
lijke klonten noemt, waer van Britannien, op Antoninus
Pius, cn Severus penningen in vroulijk gewaet, op rotzen
zittende , afgebeelt wordt, en wort by Britanfche dichters
Inis Wen, dat is, het Witre eylandt, geheeten : op dat ik
Orpheus verzwijge, die in zijn Argos-varers (zo zy van Or-
pheus zijn) het naeft-gelegen eylandt aen Hibernia oft ler-
nin ,
dat nootzaeklijk het onze is, AdÜKcuov , dat is, het
witte landt, genoemt heeft, het welk hy weynigh te vooren
Nsjfrav nöOjcjjW^i/ voor AdO^^igarai/fchij nt genoemt te hebben.
Infgelijx vermoedtFracaftorius, daer hy fchrijft, dat die
peftige Britanfche cen-daeghfche Koorts (welke wy ge-
meenlijk het Britanfche zweet noemen) ontftaet uyt de cy-
genfchap des landts, \'t welk krijt-achtigh is, dat dit eylandt
Albion is genoemt geweeft, van de krijt-achtige aerde. Wie
kan dat fprookjen, dat Albion genoemt zy van Albina, een
van de dartigh dochters van Dioclefianus,
Koning van Sy-
rien,de welke in haer Bruyloften haer mannen ombrachten,
cninecnftierloos fchip hier gekomen, dit eylandt eerft in-
genomen, cn door
\'t by-ftapen van eenige geeften bevrucht,
Reuzen gebaert hebben,als eens onbefchaemden menfchen
leugen met goede ooren aenhooren ? Ook behoef ik niet
zorghvuldigh te
onderzoeken,waerom Britannien in dat ou-
de gedicht tegen Ventidius Baftus, Infula C.^ruli genoemt
wort, wijl \'t met de zee omringt is, de welke by de dichters
C^rulus enC^erulum,dat is,blaeu en blaeu-achtigh,genoemt
wordti waer vanClaudianus van Britannien aldus zinght:

■—- cujus vefligia verrit

CArulus --

Ik verzwijgh dat het by Ariftides het groote en laetftc
eylandt genoemt wordtj dat het ook Romania genoemt is
geweeft , geeft Gildas eenighzins te kennen , de welke
fchrijft, dat de Romeynen het zoo t\'ondcr-gebracht heb-
ben , dat de naem van \'t Roomfche jok aen \'t lant geklampt
is j cn voeght \'er na een zijdjen oft twee by: zoo dat het niet
voor Britannien,
maer voor Romanien geacht wordt; en
terftont daer na zeght hy van \'t zelfde eylandt: Het eylandt
de Roomfche naem, doch niet haer wetten en zeden be-
houdende. , Profper Aquitanus heeft hetuyt-druklijkhet
Romeynfche eylandt genoemt. Hier zoud men können
by-voegen , dat, als de beelden der Keyferen Tacitus en Flo-
ri\'anusjdoor den
blixem ncder-geworpcn wierden,dcWiche-
lacrsjgcantwoort hebben, dat\'er uyt haergcftacht een Key-
fer zoud worden,die onder anderen over Taprobana overften
zoud ftcllen, en een voor-burgermeefter oft vooghdt na het
Roomfche eylandt zenden: \'t Welk degeleerden van ons Bri-
tannien verftaen,welk altijt ecn Pr^fidialCjCn geenProconfu-
lare Provincie geweeft is,gelijk wy hier na zeggen
zullen.Dat
het wel eer Samothea , na Samoth, laphets zefte zoon, is ge-
noemt geweeft, mach van my geloven, die wil. Ik weet uyt
wiens winkel het voortkomt, naemlijk van Annius Viterbi-
enfis , de welke onder een fchoon opfchrift,na de wijs der be-
driegers , zijn verdichtfeien , onder den naem van Berofms,
den licht-gelovigen in de handt geftopt heeft.

Maer de waerheydt van de naem en oorfprong van Britan-
nien, helt zeer tvvijflclachtigh , na de verfcheyde verftanden
der menfchen , in welke zaek, op dat ik ook mijn gevoelen
mach ftellen, fal ick aen onze Britannen voor-reden, dat zy
my met hart en montgunftig zijn,dat zy,terwijl zy begeeren
te weten,verfchoonen willen, cn my dien wegh niet fluyten,
welke Eliotta, Leiandus, Lhuiddus , en andere betreden
hebben. Want is \'t een zeer geleerdt Britan Humfredus
Lhuiddus , zonder nadeel van Brutus geoorlooft, ja tot eer
geweeft, de naem van Britannien elders als van Brutus te
trekken, he^zy my , die de gefchiedenis van Brutus niet wil
tegenfpreken , geen Lifter dc zelfde van elders , zoo ik
kan , te halen^ te weten, uyt de Britanfche tael zelfs, de wel-
ke , aJs minft vermengt, en ver de outfte, fchijnt dezen han-
del jeei middels te zullen by-brengen. Want de oude talen
worden in \'c byzonder zeernoodigli geacht, om deoor-
fprongen te
onderzoeken ^ en PJaro leert dat de eerfte na-
men , door lang verloop der tijdt, veroudert,
in de Barbari-
fche talen als de outfte behouden worden. En hoewel de-
ze dingen , door dc ouderdom van ons geheugen geweert,
in zulk een duyfterheyt begraven zi)n, dat men de waerheyt
fchijnt eer te mogen wenfchen, als te hopen j zoo zal ik
nochtans poogen de zelve te zoeken, en mjn oordeel op het
kortfte, als ik kan, voort te brengen, zonder tot iemants
nadeel iet te verhalen, maer zoo iemant iets waerfchijnlij-
kers by-brengt, het zelfde willigh te zullen aennemen.
Want ik liefde waerheydt niet meer in my, als in een ander,
cn zalze omhelfen in wien ikze ook zie.

Eerftlijk, zalikmy, met ve dof van den go etwilligen le-
zer, dit voor toe-geftemt en beweert op-nemen , dat de ou-
de volken in \'t begin haer eyge namen gehat hebben, en dat
de Latijnen en Grieken daer na uyt de zelve, door gelijk-
vormigheyt verbogen, haer landen en namen gegeven heb-
ben , dat is, om klaerer te fpreken, dar de volkeren voor dc
landen en plaetzen methaer namen bekent, endelanden
na de volken genoemt geweeft zijn. Wie zal ontkennen,
dat de namen der loden, Meden , Perfen, Scythen, Duyt-
fen , Franfen, Getulen, Saxen, Engel/èn, Schotten , &c.
niet eer geweeft zijn.als Iudeé\'n,Medien, Perfien, Schytien,
Duytflant, Vrankrijk, GetuIien,Saxen, Engelant, Schodant,
&c. En wie ziet niet dat deze woorden van de vorige gc-
fproten zijn? Wy lezen dat Livius en Cxfar van de Samniien,
Infubren, en Belgen, de plaetzen zelve eerft Samnitium,
Infubrium, en Belgium genoemt hebben. Van de Franfeni
wierd, ten tijde van den grooten Conftantin,als op zijn pen-
ningen te zien is, haer landt eerft Francia genoemt, en Si-
donius Apollinaris heeft van de Bourgonjons Burgundia
eerft gemaeckt. Van gelijken moeten wy gelóoven, dat dit
ons eylandt Britannien van de inwooners oft nabuurige
Franfen genoemt zy , welk zommige dingen ons bewijfen,
dat in \'t Barbarifch Brit oft Brith zijn genoemt geweeft; in-
zonderheyt dat vecrsken , dat op de naem der Sibylla ver-
toont wordt: ^

ÜcisCloüi cv B^vTicn ^ cv TcI)>KqiS TnXv^j^vodig ^
KiÄA^av, \'sirKvj^éfB/Jog cuf^ctn

Voeght hier by het aenzien van MartiaUs , luvenalis, en
Aufonius, als ook Procopius, by wien dit eylandt
Sritia ge-
noemt wordt; zoo ook in de oude opfchriften by de Britan-
nen zelve geftelt, op welke men leeft
BrUo, Bräones, Brit-
ta.
c o h. B ri t o n. o r D 1Ni s B m t t o n, en tot
Romen in de kerk van S.
Maria Rotunda, N a t i o n e
Britto. En dit fchrift, \'t welk men ziet tot Arnberg in
Duytflant, vermits \'t van Triputium ecn onbekende plaets
in Britannien gedenkt, zal ik hier by voegen ;

D

NYM-

<f
i\'

-ocr page 25-

iX

\\

1

E N.

N N

B R

A

die in de oude Britanfchc tael ervaren is, de overige namen
der Britannen, welke by de ouden maer vier oft vijf zijn,
onderzoekt, ik laet my voorftaen, dat hy in die weynige na-
men , eenige betekening van verw zal vinden. En wy mo-
^en niet voor-by gaen, dat de heden gemeenfte Britanfche
namen, Gwyn, Du, Goch, Lluid, van het wit, root,
■zwart, en hemels-blaeu her-gekomen zijn. Op dat het
min wonder fchijne, dat het volk zelve van de wijs van ver-
wen haer naem gekregen heeft, als welk zich gcfchildert
heeft, en midts de inwooners , zo voor dezen als in deze
Briten , zo
dat buyten twijlFel^r/\'/ het oorfpronklijk moet onze tijdt zich van de verwen namen genomen hebben,
zijn , daer Brito van getrokken is, en \'t welk deze naem van Maer is dit niet ten voorftel, zoo laet ons tot de zaek kee-
Britannien verlichten zal. ren.

En wijl dc volkeren daer uyt namen gevonden hebben , \'t Is ook zeker dat een Britoen in de Britanfche hiftorien
op dat zy oft anderen mochten over-treftcn, oft zich van an^ Brithon genoemt wordt, aen dien wil ik my niet binden,
deren onderfcheyden,oft na de waerdigheydt van haer eerfte alzo de Britannen, welk;c, als Chryfoftomus zeght, een bla-
voor-zaet, als de loniers van lavan, de Ifraeliten van Ifraël, zige tael hadden, zich in \'t geblacs vermaken, welk de Latij-
de Chananiten van Chanan, Chams zoon, oft van haer aert, nen naerftelijckgevliet hebben. Nu, gelijk van Brith Brito,
zeden, en oefteningen; als de Iberen in de Hebreeufchc zo dunkt my is Britannia ook daer van gekomen. Britan-
oorfprong, om dat zy gravers, de Heneten om dat zy landt^ nien (zeght Iftdocus) is genoemt nae een woort des volx.
iooperSjdcNomadcn om dat fy tot beeften te hoeden geneygt Want als de outftc Grieken ( deze zijn de eerfte geweeft die
waren: de Germanen om dat zy voor ftrijdtbare mannen dc naem dezes eylants zo befchreven hebben ) oft door zee-
geacht wierden; de Franfen om dat zy vry waren; de Pan- rovery, oft doot koop-handel zoekende na de verdfte landt-
noners om dat zy lakenfche rokken met mouwen droegen , fchappen, by de ftrandt langs gevaren zijn, en verftonden»
volgens \'t zeggen van Dion; de ^iihiopcrs om dat zy zwart dat dit volk oft van de inwooners zelfs, oft Van de Franfen,
waren; en de Albanen om dat zy met wit hayr geboren wier- die de zelfde tael gebruykten, Brith en Brithon genoemt
den; waer van ghy kont bemerken,dat (gelijk Solinus zeghtj wierd, zo hebben zy by Brith, Tania gevocght: \'t welk, ge^
de verwe des hayrs het volk benoemt hccft;en wijl de onzen, lijk in de aentekeningen ftaet,in \'t Griex een lantfchap bete-
die neven haer Ejebuuren, meteen gemeene naem Cimbren kent,waer uyt zy B^7asv<ct,dat is,het landt der Britannen,t\'za-
cn Cumeren genoemt wierden, geen ken-teken, waer door men-geftelt hebbcn,wacr voor men B^iTxvfct qualijk gefchre-
2y van haer nageburen beter koftcn onderfcheyden wor- ven heeft,- doch Lucretius en C^efar, die de eerfte der Latij-
den,hadden, als door die gewoonte van haer lichaem te ver- nen van haer gedenken,hebben \'t beter Britannia genocmt-
wenjwant dat de Britannen zich metGlaftum(glafz betekent Dat dit zoo is, geloof ik dacrom te vafter, om dat men in
noch by haer hemels-blaeu) ge verwt hébben; laet u
Cxfar, \'t ruymfte tooneel der werelt, maer drie namen van groote
Mela, Plinius, en alle andere deftige fchrijvers leeren. En of lant-fchappen , behalven ons Britannia, vint, die met Tania
ïk gifte dat de Britannen van haer gefchilderde lichamen zijn bepaelt worden,en dat in deze weft-wijk des wcrcldts Mauri-
genoemt geweeft? want al wat geverwt cn gefchildcrtis, tania, Lufitania,cn Aquitania, welke namen ik niet twijffel,
noemen zy in haer oude en moederlijck tael Bntk En nie- dat de Grieken gemaekt en aen de Latijnen over-gelevert
mandt behoeft deze oorfpronklijkheydt der Britannen voor hebben, als die deze landen eerft verzochthebbem Want
hart en ongefchickt te achten, wijl die dingen,die in de gron- van de Mauren hebben zy Mauritania, als der Mauren lant-
dcn meeft vereyfcht worden, zijn, cn dat de woorden over- fchap, gemaekt, \'t welk de inwooners (als Strabo getuyght)
€cn-ftemmen, cn dat de naem,als her beek der zaek,dezack Numidia noemden, van Lufus Libers zoon Lufitania, als
zelve uyt-driikkeii; want Brith en Bric ftcmmen zeerwel Lufus landt. En Aquitania miflchien , gelijk Ivo Carnoten-
over-een, en Brith betekent by dc Britannen,k geen de Bri- fls dunkt, van\'t woordt Aqua, datis, water, alsecnlandt
tannen in der daet waren, te weten, beftrckcn , geverwt, aen k water, in welcke zin, als Plinius verhack ^ het eerft
cn gefchildert , gelijk zy- \'by de Latijnfche Dichters ge- Armorica , dat is, aen de zee, genoemt wierd. Hier by kan
noemt worden ; enOppianus nocmrze Aioxóvc^oi, dat is , men Turditania cn Baftitania, de namen van
kleyner lan-
die den rugh verfcheydclijk geverwt hebben. dcn,voegcn,die ook in deze weft-wijk geweeft zijnrte weten.

En k zal niet vreemt zijn hier, \'t geen ik waer-genomen in Spanjen,en fchijnen der Turden cn Baften landen te betc-
heb , hoe weynigh \'t ook zy, te verhalen , dat byna in aller kenen, kis ook niet nieus, een woordt uyt het Griex en uyc
Britannen namen eenigh
betekening van verw blijke, wel- heemfch aen een te laflbhen.-Men maekt namen,(zegtQuin-
ke, van dc wijs van fchiidercn, buyten twijftel voort-geko- rilianus) oft uyt het onze en k uythcemfch, als Biclinium,
men is. De roode verw wordt by de Britannen Coch cn Epitogium,Anticato,oftuyttweeuytheemfche woorden,als
Goch genoemt,welke in deze namen mijns oordeels overigh Epirrhedium. En deze wijs van t\'zamen-voegen is zeer gc-
is, Cogidunus, Argcntocoxus, Segonax. By de zelve wordt bruyklijk in de namen der lantfchappen: komt niet Ireland
het zwart Dü genoemt, k welk zich eenighzins vertoont in van het lerfch Erin, en k Engelfch Land, en Angleterrc uyt
Mandubrarius , Cartimandua , Togodunus , Bunduica , een Engelfch en Franfch woordt.Frankland (want zoo heb-
Cogidunus. Het wit wort Gwyn genoemt, welker naem ben onze Saxen Vrankrijk genoemt) uyt het Franfch en een
uyt-gedrukte tekenen my dunkt, dat ik zie in Venurius , en Sax; Poleland uyt het Duytfch en een Poolfch , dat by haer
Imraavenrius. Gwellw betekent by haer water-verw, cn dit een vlakte betekent; en Danmarch uyt het Deenfch , en
vertoont zich in de namen van Vellocatus, Carvillus, cn Duytfch March, k welk een lant-pael oft grens betekent ?
Suella. En Glas werdt in \'t Britanfch hemelsblaeu genoemt. Doch in zo klaer een zaek zal ik geen meer woorden ge-
k welk men in de naem des Konings Cuniglafis ziet; want bruyken. Ook behoeven wy ons over het Grieckfche by
Gildas vertaclt het een geelen, oft, als in andere voor-beel- voeghfel Tania, niet te verwonderen, wijl de H. Hierony-
dcn ftaet, een zwarte vleefch-houwer. Aure , \'t welk een mus uyt de oudfte fchrijvers, in zijn vragen over Genefts
guldc verw betekent, ziet men in Cungetorix,en Arviragus. getuygt,dat de Grieken langs alle de kuften en eylanden van
De bloey-verw worde by haer Teg genoemt, k welk in Pra- Europa, tot dit ons eylandt toe, hebben gewoont. Laet
futagus en Carattacus verfchijnt. En zoo wy geloven dat de ons, zegt hy, Varros boeken van dc outheden, en Sifin-
Britanncn de namen van dc gemengde verwen, met de ver- nius Capito,cn den Grieckfchen Phlegon, en andere geleer-
wen zelfs, van dc Romeynen genomen hebben;
Want het de mannen lezen, en wy zullen zien , dat bykans al de ev-
is zeker dat zy Werith voor Viridis groen, cnMclinvoor landen, en ftranden der geheele werelt, en de an-zeefche
een honigh-verw, van de Romeynen getrokken hebben; landen, van deby-woonftige Grieken zijn ingenomen; de
20 acht ik dat niemant, als ik hoop, my hier in zal tegen welke, als boven gezeyt is , van dc bergen Aman cn Taurus,
fpreken , dat de Prafinfchc verw in Prafutagus, en Mcnin in tot deze onze Britanfche zee, alle zec-plaetfen bezeten
Adiminius, des Konings Cunobelins zoon, fchuylt. Ook hebben.

heeft Rufina een zeer geleerde Britannin, haer naem van Voorwaer, dat de Grieken acn dit ons eylandt aengclant
Rufus, datis, root, gekregen, gelijk Albanus, dc eerfte zijn, en haer gelcgentheyt en natuur onderzocht hebben,
Britanfche Martelaer, van Albus, dat is, wit. Zo iemant, zal men buyten twijffel ftellen,indicn men acnmerkt \'t gene

Athe-

Y M P H I S O
O BRITTO
R I P V T I E
s V B C y R
MO V L P I

MA L C H I
*7.L E G. XXI I
P O P O F O.
Ook de Saxen zeivc hebben de Britannen in haer taèl
Bjii\'cr genoemt, cn Witichindus Saxo ftelt voor Britannien

K
N
T

N
O

N
A

Centmk\'

■ms-.

-ocr page 26-

N N

R

T

B

E

N,

Atheiiieus van Philca Taurominitc (waer van terftont) ge-
fchrcven heeft, dewelke hondert en tfeftigh jaren voor de
aen-komft vanCa^far in Britannien geweeft is ,• indien wy
Viyftes Autacr,mct Griekfche letters befchreven, in ons ge-
heugen beroepen, en zoo wy aenmerken \'t geen Pytheas
Voor der Romeynen tijden , van de wijdte van Thülen cn
Britannia, gefchreven hééft. Want wie zoud aen de Grie-
ken Britannia, Thülen, de Nedcrlantfche geweftcn, cn in-
zonderheyt haer zcc-ftrandengcopenbacrt hebben, \'t zv dc
Griekfchc fchepen in de Britanfche en Duytfche zee inge-
lopen waren,cn de befchrijving des zelfs aen haer aertfchrij-
vers over-gelevcrt hadden? zoude Pytheas de fchceps-vaert
van fes dagen, aen geen zijde van Britannien , geweten heb-
ben,had niet iemant derGrieken hem \'t zelfde geopenbacrt?
wie heeftze geleert dat Scandien Bergen, en Ncrigon ,
plaetfen zijn, van waer men in Thülen overvaert? welke na-
jnen den ouden Grieken bekender fchijnen geweeft te zijn,
als aen Plinius oft iemant der Romeynen. Waer van Mela
getuyght, dat Thülen door de Griekfchc vcerzen isvcr-
maert geweeft: en Plinius zeght, het eylandt Britannia is
vermaert door dcGriekfchc en onze gcdenk-tckcncn.Door
dit middel dan zijner zoo veel Griekfchc woorden in onze
Britanfche, Franfche, en Ncdcrlandfche taelingcflopen.
Indien nu Lazarus Bayfius, en Budseus zich beroemen, dat
haer Franfen van oudts , dat is, Grickfch-lievcrs,
geweeft zijn,door bewijs van dccygenfchap
van eenige wey-
nige haer woorden, de welke eenige ovcrblijffels der Griek-
fchc tael behouden ,• en niet min verheught zich Hadria-
nus lunius, om dat in de Duytfche woorden eenige Griek-
fchc oorfpronklijkhcden fchuylen ,• zoo laet dan de Britan-
nen roemen , in welker tael zoo veel namen van dc
Griek-
fchc gefprotcn zijn. Nochtans gelooft Thomas Smyth,
Ridder en geheym-fchrijver van de Koningin Elizabeth,
daer by toe-gekomen te zijn, dat het overigh Europen door
den oorlogh gequelt, veel Grieken hcrwaerts,als in ccn vrye
burght, t\'zamen gevlucht zijn.

Dit is dan van dc oorfprong en naem van Britannien,
mijn oft dwaling, oft giffing, waer voor, zoo zy van de waer-
heyt vreemt zy,ik wenfch, dat dc waerheyt zelve voort qua-
me. In deze verdracyde en blinde oeffening der oudtheyt,
wort het voor eer geacht een weynigh tc miflen, cn laet ons
ondcr-tulfchen gedenken, dat die dingen , welke den on-
bedachten valfch fchencn, acn diezc lang en wel overleg-
gen , dikwijls waer fchijnen. Wil my iemant voor de richt-
ftoel der waerheydt ftellen, ik weet niet anders als dit te ant-
woorden. En ik bid al onze geleerde Britannen op \'t min-
nélijxt, dat zy al haer vlijt, verftant, wctenfchap, en zinnen,
in dit onderzoek , ccn weynigh willen hefteden j op dat dc
waerheydt, cyndlijk gevonden j alle nevelen der giffingen
door haer lieht vérdrijve.

DER BRITANNEN ZEDEN.

At voorts dc Britannen in dc ccrfté
tijden gcdacn, wat\'vorm van heer-
fching zy gehat, en na wat wetten zy
geleeft hebben j heeft de zeer vrome
cn geleerde D. Daniël Rogcrfms,
mijn bvzondcre vriendt, ons door
zijne fchriftcn belooft tc onderrich-
ten,maer wijl hy,door ccn al tc vroe-
ge doodt wcgh gerukt, niets gedaen
heeft; zoo ontfangt dit wcynigskcn van haer oude zeden,
met dc woorden der ouden zelve.

Cx(2ï. De Britannen gebruykcn ëcn kopcréh penning
oft * yzere ringen, op een zeker gewicht, in plaets van geit j
achten de haes , hen, en gans te eten ongeoorloft 3 die zy
nochtans voeden om haer vermaek cn luft. De allcrbclccft-
ftcn van deze zijn, die Kent bewonen, welk landtfchap ge-
heel aen dc zcc light, cn vcrfcheelcn niet veel van de Fran-
fchc gewoonte. Die dieper in \'t lant woonen, zacyen mcc-
ftendecl geen koorn , maer leven by vlees cn melk, cn zijn

met vellen bekleedt; en alle Britannen beftrijken zich met
geclc verw, welk daer nain \'t blaeu verandert, gevende haer
een fchriklijkcr gedaente
in den oorlogh i zy hebben lang
hayr, cn \'t gantfche lichaem
gefchorcn, behalven het hooft,
cn de boven fte
lip. Zy hebben met haer tienen en twaclvcn
de vrouwen gemeen, en mceft de broeders met de broeders,
de vaders met de kinders, cn
zoo\'er wat af komt, worden
voor dier kinderen gehouden, die dc vrouw
macght zijnde ,
cerft getrout heeft. In dc veldt-flagcn zijn zy mceft gewoon
wagens tc gcbruyken, ccrft rijden zy acn alle kanten met
fchieten van
pi)lcn, en verftroyen dikwijls, door \'t gcdruys
van paerdenengckrack der raden, de flagh-ordcns i enals
zy in der Ruyter-bcnden ingedrongen zijn, fprhigcn zy van
de wagens en vechten te voet
3 de wagcnaers wijken onder-
tuftchcn een weynigh
uyt dc ftrijdt, en ftellen zich zoo, dat
zoo deze
door dc mcnighte der vyanden gedrukt worden,
zy een
gereedc wijk hebben; toonen alzoo in \'t vechten de
fticlhcyt der ruytcren,cn dc ftantvaftigheyt der voet-knech-
ten : cn
brengen door dacghlijx gebruyk en oeffening, zo^
veeltcweegh, dat zy de paerden
op af hellende en fteylé
plaetfen in
dc volle ren op te houden, en kort tc keercn ^n
wenden, cn langs den diftel-boom te loopen,en zicKop dèn
wagen te begeven , gewoon zijn. Dikwijls wijken zy ook
mc^
voordacht, en als zy de onzen een weynigh van de legi-
oenen afgclokt hebben, fpringen van dc wagens,en vechten
met ongelijke party te voet^cn \'t gevecht der ruyteren bracht
den wijkers, en vervolgers gelijk cn even veel gevaers .Hier
toe komen zy nimmer dicht gctropt, maer dun cn ydel, cn
vochten met groöté tuflchen-ruymte, hebbende haer wach-
ten zoo geftelt, dat de eene den andere ontfingen, ende
verfche den vcrmocyden tc hulp quamen,

* Andere
lex.en pia-»
ten.

Strabo. Dc Britannen overtreffen dc Franfen in langte,
cn hebben min geclc hayren,doch zijn flenker van lichaem.
Tot bewijs van haer groote zy, dat wy zelf noch jongelin-
gen zijnde, te Romen gezien hebben, die zelfs een halve
voet langer waren als de langfte mannen, doch zy waren
niet vaft van voctcn,cn \'t overigh betrek des lichaems toon-
de geen fracy geftel. Van aert zijn zy dc Franfen ten deel
gelijk, ten deel eenvoudiger, cn woefter: zoo dat eenige van
haer, door onervarentheyt, geen kacs maken , fchoon zy dc
ruymte van melk hebben. Andere weten van geen planten,
en aerdt-bouwing. Onder haer zijn veel heerfchappycn.
Tot den oorlogh gcbruyken zy mcnighte van wagens, als
ook eenige Franfen. Dc boffchen zijn by haer in plaets van
fteden ; want veel boomen ter neder houwende, en een
groote kring gravende, ftellen aldaer haer hutten, en
(hal-
len
voor haer heeften, doch rot gebruyk van een klcyncn
tijdt.

Cxfar infgelijx. Dc Britannen noemen een ftadt, als zy
ccn bofch met grachten en wallen omringt geveftight heb-
ben j al\'waer zy gewent zijn t\'zamen te komen, om den in-
val der menfchen te ontvheden.

Diodorus Siculus. DeBritannen leven naer der ouden
wijs, gcbruyken in hare oorlogen wagens,gelijk men zeght,
dat de oude Griekfchc helden in de Trojaenfchc oorlogh
gewoon waren. Zy hebben haer huyzen van balkcn,en hout
t\'zacm-gcvoeght, leggen haer koorn in de ayrcn onder dak,
daer zy dagclijx foo veel van dorfchen, als zy voor een dagh
van nooden hebben. Zy zijn oprecht cn eenvoudigh van
zeden , veel van de arghliftighcyt onzes volx verfchillendc;
gebruykcn flechte koft en kleeren, van de Ickkcrnyen der
rijken onbewuft. Het cylandt is vol volx.

Pomponius Mela. Britannien brengt volk, cn Koningen
der volkeren voort } doch zy zijn al-te-mael rouw, cn hoe
Z;y verder van het vafte landt af zijn , hoe zy minder van an-
dere rijkdommen weten. Zijn alleen rijk in beeften cn lan-
dcryen : zy beftrijken haer lichamen met een zeker kruyt
daer men mee verwt, het zy uyt hovacrdy ofc anderzins, dat
my onbekent is. Vinden uyt luft lichtlijk oorzaek tot den
oorlogh, en beoorlogen elkander dikwijls, doch mceft door
begeerte om te hcerfchen, cn haer bezit uyt te breydcn. Zy
vechten niet alleen te paert cn te voet, maer ook op wagens
cn karren, op zijn Frans gewapent i zy nocmenze Covinos,
welker gezeyndc affcn zy gcbruyken.

Cornelius Tacitus. De Britannen zijn dc Franfen naeft

en

-ocr page 27-

cii gelijk, \'t zy van wegen de kracht oft eygenfchap, door de
gebleve kracht der afkomft; \'t zy het landt zich verfchey-
deli|k uyt-ftrekt, de gefteltenis des hemels den lichamen
haer geftalte geeft. In \'t gemeen, nochtans de zelve achten-
de, is het gelooflijk dat de Franfen dit nabuurigh landt inge-
nomen hebben. Zy hebben een gelijke Gods-dienft, en het
zelve overgeloof. Haer fpraek is niet veel verfcheyden, en
iijn in aengaen van gevaren even ftout, en als zy \'er toe-ge-
komen zijn , even verfaeght in\'t afwijken; de Britannen
vertoonen nochtans meer wreedtheyts, als welke geen lan-
o-e vrede noch verzocht heeft: Want v/y hebben verftaen,
dat de Franfen ook gebloeyt hebben in den oorlogh; doch
nu heeft haer de traegheydt met de ledigheyt, neven het
verlies van haer dapperheyt en vryheydt, overvallen, \'t welk
eertijts der Britannen verwonnene toe-gevalkn is; de an-
deren blijven als de Franfen geweeft zijn. Haer meefte
macht beftaet in "t voet-volk, eenige volken vechten op
wagens, de voornaemfte mennen de wagens, die van de
onderdanen befchermt worden; eertijdtsgehoorzaemden
zy Koningen, nu worden zy door de Vorften tot t\'zamen-
rottingen getrokken j en niets is de Romeynen tegen die
machtighfte volken nutter, dan dat zy niet voor \'t gemeen
zorgen; zelden fpannen twee
oft drie fteden t\'zamen, om
\'t gemeen ge vaer af te weeren; zo dat zy byzonderlijk vech-
tende , algemeenlijk overwonnen worden.

En elders. De Britannen zijn gewoon de Goden, door
de aderen der flacht-offers, raedt te vragen onder het be-
leyt der vrouwen te oorlogen, en onderfcheyden in \'t ge-
bicden geen kunne. Waer door de geleerden meenen , dat
Ariftoteles van de Britannen fpreekt, als hy zeght, dat de
ftrijdtbare volkeren, aen geen
zijde van de Ceken, \'t ge-
biedt der
vrouwen onder-worpen zij«.

DioNica;us, uyt het kort begrijp van Xiphilinus. De
Britannen in \'t noord-deel des eylandts , bouwen geen
landen, leven van den roof, jacht- en vruchten der boomen;
eten geen vifch , fchoon zy die overvloediglijk hebben. Zy
woonen naekt en zonder fchoenen in hutten-; hebbende
vrouwen gemeen, en brengen de kinderen t\'zamen op. By
deze heeft het gemeen volk het meefte gezach, rooven
gaern, oorlogen te wagen, hebben kleyne en fnelle paer-
den ; het voet-volk loopt zeer gefwint, en als zy ftaen, zijn
zeer ftantvaftig. Haer wapenen zijn een fchilt, en een kor-
te fpiers, aen welker onderfte deel een kopere knoop is, om
de vyan den, terwijl zyze fchudden, te vervaren. Maer ver-
dragen inzonderheydt honger, koude, en allen arbeydt;
want tot het hooft toe In een moerafch gedoken, pogen
veel dagen lang den honger uyt te ftaen : en in de boffchen
leven zy van fchorfen, en wortelen der boomen. Zy berey-
den ecn zekere foort van fpijs tot alles, en van de zelve de
groote van ecn boon genooten hebbende, plachten geen-
zins
te hongeren of te dorften.

Herodianus. Zy weten van geen kleed eren , maer om-
gorden den buyk en
nek met yzer, houdende dat voor een
fiefaet, en een ceken van rijkdom; gelijk de andere Barba-
_ren het gout.Zy befchilderen haer lichamen met verfcheyde
verwen, en allerhande foorten van dieren , w^aeroni zy
ook geen kleederen aen doen, om, naemlijk des Hchaems
fchildery, niet te bedekken. Het
is een ftrijdbaer en moort-
dadig volk, te vreden met een fmal fchilt en een lans, en
daer-en-boven met een zwaerdt, op haerblootelichaem
afhangende; wetende gantfch van geen harnas oft helm,
achten \'t maer voor een ballaft,voor die over de moeraflchen
gaen, door welker dampen en hitte, de lucht daer alrijdt be-
fwalkt is.

Het overige, dat weynigh is, zal ik hier cn daer uyt ne-
men, en hier by-voegen. Plinius van de zwarte konft: Maer
wat zal ik zeggen , dat deze fwarte konft ook over de Oce-
aen is gekomen, en tot het ydel der natuur gevordert; Bri-
tannien voert de zelve heden met zo groote eerbiedigheyt,
dat zy fchijnt de zelfde aen de Perfen gegeven te hebben.

De zelfde. De Franfen noemen de weeg-bladeren Glas-
tum, waer mee der Britannen vrouwen en fchoon-dochters
over \'t gantfche lichaem geftreken, en op zekere hoogh-
tijden heel naekt gaen , de Morianen in verw na-bootfende.
De Britannen kennen geen lekkerer fpijs, als de Chemcro-
tes, een weynigh kleyner gevögelt als wilde ganfen; zy drae-
gen ringen aen de middelfte vinger, en meften haer landen
met Marga.

14

Solinus getuyght, dat zy zich met eenige tekenen be-
branden , welke Tertuüianus der Britannen brandt-merken
noemt. Het landt wordt, zeght hy, ten deele van de Bar-
baren bezeten, aen welke van kints-been af verfcheyde te-
kenen ingelijft, met haer te gelijk opwaflèn; en deze wilde
volken achten ^een ding meer in plaets van lijdtiacmheydt,
als haer lichaem met deze lijk-tekenen re laten merken.

Dio. Zy eerden dc Goddinnen Andates, dat is, de over-
winning , en Adraftes.

Casfar en Lucanus. Zy hadden fchepén , welker kielen
en boorden van licht ftof gem.aekt worden, èn het ander
t\'zamen-ftel wierdt met leêr bedekt.Solinus.De geheele tijdt
dat
Zy tTcheep voeren onthielden zy zich van eeten.-zy dron-
ken een drank van garft, gelijk wy heden noch gebruyken.
Diofcorides zeght, de welke het averechts Curmi noemt,
voor Kwrw: zoo noemen de Britannen, \'t geen wy Ale noe-
men. Zy hebben met haer velen maer een vrou, gelijk Eu-
febius getuyght de PrJeparatio. Plutarchus vethaelt, dat zy
hondert, enhondert cn twintigh jaren lang leefden, om
dat de koude plaetfen , de warmte na binnen dringen.

Wat dit voor oude jaren der onmenfchlijkedwing-landcn
geweeft zijn , daer Gildas van fpreekt, is my onbekent;
\'t
Zy hy die verftaet,welke zich in dat landt het gebiedt tcgeü
de Romeynen aengenomen hebben, en in die tijdt tyrannen
oft dwinglanden genoemt wierden: want hy voeght \'er dit
uyt Hieronymus by , dat Porfyrius, die razende oofterfche
hondt, verbittert tegen de kerk, ook dit \'er na zijn dwaze
en ydelc ftijl acngehecht heeft: zeggende, Britannen het
vruchtbaer landtfchap der dwinglanden. Ik zal hier ook
niet fpreken van haer oudé Godß-dienft, de welke voor-
waer geen Godts-dienft, maer een droevige verwerring van
over-geloovcn was: want als de Duyvel,zeght Gildas, de wa-
re leer door op-gehoopte duyfternis ovefftulpt had , zo was
Britannien vol Duyvelfchegruwelen , zelfs dc^Bgyptifchc
in getal overwinnende, waer van noch eenige overblijffels ,
zoo binnen als buyten de vervalle fteden , fchriklijk \'en gru-
welijk van maekfcl en gedaente te zien zijn.

Dat men voort befluyt, dat de Britannen met Hercules
in \'t fchaken van Hefione geweeft zijn , uyt deze veerzen,
als mert acht, van Cornelius Nepos, daer hy debruyloft van
Telamon cn Hefione be fchrijft :

•--- Et in aurea pocuU fuß

Invitant fefe pater is plebs mixta, Britanni,
is gantfch verdicht, en dat de dichter daer van niet Cor-
nelius Nepos, als de Duytfen willen, maer lofeph Ifcanus
oft Exonienfis geweeft is, kan ik zeer klaer en als zeker be-
wijzen, als die van on^en tweeden Hendrik, en Thomas
Aertz-biflchop van Canrelbergh gedenkt.

Oft VlyfTes door Britannien gereyft is, dc welke in Cal-
cedonia geweeft is, als het Altaer met Grieckfche letters ge-
fchreven , na\'c get aygnis van Solinus, geopenbaert heeft,
tvvijffelt Brodasus, En ik zoud veel eer oordeelen , dat het
tot Vlyftes eer, als van Vlylfes zelfs gefticht is: hoewel
men drijft, dat Vlylles Elizza, laphets neef, geweeft is.
Want het blijkt uyt de gefchichten, en wy hebben al-reê
verhaelt, dat de oude Grieken te water en te landt, verre
reyzcn aen-genomen hebben; zoo dat het ons geen wonder
dunken moet, dat men eenige naitien en gedenk-tekenen
der zelve op verfcheyde plaetfen vinc.En dikwils lijn die na-
men niet zo zeer van dc hare, als van de benoeming der hel-
den, welke by haer in gêlijke^oft meerder achting waren,dan
by de Chriftenèn de namen der Martelaers, en belijders des
geloofs. Gelijk dan veel nieuwgevondc landen, na S. lan,
S. Dominicus , S. Francifcus, en andere hcyligen genoemt
zijn; wie zal durven ontkennen, dat het eertijdts ook zo by
de Grieken gefchiet is ? En wie is onder alle de helden door
lang-duurige dwalingen der zee meer gequelt geweeft, als
Vlyfles ? Zo is het dan geen wonder,dat die veel voeren,hem
beloften gedaen hebben : en de plaetfen, daer zy aenqua-
men, door de beloofde namen, van hem genomen , gehey-
ligt hebben. Hier van komt Vlyflipo, op demontvan dc
rivier Tagus, heden Lisbona genoemt; hier van komen el-
ders de ken-tekenen van Vlyftes, Laertes, cn zijner mede-
gezellen , welke niet tot Vlyft^es, als haer ftichter, te betrek-
ken zijn ; maer men achten moet, dat van de Grieken,
vreemde landen na-vorfchende, den helden, die onder al-
len veel verzocht hadden, ter eeren op-gericht zijn.

Dat lohannes Tzetzes in verfcheyde gefchichten ge-
fchreven

E N.

T A N N

-ocr page 28-

R I

fchreven hcefc, dat onze Britanfche Koningen aen dien
grooten Cato,de welke met de zeden van \'t Roomfchc volk
gcoorloght heeft, om zijn deught begiftight heeft,
lang al
eer dc naem Van Britannien aen de Romeynen bekent ge-
weeft is , mach hy zelf gelooven j de geleerden weten wat
beuzclachtigh
een fchrijver hy iy.

Gelooft ook niet, dat de groote Alexander uyt Ooft-In-
dien tot Gades cn Britannien gekomen is, fchoon Cedre-
inis tegen alle hiftorien fchrijft: Gekomen in Aphafe, Ga-
das, Cn
Britannien, bereydcnde duyzcnt vracht-fchepen.
Van de zelfde flagh is ^tgeen Trithemius uyt Hunnibaldus
verhack, dat de Koning Baftanus, de dochter van den Ko-
ning der Oreaden in \'t jact
2,84 voor Chriftus geboorte,ver-
jaren heeft, en dat hy met hulp van dén Koning der Britan-
nen Bafihnus bcoorloght heeft.

Niemaiit mcene ook, dat Hannibalin Britannien gcoor-
loght heeft, \'t geen men by Polybius in de Eclogcn des elf-
den bocx leeft: In weynigh tijdts vermeefterdc Hannibal j
door fwarc cn moeylijke wegen , Britannien. MS^ant deze
plaets is vcrvalfcht,cn voor B^erVv\'öif moet mctiB^èT^tau^g le-
zen , als ook by Dio in \'t
14 boek ftaet; want by beyde
wordt van dcBrutii in Italien gehandelt: dat de Grieken
nochtans, omtrent deze tijdt, in ons cylandt gekomen zijn,
ontken ik niet; want terwijl Athcnasus\'t fcWp van Hiero,
wiens grootte cn konftigheydt yder tot verwondering ge-
weeft is,uyt de zeer oude fchrijverMofchio befchreven heefc>
zoo verhaelt hy,dat de groote maft- van
\'t zelfde tuffchcn de
geberghtcn van Britannien, van een
varken-drijver gevon-
den , en van de
wcrk-mccftcr Philea Tauromenitcs in Sici-
lien gevoert is. Maer ik vrees,dat de hekclers zullen achten
dat men hier B^i-^iAvtis, in plaets van B^iTjeivioi4 lezen moet,
en \'t zelfde infgelijx tot het geberghte der Brutien in Italien
betrekken.

Het fchijnt ook dat dc Britannen met dc Gimbren en
Franfen in die tochten,in Italien en Grieken vermengt zijn
geweeft. Want behalven de gemeene naem, zoo wordt in
het Britanfche oude boek der Triaden,waer in van drie zeer
groote hcyren, die uyt de Britannen verzamelt waren, ge-
dacht wort, verhaelt, dat een ^eker uythcemfch hooft-
man van hier een overgroot heyr geworven heeft, dc welke
een groot deel van Europa verwoeft hebbende, aen de
Griekfchczec (miftchien wil hy Gallaricn zeggen) geble-
ven is. Daer zijn\'er die gelooven, dat zy lichtlijk zouden
können bewijzen, dat het die Brcnnus,die by dc Griekfche
cn Latijnfche fchrijvers zeer vermaert Britanfch Koning,
geweeft is. Ik weet dit alleen, dat deze naem by de Britan-
nen noch niet verfturven is, de welke in haer tael ccn Ko-
ning
Brennin noemen.

Dat de velt-hecr Britomarus onder haer,waer van Florus
en Appianus gewagen, een Britan geweeft is, overtuyght
de naem zelf, welk een groot Britoen betekent. En
ick zal
dat van Strabo niet verdraeyen, de welke fchtijft, dat Bren-
nus een Praufier van afkomft geweeft is, om hem tot ccn
Britan van afkomft te maken. En \'t geen OtthoFrifingenfis
verhaelt, dat de Briones der Gimbren afkomft, zich aen de
bron -van den Dravus neder-gezet hebben, durf ik in Brito-
nes niet veranderen; fchoon de hekeiers van onze tijdt alles
durven.

Doch om eens mijn gevoelen rondt uyt te fprekenigelijk
de Romeynen, die in dat vermogen
uyt-geftcken hebben ,
nocht aen Herodotus, nocht aen
dc oude Grieken zijn be-
kent, ende Franfen cn
ïbercn acn de oude fchrijvers lang
. zijn verborgen geweeft; zoo heb ik altijdt geacht, dat der
Britannen naem, laet van dc Grieken cn Romeynen ge-
hoort is. Want dat bocxken van dc weerelt, dat op Arifto-
teles naem
om-zwcrft, cn van Britannien, Albion, en Hier-
na gcwacght, is niet van Ariftotelcs tijdt, maer veel jon-
ger , gelijk de geleerden geoordcclt hebben. Polybius die
voortrcflijke fchrijver, de welke, een mede-makker zijnde
van den grooten Scipio, omtrent 170 jaren voor Chriftus

A

B

N K t Ê R t^

geboorte ccn groot deel van Europa door-rdyft had, licëft
voorwaer van dit deel der aerde gcenzins geweten, \'r GenCi
zeght hy, zich tuflchen Tanaia cn Narbon tien noorden
ftrekt, is op dezen dagh noch onbekent, cn zy dföomcn die
daer iets van fchrijven oft fpreken. Gdijk die heden fchij-
nen tc droomcn, die wonderlijk gelooft hebben, dat Himil-
co van de Carthagineq^cn belaft, dc wcft-kuftcn van Euro-
pa te bezoeken, d^it eylandt voor veel jaren ontdekt heeft;
wijl van deze vaert niets befchreven is, als in een veers oft
twee van Feftus Avienus. En dat Britannien later bekent
is geworden, fchijnt toe-gekomen, zoo om de vêrgelcgen-
heydt van \'t eylandt, als om dat de Britannen toen, als alle
andere volken in deze wijk, noch Barbaren, cn op zich zelf
levende , geen grooten handel met andere volken hadden.
En hier in gevoelt Diometmyj
aen de eerfte Grieken en
Romeynen, zeght hy, is \'t zelfs niet bekent gèwecft, dat \'er
Britannien was dc nakomelingen hebben \'t in verichil ge-
trokken, oft het een cylandt, oft vaft landt was, en van bey-
der meeningen is veel gefchreven, van die, die zelfs niet ze-
kers wiften, (als die \'t niet gezien, nocht van de inwooners
hoedanigh het was, gehoort hadden,) maer ftcunden alleen
opgiflingen,
zoo veelde lédigheydt en oeifcningenyder
toc-lict. Dc eerfte der Latijnen, dat ik wCet, is Lucrct\'us ,
die van Britannien gcwagh maekt, met deze vcerzen van
\'t onderfcheyt der lucht; 1

7<lam quid Britannum calum dijferreputamus ;

Et quod in uEgypto eß, qua mundi cUudicat axis-.

En dat Lucrerius een weynighouder alsC^faris, is be-
kent : in welke tijdt ons CsêCiv zclVe Icerc, dat Div.tiacus,
Koning der Sueflioncn, en dc machtighftc van geheel
Vrankrijk, over Britannien geheerfcht heeft. Doch dit is
van dc zée-kant te verftacnj want Caefar zelve getuyght, dat
van Britannien niet als de zee-kant en die landen die tegeft
Vrankrijk liggen, acn de Franfen bekent geweeft is. Noch*
tans fchrijft Diodorus Siculus, dat Britannien géën uyt-
hcemfch gebiedt verzocht heeft j want wy hebben niet ver-
ftaen , dat haer Dionyfius, oft Hercules, oft ccnigh helt,
oft godt bcoorloght heeft; Nu heeft Csefar, die om zijn
kloeke daden een godt gemecnt is, de cetftc van allen, de
Britannen overwonnen hebbendé, haer gedwongen fchat-
ting te geven.

Vanhier zal onze toe-komftigc gefchicht-fchrijver dan
zijn begin nemen, en niet hooger heffen, zoo hy met oor-
deel zal ovcr-wegcn,\'t gene de zeer geleerde Varro verhaelt»
en ik nu tc vooren té kennen gegeven heb, dat \'er namelijk
drie onderfcheyde tijdén zijn 3 dé eerfte vän der menfchen
begin tot de 2und-vloet, orri haér onwetcnheyt
a a h a o n
genoemt; de tweede van de zund-vloct tot de ccrftc Olym-
pias, te weten, tot het 518^ jaer der weerelt, dc welkc>
om dat
in de zelve veel verdichte dingen verhaelt worden >
M,T ©IKON genoemt wordedc derde van de ccrftc O-
lympias tot ons, welke 1
s T o P i K o N genoemt wordt,
om dat dc dingen in dc zelve gefchiet, in ware gefchicht-
fchriftcn begrepen werdén. Nochtans ben ik geenzins on^.
bewuft, dat, hoewel de geleerde volkeren, behalven de He-
breen , niet ecrders gehoort hebben, de Britanfche ge-
fchicht-fchrijver van Galfredus drie hondert dartigh jaren
voor de eerfte Olympias, in die raeuwe en onwetende
eeuw in deze gcweften, dien hy Icugcnachrigh noemt, be-
gint. Hierom, op dat ik geen quact begin ftelle, cn \'t an-
dere zoo volgc, en wijl \'t dc plaets fchijnt te vercyfchen, cn
der navolgende vertelling het grootfte licht daer van ont-
ftaen zal, zy my gcoorloft dc gcfchiednis der Romeynen irl
Britannien, niet uyt dc fprooxkens, welke ccn beuzclacc
toe komt té fchrijvcn, cn den onérvarcncn tc gelooven;
maer uyt de onverdurvc gcdenk-tckenen der voor-lccde
oudtheydt te door-loopen j ook zal ik die den ooghft def
eer niet af-fnijden, diê dezen inhoudt wijdt-loopiger be«
trachten,.

D E

Ë

-ocr page 29-

f

N N \'ï -E N.

B R

A

E ROMEYNEN IN BRITANNIEN.

Ls de dapperheydt en \'t avontuur
zoo verdragen waren, oft veeleer
Godts raedt het zoo befloten had,
dat de Romeynen alle landen onder
\'t jok brengen zouden^ zo heeft Ga-
jus lulius Casfar, Vrankrijk door den
oorlogh overwonnen hebbende, en
te water en te lant meefter zijnde,
\'t oogh op den Oceaen geworpen ,
als
oft de weerelt den Romeynen niet genoegh wassen heeft
in \'t vier-en-vijftighfte jaer voor Chriftus geboorte getracht
in Britannien te trekken, oft om dat in den Eranfchen oor-
logh veel hulps van daer gekomen was, oft om dat de Bri-
tannen de gevluchte Bellovacen ontfangen hadden, oft, als
Suetonius fchrijft, door hoop der Britanfche paerlen aen-
gelokt,welker groote en gewicht hy met de handt plaght te
vereyffchen, oft veel eer brandende door de begeerte van
eer , het welk wy lichtlijxt gelooven, wijl hy der Britannen
gezanten veracht heeft, de welke zijn voornemen verno-
men hebbende, tot hem gegaen zijn, en hebben belooft gij-
zelers te geven,en \'tgebodt des Roomfchen volx te gehoor-
zamen.

Maer ik zal zijn inkomft met zijn eyge woorden kortlijk
% voor-ftellen: wijlde plaetfen,havenen, en aenkomften van
Britannien, Csefar
niet bekent waren, zoo zenthy C. Volu-
fenus met een lang fchip
voor uyt, de welke al,wat hy in vijf
dagen
kon,onderzocht hebbendé,weder gekeert is. De Bri-
tannen door de koop-luyden Cïefars voornemen vernomen
hebbende,200 hebben verfcheyde fteden hare gezanten tot
hem in Vrankrijk gezonden, de welke beloofden , en hem
«rijzelers te geven, en
\'t Roomfch gebiedt te gehoorzamen.
Deze vermaent hebbende in haer voornemen te volhar-
den , heeft hy met Comius Atrebatenfis na huys gezonden,
wiens aenzico in deze landen groot was, (want de Atreba-
cen, nu te vooren uyt de Franfen gefproten, hadden zich
hier neder-geilek)om de fteden te over-reden,der Romey-
nen trouw te volgen. Maer de Britannen hebben hem, uyt
het fchip tredende,in banden geftagen.Ondertu{fchen,om-
trent
80 vracht-fchepen, om twee legioenen, en 18 andere
fchepen,om de ruy tery over te voeren,vergadert hebbende,
is hy met de derde wacht vanMorine af-gevaren,en omtrent
ce vier uren des daeghs in Britannien gekomen,acn een on-
bequame plaets om ce landen; want de zee \'er zoo door
nauwe bergen geprangt was, dat zy van de hooge plaetfen
op den oever konden met pijlen fchieceniderhalven de wint
en
\'t gety verkregen hebbende, heeft zijn ankers gelicht.en
omtrent acht duyzent fchreden vport-gevaren,en zijn fche-
pen aen een effen en vlakke ftrandt gezet. Maer de Britan-
nen der Romeynen voornemen vernomen, en hareruytery
en wagens voor uyt-gezonden hebbende, beletten haer te
landen. Hier hadden de Romeynen de meefte zwarigheyt,
want de grootte der fchepen konden door de ondiepte der
••, zee niet wel vlotten, en de zoldaten moeften, door de laft
gedrongen, op onbekende plaetfen van die hooge fchepen
af fpringen, en te gelijk in de baren ftaen, en met de vyan-
den vechten. De Britannen daer tegen vochten op de be-
kendfte plaetfen met een vry lichaem op
\'t droogh, oft een
weynigh in
\'t water getreden. De Romeynen,hier door ver-
flagen,gebruykten
haer eerftekloekmoedigheyt niet: maer
ais Ccefar geboodt, de lange fchepen van de groote af te
fcheyden, door roeyen aen te voeren, en aen der Britannen
ope zijde te ftellen, en van daer met ftingers, pijlen, en bo-
gen fchietende, zoo zijn de Britannen, en door de gedaente
der fchepen , en door \'t gedruyfch der riemen, en door de
ongewoonte van
\'t oorloghs-tuygh,te rugh geweken. Toen
heeft de Arent-drigh van
\'t tiende legioen de Goden aen-
geroepen, dat zy die zaek gelukken lieten 5 Meê-makkers,
zeght hy,fpringt af, wilt ghy den Arent niet aen de vyanden
gelevert hebben. Ik zal voorwaer mijn plicht aen
\'t gemee-
ne beft , en den veldt-heer bewijzen. Daer mee fprong hy
voort buyten boort, en begon den Arent tegen de vyanden
aen te voeren, de andere zijn hem alle gevolght: (maer zoo

wy lulianus gelooven, 200 is Ca:far zelf de eerfte uyt het
fchip geklommen ) men vocht weér-zijds dappcrlijk; maer
de Romeynen door haer wapenen beladen, van de zee ver-
hindert , weynigh vaft ftaende, en verwert zijnde, wieiden
zeer verbaefi, tot dat Csefar de fpie-fchepen en booten mee
zoldaten vervulde , en den vermoeyden te hulp zond. Zoo
haeft de Romeynen op \'t droogh ftonden.zijn zy op de Bri-
tannen aengevallen, en hebbenze op de vlucht gedreven j
doch zy kondenze niet vervolgen, vermids de ruytery noch
niet aen landt gekomen was. De Britannen overwonnen
zijnde, hebben terftont gezanten om vrede, en met haer
Comius Atrebatenfis, die zy te vooren in de banden gezet
hadden, gezonden, en de fchult op \'t gemeene volk,en hare
onvoorzichtigheydt geleyt. Ca:far heeft het haer lichtlijk
vergeven, en geboden gijzelers te ftellen, van dewelke zy
terftont een deel gegeven, en een deel te geven belooft heb-
ben. Deze vrede was na den vierden dagh,dat hy in Britan-
nien quam, beveftight.

Op de zelfde tijdt hebben die 18 fchepen, die de ruytery
voerden,nu al in \'t gezicht van de andere zijnde,door florm
ten weften gedreven, naulijx het vafte landt van Vrankrijk
verkregen. In de zelfde nacht, de maen vol zijnde,en \'t wa-
ter wallende, zijn de fchuyten, die op ftrandt lagen, vol wa-
ter geloopen; en de vracht-fchepen, die aen anker lagen,
wierden door \'t onweder zoo geplaeght, dat zy tot varen
ganfch onbequaem waren.Hier door hebben de vorften van
Britannien, als zy verftonden dat den Romeynen nu ruyte-
ren, fchepen, en koorn ontbrak, door weer-fpalt beftooten,
haer het koorn t\'onthouden. Csfar vermoedende\'t geen
gefchiede, en gaerde dagelijx het koorn van \'t landt in \'t le-
ger , en vermaekte de fchepen met de ftof van die twaelf
fchepen, die meeft Vergaen waren. Terwijl dit gefchiede,
200 hadden de Britannen het zevende legioen, om koorn
te verzamelen, uyt-gezonden,en in \'t macyen bezigh,fchie-
lijk aen-gegrepen , 6n met de ruytery en wagens omringt.
Dit vechten te wagen,gelijk wy hier voor ook verhaelt heb-
ben, gefchiedt aldus; eerftelijk rijden zy aen alle kanten, en
werpen met pijlen; en breken dikwijls door \'t gefchrik der
paerden, en \'t geruyfch der raden,de flagh-ordens; en als zy
onder de benden der ruyters ingedrongen zijn, zoo fprin-
gen zy van de wagens, en vechten te voet. De voer-luvden
wijken onder-tuilchen een weynigh uyt \'t gevecht, en\'ftel-
len de wagens alzoo , dat, zoo zy door de menighte der
vyanden onderdrukt worden, zy een vaerdige wijk tot de
haren hebben. Alzoo betoonen zy de gezwintheydt der
paerden,en de ftantvaftigheyt van \'t voet-volk: en brengen,
door daeghlijx gebruyk en oeffening,zoo veel te weeghjdat
zy op een fteyle en verheve plaets de paerden in de volle
ren konnen ophouden, en kort keeren en wenden,en langs
dendiftel-boom loopen, en lichtlijk op den wagen fprin-
gen. C^far te rechter tijdt aen-komende, kregen de Ro-
meynen wederom moet, en de Britannen hielen ftant, de\'
welke door de hope van hun in haer oude vryheyt teher-
ftellen, midts \'t kleyn getal der Romeynen,en \\ gebrek van
koorn onder de zelve ^ hadden een groote menighte verga-
dert,die te gelijk op \'t leger der Romeynen aen vielen,doch
Cïefar heeftze voor \'t leger in een velt-ftagh ontfangen , in
de vlucht gedreven, vele verflagen, en haer wooningen wijt
en zijt verbrant. Op den zelfden dagh zijn der Britannen
gezanten tot Casfar om vrede gekomen , en hebbenze ver-
kregen , verdubbelende het getal der gijzelers, die hy na
Vrankrijk deed voeren. Den eerften dagh der even-nacht
is hy met de fchepen van Britannien gefteken,de welke be-
houden aen \'t vafle landt gekomen zijn: alwaer twee fteden
van Britannien alleen haer gijzelers zonden, de andere
hebben \'t verzuymt. Dit gedaen,heeft de Raedt,uyt Ca:fars
brieven van 20 dagen,een dank-dagh beftemt. Hoewel hy
noch voor zich , nocht voor Romen , anders als de eer van
d\'aengenome toght, verkreegh.

Het volgende jaer een groote vloot toe-geruft hebbende,
want met de voerafy-fchepen , en met die zich yder in het
byzonder tot zijn gemak uyt-gereet had, waren \'er meer als
\\ acht-

-ocr page 30-

B R

-acht-hondert fchepen^en in de zelve vijf legioenen en twee
duyzent ruyteren, is daer mee uyt de Itifche haven gevaren,
en heeft zijn heyr in/t zelve deel des eylandts , als de voori-
gé zomer, gelant. En daer ter plaetfen is geen vyandt ge-
zien, want hoewel \'er te vooren een groote hoop Britannen
vergadert waren, zoo hadden zy nochtans,door de menigh-
te der fchepen verfchrikt, zich op de hooghfte plaetfen be-
geven. Hier heeft hy \'t leger op een bequame plaets geftelt,
en in \'t
zelve tien benden en drie-hondert ruyters tot hoede
der fchepen\'^gelaten. Zelf \'s nachts, omtrent twaelf mijlen
voort-getogen zijnde,heeft hy de Britannen gezien,de wel-
ke tot de riviere gekomen, begonden flagh te leveren, maer
van de ruyters geftut, begaven zich in de boflTchen, een
plaets,door de natuur en konft gefterkt, verkregen hebben-
de. Doch de Romeynen, een * Schilt-pad gemaekt,en de
aerde tot haer befcherming op-geworpen hebbende , heb-
ben die plaets iagenomen, en haer uyt de bofl^chen gedre-
ven, zonder haer verder te vervolgen\', vermidts zy aldaer
haer leger moeften beveftigen.

Daeghs daer aen, zond Ca^far de zijne in drie troepen
gedeelt, om de Britannen te vervolgen, doch heeftze ter-
ftont wederom ontboden, vermidts hy door boden verftaen
had, dat zijn fchepen de voorgaende nacht door ftorm en
onweer befchadight, gebrijzelt,en geftrant waren. Hy felf,
na de fchepen gekeert zijnde, heeftze binnen tien dagen al-
te-mael op \'t ftrandt gehaelt, en in een vefting met zijn le-
ger gevoeght, en is weder gekeert van daer hy
gekomen
was. Alwaer ook grooter troepen van Britannen vergadert
waren,onder\'t beleyt van Caflivellaunus of Caflibelinus,aen
den \\v eiken al de Britannen met gemeen toeftemmen, het
opperfte gebiedt des Rijx en der oorlogh hadden over-ge-
geven, welkers ruyters en wagen-krijgers, onder wegen met
de Romeynen gevochten hebben, met groot verlies van
weêr-zijden. Doch de Britannen na een weynigh tijdts,ter-
wijl de Romeynen bezigh waren met haer leger te verfter-
ken, zijn heftigh op die voor \'t leger de wacht hadden aen-
gevallen; de welke als Csfar twee benden,met de voortref-
lijkfte van twee legioenen te hulp zond, zoo zijn zy met
groote ftoutmoedigheydt dwars door de vyandt heen gefla-
gen, en gelukkighlijk by de hare gekomen, \'s Anderen
daeghs vertoonden zich de Britannen , met weynige t\'ef-
fens, op de heuvels, maer op den middagh zijn zy op drie
legioenen, en de geheele ruytery,om voeder uyt-gezonden,
aen-gevallen, doch wierden van de zelve met groot verlies
te rugh gedreven. De troepen nu die tot hulp vergadert
waren, zijn vertrokken, en noyt hebben zy naderhant met
haer volle macht tegen de Romeynen geftreden. Cxfar
leyde zijn leger aen de rivier Teems, dicht aen de grenfen
van Caflivellaunus, aen welx andere kant, en onder
\'t water
de Britannen veel fcherpe palen geflagen, en groote
troe-
pen
geftelt hadden. Doch de Romeynen zijn door de ri-
vier, alleen \'t hooft boven water hebbende, gewaet, en zoo
op haer aen-gevallen, dat zy den oever verlatende , zich op
de vlucht begaven; niet door fchrick van een tooren-dra-
genden Olyphant, gelijk Polisnus zeght.

Caflivellaunus, nu de hoop van flagh te leveren verloo-
ren hebbende, behield vier duyzent wagens om op der Ro-
meynen tochten te pafl:en , en zoo dikwijls als haer ruyters
zich wat te vêr om te roven in het landt begaven, zon^ie
zelfde haer tegen,en belette haer verder uyt te loopen. On-
der-tuflTchen hebben zich de Trinobanten aen Caïfar over-
gegeven , verzoekende dat hy Mandubrarius
(Eutropius en
Beda noemen hem uyt de verboren werken van Suetonjus,
Androgorius, onze Britannen Androgeus) van Caflivellau-
nus gewelt wilde befchermen, en hem tot haer óverfte zen-
den. Deze gebood Ca:far veertigh gijzelers te zenden, en
ftuurthaerte gelijck met Mandubrarius, koorn voor het
heyr. Na \'t voor-beelt van de Trinobanten,zoo gaven zich
de Cenimagni, Segontiaci, Ancalites, Bibroci, en Caffi ins-
gelijx aen Csfar, van de welke hy vernam, dat Caflivellau-
nus ftadt niet vêr van daer was, zijnde door boflchen, en
moeraflTchen gefterkt; de welke hy
aen twee kanten aen-
vallende, zoo hebben zich de Britannen aen d\'andere zijde
daer uyt begeven, en wierden vele van de zelve in de vlucht
gegrepen en gedoodt.

Onder-tuflchen zijn vier vorften, de welke over Can-
tiumheerfchten, Cingetorix, Carvilius, Taximagulus, en
$egonax,op \'t bevel van Caflivellaunus op de fcheeps-vloot

A

* In V La-
ttin
Teftu-
ào,was een
hrtjghs-ge-
hïuyk^der
Romeynen,
ivmneer z.y
centgef laet s
beßsrmen

wddeftyd^n

teo bedekte
z.ich het
dicht ge-
fchaerde
voet-vol^
met haer

ivaer over
de ßormers
zieh îetder
vyanden
•vefien be-
gAve».

N N

t?

der Romeynen aen-gevallen, doch wierden met ecn uytval
te rugh gedreven,en de vorft Cingetorix gevangen. Cafli-
vellaunus door zoo veel fchaden, en meeft door den afval
der fteden bewogen, zendt door Comius Atrebates zijn ge-
zanten aen C^far, om zith over te geven. Csefar voor-ge-
nomen hebbende in \'t vafte landt te over-winteren, eyfcht
gijzelers, en ftelde haer voor, hpe veel fchatting Britannien
jaerlijx aen \'t Roomfche volk betalen zoud, en verbood
Caflivellaunus,Mandubratius ende Trinobanten te befcha-
digen ; en voerde in twee tochten alzoo zijn heyr, met een
groot getal van gevangenen wederom. Dus ver C^efar van
zijn oorlogh in Britannien.Eutropius voeght \'er uyt de ver-
loore werken van Suetonius dit by :

Sc^Eva, een zoldaet van C2efar,is met vier van zijn mede-
zoldaten, met een fchuyrjen voor uyt gevaren aen een
fteen-rots, dicht by \'t eylandt,en onder-tuflchen door \'t eb-
ben der zee verlaten. Veel Britannen vielen deze weynige
Romeynen aen : de andere nochtans , die zeer zelden in
zijn gezelfchap geweeft waren,keeren na \'t fchuytjen; Sex-
va ongefchrokken blijft,en wierd van alle kanten met pijlen
overvallen,heeft zich eerft met zijn fpiets verweert,en daer
na met zijn zwaert alleen de zaek tegen velen uyt-gevoert ;
en als hy vermoeyt en gewont was, en zijn helm en fchilt
door flagen verlooren had, is met twee panfers aen Ca;fars
leger gezwommen, en heeft van den veldt-heer vergiffenis
van zijn lichtvaerdigheyd verzocht, den welken C^efar met
de eer van
hopmanfchap verheven heeft.

Als Cœfâr in dit eylandt over voer, zoo is hy, als Cotas,
die toen ter tijdt de tweede plaets in \'t ieger bekleede, in
zijn Griekfche aen-tekeningen van \'t Roomfch gemeen
verhaelt, van zulk een madgheydt, en van de pracht onzer
eeuw, zoo vreemt geweeft, dat hy alleen drie huys-genoten
in zijn dienft had. Als hy Britannien door-toogh , zeght
Seneca, en de zee zijn luk niet kon bepalen, zoo heeft hy
gehoort dat zijn dochter, die met hem \'t gemeen bediende,
overleden was : maer heeft deze droef heyd zoo haeft over-
wonnen , als hy alles plaght. En als hy overwinner uyt Bri-
tannien gekeert was, zoo heeft hy een lijf-rok, met Britan-
fche paeden geborduurt, aen zijn moeder Venus in haer
kerk geheylight : en heeft eenige Britanfche gevangenen
tot den dienft der fchouw-burgh, en tapifl^ery, waer in zijn
Britanfche overwinningen gefchildert waren , beftemt; de
welke als de Britannen, die daer in uyt-gebeelt waren,
plaghten op te nemen, zoo heeft Virgilius daer van gezon-

Purpureaque intexti toüant auUa Britanni.

En de Britannen waren niet alleen hier toe, maer ook
(dat ik in \'t voorby gaen aenteken ) tor den dienft van des
Keyzcrs Ros-baer ge/chikt,als blijkt uyt een zeker oude op-
fchrifc dezes djcs, waer in van den hopman der Britanfche
Rosbaer-dragers gewaeght wordt. Van deze overwinning
van Cxfar heeft een oudt Dichter gezongen :
/^is inviäa viri reparut a claße Britannos
Vicit, é" hofliles Rheni compsfiuit undas.

Hier

toe kan ook betrokken worden, \'t geen Claudianus
van de Roomfche dapperheyt gedicht heeft :

Necßetit Oceano, remifque ingreßaprofundum,
Vincendos alio qu^fiuit in orbe Britannos.

Daer-en-boven heeft Cicero in zijn verlooren gedicht,
\'t welk hy Quadriga: noemde, C^far , om zijn Britanfche
daden, met groote eer verheven,gelijk Ferrerius Pedemon-
tanus ons
over-reden wil ; want de zelve fchrijft : Ik zal Bri-
tannien met u verwen , en met mijn eygen penceel af-ma-
len. Doch naanderer oordeel, zoo heeft hy de Britannen
alleen door een gelukkigh gevecht verfchrikt, oft als Luca-
nus, die \'t geflacht der C^fars niet zeer toe-gedaen was, ge-
zongen heeft :

territa. qudsßtis oßendit ter ga Britanni s.

De deftighfte fchrijver Tacitus zeght, dat hy Britannien
aen de Romeynen alleen getoont, en niet gelevert heeft ;
Horarius, daer hy Auguftus vleyt, zeght, dat hy Britannien
zelfs niet aen-geraekt en heeft, zeggende :
Jntaßus am Britannus ut deßenderet
Sacra catenatus via.

En Propertius,

Te manet inviBus Romano Marte Britannus.

Zoo vêr is \'t \'er af,dat waer zoud zijn,\'t geen die hooffche
gefchicht-fchrijver Vellejus Patereulus gefchreven heeft.

Bri"

E

N.

-ocr page 31-

ssam

•S

TANN\'

Britannien is tweenlael van C^far door-reyft : daer hy \'er door \'t gerucht van eenigh groot werk, vervaeren moght,
bykans niet in is geweeft. Want vele jaren,na deze inkomft zoo heeft hy demiddel-ruymtcvan Bayen, endegebergh-
van C^ßir, is dit eylandt door hare Koningen geheerfcht, ten van Puzzol, met een brugge van drie duyzent en fes
en heeft haer eyge wetten gebruyckt. hondert fchreden t\'zamen-gevocght. Doch heeft niet an-

Auguftus fchijnt Britannien t\\\\Qt voor-bedachten raedc d.efs uyt-gerecht, als dat hy Adminiusj Cinobellins Koning
Verzuymt te hebl^en j miftchien om dat hy geraden vondt der Britannen zoon , van zijn vader vetftoten, en met een
(gelijck Tacitus zeght) het Roomfch gebiet tuflchen dc pa- kleyne hoop völx vluchtende, aen~genomen heeft j fchrij-
len te befluyten , die haer van de natuur gegeven waren , te vende hier over zeer heerlijke brieven aen den Raedt Van
weten, de Oceaen , Ifter , en Euphrates; op dat het een Romen , als oft zich het gehCelc eylandt in zijn maght bé-
Diamantifch rijk zoud zijn, (want zoo fpreekt Auguftus geven had, de brengers dikwijls beiaftcnde, dat zy met de
zelf by
lulianus;) op dat het, als ccn onmatigh fchip, niet wagen tot aen de markt en het Raedt-huys zouden rijden , ,
zoud können geftiert worden,maer door haer groote verle- en de zelve niet als in de kerk van Mars,
én in den vollen
gen terftont ter neder vallen, en vernictight worden,\'t welk Raedt aen de Burger-mecfters overleveren. Naderhandt na
aen
groote dingen plaght toe te vallen : oft als Strabo be- den Oceaen trekkende, als oft hy in Britannien den oot-
haeght, hy heeft Britannien veracht, als hy zagh dat men logh wilde over voeren, heeft al zijn zoldaten aen ftrandt in
voor de Britannen niet behoefde te vreezen, nocht dat het flagh-orden geftelt, en is zelf in een roey-fchuyt gegaen, cn
aen de omliggende landen eenige nut oft fchadc fchcen tc ccn weynigh van landt in de zee gevaren, weder komende ,
5connen doen. Wat \'er af is, \'t is zeker dat na lulius, en de en op een hooge ftoel zittende, gebiedt den krijghs-licdcn
wapenen regen \'t Roomfchc gemeen gekeert, Britannien het teken van \'t gevecht tc geven, en de trompetten te bla-
lang vergeten geweeft is, zelfs in de vrede. Eyndlijk noch- zen, en heeft fchielijk belaft, dat zy zee-fchulpen en hoo-
tans is Auguftus van Romen vertrokken om Britannien te rentjes lezen zouden. Dezen buyt verkregen hebbende >
beoorlogen. In welke tijdt Horatius deze vcerzen aen het (midts hy die , als
\'t uytfchudfel der vyanden, tot zijn zegé^
avontuur en Antianamgedicht heeft: vuuren van nooden had) heeft zijn gemoedt verheven, als

Serves iturum C^faremm ultimos oft hy den Oceaen overwonnen had, de zoldaten befchon-

Orhis Britarm0s. ken hebbende, heeft deze hoorentjes en fchulpen te Ro-

Doch als hy in Vrankrijkgekomen is,zoo hebben de Bri- men gebraght, om daer ook zijn buyt te vertoonen. En tot
tannen tot hem om vrede gezonden, en zelfs eenige Bri- een teeken van zijn overwinning heeft hy een zeer hooge
tanfche Koningskens zijn gunft, zoo door gezanten als ge- tooren op-gericht, waer uyt, als uyt een zee-baek \'s nachts,
dienftigheden verkregen hebbende, hebben haer gefchen- het vuur brande cn lichte om de loop der fchepen te ftuu-
ken in het Capitolium geheylight: en maekten byna het ren, wiens overblijffelen noch zomtijdts, met het ebben
geheele
eylandt den Romeynen\'gemeen om eenige lichte der zee, op de ftrandt van Hollandt gezien worden, en
tol te nemen van de dingen , die uyt Vrankrijk cn Britan- van de bywooncrs
{|et I^Up^J tt 3?ttten genoemt wordt >
nien
over en weer gevoert wierden ^ en dit waren Ivoir,too- die \'er dickwijls befchreven ftecnen vinden, óp welker eene
men, hals-banden, bernfteenen, en glazc vaten, en andere deze letteren ftonden C. C. P. F. \'t welk zy, ik weet niet
diergelijke flechte koopmanfchappen meer. Dies was \'er hoe waer , vertalen, Cajus Caligula Pharum Fecit, dat is,
tot dit eylandt geen bezetting van noden: want daer wierd Cajus Caligula heeft deze back gemaekt; maer hier van
ten minften een legioen, met eenige ruytery vcreyfcht, zoo wijdtloopigcr in de Britanfche eylanden.
men die fchatting halen moeft, en dc zelve zoud flechts ge- Naderhant het binnenft van Britannien meer door in-
noeghfaem zijn,om die onkoften der bezetting goet te ma- landtfche oorlogen, en verfcheydenheydt van partyen, als
kcnj want door \'tinftellen van de fchatting zoud de tol door de wapenen der Romeynen befchadight; is na veel
nootzaeklijk moeten vermindert worden 5 en \'t zelve door verlies aen weerzijden, allenx onder der Romeynen maght
gewelt gefchiedende,zoo zouder eenigh gevaer aenhangen. gekomen. Want terwijl zy byzonderlijk vochten , zijn zy
Het volgende jaer nam Auguftus voor wederom een tocht al-gemcenlijkovenvonneni
zqo tot onderling verderf eik-
in
\'t eylandt te doen, alzoo men \'t verbont niet onderhield j ander overvallende, dat zy nks., als onder-drukt, gevoel-
maer de Cantabren , en andere, die in Hifpanien iets nieus den, dac het voor allen vergir.g .
\'t geen yder verloor. Zöo
pooghden,hebben hem verhindert. Ook behoeft niemant vêr heeft ook de eergiedgheydt zommige gèmaekt valfch
Landinus,Servius, oft Philargyrus te gelooven, die uyt deze te worden, dat Zy over liepen, der Romeynen trouw volgh-
veerzen van Maro meenen, dat Auguftus over de Britannen den,cn alzins haer vader- landt der Romeynen heerfchappy
gezegepraeltheeft: zochten te onder-werpen. Onder deze was Bericus de

Étdu& rapta mmu diverfi ex hoße trophaa, voornaemfte, die Claudius ophitfte, dat hy Britannien, na

Bijqï4e triumphatas utroque a limregentes. lulius C^far, van niemant bezocht, en toen oproerigh om

Om die overgaef heeft Horatius dit gezongen: de niet weér-gegeve over-loopers, zoud aentaften. En hy

Coelo tonmtem credidimus lovem geboodt Aulus Plautius, toen Schout , het heyr in Britan-

Regnare :prxfens divus hahehitur nien te voeren, de welke het heyr zwaerlijk uyt Vrankrijk

Auguflm , adjeóiis Britanms gevoert heeft, midts het tbnvreden was, om dat men buy-

Imperio,gravibufque Perßs. ten de weerelt oorlogen zoud; cn hy met vertoeven veel

Tiberius, door onmatige begeerte van hcerfchen min tijdts verfleet. Doch zoo haeft als Narcifllis, van Claudius
bevangen, fchijnt door Auguftus raedt geruft te hebben : gezonden, voornam op Plautius richt-ftoel te klimmen, en
want hy heeft een boek, met Auguftus eyge handt gefchre- het heyr aen te fpreken, zoo hebben de zoldaten, door
ven, voort-gebracht; waer in de gemeene rijkdommen be- meerder onwaerdigheydt aen-gefteken, terftont haer oude
grepen wierden, als ook het getal der burgers en bontgeno- fpreuk
Io Saturndia geroepen, (want by de Saturnales is
ten, bequaem de wapens te dragen, der floten, Koning-rij- \'t gewoon, dat de flaven dien heyligen dagh met haer mee-
ken,landtfchappen,tollen,fchattingen,en de by-gevoeghde fters kleeren vieren, ) en zijn Plautius terftondt gewil-
raedt om het Rijk binnen zij n palen te bedwingen, \'t Welk iigh gevolght. De troepen in drie deelen gedeelt, op dac
hem voorneemlijk zoo behaeght heeft, (als Tacitus zeght; zy, op een plaets aenkomende, van ftrant niet zouden ge-
dat hy niets in
Britannien voor-genomen, nocht eenige be- weert worden, hebben, door tegen-windt te rugh gedre-
zetting gehadt heeft. Want daer Tacitus het getal der Ie- ven , in \'t overvaren veel ongemax geleden: nochtans wc-
gioénen verhaelt, en welke plaetfen zy toen befchermden, der moet grijpende, midts haer een licht van \'t ooften na
maekt hy gantfch geen gcwagh van Britannien. Nochtans \'t weften, gelijk zy voeren, geleyde, zijn zy zonder eenigh
fchijnt het dat de Britannen de vrientfchap der Romeynen belet in \'t eylandt aen-gekomen. Want dc Britannen ge-
ge-cert hebben; want als G^manicus op dien tijdt op den loovende, om \'t gene ik verhaelt heb, dat zy niet komen
Oceaen voer, zoo zijn eenige, door ftorm en onweer aen zouden, waren niet vergadert : en zoo
overvallen zijnde,
dit eylandt geworpen,van de overften wederom gezonden, verftaken zich in de höflichen en moeraffchen,op hoop van
Het is kenlijk genocgh, dat Cajus Caligula in zijn ge- de Romeynen, door vertoeven, verdrietigh te maken, op
moedt beflooten had , in dit eylandt te vallen, had hy niet dat
zy onverrichter zaken zouden gedwongen zijn te ver-
licht van aert
,en veranderlijk in berouw,en zijn groot voor- trekken, als lulius Cxfar gebeurt was. Derhalven heeft
nemen tegen de Duytfchen niet te vergeefs geweeft. Want Plautius in haer na te vorfchen veel moeyte gehadt, na dat
op dat hy Britannien en Duytflandt, welke hy dreyghde, hyze gevonden had, (want zy waren niet vry, maer ftonden

onder

E N.

B R

II

y..

I\'

■k

$

I

y

-ocr page 32-

ff

B R

onder verfeheyde Konifigen) overwon hy eerft Catarata-
cus , en daer naTogodumnus , zonen van Cunobellinus;
want deze na haers vaders doodt vluchtende, zoo heeft hy
een deel der Bodunnen, onderdanen der Catuellanen , in
zijn befcherming genomen s en aldaer bezetting gelaten
hebbende, is na een rivier getrokken , de welke, om dat de
Britannen meenden, dat de Romeynen niet zonder brugh
zouden over komen, zoo hadden zy haer leger aen d\'ande-
re kant te gerufter neder geftagen. Derhalven heeft Plau-
tius haer de Duytfen, zelfs de fnelfte rivieren gewapent
over te fwemmen gewoon , op-gezonden. Deze den on-
verdachten vyant aenvallende,heeft niet een man gequetft,
maer de paerden, die de wagens trokken , alleen verwon-
dende en verdrijvende, vermoghten de opzitters niet te be-
ftaen. Toen heeft hy haer Flavius Vefpafianus (die namaels
het hooghfte gebiedt gekregen heeft) met zijn broeder den
gezant Fabinus toe-gezonden , de welke infgelijx de rivier
over komende, veel Barbaren onverziens gedoodt hebben.
Nochtans hebben zich de overige niet op de vlucht bege-
ven, maer\'s anderen daeghs een ftagh van onzekere over-
winning gewaeght, tot dat C. Sidius Geta, na dat hy in der
vyanden maght gekomen was,haer zoo overwonnen heeft,
dat hem dieshalven de zege-eeren,hoevvel hy geen Burger-
meefter geweeft was, gegeven zijn. Van daer hebben zich
de Barbaren na de riviere de Teems, daer zy zich in de O-
ceaen ontlaedt, en door des zelfs vloedt over loopt, bege-
ven, en
zijn de zelve lichtlijk over gekomen, de drooge en
bequame plaetfen kennende, de Romeynen haer vervol-
gende, waren in
groot gevaer j als de Duytfen terftont we-
der over zwommen, en eenige, op een hooger plaets , over
een brug gekomen waren, zoo hebben zy,van de Barbaren
bezet, de zelve met menighte ter neder geftagen, en zom-
mige, haer wat te onbedacht vervolgende, zijn in ongang-
bare moeraftchen gevallen, en hebben vele van de haren
verboren. Om deze oorzaken, en om dat de Britannen,
om de doot van Togodumnus j niet alleen niet nalieten,
maer te bitterlijker, om zijn doot te wreken, den oorlogh
bereydeden,zoo heeft Plautius,hier door bevreeft,haer niet
verder vervolght,maer wacht over \'t geen hy verkregen had,
geftelt hebbende, heeft Claudius ontboden, \'t welk hem te
doen geboden was
, Zoo \'er iet geweldighs voorviel; tot
welke tocht veel dingen bereyt, en veel Oliphanten verga-
dert waren. Claud!us,de tijding ontfangen hebbende,heeft
de dingen der ftadt, als ook de zoldaten, aen Vitellius zijn
mede-makker (den welken hy, even als zich zelf, het Bur-
ger-meefterfchap voor zes maenden gegeven hadjbevolenj
en van Romen tot de haven Oftia, en van daer te water na
Marfeylle trekkende, en zijn voordere reys, zoo te landt als
te water afleggende, is aen den Oceaen gekomen,en voort
tot in Britannien over gevaren, by de troepen die hem
by
de Teems verwachteden : de zelve tot zich genomen, en
over de rivier getrokken, heeft den Barbaren, die op zijn
komfte vergadert waren, ftagh gelevert, de zege behouden,
en
Camalodunum, Cunobelins Koninglijke ftadt, ingeno-
men , en veel anderen daer na met gewelt tot overgaef ge-
dwongen. Hier over wierd hy tot verfcheyde mael Impera-
tor oft Keyzer genoemt, en dat tegens der Romeynen ge-
woonte , want
niet meer als eens moght men van een oor-
logh dien naem aennemen. Voorts nam Claudius den Bri-
tannen haer wapenen, en belafte Plaurius de zelve tc heer-
fchen, en dc overige t\'onder brengen, zelfs is hy na Romen
getrokken, zijn zwagers Pompejus cn Silanus^mct de bood-
fchap der zege voor uyt
zendende. Dus ver Dio. Doch
Suetonius verhaelt,dat hy dit deel des eylandts zonder eeni-
ge ftagh
oft bloedt onder zijn gewelt gekregen heeft, en dat
hy zelf omtrent zcftien dagen in Britannien gebleven is. In
welke tijdt hy de voortrefiijkfte der Britannen van de ver-
beurte
hacrer goederen bevrijt heeft,voor welke weldaet zy
zijnkerkgc-eert, en hem als een Godt aen-gebeden heb-
ben. En is
in de zefte macnt na zijn vertrek wederom na
Romen vertrokken.

De overwinning van dit kleyne deel van Britannien
wierd by den Raedt zoo hoogh geacht, dat zy daer over aen
Claudius jaerlijkfchefpeelen, zege-boogen, zoo te Romen
als te
Bolognien, en treftijke zege-tekenen beftemt heeft ;
tot wclx befchouwing ook den overften der vcrwonnc lant-
fchappen , en eenige ballingen toegelaten was in de ftadt te
komen. Men hechte een fcheeps-kroon op de top van hec

A

li

n

N N I E N,

Palleys, als een teeken van de overwinning der Britanfche

zee; en de overwonne landfchappen braghten goude kroo-
nen. Het gehairde Vrankrijk een van
s> ponden, het her-
waerts Spanjen een van 7 ponden, Hy klom op zijn knyen
langs de trappen op het Capitolium, zijn fchoon-zoonen
hem weér-zijds op-Uchtcndc.Hy is eer met een groot huys,
als fchip, al ovcrwinnende,in de Adriatifchc zee getrokken.
Zijner huys-vrouw Meftalina , wierd de eerfte plaets in de
vergadering, en dat fy met een Rosbaer daer gedragen zoud
worden, van den Raedt toegeftaen. Daer na heeft hy zege-
fpelen uyt-gegeven, daer toe de macht des Biirger-meefters
verkregen hebbende. Dezefpcelen zijn op twcetooneelen
tc gelijk vertoont, cn zelf dikwijls van de fchou- plaetfen
uyt-gaendc,zoo hebben andere de zelve verzorght. Hy be-
loofde zoo veel paerde-ft rijden , als die dagen toe lieten,
nochtans zijn \'er geen meer als tien geweeft , want onder
\'t loopcn der paerden wierden \'er beeren gedoot; de worfte-
lers kampten, en eenige jongens uyt Afien ontboden, dan-
ften de
Pyrrica. Hy heeft aen Valerius Afiaticus , lulius Si-
lanus, Sidius Geta ,\'en andere, om deze verwinning, veel
zege-fierfelen vereert. Licinius Craffus liet hy hem in zijn
zege,op een gezadelt,betapijt,cn met palm behangen paert,
volgen: hy fchonk aen Poiidius Spado een zuyvere lans,aen
C. Gavius ketenen, ringen, paerts-tuygen , en een gouden
kroon; als in een oude marmor-fteen tot Turin te zien is.

Ondertuffchen heeft Aulus Plautius het overfchotvan
den oorlogh zoo gelukkighlijk vervolghr, zoo dat hem
Claudius een blijde inkomft
ingeftelc heeft, en ging hem,
in de ftadt komende, te gemoet, en acn zijn linker-zijde
gaende, leydc hem na en van \'t Capitolium. En Vefpafia- .
nus (aen wien het noodt-lot al ze het toekomende gebiedt
getoont had, van Claudius tot een meê-gezel in dc Britan-
fche oorlogh gen©mcn was) heeft ten deel, onder \'t belcydt
van Claudius, en ten deel van Plautius, dertigh mael met
den vyandt gevochten, twee machrige volkeren, over de
twinrigh fteden, cn het eylandt van Wicht onder zijn ge-
hoorzaemheydt gebraght. Waer voor hy veel zcge-fierfe-
len , cn in weynigh rijdts twee-mael het Priefterfchap, en
dacr-en-boven het Burgcr-meefterfchap,\'t welk hy de twee
laetfte maenden van het jaer bediende,verkregen heeft. Ti-
tus heeft hier ook onder zijn vader het Schuthcers ampt be-
dient , en door zijn groot vernuft, cn kloekmocdigheydt,
(want hy heeft zijn belegerden vader kloeklijk ontzet) als
ook niet min door\'t gerucht van zijn zedigheydt, en me-
nighte van wapen-beelden, cn eer-namen door gantfch
Duytflandt en Britannien uyt-geftceken. \'t Geen voorts in
Britannien voor-gevallen is, tot de laetfte rijden van Domi-
tianus, zal Tacitus, die \'t beft kan, met zijn eygen woorden
verhalen: Dc zaken in Britannien vcrwerc zijndc,door dien
de
vyanden op de landen der bontgenoten verfprcyt lagen,
ontfingen de * voor
-fchout P. Oftorius; de vyanden waren * propr^-^
zoo veel te geweldiger, vermidts zy meenden,dat de nieuwe tor.
ovcrftc met een onkundigh hcyr-leger, en in \'t begin van de
winter haer gemoeten zoud. Hy wel wetende,dat de eerfte
uytkomftenfchrikoftonverzaeghtheydt baren, leydt ter-
ftont zijn troepen tegen haer acn 3 doodende die hem tegeti
ftronden, en de verftroydcn vervolght, op dat zy niet weder
verzamelden, en hy geenfchadclijke cntroulooze vrede den
Hertogh , en geen ruft den zoldaet toeliet, neemt voor den
verdachten de wapenen tc ontnemen,cn de van \'t leger om-
ringde Antona en Sabrina te bedwingen, \'t Welk de Icencn
eerft geweygert hebben, zijnde een machtigh, en door gee-
nige veldt-flagen verzwakt volk, om dat zy zich willigh in
ons verbont begeven hadden. Deze dan aenftichters zijnde,
hebben de omliggende volkeren, een plaets, rondom met
aerde omgraven, en in \'t inkomen heel naeu,op dat de ruy-
tery daer niet zoud in kómen, tot den ftrijdt verkooren. De
ovcrftc der Romeynen , hoewel hy zonder de macht van
zijn legioenen dc bontgenoten benden aenleyde, vangt aen
deze fterkte door te breken, en de benden verdeelt hebben-
de, brengt ook de ruyter-benden acn de veftingen. Daer
op het teken gegeven zijnde, breken door den wal, en ver-
werten haer, door haer eygen wagens verlet zijnde. En zy,
door haer geweeten van weér-fpan, en van bezette vlucht-
plaetfcn overtuyght fijnde, hebben veel treftijke daden uyt-
gericht.
In welke ftrijdt des overften zoon, M. Oftorius, de
eer van een behouden burger verkreegh.
Voorts degene,
die tuflchen den oorlogh en vrede in

F twijffel

Jl

-ocr page 33-

T Ä N N

E N.

R

B

.ÄO

\'twijffei hingen , door der Icenen neêr-laegh geftilt, wierdt
liet leger tegen de Cangen gevoert, het landt door-gaens
verwoeftende en berovende,-durfden de vyanden geen flagh
bieden,oft zoo zy uyt haer fchuyl-hekken onze troep zoch-
ten tc befpringen, zoo wierd haer bedrogh geftraft. Men
was alreê niet vêr van de zee, die zich na \'t eylandt van Hi-
bernia ftrekt, als de
tweedracht by de Bnganten ontftaen,
den veldt-heer te rugh
trokken, vaft beftemt hebbende,niets
nieuws by der handt te nemen, al eer hy \'t voorige in ver-
zekering had. En eenige weynige Brigantcn, die de wape-
nen genomen hadden, gedoot hebbende, zoo heeft hy door
gegeve
vergifnis de overige geftilt. Het volk der Siluren
wierd nocht door hardigheydt, nocht door zaftigheydt ver-
andert, maer oeft^nden zoo den oorlogh, dat het zelfs, door
\'t leger van onze legioenen, te dwingen was. Om daer ge-
reder toe te komen, zoo wierd door een fterke troep van ou-
de zoldaten , de ^ Nieuw-ftadt Camalodunum op de over-
wonne landen gefticht, tot hulp tegen de weêr-fpannigen,
cn om de bondtgenooten de plicht der wetten te onder-
wijzen. Eenige feden zijn, na der Romeynen oude ge-
woonte , den Koning Cogidunus gegeven, op dat fy werk-
tuygen van dienftbaerheydt en Koningen hadden.

Van daer ging men tegen de Siluren,de welke boven haer
eyge wreedtheydt op dc macht van Caradacus fteunden,
den welken veel voor-en tegen-fpoedt verheven had, zoo
dat hy bóven alle andere Koningen van Britannien uyt-
ftak. Maer zoo door arghl!ftigheydt,als bedrogh der plaet-
fen meerder, en in getal van zoldaten mihder, draeght den
oorlogh over tegens dcOrdovicen, enonderftut met die
onze vrede vreefden, verzoekt het uyterfte geval; nemende
een plaets tot de flagh, daer \'t aenkomen, afwijken en alles
voor
ons onbequacm, en den zijnen ten beften was. Toen
heeft hy zich in de hooge bergen begeven, en de wegh,
daer men gemaklijk aen komen kon, met fteenen, even als
een wal, toegeftopt. En hier voorby ftroomde een rivier
van onzekere diepte, en voor de veftingen ftonden de troe-
pen der volkeren. Hier toe gingen de overften des voix
rondom,vermaendcn,beveftighden de gemoederen,met de
vrees te verminderen, en de hoop te ontfteken, en met an-
dere oorloghs aenhitfmgen. Maer Caraélacus hier cn daer
vliegende, betuyghde, dat die dagh, die flagh foude het be-
gin zijn oft van herkrege vryheydt, oft van eeuwige flaver-
iiy : en noemde de namen der voor-ouderen,die den opper-
bevelhebber
Ca;far verdreven hadden; door wekker dap-
perheyt fy van bijlenen fchattingen bevrijt, haer \'er vrou-
wen en kinderen lichamen ongefchent hielden. Dit en
diergelijk feggende, hebben hem het volk toe-gekreten, en
door de Godts-dienft haers landts verbonden, noch voor
pijlen, noch voor wonden te wijken. Die wakkerheyt ver-
baefde den Roomfchen veldt-heer; infgelijx vervaerde hem
de voor-geworpe rivier, het bygevoeghde bolwerk, over-
hangende toppen der bergen, en alles afgrijflijk, en vol van
voor-vechters. Maer de foldaet begeerde den ftrijdt, riep
dat alles door kracht te verwinnen was, en de^overften en
hop-lieden \'t felfde feggende,verftijfden den yver des heyrs.
Toen
heeft Oftorius, verfpiet hebbende waer\'tondoor-
gangbaer, en waer \'t doorkomelijk was, de vergramde fol-
daten aengeleyt,en lichtlijk over de rivier gevoert. Als men
tot het bolwerk quam, terwijl men met werp-pijlen ftreed,
zijn op ons veel wondenen fommige doodt-flagen gefpro-
ten. Namaels een fchilt-pad gemaekt hebbende, zoo wier-
den de ruyge en ongefchikte fteen-hoopen om vêr gewor-
pen, en van naby gelijklijk gevochten , tot dat de Barbaren
op de toppen der bergen weken. Maer ook daer heeft de
iichtenfwaer gewapende foldaet, die met pijlen aenfprin-
gende , defe met een gefloten tret, tegen de beroerde troe-
pen der Britannen ingedrongen, de welke geen dexels van
pantfers oft helmen hadden; en zoo zy de helpers weêr-
ftonden , zoo wierden zy door de fwaerden en pijlen der le-
gioen-knechten , cn keerden zy fleh na deze, zoo wierden
zy door de houwers en fpietfen der helpers verflagen. Die
overwinning is zeer treflijk geweeft , en de huys-vrou en
dochter van Caradacus gevangen zijnde, zoo hebben zijn
broeders zich ook overgegeven. Hy zelf, gelijk de tegen-
fpoet meeft onzeker is,als hy zich verliet op dc trouheyt van
Cartifmandua, Koningin der Brigantcn, tot welke hy zich
begeven had, is gebonden en den verwinners gelevert, in
\'t negende jacr na dat de oorlogh in Britannien begonnen
was. Waer van zijn faem buyten dc eylanden gevoert, cn
door de naefte Provinciën verfpreyt, ook door Italien ge-
.viert wierd, en men begeerde te zien, wichy was , die onze
mogentheden zoo veel jaren veracht had. Zelfs te Romen
was Caradacus naem niet onaengezien.En de Keyfer heeft,
terwijl hyzijn eyge eer verhafte , den verwonnen verheer-
lijkt. Want het volk is als tot een heerlijk fchou-fpel ge-
roepen. De lijf benden des veldt-heers ftonden in de wa-
pens op het veldt, welk voor \'t leger light. Toen zy door de
voort-gaende Kaninglijke onderzaten, de behangfelsder
paerden en de hals-banden, en wat hy door uytlandtfche
oorlogen verkregen had, over-gebracht, en terftont daer na
wierden zijn broeders, huys-vrou, en dochter , en eyndlijk
hy zelf vertoont, de gebeden van de anderen waren onaer-
tigh door de vrees. Maer, Caradacus noch door een neêr-
geflagen gelaet, noch door woorden gena verzoekende, als
hy voorde richt-ftoel ftond, iprak aldus :

\'la.

Indien de matiging van voorfpoed zoo groot geweeft
waer, als my de edelheydt en \'t avontuur geweeft is, ik zoud
veel eer als een vricndt, dan als een gevangen in deze ftadt
gekomen hebben. Noch gliy zoud \'t u niet ontwaerdight
hebben in een vreê-verbont aengenomen te hebben,die uyt
treflijke voor-ouders gefproten,evcn vele volkeren heerfch-
te. Mijn tegenwoordigh lot, gelijk \'t voor my ongefchikt
is, zoo is \'t grootfch voor u: \'k heb paerden , mannen, wa-
pens, en fchatten gehadt; wat wonder, zoo ikze onwilligh
verlooren heb ? want zoo ghy over alle wilt heerfchen, zoo
volght dat zy alle de flaverny op nemen. Indien ick my
terftont overgelevert had, zoo was noch mijn avontuur,
noch u hecrlijkhcydt vermaert,en mijn ftraf was mijner ver-
geting gevolght. Maer zoo ghy my leven laet, zoo zal ick
een eeuwigh voorbeeldt van u zachtmoedigheydt zijn.

Daer op heeft de Keyfer hem, zijn vrou en broeders vêr-
lof gegeven. En zy van banden geflaekt, hebben ook A-
grippa, die zich niet vêr op een ander ftoel vertoonde, met
de zelfde lof-tuytingen en eeren-trappen vereert, \'t Was
voorwaer nieu, en den zeden der ouden ongewoon , dat een
vrou overfte was over de Roomfche Vanen. Zy droegh
zich zelfs als gezellinne van \'t Rijck, van haer voor-ouders
verkregen; de t\'zaem-geroepe Vaders hebben namaels veel
en voortreflijke dingen , over de gevangnis van Caradacus,
geredenkavelt: en is dat zelve niet min voortreflijk geweeft,
dan ais F. Scipio Siphax: L. Paulus Perfes, en eenige andc-
re,wie \'t ook geweeft zijn,verwonne Koningen aen \'tRoom-
fche volck getoont hebben. De uytmuntentheden der zege
wierden Oftorius toe-gerekent.

Deze overwinningen op de Britannen, hebben de fchrij-
vers onder de treflijkfte gedenk-tekenen, en getuyghnifl^en
der Roomfche dapperheyt geacht. Waer van Seneca zeght,
Claudius kon de eerfte roemen de Britannen overwonnen
te hebben, want ïulius Ca;far hadze den Romeynen flechts
getoont. En elders van den zelfden:
///(? BritamiGS
Vitra noti
Littora ponti ^
Et caeruleos \'
Smta Brisantes
T>are Romuleis
Colla Cathenis
lujßt, ^ ipfum
lioua Romana
Jura fecuris
Tremore Oceanum.
En Seneca, de Dichter der Treur-fpelen, heeft in Odavia
aldus van Claudius gezongen :
Cuique Britanni
Ttrga dedere, ducibus noflris
K^inte ignoti, jurifque fui.
En op de zelfde plaets, dat hy de Teems over-gevaren was:
En qui orA Tamißs primus pofuit jugnm.
Ignota tantis claßbuj texit freta
Int er que gent es barbar as tutus fuit,
Et fdva maria, conjugis fcelere occidit.
Zoo
fpreekt ook iEgcfippus van Claudius, Britannien is
getuyge , zijnde buyten de weerelt gelegen, door der Ro-
meynen kloekheydt tot de weereldt gebracht, die de voor-
Icede eeuw niet gekent heeft, heeft der Romeynen over-
winning geleert, en die dienen zelfs als flaven, die niet

wiften

-ocr page 34-

B R I T A

wiften wat flaverny was, zijnde alleen voor fîch gebooren,
en altijdt voor zich zeiven vry, die van hooger macht, door
de tuffchenfpoelende zee, afgefcheydcn, niet konden vree-
zen , die zy niet kenden, \'t Is dan meer tot dc Britanncn
over-gevarén , als de zelve overwonnen te hebben. En el-
ders, hy had ook Britannien, noch tulTchen de wateren
fchuylende, door de wapenen voor\'tRoomfche Rijk ver-
kregen , door welx overwinning Romen rijker in fchattcn ,
Claudius beradener, en Nero gelukkiger geacht wierden.
En op een andere plaets, welke zeer waerdigh is hier by ge-
ftelt te worden i De naem der Romeynen hebben ook de
hooft-ftoffen aengenomen, welke ook de weerelt zich aen-
genomen heeft, die door \'t Roomfche Rijk bepaelt en be-
ïloten wordt : en eyndlijk van \'t raceftedeel de Roomfche
weerelt genoemc word. Want zoo wy de waerheydt onder-
zoeken , het aerdtrijk zelve is onder \'t gebiedt der Romey-
nen, waer op de Roomfche dapperheydt voortgegaen zijn-
de, tot over dc Oceaen zich een andere weerelt gezocht, en
in Britannien, van de grenzen der aerde afgefcheyden, zich
een nieuw bezit gevonden heeft. Eyndlijk dien \'t recht niet
alleen der ftadt Romen, maer byna van de menfchlijke ver-
keering zelfs gcweygert wordt, worden daer heen gefchikt
om aldaer te woonen, als uyt de weerelt gebannen. De O-
ceaen is uyt zijn palen geweken, de Romeyn weet zijn
binnenfte heymelijkheden voort te halen. Zoo zeght ook
lofephus, in de perfoon van Titus, tot de loden, waer is een
grooter muur en hinder-pael, als de Oceaen ? waer meê de
Britannen omringt zijnde, nochtans de wapenen der Ro-
meynen aenbidden.

De zeer edele lofephus Scaliger verhatlt daer boven in
zijn Caraleden dc veerzen van een zeer geleert,doch onbe-
kent Dichter over deze zaek, de welke , wijl zy niet door-
gaens
voor-komen,zoo zal \'t my niet verdrieten die hier aen
te
hechten, want zy zijn van eeniger waerde. En de zeer
geleerde
jong-man I. Obfop^eus Duytfcher, heeft my uyt
zeer oude fchriften onlangs geleert, dat eenige Epigramma-
ta oft Quikken en daerom te onderfcheyden waren :

Aufoniis nunquam tellus vioUta triumfhis >
lää tuo, Cafar,fulmineprecuhuit.

O ce anufque tuas ultrafe * rejficit aras y
^mfinis mundo eß, ^ non erit imperiù-^

Vicia frius nullt, jamjam ffeBata triumfho,
lllibata tuosgensjacet in titulos.

Fabula vifa diu, medio(^ue recondita ponto
Libera njiciori j&m modo colla de dit.

Euphrates Ortus, Rhenus * incluferit ar£iös ^
oceanos medium -vemt in imperium.

Libera non hofiem, nonpaffa Britannia Regem >
Mternumnoflro proculorbe jacet.

Fœlix ad\'uerßs, & forte oppreffa fecunda,
Communis nobis, értibi, C^Jar, erii.

\' Vltima cingebat Tibris tua, Romule, regfta s
Hic tibi finis erat, religiofe ISluma.

Et tua. Dive, tuum facratapotentia cœlo
Extremum citra conflit it Oceanum.

At nunc Oceanus geminos inter luit orbes.
Pars ejî imperii, terminus ante fuit.

Marspater, ér noflr<zgemis tutela ^irine^
Et magno poßtus Ca far ut er que Polo,

Cernitis ignotes Latiâ fub lege Britannos,
Sol citra noftrum fleäitur imperium.

rltima cefferunt adoperto claußra Profundo.
Et jam Romano * cingimur Oceano.

Opfonis frußra rapidum Germania Rhenum,
Euphrates prodefi nil tibi, Parthe fugax.

Oceanus jam terga dedit, nec pervius ullit
Cdfareos fafces,ir/iperium(iue tulit.

jlU proculnoflro femota, exclufaquecœlo ,
Alluitur noflra vicia Britannis aqua,

* Semota, & vaßo disjuncîa Britannia ponto ,
Cinciaque inaccefßs h or rida litt crib us :

^m pat^r invi^iis Nereus -vallaverat undis >
^UAm falUx aßu circuit Oceanus.

BrumalmfirtiW^ fagam : qua frugida fem^er

* Frefpicit.

* Nunc
mt.

* Ree I fife-
rat.

■ Cingimr.

M

* Semm.

* Trntd-m.

N.

Pr^fulget ßellis tmccUuis.

Confpeciuquetuo deviSia Brit an nia, C^ßr ,
Subdidit inßeto colla premenda juqo.

Afpice, confundit populos impervia tellus,

Conjun Bum eß, quod adhuc orbis, ér orbis erat.

Nu gaet Tacitus aldus voort: om deze tijdt de voorfpoc«
dige zaken van Oftorius ontwijffelachtigh zijnde, \'t zy dat,
midts, Caradacus verdreven, men gelijk als uyt-geoorloght
had, de krijgh by de Romeynen min betracht wierd, \'t zy
de vyanden,door erbarming van zoo groot een Koning,bit-
terlijkertotwraek ontfteken zijn^
zy omringen den over-
ften van \'t leger, en de Benden der legioenen, welke by de
Siluren gelaten waren om de fcherm plaetfen op te bou-
wen. En zoo zy niet hacftlijk door de naelle wijken en ka-
fteelen ontzet geweeft waren, de hoopen zouden geheel
verflagen geweeft zijn. Nochtans bleven \'er de hoofcman
en tachtentigh hop-lieden, en yder rot dat vaerdighft was.
Nietlangdacr nae verdreven zy onze voeragiers, en zelf
de Benden, die hun te hulp gezonden wierden. Toen heeft
Oftorius ervare Benden uyt-geftelt, waer door hy echter
geen vlucht geftut had , hadden de Legioenen geen flagli
aengenomen. Door der zelve fterkte de ftrijdt even gelijk
zijnde, is eyndlijk voor ons beter geweeft. De vyanden zijn
mctkleyne fchade gevlucht, midts de dagh onder ging.
Hier uyt fprooten dikwijlige fchermutfelen, en dikwijls in
manier van moorden: in boffchen, in moeraffchen, na dat
yder \'t lot oft dapperheydt lichtvaerdighlijk voor-zien was :
om gramfchap, om
roof 5 met bevel, en zomtijdcs buyten
weetenderveldt-heeren, en voorneemlijk
door dc hard-
nekkigheydt der Siluren , dewelke het gemeen zeggen des
Roomfchen veldt-hecrs geweidigh aenhitfte. Gelijk eer-
tijdts de Sugambren uyt-geroeyt, en in Vrankrijk overge-
voert waren, dat men alzoo de nacm der Siluren t\'eenemael
verdelgen moeft. Dies hebben zy twee hulp-benden, door
de gierigheydt der overften onvoorfichtelijk rovende , on-
der fchept én gevangen:en hebben door \'t fchenken van den
roof en de gevangenen , ook de andere volkeren tot den af-
val getrokken , wijl Oftorius , door bekommeringen afge-
mat, het leven verlaten heeft, de vyanden verblijt zijnde, als
zijnde een veldt-heer die niet te verachten was ^ en waer
door, indien niet de ftrijdt, gewiflijk de oorlogh afgenomen
was.

Maer de Keyfer, de dopdt des ftadthouders vernomen
hebbende, op dat het landt niet zondec heerfcher was,heeft ji^jitus
A. Didius in zijn plaets geftelt. De zelve is haeftlijk over-
Prms-rnrn
gevoert, maer heeft nochjtans de zaken niet volkomen ge- wor-
vonden, door een ongelukkige ftrijdt van
\'t legioen, w^ fibom,
vanManlius Valens overfte was. En is
\'t gerucht van die
zaek by de vyanden vermeerdert, om den aen-komenden
veldt-heer te Vcrfchrikken: en hy zelf vermeerderde her ge-
hoorde, op dat hem groorer lof zoo hyze
Rilde, oft, zoo zy
volhardcden, rechtvaerdiger verlof gegeven wierd. Die
fchade hadden de Siluren ook aengebraght, en waren wijdts
en zijds verfpreyt,
tot dat zy door Didius aenval verdreven
wierden.

Omtrent deze tijdt is Claudius gefturven, en Nero hem
na-gevolght, die gantfchli)k niets in krijghs-zaken durfde
beftaen, en dachte \'t leger uyt Britannien te vervoeren, en
heeft het niet als door fchaemte, midts hy moght fchijnen
Claudius eer tcverminderen, nagelaten. Na Cara£tacus
gevangnis, had ook Venutius, üytnemend in krijghs-kun-
de, gefprooten uyt dc ftadt der * luganten, en lang trou, en * ji^ g^jL
van de Roomfche wapenen befchcrmt zijnde, als hy de Ko- Bn^atteL
ningin Cartifmandua getrout had, tegen ons zich vyandt
getoont,midts \'er fchielijk twift en na oorlogh ontftaen was.
Doch
cerftlijk wierd flechts onder hun gcftreden, en Car-
tifmandua heeft door looze lagen, de broeder ennaeftc
bloedt-vriendenvan Venutius gevangen gekregen. Hier
door de vyanden opgehitft zijnde, en dc fchande hun prik-
kelende, op dat zy niet onder \'t gebiedt van een wijf zouden
gebraght worden , zoo is een kloeken en in wapens uyt-ge-
Icze jongmanfchap in haer Rijk gevallen : \'c welk by ons
voor-zien was, cn hebben haer eenige benden te hulp ge-
zonden, die aldaer met een twijffelachtigh begin, doch blij-
der eynd, gevochten hebben; en met diergelijke uyt-komft
is \'er gevochten van \'t legioen, daer Cefius Nafica overfte
van was. Want Didius, laftigh door den ouderdom en over-
vloede van eeren-ampten, hield het voor genoegh door die-

naers

N

N

E

zi

-ocr page 35-

ffiaers te handeleo/cn de vyanden tcwecren. Want \'tgeen
van zijn voor-zaten verkregen was, héefic hy behouden,zeer
weynige kafteelen vérder gévordétt hebbende, waer door
\'t gerucht van een vermeerdert ampt gezocht wierd. Deze
dingen,hoewel zy van twee
voor-fchouten Oftorius cn Di-
dius door vele jaren gefchiet zijn, heb ik t\'zamen
-gcvoéght,
om dat zy verdeelt zijnde, lichtlijk moghten vergeten, eh
nier zoo wel onthouden worden.

Na Didius Avitus is Verannius gevolght, die door tame-
lijke uyt-lopen dc
Silurcn berooft heeft; want hy is door den
doodt verhindert gcweefl den oorlogh verder uyt te brey-
dcn: terwijl hy leefde is hy van geftrengheyt zeer berucht
geweeft, en door de laetfte woorden van zijn uyterfte wil
voor
cer-zuchtigh bekent. Want hy heeft er, om Nero tc
vlcyen, veel bygcvoeght, dat, zoo hy de nacfté twee jaren ge-
leeft had,hy hem de Provinciën zoud onderworpen hebben.

Maer toen vcrkreegh Paulinus Suctonius \'t gebiedt over
de Britannen , door krijghs-wctenfchap en \'t gerucht des
Yolx, welk niemant zonder nijdcr laet, Corbuloos mcdc-
Vechter, cn begeerigh dc eer van \'t wcêrgekrcgc Armenien
te cvcn-narcn, door \'t temmen der wcêr-fpannige vyanden.
Dies bcreydt hy zich het eyland Mona,fterk van inwooners,
•cn de toevlucht der over-lopers aen te vallen,en bouwt fche-
pen plat van bodem tegen ccn korte en ongcwifte ftrandt.
Zoo heeft hy
\'t voet-volk over-gevocrt: de ruytcrs zijn door
d\'ondiepte gevolght, oft hebben, daer de wateren dieper
waren, met haer paerden over-gczwommcn. Op de ftrandt
ftond ccn verfcheyde flagh-orde, dik van wapenen cn man-
nen, al waer dc wijven tuflchen liepen : de welke als razend,
met een doot-kleedt aen , en
\'t hangend hayr, toortien voor
droegen. En
de Druidcn, rondtom vloek-gebeden, met de
handen na de l^icht op-geheven, ftortende,hebbcn den zol-
daet door dc nieuwigheyt van dit fchou-fpcl verfchnkt, zoo
dat zy, als met hangende leden, een onbewceghlijk lichaem
cc vcrwondcii gaven.Daer na door aen-maningen
des veldt-
hccrs, cn zich zelf prikkelende , dat zy geen vroulijke cn ra-
zende troep vrezen zouden, voeren zy dc vaendels aen,wer-
pen al die haer gemoeten ter aerde , en wentelenze in haer
eygen vuur. Hier na beeft men bezettingen in de dorpen
geleglit, en de boflchen omgehouwen, die aen wreede over-
geloovcn gewijt waren. W ant zy achten
\'t billijck de alta-
ren met gevangen bloedt te waflchen, en de Goden door
menfchen-aders raedt te vragen.

Terwijl Suctonius dit bedreef, wierd hem een fchielijke
af-val van een Provincie gebootfchapt.Prafutagus,Koning
der Icenen, zeer uytnemend in rijkdomjhad den Keyfer en
twee dochters tot erfgenaem geftelt, meenende, dat door
zodanige goetwilligheyt zijn Rijk enhuy^ bevrijt zoud zijn
van eenigh ongelijk, \'t welk in tegendeel uyt-gévallen is;
zoo dat zijn
Rijk door de hop-lieden, zijn huyzen door de
flaven,als ingenomen,verwoeft wierd^n.En alreê wierd zijn
huysvrouw * Boodicia eerftiijk geflagen, en zijn dochters
. door gewelt gefchonden. En de voorneemfte der Icenen,als
of zy \'t heele land tefcbenk ontfangenhadden^ worden van
haer erfgoeden berooft;, en des Konings bloetverwanten
onder de flaven gerekent. Door welke fmaer,en vreeze van
zwaerder, als zy al rede tot de vorm van een verbeert landt
gekomen waren, de Britannen onder zich de quaden van
ilaverny over-leggen, de ongelijken over-wegen , en door
uyt-leggen ophitfen, dat zy met lijdzaemheyt niets vorder-
den,als dat men zwaerder dingen, midts men de lichte ver-
droegh, beval. Dat zy haer byzondere Koningen gehadt
hebben,dat men hun nu twee opftelde, van welke de ftadt-
houder in \'t bloet,en de landc-vooght in \'t goet woelde, dat
even de twift der
over-heeren zoo fchadelijk aen de onder-
danen was, als haer eendraght; dat de hop-lieden aen den
eenen de geweldige hant floegen,den anderen fchant en ge-
welt aen deden: dat \'er nu niets voor haer begeerlijkheydt,
niets
voor haer luft bevrijt was. Dat die de fterkfte in de
Icrijgh geacht wiert,die roofde,dat nu gemeenlijk van dc tra-
gen en bló-hertigen haer huyzen genomen, en haer kinde-
ren ontoogcn wierden, dat men haer uytmonfterde,als niet
wetende,flecbts voor \'t vader-lant te fterven. Want hoe veel
zoldaten zouden de Britannen uyt maken , zoo zy haer tel-
den?Dat alzoo de Duytfche landen het jok verworpen had-
den,en door een rivier,en niet door den Oceaen befchermt
wierden. Dat hun haer vaderlant, vrouwen en ouders; en
haer de gierigheyt en gulzigheyt oorzaken des oorloghs wa-
ren; dat zy zouden wijken,
als de Godlijke luHus geweken
had, zoo
Zy flechts de dapperheden haerer voor-oudereii
ha-volghden;en dat zy niet zouden.fuften door d\'uytkomft
van
een oft twee veldt-flagen; dat den aenval by den ellcn-
digen mceft, èn de ftantvaftigheyt grootft was. Dat ook dé
Goden der Britannen zich erbarmden,dié den Rpomfchen
veldt-heer af zijnde, die het ieger,in eén andéreylandt vért
zonden. Zouden ophouden;
dat zy zich nu, \'t welk het"
zwaerft gcweèft is, berieden; dat hét
voorts gevaerlijker was
in zoodanige aen-flagen betrapt
te worden,als te durven.

\'^êor-
jchm.

WmUnus
SmtontHS
HJsêr-
fchont.

t)rmdcn.

gus.

* Bffffdkïa,
tvelcke Böh-
diciA en
Voadica

ivsrdt»

Door deze en diergelijke rédenen aen-gehitft zijnde, zöö
nemen zy, onder \'t bëleyt van Boodicia,een vrouw van Ko-
ninglijke afkomft,(want in \'t hcerfchen onderfcheyden zy
geen kunne) haer wapeneri, dcTrinobantcn tot wedér-
fpannigheyt bewogen hebbende, en de andere, die noch de
flaverny ongewent waren, hadden zy door heymlijke t\'za-
men-zweeringen tot haer gevocght, om dé vryheydt weder
te krijgen , met de bitterfte haet tegen de oude zoldateri.
Want verfch afgevoert zijnde in de nieu-geboude ftadt Ca-
ïnaiodunum,dreven zyze uyt haer huyzen,verftoorden haer
op de landen, noemende haer gevangenen,flaven,dc zolda-
ten de onmaght der ouden onder-ftuttende,door gelijkenis
van leven, en hoop van de zelfde toe-lating. Hier toe zagh
men de kerk ter eeren van de Godlijke Claudiusingeftelt,
als een altaer van eeuwige hcerfching.-en de uytgekorePrie-
fters ftorteden, door gedaente van Godts-dienft, alleavon-
tuuren uyt. En \'t fcheen niet zwaer de nieu-geboude ftadt,
met geenige veften omringt,uyt te roeyen; om dat zy door
onze
veldt-heeren weynigh voor-zien was, wijl men eer de
geneüghté, als den borbaer Verzorght. Onder welke dingen zktXi-
het beek der ovefwinninge te Camalodunum door geeriigb
phiUms in
openbare oorzaek afgevallen, en achter ovér gekeert is, als Nero,
of het voor de vyanden week.En de vrouwenmin razerny be-
roert,zongen, dat den val voorhanden was. En dac een uv-
terlijk gedruyfch op haer raedc-huyzen gehoort was, en het
tooneel geklonken had door uylen-gefchrey, en dat de ge-
ziene gedaen te in de * vloedt, een teken was van de uyt- * Mogelijk.
roeying der ftadt. En de Oceaen ontdekte met een fchrik- \'u^^ide
hjk fchou-fpel, door de vallende vloedt, de beeldeniflen der
mcnfchlijke lichamen, \'t welk, gelijk hec de Britannen tot
hoop, alzoo de oude zoldaten tot vrees togen. Maer omdat
Suctonius vér af was, zoo hebben zy van den landt-vooght
Catus Decianus hulp begeert. Hy heeft hun niet meer als
twee-hondert qualijk gewapent gezonden: en daer was een
matige hoop zoldaten in, fteunende op de befcherming
van de kerk. En verhinderende die gene, de welke, bewuft
van de heymlijke weér-fpannigheydt, haer raet-flagen ver-
ftoorden, zoo hebben zy nocht gracht, nocht wal voor-ge-
leyt,nocht de oude manijcn cn vrouwen geweert zijnde, de
jcught alleen weer-ftaen ,• zy worden als onvoorzichtigh in
\'t midden van de vrede, van de mcnighte der Barbaren om-
ringt, en al \'c overige door den aenval weghgenomen cn
verbrant. De
kerk, waer in zich de zoldaet verzamelt had ,
wierd na twee dagen beleghs ingenomen. En dc overwin-
nende Britan Pxtilius Cerialis, hooft-man van \'t negende Tatilm .
legioen te hulp komende, ontmoetende, heeft lijn legioen Cerialis.
verflagen, en een groote mcnighte voet-volx gedoodt. Ce-
rialis is \'t met de ruytcrs ontvlucht in de kafteelen, en door
dc beveftingen befchermt: door welke nederlaegh , en den
haet der Provincie,die hy door gierigheydc tot den oorlogh
gedreven had,de verfaeghde landt-vooght Cacus in Vrank-
rijk over-gevaren is.

Maer Suctonius heeft met een wondere ftantvaftighcydt
midden onder de vyanden zich gefpoeyt, nakende, door
dc by-naem van Colonia,wel niet doorluchtigh,maer meeft
vermaert door de mcnighte der koop-lieden, cn door de
toevoenaldaer twijffelendc of hy de zelve tot een zetel voor
den oorlogh kiezen wilde,de weynightc der zoldaten inge-
zien hebbende, en doorgenoeghzame leeringen de be-
dwonge lichtvaerdigheden van Petilius,heeft voorgenomen
het algemeen te behouden door de fchadc van een ftadt.En
hy is door \'t gekerm,en de tranen van die gene,die om hulp
badenjniet bewogen geweeft,maer hy gaf het teken van ver-
trek, en ontfing die hem verzeilen wilden , tot een deel van
de troep: dredoor blóheyt, oft vermoeydc ouderdom , oft
zoetigheyt der plaets opgehouden wierden , zijn van de
vyant overvallen. Diergelijke moort gefchiede ook op de fz-^ygi^^
vefting Verolanium, om dat de Barbaren de kafteelen, en mam.

krijghs-

De mepi\'
itCa-

Ë R I T A N Kf I Ë N.

-ocr page 36-

B R

krijghs-bezettingen verlaten hebbende, de overvloedighfte
plaetfen beroven , cn \'t Èclvc brengende daer \'t zeker is,
hackten zy blyelijk na andcrer hoeven en wapenen,
\'t Is ge-
wis dat zy zevcntigh duyzcnd burgers cn bont-genoten op
die plaetfen, die ik verhaelt heb, gedoot hebben. Want zy
vingen, nocht verkochten, nocht dreven eenigen anderen
oorloghs-handcl; maer zy moorden, hingen, branden,
kruyften, als t\'eenigcr tijdt zullende ontgelden, en verhae-
fteden onder-tuffchen de voor-ingenome wrack.

Nu had Suetonius het veertiende legioen, met de vaen-
drighs van \'t twintighftc, en de helpers uyt de nacfte plaet-
fen , bykans tien duyzcnd gewapende mannen, als hy zich
bercyde het wachttn na te laten, cn flagh tc leveren, cn
verkiefl: daer toe een plaets met cnghten door dc konft, en
van achteren met een bofch befloten, genoegh wetende,
dat hy geen vyandt, als van vooren had, en dat de opene
vlakte zonder vrees van hindcrlaegh was. Hy ftelde dc Ic-
gioen-zoldatcn dicht in geleden, omheynt met het lichte
wapen-volk, Voor de vleugels ftond de ruytery. Maer de
troepen der Britannen fprongen hier cn daer op met hoo-
penentroppen, met zoo groot een menighte als zy oyt
noch op-gebr%ht hadden, en met zoo wreed een gemoedt,
dat zy ook de vrouwen tot getuygen der overwinningh met
zich trokken, en op wagens ley den , diezy op de uyterfte
omgang des veldts geftelt hadden. Boudicca,haer dochters
op een wagen voor zich voerende, als zy by elke
volken ge-
komen was, (\'c is by dc Britannen wel gewoon, dat zy on-
der \'t beleyt van vrouwen oorlogen) zoo getuyghde zy, dat
zy uyt zoo groote voor-ouders gefproten zijnde, toen niet
haer rijk en fchatten, maer dat zy alleen van al het volk, de
verloore vryheydt, het geftagen lichaem, en dér dochters
mishandelde cerbaerheyt zocht te wreken. Dat dc begeer-
lijkheden der Romeynen zo ver gekomen waren, dat zy
geen lichamen, zelfs geen ouderdom, oft maeghdom onbe-
fmet lieten. Dat nochtans dc Goden der rechtvaerdige
wraek tegenwoordigh waren. Dat het legioen verÜagén
was, \'t weik dc flagh had durven beftaen : dat de anderen in
haer legers fchuylden,oft op de vlucht dachten. Dat zy zelfs
het gekrijfch en geroep van zo veel duyzendcn, \'k laet ftaen
den acnval en handen, niet verdragen zouden. Indien zy
de hopen der wapcn-lieden, indien zy de oorzaken der oor-
logh O ver-wogen, dat men in die flagh oft winnen, oft fter-
Ven moeft. Dat dit by de vrouwen beftemt was, de mannen
moghten leven en ftaven.

In zodanigh een gevaer Eweegh óok Suetonius niet, die,
fchoon hy op de dapperhcyt vertroude , mengd \'er noch-
tans aen-maningen en gebeden onder^ Dat zy de luyde en
ydele dreygementen der Barbaren zouden verachten. Dat
men daer meer vrouwen als jongmanfchap zagh. Dat die
blood-hertige en ongewapende terftont zouden wi;ken,
zoo haeft zy het yzer, en de dapperheyc der overwinners ♦
zo dikwijls gevlucht hebbende, bekennen zouden. Dat
ook in vele legioenen weynige waren die den ftagh floegen.
En dat het tot haer eer gedyen zoud, dat zy met een mati-
ge macht de eere van \'t gëheele leger verdedighden. Dat zy
gefloten, en haer pijlen verfchoten zijnde, met fchilden en
zwaerden de nederlaegh en moort zouden volharden, aen
den buyt niet denkende, dat na verkrege over«mnmg hun
alles zoude gegeven worden. Die y ver volghde op de woor-
den des veldt-heers , en de oude en door vele veldt-flagen
ervaren zoldaet, had zich zoo dapper in\'t inwerpen der
pijlen , dat Suetonius zeker van de uytkomft, het teken der
ftrijdt gaf En eerftlijk is het legioen vaft ftaende,en de eng-
ten der plaets tot een vefting inhoudende, nadat de
vyandt
nader aen-tredende, met een zekere worp zijn pijlen ver-
fchoten bad, gelijck als beytels-gewijs uyt-gebroken. Zoo
was ook de aenval der helpers , en de ruyter met neer-
gevelde fpietfe verbrak wat hem gemoete en tegenftond.
De andere wenden den rugh met een moeyelijke vlucht,
om dat de om-geworpe wagenen de
wegh-gangen ftopten.
En de zoldaet onthiel zich zelfnietvan vrouwen-moort.
Ook hadden de beeften,met pijlen
door-fchoten,den hoop
der lichamen vermeerdert. Plet lof, welk op die dagh ge-
hrc^cn wierd, was treflijk, en de oude overwinningen ge-
hikrWant daer zijn \'er, die zeggen, dat\'er weynigh min als
tachtentigh duvzendt Britannen geftagen zijn , omtrent
vier-hondert zoldaten gedoot, en niet veel meer gequetft
zijnde
Boudicea heeft haer leven door vergifge-eyndight.

A

K N

En Pöênius Pofthumus, overfte van \'t leger des tweeden le-
gioens, verftaen hebbende de voorfpoedt van \'t veertienfte
en twintighfte, om dat hy zijn legioen van gelijke eer be-
rooft, en tegen
krijghs-gewoonten het bevel van den veldt-
heer af-geflagen had, heeft zich zeiven met het zwaerdc
door-fteken.

Het t\'zaem-getogen legér is daer na onder velen gehou-
den, om \'t overige van den oorlogh uyt te voeren. En
Cxfat
heeft de troepen vermeerdert, gezonden hebbende uyc
Duytfchlandt twee duyzendt legioen-zoldaten, acht ben-
den van helpers, en duyzendt ruyters: door welker aen-
komft het negende legioen met legioen-knechten vervult
is. En de andere benden zijn in nieuwe winter-plaetfen
geftelt, en alles, wat van de volkeren twijffelachtigh
oit te-
gen geweeft was, wort door vuur en zwaerdt vernielt. Maer
niets quelde die géne, die zorgeloos waren, in koorn te
zaeyen, meer als de honger, midts zy voor zich beftemmen
onze toe-voeren, om altijdt den oorlogh te voeren, enzy
ncygen de overw reede volkeren langhzamer tot vrede, om
dat lulius Clafl^^cianus , den Catus tot navolger gezonden, jt^i^f^;
en mee Suetonius twiftigh , her gciDcenegoet doorbyzon-
ClaJJida-^
dere nijdt en twift vet hinderde, en had uvt-geftroyt, dat ms.
men een nieuu- e ftadthouder moeft ver^t-achten , dat men
zonder vyandige ^ramfchap en verwinners hooghmoedt,
de vervvonnen , en die zich over-gaven , moeft bezorgen.
En fchreef te gelijk in de ftadt, dat men geen eynde^van
den oorlogh verwachten zoud ,
\'t zy \'er iemandt in Sueto-
nius plaets quam j wiens tegenfpoedt hy aen zijn boosheyc
weet, en voorfpoedt aen \'t geluk van \'t gemeene beft.

Derhalven is, om de ftaet van Britannien te bezien. Po»
lycletus uyt de vry-gemaekte üaven gezonden, met groote
hoop van Nero, dat door zim aenzien nier alleen een-
dracht tuflchen den ftadhouder en * voor-zorger zoud * Troau
konnen gemaekt worden, maer ook de weêrfpannige ge- rm,
moederen der Barbaren door vrede verzachten.
En\'t ge-
brak ook niet aen Polycletus, waer door hy min met een
groote troep, moeylijk voor Italien en Vrankrijk na dat hy
over den Oceaen gevaren was, ook fchriklijk voor onze
zoldaten ging. Maer den vyanden is hy te fpot geweeft,
by dewelke ook toen de vryheyt noch ontftéken zijnde,
de macht der vry-gemaekte flaven noch niet bekent was;
èn zy waren verwondert, dat de veldt-heer, en \'t leger, vol-
eynders van zoo groot een oorlogh , der flaverny gehoor-
Zaemden. Allés wierd nochtans by den Keyzer ten beften
over-gebracht, en Suetonius op-gehouden om de zaken
uyt te voeren; doch namaels, om dat hy de fchepen op
ftrandt, en de roevers daer in verloren had, zo wierd hem,
gelijk als ofc den oorlogh noch duuren zoud, belaft hec
le-
ger
aen PetroniusTurpilianus, die nu zijn Burger-mceüer- Petromus
fchap af^geleyt had, over te leveren, als verbidlijker, en een T^rptUA\'
nieuling
in de mifdaden der vyanden , en daer door aen
haer berouw te zachtmoediger zijnde. De welke,de vyandt
niet geterght, en hy niet gemoeyc, de luye ledigheyt met
de eerlijke naem van vrede bekléedende , en alle\'t voorige
neder-geleyt zijnde, niets verder beftaende,aen Trebellius
Maximus het gebiedt over-gegeven heeft. Méxmfis

T^ u j 1 ® t , . . voor-fchoHt.

Uoch deze trager,en zonder ervarenheyt der legers zijn-
de, heeft de Provincie door zachtmoedigheyt in \'theer-
fchen in ftilte gehouden. De Barbaren hadden nu ook ge-
leert aen onze vleyende gebreken te vergeven; endetuf-
fchen-komft der burgerlijke wapenen gaf der traegheyt .
een rechtvaerdige verfchooning; doch men was niet zon-
der tweedracht: midts de zoldaet, tot krijghs-toch ten ge-
woon, door ledigheyt dartel wierd. En hy was,om zijn gie-
righeyt en vrekheyt, van \'t leger veracht en benijt. Zijner
haet ontftak Rofcius Caslius overfte van\'t twintighfte le-
gioen, eertijdtsmet hem tweedrachtigh, doch by gelegent-
heyt der burger-krijgh bitterlijker tegen elkaiider uyt-bar-
ftende. Trebellius verweet aen Ca:lius den oproer, en ver-
werden fchik van krijghs-tucht, C^lius aen TrebéUiüs hec
beroven en verarmen der legioenen, wijl onder-tüflTchen
door \'t leelijk twiften der overften , de zedigheyt van \'t heyr
bedurven wierd En
is de tweedracht zoo ver gekomen,
dat ook de zoldaten der helpers heni met fcheld-woorden
verdrijvende, en de benden zich voor Gailius verzamende,
cn
Trebellius van de vleugels verlaten zijndé, tot Vitellius
gevlucht
is. De Provincie, fchoon de Burgef-meefl:erli jke
ftadthouder verdreven was, bleef
in rufte. De overfte der

G legioe-

: ; I-I

\'r\' li

3

il

i i:

t;.

fii

E

N.

l

-ocr page 37-

r A

iegioenen hebben geheerfcht, geiijk in recht, doch Cïelius
machtiger in iet te beftaen.

Debargerlijke oorlogh tuffchen Galba, Otho, en Vitel-
lius brandende, zo is Veótius Bolanus van Vitellius in zijn
plaets gezonden. En
ook deze heeft Britannien niet door
tucht geheerfcht, maer met de zelfde flapheyt tegen de
vyanden, en gelijke
dert^lheyt des legers: behalven dat Bo-
lanus onnozel, en door geenige overlaften berucht zijnde,
liefde in plaets van aenzien verworven had: en hoewel Vi-
tellius hulp uyt Britannien gehaelt heeft, zoo vertoefde
Bolanus daer nochtans, mits Britannien noyt genoegzaem
in ruft was. Maer terftont heeft de gunft der Britannen,
aen de zijde van Vefpafianus hellende, de Provincie tot
hem getrokken, vermits hy aldaer van Claudius over het
tweede legioen was geftelt geweeft, en zich treflijk in den
oorlogh gequeten had, en heeft het zich toe-gevoeght niet
zonder beroerte van d\'andere legioenen,in welke de meefte
overften en zoldaten van Vitellius voort-getogen zijnde,
den nu beproefden Vorft anxtighlijk verwiCfelden. En de
zoldaten van \'t veertiende legioen, de temmers van Britan-
nien genoemt, van Nero uyt dit landt tot den Cafpifche
krijgh verwekt, en met Otho houdende verwonnen,zijnde
van Vitellius wederom in Britannien gezonden, zijn van
Mutianus door brieven op nieu weêr-geroepen.

Door deze burgerlijke beroerten vond men geenige
gramfchapin \'t Britanfche leger. En voorwaer geen andere
legioenen hebben door alle de beroerten der burgerlijke
oorlogen onnozelijker gehandelt, \'t zy dat zy vêr en door
de zee af-gefcheyden
waren, \'t zy zy door dikwijlige krijgs-
tochten
geleert hadden liever den vyandt tehaten. Uyt die
tweedrachten nochtans , en geduurige geruchten der bur-
ger-krijg, hebben de Britannen haer herten verheven, door
\'t aenftoken van Venufius,die boven zijn ingeboore wreedt-
heyt en haet tegen denRomeynfchen naem,door eyge prik-
kels tegen de Koningin Carthifmandua zijn vrouw ontfte-
ken wierd. Carthifmandua hecrfchteoverdeBriganten,
machtigh zijnde door edelheyt, en had haer vermogen ver-
meert, na dat zy door de Koningh Caradacus, by haer met
lift gevangen zijnde, de zege-tekenen van Keyzer Claudius
(dat fchou
-fpel, een zege-teken gelijk, waer in Caradacus
vertoont is) fcheen vereert te hebben. Van daer rijk,en door
voorfpoedt over-dadigh,haer manVenufius veracht,
en zijn
bloedtverwanten gevangen hebbende, heeft zy haers mans
wapen-drager Vellocatus ten houwlijk, en tot het Rijk
aen-genomen; zijnde door dit fchelm-ftuk haer huys ont-
roert , de genegenheyt der ftadt voor haer man, de welluft
der Koningin en der wreedtheyt voor den overfpeeler. Ve-
nufius dan hulp verzaemt hebbende, heeft door den afval
der Briganten zelf Carthifmandua in \'t uyterfte gevaer ge-
bracht. Toen hebben de verzochte hulp van de Romey-
nen , en onze benden en vleugels, de Koningin door ver-
fcheyde ftrijden uyt het gevaer verloft, het Rijk nochtans
voor Venufius, en d
\'oorlogh voor ons gelaten»

Als nu Mutianus de ftadt voor Vefpafianus heerfchte,
zoo heeft hy ïulius Agricola, tot de zijde van Vefpafianus
over-getreden, en volkomen en dapperlijk geoefFent zijn-
de,in Britannien over het twintighfte legioen geftelt,\'twelk
traeghlijk tot den eedt over-trat, alzo men zeyd, dat de af-
gaende hooft-man oproerighlijk handelde. Ook was het
den Burger-meefterlijken ftadthouderen al te machtigh en
verfchriklijk. Nocht de ftadthoüder des Schouts wäs mach-
tigh genoegh omze te bedwingen, onzeker nochtans oft by
zijn,oft by der zoldaten aert toe-quam,alzoo tot een navol-
ger , en een wreeker te gelijk verkooren zijnde, heeft door
een zeer zeldene matiging, liever willen fchijnen goede ge-
vonden als gemaekt te hebben. En hoewel
Vedius Bolanus
toen over Britannien zachtelijker, als \'t voor zoo woeft een
Provincie voeghde, heerfchte, zoo heeft Agricola nochtans
zijn macht gematight, en zijn yver getoomt, cp dat zy niet
te zeer groeyde, ervaren zijnde in \'t gehoorzamen, en ge-
leert het nutte met het eerlijke te vermengen.

Maer als VefpafianusmetdeoverigewereltookBritan-
nien verkregen heeft, zoo waren de veldt-overften groot,
de heyren treflijk, de hoop der vyanden kleyn: enPetilius
Cerialis heeft terftont de fladt der Briganten, welke gezeyt
wordt de volk-rijkfte van de geheele Provincie te zijn, een
fchhk aen-gejaeght, aen-gegaen hebbende vele en zomtijts
geen onbloedige veldt-flagen; en heeft een groot deel der

R

B

VeBtus Bö-
hams vser-
ßhout.

Carthif-
mandua.

Veßoißanus
Keyz.er,
JHUhs
\' ui^icola
overße van
hettwintig-
fie legioen. •

Teülim

Ceridis
vsorfchoUt,

N N ï È N.

Briganten oft overwonnen, oft beoorloght. En hoewel Ce-
rialis de zorgen eer voor een ander navolger bedekt had,
zoo heeft nochtans ïulius Frontinus een groot man,zo veel
MmsFron-
hem geoorloft was , zijn laft gedragen, en heeft het kloeke
en ftrijdtbare volk der Siluren door wapenen t\'onderge- \'
bracht, hebbende boven der vyanden dapperheyt ook der
plaetfen moeylijkheden over-worftelr. Dezen ftaet van Bri^
tannien,en deze beurtigheden van oorlogen, heeft Agrico-^ Mim
la,nu in \'t midden van de zomer
over-gevaren,gevonden,als Agricola.
de zoldaten, de krijghs-tochten als na-gelaten hebbende, voorfchodt.
tot zorghloosheyt, en de vyanden tot gelegentheyt gekeert
wierden. De ftadt der Ordovicen had ni et langh voor zijn
aenkomft een vaendel, op haer grenzen gelegert, byna ge-
heel vernielt: en door dat begin is de Provincie opgewekt,
als die na oorlog graeghde, een voorbeeldt te toonen,oft op
hetgemoet van den nieuwen ftadthoüder te verbieden.

Toen heeft Agricola, hoewel de zomer door-gebracht,
de menighte door de Provincie verfpreyt, by den zoldaet
dat jaer ruft, welke traegh en recht-ftrijdigh is voor die den
oorlogh beginnen zal, vermoedt was, en by Zommigen beft
fcheen de plaetfen,daer men voor vreefde te bewaren,voor-
genomen \'t gevaer tegen te gaen: en heeft met de by-een-
getoge vaendelen der legioenen , en een tamelijke macht
van helpers, om dat de Ordovicen niet durfden op \'t vlakke
veldt komen, hy zelf voor de troep , op dat de anderen in
een gelijk gevaer, een gelijke moedt mochten hebben, zijn
flagh-orde geftelt: en bykans het gantfche volk verflaen-
de, niet onbewuft dat men de eer vervolgen moeft, en na \'t
eerfte vergaen was het alzoo alles zoud gelukken, heeft in
zijn gemoedt befloten het eylandt Mona, van welx bezit ^^^
Paulinus, als ik voor verhaelt heb, door de weêr-fpannig- ^
ö»^«
heyr van gantfch Britannien geweert vvas,onder zijn gewek
te brengen.

Maer vermits, in die twijffelachtige raedt-flagen, zy ge-
brek van fchepen hadden, zo heeft het overlegh en de flant-
vaftigheyt van den krijghs-overfte haer overgevoert: alle
pakken af-geleght hebbende,heeft hy de uyt-gelezenfte der
helpers, dien de ondiepten bekent waren , en het vaderlijk
gebruyk van zwemmen hadden, waer door zy te gelijk haer
zelf, haer wapenen en paerden wiften te ftieren,zo fchielijk
op-gezonden, dat de vyanden, die de vloot, die fchepen,die
de zeeverwachteden, verbaeft zijnde, geloofden dat\'er
voor alzoo ten oorlogh komende, niets te zwaer oft onwin-
lijk was. Alzo vrede eyfTchende, en haer eylandt overgege-
ven, wierd Agricola groot en heerlijk geacht: als dien, eerft
in de Provincie komende, den arbeyt en \'t gevaer behaegh-
de, daer d\'andere haer tijdt met vertooningen en begeerten
van ampten door-brachten.

Ook heeft Agricola zijn voorfpoedt niet tot ydelheyt
gebruykt, hy noemde een krijghs-tocht en zege, de over-
wonne in toom gehouden te hebben: hy heeft zelf door
geen laurieren zijn daden vervolght, maer heeft door het
veynzen van roem,zeif zijn roem vermeert:want men over-
woogh, dat hy door groote hoop van \'t toekomende, zoo
groote dingen verzwegen had. Voorts voorzichtigh in de
gemoederen der Provincie, en door anderer ondervindin-
gen geleert, dat men weynigh door wapenen vorderde, zoo
daer overlaft volghde, heeft d\'oorzaken der oorlogh voor-
genomen uyt te roeyen, van zich en de zijnen beginnen-
de, heeft eerft zijn huys bedwongen , dat by velen niet min
zwaer is , als een Provincie te heerfchen: niets verhandelde
hy van de gemeene zaek door vryelingen en flaven, hy nam
geen zoldaten aen door eyge gunften, nocht door\'t voor-
dragen en bidden der overften , maer die de befte was hield
hy voorden getrouwften. Alles wifthy, niet alles voerd
hy uyt: aen kleyne zonden verleend hy vergevingh, aen
groote ftraf heyt: en was niet altijdt met ftraf, maer dikwijls
met berouw vernoeght. Over ampten en bedieningen
ftelde hy liever die niet zouden zondigen, als die , gezon-
dight hebbende, hy moeft veroordeelen. De dierte van \'t
koorn en verhoogingh der fchatten, verzachte hy met de
even-gelijkheydt der gefclienkenbefnoeyende\'t gene tot
de woeker gevonden, en derhalven ondraeghlijkerals de
fchatting zelf was. Want men dwong het volk ten fpot te
zitten voor de geflote koorn-fchuuren , en
\'t koorn aldaer
ten dierften te koopen, en weder om geldt te verkoopen. la _
men wees haer verre om-wegen, en wijdtgelege landen,
zoo
dat de mwooners het van de naefte winter-legers in ver-

fchoven

-ocr page 38-

B R À N N t

fchôveti en ôngelege plaetfen vervoerden, tot dat \'t gecii
yder gereedt,voor weynigen voordeeligh was. Dit ailes ter-
flont in \'t eerfte jaer betoonende, heeft hy den vrede met
een trelïelijke eer-naem omringt, de welke oft door de
zorghloosheydt,oft door de ooghluyking der voorigen niet
min als d\'oorlogh gevreeft wierd.
Fefpafams Op deze tijdt fturf Vefpafianus, den welken Valèrius
doot. Flaccus, om deze overwinningen der veldt-overften, en
zijn eygen dapperheydt onder Claudius, aldus prijft :
Tuque 0pelagi qui major aperti
Fama, Caleàoniuspojiquam tua carbafa vexit
Oceanus, Phrygios prius indignât us J\'ùlos.
Titus Maer als die weerelts liefde Titus zijn vader navolghde,

KejTjr. zoo heeft Agricola, als de zomer aen quam, zijn leger by-
een-getogen hebbende, de zedigheydt der zoldaten in de
troep geprezen, en de verftroyde t\'zaem-gedwongen : zelf
nam hy de plaetfen in voor de legers , en onder-zocht zelf
de broeken en boftchen : en liet onder-tuflchen den vyant
geenzins in ruft, op dat hy te min door fchielijke uyt-lopen
overvallen en berooft wierd: en als hyze genoegh verfchrikt
had, zoo toonde hy hun met verfchoonen weder aenloxe-
len van vrede. Waer door vele fteden, die tot dien dagh in
twijffel
geftaen hadden, haer gramfchap af-geleght, en gij-
zelers gezonden hebben, en met garnizoenen en kafteeïen
verfterkt zijn. En dat alles met zoo groot een voorzich-
tigheydt en zorgh,dat hy geen te vooren nieuwen hoek van
Britannien ongeterght heeft gelaten.

De navolgende winter is met heylzame raedtflagen door-
gebracht , want op dat de menfchen verfpreyt en woeft, en
derhalven licht bewogen ten oorlogh, door welluften tot
ruft en ledigheydt gewenden, zoo heeft hyze byzonderlijk
vermaent en opentlijk geholpen, dat zy kerken maekten,
en huyzen bouden, denaerftige prijzende,detraegebeftraf-
fende. Alzoo was de navolging van eer, zoo veel als noot-
zaeklijkheydt. Voorts deed hy der woeften kinderen in de
vrye konften onder-wijzen, en prees de verftanden der En-
gelfen, in \'t leeren, boven de Franfen,zoo dat zy,die te voo-
ren de Roomfche tael verachteden, nu na de welfpreken-
heydt gracghden. Dies hiel men ook onze dracht en klee-
ding in eer, en wierd de tabbart gemeen. En men is allenx
vervallen tot de verloxelen der gebreken, tot galderyen,
badt-ftoven en uytmuntentheden der maeltijden.En \'t zel-
ve wierd by d\'onervarenemenfchelijkheydtgenoemt, daer
\'t een deel van flaverny was.

In \'t derde jaer van zijn krijghs-tochten, wierden\'er nieu^
we volkeren ontdekt, de volkeren tot aen Taus , een broek
^^^ ^Th ^Izoo genoemt,verwoeft zijnde. Door welke verfchrikking
moerajc . ^^ vyanden vervaert zijnde, hebben zijn leger, fchoon door
veel wreede ftormen vermoeyt,niet durven aen-taften.
Zoo
dat zy tijdt hadden om \'er eenige kafteelen te bouwen. De
ervarene merkten aen, dat geen ander krijghs-overfte de
gelegenheden der plaetfen wijflijker verkoos,want geenigh
kafteel is \'er by Agricola gebouwt,
dat oft door \'t gewelt der
vyanden verwonnen is, oft door verdrach en vlucht verla-
ten. Dikwijls viel men uyt
j want tegen \'t vertoef van een
belegering, wierden zy door jaerlijkfche overvloetbeve-
ftight. Alzoo was\'er de
winter onfchriklijk, en yder zich
zelf een genoeghzame lijf-fchut,de vyanden te leur geftelt,
en dies
wanhopigh zijnde, om dat zy, gemeenlijk plegende
de fchaden van den zomer met winterfche uytkomftcn te
boeten, toen \'s zomers en \'s winters even zeer verdreven
wierden. En noyt heeft Agricola de daden, door andere
- begaen, greetighlijkonderfchept,
en\'t was hooft-man oft
hop-man, hy had altijdt aen hem een onverdurve getuyge
van zijn daedt. By zommige wierd hy gezeyt te bitter in
\'t
bcfchelden te zijn, maer gelijk hy den goeden goedertie-
ren , zoo was hy ongenoeghlijk tegen de boozen. Voorts
was\'hv niet al te haeftigh, en te op-loopend in gram-
fchap.\'
En men behoefde voor zijn achterdocht, en zvvij-
r p^en niet te vrezen. Hy achte eerlijker het bcftraffen als het
haten.

De vierde zomer is ver fleren met m te houden, t gene
hv af-eelopen bad, en had het de dapperheydt des legers ,
\' de\'heerlijkheydt van dc Roomfche naem verdragen.

menliad in Britannien zelf een eynde gevonden. Want zy
\'iin door een groote inwijk der
zee na Glota en Bodotria
sevären die meteen enge landt-ftreekvan eengefchey-
den werden,
welk toen met bezetting verzekert wieri:: ^

al de naefte inwijk wierd ingehouden, de vyanden als in een
ander éylandt geweert zijnde. In \'t vijfde jaer zijner krijghs-
tochten heeft hy, met het eerfte fchip over-gevaren, de vol-
keren, die tot noch toe onbekent geweeft waren, door dik-
wijlige , en te gelijk voorfpoedige veldt-flagen getemt : en
heeft dat deel van Engelandt, dat na lerlandt light, mee
krijghs-hoopen bezet, meer op hoop, äls uyt vrees. Midts
lerlandt in \'t midden tuflchen Britannien en Spänjen gele-
gen , en ook bequaem voor de Franfche zee, groote en on-
derlinge dienften aen \'t fterkfte deel des Rijx doen kon.
Zijn ruymte, by Britaiinien geleken, is kleyn \'er, doch gaet
alle eylanden van onze zee te boven. De aerde, lucht, de
verftanden en zeden der menfchen, verfcheelen weynigh
van Britannien. De aenkomften én havenen zijner door
den handel en koop-lieden beter bekent. Agricola had een
van de Koninxkens van dat volk, door inwèndigh oproer
verdreven, ontfangen, en hield hem door fchijn van vrient-
fchap tot gelegentheydt. Ik heb dikwijls van hem gehoorf,
dat lerlandt door een legioen en tamelijke hulp kon over-
wonnen en behouden worden. En dat het tegen Britan-
nien ook zeer vorderlijk zoud zijn, indien de Roomfche
wapenen over al waren, en de vryheydt als uyt het gezicht
wech genomen.

Om deze tijdt ftcrft Titus, die óm deze dingen, kloek- Tmsßerfi,
lijk
van Agricola uyt-geVoert, de x V Keyzér genoemt is ,
\'c welk Xiphilinus fchrijfc, en een oude penning getuyghr.
Onder Domitianus heeft
Agricola in de 2omer,al^hct zefte
jaer van zijn ampt begon ,
(een wijdduftige ftadt, tegen over
Bodotria gelegen, verdacht zijnde, om dat men vreefdc
eien al-gemeenc beroerte van de verder-gelege volkeren, en
door een vyandigh leger onveylige wegen) de havenen met
een fcheeps-vloot verfpiet : welke van Agricola eerft
toe
een deel van zijn kracht aen-genomen zijnde, zoo volghde
hy met een fraye gedaente, waer door de oorlogh te gelijk \'\'
te water en te lande wierd aen-gedreven , en dikwijls in een
leger voet-knechten, ruyters, en bootsgezellen , zijnde in
een hoop en blijdtfchap gemengt,
Verhief yder zijn daden
en gevallen^ zoo dat nu de diepten der bofTchen en bergen,
nu de tegenfpoeden der ftormen en baren, van hier \'t landt
en de vyandt,van hier de gezwolle Oceaen met een krijghs-
boging vergeleken wierd. Ook verbaefde onze geziene
vloot de Britannen, gelijk men uyt de gevangenen ver-
ftond, even als of, het geheym van haer zee ontdekt zijn-
de , de laetfte toevlucht voor de verwonne gefloten wierd.
De volkeren, die Caledonia bewoonden, ter oorlogh en toc
de wapenen
gekeert zijnde, hebben met een groote toe-
rufting , en groote naem, als
\'t gemeenlijk met onbekende
dingen gaet, ons Van zelfs bevochten ^ en onze kafteelen
aen-gerant, zoo
dat zy donzen, als beroepers van den
ftrijdt, verfchrikten : en eenige flaphertigen vermaenden
onder
den fchijn van yoorzichtigheydt, dat men wederom
zoud keeren aen d\'andere zijde van Bodotria, en hever wij-
ken eer men verdreven wierd; als hy onderwijlverftond,
dat de vyanden met meer troepen zouden aen-vallen. En
op dat zy niet door een grooter getal, en ervarentheydt der
plaetfen omringt wierden, zoo is hy , zijn leger in drie dee-
len gedeelt hebbende, tegen haer aen-getogen.
\'c Welk als
den vyandt bekent
was, zoo hebben zy, fchielijk van raedc
veranderende, alle te zamen het negende legioen , als het
-zwakfte, by nacht
aen-gegrepen,en de wacht,tuflchen flaep
en vrees
verflaende, overrompelt. En zy vochten alreê zelfs
in de
leger-plaetfen i als Agricola, de wech der vyanden van
de verfpieders geleert, en op haer
voet-ftappen haer na-ge-
volght hebbende, de fnelfte der ruyteren en voet-knechten
gebiedt, de vechtende vyandt van achteren in te houwen,
en
terftont daer toe van yder een gefchrey te maken, en
daer op glinfterden onze vaendelen met het naefte dagh-
licht. De Britannen wierden alzoo
door een tweezijdigh
quaet verfchrikt j en de Romeynen kregen wederom moed,
en, nu zeker van haer
behoudenis, ftreeden om eer. Ia zy
vielen van zelfs uyt. En de ftrijdt was
zeer wreedt, zelfs in
de engten der poorten , tot dat de
vyanden verdreven zijn ,
beyde legers ftrijdende, deze om te fchijnen geholpen re
hebben, en die als geen hulp gebrek gehad te hebben. Zoo
dat,indien zy,in moeraflTchen en boftchen vluchtende, zich
niet verborgen hadden, men zoud met die overwinning uyt
geoorloght hebben. Door welx ftantvaftigheydt eiï eer ons
legergemoedightzijnde,riepen : dathaererdapperheydt

mets

-ocr page 39-

z^ B R I T A N N i E N.

riiets in (Ie wech was, dat men iiaCaiedonien moeft door- En ai\'t onbekende is als heerlijk. Maer verder zijn\'er geen
dringen, eneyndlijk,
door een geduurige loop van veldt- volkeren, niet als baren cn fteen-klippen : en inwcndtgh
flagen,
het eynde van Britannien vmden : enzy, die wey- eenige Romeynen. Welker hovaerdy ghy te vergceffch door
nigh te vooren zoo wijs en
voorzichtigh waren, waren na gedienftrgheydt en zedigheyt ontvlieden zult, die rovers der
de uyt-komft vaerdigh en groot-fprekend. Dit is een zeer weerelt, na dat hun, alles verwoeftende, \'t landt ontbrak,
onrechtvaerdi^e wijs in den oorlogh, het voorfpoedige ey- doorftiuftelcn de zee : is dc vyandt rijk,
zy zijn gierigh: is
gent zich een vder toe, het tegenfpoedige wordt aen een hy arm, zy zijn eer-giedgh, die nocht het ooft, nocht het
alleen verweeten. Maer de Britannen, wanende niet door weft verzadight
heeft : zy alleen begeeren met een gelijke
dapperheydt, maer door gelegenheydt en lift des krijghs- genegentheydt alle rijkdommen en ar moedt : zy fteelen,
overften
overwonnen té zijn,lieten door hooghmoedt niets moorden,ioven door valfche namen het Rijk s en als zy \'t al
na, om haer jongmanfchap te wapenen, haer vrouwen en verwoeft hebben, zoo noemen zy \'t vrede. Dat kinderen en
kinderen op verzekerde plaetfen te brengen, de t\'^zamen- bloedtverwanten aen yder liefft zijn,heeft dé natuur gewilt;
zweeringei^ der fteden door vergaderingen en oftérhanden deze worden door uytkiezing, om elders te ftovcn,wech ge-
te
vereenigen. En alzoo is men ten weer-zijden met opge- rukt. Onze huysvrouwen en ziifters, en zoo zy de vyandi-
hitfte gemoederen gefcheyden. ge luft ontvlieden, worden onder de naem van vrienden en

In de zelfde zomer, heeft de bende der Vfipiers, in gaften gefchent. Onze goederen en rijkdommen brengen
Duytfchlandt aen-genomen, en in Britannien over-gezon- zy tot fchatting, en ons koorn tot voor-raed j onze licha-
den, een groote en gedenk-waerdige daet beftaen. Den men zelfs en handen verftijten zy met boftóhen en broeken
hooft-man en de Soldaten, die, onder de rotten niet ge- te fterken, en mengen er flagen en fmaet-woorden onder,
mengt zijnde, gehouden wierden als een voorbeelt en als Dc flaven, tot dienftbaerheydt gebooren , worden eens ver-
heerfchers om alle tucht te onderhouden, gedoot hebben- koeht,en worden van haer heeren van zelfs gevoed. Britan-
de, zoo hebben zy drie jacht-fchepen,de fchippers gedwon- nien koopt en voed haer flaverny dagelijx.
En gelijk in een
gen
hebbende, beklommen: en \'t een ontroeyende,de twee huys de nicuwfte der flaven ook zijn medc-ftaven ten fpoc
andere verdacht, en daerom gedoot,en
\'t gerucht noch niet is j alzoo worden wy in deze oude dienftbaerheydt der wee-
verfpreyt zijnde,zoo zijn tot een wonder voort-gevaren: en relt, als nieu en flecht, tot verwoefting gezocht. Want wy
voorts herwaerts en dcrwaerts gedreven, én met zommige hebben geen akkers, oft metalen, oft havenen, om tot onze
Britannen, die \'t hare befchermdén, geftreden hebbende, bewaring te mogen gebruykt werden. Voorts is de kloek-
dikwijismetwinft, en zomtijdts met verlies, zijneyndlijk heydt en dapperhcyt der onderdanen onaengenaem aendc
zoo tot het uyterfte van armoedt geraekt, dat zy de zwakfte hcérfchers: en de vergelegenheydt en geheymheyt, hoe zy
vandeharen,
enna ookdie\'tlothaertoeleyde, gegeten zekercr is, hoe zy verdachter is. Zoo dan de hoop van ge-
mtrnnk» hebben.
En alzoo condtom Britannien gevaren, endoor nadc wech genomen zijnde , grijpt eyndlijk een moet, zoo
rnigevAun. onervarenhey t van ftuuren de fchepen verboren hebbende, wel die zijn behoudenis, als die zijn eer liefft heeft. Dê Tri- T>e Trm^
wierden zy voor zee-rovers gehouden, en eerft van de Sue- nobanten hebben onder\'t beleyt van een vrouw een Nieuw-
hamen.
ven, en na van de Vriezen gevangen. En daer zijn er ge- ftadt af-gebrant; de legers Overwcldight j,en zoo haer geluk
weeft, die door verhandelingen verkocht, en tot op onzen niet in zorghloosheydt gekeert had, zy mochten
\'t jok af-
oever, door de wiflèling der kopers, gevoert zijnde,het aen- gefchut gehadt hebben
j wy, die noch geheel en ongetemt
geven van zulk een geval grootlijx vereert heeft. zijn, cn die de vryheydt niet in \'t tegenwoo rdige zullen ha-

In \'t begin van den zomer heeft Agricola, door een huys- len, laet ons terftont in deneerften aenval betoonen, wat
lijke wonde geflagen, zijn zoon, die\'t jaer te vooren geboo- mannen Caledonien voor fich behouden heeft. Gelooft
ren was, verloren. Welk geval hy nocht cergierighlijk, als ghy, dat de Romeynen even zulke dapperheydt in den oor^
zommige kloekmoedige mannen , nocht met klagen en logh hebben, als zydertelheydt inde vrede gebruyken? Zy
droef heydt vroulijk gedragen heeft. En in droef heyt was zijn vermaert door onze twiften en tweedrachten, de gebre-
de oorloogh een van zijn genees-middclen. Hebbende der- ken der vyanden wenden zy tot eer van haer heyr,Het welk
halven de vloot voor uytgezonden, de welke, op veel plaet- uyc verfcheyde
volkeren vergadert zijnde, gelijk \'t dc voor-
fen rovende, een groote en onzekere fchrik zoud maken, is\' fpoedc by een houdt,, zoo zal \'t de tegenfpoedt verftroyen :
hy met een ervaren leger, waer by hy de kloekftc, en door \\ zy dat ghy meent, dat de Franft:hen, en Duytfchen, en, ik
een lange vrede beproefde Britannen gevoeght had, aen fchaem \'t my te zeggen, eenige Britannen , aen een vreem-
den bergh Grampius gekomen, waer op de vyanden alreê de hecrfcbappy haer bloedt leenende, en nochtans langer
geleert waren. Want de Britannen gantfch niet gebroken Vyanden dan flaven geweeft zijnde, in trou en toe-geneden-
door de uyt-komft van den
voor-gaenden ftrijdt, en wraek heydt zullen byeen blijven : daer is maer vrees en fchrik,
oft flaverny verwachtende, cn eyndlijk geleert het gemeen onkrachtige banden van liefde : de welke als ghy wech ge-
gevaer door eendracht af te wecren , hadden door gezandt- daen hebt, zoo zullen zy, die nu op-gehouden hebben te
fchappen en verbonden de macht van alle fteden op-gew ekt. vreczen, beginnen te haten. Alle op-wekkingen der zege
En men zagh alreê over de dertigh duyzendt gewapende
zijn voor ons : geenige vrouwen ontftekendcRomevnén:
mannen, en noch quam haer alle jongmanfchap by, en ook geenige ouders zullen haer de vlucht verwijten : en zommi-
die noch een harden en groenen ouderdom hadden, en die, ge hebben oft geen vader-landt, oft een ander. De Goden
vermaert in den oorlogh,yder zijn cercn-roem droegh. On- hebbenze, weynigh in getal, en rondtom door onweten-
der al haer hooft-mannen muntte uyt in dapperhcyt cn ge- heydt bevreeft zijnde, en den hemel zelfs, de zee , de bof-
Gdunus. klacht een, die Galganus genoemt was, de welke byde Ichen, en alles onbekent aenfchouwendc.eenighzinsbeflo-
t
\'zaem-gcraepte en ftrijdt-begerende menighte, aldus wordt ten en verwonnen in onze handen gelevert. Lact u geen
gezeyt gefproken te hebben : ydel aenzien, nocht de glans van gout oft zilver, dat nocht

Zoo dikwijls als ik de oorzaken der oorlogh, en onze dekt,nocht wondt,verfchrikken. In de flach-orde der vyan-
nootzaeklijkheydt befchouw, zoo heb ik \'er grooten moedt den
zelf zullen wy onze handen vinden. De Britannen zul-
toe, dat de hedigen dagh,
en uw eendracht het begin zal zijn len haer zaek bekennen.De Franfchen zullen aen haer voo-
van de vryheydt van geheel Britannien. Want alle zijt ghy rige vryheyt gedenken,en de andere Duytfchen zullen haer
noch van flaverny bevrijt : daer geen landt vorder, ja zelfs af
-vallcn,gelijk haer onlanx de Vfipiers verlaren hebben. En
geen zee verzekert is, wijl ons de Roomfche vloot over- voorders is er niets te vrezen, de fterkten zijn ledigh, en de
komt. Alzoo zijn de wapenen en ftrijden, die den kloeken
Nieuw-fteden met oude mannen bezet ^ de veftingen zwak
eerlijkft zijn, ook den vertfaeghden zekcrft. De voorige en tweedrachtigh tuflchen quadc gehoorzamcrs, en on-
flrijden, waer door met verfcheyden avonturen tegen dc rechtvaerdige gebieders. Hier is de veldt-heer, hier is hec
Romeynen geftreden is, hebben haer hoop en toe-vlucht heyr. Daer zijn de fchattingen, en de metalen, en andere
in onze
handen gehadt: om dat wy , de edelfte van gantfch ftraffen der dienftbaren, de v/elke in dit veldt oft in der eeu-
Britannien, cn derhalven in\'t binnenfte des landts gelegen wigheyt te verlengen,ofterftont te wreken zijn.Gaende dan
zijnde, en der dienftbaren ftranden niet aenziende , onze in den flagh, gedenkt aen uw voorouders en nakomelingen,
oogen ook van de fmet der heerfchappy ongefchent had- Zy hebben deze reden moedighlijk ontfangen , en na de
den. Ons, die de uyterfte der weerelt en der vryheydt zijn , wijs der Barbaren met zingen, krijflchen, en wanftemmigh
befchernit het vertrek, en d\'inwijk van\'t gerucht zelfs tot roepen. Alrec zach men de troepen, cn\'tglinfterender
op dezen dagh. Nu ftaet het eynde van Britannien open. wapenen door \'t voorlopen der ftoutften,en wierd de flagh-

orden

-ocr page 40-

s- 1,

4 i!

N N I E N.

T

B R

Z7

t>rdcn te gelijk acngeftelt, als Agricola, hoewel hy tot noch
toe wift dat
zijn zoldaet blijde, Cn door vermanen qualijk te
weerhouden was, aldus geredent heeft:

\'t Is nu \'t achtfte jaer, fpits-broeders, fmt dat ghy door dc
klockheydt, cn \'t bcléydt des Roomfchen Rijx, door uw
trou en arbcyt, Britannien overwonnen hebt; hier toe zijn
zoo veel krijghs-tochtcn , zoo veel veldt-flagcn, \'tzymet
klocckmoedighcydt tegén de vyanden, \'t zy met lijdt-
zaemhcydt cn arbeydt bykans tegen de dingen der na-
tuur zelf, van nooden gewecfl:. En ik heb my der zoldaten,
cn ghy u des veldt-hcers niet gefchaemt. Derhalven uyt-
gegaen zijnde, ik buytcn der oude ftadthoudcrs, ghy buy-
tcn der voorige heyrkrachten palen, zoo dat wy het cynde
van Britannien, niet door een ydel gerucht cn geroep, maer
door onze legers cn wapenen in hebben. Britannien is ge-
Vonden cn verwonnen. Dikwijls hoord ik in den troep, als
udcmoeraflchcn oft bergen en rivieren vcrmocyden, dc
ftcm van yder kloekhertighftc: Wanneer zal ons de vyant,
wanneer haer flagh-orde gctoont worden ? Nu komen zy
iiyt haer fchuyl-plaetfen uyt-geborfl:en : en uw wenfchcn
\'cn dapperheydt is in \'t opene, cn alles tot dc winnaers ge-
3ieyght,en infgciijx den verwonnen tegen. Want gelijk het
Voor \'s handts zeer fchoon en heerlijk is, zoo veel weghs af-
gcleght, zoo veel boffchen door gaen, en zoo veel watren
övcr-gekomen tc hebben ^ alzoo zijn
de zelfde dingen, wel-
ke heden voorfpoedighfl: zijn, den vluchters allergevaer-
lijxt. Want wy hebben nocht dc zelfde kennis der plaetfen,
nocht dc zelfde ovcrvloedt van toe-voeren : maer handen
cn wapenen,en hier in alles. Wat my aengact,ik heb al lang
by my befloten, dat nocht des hcyrs, nocht des veldt-hcers
ruggen zeker zijn; derhalven is een eerlijke doot beter als
een fchandlijk leven, cn de behoudenis en eer zijn op de
zelfde plaets gelegen. Ook zal
\'t niet onhecrlijk zijn, aCn
\'t cynde der weerelt eh der natuur verflagen te zijn. Indien
nieuwe volkéren, cn een onbekende flaghorde voor u ftont,
ik zoud u door anderer hcyren voor-beelden vermanen:
over-lcght nu uwe eeren, cn vraeght uw eyge oogen. \'t Zijn
de zclfde,dic ghy \'t nacflic jacr,als zy een legioen by \'t hcym-
lijk van de nacht aen-gcrant hadden, met roepen Verwont:
deze zijn
vlucht-recdtfl: van alle dc andere Britannen, en
daerom zoo lang overigh. Gelijk van die gene, die de bof-
fchen en beemden door-jaéght, de fl:erkfl:c dieren door
klockhcydt cn kracht, dc vcrtfaeghde en vrecs-achtige al-
leen door\'t geroep van den hoop verdreven worden j zoo
zijn de kloekfte der Britannen nu al lang verflagen^het ovc-
righ getal is niet als van bloodc en vrecs-achtige. Die ghy
daerom laetft gevonden hebt,om dat zy noyt flant gehouden
hebbcn,macr zijn de laetflc tVaem-geraept,cn door de uyc-
terfte vreeze haer lichamen op deze plaetfen, op dat ghy in
haer een heerlijke
Cn fchoonc overwinning zoüd re wege
brengen.
Volbrengt nu uw tocht, zet op de vijftigh jaren
een
grooten dagh; betoont aen \'t gemeene beft:,dat men aen
\'t heyr noyt oft \'t vertoeven van den krijgh, oft de oorzaken

der oorlogen verwijten magh. ■

En terwijl Agricola noch fprak, zoo bleek den y ver der
zoldaten, cn op het cynde der reden is een groote wakker-
heydt gevolght, cn terftont liep men tot de wapenen ^ op-
echitft en vaerdigh zijnde om aen te vallen, zoó heeft hyze
alzoo in orde geftelt,dat de hulp der
voet-knechten,die acht
duyzent waren , de middélfte flagh-orde bevcftighden 5 en
drie duyzent ruytcrs de vleugels befloegen. De legioenen
ftonden voor dc bolwerken, cn\'twas ccn groote eer voor
zijn zege, dat hy zonder Roomfch bloedt oorloghde, maer-
ze tot ontzet hiel als de andere verdreven wicrden.Dc flagh-
orde der Britannen ftond te gelijk, en ten toon en tot fchrik
op de verhevene plaetfen. Zoo dat de eerfte troep op het
vlakke veldt,de andere tegen \'t fteyl des bcrghs allenx opre-
zen,-het midden van \'t velt vervullende de zeynwagenaer,en
ruytcr met gedruyfch en geren. Agricola toen door dc over-
treffende mcnighte der vyanden bcvreeft,dat zy dc zijne van
voren,cn van ter zijden mochten bevechten,heeft zijn ben-
den wijder verfpreyt, hoewel de flagh-orden verder uytrey-
ken moeft,en hem zommige vermaenden ook de legioenen
voort tc halen, cnvaerdiger tot hoopenftantvaftighintc-
eenfpoet, verliet zijn paert en ftond te voet voor de vanCn.

En in den eerften aenval ftrced men van vêr. DeBritan-
nen wiften tc gelijk door ftantvaftigheyt cn door kunft, met
haer groote zwaerden cn korte lederen fchildcn, de werp-
pijlen van d\'onzen t\'ontwijken, oft af tc fchutten, en zelve
een grooté hoop van pijlen over te werpen : tot dat Agrico-
la drie benden
Van Bataviers, cn twee van Tungeren ver-
maent heeft, dat zy de zaek tót dé zwaerden cn handt-gc-
meen zouden brengen. \'tWclk voor haer door de oudt-
heydt des krijghsgcoeffent, cn voor de vyanden, kleyne
fchildenen ongefchiktezwaerden dragende, zeeronheb-
lijk was. Want der Britannen zwaerden, zonder fpits, ver-
droegen nocht begrijp der wapenen,nocht in een opén vele
den ftrijdt. Als dan de Batavieren handt-gemeen wierden,
Cn begonden in den hoop tc flacn,met haer fchildcn tc ftoo-
ten, de aenzichtcn te fchendcn , en die op \'t vlakke ftonden
wech trekkende, de flagh-orden op de heuvels te richten,
zoo hebben dc andere , door wan-gunft en drift daer onder
gcmengt, al die haer naeft waren verflagen : en zommige
wierden half doot oft noch gezont door \'t verhaeften van de
overwinning verlaten. Onder-tuflchcn vlooden de benden
der ruyters, en mengden dc zeyn-wagcnaers zich in den
ftrijdt der voet-knechten : cn hoewel zy een nieuwe vrees
aén-brachten,zoo wierden zy nochtans door de dikke hoo-
pen der vyanden, cn dc onevene plaetfen op-gehouden: en
dit had geenzins de gedaente van een ruyter-ftrijdt, wijl zy,
op de trap ftaende , te gelijk door de lichamen der paerden
wierden voort-gedreven. En dikwijls liepen de woefte wa-
gens, cn de verbaefde paerden zonder hcerfchcrs,na yder dc
fchrik dreef, op al die haer dwars en tegen waren. En de
Britannen, die noch geen ftrijdt verzocht hebbende, op
\'t hooghftc der heuvelen gelcgert waren, cn ledigh zijnde,
dewcynightevand\'onzenverachteden, zijn allenxnedér-
gedaelt, cn begonden de verwinners van achteren te omrin-
gen : \'t welk zy zouden volbracht hebben, had Agricola,
\'t zelve vrezende, geen vier vaendelen van ruyters, tegen
eenigh fchielijk geVal der oorlogh achterhouden, dc kom-
ftige tegen geftcltj en haer, hoe vreeflijkcr aen-gedrongen,
hoe dapperder in de vlucht gedreven, verftröy t. De raedt
der Britannen alzoo op haer zelvcn gekeert, cn de vleugels
op \'t gebodt van den veldt-heer van voor de vechters over-
gevocrt zijndc,zijn op dc af-gewendeflagh-orden der vyan-
dén aen-gevallen. Toen zagh men op die opene plaetlèn
ccn groot en wreedt fchou-fpcl van vervolgen, wonden,van-
gen, en dc zélve, andere voor-komende,te dooden. Nu ga-
ven de hoopcn der gewapende vyanden, na yder van aerde
was, aen weynigen haer ruggen ten beften, eenige öngcwa-
pcnt zijnde vielen van zelfs jCn begaven zich ter doot. O vee
al zagh men wapenen, lichamen, gcfcheurde leden, èn een
bebloede aerde : en zomtijdts ook by den verwonnen gram-
jfchap en dapperheyt : die, als
zy de boflchen genadert wa-
ren, verzamelt zijnde, de voorfte der volgers, onvoorzich-
dgh
,en der plaetfen onbewuft zijnde,omringden.Hct welk,
indien de over-al-naerftigc Agricola niet bevolen had eeni-
ge wakkere cn vaerdige benden de engfte plaetfen, op de
wijs van een jachtring, te door-fnuffelen, een deel ruyters
haer paerden te verlaten, en den ruyter de dunfte boffchen
te doorrennen, ons door al tc groot vertrouwen eenige
wonde zoud aen-gcbracht hebben. Voorts als zy zagen,dat
de onze, in vafte orde geftelt, hun wederom vervolghden,
keerden zy op de vlucht, niet met troepen als cerft, noch
d\'éen na den anderen omziende,macr verftroyt Cn voor eik-
anderen vluchtigh , zochten Verre, en af-wcgige plaetfen.
De nacht cn \'t vernoegen was een eyndt van \'t vervolgen.
By dc tien duyzendt van de vyanden , hondert en veertigh
van d\'onze zijn\'er verflagen,waer onder Aulus Atticus,over*-
fte van ccn bende, zijnde door de vierighcydt zijn \'er jong-
heydt cnde wocfthcydt zijns paerts onder de vyanden ge-
bracht. Dc nacht cn de blijde buyt was tot vreughde der
vcrwinncrs.Dc Britannen zwervende,en met een vermengt
gefchrcy van mannen en wijven, hadden haer gequetften,
riepen de gezonde, verlieten haer huyzen, en ftakenze zelfs
door. gramfchap in dc brant : verkooren fchuyl-plaetfen, cn
vcrliétenzc terftont weder; floegen onder elk eenigen raed,
cn dan hoopten zy weder : zomtijdts wierden zy weê-moe-
digh door \'t acnzicn haerer panden, dikwijls ontroert. En
\'t is zéker genocgh, dat zommige op vrouwen en kinderen
\'gewoet hebben als of zy zich over haer ontfermden. De
naefte dagh heeft de gedaente der zege wijders geopentj
want oVer al was
een woefte ftilte,dé heuvelen eenigh,de da-
ken van verre rokende, cn niemant den verfpieders gemoe-
tende. E)e vi^clkc in alle deden uyt-gezonden zijnde, als

1

H men

)
1

i

-ocr page 41-

SB

E N.

N N

T

B R

I

men onzekere voet-ftappen van de vlucht, en nergens ver-
gaderingen van vyanden vond, en de oorlogh, midts \'t uyt-
gaen van de zomer, niet kon verfpreyt worden , zoo heeft
hy het heyr op de grenzen der Horeften gevoert. Aldaer
gijzelers ontfangende, heeft hy den overften van de vloot
belaft Britannien om te zeylen. Waer toe hem macht en
moedt gegeven is , want daer was een fchrik Voor-gegaen.
Hy zelf heeft de
voet-knechten en ruyters door een lang-
zame tocht, op dat de gemoederen der nieuwe volkeren,
door \'t vertoef van de door-tocht, zelf Verfchrikt zouden
worden, inde winter-legers geleyt. En te gelijk heeft de
vloot met een voorfpoedigh weder, en een groote naem de
Trutulènfche haven ingekregen, van waer zy, de naeft-ge-
lege zijde van Britannien verkiezende, wederom gekomen
is. En toen eerft de ftranden van de uyterfte zee omzeylt
hebbende, heeft beveftight, dat Britannien een eylant was ^
en de tot die tijd met de naem alleen bekende eylanden Or-
cades gevonden en getemt. \'t Welk Orofius,en die hem ge-
volght zijn,valfchlijk aen Claudius toe-gefchreven hebben.

Dit beloop der dingen , Van Agricola, hoewel zonder
roem van woorden, in^en brief over-gefchreven,heeft Do-
mitianus, als zijn wijs was, met een blijd gelaet, en een be-
anxt gemoedt ontfangen.Hem was noch in zijn geweeten,
dat de valfche zege-tekenen over Duytfchlandt ten fpot ge-
weeft waren, hebbende door handeling eenige gekoft, wel-
ker kleederen en hayren na de gedaente der gevangenen
toe-gemaekt wierden : maer nu wierd een ware en groot-
fte Overwinning, waer in zoo veel< duyzenden der vyan-
den verflagen waren, met een groote lof geviert: inzonder-
heyt was hem af-fchrikkigh, dat de naem Van een byzon-
der
man\'boven des Vorften verheven wierd : dat de oeffe-
ningen van \'t raedt-huys vergeeffch, en de eer der burgerlij-
ke konften verzwegen wierd, indien een ander de roem van
den oorlogh hem voor af nam : en dat alle andere dingen
alzins lichdijk te veynzen, een Keyzerlijke burght van een
goedt veldt-overfte was. Door zoodanige bekommenngen
gedreven, en \'t welk een teken van wreede gedachten w as,
door zijn geheym vernoeght, heeft befloten voor \'t tegen-
woordige beft te zijn, zijn haet te verbergen, tot dat het ge-
weldt van dit gerucht, en de gunft des heyrs verflaeuden.
Want ook toen had Agricola Britannien in. Hy gebiedt
dan in den
R aedt de zege-fierfelen, en de eer van een door-
iuchtigh beeldt, en alles wat tot een zege-teken gegeven
wordt, met veel eer van woorden op-gehoopt, tebefluy-
ten : en voeghd\'er een gerucht by, dat de Provincie van
Syrien voor Agricola beftemt was, toen-maels leedigh door
de doodt van Atnüus Rufus geweze Burger-meefter, en
voor eenige Grooten bewaert. Zommige geloofden, dat \'er
een vryeling van zijn geheymfte dienaers, aen Agricola ge-
zonden , hem brieven, waer in hem Syrien gegeven wierd,
gebracht heeft, met bevel, dat, zoo hy in Britannien was ,
hy ze over-leveren zoud: en dat de vryeling, in de zee van
den Oceaen, zelfs Agricola ontmoetende, zonder hem aen
te fpreken, wederom naer Domidanus gekeert is; \'t zy dat
het waer , \'t zy dat het uyt het verftant des Vorften verziert
en verdicht zy. Onder-tufl^chen had Agncola aen zijn na-
volger een gerufte en verzekerde Provincie over-gelevert.
En op dat zijn inkomft niet aenmerkelijk zoud zijn , door
de dichte en menighte der ontmoeters, zoo is hy , de plicht
der vrienden fchuw ende, by nacht in de ftadt, by nacht in
\'t Palleys, gelijk\'t bevolen was, gekomen: en met e^en kor-
te kus en geen fpraek ontfangen , is onder den hoop der
dienaren gemengt.

Agricola heeft tot een navolger gehadt,na \'t behagen van
anderen, Cn. Trebellius, na my dunkt, Saluftius Lucullus,
den welken Domitianus terftont,om dat zy lancien, van een
\' land-voocht nieu maexel,Lucullifche liet noemen,gedoot heeft.In welke
a)an Bri- ^jj,; ook Arviragus in dit eylant gebloeit heeft,en niet ten tij-
*^DeBrit Claudius,gelijk GalfridusMonumethenfls beuzelt.

-Arviraa^^ Want van Domitianus is dat veers van luvenalis te verftaen :
\' Omen habes, inquit, magni, clarique triumphiy

Regem aliquem capes, aut de temone Brit anno
Excidit Arviragtts.
De Britan-
Ook heeft te Romen gebloeyt Claudia Rnflna een Bri-
fche Ruß\' tanfch wijf, en zeer geleert en fchoon , de welke Martialis
na. met deze veerzen prijft:

Claudia ct&ruleis cumfit Rufina Britannis
Mdita
, cur Lati^t peöïora flebis habet i

VatBri-
tannien een
eylandt
tvordt zß-

kerlijk^ be-

«veßight.
De eylan-
den Orea-
den,

Sdfißim

LtiCMÜtiS

^jtale decus forma, I Romanam crederemätfes
Italides pojfunt, Atthides ejfe fttam.

Dat deze de zelfde geweeft is, van welke de H. Paulus in
zijn laetfte brief aen Timotheus gedenkt, getuygen I. Ba-
lpens, en Matth. Parkerus, Aertz-biflchop van Cantelburgh>
en \'t opzicht van de tijdt ftrijdt \'er niet gantfchlijk tegen *
hoewel andere daer tegen gevoelen.

Alzoo is onder \'t gebied van Domitianus, dat vêrfte deel, Britannien
als ftraf en onvruchtbaer,den Barbaren gelaten,en het her- een Pro-
waertfte geheel en al tot een Provincie gebracht.Die nocht \'vinde.
Conßtlaris,nocht Proconßelaris,ma.&L Pr^fidialis, en der Key- Britannien
zeren gefchat wierd. Als welke het Roomfche Rijk, na de een Preß-
deeling der Provinciën van Auguftus gedaen, toe-gevallen didifche^
is,en haer
Propratores (voor-fchouten) gehadt heeft. Daer
na als de gtootfte Conftantinus een nieuwe vorm van heer-
fchen befchreven had,zoo wierd \'er onder de Schouts-over-
fte van Vrankrijk een ftadthoüder over geftelt, en met hem
in oorloghs-zaken een Graef van Britannien,een Graefvan
de Zaxifche ftrandt langs Britannien , en een Hertogh van
Britannien,behalven de
Pr^ßdenten^ Rationalen, &c. Ook J^elkele-
wierd het door drie legioenen van de xxix, die de Romey-
nen door\'t gantfche Rijk geftelt hadden,bedwongen: door
\'t tweede Auguftifche legioen^door \'t zefte verwinnende Ie-
gioen,en door \'t twindghfte verwinnende. Maer dit is van --
Severus tijdt te verftaen, want dat \'er te vooren andere en
meer geweeft zijn, können wy uyt de Schrijvers afnemen.
Want hoewel Strabo fchrijft, dat \'er,om Britannien in toom
te houden, niet meer als een bende zoldaten van nooden
was : onder Claudius zijn hier nochtans geftelt het 11 Au-
guftifche legioen, het i x Spaenfclie legioen,en het x i v Le-
gioen,genoemt
Gemina Mart ia Viärix,)2. ten tijden van Ve-
Ipaflanus zelf,getuyght Iofephus,dat\'er vier legioenen in dit
eylant geoorloglit hebben: Britannien,zeght hy,wordtvan
de zee omringt, en is byna niet kleyner als onze weerelt, de
Romeynen daer woonende,hebben\'t onder haer gewelt ge-
bracht , en vier legioenen befchermen een eylandt van zoo
groot een menighte. En buyten twijfi\'el zijn de wacht-huy-
OorfproM£
zen en voor-proeven der legioenen en Roomfche zolda- derßeden,
ten, menighmael als teelfels van fteden en veftingen ge-
weeft , zoo in andere Provinciën , als in dit ons Britannien.
Alzoo is den Britannen het jok op-geleght, eerft door be-
\'tRoomßhc
zetdngvan zoldaten die altijdt den inwooners met groote jok.
fchrik op den hals lagen, daer na door fchatting en tol, en
wierden op die naem gedwongen tollenaers te hebben, dat
is, roof-vogels en bloet-zuygers , die haer bloet uyt-gezo-
gen ,
haer goederen gemxen gemaekt, en op der dooden
naem fchattingen afgenomen hebben:ook was hun niet toe-
gelaten haer vaderlijke wetten te gebruyken, maer de over-
heden wierden van\'t Roomfche volk met gebiet en bijlen ^^^dm
gezonden,die \'t recht fpraken. Want de Provinciën hadden
Propr£toreSyLegatos,Prdfides,Pr£tores,é\' Proconftiles,e\\iyêLCï.
ftadt had een burgerlijke overheyt. De Pretor (Schout) be-
riep alle jaren de vergadering, en flifte de grootfte verfchil-
len : gaf op een verheve ftoel hovaerdige wetten, omringt
met dief-leyders, en men dreyghden des volx rugh met roe-
den, haer nekken met bijlen, en wierden gedwongen alle ja-
ren eenen anderen heer by lonng te hebben.En dit was niet
genoegh , zy voededen tweedrachten onder hun , en lieten
zommige veel toe, op dat zy haer zelfs tot een werk-tuygh
van haer flaverny hadden.

Dit jok der Romeynen hoewel t zwaer was, zoo is het
nochtans heylzaem geweeft. Want met het zelve heeft het
heylzame licht van
lefusChriflus te gelijk op de Britannen
gefcheenen, waer van-namaels; en het licht van dat door-
luchtighfte Rijk heeft alle woeftheyt uyt degemoeden der
Britannen, als ook der anderen, die\'t overwonnen had,
verdreven. Want Romen, als Rudlius zeght:

-legiferis mundum complexa triumphis

Eoedere communi vivere cuncia facit.

En elders tot het zelfde Romen zeer treflijk en waerlijk:
Eecißi patriam diverßsgentibus unam.

Profuit injußis te dominante capi,
Dumque offers viSii-i proprii confortia juris j
Vrbem fecißi quod prius orbis erat.

Want, op dat ik de andere Provinciën verzwijgh, de Ro-
meynen haer Colonien (Nieuw-fteden) hier over-ge-
bracht , en de inboorlingen tot het gezelfchap van een bur-
gedijk leven vergadert hebbende, hebbenze met devrye

konften

-ocr page 42-

B R A N N E N. 37

konften te leerenden haer tot het leeren der Roomfche wet-
ten in Vrankrijk over te zenden, (waer van luvenalis feght,
\'t wel-fprekend Vrankrijk heeft Britanfche Rechts-geleer-
den geleert) alzo door wetten gematight, en in zeden op-
gefokt,dat zy in leef-en lijf-tocht voor geen andere Provin-
cie wijkt : zy hebbenze met gebouwen en heerlijke werken
zoo voorzien, dat der zelve overblijffelen en fteen-hoopen
nu noch de aenfchouwers tot verwondering bewegen, en
ons gemeen volk de werken der Romeynen,zeggen werken
der Reuzen geweeft te zijn, die zy in de noorder wijkin
haer tael
Batons, voor Heathens, als Heydens (zoo ik meen)
noemen. Zy zijn voorwaer van eén hooghfte verwondering
en heerlijkheyt, en inzonderheyt de Piótifche muur, van
welke te zijner plaets, en die wegen met een wonderlijke
arbeyt door \'t gantfche lant,hier door uyt-gedrooghde poe-
len , daer met opgedijkte dalen beveftight en beftraet, met
zulk een breedte,dat de gemoetende wagens elkander mak-
lijk können voorby rijden. Hoedanigh deze wegen geweeft
zijn, laetuGalenusleeren : Trajanus heeftdewegenver-
maekt, die deelen, die vochtigh en ftijkerigh waren, met
fteenen beftroyende, oft met uyt-geworpe vuylnis verhoo-
gendej die doornigh en fcherp waren, zuyverende, en de ri-
vieren, daer men niet over kon, met bruggen voor-ziende;
daer de wegh langer, als noodig fcheen, een andere korter
bereydende^ enzo zy ergens door een fteylen
heuvel onge-
maklijk was, door handiger plaetfen af-leydende: ook, daer
zy van wilde
beeften bezet, oft verlaten was, daer van daen
vervoerende, en door\'t bewoonde leydende, en daer toe
t\'oneftene flechtende. Maer deze onze nu op zommige
plaetfen
door-gefneden zijnde, mits\'er de boeren het drijf-
zant uyt graven, blijken naeulijx op zommige plaetfen door
onwegen en weyden loopende, zijn door een hooge dijk
noch zichtbaer.

Deze hebben zy Vids Cmßlar\'es, Regids, Putonas^ Mili-
tares, Puhlicas, Curfmpublicosy
en aBus genoemt, als te zien
is by Ulpianus eniulius Frontinus. Ammiahus Marcellinus
noemtze
Agger es itinerarios ^publicos (gemeene reys-dij-
ken) Sidonius Apollinaris,
Aggeres (dijken) teUures inagge-
ratos
, (gedijkte landen) Beda en de jongfte fchrijvers heb-
benze
Stratos (ftraten) geheeten. Onze Schicht-fchrijvcrs,
hier in buyten twijlFcl valfch, willen dat \'er maer vier dufda-
nige wegen geweeft zijn, van welke zy de eerfte
Watling-
(Ireat
noemen, van een Vitellianus, ik weet niet wat voor
die de zelve verzorght heeft, (Vitellianus hebben de

een

Britannen Guetalin in haer tael genoemt:) en Weriamjlreat,
welke door Verolamien gelopen heeft, en ook elders High
dike. High ridge, Portie foote way,
en Ridgeway vandeby-
wooners genoemt woidt. De tweede heeten zy
Ikenildflreat,
om dat zy van de Icenen haer begin gehadt heeft. De derde
EoffiZ , om dat zy met een gracht, gelijk zy meenen, weer-
zijds voorzien was j cn de vierde met een Duytfchwoordt
Erminftreat, van Mercurius (gelijk my die zeer geleerde
man I. Obfop^us wijs gemaekt heeft) den welken de Duyt-
fchen, onze voor-ouders, onder den naem van
IrmunfulA^t
is, Mercurius\'ftijl, ge-eert hebben. En dat de zelve over de
wegen geftelt geweeft is, geeft genoeghzaem de riaem
evc-
bv de Grieken te kennen, en zijn
vier-kante beelden,
H^\'m^\'eertijdts genoemt,
zijn overal op de wegen geftelt
geweeft. Men heeft gelooft, dat Mulmutius, ik weet met
welke, veel eeuwen voor Chriftus geboorte, deze gemaekt
heeft j maer zoo veel is \'er af, dat ik \'er geloof aen fla, dat ik
ftoudijk zeggen durf, datze dc Romeynen allenxkens ge-
bout hebben. Terwijl Agricola over Britannien overfte was,
zef^ht Tacitus, wieiden de affcheydingen der wegen, en de
vcrhevt der landen aengewezen, op dat Zy de fteden van de
naefte winrcr-lcgers, op af-wegige en verfchoove plaetfen
zouden af-voeren, en de Britannen hebben geklaeght, ge-
lijk de zelfde verhaelt, dat de Romeynen haer lichamen cn
handen, in boflTchen en broeken te
beveftigeh,onder flagen,
en
fcheldwoorden verfleten hebben. Men leeft ook m de

oude ftukken: In dc dagen van Honorius en Arcadms zijn
eenige
voet-paden in Britannien gemaekt, van de eene zee
tot d\'ander. En dat het der Romeynen
werk geweeft is leert
Beda zelf: «Ie Romeynen , zeght hy, woonden binnen het
bolwerk (welk wy verhaelt hebben, dat Severus over \'t éy-
landt gemaekt had) na de zuyder-wijk, het welk de fteden,
kerken bruggen, en ftraten, aldaer gemaekt, tot heden

toe cTctuycren. In \'t toe-ruften van deze wegen, waren de

Der Ro-
meynen
tPerken in
Britannien.

De Tim-
Jche muur
oft utal.
Be krijghs\'
Wegen der
Romeynen,

Cdenus

lih.^.c.%.

Methodi,

Romeynen gewoon dc Zoldaten en de menighte te oefl^e- Ltb, c.iu
ncn, op dat zy, ledigh zijnde, niet iet nieuws betrachten.
De Romeynen, fchrijft Ifidorus, hebben bykans door de
gantfche wcrelt ftraten gefchikt, om de rechtheyt der we-
gen, op dat het gemeene volk niet leedigh zoude zijn, en
tot het toe-ruften van dufdanige wegen , zijn dikwijls dc
mifdadigen gedoemt geweeft , gelijk men uyt Suetonius in
c^p 27.
Cajus kan af nemen. En in Spanjen ziet men de Salaman-
tifche, oft Argendfche wegh,en in Vrankrijk eenige krijgs-
wegen van de Romeynen geftraet, op dat ik de Appifche,
Pompeifche, Valerifche, en andere wegen in Italien ver-
zwijgh.

Óp deze wegen heeft Auguftus jongelingen mettamc- Snetomus
lijketuflTchen-ruymte, en daer na wagens geftelt,op dat men in Oäavio.
te fnellcr, en onder de handt bootfchapte, wat overal ver-
richt wierd. Aen de zelve zijn fteden geftelt, infgelijxver- „ .
blijvingen, dc welke herbergen hadden om te blijven en te , ^^
ruften, met alle nootzaeklijkhcden tot \'s levens gebruyk y^mk^
voorzien, en de veranderingen. Want zo noemde die eeuw
rina,
de plaetfen, daer dc rcyzende lieden van wagens, paerden,
oft karren veranderden. Die derhalven de plaetfen, in An-
tonius reys-boek verhaelt, niet aen deze wegen zoekt, die
zal buyten twijffel van de waerheydt, en van de wegh af
dwalen.

En laet het ons niet verdrieten, hier aen te tekenen, dat
tot yder mijl langs deze wegen pijlaren van de Keyzcrs op-
gericht geweeft zijn, met de tekens der getallen daer in ge-
fneden, om de mijlen aen te wijzen. Waer van Sidonms
Apollinaris aldus:

K^ntiqms tili nu ieratm agger i
Cujmperf])atium fatis vetuflis,
Nömen Cdfareum vir et columnis.

Ëencven deze zijn ook ter weêr zijden graven geftelt, Vam in \'t
en ter gedachtenis der doorluchtige mannen met op-fchrif- ^oeh^yan de
ten verfiert geweeft, op dat de voorby-gangers vermaent
wierden, en dat zy fterflijk waren, en dat die \'t geweeft wa-
ren. Ook hebben de wetten tot vcrmaicing der zelve gewilt,
(als te zien is,
in Codice Theodoßano de itinere munienAe ) dat
yders naerftigheyt om ftrijdt zouden fpoeden, met behoor-
lijke aendacht. En daer zijn wachters der gemeene dijken
geftelt geweeft.\' In onze oude wetten wordt ook met een
De wetten
grooter letter gewagh gemaekt, van de vrede der vier che^ vm S.
minen,
dat is, wegen. Edmrdt.

Onder Ncrva hebben de fchrijvers na-gelaten van Bri- Nerva.
tannien te verhalen. Onder Trajanus fchijnen de Britan- Trajanus.
nen af-gevallen te zijn, en uyt Spartianus blijkt het, dat zy
t\'onder-gebracht zijn. En onder \'t gebiedt van Adrianus
^drimas
was lulius Severus overfte van \'t eylandt, dc welke tegen de Keyzer.
Joden , toen oproerigh, beroepen zijnde, zoo konden de
Britannen onder\'t Roomfch gebiedt niet gehouden wor-
den, voor en al eer Adrianus zelf daer quam, de welke ten
derden Burger-meefter zijnde, in \'t jaer 114, door de dap-
perheyt des hey rs de vyanden fchijnt verflagen te hebben.
Want wy hebben op een penning van hem gezien den Key-
zer met drie zoldaten, die ik oordeel, dat de drie legioenen
van Britannien vertoonen, met dit opfchrift E x
e p«.. B e. i-
tannicvs
, (\'t Britanfch heyr) en een ander met dit op-
fchrift,
Restitvtor BritannivE (herfteller van Spartimtsi.
Britannien.) Deze heeft door \'t gantfch eylandt veel verbe-
tert , en de eerfte een muur van
l x xx (chreden, tuflchen
de Barbaren en Romeynen geleyt. Hebbende groote fta-
ken, op de wijs van een gemuurdc hegge, in de grondt ge-
leght en t
\'zaem-gehecht. Om welke krijghs-tocht de dich^
ter Florus aldus op hem gcfpot heeft;
Ego nolo C^far effe,
Ambulareper Britannos,
Scythicas patipruinas.

Dien Adrianus wederom fchreef;
Ego nolo Florus effe,
Ambulare per tabernas,
Latitare per popinas,
Culices pati rotundos.

Op de^e tijdt is M. f. cl. Priscvs Licinivs q. Prifms
voor-fchout van Britannien geweeft, die mxt Adrianus m Licinius
dc loodfche krijghs-tocht geweeft is, als blijkt uyt dit oude "voor-fchom
opfchrift op een verminkte marmor-ftcen;

"Van Britarf
nien.

M.K

-ocr page 43-

B R " ï \' T Ä

M. F. CL. PRÏSCO.
ÏCINIO. ITALICO. LEGATO.
AVGV-
STORVM PR. PR. PROV. CAPPADOCI^
PR. PR. PROV. BRlTANNliE LEG. AVG.

jintomus
Tim Key-
fer.

Lollius

Vrhicus

voorfchout.

Cnfitolims

Tmfrnias

in Ärcadi^

cis.

Ub.

jirchigü"
herms.

"^Antonims

Thilofiphm

Keyzer.

CalphuY-

mns uigri\'

col/i voor-

fchout.

Eumenius

Capitoli-

ms.

Comryi^Aus

Vipius

JldarceÜHS
voorfchout.
XtphüinHs
h Dme»

Heivim

Tertinax

voerßhout.

lEG. im. GALLLCI^. PR^E. COH. HU.
LINGONVM. VEXILLO. MIL.
ORNATO. A. DIVO. HADRIANO IN EX-
PEDITIONE IVDAIC.

Q^CASSIVS. DOMITIVS. PALYMBVS.

Onder Antonius Pius (door wiens inftelling tot Róom-
{che burgers gemaekt zijn geweeft, ai die in de Roomfche
weerelt waren) heeft deze oorlogh van nieus gebrant, de
welke door Lollius Vrbicus ftadthouder, met het verdrij-
ven der Barbaren,en het leyden van een andere aerde muur,
alzoó geblufcht is,dat hy
Britanmcus genoemt wäerd,en een
byzonder lof verdient heeft, om dat hy de Briganten, die de
nabuurige Provincie Genoutrien onder dc trouw der Ro-
mcynervbeft:hadight hadden , in \'t deel van haer landt gé-
ftraft had. En in deze tijdt,gclijk wy uyt labolcnus verftaen
hebben, was Sejus Saturnius
Archigubernus van dc Britan-
fche vloot. Of hy nu overfte van de vloot, oft opper-fticr-
fnan, oft oppcr-fchippcr geweeft is, laet de Rechts-geleer-
d en zeggen.

De Britannen, oorlogh op oorlogh zaeycndc, hebben
bcgoft het gemeen onder Antoninus de Pliilofooph (wijs-
gier) tc beroeren. Om welke te ftillen Calphurnius Agri-
cola gezonden is,cn fchijnt het met een gelukkige uytkomft
volbracht te hebben : welke lof van deze neder-geleyde
oorFogh Eronto, niet dc tweede, maer een andere eer der
Roomfche wclfprekcnhcydt, den vorft Antoninus gegeven
heeft. Hoewel hy in \'t Palleys der ftadt zelf verblijvende,
\'t bewint van de zelve te voeren aen een ander bevolen had,
nochtans als ftaende over het roer van een lang fchip, heeft
getuyght de eer verdient te hebben van de gantfche zeyla-
fye en vaert. En toen heeft Helvius Pertinax in Britannien
gcoorloght,hier uyt dc Parthifche oorlogh beroepen cn be-
houden zijnde.

Onder het gebiedt van Commodus was Britannien over
al met oorlogen en oproeren vervult, want deBarbaerfchc
Britannen , over den muur gegaen zijnde , hebben veel ver-
woeft, den Roomfchen veldt-heer en zoldaten onthalft, om
welke tc bedwingen is Vlpius Marcellus gezonden, die haer
ftoutheydt zoo gelukkighlijk vermorzelt heeft, dat de nijdt
zijn dapperheydt alrec verfcheurde, en hy weêr geroepen
wierd. Deze veldt-heer was dcwakkerfte van allen : enals
hy wilde dat de anderen, die met hem waren, zouden wak-
ker zijn, zoo fchreef hy alle dagen des avondts twaelf tafe-
len, als men van de lindc-boomcn plceght tc maken, en be-
val eenen van de zijnen, dat hy elke uur een van de zelve tot
verfcheyde zoude brengen, op dat zy , mecncndc dat haer
veldt-heer altijdt waekte, te min zouden flapen. Van wiens
matighcydt dit \'er ook by-gevoeght wordt : En hoewcl hv
den flacp cenighzins van natuuren weêr-ftond , nochtans
had hy door gebrek van fpijs te wecgh gebracht, dat hy
\'t zelve tc beter doen kon. Want op dat hy door broot niet
vervult wierd, zoo het hy\'t van Romen tot zich brengen,
op dathy zelfs niet een weynigh meer, als noodigh was, om
de oudtheydt zoud können ceten. Maer dc zelve weder ge-
roepen zijnde, zoo is dc dartelheydt in \'t leger gekropen,
cn dc krijghs
-tucht vcrflapt zijnde, zoo hebben de Britan-
fche hcyren\'t gebiedt van Commodus gewcygert, hoewel
hy van de vleyers
Britannicus gCnoemt zy. Ook hebben zy,
die in Britannien oorloghden , duyzent cn vijf-hondert van
haer orde in Italien tegen Perennes gezonden , die niet al-
leen een fchijn,maer ook het groótftc vermogen in des Vor-
ften vricndtfchap gehadt heeft, hem befchuldigende, dat
hy,de Raedts-hecren verdreven hebbende, mapnen vande
ruytcr-plaets over de zoldaten geftelt had , en lagen geleydt
op het leven van den Keyzer.Dit heeft Commodus gelooft,
en hun den man over-gelevert, de welke onwaerdighlijck
geflagen, onthalft, en een vyandt des vadcr-landts verklaert
is. Deze oproeren heeft Helvius Pertinax nochtans be-
dwongen, en niet zonder groot gevaer, hy zelf byna gedoot,
en zekerlijk onder de dooden gelaten zijnde.

Britannien nugeftilt zijnde, zoo heeft het Clodius Albi-

E N.

nus van Commodus gekregen , en namaels ook den naem CUdlusAU
van Caifar, om zijn treffelijke daden in Britannien : doch bmmvoor-
terftont, om dat hy \'t gebiedt derKeyzercntevryinccn-^^^^^\'\'
verzacmling gevolght cn geterght had, is hem lunius Seve- \'
rus tot een navolger gegeven.
 Sevc-

In deze tijdt heeft, de dikke duyfternis der overgclovcn rus voor-
Verdreven zijnde, (niet onder de Keyzers M. Aurelius en fchout.
L. Verus , als Beda fchrijft, maer onder Commodus, als E-
^^ Chriß-
leutherus op dc Roomfche ftoel zat) de Godlijke glans van
\'t Chriftlijk licht, door den arbcyt van den Koning Lucius, jjJJj^\'^^
over dit eylandt gefcheencn. De welke, gelijk in de oude jcening
Martclaers-boeken, die in de kerk plegen gelezen te wor- Ludus,
den, verhaelt wordt, zich verwonderende over der Chrifte-
nen oprechthcyt cn heylighcyt, van den Paus Eleutherus,
door Eluanus cn Meduanus Britannen begeert heeft, dat hy
en zijn onderdanen in de Chriftlijkc Godts-dienft zouden
onder-wezen worden. En die heeft hier terftont de heyli-
ge mannen Eugatius en Donatianus gezonden met brieven,
die noch in wezen zijn, op zulk een trou, welke aen velen
min verdacht is , gegeven Zijnde, als L. Aurelius Commo-
dus IljCnVefpafianus Burgermeefters waren,welke mannen
dénKoning en anderen in de Chriftelijke vcrborgenthedcn
onder-wezen hebben. Waer van Ninnius van dezen Ko^
ning aldus fpreekt : Dc Koning Lucius wordt met de by-
naem
Lever Maur genoemt, dat is, van groote luyfter , om
geloof, welk in zijn tijdt gekomen is. Die dit van Koning
Lucius in gefchil trekken, (als vele hcdenfdaeghs doen ) als
of\'er toen ter tijdt geen Koning in Britannien was, het wel-
ke zy meenen, dat nu al lang tc vooren tot een Provincie
gebracht was, die wild ik dat overdachten, dat dc Romey-
nen in de Provinciën de Koningen als werk-tuygen der fla-
Vcrny, na haer oude wys, gehadt hebben ^ dat dc Britannen
toen ter tijdt wcygerdcn aen Commodus tc gehoorzamen ,
cn dat zy dc deden van \'t cylandt over dc muur vry , cn al-
daer haer Koningen gehadt hebben , cn dat voor weynigh
jaren Antoninus Pius, de oorlogh nedcr-gcleght zijnde, de
Koning-rijken den Koningen, de Provinciën haer Graven
te hecrlchen toe-gelaten heeft. Zoo dat \'er niets hindert, CApitoUnm.
of Lucius heeft in dat deel, daer de Roomfche wapenen
noch noyt geraekt waren , Koning können zijn. Laet ons
Tegen de
voorwaer dat van Tcrtullianus, die in deze tijdt gefchrcvén loden,
heeft, tot deze bekcering der Britannen tot Chriftus, be- 7 cap,
quaemiijk, indien wy de woorden en tijdt over-wegcn,bren-
gen. De plaetfen der Britannen, daer noch geen Romey-
nen geweeft zijn, zijn Chriftus onderdanigh. Enlacger:
Britannien is in den omring van den Oceaen befloten j het
volk der Mooren, cn de woefthcyt der Getulen
worden,van
de Romeynen bezet, op dat zy niet treden buytcn de palen
haerer landen. Wat zal ik van de Romeynen zeggen, die
door de bezettingen van haer legioenen het Rijk vcrfter-
ken ? cn können de krachten van haer Koningrijk niet over
de volken zelf uyt-ftrekken. Maer Chriftus Rijk cn naem
wordt uyt-gebrcyt, over al wordt hy gelooft, cn van alle
voor-verhaeldc volkeren ge-eert, &c.

Maer onze kerkelijke fchrijvers,die haer tijdt cn vlijt acn-
gewent hebben in deze zaek tc over-wegen, poogen uyt dc
ftichters van \'t oude geloof te leeren en te bewijzen,dat Bri-
tannien voor deze tijden in de eerfte dagh-raedt der kerke,
zelfs de Chriftlijkc Godts-dienft ingezogen heeft : te we-
ten,dat lofeph van Arimathien den cdekn Raedts-hcer uyt
Vrankrijk in Britannien gevaren is, en dat Claudia Rufi-
na, de huysvrou van Aulus Pudens, aen welke de H. Pau-
lus, gdijk men gelooft, gedenkt in dc laetfte brief aen Ti- [po^^s
motheus, cn die dc dichter Martialis zoo grootclijx prijft,
van geboorte een Britan geweeft is. Zy brengen ook tot
getuyge voort Dorotheus^die onder den naem van
Biffchop
van Tyrus om-gedragen wordt, de welke in zijn kort be-
grijp te kennen heeft gegeven , dat Simon Zelotcs, Moo-
ren-landt door-wandelt hebbende, in Britannien eyndlijk
gedoot cn begraven is: cn dat Ariftobulus , van welke Pau-
lus in de brief tot den Romeynen verhaelt, Biflchop van
Britannien gemaekt geweeft is: (dien Niccphorus toevalt}
daer hy nochtans van * Britiana, en niet van Britannia
fpreekt. Zy verhalen ook uyt de trouwigheydt van Simeon
Metaphrafta, cn der Grieken Monologium, dat Petrus hier
doorgereyft, cn \'tlicht des Godlijken woordts verfpreyt
heeft i infgelijx uyt Sophronius en Theodoretus, dat Paulus
na zijn tweede Roomlchc
gevangnis tot dit ons landt geko-

N N

1

* Bratii tn
Italien.

men

J—iii

-ocr page 44-

B R A N N E N. 37

imen is. Waer van Vcnantius Fortunatus^alzoo van hem op noemt) gezonden: Die veel kafteelèn, als wy op zijn plaets Firms Lh-
Poetifche trouw, of \'t zy hy van de leere fpreekt, gezongen zullen zeggen, herbout heeft, nochtans is hy eyndlijk ge- f»^
heeft: dwongen geweeft van de Maraten, door een grooten hoop y^^f»\'«

Tranfnt Oceamm, & qtik facit Infulaportum^ geks, vrede te bedingen; zeer weynige gevangens weder

^uafque Britamms habet terras, qm/que ultima Thule. krijgende, midts de Calcdoniers geen beloften hielden, die
Maer hier toe dient inzonderheyt, \'t geen ik terftont uyt belooft hadden de Maeaten te dwmgen. En als hy de fchie-
Tertuliianus
voort-gebracht heb, en \'t geen Origenes ver- lijke aenvallen der vyanden, na veel aen-gebrachte fchaden,
haelt, dat de Britannen in \'t geloof over-een-geftemt heb- gantfchlijk niet weder-ftaen kon, zoo heeft hy nootzaeklijfc
ben, en zich door de Druiden tot Godt een wegh gebaent, Severus zelf ontboden. De welke die gelegentheyt blijdlijk
de welke haer altijdt ingeftampt hebben , dat \'er maer een aen-nemende, op dat hy zijn zoonen, in gulzigheydt ver-
Godt is. En voorwaer van groot gewicht is by my, \'t geen fmehende, van de welluften der ftad^t mocht aftrekken
, cn
Gildas verhaelt, als hy van de weêr-fpannigheydt van Bou- zijn tijtels met de by-naem van Britannicvs ver-
dicea gefproken had , en hoe men wraek over de zelve ge- meerderen, Britannien , fchoon over de zeftigh jaren oud,
pleeght had: Onder-tuftchen , zeght hy, fcheen die ware en ziek aen \'t * voet-euvel, met zijn zoonen Balfianus, dien * Vodagra.
Zon,niet van het tijdlijk gefpan, maer zelfs uyt het hoogh- hy Antoninus en Auguftus genoemt had, Geta Cxfar, en
fte gebouw der hemelen, welk alle tijden te boven gaet,too- de legioenen bedwingt. De Britannen zenden terftont ge-
nende zijn fchijnende glans aen alle de weerelt in de laetfte zanten om vrede te maken,de welke hy met voordacht lang
tijden (als
wy weten) van Keyzer Tiberius,eerftlijk zijn ftra- genoegh opgehouden hebbende, terwijl hy \'t geen tot
len, dat is, Chriftus zijn geboden aen dit eylandt, ftraf door d\'oorlogh noodigh was beréyde, onverrichter zaken ver-
yzige koude, en gelijk als door een verder vertrek der aerde zonden heeft: en zijn zoon Geta, dien hy, na dat hy in Bri-
tannien quam, tot Auguftus verkoren heeft, in \'t herwaert-
fte deel van \'t eylandt,\'t welk den Romeynen gehoorzaem-
de, gelaten hebbende, om de laft te hebben van \'t recht uyt
te fpreken, en ^t gémeen te bedienen: is zelf met Antoni-

ad Eté-
chielem.

Onder
Nero.

niet naeft aen de zienlijke zon. Infgelijx Chryfoftomus van
de Chriftlijke Godtsdienft in dit eylandt, op dat ik dit in
\'tvoorbygaen aentekene : De Britanfche eylanden,buyten
deze zee gelegen, en die in den Oceaen zelve zijn, hebben

In Serm. de

\'Fentecofte.

Epnaph.

JlUrceiU

Vidm.

TeYtimx
Kejzßr,

Severus
Ke-jm.

Alhftîus.

de kracht des woordts gevoelt (want ook daer zijn kerken nus^\'n de vêr-gelegenfte deelen vertrokken, en bezigh met

op-gebouwt en altaren opgericht) van dat woordt zegh ik, boffchen om te hakken,bruggen te maken,en moeraftchen

dat ook in aller zielen , nu door aller lippen geplant wordt, uyc te drogen, heeft geenige krijgh gevoert, en niet te min

En de zelfde: Hoe dikwijls ac men in Bricannien menfchen- vijftigh duyzent mannen d\'oor lagen en gewelt van ziekeen

vleefch ? nu vermaken zy de ziel met vaften. Ook de hey- verboren. Zoo heeft hem Dio. Herodianus nochtans door

lige Hieronymus : Indien de Britan, van onze weerelt af- eenige kleyne fchermutfelen, als overwinner vermaert,wijl

gefcheyden, in de Godts-dienft voort-gegaen is, zoo zoekt de Barbaren de broeken en dichtfte boftchen, waer in zy

hy met een wefterfche neder-dalende zon lerufalem, zich zich Begeven hebben, in hadden,en waer uyt zy de Romey-

alleen door \'t gerucht en verhael van fchriften bekent, nen vryelijkerquelden. De zelve heeft hy nochtans eynd-

Maer nu weer van de Kerk tot het Rijk. lijk gedwongen met die voorwaerde vrede te maken, dat zy

Commodus gedoot zijnde, zoo wierd Pertinax tot het uyt geen kleyn deel des landts zouden wijken. En dat dé

Rijk aengenomen, de welke Albinus terftont in Britannien grootfte eer van zijnRijk was.hy heeft,een muur dwars door

wederom gezonden heeft. Maer Pertinax na de acht hon- het eylant leydende,\'t zelve ten weerzijden aen den Oceaea

dert en achtften dagh wegh gerukt zijnde,zoo heeft Didius beveftight. Om deze overwinningen heeft hy penningen
lulianus, die terftont infgelijx gedoot is, te R omen, Pefcen- met
Victoria BritanNica (Britanfche over-

ninus Niger in Syrien, Clodius Albmus in Britannien, en winning) geftagen, en de by-naem van B r i t a n n i c v s

Septimius Severus inPannonien het gebiedt eens voor al M a x i m v s aen-genomen> en zijn zoon Getais B r i-

ingenomen. Severus, die Italien naeft was, vlieght de eerfte t a n n i c v s genoemt geweeft, als uyt zijn penningen

na Romen.en door t\'zamen-ftemmmg der zoldaten en des blijkt. NochtansOiebben de Britannen daer na het verbont

RaedtsKeyzer genoemt zijnde,kieft terftont,om geen vyant gebroken, en na nieuwigheden begonnen te ftaen,op welke

achter rugh te laten, Albinus,die over de heyren van Britan- hy zoo vergrämt uytgeborften is,dat hy voor de vergadering

nien en Vrankrijk geftelt was . boftijk tot Keyzer, en geldt zijn zoldaten, haer allen tot een toe te dooden, mecdeze

met zijn beelt geftagen, beelden opgericht, en hem de eer Homerifche veerzen belafte:

Nema manu s fngiat vefiras cAdemque cruentam >
Non fœtus gravida mater quemgefiat ift al\'vo
Horren-dam effugiat
Céedem.
Als hy deze wisér-ipannige alzins door de zijne bedwon-

van Burger-meefter opgedragen hebbende, ftelt denman
voorzichtelijk te vreden. Daer na roert hy zich in \'t ooften
tet5-en Niger, den welken hy vechtender-handc verwonnen
en pedooc heeft, Bvzantium heeft hy nacr een drie-jarigh

O . . * 1- 1 _______________________I_____

O

Heracïia-
nm vocT-
fchoyd.

£>. IA. 28.
Tn, <5.

belegh ingenomen, de Adiabeners, Arabiers, en andere 011- gen had, zoo is hy met zoo zeer door ziekte des lichaems

der zijn macht gebracht. Doorzulk een voorfpoetnu op- als door droef heydt des gemoedts, om de verdorve zeden

gekomen, en geen met-gezel lijdende, heeft hy heymlijk van zijn zoon Antoninus, die hem eens en ander mael ^e-

cenige tegen Albinus gezonden, die hem verflaen zouden, tracht had met zijn eygen hant te dooden ce York met de-

maer als de lagen niet voortgingen, zoo verklaert hy hem ze woorden geftorven: Ikhebhetgemeenebeft over albe-

opentlijkvoorvyandt, en trekt met zoo groot een vaerd.g- roert ontfangen, ik laet het geftilt zelfs byde Britannen

heydt, als hy mocht, tegen hemin Vrankrijk, alwaer zich Zi|n lichaem is hier, na krijghs-gebruyk van de zoldaten

Albinus, dicht by Lyons met de uytgeleze macht des Bri- uyt-gedragen , en vereert door \'t navolgen der zoldaten en

tanfchen heyrs, tegen hem geftelt heeft. Van de Albinianen zijn eyge zoonen^ op \'t lijk-vuur geleghV Mijftchien wierd

wierd \'er zeer dappcrlijk gevochten,zoo dat Severus zelfde ik van ydelheydt bclchuldight, indien ik de wonderen, die

purpurc rok weghgeworpen hebbende, met de zijnen de zijn doot voor-gegaen zijn, hier vcrhaelde: te weten, Van

vlucht nam. Maer als de Britannen op de vluchtende vyan- de zwarte ofterhandcn, van de kroon van \'t ongelukkige

den, met ontbonden orde, als of zy alreê de overwinning in Cypres, die hem een fpot-vogel met deze woorden aen-

handen hadden, aen vielen, zoo heeft Letus, een van Seve- bood, ghy zijt alles geweeft, zijt nu een Godt. \'t Zal my

rus hop-lieden, de welke met zijn troepen, noch verfch en nochtans iiiet verdrieten hier by té fchrijven hoe hy tot een

heel, tot noch toe de uytgang van den ftrijdt verwacht heb- Godt gemaekt zy, wijl \'t ook den leezer vermaken zal te

bende, fna dat hy gehoort had dat Severus verflagen was) en weten.

nu over-denkende om voor zich het Rijk in te nemen, haer \'c js een wijs by den Romeynen de Keyzers ce heyligen , ^

aengrijpende, in de vlucht geflagen. En Severus, de zijne die ftervende zonen oft navolgers nalaten. En die met zoo-

alreê weer verzaemt,de purpure rok wederom opgenomen, danige eer aen-gedaen zijn,worden gezeyt onder de Goden r^,

en haer hardneklijker vervolght hebbende, heeft, na dat hy gebracht te zijn. En door de gantfche ftadt is gelij k als

Albinus met veel andere gedoot had, de flagh zeer voor- eenige droef heydt en rouw, aen een feeftige menighte van

fpoedighlijk ge-eyndight. Hier door Severus het hooghfte volk gemeen zijnde. Want het doode lichaem begraven zy,

gezagh der weerelt alleen verkregen hebbende, heeft, om na mcnfchlijke wijs , met een prachtige lijk-ftafy. Maer zy

Britannien te verkrijgen , eerftlijk Heraclianus, daer na de maken een beeldt, den geftorven zeer gelijk zijnde, cn ftel-

voor-fchout en ftadthouder Virius Lupus (van de Rechts- len \'t voor op de Koninglijke drempefop een zeer groot en

geleerde Vlpianus wordt hy Prefident van Bricannien ge- hoogh yvoren bed, gedekt met guldc klcederen. En daer

I lighc

-ocr page 45-

32. B II I ■ T Ä N N ï E N.

lif?ht dat beek, bleek zijnde,na de gedaente van een zieken. Gallienus in alle welluft en gulzigheyt verfmekende, zoo Gallkmis
Eli om \'t bed zit men ten weêr-zijden een groot deel van is de Roomfche zaek, \'t zy door zorghloosheyt der dingen ,
den dagh, aen de linker-handt de ganfche Raedt, bekleedt \'tzy door eenige neyging van\'tnoodtlot, byna van alle le-
rnet zwarte kleederen ; en aen de rechter-handt de groote den geknot zijnde, vervallen. En is de afval van deze Pro- \'E^negyri-
vrouwen, die door haerermannen , oft ouderen waerdig- vincie van den Roomfchen veldt-heer zeer droevighge- -

heydt, ge-eert zijn. Van deze wordt geenige oft goudt- weeft. Want dertigh dwinglanden hebben zich op ver-
dragende, oft
met baggen verfiert gezien , maer met dunne fcheyde plaetfen het gebiedt aengenomen, van welke Lol-
witte kkederen bekleet -zijnde, vertoonen een treurige ge- lianus, Vidorinus, Pofthumus, Tetrici, en Marius m dit
dwinglm- I

daente. Dit doen zy alzoo zeven achter-een-volgende da- eylandt (als ik meen) het hooghfte gezagh gehadt hebben \'

gen lang, de Artfen daeghlijx aen \'t bed komende, en t\'el- want der zelve penningen worden hier daeghlijx met groo- .|

kens Eeggende,dat de befchoude zieke zich al flimmer heeft ter hoopen üytgehaek. Onder Aurelianus, heeft die groo- |

en gevoelt. Daer na als hy nu fchijnt gefturven te zijn, zoo te zuyper Bonofus , een Britan van af-komft , het Rijk met ßonofus,
hebben de edelfte en uyt-gelezenfte jongehngen, van rid- Proculus ingenomen, en het gantfche Britannien,Spanjen,
derlijke en raedts-heeren orde, het bed op haer fchoude- en \'t gebrockte Vrankrijk (waer over Florianus twee maen- . •

ren, en brengen\'t langs de heylige wegh op de oude markt, denoverftegeweeft was) zich toe-geeygent ^ maer door een
alwaer de Roomfche overheden gewoon waren het gebiet langduurige en zware krijgh van Probus verwonnen , heeft v

af te leggen. En ten wecr-zijden zijn eenige trappen, na de zijn leven met de ftrop geeyndight, en is daer uyt ontftaen, |

gelijkenis van een ladder, gemaekt, op welke aen de eene dat men tot fchars zeyde, dat \'er een. kan, en geen menfch • |

zijde de rey is der jongeren van de edelfte en raedts-heeren hing. |

kinderen j aen d\'andere zijde der doorluchtige vrouwen, In Britannien is Probus nochtans in nieuwe beroerten Trchns J

over den gefturven zingende liederen en lof zangen , op. geraekt. Want iemandt had gepooght af te vallen,den wel-" .
een deftige en treurige wijze gedicht, \'t Welk gedaen zijn- ken Probus zelf, door\'tvoor-loopen van zijn byzondere
de, zoo heffen zy
\'t bed wederom op , en brengen \'t buyten vriendt Vidorinus Maurus daer toe-gebracht zijnde,tot her .. I

\' de ftadt op (het veldt van Marsj)alwaer op over-ampt verheven had, waer van hy zich van Vidorinus ;

! \'truymftevan\'t veldt een ftoel, met even-wijde zijden in beklaeght heeft j de welke verlof verkregen hebbende om

\'t vierkant,verheven ftaet,t\'zaem-gehecht zijnde,door geen tot hem te pen, heeft, zich veynzende voor de Keyzer te -

: andere ftof als van groote houten, na de vorm van een hut. vlieden, minlijk van den dwinglandt ontfangen fijnde, hem

■ \'c Zelve is-met droogefpaenderen van binnen geheel ver- \'s nachts gedoot, tot Probus weder-gekeert, en de Provin-

vult: maer van buyten met vergulde dexels, yvoren teke- cie te gelijk van deze beroerte verloft. Wie deze dwing-
I Ben , en verfcheyde fchilderyen verfiert. Doch van binnen landt geweeft is, heeft niemant gezeyt, doch fchijntJiet Cl.

is wel een ander kleyner geftelt, maer van vorm en fieraedt Corn. Lslianus geweeft te zijn, wiens penningen in dit ey- LalUms
i alleens, met opene deuren en poorten. Infgelijx het derde landt, en niet elders gevonden worden. Probus heeft hier

^ en vierde, altijdt kleyner als de bovenfte , en d\'andere zoo ookdeBurgonjonsen Vandalen gezonden, die hy onder

voort, tot dat men tot het laetfte , \'t welk het allerkortfte is, zijn macht gebracht had, en de zelve woonplaetfen ver- en Anda-
! " komt. Men mocht de vorm van dit gebouw vergelijken by gunt, de welke namaels, zoo vaek als lemant eenige oproer
UninBri"

\\ de toorens, die op de havenen ftaende, \'s nachts m.et een betrachtte, den Romeynen nut geweeft zijn. Maer dat Vo-

I • voor-geftelt vuur , de fchepen in behoude havens ftieren, pifcus fchrijft, dat Probus den Britannen toe-gelaten heeft

I men noemtze gemeenlijk baken. Het bed dan in de twee- wijngaerden te hebben, een zeer geleert man vreeft, dat hy

! de hut gedragen zijnde, zoo krijgen zy allerley riekende \'t zelve onbedachtlijk gefchreven heeft, als of dit landt tot

kruyden, reuk-werken, vruchten, L\'uyden, en allerleyerie- wijngaerden weynigh bequaemzy, daer\'t nochtans wijn-
kende fappen , en gietenze met hoopen uyt. Want daer is gaerden heeft, en \'t zeker is, dat het zeer vele gehadt heeft,
geen volk , geen ftadt, niemandt die in eenige eer en waer- Om zoo veel dwinglanden te dezer tijdt in deze Provin-
ï \' \' digheydt uytmunt, die niet yder om ftrijdt voor zich die cie opftaende, heeft Porphyrius, die in deze eeuw leefde, ;

! laetfte gaven tot des Vorften eer by-brengt. Als men nu een uyt-geroepen: Britannien vruchtbare Provincie der dmng-

I * grooten hoop van riekende krüydent\'zaem-gebracht heeft, landen, »

i ■ en de gantfche plaets vervuk is , zoo rijden zy rondtom dat Carus Auguftus heeft daer na dit eylandt met Vrankrijk, Hierony-

\\ . gebouw, de gantfche ridderfchap met een zekere wet en Spanjen , en Slavonien aen zijn zoon Cannus opgedragen, «j»/.

i ■ \' weêr-loop, met een fnelle beweging, en op haer maetin Dat deze hier oorlogh gevoert heeft, befluyten zommige,

i \\ rondt lopende. Infgelijx worden de wagens omgedreven, voorwaer fcherpzinnighlijk, maer hoe waedijk weet ik niet, Garinus

\\ bezeten zijnde met gepurpurde voer-lieden, die de perfoo- uyt deze veerzen van Nemeiianus: . Keyx.mn,

; ■ \' nen van alle Roomfche veldt-heeren en doorluchdghfte ^ectaceamqudnuperbellafub JrSlo ^

\' Vorften vertoonen.\'t Welk uytgehouden zijnde,zoo neemt FceluiCarinemanuconfeceris , ipfo

j de navolger van \'t Rijk een fakkel, en houd de zelve aen de Pene prior genitore Deo.

I hut: dan werpen al de andere van alle kanten vuur, en alles Onder Dioclefianus was Caraufius , geboordgh uyt de

i > wordt terftont, met die drooge fpaenderen en reuk-werk ftadt Menapien, van een zeer laegh geflacht, van raedt en nus enMa-^

I vervult zijnde, door een geweldigh vuur weghgenomen. handt vaerdigh, om zijn dapperheydt in fcheeps-ftrijden a:«^-«««^

i Terftont wordt uyt die uyterfte en minfte hut, als uyt een een groote naem verkregen hebbende, midts hy deZaxen

I ► fpitfe top, te gelijk met het heymlijkingeworpe vuur een en Vranken, de zee onveyligende, by Bononien verdreef,

I • Arendt uyt-gelaten, de welke gelooft wordt de ziel van overfte over Vrankrijk geftelt. De welke als hy in\'t eerfl

j den Vorft zelf na den hemel te voeren. En van die tijdt af dikwijls zeer veel Barbaren ving, en al de buy t niet in de

wordt de Keyzer voortaen met al de andere Goden ge-eert. fchat-kift der Keyzeren bracht, nocht aen de onderdanen
t Maer dit is buyten fpoor ; keeren wy nu weêr. herftelde : en als hy namaels zeer weynige verdrukte, zoo

i Antoninm Antoninus Caracalla, Severus zoon, heeft de overblijf- is\'er een groot vermoeden gerezen , dat de Barbaren met

I Caracalla. jfels van den oorlogh een d jdt lang door veldt-heeren in Bri- voordacht van hem toe-gelaten wierden, op dat hy die met

tannien vervolght, maer heeft terftont vrede gemaekt, en buy t voorby gingen krijgen,en zich door die gelegentheydt
I uyt de kafteelen en landen voor den vyant geweken. Noch- verrijken mocht j v/aer van Maximianus Auguftus hem ge-

tans heeft hy zich de naem van B r it a n ni c v s, ja van bood te dooden. Flet welk als hy zekerlijk vernomen had,
^ \' Britannicvs Maximvs hovaerdighlijk toe-ge- zoo heeft hy Britannjen, de Keyzerlijke wapen-tekenen

i ♦ eygent, en zijn broeder Geta heeft ook de naem van B r i- aengenomen hebbende,ingenomen,en de vloot,die Vrank-

t a n ni c v s gebruykt. Want wy hebben zijn penningen rijk befchermde, weghgevoert, zeer veel fchepen na de
met dit opfchrift gezien,
Imp. C^s. P. Sept. Geta Pivs. Roomfche wijs gebout, het Roomfche legioen zich toe-ge-
! ^ Avg. Brit. PoNTiF. Tri. P. iii. Cos. 11. PP. voeght,de toegangen der vreemde zoldaten belet, de Fran-

i Van daer af hebben de fchrijvers met een lang ftil-zwij- fche koop-lieden tot de monftering vergadert, Bononien

gen de Britanfche zaken voorby-gegaen, want Alexander met bezetnng voorzien, de inkomften van Bntannien en ^

Severus was niet in Sicilien, een dorp van Britannien , als Batavien heymlijk tot hem genomen i geen kleyne troepen
Nonias zommige willen,maer in Vrankrijk gedoot. Alleenlijk blijkt der Barbaren, door\'tberooven der Provinciën, tot zijn ge-
1"
 ^ Phäipp»s uyt een oude fteen, dat Nonius Phihppus onder Gordianus zelfchap gekregen, inzonderheydt de Franken , die hy rot

^ Wöryc^^ ^^J^g^ ^^^^ voor-fchout geweeft is. fcheepsdienften onderwezen heeft,en alle ftranden rondom

fe • voor

-ocr page 46-

B R I

voor vyandt gehouden.\' Om dezen te beoorlogen heeft
• zich Maximianus met een tal-rijk heyr, van welke * zom-
mige in de zelvé krijgs-tccht een heerlijke doot voor Chri-
ftus geftorven zijn, begeven j maer als hy aen de zee-ftrandt
gekomen was, is hy door gebrek van boots-volk, en door
de ongeftuymigheydt des Britanfchen Oceaens verbaeft
zijnde, geftiiyt, en met Caraufms een geveynfde vrede aen-
gegaen hebbende, heeft hem \'t gebiedt des eylandts gela-
ten , wijl hy met het bevel, en verfterking der inwooncrs,
tegen ftrijdtbare volkeren bequamer geacht zy. Hier van
is\'tdatwyop dezilvere penningen van Caraufius gezien
hebben twee Keyzers, de handen t\'zamen-voegende, met
■ dit opfchrift
CoNcordia * Avgg. Doch Maximia-
nus heeft zijn benden op de Franken gewent, die toen in
Batavien gezeten hebben, en Caraulius geholpen hadden,
de welke hy, door zijn fchielijke aenkomft, daer toe ge-
bracht heeft, dat zy zich onder ftelden. Onder-tuftchen
heeft Carauüus Britannien met volle macht en de grootfte
vrede bedient, de muur tegen de Barbaren, tuflchen de
monden der Clude en Carnu, herbout, gelijk Ninnius de
leerlingh van Elvodugus fchrijft, en met zeven kafteelen
voorzien: en heeft een rondt huys met geflepe fteenen op
den oever van de rivier Carnu , om dat zy na zijn naem ge-
noemt
was, een zege-boogh ter gedachtenis van zijn over-
winning op-richtende, gebout, welke Buchananus noch-
tans gelooft de kerk van de Godt Terminus geweeft te zijn,
gelijk wy in Schotlant zeggen zullen.

Als Diocleflanus en Maximianus, zoo om \'t verworve te
befchermen, als om
\'t verloore weder te krijgen, Conftan-
tius Chlorus en Maximianus Galerius als Keyzers tot hun
aen-genomen hadden j zoo is Conftantius, het heyr ver-
zaemt hebbende, eer \'t iemant giftc,na Bononien in Vrank-
rijk, (\'t welk ook Geflbriacum genoemt wierd) \'t welk Ca-
raufius met een fterke bezetting verzekert had, gevlogen,
en heeft het met een belegh befloten: hy heeft haer, door
balken in de ingang vaft gehecht , en ingeworpe fteenen
de zee uytfluytende , de haven als met een bolwerk beno-
men, welke de aenval van den Oceaen,met haer gewelt ve-
le dagen op-ftekende, niet verbroken heeft, maer na dat de
ftadt over-gegeven was, heeft de eerfte vloedt, die\'er op
ftuyte, de zelve alzoo vermorzelt, dat zy t\'eenemaelgeloft
en weghgerukt is. En terwijl hy , om Britannien weder te
krijgen, hier en elders een vloot bereyde, zo heeft hy Bata-
vien , van de Franken ingenomen zijnde, van alle vyanden
gezuyvert, en vele der zelve tot de Roomfche volkeren,om
de verlate landen te bouwen, over-gevoert.

Onder-tuflchen heeft Alleèlus zijn byzonderen vriendt
Caraufius, onder denwelken hy het hooghfte gczagh ge-
hadt heeft, door li\'ft gedoot, en zelf den purpuren rok aen-
getrokken. Het welk Conftantius gehoort hebbende, heeft
met verfcheyde toe-gerufte vlooten , Alledus zoo onzeker
en radeloos gemaekt,
dathy toen eyndlijk gevoelt heeft,
dat hv door den Oceaen niet gefterkt, maer befloten was.
En, fchoon de hemel en zee ontftelt was, zeyl makende,
is door een mift, welke op de zee lagh, de vyandige vloot,
die by \'t eylandt Veda op de wacht en tot een hmder-iaegh
lagh; gantfchlijk buyten weten der vyanden voorby ge-
zevlt, en heeft, zoo haeft het heyr op de ftrandt van Bri-
taiinien geraekt was, het vuur in zijn Ichepen geworpen ,
om alle hoop van vlieden wegh te nemen. Maer zoo haeft
als Alledus de nakende zeylen van
Conftantius zagh, heeft
hy de ftrandt, die hy in had, verlaten, en is vluchtende ge-
vallen in de handen van den hof-meefter Afclepiodorus,
en heeft zich zoo verbaeft en als een zinloos menich tot
zijn dootgefpoet, dathy nocht zijn flagh-orden geftelt,
nocht de benden, die hy met zich leyde, onder-wezen
heefti maer is met de gehuurde Barbaren
aen-gevallen, en,
de piirpure rok, om niet bekent te worden , weghgewor-
pen
hebbende, door die verhaefte ftrijdt om-gekomen, en,
naeulijx van een bekent, gevonden onder de doode beha-
men der
Barbaren, de welke overal de velden en heuvelen

bedekten. Doch de Franken en andere Barbaren, die den

ftrijdt ontkomen waren, dachten Londen te pionderen, en
dan de
vlucht te nemen, als de zoldaten van Conftantius,
die door de miftige lucht van hem af gefcheyden waren,on-
voorziens en gemaklijk te Londen quamen, en haer overal
door de
gantfche ftadt af-maekten, en alzo aen de burgers
door de nederlaegh der vyanden niet alleen de behoudenis.

A

* Het 7he.

hmtißhe

Itgiosn.

* Augußo-
rum.

Eftmemi
Pmegyri\'

CHS.

C. AUeElus
Kejzsr.

N N - I E N.

maer ook een welluft in \'t aenfchouwen gaven. Door dezé
overwinning is de Provincie, na dat zy vveynig min oft meer
als zeven jaren onder Caraufius, en drie onder Alledus inge-
nomen geweeft
is,weder gekregen. Waer van Eumenius tot
Cónftandus aldus fpreekt: ó veelvoudige en veler zege-te-
kenen waerdige overwinning, waer door Britannien her-
ftelt, het volk der Franken byna uyt-geroeyt, en vele volke-
ren, in de t\'zamen-zwéering van dat Ichelm-fiuk betrapt,
de dwang van gehoorzamen op-geleght is. Eyndlijk
zijn de
zéën tot een geduurige ruft gezuyvert. Maer ghy, ó onver-
winlijke Keyzer! roem, dat ghy een andere wereidt gevon-
den,en met de fcheeps-eer aen de Roomfche mogenheyt te
herfteilen, een hooft-ftof (Element) grooter als alle landen,
aen \'t Rijk gevoegt hebt. En weynig daer na tót den zelfden:
Britannien is alzo weder-gekregen, dat ook de volkeren,
die aen
\'t zelfde eylandt grenzen , op uw geboden wachten.

In de laetfte jaren van Dioclefianus en Maximianus, als Vervolg!»^
de oofterfche kerk, door \'t bloedt der Martelaren, nu vele
jaren befprenght geweeft was, zoö is de oploop van die ra-
zende vervolging ook hier in \'t weften door-gedrongen, en
zijn vele,die zich Chriftenen lieten noemen.gemartert: on-
der welke de voorneemfte zijn geweeft Albanus van Vero-
S.Alhmh
lamienjulius,en Aaron uytlfca,een ftadt der legioenen,&:Ci
Van welke op haer plaets: Want toen heeft de kerk door de
aller-grootfte en gelukkigfte zege overwonnen, als zy door
\'t moorden van twaèlf jaren niet kon verwonnen worden.

Als Dioclefianus en Maximianus het gebiedt af leyden ,
200 hebben zy dien Conftantius Chlorus, die tot noch ro#
met de tijtel van
KeyZer het gemeene beft bedient had, de ^^^ AV^^m
naem van Auguftus toe-geeygent, en hem zijn te beurt ge-
vallen Italien, Africa, Spanjen , Vrankrijk, en Britannien:
maer Italien en Afnca heeft hy Galerius over-gegeven,met
het andere tc vreden zijnde. Deze, als hy onder Aurelia-
nus in Britannien voor zoldaet diende, heeft Helena, de
dochter van
CoeIus oft Coelius een Britanfch Koninxken,
ten huys-vrouw genomcn^by welke hy dien grootften Con-
ftantinus geteelt heeft. Want zo getuyght,met dien grooten
Baronius , het gemeen cn een-helligh gevoelen van alle
fchrijvcrs,behalven een oft tweeonlangfche Griexkens on- herklijke
der eikanderen twiftende,en een zeer geleert man door een
Gefdtch-
verdorve plaets van I. Fiimicus. Nochtans is hy van Maxi-
mianus gedwongen geweeft de zeivete verlaten, omzijn
dochter Theodora tc
acnvaerdcn. Dit is die Helena, de Helena^
welke in de oude opfchriften
Vemerabili s,en P11 s-
siMA Avgvsta genoemt is , en de welke om haer
Chriftlijke Godtvruchdgheyt, om dat zy lerufalem van af-
godery zuyverde, een kerk op de plaets, daer onze Heer
Chriftus geleden heeft, boude, en Chriftus zalige kruys
vond
, zoo h\'ooghlijk van de kerklijkc fchrijversgc-eenis.
Die de Joden en Heydencn nochtans vcrschrclijk een ftal-
meyr genoemt hebben,om dat dcGodtvruchtighfte Vorftin
de krib, waer in Chriftus geboren is
, geZocht, en daer de
ftal geweeft is, een kerk gebout heeft. Hierom zeght de
H. Ambrofius: Zy
beveftigen dat deze eerft een ftal-meyt
geweeft is, &c. De goede ftahmeyt Helena heeft zich na
lerufalem gefpoet,en na-gefpoort dc plaets van onzes Hee^
ren lijden , en heef^t zo naerftighlijk onzes Beeren krib ge-
zocht. De goede ftal-mey t, die dien ftal-knecht gekent
heeft,die de wonden des menfchen,die
van dc moordenaers
gequctft was, genezen heeft. De goede ftal-meyt, die om
C hriftus tc winnen, liever een drek-veeghfter wilde geacht
zijn.En voorwaer met geen minder lof wort haer manCon-
ftantius om zijnGodvruchtigheyt en tuchdgheyt geprezen.
Een man, die gantfchlijk verworpen hebbende het over-
geloof der godt
-loozen in \'t ceren Van verfcheyde goden,
den ecnigcn Godt, heerfcher aller dingen, gewillighlijk
bekent heeft. Waer
Van hy, om zijner hovelingen geloof
op Godt te beproeven , haer vrye keur gegeven heeft, oft
dat zy den
goden offerende by hem blijven, oft zelve wey-^
gerende wegh gaen : maer die liever wegh gaen j als haer
geloof
op Godt vedaten wilden, heeft hy by zich gehou-
den, de andere verdrijvende, om dat hy achte, dat zy, die d^s, ivher^
het geloof
in den waren Godt verlaten hadden , hem Ook mn hy Pau-
ontrouw Zouden worden. Deze zeer
goede Keyzer is tc per ge~
York geftorven in de laetfte kdjgs-tocht tegen de Caledo- ^^
niets,en andere Piden. Zijn zoon Conftantmus tot opper-
veldt-heer. zijn na-volger en Keyzer beftemt zijnde. ZJiQi-

Weynige dagen voor Cónftandus doot, heeft zijn zoon

Con-

zer.

-ocr page 47-

B R î T A

Conftantinus zicli met befteldc paerden van Romen naer
York ge-haeft : de anderen, dicj\'t gemeene beft op de gant-
fche reys voedé, op dat hem niemandt volgen zoude,heeft
h y verlamt : cn heeft aldaer zijns vaders geeft ontfangen.
Waer van een oude Redenaer aldus tot hem fpreekt : In dar
heyligh Palleys zijt ghy,niet als begeerigh, maer als beftemt
tot het Rijk, ingegaen: cn terftont hebben die vaderlijke
huys-goden u als de wettige navolger gefien. Want daer
was geen twijffcl aen, of dien quam \'t erf toe,dien het noot-
lot den Kcyzcr tot ccn eerfte zoon gegeven had. Niet te
min is hy van de krijghs-licdcn als gedwongen,doch inzon-
derheyt van Erocus , Koning der Allemanncn, die hem tot
hulp
vcrzelde, tot Keyzer verheven. Dc purpurc mantel
hebben hem de zoldaten, meer het gemeene nut, als haer
eygen tochten zoekende, alfchreyendc op-geworpen, en
terwijl hy zijn paert met fpooren ftak, om \'t poogen van \'t
begeerigc heyr te ontvlieden, &c. Maer \'t geluk van \'t ge-
meene beft heeft zijn zedighcyt verwonnen. Waer van de
lof-tuytcr aldus uy troept: ô gelukkig l en nu zaliger Bri-
tannien als alle landen, welke den KeyzerConftantinus
eerft gezien heeft. De nu opkomende Keyzer heeft het
overfchot van den oorlogh, welke zijn vader tegen de Calc-
doniers en andere Piden op-genomen had, eerft vervolght,
die vêr-gelege Britannen, cn de inwooners van dc eylan-
den , die daer zijn, getuygen, gelijk hy zeght, van den on-
dergang def zon, aen-gegrepen hebbende, heeft hy zommi-
, ge met gewelt en wapenen t\'onder-gebracht, zommige
^ant hy hackte na Romen en na hooger dingen) heeft hy,
hun zoudy acn-geboden hebbende,tot zijn gefclfchap aen-
genomen, zommige heeft hy van vyanden tot vrienden,van
oude
vyanden tot gemeenzame vrienden gemaekt. Daer na
hebbende de Franken in Batavien overwonnen, met zoo
groot een eer, dat hy gulde penningen geflagen heeft, (van
welke ik ook een gezien heb ) met ccn vroulijke beeltenis
ondereen zege-teken zittende, cn met de eene handt op
een fteen-worper ( \'t is een krijghs-gercedtfchap ) fteunen-
de i cn met dit opfchrift F
r a n c i a , cn met het omfchrift
Gavdïvm Romanorvm: (derRomeynenvreugt)
cn hebbende, de andere Barbaren in Duytfchlandt verdre-
ven, de Duytfche en Franfche volkeren met zich verzoent,
en zoldaten in Britannien, Vrankrijk,en Duytfchlandt ver-
zamelt, de welke alle omtrent 90000 voet-knechten cn
80000 ruyters waren,heeft zich na Italien begeven,Maxen-
tius, die zich te Romén het gebiedt toc-geeygent had,ovcr-
wonnen , en, Italien ingenomen hebbende, de gaven van
een onbezorghde vryheydt, door \'t overwinnen van den
dwinglandt, aen de werelt weder gegeven. En gelijk in een
oud opfchrift verhaelt wort
:hy heeft zich,en t ge mee-
best, do or godlyk ingeven, door grootheyt
des gemoets,m£tzyn heyr. zo van den dwingla nt,
als van al zyn aenhang. op een tydt met recht-
vaerdige wapenen gewroken.

Nochtans geeft Eufebius tc kennen, dat hy weder in Bri-
tannien gekeert is. Conftantinus, zegt hy, is cyndlijk tot de
Britannen, aen alle zijden door de ftranden van denOceacn
befloten zijnde, over-gevarcn, dc welke, als hy overwonnen
had, heeft in zijn gemoedt andere deden van dc werelt bc-
goft tc begrijpen, op dat hy dc gene , die zijner van doen
hadden, by tijdts mocht te haet komen. En elders : als hy
met zachte cn zedige geboden van Godtvruchtigheyt zijn
heyr voorzien had, is hy gekomen in Britannien, als tot die,
welke door de vloeden van den Oceaen, die den ondergang
der zon, gelijk als door zijn ftranden bepaelt, overal om-
ringt zijnde, woonen. En van Britannien zijn die vcerzen
van Optatianus Porphyrius aen Conftanrinus te verftaen :
On^ms ab Ar Bois flagafinibm horrida Cauro
Pacis amat cana ^ compertaperenmajura t
Et tibifida tuis femper bene militât armis y
Refyuegerit virtute tuas,populofque feroces
Tropellit, cedit que luhens tibi débita rata,
Et tua viäores fors accipit hitzc tibi fortes,
Teque duce inviäit attollunt fignata cohortes.
TacatUnus
Om dczc tijdt,gelijk iiyt het Thcodofiaenfch bock blijkt,
ßadthouder is Pacatianus ftedehouder van Britannien geweeft, want
Bri-^ Britannien hield nu op een
Proprator (voor-fchout) cn een
Tzjl7vm L^g^^t (landt-voöght ) te hebben, cn in diens plaets is een
Conflami- Vicarius (ftadthouder) geftelt.

msM. Deze Keyzer is in veel eer cn prijs zeer gelukkigh ge-

54

Tanenjri-
eus Con-
flantino M.
diäus.

Gelazifis
CißcenHS
Ub.
I. Aä.
Cenc. M~
ce», tfi^. I

N N I E R

weeft, cn niet büy ten verdienft; want hy heeft niet alleen
het Roomfche Rijk in vryheyt beveftight, maer ook de dik-
ke wolk van ovcr-geloven verdreven, cn Chriftus ware licht
Gildani
daer in gebracht, als hy de kerken voor den waren Godt ge-
opent , Cn voor de valfche goden gefloten heeft. Want nu,
als die ftorm-windt van vervolgingh gelegen was, gingen
Chriftus gelovigen in\'t openbaer, die zich in de tijdt van
gevaer in boflchen, woeftijnen, en hcymelijke holen ver-
borgen haddcn,zy vernieuwen dc kerken,d
!c ten gronde toe
uyt-gerocyt waren, de kerken der hcyligc Martelaren ftich-
ten, bouwen, en vol-makcn zy, cn ftellen over al, gelijk als
zege-tekenen ten toon, vieren dc heyligc dagen,betrachten
het heyligc met een zuyver hart cn mont. Waer van hy met
deze tijtels ge-eert wort :
Beßerkße en z.alighße. Be God4-
vruchtighße. Gelukkighße Keyzer, Verlojfer derßadt. Stich-
ter der ruß. opbouwer van^t gemeene beß. Oorzaek der ge-
meene vryheyt, Herßeller van de ßadt Romen en de werelt.
Be groote. Degrootfle. Onverwinlijke. Onvermnlijxte. Ge-
duurige. Altijdt vermeer er des Rijx. Be beße vorß der menfch-
lijk e dingen. In dapperheyt de ßerkße. In Godtvruchtigheydt
de zachtmoedighße.
En in de wetten: Bie met het eeren van
U Chrißlijk geloof het Roomfche Rijk beveßight heeft. Be God-
lijke. Godlijker gedachte. Godzaliger gedachte, ^c.
Enhyis
de eerfte der Keyzeren geweeft, die op de penningen cn ge-
meene werken liet fchrijvcn
Dominus noster, (on-
ze Heer) voor zoo veel ik tot noch toe heb können verne-
men. Hoewel ik niet onbewuft ben,dat Diocletianus de al-
ler eerftc,na Caligula, zich openbaerlijk heer noemen liet.

Voorts heeft in deze zoo groot een Keyzer zijn voor-
zichtigheyt ontbroken, om dat hy den Barbaren in Britan-
nien, Duytfchlandt, en Vrankrijk den wcgh geopent heeft.
Want als hy de noorderfchc volkeren zoo gekrenkt had, dac
hy van de zelve nu niets vreefde, en om het Pcrfiaenfch ver-
mogen , welk het Roomfche Rijk in \'t ooften dreyghde, te
verbreken, de nieuwe-ftadt Conftantinopolen boude : zoo
heeft hy de legioenen, die de grenzen bewaerden, cenfdcels
in \'t ooften over-gevoert, en in der zelve plaets kafteelen
en
veftingen gebout, een/deels in vergelegener fteden van de
grenzen af-gevoert, zoo dat terftont na zijn overlijden, dc
Barbaren de fteden en kafteelen overweldigende,in de Pro-
vinciën ingevallen zijn: en hier opheeft hybyZozimus
een zeer quaden naem, als de grootfte en eerfte omkeerer
van het bloeyenfte Rijk.

Maer wijl Conftantinus de regel van\'t Roomfche Rijk
verandert heeft, zoo zarchier niet vreemt zijn kortdijk
aen te tekenen, hoe Britannien onder hem en dc navolgen-
de jaren geheerfcht is geweeft. Hy heeft vier hof-mcefters
Be Room-
geftelt, tc weten, van \'t ooften, van Slavonien, Italien, en fi^^,
Vrankrijk, twee overften der zoldaten, een van\'t voet- \'

volk, een van de ruytcrs van \'t weften, die men Prafentales
genoemt heeft. TaetfteLy-

V/at de burgerlijke heerfching aen g^^et, over Britannien teren,
is geftelt geweeft de hof-meefter van Vrankrijk, cn onder
dien de ^/V^zr/W (ftadthouder) van Britannien, die zijn
De fiadt-
plaets bewaerde, ge-eert zijnde met de tijtel van eerwaer- houder van
digh. Dien gehoorzaemden na \'t getal der Provinciën twee Britannien.
Burger-meeftercn, en drie Prxfidenten, die burgerlijke cn
hals-zaken aenhoorden.

Wat de krijghs-zaek belangt, die beheerfcht de overfte
\'der voet-knechten van\'t weften, onder wiens beftieringh
waren de Graef van Britannien, de Graef van de Zaxfche
ftrandt langs Britannien,de Hertogh van Britannien: yder
eerwaerdigh zijnde.

De Graef van Britannien fchijnt geftelt geweeft te zijn De Graef
over dc binnenfte deelen van\'teylandt, die by zichgc- van Mri-
hadt heeft zeven benden voet-knechten, en negen vanen tanmen,
ruyters.

De Graef van de Zaxfche ftrandt, die de ftranden tegen De 0raef
de Zaxen befchermde, en van.Ammianus de Graef van de van de
zee-wijk genoemt wordt, had, om de zee-kuft te befcher- ^^xfche
men, zeven troepen voet-knechten, twee varicn ruyters,
het tweede legioen, en een bende.

De Hertogh van Britannien , die de grenzen tegen de Be Hertogh
Barbaren befchermde, gebood over x x x v 111 bezettin-
gen, waer onder 14000 voet-knechten
cn 900 ruyters die
op de wacht lagen. Zoo dat Britannien in die eeuw, zoo
Pancirolus wel gerekent heeft, i^zoo voet-knechten, cn
1700 ruyters min oft meer gewoonlijk gevoed heeft.

Behal-

-ocr page 48-

Béhalven dit ïieeft de Graef dér heyliger giften, die de
gefchenken en mildigheyt des Keyzers bezorghde, onder
zich in Britannien gehadt een reken-meefter van de hooft-
zommen van Britannien, een overfte der Auguftenftfche
fchatten in Britannien, én een verzorger van \'t vrouwen-
huys in Britannien, waer in des Vorften en der zoldaten
kleederen geweven wierden. De Graef der byzondcre din-
gen,heeft ook zijn reken-meefter van byzondcre dingen in
Britannien gehadt, op dat ik den verzorger van \'t fcherm-
fchool in Bricannien, aen wien een oud opfchrift gedenkt,
cn andere van minder ftaet verzwijgh.

Conftantinus geftorven zijnde, zo is Britannien aen zijn
zoon Conftantinus ten deel gevallen, de welke, als hy door
begeerte van heerfchen in eens anders goedt viel, van zijn
broeder Conftans gedoot is. Door welke overwinning hy,
hovaerdiger zijnde, Britannien en de andere Provinciën in-
genomen heeft, en is hier met zijn broeder Conftantius
aen-gekomen. Waer van lulius Firmicus, niet die Heyden-
fche ftcrre-kijkcr, maer de Chriften, de zelve aldus acn-
fpreekt: Ghy hebt ft geen noyt gefchiet is, nocht gefchie-
den zal) de wateren van den Britanfcheti Oceaen, door de
winter op-gézwollen en razende, onder uw riemeii. vertre-
den.Het water, van de by ons gantfch onbekende zee, heeft
gebeeft, en de Britan het ongehoopte acngëzicht des Kéy-
zers gevreeft. Wat wilt ghy meer ? de overwonne hooft-ftof-
fen hebben voor uw dapperheden geweken. En deze Con-
ftans heeft dc Sardifche Vergadering tegen de Arrianen in-
geftelt, alwaer drie-hondert Biftchoppén te zamen geko-
men zijn,en onder de zelve de Biffchoppen van Britannienj
de welke de kecteren verdoemt, en het Nicenifch geloof
beveftight hebbende, Athanafius onnozelheyt met haer on-
der-tekening voor goedt kenden. Maer deze jonge Vorft,
de zorgh des Rijx weghgeworpen , door welluften be-
fmet, en daer door den onderdanen moeylijk, en den zol-
daten wéynigh aengenaem, is van Magnentiüs, Graef der
loviers cn Herculiers, onder\'t jagen in het dorp van He-
lena omringht en gedoot, de voor-zegging alzoo vervul-
lende,\'dat hy in zijns groot-moeders fchoot fterven zoude,
van welke dit dorp de naem had. Deze Magnentiüs, van
een Britanfche vader by de Lzetén in Vrankrijk gebooren,
als hy nu Conftans gédoot had, heeft het Keyzerlijke kleed
in Vrankrijk aen-getogen , cn Britannien tot zijn deel aen-
genomen, en driejaren lang met fcherpe ftrijden van Con-
ftantius gequelt geweeft zijnde , zich zeiven \'t leven beno-
men. Gelukkigh, neven eenigen Vorft, in matigheyt dés
hemels, opkomft van vruchten, en geenige vrees van Bar-
baren , welke dingen Van \'t gemeen volk als heerlijkheden
der Vorften geacht wordt. Maer waerom die Magnentiüs
Taporus genoemt wierd, laet andere in een oude fteen, nu
onlangs te Romen op-gegraven , onderzoeken. Want zoo
leeft men van de fteenen naelt, in een Cirkel op-geriGht,
fprekende:

Interen Tiporo Romam v aß ante tyrannö
Augufli jacuit, donumfludiumque locandi.

In deze tijdt is over \'t leger in Britannien geftelt gCweeft
Gratianus by-genaemt Funarius, die de vader van Valenti-
nianus Auguftus geweeft is. Funarius is hy genoemt, om
dat hy, noch niet
vol-waften, touw te koop dragende, voor
vijf zoldaten, hem met groote moeyte poogende te grijpen,
geenzins geweken heeft: Deze als hy wederom t\'huys ge-
komen was, van den eedt ontftagen zijnde, zoo is hy van
Conftantius in zijn goederen geftraft, om dat hy gezeydt
wierd Magnentiüs geherberght te hebben.

Magnentiüs doot zijnde, heeft zich Britannien onder
Conftantius begeven,
en terftont is hier na toe gezonden
de
liptarim, (bondt-fchrijver) Paulus, gebooren in Spanjen,
fchuylende onder een gladt en ongehayrt acngëzicht, en
zeer loos in \'t door-fnuffelen der wegen, die met eenigh ge-
vaer bezet waren,om eenige krijghs-lieden
met gewelt over
te voeren. die gedurft hadden met Magnentiüs t\'zamen-
zweeren, wijl zy \'er zich niet konden tegen ftellen. Hy deze
geboden lichtlijk overtredende, heeft zich zo fchielijk als
een vloet geftort in dc goederen van velen. En wierd, door
veel nedergeftorte gebouwen en verflage lichamen, ge-
dragen , de leden der Edelen met banden bindende, zom-
mige met handt-boeyens knellende, en hun veel mifdaden

opdichtende, die ver van de waerheydt vervreemt waren.

Waer door een godlooze daedt begaen is, welke Conftan-
tius tijden met een eeuwige fchant-vlek gebrandt-merkt

De Graef
der heylige
giften.

Conßanti\'
nus Keyxpr.
Conftafis
Keyz.er.

\'j/ithanaßfiS
in

gm 2.

Ma^nen-
tius dte 00^
Tapems
gemmt U.

Rocha.

Gratianus

Fmarifts,

Ammianus

Marceili\'

ms.

Confiamms

l^mlus

Catena,

A. Mar-

cellinus
lik
14.

heeft. Martinus. die Provinciën voorden overften heer-j/^rZ/W

fchende,zwaerlijk over dc ellenden der onnozelen zuchten- fiadthouder
de, en dikwijls biddende, dat hy, die vry van alle fchuld wa- \'vanBrim-
ren, fparen zoud, als hy niet verwurf, dreyghde dat hy zoud
vertrekken: op dat die quaedtwillige gcweldenaer, dat ten
minflen vrezende, eyndlijk zoud op-houden de menfchen,
die tot ruft t\'zaem-gegroeyt waren, met openbare gevae-
ren te verftrikken. Paulus achtende dat hier door zijn yver
vermindert wierd, gelijk hy eengrouwlijk konftenaer was
in \'t hoopen Van quellingen, waer van hy ook Ketten toe-
genaemt is, heeft den ftadthouder zeiven, welke die be-
fchermde, die hy noch gefpaert had, tot het lot der gemee-
ne gevaeren getrokken. En dreygde hem ook met de over-
ften des volx,en veel andere gebonden,tot het hof des Key-
zers te voeren. Door welk dringend ongeluk hy bewogen
zijnde, valt Paulus zelf met uyt-getogen zwaerden aen. En
om dat hy , midts zijn rechter-handt verflaeudt, niet dood-
lijk verwonden kon, heeft de bloote punt in zijn eygen zij-
de geftekén: en door dezé leelijke manier van fterven zeer
rechtvaerdigh uyt dit leven gefcheyden, gedurft hebbende,
door verhindering, de ellendige ongevallen van velen ver-
lichten. Welke dingen zoo fchelm-achtigh begaen zijnde,
zoo is Paulus, met bloet befprengt, weder na de legcr-plaets
des Vorften gékeert, vele, byna met ketenen bedekt, met
zich leydende, die in vuyligheden cn droef heyt verworpen
lagen; door welker aenkomft de prikkelen geftijft wier-
den , cn de Beul de haken en pijn-banken bercyde ^ en van
de zelve zijn vele te koop geftèlc, vele verbannen, zommi-
ge door het ftraffe zwaerd verteert. En hy zelf, eyndlijk on-
der lulianus levendigh verbrant zijnde, heeft door Godts
wraek, voor zijn uytnemendewreedtheyt, zijn verdiende
ftraf ontfangen.

Daer na (ghy leeft Ammianus Marcellinus) alsinBri-
tannién, door den oploop der Schotten, PiÊten en andere
wilde
Volkeren, de ruft gebroken zijnde, de plaetfen, die
naeft op de grenzen beftelt waren, verwoeft wierden, en de
vrees de Provinciën,
die door den hoop der voorlede fcha-
den vermoeyt
waren,verwerden, lulianus (dien Conftantius
tot Keyzer en
mede-gezel in \'t Rijk verklaert had) de win-
ter
te Parijs overbrengende, en door verfcheyde bekom-
meringen gequelt zijnde, vreefde deover-zeefchete hulp
te trekken, gelijk wy verhaelt hebben dat Conftantius te
Vooren gedaen had, om Vrankrijk niet zonder heerfcher
te laten, en ook midts de Alemannen tot wreedtheyt en
oorlogh op-gehitft warén. Dies behacghde \'t hem, Lupi- LufkinUk
cinus na deze plaetfen te zenden om de rekeningen te effe-
nen, de welke in die tijdt overfte der wapenen, en voorwaer
ftrijdtbaer, en ervaren in krijghs-zaken, doch hovaerdigh
in gelaet en woorden was, van den welken men lang cwijf-
felde, ofhy eer gierigh dan wreedt was. Hebbende derhal- \\
ven de
lichc-gewapende hulp, naemlijk de Hernien cn Ba-
tavieren, en vele troepen van Mafiliers voort-gevoert, zo is
de voornoemde veldt-heer in \'t midden van de winter tc
Bolognien gekomen: en fchepen gezocht, daer hy alle zijn
zoldaten in leyde, en op de goede windt gepaft hebbende,
wordt hy aen detegen-over-gelegeRutupiengevoert, en
Rmupien,
gaet daer van daen naer Londenop dat hy zich van daer, Londen.
raedt na gelegentheyt der zaek genomen hebbende, te fnel-
der tot de ftagh-orden fpoeden mocht.

Onder dezen Conftantius, die den Arrianen zeer gene-
gen was, is haer kéttery ook in Britannien voort-gekro-
pen, alwaer van de eerfte jaren, van de groote Conftantinus
af, een zoete t\'zamen-ftemming van het hooft Chriftus en
de leden gebleven was,tot dat die wreedcArriaenfchetrou^
loosheyt, als een
over-zeefche flang, haer vergif op ons
uytfchietende, de broeders, \'by elkander in eendracht woo-
nende, zo fchadelijk deed fcheyden, en alzo over dc zee als
een
wegh gebaent hebbende, hechteden t\'eenemael alle ^^^ . ,
wilde beeften, met een fchrikkelijke mondt, het doodlijk
"evlrus
vergif van alle kettery uytfchietende, de doodlijke wonden UtUnus
van haer tanden in ons vader-landt, begeerigh zijnde al- memt deze
cijdc iet nieus te hooren, en niets zekers ftantvaftlijk te be- Bijfcheppe»
houden. Om dezer Arrianen wfl ontbood Conftantius dsrSntan-
vier hondert wefterfche BiflTchoppen te Ariminen, aen ^X^^fche Fro-
welke de Keyzer beval koft cn drank te geven. Maer het ZZ7r!ef
zelve den Aquitanen, Franfen, en Britannen onbehoorlijk ^^^ ^e Btf-
fchijnende, hebben,des Vorften aenkomften verwerpende, shoppen.

K liefft

isr.

E

A N t

-ocr page 49-

È n i

Hefft van haer eygen koften willen leven. Drie zijn \'er maer
uyt Britannien geweeft, die, door gebrek van eygen, het
gemeen gebruykt hebben, na dat zy de aengebode verga-
fting van de andere af-geflagen hadden^ heyliger achtende,
des Voiften fchät te bezwaren,als haer in \'t byzonder.

Cónftandus namads gefturven zijnde , zoo heeft die af-
vallige lulianus, die den naiem van Auguftus tegen Cón-
ftandus aen-genomen had, Palladius de eerfte van de over-
ften der ampten in Britannien gebannen, en Alipius, die
Britannien voor deniDverften bedient had,om lerufalem op
te bouwen gezonden, maer defchdkkelijke vuur-ktooten,
omtrent de grondt uyt-brekende,hebben hem af-gefchrikt,
en veel duyzent loden zijn\'er onder de vervalle fteen-hoo-
penverdrukt, die te vergeeffch tegen Godts befluytge-
ftreeft hebben. Dezeontgorde en m wapens leedige Key-
zer, en een Wijsgier (Philofooph ) tot de baert toe zijnde,
heeft gevreeft (als terftont gezeyt is) de bekommerde Bri-
tannen te hulp te komen, daer hy nochtans, om de Duyt-
fche heyren te voeden , alle jaren een giooten hoop ktjorns
hier uyt gevoert heeft.

Als Valentinianus Auguftus aen \'t roer van \'t Roomfche
gebiedt zadt, zoo hebben, de trompetten door de gantfche
wereidt den oorlogHazende, dePi€ten , Saxen, Schotten,
en Attakotten de Britannen met geduurige ellenden gc-
plaeght. Derhalven is Fraomarius,Kt>ning der Alemannen,
hier over-gevoert, en met macht van overfte geftelt over-
den hoop der Alemannen, dewelke in menighte en kracht
in die tijdt boven al gebloeyt heeft, om deoploopen van die
Barbaren te bedwingen.

Nitt te min is Britannien, door de Barbarifche t\'zamen-
ïweering, tot de uyterfte armoede gebracht, Neólaridus,
Graefvan de zee-wijk, gedoot, ende Hertog B ulchobau-
des door der vyanden lagen omringt. Het welk de Keyzer
met groote fchrik verftaen hebbende, heeft\'er Severus,toen
ook opziener van zijn huys zijnde, na toegezonden, op dat
hy, indien \'t avontuur een goede uytkomft gaf, het misdre-
ven verbeteren zoud^de welke niet lang daer na weêrgeroe-
pen zijnde, zoo is ïovinus na de zelfde plaetfen toc getrok-
ken , en heeft Proventufides haeftlijk wederom gezonden,
om
fteunfel van een machtigh heyr te verzoeken ^ wantzy
verzekerden, dat de aenftaende nooden zulx vereyfchten.
Eyndlijck wordt\'er om vele en fchrikkelijke dingen, wel-
ke de geduurige geruchten over \'t zelfde eylandt ftrovden,
Theodofius verkooren, en gefchikt om daer na toe tc fpoe-
den,deze door krijghs-dienften gelukkighlijck bekent zijn-
de, en de moedige jongmanfchap der legioenen en benden
aen-genomen hebbende, is \'er met een heerlijk voorgaen-
dc vertrouwen naer toc getogen. Op die tijdt de Piden, in
twee volkeren, namelijk in de Dicahdones cn Vidurioncs,
gedeelt zijnde, infgelijx de Attakotten, een ftrijdtbaer volk,
en de Schotten, op verfcheyden plaetfen zwervende, roof-
den veel. Zoo fchondenook de Francken en Saxen haer
gebuuren dc Franfche wijken te water en te landt, daer elk
maer uyt breken mocht, met bittere roóven , branden , en
doot-flagen van gevange menfchen. Dc naerftighfte veldt-
heer om zulx te verhinderen, zoo hem een gelukkigh avon-
tuur de macht gaf, na \'t uyterfte der wcrelt trekkende, als
hy te Bolognien aen ftrandt gekomen was , welk van dc te-
genftrevigc ruymte der landen onderfcheyden wort door de
engten van de heen en weêr vloeyende zee, welke gewoön
is door fchriklijkc vloeden verheven, en wederom zonder
fchade der zee-varende lieden als een veldt geeffent te wor-
den, wierd van daer,langzaemlijk over zee gevaren hebben-
de , gevoert te Ruripien, een bezetting in die tegenfpoedt
geruft zijnde. Van waer hy.zoo haeft de Volgende Batavie-
ren gekomen waren,cn de Hernien, en loviers, en dc over-
winners, vertrouwende op de krachten van den hoop uyt-
gegaen is, en trekkende na Londen, een oude ftadt, die de
nakomelingen Augufta genoemt hebben, zijn hoopen ver-
fchcydelijk gedeelt hebbende, heeft hy de zwervende en
verwoeftende troepen der vyanden aen-gegrepen, bekom-
mert zijnde met den laft der pakken. En die gene met der
haeft verflagen hebbende , die de gebonde menfchen en
beeften voortdreven, heeft hun dc roof ontnomen, die dc
arme menfchen, die op fchatting zaten, geven moeften.
Eyndlijk alles hcrftclt hebbende, behalven een kleyn deel,
befteet zijnde aen de matte zoldaten, zoo is hy in de ftadt,
voor dezen gedoken onder haer moeylijkbeden, maer zoo

fuiüms
Keyz.er.
A.M^\'

uUinHS.

ValentimA\'
nus Kej-
tfr.

\'Am.M^\'

ceUih,
CsfaS.

T-mentti-
fidgs.

Theodoßus.

De Ti^en,
Schetten, cn
Attakot\'
ten.

Lenden

Augiißa
geneem.

N I E N.

haeft men haer behoudenis verhopen mocht, Vermaekt,
als met een intree zeer verheught gekomen, alwaer hy om
grooter dingen te beftaen, nu door voorfpoedt vérheveri
zijndc,en met gewiflTé raédt-flagen te onderzoeken,twijffel-
achrigh van \'t toekomftige vCrtóéfde, geleert hebbende uyt
die belijdeniflcn der gevangenen,en aenwijzingen der over-
loopers,dat het verfprcyde en groulijk woedende graeu van
zoo verfcheyde volkeren, niets als door héymlijcke liften erl
onvoorziene oploopcn kon overwonnen worden.Eyndlijck
riep hy door voor-gefteldc geboden cn beloofde vryheydt
de verlaters tot de krijghs-hoop , en vele die in verfchey-
de plaetfen door dén vryen tóe-voer verfpreyt lagen. Door
welk vermaen als \'er zommige wederkeerden , zoo had hy,
door de ophitfmg ontroert, en door benaeude zorgen op-
gehouden zijnde, begeert, dat men Civilis, een man fcherp
Chilis,
vanverftant, maer zeer rechtvaerdigh en billijk, tot hen
zoud zenden, onder den naem van Britannien te zullen
heerfchen voor de overften : infgelijx Dulcitius, een voor-
Dulcititis.
treflijk Veldt-hcet in de wetcnichap van krijghs-zdkcri.
Eyndlijk moedt gefchfept hebbende,is hy van Aügufta
,welk
dc ouden Londen genoemt hebben , Vertrokkeri, en heeft
met zijn zoldaten, die hy met wakkere vlijt byecn gekre-
gen had , dc goederen der Britannen om-geroert én ver-
ftoort hebbende, een grooten rijkdom meegebracht: over-
al bcquamc plaetfen,om de Barbaren te belagen, innemen-
de, cn \'zijn gemeene zoldaten niets bevelende, daer hy met
een wakkere inoedt niet eerft de handt aen floegh. En wijl
hy op deze wijs het ampt van een dapper zoldaet,cn de zor-
gen van een treflijck veldt-heer vervulde, verdrijvende en
verflaende verfcheyde volkeren, die de moedtwilligheydt
met een voedende verzekcrthcydt ontfteken had, oin dé
Roomlche zaken acii tc grijpen,
heeft hy fteden en kaftee-
len, die veel fchade geleden hadden, wederom in \'t geheel
hcrftêlt, en een langwijligc ruft op-gebout. Terwijl hy dit
deed gefchach \'er ech groulijkc daedt, dc welke tot groot
gevaer zoud uyt-geborften hebben , waer zy nietiri begiii
zelfvan\'t beftaen geblufcht geweeft. Eén zekere Valenti-
nus uyt Kroaden, een hovaerdigh menfch, broeder van romlLX
dc huys-vrouw van dien fchadelijken Maximinus ftadthou-
in Britm-
derennamaels overfte, zijnde om een zware mifdaedt in nitn.
Britannien gebannen, zoo is dit quaedt-willigh beeft, on-
verduldigh zijnde in ruft,tot verderflijke dingen opgeftaen,
en tegen Theodofius door op-geblazenhcydt yet nieus be-
dacht , den w^elcken hy merkte alleen door onbehoorlijke
gedachten tc können weder-ftaen. Nochtans na vele diri-
gen in \'t hcymlijk en openbaer om-ziende, cn de wiiidt van
groote begecrlijkheydt in hem acn-grocycndê, zoo zocht
hy de
ballingen en zoldaten aen , met die, fia dégclegcnt-
heyt des tijdts, loon tc beloven vodr ^t beftaen Van hinder-
lagen. En de uyt-wcrking der pogers alrê naderende,zo had
dc velE-hecr,\'t zelve verftaen hebbcnde,wakkerder gemaekt
zijnde tot het beftaen, en met een hooghgemoedt tot de
wraek van die hy betrapt had, Valcnunus met eenige, die
met naeuwe maetfchap aen hem verbonden waren,aenDul^
cinus ovcr-gelevcrt, om ze met der doot tc ftraffcn: en door
krijghs-wctcnfchap, waer in hy al dc tegenwoordige over-
trof, het toe komftige beramende, heeft verboden van de
t\'zaem-gezwöoren iets te onderzoeken j opdat, de vrees
over velen verfprèyt, dc géftildc betoerten der Provinciën
niet weder op-ftonden. Hier na zich gewent hebbende,
om vele en nootzacklijke dingen te verbeteren, en \'t gevaer
t\'eenemael gedempt zijnde, zoo dat men opentlijk zagh,
dar geen voorfpoet oyt zijn voornemen verlaten had, her-
ftcldc hy fteden en bezctdngcn , gelijk wy gezeyt hebben^
en bcfchermde de Icger-plaetfen en grenzen met wachten
cn ömheyniiïgcn : en had alzoo de weêr-gckrcge Provin-
cie, die onder \'t gebiedt der vyanden geweken was, in haer
oude ftact geftelt : dat, na zijn eygen zeggen, zy, en een
wettigen heerfcher had, cn daer nadoor\'tgoct-dunken
van den vorft V
a l e n t i a genoemt wierd. Hy heeft de T^aknuA.
Areanen, een geflacht van menfchen by dc ouden inge- DeAh^t-
ftelt, allenx tot gebreken vervallende, uyt zijil beZetnngen
geweert :
opentlijk overwonnen zijnde, dat zy, doordc
menighte van gegeve en beloofde gefchenken acn-gelokt,
al \'t gene by ons gehandelt wiêrd, dikwijls aen dc Barbaren •
vcrradelijk tc kennen gégeven hadden. Want dit was haer
plicht, dat zy,in verre wijken over en wéér lóopendc,de op-
roeren der nabuurige volkeren aen onze veldt-heer verwit-

tighden.

-ocr page 50-

B R A N N E N. 37

tîghden. Alzoó de boven verhaelde, en diergelijke op het
voorzichtighfte verhandelt hebbende,
is hy ten hoov\' ont-
boden, en de vrolijke Provinciën verlatende , was door zijn
dikwijlige en heylzame
overwinningen immers zoo ver-
maert, als Furius Camillus oft Curfor Papyrius. En met al-
ler gunft tot de zee toeuyt-geleyt zijnde, is met een zachte
wint over-gevaren, en tot der Vorften krijghs-gezelfchap
gekomen, en aldaer met blijdtfchap en lofontfangen. Om
deze dingen, zoo treflijk uyt-gevoert, is hy met de eer van
een ruyterbeelt vereert,gelijk ons Symmachus leert aen zijn
zóón Theodofius Auguftus.De wijdluftighfte Raedt(zeght
hy) heeft de ftichter van uw huys en ftam, eertijdts veldt-
heer van Africa en Britannien, onder de oude namen met
ruyter-beelden gewijdt. En aldus heeft Claudianus zijn lof
met rijm-veerzen uytgeftort :

Me Caledoniis fojuit qui caflrapruinis,
.^i medio Libya fub
cafßde fertulit aßus,
Ttrrihïlis Mauro, debellatorque Britanni
Littoris, acpariier Borea vaßator, ér Außri.
^tid rigor aternus ? cœli quid ßyderaprofimt ?
Ignotumque fr et um ? maduerunî Saxonefuß
Orcades, incaluit Picîorum fanguine Thüle,
Scotorum cumulos
flevitglacialis Hiberne.

En elders van den zelfden :

•---— ^mm littus adußa

Horreßit Libya , ratibufque impervia Thüle,
Ille leves Mauros, nee falfo nomine Piäos
Fdomuit, Seotumque vago mucrone fequutus
Tregit Hyperboreas remis audaeibus undas i
Etgeminis fulgens utroque fub axe trophais,
Tethyos alterna refluas ealca-vit arenas.

En Pacatus Drepanus fpreekt van den zeiven aldus : Wat
zal ik zeggen van den Schot, die wederom tot zijn moeraï-
fchen gedreven is, de Zax is door fcheeps-ftrijden verteert,
&c. Daer na heeft Gratianus het Rijk aen-genomen, de
welke ook Theodofius , de zoon van Theodofius waer van
ik gefproken heb, tot een Auguftus verklaert heeft, \'t Welk
Maximus zijn benijder, geboren in Spanjen , en gefproten
uyt de ftam van den grooten Conftantinus, de welke nu
overfte was van \'t Britanfche heyr,zoo qualijk genomen,dat
hy zelf de purpure rok aen-genomen heeft, oft, gelijk Oro-
fius verhaelt, tegen zijn dank van de zoldaten als Keyzer
gegroet is : hy was een dapper vroom man, en de naem van
Auguftus wel waerdigh, had hy niet tegen het geloof in
dwinglandy uyt-gefteken. De welke eerftlijk de oploopen-
de Pitten en Schotten dapperlijk overwonnen heeft, en
daer na bykans met al de jongmanfchap en fterkte van Bri-
tannien aen de monden van den Rhijn gekomen, en zich
met alle Dviytfche heyr-legers verzoent,en te Trier de ftoel
des Rijx geftelt,(waer van hy de Trierfche Keyzer genoemt
is) en heeft, als Gildas zeght, zijn eene vleugel na Span-
jen, en de andere na Italien uyt-ftrekkende, van de fchrik-
lijkfte volkeren der Duytfchen , alleen door de fchrik van
zijn naem, fchatting en zoudy gekregen. Tegen de welke
als Gratianus zijn leger gevoert had, zoo heeft hy, na een
tocht van vijf dagen van de zijne verlaten en verdreven
zijnde , den H. Ambrofius als gezant om vrede gezonden,
de welke hy, doch vol lagen, verkregen heeft. Want Maxi-
mus heeft Andragâthius in een overdekte Rosbaer gevoert
heymlijk uytgezonden,
uyt-ftroyende, dat Gratianus huys-
vrouw in de zelve uyc Britannien
aen-gebracht wierd ,• tot
de welke als Gratianus , door liefde
zijn/er vrouw, toehep
en
opende,zoo is\'er Andragathius met de zijne uytgefpron-
gen,en heeft hem met der vaert gedoot. Om welx lichaem
weder te halen Ambrofius op een nieuw gezonden, maer
niet
toe-gelaten is , om dat hy weygérde met de Biflchop-
pen, die \'t met Maximus hielden , gemeenfchap te hebben.
Deze
dingen zoo na wenfch gaende, zoo heeft Maximus
zijnen
zoon Vidor tot Keyzer beftemt, op Gradanus hop-
lieden geloert, en de Franfche zaken neér-geleght. Theo-
dofius
Auguftus, die over \'t oofien geftelt geweeft is, heeft
uyt het vereyfch, oft liever uyt
bevel zijner gezanten,
hem voor Keyzer erkent,en zijn beeldt aen die van Alexan-
dnen
vertoont. En nu in yders goederen gevrybuyt heb-
bende, heeft met de gemeene armoedt zijn begeerhjkheydc
verzaet. Zijn dwinglandy met de befcherming van de Ca-
tholijke Godts-dienft bedekkende, heeft Prifcillianus, en
eenige van zijn navolgers in de Burdigallifche vergadermg

Üratiams
Keyzjer.

Maximus,

Tyramus.

Zofmus»

Orofius,

Trofper
Tjro.

Gregorius
Tmonenßs.

Ctdrenus.

Zoßmm,

DeTrißcil-
liantfl
en,
SnlpitifiS
$everMS,

van kettery verwonnen, en zich öp hem beroepende, ter
doodt veroordeelt. Hoewel die zeer heylige
Marnnus,Bif^
fchopvanThurin, hem zeer ootmoedighlijk bad, dathy
zich van der ongelukkigen bloedt onthouden zoud^ dat het
genoegh was,dat zy door \'t vonnis van den Biflchop,als ket-
ters veroordeelt, liyt de kerk verdreven wierden^ dat het een
nieuwe en ongehoorde zonde was, dat een weereltlijk rich-
ter een kerklijke zaek nchtede. En deze zijn de eerfte ge-
weeft, die door een zeer quaedc voor-beelt om kettery,met
het burgerlijke zwaerdt gedoot zijn. Daer na is hy met zoo
groot een fchrik in Italien gekomen, dat Valentinianus
met zijn moeder tot Theodofius geVloden is,de Italiaenfche
fteden hem aen-genomen , -en alle eer
aen-gedaen hebben,
en onder anderen die van Bolognien,by welke noch dit op-
fchrift is :

DD. NN MAG. C. MAXIMO, ET FL.
VICTORI, PUS, FELICIBVS, .SEMPER

AVGVSTIS * B. R. NATIS. *BonoRei

Onder-tuffchen verddjven Nahnius en Quintinus, M* ^
krijghs-overften,dien Maximus de kintsheyt van zijn zoon,
en de bewaring van Vrankrijk bevolen had, de Franken,die
Sulpitius
Vrankrijk met invallen laftigh waren , met een groote neer- Alexa»-^
laegh, en dwingenze gijzelers te geven, en de ftichters der
oorlogh over te leveren. Valentinianus badt Theodofius
ernftelijkdat hy hem weder aen zijn Rijk, dat hem de
dwinglandt ontrooft had,helpen wilde, van welken hy, een
tijdt lang, niet anders ten antwoordt kreegh , als dat het
geen wonder was, dat een oproerigh knecht hooger als zulk
een heer was, die den waren Heer verwierp ; want Valen-
tinianus was befmet met Arnanery. Eyndlijk door bidden
vermoeyt, voert zijn vaendels tegen Maximus, die toen te
Apuleien een zorgeloos leven leyde jwant hy had de engten
der bergen
met bezettingen, de havens met fchepen voor-
fien, en heeft Theodofius wakker en vol vertrouwen, eerft-
lijk by Sifcia inPannonien , en daer na, onder \'t beleyt van
zijn broeder Marcellus, zeer kloeklijk flagh gelevert, maer
beyde zoo ongelukkighlijk, dat hy zich met de vlucht in
Aquileia begeven heeft, alwaer hy van zijn zoldaten,terwijl
hy geldt uyt deelt, gevangen, en van de Keyzerlijke fiera-
den ontbloot, tot Theodofius geleyt wordt, die hem ter-
ftont den Beul over-gelevert heeft, na dat hy nu vijf jaren
den purpuren rok gedragen had. Waer van Aufonius, tot
lof van Aquileien, aldus zingt :

2(on erat iße locus: merito tarnen au^a recenti,
Nona inter dar as Aquileja eieberis urhes
Jtala ad lllyricos ohje^a eolonia montes,
Momibus ér por tu celeberrima -.fed magis illud
Èminety extremo quod te fub tempore legit,
Solverat exa^o cuijußa fiacula lufiro
Maximum-, armigeri quondamfub nomine lixa t
JPcelix qui tanti fpeSiatrix Uta triu??2phi,
Punißi K^ußnio Rutnpinum Mar te latronen,
Andragachius, als \'t nu met zijn hoop heel gedaen was,
heeft zich uyt het fchip in zee geftort. Vidor, Maximus
zoon, is in Vrankrijk overwonnen, gevangen , cn gedoodt.
En de Britannen,die \'t met Maximus hielden, (als zommige
zeggen) hebben zich met macht in Bretagne verblijf-plaet-
fen ingenomen. Theodofius heeft terftont na de overwin-
ning , tot Romen met zijn zoon met zege-tekenen intrek-
kende , aldus geboden: Niemandt durve zich de eer toe-
eygenen, die hem een dwinglandige ftoudtheydt vergunt
heeft, maer de verdoemde meening werde tot zijn voori-
gé ftaet geroepen. En Valentinianus. Alle oordeel, welk
Maximus de onzalighfte der dwinglanden betrout heeft te
verkondigen, verdoemen wy. En Ambrofius roept over de
lijkftafy van Theodofius uyt: Dat Maximus en Eugenius p
met een jammerlijk voor-beelt getuygen, hoe hardt het zy
de wapenen tegen zijn Vorften aen te nemen. Op dat ik
eens uyt zegh: Deze overwinning heeft zoo groot en ge-
denk-waerdigh gefcheenen , dat de Romeynen dien dagh
jaerlijx daer na als heyligh geviert hebben.

Na Theodofius is in \'t wefterfcheRijk gevolght zijn tien-
jarige zoon Honorius, dien FlaviusSdÜcho, een man lang ICeyi^f^
zeer doorluchtigh, tot vooght gegeven is, die Theodo-
fius in alle oorlogen en overwinningen verzelt heeft, cn
door de trappen van de krijgh tot de hooghfte aenzienlijk-
heydt en Koninglijke verwantfchap verheven,eyndlijk door
voorfpoet vermoeyt, en door
eer-giengheydt ingenomen,

ellen-

Zonaras,

ZofmHs.

-ocr page 51-

N N I Ê R

cllcndiglilifkvetgaen is. Deze heeft voorwaer voorzichte- de vergadering van zeven Provinciën houde n. Hy heeft

zijn zoon Conftans uytSpanjcn ontboden, om in elkanders
tegenwoordigheydt van \'t Rijk tc racdt-flagen. Hy, de ge-
reedtfchap van \'t hof cn zijn vrouw C^rfaraugüfta verlaten-
de, en aen Gerontius in Spanjen alles bevelende, is met ge-
duurigh rcyzcn tot zijn vader getrokken, de welke t\'zamen-
gekomen zijnde, vele dagen verlopende,en niets uyt Italien
bevrezende, zoo vermaent Conftanrinus,tot gulzighcydt en
zijn buyk genegen zijnde, zijn zoon weder na Spanjen tC
keercn. Dc welke zijn troepen voor uyt-gezonden hebben-

En Britannien fcheen toen ter tijdt genocghzacm van de de, terwijl hy noch by zijn vader was, zoo komen \'er boden
Vyanden bevrijt tc zijn. Want elders zingt de zelve: Van Geronrius uyt Spanjen, dat Maximus , een van zijn on-

demito quod Saxona Thetis - derdanen, tot het Rijk verheven was, cn dat hy ,met het ge-

Mitior, aut fraêïo fecura Britannia Piclo. zelfchap der Barbaerfche volkeren omringt, op hun toe

En als Alaricus, Koning der Gotthen, Romen dreygh- leydc. Waer door verbaeft zijnde, cn Edobekkustot de
-dc, zoo is het legioen, \'t welk tegen de Barbaren op de Duytfche volkeren voor uyt-gezonden hebbende, zoo is
grenzen de wacht gehadt heeft, van hier geroepen, gelijk Conftans met Decimius Rufticus, van ampt-meefter nu
Claudianus te kennen geeft, als hy dc hulpen, van over al overfte geworden zijnde , met de Franken en Alamanncn,
•ontboden, verhaelt: en de gantft:he
hoop der zoldaten na Vrankrijk getrokken ,

Venit ér extremislegiopmtentaBritannis, zullende voort weder-kecren tot Conftantinus. Maer

Pióïo dat frena truci, ferroque notatas Gerontius heeft Conftans te Viennen in Vrankrijk achter-

Perlegit exanimes Pi£lomorientefiguras. haelt cn gedoot : Conftantinus zelf heeft hy te Arelatcn

In deze tijden heeft Faftidius, Biflchop van Britannien, met een belegering befloten om den welken te beftrijden,
gcblocyt,
en zijn boeken met een gelcertheydt, die voor-\' als een Conftantinus, van Honorius met een fchadelijke
waer Gode waèrdigh was, gefchreven. Als ook Chryfan- troep gezonden , zich fpoedc, zoo is Gerontius, bevrecft
thus, zoon van den Bilfchop Marrianus, de welke, als
hy zijnde, gevlucht, waer door zijn zoldaten vertoornt, zijn
onder Theodofius Burger-meefter van Italien geweeft was, huys om-dammen, en hem daer toe brengen, dat hy eerft
ftadthouder vanBritannien gemaekt is,en heeftin de
bedie- zijn getroufte vriendt Alanus den kop af-geflagcn heeft,
ning van \'t gemeene beft, die verwondering en dat lof ver- daer na zijn vrouw Numichia, begcerendc met haer man te
dient, dat hy tegen zijn dank Biflchop der Novarianen te fterven, cn eyndlijk zich zeiven gedoot heeft. Conftanti- l^\'cef.
Conftanrinopolen gemaekt is, de welke, na de ichcuring in nus door een zeer zwaer belegh gedrongen, en door de on-
die kerk, zich
O^^^jyoi\'noemende,haer eygen byzondere gelukkige ftrijdt van Edobekkus den moedt verliezende,
Biflchoppen en navolgers gehadt hebben, halftarrighlijk, heeft na dc vierde maent der belegering, cn infgelijx na het
doch Godlooflijk ontkennende, dat die na de ontfange vierde jaer van zijn Rijk, de purpurc rok cn de laft van zijn
doop in zonden vervallen waren , wederom tot de zalig-
avontuur af-leggende, en in de kerk gaende, dc Pricfterlijkc
heyt konden komen. Dit is die Biflchop, dc welke, als men orde acn-genomen, en Arelatcs terftont over-gaende, zoo
leeft, uyt de kcrklijke inkomften niets, als twee broodcn des is hy naer Italien gevoert, en aldaer met zijn zoon lulianus,
zondaghs, voor zich placht tc nemen. dien hy dcEdelfte genoemt had,en zijn broeder Sebaftianus

De Roomfche zaek nu ten val neygende, en dé Barba- onthooft. Na die rijdt is Britannien tot het Rijk van Ho-
ren over al de Provinci cn op\'t vafte landt vernielende, zoo norius gekeert,cn een weynigh vermaekt door de voorzich-
hebben dc Britanfche hcyren, vrezende dat hun de vlam tigheydt en kloekheyt van Vi^iorinus, die toen dc Provin- p^Elomi
van den nabuurigen brandt ook mochtc treffen, cn achten- cic geheerfcht, en de op-loopen der Piden cn Schotten heerfcher
dc dat hun een dapper veldt-heer, om de Barbaren te ver- wcêr-ftaen heeft. Totwiens lof deze vcerzen by Rutilius vmBri-

Claudius , zijn dichter waèrdigh zijnde, gevonden worden: tannien,
Confiius Oceanus virtutem, confcia Thule

Mdircm
Keyzsr.

Gratianus
Keyzß-r.

Cmßanti-
nus Key-
zer.

Zoßmus,

Et quAcunque ferox arva Eritannus ar at,
prxfeöïorum vicihus freviAta poteßas
P
erpetuum magni fœnus amoris habet.
Extremumpars tlla quidem difcejßt in orhem ;

Sed tanquam medio reSlor in orbe fuit.
Pluspalma eß illos inter voluijfeplacere,
Int er quos minor eß difplicuijfe pudor.
Romen van Alaricus ingenomen zijnde , zoo rocpc Hô\'^
voor-teken van zijn gelukkige naem, het hooghftc gezagh norius Vidorinus met het heyr te rugh, en de Britannen
over-gelevert. Want zy hebben een vafte hoop op-geno- terftont de wapensaen-vaerdende, midts fy van wecrenhaer
men,dathy,nadegelukkigenae^ behoudenis m gevaer waren, hebben haer ftedenvande

vaft ijk en gelukkighhjk het Rijk bedienen en de Barbaren aenkomende Barbaren verloft. Infgelijx die santfchc wijk
verdrijven zoud, gelijk die grootfte Conftantinus, die in van Britannien, en de andere Provinciën van Vrankrijk de
Britannien tot het Rijk acn-genomen was. Deze Conftan- Britannen navolgende, hebben zich in gelijkcr wijs bevrijt
tmus, van Britanmen af-varende,is tc Bolognien in Vrank- de Roomfchc bezettingen verdrijvende, en ccn gemeente \'
rijk aen-gekomen, en heeft alle Roomfche hcyren tot aen na haer eygen goedtdunken, inftellende. Deze weêr-fpalt
de Alpes lichtlijk tot zijn oorioghs-gezelfchap aen-gelokt. van Britannien cn der Celrifche volkeren is ecfchiedt ten
In Vrankrijk heeft hyValentien dapperlijk tegen de ben- tijde als die Conftantinus het Rijk bezat, midts deBarba-
den van Honorius Auguftus befchermt, cn de onlangs ver- ren , door zijn flaphertigheydt in \'t gebieden bewogen, de
zuymde Rhijn met bezetring voorzien. Aen de Cottifche, Provinciën vryelijk door liepen. Wevnigh daer na hebben
Penninifche, en zeefche Alpen, daer de wegh open was, de Britanfche fteden nochtans hulp van Honorius begeert
heeft hyfterktengebouwt. In Spanjen heeft hy, onder het ^^ hy, geenige hulp zendende, door bricveS ver-
beleydt van zijn zoon Conftans, die hy van een monnik tot maent heeft, dat zy zich zouden hoeden en beraden De
Keyzer verklaert had, zijn Zaken gelukkelijk uyt-gevoert, Britannen, door de ontfange brieven van Honorius
Au<tu- STh
en namaels by Honorius door gezonde brieven vergiffe- ftus op-gewekt, hebben de wapenen acn-genomen om haer
nis biddende, van dat hy zich de purpurc rok van de zol- fteden te befchermen maer als zy den Barbaren, haer van
daten had met gewelt laten omhangen, heeft van hem het aüe kanten opdringende,niet even gelijk waren,zoo hebben
Keyzerlijke kleed te Ichenk ontfangen. Waer door ho- zy van Honorius heftelijk verzocht, en verkregen, dat hun
vaerdiger, denkt, de Alpen overwonnen hebbende, op Ro- een legioen te hulp gezonden wierd, de welke hier gevoert
men j maer de doot van de Gotfche Alaricus verftaende, zijnde, een groote mcnighte der vyanden verflagen, en de
die zijn zijde begunftighdc, is hy na Arelatcs geweken, cn anderen buytcn de palen der Provinciën verdreven, en de
heeft daer de Keyzers ftoel geveft, cn geboden, dat men- zooden-wal tufl\'chen de Edenburghfche zee en Cluyda te
ze de Conftantmfche ftadt zoud noemen, en in de zelfde leyden beftelt heeft, de welke byna niet nut geweeft is.

Want

T

lijk eenige jaren de zaken des Rijx bezorght^en Britannien
tegen de Piden, Schotten , en Zaxen bewaert. Waer van
Britannien van zich zelvcn by Claudianus akoo :
Me quoque vicinis fereuntem gentibus, inquit,
Munivit Stilic^f, tot am quum Sc&ius Hyhernem
Movit, é^infeflo fpumauit remige Thetis.
Illius ejjecium curis, ne bella timerem
Scotica, nee Picïum tremerem, ne littöre toto
Projficerem dubiis \'venientem Saxona vent is.

fLi - S

lïi^

^aßtdius.
GenadÎHS.

Chryfm-
thus. \'
JSlicefh,

4:

1 M;

^ Dat is,
Xfiyvere.

i:

mßoria ■
mpartfta.

ri-
11
bii:

drijven, noodigh was, zich alle gewent om veldt-heeren tc
verkiezen. Eerftiijk hebben zy Marcus op den Koninglij-
ken ftoel gezet, en hem, als d\'opperfte macht hebbende in
deze plaetfen, gehoorzaemt. Den zeiven daer na gedoot
hebbende, als met haer zeden nietover-een-komendej
brachten zy Gratianus, een burger, voort, en hebben hem,
met de purpurc rok en kroon omringt,als haer vorft eerbic-
dighlijk verzelt. Maer ook dezen verachtende, ftellen hem
na vier maenden van \'t Rijk af, berooven hem van \'t leven:
en hebben eenen Conftantinus, een flecht zoldaet, door

l! \'f

-ocr page 52-

B R

Want dit legioen te rugh ontboden zijnde, om Vrankrijk te
befchermen , zoo hebben zy, weder keerende, lichtlijk de
palen verbroken, en met een Tchnklijke wreedtheydt alles
weghgedragen,geroofc,en verfcheurt. Wederom wierden \'er
klachtige gezanten gezonden, met gefnede klcederen en
de hoofden met zant bedekt, (merkt de zede) om hulp van
de Romeynen te verzoeken, aen wien, door bevel van Va-
Jentinianus 111, de krijghs-hoopen onder Gallio Raven-
nas beftemt wierden, de welke de Barbaren zeer kloekelijk
verdreven, en de gequelde en verloorcn Provincie eenigh-
zins weer op-gericht hebben. En zy hebben een muur van
fteenen, niet als de eerfte, met gemeene en byzondcre ko-
ftcn , de ellendige inwooners by zich gevoeght hebbende,
op de gewoonlijke wijs. van bouwen, over dwarft:hvande
cene zee tot den ander tuflchen de fteden , die daer mif-
ft:hien om de vrees der vyanden geftelt waren, in de rechte
af gemeten, en hebben \'t vrees-achtige volk kloeke verma-
ningen gegeven , en
voor-beelden, om zich in de wapenen
tc oeftenen, gelaten. Zy hebben ook op dé ftrandt van den
Oceacn na \'t zuyden , daer haer fchepen lagen, (om dat zv
ook van daer de Barbarifche wilde beeften vreefdén)toorens
met tuflchen-ruymte tot denuyt-zichtvandezeegebout,
cn zoo verlaten haer de Romeynen, zullende voorts niet
wederkeeren.

De gedaente der dingen was nu over al zeer ellendigh en
bedroeft, het Rijk , als in zijn uyterfte ouderdom, lagh,ge-
heel verminkt , cn van alle leden gekort, en de kerk Van dc
ketters (die onder \'t branden van den oorlogh haer vergif
v.\'ijdtft
uyt-fpreyden ) zeer zwaerlijk bevochten. Onder dc
welke Pelagius, van hier gefproten, onbillijk in de genade
Godts in dit eylant geleert heeft, dat de gantfche rcchtvaer-
digheyt door onze werken verkregen wordt. En een Timo-
theus heeft tegen de Godlijkc cn menfchlijke natuur in
Chriftus, Godtlooflijk onder de Britannen getwift-reedt.

De loop van \'t Roomfche Rijk was in Britannien nu vol-
ftrekcn, als met het vier-hondert en zes-en-zevcntighfte
jaer, naemlijk van Csefars inkomft, onder \'t gebiedt van Va-
lentinianus 111, de Romeynen , na dat haer troepen van
Gallio, om Vrankrijk te befchermen, over-gevoert, en de
fchatten uyt-gegravcn vi^aren, Britannien, van haer jcught
door verfcheyde monfteringen uyt-geput;en van alle bezet-
ting ontbloot zijnde,aen de wreedtheyt der Piden en Schot-
ten gelaten hebben. V/aer van Profper Aquitanus waerlijk
gefchreven heeft: In deze tijdt zijn de krachten van Britan-
nien door de krankheyt dérRomeynen in de gront verfmol-
ten. En onzeMalmesburifche Gefchicht-fchrijver : Als
de dwinglanden niet als halve barbaren in de landen,en niet
als zwelgcrs in de fteden gelaten hadden; zoo is Britannien,
van alle befcherming der jeughdige krachten berooft, en
van alle oefl?eningen en konften verydelt zijnde, lang der
nabuurige volkeren gierigheydt onderhevigh geweeft. Om
dat van de voet-ftappen der Schotten en de invallen der
Piflen vele menfchen gedoot, vlekken verbrant, fteden uyt-
geroeyt , en alles door zwaerdt en brant ganfchlijk verwoeft
is. De verftoorde eylanders, die alles veyligen , hebben ge-
acht als den oorlogh te beftuyten j een deel haer behoude-
nis met haer voeten zoekende, vluchten op\'tgeberghtei
een deel haer fchatten begraven hebbende, waer van eenige
in deze tijdt op-gegraven worden,pogen na Romen te trek-
ken om hulp te verzoeken. Maer gelijk Niccphorus waer-
lijk gefchreven heeft: Valentinianus in, heeft niet alleen
Britannien, Spanjen, en Vrankrijk, die van zijn Rijk at-gc-
fcheurt waren , niet konnen weder krijgen, maer ook Afri-
ca
verlooren. Niet zonder oorzaek heeft derhalven Gildas
in deze eeuw uyt-geroepen: Britannien is tot alle krijghs-
ruftin^cn met krijghs benden,fchoon haer heerfchers wreet
waren, van een groote menighte van jongelingen berooft.
Want behalven die gene , welke die Maximus en dc laetfte
Conftantinus vveghgevoert hcbben,zoo is het uyt oude op-
fchriften, en dc kennis der Provinciën, zeker, dat deze on-
deifchreven, verftroyt zijnde door de Provinciën, voor de
Romeynen oorlooghden, de welke geduurighlijk uyt Bri-
tannien
vervult zijn:

Be dny^cn^^^^ flengel van Britannien.
Be iw vleugel der Britannen in Egypten^
Be eerße Eäßhe bende der Britannen.

A

Gallto Ra-
vennas.

Tujfchen de
inamqen
\'vm Tjna
en Edcniis.

Gemhl.
Anno

Chronicon

uinglo\'

Saxoni-
cum.

N NIEN.

Be \\\\i bende der Britannen.
Be w ii bende der Britannen.
Be XXVI bende der Britannen in Armenien.
Be Britannikanen onder den overfien van\'/ voet-volk,
Be onverwinlijkejonie Britannikanen.
\\Onier de
Be jonge Britanfche uyt-drijvers. j h^pei?.
Be Britannen mèt den överße der ruyters van Vrankrijk.
Be onverwinlijke jonge Britannen binnen Spanjen.
Be oude Britannen in Sclavonien.
iHier om is \'t geen wonder, dat Britannien, door zoo vele
cn groote lichtingen daeghlijx uyt-geput zijnde,\' den Bar-
baren ten beften verlaten is^ en wordt dat van Tacitus voor-
waer bewezen : In de Roomfche heyren is niets fterk als
\'t uyt-landige.

Terwijl ik deze dingen van \'t Rijk dér Romeynen in Bri-
tannien , \'t welk zich weynigh meer oft min als tot het vier-
hondert zes-en-zeventigh fte jaer, gelijk ik terftont gezeyt
heb,uyt-ftrekt,verklaer,en by my zeiven ovcr-legh,hoc veel ,
Nieuw-fteden (Colonien) der Romeynen in zoo lang een
tijdt hier over gevoert zijn, hoe veel zoldaten geduurighlijk ^yi^amen
van Romen hier na toe in bezetting gezonden zjn, hoe veel »ytde Tro\'
dat \'er hier geftuurt zijn om haer oft des Rijx zaken te ver-
jaenfche
richten, die, met de Britannen door houlijken gevoeght
zijnde, hier haer woon-plaetfen geveftight, en kinderen ge-
teelt hebben : AUvaer de Romeyn , zeght Seneca, gewon-
nen heeft, daer woont hy. Zoo komt my menighmael in
den zin, dat de Britannen door deze R omeynen,die buyten
twijftel van dc Trojanen gefproten zijn, zich in de Trojacn-
fche ftam waerlijkcr enten , als oft die van Auvergne, die
zich broeders der Romeynen van \'t Trojacnfche bloedt ge-
noemt hebben, oft de Mamertinen, Heduen, en andere,
die door een verzierde oorfprong zich voor Trojanen uyt-
gegeven hebben. Want die gemeene moeder
Romen,
als hy zeght, heeft burgers genoemt:

K^ll die z,y heeft getemt, en met een heyt ge knoop
Verbonden met elk aer.
En \'t is behoorlijk, dat wy geloovén, dat dc Britannen cn
Romeynen, door zoo veel eeuwen, tot een volk, als door
een blijde enting, t\'zaem-gegroeyt zijn. Als de Vbiers in TAcitus
Duytfchlandt in\'tacht-en-twintighftc jaer na de over-ge- lib.^hiß,
brachte Nieuw-ftadt van de Roomfche Nieuw-fteden (Co-
lonien) geantwoort hebben: Dit is het vader-landt der ge-
ner,dic certijdts over-gevoert, cn met ons door houlijk ver-
zelt zijn, en die daer af nu
Voort-gekomen zijn. En zoo on-
billijk achten wy u niet, dat ghy van ons onze ouders, broe-
ders , en kindcrs gedoot wilt hebben ? Indien de Vbiers en
de Romeynen in zoo kleyn een tijdt onder elkander ouders,
broeders, cn kinders geweeft zijn,vvat zullen wy achten van
de Britannen en Romeynen , die zoo lange jaren met eJk-
anderenvcrzek geweeft zijn ? Wat zullen wy ook van de
Amwim.
Burgondiers zeggen, de welke, om dat zy haer bloedt met Marcel. \'
de Romeynen vermengt hadden, terwijl zyeen weynigh lib.2.%,
tijdts in de Provinciën der Romeynen woonden, zich
Roomfche af-komft génoemt hebben, op dat ik niet op een
nieu verhale \'t gene ik boven gezeyt heb,dat dit eylandt Ro-
manicn, en \'t Roomfche eylandt genoemt geweeft is.

Zoo veel had ik kordijk en beknoptlijk te zeggen, alle
gedichtfeien verwerpende, uyt de gedenk-tekenen der ou-
den van \'t Rijk der Romeynen in Britannien, van der zelve
landt-vooghden, voor-fchouten, voor-zitters , ftadthou-
ders, en heerfchers, \'t welk ik vlijtiger en volkomener ge-
daen zoud hebben, had Aufonius, *t gene hy
belooft hadt,
volbracht, cn\'t zelve ons ter handt geraekt. Die gezeyt
heeft, dat hy verhalen zoud van die gene, die

By het Italijch volk oft noorderfihe ßritannen,
ilaer naem van over-heer vry hebben uyt-gefpannen.

En wijl \\ by alle geleerden bekent zy, dat uyt de oude
penningen veel lichts fpruyt om de
oude gefchichten tc ver-
klaren, zoo heeft het ons goedt gedacht eenige penningen,
zoo der Britannen,die zich eerft
onder \'t ,Roomfche jok be-
geven hebben,als ook der Romeynfche
Keyzers,inzonder-
heydt die Britannien aengaen, den lezer hier te vertoonen
uyt den
fchat van de doorluchcighfte Robbert Cotton van
Connington, Ridder, die de zelve nacrftighlijk over al op-
gezocht,
cn ons na zijn beleeftheydt willigh en gaern mede
gcdeelt heeft.

Ramin-

-ocr page 53-

f\'

N N

N.

E

R

B

40

Ramingen op der

BRITANNEN PENNINGEN.

Hy verwacht miffchien dat ik by Camalodunum,zoo\'tfchijnt,welk Cunobelins Koninglijke
der Britannen penningen , welker ftadr geweeft is.
af-drukfel ik hier vertoon, eenige
I aen-tekeningen ftellen zal. Maer
wat ik ftellen zal by dingen , die een
zoo lang verfleten eeuw
gantft:hlijk
verduyftert heeft, beken ik opent-
lijk, dat ik geenzins zie, en ghy, als
ghy deze fchrale ramingen leeft,zult
beveftigen, dat ik in een groote en dikke duyfenis zweef.

Datde oude Britannen een koperen penning, oft ringen,
oftyzere platen, op een zeker wicht gewogen, gebruykt
hebben, heb ik hier voor alreê uyt Casfar verhaelt, en daer
zijn \'er , die verzekeren, dat zy eenige van deze, in emmer-
kens gevonden, gezien hebben. Behalven deze w orden in
dit eylandt dikwijls gulde, zilvere.en kopere penningen ge-
vonden , van verfcheyde maexel, en verfcheyde gewicht, al
meeftcndeel aen de eene zijde hol, zommige zonder letters,
zommige met letters uytdrukkelijk befchreven, hoedanigh
ik tot noch toe niet gehoort had, dat elders uyt-gegraven
waren , voor al eer my onlangs dc zeer edele jongeling uyt
de Provincie van Vrankrijk, en in de outheden der pennin-
gen zeer geleerde en ver-ziende Nicolaus Faber Petrafcius,
zoodanige, in Vrankrijk gevonden zijnde , getoont had.
Maer die ik hier voor-geftelt heb, zijn van de onzen:

De vierde met Ver, fchijnt der Verulamiers geweeft
te zijn.

De vijfde is wederom van Cunobelin.

De zcftc, wijl zy zonder licht van letters is, is my gantfch
onbekent.

De eerfte is van Cunobelin , die onder Auguftus en Ti-
berius gebloeyt heeft, waer in , zoo ik my niet bedriege, de
hoofden van den tweekoppigen lanus gefneden worden,
mogelijk om dat Britannien toen de woeftheydt begoft af te
leggen. Want lanus wordt gezeyt de eerfte de woefte ze-
den in burgerlijke verandert te hebben,en daerom met twee
aenzichten gefchildert, om dat hy de eene vorm uyt de ron-
dere gemaekt heeft.

^Dc tweede is ook van Cunobelin met zijn aengezicht en
opfchrift, op de ander zijde dc munter methetwoordt
T
a s c I a. het welk by de Britanncn een tol-penning be-
tekent, gelijk my D.David Powel,in de Britanfche tael zeer
ervaren, wijs-gemaekt heeft, mogelijk van der Latijnen
Tdc letter X kennen de Britanncn niet. En op
diergelijke wijs wordt M o
n e x a dikwijls op de Room-
fche penningen gefchreven.

De derde is infgelijx van den zelfden Cunobelin met een
paerdt en C v n o, met een koorn-aer en C a m v. voor

De zevende is van Cunobelin met het opfchrift van
Tasc. Novanei , met een vrouwen hooftoft zelve
tc kennen geeft, dat het de tol der Trinovanten geweeft is ,
daer hy over-geftelt was , zal ik niet zeggen. Apollo met de
Lier op de andere zijde, en C v
n o b e l i,n , brengen my
in \'t zin, \'t gene ik elders van den Godt Belin waer-geno- ^^
men heb 3 naemlijk dat de oude Franfen Apollo onder den
nacm van Belin ge-eert hebben : \'t welk Diofcoridcs beve-
ftight, als hy uytdruklijk fchrijft, dat het kruyt van Apollo,
waer meê dc Franfen haer pijlen plegen te fmecren, in de
Franfche tael
Belinuntia ^znocmt. woïdz. Zoo dat ik hier
cenighzins zoud durven ramen, dat de naem van Caflibeli-
nus cn Cunobelinus uyt dcndienft van Apollo getrokken
is, gelijk als die van Phoebitius cn Delphidius. Indien niet
veel eer , even als Apollo om zijn gcele hayren by de Grie-
ken Hdi/ösV, by den Latijnen
Flavus genoemt is, hy alzoo by
de Britannen en Franfen
Belin genoemt wierd. Als die in de
inhout desgebcdts in\'tBrirans
 Belin, cn Jt\'/;;^ge-

noemt wordt, cn om die zelfde oorzack fchijnen die oude
Belinus, Cunobelinus, en Caftibelinus, die ook CafTivelau-
nus, als geclc vorften, genoemt geweeft te zijn. Want dc
Britannen bekennen, dat
Cuno een nacm van waerdigheydc Cune.
geweeft is, en wat iet voortrcflijx en vorftclijx is noemen zy
heden noch
Cynoc. V^oorwaerdathetcen ccren-naem ge- ^
weeft is, beveftigen eenighzins dc namen der vorften
Cun-
getorix, Cunobelinus, Cuneglafus, Cuneda
, en Cuneda^ius by
de Britanncn, gelijk
Cyngetorix, ConvicioUtanus, Conetodu--

nus

aa

-ocr page 54-

41

mm

N N I E N.

B R

Ziet hier ook de x 111 met het woordt D i a S in een
acht-hoek, en een paerdt op d\'andere zijde.

De x1111 met het opfchrift van ecn varken en Vano c;
en \'t hooft van ecn Goddin, mogelijk van Venus oft Venu-
tius, waer van Tacitus.

De X v met een gehelmt hooft en Dvrnaco, de
welke ik niet weet of Dumnacus, de Vorft der Andiers, ge-
weeft is, waer aen Cslar gedenkt.

AR, XVir

nus by de oude Franfen. En ik ben niet onbewuft dat Gil- van de Vocontiers in VrankrijA:^e-ecrt geweeft is, laet een
da Cuneglafus, een geele oft bruyne vleefch-houwer,in het ander zeggen.
Latijn over-gezet heeft, dien andere een hemcls-blaeuwe
<3ft glazen-vervvige Vorft, gelijk
Cuneda een goeden vorft
vertaek hebben. Dat der Duytfchen itoiimg/
enonsKinge
van Cuno voort-gefproten zy, durf ik noch niet vermoe-
den. \'tZy genoegh dus verfcheydelijk met ramen gegekt
te hebben, op dat ik door anderer beipotting ook zelf niet
begekt werd.

De achtfte met een wagen-paerdt, en daer een radt on-
der geftelt, en op de andere zijde
Bodvo, fchijnt des
Bodunifchen volx geweeft te zijn, oft der Koningin Bo-
dicia , welke Voadicia , en Bundica verfcheydelijk ge-
noemt wordt.

De negende, waer op een ruyters beeldt met fpiets en
fchilt, en de verftroyde letters van C
/e r a t i c. zoud ik
oordeelen diens ftrijdtbaren Caratacus geweeft te zijn,
wiens lof Tacitus zo verkondight.

De tiende, op wiens eene zijde, onder een ruyter, R e x
gefchreven wordt, op de andere C o
m. luft my met zom-
mige te ramen des Acrebatfchen Comius geweeft te zijn,
van welken Csefar gedenkt.

De elfde, die een halve maen vertoont met R e x C a l-
l e ,
fpeek niet vêr van de naem der zeer voortreflijke ftadt

c allen a.

De twnelfde heeft een gevleugek hooft, met het woordt
a t e v l a , en aen d\'andere zijde een Leeu, met het op-
fchrift
v l a t o s. Wat deze woorden bedieden, zoek ik
re vergeefs. Met dit zelfde beek heb ik de Goddin der over-
winning, op de penningen der Romeynen,
uyt-gedrukt ge-
zien. Nochtans heb ik tot noch toe niet bevonden, dat dc
overwinning in \'t Bntanfch
A t e v l a genoemt wordt;
doch dat zy de overwinning
Andates genoemt heb-
ben,heb ik alrc uyt Dio verhaelt,of de zelve
a n d a r x a,

De X V111 met C v n o tufl\'chen een lauwer-kroon ;
Cn op
d\'ander zijd een paerdt met T a s c e.

Wy hebben daer-en-boven een ander gezien met een
vliegend paerdt cn C
a m v. Op wiens andere zijd een ge-
helmt beeldt, met een fchilt tuflTchen \'t koorn-gewas en
C v N o , en een ander met een
qualijk-gcmaekt paerdt cn
E
i s V, miflohien I s v r i ï, en op d\'ander zijd ecn koorn-
aer: ecn ander met een gefpietfte
Zoldaet, cn aen d\'ander
zijd, tuflchen een ketcn,S o
l i d v. Dat het ecn heele pen-
ning (dien zy Solidum noemen) geweeft is, geloof ik niet,
wijl die in die djdtakijdt van gout, en deze van zilver ge-
weeft is. Waerfchijnlijker wordt zy totdeSohduriers be- Solidmeff,
trokken. Want 20 noemden de oude Franfen de aendach- CafurCm»

tigc

-ocr page 55-

f,
ffï

B R

tigc mannen, die deze wijs hadden, dat zy alle gemakken
in \'c Jeven met die t\'zamen genoten, in welker vriendtfchap
zy zich begeven hadden. Indien hun iet doorgewtltop
qnam, dat zy \'t-zelfde ongeval t\'zamen droegen, oft zich de
doot aendeden, en noyt is \'er iemandt van deze gevonden,
die, zijn vriendt gedoot zijnde, geweygert heeft te fterven.
Of van dezen dc naem den zoldaten toe-gekomen is,die,aen
eenigen vorft oft gemeente toe-geeygent, zoudy verdienen,
en by vele volkeren van Europa byna met de zelfde naem,
Soldim, naemlijk Soldiers, Sddats, Soldados, &c. genoemt worden,
laet ik Hever andere denken, als dat ik \'t zelf zegh 3\' fchoon
ik k liever met dat gevoelen houd,dat die in een laeter eeuw
Solidarii genoemt geweeft zijn, tot onderfcheyt van die ten
opzicht der Feuden zonder zoudy oorloghden.

Of deze foort van penningen tot het gemeen gebruyk
van dc munt cn handel, dan of zy in \'t begin tot iemandts
byzonder nut geflagen zijn, wordt onder de geleerden be-
twift. Verfta ( zoo \'t \'er geoorloft is iet tuflchen te ftellen)
mijn raming met weynigh woorden : Als Csefar ingefteldt
had, wat de Britannen jaerlijx tot tol betalen zouden, en zy
onder Auguftus die fcheeps-tollen van \'t uyt- en in-brcngen
\'Apfimtis. droegen, zoo heeft men hun allcnxkCns andere fchatting
op-gelcght, te weten voor\'t gezacyde,\'t geplante, voorbo-
gaerden, weyden van groote en kleyne dieren, als zy nu ge-
dwongen waren om te gehoorzamen, niet om te dienen.
Tot dat gebruyk heb ik gemeent, dat die penningen eerft
geflagen zijn, voor de groote dieren meteen paerdt, voor
de kleyne met een varken, voor de boffchen met een boom,
voor\'tgezaeyde met een koorn-aer, gelijk op die van dc
Verulamiers ftaet, daer V
e r v, op gefchreven is, cn dat
die met een hooft geflagen fchijnen tot de tol van dc hooft-
fchatting, welke perfoonlijk was, en op ieders hooft oft
perfoon geftelt wierd, den vrouwen van haer twaelfdc jaer,
den mannen van haer veertiende, \'t Welk Bunduica oft
Bodicia, Koningin der Britannen, met deze woorden by
de haren klaeght : En voor weyden en akkers, ook voor
de lichamen den Romeynen jaerlijkfchc tol gevende. Hier
toe heb ik gemeent dat certijdts een zekere foort van een
penning geflagen is, wijl zy in de heylige Schrift een fchat-
Nnmifma P^^^^^i^g uyt-drukli)k genoemt wordt,enHefychius ^éro-©^,
cenfus. ^^^^ voyJ(r{A,al(^ lÉnzèipotAu/éi vcrtaelt. En ik gcloofdit tc

I-
i:

! i\'

\' I\'

42.

• L

ir

ih

I

I t

! f

■ r

N N

vafter, om dat op zommige een geldt-flaende munter uyt-
gedrukt wordt met T
a s c i a , \'t welk by de Britannen
een tol-penning betekent: nochtans entken ik niet, dat zy
namaels tot het gemeen gebruyk geweeft zijn. Ook ben ik
noch niet
in dat gevoelen, waer in die zijn,dic willen, dat
het varken, het paerdt, de koorn-aer, lanus, &c. byzondc-
re wapenen geweeft zijn van volkeren oft
Vorften, wijl men
hier in zien mach, dat een en de zelfde Vorft en volk ver-
fcheyde wapenen gebruykt heeft, gelijk C unobelinus een
varken , een paerdt, en een
koorn-aer, &c. en andere din-
gen öpêijn penningen geflagen heeft.

Of ook deze fchatting-penningen van de Romeynen,
oft van de inwooners, ofc van haer Koningen , als de gant-
fche werelt onder Auguftus gefchat wierd, geflagen zijn,
zal ik niet lichtlijk zeggen. Ik vermoed dat zy van de Bri-
tanfche Koningen geflagen zijn, wijl Britannien van lulius
C^fars tot Claudius tijden toe haer eygen wetten gebruykt
heeft, en aen haer Koningen (als Dio getuyght) toe-gela-
ten is, en wijl zy debeeldeniften en opfchriften der Britan-
fche vorften vertoonen. Want de Romeynen hebben door
een aengenome gewoonte in de Provinciën Koningen , als
werk-tüygen van flaverny, gehadt; de welke, nu als gezel-
len der Romeynen, tot haer zeden allenx (\'t welk den ver-
wonnen te nut gekomen is) vervallen zijn , cn gelijk het
fchijnt, na de Roomfche wijs cn gewicht begonnen hebben
geldt te ftaen, en haer naem op de penningen tejftellen.
Maer in \'t Joodfche landt wierden zy in \'t tegendeel, als uyt
Chriftus antwoordt befloten wordt, mee des Keyzers beelt
en opfchrift, en, gelijk \'t waerfchijnlijk is,van de Romeynen
zelf geflagen.\'t Welk de Cardinael Csefar Baronius,dc voor-
treflijkfte gefchicht-fchrijver der kerke, met deze woorden
te kennen geeft: \'tis by de Romeynen een wijs geweeft,dat
de penningen ten opzicht der tol oft fchatting van de Key-
zers geflagen wierden, en zy bleven niet altijdt op cene wijs
dé zelfde : maer na den aen- en af-was der tollen verfchil-
den zy daer in van de andere penningen van gebruyklijk
geldt, dat der zelvewaerdyaltijdtecn-zelvighis, daerdc
penningen van tol oft fchatting , als de hoedanigheyt des
tols verandert wierd, na 1de rekening des tols gefchikt wier-
den. Maer zommige geleerden ftemmen hier in met Baro-
nius geenzins över-een.

E -N.

Aentekeningen op de

PENNINGEN DER ROMEYNEN.

Laudius heeft de eerfte van de Ro-
meynen , na Cïefar, op Britannien
gedacht, en een hcyr-leger over-
gezonden hebbende, heeft het zuv-
dcr-deel tot de vorm van een Pro-
vincie gebracht; op welke tijdt de-
ze eerfte penning fchijnt geflagen
te zijn, de welke in een kort begrijp
dit opfchrift heeft T i. C
l a v d.

VMß^us. Cjes. Avg. P. M. Tr. P.VIIII. Imp. XVI. datis,
Tib er im Claudim Cafar Auguflm, Vont if ex Maximm, Trihu-
nitia poteßate
i x , Imperator x v i. Op dat ik deze tijtels
eens verklare. Na lulius Ca:far,dic de gront van de Room-
fche een-heerfching (Monarchy) geleyt heeft, hebben alle
zijn navolgers tot zijner cergewilt C^far en Auguftus ge-
noemt zijn, als of zy de natuur der menfchen tc boven gin-
gen,want al watGodt heyligh was,v(7icrd
Augußus genoemt,
PontificesMaximi,om dat zy aen allePriefterfchappen gewijt,
en over \'t heylige geftelt waren; en zy hebben de
TribunhtA

I

i-

f:

poteßas (de macht van de overften) gebruykt, (want zy wil-
den geen
Tribuni oft overften genoemt zijn) om onfchen-
baer te
zijn. Want door deze macht, indien haer iemandt
lafterde, oft gewdt aendeed , die wierd onverdoenit als een
kerk-roover gedoot, en deze Tribunitifchc macht hebben
zy alle jaren vernicut, waer uyt de rekening der jaren van
haer placht op-genomen tc worden. Eyndlijk zijn zy
Im-
peratores
genoemt, om dat hun bevel wijdtluftigh was: en
in die naem wierd de macht der Koningen en
Biäatoren
begrepen, en zy zijn zoo dikwijls Imperatoren genoemt, als
zydoor zich zclvcn, oft hare veldt-heeren iet treflijx in den
oorlogh uyt-gevoert hebben. En mits op dc averechte zijd
van deze penning een zege-boogh zy met een ruvters-beelt
tuflfchcn twee zege-tekenen, met het opfchrift
De Bri-
tan. Daer uyt zoud ik oordeelen, dat \'er in \'t negende
jaer van Claudius, na \'t getal van zijn Tribunitifchc macht,
een
twéC-Voudige overwinning verworven is.

In de tweede penning , welke ook van Claudius Augu-
ftus is, worden wy uyt dit opfchrift
, Ti. Clavd. C^es,

Av g.

-ocr page 56-

B R ï T Ä

C^s. AVg. Ger. Tr. P.XII. Imp. XJIX. ge-
leert , dat hy in \'t twaelfdc jaer van zijn Rijk, zich treflijk in
Britannien gequeten hebbende, voor
dc achtiende-maci
Imperator is üyt-gerocpen geweeft, en datdeNieuw-ftadt
(Colonie) Camalódunum op die tijdt is over-gebracht, het
welk die uyt-gedrukte bouwer met de koe cn ftier tc ken-
nen geeft. De Romeyn, zeght Servius , zullende fteden
bouwen, voeghden een ftier ter rechter, en een koe na bin-
nen toe te zamén , omringt met de Gabinifchc wijs, dat is,
met een deel des roks aen\'t hooft bedekt, met een deel om-
ringt,zy hielden een kromme ploegh-ftaert,öp dat de kluy-
ten na binnen toe vallen zouden. En alzoo dc voore geleyt
hebbende, tekenden zy de plaetfen der muuren af,dc ploegh
omtrent dc plaetfen der poörten ophangende.

Claudius zoon, diens de derde penning is, met Griek-
fche letteren, is om de daden, by zijn vader gelukkighlijk
uyt-gevoert, met de by-naem van
Britannicvs, de
welke hy als zijn eygen gebruykte, döor \'t befluyt van den
Raedt vereert geweeft. Dien Sencca gewenfcht heeft, dat
hy Duytfchlandt bevredigen , Britannien openen, en zijns
vaders, en nieuwe zege-tekenen voeren mocht. Maer wat
wil in dc zelve het halve fchip met het opfchrift van
Metro-
polis Btiminii Regis?
My is voorwaer niet kundigh wie die
Etiminius geweeft zy, doch ik vermoede, dat het die Adi-
minius, zoon van de Koning Cunobelin, geweeft is, de
welke Suetonius verhaelt, dat tot Cajus Caligula over-ge-
loopen i5.

De vierde in orde is de penning van Adrianus, met dit
opfchrift,
Had r i an vs Avg. ConsvlIII,Pa-
t e r P a t r i ie. Èn op de andere zijd, Exercixvs
Brixannicvs
(\'t Britanfche heyr) door drie zolda-
ten vertoont, zoud ik oordeelen te betekenen de drie 1<>
gioencn, die in \'t i
zo jaer van Chriftus geboorte (toen is hy
ten derdcmacl Burger-meefter geweeft ) in
Britannien ver-
keert hebben, tc weten het tweede Auguftifche, het zefte
overwinnende, en het twintighfte overwinnende.

/

De vijfde en zefte, die van Antoninus Pius zijn, met het
opfchrift van Antoninus Auguflus Pius, Pater Patrie , Trtbu-
nitia poteflate, Conßl tertium
, en op de andere ziide heeft
dc
eene Britannien op rotfen zittende, met een krijghs-te-
ken, fpics cn fchilt, de andere de zelfde op een kloot zitten-
de i fchijnen geflagen tc zijn ter eeren van Antoninus Pms
van de Provincie Britannien, als
hy \'t Rijk aenvaerde in het
140 jaer na Chriftus geboorte. Dat
krijghs-kleedt van de
Provincie
Britannien betekent, dat Britannien toen iü

N

N

E

45

krijghs-cer cn roem gebloeyt heeft j gelijk ^ie Italien in die
tijdt tot zijner eer gemunt heeft, heeft een beelt,zittcnde op
een kloot, met een hoorn van overvloet, om aller dingen
óvervlocti die van Sicilien,hecft een bcelt met koorn-aeren-
dic van Mauritanien , een beek houdende een werp-pijl mee
ccn pacrt, om de ruyter-ecr van die Provincie te beteke-
nen. Hier toe moet ook de negende betrokken wordcn,de
welke van den zelfden AntoninuS, doch niet op zijn placti
geftelt is.

De zevende penning, die van Commodus is, geeft alleeii
te kennen, dat hy om dc overwinning tegen de Britannen
de nacm van B
r i x a n n ï c v s zich aengenomen heeft.
Want aen dc andere zijde wordt de overwinning met een
palm-tak gezien, houdende een fchildt, en zittende op dé
ichilden der overwonne Britannen, met
Vicxoria
Britannic a.

\'t Zclfde is te denken van de twaelfde, die van den zclp*
den Caracalla is.

En in

-ocr page 57-

•asm

E R

A

XX Ali

PI. Cöniftantinus Maximus Auguftus, dat groote fleraét
van Britannien, heeft dezen met
Gloria Exerci-
t v
s (de eer des heyrs) om de zoldaten te fmeken, by
welke toen \'t gebiedt was, en niet by den Keyzer, te Con-
ftantinopolen geflagen, gelijk men leert uyt de onder-ge-
ftelde letters
Cgns.

3j mdere
Tvordt La\'

Uanus gek-

iST N I

door de gewoonlijke heyliging onder de Goden getek, 200
is deze penning tot zijner eer en gedachtenis geflagen, het
Welk blijkt uyt het opfchrift, en de kerk tuflchen twéé A-
renden. De onder-geftelde merken P. L o
n. over-tuy-
gen, dat het is
Pecuma L\'ondini figmta, geldt te Londen
gemunt.

vrou Flavia Helena, een Britannin van afkomfl: ;
als onze gefchichten verhalen, en die grootfte gefchicht-
fchrijver Baronius beveftight, als haer zoon de groote Con-
ftantin den dwinglant Maxentius verflagen,en den tijtel van
Gronder der ruft,en verloflfer der weerelt verkregen had,de
zekerheyt van \'t gemeene beft verkregen zijnde, heeft dit
geldt gehadt, te Trier gemunt tot zijner eer,als blijkt uyt de
letters S. Tr.
Aztis, SigmtaTreviris (te Trier gemunt./

Welke deze ^lianus geweeft is,is noch niet zeker. Zorn«
mige tellen A.Pomponius ^lianus onder de xxx dwinglan-
den. Andere ftellen CL iEhanus onder de zes dwinglan-
den onder Diocledanus. Daer zijn ook zommige,die mee-
nen , dat deze de zelve dwinglandt in Britannien geweeft is
onder
den Keyzer Probus, aen welke Zoflmus met een be-
dekte naem gedenkt,en van welke hier boven. Voorwaer in
wat tijdt hy ook geweeft is, wy achten dat hy in Britannien
Auguftus genoemt geweeft is; wijl zijn penningen alleen in
dit eylandt gevonden worden, met dit opfchrift,
Impe-
rator Cl. ^lianvs Pivs Eöelix Avgv-
s t v s. Op de andere zijd Victoria A y g v s t i ,
\'twelk te kennen geeft, dat hy eenige Barbaren overwon-
nen heeft.

De jonge Cónftantinus, zoon van den grootèri Conftaii-
De penning van Caraufius, met het opfchrift van Impe- tinus, den welken Britannien met anderé landen toe-ge-
rator Cajus Caraufius Pms Foslix Augußus , en aen de andere vallen is, heeft dezen penning by zijns vaders leven ge-
zijde
PaX Avgvsti, fchijnt in die tijdt geflagen te ibunt, want hy wierd alleen Nobilts Cafar genoemt, welké
zijn, als hy de Britanfche zee , ^or zee-rovers gequek zijn- naem de beftemde navolgers des Rijx plagh toe-gefchré-
de, bevreedighde. ven te worden. Uyt het gebouw en PRoviDENti^

C ^ s. verftaen wy,dat hy met zijn broeder eenigh gemeen
werk op-gebouwt heeft, gelijk uyt Pi L o
n. dat deze pen-

Als Alledus, die Caraufius van kant geholpen heeft, de
purpure rok aen-gedaen, en zich manlijk tegen de Barbaren
gedragen had, zoo heeft hy dezen penning met V i
r t v s
Avgvsti geflagen; de letters Q^L. willen zommige,
dat
<Sji^ytarium Londini cufum, (eenvierling te Londen ge-
flagen) andere, dat het
^mzftorem Londmenßm (de Londi-
fche Schat-meefter) betekent.

Als Conftantius Chlorus te York gelïorven was, en nu

ning te Londen geflagen is.

Deze penning fchijnt van Magnendus, die van een Bri-
tanfche vader gebodren is, geflagen te zijn, welke tot op-
fchrift heeft,
Bóminus nojier Magnentius Pius Fteliy: K^ugu-
Jius
, en fchijnt het gedaen te hebben om in de genade van
Conftantius te komen, na dat hy een gemeene vyandt ver-
flagen had. Want de tekenen DD. NN.
Avgg. dac
is, Dömini nojlri Augufti, geven te kennen, dat \'er toen
twee Keyzers geweeft zijn. Dat V o
t is. v. M v lt i s x.
betekent, dat het volk toen beloften deden, op dat de Key-
zer v jaren bloeyen mocht, en het getal vermenighvul-
digende,wenfchten hem met gelukkige toe-roepingen vele
tien jaren. Hier toe dient dat in \'t lof-fchrift van Nazarus.
De vijf-jarige tijden der zalige Keyzeren hebben haer be-
zigh

•t;

1

-ocr page 58-

A N E N. 45

zigh in vrolijkheden , maer in de befterride tien jaren heb-
ben de
nu haeftende beloften en fnelle hopen ftil geftaen.
Deletteren P. A
r. betekenen, dat deze penning te Are-
laten geflagen is.

Confliantius Magnentius verdreven, en Britannien weer-
gekregen hebbende, heeft dezen ter eeren van ^t heyr laten
munten, de R, op de grondt betekent mooghlijk, dathy
uyt de muntcty is, die te Romen was.

Deze is ter eeren van Valentinianus, als hy\'t verval-
lende Britannien herftelt , en \'t weder-gekrege deel
na
zijn naem V a l e n t i a genoemt had , te Antiochien
geflagen , gelijk uyt de onder-gcfchrcvc letters befloten
wordt.

Als MagnusMaximus van \'t Britanfche heyr tot Keyzer
gekooren was, als ook zijn zoon Flavius Vidor, zijn om
der zoldaten wil, en tot haer eer deze penningen geflagen -,
cn Theodofius, als hy haer van kant geholpen had, heeftze
om de zelfde oorzaek met
Virtvte Exercitys
( de dapperheyt des heyrs ) getckent.

My komt niets voor om by dc penning van Gratianus
tc voegen, als \'t gene ik terfl:ont by dife van Magnentius gè-
iicyt heb.

Öp die gulden van Honorius valt niets aen re tekenen,
äls uyt het A v g g g. dat \'er toen ter tijdt drie Keyzers
heerfchten, tc weten, na \'t 420 jaer na Chriftus geboorte,
als Honorius
in \'t weften, de jonge Theodofius in \'t ooften,
en met hun Conftantius, die onzen Conftantinus, door dc
hoop zijns naems verkooren, verwonnen had, en van Ho-
norius tot Keyzer benoemt was. En dat C o
n o b bete-
kent, dat het louter gout
is, te Conftantinopolen gemunt.
Want nergcrs als óp gulde jpenningen wordt dat C o
n o b
gelezen, zo veel ik tot noch toe gemerkt heb.

Ik had hier noch veel mcêr Roomfche penningen kön-
nen by-voegen, want een oneyndige hoop wort door-gaens
van de zelve by ons gevonden onder dc vervallc fteen-hoo-
pen der uyt-gcrocyde fteden, in de toen ter tijdt verborge
fchatten cn lijk-emmers. Doch ik was zeer verwondert van
waer zoo groot ccn hoop der zelve o verigh was, tot dat
ik
las, dat het door inftellingcn der Forftcn verboden was ou-
de penningen
te vergaderen.

Lik I, cap,
de mri
pHh. pro"
fécHt,
Z. 12. 13,
c. Th, de
fußept.
fraepof

BKl-

-ocr page 59-

BRITANNIENS VERWOESTING

Ls Britannien nu Van de Roofn-
fche bezettingen verlaten was, zoo
was alles zeer verwart, en door al-
lerley jammeren zeer ellendigh,
aen d\'een zijd door de inval der
Barbaren, aen d\'ander zijd door der
burgeren oproer , en terwijl zich
yder \'t hooghfte gebiedt a:en nam,
• zoo zijn zy, als Ninnius Verhaelt,
veertigh jaren, min oft: meer, onder vrees geweeft. Want
Vortigernus, die hier geheerfcht heeft, wierd geprangt van
de vrees der Pieten èn Schotten, en van d\'aenval der Ro-
meynen , die hier gebleven waren , als ook door de ft:hrik
van Ambrofius Aurelius, oft Aurelianus, dewelke na alle
zijn voor-ouders, die de zeftde purpure rok gehadt hadden,
^n door de t\'zamen-horting van zoo groot een onweer ge-
doot waren,over-gebleven was. Hier door hebben de Saxen,
van Vortigernus uyt Duytft;hlandt te hulp geroepen, een
verderflijken oorlogh op haer eyge waerden gerokkent, en
de arme Britannen, na veel twijiïelachtige uytkomften van
oorlogen, van^t vruchtbaerfte deel des eylandts,en haer va-
derlijke woon-plaetzen berooft.

Maer deze Ichadelijkfte verwoefting van Britannien zal
u de Britanfche Gildas, geheel met tranen vervult, die \'er
weynigh na geleeft heeft, met zijn kermende ftijl affchil-
deren, oft liever uyt-fteenen. Als de Romeynen wederom
na \'t hare gekeert waren, zoo zijn de troepen der Schotten
en Piaen, in zeden ten deele verfchillendci doch in de zelf-
de graeghtévanbloed-ftortenover-een-komftigh, om ftrijd
van haer karrekens, waer mê zy over \'t Schitifche dal geva-
ren waren, af-gefprongen, even gelijk, wanneer de zon op
het hooghft, en de warmte verhit is, de zwarte troepen der
wormen uyt denaeufte hollekens der gaten uyt-kruypen.
En verftaen hebbende de nahuys-keering der Verplichte, en
de weygering van haer weder-komft, zoo hebben zy, ftou-
tèr als oyt te vooren, het gantfche noorder en uyterfte deel
van \'t landt als inwooners tot aen de muur toe ingenomen.
Hier toe wordt op\'t verhevenfte Van \'tkafteel geftelt een
troep traegh tot de ftrijdt, onheblijk tot het gevecht, en
door haer vertfacghde gemoederen onbequaem ^ de welke
door de botte zetel verflimde. Onder-tuflTchen lieten dé
hakige pijlen der naekten niet af, waer door de ellendige
burgers van de muur getrokken, tegen de aerde geftneten
wierden.Dit naemlijk bate hun de ftraf van de onrijpe doot,
die op zoodanigh een wijs om-quamen, dat zydoor een
fnelle vernieling ontquamen de erbarmlijk aenftaende ftraf-
fen haerer broederen en panden. Wat meer i De fteden en
dc hooge muur verlaten zijnde, zoo is hun nu het vluch-
ten , nu het verftroyen boven gewoonte vervult met wan-
hoop. Infgelijx wórden van den vyandt dc vervolgingen en
wreeder ftachtingen ver-ylt, en gelijk de lammeren van de
vleefch-houwers, zoo worden de beklaeghlijkc burgers van
de vyanden verfcheurt, zoo dat hacrer gedachtenis by de
wilde beeften vergeleken wierd. Want ook de cllendio-e
burgers zelf onthielden zich niet van elkander te vermoor-
den , tot een kort onderhout van een kleyne koft, en wier-
den de uyterlijke jammeren met inwendige beroerten ver-
meert , zoo dat het gantfche landt, door zodanige dikwijli-
ge verwoeftingen berooft wierd van dc ftut van alle eet-wa-
ren ,
uyt-genomen de trooft van de konft van jagen. De el-
lendige
over-gebleven, derhalven wederom brieven zen-
dende tot iEtius, by de Romeynen een vermogend man, op
deze wijs fprekende:

Aen .^tivs iii Bvrgèrm.
ZVCHTEN DER BRITANNEN.

De Barbaren drijven ons ie rug na de zee, de zee drijft ons we-
derom na dê Barbaren. Tujfchen deze twee foor ten van
fierven rvórden wy oftgekeelt oft verdronken.

Krijgen nochtans voor de zelve geenige hulp. Onder-
tuflfchen hingh den zwervenden e» twijffelaebrigen een

Gildas.

De Saxen
in Britan-
nien géroe-

t

dal
T>ezeGildas
ivordt inde
gefchreve
Voor-beel-
den vm
Vranhrijk^
de klager
genoemt ^ds
my verhaelt
heeft VC.
Barnak
Brifenifus,

In andere
voor-heel-
den ftaet
Agitiusjza
zommige
Equitius
Burger»
meßer i
zonder

fen^gh getal.

grouiijke cn wijdfru^htige honger acn, de welke vele van
haer, van dc bloedige roovers gedreven zijnde,dwong zich
zonder uytftel over te geven, om een weynigh fpijs tot ver-
quikking van haer ziel te verkrijgen, waer toe dc anderen
niet te brengen waren, die liever van \'t geberghte, uyt ho-
len j en dichte doorn-boïfchcn haer vyanden wccr-ftonden.
En toen hebben zy de vyanden,di€ zo langejaren in \\ landt
geftroopt had, verflagen, niet op de menich, maer op Godt
vertrouwende, na die fpreuk van Philo, daer de mcnfchlij-
ke hulp af-laet, mo€t dc Godlijkc nootzaeklijk tegenwoor-
digh zijn. De ftoutheyt der vyanden heeft een weynigh ge-
fuft, maer nochtans niet de quaedtheyt van de onze. De
vyanden waren van de burgers geweken , maer de burgers
niet van haer zonden. Want dit volk was geduurighlijk ge-
woon, (als \'t ook noch is) dat het zwak was om de pijlen der
vyanden te weder-ftaen, maer fterk om burgerlijke oorlo-
gen , en d\'e laften der zonden tc verdragen , De onbe-
fchafemdc lerfche ftroopers keeren dan na huys , zullendé
na weynigh tijdts weder-komcn, toen hebben de Piden
eerft in \'t uyterfte déél Van \'t eylandt, als ook noch daer na j
geruft, zomtijdts noch eenige rooven en verwoeftingen te
weegh brengende. Dits wort in zodanigh een ftilftant van
wapenen aen dit troofteloos volk de wreede wonde des
hongers gehcelt, terwijl een andere vergiftiger ftillekCns
broeyde. Want de verwoefting in ruft zijnde, zoo was het
eylandt met zodanigh een overvloedt van alle dingen voor-
zien, dat geenige voor-gaende eeyw heugen mocht, zooda-
nigh een gehadt tc hebben, waer mee ook allerley wclluft
groeyde. Want zy wies met zoo krachtige botten op, dat
men volkomelijk op die tijdt zeyd: Men hoort oVeral zoo-
danigh een hoerery, als men noyt onder heydenen gedaen
heeft. En niet alleen deze zonde , maer al die de menfch-
lijke natuur plegen roe tc vallen, en inzonderheyt (\'twelk
ook nu de ftaet van alle goedt in \'t zelve eylandt uyt-roeyt)
de hacf der waerheyt met haer beveftigers, en de liefde der
leugens met haer ftichters, de acn-nemirlg van \'t quact voor
het goedt, de eerbiedmg der vuylighcyt voor \'t weldoen, de
begeerte der duyfternis voor de zon, de aen neming dés
Duyvels voor de Engel des lichts. De Koningen wierden
De Konin-
nier by Godt gezalft, maer om dat zy wreder als alle andere gtn^xdft»
zijn zouden : en wierden weynigh daer na van dczalvers,
niet om de onderzoeking der waerheydt gedoot, wéér an-
dere wreder verkiezende. En indien iemandt van de zelve
izachtmoediger, cn der waerheydt eenighzins
toe-gedaner
fcheen, op dezen, als op den uyt-roeycr van Britannien,
wierden aller haet en pijlen zonder opzicht gekeert, en al-
lés wat hun mishaeghde, met een even-gelijke fchael gewo-
geh, zoo hun \'t mishaeghlijke niet acn-genamer geweeft
was: zoo dat mén \'t vader-landt gerechtelijk die voor-zeg-
ging , wélke
aén dat oude volk verkondight is, toe-paffen
kon: Kindéren (zeggende) zonder wet hebt ghy Godt ver-
laten, en Ifraêls Heyligh tot toorn verwekt. Hoe zult ghy,
uwe zonden vermeêrende, noch geflagen worden ? alle
hooft is flaeu, en alle hart droevigh, van de voet-zool tot de
top is geen gezontheyt in hem. Alzo deden zy al,wat tegen
dc behoudenis ftreed, even als of de ware Arts van allen der
wcreldt geen Artfcny geven zoud. En niet alleen bedreven
dit de wereldtfche mannen, maer ook zelf de kud des Hee-
ren cn haer herders, die \'t volk tot een voor-beeldt behoor-
den te zijn. Vele waren, door dronkenfchap ontbonden cn
als met de wijn befpoelt, vadfigh en luy , cn wierden door
het gezwel van hooghmoedt, door de tweefpalt van kijving,
door dc grijpende klaeuwen der nijdt, en door \'t onbefchcy-
den oordeel van goedt en quaedt ingenomen : zo dat klaer-
lijk, als \'t ook nu is, de verachting over de Vorften fcheen
uyt-geftort te worden, en zy verleyt door haer ydelheden
en dwalingen op onwegcn,en niet op de rechte wegh. Godt
onder-tuflchen willende zijn huys-gezin zuyvercn , en het
zelve door zoo vee! fmetten bevlekt, alleen door \'t gehoor
van quellingen verbeteren, zo door-dringt als een gewiek-
te vlucht van geen onbekendt gerucht aller op-gereykte
ooren: dat de vyandt alrê aenquam, met wil om het landt
ten gronde te verderven, cn na gewoone wijs van \'t een tot

hec

-ocr page 60-

1? ^

B R

liet ander eyndt tebewoonen. Hierom nochtans verde-
ren zy niet, maer gelijk de dwaze beeften, de toom der re-
den hard-bekkighlijk verbijtende, loopen langs dc breede
wegh van allerley zonden, de welke recht na de doot Icydt,
de zalige, doch enge, wegh vedatende. Terwijl dan (als
Salomon zeght) de harde knecht niét door woorden ge-
betert wordt, zoo wordt hy, als een zot, gegeeftelt, en ge-
voelt het niet. Want een peftige ftnet over-valt het dwaze
volk met groot verderf, dewelke in \'t korte zo groot een
menighte van \'t zelve, nu van\'t zwaerdt bevrijt zijnde,wegh
neemt, als dc levendige niet konden begraven. Maer ook
hier door wierdt het niet gebetcrt, op dat die fpreuk van
den Propheet Ezaias op hun ook vervult wierd, zeggende:
En Godt heeft ons tot weenen en tot befcheren, en tot het
aen-trekken van zakken beroepen 5 ziet nu doot men Kal-
veren en fiacht men Rammen, ziet men eet en drinkt, en
fpreekt : Laet oris eeten cn drinken j want morgen zullen
wy fterven. Onder-tuftchen naderde de tijdt, dat haer zon-
den , als eertijdts der Armoreërs, vervult wierden. Want
men bcraed-ftacght, wat men voor \'t beft en zekerft om zo
fchadclijkc en dikwijlige invallen, en rooven der boven-ge-
noemde volkeren te wedcr-ftacn, beftuyten moeft. Toen
wierden alle de raedts-lieden te gelijk met den hovaerdigen
dwinglandt verblindt, om zoodanigh een baet, ja fchaed,
voor \'t vader-landt te vinden, dat die wrcedftc en fchandc-
lijk genoemde Saxen,van Godt cn dc menfchen benijt,even
als een wolfin de ftal, in \'t eylandt zouden gelaten worden,
om de noorderfche volkeren te weder-ftaen. En is het zelve
noyt iet fchadelijkcr, noyt iet bitterder aen-gedaen. ó diep-
fte duyfternis van zinnen, ó wanhopige en racuwcboos-
heyt des verftants. Dc Decnen, die zy af zijnde meer als de
doot vreefden,hebben de zotte Vorften van zelfs, (om zo te
zeggen) als onder het top van een dakgenodight (gelijk
gezeyt is) gevende Pharao een dwazen raedt.

De kudde der jongen toen barftende uyt de kamer der
Leeuwinne
van Barbaryen, metdrie (gelijk\'tin haer tael
üyt-gedrukt wordt)
Cyulen, by ons lange fchepen, met
voorfpoedige Zeylen, voor-fpoken, en waer-zeggingen,
waer door voor-zeyt wierd, met een zekere voor-zegging
by hun, dat zy \'t vader-landt, waer in zy haer ftevens geveft
hadden, drie-hondert jaren zouden bezitten. En hondert
en vijfdgh jaren, dat is dc helft van de tijdt dikwijls ver-
weeft en. Uytgevoert zijnde, hebben eerft in \'t oofterfche-
deel van \'t eylant, door bevel van den ongclukkigen dwing-
landt, haer klaeuwen geveftight; als of zy voor\'t vader-
landt vechten zouden, dat zy doch eer bevechten zouden:
aen wicn de bovengenoemde voedfter (bevindende, dat
men met de eerfte troep gevoorfpoedt had) infgelijx zend
een ontbonde ftavcn-hoop van hclbardicrs en honden, de
welke aen de fchepen gevoert zijnde, met die baftard-troe-

I)e Saxen
in Britan-
•nien toe-

■n.

Ë N.

pen verccnight worden. Hier uyt groeyt liet zaet Van on-
billijkheyt, de wortel der bitterheyr,de vergiftige plantin^ j
onzes verdicnften waerdigh, in onze aerde met
wreede
palm-boomen en wijngaerden. De Barbaren dan in \'t ey-
landt gelaten zijnde, zoo verkrijght men, dat men haer, als
zoldaten, en die (gelijk loogh) groote gcvaerlijkhcden voor
haer goede waerden zouden uytftacn,voor-raedt befchafte.
De welke langen tijdt meê-gedcelt zijndc,zo hebben zy (als
men zeght) den hondt de keel gefloten. Infgelijx klaegden
zy, dat men haer geen overvloedige maent-gelden gaf, de
gclcgcnthcden met voordachtzaemheyt verwende, en zoo
men hun geen grooter mildadigheyt betoonde\', zo betuyg-^
den zy, dat zy \'t heele eylandt, het verbondt brekende, zou-
den beroven. En zonder vertoevén wierd het gedreygh met
der daedt vervolgt, (want dc oorzack der
voor-gaende zon-
den begunftighdc dc rechtvaerdige wraek) cn het vuur van
de eene zee tot den ander,door de oofterfche troep der guy-
ten op-gehoopt, en al dc nabuurige fteden en landen ver-
nielende, heeft, acn-geftcken zijnde, niet geruft, voor dat
het, de gantfche vlakte des eylandts byna verbrandende,
met zijn roode en wreede tong de weftcrfchc zee likte. In
dezen oploop dan wordt, dit met Aflyricn in Ju(ia vergelij-
kende , in ons ook vervult na de gefchiedenis, dat de Pro-
pheet befchreyendc zegt: Uw heylighdom hebben zy met
vuur aen-geftekcn,de hut uwes Naems op de aerde befmct.
En wederom: Godt, de Hcydenen zijn in uw erfdeel geval-
len : Zy hebben uwe hcylige kerk befmet, &
g. Zo dat alle
Nieuw-ftcden (Colonia) door de dikwijlige muur-brekers,
en alle inwooners met de overften der kerk,mct de Priefters
en \'t volk, door de ovcral-glinftercndc zwaerden en kraken-
de vlammen , te gelijk ter aerden geworpen wierden, en ^
\'t geen jammerlijk om zien was,in \'t midden der ftraten,van
de verheve hengfels der toornen af-gerukt, fchenen de
fteenen der hooge muuren, de hcylige Altaren, de ftukken
der doode lichamen, de daken,met gepurpurt bloed beftre-
ken cn gemerkt, als in een fchriklijkc wijn-pers gemengt,
en daer was over al geen graf, behalven de vervalle muureii
der huyzen, en de buyken der heeften en vogelen.

Als wy dit gelezen hebben, zo laet ons ons niet vergram-
men op den goeden Gildas, om dat hy op de gebreken zij-
ner Britannen, en op de gruwlijke wreedtheyt der Piden en
Schotten, en onzer Saxen onvcrzadelijke blocdt-dorft, zoo
heftighlijk uytvaert. Maer wijl wy door in-enting, oft door
eenige vermenging na zoo veel eeuwen, nu alle tot een volk
geworden, en door de Godts-dienft en goede konften ver-
morwt zijn, zoo laet ons denken j hoedanigh en zy geweeft
zijn, en hoedanigh wy behooren te zijn: op dat de Al-hcer-
fcher niet infgelijx om onze zonden hier andere volkeren,
oft ons uyt-roeyendc over-brenge, oft met ons overwonnen
vermenge.

T A K N

0

I

DE ARMOR ISCHE BRITANNEN.

N deze zeer verderflijke en be-
fchreyelijke tijdt, wierden zommi-
ge, van de ellendige overblijffels der
Britannen, op de bergen achtcr-
haelt zijnde, met hoopen om-gc-
bracht, zommige van den honger
af-gemat, hebben zich aen de vyan-
den over-gegeven om ecuwighlijk
te dienen, zoo zy nochtans niet ter-
ftont gedoot wierden, *t welk was in de plaets van de hoog-
fte genade: andere vertrokken na over-zcefche landen,met
een o-root gefchrey, in plaets van een
aen-maning, aldus
onder de boezem der zeylen zingende: Ghy hebt ons als
fchapen ter flacht-bank gegeven, en ons onder dc volkeren
verftroyt: zommige haer leven aen bergh-achrigc heuve-
len, ongangbare onwegen, diepe
en dichte boflTchen en
zee-klippen,doch altijdt meteen vertfaegt gemoet, betrou-
wende, zijnin haer vader
-landt,hoewèl vol fchnk gebléven.
Van die, welke na over-zeefche landen gereyft zijn,zijn buy-
ten twijffel geweeft, die, haer behoudenis bezorgende, m.
grooten getale zich naer
Armorica van Vrankrijk begeven

hebben, en van de Armorikanen vriendlijk aen-genomen
2ijn.
Hetwelk, behalven degemeenfchap der tael,de welke
met onze Britannen oft Wals-Engelfchen byna een-zelvigh
is, óp dat ik andere, die hier in over-een-ftemmen, verzwij-
ge, bewezen wort van een fchrijver, die naeft aen die tijden,
en in Armorica zelfgefproten is, de welke \'t leven van S.
Wingualof, de Belijder,befchreven heeft: De ftam der Bri-
tannen, zeght hy, is met fchepen over de Britanfche zee tot
dat lant gevoert, ten tijde als het Barbarifche volk der Saxen
lang fcherp in wapenen,en onbcfcheyden in zeden,de moe-
derlijke aerde bezeten heeft. Toen heeft zich de lieve ftam
in dien boezem gefloten, op welke plaets zy door groote ar-
beyden vermoeyt, tot dezer uur zonder oodogh geruft ge-
woont heeft. Nochtans getuygen de onzen, dat onze Bri-
tannen lang tc vooren in deze wijk gewoónt hebben. Want
alzöo zeght Malmesburienfis: De groote Conftantin van
het leger tot Keyzer gekoorcn zijnde, heeft, een krijghs-
tocht naer dd bovenfte landen
aen-gczeydt hebbende, een
groote hoop van Britanfche zoldaten af-gevoert, door wel-
ker vlijt, alle overwinningen hem na
wenfch toevloeycnde,
hy \'thoogfte gezagh kortelijk verkregen hcbbende,de bcft-
verdiende, en die haer dienft wel
wacr-gcnomen hadden, in
een deel van Vrankrijk, ten weften op de ftrandt van de zee
nedcr-geftelt heeft j alwaer haer nakomelingen noch he-
den verblijvende, ongelooflijk
aen-gegroeyt zijn, in zeden

H cn

-ocr page 61-

A N H ï Ë , R

B R ï

enii^täeieett wêyiiigh van onze Brirannen ontaerdende.
En voorwaer Conftantin
heeft geboden: De oudt Zoldaten
zóllen na ons gebodt de ledige landen in-nemen, en de zel-
ted.Theod. ve geduutigh vry hebben. In%elijx Ninnius: De Keyzer
l^tb.j. Maximus, die Gratianus gedoot heeft, heeft de zoldaten
niet willen naer huys laten keeren, die met hem uyt Britan-
nien getrokken waren, maer heeft hun veel landen gegeven
van het ftaende water af, v/elk óp den bergh van ïupiter is,
tot aen de
ftadt, welke genoemt Cantguic, en tot de wefter-
fehe hoop, dat is, Crucocchidienl. Die de aentekeningen
by Ninnius gevoeght heeft, verfiert
\'er by: De Armoriiche
Britannen,
die over de zee zijn, met den dwinglandt Maxir
mus van
hier op een krijghs-tocht uyt-gaende, als zy niet
konden weder-keeren, zoollebben zy de wefterfche deelen
van Vrankrijk tot de grondt toe verwoeft, enhaerhuys-
Vrouwen en dochteren ten houwlijk genomen hebbendé,
2:00 hebben zy hun allen de tong uyt-gefneden , waer van
wy haet ook in onze tael
Lhet Vydion, dat is, half-zuygende
noemen, om dat zy verwerdelijk fpreken. Dezer aenzien-
lijkheyt kan ik geenzins weêr-ftreven, ja ik meen, darde
kindemi van die oude zoldaten, deze Britannen uyt haer
vader-landt vluchtende, namaels gaern ontfangen hebben.
Nochtans komt ons de naem
der Britoenen in deze wijk,
by de fchrijvers van die ti jdt, niet te vooren, al eer de S2.%cn
in ons Britannien gekomen zijn, behalven die, welke Pli-
nius in Picardien fchijnt te ftellen, en in zommige voor-
beelden Britoenen genoemt worden. Want zoo iemandt
uyt het vierde boek van Strabo acht met Volaterranus, dac
Britannien een ftadt van Vrankrijk geweeft is, die bezie het
Griekfche boek, en hy zal bevinden, dat hy van het eylandt
cn niet van de ftadt Britannien gefproken heeft. En dat
veersken van Dionyfius Afer , welk ik boven by-gcbracht
heb, willen
zommige liever met Stephanus van de onzen,
als met
Euftathius van de Armoricanen verftaen , te meer
wijl Feftus Avienus, een oudt fchrijver voorwaer, het alzoo
vertaelt heeft: *

■-Den rveßerfchen * Britannen al tt dicht \':

Toont V machtig Duytfchland haergeel-hayrig aengezicht-.
En niemandt denke, dat de Britanni kanen, indeaenrc-
^ kening verhaelt,
uyt dit landt waren, de welke alleen ben-
den van zoldaten geweeft zijn, die in ons Britannien aen-
genomen waren.

Armorica. Voor de aenkomft van onze Britannen, was dit lant eerft
By Plmius Armorica, dat is , aen de zee gelegen, genoemt, en daer na
mmghltjk. in de zelfde zin in \'t Britanfch Lljdaxv, dat is, ftrandigh, en
Lexoviers. by onze fchrijvers van de middelbare eeuw in \'t Latijn
Zonaras. Letavia. Waer van ik vermoed, dat de Leti geweeft zijn, die
^y Zofimus in Vrankrijk noemt, als hy te kennen geeft, dat de

pius .r 0- ^j^jj^gia^^^t Magnentius, by de Leti in Vrankrijk , van eén

^mlm en Britanfche vader gebooren is. Deze Armoricanen hebben,
hy een \\n- als dic Conftantin, door gunft van de naem verkooren, het
der het Imt hooghftc gczagh had, cn de Barbaren Vrankrijk overal af-
Kelf Cor- liepen, de Roomfche bezettingen verdreven hebbende,het
ïiu-Gallia. gejneene beft onder zich t\'zamen-geftelt: Maer de jonge
Valentinianus, heeft het door den arbeyt van ^tius, en het
voor-bidden van S. Germanus tot orden gebracht. In wel-
ke tijdt Exuperantius haer fchijnt beheerfcht te hebben.
Van welke Claudius Rutilius aldus zingt :

Wiens vaèr Bxuperans het Aremorifchflrandt

Door heyCge liefd\' tot vrê nu vreemde leering leert.

Ith 20»

* Vat is,
Britannien»
Bntmni-
h^nen.

Die wetten heeft herfieltße vryheyt brächt ter handt3
En zijne dienfi-b\'oon zelf varrßaven af geweer t,
Uyt welke vcerzen ik niet wéét of ^.gidius Maferius be-
floten heeft,als hy gefchreven hééft, dat de Britannen flaef-
kens géweéft zijn aen de Armoricanen, en dat hy de vry-
heyt in dezelve weêr op-gericht heeft Het eerfte gewach
der Britannen in Armorica, dat ik weet, is geweeft in \'t i
jaer na Chriftus geboorte, omtrent het drie-hondertftejaet
na dat de Engelfche-Saxen in ons Britannien geroepen wa-
ren. Want toen heeft Manfuerus, Biflchop der Britocnen,
het Turonenfifche Concilium, tuffchen de Biflchoppcü
van Vrankrijk én Armónca, eerftiijk onder-tekent. In het
negende jaer hier na hebben deze nieuwe inwooners van
Vrankrijk, als zy zagen dat de Viflgotthen de vruchtbaerfte
landen der Andiers ( van die van Angiers ) cn Pi6ten voor
zich in namen, op haér aén-gcvallen, cn verhindert, dat dé
Gotthen gantfch Vrankrijk \'niet innamen. Want zy zijn
geweeft aen de zijde van Anthemius de Roomfche veldt-
heer tegen de Gotthen , ja zoo zéér, dat Arüändüs van Ma-
jefteyt\'-fchendery veroordeelt is geweeft, om dat hy, brieven ^psiiina-
acn der Gotthen Koning gezonden hebbende,geraden had
ns,
dat men de Britannen aen de Loor zoud bevechten , cn
Vrankrijk onder dc Gotthen cn Borgondiers deelen. Deze
\'t jaer
Britannen waren een geflacht van volk, \'t welk liftigh , ge- 470.
wapent, oproerigh, in dapperheyt, gétal en \'t gefeifchap
hovacrdigh was. Gelijk Sidonius Apollin-aris van haer
klaeght aen zijn Riothimus, als hy hem noemt, (lornandes
noemt hem Koning der Britannen) dé welke daer na van
Anthemius ontboden, den Romeynen met xii duyzendS
mannen te hulp gekomen is, taaer eer zy met de zelve ge-
vocght waren , is hy in een ope veldt-flagh , met de zijncii
van de Gotthen overwonnen zijnde, tot de Borgondiers,dei?
Romeynen bondt-genoten , gevloden. En van die tijdt af
de Armoricanen allenx verwonnen zijnde,zo heeft de naem
der Britannen in dezenieuwe woon-plactfen alsin zwang
geweeft, dat al de inwooners tot de naem der Britannen
allenx t\'zaem-gefmolten zijn , en deze wijk Armorifch-
Britannicn , cn by de Franfen Britannien aen dees zijd
van
dt zee genoemt wordt. Waer van lulius Scaligcf
aldus :

Be moedige Britan heeft iAremoricaeh

Verdrukt, en neven \'t jok met d\'oude naem belaen.

Want zy hebben de wapenen tegen haer wacrden , dic
haer ontfangen hebben, gekeert, als onder anderen blijkt
uytdeze woorden van Regalis, Biflchop van Vannes, van QyetfiT.
zich en de zijne: Wy zijn , in die gevangnis der Britannen
Turon.
geftelt, ondereen zwaer jok gebracht. Doch in de vol-10. f.p.
gende tijden hebben zy zich zelvcn en het hare eerft on-
der Vorften, daer na onder Gtavcn cn Hertogen tegen de
Franfen moédighlijk befchermt,fchoon, als Glaber Rodol-
phusgetuyght, haer rijckdom alleen bcftaen heeft inde
vryheydt van gemeene fchatting,en dc ovcrvloet van melk.
En hierom heeft voor vijif-hondert jaren Wilhelmus Mal^
mesburienfis van haer gefchreven: \'t Is een aerdt van m.en-
fchen in haer vader-landt gebrekkigh, en koopt elders
voor uyt-landts geldt de zoudyc van een moeylijk leven.
Zoo men hun geeft, zoo zullen zy zelf geen burgerlijke ■
oorlogen zonder opzicht van recht oft verwantfchap af- *
flaenj maer na de menighte van \'t geldt aen alle zijden,daer
ghy wilt, hellen.

DE WALSCHE EN CORN-

WALSCH-E britannen.

E andere Britannen, die zeer el-
lendighlijk haer
vader-landt in haer
vader-landt gezocht hebben, heb-
ben zo veel jammeren geleden, als,
na dc wrccdthcydtder dingen, nie-
mandt genoeghzaem ontfouwen
kan : zijnde niet alleen van de
Saxen, Piden, en Schotten, door
een fchaedlijke oorlogh, wijdts cn
zijdts verfpreyt, gequeekt, maeï pok door een onvermoge

heerfching van verderfiijke dwinglanden verdrukt. En wie
en hoedanigh die dwinglanden geweeft zijn, omtrent hec
vijf-hondertfte jaer van Chriftus geboorte , hoor kortelijk
uyt Gildas, die toen geleeft cn \'t gezien heeft. Onder de
Coafimh
Danmoniers heeft Conftantin,hoewel hy metvoorbedach-
te woorden voor Godt, cn de rey der Heyligen gezworen
had, dat hy de plicht van een goedt Vorft zoud onderhou-
den : In twee kerken twee Koninglijke kinderen,en der zel-
ve twee voefter-hceren zeer kloeke mannen ónder des Abts * Qlojß^
Amphihallum, \'dat is, * heyligh en aen beyde zijden ruygh riHmvetm.

kleedt,

------

" wiliieNweee-.^Äi**\'^«*-^

-ocr page 62-

Ë il ï

4i)

kJéedt, gedoot, en lange jaren te vooren zijn wettige vrouw voorzienighe\'ydt, die in haer fchikking hiei thiïl, bhder ah- /hzM
verdreven hebbende, zich mé£ veel
{linkende overfpeleii dcre giften haerer uyt-deeling, waer mee zy zich gewaer- va» ui-
befmet. dight heeft ons \'en ons Rijk van Engelandt te vereeren, het

A urelius Conanus,gewentert in het flijk van vadermoOr- landt Walhen met zijn inwooners ons eerft door leen-rechü
deryen en óverfpëlen, hatende de vrede des vader-Iandts, onderworpen, en nu doör haer genade tot dé heerfchappy
alleen verlaten als een boom op \'t veldt verdorrende , wiens van ons eygendom, eenigé hinder-palen
weghgenomen
vader en broeders eenovertollige inbeelding weghgerukt, zijnde, heel en al verkeert. eri aen de Kroon van \'t voor-
en een onrijpe doot verdrukt heeft. noemde Rijk , als een deel van haet lichaem, gehecht en
Vortiporus, d^ving-landt der Dimeren, een booze zoon verccnight. In de volgende eeuw konden zy nochtans o^i
van een goeden vader, in zeden gelijk een Luypart, veel- geenerley wijs daer toe gebracht worden, dat zy zich onder
verwigh in fchelmeryen, en nu grijs van hayren,zirtende oj5 \'t jok van flaverny begeven zouden, ook kon de zaek geen-
zijn throon vol lagen, gefchonden door vader-moofdén en zins by-gcleght,nocht de doodlijke haet tuflchen de volke-
over-fpelen, heeft zijn vrouw verftoten
, en zijn eygen on- ren geblufcht worden, tot dat de V11 Henrik, Van haer af-
vóotzichtige dochter verkracht en gedoot. komftigh, de behoudende handt aen de neder-liggende
Cuneglafus, in \'t Latijn
Laniofulvus (geele vleefch-hou- Britannen geboden,en de VIII Henrik haer in de zelfde
wer) veler gedronge zitter
, voer-man van de wagen der ge- ftaet van recht en vryheydt,als wy Engelfchen zelf zijn,aen-
- dwonge toe-vlucht, Godts verachter, der kerken verdruk- genomen heeft. Na welke tijdt, en geen weynige jaren te
ker, heeft tegen Godt
met fchelm-ftukken, tegen de men- vöoreh, dë Koningen van Engelandt haer onbeweeghlijke
fchen met wapenen geöorloght, de heyligen met veel lafie- trouw en gëdienftigheydc beproeft hebben. Doch de Com"
ren getérght, hovaerdighlijk wijs zijnde, en op \'t onzekere
wa/en, fchoon zy al haer kracht, om de behoudenis des va-
dér rijkdommen hopende. der-landts te befchermen, moedighlijk t\'zaem-gebracht
Maglocunus, eylandige Draek, veler dwinglanden ver- hebben , zoo zijn zy nochtans haeftlijk onder de m^acht der
drijver, zoo wel van \'t Rijk als
vah \'t leven, de voornaemfte Saxen geweken , als die nocht in getal vermochten, nocht
in quaedt, in vermogen en boosheydt grooter als vele, in het landt, van de natuur niet genoeghzaem gefterkt zijnde,
\'t geven milder,in \'t zondigen onmatiger, in wapenen kloe- kon haer befchermen.

ker, verhevener als alle Hertogen van Britannien, zoo in Dit zy genoegh gezeyt tan de Britannen en Romey-
\'t Rijk als in afkomft van ftaet, heeft, jongeling zijnde, nen. Maer
wijl men van de inwooners handelt, zoo mach
den Koning zijn oom met zeer kloeke zoldaten te vuur
én men hier niet verzwijgen, hoewel wy \'c te voren crezeyt
te zwaerdt verdrukt. Na dathy door een geweldigè belofte hebben
, \'t geen Zofinuis verhaelt, dat de Keyzer Probus Zth. u
uyt de inbeelding des Rijx geweken is, heeft zich door het de Wandalen en Borgondiers, die hy overwonnen had, in mmdaki
nopen van zijn gewifte monnike beloften gedaen. Maer Britannien gezonden heeft, de welke, hier woön-f^laetfen <?» Bmgon-
terftont weer tot zijn uytfpoufel keerende, de beloften van verkregen hebbende, den Romeynen een nutten dienft be- ^
monnik brekende, heeft zijn eerfte houwlijk veracht, de wezen hébben, zoo vaek hier iemandt eenige oproer be-
huys-vrOüw van zijn lévendige broeders zoon gevrijt, die trachte. Doch waer zy gewoont hebben, zoo niet in\'t lant
broeders zoon, en zijn vrouw , die hy een tijdt lang by zi ch van Cambrits, weet ik niet. Want G ervafius Tilburienfis
gehadt had, gedoot,en die gevirijde vrouw van zijn broeders verhaelt van eèh oudt bolwerk in dat landt, welk hy Van-
zoon ten houwlijk genomen. Maer deze dingen moet men dels-burgh noemt, éh zeght, dat het een werk der Wanda-
aen de Schicht-fchrijvers laten, de welke tot noch toe len geweeft is.

valfchlijk voor-gegeven hebben, dat deze elkander nage- En niemandt vermoede, dat in Conftantins tijden Pce-
volght hebben, daer zy eens te gelijk (als men uyt Gildas, nen hier gewoont beleben, uyt déze woorden van den Re-
die yder aenfpreekt, zien mach} in verfcheyde deelen vän dener Eumenius : \'t Zy mooghlijk geen zwaerder val Bri-
\'t eylandt de dwinglandy aenvaert hebben. tannien verdrukt had, als
zoo het van den Oceaen over-

En dat overgebleven overfchot der Britannen heeft zich ftort bedekt wierd, welk uyè de diepfié wél der Poenen ver-
in de wefterfche wijken van\'t eylandt, met natuurlijke ve- loft, iri \'t gezicht van \'t Roomfche licht op-gedoken is.
ftinge, bergen, en water-vloeden bezet zijnde, te weten in Want in een oudt boek, welk Humfred , Graef van Glo-
Wallien, als wy \'t nu noemen , en Cormval begeven. Dezes cefter, en namaels den eerwaerdighften Baron Burghley,
inwooners heeft de Sax Bpitj^ealef, diens Co/inj^ealer, ge- Opper-fchat: meeft er van Engelant toebehoorde, leeft men
lijk de Gaulen oft Franfen
Galweales genoemt. Want dat Vcenarumgurgitibus {\\vdlendex.^r2iSen.) Want het fchijnt
uyt-landigh en vreemt is, wördt by hun Wdfch genoemt, van de ellendigheden en ftraffen te fpreken, waer meé het
waervanookde WaleninNederlandt, en de Wallachiers onder Caraufius gequdt geweeft is.

aen den Donauw haer naem gekregen hebben. Deze DatAgachias in zijn tweede boek der gefchichcen zeght,
Brit-walen , een ftrijdtbaer volk 2ijnde, heeft haer vryheydc het Hunnifche volk zijn Britannen daer uyc t\'rekke nie-
een lan
^^en tijdt onder haer Vorften befchérmr, én fchoon mande den Britannen ten lafter, oft achtze voor Hunneni
zv doorheen wonderlijke gracht, de welke Koning Offa Want dat men in\'t Griekfche boek (Bittores) en

voltrokken heeft , van de Engelfche-Saxen zijn af-gefloten niet Britones leeft, heeft my nu onlangs de zeer geleerde
eeweeft, zoo hebben zy nochtans haer fteden menighmael Francifcus Pitheus betuyght/t welk ook nu I. Lewenclaius,
ce vuur en te zwaerdt verwoeft i en ook van haer allerley aen wien de Gefchieht-kunde zeer veel gehouden is, ver-
zwarigheden geleden. Eyndlijk heeft, onder \'t gebedt van toont heeft.
de eeile Eduart, als hy zelf vaii zich fchrijft, de Godlijkc

N H I

Ä

N.

Aiireltm
Continus^
die ook^
Caninm

V. c.

Vortiporus.

UfMS

Jl<fc.gloCH\'
mts.

Cornwalen.
I^ritweden,

Wd(ch.
Walen,

D E P I

Aet ons nu tot de andere inwooners
van Britannien komen, en eerft-
lijk tot de Piden, aen welke de
Ge-
fchicht-fchrijvers
de eerfte eere van
oudtheydt, na de Britannen, ge-
geven hebben.
Deze trekt Hedor
Boëtius van de Agathyrfen, Pom-
ponius Lantus, Aventinus,en andere
. - van de
Duvtfchen, zommige van de

Piaen rdievanPoiölou) van Vrankrijk, Beda van Scyren,
\'t Is cefchiedt, zeght hy, dat het volk der Pito uyt Scytien
(als mén zeght) met weynige lange fchepen m Aerlandt ge-

■kommzijn, van de Schotten, die zy daer gevonden heb-
bed te vergeefs wöon-plaetfen geeyfcht hebben, door haer

Belteen.

E N.

aenraden na Britannien gegaen zijn, en aldaer in\'t noor-
den gewoont hebben, en dat, als vele willen, omtrent het
acht-en-tfeventighfte jaer onzes Heeren.

Wat ik in zoo groot een verfcheydenheyt volgen zal,
zie ik niet, op dat ik nochtans zégge wat \'er van zy, en mijn
gevoelen voort-brenge, zoo
niet het aenzien van de eer«
waerdigeBedaalleramingenvan
yder een overwoogh, ik
zoud achten, dat de Piden niet van elders over-gebraéht,
maér zeifin der daet Britannen, en de ware ftam van de ou-^
de Britannen geweeft zijn.DieBritannen,naémIijk zegh ik,
die voor de aenkomft der Romeynen hét noorder-deel des
eylants bezeten hebben,en de wélke tot deze,het jok der fla-
verny tegen-ftaende, (gelijk het volk der flaverny zeer on-
lijdtzaem is) namaels t\'zaem-gelopen zijn. Gelijk in de in-
val

c

-ocr page 63-

iK

50 B R ï T Ä K N 1 \'Ë K.

val der Saxen, de Britannen, die haer vryheydt niet wilden zoo geluklijk tegen de 2elve geoorloght hebben, te weten ^
verlaten , zich in de wefterfche landen des eylands, welke Commodus, Severus, Baffianus ^ en Geta zijn zoon, de by--
fcherp van bergen zijn,
Wallten en Cornwal begeven heb- naem van Britannigys niet aen-genomen heb-
ben : zoo zijn buyten twijffel, als de Roomfche oorlogh ben, als
zy de zelve overwonnen hadden, hadden zy geen
brande, de Bnrannen, om in geen flaverny, het uytterfl:e Britannen geweefi:. Voorwaer indien de Romeynen, die,
van alle quaden, tc vervallen ^ in deze noordtfchc deelen, al wat onbekent was voor treflijk hielden, cenigh volk, ver-
welke door de onzachtheydt des hemels zoo kout,door rou- fchcyden van dc Britannen, cn te vooren onbekent zijnde ,
we plaetfen zoo
verfchriklijk, cn door \'t op-fpoelen des O- overwonnen hadden, \'t zy die Piden oft Schotten genoemt
ceacns en moeraffchen zoo waterigh zijn,geweken. Alwaer geweefl: hadden, zy hadden buyten twijffel de tijtels van
zy niet zoo zeer met haer fchichten, als met haer lucht en
?iöiicm en Scoticus in haer penningen en opfchriften ver-
gefternte gewapent, met dc inwooners, die zy daer acn-gc- toont. Tacitus raemt uyt haer roode hayren, en groote le-
troffen hebben , tot ccn tal-rijk volk gegroeyt zijn. Want den, dat zy uyt Duytfchlandt gcfproten zijn, terftont noch-
Tacitusgetuyght.datdc vyanden der Romeynen in dit deel tans daer na wijt hy \'t waerlijker aen de geftcltenis des
als in een
ander eylandt van zijn fchoon-vader Agricola ge- luchts, welke den lichamen de geftaltenis geeft. Waer van
dreven
zijn,en buyten alle twijffel zijn \'t Britannen geweeft, ook Vitruvius zeght: In \'t noorden worden volken gevoed
die deze verfchovenfte deelen van \'t eylandt bewoont heb- van groote lichamen, bruync verw, recht opftaendc en roo-
bcn. Wat, zullen wy droomen dat alle die Britannen,vyan- de hayren. Infgelijx geeft Panegyricus eenighzins te ken-
den der Romeynen , dc welke derrigh duyzent gewapende nen , dat de Caledoniers, die buyten alle gefchil Britanncn
mannen tegen Agricola uyt-gevoert hebben, die Severus waren, een volk met de Piden geweeft zijn , als hy fchrijft,
zulke nederlagen aen-gedacn hebben,dat hy in een krijghs- der Caledoniers en anderer Piden boffchen, &c. als of ook
tocht zevenrigh
-duyzent Romeynen en bondt-genoten de Caledoniers geen andere als Piden geweeft waren. En
verloorcn heeft, met
dooden zoo fchoon verdclght zijn, dat die Caledoniers van afkomft Britannen geweeft zijn,
en niemant van haer tot
voort-tceling over-gelaten is ? "op betoont Martialis met dat veers :
dat zy den
vreemdelingen uyt Scytia oft Tracia plaets zou- 0*vidms ghy zult gaen vannen

den verleenen. ^t Is \'er zoo ver af, dat ik dit geloove,fchoon Be Caledonifche Britannen.

\'t Beda uyt het vcrhael van anderen gefchreven heeftj dat ik Infgelijx Aufonius, en getuyght te gelijk, dat zy befchil-
eer beveftige, dat zy zoo vermeert geweeft zijn,dat haer het dert waren, wijl hy haer Verw by groen mofch, met zant on-
landt nocht voeden, nocht begrijpen kon,en derhalven ge- derfcheyden, vergelijkt :

dwongen waren in de Roomfche Provincie te vallen,en ge- Gelijk het geele zandt met \'t groene mofch gemengt;

lijk als te over-ftorten, het welk wy weten namaels, als de Al eens zoo is de njerw, waer mee zijn lijfbeplengt

Schotten daer by gekomen waren,gefchiet te zijn. Maer om Be Caledonifche Britan.

dat Beda gefchreven heeft, gelijk andere in dientijdt gezeyt Voorts gelijk deze met geen andere nacm,als der Britan-
hebben , dat zoncimige uyt Scandien, welk eer tijdts, gelijk ncn, een tijdt lang bekent geweeft zijn, en dat van haer ge-
de gantfche noorder-wijk, Scytien genoemt wierd,langs de fchildcrde lichamen: zoo hebben zy daer na omtrent dc tij-
eylanden die op de rye geduurigh aen een lagen, tot de den van Maximianus en Dioclefianus, (want voor die tijdt
noorderfche Britannen gekomen zijn, daer toe zoud ik komt ons denacm der Piden by dc fchrijvers niet voor) als
hchtlijk können gebracht worden, om \'t zelve te gclóoven. Britannien zo lang een Provincie geweeft was,dat de inwoo-
Op dat nochtans niet iemandt mccne, dat ik aen een ners het Provinciaels Latijn ingezogen hadden, Pidi,als het
wacrfchijnlijke loogen geloof geef: dat de Piden zelf Bri- fchijnt, genoemt te worden, tot onderfcheyt van die, welkfe
tannen geweeft zijn, fchijn ik te können bewijzen uyt der Roomfche bontgenoten waren,enBritannen genoemt wiet^
Piden zeden, naem, en fprack, waer in wy zien zullen , dat den. En waer van wierden zy anders Piden genoemt,als om
zy zeer wel met de Britanncn over-ecn-komeri. dat zy zich befchilderden. Doch zoo \'er iemandt is,die niet

Be xjeden. op dat ik onder anderen na-late, dat nocht de Piden , gelooft, dat de oude Britannen de Provinciaelfche Latijn-

als Beda verhaelt, nocht de Britannen, als Tacitus fchrijft, fche tael gebruykt hebben, die weet voorwaer niet, hoe
de kunne in \'t heerfchen onderfcheyden, oft de vrouwen zeer de Romeynen gearbeyt hebben,dat dc Provinciën La-
van \'c Rijk uyt-gefloten hebben : die gewoonte van fchildc- tijn zouden fprckcn , en heeft niet gezien wat een kracht
ren, en zich met verwen te befmeeren , was aen beyde vol- der Latijnfche woorden in dc Britanfche tael is ingekro-
keren gemeen. Van de Britanncn hebben wy\'t te vooren pen,opdatiknietmethctaenzien van Tacitus voortkom,
getoont, van de Piden getuyght het Claudianus voor ons, de welke fchrijft, dat dc B ritannen. ten tijde van Domiria-

de welke zingt:

Hy heeft de rechhgenoemde Ticien

Getemt.

En elders: En leefl, met Hßerven \'van de Vitien

B\'ontzielde heelden, die hetgloeyendyzerfirikten.
En niet min uyt-druklijk zeght Ifidorus : De naem der
Pidifche volken verfchilt niet van haer lichaem, om dat de
ambachts-man met kleyne punten van naelden, dc uyt-ge-

nus, de welfprekenheydt der Latijnfche tael aenvaert heb-
ben. En zoo veel de naem der Piden acngact, deZe, knoop
zal het aenzien van Elavius Vegerius licht wegh nemen, de
Lib. 4.
welke eenigzins betoont, dat de Britannen dit woordt Pi-
cap. 37*
den t\'eenemael in de zelfde zin, als dc Latijnen, voor iet,
BenAem. """ uy»--ui.uis.ujr. z,cgut muuiua : xvcniicajucr gcfchildcrt zijndc, gcbruykt hebben. Want hy fchrijft, dat

/-I , .. , , , de Britannen die verfpie-fchcpen Piden genoemt heb-

ben , welker zeylen en touwen blaeu gevcrwt, en welker
drukte fappen van \'t natuurlijk gras befluyt, op dat de ge- boots-gezellen en zoldaten in \'t blaeu geklcet waren. Voor*

vlakte Adel deze lijk-tekenen in zijn gefchilderde leden tot waer indien dc fchepen om dc blaeuwe zeylen van de Bri-

zijner vertooning drage.^ Zullen wy nu achten, dat deze tannen Piden genoemt wierden ^ wat zal \'er tegen ftaen,
Piden Duytfchen geweeft zijn, die deze wijs van fchildercn wacrom zy dc volkcr cn,met verfcheyde verwen gcfchildcrt^
noyt gebruykt hebben, oft Agatyrfen van Tracien, Zoo vêr en inzonderheydt met blacuwe, (want dat is glaftifche van
hier van af gelegen ? oft véel eer Britannien zelf, daer zy glaftum) min Piden genoemt hebben ?
zeifin \'t zelfde eylandt geweeft zijn, en de zelfde wijs van Hier toe dient ook, dat de noorder Piden, welke S. Co-
fchilderen behouden hebben. lumbanus, door het woordt en voor-beeldt, tot Chriftus
En met geen andere nacm als Britannen worden die Bar- gebracht heeft, in de oude jaer-boeken der Engclfchen
baren van de oude fchrijvers, Dion, Herodianus, Vopifcus, Bjiirraf Peobraf, als Britanfche Piden genoemt worden.
&c. genoemt, dc welke de Romeynen zoo lang met zulke Dat wy uyt haer tael te min bewijs-rcdenen konnen, daer „ p
invallen uyt het Caledonifche bofch,en die uyterfte noord- van is oorzack, dat naeulijx een woordt van de Pidifche
fche wijk gcquelt hebben. Infgelijx Tacitus, die de oorlo- tael by de fchrijvers gevonden wordt: nochtans fchijnt zy * \'
gen van zijn fchoon- vader Agricola in dit uyterfte deel Van met de Britanfche een-zelvigh geweeft te zijn. Beda heeft
Britannien volkomelijk bcfchrijft,noemt de inwooners met gefchreven, dat \'er een wal op ccn plaets begint,welke in de
geen andere naem als Britanncn,en Britannen uyt Caledo- Pidifche fprack
Tenuahel genoemt wordt, en Pengwal be-
nia, daer nochtans de jonger fchrijVers verhalen, dat de tekent uyt-druklijk by de Britanncn het hooft,oft begin van
Piden, als nieuwe aenkomelingen, ricn jaren te vooren hier een wal. Ook fmaken de namen van veel plaetfen in die
aen-gekomcn waren, (het welk ik wilde dat ghy aen merk- gantfche wijk des eylandts, wélke dc Piden zeer lang in ge-
te ) hoewel Tacitus in die eeuw van de zelve gantfch niet hadt hebben (de zelve was het oofterfche deel van Schot-
geweten heeft. Ook zouden die Roomfehe Keyzers, die landt) na de Britanfche oorfprong, als Marr, MarniA, om

dat

-ocr page 64-

Ë H

t^at \'c zee-kndén zijii, van het Britanfche Afor. Aberden, A-
berlothnet, Aberdore, Aberneith
, dat is, de mondt van Den^
Lothnet, Dore, Neith;
van Aber, \'c welk by de Britannen de
mondt van een rivier
hctckcnt.Stratbolgy,Strathdee,Strath^
earn,
dat is, het dal Bolgy, Dee, en Earne ^ van Strath, dat in
\'t Britanfch een dal is. De voornaemfte ftadt zelf der Piden
kent geen andere,als een Britanfche oorfprong,Edenburgh,
zegh ik , welk Ptolemeus
Caftrum Alatum (\'t gevleugelt ka-
fteel) noemt, want
Aden wordt in \'t Britanfch een vleugel
genoemt. Ik zal ook niet tot een bewijs-reden nemen, dat
zommige Pidifche vorften
Bridii genoemt zijn geweeft,dat
is in \'t Britanfch, als wy nu dikwijls gezeyt hebben, gefchil-
derde. Hier uyt dan wordt niet wanfchiklijk befloten,dat de
tael der Piden van de Britanfche niet verfcheyden geweeft
is, en dat zy dies volgens geen verfcheyde volkeren geweeft
zijn, fchoon Beda van de talen der Piden en Britannen, als
Van verfcheyde fpreekt, op welke plaets hy\'t zelve van de
uyt-fpraken der tael fchijnt gezeyt te hebben.

Ook hoeft zich niemandt te verwonderen, dat de Piden
haer landts-luyden den Britannen zulke neerlagen aen-ge-
daen hebben, dewijl wy heden zien, dat in lerlandt die, wel-
ke het Engelfche Rijk onderdanigh zijn, geen fchaedlijker
vyanden hebben, als haer lands-luyden de wilde Ieren.
Want gelijk, als Paulus Diaconus verhaelt, de Gotthen,
Hyppogotthen, Gepiden , en Wandalen, de naem alleen
veranderende, en de eeneen de zelfde tael gebruykende ,
met vyandige vanen dikwijls tegen elkander geftreden heb-
ben i zoo ook de Piden cn Britanncn,mceft als deze nu der
Romeynen bontgenoten waren.Deze dingen waren \'t,hoe-
danighzy ook zijn, dewelke my als in handcri geworpen,
en mijn gemoedt bykans daer toe gebracht hebben, dat ik
de Piden voor over-blijffels der Britannen geoordeelt heb:
maer mooghlijk wordt dit door Bedas aenzien vermindert,
doch laet de
over-lcvering van zoo groot een man, uyt het
verhael van anderen, (zoo \'t u goedt dunkt) winnen en
kracht hebben boven deze ramingen.

Deze Piden deelt Ammianus Marcellinus in t)icdidonm
en Ve^urioneSy ik zoud Demalidêniós leezen , en acht dat zy
aen de weft-kant van Schotlandt, daer dc Dcucalidonifche
zee tegen aen fpoelt, gewoont hebben. Hoewel ik gemeent
heb , dat deze zoo genoemt zijn geweeft, als zwarte Calc-
doniers , (want
T>ee betekent by de Britannen zwart) gelijk
de Ieren heden dc Schotten van die wijk,
T>uf Allibarvn, dat
is, zwarte Schotten, noemen, en dc Britanfche rovers, van
deze kant de zee ontvcyligcnde, hebben zy
Tllu du, dat is >
het zwarte heyr, genoemt. Nochtans mach men gifren,dat
zy van de gelegenhcyd haer naem ontfangen hebben. Want
Deheu Caledonü, betekent de Calcdoniers ter rechter-hant*
dat is ten weften woonendc. Gelijk de andere Piden, die
ter linker-handt, dat is ten ooften, gewoont hebben, (welk
Ninnius dc linker wijk noemt,) Vcduriones genoemt waren,
het woordt mooghlijk van
Ckwithic af-getogen zijnde, het
welk by de Britannen dc linkcr-zijde betekent, de welke
zommige vermoeden, dat by Ptolemeus vcrdurvelijk
Ver-
nicones
genoemt worden. Een oudt Saxifch ftuk fchijntze
PejlJeojin te noemenjwant zoo noemt het \'t volk,wclk den
Britannen vyandigh was, daer dc oude Engelfchen de Pi-
den
Pehits en Peohtas genoemt hebben. Waer van by
Whitkindus door-gaens
Pekiti voor Pidi gelezen wordt.

De zeden van deze oude cn Barbarifche Britannen, die

ï)er T0ett jj^maels tot dc naem der Piden gekomen zijn, hebben wy
tied£ft.
 Pjqj^ en Herodianus hier te voren befchreven. Nu is

• overigh, dat ik hier by voege,dat, als het Rijk ten val helde,
de weynigh voorzichtige Romeynen uyt de Barbaren haer
benden op-lichten, zommige van deze Piden van Hono-

t

Beucde-

donii.

VeÜHm\'

nes.

N t Ë R ||

rius, de dingen over al geftilt zijnde, tot de Roomfche oor-
logh verkooren, en Honoriaci genoemt geweeft
zijn. De
welke onder dien dwinglant Conftantin, om de hoop zijns
nacms verkooren, de kaftcclcn der Pireneifche gebcrghten
openende, de Barbaren in Spanjen gelaten hebben. En
eyndlijk als zy eerft door zich zelf, en namaels met de^ver-^
bonde Schotten, deze Provincie der Romeynen veel quel-
ling aen gedaen hadden, hebben zy later begonnen te ver-
zachten: De zuyderfche zijn van Ninia oft Ninianus de Bri-
tan,een zeer heyligh man,töt Chriftus bekeert omtrent het
450 jaer. En de noorderfche, die door de hooge cn fchrik-
lijke toppen der bergen van de zuyderfche at-gefcheyden
waren, van Columbanus, een Schot uyt lerlandt, infgelijx
BedaJ
een monnik van uytnemendc hcyligheyt in \'t d 1. x v jaer,
de welke haer, waer hy \'t gevat had, geleert heeft de Paefch
van de veertiende maen van Maert tot de twintighfte maeti
altijdt op een Zóndagh te vieren, en een andere vorm van
fcheerfel als dc Romeynen, tc wctcn,wclke een onvolkome
gedaente van een kroon vertoonde,te gebruyken. Waer van
lang in dit landt fcherplijk getwift is, tot dat Naitanus, der
Piden Koning, de zijnen tot de Catholijke onderhouding
zwaerlijk gebracht heeft. In welke eeuw zeer vele Piden
de drempels der heyligen, gelijk het toen de tijdt mee
bracht, aendachtelijk verzocht hebben, en onder anderen,
die in de oudtheden van S. Pieters kerk, met deze woorden
verhaelt wordt
:[AsteriVs Comes Pictorvm, Afierim
ÈT
Syra cvm svis votvm soLVERE,datis, der
Aßerius Graef der Pióïen, en Syra hebben met de haren haer
belofte voldaen.\'\\
Eyndlijk zijn zy van deSchotten, uyt ler-
lant invallende,zoo verbroken geweeft, dat zy omtrent het
DCC XL jaer, door een fchadelijke oorlogh overwonnen
zijnde,oft t\'eenemael verdelght,oft allenx tot haer naem cn
volk geweken zijn. Het welk infgelijx gebeurt is acn het al-
lermachtighftc Volk derGaulen,de welke,van de Franfen
o-
verwonncn.tot de naem derFranfen allenx als Verhuyft zijn.

Dat Panegyricus te kennen geeft, dat Britannien voot
Cïefars tijden tot haer half-naekte vyanden de Piden en Ie-
ren gewent geweeft is, fchijnt hy na de wijs van zijn tijdt te
fpreken, voorwaer de Piden waren toch ter
tijdt met dö
naem niét in Britannien.

Dat ook Sidonius Apollinaris in het lof-dicht tot zijrt
fehoon-vader gezongen hecfr:

Ztj\'n ïvinb\'re \'Vanen vóerdfi C/tfar tot dießranden,
Daer de Caldoonfche Brit inmoner is der landen,
En fchoon hy heeft den Schot, en met de Sax, den Piä
Geßagen in de vlucht.

Ik kan niet laten uyt te roepen met Cen ander Dichter ;
Men loof geen zang-goddm, die alle ding vergroot.

Die zoud Cjdjfar, overvloëdigh en rijklijk in zijn eygen
lof, noyt gezwegen hebben, had hy \'t ftechts
gedaen gehad.
Maer deze fchijnen die goede en geleerde fchrijvers in dezö
eeuw nier ongelijk, die, als zy C^efars gefchichten t\'zamen-
rapen, fchrijven, dat hy de Franfen in Gaulen,en de Engel-
fchen in Britannien verwonnen heeft,daer in die tijd,noch£
hier der Engelfchen,nocht daer der Franfen naem zelfs van
zeggen niet gehöort is , als die langejaren daer na in dezé
landen gekomen zijn.

Dat de Pidons van Vrankrijk het zelfde volk met onze Bte<i)4f$.
Piden geweeft is, durf ik met loannes Picardus niet geloo- JPoiäou.
ven, wijl de naem der Pidons in Gaulen oft Vrankrijk ook
voor Cacfars tijdt zeer vermaert geweeft is,en de onzen ner-
gens Pidons genoemt worden: alleen in een plaets van Pa-
negyricus weet ik, dat
PiUonum voor Pi&orum, door dc ftof-
ftgheydt der drukkers, ingeftopen is.

\'uh
Homiack

SCHOTTEN.

*

macnt zijn, dat alles tot de oude, ware, en oprechte Schot-
ten moet betrokken worden. Welker nakomelingen die
zijn, die lerfch fpreken, en wijdts en zijdtsin\'t wefter-
fche deel van \'t »ene men nu \'t Koning-rijk van Schotlandt
noemt, en in de by-gelegé eylanden woonen, en
Highland-
men
gemeenlijk genoemt worden. De andcrèn, gefehiktet
_____c \' . in zeden zijnde, de welke in\'toofterfche deel des zelfs ge-

;^hotcenhier zal voortbrengen, zoo moet de lezeE yer-; zetenzijn, fchoon zy tot de naem der Schotten ovcr-ge-

\' \' \' " \' \' O gaen

D E

E nacfte plaets aen de Piden, onder
de Britanfche volkeren, eygenen zich
met recht dc Schotten, van welke eer
ik fpreken zal, op dat de quaedtwilli-
genenfpotters niet tot laftcr trekken,
het geen ik ongcveynfdelijk cn eenvou-
dighlijk uyt de oude fchrijvers van de

-ocr page 65-

B R ï T

gaen zijn, zoo zijn zy nochtans niet min als Schotten,maer
van de zelfde Duytfche ftam, als wy Eiigelfchen. \'t Welk
zy niet können ontkennen, cn wy niet mogen niet weten ,
wijl zy van die voorige Saften
, even als wy, genoemt wor-
den ; cn dc zelfde tael met ons > \'t welk het zekerfte be-
v?ijs van een een-zelvige ftam is,naemlijk dcEngel-Saxfchc,
alleen in uyt-fpraek verfchcydcn, gebruykcn. Op welke
naem het zoo ver is, dat ik hun eenige vlek aen kladde, dat
ik zoo veel eer altijdt, a1s van het zelfde bloedt en afkomft
zijnde, gelieft heb, en ook toen ge-eert, als dc Rijken ge-
deelt waren, en nu veel mecï, wijl, door het toedoen van
de hooghftc cn goedighfte Godt, wy Engelfchen en Schot-
ten onder een zeer wijdtluftigh hooft des Rijx (\'t welk bey-
de volkeren ten beften tot geluk en zaligheyt gedyen moet^
t\'zamen-fmelten.

De oorfprong cn opkomft van \'t Schotfche volk is, ge-
lijk die van de om-,gelege volkeren, met duyfterheydt om-
goten, zoo verborgen, dat zelfde doorzichtighfte Bucha-
nanus, oft weynigh gezien heeft, oft alleen voor hem ge-
zien heeft : want hy heeft aller verwachting in deze zaek
bedrogen. Hier door heb ik my lang onthouden, om niet.
tot dezen kampte komen, cn door my met anderen over
verdichtfeien te
verwonderen, zoo etelijk te beuzelen.
Want men zal even zoo waerfchijnlijk den oorfprong der
Scötadoch\' Schotten tot de Goden betrekken, als tot die Scota, het
verfterde dochterken van de Fgyptifche Pharao , getrouw t
aenGaithelus, de zoon vanCecrops, opbouwer van A-
thenen. Maer gelijk deze meening, uyt de onervarenheyt
der oudtheydt gebooren, ook van dc zuyverfte Schotten
verworpen wordt j zoo wordt ook de ander later, uyt dc
Griekfchc bron onfmaeklijk getapt, dat dc Schotten ge-
noemt
worden, als o-kcwi , dat is, duyftere, als tot lafter des
doorluchtighften en kloekmocdighften volx van de nijdige
bedacht, van my gantfchlijk verworpen. Ook behaeght de
giffmg van ons Elorilegium niet aen allen, dat naemlijk de
Schotten zoo genoemt worden,om dat zy uyt ccn verw erde
t\'zamen-vloeying van volkeren voortgeteelt zijn.Nochtans
kan ik my niet verwonderen van waer Iftdorus dac heeft:
c,2. I^e Schotten,zeght hy,hebben in haer eygen tael haer naem
van haer befchildert Uchaem,om dat zy met yzere priemen,
met inkt, met een merk van verfcheyde geftalten getckent
worden. Het welk Rabanus Maurus ook met dezelfde
woorden getuyght in zijn landt-befchrijving, aen Key-
zer Lodewijk de Godtvruchtige, dewelke te vinden is
in de Boekcry van \'t Collegie der drievuldigheydt tot Ox-
ford.

Maer wijl Schotlandt zijn voedfter-kindcrcn heeft, die
uyt de innighfte oudtheydt haer oorfprong können fchep-
pen, en haer en haers vader-landts eer allerbcft verzor-
gen,zoo zy aen deze zaek al haer zorghen al haer gemoedt
flechts zoo lang te koft leyden j zoo zal ik flechts den vin-
ger aen de bronnen ftrekken, waer uyt zy mooghlijk de
waerheydt fcheppen mogen, en ik zal eenige dingen voor-
ftellen , welke ik wel wilde, dat zy naerftighlijker over-wo-
gen. Want ik ben in deze zaek een
Scepticus. En eerftiijk
van haer oorfprong, daer na van dc plaets, van waer zy in
lerlandt over-gevarcn zijn. Want het is zeker, dat zy uyt
het eylant van Iet lant, by de Britannen van oudts bewoont,
als op zijn plaets betoont zal worden, in Britannien over-
gevaren zijn, en als zy den fchrijvers met deze naem eerft
bekent wierden,in lerlandt haer woon-plactfen gehad heb-
ben. Want elders heeft Claudianus van haer invallen in
Britannien gezongen:

De wUd\' en tvoeße Schot heeft lerlandt gantfch ontroert ^
zijn fchepen over zee^
vol vyandtfchapi gevoert.
En ook elders:

Het koude lerlandt heeft hefchreyt de Schotfche hoopen.
Infgelijx fchrijft Orofius: lerlandt wordt van de volke-
ren der Schotten bewoont. En met hem Ifidorus : Schot-
landt is het zelfde dat lerlandt is, doch Schotlandt ge-
noemt , om dat het van de volkeren der Schotten bewoont
Wordt. Gildas noemt de Schotten lerfche landt-loopers.
Ook Beda : De Schotten die lerlandt, het naefte eylandt
aen Britannien, bewoonen. En elders: Ten tijde van de
Groote Karei noemt Eginhardt lerlandt uyt-druklijk het
eylandt der Schotten. Infgelijx Giraldus Cambrenfis: Dat
het Schotfche volk uyt lerlandt gefprotcn is, bewijft
tot
op
den huydigen dagh de gebuurfchap, zoo wel van haer

t&f van.
fharao.

Jerlanàt
der Schot-
ten vader-
landt.

N N I E N.

tael, als kleeding, zoo wel van haer wapenen als zeden.
Maer koïïnen wy tot het gene \'t welk ik wilde dat de Schot-
ten oveïwogen.

Wijlzy, die ware en natuurlijke Schotten zijn, deze
naem der Schotten niet kennen , maer zich ander zins
Ga- Gaoithel
oithel, Gael,
cn noemen,en wijl vele volkeren, met an- GmheU
dere namen, als zy zelf gebruykcn, van haer nabuuren be- ^^ *
tekent worden,wacr door de oorfprongen der volkeren dik-
wijls acn^gewezen worden : gelijk de inwooners van Ne-
der-Pannonien, die zich
Magier heeten , in Duytfch Hun-
garen genoemt worden , om dat zy van oorfprong Hunnen
zijn,dic by \'t Hercinifche Bofch wo\'onen.-de welke zich zelf
Czechi noemen, worden by anderen BohemJers genoemt,
om dat zy van de Gaulifche Boy ( mooghlijk van de Bour-
bonnoifen in Vrankrijk ) gefprotcn zijn : de inwooners van
Africa, die by zich zelfook haer naem hébben,van de Span-
jaerdcn
Alarhes genoemt worden, om dat zy Arabiers zijn c
de Ieren die zich
Erinaeh, van onze Britannen Gwid-
kil,
en de Ieren en Britannen zelve noemen ons Engelfche
met geen andere naem als
Saffons, om dat wy van de Saxert
gefprotén zijn : Ik wilde wel dat de Schotten eerft over-
wogen,of zy ook van haer gebuuren alzoo genoemt Zijn ge-
weeft als Scyten. Want gelijk dc Neêr-landers de Schotten
en Scyten met een naem
Scutten noemen j zoo hcefc men
uyt onze Britanfche fchrijvers waer-genomen,dat zy beyde
onze Britannen
T-Scot genoemt hebben, Ook noemt Nin^
niusdeBritannen, die in lerlandt woönert, uytdruklijk
Scyten, ende zee, waer over zy uyt lerlandt in Britannien
gevaren zijn, noemt Gildas
Vallem Scythicam ( \'t Schytifche Schhifch
dal.) Want zoo ftaet in de Pari jfche druk, alwaer andere dal.
zonder zin Styticham vallem lezen. Ook heeft Koning Al- ^
fredj die voor zeven-hondert jaren de hiftori van Orofius
in de Engelfche tael over-gczet heeft, de Schotten met
Scyttan over-gedragen, en de onzen, die naeft aen Schot-
landt woonen, noemen haer geen Schotten , maer
Scyttes
en ^fm^.Want gehjk (na \'t getuygcnis van Walfinghamius) Uyptf-
de zélfde genoemt worden
Ge ten, Gettfchen , Gott en, Gotti- digmmt.
fchen-,
zoo worden van de zelfde afkomft genoemt
Scytifchen, Schotten, Schottifchen.

Hier mogen zy bedenken, of deze naem aen dit volk
van haer gebuuren gegeven zy om haer Scytifche zeden, oft
om dat zy uyt Scytien gekomen zijn. Voorwaer Diodorus ^
Siculus en Strabo, met namen, vergelijken de eerfte en ou- ^trAhô
de Britannen , inwooners van lerlandt, het ware vader-lant uh. 44
der Schotten.met de Scyten in wildigheydt. Daer toe drin- w^ffe
ken de wilde Ieren en melken\'t bloedt uyt de wonden der
Schotte»
verüagenen,beveftigen een verbont met een teugh van elk- ^j^t^ven
anders bloet, en achten haer eer te groeyen door\'t getal der
doüdt-flagen. Hier by komt noch, dat deze Schotten,
even als de Scyten, boogen en pijlen tot haer voornaemfte
wapenen hadden. Want Orpheus noemt de Scyten
t^\'^oÇI-
^i^ç, gelijk Elianus en lulius Pollux Sagittarios^ dat zijn,
fchutters -, waer van de geleerde mannen vermoeden, dat
beyde deze volkeren dien naem om haer ervarentheydt iil
\'t fchieten gegeven is. En het kan niet nieu fchijnen, dat
verfcheyde volkeren van dc zelfde zeden, m.et de zelfde
naem getckent zijn, gelijk zy, die Weft-Indien door-zien
hebben,fchrijvcn,dat alle kloeke mannen,en die met boogh
en pijlen ervaren zijn, door gantfch Indien en zijn eylanden
met een naem
Caribes, fchoon zy verfcheyde volkeren zijn,
genoemt worden.

Maer dat zy uyt Scytien gekomen zijn, getuygen zelf de
Gefchicht-fchrijversderleren, want zy tellen Nemethus
den Scyt, en lang daer na Delà uyt Nemethus, dat is, uyt de
Scytfche ftam, onder de eerfteinwooners van lerlandt. Inf-
gelijx heeft Ninnius, Eluodugus lcerling,opentlijk gefchre-
ven : In dc vierde eeuw der wCercldt ( dat is in die tijdt,
welke verloopen is tuflchen de opbouwing van de kerk te
Ierufalem,en de Babiloonfche gevangnis] hebben de Scyten
lerlandt in-gehadt. Hier toe komt het acnzicn der jonger
fchrijvers, vän Cifnerus in dé voor-reden aen Crantzius, en
vanRcinerusReineccius, de welke fchrijft : Van de Scy-
ten is het volk der Schotten in Britannien noch overigh,
&c. Ik twijffel nochtans geheel en al, fchoon dc Geten een
Scytifch volk geweeft zijn,oft Propertius onze Ieren meent,
als hy zingt: . \'

Bn t£lerfche Geten, en Britanjen met
Ceverwde wagens over al bezet.

Maer

Cctrihen.
Benzol.

f

t -
Î.

^jj^Mjlggg

m

-ocr page 66-

55

E N.

B R

A

N. - N

Maer den Schotten kan haer eer niet beftaen, 20 zy niet lerlant dikwijls aen-gevallen hebben, en aldaer haer woon-
ÏS Spanjen in lerlandt over-gebiacht worden, want dit plaetfen gevcft j alzoo mach men denken, dat de Franfen
0ckpmen geweren zy zelf en haer Gefchicht-fchrij vers, even als haer ook te vooren gedaen hebben , en waerfchijnlijk genoegh

lijn. Godts-dienft en vryheyt, en voorwaer met recht. Zo is dan van hier in Spanjen over-gevaren zijn, en van daer, door dc
Scyten in alle moeyten verlooren, zoo men geen Scyten in Spanjen Groote Conftantin verdreven zijnde, wederom in lerlandt
Spmjen. vindt. En dat \'er in Spanjen Scyten geweeft zijn, (op dat ik gekeert zijn. Ook is \'t gelooflijk, dat \'er namaels meer toe-
zwijge van de Scytifche voor-bergh in Cantabrien naeft aen gekomen zijn , toen, als de Wandalen en Gorten alles in n
lerlandt, en \'t geen Strabo fchrijft, dat de Cantabren met Spanjen in rook en afch ftelden, en de Barbaren onder elk- n
de Scyten in zeden en m wildigheydt over-een gekomen anderen oorloghden, en d\'een den ander verfloegen j inf- \' \'
hebben) leert Silms Italiens, uyt Spanjen afkomftig,opent- gelijx als de ftorm der Sarracenen den Spanjaerden trof, en
lijk. Want dat de
Concam, een volk van Cantabrien , van in Galiflien en Cantabrien vele ter neder velde. Maer hier
de Maflageten, dat zijn Scyten, voort-gefproten zijn, be- mogen andere na zien, \'t is my genoegh zelfs alleen gewilc
toont hy met dit veers: te hebben deze wolk t\'ontroeren.

Ghy tvont Concansr door u meedtheyt uyt die looten Lieve laet hier de Schotten over-Ieggen , hoe het komt,

Vdr^\'t Majfagetifch volk te mzenvoort-gefirooten, dat de Ieren , der Schotten over-groot-vaderen , en de "

Wijl ghy urvgraeght verzaet en uwen dorß ver z^oet Schotten zelve zich roemen Gael, en Gajothel genoemC

Door d\'uyt\'geborße aêr van d\'arme hooren-voet. te worden, en haer tael Gajothlac te zijn, en dat deel van

En na weynigh hier tufll;hen m gevoeghde veerzen, be- Britannien , welk zy eerft ingenomen hebben , Argathel
toont hy, dat de Sarmaten, de welke ieder bekent Scyten noemen: en laet zy zeggen van waer deze namen geko-
geweefttezijn, Sufana, een ftadt in Spanjen , op-gebout men zijn, van die van Galiflien in Spanjen, van welke,
hebben, als hy zingt: buyten twijffel, vele in lerlandt over-gegaen zijn, en wel-

Bn Sufana verheft ter lucht Sarmaetfche muuren. ker oorfprong van de Gallaten, oft Gäulen verhaelt wordt ?

Van deze Sarmaten oft Scyten, fchijnen de Lucent, die oft van de Gotten, als zommige jonger fchrijvers meenen,
Orofius in Ierlandtftelt,afkomftigh te zijn, (wijl de Span- de welke willen, dat dit
Gajothel van de Gotten af-ge-
jaerts zelve Sufana onder de Lucenfers in Spanjen ftellen) komen zy, even als Catalonien in Spanjen. Hier zouden
gelijk die van lerlandt van die Concanen. Want zy bewijs-reden en halen, van de na-verwantfchap van de

de Lucenflers en Concanen waren onder de Cantabren ge- Gotfché tael met de lerfche, de welke nochtans geen ge-
buur en , gelijk de Lucenen en Ganganen aen die kant van meenfchap heeft met eenige andere talen van Europa, als
lerlandt, welke na Spanjen toe light. Zo iemandt vraeght, met de Britanfche en Duy tfche, na dat ik heb können be-
welke die Scyten geweeft zijn, die in lerlant gekomen zijn, grijpen. Hoe waerlijk Huntiiigdonenfis fchrijft:
Dc Schot-
ik weet het gantfch niet, \'t zy dat ghy ze Duytfchen acht, ten zijn uyt Spanjen in lerlandt, in de vierde eeuw der we-
en wilde wel dat de Schotten \'t zelve dieper over-dachten. reldt, gekomen, en een deel der zelve, welk noch geble-
Buytfchen Doch dat de Duytfchen nu eertijdts in Spanjen gedron- yen is, gebruykt de zelfde tael, en worden Navarroifen ge-
in Spmjen. gen zijn, zal, behalven Plinius, die de Oretanen van Span- noemt. Hoe waerlijk, zegh ik, hy dit gefproken heeft, laet \'
DecoKfola- j^Q Duytfchen noemt, Seneca, een gebooren Spanjaert, ik andere zeggen. Ook laet ik David Chambres Schots-
^^Lmm \'^^^^j^en: Het Pyreneifche geberght, zeght hy, heeft de man varen, welke van de lefuiten verftaen heeft, dat de
over-komft der Duytfchen niet belet, door omwegen en Schotfche tael in Ooft-Indien gebruykt wordt. Ik vrees dat
onbekende plaetfen heeft zich de menfchelijke lichtvaer- 200 een vêr-gelege landt, dien licht-gelovigen man geen
digheydt begeven. En dat de Duytfchen Scyten genoemt vryheydt gegeven heeft om te liegen, maer om leugens te
geweeft zijn, wordt niet alleen uyt Ephorus en Strabo be- zeggen,
floten, die al de volkeren van \'t noorden Scyten genoemt Zoo men hier in deze zaek bewijs-redenen uyt de draght
De Gottèn
hebben, maer ook uyt Plinius: De naem, zeght hy, der mach halen : de wilde Schotten hebben heden de zelfde enwilde
Scyten gaet overal over in Sarmaten en Duytfchen. En draght en kleeding, als eertijdts de Gotten, gelijk terftont Schotten
Aventinus getuyght, dat de Duytfchen van de Hungaren uyt Sidonius Verftaen wordt, de welke, terwijl hy den Got
Scyten en Scytulen genoemt worden. En van de Scytifche befchrijft, den wilden Schot geheel af-fchildert: Zy vlam-
oorfprong af-gekomen te zijn, kan niemandt tot verwijt men, zeght hy, door de faffraen, de voeten worden met
ftrekken, mits de Scyten , gelijk zy de oudtfte overwinners een borftelige fchoen tot aen de eng-klaeuwen toe bebon-
van veel volkeren geweeft zijn , alzo ook zelf geduurigh on- den. De knyen, fchenkels, en kuyten zijn zonder dekfel,
verwonnen, en noyt onder een vreemde heerfchappy ge- haer kleedt is hoogh, eng, veel-vcrwigh, naeulijx komende
bracht zijn. Hier mach men niet voorby-gaen, dat de Cau- aen de uytftrekkende en bJoote dyen. De mouwen alleen
een en Menapien, welke onder de treflijkfte volkeren in de beginfden der armen bedekkende. Haer wapen-rokken
Duytfchlandt geweeft zijn, met de zelfde namen en de zelf- groen, met roodt-fcharlake boorden. De hengfels van de
de f^ebuurfchap van Ptolomeus in lerlandt geftelt worden, fchouderen af-hangende. De ooren worden door de geef-
zo dat het waerfchijnlijk zy,dat zy van de zelfde Duytfchen fels der over-hangende hayren bedekt: (want zoo mach
met de naem ook de oorfprong getrokken hebben. men de veelvoudige en gefcheyde hayren der Schotten en

Zoo de Schotten van deze niet gefproten zijn, zoo wild Ieren met recht geeflels noemen.) Ook gebruyken zy ge-
ik , dat zy by zich zelf bedachten, of zy van die Barbaren haekte lancen (Gildas noemt ze gehackte pijlen) en werp-
geweeli zijn, de welke de Tijdt-boeken van Koning Al- bijlen. En zy droegen, als Porfirius zeght, naeuwe rokken.
Tegen Hol

phonfus getuygen, dat van de Groote Conftantin uyt Ga- na haer borfien gepaft, zonder riemen. Ofditnietzyde w/W «fe
lifl^en van
Spanjen verdreven zijn 5 want men wfl, datzy zelffte draght der lerfche Schotten, laet zy zelve oordee- meloèti*
uyt dat deel in lerlandt verhuyft zijn. Vraeght men, wie len. Ook wild ik, dat zy te
gelijk over-dachten deze woor-
de Barbaren geweeft zijn, ik twijffel niet, of zy zullen met den van Giraldus Cambrenfls, uyt het boek van de onder-
my gevoelen, dat het Duytfchen geweeft zijn. Want on- wijzing eens Vorften: Als Maximus uyt Britannien in Gal-
der \'t gebiedt van Gallienus, hebben de vêrft-gelege Duyt- Hen met de gantfche macht van mannen en krachten,insge-
fchen, zet^ht Orofius, het af-geloope Spanjen ingenomen Üjx der wapenen van het eylandt, om het Rijk in te ne-
en bezeten ; En wac zijn de
vêrft-gelege Duytfchen an- rnen,over-gevoertwas,zo hebben Gratianus en Valentianus
ders als Scyten, geweeft ? Maer Aurelius Vidor, by An- broeders, en deel-genoten des Rijx, dit Gotfche volk, in
dreas Schottus uyt-gegeven, noemt die Duytfchen Fran- oorloghs-zaken kloek en dapper, en hun oft verbonden.
fen En wijl die Franfen en vêrft-gelege Duytfchen uyt oftonderworpen, endoor Keyzerlijke weldaden verphcht,
Duytfchlandt af-varende, zeer vêr in de zee door de hitte van de landt-palen van Scytien, na de noorder-deelen van
van haer razerny gevoert wierden,en alsNazarius aenCon- Britannien,om de Britannen te berchadigen,en den dwing-
ftantin
fpreekt, ook de ftranden der Spanjaerden met wa- landt met de jongmanfchap wederom te doen keeren,
nenen, iLes deze onze zeen,
befchadight gehadt hebben, met fchepen over-gezonden. En toen hebben zy, zoo,
wie zal gelooven , dat zy het vrucht\'baerfte eylandt van mits zy na de
ingeboore krijghs-dapperheydt der Gotteu

lerlandt; zoo bequaem zijnde om Spanjen te befchadigen, kloekmoedigh en fterk waren, als ook, wijl zy t eylandt van
min als het verdorde landt van Cantabrien geacht hebben ? mannen en krachten berooft
gevonderi hebben, de noor-
Maer nochtans, even gelijk de Mooren ten tijde van de der-deelen, en geen kleyne landen van t zelve, van roovers

GrooteKarel, en namaels, uyt Scandien, (Noorwegen) by-wooners geworden zijnde, tot haer gebruyk ingenomen.

Wie

V^n 21\'aer \'
de Schotten

Concani.

Lih. 3.

Lmeni,

Ltb, 4
cap, 12.

Vv

-ocr page 67-

.V-i--

V

<

N ï Ë ■ R

ï. r - A

R

O

Wie nu äeze Gottcn anders, als Schotten geweefi zijn, laet in Britannien haer woon-plaetfen gehadt, maer nöcht dat
andere aen-wijzen,, en mooghlijk eenigh licht uyt Proco- die Ieren toen daer woon-plaetfen gehadt hebben, nocht
pius hebben, by wien Belifarius aen de Gotten, die begeer- ook dat zy Schotten geweeft zijn , heeft iemandt te vooren
den, dat
\'Zy Sidli-en aen dc Romeynen zouden inruymen, gezeyt. Panegyricus heeft buyten twijffel, na dc toen aen-
mct deze woorden antwoordt : En wy laten infgelijx de genome wijs der fchrijvers, op ^ijn, en niet op Gasfars tijden
Gottcn Britannien voor zich hebben, een veel treflijker ey- gezien. En de raming is niet zijne, maer van dc zeer gelccr-
4andt als Sicilicn,€ertijdts onder de Roomfche gehoorzaem- dc lofephus Scaliger. Want hy leeft in de aentekcningcn
hcyt gebracht. Want het is billijk, dat men hun , die eerft op Propertius, terwijl hy in \'t voorby-gacn, dat gedicht
uyt
eenige weldaden bewezen hebben, oft een gelijke dank- het lpcl van Sencca zoud verbeteren :
bacrheyt bctoone, oft ccn weêr-bcurtighcyt van weldaden.
 Ille Britannos Vitra noti Littoraponti,

Hier toe fchijnt ook gebracht tc moeten worden, dat de Et carulevs Scuta BrigantèS Bare Romuleis

Schotten fchrijven, dat Fcrgufius de Schot, Alaricus dèn Colla cathenis, fuffit, ére.

Got in \'t in-ncmen van Romen verzelt heeft, dat Irenicus Scoto-Brigantes, en roept terftont uyt, dat de Schotten
verhack, dat Genftic, der Wandalen Koning, in Schot-lant hem nu haer oorfprong moeten wijten, maer ik beftem de-
en
Britannien over-gevaren is, en dat Cambrenfis, ik wèct ze mening geenzins onwilligh, die hem in vele dingen met
nictvanwaer, verhaelt, datde
Gaithel, dat zijn Schotten, verwondering van zijn gel ecrtheydt altijdt hoogh geacht
gelijk de ftam, zoo ook dc naem van dc Wandalen verkrc- heb. Want deze raming is niet uyt de boeken, maer uyt
gen hebben, de welke P. Diaconus betoont dc zelfde met zijn verftant, cn dc zin brengt meê , oft
C&ruleos fcuta Bri-
de
Gotten geweeft te zijn. Ook kan \'t den Schotfchcn naem gantes, als in alle boeken ftact, oft C&ruleos cute Brigantes,
niet fchadeljk zijn, dat zy zich voor der Gotten afkomft als de zeer geleerde Hadrianus lunius leeft. Buchananus
bekennen, wijl de
machtighfte Koningen van Spanjen zich nochtans , die met zijn cn eens anders fpits-zinnigheyt hc-
locmcn hier van af-gckomen te zijn, en by de Italianen de ver zoetelijk heeft willen fpeclen, als met dc aen-gcnome
aller-edelften van de Gottcn haer geflachte trekken oft ver- lezing wel gevoelen, is dezer raming wonderlijk toé-gc-
ficren. En
Keyzer Karei dc vijfde zelfs plaght ernftlijk te daen. Eerftlijk , om dat dc jfchrijvers niet getuygen, dat
zeggen , dat den Adel van gantfch Europen uyt Scandien, de Britannen haer fchilden gcfchildcrt hebben. Daer na,
en de ftam der Gotten gefproten was. Doch deze dingen dat hy, om onderfcheyt, Scoto-Brigantes gezeydt heeft»
zijn zo krachtigh niet by my,dat ik hier uyt durfachten, dat omze te onder-fcheyden van de Briganten van Spanjcn cn
de Schotten een af-ipruytfel der Gotten zijn. lerlandt. Eyndlijk, om dat hy de Briganten en Britanncn,

Nu, op dat ik \'t met een woordt zegge, wild ik, dat de ge- als verfcheyde volkeren , met dit dicht van clkandercn
leerde Schotten overwogen, oft zy van de oudtfte Britan- fcheyt. Maer zoo dit iemandt uyt-fchudt, wat hindert \'er,
nen,inwooncrs van lerlandt, geweeft zijn, (want dat dc Bri- wacrom zy min haer fchilden fchildercn zouden, die zich
tannen
eertijdts in leriandt gewoont hebben, is zeker ) en zelf en haer wagens gcfchildcrt hebben ? Wacrom zoud hy
Scvten oft Schotten genoemt zijn, om dat zy met de Schot- een nieu woordt Scoto-Brigantes tot onderfcheyt fmeden i
ten in zeden over-een gekomen hebben, oft Scytcn, de wel- wijl hyze Caruleos, blaeu, noemt, cn zeght dat zy van Glau-
kc uyt Scandien, oft Scytien af-gckomen zijn, tot welke de dius t\'ondergebracht zijn
, onderfcheyt hyze dan niet gc-
Galifficrs, Franfen, oft Duytfchen, in Spanjcn verftoort noegh Van de andere Briganten ? Maer die acnmcrking van
zijnde, en dc Gottcn oft Wandalen by-gekomen zijn, als de Britannen en Briganten, als van verfcheyde volkeren,
Spanjen door de fchadelijkfte oorlogen brande ; oft ccn ftoackt naeulijx na ecnDichter,dien die dicht-konftigcma-
t\'zamen-loop van volkeren, welke in lerlandt t\'zaem-gc- nier van fpreken, nocht in \'t geheel ^ nocht ten deel heeft
vloeyt is, en daer van by de gebuuren den naem gevonden, konnen verborgen zijn. Waerom zoo deze oorzaken\' niet
De tael, zeght Giraldus, der lerfchen, wordt
Gaidelach, als baten, zoo zal Buchananus Egcfippus, (die gemeenlijk zeer
uyt alle talen verzacmt, genoemt. En Elorilegus, waer uyt oudt geacht wordt) als in zijn plaets geftclt,van my ontfan-
hy het ook gehaelt heeft: Dc Schotten hebben haer oor^ gen; want hy, daer hy van degrootheydt der Romeynen
fprong gehadt van dc Piden en Ieren, als uyt verfcheyde handelt,fchrijfc Voor deze vreeft* Schotlant,en het Saxen- t)atts^
volkeren by-een-gebracht zijnde. Want dat wordt
Schot lant, door moeraflehcn niet aen tc komcn.Maer hoor,dezc lerlmdt.\'
genoemt, dat uyt verfcheyde dingen tot een hoop vergaêrt zal na de beginfelen ftaen, want hy heeft na Conftanrins Ltb, f.
wordt. Gelijk dc Alemannen (na \'t getuygnis van Afinius tijden geleeft, als uyt hem zeiven tc zien is j ook zoud men ^ S-
Quadratus) door haer naem vertoont hebben, dat zy uyt hier uyt niet meer konnen bewijzen, dat de Schotten in

DhdoYus
Séculfts,

Op \'i 77
jaer vm
Chrißns.

Schot.

Aleman-
nen.

AgAthias een verfcheyde t\'zamen-loop van menfchen gekomen zijn. Britannien gewoont hebben, als uyt dat veers van Sidonius,

Ié. I. Ook kan \'t niemandt wonder fchijnen, dat eerrijdts zoo veel welk ik terftont by-gebracht heb. En dat is voorwaer van

volkeren in lerlandt t\'zamen-gevloeyt zijn, wijl dit eylandt meerder gewicht, dat de doorluchtigfte en gelcertftc I.Cra-

in \'t midden tuflfchen Britannien en Spanjcn gelegen, en gius, door een fcherpzinnige onderzoeking, gevat heeft by

wel-gelcgen zy aen de Franfche zee; en dat binnen de laet»- lofephus Ben-Gorion van dc verwoefting van lerufalem,

fte acht-hondert verloope jaren zeker zy uyt de trouw der dat de Schotten in\'t Elcbrceufche boek uyt-druklijk ge-

jacr-boeken, dit dc Noorwegicrs, en Ooft-mannen uyt noemt worden, alwaer Munfterus, in de Latijnfche over-

Duytfchlandt, dè Engclfchen, Walen, en Schotten uyt Bri-
tannien aldaer haer woon-plaetfen geveftight hebben.Dczc
dingen zijn\'t, die ik wilde, dat de Schotten in deze zaek
over-leyden. OndertuflTchen moeten Zy gedenken, dat ik
niets verzekert heb, maer alleen eenige dingen aen-gewc-

Wameer

zetring, lichtvaerdighlijk Britannen voor Schotten geftelt
heeft. Maer in wat eeuw die Ben-Gorion geleeft heeft, ben
ik noch niet zeker. Dat hy later als Flavius lofephus is, is
gewis, alzo hy ook van dc Franfen gedenkt.
Maer nochtans mach ik my onder zo groote mannen in
2en, die eenighfnis ter zaek fchijnen te dienen. Waer uyt deze zaek niet ftellcni ïo veel ik gemerkt heb,zo komt ons,
indien geenigh licht voor de Schotfche opkomft fchijnt, zo onder \'t gebiedt van Aurelianus, het eerfte gewagh van het
laet zy elders zoeken, want ik ben in deze zaek gantfch Schotfche volk by de fchrijvers te voren. Want Porphyrius,
blindt, cn heb de vliedende waerheydt door een ydele nac- die toen tegen de Chriftenen gefchreven heeft, gedenkt
vorfching vervolght, nochtans met deze omzichrigheyt,dat haerer, gelijk ons dc H. Hieronymus leert, met deze woor- ^ ^^
ik niemant, zo ik hope, geraekt heb. den : Nocht Britannien , de vruchtbare Provincie der PeUgiaLts

^^^ ^ie \' ^P. ^^^^^ ^^ ^^^ Schotten eerft be- dwinglanden, cn dc Schotfche volkeren , en al de Barbari- aen Ctefi-
de Schotten
kcnt geworden is, is eenigh gefchil, en hier over twift de fche luyden rondtom den Oceaen, hebben Mofes en de ßff»
in Britan-
trcflijke Dichter Buchananus, met de treflijke liefhebber Propheten gekent. Op welke tijdt, oft weynigh te vooren, ^
nien gek^- dcr oudthcdcn HumfredusLhuidüs.En om dat Lhuidus bc- gelijk die, welke in de oude dingen ervaren zijn, acn-gete-
veftigt, dat dc naem der Schotten nergens uyt eenige fchrij- kent hebben, de namen van dc machrighfte
volkeren der
mms gehaelt kan worden voor dc tijden van de Groote Con- Franfen en Alemannen onder Gallienus eerft gehoort ge-

Ji^Lhm- ftantin, zoo valt hy den man op\'t lijf, zoekt hem de keel af weeft zijn.

dus. te fteken, en poogt hem met twee arme bcwijs-rcdcncn te \'t Wordt dan niet ter zekerer trou verhaelt, \\ gene zom-
door-ftoten, de eene uyt Panegyricus, de andere uyt gifling. mige fchrijven, dat de naem en \'t Rijk der Schotten veel ja-
Om dat de oude Panegyricus verhaelt, dat Britannien , ten ren voor Chriftus geboorte in Britannien gebloeyt heeft,
tijde van Casfar,
de Icrfche vyanden gewoon was. Daerom, Maer verfta die tijdt uyt Giraldus: Als de groote Nellus,
bchaeght
het den Goden, hebben de Schotten op die tijdt zeght hy, de een-heerfching (Monarchy) in lerlandt be-
zat.

1S;Aft den
i)erlogh der

\'Zévinm
Umnifis.

>

-ocr page 68-

Brit

N N

E

N.

A

\' 2at, zoo hebben zès Zonen van Murédus, Koning \'vaii. tfl-
tonien , de noorder-deelen van Bricanriien ingenomrn.
Waer van \'t volk van deze voort-getecit, en met een af-gtr-
Xondert woordt Schotlandt genoemt, tot op den huydigen
dagh dien hoek bewoont. En dat dit in die tijdt gefchiet is,
als de Roomfche zaekbpentlijk wankelde , wordt hier iiyt
af-genomen. AlsLagerius, zoon van dien Nellius, bydé
Ieren heerfchte , zoo quam Patricius, der Ieren Apoftel, in
lerlandt,in \'t jaer na Chnilus geboorte vier-hondert en der-
tigh, min oft meer. Zo dat dit fchijnt omtrent de tijden van
Honorius Auguftus gefchiedt te èijn. Want toen, als zy te
vooren door onzekere plaetfen zwervende, als Ammianus
verhaelt, Britannien , en de plaetfen op de grenzen liggen-
ge, lang gequelt hadden , fchijnen zy in Britannien zich
flet laße- nedcr-geftelt te hebben. Maer zy willen, dat zy toen van
tentijche Icrlant weder-gekeert zijn, waer heen zy zich te vooren,van
hoek_ftelt dc Romeynen en Britanrlen verflagen zijnde, begeven had-
dezemda- jen,en verftaen die fpreuk van Gildas op deze tijdt: De ler-
OA jaer, lant-loopers keeren na huys,zullende niet lang hier na
weder-keercn.Om deze tijdt geloven zommige,dat Reuda,
van welke Beda gedenkt, voor zich in dit eylandt aen de
noorder-boezcm van de rivier Cluidus, met het zwaerdt, oft
met vriendtfchap ingenomen heeft. Van welken Hertogh,
zéght hy,Zy tot ö\'plïeden
Dtalreudini genoemt worden: want
in haer tael betekent Pare.cn deel, en andere meenen , dat
het van deze Reuda is,dat zy by ons
Redshanks genoemt gC-
Bedalth I ^^^^^ meent ook dat die Simon Brech, den wel-

cap^i.\' \' de Schotten verzekeren inftellcr van zijn volk geweeft
te zijn , iadeze tijden gebloeyt hectt. En
Stnbrech was de
naem vaneen jftienfch, dat is,
Sin vol vlekken, als by Fordo-
■! nus gekzen wordt. Mooghlijk is het die Brech gev/eeft, die

omtrent de tijdcvanPatricius met Thubai,Marclei,Aufpac,
/ Schc^ten, Britannjen gequelt heeft, als men leeft in \'t leven

van S. GaräQtocus.
^ Maer weerom de Schotten , die in Britannien zijn, dat

Alhan en {lan& welk zy bewoonen, Alban en Albin, en dc I«ren zelf
\'\'Allabkny i\\oexnen, was geen onaertigh onderzoek, of dit
, ^ ; eenigh overblijffel van de oude naem

héeft^ dan óïliet Van withcyt, welke zy Ban noemen, voort-
gekon^eri Zy.als ofhet ware
Ella\'nban, dat is by de Schotten,
het witte eyla;nt 5 dan oft van lerlandt gekomen zy, \'t welk
by^haer
lyickten Ban^o gcßpcmt wordt, zo dat Allabany zy,
oft een ander lerlandt, oft h et tweede lerlandt. Want de
Gefchicht-fchrijvers hebben lerlandt, groot Schotlandt,en
der Schotten Rijk in Britannien,kleyn Schotlant genoemt.
jtbin. Hiet toé, wijl deze Schotten zich in haer tael Albin noe-
Alhinus. men, waer van Blondus de Schotten Albienßs, oft Albinen-
ßs,
en Buchananus diè Alhings. gehcetCn heeft, zoo laet de
Critici (boek-ziftcrs oft letter-zifters) bezien , ofmenby
S. Hicronymus,dacr hy tegen cenen Pelagianüs,een geboo-
ren Schot, uyt-vaert, niet moet lezen
Albtnum voor K^lpi-
\'Jjihfche\' rium, als hy hem noemt een grooten en lijvigen Alpinfchen
\'■■hondt hont, die meer met de hielen, als met de tanden woeden
. J/,: kaft; want hy heeft zijn afkomft van het Schotfche volk uyt
w/tr dc buurt der Britannen. En den welken hy elders bezwaert

Alpinus in door der Schotten pap gcnoemt hceft. My gcdcnkt ook nict

Martyrolo\' van Alpinfche honden gelezen te hebben, maer dat de
giexvSeft. Schotfche hon^len toei? teï5 tijdt te Romen vermaert ge-
genoemt. ^^^^ 2ijn, leert ons Symmachus: Romen, zeght hy, heett
Schotfche ^^^^ ^^^^ voor-fpecling zoo verwondert over

Jih2 zeven Schotfche honden, dat men meende, dat zy in yzerc
Epik koyen over-gebracht waren. " _

Voorts, als de Schotten tot de Piden in Britannien gckö-
men waren, zoo is,hoewci izy de Britannen met oorlogen cn
rooven geduurighlijk mocyden, de Schotfche zaek noch-
tans niet terftont tot zijn volle grootte geraekt,-maer zy zijn
in dien hoek, daer zy aen-gekomen waren, lang gebleven:
cn
hebben, als Beda getuyght, weynigh min oft meer als
hondert en zeven-en-twinugh jaren haer vaendelen tegen

\'jj

de Vorften der Northumbcren ten oorlogh gevoert. Tot
dat zy op cen en dc zelfde tijdt de Piden byna alle
vermoort k
cn verdelght hadden, bn \'t Nórthumbrifche Rijk, door in-
landtfche quaden cn der Deenen invallen afgemat, ter ne-
der ftorte. Want toen is de gantfche noorder-wijk van Bri-
tannien tot den naem der Schotten geweken, te gelijk met
het herwacrtftc landt aen deze zijde van dc Cluida, en
Edenburgh frith. Want dat dit een deel van \'t Rijk van Beda\\
Northumbërlant, en van dc Saxen bezeten geweeft is, daer
ftrijdt niemant tegen^ cn hiet van is \'t, dat al, die het oofter-
decl van Schotlandt bewoonen, en
Latvlandmen^ dat is,Ne-
dctlanders, genoemt worden
, Engel-Saxen van oorfprong
zijn, en Engelfch fpreken. Maer die de weft-zijde bcwoo-
iien,
Highlandmen, dat is, Hooghlanders, genoemt, Schot- ,,

ten zijn, en lerfch fpreken, als wy boven gezeyt hebben, en
zijn zeer vyandigh tegen die Nederlanders, die de Engel-
fche manier van /preken gebruyken.

Ammianus Marcellinus getuyght, dat dé Attacotten, cen Attacott;;)\',
ftrijdtbare aert van menfchen, te gelijk met dc Schotten
Britannien geplaeght hebben, de welke H. Lhuidus ook
raemt, hoe waerlijk weet ik niet, van het Séhotfche volk
geweeft tc zijn. Dc heylige Hieronymus leert uyt-druklijk,
dat het een Britanfch volk geweeft is: dé welke fchrijft, dat
hy, als hy een jongen was, zoo \'t fchijnt, onder \'t gebied van
lulianus, in Vrankrijk Attacotten, een Britanfch volk,heeft
mcnfchen-vleefch zieneeten, en al? zy in de boftchen de
kudden der Zwijnen, en van groot en kleyn vee vonden,ge-
woon waren de harders de billen , en dc vrouwen dc borftcri
af te fnijden, en dat alleen voor lekkerny te houden. Want Vincemm \'
zoo moet men op de trouw der gefchreve boeken op die ^f^f^.
plaets Attacotten, en niet Schotten, met Erafmus, dié ge-
merkt heeft, dat de plaets bedurven was, lezen. Hoewel ik ^jTco\'^ra-
niet ontkennen kan, dat men in een zeker gefchreve voor- ^hi^ zA-
beeldt
Attigotten, en in een ander Catacotti, in een ander thid keß
Cattiti
leeft. Ook kan \'t met het gemeen volk geenzins van menCmti\'
de Schotten verftaen worden, wijl Hieronymus, van de ver-
fcheyde inftcllingcn van verfcheyde volkeren op die plaets
handelende, de nacft-volgcnde zin-reden alzo aenheft: Het
volk der Schotten hceft geen eyge huys-vrouwcn, &c. Ook
heeft Erafmus elders, daer Hicrdnymus van de Attacotten
gedenkt,
Azoten in de plaets geftelt. Deze, als uyt het bock
der aentekeningen blijkt, hebben onder de Romeynen j
zelfs inde ondergang van\'t Rijk, voor zoldaten gedient.
Want zy worden verhaélt btider dc Palatijnfche hulpen bin-
nen Vrankrijk, de
Attacottijuniores Gallicani, ende Attä-
cottißeniores Honoriani
, cn binnen Italien de Attacotti Ho-
noriani juniores.
Uyc deze by voeging van Honorianus,
fchijnen zy
van die Barbaren ge\'i^^ecft te zijn, die de Keyzet
Honorius in zijn verbondt ontfangen, en met groot nadeel
des Rijx tot de krijgh aen-genomen heeft.

Onder deze volkeren , die in Britannien gevallen zijn,
ftelt loannes Cajus,cen man dooir zeer goede vlijt geoeffentj
cn dié aen de gemeene zaek der geleértheyt veel verdient
hecfti,ide
AmbroneSy om ddt hy by Gildas gelezen heeft,daer ^mhoncn^
hy van de Piden en Schotten handelt: Die eerfte vyanden,
door de vleugels de riemen, armen der rocyers en zeylen,
door de windt geholpen, over-gevoert zijnde, verbreken dc
landt-palen, en vernielen alles, even als Ambronifche wol-
ven, die, door grooten honger razende, met drooge kcelea
over in dc fchaep-ftal fpringen, zonder dat de herder eens
te voótfchijn komt. Den goeden ouden man quam Voor,
dat hy by Feftus gelezen had, dat dc Ambrones met dc
Cimbren Italien overrompelt hadden. En hem is, met iet
anders bezigh, vergeten, dat
Ambro, als Ifidorus te kennen
geeft, een vract betekent. En
in geen anderen zin gebruykt
Gildas dat woordt,
gelijk ook Monumcthcnfts, die ook de
Saxen
Ambrones genoemt heeft. Ook heb ik onderwijl uyt
geenige oude fchrijvers
geleert, dat eenige andere Ambrones
in Britannien in-gevallen zijn.

D E

P

-ocr page 69-

ïfT--, \' \'r

-ocr page 70-

f

fr

if if

II;

a

Ë

I i;

DE E N G E L ^ S A X E N

Ls nu het Roomfche Rijk onder
de jonge Valentinianus meer als
ncdcr-zakte, en Britannien, door
vele lichtingen van haer jongman-
fchap uytgeput, en van de hulp des
Romeynfchen zoldaets berooft,
den aenval der Piaen cn Schotten
I niet langer uytftaen kon^ zoo heeft
^ Vortigernus, aen wien de Britan-
iicn het hooghftè gebiedt op-gedragen hadden, oft die, als
andere willen, het zelf ingenomen had, om zijn Rijk te ve-
ftigen, en de overhellende zaek te helpen, (hy wierd,zeght
Ninnius, gedrongen door de vrees der Piden en Schotten,
door der Romeynen inval, als ook door de vrees van Aure-
lius Ambrofius) de Saxen uyt Duytfchlandt te hulp ontbo-
den. Deze zijn terflont onder hiaer Hertogen Hcngiftus cn
Horfa, met haer
Cy uien {7.00 hebben zy de onoverdekte
roof-fchepen genoemt) in Britannien aen-gekorrien i; cn
hebben,ecn oft twee veldt-flagen met gelukkiger uytko\'mft
tegen de Pi£ten en Schotten uyt-gevöert hebbendé, zich
groote eer toe-gefchreven, grooter hoopen uyt Duytfch-
landt, de Britannen op haer dapperheyt zich verlatende en
beruflende, ontboden, die voor de grenzen zouden wacht
houden j en de vyanden ter zee beoorlogen. Guortigcrnus
( fchrijft Ninnius ) heeft, door aen-faden van Hcngiftus,
Oótha en Ebifta te hulp genomen , de welke, met veertigh
Giulen tegen de Piden varende, de ëylanden Orcades ver-
woeft , en veel eylanden en landen over de Erefifche zee
ingenomen hebben, tot aen de landt-palen dér Piden. \'En
eyndlijk, alsZy de landen jdraghtcn, cn overvloedigheden
van Britannien begoriden té beminnen,zoo hebben zy,fteu-
nende op de zwakte der inwooners, en hun verwijtende,
dat men haer geen zoudy betaelde, nocht toevoer beftelde,
na dat zy met de Piden een verbont gemaeckt hadden, een
deallerfchadelijkfte oorlog tegen de Britannen haer wacr-
den verwekt, haer, vérbaeft zijnde, over al om-gebracht, dc
landen berooft, de fteden vernielt, en na veel twijfteiach-
tigeuytkomften van ftrijden,tegen die twee bolwerken van
den oorlogh, Aurelius Ambrofius, die hier de purpere rok
acn-genomen had, waer in zijn ouders gedopt waren , en
den ftrijdtbaren Arthur , den Britannen het vruchtbaerfte
deel des eylandts en haer erf-wooningen ontnomen. Op
welke tijdt,op dat ik \'t met een woordt zegge, de ellendigh-\'
fte inwooners geleden hebben , al wat de overwinner bc-
ftaen durfd, ende overwonne vreefde. Want daegblijx
vloeyden hier toé de helpende hoopen uyt Duytfchlandt,
de welke den oorlogh op de vermoeydc Britannen t\'elkens
vernieuwden, naemlijk dc Saxen, luthen, (want zoo moet
men \'t leZen, niet
Viten) cn Engelfen,die met deze eyge na-
men onderfcheyden waren , hoewel zy in \'t gemeen Eno-el-
fen en Saxen genoemt wierden. Maer van deze zullen wy
byzonderlijk en kortlijk handelen, op dat^ zoo \'t mooc^hlijk
is, wy de eerfte opkomft van ons volk bezien mogen. ^

Nochtans zal ik hier eerft by-voegen , \'t gene Witichin-
dus, zelf een gebooren Sax, en een oudt fchrijver, van de
inval der Saxen verhaelt heeft : Britannien van den
vorft
Velpafianus nu eertijdts onder de Provinciën gebracht zijn-
de,
onder de Roomfche befcherming langen tijdt nutcclijk
blijvende, wordt van de nabuurige volkeren bevochten,
vermits het van de hulp der Romeynen verlaten fcheen:
want het Roomfchc volk, na dat de Keyzer ^Martialis
van
de zoldaten gedoot was, door uytlandtfche oorlogen zwaer-
lijlc vermoeyt zijnde, was niet machtigh haer vrienden de
gdwoonlijke hulp byte zetten : Nochtans na dat de Ro-
meynen een groot werk tot bevefting des landts op-gebout
hadden, tuffchcn de grenzen vande eene zee tot den an-
der, daer d\'aenval der vyanden fcheen te
Zullen gefchieden,
zoo hebben zy\'t landt verlaten. iMaer als hetzachte, en
ter oorlogh trage volk den wakkerer, en om te oorlogen
gereeden vyandt wedcr-ftacn
Zoud ,• zoo is \'er geénige zwa-
righeyt geweeft om het werk te vernielen, \'c Gerucht der-
halven loopende van de gelukkige daden der Saxen, zoo
zenden zy een
ooimoedige ge^antfchap om haer hulp te

J-
rii

\'^Dieöok,
CumigeY\'
fiMS genaeryii

Li-

is.

«\'The
Frith.

AureUus

Amhreßus.

Gildas

merft hem

Amhroßus

AmeUa-

msi

■ i

i

\'■V

* Moo^ijk^
Mania-

nm»

verzoeken, en de Gezanten daer komende, zeggen : Aller- %nnen
goedighfte Saxen, de ellendige Bretten, door dc dikwijlige \'\'vm Bn-
aenvallcn der vyanden vermoeyt,, en zeer afgemat, gehoott
hebbende de overwinningen van u zoo hcerlijck verwor-
ven , hebben ons tot u gezonden, ootmoédigh biddende,
dat ghy u hulp van haer niet af-trekken wilt. Eenbrcet,
ruym, cn met aller dingen ovcrvloedt vervult landt beve-
len
iy u gehoorzaem te zijn. Wy hebben tot noch toe on-
der der Romxynen befchut cn befcherming vrylijck gé-
leeft : na de Romeynen kennen wy niemant voor beter als
u : daerom zoeken wy te vluchten onder de vleugels van
uw dapperheyt. Laet ons door uw dapperheyt, door uw wa- ^
penen dc vyanden flechts te boven komén, eh wat flaverny
ghy ons op-leght,wy
zullenze willigh dulden. Hier op heb-
ben de Racdts-heeren dit weynige geantwoort : Weet dac
de Saxen der Bretten gewiffe vrienden zijn , en haer altijdt
in haer voor-en tegenfpoeden alleens
Zullen by-zijn. De
blijde gezanten zijn weder in haer vader-lant gekeert, haér "
gezellen, door dé gewenfchte boodtfchap, noch meêr ver-
blij dende^ Da et^na wordt het beloofde heyr in Britannien
gezonden,en vali de vrienden vriêndèlijk ontfangen zijnde,
verlofthetlandcin\'ckohevaif teftruyk-toovers, hetva4^ . -
derlandt aen de inwooners herftellende. Ook hebben zy^ ■ . .
in \'t
Zelve të doen, niet veel moeyte gehadt ^ vermits zy, die
door\'t eertijdts gehoorde gerucht der Sa^en verbaeft zijn- „ ,
de,verfchrikten, alleen door fiäer tcgënwöordigheyt ver- \' S
dreven wierden. Want deze volkeren waren tegen de Brit-
ten , de Schotten, de * Pehiten : tegen welke de Saxen,
ftrijdende, allés van de Britten ontfingen,
wat haer noot-
zaeklijk was. Zyzijn derhalven een tijdt lang in dat landt
gebleven, de onderlinge vricndtfchap der Bretten welge- -
bruykende. Maer als de Vorften van\'t heyr-leger aenmerk-
ten het ruyme en Vruchtbare land, en der inwooners trage
handen om te oorlogen, daer tegen haer zelf en\'t meéfté ; ,
deel dér Saxen zonder vafte woon-plaetien, zoo zenden<^)
om
een meerder heyr-leger , en de vrede met dé Sclïottéb^--\' -
en Pehitén beveftight hebbende, en in \'t gemeen t^^gén^dè. c
Britten opftaende, drijven de zelve uyt het landt-j-ihet tó
Zy onder haer gehoorzaemheydt uyt-deelen. Zoo yêroVVif^,
tichindus. v\':

Deherkomft en oorfpronklijkheyt der Saxen eh andefé
volkeren , hebben niet alleen de monniken, onervaren in „i-::,. iv\'
deoudtheden, maer ook jonger mannen
vian een geilepeii
oordeei\'met verdichte verfieringenbewimpelt, zommigC"
trekkenze van Saxo.de zoon van Negno, en de broedcrvan \'
Vandalus, andere van haer fteen-achtige natuur, anäere-
van de overblijffels des Macedonifchen\' heyr-legers ^•andeèé-
van de meskens , waer van by Engelhufius dit rijmpjên b: •
Want een kórt mes wordt by hun Saex geheet-en, \\ \'

Waer vande Sax zijm naems oorßrongwilweten. \' \\ , ■

Doch Crantzius tréktZe van dé Catten van Duytfchiant, ^^ :
cn die geleerd&Capnio van de Phrygeo^^an deze mach ~ —
yder volgen , diet\'Y^iemgöedt dunkt.Wantideverdfchtfê-
len van dufdanige meeningen zafik met behekelen. Noch-
tans fchijntdié van de geleertfte Duytfchén, als de befte,
geloofwaerdighfte te zijn, welke meenen, dat de Saxen van
T)e Sakin
de Sacen, ccn zeer treflijk volk van Aften, gefprotcn, cn al- ^^
zoo genoemt zijn, als
Sacafonen, dat is, zonen der Sacen, cn ^^JgcTi.
datzy zich uyt Schirien, of het Afiatifch Sarmarien, met *
de Geten, Sueven ^ Deenén, en anderen allenx in Europa
verfpreyt hebben. En deze haer meening is niet zonder
reden, als die de Saxen uyt Afien trekt, alwaer het menfch-
tih. li,,
lijk geflacht gefprotcn en vermeert is. Want behalven dat
Strabo gefchreven heeft, dat de Sacen, gelijk te vooren de
Cimmerien, verre invallen gedaen, en een deel van Arme-
nien na haér naem
Saracena genoemt hebben: zoo ftelt ook
Ptolomeus de Saffen, Sueven, Maffageten, Dahen in dat
deel van Schiria, en Cifnerus geeft te kennen, dat deze vol-
Cifnerus,
keren byna de zelfde nabuurfchap onderhouden hebben,
die zy eertijdts in Afien onder zich gehadt hebben.

Ook is \'t niet min waerfchijnlijk, dat onze Saxen van de- Michael
Ze oft Sacen, oft Saffonen van Afien , als dat de Germanen Neander.
oftDuytfehen, vande Germaniers van Perfien gekomen

zijn,

V

■V

V

-ocr page 71-

B R

zijn, welker Herodotus gedenkt, het welk zy nochtans uyt
de gemeenrchap van haer tael beveftigen. Want de uytnc-
mende geleerde lofeph Scaliger leert, dat
Fader, Muder,
Breder, Tuchter, Pand, cn
diergelijke woorden noch heden
in de Perfifche tael, voor vader, moeder, broeder, dochter,
en handt gevonden worden. Voorts als de Saxen dcr wcrelt
eerft bekent wierden,zoo woonden zyin \'t Cimbrifche hal-
ve eylandt, \'t welk nu Denemarken genoemt wordt,alwaer
haer Ptolomeus, die haerer eerft gedenkt, geftelt heeft. En
by Lucanus wordt niet Saxonen, als in zommige boeken
ftaet, maer waerlijker Axonen gelezen in dit veers :

EnlkhfAxonen in haer lange "gapens,

Uyt dit Denemarken hebben zy, ten tijde van Dioclefta-
nus, met haer nabuurige Franken, onze ftranden gequelt
en befchadight, en dc Romeynen hebben Caraufius geftelt
om haer te verdrijven. Namaels over de rivier Albis ge-
voert zijnde, zijn zy ten deele allenx in dcr Sueven verblijf-
plactfen geweken , alwaer nu \'t Hertoghdom van Saxen is,
ten deele hebben zy zich in Vrieftandt en Batavien, nu
van de Franken verlaten zijnde, begeven. Want dc Fran-
ken , die tc vooren de binnenfte broeken (van welke zom-
mige door uytfpocling tot die zee, die men heden de Zuy-
der-zecnoemt,gekomen zijn) bewoont, en Batavien inge-
nomen haddcn,zijn,onder Conftantius Chlorus,dc Groote
Conftantinus,en zijn zonen tot de wetten ontfangen,en om
de woeftijnen van Vrankrijk te bebouwen , overgevoert
zijnde, oft door \'t zwaerdt zich tot vruchtbaerer landen de
wegh openende, oft, als Zofimus verhaelt, van de Saxen
verdreven zijnde, uyt Batavien geweken. Van die rijt afzijn
al, die by die zee-ftrandt van Duytfchlandt woonende, zee-
rovcry geplecght hebben, vcrfmolten tot de naem, als te
vooren der Franken, nu der Saxen: te weten, die volkeren,
diclutlandt, Sleefwijk, Holftein, Ditmarfchen, \'t Bifdom
van Bremen , \'t Graeffchap van Oldenburgh, de beyde
Vrieflanden en Hollandt bewoont hebben. Want het volk
der Saxen, als Fabius Qu^ftor, en Ethelwerdus zelf, uyt dc
Koninglijke ftam der Saxen gcfproten, fchrijft, was geheel
aen de zee woonende van dc rivier de R hijn af tot de ftadt
Donia toc, welke nu gemeenlijk Denemark genoemt wort.
Welken fchrijver, op dat ik bekenne door wien ik gevordert
heb, dc cerwaerdige, en met vele cn zeer goede konften
vcrfierdc Thomas Allen van Oxford eerft voort-gebracHt,
cn my met veel anderen, na zijn belecftheyt, mede gedeelt
heeft.

Uyt deze wijken zijn de Saxen, door vele nederlagen
der Romeynen gevoed, dickwijJs in de landen der Romey-
nen gevallen, cn dit eylandt lang befchadight, tot dat Hen-
giftuszelf aenquam. Dewelke uyt Batavien oft Hollandt
na Britannien gevaren is,en die Burght te Leyden gebouwt
heeft, na \'t getuygnis der Hollandtfche jaer-boeken, cn van
dien edelen, en in verftant cn geleertheydtdoorluchtigen
lanus Doufa, de welke van die Burght of dat kafteel aldus
zingt:

Wanneer Bengifl uyt Britten-landt,
Als ypinnaer keerd aen on^e ftrandt,
Zoo heeft hy, als m\' hem toe ipertrout,
De Burght te Leyden op-gchout,
En met een ronde gang om hoogh,
En meenigh oyer^pelfde boogh.

Dat de Tutten, die vele meenen, dat van de Guten, Ge-
ten oft Gotten genoemt zijn, (want men leeft
Geatunin een
boek met dc handt gefchreven) het bovenfte deel van De-
nemarken bewoont hebben, is zeker, het welk noch heden
van de Decnen lutlandt genoemt wordt,
mooghlijk van de
Gutten, die Ptolomeus in Scandien geftelt heeft, gcfproten
zijndc, welker woon-plaets heden Gotlandt genoemt wort.
Men denk nochtans niet met lornandes, dat het zelve het
vaderlandt geweeft is van die Gotten, die Europen met veel
overwinningen door-loopen hebben; want dat de zelve
over de Donau, by de Euxinifche zee, gewoont hebben, en
ccrft Gcten genoemt zijn
geweeft,getuygen alle de oudtfte
cn geloofwaerdighfte fchrijvers.
iEKgelfen. Doch wat woon-fteden dc Engclfchen gehadt hebben,
ftaet in gefchil, en alle zijn zy niet van een meening j vele

A

Axones,
lo\'hercn
van Pranke

rijck;

Zoßmus.

Bthelred
nchter
-nA\'
neefv^n
Koning
Addfy
heeft ge-
bloeyt om-
trent 5) 5" O.

In âe twee-
de Lejdt-
fche Oda.

Mien.

Spartiams
TreheJ\'iims,
Tollte Ca-
fitolinus ,

efc.

N N I E N. 57

ftellcnzc in Weftphalcn, alwaer men Engern vindt» ende
Swevilchc EngcHchcn, van Tacitus cn Ptolomeus gedacht,
gewöont hebben, den welken ik gaern geloof, zoo men vaii
Tacitus eeuw fpreekt. Maer ik vermoed, dat zy van daer
aen dc acn-zcefche wijken af-gckomen zijn. Andere zoe-
kenzc in Pomcren,alwaer de Stad Angloen bloeyt.Maer de-
wijl deze inwaerdcr in Duytfchlandt en verder van de zee
ftrckken, zoo moet men een andere woon-plaets van onze
Engelfen zoeken, dc welke Beda geboden heeft, dat ik tu(^
fchen de Saxen en dc luttcn zoeken zoud. De Engelfen,
zeght hy, zijn van dat vader-landt, welk men Angulus
Lik il
noemt, cn men zeght, dat het na die tijdt woeft gebleven ^S*
is, tuftchen de landen der lutten en Saxen. En wijl \'er tuf^
fchen lutlandt en Holftein, een oudt landt der Saxen, in
\'t Koning-rijk van Denemarken een landeken is, welk he-
den
Angel genoemt wordt, dicht by de ftadt Flensburg,welk Angel in
Lindebcrgius in zijn brieven kleyn Engelandt noemt, zoo Benemar-
durf ik verzekeren , dat ik eyndlijk onzer voor-ouderen
woon-plaets gevonden heb, cn dat de Engelfen van daer in ^^Em\'lf
dit eylandt gekomen zijn. En dat ik het gewiflijker beve- ßfj,
ftigen zoud , heeft my airede het aenzien van dien ou-
den fchrijver Ethelwerdus geboden , wiens woorden deze
zijn : Oudt Engelandt is gelegen tuftchen de Saxen en
Giotten, hebben een hooft-ftadt welke in de Saxifche tael
Slcefwijk, cn by dc Decnen Haithby genoemt wordt. In
welke plaets Ptolomeus dc Saxen fchijnt tc ftellen, zoo dat
die Dichter van de middelbare tijdt niet valfchlijkgczon-
gen heeft;

De Sax heeft d\'Engels^man geteelt,
H Welch blijkt mits d\'een aen d\'aêr en yer^ enfprack
meê-dcelt.

Een deel van deze Engelfen in de inwendighfte wijken
van Duytfchlandt getrokken, en met de Longobarden cn
Sueven vermengt zijndc, zijn in Italien gevallen,en worden
gelooft de tekenen van haer naem in
Engelheim, het vader-
landt van dc Groote Karei,
Ingolßadt, Engelburg, Englerute
van Duytftandt, en Angler ia van Italien na-gelatcn tc heb-
ben. Doch welke d\'oorfprong van haer naem zy, zoud ïk
niet durven zeggen. Wegh met Angelus de zoon van Hum-
blus , en de Koningin Angela, die de gekken kakelen, dat
zy opbouwers van ons volk zouden geweeft zijn. Ook ach-
ten wy niet, dat hun de naem van
Angulus, dat is, een hoek,
gegeven zy, om dat het een hoek van dc wcrelt is, als met
dat oude veers beveftight wordt:

Bet yruchthaer Engelandt is een hoekje Van de yoerclt^
Begaeft met o^eryloedtj met rijkdom ^00 heperek,

Dat het naeu "t gantfche rond der aerde heeft imn doert.

Ook verdient Goropius raming geen geloof, maer eer
befpot te
worden, die de Engelfen van ^ngle, dat is, een
vifch-riedt,oft hangel trekt, om dat zy, gelijk hy zeght, al-
les na zich halen, en, gelijk wy fpreken,
Good Anglers,èi2.t is,
goede hangelaers geweeft zijn. Maerdiedeoorfpronklijk-
heydtvan
Engelbert, Engelhart, en diergelijke Duytfche
namen beziet, zal ook mooghlijk de betekening der Engel-
fcnzien. Ook kan uyt Procopius gezien worden, datde
Vriezen te gelijk met haer in Britannien gekomen zijn. En
wijl het boek niet voor handenis, zoo zal\'tmy niet ver- iv
hoek.
drieten de gantfche plaets hier voor te ftellen, gelijkze my deotf
de zeer goede, en in de gantfche oudtheydt ervare Francif- ^^^ ^^^
cus Pithxus uyt dc Koninglijke Boekery tc Parijs uyt-ge-
fchreven heeft: Bg/rl/ctv
tIw dat is,op dat ik het ten

ruyghften over-zette : Drie tal-rijke volkeren bewoonen
het eylandt van Britannien,welk ieder van zijn Koning ge-
hecrfcht wordt, deze volkeren worden genoemt Engelfen,
Vriezen, en Britoenen, die dc zelfde by-naem met het ey-
landt hebben. Ende menighte der menfchen fchijntzoo
groot tc zijn, dat zy in grooten getale jacrlijx met vrouw
en kinderen van daer tot dc Franfen vcrhuyzen , en zy ont-
fangen ze in haer landt, daer het meeft woeften verlaten
fchijnt, waer van zy zeggen , dat zy zich het eylant toe-ey-
genen : want niet zeer lang, als de Koning dcr Franfen
eenige van de zijne naer
Conftannnopolcn zond,zoo heeft
hy \'er ook Engelfen geftuurt, ecr-gicrighlijk bogende, als
of dit eylandt
onder zijn gebiedt ftond.

Q^ Dit

-ocr page 72-

, -B ïl ï \'T Ä K M I E \'N,

Dit^ïjii dc Yorkeren van Duytfiandt, die Bdtannicn in®- ^ichtigheyt t zacm-gevoeght, vertoont. Warnt in cen korte Saxt\'n
genomen hebben, de welke dat zy cen volk gewecfl:, en met tijdt is haer gemeen in burgers, ^eden, cn banden,zoo acn- cr^amn-
Be Sdxeyiy
de gemeene naem nu Saxen, nuEngclfcn, nu Engelfche- gegroeyt, dat\'et het voorlpoedighfte en machtigh fte ge- nini.
£ngelßn en Saxcn,tot ondcrfchcyt van die in Duytflandt,genocmt zijn^ weeft is, gelijk ook haer overwinning eenighzins volko-
Jmten\'em wordt zeer waerachtelijk uyt Gildas, Beda, Bonifacius, «ïien cn vol-ftrekt was ; want alle de verwonne zijn tot
Paulus Diaconus , cn anderen befloten : maer gemeenlijk in het volk, wetten, naem,
tn tael der oVbrwinners, behalven
\\ Latijn
Gem Angkrum ,cninh^c^: eygen welke even benige, dié de fcherpheydt der plaetfen inde wefter-wijk
\\ zelfde
is, Engiatêeod genoen:it,d^t isjjet volk der Engel/en. befchermt heeft, geweken. Want behalven Engelandt,zoo
Wanneéf In de tijdt,waer in zy van Vortigernus in Britannien gek- gebruykt het meefte deel van Schotlandt, by d« Engelfc-
he
Engelfe- .j^jj jzijn, zijndc fchrijvers zeer verfcheyden, maer, dc andc- Saxen in-genomen zi/nde, (want SaflTen worden zy noch
mtmnkn n^-latcndc, Beda, cn die hem gevolght hebben, maken heden by de wilde\'en ware Schotten genoemt) de zelfde
gekomn ^^ze rekening van deze zeer verwarde tijden. tael met ons, dc uyt-fprack een weynigh verandert zijnde.

xijn, In\'tdric-en-twintighfte jaer van de jonge Theodofius, ^ welke wymet haer nu 1150 jaren eenighzins onbc-

ïn \'t 430 van Chriftus, verzoeken de Britannen, van de Pi- fmet, te gelijk met het bezit des landts behouden hebben.
d:en en Schotten verdrukt zijnde, van ^Etius 111 Burger- het ydel cn valfch te zijn bewezen wordt, (gelijk

meefter te vergceffch hulp. andere diergelijke dingen)\'t gene der Saxen waer-zeggcrs

Onder Valentinianus III, is S. Germanus eens en ander- voor-zeyt hebben,als zy naer dit eylant toe-vocren,dat zy \'et
mael in Britannicn,tegen de Pelagianen,gekomen,en heeft, alleen dric-hondert jaren in blijven zouden, en hondert
Gildas.
na dat hy Godt gebeden had, dc Britannen tegen de Piófen vijfrigh van de zelve jaren het dikwijls vcrwoeftcn. Nu
«n Saxen aen-voerende, de overwinning voor dc zelve ver- Schijnen de zaek en plaets te vereyfchen, dat hier iet van dè
kregen. oude zeden van onze voor-ouders dc Saxen by-gevoeght

In \'t eerfte jaer van Marrianus,en 449 van Chriftus wordt ^rdc, en voorwaer ik zal \'er by-voegen, t gene ik aen-gö-
hetvolk der Engclfche-SaxCn in Britannien gevoert. merkt heb. ^

Wijl\'tnochtans blijkt uytdc régifters der Burgcr-mée- dit Saxifche volk was zeer ftrijdtbaer, cn voor de ^^^^^^

ftcren, dat het derde Burger- mecfterfchap van ^tius, op klockfte onder de Düytfcn gehouden, in grootheyt des ge- ^^^
BarmiHs. \'t xxxix jaer van dien Theodofius , en 446 van Chriftus ge- moedts, krachten des lichaems, verdraegzacmheyt van ar-
vallen is, en uyt de waerachtighfte fchrijvers, dat Germanus heyt,als Zofimus zeght. By den Romeynen meeft gevreeft,
in \'t jaer 43 $ geftorven is : zoo mach men niet t\'onrccht ^^ zy fhel waren, als Marcellinus verhaelt. In dapper-
vermoeden, dat het cijfer-gctal by Beda bedurven is, cn dat heyt en wakkerheyt verfchriklij k, als Orofius zeght. Hét
dc Saxen hier in gelaten zijn voor het 449 jaer. Hoe hceft Saxen-landt onaenkomftigh door moeraflohcn, en met on-
het anders konnen gefchicdcn, dat S. Germanus, die in \'t gangbare landen omheynt. Het welk, fchoon \'t de zorgh-
43 5- jaer geftorven is, de Britannen tegen de Saxen acnvocr- ftjkhey t der oorlogh fchijnt te vermcêren, zoo is het noch-\'
de, als zy noch nict aen-gekomen waren? ook fchrijft Nin- tans,dikwijls ingenomen zijnde, tot de Roomfche zege-
nius, dat S.Germanus uyt Britannien in zijn vader-land wc- tekenen gekomen j men zeght, dat zy het fterkfte geflacht
der-gekcert is, na de doot van Vorrigernus, die de Saxen in ^Icr menfchen zijn, alle anderen in zee-rovcryen te bove n-
Britannien ontfangen heeft; zoo dat haer aenkomft noot- gaende,nochtans fteunen zy meer op haer roof-fchepcn als

zaeklijk gefchictis voor\'t jaer van 45 5-, welk het laetfte ge- krachten,en zijn gereder tot dc vlucht, als tot den oorlogh

weeft IS van S. Germanus leven. Infgelijx fchrijft Profper als Egefippus getuyght. Den welken Ifidorus navolgende\'

Tiro, die toen geleeft heeft, op \'t tweede jaer na dat de zeght : Het volk der Saxen is gelegen aen de ftranden van Lih.9. c.z.

Groote Leo tot Paus gekooren was, welk het 443 van Chri- de Occaenfche zee en onwegige mocraflTchen, in dapper- ^^

ftus geweeft is, dat Britannien, na verfcheyde neêr-lagen, heydt en wakkerheydt zeer hcblijk. Waer van zy de naem fP^V-

onder de macht der Saxen gebracht is. Zoo dat zy buyten hebben, dat zy een hardt en zeer fterk geftacht van men-

twijffcl voor die tijdt,naemlijk voor \'t 44^ jaer van Chriftus, fchen zijn,en alle andere zee-roovers te boven gaen. Zy wa-

aen-gekomen zijn- Maer laet dit eenige teken van op-re- ten menfchcn lang van gcftalte, wel-gcmackt van leden,

kenen, alle twijfteling weghncmen, welk, by zommige fchoon van aenzien. Waer van de monnik Witichindus vari

voor-beelden van Ninnius gevoeght zijnde , by my boven déze Saxen aldus fpreekt : De Franfen zijn verwondert gè-

allengclt. weeft over deze in lichaem cn gemoedt zoo trefliickc man-

lees . Van de twee tweelmgcn * Rufus en Rubéllinus, tot dc nen,en over haer nieuwe kleeding, infgelijx over haer wa-

Ef^/us. Burger-mecfterStilico 373 jaren. pencn, en met haer bedekte fchouderen , en boven al over

Van Stihco tot aen Valentmianus, de zoon van Placidia, haer groote ftantvaftigheyt des gcmoedts.Zy waren scklcet

en het Rijk van Vorrigernus 28 jaren. met krijghs-rokken, cn gcwapent met lan^re fpietfén, en

Van het Rijk van Vortigernus tot de tweedracht van Gui- ftonden fteunende öp kleyne fchilden, cnliadden groote

tolin en Ambroftus, zijn i z jaren. Welk is Guoloppum, dat meflen aen de nieren. Tc voolren nochtans plachten zy de

is, Cathgoloph. hayren tot acn het vel af te fcheeren, behalven in de nek.

Want Vortigernus heeft m Britannien het gebiedt ge- en het hooft met yzer te omringen,het welk Sidonius Apol-

hadt, als Theodofius en Valentinianus Burgcr-mceftcrswa- linaris met deze veerzen getuyght:
ren, en in \'t vierde jaer van zijn Rijk, ^ijn de Saxen in Bri-
Daer ziet men dat de Sax vreeß voor tijn ey^e landt,
tannicn gnomen, en zijn van Vorrigernus ontfangen, als Als die de zee gewoon, ontfangt haer op ziinflrandtl
Foehx en Taurus Burger-mecfters waren. Aen wiens geh ayr de nek een yfer, om-^eboo^ht
Van \'t jaer, als de Saxen in Britannien gekomen , cn van De ongevlochte kant der ruyae hayren hoe^ht!
Vortigernus ontfangen zijn, tot * Deerns Valerianus zijn wordt zijn hooft verkorf door d\'af-geßh\'oore vlicht.
Deerns
^^ jaren. En door de gladdehuytgevoeght aen\'taen^ezicht.
Mms.
De rekening derhalven alzoo gemaekt zijnde, zoo is de Wat de kleeding acngaet, mach men verftaen uyt deZe

aen-komft der Engelfe-Saxen in Britannien geweeft in \'t z i woorden van Paulus Diaconus van dc Longobarden : De

jaer van dc jonge Theodofius, ^t welk naeft by komt met de klcederen waren ruym, en mecft Van linnen, gelijk de En-

rekening van Beda, cn in 142.8 jaer van onze zalighcydt: gclfche-Saxcn plegen te hebben, verfiert met breede boor-

want toen zijn Foehx en Taurus Burger-mecfters geweeft, den van verfcheyde verwen t\'zaem-gcweven.
cn alles komt met de perfonen en tijden over-ecn. Dit luft Zy waren zeer ervaren ter zee, als die
hncr alzoo dc zec-

my oöck aen te tekenen, doch ik Zal geen zifter oft hekclcr rooVcry gcplceght hadden, dat zy, de zee gewent zijnde,

zijn, dat in veel voor-beelden van Gildas, waer uyt Beda dat <ie aerde, als hy zeght, vreefden: en hebbende zee-kanc

van iErius genomen heeft, gelcfen wordt, Agirius deur van Britannien en Vrankrijk, tot Spanjen toe, zoo ^^e-

Burgcr-mcefter, in andere, zonder by-vocging van getal, plaeght, dat op dc ftranden van bey de landen Hertogen^en

iEgitius,enineen^quiriusBurgcrm.Maetikhébin\'t re- zoldaten geftelt zijn, om haer rooveryen te bedwingen,

gifter tot deze tijdt noch geenigen Burgcr-mcefter van dewelke daer van Graven van dc Saxfche ftrandt lanx Bri-

dien naem gezien, \'t zy dat men \'t achte een ongewoone tannien cn Vrankrijk genoemt zijn. Niet te min hebben

Burger-meefter geweeft te zijn. zy dikwjyls deze ftranden met haer tecnen roof-fchepen

t Zy in wat tijdt dat zy gekomen zijn, zy hébben voor- berooft. Waer op die veerzen van Sidonius Apollinaris

^ Elders

waer een byzondcre hoogheydt van gemoedt, met voor- ftaen:

Ook

-ocr page 73-

Ook heeft Bma^rnen voof den rooffchen Sax gevreeft, Zy wierpen ook dikwijls hcc lot, want zy Tncden een tak. Deze diH-

Dien \'t Britfchefchuym te njooren is tvtfp el geweefi^ van een vrucht-dragende boom af-gehouwen, in veel rijs-

Als ook de z,ee met een ge laptefchuyt te klieven. kcns.en de zelve met eenige tekens onderrcheydcnde,fprey-

Ia in Vrankrijk hebben zy, neven Bretagnien , in de dcnze by geval op een wit kleedt. En terftont,zoo men voor

Bajocaften een landt ingenomen, en lang mgehouden, "^t gemeen raedt-hield, bad de Priefter des volx de Goden, J^l^rl-

als te zien is by Gregorius Turonenfis, die de zelve Bajo- maer zoo \'t voor elk in \'t byzonder was, zoo deed het dé va*- citus de

caflifche Saxen,gelijckze \'t gemeene volk Sefhes Bejfms, ge- dcr des huys-gezins, cn na den hemel ziende , heeftze by ^ww«

noemt heeft:. \' ieder gedragen j en de weghgénomcne bedieden zy het

Met wat een wreedtheyt zy langs deze ftranden gcruyt tweede te vooren ingedrukte teken. Om de uytkomft der

Epijl. ad en gerooft hebben, hoor* zoo \'t u belieft, Sidonius zelf: De oorlogh te ondcrzoekcn,zoo plachten zy een gevangen van

bóode, zeght hy, met de welke, terwijl wy onder uw dckfel dat volk, die zy de oorlogh wilden aen-zeggen, met een

iet fprekendc, uyt-getrokken hebben, heeft ftantvaftelijk uyt haer lands-luyden gekoorcn , yder met de wapenen

verzekert, dat ghy nu onlangs in dc vloot ter wapen gcbla- van zijn landt, tegen elkander té laten vechten, en uyt den

2en hebt, cn dat ghy onder de pHchten nu van een boots- overwinner tc ramen, welk volk dc zege zoud wcghdragen.

man,terftont van ccn zoldaet,de kromme ftranden van den Zy hebben den Godt Mercurius meelt ge-ecrt, dien zy Woo- Der Saxe»

Oceaen bekruyft tegen dc opene * roof-fchepen der Saxen, den genoemt hebben, den welken zy met menfchelijcke ot- Code».

Van dc welke zoo veel rocyers als ghy ziet, zoo veel aerts- ferhanden geoftert, en den vierden dagh der week gchey-

roovcrs meent ghy te zien: zoo gebieden, gehoorzamen, light hebben, waer van zy by ons noch heden Wednejday IVednef-

ondcr-wijzcn, leeren zy alle tc gelijk rooven en moorden^ genöémt wordt, gelijk dc zcftc aen Venus, die zy Frea en

zoo dat nu ook, als ghy u\'t meefte wacht, de meefte oo^ Prico geheeten hebben, waer van dc Vrydagh noch heden

izack fchuylt om tc vermanen. Het is een vyant, wreedW by ons Friday gtnocvnt wordt, als Tuefday van Tuifcon , dc ^ridAf.

als alle vyanden. Onvoorzien valt hy aen, voorzien ont- inftellcrdes Duytfchen Volx. Zy hebben ook de goddin

Vlucht hy, die hem tegen komt veracht hy, de onvoorzich- Eofter gebat ,aen welke zy demaent April gehéyligt hebben, j)g Qodditt

tige velt hy j zoo hy volght, zoo onderfchept hy, zoo hy waer van zy de April, zeght Beda, Eofler Mónath genoemt £o/?er, van

Vlucht, zoo ontkomt hy. Hier toe zoo oeftenen hem dc hebben, en wy noemen Paefch noch heden Eojier. In ^t ge- ^

fchip-brakcn, maer zy vcrfchrikken hem niet. Zy hebben, meen, als Tacitus zeght, hebben de Engelfen, en de andere

met de gcvaerlijkhcden der zee, niet alleen eenige kennis, nabuurige volkeren Herthus,d2.z is,de moeder aerde,ge-cert, T>e Geddm

maer gemeenzaemheyt. Want de zelvc,zoo \'er cenigh on- en gemeent, dat de zelve dingen dcr menfchen over quam, Elenhnsi

weêr is, maekt hier, dat zy dc bevrijde geVangen nemen,cn en onder dc volkeren gevoert wierd. En bv ons is heden dat

verbiedt daer, dat die haer gevangen nemen niet durven zelve woordt in \'t gebruyk voor de aerde, doch by de Duy t-

uyt-zien. In \'t midden dcr baren en fcherpe klippen ftellen fchen ongebruyklijk , die voor \'t zelve Aerde gebruy ken. Eanh^

zyzich blijdclijk in gevaer, door hoop van over-komft. Van deze over-geloven fchrijft die Ethelwerdus van zijn tijt

Dacr-en-boven al eer zy van \'t vafte landt,na haer vaderlant aldus : In zoo groot een verleydmg zijn die licht-gelovige

de zeylen vierende, de bitfehe ankers uyt haerer vyanden
grondt op-halen, zoö hebbéh zy, als zy wecrkeeren zullen,
die gewoonte,dat zy de tiende van de gevangens door even-
gelijkc en quellige ftratfen, hiervan droever, mits zyze met

noordtfche volkeren verdrukt, dat dé Decnén, Noorman-
nen, en Sueven
Wéodan öp den huydigen dagh als een Heer
eeren. En elders: De Barbaren hebben
PTöö^/^ï;? als een godt
ge-eert, en de Hcydenen hebben hem geoffert, oft om
een over-gelovige gewoonte dooden,en onder de gezamel- overwinning, oft om ftcrkheyt.
de hoop van die fterVen zullen , met dc onbillijkheydt des Maer déZe dingen verhaelt Adam van Bremen volkome-\'
doots, de billijkheyt des lots fprcyden. Met zodanige belof- lijkcr : In de kerk. ( in de moedcrs-tacl
Vbfola genoemt ) de
ten verbinden zy haer, cn betalenzc met offerhanden, cn welke geheel van goudt gemaekt is, eert her volk de beel-
door dufdanige niet zoo zeer offerhanden gezuyVert, als den van drie goden : zoo dat
Thor, de machtighfte der "^urfday^
kcrk-roverycn befmet, meenen zy \'t Godts-dienftigh te zelvc, een kamer in \'t midden alleen heeft, Wbdan en Fricco
zijn,dat zy,begangers van ccn ongelukkige doot-flagh zijn- hebben hier en daer haer plaets. Welker betekeningen zo-
de, op een gevangen hooft eer pijningen, als los-gelt ver- danigh zijn,
Thor, zeggen zy, heeft macht in de lucht, de
krijgen. Hier toc kan öok gebroeht worden die fpreuk, uyt welke het donderen, blixemén, de winden, ftagh-regens,
een ftuk van een oude hiftorie by Ifidorus : Het volk der het moye weêr, en dc vruchteti beftiert. Dc tweede
Wodan,
Saxen fteunt op haer roof-fchuytcn, en nier op haer krach- dat is, fterker, voert oorlogen, en verfterkt der menfchen
ten, zy zijn cêr tot de vlucht als tot cien Ooriogh bercyt. En dapperheyt tegen dc vyanden. De derde is
Fricco, die deii
die reden van Salvianus, die toen geleeft heeft, van de Bar- menfchen vrede en weJ/uft verleent, welkers beeldt zy ook
barifchc volkeren : Het volk der Alanen is onkuyfch, doch verfieren met een groote fchamelheyt.Doch
PTodan beelden
mintrouloos : de Franfen zijn logen-achtigh, maer her- zy af al gewapent, even als de onzen de godt Mars plegen
berghzaem: de Saxen zijn in wreedtheyt ongebonden,maer af te beelden. En
Thor fchijnen zy met lupiters feepter uyt
in kuysheyt eerwaerdigh. En zy waren zoo ftantvaftigh van tc drukken. Maer deze dw^alingen heeft de
waerheydt der
gemoedt, (mach men billijk zoo noemen ) dat zy liever wil-- Chriftlijke Godts-dienft eyndlijk verdreVen.
den gedoot zijn en het leven fpillen, âls ten fpot zijn. Waer Na dat deze nu in
\'t bezit van Britannien haer voet ge- ƒ« de z.é-
van als Symmachus een zeker getal van dc zelve tot de ge- veftight hadden, zoo hebben zy \'t in zeven Rijken verdeelt, ven-heer-
mccne Schou-fpclen bercyt had s zoo hebben zy op dien en een Heptarchie oft zeven-heerfchingingeftelt, waer in ßingder
dagh, als zy op \'t Tooneel moeften uyt-gebracht worden, nochtans, die meeft vcrmoght, de Koning van \'t volk der ƒ
door haer gebroke keelcn, de hoop van gencughte te ver- Engelfen, als Beda getuyght, genoemt wierd, zoo dat het
toonen af-gebrokcn. Van
welke Symmachus zelf alzoo fchijnt, dat in die zevcn-heerfching altijdt een Monarchy fchingge-
Lih.i.
fpreekt : Een getal van Saxen heeft zich zelf gedoot. Want oft een-heerfching geweeft is. Daer na heeft Auguftinus,
Eptß. wanneer de byzondere wacht niet belet had de göd-looze dien zy gemeenlijk den Apoftcl der Engelfen noemen, Van
handen van dit wanhopige volk, de eerfte dagh van het de Groote Gregorius
hier naer toe gezonden zijnde, heb-
fchcrmfpcl zoud men gezien hebben negen-en-twintigh bende de monfteren Van de Héydenfche godtloosheydt
kcelcnzonderftropgebroken. weghgenomcn , de zelvegelukkighlijk,
met Chüiïusin poßelder
Dit volk der Saxen is ook zéér genegen geweeft tot over- haer geinöcdercn tc prenten, tot het Chriftlijk geloof be- Engelfen.
geloven, en om die oorzack, äls zy van zware zaken raedt- keert. Wacrom Gregorius Zoo groote zorge voor dc zalig- Engel-
ftoegcn,behalvcn het wikken uyt de ingewanden der offer- heyr van \'t Engelfche volk gedragen heeft, heeft Beda, uyt Z^^r^^
handen, namen zy ook inzonderheyt waer het wrinfcn der de overlevering der ouderen, met deze woorden verhaelt :
paerden, als voor-bcdiedtfels j waer Van het mooglijck is. Men zeght dat op een dagh,als door dc aenkomende koop-
Liki.t.i»
Bet paevdt ^^^ ^^
Sâxfche Hertogen eertijdts een pacrt in haer wapen lieden, Veel dingen op de markt te kóóp gebracht waren,
der Saxen gevoert hebben. Maer wacrom onze Hengiftus en Horfa en vele om te koopen quamen, Gregorius zelf ook onder
wapen. van een paerdt haer naem gevoert hebben, (want beyde na- atiderén acn-gekomen is, en onder andere eenige jongs-
men betekenen by de Saxen een paerdt ) ben ik gantfch on^ kens, te koop geftelt, gezien
heeft, zuy ver van lichaem,
bewuft, \'t zy dat \'et als een voor-teken van de oodoghfche fchoon van aengezicht, en fray van hair. De wélke als hyzc
dapperheyt is, na dat veersken van Maro : bezagh, zoo heeft hy gevraeght ( zoo men Zeght ) uyt wat
Men mpent\'t paerdt tenßrijt.\'t mik rtiet als mloghàreygt, landt zy aldaer gebracht warenenmenzeyde, datzyuyt

het

ï)e Ba;0\'

taffifche

■Saxe».

U. 8.

Epiß. at
Numm
Um},

^Ciuleff,

E

fp

ß R î f A ^^ N ï

■Cl
M

-ocr page 74-

N N 1

E N.

B K

het eylandt van Britannien waren , welkers inwooners
zoo van aenzien waren. Hy hèefc wederom gevraeght,
of de zelfde eylanders Chrilienen, dan of zy noch in dc
Heydcnfchc dwalingen gewikkelt waren ? en men zeyde
dat zy Heydenen waren. Maer hy, zeer diep verzuchtende,
zeyd wach armen! hoe droevigh is \'t, dat de fliehtet der
duyfterniflen zoo fchoon-gedane menfchen bezit, en dat
zy zoo groot ccn aengenaemheyt des gelaets vertoonende,
een hart dragen, welk leedigh is van de inwendige genade.
Wederom heeft hydan gevraeght, hoe de naem van dat
volk was ? men heeft geantwoort, dat zy Engelfen heeten.
Toen zeydhy, dat is
zeerwel. Wantzy hebben ook een
Engelfch aengezicht, cn zulke mede-erfgenamen voegen
aen de Engelen in den hemel. Wat naem ( zeght hy) heeft
het landt zelve, daer deze uyt gebracht zijn ? men ant-
wóorde, dat de zelve landts-licden genoemt waren.
Toen zeyd hy, de
Deirën zijn uyt de gramfchap getogen,
en tot Chriftus barmhertigheydt geroepen. H oe wordt de
Koning van dat landt genoemt ? men antwoorde, dathy
A
E L L E heetc. En hy, op die naem fpeelendc, zeght men
behoort in die deelen Alleluja tot lof van Godt den Schep-
per tc zingen. En gaende na de Paus van de Roomfche en
Apoftolifche ftöel, (want zelf was hy toen noch geen Paus
gemackt)heeft gebeden,dat hy eenige Dienaers des Woorts
in Britannien tot het volk der Engelfen zenden Zpude,door
welke zy tot Chriftus mochten bekeert worden, dat hy zelf
bereyt was om dit werk met Godts hulp uyt te Voeren, zóo
\'t nochtans den Apoftolifchen Paus geliefde, dat het ge-
fchiede.

Van deze bekeering fpreekt dic Groote Gregorius aldus:
Ziet hy is nu byna in aller volkeren herten gedrongen. Ziet
hy heeft de palen van \'t ooft en weft in een geloof t\'zaem-
gevoegt. Ziet de Britanfche tael,die niet anders kon als Bar-
barifch krijfchen , heeft nu alrê begonnen tot Godts lof het
Hebreeufch Halleluja tc zingen. En in de brief aen den zel-
vcn Auguftinus:Wie kan genoeghzaem vertellen,hoe groot
een blijdtfchap in aller gelovigen herten ontftaen is, om dat
het volk der Engelfen, door het werken van de genade des
Almachtigen Godts, en den arbeydt van uw broederfchap,
de duyfterniflen der dwalingen verdreven zijnde, door het
licht des heyligen Qeloofs over-goten is, en om dat het nu
met een zeer oprechte aendacht de beelden vertreedt,die \'t
te vooren met een dolle vrees onderdanigh was. Ook leeft
men in een oudt ftuk van die tijt: Auguftinus heeft op een
Kers-dagh,welke tot de algemeene eer der Engelfen geduu-
righ geviert wort,meer als tien duyzent mannen, behalven
een ontallijke menigte van vrouwen en kinderen, gedoopt.
En wat meenighte van Priefters, oft ander heyligc ordens,
zal \'er genocgh zijn, om zoo groot een volk af te waflchen ?
De rhkr De rivieren, in \'t E ngelfch Smla genoemt, derhalven gewijt
SmUm \'t\' zijnde,zoo gebiet dePaus, door de uyt-roepers en meefters,
vatrd? ^^^ ^y ^^^^ ^^^^ getroulijk zouden ingaen, en

Beda ver- den een van den anderen in de drievoude naem der Godt-
hadt dit heyt by beurten gedoopt wordcn.En alle alzo weder-geboo-
W« lanli- ren zijnde, door geen minder wondcr-werk als eertijdts IP-
Tim Aertz.- ^^ gedeelde zee,en door dc te rug-gekeerde

Tör^, lordaen over-ging na de andere kant, alzoo geftelt zijnde in
zoo diep een kolk,in zoo groot en verfchcydcn een toeloop
van kunne en ouderdom,(niemant zal \'t meenen) wiert nie-
mant gequetft. Dit was een groot wondcr-werk, maer dit
groote wierd met een grooter uytftekentheydt overtreft,
mits alle zwakheyt en onfterkte in die rivier af-gclegt wierd,
al die flap en ongezont was, quam ^er gezont cn kloek weêr
uyt. O genoeghli jk fchou-fpel van Engelen en menfchen,
als zo veel duyzenden van dat geheylighdc volk uyt de kolk
van een rivier, als uyt de fchoot van een moeder voort-qua-
men, cn uyt een poel zoo groot een geflacht voor den he-
mel tot de hooghftc burgerfchap gebooren wierd! De vro-
iijkftc Paus Gregorius met al \'t gefeifchap der heyligen hier
doóruytbarftendc, heeft niet verdragen dat men dit ver-
zweeg j maer heeft den heyligen Patriarch van Alexandrien
met een zeer blijdclijk geluk-wenfchend lof-fehrift gefchre-
ven, van zoo groot een heyr op een Kers-dagh gedoopt.

Zoo haeft als hun Chriftus naem verkondight is, zoo
hebben zich de Engelfen met zulk een y ver tot Chriftus be-
geven , dat zy een ongelooflijke naerftigheydt aen -gewent
hebben, in \'t verbreyden Van Chriftus naem,in \'t bedienen
vande plichten der Chriftlijkc Godtvruchtigheyt,in \'t bou-
wen van heyligc Godts-huyzen, en in de zelfde tc vcrrij-
ken, zoo dat geen ander landt van de Chrifte werelt meêr
rijke klooftcrs getelt heeft. Ook hebben zommige Konin-
gen haer fcepters min als het geeftlijke leven geacht. En
\'t heeft zoo veel heyligc mannen voort-gebracht, die om
haer vafte belijdenis der Chriftelijke Godts-dienft,louterc
ftantvaftighcydt in de zelfde, en oprechte Godt-vruchtig-
heydt in \'t getal der heyligen geftelt zijn, dat het geen an-
der landt onder de Chriftenen in dit deel behoeft tc wij-
ken : en gelijk Britannien by den God-loozen Porfirius ge-
noemt is geweeft, het vruchtbaer landt der dwinglanden,
alzoo mocht Engelandt met recht genoemt worden, hec
vruchtbaer eylandt dcr heyligen.

Mi

li»

i\' >

Hól-Dek\'
ncf

rf. ;
ij\' i

1 li ;

i \'
li

1
\\

i

ir ■

ti

r

hojfchop
van

niet van
Afig^ßf-
mis.

Der Engel-
fen Godts-
dfenß.

Ook hebben zy haer hart acn-gclcyt om goede konften Deleer der
in te planten , en hebben het zaet des Godlijken woordts Engelfen.
en der gelcertheydt door Duytflandt by toe-doen van Win-
frid,Willebrord cn anderen voort-gezaeyt,\'c welk de Duyt-
fche Dichter met deze vcerzen leert\':

Dit ftrekt tot eervigh lof den noorderfihe Britannen,
Dat zjy na dat de tver Idt door d^inval van de ^ Fannen
Laghover hoop verwoeH, het koftelijke zaet
Der goede konften, en der Griekfche talen haet,
De ïvegen van ^t geft er nt, de namen van de ft r alen,
Die na des zons vertrek zich toonen aen de zalen
Van \'t hemelfche verrvulft, heeft wederom geplant
In meemgh woefte wijk en uyt-geplondert lant.
De Gods-dienß kent stich zelf aen Britten-lant verhonden^
Als door haer uyt-ge^reyt, en door haer ongefchonden
Behouden voor gevaer. O! zalige Winfiid,
Wie kent uw heyl\'ge naem, wie uwe dienften niet
V Geloof, Godtvruchtigheyt, en Chrißelijke zeden ,
Cehoezemt in den Duyts, ontdoen door uw beleeden
Het overlang gewent en Goddeloos mishruyk.
Hoe veel is ook Parijs, Britanjen, aen uw ftruyk,
Aèn uw Alkwijn verplicht, dat hem alleên te danken
Heeft voorgeleertheytsplant, en aller woefte ranken
ZorghvUldige gefnoey. Maer hoven al geacht
Zijt ghy, O Britten-landt, om dat ghy voortgebracht
Hebt Beda, die wdeer de kennis en de trappen
Alleen wisi van zoo veel verfcheyde wetenfchappen.

En P. Pvamus voeght\'er by, dac Britannien twee-mael Bitanwen
meefter van Vrankrijk geweeft is, \'t zelve door de Druiden tweemad
bewijzende, en door Alkwijn, diens arbeyt de groote Karei ^«^ß^^
inzonderheydt gebruykt heeft in\'c inftellen van de hooge
fchool te Parijs.

En zy hebben niet min de wapenen, als de gelcertheydt Verhuy
en Godts-dienft in Duytflandt gebracht; cn hebben, daer
ghy u van verwonderen zult, die Saxen,
dic \'t Hertoghdom
van Saxen bewOonen,Voortgebracht, zoo wv deze woorden ^mtUnt
van Eginhart geloven.Hct volk der Saxen,zoö óns de oudt-
heydt na-gelaten heeft, is van de Engelfen, inwooners van
Britannien, uytgegaen, varende over dc Oceaen, is aen
de ftranden van Duytflandt, door zorghvuldighêydt en
noot om plaetfen te zoeken, gekomen m die plaets, die
Haduloha genoemt wordt. In die tijdt, als Diederik, der
Franken Koning, tegen Herminfrid, Hertogh der Thü-
ringers, zijn zwager oorlogende, haer landt wreedclijktc
vuur en tc Zwaerdt vernielt heeft. En als Zy nu in twee
veldt-flagen door een twijffelachtigh gevecht en een on-
zekere overwinning, met eén jammerlijke neêr-laegh van
-deharen geftreden hadden, zoo heeftDiederijk, vande
hoop van winnen beroöft,gezanten tot de Saxen gezonden,
welker Hertogh was Hadugato, en als hy de oorzaek van
haer acnkpmft gehoort had, zoo heeft hy, haer plaets om
t\'zamen te woonen belovende, haer tot zijn hulp gehuurt.
Door welke , met hem als nu voor haer vryheydt en vader-
lant kloeklijk ftrijdende, hy zijn vyanden overwonnen, en,
na dathy de inwooners verwoeft, en by na t\'eenemael ver-
flagen had, haer ländt, na zijn belofte, aen de verwinners
over-gegcven. De welke het zelve door \'t lot dcelendc,
wijl Veel van de hare door den oorlogh omgekomen waren,
en zy \'t gantfche landt, om haer weynigheydt, niet konden
bezetten, zoo hebben zy een deel van \'t zelve,voorneemlijk
\'t gene ten ooften light, aen de inwooners gelaten , ieder na
zijn lot, onder betaling van fchatting te bouwen; en de an-
dere plaetfen hebben zy zelf bezeten. Hebbende ten zuy-
den dc Franken, en het deel der Thüringers, welk de voor-
gaende vyandige ftorm niet geraekt heeft, en door de kolk

* De in-
woonen
van Fa»\'
mnia, dat
zijn Oo\'
fienrijkers
en Hunga-
ren.

van

-ocr page 75-

b r i t a

van dc rivier Uhflrotc gcfchcyden worden; ten noorden de
Noormannen,zecr wreede volkeren; ten ooften de Obotri-
ten j en ten weften de Vriezen, van de welke zy zonder op-
houden, oft door verbinding, oft door nootzaeklijke ftrijdt,
de ruymte hacrer landt-palen befchcrmden. Maer laet ons
nu wederom tot de onzen keeren.

Het Rijk der Saxen is onder die zevcn-hcerfching, lang
in een zeer bloeyende ftaet geweeft,tot dat die Rijken, door
inwendige oorlogen t\'zamcn-hortende , eyndlijk onder de
macht
der wefterfche Saxen gekomen zijn. Want Egbert,
der wcfteri\'che Saxen Koning, door overwinning veel van
deze Rijken in-genomen hebbende, als hy oock dc twee
overige door hoop ingeflokthad, op dat die Rijken , de
welke onder\'t gebiedt van een geraekt waren, ook onder
cen naem komen, en hy\'t geheiigen van zijn volk bewa-
ren zoude, heeft de zevcn-hcerfching, welke de Saxen in-
genomen hebben , mcteenuyt-gcroepc cn openbacr gebot
Emland. bevolen 6n jlelonS te noemen , dat is, het landt der Engel-
Ommnt fen. Waer van \'t by dc Latijnen i^ngUa genoemt is, de
het jaer naem gemaekt zijnde van de Engelfen , die uyt deze drie
Soo- volkeren zeer tal-rijk en kloek waren. Want die hebben
Northumberlandt, en het landt van Merk, twecwijtluttige
landen, met Ooft-Engelandt in-genomen,als der lutten af-
kornft alleenlijk Kent, met het eylandt Wicht, cn dc Saxen
ocft, zuyd, cn weft-Sex in-gehouden hebbeni voorwaer een
Icleyn gedeelte, zoo zy by die groote landen der Engelfen
vergeleken v/ordcn. Van welke zy nu al lang te vooren in \'t
Theod, gemeen Engelfen,en in haer tael
ïngUtheod.Anglcynne,En-
dat ts volk. glcynne, Engltfcmon
genoemt zijn geweeft, fchoon yder Rijk
^ in \'t zelfde zijn eyge naem gehat heeft. En dit is zdker, zo
uyt anderen, als uyt Beda,die op zijn hiftoric de Hiftori van
\'t volk der Engelfen tot oplchrift geftelt heeft. En in die
zevcn-hcerfching wierden die vorften, die over de ande-
ren heerfchten, Koningen van\'t volk der Engelfen ge-
noemt. Toen heeft dc naem van Britannien, onder dc
inwooners van dit eylandt, in \'t duyfter gelegen, cn alleen
in dc boeken , en niet in \'t gemeen gebruyk, overigh gc-
ƒ»
de hief weefti waer van dit ons vader-land van Bonifacius,Biftchop
aen Eam van Mcnts, die hier van afkomft was, over-zccfch Saxen ge-
2:acharias. noemt wordt. Nochtans hebben Koning Eadredus, om-
trent het jaer 948, de naem en tijtel
Van Koning van Groot-
Britannien, en Eadgarus, omtrent het jaer ^70, infgelijx de
naem van Monarch oft cen-heerfcher van gantfch Albion,
in zommige brieven gebruykt.

Ais \'t nu Engelandt genoemt wierdt.zo was h€t gemeene
beft der Engelfen op \'t hooghft gekomen , cn fpoeyde zich
derhalven gelijk de loop is van alle ftcrflijke dingen,tot zijn
ondergang. Want de Deenen, lange jaren onze ftranden
geduurighlijk plagende , hebben eyndlijk begonnen dit
landt zeer ellendighlijk tc vernielen.

NAMEN DER

engelse-saxen.

Ck had voor genomen hier de rye cn
navolging van de Koningen derEngel-
fche
-Saxen, zo m de Zeven-heerfchmg.
als Een-heerfching, by te voegen j maer
dewijl zy niet fchijnen tot deze plaets
tc behooren, en dc bloote op-hooping
der namen min acn-genaem geleek ^
200 zal \'t miflchien beter zijn , met weynige woorden
hier aen te hechten, \'t geen ik van dc kracht, reden, cn be-
tekening der zelve namen door veel lezen, voorneemlijk
VorÜrm in onzen lettcr-wijzen Alftic, waergenomen heb. Niet
mn de dat ik elk zal uydeggen , want dat zoud zeer moeylijk zijn,
Godgeleert- en zodanige Barbarifche namen, in welke veel krachts, een
heydt der beknopte kortheydt,cn dikwijls eenige dubbel-zinnighcydt
Ehemeters. j^onncn niet lichtlijk in een andere tael over-gebracht
worden. Maer wijl dc mecftendcel der zelve gclafcht oft
t\'zaem-gezct zijn, cn dat wel uyt weynige enkele : zoo
zal ik die enkele verklaren, op dat die t
\'zaem-gezettc bete-
kening , de welke alle gelukkigh , wenfchende, en van
een
aoedtvoor-teken waren, te meerder blijke, enwybyalle
volkeren bezien, dat dit is \'t gene Plato der namen Orthoto-
tes
genoemt heeft.

l

N N

t^el, Eal, cn Al, betekent in dc t\'zaem\'gezctte namen. Ach
gelijk naK in dc t\'zaem-gezettc woorden der Grieken, af

of\'t gehcelijk, gantfch. Hier van komt Aehvin, gantfch-
lijk een verwinnet, , gantfch doorluchtigh,
Aldred,
gantfch eerwaerdigh, Alfred, gantfch vrcedzamigh. Waer
mê eenighzins oVcr-een-kómen
Pammachius, Pancratim^
Pamphiliu^,
&c.

Aelf, welk na de vcrfcheydenheydt der uytfprakcn Aclf, Vlf.
voort-gebracht wordt
Vlf, Wolf, Huif, Hilf, Helfe, en he-
den
Helpe i betekent hulp, als Aelf win, cen overwinnende
hulpc,
Aelfivold, een helpende ftier-man, Aelfigua, een
hulp-reykftcr: waer mé over-cen-ftemmen
Böhms, Symma-
chtü, Epicurm,
&c.

Ard, betekent aert, -^hGodard, een Goddelijke acrt, Ard.
oprechte aert,
Giffard,m\\\\<Xe 2.c\\:t,BernardXmi\\zi\\\\]k
aert, &:c.

At hel. Adel, en Et hel. Edel. Zoo Ethelred, edel in raedt, Athcl, eA
Ethelard,cdz\\e 2.en,Ethelbert,zdc\\
doorluchtigh,^diel.
een edele behouder.

Bert is het zelfde , \'t geen wy heden Brüht noemen, Bert,
dat is edel , doorluchtigh : als
Ecbert , ecuwigh door-
luchtigh ,
Sigbert > een doorluchdgc winner , zo dat die
by dc Duytfen
Bertha, by\' de Grieken (na \'t getuygnis van
Luitprandus)
Eudoxia genoemt wierden. Èn dufdanigh
waren deze
Phddrus, Eptfhanius, Photius, Lampridius, Eul-
gentius, Illußrius.

Dat Bald by dc noordfche volkeren\'t zelfde is als ftout, Bäld.
leert Iornandes,cn \'t is ook noch niet veroudert,als
Baldwin,
cn in \'t tegendeel Winhald, ccil ftoüte winner, Ethelbald, een
ftóüt t^d-m\'^A,ËAdbald, gcluklijk ftout: waer mê over-een-
ftcmmcn
Thrafêas, Thrafmachus, Thrafihulus, bcc.

Ken, cn Kin, betekent bloetverwantcn, als Kinulph, der Ken, en
bloctverwanten KinhelmAtt bloetverwantcn befcher-
met.
Kinburg, der bloetverwantcn fchutting, Kinric, mach-
tigh voor de bloctverwanten.

Cuth heeft de betekening van wetenfchap en ervaren- Cuth.
heyt: als
Cuthwin, een ervare winner, Cuthred, een ervare
Raedts-heer,
Cmhbert,om zijn ervarenhcydt doorluchtigh j
waer mê over-cen-komen
Sophocles, Sophianus, Scc.

Ead in dc t\'zaem-gezettc, cn Eadtg in de enkele woor- Ead.
den, betekent geluk en zalighcydt: als een ge-

lukkige behouder,een gelukkige hulp, Eadgar, ge-
lukkigh vermogen,gelukkige winner, waer van
niet vreemt fchijnen
Aiacarius, Etipolemus, Eaußus, Fortuna-
tus, Eeelicianus,
&c.

Ered betekent het aelfde als vredc, gelijk by dc ouden de Fred,
vry-ftedcrxgcnoemt zijn geweeft
Eridßole, dat is, ftoelen der
vrede. Alzo
Erederic, machtigh en rijk in vtcda ,Winfred,
overwinnende vrede, Reinfred, oprechte vrede.

Giße is by de Engelfe-Saxen een Gijzeler genoemt ge- Gifle.
weeft, als
Eredgiße, Gijzeler der vrede, Gißebert, een door-
luchtige Gijzeler; als by de Grieken
Homerus.

Hold wordt in de oude aentekeningen even als Wold vcr^ Hold.
taclt,een ftier-man,en cen over-opperfte,ook elders liefde,
als
Holdlic, lieflijk.

Helm betekent befcherming, als Eadhelm, een gelukkige Helm.
befcherming,cen overwinnende befcherming,Sm-
helm,QQn doorluchtige belGherming; even als de Grieckfche
Amyntas, Boetius, bLC.

Hare, en Here, verfcheydclijk uyt-gefproken, hebben, cn Hare, e>t
cen hcyr-leger, en een Heer betekent, als
Harhold, een Here.
overfte des heyrs.
Hareman, een overfte in \'t heyr, Herebert^
voortreflijk in \'t heyr, Herwin, overwinner des heyrs; niet
ongelijk van die Griekfche
Stratocles, Polemarchus, Hegeß^
ßratus,U.c.

H//^wordtindeletter-konft van Alftic uyt-geleydt cen Hild.
hcldt oft heldini als
Hildebert, een doorluchtige heldt, Ma-
thild,
een heldin van cen maeght j en wordt in de felf- Wiga.
de zin gevonden.

Loed, dat is volk: als Loedgar, datis machtigh by \'t volk. Locd.

X<\'/?/betckcnt liefde, als L^ö/wm, een verkrijger van lief- Lcof.
de,
Leefßan dc lieffte j gelijk die Agapetus, Erafmus, Eraßus^
Philo-, Amandus.

Mund, vrede,waer van by onze RcGhts-gclcerden Mund- ivfu^a,
breek
een vrede-breuk betekent: alzo Eadmund, gelukkige
vrede,
Aethelmund, edele vrede, Aelmund ,g2.ntic\\i vrcedza-
migh : met welke byna gelijk in vermogen zijn Irenaus,
Hefychins, LenU, Pacatits, Sedatus.Tran^uillm,

R Rad,

N.

ii

-ocr page 76-

R I

B

Rad, R^d, Mad, Hed, cn Rad, na dc vcrfchcydcnhcyt dcr uyt-fprack,
^ Rod. betekenen raedt 5 als
Conrad , machtigh oft ervaren in
raedt,
Bthelredy een edeleRacdts-heer, Rodhert^ doox-
luchrigh in raedt,en niet ongelijk in zin zi]nEubulus, Thra-
fyhulusy

Dat Ric machtigh, djk, en kloek betekent, heeft For-
tunatus met deZe veerzen gelcert:

een Barbaer un> naem, 0 Hilperic! verkkert.
Zo is eenjlerke huiper deze naem ook ïvaert.
Alfdc^ Als Alfric gantfch ftcrk, Athelric, een fterk oft machtigh
edcl-man 5 waer meê fchijnen over-een te komen
Voljcra-
tes, CratOy Plutarchus, Opimius.

Sig was by hun in gebruyk voor overwinning, waer van
Sigbert, uyt overwinning doorluchtigh, Sigward, ccn over-
winnende behouder,
Sigardy een overwinnende aert, en
tyna in de zelfde zin, Tweedes, NicomachusyNicmder,Vi^ori
Vi^orinus, Vincentius, &c.

Start was by die ouden de uyt-gang van de overtreffende
trap, als
Athelflan, de cdclftc, Berflan, de befte, Leeffian, de
lierfte,
Wiftan, de wijsfte, Bunftan, dc hooghfte.

Wi, hcyligh, als Wimund, hcylige vrede, Wihert, vermaert
in heyligheyt,
Alwi, gantfch hcyligh: als HierdcleSyHierony-
mus, Hofius, &G.

Willi ycn F/7/heeft by de Engelfche-Saxen, gelijk
noch heden by de Duytfen,gehadt de betekening van vele:
als
WilUelmuSy een befchermer van vele, Wildred,vdcn
ontfachlijk, velen vrede j waer by in zin en bete-

1

Sig

Stafi.

m.

WOli.

E N.

kening komen Volymachm, Polycrates, Polyfilus, &c.

Wold , cn Wald heeft by hun een overfte oft ccn beftiercr W\'old-
betekent, waer van
Bertwold, een doorluchtigen beftierer,
Bthdwold, een edele beftiercr, Herwald, m intc^endtd
Wäldheer,
een overfte des hcyrs.

Maer laet ons het hier by laten blijven, dewijl dit ande-
ren , niet min als my, in zoo gering een zaek meer als te
veel zy.

Gewichtiger zal\'tmiftfchicn zijn, indien ik den nako- j^g
melingcn (zoo flechts deze bladen in \'t leven blijven) voor-
^^n Britan-
dracgh, \'t geen wy gezien hebben, te weten, gelijk Egber- nien her-
tus dit hcrwaerfte en zijn deel van Britannien Engelandt reefsn.
tc noemen, bevolen heeftj alzo heeft nu na\'t verloop van
weynigh min oft meer als 800 jaren, terwijl wy deze din-
gen over-zicn, Koning lacob, dc Een-heerfching van het
gantfche eylandt, door Godts genadigegunft, enerflijk
recht, met vreughde van alle vromen, verkregen hebben-
de , op dat dit eylandt, welk in zich zeiven ccn is, met een
omgang van de zee omringt, in zijn eene perfoon onder
een kroon, een in tael, Godts-dienft, in dc gemcenfchap
der wetten en wijzen van rechtcnitot aen-groeying van een
gedudgh geluk, en vergeting van dc oude vyandtfchap,ook
van een naem zoude zijndc nacm, tijtel, en ftijl van Ko-
ning van GrootBritannien in alles, behalven in de wijzen
van \'t recht, in \'t tweede jaer zijns Rijks door een gebodt,
door al \'t Rijk verkondight, aen-genomen.

N N

E E N E N.

D E

D

Elk dcr Deenen oorfprong geweeft zv, we-
ten de Deenen zelf niet zeker want dien
Reus Danus, dc zoon vanHumblus, en
Goropius, dieze van dc hacn af-trekt, heeft
de waerheydt zelf al lang uyt dc fchool der
oudtheyt Verftoten. Andrcas VellcjusDcen,
een zeer geleert man, verhaeltze Van de Dahen, een volk
van Scytien, cn van
Mare, \\ welk niet een pael, maer een
landt betekent j Onze Ethelwerdus heeft gelooft, dat de
naem van dc ftadt Donia gemaekt is. Ik heb altijt gemeent,
dat zy gefproten waren van de Danciones, die Ptolomeus
in Scandien geftelt heeft , en in zommige voor-beelden
Dauciones, een letterken verandert zijnde, genoemt wor-
den , cn dat zy van daer zich in de onbewoonde plaetfen
der Engclfchen, te weten in Holftein, ontladen hebben, tot
dat de zeer geleerde, en met oordeel in dc wctenfchap dcr
oudtheyt geoeffende Jonas Jacobus Venufinus, de tekenen
van de naem der Deenen door naerftige navorfching ge-
vonden had, uyt-gedrukt zijnde in de baey van
Codanus en
Cödanonia,vi2.QX. van Pomponius Mcla in deze wijk gedenkt.
Welke namen, van dc noordfche volkeren plomper voort-
gebracht zijnde, met
Cdm en cdanonum^^2L na de Latijn-
Ichevoctin
Codanus en Codanonia verandert heeft, gelijk
de nakomelingen van
Gdanus Bansk, Van Clodovms Lode-
<vic,cn \\2nKnut Canut
zachter verfmect hebben. Nochtans
is voor de tijden van Keyzer luftinianus, omtrent het jaer
570, haer naem aen dc wcrelt niet bekent geweeft. Want
toen hadden zy begonnen Vrankrijk te verwoeften, en zijn
by de Latijnfche Schicht-fehrijvers dcr Engelfche zaken
Wiccingi genoemt, om dat zy 2ee-roovcry pleegden: want
Wiccinga betekent in de Saxfche tael, na \'t getuygenis van
Alfric,een zee-roover,cn
Pagani,om dat zy noch geen Chri-
ftenen waren: maer ook de Engelfen zelve hebbenze in
haer tael
Benifian, en dikwijls Heathon-mon, als Hcydenen
genoemt. Van deze hoor Dudo van S.Quintijn, een Schrij-
ver die oudt genoegh is, uyt de Boekery van I. Stob£Eus,zeer
naerftige liefhebber der oudthcdcn van de ftadt Londen, de
welke voor my altijdt open geftaen heeft. De Deenen zijn
uyt Scanza, dat is. Scandia, als een bye-zwerm uyt een bye-
korf, en een zwaerd uyt een fchecde, met een veelvoudige
vcrfcheydenheyt, en ccn Barbarifche gewoonte voort-gc-
kornen,als zy door een dartele luft ontallijkc verhitte fpruy-
tcn geteelt hadden. De welke namaels vol-waflfen zijnde,
om \'t bezit der dingen tegen haer vaders
, groot-vaders, en
ook
dikwijls onder clkandercn wreedcHjk getwift hebben,
mits zy zoo overvloedigh wierden, dat het landt, welk zy
bewoonden, voor haer niet genoegh was. Door het lot een
menighte van jonge mannen, na de oudtfte wijs, verzamelt
hebbende, zo worden zy in de Rijken dcr buytcn-landtfche
volkeren uyt-geftoten , op dat zy met oorlogen Rijken ver-
kregen, daer zy leven mochten. Voorts in de vervulling van
haer uyt-ftodngen en heyr-legcrs offerden zy eertijdts,
cerende *
Thur haren heer, dien zy niet cenigh vee oft
beeft, maer bloedt van menfchen flachteden. Houdende
dat voor de koftelijkfte van alle brandt-ofters, om dat, door
het beftemmen van de lotende Priefter, ccnjok oflen t\'cene
reys groulijk voor de kop geflagen wierden, en ieder het
brcyn, door een byzondere flagh, gequctft-, cn by looting
uyt-gekooren zijnde, wierd op dc aerde geftroyt, cn wier-
den aen dc flinkcr-zijdcdc zenuw van\'t hert onderzocht,
te weten, de ader, met welx uyt-getapt bloedt zy, na haer
wijs, de hoofden van dc hare beftrijkende, de zeylen der
fchepen haeftlijk in de windt ftellen, cn meenende de Go-
den door zulk een bedrijf tc verzoenen, vallen fnellijk aen
de riemender fchepcn.Ecn andere wijs,oft liever bcfmettc-
lijkft over-geloof van dc Goden te verzoenen, welk de
Deenen gebruykt hebben, befchrijft dc Bifl^chop Ditma-
rus, die een weynigh ouder is als Dudo, met deze woor-
den : Maer om dat ik van de oude offerhanden der Dec-
nen en Nooren wonder gehoort heb , zoo wil ik dit niet
onaengerept voorby gaen. Daer is een plaets, in deze dee-
len, zijnde de hooft-ftadt van dit Rijk, Ledcrum genoemt,
in die wijk dc welke Selon genoemt wordt, alwaer zy na ne-
gen jaren, in de maent van lanuarius, na die djdt, als wy de
geboorte onzes Hecren vieren , alle te zamen komen, en
daer acn haer goden negen cn tncgentigh menfchen, cn zo
veel paerden, met honden en hanen voor gewijde havikken
op-ofterenj voor zeker, als ik voor-zeydt heb, meenende,
dat de zelvc hier zullen verzoent worden.

Omtrent de tijden van Egbert, in\'t 800 jaer van Chri-
ftus gcboortc,hebben zy onze zee eerft begonnen te befcha-
digcn, daer na hemel en aerdt onder een mengende, heb*
ben zy lange jaren door Engelandt gerooft, de fteden uyt-
geroeyt , de kerken verbrant, de landen verwoeft, en alles
met een Barbarifche wreedthcydt uyt-gericht, gerooft en
om-gekcert. De Koningen dcr Merciers cn der weft-En-
gelfen gedoot hebbende, hebben der zelve Koning-rijken,
met een groot deel van Northumbcrlandt,ingenomcn. En
zy hebben \'t arme volk de (c\\-i2imnge,Bangelt genoemt, op-
geleyt, om haer roovcryen te bedwingen , het welk, op dat
ghy verftaet hoe \'t geweeft zy,zo wilde ik dat ghy dit weyni-
ge , uyt onze oude wetten gefchreven, laeft: De fchatdng

van

pan mz.e
fchrijvers
tvorden zy
menighmael
fal/chlijk^
Dahi ge"
noemt.

Ba-hen*

Der Deenen
Godsdienß.
* Hiervan
is de Don-
der-dagh
mogelijk, by
ens
Thurs-
day
ge-
noemt.

l^iccingA*

DeDeen-
fche ver-
woeßing\'

Dmielt,

-ocr page 77-

B R

A

N

N

N.

van Dangelt is eerft ingeftek om de zee-rovers : want ons
vaderlandc befcliadigende, hebbenze getracht het zelve na
haer vermogen te verwoeften. En om de moedt-wil der
zeh\'e te bedwingen, zoo is ingeftelt jaerlijx het Dangelt te
betalen, tc weten twaelf penningen van yder hide des gant-
fchen vaderlandts, om dic te huuren, de welke de inval der
zee-rovers tegenftaende bejegenden. Van dit Dangelt wa-
ren ook alle kerken bevrijt en ontflagen, infgelijx alle lan-
den, die in \'t eyge bezit cn vooghdy e der kerken waren, al-
waer zy gelegen waren, tot zoodanige fchatting gantfchlijk
niet betalende, om dat men meêr op de gebeden der ker-
ken, als op de befchermingen der wapenen vertroude,

Maer als zy Alfred, der wefterfche Saxen Koning , nu
aen-grepen, zoo heeft hyze, nu met wijk, dan met tegen-
ftaen, met overwinning niet alleen van de zijne verdreven ,
maer heeftze ook, na dathy Danicus, de Vorft der Mer-
ciers, gedoot had, by na uyt het gantfche landt van Merk
gejaeght; en zijn zoon,de oude Eduward,zijns vaders over-
winningen vervolgende, heeft zich weft-Engeland, de
Deenen verdrijvende,onderworpen,gelijk zijn baftart zoon
Adelftan, door een volle loop tot overwinningen, met een
groote neêrlaegh der Deenen, Notthumberlandt overko-
men , en dc Deenen met zulk een fchrik Vervolght, dat zy,
oft uyt het Rijk geweken, oft zich overgegeven hebben^
Door dezer vorften dapperheydt is Engelandt op-gekomen
uyt de vloedt der ellenden, en, na die bloedige oor logh, vijf-
tigh jaren in ruft gewecft.Maer als Etheldred,een zeer flap-
hertigh man, heerfchte, zoo hebben de Deenen, op zijn
achtcloosheyt fteunende, op een nieuw de trompetten ge-
blazen, en het landt berovende, de Engelfen gedwongen
de vrede jaerlijx met groot geit te kopenden zy hebben haer
200 moedtwillighlijk gedragen, dat de Engelfen, tVamen-
zwecrende, op een nacht alle Deenen door gantfch Enge-
landt 5 tot een toe gedoot hebben, meenende dat zy door
t ftorten van dit bloedt, den Deenfchen brandt bluffchen

Ï@Ï2,

zouden, de welke nochtans tot een fchriklijkcr vlam ont-
ftekcn is. Want Suenus, dcr Deenen Koning, door deze
moort dcr zijnen geterght zijnde, heeft Engelandt met
ccn
tal-rijk heyr in-gcnomen, cn \'t zelve wreedelijk met een dol
gemoedt verwoeftcnde,Eihelred verjacght, cn zich \'t gant-
fche Rijk onderworpen, en aen zijn zoon Canutus
na-ge- op de pen-
laten, de welke, veel wreede en harde oorlogen, met ver-
fcheyde avontuur, met den weder-gekome Ethelrcd,
cn C^ut.
met zijn zoonEdmond ,roc-genaemt Yzere zijde, gehadt
De Deene»
hebbende, twee zoonen tot navolgers gehadt heeft, tc wc-
ten Haraldus den baftart, en den ftoutcn Canutus, de welke ^^^
geftorven, cn het jok dcr Deenen af-geworpen zijnde, zoo
pu^^hf^
is het Rijk wederom aen dc Engelfen vervallen. Want E- u^cjiu^ min
duard,om zijn heylighcyt
Confepr oft belijder by-genaemt, oft rneêr als
Ethelreds zoon uyt zijn tweede vrouw, heeft de Koninglij- J^^en
kc waerdigheydt wederom verworven. Nu begon Enge-
landt zijn aeffem tc verhalen , maer gantfchlijk, gelijk een
tc recht zeght: De zeden zijn voor voorfpoedt wegh gewe-
ken. De Priefters waren traegh, vol flacps cn onervaren,
het volk in welluft ongebonden, wierd luy door leedigheyt,
de tucht lagh af-gefturven, het gemeene beft, als ziek door
ontallijke gebreken, verdween, daer tegen groeyde de ho-
vacrdy, dic \'t verderf tot volgh-na heeft, meeft aen. En ge-
lijk Gervafius Dorobernenfts van die ti)dt fpreekt : Zoo
{poede men zich tot quaet doen,dat het een misdaet fcheen,
geen mifdact tc kennen. Welk alles het verderf voor-ge-
zongen heeft. Dc Engelfen waren toen ter tijdt, als Guil.
Malmesburienfis fchrijft, gekleet tot de halve knye, ge-
fchooren van hayr, gefchracpt van bacrdt, maer aen de bo-
venfte lip , dicht met hayren bcgroeyende, ongefchooren,
aen de armen beladen met gulde arm-ringen, op de huydt
met gefchilderde tekenen gemaek,de klerken met een woe-
fte gelcertheydt te vreden zijnde, konden naeuUjx de woor-
den der Sacramenten ftamelen, &c.

DE normannen.

Elijkm die oude tijden uyt dat oo-
fterfche deel van Duytflant. ten op-
zicht van ons , welk zich ten noor-
den ftrekt,eerftiijk de Franken,daer
na de Saxen Vrankrijk en Britan-
nien met roven belchadight heb-
ben,en eyndlijk dezeBritannien,en
die Vrankrijk ingenomen,zoo heb-
ben in volgende en later tijden eerft-
iijk de Deenen,en daer na de Normannen,in haer plaets ko-
mende , uyt die zelfde wijk het zelfde gedaen. Ais of het
voor die wijk, door Godts beftieren , alzoo befloten was,
dat zy volk, om Vrankrijk en Britannien te quellen,en in de
Zelfde nieuwe Koning-rijken tc ftellen,ontfing, en uyt haer

boezem dikwijls uyt-ftorte.

Deze zijn van dc noordfche wijk, daer zy van af geko-
men zijn , alzoo genoemt, want
Nordmannen betekent an-
ders niet, als noorderfche mannen, in welken zin zy ook
Nordleuden ^ dat is noordtfch volk, genoemt worden, (want
zy waren t\'zamen gemengt uyt de kloekfte der Norwegers,
Sweden, cn Deenen) ten tijde van degroote Karei hebben
zy door Vriefiandt, Ncderlandt, Engelandt, lerlandt, en
Vrankrijk, de zee-rovery met zulk een wreedtheydt ge-
pleeght, dat als die groote Karei haer roof-fchepen in de
Middclandfchc zee zagh, hy met uyt-geftorte tranen ge-
zucht en gezeyt heeft: Ik bedroef my, dat zy by mijn leven
aen deze ftrandt hebben durven geraken. Ik voorzie alreê
hoe groote quaden zy aen mijn nakomelingen doen zul-
len. En namaels heeft men by de gemeene gebeden oft Li-
tanicn der kerken gevoeght: Verlos ons Heer, van de ver-
woedtheyt der Normannen. En zy hebben de Franfen daer
toe gebracht, dat Karei de Kaluwc den opper-zee-roover
Hafting, Noorman, gegeven heeft het Graeffchap van
Chartres,om den man tcbevredigen,en Karei de Vette aen
Godfred Noorman, met zijn dochter ten houwlijk vergunt
heeft een deel van Ncuftria.En daer na hebben zy zich met
gewelt en wapenen neder-gezet aen de mont van de Zeyn-
ftroom, in een landt,welk te vooren Neuftria, verdurvelijk.

Nordman"
nen.

NordleU\'
den.

Hclmoldm,

Met Sa»\'
?ellenfche
voek^vande
daden van
de groote
Karek

Nefißria,

genoemt was, om dat het een deel van Weftrafien geweeft
was, want zo fpreken de fchrijvers van de middelbare eeuw,
het welk de Duytfen
Wejlenreych,dat is,het wefterfche Rijk,
genoemt hebben, en begrijpt alles wat tuflchen de Loire en
de Zeyn aen dc zee light; \'t welk namaels van hun
Norman-
nia,
als het landt der noorderfche mannen, genoemt is, als
de Eenvoudige Karelaen Rollo haren Vorft, gedoopt zijn-
de, het zelve door leen-recht te houden beveftight, en zijn
dochter ten huys-vrouw
gegeven had. Op welke, tijdt, ge-
iijk
men leeft in een oude handt-fchrift van \'t klooftcr tot
Angiers, de flechte Karei Normandyen met zijn dochter
Gifla aen Rollo gegeven heeft,die zich niet ontwaerdighde
Kareis voet te kuflen,
en als de Graven hem Vermaenden,
dathy, voor zoo groot een ontfange weldaet, des Konings
voet zoud kufleii, zoo heeft hy in de Engelfche tael geant-
woort,
TiejehyGod, \'t welk zy vertaelden, neen by Godt;
en
dc Koning met de zijnen hem befpottende, en zijn
fpraek qualijk na-fprekende, hebben hem
Bigod genoemt,
waer vande Noorminnen noch
Bigods genoemt worden. Bigod.
En hier van is \'t mooghlijk, dat de Franfen de geveynfden
en over-gelovigen noch heden
Bigod noemen.

Dezen Rollo, de welke gedoopt zijnde, dc naem van
Robert verkregen heeft, zeggen zommige, datgeveynf-
delijk, zommige, dat ernftlijk, en met een vry gemoedt
Chriften geworden is, en voegen \'er by, dat hy van Godt
in zijn droom vermaent is, \'t welk my gcoorloft zy, hoe-
wel ik aen de droomcn niet licht-gclovigh ben, by achter-
docht van ydelheydt uyt de geloofwaerdigheydt der fchrij-
vers van die tijdt tc verhalen: Zy zeggen dat hy, varende
in zijn flacp, zich zeiven met melactsheydt befmet gezien
heeftmaer dat hy, in een klare bron, aen de voet van een
hooge bergh, gewaflchen zijnde , gezont geworden is,
en voort op de top van de bergh geklommen heeft: \'t welk
als hy \'t verhaelde , zoo heeft een gevange Chriften in
dat fchip, hem\'t zelve aldus uyt-geleydt, dat de melacts-
heydt was die godlooze
Godts-dienft daer mee hy be-
fmet was, dat de bron het Heylige Badt der weder-ge-
boorte was , waer door hy , gezuyvert zijnde , op den

bergh

-ocr page 78-

bergh zoud klimmen, dat is tot zijn eer, en in de hemel ge-
raken.

Van dezen Rollo is gebooren Willem, toe-genaemt Lan-
ge Spate, van een lang zwaerdt, dat hy gedragen heeft. Na
Willem is gevolght Richardt de eerfte van dien naem, en na
hem zijn zoon, en zijns zoons zoon van de zelfde naem.
Maer de 111 Richard zonder kinderen geftorven zijnde,
zoo is zijn broeder Robert in zijn plaets gekomen,de welke
uyt een boelken dien Willem geteelt heeft, die men ge-
meenlijk den Conquefteur en Baftardtnoemt^ dewelke
beyde om haer treftijke daden, t\'huys en in den oorlogh be-
dreven,zeer doorluchtige Vorften zijn geweeft. Terwijl de-
ze Willem, nu tot zijn manlijke jaren gekomen zijnde,over
Normandyen heerfchte, zoo is de Heylige Eduward, toe-
genaemt de Confefteur, de laetfte Koning van Engelandt
uyt de Saxfche ftam,met de grootfte droef heydt der zijnen,
nä \'t hemelfche vaderlandt verhuyft , de welke, gebooren
zijnde uyt Emma, Willems nicht, de dochter van de eerfte
Richard, Hartogh van Normandyen van die naem, als hy
■balling in Normandyen was, aen Willem beloofde, dat hy
zijn navolger zijn zoud. Maer Harold,Godwins zoon,Ma-
joor van \'s Konings huys zijnde, heeft het Rijk ingenomen,
om welken te
verdrijven, zijn broeder Tofto aen d\'eene
kant, en de Normannen aen de andere kant het alles in rep
cn roeren geftelt hebben. Maer als hy zijn broeder Tofto
en Harald, Koning van Noorwegen, dien Tofto zich tot
met-gezel in den oorlogh by-gevocghthad, met een recht-
vaerdige flagh, en geen onbloedige overwinning, dicht by
Stamfordbrig, in \'t landt van York, gedoot had: Ziet zoo is
naeulijx, na \'t verFoop van negen dagen , Willem (toe-ge-
naemt de Baftardt) Hertogh van Normandyen, fteunende
op de beloften,
aen-n-eming, en bloedtverwantfchap van
den over-ledcn Eduward , met cen groot vergadert heyr, in
Engelandt onder de zuyderfche Saxen aen-gekomen. Te-
gen den welken Harold terftont zijn vaendelen gewent
heeft, fchoon zijn zoldaten vermoeyt, en zijn zaken door
de voorige oorlogh geheel vervallen waren. Niet ver van
Haftings komt men aen een, alwaer Harold, in \'t midden
van de flagh indringende, heel dappcrlijk vechtende, ver-
flagen wierd, met een groote neêr-lacgh de^Engclfen, zoo
dat men qualijk geloofwaerdighlijk het getal der verftagene
kan op nemen. De verwinner Willem reyft voort met een
vyandige troep door Wallingford naer Londen,daer hy, in-
gelaten zijnde, tot Koning gehult wordt, als dien, gelijk
hy zelf zeght, het Koning-rijk door Godts voorzienigheyt
beftemt, cn door de weldaet van de gunft des Heeren , en
zijns blocdt-vrients des Konings Eduardt verleent was, en
na eenige tuflchen-geftelde regelen voeght hy\'erby, dat
de goederticrenfte Koning Eduardt hem in \'t Rijk van En-
gelandt tot aen-genomen crfgenaem geftelt heeft. Hoe-
wel , zoo men dc hiftoric van S. Stcphanus Cadomenfis gcr
iooven wil, hy deze woorden in zijn uyterfte gefproken
heeft: De Koninglijke Kroon , die niemandt mijner voor-
gangeren gevoert heeft, heb ik verkregen, welke my alleen
de Godlijkc genade, en geen erf-recht vergunt heeft. En
weynigh daer na :
Ik ftel niemandt tot crfgenaem van hét
Engelfche Koning-rijk, maer den eeuwigen Schepper,
wiens ik ben, cn in wiens handen alle dingen zijn, be-
veel ik het. Want zoo groot cen eer heb ik door geen erf-
recht bezcetcn , maer met Cen grouwlijke flagh ^ en groo-
te ftorting van menfchlijk bloedt, den mcyneedigen Ko-
ning Harold af-genomen, en zijn begunftigers gedoodt
oft verdreven hebbende, onder mijn heerfchappy ge-
bracht.

Maer waerom overloop ik déze grootfte Verandering
van \'t Britanfchc Rijk zoo kortlijk?zie daer, zoo \'t u niet ver-
driet te leezen, \'t geen ik min zorghvuldighlijk, en moogh-
hjk min bedachtcHjk, nochtans na dc gcloofwacrdighcyt
der hiftoric toen gefchreven heb , als ik noch een onvoor-
zichtigh jongeling, en noch onbequaem tot zulk een laft
zijnde,onze zaken dacht in de Latijnfche tael te verklaren.

ALs Eduardt dc ConfeflTeur nu zonder kinderen ge-
ftorven was,zoo waren de Grooten en\'t gemeene volk
door twijffel bekommert om een nieuwe"Koning in te
ftellen. Eadgarus, die genoemt was iEtheling, na-necf
van Edmund Yzcre zijde,van zijns zoons wegen,was alleen
overigh uyt de manlijke ftam der Saxfche Koningen , dien

Noorman\'

nen,

io6ó.

De brief
van Willem
de Cvnque-
fleur.

De hißorie
van \'t bloo-
per vm S.
Stephanus
Cadomus
in Nsr-
mandyen.

De Nofff-
mmfche
overwin-
mng.

mmmm\\

N N ï - E N,

\'tRijk door erf-recht tóequam. Maer midts hy te jong
fcheen, om de zaken van \'t gemeene beft uyt te voeren , cn
zijn verftant cn acrt met uytheemfchc zeden vermengt
had, als die in Pannonien gebooren was van Agatha, de
dochter van Keyzer Henrijk de III, die ook door dc gc-
legenheydt der landen te ver af was, aCn den jongeling met
raedt en daedt te helpen, zoo was hy den Engelfen nict zeer
acn-genaem , de welke nictgewooncr Vv\'arcn, als dat hun
een Koning gelijk als uyt haer lichaem gekooren wierd :
dies hebben zy mecft alle gezien op Harold Godwins zoon,
de welke bloeyde in dc wetenfchappcn en heerlijkheden
van oorlogh cn vrede. W^ant hoewel hy maer edel was door
een wapen , en zijn vader door verraedt en roven zich een
eeuwige fchandt-vlck op-gehaelt had; zoo is hy nochtans
door zijn goedertiere gefpraekfaemheydt, beleeftheydt,
mildadigheydt,en krijghs-dapperheydt in de grootfte gunft
van \'t volk geraekt. Want daer was niemant, waer in meer-
der ftoutheydt was om eenigh gevaer aen tc gaen, oft meer-
der raedt om die gevaren ten evnde te brengen .En zijndap-
)erheydt en geluk heeft in de Walfche oorlogh, de welke
ly onlangs te vooren geluklijk uyt-gevoert had , zoo uyt-
gemunt, dat hy t\'eenemael voorzien , met alle konften en
wetenfchappen van een veldt-heer, en tot het Engelfche
Rijk te hcr-ftellen gebooren fcheen. Men verhoopte ook
dat de Deenen, die dit landt alleen tc fchrik waren , hem
gunftiger zouden zijn, om dat hy van Gyta, des Deenfchen
Konings Suenoos zufter, gebooren was. En zoo hem eeni-
ge andere uyt- oft inwendige macht over quam, zoo fcheen
hy gcnocghzaem voor-zien tc zijn, door de goedtwillighcyt
der burgers, en door dc macghfchap en bloedtverwant-
fchap van den Adel. Hy heeft de zufter van Morkarcn
Edwin gebroeders, die dc allcrmachtighfte waren, tot een
huys-vrouw gehadt, cn dc Wilde Edrik, cen zeer moedigh
man van grooten aenzien, was door een zeer naeuwc bandt
van vriendtfchap aen hem verbonden. Ook quam \'tzeer
wel en bequacmlijk, dat de Deenfche Sueno op die tijdt,
met de Sweedfche oorlogh verwart was, cn dat V/illem de
Noorman, met der Franfen Koning Philips, qualijk ftond;
want aen dien Willem had Eduardde Confefleur, alshy
als balling in Normandyen was,met voorbedachte woorden
het Rijk van Engelandt, zoo hy zonder kinderen fturf,
belooft, en tot voldoening van die belofte had zich Harold
als borgh, door de dienft van \'t Sacrament, verbonden , (als
hy in Normandyen gevangen gehouden wierd) ook met by-
voeging van deze voorwaerde, dat hy de dochter van den
Noorman ten houlijk
Zoud nemen. Waer door acn velen
geraedzaemft fchccn, dat men het Rijk acn den Noor-
man zoud op-dragencenfdcels op dat Éy met haer belofec
te quijten, dén oorlogh , die zy voöt-zagen dat hun over
\'t hooft hing, en\'t verderf, welk altijd de ftraf van meyn-
eedt is, af-weerden, anderdeels op dat met Normandyen
aén Engelandt te voegen , het Rijk onder zoo groot een
Vorft beveftight, en \'t gemeene beft zeer veel vermeerdert
wierd. Vóórts is Harold alle overlcgginge van allen tegen
gevallen, de welke achtende dat zy nict mocht vertoeven ,
heeft op die zelfde dagh, als Eduard begraven was, buyten
veler verwachting, het Rijk aen-genomen, cn de Kroon,
zonder eenige Ceremoniën van inhulding , alleen met toe-
ftemming en geluk-wcnfching der tegenwoordige, zich
zeiven op-gezet. Door welke daet hy dc geeftlijkhevdty
als een fchender der Godts-dienft, meer als te veel geterght
heeft. Doch hy, wel bewerende hoe moeylijk het voor
cen nieu Vorft zy,hct Rijk zonder achting van Godtvrucht
cn deught te befchermen, heeft, om haer toorn ter neder
te leggen, en zijn Scepter te beveftigen, alles gedacn om
de kerklijke zaken tc bevorderen, cn dc klooftcrs te verfic-
ren. Hy hceft Fadgarus ^theling, Graef van Oxford, cn
de andere edelen met alle beleeftheyt bejegent, cn het volk
van cen groot deel der fchattingen verhcht : een grooten
hoop gelts aen de armen bcftcet,en eyndlijk door gefpraek-
zacmheyt, gocdertierenheyt in\'t verhooren , en billijkheyt
in \'t vonnifl\'en zich cen zonderlinge liefde tc gelijk met
aenzien verkregen. Zoo haeft als Willem de Noorman dit
door gewiflTe bootfchappen verftaen had; zoo heeft hy zich
zeer droevigh gelaten om dc doot van Eduwart, daer hy on-
dertuflchen in zijn hart moeylijk was,dat hem Engelant,hct
welk hy door hoop alrê op-geftokt had,uyt de neus geftoten
was. Dies hceft hy,door raedt van dc zijnen,terftont gezan-
ten

1

-ocr page 79-

N N I E N.

B R I T A

ten tot Harold gezonden, de welke hem zouden vermanen
van de beloften en zijn borghfchap, en te gelijk het Rijk
weder eyfchen. Hy, de zaek overwogen hebbende, ant-
woorde, dat, zoo veel Eduwardts beloften aenging, men \'t
Engelfche Rijk door beloften niet kon overdragen, en dat
hy ook aen zijn beloften niet gehouden was , wijl hem
\'t
Rijk door verkiezing, en niet door erving , toegedragen
was. Wat zijn borghfchap belangde, dat zy van een gevange
man door gewelt, lift, en vrees van een eeuwige gevangenis
tot fchade van \'t Engelfche gemeene beft, en tot achterdeel
der Staten
uyt-geperft, en derhalven krachteloos was,zo dat
hy de
zelve, zoo gemoeten had, niet kon, en zoo hy gekoft
had, niet wilde vol-doen, wijl Zy buyten weten van den Ko-
ning , en roeftemmen van
*t volk gefchiet was. En dat men
zeer onbillijk fcheen te eyftchen , dat hy voor een Noor-
man , een Vorft van een vreemde ftam, uyt het Rijk zoud
wijken , dat hy met zoo groot een over-een-ftemming van
al de Staten ontfangen had.Deze antwoord heeft de Noor-
man niet zeer wel genomen, en geacht, dat Harold fchuyl-
hoeken voor zijn meyneedt zocht: waeromhy terftont an-
deren,om de zelfde oorzaek,heen gezonden heeft,diehem
zouden indachtigh maken aen wat een verbont van eedt-
zweering hy gehouden was j en dat de meyneedigen niet als
haer verderf van Godt, en fchande by de menfchen te Ver-
wachten hadden. Maer wijl Willems dochter, aen Harold
in
\'t verbinden getrout, de welk als een beveftiging van die
borghfchap, air e geftorven was, zoo zijn zy met minder be-
lecftheyt ontmoet,
en hebben geen andere antwoort mec^
gebracht, als tc vooren. Alles begon zich alrê tot een open-
bare oodogh te laten aenzien. Harold ruft een vloot toc,
neemt zoldaten acn, ftclt langs de ftranden , op bcquame
plaetfen, bezctdngcn, en bercyt alles wat noodigh fcheen,
om \'t gewelt der Normannen tegen te ftaen. Het eerfte on-
weer der oorlogh is nochtans gcfproten buyten aller mce-
ning van Tofto, Harolds eyge broeder. Deze, een hoogh-
moedigh en wreedt man zijndc, heeft een tijt lang met aen-
zien geheerfcht over de Nordanhumbren j maer als hy met
wreedtheyt tegen zijn minder, met hooghmocdt tegen den
Vorft,en methaet tegen zijn broeders woede,zoois hy, van
Eduard de Confefteur verbannen zijndc, in Vrankrijk ge-
weken, en begon nu door aenftoken van Boudewijn, Graef
van Vlaenderen, cn door\'t aenraden van Willem de Noor-
man, gelijk waerfchijnlijk fchijnt (want Tofto en Willem
hadden twee dochters van Boudewijn van Vlaendcren ten
houlijk) zijn broeder, die hy tc vooren doodlijk haette,met
openbare oorlogh aen tc randen. Hy voer van Vlaenderen
met een vloot van tfeftigh roof-fchepen, beroofde het ey-
landt Wicht, befchadighdc dc zee-ftrant van Kentmaer
door de aenkomft van de Koninglijke vloot verfchrikt zijn-
de, heeft hy, zeyl-gemaekt hebbende, zich in verder deelen
van Engelandt begeven, en is in
\'t landt van Linkoln al
roovende tc lande geraekt, alwaer hy van Edwijn en Mor-
kar in een flagh ontfangen, en verdreven zijnde, zich na
Schotlandt begeven heeft, om van daer den oorlogh te ver-
nicuwen.Door deze tweevoudige verwachting van oorlogh,
hier uyt Schotlandt, en daer uyt Normandyen, waren aller
gemoederen in twijffel, des te meêr, om dat op Paefch een

Een ßaert\' ftaert-fter, weynigh min oft meêr als zeven dagen lang ge-

ß^r, fchenen heeft, dc welke der menfchen beanxte gemoede-
ren ( als in beroerde tijden gefchiet) tot ongelukkige voor-
beramingen gewent heeft. Doch Harold befchoudc met
wakkere oogen alle deelen des Rijx, cn verzorghdc dc zuy-
der-ftrandt met bezettingen. Van Schotlandt cn Tofto bc-

* Malcol- vreefdc hy zich \'t minft,om dat * Mil-Columbus,der Schot-
ten Koning, met inwendige quälen bekommert was. On-
dertuflchen denkt Willem in zijn hart geduurigh om En-
gelandt , overweeght de zaek dikwijls met zijn hooft-lie-
den, de welke hy wakker, en vol van begcerige hoop be-
vint: maer niets fcheen bekommerlijker als dc wijs om geit
tot zoo groot een oorlogh te verkrijgen. Want als hy in de
gemeene vergadering der Staten van Notmandyen van on-
derftandt van geldt voor-ftelde. Zoo heeft men geanrwoort,
dat dc fchattcn in dc voorige oorlogh tegen dc Franfen
zoo
befnoeyt waren, dat zoo \'er een nieuwe oorlogh op
ftond,zy naeulijx het hare zouden konnen befchermen; dat
men eer behoorde\'t zijne tc befchermen, als het vreemde
in te nemen j dat die oorlogh, fchoon zy
rechtvaerdigh,
nochtans min nootzaeklijk, en inzonderheydtVolgeVaers

fchccn.En zy konden door gcnigc reden tot geit te bcfchaf-
fen gebracht worden, hoewel Willem * Fitz-Osbert, een *
Osbcrts
man ten hooghftcn acn-genaem by den Hertogh en by het w».
volk, \'t zelve met alle gewelt acndrecf, cn om dc andere te
bewegen, veerdgh fchcpcn op zijn koftcn tot dezen oor-
logh beloofde. Dc Hertogh gaet, \'t gene hy in de
gemeene
vergadering niet verkrijgen kon, op een andere wijs aen;
hy ontbied elk van dc rijkften in \'t byzonder by hcm,fpreckt
haer vriendlijk acn, cn begeert van haer dat zy een wcy-
nigskcn tot dezen oorlogh geven j zy , als of men nu den
Vorft om ftrijdt moeft helpen , beloven mildelijk, cn de be-
loften terftont op dc rekening geftelt zijndc, zoo heeft men
met der haeft, buyten aller ineening, een grooten hoop
gcldts verzamelt. Dit volbracht zijnde, zoo eyfchthyvan
zijn nabuurige Vorften hulp cn byftant, tc weten van de
Graven van Anjou , Poiftou, Lombardyen, cn Bononien,
aen dc welke hy erf-gronden in Engelandt belooft. Ook
gaet hy tot Philips, Koning van Vrankrijk, cn belooft aen
den zeiven, zoo hy hem flechts hulp, dat hy aen hem voor
Engelandt, als een ontfange gift, den eedt van getrou-
wighcydt doen zoude. Maer wijl \'t geenzins tot dienft der
Franfen fcheen, dat dc nabuurige Noorman, die alrê wey-
nigh na den Frans-man luyftcrde.mct de toe-komft van En-
gelandt zoud verrijkt worden, (want het vermogen der na-
buuren is den Vorften altijdt verdacht)zoo was \'t \'er zoo ver
af, dat hy hem hulp bewees, dat hy hem ook af-fchrikte van
Engelant in te vallen. Maer hy kon geenzins van zijn voor-
nemen af-gebracht worden , maer was nu te wakkerder cn
tc mocdiger,gefterkt zijnde met het aenzien van de Room-
fche Paus Alexander, ( want die heeft toen eerft begonnen
macht over de Vorften te gebruyken) dewelke, zijn zaek
voor goedt kennende, hem een gewijde vaen, tot een voor-
teken der overwinning, en des Rijx, gezonden had, en in
cien ban gedaen, al die zich tegen hem opftelden. Hy heeft
dan zoo groot een hoop vergadert als hy kon, en een tal-
rijke vloot, by\'t ftcdcken van S.Valerie, (\'twelklcght
aen de mont van de rivier dc Soom) by-ccn-gebracht, al-
waer hy wat langer vertoevende, de goede windt verwachtcj
om welken te verkrijgen, hy S. Valerie, befchermer van die
plaets , met belöftcn vermocyde, cn met gefchenken over-
ladc. Harold, die met dc zijnen zijn aen-komft nu lang te
vergeeffch verwacht had, heeft befloten zijn heyr te fchcy-
den, zijn vloot op te leggen, en de ftrandt tc verlaten, cenf*
deels gedwongen door gebrek van koorn, anderdeels, om
dat hem dc Graef van Vlaenderen gefchreven had,dat Wil-
lem van dit jaer niets beginnen zoud: dien hy hchtlijck ge-
loöfde,mits hy meende, dat de vaert door de tijdt des jaers
gefloten was, om dat dc even-nacht (dat is, de
tijdt als dach
en nacht even lang zijn )
voorhanden was. Terwijl hy die
overdacht, zoo wierdr hy, door noodtzaeklijkheyt van een
nieuwe oorlogh, op \'t onverzienft gedwongen zijn heyr te
weder-roepen. Want Harold by-genaemtde Harde, cn
Harfages, Koning van Noorwegen, ( de welke in de noor-
derdeelen van Britannien gezec-rooft, cn dc eylanden Or-
eades alrê t\'ondergebracht had) van Tofto tot de hoop
van \'t Engelfche Rijk geroepen zijnde, is met omtrent vijf-
hondert roof-fchepen in de Tine gekomen, alwaer Tofto
hem zijn vloot ook by-gevoeght heeft. Als deze het landt
een tijdt lang berooft hadden * zoo hebben zy, haer an-
kers lichtende, langs de ftrandt van York varende, en op
den Humber gevoert zijnde, met alle uyt-zinnigheyt van
den oorlogh over al begonnen te woeden, om welke tc be-
dwingen de Graven Edwin en Mocarus een met der haeft
verzamelde hoop krijghs-volx uytvocren, doch die heb-
ben den aenval der Noorwegiers niet gedragen, maer, op
de vlucht gedreven zijnde,hebben zich vele met de Graven
geberght, cn vele, in de rivier Oufa zich begevende , zijn
verdronken. Voorts bereyden zich dc Noorwegiers de
ftadt York tc belegeren, welke haer terftont, gijzelcrs ten
weêr-zijden geftelt zijnde , over-gclcvert is. Na weynige
dagen Harold,zijn troepen van alle kanten by-een-gebracht
hebbende, trekt na York, en van daer tegen de Noorwe-
gers, dewelke haer leger geflagen hebbende, op een zeer
vrye plaets ftil lagen j want van achteren hadden zy den
Oceaen, ter linker^hant de Humber-vloet, waer in haer
vloot lagh, enter rechtcr-hanten van vooren, waren zy ee-
nigzins met de rivier Derventio befchcrmt. Nochtans is
Harold moedighlijk op de zelvc aen-gevallen, eerft heeft

mus.

men

-ocr page 80-

■ fi -Frr ■

66 BRITANNIEN.

r men aen de *.bmgh, vvaer door de rivier Dervcntio c\'zaem- zoud ontrekken;daer-en-boven,dat men met geenige troc-
deS^eh geVoeght wordt, dapperlijk gevochten, op welke brug men pen tegen zijn gewifle kon gefterkt worden ; dat Godt hem
Torl^. zeght, dat een Noorweger het p\'ntfche heyr der Engelfen over zijn gcbroke trou-belofte zoude ftraffen ; enciatdcn
een tijdt lang tegengeftaen heeft, tot dat hy , met een pijl Noormannen niets meêr vervaert maken zoud, als dat hy
doorfchoten , neder viel : daer na ftrced men een tijdt lang een nieu leger acnnam, waer door zy op \'t nieus zouden bc-
met gelijke dapperheyt en avontuur in de legerplaetfen zei- ftreden worden. Hier toe beloofde hy voor zich, dat zoo hy
ve. Nochtans zijn de Noorwegers eyndlijk verdeelt, en m hem het avontuur van die ftrijdt beval,hy nocht in dc plicht
\'t midden is Harold , de Koning van Noorwegen zelf, en van een goeden broeder, nocht van een goedt vcldthccrgc-
Tofto met het meefte deel des heyrs gedoot. Den overwin- brekkigh zoud zijn , als die op de gewifte van een goedt ge-
net Harold is een zeer groote buyt toegevallcn.en verkreeg moedt fteunende,oft de vyanden lichtlijker verflaen,oft zijn
een groote hoop gouts en zilvers, en die machtige vloot,be- leven voor \'t vaderlandt geluklijk uyt-ftorten zoude. Deze
halven twintigh fcheepkens, die hy aen Paulus, Graef der dingen heeft de Koning met geen goede ooren acn-gc-
Orkaden, en aen Olau, des dooden Harolds zoon, vergun- hoort, als welke met zijn fchande gevoeght fcheenen -, want
de, om de gequetften wegh tc voeren,na dat zy cerft gezwo- gelijk hy de uytkomften van den oorlogh met een effen
ren hadden, noyt iet tegen Engelandt, voort aen, aen te gemoedt, zoo kon hy de fmact van vrees-achtigheyt geen-
rechten. DcZe zege heeft Harolds moedt vergroot,dic zich zins verdragen. Hy heeft derhalven op der Normannen lof
nuachtc den
Noorwegers tot fchrik te zullen zijn, wijlhy gefmaclt, en geacht, dat het oft zijn waerdigheyt, oft zijn
van de zijnen begon gehaet te worden , om dat hy den buyt voorige dapperheydt te na ging, zoo hy nu, daer hy gelijk
acn de zoldaten niet uytdeelde. Nochtans
was hy heel be- a!s tot het laetfte gevaer gekomen was, even als vertfaeght
zigh in
\'t fchikken van \'t gemeene beft, het welk in deze zijn voet te rugh trok, cn zich zelf een eeuwige fchand-vlck
wijk ellendighlijk verfcheurt lagh. Ondertuflchen heeft opwreef Zoo maekt Godt die, welke hy voor-genomen
Willem de Noorman , bequaem weder verkregen hebben- heeft te verdelgen, eerft racd- en rede-loos. Terwijl dit ge-
de , in \'t eynd van September zijn fchepen geloft, en is met fchach, zond Willem, om met een Godtvruchtige gene-
een zachte koelte
voort-varende, met al zijn fchCpcn te Pc- genheydt voor \'t Chriftlijk gemeen te zorgen , en zich van
venfey in Zutfex aen-gekomen, en dc bloote ftrant ingeno- \'t Chriftlijk bloedt te onthouden, een monnik tot midde-
mcn hebbende, heeft, om den zijnen de hoop van vluchten laer, de welke aen Harold deze voorwaerde voorftelde, dat
te benemen, de fchepen in brandt gcfteken,en na dathy al- hy oft geheeli|k uyt het Rijk wijken zoude,oft weten, dathy
daer een fterkte gemaekt had, om dén zijnen tot een ver- voortaen onder den Noorman met leen-recht heerfchte,
trek te dienen,zoo is hy naer Haftings getrokken,alwaér hy oft dat hy in een byzondere kamp met Willem zoude vech-
noch een andere vefting
op-geworpen, en met volk bezet ten , oft dat hy zich ten minften ftellen zoud, van wegen
heeft. En nu verfprcyde hy de oorzaken van den oorlogh,
 \'t Engelfche Rijk, voor den riecht-ftoel van den Roomfchen
naemlijk, dat hy quam om de doot van zijn bloedtvcrwant Paus, Doch hy, als zijns zelfs onmachtigh zijnde, heeft
Alfred te wrceken, den welken Godwijn, Harolds vader, te geenige Voorwaerde acn-genomen , en de gantfche bètwi-
gelijk met zeer veel Noormannen gedoot had ; om die on- fting van de zaek voor de Godlijke vierfchaer beroepen, en
gerechtigheden van Harold te vervolgen, die cenfdeels
Ro- geantwoort, dat hy hem des anderen daeghs, zijnde de xi v
bert, Aertz-biftchop van Cantelburgh, in ballingfchap ge- van Oâtober, gelegentheydt zoud geven om te vechten,
zonden, anderdeels het Rijk van Engelandt, aen
hem op- midts door een licht-geloovige dwalmg zich wijs gemaekt
gedragen, met vertreding van de verbintenis zijn eedts in- had, dat hem die dagh gclukkigh zoude zijn, als zijnde zijn
genomen had 3 doch heeft den zijnen by openbare plakka- geboorts-dagh. De volgende nacht hebben de Engelfen
ten verboden, dat zy de Engelfchen niét vyandighlijk zou- met ongebonde welluft, üempen, en roepen, en de Noor-
den berooven. Deze dingen zijn Harold zeer haeftlijk door mannen met aendachtige gebeden voor de behoudenis des
\'t gerucht ter ooren
gekomen,de welke achtc met alle raedt heyrs, en de overwinning door-gebracht. Met herbegin
voor te komen,dat hy met de eerfte gelegenheydt den Nor- van den dach maekte men ten weêrzijden de ftagh-oude ,
man ontfangen mocht, over al zent hy boden, de zijne bid- Harold ftelde in de voor-tocht de Keuters ( den welken van
dende, dat zy hem getrou blijven zouden, alle zijn troepen oudts de Voor-fpits van
\'t heyr toekomt ) met helbaerden,
trekt hy van alle kanten byeen, cn fpoet zich met groote de tweede troep heeft hy zelf met zijn broeder, beftaende
daghreyzen naer Londen, alwaer een gezant vanWillem by uyt midlandtfche Engelfen cn Londenaers,gevoert.De eer-
hem komt, de welke, als hy met vele woorden het Rijk we- fte flagh-orde der Noormannen voerde Rogier van Mont-
dereyfchte,
zoo fcheelden\'t weynigh , of Harold had in gomery , en Willem Fitz-osberne, de zelve beftond uyt
grammen moede den gezandt eenigh geweldt aen-gedaen. Anjoufche, Perticenfifche, Ccnomanfchc , en Bietoenfche
Want het was zwaer den overwinner hooghmoedt, en goe- ruyters, de welke meeft voor Eergent de Bretoen oorlogh-
de hope te ontrekken. Voorts zond hy de zijne tot Willem, den^ Het middelfte, het welke uyt Poitouers en Duvtfen
die hem ongewoonlijk zouden dreygen, zoo hy niet met beftond, heerfchten Galfrid Martell, en de Duytfche zol-
den eerften zich weder na Normandyen begaf Deze heeft dact. De laetfte troep bcfloot de hooft-man zelve, met de
Willem hchtlijk met antwoort, en poote beleeftheyt we- gantfche macht der Noormannen, en de bloem van zijn
derom gezonden. Ondertuflchen hield Harold te Londen Adel. En dé troepen der fchutters waren over al ingc-
monftering, cn bevond zijn zaken, door de voorgaende mengt. De Noormannen een * wel-gefchikt geroep op-
* Het ge-
oorlogh tegen dc Nooren,zeer verzwakt,nochtans heeft hy geheven hebbende, floegen dc trompetten, voerden haer
een groot heyr vergadert uyt dc Edelen en andere, die de volk aen, cn fchooten ten eerften haer pijlen uyt als een
liefde des vaderlandts > om \'t gemeene gevaer te verdrijven , hagel-buy, welke wijs van vechten den Engelfen, \'gelijk zy
beroepen had. Hy leyde alreê zijn heyr, zonder dat zijn hun nieu, ook verfchriklijk was ,• want zy vielen zoo dicht,
moeder vertoefde, in Zutfex , en heeft zich naeulijx zeven dat zy in\'t midden van hare troepen den vyandt fchec-
duyzent fchreden van de leger-plaets des Noormans, met nen tc hebben. Daer na zijn zy met een fncllen aenval
cenonbefchtoomdemoedt, terncder-gcflagcnopeen vlak den eerften hoop der Engelfen op-gedrongen j en deze,
velt. Waer heen de Noorman zijn heyr terftont insgelijx welke met een vaft gemoedt bcflotejfrliaddcn, de plaets,
gevoert heeft. Eerft heeft men van weêr-zijden heymlijk die zy ingenomen hadden,liever met hare lichamen te dek-
verfpieders uytgezonden, en die van de Engelfen waren, ken, als tc wijken, hebben, alle haer beft doende, den vyant
hebben alles,
\'t zy door onkunde der waerheyt,\'t zy door luft kloeklijk met groote neêr-laegh af-geweert : doch zy vie-
tot liegen,der Noormannen menighte,toerufting en tucht, len op een nieus aen, en wierd de flagh-orden ter weêr-zij-
boven geloof aen-gcbracht: zoo dat Gytus Harolds jonger den met een groor gedruyfch ingedrongen. Nu had men
broeder, door oorloghs-daden zeer vermaert, achtende,dat al een tijdt lang voet by voet, als of man tegen man geko-
men om een Koning-rijk, niet in een flrijdt behoorde tc men was, gevochten : en de Engelfen dicht gefloten zijnde,
vechten, den Koning vermaent,dat de uytkomften van den als t\'zamen-hangcnde, ftonden den aenval uyt; zoo dat^zy,
oorlogh twijffelachtigh zijn, dat de overwinningen dikwij- alreê vele wonden gekregen hebbende, geweken zouden
1er by avontuur, als door dapperheydt verkregen wierden, hebben, had Willem , niet meêr de plicht van een hooft-
en dat een rijpe verweering,het grootfte deel van de krijghs- man, als van een zoldaet bedienende, \'t zelve door zijn
cere was : en heeft hem geraden, dat zoo hy Willem flechts aenzienlijkheydt niet belet. Dies hing de ftrijdt tuffchcn
zijn trou van\'t Rijk gegeven had, dat hy \'t hem heymlijk beyden , cn de Noormanfche ruyters wierden met der

.haeft

-ocr page 81-

B R I "T A

haeft aen-gevoert, en de Engelfen van boven door gewelt
van pijlen als over-ftulpt, nochtans wierd de troep niet ge^
fcheurt. Want Harold, voerende het ampt van een onver-
faeght veldt-heer, quam den zijnen over al te hulp; Willem
deed aen de andere zijd nict min, de welke alshy, cen oft
twee paerden onder hem verlooren hebbende, door ware
dapperhcyt nict winnen kon, zich tot lift gekeert heeft, den
zijnen bevelende den af-tocht tc blazen, cn , doch haer or-
dre houdende, te wijken. Dc Engelfen, meenende dat zy
haer op de vlucht begaven, en dat hun dc overwinning ten
beften was, ontfluyten haer ftagh-ordre, cn dringen den
vyandt zonder ft;hik in, als of zy de Zege nu zeker cn gewis
hadden; daer zy, haer troepen wederom op \'t onvoorzienft
omkcerende, haer vanen in \'t geheel cn onverzeert acnvoc-
ren,en de verftroyde Engelfen aenvallende en omringende,
met groote hoopen verftoegen , zeer vele doodende terwijl
zy in beraedt ftonden om te vluchten, oft om tc ftrijden, en
vele een verheve plaets innemende, en aldaer t\'zamcn-rot-
tende, hebben elkander door onderlinge vermaning acn-
gemocdight, cn met fchijnbare moedt lang tcgcngeftaen,
als of zy een plaets vooreen loflijkc doodt verkooren had-
den ; tot dat Harold met een pijl door zijn hooft gefcho-
ten zijnde; te gelijk met zijn broeder Gythus en Leofwin
ter neder gevallen is. Toen zijn Edwin cnMorkarus, met
weynige , die \'t ontquamen, voor Godt geweken, voor de
tijdt geweken, als men op dien dagh van 7 uren tot den
avondt-ftont geduurlijk gevochten had. In deze ftrijdt zijn
van dc Noormannen omtrent
6000 , doch van de Engel-
fen wel meer gebleven. De overwinner Willem heeft vol
blijtfchap,door cCn beftemde bid-dagh, Godt al dc eere ge-
geven , cn zijn tent in \'t midden onder dc verilagenc geftelt
hebbende , den nacht overgebracht, \'s Anderen daeghs
als hy dc zijnen begraven, en acn de Engelfen \'t zelfde toe-
gelaten had, zo is hy zelf na Haftings gekeert, om aldaer
te beraedt-flagen van wegen\'t vervolgen der overwinning,
en om zijn vermocyde zoldaten zoo lang tc vermaken.
Doch zo haeft het gerucht van deze neêr-lacgh, door ver-
baefde boden,te Londen, en in andere fteden van Engeland
gebracht was, zoo wierdt het gantfche landt verflagen , en
als ter neder gevelt. Des Konings moeder Githa, heeft
zich zo wijflijk tot fchreyen overgegeven, dat zy zich gecn-
ftns trooften liet, en heeft met ootmoedigh bidden dc lijken
haerer zonen van den overwinner verkregen, en in \'t kloo-
fter van Walthaim begraven. Edwin zond de Koninglijke
zufter Algith verder m \'t Rijk, de Grooten van\'t landt ver-
macnden nochtans het volk, dat zy den moedt nict zouden
verloren geven, en beraedtfloegen van \'t gemeene beft. Dc
Aertz-biftchop van York, de burgers van Londen , ende
JBctefcarks. krijghs-luyden tc water (die men Bo-ccfcaplej- noemde)
achteden, dat men Eadgar tot Koning kiezen, en den oor-
logh tegen Willem vernieuwen zoudc; Edwin en Morkarus
hielden heymlijk raedt om het Rijk voor haer in te nemen,
maer den Biftchoppen, Prelaten, en anderen, die door den
blixem van den Roomfchen ban verfchrikt waren, fchccn
het beft te zijn, dat men zich overgaf, cn het verwildert ge-
moedt van den overwinner door geen twijffelachtige oor-
logh terghdc; dat men Godt nict cn behoorde tegen te ftre-
ven , die Engelandt nu, dc zonden zulx
vereyflchende, den
Noorman als in dc handen gegeven had. Willem ondertuf-
fchen Haftings met bezetting voorziende,heeft voor-geno-
men,mct een fchaedlijkc troep na Londen tc trekken,maer
op dat hy zijn fchrik te
wijder uytftrckken , cn alles van
achteren verzekert maken mocht, zo heeft hy,zijn troepen
verdeelt hebbende, een deel van Kent, Sutfex, Suthrey, cn
\'tland van Suthanton,en Berchcrey doorloopen, dorpen cn
gebouM-enin brandt gefteken, roveryen geplccght, tc Wal-
inif^ford over dc Teems getrokken, en alles met fchrik ver-
vult. Nochtans waren de Grooten onzeker wat zy beftuy-
ten zouden, cn konden daer toe niet gebracht werden , dat
zy,haer gevcynftheden ter neder Icggendc,met een gemee-
ne zin en hert het gemeene beft voorzagen. Want op dat
zy, van dc kerklijke vervloekingen, en ftraften van den
Roomfchen Paus (waer door hy alrê, niet alleen op de ge-
moederen der menfchcn, maer op de Koning-rijken zijn
macht pleeghde) zich mochten bevryen, zoo zijn
Vele , als
de zaken nu niet alleen vermindert, maer gantfch verloren
waren,zo volftandigh gebleven in \'t gevoelen van zich over
te geven, dat zy, voor haer behoudenis zorgende, zich

/

/

E N.

heymlijk uyt de ftadt begaven. En Alfred, Aertsbiftchop
van York,Woftan,Biflchop van Worchefter,cn andere Pre-
latcn,zijn te gelijk met Eadgar Ethcling,Edwin cn Morcar
den vcrwinnendcn Noorman, vele cn groote dingen belo-
vende , by Berkhamfted tegen gegaen, en gijzelers gegeven
zijndc, zich in zijn trou Cn heerfchappy gegeven. Voorts
fpoedc hy zich na Londen,alwaer hy met groote blijtfchap,
cn vele gcluk-wenfchingcn ontfangen zijndc, als Koning
begroet wierdt, bereydc alles tot tocrufting van zijn Kroo-
ning , welke hy op Kers-dagh beftemt had, en leydc al zijn
hert en gedachten tc koftcn, om zijn Rijk vaft tc ftellen.

Nu was dc loop van dc Saxfche heerfchappy in Britan-
nien volcyndight, de welke in zes hondert cn zeven jaren
bepaelt was, cn is in \'t Rijk van Engelandt een uytnemcnde
omkcering gefchiedt, dc welke zommige geweten hebben
op dc vuyle gebreken der overheden , en deovcr-geloovige
achtclooshcyt der Prelaten j fommigc op dien ftacrt-ftcr, cn
op dc kracht der ftcrren; anderen op Godt, die door zijn
verborge,doch nimmer onrechtvaerdige oordeelen, dc Ko-
ning-rijken verdeelt. Doch andere, die op nader oorzaken
gezien hebben, vcrcyfchten voorzichtighcydt^inKoning
Eduward, om dat hy,terwijl hy onder de fchoonefchijn
van Godts-dienftige zuy vcrheydt.dc zorgh van kinderen te
telen verwierp , het Rijk aen de cer-gierighfte menfchen tc
verfcheurcn voorwierp.

HOe ongcmécn cn wreedt dczeoverwinninggewceft
is, donderen de fchrijvers onder de Monnikken mee
vollen monde uyt, en daer is niet aen te twijftclen, of
indezeovcrwinning, gelijk als iii andere, is dc onvroom-
heyt wakkerlijk ontfprongen. Dc verwinnet Willem heeft,
als tot een zege-teken van deze overwinning, dc wetten
der Engelfen meeft vernietigende, de gewoonten van Nor-
mandyen ingevoert, cn bevolen de gefchillcnin \'t Franfch
te beflechten: de Engelfen uyt haer vaderlijke erf-dcelcn
uytftuytendc, heeft de landen en hoeven acn zijn zoldaten .
verdeelt, zo nochtans, dat hy de rechte heerfchappy acn
zich behield,en den dienft door leen-recht acn zich cn zijn
nakorners verbond, dat is, dat zy \'t alle te leen hielden, en
dat \'cr, behalven de-Koning,geen ware Heeren waren,maer
eêr
Iccn-hceren cn bezitters. Ook bercyde hy zich een ze-
gel, op wiens eene zijde ftond :

Hoe Normamiorum Gmlielmum mfce patronum» \'t Zegel

Dat is : "^an Willem

Kent door dit zegel vry gewis, ^^ Conqne^

Dat Willem Noormans fchuts-heer is.

En op d\'andere zijde :

Hoe Anglis figno Regem fat e ar is eundem.
Dat is:

De zelfde zy hier door bekant,
Als Koning van het Engels landt.

Ia hy heeft ook (als Guil. Malmcsburicnfis verhaelt) het
verftant van Carfar na-gcvolght, dc welke de Duytfchen in
het grootfte bofch van Ardennen verborgen, en van daer
met dikwijligc uytvallen zijn heyr quellende, niet door zijn
Romeynen, maer door de Franfche bontgenoten verdre-
ven heeft: op dat, terwijl die vreemdelingen clkandcrcn
vernielden, hy zelf zonder bloedt verwinnen mocht; alzoo
heeft, zegh ik , de zelfde Willem tegen de Engelfen gehan-
delt. Want tegen zommige,die na de eerfte ftrijdt van dien
ongelukkigen menfch, na Deenmarcken cn lerlandt ge-
vlucht,en in \'t derde jaer met een fterke vergaderde troep
wedergekomen waren, heeft hy cen geboren Engelfch heyr
en hooft-man geftclts latende de Normannen ruften. Zich
een groote verlichring voor-ziende, wie dat ook won. En
zijn
gedacht heeft hem ook nict bedrogen. Want dc En-
gelfen ter wederzijden cen tijdt lang tegen clkandcrcn ge-
fchermutfelt hebbende, hebben den ledigen Koning al de
overwinning toe-gebracht. En elders zeght hy: De macht
De Engel-
der leeken vernieright hebbende, zo heeft hy door een be- fen vm allf
ftendigh plakkact beveftight, dat geen Engelfche Monnik ^^^dtghe-
oft klerk zoud toe-gelaten worden na eenige waerdigheydt "y^-g\'-
tc ftaen, hebbende cen af-fchrik van de goedthertighcydt ^
van Koning Cnuto, die acn den
verwonnen de gehecle ee-
ren-ampten op-gedragen heeft. Waer uyt het gefchiedt
is,dat,hy geftorven zijnde, dc inboorlingen, de vreemdelin-
gen lichtlijk verdreven, en het oude recht aen zich getogen
hebben.

Als

N N

-ocr page 82-

4I B R ï T A

Als hy dit gedaen had, zoo heeft hy niet noodigerge-
acht, als het onweer van de Deenfche oorlogh, dewelke
hem over het hooft hing, te verdrijven, en zich met geldt
mft te befchafFen, waer in hy den arbeyt van Adalbert,
Aertz-biflchop van Hamburg,gebruykt heeft. Want Adam
van Bremen fchdjft: Tuffchen den Zoon en de Baftart is
een geduurigen twift van wegen Engelant geweeft, fchoon
onze Paus , door Willems giften over-reedt, devredetuf-
fchen de Koningen heeft willen beveftigen. De welke ook
fchijnt beveftight geweeft te zijn, want Engelandt heeft
zich van die tijdt af niets van de Deenen gevreeft. En de
zelve heeft zich gantfchlijk begeven om het Rijk te be-
fchermen, en \'t gemeene beft door de befte wetten te beftie-
ren. Want Gervafius Tilburienfis fchrijft: Als de voortref-
lijke verwinner van Engelandt, Koning Willem, de uyterfte
palen des eylandts onder zijn gebiedt gebracht had, en de
herten der weêr-fpannigen door fchriklijkc voor-beelden
getemt s op dat men
geen vryheydt van dwaling in andere
dingen zoud hebben, zo heeft hy beftoten het volk, welk
hem onderworpen was, onder gefchreven rechten en wet-
ten tc ftellen. Derhalven de Engelfche wetten zich voor
geftelt hebbende na haer dryerleye onderfcheyding, dat is,
Merchenlage, Denelage, Weft-Sexenlagc, zoo heeft hy
sommige verworpen, en Zpmmigc voor goedt kennende,
heeft\'er de over-zeefche wetten van Weftcn-rijk, welke
krachrighft fcheenen om den vrede des Rijx te belcher-
men, by-gevoeght. Daer na, als Ingulphus, die in die tijdt
gebloeyt heeft, getuyght, heeft hy alle inwooners
Van En-
gelandt bevolen, hem manfchap te doen, en tegen alle men-
Jchen getrouheyttezweeren, hy heeft het gantlche landt
befchreven, en daer was niet een hide in gantlch Engelandt,
of zy heeft zijn waerdye en bezitter geweten, en daer was
niet een meyr öft plaets, of het ftondin des Koningsrol
op-getekent, en des zelfs fchatting en opkomft, en de be-
zitting zelf en haer bezitter, was acn de Koninglijke ken-
nis geopenbaert, na de trouw der fchatters, de welke, daer
toe gekoorcn zijnde, van ieder landt dc eyge landt-ftreek
befchreven. Deze rol is genoemt de rol van Winton, en
wordt van de Engelfen, om haer algemcenhcyt, mits zy alle
de begrijpen van \'tgantfche landt Volkomelijk vervat heeft,
Dem^day by-genoemt. Dézes boex hebben wy daerom te
liever gedacht, om dat wy des felfs geheugnifTc dikwijls ge-
bruyken zullen, en welk bock wy, na ons behagen, Wil-
lems fchat-boek, de kennis van Engelandt, de aentekenin-
gen der fchattingeri van Engelandt, de gemeene handelin-
gen, en de zuyvering van Engelandt noemen.

Maer dat Polydorus Virgilius fchrijft, dat deze Verwin-
ner
Willern eerft het oordeel van twaelf mannen ingevoert
heeft, is gantfch vreemt van de waerheydt. Want het is
meer als zeker uyt de wetten van Ethelred , dat het voor
vele jaren in \'t gebruyk geweeft is. Ook heeft hy geen re-
den om \'t zelve het fchriklijk oordeel te noemen. Want uyt
het volk worden x 11 vrye en wettige mannen uyt de buurt
wettelijk beroepen, deze worden met cede verplicht waer-
lijk van de daedt te vonniflèn, zy hooren dc voor-fpraken,
aen weêr-zijden voor de vier-fchacr fprckende, als ook de
gctuygeni daer na van beyde deelen de fchriften en ftukken
ontfangen hebbende, zoo worden zyby-een gefloten, en
zonder koft, drank, cn vuur gehouden, (\'t zy dat \'er by ge-
val gevaer zy, dat iemandt van haer fterven mocht) tot dar
zy van de daedt onder eikanderen over-een-ftemmen, het
welk, als zy voor den Rechter
uyt-gefproken hebben, zoo
brengt hy \'t vonnis van rechts wegen te voorfchijn. Want
deze wijs hebben onze voorzichdghfte voor-ouders voor
dc befte geacht om de waerhcyt uyt te lokken, als ook om
alle om-koopingcn te verhoeden, en alle genegentheden
af te fluyten.

^ Maer hoe treflijk de Noormannen in krijgs-dapperheyt

/r\'h

iL\'

n

Dotties-
daybooke
hy Gerva\'
fttis Ttlbn-
Yïenfis ge-
noemt, Uber
jüMciarius,

Jurey d9

De twaelf
mannen.

E K.

geweeft ^ijn, laet andere zeggen, \'t zy my genoegh gezeydt Der Noor
tc hebben, dat zy, onder de ftrijdtbaerfte volkeren geftelt *«annen
zijnde, fioyt door gehoorzacmheyt, maer altijdt door de
wapenen zijn befchcrmt geweeft, cn de edelfte Koning-
rijken in Engelandt, en Sicilien ingeftelt hebben. Waer van ^ \'
de Schicht-ichrijver Siculus vryelijk bekent, dat de Sici-
liers den Noormannen dank te wijten hebben, dat zy in
haer vader-landt blijven mogen, dat zy vrylijk leven, en dat
zy Chriftenen zijn. Haer klockheydt in den oorlogh heeft
ook in \'t Hcylige landt met byzondere lof gebleken. Waer
van Rogcrus HoVedenus aldus fchrijft: Het ftoute Vrank-
Faxjsl-
djk heeft zich, der Noormannen oorlogh geproeft hebben- lus hh. 6.
de, verfchuylt: het wreede Engelandt is, gevangen zijnde, Decadis
onder de voet gevallen: het Rijk Apulien heeft, door haer pofiermis.
lot weder gebloeyt, het ruchtbacr lerufalem, en \'t voortref-
hjk Antiochien hebben zich beyde ondcrftelt. Van die djdt
af heeft Engelandt onder dc voortreflijkfte volkeren der
Chrifte-wereldt inzonderheyt gebloeyt, niet min in de eer
van den oorlogh, als in de plicht van belceftheyt. Zo dat de
De Engel-
Engelfen beroepen zijn geweeft tot lijf-wachten der Con- fen te \'Con-
ftantinopolitaenfche Kcyzeren. Want loannes , de zoon fl^^itinopo-
van Alexius Comcnus , gelijk onze Malmesburienfis ver- l^J^belbar-
haelt, haer trouwheyt m ccren houdende. heeftze inzon- ^^^ f
derheyt gemeenzaemlijk gebruykt, dc liefde dcr zelve aen
zijn zoon overdragende, cn van die tijdt afzijn zy lang hei-
bardiers van die Kcyzeren geweeft, genoemt
zijnde, Jnglini
Bipenniferi,
Nicetd Choniata, Barangi Curopalat£, De welke Bdfangi.
overal den Keyzer navolghdcn, dragende op haer fchou-
deren hclbarden, die zy op-heften als de Keyzer zich uyt
het Raedt-huys zien liet, en wenfchten hem in\'t Engels
een lang leven, flaende haer hclbarden tegen clkandercn,
om cenig gel uyt te makcn.Doch dc fmet, welke Chalcondi-
Chakondi-
las aen ons volk van dc gemeene huys-vrouwen op-gewre-
ven heeft, heeft dc waerheyt zelve uyt-gewifcht, en de uyt-
vloeyigc ydelhcyt van \'t Griekje bedwongen. Want, gelijk
de zeer geleerde, en mijn zeer goede vriendt Ortclius in de
zclfde zaek zeght: \'t Is niet altijdt waer,dat ieder van elk een
vertelt. Dit zijn nu de volkeren, die B ritannien ingchadt
hebben, van welke overigh zijn de Britannen, de Saxen oft
Engelfen, en de Noormannen, doch onder een gemengt,
en in \'p noorden de Schotten, waer van twee Rijken, naem-
lijk Engelandt, en Schotlandt, lang verdeelt, en nu onder
een Koni nglijkc Kroon, in de machrighfte Vorft lacob, ge-
lukkighlijk t\'zaem-gevocght zijn.

Van dc Vlamingen, die voor vier-hondert jaren hier na ƒ» \'t Graef-
toeverhuyft zijn, en in Walles, door toelaten der Konin- fihap van
gen , woon-plaetfen verkregen hebben, valt hier nu niets ^^»broek.
te zeggen , wy zullen \'er elders van fpreken. Maer laet ons ^^^ ^
deze zaek metScneca befluyten:Hier uyt is \'t openbaer,dat Strook„.
niet met al op die plaets,daer \'t voort-gebracht is, gebleven ^e« Mént
is. Het vedoop des menfchlijken geflachts is geduurigh.
Dacghlijx wordt in zoo groot een wereidt iet verandert.
Men leght nieuwe gronden van ftedcn.Daer fpruyten nieu-
we namen van volkeren, zo haeft als dc voorige vcrgacn,oft
tot de by-komft van een krachriger verandert zijn. En wijl
alle deze volkeren, die in Britannien gevallen zijn, uyt het
noorden gekomen zijn, gelijk ook de anderen, dc welke om
die zelfde tijdt gantfch Europen, cn daer na ook Afien in-
genomen hebben, zoo heeft Niceforus zeer waerachtclijk,
Niceform»
en na\'t getuygenis van de H. Schrift, gefchreven: Gelijk
den menfchen van Godt dikwijls verfchrikkingen uyt den
hemel op-gezonden worden, als blixcm, brandt cn flagh-
regen; dikwijls van der aerde, als op-barften der aerde, cn
acrdt-bevingen; dikwijls uyt de lucht, als ftorm-winden, cn
pias-regens: Zoo ook worden deze noorderfche verfchrik-
kingen van Godt bewaert, op dat hyzc voor eenige ftraf,
wanneer, en acn wicn \'t zijner Godlijke voorzicnigheydc
goedtdunken zal, op- zende.

N N

IH

BRITANNIENS DEELING.

Aet ons nu komen tot de deeling van Britan- de willekeuren en vryheden der Vorften befchreven. En
nien. De landen worden van de Aerdt-befchrij- wijl wy van de eerfte en tweede aert van deze
deelino- door-
vers , oft (pvTiKag^ na de natuur der rivieren en gaens in dit boek zullen handelen, zoo fchijnt die derde
bergen, oft
I^vikus na de wooningen der vol- heerfchappy tot deze plaets te behooren: welke nochtans,
keren, oft »siwAwff, oft Tro^tJtKUf, dat is, verfcheydelijk na door de ongelijkheyt der voorige tijden, met zoo groot een

duy-

.M

-ocr page 83-

!

B R

duyflernis omgotcn is^aac het vee! lichter zy \'c gene in dczc
zaek
valfch is tc overtuygen, als de waerheyt te vinden.

Onze Schicht-fchrijvers dringen voor de oudfte dceling
Van Britannien in , waer door zy
\'t in Loegricn, Cafnbrtc7i,
QYi Albanien,
deden, dat is, om opentlijkertelpreken, in
Engelandt,
Walles en Schotlandt. Maer ik zoud geloven,
dat zy jonger is, zoo om dat zy dric-voudigh is, wantzy
fchijnt van die drie volkeren, de Engelfen, Cambren.en
Schotten, de welke\'t eylandt allcrlaetft onder clkahderen
gedeelt hebben, gefprotcn te zijn: zoo ook om dat zodani-
ge deeling nergens in voor goedt gekende fchrij vers,vóór
onzen Galfred van Monmouth, blijkt. Want het fprookje,
als de hekclers van onze tijdt meenen, kan niet bcftaen,zoo
hy niet die drie zonen Locrinus, Cambrus, en Albanadus
uyt Bruto voortgebracht had, om dat \'er, als hy leefde,even
zoo veel volkeren bloeyen zouden: gelijk te vooren Brutus
gefchapen had,om dat dit eylant Britannien zoud genoemt
worden. En zy tvt\'ijftelen daer niet acn of hy zoud meer
kinderen uyt Brutus voortgebracht hebben, zoo daer hieer
verfcheyde volkeren in die tijt in Britannien geweeft waren.

Maer by veel geleerden fchijnt die deeling van Britan-
nien de oudfte, welke by Ptolomeus gevonden wordtin\'t
tweede boek van zijn v,\'is-konftige t\'zamen-ftelling, daer hy
van de
even-wijdigen handelt, in Groot cn Kleyn Britan-
Maer met verlof van zoo groote mannen, indien zy

Cap. 6.

Groet en
Kleyn Bri-
tannien.

Het Heoger
en Neder
Britannien

B. yr-

Jfca, Caer-
leon ar.

Vih

Britannien
drtevotfdig
diß,
80.

Céip. I.

men.

naeuwer aldaer overwegen dc reden van ruymte van den
Evenaer,en \'t hun belieft het zelve met zijn Aerdt-befchrij-
vingen tc vergelijken, zoo zullen zy zien, dat hy dit ons ey-
landt Groot, en lerlandt Kleyn Britannien noemt. Noch-
tans hebben eenige jonger ichrijvers het herwaerfte deel
van dit eylandt na \'t zuyden het Groot, en dat gins-waerfte
ten noorden het Kleyn genoemt : wiens inwooners certijts
in
Majaten en Caledonicrs onderfcheyden waren , dat is, in
veldt-lieden cn bergh-lieden,gelijk dc Schotten nu in
Hech-
landmen,
en Larvland^mcn. Maer wijl de Romeyen dat ver fte
deel verzuymt hebben, om dat, als Appianus zeght, het
hun niet nut kon zijn,nocht vruchtbaer was: de landt-pael
niet vér van Edenburgh geftelt hebbende, zoo hebben zy
het herwaerfte deel, nu tot een Provincie gemaekt zijnde,
toen eerft in twecn gedeelt,naemlijk in \'t Neder en \'t Hoo-
ger, als uyt Dion befloten wordt : want hy noemt het her-
waerfte deel van Engelandt met Walles het Hooger, het
gins-waerfte en \'t noorder deel het Neder. Het welk de
verblijf-plaetfen der legioenen zelf by Dion betuygen. Want
hy ftelt het tweede Auguftifche legioen, het welk tc Cacr-
leonin Walles, en\'ttwintighfte overwinnende, \'cwelk te
Chefter oft te Devon gelegen heeft, in \'t hoogh Britan-
nien : en het zeftc overwinnende legioen, \'t welk tc York
gelegen heeft, fchrijft hy, dat in neder Britannien gedient
heeft. Deze deeling zoud ik achten , dat van Keyzer Seve-
rus gemaekt is, om dat Hcrodianus getuyght,dat hy, na dat
Albinus, die over \'t Britanfche heyr geftelt was , cn \'t Rijk
ingenomen had, overwonnen, en de dmgen van Britannien
in fchik gebracht had , de bediening van de gantfche Pro-
vincie onder twee overften in tweén gedeelt heeft.

Daer na hebben de R omeynen de Provincie van Britan-
nien in drie deelen befchreven, als uyt de handtfchrift van
Sextus Rufus te zien is, naemlijk in \'t Grootfte Keyzcrli)kc,
in \'t Eerfte Britannien, en in \'t Tweede Britannien: de
welke ik mooglijk uyt de Biflchoppen, en oude wijken be-
grepen heb. De Roomfche Paus Lucius geeft by Gratia-
nus te kennen, dat de kcrklijke wijken der Chriftenen, de
wijken der Roomfche overigheden na-gevolght zijn, en
dat de Aertzbiflchoppen in die fteden gewoqnt hebben,
daer eertijdts de Roomfche overften woonden. De fteden
en plaetfen, zeght hy , daer de Prelaten over hcerfchen
moeten, zijn niet in de tegenwoordige, maer lange tijt voor
Chriftus geboorte ingeftelt : welker overften ook de Hey-
denen aen grooter bedieningen beroepen hebben. En in de
zelfde fteden hebben , na Chriftus geboorte, de Apoftelen,
en haer navolgers, Aerts-vaders oft Prelaten geftelt, tot wel-
ke dc dienften der Biffchoppen, en de grootfte zaken moe-
ten gebracht worden. En wijl Britannien certijts drie Aerts-
biflchoppen gehadt heeft, te weten, die van Londen , van
York, en van Carleon
: zoo acht ik, dat het landt, \'t welk
men nu noemt Cantelbergh (want daer heen was de Bif-
fchops ftoel van Londen over-gcbracht) het Eerfte Bri-
tannien geftek heeft: dat Walles, welk onder den Biflchop

T

A

N N I E N.

van Carlcon geftaen heeft, het Tweede Britannien geweeft
is : cn dat het landt van York , welk toen rot dc landt-
pael behoorde , in die tijdt het Grootfte Keyzerlijckc Bri-
tannien was.

In de volgende eeuw, als dc wijs van de Roomfchc heer-
fching daeghlijks verandert wierd, oft door ccrgierighcydt,
op dat zy tot mccrdei: eer geraektcn , oft door verhocdmg
der Keyzeren , om dc al tc groote macht der overften tc be-
fnocyen, zoo hebben zv Britannien in vijven gcdcclt^naem-
Brhannien
lijk in t Lerfte Bmcannicn, in\'t Lweede, in\'t Grootfte in vijven
Keyzerlijke, in\'t Valentifche, en\'t Plavifch Keyzerlijke. gedeelt.
Het Valcntifche fchijnt het noorder-deel geweeft te zijn
van\'t Grootfte Keyzerlijke, het welke, van de Pióten en
Schotten ingenomen zijnde , Thcodofuis, Keyzer Valens
veldt-heer, wedergekregen , en tot zijner eer Valentiich
Britannien, oft Valcntia genoemt heeft,\'t v/elk MarccUinus nb. z8.
met deze woorden opcnclijkcr betoont: Dc weder-gekregc
Provincie, welke onder dc gehoorzaemheydt der vyanden
geweken was, heeft hy alzoo in haer ouden ftaet gcftck,
dat zy, na zijn eygen zeggen, een wettigen heerlcher had,
cn namaels, met goet-dunken van den Vorft,Valentia zoud
genoemt worden. Dat dc zoon van deze Theodofius ( de
welke tot Keyzer gekooren zijnde, Elavms Theodoflus is
genoemt geweeft, en veel in \'t Rijk verandert heeft) Flavia
daer by gevoeght,mach men vrylijk ramen, alzoo men voor
de tijden van deze Flavius nergens van Flavilch Britannien
leeft. Om dan dc zaek kortlijk te verklaren : Het Eerfte
\'tEerßt
Brit.innien is genoemt geweeft, al het zuyderlijke landt, Britanm».
\'t welk van hier tuflchen de Britanfche zcc, en van daer tuf-
fchcn de Tcenflch, en het Scvcrnifche meyr light. Het >
Tmede
Tweede Britannien, k gene nu Walles genoemt wordt: het Britarmen.
Flavifch Keyzerlijk heeft zich van de Teems tot de Hum- / Fi^-vißh
ber uyt-geftrekt : het Grootfte Keyzerlijke van de Hum-
bet tot de rivier Tine, oft tot de burg van Severus: het Va- Xtyurlï^
lentifch van de Tine tot de burgh van Edenbugh, \'t welk de V
Fden-
Schotten Gramefdtke noemen , alwaer de laetfte landt-pael tißh,
van \'t Roomfche Rijk geweeft is.

Hier vereyfch ik nootzaeklijk zommiger geleerden voor-
zichtigheyt,die Schotlandt onder dit getal rekenen, \'t welk
zommige willen , dat het Grootfte Kcyzerjijke , zommige
dat \'et bet tweede Britannien geweeft is. Als of dc Romey-
nen dat deel , van den hemel cenighzins tot ftrengheyt ver-
vloekt zijnde, niet veracht hebben, en hier alleen die Pro-
vinciën op-getelt hebben, die zy door Buigermeefterlijke
ftadthoudcrs en overften bedient hebben. Want het Groot
Keyzerlijke,en\'t Valendfche Britannien wierden van Bur-
germeefterlijke ftadthoudcrs, dc drie anderen, het Eerfte,
Tweede,cn \'t Flavifch Britannien wierdcn van overften be-
dient.

Zoo my iemant vraegc,wac reden ik van deze mijne dce-
ling hcbbe,en tijght my aen een quade aenwijzing dcr lant-
palen; die verfta met weynigh woorden, wat my tot dit ge-
voelen gedreven heeft. Na dat ik waergenomen heb, dat de
Romeynen die Provinciën akijt de Eerfte genoemt hebben,
welke naeft aen Romen waren,als \'t Eerfte DuYtflant,\'t Eer-
fte Nederlandt, \'t Eerfte Vrankrijk, \'t Eerfte Aquitanien,
\'t Eerfte Pannonien, welke alle Romen nader waren,als die
dc Tweede genoemt wierden^ en dat deze Eerfte van voor-
treflijkcr fchrijvers Hooger; de Tweede, Nedriger zijn ge-
noemt geweeft: zoo heb ik als vaft geftelt, dat het zuyder-
deel van ons eylant,Romen naeft zijnde, het Eerfte Britan-
nien geweeft is.En met dc zelfde reden,wijl dc Tweede Pro-
vinciën, gelijk zyze noemen , verder van Romen gelegen
waren, heb ik geacht, dat Walles het Tweede Britannien
geweeft is. Infgciijx als ik gemerkt heb dat, als \'t Rijk nu
begon te hellen,die Provinciën,die tegen den vyandt lagen,
flechts Burgcrmeeftcrlijkc overheden hadden, gelijk by
\'t bock der acntckeningen tc zien is, niet alleen in Vrank-
rijk , maer ook in Afriken : en dat Valentia met het Groot-
fte Keyzerlijke Britannien in dat boek voor Burgcrmeeftcr-
lijkc gcfchat worden; zoo heb ik geoordcclt, dat zy naeft
acndcPidcn en Schotten, enin dic plaetfen, die ik ge-
noemt heb, gelegen geweeft zijn. Maer dat het Flavifch
Kcyzcriijck in \'t midden van al deze, en ais in \'t mergh van
Engelandt geweeft is, kan ik niet anders giffen , en des te
ftouter, om dat die oude fchrijver, Giraldus Cambrenfis,
\'t zelfde met my gevoelt. Dit zijn de delingen van Britan-
nien geweeft onder de Romeynen.

T Daer

-ocr page 84-

1

-ocr page 85-

N NIEN.

r T

A

,7ö

Daéf na. als de Barbaren haer van alle kanten overvielen,
€n de burgerlijke oorlogh onder de Britannen daeghlijx
aengroeyde, zoo heeft het, van bloedt en zoch uyt-gezo-
gen zijnde, een tijdt lang gelegen zonder eenigen fchijn
van een Rijk. Doch eyndlijk is dat deel, \'t welk ten noor-
den ftrekt, tot twee Koningrijken, naemlijk der Schotten,
\'€n der Piden , gekomen, en is de Vijf-heerfching der Ro-
meynen in dit herwaerfle deel geworden de Zeven-heer-
fching der Saxen. Want zy hebben de gantfche Provincie
der Romeynen, behalven Walles, \'t welk de overblijffelen
der Britannen ingenomen hebben, in zeven Koning-rijken
befchreven, naemlijk Kent, Suith-Sex, Ooft-Engelandt,
Weft-Sex, Northumbedant, Ooft-zex, en Merk.
l)er S^xen Maer welke deze Zevcn-heerfching der Engelfe-Saxen
\'Zeven-heer- geweefi is, en hoe die plaetfen in die tijdt geheeten hebben,
fèhin^ kunt ghy in deze by-gevoeghde landt-befchdjvende tafel,
zo \'t u luft, bezien.

BRITANNIENS DEELING.

Dewijl in een landt-befchrijvende tafel, om de engte, niet
bequaemlijk kon af-getekent worden, wat landen oft
Graeffchappen deze Koning-rijken begrepen hebben,
200
hebben wy\'t liever in deze tweede tafel willen voor
ïlellen, als in een op-ilapeling van vele woorden, op dat
liet de lezer eens voor al befchouwen magh.

ji

j Suthfet

Supx.ott den \'De Graef- ȟuthfex.
Zuydt - Sax [fchappen van j Suthrey,

1

^Norfolk
\' Suthfolk.

Het Rijk vanjHet Graef- ^^^^^^
Kent begreepjfchap van c

Het Rijk van
SuJJèx,oÏK. den

begreep

5 Het Rijk van

Bajl-JEnge- I ne Graef- .

ooft-Engel- met het eylandt

fen begreep Ely.

• l

! S.

Het Rijk van
Wefi-Sex , oft
der wefter-
fche Saxen
begreep

Der
Saxen
Heptar-
chie,
oft-j
zeven-
heer-
fching.

\\X>e Graef-
fchappen van

5

^ v l-

ir

1 t

jCornmaL
Denshire.
Dorfet.
Somerfei.
Wilton.
Southanton.
[Bercherey,

\'Lancaßer,

Tork.

Durham.

Cumberlandt.

Weßmorlandt,

5 Het Rijk van
1{orthumher-
lant
begreep

De Graef-

y^^ j ^iorthumherland»

Hchappen van j ^^ ^^ landen

; f
H

n

l

I ^

van Schotlant
tot aen de E-
denburgfche
zee.

6 Het Rijk van

fchappen van

een deel van
Hertford,

Êfex.

"et

Saxen be-

gi^eep

r

Bedford.
Buckingham^

Oxford.
Stafford.
Derby.
Shropshire.
Nottingham.
Ceßer
, en \'t an-
dere deel van
Hertford,

NOchtans was Engelandt, als die Heptarchie, oft Ze-

ven-heerfching bloeyde, noch alzoo niet in Graef-
" fchappen gedeelt, (want zo noemt menze gemeen-
lijk) maer in eenige landekens met
haer hiden, dewelke
ik uyt een oudt ftuE dat ik van Erancifcus Täte, in de oudt^
heyr van onze rechten zeer geoeftent, gekregen heb, hier
by voege. Doch zy begrijpt alleen het landt aen deze zijde
van de Humber.

Myrma begrijpt 30000 * hiden.

Woken-fetna 7000 hiden.

Wefierna 2000 hiden.

Fec-ßtna izoo hiden.

JElmed-fetna 600 hiden.

Lindes-farma 7000 hiden.

Suth Gyrwa 600 hiden.

2(orth-Gyrrva 600 hiden.

Baß-Wixna 300 hiden.

Weß-Wixna 600 hiden.

Spalda 600 hiden.

Wigeßa s>oo hiden.

Herefinna 1100 hiden.

Sweordora 300 hiden.

Eyfla 300 hiden.

Wicca 300 hiden.

Wight-gora 600 hiden.

Nox-gaga 5000 hiden.

Oth-gaga 2000 hiden.

Htvynca 7000 hiden.

Ciltern-fetna 4000 hiden. \'

Hendrica jooo hiden.

Vnecung-ga izoo hiden.

Aroféatna 600 hiden.

Fearfinga 300 hiden,

Belmiga 600 hiden.

Witherigga 600 hiden.

Eafi-Willa 600 hiden.

Weß-Willa, 600 hiden.

Eaß-Engle 30000 hiden.

Faß-Sexens 7000 hiden.

Cant-warena ifooQ hiden.

, Suth-Sexena 7000 hiden.

Weß-Sexena 100000 hiden.

Schoon van deze namen zommige ten éerften inzien, Qp ^
äen dieze zien , bekent zijn, de andere zullen nochtans,
mngenwort
fchoon men daer lang en veel over denkt, niet ontdekt wor- hy Alfred
den, en eyffchen, ik beken \'t, een veel fcherp-Zinniger ra-
der, als ik ben.

Daer na als -^Ifredus alleen heerfchte, gelijk onze voor-
ouders de Duytfen, na \'t getuygnis van Tacitus, de Heer-
lijkheden by dorpen en wijken verdeelden, en hondert ge-
zellen uyt het gemeene volk, om de gemeene zaek te be-
dienen, t\'zamen voeghden zoo heeft hy (op dat ik Ingul-
fus Croulandenfis woorden gebruyke) de eerfte Engelandt
in Graeffchappen Verdeelt, om dat de inwooners, nahet
Voor-beeldt en onder den fchijn det Deenen,veel rooveryen
pleeghden: de Graeffchappen heeft hy voorts in hondert-

ften

[Ghceßer.
Hereford,
Worchefler.
Wai^vijk.
Leicejter,
Roteland,
Northamon.
Lincoln.

Ete Graef-

Der
Saxen
Heptar-
chie,
zeven-
heer-
fching.

Het Rijk van
Merk be-
greep

fehapp

en van

V

* Eenhulc
is , 3.0 zi>m-
mtge
mee-
nen, zs Veel
landts y ais
■men

een flaegb
«p eeff jtier
hstmsn
k^. Hf .

anderÉi^
Sce-óLcn
iiwils^

k

-ocr page 86-

R 1 T

M.

N t

N

B

A

E

7t

ft\'cn, dat èijn. Hundreds, en Tienden, dat is, Tithings, doen
deelen , en geboden dat alle inwooners in eenige
Hundreds,
oft Tithing moeft zijn. Hy heeft ook de Overften der Pro-
vinciën , die te vooren Onder-heeren genoemt waren, in
twee ampten gedeelt, tc weten in Rechters,
nwlußiciers
genoemt, cn in Onder-graven, die men nu Vicontes noemt.
Door dezer zorgh en naerftigheyt heeft kortelijk zo grobt
ccn vrede doór \'t gantfche landt gebloeyt 5 dat zo een rey-
zer eenigh geldt op de velden oft gemeene wegen \'s avonds
gelaten had, hy zoud het, \'s morgens oft over een maendt
weder komende, onverzcert, en onaengcroert wederom
zien. Het welk u de Gefchicht-fchrijver Malmesburienfis
wijdtluftiger vcrklareh zal: Door de gelcgenthcyt der Bar-
baren, naemlijk dcr Deenen, zeght hy, zijn ook de inwoo-
ners zo gracgh tot roven geworden, dät niemandt vry rey-
zen mocht,zondcr behulp van wapenen. Dies heeft Alvrc-
dus de Hondertften , die zy
Hundreds, en de Tienden, die
zy
Tithings heeten, ingeftelt, op dat yder Engels-man, wet-
tigh flechts levende, hebben zoud en een
Hundreds cn een
Tithing. Dat zo iemandt van eenige mifdact befchuldight
wierdtjhy terftont uyt de
Hundreds en Tithing voortbracht,
die borge voor hem bleven; cn die zodanigen borge niet
vond, die had de ftrengheydt der wetten te vrezen.
En zo
iemand, fchuldigh zijnde, voor ott na de borghftelling wech
vlood,zo vervielen zy alle uyt die
Hundreds cn Tithing in dc
boete des Konings. Door deze bedenking heeft hy \'t gehee-
le land met vrede ovcr-ftort,zo dat men op de gemeene wc-
gen,daer dc voet-paden in vier-wegcn gedeelt worden,gou-
de arin-ringen liet op-hangcn, die dc begeerte der reyzers
belachten, terwijl \'er
niemandt was, dieze wech nam.

Voorts worden deze Hundreds in zommige deden des
Rijx
Wappentaches genoemt; zo ghy na de oorzaek vraeght,
ikzalze u uyt de wetten van Eduard de Confefleur verha-
len : Als iemandt de vooghdye van een
Wappentach ont-
fing, zo vergaderden alle die ouder waren tegen hem op de
gezette dagh ter plaetfe, daer zy gewoon waren te vergade-
ren , en als hy van \'t paerdt klom, zoo ftonden zy alle voor
hem op. En hy zijn lancie op-gericht hebbende, ontfing,
na de wijze van allen,het verbondt: want zy alle, zo menigh
als \'er gekomen waren, rackten met haer lancien aen zijn
fpiets, en bevcftighden zich alzo, door
\'t gerack haerer M\'a-
pencn,de vrede opentlijk toe-ftaende. Want in \'t Engelfch
V/orden de wapenen pcepuïl 7 genoemt, en Taccapc beve-
ftigen, als ccn beveftiging der wapenen, of op dat wy
\'t uyt-
druklijkcr na de Engelfche tael noemen,
Wepentac is een ge-
raek van wapenen. Want j^cpun betekent v/apcnen, en
rac is gerack. Daer waren ook noch andere machten bo-
ven de
Wapentachs, die zy Dpihinjepcfapnoemden , om
dat het een derdedeel van een Provincie was. En die over
de zelve heerfchten, wierdcn Ö/iihinjcpepaf 7 genoemt,
tot deze bracht men de zaken ^ die in
dcWapentachs niet
konden befloten worden. Zo dat \'t gene in \'t Engelfch een
Hundred hectc,dat noemden deze een Wapentach,cn \'t gene
men in \'t Engelfch drie oft vier
Hundreds noemde, dat hee-
ten zy een Bpij^inje. Poch \'t gene deze een D/ii\'binj noe-
men , wordt in zommige Provinciën van Engelant Lep ge-
noemt , cn dat in een Dfli^inj niet kon bepaelt worden,
wierdt tot een Shcype gebracht.

Deze Graeffchappen (die men in \'t Latijn eygentlijk
Conventus oft pagi zoud noemen) heeten wy met een by-
zonder woordt
Shyresi van \'t Saxfche woordt Shypc, \'t welk
betekent fchiften en deden: en wierden in de eerfte dee-
ling alleen xxxii getelt; want in \'t 101 ó jaer na Chriftus ge-
boortc,onder \'t gebiedt van Ethelredus zijn \'er, als Malmes-
burienfis verhaelt,geen meêr geweeft. Want alzo fchrijft hy
in \'t leven van dien Ethelredus: De Deenen hebben in deze
tijdt, als men in Engelandt xxxii wijken telde, zeftien van
de zelve ingenomen.En in die tijdt waren deze Graeffchap-
pen na de verfcheydenheydt der wetten gedeelt, want de
wetten van Engelandt waren in driecïley onderfcheyden,
naemlijk der wefterfche Saxen, die men
Weft-Saxenlage, der
Deenen, die men
Denelage, en der Merciers, die men Mer^
chenlage
genoemt heeft. Tot de wet der wefterfche Saxen
behoorden negen Graeffchappen, naemlijk Kent, Suflex,
Suthrey, Bercherey, Southantön, Winton, Somerfet, Dör-
fer , en Denshire. Tot der Deenen wet behoorden vijftien
Graeffchappen,re weten, York,Derby, Nottingham,Leice-
fter, Lincoln, Northanton, Bedford, Bukkingham, Herth-
foi-d, Eflcx, Midlefcx, Northfolk, Söuthfolk, Camlaridge,
Huntingdon. Dc andere acht volgden de wet dct Merciers\'
dczc waren Gloccftcr, Worcefter, Hereford, Warwic, Ox-
ford,Ccrtcr,Shropshire,cnStaftbrd.Maerals d\'cerfteWillem
dit Rijk gcfchat heeft, zo wierden\'cr xxxvt Graeffchap- da^^\'oké"
pcn,als Polychronicon getuyght, getelt. De gernccne han- °
delingen nochtans, waer in hy die fchatting verhaelt heeft,
rekenen alleen xxxiv , wantDurham , Lancafter, Nott-
humberlandt , Wcftmorlandt, cn Cumberlandt wierdch in
dat getal niet bcgrepen,om dat deze drie laetfte toen ónder
de Schotten ftonden,als zömmigc meenen, en dc andere oft
vdn de fchatting vry, oft onder \'t landt
Van York begrepen
waren. Maer namaels by de rekening gevoeght zijnde, zo
hebben zy het getal van xxxix vervult, \'t welk wy nu heden
hebben. Waer by noch xiii in Walles komen, van welke
Wallet in
zes ten tijde van de Eerfte Eduward geweeft zijn, de andere Graef-
heeft dc achtfte Hendrik met authoriteyt, en \'t vermogen {(^^\'^pp«»
van \'t Parlament in-geftclt. gedeelt.

Wappen-
tacheSjTi-
things,and
Lathes.

Shyrcn.

De dedirtg
•van Enge-
landt na de
ivijs der
wetten.

h \'

In deie Graeffchappen wordt in befwaerde tijden een
Koninglijke overfte, dic men Lieutenant noemt, geftelt, op
dat het gemeene beft geen fchade eri ontfange. Dezes eer-
fte inftelling fchijnt van Koning Alfred gefchiedt te zijn,
de welke óver dc byzondere Graeffchappen wachters des
Rijx geftelt heeft. Dewelke de III Hcnrik namaels her-
ftelt,en Capitcynen genoemt hééft. Want hy heeft in \'t vijf-
tighftc jaer^ zijns Rijx Parlament gehouden , als lohannes
Londinenfls verhaelt, alwaer heylzaemlijk befloten wierdt,
darmen in yder Graeffchap, op Koninglijke koften, een
Capiteyn zoud maken, de welke met hulp van de
Viconte
oft ondet-Graef, de wreede woeding der rovers van \'t roven
zouden afwccrcn: dies hebben vele, door vrees vcrfchrikt
zijnde,af-gelaten,en hetKoninglijk vermogen heeft begon-
897 Maf,
nen zijn adem te verhalen. Deze deden wel Voorzichtelijk, We^m.
maer of der Deenen Canut niet voorzichtclijker geharidelt
heeft,die in dé
Mmarchy oft Eeh-heetfching een Tetrarchie
oft Vier-hcerfching ingeftelt heeft, laet ik onze PöZ/V/« oft jjy heefi^
burger-geleerde betwiften. Want hy, als de Aerts-diaken
gebloeyt
Hermandus getuyght, in alle dingen loos zijnde, heeft, de 1070V
bekommering des Rijx in vieren deelcridc, de Vier-vorften
beveftight, die hy getrou in haer eedt bevondt. Want de
grootfte verdceling van Weft-Sex heeft hy voor zich be-
houden, gevende * Mirchia, als het tweede deel, aen eenen «
Erik,hct derde,Northumbre genoemt,aen Yrtus,het vierde
aen Tutkillns, Graef van Ooft-Engelandt, het welk door
ovcrvloedt van gdudt fchitterde. En dit heb ik der naerftig-
heyt van Er.Thinnus tc dankcn,de welke in deze oeffening
dcr oudtheyt met de hooghftc lof gearbeydt,cn deze dingen
voor my byzonderlijk acn-getekent heeft.

En alle jaren wordt uyt de mindere Edelen, inwooners
des landts, iemandt over deze Graeffchappen geftelt, dert
welken men
Ficonte,a.ls dcs Graven Stadthouder,cn in onze
tael
Shirijfe, dat is overfte Van \'t Graeffchap, noemt, dé wél- Shirifïè bf
ke ook wel een Rentc-meefter van\'t Graeffchap, oft dc the fhirc»
Provincie kan genoemt worden, Wartt het is zijn plicht
de gemeene gelden van zijn Provincie tc verzamelen, de
op-gdeyde boeten, oft met pant te nemen, in te halen, en
in de fchat-kift te brengen: by de Rechters tegenwoor-
digh zijn, en haer bevelen uytvoeren, dc twaelf mannen
verzamelen, de welke in de zaken van de daedt kennis
mannen.
nemen, en aen.dc Rechters over dragen , (want de Rech-
ters zijn by ons alleen rechters van
\'t Recht, niet van de
daedt) de verwezene tot de ftraf voeren, en in kleyne ge-
fchillen kennis van de zaek nemén. Ook worden in y-
der Graeffchap geftelt eenige
Eirenar\'chen, oft Rechters
van vrede, na de inftelling van de derde Koning Eduward,
Rechtml
die van Murdren, Felonien, overtredingen, als zy \'t noemen,
en Ved andere mifdaden kenniffe nemen. Hier toe zendt j)^ ^^^^^^
dc Koning jaerlijx twee van dc Rechters van Engelandt
tcrs tot me
in yder Graeffchap , om over dc gevangens vonnis te wij- de-iitten.
zen,en de
Gaola,op dat ik het woordt der Rechts-geleerden
gebruyké, te bevrijden. Waer van namaels in dc handeling
van dc Vierfcharen.

Wat het kcrklijk gezagh belangt; als de Roomfchc Pau- Engelandt
zen de byzondere kerken aen byzondere Priefters bete- m Faro.
kent,en aen de
zelve de Parochiën gedeelt hadden, zo heeft
Honorius Aerts-biffchop van Cantelbergh, ómtrent het
6 3 6 jaer Engelandt eerft in Parochiën begonnen te deelen,
als
men leeft in de hiftori van Cantdbergh.

V Maer

-ocr page 87-

IN D E 3? R O V I N C I Ë

VAN CANTELBERGH.

At van Cantelbergh met Rochefter, begrijpt het
Graeffchap van Kent zelf. Dat van Londen Ef-
fex, Middelfex > en een deel van \'t Graeffchap van
Hertford. Dat van Cicefter Southfex. Dat van
Winton Southamton , Surrey , en \'t eylandt Wicht j de ey-
landen Gernfey en larfey, tegen over Normandyen liggen-
de. Dat van Salisbury, Wilcherèy en Bercherey. Dat Van
Exoviens, Denshire en Cornwal. Dat van Bathons cn
Wellens 5 t\'zaem-gevoegt zijnde, Somerfet. Dat van Glo-
Gefter Glocefter. Dat van Worcefter \'t Graeffchap van
Worcefter,en een deel van Warwijk. Dat van Heieford het
Graeffchap van Hereford, en een deel van Shropshire. Dat
van Coventry en Lichfeld t\'Zaem-gekoppelt, het Graef-
fchap van Strafford, Derby, en het overigh deel van War-
wijk , infgelijx dat deel van Shropshire, welk zich na de ri-
vier Repill ftrekt. Daer na wort dat van Lincoln, het aller-
grootfte zijnde, bepaelt van zes Graeffchappen, van Lin-
coln, Leicefter, Huntingdon, Bedford,Bukkingham , en
\'t overige deel van Hertford. Dat van Elie begrijpt Cam-
brids, en \'t eylandt Elie zelf. Dat van Norwits, Norfolk
cn Suffolk. Dat van Oxford het Graeffchap van Oxford.
Dat van Peterburg, Northanton en Rutland. Dat van Bri-
ftol, Dorcefter. By welke achtien Bifdommen in Engelant
men voegen moet de Bifdommen van Walles oft Cam-
brien, dewelke en van een eygen Aerts-bifdom berooft, en
in getal zoo vermindert zijn, dat zy met haer zevenen qua-
lijk vier mogen uyt maken, welke zijn dat van Meneven,
welk light by de kerk van S. David, dat van Landaf, Ban-
choren, en Affafen oft Elwens.
i

IN DE PROVINCIE

VAN YORK.

At van York zelf begrijpt het landt van York en
INottingham. Dat van Cefter het Graeffchap Ce-
fter, Richmond, en Lancafter, en begrijpt een deel
van Cumberlandt, Flint, en Denbig. Dat van Dur-
ham Durham zelf, en Northumberlandt. Dat van Carlifle
een deel van Cumberlandt, en omringt het Graeffchap van
Weftmorlandt. Voeght by deze het Sodorenfche, op \'t ey-
landt Mona, welk gemeenlijk Man genoemt wordt.

B R ï \'T A N H ! 1 R

Maer Bu heeft Engelaist twee Provinciën,en twee Aerts- haer hoeven gebouwt, oft om dat zy hun van de heêrcn dc£

bifTchoppeß, te weten die van Canrelbergh, den overften hoeven vergunt zijn, met zekere voorwaerden verbonden

en CMetröfoiiuin van gantfch Engelandt j en die van York: zijn; oft, gelijk de Formulieren fpreken, vereenight, aen-

X>e BiP- onder welke x x v Biflchoppen zijn j onder Canrelbergh gehecht, en ten eeuwigen dagen ingelijft zijn : de welke na-

^hoppL XXII, onder York de drie overige. Doch welke die Bif- maels, als men de kloofteren uyt-roeyde, tot groote fchadc

dommen zijn, met de Graeffchappen, die zy in hebben, der kerk, leen-goederen van leeken geworden zijn.
betoont die zeer goede en eerwaerdige vader Matthïeus
Parker, Aerts-biftchop van Cantelbergh, voorftander der
geleertheydt, en hooghfte lief-hebber der oudtheydt, me.
deze zijne woorden.

r

Nochtans worden in\'t boek van de CardinaelThomas
Wolfey, gefchrevenin\'t IJ20 jaer, by Graeffchappen ge-
Onder deze heeft de Aerts-biftchop van Cantelbergde telt
9407 kerken. Van waer deze verfcheydenheyt fpruyt,
eerfte plaets, van York de tweede, de Biffchop van Londen zal ik niet zeggen, oft \'t zy dat \'er in de voorige eeuw eeni-
de derde, van Durham de vierde, van Winton de vijfde, ge kerken vernielt zijn, en dat \'er eenige Parochie-kapellen
onder de anderen zitten die voor,die eerft gewijt zijn.Doch uyt-gelaten worden, en dat *er andere, die niet als kapellen
zoo iemandt van de andere Biffchoppen des Konings Se^ zijn, onder \'t getal der Parochie-kerken gerekent worden.
cretarius (oft Geheym-fchrijver) geweeft is,die eygent zich Ik heb nochtans, uyt dit boek van Wolfey, \'t getal der ker-
met recht de vijfde plaets. Daer-en-boven zijn \'er in En- ken onder eiken Graeffchap gevoeght.
gelandt xxv i Dekenfchappen, van welke x 111 in de groo- Daer zijn ook, onder \'t gebiedt van de achtfte Henrik,
te kerken, na dat de monnikken verdreven waren, van de (\'t zy my geoorloft te verhalen
) gedenk-tekenen geweeft
achtfte Henrijk zijn ingeftelt geweeft.
lx Aerts-diaken- van onzer voor-ouderen Godtvruchtigheydt ter eeren van
fchappen,
dxliv Waerdigheden en Godt, van\'t Chriftlijk geloof, en tot voort-planting der
Men telt ook onder de Biffchoppen
5)184 Parochie-ker- goede konften en wetenfchappen, en eenige Godts-huy-
ken, van welke 3 845
Geaffraprieert zijn, als \'er ftaet in de zen tot onderhouding der armen , als Kloofters, oft Ab-
naem-rol aen Koning lacob voor-gedragen, de welke ik dyen, en Prioryen tot het getal van ^4 j-. Van de welke, als
hier onder gevoeght heb. Nu
Geapproprieerde kerken wor- door toelating van Paus Clemens de 7, om des Cardinaels
den genoemt, de welke door tuffchen-komen van de Pauf- Wolfey wil, die toen twee Collegien, \'t eene te Oxford,
lijke macht, met bewilliging des Konings, en des Biftchops en \'t ander te Ipfwich begonnen had, veertigh vernietight
van die wijk, aen eenige Kloofters, Bifdommen, Collegien, wierden 5 zoo heeft omtrent het jaer van de V111 Hen-
en Gaft-huyzen, die weynigh begift zijn, oft om dat zy op rik, even als een vloedt door een gebroken dijk in \'t kerk-

lijk

m

3

BISDOMMEN.!

?arochie <

cerken. ]

]

Geappro-

prieerde

kerken.

Cantelbergh

256

140

Londen

1S9

Winton

131

In de
Provin-

Coventri en Lichfeld

557

zyo

Sartsbury

148

10^

Bath en Wellens

388

i(5o

Lincoln

577

Petroburgh

25)5

5»!

Exoviens

604

239

Gloceßer

2.69

lij

cie van
1 Cantel-
bergh.

Hereford

313

166

Norwits

1121

385

Elye

141

75

Rocefler

Cicefler

2fO IIX

Oxford

195

88

Worceßer

241

Brißol

236

64

Meneven

308

110

Banchoren

107

Landaf

177

Afif

121

Byzonder in de Prov.Cant.

57

14

!| S0m van de Prov.van Cantel.

Szj9 1 5303

in de
Provin-
C!e van
\'fork.

York

581

1

33^

Durham

135

87

. Ceßer

lOI

Carlifle

93

18

j

106 f

5-5)2,

De geheele Som in beyde de
Provinciën

3895

-ocr page 88-

B R t T A

lijk gemeen van Engelandt ingevallen, de welke het meeflre
deel der Geeftlijke lieden, met fchnk der weereldt, en met
verzuchten van Engelandt, met de fchoonfle gebouwen te
gronde neêrgevelt heeft. Want \'tgene de Paus den Car-
dinael, dat heeft de Koning zich zeiven, met toe-ftaen van
Parlament, toe-gelaten. Waer van de byzondere Godts-
huyzen met alle haer rijkdommen, als die twee-hondert
ponden, oft weynigh minder jaerlijx in te komen hadden,
en 37Ö in\'t getal waren, aen de Koning vergunt zijn. En
in \'t volgende jaer zijn, door de fchoone fchijn van alle
over-gelooven uyt te roeyen de andere met de Collegien,

N N ï M.

/ 7

Canfclrycn , cn Gaft-huyzen aen \'c gocdt-dunken van den
Koning
toc gelaten j In welke tijdt men geacht heeft,
dat \'cr
60 ^ Godts-huyzen overgebleven zijn, 96 CoIIegicil
behalven die in de hooge fchoolen, 110 Gaft-huyzen,
^374 Canlelrycn en vrye Kapellen, de welke meeft na een.
korte tijdt vernielt, de inkomften verdeelt, en dc rijkdom-
men, welke de Chriftclijke Godtsvruchdgheydt dcr Engel-
fen, van dat zy eerft Chriftenen geworden waren, aen Godc
geheylight hadden, als in een oogenblik verftroyt, cn, zon-
der nijdtgcljproken, ontheylight zijn.

DE STATEN VAN ENGELANDT.

At acngact dc dccling van óns gemeene
beft, zy beftaet uyt dc Koning,oft Monarch
oftEen-heerfcher, de Edelen, Burgeren,
Welgeboornen, die men
Teomen noemt, en
Ambachts-licden.
De Koning, die onze voór-ouders Kö-
ninj en Cyninj^ (in welke naem de betekening van macht
en wetenfchap is) en wy kortlijk
King noemcn,heeft by ons
dc opperfte macht, cn een louter gebiedt, en hy is nocht in
de befchutdng des Rijx, nocht krijght zijn fterfelen niet van
een ander,en kent geen hooger boven hem als Godt ^ en ge-
lijk een gezeyt heeft: Alle zijn zy onder hem, en hy onder
niemandt als onder Godt alleen. En heeft zeer vele gerech-
hb dgheden zijner Majefteyt , (dc geleerde Rechts-gcleerdcn

\' noemen ze hcylige der heyligcn, en ondeeligen, om dat zy
niet
gefcheyden konnen worden, het gemeen noemtze Ko-
ninglijke
Vmroganven, dat zijn voor-rechten) cn men
zeght dat zy door de bloemen,die in de Koninglijke kroon
zijn, betekent worden. Deze gebtuykt de Koning zeer ver-
diendelijk, zommige door de gefchreve wet,zommige door
\'t recht der gewoonte, welke de oudtheydt, door aller ftil-
zwijgende wil, zonder wet voor goedt gekent heeft, dewijl
zijn waek aller huyzen , zijn arbeydt aller ledigheydt, zijn
naerftigheydt aller vreughde, zijn bezigheydt allef onbe-
zigheyt beichermt. Maer deze dingen behooren tot hoo-
ger plaets cn hooger ftof.

De tweede naeft den Koning,is zijn ccrft-geboore zoon,
de welke, gelijk hy by de Romeynen, tot navolger des Rijx
beftemt zijnde, eerft Princeps luventutis, dat is, de Vorjl
der jetight,
daer na, als de Vleying gladder plaets greep, Ca-
JAY, NoUlis Ciefar,cïi C<efar Nohilijpmus genoemt wierd: zoo
w^as hy by de Engelfe-Saxen, onze voor-ouders,
in haer tael
\'^theling. JEtheling, dat is,Edelman,en in \'t Latijn clyto, van \'t Gnek-

Ibe Komm.

BraEloms

Clpo. ^ fA^^ rlar ie frffliitr C w/iinr rlir p^mw i\'c p^-r. liVf

TteVorß
van

fche, kaJt@-, dat is, treflijk (want die eeuw is een lief heb-
fter der Griekfche tael geweeft) genoemt. Waer van noch
in de mont van\'t gemeen volk een rijmpje zweifr van de
laeftc Eadgar, manlijke erfgenaem des Engclfchen Rijx.
Ca^gap e^elinj Cnjlanöf ocaplinj. En in de oude Latijn-
fche Willekeuren der Koningen leeft men zeer dikv/ijls :
Bgo E. vel JE. Clyto Regis films, dat is, ik E. aft jE. Clyto des
Kenings zoon
: Maer ik heb gemerkt dat dc naem Clyto ook
aen alle kinderen des Konings gedeelt is. Na de overwin-
ning der Normannen is hem,dat ik weet,geen zekere nocht
andere cercn-naem geeygent, als flechts des Konings zoon,
en de cerft-geboore des Konings van Engelandt, tot dat de
eerfte Eduard zijn zoon Eduard met dc naem van Vorft van
Walles, cn Graef van Ccfter (dien hy namaels ook het Her-
toghdom van Aquitanien vergunt heeft) tot dc vergade-
ringen des Parlaments beroepen heeft : gelijk de zelfde
tweede Eduard, alshy nu Koning was, zijn zoontjenE-
duard , naulijx tien-jangh, met de tijtel van Graef van
Cefter enFlinc, tot het Padament gebracht heeft. Maer
die Eduard rot het Rijk gekomen
zijnde, heeft zijn zoon E-
duard, zeer dapperlijk zich in den oorlogh dragende, tot
Hertogh van Cornwal verkooren. Van welke tijdt men
acht, dat des Konings cerft-geboore zoon Hertogh van
Cornwal gebooren is.En weynigh daer na heeft hy des zelf-
den Vorften van Walles tijtel met een hoogh
verlier fel ver-
\'^cfß eert. En is hem het Vorftendom van Walles met deze woor-
fTaiUs. tJen op-gedragen, dat hy \'t houden zoud voor hem, en zijn
erfgenamen Koningen van Engelant. En gelijk de beftem-
le navolgers des Roomfchen Rijx, als ik terftont verhaelt

heb, C^ßrs, des Gnekfchcn Deßotx, des Eranfchen Dolfins ^
des Spaenfchen Infanten genoemt wierden : zoo zijn de na-
Volgers des Engclfchen Rijx vöortaen Vorften van Walles
genoemt geweeft. En heeft deze tijtel gcduurt tot op de tij-
den van de VIII Hendjk, als Walles volkomelijk acn het
Rijk van Engelandt verccnight is. En nu, wijl de ccrdjdts
gedeelde Rijken van Britannien, door \'t geluk van den al-
lermachdghften Koning lacob, in een fmeltcn, zoo wordt
zijn eerftgeboore zoon Henrijk, \'tvermack cn liefde van
Britannien, Vorft van Groot-Britanniengenoemt; den wel-
ken gantfch Britannien van herten
tocwenfchc, dar Godc
hem, die tot de grootfte dingen gebooren is,mct de grootfte
deughden cn eeuwige eer zoo
vevrijke, dat hy onze hoop,
der voor-ouderen daden,
lof cn jaren zeer verre cn geluklijk
te voren ga.

OnzeEdeleti nü worden gedeelt in groöte en kleyne.
De groote Edelen noemen wy Hertogen,Markgraven,Gra-
ven , en Baronnen, die oft door erf-recht deze d jtelcn ge-
nieten , oft met de zelfde om haer dapperheyt van den Ko-
ning vereert worden.

Hertogh is de eerfte tijtel van wacrdigheydt naeft den jjeri^ghl
Vorft. Dit was eerft een nacm van bediening, en niet van
eere. Omtrent de tijden van ^lius Verus wierden eerft
Hertogen genoemt,
die over de landt-palen geftelt waren,
en was deze ccren-trap ten tijde van Conftantinus lager als
de Graven. Na dat
het Roomfche Rijk verdclght was, is
deze tijtel, als ook de iiaein van
\'t ampt gebleven, cn die by
ons in de oude brieven, ten tijde der Saxen, in zoo grooten
getale Hertogen genoemt worden, wierden in de Engclfe
tael alleen
Ealdormen genoemt, en de zelfde dit* Hertogen
genoemt waren, zijn ook Graven genoemt geweeft, gelijk
Will. Malmesburienfis dien Willem, overwinner van Enge-
landt , dien zy
gemeenlijk alle Hertogh van Normandyert
noemen,
Graef van Normandycn heet. Maer dat Hertogh
zoo wel als
Graef een naem van dienft geweeft is, blijkt uyt
deze wijs van ccn Hertogh oft GraCf te verkiezen by Mar- PormuU
culfus een ouden fchrijver. Inzonderheydt Wordt hier in dc
Marculfi,
Koninglijke zachtmocdigheyt volkomelijk geprezen, dat
onder al het volk dc goedtheydt cn wakkerheyt der perfoo-
ncn vereyfcht wordt: en men begeeft niet Hchtlijk aen ie-
mant de Rechterlijke waerdigheydt, \'t zy zijn dapperheydt
en trou al eerft beproeft fchijnen. Dewijl wy dan uw trou
en nuttigheyt fchijnen verzocht te hebben, zoo hebben wy
u het bewint der Graeflijkheydt, Hertoghdom, oft Raedts-
heerfchap in die wijk, daer uw voorzaet de zelve gezien
is
tot nu toe gehandelt tc hebben, bevolen te verhandelen en
te beheerfchen: zoo dat ghy altijdt tot ons gebiedt een on-
befmettc trouw bewaert, en alle vólkeren, daer verblijven-
de , onder uw heerfching en fticdng, leven en geheerfcht
mogen worden, en ghy haer op de rechte wech na haer
Weten gewoonten ftiert: de grootfte befchermer van wc--
duwen en weczen fchijnt: de fchelmcryen der moordenaers
en boosdoeners van u op
\'tftrcngftcgeftraft werden, op
dat de wel-lcVende volkeren zich ónder uw heerfchappy
verheugende, in ruft mogen blijven : cn al wat van den
handel zelf ih de overleveringen van den inkonift gehoopt
wordt, van uw zelf jacrlijx in onze fchat-kift gebracht
werde. Het begon een eeren-tijtcl te worden onder de .
groote Ottho, omtrent het 970 jaer. Wanthy, om de ■

ftrijdtbare en voorzichdge mannen naeuwer aen zich te ^
verbinden, heeftze met
Regalien, zoo hyze genoemt heeft,
vereert: deze Regalien waren Waerdigheden oft Heer-
lijk-

-ocr page 89-

i| I III I \'II

iJV I I
fei

pi-l
p

IF Ii

.[k !

■ypi\'

È n.

i

N

i

n

lijkhcdén, die tc leen ontfangen wierden. De waerdighe^
den waren Her togen, Mar k-graven, Graven, Capiteynen,
Valvaforen, Valvafinen. In Vrankrijk is het later begonnen
een erf-tijtel te zijn, en niet voor dat \'et de IH Philips, Ko-
ning van Vrankrijk,
toe-geftaen heeft, dat zy voortaen
Hertogen van Britannien zouden genoemt worden, die te
vooren zonder onderfchey t Hertogen en Graven genoemt
waren.Maer in Engelandt heeft men in de tijden der Noor-
mannen, als de Noormanfche Koningen zelf Hertogen
van Normandyen waren,langen tijdt niemandt met die eer
verfiert, tot dat de derde Eduard zijn zoon Eduwardtot
Hertogh van Cornwal verkooren heeft, door een krans op
• Namaels \\ hooft, een ring aen de vinger, en een ^ zilvere roede:
iseengoHde ggiijj^ de Hertogen van Normandyen èertijdts door een
rvedemge- .^^r^^Qidt, en een overgeleverde Banier, en namaels door het
brtiy^ge- omgorden van het zwaerdt des Hertoghdoms, en een gou-
Matth. de hoep met gulde roosjesin \'t top verfiert. En de zelfde
Tariswfi Koning de derde Eduward, heeftin\'tParlament zijn zo-
Ja-agekore nen Lconel tot Hertogh van Clarentien, en lan tot Her-
Hemgh togh van Lancafter, door het gorden van een zwaerdt, en
het ftcllen van een vilten hoedt op haer hoofden, met een
hoep van goudt en gefteenten, en een overgeleverde brief,
en na die tijdt veel andere verkoren. Daer na wierden de
erf-Hertogen by ons verkoren met dufdanige woorden in
een brief: Wy geven en vergunnen N. den naem, tijtel,
ftaet, ftijl, plaets, wooning, voor-recht, eer, aenzien, en
waerdigheydt van Hertogh, en beveftigen hem daedlijk
door het górden des zwaerdts, door het opzetten van de
kap, en de gouden hoep op zijn hooft, en
\'t overleveren van
de gulde roede.

De Mark-graef, dat is, zoo ghy op ^t woordt ziet,de over-
fte
der landt-palen, heeft de tweede eere-plaets naeft den
Hertogh. Deze tijtel is later tot ons gekomen, en voor de
tijden van de tweede Richard noyt aen iemandt op-gedra-
gen. Want hy heeft Robert Vere , Graef van Oxford,
zijn
vermaekjtot Mark-graef van Dublin geftelt,en was een lou-
tere eeren-naem, Want die te vooren over de landt-palen
geftelt geweeft waren, wierden gemeenlijk
Lord Marchers
genoemt, en niet Marquejfen, als wyze noemen. En zy
worden van den Koning gekoren, door het gorden des
zwaerdts, en door \'t opzetten van de kap van eer en waer-
digheydt , en de overgeleverde brief En \'t zal ons niet ver-
drieteri hier te verhalen, \'t gene in de rollen van\'t Paria-
ment op-getekent gevonden wordt. Als lan van Beaufort,
van de tweede Richard, van Graef van Somerfet tot Mark-
graef van Dorfet gekoren, en van de IV Henrijk van dié
tijtel berooft was, en de gemeente van Engelandt, in \'t Par-
lament van den Koning,ootmoedelijk verzocht,dat hy hem
in de verloore naem van Mark-graef herftellen zoud, zoo
heeft hy daer zich zelf tegen geftelt, en opentlijk gezeyt,dat
dit een nieuwe waerdigheydt was, by onze voor-ouders
gantfch niet bekent, en dat hyze daerom geenzins begeer-
de, en gantfchlijk niet hebben wilde.

De Graven, die de derde plaets bezitten, fchijnen wy
van onze voor-ouders,de Duytfen,gehadt te hebben. Want
by hun waren, als Tacitus getuyght, eertijdts Graven, die
altijdt by de Vorften tot raedt en aenzien waren. Andere
meenen nochtans dat zy van de Romeynen tot ons, als ook
tot de Franfen gekomen zijn. Want de Keyzers hebben, als
het Rijk nu in zijn volle groey was, begonnen een huyftijke
Raedt by zich te hebben, welke
Cafaris Comitatus genoemt,
en zy zelve, welker raedt zy in vrede en oorlogh gebruyk-
ten, wierden Cö^^i/V^-j geheeten, waer van men dikwijls in
de oude opfchriften vindt,
Comiti Impp. Èn \'t is in weynige
jaren zoo ingewortelt, dat de naem van
Comes aen alle over-
heden gegeven is, die het heylige
Comitatus wikttrnmen y
oft daer uyt voortquamen : en daer van heeft zy namaels
gereykt tot alle, die eenige dienft bekleeden, en wordt Co\'
InTaratit\' ^^^ oft een Graef by Suidas uyt-gebeelt, o AaS äoxm, als
hs adCod, Cujacius ons leert. Waer uytwy ook verftaen, dat de naem
van
Comes voor de groote Conftantinus niet in \'t gebruyk is
geweeft, om eenige waerdigheydt te betekenen. Want als
deze de wijs van\'t Roomfche gebiedt door nieuwe onder-
fcheyden veranderde,
en vele pooghde door weldoen te ver-
binden, en met eere te over-laden, zoo heeft hy eerft de ee-
rentijtel van Graef zonder bediening
ingeftelt : en \'twas
een Graeflijk vermogen en voor-recht den Vorft, niet al-
leen in \'t wyt-gaen, maer ook in \'t Palleys, en verborge-
ner plaetfen tè verzeilen te mogen zijn by zijn maèltij-
den en heymelijke redenen. Waer van men by Epipha-
nius leeft : Die ook der Graven waerdigheydt van den Ko-
ning verworven heeft. Eyndlijk heeft men die gene , welke
met deze weldaet vereert waren, ook andere waerdighe-
den met een bediening vergunt, en in tegendeel, die in da
overheydt en bediening van \'t gemeen waren, met die eer
bekleet. Hier van heeft de naem van Graef van die tijdt af
een waerdigheydt, en een over-ampt betekent, in \'t begin
tijdlijk zijnde,en namaels met het leven gedurende. Maer
daer na, als de Roomfche zaek tot veel Rijken verdeek
wierd, zoo is ook deze tijtel behouden, en onzè Saxen
hebben, die zy in haer tael Caldojiman noemen , in \'t La-
üjn Cómites ci\\ Conßies gthceïcn : En de Dcénen hebben
de zelfde in haer tael
Eorias, dat is, ge-eerde genoemt, als
Ethelwerd getuyght, met welke naem verzacht zijnde,
zy heden by ons
Ear/es genoemt worden. En zijn voor-
waer lang en eenvoudighlijk met deze naem genoemt j
doch eyndlijk ook met b^y-voeging van de plaets, daer zy
met macht en aenzien over heerfchten. Maer het was toen
noch geen erflijke waerdigheydt. Want de eerfte erf-Gra-
ven in Vrankrijk waren, op dat ik dit in \'t voorby-gaen aen-
tekene, de Graven van Britannien. Maer als de Noorman
Willem, nu overwinner, het hooghfte gezagh in dit Rijk
bediende, zoo begonnende Graven leenlijk, erflijk, en
Tatrimoniael te zijn, dewelke ook, als uyt het Sehat-boek
van Engelandt blijkt, zonder eenige by-voeging Graven
genoemt zijn, als Graef Hugo, Graef Alanus, Graef Ro-
\' gier, &e. Daer na, als in de oude brieven te zien is, wier-
den de Graven gekoren met by-voeging van de naem van
de plaets, en hun toe-geeygent de derde penning van het
Graeffchap. Als by voorbeelt , de Keyzerin Machteld,
dochter en erfgenaem van de eerfte Koning Henrijk , heeft
met deze woorden een Graef gekoren, als in de brief zelf ^
die ik heb, blijkt: Ik Machteld, dochter van Koning Hen-
rijk , en vrou der Engelfen, geef en vergun aen Gaufred
van Mandevil voor zijn dienft, en aen zijn erfgenamen, na
hem erflijk, dat hy zy Graef van Eftex , en hebbe den der-
den penning van \'t Graeflijk ftadthouderfchap van de wil-
iekeuren,gelijk een Graef tot zijn Graeffchap in alle dingen
hebben moet» En dit is de oudtfte brief van verkiezing, die
ik tot noch toe gezien heb. Infgelijxheeftde II Henrijk,
Koning van Engelandt, met deze woorden een Graef ge-
koren : Weet dat wy Hugo Bigod gemaekt hebben Graef
van Nortfolk, te weten van den derden penning van Nor-
wits en Norcfolk, gelijk eenige Graef van Engelandt zijn
Graeffchap vrylijk bezit. Het welk het oude boek van het
kloofter ^^^
é-Z/ö alzoo uyt-leght : Daer was gewoonlijk een
oude wijs door gantfch Engelandt ingewortelt, dat de Gra-
ven den derden penning der Provinciën voor zich behiel-
den, daer van zijii zy Graven genoemt. Infgelijx een ander
zonder naem zeght volkomelijker : Graeffchap wordt van
Graef genoemt, oft in tegendeel. En \'t is een Graef, om dac
hy het derde deel van\'t geen van de willekeuren afkomt,
in yder Graeffchap ontfangt; doch dat ontfangen alle Gra-
ven niet, maer die, welke \'t de Koning erflijk en perfoon-
lijk vergunt heeft. Waer van Polydorus Virgilius waerlijk
na de wijs van onze eeuw fchrijft: De Engelfen hebben een
wijs, dat de tijtels der Graeffchappen, door \'t goedt-dunken
van den Vorft, vergeven worden, ook zonder bezit van
plaetfen,waer van de tijtels zelve gehaelt worden. Waetom
de Koning die, welke in dat Graeffchap niet met allen had-
den , uyt zijn tollen jaerlijx een fomme geldts plach te ge-
ven, in de plaets der bezitting.

Ii.
ü

;!
Ii

- ; i

•van üVcöf-
mandjen.

• t

Jllarkr
Craef,

4. H. 4.

i !

5

De Graven,

Eertijdts wierden zy verkoren zonder eenige by-ge-
voeghde eere-namen , maer alleen door \'t overleveren van
debrief Onder Steven, dewelke, terwijl de burgerlijke
oorlogh brande, het Rijk ingenomen heeft, zoo hebben
ook vele de tijtels van Graven ingenomen,welke de hiftorie
van de kerk van Waverley
Pfeudo-Comites, dat is, valfche
Craven
, en Comités imaginarios, dat is, ingebeelde Graven
noemt, terwijl zy verhaelt dat de tweede Henrijk de zelve
af-geftelt heeft. Maer Koning lan heeft, zoo veel ik ge-
merkt heb,daer de eerfte het gorden van\'t zwaert by gedaen.
"^ant Rogier van Hoveden fchrijft: Koninglan heeft, op
dp dach zijner krooning,Willem Maerfchalk omgort met
het zwaert van \'t Graeffchap van * Strigul, en Gaufred, de
zoon van Fecer,methet zwaert van\'t Graeffchap van Eftex,

de wel*

Eorlas, he-
den Earles.
P. Pnheus
in de ge-
denk^waer-
digheden
vm Cam-
ponten*

Het om-
gorden des
zu^aerdts.

* Elders
van Pen-
kocki.

-ocr page 90-

B R I T A

de welke, fchoon zy te vooren Graven genoemt waren, cn
de bediening haerer Graeffchappen gehat hadden, zo wa-
ren zy nochtans niet omgort met het zwaerdt van \'t Graef-
fchap : En zy hebben dien dagh gcdicnt aen de tafel des
Konings, met dc zwaerden omgort zijnde. In de volgende
eeuw is
\'er by gekomen het opzetten van den hoedt, met
de goude hoep,- de welke nu in een geftraelde oft getakte
kroon verandert wordt, en een eer-kleedt. Welke drie din-
gen , naemlijk het zwaerdt met de gordel, dc hoedt met
dc kroon, cn het eercn-klcedt, heden van byzondere Gra-
ven gedragen worden voor hem, die tot Graef gekoren
zal worden, en hy wordt tuffchcn twee Graven, infgelijx
naet ecrcn-klccden aengedaen zijnde, tot den Koning, op
den troon zittende, in-gebrachtin een opper-rok , alwaer
hy op zijn knyen liggende, terwijl hem de brieven van ver-
kiezing voor-gelezen worden , hem de rok van den Vorft,
op deze woorden: Dezen T. verheffen, verkiezen, vcree-
ren, maken, en ftellen wy tot Graef van S. En geven, ver-
gunnen , en bekleeden hem door het gorden des zwaerdts
daedlijk met de naem , tijtel, ftaet, ftijl, eer, aenzien, en
waerdigheydt van Graef van
S i aen-gedaen wordt, het
zwaerdt aen den hals gehangen, en de hoedt met dc kroon
op-geftelt, en brieven van verkiezing, na dat zy hem voor-
gelezen zijn, overgelevert. Maer dit behoort niet tot ons
wit. En\'t gene ingegrocyt is, naemlijk dat die Graef ver-
koren zal worden, zoo hy tc vooren geen Baron geweeft
is, eerft tot Baron verheven worde, is nieu en onlangs op-
gekomen , en gebruykt van de tijden van de VIII Hen-
rijk. Doch onder dc Graven warende aller-cerlijkfte, dic
Tals\'nraef. Pals-Gravcn genoemt geweeft zijn, want gelijk Pa/s een
P.Pitham. gemeene naem was van alle dic in \'t Palcys des Konings
eenigen dienft bekleede, zoo was Pals-graef een tijtel van
waerdigheydt, aen dien gegeven, die te vooren in \'t Palleys
was, met eenige Koninglijke macht om in zijn landt te oor-
deel en.

ricontes. Na de Graven zo volgen in orde de onder-Graven, oft
Graef]ijke Stadthouders, wy noemenze
Vicounts. Dit is een
oude naem van bediening, maer een nieuwe van waerdig-
heyt,en ten tijde van dc VI Henrijk cerft by ons gehoort.
Baronnen. Onder de groote Edelen hebben de naefte plaets de Ba-
ronnen ; en fchoon my niet onbewuft i^, wat dc geleerden
by Cicero van de betekening dezes naems fchrijvcn, zoo
omhels ik nochtans liever de mening van Ifidorus, enden
ouden Letter-wijzen ,dc welke willen, dat Baronnen ge-
huurde krijghs-knechten zijn. Want dit fchijnt die zeer
bekende plaets by Hirtus , van de Alexandrijnfche oor-
logh , te overtuygen. De welke aldus luydt: Men loopt by
ccn om Caffius te befchermen: want altijdt was hy gewoon
Baronnen, en veel ander bcroepene met pijlen by zich tc
hebben,waer van de andere af-gcfhedcn worden. Hier van
verfchilt ook niet de oude Latijnfch-Duytfchc aenteke-
ning,welke Baron vertaelt door a^^, dat is,een man. Over
al wordt ook in de wetten van de Longobarden Baron voor
een man gebruykt. Doch de oorfpronklijkhcden dezes
naems, die zommige gcfmeedt hebben, bchaegen my zeer
weynigh. Het uyt-fchuymfel dcr Franfen trekken dc Ba-
ronnen uyt haer tael, als
Par-hommes, dat is, mannen van
even groote waerdigheyt. De Engelfe Rechts-geleerdcn,als
Robora belli, dat is , dc fterkte der oorlogh: zommige Duyt-
fen als
Bannen-heyrs, dat is, Vaendrighs : Ifidorus als Bajpfif,
dat is, Deftige. Alciatus van de Betonen , een oudt volk
in Spanjen, de welke hy verhaelt, dat eertijdts gehuurde
zoldaten geweeft zijn. Maer die uyt dc Duytfche tael is
beter, waer door
Bar vry en zijn eygen meefter betekent.
Op wat tijdt deze naem in dit eylandt gekomen is, heb
ik noch niet bevonden. De Britannen kennen\'t niet voor
\'tharc, en het blijkt nergens in de wetten der Engelfche
Saxen, ook ftaet het niet in de Saxifche aentekcningen
vanAlfric, onder de woorden der waerdigheden, alwaer
Lordes. Heer vertaelt wordt Laford , \'twelk wy in Lord verkort
hebben. En by de Deenen wierden de Vry-hceren, als de-
ze Baronnen heden zijn, Thani genoemt, gelijk zy ook
noch heden (na \'t getuygnis van Andreas Vellejus) genoemt
worden. In Burgondien is nochtans het gebruyk dezes
naems zeer oudt, want Gregorius Turoneniis fchrijft: De
Baronnen van Burgondien, zoo Biffchoppen als andere
luyden, &c. By ons wordt het eerfte gewach van Baron
gemaekt in het gedeelte der wetten van Canutus, Koning

JnParergis.
Ztet Gol-
daßus

N N

7$

der Engelfen en Deenen, zo veel ik gemerkt heb. Waer in
men nochtans, na dc verfcheydenheydt der voor-beelden,
fironis, Baronis, cn Thani leeft. Maer dat hy Baronnen ge-
mccnt heeft,is zeker uyt de wetten van Willem dc Conque-
fteur, waer in die van Canutus in\'t Noormanfch overge-
dragen worden onder den naem van Baron: ziet daer dc
cygenftc woorden: Dc dingen des heyrs zijn zoo gema-
tight, dat zy verdraeghlijk zijn. Des Graven als \'t betaemt,
welke zijn 8 paerden, vier gezadelt > cn vier niet gczadelt,
vier helmen en vier pantfers, acht lancen en zo veel fchil-
dcn , vier zwaerden , cn vicr-hondcrt Maucen goudts. En
des Konings Viron oft Baron, die naeft hem is, vier paer-
den, twee geizadclt, en twee zonder zadels, twee zwaerden,
vier lancen en zo veel fchildcn, ccn helm en een pantfer, en
50 Mauccn goudts.

Ook wierden in de eerfte tijden der Noormannen dc VeelTba-
Valvaforen enThanen in waerdigheydt naeft de Graven wn inEn-\'
cn Baronnen geacht : en de groote Valvazoren (zo wy
^f^^^^ndt
haer, die van de Leeningen fchrijven,geloven) zijn de zelf- \'

de geweeft , als nu de Baronnen zijn. Zo dat Baron uyt die ^^^^^
namen fchijnt gefprotcn te zijn, die de tijdt
allenx beter
cn zachter gemaekt heeft. Maer zy waren
toen noch van
geen hooge ecre: want in die tijden hadden zommige Gra-
ven haer Baronnen onder zich, cn my gedenkt dat ik gele-
zen heb in de oude inzcïttingcn dcr Franfen, dat \'er tien Ba-
ronnen waren onder ccn Graef, en zoo veel Capitcynen oft
hooft-licden onder een Baron. Ook is
\'t zeker dat \'cr oude
brieven zijn, waer in de Graven, na de
inval der Noorman-
nen , fchreven: Allen mijnen Baronnen , zo Franfen als En-
gelfen welvaren, &c. Ook wierden treflijke burgers Ba-
ronnen genoemt, want de burgers van Warwijk worden
in \'t Scbat-boek van Engelandt Baronnen geheeten, infge-
lijx hebben de burgers van Londen, en de inwooners der
vijf havenen de zelfde naem genoten. Weynige jaren daer
na zijn, even gelijk als eertijdts de Raedts-heercn te Ro-
men uyt dc rijke lieden gekooren wierdcn, infgciijx alzo by
ons voor Baronnen gehouden geweeft , die een gantfche
Baronny door haer landen hadden, oft xiiï krijghs
Feoden,
en een derde deel van een krijghs Feode, yder Feode, als een
oudt boek getuyght, gerekent op xx ponden, dewelke
maken 400 marken. Want dat was de wacrdc van een ge-
heele Baronny, en die landen en inkomften na deze waer-
dc gehat hebben, plegen tot de Parlamenten toe-gelaten te
worden. En het Ichccn
een waerdigheyt met een vryheyt CourtB^
tc zijn, het welk de hoven der Baronnen, als menze noemt, rem»
cenighzins getuygen. En de menighte der Baronnen zelf
betuyght, dat zy zodanige Heeren geweeft zijn, die in haer
heerfchappy recht mochten fpreken , hoedanige by dc
Duytfen
Frce-heirs genoemt worden, doch inzondcrheyt,
als zy haer
kafteelen hadden. Want dan paften zy op de
uyt-beelding van
dien zeer vermacrden Rcchts-gclcerdcn
Baldus,welkc dien Baron uytbeelt, al, die een louter cn ver-
mengt gebiedt in eenigh kaftecl gehat heeft, by vergun-
ning van den Vorft. En al, gelijk zommige willen, die Ba-
ronyen hadden , fchijnen zich deze eer toe-geeygent te
hebben: en als zommige geleerden in ons Recht dunkt, zo
waren Br.ton cn Baronny, Graef en Graeffchap, Hertogh
Matth» ^
cn Hertoghdom, even als Koning en Koning-rijk, gelijk als
ecn-acrrig:n. Voorwaer de derde Henrijk heeft in die eeuw
hondert en vijftigh Baronnyen in Engelandt getelt. En
hier van is \'t dat in de brieven en Gcfchichten van die tijdt,
byna alle Edelen Baronnen genoemt worden, en zy was
toen gewiflijk een volkome naem van eer,
en onder de naem
van \'t Baronfchap van Engelandt wierden al de hooghftc V Baron^
Staten des Rijx,tc weten, de Hertogen,Mark-Graven, Gra- fihap van
ven, en Baronnen cenighzins begrepen, maer zy is tot de Engelandf,
hooghftc eer gekomen,na dat de 111 Koning Henrijk uyt
zo groot een mcnighte, welke oproerigh en onruftigh ge-
weeft is, zommige van de
befte door Koninglijke brieven
tot de vergaderingen der Parlamenten beroepen heeft.
Want hy (ik fpreek uyt een genocgh ouden fchrijver) heeft
na groote ontroeringen en afgrijflelijke qucllingen , tuf-
fchcn den Koning zelf, Simon van Montfort, cn andere Ba-
ronnen ontftaen en geftolt,geftelt en gcordincerr, dat al die
Graven en Baronnen des Rijx van Engelandt, acn welke de
Koning zelf gewaerdight heeft bullen van aenncming te
reyken, wederom tot zijn Parlament zouden komen , en
geen andere: \'tzy miflTchien de Heer Koning andere van die

X bullen

N.

E

-ocr page 91-

75 B R I T A

Somcm to bullen wilde uytdeelen. Maer \'t gêne hy weynigh voor zijn
Parlament, doodt begonnen heeft, heeft de eerfte Eduard, en zijn na-
volgers ftantvaftlijk onderhouden. Daer van wierden die
dleen Baronnen des Rijx geacht, die de Koningen alleen
door zodanige brieven van
Summetien, als zy \'t noemen, tot
de vergaderingen beroepen hadden , tot dat de tweede
Richard,lan van Beauchamp van
Holt tot Baron van Kider"
minßer
, door een vry-brief gegeven den x Odober, in het
X I jaer des Rijx, verkooren heeft. Nu hebben de Konin-
gen van die tijt af door vry-brieven,oft veel eer door eeren-
brieven, en het aendoen van een eeren-rok deze eer dik-
wijls op-gedragen. En heden zijn die wijs van een Baron
door een
vry-brief te kiezen, en die door brieven van Sum-
motie
noch in gebruyk, in de welke zy niet met de naem
van Baron, maer van
Chevalier begroet worden. En die zo
verkoren zijn, worden genoemt Baronnen des Parlaments,
Baronnen des Rijx, en
eeren-Baronnen, tot onderfcheyt
van die noch na de oude wijs der Baronnen gemeenlijk
Baronnen genoemt worden, gelijk die vanBurford, van
Walton, en die Baronnen geweeft zijn van die Pals-graven
van Chefter en Penbroek, die leen-Baronnen, en Baron-
nen door
Teneur waren.

DezePadaments Baronnen genoten niet alleen de bloo-
te naem, als die van Vrankrijk en Duytfchlandt, maer zy
zijn alle geboren Pairen, Heeren, Machtige, en Raedts-
heeren ^ en worden van den Koning beroepen, met deze
woorden: Om te handelen van hooge dingen des Rijx, en
van de zelve raedt te geven. En zy hebben haer vryheden
en voor-rechten, te weten, dat zy niet als by vonnis der Pai-
ren in mifdaedt geftelt werden, dat zy niet tot ecdt-zwee-
ren gedrongen werden, maer het genoegh zy , dat zy op
haer eere betuygen, dat zy onder de twaelf mannen,om van
de daedt te onderzoeken, niet geroepen werden, dat zy die
3revibuSySufflicavit,Capa5,Bßbinis niet onderworpen wer-
den , en veel andere dingen, die ik den Rechts-geleerden
late, by welke deze en andere dingen te verhandelen zijn.

Behalven deze zijn ook de twee Aerts-biftchoppen, en
alle de Biflchoppen van Engelandt ook Baronnen des Rijx,
oft des Parlaments, gelijk, by \'t gedenken onzer groot-va-
ders, ook deze van de Kloofter-overften.

"Glafcon.

S. Auguftijn van Cantelbergh.
S. PieteirvanWeftmunfter.
S. Alban.

S. Edmond van Bury.
S. Pieter van Burgo.
De Abt van^
S. lan van Colcefter.
Eveshaim.
Winehelcomb.
Grönland.
Belli oft
Reding.
Abindon.

rWalthaim des H. Kruys.
I Shropshire.
Cirencefter.
S. Pieter van Glocefter.
Bardeney.

.S.BenedidusdeHulmo.

^^A^fvan^Thornei.

Ramfei.
Hyde.

Malmesbury.
S. Marie van York.
Selbei.

Coventry.

De Ordre van S. lan te lerufalem, die ge-
De Prior van^ meenlijk wilde gehouden zijn voorMee-
j fter der loannitifche krijghs-lieden, en de
( eerfte Baron van Engelandt.

Aen welke (op dat ik nu ook van de Biflchoppen fpreke)
het van rechts en gewoontes wegen toe-gekomen heeft in
alle Parlamenten, ik fpreek uyt de gemeene handelingen,
als Pairen desRijx
,met de andere Pairen perfoonlijk tegen-

De Bif
fchoppe»

E N.

woordigh te zijn, te raden, te handelen, te fchikken, in tc
ftellen, te beftuyten ten opzicht der Baronnyen, die zy van
den Koning inhadden. Want dc eerfte Koning Willem
heeft (\'twelk de Gecftlijkhcyt van die djdtbeklaeghde,
maer dc navolgers hebben\'t voor de grootfte eer gehou-
den ) de Bifdommen cnAbdyen, welke de Baronnyen in
hadden, tot ccn loutere en geduurige aclmoes, en zoo veel
van alle wereldtlijke dienft bevrijt waren, onder krijghs-
dienft geftelt, ieder Bifdom en Abdy na zijn eyge wil op de
rol ftellendc, hoe veel zoldaten hy wilde, dat zy hem en
zijn navolgers ten tijde van oorlogh elk zouden opbren-
gen. En van die tijdt afhebben de Geeftlijkeperfoonen
alle vryheden met dc andere Baronnen des Rijx genoten,
behalven dat zy van Pairen niet gcoordeclt worden. Want
dewijl \'t hun, na de regels dcr Kerke, niet geoorloft was,
by bloedt-zakcn tcgenwóordigh te zijn, zoo worden zy
in de zelfde zaken aen de gezwoore
xii mannen , 200
veel acngact het oordeelen van de daedt, gelaten. Maer
of dit van ccn verzochte recht zy, laet ik de Rechts-geleer-
den oordeelen.

De Vavaforen oft Valvaforcn, hebben eertijdts de naefte
plaets aen de Baronnen gehadt, dewelke de Rechts-geleer-
den trekken van de Valdueren. Deze waerdigheyt fchijnt
van dc Franfen tot ons gekomen te zijn. Want als zy het
hooghfte gezagh in Italien hadden,zoo hebben zy die Val-
vaforcn genoemt,die van een Hertogh, Graef, Mark-graef,
■ oft Capiteyn het gemeen volk, cn een deel van \'t gemeen
volk ontfangen hadden : en hebbcn,als dc Rcchts-geleerde
Butelcrius zeght, het recht van dc hooghfte dwang, maer
niet van markten en koopmanfchap gehadt. Deze waer-
digheyt is by ons zeer ongemeen geweeft, en zoo ^cr eenige
geweeft is, zy is ecfdjdts allenx vcrgacn. Want in Chaucc-
rius tijdt is zy niet groot geweeft, wijl hy van zijn Brankelirii
oft treflijkcn boer zeght;

A Sherijfe had de heene, and a contour

Wa4 no xvherejóch a worthy VavaföUr,

De kleyne Edel-lieden zijn dc Ridderen , Wapen-dra-
gers, en die gemeenlijk
Genereufen cn Gentlemen genoemt
worden.

De Ridders, die by de Engelfche Rechts-gcleerdcn ook
Milites in \'t Lan jn genoemt worden , hebben byna by alle
Volkeren haer naem van de paerden gekregen, want l5y dc
Italianen worden zy
Cavallieri, by de Franfen Chevalicr,
by de Duytfen Ridder de Cambro-Britannen Margogh
van \'t rijden genoemt. By dc Engelfen alleen worden zy
Knightes geheeten, met ccn woordt, door welk de oude tael
der Engelfen, als ook der Duytfchen zonder onderfcheyt,
en een dienaer, en een jongeling betekent. Hier van leeft
men in de oude Euangelicn, in dc Engelfche tael, voor
Chriftus leerlingen
LeorhungKnychts, en elders vooreen
onderdaen
Incnyht, en onze oude Rechts-gelcerdc Brado-
nus gedenkt van
Radcnyhtes,èat is,Ruytcr»dicnaers,de wel-
ke haer landen met die voorwaerde bezaten , dat zy den
Heere te paerdt dienden, waer van ik geacht heb, dat in \'t
kort, gelijk wy ons der kortheyt bevlijtigen,
Knights by ons
gebleven is.

Maer waer van zy by de onzen in de wetten en alle fchrif-
ten , na de Noormanfche overwinning, in \'t Latijn
Milites
genoemt zijn , zie ik naeulijx. Nochtans is my niet onbe-
wuft, dat, het Roomfche Rijk vervallende, de naem van
Milites tot die geen overgedragen is , dc welke, omtrent de
zijde van den Vorft verkeercnde, dc grootfte ampten in het
gezelfchap van den Vorft bedienden. Maer zo ik iet in deze
Zaek zie, zoo zijn die gene by ons eerft alzo genoemt ge-
weeft , die eenige vergunde hoeven oft leeningen gehadt
hebben , om dat zy
Zouden oorlogen. Want die lecningen
zijn
Militaria, dat is, oorlooghfchcgcnoemtgcweeft,en die
elders Feudatarii, dat is, leen-lieden geheeten wierdcn, die
wierden hier
Milites, oft krijghs-licden genoemt, als de
krijgs-liedcn van den Koning, van den Aerts-biflTchop van
Cantelbergh, van Graef Rogier, van Graef Hugo,
&c. Om
dat zy daer op dc hoeven van hun ontflngen, op dat zy voor
hun krijgen zouden, cn hun trou en manfchap bewijzen ^
daer dc andere, die voor zoldyc dienden, zoldaten en dic-
naers genoemt wierden. Voorts zijn deze, \'t zy menze
knjgs-knechtcn, \'t zy
menze Ridders noemen wil, by ons
vierderley,
doch de ecrlijkfte worden geacht, die van de
Ordre van S. loris larti^i oft van de kouflTe-bandt^ de twee-
de

N N

Matth,
Farn.

Vkvafmn.

Sigemfts,

Kleyns
Edelen.

Ridders oft

krijghs-

knechten.

iVdêrofft de
Knights
int Latijn
Milites
noemt

Läi

-ocr page 92-

A N

—■ ~ ■ ^ \'J j

de de Bannèretten, dè derde de Bahei.cn dc vierde die in on- voeging van veel Ceremonien,de welke nu meeft veroudert
2etaelftechtsi^«/^^/j,m
t Latijn B^u/usaurati, oft Mi/ius zijn, gemaekt tc worden. Maer in onze tilden die om H
zonder eenige by-voeging genoemt worden. Van de Rid- ze orden van den Koning te ontfangen beroepen worden "
ders van
S. lans zullen wy op zijn plaets fpreken, als wy tot (ik zal ook deze zaek niet ten naeuften vervolgen ) gaen
Wmdfoor gekomen zijn. Van de andere ^zullen wy nu een daeghs te vooren, als zy Ridder gemaekt worden
, aen-Re-
weymgh verhalen. daen in een afgraeu Eremijts kleedt, met een
Monnix-kan

De Banneretten, die by anderen valfchlijk Baronet ten ge- een linnen mutsken,en laerzen,raet aendacht na de Godtf
noemt zijn, hebben haren naem van de Banier; want hun dienft, op dat zy haer krijgh als met Godt
, inzonderhevdt
was, om haer dapperheydt in den oorlogh, een vier-kante als zy na de krijgh gaen zullen, beginnen: zy avont-malen
Banier vergunt, even als de Baronnen, te gebruykcn, waer tezamen, en ieder wordt bedient van twee
wapen-dragers
van zy ook by zommigen i^t waerheydt Baender-Ridders en een volgh-jongen. Na de maeltijdt begeven zy
zich irt
genoemt worden en by de Duytfen
Banner-hetres. Dezer haer flaep-kamer , alwaer ieder een beddeken bei evt wordt
oudtheydt kan ik met verder als tot de tijden van dc derde met roode deckens en gordijnen , daer acn de wapenen van
Eduward, als de Engelfen in oorloghfche lof overvloey- hacrgeflacht gehangen
, en ccn baed-vat met linnen over-
den, verhalen : zoo dat ik gelooven moet, dat deze eeren- dekt daer neven, waer in, na dat zy zich Gode bevolen heb-
tijtel toen eerft tot loon van oorloghfche dapperheydt be- ben,
Zy zich af-wa/fchen, op dat zy vermaent werden
dacht, tot dat die tijdt iet zekerer daer van leeren zal. In de voortaen van een reyn hert en gemoedt te zijn \'s Anderen
^ gemeene handehngen
van die tijdt wordt gcwagh gemaekt daeghs worden zv wel vroegh , door \'t geluvt van zans-ge-
onder de krijghs-tijtelen
van tot de Ba- reetfbhappen, op-gcwekt,èn doen de zelfde kleederen aen

23- nieren, de welke dc zelfde fchijnen, en van mannen tot de Dan gaen de Conftapel van Engelandt, de Maerfchalk en
wapenen. En ik heb dc brief
van de derde Eduward gele- andere, die de Koning daer toe geftelt heeft, bv haer \' en
Zen, waer in hy lan Couplandt tot de ftaet van Baneret ver- roepenze elk in orde by zijn naem uyt, en ftellen haer\'den
heven heeft,om dat hy de tweede David,Koning der Schot- eedt voor, namelijk,
dat zy Godt voor alle dingen dienen
ten, in de flagh by Durham gevangen had : Willende den de kerk befchermen, den Koning eeren, zijn gcrechtiahe^
zelfden lan, die David de Bruys gevangen, en ons ten dank den voorftaen, weduwen, maeghden, en weczen befcher-
vcrloft heeft, om de verdienften van zijn vromigheydt en men, en alle onrecht,
Zoo veel zy konnen, verdrijven. Als
dapperheydt zoodanigh vergelden, op dat andere uyt dit zyaldirmetaenrakendesEuangeliuinsbe2worenhebben.
voor-beeldt opnemen, ons in toekomende tijden getrouw-
Zoo worden zv door des Konings zangers en voorgaende
lijk te gehoorzamen, -zoo hebben wy den zelfden lan in dc Herauten, na dc
A/etten gcleyt, en van dc zelve wederom
\' ftaet van
Banneret geftelt; cn om h em in de zelfde ftaet tc inde flaepkamers gebracht, alwaer zy , de Eremijts kleede-
handthaven, zoo hebben wy voor onsen onze erfgenamen ren uyt-trckkende,een küjghs-rok geheel van 2ijde,cnmet
den zelfden lan vergunt vijf hondert ponden voor hem cn Mars roode glans fchijnende,en een witten hoedt met witte
zijn erfgenamen jaerlijx te ontfangen, &c. \'t Is om \'t gehcu- vederen over een linnen muts aen doen, en witte hand-
gen waèrdigh, dat ik hier uyt Eroffard de wijs bytekene, fchoenen, met een bandeken van de krijghs-rok t zamen-
waer op lan Chandos, een man in zijn tijdt bloeyende in binden. Klimmen op paerden met een zitfel van zwart en
\'c lof van den oorlogh,Banneret gemaekt is. Als nu Edward, wit gefpikkelde lederen zadels, en met een kruys op haer \'
Vorft van Walles, het avontuur van den oorlogh zoud be- voor-hooft gehecht voorzien. Voor elk draeght
zijn volgh-
proeven voor Koning Pieter van Caftilien , tegen Henrijk jongen te paerdt, een zwaerdt met een vcrgult geveft, waer
den
Baftardt en de Franfen,zoo is lan Chandos by den Vorft aen gulde fpooren hangen, en acn beyde zijden rijden de
gekomen, en heeft hem zijn Banier toe-gevouwen in han- wapen-dragers. M et deze ftaetfy gaet men met
klinkende
den gegeven , en alzoo acn-gefproken: Mijn Heer , dit is Trompetten na \'t Koninglijke hof, alwaer, als zy van twee
mijn Banier, het believe u dat ghyzc ontvout, op dat ikze oude krijghs-knechten in des Konings tegenwoordigheyt
heden uyt-voere. Want mijn inkomften, dic ik heb, zijn geleyt worden; zoo geeft de volgh-jongen den knjghs-rok
door Godts genade daer toe groot genocgh. Maer de Vorft, met het af-hangende zwaerdt aen des Konings kamerling,
en Koning Pieter van Caftilien, die daer by ftond, hebben
die geeft het met alle cerbicdigheydt aen den Koning, die
de Banier
in handen genomen, én hem ontfouwen,met de- den krijghs-man over dwers daer mee om-gort, en beveelt
ze woorden weder gegeven: Heer lan, het zy u tot geluk twee oude Ridders hem de fpooren aen te doen, de welke
\' en voorfpoedt, en het moet u tot eer gedyen,- handelt raa\'n- eertijdts gewoon waren des krijghs-mans, die Ridder ge-
lijk, en toont wat een man dat ghy zijt. Hy, dc Banier ont- maekt wierd, knyen met gcluk-wenfching tc kuHen. En
famrcn
hebbende, heeft zich vrolijk tot de zijnen begeven , als fy nu Ridders gemaakt waren , zoo plachtéii zy eertijdts
de Banier vcrheftende, Spits-broeders, zeyde hy,zie daer de gericbten op desKonings tafel cc dragcn,en daer na aten

(tItiv rl-jpi-«nnfdiahliiJr. voor zy alIc t\'zamcn, acn de zclfdc zijdc vaii de tafel aen zitten«*

van zijn voorou

Badt-Rid-

ders.

5i

/

wen uyt de bloem van aen Aaei, aic iiuuii --------v ____________

ke trap ontfangen hadden, uyt-gekoren te worden, op der oordeelden beoT-i^-m .T!™"\'\' T" . aie zy

Koningen en Koninginnen hulding, Bruylofen, ook zom- met de wapenen Son tTn \'\' \'"»delen. ■

tijdtsi haer zonen Vorften van Walles oft Hertogen ver- tus met zim ^omH, \' t welk ons Cornelnis Taci- ^ ,

oftmecdekriighs.riemom-gortw.erden, n.tby- de wapent ££

genocgh

biedt de uyterfte kanten van\'t vaendel aft. _ , •• , ......

^ r in \'t lang een vierkante Banier worde. ren aen-gedaen, met een blaeuwe krijgbs-rok, welke dc

V d Krij^hs-lieden oft Ridderen Ba/nei, is my, daer verw Van de gunftige lupiter is,bekleedt,en met een knoop

1 pnde tot noch toe niet ouders ontmoet, als datzy in van witte zijde, gemaekt na de vorm Van een kruys, niet

van lezen ^^^^^^ ^^ ^^^^ Franfen, cn dat de vierde een kovel op de linkcr-fchouder, Maer hier van, \'t welk ik

gebruyK g ^^^^ Engelandt, op dien dagh, als hy ge- niet voorgenomen heb byzonderlijk te verhalen, fchijnt

? uvhr\'ziindef zes-en-veertigh wapen-dragers, die de dit meêr als genocgh.

de nacht gewaekt,en de Badt-ftoof gebruykt had- Nu van die knjghs-^heden, dic flechts, zonder eenige by-

voorgaen ^^^^^^^^ ^ ^^^^ „e rok, tot de enkels voeging, Knights genoemt worden, en fchoon zy in orde Knigkt,

den, Kicia . ^ ^^^^^^^ mouwen, cn met een Mweverta de laetfte zijn, zy zijn nochtans in inftelling dc ccrftc cn

af hangende ^^^^^ ^ ^^^^^^ ^^ ^^ linker-fchouder oudtftc. Want gelijk de Romeynen, een gctabbert volk ,

gevoert, gei ^ zijden bandt, en met afhangende dic in den manlijken ouderdom traden, met een manlijke

met een duDO jn Je voorige eeu- en zuyvere tabbert befchonkcn hebben : zoo hebben ook

rafels . ^^^^ ^gjij ^ jgj ai? noch geen Ridderlij- de Duytfen, onze voor-ouders, haer jongelingen, die zy

— uyt dc óiociii ^ _______Jat-, /-}/»r 1— •• • II.

B R

N

Ë

N,

Banneret"
\'ten.

2. Deel.
Fftt. I f,

cn uc v " \' £------------—j----y----------o----------4 c ---{5 —

mijn Banier, cn de uwe, zoo ghy daer moédighlijk, als voor zy alle t\'zamen, acn de zelfde zijdc van de

d\'uwc, voor vecht. Indclatertijdcnwierdenzy, dietot de yder onder den op-gehangen Schilt

deze eer verheven zouden worden, oft voor de flagh, om ders. Te Vefperen gaen zy na de kapel, offeren naer zwaer-

haer moedt op te wekken , oft na den flagh, om haer dap- den aldaer op \'t outaer, en loflénze weder door een crecreve

nerheydt te vereeren, dragende een lang vaendel Pennon fomme geldts. Als zy wederkeeren, zoo vermaent hae?des

genoemt, waer in haer wapenen gefchildert worden, tuf- Konings opper-kok, met het toonen van zijn mes, dat zv

fchen twee oude Ridders, Trompetters, ^n Herauten voor haer als vrome en getrouwe krijghs-knechten houden , dat

1 ___J "ïT »f-ï rr r\\ ffKnnina likeStadtnouder iivnacraniHfi-sIrlrinrJiiJi-j» r_______

\' r_______ l^^AAf^n in7<- fTi

^andfsj\'

-ocr page 93-

77T

\'■■■f.

!

iK
ff k h

i:

7S BRITANNIEN.

genoegli oordeelde. En dan verfiert in de vergadering zelf danige wij zen van fpreken gebruykte men in die eeuw voor

i oft iemandt der Vorften, oft de Vader, oft een na-bloedt- het Ridder ftaen. En toen zijn tot het fieraedt, behalven

vriendt den jongeling met fchildt en fpiets. Dit is by hun het zwaerdt en de gordel, ook de gulde fpooren gekomen,

■ de Tabbert, dit de eerfte eer der jeught: te vooren fchijnen waer van zy noch heden by ons in \'t Latijn Equites, en Mt-

r zy een deel des huys, maer nu van \'t gemeen. lites aurati, dat is, gulde Ridders genoemt worden. Daer is

^ En wijl zy dufdanige krijghs-jongelingen in haer tael, als ookby-gevoeghthetrechtvan\'tzegel,wanteêrzy meteen

^ wy in de onze ,genoemt hebben, zoo acht ik dat krijghs-rok om-gort waren, was\'t hun niet geoorloft, als ik

men hier van de oorfprong en des naems en der inftelling uyt het Abandonenfifch boek befluyt, een zegel te gebruy-

1 halen moet. Dit is de eerfte en de eenvoudighfte wijs van ken. Welke befchrijving ( zeght hy) Richard, Graef van

Hf^ krijghs-knechten te maken, en deze hebben de Lombar- Cefter , met het zegel van zijn moeder Ermentrud befloten

I h I den, de Franken, de onzen, die alle uyt de Duytfen gefpro- heeft te tekenen,wijl (want hy was noch met de krijghs-rok

■\' ® ten zijn, eertijdts gebruykt. Paulus Diaconus getuyght,dat niet om-gort) alle brieven , van hem beftiert, onder zijns

cap.22. by de Longobarden een gewoonte is,dat des Konings zoon moeders zegel befloten wierden. In de volgende eeuw wier-
met de vader niet eet,voor dat hy eerft van een uytheemfch den de krijghs-lieden { als befloten wordt) na de fchatting
Koning de wapenen ontfange.De jaer-boeken der Franfen gemaekt, want die een groote krijghs-leening, dat is (mach
I verhalen, dat de Koningen der Franfen hare zonen en an- men de oude brieven gelooven j é^So akkeren landts had- * j^y aacig.
I deren de wapenen gefchonken, en met het zwaerdt om- den, hebben de fierfelen der krijghs-orde, als van haer ey-
ren 800.

gort hebben, en na\'t getuygnis van Malmesburienfis, heeft gen rechts wegen, geeyfcht. Ia onder de derde Henrik zijn
onze Alfred zijn neef .^thelftan , een jongeHng van groo- eenighfins gedwongen geweeft krijghs-lieden te worden ,
terhoop,kri)ghs-knechtgemaekt, methetfchenkenvan zoo menigh als\'er vijftien ponden jaerlijx van zijn landen
een fchaerlake krijghs-rok , van een krijghs-riem vol ge- in te komen had. Zoodathetnuveeleêr een tijtel van laft,
fteenten, van een Saxifch zwaerdt met een gulde fcheê. als van eer fcheen. In \'t i z 5 ^ jaer is \'er een Koninglijk bevel
De kkyfie
Namaels als de Godtsdienft de gemoederen der menfchen en gebodt uyt-gegaen, en door \'t gantfche Rijk uyt-geroe- htflory van
zoo ingenomen had, dat zy niets achteden wel oft geluk- pen, dat al die * xv ponden aen landen, en daer over had-
lijk gedaen te zijn , dat van de geeftlijke mannen niet voort den, zouden, met de wapenen verfiert zijnde, met de on-
gekomen was,hebben onze voorouders van hun het zwaert, derwijzing en oeffening begiftight worden, op dat Enge- *, ^^ ^
weynigh voor de inkomft der Noormannen, ontfangen. landt, als Italien, in de krijgh gefterkt wierd : en die niet j^SX-
\'t Welk Ingulfus, die toen geleeft heeft, met deze woorden wilden, oft die de eer van de Ridderlijke ftaet niet onder-
te kennen geeft : Die der wettige krijgh toe gewijdt zoud houden kon, die mocht het met geldt af koopen. Waer van
worden,moeft den voorigen avondt aen den Biftchop,Abt, in de handtveften des Rijx zoo dikwijls voor komt: Voor
Monnik, oft Priefter,leerwezen van zijn zonden hebbende, de achtbaerheydt der
Militie A. vm /. H. c^e. En dus-
zijn biecht docn,en vry-gefproken zijnde, en begeerigh tot danige aenbiedingen van de bezweerers: R. van S.Laurens
bidden, in de kerk vernachten, zullende des morgens de heeft een gantfche leening, en istot zijn volle jaren, en
Godts-dienft hooren, het zwaerdt op den outaer offeren, noch geen krijghs-man geworden, derhalven in erbat-
en de Pnefter na\'t Euangelium het gezegende zwaert met mmg. Tot hier toe, en verder niet,\'tzy my mijn aenmer-
zijn zegen aen den hals van den krijghs-man hangen,en de king bedrieght, waren in de Formulen van ons recht,alwaer
krijghs-man, het Sacrament gecommumceert hebbende, twaelf mannen, oft bezweerers genoemt worden, by welke
op nieuw als een wettigh krijghs-man verblijven, \'t Is ook het bewijs van de daedt gefchiede, die gene krijghs-lieden
onder deNoormannen met terftont vernietight,want ïoan- genoemt, die een gantfche leening hadden, en die gene
nes Salisburienfis fchrijft m Polycratico : Die gemeene ge- krijghs-lieden met het zwaert om-gort,die van den
Konino-
woonte is ingewortelt,dat op de zelfde dagh,als iemant met, met de krijghs-rok om-gort waren. Op welke tijdt de Ko-
de krijghs-gordel vereert wordt, hy feeftlijk na de kerk ga, ning, als hy krijghs-lieden maken zoude, heerlijk op zijn
en het zwaerdt op den outaer geleght en geoffert, als een troon zat, als de zelfde Matthäus Paris getuyght, met een
hooge belijdenis gedaen hebbende, zich zelf verbinde tot verguit kleedt van \'t koftlijkfte Baudekin, en met een gou-
gehoorzaemheytdes outaers en des zwaerdts,dat is,aen zijn de kroontjen gekroont, en fchonk yder krijghs-man voor
• Heer geduLirige dienft van zip plicht belooft. En P 2ijn Harnas-geweyde 100 fchellmgen. En niet alleen de
Blefenfis : Heden ontfangen de nieuwe ingen haer zwaer- Koning, maer ook de Graven maekten in die tijdt krijghs-
den van toutaer,op datzy zich belijden kinderen der Kerk mannen. Want de zelfde fchrijver verhaelt, hoedeGraef
te zijn, en het zwaerd ter eeren der Priefterfchap, tot be- van Glocefter zijn broeder Willem door een uyt-seroepe
fcherming der armen , tot wraek der mifdaden, en tot be- Tornoy-fpel, en Simon van Montfort,Graefvan Leicefter,
vrying des vaderlandts ontfangen te hebben : voorts is de Willem van Clara met de krijghs-rok om-gort heeft. Gelijk
zaek tot het tegendeel gekomen,want van die tijdt af,dat zy in Vrankrijk, als uyt de inhout der brieven van de A deldom
met de krijghs-gordel vereert worden, zoo ftaen zy terftont blijkt,die zoodanige brieven van Adel verkregen had, ver-
op tegen de Gefalfde des Heeren , en woeden in \'t erfdeel mocht van yder krijghs-man oftRidder met de krijghs-gor-

des Gekruyften.En dit,naemlijk dat zy met het zwaert wil- del vereert te worden,van wien hy wilde. Maer van die tijde

den om-gort worden, fchijnt buyten twijffbl van de krijghs- afisniemandt van ons tot krijghs-man gemaektgeweeft,als

leer der Romeynen afgekomen te zijn, om dat, gelijk zy, van den Koning zelf, oft van des Konings eerft-geboore
aleerzy door de krijghs-eedt aen\'tbloote zwaert verbon- zoon, eerft volmacht van zijn Vader da?r toe verkregen

den waren, het voor een ondaetachteden met de vyanden hebbende, oft van des Konings Stadthouder, oft Overfte in

te vechten: zoo hebben ook de onze gemeent, dat het hun \'t leger, en dat oft om daden kloeklijk uyt-gerecht, oft uyc

niet wettehjk geoorloft was te krijgen,eer zy door deze Ce- te rechten,oft om voorzichtigheyt en wijsheyt in den Raed.

remony der wettige krijgh toe-gewijrwaren,gelijkwy lezen En dat is voorwaer vän onze Koningen zeer voorzichtelijk

dat de RoodeWillem,Koning van Engelant,van den Aerts- ingeftelt, als zy nu geen leeningen meêr hadden, om te ver-

biflTchop Lanfrancus krijghs-man gemaekt is. Maer deze fchenken. Gewiflijk daer is niets krachtiger om dappere

gewoonte is allenx tot een ongewoonte geworden , na dat mannen op te wekken, oft om de befte en wel verdienfte,

de Noormannen, als Ingulfus verhaelt, de zelve befpot, en die van treflijke af komften rijk zijn,aen zich te verbinden,
af
-gefchaft hebben,en in een Vergadering, totWeftmunfter als haer met deZe eeren.tijtel der krijghs-mannen (welke te

gehouden in \'t 11 oz jaer, ingeftelt is, dat de Abten geen vooren maer een naem van eerlijke bediening was) milde-
krijghs-lieden zullen maken : \'t welk zommige nochtans lijken goedtwillighlijk te vereeren. De welke als zy van
uyt leggenrdat de Abten de hoeven der Kerke door krijghs- een Vorft aen een beraden en wel verdienden man op-^e-

leen met zullen te bezitten geven, dragen wierd, zoo wierd zy gewis in plaets van een groSte

Daer na plachten de Koningen haer zonen te zenden belooning en weldaedt, en onder de eeren-wapen?n ge-

tot de nabuurige Vorften, op datzy vaa hun de Ridderlijke houden. Wantdiealzoo krijghs-mannen gemaekt, heb-

waerdigheyt ontfingen: zoo is onze tweede Henrik gezon- ben geacht dat hier in het loon der dapperheydt, het lof

den aen David, Koning der Schotten, en Malcolumbus, van haer huys, het geheugen van haer geflacht, en de eer

Koning der Schotten, tot onzen tweeden Henrik, en onze van haer naem gelegen was. Zoo dat onze Rechts-geleer-

eerfte Eduard tot den Koning van Caftilien, op dat zy van den gefchreven hebben , dat krijghs-man een naem van

hundekrijghsoftmanlijkewapenenontfingen, want200- waerdigheydt is, en Baron niet. Want eertijdts wierd

een

-ocr page 94-

m

B R ï T A

een Baron, 200 liy van deze Ridderlijke orde niet was, al-
leen met zijn voornaem en naem, zonder eenige by-voe-
ging.als van Heer (\'t welk ook den krijghs-mannen voegh-
de) gefchreven. En de naem van krijghs-man fcheen ccn
eerlijke by-voeging, wijl Koningen, H ercogcn, Markgra-
ven, Graven, en
Baronnen deze wacrdigheydt te gelijk met
de naem begeert hebben, \'t Luft my hier in tc voegen, het
gene Mattharus Elorilegus gefchreven heeft van \'t maken
der Ridderen , ten tijde van de eerfte Koning Eduard. Dc
Koning, omzijnreysinSchodanttc vervorderen, heeft
door gantfch Engelant openbaerlijk laten uytroepen, dat al
die gehouden wasRidder tc worden door vadcdijkc erving,
en dat hy genoegh had om de krijgh te volgen, zich op het
ï ^06. Eeeft van Pinxteren zoud voegen by Wcftmunfter,dat ieder
het Ridderlijk fieraedt, behalven het ry-tuygh, vergunt
zoud worden uyt de Koninglijke
Garderobbe, Als \'cr der-
halven drie-hondert jongelingen , kinderen van Graven,
Baronnen, en Ridderen, by-ecn quamen , zoo deelde men
overvloedighlijkuyt purpuren , fijne linnc klcedcren , met
goudt door-wrocbte
rokken,na dat ieder betaemdc. En om
dat hetKoninglijk Pallcys, fchoon ruym genoegh, tot zulk
een hoop der toe-lopers, nochtans te eng geweeft is, zoo
heeft men by de nieuwe kerk te Londen, door afgehouwc
takken van vrucht-boomen, cn neder-gcvallc muuren , Pa-
villiocncn en tenten op-gericht, waer in de nieuwelingen
zich
elk met vergulde kleederen verfieren zoudc^ook waek-
ten de voorzeyde nieuwelingen dien zelfden nacht in de
kcrk,zoo veel als die plaets bergen kon. Maer dc Vorft van
Walles heeft,door \'t gebodt van den Koning zijn vader,met
de grootfte nieuwelingen zijn wacht gedaen in de kerk van
Wcftmunftcr. En daer is zulk een klank van Trompetten
en Eluytcn, en opheffing dcr ftemmen, van die door bly-
fchap riepen, ontftaen, dat men het vreugden-gezang van
de vergadering niet kon hooren van \'t een Koor tot het an-
der. En des morgens heeft de Koning zijn zoon in zijn Pal-
lcys met de krijghs-rok om-gort, en hem het Hertoghdom
van Aquitanien gegeven. De Vorft dan, Ridder gemaekt
zijnde, is vertrokken in de kerk van Wcftmunfter, om zijn
mcê-gczcllen met de krijgs-ecr infgelijx te vereeren. Voorts
is daer voor\'t groot outaer zulk een gedrang van volk ge-
weeft , dat \'er twee Ridderen fturven, en zeer vele bezwce-
mcn,ook daer ieder ten minften drie knjghs-knechtcn mee
gebracht had, om haer te geleydcn en tc befchermen. En
de Vorft kon door de dringende hoop niet anders, maer
heeft op het groot outaer, dc menighte gefcheyden heb-
bende cioor twee ftrijdtbare paerden , zijn mede-gezellen
om-gort,Doch in onze tijden wort,die de Ridderlijke waer-
digheydt ontfangt, op zijn knycn liggende, van den Vorft
met een bloot zv/aert zachtlijk op zijn fchouders geflagen ,
en met
deze woorden aengefproken in \'t Frans: Sois che-va-
lier au norn de Bieu,
dat \'\\%,Zy Ridder in Godts naem. En daer
rï2i, Avancez. Chevalier,dax. is,Staet op Ridder. Wat voorts tot
deze orde behoort,hoe treflijk, hecdijk,en wat een fchoone
vergelding van heerlijkheyt voor dc hooghfte gemoederen,
en voor die
begeerigh na eer zijn, deze Ridderlijke orde by
onze voor-ouders is geacht geweeft, hoe zorghvuldighlijk
zy haer trouw
en waerheyt gehouden hebben, v^ ijl\'t ge-
noegh was, als zy iet als getrouwe Ridders,oft op haer Rid-
derlijke trou beloofden, hoe vreemt zy van vuyl gewin wa-
ren i ook wat een treflijke vergelding met die krijghs-lee-
ningen gemeenlijk betekent wierd, wijfzclf dc Vorft, des
Konings eerft-gebore zoon,met deze eer verfiert wierd,laet
Ber Ridde- anderen fchrijven. Gelijk ook dat, als zy zoo mifdaen had-
ren afzet- den , dat zy met de doodt moeften geft raft worden, zy als
dan van haer wapenen en fieraden berooft, van de kdjghs-
rok
ontgort, van het zwaerdt ontbloot wierden, haerfpoo-
ren
met ccn bijl af-gehouwen , haer handt-fchoenen wech
genomen, cn dc fchilt van haer afkomft omgekeert. Even
als in \'t vernederen van de krijghs-lieden dcrhemclfche

N N t E N.

79

krijgh, de kerklijkc vcrfierfelcn, het bock, de belcer,en dier*
gelijke dingen wcchgenomcn worden.

Lact die ook onderzoeken,oft die Ridderen van zommf*
ge wel
Knights Bacchallers genoemt, cn als middelbare vcr-
koore nieuwelingen tuflchen deze en dc wapen-dragers ge-
weeft zijn. Want in dc handtveftcn leeft men:
Tipmtna Mi-
Utum, Baccalanreorum, ^ Valectorum Comitis Gloceßria.
En
daer van zijn \'er zommige, die willen dat zy
Bacchallers, als
Bas-chevaliers , hoewel andere haer van het

Franfche Battailler, dat ftrijden betekent, aftrekken. Lact
zy ook overwegen , of deze Riddedijke waerdigheden ,dic
eertijdts, als zy ongemeen waren, zoo heerlijk,en als vergel-
dingen der dapperheyt voorgeftelt waren, niet verflechten,
als zy overvloediger zijn, en als acn yders ecr-zucht open
liggen. Het welk Äimilius Probus in diergelijke zaek eer-
tijdts by de Romeynen beklacght had.

Naeft acn deze krijghs-mannen en Ridders zijn geweeft
dc Wapen-dragers, dic ook Schild-dragers, cn mannen ter Vï^apen-
wapcn,
hy dc Goix.cn Schilpor, vanhctfchild-dragen, als
eerdjdts by de Romeynen ^\'«//mVgenoemt zijn , dewelke
haer naem oft van dc fchilden haers gcflachts, die zy tot
vcrficring van haer Adel dragen, oft om dat zy den Vor-
ften, cn die groote Edellieden ter wapen dienden, gekre-
gen hebben. Want eertijdts had elke Ridder twee van deze
tot zijn dienft, de welke zijn helm en fchildt droegen,en als
geduurige mede-gezellen by hem waren, om dat zy van den
Ridder, haren Heer, eenige landen in
Schiltagye bezaten ,
gelijk dc Ridder zelf van den Koning in krijghs-leening.
Nu dezer verfchil is vijfderley, want die ik genoemt heb,
zijn nu niet meer in \'t gebruyk. De voornacmfte Wapen-
dragers worden heden die geacht, die voor des Vorften lijf
verkoren zijn , ten tweeden dc oudtfte zoonen der Ridde-
ren.en infgelijx haer oudtfte zoonen by vervolg. In dc der-
de plaets worden gerekent de oudtfte kinderen van de jon-
ger zoonen , dcr Baronnen en andere van hooger orde; cn
als\'er eerftgeboore manlijke kinderen uytftcrvcn, zoo ftcrft
met hun de tijtel tc gelijk uyt. De vierde in orde zijn, die
dc Koning zelf met de tijtel de wapenen fchcnkt,oft tot wa-
pen-dragers maekt, haer hals met een keten van een dub-
bele S. S. oft ccn zilverc gc-cflendc keten, cn met witte cn
verzilverde fpooren verfiercndc , waer van zy heden in de
wefterfche deelen des Rijx
Whitefpurres genoemt worden,
tot onderfcheyt van de krijghs-mannen oft guldcRiddcrcn,
die goude fpooren plachten te dragen^en deze tijtel vocght
alleen den cerft-gcboorncn der zelve, hi de vijfde plaets
worden als Wapen-dragers die gehouden,de welke in de ge-
meene zaek eenigh hoogh ampt bedienden, oft den Vorft
in eenige
eerlijke ftaet bedienen.Maer deze naem van Wa-
pen-drager , de welke
ecrcijdts maer een ampt-naem ge-
weeft is, is onder de tijtels van waerdigheyt, Zoo veel ik ge-
merkt heb, onder \'t gebiedt van de tweede Richard eerft in-
gcflopen.

De Gentlemens Zijn zonder onderfcheyt oft Edelen , die Gentie-
van doorluchdge voor-ouders gefprooten,oft die door haer men.
dapperheydt oft rijkdom, uyt het gemeene volk verheven
zijn. Burgcrs,oft Burgcflen zijn,die,elk in zijn ftadt,dc ge-
Bmgm,
incene ampten bedienen, cU in dc vergadenngen van onze
Parlamenten door verkiezing haer plaets hebben.

Het gemeene volk, oft Te omen zijn, die zommige welge- Yeomen \'
^oornen,inome\\NetHomines legales, dat is, wettige man- hydenSa^
nen genoemt, cn van haer landen, die zy met zeer goedt xen ge-
recht bezitten, jaerlijx ten minften veerdgh fchellingen in nicn,
dat
te komen hebben.

En Ambachts-licden zijn, die door loon haer arbeytvcr-
huuren, als die zittende wcrk-licden, handt-wcrks-lieden,
timmer-liedcn, &rc. De welke by de Romeynen
Capite cen-
ß,
en Proletarii, dat is, aen \'t hooft gefchattc,en kindcr-tcc-
lers wenoemt wierden.

O

ENGELANDT S VIERSCHAREN.

At de Vierfcharen , Floven , cn Richthuyzen niet heel oude en uyt Vrankrijk geleende naem Varlamcnt

van Engelandt acngact, zy zijn by ons in dnën genoemt wordt. Onze voor-ouders, dc Engelfe-Saxen, \'

onderfcheyden, want zommige\'zijn Gecftlij- hebben\'tWittenaje-mott, dat is, vcrgadcnng dcr Wijzen ,

MmT^ ondcrlchcydcn, want zommige zijn Liccltlij- ncoDcn t wittenaje-mott, dat is, vergadering ucr m
kc, zommige Wecreldtlijke, cn een gemengt, en je-p^dnij-p, dat is, den Raedt, (picilj7noS, (van \'t
*t welk het grootfte en het wijdduftighfte zijilde, met een fche woordt Synodus) dat is, dc groote vergadering:

4 __\\T7____J^Mli__________ rt-iTki-^-*/^n TT/TI^ , 1 • 1 "T» _ _ /V^J f TTOt-*

;Griek-
: de La-
tijn-

-ocr page 95-

^o BRITANNIEN.

tijnfehc fchrijvers van die en de navolgende tijdt i Commune tight de dwalingen van de gemeene Bank. Hier zijn Rech-
ConciliumyCuriam dtijßmam,Commune?laciium, Curiam Ma- ters, bèh^lven den Koning zelve, als hy \'er wil tegenwoor-
gnam, Mägnatum Conventum,Prafenmm Regis, Pmlatorum, digh Eijn, de Hooft-Iufticier van Engelant, en vier oft meer
ProcerumquecoüeciorumXommune tetm regni Concilium, &c. andere, nae \'t den Koning goedt dunkt.

genoemt. En gelijk de gantfche Raedt van ^tolien,by Li- De gemeene Bank heeft zijn naem, om dat \'er de gemee- De gemeene
vius Panetolium genoemt wordt, zoo zal het ook zeer wel ne Willekeuren,onder de onderdanen na óns Recht/t welk Ba-^,
Vmanglum
mogen heeten. Want het beftaet uyt de Ko- zy \'t gemeen noemen, verhandelt worden. Hier in richten
ning, de Klerchye, de groote Edelen, de Ridderen, en ver- de Hoof-richter van dé gemeene Bank, en vier oft i
koore Burgerenoft, op dat ik het klaerer zegge na de flijl Hulp-jufbciereniAmpt-lieden zijn\'er,de bewaerer der
1
van \'t Raedt-huys, uyt de Koning, de Geeftlijke pi Wee- ven, drie Protonotarijeh, en veel lage dienaers.
reldijke Heeren,en uyt de Gemeente, dewelke het lichaem Hét
Scaccarium heeft zijn naem gekregen van een tafel, Scdica-
van gantfch Engelant vertoonen. Want het wordt op géén aén welke zy aen zaten. Want zoo fchrijft Gervalius Til- rium.
gezette tijden gehouden, maer van den Koning na zijn burienïis,die geleeft heeft in \'t 1160 jaer: Scaccarium is een
goedtdunken beroepen , zoo dikwijls als men van hooge en vier-kante tafel, welke in de lengde van tien voeten, en vijf
dringende Zaken, om het gemeene beft voor fchade te be- in de breedte, den ömzitters voor gezét wordt; over al heeft
vrijden, moet raedt-ftaen, en alleen na des zelfs goedtdun- het een rant als van vier vingeren br eedt, op het Scaccariuni.
ken gefcheyden. En het heeft de hooghfte en een gehey- wordtgeftelt een krans, gekoft in\'t uytgaen van Paefch,
lighde macht in \'t ftellen , beveftigen, verouden, en \'t ver- niet allerley, maer zwart, en met roeden af gefcheyden,
klaren der wetten, de verbanne in haer geheel te herftellen, elke roede van elkander ftaende de ruymte van een voet,
dezwaerfte gefchillentuffchenbyzondereperfoonentebe- oft een uyt-geftrekte palm. En weynigh daer na : Men
flechten, en, om eens en al te zeggen, in alle dingen, die de zeght, dat dit Raedt-huys begonnen heeft na \'t innemen
behoudenis van de gemeene zaek, oft ook yder in \'t byzon- van \'t Koning-rijk, gefchiedt door Koning Willem , haer
der, raken mogen. wijs nochtans gekomen zijnde van \'t over-zeefch Scacca-

Naeft aen dit Raedt-huys is in de eerfte tijden,na de aeiï- rium. Hier in worden alle zaken gehoort, die tot den Fis-
komft der Noormannen,en een weynigh te vooren,geweeft kael behooren. En daer zijn Rechters, de Heer Treforiec
de Raedt van den Koning zelf, de welke in \'t Koninglijke van Engelandt, de Can celier van \'t Scaccarium, de Hooft-
Hof oft
Palleys gehouden wierd, en den Koning over al, Baron, en drie oft vier andere Baronnen. Als Dienaers
daer hy heen ging^verzelde. Want in
\'t Koninglijke hof was zijn \'er, dé Dienaers van \'t geheugen dés Konings, de Die-
een plaets voor de Cancelier en de fchrijvers, die op des naer van \'t geheugen des Treforiers, de Klerk van de Pipe j
Konings fchriften en zegel paften, ook voor de Richters; de Controlleur van dé Pipe, vijf Verhoorers van de oudö
die zoo wel de gefchillen,of\'t gene menWillekeuren noemt, herkomften, de Tegénftellers van de Uytlanders, de Klerk
die tot de Koninglijke kroon behooren, als der onderdanen van de Extraden, de Klerk van de Willekeurert, de Mar-
onder eikanderen verhandelden. Dezé wiérden elk voor fchalk,de Klerk der Summonitien,
de gedéputeerdeKamer-
een deel des Koninglijken huysgezins gehouden, en ont- lingen. Twee Aftiftenten in \'t ampt van des Konings ge-
fingen van den Koning koft en kleederen. Waer van zyby heugen, twee A fliftenten instampt van des Treforiers ge-
Gotzelin, in \'t leven van S. Eduward,
Palatii Caufidici,d^ii isj heugen , twee Aftiftenten van de Pipe, vier Klerken in véf-
Voorff raken van \'t Palleys, en by loannes Sarisburieniis Cw fcheydé aräpten,&c. In \'t andere deel van \'t Scaccarium , het
D Mi\'e dat is,genoemt worden. Maer behalven welk\'t Vertrek genoemt wordt,zijn deZe aitiptlieden: twee
\'Jtl4ill bov^" \' Kamerlingen , de Onder- Treforier, de Klerk van de Tal-

>van Enge. te bedienen, de welke de luftitie van Engelandt, de eerfte lien, de Klerk van de Pelle, vier Tellers, twee Voegers van
landt. Iuftitie,de ïufticier van Engeland,en de Hooft-Iufticier van de Tallien, twee gedeputeerde Kamerlingen,de Klerk voor
Engelandt genoemt is, die over dufdanige fchriften met een de Tallien, de Bewaerer van de Treforye, vier gewöonlijke
jaerlijkfche inkomft van duyzent Mark geftelt was: De Ko- Boden , twee Schrijvers, &c. Hier toe behooren ook de
ningwenfcht den Aerts
-biflGhoppen,Biffchoppen,Abten, ampt-lieden der Tienden en*Eerftelingen. Want als de
^ Prioren, Graven, Baronnen , Vicontes, Hout-vefters, en macht desPaus vernieright was,eh by de wet befloten wierd,
alle andere getrouwen des Rijx van Engelandt, zaligheydt. dat deTienden enEerftelingen der kerklijke inkomften aen
Dewijl wy voor onze behoudenis, en der geruftheydt van den Koning betaelt zouden worden,zoo zijn deze ingeft^lt.
\\ gantfche Rijk,en om allen en een yder van ons Rijk recht Behalven deze drie Koninglijke Richt-huyzen,heeft de
Dereyze»^
te verleenen, onzen wel-Iieven en getrouwen Philips Ballit 11 Henrik, om alle uytftellen wech te nemen, en de moey - delußtae-
tot Hooft-Iufticier van Engelandt, zoo lang \'t ons believen ten en onkoften der onderdanen te verlichten , uyt deze en ren,
zal, geftelt hebben; zoo bevelen wy u op de trou, waer door andereRichters jaerlijx eenige in de byzondere Graeffchap-
ghy aen ons gehouden zijt,vaftlijk gebiedende,dat ghy hem pen des Rijx gezonden, de welke rey zende lufticieren, en
ïn alles,wat tot het ampt van \'t voorzeyde lufticierfchap, en gemeenlijk
luflices in Eyre genoemt zijn. Deze vonniffen za
tot de behoudenis van onZe vrede,en ons Rijk behoort,zoo wel van de Wiflekeuren der kroon,als van de gemeene Wil-
lang hy in zijn voornoemde ampt blijven zal, volkomen ge- lekeuren binnen de Graeffchappen , daer zy aen gezonden
hoorzaem zijt. By getuygnis van de Koning, &€. waren. Wartt die Kóning, als Matthäus Pariftenfis zeght,

Maer als onder \'t gebiedt van de derde Henrijk befloten heeft, door raedt van zijn Zoon en de Biftchoppen, lufticie-
was, datdegemeene willekeuren der onderdanen het Ko- ren geftelt in zes deelen van\'t Koning-rijk,in yder deel drie,
ninglijke Raedt-huys niet zouden Volgen , maer in een Ze- de welke zworen, dat zy aen yder zijn recht ongequetft zou-
kere plaets gehouden worden, zoo zijn weynigh daer na de den houden.Maer dezé inftelling is eyndlijk onder de derde
Cancelryen,en \'t Raedt-huys van de willekeuren der Kroon Koning Eduward verdweenen
j nochtans is Zy, door de
t\'zamen met het
Scaccarium van \'t Koninglijke hof vervoert, macht der Parlamenten, namaels eenighzins wederom op-
en op zich zeifin zekere plaetfen geftelt, als zommige, ik gekomen.Want de Graeffchappen in eenigé(\'t welk zy om-
weet niet hoe waer, verhalen. gangen noemen) gcdeelt zijnde,zoo gaen twee van des Ko-

Dit van deze cn andere Vierfcharert, die hier uyt gefpro- nings lufticieren tweemael \'s jaers om in haer omgangen,
ten zijn, als tot een voor-reden gezeyt zijnde, zoo zal ik \'er om over de gevangens vonnis tc wijzcn,cn de Gaolen,zoo wy
nu by voegen , hoe zy zich hebben. En wijl zommige van \'t noemen, cn dc
Prifonnen tc bevrijden, oft te ontledigen,
\'t Recht zijn, als de Koninglijke Bank, de gemeene Bank, Waer van zy in \'t Latijn van onze
Rcchts-gelecrden lußi-
het Scaccarium, de Afftßn,de Sterrc-kamer, het Raedt-huys ciarii GaoU deltherand^ genoemt worden. Als ook om de
der Warden, cn van de Admiraliteyt: zommige der Billijk-
Recognitien der Aßifen non ^edejfeißna, cn van eenige andere
hcyt,als
der Cancclrycn,hct Raedt-huys der vcrzock-fchrif- in de zelfde te nemen; waer van zy lufticieren der Affifen,
ten, oft
der Requefteii,devergadcringen Op de grenzen van &g. om de bétuyghdegefchillcn in de drie gemelde voor-
Walles , en in \'t noorder-dcel. .Hoor van elk cen weynigh naemfte Richt-huvzen des Konings tuflchen de dingers
op zijn orde, \'t gene ik van andere verftaen heb. door haer Paren (als de wijs is) te bevorderen ; waer van zy

- ^ De Koninglijke Bank is zoo genoemt, om dat dc Ko- lußiciarii de Ntfiprius, oft van \'t zy eerft, welke naem geko-
i le Bank. zdwc gewoon zijn daer in voor te zitten, zy verhan- men is van de brieven aen dc onder-Graven gezonden , die

dclt de Willekcurcn der Kroon, cn vele andere dingen, dc deze twee woorden begrijpen,gemeenlijk genoemt worden,
welke den Koning
en \'t gemeene beft aen gaen j en vernie- De Sterre-kamer, oft liever het Hof van de Konino-lijke

Raedt

méér
bne-

> "1.1

-ocr page 96-

B R I T A

Raedt is, waer in de hals-zaken, lijf-ftraffen, fcheldingen,
bedriegeryen, quade
lift, het wechloopen , &c. verhandelt
Worden. Deze is, zoo wy de oudtheydt aen zien, de oudt-
fte, zoowy op de waerdigheydt zien, de eerlijkfte. Want
van daer beriepen zich de onderdanen tot den Koning, en
de Öudthcydt ft:hijnt het te können betuygen , dat het een
Koninglijke ingeftelde Raedt geweeft is. Want de Rich-
ters zijn de
aller-cerlijkfte en gezienfte mannen, als Racdts-
heeren des
Konings\'zijnde. En het heeft de naem van Ster-
re
-kamer gekregen, nadat deze Raedt geftelt is geweeft
in een kamer van Weftmunfter, met fterren verfiert, het
welk nu onlangs gefchiedt is. Want men leeft in de gemee-
ne handelingen van de III Eduward:
Cetmfeilen la Chamhre
des Eßoielles,pres de la Receipte alWeflminßer.yiact
die voor-
zichtighfte Vorft, de V11 Henrik heeft dc macht van de
zelve met Parlamentfche aenzienlijkheydt zoo verrijkt cn
beveftight , dat zommige valfchlijk meenen,.dat hy het
cerft ingeftelt heeft. Hier zijn Richters de Heer Cancelier
van Engelandt, de Heer Treforier van Engelandt, dc Heer
Prefident van de Koninglijke Raedt,de Heer Bcwaerer Van
\'t byzondere zegel, en alle de Raedts-lieden vanStaet, zoo
Geeftlijke als Wereldtlijke; en van de Baronnen des Parla-
ments die, die de Vorft daer by roept; de twee Hooft-ju-
fticieren der banken, oft in haer af-wezen twee andere lu-
fticieren.En als Ampt-lieden zijner de Klerk van de Raedt,
de Klerk van dc Brieven, en Proces van de Raedt inde
Stèrre-kamer. En hier worden de zaken niet door de Pa-
ren na onze gemeene wet, maer na dc wijs van \'t Burgerlijk
recht geflieht.

Het Raedt-huys der Warden en bevrijdingen, hetwelk
zijn naem heeft van de weezen, welker zaken het handelt,
heeft de VIII Henrik cerft ingeftelt : daer in de voorige
tijden hare zaken in de Cancelry en \'t Scaccarium verhoort
wierden. Want door een oude inzetting,uyt Normandyen
overgebracht, en niet van de III Henrik, (als zommige
fchrijvcn) als iemandt geftorven was, die zijn bezittingen
van de Koning op zijn hooft door krijghs-dienft bezat, zoo
zijn zoo wel de erfgenaem als het erfdeel en inkomft in de
macht en befcherming des Konings, tot dat hy volkomen
een-en-twintigh jaren oudt is, en dan wordt het hem door
een fchrift van den Koning weder herftelt. Hier in oordeelt
de Generale Meefter. En onder hem zijn de Ovcrziencr
der bevrijdingen,de Generale Attornaet, de Generale Ont-
fanger, de Verhoorer, de Klerk der bevrijdingen, de Klerk
van \'t Hof, veertigh Lcen-hecren, en de Brief^drager.

In de volgende tijden zijn\'er noch twee andere Racdt-
huyzen opgekomen, naemlijk van de dwalingen te verbe-
teren , van welke \'t eerfte is om de dwalingen in \'t Raedt-
huys van \'t Scaccarium, het andere om de dwalingen in \'t
Raedt-huys van des Konings Bank begaen te verbeteren.
Diens Richters zijn de Cancellier en Treforier van Enge-
landt , tot haer andere Konings Richters nemende, die zy
willen. En dezes Richters zijn dc hifticieren van de gemee-
ne Bank, en de Baronnen van \'t Scaccarium.

Het Hof van de Admiraliteyt verhandek de zee-zaken.
Hier in
worden getelt de Admirael van Engelandt, dc
Stadthouder oft Lieutenant, en de Richter, twee Schrij-
vers, dc Dienaer van \'t Hof, de Vicc-Admiralen van Enge-
landt. Lact ons nu tot de Raedt-huyzen van de Billijkhcyt
komen.

De Cancelry heeft zijn naem gekregen van den Lance-
lier, welke naem, na\'t getuygnis vanVopifcus, onder de
oude Kevzers niet van zeer groote waerde geweeft is. Maer
nu
is \'t de grootfte eer,cn zijn de Cancelicrs verheven tot de
hooghftc top der getabbarde waerdigheydt. Welker naem
Cafftodorus van de traliën (in \'t Latijn
Camelli) trekt, om
dat
zy in een heymlijk vertrek, met een hek van traliën be-
floten, de zaken getoetft hebben. Ziet, zeght hy met wat
naem c^hy benoemt wordt, het kan niet verborgen blijven,
w-t^hybi""^"\'^^^^^^\'^" gehandelt hebt; want ghy hebt
dooiiuchtigc poorten , ope floten, gevenftcrde deuren.
Waer uyt klaerlijk blijkt, dat de Cancelier binnen de tra-
liën,
cn Van alle kanten zichtbaer gezeten heeft, zoo dat hy
daer van fchijnt de naem
gekregen te hebben. Maer om dat
het
ziin plicht was, mits hy als de mont, het oogh, cn \'t oor
van den
Vorft was, de fchriftcn en befluyten, tegen \'t recht,
oft \'t gemeene beft begaen,
met dwerfche lijnen tralijs-\\ujs
te betrekken, \'t welk zy
niet oneygentlijk Cancellare , dat is.

Ik St tne-

hjtKi\'ST\'

S\'cavrc.-
chambre.

Het Raed-

huis der
Warden.

Het Bof
•van de Ad-
mraliteyt.

De Cancel-
ry.

N N

Betrdlien genoemt hebben, zoo meenen zommige dat de
Cancelicrs van deze Canccllatie haer naem gekregen
heb-
ben, en in \'t nieuwe Glojfirium leeft men: Een Cancelier is
dic het ampt heeft om de fchriftcn, antwoorden,cn bevelen
des Keyzers in te zien, het qualijk gcfchreve tcCancclle-
rcn, en het wel gcfchreve tc tekenen. Ook is \'t niet waer
datPolydorus Virgilius verhaelt, dat Willem dc Conquc-
fteur een vergadering van fchrijvcrs ingeftelt heeft, dic de
Vorftelijkc brieven zouden fchrijvcn,en dat hy de meefter
van die vergadering Cancelier genoemt heeft, dewijl het
openbaer en bekent is, dat \'cr Canccliersin Engelandt ge-
weeft zijn voor dc overwinning dcr Noormannen. Hoe
grootheden dc waerdigheydt cn acnzienlijkheyt des Can-
celicrs is, is bekender, als dat ik het behoef te verklaren:
hoe groot zy eertijdts geweeft is, zal ik met een woordt oft
twee uyt ccngenoegh oude fchrijver hier byvoegen : De
waerdigheydt van den Cancelier van Engelandt is, dat hy ^"^ert
de tweede naeft den Konink gehouden wordt, dathy met
de eene zijde van \'s Konings zegel, \'t welk ook tot zijn hoe-
de behoort, zijn eygen bevelen tekene, dat des Konings
Kapel in zijn befchikking cn bezorging is, dat hy de ledige
de Hmk.
Aerts-bifdommen , Bifdommcn, Abdyen, en Baronnyen,
vallende in dc handt des Konings, zelf ontfange cn beware,
dat hy by alle Koninglijke racdt-flagen zy, cn ook ongeroe-
pen daer by kome, dat alles met de handt van zijn Koning-
lijke Klerk, die\'t zegel draeght, gerekent, cn alles door
raedt van de Cancelier gefchikt wcrde.
Infgelijx dat dic on~
der hem ftaen, cn door Godts genade in haer leven wel ge-
dient hebben, zoo hy wil, niet ftcrvC als Aerts-biflchop oft
Biflchop zijnde; daer van is \'t dat de Cancelry niet te koop
is. De form van ccn Cancelier te ftellen (ook luft my dit Gmlt,
aen te tekenen) was onder\'t gebiedt van de tweede Hen-
rijk, met het groot zegel van Engelandt aen de hals van de
verkore Cancelier te hangen.Maer inde tijt van de VI Hen-
rijk was het dufdanigh, gelijk ik \'t uyt de Handtveften aen-
tekenen zal: Als de Cancelier van Engelandt geftorven is,
zoo worden de drie groote zegels des Konings, te weten
een van goudt, en de andere twee van zilver, de welke
in de
bewaring des Cancelicrs geweeft zijn, terftont na zijn dooc
in een houte geflote kift geleght, cn met dc zegels van de
Grooten, die\'crby geweeft zijn, verzegek zijnde, inde
Trefory gebracht. Van daer worden zy tot de Koning ge-
bracht, die de zelve aen den toekomftigcn Cancelier, trcr*
dende tot de laft van \'t ampt van \'t Cancelierfchap uyt te
voeren,na dat hy den eedt ontfangen heeft, dat hy \'t wel cn
getrouwelijk bedienen zal, eerft het groot zegel van zilver,
daer na het goude, en het andere ziJvere in handen geeft
in
dc tegenwoordigheydt van een groote hoop Edelen, die de
zelve ontfangende,
weder in de kift light, cn,mct zijn zegel
vcrzegck,na zijn huys brenghr, cn in de tegenwoordigheyt
van eenige Edelen de ope brieven cn bullen des Konings
doet verzegelen. Als de Cancelier ontlaft wordt, zoo geeft
hyinde tegenwoordigheydt der Grooten die drie zegels,
cerft het groote gulde zegel, daer na het groote zilvere, en
het andere kleyne,den Koning in zijn handen. Heden wort
den Cancelier nochtans flechts een zegel gegeven, ook
wordt nergens van deze drie zegels gewach gemaekt,als on-
der \'t gebiedt van de VI Hcnrik. Dit ampt des Cancelicrs
is door verloop van tijden veel aenziens en wacrdigheydts
door de bevelen der Paiiamcntcn acn gekomen, meeflna
dat de Voor-fpraken met een ftrenge wijs zoo hingen na de
fpits-zinnigheyt van \'t Recht, en ftrikken van woorden ftcl-
den , dat het nootzaeklijk fcheen het Raedt-huys van Bil-
lijkheydt in te ftellen, hetwelk den Cancelier bevolen was,
dc welke na \'t billijk cn \'t goed zoud oordeelen, cn \'t hoogh-
ftc Recht,\'t wclkde hooghftc galgh pleegh te fchijnen,ma-
tigen. Fn hier zit als overfte de Heer Cancelier van Enge-
landt, en by hem zitten twaelf
Meefter-Cancelieren, van
welke dc eerfte is de Papicr-bcwaerer , oftdebewaerer der
Rollen van dat zelfde Hof, en daer van de Meefter der Rol-
len genoemt wordt. En tot dit Hof behooren vcelampt-lic-
den" van welke zommige inzonderheydt des Konings zegel
bedienen, te weten, dc Klerk van de Kroon, dc;Klcrk van
de Hanapier, de Verzegeler, de Dienaer van \'t Wafch, de
Controlleur, de Hanapier,
vier-en-twintigh Lopers, de
Klerk van de Brieven van onder ftraf: andere zijn inzondcr-
heyt over de klachten aldaer voorgcftelt, als de Protonota-
ris, zes Klerken, oft Attornaten van \'t Hof, de Regiftrier.

Aldaer

N.

8i

-ocr page 97-

m

li-
J i r

T A N N

E N.

ï

B R

Sa

Akker zijn ook drie Klerken van de kleyne Bage, de ï^lerk
van de Aenbiedingen,de Klerk tot de Faculteyten,de Klerk
totdeonderzoekingvande ope Brieven ., de Klerk v^)or de
Verzendingen, &c.
ITet Hof Daer is uyt de byzondere Raedt des Konings noch een
der Ri^ue- ander Raedts-huys ontftaen, genoemt het Hof der Ver-
^oek-fchriften , oft der Requeften, van de Verzoek-fchrif-
ten alzoo geheeten , de welke de zaken verhoort, gelijk in
Cancelry onder de byzonderen , maer die eerft den Vorft,
oft zijn byzonderen Raedt, en ook elders
voor-gedragen
zijn. Hier in zijn eenige Meefters der Requeften , en een
Klerk oft Regiftrier, en twee oft drie Attornaten. Voorts
zullen wy van die Raden in de Mark-Graeffchappen van
Walles, en het noorder-deel met Godts gunft op zijn plaets
fpreken.

De Geeft\' De Geeftelijke Raedt-huyzen zijn voorneemlijk, het
lijke Raed- Syn^dus, \'t welk de vergadering der Clergy genoemt, en ai-
hnyun, tijdt met het Pariament te gelijk gehouden wort: en de
Provinciale vergaderingen, in beyde de Provinciën.

Ziet de Hierna worden de Hoven van de Aerts-biflchop van
oudtheydt Cantelbergh getelt, naemlijk het Hof van de Boogen, waer
over als Richter is de Deken van de Boogen , alzoo ge-

h

gen

\'t Hof van
\'verhooring.

Het Hof
van voor-
recht.

Het Hof

\'i i"
f

I\',
>

H

I

M:

van

*Kerkl noemt van S. Marien kerk te Londen, wiens heylige toorn
Het Hof verfiert is met boogh-werk, deze fchrijft wederom op de
•vmdeBoQ\' beroepingen van ieder een in de Provincie van Cantel-
bergh. Hierin zijn zeftien oft meer voor-fpraken na des
Aerts-biffchops goedtdunken , alle Dodoren der wet-
ten, twee Schrijvers, en tien Tael-lieden.

Het Hof van verhooring is, welk alle de klachten, zaken,
cn beroepingen der onderzaten ontfangt.

Het Hof van Voor-recht is , waer in de Commiflaris van
dc
erf-gocdcren van die geen uyterfte wil gemaekt heeft,
oft die by Teftament op-gedragen zijn, recht fpreekt.
Het Hof der Faculteyten is, waer in een Overfte geftelt
der"fa7Hl- wordt,diedc begeerten onderzoekt van die gene, diever-
teyten. zachting begecren van het zomtijts al te ftrafte cn ftrenge
recht, cn een Regiftrier, dic dc vergunde verzachtingen in
fchrift ftelt.

Het Hof Het Hof der Byzonderen, \'t welk behoort tot zommige
der byxon- Parochiën, in zommige Bifdommen van des Biflchops ge-
deren, rechdghcydt afgefcheyden zijnde, en den Aerts-biflchop
van Cantelbergh eygen, en andere niet zeer vermaerde ga
ik willighlijk voorby. Ook fchijn ik niet zeer voorzichte-
iijk my in deze dingen vermengt te hebben, maer Guicciar-
din heeft, in\'t befchrijven van Nedcrlandt, my met zijn
voorbeelt voorgegaen.

Hier had ik befloten iet in te voegen, inzonderheydt
\'t gene tot dc oudtheydt vocght van de hooge Overheden
van Engelandt, als van den Cancelier ( waer van terftont

i V

I \'. ^.

■iM

il i
ffi ^

i" . -, :

gefproken is ) den Treforier, den Pr^Efidcnt des Raedts, de
Bewacrer van \'t byzondere zegel, den grooten Kamerling,
dc Conftapel, Maerfchalk, Sencfchael van de Koninglijke
Hcrbergh, &c. Maer wijl ik verftaen heb, dat andere dit
betrachten, zoo vêr is\'t\'er af, dat ik hun\'t zelfde zoud on-
trekken , dat ik ook al \'t gene ik in dit deel aen-gemerkt
heb, hun willigh ben meê te deelen.

Hier op verwacht nu licht iemandt, dat ik hier by voege wat teke»
onder de befcherming van welk teken oft zwecf-fterons Britannien
Britannien zy. Ik zal \'t ook waerlijk doen ( want ik ben cnderwof-
ook in die geleerde dwalingen geocfFent ) om den nieus-
giengen tc voldoen j hoewel degiflïngen der Stcrre-kijkers
in deze zaek zoo verfcheyde zijn, dat de verfcheydenheydt
zelfde gantfche zaek fchijnt te verzwakken, en de waer-
heyt uyt te fluyten. De oude Dichter M. Manilius geeft
met dit veers tc kennen, dat het onder den Steen-bok oft
Capncornus geftelt is :

Ghy Steen-hok heerfcht al rvat de neder-gaende zon
Bez,tetf nahuuriq-h nu aen ihetis Pekel-bron.

o

Ptolomasus, Albumazar, en Cardanus ftellen \'t onder den
Ram, loannes de
Muris onder Saturnus, de broeder Snuf-
felaer, Efquidus , en Henricus Silen onder de Maen , om
dat het, zeggen zy , onder de zevende
cUmaet oft He-
mels-wijk zyi Rogier van Hereford , Thomas Ravennas
Tael\'licvcr, en Hifpalenfis onder de Vifl^en. En eyndlijk
Schonerus en Pitatus,op dat \'er gecnige t\'zamcn-ftemniing
zy, en wy met geen beter reden hebben \'t den Tweelingen
onderworpen.

Nu,dat wel gelukken en gedyen moet, (gelijk dc Ouden,
eer zy iet deden , plachten tc zeggen )
Zal ik met Godts ge-
Icyde, dc Provinciën oft Graeffchappen acnvaerdcn, in
welke ik elk op \'t waerfte, klaerfte cn kortfte, als mooghlijk
is, zal verklaren , welke dc oude inwooners geweeft zijn,
waer van haer naem gefproten is, welk haer grenzen zijn,
met wat goedtheyt het begaeftis, welke van ouder gedach-
tenis en vermaerde plaetfen het heeft, en wie in elk na \'t ge-
biedt der Noormannen oft Hertogen oft Graven geweeft
zijn. In dit vervolgh dcr Graven,op dat ik opendijk bclijde
door wien ik hierin gevordert heb, beken ik hier willigh
en met recht, dat Thomas Talbot, dic naerftighfte Griflier
in de Brief-kamer, en zeer wijs in onze oudthcdcn , my een
groot licht voor-gedragen heeft.

Ik zal dan beginnen van \'t uyterfte Weften, dat is van
Cornwal, en van daer de overige landen , elk op zijn orde
doorzien. Hier in Strabo, Ptoloma:us,cn de oudtfte Aerdt-
befchrijvers navolgende, die van de wefterfche landen, als
van de eerfte na het eerfte zuyden, haer befchrijvingen al-
tijdt beginnen.

■■ ^ i

D A N M O-

i

-ocr page 98-

H

D A N M O N I E N.

It Landt f^dkßa hetfchrijven der Aerd-hefchnpers^het yoornaewfie \'pan gantfch Britannien^
nijch meer enmeer ten \'ppeflen flrekt.en ten noorden ipan de Seloernfche^ten^uyden Dan de Britan-\'
fche,ten -weflen Dan de Verginifche z^c befpoelt ycordt^ hebben yan oudts de Britannen be-^poont,
die -pan Sofinm
Dunmonii, "Pan Ptolomsm Damnonii, oft, als heter in andere ipoorbeelden
ßaet,Danmomi genoemt ^jn. Welke naem, ^oo ^yniefvandie onuytputlijke Tin-mijnen
in de^e mjk, yoelk de Britannen
Moina noemen, gefproten is j i^oo fchijnt Van de •svonin^
gen, beneden de bergen, afkomfligh. ïVant in de laeghte en dalen beypoont men dit Landt door-
gaens^het ypelk in \'t Britanfch l^znmximxh genoemt -moordt: in ypelke ^in ook kt nae fte Landt
DufFaeint, dat ^ijn nedrige dalen, "Van de Britannen noch heden genoemt \'voordt. Oft nu de Oftidamnii, de "^dke
Ofta^i en Oäiones genoemt -^porden, tan de ypelken Strabo uyt Pith^m Maßilienfs \'))erhaelt,on^e Danmonii 4jny
"Spilde ik ypel dat de oeffenaers der Oudtheydt een •saeynigh naerßiger hy cs^ich over-dachten. Want ^y svaren in \'t uyterß
yan Europen, aen de Weß-^ee, tegen oyer Spanjen, niet yêr yan het eylandt Vxantiffe, nu Vshant,gelijk^getuy»
zen, gebeten. Alycelk al dit Landt der
Danmonien ^eer "^elen alzjns yoeght. En ypijl die Oftiones yan Jrtemi"
dorus
Cofïini genoemt yporden, als Stephanus in zijn Steden getuyght, ^oo ycildik yfel^ dat ^y merkten, oft, wjldit
yolk ook
Corinen genoemt -werden, men yoor Cofïïni geen Corini s^oud moeten flellen. Want men leeß Fufii yoor
Valcfii yoor Valerii. Op welke plaets de Aerdt-hefchrijyers de^e Oftidamnen Coflincn, aen de Wefl-^
î, flellen, konnen ^y zßlfs door geen miß \'^en, sioo s^y hier buyten gefloten merden. Voort yoordt dit Landt heden in
t-^ee deelen gcdeelt, te Wen
Cornwall en DenshirCj -^aer yan \'?py elk op ^Jn orde gullen fpreken.

O R N W A

C

L,

O R M w A L L, welk by de
hedige Lacinen ook
Corm-
bid
genoemt wordt, ftrekt
zich het meeft van gantfch
Britannien na \'t weften, cn
wordt van der Britannen
overblijftelcnj welke Maria-
nus Scotus Weft-Britannien
noemt, bewoont, van welke
het in de Britanfchc tael
(want zy hebben harer voor-
ouderen tael noch niet heel
verloren)
Karnaw genoemt wordt, om dat het zich als een
hoorn verkleent,en overal met voorberghskcns,als hoornt-
jes , hoogh uyt-ftrekt. Want de Britannen noemen een
hoorn Kffrn, ende hoornen in\'t veclvoudigh getal
hoewel andere willen dat het van
Corinemjk weet niet wat
met-gezel van Brutus,
Cornwa/iia genoemt zy, en noemen
"t
Cormia,nx dat veers van cen beuzeiachtigh Dichter :
Een de el nj an Coriné men Cor in^us geeft,
Van wien het lant en\'/ \'uolk den naem noch heden heeft.

Maer \'t is niet nieus (zoo men de Oudtheyt doorzoekt)
dat veel plaetfen van diergelijke gelegenhcydt haer namen
verkrijgen. In
Creten, nu Candien , cn Taurica cherfonefi,
dat is een half eylandt in Europen,tuflchen de zee Euxinus,
en deMoeraffen van Meotidus, worden de voor-bergen
Kg/^ jUéTMTTix genoemt,om dat zy zich als met Rams-hoorns
in
zeeftrekken. Zoo is Cypren certijdts van de Grieken
Ceraßis genoemt geweeft, om dat het met uytftrekkende
voor-bergen,als hoornen,acn dc zee light: zoo dat hetgeen
wonder zy, dat deze wijk, dc welke als cen hoorn gekromt,
en als met
voor-berghskens ccnigzins gchoorentis, Kernaw
cn Korn genoemt zy. Waer van, als zich veel Britannen, in
den brandt der Saxfche oorlogh, in dit landt begaven, op
de
natuur der plaets betrouwendewant zy wiften dat de
voet-wegen door de bergen genoegh ongangbacr, en met
water-plaifen door-fneden , cn dat de fchecp-vaert inf-ge-
lijx door
onbewufthcydt der plaetfen belemmert waren. Dc
overwinnende Sax, die.alle vrccmdelingen,cn al wat vreemt
is, in
zijn tael Wcalfb genoemt heeft, dezer inwooners
Cof.nwcalcfcnWei\'twcalefgehccten heeft : hier uyt is de
Latijnfche naem Cornwallia , en in onfe eeuw Cornubia, en
by
zommige fchrijvers OcciduaWallia ge(^toien. Zoovêr
is \'t \'er af, dat
Cornwallia van de Franfe verwinners genoemt
zy geweeft, als zommige, de Franfe naem toc-gedacn, wil-
len. De welke zoo zy t\'huys zoo wijs w^aren,als zy \'t vreem-
de bezorgen, zy zouden haeft begrijpen, dat haer aen-
zeefch Britannien na \'t onze genoemt is, en dat daer in het
landekcn
Cornovaille , welk onzer Cornwallen tael ge-
bruykt, van dc onzen,daer na toe verhuyft, de naem gekre-
gen hceft. Want gelijk deze onze Wcft-Britanncn en
Armoricanen van Vrankrijk, als zy tegen
CxCzx oorlogh-
den, byftant zonden, waer mcê hy de oorzaek van den Bri-
tanfchen oorlogh bedekt heeft; cn namaels (gelijk wy ge-
zeyt hebben) daer na toe
verhuyzende, met een verander-
de naem
Britannien genoemt hebben. Alzoo meent men
dat in de voorlede eeuw zy haer landts-licden,de Britannen,
tegen de Franfen geholpen hebben, en dat, na \'t ontftacn
van\'t Deenfche onweder, zommige hier na toe geweken
zijn, en worden geacht deze nieuwe naem van
Cornovaiik
aldaer gelaten tc hebben.

Dit land, als of de natuur het beloop der billijkheden
overdacht, gelijk het meeftendeel door bergen verheven
wordt, zoo heeft het in de dalen veel vette aerd-kiuyten, de
welke zy met
zee-gras, Orewood genoemt,cn een vette foort Qr^cod.
van zee-zant, ongelooflijk vruchtbaer maken. De zee-
ftrandt glinftert door de veelhcyt der fteden, de welke een
groote vloot konnen uyt-ruften: binncnwacrts is het over-
vloëdigh in Mctael-adercn, want het Tin wordt \'er niet
zonder overvloedige vrucht , in wonderlijke overvloedt
uyt-gcgravcn, waer van men huys-vaten, by alle Europia-
nen gevoert, tot het gebruyk der tafel, in glans het zilver
nict wijkende, maekt. Dc inwooners oft gravcn.oft nemen
uyt gewaffen zant, hier cn daer zwarte fteentjes, waer uyt
het Tin vergadert wordt. En daer zijn tweeè\'rley gedaenten
van deze Tin- oft Metacl-werkcn,de cene noemen zy Lode^
works, en dc andere Streame-mrks; dit is in dc benedenfte
plaetfen, als zy met graven de Tin-aderen vervolgen, en de
kolken der rivieren dikwijls verlcyden; het ander is in ver^
hevcner plaetfen, als zy in de bergen putten, die zy
Schafts
noemen, tot een groote diepte uyt-graven, cn mijnen. In
beydc is cen wonderbare fchcrpzinnicheydt des verftandts,
zoo in \'t af-leydcn cn t\'zamcn-fproeycn der wateren, als in
\'t onder-ftoppen, en onder-ftutten der putten, om het fto-
ten, waflen, onderfcheyden , en zuyvercn, \'t welk geen ver-
nuftigheden wijkt, ftil-zwijgens voorby te gaen.

Dat de oude Britannen in dit Tin-werk gearbcydt heb-
ben, (op dat ik den Gefchicht-fchrijver Tim^us by Plinius
Lih.
na-late, de welke verhaelt, datdc Britannen met Tecnen cap.%^
fchuyten met Leer overdekt, het Tin uyt het eylandt Ifta
gehadt hebben) blijkt zekerlijk uyt Diodorus Siculus, die
onder Auguftus gebloeyt heeft. Want hy getuyght, dat de

Z Britan-

-ocr page 99-

i

-ocr page 100-

N.

N

N

O

D

A

M

E

84

Britannen, die in deze wijk gewoont hebben, het Tin uyt cukis rchrijft, waren zy beleefder tegen de vreemdelingen:)

de fteen-achdge aerde gegraven, en in zommige na-by-ge- zo waren zy kloek, dapper, en lang genoegh van gettalte,

lege eylanden, met het aflopen van de vloedt,op wagens ge- grof van leden, en die in \'t worftelen (op dat ik die manlijke

voert; en dat de koop-heden het van daer met fchepen in ftrijden van den bal te kaetfen verzwijge) zoo uytmimtend,

Vrankrijk overgebracht, en daer na in dertigh dagen met dat zy die eer met recht aen andere volkeren, en door konft

paerden aen de Bronnen van den Eridan, oft naer de ftadt en vaftigheyt der krachten ontnemen.DeDichter Michael,

Narbon, als tot een koop-ftadt gevoert hebben. Ook geeft na dathy met klinkende veerzen m haer lof overvloediger

.ffithicus, wie hy ook geweeft zy, dieonw^aerdighlijk de getuyghtheeft,datzyin Arthurs veldt-flagen de eerfte aen-

naem van Hieronymus vertaler draeght, het zelve te ken- vallen uyt-geftaen hebben, zo befluyt hy moedighlijk:
nen , en zeght, dat hy op deze Metael-werken regels geftelt
Wat fchrikt om ? z,o wy vafl op onze voetenßaen,
heeft. De Engelfche-Saxen worden geacht het zelve t\'ee- V Zy ons \'t hedrogh verwint, niet zal ons óver gaen.
nemael verzuymt, oft der Arabiers, ott Sarafjjnen arbeyt ge- Hier van is \'t, dat mooghlijk het gerucht loopt, dat eer-

bruykt te hebben. Want de verlate mynen noemen de in- tijdts de Reufen in dit landtfchap gewoont hebben. Want

wooners Att all Sar afin, dat is, der Sarafijnen overblijffels. de Dichter Hauvillanus,die voor vier-hondert jaren geleeft

Na den inval der Noormannen hebben de Graven van heeft, als hy zommige Bntanfche Reufen befchreef, heeft

Cornwal grooten rijkdom hier uyt-gehaelt, inzonderheydt dus van Britannien gefpeelt :

Den Reuzen(Irekt dit landt, doch weynigen, tot woon,
Ben wilder dieren vacht haer ruggen tot verfchoon
Van kleederen verdek■yhet bloedt haer daeghlijx drinken,
Ben uyt-geholde blok, haer beker om te fchinken.
Een hol haer huys en aert, haer bed een doornen trots,
Be roofverfehaft haer f^ijs, haer eet-zaelis een rots.
Het f haken kroont haer lufl, gewelt haer heerfchappyen,
Haerfchou-fpel rijfl uyt moort, haer moedt uyt razeryen.
Beflrijdt befchaft haer doot, het dooren-hofch haer graf
Bit ongediert gedyt het Bergh-landt tot een firaf,
Boch Eng\'lands weft-eynd meêr, maerfchriklijk boven al,
Ben vèrflen grenzen van het zuy der CormmaL
Of nu deze gedronge vaftigheyt der DanmonCn, de wcl-

Richard , des III Koning Henrix broeder. En \'t is geen
wonder, wijImen toen ter tijdt het Tin van nergens elders
kreegh , want de invallen der Mooren hadden de my-
nen van Spanjen geftopt j en in Duytslandt waren de Tin-
aderen , die alleen in Meyflfen en Bohemen zijn, noch niet
bekent j en de zelve niet geopent voor het i Z40 jaer na
Chriftus geboorte. Want toen, als een fchrijver van die
eeuw getuyght, is in Duytslandt het Tin gevonden door
een man van Cornwall, uyt zijn vader-landt verdreven, tot
groot nadeel van Graef Richard van Cornwall. Namaels
heeft men van Edmond, Graef Richards zoon, een verze-
gelde brief verkregen, en is van den zei ven vryheyt vergunt,
cn Metael-wetten geftelt, welke hy met zijn zegel bevc-

ftight heeft, en men heeft tol op het Tin geftelt, welk acn kc uyt de matighcydt van \'t vochtigh en warm voortgeko-

de Graven bctaelt wierdt. menis,aendevoedigeweftcwindtengelegenheytderwe-

Deze vryheden, voor-rechten en wetten, heeft de 111 reldt tc wijten zy, gelijk wy zien dat in Duytslandt dc Bata-

Koning Edward daer na beveftight cn vemieerdert , dc viers^ in Vrankrijk de Aquitanen cn Ruthenen, die de uy-

gantfche gemeente der Metael-w erkers, als een lichaem in terfte ten weften zijn,allerftcrkft zijn,- of wel cêr aen cenigh

vier deelen oft landtfchappen befchreven, de welke men na byzonder opzicht van hemel en aerde, ftaet ons hier niet

de plaetfen , Eoymore, Blak-more, Trewarnaile, en Penwith naeukcurighlijk te onderzoeken.

noemt. Hy heeft over allen een Guardiaen oft Overfte ge- Nu zullen wy de voor-bergen, fteden, cn rivieren , van
ftelt,de welke zo na dc billijkheyt, als na dc wet recht fprak, welke dc Ouden verhaelt hebben (want dit is voorneemlijk
en over yder deel heeft hy haer Voor-overftcn gezet,de wel- onze voornemen) vervolgen: van de uyterfte voor-berf h
ke alle maenden, yder in zijn landtfchap, dc twiftcn von- zelfs acn-vangcnde, eerft dc zuydcr, en daer na den noorder
nifte, welke vonniflèn, na het Tin,
Stannaria, oft Tin-rech- ftrandt,en eyndlijk den af-loop van de rivier Tamar,de wel-
ten genoemt worden,van dewelke zomtijdts acn den Over- kc dit landt van Dcnshier affcheyt, doorzien. De uyterfte
ften zelf beroepen wordt. En op dat de tollen, den Graven voor-bergh, welke aen de Verginifche zee light, cn alleen
van Cornwall, die men na de oude inftelling voor yder duy- met xvii tijden op de ronde vlakte der aerde van de geluk-
zent ponden Tin 40 Schellingen betaelt.nict heymlijk ont- kigc,oft liever Afodfchc eylanden bepaelt wordt,wordt van
voert en gefloken wierdcn, zoo is het door een wet verbo- PtolomcXus
Bolerium genoemt , van Diodorus Beierium,
den, dat al het Tin, dat vergadert wordt, tot ccn van de vier miflxhien van het Bntanfche woordt Peil, weik Vêrfl bete-
beftemde fteden moet gebracht worden, al waer het tw^ee- kent, of het wordt ook van Ptolom.^us
Antiveflaiim gc-
mael \'s jaers gewogen,aen-getekcnt,en vertok wordt ,en"\'t is noemt,van de Britanncn
Pemhwguaed, dat is, de Voor-bergh
zonder de grootfte boete niemandt geoodoft het zelfde ^uan bloedt, maer alleen van de Barden oft Dichters: doch
eerder te ver koopen oft verderen. En niet alleen wordt \'er van de Britanfche Gefchicht-fchrijvers
Penn>ith, dat is, de
dit Tin gevonden, maer Goudt en Zilver en Diamanten, Voor-bergh aen de linker-zyde, van de Saxen Penpijj-ftreopt;.
van de natuur zelve gehoekt en geflepen, welker zommige Want
Steort betekent by haer een in dc zee gelegen landt,
de groote van een Ekel even-naren, en de oofterfche alleen en hier van wordt heden die gantfche
Hondrtd, Penwith ge-
in zwart- cn hard-heydt wijken. Het
Eringium wordt \'cr noemt, by dc by-wooners in haer tael Penvonlas , dat is, het
langs den oever doorgaens in overvlocdt gevonden. Ook eynde des landts,en in de zelfde zin by de Engelfen The lands
is het zo vruchtbaer in vruchten, hoewel niet zonder groo- end, om dat het ten weften het uyterfte van het gantfche
ten arbeyt der bouw-heden, dat het niet alleen zich zelf ge- eylandt is. En zo deze
voox-hcïgh Helenum genoemt is ge-
nocght, maer ook een grooten hoop koorns jaedijx aen weeft, gelijk Volatcrranus cn de nieuwe fchrijvers verhalen,
Spanjcn vedeent. Een groote winft ontftaet \'er ook uyt dic zo is het niet van Hclenus Priams zoon, maer van
Pen Elm
viskens, die zyP/fW^a noemen, dewelke als met groote voortgekomen, \'twelk by dc Britanncn een Ellcnboo^h,
zwermen, de ftrandt van ïulius tot November omnngende, gelijk
Ancon bv dc Gneken betekent. En wijl de gekromde
gevangen,ontgonnen,gezouten,gerookt, gcpekclt,geperft, ftranden van dc Gneken genoemt wierdcn,\'twelk
en met groote menighte naer Vrankrijk, ltalicn,en Spanjen Plinius van \'t Italiaenfch Ancona getuyght, zo is \'t geen-
gevoert worden, by welke het de aengenaemfte waren zijn, zins ongefchikt dat deze gebooge ftrandt van dc Britanncn
en
Eumados genoemt worden. Waer over dc Cornwalfchc in den zelfden zin Pen Elin, cn daer van het Latijnfch Hele-
Dichter Michacl,in zijn rijdt de voorneemfte der Rijmers, num genoemt zy. Maer van Antiveftaum placht ik dikwijls
tegen Henrik van Abrincen, des derden Koning Henrix tc twijfFelen,of\'t na een Griekfchc bron fmaekte. Want als
Acrts-dichtèr, om dat hy de Cornwallers, als de laetfte der ik zagh dat het by de Grieken gemeen was, de plaetfen te
mcnfchen,befpot had,voor dit zijn vaderlandt ook fpotten- benoemen na dc namen van die plaetfen die \'cr tegen over
de gezongen heeft: gelegen waren, niet alleen zelfs in Grieken , alwaer zy
Niet noodigh dat tk tel de rijkdom van ons landt, Rhium, en Antirrhtum hebben, maer ook in d\'inham van
Waer door \'t den armen doet een rijken onderjlant. Arabien, alwaer zy Bacchium en Antibacchium; en in lilv-
In Vifch en Tin mach haer geen landt-ftreek eve-naren. ricn, oft nu Slavonicn, Antibarrium, om dat het recht tegen
Nochtans is Cornwall met gelukkiger in landt, als in over Italicns
Barrium gelegen is, zoo heb ik naerftlijk door-
mannen , welke gehjk zy zelfs m die oude tijden m alle be- zocht of\'er eenige plaets , met de naem van
Veftam vereert,
lecftheydt op
-gebracht zijn i (want door de gewoonte der tegen ons Antiveft^m over lagh 5 maer niets zodanigh vin-
koop-lieden,die daer om Tm na toe varen, als Diodorus Si- dende, heb ik my tot de Britanfche tael begeven, cn
noch-
tans

-ocr page 101-

COR N

tans kan ik my hier niet uyt redden. Voorts geloven de in-
wooners , dat deze voor-bergh zich vér na \'t weften geftrekt
heeft,en de Schippers beveftigen \'t uyt dc uyt-getoge puyn-
hoopen. De bywooncrs verzekeren, \'ik weet niet met wat
beuzelingen, dat het landt, aldaer met de zee ovcr-ftolpt,
LioneJJe genoemt geweeft zy.

In de uyterfte klippen van dezen voor-bergh, als zy door
d\'af-vlocycnde eb ontbloot worden, verlchijncn aderen van
zuyver loot cn koper, cn de inwooners verhalen dat \'er eer-
tijdts een back geftaen heeft, waer van men den varende
lieden, door een aen-gefteken vuur, teken gaf. Buytcn
twijftel tot een baek van Spanjen; gelijk Orofius verhaelt,
dat \'cr in \'t Brigantifch Galhfficn een vuur-baek, onder de
weynigh gedenkwaerdige werken, op-gericht is, tot de
back van Britannien, dat is, tot dienft van die gene, die uyt
Britannien naer Spanjen voeren, (zo ik hem flechts wel vat)
oft tegen over de back van Britannien , want geen andere
plaets van dit eylandt ftrekt zich naer Spanjen. Nu light \'er
een dorpken op,
Saint Buriens, eertijdts Eglis Buriens, dat is,
Burienm oii Ber ianas kerk genoemt, en aen Buriena, een
geeftlijke lerfche
vrouWigeheylight, (want dit volk heeft de
lerfche heyligen cn haer inwooners,zoo voor haer bcfcher-
mcrs gehouden , dat het haer byna alle fteden toc-gewijt
heeft.) Deze plaets,zo men zeght, heeft Koning Athelftan
het recht van ccn Vry-plaets vergunt, als hy overwinner uyt
de Syllenife eylanden hier acn-landc. H et is zeker, dat hy
hier een kerk gebout heeft, en dat, onder Willem de Con-
cjuefteur, hier ccn Collegie van Kanunniken geweeft is, en
dat de by-gelcgc landeryen haer toe-behoorden. Dicht hier
by, in een plaets, die men
Bifeaiv weune noemt, ziet men 19
fteenen in \'t rondt geftelt, yder i z voeten van elkander af
ftaende, en in \'t middel-punt verheft zich ccn veel grooter
als al de andere. Dit is, als men waerfchijnlijk giften kan,
een zege-teken van de Romeynen, onder de laetfte Key-
zers , oft van de Saxfche Athelftan geweeft, als hy dc Dan-
monen onder zijn macht gebracht had.

Van hier af ten zuyden ontfangt dc allenx omgelege
ftrandt, een maen-gelijke inham,
Motmts bay genoemt; al-
waer men zeght,dat de zee het landt,tc greetigh befpoclen-
de, ovcr-ftolpt heeft. Hier aen light
Moufe-hole, in \'t Bri-
tanfch
Vort luis,du is, de eylandts haven, voor welk Henrijk
van T/a/,dic met de waerdigheyt van Baron gebloeyt heeft,
en Heer van
Alwerton en Tiwernel in dit Graeffchap ge-
weeft is , van den eerften Edward het recht van een koop-
ftadt en markt verkregen heeft. Acn dezen inham light ook
het koop-ftedeken
PenfansA^x. \\s,het Savelen hooft,\\\\ aer van
niet vêr is, de bekende ftcen
Main-Amber, dewelke fchoon
zy van uytncmcnde grootheydt is,zoo kan menze nochtans
met een vingerken bewegen,maer een groot getal van men-
fchen zullenzé niet van haer plaets verfchuyvcn; cnAi\'er-
kiu,d2X. is,de markt van lupiter,om
datmen daer op ccn don-
derdagh markt-dagh hout, zijnde een qualijk te betrouwen
Reede. En in dezelve hoek de bergh van S. Michael, die
den inham den naem gegeven heeft,eertijdts Dmfil, als in \'t
bock van Landaf ftaet, by de inwooners
Careg Cowfe, dat is,
degrtjzeßeen-rots, in \'t Saxfch (üycbel-j\'rop, dat is, Michtels
plaets,
gelijk Laurentius Noëlus, een man van groote ge-
lcertheydt , en die onzer voor-ouderen Saxfche tael, door
ongewoonte verftorvcn, cn door vergeet begraven, dc eer-
fte in onze eeuw weder op-gewekt heeft. Deze flecn-rots
is hoogh en fcherp genocgh, cn, alsdc zcc vloeyt, van\'t
water om-fpoclt, en als zy ebt, aen \'t landt gevoeght. Waer
van Graef lan van Oxford, op dc aert der plaets fteunen-
de , dezelve voor weynigh jaren tot een zetel der oorlogh
tegen den vierden Koning Edward verkoren, en kloekhjk,
doch ongelukkighlijk befchermt heeft. Want zijn zolda-
ten, van de Koningfcheverzocht zijnde, hebben zich ter-
ftont over-gegcven. Want op de fpits van den bergh zelf,
binnen het bolwerk, was een kapel, aen den Aerts-Engel
Michael gewijdt, daer Willem Graef van Cornwall en Mor-
ton , dewelke door des eerften Willems mildigheyt veel erf-
gronden in deze wijk bezeten heeft, voor een Monnik oft
twee ccn Cel gebout heeft, dewelke verhalen, dat S. Mi-
chicl op dien bergh verfcheenen is; het welk deltalianen
tot haer Garganus, en de Franfen tot haer bergh van S. Mi-
chiel in Normandyen om ftrijt trekken. Aen den voet van
dezen bergh zijn by onzer voorvaderen gedenken,wijl men
daerTin uyt groef/pietfen,bijlen,en kopcre zwaerdê,in lin-

U

nen gewikkelt, gevonden^ gelijkmen over lang in \\ Zwarte
waldt van Duytslant, cn noch onlangs in Walles uyt-gegra-
ven heeft. Want het blijkt uyt dcr ouden gcdenk-tckenen
dat de Grieken, Gimbren, en Britannen koperc wapenen
gebruykt hebben, hoewcl dc wonden van \'t koper min
fchaedlijk zijn,als in het welk (als Macrobius uyt Ariftotelcs
verhaelt) ccn genezende kracht zy. Maer die eeuw was
niet,even als de onze,tot der menfchen verderfverftandigh.
Op de onderworpe fteen-klippen, als ookdoorgaens langs
deze ftrandt neftclt de
Pjrrhocorax, een roodt-gebckte cn
gevocte Raefniet acn dc^Alpen byzonder zijnde, als Plinius
gemecnt heeft. Den welken de inwooners vernomen heb-
ben , dat ccn brandt-ftichtige cn dief-achtige vogel is: want
hy werpt dikwijls heymlijk het vuur in de huyzen, en zoekt
en verberght heymlijk dc penningen.

In deze plaets wort het landtfchap meeft t\'zamengctrok-
ken, gelijk als in een engte tuffchcn twee zeen : want van
hier tot de hooger oftSevernfche zee liggen naeulijx vier
mijlen tuffchcn beyden. En ccn weynigh boven den bergh
opent zich een genocgh brcede Inham , naer den bergh
Mountsbay genoemt,alwaer een zeer zekere en vrye ree voor
de fchepen
is, wanneer het uyt den zuyden ftormt, zes ofc
zeven vademen, in het midden der eb, diep. Meer ten oo-
ften rijft
Godolcan,een heuvel, vruchtbaer in Tin-aderen en
vermaert, (nu
Godolphingenoemt) nochtans is het veel ver-
maerderdoor zijn Heeren van dezelve toe-naem, dewelke
de oudtheydt des ,gcflachts door haer deughden ge-even-
naert hebben. En de naem is in de Cornwalfche tael van
mtte Arent gemaekt. En dit gcflacht heeft eertijdts een
witte dubbelen Arent, tuflchen drie infgciijx witte Leliën
uyt-geftrekt,in een roodt fchild, in haer wapenen gebruykt.

En terftont naer her zuyden van de bergh van S.Michiel,
vertoont zich een half cylandt, acn welx ingang men
Heil-
Jlon
ziet, in dc landt-tacl Hellas, om het valfch aen-gefpoel-
dc water, een vermaerde ftadt door het voor-recht van Tin
tc tekenen, waer by, door de vele t\'zameii-lopendc wateren,
een meyr ontftact van twee duyzent fchreden in de langte,
Loopocle genoemt, door een kleync tuflc:hen\'lopende bank
van de zee af-gefchcyden , dewelke als zy door het gewelt
der w.itercn door-gebroken wordt, zoo hoortmen vêr door
de gantfche buurt ccn groot gebas der wateren. En niet
vér van daer zietmcfi een krijghs-beheyning (
Earth ge-
noemt) uyt by-cen-gcbrachtc ftecnen zonder leem oft kalk
zeer groot in\'t rondt gebout, hoedanige ook andere hier
en daer gemoeten, in den Deenfchcn oorlogh, als wy ge-
loven, gefticht, cn dezelve is niet ongelijk die veftingen der
Britannen, welke Tacitus
ruvge en ongefchikte fteen-ho-
pen noemt. En bet halve eylandt zelve, we|k groot, cn mee
dorpen
genoegh voorzien 15, wort A/eneg genoemt, buyten
twijftel dat
A/enna,welk lornandes uyt Cörnelius (of\'et Ta-
citus,de fchrijver dcriaer-bocken zy.wcet ik nict)befchrijft,
en in zommige voor-beelden
Memma genoemt wort. Want
het is (zeght hy) in het uyterfte deel van Britannien over-
vlocdigh in Mctael,vol van kruyt,en vruchtbarcr in die din-
gen , welke meer het vee als dc menfchen voeden. Dat hy
nochtans zeght,dat het overvloedigh in veel Metael is, zo is
het nu zoo gebrekkigh daer in, dat het eertijdts uyt-geput
fchijnt. Dit wordt heden van de Schippers ge-

noemt, van Ptolomarus Danmoniorvm Promonto-
Rivm en OcRiT^vM, van iEthicus in zijn wonderbaer-
lijke Aerdt befchrijving O c
r a n v m , cn by de bergen
van dc vvcft-zec getelt. Of het van
Ocra zy, het welk, als
Sextus Pompejus getuyght, een fteylen bergh betekent,
durf ik niet beveftigen.: nochtans hebben ö^r^^ onder de
Alpen,
Ocriculum, en Interocrea, van de fteyle gelegenheydt
haer naem getrokken. Maer wijl öf^r in\'t Britanfch een
fpits betekent, wat zoud het zijn, zoo ik achtc, dat deze
voor-bergh zo genoemt zy,
om dat zy gefpitft zy,cn even als
een kegel cyndight ? De ftrandt van dit
Meneg te rugh kee-
rende , zoo gemoet zy een
met wel vele en hoekige ver-
trekken gehavende Inwijk,
ontfangende het rivierken Vale,
waer acn mcêr binnenwaerts dc oude ftadt Voluba, by Pto-
lomjeus gedacht, gebloeyt heeft: maer is nu eertijdts ofc
vervallen, oft heeft
haer naem verboren, welke nochtans
in dc haven van
Volemouthok Falemouth nu noch overigh is.
Deze haven is even zoo edel als
Italiaens Brundufium zelve,
ruym genocgh
voor veel fchepen i want in haer gekromde
Inwijken konnen hondert fchepen zo van elkander liggen,

Aa dat

W

A

-ocr page 102-

A IST M O N i Ë N.

\'(dat ffièn uyt de top van geenige maften in een^h ander wal, die daer eertijdts zijn hof gehat heert. MaeSr hêt licht

zien kan. En is zeer verzekert voor alle winden, en rond- van VzeUa, wordt inzonderheydt verduyftert door twee fte-

om met hooge Kay-dijken omringt. In \'t inkon^en ver- den, Leskerd ten ooften, op een hooge heuvel gelegen, cn

heft zich een fteyle cn hooge ftcen-rots, van dc inwoo- door een oudt kaftecl en vrye markt vermaert, en Bodman

Bcrs Crage gcnoaiit. De mondt is ten weerzijden, tot be- ten noorden, qualijk twee mijlen Van elkander, Bmfrenna,

fcherming der plaets en fchrik der vyanden , met kaftcclcn mis ik niet, in\'t Britanfch, en in oudèbricTen^

voorzien , acn decs zijd ten ooften met het kaftecl van Dit tufTchen twee berghskens, niet zeór gezont vangclc-

S. Maudit^^-m d\'ander zijd ten weften Pendmas,\\an de VIII genheyt, liggende, van \'t ooften na \'t weften uyt-geftrekt, is

Henrijk gebout. Waer van de oude Dichter aldus gezon- een zeer vermaerde markt, vol burgcry, mtt huyzen ge-

gen heeft: noegh gebout, cn zeer vermaert door het voor-recht van

Het Pendinas bejlaet de topfen van \'tgeberght j het Tin te tekenen. Maer certijdts door dc Biftchoplijke

En met zijn Schuts-gtdruyi den donder bootji tn terght^ waerdigheydt vermaerder. Want omtrent het 5J05 jaer, als.

Waer Maudit tegen aen, met krakende Kartouwen in dit landtfchap dc kerklijke zaek gantfch ter neder lagh,

Haer blixems dreygt,om Vaelmuyds haven vry te houwen, zoo heeft dc oude Edward na \'t befluyt van Paus Tormofus^

En dc haven zelf, wordt van Ptolomseus Cenionis ofiium hier de BiflTchoplijkc ftocl geftelt, en den Biffchop van Cri-

genoemt, zonder twijffel van het Britanfch G^z^f«, welk dien,in deze wijk,dc drie dorpen, C»«//«!^, en

een deur oft ingang betcykent, cn dat getuyght het by- tam vergunt, op dat hy van daer het volk van Cornwall

gelegen ftcdeken Tregenie, dat is, zoo ghy \'t vcrtaelt, het jaerlijx zoud bezoeken,om haer doolingen te onderzoeken^

ftedeken acn de mondt. Aen de binnenfie Inwijken van want te vooren wcderftonden zy der waerheydt zoo. veel Zy

deze haven liggen eenige fteden. Dc vermaerde koop-ftadt konden , en waren der Apoftolifche beftuyten ongehoor-

Peryn Wo\\s.^ex.Bronefcome, Biflfchop van Oxford, zaem. Maer daer na , als de vreeflijke Deenfche oorlogh

in\'t iz88 jaer een Collegiale Kerk, diezcG/^/^^V^ noemen, ontbrande , is de Biflohoplijke waerdigheydt na Germans

en twaelf Proeveniers geftelt heeft: Arwenak, een wooning vervoert geweeft. Hier by light Leskerde, welk eertijdts ge-

van het oude cn vermaerde geflacht der Killegrews: Truro, weeft is dc Kerk van S. Guerir, dat is, zo men \'t uyt het Bri-

in \'t Cornwaftch Truru, na de drie ftraten genoemt, cn met tans vcrtaelt, van den H. alwacr, als Afferius fchrijft, de

twee rivierkens als omringt, vermaert door een Mayer, als Koning Alfred, in zijn gebedt ter aerde liggende, van een

Zy hem noemen, en eenige voor-rechten in den Tin han- ziekte genezen is. En als Neotus,ecn man van uytncrnendê

del, cn Grampound het verft van dc haven gelegen: waer by ^ hcyligheyt en gelcertheydt, namaels in dezelve kerk begra-

acn de zee dc landcry van RofeUnd light, zoo genoemt, als yen wierdt,zoo heeft zy door eens anders licht zoo gefchcc-

zommige willen, als Rozen-gacrdt, oft als anderen, om dat nen, dat zy daer van Neotejlow, dat is, \'lieothsplaets, nu S.

het hcyde is. Want dit betekent in \'t Britanfch Ros. Waer Neoths, eri dc Geeftlijke mannen, die Godt daer dienden^

vunRoJJta in Schotlandt, cn Cambria dc naem gekregen k. Neoths Klerken genoemt wietdcn, en genoegh rijke in^

hebben, als welke wijken dor en droogh genoegh zijn,maer komften gehat hebben, als in \'t boek van Willem de Con-

deze is door de naerftighcyt det bou-luydcn genoechlijker que/leur te zien is. Hier by, als ik verftaen heb, in de Paro-

en vruchtbacrer. Na dit Roflia bevangt dc zee terftont de chic van worden,in de voornoemde plaets Pennant,

wijkende landen met een ruymer Inham , die zy Truear- dat is, \'t Hooft vm het dal, gezien twee aerd-hoopen, waer

dratth-bay noemen, dat is, zoo men \'t vcrtaelt, de Inham der yan \'t eene boven op als een Prcekftoel uvt-(^cholt wordt.

uyt-geholt

het ander , Other hälfeßone genoemt, met byna uytgacndê
Barbarifche merk-tekens, nu dit opfchrift heeft:

ßadt.aen \'t Savel.

Naeulijx twee mijlen van hier, daer de rivier Pawey in dc
zee loopt, light dc ftadt
Fowy, in \'t Britanfch Foath, acn de
Kay-dijk geftrekt, in dc voorige eeuw door fchceps-ftrijden
zeer vermaert, het welk haer gemeene wapenen getuy-
gen, de welke uyt de wapens van vijf havens t\'zaem-gezct
worden. Aen de haven heeft het ten weêr-zijden bolwer-
ken , van den vierden Koning Edward daer geftelt. Die na
korten tijdt op die
Fatveners zeer vergrämt, om dat zy, de
Franfcheoorloghgefuft, den Franfch en oever beroofden,
haer alle fchepen en vaertuygh benomen heeft. Hier tegen
over acn d\'andere kant light
Hall, met een fchoone wandel-
wegh in \'t af-gaen van cen heuvel,zijnde een vermaert huys
van Willem
Mohun, Ridder van ouden en doorluchdgen
Adcfdewclke van de
Mohuns, Graven van Somerfett, cn de
Courtneis, Graven van Devon, gefproten is.

Meer inwaerts aen dc zelve rivier light Vfella van Ptolo^
msEus, welke naem, niet gants verloren zijnde, heden
Leftu\'
thiellgenoemt
wordt, zijn naem van de gelegcnhcydt ver-
kregen hebbende, want het hceft een hoogen heuVel, waer
op het oude kaftecl
Leßormin light , begrepen maer nu
light het in een dal over-gevoert. En Fc/^?!?/betekent in\'t
Britanfch hoogh en verhevcn,wacr van Vrankrijx
Vxellodu-
num
de naem heeft, om dat het op cen bergh gelegen, en
een alzins fteyle ftadt was. Dit wordt in de Britanfche Ge-
fchichten
Pen-Vchelcoit,d2X. is,een verheven bergh in\'/ bofch
genoemt, welk zommige willen, dat Bxon is. Maer de ge-
legcnhcyt by PtolpmcEus, cn dc overige naem getuygen, dat
dit het oude
Vxella is. In onze tijdt is het een kleyn ftcde-
ken, en weynigh bevolkt, om dac dc riviere
Fawey, welke

Die mijns oordeels zo gelezen moeten wordciij Döniert :
Rogavit Pro Anima,
dat is, Doniert heeft gebe^
den voorde ziel,
\'t zy men wildetwijffclcn , dat die ftippen

by oude tijden met het op-lopen van de zee tot acn de ftadt na Doniert,oveth\\\\}ï(e\\s zijn van dc letter E, en Zo lezen, Do-

placht te zwellen, cn om fchepen te voeren bcquaem was, niert evogavit, dat is, Doniert heeft uyt-gedeelt, als ofhy dat

nu door het zant uyt de Tin-myncn zo geftopten kolk landt aen de Geeftlijken voorde ziel uyt-gcdcelthad.Macr

heeft (waer van alle havens van dit landtfchap gevaer van ik kan niet anders oordeelen, dan dat Doniert die Vorft van

verftoppen lopen) dat zy tot de kleynfte fchuytjens naeulijx Cornwall geweeft is, die de jacr-boeken Dungertk noemen,

genoegh zy. Nochtans is het dc voorncemftc ftadt van en fchrijven in *t 872 jaer verdronken te zijn.

gantfche Graeffchap, alwacr de onder-Graef (die onzebur- Hier naby rijft een hoop van genoegh groote fteenen,

ger-wet noemt) alle maenden dc gefchillen vonnift, cn de waer by een rots light, van de natuur zo na dc gclijknis van

Overfte der Metael-werkers zijn gevangenis heeft : Het een Kaesgevormt, dat zy fchijnt als cen Kaes geperft tc

geniet ook het voor-recht van het Tin te tekenen, door worden,wacr van zyfFW^f^-f^^"^ genoemt wort. Indcby-

gunft, zoo zy zelve zeggen, van Edmund, Graef van Corn- gelege vlakte ziet men ook zeer vele, eenighzins yierkante,

fteenen,

ï)

-ocr page 103-

L

ö

c

R

A

N

fteenen, van welke zich zeven oft acht op een eVen-wijde
tuftchcn-ruymte verheften. De nabuuren noemenze
Hur-
lers,dooi
een Godtvruchtige doohng overreedt,dat de men-
fchen in fteenen verandert geweeft zijn,om dat zy den Son-
dagh met kaetfen ontheyligt hadden. Andere willen dat het
een opgericht zegeteken is ter gedachtnis van eenige flagh,
en zommige geloveujdat zy daer tot een lantfcheyding zijn,
wijl zy by die , welke van de iandt-fcheydingen gefchreven
hebben , gelezen hebben, dat men fteenen van weerzijden
by-een-vergadert, en totScheyel-ftéenenop-gericht heeft.

Aen dezen oever opent zich de rivier Loo een wech na de
en bedeelt aen de mont tviHèe ftedekens met haren

zee

naem,de welke met een fteene brugh aen een gehecht zijn;
het weftelijke, welk hooger is,bloeyt meeft, maer \'t ooftlijke
heeft de tijdt zijn bloeflTem ontrokken , fchoon \'t het voor-
recht van Mayer en burgers heeft. Van hier af gemoet niets
gedenkwaerdighs, tot dat men aen het oefter-rijke rivier-
ken
Liver komt, welk het vlexken S. Germans befpoelt, al-
waer in hetDeenfche onweer de Vréésden Biflthoplij ken
ftoel over-gevoert heeft, alwaer de huyskens aen
S. Germa-
nus Anüftodorenfis
gewijdt zijn, de welke in Engelandt de
weder op-rijzende Pelagiaenfche kettery uyt-geroeyt heeft.
Waer in, als weynigh Biflchoppen gezeten hadden, heeft
Levinus, Praelaet van Cridien, dewelke by den Deenfchen
Canutus zeer veel vermocht, door middel van \'t Koninglij-
ke aenzien verkregen, dat zy aen zijn ftoel zoud gevoeght
worden. Na welke tijdt een Biflchop over dit landt, en
Öenshire geweeft is, die nu te Exon zit, en dit dorpken van
S. Germatns tot een ftoel van zijn Sujfragaen geftelt heeft.
Doch heden zijn \'t niet als viflchers hutten, dewelke rijke-
lijk genoegh in de zee, en omliggende rivieren viflfchen.
Weynigh mijlen van hier, aen de zelve riviere, wordt de
naem van het kafteel
Trematon, door half vervalle veften,
befchcrmt, al waer, als in het boek
Bomesdaj ftaet, Willem,
Graef van Morton, zijn kafteel eh markt gehadt heeft, en is
het hooft der Baronny, Graveti, en Hertogen van Corn-
wall geweeft, als in de
Inquijitim te zien is. Welk als de ri-
vier
Liver voorby gevloeytis, zoo ftort zy zich dicht by Sal-
tashe,
eertijdts BJJe^Sooi dezen de wooning van het gcflacht
der
Valiorts, nu gemeen van koop-luydcn bewoont, en met
niet weynigh voor-rechten voorzien, in de Tamar, welke de
trv terfte landt-fcheyding is van dit landtfchap, alwaer
Mont-
Bdgcomhe,
de wooning van het oude gcflacht dcr Edgcom-
hen , in een genoeghlijkc gelegenhcydt zich acn een inge-
weke haven uytftrekt. Hier zeer na by is K^nthony, ge-
dcnkwaerdigh om zijn fchoonhcydtcn viflchery, dewelke
de zee ontfangt, zee-vifch tot gebruyk cn luft ver fch aft,
lïiaer veel meer om haer Heer Richard
Carew, cjc welke de
plaets , hem van zijn voorouders na-gelaten, onderhoudt,
dat zy door \'t fieraedt van deughden alles overtreft. Tot
hier toe de zuydzijde, gaen wy nu na dc noord-kant.

De noord-oever begint van den zclvcn voorbergh tde-
fium, en loopt ten cerften met een langen trek bézet met
2ant-duynen, tot acn de ftadt, met ccn tongsken in de zee
uytftekcnde,
S. lies genoemt, hebbende deze nacm van lesy
een Icrfche vrou, de welke hier met een zonderlinge hey-
licrhcyt geleeft heeft, te wijten, eertijdts : en heeft

de bygclcgc Inham, in de welke het rivierken Haile\'m
vloeyt, tot haer naem aen-genomen,de welke van de Schip-
pers
lies Bay genoemt wordt; doch de ftadt zelf is nu
kleyn. Want de wefte windt, dwinglandt van de^en oever,
heeftze met zanden op tc werpen, zooaen-gevochtcn, dat
zy dikwijls hcrftclt is geworden. Van hier loopt het landt
ten
weêr-zijden ruymer naer \'t ooften, cn dc noord-ftrant
ftrekt zich met een krommer bocht ten noorden tot aen
Padjim: en de gantfche wech heeft anders geen oude teke-
nen, als een Kapal, ter eeren van
S. Piranus hier in \'t zandt
gefticht, de welke, ook een Icrfch hcyligh, hier ruft, wiens
heyligheyt, de kintsheyt van een ydel fchrijver aen-gedicht
heeft, dat hy tien Icrfche Koningen
en haer legers,met zijn
drie koeyen, acht dagen gefpijft heeft, en dat hy doode ver-
kens,ja menfchen op-gewekt heeft. Daer na,wat verder van
ftrandt, light het koop-ftedeken van
S. Columha, aen de ge-
dachtenis van dezeer Godtvruchrige Vrouw cn Martclaref-
fe
S, Cölumba, en niet van dc Schotfche Columbanus, gehey-
hght, gelijk ik nu zekerlijk uyt haer leven onderwezen ben
geweeft. Waer by men nader aen de zee
Lanheron ziet, de
woori-plaecs van het Riddedijk geflaehc der Arondds i de
welke,om dc groote goederen en avontuuren die zy geliadé
hebben, dc
GroeU Arondels over lang genoemt zijn ge-
weeft.
L>e Hirundine, dat is , van de Zwaluw worden zy el-
ders m \'t Latijn gefchreven, en niet qualijk, (na mijn oor-
deel;) want een Zwaluw wordt in \'t Franfch
Arondell ge-
noemt, cn zy gebruyken voor haer wapen-fchilt zes zilvere
Zwaluwen in een fwart velt. Voorwaer een öudt en ver-
maert gcflacht, wijt uyt-gcfpreyt door de takken van bloet-
vriendcfchap en na-maeghlrhap, op wiens nacm cn wapen
de ^Dichter Guiliclmus Brito gefpeelt heeft, als hy den
ftrijdtbaren man van hier den Fransman omtrent hcÉ
m c l x x jaer aen-randende, aldus befchrijft:

Het Zwaluwen gejlacht ,fhel, vaerdi<^h opgevoet,
Geloof ik deze mm, met hare naem begroet.
V Is waer, haer beeltenis, dat voert hy tot een teken,
En midden uyt den ftrijdt en is hy noyt geweken.
Guilielmus zeer vajl betrouwend op zijn fchilt y
Bat hy ter linker zy voor zijn- befchutfelhilt.
Bat baten hem al niet, hy heeft het door-v^efieken,
En met zijn lanffenpunt in mortelen doen breken.
En een weynigh van hier is een dubbel bolwerk op deii
top van den heuvel, en een dijk , die daer na toe Icyt, welk
Caftellan Banis, dat is, het Beenfch Kafteel genoemt wordt j
om dat de Decnen, als zy de Engelfche ftranden beroofden^
aldaer,\'gelijk ook in andere plaetfen in
dete wijk,haer leger-
plaets gehadt hebben.

Niet vêr van hier vloeyt de rivier Alan, deweJkeoofc
Camb-alan, en Camel om haer kromme loop genoemt wort,
(want dit betekent by haer
Cam) zoetelijk af in dc hooge
zee, de welke aen zijn mont het koop-ftedeken
Padfiom
heeft, verkort voor Petrokftow, ( als mén in der Hevligcn
Gcfchichtcn leeft) van een zekeren Britanfchen
Petrocis,
onder de Heyligcn getelt,de welke hier Godt gedient heeft,
als hy te vooren
Loderic, en Laffenac genoemt wierd. li et
heeft een zeer bequame gclcgcnhcydt, om in lerlandt te
handelen, in welk men lichdijk in vier-en-twintigh uuren
kan over zeylen: tot een groot fieraet zijn \'er fchoone huy-
zen als kafteelen, de welke
N. Prideaux in deze wijk, van
oude nacm cn Adel, onlangs gebouwt heeft. Aen de bron-
nen vari den
Alan ziet men het vlexken Camelford,en elders
Gaffelford Lelandus oordeelt, dat het eertijdts Kamblan ge-
heeten heeft , de welke fchrijft, dat
Arthur, onze He£ior,
daer gebleven is. Want daer worden (alshy getuyght) Zom- .
tijds ftukken van wapenen, fingen, kopere verfierfelen van
paerden van de boeren uyt-gegraven. En het gerucht heefc
zoo veel jaren nu gegaen, dat hier ter plaets een
trcBijke
bloedtftorring gefchiedt is. Daer zijn óók veerzen,ik weec
niet in wat Dichter van de middelbare
tijde, va.n Cambula,
door vergoten bloede, overgevloeyt in de flagh van Arthur
tegen Mordred, welke\'t my niet verdriet hier onder tc ftel-
len , wijl zy niet gantfch tegen dank der Zang-Goddinneii
gefchreven fchijnen :

Cambala is verfchrikt, \'Vermits dat haer Fonteyn
Verandert zijn natuur, en wordt van reyn onreyn :
Een bloetverwige beek befproeyt haer fchoone landen ^
En werpt in de zee, de dooden van de ftranden.
Ghy zoud wel vele zien, noch zwemmen in haer noot,
En bidden om byftant, doch\'/ water was haer doot.
Voorwaer (op dat ik dit van Arthur niet ontkenne j ik
heb by Marianus gclcczen, dat de Britannen en Saxen, in
\'t
8io jaer onzer zaligheydt, hier een bloedige flagh gefla-
gen hebben, zoo dat deze plaets acn Mars
gewijdt fchijnt.
En zoo \'t zeker is, dat Arthur hier gebleven is, zoo is dezé
ftrant
zijn geboort- cn ftcrf-placts geweeft. Want naeft aen
de ftrant light
Tindagium, de geboortplaets van dien groo-
ten Arthur, ten deele als in een uytftekend tongsken, ten

deele een eylant, welk eertijdts met een brugh t\'zamen ge^
vocght is geweeft ^ heden noemt men het
Tindagel,en is nu
maer een hecdijke puyn-hoóp , welk eertijdts een treflijk
kafteel was, waer van een nieuweling gezongen heeft :
Bit is de rechte plaets, met eengekrornden oever
Aen dAbrifmfche zee, maer ües het is noch droever,
In \'t midde?i leyt een rêts, waer om het water vloeyt.
En met een wèder-keer, dat het de zanden broeyt.
De blixem raeft hier fel, met
zware dwarrelwinden^
om door nmijn \'t kajkel, en toorens te verftinden.
Be oude Corimen

die hebben dit genoemt

Tiridagium, van den nkuwm Btchter roemt.
^ Het

1 t

-ocr page 104-

N.

O

N

N

M

E

A

D

Het zoud te lang zijn hier te verhalen uyt de hiftory van
Galfired, hoe dat v^therus
Pendragon, Koning van Britan-
iïien, de huys-vrou van
Gorlots , Vorft van Cornwall, in dit
kafteel onkuyft:hlijk gevrijt, door toveryen de gedaente van
haer man aen-genomen hebbende,deze eerlijke vrouw ver-
kracht, cn dien Arthur ontfangen heeft,
\'t Zy genocgh,dat
ik dc vcerzen van onzen loannes Huvillanus gebruykc:
O overfpeeler vals, die met verfierde wezen.
Komt Undagel ingaen, vrymoedigh zonder vrezen ^
O Pendragon en ghy, en wint u liefde niet,
Schoon men de tovery van Merlijn in u ziet,
Al is V Hertaghs gelaet recht uyt het u te [peuren,
Noch mocht u Gorlots vrou inminjle niet gebeuren,
Hoewel ghy V Hertoghs kleedt, inKoninglijk af zijn,
Had, nochtans uwe wil veranderden in fijn.
Ytheins Pendragon
is die Vorft geweeft, inde welke dc
yver dcr krijghs-zaken gebloeyt heeft, endie zijn vallend
vader-landt tegen de Saxen kloeklijk onderftut heeft. Of
van hem de Koninglijke Banier by dc Engelfchen, hebben-
de de gelijkenis van een drack met een vcrgult hooft,wclke
by<le nabuuren verzocht; cn de landt-luyden onder den
eerften Richard, in dcovcr-zeefche volkeren, fchriklijk ge-
weeft is, af-gekomen zy, zoud ik niet konnen beveftigen,^
Ik zoud eêr gelooven, dat zy het van de Romeynen gekre-
gen hebben , de welke langen tijdt een Arent gevoert heb-
ben,na dat Marius de veld-tekenen van een Wolf,Minotau-
rus, Paert, &:c. af-gefchaft had, en eyndlijk hebben zy on-
der de laetfte Keyzeren een Drack gevoert, waer van Clau-
dianus zingt: Deze heffen op gefchilderde halzen van Dra-
ken. En Nemcfianus: Dc Vaendels blinken, en een lichte
windt ontrolt de wreede Draken. Ook fchrijft Hovedenus,
dat dc Koningen der Weft-Saxen Draken in haer vaende-
len gevoert hebben. Doch van de ander Saxfche Banier,
welk Beda
Tufam noemt, en van de Deenen Reafan, zal ik
hier niets by doen, op dat ik niet verder van mijn voorftel
fchijn tc gaen.

Daer na light aen de zelve kant, welke niet vruchtbaer
en boftcheloos is, aen de zee het kafteel
Botereaux, in \'t ge-
meen verkeerdelijk
Bofcajlellgmocmu van de Htcïtn Bote-
reaux
gebouwt, de welke drie zwartachtige padden in eert
zilver fchildt voerden. Willem
Botereaux heeft dc eerfte in
ditgeflacht uyt-gemunt, dewelke getrout heeft Alicia, de
dochter van Robbert
Corhet, wiens zufter de boele van den
eerften Henrijk geweeft is, by welke hyReginald, Graef
van Cornwall, ontfangen heeft. Na dezen Willem heb-
ben \'er elf zonder verbroken ry gebloeyt. En des laetften
eenige dochter Margriet, is aen Robbert Hungerford ge-
trout geweeft, door wiens nakomelingen het erf aen het gc-
flacht dcr
Haflings geraekt is, welke vermeert en vereert is
geweeft met de houlijken, die de ftam der
Botereaux gedaen
hebben met de Edele geflachtcnvan
Moeles^ S.Laudo oft
S. to, en Thweng.

Van hier fteekt het landt, in de hoogh te verheven , zoo
ten noorden uyt, dat dit landtfchap tuflchen de twee zeen ,
drie-cn-twintigh mijlen in de breedte befluyt , het welk tot
hier toe zoo eng geweeft is. In deze allergrootfte breetc ley t
.S/tfJJ\'aen de zee, een oude wooning van het gcflacht der
Grenvils, hetwelk voorwaer,door oudtheyt en heerlijkhcyt
des geflachts, vermaert is geweeft uyt het welk Richard,
onder \'t gebiedt van den Roden WiIlem,onder dc overwin-
ners van
Glamorgan in Walles, om zijn klockmoedighcydt
uytgemunt heeft, en nu onlangs heeft ccn ander van de zel-
ve voor-naem van Richard, boven de uytmuntenheydt van
zijn gcflacht, door hooghmoedigheydt vermaert, manlijk
tegen de Spanjaerts aen de eylanden van
Azaros ftrijdende,
daer zijn leven gelaten. Hier by light
Stratton, door hoven
cn zijn look geen onvermaerde markt; en daer naeft by
Lancells, de nieu wc wooning van het oude gcflacht van
Calvo Monteoïx. chaumond.

De rivier Tambra, nu Tamar, niet vêr van de noorder
oever, hier zijn bron openende, dringt fnel en ruyfchende
zijn loop na het zuyden, vermeerdert door veel kolken van
beexkens , door de ftadt
Tamara, by Ptolomeus gedacht,
nu
Tamerton genoemt i cn wat verder van de kant light
Lanjluphadon, dat is, Stevens\'kerk, gcmten\\i]k Laufion,
een fchoon ftedeken, gehecht aen een verheven heuvel-
ken , het welk uyt twee BurgCin,
Dunevet en l^euport, ge-
lijk als t\'zaem-gefmolten is. In de eerfte tijden dcr Noor-
mannen, heeft Willem, Graef van Morton, hier een kafteel
gebouwt, en \'t heeft ccn Collegie van Kanunniken gehadt,
als blijkt uyt het Schat-boek van Engelandt,alwaer het
Lan-
flaveton
genoemt wordt, van dat Collegie, zonder twijffel,
ter eeren van S. Steven op-gericht, het welk Reginald,
Graef van Cornwall, omtrent het 1150 jaer , tot een kloo-
ftcr verandert heeft. Welk werk de Biflchoppen van Exon,
door mcnfchlijke herts-tochten meer als te veel verrukt,
heftelijk beftreden hebben j terwijl zy zorghvuldelijk voor
haer Eygendom vreefden, dat het niet t\'eeniger tijdt een
Biffchoplijken ftoel mocht worden. Heden is het zeer be-
kent door de kerker van dit landt, en door die wy dikwijls
Ajßßn noemen.

Van daer befchout de Tamar een hoogen en vêr-uyt-ge-
ftrekten bergh > die Marianus HcnjefSon noemt, cn Hcn-
giftus bergh vertaelt, gemeenlijk word zy
Hengfton-hill ge-
noemt. De welke eertijdts vruchtbaer genoegh geweeft is
van Tin-aderen, en een vermaerde plaets, alwaer dc Mc-
tael-werkers van Cornwall en Denshire, om \'t zevende ofc
achtfte jaer met groote menighte plegen by-een tc komen,
cn van haer zaken raedt te houden. Hier by zijn in hec
D ccc xxxï jaer de Britanfche Danmonen , dc wclkC, dc
Deenen te hulp genomen hebbende, in Denshire wilden
vallen, om dc Engelfen, die het alreê ingenomen hadden,
met gewelt te verdrijven, door ccn crbarmlijkeneêr-lagc
van Koning Egbert byna afle om gekomen. Hier omtrent,
beneden in den af-gank van den heuvel, light het koop-
ftedeken
Sait-ejfe , het welk zijn Mayer, en voor-rechten
heeft, als ik terftont gezeyt heb. Hier ontfangt de
T4mer
de rivier Liver, aen de welke die ftadt van S. German, als
vooren verhack is, light. En nu overvloediger van water,
vloeyt in de zee uyt. Een haven makende, wclke,in \'t leven
van Indraólus,
Tamerworth genoemt wordt, na dat zy
Cornwall van Denshire afgefcheyden heeft j w^nt deze ri-
vier heeft Koning Athelftan (welk de eerfte der Engelfche
Koningen zich dit landt volkomeHjk eygen gemückt heeft;
tot een landt-fcheyding geftelt, tuflchen de Cornwalfche
Britannen, en zijn Engelfen, na dathy deBritannen uyc
Denshier gevoert had, als Malmesburienfis getuyght, dieze
Tambra noemt. Waer van Alexander Nechamus, in \'t lof
van de Godlijke wijsheydt, zingt:

Loegriasgebiet, en Cornubafe wetten

Zijn grooter af-gedeelt, als die Tamara zetten:

Maer \'t maekt zijn burgers rijk en vet,die daer op letten.

Deze plaets vereyft, dat ik hier van Urful, een macght
van zeer groote heyligheydt, van hier gefprotcn ,cn van dc
XI duyzent Britanfche maeghden iet by voege. Maer de
verfchcydenheyt der fchrijvers, midts zommige zeggen,dac
zy onder de Keyzer Gratianus, omtrent het 583 jaer onzer
zaligheydt, varende langs de ftrandt van Duytflandt na Bri-
tannien, andere datzy van den Hunnifchen Attila, dien
Godts-geeffel, op \'t 45 o jaer te Keulen acn den Rhijn, van
Romen wederkomende , gemartelt zijn, heeft de waerheyt
der gefchicdenis by zommigen in \'t vermoeden van een
beuzeling en fprookje getrokken. Doch van dien Conftan-
tin, den welken Gildas het dwinglandigh hondeken der
onreyne Danmonifchc Leeuwinne noemt, en van dc
Beaf-
forrefiatie
van dit gantfche Graeffchap, onder Koning lan,
want tc vooren wierd het voor een Eorccft gehouden , laet
dcGcfchichtfchrijvcrs fpreken j want het raekt mijn voor-
nemen niet.

Wat de Graven acngaet, van de Graven uyt Britanfch
bloedt, wordt alleen
Candorus, by anderen Candocus, dc
laetfte Graef van Cornwall, van dc jonger fchrijvcrs ge-
dacht, dc welke,als dc ervaerne in dc Herautfche konft ver-
halen , een zwart fchildt, met xv guide klootjens bezaeyt,
voerde. Doch uyt het Noormanfch bloedt was de ccrftc
Graef Robert
Morton, de broeder van Willem de Con^ue-
fleur
, van zijn moeder Herlott a, Wien zijn zoon Willem ge-
volght is, dewelke als hy de party van Robert Noorman,te-
gen den eerften Henrijk, Koning van Engelandt, volghde,
zoo heeft hy, in den flagh gevangen , zijn vryheydt en heer-
lijkheden verboren j en is namaels van den tweeden Hen-
rijk, als hy den oorlogh tegen Steven bercyde, in zijn plaets
geftelt,Reginald des eerften Koning Henrijx Baftart zoon:
want die Koning bevlijtighde zoo het kindcr-maken, dac
hy dertien Baftarden geteelt heeft. Als Reginald zonder
wetlijke zoonen gefturven was, heeft dc tweede Henrijk,

aen

.J

-ocr page 105-

i

^èti zijn docliterén eenige hoeven vergunt hebbende, dit
Graeffchap voor hem gehouden, tot nut van
zijn toen ne-
gen-jarigh zoontjen ïan, aen wien de eerfte Richard zijn
broeder namaels met andere Graeflchappen gelevert heeft.
Maer lan is namaels tot Koning van Engelandt gehult ge-
weeft,en zijn tweede geboore zoon Richard is van den der-
den Koning Henrijk zijn broeder met deze eere, en het
Graeffchap van Poidou vereert. In die eeuw voorwaer een
machtigh Vorft, eerbiedigh tot Godt, kloek ter oorlogh,
voorzichtigh in raedt, de welke in Aquitanien zijn dingen
kloeklijk en gelukkeiijk uyt-gevoert, in \'t Heyligh landt
vertrokken,de Sarazenen tot ftil-ftant gedwongen,het Ko-
ning-rijk van
Afulien, hem van den Paus opgedragen, ver-
acht, in Engelandt den oproer dikmaels geftilt heeft, en in
\'t i257jaer,door zommige der Duytfche Keur-vorften, tot
Rooms Koning verkoren,en te Aken gekroont is,waer Vart,
als ofhy met geldt zich den wech gebaent heeft,dit gemee-
ne veers ken is:

Dees penning zeyt recht uyt, voor my, daer is geirout
Cornuhien aen Room, die zy voor vader hout.

Want te vooren is hy zoo rijk geweeft, dat een, die toen
leefde, verhaelt heeft, dat hy op een zekeren dagh in tien
jaren hondert mark verfpillen mocht. Maer als in Duyts-
landt alles door inlandtfche oorlogen in brandt ftond, zoo
is hy haeftl^k na Engelandt gekeert, daer geftorven, en by
het vermaerde Kloofter van
Hales, dat hy gebouwt had, be-
graven,weynigh na dat zijn eerftgeboore zoon Henrijk,uyt
den Heyligen krijgh weder komende,te
Fiterben in Italien,
in de kerk, terwijl hy in den Godts-dienft was, van Guido
van
Montfort, de zoon van Simon, Graef van Leicefter.om
zijns vaders doot te wreken, verraderlijk vermoort wierd.
Dies volghd hem zijn tweede geboore zoon Edward in het
Graeffchap van Cornwall, de welke zonder kinderen ge-
ftorven, zoo is dat heerlijk erfdeel wederom tot den eerften
Koning Edward gekeert, als die de naefte bloedt-verwant
en erfgenaem (als onze Rechts-geleerden fpreken) bevon-
den is. En wijl die Richard en zijn zoon Edmund, uyt dt
Koninglijke ftam van Engelandt geweeft zijn, en nochtans
wapenen verfcheyde van de Koninglijke ftam gebruykt
hebben, te weten , in een zilver fchilt een roode klimmen-
de en gekroonde Leeuw, en van binnen een zwarte kant
mét klootjens oft
Bizantijnen verheven , waer over ik met
andere dikwijls ben verwondert geweeft. En ik kan voor-
waer geen andere reden bybrengen, als dat zy hier in het
Koninglijke geflacht van Vrankrijk hebben na-gevolght,
want van de Franfen is deze wijs van wapenen tot ons over-
gekomen. Want de jonger zoonen van de Koningen van
Vrankrijk hebben tot deze tijden toe andere, als Koning-
lijke wapens, gevoert, als in \'t VeromanduaJc%, hruidenfifch i
en Coif,rteneiJch geflacht te zien is; én gelijk Robert, Her-
togh van Burgondieri, broeder van den eerften Henrijk:,
Koning van Vrankrijk , het oude fchildt van de Hertogen
van Burgondien aen-genomen heeft ,• zoo mach men ook
achten dat deze Richard,
als hy het Hertoghdom van Poi-
dou van zijn broeder den derden Henrijk gekregen
had,
dien
rooden gekroonden Leeuw aen genomen heeft, het
welk der voorige Graven van Poidou waperï was, als de
Franfe fchrijvers verhalen , en dien verheven rant, uyt het
oudé fchildt der Graven van Cornwall daer by gevoeght
heeft. Want zoo haeft als de jongfte zooneri
Van de Konin-
gen van Vrankrijk de Koninglijke wapenen met eenigh on-
derfcheydt begonnen të voeren, zoo
is het zelfde infgelijx
by ons gefchiedt, en eerft van de kinderen van
den eerften
Edward. Maer waer word ik,my zeiven vergetende,en door
mijn yver verlokt, van mijn voorftel verrukt ? Als
Cornwall
tot het heylige erfdeel des Rijx vervallen was, zoo heeft de
tweede Edward, die hier dé erf-gronden voor zijn vader ge-
kregen had, de eer-naem van Graef van Cornwall aen den
Guaskon, Pieter Gavefton, opgedragen, die zijn jongman-
fchap in de ftukken van verderf verwert had. En als de zei-
ze om den verdorven Vorft, en andere fchelm-ftukken,van
den Adel achterhaelt, onthooft wierd, zoo is hem lan van
Eltham, des tweeden Edwards jonger zoon, gevolght, de
welke jongeling en ook zonder
kinderen geftorven, zoo
heeft de derde Edward Cornwall tot een Hertoghdom ver-
heven,en zijn zoon Edward,een Vorft door oorloghs-eeren
op \'t hooghft verfiert, in \'t
m c c c xxxvi jaer tot Hertogh
van Cornwall, door een krans op \'t hooft, een ring aen den
vinger,en een zilveren roede,gehuldight. Na welke tijdt,op
dat ik dit uyt het gemeen geloof hier by teken, (de Rechts-
geleerden mogen \'t oordeelen) des Konings van Engelands
eerftgeboore zoon, gebooren Hertogh van Cornwall ge-
acht wordt: en uyt een byzondere brief, daer over dikwijls
verkondight,zo wort hy op
den eerften dagh zijner geboor-
te, als tot volkomen ouderdom genomen,zoo dat hy df vry-^
heyt des genoemden Hertoghdoms op dien dach eyfllchen,
en van rechts wegen bezitten mach, als ofhy volkome xXi
jaren oudt was. En hy heefc
zijn Koninglijke rechten in
eenige wijzen van handelingen, in de Metael-werken,in de
verdrukte goederen en havenen,en verfcheyde dienaers tot
deze en diergelijke dingen beftemt. Maer dit is ons openef
en volkomener geleert van Richard Carew van S.AnthoinCi
nietminEdel in heerlijkheyt des geflachts,als deught en ge-
leertheyt, die de befchrijving van dit landt
ineen ruymer
gedaente, en niet bekrompen ontworpen heeft,en den wel-
ken ik bekennen moet my voor-gelicht te
hebben»

i ■■\' \' ]

i

^ !

\\

I

■ i-i-

ö

L

ït N

In dit Graeffchap zijn i6x Parochiën».

"lil

: ; \'

t) E N--

Bb

: 1 f (

i :?!

-ocr page 106-

HIRE.

Et herwaertile landt der
Danmonen, waer van ik ge-
fproken heb, wordt nu ge-
meenlijk
Demhtre genoemt,
van dc Cornwalfchc Britan-
nen
Beunan, van de Cam-
bro-Britannen Duffmynt,ÓM
zijn nednge dalen, om dat
het beneden in de dalen
door-gaens bewoont wordt,
van de Engel-Saxen Devcn-
fcbi/ic, waer van de Latijn-
fche naem D^fÉ?»-^, en die verkorte, welk het gemeene
volk gebruykt,
Demhire gefproten is: en geenzins van de
Deenen,als zommige bet-weters fcherpelijk beweeren. Dit
landtfchap, gehjk het ten weêr-zijden zich breeder, als
Cornwall, uytftrekt, zoo is het ook ten weêr-zijden bequa-
mer van havens,en niet min rijk van Tin-aderen, inzonder-
heyt daer \'t zich ten weften ftrekt, onderfcheyden met ge-
noeghlijkc weyden , bekleedt met dichte boftchen, en met
huyzen en fteden zeer vervult: en op zommige plaetfen
zeer fchrael van kley-aerdt, welke nochtans den landt-man
meêr te nut zijn zoud, kon hyze tot de bouw-konft, tot wil-
h\'gheyt om tc arbeydcn, cn de wetenfchap van w el te hefte-
den,tc pas\'brengen. Want in gantfch Engelant en vereyfcht
de aerde geen meerder koften als daer, om dat zy op veel
plaetfen
eenighzins onvruchtbaer is , \'t zy dat zy van zee-
zant
beftrooyt wort,het welk,tot vruchtbaerheyt krachtigh,
den kluyten even als de ziel inftort, waer van \'t in die plaet-
fen, die vêr van de zee zijn, duur gekoft wordt..

In dit te befchrijven, zal ik eerft de weft-kant, welke de
Tamer door-loopt, cn daer na de zuyd-zijde, welke aen de
zee light, door-zien ^ van hier zal ik my door de ooft pa-
len , daer aen \'t Dorchcftcr, en Someriet grenft, naer de
noord-ftrant, daer \'t van dc Severnfche zee befpoelt wordt,
begeven.

De tamer, welk deze landen van een fcheydt, ontfangt
van deze kant ten ooften eerft het rivierken , waer aen
liggen
LidJlon,QCVL kleyn koop-ftedeken, en Lidford, nu een
vlexken,eertijdts een vermaerde ftadt, door de verwoetheyt
der Deenen in\'t 5)97 jaer zwaerlijk vernielt, welke ftadt,
gelijk in \'t boek, waer in de ccrftc Willem Engelandts zuy-
vering gefticht heeft, ftaet, in tijdt oft wijs met anders als
Londen placht geacht te worden. Dit rivierken l/d maekt
hier, aen de brugh door de rotfen ge-engt, met daeghlijx
uythollcn zulk ccn diepte, dat het water niet gezien , maer
het gcruyfch alleen, niet zonder groote verwondering der
voorby-gangers, gehoort wordt.

Wat laeger ontfangt de Tamer het rivierken T^avy, waer
acn
Teavifioke , gemeenlijk Taviftoke, bloeyt, eertijdts ver-
m.aertdoor een Rloofter, het welk
Ordulf, zoon van Ord-
gar, Graef van Denshire, door een Hemels-gezicht ver-
maent , in Chnftus jaer gebout heeft. Een plaets , als
Malmesburienfis verhaelt, luftigh door de bequaemheydt
der boftchen, overvloedigh in vifch-vangft , een wei-ge-
maektekerk, daer nvier-oevers door dewerck-plaetfenaf
lopen , dewelke door haer aenval, overlopende al wat zy
overtolligh vinden, wech voeren. Daer wordt Rumonm -As
hcyligh verkondight,cn light daer als Biflchop.En in \'t zel-
ve Kloofter zietmen het graf van dien Ordgar, en daer wort
tot een
fchou-wonder geacht de grootheyt van zijns zoons
graf, die Ordulf
genoemt is, van Reuzige groothcydt, cn
uytermate fterkte: als dic defchot-deuren der poorten kon
verbreken, en een rivier van tien voeten breedt,ftaens voets
kon over fchrijden, zoo men dien Malmesburienfis geloo-
ven mach. Maer naeulijx drie-en-dcrtigh jaren na des
zelfs opbouwing,is het,door de Deenfche verwoetheyt acn-
geftcken , af-gebrandt: nochtans heeft het herbloeyt, en
daer wierden, door een lofiijk inftel, in onze oude moeders
tael, de
Engel-Saxifche zegh ik, welke nu in ongewoonte
geraekt is,
tot onzer vaderen geheugen toe, leflen gehou-
den ; op dat de kennis van deze tael, het welk nu byna ge-
fchiedt is, niet vergaen zoud. De
Tamer, nu dc Teauy ont-
fangen hebbende, komt naeft acn zijn mondt, alwaer dc ri-
vier
F Hm tc gelijk in dc zee ftort, cn acn de bygelege ftadt
dc nacm van
Plimmouth gegeven heeft,wclkc eertijds Sutton
genoemt, en twee-voudighfchijnt geweeft tc zijn j wantin
de handelingen van \'t Parlament Iceftmen
Sutton Vautort,
cn Sutton Prior, om dat het ecnfdcels acn het gcflacht van
Fautort,en ten deel den Prior toebehoorde.In dc voor-leden
eeuw is het van een viflthers dorp,tot een ruyme vefting, en
door de menighte van zijn burgers, tot de gclijkhcydt van
een ftadt gegroeyt, gelijk het nu gezien wordt. En dit heeft
de bequaemheydt der haven gemaekt, dewelke de grootfte
fchepen met volle zeylen tociaet, cn de fchepen, hoe groot
zy ook zijn, een zeer veyhgc Ree, zoo in de
Tamer als in de
Plim verleent: en is fterk genoegh om alle vyandigh gewelt
te wederftacn. Want in\'t midden van dc mondt light\'er
het eylandt
S. Michiel voor, het welk ook zijn ftcrktcn
heeft. En de haven zelf is aen dc ftadt ten weêr-zijden
voorzien, en wordt, als \'t van nooden is, met een tuflTchen-
gefteldc keeten gefloten, en ten zuyden light een aerden
wal, en op de naefte heuvel een kafteel van de
Vautorts, als
men gelooft, gebout. Het is geheel in vier rotten befchre-
ven, die wy
War des, dat zijn Wachten,in onze tael noemen,
over welke alle een
Majoor oft Schout geftelt is, van den
zeften Henrijk eerft ingeftelt, en onder hem was eertijdts
over yder rot een Kapiteyn geftelt, en die yder zijnvoct-
ovcrigheyt gchat heeft. Van die verdichte ftrijdt van
Cori-
nam,
met den Reus Gogmagog, in deze plaetie, zy genoegh
hier een veers oft twee uyt Architrenius van onze Reuzen
bytevoegen:

T>e oorloghsgroote kracht, heeft Corinégebonden ,
Mn heeft, dees tegelijk, ter hellenwaert gezonden.
De Rem Gogmagög, driemael vier Cubiten lang,
Verheft totmde lucht, een groot en naer gezang :
En floot zijn Anth^um, van hoven van de rotfen,
Batmen het lichaem hoort tot in de zee toe f lot fen.
Jhetis, PeUus vrou, met eenen dronken moet,
Drinkt baren van het v ars aen haer gegeven bloet.
Be zee die draeght na tuft, dees lichaems fchoone deelen.
En Cerberus die kan zijn fch aduw recht na fpeelen.
En dic Steen-rots, waer van men zeght, dat de Reus af-
geftoten is,wordt nu
The-Haiv genoemt, welk een heuvel is,
liggende tuflchen de ftadt cn dc zee, op welker top, welke
tot een genoeglijke vlakte verfpreyt is, zich een fchoone
uytzicht van alle kanten opent, cn tot het gebruyk dcr
Schippers ccn Stuur-wijzer, diemen een
Compas noemt,
zeer fchoon opgericht is. De ruymte dezer ftadt is niet
groot, nochtans is dc waerdigheydt haers naems groot by
alle volkeren, en niet zoo zeer om de bequaemheydt van
de haven, als om de dapperheydt van dc inwooners: w^ant
van hier, op dat ik van andere zwijge, was dic Ridder Eran-
cifcus Draek, in de roem der zee vaert byna de voorneem-
fte van oiize djdt. Dewelke eerft, om de fchaden ,, die hy
vandeSpanjaertsgeleden had, te vergelden , gelijk ik zelf
van hem gehoort heb, den
Mexikaenfen Inham twee jaren
byna met overwinningen belegert, en de engte van
Ba-
riene
door-lopen heeft, van waer, als hy de zuyd-zee (ge-
lijkze deSpaenfen noemen) gezien had, even als
Themi-
ftocles
, door Miltiades zege-tekenen op-gewekt, heeft gc-
\' acht, dat het zich , zijn vader-landt, cn zijn eer te kort ge-
\'daen zoud zijn, zo hyze niet door zach, zoo fpeeldc zy hem
in\'t gcrnoet. In\'t 1577 jaer dan hier van af varende, is
in die zee door dc Magellanifche ftraet gekomen, en heeft
\'onder verfcheyde veranderingen van\'t avontuur, in twee
jaren en den maenden, onder Godts geleyde, en met de
dapperheydt verzelt, dc tweede na Magellanus, de gantfche
wereidt om-gczcylt. U^acr van een aen hem aldus gefchre-
ven heeft:

D rakus, aen wien dat ü te rechte wel hekent
De laet (Ie werelts pael, en "t omgaend werelts end:
By is \'t, die in zijn reys, en in zijn ivilligh dooien,
Gezien heeft net en- ml des werelts beyde Poolerh

-ocr page 107-

N

D

Ë

ï

Êv

H

-^00 V menfchelijkgeftacht u dit niét openbaert,
\'t Is al genoegh, dat u \'tgejlerrent dit verklaert.

Noch ook de gulde zon, die zou gewis in dezen,

Zijn vrient en met-gezel, ondachtigh konnen wezen.

Zijn andere daden, als ook van anderen, die van hier ge-
fproten zijn, enin fchceps-eer gebloeyt hebben, wijl zy tot
deze plaets niet voegen, laet de Gefchicht-fehrijvers be-
Tchrijven. Ook is hier anders niet by te voegen, als dat,
onder\'t gebiedt van den Rooden Willem, de geleerde en
getroude Priefter
Ealpheg hier gebloeyt heeft want voor
het
M c 11 jaer, zijn de Priefters in Engelandt de huys-
vrouwen niet verboden geweeft. Toen heeft Anfelmus.
Aerts-biflchop van Cantelbergh,der heylige Schrift,cn der
natuur gewelt gedaen , als onze fchrijvcrs van dic eeuw kla-
gen, en Henrijk van Huntingdon uytdrukkelijk van Anfel-
mus fchrijft: Hy heeft de Priefters der Engelfen, de te voo-
ren niet verboden,
huys-vrouwen verboden; \'t welk zom-
mige zeer zuyver, zommige zeer gevaerlijk gefcheencn
heeft i vrezende dat zy, terwijl zy grooter rcynighcden, als
zy uytvoeren konden, begeerden , in fchriklijke onzuyver-
heden , tot dc hooghftc fchande dcr Chriften name,vcrval-
len mochten.

Meer na binnen, niet vêr van dc riviere Plim, light
Vlimpton, ccn genocgh bezochte markt, alwaer zich de
overblijffelen,cn de ongefchikte puyn-hoopen van een ka-
fteel vertoonen, waer van vele als onder fchuts-recht, ofc,
gelijk onze Rcchts-gclcerdcn zeggen,
in Cafllegarde geze-
ten hebben. Want het was de voornaemfte plaets van de
Redverftoren, oft Riparioren, fwant men leeft het beyde) de
welke Baronnen van
Plimpton,tn Graven van Denshier wa-
ren, Naeft hier by was
Plimpton S. Mary,wiens cere toen ge-
vallen is, als noch onlangs het Collegie der Kanunniken
vervallen is,het welk Willem de
WarlewaJl,Bi{ïchop vanEx-
cefter, eertijdts gebouwt had. Meêr ten ooften ziet men
Afodbery,een kleyne ftadt, welke zich bekent aen het oude
Ridderlijke gcflacht
deiChampernouns tc behoren,welk veel
luyfters van\'dc erfgenaem vande verkregen heeft.

Van de mont der Plim, van waer de zuyd-ftrandt van dit
^ landtbegint, ftrekt zich dit land met een ruym aenzien tot
* Stert
hj ^^^ voor-bergh * Stert toe, (want dat betekent het En-
den T)uyt- gel-Saxifch woordt) maer zoo haeft zich de ftrant wederom
ingetrokken heeft, zoo breekt de riviere
Dert uyt, de welke
uyt het binnenfte deel des landts ontfpruytcndc, door het
vuyle gèberght daer van
Dertmore genoemt,in de welke on-
langs zeylfteenen gevonden zijn , af-loopt, cn wek de zan-
den uyt de mijnen , de welke allenxkens de kolken vervul-
len , doot hetÉoreeft van
Dertmore, alwaer David van Sci-
redun
het landt bezeten heeft ^ in Sciredun, cn Siplegh door
de dienft van twee pijlen te vinden , als de Heer Koning in
dat Eoreeft quam jagen. Van daer loopt zy door
Dertinton,
eertijdts een Baronny vari de Martins, welke Heeren zijn
van
Keimes in WallcS, tot Totnés toe. Welk oudt ftedeken ,
hano-ende aen \'t af-gacn van een heuvel, van \'t weften na
>c
ooften,eertijdts met grootereere gebloeyt heeft. Het gel-
de niet (als in\'t fchat-boek van Engelandt ftaet) dan als
Exefter gelde, cn dan betaelde het xld. en diende zoo
de krijghs-tocht,ging oft te lande, oft ter zccj cn
Tortenefta,
Harneflaple
cn Lidford, dienden zoo veel als Exefter betael-
de. Koning lan heeft haer vergunt een Mayer tot hoogh-
fte overheydt te verkiezen , en de eerfte Edward heeft haer
met vcrfcheydc vryheden vermeert, en begiftight, cn na-
maels is het van de
Zouchs, als de inwooners gelooven,met
een kafteel gefterkt. Eertijdts was het ccn bezetting van
ludealis, van Totenais genoemt, daer na van den Edelen
Willem
Brtwer, door wiens eene dochter het gekomen is
tot de
Breos, cn van haer infgelijx door een dochter aen Ge-
oxgiusvanCantelup, \'Heet van Abergeuenny, wiens zufter
Melicenta.aen Eudo
de la Zouch uyt-gegeven,het zelve door
haer houwlijk aen de Baronnen van Zouch ovet-gedmgen
heeft, cn het heeft haer zoo lang toebehoort, tot dat lan,
Baron van
Zouch, gebannen zijnde, om dat hy des derden
Richards zijde gunftighgCwceft was, de zevende Henrijk,
als ik verftaen heb, het Zelve aen de Ridder
Edgecomb, een
Edel en voorzichtigh man, vergunde. By deze ftadt light
Berie Pomery, na het Adclijk gcflacht dcr Pomery zoo ge-
noemt , welk wat riieêr ten ooften een zeer uytmuntend
kafteel, wat verder van den oever, gehadt heeft. Deze trek-
ken haer
ftam van Radulf yan Pomery4e welke,ten tijde van

ßn een
Staert,

Willem de Conquefieur, Wich, Dunwinefdon, Èrawercline,Pu-
de ford, Hor e word, Troiland, He Ie com,
cn dit Berie, &:c. beze-
ten heeft. Van dit
Totnes, is dc naefte ftrant eertijdts Toto-
nefium
genoemt geweeft,en de Britanfche Gcfchichten ver-
halen, dat dien Brutus, ftichter des Britanfchen volks, hier
aen-gekomen is,gclijk ook Havillanus,als een Dichter,haer
navolgende, gezongen heeft:

De reys die was geftelt, dat Brutus daer van daen
Verzelfchapt, met een Vorß van /Eneas, zoud gaen-..
Hy eert degroote zee, met Vrankenjkfe roven,
Met fchepen, op-gepropt van onderen tot
boven.
De Goden en de lucht die bieden hem haer jonft,
Die geven\'/ hem naer wenfch, zoo dat hy zonder konft
Gelukkelijk inzeylt, langs d\'oever van Te toonen,
De haven daer hy kan gelukkelijk in woonen.
Maer de riviere Dert, daer ik van gefproken heb, tia dat
zy de brugh van
Totones verlaten heeft, ziet, waer aen zy de
zanden, uyt de Metael-kuylen af-gerukt, opgehoopt, ten
weêr-zijden, anders niet als vruchtbare landen, totdatze
vermccyt in haer mont komt, waer aen een
uyt-geftrekte
heuvel
Dertmouth light, om de bequaemheyt van de haven,
welke twee kafteelen befchermen, met koopluyden, cn wel
toegerufte fchepen vervult. Het heeft een Schout, van den
derden Koning Edward vergunt. Het heeft eertijdts dc
Zouchs, Niklaes van Toukesbury, cn de Brients, na de veran-
dering der tijde, voor Heeren erkent, en zich
dikwijls man-
lijk tegen de Franfen befchermt. Want in\'t
m cccc iiii
jaer na Chriftus geboorte,is de Heer van Frans-man,

die den handel in deze wijk, door ftraet-fchendcry befloten,
en
Plimmouth verbrant had,terwijl hy deze plaets acnrande,
van de boeren en vrouwen achterhaek,en met de zijnen ge-
doot. Ook konnen wy hier niet zwijgen van
Stoke-Flemmg
dat \'er by light, cn van zijn Edelen Vlaemfchen Heer , eer-
tijds zoo genoemt, door
Mochuns dochter tot de Carews ge-
komen is.

Van hier vervolght de zee dc ten noorden te rugh lopen-
de ftranden, en in een groot vertrek wordt ccn Inham ge-
maekt, welke omtrent tien duyzent fchreden in \'t rondt be-
grijpt , wy noemen \'t heden
Torbay, welke een zeer zekere
ree is voor de fchepen, als \'t hard uyt den zuyd-wcften
ftormt,cn heeft een by-gelege dorpken van de zelfde naem,.
eertijdts een woon-plaets der
Bruers, dewelke ten tijde van
den eerften Richard cn van lan, van grooten naem geweeft
zijn, daer na der
Waken. Hier neven light Cokington,2\\w\'2iet
het gcflacht der Caris, vreemt van \'t geflacht der Carews, nu
over
lang in grooterheerlijkheytgebloeyt heeft, waer uyt
de
Baronnen van HunfdonyVan welke op haer plaetSjgc/pro-
ten zijn. Een weynigh hooger ziet men Hacombe, eertijdts
de
wooning van den Ridder lordan Fith-Stephens, hier af
Hacombe genoemt, door wiens dochter Cccilia het tot hec
geflacht der
Archidiacons gekomen is, van welk het infgelijx
door Hugo
Courteney, by verloop van tijdt, tot de Carews
geraekt is , welker geflacht in deze landen zeer doorluch-
tigh en tal-rijk geacht wordt. Want lana, de dochter van
dien Hugo, en erfgenaem van haer móeder, getrouwt aen
Nikolaes, Baron van
Carew, heeft vele kinderen gebaert,
van welke de oudtftc Thomas, als hy zijn moeder weynigh
achte, zoo heeft zy dat zeer rijk erfgoedt op dedric jongfte
zoonen, (
uyt welke die drie geflachten der Carews, van Ha-
combe, Anthonj,
cn Bery ge(ptoten zijn) cn op lan Vere,hzez
zoon by haer tweede man,gemaekt,uyt dc welke dc Graven

van Oxford gefprotcn zijn.

Van daer gemoet ons Teignemouth, een dorpken aen de
mont van dc riviere
Tei^ni, daer van het de naem heeft, by
welk dc Deenen, dc welke om de ftrandt en aenkomft van
Britannien te verfpicden, voor
uyt-gézonden waren, eerft
omtrent het
d c c c jaer gegaen,cn den overfltn der plaets
gedoot, het voor-fpook van haer tockomftigeóverwmning
begonnen hebben, de welke
zy namaels met dc grootfte
Verwoetheyt door het gantfche eylandt gepleeght hebben..
Meêr inwaerts aen de bron der
Teing light chegfort, alwaer
eertijdts het doorluchtigh geflacht der
Prorvs gebloeit heeft,
daer na
Chydley, het welk het wijdberoemde geflacht van
Chydley zijn naem mee gedeelt heeft, en naeft aen de monc
Bi-shops Tein^ton, alzoo genoemt om dat het den Bifl\'chop-
pen toebehoort heeft, waer in, om dat het een vry-plaets
was, lan van
Grandifon Burgonjon, Biflchop van Exefter ^
alsvoor-wetighvan
\'t toekomftige, zeer fchoonc huyzen

G c geboüÉ

-ocr page 108-

m

^ I H V N J^J^rl^^n,

^ifhi JLvnwpol 1 iUmlry,

ßnmßaUe Satr

\' 5 o v t h

lleBon \\ .

M O /V l t o if

■ .üaicßasL

\'Porltfft maud\'^^ ^ t*

\'ii^\' y<

[s. Mn.s

Dulaertoli

BarnÄalile

^JjyJ^y ^ tffe

\'ViJL ^ xa x/ iï

TOUT

leJiforJ Â® N O R T

K ir

•^LsnkAel^i

^Hoi-toji ° Ciau.

^ HARTI.AND HVND.
. isl

A /

TarUiam. ^
Caß TisfirL,

SMerLjJ

^„l. /L ------

___vndj : Cc

thekidße

Cnhrb

_ , *mi^Lf^^ K......l hvnd.^0

Sutcnth

è v 1 Sdia,^
\\

ihvndl

Jlvhpa-

svjrtrn-

lo

shikb

B V n I, E Y - ,

ntji^orl

\'yhnynftm-j

Drnke v

BJ.A.CK toRRINGTON
hrf
 ^^

MOTj. , IHM. m^pratuL- â€”___ _ ,

jfn^^^d. jtyjmyhanv bc^ H v if d . jjjwljd Autre
« . T. , C /-^f-XOTÉRy IHVND,.-"

O * "
^^ JL T

yä, f .x

h vnd red.

tSatté httitt»^

Sumajtpn

[ALBIiRTOlf

, . te., c

^^tädu r--

■ o ÃŸ -vymyt^it

■ ~ ^^^^ C,

r" \'

SyAury

^Salcümh^

-ioiaitr

\'Sf ^^^ alLopi^^f^^\'i^

H VND .

LKortoil ^^ jj^b^\'^^

^«11 iiiiii v^t
tritgbrijjöe*

O

SiJnaav .

ci^to«. Ly^J^ H VN n.

Mars

O Oxipn,

\'Rrstttcr

H VN D.

^ijlay AßcpmlE.^

tyjUy

S^rAVB iVr IC oWö RONGJI

h

XêOittmctióti

ikueüolï

JCn^lrtpn

/Preßte

ijeß-ulp^t Jf E Y r O E j
js
Stmierton^ ^ I^Upeit-

JL Cünrta

C O R isr V E I ^

VTpré

\\ \\

! S. Ste^en^

■ndm^U^ .

.éi^rtati £i>tnt

LaiwiÄüji

Store ^amt

C O Jtv^

C-ttlUcomhe.^

Dart Mare

B IL I T A N N I C VM.

^ ^ _ _ ___ _ Sectmfpn,

jvjrtj / , -^JMamppti- / j

P A R S . ^ i«?^

/X/\'^ a«-.

$ e^tentrio

^/thrt Stoiie

jthrt

Cry^
SnnioiV\'

èxe; more

Ctylc I

i»^ o Jf " j y o^

\'lór \'ha.y

t^rttti

(Bejy jioatt;

Brvcham

rcncweyc-
s Xtr^cß\'erc

-T JI

^oiuid ee

•"Uy .

j^femtag ca^

^d.trtnioiit

O

/

Ji Jl J X J S JL ^ ^

\'MtP^\'^OjmiDpJk-pL SUrfprl

jUhprp

StcUemhs

S £ J^ .

^leridies

^fentV^Totnes

^Je.

^lilhraUc-^

S^^arlcßaa O

•dheny

^J\'aßo«^

VelL O

\'^ame^liA

S. JliA ji J

-ocr page 109-

E N.

O N

N

M

r>

gebout lieeft; op dat zijn.navolgers (ik fpreek uyt zijn uy- fte, en ten weften aen het af-hellen van eenlieuvèl, met
terfte-wil) een plaets zouden hebben, daer zy haer hooft zeer fterke graften en veften omringt, en met vele tuftchen-
ïnochten nederleggen, of het miftchien gebeurde, dat hare geftelde toorens,en begrijpt
m d fehreden in haer omgang,
•tijdtlijke goederen in handen van den Koning geraekten. en heeft in \'t hooghfte deel, dicht by de ooft-poort, een ka-
Maer zo vêr is \'t \'er af geweeft, dat zijn raedt vervult wierdt, fteel
Rugemount genoemt, eertijdts de zetel der Koningen
dat zijne navolgers en van deze en andere huyzen > nu byna van de Weft-Saxen, namaels der Graven van Cornwal, nu
ganfch vervallen ïijn. is \'t alleen door zijn oudtheydt, en gelegenheydt vermaert:,

Ses mijlen van hier begeeft zich de riviere Isc a , van want het dreyght de onder-gelege ftadt en landt van alle
welke
Ptolomeus verhaelt, van de Bntannen I/c, en de En- kanten,en geniet een geneughlijke uytzicht in de zee. In "t
gel-Saxen genoemt,met een groote mont in de zee. Of ooft-cynd van de ftadt ziet men de hooft-kerk met fchoo-
zy deze naem van
Ifcaw gekregen heeft, welk by de Britan- ne huyzen omheynt, van Koning Athelftan , als de byzon-
den
Vlier-boomen betekenen, weet ik gantfch niet. Daer dere Gefchichten van die plaets getuygen, ter eeren S. Pie-
zijn \'er die \'t van de rieden aftrekken, die de Britannen
Hesk ter gebout, en met Munniken vervult, dewelke Koning
noemen, en waer meê de noordfche volkeren , als de Bri- Edward de
Confejfeur daer na, als de Munniken na Weft-
tannen, haer huyzen dekten, en de t\'zamen-voeghfels der munfter over-gebracht waren , met de Biftchoplijke waer-
fchepen dicht maekten. Maer wijl men hier geen riedt digheyt vereert heeft, hebbende de ftoelen van Cornwal en
vindt, zoo kan ik\'t niet toeftaen. Deze rivier heeft zijn Kirvor hier overgebracht, en heeft\'er den Britan Leofric
bronnen in het vuyle
Exmore, en in \'t onvruchtbare landt, tot eerfte Biflchop geftelt, wiens navolgers de kerk met ge-
omtrent de Severnfche zee, het welk men meeftendeel aen bouwen \'en inkomften vermeerdert hebben , en Willem
het landt van Somerfet rekent, en waer eenige gedenk-te-
kruier, de negende na hem,heefr \'cr, de Munniken verdrij-
kenen van oude werken gezien worden , als fteenen op vende,een Deeken, en x x i v Proveniers ingebracht. In
zommige plaetfen in een drie-hoek, en elders in \'t rondt welken tijdt de fcherpzinnige Dodor lofephus Ifcanus, van
geftelt, en onder dezelve een met Engel-Saxifche, oft veel hier gefproten en by-genaemt, gebloeyt heeft, wiens fchrif-
eer met Deenfche letteren befchreven, om haer te ftuuren, ten zo geprezen worden, dat Zy tot het lof der oude fchrij-
zoo
\'t fchijnt, die daer door reyfden. De Ex oft Ifca, van vers geraekt zijn : want zijn gedicht van den Trojaenfchen
daer eerft naer het zuyden af-lopende,door
Tmfordton, zoo oorlogh, hebben de Duytfchen meêr als eens onder de
genoemt van een dubbele ondiepte, nu T
".verton, welker naem van Cornelius Nepos verfpreyt.
grootfte eere en gewin in laken-maken beftaet, fpoelt door Op welke tijdt Iska onder het Roomfche Rijk geraekt
de genoegh vruchtbare velden , en wordt verrijkt door is, blijkt niet zeker
5 wantzoo ver is\'t\'eraf, dat ik\'t zoude
twee voorname rivierkens, met de
Credy ten weften , en beveftigen,dat \'et vanVefpafian ingenomen is, welk Galfrid
met de
Columb ten ooften. Aen de Credy heeft, in de on- van Monmouth verzekert j dat ik achte, dat het, als Clau-
oorfpronkelijke kerk der Engclfchen, een Biflthoplijken dius inBntannien quam, noch naeulijx gebout was 3 het
ftoel gebloeyt in de ^^2.AtCridiantun,n2. dezelve genoemt,nu fchijnt nochtans, ten tijden van de Antoninen, vermaert
wort het kort
Kirton genoemt, het welk de geboort-plaets genoegh geweeft te zijn: tot hier toe en niet verder heeft
van dien
Winifrid^ oft Bonifacim is, die de Heften, Thu- Antoninus zijn reyzen in dit deel vervolght. In der En^el-
ringers , en Vriezen in Duytslandt tot Chriftus bekeert Saxen macht is het voor het c
c c clx v jaer,nahaenn-
heeft-: nu is het flechts door een kleyne koophandel, en tocht inBntannien, niet geheel gekomen. Want toen ter
door de huyzingen van den Biflchop van Exefter bekent, djdt heeft Athelftan de Bntannen , die te vooren met gelijk
maer by onzer vaderen gedenken was het veel bekender recht de ftadt met de Saxen bewoonden, uyt de gantfche
door een Collegie van twaelf Pro veniers, welke nu verdwee- ftadt verdreven, en over de
Tamer doen vertrekken, en de
nen zijn. De riviere
Columbe , dewelke van het ooften ftadt met een wal en munr, van vier-kante fteenen , en bol-
komt,befpoelt het ftedeken
Columbton, het welk zy tot haer werken omdngt. Na welke djdt dezelve met veel gunften
naem aengenomen heeft, nu eertijdts van Koning Alfred, van de Koningen is begiftight, en onder andere, als men in
by uyterfte-wil, zijn jongften zoon gemaekten wort dicht het boek van Koning Wiflem den verwinner leeft: Deze
by
Voltimore, de wooning van \'t wijdtberoemde, en over- ftadt gold niet, dan als Londen , lork, en Winfon golden,
oud geflacht van
Bamfield,met de wateren der J^Jcr vermengt, dat was de helft van een mark zilvers, tot behoef van den
En de
Ex nu grooter, doch met fcheydingen tot groot ge- zoldaet. En wanneer de tocht ter zee, oft te land ging, zoo
mack der molens fpeelende, vloeyt aen de ftadt I s c
a , aen dienden zy zoo veel als vijf hiden. Daer na is zy verfcheyde
wien zy de naem gelaten heeft,waer van dat Alexander Ne- mael verdclght; in \'t 875- jaer der zaligheydt, is zy door de
chamusfchrijft: Deenfcheverwoctheydt vernielt: maer isallerzwaerftvan

Exejler, aen de vloedt der Ex gelegen , den Deenfchen Sucnon, in \'t i o o 3 jaer, door de trou-loos-

Beeft van die water-loop haer naem gekregen, heydt van een zeker Noorman Hugo, overfte der ftadt, van

Deze ftadt wordt van Ptolomeus Isc a genoemt, van de ooft-tot dc weft-poort toe gantfch ter nedergeworpen,
Antoninus
Isca Dvnmoniqrvm, voor Dan- en het had naeulijx wederom begonnen te bloeycn,als Wil-
moniorvm, van anderen valfchlijk Augufta, als of het lem de Conquefleur haer met een zeer nauwe belegering bc-
tweede Auguftifche legioen daer gelegen had, wijl na bc- floot,cn de burgers achten
\'t toen ter tijd niet genoegh haer
toont zal worden, dat het tc
Isca der Siluren in bezet- poorten te fluyten , maer hebben hem ook met fpijcige
ting gelegen heeft, van de Engel-Saxen exanccaj-cep, en woorden bejegent: doch een deel van dc muur ncdcrval-
Moféeton, van de Munniken, heden Exefter, by de Latijnen lende, het welke door Godts geheng, als dc fchrijvers van
Exonia, by de Bntannen Caeriók, Caeruth, en Pencaer, dat is, dien tijdt verhalen,gefchiet is, zo is \'cr de over-gaef terftont
de voornaemfteftadt,Want Caer,o^ dat ik dat eens vcrmane, op gcvolght. In welke tijdt, als in \'t Schat-bock ftaet, de
betekent by onze
Britanncn een ftadt, waer van zy lerufa- Koning in deze ftadt 300 huyzen gchat heeft,en gafjacrlijx
lem
Caer Salem, Parijs Caer Romen Caer Ruftayne noc- 15 pont. Daer waren 48 huyzen verwoeft, na dat de Ko-
mcn.Zo wicrt Carthago in de Carthagifche fpraek
Cartheia ning in Engelandt quam. Daer na heeft zy drie belcgcrin-
gcnocmt,als
Solinus gctuyght,dat is, de nieuwe ftadt, Infgc- gen uy t-gcftaen,welkc zy nochtans alle lichtelijk te fpot ge-
hjx hebben wy verftaen, dat
Caer by de Syriers een ftadt bc- maekt heeft. De eerfte van Hugo Courtney^Gtzeivan Den-
tekent heeft, van dewelke, wijl \'t bekent is, dat de gantfche shicr, in dic inlandfchen oorlogh tufTchen het gcflacht van
wereidt met inwooners vervult geweeft is
3 zoo fchijnt het Lancaftcr cn York: de tweede yan Perkin W^arbek, inge-
ook waerfchijnlijk, dat zy haer tael aen de nakomelingen, beelden fchijn-vorft, dewelke een
verdurven jongman zijn-
als een voortteelfter van de toekomende talen, nagelaten dc, cn zich verfierende Richard, Hertogh van York, des
hebben. Die ftadt,als Malmesburienfis verhaclt,hocwcl zy, vierden Koning Eduards tweede zoon tc zijn,ecn gevaer-
in een
vochdgh en vuyl landt liggende, naeulijx dorre ftop- lijken oorlogh verwekt heeft j de derde van de oproerige
pels, en gemeenlijk leedige doppen zonder koorn voort- Cornwailen, in\'t
md xlix jaer onzes Hecren, als de
brengt; zo is zy nochtans door haer heerlijk heydt, rijkdom burgers , door allerley gebrek zwaedijk geplaeght, in haer
dcr inwooners,en menigte der aenkomelingen,zo ovcrvloe- trouw vqlhardeden, tot dat lan, Baron van Ruflel, haer van
digh van allerhande koopmanfchap, dat \'er niet ter wereidt de
belegering verloft heeft.

ontbreekt, datmen tot het gebruyk noodigh acht. En zy Maer van deze wanden heeft zoo veel fchade niet
light aen de ooft-kant der
Ex > ten ooften op het verheven- geleden, als \'t wel van zommige banken TVeares genoemt,

welke

-ocr page 110-

Ö E N s

welke Edwatd Courtney, Graefvati Denshier, op de burgers
vergrämt, in de kolk van de riviere
Ifca, geworpen heeft, die
alle toegang rot de ftadt, zoo voor de fchepen beftuyten,dat
de koopmanfchap haer nu van het dorp T
9pesham,dne mij-
len van de ftadt,te lande toe-gevoert wordt, ook worden die
banken, fchoon\'t het Parlament geboden heeft, van daer
niet gefchikt. Hier van wordt het by-gelege ftedeken
Weare genoemt, daer het te vooren Hencatongeheeten
heeft, het welke eertijdts het bezit geweeft is van Auguftin
de
Baa, van welken het erflijk gekomen is aen lan van Ho-
land, die
in zijn wapen, dat ik zelf gezien heb , een Leeuw
met een verkeerde muyl, klimmende onder de lelien, ge-
voert heeft. Het burger-recht van deze ftadt is by xx i v,uyt
de welke jaerlijx een Mayer gekoozen wordt, de vt^elke met
vier Bailjouwen hier \'t gemeen bedient. De oude kaerten
van Oxford, welk tot de Aerdt-befchrijving behoort, heb-
ben deze ftadt in de langte met x i x graden en x i minuten ,
in de breedte met
l graden en x l minuten bepaelt.

Deze ftadt heeft, om dit niet voorby te gaen , haer Her-
togen gehadt, want Koning Richard van Engelant,de twee-
de van dien naem, heeft lan
Holand, Graefvan Hunting-
don, zijn broeder, van moeders wegen , tot eerfte Hertogh
van Excefter gekoren , den welken de vierde Henrijk van
deze eereq-trap af-gezet,en alleen den naem van Graef van
Huntingdon gelaten heeft, dien hy, met de bijl ontha}ft,te
gelijk met zijn leven verlooren heeft. Eenige jaren daer na
heeft de vijfde Henrijk Thomas van
Beaufort, Graef van
Dorcefter , uyt het geflacht van Lancafter, overvloedigh in
krijghs-eer, in zijn plaets geftelt. De zelve zonder kinde-
ren geftorven zijnde, zoo is
\\2.xï Holand, des voorgenoem-
den lans zoon,als erfgenaem van zijn broeder Richard, die
zonder kinderen geftorven is, en van zijn vader , door gonft
van den zeften Henrijk, in zijn volkome ftant herfteit, en
heeft zijn vaderlijke eer wederom gekregen, en zijnen zoon
Henrijk nagelaten, de welke, terwijl de zaek der Lancafter-
fen wel ging, in de hooghfte eer gebloeyt heeft, namaels,als
die van York het hooghfte gezagh hadden, is hy tot leer ge-
\\veeft,hoe qualijk men groote voorfpoedt betrouwen mach.
Want \'t is die Henrijk, Hertogh van Exefter, geweeft, de
welke , hoewel hy des vierden Koning Edwards zufter cre-
trouwthad, tot zulk een eilend gebracht is, dat men hem in
Nederlandt met verfcheurde kleederen , en bloote voeten
heeft zien zijn koft zoeken. En eyndlijk na de Barnetfche
flagh, in de welke hy dapperlijk tegen den\' vierden Edward
gevochten heeft, niet te voorfchijn gekomen is, tot dat zijn
doot hchaem, als of hy fchip-breuk geleeden had , op den
. Kentfche oever op-geworpen is gev/eeft. Lang genoegh
"daer na, heeft Exefter tot zijn Mark-graef gehadt. Henrijk
Courtney , van Cathrijn , dochter des vierden Koning Ed-
ward, gebooren,met die eere van den achtften Henrijk ver-
eert. Maer dezen Mark-graef heeft , gelijk als den eerften
Hertogh, de groote voorfpoedt tot een groot onweer ver-
wekt, het welk hem, door begeerte van nieuwigheden ver-
rukt, haeftelijk ter onder gebracht heeft. Want om dat on-
der andereReginald Pole(de welke daer na Cardinael is ge-
weeft) uyt Engelandt over-gelopen tot
den Keyzer en Paus,
tegen zijn vaderlandt, en den Koning, de welke nu van de
Roomfche kerk afgeweken was, iet nieuws trachtende,met
raedt en daedt geholpen bad,zoo is hy voor\'t recht betrok-
ken, veroordeelt,en met eenige andere onthalft. En nu ge-
niet door gunft van Koning lacob, de
eer-naem van Graef
van Exefter, Thomas Cecil, Baron van
Burghley, ecn recht
goet man,en eenes zeer goeden vaders geen
onwaerdig zoon
zijnde,namentlijk de eerftgeboore zoon van Willem Cecil,
Baron vanBurghley,groot Schatmeefter van Engelant,wiens
voorzichtigheyt lang een bolwerk van Engelauts ruft ge-
weeft is.

Hier af tot aen de zelve mont is niets van ouder gedach-
tenis, uyt-genomen
Exminßer, eertijdts Exanminißer ge-
noemt,
van Koning Alfred aen zijn jongfte zoon , by uyter-
fte-wil, nagelaten,en \'t kafteel
Pouderham van Ifabel van Ri^
parten
gebouwt, het welke nu lang de woon-plaets van het
zeer Edel en Ridderlijk geflacht der
Courteneys, dewelke
uyt de ftam der Graven van Denshier gefprooten, en aen
- wijdberoemde geflachten door maeghfchap gevoeght, als
nu nóch, zoo groote voor-ouderen waerdigh, bloeyen. En
aen de mont zelf op d\'ander oever, het welk met de naem
Bxmmh, zelf betuyght wordt, light Exanmouth^ niet anders be-
kent als door de zelve naem, en *t bewóonen van vifTchersi.

Touder-
ham.

Meêr ten ooften vloeyt Otterey,d^t is,de rivier der Otters, Ottenyl
in de zee, welke aen Honnyton, een bekende ftadt aen die
in deze landen reyzen,fpoelt,en zijn naem aen eenige plaet«
fen mede deelt. Onder welke boven
Honnyton de vermaert-
fte zijn,
Mohuns-Otterey, eertijdts de Mohuns toebehoor-
tigh, van de welke het, door houwlijx-recht, tot de
Carews
gekomen is: beneden Honnyton , dicht by Holcomhe, alwaer
het Ridderlijk geflachtL^Dm/j- , welke zijn oorfpronk en
naem tot de Deenen betrekt, woont :
S.Maries Otterey,7.oo
genoemt van het Collegie van S. Marie, het wélk lan van
Grandifon, Biftchop van Exefter,gefticht heeft, dewelke de
middelen van alle de Geeftelijke mannen , in zijn Bifdom,
aen hem getrokken had. Want hy haddeze over-reed, dat
zy alle haer goederen by uyterfte wil aen hem zouden ma-
ken en overdragen , als dieze tot Godtvruchtige gebruy-
ken hefteden zoud, met Kerken te begiften, Gaft-huyzen,
en Collegien op te richten ^ het welk men zeght, dat hy
voorwaer zeer Godtvruchtelijk gedaen heeft.

Van demontvan de Otter ey, loopt den oever met boch-
ten ten ooften door
Budley, Sidmouth ,en Seaton, eertijdts
treflijke havens, voor welke het zant, door toe-loop en
weêr-loop der baren op-gewelt, zoo gew^orpen light, dat
het die bequaemheydt byna gantfchlijk wech genomen
heeft. En ik zoud, zoo uyt de gclegenheydt der tuflbhen-
ruymte, als uyt de betekening der naem, ramen, dat
Seaton
dat Moridvnvm van Antoninus is, welk tuflbhen Moridu-
DvRNOVARiA,en IscA geftelt, (zoo herboek niet num,
befmet is) en in de
Peutegenacnjche tafel met een verkorte
naem
Rudinum genoemt wordt. Want Moridunumis by de
Britannen even het zelfde, dat
Seaton by de Engelfchen, te
sleten , eenJladt op een heuvelacft de zee. Hier by light dat
vermaerde
Wifcombe, welk tot zijn inwooner heeft Willem, Wi^comV.
Baron van Bonevill, wiens erfgenaem Cecilia door haer
houwlijk de tijtels der Heeren van
Bonevill en Harrington,
met een heerlijk erfdeel, in deze wijk, aen Thomas
Mark-graef van
Dorfet, gebracht heeft.

Hier beneden ontlaft zich de riviere Ax met een kleyne
kolk, na dat zy aen
Axanminfler gefpoelt heeft, een ftadt
door de Saxifche overften, die in die wreeden flagh by
BrunahurggéoXeven, en hier overgevoert zijn , alleenlijk in
de oude Gefchichten vermaert, en op dc grenzen zelfs van
dit landt gelegen. Waer by Reginaldvan ,

aen wiendeMayery erflijk door de vierde

dochter van Willem de 5r/V/ï^r,toe-gèvallen is,de Abdy van
T^rvenham in \'t 12.^6 jaer onzes Heeren gebout heeft. Want
van hier ftrekt zich de ooftgrens gekromt,door flechte dor-
pen tot aen de Severnfche zee , die wy nu vervolgen zullen.
En de eerfte ftrant van Cornwall af, welke zich in de Se-
vernfche zee verre uytftrekt,wordt van PtoloniEEus de
voor-
bergh van Hercules
gencremt,en behout een weynigh van de
naem,want men noemt het heden
Hertypoïnt: en \'t heeft de
ftedekens
Herton en Hertlond, eertijdts vermaert door de
overblijffels van den heyligen man Neftanus : tót wiens
eerGitha, de huys-vrou
vmGrzefGodwin, dieNectanus
voornaemlijk gedient heeft, om dat zy zich ingebeelt had,
dat haer man door zijn verdienften , een verwoedt onweer
ontkomen was, hier ecn kloofter op-gericht heeft. Daer na
zijn nochtans de
Dinants, die ook Dinhan genoemt, uyt
Britannien gefproten, en dien het te leen gevallen is, voor
ftichters van \'t zelve gehouden
geweeft,uyt de welke voort-
gefprooten is de Baron te/?^^
, groot Schat-meefter van
Engelandt onder de zevende Henrijk, door wiens zufter en
erfgenaem, het erfdeel onder de
Zoucheys, FitsavarrtnSyCa-^
rews, en Arundells verdeelt is.

De naem van deze voor-bergh,heeft aen een zeer fchoo-
ne beuzeling geloof verwekt, naemlijk dat Hercules in Bri-
tannien gekomen is, en ik weet niet wat Reuzen overwon-
nen heeft. Maer zoo het waer is, dat de uytleggers der ver-
fieringen ver zekeren, dat \'er geen Hercules geweeft is^maer
dat door hem verftaen wordt de kracht der menfchehjkö
wijsheyt, waer door wy de
hoverdy,luft, nijdt, en diergelijke
wanfchepfels overwinneiiioft zoo zy door Hercules de zon,
alsderHeydenen
Godt-geleerden (en die twaelf werken
van Hercules uyt-gevoert) de twaelf tekenen van dèn Zo-
diak willen betekenen, welke de zon in een jaerlijkfche4öop
doorgaet, zoo mogen zv
zelf zien wat zy zeggen. Ik geloof
nochtans gaern dit \'er Hercules geweeft is, ja ik zoud met

D d Varrö

1

fl\'.

\' IM \'

i

; iii»
\' \'

\' ! tl\'

\'fïi!

\\ jt

/ it

i,

1 15 :

^ f i

li

-ocr page 111-

D A N M ont Ë M.

Varro zelfs xliii toeftaen, alle welker daden men den eénen nen,tn een Raedt van vier-en-twintigèn geftelt. De inWöO-^
■zoon van
Alcmem toefchrijft ^ nochtans kan ik niet aenne- ners zijn meeft koop-luyden , dewelke in Vrankrijk en
men dat
Hercules tot hier toe gcrackl is, \'t zy hy miftchien Spanjen grooten koophandel drijven. Ook kan ik niet ver-
met dien drinkbeker de zee over gezeyk heeft,WelkcNcrcus zwijgen, dat uyt dc School van deze ftadt de twee zeer ge-
hem
gegeven had, waer van Athencus, Maer zult ghy zeg- leerde mannen, en vermaerde Godt-gelcerdcn lan lewcl-
gcn , Francifcus Philelphus heeft het zelve in zijn brieven, lus, Biflchop van Sarisbury, cn Thomas Hardingus, Profcf-
en Lilius Giraldus in zijn Hercules beveftight. Verfchoon for te Leuven , gefprotcn zijn, dewelke zeer hardelijk voor
bid ik; die nieuwe fchrijvers konnen my wel bewegen, maer de waerheydt dcr Godts-dienft ten wecr-zijdcn met zeer
niet affchrikken 5 wijl Diodorus Siculus» na de üyterfte ge- fcherpzinnige fchriftcn geftreden hebben,
dachtenis der oudtheydt de Griekfchc gefchiedeniflen ver- De
Taw van hier Ralegh, welk eertijdts edele Heeren Van
volgende, met uyt-gedrukte woorden beveftight, dat nocht zijn naem gehat heeft, nu de bezitting van het doorluch-
Hercules, nocht vader Bacchus oyt in Britannien gekomen tigh gcflacht van
Chichefier, begroetende, cn namaels door
zijn. Waerom mywaerfchijnlijxt dunkt, dat dc naem van de wateren van
dtTowridge vermeerdert, loopt in de Se-
Hercules, oft van de ydelheyt der Grieken, oft van der Bri- vcrnfche zcc j maer heeft het kafteel
Kinuith, waer van Af-
lannen Godts-dienft acn deze plaets gegeven is; deze (als ferius gedenkt, niet gevonden. Want aen deze ftrandt was
een ftfijdtbacr volk) hebben de kloeke mannen met groote een kaftecl van dien naem, door de gelegenheydt van alle
•verwondering ontzien, en temmers der wanfchcpfcls in de kanten, behalven ten ooften, zeer vaft. Waer by, in\'c
hooghftc plaets gehouden, en dic hebben al wat ergens £> c c
g lxxix jaer, den Deenfchen Hubba, welk de Engel-
heerlijk was,aen Hercules doorluchtighcyt geweten^ en om fen met veel nederlagen vermoeyt had, door-fteken en ge-
dat hy veel gercyft had, zoo waren zy, dic reyfden, gewoon ftorven is. Daer van is dc plaets van onze Gcfchicht-fchrij\'
iiem te offeren, en de plaetfen daer zy acn quamen hem toe vers
Hubhejlm genoemt, en hebben de Engelfen toen dcr
cc wijen. Hier van is by de Campanen,Hercules ftcen,by de Deenen ftandart,
Reafan genoemt, gekregen. Het welk ik
Li^uren, Hercules haven, by de Duytft:hcn het bofch van daerom te liever aentccken, om datmen uyt het fprookje by
Hercules, by de Mauritanen, Galaten, en Britannen, Her- Aflerius Mencvenfis, die dit verhaelt, befluyten kan, dat dc
cules voor-bergen. Deenen een Raven voor haer wapen gebruykt hebben, den

De oever van dczc voor-bergh van Hercules,tc rugh wij- welken {gelijk zy meenen ) door een onverwinlijk Voor*
kende, zoo ftorten zich twee rivieren, die in deze noord- fpook des Deenfchen Lethbroks dochter, met een naeld
kant alleen zijn, in een mont, naemlijk de
T^rwridge j en de daer in gefchildert had.

Tatv: de Torrvridge niet vêr van Hercules voor-bergh, waer Voorts zictmen aen dctc noord-ftrant niet zonderlings.
Van ik nu gefproken heb,ontfpruytende,loopt ten ooften,cn als llfareomb, het welke een genoegh zekere haven is voor
de
One ontfangende, welke het koop-ftedeken okehamten de fchepen, en dicht hier by Comb-marton, by het wclkö
de naem gegeven heeft, al waer de Onder-graef Baldwijn , oude Loot-mijnen, niet zonder Silver-mijnen, nu onlange
ten tijde van Willem dc
Cmqaejèeur^zxjn kafteel gehat heeft, geopcnt zijn. En Comb, op dat ik dit eens voor al aenteke«
gelijk uyt het Schatbóck van Engelant blijkt, loopt fchielijk ne , welk een gewoonlijk byvoèghfel is aen de namen der
naer ^t noorden gebogen door
Tourigton,ddcn zy haer naem plaetfen in deze wijk , betekent ccn ncdrige gelegenheydt,
meê
deelt, liggende aen de zelve in \'t lang op \'t af-hangen oft een da!, en het fchijnt van het Britanfch Kum, welk het
van een heuvel; en
Bediford, door ovcrvloet van menfchen, Zelve betekent, en de Franfen in de zelfde betekening noch
cn
een fteene brugh met bogen gemaekt,genoegh vermaert, in haer tael behouden, gefprotcn te zijn.
en boezemt zich terftont in de de
welke, uyt de navel Van hier een weynigh meêr naer\'t Zuyd-ooften, naeft
van \'t lant voortvloeyendc, loopt cerft door \'t koop-ftedeken aen Somerfet, vertoont zich
Bampton, eertijdts Baentun, het Bamptóti»
Chimligh,
niet vêr van het dorpken Chettelhampton, al waer welk,onder Willem de Conquejleuf, aeii Wouter van Douay
onder de heyligen getelt, geftorven is. Van daer met
Zeer heerlijke erf-gronden elders toegevallen is ; uyt
vloeyende voorby
Tawton, alwaer Wer(lan en Putta, eerfte wiens nakomelingen luliana, zijnde erfgenaem, cn getrout
Biflchoppen van Denshier , omtrent
het 906 jaer, gezeten aen Willem Payneü, Tuco van Bampton gebaert heeft j hy
hebben,en het hier tegen overgelegennu dc woon- heeft Willem en Ghriftiana, de huys-vrou van Cogan, uyc
plaets van de doorluchte Graef van Bathon, fpoet zich na lerlandt getcelt, wiens nakomelingen hem gevolght zijn,
Berfiaple. Dit wordt voor een oude ftadt gehouden, en om alsWillems oor zonder kinderen geftorven was. En van
haer fchoonheyt cn volk-rijkheyt, lichtlijk de voorneemfte de Gogans is de bezitting eyndlijk, door
Hancford en de
in deze wijk geacht: cn light tuffchen de heuvelen, in ge-
Fitz-tvarins, tot deBourchiers, nu Graven van Bathon, erf-
dacnte van een half ront acn dc rivier, als aen haer middel- lijk af-gekomen. ïn de eerfte kintsheydt van hecNoor-
lijn.Dc wclke,t\'elkcns als de maen nieu oft vol is,
door \'t op- manfche gebiedt (op dat ik van den Noormanfchen Hugo
wellen dcr zee, alzoo over dc landen fpoelt,dat zelfs de ftad zwijge, den welken de Koningin Emma tc vooren over dic
byna een eylandt gelijkt; cn als de zee zich wederom inde landt geftelt had) heeft de eerfïie Koning Willem eenen
zee ftort, is zy
zoo kleyn met een kromme bocht tuflfchen Boudwijn erflijk tot Onder-graef van Denshire > en Baron
\'tzant verfpreyt, dat zy naeulijx bequaem is om kleyne van oif-H^w/\'/^»» geftelt, den welken in dc cere van Onder-
fchuytjes te voeren. Ten zuyden heeft het een heerlijke graefzijn zoon Richard gevolght is, dewelke zonder man-
brugh van Stamphord,burger vanLonden,geboutjtennoor- lijk oor geftorven is. De eerfte Koning Henrijk heeft \'et
den,daer het rivierken Norfih-Ftve t\'zamcn-vloeyt, ziet men daer na aen Richard van Redveriis, eerftiijk Tiverton, en
de O verblijffelen van een kafteefdat men gemeenlijk zeght, daer na de cere van
Plimpton, met andere plaetfen, daer toe-
dat Koning Athelftan, andere dat ludaël van Totenais gc- behoorendc, opgedragen, cn met hem den derden penning
ftichtheeftjOm welk te befchermen, eenige omgelege hoe- van de inkomften des zelvcn Graeffchaps tc vergunnen,
ven in door leen-recht bezeten worden. En het hem by gevolgh tot Graef van Denshire verkoren. En de

was met wallen omringt,waer van naeulijx eenige voetftap- inkomft van het Graeffchap, welke toen aen den Koning
pen overigh zijn. Die ludaél van Totenais heeft het door behoorde,bedroegh alleenlijk 30 marken,waer van de voor-
leenrecht te fchenk
gekregen van den eerften Koning Wil- noemde Graefjaerlijx i o marken voor zijn deel trok. Hier
lem, daer na hebben \'t de Tr^rm langen tijdt bezeten, toen na heeft hy het cylandt Wicht van den voornoemden Ko«
de
Martins, daer na is het onder \'t gebiedt van den tweeden ning verkregen, waer van hy Graef van Denshier, en Heer
Richard gekomen aen lan
Holand, Graef van Huntingdon, van\'t Eylandt genoemt was j en hy heeft Boudwijn ge-
en namaels Hertogh van Exefter, cn cyndlijk tot des Ko- teelt, dewelke, als hy\'t met dcKcyzerinMachteld
tegen
nings erf-goederen.Doch KoninginMaria heeft de Mayery, Koning Steven hield, in ballingfchap gedreven is. Noch-
als \'t onze Rechts
-geleerden noemen,aen Thomas Marrorv tans heeft zijn zoon Richard deze vaderlijke cere wederge-
gefchonken, wiens zoon ze verkoft heeft. Onder \'t gebiedt kregen. Dewelke twee zonen, Boudwijn cn Richard, na-
van den eerften Willem,als \'er in \'t Schat-boek van Engelant gelaten heeft, elk op hun beurt Graven van Denshier, en
ftaet,heeft het veertigh burgers binnen de Burgh, cn negen zonder kinderen geftorven; dies is die cere op haer oom
daer buvten gehadt.Den eerften Henrijk heeft het met veel Willem van Vermn vervallen: cn dezen heeft Boudwijn ge-^
voor-rechten,en Koning lan met meêr voorzien: het heeft teelt, die voor zijn vader geftorven is j als hy nochtans van
langen tijdt een Schout, en twee Bailjouwen gehadt, maer Margriet, dochter van Gwarin Fitz-Gerold, Boudwijn den
de
Koningin Maria heeft \'er een Schout, twee Alderman* III van die naem Graef van Denshier j eerft ontfangen had.

Deze

-ocr page 112-

IHir

MlJ^\'i!

ï) È n. È

ï)eze heeft twee kinderen gehadt, Boudwijn, dè laetfte
<3raéf van dit geflacht, zonder kinderen geftorven, die het
Griffioen,drukkende een beeftken,welk zijn voor-ouders in
haer wapen gebruykt hebben,in een gulden fchildt,met een
blaeuwen klimmende
Leeuw verandert heeftj en Izabel,de
^elke aen Willem
des FMes, Graef van Albemarle, ge-
trout,haer zoon Thomas,die terftont geftorven is,enAvel-
lina gebaert heeft, de welke, aen Edmund, Graef van Lan-
cafter, ten houlijk gegeven is, haer man met groot goedt
verrijkt heeft. Maer als zy terftont zonder kinderen geftor-
ven was, zoo heeft de derde Koning Edward door gezon-
den brieven, en zonder eenige omftandigheden, Hugo
Courtnejy uyt het Koninglijk bloet van Vrankrijk (zoo men
fchrijft) gebooren, en door bloetverwantfchap aen de voo-
rige Graven verknocht, tot Graef van Dens hier verkoren
want hy heeft geboden dat hy dezen tijtel gebruyken zoud.
Hem is zijn zoon Hugo gevolght, en na dien Edward zijns
zoons Edwards zoon, de welke het na zijn doot aen zijn
zoon Hugo gelaten heeft, en die infgelijx aen zijn zoon
Thomas, die in \'t xxxv i jaer van de zefte Köning Henrijk
geftorven is. Deze Thomas heeft drie zoonen ontfangen,
Thomas,Henrijk,en lan,welker avontuur, on(|er denbrant
van die fchaedlijke gefchillen tuflchen die van Lancafter
en York, veel op en neder gedreven heeft, terwijl zy die van
Lancafter ftantvaftlijk volghden. Thomas is te York ont-
halft,
zijn broeder Henrijk hem nagevolght, heeft zeven

jaren daer na te Sarisbury de zelve ftraf geleden. En hoewel
k i.

! 1 ;

\'i i

I I .sjI\'iHI

n

ï

I If I

liiili

i\'

;

i i\' -

i t ^

\' i\' .....

i

\\

i Hi:

\'i m-

: mm

: m\\
i ;l|

de vierde Koning Edward Humfred Stafford, Heer Staffbrcl
Suthmch, tot Craef van Denshier verheven heeft, de welke
in \'t zelve jaer geftorven is , zoo heeft nochtans lan Court"^
ney > de jongfte broeder, deze eernaem hardnekkelijk be-
houden , tot dat hy in den flagh by
Tewkesbury gebleven is.
Lang genoegh daer na heeft dit geflacht gelijk als uyt-ge-
blufcht gelegen , nochtans heeft het onder den zevenden
Henrijk wederom herbloeyt, de welke Edward
Courtney dè
naefte manlijke erfgenaem tot zijner
voor-vaderen eer her-
ftelt heeft. Déze heeft geteelt Willem, Graef van Den-
shier,dewelkeCathrjjn,des Vierden Koning Edwards doch-
ter , tot huys-vrou getrout heeft, by de welke hy geteelt
heeft Henrijk, Graef Van Denshier, en Mark-graef van
Exefter, onder den achtften Henrijk önthalft, wiens zoon
Edward van de Koningin Mana ten vollen hcrftêlt, en een
zeer edel jong-man te Pavyen in Italien een onrijpe doot
geftorven isal de beften (op dat ik het Voermans-praetje
gebruyke) duuren niet lang. En in \'t zes-en-veerdghfte jaer
na zijn doöt j heeft Koning lacob, Carel
Blunt Baron van
Mont-oye, Onder-Koning van lèrlant, zoo door ouden A-
del, als door heerfchkonft, en treflijke geleertheydt zeer
vermaert, om het weder-gekregen, oft herfteldé lerlant, en
\'het verdrijven der Spanjaerts en weêr-fpannigen, tot Graef
van Denshier verkoren, met veel heerlijkheden begiftight*
en na zijn Koninglijke mildadigheydt overvloedelijk ver-
rijkt j maer de doot heeft terftont het geniet der eeren eo
rijkdommen benijt.

In dit Undt zijn 554 Parochy-kerken,

D U R O^

-ocr page 113-

■ma,.

-nm

R O T R I G E N.

Aefl aen de Danmonen ten oofien y heeft Ptolomeus, in ^ijn kndt^kaerten, de aotpotpi-
r E s 5 gelijk hy in \'t Griex gefchreDen heeft, die in de Latijnfche y>oor-heelden Dvrotriges
genoemt mrdeny geftelt. De ypelke infgelijx hy de Britannen Dwr-Gwyr heeteny als Ajferius Me-
ne
\'venfis getuyght, die toen gekeft heeft, en een gebooren Britan ypas. By de Engel-Saxen Doji-
fèttan,
gelijk haer landt heden by onsDorftt, en Dorfet-shire. T>e naem y>an Duro trigen is
oudt en louter Britanfch, en fchijnt -waerfchijnlijk ïoan
Dour oft Dwr, het -welk by de Britannen wm Dour
Water ,
en Trig , dat een Inwooner betekent, afgekomen, als By wooners van \'t Water ^ oft de Zee. En
nergens anders
als ipan H -^ater ^jn die namen der plaetfen in oudt Vrankrijk, {Je ypelke eertijdts met de oude Bri-
tanfche tael een-^ebigh geypeefl is) die yan Dur oft Dour beginnen oft eyndigen ,<^/jDvrocases, Dvro-
cottorvm,
D vr an ivs , Dordonia, Dvrolorvm, D v r o M e L L v m , D iv o D v-

rvm, Breviodvrvm, Batavodvrvm, Ganodvrvm^ Octodvrvm, en dierge-
lijk ^eer Dele in Vrankrijk , als ook in Britannien, Maer het EngeUSaxifch
Do/i-fetta, beyde uyt de Britanfche en
Engelfche taelt\\aem-ge^t, geldt in zjn en betekening elpen \'t ^elfde als
Dvrotriges. Want Setta heeft by Setta
onz^e "voor-ouders, als ook hy de andere Duytfchen^ Inwóonen, en Inzitten, betekent. Waer y>an zy de Bergh-s^eo-
nersin haey tael
Dunjettan, in-^ooners ytande ChilternilTe heimlen, Cyltejin-r^ttan 5 die aen derilpiere Arow
-woonen AriOpfettan, gelijk de Duytfchen de Bofch-ypooners Holtfatten genoemt hebben, om dat tujjcken de
Boffchengespoont, hebben. Ook zjjn de Britannen yan de oude reden des naems nietgemken, als z^y dez^e
Duro trigen,
yan de-welke ypy/preken, D wr-Gweir, dat ^ijn , zee mannen, genoemt hebben j -want haer landt light îrlangy
te -weten y omtrent yijftigh mijlen yan H-weften na \'t ooften met een kromme ftrandt aen de Britanfche ^ee ge ftrekt.

DORSE T-S HIRE.

Et Graeffchap Dorfet, wort
ten noorden door het landt
van Somerfet, en Wilton,
sj;ten weften door Denshier,
ten ooften door Southan-
ton bepaelt, en ten zuyden,
daer\'t zich wijdtft iiytftrekt,
* light het geheel aen zee,
palende (alsikterftoritge-
zeyt heb) omtrent vijftigh
mijlen aen de Britanfche
zee.Het is zeer vet van kley,
en na \'t noorden zeer overvloedigh van boftèhen en beem-
den, van waer het met veel groene heuvelen, welke tal-rijke
kudden van fchapen voeden, met genoeghlijke wéyden en
vruchtbare dalen, tot aen de ftrant toe daelt, de welke ik nu ^
met befchrijven vervolgen zal, wijl my geen bequamer wijs
voortkomt.

Terftont op de grenzen van Denshier vertoont zich
eerftlijk het ftedeken L\'^me, op een fteylen heuvel, alzoo ge-
noemt van de voorby-vloeyende rivier van de zelve naem ,
het welke zich naeulijx de naem van een haven kan toe-ey-
genen, fchoon \'t vol viftchers is , en een reede voor de fche-
pen (die zy
Cobbe noemen) door fteen-rotfen.en hooge hoo-
rnen voor het gewelt der winden genoegh bevrijt heeft. In
de oude boeken gemoetons naeulijx de naem, ik heb alleen
gelezen, dat Koning/C
/^ïï\'/ï^met deze woorden in\'t dcc
L X X1111 jacr gefchreven heeft, het landt van een woo-
ning aen de kerk van
Scireburn, neven den weft-oever van
de rivier
Lim, niet vêr van de plaets daer zy zich in de zee
uytftort, voor zoo veel daer het zout, van de voorzeyde
kerk, gekookt wierdt, tot onderhoudt van verfcheyde noot-
zaeklijkheden.

Hier by werpt zich de riviere Car uyt, alwaer het dorp-
ken
curmouih light, byhet welke de roof-achtige ftoudt-
heydt der Deenen het avontuur van een fcheeps-ftrijdt ge-
Carmemh. luklijk gebruykt hebbende, twee zegen van de Engelfchen
weghgedragen heeft : eerftlijk met het overwinnen van
Koning Egbert in \'t
d c c c x x x i jaer,en acht jaer daer
na van Athelwulf Van daer in het vruchtbaer landt van de
Bmtport
befteKennipwordt oïthcierBirtport, tuflchen

daer de be- twee bv-cen-vloeyende rivierkens geftelt, waer in, ten tijde
fieKenmp van Edward de Confeffeur, hondert en twintigh huyzen,
onder den eerften Willem ( als in \'t Schat-boek ftaet) alleen
hondert getelt wierden. Het is eertijdts van touwen en
kabels te maken, zoo vermaert geweeft, dat door een

Ljmi

\\ ri

byzondere wet voor een zekeren tijdt geboden is, nergens
anders touw, tot gebruyk van deEngelfche fchepen, te
draeyen. Ook kan dit de naem van een haven niet be-
fchermen , fchoon de natuur in de mondt van de rivier, die
het befpoelt, zijnde van beyde zijden met heuvelen beflo-
ten , als met voordacht een haven te maken getracht heeft,
en eenighzins verkrijght,dat \'er konft en arbeyt aen geleght
werdt.

Van hier ftrekt zich de ftrant vêr met een kromme loop;
en de dijk
chefillgenoemt, uyt zant by-een-gehoopt, light ^befU.
hier voor een kleyne tuffchen-geftorte zee, over de negen
duyzendt fchreden geftrekt, welken dijk de zuyde windt,
als zy hard ftormt, gemeenlijk door-breekt, en de noorde
windt in \'t tegendeel vaft maekt. Door dezen dijk wordt
Part land, eertijdts een eylandt, aen \'t vafte landt gehecht, Tortland.
.wiens naems oorfpronk gantfch verborgen is, \'t zy het Port-
land
genoemt zy, om dat het tegen de haven van Weymouth
over light ^ maer het is verd van de waerheydt, dat deze
naem van
Port zoud gekomen zijn, van den Edelen Sax
Port, die ontrent het d x x 111 jaer deze ftranden be-
fchadight heeft. Dit
Portland heeft, in\'t hellen van het
Rijk der
Engel-Saxen, (want het wordt te vooren van geen
fchrijvers gedacht) de verwoetheydtderDeenen,zoodik,
als eenigh landt, beproeft. Maer denDeenfchen oorlogh
uyt-geblufcht zijnde, zoo is het onder\'t bezit van de Kerk
van Winton geraekt. Want als Emma, de moeder van
Koning Edward de
Confeffeur, wiens goede naem in twijffel
getrokken, en befchuldight zijnde, dat zy haer eer met Bif-
fchop Aldwin van Winton, te buyten gegaen had, in de
groote Kerk van Winton, met haer bloote voeten onge- ^anWm-
quetft gegaen had over negen gloeyende
ploegh-yzers, ton.
\'t welk toen Ordaliumgenoemt, en in die tijdt een zoort van ^ , ..
beproeving was, en zich alzo gezuyvert had, op dat zy haer ^
reynigheydt, door zulk een wonder-werk, by de nakome-
Hngen te heerlijker maken zoude, zoo heeft zy, tot gedach-
tenis van deze zaek, aen de Kerk van Winton negen erf-
hoeven, en haer zoon Edward, tot berou
gedreven, om dat
hy zo
ongerechtigh een eyfch op zijn moeder begeert had,
dit eylandt met noch andere inkomften gefchonken. Het
begrijpt naeulijx zeven mijlen in\'t rondt, het verheft zich
aen de kant met fteen-rotfen.maer in \'t midden is het laegh,
wordt hier en daer bewoont, is van vruchten genoegh over-
vloedigh, bequaem om fchapen te weyden, en zoo gebrek-
kigh van boilchen,darmen \'er gedrooghde koe-mift, om
vuur te ftoken .gebruykt.
De inwooners zijn boven alle En-
gelfen ervaren ui
\'t flingeren, en vinden onder het zee-gras

dik-

J

-ocr page 114-

O \' R

dikwijls een ^iccn^Plocamon ißdis gcnotmt, welke äls Plinius
uyt luba getuyght, een zee-ftruyk is,het korael niet onge-
lijk, zonder bladen, en afgefneden wordt, zijn verw in het
zwart veranderende, hardt en breekt lichtlijk als \'t valt.
Ten ooften heeft: het een kerk,cn daer by weynigh huyzen,
ten noorden een kaftecl van den achtften Henrijk op-ge-
bout , welk ook den ingang van de haven van
Weymouth be-
ft:hcrmt. \'t Zelve is een ftedeken, aen de mont van het
kleyn rivierken
Wey, tegen over \'t welk aen de ander zijde
Melcomh light, door de haven alleenlijk afgeft:heyden. De
voor-rechten van een haven is het door vonnis van \'t Par-
lament afgewezen, hoe wel daer na weder verkregen. Deze
plaetfen, eertijdts elk op haer eygen voor-rechten hovacr-
digh, waren elkander zeer nijdigh,- doch zijnnu, \'twelk
haer beyde zeer nut is , door aenzien van \'t Parlament
t\'zaem-gefmolten,onlangs met een brugh acn een gehecht,
en met vele huy zingen vermeerdert.

Van daer ftrekt Zich de ftrant recht uyt,door een eylandt
d.2X.mPurhecke noemen, meeftcndeel met heyde en bof-
fchen, vol daften en harten bezet, het welk ook zijnMar-
mer-adercn onder de aerde verfpreyt heeft. In \'t midden
van dit eylandt heeft het oude kafteel
Corffe lang met de
oudtheyt gcworftelt, maer nu, overwonncn,der tijdtgewc-
ken.hct welk een treflijk gctuygh is van dc ftiefmoederlijkc
haet. Want heeft 5 om haer zoon Etheldredden

Wegh tot het Rijk te bouwen, haer ftief-zoon Edward, Ko-
ning van Engelandt, (alshy haer alhier van dc jacht be-
zocht) moorders op-gezonden , en die fchclm-achtige
ftief-mocder heeft in zijn doot haer oogen geweyt. Het
welk zy terftont met een tc laet berou, door een Nonne
kleedt, en \'t opbouwen van klooftcrs wonderlijk heeft ge-
zocht uyt tc waftchen.Dit cylandt wordt
Purhecke genoemt,
hoewcl \'t maer een half eylandt is, welk niet als ten weften
Van de zee omfpoelt wordt j want ten ooften buygt de zee
dc ftranden in, en breekt met een gantfch enge fchcyding
der ftranden, alwaer het eyhm.y\'Brenkfiy genoemt j met zijn
bolwerk vanbinnen voor-geworpen wordt, en opent een
Inham tot een groote breedte. Aen welx noord-zijde, op
een half eylandt,\'t ftedeken
Poole light, in die gelegenheyt,
dat het rondtom van\'t water befpoelt wordt, behalven ten
noorden, daer \'t acn \'t vafte landt gevoeght wordt, en maer
een poort heeft. Men mach wel oordeelen, dat deze naem
gekomen is , om dat de bygelege Inham een poel met ftil-
ftaende wateren fchijnt, hoedanigh wy in onze tael Poole
noemen. Dit is in voorleden tijdenx)p-gekoraen van
een moeraflige plaets, cn eenige kleyne viflTchers huyskens,
tot een groote cn veel-geachte koop-ftadt, overvloedigh en
rijk, cn met treflijke huyzen verfiert:de zeftc Henrijk heeft,
met tocftemmen van \'t Parlament, de haven-rechten, die
hy
Alalcombe ontnomen had, aen deze plaets vergunt, cn
den
Majoor toe-gelaten dat hy \'t met veften befluyten zoud,
dewelke de derde Richard, dic men met recht onder de
flimfte mannen, maer onder de befte Komngen tellen
mach, daer na tot de haven begonnen heeft. Maer van toen
af is zy, ik weet niet door wat noodlot, oft veel eer door wat
flaphertigheydt der inwooners verflaeut, zoo dat het zelde-
ner bewoont, cn dc huyzen zelf heden vervallen.

In den weft-hoek van deze Inham loopt Trome, een ver-
maerde rivier in deze wijk, uyt, dusnoenltzc hetgenieen
volk,
maer de Engel-Saxen (als Aflbrius getuyght) heb-
benze Epau genoemt, waer uyt miflchien (
wijl deze Inham
ccnijdtsFrammuthgcwocmx. wierd) denakomehngenge-
looft hebben, dat die naem van de rivier
FromewasJ)it Fro-
me
heeft zijn bronnen by Evarshott, dicht by de weft-grcn-
zen van dit Graeffchap , van waer zy ten ooften vloeyt
door
Frompton, dat zy haer naem meê deelt,en ontfangt ten
noorden een rivierken, door het kloofter
Ceme af-vloeyen-
dc
hetwelk Auguftijn, dicApoftel der Engelfchen, ge-
bout heeft,
nadat Heil, der Heydcnfchc Engel-Saxen
Af^^odt, te niet gedaen, ende duyfternis der overgclovcn
verdreven had. Een weynigh hier beneden fpreyt de fm^
oft neemt\'t gene ghy liefftwik) een eylandt, en

verzoekt een zeer oude ftadt, welke in Antonmus reys-
boek
D V R N O V A RIA, dat h, een over-vaert der rivier
oenoemt wordt, by Ptolom^Eus fchijnt zy, na dc verfchcy-
denheyt der voor-beelden,valfchlijk D v r
n i v M en D v-
Kiv M genoemt te worden. Dit wordt de hooft-ftadt van
het gantfche Graeffchap geacht, nochtans is
zy niet groot,

D

S

Écn zfhre
ßeen Plo-
camoii Ifi-
dis
ge-
mmt.

^ Wejmomh.

Melcembe.
xr Hen. 6.

Turleckê\'
Corffe.

Ve Stief-
vnoederlij-
ke haet.

De rivière
Ireme,

Cerne.

H

97

nocht fchoon, cn eertijdts door dc verwoetheyt der Dee-
nen van Veften ontbloot, die hier en daer omtrent de ftadt
eenige aerdt-hopen op-geworpen hebben. Doch het toont
dacghlijx uyt-gedrukte tekenen van oudtheydt , als den
dijk der Heyr-wegh, oft der Schout-wegh, en der Room-
fche Keyzeren koperc en zilvere penningen, die het ge-
meen volk aldaer Koning Dornia penningen noemt ^ den
welken zy uyt de naem zoetelijk droomcn, opbouwer dcr
ftadt geweeft te zijn. Twee mijlen van hier ziet men
een bolwerk op een heuvel,en eenige cyken van geen kleyn
begrijp in \'t rondt, men noemtze
Maiden-cajlle, de welke
men lichtlijk kan bekennen, dat Roomfche zomer-legers
geweeft zijn. Doch zijn zwaerfte wonde heeft het toen ge-
kregen, als Sueno, door een ontijdige wreetheyt den Deen-
fchen oorlogh vernicude,en die getrouwe Hugo Noorman,
welke óver deze landen geftelt was,alles doen en roven liet:
welke nochtans in des felfs ftaet geweeft
is, in de eerfte tij-
den der Noormannen, verftaet, zoo \'t u belieft, uyt Enge-
lants Schat-boek: In Dorcefter waren , ten tijden van Ko-
ning Edward, hondert en tfeventig huyzen,dezebefcherm-
den zich voor alle dienft des Konmgs, en golden voor tien
hiden, maer aen \'t Hurfcalifch werk een mark zilvers, uyt-
genomen de gewoonten, welke behooren acn de nacht-
wachten. Daer waren ook twee Munt-mcefters. Nu zijn-
der 8z huyzen, en daer zijn byna loo vernielt van de tijdt
af van den Onder-graef Hugo. Zoo deze dingen
duyfter
fchijnen , als Sextus Cecilius in een gelijke zaek gezeydt
heeft, daer van is de fch uit niet te wijten aen de fchrijvers,
maer der onwetcnheyt van die \'t niet begrijpen.

Van hier vloeyt de Frome aen Woodford, alwaer eertijdts TVèodford.
Guido de Brient, een vermaert man in den oorlogh,zijn ka-
fteel gehadt heeft: \'t welk daer na de wooning van Humfred
Stafford van
Suthwik geweeft is, door wiens tweede erfge-
naem het aen
T. Strangivaies (als ik verftaen heb) gekomen
is, de welke, uyt het landt van Lancafter gefprotcn, in dit
landt zeer rijke erf-goederen bekomen, en wiens nakome-
lingen zeer fchoone huyzen by
Milbery gebout hebben. Van
daer vloeyt zy voorby
Byndon ,\'in \'t Saxifch Beanoun, (het
welk ook zijn kloofter gehadt heeft) al waer
Kinegiljtts in
het 61^ jaer dc Britannen door een twijffelachtige oor-
logh verwonnen heeft. Voor lang was het de hoef van de
Heer van
Marney, nu vereert het de eeren-nacm van On-
der-graef aen Thomas
Howard, Ridder van de ordre van
S. loris, wiens vader Thomas, zoon van de tweede Thomas
Howard van dic naem, Hertogh van Nortfolk, Koningin
Elizabeth tot Onder-graef
Hoivard van Bindon gekoren Vindon,
heeft, na dat hy met het trouwen van de dochter en erfge-
naem van de Baron van
Mnrney, met het rijke erfdeel der
Tiewhoroughs verrijkt was. Deze, gemeenlijk van Newbe-
rough
genoemt, hebben haer afkomft van de jongfte zoon
van Hcnrik,eerfte Graef van Warwijk,uyt de Noormanfche
ftam,en hebben hier
Winfrot met de gantfche hundred be-
zeten,bygefchenk van den eerfte Koning Hcnrik,door den
dienft van Kamerling (ik fpreek uyt het Onderzoek-boek)
op \'t hooft van den Heer Koning. Maer ik heb gelezen, dat
dit, onder den 3 Edward, bezeten wierd door Sarjantfchap,
te weten, door het badt te houden tot wafling van den Heer
Koning,op den dagh van zijn Krooning. Ook heeft Radul-
phus
Moien, de naefte Mayery van Owres bezeten door den
dienft van\'t Sarjantfchap der Keuken,inlgelijx by gefchenk
van den eerften Koning Hcnrik, en
R.de Welles, dc by-gele-
ge Mayery van
Wells, na de verovering van Engelandt, door
den dienft des Bakkers. Maer dit in \'t voorby gaen.

E - S

R

E.

»Af.

u\'jpii

r

1\'

\'if

Strang-\'
wms.

Newho\'
rough.

Grand,. Ser-
janttes.

1\'-

Daer zich de Frome in die Inham, waer aen Pole ligt,ont-
laft , light neven de zelve mont
Warham, in \'t Saxifch Wca- VFarham.
fiebam , een ftadt, overal met een vrye en zekere gelegen-
heyt, behalven ten weften, aen dc andere kanten door de ri-
vieren
Trent, Frome, en de zee befloten, ten tijden van Ed-
ward de
Confefeur, als in dat Schat-boek ftaet, heeft hec
cxLv
111 huy zen,en twee Munt-mcefters gehat,maer onder
\'t gebied van Willem den
Overwinner heeft men \'er allenig
tfeventig huyzen getelt. Daer na heeft het nochtans weder
gcbloeyt,cn met een fchoonc muur, een muntery,men]ghte
van burgeren, en met een zeer ftcrk kaftecl, dat de eerfte
Willem gebout heeft , tot op de tijden van den 11 Hcnrik
vereert geweeft. Van toen af is het door oorlogen,ongeluk-
kige branden, en door dien de zee allenx de bequaemheydc
der haven
ontrok, alleen niet vervallen, cn geeft in den

. :

•I ;.

Ee

zel-

-ocr page 115-

T?77

Se^tentyio

Slrire..

^art

^ere^

\' Cltnjham ^ ï

-P^n.

S^^ Jl O-

O

C OMITA T V s

ï) O R C X S ^ R I A;

Jlve^ ,

D O R S X T T I A;

^ïUti^ltam^S^

rndgli^ioii

^iJ

4> t

\'•on.SfT

^.Dorf

v p w xjvl jt> o

Leijlane HVHD.^

Shafl\'efbury

JCranetorn Cih^è

S d

rJ\'UunX

HVlsrU.

injJ;ice

^oVMilrien

yen/ion

X\'BriJges

CuaneborijJE

(Dojisc^ sjfjjic^^

V,,

Cranèbovae , \'A. k

■ \'"li

tc-ntmlton hv

Zm^curcheU. \'-^M^JLt^»\'\'^" i i ^ i

^ ^ JUMM^ê éb.

S € XJi- SM J S c / .y^-Lk\'"--.

■f .i\'ulhn^lt â€¢

.ifhmere-

EWTON^ HVN,

.JthxUw&r^
Tt/imhör^

\\

Hamhall^

iVet

r;s-«ffc . Obum^

mtUrn.
^anes

f \'i ^
Caandell

■ -\'\'S Kerb orne
CatTtivn.

,\\lilllana:,litjltcii quorum ^HAtiwr ununt con/^i\'tuuttl- Gernvtnimnt\'-y ■

yShvtm. \'\'^ffj

../tob!

Cr^ltnkstsn.
\'Pm^ern

rKi^htói ^\'r^S- Hautlw

: p IM T ï HH E H

.Him&f

HVND.

\'j kjhichU«^

tvUl

£ cr\' y £ ^ ^

\'^fimiffn
JhirteU

hs HE R B O R H V M f - /frr.

ri "^/Ti^.yailc ot wlïlthart*
rj*:
JT"^\'\' \'^ta.^ntam

C O

j cr

IHÜejfatttm

u

c

O

xèt^

S.Heliut\',\' tuJ-

......

4

^/iaM i

yGwtsiL

\'Miaii

^ariarmv

■orALawnaes ^

iariU

--

\\ c ogdêaneï

\'eirne Abl»ey\\ ^ ^ixs^

rPart of Devoflaire

H v N D.

\\

SJJUwfiham^^

: XetHJt Chiilmü^iim., i
S\'Jficins SiMay \'^Jf

BE EIL ^ ^^ ïlVlf Dl

Zectüé
\'Mteivtr^

\'^r\'^^fih v d d l et O wn
\'
%

Church^ii \'

\'\'Thtfnu^iftuhii^

Xettcottthe-.

.MiUmm.

^XilUfd^n

^phojs.&jl^.,

\'MarA wtTod va3è

HVNP,

aafi,.

StoddmJ

-«eiT\'-*\'\'

f JLOUKC

\'rPrnne,

\\ \'DaheMl _

^ ......

L MAiAumhiL

i iCtahtUAM

Axmyilei

THOItK

Sdtunc ppmt

rA. SfUthavir ; \\

Ï>J ^-Mhüechmch

Jlsrbnt^

HurUtL^i

^ \' H Vl^ D.

feft/«itïWt

T^üiijfiri

Mwtm-

"bwre, I . ï...ïi..j

Shutfiri. bt^e^

f ^Uujhurv

TUI. 0 1 ^Tvnii^K

CuUvton

ZyttA

VGSKOMB HViSTD.

Jttte/trnrv W

f RoWBARROW H^V^P.i^p^\'^^i"\'/\'^

IjiUlvarJoL. / t Â®

./O

\'Jfarejbn,

<nch 3a.v&

M A R X B R I T A l^T

Vmcmité.

^Hoddiin.

^Zm^sm,

Cncotnbc^ \\ \\

\'Btmihvi

X

dia

S^and Ci^iUe^

I\'

I C V M ;

Chcfclton

Portland
Tland

Lhur.h

® Jl J ü- J S

S €

-Meridiei

-ocr page 116-

f

tl

I

H.- ^

DVROTRIGES.

zelvcïl Inham van de oude Hadt overvloedigh knoflook, dur gtnozxnt, als het gemeene volk valfchlijk meent, cn
Door de zelve mont werpt zich te geiijk uyt het rivierken,
Seftonia, by de Saxen Scearefbypyg geheeten, miflfchicn
vanAflbrius
Trent, doch nu byde inwooners Piddle ge- van de heylige Pyramide oft naclt, die by haer Scheaft ge-
noemt, aen wiens noord-kant, naeulijx drie mijlen verd, noemt wierd. Weynig voor de tijden der Noormannen
wy de vervalle muuren van het oude kloofi:er van
Middleton heeft het 104 huyzen, en drie Munt-meefl:ers gehadt, ge-
gezien hebben, het welk Koning Athelftan gefl:icht heeft, lijk men in het boek, daer ik dikwijls van gezeyt heb, leefl:.
om zijns Broeders Edwins ziel te verzoenen , dien hy het \'Daer na heeft het nieêr met een kloofl:er van Nonnen, het
rijk en leven ontnomen had : want als die bezorgde be- welk dc zeer Godtvruchtige
jS^/\'-t/^, huys-vrouw van dien
geerte van heerfchen alle gedachtenis van rechtvaerdig- Edmund, de welke een na-neef van Koning i^lfredwas,
heydt uyt zijn gemoedt uyt-geroeyt had, zoo heeft hy het gebouwt had, en omtrent tien
Parochy-kerken gebloeyt.
ellendige jongeUncxken, rechte erfgenaem van het Rijk, Maer allerbekentfl: is deze plaets by onze Gefchicht-fchrij-
met een knecht in een fchuytjen, van alle gereetfchapont- vers, door het fprooxken van de waer-zeggenden Arent Vevoor-
bl00t;gefl:elti0pdathy ,\'t geen hy zelf nu deed, in\'twarer van de bekeering des Britanfchen Rijx. Want zommige ^^

fchrijven zoud, dewelke, door droef heydt overwonnen, en willen, dat deze Arent een vogel geweefl: is , zommige dat
zijns zelfs onmachtig,zich van boven neer in zee geworpen het een man geweefl: is, die Arent genoemt wierd, de wei-
heeft. Omtrent dit
Middleton wordt ook een ander rivier- ke hier voorzeyt heeft, dat het Britanfche Rijk, na dé Sa-
ken uyt-gefl:ort, het welk aen ^ifr^", een kleyn koop-fl:ede- xen en Noormannen , wederom tot de oude Britannen
ken, vloeyt, alwaer dat oude en vermaerde geflacht van vervallen zoud , de welke zelfs betwifl:en , dat deze ftadt
T\'^-^/É-r-z\'///lang haer woon-plaets gehadt heeft. ookouder als Saturnus is , daer
\'t nochtans meêr als zeker

Op dat wy voorts wederom na de weft-kant van dit landt is, dat zy van Alfred gebouwt is. Want deGefchicht-fchrij-
keeren. By de bronnen van de Frome,d2Leï: \'t vetft van kluy- ver Malmesburienfis getuygt, dat in zijn tijdt een fchrijver
ten is, verleent het bofch
Blakmore, eertijdts dicht, nu ydel heeft voor den dagh gebrocht, een zekeren oude fteen uyt
van boomen , een zeer overvloedige jacht. Dit wordt met de puyn van de muur, tot het kloofter der Nonnen, met
JietForeefi een gemeene naem The Forreft of white hart genoemt, dac dit op-fchrift:
van \'t mtte ^^^ Foreeft van V witte Hart. De inwooners verhalen, dat ANNO DOMINICA
zy deze reden van deze naem van haer voor-ouders ontfan-
gen hebben, dat de derde Koning Henrijk hier was komen
jagen, en als hy andere daflen gevangen had, een zeer
fchoon hart verfchoonde, het welk
T. de La-Lynde, een
Edelman van deze wijk, namaels met de zijne gevangen,en
gedoot heeft 5 doch zy hebben terftont gevoelt,hoe gevaer-
lijk het is een Leeuw te tergen: want de Koning heeft een
bittere toorn tegen haer op-genomen, haer met een groote
gebouwt.
zom geldts geftraft, en de hoeven zelfs die haer toebehoor- Dit op-fchrift heb ik hier te liever by-gevoeght, tot ver-
den, betalen jaerlijx noch op dezen huydigen dagh , onder zekering van de waerheydt, het welk in alle voorbeelden,
de naem van boete,eenftuk geldts in de Koninglijke Schat- die ik gezien heb, gebrak , behalven
alleen het eenige
De fchat\' kii^i^wclkWhite hart Sylver, dat is, het zilver van het witte van den Heer Burghley, groot Schat-meefter van Enge-
tingvan\'t genoemt wordt. By dit bofch light de ftadtlandt.

^iTb^^n welke ook het kafteel Shirburn genaemt wordt, eertijdts Van daer loopt de Stour door CMarnhill, van waer Hen- _
tx mm, 200 men \'t vertaelt, een Swarte Bron,gd&- rijk Howard den tijtel van Baron Howard van Marnhill, eer

gen op het af-hangen van een heuvel,zeer geneughlijk door hy met die eer van Graef van Northanton vereert wierd, ^MamltlL
de menighte der inwooners, en de aengename gelegen- onifmgen\\ieél,n2ieiStourrntn(ler,d2xis,hetkloo(leraende Stofimm-
heyt, als Malmesburienfis zeght; maer nu is het de volk- Stour, het is een kleyne ftadt, laegh van gelegenheydt, aen pr.
rijkfte ftadt van dit geheele Graeffchap,en heeft zijn meefte de welke het kafteel Newton met een fteene brug gevoeght
gewin met wolle weven. In \'t
d c ci v jaer onzes Heeren wordt, alwaer een aerdt-hoop, met grooten arbeyt t\'zaem-
was hier de Biflehoplijke ftoel geftelt,enAldelmus de eerft- gevoelt, uytfteekt, maer van het kafteel is niet een zier,
gewijde Biflehop; daer na heeft,onder \\ gebiedt van Ethel- behalven de naem, overigh. Hier van gemoedt ons niets
dred, Biflbhop Herman van
Suhningen, dit Bifdom verkre- oudts, dan dat Koning Alfred Stourmtnjler aen zijn jongfte
gen hebbende, de Biflehoplijke ftoel hier over-gebracht, zoon, by uyterfte-wil, gemaekt heeft. Zeer na by
Sillefton
en het Bifdom van Sunningen met dit te zaem-gevoegt, de vertoonen zich twee genoegh groote heuvelen , de eene
welke hy, ten tijde van Willem de
Conc^uefleur,mede rot Sa- Hameldon, en de ander Hodde genoemt, beyde met een
risbury overgevoert heeft, en heeft
Shirburn aen zijn nako- drie-dubbel bolwerk beveftight. En niet vêr van hier, de
melingen, aen de welke het noch toe-behoort, tot een ver- plaets kan ik niet aen wijzen , is
Okeford geweeft, de hooft-
trek behouden,onder de welke Rogier het kafteel, aen het plaets van de Baronny van Robert
Paganm zoon, gemeen-
ooft-eyndevan deze ftadt, gebout heeft, waer by eertijdts lijk Fitz-Fayne, de welke de dochter vanGuidode Brient
een ruym meyr, en veel vifch-poelen gelegen hebben , de getroWt heeft , die in dit wefterdeel, onder den derden
welke, nu vervult, tot een zeer geneuglijke weyde gekeert Koning Edward, infgelijks met de eer van Baron gebloeyt ^Xrö»
van
zijn. Maer de kerk, de welke de Biflbhoplijke ftoel gehadt heeft, maer de manlijke oor der Fitz-Paynen uyt-geftorven Brient.
heeft,is terftont na de overdracht tot een kloofter vervallen, zijnde, zoo is het tot de Poynings,, toen ter rijdt ook Ba- Baronnen
het welk een groote gedaente van oudtheydt vertoont,hoe- ronnen , gekomen, en eyndlijk door haer dochter zijn, vm Toy-
wel het voor weynigh jaren, door den oproer tuflchen de onder\'t gebiedt van den zeften Henrijk, deze tijtels van
Burgers, en de
Geeftlijken ontftaen, afgebrant is, het welk de Baronnen FitzrPayne, Brient, en Poynings, in de Perciis,
de verbrande verw op de fteenen noch klaerlijk uytroept. Graven van Northumberlandt, t\'zaem-gefmolten: noch-
Hier by vlce/t de rivier
luell (van \'de welke wy elders zullen tans is by onzer vaderen gedenken, door gunft van den
fpreken) met een
veelvoudige bocht dikwijls gekromt, ten achtften Henrijk, de waerdigheydt van de ^nïon Poynings
weften na Clifton, eertijdts de woonplaets van het geflacht in dien ftrijdtbaren, en in onechte kinderen vruchtbarigh,
der
Maulbachs, van welke het erflijk tot het Ridderiijk ge- Thomas Poynings wederom ontloken, en terftont met hem
flachtder
Horfeys gedaelt is, alwaer zytot het landtfchap verdweenen. 1

van Somerfet in loopt. Y^Lnhïcïloo\'gt de Stour dooi Brienflon, d^t is, Brient s

Meêr ten ooften vloeyt die Zuy ver riviere de Stour af, in- fladt, ( de woon-plaets van het oude Ridderlijk geflacht
zonderheyt vruchtbaer van Baers en Paling, ontfpruytende der Rogers ) naer het koop-ftedeken Blandford, het welk, na BUndfon.
uyt zes bronnen in het landt van Wilton, by Stourton, dc dat het by ons geheugen by geval door vuur verbrant was,
wooning van de Baronnen van Als zy eerft in dit voortreflijker verrezen, en dichter bewoont is. Van daer

landt komt zoo vloeyt zy tuflchen het bofch Gillingham fpoeyt zich de Stour met een haeftige loop door Tarrant,
door, in het welke Edmund, toe-genaemt Yzere Zijde, de alwaer Richard Poery , Biflbhop van Sarisbury, een kloo-
Deenen door een gedenkwaerdige flagh verflagen heeft, fterken\' voor Geeftlijke maeghden gefticht heeft, na de
Shafishfi\' En begroet drie mijlen van daer Shaftsbury aen een verhe- zeer oude ftadt ViNdogladia, waer aen Antoninus ^^^^^^
7\' ven heuvel gehecht, eertijdcsby de Britannen
CaerPalw gedenkt, de welke in\'e Saxifch pynbujinjpam, gemeenlijk ^^^^

Wm- \'

V.

r-

Middkton.

Tuhervfll.

INCARNA-
TIONIS ^LFREDVS REX FECIT
HANC VRBEM DCCCLXXX, RE-
GNI SVI VUI.

Dat is:

In het DCCGLxxx jaerna chriflm menfch-rvordin», e^
het
V I I i jaer zijm Rijx, heeft Koning Alfred dezefiadt

1 .

m

Clifton.

Stour.

-ocr page 117-

D O R S E

Winburne, en van het kioofter Wmburnminßer genoemt
wort,en van hier totDorcefter telt men net xv i mijlen,even
zoo veel als het Reys-hoek van Antoninus ftelt , tuffchen
ViNDOGLADiA cnDvRNOVARiA.Ikgcloof,datdc
naem voort-gekomen is uyt de gelegenheyt van de plaets,
om datze tuflchen twee riviercnlight. Want
Windugledy
betekent in \'t Britanft:h tuflchen twee zwaerden. En dat
de rivieren van dc Britannen door ccn eyge fpreek-wijs,
zwaerden genoemt worden,
Icca om Aberduglediau, dc
Britanfche naem van dc Milfordifche haven, dat is,de mont
van dc twee zwaerden, om dat \'er twee rivieren,
Glediau
genoemt, in vloeycn. Infgciijx fchijnt dc nieuwer naem van
de rivieren getrokken, want
Winburne is t\'zaem-gelafcht
van hec ledeken van de oude naem
Vin, en het Saxifch
Burne , welk by haer een beek betekent, en dc Saxen zijn
gewoon door haer by voeging de plaetfen acn dc rivieren
tc beiioemcn. De ftadt zelve light aen het af-fcheyden van
een bergh, zijnde ruym cn vol inwooners: In dc Saxfche
eeuw is zy zeer vermaert geweeft, en ik geloof, nergens an-
ders om, als om dat zy toen vertoonde de ken-tckencn der
Roomfchc Majefteyt. In\'t
dcc xiii jaer heeft Cuth-
burga
, zufter van Ina, Koning der Weft-Saxch, als zy des
houlijx verdrietigh van haer man fchcyde, hier een kloo-
fter voor Geeftlijke maeghden gefticht; hetwelk voor de
tijdt gewekien zijnde, zoo is daer ter plaetfen een nieuwe
kerk verrezen, met een fchoon verwulf onder het Koor,
en een Pyramijd oft naeld, behalven den fchoonen tooren,
in dc welke voor de maeghden PróVcniersingevoert zijn.
Over dewelke, by onzer vaderen gedenken, dc Decken
Reginald Pfoverfte geweeft is, die namaels Cardinael,
cn Acrts-biflxhop van Cantelbergh, boven de doorluchtig-
hcyt zijns geflachts ( want hy was Van Konings bloedt gc-
iproten) in heerlijkhcyt van Godtsvrucht, vöorzichtighcyt,
en inzondcrheyt in welfprekcnhcyt gebloeyt heeft. In deze
kerk light Koning
Etheldred, een zeer goedt-aerdigh Vorft,
broeder van
Alfred ^ in den flagh by Wittingham, tegen de
Deenen gebleven, begraven, op wiens graf (het welk on-
langs vernicut is) dit opfchrift tc lezen is :

IN HOC LOCO QUIESCIT CORPUS
S. ETHELDREDI REGIS WEST-SAXO-
NVM MARTYRIS, QJl ANNO DOMI-
NI D C C C LXXIL XXIIL APRILIS PER
MANVS DANORUM PAGANORVM
OCCVBVIT.

Dat is:

jtn deze plaets ruß het lichaem van den heyligen Ètheldred,
Martelaer, en Koning van de Weß-Saxen , de tvelke in het
b c c CLXXii jaer ons Heeren, den xxi 11 van Jpril, door
de handen van de Heyden/ehe Deenen verßagen i^.

Neven den welken Geertruyd, Mark-Gravinne van Ex-
efter, moeder van Edward
Courtney , laetfte Graef van
Denshier, uyt dat geflacht gelegen is; en aen dc ander zij-
dc van \'t Choor lan van
Beaufort, Hertogh van Somerfet,
met zijn huys-vrou, wiens dochter Margriet, Gravin van

Richmond. moeder van den zevenden Henrijk, een zeer

Godtvruchtige Vorftin, hier een School om de jcught te
onderwijzen in-geftclt heeft. Maer ik zal van de kerk mijn
ftijl tot dc ftadt keercn. Als dc Deenen door quade lift de
Engelfchen in oorlogh trachteden te verwerren, en de ver-
eeniging, tuflchen den ouden Koning Edward, enzijn
bloedt-verwant iEthcIwald, verfcheurde; zoo heeft ^thel-
wald,
door luft van hcerfchen ontfteken, cnmeteenaf-
keerigh gemoedt van zijn Vorft, deze ftadt, zo veel hy kon,
gefterkt. Maer zoo haeft als Edward met de zijnen ccrft
aenquam , en by Baddan-bypi^ , dat men nu
Badbury
noemt, zijn leger floegh, zoo heeft hy zich met de vlucht
tot zijn verwante Deenen begeven. En die heuvel
Badbury
is\'cr naeulijx twee mijlen van af, befloten met een drie-
dubbele wal, en heeft eertijdts, zoo men zeght, een kafteel-
ken gehadt, zijnde de zetel der Koningen van de Weft-
Saxen geweeft. Het welk nochtans, zo \'t \'er flechts geweeft
zy, zoo in zijn puyn begraven light, dat ik \'cr gantfch geen
teken van gezien heb.

En dicht hier by ziet men een hoeve Kingßon Laceys
genoemt, om dat zy aen de Laceys, Graven van Lincoln,
te gelijk met
Winburn toe-behoort heeft, tot de welke
het door overdraght van de Graven vanLeicefter, door

iVinhmne,

Wat Burne

by de Saxen
te zeggen is.

Vit leefl
men tn de
Jaer-keken
•van dè
Weß--
Saxen.

Jdngdon
Lacy.

T - S H I R E. ^^

Quincius, Graef van Winton gekomen is. Want dc
eerfte Koning Henrijk had het aen Robert, Graef van
Mellent en Leicefter, gegeven, en vande
Laceys zijnzy
cyndlijk beyde tot het gcflacht van Eancafter gekomen,
welk, als ik gezeydt heb,
Winbun zich goedertieren bevon-
den heeft.

Na Winburn ontfangt de Stour het kleyn rivierken Alen,
waer aen S. Giles Winburn light, de wooning van het ver-
maerde en oude Ridderlijk gcflacht van
x^Jleley, en Wik- j)g SaroH^
hamton
, eertijdts een vaderlijk erf-gocdt van de Baronnen nen van
van MaltraverSyWcWex. laetfte,onder \'t gebiedt van den dcr- -^fieky.
den Edward, alleenlijk twee dochters nagelaten heeft, de

t . , » Â° 1 t wrj.

een getrout aen lan van ^^rundell, groot-vader van lan,
Graef van Arundel, die zijn na-komelingen de tijtel dcr
Baronnen van
Maltravers na-gelaten heeft : de ander is
geweeft de huys-vrouw van Robert
Le-Rous, en namaels
van den Ridder lan
Keynes. Van hier vloeyt dc Stour voor-
by
Canfordy waer omtrent dc Baron lacob van Montjoy, Canford,
zeer yvcrigh in Mctael-werken, onlangs heeft begonnen j^ahing
Chalcanthum, dat wy Koper-root noemen, te maken, en im Koper-
Aluyntekookcn. En van waer ook eertijdts Ian,Graef van root en A-
Warenne, Alcia Lacy, huys-vrouw van Thomas, Graef van ^^^
Lancafter, met groot nadeel van zijn eer, cn fchadc
Engelandt (als in onze Jaer-boeken te zien is) gelijk als
met gewelt genomen, en wcgh-gevoert heeft. Nu verlaet
de
Stour de Durotrigen , en het landt van Hanton een *
weynigh door-loopen hebbende, verberght zich cyndlijk
in dc zee. Na dat zy nochtans ccrft ontfangen heeft het
rivierken , welk by
Cranborne vol waters voort vloeyt, al CranUrnel
waer in het dccccxxx jaer onzes Heeren de Edele
JEilward, toegenaemt CMeaiv, omzijnwittigh\'eydt, een
klooftcrken gefticht; het welke Robert
FitzrHaimon Noor-
man, dien de goederen van Ailward toe-gevallen zijn, over-
gebracht heeft na
Theokesbury, een oft twee Munniken
hier latende. Van welken Robert de zelve goederen door
vervolgh van na-volging, door de
Claren van Gloccftcr,
en
Burgen van Ulton aen Leonel, Hertogh van Claren-
fen, en door hem
tot het Koninglijk erf-gocdt gekomen
zijn. Maer nu heeft
Cramborn Robert Cectl tot zijn On- Onder-
der-graef, den welken Koning Jacob eerft met de eer van
Baron
Cecil van Ejfendon, en in\'t navolgende jaer Onder-
graef van
Cranborn, om zijn verzochte voorzichtighcydt 1^04.
met recht vereert heeft.

Wat de Graven en Mark-Graven van dit landt belangt, Graven
Willem de Noorman, als hy nu het Rijk in Engelandt
verkregen had, heeft
Ofmund-, dewelke in Normandyen
Sagienflfche Graef was , eenfdeels tot Bifl!chop van Saris-
jjet Uven
bury, anderdeels tot eerfte Graef van Dor/èt, en tot zijn van Of-
Canfelier geftelt, verwondert over des mans Godtvruch- n^und,
tige voorzichtighcydt, cn treflijke wetenfchappen. Lang
daer na heeft de tweede Koning Richard, in het een-en-
twintighfte jaer zijns Rijx, lan van
Beaufort, zoon van
lan van Gent, Graef van Somerfet, tot Mark-graef van
Dorfct verheven, van welx waerdigheyt de vierde Koning
Henrijk, uyt haet tegen dien tweeden Richard, hem ont-
bloot heeft. En als de gemeente van Engelandt, (aen wien
Ziet in dc
hy zeer aengenaem was) in de vergadering van \'t Paria- be(clmj-
ment, naerftlijk voor hem fprak, dat hem des Mark-gra- \'^i\'^gvande
ven waerdigheydt herftelt wierde, zoo heeft hy\'t zelfs, van
^^fff^f
dezen nieuwen, en voor dien tijdt ongehoorden tijtel af-y^^"
keerigh, gantfchlijk af-geflagen. En zijn jongften broe-
der Thomas van
Beaufort, is tot Graefvan Dorfct geko-
ren, de welke daer na, om zijnkrijghs-dapperheydt, van
den vijfden Henrijk, met dc tijtel van Hertogh van Ex-
efter, en met het Graeffchap van Harcourt vereert ge-
weeft is ; want hy heeft Harfleur in Normandyen kloek-
lijk tegen dc Franfen befchermt, en den Graefvan Arme-
nien in een ope veldt-flagh moédighlijk verdreven. Na
zijn doodt zonder kinderen, heeft de zeftc Henrijk, Ed-
mund, uyt het gcflacht van Lancafter, cerft Graef, daer
na Mark-graef van Dorfct, en ten laetften, Hertogh van
Somerfet gemaekt, wiens zonen door den inlandtfchen
oorlogh
wegh-gerukt zijnde , zoo heeft de vierde Ed-
ward , als het gcflacht van Lancafter nu gantfch ter neder
lagh, Thomas
Grey, uyt het gcflacht der Ruthins, de wel-
ke zijn fchoon-zoon was, (want de Koning had de moe-
der van
Grey getrout) tot Mark-Graef van Dorfct geko-
ren , na dat hy door de
gerechtigheydt van zijn huys-vrou

Ff in

iomer-

■fn\'. .
t:- .Ijl

«1?

-ocr page 118-

1

sn dit, cn de na-buurige landen, een groot erfdeel van de
IBonvills bekomen had. Dezen zijn in de zelfde eer ge-
volght , zijn zoon Thomas, zijn neef Henrijk, zoon van
Thomas, de welke van den zeften Edward ook Hertogh
van Suffolk gekoren is, na dat hy Francifca, de dochter
van Karei
Brmdon, Hertogh van Suffolk, en van de zu-
fter van den achtften Koning Henrijk getrout had. Deze,
onder Koningin Maria, om gequetfte Majefteyt geftraft,
heeft te laet geleert, hoe gevaerlijk het is, door trouwen

in het Koninglijk geflacht ingegrift te worden, en in zich
en anderen een eergierige hoop te voeden. Na dien tijdt is 15^3.
de tijtel van Dorfet aen niemant op-gedragen, tot dat Ko-
ning lacob, in \'t eerfte begin van zijn Rijk , op dat de ware
deught, en aengenome arbeydt vóór \'t gemeen met eer en
luyfter vereert wierd, Thomas
Sakvill-» Baron van Bukhurß,
opper Schat-meefter van Engelant,een man van zeer groo-
te voorzichtigheydt, en zorghvuldige naerftigheyt, met dc
eer van Graefvan Dorfet verheven heeft.

III

In dit ßraeffchap telf men 148 Vamhykerken.

D E

-ocr page 119-

m

lol

DE BELGEN.

iJ

En de Duro trigen paelden eertijdts ten noorden en ooflen de Belgen, de -welke^ gelijk het Be Belg.
uyt de naem he-wijßijk, en door aen^en -waerfchijnlijk is, yan de
Belgen, een yolk yan
Gallien, in Britannien oyergekomen 4jn* tVant de Belgen, 4jnde yan de Duytfen ( als Ufar, J^« t
yan die yan Rheims onderrecht, getuyght) gefproten, en yan oudts den Rhijn oycrgeyaren , GaUtm,
hebben ^ich, om de vruchtbaerheyt yan de plaets, na dat^e de Franfen daer uytgejaeght had-
^ den, daer ter neder geflagen, en yan daer ^sjjn als de z^elyegetuyght, om te buyten en oorlo^
p gen in Britannien oyergekomen, en -wierden alk met die namen der ftedmgenoemt,yan -welke
KP gefproten, en daer gekomen -waren, en den oorlogh daer oyergebracht hebbende, 4jn daer
gehleyen, en hebben het landt begonnen te bou-wen. Doch op -wat tijdt i^y hier gekomen 4jn, blijkt niet, H zy mooglijk
dat Diyitiacm, Koning derSueffonen, die yoor Ufar gebloeyt heeft, de Belgen hermerts oyergeyoert heeft. Want hy
heeft het gebiedt oyer een groot deel, ^oo yan Vrankrijk, als yan Britannien gehadt. Van -waer ook de naem der Belgen Van u^aer
gekomey, is noch niet genoegh yerklaert. Bubertm Tho, Leodiué, een ^eer geleert man, meent dat Belgen een
Duytfch -woordt
IS, omdat de Duytfen de Gallen en Italianen Wallen, en sommige Weigen noemen. lohannes %ijn ge-
Goropimßrijdt,dat Belga yan het Nederduytfch-woordt Belgen gekomen is, het-welk hy haer Toorn betekent,
als ofzyyeel Icker aJs andere tot toorn y er-wekt-wier den. Uaer -wijl der Belgen naem niet uyt die tael fchijnt yoortte
komen, -welk de Neder duytfchen heden gebruyken , en byna de ^elye met on^e Engel-Saxijche is, ( ypant zy is yan de
Saxen yoort gejproten, -welke de Groote Karei in Brabant en Vlaenderen oyergeyoert heeft)
j^öo heb ik geenzjns yoor^
genomen haer gebofte -weygeren, die de^e naem uyt de oude Franfche tael, -welke by on^e Britannen byna ongefchonden
blijft, af-trekken, en-willen, dat de
Belgen yan Pel, \'fwelkby haer Yerfchoren betekent, genoemt morden.
Want ^y mren de yerfchoienße yan gantfch Gallien oft Vrankrijk , en gelijk ^y yerre yan de oeffening, en heleeftheyt
des landtfchaps, zpo -waren zy ook in gelegenheyt en -woon-plaets
yèr af-gefcheyden: m de Dichter heeft ons geleert, dat
de Morinen, oft die yan Terro\'wanen, een yolk yan Nederlandt, de yerfchoyenße zjjn, daer hy zingt:
D e Morinen
d\'uyterfte der menfchen.
Uaer laet ons komen tot on^e Belgen, de -welke -wijt en breetgewoont hebben, door het
landt yan Somerfet, Wilton, en het binnenße deel yan het landt yan Banton.

S O MER s E T - S H I R E.

Et Graeffchap van Somer-
fet , gemeenlijk
Somerfet-
shire,
is voorwaer een groot
en rijk landt, ten noorden
befpoelt van hetSevernfch
meyr, ten weften aen het
Graeffchap van Denshier,
ten zuyden aen Dorcefter,
ten ooften aen Wilton, en
ten deele aen Glocefter
grenzende. Het is zeer rijk
van zon , en meeftendeel
bequaem tot vruchten^ doch inzonderheyt tot weyden,zeer
bezet met inwooners, en in bequaemheyt van havens ge-
noegh gelukkigh: zommige geloven,dat het de naem heeft,
om dat \'er een zachte en zomerachtige lucht is, en wordt
heden by de Britannen, in die zin
Glad-arhaf genoemt,
zijnde een woordt uyt onze tael over-gefet. Doch hoewel
het met recht in de zomer een zomer-landt genoemt mach
worden, zoo mach men \'t in de winter waerlijk een winter-
landt heeten, zoo is het ten meeftendeel vochtigh, water-
achtigh, \'en moerafligh, niet zonder de meefte moeylijk-
heyt der reyzende lieden. Maer ik geloove, dat het buyten
twijffel de naem gekregen heeft van
Somerton, eertijdts de
vermaertfte ftadt van het gantfche landt, wijl Afterius, een
voorneem oudt fchrijver, dit doorgaens het lant van Somer-
tun genoemt heeft.

Aen de Severnfche zee (daer dit landt aen Danmonien
Ptenft) gemoeten voor eerft
Vorlok, by de SaxeaPop-clo-
can.
enWatehet,eevi\\)dxs,Wecedfoort, zee-havens, welke
het Deenfch onweer in het
d c c c lxxxvi jaer zwaerlijk
Dun^ot \' overvallen heeft. Hier tuftchen light het kafteel mnflor, in
een <^roote vlakte, en met heuvelen, behalven aen de zee-
kant , rondom befloten , opgebout van de
MojuV\'S oft Mo-
huns \\
van welke het ten laetften door overdrachten aen de
Sefchrij\' Luterells gekomen is. Dit geflacht der LMohuns is lang ver-
itiaert cn machtigh geweeft, en heeft gebloeyt zelfs van de
% Willem de
Con^uefleur af, onder den welken het

jZs. kafteel gebout is,tot op de tijden van den tweeden Richard
toe, uyt het zelve zijn twee voor Graven van dit landt ge-
houden geweeft, Willem en Reginald, de welke door den
Baronnen-krijgh van zijn heerlijkheyt vervallen is. De na-
komelingen wierden daer na voor Baronnen geacht, van
welke de laetfte lan drie dochters nagelaten heeft,
Vhilippa,
huys-vrou van Edward,Hertogh van lork, Elizabeth,huys-
vrouw van Willem van
Montagu, Graef van Sarisbury, dc
tweede van dien naem, en Machthild, huys-vrouw van den
Heer
Le-Strange de Knokyn. Welker moeder ( zoo het ge-
rucht gaet) zo veel weylandts, omtrent deze ftadt,van haer ^^^^^^
man, tot nut der inwooners, verkregen heeft, als zy op een
dagh bloots voets kon om gaen.

\'S,-"

■v: \\

By dit kafteel liggen twee dorpen, aen twee Heyligen ge-
wijt, het eene wordt
Caranton, van den Britan Carantoc, ge-
noemt, het ander
S. Becombes van Becumanus, de welke, uyc
Southwalles af-varende, hier gelandt is, in een woefte een-
zaemheyt (gelijk men in het oude Legend-boek leeft) bezet
met ftruyken en doornen, met dichtigheyt der boflbhen, in
het lang en breedt uyt-gefpreyt, met uytftekende bergen
verheven, en door de holligheyt der dalen wonderlijk door-
broken i alwaer hy , de wereltlijke ydelheyt verlatende, van
een moordenaer door-fteken is, en heeft by de menfchen
een Godlijke eer verkregen. Een weynigh verder van zee
light de Baronny
Stoke-Curcy» van zijn Heeren alzoo ge-
noemt, een woon-plaets van Willem van
Curcy, Hof-mee- jjet gg.
fter van den eerften Koning Henrik: uyt welk geflacht ge- flatht vm
fproten is dien lan
Curcy, verwinner van Vlton in lerlant,
den welken de natuur tot een groot en verheven man vol ^^ ^
grootmoedigheydts, deftigheydts, en anderer deugden ge-
vormt heeft; het geheugen van wiens verzochte fterkheydt
men uyt de lerfche laer-boeken halen mach. Van daer na
Stertpoint fteekt die ftrant allenx uyt,alwaer twee de grootfte
rivieren van het gantfche landt zich in een mondt uyt-ftor-
ten, by Ptolomeus wort het de water-plas U z
e l l a ge- Bewater-
noemt, van de riviere luell, de welke nu,al eer zy hier geko- pelen van
men is, haer naem af-geleght heeft. De zelve nu ontfpruyt ^
onder de
Burotrigen, en zoo haeft zy in \'t landt van Somer-
fet komt, zo begiftight zy
Meli, een verzochte markt, met
haer naem, en ontfangt een rivierken, aen het welk de
fteyle, en qualijk te beklimmen bergh
Camelet light, op CamiUu
wiens top men de uvt-gedrukte tekenen van een vervallen

G g kafteel

:

,ifi

; f ^
I
k

"iJiJl

. ■! i

K: iiii

-ocr page 120-

ScpteHtrlo

G i 0 c e s

Toi^ttt ^oy^

m

^ejtan r-e^ts
^Shtrehamta n.

Jf"

S pMi: R s E T

T ST S
C O M^TT JLT^r 5 .

port b v. r y

T c .

I ^

/BrifloU

feu;^.

jr

fe drathf orivi. \'soncaacn^

Soineriet ill

1 , ! ! .!

ire

SaiyirJ^^

UMutickien.

Iturnah

1 •• \' . . ~ ""—■.lOk.^ VCnmtrtolL -—^■y-.

c^r^-ty^^" ifi^\'

ClauertatL

•■t\'ARr-X ^ y ^^ ^^^ •
- - - ^JBrent- _ _ _

y I*

Vlfborp

Stawj\'y â€” -it-

H V N D ,

tWejgi\'n,

{^ejiutaoJ. I
.....

Sheph
IJUnl

SiraOoti in th. _ \\ A !

one garter s^a. ^iilc, ■■■iJO^—
^Jronv Ijts heoA^
 ~

^^ 1 Hvnd. p .......l( -^.^.flSfe^^^

\\ -Grewar* j^*

Holccmhe

,Uy

Hvu D/\'

ury

E D. Gedn.

more

StahhuuL „ .............m - - „ r. ^ « - — ■ ■

_ QtMtey . \\ ^oKham^

li JJort H i -

^ t" It Jj^ Heth more

W H 1 f L Er I G H V fil^enturjre

Carham£tOi

H V Dt^/i^^LiW»

I -Ule,

Cutcambe Iruxharat^h

.Bi\'uton.

Xamyitt-

H VK DRED.

- JUr«^ i

BLntrhJtt,

^ J \'p \\ I^an^tatne tniH ^

f ly\'^rd

im

Chtlton

pantote JJ-y-^U ^J

1 Vt-^\'Wefloiiji ^ . Xiiythorn^

Se<l«

\'"\'X\'^i\'tepfn^

^ Stake Comer
\'ElWurihye

HV^^ DR E D.

O-S-

I^xtcrn.

y

4lfirJ.

\\jLctmt^taTh .

JZ

HeMiaclr

^^^urLy Jk \' ^^ .miAJUfay

Htuto^\' ^^Duenes morej^

A ■ Audre more .A- \'

\'^S^ j j , __ Cumpum. HunJa -Xyne«>eflo/n.

li^zthi^aU

\'i

-WheaiJtU

3ru£ton
re^U\'

\'^ne.iatv

\\ -WeJlCarilfi^ j >

6

ege more

\'^ard Sorrow } As^xec.^ ^ ^
\'tATTESAYSHE/••-.-......i .
 TT_____

Hvi^D. /

XucUi^nt, \' \' 1

Haalzrulije

X

^O T H O R^-i A ,

a&LCarletcntani\'il h^^hhas

Cpmlte \\ Sivw^
-m^ounr

Xaddatt heaean.

VI Camte

\' -Buff,

Somerton-i^^^--H V N D.

^wipj \' ■ J^miiajrwrL, a y ........

Skiya

\'^iMurb

- K I L V E R T o >f ^^rf^fC^-^M^L^^^^ . 1 ^ ,

X i ^^^ - ^ ^ .anrw-s.,

[iriJ/^

>l

jt^farl.
aiiixi:oii

jrwhi-

cu

TrulL^

■mJ^U
^Comhc

......••■ BAHwrcicggj:«,» i\'-v ^a^nbc

^ VL.sToVL ■ /JfeJt Hv jf D,^ \' \\ -f^

Bi-ent Marllie

i\'fert poirt

/ ^ ^^ ^ P S T H V N

ANNING T ON Â»

\'BotsfialLootrrb

V ND R E D\'

..................Si^

I Chartefhat^

/y-^ejL-m.

Crojtm^re

"SiJ^a-emore^ SlxeptonMoUet f , j.Jk / - ,

OlUi-ta.

Culbime ^ynlxcad

Cour^

\'ioke ^zr-p^y^^^^

jU arha:mvp T.o isr

Cmt!^«. J: ChefirlUJ^

-no^orl \' - -

H Vif Dji

ifte

^^tutru^e / \'3ai:ccmh,

Hvn.d,

^J-...........

kTelling^o^

TCu^Jburyj^ Ss JVlARTOCK JL-VIST>/p^ K !

\\ GM 1 JBt Stalhr^c

>

Tatmfm

Y Thurlehare

» , - v north

JUar^reb^unw ir\'-trijuv J.-.-^*\'

Martock â– 

*• !■" Stake JLorr*^ jjt

KT Zuflatt ; \\

\'-Ouer

Compto

t^^^vyr ^TAV^ T O i^^gf ^

\\A,

^ Kolconihe

CUJtoTL

HayJci

rr^rd-

Lillingian.

P

^url^amh

ohdMumZsTao^
- Smttrr-

^tLilche-rh

\'•<9,

I

\\

. , Zewaimhe^ ^

>\' i .Uetbury

Vic TWft S HVPV / *

^K IN G S B V RY D/

Chetbury

CheJJtn^ati

Cap:c>mhe.

rs Stoklarut^^ ^A/Mcmljury,

0

enry <gite S^oy -jy^ CitvariSemer Thika

MiU^ Ciandew Mliihn:B0uchi£rZori
CarU i^Tiaih - g tijuhigren. cf3aihe..,

•ufir

If/enri

a^Somer^

dru.rcbjhck

to WO^ ^ ShiRk^/T-P ONI A./
Mecidies

-ocr page 121-

t-\'

ïoz

S O M E R S E T - S H ï R E.

kafteel ziet, en een drie dubbelde wal van op-geworpen dochter van Hertogh Georgius van Clarenren,en de doch-
aerde, de welke in zijn omgang twintigh morgen landts be- ter van dien Richard
Nevilt, Graef vati Warwijk , gege-
grijpt. De inwooners noemen het K^rthurs Palleys: doch ven en heeft hem terftont daer na doen onthalzen na-
dat het der Romeynen werk geweeft zy,getuygen de daegh- maels heeft Koningin Maria Antoni Brown, wiens grootr
lijx op-gegrave penningen der Romeynen. Maer met wat moeder, dè dochter van lan Mark-graef van vï/ow?-
naem het by haer bekent geweefttzy, is my gantfch on-
 geweeft is, met de naem en heerlijkheydt van Vicomte,
bewuft, \'t zy dat het is,\'t gene in Ninnius Naem-reex Caer- oft Onder-graef van Mont-acut vereert, welke zijns zoons
voor , door verftelde letters, genoemt zoon noch heden geniet.
Cadhury, ^fordt. Het naefte dorpken C^i^^^r^É-fchijnt door een ge- Hier by light het welk, fchoon "t kleyn, noch-
noegh bewijflijke gilfmg, dat
Cathbregicn geweeft te zijn, tans niet>te vergeten is, wijl \'t tot zijn Baron gehadt heeft
daer Arthurde Saxen (gelijk Ninnius getuyght) dooreen Willem de Br ierver (want zoo was zijn vader, om dathy Heath^^t-
gedenkwaerdige flagh verflagen heeft. Het ander van de in de heyde gebooren was, genoemt) den welken , als fonnen van
zelve toe-naem North-Cadhury, heeft de derde Koning hem\'t hooffch avontuur toelachte, en Koning Richard
M^eks» Henrijk gegeven aen Nicolaes de Moeles, de welke ge- hem in waerden hield , een ieder genegen en gunftigh
trout had Hawifia , een van de erfgenamen van lacob van was, groote rijkdommen verkreegh, en zijn dochteren
jslewmarke, wiens nakomelingen lang met de hooghfte ( want zijn zoon is zonder kinderen geftorven) hebben
eer gepronkt hebben , tot dat lan, onder den derden Ed- de geflachten van
Breos, Wake, Mohun, La-fert, en Percyy
wardftervende, alleenlijk twee dochters nagelaten heeft, door hare hOuwlijken met groot erf-goedt verrijkt. Hier
MurielenIzabel;dezedehuys-vrou van Willem JS^/^y-^^^AT,
 Stoke under Hamden, alwaer de Gornays hzér\'t ffefl^ck
die van Thomas Cortney. Kafteel gehadt , en een Collegie gebouwt hebben. Dit
Ifchalis, Vanhier loopt de rivierna Ifchalis, by Ptolomeus gti\\.2:c\\viV2.nGorniac, en gemeenlijk genoemt, was
Jfieïcejlir. gedacht, nu luelcefier , in Ninnius Naem-reex, mis ik Zeer oudt en vermaert, uyt een ftam met de ^rr^-w. Gra-
niet,
Vontauel Coit, vootPmt luel Coit, dat is, de brugh ven van Surrey , en de Morti-meers gefproten; doch het
üende luelin\'t by Elorens van WorCefter G/^^-Z^-fy^^r. is in de voorige eeuw vergaen, en eenige Van haer erf-
Heden is het alleen vermaert door zijn markt en oudtheyt, goederen zijn door de
Hampons tot het Ridderlijk geflacht
want hier worden dikwijls goude, zilvere, en kopere pen- der
Newtons gekomen, de welke zich gaern bekennen \'tGefUckt
jningenvan de Roomfche Keyzers uyt-gegraven. Uyt de uyt Walles gefproten, en over ImgCaradocs genoemt te f^l^^
puyn fchijnt het eertijdts groot, en met een dubbelde wal zijn. Ook ftaet hier niet te verzwijgen , dat de ftrijdt-
omringt geweeft te zijn : omtrent den inval der Noorman- bare Mattha^us
Gournay, onder \'t gebiedt van den derden
nen was het zeer bewoont,want het telde hondert en zeven Edward , hier begraven light , de welke in zijn jaer
burgeren. Ook was het toen ter tijdt fterk en beveftight, geftorven , na dat hy (als in zijn op-fchrift te zien is ; be-
alsookin\'tMLxxxviii jaer, toen den Adel van Engelandt ftreden had, in de belegering van Algier , de Turken,
fchandelijk raedt hield om den Roden Koning Willemte en bevochten had de Benamazinen , de Scufenfen , de
verdrukken , om zijn broeder Robert, Hertogh van Nor- Crefliacos, de Ingenos, de Poidouwers, en de Naza-
mandyen, tot de Koninglijke waerdigheydt te verheffen: renen in Spanjen.

de ftrijdtbare Robert Mourbray heeft, na dar hy Bathon ver- Daer na befproeyt de Pedred het koop-ftedeken Mat-
branthad, ditheftighlijk , doch tevergeefs, bevochten; nk, welk Willem vanBolongien, KomngStevenszooA ,
maer \'t geen hy niet kon, heeft de tijdt ten laetften eenigh- eertijdts aen Faramufius van Bolongien gegeven heeft,
Famnfius

zins overwonnen. wiens eenige erf-genaem Sibilla aen IngelrSn de Fienes

tt-acuto.

7 ten.

\'\' Een weynigh laeger maken de luell en de Pedred, t\'zaem- ten houlijk gegeven is, van welken de Ftenes, de Baron-

\'Mkhelney. vloeyende, het rivier-rijk landt du ïs, het groot nen van Dacre, en de Baronnen van SayenZele^ af-geko-

eylandt, genoemt, op welk noch gezien worden de muu- men zijn.

ren van het oude kloofter, het welk de fchrijvers zeggen, Dc Pedred, Van hier een modder-achtige vlakte door-

T>e rivier dat Koning Athelftan getimmert heeft. De Pedred, ge- fnijdende , ftrekt zich ten noorden door Langport, een

ledred. meenlijk Parret, ontfpruyt op de zelfde zuyder-grenzen wel verzochte markt, en Aulre, een dorpken van weynigh Anlre,

van dit landt, en lopende met een kromme bocht door boere huyZen, welk een vermaerde ftadt fchijnt geweeft

Tedderm. Crokherne ,hy dcSz\\enCj\\\\XQCj\\nQ, cnPidderton, na haer te zijn. Want als Alfred de Deenen door een veldt-flagh

genoemt, eertijdts Pedridm, Inas Palleys, nu alleen door zoo verbroken en belegert, tot over-gaef gedwongen had,

zijn markt en jaer-markten vermaert, welke Henrijk Dau- zoo dat zy gezworen hebben met den eerften uvt zijn heer-

van den zeften Koning Henrijk verkregen heeft,vloeyt fchappyen te wijken, haer Koning Godrus belooBe (als

hier in de luell, en ontneemt haer de naem. Na dat zy,drie Aflbrius verhaelt) het Chriften-geloove aen te nemen, zo

Mont-aem mijlen ten ooften, Monte-Acute begroet heeft, welke de heeft hy hem met groote pracht in deze plaets ten doop

tn Domel^ Graef van Morton, des eerften Willems broeder, van moe- gehouden.

^Id^e^\' ders wegen, die op den top van den bergh een kafteel, en Van hier ten weften ontfangt de Pedred de rivier Thone,

l^lmt aen de voet van de zelve een kloofter gebouwt heeft , zoo de welke vêr in\'t wefter-deel des landts , naeft by Den-

heeft genoemt,om dat het allenx fpits op gaet;want te voo- shier ontfpruytende, door-loopt de genoeghlijkfte landen ,

tcnwietdhttLogoresburg, en Bijèhopefion genoemt. Doch af-vbeyende door Wellington, welk, ten tijden van den

het kafteel is voor veel jaren verdweenen,en de fteenen zijn ouden Edward, een landt van zes huys-gezinnen was , als

gebracht om het kloofter en andere gebouwen op te rich- hy het te gelijk met Lediard, welk twaelf huys-gezinnen I-ediArd,

ten. Op den top van den bergh was daer na geftelt een hey- had, den Biftchop van Shirburn Vergunde. Nu is het een

hge Capel, ter eeren S. Michiel, met een verwulf en dak koop-ftedeken, het welk meeft vereert is met zijn inwoo-

uyt heele fteenen zeer konftlijk gebouwt, tot welke men ner, de eerwaerdige man (wantin deught doorluchtige,

ook byna over de vijf hondert fchreden met fteenen trap- en van \'t vaderlandt wel verdiende mannen behoort men

pen, langs d\'omgang van den bergli opklom. Maer het niet te verzwijgen) lan Popham, vermaert zoo in edelheyt

kloofter en de kapel nu vernielt zijnde, zoo zijn tot hoogh- van geflacht, als in groote rechtvaerdigheydt en voorzich-

fte fleraedt de treflijke huyzen, welke de doorluchtige Ed- tigheydt. De welke Opper - Richter in \'s Konings Vier-

ward Ridder, en Koninglijke Dienaer tot de Wet, fchaer zijnde, de gerechtigheydt met zoo groote billijk-

onlangs aen de voet van den bergh getimmert heeft. Deze heydt, en zalige ftrengheydt bedient, dat Engelandt hem

T)e Heeren phets heeft aen het zeer heerlijk geftacht van Mont-acut de de inlandtfche geruftheydt en zekerheydt, meerendeels tc

Mon- p^em gegeven, het welk zijn oorfprong van Brogon luven wijten heeft.

getrokken heeft. Waer uyt vier Graven van Sarisbury ge- Van daer befpoelt de rhone, met een zachte en matige

weeft zijn, de laetfte heeft tot eenige dochter nagelaten loop, Fhonton, gemeenlijk Taunton, en begift hetzelve

Alicia, de welke by Richard gebaert heeft, dien ver« met haer naem. Dit is voorwaer een fchoone ftadt, ge-

maerden Richard, Graefvan Warwijk, Engelandts ftorm- noeghlijk van gelegenheydt, en, om met een woordt te

windt, en Jan, Mark-graef van Mont-acnt, die beyde in het zeggen, het tweede ooghsken van dit landt. Alwaer Ina,

MccccLXXii jaer in den ftrijdt by Barnet gebleven Koning der Weft-Saxen, een kafteel gebout heeft, het

zijn. Maer de achtfte Henrijk heeft de tijtel van Baron welk zijn huys-vrouw Desburgia tot de grondt toe geflecht

van Mont-acut aen Henrijk Pole, gebooren van Margriet, heeft; na dat zy Eadbridh, Koning der Suyd-Saxen, met

gewelt

i
ft

li

•i ■

1 f

iH
i

s -i ^

II! :

-ocr page 122-

E R

gewelt daer uyt gedreven had , die \'t alreê tot zijn ey-
gen gemaekt had, en als een toom voor \'t getemde volk
gebruykte. Als Edward de
Confejfeur het Rijk bezat, zoo
gold het (als in \'t Schat-boek van Engelandt ftaet) voor
li 111 hiden, en had l x i 11 burgers; dé Biftchop van
Winton heeft het bezeten, en zijn Willekeuren wierden
hier driemael \'s jaers gehouden. Die gewoonten behooren
tot
Taunton Burg-herifle, moordenaers, vrê-breuk, het
Hanrnfareni-, de penningen van Hundred, en de pennin-
gen van S. Pièter, driemael in \'t jaer door Biftchops Wil-
lekeiirente houden zonder vermaning, met het volk yan
den Biftchop in \'t leger te trekken. Hier over al is dit landt
aengenaem in groene weyden, bloeyzaem in thuyn-vreugd,
en, door de veelheydt der hoven , de oogen der aenft;hou-
wers zeer vermakende. Onder de hoven zijn de voornaem-
fte
Orchard , welk eertijdts Heeren gehat heeft van de
zelve naem, en van de welke het erflijk tot
Portman, van
Ridderlijken ftam gefproten, af-gekomen is,
Hach-Beau-
champ
, en Cory-Mallet, t\'zaem-gevoeght zijnde van haer
Heereni Want dit was de woon-plaets der
Mallets, uyt
de Noormanfche ftam, van de welke het in korten tijdt,
door een vrou, gekomen is aen de
Points. Van de wel-
ke , onder \'t gebiedt van den eerften Èdward, Hugo on-
der de Baronnen des Parlaments gehouden wierd, en uyt
dit geflächt zijn noch eenige in groote eer en Ridderlijke
waerdigheydt overigh. Maer de
Beauchamps hebben in
Beau- gxooitM eere en waerdigheydt gebloeyt, al van de tijden
des tweeden Koning Henrijx af, voornementlijk nadat
Cecilia
des Forts, van de Graven van Arrers, en dien groo-
ten Maerfchalk van Engelandt Willem, Graef van Pen-
broek, geiproten, aen dit geflacht getrouwt is. Maer on-
der \'t gebiedt van den derden Edward, zoo is het erf-goedt
door de zufters tuflbhen Rog. van
Seimore, en I. Meriet,
mannen van ouden ftam, en grooter Adel verdeelt. Hier
om was \'t dat de achtfte Koning Henrijk , als hy lana
Sei-
mor
, moeder van Koning Edward, getrouwt had, haer
broeder Edward
Seimor met den tijtel van Onder-graef van
Beauchamp vereert heeft , den welken de zefte Edward
daer na met de eere van Hertogh van Somerfet verheven
heeft.

Van daer na dat de Thone zich in de Pedred inboezemt,
zoo maekt zy het rivier-eylandt
Mthelingey genoemt, dat is,
der Edelen eylandt, nu gemeenlijk Athelney, welk ons door
Koning Alfreds Schuyl-hoek , als de Deen alles verwerde,
even als de moeraflen der Minturnenfen aen de Italianen
door de
fchuyl-plaetfen van Marius, bekent\'is. Wantge-
lijk d\'oude Dichter van hem gezongen heeft:)

-V-

Aeh. dezen Koning was zijn Koninglijke vreughdè,
Meidroefheytßeeds vermengt,met zorgh en ongeneugde j
Schoon dat hy heden was verwinner van den flagh ,
Hy morgen d\'oorelogh weêr in "tgemoete zagh.
Schoon dat hy heden was in ioorlogh overwonnen,
Z60 heeft hymorrigen al wederom begonnen,

Zich, met zijn gantfche heyr, te rußen tot denßrijt,
Hy was het die zijn kleên, door al te grooten vlijt,
Van
V zweten waren nat-, en hy was ook diegene,
Wiens degen door het jok bloedtverwigh heeft gefcheene.
Hy is een van die geen, die mede heeft bezocht,
Wat moeyten en wat laß het heerfchen d in brocht.

En dit eylandt was voorwaer een zeer bequame fchuyl-
plaets: als zijnde over al onaenkomelijk door zijn ftaen-
de , en overvloeyende wateren , de welke Afterius met
een Latijnfch Saxifch woordt
Gronmts noemt. Het heeft
eertijdts een brugh gehat tuflTchen twee kafteelen , yan
Alfred gebouwt, en ook een zeer groot
Elfen-bofch , vol
N geyten en wilde dieren; maer de vafte aerde is qualijk twee
morgen breedt , op welke hy een kleyn kloofterken ge-
fticht heeft : welx gantfch werk vier pilaren in de aerde
gezet onder-ftutteden, met vier traliën, kloots-gewijs in
\'t ront geleyt. Niet vêr van hier heeft de
Pedred metver-
zaemde wateren eenzaem gedwaelt, maer van \'t ooften een
Somrton. andere rivier tot met-gezel, die voorby Somerton vloeyt,
eertijdts de voorneemfte ftadt van het gantfche Graef-
fchap , als welke het de naem gegeven heeft. Het heeft
een kafteel van de Weft-Saxfche Koningen gehat , het
welk Ethelbald, Koning van de Merciers, (de muuren
met gewelt gebroken hebbende) ingenomen heeft; maer

O

M

E

AMa.

Tfwts*

BarcyjKen

OtldcY\'
Craefvm

Grcmc*

t ^ S H I R E. 103

nu is het de overwinnende jaren zoo geweken, dat het
gantfch verdweenen is, en de ftadt naeulijk zijnen naem
zoude konnen befchermen, waer het niet door de
Ofle-
markt, de welke het van Palm-feeft tot half lunius zeer
drokheeft, want de buuren zijn zonderlingnaerftigh in
beeften te hoeden.

De Pedred) deze rivier ontfangen hebbende , vloeyt na
een groote en volk-rijke ftadt, de welke wy gemeenlijk
Bridgewater noemen, en men gelooft, dat de naem van de Bridgeïva,-
brug en\'t water geworden is; maer de oude brieven zijn ter,
daer tegen, in de welke zy altijdt
uyt-druklijk Burgh Walteri
genoemt wordt, en gelooflijk van f^Z/É-r van Douay, die
onder Willem de
Conq^uefleur geftreden,en veel hoeven van
hem in dit landt ontfangen heeft. Het wort ook met geen
andere naem genoemt in de gift , waer door
Fulco Paynel,
Heer van BamptonAehtiSmng van deze plaets aen Willem
de
Briwer op-gedragen heeft, de welke in de gonft van den
eerften Koning Richard veel vermocht. Dezes Willems
zoon, van die zelve naem, heeft, als hem Koning lan verlof
gegeven had een kafteel te bouwen, hier een kafteel ge-
fticht , het welk nu van de tijdt verwonnen is ,• en heeft een
brugh begonnen, den welken
Trivet, een Edel-man van
Cornwal, met groote koften vol-eyndt heeft. Maer als de
jonge Willem de
Briwer zonder kinderen geftorven was, is
het in het geflacht van
Hercifcunda aen zijn zufter Margriet
gekomen,door wiens dochter,gebaert by Willem
de la Fert,
het tot het geflacht van de chaa^^frths af-gedaelt is, en van
\'t zelve erflijk tot dc Hertogen van Lancafter. Maer deze
plaets heeft daer van haer grootfte eer gekregen, dat zy met
den tijtel van Graeffchap van den achtften Henrijk vereert
is, als hy Henrijk
Baubeney tot Graef van Bridgewater ver- Graefvan
koor, wiens zufter Cecilia, eene van zijn erfgenamen, ge- Bridgewa"^
trouwt is geweeft aen lan
Bourchier, eerfte Graefvan Ba-
thon uyt dat geflachf.

Weynigh mijlen van hier loopt de Pedred,dooï een woe-
fteh mont in het Severnfch meyr, welk, als wy gezeyt heb-
ben ,
van PtolomiEus de water-plas fzella genoemt wordt. Vz^^a}
Ook wordt zy heden by zommige Fvelmouth genoemt,
maer by de oude Engelfen Peopeoan mu\'S, alwaer (gelijk
Marianus verhaelt) Ealftan, Biflbhop van Shirbury, het on-
gefchikte heyr der Deenen omtrent het
d c c c x l v jaer
geflagen heeft. Aen de zelve mont gemoet ons een ander
rivier, die by zoiümige
Briw genoemt wordt, en neemt zijn
oorfpronk. uyt het groote bofch, aen het ooft-eynd van dit _ .
landt, welk de Britannen
Coit-Maur, en de Saxen Selwood ^dmod*
genoemt hebben, dat is, na de uylegging van Afterius, het
groote bofch , niet vêr van het kleyne
dorpken Pen, alwaer
de krijghs-Godt Mars het verderf van de
Bvican fche naem,
en der Deenen nederlaegh fchijnt gezworen te hebben»
Want de Weft-Sax Kenhvalch heeft door een voorfpoedige
flagh de Britannen hier zoö verdrukt, dat zy daer na naeu-
lijx macht hadden den Saxen wederom flagh te leveren: en
veel jaren daer na heeft Edmund, toe-genaemt Yzere Zij-
de, op de zelve
plaets de Deenen met een gedenkwaerdige
ftrijdt verwonnen, nadat hy denDeenfchen Canut, die
het Rijk ingenomen had, overal verdreef.
De rivier be-
zoekt eerft
Bruiton, nahaer genoemt, vermaert door de
gta(-{}Leden den Mojons, de welke daer een kloofter getim-
mert hebben, en vêr door de dorpen af-vloeyende, doch
door zommige adertjes van de
rivier wijder zijndebe-
fproeyt , door zommige beexkens
vermeert de gras-rijke
weylanden ; en wanneer zyde aerde wat murw er gevon-
den heeft, maekt zy een ftaende water, en vloeyt rondom
het eylandt
^Avallon, eertijdts in \'t Britans van de Appelen
zoo genoemt, daer na
Inis Witrin, dat is, het glazen eylandt,
en in de zelve betekening Glaft;n-ey,by de Latijnen Glafco-
nia.
Van welk eylandt de genoegh oude Dichter deze veer-
zen gezongen heeft:

Het Appeligh eylandt, dat men gelukkigh houd,
Heeft uyt de daedt zijn naem, om dat het groene wout
Brengt uyt zijn zellifs voort zeer
veellerhande vruchten.
Der boeren arrebeyt,de zware ongenuchten

Van ploegen, zaeyen, is hier geenighfins van neot»
Be aerde, door nattmr, flort alles uyt zijnfihoot.
Beneven dat zoo brengt dit eylandt ook te vooren,
Be kruyden meniqhfout, en overvloet van koor en :
Be hoornen tn dtt landt enfijn geen wiltgeboomt,
Maer bren^^en AppHen voort, als door den boer getoomt.

^ ^^ Hh Indic

■ i\'

li

ii\'\'

ii

li\'

f

n

-ocr page 123-

104 D E B E

De he- In dit eylandt heeft geblaeyt het kloofter Glafienbury ^
fhrijving J^gt welk van een zeer oude oorfprong booght, te weten,
van GuiL ^^^^ lofeph van Arimathien, de welke het lichaem van
tlrknßs Heer\'chriftus in \'t graf geleght heeft, en den wél-

dl^rThy ken d\'Apóftel Philips der Franfen in Engelandt gezonden
de oudtheyt heeft, om \'t Chriften-geloove te verkonden. Want dit zelve
van Giafco\' getuygen ook de zeer oude gedenk-tekenen van dit kloo-
niert be- ^^ Patricftis, Apoftel der Ieren, de welke hier 3 o jaren

pyijft\' geeftlijk leven geleyt heeft, in zijn brief Waer van deze

t^^lnBH\' pl^^*^^ ^^^ voor-ouders genoemt is : De eerfte aerde
van Godt. De eerfte aerde der Heyligen in Engelandt: De
Tag. 47 ï oorfpronk en bron der Godts-dienft in Engelant: Het graf
in de Cm- der Heyligen: De moeder der Heyligen, en van des Hee-
firmatte leerlingen zelfs gebout. Ook konnen wy van deze zaek

niet twijffelen, wijl ik te voren aen-gewezen heb, dat de
Chriftlijke Godts-dienft in de eerfte beginfelen der Kerk,
dit ons eylandt befcheen^n heefti en
Vreculphm Lexovienßs
heeft gefchreven, dat dien Philips, de Barbarifche, der duy-
fternis nabuurige, en aen zee gelege volkeren, tot het licht
van wetenfchap,en tot de haven des geloofs gebracht heeft.
Maer wat het kloofter aengaet, is genoegh te lezen uyt het
boexken van Malmesbunenfis over deze zaek gefchreven.
Als deze oude Kapel van lofeph van Arimathien getim-
mert, eyndlijk der oudtheyt week j zoo heeft den Biffchop
Devus Menevenfis, op de zelve plaets een nieuwe gebout,
de welke als zy nu ook door den tijdt verging, zoo hebben
12 mannen, uyt het noord-eynd van Britannien getrok-
ken , de zelve wederom vernicut en ten lactftcn heeft Ko-
ning Ina, de welke tc Romen een fchoolgefticht, óm de
Engelfche jonkhey t daer in tc leeren,en om de zelve fchool
te onderhouden, en cen Aclmo^fte binnen Romen uyt te
deelen , op ieder huys in zijn Koning-rijk een penning ge-
ftelt heeft, de zelve kapel ftechtcnde, een heerlijke Kerk
ter ceren van Chriftus, Petrus, en Paulus gebout, in wel-
ker hooghfte omgang hy deze veerzen te ftellen geboden
heeft:

Chy Sions bergen hoogh, enßitfen over-fchoon, \'
Met een verßerde bloem van een tweevoude kroon.
Van eenen Ceder-bßom, op Libamugewajfen,
De foorten van Godts troon zeer wonderlijke f aßen
T"e zif \'n twee lichten voor des wereldts wijde Ront,
Zo dat de eene foort, ü ?aulm zijnen mont,
Waer door hy met zijn Jpraek des werelts-kloot door dondert:
En Petrus is te recht, zonder te zijn verwondert,
De tweede Hemels-port, en blixemt zonder fchroomen,
Met een geßraelde licht onder d\'Apoßels
kroonen.
Geleerder is den een, hier door zijn fchoon vermaen.
De ander om dat hy in hooger flaet blijft flaen.
Door d\'een worden verplant de herten van de
menfihen,
D\'ander bewaert Godts troon, waer na wy alle wenfihen.
Hetgeen den eenen leert door ar bey t, moeyti en kruys,
Ontfangt de ander weer in V fchoone Hemels-huys»
De een met vaß beßuyt opent de wegh des Heeren,
En d\'ander die wil ons met Herne Is-vreught ver
eer en.
En Paulus is de wegh, door zijn ver maen enwoort.
En Petrus is de deur, en trouwe Hemels-poort,
Op deze vaßeßeen begint men dan te bouwen
Een Tempely om den Heer en Godt in acht te houwen,
GhyRömenzentonsheylind\'EngelfeMaras,
Die ü lief, zoet, bequaem, en aengename was j
Dat het Apoflels lichte Glafionien zou verlichten,
En tot bewarenis begint men hier te fliehten

Twee werken voor\'tgewelt van \'t vyantlijkgemoet.
En toorens des geloofs, die deze ftadt zeer voedt.
Den Koning Ina vroom uyt liefden heeft gegeven
Zijn volkegiften, die wel eeuwigh zullen leven.

Hy laet dees kerke haer volt oyt, en gantfch volmaekt.
En geeft veel fchat en goedt, dat aen de kerke raekt.
Onzen Melchifedech, recht Prießer ende Koning,
Die heeft het werk vervult in Godts gewijde wooningt
En in het waer geloof; fchoon hy heeft geregeert
Tublijkelik in \'t recht, noch heeft men hemge-eert
Met Paufelijke eer, vermits des Konings hoven
Wier den van hem bewaert, dat men die niet zou roven.
En toen hy op der aerd hier in zijn leven waer,
Zo was hy tot hetgoet een wegh, en eenpilaer.
Nu is hy in Godts troon, nu blinkt hy daer in vreughden,
Daer heeft hy
loon VQor werk, en zoet voor ongeneughden^

Dene wer-
zjsn, weynig
verandert
Z-tjude,
fiaen in het
vierde boek^
van de
vecrzjin van
Venantiui
FortmatWj
eenfdeels
ter eeren
de
kerk,vm
Tarijs, en
anderdeels
ter eeren
de
kerk^van
ïJames,

r

N.

Hier blijft, hier blijft altijdt in eeumgegedacht.
Wat hy, tot Go des eer, hierfleedt s te werken placht,

In deze eerfte tijden hebben de heylige mannen hier
Godt naerftlijk gedient, cn byzonder dc Ieren, de welke
op des Konings onkoften gevoedt wierden, cn de jonkheyt
in Godtvruchtigc cn eerlijke konften oeftenden. Want zy
hebben cc<i cenzacm leven zeer bemint, op dat zy met
meerder geruftheyt dc Heylige Schrift onderzochten, en
door die ftrenge acrt van leven zich oeftenden het kruyste
verdragen. Maer ten lactftcn hceft Dunftan, cen man van
gcftcpe verftant, als hy zich, door de fchijn van hcyligheyt
cn gclccrthcyt, gantfch in der Vorften gunft ingeboort
had, hier voor deze, nieulijker ingeftelde Munniken , de
Bencdidijner ingevoert, cn hier dc eerfte ovcrftc van cen
tal-rijkc hoop van Munniken geweeft, de welke van de
Godtvruchtigc cn goede Vorften meer als Koninglijke
fchatten verkregen hebben. En als zy in aller dingen over-
vloct omtrent
600 jaren in als geheerfcht hadden, (want al
de nabuuren zagen op haer winken ) zoo zijn zy van den
achtften Koning Hcnrik uyt-geroeyt, cn het kloofter, dat
nu tot een kleyne ftadt gegroeyt was, vernielt, en ter aerde
geftccht zijnde, vertoont door zijn puyn hoe groot cn heer-
lijk het geweeft is.

Ik zal van die genen fchijnen te zijn , die zich over ydele
dingen verwonderen, zoo ik van den ooker-boom verhael,
dc welke hier voor den heylige dagh van S. Barnabas noyt
bladeren voortbrengt , maer op den heyligen dagh zelf
overvloëdigh van bladeren is j en van den Cornoclie-boom
(zo wy dc
Hawthorne zo noemen) dc welke op C hriftus gc-
boorts-dagh, als ook in dc May-maent, uyt-bot oft zijn lo-
ten fchict j nochtans getuygen vele geloofwacrdige lieden
(zoo \'er geloof is) dat deze dingen zeer \\Vaerachtigh
zijn. Maer aleer ik hier van keere, zoo hoor in \'t kort, het
gene Giraldus Cambrenfts, een oogh-getuygh, wijdtloo-
pigh van Arthurs graf, op \'t kcrk-hofvan deze plaets, ver-
haelt heeft.

Als dc tweede Hcnrik, Koning van Engelandt, uyt de
licdekcns der Britanfche Barden verftaen had, dat Arthur
de zeer edele Heldt der Britannen, die der Saxen verwoet-
hcydt, door zijn dapperheydt, dikwijls gebroken had, te
Glafcon tuffchen twee ftijlcn gelegen was, zoo heeft hy het
lichaem laten navorfchen, cn als zy naeulijx zeven voeten
in de aerde gegraven hadden, zoo gerackten zy op een ftijl
oft fteen, op wiens verkeerde zijde was een plomp en brect-
achtigh loden kruys gemaekt, het welk,daer uyt genomen
zijnde, heeft deze letteren vertoont, cn omtrent negen voe-
ten daer onder is het graf gevonden geweeft, van een cyken
boom uyt-geholt, in het welk dc beenderen van den ver-
maerden Arthur begraven waren. Doch \'t heeft my goedt
Den ftrijd-
gedacht dit opfchrift uyt het voor-beek, in\'t kloofter van baren
Glafcon eertijdts uyt-gcfchrcven, om de oudtheyt der let-
teren hier by tc voegen. Dc letteren fchcenen Barbarifche
oft Gottifche te zijn, en zy fpreken de woeftheyt van die
eeuw, welke zoo in verderflijke duyfternis gewikkclt lagh,
dat \'cr niemant geweeft is,door wiens fchriften de naem van
Arthur vereert wierd. Zonder twijftel was dit cen ftof, welk
het vermogen cn overvloedt waerdigh was, dewelke met
zoo groot een Vorft te vermaren, ook een eyge lof van ver-
ftant verworven zoud hebben. Want die kloekftc voor-
vechter des Britanfchen Rijx fchijnt hier door alleen
zeer ongclukkigh, dat hy geen waerdige uyt-roeper van
zijn dapperhcyt gevonden heeft, maer ziet hier het kruys
en opfchrift:

G

E

Het

-ocr page 124-

O

Het zal ook niet buyten reeden zijn, 4oo ik hier eenige
veerzen by voege, de welke onzen lofephus Ifcanus, geen
gemeen Dichter, eertijdts in zijn Antiocheiden, tot lof van
Arthur gezongen heeft:

De Koninglijke hloem ^Jlrthur, heeft ndgefpobrt i
Door zijn vöorneme doot, zijn lukkige gehoort.
Noyt was \'er vrees gemengt met zijne groote daden,
Altijdt kon hy zich zelfs een lufl en moet in raden.
Hy was liefaengenaem aen de gemeene man.
Beziet de ouden eens, oft die de ouden kan.
Is VeUus tyran niet door defaem geprezen j

heeft het Roomfche boek niet kUergenoegh bewezen
De Keyzers haer Triumph. Verheft de eere niet
Alcidem, dat voor hem het ongedierte vliet.
Maer deze mach men nach zo weynigh by hem lijken,
Als oft de zonne zou voor het gefierrent wijken.
Komt doet dan na mijn zin, en doet gelijk ik zegh,
Doet Laden aen kant, en Grieken uyt de Wegh.
IS^oyt kon de tijdt voor dees een zulken eenen teelen,
T^oyt zal de tijdt na dees ons zulken een by deelen,
Hy is die overtreft de Koningen alt*zaem,
Hy is die heser en die is aengenaem,
Als aUe die wel eer gewezen zijn in ^t leven,
oft ook die ons de tijdt na deze tijdt zal geven.
En deze Heldt wierd genoemt, op dat ik dit in \'t voorby
gaen uyt Ninnius aentekene, zoo \'t aentekenens-waerdigh
is,
Mab-Vter, dat is, eengroulijke zoon, om dat hy van zijn
jonkheydt afwreedtgeweeft is, en
Arthur, \'twelk in \'tBri-
tanfch
een afgrijflijken Beyr, oft een yzre hamer, waer mee
de kaeken der Leeuwen op-gebroken worden, betekent.

Hoor, zoo\'tugelieft, noch andere gedenk-tekenen,
fchoon van geen hoogen ouderdom, uyt dien Wilhelmus
Malmesburienfis ,• \'t geen ieder verborgen is, zoud ik gaern
verkonden, kon ik de waerheyt voortbrengen, wat die Py-
ramijden bedieden, de welke, eenige voeten van de oude
Kerk afgeftelt, het kerf-hof der Munniken om-tuynen. Wat
hooger en naerder aen de kerk zijn vijf taferelen,en hebben
de hooghte van 26 voeten. Van deze,hoewel zy door groo-
ten ouderdom fchijnen ten val te neygen, heeft ieder noch-
tans eenige tekenen van oudtheyt, de welke gantfch kon-

Sphßn
van Glap
con.

R E,

tos

nen gelezen , fchoon datzy niet gantfch verftaen konnen

worden. In het bovenfte tafereel is een beeldt gemaekt na
de gedaente van ee^i Paus. In het tweede ziet men een
beeit, vertoonende een Koninglijke pracht, en de letteren
H e r. S e x1. cn B li s w e r h. In de derde infgelijx de
namen
Wemcheste. Bantqmp. Winewegn-
In de vierde Hate. Wv li re de. cn Ea nelede,
In dc vijfde, de welke ook de laegfte is, is mede een beeldt,
en dit navolgende opfchrift :
Logwor. Weslïelas,
cn Bregdene. Swelwes. Hwïngendes. Ber-
N E. Maer de andere fpits is achtien voeten hoogh,en heeft
vier taferelen, in de welke defe fchriften gelezen worden:
H
edd^e BifTchopren bregorred,enBeorwalde-
Wat deze dingen bedieden, wil ik niet lichtvaerdelijk be-
ftuyten ; maer ik gis, dat hier binnen de beenderen liggen
van die haer namen uyterlijk gelezen worden. Voorwaer
XOGWOR wordt zekerlijk voor die gehouden, na wiens
naem eertijdts
Logworesbeorh genoemt wierd, die
oök
Mont\'Acut geheeten is. En B e o r w a l d e is Abt
geweeftna
H e m g i s e l.

De Koningen der Weft-Saxen, die hier begraven zijn ,
op te tellen,zoud overtollig zijn^nochtans kan ik den vreed-
zamen Eadgar, die altijdt tot vrede genegen was, niet voor-
Denvreed-
by gaen, en moet dit graf-gedicht, in dien tijdt zeer aenge-
naem, hier by voegen:
 garu}.

Eadgar is de geen, die ieder wou vermeer e,

Een wreeker van het quaet, en gever van de eere :

\' Hy is\'t die zo veel tijdt zijn Scepter heeft gevoert

In ruße en in vree, dat niemant daer aen roert.
Dien vreedelijken Vorß, die over-goeden Koning,
Begeeft de werelt, en zoekt ruß in Godes wooning.
Hy was der wetten Vooght, den tweeden Salomon,
Die altijdt vrede zocht,ofvrede eerß begon,
Hy was een hater van de zware oorehgen,
Waer door hy wel te recht na grooter eer kon pogen. \'

De kerkelijke eer die gaf hy zijnen Godt,
De kerken die gaf hy aen V Geeflelijkgehodt.
Hy gaf de Geeßlijkheyt veel goederen en landen :
Het rechte gaf hy plaets, en \'t vuylejyy verbande,

Hy maekt een quaet, hoos. Rijk, dat het ge rußigh wort,
Hy maekt het korte lang, en \'t eeuwigh weder kort.
Na Glafcon maken de drie rivieren, die daer in malkan-
deren vloeyen, een moerafch, en loopen, door een mondt
uyt-gelaten, ten weften langs een kolk, na de water-poel
Vzella, door Gedney moore, oft, zo zommige zeggen, Godney
moore,
het welk zy willen Godts eylandt te betekenen, en lo-
feph van Arimathien vergunt geweeft te zijn, daer na door
Wead moore, dc hoef van AJfreï dien hy by uyterfte-wil zijn
zoon Edward gemaekt had, en door dat vêr uyt-geftrekte
broek-landt Brentmersh, het welk de Glafcoonfche Mun-r
niken uyt-geleyt hebben, het lant der Kikvorfen, gelijk het
ftedeken
Brentknol, het Kikvorfen berghje.

Van hier ten ooften vertoonen zich wijt en breet de heu-
velen
Mendip, die Leiandus Mijn-bergen noemt, en, na ik Mendi^t ^
meyn,niet onbillijk, wijl zy in de oude fchriften
Muneduppe
genoemt worden want zy zijn overvloedigh van Loot-
mijnen, en bequaem om vee te voeden. In deze heuvelen
is een hol met een lang vertrek, in het welk gezien worden
zommige putten en rivierkens dieze
Ochiehole noemen, Ochyhole*
daer de inwooneren niet minder droomen af verhalen, als
de Italianen van haer Apenninifch hol van Sibylla verfie-
ren. Zonder twijffel heeft het deze naem gekregen van het
Britanfch woort
Ogo, het welk een hol betekent, gelijk ook
van diergelijk een hol het eylandt
tubéia, eertijdts met dier-
gelijk een woordt
Ocha genoemt is geweeft. Niet vêr van
dit hol is, onder \'t gebiedt van den achtften Henrijk, door

Strabo.

de ploegh uyt-gehaelt een lange loode plaet, eertijdts tot
een zege-teken opgericht, en met dit opfchrift:
TL CLAVDIVS CiESAR AVG, P. M.TRIB.

P. VIIII IMP. XVL DE britan.

Dit is voor-gevallen op \'t negende jaer van de Tribuniti-
fche macht van Claudius, op \'t d c c c 11 jaer na de opbou-
winge van de Stadt,als Antiftius,en M. Suilius Burger-mee-
fters waren: op welken tijdt de beroerde gemeente,P.Ofto-
rius tot Voor-fchout van Britannien ontfangen hebben.Na
deze tijdt laet, bid ik, my met goet verlof geoorlooft zijn te
wicchelen, dat Claudius in dit jaer twee zege-tekens over
de Britannen opgeftelt heeft, betoont een ouden penning
van Claudius zelf,de zekerfte getuyge van die zaek,op welx

O Me r s e t-s h

I

k

i : !.
I \' il

\' !!
■ \' I!

é

eene

lts

-ocr page 125-

V

i

t

M"

n

G

D

E

lo Ö

eene zijde dit opfchrift gefchreven ftaet: Ti. Clavd. Cm- metfteenen-beclden,nad\'oude kunft treflijk uytgehouvveni
sar Avg. P. M. Tr. P. viiii Imp. xvi PP, en aen de Ten zuyden hght een zeer treflijk en ft;hoon Palleys van
andere zijd,
De Britan. en daer by een uyt-gedrukte ze- den Biffchop, als een kafteel met wallen ën grachten om-
ge-boogh,met een af-loopend Ruyter-beeldt,en twee zege- ringt,en aen d\'andere zijd tot deze kerk behooren de fchoo-
teekenen. Doch welke deze verwonne Britannen geweeft ne huyzen der Proveniers, te weten xxv 11 Proveniers, en
zijn, leert ons Tacitus: want hy getuyght dat Claudius, on- xix kleyne Provenierkens, behalven den Deeken, Voot-^
der \'t beleydt van Oftorius, twee Britanfche volkeren dit zanger,Cancelier,en
Aerts-diaken.Ten tijde van den ouden
Cangi w/i^ jaer verwonnen heeft, te weten,de
Icenen cn Cangen. Maer, Edward, is hier de Biftchoplijke ftoel geweeft. Want als den
«» Britm- ^vijl dc Icenen gelijk als onder een andere Zon liggen, wat Paus dien Edward in den ban gedaen had, pm dat de kerk-
zal \'t zijn, zoo ik zegh, dat dit zege-teeken over de Cangen, hjke heerfchingin \'t weften van dit Rijk opentlijk wankel-
een kleyn
volxken onder onze Belgen, op geftelt is, en dat de : Hy^ die zich een Voefter-heer der Kerk erkende,heeft
die Cangen hier gezeten hebben ? Want niet vêr van hier drie nieuwe Bifdommen opgericht, te weten , het Criden-
is de zee, de welke naer lerlandt ftrekt, in welke wijk hy de fche, Cotttwalfche, en dit Wellifche, waer over hy Eadulf
Cangen ftelt, en de fchaduw van der Cangen naem fchijnt tot eerfte Biflohop geftelt heeft. Niet lang daer na heeft Gi- 905*.
in
eenige plaetfen van deze wijk overigh te zijn, naemlijk fo deze plaets bekleet,den welken Hiraldus,Graef der Weft- De htflorj
inde landekens oft hundreds Cannington, en Canings, in Saxen en van Kent, de kerkelijke inkomften inftokkende,
Wincaunton, welk elders Cmgton en Kaingsham , als der zo gequelt heeft,dat het weynig fcheelde ofhy had de gant-
Cangen woon-plaets , genoemt wordt. Maer hier van ftel fche waerdigheyt wegh-genomen. Maer den eerften Wil-
ik het oordeel aen den lezer, ik, gelijk ik gezêydt heb, wic- lem, Harald overwonnen hebbende, heeft den uyt-geban-
chel flechts , wijl ik de Cangen door teekenen na fpoor, en nen Gifo, en de vervallen kerk de handt gereykt, in welke
elders vertrouw te zullen vinden. tijdt, gelijk
\'t Schat-boek van Engelandt getuyght, de Bif-

Tuflchen deze heuvelen is chuton, welk (zoo ik my niet fchop de ftadt zelf gehadt heeft,de welke voor jo hiden ge-
bedriegh) de wooningh van Willem
Bonvillgeweeft is, den golden heeft. Daer na,onder \'t gebied.van den eerften Hen-^
welken de zefte Henrijk tot den Rijx-dag van \'t Parlament, ri)k,heeft lan de
VilluU, Frans-man van Tours,als hy nu tot
onder de Baronnen des Rijx, met de naem van Willem van Biffchop gekoren was,dëBiftchoplijkeftóelnaBathon over-
de Bonvill en Chuton beroepen, met de eer van S. loris Rid- gevoert, welke twee ftöeleri in ëen gefmolten, beyde met
Bomvill, derfchap vereert, en zijn zoon met h nilijk van de eeni- haer tijtels den Biffchop vereeren,zo dat een en de zelveBii^

ge dochter van den Baron Harrmgton vereert heeft. Maer fchop van Bathon en Welles genoemt wort. Waer door de zkt in fjet
als hy, qualijk gewilt, onder \'t branden der burger-oorlogh, Munniken van Bathon, en de Kanunniken van Welles, als hoek van de
tot het leger van het geflacht van York over-gegaen was, ten ftrijdt geraekt zijn, om\'t verkiezen der BiflTchoppen* befchrtjvmg
zo heeft hy dien eenigen zoon door een onrijpe doot wegh- En daer-en-tuflchen was Savanaricus,Biflchop van Bathon, f^JiiiJj^^
gerukt, en zijns zoons zoon, den Baron van
Harrington, in als hy ook Abt van Glafcon was, de ftoel tot Glafcon oVer- ^^ hermen-
den
flagh by Wakefield omgebracht gezien ^ en terftont, gebracht hebbende, Biffchop van Glafcon genoemt, doch mn,
op dat aen zijn ellendige ouderdom niets gebrak, terwijl hy deze tijtel is met hem verdwenen maèr ten laetften zijn de 119h
angftlijk een beter verwachte, zoo is hy in een Voorfpoêdi- Munniken, en Kanunnikën wederom verzoent door dien
ge flagh by S. Alban gevangen, en in zijn nu byna af-ge- Robbert, die het erfdeel zijner kerk in
PrAenden gededt,
leefde eeuw, met de bijl onthalft , achterlatende zijn na- en een Deken,een Onder-deekcn,&c. ingeftelt heeft. Ook
nichte en erfgenaem Cecilia in haer tedere ouderdom, wel- heeft Biflchop locellin in dien tijdt de kerk met nieuwe ge-
ke namaels aen Thomas
Grey, Mark-graefvan Dorfet, met bouwen voorzien, en by onzer groot-vaderen gedenkert
1
Edmrd. een rijk erf-goedt ten houlijk gegeven is. Nochtans is zijn heeft Radulf van Shrowsbery (als hem zommige noemen )
4« gedachtnis, als aen een onfchuldigen, na zijn doot by macht voorwaer een fraey Collegie voor de
Vicarifen en zangers,

des Parlaments herftelt. aen ^t noord-eynd van de kerk gebout, en \'t Palleys van den

By de heuvelen van Mendipp^ten nooorden, ligt het dorp Biflchop met een muur omringt. Maer daer men van \'t Paï-
Congersbury, van Congarus, een man van zonderlinge hey- leys na de markt gaet,heeft den Biffchop Th. Bekington een
ligheyt, zo genoemt: Capgravius verhaelt dat het de zoon zeer fchoone poort opgericht,de welke ook ii fchoone huy-
van den Keyzer van Conftantinopolen geweeft is, die hier zen van fteen in gelijke hoogte aen de markt gevoegt heeft,
JJerpetre, een Heremijts leven geleyt heeft ^ en Harpetre, eertijdts een in welx midden men een gallery , op zeven ftijlen, en een
kafteel van een oudt geflacht van de zelfde toe-naëm, het fchoon verwulffel ruftende, ziet, de welk den Biflchop Wil-
welk erflijk tot de
Go.rnays, en van haer tot de ib-Adams gë- lem Knighte, en de Deeken Wollman^iot dienft der koopluy-
komen is,de welke (gelijk ik gelezen heb) ^t zelvë den
Gor- den gefticht hébben. En deze dingen zijn aen ^t ooft-eyndj
weder gelevert te hebben. En ten zuyden, niet vêr vaii in\'tweft-eyndhebbënwy de Parochy-kerk, den heyligen
dat hol,ligt het Biffchoplijke ftedeken op een fteen-achtige Cuthbert toe-gewijt,gezien,alwaer naeft by is een gafthuys,
gront, aen de voet van de heuvelen
Mendipp, eertijdts gelijk van Bifl\'chop Niklaes Bubwith voor xx i v armen opgericht.
3Lelandus,maer ik weet niet van waer, verhaelt,
Theodorodu- Uyt die mijn-bergen fpruyt de f iviere Fr ome,de welke ten
Welles, en alzo genoemt van de bronnen die\'er door- ooften loopt door die putten van die fteen-koolen , die de

gaens ontfpruyten, gelijk ook Sufa in Perfien, Croia in Dal- fmidts gebruyken om her yzer week te maken j en niet veel ,
Stephanm maden, en Pegaß in Macedonien haer namen van de bron- weghs af-geleght hebbende, zo bedient zy,ten noorden ge-
tn Barlmtii getrokken hebben. Waer van deze plaets ook Ecclefia keert,de plicht van een lantfcheyding tuffchen dit en \'t land
di^inlZr ^^^ Bronnen-kerk,genoemz wordt. Zy eygent van Glocefter, en befpoelt Farley, over lang een kafteel der

Stede-boe- ^^^^^ ^^^ recht het hoogfte lof in dit landtfchap toe, zo om Hungerfords, op een rots gefticht, alwaer dat eertijts Hum-
hen, de veelheyt van haer Burgeren, als om de heerlijkheyt ha- fred Bohun voorde Munniken een kloofter gebout heeft,
rer gebouwen. Zy heeft een kerk en Collegie van Koning niet vêr van
Philips Norton, een vermaerde markt, de welke
Ina, ter eeren van S. Andra^as gebout, en is terftont van van de kerk, aen S.Philips gewijt, de naem heeft.
 NortoL

Vorftelijke mannen met vette inkomften verrijkt: onder de Wat laeger ftrekt zich het bofch Selwood, daer ik te voo-
welke Koning
Kinewulf haer m\\y66 jaer onzes Heeren ren af gezeyt heb, wijt en breedt uyt,dicht genoeg van boo-
zeer veel by-gelege plaetfen vergunt heeft^want wy lezen in men, van het welke het omgelegen landtfchap eertijdts
SeU
zijn brieven: Ik Kinewulf, Koning der Weft-Saxen, geve woodshire genoemt wierd, (gelijkEthelwerdus getuyght)
en fchenke by dezen, met toeftemming van mijn Biffchop- en de bygelege ftadt wordt noch heden
Frome Selwood ge-
pen en
Lands-heeren, een deel landts om de wille Godes, noemt, de welke met wolle-weven haer meefte gewin doet.
en daer beneffen voor eenige moeylijkheden , ons van Omtrent twee mijlen van deze ftadt,na
het weften,ziet men
onze vyanden, het volk van Cornubien , aen-gedaen, oot- ëen kleyn, maer nochtans treflijk kafteel, hetwelk van de
moedelijk aen den dienaer en Apoftel des Heeren Andrxas,
Be la Maren gebout, en Nonney de la Mare genoemt, en van Nonmy de
dat is, voor een Collegie van elf perzonen by de rivier, wel- de zelve erflijk tot de Powlets gekomen is. En niet vêr van iamare.
ke Wehe genoemt wordt, tot vermeerdering van het kloo- daer is Witham, alwaer de derde Koning Henrijk een kloo-
fter , het v/elke light omtrent de groote bron die
Wielea ge- fter voor de mannen gebout heeft.

noemt wort. Dit heb ik hier by geftelt,zo om de outhcyt,als Maër de Frome, nu door eenige kleyne rivierkens uyt dit
om dat zommige meynen, dat deze plaets de naem van de bofch vermeerdert, begeeft zich eyndlijkin de edele ri-
rivier gekregen heeft. De kerk zelve is voorwaer zeer vier
Avon, de welke, in de kromte loopende, terftont de ou-
fchoon,maer de
weft-gevel boven maten,want zy rijft geheel de ftadt bezoekt, de welke, om de warme bat-ftoven. van

Ptolo-

! si-

1

men.

f,
. \'i.

Chmon.

Sdwoed,

-ocr page 126-

SOMER SET

Watcnn Ptolotnazus r^KTkeEVUk^dat is,warme wateren,van AntO\' het dot^ Bath/lme dicht hy deze {kadthmgt, en hier noch
vandszon, ni^us Aqua Solis,Zonne wat&ren,van de Britannenzijn dijken en bolwerk toont. Ik weer nochtans dat \'er zijn
d^ Caer Badon,hy
de Saxen Bapancej"cep,bat;Baj5an, die het in \'t Graeffchap van York zoeken , maer Gildas be-

en om door den grooten toeloop der zieken , trekt het tot deze plaets j want men leeft in een gefchreven

dat is, de ftadt der zieken, van Stephanus Badiza,van ons hl- voorbeelt van de boekery van Cambrits, alwaer gehandelc
den
Bathe, en by de Latijnen gemeenlijk Bathoma genoemt wort van de overwinning van Aurelius Ambrofius: Tot op
wordt. Het light in een vlakte die niet zeer groot is,en van het jaer van de belegering van den Badonifchen bergh , die
alle kanten met even hooge heuvelen veie omwalt is, uyt de gehouden wort niet vêr te zijn van de mont van de Severn-
welke de aderen van altijd-lopende beexkens in de ftadt tot fche zee. Zoo dit niet overtuyght,zoo laet zy weten,dat het
groot gerief der burgers af-vloeyen. In de ftadt zelve ont- dal,het welk zich vêr langs de rivier tftrekt,in\'tBri-

ipringen drie warmeJbronneh , uyt-waeftemende dunne tanfch Nant Badon,dai is,het Badonifch /a(^/,genoemt wordt;
dampen van Hemels-blaeu en zee-achtige verw,gelijk zwa- en waer men den Badonifchen bergh zoeken moet, \'t zy by
vel-ftank,want het water wordt door zwavel en kalk gezuy- \'t Badonifch dal,zie ik noch niet. En de Saxen lang daer na
vert,de welke gezont, en een uytnemende genees-middel is deze ftadt niet durvende aengrijpen, hebbenze den Britan-
van de lichamen,de welke met quade dampen gequelt zijn^ nen lang gelaten. Maer in \'t
d lxxvii jaer onzes Heeren,als
want zy lokken door haer warmte het zweet uyt, en zy be- Cewalin,Koning derW"eft-Saxen,de Britannen by
Deorham
temmen de wederfpannigheyt der dampen. Zy zijn noch- verflagen had,zo heeft zy,door wapenen en gewelt bevoch-
tans niet tot aller uuren gezont,want van acht uren voor de ten, zich eerft onder de Saxen begeven: en na weynigh jaren
middagh tot drie uuren na de middagh fijn zy heetft en zie- verquikt zijndcjheeft zy haer nieuwen
naem Akmancejler,en
den meeft,en ontroert zijnde,ftorten eenige vuyligheyt van veel heerlijkheyts verkregen. Want Oshrich heeft \'er in het
de gront uyt,in welke tijdt zy gefloten worden ■, en niemant
d c lxxvi jaer een kloofter voor deNonnen,en Koning Of-
komt \'er in tot dat zy,door haer verlaten , zich van die vuy- fa,zo haeft als \'t onder de machtder Merciersgekomen was,
ligheden verloft en gezuyvert hebben.Van deze drie,is die, een andere kerk gebout, welke beyde door de Deenfche ver-
welke het Kruys-bat, om dat het kruys eertijdts daer in het woetheyt vernielt zijn.Uy t dezer puyn is namaels een nieu-
midden
opgeright;was,genoemt word,door een zeer zachte we kerk,den Apoftel Petrus toegewijt,ontftaen,in de welke
en bequame warmte laeu; en heeft op de kant twaelf zetels den vreedzamen Eadgar tot Koning gehuldight, der ftadt
van fteen,en wort met een muur befloten. De tweede,naeu- veel vryheden vergunt heeft, waer van de burgers nu noch
lijx twee-hondert voeten hier van af, is veel heeter, waer met jaerlijkfche fpelen gedachtnis houdenTen tijde vanEd-
van zy
Whot bath,dat is,heet,genoemt wort. Hier aen grenft ward de Confeffeur, gelijk men in de aentekening van Enge-
het gafthuys,van Reginald, Biflchop van Bathon, gefticht, lant leeft,gold het voor xx hiden,wanneer Scyra gold,deKo-
om de behoeftigheydt der zieken ce gemoet te komen, en ning had daer
lxiv butgers, en xxx burgers van anderen,
hier in\'t midden zijn twee ftraten,dewelke na het weft-eynd Doch dit geluk heeft niet lang geduurt, want terftont na
van de ftadt loopen. De derde en grootfte,is gelegen als in den inval der Noormannen,heeft hecRobert Mowbray
^neei
een hoek in de kromte van de ftadt,na by de hooft-kerk, en van denBiftchop van Conftantien,dewelke een grooten op-
wort het Konings-badt genoemt,is m.ede met een muur be- roer tegen den Roden KoningWillem verwekt had,vernielt
floten, en heeft xxxii zitfels zeer treflijk uyt-geholt, in de. en verbrant. Kort daer na heeft het nochtans zijn aêm ver-
welke mannen en vrouwen byzonderlijk zitten,dewelke,als haelt,door hulp van lan de
Villula vanToers inVrankrijkge-
zy daer in gaen, worden eerft met hnnen kleederen aen ge- fproten,dewelke,als hy Biflchop van Wellens was, deze ftad
kleet. Daer nu de groote kerk ftaet,zeght men,dat van ouds van den eerften Henrijk kocht voor 500 mark, (gelijk als
Den Tem- de kerk van Minerva geftaen heeft. Voorv/aer Solinus Poly- Malmesburienfis verhaelt,) en dcBiflchoplijke ftoel her-
hiftor,zonder twijftel van dezebat-ftoven fprekende,zeght: waerts over gebracht, en de naem van Biflchop van Welles
merva. Engelant zijn warme bronnen,met koftelijke toe-rufting behoudende,een nieuwe kerk tot zijn ftoel getimmert heeft,
uyt-gebout, tot nut van de menfchen, over welke bronnen Dewelke noch onlangs ten val neygende, zoo heeft Olivier
de Godtheyt van Minerva Vooght is , in wiens kerk de eeu- i^/\'«^^,Biflchop van Bathon,een ander neven die oude, voor-
wige vuuren noyt in haer vonken verouderen , maer wan- waer een groot werk:,en vol van heeriijkheydt,begonnen,en
neer het vuur vergaen is, verkeert het in fteene klooten. byna ten top gebracht. Doch zo hyze had mogen voltoyen.
Nochtans getuyght Athen^us, dat al de warme baden , die zy zou zonder twijflèl de eere boven alle Carhedrale ker-
uy t der naturen uyt de aerde fpringen, Hercules toe-gewijt ken van Engelant gedragen hebben. Maer deze eer hebben
zijn. En ik weet niet wat oudt heelt van Hercules, met zijn de onrijpe doot aen zo groot een Biirchop,de booze tijden,
hant een flang drukkende, hier in de veften onder andere en de gierigheydt van zommige,die \'t hier toe in Engelandt
oude
gedenk-tekenen,door de nijdighey t der tijt nu gantfch vergaderde gelde ^ als men zeght, ontfutfelt hebben, benijt.
vervallen,gezien wort. Maer om hier van niet te twiften,zoo Doch van toen af heeft Bathon, zoo in vvolle-wevery, als in
laet ons,belieft het u, toeftaen, dat de bat-ftoven zo wel aen toeloop der vreemdelingen gebloeyt,en zich
zelf met muu-
Hercules,als aen Minerva gewijdt geweeft zijn. Want de ren gefterkt, waer m zy eenige oude beelden en Roomfche
Grieken
hebben voor gegeven, datPallas aen Hercules, na opfchriften,om de outheyt te beveftigen, gezaeyt hebben,
zijn groote daden,eerft de badt-ftoven toebereyc heeft.\'t Zal die door \'t ftaende water van ouderdom nu zo vergaen zijn,
genoegh
zijn,zo ik door Solinus aenzien overtuygh, dat, als dat zy naeulijx gelezen konnen worden.En op dat \'er aen de
, hy fchrijft dat Minerva oft Pallas overfte dezer bronnen ge- waerdigheyt van Bathon niets gebrak, zoo heeft zy eenige

weeft is, dit de ftadt is , de welke de Britannen in haer tael Grooten met den tijtel van Graef vereert. Want men leeft
Caer "Bd- Caer Falladur genoemt hebben, dat is, de fladt van Ballas wa- dat Philebert de c/\'^;?^frjj^,uytBritannien gefproten,van den
Udw. " fgy.. ^^ant de zaek , de naem, en de betekening komen be- zevenden Henrijk met de zelve eer begiftight is geweeft.

quaemlijk over een.Dezer vont wijten onze verdichtfels aen Daerna heeft de achtfte Koning Henrijk, in \'t xxviii jaer
den Koning
Bleyden Clotth,dat is,Bleyden Toverer,hoe waer- zijns Rijx,Ian Bourchier,Ucex van Fitz.-warin,totGxaefYan
DeEngeU fchijnlijk,laet andere zeggen.Doch Plinius getuyght,dat de Bathon gekoren, dewelke in het xxxi jaer des Rijx van den vm B^.
fen z.ijn de
Britannen eertijdts de Tover-konft met zoo groore Godts- zelfden Koning geftorven is,dien zijn zoon lan gevolght is, thon.
NatmaU-
dienftigheyt geviert hebben , dat zyze den Perfen fchijnen dewelke meê in het derde jaer vanKoninginElizabeth fturf

ge<^even te hebben; nochtans durf ik deze badt-ftoven aen Dewelke lan, Heer van Fitz-Warin , ontfangen heeft, voor in hnhoek^
gedaen, ^^^ Tover-kracht wijten. Zommige van de onze,maer iet dat zijn vader doot was, van welken Willem, Graef van Ba- vm onder-
anders handelende, verhalen,dat lufius C^iar de vinder ge- thon gebooren is,die nu bloeyt,en zijn Edeldom met goede ^^kmg 3 r.
weeft is. Maer ik oordeeldat dezer kennis later tot de Ro- oefteningen tracht te verfieren. De
Aerdt-befchrijvers me- 8,
mevnen gekomen is, wijl Solinus de eerfte is, die daer van ten de lengte van deze ftadt op xx tijden, en
lvi fcrupulen 5
verhaelt.En deSaxen,omtrent het xliv jaer na haer inkomft en de breedte op l i tijden, en x x i fcrupulen. Neemt tot
in
Britannien,het verbont gebroken hebbende,en den alreê een toegift, zoo \'t u belieft, deze veerskens van Necha-

Bathe,

Va» de
i-fioven.

! I, ^

mus, die voor vier hondert jaren geleeft heeft, tot lof van

Bathon:

Wat is \'t van nood,ik roem,Bathoniens badt-ftoven,
Die
vordehjke zijn, en geen gezont heyt roven.
Ons
baden die zijn goedt, een zieken ouden man,
Een Flerefijnigh menfch, een die niét zijn en ka?}

I i Gezonti

uyt-gedoofden oorlogh ontftekende, hebben deze ftadt be-
legert i maer als de ftrijdtbaere Arthur haer over quam, zoo
Ven Bad hebben zy denBadonifchen bergh ingenomen,alwaer,als zy
nifchen°\' in de uyterfte hoop langen tijdt met grooten moet gevoch-

hergh. ten hadden,in grooten getale verflagen zijn. Dit fchijnt die
zelve bergh te zijn,die,nuto^i^w;^^ genoemt zijnde,over

-ocr page 127-

N.

E

L

D

E

Naeulijx vijf mijlen van hier door-fnijdt dc rivier Avon
het midden van Briftol,by de Britanncn Caer O der NantBa- ^^^^
Jon,dat is,defiadt O der in
V Badonifch dal. In de naem-keten
dcr oude fteden
Caer Brito, by de Saxen Bpigbtïfcop, dat is,
^en doorluchtige plaets. Maer dic dc zelve der Belgen VentA
genoemt hebben,hebben ons en zich zelf bedrogen. Dczê
ftadt,tcn deel in \'t landt van Gloceftcr gelegen, is geen van
beyde toc tc fchrijven, wijl zy haer eyge overheydt heeft, cn
een Graeffchap zy door zich zelf ingclijft. Zy light op een
verheve plaets tuftchen de
Avon, en het rivierken Trome >

Zie daer ook, luft u te leezen, twee oude opfchriften,zeer door veftingen en rivieren genoegh verzekert: want zy was
onlangs by de gemeene wegh, omtrent de ftadt in het veldt eertijts met een dubbele muur omringt. In het aenzien is zy
.van
Waldcot, uyt-gegraven, die Robert Chambers, ccn groot zeer fchoon,zo door dc gemeene,als byzondere huyzen,dat
liefhebber der oudtheydt, in zijne hoeven gebracht heeft, zy met haer naem over een komt, met goten langs onder«

aertfchcgangcn,en zo gebout, om dc vuylighcyt uyt te voe-
ren,cn wegh te fpoelcn,dat \'er tot dc zuyvcrhcyt cn gezont-
heyt niets ontbreekt, waer van hier geCn gebruyk van mift-
wagens is. En is met Iccf-tocht zoo voorzien,en in burgers
zo overvlocdigh,dat zy,nacftLondcn en York,dc voornaem-
fte onder dc fteden vanBritannien tc achten is. Wanthet on-
derling gebruyk cn dc bequaemhcyt van de haven,welke in
de boezem dcr ftadt zelf de fchcpcn met volle zeylen toe
laet, hebben den handel van Vele volkeren hier na toe ge-
trokken ; dewijl
de Avon welt door dc vloer van de aenkom-
ftigc zec,zoo haeft de maen nieu oft Vol is, zoo op, dat zy dc
fchcpcn, op \'t drooge liggende, by de elf oft twaelf ellen op-

al waer ikze uyt gefchreven heb:

G. MVRRIVS. C. F. ARNIENSIS.
FORO. IVLI. MODESTVS. MIL.
LEG. IL P. F. IVLL SECVND.

AN. XXY. STIPEND.

*H. S. E.
DIS. MANIBVS.
M. VALERIVS. M.
POL. EATINVS. ECL.
MILES. LEG. AVG. AN.
XXX. STIPEN. X.

H. S, E.

* Adjutri-

cis.Pias,
Foelicis.
»Hicfitus
eft.

♦ Cohortis
Equitura,

Ik heb ook deze oudthcdcn binnen de muuren gemet- heft. De inwooners zelve drijven een grooten koophandel

feit gezien, tuftTchen de ooft- en de weft-poort, ecnèn Her- door gantfch Europen, en zenden fchepen in de verdfte

culcs zonder flinkcr-hant,en in zijn rechter-hant een kolf, plaetfen van America.Op welke tijdt,en van wicn deze ftadt

op de breuk van de fteen, met fchoone en groote letteren: gebout is,zal niemant licht zeggen^zy fchijnt nochtans niet

*DEC. COLONI-® *GLEV. zeer out,wijl zy,in dc roven derDccnen,nergens by onfcGe«

VIXIT AN. LXXXVI. fchicht-fchrijvers gedacht wort; en voorwaer ik oordeel,dac

Daer na in gewikkelde bladeren,een Herkules,twee flan- zy in \'t hellen van \'t Saxfche Rijk eerft ontfproten is, wijl Zy

dat ztjn die drukkende, cn op een dekfel van een graf,tuftchen twee nergens voor het cid lxiii jaer genoemt wordt, als Harald

fUanGhce- ■ «I 1 â€”-----------1------------------1 _ J^ -------i i . — "

fier.

* Dccu-
ïioni.

* Glevi,

beeldekens, van welke het eene een hoorn van overvloedt
hield, met leelijke letters, die niet wel te leezen zijn:
D. M.
SVCC. PETRONI^ YIXIT
ANN. IIIL *M. UIL
^D. XV. EPO.
MVLVS ET VIGTI SIRANA
*FIL. KAR. FEC.

*Meniês.
*Dies.

* Filiaj

Kariflimae

fecerunt.

St eene flan-
Cainsham,

Fercepier^

(gelijk Florcndus Wingornienfis verhaelt)uyt Brytfiowa met
een vyandige vloot naer Walles voer. In de eerfte jarender
Noormannen gaf de bygclcgc hoeve
Berton, en dit Briflow
den Koning(als in \'t Scharbock van Engelant ftaet) cx mark
zilvers, en de burgers hebben gezeyt, dat Biflchop G. had
xxxiii mark, cn een mark gouts. Daer na heeft het Robert*
Biflchop van Gonftantien (als hy tegen den Roden Willem ^^
iet nieus pooghde) tot ccn zetel van den oorlogh gekozen ,
wimfier.
Een weynigh daer beneden op de breuk van een fteen het ftedeken beveftight, en ik geloof met die binnen-muur,
met groote letters: die noch ten deele overigh is. Maer na weynigh jaren zijn de

V R N. I O P. veften over al uyt-gezet met boom-gaerden, want aen het

Tuflichen de weft- en de zuyd-poort een Ophimhus, met zuyden wordt Radclijf, daer dc huyskens van de voorftadt
een ftang toe-gevouwen, twee menfchen hoofden met ge- waren,acn het ovenge deel dcr ftadt,met ccn fteene brugh,
krult hayr, van binnen in de borftweeringen van de veften, van beyde zijden, zoo met huy zen betimmert, dat het geen
en ccn lopende hacs hier aen vaft gemaekt,op ccn fteen met brugh, maer ccn ftraet gelijkt, gevoeght, en\'met wallen be^
verkeerde letters: floten,cn de inwooners zijn tot dc burgerfchap gefchreven;

V L I A. I L I A. over al zijn gaft-huyzen tot nootdruft van dc armen,en tref»

Een naekt man,gelijk als aen een zoldaet dc handt flaen lijke kerken tot Godes eer opgcright. Onder welke vêr de
de, ook binnen de borftweering der veften, bladeren, twee fchoonfte is dc kerk van S. Marie van
Radcliff,h\\X\'jten dc ve-
icggende elkander kuffende en omhelfende,een voetknecht ften , in de welke men heerlijk langs veel trappen opkhmt;
met ccn zwayend zwaert,en een uytgeftrekt fchilt,cen voet- zoo ruym en wel gcmaekt,zoo konftigh van fteen ovcrwulft,
knecht met een fpiets , op een fteen, met verkeerde letters: en met zoo hoogen tooren,dat zy, na mijn oordeel, al de Pa-
III V S A rochy-kerken in gantfch Engelant, dic ik tot noch toc gc-

I S. V X S C. zien heb, vêr te boven gaet. Hier in heeft dc ftichtcr Wil-

En het hooft van Meduza met flangen hayr. lém Canninges twee ccren-graven oft Tom ben; op het eene

Neven de zelve ^-z^«?» (de welke hier een fchcy ding is tuf- ftaet zijn beeldt met een Raedts-hceren kleedt, wanthy is
fchen dit landt en het landt van Glocefter) ziet men aen de vijf mael Schout van deze ftadt geweeft, en op het tweede
weft-oever
Cainsham, na Keina, een zeer heylige Bntanfche zijn zclfde beek, met een Prieftcdijk klect, want in zijn ou-
dochter,zo genoemt,van de welke de licht-gelovigheyt van derdom is hy Geeftlijk geworden, en Deeken geweeft van
de voorige eeuw velen wijs gemaekt heeft, dat zy flangen in het Collegie,dat hy zelf
teWeftbury gefticht heeft.Hier naeft;
fteenen verandert heeft, om dat zulke wondcr-werken der is ook een andere kcrk,dic zy
Temple noemen,wiens tooren,
fpclende natuur aldaer zomtijts in de ftecn-kuylcn gevon- als de klok flact, heen en weêr waggelt, zo dat zy zich van
\'c
den worden. Want wy hebben een fteen, dic van hier ge- overigh gebou afgcfcheurt heeft, en drie vingeren breet van
bracht was, gezien, in de gedaente van een in
-ecn-gcrol- boven tot beneden toe gcfplctcn zijnde, die fplect, als de
dc
flang,wiens hooft, wat onvolmaekt zijnde, in d\'omgang klok flaet,op en toc gaet. Ook kan ik dc kerk van S. Steven
uytftak, de uyterfte ftaert het middel-punt bevangende, niet verzwijgen,wiens hooge tooren de burger en koopman
maer van velen is het hooft af Hier in dc nabuurige landen,
Shipward,h) onzer groot-vaderen gedenken,met groote ko-
en ook elders, komt het
Percepier, een kruyt dat aen Enge- ften cn konft gebout heeft. Ten ooften cn noorden was het
lant byzonder is, waer in men bitterheyt cn
zurigheyt ver- ook met zeer vele wooningen betimmert, en de zelve wa-
necmt,noyt hooger als drie fpannen het
gantfche jaer door, ren met muuren becingclt, en befchcrmt door dc riviere
komt van zelfs voort,zondcr fteel met kruydige bloemkens,
Frome,êie welke, alsze tegen dc wallen aen-geftroomt heeft,
die welkc,met groote kracht,haeftigh het piflfen verwekt,en zoetelijk in de ^von loopt, en geeft een bequame ha-
uyt het zelvc wort, tot groot nut,ecn drup water getrokken, ven acn de fchepen, alsmedecen bequamcKacy, om de
gelijk P. P^na, in zijn aentekcningcn derÜamnien, aenge- goederen uyt en in te voeren. Omtrent dewelke (tuflTchen
tekent heeft. dc

Gezant, het is ook goedt voor eene die gevallen
Heeft, en het doet hem ook met zijngezontheyt hralle
ju
Het hellipt eenen menfch, en maekt hem ras enfris^
Die met een kouwe ziekt gequelt, gepijnight is.
Het geeft een vajlenftant aen alle arbeyt s-lieden.
Hetfielt de natuur wet, en kanze ook gebieden.
Dees iaden uyt zich zelfs, die geven zulken het ,
of daer een kop er-vat met vuur was onder zet.
Dit heeft zoo menigh menfch gefcheenen droch en dromen.
Wy weten dat dees plaets van zolfer is gekomen.

-ocr page 128-

S O M E R S Ë T - S H t Ë. Ãˆ. io^

de by-ecn-vioeying van dcAvon eri dc Frome) een groote gemaekt heeft, tot getuygfi nam onder de naem vän Graef

velt-achtige vlakte is, dewelke, overal met boomen beplant, van Mojon. Ook gemoet ons van toen af geen genoegh

aen de burgeren een zeer treflijk en aen-genanie wandel- uyt-gedrukt gewagh van de Graven van Somerfet, of het

plaets geeft. Aen het noord-ooften,alwaer het geen rivieren ware in dit af-fehrift van den derden Henrijk aen Pieter van

heeft,heeft Robert,des eerfl:en Koning Henrijx natuurlijke Manley, het welk ik, om het oordeel van andere uyt te lok-

2oon,dewelke men gemeenlijk den Roden Robert,Burger- ken,hier onder voegen zal: Weet,dat wy ontfangen hebben Ope te

meefter van Glocefter, noemt, om dat hy Graef van Gloce- manfchap\'van onzen bemmden oom Graef Willem, van al

fter was, een groot en vaft kafteel, tot befcherming van zijn zijn landen die hy van ons bezit, en voorneemlijk van het

ftadt, gebout, en heeft door Godtvruchtigc genegentheydt Graeffchap van Somerfet, het welk wy hem gegeven heb-

den tienden fteen beftemt, om een kapel te timmeren, zeer ben, met al zijn toe-behooren, voor zijn onderdanigheyt en v eerfle jlef

na by de Abdye Van S. lacob, dewelke hy ook omtrent de dienft, behoudens ons Koninglijk recht Voor ons: en daer v^» zijn

ftadt getimmert heeft. Deze had tot huys-vrouw Mabi- om belaften wy u, dat ghy hem doet hebben de gantfche in- f^eerfchi»^

lia, de dochter en eenige erfgenaem van Robert Fitz-Ha- komft van het voorzeyde Graeffchap, met al zijn toe-beho-

mon, die deze ftadt door leen-recht van Willem de Noor- ren, en dat ghy in geenigh van\'t andere des voorzeyden

man gehat heeft. Dit kafteel,ter naeuwer noot gebout zijn- Graeffchaps in laet, &c. En \'t is bevolen aen alle Graven,

de,is van Koning Steven belegert^ maer hy is,zonder iet uyt Bart)nnen,Zoldaten,en vrye lieden, van het Graeffchap van

te rechten,gedwongen geweeft terugte wijkenjen,weynigh Somerfet gehouden,dat zy dien zeiven Graef getrouwen on-

jaren daer na daer in gevangen gefloten , heeft geleert hoe derdanigh zullen zijn, behoudens haer eet aen den Heer

onzeker het avontuur der oorlogh is. Over de rivier Frome, Koning, en dat zy hem in \'t overige gehoorzaem en onder-

\' dewelke met een brugh bedekt wordt aen de Frome-poort, danighzijn,alsharen Heere. Ofhy hier uyt Graef van So-

klimtmen in de kromte langs een fchuyn berghsken,op een merfet, als ook van Denshier (want van den zeiven Willem

hooge heuvel, van waer een aengename uytzicht op de on- heeft hy infgelijx met de zelfde woorden aen Robert van

derworpe ftadt en haven is. DeZe heuvel wort zijn top ter- Courtney gefchreven ) geweeft is , laet ik andere oordeelen.

ftont tot een breede en groene vlakte ge-effent, welke in \'t Onder dezen derdenHenrijk,als \'er ftaet in een Franfch ge-

midden met een dubbele regel boomen overlommert is,tuf- fchreven boek,welk aen het Ridderlijk geflacht der Mohuns

fchen welke een fteenen Prcekftoel cn een kapelle is, in dc- behoort, wordt verhaelt, dat Paus Innocent, in een hcyligh-

wclkc men zeght, dat lor dan, met-gezel van S. Auguftijn, dacghfche vreughd, Reginald Mohun tot Graef van Efle gc-

Apoftcl der Engelfen, begraven is, nu is \'t een gemeene maekt heeft,dat is, gelijk de fchrijver vcrtaelt, van Somerfet,

School: cn van beyde zijden, op dat ik dc fchoone en nette gevende hem een goude roos,en een jaedijkfché inkomft te

huyzen van byzonderen vcrzwijgc,mct gemeene en hecrlij- betalen acn het Outer van S. Paulus tot Londen. Zoo dat AfojioUß

ke gebouwen vereert. • Aen deze zijde is de fchoone kerk, deze nict eygentlijk een Graef,maer een Apoftohfche Graef

dieze Gaunts noemen, na haer ftichter Henrijk Gaunt Rid- fchijnt j want in die tijdt wierden die zoo genoemt, die van

der, die, het aerdtfche te rugh ftcllcndc, zich hier Gode ge^ den Paus van Romen gekoren waren, gelijk die van den

heylight heefti maer nu is zy door wcldacdt Van T. een Keyzer geftelt waten, Rijx-Graven genoemt wierden : zy

rijk burger,omdcwcczcntc Voeden gekeert. Aen d\'andere hadden onder zekere voorwaerden macht Notariffen , Bo-

zijd, daer recht tegen over, vertoonen haer twee kerken, S. den, en onechte kinderen wettigh te maken, Szc, Lang gc-

Auguftijn toe-gewijt,dc cene is kleyn,cn cenParochy-kerk, noegh daer nawas lan van^^^/^r/,natuurlijke zoon van lan Ziet de

de andere is grooter, cn van den achtften Koning Henrijk van Gent,Hertogh van Lancafter,cn Cathrijn Swinford,\\3in Graven

met de Biflohoplijkc ftoel,en zes Proveniers vereerti welker den tweeden Koning Richard,met zijn broeders en zufters, Porßl

grootfte deel vervallen is, daer dc poort van hét Collegie, met tocffemming van \'t Parlament, gewettight, tot dc eer

könftelijk gebout, dit opfchrift vertoont: Van Graef van Somerfet gevordert, en namaels tot Mark-

REXHENRICUSII. ETDOMlNUS RO- graef van Dorfet gekoren^ doch is terftont Van den vierden

BERTUSFILIUSHARDINGI, FILII RE- Henrijk van deze eer ontrooft, en alleen den tijtel van So-

GIS DANI^ , HU JUS MONASTERII merfet gelaten. Dezen zijn drie zonen gebooren. Henrijk,

PRIMI FUNDATORES EXTITERUNT. Graef Van Somerfet,de welke zeer jong geftorven isilan,van

Dat is: den vijfden Koning Henrijk tot eerfte fJertogh van Somer-

Be II Koning Henrijk,en Heer Robert, Hardings zoon, de fet gekoren, de welke zijn eenige dochter Margriet, moeder

zoon van den Koning van Denemarcken, zijn de eerfle flieh- van den zevendcKoning Henri jk,gcteelt heeftjen Edmund^

ters van dit kloofter ^eweefl. die zijn bröedcr in \'t Hertoghdom na-gcvolght is, cn cen

Baronnen DeZen Robert,Hardings zoon,uyt het Koninglijke bloet tijdt lang Regent van Vrankrijk, t\'huys ontboden, met het

van Bark- der Dccncn gebooren , is een Edel-man van Briftol, cn den verlies van Normandyen beticht, cn dieshalVen van het ge-

Koning Henrijk zoo lief geweeft, dat, door des Konings mecne volk veel zwarigheydt geleden hebbende, is in den

gunft , zijn zoon Maurits, de dochter van den Heer van droevigen oorlogh tuflchen Lancafter en York, in den eer-

Barklèy ten houlijk gekregen heeft: van waer dat zijn nako- ften flagh by S. Alban gebleven. Zijn zoon Henrijk, in zijn

Re0€f mclingen,dic met groote eer gebloeyt hebben,nu noch Ba- plaets geftelt zijnde,tcrwijl hy dc tijdt dicnde,en nu de zijde

vm het ronnen van Barkley genoemt worden, van welke zommige van York , en dan het leger van Lancafter volghde, is ten

klooßer. in deze kerk begraven zijn. iaetftcnindcnflaghbyH^x^^»? van die van York gevangen.

Van hier af, daer de Avon afloopt, zijn van beydc zijden en om zijn Hchtvaerdigheyt onthalft. En zijn navolger en

Proote ftccn-rotfen, die de natuur als met ernft fchijnt ge- broeder Edmund, laetfte Hertogh van Somerfet uyt dit gc-

EnoelCe maekt te hebben. Een van deze, dewelke ten ooften aen de flacht, is, het heyr van Lancafter by Tmkef bury geflagen

Dtman- rivier light,wordt S. Vincent genoemt, en is zoo vruchtbaer zijnde, uyt dc kerk, in de welke hy, deerlijk gewont zijndc ,

ten, van Diamanten, dat iemandt \'er fchcpcls mê vullen zoud. gevlucht was,uyt-gchaelt en doot-geftekén. De wettige zo-

Maer door dc overvloëdighcyt zijnze by de onzen weynigh nen uyt dit geflacht alzoo uyt-geblufcht zijnde, zoo heeft

eeacht : want behalven datzy met haer helderen glans dc eerft de zevende Henrijk zijn zoontjen Edmund , die ter-

Fndiacnfe tartcn,zo wijken zy dezelve flechts in hardigheyt. ftont geftorven is, en daer na de achtfte Henrijk zijn na-

Maer om dat zy van de natuur zelve zes- en vier- kantigh tüurlijkcn zoon Henrijk ( Fitz-Roy genocmtj met deze tij-

glat geflepen zijn, daer in acht ikze vcrwondcrcns-waerdi- tel Vereert.De welke zonder kinderen geftorven zijnde, zoö

oer. Dc ander rots aen de weft-zy is ook vruchtbaer van heeft de zeftc Edward, Edward van Seimor met deze eer be-

Diamanten, dewelke van holle en roodt-achtige kcyzcl- kleet,dc welke vol eers, en met tijtels ovcr-laden, te weten,

fteenkens (want hier is dc aerdt root) als baer-ziek,door êcn Hertogh van Somerfet, Graef van Hertford, Onder-Graef

wonderlijke naerftighcyt der natuur,begrepen worden. De van Beauchamp, Baron van Seimor, Oom van den Koning,

Avon, deze rotfen voorby geloopen zijnde, wort in dc mont Befticrer des Konings, Befchermer van zijn Rijken, Heer-

der Severn eyndlijk door een volle kolk ontlaft. lijkheden,en Onderzaten; Stadthouder van het leger te wa-

Grav^n en Nu is ovcrigh dat ik de Graven en Hertogen van dit lanC ter en te landt; Schatmeefter en Graef Maerfchalk van En-

Hertogen van Somctfct optellc. De eerfte Graef van Somerfet zeght gelandt j Ovcrftc van de eylanden Gernfey, en larfey, &c.

van stmer- men,dat geweeft is Willem van Mohun, oft Mojun, dewelke fchielijk als door fpot van \'t avontuur overvallen, om een

dezelve fäijnt tc wezen, die de Keyzerinne Machdld in de lichte mifdaedt, cn daer toe van zijn vyanden met bedrogh

brief, waer door zy Willem van Mmdevill, Graef van Eflex opgemaekt, van zijn eer en leVen berooft is.

In dit Graeffchap mrden 585 Parochiën getelt.

\' -i

■■\' -i
. i

■l"

i\' miß

-ocr page 129-

SïO

W I L S H I R E.

Et landt Wilshire, welk ook
een landtfchap der Belgen
geweeft is, wort by de Engel-
Saxen Wilfe\'c\'ca, by de La-
tijnen gemeenlijk
Wiltonia,
van haer eertijts vernaemfte
ftadt
Wilton, genoemt, gelijk
dezelve van de rivier
Willy :
het is gantfch middelantfchi
want ten weften is het met
het landt van Somerfet, ten
ooften met het lant Berchier
en Southanton,ten noorden met het lant van Glocefter,ten
zuyden met het lant van Dorcefter, en ten deel met het lant
yan Southanton,befloten. Dit landt is vruchtbarigh,zoo in
ftrijdtbare mannen, dewelke (gelijk lohannes Sarisburienfis
in zijn
Polycratiumveih.2idt) haer zeiven,om haer ftrijtbaer-
heyt,met Cornwal en Denshier,in den flagh de hulp-bende
onder de Engelfen toe-eygenden: als in overvloedt van alle
dingen, en is door zijn verfcheydenheyt zeer aengenaem.

Het noorder-deel rijft een weynigh met genoeglijke heu-
velen, eertijdts met dichte boffchen,welke nu verminderen,
bekleet, en met klare rivieren befproeyt: want de ifis^ heer-
fcher der Britanfche wateren, dewelke daer na de naem van
Tamißs, oft Teems aen-neemt, hoewel zy nu kleyn is^ en an-
dere rivieren van kley ner volkeren, van dew elke ik op haer
plaets verhalen zal, door-vloeyen \'t. Maer het zuyder-deel
voedt met een ruyme en gras-rijke vlakte,ontelbare kudden
van fchapen,en heeft zijn rivieren,beeken,en wellen van al-
tijdt-fpringende bronnen. En het midden-landt, het welk
meeftendeel vlak en eftèn is,door-fnijdt een dwarfche graft,
met een wonderlijken arbeydt, van het ooften naer het we-
ften, veel mijlen ver gevolght, de inwooners noemenze
Wansdike, dewelke zy , door een gemeene dwaling, zeggen
van den Duyvel op eenen Woenfdagh geleyt te zijn. Want
zy wort by de Saxen Wooenep
-Dic,dat is,Woodens,oït Mercu-
rius dijhg&aozxxw,
en van Woden dien valfch-geloofden God
en vader der Engel-Saxen, zo \'t fchijnt. Maer ik heb altijdt
gelooft datze van de Saxen daer gemaekt is, om het Rijk
van de Merciers en Weft-Saxen van malkanderen te fchey-
den : want dit is de oorlogh-plaets geweeft, als zy onder
malkanderen ftreden om het Rijk te vermeêren. En by de-
ze graft light het dorpken
Wodensburge, by het welk de
ftrijtbare Ceaulin,Koning der Weft-Saxen,in \'t
d xc jaer,
terwijl hy de palen van zijn Rijk befchermde,van de Britan-
nen en Engelfen door een heftigh gevecht zoo gebroken
was,dat hy nootzaeklijk het landt verliet,en in ballingfchap
zelfs, tot een jammerlijk Schou-fpel zijner vyanden, geftor-
ven is. En hier by,op dat ik van andere dingen zwijge,heb-
ben Ina de Weft-Sax, en Ceolred de Mercier,met een gelijk
gevecht geftreden. Dufdanigh een graft was die, door de-
welke Offa de Britannen van zijn Merciers geweert heeft,
nu noch
oßadtke genotmt: en daer worden noch eenige an-
dere diergelijke gezien by de Ooft-Engelfen, met dewelke
zy zich tegen den aenloop van de Merciers befchermt heb-
ben , van dewelke wy op haer plaetfen breeder zullen fpre-
ken.

In het noorder-deel van Wilton , daer de Teems aen
fpoelt,is de ftadt Cr^f^/^^^^^by andere
Grekelade van deGriek-
fe Wijs-gieren, gelijk zommige lichtlijk gelooven,genoemt,
dewelke de Gefchichten van Oxford getuygen,dat daer een
Hooge School gefticht hebben, dewelke daer na tot Oxford
over-gebracht is. Hier by h\'ght
Lediard Tregoze,ecn woon-
plaets van het Ridderlijk geflacht van S, /
ö^äs,dewelke Mar-
griet van
Beauchamp,die daer na Hertogin van Somerfet ge-
weeft is,aen Olivier van
S. lan haer tweede gebooren zoon
gegeven heeft. Want tot haer zijn door
Tatishid,Grandifon,
enTregoze,
die vermaerde namen gekomen. En hier by
light
Wotton Baffet, het welk,gelijk de naem zelve getuyght,
aen het vermaerde geflacht der
Baffèts toe-behoort heeft.
Doch in de voorgaende eeuw is het de wooning geweeft
(gelijk ik verftaen heb) van den Hertogh van York dewel-
ke daer een zeer groote warande,om wilde dieren in te fluy-
ten, geftelt heeft. Hier aen heeft het bofch Breden, nu Bre^
denfore/l,m}t
en breet behoort,het welk van EthelwaldCh-
ton,met zijn Deenfche hulp, door allerley ongeval van oor-
logh verwoeft is. Aen welx weft-zijdfe de rivier
Avon (waer
van hier vooren) zoetelijk voorby loopt,dewelcke, als op de
noorder-grens van dit lant uyt-geftort,ten zuyden af-vloeyt,
en t eeniger tijdt (als Ethelwerd aenmerkt) de landt-fchey-
ding tuflchen het Rijk van de Weft-Saxen en Merciers gé-
weeft is, aen dewelke dikwijls groote oorlogen gevoert zijn.
Terwijl zy noch kleyn is , fpoelt zy onder aen de heuvel
van
Malmesbury, die haer over hangt, en een beexken inne-
mende, omringtze bykans. Dit is voorwaer een treflijke
ftadt,en vermaert door het Laken-maken, dewelke,alsmen
in \'t lof der Gefchichten leeft,Dunwal Mulmut,Koning der
Britannen, te gelijk met de kafteelen
Lacok en Tetbury ge-
bout, en
Caer Bladon genoemt heeft en als het zelve eynd-
lijk door den brandt der oorlogh vervallen was, zoo zeght-
men, dat uyt haer puyn-hoop een kafteel ontftaen is, dat
onze voor-ouders in haer tael In^elbopne genoemt heb-
ben, in welke tijdt de Saxifche Koningskeus, haer Koning-
lijke wooning te
Caerdurburge gehat hebben , nu is het het
dorpje
Brokenbridge, naeulijx duyzent fchreden daer van
af. Ook was het voorwaer langen tijdt met geen andere
naem,als
Ingelborne, bekent, tot dat een lerfche-Schot Mai-
dulphjCen man van groote geleertheyt, en zonderlinge hey-
ligheydt van leven, met de luftigheydt van het bofch bevan-
gen , het welk hier onder dezen heuvel gewoflen was, daer
een Heremijts leven leyde: dewelke daer na dèfchoole ope-
nende, en, zich met zijn toehoorers tot het Munnike leven
begevende, hier een kloofterken gebout heeft. Hier door
begon de ftadt van dezen Maidulph,
Maidulfeshurge voor
Ingleborne, by Beda Maidulphsftadt, en daer na in \'t kort
Malmesbury^exïoem. te worden: ook wort zy by zommige
Gefchicht-fchrijvers, en in oude giften op deze plaets ge-
daen,en
Maldunsburg genoemt. On-
der Maidulphs leerlingen heeft inzonderheyt gebloeyt Al-
delmus,dewelke, tot zijn navolger beftemt zijnde, met hulp
van Eleuther, Biflchop der Weft-Saxen, aen dewelke de
plaets gerechtelijk toe-behoorde, daer een treflijk kloofter
gebout heeft, en is daer de eerfte overfte van geweeft,van de-
welke het zelve ook in een gefchreven boek
Aldelmesbirig
genoemt wort. Maer deze naem haeft verdwenen zijnde,zo
blijft nochtans des mans gedachtenis,als die onder de heyli-
gen getelt is. En op zijn Eeeft-dagh is hier een treflijke jaer-
markt, op dewelke een bende van zoldaten plagh aen-ge-
nomen te worden,op dat \'er geen twift onder zo veel vreem-
delingen ontftont. En hy is voorwaer waerdigh,dat zijn ge-
dachtenis in eeuwigheydt duure, niet alleen onder de naem
van heyligheyt,maer ook van geleertheyt,gelijk toen de tijd
meê-bracht. Want hy was de eerfte onder de Engelfen, die
in \'t Latijn gefchreven, en de wijs van Latijnfche veerzen te
maken, de Engelfen geleert heeft, het welk hy van zich zelf
met deze veerzen belooft, en gehouden heeft:
Indien het leven my niet haeftigh wordt ontnomen,
En in mijn vaderlandt ik d\'eerjie weer gekomen
Zal zijn, zoo voer ik daer de Mufen al-te-mael
Van Aonios top, dat ik haer lof verhael.
Dezen Aldelmus nu doodt zijnde , zoo heeft die groote
Athelftan hem tot een Befcherm-heyligh genomen, dewel-
ke , om die oorzaek, deze ftadt met groote vryheden begif-
tight, het kloofter met groote gaven verrijkt, en zich in het
kloofter een graf verkoren heeft, het welk de inwooners
noch hedensdaeghs vertoonen. Van Athelftan af heeft dit
kloofter in zijne groote rijkdommen voortaen gebloeyt, en
heeft, onder andere mannen van groote geleertheyt, voort-
gebracht Willem, dewelke hier van Malmesburienfis ge-
noemt is, wiens geleerde naerftigheydt de kerklijke en bur-
gerlijke Gefchichten van Engelant veel fchuldigh zijn. De
fiad ook,als door hulp van\'t kloofter onderftut,was door toe-
doen van den Biffchop Rogier van Sarisbury beveftigt, die-
ze,als d\'oorlog tuflbhen Henrijk van Anjou,\'en KoningSte-
ven ontftak, met muuren en een kafteel gefterkt heeft, het
welk, eenmael van den tweeden Henrijk belegert zijnde,
zich treflijk verweert heeft. En dien heerlijken Biffchop
heeft hier en ce Sarisbury huyzen gebout, in ruymte wijdt

< r .

Vm de ri-
vier/fs.

! i

I

JVmfdihi\'

De landt-
fcheydende
grap.

Lediard»

Wotton
Baffet.

uyt-

Hetforeß
Breden.

Mdmes-

hmy.

Inglebcrni.
Matdul-
f)hm
tm.

Aldelmus.

JVtUem

Malmes»

btirienfts.

% I

-ocr page 130-

I , r
» -, s

\\V I L S

üyc -gefprèyt/koftelijk van gelt/choon van aenzien: met zo
neteent\'zaem-gevoeghde orde van fteenen, dat de t\'za-
men-voeging het gezicht verrukt, en de gantrche ftof een
fteen nabootft. Maer het kafteel is weynigh jaren daer na,
door toe-lating van Koning lan,tot gebruyk van de Munni-
ken geftecht, op dat daer van hét kloofter vergroot zoud
worden, die daer geftadigh met huyzen en inkomften iet
by-gevoeght hebben, tot dat dien uyterften dagh over de
Cohcilie kloofteren van Engelandt uyt-dobberde. Toen zijn de in-
vanAqnu- komften, en de zo lange jaren vergaderde rijkdommen ver-
grmutn. ftroyt, het welk, als onze voor-ouders houden, geweeft zijn,
de beloften der geloovigen, de loonen der zondaren, en de
erf-goederen der armen. En de kerk Zoud het gemeene
lot der verderving onderworpen geweeft hebben, \'t zy dat
Stumpius Pannarius, een zeer rijk man, die met vele gebe-
den,maer met meerder geit voor izijne burgeren vedoft had,
van dewelke zy tot een Parochie-kerk, als men \'t nöemt,
verandert, ten meeftendeels noch heden overigh is.

Van de ftadt van Maidulph vloeyt de rivier K^von af, en
loopt naer
Dantefey, het welk door zijn bézit de eertijdts in
deze wijk vermaerde Ridders de naem gegeven heeft: van
dewelke het door de
Eafterlings, gemeenlijk Stradlings, aén
hetgeftacht van gekomen is. Uyt het welk Hen-

rijk de tijtel en eer van Baron ÏDanvers vmBan-

tefèy,êioot gunft van. Koning lacob,onlangs bekomen heeft.
Omtrent zes mijlen van hier ten ooften ontfangt de ^^\'i\'/?«!
een kleyn riviérken, het welk midden door het oude ftede-
ken
Calne, met een fchoone kerk op fteenachtige aerde ver-
ftert, heenen vloeyt, alwaer tuflchen de Munniken en Prie-
fters , om der ongehouden ftaet van de Priefters, een groot
oproer ontftont,een groot Synodus in\'tDccccLxxvii
jaer
onzes H eeren gehouden is. Maer ziet in het midden
van \'t gefchil, is de vergader-plaets, daer de ordens gezeten
waren, door dien de zoldering af-geweken,en de balken ge-
broken waren,haeftelijk met Prelaten, Grooten, en Edellie-
den neder-geftort, veel zijn door de puyn-hoop verplet,
en vele gedoodt, alleen Dunftan, die overfte van het Syno-
dus was, en met de Munniken hield, is \'t ongequetft ontko-
men. Welk wonder-werk (want zo hield het die eeuw) wort
gelooft, het opzet der Munniken inzonderheydt geftijft te
hebben.

Van hier loopt de rivier Avon,gtodtct zijnde,na Chippen-^
Chippen- ham, van de Saxen CyppanJ?am genoemt, nu alleen door
ham, een koop-markt vetmaert, van waer \'t ook de naem heeft.
Wilt Cyp- want Cjppan betekent in \'t Saxfch Kopen, én Cypman een
pan
te z.eg- Koop-man, gelijk ons cheppen en Chappman, en by de Duyt^
genü. fen .^atlffmart. In die tijdt was het een Koninglijke hoeve,
en van Koning Alfred aen zijn jongfte dochter by uyterfte-
wil cremaekt. Daer is nu niets byzonders te zien, als dé
kerk, dewelke van de Baronnen
Hungerfords, gelijk als uyt
haer wapenen blijkt, gebout is. Hier tégen oVer, maer wat
verder van den
oever,light Cosham,Vi\\x een dorpjen, eertijdts
ook een Koninglijke hoeVe van Koning Ethelred, en ver-
maert door \'t vertrek van de Graven van Cornwal, Van
waer men het oxxdek-^^ztXCAfilecomhentx., eertijdts door
zijne Heeren de
Wakers van Bunpvill verheerlijkt, uyt
welk geflacht de
 Graven van Southanton, haer

geflacht rekenen. En Petronilla des laetften Wakers doch-
ter,en rechte erfgenaem van Robert van
Montfort^eéi ge-
trout, en haer Zone Willem gebaert, dewelke dit kafteel, en
de overige hoeven aen Bartholomjeus
Badilfmer verkoft
heeft , van wien (als ik verftaen heb) het aen de
Le-Scrops
gekomen is,dewelke het van die tijdt af gebat hebben. Maer
laet ons
nu weder tot de rivier keeren, waer aeri liggen Lek-
ham,
een wooning van het vermaerde geflacht der Bainards,
daer dikv.\'ijls Roomfche penningen gevonden zijn, en La-
cok,
daer de Godtvruchdge vrou Ela, Gravin van Sarisbury,
nu weduwe, in \'t 12 5 z jaer een kloofter (als ook een ander
by
Benton) ter eeren de heylige Maeght, en S. Bernardus
gefticht heeft,in het welke zy zelf haer lichaem en ziel aen-
dachtlijk aen de Godtsdienft toe-geheylight heeft.

Van hier heeft de Avon, met boomen verfiert,geen lange
VJz^^do^rBrumham, eertijdts de woon-plaets van de Ba-
ron van
SanBAmand, af-geleght, als zy ten ooften een ri-
7he Vies, vierken in zich inlaet, welk dicht by het kafteel De Vies,De-
Devtz.es\'. vizes,
oft The Vies zijn oorfpronk opent. By Elorentius Wi-
gornienfls wordt het
DiviJto,tn by Neubrigenfis Di\'utfd ge-
noemt. Dit
was voorwaer eertijdts een heerlijk kafteel, van

Baritefej,

Baron van
Vanvirs.

Cain.

Synodm
ever den
ongehouden
fiaet van de
friejfers.

Cosham.

Cafllecom-
he.

Lekham.

Lacoki

iiï

plaets en werk zeer vaft, maer nu door den tijdt gantfch
Vervallen. Dit kafteel, op dat het al de eer en Jof de andere
kafteelen van Engelandt ontrooven zoud, is gebout van den
Biflchop Rogier van Sarisbury, met uytnemende onkoften-,
den welken het avontuur van een Priefter tot de tweede
waerdigheydt naeft den Koning verheven had. Maer het
avontuur (als een zeght) heeft niemandt daer toe verheven,
dat het noyt zoo veel gedreyght i als hem toegelaten heeft.
Want Koning Steven, hem vyandigh zijnde, heeft hem
dit kafteel en \'t Shirburifch , met zijn groote rijkdommen,
die hy gehat heeft, ontweldight, en heeft dien ellendigeri
ouden man, zoo door honger en kommer in de gevangnis
gebroken, dat hy tuflchen vrees van de doot,en pijn van het
leven, niet wilde leven,en niet kon fterven. Op welke tijdt
men dat gefchil hardt gedreven heeft, of het geoorloft was
aen een Biflichop.na de Geeftlijke wetten, kafteelen te heb-
ben, oft zoo het door toeladng geleden wierdt,oft zyze niet
in verdachte tijden in handen van den Koning overlevereii
moeten.

Als de Avon dit riviérken tot \'gezelfchap öntfangen
heeft, zoo vloeyt zy naer het weften, én terftont vloeyt daér
een ander rivierken van het zuyden in, het welk de bygele-
ge huyzingen , diemen
Broke noemt, de naem geeft / doch ^öronmn
de huyzen zelve zijn eertijdts de wooning geweeft van lan
Favdey , die Heer geweeft is Van de Hundred vm Wefibury,
en daer na hebben zy den tijtel van Baron gegeven aen Ro-
bert
Wiüeughby, om dat hy van Paveïey, door de Cheneys af-
komftigh is, na dat hem de zevende Koning Henrijk tot
de waerdigheyt van Baron verheven had, dien hy zeer lief,
en een weynigh tijdts (zoomen zeght) als Overfte oft Ad-
mirael van de vloot geftelt was. Waer van hy het roer van
een fchip (gelijk als Pompejus, eertijdts Overfte van de
Roomfche vloot, een fteven op de penningen) gebruykt
heeft. Maer dit geflacht is, gelijk als een doodt kruyt, zeeC
haeftigh verdweenen. Want hy heeft een zone nagelaten,
die Robert, Baron van \'Prook, genoemt is geweeft, dewelke
by zijn eerfte huys-vrou zijn zoon Edward, voor zijn vader
geftorven, geteelt heeft, wien een eenige dochter gebooren
was, aen den Ridder Eulco
Grevillgetrout, en by zijn twee-
de vrouw twee doch teren, door dewelke zijn rijk erf-goedt
aen de Mark-graef van Winton, en den Baron van
Montjoy
gekomen is. >

Hier by ten boften Xi^tBdindon , tmijdts Eathandune, Ediffde£
alwaer de Koning Alfred de roovende ftoudgheyt derDee-
iien, door zo vermaerde flagh, als oyt, geluklijk t\'onder-ge-
bracht heeft; en heeftze zoo gedwongen, datze hem met
eeden hebben moeten beloven, terftont uyt Engelandt te
vertrekken. Op wélke plaets ook Willem van
Edindon,
Biflthop van Winton, dewelke in zonderling aenzien by
den derden Köning Edward, en van hier gebooren, zoo ge-
noemt was, éen Collegie voor de goede menfchen, als zyzé
genoemt hebben,opgericht heeft. Maer aen het rivierkeh,
van het welk ik gefproken heb, een weynigh hooger j light
aen de heuvel
Trudbridge ^ eertijdts TfuJjabjiig genoemt, trudbrid-\'
dat is, een vafte en getrouwe brugh. Maer om wat reden dat
het deze naem gekregen heeft, kanmen niet weten; het
bloeyt nu inzonderheydt door de wolle-^vevery,en toont de
overblijffelen van een kafteel,het welk aen het Hertoghdom
van Lancafter toebehoort. De
Avon,rr\\ci dit rivierken ver-
meerdert, verfpreyt zich aen
Bradford, eertijdts Bradenford, Èradford,
zoo genoemt van een breede ondiepe plaets in \'t water, aen
een nederhangend berghsken gehecht,en gantfch uyt fteen
op-gebout, alwaer Kenilwach, Koning der Weft-Saxen, in \'t
den burgerlijken oodogh, zijn
zwaerdt met bloedtgeverwt
heeft,tegen zijnen bloedt-vnendt Cuthred. Hier vedaet de
rivier
Avon Wilton, en bezoekt het Graeffchap van Somer-
fet, om de warme wateren te bezichten.

De weft-grens van dit Graeffchap daek hier récht af naer
het zuyden door
Longleat, de treflijke huyzen van het Rid- Longkad»
dedijk geflacht der Thins, dewelke van dc Bottevills gc-
fproten zijn, hoewel
zy eensófttwccmael verbrandt zijn.
Mayden Bradley, zo genoemt door een dochter van de twee- A<[.zydefi
de erfgenaem van Manaflir Bifet, in zijn tijdt een man van Br^ky,
grooten Adel, dewelke, zelf ccn mclaetfchc maeght zijnde,
hier een huys voor dc mclaetfchc
maeghden geftelt, en met Stourto»,
haer erf-goedt verrijkt heeft ^ gelijk haer vader te vooren l^tmr-
op die plaets een Abdy gefticht had.
Stourton , de woon-
plaets van de Baronnen van stourton.ds^^^^ de zefte Hen- yj. d.

Kk^ rijk

Ë.

R

H

rn

i^\'i

I ü

i

: 1 Ni

lil

■ (N

: 1)

■ ; ■ ■ 1
■ \' , t ■ il

1

1 i

il,

: , )■ r

m

■Ki \'

» M
■1

-ocr page 131-

B iX R C

jfj

Tairsfiri\'

L echla.i^

ff

Jl c .

H X R I

TCsitiffarl \'1
vt ---v.

■ Snfcirt

\'S

Dr^dl

SautSarnayi

\'Tariniaaj

Calculi

1 Sametj^M Sharncfftc OJkn^en..

tial4 T

Okefey

V TetUrye^/ MALM.ESBV,RY

Jt>t_ 3ury ilunflcn
TOidhiJl
1

Brad. *S

0

XiOn^tizwtan-

\\

Shu

Brphefiiaroe

"Pton.

"lame !

pS. tm^ian.

I \'

j \'Reibarnt Sxrattijiv
i

A

.„a

\'Yaxley

^ ^r

0

^ XuJJ^ntjrv

^^ortoit Cclo^arlc

J

Bradfc.ld£ 1

lt_ Auiume

Syary

iiinmnuiiimiiiiimm^

\'Dricats

, yTTf^\'^\'"^/ HVND RED.

/ vifhttrn, \\ Canes

kj

Jlyittyc.

\'lunCibn. ™ Stxntoth, %,Shriiichiuiv
\'hurietea. \' Mrjlmi

^urctatv ^ ^^ adon,!\'or effi^^^

\' iiJifczni fr^^ jfe:

^^^ V ^^^^ IKG SB TLIVGE ^ Si^lndaZ U V >}" D,

.....S

Tlodharn ^^eUttkX Salthar^ ^ ± i

ibf^T^V ........••

^ C^rt/i Midori f
Ca^^mhi^t^ jj

RVU â– 

I -j§)&2.or£e Ogharne.
\'^SSaodla.nl

\'Bujftorv-

■•■. ^ ^nichneU Kymtan.

cv

J m C .

LatUJlzy Hk "v , W ^^ ■ -w---AND:

\' Ch r P p E HA^ H,-• ix-

S £ L K"£ EY

Wraxhall.

Ck

^arti^et]

i

Cla^arA,

HVN D.

Overton^
^kenn^^\'\'\' ^r^n/m sctlh

M^fffeU ,\' 1 ^l^irt-^^-A

CVNE TIO
Frejhat^

\'trux.

Vofrik-fh^^

^ yatejburyc

C A L »r E- ^

Ait

Scrofe.

nge

^ r CcUaflatu ^

\'J^owdarv

^anley

^J^ \\ f

> -ri--

\' I 4 /k^

caterti^

• h i

Lekka

m

t.

Great 3edjifiit

^ ^a^Mji^) \'h i

/ - -.......

. / , ^ \'Wrax\'liiiE ^ ^rau^htcn-^^^\'
t a I •Mtuikaan firUy

Norton

\'WuhertatL. ^
LMlsrlotLSoL

m:

ILyneha

B radshyntan.

Mahelev

Marlinges,
boroe

Ltdc 3edwtn,

sTintieh

Stake

B/Jwden J

j^arUe

\'hua^rnure.

Shawiarn-

TVatbtn. L â€”.

I -wuyM.

€ajl Sratun- -Wexcatabe.

J^alcirt^

TOikarL-

.».^i^tet^^^feas,;^. . ^ Dra-catr\'

-■Waal VeJfJ^ f Mikotv

tdUinjtafiS^

itoti]
^atthmhe

Catnhe B/

lam.. lBittUr.<

\'Tttcamh&

Avuexivs Ambrosvs

luryeiadStmheTi^Aruio $00.

CON5 TAIfCKXIfG\' of
iuryeiaiStsmeieiff^\'^^^

\'M)ttcamh-

Charletatv

A^.B ORG TV ^ eajlen.rUy

V E R L Y E
"" Uarrerv of 3-Ca.res \'/

C O MI T A T V S

t.ʉۢ^pple/jiare

Brake I

\'-life

Hade

TCymptan.,

^"•^T^x^ancasj

S o V T H A :sr T o ^^ ir

A

A JVL E 5
\' 1 i? (

_ . \'Bi^chmvnfler

Vurrmjtan.

liiuitytarl

, r

Seckmwn^ ••

Shijrta
^ Sfio dj^tti^aiv^

- Ihriv^aTu

X isr S I S P AR S J

Frome

tjWARjiir5rEi HvnPX.

lf>o. BoUer^-Jk

ViL-Jlorttayvti!,.

i ifCeJdingtatL,

Brumha-m\'t.^

naivfe.

ho£is

ir^rfhoM\'

o R W E E 5 D o w ^ -X; «^^\'^^eu.r.tt ,, , ,

HvjfDRED. > .--V ^^

.........-i. ,

^Brattan. Jt %

® ^ ^ N C H E A N D DOLE

-ryyheade^ .....orchejlan M^^es ^^ fJi-

^^ .....J \'

CafteMatv

Higwor TIT

JCemiU \'\'
Fale Canes

CruJewet

WI LT OKIA

Jive
CojdTATVS

EU- SIS; At^US

^JL SJiJJlC.

/

iLatgn,

Par S;

ig^jvvortli
ll
ff, - —- Seuttyha-mlon^

Hi

H V D.

fVjsT DERVITC H -^f
. ^^^Ue^ \'\'^Jx^^^rn- aurier I
 F^elP - ,

................ \'k 1 ^-Wtnterfla^

Charter\'\'
hat^-\'^

.i>CarnynJham
........

3rixtaiv^T>euerelL

\\ ......ifc^^B^

„ .................Staketatt\'

: ^ TertwaaA-

t Tartpn.
^\'0interharn\' &u.ner

^Xhe I\'rarye

^ic , J<etal-

J^jl
UnahilL

Sturtaiv

armjlel {\' \'

J^^ .•A .........

\' \\ ^\'\'\'\'\'\'^"\'"tttiii Uliurye \'tauofct r _ 1 f%i.. 3k

Mil

^ \\

\'Whmhnrch Shaffdl

iGe,

- Sutton--

. aJ» , ffiS . ilamfiafi-y^ ""JSiiit^i^^j^r\'W^ ^is^-rrssas^-

Stujjlcfaril

i v IT V isr D. \\

)

V Lud^ihA CH A EK t ^ ___

Jt

•M-crtcamhc^

R 3

Sliaflefljury-

\\Fr VS T F E I L B;

Tlafarl

H VTsT Dv i

ph

JRoiert CicOl.

SremfTier

Hvyrv.

[ ik- RoMorn. v-S^ >

ofR C E S T R I JE._ /

^.dt^itca, ju

uxutta. Gernuait^is^

^ Ternha-m. xSlnfe ^^^^ \' — \'lorhr^

3teridies.

-ocr page 132-

Ö Ë

■ïijk töt deze waerdigheyt gevordert heeft, na dat haer groo-
te en treflijke rijkdommen aen-gekomen waren uyt de hou-
hjken met de dochter en erfgenaem van het geflacht van
Le-MoigneMohun het tot noch toe by zommi-

ge gelooft is , en daerom hebben zy in haer wapen gefl:elt
■eenen halven Geefel-munnik. De plaets heeft zijnen naem
gekregen van de riviere
Stour Ac welke hier by uyt zes bron-
nen zijn oorfpronk neemt, de welke de Heeren van
Stour-
ton
in haer zwarte fchildt, met een dwers-doorlopend gul-
den beddeken geftelt hebben.

Door Mayden Bradley, waer van ik gefproken heb, loopt
het revierken
Dever-rill, zoo genoemt, om dat zy,gelijk als
by de Spaenfen de
Anas, en de Molehy ons in Suthrey, de
welke daer van h^r namen gekregen hebben,onder de aer-
de duykt, en na duyzent fchreden hier op duykende,na
Ver-
lucio
Ihelt, het welk een zeer oude ftadt is , waer van den
Keyzer Antoninus in zijn Reys-boek verhaelt, welk> zijnen
Werminfter. naem niet gantfch af-geleght hebbende, wordt Werminfier
genoemt, na zijn oude naem, en het Engel-Saxifch in CPin-
pvep, het welk een Kloofter betekent. Het heeft eertijdts
zijne vryheden gehadt, gelijk men leeft in het boek van den
Grooten Willem, en het heeft gegolden, en het is niet ge-
hydet, dat is, het gaf geen fchatting. Nu is het maer alleen-
lijk vermaert door zijn kooren-markt ; en het fchijnt onge-
looflijk ,
Zulken menighte van kooren als daer alle weeken
gebracht, en terftont verkoft wordt.

VklHcie,

Van hier na het zuyden , noorden, en ooften, langs het
midden van het landt, zijn de velden zoo groot en breet dat
menze naeulijx over zien kan, waer door dat zy
The Blaines
genoemt worden : daer zijn zeer weynigh inwooners, en
eertijdts zeer berucht van
ftraet-fchendery, die aen \'t zuy^
den twee geneughlijke rivieren befpoelen, de
Willeyhourn,
by Afterius Guiku, en de liadder, gemeenlijk K^dderbourn.
De Willeybourn, by Verlucio ontfpruytende, ziet, door Hei-
tesbury
, oft Hegtredsbury, een woon-plaets van de Baron-
nen van
Hungerfordy by het dorpken Wüley gevoert, van vêr
recht tegen haer over een zeer groote krijghs-betuyging,
en met een diepe dubbele graft befloten, welk de nabuuren
TAneshmy. Tanesbury Caftle noemen : dat dit een leger-plaets van de
Romeynen geweeft zy, kan men lichtlijk uyt de gedaente
befpeur en. Daer zijn \'er die geloven dat het de leger-plaet-
fen van den Keyzer Vefpaflaen geweeft zijn, als de Overfte
van het twintighfte legioen onder Claudius , tv/ee volkeren
in deze wijk onder het jok van de Romeynen gebracht
heeft, en meynen , dat de overblijffelen van den naem van
Vefpaflaen, in de naem
Tanesbury noch overigh zijn. De
üSladder, uyt het zuyd-eynd van dit landt ontfpruytende,
kruyptmet een kromme bocht, gelijk een flang, (waer door
het fchijnt dat het de naem gekregen heeft) niet vêr van het
Het kafteel vexmacrdc küücd Wdrdour, het welk eertijds toebehoort
WardoHY, heeft aen het treflijk geflacht van S. Martin genoemt,nu,op
dat ik zwijge van de Heeren die het tuffchen beyden gehadt
heeft, toebehoortigh aen ïan
Arundellyào. welke onlangs van
Koning lacob. Baron van
Arundellde Wardour gcmaekt,en
met lof te gedenken is, om dat hy, noch jong-man zijnde,
met een Godtvruchtigh opzet tot de heylige krijgh tegen
de Turken, gezworen vyanden van deChriften name, ge-
trokken is, en om zijn zonderlinge dapperheydt in \'t over-
winnen van Strigonien in Hungaryen, dat hy van den twee-
den Keyzer Rodolph , door eeren-brieven verdient heeft,
een Rijx-Graef te worden, met deze woorden : om dat hy
zich moedigh en manlijk gedraph heeft in openbare velt-
flagen, en in het beftormen van fteden en kafteelen , en om
het verzochte voor-beeldt van kloekmoedigheyt in het in-
nemen van de ftadt Aquaticum,omtrent,Srrigonien, alwaer
hyde de Turken haer Standaert met zijn eygen hant ont-
nomen heeft, daerom hebben wy hem, en alle, en elk in
. \'t byzonder van zijne kinderen, erfgenamen, nakomelin-
gen , en alle wettelijk van zijn geflacht afkomende, en ge-
booren, en die eeuwelijk van die ftam gebooren zullen wor-
j yp den, zoo mannen als vrouwen, gemaekt,genoemt waerach-
Gr^wa-z/^« tige Graven en Gravinnen van het Heylige Rijk, en met

Sdrisbrnie
ïlatneso

Baron van
Arundell.

\'tRijk.

Jlache.

Baron vm
Hache.

den tijtel, eer, en waerdigheydt van het Graeffchap van het
Rijk verrijkt en vereert, &:c. Recht hier tegen over light
Hach, heden weynigh vermaert, maer welk ten tijde van
den eerften Edward zijnen Baron Euftach van
Hache, onder
de Grooten van \'t Rijk in de Parlaments vergadering geroe-
pen, gehadt heeft.

L OER

Daer deze rivieren t\'zamen-vloeyen, neemt de Willey At wilteth
ftadt Wilton, van haer water befproeyt, tot haer naem aen j
eertijdts was het de hooftftadt van dit landt, aen welk het
öok de naem gegeven heeft, het was van oudts
Ellandunum Ellandu^
genoemt. Want dit zelfde getuygen mede de oude beze- nnm.
gelde brieven, waer in uytdruklijk ftaet, dat Weolfthan,
Graef van Elkndun, dat is. Wiltonen elders, het kloofter-
ken van Ellandun, dat is j Wilton, gebout heeft. Uyt deze
naem
Ellan , geloof ik eenighzins dat dit de rivier Alanus is,
de welke Ptoloma^us in deze wijk noemt. Hier by heeft "
Egbert, Koning der Weft-Saxen , de tweede flagh geflagen
in \'t D c c c XXI jaer ons Heeren, tegen Beorwulf den
Mercieti maer zy was hun beyde zoo droevigh, dat die vliet
van verwanten-bloedt overgevloeyt heeft. Hier by heeft
ook in het b ccc
lxxi jaer jElfred met de Deenen gevocht
ten, en was eèrft overwinner j doch is terftont, door het
twijffelachtigh avontuur van den oorlogh verworven,te rug
geweken. Maer ten tijden van de Saxen heeft het zonder-
üng gebloeyt door de menighte der burgeren j en Koning
Eadgar heeft het verfiert met een Nonnen-kloofter , gelijk
de laer-boeken fchrijven , en heeft daer zijn dochter Edith
overgeftelt. Doch uyt de oude brief van dien zeiven Ead-
gar, gegeven in\'t
d cgcc lxxiv jaer, blijkt, dat het ou-
der is. Want zoo wordt in de zelve gefchreven: Het kloo-
fter , het welk van mijn groot-vaders groot-vader, de Ko-
ning Edward,in deze vermaerde plaets,de welke van de een-
wooners met de bekende naem
Wiltun genoemt, gefUcht
is. En men leeft in het leven van den heyligen Edward de
Confejfeur: Terwijl Edward het kloofter van S. Pieter van
Weftmunfter voor had, zoo heeft zijn huys-vrouw Edith te
Wilton, daer zy opgevoet is, een fteenen kloofter voor de
houte kerk, met een Koninglijk werk begonnen , des Ko-
nings genegentheydt door haer yver verkregen hebbende.
En deze ftadt is zo niet vervallen, fchoon zy door des Deen-
fchen Suenus verwoetheyt zwaerlijk gefchonden is geweeft^
voor dat de Biffchoppen van Sarisbury den wegh , lanx de \\
welke men hier eerft na de weft-landen ging, af-geleyt heb^
ben. Want toen is het allenxkens vergaen, en is nu flechts
een kleyn dorpjen, en roemt alleen op een Mayer voor
hooghfte overheyt, en op de treflijke huyzen van de Graef
van Penbroek, de welke uyt het vervallen kloofter ontfpro-
ten zijn. Maër haer lichten hebben eertijdts
Sorhiodunum > ^ ,
en nu haer fpruytfel Sarisbury, zonderling\'gefchaet. Want
zoo wort in het Reys-boek van Antoninus genoemt, \'t geen
de Engel-Saxen daer na Seajiyjrbypij , en de Latijnen ge-
OudSms-
meenlijk Sar urn en Sarisburié genoemt hebben ^ want dit hmy.
zoud de reys-wijs, en het teken des naems, al zweegh ik,ge-
tuygen.
^am.meimj\'SQXtdax Se ar isbirtgvan Sorhiodunum
voortgekomen is, door by voeging van het Saxifche woordt
ByPy5,dat een
Burgh betekent,voor Dunum het welk de Bri\'^-
tan nen en Franfen gevoeght hebben by plaetfen,die hooger
van gelegenheyt waren, gelijk als dit
Sorbiodunum ? zoo dat ^^^
een, die welke de Britanfche tael zeer v/el verftont, my dat
^umby de
Sorviodunum voox een drpogen heuvel vertaelt heeft, en Franfen en
waerfchijnlijker voorwaer i als dic \\ van Sarone Beroji, oft Engelfen te
van den Grooten Keyzer Severus met groote moeyte ge- heggen is.
trokken, en
Severia genoemt hebben. Want het begrijpt
een hoogen heuvel, en als Malmesburienfis verhaelt : In
plaets van de ftadt was een kafteel, met geen kleyne muur
omcingelt, en van alle toe-voer voorzien, doch zoo gebrek-
kigh van water, dat men het water daer met wonderlijken
handel verkoft. Waer door dat een, die toen ter tijdt leef-
de, van \'t oudt
Sorhioduno deze veerzen gefchreven heeft:
Hier is watergebrek, het Krijt men hier veel krijght,
Be wint die is hier ftreng, en\'/ Nachtegaeltje zwijght.

Uyt de vervalle muuren, die nu noch overigh zijn, is ge-
noegh te zien , dat het van werk en wallen fterk en vry ge-
noegh geweeft is, en is in \'t ront j oo fchreden groot ge-
weeft. De Saxe Kinrijk is, na dat hy gelukkelijk tegen dc
Britannen gevochten had, in \'t
d lui jaer de eerfte der
Saxen geweeft, die dit kafteel ingenomen heeft, en de
Deenfche Canutus heeft het omtrent het
m 111 jaer ge-
weldigh met ingeworpe vuur gequelt. Het heeft nochtans
wederom beginnen te bloeyen,als met aenzien van eenSyn-
odus, en door de mildadigheyt van Willem de
Conquefteur,
Herman, Biffchop van Shirbury en Sunningen,die hier zijn
Biffchoplijke ftoel overbracht, wiens naefte na-volger Os-
mund,de Cathredrale kerk gebout heeft. En die eerfte Wil-

\' lem,

-ocr page 133-

L - S

lem, na dat hy de zuyvering van Engelandt ingeftelt had, datze van den Biftchop Simon verlof, om haer te verfter-
heeft hier al de Staten van het Rijk beroepen, om hier den ken, gekregen hadden, terwijle hy het huys Godts opbou-
eedt van getrouwigheydt af te nemen,op welke tijdt,als in \'t de^hebben zy elk om \'t zeerft de ftadt opgebout, \'cgemeene
Schat-boek ftaet,dit voor 5 o hiden gold. Van de derde pen- beft vaft gemaekt, en in yder ftraet een door-loopende buy-
ning van Salisbery, heeft den Koning
20 fchellingen tot ze geftelt, en hebben een graft,daerze niet van de rivier be-
tol, en van\'t gewas
lx ponden op\'t pont. Het welk ik fpoelt werdt, geleyt. En allenxkens heeft dit nieu
daerom hier aenteken, om dat even als by de oude Romey- zo aengewaften, door de verwoefting van het oude
Sorbio-
nen,als ook by onze voor-ouders, het geldt plaght gewogen dunum, datze,Zo haeft als zy door \'s Konings aenzien,de ge-
en getelt te worden. En niet lang daer na, onder
\'t gebiedt meene wegh, dewelke ten weften leyde, hier na toe getrok-
van den eerllen Richard, zijn de burgers, zoo door der zol- ken hebben, zy lichtlijk onder alle de fteden, in deze
wijk,
daten moedt-w jl, als door gebrek van water, allenx vertrok- de tweede geworden is, zeer bevolkt, overvloedigh in alle
kern En hebben zich naeulijx duyzent fehreden van hier dingen,voornamendijkinviflchen,en verfiertmeteengroo-
ten
noord-ooften, in een nedrige plaets, alwaer even als een te markt, op dewelke een fchoon ftadt-huys van hout ftaet.
vertrek van veel beeken was, aen de t\'zamen-vloedt van de Maer daer is niets daer zy zich meêr op roemt, dan alleen-
Avon en Nadder nedergeftagen. Van deze verhuyzing ver- lijk op loannes letveü, onlanx Bift^chop, ervaren, tot ver-
haelt Petrus Blefenfis in zijn brieven; want zoo heeft hy van wonderens toe,in de kennis van de God-geleertheyt,en een
het oude
Sorbioduntim gefchreven: Het was een plaets den harden voor-vechter van de hervormde Godts-dienft. Daer
winden onderhevigh,onvruchtbaer, dor, verlaten, daer was door is het oude
Sorbiodumm verdwenen, en , onder \'t ge-
een tooren als tot Siloem, dewelke de inwooners der plaets biedt van de zevende Henrijk, is het gantfch verlaten, zoo
doorlaft van lange flaverny onderdrukt heeft. En daer na dat\'er heden naeulijx een ftuk van een borftweering van
zeght hy : De kerk was gevangen op den bergh van Saris- het kafteel overigh is; het welk nochtans een langen tijd,na
bury. Laet ons dan met goedt geluk nederwaerts gaen, na dat de inwooners van Sarisbury verhuyft waren, de woon-
de efte plaetfen, daer de dalen overvloedigh zijn van koo- plaets is geweeft van de Graven , en daer uyt is ie gedenk-
ren, en daer de aengename weyden vet en vruchtbaer zijn. waerdige twift gelproten,onder het gebiedt van den derden
En den voorgenoemden Dichter heeft ook aldusvande- Edward. Want Robert,Biflïchop van Sarisbury, heeft Wil-
zelve gefpeelt ï lem van Graef van Sarisbury, met die wijze van

Wat is des Heeren huys in een bemetfelt werk l . rechten, om dit kafteel (die onze Rechts-geleerden Breve ward. \'3.

Ben Arke des verhonts, in Baals booze kerk-, de Reóio noemen) te recht geroepen; die heeft geanrwoort. Term. Ha-

Be plaetfen tegelijk in een gevangenis, dat hy zijn recht in een twee-ft rijt wilde befchermen. Waer

Waer in den armen menfch, gequelt, gepijnight is. van deBiflTchop ten ge\'zetten dage zijn kamp-vechter in h et

En de plaets daer zy naer toe-gereyft zijn, befchrijft hy perk gebracht heeft,aen-gekleet met een wit kleedt tot half ^^^^ ^^^^\'

met deze veerzen:

Daer is een fchooner plaets aen dees valleye vaß ^
Waer in het water vloeyt, en alle vrucht in maß:
*t Boffchagy ishequaem, en luftigh om te jagen.
Noyt heeft den grooten Godt, na\'/ menfch elijk behagen >
Ge fchapen eenigh plaets, tot wooning van de menfch,
Waer in het alles vint, na hert, zin, luft, en wenfch.

wege de fcheenen; waer over hy een wapen-rok getrokken ^^ßg^i ^^^
had, befchildert met des Bifi\'chops geflacht-wapenen, den Sarum, oft
welken een zoldaet volghde,die een ftok,en een jongen, die ^^^ andere
een fchildt droegh: en terftont heeft de Graef zijn kamp-
Vechter, met een gelijk kleedt aen-gedaen, met zijn eygen
handt aen-gevoert, den welken twee zoldaten verzelden,
dragende witte ftokken. Als nu de kamp-vechters in \'t perk
Als zy nu neder-gedaelt waren, om van \'t Godlijk eerft te zouden treden , zoo zijn zy geboden te vertrekken, op dat
beginnen, heeft BiflTchop Richard Poi)re in deze genoegh- haer wapenen ten weder-zijden onderzocht wierden. Doch
lijke plaets (eertijts
Merifteld genoemt) een heerlijke kerk, daer zijn onvoorziens brieven van den Koning tuflfchen ge-
fchoon van gebou, begonnen. Dewelke met een treflijke komen , dat men de zaek zoud uytftellen, op dat \'er de Ko-
hoog-verheve fpits,en van beyde zijden dubbelt befloten is; ning geen verlet by had. En ondertuflTchen zijn zy te zamen
ook is zy in het veerdghfte jaer met een heylige vreught en verdragen, dat de Graef, ontfangende 2500 mark, aen de
groote eer, na dat\'er veel koften aen gedaen waren, voltoyr, BiflTchop , en zijn navolgers in der eeuwigheydt van \'t recht
op-gemaekt,enin\'t
mcclviii jaer Godetoe-gewijt,inde deskafteelszoudeaf-ftaen.

teo^enwoordigheydt van den derden Koning Henrijk. Van Dit Sarisbury heeft eertijts zijn Graven gehat, welkers Graven
dewelke de oude Dichter niet onaertigh gefchreven heeft: ftam ik een weynigh hooger, en waerachtiger uyt de Ge- van Saru»
Des Konings deught zal in deez kerk zich openbaren,
fchichten van Lakok verhalen zal. De mildadigheydt van bmy.
De vunß des Biffchops, enverftant der kunftenaren.
Willem de Conquefteur, heeft aen Wouther van Bvereux,
Maer Daniel Rogerfius heeft veel treflijker, klaerder, en Graef van Rofmar in Normandyen, veel erf-gronden in dit

landt gefchonken, dewelke hy Eduward, van Sarisbury ge-
noemt , zijn jongft-geboore zoon in Engelandt, nagelaten
heeft, even als zijn andere landen in Normandyen, met de
tijtel van Graef vän
Rofinaer,zijn oudfte zoon Wouther,
wiens ftam een weynigh daer na vergaen is.Die Edward van
Sansbury heeft gebloeyt in \'t 20 jaer van de
Conquefteur, en
wort dikwijls,zonder Graven djtel,gedacht in \'t Richt-boek
van Engelant. Dezes zoon Wouther heeft het kloofterken
by
Bradenftok gebout,en daer in zijn oude dagen hetKanun-
niks-kleet aen-wetrokken, na dat hy Patricius, eerfte Graef
van Sarisbury,by Sibylla van
chaworth ontfangen had. De-
ze eerfte Graef Patricius, in zijn wederkomft van S. lacob
tot Compoftel in \'t
mclxix jaer,van Guido van Luftgnian

gefchikter van deze kerk gefproken:

Jk zal u wonderen van deze kerk verhalen,
En u die of ghy H zaeght, in dit ge fchrift afmalen:
Men telt in deze kerk de venfters net en klaer ^
Dat \'er zoo vele zijn, ds dagen in het jaer;
Men kan in deze kerk zoo veel Calomnen tellen i

Dat ellikkeCalomte rechte kan verzeilen

De uren in een jaer, ik meen zoo kleyn ds gr oot,
Die over alle flaen totflut fel en tot noot.
Hier neven zietmen noch twalefgemaekt e deuren,
Waer uyt de maenden \'s jaers men lichtelijk kati^fpeuren.
Is dit geen treflijk werk, is dit
geen groot gebouw,
Dat ieder menfche eert, en ik in waerden houw.

0

P\'
:ii li

: (i\'

Want men zeght de venfters met de dagen, de ftijlen en gedoodt, heeft zijn zoon Willem tot navolger gehat,dewel-

ftijltjes met de uuren,en de poorten met de twaelf maenden ke, ten tijde des eerften Koning Richards, te Parijs geftor-

des jaers, over-een-quamen. En heeft aen de zuyd-zijde ven is. Dezes eenige dochter Ela heeft (door gunft van de

kloofters, die voor geenige andere behoeven te wijken in Koning Richard) Willem van Longa-jfatha, zo genoemt na

erootte en treflijkheydt,by dewelke het fchoone Palleys van zijn lang zwaert, \'t welk hy gebruykte,natuurlijke zoon van

den BiflTchop wordt gevoeght,- en acn dc andere zijd van de dc tweede Koning Henrijk, door haer bouwdijk, cn met de

kerk is een fterk cn verheven klok-huys. Het heeft in kor- tijtel van Graef, cn met haer Hemels-blacuwe fchildt, niet

ten tijdt zo in rijkdommen cn inkomften toe-genomen, dat zes gulde klimmende Leeutjes verfiert, vereert. Deze had-

het een Deeken, eenen Voor-zanger, een Cancelier, eenen de ccn zoon, infgelijx Willem van Longa-fpatha genoemt,

Schat-meefter, en 5 3 Proveniers voedt, door zijn eerlijke den welken de derde Henrijk door gramfchap, om dat hy

inkomften; onder dewelke de Refidenten.zoo zyze noemen, zonder verlof,met het kruys gctckent, in den heyligcn oor-

ook hebben hare trcflijke huyzen acn dc kerk aen-gevoeght logh vertrokken was,zoo dc tijtel des Graven van Sansbury,

gehat- cn dit leydt al-tc-mael af-gefchcyden van de ftadt, in als het kafteel van Sarisbury ontnomen heeft. Hy noch-

R

w

H

E.

iij

Gewogen
en getelt
geldt.

ÏSlieH Sa-
rühtiry.

Bemetfelt
werk^ be-
\' tyt een

zijn eygen muuren befloten. Defgelijx de burgeren, na tans hardt-nekkigh in zijn voornemen, is met S.Lodewijk,

zijn voornemen,

LI

Koning

-ocr page 134-

.ÏÏ4

N.

G

E

L

E

B

D

E

Dit is by Sarona, een fchoon en edel wout i
Der Herten haer war ant, en het zijn name houd
Van dien vermaerden top, en ook in dees landts-douwe
Zijn twintigh boffchen in, en worden groot ge houwe,
Doch ellik een voor een duyzent paffen in \'t ront,
Behalven\'t water noch, en groene ejfen gr ont.
Omtrent zes mijlen ten noorden van Sarisbury, ziet meri
in die vlakte een woeft gebouw j want binnen de graft zijn
handen geflagen in de goederen , welke zyhaer man ver- groote en raeuwe ftenen gevoegt,van welke zommige acht-
gunt en nagelaten had , en uyt de welke de derde Koning cn-twintigh voeten in de hoogte,en zeven in de breedte be-
Edward aen Willem van
Mont-agu gegeven heeft, Trow- grijpen, en zijn even als een kroon in drie-voudige rey op-
X hridg, Winterhourn, Ambresbury, en andere met deze woor- geright, maer op andere, als dwars daer over geleght, zoo
den: zoo geheel en volkomelijk,als de
voor-zaten van Mar- fteunen,dat het een hangend werk fchijnt: waer van het by
griet. Gravin van Sarisbury , de zelve een tijdt lang bezeten ons
Stonehenge genoemt wort,als by de oude Schicht-fchrij- Stmheng,
hebben. In welke tijdt hy dien Willem van Mont-agu tot. vers,om zijn groote,de Reuzen-rey. Des zelfs befchrijving,
Graefvan Sarisbury geftelt, en door \'t gorden des zwaerdts, wijl zy met woorden niet genoeghzaem uyt-gedrukt kan
over het gezeyde Graeffchap gehuldight heeft,voor hem en worden, heb ik u hier doen af-prenten , als op de volgende
zijn nakomelingen eeuwighlijk. Deze heeft zich het eylant zijd te zien is.

Man eygen gemaekt,en twee zonen geteelt, Willem,die zijn Dit ftellen de onzen onder de\' wonder-wcrken, doch van
vader in de heerlijkheyt gevolght, en zonder kinderen ge- waer zodanige fteenen t\'zamen-gebracht zijn, daer in hec
ftorven is,en Ian,Ridder,die voor zijns broeders doot over- gantfche nabuurige landt, naeulijx fteenen om te timmeren
leden was,na dat hy by Margriet,dochter en erfgenaem van gevonden worden,en waerom zy zo opgerecht zijn,zijn ve-
Thomas van
Mont-Hermer, lan, Graefvan Sarisbury, nage- Ie verwondert. Hier van wil ik niet fcherpzinniget twift-re-
laten had,de welke lichtvaerdigh van aert,en na des vierden denen,maer eer metdroefheyt beklagen,dat de ftichters van
Koning Henrijx verderf trachtende, in\'t
m cgcc jaer tot zodanige gedenktekenen vergeten zijn, Daer zijner noch-
Cicefter gedoot, en namaels van gequetfte Hoogheyt ver- tans die meenen, dat dit geen levendige, dat is, natuurlijke
wezen is. Zijn zoon Thomas is nochtans wederom in het en uytgehouwe fteenen zijn, maer die van zuy ver zant ge-
geheel herfteit, zijnde een man waerdigh onder de hoogh- maekt,en met eenigh kleeffel t\'zamengevocght zijn : gelijk
fte Hertogen te tellen ,
\'t zy men ziet op zijn arbeytzaem- als die zege-tekenen,die wy in \'t lant van York gezien heb-
heyt in de gemeene handelingen, of zijn wakkerheyt in het ben. En wat wonder zoud
\'t zijn ? lezen wy niet by Plinius,
bedrijven, oft zijn vaerdigheyt in\'tuyt-voeren, dewelke, dat het Puteolanift;h ftof, door\'t water genat,
terftont toe
terwijl hy Orliens in Vrankrijk belegerde , met een koegel fteen wort ? en dat te Romen de regen-bakken van uyt-ge-
,uyt een grof gefchut gequetft zijnde,in \'t
m cccc xxviii jaer graven zant,en zeer heftige kalk zo gemaekt zijn,dat zy fte-
geftorven is. Zijn dochter Alicia heeft, aen Richard
Nevill nen fchijnen,en dat de beelden van marmor-broxkens, met
getrout zijnde, hem met de tijtel van\'Graef van Sarisbury zulk een vaftigheyt t\'zamen-gemetfelt zijn,dat zy van heele
verrijkt,\'dè welke,de party vanYork volgende,in de flagh by marmor-fteenen fchijnen gemaekt te zijn.
\'t Gerucht gaet,
Wakefeild gevangen en onthalft zijnde, zijn zoon Richard dat Ambrofius Aurelianus,of zijn broeder Utherus,de zelve
tot navolger in \'t Graeffchap van Warwijk en Sarisbury ge- ter gedachtenis van deBritanncn,die aldaer door lift der Sa-
hadt heeft,de welke, zich in gevaerlijkheden verheugende, xen in \'t t\'zamen-fpreken gebleven zijn , door toedoen van
zijn vaderlanc in
een nieuwe brant van burgerlijke oorlogh denWiskonftenaer Meerlin geftelt heeft. Waer van Alexan- \'
gewikkelt heeft , waer in hy zelfs gebleven is. Zijn tweede der Necham, een Dichter van de middelbare tijdt, door de
dochter Izabel is getrout aen G eorgius, Hertogh van Cla- razende ziekte der Dichters geraekt, maer niet vol van A-
ren een, broeder van de vierde Koning Edward, dien zy Ed- polio, uyt de Britanfche Gefchichten van Galfred, aldus
ward gebaert heeft,de welke,noch een jonxken, en onnozel gefpeelt heeft :

Dit is een fchoo?igehou van wonderbare fteenen,
Het lijkt een Reuzen-dans, de konß die heeft gefcheenen,
Dat die zijn werrik wel voltoyt heeft en volmaekt,
En om dat niet te laet dit zoude zijn geraekt
In \'t licht, zoo meen ik vaft, dat hy beft ont te vragen ,
De konß en zijne kracht, wie dat men op zou dragen
De eere van dit werk-, \'t gerucht dat derf beft aen,
Dat dit wonder-gebou Merlinus heeft gedaen.
Doch het is ydelwaen, en niet voor waer gehouwen.
De fame die zeyt ook, dat door deze gebouwen
De aerde fcheen verguit, de welk in overvloedt
Zent zoo veel vogelen van Palamedis. \'t Goedt
^fê^fi^\' ^^^ ^^^ ontfangt lerlandt met vreughde,
Wafityder is bekent derfteenen kracht en deughde:
Deesfteenen geven ook aen \'t water zulken kracht,
Dat eene kranke menfch zijn hulp daer uyt verwacht,
Vther van Pendragon, heeft deze fteen gedragen
Aen \'t eynde van Ambri, en komt na zijn behagen
Verwinner van den ftagh. O wat is daer te zien,
Zoo vele lichamen vanftecht en Edel-lièn,
Van heyligen ook meê, die door verraet gevallen
Zijn van Hengiftius, en nu tot niet met allen.

Wat is daer menigh menfch van edHe groote naem
Bedrogen, en \'t vroom volk was dit onaengenaem.
Maer toen ter rechter tijdt heeft klarelijkgebleken
Bes Raedts-heers Eldols deught, de welke tot een teken
Geeft tfeventigh van hen aen \'t uyterfte gerecht,
Enftraftz^e met de doot, als die hißori zeght.

zijnde, van den zevenden Henrijk onthooft is, gelijk zijn
zufter Margriet, aen de tijtel van Gravin van Sarisbury ge-
ftelt , in haer zeventighfte jaer van den achtfte Henrijk met
de zelve ftraf gedoot is. En \'t is voorwaer niet ongemeen by
de Vorften,om zich en den haren onbekommert te maken,
haer naefte bloedtverwanten , dikwijls om weyniger zaken
om te brengen,en te vermoorden. Anna de tweede dochter
van Richard Graefvan Warwijk, en den welken de

vierde Edward, Graefvan Sarisbury gemaekt heeft, was de
huys-vrou van den derden Koning Richard,den welken als
zy Edward, Vorft van Walles,in zijn jonge jaren geftorven ,
gebaert had,niet zonder vermoeden van vergif geftorven is.
Van toen af is deze eeren-tijtel af-gebroken , tot dat in het
M D c V jaer Koning lacob, Robert
Cecil, de tweede zoon
van onze Neftor Willem Cm7, om zijn voorzichtigh ge-
moet en heylzame raedt-flagen, voor zijn vaderlant en Vorft,
met de zelve vereert heeft, den welken hy te vooren, als ik
gezeyt heb, voor zijn groote dienften aen \'t gemeene beft,
de Heerlijkheden van Baron tó//van
Effenden, en Onder-
graef van Cranburn op-gedragen had. Dit zy van de Gra-
ven van Sarisbury.

Wat laeger beneden deze ftadt aen de light Dun-
iion,
oft Donketon, een oude Burgh , als men zeght, en ver-
maert door de huyzingen van Bogo van Southanton,de wel-
ke, om zijn door veerzen vermaerde dapperheydt van het
volk, onder \'t geral der helden geftelt is.

Konifig vaa Vrankrijk,in Egypten getrokken,en by Dame- beeften in te behoeden en te voeden, en eertijdts door Ko-
eten,welk de Chriftenen ingenomen hadden,met een heer- ninglijke huyzen verfiert. Van welk,en van de twintigh in-
lijke grootmoedigheyt, in \'c dikfte der vyanden vechtende, geflote boflTchen, D. Mich. Mafchertus, Dodor der Kech*"
treffelijker doot geftorven,weynigh te vooren eer die heyli- ten, aldus gezongen heeft :

:ge Koning ongelukkelijk gevangen wierd. Dezes zoon,ins-
•gelijx Willem genoemt, heeft zonder Graven tijtel geleeft,
cn een eenige dochter geteelt, Margriet genoemt, de welke
■nochtans voor Gravin van Sarisbury gehouden,en de huys-
vrou van Henrijk
Luy, Graefvan Linkoln, geweeft is, den
welken zy gebaert heeft zijn eenige dochter Alicia, huys-
vrouw van Thomas, Graef van Lancafter. De welke ver-
bannen zijnde, zoo heeft de tweede Koning Edward zijn

Sarisbury wordt van alle kanten van een veldt-achtigc
vlakte omringt, behalven ten ooften, alwaer de zeer wijdt-
eUritidon. ïuftige warande Clarindon light, zeer bequaem om wilde

A Zijn

-ocr page 135-

■B

ïij

w

H

R

E.

A zijn fteenen, dewelke Corfeftom genoemt worden, iz ton- B zijn fteéiiên, Welke Cmets genoemt gorden, ran (Jof / ton-
nen Iwaer, 24 voeten hoogh, 7 voeten breet, 16 voeten in \'t nen.

^ de plaets daer de mcnfchebeenen uyt-gegraven worden.

Andere zeggen, dat de Britannen dit, gelijk als een tref-
lijk graf op die plaets, ter eeren van den zelfden Ambrofius,
gebout hebben, om dat hy aldaer door het zwaert van zijne
vyanden gebleven is; op dat de zelve opbouwing met open-
bare werken zoude gelijkelijk gedekt worden, dewelke tot
een gedachtnis van eeuwigheydt zoud duuren , even als
een Altaer van de deught. Voorwaer hier zijn dikwijls
menfchen beenen uyt-gegraven, en het dorp, welk aen de
riviere
Jvm light, wordt Ambresbttrp dat is, het dorp van
Amhrefim
genoemt, alwaer de Britanfche Gefchichten ge-
tuygen dat eenige oude Koningen begraven zijn; en het
lof-dicht verhaelt, dat daer een
kloofter van drie-hondert
Munniken geweeft is,hct welk, ik weet niet wat Barbarifche
Gurmund, vernielt heeft. Op die plaets heeft daer na Al-
frith, huys-vrouw van Koning Eadgar, om door berou, en
eenigh Godtzaligh werk, het fchelm-ftuk in \'t dooden van
haer ftiefzoon, den Koning Edward, by haer te boeten,
een treflijk kloofter voorBagijnen gedmmert en beveftight,
in het welke Eleonora, weduwe van den derden Koning
Henrijk,haer Koninglijke pracht af-geleght hebbende,zich
onder
dc Geeftlijke maeghden tot Godt begeven heeft.
Amhroftus Ambrofius Aurelianus, dewelke deze plaets de naem ge-
AmelM- geven heeft, als nu het Roomfche Rijk byna vervallen was,
heeft zich in Britannien de purpure rok
aengedaen, gelijk
P. Diaconus getuyght, zijn vallend vaderlandt onderftut,
en den aenval
der vyanden met hulp van den ftrijdtbaren
Arthur gekeert, en de groote legers, vergadert uyt de moe-
dighfte volken van Duytslandt, verdclght;
en ten laetften
in deze vlakte aen-een-geraekt zijnde , heeft zijn vader-
landt zijn ziel gegeven. En wijl Gildas
en Beda fchrijven,
dat de ouders van dezen in \'t purper gekleet,en gedoot zijn.

^AnthreS\'

ZOO izoud ik wel vattclijk durven verzekeren, dat hy geweeft
is uyt het geflachte van dien Conftantijn, dewelke, als de
longe Theodofius ten vierden Burgermeefter was, door
hoop van
zijn naem in Britannien tot Keyzer verkoren, en
teArelatum omgebracht was. Van
Ambresbury, op deze
zijde van de
Avon naeulijx vier mijlen j is een Warande van
Hazen, gemeenlijk
Everlie Warren genoemt, alwaer een Een plaets
groote menighte van Hazen is, in welker jacht zich de daerHaz.cn
Edel-luyden zeer vermaken, maer zoo groot niet dat de in-
wooners tegen haer een krijghs-hulp begeeren,het welk
men by Plinius leeft, dat de Beliariken^ed2i&n hebben, hoe-
wel zy insgelijx den oogft zeer fchaedlijk zijn. hier na by is
Lutgershaü^AwOiex. eertijts het kafteel geweeft is van Galfred
Fitz-Pieter, Richter van Engelandt, en de rijkfte Graef van
Efl\'ex.
Niet veel hooger is de vermaerde huyzen mifhaU.

van het geflacht van geweeft, dewelke een rijk erf-

deel in deze wijk, door de houlijken van deEßurms beko- jßfl^^y
nien hebben. Deze hebben in een
verzilvert fchfldt drie oftStrnmyl
roode halve Leeuwen gevoert, en waren, van de tijden van
den tweeden Henrijk af, door
erf recht, Baljouwen en
Houtvefters van het Foreeß van Savernac, het welk daer by Het fereeß

hght, vermaert dóór zijn overvloedige jacht,en wei-riekend "ï"«« Savef

varen-kruyt. Tot welker gedachtenis haren grooten en
met zilver beflagen lacht-hooren van de
Seimors noch be-
waert wordt.

Wat méér ten ooften ontfpruytde riwicv Cunetto, by dc
Saxen Cinccan, gemeenlijk
Kennet genoemt, by het dorp-
ken van dezelve naem, het welk
zommige willen, dat C v-
NETio zy, van Antoninus gedacht, maer dc tuflbhen-wijde
van beyde zijden ftact\'er tegen. Hier rijft een ronde heu-
vel,
Selbury genoemt, zeer hoogh van top, dewelke door

men*-

nHt.

-ocr page 136-

G n

R

B Ë

D

B

2 1^

menfchen arbeyt t\'zamen-gevoeght is, gelijk men zien kan
uyt de vorm van den heuvel, en uyt de gedaente van de on-
der-liggende aerde. Diergelijke ronde en hooge heuvelen
vi^orden in deze wijk veel gezien,en
Burowes en Barrowes ge-
noemt , mooghlijk tot gedachtnis van deverflagene zolda-
ten op-geright. Want men vint in de zelve vele
doots-been-
deren: en ik heb gelezen, dat by die gene, die in \'t noorden
woonen, in gebruyk geweeft is, dat yder zoldaet > die van
den ftrijt
over-gebleven was, zoo veel aerde moeft by-een-
brengen, als hy in zijn ftorm-hoet dragen kon , tot begra-
ving van hare verftagenen. Hoewel ik meene, dat dit
Selbu-
ry daer geftelt is als een fcheyding , oft een uyterfte mijl-
pael, zoo niet van de Romeynen ,
gewiflijk van de Saxen
evenals ó.\\Qgxa(iWodenfdik, wijl om de fcheyd-paelen in
dit landt, tulTchen de Merciers en Weft-Saxen, dikwijls ge-
ftreden is,en dat diergelijke graven tot fcheyd-palen t\'zaem-
gevoert zijn, verhalen Boëtius en de Gromatifche fchrij-
vers. Deze rivier loopt eerft door de velden, uyt de welke
de fteenen, gelijk als rotfen, hier en daer uyt-fteken , waer
door het dorpken aldaer
Rokley genoemt wordt,tuflTchen de
welke al-te-met een water-beek onvoorziens uytfpringt,
de welke als
een voor-boode van de toekomende honger,by
de boeren
Hongerhorn geheeten wordt. Van daer bezoekt
zy
Cunetio, een ftadt van de zelve naem, welk by Antoninus
C
V N E T IO genoemt, en omtrent lo mijle van Verlucio
geftelt wordt. Aen welke wijdte aen deze rivier, die oude
ftadt met de nieuwe naem
Marlehorow, eertijdts Marleber"
ge
, aen het af-hangen van een heuvel, van het ooften tot
het weften uyt-geftrekt wordt. Of het deze nieuwe naem
ontfangen heeft van de krijt-aert,welk wy in onze tael
le noemen, en tot mefting van de landen gebruyken, kan ik
niet zeggen. Het light voorwaer onder aen een heuvel,
glinfterende van kalk, de welke onze voor-ouders,eer zy de-
ze naem
chalk, van het Latijnfche Calx ontleent,^4r/^ ge-
noemt hebben. Doch die betekening van Merlijns graf ge-
trokken, is belacchens-waerdigh, welke Alexander Necha-
mus, in zijn boek van de Godlijke wijsheydt, met dit vier-
ling-veers gefmeet heeft :

Het graf Merlini heeft aen Merlebrigia
Gegeven deze naem, op dat ik vajlefia.

De tael der Engelfen z>a,l mijn getuyge wezen,

DatMerlehrigiavanMerlijnisgerefen.

IDezes Cünetios lot is, gelijk met de naem, en haer avon-
tuur met de gedachtenis van oudtheydt, van de inkomft der
Saxen af, tot de tijdt van de Noormannen vergaen^ want in
die tuflchen-tijdt gemoet de naem ons nergens in onze Ge-
fchichten. Maer in de volgende eeuw leeft men, dat lan ,
by-genaemt zonder Landt, die daer na Koning van Enge-
landt geweeft is, hier een kafteel gehadt heeft, het welk, als
hy van zijn broeder den eerften Richard af viel, Hubert,
Aerts-biflTchop van Cantelbergh, ingenoinen heeft. En het
welk daer na zeer vermaert geweeft is, door de veelwijlige
by-een-komften van al de Staten van Engelandt, de welke,
t\'zamen-ftemmendè, een wet gegeven hebben om de op-
roeren te ftillen, welk gemeenlijk het gebodt van
Marlebo-
row
genoemt wordt. Nu is het door de tijdt verwonnen,
en daer is anders niet als een puyn-hoop; daer zijn binnen
de graft weynigh overblijffelen van de wallen, en een by-
gelege herbergh vertoont, in de plaets van\'t kafteel,het uyt-
hangfel van \'t Kafteel. En de inwooners vertoonen niet
meêr ^ als in de naefte kerk by
Breshut, een vont, zoo het
fchijnt, van
Toet-fteen, in de welke, ik weet niet wat Vor-
ften zy zeggen, hier eertijdts gedoopt zijn. Ook kan ik nier

Bmowes
en Bmo\'
ives.

Van de
fTAVSn.

In de Lant-
meteryen
\'um Beëtms
tn GromA\'
tims.
R@kley>

Honger-
born,
dat
iSy een ri"
n}iervm\\ •
homer.

De flaé
Cmetio,

Marlehs\'
vm»

>m: •

verzwijgen, \'t gene ik gelezen heb, dat yder burger,hier toe*
gelaten, plaght twee Wint-honden, met twee witte Capuy-
nen, en een witte Stier uyt ouder gewoonte den Mayer te
geven.

Op de zelve rivier,en aen de zelve oever light Ramesbury, Eameshth
nu, om de genoeghlijkheydt der weyden , een loflijk dorp , ry,
eertijdts vermaert door de ftoel van de BiflTchoppen , welke
voor dezen over dit lant Vooghdy gehadt hebbeui maer die
ftoel, met die van Shirburn van Herman den achtften Bif-
Malmes-
fchop t\'zaem-gevoeght zijnde , is ten laetften, gelijk ik ge- hnrienfis
zeyt heb, na Sarisbury over-gevoert, en heeft al de eere en de Bif
lof van hier met zich genomen, om dat \'er te Rames- fi^oppen.
bury geen Convent van Klerken was, nocht daer was ook
niet waer mede men het onderhouden kon. Aen de ande-
re zijd van den oever, wat meêr ten ooften , wordt
Litlecot utUcêt,
gezien, het welk gedenkens-waerdigh is, om zijn Heer lan
Popham, Aewe^e , hooghfte Rechter in de Koninglijke
Vierfchaer zijnde, de Recht-ampten met de meefte eer be- "
dient, als ik alreê gezeyt heb.

Tot hier toe hebben wy het land van Wilthon doorzien,
het welk, als in de aentekeningen van Engelandt ftaet, (het
zal my niet verdrieten aen te tekenen) den Koning tien
ponden voor een Havik gaf, twintigh fchellingen voor de
hooft-fom, hondert fchellingen voor het boy, en vijf Oren.
Wat oft hoedanigen foort van geldt een Ore geweeft is, is WatOx^m
my gantfch onbewuft, maer uyt het regifter van het kloo- w.
fter van heb ik gemerkt, dat twintigh Oren twee
mark zilvers golden.

Dit landtfchap telt weynigh Graven uyt verfcheyde ge- ^^
flachten, behalven die van Sarisbury, waer van ik alreê ge- wtUon.
fproken heb: want,op dat ik Weolfthan voor de Noorman-
fche zege nalaet, het heeft geenen , dat ik weet, voor den
tijdt van den tweeden Richard gehadt, de welke Willem
Ie
Scrope tot die eer verheven heeft, maer dit geluk heeft mee
zijn Vorft geftaen en gevallen : want als hy uyt zijn Rijk
verdreven was, is deze onthalft. En niet lang daer na heeft
hy tot zijn navolger gehadt lacob
Butler, Graef van Or-
mund, van de zefte Henrijk daer in geftelt. Daer na, als de
Lancafters t\'onder lagen,is hy verbannen, en heeft lan
Staf-
ford,
de jongfte zoon van Hunfred, Hertogh van Buckin-
gham, door gunft van den vierden Koning Edward, dezen
tijtel ontfangen, dien zijn zoon Edward, zonder kinderen
geftorven, gevolght is. Deze zelve eer heeft daer na den
achtften Henrijk, Henrijk
Stafford, uyt het zelve geflacht
van Buckingham gefproten , gegeven, de welke een tijde
lang genoten hebbende,is zonder kinderen geftorven. Ten
laetften is het, door gunft van den zeiven Koning, aen het
geflacht van
Bollen gekomeUiWant hy heeft Thomas Bollen,
Onder-graef van Rochfordt, gebooren uyt de tweede erfge-
naem van Thomas , Graef van Ormund, tot Graef
van Wilthon gemaekt. Wiens dochter Anna van den Ko-
ning ten houwlijk genomen is, haer zelf, en haren broeder ^^^^^ ƒ
tot een doodlijk j haer ouders tot een bitter, "laerEnge-
laridt tot een
gelukkigh lot: want zy heeft ons de Koningin
Elizabeth, de allerbefteVorftin, gebaert. Voorts als Tho-
mas
Bollen, door angft af-gemat zijnde, over d\'ongelukkigc
doodt zijner kinderen, zonder zonen na te laten, geftor-
ven is; heeft deze tijtel ter neder gelegen , tot dat den ze-
ften Edward de zelve aen Willem
PöW^/\', Heer van S.Iohn Ziet Ba-
de Bafing, gegeven heeft, den welken hy terftont tot Mark- ßng in
graef van Winton, en Opper-Schatmeefter van Engelandt Hantshirc*
gefielt heeft, in wiens geflacht zy tot noch toe verblijft.

Dit Graeffchap begrijpt 304 Varochim.

-ocr page 137-

117

T - S H I R E.

H A

Aeft aen Wilton in Bant- liefde, verhaelt hebben. Van daer vloeyt de rivier door Bet
shtre
, by de Saxen ban"ce- Regnewood, oft Ringwood, en in \'t Schat-boek van Engelandt "vm Regne-
fcbyp
, wiens middelfte Rmceivied. Welk R e g n v m der Regnen ftadt, waer van
deel zonder twijffel behoort Antoninus verhaelt, geweeft te zijn, zo de gelegenheyt der
heeft aen de
Belgen, de zee- wegh, als de overblijffelen, en de betekening der naem ge-
kant aen de
Regnen, een oud loöflijk maken. Want Ringwood fchijnt, door de Saxifche
volk van Britannien. Ten by-voeging, het bofch der te betekenen. Dat het

weften paelt het aen Dorfet eertijdts van grooten naem geweeft is, geeft de by-gelege
en Wilton, ten zuyden aen Hundred, daer na genoemt, genoegh te kennen, nu is
de zee,ten ooften aen Suftex het alleen vermaert door een markt van allerhande koop-
en Surrey, en ten noorden waren.
A-ven, van hier gefcheyden zijnde, ontfangt
aen Barkshire.Herlandeken de rivier
Stour, van de Durotrigen af-dalende, alwaer by
is van vruchten overvloedigh, op zommige plaetfen luftigh de t\'zamen-vlbedt der zelve, een fchoon koop-ftedeken
door de dichtheyt der boftchen, geneughlijk van weyden, light, heden, van de Chriftus toe-gewijde Kerk,
chrifi-
en gelukkigh van zee-havens; als welk , met verfcheyde church, eerdjdts, om dat het tuftchen twee rivieren lagh,
monden door-fneden, zeer bequaem is om koojp-handel te
Twinamhurne genoemt, even als in Italien Interamna. Eer-
drijven. Men gelooft dat het onder de eerfte, onder het ge- tijdts was het met een kafteel voorzien, en verfiert met een -
biedt van de Romeynen gebracht is; want onze Gefchich- oude Kerk van Proveniers, de welke, in de Saxifche eeuw yfueJf^r,
yefpafia- ten getuygen, dat het Vefpafiaen beoorloght heeft, en in gebout, van Bifithop van Dunelmen, de

deze zaek eyfcht een \'genoegh wacrfchijnlijke reden, dat wy welke daer Deeken geweeft was, onder \'t gebiedt van den
het geloovcn. Want Dio getuyght, dat Plaudus
cn Vefpa- Roden Willem,vernieut, en van Richard van Rypars, Graef
fiaen, als zy onder Claudius Britannien acntaftten, haer
Ic- VanDcvon,dcn welken de cerfteKoning Henrik deze plaets
ger in dne deelen verdeelt hebbende, op dat zy op een te leen op-gedragen had, met groote inkomften verrijkt, rot
plaets aenkomende, haer de oevers niet zouden
Verboden dc djden van den achtften Koning Henrik, en die laetfte
worden, na dit eylandt gevaren zijn: cn Suetonius leert, dk uur der kloofteren gebloeyt heeft. Hier by worden de
Vefpafiaen in dien aentocht derdgh-mael tegen den vyandt
Stour en Aven, door een mont t\'zaem-gcvoeght, m de zee
gevochten heeft, en dat hy het eylandt Wicht, hetwelk geftort, welk Ptolomasus te recht de mondt van de rivier
tcgcn\'dit landt over light, en twee moedige volkeren tot Alaun genoemt heeft. Want dat Aven de rechte naem is Be nvm
over-gaef gedwongen heeft. Om welke overwinnin- geweeft van deze rivier, kan ik my zelfs niet doen geloovcn,
gen, en gelukkige overvaert over de zee, Valerius Flaccus wijl het
een gemeene nacm is, Waer meê ook de Britannen
dien Vefpafiaen i als gelukkiger dan Cïefar, aldus aen- alle hare nvicren plachten te benoemen. Doch dat zy eer-
fpreekt : tijdts genoemt is geweeft, zoud ik daerom achten,om

dat\'er eenige overblijffels inde by-lcggendedorpkens ove-
righ zijn, gelijk als in
Allinton, Aüingham, &c.

rm.

O ghy feer groote zeeH, aen men een groote eer
Geopent is, na dat u Calidon
3 0 Beer,
De zeegevoeret heeft, en fchoone witte zeylen,
roen ghy de Fhrygien u gramfchap meê woud deyleh.
En van hem heeft Apolloniüs Colladus Novanenfis dit
Veersken gezongen:

Ziet dezen heeft onlangs, met hulpe vm God Mars,
De Britannen gebracht in een zeer enge pars.
Maer hoe dat in dezen oorlogh dc zoon Titus Vefpa-
Caen, van de Britannen zeer benarc, uyt gevaer verloft
hy , heeft het kndzVodt\'cnirn^^^
beeft en hoe hem toen ter tijdt een onfehadeHike flang om het de w.lde dieren, enhecvermLk der hlfden r«^
omvatte, net weiK ny tot^een waerzeggmge van
tKi,k ven. In welk landt hv 36 hooft-kerken verwoeft, en haer
aen-genomen heeft, aet Dio cn Forcatulus u gezeydt heb- volk verbannen heeft. Maer dit heeft hy gedaen,oft om een
ben. Maer ik zal, gelijk mijn voornemenis, van het weft- veyliger inkomft aen zijn Noormannen in Engelandt re
eynd dezes landts beginnende, eerft de zee-kant, cn de ri- géVen, want het
light recht tegen Normandyen over, ofc
Vieren die daer uyt-geftort worden, daer na het binnenfte om de luft die hy uyt het jagen fchepte, oft om zich overal
landt door-wandelen.
 geldt te vergaderen. Wanthy, den wilde dieren gencgcner

Omtrent het weft-eynde loopt de riviere Aven zachte- als den menfchen, heeft een groote geldt-ftraf ,^en andere
lijk in zijn kolk, en daer zy eerft in dit landt invloeyt, is dc zware boeten geftelt op die gene, die zijn wildt joegen
ondiepte van
Cerdic, eertijdts Cerdiksford, daer na Cerde- Maer aen deze oevele daedt des Konings, heeft de Godde-
ford, en nu, wat korter in-ecn-getrokken, wordt het Chard- lijlcc wrack niet lang ontbroken : want\' zijn tweede zoon
ford genoemt, na dien ftdjdbarcn Sax Cardicus. Want dit Richard, en de Roode Willem, Koning van Engelandt zün
is de Cerdic, dc welke, met dc Britanncn handt-gemeen andere zoon, zijn beyde in dit bofch gebleven\'^ dc eene is
geworden, haer zoo verbroken heeft, dat hy niet alleen de by ongeluk van Gualter
Tireü met een pijl doór-fchoten,
landt-palen van zijn Rijk verder uyt-geftrekt, maer ook en de ander door een peftige lucht ingeblazeni insgelijx is
den nakomelingen
lichtelijk den oodogh over gelevert zijn neef Henrjik, gebooren van dc oudtfte zoon Robert,
heeft. Na dat hy tc vooren in deze wijk, in \'t
d v111 jaer als hy in \'t jagen van de wilde heeften zeer bezigh was, aen
ons
Hecren, in een grooten flagh Natanleod, dien mach- de rakken blijven hangen, en zo ellendelijk geftorvenop
tigcn Koning der Bntannen, dc welke by andere mede dat wy leeren mogen, dat ook de
na-neven der ouderen
Nazaleod genoemt wordt, meteen groot getal van Britan- bonden boeten moeren. Van dit Foreeft worden zekere
nen overwonnen had. Na wiens nacm, gelijk men in dc gedichten van I. Whit, Bifl\'chop van Winton, om-gedra-
laer-bockcn dcr Engel-Saxen leeft, het landt tot aen deZe gen, de welke, hoewel zy tc onrecht tc kennen geven, dat
plaets
2iatanleod genoemt is geweeft , het welk ik zorgh- de Roode Koning dit ingeftelt heeft,wijl zy nochtans velen
vuldighlijk
na-gezocht, maer tot noch toc niet een kleyn behagen,heeft het my ook niet mishacc^ht dc zclvehier on-
kcn-tcekcn van die naem gevonden heb, ook kan ik niet der te ftellen: / ^

Den Rooden Koning heeft Godlooze lijk genomen.
Wat dat hy doorzijn hant, en vollik kon bekomen.

By rooft der burgren fteèn, hyfchent des Beeren kerk:
By drijft de hoeren wegh van hare landt en werk,
By maekt een vruchtbaer landt een wildgediert warande.
Bet welk hem zeiven is oneer, en groote fchande.

Mm Hy

Aen dezes ooft-oever heeft Willem de Noorman, de fte-
den, dorpen en kloofters, wijd cn breed vernielt, en, de on-
noozclc inwooners verdreven hebbende, alles, omtrent 30
mijlen in \'t ront, tot wilder dieren hollen, en tot een bofch
gemaekt, welk wy
Newforejl, de Engelfen in die eeuw Ttene Newforefi,
genoemt hebben. Van welk Gualtcrus Mapscus, die om-
trent dien tijdt geleeft heeft, verhaelt: De
Conquefteur, zegt

De rivier
\'Avena oft
Avona.
Cerdthers-
ford.
fop.

J-fet landt
van Cerdi-
cw.

gifl^en, wie die Natanleod geweeft is. Maer het is zeker, dat
Aurclius Ambrofius in deze wijk, op die zclfde tijdt, met
een onzeker avontuur, dikwijls met de Saxen gevochten
heeft. Van welke die laer-boeken nochtans
ncrgcnsgeden-
ken, de welke, gelijk ik gemerkt heb, alleen haer. voorfpoe-
dige, en noyt haer tegenfpoedige veldt-flagen, door eyge

Natmkßd\'
Nazaleod.

An Nat an-
teod, e»
Ameiim
Awbrofim
noemt het

zoe.

-ocr page 138-

B B RC HERIA

3 SI X- s Jf J, 31 c

ho l d 5 k o t h v n n k e d \'
S £ G O jfj-j .4 s

o tihiclcwiitsr

Mintev \'

Turves ^ Mâ^ngUy

■ .........\'(é)\'^^ —ïi I^^y o jV

^^ cVA«./ j f D I AM^ HVND.

^\'ajiujapj^

o fc.

ÏShàjfe

Combes

Ti^ûûdccn,

à^inkenhûh-

A. S TRA

She.rhûrnes

fr^nm^/- 1 o

V TÊ L E Y HV K ________ ^

o \\ J^x-P\'- 4 ..... I Js J.

Churé L .

\'Polhanw. \' \'

co

fh v w d

FSu^lc^

ï\'iîsi-\'!!

s--

h amp:

ici" (

o/-^«^ â€ž ••••............À

t e mil am

S V R R

S \'V m 31 c

Tûhitchurch.i

I A

CharUcûte

a 5 in\'gtt\'ok

Iriaru (lOarnborg \'w^-Tf^arpharD

llffM j \\

Aajha.m- â– â– â– f^

ANTON lA^

J^ramley

....../k i k g

........p A R Tl or

s y c i er i

1 C^off-PauLr ii

sive

^ HarUflati-
j o

E V IK a Z K"«««^ Jiun^cUre^ J

° Sidnuintûn

mifhtnanfû^ûi\'év^

^sovthantonensis
comitatvs

Hjijsttshirb

vj n fl e k^....:.:.

lihilvertati

B^RMAS^PIT-y^ Â® ® i o

"^ifùilier,

Jtediiiàn- i q

.Milcpurf

j/lfllccho- o

ifûifho

Tttnm^re Jf v N » ^

^BmjLL \'■>..

E üoiirt: Jiroxtoivi \'\\
ham- O /Par\\

^ ..i , ilj a \' io-eham. q -.

P.n cn : . • ...........

W I L T O

t" "Andovelii^"\'"

-£:ajl strattf\'t

hihoii Caadûvcf^,

—PART orV-^-^
i V
fa-vv^lby., i

......■■............. Wiàaut.

cU

A Sax on
sf lAfincefier

£arh

o F

Al

Jf^ûrpcijtc I

Zhmiftprv O T)}^ li>ûrttam,

Ohehanje-r o

TCtniptcii.

3wa-rwcra.on.

rUJzJla:

Tar-m^dp-

OUloh^

\'VffTESBORoV HV^tdREDX A

T^hprwLi

3ranyhirt!

\'1t o

^he^thurn- - :

^^ Â£n^c1tcrtb p

\'ART ^ ® ^ /HVN

f\'GaaÂvor^

............/ o \'■s^emjefjjih

\'..y\'\'^ CU^orÂ,

Ch\'Sabon.

I A.

-■■■^Idalrefirly^-i

ireUy

(xreéianv

vd £ e 5 g a\'te hv n v j^

■ \' ■ - CratcUy - -

\\ * \'

S||\\E X I A.

> AR\' ^^^Ctywttmre ***%

■ \\T O N S T ACY ^r

StaUrùy
S O M^B V UN £

^pfeésr UTallû^

V o SuOCtL.
\\
 rab-t OM

■ jt ^«il^ 1 HtAbarftT\'

i 6

». " J , 1 breton. L .X"»"-

^ft^ff^fiîil o i Châcumi \'henworé ^ Oxsnhûrn^

AmiJ^i

^x^nburn-

m

JiamfcUn

mOeft rtâa-Uy
\\
o ^ ■ - - -^pnt^
%
o -ô -

TaherUy

-au.

«5

.i-

PeterlFeilJ / -wejh

ÇBnt^^rv ;
o

(u

cyki

J

vledarham.

"o

Mtrjlty

Butter hill

x

£ajh Heans
lpcucrlzy

/i^vttich e hmrjh

I-f^CHEsTER ^........................--\'\'tOeJlury ^ f -W.M^ane^^

JVIEA N E T O KE

-. H - B

ijjt Lunfirl î^^i V JNT D R Ê

Sa-BT ^vmcy Carle^
t^ Uiticejîer\'

.East meaj^e

refti

\'Turviie,

! >

Hvtf D

- a -

Otterlurn/i

Tirkf Dean

J SI £

o

Charfarde^

e we o r r e 5 t

lia

\\ jmbroh un

Hadéartic

alwpnd" CàfU

Xfoiavnck.

\'UHv^teJler\'

^ ôarle.

»tts

.ji yClch Surya

o

B RID ÖE

\'fiur^Me bridge:

lUWV o

H V N D

Hin(hu

lpajî-t o:

-----

^herfciU. m SuahriJ^e
jà-o 1 T. r o

Spenc\'er £a.fU

Perjlntc ~ ff

■\'ÇWelùw

iNurJlify

itor d i nôt

, Haarde
K

o^iXewe

k

^■Vebdcn

I N MT o o

.ffarhri^e

: .■■\'"SA

, i o o

Bulliwaltkairi^ J,\' \' Chi^Ul ^

o ^ïkrtied^n.\' :

Çauth Stûnh a.mf
alt

h a ai

/^ntAj o .\'tztld X .V ^ .

JI\'-tarte {

.......if^i^^t

o i

1?. .Diûntestl

o

Itchtn^

® Kirhri^ "
......

lifCdtn.

y

JiHuh

" 3 edhainjTtó ^

o ^ Taclrfdlt ,

> KaiU M . . J,I, ■

^ o 11 ȔyAfltt

i\' , g \' V m Rûli/ner g

, c^ ^ \' LcmarUs

y-Bji, \'""iau^

hvnd!

ifwsrift Swnham
•■ir-

Bra
Swammrc

ti^ \\ilasrjbjiidc

lebrUMV ,,

us\'

\'Tû&Jl.Mzrd&ti. o

Sta-wjhtaii^ ^^ p ^

o

\'ÏÔ-ûliam fitz TjJiHiaau creû
£arl o^ SouAam^ton. iy \'Kittel
Tù-nry
8.

\'^^tume.rc\'

d^ij^ Lavant

^idUvoicp Çjy

^l^biJume-

^Cliïckeflei-
Ajrledrum.

S V s

Sf^tf or Sea-voiis Carts

of Sgu^a-mton nfimous
Tvarrte-r a^ainjk
j? barmans ■

\'\' Tlie Mankode

.Jhci

X

Jhrfllxnburjt

r

ReaulkiC

\'îaw.

^ I-^JÎI,!,,,. "M ! H V N D R E D

«y.

o

Vttttpti

Peu lilanil

O c E A N V S

Çalfi^ Cajlle

HVND R En

Leafe

farines of lûincfi^

-UhnFf^mt^KÊÊ^jUy créa
ôarle of SoitéampoTi iy KÔ^e
SJwari e.jtnno u

Christ cnviicH ij

^xjrinm^toii. ]
- ^
./irtiwcoA- ^^ \'

ttvnd re d

ixbury

Lpn^h,

Don c B s^^ I
tria

iTarît

Tiidl^ord-

O

-O,^ . „ _ ihirdwAt

Sûylcy r Xl»- -^\'

i^ùlmhurfi
caf

CLJ,

Dons e/j-

^rjl CaflU ^^

ifarâe

Spmetfard

tH^^tth

3afcifmh Cû^fzrashe^

B RITA H N I C V S.

Part of the I^LEV OF WIGHT

S H I R C, \\

MilL.Atyl.juoru- jj. uni G-ermanico

-ocr page 139-

N.

D

E

B

E

i8

Hy fchijnt hy jaeght het hert, Godts wrake diejaegt hem, verhinderen, geftelt hebben. Als nu alle dingen door den
En raekt, tot in de doot, door TireIIin de klem. Deenfen oorlogh vernielt en verzwakt waren, zo is ook hec

Hy noemt dit het landt Beaulenfe, om dat den Koning oude Hanton i^n\'td cccc lxxx jaer des Heeren, aen
lan hier naby een kloofter gebouwt heeft:, van de fchoonc haer roof-luft gelaten, cn ten tijde van den eerften Willem,
BeauUeu. gelegenheydt Beaulieu genoemt, het welke tot de gehcu- op dat ik uyt zijn eygen bock fpreke,heeft den Koning daer
genifle toe van onze
VOOr-vaders zeer vermaert is geweeft; in alleen gehadt So menfchen onder zijn heerfchappy.
Jfyla t)ft ïiu is het een vryc-plaets daer de vluchtelingen zonder Maer voor 200 jaren als den derden Edward, Koning van
vrye-^laets. eenige zorgh mogen komen, van waer nocht doodt-fta- Engelandt,en Philips de Valois,om het gebiet in Vrankrijk
gers , nocht fchelmen, nocht dic eenige mifdaedt van ge- ftreden, zo is het van de Franfen verbrant. Uyt wiens afch,
quetfte Majefteyt begaen hebben, mogen van afgehaelt op ccn bequamer plaets, verrcheenen is\'het ftedeken, dac
worden : cn dc onzen hebben \'t eertijdts voor een doot- men tuflchen twee rivieren ingeftelt ziet, cn vermaert door
zonde geacht. Zoo dat onze voor-ouders,als zy zulke vrye- fchoonc cn dichte huyzen, rijk in welvarende Burgers, en
plaetfen, oft kerken van barmhertigheyt (gelijk zyze noc- den toe-loop dcr koop-luyden, met een dubbele graft, fter- ^

Eaodi 21. men) ingeftelt hebben, zich Romulus eêr tot ccn voor- ke veften, en met veel bolwerken omcingelt,cn tot befchcr-
beeldt geftelt hebben, dan Moyfes, die de gene, die met ming vande haven heeft dc tweede Richard een treflijk en
opzet doot-flagers waren, toeliet van \'t Outer af-gerukt hoogh kaftecl gebout, al-te-mael van vierkante hart-ftec-
te worden, op dat zy fturven. En heeft hun alleen een nen. Gedenkwaerdigh is die daedt van
den machtigen C.i-
vryc-plaets geftelt, die by ongeval een man-flagh begaen nut. Koning van Engelandt en Deenmarken, waer door hy
hadden. op deze plaets eenen zeker panlikker oft oogen-dicner, de

Maer om dat zulken ftuk landts van dezecn, gelijk als welke alle dingen al wat den Koning dacht oft begeerde
dit bofch is, niet ontbloot van vaftigheyt zoud liggen, tot toe-ftont,bejegende: Hy heeft, zeght Huntingdonenfls, op
behoef voor den vyant, zoo heeft de achtfte Hcnrik het zei- den oever der zcc, als zy op-liep , geboden zijn ftoel te zet-
vc begonnen met fterkten vaft tc maken. Want op een wat len^ en tot de oploopende zcegezeght : Ghy zijt onder
verder uytftekend tongtjen, daer men in \'t kort overvaren toijn gehoorzaemheyt i en de aerde , op de welk ik zit, is
kan, in \'t eylant Wicht, heeft hy het kafteel
Hurft gebout, inijne, cn daer is riiets geweeft dat mijn gebodt tegen ge-
dat dczcerondomdreygt. En wat meêr na\'t ooften heeft ftaen heeft. Ik gebiede u dan dat ghy op mijn aerde niet
hy mede een bolwerk opgeright, dat
Calshot, voor Calshore vloeyen zult,, nocht mijne kleedcren, nocht de leden van
genoemt wordt, om den ingang van den haven van Sout-^ uwen Heer nat maken zult. Maer de zee, na haer wijs op-
hanton te befchermen. Wantdeocvers,hiermeteengroo^ loopcnde, heeft, zonder aen den Koning eerbieding te
ten inwijk te rug gaende, en het eylandt Wicht, hier tegen doen, zijn voeten nat gemaekt. En hy haeftigh opfpringen-
over liggende, maken hier een treflijke haven, de welke de, zeght: Weet van my ghy aerdtfche menfchen, cn alle
Ptolomicus de monc van de rivier
Trifanton noemt, na mijn dc gene,die de werelt bewoonen, dat de macht der Konin-
oordeel, voor
Traith Anton, dat is, de mont van Anton. gen maer los, en ydelc wacn is,nocht niemant en is de naein
Want zy wordt byna met de zelve naem van den ouden van den Koning waèrdigh te voeren, als die gene, aen wiens
fchrijver Ninnius, de mont van
Trahannon genoemt. Maer oogh-wenkcn en wetten, de hemel, aerde, en de zee onder-
de invloeyendc rivier , de welke nu Td?/, wierd in voorlede danigh is : cn hy heeft noyt na die tijdt zijn Koninglijke
tijden, gelijk als in het leven der hcyhgen ftaet,
Terjlan, en Kroon op het hooft geftelt.

eertijdts Ant oft Anton genoemt, als dc fteden x^ntfort, De wefterlijkftc Van deze rivieren, op de welke dit ftede-»
Andover, cn Hanton, op deze rivier gelegen, cenighzins ge- ken gebout is, nu Tejl, eertijdts, zoo men meent, Anton ge-
tuygen. Zo ver is \'t \'cr af, dat ik gelooven zoud, dat zy van noemt, uyt het bofch van
chute uytfpruytende, loopt eerft
dien Roomfchen Hammon, die daer doot gebleven is,zoud na
Andover, in \'t Saxifch Anoeappan, dat is, ^Andm over^ Ardi^er.
genoemt zijn: het welk Monumetenfls nochtans verdicht, vaert, alwaer in het d c c c txxxx 111 jaer ons Heeren
en zijn gclijk-tijdige Dichter, die van Hammon dus fpeelt: /Ethelrcd-, Koning van Engelandt, als dc Deenen over al
Hier valt Hammonit^, en toen hy was aen \'t valleriy ^ijn Rijk beroofden, op dat hy zijn landtfchappen,die door

Heeft hem Harviragmgebracht tot niet met allen. oorlogh uyt-geput waren,allenxkens wederom zoude bren-

Hy brengt hem aen de ftrant, en heeft hem voort ontrooft gen tot een veylige, cn gerufte vrede, Aulaf den Deen in
Het leven, om dat hy hem deed afhouwen\'t hooft, zijn gcflacht voor zijn eygen kindt aen-genomen heeft,

De haven houd de naem van haer vermoorden Heere, doch deze cere heeft dat Barbarifch gemoedt van \'f rooven

En zal haer met de naem noch langen tijdt geneere. niet konnen af-v/enden. Van daer vloeyt.dc rivier niet vêr \'^\'"^enVndi

Voorts light op deze haven het ftedeken South-hantm ^ van Whorwell af, alwaer de Koningin iElfrith een kloofter ZfmnZ
waer by ten ooften eertijts een ftedeken met de zelve naem heeft doen bouwen, om haer te rcynigen van het groulijke rntn-
gebloeyt heeft, het welk Antoninus
Claufentum,2o van deze fchelm-ftuk, dat zy begaen had in \'t vermoorden van haer
kant uyt dc vêrheyt van
Regnum, als aen d\'andere zijd van ftief-zoon Koning Edward, als mede van deri doot-flagh
Venta fchijnt: cn gelijk Trifanton de mont van de Anton, van haer voorgaenden man, den edelen Graef Athelwold*
200 betekent
Claufentum in \'t Britanfch de haven van En- den welken de Koning Edgar hier geroepen hebbende, om
tum i want ik heb verftaen dat Claudh by de Britannen dat zich met de jacht wat te vermaken, door-fteken heeft, om
zelfde betekent, dat by de Grieken
xv-n^ , dat is, een dat hy hem in zijn vrycry bedrogen , en deze ^Ifrith, in
gegrave haven. Maer dat deze plaets Hanton, en Henton dien tijdt de fchoonftc boven alle vrouwen, hem met liftig-
genoemt is geweeft, behoeft men niet te twijffelen, wijl in heyt ontnomen had. De Tdaer na, ontfano-ende een 11-
het boek, waer in de eerfte Willem dc zuy vering van En- vierken van
Wallof, oft om beter te zeggen Wcll-hop, dat is,
gelandt geftelt heeft, het gantfche landt uytdruklijk
Hant- zoo wy het recht na onze groot-vaderlijke tael uyt-leggen,
fcyre, en elders Hentfcyre genoemt wordt, en de ftadt zelve een hronneken aen de zijd van een heuvel, en heeft zijnen
in \'t zuyd-eynde
South-anton. Hoedanigh deze plaets ge- naem gekregen van dat treflijk en Ridderlijk gcflacht van
weeft is, zal niemant light zeggen; zy heeft daer gelegen,
Wallop, het welk daer omtrent woont, zoekt Brige oft Brage, wM-
daer nu het veldt is, dat men S. Maric noemt, en heeft tot die oude ftadt, de welke van Antoninus geftelt is aen den
aen de haven geraekt: en zoo\'t fchijnt ook den oever der ix mijl van
Sorhiodunum, aen welke wijdte, niet vêr van
rivier begrepen. Want ccn weynigh hooger aen,daer tegen haer oever, tuflTchen Sarisbury en Winton,\'zy het boeren
\'Bittern. over by Bittern, heeft Francifcus Mills, die daer woont, my dorpje Broughton vindt > het welk, zoo het dc oude ftaclc
getoont de gebroken muur en puyn-hoopen, en de graften
Brage niet geweeft is, wy gelooven dat het oantfch uyt-fre-
van het oude kafteel, het welke in de rondte vijf-hondert roeyt is, als Willem de Noorman alle dingen in deze pkfets
fchreden groot was, cn door de aenkomende vloet van drie eften gemaekt heeft, op dat hy dat bofch,daer ik van gezeyt
kanten wijdt cn breedt met water overdekt wordt. En de heb, maekte. Daer na bezoekt deze rivier
Rumfey , by de
oudtheyt bewijzen de dikwijls uyt-gegrave oude penningen Saxen Rumfcj, van den Koning Edward aen de Geeftlijke
der Roomfche Keyzers zoo vaft, dat zo daer het kafteel van maeghden, wiens Kerk alleen noch overigh is, toc-geey-
het oude
Claufentum niet geweeft is, men lichtlijk oordee- gent, wort terftont in de haven van Anton gedreven, by de
len zal, dat het van dic bolwerken der Romeynen een ge- Riedt-grondt, welk Beda zo genoemt, en
Redford vertaelc
weeft is , welke zy op den oever van de zee (gelijk als Gil- heeft ^ nu wordt het van de fteenc-brug, daer de ondiepte
das zeght) na \'t zuyden, om de roof-fchepen der Saxen te geweeft is voor
Redford, Redbridge genoemt, by het welke, Re^lridqe.

als

. »

: > ■

lojephm tn
het ^boek^
der oudthe-
den.

I üT

Bet
Jtiurfl.

Bet hol\'
tverk Cals\'
het»

/

- ri

■ f -

i\']

Injanton
een dmr
vm de ri\'
vier.

i =

Som h-haft-
ton.

Clmjèn-
tum.

f

t «

-ocr page 140-

119

T - S

H

lî

N

R

E.

als de rngcl-Saxi-Tche kerk eerft ontfpToot , een kloofter
gebloeyt heeft, wiens Abt Cymberth tweeJongskens,broe-
ders van Arvandus, de Vorft van het eylandt Wicht, als
zy aile oogenblikken onder beuls handen gelevert zouden
worden, gedoopt heeft:. Want deze, als den Sax Cedwal
het eylandt Wicht beftreed, hebben zich, door de vlucht
beradende, by het Steen-ftedeken verborgen, tot dat zy,
vdrraden, door Cedwals bevel gedoodt wierden. Welk
\'t Steen-ftedeken geweeft is, indien het my miftchien ge-
vraeght wierd, ik zoud zeggen , dat het
Stoneham is, te we-
ren het naefte dorpken by
Redhridge-, hetwelk die bete-
kenis dcr nacm zeer lichtelijk voor my bewijzen zal.De an-
dere rivier, de welke acn het ooft-eynd van Southanton
uyt-vlocyt, en fchijnt
Alre genoemt tc zijn, want Aireford,
dat is, dc ondiepte van de Alre, wordt ccn koop-ftadt
genoemt, acn haer oever, niet zeer vér van de poel daer
zy uytvloeyt. Dit, op dat ik dc woorden van de oude Re-
geftus van Winton gcbruyke,hceft dc Godts-dienftige Ko-
ning/OW Wf van Paus Birin dcr Chriftenheyt ingclijft, in
het begin van de Chriftlijke Godts-dienft (in deze wijk)
aen Godts kerk te Wentah, met groote aendacht dès her-
ten gegeven. In het
m c c x x jaer ons Hecren heeft God-
fred Lucy, Biflchop van Winton, haer dc markt vernieuwt,
en Nieuwe markt genoemt, miflchien ten opzicht van het
oude
Alrejford, dat daer by light. Nochtans is deze nieuwe
naem by het volk, by het welk de macht van fpreken vér
grootft is, niet lang in \'t gebruyk geweeft. Hier by light
7ichhorn, en niet te verzwijgen , dat het dat vermaerde cn
oude gcflacht met de naem vereert heeft.

Aen de weft-oever van deze rivier light de zeer vermaer-
de ftadt der Britanfche Belgen, by Ptolomeus en Antoni-
nus
Venta Belgarvm, by de Britannen nu noàiCaer
G went,h"^
de Saxen eertijdts Win\'cancef\'ücjn, by de Latijnen
gemeenlijk Wintonia, by ons heden Wint chefier genoevnt.
Daer gcbrekener nochtans geen, dic dit voor deïSimenen
Venta
houden , en Briftol met de nacm van dcr Belgen Ven-
ta
vcrccren ; maer dat in dit eylandt geen Simenen geweeft
zijn, zal ik,als ik tot de Icenen gekomen ben,bewijzen. Zoo
zy nochtans de fteden van Antoninus by Venta geftelt,even
als paden van mieren elders zoeken, zoo zullen zy echter
niet vinden om haer gilTing tc beveftigen.

De oorfpronk van dit Venta -halen zommige van Ventus,
de windt, zommige van Vinum, wijn, andere van Bifl!chop
Wina, die alle haer verftant wel mochten laten zuyvcren.
Veel beter behaeght mydc mecning van onze Lelandus,
die het van der Britannen
Guin, oft Guen,d\'2x is, wit, getrok-
ken heeft, zoo dat
Caer Guin ccn witte ftadt betekende. En
wacrom niet \' wijl de oude Latijnen dc fteden
Alha Longa,
cn Alba Regia,
en de Grieken infgelijx Leucaen Leucada,
en andere plaetfen na dcwithcydt genoemt gehat hebben.
W^ant dit
Venta, gelijk ook twee andere van de zelve naem
Venta Silvrvm, en Venta Icenorym, inecnlandt
wit van krijt en leem geftelt worden.

Dit is buyten twijffel in de Roomfche eeuwen eenver-
m
.acrde ftadt geweeft, als in welke de Roomfche Keyzcren
haer wevery fchijnen gehadt te hebben, wijlzy onder de
Ve-aten van Britannien wel dc voorneemfte, en Italien naeft
geweeft
is: wantin het boek der aentekcningcn wordt de
Stadt
-houder van\'t Cynegum, by de Ventenfche, oïtBen-
tenfche
Britannen gedacht, alwaer die eenige bloem der
Rechts-geleerden lacobus Cujacius
Gyneciumlee^, en in
zijn aemckcningen op het Recht-bock
een hcylige weve-
ry vertaclt. Even
zoo gevoelt ook Guidus Pancirolus, cn
fchrijft, dat die
Gynetien ingeftelt zijn geweeft, om de klce-
dercn des Vorften en dcr zoldaten, de zeylen der fchepen,
linnen dekfcls, cn andere behoeftigheden voor de vcrblijf-
placrfcn tc weven -, nochtans heeft
Wolfgangus Lacius
gemeent, dat die overfte den Kcyzeren hier honden be-
Ichaftc. En voorwaer onze honden ivorden onder
alle dc
G riekfche dc voorneemfte geacht. Zoo dat,
als Strabo ge-
tuyght , onze honden ook krijghs-lieden
geweeft zijn, en
dc oude Franfen, dic ook in den oodogh gebruykten, en
voor dcfchou-fpcelen , en andere jachten der Romeynen
gezocht wierden. Want
zy waren ( als Strabo zeght ) tot
de jacht
met een natuurlijk vermogen verzien, waer van
Ncmeflanus :

Britanjen, van de wereidt afgefcheyden, zent
Ons honden ko jl elijk, en tot de jacht gewent.

Ziet in het
beek van
het kloofter
Waverleje.

Ttchhorn,

Venta Bel-
garum.

Wtntche-^
fier.

\\

Engelfè
Hooiden,

En Gratianus van de koHlijkheydt en w^aerdigheydt der

zelve:

Lujl u de Terrowaenfihe zee
Te kruyffen, en de Britfche ree
Te vinden; o wat kojllijkheden l
Wat kontg aen Honden geldt hejleden.
Ook de oude Grieken hebben onze Agafaus, die wy nu
noch
Agafehound noemen, gekent,en in groote waerde ge-
hadt, het welke u Oppianus zeggen zal:
Zy hebben eengedaent van kleyne jonge dieren,
Het lichaem dat is kort, maer konnen haer antieren
Gelijk van grooter aert. Het Engelfche geflacht
T>at voedze moedigh op, en ftelt ze op de macht
Inharen oorelogh zo datze die ook noemen
AgafïEos, haer gedaent en mach men niet af roemen i
Haer lijfü ongezien, en, op dat men \'tgelooft,
Zy zijn vriend\'lijk en zoet, dat elk zijn aes ontrooft.
En ook Claudianus van onze bocre honden:
Dees kleyne,Jlechte, en zeer ongeziene dieren.
Die breken licht den hals vanfterk en grooteftier en.

Maer dit zy in\'t voorby-gacn.

In deze ftadt, als onze Gefchicht-fchrijvers verhalen ^
is in de Roomfche djden dic Munnik Conftans geweeft ,
den welken zijn vader Conftantijn , die door hoop des
naems tegen Honorius de purpure rok acn-getrokken had,
eerft tot Keyzer, en namaels tot Veldt-heer gekoren heeft:.
Want onlangs , als Zofimus verhaelt, van die tijden fï?re-
kende, hadden de Munniken zoo wel in de fteden als dor-
pen haer volk-rijke Collegien,de welke te vooren,als licht-
vlicdcrs verftroyt, langs bergen, boflTchen, cn wouden ecn-
zaem leefden» waer van zy ook de naem hebben. Van dic
Collegie fchijnen die oude muuren, die met zulk een dikte
en vaftigheyt aen de weft-poort van de Cathedrale kerk
gezien worden, overblijffels te zijn. Maer die Keyzerlijke
Munnik is hier uyt-gevoert, en heeft zijnvadedijkeeer-
gierigheyt en verachte Godts-dienft haeft met de doot ge-
boet. In de Saxfche Zevcn-heerfching is het, fchoon eens
oft twecs befchadight, nochtans weêr op-gekomen,het Ko-
ninglijke hof der Weft-Saxen gcweeft,mct hecdijke kerken,
en een Bifl^chops ftoel voorzien, en van Koning iEthel-
ftan met zes Muntcryen vereert. Ook is het in de tijden
dcr Noormannen heerlijk,
en hier het vertrek dcr handt-
veftcn, en oude gedenk-fchriften geftelt. En heeft lang ge-
bloeyt , behalven dat het eens oft twecs door den brant ver-
dorven , cn door der zoldaten moetwil, en den inlandfchen
oorlogh tuflTchen Steven en Machteld van het Engclfe Rijk
gcfchcurt
is i waer van onze Nechamus, die in die tijde ge-
bloeyt
heeft:

Der ouden haren tijdt div heeft zeer wel geweten.
Dat \'er noyt tijtel was aen Guinton gantfch vergeten* i

Het was altijt vervult met fchatten en metgoet j \'

Maer nu de liefd\' tot gout is ieder een zo zoet,
Zo datze bezigh zijn geftadelijk te jjaren.
Schoon dat haer fchoone fteèn in arremoede waren.
Maer al deze fchaden heeft de derde Edward verzoet, als Dt (iapel
hy hier de ftapel der lakenen en wollen geftelt heeft. Wat van lake-
gedaente deze ftadt in voorgaende tijden gehadt heeft:, zal »f« en mk
niemant licht zeggen, als dat Nechamus verhaelt:
De brant die heeft zeer dik verandering gegeven
Aen dees vermaerde plaets, zo dat \'er niet gebleven
Is, als moeyt en verdriet, als arbeyt en onlufl:
De brant die lijkt een bood\' van eeuwige onruft.

In onzen tijdt is het genoegh bewoont, met affcheydin-
gen van rivieren befproeyt j van \'t ooften ten weften laeger;
begrijpt binnen dc veften omtrent duyzent vijf-honderc
fehreden in\'t ront,hccft zes
poorten,cn voor ieder een groo-
te voor- ftadt. Aen het zuyd-cyndc van de weft-poort is het

oude kafteel, het welk dikwijls belegert is geweeft, maer
doch allerzwaerft, als de Keyzenn Machteld het tegen Ko-
ning Steven bcfchermde, enten laetften uyt-ftroyde, dat
zy geftorven was, en als doodt uvt ccn plaetskcngedra-
gen, haer vyanden befpotte.
Van dien ronden taf cl, oft
dien ronden muur hier acn-gehccht, welke het gemeene ^cTafcU
volk houdt voor dc
tafel van Arthur, weet ik met te zeg-
zen, anders als datze nieuwer gemaekt is, gelijk het den,
befchouwer lichtlijk blijken zal. Want in voorgaende tijden
wierden daer, om de dapperheyt der oorlogh te oeffenen,

N n zeer

wÊm

-ocr page 141-

120 D E BEL G E N.

2eer dikwijls krijgs-lopen (Tournoy-fpeelen genoemt) ge- ren ook andere heerlijke gebouwen, (want daer waren \'cr
houden^ cn deze tafelen gcbruyken zy op dat \'cr door eer- vele tot de
Godts-dienft gecygent, dc welke, wijl de tijdt
gierigheyt geen vcrfchil onder den Adel komen
Zoud, cn overwonnen heeft, my niet luft te gedenken: nochtans wil
dit is ccn oudt gebruyk geweeft. Want Athenxus verhaelt, ik het kloofter der maeghden, welk ^Ifwid, des Konings
dat dc oude Franfen acn zulke ronde tafelen gezeten, en Alfreds huys-vrou, gcfticht heeft, niet voorby gaen, wijl \'t
haer wapen-dragers, die haer fchildcn droegen,achter haer het allervcrmaerfte geweeft is, gelijk de ovcrblijffels nu
geftaen hebben. Byna in het midden van de ftadt, maer wat vertoonen j cn dc eerfte Henrijk Machtild, Malkolms der
Zih.^.Vei- meêr naer het zuyden,hccft Kenclwalch,Koning der Weft- Schotten Konings dochter, hier uyt zich ten huys-vrou ge-
fmf^hifi. Saxen, na dat, ten tijde van de Romeynen, het kloofter van nomen heeft, door welke de Koninglijke ftam der oude
de Munniken vernielt, (gelijk als Malmcsburicnfts ver- Engelfen met de Noormanfche t\'zamcn-gefmolten is,cnhy
haelt) de eerfte kerk tot Godts eer gefticht j in dien tijdt by de Engelfen veel dank begaen heeft. Want zy was des
de
allcrfchoonftc, alwaer de nakomelingen daer na een Bif- Koning Edmondts Yzere Zijde, na-nicht van wegen zijn
fcboplijke ftoel gemaekt hebben. Over deze ftoel zijn na zoon Edward de Balling : een vrou zoo gefiert met alle an-
Bijfchoppen Wina, den welken die Kenclwalch tot ccrftc Biftchop ge- dere deughden, een Koningin waèrdigh,- als brandende in
^mwin- ftelthecft, veel Biflchoppen geftelt geweeft, die niet min- ongelooflijken yver der ware Godtvruchtigheyt: waer van
der in eeren rijkdom, als heylighcyt des levens uyt-ftaken, tot haer lof dit oude vierling-veers is:
te weten, de Aerts-biflTchoppen van Cantelbergh, door een V
Geluk maekt haer niet hly, noch droevigh ook de rouwe,
byzonder voor-recht CancelierS) cn van over lang Biecht- Het bitter is haer zoet, \'t Fortuyn is hare doot:

vaders van dc Ridders van S. loris, dc welke deze kerk dik- Be Scepter en kan haer ingeene hooghmoedt houwe,
wijls met groote onkoften hermaekt hebben, als Eding- z^is nederigh inmacht,en in aenjpraek fchaem-root.

ton cn Walkclin j maer voorneemlijk Wikhamus, die het Van Guido van Warwijk door beuzelingen vermaert,
wcft-cynd van de kerk, van het Choor
af, met nieuwe en dewelke in een byzondere ftrijdt die Deenfen kamp-vech-
treflijke werken, en groote onkoften, fchoon op-gemackt ter Kolbrand hier verwonnen heeft, van Waltheof, Graef
heeft, in welx midden men, tuflTchen twee ftijlcn, zijn van Huntingdon, hier onthooft, alwaer namaels dc ka-
graf ziet: de Prselaten hebben deze kerk dikwijls aen nieu- pel vanS. Gillis geweeft is, cn gevoeght aen dat heerlijke
we befcherm-heyligen gewijt, als acn Amphibalus, Petrus, gaft-hüys des H. Kruys , van Henrijk Blefcns , Koning
Sulthinus, en ten laetften der H. Drie-eenigheyt, met wel- Stevens broeder, Biflchop van deze ftadt, gefticht, en van
ke naem zy nu bekent is. Dczc kerk was by de Saxen ook den Cardinael Henrijk van verrijkt, behoeve ik

in grooter waerde, overmits daer eenige graven van hare niet te fpreken, wijl deze dingen uyt de Gcfchichten een
Koningen waren, welker beenderen de Biflchop Richard ieder bekent zijn.

Jox by-ccn-vergadert, cn in gulde kiftkens, in het hooghr Wat de Graven van Winton belangt, op dat ik zwijgé
fte van de muur, dic boven rondom het Choor gaet, ge- van den Saxfche Clito, die van de Noormannen uyt de
eer
leght, en elk met zijn op-fchrift gefchikt heeft. GalSen van zijn voor-ouderen verftoten js, Koning lan heeft Saér
(Pynp&eji, dat is,
het oude kloofler, was zy eertijdts genoemt, ^incy, Graef van Winton genoemt, de welke een krijghs-
^ ten op-zicht van het andere nieuwe, dat Nepan (Pynf&ep, riem,
Tejfe genoemt, tot zijn wapenen gebruykt heeft, met

CHtlklms dat is, het nieuwe kloofter, genoemt wordt j welk Elfred een zevenvoudige bondcl, gelijk wy in zijn zegel gezien
Malmef\' gefticht heeft 3 cn om de winkels der zelve te maken, heeft hebben. Hem is zijn zoon Rogier nagevolght, de welke
burienfis. j^y ^e plaets van den Biflchop gekoft, cn voor ieder voet zeven gulde fpillen in een roodt fchildt gevoert heeft. Maer
ccn mark, met gemeen gewicht gewogen. Maer deze was, in hem is die heerlijkhcyt verdweenen,wi)l hy zonder man-
gelijk de oude voor getroude Priefters geftelt, de welke daer lijke kinderen geftorven is: want hy heeft getrout de oudt-
na door het wonder van een fprekend kruys, en haer opzet fte dochter, en tweede erfgenaem van Alan, Heer van Gal-
verfoeycnde,vanDunftan.Aerts-biflchop^vanCantelbergh, lowayin Schotlandt, van zijn ccrftc vrouw, door wiens
verdreven zijn , en daer zijn Munniken in haer plaets ge- recht hy Conftapel van Schotlandt geweeft is. Maer van de
ftelt. De muuren van deze twee klooftcrs waren zoo na by zelve zijn alleen drie dochteren gebooren ^ de eerfte aen
eikanderen, dat de ftemmen van de zangers den een den Wiüem van
Ferrars, Graef van Derby, de tweede aen Alan
ander belette, waer door de Munniken hcymelijke twift te- de
la Zouch, de derde aen Comin , Graefvan Bucham in
gen malkander voedden, de welke namaels in een openbare Schotlandt, getrout. Lang daer na is Hugo Ie Defiencer
vyandtfchap uyt-gcborften is ^ en mits een grooten hoop met de tijtel van den tweeden Koning Edward alleen voor
waters, van de wcft-poort af door de laeg-gelcgen dorpen zijn leven befchonkcn, en van den zelven innighlijk bc-
af-vloeycnde, by dit nieuwe klooftcr ftil ftont, en aldaer een mint zijnde, heeft met zijn zoon tc laet gevoelt, hoedanigh
ongezonde lucht verwekte, zoo wierd de kerk na \'t zoo jaer de belooningen deo Koninglijke genaden zijn: want beyde
van zijn opbouwing , over-gevoert inde noordervoor-ftadt zijnzy van het verwoede volk met ccn zeer wreede doot
van deze ftadt, welke men
Guide noemt. Alwaer de Mun- omgebracht. Lang genoegh daer na heeft door gunft van
nikcn,door toe-laten van den eerften Henrijk,een zeer groot den IV Edward, Lodewijk van Brugge Nederlander, Baron
en fchoon kloofter gebouwt hebben, het welk na weynige van
Gruthuyzen cn Vorft van Steinhuyzen, dc welke hem,
jaren,d<i)or lift van Henrijk van Blois
,Biflrchop van Winton, uyt zijn vaderlandt vluchtigh, in Nederlandt veel gunften
( gelijk de byzondere Gcfchichten van deze plaets getuy- bewezen had, deze tijtel met dc wapenen, die van Rogier
gen) ellendighlijk verbrant is. Door welke brant het kruys,
^incy niet ongelijk, verkregen heeft, de welke hy, na Ed-
dcgift van den Deenfchen Canuit, waer in
hy (als de oude wards doot, den VII Henrijk wederom in handen gclevert
brieven verhalen) de jaerlijkfche inkomft van gantfch En- heeft. En by ons gedenken heeft de zeftc Edward Willem
gelandt betrokken had, vernielt is j het klooftcr is niet-te-
Vowlet, Schat-meefter van Engelandt, met de nieuwe tijtel
min tot een wonderlijke groote wederom op-gewekt, ge- van Mark-graef van Winton vereert, welke ook zijn nako-
lijk de
puyn-hoopen zelfs nu getuygen,en is allenx gegroeyt melingen nu noch genieten. De waerncmingen der voori-
tot aen het fchadelijk cynde der Munniken toe. Want toen ge eeuw getuygen,dat dit Venta light op dc langte van xxii ^
• is het gantfch geflecht ^ cn in dat andere van de H.Drievul- graden, in dc breedte van
li graden.

digheyt, zijn de Munniken verdreven, en een Deeken, met Van Venta, meêr ten ooften,vloeyt de rivier Hamble door H^Ue,
12 Proveniers ingevoert. Aen\'t ooft-cynd van dicCathe- een wijden mont in zeej by Beda wordt zy Homeleagc-
dralc kerk ftrekt zich dat zeer groot Palleys der Biflchop- noemt, welke, gelijk hy fchrijft, door lutlandt in de Solente Solme>
pen, Wolvefey genoemt, omringt met vele toorens, cn met loopt, want zoo wordt by hem de zee genoemt, die tuf-
een beek byna omgotcn, tot aen de veften j cn in de zuyder fchen het eylandt Wicht en Britannien door-loopt, in wcl-
voor-ftadt vertoont zich hier tegen over een zeer fchoon ke de eb en vloedt op gezette uuren, ten weêr-zijden uvt
Collcgie/t welk Willem WikhamjBiflchop van deze plaets, de zee inbrekende, cn elkander gernoctcnde, de ouden
onder dc Engelfen de grootfte vader, en yoorftander dcr tot
zulk een verwondering is geweeft, dat zy dit onder de
geleertheyt,tot een School gefticht cn gecygent hecftiwaer wonderen van Britannien getelt hebben, waer van dic zelf-
uyt het gemeene
beft, en de kerk de gelukkighftc opkomft de Beda aldus zeght; Deze twee vloeden van de zee. welke
dcr geleerden trekt : want hierin worden ccn Gardiaen, rond-om Britannien, uyt de oneyndelijke Noord-zee, uyt-
10 Gezellen,
2. School-voogden, en 70 School-geleerdcn, breken, gemoeten elkander alle dagen, als vechtende, om-
en zommige anderen zeer eerlijk gevoedt. In deze ftadt wa- trent de mont van de riviere
Homolea, en haren loop vol-

eyndCr

-ocr page 142-

iil

H

H

N

R

E.

\'eyndt hebbende, keeren weder in de zee daer uyt zy ge-
komen zijn. In deze zee wordt ook het rivierken uyt-
geftort, welk zijn oorfprong neemt dicht by
Warnford y en
loopt tuffchen de Foreeften van
Waltham, alwaer het ver-
maerde huys is van den Biflchop van Winton, en van
Bere,
door richfeld, eertijdts een kloofterken van Pieter de Rupi-
hm, BiflTchop van Winton, gefticht, nu de voornaemfte
plaets van de
Writheoßeys, Graven van Southanton. Van
daer trekt zich den oever met een kromme bocht te rugh,
en maekt een Inham , welke het eylandt
Portfey genoemt
wort, in welx binnenfte vertrek eertijdts
Porf-Perè gebloeyt
heeft, aen het welke men zeght, dat Keyzer Vefpafiaen ge-
lant is ,• onze voor-ouders hebben \'t met een nieuwe naem
Pori-cheßer genoemt, niet van de Saxifche Porta, maer van
de haven : het wort van Ptolomasus MeV? ^\'z«^«") dat is,
de
groote hat\'en
, genoemt, om zijn ruymte, gelijk de groote
haven in Afriken, daer Plinius van fchrijft. Daer is voor-
waer noch een groot kafteel overigh, het welk zich aen de
by-gelege haven wijdt en breedt uyt-ftrekt. Maer toen de
zee allenxkens de bequaemheyt van de haven (doordien
zy te rug week) weghnam, is men van hier verhuyft na het
naeft acn-liggende eylandt
Portfey. Dit is omtrent 14 mij-
len groot in t ront, en het zout water, als de zee oploopt,
vloeyt daer rondom, waer van zy het zout maken ; het had
een fteenen-brugh met zijn bolwerk, tot befcherming daer
by, en aen het vafte landt aen-gevoeght. Athelfled , huys-
vrouw van Koning Eadgar, heeft dit eylandt met een nieu
kloofter begiftight, en onze
voor-ouders hebben in den in-
gang van dit eylant een treflijke en fchoone poort gemaekt,
en daer van is het
Portsmouth, dat is, de mont van de haven
genoemt. Ten tijde van oorlogh is het vol volk, en buyten
oorlogh dootfch, en is meêr tot Mars en Neptuyn, als tot
Mercuur genegen. Het heeft een kerk zeer öudt van ge-
bou, en een gaft-huys (dat
DeiDonum, eninDuytfèh,
Godts gave genoemt wordt) van Pieter
de
Van Winton, gefticht. Het is met een muur met balken,
en een dikke wal bekleet, en was eertijdts ten zuyd-ooften,
dicht by de poort, met een wäl, én by de haven met tweè
bolwerken van fteen voorzien, de welke de IV Edward,be-
gonnen, en de V11 Henrijk volmaekt, en de ftadt met be-
2ettingen gefterkt, als de inwooners verhalen, Maer by on-
zen tijdt heeft de Koningin Elizabeth, dit met nieuwe wer-
ken en groote onkoften vernieut, zo dat \'er nu niet aen ont-
breekt van \'t gene aen een fterke plaets van nooden is. De
zoldaten waken zommige nacht en ddgh aen de poorten,
zommige op de kerk-tooren, dewelke door
klokrflagh te
kennen geven hoe veel ruyters en
voet-knechten daer aen
komen, en door een uyt-geftekenvaendel, van wat kant
2 y komen.

Van hier van Porteshridge ^ in de rondte van de oever,
ziet men de koop-ftadt
Havant, en hier by Warhlington, de
fchoone huyzen, eertijdts van de Graven van Sarisbury, en
nu van het Ridderlijk geflacht der
Cottons: waer voor twee
eylanden liggen, het eene groot
Haling, en het ander kleyn
Thorney , nä de doornen genóetot, elk heeft zijn Parochy-
kerk. Längs dezen oever zijn
zeer veel plaetfen daer het
zout gemaekt wordt, dat een zeer bleeke en groen- achdge
verw heeft, het welke zy, door een zekere kunft, zeer wit
kooken. En van dit zee-zout, niet van ons
bron-zout,is de
heylige Ambrofius te verftaen. Laet ons maer zien die din-
gen die by vele gebruykt worden, en vol genaden zijn, hoe
dat het water verandert wort in hard zout, dat het dikwi jls
met yzer door-gehouwen wordt. Het welk van
het Bntan-
fche zout geen wonder is, want het fchijnt geli)k een fchoon
Marmor, en glinftert als Metael
meteenzuyverewittig-
heyt, cn is den menfchen gezont.

Wat meer te landcwaert in van de zee,woonen de Mean-
varii, mens
landt met het eylandt Wicht, Edilwalch, Ko-
ning der Weft-Saxen, ontfangen heeft, van Wlphcr, Ko-
ning der Merciers
, die hem ten doop gehouden had , tot

een recken dat hy hem als voor zijn eygen kindtaennam.

Deze haer plaets is naeulijx van naem verandert, en is he-
den in drie Hondreds gedeelt, in A4eanshorow, Baßmean, en
W^eaßmean, ruflchen welke zich een hooge heuvel verheft^
die boven met ccn groot bolwerk
om-getrokken is, Old-
Wincheßer
genoemt, waer by men zeght dat van oudts een
ftadt gelegen heeft, maer nu is \'cr, gelijk men zeght, tael
nocht recken af: waer uyt
men oordeelen kan,dat het maer

\'7khfiU.

Tcnfey.

De ^\'dote
haven.

Tonf
mefith.

JJet £r<geh
fe zout.
Hexawe\'
ron Uh.^.
cap.ii.

Meanva-
rii.

Bsdalih,/^,
09.13. •

alleen een zomer-Ieger geweeft is. Hier by ïight Warnfjord, *
alwaer Adam de Portu, een man van groote rijkdóm, in de- ^^
ze wijk woonende, ten tijde van den cerften Willem, de IZ^É^lm-
kerk gantfch vernieut heeft, gelijk een zeker gedicht in de
muur van de zelve getuyght. * dfmUatme

Hier aen grenzen binncnwaerts die Segontiaci, de welke h u am
zich onder de macht van Csefar begeven hebben, en heb- ^"^f^^rhm-
ben aen het noord-cynd van dit landt, in dc Hondred van d\'« mijn
Holeshot y gewoont ; in dc welke gezien worden dc markt
Aultun, welk Koning iElfrcd,by uyrcrfte-wil,gcmackt heeft
aen den Bewaerer van
Leodre, en BafmgHoke, mede geen e» die tot
kleyne markt, dc welke een zeer fchoone kapel vertoont,
ter eeren den heyligcn Geeft, die van den eerften Willem, neemt zij»
Baron van die daer begraven light, gebout is. In .

wiens vcrwulffelen gezien wordt,trcflijk gefchildcrt,de hey-
ligc Hiftorie, als mede dc beelden der Propheten, Apofte- ^
len, en Chriftus leerlingen. Hier omtrent aen het ooften
light
Baßng, door den toc-naem van zijne Heeren S. lohn, Baßng
Poinings,
en Powlets, zeer bekent. Want als Adam de Portu,
Heer van Baßng, de dochter en erfgenaem van Rogier de
Aurevaf
wiens huys-vrou en doch^ter erfgenamen waren
van het voortrcflijke cn Edel geflacht van
S. lohn, tot zijn
huys-vrou genomen had , zoo heeft zijn zoon Willem, om
der eeren wil, deze nacm van
S. lohn aen-genomen, en die
hem in dc rechte lijn gcvolght zijn, hebben de zelve be-
houden. Maer als Edmund van
S. lohn, ten tijde van den
derden Edward, zonder kinderen geftorven is, zo heeft zijn
Zufter Margriet haren man lan van
Saint Philibert, met de
bezittingen van de Heeren van
S. lohn, verrijkt: doch zy
zonder kinderen geftorven zijnde, zo heeft de andere zufter
Izabcl, huys-vrouw van Lucas
Poinings, gebaert een zoon
Thomas genoemt, cn Heer van
Baßng, wiens zoons Hugos
dochter Conftantia dit voor haer erfdeel toe-gevallen is, en
houlijkte acn het geflacht van de
Powlets, is over-groot-
moeder geweeft van dien Willem
Powlet, die van den acht- ^^wleti
ften HenrijkBaron SainB lohn de Baßng gemaekt is geweeft,
en van den zeften Edward Graef van Wilton, en Mark-
graef van Winton, en geftelt tot groot Schat-meefter van
Engelandt, dc welke, door vedoop van zijn groote eeren in ^^^^^ ^^^^
een ongcftuymc tijdt, heeft zijn natuur met leven vernoegt, ^

dat weynigh onder dc hovelingen gebeurt, na dathy hier y^r.
zulke heerlijke en trcflijke huyzen getimmert had , dat zy
éenfdecls door de grootte, en ten anderen door de fraeyig-
heyt een wonder fcheenen tc zijn , de welke door haer laft
zo beladen waren , dat de nakomelingen daer eenigh deel
van vernieright hebben.

Zeer naby deze huyzingen wordt The~Fine gezien, een
fchoone wooning van de Baronnen de Sandes , het welk
van dé
wijngaerden zijn naem heeft,die men in Britannien, wijngaer-
van den tijdt van Keyzer Probus af, meêr tot een fchaduw, den tn En-
als
om dc vruchts v^il gehouden heeft. Want den Keyzer
had aen de Britannen en anderen toe-gelaten wijngaerden
te hebben. Van deze Baronnen was den eerften, Willem
Vopfcm.
de Sandes
, die den achtften Henrijk tot deze waerdigheyt
verheven heeft, terwijl hy zijn kamerling was, en zijn goedt
door het houlijk met Margriet
Bray, dochter en erfgenaem
van lan
Bray, nicht van Reginald Bray, Ridder van S. loris,
zeer doorluchtige Baendcr-hcer, vereert had, uyt de welke
gebooren is Thomas, Heer van
Sandes, groot-vader van
Willem die noch overigh is. Hier naby ten noord-ooften is
odiam, nu zeer vermaert, en hovaerdigh doordc Koning- Odiam.
lijke huyzen , en bekent door dc gevangenis van den twee-
den David der Schotten
Koning,eertijdts des Biflchops van ßM^ui
Wintons ftadt, die zijn eygen vryheden had,wiens bolwerk, ^^rü.
onder Koning lan, derden Engelfen vijfden dagen lang te-
gen den Franfen Lodowijk befchcrmt hebben, de welke dat
met zijn leger omringt en ingenomen heeft.

Wat hooger acn tuflchen de Segontiacen, acn \'t noord-
cynd van dit landt, is eertijdts geweeft dc ftadt
Vindonum, rindomm.
een plaets van dc Segontiacen, de welke, zijn nacm verlaten
hebbende, heeft de naem van zijn volk
aen-genomen,gelijk
Parijs de naem genomen heeft van zijn Parijfers. Want van
de Britannen wierd het
Caer-Segonte, dat is, deßadt van de
Segontiacen, want Ninnius heeftze zoo genoemt, in zijn
n^em-recx der fteden j by ons wordt het heden
Silcefter ge- Sikejiet.
noemt. Higdenus fchijnt het met de Britannen Britenden
te noemen, dat ik dit Vindonum noeme, heeft my de veerte
yan
Vindomm van Guallenfird van Venta, by Antoninus

over-

■ : ^

-ocr page 143-

12.2,

N.

E

B

D

E

over-reedr, temeèromd?.t\'ertulïchen Vindonmn, érldic waerheyt tegen de ydelheyt van die gene verwinnen mocht,
Venta, noch een krijghs-wegh gezien wordt. Ninnius ver- die deze gerchiedenis met belachlijke en ydelc logenen, uyc
haelt dat dezen wegh gemaekt is van Conftans, des groo- haer hooft gedicht, bemorft hebben,
ten Conftantijns zoon^ en dat zy eertijdts
Munmintum ge- Onze Geft;hicht-ft:hrijvers verhalen ook,dat onzen ver-
noemt wierd, miftchien voor
Muri-vindun, dat is, de muw maerden krijghs-heldt Arthur in deze ftadt gehuldight, en
ren van Vmdon.W^im de Britannen hebben Mure behouden dat zy korts daer na vernielt, cn neder-geftort is, \'t zy door
uyt haer Provincie tael, en de meê-klinker V wordt dik- de oorlogen dcr Saxen, oftalsAdelwolf, met nijdt op zijn
wijls by haer in redenen, met dc M vernoemt. En haer broeder Koning Edward ontfteken, dit landt met hulp van
vloer (ik fpreek dc
woorden van Ninnius) heeft Conftan- dc rooffche Deenen tot BafmgHoke toe uyt-plunderde. Daer
tijn met drie zaden bezaeyt, op dat daer geen arm menfch is nu anders niets overigh als de wallen, dic van haer fpit-
in blijven
zoud. Gelijk Dinocrates, als Alcxandrien in fen en borftweeringen ontbloot zijn, en fchijncn van groo-
Egypten gebout wierd, zo heeft hy (als MarccUinus zeght) ter hooghte geweeft tc zijn. De aerde is uyt deveivalle
den omgang van de ftadt met meel beftroyt, willende daer puyn-hoop zo toe-gegroeyt, dat ik met mijn lichaem naeu-
mede by avontuuren vertoonen,dat die ftadt altijt overvloe- lijx door een kleyn poortjen, het welk Onions Hole ge-
digh van vocdfel wezen zoud.Dc zelve zeght ook dat Con- noemt wordt, kon komen. De veften zijn cenighzins heel
ftantijn hier in deze ftadt geftorven is,
en dat zijn graf aen gebleven, \'en nergens gebroken , als daer de poorten ge-
de poort hier getoont wort, uyt-wijzens het opfchrift. Hier weeft zijn j en uyt dc veften zijn zoo hooge cyken-boomen ,
mach Ninnius zijn trouwe bevrijden , die dat bocxken met en als met fteenen t\'zacm-gegroeyt, met zoo woeft een be-
zeer vele logentjens vervult heeft. Maer dat
Zoud ik wel grijp van wortelen , en zoo wijdt uyt-gefpreyde takken , dat
voor waer durven zeggen , dat het toen ter tijdt met groote zy den aenft;houwers tot verwondering bewegen. Dc wal-
cer gebloeyt heeft, cn dat ik zelven daer dikwijls op die len begrijpen omtrent twee Italiaenlchc mijlen in\'t ront,
plaets aen veel penningen geraekt ben,die den jongen Con-T waer door de Saxen dit miftchien om zijn grootheyts wil
ftantijn, zone van den Grooten, hadde doen flaen,dc welke
Selce/ler, als een groote ftadt genoemt hebben ; want het
aen de eene zijd hadden een gebouw met dit opfchrift: fchijntdat ^f/by haCrgrootbeteekent heeft, wijl Afferius
wat Sel
pROViDENTi-ffi
CjESS. Doch dat Conftans, den wel- het Saxifch woordt Selwood, • een groot bofch vertaelt j en beteeke-a.
ken hy tot ftichter van deze ftadt maekt, te Mopfueftien in in een vlakte, ten weften voor de wallen, light een verd uy t-
Cicilien geftorven, en in zijn voor-ouders graf te Conftan- geftrekte dijk, als tot een vefting op-gehaelt. Deze plaets
Heerlijhe tinopolen gebracht is, is zeker. Maer ik ontken niet dat hem befluyt lxxx morgen lants, het welk zuyvere en beploeg-
Tomben oft e^jj eetcn-graf op-gericht is: zoodanigh zijn velen ge- de aerde is, en tot akkers om te bezaeyen gedeelt. Aen \'t we-
Crave», gg^ggf^ ^ omtrent de welke dc zoldaten jaerlijx plach- ften heeft het een bofchken, en aen \'t ooften by de poort,

ten te loopen, tot ecre van den dooden. is een hoeve, en een nieu kerxken, in het welk, terwijlen ik

Als nu de zaken van de Romeynen alreê na den onder- de Oude opfchriften navorfchtc, my niet voor-gekomen is ,
gang helden, en dat de Barbarifche volkeren al-te-mael ha- als in de vcnftcrs eenige wapens, te weten , in ccn Zwart
re landtfchappen innamen, zoo heeft het Britanfche legcr, fchilt zeven zilvere fpillen in een
Bende, insgelijx in een
zorgende dat haer lichtlijk zoud over-komen, \'t gene datze zwart fchildt twee
cheverns, ( als men \'t noemt) insgelijx
alreê aen hare nabuuren zagen,KeyZers gekoren,eerft Mar- met een gouden tuflthen geftelt beddeken, en in een ver-
cus, daer na Gratiaen, dc welke
zy datelijk om-brachten, en guit fchildt eén twec-hoofdigen root-achtigen en uyt-ge-
Cenflantim ten laetftèn , in \'t 407 jaer na Chriftus geboorte, een zeke- ftrektcn Areiit. Ik heb Verftaen dat dit het^wapen van de Be ivape-
door hope
ren Conftans genoemt, uyt hoop van de naem m de2e ftadt Bletvets geweeft is, den welken, na de tijden van de groote ^

vm de . CaerSegont (gelijk als Ninnius en Gervafiüs Üorobornen- Willem, dit landt toe-behoort heeft, en dat het andere het ^^^^^^^^
nmm Kei- getuygen) tegen zijn wil en dank het purpurc kleedt wapen geweeft is van het edel gcflacht van Bainardde Lek-
zjgeko\'
acn-getrokken, en Keyzer gemaekt. Dezen, van Britan- ham, cn het eerfte der doordewelkehetvande"\'

nien\'^af-varcnde, is te Bolognien in Vrankrijk gekomen, Üewets tot de Bamards erflijk gekomen is. Maer onder \'t ge-
en heeft al de Romeynfche heyr-legers,tot de Alpen toe,tot biedt van den eerften Willem,is het de wooning geweeft van
zijn gezelfchap in den oorlogh verlokt. Hy heeft Valentien Willem de
Ow Noorman, dic met de fchult van gequetfte
in Vrankrijk manlijk tegen het volk van den Keyzer Ho- hoogheyt beticht zijnde, terwijl hy in een twee-ftrijdt zijn
norius befchermt, en heeft korts daer na den vergeten onnoozelheyt wilde befchermen, overwonnen, zijn oogen
Rhijn met bezetting fterk gemaekt. Aen de Alpen, daer uyt-gefteken en gelubt, door laft van den Rooden Koning
de wegh open was, heeft hy fterkten gemaekt. In Spanjen Willem geftraft
is. De inwooners van deze plaets hebben
heeft hy onder
\'t beleyt van zijn zoon Conftans, welken my onderricht, dat dit van langer handt bevonden is, dat
hy van een Munnik tot Keyzer gemaekt had, zijn zaken fchoon de aerde genoeg groeyzaem en vruchtbaer is,zo zijn
gelukkelijk uyt-gevoert, en daer na brieven aen Hono- nochtans zommige plaetfen als met zandtjes hier en daer
rius gezonden hebbende, heeft om vergiflenis gebeden, om door-fneden , zoo dat \'er minder vruchten voortkomen, en
dat hy van de zoldaten zich met gewelt de purpurc rok veel ydcler als op andere plaetfen: waer langs zy meenen,
heeft laten aendoen, en daer door van hem het Keyzerlijke dat eertijdts de ftraten van dc ftadt gelegen hebben. Hier
kleedt te fchenk gekregen. Waer door hooghmoediger, worden dacghlijx tichcl-fteenen uyt-gegraven , dic men ■
denkt met het verwinnen van de Alpen op Romen maer Britanfche noemt, en menighte van Roomfche penningen,
de doot van de Gotfche Alarich, dic zijn zijde toe-gcdacn dic zy
Oniof^s Penies noemen,dat is, Onions Penningen, die zy
was, vernemende, is na Arelatcn geweken, daer hy de ftoel droomcn dat een Reus geweeft is, en deze ftadt gebouwt
des Rijx geftelt, de ftadt
Conjlantina doen noemen, en in heeft. Daer worden ook dikwijls fteenen uyt-gegraven met
dc zelve de by-een-komft van de zeven landtfchappen te opfchriften , dic de onervarentheyt der boeren ons benijdt,
houden geboden heeft. Ondertuflchen heeft Gerontius de Daer is maer een van hier naer Londen gevoert, die in dc
zoldaten tegen haren Heer op-geroyt, cn als hy zijn zoon Ceciliaenfchc hoeven van den cerwaerdigen Heer W^illem
Conftants te
Viennen in Vrankrijk verradelijk om-gebracht Cecil, Baron van Burghley, en Opperfte Schat-meefter van
had,heefthy Conftantijn zelf met het bclegh van Arelatcn Engelandt geweeft is, te weten:
befloten 5 om wien te bevechten-, als zich een zekere Con- M E M O R I /E

ftantijn, van Honorius gezonden, met een vyandigh heyr EL. VICTORI-

fpoedc, zoo heeft zich Gerontius zelf om-gebracht. Con- N T. T A M:

ftantijn door de zware belegeringen geparft, en door dc on- VICTOR CONIVX

gelukkige ftrijden der zijnen, de moedt verloren gevende, P O S V I T.

zijn purpere kleet, cn de laft van zijn geluk af-geleght heb- Dat dit graf geftelt is geweeft ter eeren van Viclorina, die
bende, is in de kerk gevloden, heeft de waerdigheyt van een moeder van de legers genoemt is gev/eeft, cn welke tegen
Priefter
aen-genomen, is met het over-gaen van Arelatcn in Gallienus cn Auguftus Vidorinen, haer zoon en neef, zoo
Italien gevoert, en daer met zijn zoon lulianus, dien hy dc
in Britannien als in Vrankrijk de Keyzeren Pofthumus,
Ben Ede- aller Edelfte genoemt heeft, en met zijn broeder Sebaftiaen Lollianus, Marius, en Tetricus opgcroyt heeft, zal ik met
len Mia- onthalft. Deze dingen, die te vooren breeder befchreven anderen niet zeggen: maer ik heb gelezen dat \'er twee
waren, heb ik nu in\'t kort uyt Zofimus, Zofomenus,Nice-
ViSioren in ons Britannen in eenige plaetfen , cn op de
phorus, Oroflus, en Olympiodorus getrokken op dat de zelve cn eyge
tijdt geweeft zijn de eene was de zoon van

Maxi-

1\'
:f!

•I)

hf
i\'

)

(

■ f;

I:}
H

i-i
. I

i

M

-ocr page 144-

N

Hàximus Auguftus, en de ander was Overfte van \\ Riche-
huys van den zelven Auguftus, van welken de heylige Am-
brofius in zijne brieven verhaelt j maer ik zoud niet voor
vaft konnen zeggen, dat eenigh van beyden zijn huvs-vrou
eer eeren dit graf geftelt heeft.

Gelijk de krijghs-wegh der Romeynen van hier ten zuy-
den recht na Winton geleyt heeft, zoo loopt de andere ten
weften door het dichte bofch
? amber, en door de nu onwe-
gige plaetfen omtrent
Lichtfield, dat is , àer dooden veldt,
by het belommerd en jacht-rijk Foreeft van chute, waer in
de jagers en de Foreftiers zelve zich verwonderen over haer
ziclitbaren, doch dikwijls af-gebroken, en met een ftecnen
beftratendijk.

Meêr ten noorden, byna op de grenzen zelf van dit
Graeffchap,
net mzn Kings-Cleare, nu ccn genoegh be-
zochte koop-ftadt, eertijdts de ftoel van de Saxifche Konin-
Sidmantm, Sidmantön,de. wooning van het Ridderlijk geflacht der
Kingsmills : en Burgh-Cleare, gelegen op een hoogen heu-
vel , op wiens opperfte een rond bolwerk gemaekt is, met
een graft rondom, (zodanigh als de onzen
Burgh genoemt
hebben ) van waer, wijl men zeer wijdt en vêr in de by-ge-
lege landen zien kan , zoo is \'er een vuur-tooren gemaekt,
om door het ontfteken vuur de komfte van den vyandt aen
de omwooners te verwittigen. Dufdanige vuur-toorens
noemen wy
Beacons, van het oude woordt Beacnian, dat is,
door
een teeken te kennen geven, en zijn nu veel jaren by
ons in groot gebruyk geweeft : op zommige plaetfen wier-
den vuuren van hout geftookt,op
andere plaetfen wederom
zekere kleyne tonnckens met pek gevult, en aen een hoo-
gen ftaek gebonden, en dat op de hooghftc plaetfen, alwaer
altijdt des nachts eenige wacht is^ en eertijdts waren op veel
plaetfen ruyters geftelt, die onze voor-ouders
Bobelers ge-
noemt hebben, die by dagh de aenkomft van de vyanden
Ycrwittighden.

H

A

L~eart.

Beacons,

H

m

Dit landt, als ook de andere die wy tot noch tóe door-
loopen hebben j heeft acn dc Weft-Saxifche Koningen toe-
behoort , en als zy Sigebert om zijn dwinglandy , en quade
heerfching van het Rijk ontbloot hadden, zoo is hem , als
Marianus verhaelt, op dat hy niet gantfch ontrooft zoud
fchijnen, dit landt toc-geeygent, den welken zy nochtans
namaels om zijn begane fchelm-ftukkcn desgelijx üyt-ge-
dreven hebben ^ en zoo veel is \'t \'er af geweeft, dat deze te-
genfpoedt des Konings iemandt tot
mede-lijden zoud be-
weeght hebben, dat hem ten laetften een Koe-herder,in het
bofch Andertda fchuylende, vermoort heeft.

Het telt zeer weynigh Graven, behalven die van Win-
ton, die ik verhaelt heb; in de eerfte tijden van de Noor-
mannen, heeft den Engels-man Bogo oft Beavofius dezen
tijtel genotcn,de welke by
Cardiff in Walles tegen de Noor-
mannen geflagen heeft; her was een man die zeer in oor-
loghs-lof blocyde, den welken, terwijl dc Munniken bezigh
waren hem te verheften met verfierde beuzelen en logenen>
zoo hebben zy zijne kloeke daden met een groote duyfter-
heyt verdonkert, en te niet gedaen. Van toen af, tot op
dc
tijden van den achtften Henrijk, leeft men van gecne Gra-
ven van Southanton. Want dien heeft Willem
Fits-Wil-
liams,
nu zeer oudt zijnde, gefprotcn van dc dochter van de
Mark-graef van
Mont~agu, gemaekt Grave van Southan-
ton , cn Admirael van Engelandt. Welke terftont zonder
kinderen geftorven zijnde, zoo heeft dc Zeftc Edward de
zelve cere, in het eerfte jaer van zijn Rijk, over-gedragen
aenThomas
Wriotheojley, Cancelier van Engelant, wiens
zoons zoon, insgelijx Henrijk genoemt, deze eer bedient,
de welke in zijn jonkheyt, door hulp van goede oefteningen
cn wctenfchap van den oorlogh, zijn Edeldom beveftight
heeft ƒ op dat hy in zijn rijper tijdt overvloediger
vruchtca
aen zijn vaderlandt, en Vorft uyt-ftorte.

R

Ë.

In dit landt z^ijn 153 Tarochy-kerken, en 1% Kçop^fteden»

HET EYLANDT WIGHT.

En dit Graeffchap van Sout-
hanton behoort het eylant,
het welk. ten zuyden zeer
verd uyt-geftrekt, daer te-
gen over light, het wierd
eertijdts by de Romeynen

ve c ta, vectis, vlcte-
s i s, by Ptolomxus o r i c-
t h 212, by de Britannen
Guith , by de Engel-Saxen
Wuirlano , en Wic])-ea,
(want zy noemden een ey-
landt ea) byons heden
rhe Ijle of Wight, en Whight ge-
noemt. En is eertijdts met zoo matigh een tuflchen-graft,
Solent genoemt, van het vafte landt van Britannien af-ge-
broken geweeft, dat het fchijnt aen \'t zelve gehecht geweeft
tc zijn,waer van die Britanfche naem
Guith,\\vdk een fchcy-
ding betekent, (gelijk Ninnius verhaelt) fchijnt af-geko-
men ; gelijk ook Sicilien, na dat het van Italien af-gefchcy-
den en gefneden is, van het Latijnfche woordt
Secando zijn
naem gevonden heeft, als den zeer geleerden lulius Scali-
ger behaeght. Waer van ik (behoudens het oordeel van de
Hekclers) by Senccainzijn vi gefchilvandcnatuurlijke
dingen,
ab Italia Sicilia reje£ia, voor Rejecia zoud ftellen.
Uyt deze nabuurigheydt der gelegenheydt, cn gemeen-
fchap van de naem, zoud men wel mogen
meenen, dat dit
Vecta, Icta was , het welk (als Diodorus Siculus
zeght) als de zee groot is,een eylant fchijnt, maer als zy we-
derom
wegh-gevloeyt is , en dat den oever droogh was, zoo
plachten de oude Britannen daer haer Tin met wagenS na
toe te voeren, om het zelve in Vrankrijk over te brengen.
Dat het nochtans Plinius M i c
t i s is, het welk insgelijx
niet veel van
Vecta verfchilt, zal ik niet oordeelenj om
dat in het zelve wit Loot voortquam. en in dit, dat ik weet *
geen Metael-ader is.

Deze plaets wordt van het ooften rot het weften cys-
gcwijs
uyt-geftrekt, in de langte van 2,0000 fchrceden, ert
in de breedte (in het midden naeulijk daer het breedtft is )
12000, met dc eene zijd ten noorden, en met de andere
ten zuyden gekeert. Het landt (op dat ik de vifch-rijkc zee
verzwijge) is van zeer vruchtbaer kley, en den boer zo ge-
rieflijk, dat hy ook vruchten uyt-voert, is door-gaens van
Konijnen, Hazen.cn Veldt-hoenderen zeer overvloedigh;
heeft ook een bofch , en twee diergarden vol Daflen, tot
vermaek van de jacht. Door het midden is een langen ftreck
met heuvelen bezet, die overvloedige wcyden voor de fcha-
pen leveren. Welker wol naeft het vlies van
Lemfter en
Cortefvold, voor de befte gehouden, cn van de laken-ma-
kers zeer begeert wordt, waer van dC burgers een groot nut
en winft trekken. Het noorder-deel is groen van vette wcy-
landen en bofl\'chen, het zuyder-deel light als geheel m het
kooren-landt bezet, cn overal met heggen en floten af-ge-
floten. In beyde uyterfte cynden, ten noorden, wordt het
zoo van de zee befpoelt en ingedrongen, dat zy byna twee
eylanden maekt, cn worden voorwaer by de inwooners ey-
landen genoemt, te weten, dat
ten weften light Freshwater
ijle, tn d2X ten oofkcn Brinbridg Jfe.
Ten tijde van Beda
wierd het op duyzent en
twee-hondert huysgczinnen gc-
fchat, nu telt men daer in
zes-en-dertigh fteden, dorpen,en
kafteelen. Dewelke,zoveel

het Geeftlijke recht acngaet,

behooren aen den Biflchop van Winton, en wat het Bur--
gcrlijke recht belangt, aen de Graven van Hanton. De in-
wooners plachten kluchteli jk tc roemen, als of Zy beter als
andere waren,
om dat zy geen gekapte Munniken, Advo-
caten, en Voflen hebben.

De vetmaertfte plaetfen zijn Neivport, de voorneemfte
^ O O

-ocr page 145-

M

I .

i : I

Jviöll

\' If

-ocr page 146-

114

koop-ftadc van het gantfche eylandt , eertijdts Olieden»
en
2{ewburgh van Meden, waer door het gantfche landt
in
Eaßmeden, en Weßmeden gedeelt wordt, na dat het van
Caereshok. hier ten ooften oft weften ftrekt. Caereshrok, een oudt ka-
fteel, met een verkorte naem voor
Whitgaresburg, is in het
midden van dit eylandt, genoemt na de Sax Whitgar, daer
van wy namaels zullen fpreken^ onlangs,door hulp van den
Hooft-mari, treflijk vermaekt, tot het welk vele krijghs-
leeningcn behoort hebben, en het boven andere de eer van
outheyt heeft.
Bradmg, de tweede koop-ftadt, Newton, en
Tarmouth, die hare Mayers hebben, en hare burgers tot dc
vergaderingen der Parlamenten zenden. Dit
Tarmouth en
Sharpnore
hebben kafteelen , die met het bolwerk Worsleys
den oever ten zuyd-weften befchermen. Waer tegen over,
jjfirß, naeulijx twee mijlen,
Burß light, op een tongsken , zijnde
een vefting van het Graeffchap van Hanton. ^arre , al-
waer een kloofterkcn voor de gefalide Nonnen gcftck is,
in\'t MC xxxii jaer. GoMtll, alwaer l.Worßey een fchool
gefticht heeft, om de verftanden te oeffenen;
Weß-Cowe,
en Eaß-Cowe, nu vervallen , het welk de achtfte Henrijk in
dc voor-burgen van
l^ewfort gebouwt heeft, van welke Lc-
landus fchrijft :

Men ziet hier in dit landt twee oevers blixemd fchijnen,
Den eenen eert het iveß, het ander wil zich pijnen
Te gaen na
V ooflen aen, waer door dat N^opoort
Inhooge Veólamgaet,gelijk en als\'t behoort.
En ten zuyd-ooften het kafteel Sandham, even als andere
met groote ftukken gefchuts voorzien. Ook ontbreken
aen dit eylandt geen veftingen van de befchermende na-
tuur, want het is met hier cn daer af-gebroke rotfen, na ver-
volgh liggende, gelijk als omcingelt, cn daer zijn in dc
gront verhoole ftecnen, en heeft overal fchadelijke khp-
pen voor de zee-lieden, maer de fchaedlijkfte zijn de fcher-
pe klippen
The Needies, daer van zoo genoemt,aen de weft-
hoek T^f gelijk ten ooften
The Owers en Mixon.

En ten noorden The Brambles, de welke kort, en den varen-
de lieden zeer bedrieglijk zijn.En
alwaer eenige plaets open
fchijnt, om op te klimmen, daer is
\'t van oudts over al met
palen bezet.

De imm- Doch het wort nochtans nocht door zijn rotfen, nocht
door zijn bolwerken zoo befchermt^als door zijn inwooners,
de welke van natuuren zeer ftrijtbaer,en van vaerdige ftout-
heyt zijn,de welke, door toedoen en zorgh van den Hooft-
man van het eylandt, door geduurige oefteningen, zoo tot
fterkte, als krijghs-dapperheyt beveftight worden, datzy
naerftlijk voorzien konnen, wat in den krijgh voorvallen
kan, als met wis fchieten, op\'t gene haer op-gezonden
wordt te blixemen , haer orde te houden, gefcbiktelijk tc
gaen, haer gelederen te fluyten, cn te openen, te werken,te
loopen, de zon en ftof te verdragen, en al wat den oorlogh
vereyfcht volkomclijk uyt te voeren. Zodanige zoldaten
kan dit eylandt vier duyzent te velde brengen, cn tot alle
oogen blikken drie duyzent van dc geoeffende uyt het
Graeffchap van Hanton, en twee duyzent uyt Wilton, die
altijdt vaerdigh zijn om höt eylandt te befchermen. En op
dat men der vyanden aenval te gelukkiger tegen fta, zoo
wordt het gantfche landt in elf deelen verdeelt, aen welk
ieder zijn
Centoner, als Overfte over hondert; Vintons, als
over twintigh,haer groote gefchutten, en haer waker heeft,
de welke aen de vuur-bakcns, die op hooge plaetfen geftelt
zijn, waken: zy hebben ook hare ruyteren en loopers,diezc
Hoblers noemen, de welke terftont den Overften van het
eylandt alle gelcgenthcyt acn zeggen.
By Fefpa- Dit eylandt heeft Vefpafiaen eerft onder het gebiedt van
fiams c. 4. Romeynen gebracht; als hy voor flecht onder Claudius
gedient heeft. Want Suctonius fchrijft van hem : Onder
\'t gebiedt van Claudius is hy, om Narciflïus wil, in Duyts-
landt,
als Overfte van een legioen gezonden : daer nain
Engelandt gekomen zijnde,heeft hy dertigh-mael met zijne
vyanden geflagen. Ply heeft onder zijn gebiedt gebracht,
twee moedige volkeren, daer-en-boven hefteden, cnhet
eylandt Wicht, zeer na by Britannien, cenfdeels onder het
beleyt van den Veldt-heer Aulus Plautius, en eenfdeels van
Claudius zelve. Waerom hy treflijke zegc-flerzelen, enin
korten tijdt tweemad het Priefterfehap ontfangen heeft.
Aen dit zelve eylandt heeft ook de vloot van Alcdus, als hy
de Keyzerlijke purpurc rok in Britannien gebruykte, in
hollen cn lagen gelegen, de aenkomft der
Romeynen ver-

D

E

B

i. ; ■ .

li\'

Mi

li-

L G E N.

wacht, die nochtans door een nevel-mift haer vyanden
voorby gezcylt,en alzoo den oever verkregen,haer fchepen
in de brant gcfteken heoben ,• om dat \'er niemandt zoud
pogen te vluchten. Van de Saxen heeft Cerdik de eerfte
zich dit cylandt
onderdanigh gemaekt, en aen Stufteen
Whithar gegeven, de welke de Britanfche inwooners (die
daer noch weynige waren) alle vermoort hebben,
in Whit-^ /n^t s$o
garaburgh,
na hem zoo genoemt, nu wordt het kortlijk Ca- jaer onz.es
rêihrok
genoemt. Daer na heeft Wolpher, Koning der
Merciers, Wight onder zijn gebiedt gebracht, en aen Edel-
walch, Koning der Weft-Saxen, met het landt der Me-
nuaren gegeven , na dat hy zich met belofte in den doop Beda tih.i^y
voor \'t zelve verbonden had: daer na heeft Cedwal, Koning * 3«
der Weft-Saxen, toen Edelwalch gedoot, cn Aruand, de
Overfte des eylandts, vermoort hebbende , het aen zijn
Rijk gevoeght, en door een droeve moort byna alle de in-
wooneren vermoort, cn het vierdendeel,te weten,een landt
van dric-hondert huys-gezinnen, aen den Biflchop Wfl-
frid gegeven, dewelke de inwooners recht in Chriftus Sa-
cramenten onderrecht heeft. Maer dit zal u Beda met zijn
eygen\'woorden zeggen:

Nadat Ceadwal het Rijk der Gevißen verkregen had, Bedalth.^,
heeft hy ook het eylandt Wight ingenomen , het welk zeer
tot Afgodery genegen was, en heeft voorgenomen alle de
inwooneren door een droeve moort uyt te bannen , en lie-
den van zijn landt in haer plaets te ftellen; zich met belofte
verbindende, hoewcl hy (als men zeght) noch geen Chri-
ften was, dat, zoo hy het eylandt kreegh, hy het vierde deel
van het landt, en van de buyt Godt geven zoud. Hetwelk
hy alzoo volbracht heeft, dat hy dit aen Biflchop Wilfrid,
die toen, by geval van zijn volk overkomende, tegenwoor-
digh was, voor den Heer te gcbruyken gaf En de maet van
het zelve cylandt is , na de Ichatting van de Engelfen, van
I zoo huysgezinnen, waer van den Biflchop gegeven is de
bezitting van het landt van dric-hondert huysgezinnen. ^
Maer hy heeft dit deel van \'t landt, dat hem gegeven was,
bevolen aen een van zijne Klerken,
Bernwinus genoemt,
zijn zufters zoon, hem gevende de naem van Priefter Hil-
dila.dathyieder, die zaligh wilde zijn, het woordt en den
doop des levens bedienen zoud : alwaer ik achte, niet ftil-
zwijgens te konnen voorby gaen, dat in het begin van die
gene, die van het eylandt met gelooven behouden zijn,twce
Koninglijke kinderen, te weten, de broeders van Aruand,
Koning van \'t eylandt, door Godts zonderlinge genade ge-
kroont zijn. Want als de vyanden fchicr in \'t cylandt wa-
lutarum,
ren, zijn zy van dit eylandt gevlucht, en in het naefte landt
over-gevocrt. Alwaer gekomen zijnde, in een plaets acn
de fteen genoemt, en geioovende, dat zy zich daer voor het
aenfchijn van den verwinnenden Koning verbergen kon-
den, zijn verraden en geboden gedoot te worden. Het welk
als het een zekeren Abt en Priefter , met namen
Cynbreth,
verftond, die daer niet vêr van af een kloofter had , in een
plaets die
Reodford genoemt wordt, dat is , de Riedt-gront,
zoo is hy gekomen tot den Koning, die toen in dc zelve
plaets heymelijk genezen wierd van zijne wonden, die hy
ontfangen had vechtende in \'t eylandt Wicht, en heeft van
hem verzocht, dat zoo het nootzakelijk was dat de kinde-
ren fterven moeften, hy haer eerft mocht onderrichten in
de Sacramenten van het Chriften-geloove. Dc Koning
heeft dit
toe-gelaten, en de Biflchop heeftze onderricht
met het woordt der waerheyt, heeftze door den doop van
haer zonden af-gewaflchen, en heeftze verzekert dat zy in
het eeuwige Rijk zouden gaen. En terftont zijn zy door des
Bculs handen, die daer tegenwoordigh was, vandittijdt-
lijke leven gefchcyden, door welke zy niet getwijftelt heb-
ben te gaen tot het eeuwige leven van de ziel. Na dat dan
op dczc wijs alle de Engelfche landtfchappen het Chriften-
geloove ontfangen hadden , zoo heeft het ook het eylandt
Wicht ontfangen, in welk nochtans, om de ellende dér uyt-
wendige onderwerping, niemant den ftaet van den dienft
oft Biflchoplijken ftoel voor Daniel, die nu der Weft-Saxen
en Geviflen BiflTchop ontfangen heeft.

Daer na zwijgen de fchrijvers lang ftil van het eylandt \'Plorentiß
Wicht tot het M
L x V I jaer, als Toßius, broeder van Ko-
ning Harald, met een deel roof-fchepen uyt Vlaenderen,
tot Ipijt van zijn broeder, het zelve ingenomen heeft, en na
dat hy de inwooners gedwongen had tol aen hem te beta-
len, is hv wederom vertrokken. Weynigh jaren daer na, als

men

-ocr page 147-

1

H E T

men leeft in hetï»ude boek van het Prioorfcfiap van \'Cares-
hroke,
het welk D. Rob. Gloverus Somerfet my vertoont
heeft: Gelijk als Willem Baftard Engelandt ingenomen
heeft, zoo
heézWiWemFits-Osbern, die zijn Maerfchalk
cn Graef van Hereford was, het eylandt Wicht verwon-
nen, en was de eerfte Heer van Wicht. Lang daer na heb-
ben de Franfen , in \'t
m c c c l x x v 11 jaer, onverziens
over-gekomen, het ingenomen
Cn verniert,en dezelve heb-
ben\'t in\'t
m c c c c iii jaer te vergeefs befprongen, eii
zijn manlijk van den oever geweert, gelijk ook als by onzer
ouderen geheugen, onder \'t gebiedt van den achtften Hen-
rijk , toen de Franfe Galleyen daer eenige boerc-huyzen
aen brandt ftaken.

Wat dc Heeren acngaet, na dat Willem Fitz-Oshern,
terftont in den oorlogh van Vlacnderen doodt-gcblcvCn, en
zijnen zoon Rogier uyt-gebanncn, zoo is het onder de
Koninglijke macht gckomenKcn den eerften Henrijk, Ko-
ning van Engelandt, heeft het cylandt aen Richard van
Jüduersy Graef van Denshier, gefchonken, en tc gelijk het
leen der hoCvc aen Chriftus kerk; alwaer, gelijk als by
Caresbroke, die Richard kafteelen gebout heeft. Maer zijn
zone Baldwin is in de beroerde tijden van Koning Steven,
als \'er zoo vele dwinglanden in Engelandt, als Heeren van
kafteelen waren, dewelke elk zich \'t recht van geldt te ver-
gaderen, en andere Koninglijke rechten toe-eygenden, van

De Heeren
vaf! het ey-
lant
Wicht.

Chrifl\'
church.

WIGHT.

Koning S\'teven vaïi hier verdreven. Maer zijn nakome-
linge» hebben haergröot-vaderlijke recht wederom beko-
men , welker geftacht wy nu te voren aen geroert, daer wy
van de Graven van Denshier volkomclijk gehandelt heb-
ben. Doch eyndlijk heeft ïzabel, weduwe van Willem dè
ForteSt CïSLef van Albemarlc en Holdernes, zufter en
erfge-
naem van Boudewin, laetfte Graef van Denshier uyt dat
geflacht, zwaerlijk verbeden, ai haer recht aen den ècrften
Koning Edward by gefchrift over-gegcven.

Van toen af hebben de Koningen van Engelandt het ZzB. Afo^
eylandt bezet; en Henrijk
Van Beauchamp ,Qme[v2Ln Wat-
wijk, is van den zeftcn Koning Henrijk, dien hy
Zeer lief
was, tot Koning van Wicht gekroont, en daer na eerfte\'^*
Graef van gantfch Engelandt genoemt. Maer dezen nieu-
wen enOngewooncn tijtel is met hem verdwenen; daer -
na is Richard
Widevile, Graef van Rivers, van den vier-
den Edward voor Graef van het eylandt
Wicht begroet,
en Reginald
Bray heeft het van den zevenden Henrijk,
dien hy tot vermaek was, voor vaft (zoo fpreken de Rechts-
geleerden) voor dric-hondert mark jaerlijx te betalen, ver-
kregen. En \'t heeft, behalven deze Heeren, het Edel ge-
flacht gehat, welk
de Lifle genoemt is, waer uyt, onder het
gebiedt van den tweeden Edward,ccn tot de vergaderingen
des Parlaments beroepen wierd, met de naem vän lan van \'t
eylandt Wicht.

EYLAND T

hf

■ I )«

O Ë

Pp

-ocr page 148-

T R E B A T E N.

E A

Ende Belgen gmisierty even als ml^ankijky ^oo ook in Britamien i de A ttre b At en ,
ff>dke naem nu yeroudert ^jnde, %po ypordt haerplaets gemeenlijk Want^

het ^ bekent^ daty yoijlde yreemdelingen uyt * Franfch-Belgium dexee-fltanden yan Bm
tannien ingenomen^ en, als C^far Verhaelt, de namen haerer landtfihappen behouden hehhenyde-»
%S\' on^e
Attrebaten uy^ de Attrebaten van Vrankrijk heryoaerts verhußß ^jn y de -ppeih
de ^ee-kmt van Vrankrijky tot aen de Zeyn toe, ds Ftolomms g£ti:>yghty bezaten hebben ,
meüjkr het landt ^elk eenighzjns tegen on^ie Attrebaten over light. Het yoas\'dan niet lichtvaer^
dëijk^ dat C<ifar fchrijft, dat het aenzien van Comius Attrebatenfis in de^e landen, als by néjne
landt s-ïiedeny groot ypas, en dat hy, van Ufar ver\'^onnen, hier na toe gevlucht is, als hy, gelijhVrontinus getuyght,
c^jne fchepen op^t droogh fittende, belaße ^eylte maken, en den vervolgenden C^farbedrooghdèypelk, Van vêr dé
^weik^de Kejki ^.ende, en meenende^ dat hy door het dragen der mndt -^egh vkogb,na liet hem te vervolgen, Waer
van\'de^ Attrebatenxy\'w\', -mrdt betmß \',\'S^ant dat het zpmmige van KmtchtTekken , ypelh%^ dat in de
oude Franfche tae! de aerde desbfo\'odts betekent, vrees ik dat vergeefs\'zy. H Zj ons genpegh aen-geype^^ßn te hebben
yan ypacr ^yAn Britannien gekomen ^ijn, de oorfprong der naem mogen andere na-vorfchem

B A R

- S

E.

Et landt, dat h^ om Bark\'
shire,
en by de Latijnen Ber-
cheria
genoemt wort, wierd
■eertijds
Van de Engel-Saxen
Bepfiocpcype genoemt. Wel-
ke naem Afferius Meneven-
fis trekt van een zeker bofch>
B^rroc genoemt, daer zeer
veelBarke-bomen wieffenj
andere van een gefchilden
Eyken-boom , want dat be-
tekent
Beroke, by welke de
inwooners, in zware tijden, van \'t gemeen by-een-quamen,
om zich in hare zaken te beraden. Het noorder-deel van-
dit landt door-loopt de
ifis.dic daer na Tamifis oft Teems ge-
noemt wordt, met een kromme , maer nochtans genoegh-
lijke kolk, en fcheyt het zelve eerft van die van Oxford ^en
daer na van die van Bucldngham. Het zayder-deel,daer het
na Southanton ftrekt, wordt befproeyt van de rivier
Kenet,
tot dat zy in de Teems loopt. Het weft er-deel, welk aen Win-
ton grenft, en breeder is, gelijk ook het middelfte deel,is in
zijne rijkdommen milt genoegh,en vruchtbaer van kooren,
inzonderheyt daer het ten dal zinkt, het welkmen,ik weet
niet van wat gedaente,van een wit paert op een witten heu-
vel uyt-geb eelt,
The Vale of Wicht ehorfe noemt. Maer het
oofter-deel, welk aen Surrey paelt, is gantfch ontvrucht-
baer, oftgewiftijkmetVruchtbarigeaerde, boftchen, en
beemden wijdt en breet bezet.

Aen het weft-eynde, na by de Ifis, light Farendon op een
hooge gelegenheyt, nu door haer markt, eertijdts door een
zekere vefting vermaert, welke Robert, Graef van Gloce-
fter, tegen Koning Steven gebout heeft, die de zelve noch-
tans met bloedigen arbeyt ingenomen, en zoo ter aerde ge-
ftecht heeft, dat menze nu niet meer zien kan. Doch de
\' plaets waer in zy gelegen was ( als men leeft in het Tijdt-
boek van het kloofter van
Waverley) heeft Koning lan in

\'t M e c II jaer voor-gekomen, dooreen Godlij ke inbla-
zing vergunt, met alle zijn toebehooren, om een Abdy
te
bouwen
voor de orden van de Cifterrienfen.

De Ifis,s2i\\\\ hier met een groote kromte ten noorden uyt-
geborften, befpoelt veel vermaerde dorpkens,tot dat zy,we-
der gekeert, en met een af~fcheyding fpelende, tot
Abhan-
don
komt, voorwaer een treftijke en welbewoonde ftadt,
eerft byde Engel-Saxen Sbeovej\'bam, daer na
Abbandune
genoemt, zonder twijffel eer van de Abdy, als van Abben,
ik weet niet wat lerfche Eremij t, als zommige gefchreven
hebben. Dit was een plaets, als in \'t oude boek van Abbeii-
don ftaet,op een vlakte van een bergh,zeer geneughlijk van
uytzien,een weynigh aen geen zijde van de hoeve,de welke
nu
Sunniggewelle genoemt wordt, tuffchen tw ee geneugh-
lijke rivierkens , de welke deze plaets gelijk als een boezem
tuflchen haer beyden befluyten,die een aengenaem gezicht

pAHfidoft.

Gull. Neu-
hrige-ifis.

Ahha du-
ne tft A-
Ifington»

geven aen die gene, dieze aenfchouwen, en een bequaem
voedtfel voor de inwooners. Doch eertijts was zy
Sheoves-
genoemt, een fchoone ftadt, aengenaem om aen te
zien, vol rijkdommen, rondom overvloedigh met fchoone
landeryen, groene weyden, verfcheyde velden , en met vee
dat overvloedigh melk geeft.Hier was de Koninglijke ftoel,
herwaerts aen was de by-een-komft vän het volk, als \'er van
machtige en gewichtige zaken van het Rijk gefproken
wierd. Maer zoo haeft als Ciffa, Koning der Weft-Saxen,
(l^oofter oft Abdy gebout had , zoo heeft het allenx zijn
#aden naem beginnen af te leggen,en men heeft het
Aban-
tlm
en AbhingtonA^t is, deßadt der Abdy genoemt. En dit
kloofter had niet lang gebloeyt, als het door het Deenfch
onweer als ter neder gefmeten wierd; nochtans is het ter-
ftont daer najdoor de gunft vanKoning Edgar,weder beko-
men, en namaels, door hulp van de Noormanfche Abt, tot
zulken heerlijkheyt gekomen , dat \'er naeulijx een kloofter
in Engelant is, dat haers gelijk is , zoo van rijkdom als van
grootte,het welk haer vervalle muuren en plaetfen noch ge-
tuygen.Maer de ftadt,hoewel zy langen tijdt op het kloofter
gefteunt heeft,zoo heeft zy nochtans, na dat de vijfde Ko-
ning Henrijk de rivier
ifts met bruggen aen de ftadt ge-
hecht heeft, gelijk een zeker veersken * , het welke ftaet in
een venfter van de kerk van Helena, getuyght: cn als zy de
Henrijk,heeft
gemeene wegh in het kort hier na toe geleyt had, beginnen ^Me
toe te nemen: zoo dat het onder de voornaemfte fteden van
dit landt gehouden wordt. Het heeft een Mayer, en groot
regttringe gt-
gewin door de overvloedigheyt van het gewas van garft, die
de Grieken
Byne, en wy Mault noemen • het vertoont in het Twe brug-
midden van zijn markt een zeer fchoon en treflijk Kruys, gen.-w^i^rvm
het welk , als men zeght, de broederfchap van het heylige ßurford
Kruys daer op-gericht heeft, onder \'t gebiet van den zeften
moefle me-
Henrijk. j

Gelijk C#ditkloofter gebout heeft, zoo heeft ook Cilla J^i
(ik fpreek uyt een oudt boek) de zufter van Koning Cedwal naem van
by Helmefton, omtrent de
Teems, ter eeren der Heyligen
een kloofter gebout, daer zy zelf Abdis over de Nonnen ge-
weelf is,de welke daer na naer
Witham over-gevoert zijn:ten
tijde als de zware oorlogh was tuffchen Offa en Kinulph,en
dat daer een kafteel gebout wierd, zijn de Nonnen van daer
gefcheyden. Want toen Kinulf overwonnen was, heeft
Koning Offa voor zich gebruykt, al wat onder zijn heer-
fchappy was; van de ftadt
Wallingford, in het zuydeynd van -^^hhury
Ichemldeftreete,
tot 2iQr\\EJfebury, en in het noord-eynd tot
^mdc Teems toe, tchorf.mU.

Hierna by na \'t noord-weften light Lee,hot welk door de
dochter van den Ridder hier na van
Lee genoemt,gekomen
is \'tot het geflacht van
Be files,van het Befiles-Lee begon Beßles Lee.
genoemt te worden ^ en van dat geflacht is het gekomen
door aenhijlijken aen Richard
Fetiplace, wiens groot-vader
Thomas zijn nakomelingen geen kleyne eer na-gelaten ^ ^
heeft,door het houlijk met Beatrix, de natuurlijke dochter

roe-

men»

Heden

van

-ocr page 149-

R K" S

H

R E.

B

van den erf-Koning lan van Pörtugael, uyt de welke zy ge-
fproten zijn. Maer laet ons wederom te rug keeren. Zeer na
hyAbendon is het rivierken ok,hct welke aen het zuyd-eynd
van de ftadt aenvloeyt, eertijdts met een brugh, van lan
de
S. Helena
Ridder, t\'zamen-gevoeght, en zachtlijk in de ifis
loopt; welke in dat dal van White-horjè ontfpruyt, naeulijx
een mijl oft twee van
Kingpn-Lijle, welk eertijts is geweeft
De Onder- ^^ bezitting van Warin Lijle, een Baron van grooten name.
Graven van Van welke,als lan T«/^i?/^,jongfte zoon van den ftrijdtbaren
Ian,Graef van Salop, van zijns moeders wegen afkomftigli
geweeft is, eerft Baron van Z^^ geftelt wierd, even gelijk
Warin van
LiJIe eertijtds was een opziender der bezitting
van deze plaets (als ot de waerdigheyt aen de plaets aen-ge-
" hecht was) en daer na is hy gemaekt Onder-graef van
Lifle :

en heeft deze tijtel,door gunft van de Koningen,geduurigh
in zijn nakomelingen gebloeyt.Want(op dat ik het in\'t kort
overlope) als Thomas
T<tlbot,zoon van dien lan,zonder kin-
deren geftorven was,zijnde in een gevecht om de erf-goede-
ren tegen den Baronmet een pijl door zijn mont ge-
fchoten,zoo heeft Edward
Grey,dic zijn zufter getrout had,
den zeiven tijtel van den derdenKoning Richard gekregen,
gelijk Carel
Brandon, aen de welke de dochter van Edwards
zoon lan , noch jong zijnde, verlooft was, van den achtften
Henrijk: maer als deze dochter voor de Bruyloft te fterven
quam, zoo is deze tijtel in hem ook geftorven. Daer na de
zelve achtfte Henrijk, die aen Arthur
Plantagenet, des vier-
den Edwards baftart
zoon,de welke Elizabeth, de zufter van
ïan Gr^y,Onder-graef van
Li/le, v/eduwe van Edmund Dud-
/^jy getrout had,op-gedragen. Deze wederom zonder zonen
geftorven zijnde, zoo heeft hy lan
Dudley, Edmund Dudleys
zoon by de zelve Elizabeth Grey^nzmzds Hertog van Nort-
humbedant,met de zelve tijtel vereert. De welke gebannen
zijnde,zoo heeft Koningin Elizabeth zijn zoon Ambrofius,
eer zy hem Graefvan Warwijk gemaekt had,op den zeiven
dagh Baron v^n genoemt, en zijns zufters zoon Robert
Sidney,vzn zoo treflijke ouders gebooren,en door zijn eygen
deughden vermaert,den welkenKoning lacob Baron
Stdney
van Penshe?\'s,gcm3.ckz,cn tot Kamerling van Koningin An-
na, zijn heve huys-vrou,geftelt had,infgelijx met de naem en
eer van Onder-graef van Z^f in\'t cio loc v jaer vereert.

Dit Ocke ( waer van wy gefproken hebben) loopt daer na
Tufey. door /\'^j\',het welk zy,die van Pufey genoemt zijn,noch be-
zitten, door den hoorn van hare voor-ouders, eerdjdts haer
van den Deenfchen Koning Canut gefchonken, en hier be-
Denche- ï^^ven een oft twee Dencheworths, alwaer langen tijdt twee
woYth, oude en vermaerde geflachten gebloeyt hebben, het eene,
van
Hida genoemt,aen het zuyd-eynd,en het ander,van Fe-
, . tiplace,
aen het noord-eynd, de welke uyt het zelve geflacht
fchijnen gefproten te zijn, nademael zy een Adelijk fchildt
oft wapen gebruyken. Van daer ontfangt de
Ock een rivier-
ken dat geen naem heeft, het welke uyt het zelve dal by
Wantage. Wantage voort\'komt. Maèr dit Wantage, by de Engel-Saxen
Wanarin^, was eertijts een Koninglijke hoeve , en de ge-
boort-plaets van den doorluchtigen Koning iElfred, welke
f hy,ftervende,aenAlfnth gemaekt heeft. Langen tijdt daer
na is het een koop-ftadt geworden,door hulp van den ftnjd-
baren Eulco
Fitz,-wann,^cn wien Rogier Bigod,U^et[chz\\k
van Engelandt, om zijn dapperheyt in den oorlogh, dit ge-
fchonken heeft,en heden worden
dcBourchiers,Gï^vcn van
Bathon,gefproten uyt het geflacht van de
Fitz-warins, voor
Heeren daer van gekent, uyt welker geflacht hier eenige
begraven zijn.

De Ifis, Abbendon woothy , onihngttti--

ftont de Tamer van de Oxforders (van welke wy elders fpre-
Tamijls. ken zullen) en nu met een gelafcht woort Tamtfis genoemt,
Sinedm» bezoekt eerft de hooge heuvel Sinodun, de welke met een
diepe graft omringt is, alwaer zekerlijk eertijdts een kafteel
van de Romeynen geweeft is j want met de ploegh omge-
ploeght zijnde,wordt van de boeren dikwijls Roomfch geit
gevonden,het welk een teken van oudtheyt is. By dit Bret-
BretweU.
 ^gn kafteel geweeft, zoo niet op deze heuvel,het welk

, de tweede Henrijk met gewelt ingenomen heeft, een wey-

M^mlfts ^^ vooren eer hy met Steven vrede maekte. Van hier
" \' loopt de na de eertijdts
voornaemfte ftadt der Attre-

baten,dewelke by Antoninus Galleva attrebatvm,by
Ptolomeus
Galleva genoemt is, maer by beyde averechts
door de onachtzaemheyt der boek
-verkopers,de welke ins-
gelijx in de Griekfche voor-beelden ons , met ver-
GdUm letters voor Gallem geftelt hebben ; want zoo meen

ik dat het in \'t Britanfch genoemt is, als Guall-hen, dat
oudt dal. Welken naem behouden, en om een ondiepte in
de rivier,
Forde daer by-gevoeght, de Engelfen Guallenxa-
yopb, en WallenjajiDfiS het eertijts genoemt hebben, en wy
beden wat korter fVallengfird. Ten djde van Edward de TVallen^
Confejjeur wierd het voor een Burgh gehouden, en begreep fi^d,
Cals in \'t Schat-boek van den eerften Willem ftaet) cc lxxvi
Hagen, dat is, Huyzen, gevende ix ponden van de Gable, en
die daer woonden, deden des Konings dienft met paerden,
en te water.Van de Hagen zijn \'er acht voor het kafteel ver*
nielt. Het was eertijts met veften omwalt, de welke, als uyt
haer ftreek te zien is,duyzent fehreden in \'t rondt begrepen
hebben: aen de rivier light voorwaer een zeer groot kafteel,
en eertijdts zoo fterk, dat de hoop der onwinbare fterkte
zommige wreeder gemaekt heeft. Want als Engelandt als
door den gemeenen brant van oorlogh vernièlt wierd,lezen
wy , dat het dikwijls van Koning Steven te vergeefs is bele-
gert geweeft. En als wy,noch jong zijnde, van Oxford daer
naer toe trokken (want het is nu een vertrek der Studenten
uyt het huys van Chnftus tot Oxford)waren wy verwondert
over fijn grootte en heerlijkheyt:het wort met dubbele muu-
ren,en met een dubbele wal omringt, in \'t midden light een
kafteel op een hoogh verheve aerd-hoop,op welx fteyle op-
gang met trappen wy een zeer diepe bron gezien hebben.
De inwooners gelooven, dat dit kafteel van de Deenen ge-
bout isjik zoud eer oordeeIcn,dat het hier van deRomevnen
gefticht, en van de Saxen en Deenen namaels vernielt is,als
Sweno den Deen het hier met roven verwoeft te: en dat het
onder den eerften Willem eyndlijk weêr opgekomen is, zijn
wy uyt het Schat-boek verzekert, daer het verhaelt dat \'cr
achtHagen,dat is,Huyzen,voor het kafteel vernielt zijn,als ik
terftont aen-getekent heb. Nochtans verhaelt Guilielmus
Gemedcenfis niet van dit kafteel,daer hy fchrijft^datWillem
de Noorman, Harald overwonnen hebbende, terftont zijn
leger na deze ftadt(zo noemt hyze)gevoert,en,over deT"eemx
gevaren zijnde,hier gelegert heeft,eer hy noch naerLonden
trok^in welke djdt
Wallengford den Engclfchen Wigod voor Beeren vm
zijn Heer bekende, de welke ccn eenige dochter geteelt ^^^^»ir
heeft,dic hy acn
KohertD\'Oyley ten houlijk beftccdde,by dc ^
welke hy Machtild zijn eenige erfgenaem won, die hy
eerft aenMilo Crifpijn,en na zijn doot aen Brient,ccns Gra-
ven zoon, door toedoen van den eerften Koqing Henrijk,
ten houwlijk gaf. Dewelke altijdt in eer van den oorlogh
op-gevoed, en de partyc der Keyzcrinne Machteld volgen-
de, dit kafteel tegen Steven, als hy te
Craumesh, hier tegen
over,cen bolwerk op-geright had,manlijk befchcrmt heeft,
tot dat de zeer
gewenfchte vrede voor gantfch Engelant ge-
floten , en al eer de twift tuflchen Steven , en den tweeden
Henrijk van wegen \'c Rijk geftilt wierd. Want toen heeft de
liefde Godts de herten van Br/ent, en zijn huys vrou zoo be-
vangen, dat zy het onftantvaftige cn vcrganklijke verlaten,
zich tot Chriftus begeven hebben, cn alzoo deze Heerlijk-
heyt van
Wallïngford tot het heylige erf-goedt des Konings
gekomen is. Het welk blijkt uyt de oude onderzoeking in
\'t
Scaccarium,mei deze woorden: Zijnen beminden Heeren
den lufticieren van mijn Heer denKoning,cn deiiBaronnen
van \'t Scaccarium, wenft de Conftapel van Wallingford ge-
zonthcyt: Weet dat ik naerftelijk door-zocht heb het bevel
van den Koning , door de Onder-graef acn my gezonden,
door de zoldaten van mijnen Baüjou , cn dit is het kort be-
grijp van de gedane onderzoekingc. Wigod van Wallingford
heeft bezeten dc heerlijkheyt van Wallingford ten tijde van
Koning Harold,en daer na ten tijde van den cerftenKoning
Willcm,zijnc huysvrou heeft hem een dochter gebacrt.dien
hy ten houlijk gegeven heeft aen Robert
D\'Oilly.Die zelve
Robert heeft by zijn vrou geteelt een dochter met namen
Machteld, die zijn erfgenaem geweeft is. Deze Machteld
heeft Milo Cnfpijn te man
gehad,cn die heeft met haer die
voorgenoemde Heerlijkheyt van Wallingford bezeten. Na
Müos doot heeft de eerfte
Koning Hendjk deze voorge-
noemde Machteld ten houlijk befteet acn Bnent, zone van
een Grave,&c.Nochtans heeft het daerna,tcn djde van den
derden Hcnrijk,aen de Graven van Cefter behoort, en daer
na aenRichard,Koning
vanRomen,en Graefvan Cornwal,
dic het vernieut heeft,
en acn zijn.zoonEdmund,de welke op
dc binnenplaets
ccn Collegie kapel gebout heeft,en die, Zon-
der kinderen geftorven zijnde , is tot het hcyligh erfdeel der
Kroon vcrftorvcn,en acn hctHcrtoghdom van Cornwal ge-
hecht i waer door het allenx vergaen is. En voorwaer in
die

Q^q tijde,

,een

-ocr page 150-

teiitrio

X E. C H E R I A

^^RK-S HIRE.

Sep^

DIEV ET

DROIT

O X O I ]E IsT S I S

C^entdV

.Oxford

Wttnej^

C O M I T A T V S

&tauttton. ^

\'3£ztamcourtr —

\'V^crtJtti^ra Si

".\'4.H o MJ^ Sr R H n .

^ . Sotd

JCumaar

JCetmjy^an.

"Sat^rJc

on r A ^ \\i

i- ^

ii^cttcn.

\'fj^^r fi ^

P A R S

^CTitiVctvLe ^ i

L J^tttctv

1 u:

Glo^

I/aclilad

\\

- A * EviTD.

\\ 3ucUani I / iJ.^ir\'

J^nfy

.......^ /\'Tv-dk.-

DratstL
O K Kv ND .

\'jcctn/^.rt

Ti^kenlam

.jr.—\'\'

lOaJIc

o

Lttde

i

dnVai

TE21

TJK n ing T O W

Steucntan,

\'dihtttljf

O X

GrenAanX
v..

Caxwet

Cox-well

■ W^A ntin G SVND

^plLJhd

1

JfetiSrizl

PjLRT OF\' \\ i^^if^rne Y \' ^^frf/^j\'

T H-E l^A I. E or jni^H I T H O li s Ey

hockiit^

DING HvNi

lie.

^Wantage

i.. I J^ -^te

.dflaiLj

Coiwiti

IBjuhiny

SatotLA

• Chikan.

■ JCuys Latcomhe

lis- Letcomh
Tiafietr

Uv ar 11>,

\'t^oajcate

Shr\'ttunihanL

"XuyJlonlyU

Hvni) . 4

i

^indfo

Henlej-

•T O (R D.

njejl I^L^

Shij^he

SircAci

h\'aifhurv

4\' ^

C OMF TON H VW T>RMT>.

OHwit^f

RY

\'^^IkchwA

10X ^XlffT-xr». ...-\'

ly ji.dlL B O R N

.St.

lanes

- GreatTaHe^

\'\\4lJwarA

"X

^ Ifamt onie

\\ hrt^lrtwakoiv

H VN .

\'^BiAdon.

Hey

O NNIN 0 E,

&ifl G-arJlctv

W I r T 6\\N I AK

JC^nn^

RamfkurYe

S ^^ 31 c

^ -f: i i - ^ ..............O-u^-e. ahofelL

Jljliuye

ifL^tde

cUlehury j

J^mis^-\' ■ -•■ p^.p r bjp J

Itoxfordy ,

^\'Fji. IR c R O S S IE,

\'\'"mi

TJI M JLL

StretfiU-

Mxirtimere.-^
Hvifjjji^,

HungerfiMTtJ

Dcm^ctv

l^Sha

•tdm^ftan

t HuiiP-erford T ^ "

\'Tirymftow J

I "Jfcwtorye ^^^^^ " " Æ’

oj^ent^

Kvnd.

"-VC JT^ Jixr t s KvNn RJE. T> .

>

J^^^ 5y I R E^ A. V ING H v

Sumg^iyhiJL

f

ltXJ>

y

•ft

V

<

-^SanJha

yatl^

V ojriTv^xi/\'r ^ySee^^^

5 -ff X Jt» /

SUchqfier

—aL-

;

O H I A

\'Btachwoier

y

. S ft iui era.

ItW^es

r

HiNaJlftoTL-

ANT

JLiUurui^ ^orunv ^^tuor uturnu^ \\

Cai^ttiunt- Qcfttumicunv .
t, . i^i 5, , i?, ^ 7,

-ocr page 151-

A \'T T R E B

E N.

\'D 1

Ï2<

Wan is tijde, és die VLiyle Peft, die de vereening van Mars enSatur-
^m-Peß. I5LIS in den Steen-bok gevolght is,door gantfch Europen, in
hiet M c cc xLviii jaer ons Heeren,hertneklijk 2werfde,zo
is dit
Ga/km zoo door geduurige Lijken uyt-geput, dat,daer
-het te vooren dicht bewoont wiert,en 12 Godtshuy zen tel-
de,nu maer een oft twee toont. Doch de inwooners wijten
•defe eenigheyt meeft aen de bruggen totAbbendon enDor-
cefter gemaekt, waer door de Koninglijke wegh verleyt is.

Van hier ten zuyden loopt dcTeems zeer lieflijk ten weer-
zijden tuflchen geneughlijke landen door
Moulesford, het
welk de eerfte Koning Henrijk aen Girald, Walters zoon,
gegeven heeft, van wien dat vermaerde geflacht van
Caretp
gelproten is, welk zeer vereerlijkt is door de houlijken met
de doorluchdghfte geflachten der
Mohuns, Dinhams, en an-
\'AldivortL dere zo in ledandt als E ngelandt. Niet vêr van daer is Ald-
worthydXwacr graven zijn,en beeldenjboven gewoonte groot,
daer op geftelt, waer van het onervaren volk dezelve, even
als van Reuzen, bewondert, daer zy flechts geweeft zijn van
de Ridderen van het geflacht
de la Beche,\\vz\\ke hier een ka-
fteel gehat heeft, en gelooft wordt, onder \'t gebiedt van den
derden Edward, in manlijk oir verdweenen te zijn. En ten
laetften wort de
Teem gemoet van de Kenet, dewelke, als ik
terftont gezeydt heb, het zuyder-deel der Attrebaten be-
fproeyende,in zijn eerfteaenkomfte, als zy Wilton verlaten
hcéi,Hungerford,ccmizs Inglefordcharnam-ftreet genoemt,
befpoelt, een kleyn en laegh gelegen ftedeken, hetwelk
nochtans aen het wijdtberoemde geflacht van de Baronnen
van
Hungerford de naem en tijtel gegeven heeft, welke
Wouther
Hmgerford eerft gevoert heeft,die onder den vijf-
den Koning Henrijk Senelchal van \'s Konings hof,om zijne
manhaftigheyt in den oorlogh,door mildadigheydt van den
delven Koning, met het kafteel en Baronnie van Hometin
Normandyen begiftight is,voor hem en zijn nakomelingen
te bezitten, door manfchap en den dienft van den Koning,
en zijn erfgenamen by het
 omagum een lans,met

tent. \'Nor- een VoflTen-ftaert daer aen hangende, te geven,welk boertig
fstan. 6. ons luft tuflchen \'t ernftigh in te voegen. De zelfde is,onder
\'t gebiedt van den zeften Henrijk, groot Schat-meefter van
baronnen Engelant,en Baron van Hungerford gemaekt, als hy zo door
van Hun- zijn zonderlinge voorzichtigheydt, als door het houlijk met
gerford, Cathrijn Peverell (dewelke van de Moels en Courtneys uyt-
gefproten) zijn goederen vermeerdert heeft. En zijn zoon
Robert, die de dochter en erfgenaem van den Heer
de Bote-
reaux
getrout heeft, is zeer verrijkt, als ook zijn zoon Ro-
bert, dewelke Leonoor, dochter en erfgenaem van Willem
, Molines^genovii heeft,waer door hy onder de Baronnen van
het Rijk met de naem van Heer van
Molines vermaert is ge-
weeft, en is in den inlandtfchen oorlogh tuflchen Lancafter
en York, by
Newcaftle onthooft. En zijn zoon Thomas, by
zijns vaders leven, by Sarisbury onthalft, heeft een eenige
dochter Maria achtergelaten , dewelke Edward, Heer van
Haflings, met dit rijke erfdeel tot huysvrou genomen heeft.
En Wouther, Thomas broeder, heeft Edward
Hungerford
geteelt,den vader van dien Wouther, die de achtfte Koning
Henrijk tot Baron
Hungerford van Heyteshury gekoren
heeft, en is daer na om een groulijke mifdaedt veroordeelt :
maer de Koningin Maria heeft zijn kinderen in alles, uyt-
genomen de waerdigheyt van Baron, herftelt. Niet vêr van
Widehay, zuyden light Wtdehay , dat lang de woon-plaets ge-

Baronnen wecft is van de Baronnen van Amand, welker erfdeel Gc-
van S. A- rard Brayhrok door \'t recht van zijn huys-vrou verkregen
mand, heeft, wiens nicht Ehzabeth , oudfte dochter van zijn zoon
Gerard,\'t zelve erfdeel aen Willem "^■mBeauchamp.-s.o.n wien
zy getrout was, over-bracht, dewelke tot het Padament be-
B chamD i^o^pen, met de naem van Willem Beauchamp van Amand
vaTs.A-
onder de Baronnen bloeyde , gelijk zijn zoon Richard, die
mand,\' geen wettige kinderen geteelt heeft.

De Kennet van daer af-vloeyende midden door Hemßed
Marshal,
het welk eertijts door de roede van \'t Maerfchalk-
fchap bezeten wierdt, en de Maerfchalken van Engelandt
toe-behoort heeft: alwaer Thomas Barry, Schat-meefter
vanher huys van Koningin Elizabeth, groote en treflijke
huyzen gebout heeft , en
Benham-Valence genoemt, om dat
het aen Willem
de Valence, Graef van Penbroek, toebehoort
heeft,loopt naer die oude ftadt
Spina, van welke Antoninus
verhaelt 5 welke heden met de overgebleve naem ge-
noemt wordt, maer is nu voor een ftadt een kleyn dorpken,
Newburj. naeulijx 1000 fehreden van de vermaerde ftadt

welk uyt haer puyn-hoop zijn oorfpronk bekomen heeft.

Mofths\'

€!areiP.

i)e rivier
iCenét.

iJun^\'
ford.

I Veel
dupl. fa-

Spina,

Want Newburgh betekent by ons een nieuwe Burgh, te we-
ten , ten opzicht van \'t verblijf van dat oude
Spina, dat ver-
gaen is,en zijn naem in een deel van dit zelve
liewburgh na-
gelaten heeft, welk tot noch toe
SpinhamUndts genoemt
wort. Maer zoo
\'JSiewhury anders niet, dit laet het voorwaer
bewijzen, dat het van de doornen voortgekomen is, en dat
de Newburgers dit dorpken
Spene als haer moeder erken-
nen, fchoon het, in plaets van de doornen, dooduchrigh is
door zijn gebouwen,en burgedijkheden,rijkin wolle-werk,
zeer gemakkelijk van gelegenheydt in een vlak velt, en van
de rivier
Kenet door-fpoelt. Dit is in de Noormanfche over-
winning van Engelant toe-gevallen aen Ernulf van
Hefdin,
Graef van Pert,wiens na-neef Thomas^r/ in \'t belegh van
Lincoln gebleven zijnde, zoo heeft de Biflchop van Chalon
zijn erfgenaem dit verkoft aen Willem Maerfchalk, Graef
van Penbroek,dewelke ook de nabuurige Mayery
wanHemp-
fled,
waer van ik gefproken heb, bezeten heeft, als ook zijn
navolgers de Maerfchalken\'van Engelandt, tot dat Rogier
Bigod, om zijn hardnekkigheydt uyt de eer van Maerfchalk,
en zijn goederen vervallen is, dewelke hy nochtans voor
zijn leven te leen wedergekregen heeft.

Van hier loopt de Kenet voort, en ontfangt het rivierken
Lamborn, welk by zijn bronnen aen een koop-ftedeken zijn Lambm**
naem meê-deelt, het welk eertijdts by Koning iElfreds uy-
terfte-wil,aen zijn neef Alfrith,en daer na aen
dcFitzwarins,
die het markt recht van den derdenHenrijk verkregen heb-
ben , toebehoort heeft, doch nu aen het Ridderlijk geflacht
van
Efjex, welk zijn afkomft betrekt van Willem van Effex,
onder Schat-meefter van Engelandt,onder den vierden Ed-
ward,en aen die,welke eerrijts met dezelve naem in
Effex in
de hoogfte eer gebloeyt hebben. Van daer befpoelt zy
Ben- Bet kafteel
nington
, welk b^y anderen Dunnington genoemt wordt, een Denning-
kleyn, maer voortreflijk kafteel, gelegen op den top van een
bolch-achtige heuvel,fchoon van Uytzicht,en welk van bin-
nen byna alle lucht toelaet. Men zeght dat het van den
Ridder Richard van
Abherbury gebout is, dewelke daer by
ook een Godts-huys voor den armen gefticht heeft. Daer
na is het de wooning geweeft van
chaucer, daer na van de
Pools, en by onzer vaderen gedenken van Karei
Hertogh van Suffolk.

De Kenet nu lang geloopen hebbende door Aldermafton,
welk de eerfte Henrijk gegeven heeft aen Robert Achard,y°"\'
van wiens nakomelingen het eyndlijk door de la Mares aen
het Ridderlijk geflacht van de
Eoilers door houlijx-recht ge-
komen is,vloeyt eyndlijk in de
T?ems,zoo haeft zy een groot
deel van
Reading met haer af-fcheytfels omhelft heeft. Het
ftedeken,oft de ftadt
Reading,^ de Engel-SaxenRbeaoyge, Reading,
van Rhea,d2X. \\s,een rivier,oft van het Britanfch woort Redin,
het welk Varen-kruyt betekent, welk hier overvloedelijk
voortgefproten is, overtreft heden door fchoone ftraten,
fraeye huyzen, rijkdom, en eere van wolle-lakenen te ma-
ken, al de andere fteden van dit lant, fchoon het de grootfte
verfierfelen verloren heeft,- te weten, een uytmuntendc
kerk , en een oudt kafteel. Want AflTerius getuyght, dat dit
kafteel de Deenen bezeten hebben, als Zy een bolwerk tuf-
fchen de
Kenet en Teems leyden , en dat zy hier in geweken
zijn,als zy
hfJnglefield (een na-bygelege dorpken, welk aen
een oudt en Adelijk geflacht de naem gegeven heeft) van
Koning ^thelwulf in de vlucht gedreven wierdt. Maer de
tweede H enrijk heeft het zelve zoo vernielt, om dat het de
toe-vlucht van Stevens zoldaten was, dat \'er nu niet als de
bloote naem in de naefte ftrant overigh is. In wiens buurt
de eerfte Koning Henrijk , het kloofterken der heylige
maeghden (welk de Koningin Alfrith,om haer fchelm-ftuk-
ken te verzoenen,gefticht had) uytroeyende,
een 2eer heer-
lijke kerk voor de Munniken boude, en met groote inkom-
ften verrijkte.
Dewelke,op dat ik uyt de grondt-brief zelve
fpreke,om dat er drie Abdyen in \'t Rijk van Engelant, door
*t vereyfch van zijne zonden, eertijdts vernielt waren,te we-
ten,
Reding, chelfey^ enLeonminflre,\\vékedcl.Gktn-h2iridt
lang bezeten heeft, door raedt der Paufen een nieuw kloo-
fter by
Reding gebout,en het zelve Reding, Chelfey, en Leon-
minflre
gefchonken heeft. In deze kerk was de ftichter
Henrijk zelf met zijn dochter Machteld begraven,gelijk de Machtdi
byzondere Gefchichten van deze plaets getuygen, hoewei Augnfi*.
zommige zeggen,dat zy te Bek inNormandyen begraven is.
Dewelke even als die Lacedempnifche Lampido, daer Pli- ;
nius afverhaelt,eens Konings dochter,huysvrou en moeder
geweeft is, Zy was namaels de dochter van dezen eerften

Hen-

Het boe%
der onder-

/

-ocr page 152-

K - S

n

n

R

Ë-.

KenrijlCjKöning van Engelant, de huysvrouw van den vier^ door het dorpken Sünnin^, waer over ghy ü verwonderen SmntM,

den Henrijk,Keyzer van Duytslandt, en de moeder van den zoud, om dat het de ftoel is geweeft van acht Biftchoppen

tweeden Henrijk, Koning van Engelant. Waer van haer dit welke over dit en het land van Wilshire geheerfcht hebben\'

vierling-veersophaergrafgefchreven,en,mijnsootdeels,by (dit getuygen nochtans onze Gefchichten) welk daer na

gunft der Zang-Goddinnen gemaekt: door Herman tot Shirburn, en eyndlijk tot Sarisbury over-

Door haer geboorte groot, en grooter door haer trou^ gebracht is, aen welke plaets het noch toebehoort: een

Maer grootfl door haer geteelwas d\\4de lijke \'vrou, weynigh van daer is Laurentius Walt ham, daer de voet Van

Bie in dit duyßergraf van d\'aerde wordt bedekt, een oudt kafteel te zien is,en dikwijls Roomfche penningen

En Henrijk heeft voor kint,voor braytyvoormoêr gefirèkt^ uyt-gegraven worden. Van daer loopt de Teems voorby Bi-

En wel is zy door haer geboorte grootft, en allergeluk- ÃŸleham, nu beknopter Bisham genoemt, welk eerft aen de Bühmi\'

kighft geweeft. Want de tweede Henrijk haer zoon, als lo- Templieren,daer na aen étMontagm,ó.ic daer een kloofter-

hannes Sarisburienfts,die toen leefde, gefchreven heeft, was ken getimmert hebben, toebehoort heeft, en daer na is *t

de befte Koning van Britannien, de gelukkighfte Hertogh het vaderlijk erf-goedt geweeft van den doorluchtigen Rid-

van Normandyen,en Aquitanien,en de voornaemfte zoo in der Heer Edward Hobey, wiens weldaden, aen my bewezen^ Edu>a^^d

grootheyt van heerfchappyen, als heerlijkheydt der deugh- noyt uyt mijn gedacht zullen gerukt worden. Hobey.

den. Hoe dapper, hoe heerlijk, hoe voorzichtigh, hoe ze^ Bisham nu verlaten hebbende,loopt de Teems aen hèt fté-

dig hy van zijn jonkheyt af geweeft is, kan zelf de nijt nocht deken,in vooi;-tijden Southealington, heden Maidenhead ge- Maiden^

verzwijgen, nocht veynfen, wijl zijn daden noch verfch, en noemt, van de dienft van eén hooft, ik weet niet van wat he^td.

openbaer zijn,en hy de tijtelen zijner deugden van de gren- voor een Britanfche maeght onder de elf duyzent, dewelke,

zen van Britannien, tot de landt-palen van Spanjen uyt-ge- onder \'t beleyt van LIrful, van Romen naer haer vaderlandt

ftrekt, en verknocht heeft. En elders van dezelve tweede keerende, omtrent Keulen in Duytslandt van Attila, dien

Henrijk: De grootfte der Koningen van Britannien, heeft geeftèl Godts , gemartert zijn. En dit is van geen ouder ge-

omtrent de Garonne geblixemt, Tolouze met een geluk- dachte^ want by onzer ovef-groot-vaderen tijden is\'t een

kigh belegh omringende, heeft niet alleen de Lant-voogh- weynigh hooger by Babhams end, een over-vaert geweeft,

den tot aen de Rodan en Alpen verfchrikt, maer met het maer na datze hier een houte brugh gemaekt hebben, heeft

uyt-roeyen van veftingen, \'t onderbrengen der volkeren, als deze plaets in herbergen begonnen te bloeyen, en het na-

of hy \'t al drevghde, de Vorften van Vrankrijk, en Spanjen buurigh het zijn oorfprong van genomen heeft,te

met vrees geflagen. Ik zal hier ook,zo \'t u belieft,een woort overtreften , het welk nochtans veel ouder is, als welk de

oft twee by-voegen van den zelfden uyt GiraldusCambren- gantfche Hondred de naem gegeven heeft. Dat hier de

fis: Van de Pyreneïfche bergen tot de wefterlijke uyterfte Bihroken , die zich aen Ca:far overgegeven hebben , wel eer Bibrokm^

cynden der Noord-zee,heeft deze onze wefterfche Alexan- woonden,heb ik eertijts gelooftj en waerom niet ? De over-

der zijn arm uyt-geftrekt. Zoo veel dan de natuur in onze blijffelen van de naem zijn \'er noch volkomentlijk overigh,

deelen de landen,zoo veel heeft zy ook zijn overwinningen want Bibracte in Vrankrijk wordt noch heden tot

verheven. Zoektmen de palen zijner uyt-loopen,eêr zal de Bray verkort, en niet vêr van hier heeft Cxfar met zijn volk

werelt gebreken,als het eynd tegenwoordigh zijn. Aen een de Teems over-gevaren, als op zijn plaets gezeyt zal worden^

moedigh hart konnen de landen wijken , maer noyt geen op welke tijdt die volxkens zich aen Csefar over-gegeven

overwinningen i de zege-tekenen zullen konnen gebreken, hebben. Voorwaer zoomen de elders zoekt, ik

maer noyt de ftof om te zege-vieren. Hoe is de lerfche we- geloof datmenze naeulijx vinden zal.

relt aen zijn tijtels en zege-tekens gehecht ? met hoe groot Onder deze Bibroken bloeyt Windefire, in het Sax, mif- tvindfiti

en loflijk een dapperheydt is hy \'t geheym en \'t verborgen fchien van den gekromden oever, Wynölefbopa, als in de

der zee over-gekomen? Maer ziet dit Oude veersken op zijn brieven van Edward de Confejfeur ftaet, welke het zelve met

doodt, welk met een woordt, en dit alles, en de eer van zijn deze woorden aen Weftmunfler vergunt heeft: Ik heb Win"

zoon den eerften Koning volkomelijk is begrepen : dieshora, met alle het gene dat daer toebehoort, gegeven als

Des wereldts oogh ver fchuylt, de helle zon gaet onder, tot een houlijx-gift, ter eeren den Almogeriden Godt, en

Geen duyß\'re nacht vervolght, dit \'s aller wond\'ren wonder, tot een eeuwigh erfdeel voor die gene, die den Heere die-

Want zoo vêr is \'t \'er af, dat Richard den nacht zoud in- nen. En niet ouders heb ik van Wmdleshora. gelezen. Maer

gebracht hebben , dat hy ons Engelandt met zijn overwin- de Munniken hadden \'t niet lang gehat,als met het gefchie-

ningen in Cypren en Syrien treflijk vermaert heeft. Maer den der verandering, Willem de Noorman het tot zich ge.

dit is buyten ons beftek. Laet ons van de perfonen weder tot trokken heeft. Want zo luyt zijn brief: Mee toeftemming

de plaetfen keeren. Dit kloofter, in welk de eerfte Henrijk en gunft van den eerwaerdigen Abt van Weftmunfter, ben

begraven is,is nu in Koninglijke huyzen verandert,waer aen ik verdragen van de Koninglij ke bezitting van Wmdleshora,

een fchoone paerdeftal gevoeght, en met moedige paerden dat deze plaets nut en bequaem gefchenen hèefc, om haec

vervult is; maer hoort ook den Dichter, deze plaets be- geftadigh waters wifen haer bofch dat bequaem tot de jacht

_ - _ ... Â« « 1 ^-r" - - _ _ ^ Ã© ^^ ^ _______ ^ A !* . 1 * â€¢ • »

fchrijvende, van de hier voorby loopende Teems :
Van hier ziet Tamafts de kleytte flaets
Chawfey,
En haeji naer Redingum, dat net is ende fraey,
Om ook te zien\'t geweefvan V ed Ie fchoone Laken.
Ve neêrlaeg
Begfcegi die leert ons deze zak en,

En tekens van triumph, van onzen Heer /llfreed^
En Deenfe nederlaegh, die hy haer ook aendeed :
Met wat een overvloedt van bloedt hy deze velden
Be/proeyde) al te veel. 2iu vullen met geweiden,
Van V weflen tot het oojl, \'t gevogelt al de lucht,
Met een zeer naer gefchreeu, als zijnde noch beducht
Van d\'oorfpronk, datze zijn gefproten van de ouders,
tylaes van eene Prins, t.y maken met haer fchouders
Een groote draeyinge, haer hooghmoedige tret >
Om dienen onzen Mars, in *t minfie haer belet.
Js dit Godtvruchtigheyt ? Ach harde zondens boete,
Moet dezeplaetze nu,
Newftrius, Henrijk groete,
2iu leyt hier zijne afch verworpen zonder eer.
Een nieuwen vreemdeling, die zou, na zijn begeer,
Hier naeuwelijx een graftot zijn behoeve vinden
Want ge Idt-zucht durrifhier zich zeiven
ondenvinden j
Dat het de aerd ontzeyt aen eene Vorfl of Prins,
Die voren, Koninglijk, had graven na zijn rviJiS.

is,en om andere dingen nieêr die daer in zijn bequaem vooc
den Koning, ja bequaem voor
des Konings vernachting,
voor welke plaets ik
hoiQ^Wokendme, tnFerings vergunt
heb. Een Koninglijke woon-plaets zoud voorwaer naeu een
genoeghlijker gelegenheyt konnen hebben. Want het ge-
niet een vermaeklijke uyt-zicht in \'t rondt van een hoogen
heuvel: van voren befchout het
een wijdt uyt-gefpreyt dal,
onderfcheyden in kooren-akkers, groen in weylanden, hief
en daer met bofchkens bekleet,ën met de lieflijke
Teems be-
watert: van achteren verheften zich door-gaens heuvelen,
niet fteyl, maer zeer hoogh, met boflchen gekroont, en als
uyter naturen tot de jacht ge-eygent. De Koningen, door
deze vermaeklijkheydt der plaets verlokt, komen hier dik-
wijls: en hier is,om Vrankrijk te overwinnen,die machtigh-
fte Koning de derde Edward gebooren, dewelke hier een
kafteel, zoo groot ofhet byna een ftadt
waer,met graften en
bolwerken, en uyt vier-kante fteen zeer fterk uyt de grondt
op-gebout heefticn terftont daer na,
de Franfen enSchotten
bevochten hebbende, heeft ïan, Koning van Vrankrijk, en
David van Schotlandt daer op een tijdt lang gevangen ge^
houden. Dit kafleel wort gedeeltin
twee plaetfende bin-
nenfte, die naer het ooften ftrekt, begrijpt het
Koninglijke
hof, alwaer de huyzingen in de treflijkfte orden geftelt zijn.

Naeulijx vijf-hondert fchreden van Reding, tufTchen de Aen wiens noord-eynd, nacr de nviet toe, Koningin Eliza-
vruchtbaerfte weylanden, vervoeght zich de rivier
Kennet beth een wandcl-plaets, onder den blooten hemefgemaekt
met de Teems, dewelke nu breeder naet het noorden loopt^ heeft. De buvtcnfte plaets heeft in de eerfte ingang eco

Rr

Den twee-
den Hen-
rijk\'

ran de
beptz.elingen
van Cur id.
Lib. 6.

Mp, i8.

Cärwnne
een rivier
van Franko
rijk

Deeerße
Richard,

il!
t

-ocr page 153-

DE A T T R

groote ke«k, van den derden Edward der heylige maeght
Maria, en S. loris van Cappadocien toe-gewijt j maer tot
die heerlijkheyt,daermenze nu in ziet, van den vierden Ed-
ward volbracht. Deze derde Edward heeft,om oorloghfche
dapperheydt mét eeren-loon
en heerlijkheydt te vereeren,
Adelijk gezelfchap van Ridders vergadert, dewelcke (als
zommige verhalen) hy om zijn Kouflebant tot teken der
ftrijdt,die gelukkeiijk a\'f-liep, gegeven. Ridders van de Yar-
tier oft Kouffebant genoemt heeft, dewelke een blaeuwe
koulfebant, met gulde letters in \'t Franfch gefchreven :
H
o ni Soit Q3 i Mal Y P e n s ë , aen het lin-
ker-been en onder de knie binden, en met een gulden
fnoer,rot een teken van eendracht,als met de bandt van een
zeer naeu gezelfchap
toe-ftrikken, op dat onder haer een
gemeenfchap en eenigheydt van dapperheden zy. Noch-
tans wijten \'t andere aen de kouffebant, oft Yartier van de
Koningin,oft liever van lohanna. Gravin van Sarisbury, een
vrouw van uytnemende fchoonheydt, welke haer danffende
ontvallen is,en den Koning op-genomen heeft,met lacchen
van den byftaenden Adel, en antwoordt des Konings, dat
het haeft gefchieden zoud, darmen groote eere door dierge-
lijken kouffebant bekomen zoude: dit zeght het gemeen
volk; en deze oorfpronk fchijnt voorwaer nict flecht, wijl,
als een zeght, den Adel onder de liefde light. Daer zijn \'er
ook,die de vont van deze orden veel ouder maken, wijl zyze
tot den eerften Koning Richard betrekken, en gelooven,
datze Edward eyndlijk wederom vernicut hceft: hoe waer-
lijk weet ik niet. Want zoo Iceftmcn in het boek van de
inftelling zelf, het welk my Guilielmus Dethicus, dc voor-
ncemftc wapen-meefter, met de naem der Yartier bekent,
getoont heeft: Als Richard zich tegen dc Turken en Aga-
rencn, Cypers en Ancone verroerde, cn dat hem het lang
vertoef verdroot, terwijl dc belegering door wonderlijke
zorghvuldigheydt vertrokken wierdt,is hem ten laetften,de
geeft door tuflTchen-komen van
S. loris, alsmcn gemeent
hccft,vcrrukt zijndc,in den zin gekomen, dat hy de beenen
van eenige van zijn uytnemcnde zoldaten met een lederen
riem, als men toen flechts by der hant had, beklcede, waer
door zy der toekomende eer indachtigh,met de beloftc,zoo
zy \'t wonnen, zouden op-gewekt worden, om haer dapper
te quijten. Even als de Romeynen,by dewelke die verfchey-
denhcyt der kroonen,waer mee de zoldaten om verfcheyde
oorzaken begiftight en vereert zijn,dat door deze aen-loxc-
len haer alle vrees zoud uyt het hert wegh-genomen , cn
haer kracht en fterkte op-gehitft,en dapper worden. Voorts
hebben demachdghfte Vorften van dc Chrifte-werelt voor
dc grootfte eer geacht in deze Ridderfchap aengenomen
te zijn, en van de eerfte inftelling af, zijn in deze orde, die
uyt
Ridders beftaet, omtrent iz Koningen geweeft, be-
halven dc Koningen van Engelandt, die gehouden worden
voor dc Overften der zelve, op dat ik de Hertogen, en veel
andere van grooten naem verzwijgc. Doch het luft my de
namen van die de eerfte in deze orden aengenomen zijn,en
gemeenlijk oprichters van dc orde genoerrit worden, hier
by te voegen; ook bchoortmen hare eer nict tc vergeten,die
in die tijdt in moedt cn dapperheydt onder wcynigen uyt-
ftaken, cn op dien naem met deze verheerlijkt zijn:

De derde Edward^ Koning van Engelandt.
\' Zijn oudtjle zoon EdwardyVorjl van Walles.
- Benrijk, Hertogh van Laneafter,
T. Graef van Warwijk,

Madulf, Graef van Stafford,

Willem de Montagu, Graef van Sarisbury,

Rogier van Mortimeer, Graef van Mark,

landehfle.

3artholdMrgwash,

Jan van Beauchamp,

lan de Mohun.

Hugo Courtney,

Thomas HoUand,

lan Grey,

Mich ard Fit z*SimoB,
Milo Stap let on. \'
Thomas Walle. \'
MugoWrotheflej,
\'Mgell Loring,
lan Candos.
lacêb de Audley,

Order of
the Gar-
ter.

Den Rid\'
derlipen
Koujfebmtt
tft de orden
van Tar-
tier*

Oprichters
van de or-
de.

E B . A , T . „ E R

ütho Holland,
Henrijk Eme,
Zanchet Dabridiecourt,
Walter Paveley.

Aen de linker-zijdi? van dc kerk zijn dc huyzen van deft
Bewaerer oft Deeken, en van twaelf Proveniers: acn de
rechtcr-zijde is even als een Racdt-huys,in het welke twaelf
Ridders,dic,midts haer hooge ouderdom, uyt-gedient heb- Almés
ben, en op een eerlijke plaets gebooren zijn, gevoedt wor- ^^^^^^^^
denjdezc zijn alle dagen met cen rooden tabbert tot dc voc- ^^^^
ten toe gcklect,cn daer over cenen purpurcnmantcl,en zijn ^^^ Uven,
gehouden om alle dagen in dén Godts-dienft te zijn, en
Godt voor dc Ridders van deze orden tc bidden. Tuflchen
beydc de plaetfen van dit kaftecl vertoont zich een hoogh-
tc, waer op een ronde Burgh light, Bencven welke een an-
dere hooge tooren rijft,
Wtmhefler Towr, na Willem Wik-
ham, Biflchop van Winton, den welken dc derde Edward
over het werk geftelt heeft,genoemt. Sommige zeggen,dat
Wikham,dit kaftecl gebout hcbbende,op cen binncn-muur
deze woorden gefneden heeft:
This made Wtkham, dat is,dit
maekte Wikham.
Welk zeggen in de Engelfche tael,dic even
als ons Duyts in zijn vallen onderfcheyden wort,zo dubbcl-
Zinnigh is, dat het onzeker is , ofhy het kaftecl, dan ofhet
kaftecl hem gemaekt heeft. Dit is den Koning van zommi-
ge laftcraers tot zijn fpijt zoo oVer-gedragcn, als oft zich
Wikham al dc eer van de op-geboude timmcring vermetc- Apophtheg\'
lijk toc-fchreef Het welk de Koning qualijk nemende, en ma mkha-
hem dat fchamperlijk verwijtende, zo heeft hy geantwoort,
dat hy zich dc eer van zoo grooten Koninglijken gebouw
niet toc-gefchrevcn, maer acn dit groot gebouw zijn wacr-
digheden dank geweten had. Ook heb ik (zegt hy) niet dit
kafteel, maer het kaftecl heeft my gemaekt; en van dc nc-
drighfte ftaet, tot des Konings gunft, tot rijkdommenen
wacrdigheden verheven. Ten zuyden en weften aen\'t ka- /
fteel, light een genoegh groote cn volk-rijke ftadt, dewelke
van de tijden des derden Edwards begon op te komen; cn
een ander, weynigh van hier, en nu
Old Winfore genoemt
wort,allenx te verdwijnen,in welkc,ten tijde van den eerften
Willem, alsmcn in zijn bock leeft, hondert hagen geweeft
zijn, onder dewelke 22 vry waren van dc Gabel, van dc an-
dere zijn dertigh fchellingen gekomen. Hier is niet anders
gcdcnkwaerdighs, als darmen recht tegen over
Windefire
over diQ.Teems,<X\\z hier met cen houte brugt\'zaem-gevoeght
\\\\ioix.,Mthon ziet,en in het zelve cen treflijk Collegie,en een tam*
vermaerde fchool om goede konften tc leeren, van den ze-
ften Henrijk op-gebout, in het welk, behalven den Over-
ften,acht Gezellen en Zangers,(Jo Scholieren,uyt hefde ge-
voedt, in dc Letter-konft onderwezen, cn op haer bequame
tijdt naer de hooge fchool van Cambrids gevordert worden.
Maer dit wort tot het landt van Buckingham gerekent. Nu
is alleen overigh, dat ik van
Wendeshor hier by voege, dat \'et
een vermaert geflacht van Baronnen is, van
Windshoregc- Baronnen
nocmt,dcwelke haer oorfpronk betrekken tot Wouther, de van wind-\'
zoon van Other, ten tijde van den eerften Willem, Kaftel- fo^f-
leyn van
Windshore,vsLn welke Robertus Glovcrus bewezen
hceft,dat de
Fitzwarins in Icrlant, en de Graven van Kildar
cnDcfmon haer ftam getrokken hebben. Het verdriete
ook niet deze veerzen \\2iViWtndeshor,nvi het houlijk van de
Teems cn lfis,\\oot eenige jaren befchreven, te over-loopen.
In welke de vader
Teems dus de waerdigheyt van de inwoo-
nende Koningin Elizabcth tracht tc verheffen:
Nu rijfi aen Windefoor, op hare hooge daken,
Toorens die met haer J}hs tot in de lucht toe raken,
Dewelke, als ze zijn gezien van \'t wijs Etoon,
Dat al te zeer het jok Orbily was gewoon,
Datfieekt zijn hlaeuwen kop van onder weder hoven.
De rotfen van metael, die mach men nu weer loven;
De kerken, waer in dat men met veel trappen gaet,
Die rijzen weder op, én elk op *t fchoonfleftaet.
Het toont zijn muur om hoogh, het toont zijn y zere ftijlen»
V Wij ft zijn Diergaerden aen, en nimmermeer hy wijlen,
Maer altijdt, in de Lent,ftaen hare velden fchoon:
De boeren wort altijdt den zuyden wint gehoon.
Haer hoven zijn altijdt voorjpoedigh in hetgroeyen,
Men ziet in Windefior zeer heerelijken bloeyen
De plaetSy waer in dat de Koningen zijn geteelt,
Des Konings kameren rondom met gout bedeelt.
Het toont der Koningen haer fchoone fepulturen.
Hg fit op
Qm Windefogr tot meerder eer te vuur en j

Schoon

-ocr page 154-

H ï Ä Ë. 15 t

Het overigh landt der Attrebaten , welke tieh ten zuy-
den van
Windefor ftrekt, is dicht van boflbhen, en wori
gemeenhjk
hctForeeß vanWindlefir genoemtidaer zijn wey Foreefl van
nigh dorpen in, waer van dat Okingham het aller-bekenfte ^ind/ffr;
ïs, door zijn wolle-wevéry en groothcydt, maer het landt is
\' óver al vol van wilde dieren. Begeert ghy te weten wat een
Foreejl is, (wijl wy dikwijls vaiï een Foreeß verhaelt hebben, Bajjchenen
en verhalen Zullen,) en waer van gefproten, en niet zult ïFóreeflen-
Ipotten, zoo hoort het uyt het zwarte boek van \'t Scacca-
^ney af de
rium: Een Foreefl is een vry verblijf voor wilde dieren, niet "van
voor alderhande.maer voor bofch-dieren,niet op alle plaet- ^^^^^.
ièn , maer op zekere, en die daer foe bequaem zijn; daer ^^
Van wordt het een Foreeft gewoemx., als Fereßa, dat is, een
wilder dieren vertrek.
En \'t is ongelooflijk wat al landts de
Koningen van Engelandt door-gaens ongebouwt laten lig-
gen , en tot het op-iluy ten der wilde dieren geeygent, oft,
\'als onze zeggen, Geaflbrefteert hebben.
Obk kan ik niet
ächten dat het óm andete oorzaken gefchiet is, als om de\'
dolle luft van ^t jagen ^, (fchoon \'t zommige op de fchaers- *
Oft om
heydt van \'t volk leggen) wijl zy, van de Déenfche tijden af,
daeghlijx meêr plaetfen tot boftchen gemaekt hebben, en "
om die te bewarên, zware wetten, en een Overfte, dien zy
Protoforeftarim noemden, op-geftelt hebben 3 die de bofch-
gefchillen zoude onderzoeken, en oft met der doodt, oft
met verminking van leden ftraffen. Maer dit zal
ai I. Saris-
burienfis met weynige zijne woorden , uyt zijn Policratiu^ i
verhalen: Dat meêr te vefWonderen is, voet-ftrikken voor
de vogelen te bëreyden, netteh te weven, met knopen oft
een fiuytken te lokken, oft eenige lagen te ftellen, wordt bf
verbodt menighmael tot mifdaedt, en wórdt oft met ver-
beurte van goederen geboet, oft aen deleden, en met ver-
lies van zijn gezontheydt geftraft. Men hadt gehoort dat de
vogelen des
hemels,en de viflTen der zee gemeen zijn; maer
deze zijn als inkomften voorde Vorften, die de jacht be-
geert, waer zy ook vliegen. Houduhanden, laet af, op
dat ghy ook niet, tot ft taf van gequetfte hoogheydt, den ja-

Vm de Kó-
ninfin Eli-
iAveth.

Genomen, als een Helt die in den öorlogh woedt.
Hare Godtvruchtigheydt heeft Engelandt bewezeH,
Dat het vry zorgeloos leeft buyten alle vrezen
Van eenigh oorelogh, waer door zy wordt ge-eert-,
Zy maekt het dat de wet in alles domineert.
Zy maekt ook dat Schotlandt, de zeer woedende Franfen
2{iet hoeft ten dienß te ßaen, oft na haer pijpen danfen.
Zy maekt aen \'t Ier en-landt manieren zacht en zoet,
Zy leert aen Criniger Vltonius, dat hy moet
Zachtmoedelijken zijn haer komt toe alle eere,
Haer komt toe alle lof, die geen die ons komt leere,
Dat men den heyigen moet ßadigh ten dienßeftaen,
En dat een vromen menfch moet in
V gerecht voor gaen,
Zy leert niet wifpeltuur, maer prijß voorzichtigheden,
Zy leert een middelmaet, enfihaemt in alle leden.
Zy leert
ßantvaftigheydt, en daerom is in haer,
Alwatze doet, begmt, in eeuwigheden waer.
Is \'er nu iemant meer in \'t weereldtlijke leven»
Die aen Elizabeth kan meerder
glóry geven,

Ik kan voor my niet meer-, in alle ongeval,

Haer lof haer prijs, en eer, bUnkti en woont over al.
Adieu Elizabeth, zijt hoogelijkgeprezen >
Leef lang en wort bemint. Terwijl het nu moet wezen,
Dat ik doch fcheyden moet, laet ik u Engelandt
Eerwaerdige Princes j ik weet ghy met u handt
Gelukkigh dwingen zult de toornen in V regeer en,
En van u onderzaet al ongelukken weeren.

Ik wenfch u dan K^dieu, ik wenfch op eenen dagh

Sjntholum
van de Ko"
ningin Eli-
Mbeth,

z\'Heeft ongewapent meer, met haer zeer zacht gemoedt, gers tot een roof wordt. De huys-luyden worden van haer

eerft-gebouwde landen verdreven, op dat de wilde dieren >
terwijl zy vryheydt hebben om over al te loopen, geen wéy-
de gebrak,
Zoo ontrekt men ook den bergen de hoeven.
Men fluyt de bóeren van haer zaet, de beeften en kudden
van haér weyden, de bye-kórven uyt het bloem-geweyde >
en aen de byen zelfs is naeulijx natuurlijke vryheydt ver-
gunt. Welke dingen, als zy te onmenfchlijk fchenen, dik^
wijls grooten onruft verwekt hebben, totdat, door het af-
wijken der Baronnen, den derden Henrijk ontweldight
is
dchïit£v2.w\\Fóreeft, in de welke hy, die ftrenge wetten
vernietigende, billijkheydt ingeftelt heeft, waer aen
die
binnen de palen der Foreeften woonen, noch heden ge-
houden
zijn. En namaels zijn tot deze gefchfllen twee^^^/^^
Rechters geftelt, van welke de eene, met groot aenzien, jporeejf,
Overfte is over alle de Foreeften, die op deze zijde van de
riviere
Trent liggen, de andere, over al de andere over de
Trent, tot aen Schodandt toe. Door dit gantfche landt-
fchap , als in \'t Schat-boek van Engelandt ftaet, wordt de
Tainus, oft Heerlijke zoldaet des Konings ftervende, den Tamuseen
Koning tot verlichdngeal zijn wapenen, en een paert met ^.oldaet van
zadel, en een ander zonder zadel. En zoo hy honden oft Kening.
Haviks had, die wierden den Koning aen-geboden j op dat
hyze, zoo hy wilde, ontfing. En als er
Geld gegeven wierd,
ten tijde van den Koning Edward, zoo gaf in het gemeen
door gantfch
Berchefcire de hide üj. d. ob. voor onzes Hee-
ren geboorte, en zoo veel te Pinxfteren. Zoo veel van
Barkfhire, welk,tot noch toe,niemant met de eer van Graef
verftert heeft.

Dat Godt ons \'t leven neemt, en \'t eetmighgeven mach.

In het begrijp van dit Graeffchap zijn 140 Parochyen,

B A R K - S

Schoon ghy Georgii zijt over al vermaert,
En Cappadociens ßagh u eere heeft gebaert,
Nochtans der Overßen haer ooreloghfche bende,
Haer wapen-tuygh en al, en zal van u niet wende
De eere die^y door u wapen-rokken krijght,
Daer na dat yder Vorß met allen yver hijght.
Deesßralen lichten u do\'or\'s weereldts ronde mjdte 3
Zoo dat Burgundien veracht, en gaet verfmijte
Het Vlies van Phryxaus, en Vrankerijk verfoeyt
Het ander wapen-tuygh, daer uwe eer door groeyt.
Doorfieraet van het kruys worden u wapen- rokken
Van Rhodm, Alcal, en Elba in eer getrokken,
Alleenlijk alle eer komt u Georgi toe:
Weeß dan,weeß dan, ik bid, uwes verwondering moê.
Laet ook ten laetßen af u alteé te verblyen
Een kan u alle eer, en glorie toe-wyen:
At wat ghy hebt is eei, al uwe eer is lof,
Bewoonders Windefoors, Hu hebt ghy rechteftof.
Verblijt u algelijk, dat in dees onze palen >
Ons komt Elizabeth haer vreughde hier te halen:
Zy is ons burgerin, {ay ziet doch de rivier,
Tumaßs, die haer buyght, als een verßandigh dier ^
Waer dat Elizabeth haer over durf betrouwen)
Ert daerom wordt voorwaer dees Prophecy gehouwen i
Elizabeth is rijk, der Engelfin Goddin;
Maer zeght m^n Muzen zeght, met wat voor een begin
Dat ik uyt-beelden zal haer ongemeene deughden.
\' Haer eer, haer lof, haer prijs, en eerelijke vreughden\'.
Het is onmogelijk
j veeleerderzaltk hief
De Alpen ftellen al op dit gedrukt papier t
Veel eerder zoude ik der bergen Santies tellen j
Als u, nahet behoort, haerglory voor teßellen:
En dat ik van haer lof, ook iet wat zwegen wou,
ik weet het niet voorwaer, wat dat ik zwijgen zou:
*t Is beß dan dat ik volgh der ouders fchrift en wetten,
Die haer gerechtigheyt, enzachtmoedt ons voor zetten:

HET RYK VAN

E Landen die wy tot noch toe befchreven hebben, te
weteUi der Danmonien, Durotrigen, Belgen, en Attre-
baten, zijn, als de Saxen in Britannien het hooghfte ge-
zagh hadden, tot het Rtjk der
Weft-Saxen geweken,mlke zy in

haer tael WeafrSeaxan-pic, ztch Geinjpr g^^^^^l^^^\'
hen, na Cerdiks grootvader, die dit Rijk eer si ingeftelt heeft:
waer van zy GenS\\,en by zommigeVifi-Sdxonesgenoemt wor"
den : maer zy zijniz>OQ genoemt van haer mßeHjks gelegen*

DE W E S T-S A X E N.

heyt,gelijk de Weft-Gotten Yiü-goxhi.Deze hebben ten laetBen
in de manlijke eetm van het Engelfe Rijk
de Saxfche Zeven-
heerfching in een Éen-heerfching
verandert,de welke namaels,
door der Koningen onachtzaemheydt, haesUijk veroudert, en
lichtlijk verdwenen
is. Op dat in haer beveftight wierd \'t gene
men dage lijx ziet,dat deftam der kloekfte mannen,en vermaert*
fte huyzen, even als deftruyken haer opkomst hebben, bloeyen,
rijp worden, cn af-vallcn, en allenskem uytfterven,

DE

III

-ocr page 155-

R E G N E N

D E

E Regnen, hj Ptolomeus PH r n oi, naefl de Attrehatm ten ooflen, hehhen dk
landen , die by ons nu
Surry en Southfex gemeenlijk genoemt "Sjorden, met een deel Dan
het landt yan
Hanton , en de ^ee-kant , hesfoont. In de oorfpronklijkheydt , iky
"tgeenmy in\'t 4n komt y (lil-^ijgenslpoorbygaen ^ omdathetmiffchiennief^aerisi nkt
min, ah ofik^e hy Ptolomsus achte
p h r n o i genoemt te zjjn, om dat het een Koning"
rijkyvaSy en de Romeynen toe-gelaten hebben, dat onder het gebiedt yan een Koning
yerUeyen. Want inde^emjk ^^^ den Britanfchen Koning Cogidm^ als Tacitus ^egty
eenige fleden, na de oude gewoonte yan het Roomfche yolk, gefchonken, op dat zy yperk-tuygen
yan flayerny, en Koningen hadden, Maer \'Wijl nu de^e gif ing niet -^oaerfchijnlijk, en anderen ongerijmtfchijnt^
^ooyeryperp ik^e gantfchlijk : en omhels lieyer de Saxfche oorfprong dernieuype namen, \'^pelkedeyvaerheydt^elye
cyer-reedt. \'Naemlijk
Southfex yan de Zuyd-Saxen, en Suth-rey yan de g^uyderlijke gelegenheydt am de ri-
yier : "S^am dat Smh-rGy dit betekent, i^ial niemandt konnen benemen,
\'Jï\'/}7 Over-rhey, in de oude Engeljche
tael, oyer de riyier betekent.

H - R

V

E

Y.

Vrrey, by Beda Süthri0na,ger-
meenlijlc Suthrey cn Surrey,
by de Saxen van de zuydelij-
ke gelegenheydt aen de ri-
vier Su\'S-pea genoemt, want
heeft by haer zuyd , en
jiea een rivier betekent ,
grenft ten weften eenfdeels
aen Bark-shire, en het landt
van Southanton, ten zuyden
aen Suflex, ten ooften aen
Kent, ten noorden wordt
het van de rivier Teems befproeyt, en van Midlefex af-ge-
fcheyden. Dit landt is niet zeer groot, maer nochtans rijk
genoegh j en daer het aen de Teems hght, en zich in
velden uyt-ftrekt, brengt het middelmatigh vruchten, en
overvloedige voedering voort, inzonderheyt ten zuyden, al
waer zich een geduurigh dal, zeer diep gezonken, eertijdts
Holmefdale, van de boflchen genoemt, door een aengename
verfcheydenheydt
van boflchen, beemden, en weyden aen-
2ienlijk uyt-ftrekt. Hier en daer rijzen de heuvelen met
een langen trek, de diergaerden door-gaens met wildt ge-
vult, en de rivieren zeer vifch-rijkjwaer door het een aenge-
name lucht om te jagen,en om te viflbhen geeft. En wordt
van zommige vergeleken by een licht en dicht kleedt, dat
met een groen verdek, als welx binnenfte deel onvrucht-
baer, het buytenfte oft de buyten-kant zeer vruchtbaer is.
In dit te door-wandelen, zal ik de Teems, en deinvloeyen-
de rivieren, even als leyts-luyden van den wegh volgen j
en zoo zal ik niets gedenkwaerdighs na laten, wijl aen deze
rivieren alle de plaetfen liggen, die van ouder gedachte-
nis zijn.

De Teems, op dat wy haren loop met een voorvloet vol-
gen,fpoelt,zoo
haeft zyBarkshire verlaten heeft,aen chert-
fey
, welk Beda het eylandt van Cerotus noemt, nu naeulijx
een half eylandt, behalven by winter-water, in welk, als in
een plaets van den handel der menfchen af-gefcheyden,
Frithwald, als hy zich zeifin de gront-briefnoemt,Koning
Wulphers van
Mercien Stadthouder over het landt van Sur-
rey, en Erchenwald, Biflbhop van Londen, in de eerfte tij-
den van de opkomende kerk van Engelandt, een kloofter-
ken gefticht
hebben,het welk een tijdt lang het graf van den
heyligen Koning den zeften Henrijk geweeft is, den wel-
ken,uyt zijn Rijk geftoten,het huys van York gedoot heeft,
om zich \'t Rijk
geruftelijk te beveftigen; en hebben hem
hier zonder eenige
eer begraven. Maer namaels na Windle-
for
over-gevoert, en in een nieuw eeren-graf geleght,heeft
hem de
zevende Henrijk op Koninglijke wijs zijn recht ge-
daen , en is over zijn heylige
deughden zoo verwondert ge-
weeft, (want hy was een
uyt-gedrukt voor-beeldt van Chrift-
lijke Godtvruchtigheydt en lijdtzaemheydt) dat hy mee

Rhtf.

Chertfey,
666S

Den xjsflen

Bmijki

Paus ïulius gehandelt heeft, om hem onder het getal der
heyligen te ftellen. Maer dat dit niet gefchiede, was de
gierigheydt van den Paus oorzaek, de welke van de Hey-
lighmaking oft
Cmonifatie, als zy \\ noemen , des Konings
te veel geldts geeyfcht heeft; zoo dat het fcheen dat hy de-
ze eer niet aen de heyligheydt van den Vorft, maer aen het
geldt op-dragen zoud. Hier by wordt het rivierken
Wey in
de Teems geftort,het welk uyt het landt van Hanton voort-
gefproten, en het eerft in Suth-rey gekomen,
leornham,^Q.\'
meenlijk Farnham, na genoemt, bezoekt, hetwelk iEthel-
bald, Koning der Weft-Saxen, aen den BiflTchop en Ge-
meentevan de Wentaenfe kerk gefchonken heeft. Den
Koning iElfred heeft hier omtrent het
d c c c xciiijaer
de woedende Deenen met een kleyne macht verflagen , en
namaels , als Koning Steven aen eenige, die aen zijn zijde
waren, toe-gelaten heeft, hier kafteelen te bouwen, zoo
heeft Henrijk van Blois , broeder van Koning Steven , en
Biflbhop van Winton, een kafteel boven op een heuvel, die
over de ftadt helde, gebouwt, \'t welk de derde Henrijk uyt-
geroeyt heeft, om dat het een vertrek der oproerigen was, /
nochtans hebben \'t de Biflchoppen van Winton, aen welke
het nu noch toebehoort, wederom op-gemaekt. Niet vêr
van hier by^i\'^/\'/O\'» heeft Willem BiflTchop van

Winton, een kloofterken voor de Munniken, van de orde
van de Cifterftenfen, gefticht. Van daer loopt de Wey door
Godelm\'mge, het welk Koning JElfred by uyterfte-wil aen
^thelwald, zijns broeders zoon, gemaekt heeft : niet vêr
vandeMayery van
Catteshull, het we\\klia.modc Gatu^
bezeten heeft, voor dat hy Maerfchalk van de hoeren zijn
zoud, als de Koningin die landen zoud komen, en niet vêr
van
Lofeley, daer wy in een eyken-bofch, de fchoone woo-
ning van het Ridderlijke geflacht van de
Moren gezien
hebben 3 komt zy tot
Guilford, van de Saxen Guloe-popo, en
in eenige
voorbeelden Gelgdford genoemt. Nu een treflij-
ke markt, met fchoone herbergen, eertijdts een Koninglij-
ke hoeve
der Weft-Saxen, het welk dien iEthelwald ook by
uyterfte-wil van zijn oom ontfangen heeft : daer zijn noch
eenige
Koninglijke huyzen, die nu vervallen, en niet vêr
van de rivier vervalle veften van een oudt en groot kafteel j
en in het midden is een kerk, wiens ooft-eynd uyt een ver-
wuifde fteen gebouwt, zeer oud fchijnt. Hier, als in het
boek van den eerften Willem te zien is, heeft den Koning
gehad
lxxv huyzen, daer clxxv menfchen in woon-
den. Door geenige zaek nochtans zoo vermaert, als door de
wreedtheydt en ontrouwe van Godwin, Graef van Kent, de
welke
in \'t I o 5 6 jaer, als .^Ifted, Koning Ethelreds zoon,
en erfgenaem van het Engelfche Rijk, uyt Normandyen
quam, om zijn gerechtigheydt te eyflchen, hem op zijn ge-
geve trou ontfangen, maer terftont tegen zijn trou gehan-
delt heeft; want hy heeft <>00 Noormannen, die dien Ko-
ninglijken jong
-man verzelden, onverziens in een duyftere

nacht

CantHA-
rien/tf.

Farnham,

Waverley,

CmeshuU^

Gfiildfa-d,

Htiyz-tn
des Ka-
nin^s^

Nemint

van het
ttend: deel

-ocr page 156-

j. i .\'li

■:1 ■
\'Î

1 ■ /

- -- ^ \'vi^T

: <

; - -

-ocr page 157-

^epientrio

o

B V C K IN G\'-i

HAM I M
P A R S .

Loud

on.

SVRRIA

O^rnacvle

S VR REY.

M

<f @

^ c

Chdfiy.

Z^mistf ff i\'

. (xr^newich

CranforA.

c H ^ ^r\'^r^w
".......

V/ifhhury

StOfieJ

........ ..„,.,,.I,

.....

""111.

B E R

A,

o lane^

H E R T 5 E Y

® Strcnl (^ier^r

.S.UnnMi^jySL

JJleßan.

J" ■

R 1 A

y

CBromwelL 9 J*

.0 Ö

^unfl

i ^Oeß

Tianwarth I |
Littleton.
huiiih"\'««,

/................^ ^em^n.

S.............»

LOLutl^

O Cartaon^. ^teÄj^/J)^
Shifferbm- .

, •• B R I X T O NU

"Vtf". Combe ■ . g

...... _

-parke

Kiiigflo

Conthe.
WeiiilL

iiuSiii\'

H V^f D, t

JhJwicti

Xmjhs hilL O

Feckham.

i A I. L I ■ Jf G^ T O N

VJ

o y

"n\\ , \'

Streit i

\'k

Tewhty ßraüoiey ^

Hvndre D

.Ily hu

- ---- - x.«^« , ,,

f^^C!^ AMßpmhe , I

r

i ^^y

Touting teck

o \'o \\\\

u

i-jUoreliuL^

i tCduu!

t

.AJAti^tün

, „ ^^Sct.Geora\'\' °

O wadham. m t^^jj

N

■ fsrUyi

Carßialtciny

I Chelßatih- \\

Hvnd. /A. i. ^J^yi^.-^i

Par S

. 1

"a-ttt^

taiureu

\'Bafin.ßfio

3yPy

Göliwur^

25-R-

H V N V R k i>

J

I\'S

lyt^ßey

, TCcaiman^rne,

CDulßatV\' V ^LtrJetv

Chi^ßel-

^aterhaai-\' \' "

Lyme^ilÄ-

o .••\' „■"•""la^tei T A N R I

roalc

O R

jVorkiti^

H A Al

»

ID G E

o i\'ßftie

1 ^ ;.......

Xttfie HoUhat!^

jAJU ^-r ^

t£arU\'>f/\'

\'1 Sßnliiy jrurh â– 

Warplejdün.

iSitr/jrC^eateJiiy^\'

\\lien-
■urr^.-

V:

Weßwaade „

Sur^hants \' i Jlobarns

Staw^hton.. " A

\'m

t Â£aA ClamJuh^

E D

- o

tfultcn. } l>

- , /L^j v^;-;-

AtAerfli}^

.Meroe
Guildford

Starlurj^

CrunJall

\'S £ A CK^CAXa^

4

^^^cyrmerß&y

Xin

• v.

• \'^arnc- . .

"SLr^L

ScijUrtiru I

e ChdwffrJj

Shalfiri

Täv^ley

\'3mßa

..A R KING E

ChappelL

rSurr,

jBLfJitiifl^

SitelarßrpJe 1

<ettei:

OPha^

afSvr^

Imhertiorne

y.,1

\' Jliury^

B E Ä C K H \\ ^^^Ve

Jiui^U

IlumvicU ! o ^ ■ __ , - KrC^tl "

■vJeolfceh

I V-^i«

OR^OTTöif\\Wi HVNJD R E D ........-..........

M

..........

^ o /d A I . . „

Z^r Â® \'VHM SJlHllK **

yv^ v , TX \'\'^J^w o vis\':*\'"

__Tt/ttrt "J . _

Am

siL -iCraiiiey -

H V ^ E j Ok^wol

xnoU ...,

• LoxL

^ylde I ^ ............V\'^ÄJ^

\'Hußey O Â£,Aurß .........Vortk jJ^oi-elt

....................^ - .

of « ................\\

. "iiiMiil\' \\

ex.

....................

nn:;..".\'!\'.....""

S&rßa

......

........... ............... <

GntiX^ lye.

« /.....

TOlaUietl

(

yieajhß

-■^Suß

^M. \\ -Oufifill

£mHianis %

ßalcortihe

Ariin^Uch

Mßll

9

Glafhatß:

S tame rh ant\'

I, Shiyixiucr mtiL

ChMs

\' O Svinv

ICarnuMjU. ®

} \'Leonards _^

.....................) ^

............ ...... v\'r\'^\'V .....

JL \' ...............A R

.......................„.„„,/

-...............

..ill stfiß 1

s

Xathurfi

\'Ufarth Cha£feiL

S E

X

fr

^eridies

-ocr page 158-

■■m

r

I-

s

/ c

-é-

■ I

: ■ ^

I

f

il:

... - 6-.

\' Ï\'

-ß
t

r

9
1

J\'

■ ■■ \\ ■ r "

■f

î i!

i

-ocr page 159-

H

Ë

T

V

nacht al tienènde, ^Is onze fchrijvers getuygen, gedoodt. Dit Rhie-gat is fchoonder door zijn ruyftiite, als doot
Niet na oudt krijghs-gebruykdetienden, doorhetlotge- zijn opbouwing; aen het zuyd-eynde heeft het een dier-
leyt, ombrengende; maer negen gedoot, den tiende vry ge- gaerde dicht van boflchen, in welke den Edelen Carel,
laten, en toen de behoude tienden met de grootfte wreedt- Graef van Nottingham, Baron van Eflingham, en den Op-
heyt wederom getrent. Alfred zelve heeft hy den Deen- per-Admirael van Engelandt zijn huyzingen heeft, daer
fchen Harold in handen gelevert, die hem, de oogen uyt- eertijts de Graven van Warennen en Suthrey een kloofter-
ftekende, geboeyt, en tot zijn doot toe gevangen gehou- ken gefticht hadden. Aen het ooften vertoont ^ich een ka-
denheeft. fteel,nuverzuymt, en door den tijdt bou-valligh, van de
De
Wej, van hier met een langen loop naer \'t nöbrden zelve Graven gebout,en gemeenlijk H&lmefcafile, na het dai
gedreven zijnde, fpoelt aen niet gedenkwaerdighs, als
Sut- daer het in light, genoemt; waer onder dat men ziet een
de woon-plaets van het Ridderlijk geflaeht van
Wejlon, wonderlijken kelder, en een verwulffel, met grooten ar-
de Koninglijke huyzen
Woking, en Pynford, alwaer by ons beyt uyt metfel-fteen, gelijk de heuvel is, uyt-gehouweii.
gedenken Edward, Graef van Lincoln, en Baron van
Clin- Maer de Graven van Warennen (gelijk als in hec boek van
ton, zich een huys getimmert heeft, en dicht hier by
ok- d\'onderzoeking ftaet) hebben dat gehouden op haer hoofd
ham, van waer die groote Wijs-gier, en vader der Name- van den Koning, in haer Baronnye, van den inkomft van
hngen, Willem van
Okham geboorén, en na de zelVe plaets Engelandt. Van daer loopt de rivier door het kafteel Bech-
genoemt is. En daer zich de otelanden door een dubbel- rvoorth, voor het welk Thomas Bvown van den zeften Heri-
den mont in de Teems ontlaft, ziet mén in een diergaerde rijk het Markt-recht gekregen heeft. Want het is een
genoegh fchoone Koninglijke huyzeïi , omtrent welke woon-plaets van het vermaerde geflacht van dè
Brownen,
Ccefar de Teems, op de grenzen van Caflivellaun, over-ge- uyt welx geflacht, als by onzer voor-ouderen geheugenis,
_ _ trokken is. Want dit was de eenighfte plaets, daer men Antony Broipn, Lucia de vierde dochter van lan A^^fw//,
far over de eertijdts, en dat noch qualijk te voet óvér de Teems kon Mark-graef van Almt-agu, met een groot houlijx goedt
Teems veer. komen, \'t welk de Britannen zelve aen C^èfar even als ge- getrouwthad, de Koningin Maria, zijns zoons zoon niet
toont hebben. Want aen de andere zijd der rivier waren de tijtel van Onder-graef van
Mont-agu Vereert heeft,
groote troepen der Britannen in flagh-orde geftelt, de kant Weynigh mijlen van hier tert weften, ziet men
Bffingham, mnohkm
Van de rivier was dicht beheyt gelijk een wal met fcherpe nu onlangs de wooning van Willem Hoivard , zoon van
Tuyn-ftaken , en zodanige ftonden \'er ook in \'t water, die Thomas van Norfolk, dien verwinner der Schotten,de wei-
door de rivierbedekt wierden: Wiens overblijffelen, zeght ke van Koningin Maria tot Baron Horvard van Ejfinghamy
Beda, hedenfdaeghs noch gezien worden, en het fchijnt en Groot-Admirael van Engelandt gemaekt is, en Konin-
voor de aenzieners , dat elk byna zo dik geweeft is, als de gin Elizabeths, hooghloflijker gedachtenis, eerfte Kamer-
dye van een menfch, zy waren mede rondom met Loot be- bewaerer, en daer na Zegel-bewaerer geweeft is ; wiens
gooten, zo datze zoo vaft in de gront van de rivier geflagen zoon Carel nu bloeyt, en Groot-Admirael is, den welke
zijn, dat het onmooghlijk is die te verwrikken. Doch de insgeh|x. in\'t 15 97 jaer, om zijn deught en treflijke
dien-
Romeynen zijn met zulk een geweldt in de rivier gegaen, ften, van de zelve Elizabeth met de tijtel van Graefvan

Nottingham verheerlijkt is-.

De Mole nu tot aen den witten heuvel \'Whitehili goko^
men zijnde, waer op dt Bos-boom fchoon voort-komt *

zijn; want de rivieris hier naeulijx zes voeten diep, en wort wordt aen des zelfs voet verborgen, oft veel lievet in-ge^\'

heden Cotvey-Jlakes, van de Tuyn-ftaken genoemt, wijl ook florpt, waer van de plaets The Swallow genoemt wordt; rheSmU

Cïefar de uyterfte grenzen van Caflivellaunus omtrent xxx en omtrent een mijl oft twee verder, dicht by de brugh [oip,

dliyzent fchreden van de zee , welke het ooft-eynd van Letherhed, borrelt zy weder uyt. Zoo dac de inwooners

Kent befpoelt, ftelt, daer hy een veer gemaekt heeft; aen van deze plaets niet min roemen, als de Spanjaerts, dat zy ^ , k.

de zelve gelegenheyt der zee is dit ons veer, wiens byna- mee een brugh hebben , die zeer vele kudden van fchapen

vergete geheuge ik nu de eerfte, dat ik weet, weder op ge- voed. Want dit drijven de Spanjaerts met een lang gebruykt fchapen op

haelt heb. Tpreek-woort, van die plaets, in de welke de rivier Anas,dit ^"eden oji

Weynigh mijlen van daer ten ooften , vloeyt het rivier- nu genoemt wordt, zich tien mijlen vér verbergt.

ken Mo/ü haeftelijk in de Teems, hebbende het gantfche Onze Mok zöo herbooren , vloeyt langzaemlijk na de

landt, van de zuyder-grenzen af, door-geloopen, het welk Teems, en ftorter zich by Mólefey, welk zy tot haer naem

ten laetften, door de heuvelen verhindert zijnde, zich ge- aenneemt,in.

lijk een Mol, en als de edele rivier Anas van Spanjen, een Na dat onze Teems het rivierken Mole in-gelaten heeft,

ffane onder de aerde opent, waer door dat het fchijnt de drijftzc haer water recht naer \'moorden, en bevochtight

naem gekregen te hebben, om dat dit onder-aerdigh dier KingHone, eertijdts, als zommige willen , Moreford ge- Kingïl\'om

in \'t Enc^elfch C^fole genoemt wordt. Daer is nochtans aen noemt; een byzonder bezocht koop-ftedëken, en eertijdts

deze rivter niet voortreflijx om te befchrijven, dan een wey- bekent door een kafteel der CÏaren, Graven van Glocefter, Matth^m

nigh vorder van de bronnen , en zeer naby aen de oude ge- het welk voort-gekomen is uyt een oudt ftedeken, Op die

fteenden wegh van de Romeynen, dieze Stanyftreat noe- plaets liggende, en van die zelve toé-naem, en der water-

men, is de ftadt Aclea, gemeenlijk Ockiey na de eyken-boo- vloedt onderworpen. In het welke, als nu Engelandt door

men genoemt; alwaer iEthelwolf, Egberts zoon, de welke de Deenfche oorlogen byna van zijne Koninglijke ftoelen

in de heylige orde gewijt, als hy, door Paufelijke macht ont- ontrooft was, de Koningen Athelftan, Edwin,en Etheldred,

flagen , zijn vaderlijke rijk door erffenis aen-genomen had, gehuldight zijn : zoo dat het na dé Koningen KmgBon,

met de Deenen gelukkelijk gevochten, en al de kloekfte dat is, een Komnglijke fladt, genoemt is. De Koningen heb-

van haer gedoot heeft; nochtans heeft hy, mits die Deen- ben daer dichte by voor haer een plaets gekoren om t^

fche water-flaghfteedts weder uytpuylde , zijn vaderlandt woonen, die zy, om der fchoonheyt wil, Shene genoemt

geenzins voordeel gedaen. Wevnigh van de bronnen dezer hebben ; maer nu Richmond geheeten : waer in de zeer fkièmmd

rivier is Gatton, het welke nu naeulijx een dorpken is, hoe- machtige Koning de derde Edward, als hy genoegh mée «
wel het eertijdts een vermaerde ftadt was. Het toont tot eere der natuur voldaen had, van pijn en droef heyt ge-

r. - fto^-y^jj jj ^ j^y gefchept had in de doodt van zijn zeer ^^

ftrijdtbaren zoon,die by hem en gantfch Engelant zo hoógh van den ze-
geacht wierd, dat hy alle trooft overwon: en voorwaer was Wf»
oyt, zoo was deze droef heyt van Engelandt rechtvaerdigh. ^/^rijk

Want binnen een jaer het verlooren heeft den geheelen lof

van den oorlogh, en van zijne overvloedige opperheden ;
dewijl beyde haere zege-rijke wapenen hebben gantfch
Edjmd.
Vrankrijk zulken vreze aen-gebracht, dat de vader met
Antiochus de naem van blixem, én de zoon met Pyrrhus
de naem van Arent te rechtvoeren mocht. Hier is mede
geftorven Anna, huys-vrouw van de tweede Koning Ri-
chard, zufter van Keyzer Wenzelaus, dochter van den vier-

S r den

Pfillem
Ohhm.

Vaer Ca-

rnet hare hoofden alleen boVen \'t water, dat de Brittannen
haer niet konden tegen-ftaen, maer moeften den oever ver-
laten , en de vlucht nemen. Ik kan in deze zaek niet vals

Comy-

jlakS\'

t

Mold-

en

Anas een
tiiAa in
Spanjen.

Oklcy.

Gatten»

wel het eertijdts een vermaerde ftadt was.
een teeken van zijn oudtheyt de uyt-gegrave Roomfche
penningen, en zent aen \'t Parlament twee Burgeren. ^ Wat
Rhie-gat. laeger is Rhie-gat, dat is, zo men \'t uyt onze oude tael ver-
tolkt,
de af-loop van een ri\'vierken^ in een dal dat zich vêr ten
Ihl Cdooften uytftrekt, Holmefdale genoemt; wiens inwooners,om

Ie, \' dat zy de woedende Deenen eens oft tweemaelverflag

hebben, tot haer eygen lof zingen t
The vale ofHolmefdall
Neuer mnne, ne neuer fhallk
Dat is:

Dit is de hooge vefl van \'t flerke Holmefdal,
Dat noyt verwonnen ü) oft men vertvinnm

en

(

!

-ocr page 160-

N.

E

B

E

E

D

den Keyzer Karei, die eerft aen de Engelfche vrouwen
gele\'ert heeft, op die wijs te paert tc zitten, dieze huy-
dendaeghs in Engelandt
noch gebruykcn. Want het was
ce
vooren een weynigh fchandelijk , datze fchryelings,
als de mannen, te paerdt zaten. Wiens doodt haren man
zoo bitter en zwaer gevallen heeft. dat hy zelfs zijn huys
vergat, en wars wierd. Nochtans heeft de vijfde Henrijk
Sheng. nieuwe huyzen gctimmert, cn heeft in \'t dorp Shene, hier
zeer na by, het kloofter van de Cathuyzer Munniken , dat
hy
Bethelem genoemt heeft, geftelt. Maer onder \'t gebiedt
van den zevenden Henrijk is deze Koninglijke zit-plaets,
door een overgrooten brandt gantfch tot niet gekomen,
doch gelijk de Phoenix uyt zijn afch herbooren wordt, zoo
is deze plaets ook herbooren, van nieus op gctimmert, en
veel fchooner gebouwt als te vooren , door Henrijx hulp.
En naeulijx had deze zevende Henrijk dc nieuwe huyzin-
ge gemaekt, ofhyis hier geftorven,
doOr wiens zotj^ ,
wacht, raedt, en zeer vêr-ziende voorzichtigheydt het ge-
meene beft in Engelandt tot noch toconwinbaer geweeft
De doot is. Hier is ook zijn nicht, dc doorluchtige Koningin Eli-
van de Ko- 22Lhcih , nahet vier-en-tnegentighfte jaer, als zy haer na-
ninpnSlf- fum-met het wereldtfche leven vervult had, omtrent
70
do? * jaren oudt zijnde, van Godt geroepen, en ontfangen in
de Heylige en Hemelfche vergadering. Een Vorftin bo-
ven naturen van een manlijk gemoedt en raedt, dewelke
even als het acnzicht ook de Koninglijke zeden van haren
groot-vader vertoont heeft, die Hefde der wereldt , en
vreught van Engelandt; cn zoo vêr is \'t er af geweeft, dat
deze vrouw van de geduurige dapperheydt haerer voor-
ouderen ontaert heeft, dat zy, zoo zyze niet overwonnen
heeft, de zelve nochtans alle gelijk geevenaert heeft. Lact
dic dit dan geloven, die hier namaels na ons gebooren zul-
len worden, cnlaet zy daer vry af verzekert zijn (ikwil
de waerdigheydt van de waerheydt niet bederven door
pluym-ftrijkcry) dat een maeght 44 jaeren de Scepter zoo
gehandelt heeft, dat hare onderzat en haer beminden , ha-
re vyanden haer vreefden, cn een ieder haer met verwon-
dering ontfing, zoo dat voor die tijden niemant haers ge-
lijk is geweeft. Door wiens doodt gantfch Engelandt ge-
lijk als overvloedigh vol tranen onder gebrooke ftemmen
geweeft is , en zoud ontrooftelijk in hare fiaeute geble-
ven hebben, \'t zy dat, zoo haeft zy begraven was, den
doorluehtigèn lacob , ware en ongetwijftelde erfgenaem
van aller menfchen herten, cn oogen al geordent, om
het Rijk acn te veerden, het zelve met de uytnemende
fchijn van zijn licht beftraelt, en tot de hoop van zich eeu-
welijk te verblijden, beroepen had- Den welke terwijl wy
zien, gelooven wy geenzins dat zy geftorven is. Doch wat
zeggen wy dat zy geftorven is ? wiens onfterflijke deugh-
den leven, cn wiens naem, in dc herten der menfchen in-
gegrift, eeuwighlijk leven zal.
Hoe verd Tot hier toe wordt de Teems door de aenkomft van de
dat deri- op-fpoelcndc ZCC vermeêrt, cn is hier omtrent 60 Icali-
vier Teems aenfchc inijlen van haer mont : cn daer is, dat ik weet,
door e zse gantfch Europen geen rivier, die zoo veel mijlen gc-
"^tvaeróm .voclt de kracht van de acndringende cn vallende zee, tot
dat deri- groot gerief van dc by-wooners. Oft het daer door komt
fvier Teems dat zy van hier, zonder kromten geboogen, met een rech-
zeoverwe- ^^ j^qJI^; ten ooften gedreven, en mecii in hooge oevers
befloten, en met een ruymer mont aen de zee open ftaet,
dewelke door de fnelfte omdracyinge vande hemelfche
kringen , van het ooften na het weften op dat zelfde deel
aen-gedrevcn wordt, gelijk ik eertijdts gemeen t heb ^ laet
de Wijs-gieren onderzoeken, aen de welke ik dit en dier-
gelijk gaern overlaet. Ik zalu nochtans van deze plaet-
fen , en van deze zaek een weynigh vcerzen , uyt het
houlijk van de
Teems cn Ifis, zoozyu fmakcn , voor-
ftellen:

Ter rechter van ons vertoont zich hoogh en fchoon
Richmonda, met de naem Shene van oudts gewoon.
Den wijzen Henderijk heeft dit zoo willen noemen
Richmondia, om dat hy daer na konde roemen ,
Dat dit Richmondia hem hadde aen-gehracht
De tijt els, en de eer van V Gr avelijk gefacht.
Maer laes! de droeve ßadt hefchreyt met treur ge veflen
Den Hecior van ons landt, dien Eduward, den beften
Vorft, dien oyt oogh bezagh: dien Koning nu verlaet,
Het leven wederom de aerdtfe romp verfmaet

derom
loopt.

De ziel diefcheyt van hier, en neemt zijn kours na boven,
Om eeuwelijken daer haer Heer en Godt te loven.
Maer had deyzre doodt hem niet zoo dragehaelt,
Den winnaer had byna uyt Vrankerijkgedaelt:
En had u met gewelt Valenzen af-genomen,
of u te Valenzen wel lichtelijk bekomen.

En na weynige tuifchen-loopende vcerzen:
Tamißs de rivier, die voelt aen beyde kant
De vlucht en wedsrkomft van
V water aen zijn ftrant.
Zoo dikwijls als Diaen, dat ongeftadighlijken.
Door d^haven van de zee, doet in~ en uyt-waerts wijken:
oft datze wel weèr-hout de op-gezetteplaegh,
Door een verandert licht, zoo looptze ras engraegh
Volder, en opwaerts aen en binnen korteftonde __
Wordt het,met weêr om-loop, verßoort inzee gevonde.
Een zeker onverftant hovaerdelijken zeyt,
Dat een riviere wijkt, oft ons een plaets bereyt.
Doch dat en is niet waer, hy zeyt noch daer beneven,
Daer ü niet een rivier, die immer heeft gegeven
Een name aen het landtzoo verre is \'/ daer van
Dat met een zeker maet het water loopen kan.
En ellikke rivier wil hem hier aen verbinden,
Dan men kan geen lands-man van V Schelt en Albas vinden.

Meêr inwaerts, omtrent vier duyzent fchreden vande
Teems, is een Koninglijk vertrek
Nonefuch genoemt, welk J^oneftieh.
het fleraet van alle de huyzen, die daer rondom ftaen, ver-
duyfterten weghneemt, diedeheerlijkfte achtfte Koning
Henrijk in een gezonde plaets, eerft
Cuddington genoemt, Cuddittg-
tot zijn vermaek geftemt, en met zulk een heerlijkheydt
en voortreflijkheydt op-gebouwt heeft, dat het in \'t aenzien
een kafteel lijkt, en men zoud meenen, dat in dit werk
de gantfche bouw-konft verzaemt was. Over al zijn zoo
veel Edele wapens, zo veel wonderen van volmaektc konft,
en zoo veel nagebootfte werken van de Roomfche oudt-
heydt, dat deze plaets te recht zijn naem hout en bewaert,
welk in Duytfch betekent, geen desgelijx, oft gelijk Lelan-
dus gezongen heeft :

D\'Engelßn hebben vaek dees plaetze durven roemen
Geen te zijn defgelijx, ais zy het noch wel noemert.

Deze huyzen worden zoo omcingelt van diergaerden
vol daflen , treflijke hoven , wel-gelege boflchen , be-
lommerde wandel-wegen dat de genoeghlijkheydt zel-
ve de plaets fchijnt gekoren te hebben , om met de gezont-
heydt te bewoonen. Maer de Koningin Maria heeft deze
plaets voor andere aen Henrijk Graef van Aron-

del, gecygent, en als hy de plaets met een fchoonc Boeke-
ry, en nieuwe werken verrijkt had , zoo heeft hy, fterven-
dc, al zijn gerechtigheydt over-gegcven aen den Baron
y2.n Ltimley, die alles gedaen heeft, dat met zijne naem
voeghdc, doch van dien is het, door overlevering, tot
het Koninglijk erfdeel gekomen. Hier omtrent, cn \'t ver-
driet my niet te gedenken, is een ader van die aerde daer
men die potten af maekt, die de Goudt-fmeden gcbruy-
ken , om het goudt in te fmelten, en daerom dierder ver-
koft wordt.

Niet vêr van hier by Cashalton ontfpringt het klaer en Deriviir
Voorn-rijk rivierken hetwelk, vloeyende voorby M\'aftdle.

Morden, aen de weft-ocver op een zeer vruchtbare plaets
Merton befpoelt, in \'t Saxifch fcefiCDune, eertijdts vermaert Merttn^
door dc doot van Kenulf, Koning der Weft-Saxen, die in
een hutjen van een hoer, die hy daer onderhield, van Ki-
nehard Clito omgebracht is, en de zelve Clito heeft, van
Kenulfs vrienden doorftcken, datelijk zijn ftraf ontfangen
voor zijn ontrouwigheydt. Nu toont het maer alleenlijk
de vervallc muuren van dat klooftcrken, het welk de eer-
fte Koning Henrijk gctimmert heeft, daer Gilbert, Onder- 11-17-
Graef van Surrey , laft van had het welk onder den der-
tien Henrijk zeer vermaert was, door de vergaderingen
der Racdts-heeren.

Daer na wordt de riviere Wandle ten ooften vermeerdert
door een rivierken, het welke zijn bron by
Croidon heeft, Croido-a.
eertijdts Cradiden genoemt, het welk, aen de heuvelen ge-
legen , door het Palleys van dc Aerts-biffchoppen van
Cantelbergh, aen de welke het nu langen tijdt toebehoort
heeft, cn door de Steen-kooien, waer meê de inwooners
hare koopmanfchap drijven, zeer bekent is. De inwooners
verhalen dat er eertijdts een Koninglijk huys geweeft is,

in het

-"ij

-ocr page 161-

--- \' 1\' < .

H - R

i •;

Ê

V

in het weft-eynd van de ftadt by Haling, daer noch zom-
tijdts de ftukken van de muuren , door boeren uyt-ge-
graven worden , het welk de Aerts-biftchoppen daer na, te
Ichenk van dien Koning ontfangen hebbende, over-ge-
voert hebben aen haer rivierken, naerder aen het Palleys.
Waer omtrent dat de
eerv/aerdige vader in Chriftus D. lo-
h3.nncs Whitgift,
van lofiijker gedachte, Aerts-bilTchop
van Cantelbergh, uyt een Godtvruchtige genegentheyr,een
treflijk Gaft-huys, tot byftant van de armen, en een School
voordejonkhéyt, om goede konften in te leeren, getim-
mert , en met groote rijkdommen begiftight heeft. Maer
The Borne. die beek, die hier al-te-met ontftaet, en ik weet niet wat
voorzeggingen van dieren tijdt en peftilentie, byhet ge-
meene volk voor-zeght, is niet der pijnewaerdt met een
woordt te gedenken, hoewel het nochtans niet gantfch-
lijk buyten geloof is.
]:litï zcer:n\'2Lhy is Beddingio?iy waer
in men huyzen ziet die uytnemende fchoon gebouwt, cn
met een luftige gedaente van tuynen verfiert zijn, die Fran-
cifcus
Carew, vermaert door de Ridderlijke waerdigheyt,
onlangs daer getimmert heeft. Want het is de oude woon-
plaets der
Carews, die gefproten zijn uyt Niklaes Baron
Carew van Moulesford, (waer van die Carews van Den-
shire ook voort-gekomen zijn) en hebben langen tijdt in
dit landt gebloeyt: maer voornamelijk een van die, met
namen 1.
Carew , die zich in t houlijk begeven had met
de dochter en tweede erfgenaem van den Edelen Baron
Hoo. Aen dc andere zijd van de riviere Wandle light Wib-
handune
, nu gemeenlijk V/imbledon genoemt, alwaer, als
het al te groot geluk veel burgerlijke onruft gebaert had,
tuflchen de Engel-Saxen, de Briranfche oorlogh in flaep
gewieght, zoo heeft Ethelbert, Koning van Kent, tegen
zijn Edel-lieden eerft de burgeren ter wapen gehitft : maer
Ceaulin, Koning der Weft-Saxen, heeft hem met een groo-
te nederlaeghin deze plaets overwonnen : verflagen heb-
bende de Hertogen Oflan en Cneben, waer van miflchien
dit krijghs-bohverk, dat wy hier in een ront gezien heb-
ben ,
Bensburie, voor Cnebensburie genoemt wordt. Maer
nu is deze plaets zeer verfiert door fchoon geboude huyzen,
en luftige hoven, de welke Thomas
Cecil, Ridder en zoon
van den voorzichtigen Baron
Burgley, in \'t m d lxxxv i i i
jaer getimmert heeft, als de Spaenfche vloot Engelandt
dreyghde.

Twee mijlen van hier ten zuyden, is op het hooghfte van
Woodcste. heuvel een bofchken, hedendaegs Vfoodcote genoemt,
in het welke gezien worden openbare teekenen vaneen
matige ftadt, en zeer veel bronnen van brokkelingen van
key-fteenen op-getimmert ; de na-buuren verhalen veel
van haer overvloedt en rijkdom, en van het getal van de
oude Raedts-heeren. Dit is, na mijn mcening, die ftadt
geweeft, de welke by Ptolom^eus
NoioMAGVS,by An-
toninus
Noviomagvs genoemt is geweeft, en men
neem geen ander bewijs, als uyt de gelegenheyt. Want zy
light tien mijlen van Londen, x v 111 mijlen van Vagmia-
cen, gelijk als het oude Reys-boek getuyght. Maer die
Noviömagum, o{x.\\isi Buckingham^ok Gmldford geftelt heb-
ben, zijn vér van de wegh af-gedwaelt. Dit is de voornaem-
fte ftadt van de
Regnen geweeft, en zeer bekent aen Mari-
nus Ty rius, den zeer ouden
Aerdt-befchrijver, den welken
PtoiomcELis berifpt, omdat hy
Noviomagum van Britannien
ten noorden van Londen, en na de wijs van rey zen zuydlij-
ker geftelt heeft.

Aen de Teems, nademont van de Wandle^ alwaer het
ftedeken
Wandlesworth, na haer genoemt, light, is het
dorpken
Baterfey, eertijdts by de Saxen Parpyki\'ea, en in
hetDuvtfch
Patricim Eylandt genoemt : en de Koninglij-
ke huyzen,
Kennington genoemt, die wy nu zoeken, alwaer
dat de Koningen van Engelandt eertijts haer vertrek-plaets
plegen te hebben maer nu is er tael noch teeken te vin-
LamhitL den. Daer na Lambith oft Lomehith, dat is, de modder ach-
tige haven
, eertijdts vermaert door de doodt van de fterke
Canut, Koning der Engelfen, die daer door dronkenfchap
geftorven is. Want hy, geheel tot gulzigheyt en braflen
over-gegeven , deed vier-mael \'s daeghs de Koninglijke
mael-tijden, gelijk Henrijk Huntingdonenfls verhaelt,voor
al^zijn hof, aenrechten , willende liever dat de
voor-geftel-
de gerechten van de genooden verlaten, als van de onge-
noode begeert wierden , om weder op-gezet te worden.
Doch nu is de plaets veel vermaerder door het Palleys van

JBeddwg-

tM.

Wimbledon\'

De eerße
in\'andfche
corlogh tuf
fchen de
fygetßn.

Novioma-
gtu.

Kenning
ton.

de Aerts-biflbhoppen van Cantelberg. Want omtrent hec
11S3 jaer onzes Heeren, heeftBaldwin , Aerts-biflbhop
van Cantelbergh, een ruyling met de Biflchop van Roche-
fter gedaen hebbende, een erf-gront in deze plaets gekre-
gen , alwaer hy voor hem en zijn nakomelingen een Pal-
leys begonnen heeft, het welk zy allenx vermeerdert heb-
ben. De welke, als zy hier ook een Collegie-kerxken zoch-
ten te maken, goede Godt, wat zijn \'er al appellen te Ro-
men van de Munniken van Cantelbergh gekomen, wat al
blixemen, dreygementen, en beftraflingen van den Room-
fchen Paus,tegen de Aerts-biflchoppen
uyt-gegeven? want
die Munniken vreefden qualijk, dat haer grondt eenigh
letfel zoude gefchieden, en dat, in deverkiezing van de
Aerts-biflchoppen, zy zouden te rugh geftelt worden. En
dit onweêr is niet geftilt voor dat het begönne kerxken,
op haer aentaften, tot de aerde toe uyt-geroeyt wierd. Hier
naby is de vermaertfte koop-ftadt van dit landt, de welke
hedensdaeghs
The Bourough of Soutworke , by de Saxen
6u^-pepke,
doxis, het zuyder-werk, genoemt wordt, lig-
gende ten zuyden recht tegen over Londen, waer van het
eenighzins een voor-ftadt fchijnt: maer zy is zoo groot
en vol volx, dat zy niet veel fteden van Engelandt wijkt j
het ftaet op zijn eygen recht, en heeft by onzer vaderen ge-»
denken zijn eygen Bailjouwen gehadt. Maer is onder \'t ge-
biedt van den zeften Edward aen de ftadt van Londen ge-
hecht , en wordt huyden als een lidt van \'t zelve erkent. En
daerom zullen wy, als wy te Londen komen, hier breeder
van fpreken.

Hier omtrent verlaet de Teems Surrey, wiens oofter-
grenzen van hier recht na het zuyden af-gaen, dicht by
Lagham, welk, onder \'t gebiedt van den eerften Edward,
zijne Parlaments Baronnen gehadt heeft, die
S. lohn de
Lagham
genoemt waren, wie(is erfdeel ten laetften geko-
men is , door zijn dochter en erfgenaem, aen L
Leodiard.
Wat laeger, byna in dien zeiven hoek,na Southfex en Kent,
ziet men het kafteel
Streborrow, eertijdts de woon-plaets
van de Heeren van
fobham, die hier van Sterborrow ge-
noemt zijn, en van lan van
Cobham, Heer van Cobham en
Couling, en de dochter van Hugo Nevill gefproten, lang
in eer en waerdigheyt gebloeyt hebben. Want Reginald,
onder\'t gebiedt van den derden Edward, in de orde van
S. Joris aen-genomen , was Overfte van de zee-ftrant, van
de mont der Teems af, tot de weft-eynden toe. En de laet-
fte Thomas heeft Anna, dochter van den Hertogh van
Buckingham, tot
huvs-vrouw gehadt, van de welke hy zijn
eenige dochter Anna ontfangen heeft, die gerroutis aen
Edward
Burgh, die ook van de Percijs, en van de Graven
van Atholien zijn ftam trekt,en zijn zoon Thomas, van den
achtften Henrijk tot Baron van
Burgh gemaekt, heeft zijn
zoon Willem nagelaten,dieThomas geteelt heeft,denmee-
ften liefhebber der geleertheyt, en Overfte van den Briel,
den welken de Koningin Elizabeth met de orde der lartier
vereert, en tot Onder-Koning van lerlandt, daer hy geftor-
ven is, geftelt heeft. Van j^leonoor
Cobham uyt dit ge-
flacht, huys-vrouw van Humfred, Hertogh van Glocefter,
de welke in geen groote achting was, ziet, zo \'t u belieft, de
Gefchichten van Engelandt.

Nu zijn de Graven op te tellen. De Roode Willem,
Koning van Engelandt,
heeft Willem van Warenna eerft
over Surrey geftelt, met de eer van Graef, wiens wapenen
waren een gulden fchildt
, met hemels-blaeu onderfchey-
den. Want in zijn brief, waer meé hy het Prioorfchap van

Ztf«;^ gefticht heeft,leeft men aldusrlk heb gefchonken,&c.

voor de welvaert van mijn Heer Koning Willem, die my
in Engelandt gebracht heeft, en voor de welvaert van Me-
vrou de Koningin Machteld, moeder van mijn huys-vrou j
als mede voor de welvaert van mijn Heer WiHem, de zoon
van den Koning, na wiens aenkomft in Engelandt ik de-
zen brief gemaekt heb,en die my Graefvan Surrey gemaekt
heeft , &c. Dezen is zijn zoon, en zijn zoons zoon van de
zelve naem gevolgt, maer de laetfte heeft een eenige doch-
ter na-gelaten, die eerft ten houlijk gehadt heeft Willem,
de zoon van Koning Steven, en daer na Hamelin, baftaerc
Plantagenet, Graef van Anjou; zy heeft haer
mannen met den zeiven tijtel vereert. En haer eerfte man
zonder kinderen geftorven zijnde, heeft Hamelin by haeir
geteelt Willem, Graef van Surrey; wiens nakomelingen,
dcnzcmdct Warrens aen-genqmen hebbende , dien zei-
ven

; i

i

< i

! \' E H
f\'

Southwor-
k\'

i

1 \' ;;

Baronnen
van S-
Ithn
deLagham.

Strehor-
row.

Baronnen
van Boroug
oft Burgh.

Graven VAft
Surrey , die
ook^ Gravers
van Waren-
ne genoemt
morden.

Wapens
van de Gr a-
ven van
Warenne^

-ocr page 162-

s

N.

G

N

Ë

1

veo eicel gevoert hebben. Dezen Willem heeft getrouwt de
eerft-geboore dochter, en ten deele erfgenaem van Willem
Maerichalk , Graef van Penbroek , wedmve van Hugo
Bigod, die hem lan gebaert heeft, en lan heeft by Alicia,
dochter van Hugo
Le Brune, Graefvan Mark in Vrankrijk,
halve zufter, van moeders wegen, van den derden Koning
Henrijk, geteelt Willem , die voor zijn vader geftorven is,
en by lohanna Vere, dochter van de Graefvan Oxford,lan,
laetfte Graef uyt dit geflacht, na zijn vaders doot gebooren,
de welke geweeft is, als ik in zijn zegel gezien heb, Graef
van
Warenne , Surrey , Strathern in Schotlandt, Heer van
Bromfeld en Yale, en Pfalts-graef Maer hy zonder kinde-
ren geftorven zijnde,in het 21 jaer van den derden Edward,
heeft zijn zufter en erfgenaem Alicia getrouwt aen Ed-
mund, Graefvan Arundel, deze eer door haer houlijk tot
het geflacht der
Arundels gehracht, van welke dat het ten
laetften,
dooi de Mowhrays, aen de Howards gekomen is.
Want Thomas
Mowbray had ten huys-vrou de oudtfte zu-
fter, en mede erfgenaem van Thomas
Fitz.-Alan, Graef van
Arundel en Surrey. Nochtans heeft de tweede Richard den
tijtel van Hertogh van Surrey ondertuflTchen aen Thomas
H^land, Graefvan Kent, gegeven, welke eere hy niet lang
genooten heeft; want wijl hy met heymelijke t\'zamen-
zweeringen dien gevangen Richard
Vry en in zijn Rijk wè*^
derom trachtte te ftellen,zoo is zijn t\'zamen-rotting buyten
zijn meening uyt-gebroken,en hy is vliedende van het volk
van Cirencefter achterhaelt, en met de bijl onthalft. Daer
na heeft Thomas van
Beauford, die Cancellier van den
Koning was (zo men Thomas Walftngham gelooven mach)
deze waerdigheydt gevoert. Want in\'t 141 o jaer, gelijk
hy zeght, is de Heer Thomas
Beauford, Graef van Surrey»
geftorven^ doch hier in mach Walftngham zijn trou bevrij\'*
den, want daer van ftaet niets in des Konings handt
-Veften,
maer wel dat Thomas van Beauford omtrent die djdt Can-
cellier geworden is. Dan dit is zeker uyt de gemeene han-
delingen des Rijx, dat de zefte Koning Henrijk , in het
25> jaer zijns Rijx, lan
Mowbray, zoon van lan, Hertogh
vanNortfolk, tot Graef van Warenne en Surrey maekte.
En ten laetften als de derde Koning Henrijk het Rijk door
verraet ingenomen had , op dat hy het geflacht van dc
Howards, dat van de Mowbrays gcfproten was, aen hem
door weldaden verbinden zoud , heeft hy op eenen dagh
lan tot Baron van
Howard, Hertogh van Nortfolk ; en zijn
zoon Thomas tot Graefvan Surrey gemaekt in wiens na-
komelingen deze waerdigheyt gefchcnen heeft, en nocht
hedenfdaeghs fchijnt.

)

I >

î

■ 1 ,

Dit Gr^ffchaf heeft 14© Varochy-Kerken^

D E

-ocr page 163-

137

V

s

s

s

E

Ën Suth-rey ftrekt zich ten
zuyden met een lange ftreek
Smh-Sex, dat wel eertijdts
ook een woon-plaets der
Regnen was , by de Saxen
Su^j-ex , en hedenfdaeghs
Sujfex genoemt, dat is, het
UnAt der Zuyd-Saxen
, d o or
een gelafcht woordt van de
zuyder gelegenheyt, en de
Saxen, die hier in de Ze ven-
heerfching het tweede Rijk
geftelt hebben. Dit gantfche landt grenft ten zuyden meêr
in de lengte, als breedte, aen de Britanfche Zee, en als met
een rechten ftrant, maer met weynigh reeden,om dat de zee
daer zeer kort gaet, en derhalven vol baren is, en de ftrant
zelve klippigh. De zee-ftreek Van dit landt heeft zeer hoog
verheve en groene heuvelen,
Bownes genoemt, welke, mits
zy uyt vet krijt beftaen, overvloedigh vruchten voort-bren-
gen. De middel-ftreek, met weyden, beemden, äkkers, en
dichte boftchen onderfcheyden, is zeer Vermakelijk aen te
zien. Het herwaertfte en noorder-deel is zeer genoeglijk in\'
belommerde boftchen, gelijk eertijts dit gantfche land door
Het hCch boftchen ongebaent geweeft is. Want het bofch An-
\\Anderida. dradstpald,
by de Britannen Coid Andred genoemt,heeft van
de naeft-gelege ftadt Anderida in deze wijk, in de langte
cxx duyzent fehreden, en xxx in de breedte begrepeuihet
is gedenkwaerdigh door de doodt van Sigebert, Koning der
Weft-Saxen,die,van den Koninglijken ftoel geftoten, in het
bofch van een Zwijn-herder dootgeftagen is. Dit lantfchap
heeft zeer veel rivieren,maer die uyt het noorder-deel voort
gefproten, wijl zy terftont in zee loopen, niet bequaem zijn
om gelade fchepen te voeren. Het is door-gaens vrucht-
baer van yzer-aderen , om welk wel te zuyveren overal
ovens zijn,en jaerlijx een grooten hoop houts verdaen wort:
de beeken op veel plaetfen t\'zamen-vloeyende, en veel wey-
den tot meyren en wateren brengende, doen door haer
kracht meulens om-draeyen, die door haer hamers, het
yzer fmeedende, dagh en nacht door de buurt klinken.
Maer over al is het yzer, dat men krijght, niet even goed,
in \'t gemeen nochtans is het min vaft als hetSpaenfch, \'t zy
het uyt der naturen , oft toe-bereyt is j het is nochtans nut
voor de Metael-werkers, die daer groot gefchut, en andere
dingen afmaken j maer oft het gemeen tot voordeel ftrekt,
daer aen wordt getwijffekj de navolgende tijdt zal het ze-
kerer zeggen. Hier ontbreken ook geen glas-winkels.maer
het glas zelf, \'t
zy door de ftof, \'tzy door\'t blazen, is niet
zeer zuyver en
door-fchijnend, en alleen by flechte luyden
in gebruyk.

Dit landt wordt gemeenlijk gedeelt in zes deelen, die zy
met een byzonder woordt
Rapes noemen, te weten van
Chicefter, Arundel, Brembre, Lewes, Pevenfey, en Haftings,
welk elk, behalven zijne Hondreds, zijn kafteel, rivier, en
bofch heeft. Maer mits de grenzen, daer zy meê bepaelt
worden, my niet bekent zijn, heb ik
voor-genomen van het
weften tot het ooften de ftrandt te volgen. Van binnen is
het vol dorpkens, die niet hebben dat verbalens waerdigh
is. Op de grenzen van Southanton , en dit lant light
Bofen-
Bofeham. ham,
gemeenlijk Bofeham, met boflrcbagien,en de zee beflo-
ten. Alwaer, als Beda zeght, de
Schotfche Munnik Dicul
een fchoon en bequaem kloofterken gehat heeft, en vijf oft
zes mede-broeders, die daer Godt in een arm leven gedient "
hebben, het welke langen tijdt daer na verkeert is
tot het
vertrek van Koning Harold. Waer uyt dat hy, om \'t zijne
te vergaderen, met een kleyn fcheepken iii zee geloopen,
en door regen-windt in Vrankrijk
aen-gekomen, en zoo
lang op-gehouden is, tot dat Wiflem de
Noorman het Rijk
van Engelandt met een eedt, na de doodt van Edward de
Confejfeur, beveftight had, door welke daedt hy Zijn ver-
Bedregvan derf, en Engelandts val terftont getrokken heeft. Met wat
den Graef doortrapte dubbelzinnigheydt van Syllaben Godwin, Graef
Cedmn. ^^n Kent, Harolds vader deze plaets gekregen, en den
Aerts-biflTchop met ftrikken van letteren bedrogen heeft,

t>owms.

Tztn-

il:

GifU*

zal u Gualter Mapxus, die niet veel jaren daer na geleeft;
heeft, uyt zijn boek van de beuzelingen der hovelingen,
met zijn eyge woorden verhalen : Godwin heeft Bofeham
by Cecefter gezien, en het heeft hem aen-geftaen, en met
een groote ftoet der Grooten omringt, zegbt al lacchende,
en fpeelendè tegen den Aerts-biflchop van Cantelbergh,
wiens dorp dat het toen was, Heer geeft my Bofeam: over
fTan de kits
welke vraegh den Aerts-bifl!chop zich verwonderende, die wen
zeyd: Ik geef u Bofeam. Maer hy is terftont met die troep eentjts dede
van zoldaten, gelijk hy beftelt had, voor zijn voeten geval-

1 J 1 I /r j • 11» n r ^^^

len, en de zelve kullende, is na veel dank-zeggens na Bole- „gfihonken
ham toe-gegaen, en heeft het met gewelt in-genomen, en %itrd.
met getuygnis van de zijnen den Aerts-biflTchop, die het
hem gegeven had, voor den Köning zeer geprefen, en het
geruftelijk bezeten. Daer na, gelijk als wy lezen in
Tefta
2^vi/li,du geweeft is het onderzoek van de landen gefchiet
ten tijde van Koning lan, heeft dit den Koning Willem, die
gekomen is tot het gewin van Engelandt, gegeven aen Wil-
lem , zoon van
Aucher, en zijn erfgenaem tot een vaft ver-
bont , hem alle jaren tot een tol gevende 40 ponden zilver,
dat gemunt en gewogen was daer na heeft het de Mar-
fchalk Willem erflijk b^ezeten.

Meêr binnen-waerts, aen den zelfden Inham, in een vel-
dige vlakte, light
Chichefler, by de Britannen C-^^-rr^f, by
de Saxen Cij^j^an-ceaj^ep
i by de Latijnen Ciceflria, een ge-
noegh groote ftadt, fterk omwalt, en van Cifl^adenSax,
tweede Vorftken van dit Lantfchap, gedmmert, en na hem
genoemt. Want
Ciffan-ceafier is anders niet te zeggen, als
de ftadt van Cifla, wiens vader iElla de eerfte het Saxifche
Rijk hier geftelt heeft. Het was nochtans voor het Rijk
der Noormannen weynigh bekent, en alleenlijk door het
kloofter van S. Pieter, en een Nonnen-huysken. Maer on-
der \'t gebiedt van den eerften Willem, als men in \'t Schat-
boek van Engelandt leeft, zijn hier hondert Hagen geweeft;
en deze ftadt was in handen van Rogier, Graef van Mont-
gomery, :en in de zelfde verblijf-plaetfen zijn feftigh huy-
zen meêr als \'er te vooren geweeft waren j het betaelde aen
den Koning xv ponden, en aen den Graef x ponden. Daer
na als\'er onder\'t gebiedt van den eerften Willem befloten
was, dat alle de Biflchoplijke ftoelen uyt de kleyne ftede-
kens tot vermaerder plaetfen zouden gebracht worden, zoo
heeft het, met deBiflchoplijkeftoel , die eerft in
Selfey
geweeft was, vereert, begonnen te bloeyen, en\'na weynigh
jaren heeft Biflthop Radulfdaer een kerk gebout, doch is,
naeulijx gemaekt, onvoorziens, oft door ongeluk verbrant.
Maer door hulp van den zeiven Biflchop, en door de mild-
heyt van den eerften Koning Henrijk wederom op-geright,
heeft nu neven den Biflchop, een Deeken, een Voor-zan-
ger, een Cancellier, een Schat-meefter, twee Aerts-dia-
kens, eh
X X X Proveniers. Op die zelve tijdt begon de
ftadt zelve te bloeyen, en zoude bloeyenfte geweeft zijn,
had de haven niet zoo vêr, en wat bequamer geweeft, de
welke nochtans de burgeren noch trachten bequamer te
maken met eenen kolk te graven. Het is in het ront met
zijne muuren befloten, en aen alle kanten, behalven ten
noorden, fpoelt \'er het rivierken
Lavant aen j het heeft vier
poorten na de vier deelen der werelt, van de welke vier ftra-
ten recht uyt gaen, en ftuyten in \'t midden, daer een groo-
te markt is, en den Biflchop
Read heeft hier een fchoone
plaets,die rondom met ftijlen bezet is, en uyt
treflijke fteen
op-geright: het kafteel dat \'er was, niet vêr van
de noorder-
poort, is eertijdts de
wooning geweeft van de Graven van
Arundel, die zich hier van
Graven van Cicefter gefchre- Graven van
ven hebben i daer na is "het verandert in de kerk van de Ctcefltr,
Erahcifcaner Munniken. Al het gene dat tuflchen de weft-
en Zuyd-poort light, is de groote kerk, het Biflchops Pal-
leys , het huys van den Deeken en
Proveniers. Welke om-
trent de tijden van den eerften Richard weder verbrant is,
cn dc Biflchop Suffrid,
dc tweede van die nacm, weder-
om herbouwt heeft. Dc kerke zelve is wel met groot, maer

zeer net, met ccn zeer hoogen fpits van fteen en in het

zuvder-deel van dc kerk acn dc eene zijde, is konftelijk gc-
fchildcrt dc gefchiedenis van dc opbouwmg der kerk, met
^
 Tl de

li

-ocr page 164-
-ocr page 165-

N.

N

Ë

g

D

E

R

E

de beelden van de Koningen van Engelant. Aen de andere
zijde zijn de beelden van alle de Biflchoppen, zoowel van
die van Selfey, als yan die van Cicefl:er:het wek de BiflTchop
Robert van
Shirburn op zijn eygen onkoften heeft doen
maken, de welke deze kerk zoo verfiert, en deze zijne kor-
te fpreuk over al aen-gevoeght heeft: Crediteoperibus, &
dilexi decorem domus tu£, Domine:
dat is te zeggen, gelooft de
werken,
en, o Heer ik heb bemint de eere van u huys.yi^ei die
groote tooren, die aen het wefl:-eynd van de kerk zich ver-
toont, is gebouwt, zoo men zeght,van R.Rimanus, als hem
verboden was het kafl:eel by ^^^lederham, zijn wooning
hier naby, op te richten, van die fteenen die hy te vooren
tot het kafteel bercyt had.

"D^tSelfey, byde Saxen 6ealf-ey genoemt, dat is, als
\'t Beda uyt leyt, het eylandt van de zee-kalven, deze noe-
men wy in onze tael
Seales, die altijdt de eylanden, en de
ftranden zoeken om haer jongen te werpen, is een weynigh
laeger, een plaets, als Beda zegt, rondom van de zee om-
geven, behalven aen het weften, van waer datze een ingang
heeft,die omtrent zoo breed is als men met een flinger over
werpen zoud: het wierd op 87 huys-gezinnen gefchat, als
\'tEdilwalch , Koning van dit landt , aen den zwerven-
den Pr^laet Wilftid van York gaf, die aen dit volk Chri-
ftus eerft verkondight heeft,- en heeft, gelijk hy zeght,
r5o verloft door den doop, niet alleenlijk van de flaverny
des Duyvels, maer ook van het jok der menfchelijke fla-
verny. Daer na heeft Koning Cedwal , die Edflwalch
overwon, hier een kloofter gefticht, en heeft het met een
Biflbhoplijke ftoel verheven, de welke van Stigand de 22
BiflTchop na Cicefter over-gevoert is ,• nu bloeyt zy daer, en
bekent haren ftichter Cedwal. In dit eylant light alleenlijk
het Lijk van dat oude ftedeken, in \'t welke die Biflbhoppen
gewoont hebben, zo dikwijls als de zee op-vloeyt met water
bedekt,maer als zy weder af-loopt openbaer en zichtbaer.

Daer na opent zich de ftrant aen die rivier, de welke uyt
het boft:h van S. Leonard, eerft door
Amberley afloopt, al
waer Willem BiflTchop van Cicefter, onder \'t gebiedt

van den derden Edward, een kafteel gebouwt heeft voor
zijn nakomelingen, daer na door x^rundel, in een af-hel-
lende gelegenheyt gebouwt, het welk grooter in roem,
dan in der daedt is : nochtansis het niet zeer oudt, want
Voor de tijden van .ffilfred, de welke dat by uyterfte-wil aen
Athelmus zijns broeders zoon gemaekt had,heb ik de naem
zelf niet gelezen; ten waer na mijn meening,dat het zelve
met een verkeerde naem genoemt is geweeft , te weten , de
haven van Adurnus, voor de haven van Arundus. Den oor-
fpronk van de naem is niet van het verflerde paerdt van
Bevofius van t^rundel, nocht van Charud, den voor-bergh
van Holfteyn, gelijk Goropius Becanus gedroomt heeft,
maer van het dal dat aen de rivier o/r^» light, zoox^run
maer de naem van de rivier is, als zommige verhalen, die
daer van in \'t Latijn het zelve
LAruntinam vallem ge-
noemt hebben, dat is,
het dal van de ^run. Doch\'c heeft
al zijn eer van het kafteel, het welke^onder het Saxfche ge-
biedt bloeyde, en terftont, gelijk men leeft, na de inkomft
van de Noormannen door Rogier van
Montgomery weder-
om hermaekt is, de welke daer na Graefvan Arundel ge-
noemt wierd. Het is wijt en breedt van gelegenheyt,en zeer
fterk van wallen. Maer dezes zoon Robert de
Belefmo, die
zjinen broeder gevolgt
is,is van den eerftenKoningHenrijk
gebannen,van \'t zelve en al zijn ander heerlijkheden verval-
len zijnde. Hy heeft daer na met een valfch hart tegen den
Koning oorlogh gezocht, en heeft dit kafteel tot een zetel
der oorlog gekoren,met fterke werken vaft gemaekt,en met
zulken voortgang als de oproerigen plegen. Want des Ko-
nings zoldaten,het van alle kanten omringt hebbende,heb-
ben\'t ten laetften ingenomen : endezen Robert geban-
nen en uy t-gezey t, heeft den Koning dit kafteel, en andere
zijne bezittingen, tot een houlijx-gift gegeven aen Adeliza,
dochter van Godfred met de Baerd van Leuven, Hertogh
van Lothringen en Brabant, de welke hy voor zijn tweede
huys-vrou getrouwt had. Tot wiens lof, in die ongeleerde
tijden, een zeker Engels-man deze geleerde veerzen ge-
fchreven heeft :

O vrou Adeliza d\'Engelfen Koningmne,
ïk zal u eer en lof met deze reen beginne

Te brengen aen den dagh-, want ik heb over Jlof,
l>e Muzen, Jdeliz, diefchrikken voor u lof:

Sclßy,
Zee-ké\'
ven.

Hier zijn
fchoone
ßakien.

SkVên*

l\'.f

t ii

tämherley.

Ztet de
Graven
van Salop.

: f

. i

Wat hebt ghy doch een fchoon, en Koninglijke Kro&ne,
Wat flaet aen u eenfchat van Peer e len ten toone.
Maer noch de fchoone Kroon hy uwe deught gelijkt,
Bn aller Peer len glans voor uwe fchoonheyt wijkt.
Neemt hetfter aet vry wegh na wereldtUjke wijze,
Natuur geeft ander zoort, om u Me vrou te prijze:
Wacht u vmpompery,
zy geeft u doch geen eer,
Maer ^tfierfel trek van u een eer na zijn begeer,
ik heb my niet gefchaemt, maer dor [imy onderwinde,
Voor moeyte, eer, en lof iet denkens-waert te vinde :
Zofchaem ik my ook niet Princes en waer de vrouw,
T>ie ik in aller eer voor mïyn Regeerfler houw.\'
Deze vrou heeft, na des Konings doot,Willem van Albt-
ney
getrouwt, de welke, als hy oorloghde met de Keyzerin
Machteld tegen den Koning Steven, en dit kafteel tegen
hem befchermt had, heeft van Keyzerin Machteld, Vorftin
der Engelfen, (want zy heeft deze tijtel gebruykt) voor zijn
loon ontfangen den tijtel van Graefvan Arundel, en haer
zoon de tweede Koning Henrijk, heeft aen Willem gege-
ven de gantfche
Rape van Arundel, dat hy die van hem
houden zou door den dienft van
l x x x i v zoldaten, cn
een half. En de eerfte Koning Richard heeft aen zijn zoon
Willem, met deze woorden gegeven het kafteel van Arun-
del, met de gantfche Heerlijkheyt daer van, enden derden
penning van de inkomften van Suflex, waer van hy Graef
en de vijfde Graef van deze toe-naem zonder zonen

was

geftorven zijnde, zoo heeft de tweede zufter, en erfgena-
me van Hugo den vijfden Graef, getrouwt lan
Heer van
Clun,wiens na-neef Richard, om dat hem het ka-
fteel , de eer en heerfchappy toebehoorde, zonder eenige
wijs van verkiezing, Graef van Arundel geweeft is, en heeft
de naem,ftaet,en eere van Graefvan Arundel vreedzamigh
bezeten, als blijkt uyt het vonnis in \'t Parlament, voor lan
Btz-Alan uyt-gefproken,als hy het kafteel en den tijtel van
Arundel eygende, tegen lan Mowbray, Hertogh van Nort-
folk,rechte erfgenaem van zijner moeder wegen in een zeer
naeuwe graed. Waer uyt dat befloten wordt, dat de naem,
ftaet, en waerdigheyt van den Graef, als
aen-gehecht is aen
het kafteel, als meé de eer en heerfchappy van Arundel, ge-
lijk als te zien is in de Parlaments Rollenin \'t x x v i i jaer
van den zeften Henrijk, uyt welke ik het van woordt tot
woordt toe uyt-gefch reven heb. Uyt dit geflacht der Fitz^
Alan hebben onze tijden de elffte Graef gezien, welk zon-
der kinderen geftorven zijnde, zoo is zijner dochters zoon
Philips
Howard in zijn plaets gekomen, die de ongerechtig-
heden en zwarigheden niet konnende verdragen, is door
zijn benijders tot groot jammer gekomen, en in de uyterfte
ellende geftorven. Maer zijn zoon Thomas, een vermaert
jong-man, is van Koning lacob, met aenzien van \'t Parla-
ment , weêr geheelijk herfteit, in welke de yver tot dapper-
heyt en roem , zijner Adel zeer waerdigh, en met ware be-
leeftheyt gematight, heerhjk uyt-licht,en heeft zijne vader-
lijke waerdigheden wederom gekregen.

Behalven het kafteel en de Graven, heeft Arundel nieC
veel gedenkens-waerdigh want het Collegie dat daer ge-
bloeyt heeft, van de Graven op-gebouwt, is, nu het van zijn
inkomften berooft is, leedigh. In de kerk zijn noch eenige
graven van de Graven, maer die is zeer fchoon van Albaft,
in welke, in \'t midden van
\'t Choor, den Grave Thomas,
en
Beatrix zijne huys-vrouw, de dochter van den Koning
lan van Portegael, liggen. Ook kan ik niet voorby gaen
dit fchoon vergulde opfchrift, hier geftelt ter
eeren Hen-
rijk
Eitz-Alan, laetfte Graef uyt dit geflacht, wijl het zom-
mige behaeght:

der devght en eere

T O E-G E W Y T.

I

De grootmoedige Heldt, wiens beek ghy hier
ziet, en wiens beenderen hier onder liggen , is
Graef van dit landt geweefl:,by-genaemt na zijn
geflachte van Alans zoon , daer-cn-boven door
zijn uytnemende eer , Heer van Maltravers,
Clun, en Ofwald, en Baron genoemt geweeft:
toen hy leefde de oudtfte met-gezel van de edel-
fte orde der lartier: de eenige zoon en navolger

van

Graven
vm Artm\'
delen Suf-
fex.

rorjlin
van Engt\'
landt.

Zittde
Graven
van SujfeX,
Jn de oud*
befchrij\'
ving
x.m.

-ocr page 166-

S V s

van Willem , Graef van Arundel, en aen al zijn
deughden deelachtigh : Geheym-fchrijver van
den achtften Henrijk, den zeften Edward , Ma-
ria, en Elizabeth, Koningen, en Koningin-
nen an Engelandt, en Overfte van de ftadt
Chi-
lis :
en als Koning Henrijk Bolonien in Terro-
wanen belegert had, was hy de voornaemfte
Maerfchalk van zijn Leger,- daer naishyKa-
merling van den Koning geweeft; en des Ko-
nings Edwards , als hy gekroont wierd , Rijx-
Maerfchalk, en des zelfs , even als te vooren
zijns vaders, Kamerling. En wierd , onder \'t ge-
biedt van de Koningin Maria , op den dagh
haerer Krooning, gemaekt Conftapel, en na-
maels Overfte van het Koninglijke Hof , als
mede Pr^efident van den Raedt : gelijk hy me-
de geweeft is Overfte van het Huys van de Ko-
ningin Elizabeth.

Zoo is die mäfi doorluchtigh in geflacht, in
goede bediening van gemeene Ampten , Ver-
maerder, fhuys en buyten Vermaertft: bloeyen-
dein Eer, gebroken door Arbeyt, af-gelceft
in Ouderdom,
na dathy LXvin jaren oudt
was, te Londen op den ij dagh Van Februa-
rius, in het
m d l x x i x jaer na Chriftus ge-
boorte, Godtvruchtelijk, en zachtelijk in den
Heer ontflapen.

lan Lumley , Baron vah Lumley , zijnen
Oodtvruchtigen Schoon-zoon, uyt-voerer van
zijn laetfte wil, heeft zijnen aen-genamen en al-
krbeften Schuts-heer en Schoon-vader, heerlijk
begraven, niet tot gedachtenis, die hy, door alle
zijne deughden onfterflijk , verkregen heeft,
maer ter eeren van zijn fterflijke lichaem , tot
hoop van een gelukkige verrijzenis, hem van
zijn eygen Wapen-tuygh dit Ridderlijk beelt ter
eeren, en tot een uyterfte gift, en met o vervloe-
dige tranen op geoffert.

De rivier, de welke hier voorby vloeyt, uyt het noorder-
deel van dit landt ontfpruytende, waft hier en daer met
zeer veel kleyne nvierkens aen, onder welke de voorneem-
fte is, die voorby
Cowdrey, de ft:hoone huyzing van den On-
der-graef van loopt, en aen den anderen oever
voorby
Midherß, hetwelk zich op zijn Heeren de Bohum
roemt, die voor haer wapen een blaeu kruys,in een verguldt
fchildt, gedragen hebben, en van de tijden van higelrijk
van
Bohun, onder den eerften Henrijk gebloeyt hebben, tot
de tijden van den zevenden Henrijk toe, die de dochter en
erf-genaem van lan
Bohun aen David Owen Ridder, natuur-
lijke zoon van Owen Theodoras, met een zeer rijk erf-deel
ten huys-vrouw gegeven heeft. Deze
Bohuns zijn, op dat
ik dit in
\\ voorby gaen aentekene, om de ongewoone oudt-
heydt van het woordt, een tijdt lang erflijk geweeft des
Konings
Sp<i^urnell is, Zegelaers van de Brieven, welk
ampt te gelijk met het Senentfchap van de Koninglijke
kapel lan van
Bohun, zoon van Franco, oVer-gedragen
heeft aen den eerften Edward,gelijk men in de oude fchnt-
ten leeft.

Van daer ziet men Pettworth-, het welk WiHem van Al-
hiney,
Graefvan Arundel, met de erf-gronden gegeven
heeft aen lofccllin van Leuven Brabander , broeder van de
Koningin Adeliza, en jongfte zoon van
Godfrid, Hertogh
van Brabant, uyt het geflacht van de Groote Karei, als hy
tot
huys-vrou getrouwt had Agniet, eenige dochter en erf-
genaem van de F^rrj^. Van welke tijdt af de nakomelingen
van lofcellin, de naem van de Percys aen-genomen heb-
bende, gelijk wy hierna zeggenzullen, dat bezeten heb-
ben. Het is voorwaer een oudt en Edel geflacht, welk zijn
ftam rekent met een min af-gcbroke ry van de Groote Ka-
rel , als de Hertogen van Lotthringen, en Guifè, die zulx
roemen. Maer die lofcellin heeft dezen tijtel gebruykt,
gelijk ik in zijn brieven gezien heb : lofcellin van Leu-
ven , broeder van de Koningin Adeliza , Slot-vooght van
Arundel.
 Het ge-

Böhm de
Mrdherß:
hare wape-

nm.

Wat Spi-
gurrtel
te
z.eggen is.

Tettivmh.

De Tercys
K.iet in \'t
eynde van
Northum-
her lau dt.

De oever van de mon\'dt der ^run af-hangende, light by fl\'^cht van.
Tering Oßngtons,
de wooning van Willem Baron
De-la-Ware. Dit geflacht van de Weßs is edel en zeer oudt,
het welke door het aenhijliken aen de
erf-genamen van
de
Cantelup van Hempßon, en Pitz-Reginald, zonen van
Herbert, zeer verrijkt is het is mede verheven geweeft
met de tijtel van Baron, door de erfgenaem van den Heer
Baronnen
Be-la-ware.
Omtrent het bolwerk is dit met een hoogen Lt-
dijk befloten, met welke C^far zijn kafteelen vaft gemaekt
heeft, als de inwooners gelooven : maer het blijkt klaer-
Cishnrj.
lijk uyt de naem van de plaets Cisbury, dat het Giflas werk
geweeft is.\'Welk tweede Vorft van dit Rijk,uyt het Saxifche
geflacht, na zijii vader ^lla, met zijn broeder Cimen, met
Cimens-
geen kleyne macht van Saxen aen dezen oever Cimenshore, hore,
na dien Cimen genoemt, aen-gekomen is, het welk nu
zijn nacm vcrlooren heeft; maer dat het by
Wittering ge-
weeft is, blijkt uyt de brief, welke Koning Cedwal aen de
kerk van Selfey vedeent heeft. En daer wordt een ander
bolwerk twee mijlen van
Cisbury gezien, datze Chenkbury
noemen.

Daer na light Broodwater dicht aen dc zee, de Baronnye Camoys:
van de Heeren van Camoys, die van de tijden van den cer-
ften Edward, tot onzer groot-vaderen gedenken toe ge-
bloeyt hebben, als het erfdeel door de dochtcren aen de
Een huys-
Lewkenors^enRadmils gtkoïCitxx \'is.
Uyt dit geflacht heeft,
met een by onzen tijdt ongehoort voor-beeldt, lan van ^^ ^^^
C^mops, zoon van Fleer Radulf, zijn huys-vrou Margriet, enwy-
en erfgenaem van ïan de
Gaidefden, vrywillighlijk gegeven gelaten.
en over-gelaten aen den Ridder Willem PaineII, (ik fpreek
uyt de eyge fchriften van \'t Parlament) en heeft haer gege-
ven, toe-gelaten, ontlaft, en voor vry uyt-gerocpen, alle de
goederen, die zy had, oft van andere krijgen mocht,en daer
bencven al wat zijns waer van de goederen, van die voorge- Fori.
noemde Margriet, met haer toc-behooren. Zoo dat hy, Edward, ƒ.
nocht iemandt anders uyt zijnen naem, iet wat kondc eyf-
fchen , oft hem toe-cygenen van de voor-genoemde Mar-
griet , oft van de goederen van MaVgrict, noch nu, noch in
der ecuwigheyt. Dat is, \'t gene dat de ouden met een woort
gezeyt hebben : Hy heeft alle \'t zijne met zich genomen.
Uyt welke toc-lating, als zy nu houlijx-goedt begeerde, uyt
dc Mayery
van Torpull, het welk haer eerfte man lan van
\'toe-gekomen had, een twift gerezen is, die waer-
digh is om te
verhalen : maer in welke zaek zy te kort ge-
vallen is, cn het vonnis uyt-gefproken, datze daer uyt haer
houlijx-goedt niet kondc trekken. Deze dingen vcrhael ik
voorwaer onwacrdelijk j doch ik zie dat het niet te vergeefs
geweeft is, dat de Paus Gregorius aen Lanfranc, Aerts-bif-
fchop van Cantelbergh, gefchreven heeft, dat hy gehoort
had, dat \'er zommige onder de Schotten geweeft waren, die
niet alleenlijk hare huys-vrouwen verlaten hebben j maer
ook verkoft, daer zyze in Engelandt wegh-gegeven, en ver-
latenhebben.
 Shorehm.

Wat laeger aen den oever vertoont zich shoreham, eer-
tijts Scopc-|)am genocmt,het welk allenxkens tot een dorp-
ken verdweenen is, en wordt hedendacghs
Olde shoreham
genoemt en heeft zijn groey aen een andere ftadt van de
zelvc nacm gegeven, wiens meefte deel van dc zee vernielt, \'
en ter aerde geflecht is: de bequaemheyt van de haven is
door een drooghte van zant, die daer t\'zamen gewelt is,t\'cc-
nemael wegh-genomen, fchoon dat \'erin voor-lede tijden
fchepen kpndcn in komen met volle lading, tot
Brember \'
toc, dat verteer van de zee is. Dit heeft eertijdts het kafteel

geweeft van dc Breos ^ want de eerfte Koning Willem heeft

dit gefchonken aen Willem van Breos, van welk de Breos,
Hecren van Gower, en Br e knok, gefproten zijn j en van de
zelve ook in dit, en in t landt van Leicefter de Ridderlijke
geflachten der
Shirleys. Maer nu is \'cr, in plaets van het

kafteel, anders niet als een vervalle puyn-hoop 5 waer om-
trent
Stening leyt, dat op zekere dagen ccn groote markt
heeft, het welke in dc uyterfte-wil, zo my dunkt, van ^Ifrid
Stmningham genoemt wordt.

V II Het

-ocr page 167-

R

140 D

Het fchijnt ook dat de oude haven van Adurnus van deze
mont van de rivier naeulijx drie mijlen af is , alwaer, als de
Saxen eerft onze zee befchaedighden , de bende der ver-
fpieders, onder de Roomfche Keyzers, de wacht hielden,
maer nu is zy met drijf-zant gantfch toe-gewelt. Dat dit
het matelijk dorpken
Edermgton geweeft is, bet welk iEl-
fred aen zijnen jongften zoon gegeven heeft, over-reden
eenighzins de byna gantfche naem, en de huysjens daer aen
gevoeght, die nu
Ports-lade genoemt worden,dat is, de wegh
%a de haven
; op dat ik zwijge, hoe lichtelijk dac men hier
aenkomen zoud, wijlde ftrant open en vlak is. En om
dier oorzaek wil verwachtten de onze, onder \'t gebiedt van
den achtften Henrijk, daer voorneemlijk de Galleyen der
Franfen, als zy na onze ftrandt toe quamen, en aen
Bright-
helmftedyh^
onze voor-ouders B]ii5l>\'cbealmep\'üun,(dit is de
naefte Reede) eenige hutten onvoorziens in brandt ftaken.

Maer weynigh mijlen van hier loopt in de zee een rivier
zonder naem, die
uyt het Foreeft van S. Leonard zijn oor-
Slangham. fprong neemt, dicht by Slangham, de wooning van de Co-
verts
, die ten tijde van den vierden Henrijk in deze wijk
met Ridderlijke waerdigheyt gebloeyt hebben.

. Lems* Een weynigh verder van hier van de zee, light Lewes op
een hooge gelegenheydt, het is miftbhien zoo genoemt
van de wey-landen, de welke de Saxen Lefpa genoemt heb-
ben; en is door zijn veelheyt van volk en grootte, een van
de voornaemfte fteden van dit landt. Ten tijde van Edward
de
Confejfeur betaelde het zes ponden, en vier fchellingen
van de
Gahef en Tüonye. De Koning had daer c x x v i i
burgers, haer gewoonte was, zoo deKoning de zijne zon-
der zich zeiven wilde na zee zenden, zoo wierden van alle,
van wat landt zy waren, x x fchellingen vergadert, en die
Domes- hadden zy, die in de fchepen de wapenen bewaerden. Die
day Boke, in den Burgh een paert verkoopt, moet den Overften een
penning geven, en die het koopt, ook een; van een os oft
koe een duyt, van een menfch vier penningen , op welke
plaets hy ook beneden de
Rape gekoft wordt; die iemandt
bloedt laet oft quetft , moet voor vu fchellingen boetenj
die overfpel oft dievery doet, vin fchellingen , en 1 v pen-
ningen ; en een vrou geeft even zoo veel. De Koning heeft
de man die overfpeelt, en de Aerts-biftchop de vrou. Als de
munt vernieuwt wordt, geeft ieder Munter xx fchellingen.
Van alle deze dingen heeft de Koning twee deelen, en de
Graefhet derde deel. Willem van
Wm^nne, eerft Graef van
Surrey, heeft dit kafteel gebout, waer neven hy een Prioor-
fchap aen S. Pancratius toe-gewijt heeft, en vervult met
Munniken van Cluniacenfen, om der Heyligheyt, Godts-
dienft , en Liefde, die hy in het Cluniaefch kloofter van
Burgundien gevonden heeft (ik fpreek uyt het handt-fchrift
zelve van de bouwing) toen hy Godts-dienftelijk met zijn
vrou buyten-landts reyfde, en daer vernachte. Maer dit is
nu verandert in de wooning van den Graef van Dorfet.
Daer zijn noch zes kerken overigh in de ftadt, onder wel-
ke , dicht aen \'t kafteel, een vervalle kerxken,en met door-
nen beplant is, in wiens muuren, in het verwulffel, deze
boerfe veerzen gefchreven ftaen, met een ongemeene let-
Met graf t^^r, de welke eenen zekeren Magnus aen gaen, die, uyt Ko-
van den ninglijk bloedt van Deenmarken gefproten, en een eenigh
Deenfen Jgyen beminde, daer begraven is. Maer ziet daer de veerzen
Magnus. 2elf, fchoon mank, en met de gefcheurde voegingen der
fteenen van malkander ftaende:

E

E

De haven
van AduT\'
ms.

De \'kennis
van deFro-
^incien.

G . N E \'N.
Die miftchien zoo gelezen worden:

Clauditur hicmiles DanorumregiaproleSy

Magnus nomen ei, magnA notaprogeniei,

Deponens Magnum, prudentior induit agnum:

Perpet e pro vit a, fit parvulus Anach&rita.

Dat is:

Hier in dit groote graf leyt een Deenfe zoldaet

Van Koninglijke (lam, zijn naem Magnus hierflaet 3
Dees laet het Konings hof, en hooffche pomp er yen ,
En wordt een Kluyzenaer, in ootmoedt, cn in lyen.

Als de Saxen het opper-gezagh hadden, en iEthelftan dc
wet ftelde , dat\'er geen geldt buyten de fteden geftagen zou
worden, zoo heeft hy hier twee munten geftelt; maer daer
na, onder \'tgebiedt der Noormannen, is het door een
groulijke ftrijdt tuffchen den derden Henrijk , en de Ba-
ronnen , bekent geworden, de welke, als de gelukkige be-
ginfelen van den flagh voor de Baronnen , den Koningfen
zeer fchaedlijk geweeft is. Want wijl Edward, des Konings
siaqh hy
zoon, eenige ftagh-ordens van de Baronnen verbrekende, Lewes.
de vyanden,als of hy de verwinning al verkregen had,te vêr
zonder zorgh vervolgde, zoo hebben de Baronnen, hare
krachten vernieuwende,de Koningfen zoo geflagen, datze
den Koning gedwongen hebben, niet zeer billijke voor-
vi\'aerdén van vrede voor te ftellen, en zijn zoon Edward met
de andere haer in de handen te leveren. Van daer over de
breede en vis-achtige poel by
Furie, de wooning der Gagen,
die vermaert en verrijkt zijn geworden door het aenhijliken
met de tweede erfgenaem
Van het geflacht van Claren,
komt men tot de zeer bequame haven Cukmer, en een
voor-berghjen over geraekt zijnde, het welke, door zijn
fteen-achtige aerde, aen de zee-kant
Beach genoemt woordt,
zoo komt ons
Pevenfey te vooren, eertijdts Peo]ienfea,by de Fewfèj.
Noormannen Pevenfel, en gemeenlijk Pemfey genoemt, ^^orent.
eertijdts een kafteel van Graef Robert van Morton , hal-
ve broeder van Willem de
Conquefeur , en daer na van
Willem, Koning Stevens zoon, die het den tweeden Hen- Mont\'s
rijk, van de welke hy het te fchenk gekregen had, weder- nfS.
om in handen gelevert heeft, met de hoeven, de welke Ro-
gier de
l\'Atgle eertijdts toe-behoorden , van waer zy de ifst\'^hi
naem van de Heerlijkheydt van lAigle gekregen hebben. \'ZsHomr
Het heeft lang tot het Koninglijk erf-goedt behoort, tot
deAqmta.
dat het den derden Koning Henrijk aen de Britanfche Gra-
ven van Richmond vergunt heeft, van de welke het daer
na wederom aen de Koningen gekomen is: nu zijn \'er al-
leenlijk maer de vervalle muuren van het kafteel overigh;
maer van de Heerlijkheydt
yml\'Aigle heeft de vierde Ko-
ning Henrijk eenigh deel aen het geflacht der
Pelhams , om
haer getrouwigheydt en kloekheyt gegeven. Hier beneven
light i/^-r/? tuflchen de boflchen, het welk de naem van de jjcrfi
bofch-achtige gelegenheydt heeft •: want een bofch wierd
Mon-
byde oude Engelfen Hyjift; genoemt. Dit is van de eerfte
inkomft van de Noormannen in Engelandt,de woon-plaets ^^ ^^^^
geweeft van de Edelen , de welke een tijdt lang van de
plaets van
Herfl genoemt zijn, tot dat Willem, de zoon ^oh.Brtd(T.
van Walleran van Herjl zich zeiven de naem van Aïonceaux
toe-geeygent heeft, miflchien van zijn geboort-plaets, ge-
lijk als toen de wijs was , waer door zy ook aen die plaets
gehecht is, die daerom
Herfl Monceaux, na zijn Heer ge-
noemt is. Van wiens nakomelingen het erflijk tot de
\'tGsfacht
gekomen is, maer die J»«/, die ook Fenis, enFienlesge-
noemt worden, rekenen haer geflacht van Ingelram de
Fienes, welke de erfgenaem van Pharamuflus vanBolo-
nien getrouwt had. Üytde welke de zefte Koning Hen- ^at.
rijk, Richard de
Fienes voor Baron van Dacre aengenomen,
verklaert, en geacht heeft. En den zeiven tijtel heeft de
vierde Koning Edward, eeren-fcheydts-man tuflchen hem
en Humfred van D^frÉ-, aen den voornoemden Richard de ford^^Da
Fienes, en zijn wettelijke geteelde erfgenamen beveftight, cre\'^of the
om dat hy tot huys-vrou getrouwt had loanna, de bloedt- 5outh.
verwant en naefte erfgenaem vanThomas,Baron van D/irr^.
Van welke tijdt afzijn nakomelingen met de waerdigheyt
van Baron van
Dacre gebloeyt hebben, tot dar nu onlangs
Georgius
Fenis, Heer van Dacre, zonder kinderen geftor-
ven is. Wiens eenige zufter en erfgenaem Margriet,getrout
heeft Sampfon
Lennard Wapen-irager, een man van zon-
derlinge deught en beleeftheyt.

Maer by Pevenfey (op dat wy wederkeeren) is Willem de 1066.

Noor-

-ocr page 168-

141

S V S

^\'oorma^ (om dat het de piaets vereyft, zal ik dit in het
korte doot-loopen , \'twelk ik op een ander plaets breeder
gezeyt lieb) met alle zijn (chepen in Engelandt aen-geko-
men, heeft zijn heyr uyt-gezet, en, zijn leger met een fterke
vefting omringt hebbende, zijn fchepen in brandtgefte-
ken; op dat hare hoop alleenlijk in haer kracht, en haer
welvaren in de overwinninge zijn zoude: hy is terftont
voort-gegaen tot de vlakte van
Haßings, alwaer het lot van
het Engelfe Rijk geworpen, en de Engel-Saxifche loop zijn
eynde gehadt heeft. Want daer heeft onze Harold, fchoon
zijn krachten eenighfins vermindert waren , door de voor-
gaende Deenfchen oorlogh , en dat zijne zoldaten door de
langduurige reys vermoeyt waren, den tweeden Idus van
Oftober, in \'t
cid l x v i jaer, zich met zijn volk geleght
in een plaets, die
Bpiton genoemt wort. Als de Noorman-
nen ter wapen geblazen hadden,hebben zy langen tijdt met
pijlen tegen malkanderen gefchooten, en daer na voet by
voet, gelijk oft man tegen man vechten zoud, heeft men
noch langer geftreden: maer als den Engels-man haer aen-
val manlijk weder-ftaen had, zoo zijn \'er de Noormanfche
ruyters met gewelt ingevallen. Doch als die ook haer flagh-
orden niet breken konden, zoo zijn Zy met opzet, en noch-
tans in orde, te rugh getrokken. Waer over de Engelfen,
meenende dat zy vluchteden , hare orde zeiver gebroken,
en de vyanden ongefchiktelijk aen-gevallen zijn, die, dit
ziende, terftont in aller yl hare flagh-orden by den ander
getrokken hebben, en zijn haer van alle kanten aen-geko-
men i de Engelfen hebben in
mis-ordre, en met een groote
nederlaegh te rugh gedreven, een hooge plaets ingenomen,
en lang tegen-geftaen, tot dat Harold zelve met een pijl
door-fchooten wierd, daer hy terftont af fturf, waer door zy
alle datelijk geylucht zijn.

De Noormän,op-geblazen door zijn overwinning, heeft
tot gedachtenis van die gedane flagh, hier een kloofter op-
geright ter eeren S. Marten, en heeft het de
Be/Zo, oft Batte//
genoemt, alwaer Harold, met wonden overftelpt, en in het
dichtft der vyanden zijn leven gelaten heeft, op dat \'er een
eeuwige tijtel van die Noormanfche overwinning blijven
zoude. Van dat kloofter is daer na een ftadt geworden van
de zelve naem , maer om de eyge woorden van de gefchie-
denis te gebruyken, die aldus zeght: Toen het kloofter toe
nam, zijn \'er i z 5 huyzen getimmert rondom het kloofter,
van welke de ftadt de
Bello genoemt geworden is. In welke
dat een plaets is, die, om het vergoote bloedt
Sangue-Lac,
met een Frans woordt, genoemt wordt, de welke, door de
natuur der aerde,na een regen fchijnt roodt te worden. Van
welke Guilielmus Neubrigenfis , doch min waerlijk, ge-
fchreven heeft: Die plaets daer die groote nederlaegh ge-
fchiet is van de Engelfen, voor haer vaderlandt vechtende,
20 zy een weynigh van de regen bedout wordt, fweet waer-
achtigh bloet,en gelijk of het vars was^ als of klaer-blijkelijk
gezeyt wierd, dat tot noch toe het bloedt van zo veel Chri-
ftenen van der aerde tot den Heere roept. Die Willem heeft
aen dit kloofter veel
en groote voor-rechten gegeven. En
onder andere, ik
zal de eyge woorden uyt de gift-brief ge-
bruyken, waer in dat ftaet: Zo daer iemant is,dat een ftraet-
fchénder, oft een doodt-flager, oft moordenaer, oft die aen
eenige zaek fchuldigh is, vluchtende door zorge dat hy
mochte aen het leven geftraft worden, en als hy in deze
kerk gekomen zal zijn, dat hy nergens in gequetft werde,
maer vry en los weghgezonden werde. Het is ook dien Abt
van die kerk toe-gelaten, overal een ftraet-fchender,oft dief
van de galg te verloflen, als hy op de daet komt. De eerfte
Henrijk,ik zal uyt zijn eyge inftelling {preken,heeft hier in-
geftelt een vryen markt-dag op een
Sondag,zonder dat men
de luyden eenige moeylijkheyt aen
deed.Maer Antony,On-
der-graef van
Mont-agu, heeft onlangs,door de macht van \'t
Parlament,verkregen,datdeze märkt-dagh verandert wierd
op een anderen dagh: deze zelve Anthony heeft hier veel
treflijke hnyzen gedmmert. Maer de rechten van vry-plaets
worden hier en elders in groote en afgrijzelijke zonden,
door macht van \'t Parlament, te niet gedaen. Want zy za-
gen , als de vrees der ftraft"e wegh-gedaen was, dat de boos-
heyt, en de luft tot zondigen toe-nam, en dat de hope van
ongeftraftheyt, de grootfte aanlokking tot
zondigen was.
Wy hebben hier, en hier omtrent niet meer gedenkwaer-
Ashhmn- dighs gezien, als Eßiburnham, \'t welk aen een out geflacht,
is \'er een in deze wijk, zijn naem mecgedeelt heeft.

Harold
ßan met
Wtlkm de
Ccncjtx-
fiéur.

Battel!,

Marhl\'
dagh op een
Scndu^.

E

Dat Hafiings, daer ik van gezeyt heb, in ^t Saxffch Haf- B4ms,
tinja-eafceji, leyt aen den zeiven oever wat hooger aen.
Daer zijn \'er eenige, die fpots-wijs deze naem uyt onze tael
trekken om de lichtheyt, om dat, gelijk als M. Panfienfis
fchrijft, by
Hafiings Willem de Cön<iuefieur een licht ka-
fteel heeft doen maken van hout. Het lijkt nochtans beter,
dat het deze nieuwe naem gekregen heeft van den Deen-
fchen zee-roover Hafting , die daer met pionderen groote
ovedaft gedaen, en al-te-met eenigè kafteelen gedmmert
heeft,gelijk men leeft by AflTedus Menevenfis, van \'t kafteel
van
BeamfiOte, van hem in Eflex gemaekt, en andere by
Apleder, en Middkton in Kent. Dit Hafting heeft onder het
gebiedt van Athelftan zijn munt gehadt, en een Hooft-ha-
ven geweeft, in \'t getal der vijf havenen, die met zijne lidt-
maten, oft by-leggende havenen
Winchelfiey, Rhy, ge-
houden is
11 fchepen tot den oorlogh te water te vinden.
Wilt ghy weten op wat wijs deze en andere waren verbon-
den aen den Koning, van wegen de vryheden dieze over-
vloedigh hadden, te water te vechten^ hoort de zelve woor-
den, waer meê dit eertijdts over-gedragen is in het Koning-
lijk Scaccarium : Haftings met zijne lidtmaten moet vin-
den , als het den Koning vermaent, zi fchepen, en ieder s-iM^\'.ï»
fchip moet hebben zi fterke mannen, bequaem, wel gewa-
pent^en toe-geruft tot den dienft van den Koning,- zo noch-
tans dat de aenzegging van wegen den Koning, daer van
gefchiede 40 dagen te vooren. En als de voorzeyde fche-
pen en menfchen, die daer op zijn, aen die plaets geko-
men , daer zy geordent zijn, zullen zy daer blijven in den
dienft van den Koning r
j dagen op haer eygen koften. Is \'t
by aldien dat den Koning na de voorzeyde dagen, haer
meêr van doen heeft, oft wil dat zy daer langer zullen ver-
toeven , zoo zullen die zelve fchepen, en het volk, daer op
zijnde, daer vertoeven op \'s Konings onkoften, zo lang het
ider pen-
den Koning beheven zal: te weten, de Meefter zal hebben ning is om-
fes penningen daeghs, de Conftapel desgelijx, en een ieder
van de anderen drie penningen daeghs. \\\\tiiVirs.

De gantfche Rape en Heerlijkheyt van hebben

de Graven van Augi oft Ew in Normandyen bezeten, ge- Graefvan
fproten zijnde van deBaftart-zoon van den eerften Richard,
Hertogh van Normandye, tot Alicia toe, de welke, onder
het gebiedt van den derden Henrijk, Radulf van
Ijfodm in
Vrankrijk, tot huys-vrou getrout heeft, en de nakomelin-
gen zijn uyt haer heerlijk erfdeel in Engelandt vervallen,om
dat zy (gelijk de Rechts-geleerden toenjpraken) tot de
trou van den Koning van Vrankrijk waren. Voorts, gelijk
in de eerfte tijden der Noormannen , die Edelen van dic
landt
Hafiings, oft van Hafiings genoemt zijn, van welke
MatthiEus
van Haftings op die voory/aerde dc Mayevy van
Grenocle bezeten heeft, dar hy aen deze haven een riem vin-
den zoud, wanneer de Koning over dc zee zou varen. Zoo
In^mjltio
geniet nu het vermaerde geflacht der Haftings, die Graven f - i»\'
van Huntingdon zijn, den tijtel van
Hafting. Want de vier-
de Edward heeft deze met noch zommige
Regalitalien, als
zy \'t noemen, aen Willem
Haftings zijnen Kamerling op-
gedragen. De welke van Cominasus zeer geprezen wordt,
om dat, als hy van den XI Lodewijk, Koning van Vrank-
rijk , een jaerlijx loon ontfangen had, niet kon bewogen
worden, dat hy den Frans-man een hant-fchrift gaf Want,
zeght hy, ik zal geenzins toe-laten, dat mijn handt-fchrifc
gezien zal worden , onder de rekeningen der Schat-mee-
fters van de Franfe Schat-kift. Maer deze heeft, met zich
geheel in de vriendtfchap dcr Koningen in te voeren, zich
zelvcn gantfch verdorven. Want terwijl hy in den byzon-
deren raedt vry
tegen den dwinglandt den derden Richard
fprak, is hy onverwacht wcghgehaelt, en terftont, van zijn
daedt bcfchuldight, onthalft. Ik kan ook niet verzwijgen,
dat de zcftc Koning Henrijk, Thomas
Hoo, een treflijk M,
man , dien hy in deorde\'vande Ridderfchap van S.Ioris Baron vm^
aen-genomen had, met
den tijtel van Baron van Hoo, en ^^«r.
Haftings vereert heeft. Wiens dochtcren cn erfgenamen "^J "T-

Galfred Bollen, vande welke, door moederlijke geboorte,

de Koningin Elizabeth uyt-gefprooten is, Rogier Copley,
I. Carew en lan Bevenish , tot huys-vrouwen getrouwt
hebben.

Daer na wordt dc ftrandt met ccn kromme bocht uyt-
gcholt, waer aen dat
mnchelfiey light, het welke,als een zeer Winchtlfey,
oude ftadt van dc zelve naem, in de Saxifche tael Winccljv
ea genoemt, van de afgrijzelijke zee in het
m c c l jaer ver-

flonden

I«-

i s

ii

-ocr page 169-

ït

.-.UUll

füiHDI
( -1\'

• 13 • .
i:

142,

N

N.

E

R

D

E

\'flonden wierd, (op welke tijdt de zee-kant hier en in dc na-
buurige oorden van Kent zeer verandert is) ten tijde van
den eerften Edward gebout is.
De gelegenheyt zal ik voor
oogen ftellen, met de woorden van Thomas Waliingham :
Deze plaets is gelegen op een bergh van zeer fteyle hoogh-
te , aen die zijde daer zy oft na de zee light oft over de Ree
der fchepen hangt^ waer van de weg, de welke van daer naer
de haven leyt, zich niet in de rechte, om dat zy te fteyl is
voor de gene, die in de fteylte af-gaen^ en die daer op-gaen,
zouden
eér metde handen daer op kruypen , als wandelen:
maer n-u is de wegh gemaekt op een zijde, met bochten
heen en weer, dat het bequaem is om op te gaen. Eerft
wierd het met een dijk befloten, daer na met fterke wallen
en had naeulijx beginnen te bloeyen, als het van de Fran-
fen, en van de Spaenfen vernielt, en deer beneven van de
zee berooft zijnde, begon\'t als te vcrflaeuwen, oft te niet
te gaen. Uyt den ondergang van deze plaets, en door gunft
van de zee, is
Rhie, dat daer naeft by light, op-gekomen,
maer liever herkomen ^ want het heeft eertijts gebloeyt: en
dat het Willem van Ipren, Graefvan Kent, omwalt heeft,
getuygen
Ipres Tower, dat is, de Iperfche Tooren, als mede
die gemeene vryheden, die het heeft met dc vijf havens, ge-
noegh. Doch het heeft in voor-lede tijden lang ter neder
gelegen, \'t zy door de nabuurighey t van
Winchelfey, oft door
den wegh-gang van de zee j maer als dit nu verflaeude, be-
gon het onder \'t gebiedt van den derden Edward wederom
te bekomen, die het met veften befloten heeft 3 en by onzer
vaderen gedenken is \'er de zee, om het voor-leden ongeluk
te boten, door een ongemeen onweêr ontfteken, zoo in
gevallen, en tot haer in gedrongen, dat zy daer wederom
een zeer bequame haven gemaekt heeft, welke ook een
ander onweêr, by ons gedenken, niet weynigh geholpen
heeft. Van-welke tijdt af het niet weynigh gebloeyt heeft
van inwooners, huyzen, viflcheryen, en fchip-vaert jen he-
den is van hier noch een gewoone over-vaert na Norman-
dye. Of het zijn naem heeft van \'t Noormannifche woordt
Jüv€, \'t welk een oever beteekent, zal ik niet Uchtlijk zeg-
gen j wijl \'t nochtans in de gemeene handelingen dikwijls
in \'t Latijn
Ripa, en die hier vis van afbrengen, Ripiers ge-
noemt worden, zoo hel ik tot deze kant over ^ en ik zoud
meêr over hellen, zo de Franfen dit woordt voor een oever,
gelijk Plinius het woordeken
Ripa, gebruykt hadden.

In deze haven ftort zich de rivier Rother oft Rither, die
T)e rivier by Rither amfeld (want zoo wierd het by de oude Engelfen
Rother. genoemt, doch by ons Rotherfeld) uyt-vloeyt door Burg-
wash,
eertijdts Burgher fl, het welke zijne Heeren met die
Baronnen zelve toe-naem gehadt heeftj onder de welke geweeft is die
van Burg\' Bartholomaus van Burgwash, een man in zijn tijdt groot
geacht, de welke door zijn deftighfte Gezantfchappen, en
Aquitaenfche oorlogen zeer gezien, door zijn voorzichtig-
heyt en kloekheyt verdient heeft, dat hy Baron van \'t Rijk
gemaekt, in de orde van S. loris, in \'t begin van dien onder
de ftichters aengenomen,en over \'t kafteel van Doveren, en
de vijf havenen geftelt wierd.Zijn Baftard-zoon,met die zel-
ve voor-naem, heeft met de meefte eer geleeft ■, deze heeft
maer een Dochter na-gelaten, die uyt-getrout is aen \'t ge-
flacht
Le Defiencer, van de welke noch een groote ry van
van Edelen overigh is. Eckingham, dat daer zeer naby is, heeft
mmq- J^^jg jgjj jjjde van den tweeden Edward tot zijn Baron ge-
hadt Willem van Mckingham, wiens voor-ouders Senefchal-
len waren van deze
Rape; maer haer erfdeel is ten laetften
doar de dochteren gekomen aen de Baronnen van
Windefor,
en de Tirwhiths. Daer na loopt de Rother, in drie wateren Roherts
gedeelt, door de brugh van Robert, alwaer Aluredvan Bridge oft
S. Martin, onder \'t gebiedt van den tweeden Henrijk, een
kloofter gefticht heeft, en
Bodiam voorby gevloeyt,het welk ^oJ\'ant.
een kafteel is van het oude en vermaerde geflacht van de
Lewknes van de Dalegrigs op-gebout, daelt hier in de zee.
Nu heb ik de zee-kant van Suflex gevolgt: in \'t middelfte
van \'t landt is niet gedenkwaerdighs, \'t zy dat ik de wijdt-
geftrekte Boflchen en Foreeften, overblijffelen van \'t ver-
maerde bofch van Anderida, verhaelde. Onder welke, op ßg^^y^
dat ik van\'t weften beginne, de voornaemfte zijn het Fo- Pareefen.
reeft van
Arundel, het Foreeft van S.Leonard, Word Foreeft,
het Foreeft
Ashdown, daer by Bukhurß is , de wooning van
het oude geflacht van de-S\'^/êw/i, (uyt welke gefproten is
Thomas
Sakvil, een voorzichtigh en edel man, die de Ko-
ningin Elizabeth by onze tijden tot Baron van
Bukhurß ge-
maekt heeft, hem in haer geheymfte Raedt aen-genomen, ^^kf^i^rß*
tot de treflijke orde van S. Joris gevoeght, tot Schat-meefter
van Engeland geftelt, en nu onlangs van Koning Jacob tot
Graef van Dorfet verkoren) het Foreeft van
Water down én
van het allerkleynfte.

ih

f

JRhtf.

\' 1

.\'i

1 ,!;

Suflfex heeft vijfGraven gehadt uyt het geflacht van Al- Graven
hiney, die desgelijx ook Graven van Arundel genoemt zijn ^^^ Su[fex\\
geweeft ; welker eerfte was Willem van Albiney , zoon
van Willem, Schenker van den eerften Henrijk, en Heer
van Buckingham in Nortfolk, die voor een wapen gebruykt
del.
heeft, een gulden op-gerichten Leeuw, in een root fchilt,
en zomtijdts Graefvan Arundel genoemt is, zomtijts Graef
van Cicefter, om dat hy in die plaetfen de voornaemfte
wooningen gehadt heeft. Deze heeft geteelt by Adeliza,
de dochter van Godfred met de Baerdt, Hertogh van Lot-
thringen en Brabandt, weduwe van den eerften Koning
Henrijk, Willem tweede Graef van Suffex en Arundel, de
vader van Willem derde Graef,aen de welke Mabilia, zufter
en eene van de erfgenamenvan Ranulf, laetfte Graefvan
Cefter, gebaert heeft Willem de vierde Graef, en Hugo de
vijfde, die welke beyde zonder zonen geftorven zijn,en vier

dochters, getrout aen Robert, Heer van aen lan

fitZf-Alan, aen Rogier van Somerey, en aen Robert van
Mont-agu - Daer na heeft de tijtêl van Arundel, als ik te
Vooren gezeyt heb,in de
Titz^Alans weder begonnen uyt te
fpruyten j maer den tijtel van Suflex heeft gelijk als uyt-ge-
ftorven gelegen, tot op onze tijden, de welke vijf
Radklifs,
uyt het edele geflacht van de Fitz.-Walters, (welk van de
claren zijn ftam getrokken heeft,) met die eere ver^iert^e-
zien hebben j naemlijk Robert, die van den achtften Hen-
rijk tot Graef van Suffex gemaekt, en Elizabeth, dochter
van Henrijk
Stafford, Hertogh van Buckingham, getrout H.
heeft, van welke hy ontfangen heeft Henrijk, de tweede
Graef, wien dat Elizabeth, dochter van Thomas
Howard,
Hertogh van Nortfolk, gebaert heeft Thomas, Kamerling
van de Koningin Elizabeth, die zonder kinderen geftorven
is , een zeer vermaert Krijghs-heldt •, in wiens gemoedt te
gelijk gewoont heeft de burgerlijke voorzichtigheyt, en
fterkheyt in den oorlogh, het welk Engelandt en lerlandt
gekent heeft. Na dezen is zijn broeder Henrijk, en na hem
zijn eenige zoon Robert, een vermaert jongeling, die nu
noch bloeyt, gevolgt.

en

Dit Landt begrifft 512, Parochyen»

T

Het Rijk.

van de
Zuyd\'SA\'
\' xen.

n

»F\'

Ot hier toe Suffex, welk met Suth-rey de wooning van de Regnen, en daer na
het Rijk van de Zuyd-Saxen geweeft is, in \'t Saxifch ^u\'S-Seaxan-Pic genoernt,
het welk in \'t dertighfte jaer van de tweede inkomft van de Saxen, van ^lla be-
gonnen heeft, die, gelijk als Beda zeght, de eerfte geweeft is, die over de Koningen
van \'t Engelfche volk bevel gehadt heeft,en over al haer zuyderlijke landen,die door
de rivier
Humher, en door zijne nabuurige grenzen gefcheyden worden. De eerfte
Chriften Koning was Edilwalch, gedoopt in de tegenwoordighcyt van Wülfer, Ko-
nino^ van Mercien, die OVPr -/iin o-f^ll-^pn hppfi-. en tot een PiLmTf rrpfr^vpn t-wpf

C A N-

wierd.

f-r

itl

-ocr page 170-

N T I V M.

c

A

K. hen nu tot gekomen^elk Landtfchap fchoon Mn GuÜielmm Lamhardus, een man
l[>an ^onderlinge ervarentheydt ^ en ^eeri^erfart met eerlijke reden, ^oo uyt-druklijk in
hoek hefchreyen, dat sjjn naeukeungh geluk anderen ^eer weynigh nagelaten heeft 5
%al ik, ten op^cht yan mijn aen-genomen yperk, \'t^ebe door-loopen i en op dat niemant mee-*
ne, dat ik hier ontroulijk in ga, heken ik hier gaeren, en ook te recht, dat dit mijn landt en oor^
fprong geypeefiis,

Ve tijdt heeft dit Landifihap tot noch toe niet ontrooft yan ^jn oude naem, maer gelijk het
hy C<efar, Strabo, Diodorus Siculus, Ptolomeus, en anderen
C A N T i v M genoemt ii ge-
-S^eefl; ^00 mrdt het, als Ninnius getuyght, heden noch hy de Saxen
Can^-juap-lano-c ^ dat is, het landt
• van de mannen die in Kent woonen ,
en yan ons K^nt genoemt. De^e naem heeft Lamhardus genomen yan
Caine, het spelk in \'t Britanfch een hladt betekent, om dat het eertijdts oyeryloedigh yan bo(fchen ypas. Maer, mach
ik \'er mijn raming tuffchen flellen,na dat ik gezien heb,dat: Britannien hier naer H ooflen mét een grooten hoek uyt-liep^
en dat diergelijke hoek in Schotlandt C^nth genoemt werd,en dat de inypooneren yan een anderen hoek in dat deel yan
het eylandt, yan Ptolomeus Czntas genoemt merden, dat ook de
Canganen een anderen hoek in Walles bemeten
hchhen, op dat ik de
Cantabren yer^ijge, die ook een hoek onder de Spanjaerts he-waonden, de -^elke, eyen
ds yan een \'oorfprong, al^oo ook yan een tael met de Britannen ge-^peefl ^jm ^00 T^oud ik giffen ^ dat het de naem
yan de gelegenheydt gekregen heeft, en te meêr, om dat on\'^ Franfen
Canton yoor een hoek gebruykt hebben, en ook,
ds ypaerfchijnlijk is, uyt de oude Franfche tael yoant het is Vuytfch, nocht Latijnfch, de mlke, met die oude, moe--
ders c4jn yan de eygenfchap yan de niew^e Franfche tael: daer-en-hoyen ook om dat dit landt yan alle de oude Aerdt-.
hefchrijyers
Angulus, oft een hoek genoemt ypordt. Want het ftrekt 4ch naer Vrankrijk met een grooten hoek „ door
de mont yan de Teems, en door de ^ee hejlooten 3 behalven ten ypeften, daer het aen Surry paelt, en ten ^uydm aen een
deel yan Southfex*

T.

H

E

K

ïc Landt, welke wy liu Kent
noemen, is oneffen, ten we-
ften is het vlakker en met
boflchen belommert, ten
ooften zoetelijk met heuve-
len verheven. De inwoo-
ners,daer
\'t zich ten zuyden
van dc Teems opent, deelen
\'t in drie deelen,oft plaetfen,
dieze
Graden noemen; waer
van dé eerfte aen de Teems
gezont,macr weynigh rijk is,
zoo zy zeggen j de tweede is rijk cn gezont i en de derde is
rijk, maer
ongczont,als welk meeftcndeel moerafchachtig,
maer vruchtbaer van weeligh gras is. Nochtans is het van
wcyden,velden,en akkers,byna over al geneughlijk, en zoo
overvloedigh van appelen,dat
het byna een wonder fchijnt,
als ook van kerffen, dc welke in
\'t d c lxxx jaer na de
opbouwing van Romen van Pontus in Italien gebracht, cn
in het 48 jaer daer na in Engelandt hier gelukkelijk waffen,
en een groot deel van\'t landt bezetten, zijnde deboomen
by vijven gezet, dat zeer vermakelijk aen te zien is. Dit
landt heeft veel dorpen, fteden, vele vrye
zee-havens, ook
eenige Yzcr-aderen ; maer een dik-achtige lucht om den
damp, die uyt te wateren op-waeflemt. Den
inwooners
komt noch met recht toe dien lof van beleeftheydt, welke
Cïcfar haer over lang gegeven heeft; op dat ik hare oorlogs^
kracht verzwijge, die, gelijk een zeker Munnik gefchreven
heeft, in die van Kent zoo groot geweeft is, dat hun, als de
geocffcnftc zoldaten, in de flagh-orden der Engelfen met
recht de voortocht van \'t heyr toequam. Het welk lohan-
nes SarisburienfisinzijnP<?^fr^/^<:ömedebevcftight: wel-
ke om dc verdienften der treflijke deught, zeght hy, welke
ons^entmocdigh cn geduldigh regende Deenengeoef-
fent heeft, de ecre
behoudt van dc eerfte bende, en den
eerften aenval op de vyanden in alle veldt-flagen, tot op
den hedigen dagh. Waer van Malmesburienfis ook tot haer
eer gefchreven heeft: De boeren en burgeren van Kent,
toonen noch meêr het teken van den ouden Edeldom; zy
zijn meêr genegen tot eerbiedigheyt en herberghzacm-
heydt
, cn trager om het ongelijk te weeren, als andere En-
gelfen.

Als Caéfar (op dat my gcoorloft zy een wèynigh voor tc
reden eer ik tot dé plaetfen koom ; cerft aen ons eylant acn
quam, is hy hier aengclandt,
Cn, Van de Kentfche Bri-
tannen verboden uyt de fdiepen te komen, heeft dezen oe-
ver niet zonder groote flagh bekomen. Als
hy ons ook de
tweede mael aenquam , heeft hier zijn heyr uyt-geftelt, ert
deBritannen hebben hem met haer ruytery cn wagenen acn
dc riviere moedigh ontfangen , doch
Van de Romey-
nen haeftelijk
Verdreven, hebben zich in\'t bofch verbor-
gen. Van daer
hebben zy mét de Romeynfche ruytery hef-
tigh op
den wegh gevochten, zoo nochtans dat dc Ro-
meynen in alle déelen de overhandt hadden; maer zy, een
tijdt lang ophoudende, hebben wederom een aenval op dé
Romeynen gedaen, daer dwers door heen geflagen, en La-
berius Duro, Hooft-man der zoldaten , gedoodt hebbende,
zijn behouden vertrokken, des anderen daeghs zijn zy dé
voeragie-halcrs aengevallen, &c. \'t welk ik hier vooren uyt
Cxfar kortlijk ovcr-loopen heb. Op welke tijdt over Kent ^^
geheerfcht hebben Cyngetorix, Carvilius, Taximagulus,cn
Segonax, dien hy Koningen noemt, op dat hy fchijnc Ko-
ningen overwonnen te hebben, daer het maer Vorften, oft
groote Edel-lieden geweeft zijn. Het RoomlHie gebiedt nu-
vaft gemaekt zijnde , wierd het gcickent onder den Over-
ften van het eerfte Britannien. En de zee-ftrant, diezyde
Graefvan
Saxifche oever genoemt hebben, gelijk ook den oever daer de Saxifche
tegen over van den Rhijn af,tot Xandonjen een overfte ge- ßra-adt.
had heeft,ten tijde vanDioclctianus,die MarccUinus noeiiit
dc Graven van
dé zee-ftrandtj het boek der acntckenin-
gen, eén aenzienlijk man van den Saxifchen oever, en Graef
over Britanmen, wiens plicht was,
acn den oever op be-
quame plaetzen bezettingen te leggen, om te beletten het
rooven van de Barbaren, maer inzondcrheyt van de Saxen,
die Britannien zeer moeylijk vielen.
Hy was onder de or-
de van den doorluehtigèn Meefter der
voet-knechten, dié
zy
Praßntalis noemden, die hem, behalven de bezettiri-
gen acn dè havens, tot alle gevallen toefchikte dejonge Bri-
tannikaenfche overwinners,de jongfte van de eerfte bende,
en van de tweede bende; dit zijn de namen van benden. En
hy heeft zijn ampt op deze wijs gehadt : een Vorft uyt het
ampt van de meefter der Pr^fcntalien van \'t voet-volk, twee
Tel-meefters, een die het Regiftcr houd, een Trompetter,

X X een

Tim. Ub.
tf.cap.zp
dat \'er Ker-
fe-bomen in
Engelandt
overgevoert
tijn, om-
trent het
48 jaer ons
Heeren»

De oorlogS\'
kracht vm
dte van
Kent.

lulius
Cisfur,

-ocr page 171-

üfliiri

s ep tentrio.

r:^

p £ ^ X" .A JsT

ïT JT e

O C e

>

E s s B X a IL,

[ÏHi; IrE-

01 ^^

(rJKE-A:^

rA

^Camih^

hhcklmyi

dVtt \'X^e

\'\'iHardcn^ï

.Myitfter

si^j....................■......V \' i i^Sf^j"^"-,

" ..........-\'l a tJ u\' U

A.

k

\\L A "r H E

i-

Pi! ifezj!/

Hvnd.

l

H

I \\J±VNI>.

u-^ UJ^

[SlûcBeryi

^SnodLaiJ^X

O F

S^^t^mn^taums

S/V-T/ T G ƒ

i i.

^ ChelfiUe. ,■•■\'>.....................-

Shurli

S.

\' ^arUnÂ\'

M. Tv

hex/U^Jn

ïV\'^ajaï^ \'lay

ch/rclt

Heg

.ftE OI\' S B

i

^scaîusr\'

■ y&ad

kvi Sjf\'/r^«^\' 1 \'-■■■...ypJi^ltaUs jUtveïJ, \'\'—■ ■■■■... J
Hvnd . ---

Sh^pr.

ehn^hy Jß\'^^M^

\'îoot^ray

berne 1 Ã€. ^^

irô, / Hvnd. Or

GriUm^hant

. ® \'^J ttj ■ G- XI.LIN G HJLM

.......-.„.^jyjj CuETSJLliïF^

^ jj- \\ ^Iv ^ " j

»"jjr^ v,-»"—t-il \\

JÜarae

Dk ^ Chi/Lt

T H^ /

fi

^Mriûn Kerhy

ÎForl

^ \\ "iCr^kVsMH\' ^^^Dawne / 1

i

; Steihvich

■Hyeiß

^Jjüfe-a :

Slpram.
Ofirî

\'•yaLLuw

ßW f.* \'Jfeéer harjes

IV Ob. iw^r ; I -T,; ■ i-ö, ;-»..^lyliaiTu^

pi ^JTD m^i h\\ pari^\'S^Ji. s TR-Y HvN JJ . - ^^

^^ ff ® ï-saîtBvari>| )\\ ^^ i VCo^irix, os. \\ J

^iorxjA

\'P\'ayreLtu,

........... MVMP

\'o R.TSAJ\\^ KArjsrsS. o"^«^

r ! Ti\'.ïâjfeî/ â– v. .

\\ i/O aß °

i A V G I\\r s / -r I ii

ChaMak

.uiraiwK ...-■ » A r^OVi Ji-^-*- VJ « V Æ’ J- J- J\\ -----------------7 7,, .......

\'xiuy

SuMcyiL\'

i T if ^

•..............-n i

JiraaK^ j . JgL

ijw Vf*......

\'.-«ir

^Uce ti

^ ^ Ó T, ^J^ i

ujj-uxuaiii- . 1, 1.46^ :

ffVNT).

MX r X /ffv^DSC^ ;I ■■■■

I jj^atay

I

\'•^tJ/\'irrLfJtr

CHA.jix> ^
vi.^/

i.

s .1

«

Ja%

sr

\\4ßerß

~ \'"-^■•f ■•• f ; a " \' JS- IT • \' ,.-\\stutftM LMc \' ■■ A jfTlf

.y

«y

OtLiß:nL y

Jl V N D

iJC^aarJimrtfnX ^ J

jJaehûr.hé

C AKTI VM

r

.•••ffy Cten^

0 G £ JL

X) S

et.

"^iO^ÄJBÄJ mhlmney

.^IN^VL HvNIf.i

^iietttr.
yVi&rSam-

salhcifi ^

Kent

IBa^am-^

Iden^

î hüru^^

Nß H % P A

C ^ .A^ J C ^

.À M / 3r,mm ^^

hvnv.

k

Atyk

JliUiariiV

unurrv

^Atuor

^r\'eaJe,

conßüuunt G^fnmnicmrv.

untr

\'^eridies.

-ocr page 172-

ü-

é

144 " Ë

een.A/ïillent,een onder-Afïiftentjeen Rent-meefter,enl)y-
^ondere Ontfangefs, &c. Ik twijffel niet of onZe voor-ou-
ders hebben die inftellinge der Romeynen nagevolght, als
^y over deze ftrandt een\'O verfte, oft Haven-meefter geftelt
hebben, die zy gemeenlijk den Guardiaen vande vijf have-
nen noemden, om dat, gelijk als de Graefvan de Saxifche
ftrant over negen,hy alzoo over vijf havenen geftelt was.

Als nu de Romeynen uyt Britannien geweken waren, zo
heeft Vortigernus, dewelke het gebiedt over het meeften-
deel van Britannien had, een
Guorongm ovcx Kent geftelt,
dat is, een Onder-Koning oft Vry-ftaef: zonder wiens we-
ten hy dit landt (gelijk als Ninnius, en Malmesburienfis
verhalen) terftont aen de Sax Hengift, ter liefde van Ro\'-
wenna zijn dochter,die hy vierighlijkbeminde,gefchonken
heeft. Hier door is eerft het Saxifche Rijk in Britannien,
in \'t
ccc LVI jaer ons Heeren gefticht, by haer Canti-pajia
pyc, dat is, het Rijk van de mannen van Kent, genoemt, het
welk na drie-hondert en twintigh jaren, na dat de laetfte
Koning Baldred overwonnen was, onder de macht vaft
de Weft-Saxen gekomen is, aen welke het onderdanigh
bleef, tot dat die van Normandyen het innamen. Want
toen (zo wy de Munnik Thomas
Spottis gelooven,want daer
is niemandt ouder, die het befchrijft) hebben de Kenters by
Suanes-Combe (dit is een dorpjen, waer, datmen zeght dat
den Deen Suenus gelegert heeft) takken voor zich dragen-
de , zich aen Willem de Noorman over-gegeven, met die
voorwaerde, dat zy haer vaderlijke gewoonten onverzeert
zouden houden, en inzonderheyt die, dieze
Gavelkind noe-
men : hier door worden die landen, die op die naem beze-
ten worden, aen de manlijke kinderen gelijkelijk gedeelt,
oft, zoo \'er geen zonen zijn, aen de meyskens: hier door
aenvaerden zy haer erf-goedt, zoo haeft zy xv jaren oudt
zijn, en mogen, zonder de Heeren te kennen, het zelve oft
met wech geven, oft met verkoopen vervreemden: hier
door volgen de zonen haer ouders,om dievery veroordeelt,
op zoodanige gronden, &c. Zoo dat waerlijk, hoewel min
zuyverlijk,in een oudt boek gefchreven is: Het Graeffchap
van Kent zeght, datmen in dat Graeffchap van rechts-we-
gen, van die laft moet vry zijn, om dat het zeght, dat dit
Graeffchap,als het overfchot vanEngelant,noyt verwonnen
is i maer door gemaekte vrede, hectt het zich aen de heer-
fchappye van den Conquefteur over-gegeven, behoudende
alle zijn vryheden, en vrye gewoonten , die het te voren ge-
hat en gebruykt heeft.Daer na heeft de Verwinner Willem,
om dat hy Kent, het welck de fleutel van Engelandt geacht
wierd, te vafter zoud behouden, een Conftapel over het ka-
fteel van Doveren geftelt, en dezelve Overfte over de vijf
havens gemaekt, na het oude gebruyk der Romeynen, en
bewarer van de vijf havens genoemt.Deze zijn
Haßings,Do^
ver,Hith,Rumney,tn Sandwich
welke Winchelfey enif^>,als
de voorneemfte,en andere ftedekens als leden by-gevoeght
worden. Welke, om dat zy den oorlogh ter zee hant-have-
nen moeten,vele en groote vryheden hebben^ gelijk als van
de vergelding van hulpe, en zoo veel haer hchaem aengaet,
zijn vry van de wet der Vooghden, en worden nergens als in
hare fteden te recht geroepen, en die van de inwooners den
tijtel vanBaron voeren,dragen op den dagh der hulding van
de Koningen en Koninginnen van Engelant,een
Cupefol,QÏz
Zon-dek, boven haer, en op dien dagh hebben zy aen des
Konings
rechter-handt een wel toebereyde tafel, &c. En de
Haven-meefter, dewelkealtijdtis van onze Grooten, en
van verzochte trou, heeft in zijn vryheyt de macht van Ad-
mirael, en zeer veel dingen, en daer beneven meêr andere
rechten. Doch laet ons nu tot de plaetfen komen.

Het noordcr-dcel van dit landt befpoelt de Teems, de
voornaemfte (als wy elders gezeyt hebben) van de Engelfe
rivieren, dewelke Surrey door-geloopen, komt terftont met
een groote kromte,als of zy wederom in zich zelf wilde loo-
pen, en bezoekt eerft
Bef ford, door zijn haven zeer bekent,
alwaer des Konings fchepen gemaekt, en als zy fchipbreuk
geleden hebben, vermaekt worden: daer is mede een tref-
lijk Wapen-huys, en als een Collegie, tot nut der vloten ge-
ftelt. Deze plaets wierdt eertijdts
Weß-Greenwich genoemt,
en is aen
den Noorman Gijsbert dcMamignot, in de ver-
winning van Engelandt,
toe-gevallen, wiens zoons zoon
Walkelin, het kafteel van Doveren tegen Koning Steven
befchermt,en maer een eenige dochter nagelaten heeft,de-
welke,na de doot van haer broeder,een rijk erfdeel,genoemc

Ven Guar-

diaen oft
den Bewae-
rer vm de
vijf havens.

Kent aen de
Saxen over-
gelevert.

Ga^ekmd,

Vepfird.

Mamignott

N %

de Heerlijkheydt van Mamignót, dooï haer houlijk èen het
geftacht der gebracht heeft.

Van hier loopt de Teems naer Greenwich,dax. is, de groene Greenwick
Inham,
(want de kromte van een rivier wort in Duyts Wi.jk
genoemt) eertijdts was het zeer bekent door de haven Van
de Deenfche vloot,en door de Deenfche wreetheyt,betoont
aen Ealpheg, Aerts-biftchop van Cantelbergh, den welken
Zy in \'t x: I D X11 jaer ons Heeren, na veel zeer groote pij-
nen , door-fteken hebben: wiens doodt Ditmarus Marfe-
purgius,die toen leefde, aldus befchreven heeft in het acht-
fte van zijn Tijdt-boeken: Ik heb verftaen uyt den brief Noik-
van Seuvaldus > een deerlijke ^ en daerom gedenkwaer- mannen
digedaedt, dat de ontrouwe Deenen, waer vanThurkil
zijn deid"
noch Overfte was, dien trefiijken Pr^laet van de Stadt van ^
Cantelbergh, Ealpheg, met noch meêr andere gevangen,
met boeyens, met hongers-noodt, en onuytfprekelijke pij-
nen gequelt hebben. Ja zoo deze door menfchlijke broos-
heydt bewogen zijnde , belooft haer een zomme geldts, cti
om die te verkrijgen, heeft hy een beftant geftelt, om te
zien of hy hier niet, door een aengename
Verlofling, de
tijdelijke doodt zoud konnen ontgaen, hem ondertuftchen
dikwijls zuy verende met veel zuchten, om Godt den Heer
een levende offer op te offeren. Den beftemden tijdt ove-
righ zijnde, zoodaeghtdat vreeflijk wanfchepfelder Zee-\'
roovers defen dienaer Godts, en eyfcht met zware dreyge-\'
menten van hem, dathy in aller haeft betalen zoude het
vry-gelt dat hy hem belooft had. En hy, gelijk een onnofel
Lam, zeght, hier ben ik, bereydt tot al wat ghy voorneemt
aen my te doen , om Chriftus liefde, op dat ik verdiene een
voor-beeldt zijner dienaren te wórden. Ik ben heden niet
beroert j dat ik voor u een logenaer fchijne, heeft niet mijn
wil, maer de ftrenge armoed gedaen. Dit lichaem , het
welk ik in deZe balhngfchap boven maten bemint heb,ofFe-
re ik u op als fchuldigh, en ik beken, dat in u macht is daer
mede te doen wat ghy wilt: maer mijn zondige ziele beve-
leik ootmo
edelij ken aen den Schepper van alles, u al te
zamen niet aenziende. Als hy dit gezeyt had, zo heeft hem
de Godlooze hoop omringt, en hebben verfcheyde wape-
nen gebracht om hem te dooden. Het welk haer Overfte
Thurkel van vêr ziende, komt haeftigh aen-geloopen, en
roept, ik bid u , doet zoo niet, ziet dit goudt, zilver, en al
wat ik hier heb, oft eenighzins bekomen kan, uyt-geno-
men alleenlijk mijn fchip, geve ik u al te zamen uyt een
goedt hert,op dat ghy niet tegen den gezalfden des Heeren
zondight. Maer haer ongetemde toren, harder als yzer en
fteenen , wordt geenzins door die zoete aenfpraek ver*
morwt, maer door \'t onnoozel vergote bloedt bevredight,
het welk zy gelijker-handt met offe-hoofden, en met een
flagh-regen van fteen en hout uyt-geftort hebben. Nu is
die plaets zeer vermaert door de Koninglijke huyzen, de-
welke Humfred, Graef van Glocefter, gebout, en
Placentia
genoemt heeft: de zevende Henrijk heeft het treflijk ver-
meerdert, en daer een kloofter by-gevoeght van de bidden-
de orde, en heeft dien tooren volmaekt, dewelke die Her-
togh Humfred op een hoogen heuvel begonnen had, van
waer een aengename uyt-zicht is in de krom-om-gaende
rivier, en in die groene weyden. Maer nu is zy flerlijker en
grooter gemaekt, door haer nieuwen
inwooner Henrijk
Howard,Gmc£v2Ln Northampton, dien zy daer voor te dan-
ken heeft. Doch de grootfte eer van dit
Greenwichisdc
Koningin Elizabeth, dewelke hier gebooren, geheel Enge-
landt, ja de gantfche wereldt met de klaerheydt van haer
Koninglijke deughden zoo befchenen heeft, datmen haer
lofoveralniet genoegh uytfpreken kan. Maer over-loop
ook die veerzen van
Greenwich, van onzen ouden Leiandus
gemaekt :

Ziet hier dieplaetß lang begeert,
Hoe datze blinkt, en haer vereert,

Gelijk een huys zeer fchoon gebout»
oft als eenßoel van louter gout.

Wat toontze hooghten dieze heeft,
Mn venßers daer a\' haer uyt-zicht geeft j
Zoo menigh tooren als \'er is

Rey kt naer den Hemel meizijn fpits.

De fchoone boomgaerts zijn \'er veel^
Bn van Tonteynen een groot deeL
Blorabewoont de fihoot van\'t lam ^
Bn geeft haer bloemen veekrhant:\'

Haer

-ocr page 173-

m

T.

i4y

ter wat meêr inwaerts, light Cohham, ove r langen tydt de
woonplaets van de Baronnen van
Cohham,m^x. vi/elke de laet-
fte lan Céham^d^ een Collegie, en het kafteel tot CouliJ^
gebouwt heeft, die een eenige dochter naliet, dic huy^ tZt " \'

vrou wierd van den Ridder lan de/^ï Pö/i?, de welke inigelijx

\' haer eenige dochter loanna, aen velen uytgetrout, gebaert
heeft, doch heeft alleen byReginald^r^y^röf/\' kinderen ge-
hat. Maer haer derde man lan van
oldcaftleM, terwijl hy be-
Ik heb hier niet anders aen te tekenen, als dat (op dat dcr zigh was om iet nieus in de Godts-dienft in te voeren, ge-
wei-verdienden gedachtenis door my niet in vergeten gc- worght, en daer na verbrant. De eenige dochter lohanna ,
rake) Guilielm-us Lamhardus, een man niet alleenlijk van diezc by Reginald
Brayhrooke had, is getrouwt acn Thomas
groote geleertheyd, maer ook van zonderlinge Godtvruch-
Brooke,xxyt het Graeftchap van Somerfet,van welke Henrijk
tigheydt, hier een huys gebouwt heeft, om dc armen te on-
Brooke,^2L]:on van Cohham,r\\\\\\ de zeftc was, die, om dat hem
derhouden, het welk hy genoemt heeft, het Collegie van het geluk niet in alles diende,zeer mismoedig zijn eed tegen
de armen der Koningin Elizabeth. Hier achter acn light zijn zeer zachtmocdigen Vorft gebroken heeft, en tot het
het Koninglijk vcrtrek£//^4z^,naeulijx drie mijlen van hier, vonnis van dc uyterfte ftraf geraekt is. Doch is tot een eeuwig
op een omwegh, het welk Antonius .S^r^Biftchop van Dur- voor-becit der Koninglijke barmhertigheyt over-gebleven.
ham, en Patriarch van lerufalem, hier gebouwt, en aen Ko- Van
Graves-end ftrekt zich het landeken //ö,als een half
ningin ^leonoor, des eerften Edwards huys-vrouw, ge- eylant, tuflchen de Teems, en gelegen, hier zeer

fchonken heeft, als hy het erfdeel van dc Vefeys na zich ge- vêr ten ooften uyt,niet zeer gezont van gelegenheyt; in die ^^
trokken had, aen welk die plaets te voren toebehoorde, plaets is die groote ftadt
Cliffe, genoemt na het berghjen Cliff.
Want men zeght,dat die Biflchop,den welken de laetfte Ba- daer zy aen gebouwt is. Maer of het dat
Clives-at-Ho is, al
ron
\\2inVefcy tot Vooght over zijn erf-goederen geftelt had, waer het vermaerde Synodus gehouden is , in den eerften
op dat hy dat zelve zijn onecht zoontjen overgeven zoud, aenvang van de Engellche kerk, durf ik met anderen niet
niet ter goeder trouwen met dat wecs-kint gchandelt heeft, beveftigen , om de gelegenheydt; want de plaets is niet zeer
Beneden
Greenwich heeft dc Teems veel dijken door gc- bequaem om een Synodus te houden, en het fchijnt dat het
broken, door de welke veel bundcren landts verdronken dat
Clives-at-Ho in het Rijk der Merciers geweeft is.
zijn , waer tegen nu vele eenige jaren met groote onkoften Dc rivier
Medweg , nu Medway, in \'t Britanfch, zoo my
gewerkt hebben, en hare landen naulijx tegen den grooten dc waerheyt niet ontvliedt,
Vag genoemt, waer by dc Saxen
inval van de wateren konnen befchermen. Hier Ipruyten
Aïed gevoegt hebben,heeft zijn bronnen in het bofch Ande-
dc Lepel-bladen met ovcrvloedt, welke zommige Artfen rida, het welk Wealde, dat is, het hofchachtige landtfchap ge- Wedde.
willen dat het van Plinius zy, met welke naem noemt, het meefte deel van dit landt ten zuyden begrijpt,

ik nu van\'t zelve verhaelt heb. Maer hoort Plinius : Het Ecrftlijk,tcrwijl de rivier noch kleyn is,vloeytze voorby P^«^-
leger in Duytflandt, zeght hy, van Cïcfar Germanicus over
hurft, de wooning van het oud gcflacht dctSidneysAt welke \'

den Rhijn gevordert, was aen de zee-kant ccn bron van haer gcflacht rekenen van Willem van 5^^;?9,Kamerling van
zoet water, welk gedronken, deed binnen de twee jaren de den tweedenKoningHenrijk. Uyt welke geweeft is dien ver-
tanden uyt vallen, cn dc voegen der knyen verzwakken, maerden Henrijk Onder-Koning van lerlant, die by
De Artfen noemden dit quaedt
Stomacace , oft Sceletyrbe, de dochter van lan Hertogh van Northumberlandt,

dat is, dlaeu-fchuyt. Hier toe is gevonden een kruyt dat Graef van Warwijk,gcteelt heeft Philips en Robert. Robert
men
Britannica noemt, niet afleen goedt voor de zenuwen, heeft onzen Koning lakob eerfl: gegeven den tijtel van Ba-
en \'t quaedt in de mont, maer ook voor dc huygh, cn dc ron
Sidney van Penshurfl , en daer na den eerlijken tijtel van
flangen,&c. De Vriezen,die daer gelcgert waren,hebbén \'t Onder-Graef van
nfte. Maer die Philips kan ik, zonder la- Onder-
de onzen cerft vertoont. En ik ben zeer verwondert over fter waerdig tc zijn,niet ftilzwijgend voorby gaen,die groote g^^efva»
den oorfpronk der naem, \'tzy zy , aen de zee grenzende, morgen-ftar van dit geflacht,die groote hope voor alle men-
het zelve aen het nabuurigh Britannien
toc-geeygent heb- fchen, wacrachtigh voor-beelt van de deught, en liefde aen
ben. Nochtans brengt de zeer ervaren Hadrianus lunius de geleerde werelt,is,met de vyanden by Sutphen inGelder-
^zkt\'i»
een ander en waerfchijnlijker reden van dic naem, in zijn landt vechtende, kloekelijk gebleven. Diz hdiz Sidney, Barl^hire.
Namen-boek, voor den dagh, dien mooght ghy , zoo \'t u Godt gewilt heeft dat hy daerom gebooren zoude worden,
belieft, na-zien ; want het woordt van
Bntannica\\xcQix. my op dat hy in onzen tijdt toonen zoud het proef-ftuk van de
hier van mijn ftreck getrokken. ouden; en zoo onvoorziens tot zich getrokken, om dat hy

Dc Teems daer na haer oevcren benaeuwende, gemoet den hemel als der aerde waerdiger was. Zo wort volmaekte
Acïivi&iDarentum, dewelke, van Suthrey afkomende, deugt haeftelijk uyt onze oogen weghgenomen,want de be-
met een zachten loop vloeyt niet vêr van
S^ven-oke, na ze- ften duuren minft. O Sidnej \\ zo het gcoorloft is te fpreken,
ven eyke-boomen van zeer groote hooghte,zoo men zeght, ruft in vrede, wy zullen u niet met onze tranen, maer met
genoemt, by O-ctan-popo, nu
Otford, bewuft van de Deen- verwondering vereeren. Ai wat wy in u bemint hebben,
fe nederlaegh in het
m x v i jaer: het is zeer treflijk door (gelijk die befte fchrijver fpreekt van den allerbeften be-
zijn Koninglijke gebouwen, de welke Warham, Aerts-bif- fcherm-heer van Engelant) wat wy in u bewondert hebben,
fchop van Cantelbergh, zoo koftelijk voor
zich,cn zijn na- blijft, cn zal blijven, in der menfchen herten,tot in der eeu-
komelingen daer gebout heeft,dat, om dc nijt te verdrijven, wigheyt, en in der dingen roem. De vergetenheyt vergeet
zijn naefte navolger Cranmerus met den achtften Henrijk veele, als geen eere waèrdigh , cn onedel. Maer
Sidney zal,
verwiflHen moeft. Wat laeger aen de Darent, de welke aen aen de nakomelingen vertelt, altijdt overigh zijn. Want
zijn mont
Darentford, gemeenlijk Dartford, een groote en a fClct^, gelijk die Griek zeght, K^eios-oytg ela-t ja^o^^s.
wel-verzochte markt, tot zijn naem aenneemt, light
Lui- Van hier bevochtight dc Medway,Tunbridg,éAQX een out Tmbridg,
lingfton
, alwaer eertijdts een kafteel was, de wooning van kaftecl is, dat Richard de Clare gebout heeft, dewelke dit
dat edele gcflacht van de zelve naem. Waer by het rivier- ontfangen heeft door wifl!eling voor
Brionien in Norman-
ken Cr^-t t\'zamen vermengt word,-
aen wiens ondiepte Crff- dyen. Want zijn groot-vader was Godfred , natuurlijke
tanford, nu Creyford genoemt, de Sax Hengift, in het acht- zoon van den eerften Richard, Hertogh van Normandyen,
fte jaer na der Saxen inkomft,met de Britannen gevochten, Graef van dc Aucenfen, en van de Brionen. Want als men
en met het verftaen der Hooft-licden , haer zoo vcrdclght langen tijdt om Brionien getwift had,zoo heeft Richard,als
heeft, dat hy voortaen haer niet te vrezen had, en in Kent Guilielmus Gemeticenfis fchrijft, voor de eylch van dat ka-
zijn Rijk
geruftelijk geftelt heeft. ftccl ontfangen dcftad Tunbrige in Engelant.Men zegt ook

Van dtDarent,loi de mont dcxiAIedweagjocnci dcTcems dat hy de ronte van Brionien met een koorde zoud omge-
niceals eenige kleync ftedekens,die men, als van geen ach- mecten hebben, en dat dezelve koorde in Engelandt ge-
ting , vry ftilzwijgend voorby gaen mach. Onder die hou- bracht wierd,wacr meê
Tunbrige gemeeten is,en heeft in de
denze nochtans de voornaemfte tc zijn
Graves-end, zoo be- ronte even zo groot geweeft als Brionien. Maer de Mayery
kent als eenige ftadt in Engelant;wanc hare
haven,tuffchcn van Tunbrige,genoemt wort, hebben zijn nakome-
Kent cn Londen, heeft den achtften Henrijk aen beyde de lingcn, de Graven van Gloccftcr, bezeten door leen-rechc
zijden van de ftrant met bolwerken beveftight. Hier ach- van de Aerts-biflTchoppen van Cantelbergh, met die voor-

Y y waerde.

N

E

K

Haer hoven die zijn op-geßert
Van alle kleur, die Flora ftiert,
Ik acht den oordeelaer hier van
Geweefl is een
verftandigh man,
Om dat hy dezeßhoone ftrant,
En dees play fier ige zee-kant,
En dezeplaetze aengenaem,
Gegeven heeft de rechte naem.

Eltham,

Ho.
1^03.

Leeßhet
hoek^, vm
Durham.

The
Breach.

Scurruy-
grafTe,
oft
Lepel-bla-

Van het
Engelfe
krujt.

Ziet in de

ejUnden

van Enae-

ö

landt van
het Engel-
fe ipapenr
huys.

Seven ek^

Otford.

I ■ =,

■1

)artford.

. lulling-
Jhfi.

liHi

ü i;

I\'S;\'

,■11

^Graves-
^end.

i t-- »

-ocr page 174-

iC Ä N T ! V M.

waerde, dat de Senefchallen, en hare kinderen, op delnm- zoud. Barthofomjeus de Baäilßner heeft dit kafteel gehou-
mfitie der Aerts-biflchoppen , onder hare beicherming den, in welke hyzijn huys-vrouw en kinderen gelaten heb-
Mere- zouden ftaen. Van daer valt de Medway af,niet vêr van Me- bende, is met de andere Baronnen verreyft,om de goederen
wmk yeworth, alwaer huyzen als kleyne kafteelkens zijn, die van van de Dejpencers te vernielen. Maer ondertuftchen beflo-
de Graven van Arundel gekomen zijn aen de Heeren
ISle- ten zijnde, en wanhopende van hare verlofllng, zijn de Ba-
viUs van Ahergevenny, en Le Defpencer, wiens rechte erfge- ronnen met de haren tot KingHon toe gekomen, cn hebben
naem is Maria aen wien,en aen wiens erfgenamen Ko- gebeden, door hare tuflTchen-gezonde Biflchoppen van
nino-ïakob , in \'t eerfte Parlament dat hy gehouden heeft, Cantelbergh , en van Londen, en van den Graef van Pem-
herftelt,gegeven,en vergunt heeft, den naem, ftijl,tijtel,eer, broek, dat de Koning de belegering op-breeken zoud, hem
Bmmefe en waerdigheydt van BaronneflTe Le Deffencer, &c. en dat belovende,dat zy,na het naeft-komende Parlament, het ka-
■Le De/pen- [-j^re erfgenamen vervolgens Baronnen zijn van Le Deßen- fteel den Koning in handen zouden leveren. Maer de Ko-
eer,tol in der eeuwigheyt toe. Nu fpoeyt zich de Medrveag ning by hem overdenkende, dat de belegerde niet langer
Vyt de Maidjlm^ welk, wijl het de Saxen Medwegflon, en Oeo- konden weder-ftaen, is door hare hardtne&igheydt verbit-
v7ni^m
peajefüon genoemt hebben, ik geloof dat het Vag n ia- tert, heeft de begeerten van de Baronnen niet willen hoo-
agnta^en, ^ ^ ^ ^ ^^^ ^^^^ Antoninus verhaelt, en Ninnius qualijk ren: welke naer andere plaetfen gekeert zijnde,wort het ka-
Caer-Megwad , voor Medwag in zijn fteden-reex noemt, fteel daer na, niet zonder groote moeyte, ingenomen, de
Ook ftrijt hier de reden der tuflbhen-wijde niet tegen, hier overige op-gehangen, zijn huys-vrouw en kinderen te Lon-
van
2ipviomagum, en daer van de Burohrouen, van welk wy den naer den Towr gezonden.

terftont handelen zullen. Onder de laetfte Keyzers (gelijk De Medweag, het rivierken Lene\'m. zich ontfangen heb-
i als te zien is inde Peutegeriaenfche tafel, onlangs van M. bende, loopt af door zeer vruchtbare akkers, en door het

i Madnsi Velfer uyt-gegeven) wordt het Madvs genoemt j zoo kafteel alvvaer Th. Ridder, uytermaren ge-

i worden allenx by vérloop der jaren de namen verandert, leert, de treflijke en fchoone huyzen wederom op-gemaekt

I Deze ftadt is vol volx, treflij k bebout, en lang uyt-geftrekt. heeft, en komt tot t^ilcsß)rd, by de Saxen Gajlefpjio, van jiilesford,

In het midden is het Palleys van de Aerts-biflchoppen van Henrijk Huntingdon Bßre , by Ninnius Epijford genoemt,
I â€¢ Cantelbergh, dat van den Aerts-biflbhop ïan begon- dewelke verhaelt, dat het zelve in\'t Britanfch

I nen, en van Simon vol-eyndt is; daer wort ook de twee- ^^/^^//genoemt wordt, van de Saxen, dewelke daer over-

de gemeene kerker geftelt van het gantfche landt, en het wonnen zijn, anderen hebben\'t ookgenoemt.
, roemt op groote en zeer vele vryheden, van Koningin Eli- Want de Britanfche Guortimer , zoon van Guortigern,

zabeth ontfangen, dewelke een Mayer tot hooghfte over- heeft hier Hengift, en de Engel-Saxen aen-gerant, dewe^
l
 Twt-^aef, heyt in geftelt heeft voor de Port-graef,die het te voren had^ ke hy zonder orde, midts zy den tweeden aenval niet kon-

; \' welk ik aenteken, om dat het een oudt Saxifch woordt is, en den weder-ftaen, alle zoo verdreven heeft, dat het met

\' by de Duytfen noch een Overfte betekent, als haer gedaen geweeft had, ten ware Hengift, bewuft va»

1 â–  Jlhijn-gra^f, Landt-graef, &c. het aenftaende gevaer, in het eylandt Tanetum vertrok-

I Hier, omtrent de Vagniacen, wordt de Medweg vergezel- ken waer, tot dat de onoverwinlijke aenval der Britannen

I \' ft:hapt van het ooften met een ander rivierken , het welk verflaeuwen, en de gantfche hulp uyt Duytslandt komen

! zijn oorfprong neemt by welk by Antoninus waer- zoud. In deze flagh zijn van beyde zijden gebleven de Her-

I DHYole-\' fchijnlij ker Dvro len vm is, enwort qualijk ineenige togen Catigernus Britan, en Horfa een Sax,,van welke

nnm. yoot-hcdó^tn Durolevum genoemt, \\V2int Dur olenumheia- deZe by/f^r/^f^?!, niet vêr van hier, begraven ,de*plaets zijn Horfled
kent by de Britannen het water Lenum , behalven de over- naem gelaten heeft: den anderen, als een treflijk Lijk uyt- bet graf
blijffelenvandenaem, bewijft ook de verdheydt van D v- gedragen zijnde , gelooftmen dat by Ailesford begraven
rovernvm en Dvrobroven, dat dit Durole- is, daer die vier groote fteenen op-geright zijn, en andere
num is , op dat ik de gelegenheydt van de Burger-meefter- daer wederom dwers over, even als de Britanfche gedenk-
wegh der Romeynen zwi]ge,dewelke eertijts van
DoverfäXs tekens, welk Stongheng genoemt wordt. Want dit noemt
Higdenus Ceftrenfts verhaelt) midden door Kent heenen het onervaren volk na Catigern tegenwoordigh
Keit coty
gegaen heeft. houfe. Men mach ook Boxley niet verzwijgen , dat daer Boxle^.

:Eoktofi In de buurt by Bohon Malherb, heeft het edel geflacht zeer naby light, alwaer Willem van Ipren,Graef van Vlaen-

Malherb. dei Wott om \\3.ngge\\y oont, van welk by ons gedenken ge- deren, in het cid c x l v jaer een kloofter getimmert
bloeyt heeft Niklaes
Wotton^ Dodor in de Rechten, dewel- heeft, voor de Munniken van Kent, dewelke van Clara-
ke van den achtften Henrijk , den zeften Edward, Maria en vaüe van Burgundien derwaerts over-gezonden waren:
Elizabeth K. K. K. K, en van den hoogen Raedt, negen weynigh daer van af aen den anderen oever, daer recht te-
mael voor Gezant in vreemde landen j driemael om vrede gen over, is
Birling, eertijdts de Baronnie van de Mami- Brrlmg.
tuflchen de Engelfen, de Schotten, en Franfen gezonden J^ots, daer na van de Says, wiens erfdeel daer na door hare
geweeft, en heeft het lange perk van zijn leven af-geloo- vrouwen gekomen is aen de geflachten van
Clinton, Fienes, ^
pen met een groot lof van zijn Godtvruchtige voorzich- en Aulton.
Wotton
tigheydt j en Edward Wotton, zijn na-neef van zijn broe- Aen den ooft-oever van de Medweag (als ze HaÜing voor- u^iHf^^
Baron. der, den welken Koningin Elizabeth , om zijn veelvoudige by geloopen is, alwaer Hämo de Hé-^/y^r, Biflbhop van Ro-
ervarentheydt van zaken , Schat-meefter van het Koning- cefter, fchoone huyzen voor zijn nakomelingen gebout
lijke hof, en Koning ïakob, Baron
Wotton de Merlay ge- heeft) een weynigh hooger light de oude ftadt, dewelke van
maekt heeft. Antoninus
Dvrobrvs, DvROBRiVA,en elders Dy.rohre\'

Jfet kafleel Nu heeft deze rivier niet meêr overigh, dat ik u verhalen beter D v r o p r o v ^ oft D v r o b r o v ^, by Beda
Leedes. rnach , als alleenlijk het kafteel Leedes, het welk een werk D v r o b r e v i s , en in \'t zakken van \'t Roomfche Rijk, ^

Bet ge- geweeft is van de edele Creveceurs, die in de oude fchriften zoo is deze naem door het verloop der tijt verkleynt, Roibis
ßacht van
yan Creveceur, en Crepito corde genoemt worden. Daer na genoemt wierdt, waer by Ceafcep gevoeght, (het welk van J^ILzeven
Crevequer.
^yas het de ongelukkige wooning van Bartholomisus,Baron het Latijnfche woonCajlrum gebogen,by onze voor-ouders Rotbü.

deBadilßner,die het troulooflijk tegen den tweedenEdward, een ftad oft kafteel betekent heeft) het zelve J:5|iovecea]"ceji, Wat Cea-
van wien hy het te fchenk ontfangen had, fterk gemaekt, en by ons wat korter
Rocheßer genoemt wort, en in \'t Latijn fter is.
doch daer na zijn rechte ftraf voor zijn ontrouwigheyt gele- Roßa, van een zekeren Roffm, als Beda raemt doch het ^o^beßer.
den heeft, en op-gehangen is. Leeft, zoo het u belieft, de fchijnt iet van den ouden naem Durobrovis in zich te be-
gantfche zaek uyt het verhael van den zeer edelen man houden. Men behoeft ook niet aen de naem te twijffelen,
Thomas de
De-la-More, die toen ter tijt geleeft heeft,dat ik wijl het, behalven de gemeene wijs van reyzen, en het zeg-
onlangs uyt-gegeven heb: In het
cid ccc xxl jaer is gen van Beda, wel uytdruklijk in den gront-brief

de Koningin Izabella gekomen by het kafteel de Leedes^ van de groote kerk genoemt wort.Ditvermaen ik nochtans,
omtrent de Feeft-dagh van S. Michiel, en heeft daer willen dat ik in de gedrukte boeken van Beda
Darvervum gelezen
over-nachten, maer haer wierd verboden daer in te komen. heb,daer in de gefchreve
Durobrovis ftaet. Het light in een
Hier over was den Koning zeer geftoort, dat op-nemende, dal, en is ten deel omcingelt met zeer flechte muuren: het
dat hec tot zijner kleyn-achting gefchiet was, en zommige is, als Malmesburienfls verhaelt, kleyn van begrijp zoo dac
van zijne nabuuren, uyt Eflex,en Londen by
-een-geroepen het in voorlede tijden , meêr voor een kafteel, als voor een
hebbende, heeft geboden, dat men dat kafteel belegeren ftadt gehouden wierdt, Beda noemt het, het kafteel der

Ken-

-ocr page 175-

K E ,N T. ^^^

Kentenaers. Maernu is het aen het weften, zuyden, cn vonden, in ovens heeft fcalk en kooper-root beginnen te
ooften zeer groot door zijne voor-ftcden. En is door veel branden. Het heeft acn dc wcft-zijdc een treflijk en fterk
gevallen vergaen. Het is in \'t
d g lxxvi jaer onzes Hec- kaftecl,het welk de derdeKoning Edward daer geftelt heeft-
ren , van .Stheldrcd dc Mercier ncér gcftuctcn, en daer na gelijk hy zelfft:hrijft: In een aengenaraegelegenheydt , toe
dikwijls van de Deenen vernielt. Koning^thelbert van (chrik dcr vyanden,en trooft des volx,aen welk hy ccn Bürg
Kent,heeft daer een heerlijke kerk opgeright, welke hy met ter eeren van Koningin Philippa van Henegou gevoeght,
Biflthoplijkc waerdigheyt vereert heeft; en aen luftus, den en
^eenborrough, dat is, der Konmgmne Burgh, genoemt QueeH-
eerften Biflchop, toc-geeygent; maer als dczc van ouder- heeft. Nu is hier over tot Vooght geftelt D. Edward Hobey^ borrough^
dom begon te vervallen, heeftze Gundulph omtrent het u de welke zijn vermaert verftant inzondcrheyt met geleerde
lxxx jaer wederom hermaekt, heeft daer de Priefters uyt- oefleningen verfiert heeft. Ten ooften is eertijts Shurlmd^

gedreven, cn Munniken ingevoert, de welke daer nu weder- de wooning der cheineys, nu van Philips Herbert, tweede
om uyt-gedreven zijnde, zoo zijn \'cr een Deeken, vier Pro- geboore zoon van Henrijk, Graef van Penbroek, dic den
vcniers,cn Scholieren in de plaets geftelt. Omtrent de kerk Koning lacob op eenen dagh Baron Herbert van
Shurlmd,
light aen de rivier een kaftccLvan werken gelegenheyt zeer cnGmcfvanMontgomerigemaektheeft.
fterk.hct welk men zeght,dat Odo, Biflchop van Bajok, en Dit cylandt behoort onder de Hundred van Midletsn,
dc Graef van Kent gebout hebben. Maer zonder twijftel genoemt na de ftadt Midleton, nu Milton. Dit was eertijdts Miltm.
heeft dit de ccrftc Willem gebout, want men leeft in het boek een Koninglijke hoeve^ en mcêr vermaert als het nu is,hoe-
van
Bomefday: De BiflTchop van Rovecejler houd in Elesford v/el dc Dccnfe zee-roover Hafting, om het fchade te doen,
voor een
Efcambie des lants,waer in een kafteel light. Het is een kaftecl daer na by in \'t d c c c x c 111 jaer geveftight
nochtans zeker dat Biflchop Odo, als hy twijffelde van dc heeft. In de buurt ziet men i\'/mV/^W^/, vol herbergen, cnde
verandering der dingen > dit tegen den Rooden Willem in overblijffelen van het kafteel
TongAc oude woon-plaets van
gehouden , en eyndlijk door gebrek van nootzaeklijkheên Gunccliin van
Badil/mer, een man van grooten Adel, wiens Jlachtvan
gedwongen,niet alleen het kafteel overgegeven heeft, maer zoonBartholoma^us, Gunccliin voortgebracht heeft, die Badtlfwtit%
ook van zijn ftaet berooft en gebannen i^. Van de herbou- van de erfgenamen Van Radulph Fitz-Bcrnard, Heer van
Textus ^^^ kafteel,hoor de Textus RoffenfuiKh den twee- Kingfdorvne, geteelt heeft den moeyt-makenden Bartholo-

Üo^enfts, den Koning Willem niet wilde beveftigen de gift van Lan- maeus, van welken ik gefproken heb, de welke van Margrictf
ten om beek. ^^^^^ > van de Mayery van Bedenham, in \'t Graeffchap van cUre ontfangen heeft^:gidius, zonder zonen geftorven -
^et de Buckingham , gedaen aen de kerk van Rochefler \'t zy dat Margeria, huys-vrouw van Vv\'illem Roos van Hamlak-, Mach-
handt ge- Lanfranc cn Gundulf, Biflchoppen van Rochejler, den Ko- teld, huys-vrou van lan Graef van Oxford; Elizabeth >
fchreven, ning i oo ponden in geldt gcvcn. Ten laetften, door tuf- huys-vrou van Willem, Graefvan Northanton, cn daer na
fchen-fpreken van Robert, dc zoon van Hammon, envan huys-VrouvanEdmund vl^^yr^/wi\'^r; en Margriet,huys-vrou
HenrijkjGraef van Warwijk,heeft den Koning toe-geftacn, van lan
Tiptojl: van welke een fchoonc fpruyt van Vorften
zoo voor het geldt, het welk hy eyfchte voor de vergunning en Heeren gekomen is.

van de Mayery, dat dc Biflchop Gundulf, zeer ervaren in Van daer ^et men in een zeer bequame gelegenheydt
\\ metfclcnjdcn Koning het fteenen kafteel
vmRochefier van Feversham, want hier om light het vruchtbaerfte deel van
het zijne bouwen zoud. Ten laetften de Biflchoppen Zeer dit landfchap: het heeft een bequamen oever, om alle din- \'
qualijk over-ecn-komende voor den Koning,heeft Biifchop gen uyt en in tc voeren, zoo dat het nu boven alle nabuuri-
Gundulf een gantfch ftecnen kafteel op zijne koften ge fteden bloeyt. Het fchijnt dat het eertijdts ook gebloeyt
doen maken. En weynigh daer na: De eerfte Koning Hen- heeft , wijl Koning Athelftan daer de wijzen des Rijx, cn
rijk heeft de wacht van dc kerk van Cantelbergh acn de in\'t
d cccc iii jaer wetten geftelt heeft. En die Steven,
Aertsbiflchoppen toe-gelaten, cn dc verzekering van dien de welken het Engelfche Rijk voor hem ingenomen heeft,
tc bezitten tot hare nakomelingen toe , gelijk Elorcntius heeft hier een kloofter voor de Cluniaccnfen gebout,in het
Wigornienfis verhaelt, en heeft haer ook vryigheydt gege- welke den Koning zelve, zijn huys-vrouw Machteld, en zijn
ven om een tooren in die zelve plaets tc bouwen. Na die zoon Euftach begraven zijn. Hier omtrent cn elders door Waerom
tijdt is het eens oft twee mael met belegering gequelt gc- dit landt, worden putten gevonden van groote diepte,
dc datdieput^
weeft, maer toen meeft, als de Baronnen door gewelt van welke eng van mont, maer onder wijder zijn , even als ver- t»Kent
wapenen gantfch Engelant deden beven. En als Simon de fchcyde kamers met haer ftijlen van krijt hebben. Van de-
haer-heftigh, maer tc vergeefs bevocht, cn de ze
putten zijn verfcheyde meeningen. Ik weet\'er niet van
houte brugh vernielde. Daer na hebben lan
Cobham, en te zeggen , ofc zy dac hec de putten geweeft zijn , waer uyt
Robert
Knowlef, die van een laeger ftaet, door lof die hy iö eertijdts de Brirannen het wit krijt gegraven hebben, om
den oorlogh bekomen had,tot de hooghftc eer geklommen haer landen te meflen,als Plinius getuyght: Want i oo voe-
is, hier voor de boute- een fteene-brugh gemaekt, met ten, zoo hy zeght, hebben zy de putten gemaekt, eng van
fchoone vcrwulffclcn van den roof dieze van dc Franfche mont, maer van binnen waren zy wijder,en zoo zijn zy,daer
gekregen hadden. Onder deze brugh loopt de
Medrveag wy van fpreken; en worden nergens als in krijt-achtige aer-
zeer ftreng en
onftuymigh,doch terftont daer na wat ftillcr, de gevonden, \'t Zy men meent, dat de Engel-Saxen dier-

toont een haven voor zoo wel een toe-bereyde vloot, als gelijke hollen gegraven hebben, tot dat zelve gebruyk als

oyt dc zon in oorloghs-tijdt beftraelt heeft, de wclke tot de Duytfcheni van welke zy gefprotcn zijn. Want zy plach- ^

allen tijden gerecdt is ; zijnde onlangs van de doorluchtige ten, als Tacitus verhack, ondcr-aerdtfche hollen tc openen,

Koningin Elizabeth, tot haer befchutting, en tot fchrik der en die boven met veel mift tc bedekken , tot een toe-vlucht
vyanden op-geright, en om de zelve te bewaren heeft zy op voor de winter, en een vertrek voor de vruchten, om dat zy

den oever een fterk bolwerk doen maken.. de felle koude in diergelijke plaetfen verzachten : en wan-

Nu befpoelt de Medrveag wijder cn breeder met haer ge- neer de vyandt aenkomt, en deze hollen open zijn, zoo

krolde, en om-lopende wateren, de vruchtbare, cn zeer ge- worden zy berooft; maer bedekt en toe-gegraven , zijn zy

noeghlijkc akkers, tot dat het eylandt Shepey, het welk wy onbekent, oft bedriegen daer door dat zy gezocht moeten

Het eyland "^ooïVtoïomxyis Foliatin hoxxêicn, dcnv\'m Medrveag v^n worden.

TtliJm, malkander fcheyt, en door twee monden, in de riviere Van daer ziet men op de vlakke ftrant Reculuer , die Reculuef,

Teems gedreven wordt,van welke de wefterlijkeW?/-\'^»\'\'«/-?-- vruchtbaer van zee-flakken, enoefters, en overvloedigh

de oofterlijkc, de welke fchijnt dat zy Shepey van het vafte van ocfter-banken is, by dc Saxen Reaculj-", en by de Ro-

landt af-gefneden heeft, Eaft-Sivale genoemt, maer by Beda meynen en Britannen Éegulbium, gis \'t in \'t boek der Aen- Regulhéum.

Cenlad,cn Tenlett geheeten wordt. Dit is vari onze voor-ou- tekeningen genoemt wort,welk verhaelt dat de Hooft-man

Shepey, ders van defchapen Shepey genoemt geweeft, dat is Mt ey van de eerfte bende \'der Vetafien hier de wacht gehouden

landt van de Schapen^om dat \'er zoo veel fchapen op gevoed heeft, onder de Graef van dc Saxifche ftrandt, ( want zoo

worden, het is zonderling van vruchten overvloedigh,maer wierden in die tijdt de zee-ftranden in deze wijk genoemt)

daer is weynigh boflchagie, het is in de ronte x i mijlen en deze haer oudtheyt getuyght zy door uyt-gegravc pen-

groot. Aen de noorder-oever is een klooftcrken, dat nu ningen der Roomfche Keyzeren. ^thelbert, Komng van

Minller genoemt wordt, van Sexburga, huys-vrouw van Kent,als hy Cantelbury denMunnikAuguftijn vergunt had,

Minfier, Ercombert, Koni ng van Kent, gebout, waer omtrent on- heeft in deze plaets voor hem eenPalleys getimmerte de Sax

bngs een Brabander uyt zekere ftecnen , aen den oever ge- Baflo heeft het met een kloofter verüert, na dat de achtfte

1!

■ \\

s ..

-ocr page 176-

ir

rel

m:

ifli

48

■righcwald, Aerts-bifTchop van de kerk van Cantelbergh
:emaekt is. Na dit kloofter is
Raculf-minfier ook genoemt
;eweeft, na dat het Edred, broeder van den ouden Edmund
len Chriftus kerk te Cantelbergh gefchonken had. Maer
lö is \'er niet meêr te zien als een boeren dorpjen,en zoo \'er
aoch iets overigh is van de naem, die heeftze van het kloo-
fter, wiens fchoone fpitfe toorens heden de fchippers te nut
zijn, om eenige ondiepten en banken in de mondt van de
Teems te fchouwen j want,gelijk hy in zijn
Philtppeides ver-
haelt: %

j)e Swaen-dra§eht^ rivier Tamifis, Ues • die ziet "
Dat hareJiroom zich mengt met zwaer en zuur verdriet.

Nu zijn wy gekomen aen het eylandt Tmet, welk door
een kleyne tuftchen-door-lopende kolk van het vafte landt
afgefcheyden wordt van de
xWieieStour, by Beda Wantfum
genoemt, die in dit bofch-achtigh lant T^^ Weald genoemt,
met twee onderfcheyde rivierkens vermeêrdert, zeer fnel af-
loopt , en bezoekt
Ashford en W\';, twee bekende koop-fte-
dekens : welk alle beyde haer Collegien van Priefters heb-
ben ; dit is van lan
Kemp, Aert-biftchop van Cantelbergh,
die hier gebooren is, het andere van den Ridder R.
Fog ge-
bout j ook heck.Wy zijn bronnen gehadt, waer in Godt een
wonderbaerlijke genade geftort heeft, door het gebedt van
een zekeren Munnik van Normandyen, zoo men Rogier
van
Hoveden gelooven mach, den welken ghy , zoo ghy in
wonderen vermaek fchept, lezen mooght. Daer na
chil-
ham.,
oft gelijk het andere noemen ïulham, waer noch de
puyn van een oudt kafteel is,dat men zeght, dat een Fulbert
van Dover getimmert heeft, wiens manlijk geflacht haeft-
lijk vergaen is in een vrou die zijn erfgenaem was, de welke
Richard, natuurlijke zoon van Koning lan , ten houlijk ge-
nomen heeft, met dit kafteel en erf-gronden , en zy heeft
hem twee dochters gebaert, Lora, de huys-vrou van Wil-
lem
Marmion , en Izabelle , de huys-vrouw van David van
Strathbolgy,G\\:ixtïvan Atholien inSchotlant,en moeder van
die Graef lan van Atholien, de welke dikwijls om gequetfte
Hoogheydt verwezen , ten laetften, op dat hy zoo veel te
zichtbaerer zijn zoud, als hy edeler was,tot Londen aen een
galgh, 50 voeten hoogh, gehangen, halflevendigh onthalft
is , en de romp, dat b^y ons een uytermaten en zeldene wijs
van ftraffen i;s,in \'t vuur geworpen. Zijn goederen verbeurt
gemaekt zijnde, zoo heeft de eerfte Koning Edward dit ka-
fteel , met de vryheydt van
Felebergh., aen Bartholom^eus
van
Badiljmer gefchonken, de welke om zijn verradery, als
ik terftont verhaelt heb, infgelijx van \'t zelfde vervallen is.

Het gerucht gaet ftantvaftelijk by de inwooners, dat ïu-
lius C^far , in de tweede tocht in Britannien, hier gelegert
heeft, en dat zy daerom
lulham, dat is, ïulius Wacht oft Huys
genoemt i en ook de waerheyt, \'t zy ik my bedriegh, houdt
het met haer. Want Csefar zelve zeght, als hy by nacht xii
duyzent fchreden van den oever gegaen had,dat hy aen een
rivier eerft met de Britannen gevochten heeft : en dat hy
daer , als hy hen daer in het bofch gedreven had, zijn leger
fterk gemaekt heeft, alwaer de Britannen, veel boomen af-
gehouwen hebbende , door de natuur en haer arbeyt, een
zeer fterke plaets in gehadt hebben. Want deze plaets is
net 1 i mijlen van de ifrandt, ook is \'er anders geen rivier
talTchen beyde, zoo dat het noodtzaeklijk geweeft is, dat
hv met zijn eerfte leger tot hier toe quam :. in welk hy zich
tien dagen verhouden heeft, om zijn vloot,die door onweêr
wat fchade geleden had j te vermaken, en van daer te voe-
ren. Omtrent deze ftadt wordt een graf, met groene zoden
bekleet, vertoont, in welk men zeght, dat over veel jaren
Jullaber begraven light , die by zommige gezeyt wordt een
Reus geweeft te zijn, en by zommige een Tovenaer. Maer
wijl ik acht dat \'er iet in deze naem van ouder gedachtenis
fchuylt, zoo heb ik my zeiven byna ingebeeldt, dat La-
berius Durus , Hooft-man der zolda^n\',, hier light j dien
de Britannen op den wegh van dat vostfnoemde leger ge-
doot hebben, en dat het graf daer van
lullaber genoemt is
geweeft.

Vijf miilen van hier befpoelt de Stour zeer fnellijk, met
een gedeelde kolk,
Durovernum, de voorneemfte ftadt van
die landt, en heeft aen de zelve de naem gegeven 5 want
Durwhern betekent by de Britannen een fnelle rivier. By
PtolomsEus wortze voor
Durovernum, Davernum genoemt,
by\' Beda en andere
Dorobernia, by de Saxen Cant:-pajta-by-
jiig, dac is,
defiadt van V uolk van Kent, by Ninnius en de
r I V M,

N

A

;it i

■i; i
i:!

in

De riviere
Stom,

ti
HH

hl

?\'

sr [

il \'
tf,

:

ir ;

Chilhm,

tdbertHS
de Dever.

[i
ft ,

1:

\'if\'

130«^.

in

\'i\' (

i: i

• ■ 1

Lahenus

Durm
Overfle»

Britannen Caer-Kent^ox is, de ftadt Kent,h^ ons Canterbury, Canter-
en by de Latijnen Cantuaria:^QX. is een zeer oude ftadt,zon-
der twijffel is zy by de Romeynen zeer vermaert geweeft:
Zy was niet zeer groot (gelijk Malmesburienfis zeght)noch
ook niet zeer kleyn, welke door haer gelegenheydt, en na-
buurigheydt van de zon zeer vruchtbaer is, rondom be- "
muurt, bewatert door rivieren, vermaert door de bequaem-
heydt der boflbhen, en daer-en-boven, door dien zy na aen
de zee is, overvloedigh van viflbhen. In \'t bloeyen van de
Saxifche Zeven-heerfching is zy de hooft-ftadt van \'t Kent-
fche Rijk, en des Konings ftoel geweeft, tot datze Koning

Ethelbert,met Koninglijk recht, mildelijk aen Auguftinus ,
Aerts-biflbhop aen het Engelfche
volk toe-gewijdt, gege- Augufii^
ven heeft, die hier een wooning voor zich en zijn nakome- »usderEn*
lingen ftelde. En alhoewel de
Metropolitifche waerdig-
heydt, en de eer der mantel, (dit was een Priefterlijk kleet
dat men over de fchouderen hing, van een fchaeps-vel, tot
wat die
gedachtenis van die, die het verlooren fchaep gezocht, en Mantelis,
het gevonden hebbende, op zijn fchouderen geleyt heeft j
deze mantel is met kruyflTen door-werkt,en van het lichaem
van S. Pieter af-genoii^en ) geftelt was te Londen van den
heyligen Paus GregoriijSj zoo is zy nochtans tereeren
van Auguftinus hier over-gevoert. Want Kenulf, Koning 7^3,
der Merciers, fchrijft aldus aen Paus Leo: Om dat Augufti-
nus zaliger gedachtenis ,die Godts woort aen de Engelfche
volken verkondight, en de kerken der Saxen loflijk ge-
ftiert heeft, in de ftadt
Dorobernia geftorven,en zijn lichaem
in de kerk van den heyftgen Petrus, Vorft der Apoftelen,
die zijn nakomeling Laurentius gewijdt heeft, begraveivis:
zoo heeft het alle de wijzen van ons landt goedt gedacht,
Metropolitifche eet zoud hebben, daer hec
lichaem van hem begraven is , die in deze plaetfen de waer-
heydt van het geloof geplant heeft. Maer\'tzy de Aerts-
biflchoplijke ftoel, en
Metropolitifche waerdigheydt, door
macht van de wijzen, van ons volk, dat is, door macht van
\'tParlament, op dat ik na onze tijdt fprcke, \'t zy van Augu-
ftinus zeifin zijn leven, als zommige willen, hier geftelt is
de Roomfche Pauzen, dewelke naeft daer aen gevolght
zijn, hebbenze hier zoo beveftight, dat zy befloten hebben,
dat zy \'er niet afgenomen zou worden, op de ftraf van ver-
doemenis,en van in het helflfe-vuur te lijden.Het is nu byna \'
ongelooflijk, hoe zy van toen af gebloeyt heeft, zoo door de
Aerts-biflbhoplijke waerdigheyt, als door de treflijke Scho-
le, die den zevenden Aerts-biffchop Theodorus daer ge-
fticht heeft: en hoewel zy door den Deenfen oorlogh ne-
dergeflagen,en door ongelukkige brandt dikwijls meeft ten
deel weghgenomen wierd,zoo is zy nochtans daer na altijdt
fchoonder wederom op-gekomen.

Na de inkomft der Noormannen, na dat de Roode Wil-
lem , als in de brieven van hec kloofter van S. Auguftinus
ftaet, de ftadt van Cantelbergh aen de Biflbhoppen vaft ge-
geven had, die zy te voren door gunft hielden, is zy door de
naem van Godts-dienft, en door weldadigheyt haerer Prae-
laten , en inzonderheydt van Simon
Sudbury, die de wallen
wederom op-gemaekt heeft, niet alleen haer adem verhaelt,
maer als fchielijk tot die heerlijkheyt aen-gewafTen, dat hec
door de fchoonheydt der byzondere gebouwen alle de fte^
den in Engelandt gelijk is j maer in heerlijke gebouwen, en
veelheydt van haer kerken, de vermaertfte plaetfen te bo-
ven gaet. Onder deze hebben twee bovenmaten uyt-ge-
toont, te weten, de kerk van Chriftus, en van S. Augufti-
nus , beyde vervult met Benedidijner Munniken: de kerk
van Chriftus is gelijk als in \'t midden van de ftadt, en recht
zich op met zulke waerdigheyt ten hemel, dat,dieze van vêr
aenzien, tot Godts-dienft aen-geport worden. Die Augu-
ftinus, daer wy van gefproken hebben, heeft deze kerk, van
oudts van de geloovige Romeynen gemaekt, wederom ge-
kregen, als Beda zeght,Chriftus toe-gewijt, en zy is de ftoel
van zijn nakomelingen geweeft, in dewelke 73 Aerts-bif^
fchoppen na vervolgh gezeten hebben. Van deze Aerts-
biflTchoppen hebben Lanfranc en Willem
Corboyl, het op-
perfte deel, en die nahaer gekomen zijn, het nederfte deel "
van die kerk gehat, na dat dit oudewerk door den brandt
nedergevallen was j zy hebbenze tot die grootte als men
nu ziet met groote onkoften,welkhet Godtvruchtige over-
geloof in voor-lede tijden uyt-reykte, gebracht. Want ve-
le , zoo van groote, middelmatige , als kleynen ftaet, zijn
hier met groote giften en gaven t\'zamen-gekomen, om

hec

-ocr page 177-

T.

Ë

K

het graf van den Aerts-biffchop Thomas Becket te zien ; dié en gelijk als tweede Patriarchen van de weereldt, als den
van de hovelingen in deze kerk dootgefteken, om dat hy tweeden Vrbanus gezeyt heeft: dit zoo ook, als de Paufle-
zich voor dc kerkelijke vryheydt hardnekkigh tegen den lijke macht verdreven was, in het Synodus in
\'t cid id xxxiv
Koning opflcldc, van den Roomfchen Paus onder het gé- jaer befloten is, dat zy de voornacmflc en Metropoliteyn van rig ^^^
tal der Martelaren geftelt, met Goddelijke eer gedient, en gantfch Engelandt genoemt zouden worden. Welker waer-
memfleen
met zoo veel gaven over-laden wierd, dat van de kift j waer digheydt onlangs gevoert heeft die eerwaerdige vader in Metropo-
in de overblijffelen van zijn beenderen in geleyt waren , het Chriftus, lohannes Whitgift, dewelke heylighlijk zijn leven \'van
flechtfte deel gout was. Alles blonk, als Erafmus zeght, die Gode,en alle zijn arbeyt der kerk tóegewijt,tot groot nadeel ,

het gezien heeft , lichte, fcheen, en blixemde van koftélij- van alle goeden, ten laetften in het cid id c iv jaer in Chri-
kc ftecnen, en de gantfche kerk dertelde meêr als met Ko- ftus ontflapen is, den welken Richard
Banford^ccn man vart
ninglijke rijkdommen cn de naem van de kerk, te weten voortrcflijke grootheyt,zoo wel van gemoet, als van Raedt,
Chriftus, is als uytgewift geweeft , en verandert in de naem om het Geeftlijke Recht voor te ftaen, tot zijn navolger ge-
van S. Thomas. Deze kerk heeft nergens anders door meêr geven is. Voorts wordt dc noorder Pool boven de Zicht-
vermaert
geweeft,als door dezés gedachtenis, en graf; hoe- cynder van Kent op li graden, en xvi minuten verheven,en
wel zy der anderer graven niet
t\'onrccht booght, inzonder- de langte met xxiv graden, li minuten bepaelt.
heydt dat van Edward, Vorft van Walles , toegenaemt de
De Stour, zijn wateren nu by-een-verzamelt hebbende ,
\' Swarte, als ook het graf van den vierden Henrijk, dien vloeyt voorby alwaer vrou Lora,Gravin vanL ei-

machtigen Koning van Engelandt. Maer de achtfte Hen- cefter, in die tijdt zeer vermaert, haer hart vah de weerekfe
rijk heeft deze zoo veel jaren op-gehoopte rijkdommen luften af-getrokken, zich van alle mcnfchélijke by-een-
verdeelt, en de Munniken verdreven : voor de welke hy in komften af-gezondett, Cn Godt alleenlijk gedient heeft,
deze Chriftus kerk,een Deeken,een Aerts-deeken,xii Pro- Op die tijdt begon Baldwin , Aerts-bifl^ch op van Cantcl-
veniers , en vi Predikanten, die Godts woort in de ombuu- bergh, de kerk van S. Steven, én S. Thomas van Cantcl- S. Steven^
rigc plaetfen uytwerpen zouden, geftelt heeft. De andere bergh; maer hem door dc macht van de Paus, op dat hy de
kerk van deze ftadt, die deze hardnekkelijk nabootfte,heeft Munniken van Cantelbergh niet tot nadeel zijn zoud, ver-
dicht voor de ftadt ten ooften haer plaets gehadt, en was boden zijnde, heeftop-gehouden. De naem nochtans van
Be kerk ^jekcnt met de naem van S. Auguftijn , welke de zelve Au- S. Steven heeft die plaets behouden, en Ridder Rogier
S. guj^ijn , en Koning Ethelbert door zijn vermacn, ter eeren
Mamvood, eerfte Baron van t Scaccarium, van byzondere

van S. Pieter cn Paulus geftelt hebben op dat zy de be- geleerthéyt in ons burgerlijk rech t,aen wiens goedigheyt de
graef-plaets zoude zijn, zoo van de Koningen van Kent, als behoeftige burgers veel fchuldigh zijn , heeft die zelve on-
van de
Aerts-biifchoppen (want het was noch niet geoor- langs ten hóoghftén vereert: en zijn zoon Pieter Mamvood,
loft in de ftadt te begraven; cn hebbenze met groote rijk- Ridder van het Badt, kan ik om zijn deught, en gunft tot
dommen verrijkt, cn den Abt een Muntery, met de macht geleerthcyt en geleerden, niet als met eere gedenken. Daer
om geldt te munten, toe-gelaten. Maer nu is zy meeft in na vloeyt de
Stour door Tor dich, het welke in het boek van Fordich
haer puyn gewentelt, het overigh tot Koninglijke huyzen den eerften Willem,de kleyne Burgh van Forewich genoemt
verkeert, cn vertoont lichtelijk aen dieze bezien, hoe groot wort,vermaert door zijn gepreze Voorens,tot
Stouremouth^
• zy geweeft is. Die Auguftinus was in des zelfs Portael be- al waerze zich, door\'tverdeelen van haer wateren, twee
graven,gelijk als Thomas
Spt met dit graf-gedicht tc ken- wegen opent, cn dc naem verlatende, Wantfmn." genoemt
nen geeft: . , , , wort, makende van het weften én zuyden het eylandt
Tha- .

Fiter light äer Bngelßn Pr&laet, haer deught, haer roem, \'naton, want aen de andere kanten wordt het van de zee be- ^^^ eyUnd
Fher rhfl dien Jugußijn, dien ik voor heyligh noem.
 fpoelt. Dit eylandt heeft Solinus Athanaton , en Tha-

Maer dit fchrijft Beda, dicmen beter geloven mach, met Naton in andere voor-beelden genoemt,de Britannen Inis
dit opfchrift: Rubin, als Afferius getuyght, miiTchien voor Rhut\'ufin, na

Hter ruß de Heer Augußinus Borovenßs, de eerße K^erts- de ftadt Rhutupina, die daer na by light, de Saxen Tanet?,
hi[fchop,dte hier eertijdtsgeßelt is van den heyligen Gregorius, cn Tanc"c-lant>, by oiis Tenet. Het gantfche landt is van wit Tenet.
Paus van deßadt Romen: en van Godt beveflight door de wer~
blinkend krijt,gelukkigh vari kooren-akkers,en van vrucht-
kmg van vponderen, heeft den Koning Ethelbert en zijn volk , bare aerde, acht mijlen in de lengte, en vier mijlen in de

breedte. Hetwierd eertijdts bewoont van 600 huys-gezin- w^^op

nen, waer voormen in Beda, maer t\'onrccht, leeft 600 mij- Engels
len. Dat Solinus fchrijft, hoe dit eylandt van geen flang be- An Hi\'äe
kroopen wordt, en dat de aerde, van hier gebracht, dé genoemt
nanemKoiuciiuc /ictLb-unit-ii^^i^^i.. l^^^x^vw.,. flangen dooden kan, wordt nu onwaerachtigh bevonden, ^orty^nbe-

dachtenis van deze zeven,te v/etén vanAuguftinus,Lauren- Daerom vervalt die oorfpronklijkheydt \'^\'^vdrnyA^x is, ^^^
cius,Mellitus, luftus, Honorius, Deus-dedit, en Theodo-
\'van de doot der Slangengetrokken,htd te niet. Hier hebben °

de Saxen haer eerfte fchatting gedaen , hier hebben zy eerft wantkcx\\%
hare woon-plactfen gehadt, door toe-lating van Vortigern,
aU menge-
hier is haer toevlucht geweeft, hier heeft de Britanfche looft,ister-
Guortimer haer gïootc nederlagen aen-gedaen, als hv haer ^^^
by
Lapidem titult (zoO wordt de plaets by Ninnius genoemt, ^f" ,
die wy nu bykans met de zelfde zin
Stonar noemen , en ge- j/^S^ *
wiflijk een haven geweeft is) gedwongen heeft met der eemvoon^
haeft in haer roof-fchépen te vluchten. En op wclke plaets,
plaets ge-
als hy zeght, hy geboden heeft dat men hem-zoud begra- ^.eytge.
ven,om der Saxen dolligheyt,gelijk hy meende, te bédwin-

gen; gelijk als Scipio Africanus, die zijn graf zoo geboden j^^pj/^f/J^

heeft te ftellen, dat hy Afrijken zien kotlde, meenende dat

11 genoemt t,

dit ook tot fchrik van Garthage zoud dienen. En hier by
Wippedfleete,zoo gc^emt van de SaxWipped,heeft Hengift
deBritannen merrie veldt-flagen vermoeyt en verflagen.

ftus, zijn deze vcerzen in Marmor-fteen in gehouwen
Hier liggen in dit graf van deze gallery,
Zeven Aerts-bijfchoppen, vervolgend\' op eenry y
Zeven
voor-vaderen, zeven Hemelfche flarren >
Zeven Regeerders voor die ongelovigh rvarreu i
Zeven Fonteynen van het Goddelijke landt,
En zeven lichten fchoon, de rvelke zijn
verve ant
Aen "t Hemelfche Palleys ja deze zelve zeven
Schijnen als eenpijlaer by Godt den Heer te leven:
Dees zeven Starrenftaen in
V Hemelrijk ten toon,
En ieder een beeldt uyt een Hemels goude Kroon.
Daer valt niet van de andere kerk, die hier zeer naby is,
te zeggen 3 die, gelijk Beda zeght, van de
Romeynen ge-
timmert , en den heyligen Martinus toe-gewijdt is, in wel-
ke, eer dat Auguftinus hier quam, Bertha, uyt het Koning- ^ ^

lijk(TeflachtdcrFranfen,huys-vrouw vanEthelbert,placht Auguftinus is hier in dit landt na vele ftrijden aen-géko-

in den Chriftelijkcn Godts-dienft tegenwoordigh te zijn. men, wiens zegening dé licht-gelovige Priefters de vrucht-

Van het kafteel aen het zuyd-eynde van de ftadt, nu met ge- baerheydt van dit landt toegefchreven hebben^ en de Mun-

fpletc bolwerken, terwijl het niet zeer oud is, gemoet ons nik Gotcelin heeft uyt-gerocpcn, gelukkigh is het lant van

niets gedenkwaerdighs,dan dat het van dcNoormannén ge- Tanet door zijn vruchtbaerheyt, maer gelukkiger door hec

bout is. Van de waerdigheyt van de ftoel van Cantelberg,die herbergen van zoo veel Godt-brengén dé vreemdelingen,

eertijdts zeer vermaert geweeft is, zal ik niet zeggen,als dat, ja van zoo veel Hemelfche burgeren. Egbert, de derde Ko-

gelijk in de Roomfchc Hierarchye, oft Prieftcr-heerfching, ning van Kcrit, heeft, om de eerlijke vrouw DomneVa, die

de A erts-biflchoppen van Cantelbergh dc voornaemfte van hy tc vooren verongelij kt badt. te bevredigen ^ haer deze

gantfch Engelandt * Gezanten van den Roomfchen Paus, erf-gront vergunt, in de welke zy voor lxx gefalyde Non-

^ Z z nen^

\\

-ocr page 178-

ij.Q C Ä N , T Ã¯ V M.

nen, een kloofter gebouwt heeft, daer Mildceda Overfte Ghy hebt door tiw Latijnfch zoldaet gebracht ten ende,

JSnßer, yg^ geweeft is, die,om haér heyiigheydr,onder het getal der Dien Rutapijnfchen dief die niet als alles fchende,

heyligen geftelt is , ehde Koningen van Kent hebben het Die zelve Dichter heeft ook een anderen Rutupijnfchen Dacrxijner
zelve veel vereert, maerinzonderheydt Withred,de wel- Overften, naemlijk Flavius Sanftus , van vergetenheydt
ke > op dat
ik de wijs van die eeuw uyt zijn gift aentekene, bevrijt in zijn Lijk-dichten, van welken hy aldus gezongen ^^„^\'gants
byde hoop der bevefting een zoode van aerde, die hyge- heeft: EngeUndt*
fchonken heeft, op het heyligh Outaer ftelde. Daer Rhutupen was njerblijt over dees haren Heer,
na is dit eylandt door het roven der Deenen zoo gequelt Die aüe oorelogh^inßilte, leyt ter neer.
geweeft , de welke dit kloofter van Domneva met allerhan- Deze zelve Aufonius eert ook zijnen oom Claudius Con-
de zoort van wreedtheydt befmet hebben, dat het niet voor tentus, de welke groot geldt onder de Britannen door woe-
de gerufte tijden van het Rijk d er Noormannen gebloeyt ker bekomen had, en met uytlandige winften verdubbelt ;
heeft. die,door de doot wegh genomen zijnde, alles hier gelaten
Ook mach
ik niet verzwijgen \'t geen tot zonderlinge lof heeft, aldus in zijn zelve Lijk-klachten:

Wel aen dan droevigh lie dt, gedenkt doch de gezangen
Van uwen ouden oom, wat had ghy een verlangen,
O aerd van Rutupen, wat rj aert ghy vaek verwekt,
Eer ghy Content um had, die geen die ghy nu dekt.
Na der Saxen aenkomft- heeft Rhutupien ook gebloeyt

Rhmupia
de h^ven
van TrutH\'
fin.

Zonderlw der inwooners ftrekt, voornamentlijk van óXctc Margat,

genyver

Ramfgate, en Brodfiear woonen. Want het zijn zeer wakke-
re mannen, die even als
Amphibii, oft Twijffel-dieren , haer
koft te water en lande winnen , wijl zy op beyde de Hooft-
ftoften ervaren zijn : want zy zijn Viftchers en Ploegers,

Boeren en Schippers ■, en die de ploegh in \'t om-ploegen want de oude fchrijvers verhalen , dat het de Koninglijke
van \'t landt ftuuren , de zelve houden ook het roer van het ftadt geweeft is van Ethelbert, Koning van Kent, en Beda
fchip. Na de tijdt van \'t jaer hechten zy haer netten,vangen heeft het de naem van een ftadt gegeven. Daer na heeft hec
Kabeljauw, Haring, Makreel, &c. zy varen, zy voeren haer beginnen af te gaen, en de naem wordt nergens gelezen, als
koopmanfchap uyt: en die zelve meften haer landen, ploe- by Alfredus Beverlacenfis, die verhaelt dat Alcher by deze
gen, zaeyen, eggen, maeyéh haere vruchten, en verbergen- ftadt,
tozn Richberche genoemt, de met roof belade
ze, zijnde in beyde zeer ervaren zoo wordt by haer het Deenen, met zijn Kentena-ers in de vlucht geflagen heeft,
werk in de weereldt gedaen. En wijl hier dikwijls fcheep- Maer nu heeft de tijdt alle haer overblijffelen gantfch wegh
breuken gefchieden, want aen hare ftrandt liggen die af- genomen, op dat men leere dat even de fteden , als de men-
grijzelijke banken voor de Schippers, dieze
The Godwm, fchen,van \'t nood-lot gedreven worden. Nu is het een koo- T
rhe Brakes, The foure foote, The Whitdik (waer van op haer ren-akker, in welke ghy noch den omtrek der ftraten ziet,
plaets in de eylanden) noemen ^ zoo plegen zy grooten vlijt als het kooren daer opgewaflfen is 5 want overal daer de ftra-
te doen om de koopmanfchappen weder te krijgen. ten geweeft zijn, waft het kooren niet zeer overvloedigh,en

Aen de zuyder mont van de Wantfum, die men gelooft welk gemeenlijk Cr^\'y/^ genoemt wordt. Daer

dat haer kolk verandert heeft,is,recht tegen over dat eyland, zijn alleenlijk overigh de haif-vervalle wallen van het ka-
een ftadt geweeft, die van Ptolomeus
Rhvtvpia, van Ta- fteel, op een vier-kante wijs, met tany-zant fterk aen mal-
citus PoRTvs
Trvtvlensi s,voor Rhutupenfis, zoo kanderen gemaekt. Men zoud oordeelen, dat het
B- Rhenanus ons niet bedrieght, van Antoninus
R hitv- waer, op zoo hoogh een gelegenheyt befchout het de voch-
Pis PoRTVS, vanAmmianus Rhvtvpüe Statig, van i^gevl^ktcmTanatum, v/elkedezee, zich allenxkens te
Orofius de\'ftadt en haven van
Rhvtvbi , van de Engel- mgh trekkende, nagelaten heeft. De plaets der ftadt, nu mee
fen,
als Beda by zommige Ruptimuth, ■ de ploegh door-fneden, werpt menigh mael op goude en

van Alfredus Beverlaceniis Richberge, en van ons heden zilvere Roomfche penningen,getuygen van haer oudtheyt.

Ridhrojp. Richboroiv genoemt 5 zoo heeft de tijdt in een en de zelfde en weynigh hierbeneden toont zy\'^haer fpruytfel, dat de

naem cc veranderen gefpeelt. Waer dat deze naem af ge- Saxen na hec zant èon^Spyc, en by ons Sandwich genoemt Sandwich,
fproten is, is niet bekent, wijl nochtans de plaetfen, die hebben. En dit van\'t getal der vijf havenen, als zyze noe-
hier omtrent liggen, na het zant genoemt worden, gelijk als zijnde ten noorden en weften met wallen, elders met

Sandwich , en ^Sandibay : en Rhyd Tafith in \'t Britanfch een dijk,rivier,en graft fterk gemaekt,heeft eertijts deDeen-
zandige grondt betekent, zoo zoud ik, durf ik, het daer van f^ verwoetheyt, en in de voorgaende eeuw de Franfe brant
gaern trekken: Deze ftadt fcheen uyt-geftrekt in het ne- gevoeltinu is het genoeg bereikt,hoewel de haven door ge-
der-hangen van een heuvel. Het kafteel ftont aen de zee op weid zant,en door een groot fchip van den vierdenPausPau-
een verhevener plaets,die daer nu door haer by-een-gevoer- dc inkomft van de haven gezonken, niet bequaem is

de zanden, zoo vêr af is, datz\' \'er naeulijx op een mijl om grooter fchepen, alshaerjuyfte diepte te voeren,
na by komt. Het is zeer vermaert geweeft toen de Romey- - Omtrent
Rhutupyen ftelt Ptolomseus den voor-bergh van Den veer-
nen daer \'t gebiet hadden.Van hier was een geduurige over- Kent, ais de laetfte tip van deze hoek, welk qualijk in eeni- berghvan
vaert uyt Britannien na het vafte lant,en hier zijn deRoom- S*^ voor-beelden Nuncantimn, en Acantimn, by Diodorus ^^nt,
fche vloten aen gekomen. Lupicinus, van Conftantinus in Garion,ew heden by ons The Foreland genoemt wordt.Maer
Britannien gezonden, om den loop van de Schotten en ^Üe de Ëngelfe oevers, hier rondom, worden van de Dich- ^ \'
Pióten te bedwingen, heeft de Herulen,Bataven, en de ben- ^^^^ ^^
Rhutupyen, de Rhutupijnfche ftranden genoemt.
de der Meflfen hier uyt gezet.Ook is Theodofius,vader van heeft ï-uvenalis, daer hy Curtius Montanus, die

de Keyzer Theodofius,(dien de Raedt,na \'t getuygenis van lekker-buyk,befpotte5van de oefters van hier na Romen ge- Engelfe
Symmachus,om \'t bevrede Britannien,Ridder-beelden toe- deze veerzen gefchreven: \' oefiers.

^yt was \'er in mijn tijdt, nOyt was \'er by mijn weten,
Fen aie, als Curtius, mocht meerder oefiers eet en:
Zy waren dan gegroeyt oft aen Circis zee-kant y
Oft aen Lucrinus fteen, oft Rutupijnfchefirant,
^ mjl die aer digh lijk, zonder veel tijdts tefijt en,
Te zwelgen in zijn lijf, in een mael toe te bijten.
En Lucanus:

oft als het woefte fchuym, en Rhutupijnfcheftranden,
Door op-geweld gezwel van b ar en-b oogen branden.
Van de voor-bergh van Kent loopt de ftrant eenige mij-

geftemt had) met zijn Herulen, lovien,Vistoren,en Fiden-
ten (dit waren Roomfche benden)hier na toe gevoert.Daer
na als de Saxfche zee-rovers, met het roven der koopman-
fchappen , de zee door den oever befloten , en onze ftran-
den met geduurige ftraet-fchenderyen quelden , zoo is het
tweede Keyzerlijke legioen,het welk van den Keyzer Clau-
dius uyt Duytflandt over-gevoert, en lange jaren te Ifca der
Siluren in Walles gelegen had,herwaerts over-gebracht,en
heeft hier zijn Overfte gehadt,ondcr de (graefvan dc Saxi-
fche ftrandt. Welke Vooghdy miflchien die Clemens Ma-

Ckmens . . ^ _ _ 1 a ^ \' ------o-----v

. Maximus. ximus gevoert heeft, die, van zijn zoldaten in Britannien len vêr, zich met heuvelen verheffende, ten zuyden. Maer Sandon

voor Keyzer begroet, Gratianus gedoot heeft, en daer na als zy tot Sandon, dat is, Zandt-duyn, en tot Deale, nabuu- Deak.

te Aquileyen van Theodofius om-gebracht is. Want dezen tige kafteelen, welk de achtfte Henrijk by onzer vaderen

heeft Aufonius in deze veerskens van Aquileya, den Rhu- gedenken gebout heeft, gekomen is, zoo zakt zy, en light

tupijnfchen moorder genoemt:

Maximus was wel eer een maffer der zoldaten,
Een die de vpapens droegh, en vollighd\' achterftraten,
Gelukkigh is die geen aen wien \'t Fortuyn zoo dient j
Aen wien de voorfpoedt ü als eengeßadigh vrient.

vlak en open aen zee.By dat Deale,d2.t Ninnius Dole noemt, Cn\'
(en als ik meen met recht, want een ope vlakte aen de zee, far te fcheep
oft rivier, noemen onze Britannen heden al zoo) is Csefar, aengekg-
zoomen ftantvaftelijk zeght, aengekomen, en Ninnius
wordt onderftut, die baftaerdlijk gefchreven heeft : Ciefar

heeft

-ocr page 179-

KENT.

heeft by Dole een flagh geflagen. De hängende tafel in het Zee daer in vloeyde, gelijk als uyt de ankers, en gebroken
kafteel Dovere, beveftight het zelve, en Csefar zelve maekt planken van fchepen befloten wordt) is door de bequaem-
het gcloofwaerdigh, dewelke verhaelt, dat hy acn die ope heydt van haer haven, die nu bykans te niet is,cn door haer
en vlakke oever te lande gekomen
is, en een zwaren flagh over-vaert na Vrankrijk,meet vermaert,als door haer voor-
met de Britannen geflagen heeft : Waer af onzen Leiandus treflijkheyt, en volk-rijkheydt. Wanthet is devermaertfte:
in zijn Zwanen-gezang : over-vaert,en was eertijts by wetten verboden, dat niemant.
Delà,
die werpt af, die om de Godts-dienft buytens lants vertrok,clders mochc
Van boven tn een graf, over-varen ; en het wordt onder de vijf havenen gerekent
Kafieelen, \'t moet gefchiede : eertijdts was het ook gehouden 21 fchepen tot den oorlogh
Eertijdts een plaets bekent, uyt te ruften, op dezelve wijs , als Haßings, waer van wy ge-
rot aen des wereldts ent, fproken hebben. Daer \'t zich naer de zee, van dewelke het
Door Cdfars Pyramiede. door een tuflchen-geworpe bank af-gefloten is, ftrekt, is het
Wanthy (het zy gcoorloft een weynigh buyten fpoor te Ã¯nct veften beflocen geweeft, daer noch eenigh deel van
treden) alles tc water en tc landt ingenomen hebbende, als overigh is» Het heeft een kerk gehat den hevli^en Marten
Pomponius Sabinus uyt Seneca verhaelt, heeft op dc zee toc-gewijt, en van Whitred, Konina van Kentr^^ebout : en
gezien, als of hem dc Romeynfche wereldt niet genoegh een huys voor de Templier-Ridderst dac nu veiX\'eenen isj
waer,heeft een andere wereldt bedacht, en is met een vloot Ã¨n het verftrekt tot een wooning
vrndenSuffra^aen van den Den Suf-
In het hek
van 1000 fchepen , (zoo fchrijft Athenxus uyt Cota) oft Aercs-bifl^chop van Cantelbergh, dewélke,""als de Aerts-bif- fragaen
vm de
om zich van de Britannen te wrceken,om dat zy de Franfen fchop met fwarc dienften overladen is, \'t geen tot de orde ^^^
kHfifien geholpen hadden, gelijk Strabo, oft door hoop der Britan- behoort, niet \'t geen tot de Biflchoplijke recht-fpreking
natme. peerlen, als Suctonius oft uyt eer-zucht, als andere vOeght,uyt-voert. Op dien heuvel,oft liever op die rots die
zeggen, in \'t
l i v jaer voor Chriftus geboorte, cn in het aen de rechter-zijdc light, en van alle kanten bykans af-ae-
navolgende in Britannien gekomen. Als hy te voren, niet broken, tot een wonderlijke hooghte, daer zv naer de zee
als Rogerus Bachonus zeydt, door fpiegcls op de Franfe ^\'^^^\'^\'Oprijft.vertoontzicheengroorkafteelbvkansalseen
ftranden geftelt, en door de zicht-konft, die de verhoole ftedeken, zeer fterk, cn vol toorensMatthäus Pariflenfis
dingen verdubbelt,maer door fpied-fchepen, gelijk hy zelf, noemt het de fleutel en \'t flot van Engelandt. Het gemeene
cn Suctonius getuygen, de havens en vaert naCrftelijk door- volk droomt dat het van Idius C.xfar gefticht is
: ïk meen
zocht had. Wat dat hy hier gedaen heeft, heeft hy zelf dat hét van de Romeynen gebout is,van die Britanfche
Tic-
overvlocdelijk befchreven, en hebben wy hier boven kort- chel-fteenen in de kapel, die zy in haer timmeringen ge-
lijk uyt zijn
eyge fchriftcn, cn uyt de verloore gedenk-te- bruykt hebben. Het Romeynfche Rijk in \'t weften neder-
kenen van Suctonius van Sc^va verhack , wiens kracht vallende,zo hebben zy de bende der Tungiikanen, dewelke
De be^de
klaerlijk gebleken heeft in de burgerlijke oorlogh van Dyr- onder de Palatijnfche hulp gerekent worden, hier in bezet- Trngti-
, rachus, en den welken onzen Dichter lofephus,in zijn An- ting geleght. Van welker toerufting die groote pijlen ge-
tiocheides,doch min waerlijk, getuyght een geboren Britan zien worden, dieze gewent waren uyt de Palleyfen te fchie-
\' geweeft te zijn, met deze veerskens van Britannien : ten, en welke de Slot-vooghdcn voor een wonder Vertoo-
Scdva is hier geteelt, en niet min is bekent nen. Van der Saxen inkomft tot het eynde van haer Rijk,
Het burgerlijk opróer, hy heeft hemßraxgewent heb ik nergens een woort van dit kafteel, oft ftad gelezen,
Dees zwarigheyt alleen op zijnen hals te dragen ; dan alleenlijk in zekere gcfchreve papieren, uyt de hangen-
En JÎWgelijk een muur, de Keyzer te verjagen. dc tafel, hier bewaert, uy t-gefchreven, die verhalen dat Cx\'
Fag
.26. Ca;fars daden, in ons landt, kondt ghy uyt hem, en far, als hy te Deale aen-gekorneii was, en by Baramdowne (dit
\'t geen ik boven gefchreven heb,na zien. Want ik heb dien is een by-liggende vlakte, bequaem om het leger uytte zet-
ouden Britan niet gefproken, den welken M.Aper, by ten) de Britannen verflagen had, het kaftecl
N2.\\\\Dovere
Quintilianus, in dit eylandt gezien heeft, die bekende dar begon, en dat Arviragus hec daer na tegen de Romey-
hy zelf in die flagh geweeft is, als zy de gewapende C^far nen fterk gemaekt, en de haven geftopt heeft. En dat daer
Het fcküs- pooghden van ftrandt te weeren : ook heb ik niet voor-ge- na Arthur, en zijn zoldaten, ik weet niet wat weêripanni-
ne Borß- nomen Gcfchichten te fchrijvcn. gen hier overwonnen heeft. Voorts een weynigh voorde

De haven- zommige meenen, daer t\'zaem-gevoert hebben : maer ik man , toen hy naer \'t Rijk ftond, Harold met een eeat ge-

kafieelen oordeel dat hk bolwerken oft kafteelen voor dc fchepen dwongen,dathyhemditkaftceimetdeputinhandenzoud

vm den geweeft zijn , dewelke Cxfar daer in tien dagen , cn tien leveren, en zijn zaken te Londen in orde gcftck hebbende,

Keyz,er. nachten f^emackt heeft,om daer in zijn befchadighdc fche- heeft niet eer gezocht, als dit fterk te maken, en den Edel-

Dmllus P^^ ^^ brengen, en voor onweder, en de Britannen,dieze te dom in Kent erf-gronden op te dragen, op dic voorwaerde,

vergeefs aenranden, tc befchermen. Want ik hoor van de dat zy altijdt met een deel volx zouden gereet zijn, om dit

by-wooners, dat deze dijk Romesworke, gelijk een Romeyns te belchermcn, het welk nu jaerlijx met een zommc geldts

werk genoemt wordt. En dieshalven geloof ik te meer, dat af-gekoft wordt. Want als Hubert de Burgo tot Conftapel

C^lar hier aen-gekomen is,om dat het getuyght, dat de zee van dit kafteel geftxlt was 3 ik gebruyk de woorden van ccn

zeven mijlen van hier (want zoo ftaet in het oude boek dat oudt fchrijver: Hy overdenkende dat het niet geraedtzaem De waebt

Fl. Conftantinus den Raedts-hcer verbetert heeft) in zoo was, alle maenden nieuwe wachters te hebben, over het ka- van het ka-

enge bergen begrepen wordt, datmen met een pijl van de Â«eel tot bezitting, zoo beftelde hy, door toeftemming van

hooghte lichtelijk op ftrandt fchieten kan. Voorwaer deze dénKoning, en van alle de Ridders, dat yder Ridder alle

uytftekenhcydt van klippen loopt terftont v^n Deale zeer maenden zoud zenden, voor zijn wacht, tien fchellingen;

Het Sam- vruchtbaer in\'t geen men noemt, omtrent 7 mij- en dat daer van zekere uyt-gekore en be-eedighdc man-

feter. len tot Dover, alwaer zy van elkander fplijt, cn zich aen de nen,zoo Ruyters als zoldaten, betaek zouden worden, voor

voorby-gaenden opent: en dat is de natuur van de plaets, de bewaring\'van het kafteel. Men zeght dat Keyzer Phi-

dat zy, gelijk Csefar fchrijft, de zee zich tulfchen twee heu- "ps, Koning van Vrankrijk,als zijn zoon Lodowijk iet nieus

velen ingelaten heeft, en behout. Tuflchen deze af-fchcv- in Engelandt voor had, cn eenige fteden ingenomen had,

Dubris. ding der klippen light Duhri^,w2LQt van Antoninus verhaelt. Zoude gezeydt hebben: Mijn zoon heeft zoo veel niet in

Doveu dc Saxen hebben het Do}:\'pa,en wy Dover genoemt. Darel- Engelandt, daer hy een voet zetten kan, zoo hy het kafteel

lus fchtijft uyt Eadmerus, dat het de naem gekregen heeft, van Dovere onder zijn macht niet he^ftj als welk het fterk-

om dat het gefloten cn verhindert was. Want als (gelijk hy fte van Engelandt, en het bequi emlc voor Vrankrijk if.

zeght) by oude tijden dc vcel-havige zee, zich in die plaets Op de andere fteen-rots , die daer recht tegen over, cn

zeer verfprcyde,zo heeft men ze, de noodt zulx vercyfchen- byna even hoogh is, zijn noch eenige overblijncls van een

de, met naeuwer bepalingen befloten. Maer Guilielmus zeer out gebou. Iemant, ik weet niet om wat reden, noemt

Lamhardus, heeft een zekerer reden van dic naem byge- het des Keyzers Outaer. Maer lohannes Twinus van Kent,

bracht, te weten, van Dufyrrha, het welk in \'t Britanfch een een oudt ervaren man, dewelke, toen hy jon|was, dit noch

hooge plaets betekent. De ftadt, dewelke tuflchen de klip- byna gantfch cn geheel gezien heeft, heeft my voor de ^^^

pen in light (alwaer eertijdts de haven zelf geweeft is, als de waerheydt gezeyt, dat bet een baek geweeft is, die by nacht ^^^

-ocr page 180-

■151

M.

V

1

N

€

A

aen de fcliepen, doorat onfteken vuur, haer ftreek toonde.
Diergelijk daer ook een recht tegen over, by Bolonien in
Vrankrijk, van de Romeynen daer geftelt, geftaen heeft ?
en lang daer na van de Groote Karei herm.aekt, gelijk Re^
ginus getuyght, by de welke dat men te onrecht leeft
Pha-
mum,
voor Pharum, en nu by de Franfen Tour d\'Order, by de
Engelfen
The old man of Bullen genoemt wordt. Aen deze
fteen-rots heeft de machtige Koning de achtfte Henrijk,by
onzer vooroudéren gedenken, met grooten arbeyt en on-
koften, zeer groote balken en ftijlen, neven elkander in de
zee doen in-heyen, en groote zwaerte van boomen en ftee-

Infgelijx getuyght Plinius, dat Cypers van Syrien, Eu-

nen daer op een hoop in gefmeten, welk wy The Peere noe- hx3. van Beoden, Bef bicum van Bithynien , als zy deelen

men , waer door de fchepen daer te veyliger zouden liggen, van het vafte landt waren, af-gerukt zijn 5 maer dat Britan-

Maer liet gewelt van de zee heeft dien yver van den aller- nien zoo van het vafte landt af-gerukt is, heeft niemant van

beften Koning wel haeft overwonnen 3 want de t\'zamen- de ouden gezeyt; alleenlijk de veerskens van Virgilius en

voegen van dat werk zijn los gegaen , door dien dat \'er de Claudianus, en het giften van Servius, die wy in \'t begin van

baren zoo zeer tegen aen fpoelden; en om dat weder te ver- dit werk voortgebracht hebben , geven \'t te kennen. En

maken, heeft de Koningin Elizabeth een groote zomme Dominicus Marius Niger, en lohannes Twinus, een zeer

geldts uyt-gereykt, en de macht van \'t Parlament heeft op ervaren man,meenen \'t,gelijk ook hy,wie hy ook geweeft is,

ieder Hngels fchip, dat warén in- oft uyt-voert, een tol op- die deze veerzen van Sicilien op Britannien gedraeyt heeft:

Britanjen was eertijdts aen Vr ankerijk gelijk,
dis vaße aengehecht, het fcheen een Landt en Rijk ;
Maer d\'ongeßuymde zee vervAffelt deze zandden,
Verwijfelt deze plaets, en maekt \'er aftweeftranden.
Den zee Godt Nereus, den overwinner doet,
En maekt tuffchen \'t geherght een harden ftrengen vloet»
Maer wijl hier in gantfch geen vaftigheyt is, uyt zeker

geftelt voor zeven jaren.

Deze zee-kant v. ordt door de zee van het vafte land van
Europen gefcheyden, waer zommige gelooven, dat de zee
het landt door-geboort heeft ,• Solinus noemtze de Fran-
fche zecj Tacitus en Ammianus noemen het een engte van
de groote zee de Dichter Gratius, de Straet weêr-lopende
na de twijffelachnge zee, de Nederlanders noemen het
de

Hoofden, om de twee voorbergen; wy The Strait of Calleis j aenzien van fchrijvers, zoo ftellen de gelijkeniften der erva-
de Franfen
Pas de CalUis. Want dit is de plaets, gelijk een re mannen, in \'t vergelijken van diergelijke engten der zee.

Het men

tußchen

Calis\\én

om de waerheyt naer fteftjk na te fpooren , dez e en dufdani-
ge zaken voor om te overwegen.

Of op beyde ftranden een aerdt van landt zy. welk hier
voorwaer gevonden wordtwant beyde de ftranden rijzen
daer\'t engft is met uytftekende fteen-rotfen,en even als met

Engelandt. D^an onzen tijdt verbaelt:

Daer d\'enge dosr-loop van de twee zeer groote zeen
Beletten, dat het landt niet komen kan aen een;
De kracht en het getje.lt der Rhutupijnfche wat\'ren ,
/ Hoort men, met eengedruys, tegen de Franfche kUfren.

neze zee als Marcëllinus waerlijk .eght^gaet met vrees- de zelfde ftof en verw zoo dat zy doorgebroken fchijnen.
rv?hoo.rbïen, en daerna is zy wederom zoo flecht of Hoe groot de breedte der Straet zy. Voorwaer het eng-

het een via c ana , j ï ^^^ ^^ ^^^^^^ . ^^^^ ^at ghy ze eerft ziende, zoud 001-

en-t..nt.gnutxren^ Z-^^t-eynde^ on- deelen, dathet landt van beyde de zijden doordebaren

Et ,bopt aS zet boven maten zeer op, en rolt zulk van de woefte zee,van een gebroken was. Want dat het lant

een vloed

dat iemand niet zonder oorzaek gezeyt hcett, de Kutupijn- qualijK vermoeden, wijl de aerdt-beving
Ven 2 kief fche ftranden branden. Hn D, Paylinus, daer hy fpreekt wijken zelden, cn nimmermeer van zoo groote kracht zijn.
mn\'/i^n- van he: landt der Morinen , dat hy\'t uyterfte der weereldt Hoe diep dar zy is. Gelijk dc Straet van Sicilien o-een
cipirn. noemr, ce zee ruyfchendc met verwoede wateren. - :(.xxx fchreden , zoo gaet deze onze naeulijx dc dicpte\'van

/ten,daer de zee van beyde de zijden veel

!h

Of Enge-
land aenhet man

Nat.

Q^ß. 6,

dc van wateren, meteen groet gedruys op ftrandt, ruflTchen beyden door aerdtbeving verzonken is, durf ik
ind niet zooder oorzaek gezeyt hceft, de Rutupijn- qualijk vermoeden, wijl de aerdt-bevingen in onze noorder

Hier uyr onfta een naerftigh onderzoek aen een geleert 2, 5 vademen te buyi
m, die \'t aen vcrftan: cn lediglTsydt over
l eefc, nier on-dieper is.
vaflc Imdt waerdigh, of da-r die zee tuffchen Vrankrijk cn Engelandt Hoedanigh dat de gront is,ofzy zandigh,hooahachtif^h, p

eemjts vafl door-fpoelt,hoagh kndt geweeft zy,dat eertijdts die landen flijk-achtigh\', en of hier en daer in de Straet ccmgc zandt- sholir

gemefl is. ^^^ elkander gevoeght heeft, en daer na door de gemeene platen liggen. Ik heb van de Schippers verftaen,dat er maer \' \'

zond-vloedc, oft door in vallende baren, oft door cen aerdt- een in \'t midden van de waterloop is,de welke, als de zee af-

beving van cen gefchcurt, aen de wateren hier een door- loopt, maer drie vademen onder water is.
gang toe-gelaten heeft. Vcorwa^r, dat de weereldt eens- Ten lactftcn of \'er ook eenige plaets is aen beyde de oe-

deels door ds N/ater-vloed:, ten anderen door langduurig- vers , die een naem in de oude tael heeft van de door-brc-

beydt van rijd:, en doot andere oorzaken verandert is ^ dat king,af-rukkmg,fcheydingoft van diero-elijkcio-elijk alsÄ-

ookde eylanden door aerdt-bevingen, oft door\'t vertrek gms, aen de Straet van Sicilien, zijn naem heeft van het

der wateren , aen een gevoeght zijn geweeft, twijftelt nie- Griekfche is, tk hreke,om dat op die plaets, door

mant : zoo is het ook meer ?is zekar, uyt geloofwaerdige het gewelt van warer , Sicilien van Italien af-gefchcydcn is.

fchrijvers, dat dc eyianden door acrdt-bcving,en kracht der Doch my komt geen in den zin,\'t zy iemant meene dat Fit-

wateren , van hec vafte kndt af-gefcheurt zijn. Waer van fan, op de Franfche ftrant, zijn naem van Gwtth heeft, het

PythagorasbyOvidms:ʉۢ welk inde Britanfche tael een af-fcheydingbetekent. \'

Ik heb eertijdts gezien dat hier was fchocne aerdt, Die willen dat Engelandt het vafte landt van Vrankrijk,

Een zee, en uyt de zee was aerde we êr gehaer dt. na de algemecne water-vloet, geweeft is, bewijzen het uyt

V/ant Strabo heext, toekomende dingen uyt verlede ra- de wolven, die in voorgaende tijden met menighte by ons,

mende,befloteo, aat de hooghten tuflchen de zeén,oft door gelijk heden in Schotlandt cn lerlandt, aewceft zijn.

gegraven waren, oft aoor-gegraven moeften worden. Ghy Hoe konden zy, zeggen zy, in de eylanden geweeft zijn.

ziet, zeght Sencca, oat gantfche landtfchappen van hare wijl alle dieren, die niet in de Arkc geweeft waren, verdelgt

plaets af-getrokken worden, en het light nu vér over dc zijn, zoo de aerde niet noch lang daer na gangba\'er, cn \'er

zee,dat tc vooren zeer na by was^ghy ziet dat \'cr cen fchcv- geen eylanden geweeft waren, \'t Gefchil heeft den hcvliffcn

ding gefchiet tufl^chendc fteden en volkeren, alseendeel Auguftinus zeer gequelt, waer op hy: Men mach gelooven j a ,

van de nature van zich zeks daer toe bewceght is,oft dat een dat de wolven, en andere dieren met zwemmen in de evlan- rZ t

groote windt eenige zcc aengcdreven heeft, welker won- den overgekomen zijn, maer tot dc nacfte, (gelijk de herten \\Tjp7

derenevenalseenkrachtvan t geheel zy. Want al hoewel jaerlijxuyt Itahennaer Sicilienomderwcydeovcrkomen) "

zy ten deele waft, zoo woedt zy nochtans door de krachten daer zijn eylanden die zoo vér van dc vafte landen afzijn,

van de weereldt. Zoo hectt de zee Spanjen van Afrijken af- dat \'er geen beeft zoud konnen acn zwemmen. Maer dat \'er

getrokken. Zoo is door deze water-vloet,die dc voornaem- eenige menfchen geweeft zijn, dewelke, de beeften gevan-

ftc Dichters zoo vermaert hebben, Sicilien van Italien af- gen hebbendc,met haer genomen hebben,en daer gebracht

gefcheyden, Waer van Virgihus: tot een luft om te jagen\', is nict ongelooflijk. Schoon men

niet

\'Langduurigheyt van tijdi:, die kan in vele zaken
oft een zeer groot verfchil-, ^ft een verandering maken i
Men zegt dees plaetfen zijn, door een zeer groote kracht^
Gefpleten van malkaêry en dat zeer onverwacht,
T>oor een groote rrnjn-, men zagh geen zee fche haren >
Het fcheen of al het landt aen eengehechtet waren:,
Enjuyfl in V midden in komt een waters q^edruys,
En fplijt het midd.en door, en maekt an-zeefche huys.
Be fleden, akkers al zijn van de flrandtgefcheyen,
En eene ope zee gaet hem daer dwers door leyen.

Dover
Feere,

li i

1

-ocr page 181-

153

T.

N

E

K

niet loochenen moet, dat die beeften daer doot Godts ge-
bodt, oft coe-lating, en door de huip der Engelen ge-
bracht konnen geweeft zijn. En zoo zy uyt aerde geft;hapen
zijn na haer eerfte oorfpronk, als Godt gezeyt heeft : Laet
de aerde een levende ziel voortbrengen: zoo blijkt het veel
klaerer, dat alle foorten in de Ark geweeft zijn, niet zoo
zeer om de dieren in haer eerfte ftaet te ftellen, als om vee-
lerhande volken te verbeelden.om het Sacrament der kerk,
zoo de aerde in die eylanden, daer zy niet over zwemmen
konden, vele gedierten voortgebracht heeft. Dit zeght hy,
en niemant zal in deze zaek iet volmaekter konnen voort-
, brengen, \'t Is my genoegh dat ik het voorgeftelt heb. De
lezer overwcge het; en die meeft in deze zaek door-Ziet,
\',wat waerachtigft is, zal voorwaer van my voor ft:herpzin-
nigh, en vêr ziende gehouden worden.

Hier tegen over in het vafte landt, hebben de Morimn
gcwoont, zoo worden zyinde oude Celcifche fpraek ge-
noemt, evenals Zec-luyden, oft By-wopncrs aen de zee.
Llaer landt wordt nu
Conté de Gutnes , en Conté de .Bolonoü
genoemt, en heeft eertijdts twee vermaerde plaetfen gehat,
Gessoriacvm en Itivm, alwaer C^efar getuyght,
dat een bequame over-vaert uyt Vrankrijk naer Britannien
is, en vele gelooven dat men het nu
Callais noemt. Maer dic
^grooteen ervaren Hofpitalius, Cancellier van Vrankrijk,
cn zeer ervaren in de oude zaken , verzekert dat ons Galis
geenzins, en alleenlijk een dorpken geweeft is, gelijk de
Franfen
Burgaden noemen,al eer het Philips,Graef van Bo-
lonjcn, met veften omtrokken heeft, weynigh te vooren
eer het de Engelfen ingenomen hebben. Ghy zult ook ner-
gens lezen , dac iemandt voor die tijden Van hier na Britan-
nien over-gevarcn isrdics achc ik, dat men
Itium elders zoe-
ken moet, te weten by
Vitfan , wat laeger by Blacne^, dat
wy
Whitfan noemen , het woort van Itien niet zeer onge-
hjk zijnde. Want wy konnen uyt onze Gcfchichten mer-
ken , dat zy alle uyt dit eylandt hier naer toe
over-gevaren,
en van daer wederom na het zelve over-gefcheept zijn, zoo
dat de jonge Lodowijk, Koning van Vrankrijk, als hy Tho-
mas van Cantelberg door een heylige Pelgrimagie bezocht,
hy dien heyligh ootmoedelijk gebeden,dat er toch niemant
tuflchen
Vitßn en Dover, door fchip-breuk mocht ver-
gaen , als oft van hier in die tijde de bequaemfte over-vaert
daer naer toe was; en nergens voorwaer is de zee enger, als
hier. Hoewel te achten zy , dat zy, die daer over voeren,
niet dc kortheydt derzeylagie, maer de bequaemheyt van
de havens aen beyde ftranden aengezien hebben. Alzoo,
hoewel de Straet tuflchen
Blacneß in Vrankrijk, en The
2{ej[e
in Engelandt engft is, zoo vaert men nu nochtans
over tuflchen
Duhrin en Calts ,• in voorgaende tijden , eer de
haven van
Vttfan geftopt wierd , tuflchen die en Dubrin, en
tc vooren tuflchen
Rhutupis en Gefforiacum, van waer Key-
zer Claudius, en andere Hertogen , die ik genoemt heb,
in Engelandt over-gevoert zijn. Dit
Gessoriacvm
fchijnt Plinius de Britanfche haven der Morinen te noe-
inen, miflchien om de over-vaert van daer in Britannien,
en by Ptolom^eus is in plaets van
Ititm, de Geflbriafchc ha-
ven m geflopen, in welke betekening de Britannen het ook
LoivUng Long nocmm. Want dat Gepnamm óxzizt-üixdt
geweeft is, dc wclke Ammianus Bonoma, de Franfen Bo-
longne,
dc Nederlanders Beunen, cn wy Bolen noemen, zoud
ik wel vaftelijk tegen den Schotfen Boèthius, en Turnebus
beveftigen ,• zoo door de acnzienlijkheyt van B. Rhenanus,
die de oude krijghs-rol gezien heeft , in
welke gefchreven
ftaet
Gejjoriaciim, nu Bononia genoemt, als ook uyt de wij-
zevanrcyzen, die juyft over-een-komt met dctuflchen-
wijdte,welke Antoninus geftelt heeft tuflchen
Amhtanen en
Geßoriacum. Maer dat meeft van allen is, de Lof-tuytcr aen
Conftantius A. gecygent, verhaelt; dat de zee-rooffche
t
\'zamen-rotting van Caraufius in de muuren van Geßo-
riacum
befloten, cn gevangen was; en een ander vertelt
aen Conftantinus Maximus zijn~zoon , datzy by Bononia
overwonnen was: zoo dat het nootzaeklijk is, dat Bononia
cn Geßoriacum een cn die zelve ftadt geweeft zy; en het
fchijnt dat de oude naem omtrent die tijdt verdweenen is.
En
\'t is niet gelooflijk dat zulke Schrijvers by zulke Vor-
ften,inhet aentekenen van deze plaets(die toen noch in ver-
fche gedachte waren)gedoolt hebben. Maer wat heb ik met
Vrankrijk te doen? Voorwaer ik heb dc plaetfen te liever ge-
dacht,omdat de vromigheydt van onze voor-ouders dikwijls

T)e Men-
nen,

T>e haven
Juus.

V,;

Karte over\'\'
vaert tuf-
fchen
VraKhrijk^
en Enge-
landt.

(jf/ZörM"
cum.

Somnia in
Vrmhxijk^

De Feme-

geriaenfihe
yoloft tafel
nU uyt-ge-
gaen van
M\' Welfi-

YHS,

272.

Ect^tione
Bafilienß

epag.

2JI.

\' in deze plaetfen gebleken heeft, de welke met gewelt Calis

en Bononien den Franfen ontnomen hebben,welk laetfte zy
aen den neêr-flachcigen Frans-man, na een beftantvan
acht jaren, voor een zeker zommc geldts wederom gege-
ven, en \'t eerfte tegen den krijflenden Frans-man c cxii ja-
ren gehouden hebben. Laet ons nu voor-vloedts na Britan-
nien keeren.

De rotzen van krijt van Dover af, als op een ry aen mal-
kander hangende, ftrekken zich met een geduurige rug vijf
mijlen tot
Folkftone toe, hec welk eertijdts by de Romeynen Folküor.e.
gebloeyt heeft, als uyt dc oude penningen, die hier dagc-
lijx gevonden worden, blijkt; maer met wat naem is on-
zeker. Het fchijnt waerfchijnlijk een van die toorens ge-
weeft te zijn, welke de Romeynen, om de Saxen te weeren,
(ten tijde van de longe Theodofius) met tu fleh en-wijdte,
(als Gildas zegt) aen het zuyd-eynd van Britannien, op den
oever geftelt hebben : het is by de Engel-Saxen zeer ver-
maert geweeft, door de naem der Godts-dienft van wegen
het kloofter, \'t welke Eanlwide , de dochter van Eadbald,
Koning van Kent,dc Nonnen toe-geeygent heeft. Doch nu
is \'t flechts een dorpken , en de zee heeft het meeftcndeel
wegh-gefpoelt. Nochtans is het de Baronnye geweeft van Baronnen
het geflacht van
Ahrineis, van welke het aen Hämo de Cre-
veceur,
en door zijn dochter acn lan van Sandervic geko--^^^^\'
men is; wiens zoons lans dochter luliana het zelve aen lan
van Segraef ten houlijk gebracht heeft.

De ftranden zich daer na ten weften buygende,light om-
trent vier mijlen by
Saltwood, een kafteel van de BiflTchop- Saltwood.
pen van Cantelberg, het welke Willem Courtney, Aerts-
biflchop van Cantelberg , zeer verrijkt heeft; en by
oßen-
hanger
, alwaer Edward, Baron van Poinings, vruchtbaer in
onwettige kinderen j treflijke gebouwen begonnen heeft,
light, zegh ik,
Hith, een van de vi)f havenen, van waer het
de naem ontfangen heeft; want
Hith beteekent by de Saxen Hith oft
een haven, hoewel het naeulijx zijnen naem waèrdigh is, Hide.
om de op-gehoopte zanden, waer door de zee daer vêr uyt-
gefloten wordt. Nochtans is het niet lang geleden, dat het
uyt-geftekén heeft, te weten, toen
Weßhyth verviel; dit is
een ftedeken dat \'er ten weften by light, en een haven ge-
weeft is, tot dat zich de zee by onzer over-groot-vaderen
gedenken vertrokken heeft.Doch het heeft zijn oorfprong,
gelijk ook
Weßhyth, aen het naefte by-liggende dorpken
Lime tc wijten , welk eertijdts een zeer vermaerde haven •
geweeft is, tot dat het de zanden, die de zceop-weldde, ge-
ftopt hebben, Antoninus en\'t boek der Aentcekeningen,
hebben \'t
Portvs Lemanvs genoemt, Ptolom£Eus ki^aIu), De have»
hetwelk, midts het by de Grieken iet beteekende, zoo Lernani^.
hebben de Boek-drukkers, op dat zy fchijnen zouden te
vervullen dac \'er ontbrak, Kcuvk Aßlu) gefchreven , hec
welk de Lacijnen
Novttó fortm, dac is, nieuwe haven, over-
gezec
hebben,daer de naem der plaets Limen^ oft Leman ge-
weeft is,gelijk zy heden noch
Lime genoemt wort. De Over-
fte van de bende der Turnacenfen heeft hier, onder de
Graef van de Saxifche ftrandt, de wacht gehouden. En de ^
heyr-wegh loopt met fteenen geftraet tot Cantelberg, de
Stxeet\'oft
welke men lichtelijk oordeelen kan , dat het een werk van Steen-mg.
de Romeynen geweeft is, gelij kook het naby-gelegc ka-
fteel , dat zy
Stutfall noemen, dat aen \'t af-hangen van een
heuvel, als tien morgen landts befloten heeft, en noch de
overblijffelen der veften vertoont, met Britanfche fteenen,
keyfteenen, kalk, en zant, onder elkander gemengt, zo vaft
aen-een-gehecht, dat zy tot noch toe door geen ouderdom
gemortelt zijn. En fchoon het nu geen haven zy, zoo be-
houdt het nochtans geen kleyne fchaduwe van zijn voorige
waerdigheyt; want den Guardiaen van de havenen heeft
hier by
Shipway zijn hooge eedt ingegaen, als hy eerft het
ampt der Overheyt aenvaert; en men placht hier op zekere
dagen recht te houden, over de
verfchillen van de inwoo-
ners der havenen.

/

t 1,

Eenige hebben gemecnt dat zich een groote rivier in de-
ze plaets ontlaft heeft, om dat een fchrijver oft twee ver-
halen van de rivier
Lemanus, en van de mont van de Lema-\'
nm,
by welke de Deenfchc vloot in \'t d c c c xc 11 jaer
aen-gekomen is. M aer ik meen dat zy in \'t befchrijven der
plaets bedrogen zijn, zo om dat hier niet als een kleyne ri-
viere is,welke,naeulijx
gezien, verdwijnt;als ook om dat den
Aerts-dèeken van Huntingdon, een gcloofwaerdigh man,
fchrijft, dat die vloot aen de Lemanfche,haven aen-geko-

men

\\

A a a

-ocr page 182-

Ï54 C A N T

men is, maer vermaent niet een woordt van de rivier, \'t En
waer dat iemandt gevoelde (den weiken ik niet zoud dur-
ven toe-ftemmen) dat de rivier
Rother, de welke, omtrent
Rhie, haer met de zee vermengt, herwaerts af-gevloeyt,
en zijn loop allenxkens verandert heeft, als die veldr-ach-
tige vlakte
Rumney CMarsh aen \'t landt aen-wies. Want dit
vlakke landeken , welk van de
Lemans 24 mijlen in de
langte, en acht in de breedte begrijpt, en telt twee fteden,
19 Parochy-kerken, en omtrent 44200 morgen landts,
die overvloedigh van gras en groen zijn, zeer bequaem
om het vee vet te maken, is door gunft van de zee allenx-
kens aen het landt aen-gegroeyt. Waer door ik het te recht
een gift der zee noemen mach.Even alsHerodotus Egypten
een gave van de Nijl, en een zeer geleert man, de Hollandt-
fche weyden een gaef van de
noorde-wint,en van denRhijn
genoemt heeft. Want de zee heeft, om vergoeden, hier aen
gefpoelt, \'t gene zy elders wegh-genomen heeft, en dat oft
met wegh-wijken, oft met dikwijls het ftijk op te werpen ;
zoo dat zommige plaetfen, die by onzer groot-vaderen ge-
denken aen de zee gelegen hebben, nu een mijl oft twee
van de zee verfcheyden zijn. Hoe groot de vruchtbaerheyt
des landts zy, wat een menighte van groot en kleyn vee, die
hier uyt alle hoeken van Engelandt, om te meften, gezon-
den worden, het voedt j en met wat gewelt van dijken het
legen den aen-loop der zee voorzien wordt, zoud nie-
mandt lichtelijk gelooven, die \'t niet van naby gezien heeft.
En op dat het beter bedient wierd, heeft de vierde Koning
Edward befloten, dat het een lichaem zoud zijn, ingelijft
van eenBailjou,Gefworenen,en een Gemeente.By de tijden
der Saxen noemde men deze inwooners COepfcpajie, dat
is,
Moerafch-mannen, en de beteekening van de naem komt
zeer wel met de natuur der plaets over-een. Ookhaelik
dien ouden ft:hrijver JEthelwerd niet voor, daer hy verhaelt,
dat Cinulf, Koning der Merciers, Kent verwoeft heeft, en
het landt dat
Merfc-rvarum genoemt wordt, en elders, dat
de Hertogh Herbyth van de Deenen in de plaets
Merf-rva-
rium
gedoot is, zoo hy dit zelve moerafch-landeken niet te
kennen geeft. Rumeney oft Romeney, zn ccm]dts Romenal,
welk zommige uyt de naem giiTen, dat et een werk van de
Romeynen geweeft is, is de voornaemfte ftadt van deze
wijk, een van \'t getal van de vijf havenen, voor wiens lidt-
maten oudt
Romeney, cn Lid gehouden worden, de v/elke
te
zamen gehouden zijn vijf oorlogh-fchepen toe te ruften ,
op de zelve wijs als wy te vooren gezeyt hebben. Het light
op een hooge zant-hoop, en had ten weften een genoegh
groote haven, en bequaem voor eenige winden, aleer zich
de zee vertrok j de inwooners, als in \'t boek van den eerften
Koning Willem ftaet, zijn bevrijdt geweeft voor den dienft
ter zee, van alle gewoonte, uytgenomen ftraet-fcheiidery,
gebroken vrede,en
Forijlel. Het heeft toen ter tijt inzonder-
heyt gebloeyt, en was verdeelt in 12 wachten ^ het heeft vijf
Parochy-kerken, een Abdy,
en Gaft-huys. Maer onder \'t ge-
biedt van den I Edward, als de zee, door gewelt van winden
ontfteken, deze wijk met water bedekte, en een groot getal
van menfchen, vee, en huyzen vernielde en het volk-rijk
dorpken
PromhiU overftelpende, ook de Rother, die zich te
vooren hier
in de zee ontlaft heeft, uyt haer kolk weerde,en
haer mont toe-ftopte, aen de zelve door Rhie een nieuwe en
korter weglh in de zee openende : zoo heeft deze ftadt van
dien tijdt af allenx af-genomen , en veel van haer voorige
volk-rijkheyt, en waerdigheyt verlooren.

Van hier ftrekt zich het landt, wat hooger verheffende,
ten ooften, (wy noemen
\'t Neffe,2[s oft een neus ware) waer
in light, zijnde genoegh bevolkt, mits de inwooners
van
PromhiU, na dat het verdronken was, hier naer toe ver-
huyft zijn. En in
\'t uyterfte van dien voor-bergh, dieze Ben-
ge-nejje
noemen, daer niet als drijf-zant, en kleyne fteent-
jens zijn, fpruyten, omtrent duyzent fchreden vêr en ver-
der, overvloedige Ekel-boomkens, altijdt begroent met ha-
re fpitfe bladeren, in de gedaente van een laegh bofchken.
Tuflchen die kleyne fteenkens, zeer na by Ston-end, ziet
men een hooghte van groote fteenen, die de nabuuren het
graf van die heylige Cnfpinus, en Crifpinianus
noemen, de
welke zy zeggen, dat door fchip-breuk aen deze
oever aen-
gekomen , en van hier tot het hemelfche vaderlandt geroe-
pen zijn. De ftrant zich van daer ten weften keerende, wort
voor zeer vruchtbaer van erweten gehouden, de welke hier
fnec boflbhen
in grooter menighte van zelf voort groeyen,

Rurmey
Marsh,

Tetrus
J^annim»

\'Marsh\'
men.

%tet fag.
22 6,

1287,

Zid.

Be.
i^ejfe.

Benge-

B

M.

en weynigh in fmaek van de tamme erweten verfcheelen,
en loopt tot de mont van de
Rother, alwaer Kent ten deele
van Southfex af-gefcheyden wordt.

Deze af-loop aen de kant van Southfex, hebben wy hier
boven kottel ijk befchreven. Aen de kant van Kent heeft het
Mevenden, \'t welk ik byna gelooven zoud, dat die lang ge-
zochte haven geweeft is, die het boek der Aenteekeningen
Anderidan, de Britanfche Caer Andred, de Saxen Anöpeof- Jndertda,
ccafccp
genoemt hebben;voor eerft,om dat de inwooneren Andredf
verzekeren, dat het een zeer oude ftadt, en haven geweeft eefter.
is ; daer na, om dat het aen "t bofch Andredjwald, dat het be-
noemt heeft, gelegen is: ten laetften, om dat het de Saxen
fchijnen
Brittenden,d2.t is,der Britannen genoemt te heb-
ben , (gelijk ook
Segontien, daer wy van te vooren van ge-
fproken hebben) waer van de gantfche by-gelege Hnndred
Selbrittenden genoemt wort.De Romeynen hebben,om de-
ze
ftrant tegen de Saxfche zee-roovers te befchermen, hier
de bende der
Albulken met haren Overfte geftelt.Maer daer
na is het, door de verwoetheyt der Saxen vernielt zijnde,ge-\'
heel vervallen. Want Hengift heeft, als hy voor-genomen
had de Britannen geheelijkuyt Kent te drijven,en zich zeer
vorderlijk achte, zijn leger met meerder volk te vermeerde-
ren,Ella met een groote hoop van Saxen uyt Duytslant ont-
boden, de welke, terwijl hy met een grooten aenval dit
An-
derida
bevocht, de Britannen uyt het naefte bofch hem
befpiedende, zoo bevochten hebben, dat hy ten laetften,
na dat hy haer groote fchade hier en daer gedaen had, zijn
volk verdeelt, de Britannen in \'t bofch gedreven, en op die
zelve tijdt in de ftadt gevallen , en aldaer zijn Barbarifch
hert zoo tot wraek uyt-gebraekt heeft, dat hy de Burgers
vermoort, en de ftadt gantfch verdelgde. De plaets , ver-
laten zijnde, wierd lange eeuwen daer na den voorby-gaen-
den (als Huntingdonenfis zeght) getoont i tot dat onder
den
eerften Edward de Carmelijter Munniken, korts van
Carmelus uyt het H. Landt vertrokken, de welke eenzame
plaetfen zochten, hier een kloofterken op de onkoften van
den Ridder Thom. Albuger gebout hebben, en is terftont
tot een ftadt gegroeyt, welke, ten opzicht van de oude ver-
woefte ftadt,
liewenden, dat is , de nieuwe ftadt in \'t dal,
begon genoemt te worden. De rivier Rhoter omhelftwat
laeger, met haer verdeelde wateren, het gras-rijk eylandt
Oxney, en heeft dicht aen de mont Apuldore, alwaer die zee- Oxnej.
rooffche t\'zamen-vloedt der Deenen en Noormannen, de Apuidore,
welke onder Hafting, de Franfe ftrandt, grooten overlaft
gedaen had, en met grooten buyt beladen, te lande geko-
men is, en een kafteel op-gericht heeft, welke nochtans de
dapperheyt van Koning Elfred tot voorwaerden van vrede
gedwongen heeft.

Daer omtrent in een bofch-achtigh Iandt,zijn Cranbroke,
Tenterden, Benenden,
en andere nabuurige fteden, in wel-
ke , van de tijden van den derden Edward af, de wolle-we-
very, en het laken-maken inzonderheydt gebloeyt heeftj
welke Koning met vOor-geftelt loon, en veel vergunde
ken in En*
vryheden, de Nederlanders, in het tiende jaer V3,n zijn gelandt.
Rijk, in Engelandt ontboden heeft; op dat zy de onzen de
konft van wolle-laken weven leeren zouden , de welke nu
met recht gerekent wordt onder de ftutten van ons gemee-
ne beft.

Nu, op dat ik de Graven van Kent verbale , achterla- Graven
tende de Saxifche Godwin en andere, de welke geen erf-
Graven, maer ampt-Graven waren, Odo, des eerflen Wil-
lems halfbrocder,is gehouden geweeft voor de eerfte Graef
van Kent, uyt het bloedt der Noormannen,en te gelijk Bif-
fchop van Bajox, een man van booze en oproerige nature,
en altijdt genegen tot wat nieuws; waer door dat hy, om de
zware twift die hy gemaekt had, uyt zijn plaets en rijkdom-
men in Engelandt, van zijn neef den Roden Willem ver-
dreven is. Daer na als Steven, die inraper van Engelandt,
de ftrijdtbare mannen door weldaden aen hem verbond,
heeft hy Willem van Ipren, een Vlaming, met die eere ver- ^
fiert, de welke een groot over-lafter van Kent zijnde, geiijk
het Fitz-Stephanus noemt, is van den tweeden Henrijk ge-
dwongen\' geweeft met tranen te verhuyzen. Ook heeft
des tweeden Henrijx zoon, dien de vader tot Koning ge-
kroont had,om die zelve oorzaek PhiHps, Graef van Vlaen-
deren, den tijtel van Kent gegeven , als hy eenige nieuwig-
heden tegen zijn vader betrachtcjmaer deze was flechts mee
den tijtel,en door de beloften Graef van Kent. Want gelijk

Gerva-

V

-ocr page 183-

K E

GervafiusDorobernenfis verhaelt: De Graef Phriips van
Vlaenderen, heeft aen den jongen Koning belooft, na ver-
mogen, byftant te doen, hem met een eed manfchap doen-
de. Aen wien de Koning voor zijn dienft belooft heeft een
inkomft van looo ponden, met gantfch Kent, en het ka-
fteel van
Roffe, met het kafteel van Dovere. Niet lang daer
na heeft Hubert van
Burgh, het gemeen wel gedient heb-
bende,als door zijn verdienft deze eer van den derden Hen-
rijk ontfangen; een man voorwaer die hec vaderlandt waer-
lijk liefde, en die al de ampten, die het vaderlandt van een
goede burger eyffchen kon, in \'t midden der onweêren van
\'t avontuur
op-gehoopt, bedient heeft, en nochtans,van de-
ze eer ontrooft, geftorven is j en heeft deze tijtel neder-ge-
E. 2. legen tot de tijden van den tweeden Edward : want hy
* heeftze aen zijn jongfte broeder Edmund van
WbodBok op-

gedragen , die, Vooght van zijn neef den derden Edward
zijnde, het onweder van valfche en ongerechte nijdt onder-
worpen , en met de bijl onthalft is, om dat hy tegen zijn af-
gezette broeder zijn broederlijk gemoedt noyt verduyftert
heeftj en den zeiven, nu doodt zijnde , het welk hem onbe-
wuft was, dacht uyt de gevangenis te verloflen. Nochtans
zijn zijn twee zonen Edmund,en lan bemin orde gevolght,
welke zonder kinderen geftorven zijnde, heeft h^«iage-
late zufter,om haer fchoonheydt,
The faire maidofKent, dat
is,
de moye meyt van Kent, deze eer aen het Ridderlijke ge-
flacht der
Bolands over-gebracht: want Thomas Holand,

T.

N

%

15J

haer man, was genoemt Graefvan Kent, den wdken zijn
zoon Thomas in dezelve eer gevolght is, die in het twin-
tighfte jaer van den tweeden Richard fturf, en den wel-
ken zijn twee zonen gevolght zijn, Thomas, die Her-
togh van Surrey gemaekt, en terftont, na dat hy nieuwe on-
ruft tegen den vierden Koning Henrijk pooghde,
onthaofE
wierd, en nahem Edmund, die Admirael oft Zee-vooghc
van Engelant was, en in \'t bevechten van
S. Brieu in Breta- S. Brieu,
gnien, door een gekregewont,in het m c c c c v i i^i jaer Tho, wd-
onzes Heeren, geftorven is. Als deze waerdigheyt, in deze
ge-eyndight, neder-lagh, en \'t erf onder dezufters gedeelt, \'
heeft de vierde Koning Edward eerft Willem
Nevill^ Heer
ymFauconbergh, en na diens doodt Edmund Heer
van
HaBingSjWeyfordiCn Ruthijn,met de tijtel van Graefvan
Kent verrijkt, die zijnen zoon Georgius tot navolger gehat
heeft. Deze heeft by Anna
Widevile, zijn eerfte huys-vrou,
Richard, Graefvan Kent, geteelt, die, als hy zijn erf-goedt
verquift had , zonder kinderen overleed ; en van zijn
tweede huys-vrouw Cathrijn,dochter van Willem Herbert,
Graef van Penbroek, heeft hy ontfangen den Ridder Hen-
rijk wiens zoons Henrijx zoon vanKoninginEliza-
beth in\'t
MDLxxil jaer tot GraÉf van Kent verheven
wierd j en hem, zonder kinderen geftorven zijnde, is zijn
broeder Henrijk gevolght,een man vereert met alle verfier-
felen van ware Edeldom.

Dit Landtfchap heeft 598 Varochy-kerkenh

-ocr page 184-

O B V N

D E

DufFenée-
teehent hy
deBritan-
nen dief oft
laenh.

Bodo,

het by ds
Bn^elfe^
oft Fran\'fin
teduyi»

T hebben a! de landen, de f^dke Dan hier tuffchen de Britanfche ^ee, en yan daer tujjcben dè SeDern-
fche Straet, en de rimre de Teems in liggen ^ door-ypandelt, Laet ons nu de overige na ipewolg ver-
halen , en met het oiper-komen yan de rivier ^ijn aen de bronnen der Teems, en de mont der Seyern
gekomen. Laet ons de
DobvNen hezjen^ die eertijdts, daernu Glocefter en Oxford
geypoont hebben. Wygelooyen dat dez^e naem yan het Britanjche -svoort Duffen gekomen is, om dat
^y meed aen die plaetfen "toonden , die heneden aen de heuvelen lagen, ypaer l>an dat de naem oy er haer alle gekomen
is-, en yoorypaer yan die gelegenheyt hebben
Bathieia in Troaden Catabathmos in A/rijken, en Deep-
dale
in Britannien haer namen gekregen. Dit ^oud ik te lichtelijkeYgelooyen , yoijlik ^ie, dat Dion de^e yolkeren
gantfch in dezelfde beteekening
Bodvnnen genoemt heeft, i^oo de lettefs niet yerflelt soerden. Want Bodo
oft Bodun, gelijk als Plinitis ^eght y heeft in de oude Franfche tael y die s^y betoont hebben, dat met de Britan-
fche een geleeft is, beteekent diep y ypaer yan de fladt
Bódincomagus , gelijk hy yerhaelt, ah^ aer de grootfte
diepte der V^idxis ge-^eeft is y de Bodionfche yolkeren y de ypetke een diep daly nu
Val de Fontenay, by het
Geneeffche Meyr, bes^oont hebben j op dat ik
Bodotria, de diepfte ypater-poel in Britanmen , (liJ-^mjgens yoorby
,ga. Van de^e
Bodunen heb ik niets yan ouder geheugen met k^engeyonden , dan dat J. Plautius, Voor-Schout
yan Claudius y in Britannien gebonden y dit deel in befcherming genomen hseft, die onder de
Catuellanen ftonden^
\'9Pant \'^y hebben het landty dat aen de ^ehegrenfde, beypoont, en heeft \'er omtrent het yijf-en-yeertighfte jaer na Chri^
ftus geboortey als Dio T^eghty bezetting geftelt.

Voorts y ah de Saxen in Britannien het opperfle gezagh hadden, wrd, met het yerdypijnen yan de naem der
Dobunen, een deel yan haer, en yan haer nabuuren met een nieuype Duytfe naem Wiccy genoemt i -^aer yan ^oud
ik nochtans naeulijx duryen oordeelen, H met goedt yerlof yan den lez^er. Want ^oo Wie by de Saxen een kromte
yan de riyier beteekent ^ en
Vignones, een yolk yan Duytflandt, genoemt -gorden, om dat aen de kromte
yan de ^ee en riyier en -^ooneny (yoant dit beyeftight B. Rhenanm ) ^0 %alhet niet onheblijk ^ijny ^0 ik on^e
Wiccen
daer yan troky de "^elke de mont yan de Seyerny die zser krom isy rondom bc-^oont hebben.

VViccy,

G L O C E S T E R - S H I R E.

Locefler-shire, By de Saxen
Gleaucefcep-fcb^pe, welk
de voornaemfte woonplaets
der
DobunerfW2iS, ftrekt zich
ten weften naer het Graef-
fchap van Monmouth, en
Hereford, ten noorden naer
Worcefter , ten ooften naer
Oxford en Warwijk, ten
zuyden naer Wilton, en ten
dcele naer Somerfet. Een
genoeghlijk en vruchtbaer
landt, liggende van het zuyd-ooften ten noord-weften;
het oofter-decl, zich met heuvelen vcrheÖcnde, wordt
Cottefvold genoemt. Het midden van het landt is een zeer
vruchtbare vlakte, cn wordt bevochtight van dc zeer ede-
le rivier de
Severn, de welke de kluyten even als een leven-
dige kracht inftort. Het wcfter-deel over de
Severn is bofch-
achtigh. Maer wat hoef ikdittebefchrijven? Guilielmus
Malmesburienfis zal my dit werk wel af-nemen, die het
lof van dit landt met vollen monde uyt-roept en befchrijft.
Hoor dan zijn eyge woorden uyt het boek
van de Pauzen :
Na dc voornaemfte ftadt wort het landt,het dal van Glocejler
genoemt; het gantfche lant is rijk van kooren,overvloedigh
van vruchten; hier geeft het de natuur, daer koft hec arbeyt,
zoo dat het een ieder, verdrietigh door zijn traegheyt, ver-
wekt tot de
aenlokking der arbeyt, wanneer het met hon-
dert-voudigen woeker weder geeft, dat het ontfangen heeft.
Ghy fult \'er gemeene wegen zien met appel-boomen be-
plant , niet door menfchen handen; maer door de natuur
des landts
voort-gebracht. De aerde verheft zich van zelf
tot vruchten; en zy zijn van fmaek en gedaente voortreflij-
ker als de anderen , van welke zeer vele jaerlijx op der aer-
den vallen, en verrotten, en door haer zaedt weêr nieuwe
boomen
verwekken. In dit landtfchap zijn meêr wijngaer-
den, als in eenigh landtfchap van Engelandt; zy
zijn willigh
in het dragen, en aengenaem van fmaek. De wijnen daer
uyt-geparft, geven geen zuur-achtige fmaek aen de gene,
dieze drinken, gelijk als die een weynigh, door haer zoe-
tigheydt,
met de Eranfe oVer-een-komen. Daer zijn on-
telbare luft-hoven, voortrcflijke kerken, en zeer vele dor-
pen. Welke alle komen tot de eere en lof van de
Severn,
die in dit landt haers gelijk niet heeft, in dc breedte van
haer kolk , in de fnelte van haer vloedt, cn overvloede
van viflchen. In deze rivier is een dagclijx gcdruys van
water, welk, ik weet niet oft ik het een grondclooze diep-
te , oft een omdraeying van water zal noemen, het zandt
van het diepfte van de grondt op-wellende , cn tot een
hoop op-wcrpendc, cn komt met groote kracht; doch
komt niet verder als aen de brugh. Al-tc-mct\'^vloeytze
over den oever, cn dikwijls in dc rondte de aerde over-
wonnen hebbende j loopt wederom tc rugh. Ongelukkigh
is het fchip die het ter zijden aenraekt. Deervarc Schip-
pers, als zy dic
Bigra ( zoo noemen het de Engelfen) van Hi^a.
vêr zien acn-komen , kcerenze het fchip daer tegen aen,
en breken de zelve midden door , cn benemen haer de
kracht.

Maer dat hy van den hondert-voudigcn woeker zeght
is vêr van de waerheyt: nochtans meen ik ook niet met dc
klagende cn luyc huys-luyden, wclke Columella beftraft,
dat de aerde door al te groote vruchtbaerheyt van de voor-
gaende tijden vermoeyt, en uyt-gemergelt is. Hier van,
op dat
ik andere dingen zwijge , hoeven wy ons nochtans
niet te
verwonderen, dat zoo veel plaetfen in dit landt van
dc
wijn-bergen, Vineyards genoemt worden, wijl het wijn
voort-gebracht heeft; en voorwaer eêr door de traegheyt
der
inwooners, als door de ongematightheyt des hemels,
fchijnt dat \'er heden geen waft. Maer waerom
op zommi-
ge plaetfen in dit landt (als men in onze wetten leeft) door
een oude gewoonte, en tot een wet geworden, gefchiet
dat\'de
goederen, van die veroordeelt zijn, een jaer en dagh
aen den Koning, en na die tijdt, tegen \'t gene in het overigh
Engelant gefchiet, aen dc naefte erfgenamen vervallen,laet
dit dc Rechts-geleerden nazien; want wy hebben\'tniet
voor-genomen te onderzoeken. Laet ons nu de drie dee-
len , daer wy van gefproken
hebben, na vervolgh door-
wandelen.

Het oofter-deel over de Severn (welk de Silurcn eer-
tijdts

Vktt de

Vijn en

mjn-fiokc

ken.

-ocr page 185-

G L O C EST

tijdts bewoont hebben) aen de rivier Vaga oft Wey, de land-
fcheydingvan Walles en Engeland , is geheel met groote
bollchen bezet. Wy noemen het heden
Deane Fereß, zom-
mige der Latijnen datis,
het Deenfch boßh,
van de Deenen, andere, met Giraldus, het boßh van Danu\'
bien.
Doch ik zoud meenen, dat, zoo het zijn naem niet
gekregen heeft van het ftedeken
Deane, dat daer by light,
het met een verkort woort
Deane van Arden genoemt is ge-
weeft. Welk woort de Franfen en Britannen eertijdts voor
een bofch fchijnen gebruykt te hebbeiiiwijl twee zeer groo-
te boffchen , het eene in Frans-Nederlandt, het andere by
ons in \'t landt van Warwijk, met de zelve naem
Arden ge-
noemt werden. Want dit bofch was zeer dicht van boomen,
en
in voor-gaende tijden door om-wegen, en fchriklijke
fchaduwen zoo duyfter en af-grijftijk , dat \'er de inwooners
te wreeder en te ftoüter tot ftraet-fchenden door geworden
zijn. Want onder \'t gebiedt van den zeften Henrijk hebben
zy
de Severn met rooven zoo onvry gemaekt, dat, door laft
van
\'t Parlament,v/erten geftelt zijn,om haer te bedwingen.
Maer
nadat hier de rijke Yzer-aderen gevonden zijn, zoo
zi|n
die dichte en groote boftchen allenx vermindert. In
ditboich aen de rivier zijn van genoegh oude gedachtnis
geweeft
Tudenham en Wollaßon, die Gualter en Rogier,
broeders
van Q \'v/léacii de Ciare , omtrent het mclx jaer
van die van Walles ontweldight hebben , en dicht hier by
Lidney, alvv^acr X\'^illem Winder,Ondci-Zee-vooght van En-
gelandt , cn een vermaert Ridder,zeer fchoone huyzen ge-
bouwt heeft. Maer van aller-oudtfte gcdichtcnis is Abone
oft Avone, daer A ntoninus van verhaelt, het welk van zijn
oude
naem niet gantfchlijk vervreemt is, want het wort he-
den
Aventon genoemt, een kleyn dorpken, liggende acn de
Severn even negen mijlen, als hy zeght, van Venta Sylurtim,
oft Caer Went.En wijl Avon by de Britannen een rivier bete-
kent, hetzoud zoo vreemt niet zijn,zoo
wy meenen dat het
van dc rivier alzoo genoemt is. Want met die zelve bete-
kening, op dat ik andere nalact, hebben wy
Waterton, Bour-
ne,
cn Riverton, en de Latijnen Aquinium, en Fluentium ge-
hat. En daerom oordeel ik te meer, dat het deze naem van
de rivier gekregen heeft, om dat men de rivierbydeze
plaets placht over te varen, alwaer een ftadt recht tegen
over was,dicby dien zeiven Antoninus,T
r a j e c t v s ge-
noemt wordt, maer zonder twijffel met\'een bcdurve getal.
Wantïiy ftelt
Ahone en Traje5im negen mijlen,
daer de rivier naeulijx twee mijlen groot is. En het fchijnt
toen \'t vervallen is, mooghlijk
tot een dorpken geworden tc
zijn,oft als zy laeger
begoften over te varen, oft toen Athel-
ftan de Britanfche Walen van hier verdreef. Want hy heeft
die eerft over de rivier
Vaga, okWey, als Malmcsburicnfis
verhaelt, doen vertrekken. En daer, voor zijn tijdt dc
Se-
vern
de Engelfen , en de Walen, oft Cambren van een
fcheyde,
heeft hy deWye tot cen landt-fchcyding geftelt^
waer van
onze Ncchamus:

Van daer houd de rivier Vaga, Cambren in acht,
Van hier aen deze zy,zy op iEngeIftn wacht.

Niec vér van dc Wye, tuffchen die bofch-achtigc af-we-
gen,
ziet men het half-vervalle kafteel Bretdais, vermaert
door de doot van Mahel, jongfte zoon van Milo, Graef van
Hcreford. Want daer heeft dc Goddelijke wraek zijn be-
geerige raedt-flagen, zijn verwoede wreedtheyt, cn zijn op
eens anders dreygende gierigheydt (mer deze namen wort
hy by de fchrijvers berucht) gevoeght. Want hy is, als
Giraldus fchrijft, van Gualter van
Clifford in dit kaftecl ter
herbergh ontfangen, en terwijl de huyzen af-branden, door
een fteen van cen hooge toorn op zijn hooft gevallen, ge-
ftorven.

En anders is \'er in deze bofch-achtige plaets niet dat»bc-
fchrijvens-waerdigh is, dan das Herbertdie de zufter van
dien Mahcl, Graef van Hereford, getrouwt had, door het
recht van zijn huys-vrouw, Heer van
Deane genoemt ge-
weeft is, van wien het vermaerde geflacht der
Herberts zijn
oorfpronk rekenti uyt welk geflacht gefproten
zijn de Hee-
ren van
Uanleveny, en daer na de Herberts, Graven van
Huntington en Penbroek, en andere. Waer van ook ( zoo
men Powcllus in zijn Cambrifchc Gefchichten gelooven
mach) gefproten is Antonius
FitzrEerhert, die degeleerftc
Rechts-gelecrde geweeft is, gelijk eenfdeels dc Vier-fchaer
der Plakkaten, waer uyt hy een tijdt lang het recht gewezen
heeft,
en anderfdccls de boeken van ons burgerlijke recht,

foreßof
Vcüfie.

j^rdtm.

Tzer-ade-
• reu.

Alens.

Aventon.

TrajeÜfis,

$Yeulds*

Vide in
Com. Der-
key,

jintomus
Titz-Her-
bert y
Fechts-
geleerde»

E R - S H

by hem uyt-gegacn, getuygen. Maer andere zeggen, dat hy
uyt dc Ridderlijke ftam van de
Fitz-Herberts, in het Graef-
fchap van Derby, gefproten is en dat is, na my dunkt,
wacrachtiger.

Na dat de rivi er Severn, by de Britannen Hajfren, Jang Severn,
door een enge kolk gelopen heeft, zoo ontfangt zy, daer zy
eerft in dit landt komt, de rivier
Avon, cn een ander rivier-
ken van het ooften, wac r tuflfchen
Tetvkesbury light, by de Tewkes-
Saxen Tbcocfbapy, en by anderen Theoci Curia, van eenen
Theoc,dic daer een Heremijts leven geleyt heeft, genoemt.
Een fchoone cn groote ftadt, met drie bruggen, om over de
drie rivieren te gaen, vermaert door wolle-lakens te maken,
endoor zijn moftaert, welke door zijnfcherpte alle ding
Mojïaert.
door-dringt: maer eertijdts veel vermaerder doordat oude
kloofter, dat Odoen Dodo , broeders, in het
dccxv jaer
gefticht hebben, daer zy eerft haer hof gehat, als zy met dit
opfchrift betuyght hebben:

hang avlam regiam dodo

dvx CONSECRARl FECIT IN
ECCLESIAM.

Dat is:

Dit Koninglijke hof heeft den Hertogh Dodo doen wyen tot
een kerk.

Het welk, door de lange tijdt, en door den oorlogh uyt-
geroeyt, RobertNoorman , wederom op-ge- Fitx.^
maekt heeft,voorwaer met een Godtvruchtigh voornemen, Haimon:
om daer door voor zijn deel de fchade,die de Bajocenfifchc
kerk in Normandyen, (de welke de eerfte Koning Henrijk,
om hem te vedoffen , verbrandde,) geleden had, tc vergoe-
den , en door berou gedreven zijnde , heeft die ook weder
op-gemaekt. Het is,zeght Malmcsburicnfis,niet wel te ver-
halen,hoe Robert
Fitz-Haimon dit kloofter verheven heeft,
alwaer de fchoonheydt der gebouwen, de oogen van de
vreemdelingen bekoort,en de liefde der Munniken vele ge-
moederen aen-gelokt heeft. In dit zelve kloofter light hy,
en zijn nakomelingen de Graven van Glocefter, begraven,
die haer kaftecl, dc
Holmes genoemt, en nu byna verdwe-
nen , hier zeer naby gehat hebben. Ook is \'t nict min ver-
maert door den groulijken flag, aen het geflacht van Lan-
cafter zo fchadelijk,in welke, in het
mcccclxxi jaer, het
meefte deel van de Lancafterfchengeblevcn, zeer vele ge-
vangen, en ter neder gevelt, hare krachten zoo vermindert
zijn,en haer hope zoo verflacut is, met het dooden van Ed-
ward,het eenigflè zoontje van den zeften Koning Henrijk,
wiens herffenen hier onwaerdelijk verftroyt zijn,-datzy daer
na tegen den vierden Edward noyt haer vaendelen opgerigt
hebben, Waer van Lelandus van deze ftadt aldus zingt:
De jiadt Theoci is vermaert door \'t grootepleyn,
Door zijn verkregen huyt toont het zich fchoon en reyn.

Avena de rivier, die men hier fchoon ziet blink e,

Die geeft aen Sahrina zich telleven ten fchinke
En, 0 Theoci fladt, ghy rpordt ook mee vermaert,
Terwijl der Ed\'len aes wordt in u fchoot bewaert j

Wiens lichamen altijdt zoo in den oorlogh waren ,

Gelijk de fl randt verwacht des zeës ori^mme baren.

Daer na light Deorhifl, waer van Beda, in cen nedrige
gelcgenheydt, aen de
Severn, waer door het grootefcha-
de lijdt, mits de rivier op-loopt, dat zy zich zelf niet ver-
zwelgen kan. Eertijdts heeft het een kloofterken gehat, dat,
van dc Deenen vernielt, ten lactftcn door Edward de Con^
feJfeurwQdcx gebloeyt heeft, dewelke, gelijk men in zijn
uyterfte-v/il leeft, deze gceftelijke plaets tot
Deorhirfl, en
het gebiedt daer van aen
S. Denijs by Parijs op-gedragen
heeft. Een v/cynigh nochtans daer na, als Malmcsburicnfis
zegt, was het een ydel beelt der oudtheyt. Hier tegen over,
in het midden van de
Severn, light Olencaj, tnAlney by de
Saxen, nu T^^
Eight, dat is, het Eylandt, genoemt. En is
hier door vermaert, om dat dc Enn^elfen en Deenen, door
geftadigh ftrijden af-gcmackt, om den oorlogh kort tc ma-
ken, het lot yan beydc volkeren acn Edmund der Engelfen,
cn Canut der Deenen Koning op-gedragen
is, welke met
een byzonder gevecht in dit e^\'landt, om het opperfte ge-
biedt, gevochten hebben. Maer dc oorlogh in twijffel han-
gende , is de vrede tuflchen beyden gekomen, en het Rijk
onder haer verdeelt : doch Edmund terftont, niet zonder
vermoeden van vergif, geftorven, heeft de Deen gantfch
Engelandt voort ingenomen.

B b b De

R E.

M7

I\' I

i \' ! ^

^^ I

-ocr page 186-

Septentrio

E, - N SIS

ZuJdü^tJTi^

AV^ I G O R IST I

Tty^orL

■X

Treflon irj^n Scaure.

Saiv^prjL

T ^r s P A u S i

Clcue.

i F^burcrth ^ .»\'^flofvßc\'^

C O M I T A T V

C O M I T A

.......

i " t Q^moiv

S. t Lm1^n,y*K Y ST BGJ\\. TE^JJJ^:

.............. \'\'\'•-^-J^^m-iw^jiwji

e^hti

F JiR S

Â¥

jUmntat]

P^ns

s

£

. \\ ^ 0 ffl

€ s rie Jl

Ear S

^Mrhury

eJj\'ti

Vfian-

i.

Stanton-i

X W X J .........■

C^hbortv mia. jv
Ma. .itfTedAetMriy
""■..

^ufhUy

i.

- StMlle-y

I \'Ban^rajlx

CU^rffeU J aofeUy ^ " \'\' g

/ ^ o t l o 7atcaurm^ ^^^ m l

(> V .. OA^tt- X-^ -C H E t T E N H Aii^r^. sr

te^vc o ^^ i

T JL T V S

\\goiin \\

H V jf^ D./ I

liflbyi\'y

tarticap

^ .-Cr

^oii^fjL ZL V

\'luÄsle-y

X o I i: isj- s I s

\'.■\'Over

U-i i ^Mf^ L. " "

HVND.;

S\'

0 J^

IviML

^asri^tfeti-l \'mi"\' y X - /M

yaati\'ard

<armuati£ ^\'Brokworth ,

lHv;

. Cain. Sf
, leaiix \'

\'■ Harttv^fim flUL.

jiulßvar-a

[i.)

iUhitchurch

^Caln

radars

Dixätv
MVNMOVTHd

2J o a vW3
Bybury

X>cant

HVNU,.

0 dc om ^ s jf.

CiyUß Sichwr-J^

i^ityivtv"

\'iL I G^H T W E L S

1CoUL dynes

* 1 R OW

i, StarnvtotC\'""\'^

^ f- _ ^ ^ ______ _ _, \'WewlanA:\'-^

31 O IT V E T H E if ; klj.

:PennaJe

Ltandaja ]

lit

leutiari
tSta^y

, Ohcl
icheß, t

\' ahb **

Jäte

JarMe

kB ARKI/EyA

Tentery

CkepÄow j

S I S
CoivtlTATV S

PAR S ;

V if j/^
j ^ G .

__ arneßcy Satinhar£ ^ ^ TarinJ:}.

Tl^Urwwonh OColyraod\'l .......

£arua

\'TayrfirJb

Äe

in^lejha

idlt

WSwJ^^ . , n a--.......

>

P\'yfel

S^Samey

Tolc

Ci-eklade

» «Ii „ . ^ LaiynewtDiL.

\'Brakatrtan.

Mitichin , Sodditu/ßnis

Hvntj .

LjO O TRI.

^\'Shdrnoitte.

S om^tfirdeanzs ■

r Thomtury

Bafion^ray

OAtBorDAS

Suäbrßk

^Ladetfftv ■■••.; !; Crumhaä.

M!

S^warih

\\ H v jj- d . ■■;..

SaJmaittA guo^j

fHeWB Oul^Jhn, \\ ^

^ . ____ ji.

y jf 5 h e.a i\\ ff ^Olifidiury

\'\'Durham.

Wcflc

Torßuz jpoj/retj

CrirMampljT

rack

HailMtdi

Lye

S oJ^ C üi s £ £r

f.Actatv

•■■ ■ I ja - Lytdetaiv] Mtk. lOraxhaiL

^ ...MarfFelJe J

^-UJykc , -.....-......r .?/

^../\'ll^ zati^grij^e v

L

yate-

\'S

Gf^OGXS TR

DATCATVS;

^ C p ST^ CJl
sjTjji

o

lam^r Jl^ Stokc Catariv .

l .MiJUnr. ^uaroftv /f. unl

Briflol

f®»^"««^\'\' ■ Canei

J ül £ .

LCÄ

-ocr page 187-

N.

É

N

B

D

V

D

O

E

De Severn vloeyt van Deorhirjl met een zeer kromme
bocht,daer zy zich van een fcheyt, om een zeer geneughlijk
rivierigh eylandt, met groene wcyden te om-vangen, en
vloeyt voorby de voornaemfte ftadt van dit Graeffchap , die
Glevum. Antoninus Clevum en Gleyum, de Britannen
Caer Globi, de Saxen Glcauceftrcp, wy Glocefter, dc Latijnen
Clocejler. Glovernia , andere Claudioceftria noemen, van den Keyzer
Claudius, gelijk zy zeggen, die\'t zoo benoemde, als hy hier
zijn dochter Geniffa ten houlijk gegeven had aen den Bri-
tan Arviragus. Van welke luvenalis fchrijft:

Neemt eenigh Koning aen, of Arviragm tracht
Uiv een te (tellen van het Engelfe geftacht.

Als oft hy andere dochters, als Claudia, Antonia , cn
Oclavia by zijn drie huys-vrouwen voort-gebracht, cn Ar-
viragus in dic tijdt bekent geweeft had, daer zijn naem, in
de ccrftc tijden van Domitianus, naeulijx gehoort is ge-
weeft. Maer wegh met hen, die de outheyt met op~gcmack-
te logenen bekladden. Ik zoud Ninnius liever gelooven, de
wclke fchrijft, dat zy na Glou , over-groot-vader van Ko-
ning Vortigern, genoemt is geweeft, had het niet lang
Gle-
vum
van Antoninus genoemt geworden, hetwelk ook de
wijdte van
Corinium, en de naem getuygen. Want gelijk het
Saxifch
Gleaucefter, van Glevo, zo is Glevum gelijkvormigh
van het Britanfche C^^-r voort-gekomen, hetwelk ik
meen, dat van het woordeken
Glow voortgefproten is, het
welk in\'t Britanfch fchoon en net betekent, zoo dat
CaeV
Glotp
het zelfde zy, als een fchoonc ftadt, in welke beteeke-
ning ook de Grieken haer
Callifolim, Callidromon, Calliflra-
tian,
cn dc Engelfen Brightftotv, cn in dit zelve landt Faire-
ford
, dat is, een fchoonefterkte, gehadt hebben, &c. Het is
van de Romeynen gebout, en den Silurcn even als op dc
nek geftelt. En daer is ccn Nicu-ftadt gevoert, wclke
Colo-
nia Glevum
genoemt is: want men ziet een ftuk van een ou-
de ftcen in de muuren van Bathon , .dicht by de noorder-
poort, mét dit opft;hrift:

*DEC COLONliE GLEV
V I X I T ANN. L X
X X V I.

Dat is :

Be Overfte van de Nieuw-ftadt Gleu , heeft geleeft in het
l x x x v i jaer.

Deze ftadt light langs de Severn uyt-geftrekt, en daer
zy niet van de rivier befpoelt wordt, ordt zy op zommige
plaetfen met een muur omringt 5 is in getal van kerken, en
orde der huyzen zeer treflijk.
In\'t zuyd-eynd is een kafteel
van vier-kante ftcen gewceft,maer nu meeftcndeel vergaen,
gebout ten tijde van den eerften Willem 5 daer zijn 16 huy-
zen op die plaets af-gebroken , om het kafteel te bouM\'cn,
(als men leeft in \'t Schat-boek van Engelandt) waer door
de twift van den tweeden Henrijk tegen Rogier, zoon van
Milon, Conftapel van Glocefter, ontftaen is j cn hy heeft
zijn broeder Waker van al zijn recht ontfteken, dathy op
. dczc ftadt cn kafteel gehadt heeft , gelijk Robertus dc
tJMonte gefchreven heeft. Ceaulin de ccrftc Koning van
dc Weft-Saxen, heeft het den Britannen omtrent het
dlxx
jaer onzes Heeren ontwcldight daer na is het gekomen
onder het gebiedt der Merciers, onder welke het met groo-
ter ecre gebloeyt heeft, cn Koning Ofric van Northumber-
landt , heeft hier een vermaert Maeghden-kloofter gctim-
mert, door toelating van Ethelrcd de Mercier, over welk
by vervolg Overften oft Abdiffen van geweeft zijn, Kine-
burga, Eadburga, cn Eva, Koninginnen der Merciers. De
zeer vermaerde Edelflcda, Koningin der Merciers, heeft
mede deze ftadt verfiert met die kerk daer zy in begraven
hght. Doch niet lang daer na, als door de Deenfchc roof
dit landt uyt-geput cn verniekwas, zijn die heylige Non-
nen verjacght, (gelijk dien ouden ^thelwerd befchrijft) en
de Deenen
hebben hier in de ftadt Glexv-cefter, Schaep-
harders hutten gctimmert, op verfcheyde wijzen. En als
door dat onweder alle de oude kerken vernielt waren, zoo
heeft Aldred, Aerts-biffchop van York, cn Biffchop van
Worcefter , hier een ander kloofter voor de Munniken
S78 getimmert, het welk nu de voorneemfte plaets bezit, cn
een Deeken, met zes Proveniers heeft. Maer dat zelve
heeft in voorgaende tijden een nieuwe eer ontfangen; want
I. Hanley, en T. Earley, Abten, hebben hier by een Ka-
pel gebout, en der hcyligc Maeght toc-gewijt; N.
Morvent
heeft de wefter-gevel, die voorwaer zeer fchoon is, van de

Gloceßer
der Romej\'
nen woo-
ving.

* Decurio

gront af op-gericht, de Abt G. Horton het dwerfche noor-
der-deel, de Abc
Tromcefter een fchoon kloofter, en de Abc
Sebrok heeft\'er een zeer hooge klok-tooren by-gevoeght.
De zuyd-zijd
is mede weder op-gemaekt uyt de offerhan-
den der Burgers
tot het Graf van den tweeden Edward, die
hier in een Albafter graf begraven light : en niet vêr van
hem,
die ongelukkige Robert Curt-hofe, oudtftc zoon van
den eerften
Willem , Hertogh van Normandyen, in het
midden van
\'t Koor, in een houten graf. Maer boven hec
Koor, in \'t verwulf van deze kerk, is een muur in een half
ronde hoek met deze kunft, dat zo \'er iemandt, hoe zachc
dat hy aen de eene zijde fpreekt, en dat een ander zijn oor
aen de ander zijde van de muur aen houd, al is het daer vry
wat vêr af, zal lichtelijk alle het gene konnen hooren , tot
een fyllabc toe, dat den ander zeght. Onder\'t gebiedt van
den eerften Willem, en te vooren , fchijnt het dat de Bur-
gers meeft doende geweeft zijn met yzer te vergaderei%
Het heeft ook
geen andere fchatting geleden,als in \'t Schat-
boek van Engelandt ftaet, als eenige
Ieren yzers, cn yzere
ftaven, tot gebruyk van de Koninglijke vloot, en de Konin-
gen hebben haer eenige maten honigh op-gcleght. Na de
inkomft der Noormannen, heeft het eenige fchade van
Edward ,
zoon van den derden Koning Henrijk, geleden ,
terwijl
gantfch Engelandt door den oorlogh der Baronnen
rookte, en is eyndlijk vernielt, en door het vuur by ongeluk
verbrant. Doch, door een langduurige vrede op-gequeekt,
bloeyt nu met een nieu leven, en is met twee by-gevoeghde
Hundreds,tot een Graeffchap geworden, \'t v.\'clk het Graef-
fchap van dc ftadt Glocefter genoemt wordt. De achtfte
Henrijk heeft het by onzer ouderen gedenken met een
Biffchoplijkc ftoel verrijkt,door welke waerdigheyt het eer-
tijdts zeer vermaert geweeft is, als G alfredus Monumcthen-
fis vaftelijk getuyght; cn ik zal zijn getuygcnis niet tegen-
ftaen, wijl de Clunicnfifche Biflchop onder de Prelaten
der Britannen gerekent wierd; welke naem van
Clevum oft
Glorv af-gefproten, mijn giffing, dat dit het Glevum van An-
toninus is, cenighzins beveftight.

Als nu de Severn Glocefter verlaten, en haer verdeelde
wateren by-een vergadert heeft, rijft, nu door de eb en vloet
der zee voller, even als een onftuymigh meyr, en vloeyt met \'
veel bochten gekromt in zee. Doch bezoekt niet op de
wegh dat gedenkwaerdigh is, als daer zy het rivierken
Cam
in haer ontfangt : Cambridge een boeren dorpken, wiens Camhridtre,
brugh, als de Deenen zonder orde met haren rijken buyt
over-gerackt waren, als iEthelwerdus fchrijft, hebben haer
de Weft-Saxen en Merciers in een zwaren flagh in
Wood-
nesfeld
ontfangen, alwaer drie van haer Vorften gebleven
zijn, Heatfden, Cinuill, en ïnguar.

Aen die zelve oever, mtt vccW^cg^^n, is Barkley, byde Barkley^
Saxen Bcojikenlau, dooreen zeer fterk kafteel, een Mayer,
dic daer de hooghftc Overheyt is, cn door zijn Heeren de ß"^
Baronnen van
Barkley, van ouden Adel, zeer bekent, van
welke, onder \'t gebiedt van den zevenden Henrijk, Willem,
Baron van
Barkley, Onder-graef van Barkley, Mark-graef
van Graefvan Nottingham, cn Maerfchalk van

Engelandt geweeft is; maer hy zonder kinderen ftervende,
zoo zijn alle deze tijtels met hem verdweenen. En zoo ghy
verftaen wik, doór wat lift Godwin , G raefvan Kent, een
ervaren man om onrecht te doen, zich in deze beziccing in-
gedrongen heeft,zo leeft dit weynige uyt VVakerus Mapheus,
die voor ccc c jaren gebloeyt heeft, en het fchijnt ook
lezens waèrdigh:
Berkleia, naby de Severn, is een hoeve van
500 ponden; daer was een Nonnen-kloofter, over welke
was geftelt een edele en fchoone Abdifle. Graef Godwin
zeer ervaren in bedrogh, niet haer, maer het hare begeercn-
dc,
heeft haerin tvoorby-rcyzen zijn neef, een jongeling
van fchoonc gedaente, even als ziek, gelaten, tot dat hy
weder
quam,cn heeft dien jongeling onderrecht,dat hy niet
gezont zoude worden, tot dat hy haer, en al de Nonnen die
hy konde, die hem quamen bezoeken, van haer eer ontroo-
ven zou; en op dat hy van haer volkomen gunft in \'t be-
zoeken
verkrijgen mochte, zo heeft hy hem ringen en gor-
dden gegeven, die hy haer, om te bedriegen, mildelijk
fchenken zoude. Hy dan gaerne in gaende den aengena-
men wegh van de welluft, om dat de lichte wcgh na de hel-
le lichtelijk geleert wordt, en men in het gene dat wijshcyc
fchijnc, wijflijk dwaeft. Neffens hem is alles wat dwaze
maeghden wcnfchen : fchoonheyt, welluft, rijkdom, wel-

fpre-

-ocr page 188-

O

Ipreiccndheyt, cn hy is bekommert dat ieder een plaets zou
hebben. Den Duyvcl dan heeft Pallas uyt-gedrcven,en Vc-
nus in-gevocrt i en heeft de kerk des Heeren , cn van de
heyh\'gen tot cen groulijk
Pantheon^ en een hoer-huys ge-
maekt , en alzoo dc Lammeren in Wolven verkeert. Toen
nu vele bezwangert waren, zoo vliedt de nu fiacuwc en ver-
wonne verwinnaer der wclluft wegh, cn brengt met der
haeft zijnen Heer de winnende vaendelen, het loon der on-
gerechtighcy t waerdigh. Die gaet terftont tot den Koning,
en verwittight, hem van der Nonnen onkuysheyt, en be-
wijft alles door zijn uyt-gezonde verfpieders. Hy begeert
van zijn Heer dat zy uyt
Berkley gedreven zouden worden,
en hy het hebben mocht,\'t welk hy verkreegh^ cn heeft zijn
huys-vrouw Gueda na gelaten ^ maer, om dat zy zelf van
deze Mayery , om de verwoefting der Abdy (als in \'t Schat-
boek van Engelandt ftaet) niet leven wilde, zoo heeft zy
daer
Vdecefter voor gekoft, om daer van tc leven, zoo lang
zy tot
Berkley bleef Zoo heeft een zuyvcr gemoedt altijdt
cen af keer van qualijk-gewonne goedt. Hoe dc tweede Ko-
ning Edward, door de lift van zijn huys-vrouw, van zijn
Rijk ontbloot, cn in \'t kaftecl van deze plaets om-gebracht
is, door de fchalkhcyt van den Biftchop Adam van Hcre-
ford , die aen zijn bewaerers deze navolgende ontuffchen-
geftipte woorden gefchreven heeft :
Edwardum occidere no-
lite timer e honum efl
, dat is , Edward dooden wilt niet vrezen
is goedt
, op dat door de verfchcydenhcyt van de zin, zy dc
doot-ftagh volbrengen, en hy zich
bequaemlijk ontfchuldi-
gcn zoud, wilde ik liever dat ghy by de Gefchicht-fchrijvers
zocht, als dat ghy \'t van my verwacht. Hier omtrent vloeyt
het rivierken
Avon in zee, acn wiens bronnen, naeulijx
8000 paften van den oever, op de heuvelen by het dorpken
Alderley, fteenen, even als ftakken, cn oefters grocyen, die
of zy certijdts levende dieren waren, oft dat zy tijdt-kordn-
gen der natuur zijn, mogen de Wijs-gieren, die nafpeurers
der natuur, onderzoeken. Doch Eracaftorius, de oppcrfte
der Wijs-gieren van onzen tijdt,twijftelt geenzins ofhet zijn
dieren geweeft, die in de zee uyt-gegroeyt, cn door dc baren
op de bergen gefpoclt zijn. Want hy beveftight, dat de ber-
gen van de zee op-geworpen zijn , door het zant eerft tot
zulke hoo|)cn op tc ftapclen, cn dat de zcc gefpoclt hceft,
daer nu de bergen zich verheften, en dat, dc zelve wederom
wegh-loopendc, de eylanden en bergen ontdekt zijn. Maer
dit is buyten onze ftreek.

De Over-vaert, daer Antoninus af verhaelt, tegen oyer
Ahon, daer men over de mont der Severn pleeght te varen,
was certijdts, als wy uyt de naem giften , by
Olbury, dat is,
zo men \'t vcrtaelt,
de oude Burgh, gelijk wy heden by Aujl,
een dorpken, een weynigh laeger liggende. Dit wierd cer-
tijdts
Aujlcltve genoemt,-want het is een fteyle cn zeer hoog
verheve klip. Gedenkwaerdigh is voorwaer, dat die zelve
Map^us, van wien wy te vooren gefproken hebben, fchrijft,
dat op deze plaets gefchiet is : De oude Edward , zeght hy,
hceft
hy Aujlclive, en Lcolin, Vorft van Walles, by Bethefley
gelegen : en als Lcolin geenzins wilde af-komen , oft de
Severn over-varcn, om met hem tc fpreken, zoo is Edward
tot Lcolin over-gegaen. Maer Lcolin hem ziende, cn ken-
nende, heeft zijn Koninglijke mantel af-gcworpcn, (want

hy had hem op de markt bcreyt) en is tot acn de borft toe

in \'t water gegaen, en het fchuytjcn omhelzende, gezeyt:
O allcrwijftc Koning l uw nedrigheyt heeft mijn hoogh-
moedt overwonnen,
en uw wijs heyt mijn dwaesheyt over-
treft ^ klimt op mijn fchouders, om dat ik
my dwaeftijk
gen u verheven heb, cn zo zult ghy in \'t landt komen, dat
uw gocdertierenheyt u heden eygen gemaekt heeft i cnhy
heeft hem op zijn fchdudcren genomen , cn boven op zijn

mantel doen zitten, en met gevouwen handen manfchap

gezworen. Op die zelve oever light Thornbury, alwacr men
noch ziet dc verheve grondt-vcften, van het heerlijk gebou,
dat Edward, laetfte Hertogh van Buckingham, wilde op-
bouwen, in het
I j 11 jaer, als het opfchrift getuyght. Zeven
mijlen van hier fchcytde
-Avon., in dc voorby-vloeycndc
Severn geftort, Glocefter en Somerfet van een en niet ver
van haer oever ziet men
Puclechurch, eertijdts cen Koning-
lijke hoeve,
Vuclekerks genoemt; in welke Edmund,Koning
van Engelandt, (terwijl hy, om de twift neer tc leggen, zich
ftelde tuflchen zijn Schenker, cn Leove, een boos menfch)
door-ftooten zijndc, geftorven is.

Hier by zijn Wimerbourne ^ dat zijne Heeren, inet na-

E

De arghßi-
ge looihejt
den

van
Siffc

\'JJ . ,

De deodt
van den
nveeden
Edward.

Steine ßakc
huyun.

\\

De Over-
vaert.

\'ApißcUve,

^hortihur

7-

Eucle^
thnrch.

E R - S H

159

men Bradßons, gehadt heeft ^ van welke de Onder-Graven Bradeßons.
van Motit-agu, de Baronnen van Wentworth, &c. haer af-
komft rekenen.
A£ion, het welk acn \'t Ridderlijk geflacht Ire-
van Aäon de naem gegeven hecfti wiens erfgenaem aen Ni-
klacs
Pointz Ridder getrout, ten tijde van den tweeden Ed- Poimz.
ward, \'t zelve aen haer nakomelingen achter-gelaten heeft.
Het dorpken
Derham, van de Saxen Deopbam , alwaer de E>e»rham,
Saxfche Ccaulin, door cen zeer bloedigen flagh,dric Britan-
fchc Vorften, Commeail, Condidan, en Eariemeiol, met Mmanm.
noch meer andere doot-geflagcn, en de bezitting van dit
lant dc Britannen gantfch ontnomen heeft. Men vint hier
noch dc groote fterke bolwerken der kaftcclcn, cn hier cn
daer op deze plaets de uytdruklijkftegcdenk-tcekenen van
zoo groot een oorlogh. Dit is de Baronny geweeft van la-
cob van
New Market, die drie dochters geteelt heeft, uyt- lacohm de
getrout aen Niklaes van , aen lan van Boteraux, cn Novo Mer-

Radulp RußeilI wiens nakomelingen, zeer verrijkt door het
houlijk met de crfgenaem van \'t edele geflacht van
Gorges,
de naem van Gorges aengenomen hebben.

Meer ten ooften ziet men Dureßey, de oude wooning der
Barkleys, die hier van Durefley genoemt zijn, deze zijn
ftichters geweeft van het kloofter
vm Kingeßvood, vandc
orde der Ciftertienfen hier by en niet zeer vér van daer is
hdck^{k.zd Beverßon y dat certijdts OLcn dc Gournays , ende Beverßon.
Ab-Adams
toe-behoort heeft, die onder den eerften Ed- ^^
ward gebloeyt hebben ^ en daer na der
Barkleys, van Rid-
dcrlijkc orde.

Tot hier toe hebben wy ter loop in dit Graeffchap door-
zien , \'t geen over en aen de
Severn gelegen is: lacrons nu
tot het ooft-eynd voort gaen, het welk wy gezeyt hebben
dat heuvelachtigh is, te weten , van dc heuvelen,
Cotfwdd.

cn fchacps-koyen zoo genoemt. Want de Engelfen hebben Cotf^
dc bergen en heuvelen certijdts
Woulds genoemt, waer van
de oude aentckcning de Alpes van Italien,
T\'he Woulds of
Italië
vertaclt.Hicr op worden in grooter menighte kudden
van zeer witte fchapen, met lange halfen cn vier-kante
lichamen, gevoedt, \'t welk men gemeenlijk gelooft toe tc
komen, om de aengename gelcgenheydt cn bergh-ach-
ngheyt, welker zachte wol by alle volkeren in grooter wacr-
de gehouden wort. Aen dc zijd van deze heuvelen ziet mea
deze vermaerde plaetfen, die van oudts bekent zijn, cn al-
te-mael gelijk als in een buurt liggen.

Campden, gemeenlijk Camden, een genoegh vermaer- Campden.
dekoopftadt, alwaer (gelijk lohannes Caftoreus zeght)
al de Koningen van \'t Saxifch bloedt, in \'t
d c l x x x i x ln^mßm
jaer t\'zamen-gekomcn zijn, en
in\'t gemeen yan den ooi-^-Edu^.u
logh tegen de Britannen geraedt-flaeght hebben: en welk,
ten tijde van Willem
deConqueßeur, de bezitting was van
Hugo,Graef vanCeftcr,en van zijn nakomelingen eyndlijk,
door Niklaes van
Albeney, aen Rogier van Somerey geko-
men is. Waer omtrent
Wéflon is, dat nict van ouder ge-
dachte, maer nu om de fchoone huyzen van Radulf
don,doox: hem en zijn nakomelingen daer gebouwt, en zeer
uytmuntende, vermaert is.

Hales, noch onlangs cen zeer bjoeyend kloofter, opge-
bouwt van Richard, Graef van Cornwal, en Roomfch Ko-
ning, en zeer geprezen door zijn voeftcr-kindt Alexander
de
Hales,een voor-vechter in dc fpits-vinnigc Godt-gelcert-
heyt der School-gelecrden.

Sudley, certijdts Sudleagh een treflijk kafteel, cn on- ^»dlejl
langs dc wooning van ^gidius Bruges, Baron van chan- Baronnen
dos, wiens groot-vader lan vanKoningin Maria Baron van \'vjtnChan-

Chandos gemaekt is , om dat hy uyt dat oude geflacht van
Chandos zijn oorfprong had, uyt het welk, onder\'tge-
biedt van den derden Edward, gebloeyt heeft lan
chandos,
Onder-Graef van San£i Salvator in Vrankrijk, en zeer ge-
lukkigh in alle oorloghs-ccr. Doch eertijdts hebben\'t de
Edelen, die hier van
Sudley genoemt zijn, bewoont, afkom-

Bitromen

ftigh uyt dat zeer oude Engelfc geflacht, tc weten van Go- van Sudley.
da, dochter van Koning -Ethelred, wiens zoon RadulfMe-
dantin , Graef van Hcreford , voortgebracht heeft Ha-
rald , Heer van
Sudley, wiens geflacht hier lang gebloeyt
hceft, tot, by gebrek van zonen, dc erfgenaern met
Wil-
lem Butler,
uyt het geflacht van Wem,gctroüWt is, cn heefc
hem Thomas gebaert , die Radulf, Schat-mcefter van
Engelandt, voortgebracht heeft, van den zeften Henrijk
tot Baron van
Sudley gekoven, die dit kaftecl met nieuwe
gebouwen vermaekt heeft. Wiens zufteren zijn getrouwt

C c c in de

R E.

1\' ! !

-ocr page 189-

saa

rsö D Ë D Ö Ë V N E N.

in de geflachten van Northbury, en Belknape, door welke in Wie deze Gurmund geweeft is, is my gantfch onbewuft:
het kort de bezittingen onder verfcheyde geflachten geko- de inwooners toonen een groot bolwerk omtrent de ftadt,
men zijn. \' welk zy zeggen dat Gurmund daer gemaekt heeft; noch-

ToUm- Ook hier zeer naby is toMingun, alwaer de 7racys, tans noemen zy het de tooren van Grifmund. Marianus, een
ton, door de ouderdom van haer ftam zeer vermaert, lang ge- oudt gcloofwaerdigh fchrijver, verhaelt, dat Ceaulin dit de
Tracy. bloevt hebben, dic zich eertijdts de Baronnen van Britannen ontnomen heeft,op dic tijdt, alshy haer leger by

zeer\'gunftigh gehadt hebben. Doch hoe in het eerfte ver- Deorham geflagen, en Glevum onder zijn macht gebracht
fchil der
Godts-dienft tegen Willem Tracy, Heer van deze had. Lang daer na heeft het dc Weft-Saxen onderdanigh
plaets, met het op-graven, en openbaer verbranden van geweeft. Want men leeft, dat Pendade Mercier,als hy deze
zijn lichaem, om eenige woorden in zijn uyterfte-wil, die, ftadt met zeer grootemacht belegert had , van Cineglifus,
\' als die tijden oordeelen, na kettery roken, gehandek heeft: Koning der Weft-Saxen, verflagen is. Nochtans is het ten
hoe dat ook certijts een ander Wiflem
Tracy zijn handen laetften, met het gantfche landt, onder \'t gebiedt der Mcr-
mct het bloet van Thomas, Aerts-biflchop van Cantelberg, ciers gekomen , en tot dc Engelfe Een-heerfching toe ge-
befmet heeft, hebben de kcrklijke Gefchicht-fchrijvcrs bleven. Onder wclke het, door het qucllen der Deenen ,
overvloedelijk befchreven j doch het komt hier niette pas veel ramps geleden heeft, en mifl^chien van dien Deen Gur-
fulx te verhalen.
Hier is ook de genoeg bevolkte ftadt mon,dicGuthrus en Gurmundus van de fchrijvers genoemt

chelcombe, alwaer Kenulf dc Mercier een kloofter opgericht wordt. Doch nu wort naeulijx het vierde-deel van de ftadt
heeft; en op dien dagh, als hyze wijde, heeft hy Edbridh, binnen dc wallen bewoont; het overige is wcylandt, cn de
Koning van Kent, dien hy gevangen had, vry tot de zijne puyn van een kloofter, by de Saxen, als men zeght, eerft op-
gezonden.Mcn zou naeulijx gelooven,in wat een vermaert- gebout, en van den tweeden Henrijk vermaekt, waer in wy
heyt dat het kloofter certijts geweeft is,om de overblijffelen verftaen hebben , dat vele van het gcflacht der Baronnen
van Koning Kenclm, een kint van zeven jaren; den welken van
S. Amand begraven zijn. Maer het kafteel, welke het
zijn zufter, op dat zy het erfdeel alleen bekomen zou, hey- gehadt heeft, is door Koninglijke laft, in het eerfte jaer van
melijk om-gebracht heeft, cn van onze voor-ouders onder den derden Henrijk, af-geworpen. de inwooners winnen
het getal der Martelaren geftelt is. Het by-gelege landt mceft haer koft met wollc-wxven, cn roemeii zeer van de
wierd eertijdts op zich zelf voor een Graeffchap, ofton- zonderlinge goederticrentheyt dic de eerfte Richard haer
der-Graeffchap gehouden; want wy lezen in een oudt ge- betoont heeft, die het kloofter zeer rijk gemaekt, cn haer,
fchreven boek van de kerk van Worchefter: Edric, by-ge- als zy zeggen, over zeven daer by-liggende Hundreds ge-
naemt
Streona, dat is, Verkrijger, de welke eerft onder Ko- ftelt heeft, om dic tc houden tot een vaftigheyt van \'t leen,
ning .Ethelrcd,en daer na een tijd lang onder Cnut oft Ca- dat zy zaken zouden onderzoeken, cn dc boeten,cn andere
nutus , Overfte over\'t gantfche Rijk van Engeland was, cn voordeden , van die zaken fpruytcnde, voor haer hou-
toen hy als Onder-vorft heerfchte,heeft het Onder-Graef- den. Den vierden Koning Henrijk heeft haer mede eenige
fchap van
Winchelcombe, het welke toen op zich zelfwas, voor-rechten geft:honken, om dc hulp dieze hem troulijk
aen \'t Onder-Graeffchap van Glocefter gevoeght. Wat lae- bewezen hadden tegen Thomas
HollandGraef van Kent,
ger Hght
Brimesfield, welk eertijdts de Giffords tot zijn Hec- lan Holland, Graefvan Hurttingdon , lan Mont-agu, Graef
ren gehadt heeft, aen de welke dat fchoone erfdeefdoor het van Sarisbury, Thomas
De~JpenJèr, Graef van Gloccftcr, en
^^ r vrouwen, van de
Cliffords gekomen, en ter- andere,die,door hem van haer eer ontrooft zijnde,zijn doot

nen Giprd ^^^^ vroulijke erfgenamen aen de Heeren Le Strange gezworen hadden, en hier van de Burgers achterhaek, ten
de Blakmer, de Audleys, cn anderen vervallen is. deele gedoot, en ten dcele onthooft zijn.

Deze liggen alle tuflfchen de heuvelen; maer onder aen De charne, Corinum verlaten hebbende, vervoeght zich
de heuvel, omtrent de oofter-lant-fchcyding van dit Graef- zes mijlen van daer met de
ifis. Want de ijis, gemeenlijk dc
fchap, ziet men dien vermacrden Romeynfchen wegh, met
Oufe, op dat zy Glocefterfch van oorfprong zoud zijn.vloeyt
Fojfeway. die bekende naem gen ocmt, de welke ccrft af komt uyt het zuyd-eynd van dit landt, omtrent het dorp T^r/if- \'
van Warwijk door
Lemington, alwaer een Romeynfche be- ton, niet zeer ver van die vermaerde v/egh FoJJ-way, met ge-
zetting fchijnt geweeft te zijn , uyt dc Roomfche pennin- duurige aderen. Dit is de
Ifts, dc welke, daer na dc Tama De rwlere
gen, daer dikwijls uyt-gegraven; van welke my Edw. Palmc- in haer ontfangen hebbende, met een dubbeld woordt Ta- ^^ >
rus, een lief hebber der oudtheden, wiens voor-ouders hier genoemt wordt; het is de opperfte van alle dc rivie-\'\'\'\'
lang gebloeyt hebben, eenige uyt bdceftheyt mede-ge- ren in Engelant, van welke men wel te recht zeggen mach,
deelt heeft, en daer na door
Stom on the Would, het welke, datze Engelandt bezaeyt en bevochtight; het zelve hebben
om zijn hooge gelegenheyt, de winden zeer onderhevigh de ouden ook gezeydt van de rivier Euphrates in \'t ooften.
is, en
liorth-Leach, van het by-vloeyende rivierken ge-by- Ook heb ik hier een dicht-konftige befchrijving van haer
Cirencejïer. naemt, tot Cirencejler, het welk dooï dc micj: chern, zot bron hier onder gevoeght, uyt het houlijk van de Tame
groot gemak der water-meulens, ten zuydeu tuflTchen dc cn ifis, wclke oft men hier by voeght oft niet, is niet aen
heuvelen uyt-geftort, befpoelt wordt, en de naem ontfangt. gelegen:

Het rvol-achtige vee, dat Cotfwaldia voedt,
Weyt op de heuvelen, d.aer men Bodunigroet.
Zeer na aen
Eofleway kan men lichtlijk bejpeure,
Een hol oft een jpelonk, zeer lang van grot eti de ure,
Met een verheven dijk^ de welke fchijntgefcheurt
Vtn eenigh berrigh, ofte heuvel daer ^t gebeurt,
Wiens dorpe len altoos van gulde zant-ft een fchijnen,
Men zal de zalen fteeds bedekt met Tv oor vijnen.
De wooninge van V hof, die hier zeer cier lijk ftaet,
Dieglinftert en die blinkt van Engelfen Agaet.
De pij laer s die het heeft, die zijn al in ^t gemeene,
V\'.rvolgend^ achter een, van loutere Fuym-jleene.
Maer het hand-werk hier van het al te boven gaet.
De Sant-, Fuym-fteen, Tvoor oft Engelfe Agaet.
Hier door ftelt men Diaen regeerfter van deez wooning,
En van \'t verglaefde Rijk, gelijk als opper-Koning,
Door-ziende wel te recht het draeyende geftart,
Dat met een kromme tret vaH door den ander wart.
Hier is de aerd gevoeght aen d\'ongeftuymde baren-,
Daerfchijnt de vrou alleens, ofs uyt-gehouwen waren
2{a hare echte naem, hetfchijnt dees waf ren zijn.
En toonen zich altijdt in broederlijke fchijn :
Als de rivier Ganges, Nyltis, en Amafone,
De Ifter en de Rhijn, als buur en hy een woone..

Maer

Ceriniun}.

meynen.

Deze ftadt is van zonderlinge oude gedachtenis, by Ptolo-
meus CoRiNivM, by Antoninus
Dvrocorno-
V IV M , dat ishet water Cornovium genoemt, en is, gelijk
hy fchrijft, i y mijlen van Glevum oft Glocefter; dc Britannen
hebben het
Claer-Cori, oxiCaer-Ceri, de Engel-Saxen Cy-
pen-ccaj^tjcp
%eXioemt,^^hzdenCircefteren Circiter. De
muuren betoonen genoegh, dat het zeer groot geweeft is,
welke, gelijk men zegt, twee mijlen in de rondte begrepen
hebben. Dat het vermaert is geweeft, bewijzen de Room-
fche
penningen,haer vloeren, en haer befchreven Marmor-
fteenen,daer uyt-gegraven,de welke, by ongeval, in handen
van onwetende menfchen gevallen, tot geen kleync fchade
der oudtheyt vergaen zijn: als ook die oude gemeene Ro-
meynfche wegen, die hier elkander dwars
door-gefneden
Degemee- hebben;waer van die, welke by Glevum oft Glocefter gelegen
^vmd^^Q- heeft,noch met een zichtbare dijk overigh is, tot Birdlip-hill
toe, en aen de gene, dieze wel beziet, met fteenen beftract
fchijnt. De Britanfche laer-bocken getuygen,dat dczc ftadt
van Gurmund, ik weet niet wat voor een Afrikaenfc dwing-
land, met krijghs-lift door muffchen in brandt gcfteken, cn
gantfch af-gebrandt is; waer door Giraldus dit de ftadt dcr
muflchen
noemt, en daer van Nechamus:

Dees ßadt Gurmunde heeft nu zeven jaren lang
Miv krachten onder zo cht,maer hard,en z^aer^en hang.

Winchel\'
combe.

Brmes-

ficid

-ocr page 190-

E R - S H

O

E

R E.

i^i

Maer rijkelijk blinkt hier^y en fchijnt in\'/ midden uyt,
Ehrixdius gtdde vlies. En Eng landt leek de bruyt,
Verfiert en of-gepronkt met rijke kooren-ad\'ren,
Die Vrankerifk voor haer ten dienfte moeft vergaderen,
Jßs, deze rivier, die
V wat er al regeert,
Wordt in zijn waterige Konings ftoelge-eert.
Men moet dees houden mee als Heere der rivieren,
Om datze veelte milt, kan opwaerts aen aenftieren

Zijn aerde water-krtiyk, door zijne blaeuwe fchoot ;
" Haer ongefchooren hayr, dat laetfchier nu als bloot
Zijn grijze hoorensftaen; haer kant, na mijn beduyden.
Was eertijdts om-gegort van riet, en water-kruyden:
Haer zeer vlietendeftaet, haer oud gewooneplicht,
Verftroyt door\'/ water haeft der fchoonen zonnen licht.
De uyt-gekemde baert, daer zy mee placht te brallen,
ls op haer borHgantfch nat, de druppelen die vallen
Het gantfche lichaem langs, en d\' ad\'r en over al.
Van het zeer ff ringend nat, door-breken hare wal.
En uyt haer weke gront, ziet men de vifchkensfpeelen,
l-lu hier en dan weer daer, men ziet in alle deelen
De zilverige Swaen, dat wit geveerde dier,
Hetgeen over al vlieght, dan daer, dan weder hier.
Wat de Graven van Glocefter aengaet, eenige hebben
ons Willem
Fitz-Eußace , als eerfte Graef voorgeftelt, wat
dit voor een geweeft is,heb ik tot noch toe in het lezen niet
bevonden 3 ook geloof ik niet, dat hy oyt gebooren geweeft
IS. Maer dat ik befpeurt heb, zal ik den lezer niet onthou-
den. Men leeft dat omtrent de inkomft der Noormannen,
de Saxifche Bithrik Heer van Glocefter geweeft is, den
welken Machtild, huys-vrou van Willem de Noorman, om
haer verachte gedaente op-gehitft(want hy had wel eêr haer
houlijk verfmaet) zeer vyandighlijk gequelt heeft, en als zy
hem ten laetften gevangen gezét had, zoo heeft Robert
Eitz-Haimon alle zijn bezittingen van den overwinnen-
den Koning ontfangen, die in den ftagh met een fpiets in
\'t ftaep van \'t hooft geflagen zijnde, is zeer flecht van ver-
ftant geworden, en weynigh tijdts daer na, gelijk als van
zinnen berooft zijnde, geftorven. Zijn dochter Mabilia,
by zommige Sibylla, heeft Robert, Baftart-zoon van den
eerften Henrijk, tot huys-vrou getrouwt, en is tot eerfte
Graef van Glocefter gemaekt, hy wordt gemeenlijck byde
Schrijvers
Cottful, oft Burger-meefter van Glocefter ge-
aioemticen man, zoo verheven en onwinnelijk van gemoet,
als iemant in dien tijdt, een die noyt door tegenfpoedt ver-
mindert , voor zijn zufter Machtild, tegen Steven, die En-
gelandt innam, en groote gewichte zaken met grooten lof
heeft uyt-gevoert.Hy heeft deze heerlijkheyt aen
zijn zoon
Willem gelaten, wiens drie dochteren deze waerdigheyt in
even zoo vele geflachten hebben ingevoert ^ de oudtfte
dochter Izabel, heeft lan, des tweeden Konings Henrijx
zoon, met deze tijtel vereert 5 maer deze, als hy daer na
het Rijk verkregen had, heeft, ïe waerdigheyt verwerpen-
de, die voor 2.0000 Marken gegeven aen Galhnd van
Jfan-
devil,
zoon van Galfted, die zoon was van Pieter , Graef
van Eflex,en heeft hem Graef van Glocefter genoemt.Deze
zonder kinderen geftorven zijnde, zoo heeft hy Almaric
van
Eureux tot Graef van Glocefter geftelt, om dat hy de
zoon was van Mabilia,de jongfte dochter van dien Wiflem.
Maer Almaric zonder zonen geftorven zijnde, is het erf-
deel aen zijn jongfte dochter Amiciagekomen, dewelke
uyt-getrouwt aen Richard de
Clare, Graef van Hertford,
heeft gebaert Gilbert de
Clare, Graef van Glocefter, wiens
zoon Richard, neef de tweede Gilbert, en na-neef de derde
Gilbert, die in de flagh by
Sterling in Schodandt gebleven
is , in orde gevolght zijn. Maer terwijl deze derde Gilbert
opwies, heeft Radulph van
Mont Hermers, die de weduwe
van den tweeden Gilbert, dochter van den eerften Koning
Henrijk, ^ heymelijk tot huys-vroü getrouwt had, een tijdt
lang den tijtel van Graef van^Glocefter gevoert j doch toen
Gilbert
nu 11 jaren oudt was,heeft hy die nedergeleght, en
is onder de Baronnen gerekent. Maer de derde Gilbert,
zonder kinderen geftorven,is Hugo
Defpenfer,hydt Schrij-
vers gemeenlijk de jonge
Spenfer, Graef van Glocefter ge-
noemt , om dat
hy getrouwt had de eerft-geboore zufter
van dien derden Gilbert
j maer deze van de Koningin en de
Adel, tot fpijt van den tweeden Koning Edward, wien hy
zeer liefgetael was, gehangen zijnde, zoo heeft Hugo de
Audeleyj die de andere zufter getrouwe had, deze heerlijk-
heydt door gunft van den derden Koning Edward gekre-
gen. Na dezes doot heeft de tweede Koning Richard de-
zen tijtel tot een Hertoghdom verheven , en heeft drie
Hertogen, en een Graef, die tweede Richard daer tuflchen,
gehadt, aen welke alle hy zich als een Sejaenfch paert ge-
toont heeft. Eerft heeft hy Thomas van
Woodftooke, Graef jjertcaen
van Buckingham, jongfte zoon van den derden Koning van oioce-
Edward,tot den tijtel van Hertogh van Glocefter verheven, fter.
en,terftont wederom af-gevvorpen. Want hy hem, te Calis
zijnde, iets groots vöor hebbende, onvoorziens gevangen,
en in een pluym-bed belaft te fmoren, nadat hy onder zijn
hant eerft bekent had (als in de rollen van het Parlament
befchreven ftaet) dat hy hem de Koninglijke macht, door
een brief van den Koning ontweldight, toe-geeygent had, -
dat hy gewapent by den Koning gekomen was, en hem met
lafter-woorden aengerant had, dat hy aen geleerde mannen
geraden had, haer eedt te breken, en dat hy dikwijls in de
zingeha\'t had den Koning te verftooten. Waerom hy na
zijn doot, door macht van \'t Parlament, van gequetfte
Hoogheyt verwezen is. Na zijn doot heeft de zelve Koning
opgedragen de tijtel van Graef van Glocefter aen Thomas
Defpenfer,dz welke daer na met geen beter lot,als zijn over-
groot-vader Hugo, van den viFrden Henrijk Verftooten,
fchandelijk afgezet, en te Briftol met een bijl onthalft is.
Tot tweede Hertogh van \'Glocefter heeft de vijfde Koning
Henrijk zijn broeder tïumfrèd gekorcti, de welke der Ko-
ningen zoon, broeder en oom, jFiertogh van Glocefter,
Graef van Penbroek , Groot-Kamerling van Engelandt
{want deze tijtelen heeft hy gebruykt) aen \'t gemeene beft,
en de gelcertheydt wel verdient, door vroulijk bedrog, by
S.Edmunds Burgh, om-gekomen is. De derde cn dc laetfte
was Richard, broeder van de vierde Koning Edward, de
derde, die daer na, onder de naem van den derden Ri-
chardt het Rijk, met het dooden van zijne neven fchelm-
achtighlijk na twee jaren met zijn leven in een rechtvaerdi-
ge ftagh verloren, ingenomen heeft; en gevoelt dat macht,
door fchelmcry verkregen, niet geduurigh is.

Craven

vanGlo-

ceßer.

Ilift. Mo-
mß. Tew-
kesburj.

FùzrHai-
mon.

Gml. Mal-
mf

Tat. I f.
han, R.
4.

Craven
van Gloce-
ßer en
Btrtfmâ.

* Johanna,
De Acrcs
qenoewt^om
dat Z.J te
Aconi ge-
booren was.
Tho. Delà
Äiare in

vita E. 2.

Van dezen laetften Hertogh van Glocefter, cn de eerfte De derde
beginfelen van zijn heerfching, zy my geoorlooft de per- Richard,
foon vaneen Gefchicht-fchrijver een weynigh acn te trek- Konmgvan
ken, die ik terftont, mits ikze niet wel befchermen kan, we- ^^^ ^^
derom aflaten zal: Als hy nu tot Befcherm-heer van \'t Rijk
verklaert was, zijne neven den vijfden Edward, Koning van
Engelandt, en Richard, Hertogh van ITork, die noch jong
Maaren, in zijn macht had, zoo heeft hy, willende het Rijk
na zich trekken, door aen velen getoonde goederciercnt-
heydt, groote deftigheydt verzelt met een zonderlinge be-
leeftheydt,met een vafte voorzichtigheyt,en met een fchijn
van rechtvaerdigheyt, als ook met liftigelagen, dc harten
van alle menfchen, maer byzondcrlijk van dc Rechts-ge-
leerden, gantfchelijk tot zich getrokken; cn gemaekt, dat
hem een verzock-fchrift, uyt de naem van de Staten des
Rijx,zoud voorgehouden worden, waer in zy hem
ootmoe-
digh bidden zouden, dat hy toch het Rijk zou willen aen-
vaerdcn ten beften van het gemeen, en tot wei-varen van
het gemeene volk : dat hy toch zijn vallend vader-landt
zoud willen aennemen , en niet laten vervallen, het welke
( het recht der nature, en het aenzien der wetten vertreden
zijnde) door inlandtfche oorlogen, door rooven, doot-fla-
gen , en allerley ellende verflacut was. Na dat zijn broeder
de vierde Edward zijn ongclukkigh houlijk met de weduwe
Elizabeth Grey,door tover-dranken verlokt,begonnen had,
zonder toeftemming van den Adel, zonder openbare af-
konding van het houlijk, heymelijk, niet opentlijk in de
kerk, het welk tegen de loflijkc gewoonte van de kerk van
Engelandt is. En dat noch zwaerer was, daer hy onlangs te
vooren het houlijx-verdragh met
Me-vrou ^leonoor But-
ler , dochter van dc Graef van Salop, befloten had; waer
door dit houlijk, als ook de kinderen onwettelijk zijn , die
van haer geteelt zijn geweeft, en het Rijk geenzins erven
konden. Dacr-en-boven wift
ieder, dat (na dat Georgius,
Hertogh van Clarcnfen, de
tweede broeder van den vierde
Edward, door macht van \'t
Parlament ter doot veroordeelt,
om gequetfte hooghcydt, en zijn kinderen van
alle recht
van navolging verftekcn waren) deze Richard alleen een
zeker erfgenaem van het Rijk
overigh was. Den welke zy
zeker wiften dat, wijl
hy in Engelandt gebooren was, hy
met goeden yver over Engeknt heerfchen zoudc; men kon

ook

:! >

il

-ocr page 191-

Oük van zijn geboore ofc zoóning nier twijifelen : wiens
voorzichtigheyt, gerechtigheyt, grootmoedigbeyt, daden,
voor het welvaren van\'t gemeene bert: mannelijk uyc-ge-
voert, en waerdigheyt van zijn Koninglijke ilam, als die ze-
kerlijk uyt het Koninglijke bloedt van Engelandt, Vrank-
rijk , en Spanjen
voort-gefproten was, ten naeurt:en door-
zien zouden. Daerom, deze en diergelijke zaken wel en
naerftelijk overdacht hebbende, hebben zy hem door dit
gefchrift, mcc ccn algemeene toe-ftemming, gaeren en vry-
willighlijk tot Koning verkoren: en hebben hem, niet tra-
nen en gebeden voor hem neergevallen, ootmoedelijk zijn
hulp
verzoekende, bezworen, dathy doch de Rijken van
Engelandt, Vrankrijk, en lerlandt, hem door \'t recht van
ffenis , en door haer verkiezing op-gedragen, zoud acn-

I

cr

nemen, dat hy door Godtvruchtigheyt zijn liggende vader-
landt dc hulpende hant zoud bieden, Hem, zo hy het de-
de, alle getrouwigheyt, dienft, cn gunft belovende; zo niet,
dat zy liever het aller-uyterfte wüden beproeven, dan de
ftrikken van de onwaerdige flaverny , diezc nu onderwor-
)cn waren, op nieu weder aengacn. Dit verzock-fchrift is
acm ootmoedelijk acn-geboden, eêr hy het Rijk acnvacr-
de; daer na wierde het hem opentlijk op-gedragen in de
volle vergadering van het Rijk, cn voor goedt gehouden;
hy is door hare macht gekent en verklaert, met veel woor-
den , gelijk men placht, dat hy door het Goddelijke recht,
door het recht der geboorte, door de wetten van Engelant,
cn door de noyt-genoegh-gepreze gewoonte van Richard,
door een wettige verkiezing, door toe-eygening, en door
zijn krooning geweeft is, en is oprechte, cn gezwore Ko-
ning van Engelandt, &c. cn dat het Rijk van Engelandt tot
acn dc kinderen, die by hem wettelijk Voort-geteelt zijn,
met recht töc-behoort. En op dat ik uyt het handt-fchrift
zelf fpreke: Het was by het Parlament uyt-gefproken , be-
floten, en door de nimmermeer genoegh pnjlLjke gewoon-
te verklaert, dat alles, en elk in \'t byzonder, in \'c voorzeyde
Billet begrepen, waerachtigh cn ongetwijftelt is. En de
zelve Heer Koning fpreekt het zelve mCt toe-ftemming
van de drie Staten des Rijx, en voor-zeyde macht, uyt, ver-
klaert het voor waer cn ongetwijfl\'elt. Deze dingen heb ik
wat breeder uyt-geleyt, op dat men verftaen mach, wat en
hoe groote dingen, der Vorften macht, haer geveynfde
deught, der Rcchts-gclccrdcnfchalkhcyt, vleycnde hoop,
de bekommerde vrees , dc betrachting van nieuwe dingen,
en de fchoone dek-mantels in de voorzichtighfte vergade-
ringen van het Rijk, tegen recht cn billijk, heeft konnen te
wege brengen. Voorts is deze Richard, had hy niet ge-
heerfcht, niet zo bequaem tot het Rijk te achten,als Galba,
die, het Rijk verkregen hebbende, aller verwachting be-
drogen heeft. Doch hy was \'t Rijk zeer wel waèrdigh , had
hy \'t niet door quade liften, cn fchelmeryen in-genomcn,zo
dat hy met toeftemming der wijzen, onder de quade man-
nen , cn goede Vorften getelt is. Maer ik, die een Plaets-
fchrijver ben, trek nu deze perfoon uyt, en laet dit den Ge-
fchicht-fchrijvcrs.

Graeffchap heeft 280 Farochy-Kerken,

I

r

D E

-ocr page 192-

O X F O R D-S H l R E.

Et landt van Oxford, by de
Saxen Oxenppo-fcby/ie,
gemeenlijk
Oxford-shire^ex.
welk, als wy gezeyt hebben,
den Dobunen toé-behoort
heeft, wordt ten weften aen
Glocefter gevoeght,ten zuy-
den , daer het zeer breedt
uyt-loopt,door de riviere
ifis
Van Bark-shire af-gefchey-
den, ten ooften met het land
van Buckingham bepaelt,
ten noorden, daer het gelijk als een kegel eyndight, aen de
cene zijd met Northanton, van de ander zijd met Warwijk
befloten. Dit landtfchap is vet en vruchtbaer,dè cffene lan-
den met akkers cn weyden bebout: dc heuvelen zijn met
dichte boflxhen bezet, en overal nict alleen met vruchten,
maer vol met allerhande foorten van dieren, die door de
jacht cn netten tot fpijs gevangen plachten te worden , ver-
vult. Dit landtfchap is ook door-watert, met vifch-achtige
rivieren. Want de die daer
amifis ok Teems ge-
noemt is, vloeyt zeer vêr langs de zuyd-zijdc. Hetvifch-
achtigh rivierken
chernel vloeyt, na dat het Northanton
een tijt lang van Oxford gefcheyden heeft, zachtclijk mid-
den door het lant,en fcheyt het als in twee deelen. De ooft-
zijde bevochtight de
Tame met haer wateren , en maekt het
Vruchtbacr,tot dat zy beydc met haer in-loopende beexkcns
van Aelfis ontfangen worden.

Dc ifis, na dat zy Wilton kottelijk door-geloopen heeft,
en zoo haeft als zy in Oxford gekomen is, vloeyt, door de
brugh van
Rodcot gedwongcn>voorby Bablac, alwaer Robert
Veer, die machtige Graef van Oxford, Mark-graefvan Du-
blin , en Hertogh van lerlandt, dewelke, gelijk hy by den
tweeden Koning Richard in groot vermogen, alzoo by den
Adel in de grootfte haet geweeft is 3 ons gclcert heeft, dat
geen macht machtigh is. Want hy is daer door een kleyne
flagh van den Adel verwonnen, en heeft, gedwongen zich
in de rivier tc werpen,en over te zwemmen,een verandering
van zijn avontuur vertoont: want hy is terftont uyt het lant
gevlucht, cn uytlandigh geftorven. Van den welken, in \'t
houlijk van de
Tamifis cn Ifis, aldus gezongen wordt :
Bit ü dien Veer, die wette rechte was bekent,
Van ouder Veerenfiam, aen wien {dat hy hem wem)
Be macht weygerigh is, van die, die hem benijden,
En de voorzichtigheyt, die en wil geenzins lijden,
Want zy Regeerfter is van
V onwinlijkgemoet,
Bat het daer tegen trekt^ of iets wat tegen doet.
Zijnfchilt geeft overal een weèr-klang van defiagen i
Bie het ontfangen heeft, zijn helm kan niet verdragen
Het knarfende geluyt rondom zijn manlijk hooft,
Én heeft hem, door de nijt, van eer enftaet ontrooft.
Hy geeft zich zeiven dan in \'t midden der riviere,
Om dat naer eenigh landt de ftr oom hem zoude ftiere.
Het water is verblijt, en koeflert dezeng^ft,
En zent hem weder door, vry, los, en onbelaft.
De Ifis van daer de by-liggcnde landen dikwijls ovér-
Vlocycnde , wordt eerft vermeerdert door het nvierken
Windrush, welk, uyt Cottefwold ontfpruytende, aen zijn oe-
vers ziet, by de Saxen Beojippo, alwaer Cuthred,
Koning van de Wcft-Saxen,dic toen ter tijdt onder de Mer-
ciers tc leen ftondt,als hy dc zware fchattingen van dc Mer-
cicr Ethelbald niet langer verdragen kon, die zijn cn der
lijnen vleefch cn bloedt begon uyt te putten , zijn vaende-
len tegen hem op-geright, en verdreven heeft zijn banier
gekregen hebbcndc,waerin de Schrijvers verhalen, dat een
gulden draek gcfchildert was. Van daer vloeyt Zy voorby
Minfter Loveü,cem}ts de wooning van dc Baronnen Lovell
van
Tichemersh, die van dén edelen Noorman Lupell ge-
fproten , veel jaren geblöeyt hebben, en door de rijke hou-
lijken met de erfgenamen van
Tichemersh, van de Heeren
Holand, d\'Eyncourt,en van de ónder-Graven van Bellomonte,
2:eer verrijkt zijn. En zijn Vergaen in Erancifcus, Onder-
graef van
Lovell, Kamerling van den derden Richard, van
den zevenden Koning Henrijk gebannen,en is in den flagh
by
Stöke,voor. den vcriicrden Vorft Lambert,gedoodt,wicns
zufter was Eridcf^ida, groot-moeder van Henrijk, den eer-
ften Baron van
Nor ris. Van hier vloeyt het rivierken Win-
drush,
door Withney, cen oude ftadt, en Voor de Noorman-
fche tijden, de Biflchoppen van Wiriton toebehoorende:
hier by light Cö^^-y, het hooft van de
Ba.wnny v^n Jrfic, Bdromen
wiens Heeren, gefproten uyt het geflacht der Graven Van
Oxford, voor vele jaren uyt-geftorven zijn. Waer beneven
zich het groote bofch
Wichewood ftrekt, het welk zich cer-
tijdts wijder uyt-gebreyd heeft. Want de derde Koning
Richard hceft het groote landt van
Wichewood, tuflchen
Woodßoke cn Brighftow,v^n \'t Foreeft af-genomen, \'t welk de
vierde Edward daer ingelijft had , als I. Rofl^us van Warwijk
getuygt. Dc
lfts,dc Windrush ontfangen hebbende,loopt by ^tnshaml
Einsham,
by dc Saxen eijncfbam, eertijts een Koninglijke
hoeve, tuflfchcn zeer genoeghlijke wey-landcn in gelegen,
welke de SaxCuthwlf den overwonnen Britannen eerft ont-
nomen,en d\'cdclciEthelmar met cen kloofter verfiert heeft.
Het welk iEthelred, Koning van Engelandt in \'t
cid v jaer
onzes Heeren beveftight, en het voor-recht van vryheydt,
met het indrukken van het heylige Kruys, verzegelt heeft.
Nu is het tot byzondere huyZcn verkeert, en erkent den
Graef van Derby voor zijn Heer. Hier by wordt het rivier-
ken
Evenlode, uyt Cottefwold, in de riviere ifis geftort, het
welk op de uyterfte palen van dit zelve landt, niet vêr van
den oever, een oudt gedenk-tekcn na laet, te weten groote
fteenen in het rond geftelt, die het gemeene volk
Rolle-rich Rolle-rich
ftones
noemt, en zeght, dat het certijdts menfchcn geweeft
zijn, die in grouiijke fteenen, door verandering van geftal-
tenis, daer hard geworden zijn. DeZer af-tckening, nu eer-
tijdts gedrukt, füllen terftont op d\'ander zijde volgen. Want
zy zijn zonder gcftalte oft vorm, oneften, en door de lank-
heyt van tijdt veel vermindert, en uyt-gegeten. De hoogh-
fte van allen, die buyten de kring ftaet, na het ooften, noe-
men zy den Koning, om dat liy Koning van Engelant wor-
den zoud, zoo hy flechts
Long-Compton,een dorpjen met dc
zelve naem daet by geleght, eens zagh, welk dorpken men,
weynigh verder gegaen zijnde, ziet: de andere vijf, aen de
andere zijd aen-èen-rakende, verzieren zy Ruyters, dé ove-
rige het Leger geweeft te
zijn.

^odcot
\'Bridge.
SMac.

1387.

Ëmferd.

Baron la-

\'üelU

Ik zoud eêr gélooven, dat het een gedenk-teken van ee-
nige
Zege was, en miflchien van den Deen Rollo, die daer
na het
gebiedt in Normandyen bekomen heeft. Want in
dien tijdt, als hy, met zijn Deenen en Noormannen, Enge-
landt door zijn rooven quelde, leeft men, datdeDecneni
en de Engelfen omtrent
Hokenorton g;eftreden hebben j
m dat zy daer na wederom gevochten hebben by
Scierftane
in Huiccia ,
welke ik ook zoud oordeelen , dat dich merk-
fteen, daer dichte by is, die de vier Graeffchappen van elk^
ander fcheyt, want dit geeft het Saxifch
woon Scierftand
opentlijk te kennen. En dat Hochnorton, daer ik van gezcyt Hochnót^
heb, is in voorgaende tijt,door dc boerfcheyt van de inwoo- ten.
nets , tot een fpreekwoordt geworden, dat zy, die boerfch
van zeden zijn, als een Varken-drijVcr van hier gefproten
zeggen. Het is eertijdts door geen zaek meer bekent ge-
weeft , als door de deerlijke nederlaegh van de Engelfen , in

den flagh tegen de Deenen,onder den ouden Edward. Na- Lik

maels is het dc Baronny geweeft van het vèrmaerd en oud Ofirenßs.
Noormanfch geflacht van de ifoilien voort-gefproten, B\'Otly.
Van welk de eerfte, die in Engelandt gekomen is, Robert
B\'oilye geweeft is, die. Om zijn getrouwe dienften, dit dorp
cn andere landen van Willem de ConqtieHeur gekregen, en
eenige aen zijn gezworen
broeder Rogier Iverey gegeven
heeft, dewelke genoemt zijn dc Baronny van
S. Valerie, R^romf
Maer dien Robert zonder zonen geftorven Zijnde, zoo is S. Valerie^
hem Zijn broeder Nigellus hier in gevolght, wiens zoon de
tweede Robert, ftichter geweeft is van het kloofter van
Ofney. Ten laetften, is dc erfgenaem van dit geflacht de Oily ^egißf.
uyt-getrout geweeft acn Henrijk, Graef van Warwijk, aen Monaß.
wien zy gebaert heeft Thomas, Graef van Warwijk, die, ^ Ofnep

D d d ondejc

Withii

\'ey.

i.

i

. 1
;t

-ocr page 193-

Sept(

\'pidm^Oi

R:EGrs

\'Vniverst

eJ^&tL iQl.

n-Ct^JsrS

Jr^^nio-^
Oxoni

\\ Vtitversit.
\\erifts.

Oxonier^ts
Inj^nia-.

Và

.^W^m f & \\

L \\ yî ^

trixms / ^

JliJJLUn dhejns^

^ V

mw

j \'VrvLuevJkiA CoU:

8 J z .

3àUiol Colleté

V

m>

JadtneriifT^
^oAmcrton ma. .

JUrton CoUeJ^e

^ftibm

SfJohu

Y

£xcjler CoUe^e
tjtû.

r " kltokenoriarL

■v\'tittsU)

l^/eU

S. ./tbcJiaelL IfedduyiorL

Hawlwryht ma..

\'^ophns

Itwe .

^ ^ Cjf ^ B LING TOM

jpar.- iW 0 T T 0 JsT

Satfirl j 1 t,"T\'WJ^^^ ,

J > ; ^^ ^S ^ord ieathe ^^^

Oriall CoU&^e

IJ

^^ptdiyihs^^z

Qwenes CotU^û

CO

_ijk ^^iddtturtffti
Toreft

Vere Conus Oxony.

Shigtea. ^

" ■ / ^ ^he Ch^do^ye ^Hla^SiepU

Chippmgnortofl * ) -

Church mu A \\/

aiymptôn. V t

u

tJfffri

jSl \' 1 r

W; Scnrnrb,«.

Sirton.

fiZkm--. \\

; V

I â€ž \'\'••^rf.--\'\'\' 1 , :Burc^ db\\

^jUJlamff^ Bucejkr ^ ) ^Bicib-r
. Hicitep I ( ••^■b"\'

i..........\'X\'

çy I \'MadeAorne.

\\

JCe^rJ.
,• ^ \'Warren.

\\ bbmtcn. Jr a^-\'

J-^g/aj.« ChadUn^on

gVSw College
tJ\'^S-

iXinçûhie College
1 4.x 0-

ƒ lipide.

Builoj

/b^r\'K-.

IbhieeE " \' \'^^tm (Irmer

.ilttefartr
/

\\3mdive1L

Xiûr^vûrdi

^ C

^^uclUnl

^Tûfé:-n,ofÉ Colt:
* S ^

J wt I\'armjdm
ST loins \' ~

R

4

Ifi

B A M F T O

fj^^.Leache

ICenart

^aart hri^s

jà.

"Sarmgion

M-Sovhs Coll:
7\'

..«pt-J\'X

J -D

I Shmrd

Cunmcr V^

^ ÃŽ Hanson.

^Ti-sdley

Jfi^jti ^A^cJcîiam

Attingtc

H E

i.-rrujfiU

\\p on CRI, ^ E

CucUanu^r:

Dorch^r jji^WML MEr Rv NJ) , \\ \\

Corpus Chr0i
CoU: t^tS

KV-KD. \\

\'Walhngiàrcl

-------..........S .

r , . ,

^tx h rond ^ \'

,, ^ifc Hix^cben

^^ma^m Bkton. \'

^Tflfell

\'(m.\\___^I^ewkner

Sii>kemdmrch -

I Sherlpnt

^ A

^AÎ^Jalefi. CoU:

à

^CJrrjfius ChvTch
15^6.

alieaJ

V I X T O I A.l^ ^ ^ Jl JC -

|Ôxo:Nri VM

j Comitatu5,
tOxF ORD s HIRE.

Trinide CoîU^e

U ^

O

S jlj jie.

i ^ ^ c^J Jl £

JK,

P JL R S

lilli Meridies

Sa-htt lohis Coït.

Milliaria^ ^An^lioL ^orum- ^atwit^
uni G-ermanico re^onÂent-.

S .R e.

CoTk^e.

, \'Bta.zu. epccu ,

Jsiù-

■î

-ocr page 194-

D O B V N E N,

D E

1164.

II -

I

Jl^:

f i;
If

if •!
!f

? I

ii

onder\\ gebiedt van den derdenHenrijk, zonder kinderen
geftorven is,en Margriet,mede zonder erfgenaemen geftor-
ven , hoewel zy twee mannen gehadt heeft, lan
Marijchal^
en I.vanP/pj^, beyde Graven van Warwijk : entoen (ik
fpreek uyt de gift-brief zelve) heeft de derde Koning Hen-
rijk
Hechnorton en Cudlingten, aen lan van Vlejfy gegeven,
welke eertijdts aen Henrijk
Tfoily toebehoorden, en in
handen van den Koning gekomen zijn , na de doodt van
Margriet, Gravin van Warwijk, huys-vrouw van den voor-
noemden ïan, als
Efchdta van de landen van Normandyen,
dat hy die hebben en houden zoud, tot dat de landen van
Engelandt en Normandyen gemeen zouden zijn. Noch-
tans is uyt deze oude en vermaerde ftam, het Ridder-
lijk geflacht van de
D\'Oilys in dit Graeffchap nochove-
righ.

Het rivierken Evenlode loopt niet anders verhalens-
waerdighs voorby , maer lang genoegh geloopen hebben-
de, ontfangt een kleyn ri vierken, aen het welke light
Wood-
fiok,
by de Saxen pueDf "coc, dat is, een rvoefie en rviide plaets,
alwaer Koning Ethelred eertijdts een vergadering van Sta-
ten gehouden, en wetten geftelt heeft. Hier zijn Koning-
lijke gebouwen, vol grootsheydt, van den eerften Henrijk
gebouwt, dezen heeft daer ook een zeer treflijke dier-gaer-
de by-gevoeght, rondom met een muur befloten, welke
lan Roflus fchrijft, dat de eerfte diergarde in gantfch En^»
gelandt geweeft is, hoewel men meêr als eens in\'t Schat-
boek van Engelandt het bofchachtigh perk der dieren leeft.
Maer nu zijn\'er vele uyt gegroeyt, dat\'er meêr in Enge-
landt geweeft zijn, als in de overige
Chri fte-weereldt, zoo
vêr heeft de luft van \'t jagen onze voor-ouders vervoert.
Onze Gefchicht-fchnjvers verhalen, dat de tweede Hen-
rijk , als hy Rofamunda
Clifford vryde, die zoo uytmunten-
de
en fchoon van aen zicht was, dat haer fchoonheydt alle
vrouwen uyt des Vorften hert delghde, en nu gemeenlijk
Rofa mundi , dat is, de roos van de Weereldt, genoemt wierd,
om haer
voor zijn ontijdige luno te verbergen, in dit huys
een veel-wegigh Dool-hof gebouwt heeft, met vele krom-
ten ,
om-wegen, en keeren, welk nochtans heden nergens
gevonden wordt oft blijkt. De ftadt zelve, nademael zy
niets heefc te vertoonen, zoo roemt zy , dat onze Engelfe
Homerus Galfred Ci\'^aw, haer Voefter-kindt geweeft is.
Van den welken, en van onze Engelfe Dichters , ik voor
de waerheydt
verzekeren zal, het geen die geleerde Italiaen
gezeyt heeft, van Homerus, en
van de Gneken:
Hicilleeftctijttsdegurgite facro
Combihit arcanos vat urn omnts tiirba ftiroreSi

WoodJIok-

J)e eerjie
dier-gaerde
in Enge-
landt\'

\\i

Ï

i I!

Doal\'hof.

Galfredus
Chancer.

■ i:-
: !i

Dat is:

Mt is ie geen mair door een yder komt te weten
Het heyme lijk ge/pook, en razen der Poëten,

Wanthy boven\'t lot van verftant geftelt, cn onzc Rij-»
merkens vêr beneden hem laten de:
lammontepotitus,
Ridet anhelantem dura adfajligia turbam.
Dat is:

Hy heeft des berrighs top nu lukkelijk verkregen,
En lacht de and\'ren uyt, die noch zyn onderwegen.

De Ifts, nu de Evenlode ontfangen hebbende, verfpreyt
zich met een gedeelde kolk in veel eylanden, aen de welke
Godflow, dat is, deplaetze Godts, een Nonnen-kloofterken CQ^liot»\'
was, dat dé njke weduwe Ida gebouwt, en Koning lan ver-
nieut, en met een jaerlijkfe inkomft begiftight heeft,- op dac
de
heyhge maeghden met haer gebeden (want die over-
reeding had nu aller herten ingenomen) de ziel van haer
vader den tweeden Henrijk, en Rofamunda te hulp zouden
komen. Want deze Rofamunda is daer begraven, met dit
graf gedicht op haer graf gefchreven i

Hacjacet in tumba Rofa mundi, non Rofamunda,
Nen reddlet,fed olet, qua re doler efolet.
Dat is:

Hier leyt des Weereldts Roos, geen Rofamund geheeten ^
Die eertijdts lieflijk rook, maer nu in flank verfleten.

En de ifis heeft zich noch niet weêr t\'zaem-gevocght,
als zy de
cherwell, die dit landt als door-loopt, uyt het landt
van
Northanton te gemoet krijght. Deze nvier bevoch-
dght eerft
Banbury, eerdjdts van de Saxen Bancfbypij ge- ^ ^ -
noemt, waer by Kinric de Vift-Sax, de Britannen voor haer
Godts-dienft, en vaderlandt kloeklijk ftnjdende, eerdjdts
door een gedenkwaerdige flagh verdreven heeft: en
in de
voorgaende eeuw heeft Richard Nevill, Graef van War-
wijk , die van Lancafter volgende, die van York zoo ver-
jaeght,dat hy terftont den vierden Edward gantfch radeloos
gevangen, cn wegbgevoert heeft. Maer nu is het zeer be-
kent door kacs-maken : het vertoont een kafteel, hetwelk
Alexander, Biflx:hop van Lincoln, (want de ftadt behoort
acn de BdTchoplijke ftoel van Lincoln) gebouwt heeft, die,
midts hy liever ruym, als gcnoeghlijk wilde woonen, zich
door zijn dolle timmeringen veel quaedts op den hals ge-
haelt heeft. Hier omtrent, op dat ik dat in \'t voorby gaen
aentekene, zijn dikwijls Roomfche penningen gevonden ,
gelijk mede in de nabuurige landen, de welke dienen om de
oudtheydt van de plaets tc verzekeren.

Hier kan ik het hier by-gelege Broughton niet vergeten,

zijnde

I \'

-ocr page 195-

ö

pijnde de Woonirlg van Richaud Pienes oft Penis ^ aen wien,
en zijn wettige erfgenamen, den machtigen Koning lacob,
in heteeiffte jaer van zijn Rijk,voorzien en beveftight heeft,
de naem, ftijl, tijtel, trap, waerdigheydt, en eere van Baron
van
Say en Sele als die van lacob Pienes, Baron van Say en
Sele, en gróót Schat-meefter van Engelandt, ten tijde van
den zeften Koning Henrijk, zijn geflacht in de rechte lijn
getrokken heeft. De rivier
chertvell, imvcry^inBanbury
afgeloopen, ziet anders niét als bebouwdé landen, en ge-
nóeghlijke" weyden. In dewelke gelegen zijn
Ißip, eertijdts
Chiftlipe, de geboort-plaets van dien Koning Édward, dien
onze voor-ouders, om zijn Gqdtvruchtigheydtenmatig-
héydt, vereert hebben met de naem van
Conjfeffeur, gelijk
hy zelf getuyght in zijn handtfchrift,waer door hy deze zijn
Mayery aen de kerk van Weftmunfter gegeven heeften
Bedindon, het welk Koning lan aen Thomas Baffet tot een
Baronny gefchonken heeft.

Hier vloeyt van het ooften een rivierken in de chemell,
het welk voorby Bürcefter, byde Saxen Bupenceaj-cep en
Bepnaceaftiep , vloeyt, een ftedeken van zeer oude naem,
maer daer ik niet oudts
vernomen heb,als dat Gilbert Baffet,
en Egelina van \'Courtney zijn huysvrou, ter eeren van S.Ead-
burga, onder \'t gebiedt van den tweeden Henrijk, hier een
kloofterken op-geright hebben j en dat óver läng de Baron-
nen
La Strange de Knocking,HcQitn Van deze plaets gêweeft
zijn. Maer ten weften liggen weynige overblijffelen
Van eén
oude
Verwoefte vefting, Alcheßer genoemt, inifl^chien voor
Aldcheßer, dat is, een oudeftadt, door welké, gelijk de ge-
buuren gelooven, de krijgs-wegh van
Wellengford naér Bm-
hury
geleyt heeft, by haer Akemanßreat rvey genoemt, wiens
dijk in de vlakte van
Otmore, dewelke in de winter tijdt dik-
wijls onder water light, noch eenige mijlen vêr in wezen is.

Daer zy voort met de ifts t\'zamen-vloeyt, en door haer
waterfcheydingen zeer genoeghlijke eylanden verfpreyt
Worden, light in een veldt-achtige vlakte de zeer vermaerde
Hooge School van Oxford, by de Saxen Oxenpojio, zijnde
ons edel Athenen, Engelandts fAisc-étov en ï^acri^c^, ja zon,
oogh, en
Ziel, de vermaerde bron van alle goede konften en
wetenfchappen,
Van waer de Gödts-dienft, beleeftheydt, en
gelcertheydt in
alle deden van het Rijk ovérvlöcdelijk uyt-
geftort worden. Het is een treftijke cn nette ftadt,"t zy men
der byzondcre lieden huyzen fterlijkhcyt, \'t zy men
der ge-
meene waerdigheyt, van dc gezonde gelegcnhcydt, en ge-
nocghlijkheydt acnzict. Want dc bofchachtige heuvelen
ómheynen de vlakte zoo, dat zy van dc eene zijd het peftigh
zuyden, en aen de ander zijd het buyigh weften uytfluytcn-
de, alleen dc mooy-wcêrmakendc öofte windt, cn den hel-
derenden noorden wint toelaten,waer van de fchrijvers ver-
halen , dat zy van deze gelcgenheydt certijdts
Bellofitumgo-
noemt is geweeft. Zommige mecnen,dat zy Caer Vortigern,
en Caer Vember in \'t Britanfch is genoemt geweeft, enik
weet niet van wat Vortigcrus en Mempriks gebout. Maer,
hoedanigh ook het in de Britanfchc tijden geweeft is, de
Saxen hebben het Oxcnp/io genoemt, en gantfchlijk
met die zelfde betekening, als dc Grieken haer Bofphoros,
en dc Duytfchen haer Ochenfurd aen den Oder hebben, tt
weten, van de óndiepte en over-vaert der oflen, in welken
Zin het ook heden by onz^ Britannen Rhid-ychen genoemt
wordt. Nochtans Lelandas trekt deze naem,mct een wacr-
fchijnlijkcgiflfmg, van de rivier
Otife, by de Latijnen ifis
genoemt, cn meent dat het Oufford genocnit is geweeft,wijl
de rivicr-eylanden,die dc ifis hier vcrfpreyt,genoCmt
worden.

De voorzichtige oudheydt, als men in onze laer-boeken
leeft, hceft deze ftadt ook in dc Britanfchc eeuw den Zang-
goddinnen toe-gewijt,dcwelkc Zy van
Grdcolada{d2.i nu een
kleyn ftedeken in het Gracffchap van Wilton is) hier als in

cen gelukkige plant-zocn over-gebracht hebben. WantA-

lexandcr Nechamus fchrijft: Italien fchrijft zich toe dc cr-
varentheyt van \'t burgerlijk recht j maer de hemelfche be- ^
fchrijving.en de vrye konften bctuygcn,dat de ftadt van Pa-\'
rijs andere tc boven gaet. Na de voorzegging van Merlin,
heeft ook de
wijshey dt tot O chenford gebloeyt, omt\'zijner
tijdt na lerlant over tc gaen. Maer als de volgende Saxifche
tijdt geduurigh met het uyt-roeyen der fteden door-liep,
zoo heeft deze ftadt het gemeene lot niet ontgaen, en is
langen tijdt, doch alleenlijk door de overblijfielen van
Fridefwidc vermaert
geweeft, dewelke, om de oprecli-

R

O

X

Ißf.

Jledmdcn.

Bnrceßer,

Alcheßer.

Eertijdts

Marbonia

genoemt.

Akemm\'

ceßer.

Oxonia.
Oxford,

Lib. % de
natura re-
if Hm,

Fridefivi\'
da.

D - S

165

tighéyt van haër leven, on^er het getal der heylfgen geftelt
is, en zonderling daer door , om datzy zich met groote be-
loften Gode gewijt had, en Vorft Algar, als hy haer
zocht
tc trouwen , als men fchrijft, niet zonder wonder van zijn
gezicht berooft wierd. Deze Fridefwidc,
gelijk mén leeft
by Guilielmus Malmcsburicnfis, der maeghdclijke zege
machtigh, hceft hiér een kloofter gefticht, in het welk, als
ten tijde van Ethelred, de ter doót veroordeelde Deeneri
gevlucht waren, zo zijn zy te gelijk met de huyzen, door dc
onvcrzadelijkc gramfchap der Engelfen, vernielt. Maer ter-
ftont is deze gewijde plaets door des Konings berou gezuy-
vert, het kloofter wederom op-gemaekt,de oudé landen we-
derom gegeven, nieuwe bezittingen daer by gedaen,- cn ten
lactftcn wordt deze plaets van Rogier, Biflchop Van Saris-
bury,
gegeVen aen een Kanunnik van uytnemcnde geleert-
hcyt, die daer veél Kanunniken, na den regel levende, Go-
de op-gcoftert hééft: doch laet ons dit laten varen,
én wé-
der tot de Hooge School keeren. Het Deenfche onweder
alzins geftilt zijnde,hceft de Godtvruchtigc Koning Alfred
de lang-vcrbanne Zang-góddinnen wederom een toegang
gemaekt,
cn heeft drie Collegien gebout, hetéencom de
konft van wel fpreken,cn lezen té lééren, hét tweede tot de
Wijs-geerte, en het derde voor de Godgeleerden. Maer dit
zult ghy beter verftaen uyt deze woordén van dé oudé lacr-
boeken van het nieuwe kloofter van Winton : In het
D ccc vt jaer, op den zondagh van Chriftus menfch-wor-
ding, in het tweede jaer na de komfte van den heyligen
Grimbald in Engelant, heeft de
Wniverfiteyt van Oxford
zijn bégin genomen : dc eerfte daer in heerfchende , in de
Schoolc der Godtgelccrtheyt lézende,de hcyligcAbr Neo-
thus, cenLccracr in de Godthéydt, en de heylige Grimbald
dé uytmuntende Profeflbr , die rriet ëen aengename zoetig-
heyt de heylige Schrift voor-las : en in de Letter-konft cn
Redenrijk-konft, heerfchte de Münnik Aflerius, een zeer
geleert man in de Letter-konft. In dc Reden-kaveling,
Zang-konft, en Tel-konft las lan, cen Munnik van de kerk
van Meneven. In de Lant-^meting, cn in dc Sterre-konft
leerde dc Munnik lan, ech met-gezel van den heyligen
Grimbald, een man van zeer kloek
Verftant, en in alle din-
gen zeer geleert, in de tegenwoordigheyt van den heerlij-
ken, cn onverwinlijken Koning jElfred, wiens gedachtenis
als honig in alle monden verzoeten zal. Terftont daerna,als
men leeft in het gefchreven voor-beek van dien zclvcn Af-
ferius,die hier méde op die zelve tijdt de goede wetenfchap-
pen ópenbacrlijk geleert heeft, is té Oxford een vüylc cn
quade twift op-gerezen, tuflfchcn Grymbold,en dc geleerde
mahnen, die hy daer met hem gebracht had , en de oude
School-gelecrden,dié hy daer gevonden had : die,door zijn
konft,de wétten,regelen, en wijzen van voor-lezen,van dien
zclvcn
Grymbold ingeftelt, weygerden in alles aen tc vacr-
den. Dit
verfchil was onder haer nu drie jaren lang nict
groot geweeft, nochtans was \'er een verborgen haet, welke
daerna met ecn zéér groote wreedtheydt uytgeborften , en
klaer \'cr als de dagh geworden is. Om welk te ftillen de
onoverwinlijke Koning Mfred, van dit verfchil, door den
bode en klachtc van Grymbold verwittight zijnde, zelfnä
Oxford getrokken is, om ecn eynd en mact in deze twee-
dracht té ftcllen, déwelke ook zelf zeer groote moeyte ge-
hadt heeft, rnét de oorzaken en klachten acn tc hooren,die
van beydc zijden voortgebracht wierden^ Het hooft-ftuk
van deze twift beftont hier in ; dié oude School-gcleerdcn
begcerdën dat, aleer Grymbold te Oxford gekomen was,
de wetenfchappén overal gebloeyt hadden, fchoon dat de
Scholieren toen ter tijdt minder in getal waren, als by oude
tijden, om dat naemlijk vele door de wreedtheyt en dwing-
landy der Heydenen verdreven waren. Dat noch m^r was,
zy bewezen en betoonden(en dat door het
ongetwijftelt gc-
tuygcnisvande oudé laer-boekcn) datdc regels en inftel-
lirigcn van die plaets j van
eenige Godtvruchte, en geleer-
de mannen waren ingeftelt, gelijk als van den heyligen
Gildas, van Mclkinus,
Ninnius, Kentigernus, en van
andere, welké daer
allé in de gelcertheydt oudt gewor-
den waren, alle dingen
daer in ruft cn vrede bedienen-
de dat ook den hcvligcn Germanus te Oxford gekomeri,
en daer cen half jaer gebleven is,ten
tijde als hy door Britan^
nien reyfde, om tegen de Pelagiacnfe kettery te preken ,
en dat hy haer wetten en
inftellingen boven maten gepre-
zcn heeft. De Koiiing heeft beyde partyen met ongehoor-

E Ê e de ne-^-

1

H

R

E.

885.

-ocr page 196-

E N.

N

O

B

D

D

E

l66

de nedrigheydt acngehoort, haer met Godtvruchtige en
zalige vermaningen zeer dikwijls vermanende, dat zy de
eendracht en eenigheydt rtiet malkanderen befchermen
zouden. Dies is de Koning met dit gemoet vertrokken,
hopende dat yder van^ijn kant zijn raedt zouden gehoor-
zamen, en zijn inftellingen aenvaerden. Maer Grymbold,
dit zeer qualijk nemende, is terftont na het kloofter van
Winton, dat ^thelfred nieuws gebouwt had, vertrokkem
Daer na heeft hy belaft zijn graf tot Winton over te voeren,
in
welk hy voorgenomen had, als hy hier den loop van
^ijn leven\'geeyndight zoud hebben, zijn doode beenderen
te laten ruften , in een verwulffel, dat gemaekt was onder
de Preek-ftoel van de kerk van S. Pieter tot Oxford, welke
keïk den zeiven Gryn^bold uyt de grondt op, en zeer net
uyt louteren fteen getimmert had.

Na weynigh jaren heeft eene oft andere ellende deze
her-levende gelukkigheydt gevolght. Want de Deenen
hebben , onder \'t gebiedt van Ethelred, de zelve tc vuur cn
te roof vervolght, en terftont woedde Harald Liéht-voet\'
met een Barbarifche wreedthcydt zoo tegen de zelvc,
om eenige van dc zijne, in een oproer gedoodt, dat er een
zeer droeve ballingfchap voor dc Studenten gevolght is, en
de Hooge School als toc een droevigh fchou-fpel, tot op
de tijden van Willem de Noorman, als doodt ter neder ge-
legen heeft. Dc welke zommige valfchlijk fchrijven, dat hy
de ftadt met gewelt ingenomen heeft; maer
Oxonio voor
Bxonu lichtvaerdclijkin dc voor-beelden geftelt, heeft haer
bedrogen. Dat het toen nochtans ccn wooning van de gc-
\' lecrtheydt geweeft is, blijkt uyt
deZe navolgende woorden
van Ingulphus, die toen ter tijdt leefde : Ik Ingulphus ,
ccrft geftelt tot Weftmunfter, daer na tot Oxford der Studie
overgclcvert, als ik in \'t acnvaerdcn van Ariftoteles boven
vele mijn even-ouden
Vorderde, &c. Want \'tgene wy nu
K^cademien noemen, dat heeft men in die tijdt Studiën ge-
heeten, gelijk wy terftont leeren zullen. Maer op deze tijdt
is het zoo uy tgeput geweeft, dat, daer \'cr buyten en binnen
de muuren ( ik fpreek uyt het Schat-boek van Willem de
Conquefteur) omtrent d c g l huyzen waren,, behalven
XXIV muur-wooningcn, zoo konnen\'er maer 500de
fchatdng betalen. En op dat ik de woorden van dat bock
ecbruykc : Dit betaeldejaerlijx aen den Koning Voor Tf-
loneo en Gnhlo, cn andere gewoonten, 20 ponden, en zes
halve maten honigh, en aen Graef Algar i o ponden: wey-
nigh daer na heeft dc Noorman Robert
de Oily, daer wy te
vooren van gefproken hebben, na dathy tot lof van zijn
krijghs-dienft vele erf-gronden in dit landt van Willem de
Conquefieur verkregen had, aen het wcft-cynd van de ftadt
een kafteel gcibouwt, vaneen groote hoop op-geworpe aer-
de , en daer in dc Parochy-kerk van S. lons, in welke als,
miis Koning Steven de Keyzenn Machtild in dit kafteel
Jte^r \'. ftrenglijk belegert had, de Parochianen niet konnen in kö-
Momfi. de men, zoo is dc kapel van S. Thomas in de buurt op-gebout.
Oftnej, Ook heeft hy, als men gelooft, deze ftadt met nieuwe ve-
ften omringt, dic de ouderdom nu allenx vernielt. En Ro-
bert, zijns broeders Nigels zoon, des cerften Koning Hen-
rijx Kamerhng,hecft
het zeer groote kloofter OfeneyX^Xs uyt
de oude muuren tc zien is) op het Undt, welk midden in de
rivier light,dicht aen het kafteel,door aenrading vanEdith,
dochter van Eornus, zijn huys-vrou
, de welke eerft dc Vrij-
fter oft Boel van den eerften Koning Hendjk was,gebouwt.

In dc zeifde tijdt, als men leeft in \'t lacr-bock van \'t Ofe-
neifche kloofter, begon Robert Pulein de Godlijke fchrif-
ten, die in Engelandt verftorven waren, by Oxford tc lezen.
De welke namaels , als uyt zijn leer zoo dc Engelfche als
Franfthe kerk zeer veel gevordert was, van de tweede Paus
Lucius geroepen, cn tot Canfellier der H. Roomfche kerk
gekozen is.In de zclfde zin fchrijft ook lohannes Roftus van
Warwijk: Door bezorging van dc eerfte Koning Henrijk,
heeft het lezen dcr Gödt-geleertheyt, welk lang opgehou-
den had,tot Oxford weêr begonnen te herblocyen, en heeft
daer ccn nieu hof gebout,\'t welk de twecdcKoning Edward
eyndlijk tot het Cow-i/^^/derKarmclijtcn verandert heeft.
Maer lang tc vooren was in dit Koninglijk hof in *t licht ge-
•lAtmen- ^^^ waerlijk * evfzoMav, de eerfte Richard , Koning

niotdige. Engclant,gemeenlijk Leoninus,vol van een hoog en op-
Rtch. Cewr gericht gemoedt, geboren voor het Chriftlijk gemeen , tot
éjc Uan. eer der Etigclfcn, en fchrik der Hcydenen. Op wiens doodt
de Dichter, geenzins
quaedt die rijdt, gefpeelt heeft:

Ofttey.

3i2p.

Vifeera Carceolum, corpus Fónsfervat Bhrardi,
Et cor Rothomagum, magne Richarde, tuum.
In tria dividitur unus, qui plus fuit uno,
ISi^c fitpereji uno gloria tantaviro.

Bic Richardejaces,fed morsfi ceder et armis,

Viöia timore tui, cederet ipfa tuts. Dat is:
CarceoVt ingewant, het lijf heeft Everds bron,
Vvs> hert bezit Rowaen, 0 Richard, Eng landts zon.
Dus wordt in driengedeelt, die eenig meêr als een,, was.
Onovertroffen van die eer, fchoon z ongemeen,, was.

Richard ruft hier, maer zoo de doot voor wapens week,
Zy week voor zijne zelf, door zijner vreze bleek.

De ftadt alzoo met gebouwen vermaekt zijnde, zoo heb-
ben zeer vele hier begonnen na toe tc reyfen,als om geleert-
heyt cn deught te kopen,en hebben dc wctcnfchappcn her-
bloeyt , voorneemlijk door den arbeyt van Robert Pulein,
dien man, welke, om \'t gemeene beft der letteren te vorde-
ren geboren, alles gedaen heeft, om de bronnen der Zang-
goddinnen,door de ingewanden van deze drooge ftad gelijk
als vcrftopt,op nieus tc opencn,inzonderheyt door de gunft
van de eerfte Henrijk, de tweede Henrijk, en zijn zoon Ri-
chard, waer van ik terftont gezeyt heb. En Pulcins trachten
heeft zoo gelukkigh een voortgang gehat,dat \'cr,terwijl lan
heerfchte,drie duyzent Studenten in deze ftad geweeft Zijn,
die altezamen van hier ten deel na
Reading,ten deel n^.Cam-
hrids
verhuyft zijn^om dat de burgers tegen dit naerftige ge-
flaeht van menfchen wat te hard fchenen : doch den op-
roer geftilt zijnde, 2ijn zy na een korte tijdt weder gekeert.

Toen,en in dc volgende tijt, even gelijk Godt deze ftadt
èen de Zang-goddinnen,zo heeft hy acn dc^c ftadt dc befte
Vorften en Prxlaten met grooten getale voortgebracht >
welke de grootfte mildadigheydt beftcedt hebben in \'t ver-
fieren en op-voeden der vrye-konftcn cn wctcnfchappcn.
Want als de derde Henrijk, Eridefwide gegroet hebbende,
\\ welk re vooren groulijk geacht was, de over-gelovige ver-
tfaegtheyt weghgenomen had, waer door eenige over-gelo-
vigcn de Vorften een tijdt lang af-fchrikten, dat zy niet tot
Oxford zouden ingaen, en hier dikwijlige vergaderingen
gehouden had, om de vcrfchillcn met de Baronnen by te
leggen j 200 heeft hy der vorige Koningen vryheden beve-
ftight ,cn zelf eenige ingeftelt. En zo groot was nu de over-
vloet dcr geleerden, dat vêr de meefte, zeer geleert in God-
lijke en menfchclijke konften, zo tot de kerk,als tot het ge-
meene beft van hier zijn voortgetcclt, en Matth^eus van Pa-
rijs , de Univerfiteyt van Oxford, de naefte School dcr kerk
acn Parijs, ja degront-veft dcr kerk, befcheydlijk genoemt
heeft. Want met de naem van
Wniverfieyt haddenze de
Roomfche Pauzen nu te vooren verzien,met welk opfchrift
zy geen andere,behalven de Parijfchc,dcze Oxfordfche,Bo-
lonfche,en dic van Salamanca in haer befluytcn,op dic tijdt
gcwaerdight hcbbcn.En in de vergadering vanViennen was
befloten, dat men Scholen van de Hebrceufche, Arabifche,
en Chaldeifche taclin de Parijfche,Oxfordfche,Bolonfche,
en Salamantifche Studiën ( gewiflijk dc voornaemfte) zoud
oprichten ^ op dat dc gelecrtheyt dier talen, door de kracht
der onderwijzing,mocht behouden worden. En dat er Ca-
tholijke mannen, genoeghzame ervarenhcydt van dic talen
hebbende, twee in yder tael vol-leerdcn, verkoren zouden
wordcn.Dcn welken de Praslatcn,Kloofters,Capittels,Con-
venten,bevrijde cn onbevrijde Collcgicn,en dcRcdorcn der
kerken van Engelant,Schotlant,Ierlant,enWalles,in de Ox-
fordfche met behoorlijke zoudy voorzien zouden.Uyt deze
woorden kan men merken, dat Oxford dc voorneemfte
School van Engelant,Schotlant,Ierlant, en Walles geweeft
is,en dat,\'t gene wy heden
Academien en Vniverfiteyten noe-
men,eertijts bequaemlijk
Studiën genoemt zijn geweeft,gé-
lijkfe de H. Hieronymus, de bloeyenfte Studie van Vrank-
rijk genoemt heeft. Maer de nacm van
Vniverftteyt heeft
omtrent dc tijden van de derde Henrijk voor ccn gemeene
School kracht gehad,cn,\'t zy my mijn opmerking bedriegt,
. niet voor de plaets, maer voor \'t gezelfchap der Studenten
zelf. Maer dit is miflTchien buyten ons beftek.

Nu hebben de goede Mccïenates het binnenfte dcr ftadt,
en dc voor-ftcden met zeer heerlijke Collegien, Hoven, en
Scholen , en de zelvc weêr met vette inkomften begonnen
te moedigen; want het grootfte deel der Academie was te

voren

Clementi"

narum

Qt^to,

Studiën.
Vhiverji\'
teyt.

Ad Rtifti-

cum Mo\'
mchum.

Collegien,

-ocr page 197-

a

Ii

Jp

4:

OXFORD - stiia a

vorea in dc voor-ftedcn, bUytcn dc ndordcr-poorc. Tcr- huys dcr wijshcydt, cn hy dc ccr hcbbc, die in aller

Ziher
■^Mailm.

1318.

-Regißr.

\\Mon.

Hide*

wijl de derde Henrijk heerfchte heeft lan Balliol van Ber- geheugen bloeyen mach. En nadien, na dcoude inz
nards kafteel,welke geftorven is in \'t i jaer,dc vader van der voorzichtighfte manncn,die gene in
gour,zilver oft k"^
ImBalliol, der Schotten Kóning, het Balliolfehc Collegie perindcBockcryen gewijt geweeft zijn, door welker zor
gefticht en benocmti en terftont heeft Wouter
Merton, Bif- dezelve op-geftelt zijn, cn welker onfterflijke zielen in de-
fchop van Rocefter, het Cóllcgic, welk hy in het landt van zelve fpreken, op dat dc oudtheydt der eeuw tegen dc men-
Surrey geftelt had, in \'t IZ74 jaer tot Oxford gebracht, ver- fchen nict Vermochte, cn \'t verlangen der fterfiijke men\'
rijkt,en \'t Mcrtonfchc Collegie genöemtj en Willem, Aerts- fehcn,om dat zy alle begeeren te weten, hoedanigh icmandi;
diaken van Durham, heeft dat werk van iElfted, \'t welk geweeft zy,geftilt cn vcrnoeght wierden: zoo heeft de Can-
men nu het
Collegie der Fmverßteyt noemt,met nieuwe wer- cellier der Academie, op dat hy zijn geheugen te gelijk ver-
ken herbout. Op welke tijt de Studenten, om dat zy Ottho zorghde, dien zeer wel van \'t gemeene beft der Godt-ge-
den gezant des Paus, oft eêr dien bloedt-zuyger, gezonden lecrthcyt verdienden Thomas Bodlej,cen beeldt,met dit op-
om \'t Engelfche bloedt uyt tc zuypen, wat hardclijk ontfan- fchnft, aldaer op-geoftert r

gen haddcn,uyt het heylige verbannen, cn oneerlijker wijze THOMAS SACKVILLUS DORSETTIiB

gehandelt waren. En wierden hier,ais Armachanus fchrijft, COMES,SllMMUS ANGLI^ETHESAU-

dertigh duyzent Studenten gefchat. Onder de twpede Ed- RARIUS>ET^HUJUS ACADEMIE CAN-

ward heeft Wouter Statiedon, Biflchop van Exefter, het
Exefterfch
Collegie, cn het Herten-hof, cn de Koning zelf,
hem navolgende, hceft het Koninglijk
Collegie, gemeenlijk
Orialjcn
het Hof van Si Maria geftelt. Op welke tijt dc Hc-
brecufche tael hier begon gelezen te worden, door een be-
keerde lode, wien yder van de Oxfordfchc klerken, voor

ó V I

i

CELLARlUs,
THOM^ BODLEIÖ ECWITI AURA-
TO, QUI BÏBLIOTHECAM HANG IN-
STlTUlTiHONORlS CAUSSA PIE POSUIT.

Datis:

Thomas Sakvïl, Graef van Dorßt, opper * Trezorier van * Schd-
elke mark, van zijn Priefterfchap, een penning tot zoudy Engelandt , en Cancellier dezer Academie, heeft dit ter eeren meeßen
t\'zamcn-bracht. Daer na heeft de Koningin Philippa,huys- van Thomas Bódley RUder, die deze Bïhlioteek op-gericht
vrou van dc derde Edward,hct Colkgie der Koriinginne oPt heeft, Godtvruchtighlijkgeßelt.

Koninginlijkc, als men \'t noemt, cn Simon Ißip, Aerts-bif- , De zevende Koning Henrijk heerfchénde, op dat de eer
fchop van Cantclbcrgh, het Cantelberghfche op-gebóut. der wetenfchappen noch meer verzorght wierdc,heeft Wil^
Toen hebben de Studenten, der dingen, zoo na wcnfch jeni
Smith, Biflchop van Linkoln, het Collegie Mnei naß, ^^
vlócycndc,ongewoonzijndc,mctvcrdceldcnamcnvant\'za- \'twclk die zeer goede cn Godtvruchtige oude man Heer pre Neitsi>
men-rottingen, de noorderfche cn zuyderfche tot inwendi- Alexander \'^ouwell. Decken van S. Paulus tot Londen, met
ge
cn dolle wapenen onder zich t\'zamen-gcroepen j waer renten vermeerdert heeft, cn Richard Biflfchop van
Van de noorderfche naer Stanford geweken zijn, en daer de Winton, heeft het Collegie, Chriftus Lichaem genoemt.
Scholen te openen begonnen hebben. Maer zijn na wey- op-gcbout. En Thomas
Wolfzm-, Cardinael van York, haer
high jaron,als Phasbus,dc Zang-goddinnen blijdelijkcn be* navolgende, hééft (daer \'t kloofter van Eridéfwide was) een
fchijnende, deze nevel van Mars verdreven had, wederge- het aller-ruymftc cn treflijkfte begonnen, \'t wélk de achtfte
kecrt,en wetten gcftclt,dat geen Oxforder tc Stanford belo- Henrijk, het Cantelberghfche Collegie daer by gevoeght
ven zoud, \'t geen dezer ftadt fchaden mocht. Toen tcr tijt hebbende, met groote inkomften verrijkt, cn ^ Chriftus ♦ Chrift-
heeft-Willem
Wicatm, Biffchop van Winton, cen zeer heer- huys genoemt heeft. En die zelfde allcrmachtighfte Vorft church J
lijk Collcgic,welk men \'t nieuwe noemt,op-gcwekt,waer in, hceft,het geldt uyt zijn Schat-kift halende, tot waérdighcyt
uyt zijn Wintonfch Collegie, jaerlijx dc befte verftanden der ftad eén Biffch0p,en tot verfiering der Academie,open-
over-gebracht worden. Ook heeft Richard
AngerviU, BiP bare en géméenc Profefforen ingeftelt. Infgelijx hebben by
fchop van
D\\xï\\i\'3im,Philèbihlds,d^t is,Boeck-liever genoemt, oris gcdénken,op dat zy dc Zang-goddinnen ook met nieu-
ecnBockcry tot het gemeen gebruyk der Studenten toe-ge- we weldaden omhelfdcn, Thomas
Pope, cen man der Rid-
richt.En zijn navolger Thomas van
Hatfield,hcek het Dut- dedijke orde,het Durhamfche Collcgié, cn Thomas Withe,
hamfche Collegie, voor de Durhamfche Murinikken, en Ri- Burger en Raedts-heer van Londen, en infgelijx der Rid-
chard
Pleming, Biffchop van Linkoln, het Lirtkölnfche in- dcrlijkc órde, het Collegie vän S. Bérnard (welke met haer
geftelt. Ook hebben dc Bcnedi
£lijnGr Munniken te dier tijt vcrvalle muuren begraven gelegen hebben) op-gewekt,met
het Glocefterfche
Collegie,met by-eén-gébracht gelt,op-ge- niéuwé gebouwen vcrmaekt,niet wijdcftrekkende goederen
bout, waer in een oft twee Munniken uyt elk kloofter der Verrijkt, cn met niéuwe namen verfiert. Want die hebben
Bencdidijncn gevoedt wierden, welke daér na dc goede zy S. lan Baptift, dat der H. Drie-vuldi^heydt
toe-gewijt,
konften onder dc haren opentlijk voorlazen. Daer waren Ook hééft de Koningin Maria gemeene Scholen van dé
alreê,op dat ik dc Kanunniken van S. Fridefwidc verzwijgé, gront af op-gebout. En nu zeer onlangs heeft Hugo Priß^
vier de fchoonftc klooftercn der broederen in de voor-fte- Dodor der Wettcn,de gronden van een nieuw Collegie, ter
den op
-gcftaen,waer in ook vcel,niet flechriijk gclccrde,lié- eeren van Iefus,mct gelukkiger avontuur geleyt. Door dezé
den gcblócyt hebben. In de volgende eeuw, als de vijfde Collcgien,welke xvi in getal zijn,cn daer toé vin Hó-
Henrijk heerfchte, heeft Henrijk
chicheley, Aerts-biffchop Ven,voortreflijk van gebou, rijk van inkomften,en voorzicii
van Cantclbcrgh, twee, en dat ^cer fchoone
Collegien ge- met Bihlioteken, bloeyt Oxford alzo, dat het alle dc overige
bout, van welke hy\'t cene der gedachtenis Allerzielen, Academiën der Chriftlijke werelt overtreft. Eningezieldè
ander acn S. Bcrnard toc-gecygent heeft. Nict lang hier
Bihlioteken, (want zo mach mén met recht de geleerde met
na hceft Willem
minßet,BilTchop van Winton,het Collegie Eünapius noemen , j onderwijzingen der grootfte konften,
van Maria Magdalena,uytmuntend in werk, zeer gemaklijk ën burgeflijkhcyt van \'t gemeene der letteren,
wijkt zy me-
in gelegcnhcydt, en boven maten gcnócghlijk in wandel- mant. Maer wat is dit ? Oxford hceft niemants lof-tuyting
plaetfen,op-geright. En op dc zelfde tijt is der Godt-geleer- gcbrek,zo gróót heeft haer klaerhcyt,op dat ik hctPliniaen-
den School met zulk ecn voortrcflijkheyt op-gebout, dat \'cr fche woort gcbruyke
,ovcr-gevloeyti cn ik Zal in \'t lof mijner
met recht die fpreuk van Xcuxides mach op-gefchreven Voedfter niet al tc mild
fchijnen tc fpclen. \'tZy genoegh
worden: Dat iemandt het lichtlijker benijden, als navolgen van Oxford tc zeggen, als Pomponius van Athenen zeydé i
zal. En die goede Hertogh van Glocefter Humfted, die
Zy is vermäerder,als dat zy behoeft bekent gemaekt te wor-

hooghfte fchatterenwacrdccrcr der goede konften,heeft dc den. Maer tot cen toe-gift heb het begin der Oxfordfche

Bock-kamer in \'t bovcnftc deel der zelve geftelt, met bon- hiftory,uyt het bock der Procuratoren: Na \'t getuyghnis der

dert negen-en-twinrigh dc uyt-gelczenftc boekeri,welke hy mccfte laer-bockcn ^ leeft men dat veel plaetfen door de

met groote koften uyt Italien verkregen had,vcrfiert. Maer gantfche wcreldt,op verfcheydé tijden,in d\'oeffeningen van

deze hceft eeniger byzondcre gierigheyt aen \'t gemeen ge- verfcheyde wetenfchappen gebloeyt hebben. Doch van alle

bruyk nu onlangs benijdt. Doch nu, \'t welk wel gelukken Studien,ondcr de Latijnen zijnde, wordt de Vniverßteytjm

moet,ruft dc wijtluftigc man uyt de Ridderlijke orden,Tho- Oxford, in grönt-legging eerder, in eénigc meer-vou(hgc

mas Bodley, Voefter-heer dezcr Academie, met groote ko- van wetenfchappen algemeciier, in de bekentenis der Ca-

ften,en noyt vol-prczc nacrftigheydt,in de zelfde plaets een tholijke waerheyt vafter, én in de veelheyt der voor-rechten

nieuwe Bockcry toe met de befte overal op-gezochte boe- Voortreflijkcr bevonden. De Wis-konftcnaers van Oxford

ken; OP dat de Hooge School op nieus een gemeen wapen- hebben waergenomen, dat deze haer ftadt x x 11 graden

van

-ocr page 198-

168

van de gelukkige eylanden af is: en dat de noorder-pool
XI graden, l minuten op-getogen wordt.

Als nu onder Oxford de ^s en cherwel in een kolk haer
wateren verzelt hebben, zo wort de
ifis geheelijk en beroer-
der naer \'t zuyden gevoert,op dat zy de welke zy lang
gezocht had, vinde. En zy heeft niet veel mijlen af geme-
ten, als zie daer de
\'tame,\\x^i het lant van Buckingham uyt-
gegoten,haer ontmoet,dewelke,als zy dit landt invloeyt, de
koop-ftad
Tame tot haer naem aenneemt, dewelke tulTchen
de rivieren met een zeer aengename gelegenheyt ruft.Want
de tame fpoelt aen \'t noorder-deel,en twee inftortende bee-
ken beftuyten ze, de een van d\'opgang, de andere van d\'on-
dergang ^ en zy heeft genoeghzaem gebloeyt: van waer H.
Biftchop van Linkoln , de gemeene wegh , welke beneden
geweeft is,als de III Henrijk heerfchte, door \'t midden van
de ftadt geleyt heeft. Alexander,die mildadige Biftchop van
Linkoln,die Heer van de plaets was,als zijn verquifting,in \'t
bouwen van kafteelen,van yder-een een weynig befchuldigt
wierd, om die vlak uyt te wiflchen, als Neubrigenfis te ken-
nen geeft,heeft\'er een kloofterken neven opgebout.En veel
jaren daer na hebben \'er de ^tatermannen, die in de vonge
eeuw in deze wijk van een grooten naem waren, een Godts-
huys, om armen tc voeden, gefticht. Doch beyde zijn zy nu
vcrdwcnen,cn voor deze heeft lan
Williams Ridder (den wel-
ken de Koningin Maria tot de waerdigheyt van Baron, met
de tijtel van Baron
Williams de Tame uyt-gerocpen heeft)
een zeer fchoone School,cn een kleyn Gods-huys ingeftelt.

Van daer wort dc Tame wegh-gevoert tot dicht by Rikot,
een treflijke huyzingc, welke eertijts tot die Watermannen
behoorde, welker manlijke ftam uyt-gegaen zijnde, cn de-
zelve door verkoopingen namaels van de
Foulers cn Her ons
vervrcemt zijndc,zijn eyndlijk tot dien Heer Williams afge-
vloeyt,cn door zijn dochter tot Heer Henrijk iVöra,dien de
Koningin Elizabeth , Baron
Norris de Rikot genoemt heeft,
een man zo doorluchdgh in cdclheyt des gcfl^achts,want hy
trekt zijn afkomft van dc
Lovels (dewelke de grootfte huyzen
van Engelant door bloetverwantfchap geraekt hebben) als
zeer wijt vermaert door zijn ftrijtbare kinderen, \'twelk Ne-
derlant,Pörtugael,Britannien,cn lerlandt getuygen mogen.
Eyndlijk komt de
T<ime tot Dorcejlria, welke by ons Dorche-
fier
is,by Bedade ftadt Z>^?rr/W4,byLelandus Hydropolis,\\m.eï.
met een naem uyt zijn verftant geput,nochtans gefchikt ge-
noegh,wijl
I>our by dc Britannen water betekent. Dat deze
eertijts by dc Romeynen bewoont is geweeft,over-reden der
zelve dikwijlsuytgchaeldc penningen,en onze laer-boeken
toonen, dat zy door ccn Biflchoplijke ftoel lang
vermaert
geweeft is, welke Binnus, de Apoftcl dcr Weft-Saxen, daer
geftelt heeft. Want als hy Cinigilfus, het Koningsken det
Weft-Saxcn,door de bron des doops af-gewaflchcnhad,den
welken Ofwald,Koning der Northumbercn,uyt het heylige
hadt op-genomen heeft 3 zo hebben, als Beda zeght, beyde
dc Koningen den zelfden Biflchop deze ft^dt, om aldaer
een Biflchoplijke ftoel tc maken,gcfchonken. Dic Birinus
heeft, als by Beda ook tc zien is, in die tijdt door dc waen
van heyligheyt tot ccn wonder-werk gefcheenen, waer van
dc Dichter, oudt genoegh zijndc, dic zijn leven in Gedicht
befchreven heeft, dus van hem zingt;

Bignior attolli quam fit Tyrinthius heros,

fit K^lexander Macedo, T:yrinthius hofies
Vicity ^Alexander mundum, Birinus utrumque.
Nec tantum mundum vicit Birinus, hofiem,
Sed fefe bello vincens, & viBm eodem.

Dat is:

Birin heeft in waerdy heneven hem geen ander,
Vêr boven Herkules, vêr boven K^lexander.

x^lcides heeft vol moedt zijn vyandt neer-geleyt,
Rhilifpm zoon de werldt-^ Birinus drvongze beyd,
£n dat alleen niet,maer door een krijgh wel begonnen,
Heeft hy zich zelf, en is hy van zich zelf verwonnen.
Deze ftoel heeft na c c c c l x jaren (op dat, \'t welk in
de Canons verboden wort,de naem van Biflchop in zo taem-
hjk een ftadt niet verfnoden zoud) Remigius, als de eerfte
Willem heerfchte, tot Lmkoln ovcr-gebracht. In welke djt
deze hoeve van Dorchcftcr (als Malmesbunenfis zeght, die
toen gebloeyt heeft) kleyn en weynigh bewoont was, noch-
tans de Majefteyt der kerk groot, \'tzy door\'toude werk,
\'t zy door dc nieuwe vlijt. Van toen heeft zy begonnen
al-
reê af te gaen, en de gemeene wegh
onlangs van hier af-ge-

D

D

E

O

B U N E N.

went zijndc,ïs zo verflaeur,dat zy,die een ftadt geweeft was,
qualijk de naem van een ftadt verdeedighdc : cn heeft nu
genoegh, dat zy in de by-gelege velden dc vervalle muuren
tot tekenen van haer grootheyt toonen mach. De Tame en
//is, hier onder t\'zamen-vloeyende, komen even als in han-
den by-ecn, cn worden door bouwdijk t\'zamen-gevoeght,
en gelijk zy met de wateren, zoo gaen zy ook t\'zamen met
dc nacm, als de lor en Ban in \'t Hcylige Landt, en Dor en
Dan in Vrankrijk, waer van lordan, en
Dor dan. Want de
T
a m i s i s , oft dc Teems, wordt nu dacr van met ccn ge-
lafcht woordt genoemt. \'t Welk hy cerft fchijnt waergeno-
men te hebben, die \'t lof der Gefchichten befchreven heeft.
En zie hier in deze plaets de veerzen van \'t houlijk van
Ifis»
uyt het Gedicht, met de zelfde opfchrift, dewelke, zoo \'t u
bchaeght, leeft, oft lactze :

Hic veßit Zephyrmfiorentesgramine ripas,
Eloraqve neäareis redimit caput I s i d i s herbis ^
Seligit Ambrofios pulcherrima
Gratia flores,
Cont exit geminos
Concordia Uta coroU^is,
Bxtollitque fuas tddas Hymenmts in altum.
ISlajades adificant thalamumque thorumqueprofundß^
Staminé gemmât0 textum,picîtfque columnis
Vndique fulgentem. ^^alem nec Lydia Régi
Bxtruxit Pelopi, nec tu Cleopatra marito.
lUic manubias cumulant, quas Brutus x^chivis,
W^as Brennus Gracis, rigidus Gi$rmundus Hiberms^
Bundvica Romanis ^ claris Arthurius Anglis
Bripuit, quicquid Scotis viâricibus armis
i^hfiulit Bdwardus, virtufque Britannica GalUsm

Hauferat interea fperati conjugis ignés
T a m a Catechlanâm delahens mont ihm, ilk
Impatiens nefcire thorum, nupturaquegreffm
Accélérât-, longique diesfibi ft are videntur,
Ambitiofâ fuum donecpraponere nomen
Pûjjit amatori. ^id nen mort alia cogit
Ambitio ? notamque fuo jam nomine * villam
Linquit, liprrifiisgeminans falvete, valete.
Cernitur & tandem Dorceftriaprifiapetiti
Auguriumlaturathori^nunc
Tama refurgii
Nexacomam fpicis,trabea fuccinäavirenti,
Aurora fuperans digitos, vultumque Diones,
Pefiam non labra roß, non luminagemm^,
Lilia non aquant crines, non coÛapruina.
Vtque finit crines madidos in terga repeUit,
Reddit ér undanti legem fo rmamque capillo,
Bn fubito frontemplacidis efiuëiibus Isis
Effert, ér totis radios ffargentia campis
Aurea fiillanti re(f Undent lumina vultu,
lungit é" opt at s nunc ofculaplurima
T a m ,
Mutuaque explicitis inneSîunt colla lacertis,
Ofcula mille fonant, connexu brachiapallent,
Lahr a ligant animos : tandem defcenditur una
Inthalamum .quojunóïa
Eide Concordia fmBdà
Splendida conceptis famit connubia verbis.
Vndique multiforifirepitat nmc tibia huxi,
Blu^icoU Nymphdi, Dryades, Satyriquepetulci
In numéros circum ludum, ducuntque choreas,
Dam pede concutiunt alterno gramina Uti.
Permulcent volucres fylvas modulamine pafftm,
Certatimqueßnat Utumreparabilis
Echo.
Omnia nunc rident, campi Utantur,
A m o r e s
Br/^natisplaudunt avibusper inania veBi :
Perfonat ér cythara quicquid vider e priores
Pronuba vi£îura lauro velata
B r i T o n a.

H£C emit ut toto diduâa Britannia mund&
) Cum\'Viâor rupes divulßrit aquore Nereus,
Bt cur Neptuni lapidofa grandine nat um
Albionem vicit nofiras delatus in or as
Hercules illimes lib at us Thamifis undas,
^as hue adveniens aras facravit ^lyftfes,
Vtque Cor in AO Brutus c omit at us Achate
Occiduos adiit traCîus, ut Cafar anhelus
Tirrita qu^fitis oftendit terga Britannis, é\'c,
Paucifque intcrjedis vcrficulis :

Dixerat, unito confurgit ér ftnus amore
LMior exult ans nunc nomine
Tamis is
Oceanumque patrem quarens ja^antior undas
Promovet^

Dat

\'Tame.

-ocr page 199-

O

O X F
Dat
is:

Bkr kleedt de wefle wint de groen hewojjeftrant,
jEn Tloor omvlecht het hooft van ifis met een hant
Van krtiyden fzaem-gehecht^ met 2(e£iar overzwommen,
De fchoone Gratia leeft Amhrofijnfche hlommen,
Daer d\'eendracht , volgeneught, twee kranjfen fzaem van
vlocht,

De hlijde Bruylofts-Godt verheft zijn toorts ter locht ^
De Nymphenfier en \'t hedt met een uytheemfihe deeken,
Bezet met Diamant, met Barelen hefieeken,
(jyietftijlen of-gefthroeft, waer op de fthildery
Glimt in haer hooghfte pronk, als zon-lichts ftralen-ry.
Zo boude Lidia voor Pelops noyt op veer na,
Nocht ook Cleopatra aen haer ver echte we er-ga :
Daer gaert men al de huyt, die Brutus immermeer
d\'^chiven heeft ontrukti die Brennm \'t Griex geweer
Stoutmoedigh heeft omhaelti wat Gurmond van de Ieren ^
Wat Bundwijk heeft heft aen de Romers af te fchieren
Wat K^rthur onvertfaeght den Engels-man ontnam j
Waer me dat Eduwardgezeeght uyt Schotlandt quam;
En watBritanfch gemoedt, onhehlijk tot bezwijken,
Met wapens oyt ont droegh uyt Eranfche
Koning-rijken.
De Taem, die van \'t geherght der
Cat ech lanen vloeyt,
Had onderwijl haer hert met
V minne-vuurgefihroeyt
Van haer verhoopte man, in d\'enkmd niet te vreden
Der echt, en tot de trou
nu reé, verfnelt haer fchreden,

Langduuren van de tijdt verjaert haer eiken dagh,
Tot dat zy hare naem
eenzuchtighparen magh,
En ftellen voor haer lief. Wat, hartens-waerde parten
Van eer-zucht, dringt ghy niet in menfchelijke harten,
Alreê ver laet zy * V vlek met haren naem gevoed,
Zich dubblend te l^orrits, vaert welen zijt gegroet.
En eyndlijk ziet men V oudt Dorchefter, welk getroulijk
Voorbood \'tgoet avontuur van V langgewenfchte houlijk t
Nu rijft de Taem om hoogh, met haer gekronkelt hayr,
Door-vlochten met \'tfteraet van menigh koor en-ayr,
Haers lichaems fchoongeftel, gepronkt en overtrokken
Met groen ge verwde zijd en Koninglijke rokken,
Verwint door vinger-puyk de fchoonfte dage-raet,
Dione door de gift van een verweent gelaet

V Korael van haren mont wijkt voor geen lieflijk blozen
Van
V aengenaemfte roodt,ja van Provenfi-rozen,
Geen ftonkerendgeßeenthy haer gezicht gelijkt,

Geen Leely hy haer hayr, haer hals, als Marmor, wijkt \\
In witheyt voor geen rijm. En, heft zy aen te ftr omen,
Zy dwingt het natte hayr op haren rugh te komen,
Waer mê zy \'t driftigh ruygh en vorm en wetten geeft.
Zie flux heft ifis \'t hooft ter vloeden uyt, en heeft

V Gezicht, noch nat be do ut door zijne water-droppels,
Verfpreyt en overfiroyt langs "tgroene gras enftoppels
Van \'t omgelegen landt, daer hy zijn Taem gemoet,
Die hy met km op km op
V minnelijkft begroet.

Daer ziet men haer elkaêr in blanke armen klemmen,
En op haer Paerle-doos wel duyzent
kmjes ft remmen,
De armen worden bleek door \'t heftige geklem,
De lip bindt hert van hem aen haer, van haer aen hem-.
En eyndlijk, door
de luft van hare min verwonnen,
Zijn zy naer V Bruylofts-hed, al voor\'bereyt,geronnen ,
Daer d\'eendracht, met de trou op \'t
heylighfte gevoeght,
Het houlijk veftight, en de lieven bey vernoeght. \\

Nu hoort men over aide ruyfch-pijp lieftijk fpeelen,
Doormengeit en verzelt met lodderlijke keelen
Van V Goddelijke zaet, dat zich in V water toont,
Dat zich in
V bofch verhouf, en tn de velden woont,
En, door de Eeefi verheught,gaen ringen ronde kranffen,
En kreuken \'t groene gras met ander-heurtigh danjfen.

V Gevogeltftr eelt het bofch met vriendelijk geUng y
Daer d\'Echo tegen-ftreeft metftaêge weder-klang.
K^l, wat \'er is, dat lacht, het veldt deelt al zijn zoden,
Zijn ongemete vreught, de dart\'Ie
Minne-Goden,
Gevoert ten hemel door getoom der vooglen vlticht»
Vervullen door geklap het open van de lucht.

Haerfpeel-genoot Britoon ver luyt met Cyter-ftagen,
Met levend Lauwr bekleetyalwat de ouders zagen.
Dees zingt hoe Eng landt van de wereldt is geftheelt,
K^ls Nerem, winnaer, door de zee-vloedt rOlfen deeld
En waerom Herkules q^uam, om zijn dor ft te bluffen,
De vloeden van de T?ems met zijne lippen kuffen,

Tame,

H

I R E.

En in ons landt gebracht, waerom hy Alhion,
Neptuyns zoon, met een huy vanfteenen overwon.
Wat dat Ldértes zoon, de roem van alle kouters,
Hier komende te landt y gehey light heeft voor Outers,
Hoe Brutm, met Corij^ch* Achates vergezelt,
Zich heeft in \'t iveßer-deel van Engelandt geftelt,
Hoe Cafar den Britan, dien over bergh en bruggen
Hy zochte, heeft getoont verjchrikkelijke ruggen, ^c.
En na weynigh hier tufTchen in gefielde veerzen :
Zoo ff rak hy, enftond op vereent door eene min ,
En hupflend op zijn vloedt nu van een blij der zin,
Om dat hy d\'heele naem van Tamifis mocht voeren ,
Beftond, nu vol van moedt, zijn galv en te verroeren^
En drong ze met gewelt na vader Oceaen,
Lang met verlangft gezocht.

Van hier komt de Teems tot Benßn, eertijdts Benfingtouy
welke Marianus Villam Regiam , de Koninglijke Hoeve,
noemt, en vertoont datCeauIin het zelve den Engelfen
in \'t D Lxxii jaer der Zaligh-making ontnomen heeft, en
dat het de Weft-Saxen van toen af tot het twee-hondertfte
jaer behouden hebben: Want toen heeft de Mercier Ofta,
op zijn goedt en eer acht hebbende,op dat zy niets op deze
2i;d der rivier hadden, het zelve overwonnen, en zijn eygea
gemaekt. Heden wordt het flechts een vlexken geacht,
en heeft naby zich eenige Koninglijke huyzen, eertijdts
voortreflijk, maer nu meêr als te veel vergaende, als ge-
wiflijk min gezont zijnde, om de dampen vandeby-ge- "
voeghde poel. Deze,van de Olm-boomen
Ewelme,9emcen-
lijk liew-elme genoemt zijnde, welke Willem De la Pole,
Hertogh van Suffolk,gebout heeft,de welke Alicia,de eeni-
ge dochter van Thomas
Chaucer, tot een huys-vrou geno-
men hebbende, hier met een zeer groot erf-goet verrijkt is,
en heeft, behalven deze huyzingen, ook een treftijke kerk,
waer in dezelve Alicia begraven Hght , en een heerlijk
Godts-huys op-getimmert: doch lan, Graef van Linkoln,
zijn neef uyt zijn zoon lan, heeft de gelukkigheydt van dit
huys eenighzins ten gronde toe uyt-geroeyt. Want terwijl
hy eenige nieuwigheden tegen de zevende Henrijk in \'t
werk ftelde, zoo is hy van alle eeren-ampten verbannen, en
van deze bezittingen vervallen, welke tot het Koninglijk
erf-goedt zijn over-gefchreven, en hy zelf is in den ftrijdt
terftont om-gekomen. Daer na heeft de achtfte Henrijk
deze in Eere geftelt, eenige Mayeryen daer by gevoegt heb-
bende , en onder ander
Wallengford, welk eertijts de Herto-
gen van Cornwal lang toebehoort had.

Van hier wordt de Teems met een groote omzwier by-
kans weer in zich zelf gekromt, begrijpende de Hundred
van
Henley, met heuvelen op-rijzende, en dicht van bof^
fchen, welke eenige vermoeden, dat de
Ancaliten in gehat
hebben, die zich in Cjefars trouw hebben over-gegeven.
Hierin zijn de huyzingen van Greyes Rotherfield, welke
Wouter Aerts-biflchop van York,eertijdts aen Willem
Grey,zijn neef,te fcbenk gegeven heeft, wiens erf-goet door
de Baron van
D\'Eincourt tot de Lovells zijn af-gevloeyt. Nu
is het de wooning van Willem
Knolles, Schat-meefter van \'c
Koninglijke Hof, den welken onze Koning lakob met het
opfchrift en eer van Baron
Knolles van Rotherfeld, om zijn
getrouwe dienft der Koningin Elizabeth bewezen , en hem
te bewijzen , vereert heeft. Hier beneven vertoont
zich
Henley,Hanleganz,^cn de Teems, op de grenzen zelf
der Graeffchappen, wiens inwooners, meeftendeel fchuyt-
lieden, met hout naer Londen te voeren, en kooren te ver-
tieren , voorneemlijk haer koft winnen i en \'t verhaelt geen
meerder oudtheden, als dat het de
Molinen tot Heeren ge-
hat heeft, van welke het door de Hungerfords, die voor de
ftadt het recht van twee jaer-markten van de zefte Henrijk
verkregen hebben,tot het
doorluchtighfte huys der Haftings
erflijk af-gekomen is. En waer langs de Teems gevoeght
is onder deze brugh, dewelke, nu van hout,
gezeydt wordt,
eertijts van fteen met boogen
uyt-gewrocht geweeft te zijn.
Maer of dit de brugh geweeft
zy,waer over Dio verhaelt,dat
de Romeynen gegaen zijn,als zv de
Britannen in deze lanf-
douw vervolghden, dewelke laeger de rivier over-gezwom-
men hadden, zal niemandt lichtlijk zeggen.

Van H^fW^^loopen de Chilternfche heuvels met een ge-
duurige rugh naer\'t noorden, en fcheyden dit Oxfordfche
van
\'t Buckinghamfche lant, aen welker voeten veel kleyne
ftedekens zijn, waer onder de bekenfte zijn
Watlmgton. een
Eff kleyn

R D-S

-ocr page 200-

N.

N

Ë

V

B

T)

O

kleyn koOp-ftedeken,eertijts Robert D\'O/y toebehoorend
én
Shiïburne, eertijdts een kafteelken der .S^uatermannen,
maer nu de zetel der Chamberlanen^uyt het huys derGraven
van
Tankerviä, de welke, mits zy Kamerlingen van Nor-
mandyen geweeft zijn, zo zijn haer nakomelingen, die ou-
de naem der
TankerviHs vcvgctcn hchhendtiChamherlanen,
dat is, Kamerlins^en, van het Ampt dat haer voor-ouders be^
dient hebben, genoemt.

De tijtel van\'t Graeffchap van Oxft)rd heeft lang ge-
bloeyt in\'t huys
van Vere y welk zijn ftam van de Graven
der Guinen , ,en zijn toe-naem van
Vere, een ftadt in Zee-
landt, trekt. Het begin van doorluchtigheyt in Engelandt>
betrekt het tot de eerfte Henrijk, die Aiberik van
Vere , om
zijn uytnemende voorzichtigheyt, met verfcheyde welda-
den vereert heeft j als met het Kamerlingfchap van Enge-
landt,\'en \'t Schoutfchap der ftadt Londen j en Henrijk, de
Zoon der dochter van Koning Henrijk, rechte erfgenaem
van Engelandt en Normandyen, (want deZe tijtel heeft hy
gebruykt) heeft zijn zoon, op dat hy hem van Steven, die
voor zich het Rijk zonder recht bezat, af-wenden, en aen
zich verbinden mocht,het Kamerlingfchap vergunt en we-
der gegeven, \'t welk hy door d\'inlandfche oorlogh verloren
had, en heeft hem elke tijtel dezer vier Graeffchappen,
Dorcefter, Wilton, Bercherey, en Oxford op-gedragen,
en eyndlijk hebben hem, en Machteld\', en haer Zoon Hen-
lijk, het Rijk nu genietende, met haer brieven byzonder-
lijk Graef van Oxford verkoren. Onder de nakomelingen,
op dat ik niet ieder in\'t byzonder opzijn rye op-tel, zijn
meeft vermaert geweeft, Robert van de welke door
zéér groote genade by de tweede Richard, met nieuwe en
ongehoorde eeren van Mark-graef van Dublin, en Her-
togh van lerlandt verrijkt is geweeft^ waer van hy, gelijk hy
-Zeght, zich zeiven niets, maer de tijtels aen \'t graf, en-\'t ge-
meene volk een fpreuxken nagelaten heeft. W^antna een
korte tijdt, door de nijdt der voorneemften,van zijn ftaet en
waerdigheyt berooft zijnde, heeft hy uytlandigh zeer ellen-
delijk zijn leven verlieten. lohan, die door groote weten-
fchappen in oorloghs-zaken , en door een zeer oprechte
getrouwigheyt tot het huys van Lancafter, tegen de vierde
Edward dikwijls in den ftrijt gevochten heeft, heeft de berg
van S. Michiel een tijdt lang befchermt , en de zevende
Henrijk in\'t verkrijgen van\'t Rijk inzonderheydt by-ge-
ftaen. Infgelijx is de tweede lohan , als de achtfte Henrijk
heerfchte, in alle deelen
zijns levens zo matigh, zoo vol van
Godts-dienft en goetheyt geweeft, dat hy de toenaem van
Goedt wegh gedragen heeft, de welke de over-groot-vader
geweeft is van Henrijk, nu de xv ii i Graef uyt deze ftam,
en de groot-vader van Eran^oys en Horatius Vere , gebroe-
ders,die door de byzondere wetenfchap van krijghs-zaken,
en door haer daden, zeer kloeklijk en gelukkighlijk in Ne-
derlandt uyt-gevoert, haer oude Edeldom veel luyfters toe-
gevoeght hebben.

JD/V Graeffchap begrijpt 18© Varochy-kerken»

D E

-ocr page 201-

I/I

DE CATTIEVCHLANEN.

N\'t ooflen grenzen aen de Dohunen die gene, -^elke Ptolom^is y nddè Derfcheydenheydt
dcryoor-beelden,
Cattieuchlanen, Cattidudanen, Cathicludanen, en Dio Cat-
tuvellanen r/oemf. Wdke y>an de^e de SPaerackighfle naem ^y , ik niet lichtlijk peg-
gen, Lieve men lact my nochtans toe y de raming, aermee mijn gemoedt yan de%p^aek een
tijdt lang be^angertgesveeflisjhlero\'^erloopenderwj^ete openbaren.Ik acht dMde^e eertijdts
Caffinen genoemt gtypeefl ^ijn, dat yan de^e Caflinen haer Vorfl Cafiiyehunm, oft
Cafiihelinus genamt, en yan de naem Dan Capipeilaunus dit -z^lfdc yolk
Cattuellanen,
Cathuellanen,
oft Cattieuchlanen yan de Grieken is geheetengeTi>eefl. Want de Caffi- Caffinen.
nen-sporden onder deyolkeren yan Britannien yan Csfar gedacht, die y \'typelk meêr als ^keris^ in de^e landen
geypoonthéhen y enyan-^pelktr naem een landeken inde^e ypijk y niet het kieynfte j als noch Czishow genoemt
•^vordt. Nu, mjl Cajlivellaunus oyer de^e svijk het gebiedt gehat heeft, als uyt C^far te ^ien is, en in ^ijn naem de
benoeming dcr
Caflinen zjch op\'t alkvMaerfï ontdekt; ^oofchijnt het yaaerfchijnlijk genoegh , dat Cafiyellaunus
^1^00genoemt is, als Vorfl der
Callinen. En indien \'t ^oo niet \'90as, \'9^aerom ^ud Dio de^^en Cafiiyellamm Suel-
lan , \'roorVellan,
en de Britanfche Ninnim niet Cafibelinus y maer Bellinus genoemt hebben, als of dat de eygc
naem ypas, oft des mans, oft der "Waerdigheyt ? en laet het niet yreemtfchijnen , de Vorflen eertijdts yan haer
yolk de namen gekregen hebben. De
Gatten hebben in Duytflandt haren Cat-meyr, de Teutones haren Teut-
meyr, Teuiobochus, Decebalus,
de Gotten Cott\\\\i[o gehat. Enycatlet\'eraen, ypaerom

on^e Cafliinen haren Cafihelimt^ min^^^ouden hebben ? wjl Belinus in dit eylandt een oude naem geweefi is, en
9^mmige meenen, dat Cunobelinus, die onder de Icenen geheerfcht heeft, als der Icenen
Belin genoemtgeypeefi is.
Zoo dan de Griekfche Schrijyers y an de^eCapyellaumis de Cattwellatien, Cattieuchlanen, ilfc. niet af-ge»
trokken hebben , ^oo beken ik my in de^e ^aek gantfch blint te ^jn,

Maer yan -^aer dit yolk de naem yan Caffinen yerkrcgen heeft, hen ik gantfch onbewfl, \'t yj miffchien door
de kloekheydt in d\'oorloge. Want Seryius Honorattis getuyght, dat de kloeke oorloghs-mannen by de Franfen (•9Pelkc
met de Britannen een tael gebruykten) Gt^i genoemt werden, ypaer yan Ninnim het -^oort
Chetilou, e^w Brf-
tanfch-^poordt pijnde, het^aet der Strijdtbaren yertaelt. En dat de^e in oorloghs-lofgebloey t hebben y is openbaer^
ypant yoor C^^rs aenkomfl hadden zy geduurige oorlogen met haer nabuuren geyoert, en het deel der
Dobunen on- Dio;
dt;r haer macht gebracht. De Britannen hadden de^er Vorfl, in den oorlogh tegen C^far, oyer al haer troepen ge fielt,
en haer Rijk en naem mjdts en ^ijdts yerbreyt. Want zy "9paren met de eendrachtige naem der
Caflinen oft Cat-
tieuchlanen
ycreert, -welke nu drie Landen oft Graeffchappen in hebben, te -weten, Buckingham-shire, Bed-
ford-shire, m Herford-shire,
"Waer yanypy nuinorde, met\'weynigh-woorden j om dat "wy nu niet met yele
konnen) fpreken gullen.

B V C K I N G H A M-S H I R E.

Vckingham-shire, wijl het
door-gaens overvloedigh
zy van Beuke-boomen,
welk de Engel-Saxen Buc^
ken noemen, zoo ichijnt
de voorneemfte ftadt van
de Beuken
Buckingham, en
daer van \'t gantft:he landt
genoemt te zijn. Want in
Duytft;hlandt wordt het
Beukenrijke landt
Bucho-
nien
genoemt; en wy heb-
ben vernomen dat by ons een ftadt in Nortft)lk,
Buckenham
genoemt, met Beuken rondom beplant is. Dit landt met
een kleyne breedte van de Teems befloten,
loopt in zijn
lengde naer \'t noorden.In \'t zuyden ftrekt het naer Berche-
ry.door de rivier de Teems af-ge^ondert zijnde, in \'t weften
naer \'t landt van Oxft)rd, in \'t noorden naer Northamton,in
\'t ooften eerftlijk naer Bedford, daer na naer Hertford, en
dan naer de Middel-Saxen. Het is door-gaens vruchtbaer
van landt , overvloedigh van inwooneren, die zich in-
zonderheyt benaerftigen in beeften tc weyden. Het wordt
gedeelt in twee deelen, van welk het eene naer \'t zuyden
en ooften bergh-achdgh, oft liever hcuvcl-achdgh zijn-
dc ,
Chilterne , in \'t Saxifch Cylrejin; het andere, aen dit
ten noorden palende,
The Vale, dat is, het dal, genoemt
wordt.

chiltern heeft van \'t Krijt, \'twelk de oude Engelfen
Cylt, oft Chilt genoerp^t hebben, uyt de natuur van d\'acrdc
zijn nacm gevonden. Want het verheft zich geheel met

Ckiltcrn,

heuvelen, blinkende door Iccm-achtigh krijt, bekleet met
dichte Beuke-boflchen, en eertijdts door de boomen on-
gangbaer, toc eyndlijk Leofftan, Abt van
S. Alban , de
zelfde af-hieuw, mits zy den moordenaers tot een wijk ver-
ftrekten. In dit zelve, naemlijk daer de Teems met een
bocht acn de voet der heuvelen fpoelt,
Marlow, een
ftcedtjen, \'twelk niet tc verachten is,
zijn naem van het
krijt, gemeenlijk genoemt, hebbende-, hetwelk,
door de akkeren verftroyt zijnde, ioo aen haer Vermocyde
kluyten tuflchen deze heuvelen het leven mede deden,
dat zy na ccn jaer noyt het gebiedt des akkermans verwer-
pen,- maer met een op-gchoopter maet, \'t geen zy ont-
fangen hebben, weder leveren. Hier naby fpoelt ecnri-
viertjcn inde Teems, zich de wegh openende, door de
by-gdege plaetfen, cn heeft, daer\'t zich kromt, het fte-
deken iï/^^ Pr/Ä«»^,
okhcttiWicombe, na die bocht mif- Wtkham.
fchicn genoemt, mits de Duytfche Saxeneen bocht van
een rivier oft zee, een
Wijk noemen; en veel plaetfen ko-
men ons in Engelandt voor, die daer van af-genoemt zijn.
Dit ftedeken mach door zijn wijdduftigheydt en treflijk-
heydt van huyzen, met de grootfte fteden in dit landt ver-
geleken worden ; doch dacr in , dat het een
Meycr tot
hooghfte ovcrhcyt heeft, boven vele met recht tcftellen-
Omtrent d\'inval der Noormannen was Wigod van
Walleng-
ford
Heer , zoo van de Burgh van Wicombe, als van het buy-
tenfte vlek, ik fpreek uyt d\'oude
Onderzoeking. Na wiens
doodtde ccrftc Koning Henrijk dit zelve tot zijn Koning-
lijk erf-goedt gevoeght heeft. Doch
eyndlijk heeft Koning
lan het buytcnfte vlek gedeelt
tuifchcn Robert van Ouden
hrug, QïiAUnBaffet.
In\'moorden van Wichkombie iitekt

G g g uyt

-ocr page 202-

Septentrio

EDFORDII^^ ^

CoM.lTATVSi

o ty- r/R ^ •

Btjelram Coucy

X.

aCirjravc

:SarU - - -

rf^edforl. f

Kimbalton

O R T H Jl M F - 1

^ , sheik-

T O N I JE.

i \'I

HVNTIlSrGDO:NriENSIS

r Gcorae T^ilL \'A

Gsvmjt-jn-

C O ^ I T A T V S

Tcr tail

jfJL

yMm-

A

Ij ^\'tlAchy^rnr,

* S TOD D E isT .Hvnd. \'^v,

M

fS-Mtn^llciiA.

" a-

Li»/.- Stav^htcn

Cavfan .......• *v ^ ^

5 A K: F O K D -»«f^ ^

JLR S .

Jhl /

ttinyn^on^
L Tollmirtsn^

\'iarnlyjh

^rhfirLA

-VML^

Kc^ T> G C S^^ £.

Jihrwook^

%,lLyiron

C ^fi\'^

Par S. -I ■ - ■

ICiiaihn^

Sfiarnhraclc-

iCl^mrha

I

CheUiyt

OTL-

\'Pat&nha

^\'I\'S-eyncU.

SerfirL

\'7

Q - Sra^Al]

. CLj^ha

Oul

A*-.

\'vnrlarv , ,

Potton i !

StOUtL TPprmk^n- ♦

r^wi^ ^ Cu^hulL

; MrtiiU.

1 ioi

: W" I X A M ,T R E E

V

: Biglefwatle

IC^m^flon \\ ^ I Oanoiifc-

Hvndr. oa^^Aen. 1:

^S OR^ S T OK E \\ Ax.

Newport
pag-ane

,11

V

Clyjh.

XeitLu

Jtt. "■•. LtUeim ,

. J&lcat \\

CimhUo^i C L I F T ON

Sfa^alJ-^

I

I
*

%
I

BalJok-

f V^cMa^pni

O R D I ^

V

Ttlttt- ^

\'\\SuvvmMv i

StatiliJiv-^^- ^{hlcieelL
f

/

FeritPtu

H^R T,

Craw/ijv

Af^Uy

\'TiJatzJen

- ^OiJi^nawals \\

M A K S HEAD

Ctverjhoit

\'-Itr

4

v\'SCaxtoft

Great BrtUM

\'rar^ld^

H V K D,

(f-«..» - —
ArUfcy

im
Antllill

TlTr^

Oi,,

.Mohjlnll

flkunclc

tTiJefc

Bertaiu

J&rlmjta

"Wobufixe

J

•Mttrn. ]irtan

f

>

Sunlff

■^JoolznJjM

Hitckiii

RjLR S .

LynchlaA\' ^

Grove.

-Xtijuly^

f HVJJ" D, TuilJingto^
SaUUlorL Ml \' ^

k F E I T T

-B, Tthfi"\'rA I ^

I j Ly^ra-ve

Eeyg-lxtoji c» I ƒ t ,-\'1 V N D . ^ ^

D Atunbnd^a \' \' fi\'^ioS Euton

^Taternall â–  ■-■ ■ -- i:

ibr

£MeJbc

mnatoft

Summer/\'

DunflaUe \' \'

A I O W T N" I V iM, ,

^SfcJi. \'StaJLm

^ ^ HjLRTFORn SHIRi,

3£erid.ies

ci;}aMafLii ,

^ OcUcV - ,

Kn^y«/ /.A " , ^^ .

5et>teiit3\'io

vx a 5 h e isr d e ist . Y\'---\'-. \' Â« i ® j« ^ „ r.

b

./tt^rJifin-A ^^----^^^

.ZmherJhaJL

, E^rTT O R nx^

BarJtliamfleJ

i \' ;fijrJenJen. L\'ttAe jiamien."-

^lamden. ___

B U C H
R I J5; ,P A R S

Meridiem

-ocr page 203-

i7i DE C A T T I E V C H L A N E N.

uyc de verhevenfte plaets van dit landt waer van zy ook der, die dc eenige dochter van Baron Sandys tot een huys-
noch de Britanfche naem van
Pen behoud. Want een hooft, vrou genomen heeft, voortreflijke huyzingen bewoont,
en eenige uytftekertheyt wordt by hun
Pen genoemt ^ waer Men heeft naeulijx de derde mijl van hier ten noorden
van de Penninfche Alpes , en Apenninum, en veel bergen af-gemeten, als men aen den rugh der Chilternifche hea-
by ons haer naem gevonden hebben. Hier aen paelt 3ra~ veis komt, die \'t gantfche landt, van \'t nooid-weften,tot het
derham, zeer gevoeghlijk en gezont van gelegenheyt, welk zuyd-ooften geltrekt, door veel vlexkens door-fnijt / onder
nu de voorneemfte wooning is der Baronnen van
Windefor, welke Hamden het voorneemfte is, \'t welk aen een oudt en
( van welke wy nu in
Bark-shire gefproken hebben,) waer tal-rijk huys-gezin, in deze wijk, den naem gegeven heeft,
van by onzer vaderen gedenken Willcm,Heer van
Windfor, En in den hoek der heuvelen zelf bevat Afsheridge, eertijts
zich hier een plaets en zeer gebout heeft. â€¢ een Koninglijk vertrek, een fteyle gelegenheyt i alwaer Ed- g/.

Na dat de Teems dit rivierken ingenomen heeft, zoo mond, Graef van Cornwal,de zoon van Richard,Roomfch
vloeyt zy voort door yE/ö», vermaert door de planting der Koning, een gaft-huys oft kloofter gefticht heeft , voor
goede konften, welk, gelijk ik te vooren gezeyt heb,die zeer Godts-dienftigen , toen ter tijdt van ecn nieuwe inftelling,
goede en Godtvruchtige Vorft de zefte Henrijk gebouwt die men Goede Menfchen noemt, die hy eerft in Engeland
heeft. Na weynigh mijlen vloeyt in de Teems de
Cole, wel- gebracht heeft; de welke, even als de Wout-brocders,in het
ke, hier tuffchen de Buckinghammers cn Middel-Saxen blaeugekleet gaen. Van deze rugh der heuvelen blijkt wijds jfjgy^jg^
door-loopende, de ftadt
Colbroke benoemt; welk Bruggen en zijdts een uyt-zicht in \'t onderworpe dal, welk wy gezeyt
geweeft te zijn, betuyght wordt door de van weêr-zijds even hebben het tweede deel des landts te zijn. Dit is bykans ge-
verdheyt van * Gallenen en Londen, cn van welke ook heel veldigh, het aert-rijk insgelijx kleyigh, taey,envrucht-
Antoninus gedenkt. Ook is nergens eenige andere plaets , haer ^ het voedt in gras-rijke weyden ontallijke kudden van
waer langs de wegh van Gallenen naer Londen leyt, dien de fchapen, welker zachte en fijne vliezen ook van de Afiati-
naem van de Bruggen bequaemlijker voeght. Want de
Cole fche volken begeert worden. Maer het is zonder boffchen,
wordt hier in vier kolken oft gooten gefneden, die met zoo behalven aen de weft-zijde; alwaer onder anderen
Berne-
veel bruggen , tot gemak van de reyzende man , t\'zamen- wood is: waer omtrent ,in\'t dccccxiv jaer na Chriftus
gevoeght worden. Waer van de oorfprong des naems zelf geboorte, de razerny der Deenen onmachtig gewoed heeft,
leert, dat de naem gemaekt is, gelijk de
Gephyra vanBoë- en toen is mooghlijk neêr-geftort die oude Burgh, als de
tien, en de
Bonts van Vrankrijk (waer van\'t Graeffchap gevonde Roomfche penningen getuygen, welke namaels
van
Ponthieu de naem heeft,) van de bruggen genoemt wor- een Koninglijke hoef van Edward de Confeffeur was. Doch
den. Welk Graeffchap (op dat ik dit in \'t voorby-gaen aen- nu is \'t een boerfch dorpj en men noemt het voor
Btm-hill,
teekene) den Koningen van Engelandt, door\'t recht van verkorter In dit dal, fchoon\'t van fteden en dorpen j^yiu,

Eleonoor, huys-vrouw van de eerfte Edward, toe-komt, de overvloedigh zy, zo zijn \'er nochtans weynigh,die \'t voeght
welke, door haer moederlijk recht, erfgenaem voor haer te verhalen, en die oft aen de
Taem, oft acn de Ifa, oft Vfa.
deel van \'t zelve was. Door deze af-deelingen vloeyt de Cole Niet vêr van de Tame, die het zuyder-deel van \'t dal be-
cm de genoeghlijke eylanden; waer in de Deenen , in het fproeyt, light op een verheven heuvelken een wijdt-luftigh
Dcccxc IV jaer, zich met de vlucht begeven hebben, koop-ftedeken, genoegh bevolkt, en omringt met ecn zeer
als Alfred haer benaeude, en zich door de natuur der plaets genoeghlijke groente van beemden en weyden, gemeenlijk
befchermt hebben, tot dat d\'Engels-man , door gebrek van
Ailesbury genoemt ^ waer van men het gantfche dal The Mleshnry*
koorn gedwongen zijnde, het belegh verlaten heeft. By de- Vale of Ailesburj noemt. De Saxen hebben \'t Aezlefbupje
ze fcheyding wort het vlexken
Eure, oft Ever gezien,\'t welk genoemt, als de Saxfche Cuthwulf het zelve in \'t^d l x x 11
als Koning lan, aen lan, zoon van Robert, Heer van
cla- jaer overwon: want de Engelfche naem, waer door \'t eerft
vering, gegeven had, zo hebben des zelfs jonger zonen zich bekent was, is met der tijdt vergaen. Eertijts is \'t in zonder-
van de plaets de naem aen-genomen, te weten Hugo j waer heyt vermaert geweeft door Eadith, haer voefter-kindt, de
Gemeenli ^ Baronnen van Eure, cn Robert, van welke \'t huys welke, als zy van haer vader verkreegh, dat hy haer dit fte-

d€ Baron- ^^^ ^^^^ ^^^ Axholme voort-gefproten is. Inwendiger zijn deken ten houlijk beloofde j zo heeft zy, van de geeftlijken
twee plaetfen , die ons niet luft voorby te gaen,
Stoke Pogeis daer toe geraden, de wereldt en haer man terftont verlaten,
eertijts genoemt van haer Heeren, geheeten van
Pogeis, en en het geeftlijk gewaet aen-getogen hebbende, is, door de
van de zelve erflijk tot de
Haflings gekomen waer van Ed- waen van heyligheydt, in de zeer vruchtbare eeuw van
ward , Baron
Haflings van Loughborrough, hier een Godts- Heyligen, tot wonder-werken toe, met haer zufter Ead-
huys, en des zelfs broeders zoon Henrijk, Graef van Hun- burg beroemt geweeft; na wiens naem tuflchen deheu-
Fernham «"g^on, zeer fchoone huyzen gebout heeft. En Fernham, veis een vlek is, welk als noch genoemt wort. Ten

JRojall. zo ik my niet bedriegh, dat zelve, welk Fernham Rojall ge- tijden van de eerfte Willem was het een Koninglijke Maye-
noemtis, \'twelk eertijdts de Baronnen
Furnivall gehadt ry j en hier werden eenige geftreepte landen van den Ko-
hebben, door den dienft van te vinden voor den Heere de ning verfchonken, met die voorwaerde, dat de bezitter
Koning , op den dagh zijner krooning, aen zijn rechter- {let \'er op ghy Pimpelmeezen)
iJteritium, dat is, ftroy tot
hant een
hant-fchoen , en om de rechter-arm des Konings des Konings bed,als de Koning daer quam,bcfchikken zou.
te onderftutten, op den zelfden dagh, terwijl hy flechts de Men zeght., doch ik weet niet hoe waerachtighlijk, dat, als
Koninglijke roede in zijn hant hield. Van de
Furnivalls is de eerfte Koning Edward heerfchte, eenige Ridders van
Liher Ft- het, door de dochter van Thomas Neville, tot de Talbots, Ailesbury genoemt, die tot haer wapens een zilver kruys op
nitim* Graven van Salop, gekomen, de welke, fchoon zy, d^or het een blaeu fchilt voerden , daer Heeren van geweeft zijn.

recht van verandering, deze Mayery aen de achtfte Koning \'t Is altoos zeker dat zy in die tijdt van hooger naem geweeft
Henrijk over-gelaten hebben, zoo hebben zy nochtans dit zijn, en die uyt de houlijken met de erfgenaem der
Caiha-
eeren-ampt voor zich en hare nakomelingen behouden. gners (deze zijn eertijdts geweeft Heeren van cMidleton Ca-
Deze rivier Cole leyt met zich noch een ander beexken, haignes) een rijk erfdeel verkregen hebben, welk eyndlijk
hooger ten ooften in hem ingeftort j waer by wy eerftlijk door de huys-vrouwen tot de
Chamrts, oft die van Cadurci,
Mjfenden. Miffenden,
daer \'t Gaft-huys is, dat d\'Oilys tot ftichters, en en tot de Staffords gekomen is. Maer nu is haer meefte ver-
d\'Edel-lieden,
hygen^-omt ym Miffenden, tot weldaders maertheyt gelegen in beeften te weyden ^ en is veel gehou-^
bekent heeft : en daer nain een dal in\'t Saxifch den in Baldwijn den Richter, die\'t niet alleen met gemee-^

Ajmunöefbam, gezien hebben, hetwelk zich, nocht in ne huyzingen ver9iert heeft; maer ook een zeer fchoone
gebouwen, nocht in volk-rijkheyt ^ maer door haren Heer wegh ,Vaer langs wat ongemaklijk was te reyzen, drie mij-
Francifcus
Ruffellim, Graefvan Bedford, verhovaerdight len lang, min oft meêr, verbetert. Hier rondom worden de
heeft i de welke als een uytdruklijk voor-beeldt van ware kudden van fchapen, met wol geladen , in grooten gerale
Godt-vrucht en A del, allen goeden te lief geleeft heeft, op \'t vrolijkft geweyt, tot groot nut der Heeren , inzonder-
Maer de voorneemfte plaets der Graven van Bedford,wordt heyt tot
^arendon, van Henrijk van Lee, dc aller-door- Qtmen
Cheyneis
genoemt,weik meêr naer\'t ooften is,en alwaer lan, luchtighfte Ridder van de orde van S. Joris,tot Fythorp,co\'si- don.
de eerfte Graef uyt dit huys,

en die Francifcus zijn zoon , tijdts der nu aen\'t Ridderlijk huys der

t\'zamen begraven liggen. Waer aen naeft gelegen is Lati- behoorende; en tot Winchindon, insgelijx aen \'t Ridderlijk
mers, van hare oude Heeren de Baronnen Latimers alzo, en huys der Godmners behoorende, &c.
wel eer
Ifel-hamfled, genoemt, alwaer Edwijn Sandys, Rid- Laeger aen de Taem ontmoet ons niets anders te verba»

len.

\\

Ten,

Brader\'
ham.

Ziet in
Barkshire.

Cofhroke.
Bruggen.
* Walleng-
ford.

\'t Graef-
fchap -van
Combien.

Fver,

ften van

Everfioke

Toüeis.

Amers\'
ham,

J. RoJfH4.

CheneU.

Latimers,

M

I : I

-ocr page 204-

B V C K I • N G H A M - s H I R E. jy^

len, als tîat Cheardeßey ( \'t welk vele meenen ) zy een plaets, te zien is, en \'t heeft een ondiepte, doch hu naeulijx grönd-
welke in \'t Saxifch
Cerdik-jlcga. genoemt was,van den Saxen haer. De ftadt is groot genoegh , en toont twee kerken , en
Cerdic, de welke aldaer een zwaren flagh met de Bntannen in \'t midden een kruys, doch niet -zeer fchoon,ter gedachte-
Crendon. geflagen heeft. Credendon Crendon, nisvandeSpaenfcheiÉleonoor, huys-vrouw vande eerfte
\'t welk het hooft geweeft is van de heerlijkheyt van GifFard^ Edward, verçicrt met de wapenen van Engelant, Caftilfen,
\' want zo wierden de
erf-gronden, die Wouter Gtjfard in de en Lyon , als ook van \'t Graeffchap van Ponthieu, waer van
overwinning van Engelant toe-gevallen zijn, genoemt. De zy erfgenaem geweeft was. En daer eertijts de ondiepte was,
welke, Graefvan Buckingham gemaekt zijnde, als gelooft wort de rivier
F/a met een fteenen brugh begrepen, de wel-
Notsßey. wordt, het kloofter Notefley gebouwt heeft ,• en bloedt-ver- ke, als zy door \'t winter-water ontroert wórdt,gewoon is ge-
want wefende van die H ugo van
Bolebec, waer van, door de weldiger op de landen uyt te barften, Maer aen d\'andere
vrou , dc Graven van Oxford gefproten zijn, heefc van de ftrandt, die meêr verheven is , is, na\'t zeggen van d\'inwoo-
zclve geen kleyne bezitdngen verkregen. En de vervalle ners zelf, eertijdts een ftadt geweeft , waer naby gelegen is
muuren van \'t kafteel van
Bolebec worden van naby gezien Pasham.ttn plaets van \'t over- varen alzo genoemt^om dat\'er
in de Parochye van
Whitchurch. eertijts een over-vaert fchijnt geweeft te zijn, welke de oude
Dc rfa, oft Oufa, eertijdts ^, en ifls de tweede, de welke Koning Edward in-gehat heeft tegen de roovende Deenen,
het noorder-deel van dit landt lankzaemlijk door-loopt, in terwijl h y
Dorcefler beveftigdci maer deze over-vaert is ver-
het Graeflchap van Northamton ontfproten zijnde, vloeyt gaen, na\'dat de brugh te
Stony-fl rat ford gebout is. Hier by
terftont van zijn bronnen, alwaer hy noch tederkens in deze zoud ik ramen, datLACTORoDvM, welk Antoninus
LaUoro-
Bitlefden.
landen komt, voorby Bitlefden, het welk Robert van Ma- noemt, geweeft is ■ deze raming beveftight, beneven de ge- dum.

perîshall. Heer van de plaets, gefchonken heeft aen Ofbert Icgenheyt aen de krijghs-wegh, en de reden, de wijdte, ook Leach fe-

de Clinton, Kamerling van de eerfte Koning Henrijk, een de beteekening van de oude naem van LacÏorodum, getrok- teekem in \'t

voorneem machdgh Hoveling , en dat, op dat hy niet ge- ken uyt de Britanfche tael. De welke met deze nieuwe En- ^\'\'\'dofifch

ftraft zoud worden over de dievery begaen aen des Konings gelfche naem zeer wel over-een-komt; want beyde fchijnen ^^

jacht-hont. Maer de zelve heeft het hem met zijn nicht zy haer op-geleyt te zijn van de fteenen en ondiepte,in bey- ^^

wederom ten houlijk gegeven, waer van hy nochtans, als de talen. Van hier fpoelt de F/a aen Wol-verton, een plaets

de inwendige oodogh onder Koning Steven brande, ver- van het oude huys van LongeviUe, en aen Newport PaineU,

vallen is j en heeft het door weldaet en gunft van Robert, dat van Eulcod Paganell, zijn Heer, alzo genoemt, en van

Graef van Leicefter, Ernhald de Bofio verkregen, die aldaer hem tot de Baronnen Somers van Dudley, die hier haer ka-

in \'t m c x x v i i jaer een kloofter voor dc Ciftercienfen fteel gehadt hebben , gekomen is. Van dacr wordt zy door

gefticht heeft- Van daer heeft zy Buckingham, het hooft Terringham, \'t welk aen een doorluchtigh en oudt huys de

van\'c gantfche Convent, bezocht, het welk, a.ls Marianus naem en verblijf-plaets gegeven heeft, gevoert tot Oulney,

verhaelt, de oude Edward, in \'t d c c c c xv jaer, aen bcyde ccn machtige koop-ftadt, cn tot hier toc geraekt het Gracf-

oevers met wallen en toorens, tegen dc invallen der Dcc- fchap van Buckingham door AeVfa, en een weynig vrucht-

nen, beveftight heeft. Nochtans fchijnt het in de eerfte dj- baerer tot zijn eynd.

den der Noormannen niet zeer vermaert geweeft te zijn , De eerfte Graefvan Buckingham, zoo veel ik tot noch Graveniim
wijl het, als Edward de Confejfeur heerfchte, zich (gelijk \'er toe vernomen heb, is geweeft Gualter, toe-gcnacmt Gif- Buching
ftact in \'t bock van Willem dc Noorman ) alleen voor een fard, zoon van Of bern van Bolebec, een zeer vermaert man bam.
hide befchcrmt, en zes-cn-twintigh Burgers gehadt heeft, onder de Noormannen, die in dc brief van de ccrftc Hen-
Doch de ftadt light in een laeger wijk, maer omringt dc rijk onder de getuygen verhaelt wordt, met de nacm van
Oufa met een groote bequaemheyt van molens , behal- Graefvan Buckingham. Dezen is gevolgt zijn zoon van de
ven ten noorden; het kafteel deeltzedoor op-gehoopte zelfde nacm, die, in\'t boek van\'t kloofter van Abbindon,
dammen , waer van nu fchier geenige overblijflels zijn, ge- Gualter de longer Graef genoemt,geftorven is in \'t
mg lxiv
lijk als midden dcor,het meerdcr-deel der ftadt is in \'t noor- jaer. Een onder \'t gebiedt van de tweede Henrijk, heeft die
den, en daer in \'t Raedt-huys; het ander in \'t zuyden is kley- Richard
Strangbow, die zijn geflacht trekt van de zufter en
ner, waer in de kerk, doch niet zeer oudt zijnde, gezien erfgenaem van de tweède Gualter
Giflard,àQze. tijtclin zom-
wort, en waer in de baer was van S. Rumald, de welke, ge- mige openbare brieven gebruykt. Lang hier na heeft deze
hooren zijnde te
Kings Sutton, een na-by-gelegcn vlek, van tijtel als in \'t vergeten gelegen , tot dat, in \'t mccclxvii
onze voor-ouders onder dc heyligcn getelt is. jaer, dc tweede Richard deze eer aen zijn oom Thomas van
Van hier ftrekt zich de
Oufa zachtlijk naer\'t noorden, en Woodfloke, waer van wy onder dc Hertogen van Glocefter
meêr naer \'t ooften van dc rivietinevens het bofch,ziet men nu gefproken
hcbben,op-gedragcn heeft. Van zijn dochter,
whaddon. Whaddon, eertijdts een wooning der Giffords, die onder dc getrouwt zijndc aen Edmond,Gracf van Stafford, is geboo-
Graefvan Ulton, erf-bewaerers waren van Chacea de Whad- ren Humfred, Graefvan Staftord , dien de zefte Henrijk
don, en van welke het gekomen is tot de Bigots, die het ver- tot Graef van Buckingham gekoren heeft, voor den welken
vreemt hebben. Aldaer zijn nu de fchoone huyzingen van hy moedighlijk in den flagh by
Northampton zijn leven ge-
het geflacht der Baronnen
Grey de Wilton , die een nabuuri- ftort heeft. Hem is gevolgt Henrijk,zijn neef van zijn zooti
ge Mayery,
JEton genoemt, gehadt hebben, door den dienft Humfred, die acn den dwinglandt den derden Richard de

van te bewaren een Gét/?//\'van den Heer Koning, waer van wegh tot het Rijk bcreyt heeft, en terftont getracht den

dar huvs der Grejs een Valk op een hant-fchoen zittende, zclvcn wederom te verftoren,om dat hy hem niet wilde her-
tot haer wapen gebruykt. Een weynigh van hier is
Saulden, ftellen het erffchap der Bohunen,hzm door erf^recht toe-bc-
alwacr L
Fortefcue, ccn zeer eerlijk, en daer beneven geleert hoorende ^ maer achterhaelt zijnde, heeft het met de hals
Riddcr,dic om zijn voorzichdghcyt Cancellier van \'t Scac- geboet, en te laet gevoelt, dat de dwinglanden dc trappen,
carium , en Geheym fchrijver van de Koningin Elizabeth, waer langs zy op-geklommen zijn, menighmael af-kappen.
en Koning lakobwas, zeer fchoone huyzingen voor zich Zijn zoon Edward geheel in de genade van de zevende
en voor de zijnen gebout heeft. Aen dc andere zijd van de Henrijk herftelt zijnde, is door dc boofte liftighcdcn van
ri vier, niet vêr van den oever, grenzen
Lekhamfed, de woo- den Cardinael Wolfey, gevallen uyt de genade van de acht-
rÀngàciTirellers, Lillingflone toc-behoorendc\'toude huys fte Henrijk, en veroordeelt in de fchuldt van gequetfte
De-hairell, gemeenlijk DaireU,en Luffeld, alwaer eertijts van Hoogheyt, om dat hy onder anderen een waer-zegger raed
Robert, Graef van Leicefter, een kloofter geftelt ; maer van vraeghde, wie in \'t Rijk na-volgen zoud, is eyndlijk met
dc Munniken,door de Peft vergaen
zijnde,verlaten is. Maer de grootfte droef heyt der vromen, door dc bijl onthalft,
hooger, acti de zuydcr-ftrant der rivier, is het zeer vermacr- Het welk, als \'t dc vijfde Keyzer Karei hoorde, zoo zeght
Stmy-firat\' de Stony-ßratford, alzo genoemt van dc fteenen, gemeene men, dat hy zeyde, dat de fchoonfle das van Engelandt van
ford. en ondiepte; want de huyzen worden \'cr van gebroke een Vlecfch-houwers bont verflonden was ; want de zelve
fteenen gebout, die ovcrvloedighlijk naby
Caversham uyt- Cardinael was een Vlcefch-houwers zoon. De waerdigheyt
gegraven worden ; acn dc gemCcne ftraet is
WatlingHreet, van dit huys, van toen af vermindert, is zoo vergaen, dat de
gemeenlijk alzo genoemt, gelegen, welke een kdjghs-wegh nakomelingen alleen de tijtel van
Baronnen van Stafford
der Romeynen was, en noch buyten dc ftadt door zijn dijk Ã¶vcr-gebievcn is.

In dit lande ken Würden iSj Parochyen mett.

" • hhh bed-

-ocr page 205-

CAT TIE VCHLANEN.

D E

^74

B E D F O R D - S H I R E.

Et Landt van Bedford , gemeen- hebben over-gelevert. Het fchijnt ook by den Saxfchen
lijk
Bedford-shire , is het tweede niet verzuymt geweeft te zijn, als Offa, de machtighfte
van de drie Graeffchappen, die Koning der Merciers , zich hier (gelijk men leeft in//
ö-
wy gezeyt hebben dat de
Cattieuch- rilegio) een graf verkoren heeft, welk graf de Vfa, als zy
lanen in gehadt hebben. Inhetoo- geweldiger en hooger opwelde, door uytfpoeling wegh-
ften en zuyden gevoeght zijnde aen genomen heeft. Als zy namaels door de Deenfche oorlo-
het landt van Cambridge en Hert- gen neder-geworpen was , heeft ze de oude Edward ver-
S ford , in het weften aen dat van bouwt, en heeft er het ftedeken aen de zuyder-ftrandt by-
Buckingham, in het noorden aen gevoeght, welk in die rijdt
Mikefgate (gelijk men vindt
dat van Northanton en Huntmgdon, wordt door de door- in het befte voor-beeldt van Hovedenus) genoemt wierd.
vloeyende
Vfa in twee deelen gedeelt. En het is naer \'t noor- Ten tijde van Koning Edward de Confejfeur, als verhaelt
den vruchtbaerer en bofch-achtig: het ander deel naer het wordt in dat boek dat de eerfte Koning Willem gefchre-
zuyden, \'t welk veel grooter is, is van onvruchtbaerer aerde, ven heeft, wanneer hy de zuyvering van Engelandt inftel-
doch niet gantfch onaengenaem : want het
brengt witte de, befchermde hy zich voor de helft van een Hundred
wol, en vette gerftovervloedighlijk voort. In\'t midden is in krijghs-tochten en fchepen. Het landt van dit vlek is
het wat dichter van boflchen; maer in\'t ooften is\'t wat dor- noyt gehijdt geweeft. Daer na heeft het onder de Noor-
rer, en ontbloot van boomen. mannen veel meerder zwarigheden verdragen : want als

De Vfa, daer zy in dit landt vloeyt, geraekt eerft te Paganus de Beauchamp , de derde genoemde Baron van
Turuy, de huyzingen van den Baron , die voor Bedford, hier een kafteel gebout had, zo is\'er noyt eenigh

deze waerdigheyt de achtfte Henrijk te danken hebben, onweêr van inlandfche oorlogh op-geftaen, welk op het
Want die heeft lan
Mordant, een voorzichtigh man , wel- zelve, zoo lang het ftond, niet uyt-gedondert heeft. Ste-
ke de dochter , en tweede erfgenaem van H.
Vere van ven, als hy, zijn eedt gebroken hebbende, het Rijk van
Addington getrouwt had, tot Baron van Mordant geko- Engelandt onderfchepte, en met lift in-nam, heeft het
ren. Daer na vloeyt zy voorby
Harewood, een dorpken, eerft met een groote moordt in-genomen ^ daerna, als de
eertijdts
Harelefwood genoemt i alwaer Samfon , toe-ge- Baronnen de wapens tegen Koning lan aen-togen, zoo
naemt de Sterke, een heyligh huys voor geeftelijke Non- heeft het Willem de
Beauchamp, zijn Heer, en aen de zijd
nen gebouwt heeft ; en alwaer in\'t
m ccc xcix jaer, der Hertogen, hun ïn handen gegeven : maer na een jaer
weynigh voor die beroerten , en burgerlijke oproeren, waer of twee heeft het Falco de
Breaut belegert, en terftont van
door Engelandt lang geft;heurt geweeft is , deze riviere ge- de Baronnen door over-gaef, en van den Koning te fchenk
ftuyt heeft, en de wateren weêr-zij ds uyt-wijkende, is er ontfangen. Ondankbaer nochtans heeft hy een nieuwe
JJetmtet ^^^^^ de kolk, niet zonder verwondering, over de drie oorloghs-moeyte tegen de derde Henrijk op nieuws ver-
Mt, mijlen een reysbare wegh geweeft. Daer na fpoelt zy aen wekt j en heeft , de heylige huyzen uvt-roeyende , het
Odilly oft Woodhill, eertijdts Wahull, welk ook haer Ba- kafteel vaft gemaekt, en het nabuurigh landt veel fchadc
ronnen van
Wahull, in ouden Adel doorluchtigh , en een aen-gedaen ^ tot dat de Koning hec belegerde, en na de
kafteel, welk nu door erving tor de
Chettmods gekomen zeftighfte dagh , de hardnekkigheyt der weêrfpannigen
is, gehadt heeft. Van waer de
Vfa, niet min gebocht als overwinnende, dit voeftertje van oproer weêr onder zijn
Bletfo, óit Meander dooï Bletnesho, gemctn- gewelt bracht.

Baromen lijk Bletsho, welk eertijdts geweeft is de wooning der Pa- Ik hoop dat het den lezer niet onaengenaem zal zijn, in-
S-Iohnvan fgshuls, en daer na der Beauchamps , nu van\'t doorluch- dien ik hier aenteekene de wijs, waer op dit kafteel be-
Bkmesho. huys-gezin van S. lohn, welk eertijdts door haer deught vochten wierd, uyt een fchrijver die toen geleeft, en het
de grootfte bezittingen in Walles, en in onzen tijde, door zelve gezien heeft j op dac men verfta v/at werken en krijgs-
de genade van Elizabeth, gelukkiger gedachtenis, de waer- vonden die tijdt, even als de onze verftandigh tot het ver-
digheyt der Baronnen verkregen heeft. / Tot welke het ge- derf der menfchen, gebruykt heeft : Aen de ooft-zijde,
komen is door Margriet de
Beauchamp erfgenaem , de wel- zeght hy , is geweeft een Petrarie, cnVNtc Mangonellen»
ke eerft is getrouwt geweeft aen Olivier van 5\'., van die dagelijx de tooren quelden, en acn de weft-zijde twee
welke deze Baronnen haer ftam af trekken^ en ten tweeden
Mangonellen , die den ouden tooren vernielden, en een
aen lan, Hertogh van Somerfet, dien zy gebaert heeft Mar-
Mangonell acn de zuyd-zijde, en een aen de noord-zijde,
griet. Gravin van Richmond, een vrou noyt genoegh ge- welk twee ingangen in de muren, die haer naeft waren ,
prezen, van welke het Koninglijke huys-gezin, en geflacht gemaekt hebben. Behalven die v/aren twee houte krijghs-
derEngelfchen. gereetfchappen , door de timmer-konft op-gericht, bo-

Sedferd, Van hier naerdert de Vfa zen Bedford ^ in het Saxifch ven de hooghte van den tooren, en het kafteel ten dienft
Beoanrojiö, de voorneemfte ftadt, en van waer hec landt der Steen-werpers en Verfpieders. Daer waren ook zom-
den naem hebfc, en deeltze zoo intweën, dat het twee mige gereetfchappen, waer in de Steen-werpers, enSiin-
fteden mochten fchijnen , zoo zy niet door een fteene- gerers in achterlage geftelt wierden. Daer-en boven was
brugh t\'zaem-gevoeght wierden. Zy is meêr te prijzen om daer een gereetfchap, welk een genoemt wierd ^ waer
de geneughlijke gelegenheyt, en om haer ouderdom, als onder de onder-aerdtfche gravers een in-en uyt-gang had-
om haer voortreflijkheyt en grootheyt, fchoon zy vijf ker- den , terwijl zy de muur van de tooren , en het kafteel on-
ken telt. Ik durf nochtans met anderen niet beveftigen , der-groeven. En \'t kafteel is door vier ftormen in-geno-
datzyhet
Lactodorvm van Antoninus geweeft is, men: In de eerfte wierd Barbicanain-genomen;in de twee-
Wijl zy aen den krijghs-wegh der Romeynen met gelegen de de buytenfte Ballia ^ in de derde ftorm viel de muur be-
is, welke het zekerfte merk-teeken is, om de bezettin- neven de oude tooren, door de gravers ^ alwaer zy door
gen en verblijf-plaecfen , van Antoninus verhaelt, te vin- defcheur, de binnenfte Ballia met groot gevaer in-geno-
dens zoo zijn hier ook noyt Romeynfche penningen uyt- men hebben. In de vierde ftorm wierd het vuur door dc
gegraven.
Ik heb wel Li/ïvidur, oft Lm/aW in het Bri- Mijneerders onder de tooren geleyt, zoo dat dc rook uyt-
tanlch genoemt, gelezen; maer
hec fchijnt uyt de Engel- borft, en de tooren gefcheurt zijnde, zoo dat de fpleten
fche naem over-gezet te zijn. Want
Lettuy beteekent by in\'t breede zich vertoonden j en toen gaven zich de vyan-
de Britannen gemeene herbergen , en
Letttdur herber- den over. Van deze <JMangonellen, Petrarien, Trabuccen,
gen aen de rivier, zoo dat Bedford by de Engelfchen be- Bricolen , Efpringolden, en \'t gene onze ouders de Weer-
teekent bedden, en herbergen aen de ondiepte. De Sax- wolf genoemt hebben; waer mede zy groote fteenen, met
fche Cuthwulf heeft omtrent het
d l x x i i jaer hier by, in groot gewelt, eêr \'t gefchut bedacht was , uyt-werpende,
een ope
veldt-flagh, de Britannen zoo gekrenkt, dat zy fterke muuren braken ■, zoud hier veel aengehecht wor-
hem, van toen af ongelijk in macht zijnde, veel fteden den, was\'t niet buyten ons voornemen, Maer mijn fchrij-
ver

-ocr page 206-

■f ■ <

RINGHAM - SH IRE.

B

Ï75

ver gaet voort : Faico is in den ban gebleven > tot dathy
den Koning vt\'eder leverde het kajffceel van/\'/««ï/tf» en
ke-Curcy, en de gulde en zilvere vaten, en het geit dat hy
had, en van daer is hy naer Londen gebracht. Onder-
tuflchen is den Stadt-houder bevolen den tooren, en de
buytenfte Ballia te flechten. Doch de binnenflie Ballia is,na
dat de wallen geflecht, en de grachten over al gedempt wa-
• ren , aen Willèm de
Beauchamp om te bewoonen gebleven,
defl;eenen zijn vergunt aen de Kanunniken van Terpen-
ham en chaldwell, en aen de kerk van S. Paulus te Bedford.
Hier van is nochtans anders niets te zien , als des zelfs voet-
-fl:appen aen de wefl:-zijd van defl:adt, over de rivierover
hangende.

Onder Bedford hebben aen weder-zijde gelegen twee
treflijke Gafl-huyzen, ten zuyden
Helenftorv, nu Elflotv,
vanludith , huys-vrou van Waltheof, Graef van Hun-
tingdon , en Helena, de moeder van de groote Conftan-
dn, en aen de geeftlijke maeghden toe-gewijt: ten ooften
Neive7iham , \'t welk Roifla , huys-vrou van Paganus de
Beauchamp, van de kerk van S. Paulus binnen Bedford over-
gevoert heeft.

Niet vêr heeft de Vfa van hier geloopen , als zy tot de
overblijffelen van \'t uyt-geroeyde kafteel by
Eaton, welk
de tweede woon-plaets van dat huys de
Beauchamp geweeft
is, komt, en
Bedford verlaet dicht by Biffemed , alwaer
Hugo de
Beauchamp, en zijn broeder Rogier, een kloo-
fterken voor de Kanunniken van S. Auguftijn, als uyt des
Paus Bulle blijkt, gebouwt hebben. Dit is over dc
Vfa,
* V Wvfdt die nochtans ten zuyden ccrft met een rivierken * zon-
hy z.on.fni" der naem vermeerdert wordt, aen wiens t\'zamen-vloedt
gefi hieU remesford, door der Deenen leger-plaetfen en kafteel bc-
genoemt. ^ ^^ ^y toen gcbouwt hcbbcn , als zy met haer

winter-legers dit landt drukten, en \'t Engelfche bolwerk
(als gelooft wordt) uyt-roeyden , wiens plaets, nu
Chefler-
field
en Salndy genoemt, dikwijls dc Roomfche penningen
tot tekenen van haer oudtheyt vertoont. En ik twijfel niet
aen de gelegenheydt , of dit zy die S
a l e n ie geweeft,
die PtolomïEus acn de
Cattieuchlanen toefchrijft, zoo
^/j\'de ware naem is ,/t welk my zommige verzekeren. Ik
laet het koop-ftedeken
Pottonvzien, wijl my niets vanher
zelve voor komt, als dat het
I.Kinafion eertijdts met dc aen-
gevoegbdc landen acn Thomas, Graef van Lancaftcr, ge-
fchonken heeft. En \'t is niet noodigh meêr verhaels tc ma-
ken van \'t gene noch aen dit rivierken gelegen is , als
chik-
fan,
alwaer. Paganus de Beauchamp een kloofterken gebouwt
heeft; de koop-ftadt
Shelford, Btglefwade, vermaert door
de paerde-markt, en een fteenen brugh. Van waer niet ver
gelegen is
Stratton, eertijdts een wooning der Baronnen
van
Latimer, daer na der Enderheyers, cn van deze door er-
ving der
Bigots.

Vijf mijlen van de fprong van dit rivierken, bykans m
het midden van \'t landt, hght aen een heuvel
Ampthill,
ecnwijddufdgh, Konmglijk huys, en gelijk een kafteel,
rondom met vijvers omringt van lan
Cornwaf Baron van
Fanhop,2[s dc zefte Henrijk heerfchte, gebout van den buyt
der Franfen; wiens goederen, gelijk ik gelezen heb, de
vierde Edward verbeurt gemaekt had, om dat hy\'trnct
het huys van Lancafter gehouden had; en hem, ott lie-
ver, als
Fanhop zelf zeght, deze huyzingen van gequetfte

Hoogheydt bcfchuldight had, zoo zijn zy terftont aen Ed-
mund
Grey , Heer van Ruthin , en namaels Graefvan
Kent, vergunt geworden ; van wiens neef Richard zy tot
de achtfte Koning Henrijk gekomen
zijn, die dezelve,
gelijk de Keyzerlijke Rcehts-gelcerden zeggen , aen het
Hcyligh erf-goedt , als onze
Rechts-geleerdén, acn de
Kroon gevoeght, en de acn-gehechte
erf-gronden, de
Eere van
Ampthillgenoemt heeft. Van hier meêr ten noor-
den light
Haughton Conqueft, zoo genoemt van ccn door-
luchdgh en oudt huys-gczin, die het lang bewoont heeft.
Ten weften
Wohurn , alwaer nu ccn matige School van
Fr. Graef van Bedford geftelt is ; eertijdts heeft \'er een
treflijk kloofter geweeft-, gebouwt van H. van
Bolebec; on-
der welk by
Afpely Gowiz>, men zeght, dat aerde is, welk
hout in fteenen verkeert; en tot des zelfs bewijs hebben

wy gehoort, dat in dat kloofter een boute dracgh-leder,

een wijl tijdts in dic aerde begraven, en namaels heel ver-
fteent weêr uyt-gehaelt, te zien is. Meer ten ooften ver-
toont
tuddington vêc-fchijnendc huyzen, welke H. Heer

Eaton.

Sden<s.

Botton.

Chsksa?}.

Strattctf.

Haugkott
Conquefl.
Wehr».

, ^erde,
tvelk_ hout
in ßeen
verandert.

Cheney onlangs gebouwt heeft alwaer ook eerdjdts Pau-
linus
Bever, Hoveling , en Spijs-meefter van de derde
Koning Henrijk, als
M. Paris getuyght , een gebouw al^
i:oo met een Palleys, Kapel, Slaep-kamers, en andere ftee-
ne huyzen ,
met loot bedekt, en met plaetfen en vijvers
Voorzien, dac het den aenfchouwers verwonderen deed.
Niet vêr van hier, by
Hokley inthe hole, klimt men langs
een kleyigc wegh ,
den rcyzende man \'s winters zeer moey-
lijk, tuflchen de landen,
welke door zeer goede boonen
Zoo rieken, dat zy door haer reuk dc kracht van \'t rieken
der honden, niet zonder
fpiji der jagers, geheel verftom-
pen, over een glinftercnde heuvel in
chtltern; en men
komt terftont tot
Btmflahle, \'twelk in ccn krijtigh landt
gelegen, genoeghzaem vervult is met inwooners cn her-
bergcn;het
heeft vier ftraten naer de vier wijken der werelt,
in welke elk, mits de aerde zeer droogh is , vier puttCn tot
het gemeene gebruyk zijn , de welke, fchoon zy alleen
van het regen-water onderhouden worden , nochtans nim-
mer ledigh zijn. Fonteyn-adcren worden\'er niet gevon-
den , \'t zy men putten van vicr-en-twinogh Cubiten diep
graeft. In \'t midden wordt een kruys, oft liever een ftijl ge-
zien, waer in de wapenen van Engelandt, Caftilien , en
Ponthieu gefneden zijn, en
die met beelden vereert is, wel-
ke de eerfte Koning Edward , ter gedachtenis van zijn
huys- vrouw iEleonoor aldaer, als ook op zommige andere
plaetfen, daer hy haer Lijk-ftafy naer Weftmunfter door-
voerde , geftelt heeft. Dat dit die Burght geweeft is, welke
dc Keyzer Antoninus in zijn Reys-boek
Magioninivm,
Magiovinivm, en Magintvm noemt , behoeft
niemant tc twijftelen, oft
elders tc zoeken. Want behalven
dat het aen de krijghs-wcgh gelegen is, zoo worden\'er in
de om-gelege landen
dikwijls penningen des Keyzers van
de Zwijn-hocders gevonden, welke zy noch
Madning mo-
nye
noemen j en weynigh van de af-gang der Chilternifche
heuvelen , is een krijghs-tuyning in \'t rond om-trokken»
even als Strabo zeght, dat,de fteden der Britannen geweeft
zijn, \'t welk negen morgen begrijpt, en men \'t
Madning-^
bowre
en Mading-borvre noemt; waer in zich Magin-
tvm, de naem een weynigh verandert zijnde, op \'t blijk-
lijkft vertoont. Maer als
Magintum door \'t gewelt, oft van
den oorlogh, oft van de tijdt vervallen was, zoo heeftde
eerfte Henrijk hier ccn ftadt herbouwt, en zijn Koning-
lijke huyzingen tc
Kingsbury , en een hoop volx om de
ftouthcydt der moordenaers , die de wegh bezet hadden,
tc bedwingen geftelt , gelijk zulx de byzondere hiftory
van \'t kloofterken, \'t welk hy zelf tot verflering van zijn
Nieu-ftadt gefticht heeft ,
openbaerlijk getuyghr. Maer
verfta de
Woorden zelve uyt die byzondere hiftory, fchoon
zy nadc baftart-tael van die eeuw ruyken : 2(pta quod area
illa ubi vi<z Watling & ikening conveniunt , ére.
dat is:
Merk dat die plaets, daer dc wegen van Watling en Ikening
t\'zamen komen, door dc oude Henrijk, Koning van En-
gelandt , ccrft weder op-gebouwt wierdcn, om tc bedwin-
gen de boosheydt van een zeer berucht moordenaer, ge-
noemt
Bun, en van zijn mede-gezellen. En van dezen T>un
is de plaets Bunjiahle genoemt. De Heer Koning heeft al-
daer
Dunflable gebouwt, cn heeft zich bencven die plaets
een Koninglijk verblijf gemaekt. Dc burgers waren in al-
les vry , gelijk dc andere burgers van
\'s Konings Rijk. De
Koning heeft in \'t zelve vlek jaer-markten, en
een markt
gehat daer na heeft hy \'cr een kerk gebouwt, cn door
macht van de derde Paus Eugenius, heeft hy \'er Regu-
liers Kanunniken geftelt, en de genoemde Geeftclijkcn
van de gantfche Burght
Gefeofareert, cn dc zelve vele vry-
heden verleent.

Laet ons nu van dc Hecren, Hertogen, cn Graven van
Bedford
fpreken : Eerftlijk zijn \'er Baronnen van Bed-
ford geweeft, uyt het huys van
Beauchamp, die acn de
Koningen van Engelandt
\'op de dagh der hulding, door
erf-recht, Aelmocfleniers waren. Welk erf, als het
nu door
dc dochters tot de naem van de
Mowbrays > Wake, cn Htz,-
Ottes,Scc.
verdeelt was, zoo heeft Edward de derde Engel-
ram van
Coucy, Graef van Soiflbns in Vrankrijk , dien hy
zijn dochter gegeven had, tot eerfte Graefvan Bedford
verkoren. Daer
na heeftde vijfde Henrijk Bedford tot de
tijtel van Hertoghdom verheven, cn \'t dne Hertogen ge-
hat, den eerften
lan, dc derde zoon van de vierde Hen-
rijk , die de Franfen in een
fcheep-ftd;dt, aen de mont

van

4 i

■-rf p.

r.é
ii

j %

-ocr page 207-

van de Sein, en daer na de Regent van Vrankrijk in een lant-
ftrijdt, byT^f/^tf/^V^ïjZeerkloekmoedigh overwonnen licefi:;
deze licht te Rowaenbegraven , cnmet
hem het krijghs-
geluk der Engelfen in Vrankrijk. Wiens graf, ais \'t de acht-
fte Karei, Koning van Vrankrijk, bezocht, en een Edel-
man , die by hem ftond, hem radende, dat hy \'t zoud af-
brekens laet hem, nu doodt zijnde, in vrede ruften, zeyd hy,
dien Vrankrijk levendigh in den oorlogh gevreeft heeft.
Dc tweede Hertogh van Bedford was Georgius T^vitl,
een
kleyn jongskcn, zoon van lan, Mark-graef van Mont-
agu
, dewelke de vierde Koning Edward zoo haeft van die
eer berooft heeft, als hy hem daer toe verheven had, cn dat
door \'t acnzicn van \'t Parlament; den vader om zijn trou-
looshcyt, om dat hy van hem was af-gcvallen, den zoon tot
des vaders fpijt : men gaf nochtans uyt, dat zy om haer ar-
moedt niet machtigh genoegh waren, om
de waerdigheydt
van een Hertogh te befchermen; cn dat de Grooten, die
met rijkdommen vt^cynigh voorzien zijn , haer biiurcn al-
tijdt laftigh en moeylijk- zijn. De derde was lafper van
Hatfield, Graef van Penbroek, van zijn neef de zevende
Henrijk, dien hy uyt groote gevaren verloft had, met die
tytel vereert, dewelke oudt en ongetrout gefturven is.

D E

176

Doch by onzer vaderen geheugen is het wederom vei:-^
vallen tot de tijtel van Graeffchap , als de zeftc Edward , lan
RuJJèlltot Graefvan Bedford verkoren heeft,dien zijn zoon
Francifcus nagevolght is, een man van zulk een Gods-
vruchtighcydt cn edele goet-acrdigheyt van natuur, dat ik
noyt iet grootfch tot zijn lof kan uytfpreken, of zijn deught
gaet het zelve noch al vêr te boven. En deze heeft rot zijn
navolger gelaten Edward , zijn neef van zijn zoon Francif-
cus, in het lof zijns groot-vaders op-groeyende.

C A T T I E V C H L A N E N.

Deze kleyne Provtmy heeft 116 Parochiën^

tt E R T-

-ocr page 208-

IZ7

H E R T F O R D-S H I R E,

En \'t ooften, en ten deel aen
het zuyden van \'t landt van
Bedford , light
Hertford-
shire,
\'t welk wy gezeyt heb-
ben het derde te zijn van die
landen , die aen de
Cat-
tieuchlanen
behoort hebben.
Aen \'t weften grenzen de
landen van Buckingham en
Bedford , aen \'t zuyden de
Middel-Saxen, aen \'t ooften
de Ooft-Saxen , en aen \\
noorden het landt van Cambrids. Het is gelukkigh in koo-
ren-landen , weyden, beemden, bofchkens, en loopende
rivierkens: en het wijkt in doorluchtigheydt van de oude
plaetfen geen van zijn gebuuren,-want daer is naeulijx noch
een Graeffchap in Engelandt, \'t welck meêr toont, dat het
van een oude gedachtenis is.

Aen de noorder-grenzen zelf, daer\'t aen ^t Graeffchap
van Cambrids paelt, light
Roijlon, een bekende, maer geen
oude ftadt, mits zy in wezen geweeft is van de tijden der
Noormannen. Want Roifia, een vrou in die tijdt zeer
vermaert, (* de welke zommige gelooven, dat Gravin van
Nortfolk geweeft is) heeft op die plaets aen de Koninglijke
wegh een kruys geftelt, waer van \'t lang het kruys van Roi-
fta genoemt wierd, tot dat Euftach de
Mark daer een kloo-
fter , ter eeren S. Thomas, bygevoeght heeft : want toen
zijn \'er herbergen gebouwt, en is \'er allenx een ftadt op-
gerezen , welke voor Roifias kruys,
Roijlm, dat is, Roifias
ftadt
, genoemt is, aen de welke de eerfte Koning Richard,
op gezette tijden, jaer-merkten , en een koop-merkt ver-
gunt heeft, welke nu in \'t vertieren van garft zeer vermaert
is, en zeer gehanteert wordt. Want men zoud qualijk kon-
nen gelooven, hoe veel kooren-kopers,voor-kopers,en ook
kooren-bijters (dat zijn heden die \'t kooren op-kopen, en
tot een hooger markt bewaren) op de gezette koop-dagen
hier toe loopen, en met hoe veel laft-paerden de wegen dan
over al vervult worden.

By Roijlon, ten zuyden tuflchen de hooghten der heu-
vels,
M^x. Tharfeld, de wooning van\'t ael-oude huys van
Berners, welk zijn geflacht trekt van Hugo van Berners, aen
wien, tot loon van zijn kloekheydt in de overwinning der
Noormannen, erf-gronden in
Bverfdon, in \'t Graeffchap
van Cambrids, van Koning Willem de
Conquefteur vergunt
zijn.
En hebben zijn nakomelingen in zulk een waerdig-
heyt gebloeyt,
d\'iiiHn Bourghier, die de rechte erfgenaem
van dit huys tot een huys-vrouw getrouwt heeft, als hy van
de derde Edward tot de eer van Baron verheven wierd, van
Barners is toe-genaemt geworden.

Hier aen ^alen Nucellen, eertijdts toe-behoorende aen
\'t huys der
Rofers, oft van Rochefler,m2ieï de gantfche waer-
digheydt is uyt haer namaels-inwooners de Baronnen van
Scales gefproten uyt Nortfolk, doch erfgenamen van Rofta.
Want de eerfte Koning Edward heeft aen Robert de
Scales,
voor zijn arbeyt, in de Schotfche oorlogh kloeklijk aen-ge-
leyt, landen,toenjaerlijks
300 marken waerdigh, gefchon-
ken , en hem tot de Parlamenten onder de Baronnen ver-
koren. Wy hebben haer bloedigh fchildt, verfiert met zes
zilvere zee-moflels, op veel plaetfen gezien. Zy hebben ge-
bloeyt tot op de tijden van de vierde Edward, als de eenige
dochter en \'erfgenaem des huys-gezins aen Antony
Wide-
\'vile,
Graefvan Rivers getrouwt is, den welken de eere der
deught, en het houlijk van zijn zufter met den Koning ver-
heven , en de nijdt zijner vyanden
onwaerdighlijk over-
rompelt , en ten ondergang verdrukt heeft want de der-
de Richard heeft hem onthalft. En mits zy zonder kindt
geftorven was, zoo is het erf-goedt,ten tijde van de zevende
Koning Henrijk, tuflchen lan, Graefvan Oxford, die door
de
Howards, en Willem Tindale Ridder, die door de Bigods
de Felbrigge
naefte bloedtverwanten, en mede-erfgenamen
bevonden zijn, verdeelt.

Laeger ten ooften is Ashwell, dat is, de bron tuftj;hen d\'Ef

koiflott,
Be Chro-
nijk.. "van
DmßaheL
an-
deren de
huys-moii.
^oan Ri-
chard de
Clara,

Tharfeld.
Berners.

NaceUen.
Het hm s
"van Rojfa,
Baronnen
de Scales,

jishmll.

fche-boomen, een boerfch wijdtluftigh dorp, vol van huy-
zen , gelegen in een laege wijk , op de noorder-grenzen van
\'t landt, alwaer een zeer vermaerde fpring-ader van bron-
nen is, Uyt een af-gebroken fteen, oft klip , over al belom-
mert van hooge Eflbhe-boomen , van waer zoo groot een
kracht van wateren uyt geduurige aderen vloeyt, dat het,
terftont binnen oevers verzamelt zijnde,genoegh is om een
• meulen te doen draeyen, en
gelijk als fchielijk tot een rech-
te rivier bekrachtight wordt. Uyt deze bronnen en Eflbhe-
boomen, gelijk\'t zeer gewis is, darde Engel-Saxen deze
nieuwe naem
Ashwel op-geftelt hebben j zoo ben ik eer-
tijdts in die waen geweeft, dat de oude Britannen , die, na
\'t getuygnis van Gildas, de bergen, rivieren, bronnen, en
höflichen veel Godlijke eer toe-/chreven,van de zelfde zaek,
inde zelfde zin,
ditMangioninium genoemt hebben, en
dat \'et het zelfde geweeft is,\'t welkAntoninus M
a g i o n i-
n i v m geheeten heeft. Maer de tijdt heeft nu zekerer ge-
leert , en ik fchaem my niet in deze mijn meening te veran-
deren, wijl my mijn dwaling weynigh vermaekt. Om noch-
tans deze waerheyt te beveftigen dient een wijdt dal, in een
vier-kante vorm, hier aen gevoeght, welk, door de dikwijls
op-gegrave Roomfche penningen , toont wiens werk het
geweeft is, en in dat boek , waer in de eerfte Willem vobr
vijf hondert jaren, de zuyvering van Engelant geftelt heeft,
wordt het met uyt-gedrukte woorden met de naem van
Burgh vereert. Meêr ten zuyden hebben wy de markt Bal-
do ke,
van wit-achtige aerde, waer van, als ook van \'t nabuu-
righ
Hitching, niets ouds gelezen wordt.

Van daer light Wimondley in een bebouwt en bloeyend
landt, een vermaerde en oude hoeve, welke met zeer eer-
lijk recht(de Rechts-geleerden noemen \'t
Grand Sergeantié) Grand Set\'
by ons bezeten wordt, naemlijk dat de bezitter aen den Ko- geantie,
ning van Engelandt, op den dagh zijner hulding, de eerfte
kelk bediene, en zy even als de Koninglijke Schenker.
Welke eer, ten op-zicht dezer hoeve, in de eerfte tijden der
Noormannen, de Edelen,
Fitz~Teca genoemt, gevoert heb- FitxrTeca.
ben, van de welke zy, door de dochter, tot de Arge nt ons\'ge.-\'
raekt is. Deze hebben van David van Argenton, een Noor-
manfch Ridder, die onder de eerfte Willem gedient heeft,
naem en ftam getrokken, en ter gedachtenis van deze zaek
drie zilvere bekers in een roodt
fchildc nu Jang tot haer wa-
penen
gebruykt. Maer eyndlijk manlijke oor dervende, zoo
! leeft, in de tijdt van de zefte Henrijk, Elizabeth van
Ar-
genton,
die \'t geheele erf beurde, aen Willem Alington Rid- Alingtons,
der, haer man, groot erf-goet met deze waerdigheyt ge-
bracht, van de welke
GiWis Alington de zevende erfgenaem
van dit huys is, een jongeling van zeer zoete zeden, en ware
edele aert,die,als
ik hoop, de doorluchtigheyt des geflachts
met een nieuwe gb.ns van deughden verlichten zal.

Dicht hier by aen de gemeene wegh tuflchen Steren-
haugh
en Knebworth, de woon-plaets van \'t doorluchtige
huys der
Littons, hebben wy eenige t\'zacm-gevoerdegra-
ven, groot genoegh, gezien, gelijk de oude Romeynen ple-
gen op te bouwen aen haer verflage krijghs-luyden, de
Veldt-heer de eerfte zode daer opleggende. \'tZy dat ie-
mandt liever wil dat het behoort tot de wijze deraf-palin-
gen: want zodanige heuveltjes zijn eertijdts t\'zaem-gevoert
om de landt-palen af te teekenen, waer onder zy afch, ko-
len, kalk, en gebroke potfcherven, &c. geworpen hebben,
als wy elders wijtloopiger zullen verhalen.

Hier beneden, meêr ten zuyden, heeft de rivier Z<?4,eer-
tijdts by onze
voor-ouders Lijean genoemt,haer bronnen,
die meteen zachte water-leydingeerft door
vruchtbaer in kooren zijnde,waer van \'t ook de naem heeft,
gevoert
wordt, welke plaets Lm de Loco Frumentario, dat is,
ïan
van Kooren-flaets, van daer gefproten en genoemr,
een
zeer vermaert man onder de vierde Henrijk, door ver-
dienft van geleertheydt vereert heeft. Van daer vloeyen-
de voorby
Brokkett-hall, de wooning van \'t Ridderlijke
huys
der Brokketts, en Woodhall, de woon-plaets der Butlers,
ie, van de Baron de Wem gefproten zijnde, het erf-goedt
^ Gfikiom éoQï trouwen verkregen hebben, zoo komt zy
I i i fchiec

i

^■■ti:\'

luttons.

-ocr page 209-

0 D S E^Y HVNJD . y \'

^e-mJtam. \\ ^j^ San^dsw TMnalt

\'^^aUiiyfaiv

j^aJ^ciity o ^eaciams

i . \' Hidden. • , -■^-•Äz.a^ifiol

O Conr^h^

BaUocIc i io

Q JCtn^ßooßäbttry

i^r^ i 0

^jttaiUHiii^ -

4.

KIT C HIN a

UioreUj

Greal/\'^

Siiryle hat "^ednamhuty^

\' L ^

G-etdefdi:iv
o

iäßurilze

!E ^ O

O dkjshati

■ -A ^aaherenle-

Vßehery

o

^■Ctä^ot

TOek,

Jt \' —■\'

g^t Zaureftc^

zMe Trenden-

E S

S E X I i?.

JLiith tdnrw^
^Sartfofd

.11 A: RTF ORD JIVND.

O JKlöS^ -A M L

\' Haydon-

Hoc

lle\'Baß o \\wciol

\'burne

^arkhamfle.1

P A R S

dleyfard

1

church

fsf^^...... ...

.....* ■ J^^a Hare.

\' \' \' ^^crtti .ALyms

Cahiey
Colveßrete. ^

^hciiky i ^ - Mil , im t - ^ ^

O . ^ . \\ r i\' f i \'/-lU*.....%"

Tri lit Llücild.- Ckace 4

CheßvfL

WaoJ^ C-nzne
o

^Wta

Wakkanx
Atbejr

.m

^ hnuntoa

M I ® ^ ^ ^

jMUarut .y^j^UciL quorum ^luitu-c^ unw».
I . H . . . . _- -

.e-mß

iJhmdoTL^-^eitr\'e

o \'Bartram^

^ ^Savcomh ____ ^

\'""I 1 r 1 .........,,

s-t^ußri rMcUs

O jg ^ .... 1 J i -

/ ß^aithins

I . Tanfariaer i - ^ ■

-1 Ö

xiuk defiL ^ "cv-^^

c O M I T A T V â–  "" "

ßdwarli ^linxwi^i \' ^

o *

CoUaotch -k-CUuem^

\\

Reaches

y \\

jlrnisc

Tertbm.

XuJu).

TatmerlJL

-ocr page 210-

178 DE CATTIEVCHLANEN.

fchicr by Bühops HatfieU , gelegen in \'t af-vallen van een heeft Gerard de Furnivall, (waer van het ook de nacm gc-
heuvcl,inwelxopper-dccl zijn demi Koninglijke, en eer- dragen heeft) dc jongfte zoon van Gerard Furnivall de
tijts der Biflchoppen van Eliens huyzen, welke lan
Morton, Sheffeld. Maer laet ons tot de dvier Lea en Ware keeren, al- ♦
BiflTchopvanElicn, zeer fchoon gebout heeft, WantKo-
waer die Aflerius verhaelt, dat de Decnen, methac^roof-
ning Eadgar heeft in deze plaets veerdg hijdcn aen dc kerk fchepen aldaer gevoert, een fterkte gebout hebben, \'t welk
van Elicn^gefchonken.Dacr na fpoelt zy aen
Hertford, welk als het de Koning Alfred niet kon verwinnen, zo heeft hy,
in zommige voor-beelden van Beda
Herudford genoemt door ddegegravewater-loopen, de wateren vande Lea at-
wort, alwaer gehandelt wordt van \'t
Synodus, aldaer gehou- gewent, op dat zy haer fchepen niet zouden wederom voe-
den in \'t D c L XX jaer. Welke naem zommige
\'t Roode on- ren, zo dat zy nu de by-wooners daer van bykans te geenen
diep, zommige het Herten ondiep vertalen. l3it heeft in de nut geweeft is, tot dat nu onlangs dc graft herftelt zijnde,zy
tijden van Wfllem dc
Conqueßeur, als in \'t Schat-boek van bequamer gemaekt is, om de koopmanfchappen,en \'t koo-
Engclandt gelezen v/ordt, zich befchermt voor tien hijden, ren, &c. tc vervoeren. Niet vêr heeft zy van
Ware geloo-
en daer zijn zes-cn- twintigh burgers geweeft. Maer nu is
pen, als zy een dvierken (men noemt het j ten ooften
het dootfch, en daer van meeft vermaert, om dat het oudt tot zich in-neemt, welk eerft af-loopt door
Biffchops Stort- Biffchops ^
is. Want het heeft zijn naem aen \'t gantfche landt gemeen ford, een kleyne ftadt, eertijdts verfterkt met een kleyn ka- Stortferd.
gemaekt, en \'t wordt de hooft-ftadt van \'t Graeffchap ge- fteel, t\'zaem-gebracht door een hooge aerd-hoop, op een ^f
acht. Het heeft een kafteel by de rivier van de oude eylandt,\'twelk de eerfte Koning Willem aen de Biffchop-

Edward, als men gelooft, gebout, en eerft van \'t huys der pen van Londen gefchonken heeft, waer van \'t ook naer de
C/^rÉ\'?^, aen wien\'t behoort heeft, ver meerdert. Want Gifte- BiflTchop genoemt is,- doch Koning lan heeft het in fpijt
bert de
Clare was omtrent de tijden van de tweede Henrijk van Biflchop W. vernielt. Van daer wort het voorby Hunf
gehouden voor Graef van dit Hertford, en Robert Fitz-wal- don gevoert, welk de tijtel van Baron gegeven heeft aen
ter, die uyt het zelfde huys der Clären, als Steven de kaftec- Henrijk Cary , door de genade van Koningin Elizabeth,
len van Engelandt overal voor zich zelf beroofden, aen den wiens Kamcrlinghy geweeft is, als die, behal ven dathy uyt
zelfden Steven vrylijk verzekert heeft (als in Mathijs van het Koninglijke huys der Graven van Somerfeth gefproten
Parijs gelezen wordt) dat dc hoede van dit kafteel, met was; ook der zelfde Koninginne bloedt-verwant,van wegen
oudt recht tot hem behoort heeft. Daer na is\'t aen het Ko-
haer moeder Anna Boulijn, geweeft is. Dit rivierken alzo
ninglijk erf-goedt vervallen, ende derde Koning Edward aengenomen hebbende, zoo haeft zich de , nu blycr na
. heeft acn zijn zoon lan van Gent, toen Graef van Rieb- de en zich als van dit ongeluk verheugende, groet

mond, en namaels Hertogh van Lancafter, dit kafteel, de het de Theohaldifche huyzingm, gemeenlijk Ththaulds gc-T^eoba\'ds.
ftadt, en eere van Hertford vergunt, alwaer hy (zoo luyden noemt, dc welke die ecrlijkfte Neftor van Engelandt, de
de woorden van dc gift zelve) na \'t vereyfch van zijn ftaet Baron
Burghley, opper-Schat-mccfter van Engelandt (dien
zou mogen herbergen, en bctacmlijk vertoeven. deze rivier willigh bekent, dat zy voor haer herftclde graft

Van hier vloeyt de tot , zoo genoemt van de te danken heeft) tot alle fracyighcyt, indien ghy op\'t gebou
Sluysom\'twater te ftuttcn, welk onze voor-ouders FT\'f^ri? ziet j tot alle geneughlijkheyt, indien ghy op dc hoven cn
M en genoemt hebben. Dit heeft Hertford allenxkens wandel-plaetfen, met dichte boftchen bekleet, ziet, gebout

eerft veel fchade aengebracht,en namaels door zijn bevolkt- heeft,

heytgelijkals verduyftert. Want de oorlogh der Baronnen , Maer laet ons meêr binncnwaerts, cn tot ouder dingen
^ tegen Koning lan, in brant zijnde, zoo heeft dit, opzijn komen. Twaelf mijlen van H^rz/öri, ten weften, is geweeft

Heer de Baron van Wake vertrouwende, de Koninglijke Verolanivm, eertijts een zeer vermaerde ftadt, by Ta- VeroU-
, wegh tot zich getrokken, daer het te vooren een dorpje citus Vervlamivm, by Ptolomaeus V r o l a n i v m, »«^w«-

^ was, en\'t niet geoorloft was dacr met wagens door te rijden, cn Ve rol a m i v m. Deze is heden genoeghzaem be-

mits een keten over de brugh gefchooren was j waer vande kent, bencven de kerk van S. Albanus in de Hundred van
■ fleutcls by den Bailjou van Hertford waren. Bykans in welke
Caisho, (welk de C a s s 11, welker C^far gedenkt, buyten

I\' tijdt Gilbert Maerfchalk, Graefvan Penbroek, onder de twijfel in gehadt hebben) by den Saxen Watlinja-ce^rep,

, ^ Grooten van Engelandt wel dc voorneemfte ., alhier ccn van dc Koninglijke weg J^/f//»^//y£"4/,enWeplam-ceap\'ce]i.

Ridderlijk fpel, welk men een Ttfr^^\'^^^f/noemt, onder de En\'t heeft die oude naem noch niet af-geleght j wanthet
i
, Fortunins, de Koninglijke macht, waer van de wort gemeenlijk Tifr/z/^wü genoemt, fchoon\'er, behalven dc

: verboden waren, befpottende, verkondight vervalle muuren der veften, dc vier-kante vloeren, en de ^

I ^ heeft. Alwaer,als een groote menighte van Edelen t\'zamen- dikwijls uyt-gcgrave Roomfche penningen,niets ovedg zy.

\' gekomen was, hy by geval, terwijl hy rende, van een hals-. Het is acn een heuvel, zachtlijk ten ooften nederdalende,

ftarrigh paert, de toom gebroken zijndc, af-geworpen, en gelegen geweeft,omringt met zeer vafte veften,een dubbele
vertreden, ellcndiglijk den geeft gegeven heeft. Deze Tbr- wal; cn ten zuyden met diepe graften , enten ooften met
\' ^ï/yz-y^É-if/«?;?? waren openbare ocffeningen van wapenen onder een rivierken befproeyt, welk eertijts in een groot moerafch

de Edelen, en meêr als proef-fpelcn, ingeftelt, zo wy Mun- ftil geftaen heeft; waer van men gift, dat dit de ftadt van
ftcrus geloovcn , in het
dc cc cxxxi v jaer /welke ook haer Caflibclin geweeft is, met boftchen en mocraffchen beve- j)gßadt
wetten hebben gehat, die men by den zelfden vint; cn zijn ftigt, welke Cxfar overwonnen heeft; want daer is noyt in Caßi\'
Neulrtgen\' met zo groot een dolligheyt, en nederlaeg der Edelen over- deze wijk geen andere poel,dat ik weet, geweeft. In Ncroos helin,
ß^
^ al, doch inzonderheyt in Engelandt; waer van ze Koning tijden wierd zy een Municipium geacht, waer van zy in der
\\\\ ^S\'Jj Steven af-gefchaft heeft, langen tijdt gehouden zijn, dat zy fteden Naem-recx , van Ninnius genoemt

j . door verfcheyde beftuyten der kerk verboden zijn , onder wort; zo dat men niet te twijfelen behoeft,of dit is C^é-r

I- Â»01248. ftraffe,dat,dic in de zelve gedoot waren,dc kerklijkc graven geweeft, welk Hubertus Goltzius in\'t oude op-

zouden dervcn;cn vanonzcn derden Henrijk een wet gege- fchrift gevonden heeft. nu waren fteden met het Mmki-

ven, door raedt der wijzen, dat de erfgenamen der overtre- recht der Roomfche burgers begiftight; cn is die naem ge- pia.
; : ^ ders uyt haer vaderlijk erfzouden uyt-gefloten worden. Tc- maekt van het ontfangen der Amten,

gen zoo gezond een wet, heeft deze quade cn verderflijke dat is, het gemeen hevel over \'t gemeene befl: en zy hcbbcn,zo
gewoonte nochtans lang in zwang geweeft, en niet voor de veel de ordens aengact, gehadt Tien-mannen, Ridders, en
tijden van de derde Edward t\'eenemael vergaen. het gemeene volk;wat de gemeene raets-pleging betreft, de

; Tuffchen deze twee fteden Hertford en Ware,\\ve\\ke naeu- Racts-hceren en \'t volk; cn wat dc Overheden cn Priefters

lijx twee mijlen van elkander liggen, wort de ten noor- rackt,Twce-mannen;dnc-manncn in\'t recht uyt tc fpreken,
den, met twee rivierkens vermeerdert i Afl^enus noemt ze Schat-meefters, Bou-mcefters, Rent-meefters, en Pnefters.
j
 Mineram en Beneficiam. zoud ik ramen te zijn, Of dit nochtans een met oft zonder verkic-

waer acngelegen is; alwaer het edele huys van fmg van ftemmen geweeft zy, zal niemant lichtHjk zeggen.
Benßed eertijdts haer kafteelken gehadt heeft ,• gelijk Mine- Want ccn Municipium met verkiezing van ftemmen,noem-
ram de andere; waer by Vukerich light, \'t welk door gunft den zy,dien het geoorloft was ceren-ampten aen tc nemen,
- _ van de eerfte Koning Edward, cn door toe-doen van Wil- gelijk aen d\'andere kant, dien het geoorloft was, zonder

lem Le Bland, een koop-markt cn jaer-markten heeft. Waer verkiezing van ftemmen. Onder de zelfde Nero was het,
\' Furnivall. 2^enz\\chv^n2LchtetenoT^-doet Munden Furnivall,gelïjkhet als Bunduica oft Boodicia, Koningin der Icenen, door

, t
f t
! I

i ;
i t

I

i I
f i

met deze naem verhaelt wordt,\'twelk tot zijn Heer gehadt een bitteren haet tegen de Romeynen, hun een doodlijken
l \' \' /

oor-

\\

-ocr page 211-

van een
\'t Welk

ik hier in \'t voorby gaen aenteken, om de zeden van die
eeuw aen te merken. En niet lang daerna is hec in \'t
gewelt

en IS tot de hooghfte vermaertheydt geraekt, en wy hebben der Saxen geraekt, doch Vther de Britan, om zijn ftangfche
oude penmngen hier, zoo \'t fchi jnt, gemunt gezien , met vobrzichtigheydt Pendragon toe-.^enaemt, heeft het door
het opfchrift T
a s ci a , en aen d\'andere zijd Ver. het een zwaer langduurigh belegh w\'cêr gekregen : na wiens
welk die zeer geleerde navorfcher, en onderzoeker der eer- doodt het wederom in der zelfde handen gevallen is. Want
waerdigeoudthevdtDavid Powelus, Dodor der heylige uyt Gildaes woorden kan lichdijk af-genomen worden,
Godt-geleertheydc, vertaelt heeft, de tribuyt oft fchatting dat de Saxen in haer tijdt deze ftadt iil gehat hebben: Godt,
Wat Tafc Verulammm. Want Tafc, als hy my wijs gemaekt heeft, zeght hy, ontfteekt ons de helderfte lampen der Heyligen .
ht^hent, betekent m t Britanfch Schatting, T^fita een Schat-pen- welker lichamen, graf-fteden, en lijd-plaetfen, zoo zv door
ning, en
Tafcyd, de voorneemfte Schat-verzameler. Maer de bedroefde icheuring der Barbareii, om onze zeer velé
ziet ghy ook de penning zelf,dewelke wy ook te vooren ver- zonden den burgeren niet ontnomen «ierden, zy zouden
toont hebben. jg gemoederen der aenfchouwers niet de minfte brandt der

Godlijke liefde aen brengen, S. Albanus van Verolamien,
&c. zegh ik. Als Verolamium door deze oorlogen verval-
len was, zoo heeft Öfta, de machtighfte Koning der Mer-
ciers, uyt zijn landt, omtrent het D cc xcv jaer, in een
plaets die zy
Holmehurft genoemt hebben , een groot kloo-
fter gebout, ter gedachtenis van S. Albanus, oft,|elijk in des
zelfs briefgelezen wordt, aen onzen Heerlefus Chriftus,en
den Martelaer S. Albanus, wiens overblijffels tot hoop van
Deze meenen zommige voor de aenkomft der Romey- ^en tegenwoordigh geluk, en toekomftige zaligheydt, de
nen geflagen te zijn,maer ik geloofhun niet : want ik heb Godlijke genade vertoont i en terftont is \'er tegelijk een
altijdt geacht dat het Schat-penningen geweeft zijn, die, op-gerezen,welke men na \'t zelve
Alhans noemt. En

op \'t hooft, en de landen geftelt, alle jaren van de Romey- zelfs, en de Koningen van Engelandt, die hem nage-
nen geeyfcht zijn, als ik te vooren gezeyt heb. Want al eêr volght hebben, hebben aen \'t zelve groote bezittingen ge-
de Romeynen aengekomen zijn , geloof ik naeulijx dat de geven, en wijdtluftige voor-rechten van de Roomfche Pau-
Britanneii geldt gemunt hebben. My gedenkt nochtans, zen verkregen, welke ik uyt onzen Florilegus hier zal aert
\'t geen Ca:far van de zelve fchrijft: Zy gebruyken doch ko- hechten, op dat ghy de overvloedige mildadigheydt der
derMtan penningen, oft yzere ringen,na een zeker gewicht ge- Vorften tot de kerk befchouwen mooght. Zoo fchrijfc hy
fim ^ wogen, waer voor de oude boeken, yzere Lancien hebben, dan:De allermachtighfte Koning Ofta heeft aen den Voor-
£y \'ande- Waer voor de Critki,yjxexe Platen ftellen. Maer mijn reden martelaer S. Alban gegeven zijn heerlijke hoeve, welke by-
ren Rmgen, keer ten voorftel. Het zelfde web hier te her-weven luft kans twintigh mijlen van Verolamien af is, en * Vnejlaw ge- * A/oo^/ij^
my niet. In geen ding nu was Verolamium zoo vermaert, noemt wordt, en zoö veel in \'t ronde, als tot heden des Ko- Wimjtowi
Albanus
 ^^^^ ^^^ Albanus, een burger van byzondere heyligheyt, nings fchriften getuygen, als in de voornoemde Heerlijk-

Martelaer. en geloof in Chriftus, voortgebracht heeft, dewelke , als heyt begrepen wordt. Welke Heerlijkheyt, naemlijk, met
Diodetianus de Chriftlijke Godts-dienft met uyt-gezochte zoo groot een vryheyt begiftight fchijnt, dat zy van de Apc-
plagen pooghde uyt het geheugen der menfchen te wif- ftelfche gewoonte en fchatting, welke
Roms kot genoemt
fchen , met een onverwinlijke ftantvaftigheyt des gemoets, wort, daer nocht de Koning , nocht dc Aerts- biflchop , ofc
de eerfte in Britannien de doot Voor Chriftus geleden heeft. Biflbhop, Abt oft Prioor, oft yder een in \'t Ri;k, van
des
Waer van hy onze Steven, en de eerfteling der Martelaren zelfs betaling bevrijt is, zy wel aÜeen geruft is. En over de
van Britannien genoemt wordt, en Eortunatus Presbyter Priefters en Leeken van zijn gantfche bezit, pfeeght de Abt
\'gezono-en heeft: oft de Munnik, die Opper-diaken onder hem geftelt is, het

^Zoo brengt on,s V vruchtbaer Britten-landt Pauzelijk recht. Zoo dat zy geenigen Aerts-biftchop, oft

Ben trefiyken Albaen ter handt. Biflbhop, oft Legaet, als den opperften Paus gehoorzaem-

En Hiericus Gallus,die voor zeven-hondert jaren geleeft heydt bewijft. Is ook dit te weten , dat dc grooc-dadige Ko-
heeft, fpreekt van den zelfden, en zijn dootflager,niet zon- ning Ofta, ten tijden,als hy aen den Stadthouder van S.Pie-

der wonder-werk gebUnt zijnde, aldus:

Hy die, voor chriftus naem, wel hondert ftraffen leed,
t>ien \'t vonnis eyndelijk
\'/ ved-rvetend hooft affneed,
Is zelfs niet tot geluk \'des Beuls verfcheyden mogen i
Want als de Heyltgh \'t hooft, verloor de Beul zijn oogen.

In V leve»
\'Van S. Ger-
manHs,

ter,den Paus der ftadt Romen de ingeftelde fchatting,dat is,
Roms kot, van zijn Rijk toe-geftaen heeft, hy zelfvan den
Roomfchen Paus verworven heeft, dat de kerk van S. Al-
ban eerfté Martelaer der Engelfchen, het zelfde Romskotyzn
de gantfche Provincie van Hertford, waer in de vaek gc-

-Tot dezes verwijt, en der Chriftenen fchrik, als gelezen noemde kerk gelegen is, getroulijk zoud verzamelen, en
wordt in zijn oude ftrijdt, hebben de
Verolamiers zijn Mar- het verzamelde tot haer eygen gebruyk behouden. Waer
telaerfchap in Marmor-fteen gefchreven, en in haer veften van, gelijk de zelve kerk, even als zy van den Koning allé
gemetfelt: maer namaels als het bloedt der Martelaers de Koninglijke rechten, zoo heeft den
Abt van die plaets, die

wreedtheydt der dwinglanden verwonnen had, zoo heb- \'t voor een tijd geweeft is,Pauzelijke verficrfclen. Ook heeft

ben de Chriftenen een kerk, van een wonderlijk werk, (als Hadrianus de vierde Roomfche Paus, in de buurt gebooren,

Beda zeght) tot zijner gedachtenis gebout,en is den Verola- aen de Abten van dit kloofter vergunt, dat (ik fpreek uyt

miers zoo groot een achting der Godts-dienft aen-geko- de Voorrechten zelf) gelijk S. Alban dc eerfte Martelaer

men, dat hier een Synodtis in \'t cccc xxix jaer gehouden der Engelfchen te zijn bekent wordt: alzoo de Abt van zijn

wierd, als de Pelagiaenfche kettery, door Agricolaes zoon, kloofter, onder de Abten van Engelandt altijdc de eerfe in

van de Biflchop Severianus in dit eylandt was weder op- de orde Van waerdigheydt gehouden werde. En de Abten

geftaen , en de Britanfche kerken zoo befmet, dat zy, om hebben niets, dat tot nut oft fieraedt zijn konde, nagelaten,

de waerheydt te beveftigen, Germanus Antifiodorenfes , en dewelke een wijde water-poel onder Verolamien door inge-

Lupus Tricafftnus uyt Vrankrijk riepen j dewelke, de ket- voerde aerde geftopt hebben. Aen de plaets is nochtans de

tery weder-legh t hebbende, zich achtbaer onder de Britan- naem van Vish-pole,tot noch toe hier een ftraet van de ftadt,

nen gemaekt hebben , inzonderheydt Germanus, die in dit gebleven. Beneft\'en welke > als by ons geheugen Ankers

evlandt veel kerken heeft, die hem toe-gewijt zijn,en neven uyt-gegraven zijn, zoo hebben zommige geloott, ^ door uyt^egrA-

de veften van deze vervalle ftadt, is noch een kapel, met de Gildaes bedurve plaets bewogen , dat de Teems hier t eeni-

MER

O R D - S^ H

R E.

17?

oorlogh befchooren had, van de Britannen, als Tacitus ver- tijdt blöeyènde, in Èijn leven fchrijfc) het <^raf vän S Ä

haelt, vernielt. Hier van heeft Suetonius geichreven: Door nus heeft laten openen, en heeft in \'r zelve^eniae ovêrb ?

200 veel quaden van den Vorft, is de Britanfche nederlage fels der Heyligen geborgen, op dat ook de herbero- ^^ "

* toe gekomen, waer door ^ twee voorneme fteden, met een graf zoüd hebben, die een hemel ontfangen had."^

tnMaUon. gi^oote moordt der Roomfche burgers en bontgenoten,
uyt-geroeyt zijn. Zy heeft niet te min wederom herbloevt.

naem van Germanus, fchoon zy nu tot een onheylighge- ger tijdt zijn loop gehadt heeft. Maer verfta van deze

Cl^apir^ bruyk ftrekt, op welke plaets hy voor een Preek-ftoel Godts poel ^
\' woort verkondight had, geUjk de oude brieven van Alba- gefch

ight had, gelijk de oude brieven van Alba- geichreven heeft : De Ak Alfric heeft de groote en diepe
nus kerk getuygen. Dewelke (gelijk Conftantius, toen ter viflehery, Sa Albaens kerk al te fchadelijk, ennabygeie-

^ K k k gèn

poel oft viflbhery , \'t gene een oudt Gefchicht-fchrijver

-ocr page 212-

■ ii_ i\'l\'i .">11 Sm

sm

CA TTIEV CHLANEN.

D E

80

gen zijnde, welke Fish-fole genoemt wierd , met groot geld
gekoft. Want het was des Konings viflchery , en des Ko-
nings dienaers en viflchers het kloofter zeer moeylijk, en
den
kloofter-Heden laftigh geweeft. Waer van hy \'t water
namaels heeft af-getapt, en droogh gemaekt.

Indien ik uyt het verhael des gemeenen volx wilde op-
tellen, wat een grooten hoop Roomfche penningen, hoe
veel beelden van goudt en zilver gegoten, hoe veel vaten ,
hoe veel Marmore ftijlen , hoe veel hoofden van pilaren,
cn hoe veel oud-werkfche wonderen, hier uytgehaelt zijn ,
mijn reden zoud alle geloof te boven gaen. Hoor nochtans
een weynigh uyt degelooflijkheyt van een oudt Gefchicht-
fchnjver: De Abt Ealdred.als Eadgar heerfchte,te Verola-
mien eenige oude onder-aerdtfche gewelven nagevorfcht
hebbende, heeft alles om-geroeyt, hy heeft wegen met
onderaerdtfche gangen geheel door de konft uyt-geholdt,
van welke zommige onder \'t water v/aren , dat eertijdts
meeftendeel aen de ftadt vlood, vernielt en geftopt. Want
het waren fchuyl-plaetfen van moordenaers en hoeren. De
graften der ftadt, en eenige hollen , waer toe de quaedt-
doeners , als tot haer toevluchten , gevloden hebben, heeft
hy geëftent; doch de heele tichels, en de fteenen, die hy
tot het bouwen bequaem vond,wegh leggende: by de ftrant
hebben zy eyke-planken, met ingehechte fpijkers, met
fcheeps-pik befmeert, gevonden, als ook fcheeps-gereedt-
fchap, als Ankers, door de roeft half af-geknaeght, en den-
nen Riemen. En weynigh hier na: Eadmer zijn navolger
heeft het werk, dat Ealdred begonnen had, volhart, en zijn
gravers hebben in \'t midden van de ftadt, de oude funda-
menten van \'t Palleys om-geworpen , en in \'t hol van de
muur, even als in een kasken, zijn zy geraekt op boeken
met eyken berderen, en zijde banden , van welke het eene
inhield het leven van S. Albanus, in de Britanfche tael be-
fchreven, de andere der Heydenen zeden. Als zy de aerde
dieper geopent hebben, hebben zy oude fteene tafelen, tic-
cheleii, en ftijlen gevonden,infgelijx emmecs,kannen, kon-
ftelijk gebakken en gedraeyt, infgelijx glaze vaten, waer in
de aich der dooden was,&c. Eyndlijk heeft Eadmer van de-
ze overblijffelen voor S. Alban een nieu kloofter gebouwt.
Ën dit zy genoegh zoo veel de oudtheydt en waerdigheydt
aengaet, verfta nu ook, zoo \'t u belieft, tot lof van Verola-
mien , als een toe-gift, de veerzen van Alexander Necham,
van daer voor c c c c jaren gefproten:

Wel eer rpAS Verolam een wijdtvermaerde fiadt,
Bie meêr aen kunß, als aen nattmr te wijten had.
Bees, moedigh of haer volk, verachte zoeven jaren
Be moeyt\' van Pendragon, en zijn belegeraren.
Hier, Romen, is i^lbaen, uw burger tot zijn loon,
Vereert met V edelpuyk der Martelaren kroon.
En elders :

Bees plaets heeft V aenbegin van onzen tijdt gekent,
Bn Onzer jaren reex, en onzes levens lent.
Bees plaets heeft onze je ught met eerelijke kunflen
Voorzien, en is de bron die oyt ons lof begunflen.

Boor Marflaer, volk, en flant gelukkigh, heeft gezien
Ontfprongen uyt haer fchoot veel treffelijke liên.
Alwaer tGods-dienßig heyr,dat zich aenChrifigewijt heeft,
In onvermoeyde vip, en Geeßelijkeßrijdt leeft.
Verolamien heden tot akkers verandert zijnde,zo bloeyt
de kerk van S. Alban, uyt haer val getogen, als een treflijke
en wijdtluftige ftadt, en is de kerk van dat kloofter noch
ovedgh, aenzienlijk, in groothcydt, treflijkheydt, en oudt-
heydt ; welke, als de Munniken verftoort wierden, van de
burgers voor 400 ponden van onze munt verloft, op dat zy
niet geflecht vvierd, en tot een Parochy-kerk verandert is:
en het heeft een zeer fchoone vont van louter koper , waer
in de kinderen der Koningen van Schodandt plegen ge-
doopt te worden,- \'t welk Richard
Leus Ridder, Overfte der
gravers, uyt de roof van de Schotfche oorlogh, met dit ho-
vaerdigh opfchrift gcwijt heeft ;

CVM L^THIA opidvm apvd sco-
TOS NON INCELEBRE,
ET EDlN-

bvrgvs primaria apvd eos
civitasincendio confla-
grarent, richardvs levs

EC^VES A VRAT VS ME F L A M-
MIS E RE PTVM AD ANGLOS
PERDVXIT. HVIVS EGO TAN-

S. Albans,

Be vont
uyt de
Schotfche
roof.

M E M O R N
R E G V M L I B E R O S
SOLITVS, NVNC MEAM

Am etiam infimis

LIBENTER CON-
VICTOR SIC VO-
, ANNO D O M I N I
ET ANNO REGNI
CTAVI XXXVL
Dat is :

Als Leyth, een (ladt by de Schotten, niet onvermaert, en
Edenburgh, de voorneemfle fiadt by de zelve,in brant flonden,
zoo heeft Richard Leus, Ridder, my uyt de vlam getogen, tot de
Lngelfchengebracht. Bezes zo groote weldaetgedachtigh, ik,
die niet als der Koningen kinderen gewoon ben te waffchen,heb
nu oook mip dienjl aen de laeghfle der Engelfche gewilligh toe-
gezeyt. Be overwinner Leus heeft het zoo gewilt. Vaerwel,in
het
m d xtiii jaer des Heeren, en in V xxxvi jaer van de
heerfching van de acht fle Henrijk.

Maer tot de zaek. Gelijk de oudtheydt deze plaets tot
een outaer der Gods-dienft gewijt heeft, zoo fchijnt ze ook
Mars tot een plaets van den oorlogh geftelt te hebben.
Want, op dat ik andere dingen verzwijgh, als Engelant on-
der \'t huys van Lancafter en York, als van levens-middelen
uyt-geput, door den inwendigen oorlogh verviel, zoo is \'et
tweemael in de zelve ftadt, tuflchen de Hertogen der par-
tyen, met onderlinge veranderlijkheydt van \'t avontuur ge-
ftreden. Eerftlijk heeft Richard, Hertogh van York, den
Lancafters een zware nederlaegh aengedaen, de zefte Ko-
ning Henrijk gevangen,en veel van treflijken naem gedoot.
In \'t vierde jaer daer na hebben de Lancafters, onder \'t be-
leyt van de Koningin Margriet, een voorfpoedige flagh ge-
nietende, die van York alhier verflagen , en den Koning in
vryheyt herftelt.

Omtrent deze ftadt (op dat ik het bolwerk , dat het ge-\'
meene volk
Oiflers-hils noemt, en ik het kafteel van Oflortus
Prop.
acht, nalate) hebben de Abten, door een Godtvruch-
dgh beraet, den Geeftlijken maeghden een kloofter
oip-gc-
ïighttc Sopwell,
den Leprozen het Gafthuys van S. luliaen ,
den zwakken vrouwen het andere genoemt
Maria de
Prej
dat is, van den Beemde, beneven \'t welke de Gorambers
een rijke hoeve gehadt hebben, alwaer Niklaes Bacon ,
Groot-zegel-bewaerer van Engelandt, een huys,welk zijner
waerdigh is, gebout heeft. Hier by light
Redborn,diit is,zoo Redhorn»
men \'t vcrtaelt, \'t Roode water, daer nochtans het voorby-
vloeyende water niet meêr roodt is, als de roode zee. Een
plaets eertijds vermaert door de overblijffelen van den Mar-
telaer Amphibalus , die van S. Alban in\'t Chriftlijk geloof
onderwezen, en onder Diocletianus om Chriftus wil ge-
ftorven is, welke hier gevonden zijn. Heden bekent, om
dat het light aen de gemeene krijgs-wegh,die men
Watling-
flreat
noemt, en het rivierken Wenmer dicht by zich heeft, V T^ort ook^
welk "nimmer op-welt, en rijft zonder voor-teek en van Wome-fge-
fchraelheyt van koorn, en een zware tijdt, gelijk men ge-
looft. Hier dichte by zullen wy, niet zonder reden,achten,
dat de Schans
Dvro-co-brivas geweeft is, van welke An- Buro-eo\'
toninus verhaelt, hoewel de gelegenheyt daer tegen roept, briva.
Want gelijk Redborn in onze tael, zoo betekent Bur-cho in
de Bntanfche even \'t zclfde, tc
wezm, Roodt water. En voor-
waer de oude plaetfen worden zeer wel geraemt uyt de oude
opfchriften, Icydingcn der wegen, oorfprong , cn gelijkenis
der namen, by-gelege rivieren, en meyren ; hoewel zy met
de fchriften der Rcys-boeken niet juyft over-ccn-komen,
om dat die zeer lichtlijk verdurven, en de begrijpen dcr we-
gen verandert worden. Het kan voorwaer niet zijn of
Bur-
co-briva
zijn gewecft,daer die Roomfche wegh over dit wa-
rer gegaen is, te weten, onder
Flamfled-, want daer is een wa-
ter-ader, groot genoegh, zeven mijlen van
Verolamien, waer
voor, door de zorghlooshcydt der boekhandclaers , xii in-
geflopen is, welke terftont,noch teêr zijndc,dc wegh door-
fnijdt, en fchoon zy hier zonder naem zy, beneden de ftadt
van S. Alban wordt zy
Col genoemt. En Briva, \'twelk by „ .\'
vele namen van plaetfen gevoeght is, acht ik by de oude
Britannen en Franfen een Brug,oft Over-vaert betekent te
hebben, dewijl \'t acn de rivieren alleen gevonden werdt. In
dit eylant zijn geweeft twee
Burobrivaes,d2X. is, zoo ik niet
mis, over-vacrtenover\'twater; in Vrankrijk is geweeft
Briva Ifau, nu. Pontoife, d^Qï zy de IJara, Briva-odera ,

daer

O N

lV

TI B E N E F I C I I
N ISI

VARE
OPER
ANGL
D IX L
L VIT.
M. D. X L 11 L
H E N R I C I O

O R V M
LEVS
VALE

-ocr page 213-

1

O R D - S H I R

HER

E.

l8i

daer zy de odera , Samarobriva, (want die is de wäre naem)
daer zy de rivier de
Soom eertijts over-gevaren hebben.
FUmßed. Weynigh hooger ^ottTUmftedo\'^ een heuvel gezién.het
welk Leoftan, Abt van S. Alban,ten tijde van S. Edward,aen
drie Ridders heeft gegeven,Turnot,Waldef,en Turman,op
\'dat zy het nabuurige landt tegen de moordenaers zouden
befchermen. Maer Willem de
Conqueßeur heeftze haer be-
nomen , en gegeven aen Rogier de
Todeney oft Tmy, een
zeer doorluchtigh Noorman, diens Baronny het geweeft is^
doch door de dochter is het eyndlijk tot
de Beauchamp,
Graven van Warwijk, over-gedragen.

Van hier ben ik ten zuyden-waerts nedergegaen naer
Hemßed,een koo^p-^edeken^Hehanhamfledgenoemi^^Xs het
de Koning Ofta aen \'t kloofter van S. Alban fchonk, gele-
gen
tuflchen de heuvels,by een rivierken,welk terftont met
een ander t\'zamen-vloey t, dat door
Berkhamfled loopt: al-
waer de grootfte van Engelandt, die nu,door raedt van Ere-
therijk. Abt van S. Alban, gedacht hebben om \'t nieuwe jok
der Noormannen af te werpen, t\'Zaem-gekomen zijnj en
Willem de
Conquefleur is, als gelezen wordt in \'t leven van
den zelfden Eretherijk, by haer gekomen, als hy zich vreef-
de,dat hy \'t Rijk,\'t welk hy met zo veel bloet-vergietens ver-
kregen had, verliezen mocht. En na veel herre-vverringen
heeft de Koning in de tegenwoordigheydt van d\'Aerts-bif-
fchop Lanfranc, voor \\ goedt der vrede gezworen op ai de
överblijflelen van de kerk van S. Alban, en zijn handt op \'t
heyligh Euangelie geleght hebbende, de Abt Eretherijk
den eedt bedienende, de goede en oude aengenome wetten
des Rijx, die de heylige en Godtvruchtige Koningen van
Engelandt zijn voorzaten, en inzonderheydt deKoning
Edward ingeftelt heeft, ongefchent te onderhouden. Maer
hy heeft vele van die Grooten terftont in haer goederen
qualijk geftraft, en deze ftadt aen Robert, Graefvan Mor-
ton en Cornwal, gefchonken, die, gelijk men zeght, hier
een kafteel met een dubbele graft en wal heeft gebout, waer
in Richard, Koning van Romen, en Graef van Cornwal,
nu met eer en jaren vervult, tot een beter leven verhuyft is.
Dewelke geen kinderen nalatende, zoo heeft eyndlijk de
derde Edward dit kafteel met de ftadt aen Edward, zijn
eerft-gebooren zoon, dien fchoonften Vorft, dien hy tot
Graefvan Cornwal verkoren heeft, over-gedragen , waer
van\'t ook noch het erf derGraven van Cornwal is. Doch
\'t kafteel is nu niets anders , als een gefcheurde veft, en een
ongefchikte fteen-hóop, waer op Edward
Cary, Ridder, en
s Konings luwelier, uyt het geflacht der
Careys, in \'t Graef-
fchap Devon, een treflijk, en zeer geneughlijk huys nu on-
langs op een heuvel gebout heeft. Maer in de ftadt zelf is
niets te zien,als een School,die I.
Incent,Decken van S.Pau-
lus te Londen, van hier gefproten zijnde, aen de goede we-
jOWj tenfchappen gewijt heeft. Meêr ten zuyden light
Kmgs
Langley
, eertijdts een Koninglijk huys, waer in Edward de
Langley,loon van de derde Koning Edward,cnHertogh van
York, geboren, en van \'t zelve genoemt is, alwaer een kloo-
fterken der Predijker-broeders was, waer in de arme tweede
Koning Richard, die fchelm-achtigh van \'t Rijk en \'t leven
berooft wierd, eerftlijk begraven ^ en namaels naer
Weft-
munfter gebracht, en daer voor \'t Rijk met een kopere graf
gcloont is. Hier fchier tegen over is noch een ander
Lang-
ley,
het welk, om dat het tot de Abten van S. Alban behoort
heeft,
Abbots Langley genoemt is: waer in gebooren is Ni-
klaes , toe-genaemt
Breakjpere, namaels Roomfch Paus, en
de vierde Hadriaen genoemt, die de
Noorwegers eerft het
Chriften-geloof geleert,en de Romeynen,na haer oude vry-
heydt hakende, bedwongen heeft; aen den
welken ook de
Roomfche Keyzer de eerfte Erederijk, als hy van \'t paerdt
klom,de ftegel-reep gehouden heefteen
eyndlijk een vliegh,
in zijn mondt vliegende, den adem geftopt heeft. Laeger
Watfwd. heb ik gezien de koop-fteden Watford en Rikemanefaorth,

Hemßed.

Berkham-
ßcd.

\'Ahhots
Langley.

De vierde
Hadriaen
Haus.

waer van ik niets ouders gelezen heb, dan datfe de Koning
Offa aen
S. Alban gefchonken had,als ook Cai^hoheryAxcht Caiähckry,
by
Wat ford. ïn welke plaets Richard Adorifon, een zeer o-g-
leert man van Ridderlijke orde, en die onder de achtfte
Henrijk, en de zefte Edward, het Gezantfchap by de groot-
fte Vorften bedient heeft, een huys begon,- \'t welk zijn zoon
Karei zeer treflijk tot zijn hooghte gebracht heeft.

Meêr ten ooften heeft zich de krijghs-wegh der Romey-
nen recht geftrekt,van Londen naer Verolamien,doorÄz^-
ßed-head,Edgervorth,en Elleßre, neven welke,in dezelve vêr-
heydt,als Antoninus in zijn Reys-boek
Svllomic^ ftelt, SnUoHiticof,
te weten, vijftigh fchreden, van Londen x 11, van Verola-
mien
i x , zijn noch overigh de tekenen van het oude
Wacht-huys, en daer worden veel vervalle muuren uyt-ge-
graven op een heuvel, die men heden
Brokley-hillnoemu
Doch als de Romeynen hier af lieten te heerfchen , dé
woeftheydt allenxkens inkruypende, terwijl alles door de
Saxfche oorlogh rookte, zoo is deze wegh, gelijk alle andere
dingen, lang verzuymt geweeft, tot datfe Leofftan, Abt van
S. Alban, een weynigh voor de aenkomft der Noormannen
herfteit heeft. Want hy, als in zijn leven gefchreven wordt,
heeft de duyftere boflchen van de kant van ^
Ctltrin tot aen * Chihern^
Londen>inzonderheydt daer de Koninglijke ftraet is, welke
Watlingflreat genoemt wordt, doen af- houwen, de oneffe
plaetfen effen maken , bruggen timmeren, de af-gebroke
wegen tot een zekerer vlakte brengen. Maer voor drie-
hondert jaren is deze wegh eenighzins verlaten geweeft,
mits \'er een andere, door de toelating der Biffchoppen van
Londen, door
High-gat e en Bernet geopent wierd. Dit be- Eernet.
gint nu door een beefte-markt zeer vermaert te zijn , maer
vermaerder door de flagh, als Engelandt door den oorlogh,
tuflchen die van Lancafter en York, in haer eyge iiigewant
beftaen dor ft, al wat haer de eergierige trouloosheydt ge-
boodt. Want met fchaedlijke tekenen heeftmen ce
Gledef
morenen
daer beneven zelf op Paefch-dagh zeer fcherpelijk,
en lang twijffelachtigh, vermidts een dichte mift het aerdt-
rijk dekte, gevochten. Eyndlijk doch is de overwinning
gelukkighlijk aen de vierde Koning Edward geraekt: Ri-
chard
Nevill, Graef van Warwijk, gedoodt zijnde, den wel-
ken , gelijk de oogh-luyking des avontuurs wreet j en den
Koningen fchaedlijk gemaekt had, alzoo heeft de doodt
Engelandt van een lange vrees van burgerlijke oorlogen
verloft.

Dir landt van Hertford heeft Graven gehat uyt het huys G\'r^^\'r»
der
cUre?^, die nochtans dikwijler van dc Claren in Suffolk, \'van Hert»
haer voorneemfte woon-plaets. Graven van Claragenoemx.
zijn geweeft. De eerfte, dat ik weet, is geweeft Gilbert, die
met de tijcel van Graef van Hertford,in de brief van Koning
Steven, als getuyge bygebracht wort. Infgelijx wort Rogier
de
Clara, ten tijde van de tweede Henrijk, in \'t Roode boek
van \'t Scaccarium,Graef van Hertford genoemt,als ook zijn
navolgers,dieghy op haer plaets zien mooght. Maer als zy
door erf-recht^en genade van den Vorft,hec Graeffchap
van
Glocefter verkregen hebbén, zoo hebben zy beyde de tijtels
t\'zamen gebruykt,en zijn tot de Parlamenten, met de naem
van Graven van Glocefter en Hertford, beroepen geweeft.
En Richard van
Clara, die in \'t m c c l x 11 jaer geftorven
is, wordt uytdrukkelijk van de Weftmunfteifche Florilegus,
Graefvan Glocefter en Hertford genoemt, alwaer hy dit
zijn graf-fchrift verhaelt:

Bier light Hippolytsfchaemf, en Paris rvangen-fchim,
Ulyfes z,in, JEneas Godsvrucht, Heäorsgnm.

Doch by onzer vaderen geheugen heeft de achtfte Hen-
rijk,Edward de
Sana Maur,ok van Seymor, met de tijtel van
Graef van Hertford vereert, die ook namaels Hertogh van-
Somerfet geworden is. En hem is in dit Graeffchap ge-
volght zijn zoon, van de zelfde naem, een zeer eerlijk man,
en byzonder liefhebber der goede konften.

Dpt Graeffchap heeft 120 Parochiën,

D E

-ocr page 214-

iS.j

DE TRINOBANTEN.

T de Cattieuchlanen wr^« g^^\'oeght, die hyCccfar Trinobanten, hyPtolo^
mms en Tadtm
Trinoanten genoemt ^jn, in die landen, de-svelke mèieen Deran^
derde naem gemeenlijk
Midleièx en EfTex genoemt -gorden. Waer die oude naem^an af-
gekomen O 5 durf ik niet ypel giffen, \'t^dat^yuythetBritanfcheTrcnantgeJproten^^y
V -^pelk fleden ineen dal hete kent: ypant dit landt is aen de Teems gelijk als heel in een dal gele-
gen. Maer de^e mijn raming behaeght my niet. Nochtans ^jn ^v,die in
Gallo wey Dan Schot-
landt , pijnde gantfch diep en laegh door de dalen, ger^oont hebben y eertijdts in\'t Britanfch
Noanten en No vanten genoemt geypeeß, en aen het dal Dan den Rhijn, in \'t Franfch Le
Vault j
heeft het Dolk, eertijts Natuatcn genoemt, en haer -^ooning, en haer naem gehat. Zoo dat de^e gißing eDen
^oo\'9Paerfchïjnlijk fchijnt-, als die yan anderen, die de Trinohanteny an Troyen
i, als Tro ja Noysl , dat is, Nieu
Troyen,
eer-gierighlijk af getrokken hebben. Maer de^e mogen -^pelyaren, en zjch\\elfbehageni. De^e zijn ten tijde
Dan Cdfar DOor de allerDafle burgery Dan \'t gantfche landt gehouden geypeefl, (ypant het Dolk, dat de ^elfde rechten ge-
bruykt , noemt hy altijt
Givitatem, een burgery,) en heeft Imanentitis oDer \'t ^ehegeheerfcht, der^elke, als hy Dan
Caßibelinm gedoot merd, s^po is ^ijn ^con Mandrubatius, de doot door de DÏucht ontkomende, tot C<efar in Vrankrijk
getrokken, en ^ijngetroumgheyt Dolgende, met hem "Lederin Britannien gekomen. Inypelke tijt on^eTxinohm-
ten C^Jar door Genanten Derzpcht hebben, dat hy Mandrubatius ^an \'t ongelijk Dan Caßibelinm befchermen , en hem
in de fladt jenden %pud, die daer ODetfle Dan ^jn, en daer oDer gebieden ^oude: \'t mik gefchiet pijnde, en Deertigh
Gij^elaers gebonden hebbende, ^00 hebben zy de eerfle onder de Britannen, zl^h in zijn trow^ en geloof begeDen. De^e
Mandrubatius, om dit in \'t Doorby-gaen aen te tekenen, yport by Eutropius, Beda^ en de jonger SchrijDers, Androgens
genoemt. \'Doch \'9paer Dan de^e Der fchey denheyt des naems gefproten ^y, is Door my gantfch Derborgen
, \'f zy dat ^aef
zy, \'t gene ik Dan een man, in de Britanfche Gefchichtm en tael ml erDaren, Der flaen heb,dat naemlijk hem deze naem
Androgens, om zijn fchelm-flukken, en Derraedt gegeDen is: ypant de betekening Dan fchelmefy Dettoont zich daer in
opentlijk 5 en onder de drie Derraders Dan Britannien > in \'t boek der Drielingen, yport hy Door de fchelm^achtighfle ge-
houden , om dat hy de Romeynen de eerfle in Britannien geroepen, en zijn Vaderlandt Derraden heeft. Na Mandruba-
tius, als nu door den brandt Dan de burgerlijke oorlogh Britannien by de Romeynen Derzuymt, en aen haer Koningen en
Wetten gelaten yfä^, zpo is \'t zeker, dat Cunobelin in die tijdt het Rijk bedient heeft
> Dan ypelke yoy u hier een oft tmc
penningen Door-dragen, fchoon ^^oy dezelve, en andere, alreê Dertoont hebben.

^tet pag
40, vm

-pennmg,
getekent
met
Tasc
N O v a-
NE I.

i-

WdtbyL^\'
ftr een bw
gerj U.

]AndrO\'
geus.

Ziet pag.
40,

Smtonim. Dezes zpon,Dan de Dader DerdreDen zjjnde, is met een kleyne hoop tot Cajus Caligula oDergefluchtj en heeft zich aen
\'hem ODer gegeDen: \'tmlk het gemoedt Dan den jongen Keyzer zpo op-geblazen heeft, dat hy, als ofhet geheele landt
oDergeleDert -was, zeer grootfchebrieDengebonden heeft: de brengers der z^l^^ dikmjls Defmanende, dat zv^^ niet als
in de kerk Dan Mars, en in het dikfle Dan den Raedt den Burger-meeflers oDerieDeren gouden. Na Cunobelins doot,
heeft Aulus Plautius, onder het beleyt Dan Keyzer Claudiu^s, dit landt aengerant. Hy heeft Togodun, de eene zoon Dan
Cunobelin, gedoot, en den anderen, met namen Catacratm, oDèrypönnen, Dan hy ook, als in de laer-boeken Dan
H Capitolium flaet, blijdelijk zsge-praelde, met zulk een eet" {na\'t getuygnis Dan Suetonius) dat Claudius aen zjj^
^ij de ging, als hy naer \'t Capitolium ging, en daer mder om Dan af quam: enhy zelfheeft het, de Legioenen hier terftont
\'naer toe Doerende, na mynigh maenden tot een ProDincy gebracht. En Dan die tijt aen hebben de
Trinobanten Dan
den oorlogh geruß, tot dat zy, onder \'t gebiedt Dan Nero, met de Icenen heymlijk t\\amen-fpanden, om \'t Roomfche jok
af te fmijten: maer Suetonius Paulinus heeft {als Tacitus Der hack) deze oproer met Deel bloedtDergieting der Britan-
nen haefllijk bedwongen. Het Roomfche gebiedt eyndlijk in Britannien geeyndight zijnde, zp heeft de Britanfche Vorti-
gern, tot zijn los-geldt aen de Saxen, die hemgeDangen hielden, met andere landen ook dit geleDert, als Ninnius ge-
tuyght , en \'t heeft lang 4jn eyge Koningen, maer onder fchatting Dan die Dan Kent en Merk, gehat, Dan mlke Se-
hert, in\'t
d c i li jaer, de eerfle Chriften gemrden, en Suthred de laetfte, Dan Egbert in\'t d c c c i v jaer oDer-
\'^ponnen zijnde, het Rijk den Weft-Saxen gelaten heeft, Maer hier Dan elders mj dtloopiger : laet ons nu de landen
^
Idc hezjen.

ii

M I D L E-

-ocr page 215-

|8J

M I D L E - S E X.

Idle-Sex heeft zijn naem
van de middelfte Saxen, om
dat haer inwooners de mid-
delfte geweeft zijn, tuflchen
de Oofterft:he , Wefterft:he,
Zuyderlijke Saxen, en die in
die tijdt Merciers genoemt
waren. Zy worden van de
Buckinghammers door de
rivier
Cole ten weft en, van dè
Hertft)rders ten noorden,
door een wei-bekende land-
pad, van EflTex ten ooften, door de rivier
Lea, en van Surrey
en Kent ten zuyden, door de Teems gefcheyden. Het
is
niet ruym in begrijp,als op \'t langfte zijnde xx , op \'t naeu-
fte
XII mijlen. Met de hooghfte matigheyt der lucht, en
goedtheyt der aerde,overal met fchoone huy:èen en dorpen
verfiert, en overal vol gedenkwaerdigheden.
Aen de ri-
vier de
Cö/^, daer zy eerft in dit landt vloeyt, hebben wy
Breakefpear gezien, de oude wooningen van een geflacht
Van dezelve b^ynaem, waer uyt Hadriaen de vierde Room-
fche Paus gefproten is,waer van wy terftont gefproken heb-
ben 3 daer na
Haresfeld, eertijts Herefelle, ten tijde van Wil-
lem de
Con^ueßeur, de bezitdng van Richard, de zoon van
Gifleber. Meêr ten zuyden ftrekt
lich Vxhridge in \'t lang
uyt, noch een jonge ftadt en vol herbergen zijnde. Laeger
is
Vraiton, van de Baronnen Fagett gebout: Colham, \'t welk
van de Baronnen
Le Strange tot de Graven van Derby ge-
komen is,en
Stanwel, de wooning van het geflacht van Wtn-
defore
, zelf van de inval der Noormannen af tot onzer Va-
deren geheugen. Niet vêr van hier valt de Cole, na dat zy
eenige eylandekensgeftroyt heeft, met een dubbele mont
in de Teems. Waer aen, gelijk de Duytfche Dichter Van
onze tijdt gefpeelt heeft:

wy zagen zo veel landts, en zo veel dichte hoßen»
En menigh konßigh hof op \'t ßerelijkß bewoßen,

Gelafcht aen menigh dak gantfch Koninklijk gebout,
En heerlijk op-gepronkt met zilver en met gout >
Met zo veelßoten, dat, in dezeßaet en tijden,
De T^ems in fieraet fchijnt den Tyber foverfirijden.
Terftont öp de eerfte grenzen, ten weften, vertoont zich
Stanes, in ^t Saxifch 8-cana, alwaer zy met een fteene-brugh
aen de Teems gevoeght wordt. En \'t heeft den naem ver-
kregen van een fcheyd-fteen , die hier eertijdts op-geright
was,om de vryheyt af te tekenen, die de ftadt Londen op de
rivier heeft. By deze fteen is die zeer vermaerde weyde ku-
ningmead,gtmttr\\\\\\]k RenimediWa.eï op de Grooten Van En-
gelandt met menighte in \'t
m c g x v jaer t\'zamen-geko-
men zijn, om de vryheden van Koning lan te eyflbhen.
Waer van in het houwlijk van de Teems, en Ifis, van de
voor-by-vloeyende Teems:

Hier fpoelt zy aen de weyd\\ die Renimeed j
By d Engels-^man, van oude tyden heet,
Baer, eêr \'tgewapend Rot derßoute Graven
Op \'t moedighß, met \'s landts oudßen, üch begAven^
Om metgelijkerhant en macht, tot niet
Tf brengen Koning lans vermaent gebiet.
Wijl zy des HeyPgen Everds recht en wetten,
; Niet paffend\' op den Vorß, weêr in te zetten

Beraemden: waer van daen de Trompetf deed
Met
heefchgefchrey de overdroeve weet
Van burger-krijgh, uyt dees begraefde landen
^am Loodwijk wederom aen onzeßranden.
Van daer loopt zy voorby Cowey fiakes,2itn de Lala,\'mj^^t
Wy gezeyt hebben, dat Casfar over de Teems gevaren is, en
de Britannen de ftrant, en de ondiepte met ftaken , waer
van
\'t de naem heeft, bezet hebben. Van hier nederdalen-
de
,zoo ftrekt zy zich onder Harrow,<\\e hooghfte heuvel van
dit landt, waer aen ten zuyden zich zeer vruchtbare landen
wijt en breet vertoonen, inzonderheyt omtrent hetvlexken
Heßon,\\rjtwiens fijnfte meel,de brooden den Koningen van
Engelant nu al lang tot lekkerny gedient hebben. Niet ver

fpeare.

JHadriaen

de Vierde

Tms.

Haresfeld.

Vxbndge.

■i!

Stafjes.

RmtKg-
mead.

Harrow
hiu.

hier van is Hanwerth, alwaer de Koninglijke huyskens tTm-
zijn,die de achtfte Henrijk met groote koften gebout heeft, worth.
als aen zijn vermaeklijkheden en welluften tóe-geeygent
zijnde. Daet ria fpoelt zy aen\'t Koninglijk Hamptotè

van de Cardinael Thomas Wolfey, tot verwondering van Com.
de ware grootdadigheydt, om zijn rijkdommen te toonen,
als hy, anders Zeer voorzichtigh, door dertelheydt zijns on-
machtigh was, gebout,en van de achtfte Henrijk vermeer-
dert en volmaekt, het welk vijf ruyme voor-hoven, omringt
met
wel-geboude huyzen, Zeer heerlijk van werk, befluyt $
waer van Lelandus:

Een plaets met ongemeene glans bedeelt,
Waer aen het water van de Teems-vloedt ff eelt *
Van oude tijden her genoemt
Avone.
Hierlußen "t d^achtße Henrik te vertone
Een huys, dat zich met recht beroemen mach,
Bat haers gelijk het zon-licht nergens zagh.

Én in \'t houlijk van de Teems en Ifis :

Hierfpoeltz\' aen \'t wijdtvermaerde Hamptón, dat
In ruymt nahootß het wezen van eenßadt;
Welk hof met deftig\' heerlijkheyt ten trotßen ,
Is op-gebout op vader Wolfeis koßen,
Wien \'t avontuur gaf honighraênmet gal:
Bus loont op
V eynd met ramp het losgeval.

En nu ftrekt de rivier zijn loop met een groote bocht
ten noorden door
Gißlewoorth, want zoo noemde men eer- cißle"
tijdts, hgcennyxFifilewoorthheet, alwaer weleer hctV^X- woorth^
leys geweeft is van Richard, Roomfch Koning, en Graef
van Cornwah\'t welk de oproerige burgers van Londen ver-
brant hebben.

Van daer ziet men het kloofterken Sión, van die hey- sio£
lighfte bergh af-genoemt, het welk de vijfde Henrijk, na
dat hy \'et de vteemde Munniken uyt-gedreven had,voor de
Brigidifche maeghden op-gebout heeft, gelijk hy ook een
ander,op d\'over-zijd van de
nviet,BethlehemgenötrciX.,yoot
de Carthuyfers , op de zelfde tijdt gebout heeft. In dit Sion
heeft hy tereeren Godts, zooveel Maeghden^ Priefters, en
Leeke-broeders , door muuren onderfcheyden , geftelt,
datzy het getal van Chriftus Godts-gezanten en Leerlin-
gen eve-naerden , dewelke, als hyZe overvloedigh genoegh
in te komen gegeven had , zoo heeft hy door een wet voor-
zien, dat zy, met het zelfde te vreden zijnde, niets meêr van
iemant ontfangen zouden: en alles , wat haer uyt haer jaer-
lijx inkomen overfchoot, aen d\'armen uyt-reyken. Maer
by onzer vaderen gedenken is \'t, na dat \'er de Geeftlijken
uyt-gedreven waren, tot een vertrek van de Hertogh van
Somerfet verandert, dewelke, de kerk uyt-geroeyt hebben-
de,daer niéuwe huyzingen begonnen
heeft.Hier aen grenft
Brendfovd, dien het rivierken Brent de naem gegeven heeft, Brendfird,
waer aen, in \'t Ucxyi jaer, Edmond, by-genaemt Yze-
re Zijde, de Deenen, die hy gedwongen had van \'t bdegh
Van Londen af te wijken , alzoo aen-gegrepen heeft, dat zy
met loffe toomen, niet zonder groote neêrlaegh, de vlucht
namen. Tot hier toe, van
Stanes af, is al wat tuflTchen de
gemeene wegh, dewelke door
Hounßow leydt, en de Teems
light,
Eorrefla oft Warrefla van Stanes genoemt geweeft, tot
dat de derde Henrijk, als in zijn briéf gelezen wordt, het
zelve
Geontforeßeert, twGeontrvarreneert heeft. Daer nä
ziet men
Fulham, by de Engel-Saxen j-lillonham, dat is, het Fulham:
V7gel-huys,
genoemt, welk meeft Vereert is met de huyzin-
gen van den Biflbhop van Londen, in de voor-ftadt gele*
gen. En
chelfey, van een zandt-bank in de Teems alzoo Chelfèy^ aU
genoemt i van de achtfte Henrijk, WiWemVowlett, eerfte Shelffey,
Mark-graef van Winton, en anderen mxt trotfchê huyzen
verfiert zijnde.

Maer onder alle deze fteekt Londen, het kort be- Londené
grijp van gantfch Britannien,
de zetel van \'t Britanfche ge-
biedt,
en de Kamer van het Koning-rijk van Engelandt,
zoo veel uyt, als de
Zon onder d\'andere fterren. By Tacitus,
Ptolomeus,
en Antoninus wordt zy L o n d i n v M, en
Longidinvm genoemt, by Ammianus L v n d i-
nvm
en Avgvsi-a: by Stephanus in de fteden

Lil Ain-

-ocr page 216-

^\'"^altlaut. Craß

Abbey

"U^ltLajji T\'oieft

■■ f-i^....,, . a

J-CF 0

Dnrance^.

Lhi^ell

.....

Cljn^Jpv/l

rBmy^ß-nt
SJinnnijlretr-
^^^^

ai Siiitonltxni,

^^cr MtL

T^ncs

■f, , ,
\\\'iJ\'i!ttail>mn— jfec acfc\'
iofc -.i

tonrOJ^aieh

Dinfejr Sars

V^püxeh

A

^akhantjicrw

^J jjiuuu

" ViGLf^Mhill

FTlsr]SrE5BVRY

Xitytjm.

\\

Chideot

gtSyfirt

ibrC.

OtdfirrA.

itejrnejr

""osvlstoisr

•ÜlaAu\'JL

ii

h

\'^Joitshhanv It^ha

Gt-ene. . V"\'^ Clajjtun.
Canhury /

^^"\'■Ueu.eJl y j®^ Shm-Aich

Loistdon^

\\

V

■ -^UnJl

Gmmerl^J

.........

PitJii^inke

:f%i ^flpßitnll

af rOo^es

mt

3rempt(m. 1

I C 1 .<XaSatch °

E D O n T O N HV isrr> ile i> ^

:Enfeilcl CKxcc ..

A \'

"j/eioiu^ton

UtafUtoiu

Jör Gi\'enewtch

lor (fA/^n

Jljcanis

OT ■

SKJKE;:
/

^Ihaiit,

^Oanili\'orth

\'^tti\'tiishts

-ocr page 217-

Hm

i i î

t R I N O B A N T E R

84

B E

I N A ö N ï O isr, by onze Cambro-Bricamien Limd/iyn,h^
<ie oude Saxen Lonoen-ceap:eji, Lonoen-bypyj, Lonoen-
pyC7, by de uyrianders
Londra cn Londres, by de inwooners
London, by de beuzelachtige Schrijvers Nieu Troyen , Di~
nas Belm,
dat is, Belms Jladt, en Caer- Lud, van Koning Lud,
•die, zoo zy willen-, de zelve gebouwt-, en benoemt heeft.
Maer déze nieuwe namen en oorfprongen laten wy te ge-
lijk met de giiEng van Erafmus, dieze van Lindus der Rho-
diers af-getrokken heeft, gaern aen die zich over de
Zél-
ve verwonderen. En ik, wijl Cc-efar en Strabo getuygen,
dat de oude Britannen de Boffchen en Wouden, de welke
zymet neêrgehouweboomengeftopt hadden, fteden en
veftingen genoemt hebben, en ik gehoort heb, dat zy zoo-
danige boftchen iii de Britanfche tael
Lhwn noemen: zoo
ben ik t\'eenemael tot dié meening geweken , dat ik geacht
heb , dat Londen daer van genoemt zy, als een Stadt door
voortreft ijkheydt, oft een Bofch-ftadt. Zoo ik hier in de
waerheydt mis, zoo laet men my met verlof ramen, (en nie-
mandt befchuldige my hier van onftantv.aftigheydt,) dat zy
haer naem, daer zy haer vermaertheydt, gekregen heeft,
naemlijk van de fchepen,dewelke de Britannen in haer tael
Lhong noemen , zoo dat Londen betekene een Scheeps-
werf, oft een Scheeps-ftadt. Want de Britannen noemen
een ftadt
Binas, waer van de Latijnen T>inum getrokken
hebben. Hier van is het, dat het elders
Löngidinivm ge-
noemt wordt,en in de Lijk-klacht van den zeer ouden Bri-
X2iïS^\\:d\\is>Lhongporth,ói2it is,ScheepS\'haven,en met dit zelf-
de woort wordt
Bolongien\'m Vrankrijk, by Ptolom^us Geffo-
riacum TS^avale
in de Britanfche aentekening
genoemt. Want veel fteden hebben van fchepen haer naem
gekregen, als
NaupaSiusjNaujlathmosy T^atflia, Tslanjalia Au~
gujli,^c. Maer geenige van deze kan met beter recht de
naem van Scheeps-haven aennemen,als ons Londen. Want
van beyde Hooft-ftoffen en Elementen is de ftadt zeer ge-
lukkigh,zijnde geneughlijk van lants-douwen, en overvloe-
digh van alle dingen, gelegen op een zachtlijk op-gaende
heuvel,aen de Teems,die, als een vreedzame koopman,van
alles wat in de weerelt gebooren wort,fijnde op gezette uren
hovaerdigh door de vloedt van den Oceaen, zeker, diep, en
voor alle groote fchepen bequaem van kolk, zoo groote
rijkdommen van Ooften en Weften daeghlijx in-voert, dat
z.v met de koop-fteden der Chrifte-weerelt, heden om de
tweede eer ftrijt, en aen de fchepen zoo getrouwen , als
fchoone haven geeft j zoo dat men \'t een dicht gefloten
bofch zoud noemen, zoo wordt het over al door de maften
en zeylen van zoo veel fchepen befchaduwt.

I ^ I

^éf Eri\'
\'tarnenfie-
den.

C. CaraH"
JÏHs Pane"
gjricui hy
ConfiantittS
C^.ge-
memt, en
valfihlijk,
Alaximio!\'
nus op-ge"
fchreven.

De Franfen
verflagen.

Dînas.

London-
fione, een

Mtjl-pael»

Helenaes

fenningen

dikwijls

onder de

veftenge-

vonden,

DeFefien,

Wie de eerfte bouwer geweeft is , heeft de waerheydt be-
dekti en voorwaer daer zijn weynigh fteden, die haer ftich-
ters kennen, wijl zy van een kleyn allenx aen-gegroeyt zijn.
Maer even als andere, zoo heeft ook deze onze, door een
verfterde oorfprong zich den Trojanen op-gedragen, en
gelooft dat die Brutus, de na-neef van de groote -®neas,
haer opbouwer geweeft is. Doch wieze gebout heeft, haer
avontuur heeft geleert, dat zy door een levendige aert ge-
fticht is, en Ammianus Marcellinus geeft te kennen, dat zy
in oudheyt vermaert geweeft is, dewelke in zijn tijdt,naem-
h\'jk voor duyzent en twee hondertjaren, de zelve een oude
ftadt genoemt heeft : en met hem Cornelius Tacitus ,die ,
ten tijde van Nero,getuyght,dat zy meeft vermaert geweeft
is door de menighte der koop-heden, en door de toe-voer.
Dit alleen heeft in die tijdt aen haer eer ontbroken , dat zy
niet vereert wierd met de naem van *
Municipium,oix. f Co-
lonia.
En \'t zoud voorwaer niet tot nut der Romeynen ge-
weeft hebben, dat een ftadt, in de koop-handel bloeyende,
het recht van een
Celonia oft Municiptum genoot. Zy heb-
ben \'er dan, zoo ik meen, een
Pr^feóiurageftelt. Want zoo
noemden zy de fteden , daer jaer-markten gehouden, en
recht gefproken wierd, zoo nochtans, dat zy haer eyge O-
verheden niet hadden,maer jaerlijx in de zelve Overften ge-
zonden wierden, die recht fpraken, het welk zy in de ge-
meene handelingen, als van fchatdng. tollen, pachten,^en
krijgh, &C. van de Roomfche Raedt begeerden. Hier van
t, dat Londen by Tacitus, Panegyrifta, en Marcellinus

1474.

* Zo mem-
den de Ro-
meynen de
Jiedenen
dorpen, die
haer eyge
recht had\'
den.
t Alzoo
•noemden
zy de Rie-
den, die zy

op-gehotit,

en met in-
wooners
VoorzSen
haddeft, de
ivelke wy
Nien-fte-
den konnen
noemen.
IrtefeÜHU.

De PooT\'
ten.

IS

alleen oppidtm^ een vefting genoemt wordt. En hoewel zy
geen beter ftaet, zy heeft nochtans ( zoo wel als eenige an-
dere) een ruym, rijk , en voorfpoedigh avontuur, bykans
met een geduurigh bezit onder het Romeynfch, Saxifch,
en Noormanfch gebiedt genoten, zijnde bykans nimmer
met groote tegenfpoeden gequelt gewéeft. Onder \'t gebiet
Van Nero, als de Britannen, onder het beleyt van Boodicia,
t\'zaem-gefpannen hadden, om haer vryheyt te erlangen,
zoo hebben die van Londen , nocht door fchreyen, nocht
door tranen Suetonius Paulinus konnen weêr-houden, of
hyheeft, de burgers te hulp nemende, van daer gevoert,
en de ftadt ledigh aen de vyandt, gelaten, die terftont die
weynige verdrukt heeft, welke oft de zwakke kunne, oft de
vermoeyde ouderdom, oft de zoetheyt der plaets opgehou-
den had. En geen minder afbreuk zoud zy van de Franfen
geleden hebben, zoo haer de Godlijke hulp niet op \'t on-
voorzienft te baet gekomen had. Want als C.Aledus ,
C. Carauftus, burger van Gelder, met bedrogh gedoot had,
dewelke door de ongeftuymighey t van onze zee 5 fteunende
op de zeer moeylijke oorlogh van Diocleftanus,
in het
ooften, en op de Franfen, en de bontgenoten, die zeer ftout
ter zee waren, de inkomften van Britannien en Batavien na
zich getrokken, en de tijtel van Auguftus (als zijn hier dik-
wijls op-gegrave penningen betonenJzes jaren gevoert had:
en Marcus Aurelius Afclepiodatus infgelijx Aletius , na dat
hy drie jaren lang de purpure Rok in Britannien gebruykt
had, in een Veldt-ftagh verflagen had, zo o zouden de over-
gebleve Franfen,naer Londen t\'zamenvliegende,de ftadt nu
alreê berooft gehadt hebbeiii zoo de Teems, die de burgers
van Londen noyt in noot liet, de Roomfche zoldaten,door
af-dwaling van de miftige zee van de vloot af-gefcheyden,
niet by tijdts daer in gevoert had. Want zy hebben de Bar-
baren in de gantfche ftadt vernielt, en niet alléén de burge-
ren in die neer-laegh der vyanden de behoudenis gegeven ,
maer ook haer vermaek in \'t aenfchouwen. Toen verhalen
onze laer-boeken , dat L. Gallus verflagen is by het rivier-
ken , \'t welk midden door de ftadt loopt, en van de
zelve
wordt het in \'t Britanfch Nantgall, en in \'t Engels Walbr&ke
genoemt, welke naem noch blijft in een ftraet, waer onder
ik verftaen heb, dat een onderaerdtfehe goot is,^ om de
t\'zamen-vloedt der vuyligheden te zuyveren : niet vêr van
die
fteen Lmdon-flone, welke wy achten een Mij^pael ge-
weeft te zijn, gelijk te Romen op de markt was, waer na de
maet van alle wegen genomen wierd, midts zy in \'t midden
van de ftad is, alwaer zy in delangte voortloopt. Ook ge-
loven wy niet dat Londen toen vaft geweeft is : wijl onze
Gefchichten verhalen, dat de groote Conftandn , door het
verzoek van zijn moeder Helena, weynigh daer na eerft de
ftadt met veften van Timmer-fteenen, en Britanfche Tic-
chel
-fteenen befloten heeft, welke in haer omgang omtrent
drie mijlen begrepen^ zoo dat zy de ftadt byna met een vier-
kante, doch geen even-zijdige, vorm befloten hebben , om
dat zy van \'t
weften ten noorden langer, en van \'t zuyden
ten noorden enger is. Van
deZe veften is het deel,welk voor
de Teems uyt-geftrekt was, door het geduurigh aenfpoelen
van de rivier, geheel vervallen: nochtans fchrijft Fitz-Ste«
phanus , die toen geleeft heeft, dat ten tijde van de tweede
Henrijk de overblijffelen der zelve verfchenen zijn. Het
overige
deel ten noorden vafter zijnde,is noch in weZen^ het
welk voor weynigh jaren, door het werk van de oude lotce-
Hn vernieut zijnde, als een fchielijkejeughtaen-gedaen
heeft. Maer
ten weften en ooften, fchoon de Baronnen in
haer oorlogen de zelve, door de geftechte huyzen der lo-
den, eertijts vernieut hebben, zoo zijn zy nochtans gantfch
gefcheurt, en vol borften. Want die van Londen, even als
die oude Lacedemoniers, befpotten de vafte fteden, als
fchuyl-plaetfen der vroukensj en geloven een ftadt genoegh
beveftight te zijn, die met mannen,en niet met fteenen om-
ringt wordt. Deze veften ftaen open met zeven voorneme
poorten (want de kleyne ga ik wetens voorby) dewelke,ver-
nieuwt zijnde, ook nieuwe namen aengenomen hebbp.
Ten weften zijn twee,
Ludgate, van Koning Luddus, oft
Fludgate , als Lelandus meent, van het onderworpe rivier-
ken alzoo genoemt, als te Romen
Porta Fluentana, welke
noch onlangs van de gront af vernieut is j en
Newgate, de
fchoonfte van allen,van haer nieuwigheyt alzo,maer te voo-
ren chamberlangategznoQm.i,^ékQ.Q.zn gemeen gevangen*
huys is. Ten noorden zijn
vic^,AlderJgate,y2iU. de oudtheyt,
oft zoo zommige meenen, van de Saxfche Aldrik,
Creple-
gate,y2Xi het eertijdts hier by ftaende Gaft-huys der kreupe-
len;
Moregate, van een nabuurigh moerafch, nu tot een
land en luftige wandel-plaets verandert,eerft van de Schout
Francerius in \'t
m c c c c x i v jaei: geopentj en Bishop f

I S
i;-

tl î

-ocr page 218-

M

^<r4^<?,vand[enBi{rchopalzoö genoemt, dewelke de Duyt-
fche koop-lieden van \'t An-zéefeh gezelfchap , als wy ver-
ftaen hebben, by verdragh gehouden zijn te vernieuwen,en
in gevaerlijke tijden te befchermen. Ten ooften is alleen
de eene
Aldgate, van de oudtheydt alzoo genoemt, oft, als
andere
w\'\\\\\\a\\,Elbegate. Men gelooft dat ook aen de Teems
twee poorten, behalven die aen de brugh, geweeft zijn ,
Be-
lingfgate
, nu eengegrave haven zijnde, om de fchepen te
bergen, en
Dourgate, dat is, de Waterpoort, gemeenlijk Dew-
gate. _

Ook zijn, daer de muur aen de rivier iiyt-gaet, zeer fter-
ke veftingen geweeft; waer van het eene, ten ooften , noch
overigh is, gemeenlijk de Toorn van Londen, in \'t Bri-
tanfch, van zijn witheyt,
Brin-gwin^ew Tour-gwin genoemt.
Voorwaer een zeer edel kafteel, met veften breedelijk om-
ringt, hoogh van toorens, met een wal en graften verfterkt,
en met een fchoon wapen-huys, en eenige huyzen Zoo
voorzien, dat het een ftadt nabootft: en men recht meenen
zoud, dat die twee kafteelen, die Fitz-Stephanus getuyght
dat aen deze ooft-zijde van de ftadt geweeft zijn, ih dit eene
verfmolten zijn. Aen de weft-zijde van de ftadt is noch een
andere vefting geweeft, daer het rivierken
Eleete, (waer
\\2.nEleete-fireete) nu veracht, maer eertijdts fchip-dragend
(als in de brieven van \'t Parlament gelezen wordt) met de
Teems t\'zamen-vloeyt. Dit noemt
Fitz-Stephanus een
Koninglijk kafteel, en men
Verhaelt dat het onder \'t gebiet
van de eerfte Willem verbrant is; uyt welx vervalle muuren
eenfdeels een groot deel van S. Paulus kerk op-gebout is ,
andersdeelsRoberttóW^j, Aerts-biflchop van Cantel-
bergh, op het voorhof van\'t zelve, het kloofter vöor de
Dominikaner Munniken (waer van wy de plaets
Bla \'kfriers
noemen)gefticht heeft,waer uyt men de grootte lichtlijk ra-
men kaïi; Nochtans zijn op die plaets,onder Koning Hen-
rijk (als Gervafius Tilburienfis in zijn Keyzerlijke ledighe-
den getuyght) twee kafteelen, met muuren en wallen ge-
bout , geweeft, van welke het eene
Bamrd, het andere
de Baronnen van
MomfitcJyet, door erf-recht toebehoor-
de. Maer heden is \'er
niets Van overigh; zommige vermoe-
den nochtans dat de Penbroekfche huyzingen een deelken
van de zelve geweeft zijn,
dewelke wy Bainards Cajlell, van
dien edelen man Wil.
Baimrd, Heer van Dmmow , eertijds
bezitter, noemen;
wiens navolger de door

erf-recht vaen-befchermers van de burgery van Londen
waren.

En\'tis in die tijdt niet alleen beveftight geweeft, maer
ook, de Af-godifche aldaer weghgenomen, en , de Chrift-
lijke Godts-dienft onder die zeer goede Keyzer beveftight
zijnde, is \'er een BiflTchop in des zelfs plaets geftelt. Want
het is zeker, dat de BiflTchop van Londen in de vergadering
van Arles, welke in\'t ccc xiv jaer, onder de groote Con-
ftanrin, gehouden wierd, geweeft is : want hy heeft het
zelve ondertekent; als te zien is in
\'t eerfte boek der Verga-
deringen : Uyt de Provincie van Britannien , uyt de ftadt
Londen de BiflTchop , den welken zommige be-

veiligen met zijn navolgers teS.Pietersiri CornehillgQZtiQn
\' te hebben. Van toen af heeft Londen in die waerdigheydt
zoo gebloeyt, dat
het begon Avgvsta genoemt te
worden, en is met die
naem onder Keyzer Valentiniaen

vermaert geweeft. Want zoo fpreekt Ammianus Marcel-
hnus in
\'t xxvii boek: En trekkende na Londen, een oude
ftadt, welke de nakomehngen
Auguftagenocvaihohhcn.
En in \\ xxviii boek: Van Augufta vertrókken zijnde, het
welk de oude Londen genoemt hebben. Waer van, als van
de tijdt van de groote Conftantin hier een Munt in geftelt
wierd; (want wy lezen op de penningen der zelve, welke hy
ter eeren van zijn vader Conftantius geflagen heeft j en op
andere, P.
Lon. S. is. PecuniaLondini Sigmta,gdA
te Londen geflagen) zoo wierd hy, die hier over geftelt was,
onder de Graef van de heylige begiftingen, in \'t boek der
Aentekeningen, OvCTfte van de Auguftenfifche Schatten
in Britannien genoemt. Deze naem
Avgvsta was
een naem vol van waerdigheyt en grootmachtigheyt: want
de bouwers en vernieuwers der fteden, als zy hoopten oft
wenfchten, dat de fteden rijk, bloeyend, en vermogend
mochten worden, zoo hebben zy hun
geluk-bediedende
namen gegeven. Maer onder die gelukkige namen is geen
heerlijker oft gelukkiger gew^eeft, als
Augufia. Want de
naem van Auguftus, heeft die befte en, grootfte Keyzer

D

Eaßa.
ItftgS.

De Toom,

tietÊif\'
dom.

Ziet Baro-
nim vm de
Vergode*-

ri»gi

en.

Londen

Angtifia

genoemt.

PeMmt.

\'^ugußd
een zjeer
eerltjhe
mtern.

E^S E X igj ^

Oélavianus zich, riiet zonder \'t oordeel der geleertfte man-
nen, aen-genomen. Hy is
Auguftks by-genaemt, zeghtV«\'?
Dio, als wijdtlufdger zijnde, als de menfchlijke natuur.
Want de dingen die eerwaerdighft en heylighft zijn, wor-
den
Augußa gcnozmi. En niet zonder toelating van de
Roomfche
Augufti, heeft Londen, om de hooghfte eer,de-
ze naem gehadt. Welk vergunt verlof van een naem te ge^
ven, Virgilius in dit veers aentekent:

Zy memden dan deßadt, met een verdunde naem,
Aceßa.

Maer gelijk de tijdt deze zeer eedijké naem vernietight
heeft, zoo heeft hy die oude naem van Londen beveftight.
Terwijl zy dezen naem genoot, verfchilden \'t weynigh , dat
zy niet van de oproerige rovers Verwoeft wierd;maerTheo-
dofius, de vader van Theodofius Aug. heeft haer, met de
roof verladen , om-gebracht, en is in de ftadt, welke , als
Marcellinus zeght, te vooren in alle zwarigheden gedom-
pelt lagh, met de gedaente van een in-treê gekomen. En
van daer vertrekkende, heeft, door zijn dapperheyt, Britan-
nien, met de zwaerfte rampen bezet, zoo verloft,dat de Ro-
meynen dien Britanfchen Hertogh ( na\'t getuyghnis van
Symmachus) met een Ridder-beeldt onder de oude namen
gewijt hebben. Niet lang daer nä, het Rijk der Romeynen
in Britannien geeyndight zijnde, is zy , door het gemeene
geval van \'t gantfche eylandt, geraekt onder de macht der Saxm\' ^
Saxen; doch op wat wijs blijkt m geen Schrijvers. Ik meen
dat Vordgern , gevangen zijndc, om zich tc verloflen , de
zelve acn dc Saxfche Hengift ovet-gegeven heeft, dewijl zy
denOoft-Saxen toebehoorde , welker landt onze Schrij-
vers verhalen, dat Vortigern op die voorwaerde aen Hen-
gift toc-gezeyt heeft. In welke tijdt ook de kerk alle zw.>
righedcn geleden heeft, zijnde dc Herders oft gedoot, ver-
dreven, dc Schapen verftroyt, cn alle Geeftlijke cn Weerelt-
lijke fchattcn gerooft. WantTheon, de laetfte Biflbhop
van Londen uyt de Britanncn, verberghde, als mijn Schrij-
ver zeght, dc overblijffelen der Heyligen tot gedaêhtnis, li^jfß^^^
niet tot over-geloof. En fchoon die tijden der Saxen ^^>0-
ter ge-
danigh geweeft zijn , datmen waerlijk zeggen mocht, dat dachtnis
Mars zijn wapenen fchudde, zoo getuyght Beda nochtans, verborgen.
dat Londen niet te min een koop-ftadt geweeft is van vele >
te water en tc lande aenkomende,volkeren. Doch namaels,
als een lieflijker wint van vrede dit vermocyde eylandt aen-
blics, en de Saxen de Chriftlijke Godts-dienft aen-geno-
men hadden, zoo heeft het met ccn nieuwe glans begonnen
te herblocyen. Want ^thelbert. Koning van Kent, (onder
den welken Schert, als door zijn gunft, over deze wijk ge-
heerfcht heeft) heeft hier een kerk ter eeren van S. Paulus
geftelt, dewelke, namaels vernieut zijnde, toc de heerlijkfte
èn grootfte gegroeyt,cn van inkomften de ri/kfte geworden
is, waer van aldaer, behalven den Biflthop, een D eeken ,
een Vóór-zanger, een Ganccllier, een Schat-meefter, vijf
Aerts-diakenen, xxx Proveniers , en andere gcvöedt wor-
den. Het oofterfche deel van deze kerk.\'t welk nieu fchijntj
en vol
Werks is, en een zeer fchoon onder-aerdtfch gewelf
(welk ook zelf een kerk is, aen \'t heyligh geloof gewijdt)
heeft Biflchop Mauridus, als het te vooren jammerlijk ver-
brant was, omtrent het
M Lxxxvi jaer uyt de vervalle muu-
ren van dat Koninglijk kafteel, waer vaü ik gezeyt hebiop-
getimmert* Waer van Malmesburienfis aldus fpreekt r
Zoo groot is haer fier lijke trotfigheydt, dat zy met recht
onder de trcflijkfte gebouwen getelt mach worden. Zoo
groot is de ruymte van \'t verwulf, en zoo groot het begrijp
van \'t bovenfte gebouw, dat zy voor alledey menighte vari
volk fchijnt genoeghzaem te zijn. Derhalven, om dat
Mauritius groots vän gemoedt was, zoo heeft hy de koftcn
van dat ftuk
Werks aen zijn nazaten over-gelaten. Eynd-
lijk als Richard, zijn navolger, alle de inkomften,
tot
het Bifdom bchoorende, aen dit Koninglijk gebouw over-
gedragen had, zich en de
zijnen elders Van onderhou-
dende, zoo heeft hy bykans niets gefcheenen te voorde-
ren , en hier aen
genoegh verfpillende, putte de gantfche
fchat-kift uyt
,en deed weynigh Voordèels, Het wefterfche
deel,
als omheynt zijnde, is zeer ruym, op groote ftij-
len verheven, en met
een fteenen verwulf zeer fchoon
aen te zien. En
daer deze deelen zich van een fcheyden j
rijft een groote en hooge toorn, waer
op een naeld geftaeo
heeft, met lood bedekt, tot
Cen geweldige hooghte ver^
heven, (wantzy was van
de aerde d xxxiv voeten hoogh)

M m m dewel*

-ocr page 219-

D Ê T R r M Ö Ë A. N T E N.

dewelke in \'t m l x x x v ï ï\' jaer het hemelfche vuur gé- nieu onweder uyt den noorden op-gèftaeti, te weten , die

tero-ht, en niet zonder groote fchade van de gantfche ftadt Deenfche buy, devrelke dit landt ellendighlijk verft:heurt,

gebrant heefti doch onlangs, als wy kinderen waren,weder- en de ftadt vernielt heeft j want de Deenen hebbenze on-

om vernieuwt lijnde, is andermael van den hemel geraekt, der haer geweldt gebracht: doch Alfred heeftze daer na

af-gebrant,en tot noch toe niet weder op-gebouwt.Hier zal weder gekregen, en zijn fchoon-zoon, de Graef der Mer-

ik ook de afmeting van dit heerlijk gebou > uyt een genoegh ciers, vernieuwt ov er-gelevert. Nochtans hebben die ver-

oude Schrijver, by-voegen, op dat ghy \'t zelve, zoo \'t u be- woefters menighmaH gepooght de zelve door belegh weder

iieft, lezen mooght. De langte van de kerk van S. Paulus in te nemen, en iniionderheydt Canut, dewelke de Teems

begrijpt 690 voeten, de breedte der zelve 150 voeten , trachtte door een gegrave water-loop af te leyden,- maer

de hooghte van het wefterfche gewelf van de vloer af 102, zy hebben altijdt verlooren arbeyt gedaen, vermidts de bur-

voeten, de hooghte van \'t gewelf des nieuwen gebouws j gers den aenval der vyanden zeer kloekmoedighlijk ftutte-

van de vloer af, 88 voeten, de hooghte van het fteenen ge- den. Nochtans hééft haer geen kleyne fchrik over \'t hooft

bouw van \'t klok-huys, van de vlakke aerde af, 260 voeten, gehangen, tot dat zy Willem van Normandyen, dien Godt

de hooghte van \'t houten gebouw, van \'t zelfde klok-huys, gewilt heeft tot het Rijk vanEngelant gebooren te zijn,blij-

^74 voeten, &c. delijk aen-genorhen, en tot haer Koning begroet hebben.

Zommige giffen dat op deze plaets eertijdts de kerk vaii Van die tijdt afzijn die buyen geftilt, de wolken verdreven,
Diana geftaen heeft, en daer zijn \'er die de gifftng der zei- en de waerlijk gulde eeuwen verfcheenen. Zint die tijdt
ve geloof geven. De oude by-gelege huyzen worden in de heeft
iy geen groot verdriet uyt-geftaen ^ en door goedt-
handt-veften der kerk, Dianas kamer genoemt j en op het aerdigheydt der Vorften , de grootfte vry heden verkregen »
kerk-hof is, onder \'t gebiedt van de eerfte Edward, een en begon der Koningen Kamer genoemt te worden ^ en
groote hoop van OfTe-koppen uyt-gegraven geweeft, als heeft in den koop-handel zoo gebloeyt, dat Willem Mal-
in onze laer-boeken ftaet, dewelke de gemeente toen met mesburienfts , die byna op de zelfde tijdt geleeft heeft, de
verwondering voor der Heydeneii offerhanden vermoet zelve een edele, een rijke, een met rijkdommen der burgers
heeft j en de geleerden bekent hebben, dat het
Tmropolia, op-geftapelde,een door de koop-handel der handelaers van
ter eeren van Diana gehouden, geweeft zijn. Wy hebben alle landen aen komende, gehanthaefde ftad genoemt heeft,
ook , als wy kinderen waren, een Herts-hooft, aen een pijl En Eitz-Stephanus, die in die eeuw bloeyde, getuyght,
gehecht, \'t welk fcheen op Dianaes offerhanden te paffen, dat Londen op die tijdt c x x 11 Parochy-kerken, en xiii
met groote ftaetfy en geluyt van hoornen , in de zelfde kerk
 Conventen getelt 1 en de mannen, die wapen dragen kon-
zien om-dragen. En dat Hert, \'t welk die van
3aude in den, gemonftert hebbende , veertigh duyzent voet-knech-
Effex, voor eenige landen gaven, als wy verftaen hebben, ten, en twintigh duyzent ruyters onder haer vaendelen op^
plachten de Priefters van deze kerk, met heylige kleederen gebracht heeft. Toen is zy met hét opbouwen van huy-
aen-gedaen, en de hoofden met bloem-kranffen gekroont zen van alle kanten aen-gegroeyt, en de ruyme voor-ftederi
zijnde, aen de trappen van Koor
tt ontfangen. Of dit in voor dé poorten hebben zich wijder uyt-geftrekt, doch in-
\'t gebruyk geweeft is, eêr de gehouden waren hec zonderheydt ten weften, daer zy dichtft zijn, alwaer xil
hert te geven, weet ik niet; altoos deze gewoonte fehijnc gebouwen zijn, die men Gaft-huyzen noemt, met ons
vóorwaer meêr te rieken na den dienft van Diana, en de burger-recht vereert, van welke vier, zeer treflijk en wijdt-
dwaling der Heydenen, als na de Chrifthjke Godts-dienft. luftigh zijnde, tot het Raedt-huys, ofhet Hof, als men het "^k^ncht.
En niemandt hoeft zeker te twijffelen, of zommige vreem- noemt, dienen: de andere tot de Cancelry. In de zelve be-
de gewoonten zijn van haer tot de Chriftlijke Gods-dienft geven zich de edele jongelingen in zoo grooten getale,
voortgefproten. Dewelke de eerfte Chriftenen , oft, om tot de oeftening van \'t recht, dat het in menighte der Stu-
dat het menfchlijk geflacht begeerigh is, om de over-ge- denten niet behoeft te wijken voor Angiers, Kaen, oft zelf
looven na te volgen, aen-genomen 5 oft, öm de Heydenen Orliens, als I. Eortefcu in
Zijn boexken van de wetten van
allenx tot de ware Godts-dienft te lokken, in \'t begin gele- Engelandt getuyght. De vier voorneemfte zijn, de binne-
den hebben. waerfte kerk, de middelfte kerk,
Grajes Inne, en Lincolnes inncs
Voorts is zy, na \'t bouwen van deze kerk, de wooning
 Inne. De twee eerfte zijn gelegen ter plaetfen, daer onder of the
geweeft van de Biffchoppen van Londen; en heeft tot eer^ \'t gebiedt van de tweede Henrijk,
eertijdts Heraclius,
fte Biffchop gehadt, onder de Saxen, (vijftigh jaren. na dat Aerts-vadêr, oft Patriarch Van lerufafem, een kerk aen de ^
Theon, uyt het Britanfche geflacht, verftoort was) Mélitus Templiers vereert heeft, dewelke hy na de vorm van de
een Romeyn, gewijdt zijnde van dien Auguftijn van Can- kerk by onzes Heeren graf te lerufalem gebouwt had. Want „oemt.
telbergh, tot welken Auguftijns eer, tegen\'t gebodt van zyhpbben in het deel van de kerk beneven het graf ge-
De oude
Paus Gregórius, de verflerfelen van \'t Aerts-bifdom, en de woont, waer van zy de naem hebben, en belooft de Chrift- kerk-, al
Stoel van den Metrofoliteyn van Londen, naer Cantclbcrgh lijke Godts-dienft, en de vreemdelingen, die des Heeren ^^
over-gevoert is. In deze kerk liggen begraven (op dat
ik graf quamen bezoeken,tegen de Mahometanen te befcher-
S. Erkenwald, ert de Biffchoppen verzwijge) Sebbe, de Ko- men, Waer van yder een de zelve zeer wel gewilt heeft, en ^
ning der W^ft-Saxen, dewelke, om op Chriftus t\'eenemael zy hebben door de mildadigheydt der Vorften overal de
hrn is.
te paffen, zich van \'t Rijk ontftagen heeft: Ethelred oft E- grootfte bezittingen en rijkdommen verkregen, en in groo- De Tem-
gelred,die dit Rijk eêr verdrukt, als geheerfcht heeft,in zijn te achting van Godtvruchdgheydt gebloeyt. En zijn zeer
begin wreet zijnde,in \'t midden ellendig,in \'t eynde fchand- veel Edelen by haer begraven geweeft, welker béélden in
lijk; en alzoo door vader-moort, waer aen hy grouiijke deze kerk gezien worden, met de beenen kruys-wijs over
oogh-luyking begaen heeft, door zijn vlucht en ftapmoe- clkanderen (want zo zijn begraven geweeft,al die in die tijd
digheydt oneerlijk, en door zijn doodt ellendigh. Fïenrijk tot de Heylige oorlogh zich haddeft laten op-tekenen, oft, * ^
Lacy, Graef van Lincoln,- lan van Gent, Hertogh van Lan- gelijk men toen fprak, het kruys ontfangen hadden) waer jjan^e^
cafter; Simon van , een zeer doorluchtigh Ridder; onder geweeft zijn * Willem de vader,en zijn zonen Willem graven heb
I. van Beauchamp, Bewaerer van dé vijf havenen; LHecr van en Gilbert, al de Maerfchalken van Engelant,en de Graven tk.rnet lo-
X^z/V^f-y; lan y^/^^,Groot-zegel-bewaerer van Engelandt, van Penbroek. Maer in\'tM ccc xii jaer was deze orde
een ftian van hoogh beraedt, en gefleepen oordeel; Philips van Godloosheydt veroordeelt, en door de Pauflijke macht
Sidney, Fr. Walfmgham^z^cï edele Ridders, &;c. en Chriftof en aenzien t\'eenemael weg genomen,en de bezittingen zijn
Hatton, Groot-Canceflier van Engelandt, tot wiens heylige door macht van \'t Parlament aen de Hofpitaliers van S. lan eTaZdè
en geduurige gedachtnis Willem
Batton, zijn neef, uyt het vergunt; op dat zy, tot Godtvruchtige gebruyken ingeftelt kant:
oude huys der
Newports, den welken hy tot de naem en de zijnde, niet tegen wil der begiftigers tot andere gebruyken Miles e-
ftam der
Hattons ingevoeght heeft, een heerlijk en der wijt- getrokken wierden. Nochtans is het uyt oude fchriften ze-
luftigheydt van zulk een man waerdigh gedenk-teken, met ker,dat deze plaets,na dat de Templiers verdreven waren,de
alle gedienftigheydt geftelt heeft. woon-plaets geweeft is van Thomas, Graef van Lancafter, "rat^arr"

Behalven dit is , dat ik weet, geen ander werk der Saxen en van Spenfer, die de tweede Koning Edward tot vermaek mis.

meêr in wezen; ook hebben zy noyt lang vrede gehouden , gedient heeft, en namaels van Audomarus van Valentia, Stacutum

V/ijlde Weft-Saxen kortelijk het werk der Ooft-Saxenbra- Graef van Penbroek, totdat zy eyndlijk in twee Colle- deterris

ken,en Londen onder de macht der Merciers geraekte. En gien der Rechts-geleerden verandert zijn. Van de ande-

de inwendige oorlogen naeulijx geftilt zijnde, zoo is \'er een re is my in \'t lezen niets voorgekomen : men zeght, dat Edw.^7\'

het

Be Kerk
van Diana.

CöllegieH
met hurier\'

ómtrent
<580 z» de
kerh^ van
S,
Taulus
begraven.

1016.
Cuilidm.
Malmef.

-ocr page 220-

X.

M

D

E

E

het eene de wooning van de Heeren Grey^tn het andere van
de Graven van Lincohi geweeft is.

Hier beneven heeft de derde Koning Henrijk het hüys
der Bekeerden, öm die te voeden, die van\'tlodendom
tot de Chriftlijke waerheydt bekeert waren, tuflchen de
nieuwe en oude kerk gefticht; het welk de derde Koning
Edward namaels, om de kiften en handtveften in te leggen,
verordent heeft ^ waer van het heden
The Rowles genoemt
wordt.

Deze voor-fteden ftrekken zich geduurigh met huyzen
en hovaerdige wooningen der Grooten, langs de Teems,tot
Weftmunfter toe. Doch de vermaertfte gebouwen zijn de
bron van Brigida, alwaer de achtfte Henrijk een Koning-
lijk huys,om de vijfde Keyzer Karei te toeven, gebout heeft,
zijnde nu een gevangen-huys. De Bukhorftifche huyzen,
eertijdts toebehoort hebbende de Biflfchoppen van Saris-
bury , de Kerken der Carmelijten, waer van ik gefproken
heb, de Eflexfche huyzingen van Heer
Paget, de Arondel-
(i;he,
de Somerfetfche van Seymers, Hertogh Van Somerfet,
op-gebout. Daer na, om de andere voorby te gaen,
Sabau-
dien
, van Pieter, Graefvan Sabaudien, die daer in gewoont
heeft, alzoo genoemt, welk ^leonoor, huysvrouw van de
derde Henrijk, van de broederen van
Mom-Iovis gekoft
heeft, en aen haer zoon Edtnund van Lancafter geichon-
ken, diens inwooners daer lang in gewoont hebben, totdat
de zevende Henrijk het zelve
aen de armen vereert heeft.
DeDurhamfche huyzen van Antony
Bek, BiflTchop van
Durham,en Patnarch van
Ierufalem,gebout: de York(che,
onlangs nu alzoo,en eertijts de Baltonfche genoemt. Maer
waer toe noem ik deze ? Daer niemandt een vaft bezit, en \'t
Avontuur alles heeft.

Door deze voor-fteden wordt Weftmmfier ; eertijdts
iheêr als duyzent fehreden af-gefcheyden zijnde, zoo aen
Londen gevoeght, dat het een deel van\'t zelve fchijnt,
dacr \'t nochtans ccn ftadt op zich zclvcn is, en zijn eygen
ovcrhcydi\' cn voor-rechten heeft. Deze plaets wierdt eer-
tijdts
Thorney, van de doornen, en nu Weflmunjler, van
haer gelcgènheydt in \'t weften en van \'t kloofter, genoemt.
Want het is Zcci: vermaert door de Kerk, het Recht-huys,
en het Koninglijk Pallcys. Dc Kerk munt inzonderheydt
uyt door dc inwying, en begraving van dc Koningen van
Engelandt. Sulcardus getuyght,dat in dic plaets eertijdts de
kerk van Apollo geweeft is, en dat zy , onder \'t gebiedt van
Antoninus Pius, door ecü aerdt-beving neer-gevallen is,uyt
wiens overblijffelen Sebert, Koning dcr Weft-Saxen , een
andere voor S. Pieter op-gedght heeft, dewelke BiflTchop
Dunftan, vande Decnen af-gebrokcn zijndc, weder ver-
nieut, cn aen weynige Munniken vergunt hectt. Maer na-
maels heeft Koning Edward, by-genaemt dc
Confejfeur,
dezelve voor hem tot ccn graf-fteê, cn de Bencdidijner
Munniken tot ccn kloofter , uyt dc tienden van alle zijn in-
komften van nieus af op-gebout,cn met
erf-goederen, door
gantfch Engelandt verfpreyt, verrijkt. Maer hoor den
Schicht-fchrijver, dic toen geleeft heeft: De tot Godt acn-
dachtige Koning trekt naer die plaets, als niet alleen naby
dic ruchtbare cn rijke ftadt zijndc, maer ook geneughlijk
genoegh door dc
omliggende vruchtbare landen , groene
hoven, en dc nabuudge loop van de voorneemfte dvier, de
welke aen de nagelegc ftadt overvloedige waren van alle
dingen,die in de gantfche wcrelt te koop zijn, voert. Doch
inzonderheyt om dc liefde tot dc voorneemfte Godts-ge-
Èant, dien hy met eenige fin zonderlinge genegentheyt eér-
de, zoo heeft hy zich daer een begraef-plaets gekoren, cn
daer na geboden uyt de tienden van alle zijn inkom-
ften , het werk van cen deftige huyzing te beginnen , gelijk
de Vorft der Gods-gezanten waerdigh
was; om des Hecren
günft tc verwerven, na de zwakke loop dezes levens, en om
zijn Godtvruchtigheyt, enom de befchenking der hoeven
en verfierfelen, waer in hy de
zelfde plaets voor neemt te
vercercn. Op \'s Konings bevel dan wort het nieu begonnen
Werk gclukkelijk toebereyt, en worden de
onkoften, daer
aen gedaen, oft tc doen, niet bctaelt, voor dat het Gode
en S. Pieter waerdigh en acngenaem gelevert werdc. De
vorm van dat oude gebou, verftaet, zoo \'t u belieft, uyt een
oudt hant-fchrift: De Voorneemfte plaets des huys wort
met zeer hooge gewclffels verheven in \'t
vicr-kant , en
met cen even-gelijke t\'zamen-voeging omringt , en de
om-gang van \'t zelftle huys wordt door een dubbele boogh

TheRm-

Uy,

van fteenen van beyde zijden bieren dacr met een ft erk-
lijk t\'zaem-gcvocghde vergadering van \'t werk befloten"
Voorts rijft het kruys van de kerk, het welk het middelfte
Koor, van die den Heere zongen , omringen zoud, en met
haer tweevoudige onderftutting van hier cn dacr de hoogh-
fte top van de middelfte toören onderfchragcn zoud , eerft
flechtlijk met een neddgh en fterk gewelf, daer na ver-
heft het üch met veelvoudighlijk na de konft opklimmen-
de Wentel-trappen, daer na geraekt het met cen enkele
muur tot eéh boute dak, met loot gedekt. Maer na *t
clx
jaer heeft de derde Henrijk dit gebou van Edward ver-
dclght , cn ccn nieuwe kerk, op-zichtigh van gebou, met
een veelvoudige ry van Marmor-ftijlen, en cen dak met
loodc platen bekleet, na vijftigh jaren werks op-gebout, de
welke de Abten naer\'t weften zeer vermeerdert hebben^
èn de zevende Henrijk heeft \'er tot zijn en zijner nakome-
lingen begraving, ten ooften, een
Sacrißy van wonderlijke
fraeyighcydt, (Lelandus noemt het een Wonder des We-
relts, want men zoudzcggen, dat al de fracyigheden daer
t\'zacm-gchoopt waren) by-gevoeght , waer in zijn zeer
heerlijk en groot graf van louter koper gezien wordt. De
Munniken daer na hier uyt-gedreven zijnde, zoo is het
verfcheyde veranderingen onderworpen geweeft ; eerfl
heeft het cen Deeken en Proveniers gehat, dacr na den
ecnigcn BiflTchop Thomas
rhurhley, dïe de kerk, na dat hy
zijn erf-goedt door-gebracht had, vedaten ,en den Deeken
overgelcvcrt heeft. Terftont daer na zijn \'er de Munniken
met haer Abt van Koningin Maria weder ingebracht, de
welke weynigh daer na door dc macht van \'t Parlament
verdreven zijnde, tot een Collegie-kerk, ja tot een plant-
foen der kerk,door de doorluchtighfte Ehzabeth verandert^
dewelke daer in twaelf Proveniers, zoo veel uyt-gediende
zoldaten, en veertigh School-lccrlingen (die men Koning-
hjke voeftetlingen noemt) ingeftelt heeft, dewelke te hae-
rer tijdt tot dc Hooge Scholen gevordert , en van daer
tot de Kerk -, of het Gemeene beft over-gedragen wor-
den, &c. Over welke alle Zy een Deeken geftelt heeft, wel-
ke waerdigheyt onlangs met de hooghfte eer bekleede, de
zeer goede cn oprechte man D. G.
Goodman, in den welken
ik en mijneoeffeningen zeer veel gehouden zijn.

In deze kerk liggen begraven (op dat ik dezelve ook Vfftßeri
na haer waerdigheyt, en de djdt, waer in zy geftorven zijn,
in de k^k.
aentekene,) Sebert, de eerfte Koning der Weft-Saxen ; Ha- vanWefl-
rold, de baftard-zoon van den Deenfchen Canut, Koning ^^"fi^ b»"
van Engelandt ; S. Edward, Koning eh
Cenfeffeur, en zijn
huys-vrou Edith, Machtild i de huys-vrou van de eerfte
Henrijk,dc dochter van MaIcoIm,Koning der Schotten,- de
derde Henrijk ; zijn zoon de eerfte Edward, .^leonoor, de
dochter van de derde Ferdinand, Koning van Caftilien en
Leon, zijn huys-vrou. Dederde Koning Edward, en zijn
huys-vrou Philippa van Henegou ; de tweede Richard, en
zijn huys-vrou Anna, de zufter van Keyzer Wcnfclaus -, de
vijfde Henrijk met zijn huys-vrouw Cathrijn, dc dochter
van de zcftc Karei, Koning van Vrankrijk ; Anna, de huys-
vrou van de derde Koning Richard, en de dochter van Ri-
chard
Nevill, Graefvan Warwijk; dc zevende Henrijk met
zijn huys-vrou Elizabeth, en zijn moeder Margriet, Gravin
van Riehmond ; de zefte Koning Edward; Anna van Kleef,
dc vierde huys-vrouw van de achtfte Henrijk ; de Konin-
gin Maria j en dè liefde onzes vadedandts, waer van men
niets zonder lof en tranen fpreken kan, onze onlangs door-
luchdghfte vrou Elizabeth, hooghloflijker gedachtenis, die
Koningin
onvergelijkelijke Vorftin in helden-deughden, voorzichdg- Elizabeth,
heyt, grootmoedigheyt boven het vroulijk geflacht, cn in
wetenfchap van zaken en talen,
wegh-gclcght in een heer-
lijk gedcnk-tckcn, \'twelk Koning lakob haer Godtvruch-
telijk geftelt heeft. Maer wat is dat
gedenk-teken voor
zoo groot een Koningin ? dewelke zich zelf het groot-
fte en wijdtlufdghfte gedenk-teken geweeft is. Want
hoe groot zy geweeft is, getuygen
de hervormde Godts-
dienft, de gegronde Vrede, de tot
zijn waerde gebrach-
te Munt, de waerdighlijkft toebercydc Vloot, die herftcl-
de Schecps-cer , de
uyt-geblufchte wcérfpannigheydt,

het gantfche xLiv jaren lang zeer voorzichtlijk bedien-
de, vcrdjktc, en
gefterktc Engelandt, het van de Fran-
fen vcrloftc Schotlandt,
het verlichte Vrankrijk, het on-
derftutteNedcrlandt, het
bedwongeSpanjcn, het bevre-
dighde lerlandt, en de eens en
ander-mael om-zeylde We-

reldt-

1 i\'

-ocr page 221-

iSS DE T R I N O B A N T E N.

reUt-kloot, aen de late nakomelingen met lof en verwon- voorwaer zeer ruym en heerlijk geweeft, in die tijdt een ritzStt-
(jeriQg^ weêr-ga-loos gebou, met een voor-muur en bolwerken.
P^ens.

Van de Hertogen en Graven. Edmund Graefvan Lan- Want die kamer, waer in de Koning , de Grooten cn de
cafter,
dejoncrfte zoon van de derde Koning Henrijk, cn Edelen, als de vergaderingen der Parlamenten gehouden
zijn huys-vrouw Avclina de
Forts, Gravin van t^lbemar- worden, by-eên-komen, en de naefte, waer in onze voor-
in ,• Willem en Audomar dc
Valentia,, uyt het Lufigniaenfche ouders gewoon zijn de vergaderingen tc beginnen,genöemc
oeflacht, Graven van Penbroek; Alfons , lan , en andere de gefchilderde Kamer van S. Edward, zijn overblijffelerj
kindereri van de eerfte Edward; lan van
Eltham, Graef van \'t zelve.

van Cornwal, de zoon van de tweede EdwardThomas Wat, en hoe bloedigh, groulijk, wreedt, fchendigh, by
van
V/óodflok, Hertogh van Glocefter, de jongfte zoon Godt en de menfchen gehaet, een fchelm-ftuk, eenige wil-
van dc derde Edward, met zijn andere kinderen,- ^Ico- de dieren , met dc mcnfchlijke vorm aen-gedaen zijnde,
noor, de dochter en erfgenaem van Humfred
Bohun, Graef door den Oppcr-bou-mcefter Eran^oys Catesby, door on- Het ver"
van Hereford cn Eflcx , de huys-vrou van Th. Van Wood- der-graving, en een grooten hoop bos-kruyts, onder dit ge- raet van
Jlok-, het döchterken van de vierde Edward, en van de ze- bou geftroyt, onlangs tegen\'t vaderlandt, den Vorft, en ^^\'Cates-
vende Henrijk; Henrijk, het twee-jarigh zoontjen van de al de Staten des Rijx,onder een Godlooze fchijn van Godts-
achtfte Henrijk Sophia, Koning lakobs döchterken, ge- dienft voornamen,en pooghden in \'t werk te ftcllctl, fchrikc
ftorven in de eerfte dagh-raedt van haer ouderdom; Phi- inijn gemoedt te denken, cn grouwelt, verbaeft zijnde, zelfs
lippa, Hercoginne van York; Lodewijk
Viconte Robfert te denken, in wat ottovcrkoomlijke duyfterniflen, en döod-
Henegouwcr,
door recht van zijn huys-vrou Heer lijke ellenden zy\'t bloeyenfte Rijk op\'tfchielijkft gewor-

chier^ Anna, het dochterken en de erfgenaem van lan Mou- pen zouden hebben. Maer laet ohs in deze zaek, \'t gene
bray, Hertogh van Nortfolk , verlooft zijnde aen Richard, een oudt Dichter in een flechter zaek uyt-gerocpcn heeft,
Hertogh van York, een jonger zoon van de vierde Ko- voortbrengen:

ning Edward; Gillis Baubeney, Kamerling van de zevende Geen tijdt gedenk dien dagh, om, zo \'t gelooven,

Henrijk, en zijn huys-vrouw, uyt het gcflacht der Van deze zaek der volgend! eeuw t^ontrooven i

dels in Cornwal, Onder-graef van Wellens; Erancifca Bran- En zwijgen wy, om ^ tgeen ons volltk deed

don, Hertogin van Suffblk, haer dochter Maria Margriet T? dekken in de nachten van vergeet,

j)ou(^las, Gravin van Lennox, groot-moeder van lakob. Dicht hier by is waer in heden het hof der Ver- /

Koning van Britannien, met haer zoon Karei; Wincfrida zoek-fchriften is. Waer aen gevoeght is het allergrootfte f

Bruges, Mark-gravin van Winton; AnnTL Stanhop, Herto- hof, het welk het Raedt-huys is van gantfch Engelandt.
gin van Somerfet, cn haer dochter lana; Anna
Cecil, Gra- Hier in worden de ding-plaetfen geftelt, tc weten, de Ke-
vin van Oxford, dochter van de Baron
Burghley, Opper- ninglijke Bank, de gemeene Wille-keuren, dc Cancelry ;
Schat-mCcfter van Engelandt, met haer moeder Mildrcda en in de naeft-gelegc plaetfen, de Sterrc-kamer, de Ko-
Burghley-, Elizabeth ^É\'^\'/f/^fjK, Gravin van O rmond; Eran- ninglijke Schat-kamer, het hof dcr Weezen , het hof van
cifca
Sidney, Gravin van Suflex; Th. Butler, Onder-graef ^t Graeffchap van Lancafter, &c. In welke op gezette tij-
van en erfgenaem van de Graef van Ormond; den (wy noemenze Termes) jaerlijx dc gefchillen en za-
daer-en-boveii Humfred iBöarf^/V?\', Heer van de ken onderzocht worden. Daer voor de tijden van de der- GudLam^
tweede Humfred , zoon en erfgenaem van den de Henrijk het Raedt-huys van\'t eerfte en hooghftc vccht bertus.
Heer van Berners, dewelke beyde in de flagh by Bernet om- overal zwurf , en \'t Koninglijke hof vcrzelde. Maer hy
gekomen zijn; Niklaes, Baron van
Carew} dcBaroncflTe heeft in de groote brief tot een wet geftelt, dat de gemee-
van Powifia; Thomas, Baron van
Wentworth-, Thomas, Ba- ne Willekeuren ons hof niet volgen, maer in eenige zekc-
ron van
Wharton; lan, Heer van Rujfell-, Thomas Bromley, re plaets gehouden worden. Daer zy \'er nochtans dic ver-
Cancellier van Engelandt; Douglafla
Howard, dochter cn ftaen, dat de gemeene Willekcurcn voortaen in een Raedt-
erfgenaem van de Onder-graef van
Bindon, huys-vrou van huys op zich zelven, en niet in de Koninglijke Bank, als
Arthur
Gorge; Elizabeth, dochter en erfgenaem van Ed- te voren , gchandelt zouden werden. Dit Richt-huys,
ward,Gracfvan Rutland, huys-vrou van Willem Cecil-, loan welk wy nu hebben, heeft de tweede Richard op-gebout,
Vtickering, Groot-zegel-bewaerer van Engelandt; Erancifca als tc zien is uyt zijn wapenen in èen fteen, cn op dc bal-
Howard, Gravin van Hertford; Henrijk en Georgius Cary, ken , en (na dat hy het oude Hof, welk de Roode Willem
vader en zoon,
B^iïonntny^n Hun/don, Kamerlingen van daer ter plaetfen gebout had, uyt\'geroeyt had) tot zijn
Koningin Elizabeth. Het Herteken van Anna Sophia, wooning beftemt; want toen waren de Koningen gewoon
dochterken van Chriftoffel Har ley, Graef vanBeaumont, zelve de gedingen te verhooren. Want zy zijn Richters,
Gezant van de Koning van Vrankrijk in Engelandt, gebor- welker mondt, als de Koninglijke Schrijver getuyght, in \'c Proverb.
gen in een gouden emmerken op een naeldc; Karei, Graef oordeel niet Zal dwalen. Maer dit Palleys, na dat het in \'c ca^..
van Devon, Koninglijke Stadthouder van lerlandt: en die
m d x 11 jaer af-gebrant is,heeft woeft gelegen,cn de acht-
geenzins te verzwijgene Vorft der Engelfe Dichters, Gal- fte Henrijk heeft weynigh daer na dc Koninglijke ftoel tot
ix.QdiChaucer-> en die hem in gelukkigheydr des verftants, dc nabuurige huyzingen, niet lang te voren denCardi-
cn overvloedige ader der Dicht-konft onder de Engelfche nael Wolfcy toebehoort hebbende, over-gebracht, dewcl-
Dichters naeft gekomen is Edm.
Spenfer: en veel andere ke men White Hall, dat is, het witte Hof, noemt: dit huys is
van kerklijke orde, en treflijke naem. voorwaer Koninglijk, aen dees zijd met een vijver, wclke
Hier naeft by was ook noch een ander Collegie van ook een ander Koninglijke wooning hier aen voeght, wel-
twaelf Kanunniken, aen S. Steven gewijt, het welk dc III kc,
S. lames genoemt, van dc achtfte Henrijk op-gerighc
Edward in Koninglijke heerlijkhcyt, en met ruyme bezit- is, acn d\'andere met de Teems befloten. Dit zelve heeft
tingen zoo vernicut heeft, dat hy \'t fchijnt cerft gebout te een Dichter,om zijn witheyt,
Leycatm,oihQX. witte huys ge-» â€¢
hebben, na dathy Vrankrijk met zijn overwinningen door- noemt:

kruyfthad, weder-brengende, als in de gront-brief gele- l-^^^\'^^rsxwordt van Koningen betreen,

zen wordt, in beproeving van een aendachtige overwe- {Zf noemd men eer een Hof, wiens Marmor-fleen,

ging, Chriftus overvloedige weldaden, met welke hy al- T^oor witheyt, als defneeu,\'t gezicht deedfchemeren)

leen, uyt de zoctigheydt zijner barmhertigheydt, ons in Voor\'t welk de Teems, wiens eere zich door wemeren,

gelegene tijden voor-komt, met ons , hoewel onverdien- Swanen-rey op V hooghjl verheven voelt,

de, van verfcheyde gevaren te verloflcn, cn door dc rcch- heefihgeruyfch op \'t lieflijkft heenenfioelt.

ter-handt van zijn vermogen, voor de aenvallcn van onze Hier dicht by is r^d-^/^^j, alzoo genoemt, om dat het Ti&tfjl/««.^.
tegcn-partyen , met zegen-rijke uytkomften heerlijk tc eertijdts gecygent was, om Havikken te voeden, nu is\'t Charini
befchermen, cn in andere qucllingen en verbaefthcden, een zeer fchoone Koninglijke paerde-ftal; cn zy ftaet tot Cr#.
waer in wy vecl-tijdts gewikkelt zijn , met dc overftor- ccn gedenk-teken, ter gedachtenis van de Godtvruchtigh-
ting van een onverwachte hulp-middel te vertrooften. Hier fte Vorftin ^leonoor, van haer lieffte man de eerfte Ed- HouUjk:
by was eenPalleys gevoeght, de oude wooning derKo- wardgeftelt; en haer Godtvruchtigheyt .waèrdigh om aen
fche Godt-
ningen van Engelandt, na de tijdt van S. Edward de Con- alle eeuwen geheylight te worden, zal aldjdt ftaen blijven, \'vrttchtig-
fejfeur
, het welk onder de heerfchappy van dc achtfte Want die dochter van dc derde Eerdinand , Koning van
Henrijk by
geval door \'t vuur verbrant is. Dit Palleys is Caftilien, aen de eerfte Edward, Koning van Engelandt, tot

een

A

-ocr page 222-

M

ccn huys-vrouw gegeven zijnde, is met hem in\'t heylige
Toletanus g^^^^okken; alwaer, als hy uyt een hinderlaegh van

libro pri^^ een Moor, meteen vergiftigh zwaerdt gequetft was, en
door de hulp-middelen der Artfen niet zoo zeer verlicht,
als verbonden wierd, zoo heeft zy een nieu en ongehoort,
doch vol van liefde en Godtvruchtigheydt, genees-mid-
del by-gebracht: want zy heeft de wonden van haer man,
door het vergift ontfteken zijnde, de welke door de kracht
van \'t zelve vergift niet konnen toe-gefloten worden, daeg-
iijx met haer
tong gelikt, en het vergiftige fap,doch by haer
het zoetfte vocht, daer uyt gezogen. Door wiens kracht,
oft om waerlijker te fpreken, door de kracht der vrou-
lijke trouw, zy al de ftof van \'t vergif zoo naer zich getrok-
ken heeft, dathy, de lijk-teekenen der wonden geheele
Zijnde, gantfchlijk genezen, en zy gezont geworden is.
Wat is dan ongemeener om te hooren, als de trouw van
deze vrouw? Wat kan\'er wonderlijker zijn? dat de tong
van een huys-vrou , met houlijkfche liefde en trouw gezalft
zijnde, het vergift van haer lieffte man verdreven heeft, het
welk van een uyt-gekore Genees-meefter niet kon wegh-
getrokken worden; en \'t geen vele en uyt-gezochte genees-
middelen niet konden uyt-voeren, dat heeft de eenige tong
der huys-vrouw vervult. En zoo veel zy gezeyt van Weft-
munfter , met Londen by-een-gevoeght; fchoon het, gelijk
ik gezeydt heb, eén ftadt op zich zelf, en in vryheden daer
van af-gefcheyden zy, de welke met geduurige huyzen zo
aen-een-gevoeght zijn, dat het maer een en de zelfde ftadt
fchijnt.

Aen het wefter-deel van de ftadt ftrekken zich, met een
ry van huyzen , ook andere zeer fchoone voor-fteden , als
Holborn, oft liever Oldhorn-, waer in zommige Collegien
met ftadts rechten, beftemt tot de Studie en oeftening, zijn,
als ook de wooning der Biffchoppen van Elien, welke den
Biffchoppen waerdigh is j waer voor het ïan van ,

Biflfchop van Elien , onder de derde Edward , te danken
heeft. Ten noorden is ook de voor-ftadt aen-gegroeytiWaer
in lordan
Brifet, een zeer Godtvruchtigh en rijk man, een
huys voor de Hofpitaliers van S. lan te lerufalem gebouwt
heeft, het welk tot een uytnemende grootheyt, even als een
Palleys, aen-genomen heeft; oók heeft zy een zeer fchoone
kerk gehadt,en een heylige toorn, met Zulk een fraeyigheyt
in de hoogte verheven, dat zy der ftadt, terwijl zy ftond, tot
cen uytnemend cieraed gedient heeft. Deze zijn in de eerfte
inftelling zo nedrigh geweeft, terwijl zy arm waren, dat haer
Overfte genoemt wierd, De Knecht der arme Knechten
van \'t Gaft-huys te lerufalem: gelijk de Overfte der Tem-
pliers,de welke weynig daer na opgekom.en zijn^de Nedrige
dienaer van de arine &ijghs-lieden van de kerk. Nochtans
> is haer zaek, om haer Godtvtuchdgheyt en krijghs-dap-
perheyt, door Godtvruchtige en byzondere Vorften, uyt
deze nedrige ftaet zoo op-geklommen, dat zy vêr in de
meefte rijkdommen over-gevloeyt hebben. Want zy heb-
ben,
omttenthet m c c x l jaer, in de werelt det Chriften-
hevt crehadt negenden duyzent hoeven, oft Mayeryen, ge-
lijk de Templiers negen duyzent
gehadt hebben; welker
inkomften namaels in Engelant ook den Hofpitaliers ont-
nomen zijn t en zy hebben door deze rijkdommen alzo den
wegh tot groote eeren en ftaten gebaent, dat haer Prioor in
Engelandt de eerfte Baron
geaeht wierd,en met aller dmgen
overvloedt heerlijk voorzien was, tot dat de achtfte Hen-
rijk, quade Raedts-lieden gebruykende, al haer erfgronden
aen zich genomen heeft, gelijk de inkomften der kloofte-
ren, de welke door een zeer Godtvruchtigh opzet tot Gods
eere geheylight zijnde , door \'t gebodt der kerk moeften
befteedt worden, tot de aelmoeflen der Priefteren, tot ver-
making der armen ,
Ve\\"lofling der gevangenen, en ver-
nieuwing der kerken. Hier beneffens, daer nu de ^ierlijke
kroon der gebouwen gezien wordt, heeft gebloeyt het rijke
huvs dcr Carthuyzers, geftelt van Wouther Many, de wel-
ke met de hooghfte lof, onder de 111 Edward, in de Fran-
fche oodogh gedient heeft; en is in de zelfde plaets zeer
vermaert geweeft het kerk-hof, alwaer, als de Peft in het
M c c c x LIX jaer te Londen woedde, meêr als vijftig duy-
zent menfchen begraven zijn; het welk aldaer door een op-
fchrift in koper den nakomelingen betuyght is.

Daer zijn ook zeer groote voor-fteden rondom Londen,
C^ltnm ^^^^^^ eertijdts een rondeel oft een
krijghs-burgh was, waer
Mmms. van de plaets na een Arabifch woordt Barhacdfp genoemt

D

mo.

Holborne.

5. lohfis
JVbfpita-
lieri.

Templiers.

Mattham
Imtf.

Charter
Heufè.

E

i8p

is; en by gefchenk van de derde Edward geworden is de
woon-plaets der
Fffords; van welke het, door de WiUott^h"
beys,
gekomen is tot de vreemdeHng Bertey, Heer Willough^
by
van Eresby, een alzins moedigh man, en ware voefter-
kint des oorloghs. Ook ftrekken zich geen kleyner voor-
fteden ten noorden en ooften, in welker velden, terwijl wy
dit fchreven, veel begraef-vaten, zegels, en emmers op-ge-
graven zijn, en in de zelve penningen van Claudius, Nero,
Vefpafianus, &:c. Insgelijx eenige glaze vleffen en aerde va-
ten, waer in noch eenigh vocht overigh was, het welk ik
achtede een offerhande van wijn en melk te zijn, gelijk de
oude Romeynen in\'t verbranden der lichamen gebruykt
hebben, oft dat het die wei-riekende vochtigheden waren ^
waer aen Statius gedenkt :

Èn\'/ riekend vocht
Wdfch het te branden hair.

DeZe plaets hebben de Romeynen beftemt om de licha-
men te verbranden en te begraven; dewelke, na de wet
der twaelf Tafelen, de lijken uyt de ftadt droegen, en by de
gemeene heyr-banen begroeven. En zoo veel van de landt-
zijde der ftadt.

Maer aen die zijde, daer de rivier vloeyt, hebben de Bur-
gers ook aen den oever der zelve,die groote Burg van
South-
tporke,
waer van wy verhaelt hebben , met een brugh ge-
voeght , te dier plaetfen daer zy eerfl in \'t over-gaen een
houten fchouw, voor een brugh, gebruykten. Daerna
hebben zy, onder \'t gebiedt van Koning lan, een wonder-
waerdige brugh van levendige fteen, met negentien ver-
Wuifde boogen, behalven dien draey-boom, daer over ge-
leyt, en met treftijke huyzen, gelijk als een ftraet, zoo dicht
bebout, dat zy in grootheyt en trefiijkheyt lichtlijk alle
bruggen van Europa overtreft.

In deze Burg van Southworke zijn,ónder andere gedenk-
waerdigheden, het edele kloofter der Munniken van der
Benedidijnen orden, genoemt
Bermondfey , eertijdts van
Aldwin Child, een Burger van Londen , aen onzen Za-
lighmaker toe-geheylight; en het treflijke huys van Karei
Brandon, Hertogh van Suffolk, aldaer gebouwt, welk zij-
nen Heer een korte vreught, en weynigh daer na uyt-ge-
roeyt is: hier zijn noch in wezen het gaft-huys van S. Tho-
mas , om de zwakken te voeden , van de Burgery van Lon-
den vernieuwt, ja gegront; de kerk van \'t Prioorfchap van
S. Maria, de welke, ten opzicht der ftadt Londen, over de
rivier de Teems gelegen zijnde, daerom
S. CMarie Over-
Rhe
genoemt, en van Willem Ponte del Arche Noorman,
aldaer voor de Kanunniken geftelt
is; de huyzingen van
de Biffchoppen van Winton, van Biflchop
Willem Gifard,
omtrent het c i 3 c v i i jaer, voor zijn nakomelingen
aldaer gebouwt. Waer van af zich , langs den oevec
van de Teems ten weften, een geduurige ry van huyzen
uyt-ftrekt alwaer, by onzer vaderen geheugen, bordee-
len geweeft zijn, waer in de hoeren haer vuyligheden te
koop ftelden. Maer deze zijn van de achtfte Henrijk ver-
boden geweeft; ten welken ujde Engelandt meeft met wel-
luflien en geyligheydt bezwangert was, de welke by ande-
re volkeren door-gaens geoeffent worden om winft, onder
den fchoonen fchijn van de menfchlijke zwakheyt te be-
raden. Ook meen ik niet dat deze plaets van deze hoer-
huyzen in onze tael
The Sternes genoemt wordt; maer van
de vijvers, de welke hier in geftelt om de Snoeken en Zeel-
ten te meften, en van de ftinkende en moerafch-achtigc
geur te zuyveren. Hier hebben wy de buyken der Snoeken
met een mes geopent gezien, om haer vet te toonen, en die
wonden gaen, door
het aen-raken der Zeelten, allenx we-
der toe, en worden door haer
flijmerige af-gang gehcelt.
Hier onder is een plaets als een
Schou-burgh, om Beeren
en Sneren met honden te tergen, en op de zelfde plaets
zijn hokken geftelt voor de bandt-honden, de welke zoo
krachtigh en zoo hardnekkigh van gebit zijn, datzy met
haer driën een Beyr, met haer
vieren een Leeuw aenvat-
ten ƒ zoo dat eener waerlijk
eertijdts van onze honden ge-
zongen heeft:

Britanfche Honden zullen Stieren halzen breeken.

En een ander, dieze wreeder als de Arcadifche honden
(die men gelooft van
Leeuwenvoort-geteeltte zijn) ge-
noemt heefc.

N n n Ten

X.

E

I 1 !

De Brugh,

Ziet van-
SoHthwork.
in Smhrey.

S. SiHVOftf-

Suffolk^
hotife.
S. Thomas
Befpitall,

iii\'lM

Stemsi

. \' li;!
, ■ li\'i

\'P

Band-
dogs or
Maftives.

-ocr page 223-

T R I NOB

J

E N.

N

D E

I£»0

Ten tijde , als de^e Burght alzoo met een brugh aen\'\'"
Londen gevoeght wierd , zoo was de ftadt niet alleen ver-
De
Rotten groot, maer ook de gemeene zaek op de befte vorm be-
der burge- paelt, zijnde de burgers in lichamen en gezelfchappen ver-
deelt. De ftadt zeifis gefchift in
x x v i wijken, en de ver-
Sttmmen, gadering van \'t gemeene beft by zoo veel ouderlingen be-
Warden. ftelt, de welke na haer ouderdom in onze tael <^Jldermen
genoemt worden, van welke elk over zijn byzondere vdjk
geftelt was; en wijl zy van oudts tot hooghfte Overheyt een
Portreue, dat is, een Stede-vooght, gehat hadden , zoo heeft
de eerfte Richard twee Bailjouwen ingeftelt, voor de welke
BeMajoor Koning lan terftont vergunt heeft, dat zy een Majoor, oft
oft Schout, jaerlijkfche Schout tot Overheydt in haer vergaderingen
uyt de twaelf voorneemfte hchamen verkiezen zouden , en
twee Onder-graven,die zy
Shirifs heeten, zouden noemen,
van welke de eene de Koninglijke, de andere de fteedtfche
genoemt wordt.

Het gemeene beft in deze vorm geftelt zijnde, zoo is het
ongelooflijk, hoe de ftadt in gemeene en byzondere wer-
ken aen-gegroeyt is , en noch aengroeyt i de andere fte-
den van Engelandt af-nemende. Want, op dat ik zwijge
van \'t Raedt-huys
Guildhall, van de Schout Th. Knorvles
zeer fierlijk op-gebouwt, het ruyme en treflijke werk van
Leadenhall, van Simon Eire op-geright tot een gemeene
kooren-fchuur, om de dierte te verminderen. Het rond-
om op ftijlen ftaende huys, \'twelk de gemeene man de
Beurs, Koningin Elizabeth RoyallExchange genoemt heeft,
tot gebruyk der koop-lieden, en fleraet der ftadt, van Tho-
mas
Gresham, een burger van Ridderlijke orde, gebouwt;
voorwaer wel heerlijk, \'t zy men het gebouw van \'t huys,
\'t zy men de menighte der volken, \'t zy men de overvloedt
der waren aen ziet. Dewelke, ook een hoogh fte lief-heb-
ber der geleertheyt zijnde, de huyzingen, die hy in de ftadt
zeer wijtlufdgh gehat heeft, aen de goede oefteningen ge-
heylight heeft, ftellende in de zelve zes Leeraers der goe-
de konften en wetenfchappen, naemlijk der Godt- geleert-
heyt, der Rechts-geleertheydt, der Genees-konft, der Ster-
re-konft, der Meet-konft,en der Zang-konft, met heerlijke
. bezoldingen; zoo dat Londen een zeer voorziene winkel
was, niet zoo zeer van allerleye waren, als van zeer goede
konften. Op dat ik ook nalate het huys van \'t Hanfefche
gezelfchap, en de wateren, door onder-aerdtfche gooten
en rioelen , in alle wijken der ftadt af-geieyt, en de zeer
fchoone wetedngen, om de zelve te ontfangen , ook dc
nieuwe water-lcyding, waer door het naerftige vernuft van
Pieter Maurits , Duytfche Water-lcydcr, met een radtde
wateren uyt de Teems langs goten, in een zekere maet ge-
fchikt , in een groot deel dcr ftadt af-leyt: zy vertoont over
al zoo veel Kerken en Godts-huyzen, dat de Godts-dienft
en Godt-vruchdghcydt hier zich cen gewijde plaets fchij-
nen geftelt te hcbbcn. Want zy telt c x x i Kerken, zoo
veel vertoont \'er Romen zelf niet, behalven noch dc Zick-
huyzen en Oudc-manncn-huyzen, en zy voedt in\'t Kin-
der-huys, \'t welk Ghriftus-buys genoemt wordt, omtrent
^Qo wees-kinderen , en door vergadert geldt omtrent
M c c XL armen, &c. Het zoud tc lang zijn, zoo ik byzon-
derlijk vervolgde de zeer goede wetten en inftellingen,wacr
door zy geftiert wordt, dc waerdigheydt van den Raedt, de
onderdanigheyt en trou tot haren Vorft, de belceftheyt der
burgers, de uytmuntentheyt der huyzen, dc
voort-tceling
van zeer gelukkige verftanden, dc voorde
ftadt liggende
hoven, vol vermaeks, en uythccmfchckruyden,de tal-rijke
en wei-gerufte Schecps-vloot, dc ongelooflijke menighte
van allerleye waren , (Antwerpen alleen heeft, behalven
,andere, twee hondert duyzent Lakenen jacrlijx van hier
gekregen) cn de groote overvlocdt van afles, wat tot dc on-
derhouding cn nootzaeklijkheyt des menfchlijken levens
behoort. Want die Hadrianus lunius heeft waerlijk in zijn
Philippeide gezongen:

Het Engels Londen is met huys en fchat voorzien,
En moedigh, na behoory op \'t tal van burger-liên;
Alwaer des wereldtsglans, en alle fchat en goedt,
Van alle kanten wort befproeyt met overvloedt.

En L Scaliger in zijn fteden:
Jn \'t hou-^ Eenfiadt ge (Ier kt in moedt, in tal, enfier kt des volx.

Tecmi en

Een ander heeft ook deze veerskens van Londen ge-
jfis. fmeet, zoo ghy ze niet ontwaerdight te lezen;

Met een tweevoudefirant loopt Londenfchoyen.
En beurt haer glans gelijk haer moeder Troyen, - \'
Enßeekt ten ooß een weynigh hooger uyt,
Mits daer haer gr ont wort van een berggeftuyt.
Wiensgoègelegenheyt haer metgenuchten
Bezalight, en met goede aerdt en luchten;
Wiens Godsvrucht wort, wiens burger-talgeroemt,
En waert alleen, dat m\' haer
Britanjen noemt.
Een nieu Parijs, in konß en wetenfchappen.
Een Ormtts weêr gelij k in koopmanfchappen,
In kracht een tweede Room, en in Metael
Chryfka zelf

Insgelijx heeft Henrijk van Hundngdon, onder het ge-
biedt van Koning Steven, deze veerskens tot lof van Lon-
den gefpeelt:

Ook zult ghy Englands roem, vermaerde Londen
Zijn in de reex van mijn gedicht bevonden.
Want uwe glans, uw roem, uw heerlijkheed
Ons hinderen, u te ßellen in\'/ vergeet.
Als mijn gemoedt, uwfloten, en uxv wallen,
Waer op wei-eer mijn oogen zijn gevallen,
Inwendighlijk befchout, zo dunkt my, dat
ik alles zie, wat \'j wereldts ront bevat.
V Gerucht, tot ffraekgebooren, en door\'/ zwijgen
Slechtsßerflijk, zoud een fchaem-roodt aenzicht krijgen.
Indien zy, in het liegen vry wat grof,
Tet valfchelijk ver zier de tot uw lof.

Insgelijx heeft cen ander al fpclende dus gefpeelt:

Bit is deßadt zoo rijk in veelen,
Bien drie drie-giften mede deelen:
Want Bacchus, Phaebrn, Ceres, daer
\\Xyt-florten, drank, dicht, kooren-aer.
Bit is de flerkeßadt, waer aen
Dat luno, Pallas, en Biaen
Veel waren. Sloten, Wildt-gebraet,
Verrijken, eieren, voeden laet.

Doch deftiger zingt onzc vriendt de dooduchtige man
loannes lonfton van Abendon, Leeraer der hcylige Godt-
gelecrtheyt in de Koninglijke hooge School van Andries-
ftadt :

Be ßadt Avgvsta, dien en zee, en lucht, en aert.
En ieder Hooft-ßof niet als alle goedt bewaert.
Want waer is zachter lucht ? waer heeft oyt daerd\' haer
fchooten

Met rijker overvloedt zo mildelijk ontßoten ?
Waer heen de zee de rijk flefchat der wereidt doet
(Gemengelt met de Teems ) opvaren door zijn vloedt.
Hier zijn de daken, die op \'s Konings fchuyl zich boogen,
Bes vollix toe-vlucht, hart, en ziel, en moedt, en oogen.
Bit volk, ver oudt inßam, roemt op haer jaren ry.
En gaet in oorloghs-ramp de kloekheyt zelf voorby
Haer weihefchaeft verßant munt uyt in wetenfchappen.
En laet fchier noyt haer ftaet metfchaersheyt over-trap^
pen-,

la zo men \'t al bezagh, (ik weet het) men geloofd\'.
Oft zelfs de werldt te zien, of\'s wereldts over-hoofd.

Maer deze en diergelijke dingen zijn wijdtloopiger cn
naeuwer verhandelt van lan
Stowey, burger van Londen,
en vermaerde Tijdt-fch rij ver, in zijn onderzoek van Lon-
den , onlangs by hem uyt-gegevcn. Nu zal ik mijn licffte
vaderlant wel-varcn wenfchen, na dat ik ccrft acngetcekent
zal hebben, dat dc ncygingdes Hemels met
l i graden,
xxx III minuten, de wijdte van het uyterfte weften xxiii
deelen, x x v minuten bepaelt. Dat het gefternte van Venus
en Mercurius natuur hier plaetfige fterren zijn, hetwelk de
Zicht-eynder door-loopt, cn nimmer ondcr-gact: en dat
het Draken-hooft van de Stcrre-kijkers de
Verticale ge-
acht wordt.

De Teems van Londen naer Radcliff, van een roode klip RadcUffe.
alzo genoemt, een fchoon ftccdjen, en ccn woon-plaets
der Schippers, loopende, en zich met cen groote bocht,
byna in \'t rondt aenkomende, ontfangt de rivier
Ley,tot cen
landt-pael van dit Graeffchap ten ooften j acn dc welke, in
dit Graeffchap, niets gedenkwaerdighs gelegen is. Want
nocht
Mdelmton vertoont iet buyten haer nacm, van dc Edwmon.
edelheydt gcfproten , nocht Waltham iet , als het kruys ^r^iff^^^f^j
tot de lijk-ftafy van Koningin .^leonoor , huys-vrouw Crojy.

van

-ocr page 224-

M

van de eerfte Edward, op-gericht; waer na het genoemt is.
Elier ziet men alleen de Koninglijke huyzingen
Enfeldy
van Thomas Lovell, Ridder van S. Joris, en Geheym-
raedt van de zevende Henrijk, als uyt de wapenen af te
Enfeld nemen is, gebouwt. Waer by het bofch Bnfeld chace, in
th^e. dichte der groene boomen, en de jacht der wilde dieren
vermaert, by hght 5 eertijdts zijnde de bezitting der
devils, Graven van Eftex, daer na der Bohuns, die haer erf-
genamen geweeft zijn, en nu behoort tot het Graeffchap
van Lancafteruyt het welke de vierde Henrijk, Koning
van Engelant, de tweede dochter en erfgenaem van Hum-
fred
Bohun , tot zijn laetfte huys-vrouw getrouwt heeft.
En bykans in het midden van dit bofch ziet men noch de
vervalle muuren van het oude huys , welk de gemeene
man zeght, dat de
Mandevils, Graven van ElTex, toe-ge-
komen heeft.

Aen de nootder landt-pael van Midle-Sex , heeft de
heyr-baen der Romeynen, gemeenlijk
WatlingBreat, in
dit landt fpringendp, Van het oude
Verolamium recht naer
Londen door
Hamftedhêath (van waer zich de gedaente

D

E - S

ii ;

E

X.

I i fl\' \' .

Mn

, i

Vw\'

i

i :
ï
ik

191

dér zeer fchoone ftadt , en van de geneughlijke landts-
douw zeer ^ierlijk toont) gelegen. Niet, waer langs men
nu door
High-gate gaetj want deze wegh is door toela-
ting.van de Biflchoppen van Londen, omtrent voor ccc
jaren , als nu gezeydt is, geopent. Maer die oude, als uyc
de oude brieven van S. Edward de
Confejfeur blijkt, heeft
gegaen door
Edgeworth, niet zeer oudt van geheugen zijn- Edge-
dcicn Hendon, het welk de Aerts-biflbhop Dunftan, ge- ^Mh.
booren zijnde om de zaken der Munniken te vorderen, ^^»^on,
voor weynigh goude
Byzantijnen gekoft, en den Munni-
ken van S. Pieters tot Weftmunfter gefchonken heeft. Dit
waren Keyzerlijke gulde penningen by ByZantium, oft
Conftantinopolen van de Griekfche Keyzeren geflagen;
doch in welker waerde, weet ik niet. Daer zijn zilvere pen-
ningen geweeft, insgelijx
Byzantien, en flechts Byzantij-
nen
genoemt, de welke twee fchellingen gedaen hebben;
als ik uyt oude fchriften dikwijls
gemerkt heb. Maer laet
dit andere onderzoeken j ik moet mijn voor-genome reys
Vervolgen.

In dit landt worden, buyten de fladt, getelt omtrent 75 Farochy-Kerken ^
enindeStadtfdeVryheden^enVoior-Jleden zzi.

il.

■ ;

■i

E S S JE X

ai.

1 ■ : ï.

l-y

\' \'1

-ocr page 225-

X.

E

E

S

I »

•1

■ , i

i" I • ^

Ec andere deel der Trino-
banten,
aen de oofi:-kant,en
van de Saxen, die
\'t ingeno-
men hebben, in de Engel-
Saxfehe fpraek eafc-Seaxa,
eafr-Sex-fCype, in \'t Noor-
manfeh
Ex/efi, en nu ge-
meenlijk
EJJex genoemt, is
een groot, breedt, vrucht-
baer , Sajffraen - teelend ,
bofchachtigh, en inzonder-
heydt rijk landt ; aen deze
zijde als gekroont van de zee, aen d\'andere van vifch-rijke
rivieren, de welke ook door-gaens haer nuttigheden en ge-
makken verleenen. Zijnde ten noorden door de riviere
Stour van Southfolk gedeelt, ten ooften zich aen de zee
grenzende, ten zuyden door.de nu.vergroote
Teems van
Keilt gefcheyden, gelijk ten weften door \'de rivier de
Ley
van Middel-Sex, en door de Stort, oft kleyne Stour, die tot
de zelve invloeyt, van Hertford En in \'t zelve te befchrijven
zullen wy, na onze oude wijs, eerft verhalen, \'tgenever-
naemft is aen de
Ley, en de Teems, daer na \'t gene binnen-
waerts, en aen de zee-kant is.

Aen de Ley, in \'t Saxifch Lyjean, ftrekt zich een bofch
wijdt en breedt genoegh, het welk, aen de jacht geeygent
zijnde, in wilde dieren , om de grootheydt en vettigheydt
der zelve, boven allen uytmunt. Eertijdts om zijn voortreft
lijkheydt genoemt
Forrefta de EJfex, nu Waltham Forrefl,
van de ftadt Waltham,hy de Saxen WealDDam, dat is, Bofch-
wooning genoemt.
Dit light aen de , daer zy door haér
verdeelde kolk veel eylandekens maekt, en is niet zeer oudt
in oorfprong. Want in de laetfte jaren van het Saxfche ge-
biedt, heeft een Tovius , een vermogend man in rijkdom-
men en aenzien, en gelijk men in het byzonder Gefchicht-r
boexken der plaets leeft :
Staüerm, dat is, Vaendrighdes
Konings-, om de overvloedt der wilde dieren het zelve eerftge-
\'houwt,
en door lxvi mannen ingeftelt. De zelve ge-
ftorven zijnde , zoo heeft zijn zoon Athelftan terftont
groote fchip-breuk in zijn goederen geleden, en Edward
de
Confejfeur heeft dit gehucht aen Harold,Graef Godwijns
zoon, gefchonken j en korts daer na is \'er een kloofter ge-
fticht, hetwelk diens Harolds werk en graf geweeft is.
Want als hy, door der menfchen dwaling en zijn eer-gierig-
heydt, tot de Koninglijke Hoogheydt ingekropen was,
200 heeft hy dit zelve kloofter ter eeren des H. Kruys ge-
fticht , en daer in beloften gedaen, om de overwinning te-
gen de Noormannen j en terftont daer na gedoodt zijnde,
is van zijn moeder, die zijn lichaem met innige gebeden
van den Overwinner verkregen had, in \'t zelve begraven
geworden. Doch nu heeft het tot zijn Baron Edw.
Deny,
van K. lakob daer toe uyt-geroepen. Dicht hier by zijn
op een rijzende heuvel gelegen de huyzingen C^/zW/, de
welke zeer vêr de oogen der aenfchouwers vermaken, eer-
tijdts geweeft- zijnde de wooning van
Fitz^Aucher, en nu
onlangs van den Ridder Thomas
Heneag, die de zelve tot
de hooghfte fraeyigheydt vol-trokken heeft. Aen deze ri-
vier is ook buyten twijffel geweeft D v

R O L r T V M , een

ftadt van zeer oude gedachtnis, waer van Antoninus Augu-
ftus verhaelt j maer op welke plaets kan ik niet merklijk be-
toonen : want de oude plaetfen van dit Graeffchap, \'t welk
ik eens voor al vermaen, zijn door ingewikkelde duyfter-
hey dt zoo verborgen, dat ik, die elders iet gezien heb, hier
gantfchlijk blint ben. Zoo \'t my geoorloft is te giften, ik
zoud achten dat
Burolitum geweeft is, \'tgene, noch een
teeken van de oude naem behoudende, heden
Leitonge-
noemt wordt, d^x. is, de ftadt aen de Ley, gelijk Durolitum,
in \'t Britanfch, het water van de Ley betekent: heden is het
een hier en daer bewoont dorpje, by de v mijlen van Lon-
den , waer voor xv in Antoninus, door de onachtzaemheyt
der Boek-verkopers, geftopen is. Dat hier eertijdts een
over-tocht over deze rivier geweeft is, getuyght dc nabuu-
rige plaets,
Ouldford genoemt, dat is, de oude ondiepte, in de

\' I i

i

ilP

; I

i! 1

Waltham
Foneji.
wJtham

Ahbey, «ƒ
van \'t H,

Denj.
Cephall,

:

Dmoli\'
Jnm,

^ i

welke,als het weynigh verfchilde of de Koningin Machteld,
huys-vrou van de eerfte Henrijk, zoud verdronken gehad
hebben, zoo heeft zy bezorght, dat een weynigh laeger de
rivier met bruggen aen ^/m/^r^^ gevoeght wierd. Alwaer
zy, in driën gedeelt zijnde, zeer geneughlijk om de groene
weyden heen fpoelt, waer ih^ Wy de overblijffelen van een
kloofterken gezien hebben, hét welk Willem de
Monte-Fi-
xo,
oft Montftchet, een Baron onder de Noormannen van
grooten name, in \'t
m c x l jaer gebouwt heeft, en de Ley
zich terftont wederom by-een-vergaderende, wordt zacht-
lijk in de-Teems ontladen , waer van de plaets
Leymoulh
genoemt wordt.

En de Teems, dewelke nu geweldigh vermeerdert zijn- Bering.
de , een grooten hoop waters met zich fteept, fpoelt al-
leen aen
Berking, dat gedenkwaerdigh is, \'t welk by Be-
da
Berecing genoemt wordt, en van Erkenwald, Biffchop
van Londen , aen de geeftlijke maeghden op-gewijt: al-
waer de Teems tezamen-vloeyt met het
mietken Roding, De riviet
hetwelk, aen vele dorpen fpoelende, dezelve zijnnaem Kodmg.
mede deelt, als
Heigh-Rodmg, Eithorp-Rodmg, Leadcn-
Roding,ècc.
Van welke eertijdts Leofwijn, een zeer edel
man, om de moeder-moort, by hem met het hooghfte
fchelm-ftuk begaen, te verzoenen, een oft twee gegeven
heeft aen de kerk van Elien : en van daer naer
Angre, al- Chtpptng
waer op een zeer hooge heuvel, dc teekenen zijn van een
kafteel, van Richard. opperfte Richter van Enge-
landt, onder\'tgebiedt van de tweede Henrijk, gebouwt.
Van wiens geflacht de tweede Koning lan van de erfgena-
men aen Richard
dc Ripariis, oft Rivers ( de welke te Stan-
ford Rivers,
"hier dicht by, gewoont heeft) ten huys-vrou
heeft gegeven.

Van de mont van deze Roding fpoedt zich de Teems ne-
driger langs de aerde, en op veel plaetfen dikwijls wegh ge-
doken zijnde, waer door zware dampen, den nabuuren zeer
fchadclijk zijnde, ontftaen, naer
Tilbury, waer by eenige ha-
len zijn in een krijt-klip , gebracht tot dc diepte van tien
* Orgyien, met een genoegh nauwe mont, en konftlijk uyt
een fteen gebouwt, van binnen zeer ruym, na de volgende
af-gebeelde vorm, dewelke my een, die daer in geweeft is,
alzoo befchreven heeft.

Van welke my niets anders gemoet is, als \'t gene ik nu
alreê verhaelt heb.
ïyoch Tilbury, byBeda Tilaburgh ge-
noemt
, beftaet flechts uyt weynige boeren huyzen, aen de
Teems; van oudts is het nochtans de wooning geweeft
van den Biflchop Ceade, als hy omtrent het
d cxxx jaer
de Ooft-Saxen door den doop der Chriftlijke gemeente in-
lijfde. Daer na fnijdt de rivier, door elders gelege, en wey-
nigh gezonde plaetfen gevoert zijnde, met een weêr-kee-
rende water-loop, het eylandt
Convinnon , het welk ook
Counos genoemt wordt, waer van Ptolomseus, van \'t vafte
landt af. Dit heeft noch zijn naem niet verlaten, maer
wort
Canvey genoemt, en licht geworpen voor de ftrant van
Effex, van
Leegh af tot Hole-haven vijf mijlen vér, waer van
een deel aen de Collegie-kerk van Weftmunfter behoort.
En het is
zoo laegh, dat het dikwijls heel onder gefpoelt
wordt, behalven eenige heuvelkens, waer op de Schapen
een vrye toevlucht hebben. Want het voedt omtrent 4000
Schapen, zeer lekker van fmaek, de welke wy gezien heb-
ben , dat kleyne jongskens door vrouwen-plicht, met
kleyne ftoelkens aen de billen gebonden, molken, en in
die
kaes-hutjes, die zy daer Wiches noemen, Schape-kazen
maekten.

Aen dit eylandt liggen in haer orde eerftlijk Beamfteot, Beatnfleet,
met diepe en ruyme graften, als Elorilegus zeght, en een
kafteel, van den Deenfchen Hafting oft Hafteney gcveft,
het welk Koning Alfred overwonnen
heeft. Daer na Had-
leygh,
eertijdts een kafteel van Hubert de namaels

van Thomas Woodjlok,doch. nu t\'eenemael vervallen. Eynd-
lijk
Leegh, een fraey ftedeken, en vol kloeke Schippers,en
dicht daer by
Vritlewell, alwaer Sueno van Eftex eertijts een
Geile voor de Munniken gebouwt
heeft. Alwaer het landt
zich tot een voor-bergh
vecheftjWelke Blakke-taile Foint,en

Shoberry

È

Angrt,

O

Afarshes.
Vyt\'gehoH\'
we holen.

*rder
Orgy ia
houd 6
voeten.

Ziet hier
van in
Kern.

Jilbury,

II

Het eyland
Convennos.

Canvej.

- i

\'V-

i \'I

-ocr page 226-

X.

E

E

Shberjf. shoberry \'^ieffe genoemt wordt, van Shobery, een dorpken
daer op gelegen, \'t welk eertijdts een ftadt geweeft is, Sceo-
bipi^ genoemt. Want in de oude laer-boeken der Engel-
fen leeft men : De Deenen van
Beamjleot ycxAttNtn zijn-
de , zijn getrokken naer een ftadt, in de Engelfe tael Sceoi-
birig genoemt, en in Eaft-Saxen gelegen, en hebben zièh
aldaer een fterke vefting gebouwt. Hier ftort zich de
Teems, mits ha,er de ftranden ten weêr-zijden begeven,
. inetcen ruymC en wijde mont in de zee. \'tWclk Ptold-
m£Eus de vloedt van de
Tame fa, en in andere verdurve voor-
x ^ - ■ beelden van de, tn^^^ Ternes Momh

^noemen.

Rodford. En inwaerts light Róchford, waer na déze Hundred gé-
noemt is, en heeft nu tot Heeren de Barönnen
vzn.Rkh;
doch:heeft eertijdts tot Heeren gehat zeer oude Edel-lie-
den van dc zelfde byTnaem: welker
erf tot Butler, Graef
van Ormond en Wilton, cyndlijk gekomen is, en van dien
tót Thomas
BoÜen, den welken dc achtfte Henrijk tot On-
der-gracf van -Rochford, en namaels tot Graef van Wilton
gekoren heeft, uyt wiens ftam de doorluchtighfte Konin-
gin Elizabeth ,
en de Baronnen van Hmfdon gefprotcn
zijn.

Mcêr binneii-waérts van de ftrandt van de Teems, ziet
menop haer orde deze vermaerde plaetfen, van\'t weften
naer het ooften,
Havering^ een oudt vertrek der Konin-
gen , genoemt na een ring, den welken, zijnde van S.Ian,
als men fchrijft, gezonden, een vreemdeling aen Konmg
Edward de
Confeffeur te dier plaetfe gegeven heeft. Hor-
nechurch
, eertijdts het gehoorcnt kloofter genoemt: want
daer ftcekcn aen dc ooft-zijde van dc kerk hoornen uyt,

van loodt gemaekt. Rumford, het welk Vereert is met een,

verkens-markt, en met de hier dicht bygelege huy^ingén
van
Giddy-hall, de welke toe-behoort hebben aen dien
Thomas
Kok, Schout van Londen, den welken zijn groote
Vergaderde rijkdommen het grootfte gevaer gebaert heb-
ben want onnozclijk voor dc Vicr-fchacr van gequetfte
Hoogheyt befchuldight, cn door de gerechtigheyt van den
^ichto.\'i ÏMarkham, in de onbillijkfte tijdt vrygefproken
zijnde, is nochtans met verlies van alle zijne goederen
zwaerlijk geftraft gewordcUi
Brentwood cnEngerJlon, eer-
tijdts
Engheaflon, niet als door haer koopmanfchappen en
herbergen bekent.

Hier blijf ik ftcken, en twijffel, of ik de giifing daer mijn
gemoedt mee zwanger is, als een mis-geboorte zal uytftor-
ten: wijl in deze wijk de ftadt C^sAROMAGVSi cn
de zelve in de Romeynfche eeuw buyten twijftd verrhactt
geweeft is»want dat bétuyght dé naem, de welke Key^ers-
ftadtjCvenalsDRvsóM
agvs, Drujus-fladt,hetékenti
de welke ook ter eeren van Auguftus fchijnt gebouwt ge-
weeft te zijn. Want Suctonius fchrijft, dat de byzondere
Koningen, vrienden en bondt-genooten zijnde,yder in zijn
Rijk Keyzerlijke fteden gebouwt hebben. En zoo ik zeyde,
dat
C ^ s a R O M a G V s by dit Brentwood geweeft is, zoud
my de lezer, als hy \'t zagh, niet, als de eene Wichelacr den
ander, bcfpotten ? Voorwaer uyt de vêr gelegenheydt en
ruymte heb voor mijn giffing geen vaft bewijs, wijl de ge-
tallen by Antoninus zeer verdorven zijn , dic nochtans van
CötoNiA en Canoniam genoegh over-een-ko-
mcn. Ook kan hier de gclcgenhcydc acn de heyr-baen dcr
Romeynen niet tot bewijs brengen, dewijl de zelve ner-
gens in dit Graeffchap blijkt: infgciijx is \'ër zelf geen fcha-
duw van de riaem van G s
a r o m a g v s , als een zeer
fchrale, dc wclke hier overigh is in de naem van de Hun-
dred , dic eertijdts
Ceasford, nu Cheafford Hundred ge-
noemt wordt. Voorwaer, gelijk de oude namen dcr oude
fteden by zommige weynigh verandert worden, zoo wor-
den zy by andcrén t\'eenemael verwifTelt ,• ja daer zijn \'cr, by
welke maer een oft twee fyllaben overigh zijn; zoo wordt
G
A s a r-A v g Y s t a , in Spanjen, nu verandert in Sa-
ragofa:
G^saromagvs, in Vrankrijk, de naem ge-
heel verlooren hebbende, wordt nu genoemt: en
C
ie s a r e a, in Normandyen, charburg, naeulijx een
fylb over-gebleven zijnde. Maer wat blijf ik hier al fpclen-
de op ftaen? Laet andere nafporen of
cies aroma-
G V s niet in deze wijk zy; mijn verftant kan \'t voorwaer
niet vinden j fchoon ik \'t met geooghde cn geoorde netten

In \'t F94.
jaer.

De Heeren
>üan Roch\'
ford.

iJavaing.

J^imford.
Ziet de
Jaerheke»
1467.

Brem-

jvood.

Cafrojra\'

gtfs,welkom
de Reys-
kaert Baro-
TKAgUS ge-
noemt wort.

nagefpoort heb.

Hier by hebben wy gezien South-Okindon, alwaer het S.Okindon,
geftacht van Le Bruin,ècr:t\\jd.ts boven allen in de?e wijk ver- Brmn,
maert, gewoont heeft; uyt wiens twee vrouwelijke erf-ge-
namen, dikwijls uyt-gehijlikt zijnde, Karei
Brandon, Her*
togh van Sufïolk, de
Tirells, Bernars, Harlepns, Hevening-
hams,
cn andere afgekomen zijn. Maer de manlijke erf-ge^
namen van dat geftacht zijn noeh overigh iti \'t landt van
Southanton.
Thorndon j alwaer lan Vetre Ridder, dc wclke
nu Baron
Vetre de Writtle is, fchoone huyzingen gebouwt ^^
heeft. Eertijts is het de wooning
geweeft van het doorluch- tre,
tigh gcflacht van Fitz-Lewis-,v2Ln welke de laetfte,mach men
den gemeenen man
gëlooven,ellendighlijk verbrant is door
zijn huys, hët wélk, door de lulligheden van een Bruyloft,
by avontuur in brandt geraekt was.
Burghfled, en kortlijk
Burfted, dat is, de plaets des Burgs, met welke naem onze
Voor-ouders veel oude plaetfen vereert hebben. Dit heb
ik vermoet dat
G^saromagvs geweeft is; wat het
O
o o eertijdts

-ocr page 227-

m

ffreat JÙrfâey Lan^lam. VeMam^

\'■VUiC^lne L E X D E N VN D B. E D.

Sep-tentrio.

S r O JL C(l

■ cUsc-A ^^ J^^^ I .....

CJLIAtjibr I\\G IJt

F ^R S ;

Ck\'tkatL.

SuJturj-
^^ ^litde CoriutrL

».BSMg»^ Clarretiall ^rahe hat

-V

kkC^ms Jl J^ G

^Utf*tnere

.........

o f , o

Cztis Candies ^

■ Grùo^ CûrnàrJ^

O Burhrals

jj Steele Siat^iL ietckam.

^ .......

\' \'iletijti^
^nn&y

r^ik\'f^ 1 J

IcAiiins^

^laytiss

\'O o

oUhalL

tStmîrûi

S jijji c. / I TiS^dny

/ Str^fJL I ^b-ß-rf»

\'Vr

if, - H__r - r i_

Stwhom haîL\'

J. yFRE5HWEr:

^^r î Ital jivàaer

Py^tJL

JOi- " ^ ß Ù "TCiml^i^

GrJ^ChifslL. "" O thde VenielL..

H v/îT

5arltWi

, til&arei A^ift. = .

l \' 7 o

^ Jt - Si^ntîelhm^ jjJ^Ji,«^

.ic L E RIÎJ" ^

T O R D I _ ^

aHatWD. ^ ^

rsll^i/\'\'

\'ïf-^o « o t^JUUL ^^

■^JeAerßäL

O Brimât ®

^Wtam^

&e0rey
^andea^tL.

.^Ic^aË. ,

____

Shawßr^

Lyf^lL^

C OJ^ITA.T\'V s \\ rf

0 D unmo>(r
® Zrtîe Catfi.ll ~

\'^ttnvfrey
IRoIhtTu

ßireUa

......■ J tender IV^N & H V N D.)

# j. Oll V \\ _ \\

Mife-

ClißrtJf^

\'Jlùrjey Lijul

ICMye

iTtie

-Uhd/Urs

ciyuyns ^

""•""^y^ffreaiClacyfftL-

y ffreat \'BraxteLy

B ifkopflerford.

o.......

Tbleßuttt âerfy

tV. KaiJiev

Oreab

S T A B L Hvnd;

txnujtLyhes

tV

i. u^wretf^ a W-. T\'HVH

JÄ-ÄÄ*\' fl: f.Mtfari\'

H V »r D.

, \'^flamheris

\'Boeles , iCrOiJey

® R O T C H F o ^D

I

„ ^ "HifcKalerlre / Ü X "

^^lerecav / ^^

^^ .i " \\ ^....... jicT"^ o \' ^

Scué^M\\ Bars TAB LE ^^atn^i

ƒ\' VzkäeE^ßl ^^ ..........., „ , OWy. W ^

e GerrrKtiiy Sea^,

/ytHtHamy

Ganue
iflantl

5 Â«iWalthanx torel

GreatTû^eUy

Rfuraiortl

I-ßü ßtf
^/mcj ® / O i

i f , //,, 7 . .....l , .(u^c /

G-aaßs Svf TO _ ______ ™

averin c JL IB JE- RTI^

H V N D.

JCani^s T^nLiL lathm

Tfewtr^but. tayton. . ...........

i ^
Litde Ti)arel^

Jjj^ Cranlam. \'tTord joL^^Jinti»»\'«\'

oUtiyJûtL-

„ , IV "I" ■....."\'"î SarurtcU- -«oi.„ __

C H A F O R B ÉT

\'^aUcr £

JÊwreux.

eha

H V N D.

^»M^reJich :

..Slyffarl chy J^,

pA^y«^.^ ^ J \\ 1 ^^fß^^ m

* SnOens
O

.ÜE^CONTK-i ÄKVSTD,

JÙjiney . ^^^a^ari Langtlo" \'lerjcau

™ X t Jj Banking:

Vomits

-jiJiji

Jhire,

O c £ ^ V s

3raÂvelL

f

S. Lawrence^

SheMaw

^lielmeßord Jj^ , ^ . \\

JO^&reatiaJJaV

■ ..... ■ ,

Hvnd.

XjlKOJflVJVI Joi. &reat%aJJüv!
E^ _ O Saîfrcits

\'jCenry
^mtrclner.

-lot--

K\'"^ \'" „„........"^-r^jl^l^.-o

\'lücolhatnßris

Lcr^fiy

Ii»!""!\'»,,

W

G € 31 ^ ^ J c V S.

\\ o<

^^Jas. 0r

Stack

jL

^ ■«jSS"\' iTiaiJJï"»^"»^« »jaiL ^^ f
.....i«^!^ ^

TaALfla

: Haurrcéi

lorruis

Cramw^tL.

Hohy^

■ .Jtj. ÃŸaumham^

JÜ

I !>" ^H V N D v-*- : ^

-f/^ercftoa

"^.A , -.a«-»—jOuch^ialL GrmtTUÂe^

Lyie Tprteri ^

L-amIran*-

TLyflw^- * tt O

SrtA

Snâe

Graves

■W

V^orL 4

-Der.

c a t i i

p a b, s; \'

it^e Great-
breach

Sitrriû^

Greenwich

^ars.

-ocr page 228-

15)4 .DE T R I N O ^ B A N -T E N.

eeitijdrs ook geweeft zy, heden is het niet als een vlexken heyt van den Inham, waer in zich de rivieren ontladen, was

van boeren, hv Billiricay, een wel-bezochte markt. Ins- tot dit gebruyk zeer bequaem. Hier luft het my ook by te

gelijx Ashdown, voor dezen Ajfandun, dat is, gelijk het Ma- voegen, dat Edward de Confefeur de bewarmg van deze

rianus vertaelt, der Bzelen-hergh, alwaer eertijdts een bloe- Hundred aen Ranulf Beperking, met een korte brief ver- Ve Noor-

dige flagh aefchiet is , waer in Edmund, by-genaemt Yze- gunt heeft; de welke ik hier gaern by zal ftellen, op dat wy,

re Zijde. de Deenen in \'t begin voorfpoedighlijk tegen-ge- die alle eeriijkheden van \'t recht ayt-gefchut hebben, zien

ftaen heeft; maer, het geluk kortelijk door verraedt ver- hoe zuyver en open-hartigh die eeuw geweeft is.^ Nu zijn

draeyeiideis van de zelfde zoo verflagen, dat hy veel de zelve aldus by de Koninglijke Bdef-dragers in\'t Scacea-

Grooten van Engelandt gemift heeft. Ter gedachtnis van rium; doch zommige woorden zijn door dikwijls uy tfchrij-

welke flagh men leeft dat de Deenfche Canut namaels daer ven zachter geworden :

ter plaetfe een kerk gebout heeft i vermits hy overal, daer
hy gevochten had,met berou over \'t geftorte bloet bewogen
zijnde, heylige huyskens oprichtte.

Niet vêr hier van af is Ralegh, een fierlijk ftedeken,
het fchijnt in dat boek
Domefday, Raganeia genoemt te
zijn, het welk van een kaftqel verhaelt, dat Suenus hier
gebouwt heeft. Alwaer (gelijk men ook leeft) een park
is , en zes wijn Arpennen, en geeft twintigh maten wijn,
zoo het wel gelukt. Het welk ik aenteeken, eenfdeels
om het Franfche woordt
Arpennes , anderdeels om de
wijn in dit eylandt gemaekt. Deze Suenus was een man
van grooter naem en edelheyt, de zoon van Robert, wel-
ke de zoon van Wimaerk geweeft is; en is de vader geweeft
van Robert van EflTex,van den welken gebooren is die Hen-
rijk van Eflfex, de welke, door erf-recht des Konings, Vaen-
drager was; en de welke, om dat hy in de tocht tegen
de Walen, de moedt en\'tvaendel te gelijkwegh-wierp,
van verraedt bcfchuldight, in een byzondere ftrijdt over-
wonnen , en in de gevangnis gefmeten is, en met groot erf-
goedt dc fchat-kift van de tweede Koning Henrijk vermeer-
derde ; en de Baronny was van die tijt af lang in dcr Konin-
gen bezit, tot dat Hubert van dcr
Burg dc zelve van Koning
lan verkregen heeft.

Arpemes-
Wijn,

Eadtilfvan
Dicero.

\'t Gejlacht
van Efex.

Iche Edward Koning
Haue yeuen of my ForeB the keeping
of the Hundred of Chelmer and Dancing
TO Randolf Beperking andtho his kindling
With heorte, and hinde, doe, andhocke-^
Hare, andfoxe,catt, and brocke.
Wilde fowell with his flocke,
Patrich,fefant hen, and fefantcock:
With gr eene and tvilde floh and fiock.
To kepen and to yemen by all her might,
Both by day,andeke by night, .

Andhoundsfor to holde
Good and fivift, and bolde :
Fowergrehouns, andfix racches,
Tor hare and fox and wild cattes. ^
And therefore ich made him my booke^
Witnes the Bishop WolHon,.
And bookeylered many on.
And SWeyne of Effex our brother.
And te ken him many other,
And our fliward Howelin

oL

Het zjege

\'e e.

Ve Hun-
dred Ven-

\'\'Efex
Cheefe.

Ithmcefler.

Th at byfought me for him.
Dit was de zuyvere trou en cenvoudigheyt van die eeuw.

De ftrandt hier van af allenx tc rugh getrokken zijnde, de welke in weynigh regelen, en weynigh goude kruyften

ontfangt twee aenkomften van de invallende zee: van welke alle vaftigheden van trouw geftelt iiebben. Want dpor

deze Crouch, de andere Blakewater, eertijdts Bant, genoemt den inval der Normannen, gelijk men by Ingulphus leeft ,

wordt. In Crouch worden, door de fcheydingen der wa- zoo waren dc handt-fchriftcn met goude kruyften , en an-

teren, vier eylanden geftroyt, dewelke door de groente dere téekenen beveftight: maer de Noormannen hebben

acngenaem, doch door over-fpoelingen moerafligh zijn; in-geftelt, dat men dc handt-fchriften maken moeft met wdkby^den

onder dc welke de voorneemfte zijn Wallot en Foulneffe, een verzegeling van wafch, door ieders byzonder merk, ^«rf^

dat is, der Vogelen voor-bergh, het welk zijn kerk heeft; en daer onder teckening van dde oft vier getuygen. Te "J^T^ll \'

en waer aen men, als dc zee meeft af-geloopen is, te paerd vooren wierdcn vele hoeven op-gedragen met bloote woór- w\'ee^t^*\'

komen kan. Tuflthcn deze light de Hundred Dengy, eer- den, zonder fchrift oft brief, alleen met des Hecren zwaerdt

tijdts Daunzing, zeer gras-rijk en overvloedigh van vee, oft helm, hoorn of becker, cn zeer vele woort-houdin-

maer van landt en lucht niet zeer gezont; alwaer\'t alles gen met een fpoor, een ros-kam, ccn boogh, en zommige

bezigh is met kacs tc maken, en de mannen, even als wij- met een pijl.

ven, de fchapen melken, waer van dic kaczen van onge- In de Inham van welke wy gezeyt hcbbcn dat

meene grootte gemaekt worden; de welke niet alleen in de noord-zijde van deze Hundred fluyt, cn van zeer fchoo-

Engelandt,macrookin vreemde landen, om de boeren en ne oefters over-vloeyt, Walfeot noemen, vlocycn

Ambachts-licden te verzaden, getrokken worden. Van de twee rivieren t\'zamen, de welke acn cen groot deel van

zelve is Dengy heden de voorneemfte ftadt, alzo genoemt, dit landt fpoelcn, de chelmertn FroshwelL De Chelmer,

als de inwoonders gelooven, van de Deenen, welke nacm uyt het binnenfte des landts, welk met boflTchen bekleedt

de gantfche Hundred draeght; alwaer dicht by is Tilling- is, uyt-vlocyende, loopt ccrft door Taxfled, een koop- Taxjïed,

ham, van Ethclbert de eerfte Chrifte Koning der Engel- ftedeken, gelegen op een zeer geneughlijke heuvel, cn

Saxen, acn\'t kloofter van S. Paulus te Londen gefchon- T:iltey, alwaer Maudts, de zoon van Gilbcrt, eertijdts ccn

ken: en hooger na dc noordcr-ftrandt heeft cen oude ftadt kloofterken gefticht heeft, naer Eflannes, naer Turrim, nu

gebloeyt, die onze voor-oudersgenoemt heb- Eflon, het welk dc Heeren , vzn Lovanio genoemt, bc- Ve Heeren

ben. Want Radulphus Nig cr fchrijft uyt BedarDc Biflohop woont hebben, als ook de fpruytelingen van Gotfrid, broc- Lovtt-

Ccada heeft de Ooft-Saxen gedoopt by Maldonia, in de dcr van dc zefte Henrijk van dien naem, Hertogh van Bra-

ftadt Ithancefier, de welke was op de oever van dc rivier bant; die , hier gezonden zijnde om de eer van Eya tc be-

Bant, yfj eXkelooptheneven Maldonia, in de Provincie van waren, tot in het zefte lidt voor Baronnen gehouden zijn.

Dengy, maer nu is die ftadt verdronken in de rivier Bant. Maer mits de manlijke oir onder de derde Edward uyt-gc-

Ik kan dc plaets met de vinger niet acnwijzen; nochtans ftorvcn was, zo is het erf cn dc waerdigheyt, door de doch-

twijfcl ik geenzins, of de rivier, Zieheden Froshwell ge- ter, -SienWiWem Bourgchier gekomen-, wiens nakomelin-

noemt wordt, is ccrft F ante geheeten geweeft , wijl een gen kortlijk Graven van EflTex geweeft zijn. En van daer

van dcr zelve bronnen genoemt wordt, en de naer Dunmow, \'t welk eertijdts Dunmaugh, en in\'t Schat- Vunmow.,

Munniken van Coggeshall de zelve zoo genoemt hebben, bock van Engelandt Dunmaw genoemtwotdt, ccn ftadt,

Dacr zijn\'er, dic beveftigen , dat dit Ithancefier op het welke met een zeer geneughlijke gelegenheyt acn een ma-

uyterfte hooft van de Hundred van Dengy gelegen heeft; tclijk fteyle heuvel af-hanght. Alwaer zeker luga in het

alwaer heden Veters upon the Wall, dat is ,aen den dijk, is. m c x i jaer cen kloofter gebout heeft. Maer Guilielmus

Want langs deze ftrandt kunnen de by-wooners met dijken Bainardus , van welke luga ( zoo ftaet in de byzondere Gc-

haer landen naeulijx befchermen tegen dc aenvallendc zee, fchicht van dat kloofter gefchreven) dc ftadt van kleyn

Voorts geloof ik eenighzins, dat dit Ithancefier, Othona ge- Dunmow had, heeft door felheyt zijn Baronnye vedoren,

weeft is, alwaer het getal der Fortenfers met haer Overfte, en de ccrftc Koning Henrijk heeft de zelve aen Robert,

als het Roomfche Rijk ten val neyghde , onder den Graef de zoon van Richard Giflebert , des Graven van Clare

van dc Saxifche ftrant, tegen de zec-roovcryen der Saxen, zoon, en aen zijn erfgenamen, met de eer van\'t kafteel

in bezetdngh gelegen heeft. Want dc verhuyzing van van Bernard te Londen gegeven: welke Robert toen Spijs-

OTHONAtotlTHANA valt niet hard, en de gelegen- drager van Koning Henrijk geweeft is. Dit zijn die evgcn-

^ -fte

-ocr page 229-

li!:::

11

n![

fchrijvers gemoet. Want toen was uyt
geen Graefvan
Clare.

Nu laet ons ccn weynigh ten weêr-zijden van de nvier
af treden. Niet vêr van hier light
Plaify, in \'t Frans alzo van heeft, als Botking, een rijk kloofter^ Cogshall van Koning
Behagen genoemt, eertijdts
Eßre, welk in de laetfte tijden Steven voor de Cluniacenfers gefticht, èn Hwitta, van de
der Saxen, cn ook namaels (als het boek van Elicn getuygt) oude Koning Edward in\'tDccccxiv jaer gebout, \'\'welk
dc woon-plaets was van dc Conftabcls van Engelant. Waer ook, als men zeght, dc eer was van Euftach, Graefvan Bo-
by twecVorftcn van grooten aenzien,alsThomas van
Wood- longicn; zo komt zy de Chelmer te gemoet, dc welke geheel
ßok, Hertogh van Glocefter, en Graef van Eflex , cn lohan niet vêr van Danbury, op cen genoegh hooge heuvel, welke
Hola7^d , Graef van Huntipgdon , des tweeden Koning kng een vermaerde wooning van \'t geflacht der Barciers
Richards broeder, van een moeder, dc welke van de eer van was, gevoert zijnde. vloeyt voorby Woodham-walthers, dc woodhan^
Hertogh van Exon afgezet is, als zy tuflchen dcfchielij- oude wooning van de Heeren Fitz-Walters, dewelke van wdtm.\'
ke fmaet en Icelijke gcdicnftigheyt geen maet houden kon- de allcr-oudtfte Adel geweeft zijn, af komftigh van Robert,
Be Bam:-
den, om-gekomen zijn. Want de eene is om dc fchielijke de jonger zoon van Richard, Graef Giflebcrts zoon; maer
fmactop\'tonvoorzienftvan hier naer Galis gevoert, enge- inde volgende eeuw overgebracht door dc dochter in de Z^^Tu
doot; de ander is van dc vierde Henrijk om zijn oproer op ftam der Ratcllffs, de welke gekomen zijnde tot de wacrdig- uZlfm
deze zelfde plaets met ccn bijl verflagen; op dat hy alzoo heyt der Graven van Suflex, de heerlijke huyzingen
New- in z.tn
fchcene acn dc ziel van den zclven Woodftok geboet te W/, niet ver van hier, nu bewoonen. Deze hebben eertijts Swanen-
hebben; Van wiens ongcvalligh eynde hy vöor de ftichter aen de Butlers, Graven van Ormond, toe-behoort j daer na
gehouden wierd. Vän dacr vloeyt de
chelmer niet vêr van acn Thomas Bollere, Graef van Wilton, van welke de achtfte
Leez, cen kloofterken, eertijdts van de Gernons gebout, Koning Henrijk het by wifleling gekregen, met groote on-
het welk heden een woon-plaets is van dc Baronnen
Riehe-, kbften vetmeerdert,en met cen nieuwe naem Beau-Lieu ge-
Bi Baron-
welke die waerdigheyt aen Richard Riehe, een zeer vöor- noemt heeft, welke nochtans by \'t volk noyt in. zwang gc-
//en Rtchs. zichdgh man , cn onder de zefte Koning Edward, Canccl- weeft is.

lier van Engelandt, dank wijten. En weynigh laeger light De dacr nä mét andere wateren dooreen Ri-

* Hittfeld Hatfeld Peuereü, van zijn bezitter Ranulf * Peperell alzoo vicr-cylandt gedeelt zijndc, cn zijn naém verwerpende, by
Teveren, genoemt, die dc aller-fchoonfte vrouw van die tijdt gehadt zommige Parate, by zommige Blakwater genoemt, begroet
heeft, naemlijk de dochter van higelrik, een zeer edel man die oude
Colome der Romeynen Cam alodvnvm, dc wel-
ilibeiS. ^^ Saxen, dc welke hier cen Collegie gefticht heeft, ke deze ftrant verheerlijkt heeft, en by Ptolomsïus C amv-

Martini \' het welk nu als vernielt, en in de vcnftcr van de kerk, wacr dolanvm , by Antoninus Camvlodvnvm en Camo-
London. van maer zoo kleyn een deel overigh is, begraven light. lvdvnvm genoemt wordt: maer dat Camalódunum deey-
Deze heeft haren man gebaert Willem
Pevereü, Caftel- ge en rechte naem is, getuygen Plinius, Dio, en een oude
Icyn van Doeveren, Paganus
PeVerell, Heer van Brun, in marmor-ftcen. Goede Godt, hoe fcheel zijn zommige ge-
het Graeffchap Cambridge, cn den Koning Willem de
Con- weeft in \'t navorfchen van deze ftadt: dacr zy zich met haer
qtießeur, diens boel zy was, Willem Peverell, Heer van Not- nacm vertoont, cn aen deze ftik-zicnige klaedijk voor-
tmgham. Maer laet ons weder na dc
chelmer keeren, wel- draeght, en alle duvfterheyt wegh-ncemt l Vele hebbenze
Chensford, ^c zich nu naer Chelmerfire, gemeenlijk chensford, ftrekt, in \'t weftcr-decl van \'t eylandt gezocht, als die onder dc bc->
alwaer, uyt de vêr gelegenheyt van C
a m a l o n v n v m , fte, dic zich dc zon der oudtheyt fcheen in de handt te dra-
het oude C
a n o niv m fchijnt geweeft te zijn. Dic is gen; andere in \'t uyterfte van Schodandt; andere, dc woor-
een genoegh groote ftadt, liggende als in\'t midden zelfs den van Lelandus bezworen hebbende, hebben verzekert
van\'t Graeffchap, tuflTchen twee rivieren,, de welke haer dat het
Colcheßer is, daer het met een naeulijx verminkte Maldon,
wateren hier eendrachtelijk t\'zamen-vocgen, hebbende, naem heden vöor Camalódunum, Maldon genoemt wort, in
naemlijk dc chelmer ten ooften, ccn andere rivier ten zuy- het Saxifch (Paleïsune cn CPcaloune, het groocfte deeJ van
den, de welke, indien zy (als zommige willen)
Can genoemt het woordt noch geheel en overigh zijnde. En dic getuyght
Zy, Zo t^vijfelen wy niet of de ftadt Canonivm is hier ge- niet alleen het uyt-gedrukte ovcrblijffel des naems j maer
weeft. By onzer vaderen gedenken is \'t zeer vermaert ge- ook dc
wijdte van Man by Plinius, en de gelegenheyt zelf
weeft door ccn kloofterken.van Malcolm Koning der Schot- in dc oude Reys-kaert, brengen zelfs het opentlijkfte be-
ten aldaer gebout,doch is nu alleen heerlijk door de wijs voort. Ik zoud naeulijx durven vermoeden, dat dit
200 noemen zy de Raedts-huyzcn, wacr twccmael \'s jaers
Camalodvnvm de naem gegeven is van de godt C a- De godt
de zaken voor de Richters beflccht worden. Doch het m v l v s. Dat nochtans Mars onder deze naem van Ca- Camttluf,
heeft begonnen te herblocyen, als Mauridus, Biflthop van mulus gc-cert is geweeft, wordt bewezen cn met een oude
Londen, dien het toe-behoort heeft, hier, onder \'t gebiedt fteen in de Collotiacnfche huyzen te Romen, en met ge-
van de eerfte Hen rijk, bruggen gebout, ende wegh af-ge- yondc Outaers, getcckent met Camvlo Deo Sancto

......., leyt heeft, dc welke ccrft door mitle, zeer bekent door de e x F o r t i s s i m o , dat is, eeren van Camulm den hey^

tijts Eßre. grootte van zijn Parochye, gelegen heeft; het welk de derde Ugen enßerkßen Godt. En op ccn oude penning van Cuno-
Koning Henrijk acn Robert
Brm , Heer van Anand in bèlin, diens Palleys en Koninglijke ftadt dit was, als wy nu
Schotlandt, diens huys-vrouw was van de erfgenamen van verhaelt hebben , hebben wy gezien een gehelmt
beeldt,
lan, dc laetfte Graef van Chefter, om dat hy niet wilde dat met een fpiets, \'t welk Van Mars fchijnt te weZen, met dc
het Graeffchap van Chefter onder dc vroulijkc fpin-rokken letteren C a m v. Maer dewijl die penning nu niet by der
ioud verdeelt worden, vergunt heeft: cn dc tweede Edward handt is, zoo vertoonen wy u hier andere uyt-gedrukte van
heeft het Humfred van
Bohun,Gï^ef van Hercford en Eflex, den zelfden Cunobelin, welke fchijnt tot dit Camdodunum
als de nakomelingen van Brm haer trou gebroken hadden, te behooren i
gefchonken. Doch zeer onlangs, als Koning lakob, in de
ccrftc beginfelen vän zijn Rijk, dc eer der Baronnen aen
veelen meê-dcelde , zoo heeft hy dc zeer doorluchnge
Ridder lan
Petre , tot Baron Petre van Writle verkoren.
Dezes vader was Willem Petre, cen man vän door-zic-

nc voorzichdghcyt, cn verzochte gelecrtheyt, dewelke
niet zoo gedenkwaerdigh is om dc grootfte ampten, die
hy in het Gemeene beft bedient heeft, als die by de acht-
fte Henrijk, dc zefte Edward, Marie en Elizabeth Gehey-
nie Raedt, cn menighmael Gezant by
uythecmfche Vor-
ften geweeft is; als wel om dathy, in dcgocdeocffenin-
een op-gevocdt zijnde , by dc goede
wctcnfchappcn en
konften > in de Hooge School van Oxford wel, enbydc

E

S

jC.

is>f

11 r

i ! Ü
I \' H

fte woorden des Schrfjvers^en heb het my ook niet behoor- nabuurige armen by Bngerfton Godtvruchtehjk gehand Ic

hjk geacht de zelvc tc verbeteren , hoewel in de zelve een heeft. ^ ^

tijidt-vergiffing is, welk ons zomwijl in dc befte G cfehicht- Dc rivier Froshwell, de welke waerlijker Pant, en eynd-

yi: ti^t gcflacht noch lijk Blakwater genoemt wört, by Radwinter, \'t welk den Ba-

ronnen Copham toe-behoort heeft, uyt een kleyne bron ge-
ftort zijnde, na dat zy in ccn lange af-loop niets gezien
heeft.

Ui\' i

fi!\':
1.! i

"Ml!

! !

I , i

* I ;
i

I I !! i 1

\' : (\' \'

m

i\'it\'

I

WritU^eer-

-ocr page 230-

Gods-dienft der Britannen ongelukken uyt-ftorteden.Maer
na tien jaren is het avontuur ora-gekeert, en deze
Colonie
ter neder-gevallen. Want als de oude zoldaten , in deze
overwonne landen gevoert zijnde, boven maten op dit arm
volxken woededen, zoo is de uyt-gebluft:hte brant der oor-
logh met een meerder vlam uyt-geborften. De Britannen
hebben onder \'t beleyt van Bunduica (welke ook Boodicia
genoemt wort) deze
Colonie, met geenige vaftigheden om-
heynt zijnde, door haer aenval vernielt en verbrant,de kerk,

Hy is Overfte van dit \'oofterft:he deel des eylandts ge- waer in zich de zoldaet begraven had, na twee dagen over-
weeft, onder de heerft:happy van Tiberius, en fchijnt drie wonnen. Zy hebben het negende Legioen/tVv\'clk tot hulp
zonen gehadt te hebben,naemlijk Admimus,Togodumnus, quam, verflagen; en om
met een woort te zeggen, tfeven-
en Catacratus. Admimus, van de vader verdreven zijnde, tigh van de Burgers, en duyzent van de bont-genoten ge-
is van Cajus Catigula aen-genomen, als hy in de belachlij- doot. Deze neêrlaeg hebben verfcheyde voor-fpoken
voor-
ke krijghs-tocht in Batavien quam, om van daer Britannien zeydt. Het beeldt der overwinning in deze ftadt is achter
zijn fchrik
aen te blazen : en Togodumnus is door Aulus over gekeert en gevallen ^ op\'t Raedt-huys zijn vreemde \'van\'èQooo
Plautius in een rechtvaerdige veldt-flagh
overwonnenen gedruyzen gehoort , het Tooneel heeft doorgehuylge-
verflagen, en van Catacratus, die hy, gelijk ik gezeydt heb, klonken, onder \'t water van de Teems heeft men huyzen
verdreven heeft,heeft hy met
zege-teekenen te Romen zijn gezien, en de mondt van de zelve heeft met een bloedigh
inkomft gedaen. Dit is die Plautius, die door \'t
aenraden aenzien op-gefpoelt, welke mont wy nu Blak-water (waer-
van C. Bericus, Britanfche balling (altijdt zich
oorzaken om weet ik niet) noemen, dat is, het zwarte water, even als
tot den oorlogh zoekende) de eerfte nae ïulius Casfar, Bri- het Ptolomasus Idvmanvs genoemt heeft, welk ook de idumanus.
tannien onder Claudius aengetaft heeft, den welken Clau- beteekening van zwartheyt begrijpt i want Tdii beteekent
dius zelve,de Legioenen over-gezonden hebbende,
terftont by de Britannen zwart. Nochtans hebben \'t dc Romeynen
met al de laft en d\'Oliphanten (welker gevonde beenen uyt de vonken wederom op-gebout; want veeljaren daer na
zeer vele bedrogen hebben) gevolgt is; over de Teems ge- verhaelt Antoninus van de zelve. Nochtans wordt het on-
varen zijnde i heeft hy de Britannen, die aen den oever op der het Saxifche gebiedt naeulijx gedacht: alleen Marianus
hem paften, in de vlucht gedreven, en deze Koninglijke heeft gefchreven, dat Edward,-ffilfreds zoon , Malduna,
ftadt Camalodunum lichtlijk ingenomen. Om welke dingen door de Deenfche verwoetheyt vernielt zijnde, vernieuwt, 914.
hy, zijn zoon de naem van Britannicm gegeven hebbende, en met een kafteel gefterkt heeft. Willem de Noorman,
en zelf dikwijls voor Keyzer begroet zijnde, in de zefte overwinner van Engelandt, heeft, als in zijn Aenteekening
maent,nadat hy vertrokken was,te Romen gekeert is. Maer gelezen wordt, hondert en tachtigh huyzen hier in gehat,
hier van hebben wy boven breeder verhaelt 5 en het luft my die de burgers gehadt hebben,
en achtien verwoefte verblijf-
het zelfde hier te herhalen. plaetfen. Doch heden wordt het om de rijkdom des volx,
en

Camalodunum, alzoo gebracht zijnde onder de macht om zijn grootte, met re^ht, onder de voorneemfte fteden
der Romeynen, zoo heeft Claudius aldaer, door de krach- van Eflex geacht, en by onze Rechts-geleerden wordt het
tige troep der oude zoldaten, een
Colonia geftelt, en pen- Burgos de Maldon genoemt, een genoegh bequame werk-
ningen geflagen, met het opfchrift van C o
l. C a m a- plaets, na zim grootte genoeghzaem bevolkt, welke flechts
l o d v n. Waer uyt befloten, dat het zelve gefchiet is een ftraet is, omtrent duyzent fchreden in de langte uyt-
in het twaelffte jaer van zijn Rijk , naemlijk in \'t twee-en- geftrekt.

vijftighfte jaer na Chriftus geboorte. En om de oude zol- Zes duyzent fchreden vêr van Camalodunum, ftelt An-
daten van het xiv Legioen, geheeten
Gemina Martia Vi- toninus een plaets, de welke hy Ad Anfam genoemt heeft. Ad An-
clrix, welke Tacitus de betemmers van Britannien noemt. Ik heb vermóedt^ehadt, dat dit eenige merk-pael van de ^^y^^atisy
in de zelve geleyt zijnde, wordt het in een oudt op-fchrift
Colonie Camalodunum was, de welke de gelijknis van een H^nfvat
ColoniaVictricensis genoemt j maer ziet daer hant-vatfel gehadt heeft. Want ik had by Siculus Elaccus DTfche^l-
. gelezen: De landen by den bouw-lieden liggende, wierden
palen der

Eiet pa>

Dio zeicht

Clauàim
in Britan-
nien,

het zelve :

C N. MV
PAL.
BAS

N.

D- E

R I N O B A

met verfcheyde fcheyel-teekenen bepaeltwant op de pa- Colemen,
len waren tot merk-teekenen verfcheyde dingen geftelt,
op zommige plaetfen beeldekens , op zommige aerde pot-
ten , elders fchopkens, elders fpin-wielen, en elders waren,
na \'t getuyghnis van Vitalis en Arcadius, vleffige en tonni-
ge fcheyel-paelen , dat is, vleflfen en tonnekens. Waerom
zouden zy dan ook niet een handt-vat voor eenfcheyel-
pael gebruykt hebben: wijl Antoninus
Ad Anfam, en niet
Anfs., na zijn oude wijs gezeydt heeft ? Met hoe groot een
Godts-dienftigheyt deze fcheyel-palen eertijdts geftelt ge-
weeft zijn , zal ik uyt den zelfden Siculus Elaccus, een wey-
nigh van ons voornemen af-tredende, hier by fchrijven :
Een
Colonie nu is, zoo men dit weten moet, een verga- Want als zy de fcheyel-fteenen fchikken en ftellen zouden,
dering van menfchen , de welke al t\'zamen in een zekere zoo zetteden zy de fteenen
Zelve op de vlakke aerde , naeft
plaets, met huyzen voorzien, gebracht zijnde, de zelve met aen die plaetfen, daer zy graften gemaekt hebbende, de zei-
zeker recht bewoonden. En meeft wierden daer in oude ve vaft ftellen wilden , en kroonden de zelfde met fpece-
zoldaten gevoert, eenfdeels om de zelve te bezorgen; an- ryen, dexels en kroonen: en in de graften, daer zy de zel-
derdeels om tot byftant te zijn tegen den weêr-fpannigen, ve ftellen zouden, geoffert, en een onbevlekte offerhandc
en om haer mede-gezellen te onderwijzen tot het onder- geflacht hebbende, zoo droopen zy het bloedt in de bran-
houden der wetten. En de
Colonien waren in grooter waer- dende fakkelen, welke in de graft verborgen waren, en
de, vermits zy kleyne beelteniflfen en gelijkeniflbn van de fmeten daer wierook en vruchten in , ook honigh en
wijn,
ftadt Romen waren. Zy hebben ook haer hooge en laege en andere dingen,waer meê men gewoon is de merk-teeke-
overheden gehadt j waer van, wijl andere gefproken heb- nen te heyligen; en al de koft door \'t vuur verteert zijnde,
ben, zo zal ik hier op, oft op diergelijke dingen niet blijven zoo plaetfen zy de fcheyel-fteen op de heete overblijft els,
ftaen. In deze eerfte
Colonie der Romeynen in Britannien en ftelden hem alzoo naerftelijk vaft, wierpen \'er ook eeni-
was, ter eeren van de Godlijke Claudius, een kerk gefticht: ge kleyne broxkens van fteenen by, op dat zy te vafter ftaen
Tacitus noemtze een Outaer van eeuwige heerfchappy, zouden. Deze
Ad Anfam mach nu geftaen hebben daer zy
van welke Seneca in zijn Spel gedenkt:
\'t Is, zeght hy, wey- wil, ik gedraegh my tot het eerfte gevoelen, van de betee-
nigh, dat Claudius in Britannien een kerk heeft, dat hem kening des woordts. Naemlijk dat
Ad Anfam \\ oft een
de Barbaren nu eeren, en als een Godt aen-bidden. Daer fcheyel-teeken geweeft is, oft alleen een waek-plaets, oft
zijn ook tot zijner eeren Priefters verkoren, naemlijk de eenige herberg aen de wegh, daer \'t zelve uyt-gehangen
Auguftalifche mede-gezellen, de welke onder fchijn van heeft, en dat na de gelegenheyt dicht by Ook

N A T I V S. M.
A V R E L I V S
S V S P R O C.
AVG.

P R ^ F. FABR. P R iE F. C O H. I IL
SAGlTTARIORVM,PR^F. CO H.
ITERVM IL ASTVRVM, CENSI-
TOR CIVIVM ROMANORVM
COLONIE VICTRICENSIS
(IViE EST IN BLCITANNIA C A-
M A L O D V N I , &c.

R

Tacitm
van deze
Colonie.

ClandtHi
autaer en

hrk.

waren

-ocr page 231-

^97

E S

waren\'c niet anders als fcheyel-fteenen en herbergen, die
onder die wijs van {preken inde Romeynfche eeuw.
Ad
Columnam, Adßnes, Ad tres Tabernas, Ad Rot am. Adfèptem
fratres, Ad Aquilam minorem, Ad Herculem
, ^c. genoemt
v.\'icrden : en derhalven zoud dic naerftlijker na tc zoeken
niet anders zijn, als dc winden te jagen.

Hier ontfangen de neder-gevoerde ftranden de zee met
een groote en
zeer geneughlijkc Inham, de welke zeer
vruchtbaer is van die befte oefters,die wy
Wallfleot noemen.
En om onze ftranden niet van haer eer te verftcken , wy
achten dczc die ftranden tc zijn, de welke als Plinius ge-
tuyght , dc Roomfche keukens bedienden, wijl Mutianus
aen de Britanfche ocfters dc derde plaets nae de Ciziceni-
fche geeft, met deze zijn woorden : De Ciziccnifche zijn
grooter als de Lucrinifche, en zoeter als de Britanfche.
Maer nocht in die tijdt, nocht namaels, als Sergius de Lu-
crijnfchc Oraten vereerlijkte, dienden, als hy zeght, de
Britanfche ftranden den Romeynen j zoo dat hy fchijnt de
Britanfche ocfters de hooghftc eer toe-gefchreven te heb-
ben. Ook meen ik niet dat het andere ocfters geweeft zijn,
als deze,die Aufonius wonderen genoemt heeft,in dit vecrf-
ken aen Paulinus ;

Be Caledoonfche vloedt ontdekt zomtijts haer wond\'ren.

Maer van deze en dezer viftchcryen op deze ftrant, laet
die fchrijvcn, die, in dc fmaek geleert zijnde, weten dc keu-
kens tc waerdeeren.

In deze Inham vloeyt onder anderen in de rivier Coln,
de welke , in het noorder-decl van dit landt uyt verfcheyde
bronnen t\'zamen-fpoelcnde , loopt acn
Hedningham oft\'
Hengham , gemeenlijk Heningham , eertijdts een treflijk
kafteel, en de oude wooning der Graven van Oxford. Waer
tegen over, aen de andere oever,
Sibble Heningham gelegen
is, de gehoort-plaets, als ik verftaen heb, van lohan
Hawk-
wood
(deItalianen noemen hem verdurvelijk Aucathum)
dien zy, om zijn krijghs-dapperheyt, zoo grootlijk ontzien
hebben, dat de Raedt van Florentien hem, om zijn treflijke
dienften, met een Ruy ter-beeldt, en een heerlijk graf, tot
getuygnis van zijn uytnemende dapperheydt en trou, ver-
eert heeft. Zijn kloeke daden roepen de Italianen met vol-
len monde uyt, en worden van Paulus lovius hoogh geacht.
Maet\'t zy my genoegh lulius Fcroldus vierling-veers hier
by te voegen :

O Hakwood Eng\'landts eer^ Italiens hooghße glants,
Befchutter van haer Staet, befchermer h^res lants.
G\'lijk u E lor ent ie n \'t graf, z heeft lovius u gefchonken
Een beelt, waer in uw deught ten vollenßaet te pronken.

Van hier vloeyt de rivier Coln door Howfied, wclkde
wpori-plaets geweeft is der
Bourgchiers, waer uyt Robert
BoMrgchier,Q^tic.c\\\\\\Q.x. van Engelandt, ten tijde van dc derde
Edward geweeft is, cn van hem is de zeer eerlijke ftam der
Graven cn Baronnen ontfproten ; van daer komt zy door
Earles Coln, van het graf der Graven van Oxford alzoo ge-
noemt, alwaer Albcrik de
Vere een kloofterkcn gefticht, cn
zich zeifin begeven heeft,tot
Colonia{2LQ.n wclke Antoninus
gedenkt,cn dewelkchy verfchcydcn ftelt vande
Colonie Ca-
malodunum )
of het van^e hier gebrachte Colonie, oft van de
rivier
Coln alzoo genoemt zy, laet Phoebus zeggen; ik zoud
liefft zeggen van de rivier, wijl ik gezien heb, dat veel fte-
den, aen dc zelve gelegen,
Colne genoemt worden, als Ear-
les Colne, Wakes Colne, Colne Eugaine, Whites Colne,
van haer
Heeren alzoo genoemt. Deze ftadt noemen de Britannen
Caer Colin, de Saxen Colcccafticji, Colcheßer. Het is
een fchoonc, volk-rijke, cn luftige ftadt, ftrekkende zich
aen een heuvel van weft ten noorden,omringt met muuren,
vereert met vijftien kerken, de welke alle, behalven die
groote kerk, die Eudo, Spys-drager van de eerfte Hen-
rijk, aen
S. lan geheylight heeft, nuin byzondere huyzen
verandert zijn. In
\'t midden van dc ftadt vertoont zich een
kafteel, zijnde door ouderdom bouvalligh, het welk, na het
getuygnis der Gefchicht-fchrijvcrs, van Edward, Alfreds
zoon, op-gebouwt is, als hy
Colcheßer, door den oorlogh
gantfch ontdaen, herboude. En dat deze ftadt zelf mceft
in de Roomfche tijden gebloeyt heeft, getuyght dc groote
mcnighte der oude penningen dacghlijx hier
uyt-gegraven:
nochtans hebben wy \'er geen ouder gevonden, als die van
Gallienus; want daer waren \'cr van de Tetrici, Viftorini,
van Pofthumus, C. Caraufius,Conftantinus, en van de Key-
zers die hem gevolght zijn. De burgers beveftigen, dat EL

Oeßers,

Lih, 9.
caf.

Coloräa.

Co\'cheßer.

Iioj.

X.

luliaHelena, des grooten Conftantijns moeder, haer voe- Uekna.de

fter-kint geweeft is, gebooren van Koning Ccelus en ter ^^^^^
gedachtnis van \'t kruys, by haer gevonden, zoo voeren zv ^^
een knopigh kruys , tuflchen vier kroonen geftelt, in haer
ftadts-wapen. Waer van onze Nechamus van haer en deze
ftadt, fchoon met weynigh gunft van Apollo, aldus gezon-
gen heeft:

Be (lar des levensfcheen, Colchefier gaf een licht,

\'t Welk ongeme ener glans vertoond\' aen elx gezicht.

Die ft ar was Conftantijn , daer mê zich \'t Rijk voorzienft
vond,

Dien machtigh Romen metgehooge knien ten dienft flond.

Voorwaer deze vrou was b^egaeft met zeer heylige ze-
den, en met een ongebrokc ftantvaftighcydt des gemoedts
in \'t voortplanten van de Chriftlijkc Godts-dienft, waer
van zy in de oude op-fchriftcn,
de Godt-vruchtighfte en Eer-
waerdighfte Augufta
door-gaens genoemt wordt. Hierby,
daer de rivier
Coln z\\c\\\\ met de zee vermengt, light de ftadt
van
Ofitha, diens oude naem Chik die Koninglijke maegt 5. Ofthu
Ofitha verdonkert heeft, dewelke gantfch acn Godt ge- Chic^
hecht, envan de Deenfchc zec-roovers aldaer begraven,
by onze voor-ouders dc eer van heyligh verkregen heeft; en
tot haer gedachtnis heeft Richard, Biflchop van Londen,
omtrent het
mc xx jaer een Godts-huys gefticht, hec
welke hy met Regulier Kanunniken vervult heeft.Doch nu
is het de voorneemfte woon-plaets van dc eerwaerdighfte
Heeren dc welke van
Chic genoemt zijn; envan de De Baren»
zeftc Koning EdAvard tot de wijt-luftighfte waerdigheyt van w« Darcy
Baron gevordert. - "van Chicc»

De ftrant zich van hier woeftlijk uytftrekkcndc,vergroot
zich aen de voor-bergh
NeJJè, by de Engel-Saxen Saoul- Ne^e*
pbcf^ncf/\'. Wat in deze plaets gevonden is, verftaet uyt de
wooiiden en trou van Radulf van
Coggeshall, die voor c c cl
jaren gefchreven heeft: Ten tijde van Koning Richard,zijn
op de ftrant der zee, in een vlek, het welk
Edulfinejfe ge-
noemt wort, twee tanden van een Reus gevonden, van zulk
een grootte, dat men \'er twee hondert tanden , als de men-
fchen nu hebben, zoud van konnen fnijden. Deze hebben
wy by
Cogshallgezien, en met verwondering gchandelt. En
ik weet niet wat van
Kohett Candish, by deze plaets, in de
eerfte tijden van Koningin Elizabeth, van een Reus op-ge-
Reuzji»,
graven is. Ook ontken ik niet, dat\'er menfchen geweeft
zijn , die om dc grootheydt van haer lijf, en vaftigheydt van
haer fterkte, wonderen waren; dewelke Godt, alsS. Augu-
ftijn getuygt,daer om in wezen gebracht heeft,om te
leeren,
dat men zoo wel de fchoonheydt des Iichaems,aJs degrooc-
heyt dcr geftalte niet voorgoede houden mach, wijl zy den
vromen niet min als den Godloozen gemeen zijn. Men
mach nochtans wel vermoeden, \'t gene Suctonius gefchre-
ven heeft, dat de groote leden der groote wilde beeften, zoo
elders, als in dit Rijk gevonden, gemeenlijk Reuzen-been-
deren genoemt en geacht zijn geweeft.

Van deze voor-bergh keert zich de ftrandt allenx te rug,
naer de mont van de gedenkwaerdigh door de fcheep-
ftrijdt tuflchen dc Engelfen en Deenen in \'t
d c c clxxxiv
jaer aldaer gefchiet: alwaer nu Harewich, een zeer zekere
Reede is, waer van het ook de naem heeft : want
h^pe-pic
betekent in \'t Saxifch een Reede oft Inham,alwaer het heyr
hgt. Dczc
Sto/tr is \'t,wclke tuflchen Efl:\'ex en Suffolk als een
land-pael doorloopt, en befpoelt acn deze kant niets dan
vette landen. Maer niet vêr van zijn
oorfprong is Bu^ed,
welk het geflacht van Helionlot een Baronnie bezat : en
daer dit landt zich naer Cambrids ftrekt,vertoont zich
Bar- Barklow.
klow,
nu bekent door de vier op-geworpe graven, gelijck de
oudtheyt gebouwt heeft voor de gedoode zoldaten, welker
Oude gra-
overblijffelen niet lichtlijk te vinden waren, als zommige
Zeggen willen. Maer als het vierde en
vijfde der zelve nu
onlangs op-gegraven wierden, zoo zijn \'cr, als wy verftaen
hebben, drie fteenen graften, en daer in gebroke menfche
beenderen gevonden. Doch dc boeren zeggen, dat zy daer
op-geworpen zijn na de flagh aldaer regende Deenen ge-
fchiet. Want zy noemen den Adik nu
noch, om dat zy over
al bloedige bezyen hier
voortbrengt,met geen andere naem
als
Banes\'bloud, dat is, Deenfch bloedt, om de menighte der DaneS\'
Deenen, de welke aldaer verflagen zijn. hloud.

Een weynigh laeger is de koop-ftadt Walden, en van het Walden,
Saffraen genoemt Safron Walden, gelegen tuflTchen landen
de welke door het lieflijkfte Saffraen zeer geneughlijk

zijn.

Harewich»

i !
; ■■ i
, i
i

i \' >\'

-ocr page 232-

- ! M
: i ; : \'

\'Iiii

i \' !

R I N O B A N

ï5J8

D

E N.

zijn, \'t zelve was eertijdrs vermaert door het kafleel der
CMagnavilles, \'t welk nu byna verdweenen is , en door een
by-gelegen kloofterken , waer in de
Magnavilles, bouwers
van
\'t zelve, begraven zijn. Galfred van MagnaviU heeft
de eerfte aen deze plaets als het leven gegeven. Want de
Keyzerin Machteld heeft hem met deze woorden , die ik
hier uyt haer
opdracht-brief over ftel, Nervport ( ditis zen
groote nabuurige ftadt) gegeven, voor zoo veel als het
placht op te brengen op dien dagh als mijn vader Koning
H. levendig oft doot was, en om de koop-handel van l^ew-
port in zijn kafteel van Waldena te brengen, met alle de ge-
woonten , welke aen dien koop-handel eerft beter toe-be-
hoort hebben, in
Theloneo, Pajpigie, en andere gewoonten,
en dat de wegen van
Neivfbrt, de welke zijn believende
ftrant van \'t water, nade gewoonte geright werde na
Wal-
dena,
buyten op mijn Faaur€,cn de koop-dagh van Waldena
zy op den zondagh, en op den donder-dagh,en de vierdagh
werde gehouden by
Waldena, en beginne op de Vigilie van
Pinxteren, en duure de gantfche week van Pinxteren j (van
toen af is zy na die markt-dagh
chepping Walden genoemt,
ook in \'t Waldenenfche boek van dit kloofter:) hy heeft
Waldena en de zijne geftelt, tot het hooft en de

zetel van zijn gantfche Heerlijkheydt en Graeffchap. De
plaets, daer hy
\'t kloofter gefticht heeft, was zeer rijk van
wateren, de vi^elke daer, uyt haer bronnen vloeyende, ont-
fproten, en nimmermeer gebreken. De ftralen van de op-
gaende zon ontfangt
het laet, en die van de onder-gaende
zon verheft het vroegh, mits het ten weder-zijden tuften de
bergen light. Nu wordt die plaets
Audïey-end genoemt, na
T. Audley, Cancellier van Engelant, die het kloofterken tot
zijn woon-plaets verandert heeft. Deze Baron
Audley van
Walden gekoren zijnde, heeft tot zijn eenige dochter en erf-
genaem nagelaten Margriet, de tweede huys-vrou van Tho-
mas
Howard, Hertogh van Nortfolk, uyt de welke hy Tho-
mas,Willem, Elizabeth, en Margriet geteelt heeft. En dien
Thomas, vermaert zijnde in de roem der zee-vaert,heeft de
Koningin Elizabeth tot de vergaderingen der Parlamenten
in\'t
mdlxxxvii jaer onder de Baronnen des Rijx beroe-
pen, met de tijtel van Heer
Howard van Walden. En onlangs
leeft hem Koning lakob met het zwaert van het Graef-
fchap van Suftb Ik om-gort, en tot zijn Kamerlinggeftelt.
Naby wiens huyzingen tot
chefier ford een veel ouder ftede-
ken was, beneven
Icaldune, zelfs op de grenzen van \'t landt,
*t welk de boeren nu na een oude Burgh, Burrow hanke noe-
men , alwaer alleen de teekenen van de uyt-geftorve ftadt,
cnde uyt-gedrukte omtrek der veften zijn. Dat het noch-
tans
Villa Fauflini geweeft zoud zijn, welke Antoninus in
deze wijk ftelt, zal ik niet zeggen, en hoewel
Ingrata Uti jpatia detinet campi,
Et rure vero, barbaroque Utatur.

Nochtans zoud ik zelf niet durven droomen, dat dit VilU
Fauflini
, dat is, Faujlinus Hoef, zoud geweeft zijn, welke in
deze en andere veerzen van den aertighften Martialis on-
der zijn quikken af-gebeelt wordt. De landen zijn hier
rondom, als ik gezeyt heb, zeer genoeghlijk door \'tgezaey-
de Saftiraen j want in de maent van ïulius, ook in \'t derde
jaer, als de wortels uyt-getrokken zijn, en na twintigh da-
gen, metde ingeleyde aerdetkluyt wederom ingefteken,
op \'t eynde van den September, Hemels-blaeuwe bloemen
voortbrengen, uyt welker midden drie vlammige kernen
van Saftiraen (wy noemenze
Chives) af-hangen, dc welke
heel vroegh voor den op-gang der zonnen af-geplukt, en,
uyt de bloem getrokken, met een langzaem vuur gedroogt
worden. En is de opkomft der zelve zoo groot, dat zy van
yder akker omtrent tachtentigh oft hondert ponden Saf-
fraen, terwijl zy vocht is, vergaderen, de welke, gedrooght
zijnde, omtrent twintigh ponden uytmaken. En \'tgene
meêr te verwonderen is, het landt, welk drie jaren achter
een geduurigh Saffraen voortgebracht heeft, zal zonder
meften achtien jaren lang garft voortbrengen, en geen Saf-
fraen op nieuw weygeren.

Meêr ten zuyden light Clavering, het welk de tweede
Koning Henrijk met de tijtel van Baronnie gegeven heeft
aen Robert
Fitz-Rogenv^xi wien het geflacht van Evers zijn
ftam trekt. Dezes nakomelingen, na dat zy langen tijdt
haer namen van haers vaders voor-naem ontfangen had-
den, na de oude wijze, als lan, Roberts zoon, Robert, lans
zoon, 200 hebben zy eyndlijk, door bevel van de eerfte

i t I :
i i

Gemeenlijk^
ivorden zy
Mandevils
genoem,

Baron
.Audley
van Wal-
den,

S^atn,

De Baron\'

ven van
Cltevering.

Koning Edward , hier van de naem van Clavering aen-ge-
nomen. Maer hier van in Northumberlandt. Hier vertoont
Ziet in
zich ook Stanßed Montftchet, het welk ik niet ftiizwijgcns
voorby zal gaen, wijl \'t eertjjdts een wooning oft Baronny
geweeft is van het geflacht van
Monte-ßxo , gemeenlijk jn^nt-
Montftchet
, de welke drie, \'t geen men gulde Cheverns ßtchet.
noemt,in een rood fchilt gevoert hebben,cn van den hoogh- De wa^e-
ften Adel geacht wierden. Doch daer hebben maer vijf van ^^
in de rechte lijn gebloeyt, en is eyndlijk het erf geraekt aen
drie gezufters, Margriet, de huys-vrou van Hugo van
Bole-
bec,
Avelina, huys-vrou van Willem de Forte, Graefvan Al-
bemarle, en Phiiippa, huys-vrouw van Hugo
Playz. Dezes
nakomelingen hebben tot onzer groot-vaderen geheugen
zelfs gebloeyt, en op-gehouden in een dochter, getrouwt
aen lan
Howard, Ridder, van wiens dochter door Georgius
Vere de Latmers,en Wingfelds voort gefproten zijn. En een
weynigh lager ziet men
Haßingbury, de woon-plaets der Hajliightt-
Baronnen Morley: waer van verder in Nortfolk. En aen het
zelve grenft een oude krijghs-wal, en daer van
Walbery ge-
noemt,
en meêr ten ooften Barrington hall,d.\\\\vzet het door- Barrin^-
luchtighfte geflacht der BarringtomyNoont,hetwe\\k, on-
der\'t gebiedt van Steven,de Baronnen van Montfitchet met
bezittingen verrijkt heeft- en by onzer vaderen gedenken is
het door het houlijk met de tweede dochter en erfgenaem
van Henrijk
Pole, Heer van Montagu, zoon en erfgenaem
van Margriet, Gravin van Sarisbury, uyt Koninglijk bloedt,
doorlucfoger geworden.

Na de inval der Noormannen heeft de Keyzerin Mach- De Graven
teld,vrouw der Engelfen (want die tijtel heeft zy gebruykt) f^« Efferi,
QiSSxeAy^n Magnavilla, gemeenlijk Mandevil, Willems
zoon, by Margriet, de erfgenaem van de Spijs-meefter Eu-
don, tot de eerfte Graefvan Eflbx, om dien machtigen
en ftrijdtbaren man dbor weldaden aen zich te verbinden,
gekoren, de welke in die verwerring dér tijden onder Ko-
ning Steven zijn oproerigh leven met vechten geeyndight
heeft. En hy is om zijn fchelm-ftukken, als in een ouden
Schrijver ftaet,niet zonder verdienft,vervallen tot een open- Reni^,
baer vonnis van de Ban, in het welke hy by het ftedeken
walden»
Burwell,
doodlijk op zijn hooft verwont is. En als hy op het
uyterfte na zijn laetfte adem fnakte,zo zijn \'er eenige Tem-
pliers gekomen , de welke het kleedt van haer orde, getee-
kent met een roodt kruys, op hem geleght hebben, en hem
daer na doot met zich nemende, hebben hem in haer bo-
gaerd, te weten , van de oude kerk by Londen, gefloten in
een looden kift, aen een boom op-gehangen. Deze zijn
twee zonen na-gevolght, te weten Galfred en Willem, bey-
de geftorven zonder kinderen. Namaels heeft Koning lan,
Galfred, de * zoon van Pieter van
Ludgershall, lufèicier * VitiC
van Engelant, een wijs en deftigh man,na dat hy een groote Piert., oft
zomme geldts van den zeiven ontfangen had, tot deze eer Bern,
verheven. Want hy had tot zijn vrouw getrout Beatrix, de
oudtfte dochter van Willem van
Say, de welke gebooren is
van de
zufter van dien Galfred van Maitdevill, eerfte Graef
van Effex. Een zeer geldt- en plaets-rijk man, als een oudt
Schrijver verhaelt, de welke den ^iflchop van Elien , lufti-
cier van Engelandt, met bidden en groot geldt op zijn zijd
gekregen heeft, en door zijn tuflchen-fpreken dat Graef-
fchap, \'t welk hy in plaets van zijn huys-vrouw, te weten, de
dochter van Willem, de oudtfte broeder van Galfred van
Say, door crf-recht zich toe-eygende, ge-eyfcht. De welke
hem in \'t volle bezit geftelt, het beloofde geit gevordert, het
welke hy kortelijk,- geheel en ten vollen in des Konings
fchat-kift te leggen, van hem ontfangen heeft. Alzoo heeft
hy aengenomen, en door des Konings brieven beveftight
zijnde, het zelve in gehad,bezeten, en der krijghs-lieden en
Ridderen manfchap aen-genomen.Deze eere hebben Gal-
fred en Willem, de twee zonen van deze Galfred Pieter
zoon, zich de naem van oft
Mandevill ikenne-

mende, genoten: van welke de eerfte jong in een fteek-fpel
om-gekomen is,en de andere heeft de zijde van den Franfen
Lodewijk tegen Koning ïan gevolgt, en is zonder kinderen
geftorven- Deze beyde zonder erfgenaem overleden zijnde,
zoo is Humfred van
Bohun,Gmeïvan Hereford,en Confta-
pel van Engelandt,in haer plaets geftelt.Want zo fchrijft de
Tijdt-fchrijver van \'t kloofter van
Waldendn \'t 1228 jaer,op
de zefte Ide van lanuarius, is Willem van
Mandevill, Graef
van Eflbx, geftorven, &c. In \'t zelfde jaer heeft Humfted
van Bohun, Graef van Hercford, en Conftapel van Enge-
landt,

-ocr page 233-

E S

landt, getrouwt Machteld, de dochter van Galfred, Graef
van ElTex, en is hem alzoo na gevolgt. Nochtans blijkt het
uyt de hant-veften, dat Henrijk van de vader van

deze Humfred, de zelve erfgenaem getrouwt heeft. Maer
die dwahng is voorwaer zeer lichtlijk ingeflopen, wijl in de
fchriften van die eeuw, de voor-namen alleen met groote
letteren getekent zijn, als H. voor Henrijk oft Humfred;
G. voor Gilbert oft Galfred, &c. Van zijn mannelijke nako-
melingen zijn de Graven van Eifex en Hereford eikande-
ren lange jaren gevolght, van de welke wy onder de Graven
van Hereford verhaelt hebben , wijl zy zelve zich Graven
van Hereford en Eflex gefchreven hebben. Des laetften
zoons der
Bohuns oudfte dochter iEleonoor heeft, zijnde
met dc tijtel van Effex ten huys-vrou gegeven aen Thomas
\\^an
Woodftok, Hertogh van Glocefter, haer dochter Anna
gebaert, dewelke tot haer eerfte man gehat heeft Edmond,
Graef van Stafford, van welken de Graven van Bucking-
ham gefproten zijn.en tot haer tweeden man Willem
Bourg-
chier
, dien de vijfde Koning Henrijk het Graeffchap Bw in
Normandyen gegeven heeft. Deze heeft byde zelve ge-
teelt Henrijk
Bourgchier, den welken de vierde Koning
Edward bekleet heeft met de eer van \'t Graeffchap van Ef-
fex.Die heeft tot zijn navolger gehat den tweeden Henrijk,
zijns zoons zoon, de welke in zijn
ouderdom van een hert-
bittigh paerdt geworpen zijnde,
zijn geeft gegeven heeft,
nalatende zijn eenige dochter Anna. De welke de achtfte
Koning Henrijk verachtende,heeft terftont Thomas
Crom-
tve//,diens
dienft hy in \'t vernietigen van dePauftijke macht
gebruykt had, om hem meerder eer aen te doen, te gelijk
gemaekt heeft Graefvan Effex, groot Kamerling van En-
gelandt, en Ridder vande orde van S.Ioris, dien hyte

Ziet de
Craven
va» Here-
ford.

X.

E

vooren om zijn fcherpzinnigheydt geftelt had tot overfte
der Rollen, tot zijn Geheym-fchrijver, Baron Cromvelly^xx
Okeham , Koninglijke algemeene Stadt-houder over de
Geeftlijke goederen, en Bewater van \'t byzondere zegel; en
dit alles in \'t verloop van vijfjaren. Maer in de vijfde maenc
van dit Graeffchap heeft hy het fpel van zijn leven met een
bloedigen uyt-gang, als de meefte dienaers van groote din-
gen plegen, met hals-ftraf vol-eyndight. En de zelfde Ko-
ning heeft Willem
Payr, dien hy de eenige dochter en erf-
genaem van Henrijk
Bourgchier tot een huys-vrou gegeven
had, ook met de tijtel van Graef van Effex befchonken. En
Parr eyndlijk zonder kinderen geftorven zijnde, zoo heeft
Gualther
D\'Eureux , Onder-graef van Hereford, wiens
over-groot-moeder was Cecilia
Bourgchiers, de zufter van
dien Henrijk
Bourgchier, waer van ik terftont gefproken
heb, door de genade van Koningin Elizabeth deze waer-
digheyt van Graefvan Effex verkregen, en aen zijn zoon
Robert nagelaten, dewelke door de uyt-nemende gaven
zijner natuur, fteunende op de hooghfte genade vande
goedertierenfte Vorftin, met zoo vollen trap tot eere ge-
vordert is, dat gantfch Engelandt gehoopt heeft dat hy de
hooghfte eeren der voor-ouderen, by-een-gefmolten, zoud
eve-naren , ja overtreffen : maer ach armen, terwijl hy
door de voor-windt des volx verrukt zijnde, zich haeftteom
zijn hopen voorby te loopen, zoo heeft hy zich zelf ten
val geftort: even als Vele, de welke het lankzame, \'twelk
met zekerheydt komt, verachtende, het vroege liever mee
haer eygen verderf begeeren. Doch onze doorluchtighfte
Koning lakob heeft, uyt Koninglijke goedertierenhcydc>
door de macht des Parlaments, zijn zoontjen Robert
ia
zijn geheele en vadedijke eere herftelt.

In dit landt worden 415 Panochy-kerkengerekend

P E

Qqq

-ocr page 234-

^ 1

rr

: II

200

Ml

ENEN

I

D E

11

Ef naefle iandt aen de Trinobanteû, \'t ys)élk mmaels Eaft-Anglia genoemt pijnde, kt
landt vanSuffoiky Nortfolk, Cambridge j en yan Huntingdon begrijpt, hebben de
Icenen
eertijdts ingenomen^ elders iperkeerdelijk T i g e n i ^ enby Ptolomeus verdurvelijk S i m e-
ni
: en die ik ook onlangs geacht heb dat hy Crfar met een yeryoert ycoort C e n i-m a g n i
gencemtge^eeß ^jn : de oorzaek yan de^e %jjn meening isge-^\'eeß de %eir n.ieu\'SPerer\'ppant^
fchap y ypelke tußchen de^e tscee namen
1 c e n ww C e n i-m a g n i , en de oycr-cén-
\\ flemming yan Tacitus en C.xfar. Want hy fchrijft dat ^ich de
Ceni-magni aen de Romey^
nen oyer-gegeyen hehhen, \'t ypelk Tacitus infgelijx met de^e ypoorden ytrhaelt, dat de
Icenea
gedaen hebben : Zy onz;e yriendtfchap hegeerende, aen-gekomen, Maer dat het mee fle is, in een boehmet de hant
gefchreyenflaet,yoor
Ceni-magnï-, Ceni, Agni, meteen gefchift scoort, -^aeryoofikj^ooiknict
te floHt fchijnen ^oud
, IceNi, Regni flellen ^oud. Ook ^ultghy yooryoaer de Ceni- magni nergens in Bri-
tannienyinden, \\oo ^y yan de ïceni Regni yerfcheydenge-weefl^ijn. Voorts 9;jjn in de^emjk noch oyerhlïjf--
feknyan de naem
Iceni, als Ikenfworth, Ikenthorpe, Ikborrow, Iken, Ikfning, Ichlingham, Eike, See.
En die Burgermeefl€r
--9Pegb, ypelke hier gelegen heeft, yport door-gaens yan de Schrijyers der yoorige eeuyp îchenild-
ftreat,
als der Icenen ftraet, genoemt. Welke des naems oorfprong en reden , durf ik, 9^00 moet my de -s^aerbeyt
helpen, niet giffen, \'t iemant de ^elve trekke yan de beyteligegeftalte des lants, en ^egge dat het eyen als een beytel
aen de ^ee light. Want de Britannen noemen een beytel in haer tael
Iken, en met de ^elfde naem s^ort een plaets in Wal^
les, hy het meyr yan
Lhintegid , Lhan-yken, om diegeßalte genoemt, $n in den ^elfden wt een landeken in
Spanjen
Sphen, dat is, Beytel, als Strabo getuyght, geheeten ; V "^pelk nochtans min als dit onz^e tot de gelijkenis yan
em Beytel fchijnt te komen.

Dit ifdk ypas eertijdts > als Tacitus ^eght ,flerk, en na dat het ^.ch in ^t yerbont der Romeynen begeyen had, ^00
is het noyt tot Claudius tijden toe met eenige oorlogh beypogen. Want toen, als de Voor^jchout Ößoriiis de riyleren met
kafteelen heette, en den Britannen de "Gapenen onttrok, !^oo hebben ^y, haer troepen by-een^hrengende , ^ch daer tegen
geftelt : maer ^ zjjn yan de Romeynen 5 dfvoelke de T^al ^ ypaer meê ^y ^ch om-grayen hadden,doorbraken, niet ^pn^
der een groote neerlaegh yeryponnen, In ypelke ftrijdt ^y yoorsoaer yeelen treflijke daden bedreyen hebben , en M. Ofto-
rius, de ^oon des Gekants, heeft de eer yan een behoude burger y er dient, De^e oorlogh al^oo ter nedir gekyt %jjnde ,
ç^o gefchiede H naeulijx 13 jaren daerna, dat \'er door de^^e beginfelen een nieu ons^eêr yan oorlogh ontflaen is. Want
Prafutagus, Koning der lemen, om ^jn yolk yan de ellende, oftzjch ^elfyan byxondere ongemakken te beyrijdcn^

i.

ii li

f

Ichmilâ-
ßreat.

Sfhen»

11

i ■ I

\' i

Traßttd"

is: i^oo dat ^jn Rijk door de Hoofi-luyden, en ^jn huys door de jlayen ingenomen pijnde, yer-^oefl -gierden* Bn ^jn
huys-yrouyo Boodicia, -^elke ook Bunduica genoemt \'Vport, is nu eerft met jlagen onthaek, en 4jn dochter y er kracht en
gefchonden* En de yoorneemfte der Icenen, als of^y al het lant te fchenk ontfangen hadden, ^ijn yan haer yaderlij ke
goederen berooft, en gehouden onder de Jlayen yan den nabuurigen Koning, Door ypelke fmaedt en trees yan erger {als
\'zy tot de ypijs yan een Proyincy gekomen waren) de ypapenen in de hant genomen hebben ^ en na dat ^ de Trinoban^
ten en andere, die noch de flayerny ongeypent yparen, tot y^ ederfpannigheyt beypogen hadden, ^00 poeren te ^amen,
door heymelijke t\\amen-rottingen, de yryheyt ypederom te krijgen, met een îr bitteren haet op de oude zoldaten ont-
fteken pijnde. Bier uyt is defchadelijkfte oorlogh ontfteken, ypiens ylammen de gierigheydt yan Seneca, als eenyuur
metoly, geyoedt heeft, deypelke omtrent die tijdt yeertigh hondert Seftertien [tey^ettn drie-hondert^duy^ent pont
Staerlings) met de grootfte ypoeker yergadert hebbende, ^eer bitterlijk in-eyfchte. In de^en 001 logh, om H ^ehe kortlijk
te verhalen, heeft die Boodicia, ypelke Gildas een liftige Leeumn fchijnt te noemen, de huys-yrouyp yan Prafutagus,
tachtentigh duyfent Romeynen en bontgenoten y erf lagen en gedoot, de Nieu-ftadt Camalodunum, en\'de yefting Vero-
lamium yernielt, Zy heeft het i x Legioen yerftroyt, en de
Stadthouder Catus Decianus yerdreyen. Maer eyndlijk,
door een rechtyaerdige flagh yan Paulinus Suetonius yerbroken pijnde
, is met een onyeryponne ftantyaftigheyt des ge-
moedts, als Tacitusfchrijft, door inge^ope yergift^ en als Dio yerhaelt, door ^ektegeftoryen. Wijl
de^ic oorlogh lich-
terlay noch in brant ftond, fchrijft Xiphilinus uyt Dio, dat de Britannen infonderheyt de Oiperyoinning onder de naem
yan
Andates, deypelke elders in een Griex boek Andrailcs geheeten yport, ge--eert, en in haer bofch degeyangens
met
de grootfte yoreedtheyt geoffert. Welke naem de Britannen nochtans niet erkennen yoor de Oyerwinning,ook zje ik
niet ypat het ^elye bediet, \'t^y dat de Britannen de Oyerypinning genoemt hebben yan \'t uyt-roeyen, eyen

als de Latijnen de ^ebe Vidoria yan Vincere, Overwinnen, de Sabijnen Vacuna yan Evacuarc, Ontledi-
gen,
en de Grieken N i k H, yan niet wij ken geheeten hebben ypant met defe naem yan Anarhaitli yf ordt by
hun een yyandige en fchadelijke uyt-roeying betekent, Maer dit zy in \'t yoorby gaen en flechts ter loop. En yan toen
afhebben de Schrijyers yan de
Icenen lang ftil gezypegen, en kan men met lezen anders niet yan de zehe yernemen,
als dat de Romeynen, m in \'t zakken yan haer Rijk, door deze en andere landen een nieuype Oyerheyt oyer de zpe-
ftfanden geftelt hebben, om der Saxen royeryen te bedypingen, den ypelken zy de Graef yan de Saxifche [Irant langs Bri-
tannien noemden ^ gdijk yoy nu yoor yerhaelt hebben,

Maer als de Saxen in dit eylandt haer Zeyen-heerfching beyeftight hadden, zpo is dit landt geraekt tot het Rijk
der Ooft-Engelfen, kt ypelk zy, om zjjn ooflerfchegelegenheydt, in haer tael ear^-ansle-pyc genoemt hebben, dat
iSy het Rijk van Ooft-Engelandt, en\'t heeft Vffa tot zij ^ fte Koning gehadt, ypaer yan haer nayolgers
VfFkines lang zjjn genoemt geypeeft, deycdke fchijnen geftaen te hebben, nu onder de hulde yan de Koningen dcr

" Mer-

1 li
t

boodicia.

I
i.

Senecaes
woeker in
Britan"
nien.

H ;

\' >i
H

Dio,

Andates^
eft Andra-
ftes.

De Over-
winning
een God-
din.

Jn Kent,
Eafl-An-

I

-ocr page 235-

S U F .F O L K.

2,01

berden, en dan yan de Koningen yan Kent: -melker ßam in den hey Ilgen Edmund uyt-ge (lorren i^ijnde, ^co heb-
ben de Deenm het landt door-loopen ^en het^be omtrent vijftigh jaren eliendighlijk door alle jammeren der oorlozh yer^
nielt, tot dat de oude Edmrd ^de ^ehe oner-^onnen hebbende, het aen %jjn Rijk yan Weß-Saxen eyndlijkge^oezht
heeft. En daerna heeft het i^^n üyerflen gehat
y ypelketer in de eerfte tijden der Noormannen een Radulfy uyt Br et an- Radulf
jen gefproten, bekleet heeft j een ^er ontrou man yan aert j de\'Soelke ^ als hy metgïoote toe-rufling \'xjjn Bruyloft hield
^eer
fchelm-achtige raedt-flagen yan Willem den Noorman-om te brengen, met yelen aengegaen heeft 3 maer te y er geefs
hoopte men ßil-fmjgen en trouyp onder ^00 yele^ die yan de ^aek be^ufl mren. Want het felye uyt-gebracht pijnde ,
^00 is hy yan eer berooft en gebannen, de andere 4jn met de bijl onthalß. Maer de%e dingen ^tjn by de Gefchicht-
fchrijyers ypijdtloopiger te yerhandekn laet ons nu, H mik ons yoornemm is, tot de plaetfen felye komen. Hoedanigh
defer landt gc9Peeß is,fiet dat heeft u Abbo Eoriacenßs, die gebloeyt heeft int
D c e c c L x x jaer, met de%ß ypoor-- ^^^^^
den af-gemaelt: Dit deel, H ypelk Ea^-Augle genoemt-svort, -^ordt ^0 in andere dingen, als hiev in yoor edel gehou»- vm s. Ed.
den, dat het byna rondom yan H ypater befpoelt \'9Pordt, ypiß \'t ten ooßen omringt ycordt yan de ^ee, en ten noorden yan
htypater yan ^eergroote moerajfchen, dewelke om de ylakte des landts uyt het midden yan bykans heel Britannien
ontßaende, oyer de hondert en meêr mijlen, met de grootfte riyiefen in de ^ee afy allen. Doch aen die kant, daer de
izon ten \'heeften Tijet, is dit i^^ehe landt aen het oyerige eylandt yerknocht, en derhalyen ypandelbaer : maer op dat het
door den inyal der yyanden niet Velkens oyerrompelt yperde^ ^00 is \'t met een * dijk, eyen als een hooge muur^ yan aer-
* Rech diks
de op-ge-^orpen, iroor-n^en, Laeger is het yet genoegh yan aerde, en ^eer geneughlijk door de groente der hoyen en
yoouden, door de aengename jacht der ypilde beeflen, tn hoyen maten yruchtbaerin heerlijke -^eyden, yee, en beeften,
Van de yifch-rijke riyierenßpijgen -^oy, mjl het yan hievy alsypygefeyt hebben, belikt -voort yan de tong der ^ee, en acn
de anderßjde befpoelt yport door de ontallijke menighte yan ftille -cateren, met yvijde meyren,by de tyoee en drie mijlen
groot \'zijnde. Welke moeraffchen aen yele troepen yan Munniken geypenfchte wijken yaii eenfaemheyt yerleenen, al*
\'waer ^ befloten ^jnde, de eenigheyt der wóeftenyen niet gebrek hebben. Zoo yêr Abbo,

SOVTH^FOLKE oft SVFFOLKE

Vffolk, waer van ons eerft
ftaet te fpreken, wordt by
de Saxen Su^plc, dat is,
het
zuyderlijke volk
, ten op-
zicht van Nortfolk ge-
noemt, en heeft ten weften
Cambridge, ten luyden de
rivier
Stour, dewelke het
zelve van Eftèx fcheyt, ten
ooften de Noord-zee,en tën
noorden twee kleyne rivier-
kens, de kleyne
Oufe, en Wa-
veney, dewelke , als uyt de zelve bron verfcheydelijk lopen-
de, het zelve van Nortfolk af-palen. Het is een ruym en
haven-rijk landt, van aerde, behalven in \'t weften, zeer vet,
alst\'zaem-gevoeght zijnde
van kley en margel, waer door
- \\ zeer luftigh is in akkers, en vruchtbaer in weyden , om
beeften te meften, zoo dat hier een groote menighte van
^ Kaezen gemaekt worden, welke in alle deelen van Enge-

Koßun, j^gj g^QQj. voordeel der inwooneren,vertiert worden.

Ia ook in Duytfchlandt, Vrankrijk, en Spalijen, als de Ge-
neesmeefter Pantaleon getuyght, dewelke zich niet ontzien
heeft deze onze met de Placentijnfche in verw en fmaek te
vergelijken,maerhy was geen lekker-tant uyt deSchool van
Apicius. Hier ontbreken ook geen boftchen en waranden,
dewelke , aen de huyzen der edelen gevoeght zijnde, met

wildt vervult zijn. 1 • j •

Dit landt wort nä de burger-heerfching gedeelt m drien,
tan welke het eerfte deel
The Geldable genoemt wordt, om
dat men daer de fchatdng uythaelt : het tweede de Vry-
heyt van S. Edmund, om dat het tot diens klöofter behoort
heeft: het derde de Vryheydt van S. Etheldred, om dat het
toebehoort heeft aen het kloofter van
Elien,aen welk onze
Koningen eertijdts vergunt
hebben eenigë landekens met
Sacha en gelijk \'er in \'t Ehenfifche boek ftaet, zonder
eenige uytneminge van
Geeftlijke oft Weereldtlijke luris-
didie. Maer laet ons het zelve, als
Plaets-befchrijvende,
aenvaerden, en, van \'t weften beginnende, de voorneemfte
plaetfen door-zien.

Daer \'t zich ten weften, en na Cambridge ftrekt, daer
light op de grenzen
zchc, Ixning, eertijdts vermaerder als
nu. Want weleer hebben \'t de
maeght Eltheldreda, Ko-
ningin Annas dochter,
onder de heyligen getelt zijnde,
door haer edel geflacht ,• Radulf, Graef van dit
Eaß^Angle,
door zijn t\'zamen-zweering tegen Willem den Noorman}

r

A

en Hervseus, de eerfte BifTchop van EUen, door de wegh ,
dewelke hy van hier naer
Ely geleyt heeft,verheerlijkt.Doch
nu heeft het door de nabuurfchap van de Nieuwe-Markt,
dewelke wy
Newmarket noemen , alwaer alle dingen Van
over al om ftrijdt te koop gebracht worden, begonnen af te
nemen. Dat dit jonger is,geeft de naem zelf te kennen : en
het is zoo gelegen,dat het zuyder- deel zich na Cambridge,
het noorder zich naer \'t Graeffchap van Suffolk toe ftrekt,
en zy hebben beyde haer eygèn kerxken, van welke dit
Ixning, en t ander Ditton oft Dichton tot zijn moeder er-
kent. Doch is my van dit in\'t lezen niets anders cemoet,
als dat Robert de
PIfe, onder de derde Koning Henrijk,het
eene deel van \'t zelve tot een vrye houlijx-gift, met\'zijn
dochter CaflTandra, aen Richard van
Argentan, waer vande
Alingtöns gefproten zijn, gegeven heeft.

Hier rondom vertoont zich een zeer ruyme en breede
vlakte, van \'t zelve
Tiervmarket-heath genoemc, zijnde Van
zandige en dorre, doch groene aerde, waer in men dien
wondedijken graft ziet, dewelke het gemeene volk,als of de
zelve van den Duyvel daer geleyt was,
Bevils dike noemt,
daer \'t nochtans zeker is dat het een van die geweeft is, waer
door de inwooners, als Abbo getuyght, zich tegen den aen-
val der vyanden voorzien hebben, als wijdtlopiger verhaelt
zal worden , wanneer wy tot het Graeffchap van Cambrid-
ge gekomen zullen zijn.\' Ondertuffchen moet de lezer hier
nochtans vermaent zijn, dat de minfte van al deze graften
omtrent twee mijlen van hier tuflchen
SmÜ-tvell en Moul-*

gezien wordt.

Meêr binncnwaerts is dc zeer vermaerde ftadt van S. Ed-
mund, dewelke in de Saxifche eeuw Bcocpicf^ueo/jö ge-
noemt wierd, en in de Britanfche * zoo \'t fchijnt,
Villa
Favstinï
, van welk Antoninus gedenkt ; want dat is
\'t gevoelen van Talbottus, cen man in de oudtheydt wel er-
varen, en in dit deel van Engelandt zeer wel gcoeffent :
ook komt de reden dcr gelegenheyt en wijdte, zoo van de
Icianen, âls van de Coloniehy Antoninus zeer wel over-een.
En gelijk als r/7/^,
à^tis, een Hoef , betekent cenigh Edcl-
mans huys op een landcry geftelt,zo heeft Gueojno by dcEn-
gelfen het zelfde betekent. Want die Abbo vertaelt
Bedericf
gueord, Bederici Cortis,
dat is, Villaok Hoeve. Dacr-en-bo-
ven fchijnen de Engelfen dc kracht des woorts in haer tael
over-gczet te hebben ; want gelijk
Fauflinus in \'t Latijn de
zin van voorfpoedt begrijpt, zoo begrijpt het
Bederic in het
Duytfch, als die
geleerde Hadrianus lunius fchrijft, daer
hy de naem van
Betorix, welke by Strabo de zoon van den

R r r Sicam-

ket, de

Nieum-

wark^.

Netvrn^»
ket-heath».

Devils dé\'

S. Ed^
fnmds Ba-
ry.

f^illa EOH"
ßim.

Gueord of e
Worth.

fil\'

-ocr page 236-

Sep ten trio

* * \\ ^ jÈ\'
\'Jhicunv Co-ntrtwm. Si^ohlce Ir^^nla..

\'Diicum e± Cù-mtttarv Clar^Ticta hpßjfrtia^.

y.rrtumtiavâ/t.

\'11 il I

I GcrrUßm

Jiehem.

^^rà^st Ccrkiti^

y

•A

-y

a\\ Cl

y

Q\'

f

h - .5 J-

frit Clore
ufCUrc

\'T.^hcaùtkcr

^i^lke. ■

Giartan.
XefloA

icr

^TUxton,
OUtctu

JS^^Sort»

^\'iéla.^eoU\'

[ffrerice^

^ct

jyukc
~ \' Sj^otke-

af Clarence Za^îa^^^

X

O

R D F O L C I
P A R S

Mali â–  .

i ^"ü^sim^,

Ouß j^--

\' \'^ijt Dûjfenhativ

^ _ Pix-miiJoii

\'T^aturfcrâc

lu JL C K :e o .R D IIV _N T) . Lakettheaih^ \\

e.zlcn}

amma^

3 LJicic^ O un ^

Senq^îam-

- r Jlvnnviiytv

^ XcUtnjha

.L " ^^

Sa£ßün, Jûp^rarO}

£-rßwelL

.LMilcliiall

ißeVhmti^

Can tab ri

lOûrhifat a

Calfitrth

ÄiZ

t

HerUytL

SrechtJiam

X.

\'ïcrJhanL

.fer^am.

Jby.-

Jialùnalam-y\'

G\' X JCca/t^ \'Si

Cau^taiTL, JiJ^ißy^

iefitham amnttim <

Saxhorn- m^ita..

t

4 % Saxham^-^ lUvsTTfrl

1.

Mm:.

JJetdetL.

Vyclehdtti.
ircahi

of

Pa\'rt

CarUtca. ! , Jl

UraJhy

7itrlû7i
gUll-

Jbrßet rtu^

Camtrids;^ ^

Trcßyn

Staißlle,

Bjirmwi^ii, ,

SVFFOLCIA

^Vt^macwt

.e

S VF F O L KE

HietforJe lliâ^tpré

^ Mamiuiv

wnzltùi^ \'

\'T^ickham.

ihire . Â«^.zii.

\'l/aiie
liam

"I^T\'hlK^ß^^^ ^^ JTvî^ r». I i 1 km

^^\'^\'^\'«fc-ïias _ ..vCü „ ^fe f fé/l, HM

_...............

Staks.

SUa.^" campes

Oraton. [f^\'î^

.1

k

R I S 3 n Y I"\'
H v
jsr D.

Clac«

iCiclßao

X\'

Siurmerc,

^"ydoti\'.

k-.

M\'.Öoue\'.

Srißam, l Sh^j^Jc^^ ^aé^

,.4- S-j^insX..

\'Senator

otx.

4

Cpuehkh\'^

\'^rendtam

O

A;

-Ifii-ffl-

WûT^e \'Bhnnct\'tûtt. ^ J^jßi^^^

DiÄ

rUe

f, ! JiCfphamßri:

\' TCnaä^ßJL f- L /

jßvtün- - K r Ã„ I

. , , 1 ^ ^ I \\ J^ra^ , l _ . \'

-1 y^at^Mom -^,Conyweß!tL .-»^y^eßtL. i

-Ä ^ XJÏ a . ---------- iiï^: k ST ^ — r^^SL. ) jiran^eOA. J^JJiormffton-

Swton- I /f
À äff-
V

Jiichhyak H-^ll r V. 8 ^kM ^ ^ i \' J^- \\

1 \\ MJhtim.

-^-^Cas-hciL,

\'Theiertan.

Och

Jsr e F o n D n .

S.Craß \\Tsters\' S^haet

■nhafton.

ricke j w

^ack ßrd^^

j Si, \'^Isiynoi

l^dlcnhatti, , \\ JL

K I

mniiim ^ \' â–  V, i

SanjAt»-am. W ^ertihamtierbn. i

Thij^C^OTT Tk^ öVARD fi » R E .......—i AA

hechte ^

^Jmere hauen-

. o \\ W

CU3er SBu^tr^MLL .Â^Peljha«. / ... ^ „ ,

A. . ..............\\ ^

CackßUk ^^orpc ^ r«^ f -k. L. J? , ■ Y^i. f^r/1

"f CaMam, -à-.-

\' J&mtryßüa \\ -Sa

üCßi\'zbm,

.J. ßß^yßn.

- , Vfr ^

^oal^^Y ..............

."W I r o B D il ^

Hammßalt
il Viv-^D.

..^Mertaiv

D£pßy

ai) ^BlahßnhoA.fm ^A.a.r\'&ll \\ f ^ T. T -c, 1 1? n T? -n ƒ \': r.11. Jt,

V \' AR ORD

-s^r/^ ........I pox^L

Co

o

\\3ucMcßa.

yjCtrtûil^

HacbfiL.,

ln:E. S

Ww^jr hauen.

\'J^Vxtvw

\'^aiiUu -Je,

^äbütL.

4

.(gs\' i Ã  à. \\liarniye J£ ^v-M Tf.

^■GßanL

Çrjs

>

ICiL

-mo,

l JL

S

•Pa fi s.-^i\'^Äf------

1 ^^ ^/i^fj À -S S^iylml

^ ^ — -^r/fa«.
erß , â€”—

^ ^ JM^anttre

^ \'DcMam. l\'aigri -

^Mitior mäliartA Af^ltat ßiv^ unutti-

\'Z^âUar,

GermatucMTi^ ■

Jiamfyr ^

Mefidies

■jJhißy

ril

-ocr page 237-

D

I

E

\' jf
k

r

Sicamber Melo was, vol van geluk .en gunft vertaelt. Doch
zoo zy verrcheyde geweeft zijn , zoo beken ik gaern, dat ik
niet weet, wie die Fauftinus , cn wie deze Bederic geweeft
is. ïk weet altoos zeka:, dat\'et dc Hoeve van dien Faufti-
nus niet geweeft is, welke Martialis in \'t derde boek van zijn
Quikkcn befchrijft. En zoo ik zeyde, dat het de Hoef van
Serieus de dien Bericus geweeft is , dewelke, uyt Britannien gedreven
êman, zijnde, als Dio getuyght, den Keyzer Claudius op-gchitft
heeft, om oorlogh tegen de Britannen te voeren , ik zoud
rny zelvcn niet gelooven. Maer daer zy afwat wil,zo \'t Fau-
tftinus Hóef niet is, zoo fchijnt zy nochtans vermaert cn ge-
denkwaerdigh geweeft te zijn, wijl Koning Sigfeberth, als de
Chriftlijkc God^ts-dienft in deze wijk opquam, alhier een
kloofter gefticht, cn Abbo haer de Koninglijke Hoeve ge-
noemt heeft. Maer na dat het lichaem van den Chriftlijxten
Koning Edward, den welken de Deenen met uyt-gezochte
pijnen gedoodt hebben, van hét volk hier gebracht, en tot
zijner eer een zeer groote kerk, met een wonderlijke houte
soldering gebout is,- zo begon het
Edmunds Burgh,gemecw"
lijk S. Edmunds-Burgh , en kortelijk Bury genoemt te wor-
den,en uytnemend te bloeycn,doch voorneemlijk na dat dc
Koning Canut, om Zijns vaders Suenus kerk-roovigc Godt-
loosheydt, tegen deze kerk begaen, te verzoenen, dezelve
met een nieu werk herbout,met rijkdommen vöorzicn,met
zijn kroon des H. Martelaerfchaps vereert, Munniken met
haren Abt in dezelve gevoert, en aen \'t zelve vele en groote
hoeven, en onder andere zijn geheele ftadt gefchonken.
Waer over dezelve Munniken door haer Senefchal ge-
heerfcht , en recht gefproken hebben. Waer van lofcelin
van
Brmklond, Munnik van deze plaëts, aldus fpreekt: De
lieden zoo buytcn als binnen den Burgh zijn onze, en alle
genieten zy beneden
Banna Leuca de zelfde vryheydt. Na-
maels heeft Herv£éus, van \'t geflacht der Noormannen, de
zelve met een muur, waer van noch wèynigh overigh isj
omringt. De Roomfche Paufen hebben \'t met veel vryhe-
den begiftight, en onder andere vergunt, dat dié plaets aen
Malmes\' geenige Biflchop ergens in zoud onderworpen zijn , en in
burieafis. wettelijke dingen den Acrts-biflchop gehoorzamen; \'t welk
noch onderhouden wordt. Enals de Munniken nu in alle
rijkdommen overvloeyden, zoo hebben zy Ccn nieuwe kerk.
Zeer heerlijk Van gebou, op-geright, cn dacghlijx met nieu«
■ we gebouwen vermeêrt en terwijl zy, onder \'t gebiedt van
de eerfte Edward, de gronden van een nieuwe kapel leyde-
E^verfde- den, zoo Zijn daer (als Everfdenus, Munnik van deze plaets,
ms, zeght) gevonden de muuren V^n een oude ronde kerk, al-
zoo gebout , dat het Outaer gelijk als in ^t midden ge-
weeft is, en wy gelooven, zeght hy, dat het die was, de-
welke men aen het werk van S. Edmund eerft gebout had.
Doch hoedanigh deze ftadt? en hoe groot het kloofter,
terwijl het ftond, geweeft is, hoor van Leiandus, die \'t ge-
zien heeft: De Zon
heeft geen beter gelegen ftadt gezien,
zoo geneughlijk hangt zy van een zachte heuvel, en wordt
ten ooften befpoelt van een rivierken: nocht ook geen tref-
lijker kloofter, \'t Zy dat iemandt met gelijke redenen over-
wcge , dc rijke begifting, de groote oft weêr-ga-looze heer-
lijkheydt. Ghy zoud zeggen dat het klooftcr een gantfche
ftadt was, zo veel poorten, zommige ook van koper,zo veel
torens heeft het, infgelijx een kerk, dewelke geen ander in
* ISlu maer heerlijkhcyt wijkt, cn aen welke ^ drie andere, heerlijk ge-
twee, bout, op het zelfde kerk-hof gelegen, ten dienft ftaen. In-
dien ghy weten wilt, hoe groot de rijkdommen geweeft
zijn, niemant zal lichtlijk zeggen, hoe veel begiftingcn aen
\\ graf van Edmund te koft gcleyt zijn ,en daer toe heeft het
, uyt zijn
inkomften en erf-gronden jaerlijx verzamelt duy-
: zent vijf-hondert en tfeftigh ponden. Zoo ik de oproeren,
I tuflchen dc burgers en Munniken (die door haren Sene.
■ : fchal over dc burgers heerfchten) dikwijls ontftaen, cn met
wat een verwoedtheyt zy tot onderlinge doot-flagen t\'zacm-
i ^ïoopen zijn,byzonderlijk vertelde,mijn verhael zoud alle
ï geloot te boven gaen. Maer van dit werk,Zo over lang acn-
gegroeyt, en van de zoo veel jaren vergaderde rijkdommen,
heeft de achtfte Henrijk een eynde gemaekt,als hy de kloo-
ftcrs uyt-rocyde, door over-reding van die gene, die haer
eyge redenen en rijkdommen voor des Vorften, cn des Va-
derlandts , ja voor Godts eer, onder de fchoone fchijn van
de Godts-dienft te hervormen, geftelt hebben. Nochtans
light daer van de voorige oudtheydt geen leelijk lijk, maer
voorwaer een heerlijke vervalle muur, waer over yder, diezc

N.

befchout, zich en te gelijk verwondert, en erbarmt. Enge-
landt heeft, om dit in \'t voorbygaen acn te tekenen, zoo zy
oyt in eenigen man fchade geleden heeft,de grootfte fchade
in deze plaets geleden. Want die ware Vader des vadcrlants
Bumfr.
Humfred, Hertogh van Glocefter, die vafte voorftander
van \'t Recht, cn die zijn doorluchtigh verftant met hooge
ocffcningcn vereert had,na dat hy het Rijk vijf-en-twintigh \'
jaren onder dc zeftc Henrijk alzoo met de grootfte eer be-
ftiert had, dat nocht de goeden tc klagen, nocht de quaden
te laftcrcn hadden, is hier door de nijdt van Margriet van
Lottringen van zijn Icvcn berooft 5 dewelke, midts zy haer
man de zeftc Koning Henrijk zoo kleyn- cn teêr-moedigb
zagh, dat hy al \'t hooghftc gefagh tot zich trok, dit fchan-*
digh ftuk opgenomen heeft; maer met haer en dezes Rijx
grootfte fchade. Want terftont wierdt Normandyen met
Aquitanien verloren, en mcêr als burgerlijke oorlogen ia
Engelandt verwekt.

Neven deze Burgh van Edmund ziet men Rmhhrok, de
woon-plaets van het doorluchtigh cn Ridderlijk geflacht
der
lermins-, en niet vêr van hier ikesrvorth, alwaer ccn oude Ikesweré,^
Prioriegeweeftis, van Gilbert een man van grooter Blund.
edclhcydt, en Heer van Ikesrvorth, gefticht, wiens manlijke
ftam in de rechte lijn uyt-gegacn is in Willem , dewelke ge-
bleven is in dc flagh by
Lewes, ten tijde van de derde Hen-
rijk , en twee zufters, als Agniet; dc huys-vrou van Willem
van
Creketot, en Roifla, dc huys-vrou Van Robert Van Valo-
nien,
tot erf-genamen nagelaten heeft.

Meêr ten noorden light Fernham S. GenovefeA^ctom ge- Fernham.
denkwaerdigh, om dat Richard , lufticier van Enge- ii73*
landt, Graef Robert van Leicefter, alhier ruytende cn roo-
Vcndc,in een rechtvacrdige flagh gevangen,en mcêr als tien
duyfent Vlamingen,die hy tot het verderf van zijn vaderlant
beroepen had, verflagen heeft. Hier dicht by hébben wy
twee zeer treflijke huyzingen gezien, het eene van de Rid-
deren , by
Hengrave, een bezitting eertijdts Van Ed- iJengraiie.
mund van Hengranje , zeer vermaerde Rechts-geleerdc ón-
der de eer fte Edward, het andere van Niklaes
Culfmth.
Bacon onlangs gebout, dewelke de Zoon geweeft is van dien Facon.
Niklaes Baeon, Groot-zegel-bewaerer van Engelandt, die,
om zijn voornemcwijsheyt en gezont oordeel, met recht
voor de tweede onder debeftemdeen toe-geeygénde van
dit Rijk in zijn tijdt gehouden is. En niet wijdt van hier is
het vlexken
Lidgate gelegen,hct welk met deze naem geen- lAdgate.
zms te verzwijgen is, om dat het den Munnik lan Lidgate loan Lid\'
Voortgebracht heeft , diens verftant van dc Mufen zelve
fchijnt verdicht te zijn, 20 zoete aertigheden cn fracyighc-
den ftcken in zijn Engelfe gedichten uyt. En dit zijn de
voorneemfte plaetfen in \'t wcfter-deel van Suifolk.

Ten zuyden hebben wy de rivier de Stour, niet vêr vart
zijn bron, in een wijdt meyr, \'t welk men
Stourmer noemt,
ftil ftaen gezien, maer zich voort wederom binnen haer oe-
vers verzamelende,vloeyt voor eerft
Clare, een edel vlek, Stée-GU*
het welk, behalven het vervallc kaftecl, welk het vertoont,
met dc naem van
Claren,cm zeer heerlijk geflacht,het welk
van Giflebert, Graefvan Normandyen, afkomftigh is , en
met de tijtel van Hertoghdom,
Leoneü, des derden Edwards
zoon, vereert heeft, dewelke, als hy een vrou, uyt dat gc-
flacht gefprotcn, getrout had, van zijn vader de tijtel vari
Hertogh van Clarencicn gekregen heeft; want hy is van
dczc plaets Hertogh van Clarencicn genoemt, (gelijk
De Grarven
Graef Gifleberts nakomelingen tc voren Graven van Cla- Glare,
ren
genoemt wierden,) dewelke by Alba Pompea in Italien
geftorven is, na dat hy de dochter van Galeas, Hertogh van
Milanen, tot zijn tweede huys-vrou getrout gehat heeft; en
hier in de Collegie-kerk begraven light, gelijk ook loanna
Acres, aochter van de eerfte Koning Edward, dewelke
acn de tweede Gilbert van
Clare, Graef van Glocefter, ge-
trout was. Hier verwacht dc lezer miflTchien dat ik nu aen
voege de Graven, dewelke van genoemt zijn, en
de Hertogen van Clarenticn, om dat zy altoos op de heer-
lijkfte plaets in dit Rijk geftaen hebben, en ik zal \'t voor-
waer ook doen, om niemandt verlegen te laten. Richard
dan de zoon van Giflebert, Graef van
Augy in Norman-
dycn,hecft onder Koning Willem,als hy in Engelant quam,
voor zoldaet gedient, en is van den Zelvcn befchonkcn mee
de hoeve van
Clare twTunhridge. DeZe heeft vier zonen
getcelt, als Giflebert, Rogier, Walther, cn Robert, van den
wdkendc Fitz-TValters gekomen Zijn. Giflebert heeft by

de

N

E

E

i

-ocr page 238-

m

U

205

de dochter van de Graefvan Clermont gehac Richard, die ^thelbert, den Koning der EngeJfcn, fchelm-achtic^hlük
hem nagevolght is, Giflebert, van wien die Richard, Graef ombracht, en zijn Rijk innam. Hier beneden
^ightHadl^ Hadley»
van Penbroek , en overwinner van ledandt, gefproten is, by de Saxen beajleje, heden zeer vermaert zijnde in \'t m?-
en
Walther. De oudtfte Richard, van de Wallch-Engelfen ken van wolle lakenen. By onze Gefchicht-fchrijvers\'is\'
gedoot zijnde, heeft twee zonen nagelaten, naemlijk Gil- eertijdts gedacht,dat Guthrum oft Germo de Deen hier be- Gt^thrum
bert en Rogier : van
dewelke Gilbert, onder Koning Ste- graven zy. Want als ^Ifted hem daer toe gebracht had,dat "fi Germo
veHi
Graefvan Hereford geweeft is, nochtans ishyenzijn hy Chdften geworden en gedoopt was, zoo heeft hy hem ^^
nakomelingen dikwijls Graven van
Clare, na deze haer deze landen der Ooft-Engelfen toe-geeygent, op dat hy fifc
voorneemfte
woon-plaets,en gemeenlijk genoemrgeweeft, gebruyk de woorden van mijn Schrijver) onder \'s Konings
ja zich zeiven alzo gefchreven. Dezen, zonder oir geftor- trou door erf-recht genoot, \'t geen hy met moorden inge-
ven zijnde, is zijn broeder Rogier nagevolght, wiens zoon nomen had.

Richard, Amicia,de dochter en een van de erfgenamen van Van hier loopt de Breton in de Stour, dewelke met de ver-
Willem , Graef van Glocefter, getrout heeft, door wiens eenighde wateren niet vêr van alwaer de doorluch-
Bemky,

recht zijn nakomelingen Graven van Glocefter waren; van tige en oudt vermaerde Talrmchs een langen tijdt voorwaer
dewelke ghy op haer plaets zien mooght. Maer haer man- gebloeyt hebben,af-vloeyende,na weynige mijlen,by
Anver- Arwerto».
lijke ftam eyndlijk uytgeftorven zijnde, zoo wierdt Leonel, ton, eertijts de huyzingen van het trcflijke geflacht der Ba--
de derde zoon van de derde Koning Edward (dewelke Eli- cons, nu der Barkers, dewelke haer vaderlijke afkomft van
zabeth, de dochter en eenige erfgenaem van Willem van de Baronnen
Morley, de moederlijke van \'t inzonderlijk
Graef van lIlton,af komftig van Elizabeth van
Clare, vermaerde geflacht ir Calthrop af trekken, in de zee vait;
getrout had) van zijn vader met de nieuwe tijtel vanHertog en zich in de mont zelve met de rivier
Onveiloit Gifpng te
van Glarentia vereert. En als hy maer een eenige dochter, gelijk uyt-ftort. Deze ontfpruyt als in de navel des landts
naemlijk Philippa,de huysvrou vanEdmund
v^iUMortimer, uyt twee bronnen, de eene by Wulpet, de andere by het wijx- wdfet,
Graef van Merk,naliet,zoo heeft de vierde Koning Henrijk ken Gipping. Wulpet is een koop-ftadt,en betekent Wolven-
zijn jongfte zoon Thomas tot Hertogh van Clarencien ge- put, zoo wy Neubdgenfls gelooven , dewelke immers zoo
ftelt, dewelke, Overfte van
Normandyen zijnde, inden fchoon een fprooxken van deze plaets verfiert heeft, als
aenval der Schotten en Franfen,op hem
aenvallende,in An- Tucianus ware vertelling is: dat naemlijk twee jonge kin-
des,zonder kinderen omgekomen is. Lang
genoegh daer na deren groen van verw, uyt het geflacht der Satvrs, na dat zy
heeft de vierde Edward deze eer aen zijn broeder Georgius lang door onder-aerdtfche wegen gereyft hadden, uyt de
op-gedragen, de welke
hy, na zware vyantfchappen en bit- andere werelt, naemlijk van de Tegen-voetelingen oft An-
tere haedngen, wederom in genade aen-genomen had 3 en tifoden, uyt het landt van Martijn hier op-gekomen zijn,
nochtans eyndlijk in de gevangnis gedoot heeft, hem ver- En zoo ghy hier van meêr begeert, zoo gaet by den Schrij-
drinkende, zo men zeyde, ineen vat met Cretifchenwijn. ver zelve, die u, gelijk hy zeght, allerleye belacchens-
Gelijk het dan den menfchen van nature ingeboren is, dat waerdige dingen verhalen zal. Ik weet niet
of ik hier ge-
zy die gene, welke zy gevreeft, en waer meê zy om haer le- denken zal, tot wat ydele hoop van gout by \'t nabuurigh
\'ven geftreden hebben, al zijn \'t broeders, altijdt haeten.
Norton te vinden, de licht-geloovige begeerte de achtfte ISlorton,

V an Clare komt dc Stour doot Long Me ford, een zeer Koning Henrijk gedreven heeft: maer de onder-gravingen
fchoon Gaft-huys, van den eerwaerdigen Ridder Wülem fpreken zelve. Tuffchen nu en , op een ver-

Cordall, en van de Koninglijke overheden onlangs gefticht, heve heuvel,zijn noch de overblijffelen van het oude kafteel
tot Sudbury, dat is, de zuyder Burgh , cnhctwdkdezdvc Hawghlee , \'twelk omtrent twee morgen landts begrijpt,
fchier rondom befpoelt, welke ftadt men gelooft de voor- \'t Welk zommige willen dat het kafteel
Hagoneth genoemt Ha^mh^

is, \'twelk Radulf van Broc toebehoort heeft, en in \'t m c
Lxxiii jaer van Robert, Graefvan Leicefter, ingenomen
en uyt-geroeyt is.

Aen de zelfde rivier ziet men de kieyne koop-ftedekens
Stow en Tieedham, en niet vêr van den oever Hennino-ßon,

alwaer Baldwin (merkt my dien naem) zijn lan-

van hier is Bdwardeflon, nu wel niet groot van naem zijnde, den gehat heeft door Seriantfchap, ik fpreek uyt een oudt

maer welk eertijts totHeeren en hoogh-ge-eerde inwooners boexken , waer voor hy doen moeft op onzes Heeren ge- £en klach-

gchat heeft,dicvan Monte Camfo, gemeenlijk Mont-Chen^ boorts-dagh alle jaren voor mijn Heere den Koning van f^ge handt-

genoemt,uyt welk geflacht Guann getrout heeft de dochter Engelandt, een fprong, een Su fflet, en een Bombule,oft ge- fihrift,

en eene van de erfgenamen van dien machdghften Maer- lijk men elders leeft,om een fprong, en Suffle,\'en een Pette,

fchalk Willem, Graef van Penbroek ,,en by dezelve geteelt dat is, zo ik \'t verfta, dat hy danfen, zijn wangen met geluyt

zijn dochter lohanna, dewelke haer man Willem van Va- opblazen,en een fcheet laten moeft. Zodanigh is de open-

uyt het huys van in Vrankrijk, met de tijtel hertige en blijde vrolijkheydt van deze tijdt geweeft. En

van Graef van Penbroek verdjkt heeft. En die Guarin is men getuyght dat tot dit Leen de Mayery van langhall be-

een man geweeft even zoo machtigh in goederen,als hoogh hoort heeft. Dicht by de mont hebben wy Ipfnnch,eexi\\]dts Ipfmchi

verheven in eer en ftaten,zo dat hy in die tijt voor een Graf- Gippewich, een nedrigh gelegen ftedeken, gezien, het welk,

fus van Engelandt gehouden wierd: Want zijn Teftament als het oogh van dit Graeffchap is, met een zeer gelegen

oft Uyterfte-wil heeft de fom van twee hondert duyzent haven, en eerdjdts meteen wal en bolwerk voor?ien, zeer

Marken te boven gegaen. Weynige mijlen van hier wort dc needng-rijk van allerley koopmanfchappen, gepropt door

Stour vermeerdert met het rivierken wclk,nietvêr de menighte der inwooners, verfiert met veerden kerken,

geloopen hebbende, befpoelt twee fteden, zeer oudt van en betimmert met treflijke en heerlijke huyzen. Ik fla nu

naem. By de bronnen des zelfs ziet men Bretenham , een over de vier uyt-geroeyde huyzen der Geeftlijken, en het

kleyn ftedeken, alwaer naeulijx eenige gedaente van een deftige Collegie, \'t welk de Cardinael Thomas Woirey,hier

ftadt fchijnt, \'t welk nochtans de nabuudgheyt des naems, van een vleefch-houwer geboren, begonnen heeft, wiens

en de betekening ons doet gelooven C o m b r e x o n i v m woeft gemoedt altijdt na al te hooge dingen getracht heeft,

te zijn, waer van Antoninus in deze wijk gewaeght. Want Het lichaem der burger-heêrfching beftaet (als ik verftaen

gelijk Bretenham by de Engelfen een huys oft verblijf-plaets heb) uyt twaelf burgers, (die zy fortmen noemen,) uyt wel-

aen de Breton bediet: zo betekent Combretonium by de Bri- ke jaerlijx twee Bailjouwen tot hooghfte overheden geko-

tannen een dal, oft een nednge plaets aen de Breton. Maer ren wordcn,en uyt x x i v andere,even zoo veel lufticiers

deze ftadt wort in de Peutegeriaenfche brieven te vergeefs oft Richters. Wat de oudtheyt belangt, zo veel ik heb kon-

Convetronum en Ad Covecin genoemt. Een weynigh ten nen merken,zo is de naem voor den inval der Deenen, wel-

ooften van hier ziet men 2iettlefied,van waer dcWentworths ke het zelve beproeft heeft, niet gehoort. In \'t d c c c c

geweeft zijn, dewelke de achtfte Koning Henrijk met de l x x x x i jaer hebben de Deenen met zulk een wreedt-

waerdigheyt der Baronnen vereert heeft: en dicht hier by heydt deze plaets, en al het landt aen de zee-kant berooft,

is offton,dat is,offm, des Konings van Mercien, ftadt, alwaer dat het aen Siritius, Bilfchop van Cantelbergh, en aen de

op een krijt-heuvel de vervalle muuren van een oudt flot Grooten van Engelandt geraedzaemft fcheen van hun, om

liggend \'twelk men zeght dat Offa gefticht heefc, alshy, tienduyzent ponden, de vrede te verwerven. Niet-te-min

8

O

K.

Guä. Ge-
miticenfis
hb.j\'C.l?

Roh. MoM\'
tenßs.

De Herto-
gen van
CUremien,

1421.

Sudbury.

neemfte van dit landt geweeft, en miet deze naem, ten op-
zicht van
lionvich, dat is, de Noorder-tvijk, getekent te zijn.
Ook kan zy noch niet wel verdragen, dat men haer minder
als haer nabuuren acht: want zy is vol volx, en rijk in \'t la-
ken-maken , en heeft tot opperfte overheyt een Major, de-
welke jaerlijx uyt zeven
Aldermms gekoren wort. Niet vêr

Edwarde-
ßon.

De Baron\'
nen van
Mont\'
Chenfy,

Jbe kley^e
hiftory vm
Matth.
Tarif.

Cgmhreto-
nium,
Breten-
ham.

De Baron-
nen Went-
worth.

-ocr page 239-

ao4

N

E

N.

E

D

E

verliepen geen negen jaren daer na^of zy hebben deze ftadt
wederom ingenomen, én de Engelfen hebben haer ter-
ftont kloeklijk in een flagh ontfangen; maer de onzen door
de vreesachtige vlucht
fals Huntingdonenfls verhaelt) van
oenen Turkillus (want om lichte oorfaken gefchieden in
den oorlogh dikwijls de grootfte neygingen) de rugh wen-
dende, hebben de zege uyt de handen vallen laten. Onder
*t gebiedt van S. Edward, als in \'t Schat-boek van Engelandt
ftaet, heeft dè Koningin Edeva twee deelen van deze ftadt
gehat, en Graef Guert het derde deel; cn daer waren achc
hondert burgers, die den Koning de gewoonte betaelden.
Maer alsdc Noormannen Engelandt ingenomen hadden,
zoo hebben zy hier een kafteel op-geright, hetwelk Hugo
Bigód tegen Koning Steven van Engelandt, die de inkom-
ften daer van genoot, een tijdt lang befchermt, doch eynd-
lijk aen den zelven over-gegcven heeft: \'t zelve is nu zoo
Vergaen, dat \'er zelf geen fteen-hoop van overigh is. Zom-
mige willen, dat het geweeft is in de naefte Parochie van
We/lfe/d,2.\\wzez de puyn van een kaftecl gezien wort, cn eer-
tijts het oude Gipprpü,a\\s zy zeggen, gelegen heeft. Wy ge-
looven dat het toen geflecht is, als dc tweede Henrijk het
nabuurige kafteel
Waleton, ter aerden worp. Want dit was
een toevlucht der oproerigen, en in \'x zelve waren drie duy-
zent Vlamingen geftelt, welke de Grooten van Engelandt
tegen hem vergadert hadden,als hy zijn zoon Henrijk door
onrijpen raet met gelijke macht tot Koning neven zich be-
ftemt had j en dc jongeling, die geen middel tuflchen het
fteyl en \\ hooghftc wift te houden, razende door begeerte
van hcerfchen, zijn vader een fchendige oorlogh aenzeyde.
Hoewel deze kafteelen verdweenen zijn,zo wort deze ftranS
nochtans genoeghzaem befchermt door een groote rugh,
Langerfton genoemt,dewelke zich omtrent twee mijlen vér,
als men zeght,niet zonder groot gevaer en fchrik der varen-
de lieden , aen de hooge zee uyt-ftrekt, nochtans is zy zeer
nut aen de viflchers om haer vifch tc droogen, en vcftighc
eenighflns de ruyme haven van
OrwelL En dit is, zoo veel
acngaet het zuyder-deel van dit landt.

De kromme ftrandt van hier (want deZCoöfterfche wijk
light geheel aen de zee) zich ten noorden ftrekkende,öpent
zich terftont aen het rivierken *
Deben, welke by Mend/es-
memenzfi ham
haer bronnen heeft, voor \'t welk H. Fttz-Otho, oft dè
Thredhni\' zoon Van OthoBcytcl-fnijdcr, Heer van dc plaets, van de
eerfte Edward het recht van markten en jaer-markten ver-
kregen heeft, door wiens erfgenamen geen kleyn bezit aen
Bmtetort, de Boutetorts, Heeren van Wily in \'t Graeffchap van Wor-
chefter vervallen is,en van hun op een nieu,onder \'t gebiedt
van de tweede Richard,aen
Trevill,Burneü,tn anderen. De-
ze rivier
T>ehen befpoelt en benoemt ten eerften het koöp-^
ftedeken
Debenham, \'t welk andere zeggen,dat beter Depen-
genoemt wort, om dat de wegen, mits dekleyigeen
vochtige aerde, rondom wat diep en hinderlijk zijn. Van
daer vloeyt zy door
Fffhrd, certijts de woon-plaets van Ro-
bert van
Ffford, Graefvan Suffolk,en door het aen de ande-
Retiddü\' re oever hier tegen overliggende Rendelisham, dat is , na de
ham. vertaling van ^céa.. Rende Is verblijf-plaets, alwaer Redwald,
de Koning der Ooft-Engelfen , veeitijdts gcwoont heeft, de
welke de eerfte van zijn volk gedoopt en Chriften géwor-
den is, namaels nochtans van zijn huys-vrouw verleyt zijn-
de, zo heeft hy in de Zelfde kerk, als Beda Zeght, een Altaer
tot de Chriftlijkc Godts-dienft, en een ander tot de oftcr-
hande der Duyvelen gehat. Ook is Suidclhelm, de Koning
dcr Ooft-Engelfen, alhkr van de Biffchop Cedda namaels
gedoopt geweeft.

Van hier daelt de rivier Beben naer Woodbridg, een ftede-
ken met zeer flcrlijkc huyZen gebout, alwaer op gezette tij-
den vergaderingen voor de vryheydt van S. Etheldreda ge-
houden worden, en eyndlijk wordt zy na weynige mijlen by
dc haven van
Bawdfey in de zee ontfangen.

Nu ftrekt zich dc ftrant voort ten ooften naer dc mondt
♦ By ande* van dc rivier* dewelke by Framlingham,ccm]isccn ka-
ren wort ty fteel der Bigods , cn terftont aen zijn weft-kanc

Wtnchell ^Is in ccn meyr verfpreyt wordt. Dit is een Zeer fchoon ka-
fteel, beveftight met een wal, graft, én een
Zccr dikken
muur , en daer op dertien toorens, cn van binnen met zeer
gemaklijke huyzen voorzien. Van hier heeft in \'t
m c lxxiii
jaer, als de oproerige zoon van de tweede Koning Henrijk
de wapenen tegen zijn Vader aennam, Robert, Graef van
Leicefter,met de geliuurde Vlamingen het lant zeer wijt en

Wdeton,

Langer-
ßm.

^Andere

Framling\'
ham.

breedt befchadight. Van hier heeft de Koningin Maria ook

het Rijk aenvaerd in\'t mdliii jaer, alsDudley, Graef

van Northumberlandt, verftoort was tegen dc dochters van

de achtfte Henrijk. Daer komt de rivier aen het ftedeken

Parrham, wiens Heer, Willem Willoughby, dc zeftc Koning Tarrham,

Edward vereert heeft met de waerdigheyt van Baron;en van De Baro»-

daer Glemham, het welk een oudt en vermaert geflacht be-

noemt heeft, voorby loopende, daelt by Ore ford, \'t welk zy ^^^ibvyüa»
, r • j r^- • II --i Fan toom.

de naem geert, m de zee. Uit is een groote cn volk-rijke Q^^f^^

ftadt geweeft,cn voorzien met een kafteel van rooden fteen,
het welk eertijdts de
Valoms,cn namaels de Willoughbeys toe-
behoort hceft 5 maer heden beklaeght zy zich van de on-
dankbaerheyt der zee, dewelke, allenx wegh wijkende,
haer begonnen heeft de bequaemheyt des havens te benij-
den. En dit is \'t al, wat ik van
Óreford weet te zeggen, \'t zy
het u belieft deze weynige woorden van Radulf van
Cogges-
hall,
een oudt Schrijver, te ovcr-loopen : Ten tijde van Ko-
ning Henrijk, als Bartholomseus van
Glanvile het kaftecl
van
Oreford bewaerde,zoo is het gebeurt dat de viffchers een
wildt menfch tuflchen haer netten betrapten, dewelke in
alle zijn leden een mcnfchlijke gedaente vertoonde, had
hayren, een langen en pennigen bacrdt, omtrent deborft
was hy zeer haytigh en ruygh,dewelke ten laetften heymlijk
naer dc zee gevloden, en noyt verfcheenen is. Zoo dat het
Triton, tn
waer is, gene \'t gemeene volk zeght; dat al, wat in eenigh Zee-men-
deel der natuur geboren wort, ook in de zee is: en het niet
al verdicht is, dat Plinius fchrijft van den aen de

ftrandt van Portugael, en van den Zee-man in de zee van
Calis Malü.

Niet veel hooger light in een zekere en zeer geneugh*
lijke ftreek tuflchen het dal van
Slatighden, daer de zee ten
ooften, en de rivier ten weften aenfpoelt,
Aldburgh, dat is, Aldhfirgh,
Zoo men \'t vertaelt , de oude Burgh, oft als andere willen, dé
Burgh aen de rivier Aid.
Een genoegh-bcquame Reede
voor de fchippers en de viflchers,en daer van ook genoegh-
zaem bevolkt, heeft de zee, die dc andere fteden aen deze
ftrandt fchaedlijker is,tot haér voordeel. Hier beneven ver-
halen de inwooners, dat, als in \'c
m d l v jaer de kooren-fc
ayten door gantfch Engelant, mits de ftraf heyt des hemels,
geftikt waren, deerten tuftchen defteenen, zonder met cc-
Enen uyt
nige aerde om-geven te zijn, in *t ingaen van de Herfft, niet fleen-kltp-
zonder wonder ontfproten zijnde, den dieren tijdt verzacht f^"
hceft. Doch de verftandigé lieden verhalen, dat de erten,
aldaer door fchip-breuk op-geworpen, dikwijls plegen her-
boren te worden , zoo dat aldaer geen wondcr-werk plaets
heeft. Doch wy hebben hier voren gezeyt, dat dufdanige
dingen van zelf jaerlijx tuffchen de klippen acn dc ftrans
van Kent uyt-groeyen.

Van hier i o mijlen langs de ftrandt gaende, hebben wy
Dunrvich ontmoet, by de Engel-Saxen Dunmoe genoemt, Dumvick
waer aen Beda gedenkt, alwaer Eclix Burgundus, wclke de
Ooft-Engelfen, van Chriftus af-gcvallen, wederom tot het
geloof gebracht heeft,in \'t i> c x x x jaer dc Bifl^choplijke
ftoel geveftight, en zijn navolgers hebben lange jaren ovér
geheel Ooft-EngcIandt geftelt geWeeft. Doch Bifus , de
vierde na Eclix, heeft, mits hém óm zijn zwaren ouderdom
en ziekte de bediening van de gantfche Provincie te moey-
lijk was, dezelve in twee zetels gedeelt, van welke dc eene
hier gebleven is, de andere heeft hy in het ftedeken
North^
Elmehom
geftelt. Onder \'t gebiedt van de eerfte Koning
Willem,heeft het ccxxxvi burgers gehat,cn loo armen;
het bracht op 5-0 ponden; cn tfeftigh duyzent haeringen te
fchenk : zoo leeft men in de Schat-tafcl van Engelandt. In
de volgende eeuw is het Rijk van burgers,en door cenMun-
tery vermaert en onder \'t gebiedt van de tweede Henrijk,
als Guilielmus Neubrigenfis fchrijft, een treflijk dorp, en
met verfcheyde rijkdommen vervult geweeft. In welke 1
tijdt, als Engelandt door nieuwe beroerten in brant ftond,
het zo gefterkt was,dat \'et Robert, Graef van Leicefter, dic
deze wijken wijdt en breedt door-liep, tot een fchrik ge-
weeft is; doch nu is het door dc nijdigheyt der natuur,welke
Zonder eynde de gierigheyt der zee begunftight, meeften\'^
deel van\'t gewelt der golven wegh-gerukt; en mits de Bif-
fchoppen voor lange jarenhaer zetel elders gebracht heb-
ben,zo light het als toteenwocftijncgcbracht.Ecn weynigh
hooger ontlaed zkh de rivier
Blithin de zec,aen welx oever
wy het kleyne ftedeken
Blithborow gezien hebben, het welk Blithho-
nergens,als om het graf van deChriftlijke Koning Anna, den row.

welken

-ocr page 240-

K.

welken Penda Mercius in een rechtvaerdige flagh gedöot van de Koningin Maria, en Contraroïleur van haer H f
heeft, een naem verdient heeft. De kerk is met een Cofle- Laeger light
Bay, dat is, Bylmdt, alzoo genoemt o A
gie van Kanunniken vereert geweeft van de eerfte Koning het rondom van wateren bevochdght wort, alwaer de o
Henrijk, welke de zelfde aen de Kanunniken van S. Ofltha en vervalle fteen^hoöpen, en de hier en daergeborfte veft^"
vergunt heefc. Een markt heeft zy door de gunft van Heer getoont worden , van het kloofter van S. Pieter, en van eS
lan van
cUvering, aen wien de tweede Koning Edward dic öudt kafteel, het welke Robert Mallet, een Noormanft:h
recht met
de jaer-markten gegeven heeft. Deze heeft voor- Baron, töebehoort heeft. En als deze van zijn waerdigheyc
waer een rijklijk
erf-goedt m deze wijk gehadtals die af- onder de eerfte Koning Henrijk vervallen was, om dat hy
komftigh is van de dochter en erfgenaem van Willem van Pvobert,Hertogh van Normandyen, tegen den Koninggel
Cheney, dewelke de Baronnie van Hors ford, in \'t Graef- volght had zoo heeft de Koning deze eer aen Steven,Graef
fchap Nortfolk, gehadt,
en een kloofterken by Sibton op- van Bölongien, gefchonken, dewelke, namaels Rente-Ko^
geright heeft. hing van Engelant zijnde , de zelve aen zijn zoon Willem,

Van hier verder ten ooften ftrekt zich de uyt-ftekende Hertogh van Warenne,nagelaten.En als dezein de krijghs- LiherM
. _ voor-bergh welke het ooftlijkftegeoordeelc tocht van Toloufe vergaen was, zoo hebbenze de Konin-

Foor4ergh. ^^j-dt vart gantich Britannien, by Ptolomeus wordt zy gen zelve aen-genomen , tot dat de eerfte Koning Richard
^\'bxn, oft IXytJlrekking genoemt. En op dat ghy niet twijf- de zelve aen Hendjk de vijfde van die naem, met de nicht
feit, dat dit is, \'t geen wy
Eaftm noemen, zoo weet dat Ey van Koning Steven, van zijn dochters wegen, (deWelke een
Jieney by de Britannen \'t zelfde is, dat by de Grieken e\'Jö^»?, Non geweeft was) gegeven heeft. Een langen tijdt daerna,
by de Latijnen
Extenfio,m by ons Wytfirekking oft Wytjpan- als 2y nu wederom tot de Koningen van Engelandt verval-
ning is; hoewel ook deze naem haer even waerfchijnlijk in len was, zöo heeftze de derde Edward aen Robert van Ff-
onze tael van haer oofterfche gelegenheyt gegeven fchijlit. /^M Graefvan Suftblk, (als ik Verftaen heb) op-gedragen,
Aen de zuyderkant van deze voor-bergh light
Southwold in Ook mach hier niet verzwegen worden het hier naby gele-
een vlakte op de opene ftrant aen de
Zee,een wei-bewoonde gen Bedingfeld, het welk een treflijk en oudt geflacht be- Bedini"
ftadt om haer haven, dewelke haer de rivier Blith, zich al- nöemt heeft, het welk veel doorluchtigheydts gekregen feld.
daer ondaftende, vedeenti en is met de aenkomende vloedt heeft van de erfgenaem van het geflacht van TudenhamNan
zoo met wateren omringt, dat zy een eylandt fchijnt, en daer loopt^rivier Waveney af door Tlixton, voor Felixtvn, FUxton\'
ghy u verwonderen zoud,dat Zy niet overftulpt is. Zoo dal van Eelix de eerfte Biflchop, gelijk ook vele andere plaet-
nh. 3 de het zelve my deze fpreuk van Cicero in \'t zin bracht: fen, in dit landt, alzoo genoemc, naer en het weik «
mt. Deo- jn^j^ zeggen van de Spaenfche en Britanfche zee- Éy eenighzins omringt, alwaer Hugo Bigod, toen de öproe-

vloeden, van haer opgezette tijden keeren en weêr-keeren? rige Baronnen Engelandt als döor een onweder van oproer
zonder Godt konnen zy niet gefchieden, dewelke den wa- quelden, een kafteel en door de konft en door de natuur ge-
teren hare palen geftelt heeft.Meêr binnen-waerts Zietmen veftight heeft. Van \'t welk, als onverwinlijk, hy pleegh te
winofeild, Wingfeild, alwaer zich noch de half Vervalle veften van een roemen:
kafteel vertoonen,-het welk aen een tal-rijk geflacht in de-
ze wijk, en zeer beroemt om haer Ridderlijke heerlijkheyt;
en ouden Adél, de naem gegeven, en tot een woon-plaets
Verftrekt heeft: infgelijx dok
Dttnnington, welk zich boogt

Were I in my Caßle of Bungey
Vpvnthe river ofWaveney ,
I muld ne eure for the king ofCochney,

iJiët-te-min heeft hy het namaels met groot geldt, en

op zijn Heer loan PhelippSy de vader van dien Willeni, wel- geftelde borgen van de tweede Henrijk, voor verdelging be-
ke getrout heeft de dochter en erfgenaem van den Baron vrijt. Van daer,niet wijdt van den oever,ziet men
Metting- Metti^

Bardolf, cn wiens dochter cn erfgenaem infgelijx getrouwt ham, alwaer lan, by-genaemt van Nortvich, Heer der plaetsj
is acn loah, Onder-graef van
Beaumont. Maer nu is \'t ccn op een vlakte een vier-kant kafteel, en daer in een Collegie
wooning van \'t oude gcflacht
dei.RoitJfen. En niet vêr van op-gebout heeft,wiens dochter,en cyndlijke erfgenaem des

Hmiing- hier is Huntingfeild, het welk een inet die naem bekenden geflachts , Robert van Ffford , Graef van Suftblk , met

fetld. Baron, onder \'t gebiedt van den derden Edward, gehadt groot crf-goet ten houlijk gekregen heeft.
^ . heeft; en dicht hier by
Heveningham, de wooning van het De Waveney nu nacrder acn de zee komende, heeft, ter-
Henntng\' geflacht van HeveninghamMct welk een zeer ou- wijl zy zich tc vergeefs een twec-voudige wegh naer de zee

\' de ftam rekent; en niet wijdt van hier light Halefmrth, eer- ^oekt, dc eene met de rivier Tare, de andere door het meyr

tijds Hedfwwda, ccn oude ftadt der Argentons,nn Alingtöns, Luthing, geen kleyn half eylandt gemaekt, welk zommige

Vodr welke Richard Argenton het markt-rceht van de der- Lo-uingland, andere waerlijker Lmhingland noemen ; van LmhingZ
de Koning Henrijk verkregen heeft. , een lang cn wijdt meyr, het welk, van dc ftrandt W.

Ten noorden hebben wy gezeyt dat déze PröVincie door der zee beginnende, in de rivier Tare uyt-geftort wordt,

de kleyne Otife en Waveney Van Nortfolk af-gefcheyden Aen welx inganghet kleyne ftédekën Leßoffe acn de zee Lefloife\'

wordt, dewelke uyt een mocrafTche plaets by Loop hamford, light, aen dc uytgang Gorlflon, alwaer wy de tooren van een

met weynigh van elkander gelegc bronnen uyt-vlocyende, vernielt kloofterken gezien hebben, welk elders den Schip-

Verfchcydclijk door ondiepe inwijken loopen. Aen dé Oufe, pers tot gebruyk is. Binncnwaerts aen dc Tare light Somer- ^m l \'

welke ten noorden gevoert wordt, vertoont zich in dic deel ley, eertijdts de wooning, äls men my verhaelt heeft, van \'

niets gedenkwaerdighs. Aen de Waveney, welke ten ooften Btz-Osberty van wien het tot het doorluchtigh en Ridder-

ftrekt, zietmen voor cerft Hoxvn, eertijdts Hegilfdm, ver- bjkgeflacht der lernegans af-gekomen is. Hooger, dacr de
jr^ . ^ maert
door het Martelacrfchap van Koning Edmund. en r^r^ hacr^watercn vermengen, hedt Cnobers-

wmds Want daer hcbbcn dc wreede Deenen den Chriftlijkften burgh, dat is, als \'t Beda vertaelt, Cnobersfiadt, gebloeyt,wy ^^^^^^^

Mmelaer- Koning, om dathy Chriftus niet verlöochencn wilde, (op rioc^Qn\\h:tdiQnBurghcaßelL Hetwelk, als Beda zeght,

Thetifps.

Halef-

ii>onh.

Hoxm^

fihaf.

Cornwal\'
leys.

dat ik dc woorden van Abbo gebruyke,) aen een boom ge- om de nabuurigheyt der bolfchen en der zee, een zeer ge-
bonden , het gantfche lichaem mèt pijlen geopent ^ dc bit- neughlijk kafteel was, en daer in een kloofter van den Schot
terheydt des lijdens verdubbelende doör het dikwijls fehic- Furiey gebout, door wiens aenraden Sigebert, Koning der
ten dcr fchichten, terwijl zy de cenc wonde op den anderen Ooft-Engelfen, het klooftcr-levcn
aen-genomen, en zich
druktcn,en dc eene pijl aen den anderen plaets maekte. En van \'t Rijk ontftagen heeft; dewelke, namaels tegen zijn
gelijk cen Dichter van de middelbare tijdt van hem gezon- dank uyt dit kloofter getrokken zijndc, om dc zijnen in den

gen heeft: ftrijdt tegen de Merciers aen te moedigen, tegelijk met de

Geen plaets voor wonden meer, daer noch der meeden zijnen om-gekomen is. Nu zijn dacr ter plaetfe alleen de

fchichten gefcheurde veften, als van een vier-kante vorm gebout van

Xiyp-vMegen onvermbeyt,en ds een hagel dichten. key-ftccnenen Britanfche ticchel-fteenen, cn alles met

Op welke plaets namaels dc zeer trcflijke huyzingen wa- hagen en doornen omheynt,waer tuflchen dikwijls pcnnin-

ren van den BiflTchop van Norwits; tot dat zy hem niet zeer gen derRomcynen uyt-gehaelt worden.-zo dat het eene van

onlangs voor het kloofter van S. Bencdidus verandert zijn. die veftingen fchijnt, welke de Romeynen, oin der Saxen

Hier dicht by te Br ome heeft zeer lang gewoont het Rid- zee-roveryen tc weeren, aen de rivier Tare gefticht hebben;

dedijk geflacht van Cornwalleys, uyt het welke loan Sene- oft liever Garianonum zelve, alwaer de Stableflaenfche Ruy-

fchal geweeft is van het huys van de Zefte Vorft Edward, en ters de wacht gehadt hcbbcn.

zijn 5:oon Thomas, om zijn wijsheyt en trou, Raedcs-heer Suffolk heeft zijn Graven en Hertogen uyt verfcheyde

^ \' geflach-

O

JUm. de
Sthton.

pytßrekz

kirtg een

-ocr page 241-

2.0^

N,

N

E

C

E

D

geOacliten gehadt. Daer zijn jonge Schrijvers, dewelke ge-
tuygen , dat de
Glanvtlls eertijdts met deze tijtel vermaert
geweeft zijn; maer midts zy op geenigh zeker aenzien ftcu-
nen , en om dat de dwaling ons eerft gemoedt, cn ik in de
openbare brieven des Rijx vande zelve niet met allen be-
vonden heb, zoo moeten zy \'t my vergeven, dat ik haer niet
geloof, voor dat zy zekerer getuyghnis voortbrengen. Ün-
dertuffchcnbekenik nochtans dat het geflacht der
Glan-

\'vills in deze wijk zeer vermaert geweeft is. Ook heb ik
tot
noch toe van geloofwaerdige getuygen verftaen,dat voor
de tijden van de derde Koning Edward niemandt met dc
tijtel van Graefvan dit landt is vereert geweeft. En hy hceft
Robert van een man zeer beroemt in vrede en in

oorlogh^ de zoon van Robert, Senefchal van \'t Koninglijke
Hof onder de tweede Edward, en van Cccilia van
Valon,
Vrouw van Orfird, Graef van Suffolk genoemt. Dezen is
nagevolght zijn zoon Willem , van den welken als vier zo-
nen dooreen onrijpe doot by zijn leven weghgerukt waren,
en hy zelve zeer fchielijk in de vergadering des Parlaments,
terwijl hy het vonnis van de
Gemeenfchap des Rijx uyt-
fpreken zoud, geftorven was; cn
als zijn naefte erfgenamen
Robert
Willoughby, Rogier, Heer van Scales,cn Henrijk van
Fenariis van Groby het erfdeel onder elkander gedeelt had-
den ; zoo heeft de tweede Richard,Michiel
De la Pole * van
een koop-man tot deze tijtel, en de waerdigheydt van Can-
cellier van Engelandt verheven. De welke meêr met de
koopmanfchap, als eens koopmans zoon zijnde, als met de
krijgh zich bekommert heeft^ls Th.Walflngham verhaelt.
Want hy is geweeft de zoon ^n Willem
De la Tole^ dewelke
de eerfte Mayer van
Kingßon Over-Hul, en om zijn rijkdom-
men van de derde Edward met de waerdigheydt van
Banne-
ret
vereert geweeft is. Maer als door zoo veel t\'zamenvloe-
yende voorfpoedt des mans verftant niet bequaem was voor
zulk een avontuur, is hy, gedwongen van landt tc verande-
ren , uyt-landigh geftorven. Doch de koopmanfchap ver-
mindert daerom dezes Adel niet, want wien is onbekent,
dat ook der Edel-lieden kinderen zich tot de koop-handel
begeven hebben ? ook zal ik niet loochenen dat, fchoon hy
een koop-man was, hy nochtans van Adel gefprotcn was.
Zijn
zoon Michicl herftelt zijnde, hceft geteelt Michiel, in
dcArgincourtfche flagh verflagen, cn Willem, dien de
zefte Henrijk, Graef van Suffolk, tot de eerfte Mark-graef
van Suffolk verkoren heeft, voor hem en de manlijkeer-
ven van zijn lijf. En dat hy en zijns lijfs erfgenamen zouden
dragen een gulde roede, hebbende in zijn top een Duyf,
op den dagh der Krooning van de Koningen van Engelant,
en zoodanigen Yvoren roede op de Kroonilig der Konin-
ginnen van Engelant. Namaels heeft hy hem om zijn goe-
de verdienften tot de eer en tijtel van Hertogh van Suffblk
verheven. Hy was voorwaer een groot en treflijk man,want
als zijn vader en drie broederen in de Franfche oorlogen
voor \'t vader-landt kloeklijk haer leven gelaten hadden,zoo
heeft hy,als \'er ftaet in de xxviii Tafelen des Parlaments van
de zefte Henrijk, in de zelve oorlogh volle vier-en-dcrtigh
jaren krijgh gevoert,
hy is in zeventien achter-een-volgende
jaren noyt uyt de krijgh t\'huys gekeert; hy is eenmael ge-
vangen , als hy
noch maer Ridder was, en heeft om zich te
rantfoenen, betaelt twintigh duyzent ponden van onz^
munt; hy is vijftien jaren des Konings Raedsheer geweeft,
en dertigh jaren Ridder van de lattier. Hier door,gelijk hy
by den Vorft in de hooghftc genade ftond, alzoo heeft hy
byhet gemeene volk re grooter nijdt hierom op zijn hals
gehaclt,en is om flechte oorzaken,dewelke weynigh fchijn-
baer waren, in ballingfchap gedreven , en is, terwijl hy na
Vrankrijk trok, van de vyanden op de zee achterhaelt, ert
met een bijl verflagen. Hy hceft zijn zoon loan nagelaten,
dewelke de zufter van de vierde Edward getrout heeft, en
by de zelve geteelt lan, Graef van Linkoln, dewelke als hy
van de derde Richard tot erfgenaem des Rijx verklaert
was, zoo heeft zijn eerzucht zich niet konnen bedwingen ,
die terftont tegen dc zevende Henrijk uyt-gcborften is tot
zijn eygen verderf, waer door hy in de inlandtfche oorlogh
terftont om-gekomen is, tot zijns vaders ondergang, die
door de droef heydt af-gemat den geeft gegeven heeft, en
tot den val van zijn gantfche geflacht, het welke, tegelijk
verdelght zijnde, vervallen is : want zijn broeder Edmund,
die Graef van Suffolk genoemt is, heeft tegen de zevende
Henrijk, die dikwijler met boete, als met ftraf te vre-
den zijnde, hem veel zware mifdaden vergeven had, ia
Vlacnderen gevlucht zijnde , veel nieuwigheden begonnen
in \'t werk te ftcllenimaer weynigh daer na in de handen van
Henrijk, die hem met hooge beloften zijn leven toezeyd,
van Phflips van Ooftenrijk, Hertogh van Burgondien, te-
gen \'t recht van gaft-vryheydt (als men toen riep,) gclevcrt
zijndc,is in de gevangnis geworpen; en van de achtfte Hen-
rijk, die zich achte in zijns vaders beloften niet gehouden tc
zijn, als hy cerft docht na Vrankrijk te trekken , op dat hy
\'t huys niet iet in rep en roer fteldc.gcdoot. Nochtans heeft
zijn jonger broeder Richard, in Vrankrijk balling zijnde, de
tijtel van Graef^van Suffolk aen-genomen , dewelke dc laet-
fte manlijke oir, dat ik weet, uyt deze ftam zijnde , in dc
flagh van Pavyen, waer in de Koning van Vrankrijk, dc eer-
fte Francifcus, gevangen wierd , in\'t MD XXIV jaer dap-
perlijk in \'t dikfte der vyanden gebleven is. Den welken
zijn vyand, de Hertogh van Bourbon zelfs, om zijn dapper-
heydt een eerlijke lijkftafy toebereyt heeft, en in dc rou zelf

De Grave?)
en Herto-
gen van
^nfolkz

£tch, a.

* Leiandus
in Com. in
Cygneam
Cantionem.

\'ing
muspag,
3^8.

de

Melfa.
Ziet Hal-
lus
in het
Graeffchap.
van Terk\'

nagevolght. En daerna heeft de achtfte Henrijk, Karei

Brandon, dien hy zijn zufter Maria , de weduwe van de Xll
Lodewijk, Koning van Vrankrijk,ten houlijk gegeven had,
met de tijtel van Hertogh van Suflblk vereert, den welken
zijn zoontjen Henrijk , en dien zijn broeder Karél naga^
volght is, dewelke beyde in \'t
m d li jaer door Britannifch
zweet om-gekomen zijnde, zo hceft de zefte Edward,Hen-
rijk Mark-graef van Dorcefter, wclke haer zufterFran-
cifca getrout had, met dic tijtel verrijkt,maer hy heeftze niét
lang gebruykt, onder de Koningin Maria gedoot zijnde,om
dat hy na hctRijk voor fijn dochter ftond,en is dc laetfte dcr
Hertogen yan SuflPolk geweeft. Daerna is dc tijtel van Suf-
folk lang tc niet geweeft, tot dat nu zeer onlangs Koning
lakob Thomas den Baron
Horvard van Walden, den twee-
\' den zoon van Thomas Hertogh van Nortfolk,den

welken hy om zijn verzochte trou cn deught tot zijn Ka-
merling geftelt had, in
\'r eerfte jaer van zijn Rijk cot Graef
van Suffolk gekoren heeft.

Dit landt begrijpt J75 nrochim^

NORTH-

-ocr page 242-

207

N O R T H-F O L K E.

Orth-fiïke, dat is, zoo mén fcheen, de welke de derde door quade wegen en gefcheh-
t vertalen wil,
het noordfche ken tot deze eer ingekropen was,de ftoel van hier naer Nor-
volk
, ftrekt zich ten noor- wie gebracht had, zoo is het wederom als af-gemat ver-
den neven Suftblk, waer van fiaeuwt: en heeft ook door het kloofter der Cluniacenfers,
het door de twee rivieren,als by üjn toedoen gebouwt, der Biflchops afzijn niet konnen
ik gezeyt heb, naemlijk de vergoeden. Doch dit kloofter is op-gedght by Hugo
Biged-,
kleyne Oufe , en de Wave- Want zoo fchrijft hy zeifin de gront-brief: Ik Hugo Bigod,
ney,
de welke verfcheydelijk Spijs-meefter van Koning Henrijk,heb by zijn vergunning,
vIoeyen,af-gefeheyden wórt en door raedt van Herbert, Biflchop van
ls{orwic, de Glu-
ten ooften ,• en ten noorden niacenfer Munniken geftelt in de kerk van S.Maria, wei-
worden de ftranden met ke de Biflohoplijke geweeft is te welke ik haer

groot gedruyfch befpoelt gegeven heb, en heb namaels een bequamer tot haer ge-
van de Noord-zee, de welke zeer vifcli-rijk is; ten weften bruyk gefticht buyten de ftadt. Nochtans is toen het meefte
wordt het door de groote
Oufe, een rivier welke zich in deel der ftadt, welke op de over-zijde van den oever was,
haer af-fcheydingen vermaekt, van Cambridge af-gefloten. allenx vervallen, het andere deel,fchoon \'t veel af-genomen
Het
is een zeer ruym landt,en byna gantfch vlak en veldigh, heeft, heeft nochtans voor de eerfte en tweede eeuw met
behalven daer eenige kleyne gemaklijke heuvelkens op- zevenkerken, behalven drie kloofterkens gebloeyt, van
rijzen , zeer rijk, Vervult met
Schaeps-kudden , en inzon- welke men zeght, dat het eene gebouwt is ter gedachtnis
derheydt vruchtbaer van Konijnen, en onderfcheyden in van de E ngelfen en Deenen, die hier verflagen zijn. Want
Veel volk-rijke dorpen (want behalven xxvii koop-fteden, onze Gefchicht-fchrijvers verhalen, dat dien heylighften
zoo vertoont het zes-hondert vijf-en-twintigh dorpenen Koning Edmund, weynigh voor zijn doodt, hier dicht by
vlekken) bevochdght met wateren, en niet heel gebrek- meêr als zeven uren lang,niet zonder fchriklijkc neêrlaegh^
kigh van boflTchen. Dc aerde is na de vcrfchcydcnhcyt der geftreden, en eyndlijk met gelijke uytkomft en voorfpoedt
plaetfen verfcheyden, op zommige plaetfen vet, weelde- geweken heeft; zoo had het bcurtigh Avontuur des oorlogs
righ, cn fappigh, naemlijk in
Mersland en Flegg-, op andere beyde partyen van alle gevoelen berooft,
plaetfen, meeft, daer \'t zich ten weften ftrekt, fchrael, ma- Aen de
Waveney, welke de tweede dcr grcns-rivicrcn is,
ger, en zavelachtigh, en elders klcyigh, en krijt-achtigh.
en naer\'t ooften loopt, ziet men niet vêr van zijn bronnen
Doch dc goedtheydt der aerde kont ghy ook daer uyt be-
Buckenham en KeninghalL Dit, wien de Icenen denacm Mmk^n-
fluyten,waer uytze Varro beveelt te befluyten,dat de inwoo- fchijnen gelaten te hebben, is de woon-plaets van \'t eerlijk- ham.
ners zeer net zijn, op dat ik verzwijge de zeer vernuftige fte geflacht der Howardsfwékcï eer grooter is, als dat zy van
verftanden, en in onze burgerlijke Rechten zeer fcherp- Buchananus mach vermindert worden. En \'t ander, \'t welk
zinnigh; zoo dat het en eertijdts, en nu voor de vruchtbaer- ik acht dat van de Beuke-boomen, welke dc Saxen
Bucken
fte voefter der Rechts-geleerden gehouden werd, en men genoemt hebben , zijn naem gekregen heeft, is ccn zeer
Eclfs uyt
het flechtfte volk niet weynige vindt, die, als een fchoon en fterk kafteel, het welk van Willem D\'Aubigny oft
zeght, daer geen twift is, uyt de fpits-zinnigheden des
Albeney,lSiooiman,dicn\\dcConquefieurgcgtVQnh.zd, ge-
Rechts weten ecnigcn twift te rokkenen. Maer op dat ik, bouwt zijnde , door zijn nakomelingen, welke Graven van
terwijl ik kort zijn wil, door uytweydingen niet tc lang wcr- Arondel waren, tot de
T<itfalls, en van haer door Caly, en de
deZoo zal ik mijn pen hier van tot de plaetfen wenden, en
Cliftons eyndlijk tot het gcflacht dcr Knevettsgeraekt is.Dit
Vande zuyd-zijde beginnende , de vernaemftc cn oudfte gcflacht der iiT^^-wm is zeer oudt, en heeft na de tijdt van
met weynige woorden ovcr-loopen.
 loan Knevett,Canceliiei \\ ml^ngelanz, ondet d&d&ïdeUd-flack der

Aen de kleyne Oufe, dacr het rivierken Thet, uyt Suftblk ward, Zeer doorluchtigh en met groote houwJijken vereert Knevetts.
fpruytcndc, t\'zamen-loopt, wordt op een nederige plaets zijnde, zijn takken als wijdt ver/preyt. Want behalven deze
Sitomagus, geftelt, die oude ftadt Sitomagvs, waer van Antoni- van Buckenham, zijn hier van gcfproten de doorluchdge
nus gewaeght, in de ftukken van ccn oude tafel verdur- Ridders Henrijk
Knevett van Wiltshirc, cn Thomas Kne-
velijk simomagvs en Sinomagvs genoemt, nu vett van Ashelwell-Thorp. Dit is een nabuurigh ftedeken,
Jhetford. Thetford, cn by dc Saxen Dcorpjio, een deel van dc voori- \'t welk van de Thorp,nu eertijts van Ridderlijke orde, door

PC nacm blijvende meteen Duytfche by-voeging, welke dcTilneys, cn de Heeren Bourgchiers V2in Berners c^jndlijk Baron
een Ondiepte betekent. Wam gdijk Sitomagus in\'tBïi- erflijk gekomen is op dien Thomas En wordt dit

tanfch ccn ftadt aen dc rivier Sit, die nü Thet heet, bete- Buckenham met die voorwaerde bezeten, dat de Heeren dcr
Magus^ kent, (want dat Magus een ftadt betekent heeft, leert Pli- zelve Schenkers zijn op de hulding van de Koningen Van ^
nius,) zoo betekent
Thetford een ondiepte van de Thet,ook Engelandt. Gelijk (\'t welk hier niet vreemt zal zijn aen te
vcrfchillcn deze namen
Sit en Thet niet veel.\'t Is nu,fchoon reekenen) in Carletofi, een vlexken hier by gelegen, Radulf
ruym genoegh, weynigh bewoont, maer eertijdts was het van
Carleton, en iemandt anders, dc landen bezeten heb-
zeer volk-rijk cn vermaert, en onder andere teckenen van ben voor den dienft van te brengen Pafteyen van hondert-
oudtheyt toont het een groot ftuk werks, tot een groote hayringen van de eerfte aen den Heere den Koning over al
hoocrhte gebracht, cn met ccn dubbele wal omringt,en eer- daer hy zijn zal in Engelandt. En hier befpoelt dc rivier
tijdts, als men zeght, met veften gefterkt, \'t welk zommige terftont het welbekende ftedeken
Difce, nu Dts genoemt, Bis.

geloovcn,datcen\\vcrk der Romeynen geweeft is, oft hever, hetwelk de eerfte Henrijkaen Richardde X^O\'gefchon-

als andere willen, der Saxifche Koningen, onder welke het ken heeft, en de zelve heeft het terftont aen Walthcr, de

een langen tijt gewcldigh gebloeyt heeft. Maer door de ver- zoon van Robert, met zijn dochter op-gedragen, van wiens

woetheyt van dc Deen Suenus, dic het in\'t M i V jaer ver- nakomehngen Robert Titz-Walter van de eerfte Edward

brant beeft,cn vi jaren daer na door een nieuwe razerny der een markt voor deze plaets verkregen heeft. En fchoon dc

Deenen vernielt zijndc, zoo heeft het al zijn waerdigheydt Waveney van daer af met fteden omringt is, zoo is er noch-

verloren. Om \'t welk te verbeteren, zoo heeft de BiflTchop tans niet een van de zelvc met dc nacm van oudt vereert, als

Arfaftus zijn Biflchoplijke ftoel van Elmham hier gebracht, Shelton, het welk wat verder light,en inzonderheyt aen het Sholton.

en Willem, die in zijn plaets gevolgt is, heeft om \'t zelvc te oude gcflacht dcr Sheltons de nacm gegeven heeft : maet

vergieren gedaen al wat hy kon , zoo dat \'er onder Koning eer zy acn de zee komt, zoo vermengt zy zich met de ri-

Edward de Confefeur dcgccxlvii burgers gefchat wierden, vier Gariene, dc welke bv de Britannen Guerne,hj de Engel- De rivm

en ten tijde van Willem dc Conquefteur d c c x x Maycryen, fen Gerne cn lere , en in \'t Britanfch buyten twijffel van de tere.

van dc welke c c x x i v ledigh geweeft zijn,en haer hoogh- Elfen-boomen, waer meê zy befchaduwt wordt, alzoo ge-

fte overheyt wierd Burger-meefter genoemt. Maer als Het- noemt is. 2y ontfpruyt uyt het midden van dit land, niet

bert, by-genaemt Lofenga, wijl hy heel tot vleyen gemaekt Verre van het vlexken Gerfipn, welk zy benoemt heeft, cn

T t r hceit

; j

-ocr page 243-

Septentrio

R T I. C I A,

\'^OJIJ^ OJ.JC £ .

CaAe I

^\'■^crfom.

à.

.Jfcjfi

G R M A I C

M A H X

fV-

V M ..

Jfffhnc^ ^

Jl^iVJVO.DT^Jv^D\'.ili /

Sikhavaftn

[\'Éj^n.hA

lii

Hunflantm

--UarMi.

ÎBumJîam

Oxirant

havetUi

-iJmirtsn

HP IN & iTA^ m y

Gomtnit^hât

jA V \' .A -0»- V ^ ylni^*.^

TH Z CZH M. Jii N

A.

^uitiwn- ^Taturjit-
TatcrfirJi^^.

Ij^ulfarton.

Jfj» .iaXA rtw V . J0!t - i \'^\'MWHiU^rflo^^ - /T 77 77 r^r/- if J rrs L ^ Wurfted ViU^.. __ ^ JO-

/mtertoxi iielTe

\'"-^.„^II ji.Tr iN&x. Hvnd.
B YlTB.-h-\'VrIhl

\'^\'etxrtifjt—\'

kXamtfia^

ui^a

Alelliam

\'eflun.

Lien hwarbin.

Cri(keyj

\'^^irrm^bm.

OU Xinv.

J^ e oi S J£ €

k

lui

WDttm

ri

R jE E JLJDL INN H \\ J)

>

V^rpeUv -niUJhalL

Sr!/hy

ll^ré ri -

"S-""\'..... Aj

•rraéy\' ^^^feg^yg
^pra^fh

V A

C

n

0 C A ]sr.

.^UaitMhvc

A M-

JUtll

. A» r/^/^ " \' C- ARIJINON VM:

rSjyBwr

s JL

Ment: \' -C

^h^UnJ.

tL^JRIE NI

...........,

c tliUlar

vunhitm.

icT^frî

-lir-ei- ƒ -^ffll^«

/f ^ T) ^it^r

Dereh\'i\'f

\\ijhhj

Sixtsn

Xeunâen-

^ran^

CarUt^^- k ^ S \' -À- il « ^ /- è ^

Sl^aflxain ^ii

iVCJiifaW J

XN^KO WI,

^ .....

T^IEBRID &E IN

^Bradnhm

mlÇbvAx :

ham jfe^

rimKÀ

V\'n

•Rcmirfr«\'

ik.

-Al

\'^Une.

1- fe Shm\'Uhim^

A i^rhi^trjpe

bi^/ Tojie no wz

\'Xfurthm ^,

k A- A- ^ ^

H-VNn. i

a J ... r.^/,,,,^ jj

Ovtwn.

., 4 ""M- " ^-Tvattot.

\'ôy^^fc Dounliam^

Saltorn Icdé }

"^^atdd^n. Ifilhrâ

^ ,r

H VNTI.

R VN D.^

yhrJJranL-

/^\'^"\'T

m

./.\'Mlàs... ^l^lartun.

\'^iS\'tnv \' I

.. "Bemicri

................jiJJ^ ■ ^ . lâ^^-ZJ^^

. - i \'.......^........" J V ik

Cri M sHoo H V D R :E IJS.

L Wiltan.

a:
.À-

c A m T A :B r P

\'Bi\'tltsnhAm-.

KichM

£D3s

JtSS^TL

k ,.
\'""l^^at^J-ord

L A C K F 0

Lltti eporte

li D

^ I ^
F A. n S.

K

-O\'- lahanhMe

H V JV D

Pars

-TC^JhalL ^^^ "-bh^m.

\'Éllin^tStt

\'Doivcnham.

f^diu\'rlhn -

dl

H miiiUn

Tlicllorde - .
SI roATAtJVS

\'£ernhm

Sauihi

Harlcjflc

SUen.

ÉJhvell
JVtidnel

\'^Tvfhn

5 VF rXOLC IJË,.

k- sa Jlar^afe.t ^

./JUftdhant ^sj^olmharrL, ^

• /\'

MàllUrU ./êi^liciL ^uârmtt juatiwr unum- XPnjUtuunt .

Jîalelw-oî-tli

■"WetttrJîljdc. \'
JTurhâ.

SihtinL-
—Ufreném

i^aferîey

JBram-jftT\'

Xintm. y _^ „

Bilboro Sowo-wl<l

A- ^\\ralâer^^vli^^r

^ Wenhi^OfL ^^^

JOunwicJie

S. Ceui

Meridiei

-ocr page 244-

loB

N.

N

E

E

1

D

E

De Bmn- heeft dichthy zich Hengham, het welk zijn Baronnen, ook
nen vm yan genoemt, gehadt heeft, van lan Marefchal (des
broeders zoon van Willem Marefchal,Graef van Penbroek)
gefproten, aen wien Koning lan de landen van den verra-
der Hugo van
Cornaco, met de dochter en erfgenaem van
Hubert de
Rhia, op-gedragen heeft. En van de Marefchal-
len is het tot de
Morleys, en van deze door Lovell tot de
Farkers, nu Heeren van Morley, by verloop des tijdts ver-
ftorven, Weynigh hier van af is
Skulton, anders Burdos ge-
noemt , het welk met dat recht bezeten wierd, dat de Heer
op de Krooning der Koningen van Engelant de voorneem-
fte zoud zijn,dien zy
Lardiner noemen. En meêr ten ooften
Windham ziet men Wimmdham, nu kortlijk Windham genoemt, ver-
naemt door het graf der
Albeneys, welke Graven van Aron-
del geweeft zijn, en welker voor-vader Willem van
Alhiney,
Schenker van de eerfte Koning Henrijk, hier een kerk ge-
fticht , en aen \'t kloofter van S. Alban tot een Sacriftye ge-
geven heeft. Aen welx heylige tooren, weLke zeer hoogh
verheven is, Willem
liett, de tweede fakkel van de razerye
der Nortfolkers, in \'t
m d xl i x jaer om hoogh op-gehan-
gen is. Ook mach men hier niet verzwijgen, dat omtrent
\'Jittilhor- vijf mijlen van hier light Attilborrough, de woon-plaets van
Tou^. het oude geflacht der
Mortimers, welke, vreemt van die van
De Mmi\' jYigmor zijnde, een gouden fchildt met zwarte leelyen be-
ftroyt gevoert, en hier een kerk gebouwt hebben, welke nu
vergaen is. Dezer erfnis is door houlijk aen de
Ratcliffs, nu
Graven van Suflfex, aen\'t geflacht
wzn Fits-Ranulph aen
Radulf
Bigod geraekt. Maer laet ons nu weder tot de ri-
vier keeren.

Ehia oft
JJefigham.

De lere nu heeft niet vêr ten ooften geloopen, als zy het
rivierken
Wentfum, by anderen Wentfar genoemt, naer het
zuyden tot haer wateren inftort: aen \'t welk, dicht by zijn
bronnen te
Taiesborrough, een vierkante wal is, welke xx i v
bol-werken heefc. Na \'t fchijnt zo is \'t een Leger-meeting
der Romeynen geweeft, of het moeft dat zijn, \'t welk in de
oude Landt-kaert, van M. Wèlferus uyt-gegeven,
Ad Taum
genoemt wort. Een weynigh hooger heeft aen de zelfde ri-
Venta Ice- vier VentaIcenorvm, eertijdts een zeer bloeyend

Caßer*

^ i

rum*

norum.

ftedeken van dit volk, gelegen; maer nu zijn oude naem ver-
loorcn hebbende, wort het
Caßer genoemt. En het is geen
wonder dat van de drie
Venten van Britannien dit alleen
zijn naem verloren, wijl\'t gantfchlijk zich zelf verboren
heeft. Want behalven de vervalle muuren, de welke in haer
omring omtrent xxx morgen begrijpen, en de ken-teeke-
nen van een bewoont landt, en zommige penningen der
Romeynen, den gravers zich dikwijls vertoonende, is hier
niets overigh. Maer uyt dit is in de navolgende eeuwen
]S[ormc ontftaen, omtrent drie mijlen van hier, dicht by de
t\'zamen-vloeying van de
lere, en een andere rivier zonder
naem
{zommige tiocmemc Baridene) dewelke meteen
lange af-loop, dikwijls met krom te rugh loopende oeve-
ren, zich hier door
Attilbridge na de lere ftrekt,en ten noor-
Horsford. Horsford vedaet; alwaer met hagen en doornen begra-
ven light het kafteel van Willem van
Cheney, de welke on-
der \'t gebiedt van de tweede Henrijk,onder de Grooten van
Engelandt inzonderheyt gebloeyt heeft.
X^svmch. Die vermaerde ftadt Norwic by ons.by de Saxen Nop\'Spjc
genoemt, dat is, de Noordfche Inham, zoo Wik by de Saxen
Wat Wik een Inham van een rivier beteekent,gelijk Rhenanus leert :
hy de Saxen want op deze plaets loopt de rivier met een kromme bocht:
beteekent. oft de noordfche vry-plaets, als mi, als Hadrianus lunius
wil, een zekere plaets, alwaer men dicht by eikanderen
woont, beteekent ,• oft het noordfche kafteel, zoo
Wik een
kafteel bediet, als onze Alfricus Saxo beveftight heeft. Maer
zoo ik meende met zommigen, dat
QS^orthwic van Venta af-
gekomen is, wat zoud ik anders, als my zeiven van de waer-
heyt af fcheyden ^ Want met geen ander recht kan het zich
Augufta de naem van Vmta toe-eygenen, als Bafel van a v g v s x a,
Kmraco\' oft Baldach van B a b y l o n; want gelijk als dit uyt Ba-
bylons , en dat uyt Auguftaes ondergang ontftaen is, zoo
is
ons Norivic uyt dat oude Venta zeer laet gefproten; \'t welk
zijn Britanfche naem
Caer Guntum by de Schrijvers beve-
ftight; in welke, gelijk in de rivier
Wentfum oft Wentfar,
de naem van Venta zich opentlijk vertoont. Want ook voor
de Deenfche oorlogen ontmoet dit woordt
Nortvich den
lezers van onze Gefchichten niet. Zo vêr is \'t \'er af, dat het
oft Cïcfar, oft Guitelin de Britan gebout zoud hebben, het
welk die verdichten,welke alles licht-geloovigh aenncmen.

en niets in de fchael van\'t oordeel over-wegen, Maer nu.
mach het met recht, aen zijn rijkdommen, volk-rijkheyt,
treflijkheyt van gebouwen, fchoonheyt cn getal der kerken,
(want het begrijpt omtrent xxx Parochyen) wakkerheyt
der Burgers, getrouheyt tot haer Vorft, belceftheyt tegen
dc vreemdelingen, onder de vermaertfte fteden van Bntan-
nien getelt worden. Het licht van den Eve-naer
l i i dee-
len,
x l fchrupulcn, van de Gelukkige Eylanden xx i v dee-
len ,
l v fchrupulcn, in ccn zeer fchoone wijk aen \'t afhan-
gen van een heuvel, en in de lengte van \'t zuyden naer het
noorden duyzent vijf-hondert fehreden uyt-geftrekt, in de
breedte de helft kleyner, in het zuyden zich allenx even
als een Kegel t\'zamen-trckkcnde. \'t Is rondom met fterke
veften (waer acn veel toorens, cn elf poorten geftelt zijn)
bezet, behalven ten ooften, dacr \'t van de nvier (loopende
met ccn kromme bocht, cn met vier bruggen over gang-
bacr, door het noorder-decl van de ftadt) door een diepe
kolk en fteyle oevers befchcrmt wort. In dc ccrftc opkomft,
en als kintfcheyt zelf van deze ftadt, als Etheldred, cen man
onmachngh van verftant en raet, hcerfchtc,hecft de Deen-
fche Sucno, die Engelandt met groote macht door-loopen
heeft, dc zelvc eerft ingenomen, en dacr na het vuur daer
ingeworpen en verbrant. Nochtans is zy wederom leven-
digh gcwörden, en wierdcn in dc zelvc, als men leeft in het
boek, waer in de eerfte Willem de vier-dagen van Engelant
geftelt heeft, ten tijde van Edward de
Confejfeur, mcccxx^
Burgers getelt. Ten welken tijde, op dat ik uyt het zelfde
bock fpreke, de zelve acn den Koning opbracht xx ponden,
en aen den Graef x ponden, en dacr-en-boven x x fchel-
lingen , en IV Proveniers, cn vi zesHngen honigh, en een
beer, en zes honden tot den beer: nu geeft het
lxx ponden
aen den Koning, en hondert fchellingen van Gerfuma acn
de Koningin, en een teile, en x x blanke ponden aen den
Graef, en xx fchellingen van Gerfuma in\'t getaf Onder
het gebiedt van dien Willem, zo heeft die vlam van de fcha-
delijke oproer, welke Radulf, Graef van Eaft-Engelandt,
tegen den Koning ontfteken had, hier acn-gehccht. Want
als hy \'t met dc vlucht ontkomen was, zoo heeft zijn huys-
vrou met de Bretoenen in deze plaets een zeer zware bele-
genng tot dc uyterfte hongers-noot uyt-geftaen, dc welke
nochtans eyndlijk daer toe gebracht is, dat zy het landt ver^
laten moeft, en deze ftadt zo verbrant wierd, dat \'cr naeulijx
D
lx Burgers ingelaten wierdcn; gelijk wy in dat Schat-
boek lezen. Van deze over-gaef gedenkt Lanfranc, Aerts-
biflchop van Cantelbcrg, in zijn brief acn Koning Willem,
met deze woorden: Uw Rijk is gezuyvert van \'t fchuym der
Bretoenen, het kafteel van
Norwich is over-gegeven, en de
Bretoenen, die dacr in waren, en in Engelandt haer landen
hadden, haer \'t leven met haer leden vergunt zijndc, heb-
ben gezworen binnen veertigh dagen uyt uw Rijk te ver-
trekken , cn in \'t zelve buyten uw verlof niet weder tc ko-
men. Van toen af heeft het zich uyt die zond-vlocdt der
ellenden allenx begonnen te verheerlijken, en de Biflïchop
Herbert, wiens goedt gerucht om zijn Simonijfche vuyligr,
heden ten eynd geraekt was,heeft de BiflTchoplijkc ftoel van
Thetford hier ovcr-gebracht, en een Cathedrale kerk ten
ooften, cn in \'t laegfte deel der ftadt, zeer koftlijk opgebout,
in ccn plaets, welke eerft
Cowholme genoemt was,neven het
kafteel, wiens eerfte fteen hy zelf, onder \'t gebiedt van de
Roode Willem, in \'t
m xc Vi jaer na Chriftus gcboorte,mct
dit opfchrift geleght heeft:

DOMINVS HERBERTVS POSVIT
PRIMVM LAPIDEM IN NOMINE
PATRIs, ET EILII, ET SPIRITVS
SANGTI, AMEN.

Dat is:

Heer Herhert heeft de eerftefieen geleght, in de naem des
Vaders, des Soons, en des Heyligen Geeßes, Amen.

Namaels heeft hy van Paus Pafchalis verkregen, dat zy
tot de hooft-kerk van Northfolk en Suffolk geftelt en beve-
ftight wierd, en heeftze zeer mildelijk met hoeven verrijkt,
dewelke genoegh waren om
60 Munniken tc voeden , die
hare kluyzen zeer treflijk gehadt hcbbcn. Maer de zelvc
verdreven zijnde, zo is \'er een Deeken, zes Proveniers, en
eenige andere onderhouden. De kerk aldus gebout, ende
BiflTchoplijkc ftoel alhier geftelt zijnde, zo was dit
Norwich,
als Malmesburienfis zegt, zeer vermaert in koop-handel, en

menigh-

-ocr page 245-

î- :îî

V \'ïs-

s\'H

H - E

109

Dat \'t gantfche Rijk wierd van geluk h er ooß ^
Aen \'t zelfd teftrekken tot een Over-hooft.

Van Norwich, loopt dc Tere met cen kromte, na dat zv
veel vreemde wateren aen-genomen heeft, weêr tot haer
naem, zijnde zeer vruchtbaer in viflTchen, welke men
Ruffen A Rnffe.
noemt ; met welke naem, wijl de Engelfen Scherp beteeke-
ncn, Joannes Cajus haer
in \\ Latijn Aßredines, dat is, iftz.i\'nhi
Scherpten,
genoemt heeft : want zy zijn op het gantfche florie van
lichaem fcherp, met ftekelige vinnen, en zijn gaern in zan- de ongemee
dige plaetfen, in geftalte en grootte als Baerzen, bruyn van ^^ dieren,
verw, beneden bleck-gccl : zy zijn met twee ryen van halve
kringen getekent langs dc kuwen, de bovenfte helft van het
oogh bruyn,de benedenfte helft gout-achtigh,de oog-appel
zwart : op de rug hebben zy een lijn over langs uytgeftrekt,
en als met een
dwarZe dract byzonderlijk acn \'t lijf gehecht :
aen dc ftaert cn vinnen zijn zy met zwarte fprcnkels gevlekt,
welke vinnen,als
Zy vergrämt zijn, ovcr-eyndt ftaen ; cn, als
zy bevredight zijn, neder-liggen : zy zijn van vlecfch even
als dc Baerzeri, en door haer kortheyt geprezen.

Na dat dc Tere voorby Claxton, alwaer een kafteel is, in
het ront gebout, \'t welk Thomas
Gawdy Ridder, en lufticicr
in de gemeene Bank, onlangs gefticht heeft, geloopen
is,
cn nu zeer naby de zee naer \'t zuyden af-daelt, bm al zacht-
lijk in dc vloeden der zee te vallen, zoo maekt zy aldaer ccn
tongsken, wacr aen zy zelve van d\'eene kant , en de zee van
d\'ander kant acn-fpoclt. Op dit tongsken hebben wy op de
ope ftrant
Tarmouth gezien, by de Saxen Gap-mu\'S cn liep- Tarmeuth.
mu\'S, dat is, de mont van de Tare, cen zeer fchoone haven j)^
cn ftadt, door de natuur van dc plaets, en ccn fcherp-zin- van de Ta-
rn^ werk, zeer fterk. Want hoewel \'t by na van het water \'\'f»
om-bolwerkt wordt, ten weften van de rivier, de welke on-
der ccn val-brugh hier door vloeyt, aen d\'andere zijde
van
de zee, behalven ten noorden, dacr \'t vafte landt is ; zoo is
het nochtans in genoegh fterke veften, de welke met de ri-
vier een vier-hoekige geftalte in \'t lang maken, zeer
fchoon
befloten; waer op, behalven de toorens, ten ooften cen bol-
werk uyt-ftcekt, waer van men met grof gefchut in dc acn-
palendc zee, dc welke naeulijx vijftigh fehreden hier van
af \'
is, wijdts cn zijdts uyt-blixemt. Het heeft maer cen kerk,
en dc zelvc zeer ruym, cn door ccn hooge naeldt vêr zicht-
baer, op-gebout by dc noorder-poórt van Herbert, Bif-
fchop van
Norwich, onder den welken, om de zelve te
vergrooten , de gronden van ccrj treflijk werk fchijnen ge-
leght te zijn. Of dit dat oude
Garianonvm is,daer Gartofio-
eertijdts de Stableflaenfche Ruyteren tegen de Barbaren
wacht gehouden hcbbcn,zal
ik niet verzekeren : ook C^er
het naefte vlexken niet, welke eertijdts de woon-plaets was
van dc zeer vermaerde Ridder lan
Faftolf, by de inwooners
met dc nacm van oudheyt zeer vermaert;fchoon men zeght
dat de rivier dc
Tare onder \'t zelvc een andere mont gehadt
heeft. Maer gelijk ik my wijs gemaekt heb, dat
Garianonum
by .Burg-cafile in Suffolk was, het welk op de andere oever
naeulijx twee mijlen hier vah af is ; 200 geloof ik ook licht-
lijk dat T^mö«^^ uyt haer puyn verrezen, cn dat dit
Cafter
cen vafi de kafteelen der Romeynen acn dc nu toc-geflote
montyahdc was. Want gelijk de wefte windt op Hol-
landt , hier tegen over, zijn dwinglandy plecght, en door
op-gewelde zanden , de middelfte mont van den Rhijn ge-
flopt heeft ; zo quelt insgelijx dc noordc windt deze kant,
cn de zanden t\'zamen-hoopende,fchijnt ook deze mont ge-
ftopt te hebben. Nochtans zal ik my ook niet bedrogen
vinden, zoo ik ons
Tarmouth, by dat oude Garianonum ge-
voeght zijnde,
Garianonum noemde, wijl de Tare, welke het
zelve de naem gegeven heeft., nu haer
kolk verandert heb-
bende , by dit, welk zy insgelijx benoemt heeft, in de zee
loopt;vermits ik bekennen moet, dat dit ons
Tarmouth van
jonger geheugen is. Want als dat oude
Garianonum verval-
len was, en daer niemandt was om de ftrant te befchermen,
200 is die ftrijdtbare Sax Cerdic alhier te lande gekomen, ^^^
(wacr van de plaets noch heden by de inwooners
Cerdtkfand, Cerdicw.
en by de Gefchicht-fchrijvers Cerdikshore genoemt wordt) Cerdtkc
en als hy de Ïccnen met cen zeer zware oorlogh geplaeght
^had,"zoo is hy van hier af gevaren na de wefterfche wijken ,
alwaer hy \\ Rijk der Weft-Saxen ingeftelt heeft. Niet lang
daer na hebben de Saxen voor
Garianonum, in dat water-
rijk landt, een nieuwe ftadt gefticht
, aen de weft-oever van

.deriyier, de welke zy Tarmouth genoemt hehhen : maer

\' \' zy niet zeer gezont van gelegenheyt was, zoo zijn zy

V u u aen

N

O

R

O

K

E.

menighte van volk. En in \'t zeventiende jaer, als men in
oude brieven leeft, van Koning Steven , zoo is dic
ISlorwich
van nieus herbout,en als een ftadt bevolkt,en met vryheden
Vóórzien. En \'t is uyt de gemeene brieven zeer gewis,dat de
Koning Steven het zelve aen zijn zoon Willem in
Appenna-
gie,
als men \'t noemt,oft te erf gegeven heeft. Van wien \'t de
tweede Henrijk terftont ontweldigt,en voor zich behouden
heefr,hoewel zijn zoOnHenrijk,de longe Koning genoemt,
als hy naer \'t Rijk ftond, het zelve aen Hugo
Bigod, Graef
van Nortfolk, dien hy aen zijn zijde getrokken had, milde-
lijk belooft had. Nochtans heeft
Bigod, volgende de vaen-
delen van den longen Koning, welke de hope des Rijx tuf-
fchen de palen van recht en billijk niet kon bedwingen, de-
ze ftadt zwaedijk geplaeght : en wordt gelooft dat kafteel
op de hooge heuvel, neven de kerk, in de zelve ftadt op-
gebout te hebben, hetwelk, met een graft van groulijke
diepte omdngt zijnde,in die tijdt onwinbaer fcheen. Noch-
tans heeft de Franfche Loodwijk, met wien de oproerige
Baronnen van Engelandt tegen Koning lan gezworen had-
den , het zelve lichtlijk door over-gaef ingenomen. Noch-.
tans gelooven wy dat
Bigod dit zelve kafteel namaels weder-
om op-gebout heeft, om dat wy fpringende Leeuwen in een
en de zelfde vorm op een fteen uyt-gehbuwen gezien heb-
ben , welke de
Bigods eertijdts in haer wapenen gebruykt
hebben, van welke die ook geweeft is, die een kruys in zijn
wapenen gebruykt heeft. Eii dit is als in de eerfte eeuw
Van
Nortvich ge(ch\\et.

In de navolgende eeuw nu heeft het zijn grootfte aen-
was gekregen, en dóór zeer rijke Burgers heerlijk gebloeyt ,
de welke. , door een verzoek-fchrift van de eerfte Edward,
in de vergadering des Parlaments verzocht hebben, dat zy
haer ftadt met veften mochten omnngen, het welk zy na-
maels tot de hooghfte vaftigheyt en waerdigheyt der ftadt
gedaen hebben, En hebben van de vierde Henrijk in het jaer
M c c c c j V verworven, dat zy voor de Bailjouwen, welke Zy
eerft hadden, alle jaren mochten een Schout kiezen. Zy
hebben een fchoon Stadt-huys in\'t midden vande ftadt,
neven de markt, dc welke op gezette dagen zeer vol is
van alle lijf-tocht , op-gebout. Én zy hebbèn voorwaer
den Nederlanders eenighzins. dank tc wijten, dewelke,
verddctigh in de dwinglandy van den Hertogh van Alba,
en de bloedige vergadering der
Inquipie, hier in groo-
ten getale na toe-gekomen zijn, en de eerfte het handt-
werk van eenige ftechtc
lakenen ingevoert. Maer wat hlijf
ik hier op ftaen, wijl AIexandervi\\rÉ\'\'i////i?, een zeer edel en
geleert man, dit alles, bcheved de hiftorie der Pauzen,
de rye dcr Overheden, cn de\'verwoetheyt van dien ver-
derflijken Roer-vink
Ket tegen deze ftadt, zeerfracy be-
fchreven heeft ?; Dat zal
ik\'er noch alleenlijk by-voegen,
dat dc burgers in\'t
miip lxxxiii jaer, metcenwater-
gerectfchap, de wateren uyt de rivier dopr buyzcn in dc
hoogfte deelen der ftadt geleyt hebben. Ktier zoud ik noch-
tans een dagcfnent konnen fchrijven, zo aen den Italifchen
Polydorus Virgilius, als aen den Eranfchen Angelus Ca-
pellus, dat zy voor die Vierfchaervan de eerwaerdige oudt-
heyt verantwoorden; wacrom zy beveftight hcbbeh,dat on-
zc oude
Ordovicen, als onder een andere zon liggende, in
dit Nortvich gewoont hebben, \'t Zelve gefchü zoud ik ook
onzen Cajus voor-ftcllcn , zoo ik niet zekerlijk wift > dat de
ingeboorc
Uefde des vaderlants den Zeer goeden en geleer-
den ouden man in deze zaek de oogen %rblint had. Meêr
heb ik ook hier van
Norwich niet by tc voegen^y4^ zy u be-
lieft deze veerzen van I. lonfton Schotfche-Britan, van het
zelve tc ovcr-loopen:

Beri wel-gelege ftadt, wiens fchoone daken
Zelf fchijnen \'tfchoonftefchoon te niette maken:
Alwaer een vreemd\' wort vriendelijk onthaelt,
t.n allerley vermaek voor Burgers Jiraelt.
Ben zetel van de krijgh, welk door de dampen
Des oproers van Graef Neuft:ria veel rampen
Heeft uyt-gejlaen, en, dit verfchil geftilt.
Het hooft door macht ten hemelop-getilt.

De Sier verwon haer fchat, en^t over- vloeyen \' ^ ■\'\' ^
Van alle ding haer Sier kan over-roeyen
Zo is \'t geluk op dhooghfte t rap geftelt,
Als flechts de pracht de rijkdom niet verzelt,
ZO weet zy zich van alles te vernoegen,
Om f aller tijdt, als d hemel \'t komt te voegen t

11

Ir I

I

%

\' i

t . i

Hl

i

\\ 1

-ocr page 246-
-ocr page 247-

IJO

D

N

E

E

E

aen de andere oever, toén van den zelfden Cerdic, Cardlk-
find genoemt,
verhuyft, en aldaer deze nieuwe ftadt ge-
bouwt, waer iii, ten tijde van Edward de
Confejfeur, tfeved-
dgh burgers, als in de aen-tekening van Engelant ftaet; ge-
bloeyt hebben. En daer na omtrent het
m c c c xl jaer heb-
ben 2y \'t met veften gefterkt, en zijn de burgers in \'t kort ih
rijkdom en macht zoo vermogend geworden, dat zy met
fcheep-ftrijdt de nabuurige
Lefloffers en BWtuenfers/^ TJdo
hebben zy de inwooners van de vijf havens genoemt) dik-
wijls , niet zonder groote neêrlaegh ten Weder-zijden, aen-
gegrepen hebben. Want zy zijn hun mooghlijk daerom
zeer vyandigh geweeft, om dat zy buyten \'t getal en voor-
rechten der vijf havenen uyt-gefloten waren , welke het
oude
Garianonum, en haer voor-ouders onder den Graef
van de Saxifche ftrandt eertijdts genooten. Maer deze
wreedtheydt heeft de Koninglijke macht eyndlijk bedwon-
gen : «ft, gelijk andere meenen, die groote Peft heeft ha\'er
moeden gekoelt, de welke in dit ftedeken zeven c i o men-
fchen op een jaer weghgerukt heeft, naer \'t getuygnis van
de oude Landt-kaert in de kerk op-gehangen, alwaer ook
de oorlogen met de
Portuenfers en Lefloffers aen-geteekent
Worden. Van toen af zijn zy kleyn-moediger geweeft, en,
niet zeer met rijkdommen geftut zijnde, hebben zich naer-
ftelijk tot den koop-handel, en tot de vangft van haeringen,
(gelijk menze gemeenlijk noemt, de geleerden meenen dat
het koper-fteenen, en \'t geen zy
Leucomanidas noemen,ge-
weeft is ) de welke in dit deel der wereidt zeer overvloedigh
is,begeven. Want het fchijnt ongelooflijk te zijn, hoe groote
en bezochte markten hier op \'t Eeeft van S. Michielen
wat een hoop haeringen en andere viflchen hier vernert
wort. In welke tijdt de
Portuenfers, na haer oude inftelling,
haer Gecommitteerde Bailjouwen inftellen, en hier zen- <
den,-de welke,op dat ik uyt haer brièfoft Commifle,fpreke,\'
met de overheden der ftadt, in de tijdt van de vrye markt
het Raedt-huys, voor zoo veel de markten belangt, beheer-
fchen , en het Koninglijke recht plegen, en de vrede des
Konings behouden. De haven, welke hier dicht by is , is en
aen de inwooners, en aen de
Tiprwichers zeer bequaem,-
maer op dat zy niet verftopt werde, zo ftrijden zy met
groo-
te onkoften tegen de zee. De welke,om haer recht te doen,
en \'t gene hy elders van deze ftrant genomen had, weder te
geven, onlangs hier een matigh eylandt, door op-gefmeten
aerde/gemaekt heeft.

In deze mont wordt ook een andere rivier, by zommigen
Thyrn genoemt, te gelijk met de Tare uyt-geftort, de welke
beneven
Holt, van \'t wout alzoo genoemt, uyt-vloeyende,
en door den koop-handel bekent zijnde, met de zelve om-
trent vijfmijlcA verfchillende,met een lange af-loop als zijn
vloedt vereenight door
Blikling, nu de wooning van het
oude en vermaerde geflacht van
Clere, het welk eertijdts te
Ormesby gewoont heeftjcn door Ailesham, een wel beZochte
markt, alwaer de Graef van Atholien in Schodant, eerdjds
zijn hoeven gehat heeft; en door het vernielde kloofter van
Benedi&us de Hulmo, gemeenlijk S. Benet in the Holme, dat
is,
op het Rivierigh-eylandt, genoemt, het welk de Deen-
fche Canut gebouwt heeft, en de Munniken met zeer vafte
veften en bolwerken namaels zoo gewapent hebben , dat
het eêr een kafteel, als een kloofter fcheen; zoo dat het
Willem de
Conquefteur niet kon overwinnen, tot dat het
cen Munnik hem op die voorwaerde verriet, dat hy tot Abt
zoud gekoren worden : het welk gefchiet zijnde, zoo heeft
de nieuwe Abt, om dat hy een verrader was, door bevel
des Konings, als de inwooners zeggen, op-gehangen zijn-
de,zijn verdiende loon gekregen.En \'t landt iszoo broekigh
in dit eylandt, dat het opaf-gehouwe telgen en wortelen
der boomen , en ingeboore boom-gaerden, op het water
drijft, en volght alwaer men \'t heenen trekt. Daer zijn ook
zommige, die uyt de flakke-huyskens en hoorentjens, hier
dikwijls uyt-gegraven,gelooven,dat de zee hier in gebroken
heeft. Van daer loopt deze rivier door
Ludham, de huyzin-
gen
der Biflchoppen van Nortvich en Clipsby, hetwelk aen
een oud en beroemt geflacht in deze wijk de naem gegeven
heeft, en terftont verzelt zy haer wateren met de
Tare.

Van de mont der Tare ftrekt zich dc ftrant als recht naer
het noorden naer
Winterton, een voor-bergh, aen de Schip-
perszecrwel bekent; het welk ik vermoede, dat van zijn
winterachtige gelegenheydt zijn nacm gekregen heeft.

Want het;light aen de zee^ de-Vader der^ winden enköude.

i - ■

■ -■

\' ; ?
.v

tviU. Wor-
eéMr,

IHaermgen,

De rmer
Ihyrn,

BUkling.
Aiksham.

S, Benets.

Luàham.
Clfpsby.

de welke tegen dè op-geworpe dijken geweldiger aen vak :
nochtans is de dijk lóopende, als vele meenen, om gantfch
Engelandt, zeer vet en los ; als welke de minfte arbeyt ver-
eyfcht, en de meefte vrucht geeft : want zy wordt door ccn
flecht paerdt, ( hetwelk Plinius van
Bizacium van Afrijken
fchrijft ) en aen de andere zijde van \'t jok, cen oud wijf de

ploegh trekkende, lichtlijk door-fneden.

Van Winterton, haer kant terftont ter zee-waerts gewent
hebbende, zonder eenige uytfteking, keert zy langs een
lange en laege wijk, tot acn
Eccles, nu van de zee ichier ver-
dronken zijndc. En van daer met een verheven ftrant door
Bronholme, eertijdts ccn kloofterken van de Glanvïls ver-
rijkt, liggende op ccn fpitfchcuvcl, welx groot kruys by on-
ze voor-ouders in grooter waerde gehouden is: niet vêr van
Gimmingham, het welk L Graefvan Wannerey en Surrey,
eertijts rnet andere Maycryèn aen Thomas, Graef van Lan-
caftcr, gegeven heeft ; cn door
chômer, alwaer de gebuuren
Cothon met vele en groote koftcn, van de zee wreedclijk be-
vochten zijnde, te vergeefs bcbolwerkt hebben, loopt zy
naer
Wauburnehope, een over lang bevcftighdelnham, van
het ftedeken
Wauburne alzoo gcnacmt,aen \'t welk de twee-
de Koning Edward, door voor-looping yan Olivier van
Burdegalia ,eenx:n2x.]Lt en jaer-markten vergunt heeft. Hier
dicht by light C/^jy, eii dacr tegen over, door een rivier-
ken af-gefcheyden,
Blakeney, by onzen Bal^eus, Bigeria ge-
noemt , in de voorige eeuw vermaert door het Collegie der
Carmelijten, van Rob.
àe Roos, Rob, Bacon, cn I. Brett ge-
bouwt, uyt het v/clk voort gekomen is lan van
zijn geboort-plaets (welke nu de woon-plaets is van de Rid-
derlijke ftam der
Heydons ) alzoo genoemt ; een man in die
eeuw van zoo verfcheyde cn dicpfinnige gelecrtheyt, dat hy
by de Italianen in de hoogfte verwondering was, en de Re-
folutcDoólor gemeenlijk genoemt wierd ; waerom Paulus
Panfa alzo van hem fpreekt: Zo ons gemoet ons raet tot het
verborgenfte van den hoogften Godt tc gaen,niemant heeft
zijn wezen naerftighlijker befchreyen : zo iemant wenfcht
de oorzaken der dingen, dè werkingen der natuur, de ver-
fcheyde bewegiiig des Hemels, en de recht*ftrijdige hoeda-
nigheden der Hooft-ftoften,te weten, deze draeght zich als
een winkel voor. Deze Refolute Dodor heeft wapenen van
de Chriftlijke Gods-dienft, in fterkte dè Vuïkaenfche over-
treffende , tegen de loden tc bedienen gegeven, &c. Van
Wauhorn is de ftrant laeger tot.aen S* Edmurids voor-bcrgs-
ken, met veel rivierkens door-fneden en verdeelt , en van de
ongenade der zcè doör zand-duynen , die riien
Me aies
noemt, naeulijx bcft:hermt.........

Meêr binnen-waerts light Walfinghamrpaenlijyi vier mij-
len van hier; wacrom het Erafmus, van dc nabuurigheyt dcr
zee,
Parathalaffam noemt. Nu door de opkomft van \'t befte
Sariraen, eerdjts door de Beê-vaert naer de Heylige Maeght
Maria was dit by alle Engelfen een zeer vermaert vlexken ;
\'t welk die voor dezen niet bezocht,en met gefchenken ver-
eert had, fcheen Godloos en on-Godtvruchrigh tegen de
Heyligen te zijn. Maer het zelve zal u Erafmus,die \'t gezien
heeft, met zijn eyge woorden befchrijven : Niet vêr van de
zee, byna vier duyzent fehreden,is een vlexken,naeulijx an-
ders ergens van levende, als door de vcclheytder door-gan-
gers. Het is ccn Coflegie van Kanunniken, welke de Latij-
nen de by-naem van Regulieren gevcn,cen middel geflacht
tuflchen de Munniken en Kanunniken, welke zy Seculic-
ren oft Wercldtfche noemcn.Dit Collegie heeft fchier geen
andere opkomften, als van dc mildadigheyt dcr Maeght :
want eenige grooter giften worden bevi/aert. Voorts zo dacr
eenigh geit oft iet van minder waerde is, dat komt tot voed-
fel van de kudde, en den Overften, dien zy Prior noemen,
Dc kerk is fracy cn heerlijk ; doch daer in woont de Maeght
niet : maer de zelve heeftze om der eeren wil aen haer zoon
gegeven. Zy heeft haer eyge kerk, om haer zoon op de
rechtcr-handt te zijn. Nochtans woont zy ook hier niet ;
want het gebou is noch niet voltoyt, en dc plaets is rondom
te tochtigh door de ope deuren en venfters; en hierdicht by
is de zcc,dcr winden vader. In die kerk, welke ik\'gczeyt heb
dat noch onvolmaekt is, is een naeu kapelléken, met een
houten zoldering gebout, aen weêr-zijden door een kleyn
dcurken de groeters ontfangendc. Daer is zeer weynigh
hchts,cn byna niet als van de Was-kaerflcn, dc wèlkc bran-
dende een zeer zoete reuk aen de neuzen vedccnen. Ia zoo
ghy dacr in zacght, ghy zoud zeggen, datheteen v/oon-

placts

Een z.eer
vette dijki

Gîmmîng\'

Woténrn.

Bla^ej.
1^2,1.

lan Bacon-
thorp.

De Refolutc
Doaor.

Meales eft
Mteles.

Wdfing-
hanti

Resjdieren,
i>

f I

-ocr page 248-

k - F

t

R

N

O

o

E.

ZII

plöets der Heyligen was, zo glinïlert daer alles van gefleen»
een, igilver en gout. Maer alle deze dingen zijn by onzer va-
deren gedenken, als de achtfte Henrijk op de fchatten en
bezittingen der kerken zijn oogen en zinnen geveftigt
hdd,
verdwenen. Van heb ik hier anders niets by te

voegen, als dat het Ridderlijke huys der Walfinghams (gelijk
Zy willen, die de geflacht-wortels onderzoeken) hiervan
af haer naem en oorfprong getrokken hebben: uyt het welk
gebloeyt heeft die doorluchtige Ridder Francifcus
Walfmg.-
ham
, Geheym-fchrijver van de Koningin Elizabeth; een
man in alle handelingen des Rijx zoo uytnemend in wijs-
heyt, als byzonder in wakkerheyt. En hier inde buurt by
Boughton, heeft eertijdts gebloeyt het zeer vermaerde ge-
flacht der
Neirfords, de welke door \'t houlijk met Petronella
de
Vallibus, die omtrent Holt, Cley , en elders groot erf-
goedt had, zeer verrijkt waren. Maer laet ons ftiand-waerts
keeren.

Dicht by Walfmgham ten weften aen de ftrandt, was dat
oude
Brannod vn vm\', alwaer,als de Saxen Britannien eerft
plaeghden,de Ridders van Dalmatien onder den Graefvan
de Saxfche ftrant in de bezetting gelegen hebben: doch nu
is \'t een boerfch dorp, niets als de overblijffelen des naems
behoudende, en een wal { de nabuuren noemen \'t een ka-
fteel) de wélke omtrent acht morgen landts begrijpt, ver-
toonende , en wordt
Brancaßer genbemt, alwaer dikwijls de
Oude penningen der Romeyrten üyt-gehaclt worden. En
zeer bequaemlijk is die bezetting aen deze plaets geftelt ge-
weeft
i v.\'ant by de naby-gelege kapel van S. Edmund en
Htmflanton, van die S. Edmund op-gebout, keert iich de
ftrandt ten zuyden te rugh, en geeft eeri ruyme Inham, den
zee-roovers voor-geftelt. Ook mach ik hier
Hunftanfon niet
voorby-gaen, al was \'t maer hierom, bm dat het de woon-
plaets was van\'t doorluchtigh en Ridderlijk geflacht van
Le Strange, na dat lan Baron Le Strange van Knockin, onder
bet gebiedt van de tweede Koning Edward, dezelVeaen
zijn jonger broeder Hamon gefchonken heeft.

De vangft Van Havikken, de overvloedige viffcheryen,
het Agaet, cn Barn-fteen aen deze ftrant menighmael ge-
vonden , laet ik willens na, wijl \'t zelve ook elders in deze
wijk genoegzaem is. Nochtans is
Sharhorn aen deze ftrant
niet ongedenkwaerdigh, eenfdeels om dat FtelixdeBor-
gonjon, vi\'clkc de Ooft-Engelfen tot het Chriftlijk geloof,
en de gaven der eeuwige zaligheydt brachte , de tweede
Chriften-kerk
van deze Provincie in deze plaets gebout
heeft i want de eerfte heeft hy by
Babinglej, alwaer hy te lant
geklommen
is, zoo men zeght, gefticht anderdeels om dat
men op de trou
Van oude brieven gelooft, dat Anglius, de
Heer van deze plaets,
voor de komft der Noormannen, by
Vonnis, van Willem de ConquefleUr zelf voor de Vierfchaer
gewezen , deze hoeve tegen Warenius, äen wien ze de
Con-
quelleur
gegeven had, weer gekregen heeft. Het welk die
gene dringen, die willen dat die Willem , Engelant by ver-
dragh, en niet by oorloghs-reéht, ingenomen heeft.

Dien Inham\'noemen de onze TheWoóhes, Ptolomséus
heeftze ^
Estvarivm Metaris , mooghlijk voor Alal-
traith
genoemt, met welke naem de Britannen elders dus-
danige Inhammen genoemt hebben, en beteekeiit by hun
niets anders, als een onzekere water-plas oft
inwijk,als deze
is. Hier by, daer de rivier
Oüfe zich naer de zee keert, hght
Linne, mooghlijk van de verfpreydé wateren alzo genoemt
want dit beteekent
Lhyn by de Britannen. Dit is een ruyme
ftadt, met een diepe graft, en een groot deel in \'t bréede met
veften omringt, en door twee kleyne livierkens gedeelt, de
welke door omtrent xv bruggen t
\'zamen-gevoeght wór-
den : én hoewel zy niet Zeer oudt is , en noch onlangs
Bijfchops-Lin genoemt, om dat het aen de Biffchoppen van
Ncrwich,iot op de tijden Van de achtfte Henrijk,toebehoort
heeft, (want het is gefproten uyt de puyn van éën Öuder,
het welk hier tegen over op Mershlandt, heden old-Lynne,
oft Konings-Lynne genoemt wort) zoo is zy nochtans óm de
zekerheyt van de haven, de welke lichtlijk om in te komen
is, door de menighte der koop-lieden ,
de fchoonheyt der
huyZcn , en rijkdom der Burgeren ,
Norwich uyt-genomen
zijndeJichtlijk de voorneemfte ftadt onder de Icenen. Ook
geniet het 2eer groote vryheden, de welke zy mét haer bloet
van Koning
lan, terwijl zy zijn zaek befchermden, gekoft
hebben, dewelke daer een Schoutgeftelt,
en zijn eygen
zwaerdt voor te dragen heeft, en heeft haer zy n zilver ver-
gulden beker, welke zy noch bewaren, gefchonken. De na-
maels-verloore vryheden hebben zy niet zonder bloedt ook
van de derde Henrijk weder gekregen, als zy, ^ijn
vaende-
len volgende tegen de gebanne Baronnen, ih *t eylant Elien
ongelukkighlijk ftreden -, \\ welk het Elienfifche boèk, en
Matthaeus van Parijs getuygeh.

BrännodH\'

rnm.

BrMCiîfler.

Hun^ un-
ton.

Le Strmge.

Shm\'horn,

Btjfchop
Fxelix.

7he î^a-

$hes.

ß/fctaris
^.ßm-
num.

Lynne»

Tegen over Lynne, ovei: de rivier, light Mershland, een Mersh-
moeraflïgh landeken, ( het welk de naem aen-wijft) zijnde land,
met graften en floten, om \'t water te lokken en vérfpreyën,
overal verdeelt, zeer vet van kluyten, en vruchtbaer in vee ;
zoö dat in die plaets, die zy
Tilney-Jmeth noemen, omtreht , TUney"^
dertigh duyzent fchapen geweyi: worden: maer de zee quek
[meth,
het zelve menighmael zoo heftelijk met aen-fpöelen, ovet-
watereil, en fcheuren, dat zy naeulijx met dijken verhindert
kan worden. De voornaemfte plaetfen van \'t zelve zijri
Walpole, het welk de Heer der plaets met zijn zoon eertijts Wal-ple,
aen de kerk van Elien gefchonken heeft , den welken
hy aldaer tót een Munnik ftelde.
Wigenhall, de bezit-
ting van I.
Howard, onder \'t gebiedt van de eerfte Edward,
wiens nakomelingen tot een zeer eerlijk en doorluchtigh .
geflacht voort-ge^rbten zijn. T
ilney, waer van ik nu gezeyt TUneyl
heb, het welke de oüde en Ridderhjke ftam der Tilneys be-
noemt heeft; en
S.Maries, de wóön-plaets van de oude ftam S. Maries.
der Carvils.

Nu hebben wy de gantfche zee-ftrant vervolght ; in-
waerts nu, aen de weft-zijde van \'t landt, zijn ook zeer vele
fteden; maer om dat zy niet oudt zijn, zoo zal ikze kortlijk
overloopen. By Lynne,QLen een hooge heuvel, ligt het kafteel
Rifing,\\\\Qt kafteel van Norwich nagebootft zijnde, eertijts de
wooning der
Albineys,^^,^! na van Robert van Mont-alto-,Ae.
welke de zufter en mede erfgenaem van Hugo van Albiney^
Graef van Arondel getrout heeft, en eyndlijk van de Mow-
brays,àt
welke, als ik verftaen heb, uyt een geflacht met de
Albineys gefprotéri zijn ; doch nu door ouderdom vervallen
zijnde,heeft het gelijk als de geeft gegeven.Lager ligt
Cafile- CafiU-Acrt
acYe,
alwaer eertijdts dé wooning der Graven van Warenne
géweeft is, en nu tot een half vèrvallén kafteel aen een ri-
vierken geworden. Het welk zónder naem ontfpruyt niet
vêr van
Godwike, zeer gelukkigh van naem, alwaer weynigh <jodwiks>,
huyzen zijn, maer het welk zeer verçiert is door zijn Heer,
die zeer doorluchtige man van Ridderlijke orde, Edward
Cào/^e, van de natuur zeer ongemeen begaeft, en in \'t bur^
ger-^recht van Engelandt zo geoeffent als doorzichtigh ; hec
welk hy aert Engelandt ten höoghften betuyght heeft, en
mits hy \'t Procuteurfchap des Konings lange jaren zeer
naerftelijk bedient heeft ; en nu,
mits hy uyt de Vierfchaer
der Gemeene Willekeuren, als hooghfte lufticier, zeer be-
radelijk recht fpreekt ; ook niet min zekerlijk uyt de uyt-ge-
geve
verklaringen van ons recht, waer door hy aen zijn, en
de
navolgende eeuw zeer veel verdient heeft. Dit rivierken
trekt met ecn kleyne val zijn wateren ten weften na
Lynne,
door ^ieirford, het welk aen hét treflijk geflacht dér Neir- Neirford,
fords
de naem gegeven heeft; en Neirborrough, alwaer,dicht
by dé huyzingen van het doorluchtigh geflacht der
Spil-
mannen,
een zeer fterke krijghs-vefting, 2eer oudt van werk
op een verheve heuvel gezien wordt,zeer bequaem gelegen
om het nabuurige landt te befchérmeri.

Hier dicht by light Pï^^tfrwÉ-^^j/, geiteenlijkJ^^^^^j\'," het ^ormegayl

wélk Reginald van Warenna^de broeder van Willerh van Wa^

rennd, de tweede Graef van Siirrey , met zijn huys-vrouw

gehat heeft, dewelke door Donatie oft Maritagk (gelijk

men in die tijt fprak ) Gravin van \'t zelve was,als ik gelezen

heb, door wiens zoons dochter het terftont tot de Bardolfs De Barons

over-gebracht is, de welke als zeer edele Baronnen met de

hooghfte eer lang gebloeyt hebben , en drie vergulde Tor-

mentillen in een hemels-blaeu veldt gébruykt : van welker

erf een groot deel met de tijtel van Willem Phellips geraekt

is, en door zijri dochter tot de Onder-graef van Bello-monte\'.

Meêr ten ooften verfchijnen Swaffham , eén vermaérde Swaffham,

markt, eertijts de bezitting van de Graefvan Richmond.

Ashele, een Meyery, door wiens recht dë Haflings en Greys,
Heeren van Rmhtinia, ovér de Tafellakens, waef mee de ta-
fels gedekt worden, en over Ly waet, het welk op de hooge PP\'^U^^\'
dagh der Kroóning van de Koningen van Engelandt gebe-
zigt wierd,eertijdts geftelt waren.
mrth-Elmeham,3.\\wa.et de
Biflchoppen een tijdt lang gewoont hebben, als dit landt in
twee Bifdommen gedeelt was.
Dereham, alwaer Withbur- Dereham.
ga, der Koningin Anna dochter, begraven light, de welke.

\'f.

■ ■ \'i
^ lii

Xxx

om

-ocr page 249-

N.

N

E

C

E

D

E

ZIZ

om dat zy van de welluft en lichtvaerdigheydt zeer af kee-
righ was, als een zeer heylige maeght van onze
voor-ouders
onder de HeyHgen getelt is. Aen welk
Greffenhallallernaeft
is, en daer by Mfing, eertijdts de goederen der
FoUiots, de
welke in groote waerdigheyt
uyt-gefteken hebben, en ook
door houlijx-gift door de dochter van Richard
Folliot, tot
Hugo van
Haßings, uyt het geflacht van Abergevenny, ge-
komen waren, en eyndlijk door de dochters en erfgena-
men van de laetfte Hugo
Haßing, is Greffenhall aen Hamon
Le Strange van Hunßanton, en Blfmg aen Willem Brown,
de broeder van Antony Brown, de eerfte Onder-graef van
Mont-agtt, te beurt gevallen. In dit deel is ook Ic-bor^
rough
j het welk Talbot meent dat de Icianen geweeft zijn,
waer van Antoninus gedenkt. Ook heb ik hier van niet
meêr te zeggen. En my ftaet nu voorts niets anders te doen,
als, de Graven en Hertogen van Nortfolk op-getelt heb-
bende, naer Cambridge te gaen.

Willem de Conqueßeur heeft eenen Radulf over Ooft-
Engelandt , dat is, over het Graeffchap Nortfolk, Suftblk,
en Cambridge, geftelt, de welke, als ik gezeydt heb, ter-
ftont na nieuwe dingen trachtende, verjaeght is. Na eeni-
ge jaren, onder \'t gebied van Koning Steven, is Hugo
Bigod
Graef van Nortfolk geweeft. Want als de vrede tuflTchen
Steven en Henrijk van Angiers (namaels de tweede Koning
Henrijk) getroffen was, zo was dat uytdruklijk befloten, dat
Willem, Stevens zoon, het gantfche Graeffchap van Nort-
folk zoud hebben, uyt-genomen onder anderen de derde
penning, waer van Hugo Graef was. Denwelken

nochtans de tweede Koning Henrijk op een nieuw gemaekt
heeft Graefvan de derde penning van Nortfolk en Nor-
wich. Den welken in \'t xxv 11 jaer van de tweede Henrijk
geftorven zijnde,zijn zoon Rogier na-gevolght is, dewelke,
ik weet niet om wat
oorzaek,van de eerfte Koning Richard
cen nieuwe keur-brief verkregen heeft, cn na dezen zijn
zoon Hugo, de welke Machteld, dc ccrft-geboore dochter
van Willem
Marefihalf Graef van Penbroek, en een van
des zelfs erfgenamen, ten houlijk genomen heeft. By welke
hy geteelt heeft Rogier, Graef van Nortfolk,en Maerfchalk
van Engelandt, de welke, in een Steek-fpel zijn leden ver-
ftuykt hebbende, zonder kinderen geftorven,is; en Hugo
Bigod, lufticicr van Engelant, de welke in de flagh by Lewes
gebleven is; wiens zoon Rogier zijn oom in \'t Graeffchap
van Nortfolk, en de waerdigheyt van Marfchalk nagevolgt
is. De welke, als hy door zijn ongewoone weêrfpannigheyt
in de gramfchap van dc eerfte Koning Edward gevallen was,
gedwongen
geweeft is zijn heerlijkheden, en byna al zijn
erf-goederen aen den Koning over te dragen, tot nut van
Thomas van
Brotherton, des Konings zoon, den welken
hy by Margriet, de zufter van de Schoone Philips, Koning
van Vrankrijk, gewonnen had. Want zo verhaelt de hifto-
rie uyt de Boekery van S. Auguftijn van Cantelbergh: In
het
MC c c I jaer heeft Rogier Bigod, Graef van Nortfolk,
den Koning Edward tot zijn erfgenaem geftelt, en acn hem
de
Roede van\'t Macrfchalkfchap over-gelevert, met die
voorwaerde, dat, zoo zijn huys-vrouw kinderen baerde, hy
zonder tegen-zeggen van des Konings zijde alles als te voo-
ren zoude weder krijgen, cn vrcdelijk hebben; en heeft de
Koning hem gegeven
looo ponden, en duyzent roeden
lants voor zijn leven te gelijk met zijn Maer fchalk fchap en
Graeffchap. En als hy zonder kinderen geftorven was, zoo
heeft de tweede Koning Edward zijn broeder Thomas van
Brotherton, na\'tboven-gcnoemde verdragh, met de tij-
tels van Maerfchalk, en Graef van Nortfolk vereert. En
de tweede Koning Richard heeft zijn dochter Margriet, dc

welke Macrfchalkin cnGravin van Nortfolk genoemt wicrt,

en acn Heer lan van getrouwt was, tot Hertogin

van Nortfolk voor haer leven verklaert, en op dc zelfde
tijdt Thomas
Mowbray, Graef van Nottingham, Margricts
dochters zoon, tot de eerfte Hertogh van Notringham,
voor hem en zijn manlijke erfgenamen, den welken hy te
vooren den ftaet en ftijl van Graef Maerfchalk van Enge-
landt vergunt had. Dit is de zelve, dewelke Henrijk van
Lancafter, Graef van Hereford, voor den Koning bcfchul-
dight heeft, dat hy eenige bitfehe woorden tegen den Ko-
ning uyt-geftoit had. En als zy in een byzondcrc\' kamp
zouden ftrijden, zoo wierd aen de ingang vandevecht-
plaets, door Konings macht, by de
uy t-roeper het vonnis
uyt-gefproken, dat zy bcyde
uyt-gebannen zouden zijn,
Lancafter tien jaren, cn
Mowbray voor alrijdt,de welke na-
maels te Venctien geftorven is, hebbende in Engelandt
twee zonen nagelaten. Van welke Thomas, Graef Maer-
fchalk cn van Notdngham, (anders heeft hy geen tijtel ge-
bruykt) na nieuwigheden trachtende, van Henrijk vah Lan-
cafter , de welke het Rijk nu ingenomen had, en met de
naem van de vierde Henrijk bekent was , met cen bijl ge-
doodt. Maer zijn broeder en erfgenaem lan door dc gunft
van dc vijfde Henrijk vcrheven,cn nu eenige jaren van toen
af alleen Graef Maerfchalk, en infgelijx van Nottingham
genoemt zijndc, is eyndlijk in\'t begin van de heerfching
van de zcftc Henrijk , door de macht des Parlaments, cn
door kracht van cen verzegelde brief van de tweede Ko-
ning Richard vergunt, als zoon van zijn vader Thomas,
Hertogh van Nortfolk,cn erfgenaem van zijn broeder Tho-
mas, verklaert Hertogh van Nortfolk. Dezen is gevolght
zijn zoon lan, de welke geftorven is in \'t eerfte jaer van de
vierde Edward, en dezen infgelijx zijn zoon lan , de welke
by zijns vaders leven Graefvan Surrey en Warenne, van de
zcftc Henrijk gekoren was. Wiens eenige dochter Anna,
Richard,Hertog van York, het zoontjen van de vierde Ko-
ning Edward getrout heeft, cn te gelijk de tijtels van Nort-
folk , cn van Graef Maerfchalk, van Warenne en Notting-
ham van dc vader verkregen hecft.Doch als hy enzijn huys-
vrouw in hare teêre jaren geftorven waren, zo heeft de der-
de Richard,Koning van Engelandt,dczc djtel van Hertogh
van Nortfolk, en dc macht van Maerfchalk aznlanHoward
op-gedragen,dc welke bevonden was na-maegfchap en cen
van de erfgenamen van Anna , Hertogin van York cn
Nortfolk, wacr van ik terftont gefproken heb, te zijn, en
wiens moeder infgelijx de tweede dochter was van die eer-
fte Thomas
Mowbray, Hertogh van Nortfolk, en den wel-
ken de vierde Edward vereert had met de tijtel van Baron.
Deze lan is gebleven in de flagh by
Bofworth, terwijl hy te-
gen de zevende Henrijk moedighlijk voor Richard ftrced.
Dezes zoon Thomas,dc welke door verkiezing van de der-
de Richard, Graef van Surrey was, is van de achtfte Hen-
rijk tot dc vaderlijke tijtel van Nortfolk herftelt, als hy de
vierde lakob. Koning der Schotten, gedoot hebbende, het
Schotfche heyr by
Floddon verfloegh. Ter gedachtnis van
welke zege het geflacht der
Howards vergunt is, dat het op
dat middèlfte dwarfchc zilveren park, (men noemt het ccn
Bende) welk op haer gcflacht-wa^en gezien wordt, een gul-
den fchildt
zoude ftellen , met ccn halve roode Leew, met
Ccn pijl door dc wang gefchoten, en een dubbele Iccly tuf-
fchen bcyde de zoomen van de zclfde verw, het welk dc
wapenen der Schotfche Koningen zeer naby komt. Dezen
is zijn zoon Thomas nagevolght, den welken onzc tijden
gezien hcbbcn, gefmeten tuflchen dccben vloed van het
avontuur, wiens neef van zijn zoon Henrijk ( de welke den
hooghftcn Adel dc eerfte onder de Grooten van Engelandt
met de glans dcr gelecrtheyt verkiert heeft) Thomas, bc-
fchuldight van gequetfte Hoogheyt,om dat hy geftaen had
na \'t
houwlijk met Maria, Koningin van Schotlandt, in het
c I D I 3 X XII jaer onthalft zijndc, de laetfte was van
de Hertogen vanNortfolk. Na welke tijdt zijn ftam een
tijdt
lang byna verftorven gelegen heeft, doch nu, door ccn
levendige douw van Koning lakob befproeyt zijndc,begint
zy wederom levcndigh te bloeyen.

GreffenhaU.

FeUi0U

Ic-borroiv,
Jciam.

Ve \'Graven
tn Hertogen
van Nort-
folk,

Verdragh
tujfche»
Komng Ste\'
ven en Hen-
rijk^., Her-
tog van

Robertui
^ MóntenfiS\'

Rot. Faui.
3. FL 6.

Barlam. 7.
Edw.^.

; 1

Eeretf ßhih
in de ivapC\'
nen der Ho-
wards,

Ziet in da

fprenke»

van Hadr,
lm.

AchiUesm
votum..

Tarliam*
zi.Rich.z.

In deze Provincie zijn omtrent 6^0 Parochy-kerken.

CAM-

-ocr page 250-

SSSBS

215

C\'AMBRIDGE-SHIRE

Inncnwaérts light het lant
van Cambridge, by de Sa-
xen G/ien-cbpijj-jxyjie,
gemeen lijck
Cambridge-
shire
genoemt, langer ten
noorden uyt-geftrekt, ne-
ven Nortft)lk en Suftblk,
grenzende ten zuyden aen
Eflex en Hertford,ten we-
ften aen Bedford en Hun-
tingdon , ten noorden aen
Linkoln, en door de rivier
Oufe, de welke van \'t weften naer het ooften dwars door het
zelve heen loopt, in twee deelen gedeelt.

Liet laeger en zuyder-deel is meêr bebout, en meêr be-
zaeyt, en derhalven geneughlijker vale met een doorgaende
vlakte\'; maer een weynigh vlak zijnde , light meeft, ja ge-
heel metkoören-landen bezet, (behalvendaer\'t overvloe-
diglijk SafFpaen voort-brengt) en geeft een groote menigte
zeer fchoone gerft, uyt het welk, tot weêr uytfpruytens toe
genat, en de uyt-gefpruyte botjes gedrooght zijnde, zy
Byne
in grooter overvloedt maken, (wy noemen\'t Mault) en
wy gebruyken\'t om bier te brouwen: met welk in de na-
buurige landen te vertieren de inwooners zeer groote winft
doen. Het verder en noordeer-deel wordt, om dat het door
vele aenfpoelingen van rivieren moerafligh is, en in eylan-
den verfpreyt wordt,
7he lie of Ely genoemt, en is zeer
groen en geneughlijk door groene weyden; voorts is het
elders , door het invloeyende water , eenighzins onze-
ker , en het zelve zomtijdts over-loopende, meeften-deel
bedekt.

Door de weft-zijde van het laeger deel loopt de andere
Burgermeefterlijke wegh der Romeynen, (het Elienfifche
boek noemtze
ErmingHreat) de welke recht naer Hun-
tingdon leyt, door
Roifion, op de grenzen zelfvan \'t landt,
een bekende, doch nieuwe ftadt, van welke wy te vooren
gefproken hebben; pi
Caxton, het welk eertijdts een Ba*-
ronnye geweeft is van Steven van
Efchallers, van wiens nar
komelingen het zelve,onder het gebiedt van de derde Hen-
rijk , gekomen is tot de
Frevills, en van deze door de Bur-
goins
tot de Termins. Ook is Gamlimgham niet wijdt hier
van af gelegen , alwaer de
Avenells gewoont hebben, wel-
ker erf door houlijk gekomen is tot het oude geflacht van
S. George, van het welk vele in Ridderlijke waerdigheydt
gebloeyt hebben , van de tijdt van de eerfte Henrijk,
tot
Hatley , de welke van hun Batley S. George genoemt
wordt.

Meêr ten ooften vloeyt midden door dit deel een rivier-
ken , het welke, uyt de
Ashwell fpruytende, van \'t zuyden
naer \'t noorden, om zich in de
Oufe te begeven, met ver-
fcheyde bochten zich ftrekt door
Shengay, alwaer de ge-
neughlijkfte weyden zijn van dit Graefrchap,de
Br^ceptorii,
eertijdts der Templieren, de welke Sibylla, de dochter van
Rogier van
Montgomeri, Graefvan Salop, en de huys-vrou
van L de
Raines haer in\'t M c xxx jacr gefchonken heeft;
en niet wijdt van \'t kafteel
Burne, welk eertijdts de Baron-
nye van
Vicot, Onder-graef van dit landt, en der Feverells
was, van welke door een dochter de eer en bezittingen
tot Gilbert
Peche gekomen zijn; welker laetfte, na dat
hy de zonen van zijn tweede huys-vrou gevordert had ,
de eerfte Edward , Koning van Engelandt, tot erfgenaem
geftelt heeft. Want in die eeuw hebben de Grooten van
Engelandt de wijs der Romeynen, onder de Keyzeren ,
op-gebracht, dat zy naemlijk de Vorften tot erfgenamen
ftelden,als zy in der zelve gramfchap gevallen waren. Doch
dit kafleel is in der Baronnen krijgh , van Ribald de
lIße
aen-gefteken zijnde, afgebrant : in welken tijdt Wouther
van
Cottenham, een man van groote eer, om zijn weêrfpan-
nigheyt gehangen is. Hoe de Schrijvers
deze rivier noe-
irien, is in verfchil; zommige heetenze
Grant, zommige
Cam, den welken ik liever toe-ftem, eenfdeels om dat zy
krom loopt; want dat beteekent
Cam by de Britannen, waer

Byne.
Ädmlt.

Roiflo» ,
Zret in het
Oraeffchap
vanHert-
fcrd.

Caxton,

Thtley
S. George.

Shengay,

A Com-
pianderye.

\' Bmne.
De Baron\'
nen vm
Burne.

De Barn-
iViUenßfchs
hiß one.

De Koning
erfgenaem
van byzon-
dere lieden.

van een kromme rivier in Cornwal Camel genoemt wordt:
anderdeels ook om dat ik my lichtlijk inbeeld uyt de ruym-
te, naem, en penningen der Romeynen, hier dicht by de
brugh in groote overvloedt gevonden , dat de oude ftadt
Camboritvm, acn welke Antoninus in de derde reys camhor^-
van Britannien gedenkt, aen de zelve gelegen heeft. Want
tum.
Camhoritum
beteekent een ondiepte aen de Cam, oft een
kromme ondiepte; want
Rith beteekent by onze Britannen yj^ g^jtj^
een ondiepte: het welk ik daerom aenteeken, op dat de
hy de Bn~-
Eranfen lichtlijker zien mogen, wat Augujloritum, Dariori- tannen en
tum,Rithomagus,
ScC. in Vrankrijk zy. Maer ons Camhoritum Franfinbe-
hebben de Saxen liever Gjnanr-ceapïep en Gjionr-cefreji
willen noemen, welke naem het ook noch behoudt; doch
waer zy van afgekomen is, zie ik noch niet. Indien ikze
van het Saxifche woort
Gron, het welk een moerafliige plaets
beteekent, trok, ik zoud mooghlijk dwalen : nochtans
heeft Aflbrius de moeraflige plaetfen in \'t landt van Somer-
fet meêr als eens
Gronnas Paludofifpmas met een Sax-La-
tijnfch woort genoemt: en het is zeer bekent, dat een ftadc
in Weft-Vrieflandt, gelegen op een moeraflige plaets,
Gro"
ningen
genoemt wordt. Maer laet andere de reden van de-
ze naem na-fpooren. Dit is omtrent het dcc jaer ecn ver-
laten ftedeken geweeft, als Beda zeght, terwijl hy verhaelt,
dat omtrent de muuren een plaetsken gevonden is, zeer
fchoon van wit Marmor gemaekt, en door een dexelken
van de zelffte fteen zeer bequaemlijk gedekt. Doch nu is
het een vlexken, van \'t welk Henrijk
Lacey, Graef van Lin-
koln , een deel aen zijn baftart-zoon Henrijk met die voor-
waerde gefchonken heeft, dat zijn nakomelingen (die nu
onlangs verftorven zijn) geen andere naem als Henrijk be-
zigen zouden: het andere deel heeft de zefte Henrijk, Ko-
ning van Engelandt, uyt het geflacht der
Lancafiers, aen
welk het erf-goedt van Graef
Lacey geraekt is, gefproten
zijnde,aen zijn Korjinglijk Collegie in Cambridge vergunt. Cmhid^
\'t Welk van dat oude
Camhoritum oft een deel,oft een fpruyt
was, zoo na komt het by het zelve en in gelegenheyt, en
in naem. Ook kan ik niet wel gelooven dat
Cam van Gr ant
gekomen is , midts deze afkomft wat hardtjes fchijnt,
waer in al de letters op een na vernietight worden: ik zoud
eêr achten dat het gemeene volk het woordt van de ou-
de naem
Camhoritum , oft van de rivier Cam behouden
heeft , fchoon de Saxfche Schrijvers dikwijls de Saxfche
naem
Grantbridge gebruykt hebben. Deze ftadt, welke de
tweede Hooge School, het tweede oogh, de tweede ftut,
en de vermaertfte winkel van Geleertheyt en Godts-vrucht
van Engelandt is, light aen de
Cam, dewelke, als zy des
zelfs weft-zijde al fpcelende met eylandekens beftroyt heeft,
naer het ooften gekeert zijnde, deelt de zelve in twee dee-
len , en wordt met een brugh aen-een-gevoeght; waer van
deze nieuwe naem
Cambridge gé^totcnis. Ov^debrugh
ziet men een groot en oudt kafteel, het welk nu fchijnc
uyt-geleeft te hebben, en het Collegie aen S.Magdaleen
toe-gewijt. A\'en deze zijde van de brugh, alwaer vêr hec
grootfte deel der ftadt light, munt alles door de verdeeling
der ftraten uyt, de menighte
der kerken, en xvi fchoo-
ne plaetfen den
Zang-goddinnen toe-gewijt, oft Collegien,
waer in zeer geleerde mannen in grooten getale gevoede
worden, en de grootfte wetenfchap der konften en kennis
der talen 200 bloeyen, dat zy met recht geacht worden vooc
de bronnen der talen,
Godts-dienft,en der gantfche geleert-
heyt, de welke de Hoven der kerk en van\'t gemeene beft

met gezonde wateren zeer zoetelijk befproeyen. En hier
ontbreekt niets van \'t gene tot de bloeyenfte hooge School
vereyfcht wordt, behalven dat \'er door de moeraflige gele-
genheyt eenige zwaerheyt
van lucht is. Mogelijk hebben
die gene, die aldaer de hooge School eerft gefticht hebben,
Platoos oordeel voor goedt gekent. Want als hy de befte
heblijkheyt des lichaems genoot, zo heeft hy de ongezonde
hooge School van Athenen tot een plaets voor zijn oefte-
ningen verkoren, om alzoo \'t gene overtolligh was en zijn
gemoet bezwaerde, door de ongematigtheyt der plaets te
verdrukken. Niet te min onze
voor-ouders, zeer voorzich-

y y y \' tigc

-ocr page 251-

Septentrio

SKGj^les ^Je ^^

Qambjijj} GC SJfJJl c .

I^euerif^ton

\'^tndroue

-jo

oU

Jl 5,

\'Vjiwell. ;

Satkrs La a

HcnmJjottv

^\'srJJyanL^

\'WrerUon..

5 hirx.

Peterturgh

p -a jl r

^edoUe^

Gm

N o R F O L K

The

WlSBICm)) Gyie

Colilatn.

y

v

Sldemall

t^l jx , or

^tiJJit^iott

of

,1 Ivlttleport

chll.

.Mere

^ jr

0 x

c

MiUnall

Z^oltfte

TrtTiitie j£alt t^^iy.

I T O IST I

E N iS I S

CuMfwtt^bn

wx/ch.o«. j-

it w^y b z. y ^

XiDounJiam. /i^ f) mä

Cantabei

co^vritatvs,

letstsis

I N C 0 I. N Z N B

JsW"

SIS

O Jl J-

vt 0 i c j ^

^WJtOf.

0

/

ct}

\\o\\

3£ I/T\\A TVS

Coußttcv ^^ ^Jfeufiernes\'

jo.-

tencjf
^^icham.

..a

H VIST D .

S TA;

Sianhu^

Saitpn^-.

_ leljr

"Brome

hvisri). j

Villen

Lauwarme \\ SnalewetL

1.

Sotnei^a

tnf
^iff!
ja,

Con^n^a^ Recke

j i^ewmattei lieathe

DiUoti-^X StL^xum

- Sbtchwat^ _

S^lCa^eriTis :ffatL tj.jj

Cailitye

"Surrot^h •

yt^ion

tmv ;g ^DiOsh

^illork
JPaper^trull \\

""\'pap wor tiivi^

Vapwordi atmes

"tm^jtarva- (

CroxiviL-

12 1 ................r^, ITUIPX^ I/iä ^e^e^

ton.

Mmk^hm.\'

Coküyhaäey j- ^ • CL

..........-

Weiirel ^

^^e College t ^

ARI^IW gi\' O/RD
- I

^htuden-^

oyimtvn-,

jCrßJL

Chßall

ftoxi ro 1 Jot.

Idmnnd ßLa^^
^
^uke ßferi- ■

rf^\'V^ettxwitHi

"Berlee

"^HdcChßalt

CoMiYTATvs Pars.

JltUiaruL An^Ucn- ^uorum^ ^ unuttv G-trmAiucunv ce^u^olt.

-ocr page 252-

rf\'ll,
■ I.\'

C ■ A M B R ï D

tigc mannen zijnde, hebben deze ftadt, niet zonder Godts
beieydt, den Oefteningen toe-geeygent, en met treflijke
werken verçiert.

En op dat wytegeo die zeer goede Voorftanders der ge-
leertheden, ja ( op dat ik met Eumenius fpreeke ) tegen de
ouders van onze kinderen niet ondankbaer ichijnen^zo laet
ons aeo de zelve,en aen de CoHegu^Âic zy de goede weten-
fchappen
toe-geeygent hebben , om de eere wil uyt de Hi-
fiorirvaii Cambridge kortlijk gedenken. Men zeght dat
de Spaenfche Cantaber in \'tjaer voor Chriftus geboorte
c c c
lxxv, deze hooge School eerft gefticht heefteen datze
Sebert, Koning van de Ooft-Engelfen, in \'t jaer na Chriftus
o-eboorce ©cxxx weder herfteit heeft. Namaels heeft zy,
door hec Deenfche onweder dikwijls verftoort, lang ver-
zuymt gelegen , tot dat onder \'t gebiedt der Noormannen
alles heeft begonnen op te klimmen. Van toen afzijn daer
fchuyi-plaetfen der geleertheyt, gaft-huy zen en hoven voor
de Studenten en oeffelingen op-gericht, doch met geringe
bezittingen begiftight. Want het eerfte
Collegie (hetwelk
S. Pieters huys genoemt wordt ) heeft Hugo Balsham Bif-
fchop van Eiiene, in \'t jaer
mc clxxx iv op-gebouwt en be-
fchoaken ; den welken na gevolgt zijn Richard Badew,
£Üe , van Elizabeth Clara Gravin van Ulton geholpen
\' zijnde in\'tjaer
mcccxl, het Clarenflfche Hof gebouwt
heeft 5 Maria van
S.Paul Gravin van Penbroek in het jaer
mcccxlvii, hetPenbrochifchePlof; hetgefelfchapder
broederen van Chriftus lichaem
mc c cxlv i , het Collegie
van Chriftus lichaem , het welk ook van S. Benedidus ge-
lioemtwort; Willem
Bateman Biflbhop van Norwic, om-
trent het jaer
mccclïh, het Hof der Dryvuldigheyt ; Ed-
mond
Cênevile in\'tjaer mcccxlviii , en loannes art-
fen in onze tijt het Collegie van Gonevil en Cajus. De zefte
Hentijk Koning van Engelandt het Koninglijk
Collegie
MccccxLi, ( waer by hy een kapel gevoeght heeft, het welk
met recht onder de fchoonfte gebouwen der wereldt geftelt
wórdt)Margriet van Anjou zijn huys-vrou in \'t
mccccxlviii
jaer, het Koninginne Collegie-, Robert Wooàlark mcccclix ,
het Hof van S.Catrijn; lan Alkokke Biflbhop vanElienehet
Collegie van lefus in \'t m c c c c x c v 11. Margriet van Rich-
mond , de moeder van de VIÏ Koning Henrijk, het
Collegie
vao Chriftus en van wS.Ian omtrent het mdvi jaer,nu treflijk
met nieuwe gebouwen vermeert^Thomas
Audley Can celier
van Engelandt heeft in \'t
mdxlii jaer het Collegie van Mag-
daleemgebouwt, het welk Chriftoftel
Wrey hoogfte ïufticier
van Engelandt, en met gebouwen en met bezittingoi? nu
herfteit heefteen de machtighfte Koning de achtfte Henrijk
heeftin \'t
mdxlvi jaer het Collegie der H.Dryeenigheyt uyt
drie t\'zaem-geftelt, te weten uyt het
Collegie van S. Michiel,
het welk Hervaeus van
Stanton onder \'t gebiedt van de twee-
de Edward gebout heeft, uyt het Koninglijke Hof van de
derde Edward gefticht, en
Btfihwics Gajl-huys. Het welk, op
dat de Studenten gevoeghlijker woonen zouden, nu ver-
nieuwt , ja door toe- doen van Thomas
Neville, Meefter van
het zelve Collegie en waerdighfte Deeken van de kerk van
Cantelberg , met fchoone heerlijkheyt zoo van nieuws op-
gebouwt is, dat het Collegie door zijn ruymte,wel-gefchikt-
heyt en fchoonheyt der huyzen, naeulijx voor eenigh ander
in de Chrifte wereldt behoeft te wijken : en hy zelf waerlijk
Groot-dadigh , zelfs naer \'t oordeel van den grootften Wijs-
gier , te achten is, mits hy voor \'t gemeen en niet voor \'t by-
zonder zo groote koften gedaen heeft. En waer meê ik on-
ze oeffeninge, onze eeuw en ons geluk meê wenfch, de zeer
eerwaerdige
en wijze man Heer Wouter Midmay, Ridder
en naefte raedt van Elizabeth, heeft een nieuw Collegie ter
eeren vanEmanuel gefticht; en Francifca
Sidney Gravin
van Suflex, heeft vijf duyzent ponden om een Collegie op
\' te bouwen, t w elk
Sidney-SuJJex genoemt zoud worden, by
uyterfte-wil gemaekt, \'t welk nu voltoyt is.

De kloofterkens en huyzen der broederkens laet ik na,
Bmmll. om dat zy nier zeer vermaert waren, behalven Barnwell, het
welk Paganus
Penjerell, een dapper oorloghs.man en vaen-
) drieh van Robert Hertogh van Normandyen in den heyli-
gen oorlog, onder \'t gebiedt van de I. Henrijk, van de kerk
vanSJilliXalwaerdeOndergraef P^Vö/ Kanunniken inge-
ftelt had,op deze plaets over-gebracht, en dertig Munniken
T) w fffl/v in-gevoert, om dat hy toen dertigh jaren oudt was. De
wn Barn- lieden des naems kunt ghy, zoo \'t u belieft, uyt de byzonde-
tveU. re hiftory der plaets lezen : Paganus Peverell heeft van de

i ;

i, \'

i ■

G E - S H I R E.

ccffte Henrijk verkregen een plaetsbuyten de burgh van
Cambridge, uyt het midden van die plaets fprooten genoeg
zuivere en levendige bronnekens, by de Engeifen
Barntvell,
dat is. Bronnen der kinderen toen genoemt, om dat de kin-
deren en jongelingen eens in\'t jaer,
o^dc Vigilie vande
S. lans geboorte, aldaer t
\'zamen-komende, na de wijs der
Engelfen, Worftelingen en andere kinderlijkcfpelen pleeg-
den , en met liedekens en fpeel-tuigh eikanderen Vermaek-
ten. Waer van, om de meenighte der jongens en meyskens
aldaer t\'zamen-komende en fpelende, een wijs geworden is>
dat op dien dagh aldaer een groote hoop van koopers en
verkoopers vergaderden om koophandel te drijven.

En hoewel Cambridge de Zang-goddinnen toe-geeygent
was, zoo is het nochtans van de verwoetheyt van Mars niet
gantfch vry geweeft. Want als de Deenen over al roofden,
zoo hebben zy hier meenighmael verwintert, en in\'t
mx
jaer,als deDeenfche Sueno alles met fchriklijke dwinglandy
verdrukte, zoo hebben zy aen de vernaemtheyt der ftadt en
aen de Zang-goddinnen niets vry gelaeten, (het welk wy
nochtans leezen dat Sulla te Athenen gedaen heeft,) maer
hebben de gantfche ftadt jammerlijk door den brandt ge-
fchent. Niet te min is zy in de eerfte tijden der Noorman-
nen dicht genoegh bewoont geweeft;want wy leezen in hec
Schatboek van de eerfte Willem: De burgh van Grantbrid-
ge wort in tien fchaer-wachten gedeelt,en heeft
ccclxxxvii
wooningen. Maer voor \'t Kafteel zijn achtien huyzen ver-
nielt, als die eerfte Willem de Engelfen, die hy onlangs
overwonnen had,met kafteelen, als met toomen van flaver-
ny, over al voor-genomen had te bedwingen.Namaels heb-
ben de ballingen in de Baronfche oorlogh van \'t eylandt
Ehene deze ftadt zeer befchadigt, om welker uyt-loopen te
beletten, de derde Henrijk ecn diepe gracht om de ooft-
zijde der ftadt geleyt heeft, dewelke noch
Kingsdichge-
noemt
wordt. Het ftil-zwygend verwachten van zommige
roept my hier om mijn meening vande oudtheyt van deze
Academi voort te brengen : Maer ik onderwind my hier in
niets, want ik heb niet voor-genomen onze bloeyenfte ^
hooge Schooien te vergelijken , welker gelijk ik niet weet.
Ik vrees nochtans, dat zy ons vogelnesjes gebouwt hebben,
die,de oudtheyt der zelve ver boven \'t geloof van waerheydt
verheffende, verhaelt hebben dat die Cantaber terftont na
\'t op-bouwen van Romen , naemlijk veeljaren voor Chri-
ftus geboorte, deze
Academi gebouwt zoud hebben. Dit is
zeeker, op wat tijdt ook dat zy gefticht is , dat zy omtrent de
tijden van de eerfte Henrijk begonnen heeft op een nieuw
de zetel der geleertheydt te zijn; want zoo leeft men in het
oude aen-hangfel van Petrus Bleflenfis en Ingulfus: De Abt lojf^edm
loffredus heeft na zijn Mayerie van Cotheam by Cambrid-
ge over-gezonden zijn mede Munnik Giflebert,
der H. Godt-geleertheydt, met drie andere Munniken, de
welke hem inHngelant gevolgt zijnde in deWijs-giere regels
en andere by-zondere wetenfchappen zeer ervaren waeren,
daeghlijks naer Cambridge gaende , en in een
gemeene ge-
huerde fchuur haer wetenfchappen opentlijk voor-leezen-
de , in een kort verloop van tijdt een groot getal van leer-
lingen
gekregen hebben. Want in \'t tweede jaer van haer
aenkomft,is het getal van haer leerlingen, zoo uyt het gant-
fche vaderlandt, als uyt de ftadt, dus aengcgroeyt, datde
grootfte huyzen, fchuuren, ja kerken niet genoegh waren
tot haer vertrek. Waer van in verfcheyde plaetfen van elk-
ander verdeelt zijnde, en dc wijs van de Orlienfche oeffe-
ning navolgende,zo las Odo een by-zonder letter-wijzer en
fchirnp-dichter den jongers en kinderen,hem toe-geeygent,
de letter-konft, maer na de leer van Prifcianus en Remigius
op den zeiven. Enteneen uure leerde de zeer fcherp-zin-
nige
Sofijl Terricus de Reden-konft van Ariftoteles, bene^
ven deinleydingen en aentekeningen van Porfirius en Aver-
rois aen de ïongelingen. En ten drie uuren las Broeder Wil-
lem de Redenrijk-konft van Tuliius, en de bloemen van
Qujntiliahus, en Broeder Giflebert preekte alleZon-en
heylige-dagen Godts woordt aen \'t volk. En uyt die kleene
bron, de welke tot een groote rivier gegroeyt is, zien v/y nu
Godts ftadt verheught.en gantfch Engelant vruchtbaer ge-
maekt , door zeer veel Leeraers en Meefters uyt Cambrid-
ge, uyr-gaende na de gelijkenis van een hey lig Paradijs, &:c.
Doch op welke
tijdt deze Academi tot een Vniverjlteyt ge^
m.aekt,zal Robert van Remington voor my zeggenronder het
gebiet van de eerfte Edward is van de School vanGrandbrid-

À

f

t ti

ïf\'

-ocr page 253-

C A M B R I D G E - S :H 1 R E.

^cmXJmv^erfieyt gtm^okt, als Oxford is, door het Fen-dittono(thtictDkhon, véti dè

Roomfche Hof Maer wat ftel ik onvoor/ichtelijk mijn zelve gracht alzoo genoemt,recht tuflchen
voet in dezen ftrijdt ? in welke nu onlangs zeer geleerde ou-
zn Fulburn leydt tot aen Balsham. Deze wordt heden ge-
dc mannen gekampt hebben,aen welke ik dc wapenen voor^ meenli|k
Seaven Mile Dike genoemt, om dat zy zbven mij-
waer gewilligh overlaet, en aen zo groote nacmen dc groot- len van ISlieumarket af is, eertijdts Fleam-dykeA^t is. Vluchtig Fkamdyk^
fte eer, die ik kan, aenbied. De Meridiaen, dewelke hangt , van eenige gedenkweerdige vlucht, zoo\'t fchijnt ge^
over \'t top van Cambridge, verfcheelt van het uytërfte we- noemt. In dat
Wtlberham, eertijdts Wilburgam, hcbbeii
ften
xxiii deelen, xxv minuten. En dc boogh van den zelf- weleer gcwoont de Baronnen Nfle de Rubeo-monte, van ou-
den Meridiaen tuflchen den Evenaer cn de punt van de den adel, van welke lan om zijn krijghs-dapperheydt onder
Pool geftelt, wort gemeten op
lii graden xi minuten. de eerfte ftichters van de orde van S. loris, van de derde Ed-

Dicht by Cambridge ten noord-ooften fchijnen eenige wardt geacht wiert i en van diens geflacht is noch èen man-
Goomam- ^looge heuvelen , de.noemenze Gogntagoghils, lijke erf-genaem over, eerwaerdigh in ouderdom en vrucht-
hüs. Henrijk van Huntingdon heeftze het zeer geneughlijkc ge- bacr van kinderen, Edmundus tip, die noch Heer van de-
berght van ^//ïi^^?» geheeten, na het bygelcgen dorpken, ze plaets is.

in het welk, gelijk hy fchrijft, de Deenen de uyterfte wreét- Van hiér meêr ten ooften omtrent vijf mijlen binnen-
heydt gepleeght hebben. Op het top der zelve hebben wy waerts zictmen de vierde en aller-grootftc gracht met haer
Een krijgs- ecngtoot krijghs-bolwerk gezien, met een driedubbele wal wal, dewelke het gemeen volk, als een werk der duwden cn
bftrgh. gefterkt, en in dic tijdt een gantfch onverwinlijke vefting niet der menfchen achtende, Dixjcls-dike noemt, andere Biveli^
(als zommige, in den oorlogh ervacrene, dunkt) behalven Rech-dike van het koop-ftedeken Rech daer zy begint. Dit dyhe^
dat \'er het water te vêr af zy: En zommige meenen dat het is zy buyten twijfel, waer van A bbo Floriacenfis, daer hy de
een fchuyl-plaets der Romeynen oft dcr Deenen geweeft gelegenheydt van Ooft-Engelant befchrijft, aldus fpreekt :
is. \'Gervaflus Tilburienfis fchijnt het Vandelbiria te noc- van die zyde, daèr zich dc Zon ten weften ftrekt, grenft dit
men : Cambridge, zeght hy, was een plaets
Vandelbiria landt aen \'t overige eylandt, en is derhalven gangbaer,maer
genoemt, om dat de Vandalen, de deelen van Britannien, op dat het niet dikwijls door der vyanden inval ovcr-rom-
door dc wreede uyt-roeyingen der Chriftenen, verwoeften- pelt wcrde, zoo is het met Ccn dijk, als een hooge müur, en
de, aldaer gelcgert geweeft zijn : alwaer zy op het top van een aerde gracht beveftight. Want zy
fnijc die vlakte,welke
den bergh haer tenten geveftight hebben , de vlakte wasin
Newmarket-heat genoemt v/ordt, en daer het landt voor in-
\'t ront met een wal beflooten, cn door een ingang als ccn val open lagh, veehrnjtef^lang dwars door, beginnende tot
poort om in te komen open. \'t Gene hy hier aentekent van
Rech, boven welk het landt broekachtigh en ongangbaer is>
het krijghs.fpook ga ik ftil-zwijgens voorby, om dat het een en cyndight by
Cowlodge, alwaer dc wcgh door de boflchen
beuzclachtigh verdichtfel fchijnt van het malle graeuw: wat moeylijker is, en is een landt-pael zo van \'t Rijk als van
want wy hebben niet voorgenomen hier zoete fprookjes \'t Bifdom der Ooft-Engelfen geweeft. Wie de ftichter van
by te voegen, en dc ooren te kittelen. In het dal by deze zoo groot een werk geweeft is,is onzeeker,de jongfte fchtij-
hcuvelcn zictmen
Salfton, het welk van de Burgen van Vers wijten \'t aen de Deenfchc Koning Cahütus j daer
Burgh Green door Wouter de la Pole cn Ingolthro^ tot lait nochtans die Abbo daer aen gedenkt, dewelke geftorven is
lievill Mark-graef van Scharpen-heuvel, en door zijn Dich- eêr Canutus in Engelandt heerfchte j en het Saxfche Tijdt- (^q
ter en cenc van zijn erf-genamen tot de Hudlejlons, dic hier boek,daer het handelf van de wederfpannighey t van Athel- Staebêms.
vermaert geweeft zijn, gekomen is.Mcêr ten ooften gemoet wolf tegen de oude Koning Edward, noemtze eenvoudigh- Camms *
ons
Hildesham, eertijdts toebehoorende de Bujllers, en nu lijk Byke. En getuyght dat Koning Edward verwoeft heeft beeft hegoH^-
door huwlijk acn dc Parifiers: daer na light Horsheat bene- al wat tuflfchen den Dyke en de rivier Ou/è leght tot aen de "<^»teheer-
ven \'t bofch, het welk lang acn \'t oude en doorluchtige ge- noortfche moeraflchen, en dat de weeripannige Mtbd-
flacht der
Argentons en Alïngtons, waer Van elders, fchijnt wold, en dc Deenfchc Eohric toen aldaer in de flagh geble-
toe-behoort te hebben. Hier dicht by is ook
\'Caflle Camps , ven zijn. Maer die na de tijden van Canutus gefchreven
de
oude woonplaets der Gra ven van Oxford,het welk hebben, hebbenze S. Edmonds Landtpael cn S. Edmonds
aen Hugo F^rf" toegekomen heeft,(zoó ftaetin het budeon- gracht genoemt; ook gelooft men datze Canutus geleyt
der-zoek,)op dat hy des Konings Kamerling zijn zou.Daer heeft, dewelke, een zeer aendachtigh dienaer van de Mar-
nochtans wacrachtighft is,dat dc eerfteHcnrijkKoning van tclaer S. Edmond zijnde, aen de geeftlijken van die plaets
Engelandt dit ampt aen Albericus van r^r/-^ vergunt heeft groote vryheden (om zijns Vaders Suanus fchelmachtige
met deze woorden: Het groot Kamerlingfchap vah gantich wreetheyt tegen de zelve te verzoenen) tot aen deze gracht

âîf

t :

li

\' •■■il

\'äs

l-H.

Tî^mdles\'

Salßoff.

Horsheat,
ziet tn
Hertford\'
$bire.
Caflle-
Camps,

Kamer-
lingfchap
Van Enge-

1.groot Ka- Engelant te leen en crf,inet alle de waerdigheden,vryhedeil Vergunt heeft. Waer van Guil. Malmesburienfis in zijn
merting. en heerlijkheden tot het zelve behöörende, zo Vry en eerlijk boek van dc Pauzen aldus fchrijft: de Pachters , die elders
als het Robert Mallet gehadt heeft, &c. Nochtans hebben woeden cn met recht cn onrecht inhalen, vÊrlietcn hier
de Koningen t\'elkens anderen,om dit ampt tc bedienen ,na ootmoédigh aen dees zijdc van S. Edmonds gracht haer
haer goedtdunken verkooren. En niet vêr van hier ziet twiftcn. En dat deze twee laetfte genoemde grachten
menhier en daer die grooteen lange grachten , dewelke
monds grachten geheeten hebben, is zeker,- want Mar-
de Ooft-Engelfen gewiflijk geleyt hebben om de Merciers tha?us Florilegus getuyght,dat die öorlógh tegen ^thelwolf
te bedwingen , die door fchielijke invallen al wat haer tufl\'chen de twee grachten
y^n S. Edmond geeyndight is.
gemoetegruwlijkplaghten te rooven. En de eerfte van de- ^even light alwaer eertijdts een kafteel

ze begint^tot Hinkeflon, en ftrekt zich ten ooften door Hil- was , het welk Galfted van Mandevill Graefvan Eflcx, de
dersham na Horsheath omtrent vijf mijlen. Dicht hier by welke, met in andere lieden goederen te vallen, zijn eer Zeer
is de tweede,
Brentdtthch genoemt, en leydt van Melborne gekrenkt heeft, in die zeer bezwaerde tijden vän Koning
door
Fulmer. Maer laet ons hier nu van af treden, zullende Steven, kloekelijk bevochten heeft, tot dat hy.met ccn pijl
van de andere diergelijke werken terftont óp Zijn plaets dóor \'t hooft gefchöoten zijnde, die landen van een lange
fpreken. ^^^^^ vedoft hceft. Naulijx een oft twee mijlen van hiér

By Cambridge helften ooflien dicht acn het rivierken light Lanheath, alwaer de doorluchtige Ridderen Cottons
Sture,
wordt de vermaertfte laer-markt van Engelandt, lange jaeren gcwoont hebben. Waer van niet vêr is, Ifleham

Zoo wel wat de vcclheydt van \'t zamen-komende volk, als eertijdts zijnde het erf-goët van Bernarts, \'t welk door hou-
wat de ovcrvloet der koopmanfchappen acngaet, jaerlijx lijk geraekt is aen het Ridderlijk geflacht der
Peitons,dcweï\' ^^
in de maent van September gehouden. Hier naeft by heeft ke uyt de manlijke ftam der Ffirds{wzct uyt de ffords Gra-
de zeer goede en oprechte D. G. Hervsus, Doctor der ven van Suflblk) gefprotcn zijn, gelijk de ftam-wapencn
Rechten en Overfte van \'t Hof
der Dryvuldigheydt van aen-wijZen : hoewel zy van Petton, een ftedeken Van Suf-
Cambridge, een fchoone wegh door een op-geworpe dijk, folk, daer Zy lang gcwoont hebben, na de wijs van die eeuw

\' daer zy naemlijk voor de reyzende man zeer onbtuykbacr ti^er naem gekregen hebben.

en moevlijk was, nu onlangs over de drie duyzent fchreden Aen de zelfde gracht leght ook Kitlmg:t welk mede Kat-

vêr na ktettmarket met grooten koften,doch met een Godt- Mg genoemt wort, nu vermaert door de voornaemfte huy- Be Baron-

vruchticrh en loflijk op-zet, gcbaent. ^^^ ^^ Baronnen North, van welke Edward North de w« Nmh,

Daer deze dijk evndight, verfchijnt de derde van oudts cerfte met die eet vanKoningin Maria om zijn wijsheyt ver- 97/.

Grachten. j ^^^^t, dewelke van de ooft-kant van de rivier cert is, Doeh eertijdts is het bekent geweeft door een
^ ^ ^ Z z z groote

i-i \'S

Flemdike^
tn anderet

Sturhridge
faire.

-ocr page 254-

D E I.. -C ENE

groote vergadering, als de geeftlijken van het vieren der men magh wel vreezen dat het, als in \'t uyt-dropgen van de

Paeft:hen heftighlijk onder eikanderen twifteden. Pontinfche broeken in Italien menighmael geft:hiet is, niet

Thefennes hooghfte en noorder-deel van dit lant wordt geheel weder tot zijn oude ftant gebracht werde. Zoo dat het zom- ^aHfanias

andlllZf in rivierige eylanden gedeelt, en door geduurige grachteri, migen beft geraden dunkt, \'t welk de Godt-fpraek van A- in Cormth,

£lj, ^ gooten en ftooten, als door-windels, onderfcheyden ver- polio in diergelijk een zaek vermaent heeft, aen de dingen,

- maekt meteen lieflijke groente, in de zomer maenden, de van Godt zoo geftelt, de handen niet te leggen,

oogen der aenfchouwers,en in de winter maenden byna met Opdezeaerdt der plaets en overvloedt der dingen heb-

water overdekt zijnde, ja zoo wijdt en breedt als de fcherp- ben zommige oproerigen gefteundt, en niet alleen de En-

zichtigheyt van het oogh af-meten kan, bootft eenighzins gelfen tegen Willem de Conquefletfr s maer ook de Baron^

de gedaente van een zee na. \' nen, zoo dikwijls als zy verbannen wierden,hebben hier te-

Die dit en het overige moerafljge landt, het welk van de gen den Koning gehandelt: maer altijdt met ongelukkiger

grenzen van Suffolk tot Wainflet in \'t Grkffchap van Lin- fpoet, hoewel zy te Eryth en te Athered,hcètx\\ Audre,zlw^ct

coln over de <58 mijlen en 680 duyzent morgen landts be- men lichtlijkft in \'t land komen kan,dikwijls bolwerken ge-

grijpt in vier Graeffchappen*,te weten dit Cambridge,Hun- ftelt hebben. En noch ziet men by een krijghs-wal Audre

tingdon, Northamton, en Lincoln bewoont hebben, wier- van taemlijke hooghte,doch ruym,dewelke zy Belfars-hilles\\ Ely.

CiY^il den in de Saxfche eeuw G/Vwi genoemt, dat is, als het zom- ik weet niet na welke Bellifarius noemen.

mige vertalen , Moirafch-wooners^ Een volk na de natuur Het zuyder en allergrootfte deel van dit broekigh landt,
der plaets zeer hart en dnbefchaeft, en tegen de anderen , welke tot dit Graeffchap geacht wordt, wordt by de Engel-^
die zy
VpUndmen noemen, zeer nydigh, dewelke hoogh op fche Saxen eiij, nu The tte of Ely van \'t voornaemfte eyland
ftelten als reuzen tredende, zich tot beeften te weyden , vit- genoemt. Welke naem Beda van de aelen getrokken heeft,
fchen- en vogel-vangen alle begeven. Het landt zelve, het waer van \'t zommige het Ae/s
eylandt genoemt hebben. Po-
welk \'s winters en zomtijdts de meefte tijdt van \'t jaer door lydorus Virgilius haelt het van het Griekfche , \'t welk
\'t overftorten van de wateren der
Oufe, Orante, Nene, Wel- een moerafch betekent i andere van \'t Brittoenfche Heiig,
land, Glene
, en Wit ham, midts het geen genoegh bequame \'t welk wilgen betekent /dewelke hier inzonderheydt over-
watergangen heeft, over-ftolpt hght, als zich deze wateren vloedigh zijn , daer hier geen andere boomen groeyen kon-
in haer kolken begeven hebben, is zoo overvloedigh van nen. Men leeft dat een Tombertus,Vorft der Zuyt-Girvien,
s.Ethel-
fchoon gras en dik boy (zy noemen \'t Lid) dat als zy genoeg een deel van dit landt aen zijn huys-vrouw Etheldred tot dred, ge-
tot haer gebruyk af-gemaeyt hebben, zy daer \'t vuur in wet- huwlijks-goet gegeven heeft, dewelke als zy \'t Egfrid Ko- meenlijk.
pende in de maent van November,op dat het te beter voort ning van Northumberlandt, den welken zy tot haer tweede ^^dryu
fpruyte, verbranden. In welke tijdt ghy, ziende deze Moe- man getrouwt had, naliet, om Chriftus te dienen, heeft in
raffige wijk door wijdt-verfpreyde vlammen branden, u ver- \'t voornaemfte van deze eylanden, welk eygentlijk Gly\'j ge-
wonderen
zoud.Daer-en-boven is het overvloedigh in tur- noemt, en van zes hondert huys-gezinnen toen gefchat \'
ven en biezen tot den brant, en in rieden om haer hutten te wierdt, voor degeeftlijke maeghden een kloofter gefticht,
dekken, infgelijx in Elfen en andere water-fpruyten, voor- daer zy ook zelfde eerfte overfte van geweeft is. Welk noch-
naemlijk is het zeer vruchtbaer in Wilgen, zoo door de na- tans de eerfte kerk in
dit broekigh landt niet geweeft is/
tuur van \'t landt,als dat zy \'er tegen den aenftoot der inval- Want het Elienfche boek getuyght dat onze Auguftinus een
lende rivieren gezaeyt zijn, en dikwy Is af-gefneden zijnde, kerk te
Cradiden gefticht heeft, welke de Mercier Penda Cradiden.
ontallijke erfgenamen, om met Phnms te fpreken, te nut daerna vernielt heeft. En Malmesburienfis verhaelt, dat
geweeft zij n. Van dewelke ook hier en daer korven ge- Eelix BiflTchop der Ooft-Engelfen te
Soham, welk noch on-
maekt worden, dewelke midts de Britannen
Baskades noe- der Norwik behoort, de eerfte ftoel gehadt heeft. Soham,

zeght hy, is een dorp neven het meyr, het welk aen die,v/el-
ke in
Bly gaen wilden, eertijdts gevaerlijk voor de fchepen
was, nu gaet men daer te voer langs een gemaekte wegh
door een broekigh riet-bofch. Daer zijn noch tekenen van
een kerk, die van de Deenen vernielt is, dewelke de inwoo-

A feme.

Ook fpruyt beneven de grachten over-vloedlijk Scor- ner,te gelijk verbrant zijnde,met zijn puyn bedekt heeft. In

diu?n, \'t welk ook T"rijfago Palujlris genoemt wordt. Maer welke tijt ook dat kloofter van Etheldred door de Deenfche

de oude fchrijver Eelix heeft deze eylanden met deze woor- verwoetheyt vernielt is, doch is van Ethelword Biflchop

den af-gefchildert : Daer is een uyt-nemend groot Moe- van Wilton weder opgebouwt, dewelke, met den Koning

rafch, het welk van de oeveren der rivier Gronte beginnen- verdragh gemaekt hebbende, het eylandt geheel gekoft, de

de, nu met bies-boffchen, zomtijdts met zwarte water-plaf- Priefters daer uyt gedreven hebben, met Munniken vervult

fchen, en tuflchen-komende boflbhen van eylanden, en heeft, aen dewelke de Koning Edgarus, als men in zijn ver-

kromme boghten van oevers, zich van \'t zuyden ten noor- zegeling leeft, vergunt heeft tuflchen de moeraflchen de

den naer de zee zeer vêr uytftrekt. Het zelve heeft ook de werl tfche gedingen van twee Hundreds, en buyten de moe-

Crowlandfche Munnik Willem in Guthlacus leven met
vaerzen aldus befchreven :

In England is een poel, van V voater van de Gront
zich flrekkende zeer vêr met boghten in het ront,
Dicht aen de ooßerkant van d\'ópe z.ee in \'t lang
Yan z>uyd ten noord gelegen, voed in haer bevang
Veel z^ieke vifch, alwaer der winden bargeluyt
In V riet-bofch, even als veel menfchen woorden tuyt.

ScordMm*

rafTchenvan v Hundreds metde helft in Wie h law, inde
Provincie der Ooft-Engelfen, welke heden
S. Etheldreds g
vryheden
genoemt worden. Daerna hebben \'t de Koningen \'

en beyde Vorften met ruyme inkomften verrijkt, inzonder- heyt.
heyt Graef Brithaoth, dewelke zullende tegen de Deenen
oorlogen in \'t
d cccc xcix jaer, aen de kerk van Ely gegeven
heeft
Somersham,Spaldwic, Trumpinton,Ratindum,Hetsbury, v Elienfche
Eulhurn,l\'merflon,\'Triplejlow,lmpetum,{om
dat de Munniken hek.

Voegh hier by, zoo \'t u luft, dit na-volgende uyt Henrijk hem heerlijk onthaelt hadden)zoo hy flechts in die oorlogh

van Huntingdon : Dit broekigh landt is zeer geneughlijk, bleef. En hy is na veertien dagen by Maldun met de Dee-

en aengenaem om te aenichouwen, bevochtight door veel nen ftrijdende gebleven. En is dit kloofter daer door zo ver-

afloopende rivieren, met veel groote en kleene meyren be- rijkt geworden , dat de Abt (na \'t getuygnis van Malmesbu-

fchildert, en zeer groen door veel boflbhen en eylanden. rienfes) duyzent vier-hondert ponden jaerlijx in zijn beurs

Ontfang ook tot een toe-giftdezeweynige woorden van getelt heeft. En Richard de laetfte Abt, Graef Gifleberts

Guil. Malmesburienfls : De vifch is hier zoo overvloedigh, zoon,door deze rijkdommen als dronken zijnde, heeft zich

dat zy den vreemdeling tot verwondering, en d\'mwooners ontwaerdight te ftaen onder den BiflTchop van Lincoln, en

om de zelve verwondering tot fpot is : niet min is de veel- vaçxgulde woorden, als de Munniken fchrijven,en zorghvul-

heyt en gemeenheyt der water-vogelen, zo dat vijf en meêr dige naerftigheyt met den Koning gehandelt, dat hier een

menfchen voor een penning met beyde niet alleen haer BiflTchoplijke ftoel moght geftelt worden, hetwelkehy,

honger verdrijven, maer zich ook verzadigen konnen. zijn doodt daer voor komende, niet verkregen heeft.

Wat men meenighmael, ook in de vergaderingen des Nochtans heeft de eerfte Koning Henrijk terftont daer na

Parlaments, van dit landt uyt te droogen, met gezonden en het zelve van den Paus verkregen , en heeft Hervseus

rijpen raedt en onder den fchoonen fchijn van\'t gemeene Prelaet van Bangoren, ^an de Walfch-Engelfen uyt zijn

men, zoo verfta ik Martialis niet, op dat ik dit in \'t voor-by
gaen aentekene, \'t zy hier van onder zijn nieuw-jaers giften
verftaen heeft in dit tvi\'celing-vaers:

Barbara dep£Hs vent Bafcauda Britannis,
Sed me jam mavult dicere Romafuam.

beft gehandelt heeft, luft my hierriiec te verhalen. Want plaets verdreven zijnde, tot eerfte BiflTchop geftelt, aen

Wien

-ocr page 255-

m

\\

wien en acn zijn navolgers hy het landt van Cambridge,het
welk cerft acn den BiflTchop van Lincoln behoort had, tot
zijn Bifdom gc-cygent, en in deze eylanden eenige Ko-
ninglijke rechten beveftight. En de Biflchoppen Van Lin-
koln , den welken hy dit eylandt en het landt van Cambrid-
ge onttrocken had,heeft hy de
Mayery ojari S^aldwic, om de
fchade te
vergoeden,gegeven, oft gelijk er in t Elienfe boek
ftaet, aen de kerk van Lincoln is dcMaycrie vanSpald-
wic gegeven tot ccn ceuwigh recht, voor de vcrruyling
van de BiflTchoplijkc zorgh over het dorp van Grantbridge.
Hervsus, nu Biflchop geftelt zijnde, heeft niet meêr be-
dacht,als de waerdigheyt van zijn kerk te vermeerderen: en
heeft verkregen, dat zy van Telonie (ik gebruykc dc woor-
den van\'t Elienfche bock) vry was, cn haer verloft van\'t
jok der flaverny, en de wacht welke zy acn\'t kafteel van
Norwic fchuldigh was. Hy heeft van
Exning naer Ely door
de moeraflchen omtrent fes duyzent fchreden lang een
wcgh geleyt, en niet weynigh erf-gronden verkregen. En
zijn navolgers, het getal der Munniken befnoeyt hebbende,
(\'want va,n zeventigh hebben zy alleen veertigh over-gela-
ten) zijn in allen dingen ovcrvloet en rijkdommen tot op
onzer vaderen tijden zeer voorzien geweeft; en hebben haer
heylige dagen en hooghtijden met zulk een toe-rufting en
ftatie geviert, dat zy de andere klooftcrs van Engelandt al
haer lof ontnamen. Waer van ook
een dichter m die tijdt
niet qualijk gezongen heeft:

Die \'t Elienjche feefl by andre feeflen lijkt,
Verlijkt de nacht by \'t licht waer mee de zon-kloot prijkt.
Zy hebben ook de kerk,welk door ouderdom alreê over-
hing , allenx weêr opgebouwt, en tot die grootte, als menze
nu ziet, voltrokken : Want zy is nieuw, hoogh en treflijk
fchoon, maer door de graven der Grooten en Biflchoppen,
niet zonder dc hooghftc onwaerdigheyt verbroken ziinde,
cenighzins gefchonden. En nu zijn daer in de plaets van
dien grooten hoop van Munniken geftelt een Deken,Proe-
venicrs,en een School, waer in vier-en-twintigh jongens ge-
leert cn gevoedt worden. Vier dingen zijn in deze kerk van
*t gemeene volk zeer geprezen geweeft, naemlijk de Lan-
taern in het top van de kerk, welk over het koor hangt, met
acht ftijlen door een zonderlinge konft van BiflTchop lan
f van
Hothimi op-gehangen; dicht aen de kerk ten noorden is
een kapel S.Maria toc-gewijt, voorv/aer zeer treflijk van
Biflchop Simon van Scherpenhcuvcl op-gebouwt; ten
zuyden is een groote aerd-hoop tot een groote hooghte in
\\ ronde op-geworpen, men noemt het
ihe Mont, waer op
een meulcn met wieken geftelt is; en een ichoone wijn-
gaert, dewelke nu verdort is.
Welke dingen een Munnik
van deze plaets eertijts in dit
rijm begrepen heeft :
De Luchter, de Kapel der H. Maeght CMari,
De Wijngaert en de Meuln, zijn \'tfteraed van Ely.
En Ely zeifis geen kleene ftadt, doch voorwaer om haer
fchoonheyt en volkrijkheyt niet zeer te prijzen, als welke,
om haer bics-boflbhige gelegenheyt, niet zeer gezont van
lucht is. In deze broeken is
ook ten weften een ander zeer
vermaert kloofter geweeft, van de dichte der heggenen
Aoomew Thorney, certijts van de Kluyzenaers cn Hetemij-
ten
Ankerige genoemt, alwaer, gelijk in \'t boek van Peters-
burgh ftaet, Scxulfus, een zccr Godtsdienftigh man, een
klooftcr met Eremijten kluysjes gebouwt heeft. Hetwelk
namaels van de Deenen, vernielt zijnde, van ^thclwold
BiflTchop van Winton, om der Munniken zaken te vorde-
ren, wederom^\'op-gcbouwt, met Munniken vervult, en met
boomen rontom bezet is. Een plaets, als Malmcsburienhs
zeght, gelijk een Paradijs, dewelke in
gencughlijkheyt zclts

een hemel fchijnt, in de moeraflchen zelfs vruchtbaer van

boomen, dewelke door de langte van haer effene takken
fchijnen met de fterren te worftêlen, de zee-gelijke vlakte
lokt de oogen door haer groene kruyden, die door de vel-
den loopen worden door geenige plaets verhindert, daer
zijn geenige oft weynige gedeelten van \'t landt leedigh, hier
ftaet het bezet met appel-boomen , hier wordt het met
wijngaerden bedekt, dewelke oft langs de aerde kruypen, of
langs op-gerichte paelen om hoogh rijzen. De natuur en

Thamey,

215?

bouwing hebben hier een onderlinge ftrijdt,200 dat de eene
voortbrengt wat de andere vergeet. Wat zal men zeggen
van de fchoonheyt der gebouwen , het welk alleen wonder-
lijk is, hoe zy van die aerde met onbewceghlijkc gronden \'
tuflchen die moeraflchen geftut worden ? daer is een groote
eenzaemheyt voor de Munniken bequaem, op datzy zoo
veel te acndachtiger aen het hemelfche hangen, als zy de
, fterflijke menfchen kuyfcher befchouwen. Als daer een
vrou gezien wort, men houtze voor een wanfchepfel, de
mannen die hier komen, worden als Engelen ontfangen.
Ik zou dit eylant waerlijk een herbcrgh der kuyfcheyt, een
gezelfchap der eerbaerheyt,en een fchool der godlijke wijs-
heyt mogen noemen.

Van Wisbich, een kafteel der Biflchoppen van Ely der- wUbkh,
tien mijlen van hier ^ het v/clke tuflchen de moeraflchen en
rivieren in Hght, en eertijts tot een gevangenis om dc Papen
te bedwingen geftelt is geweeft, heb ik hier niet by te voe-
gen , als dat deze ftadt t\'zamen met
Wakpole, van den eyge- WMi.
naer acn \'t klooftcr van Ely gegeven is, als hy Zijn zoontjen
Alwin aldaer tot het Munnike leven beftelde, en dat de eer-
fte Willem het kafteel gebouwt heeft; als de ballingen uyt
dit mocrafligh eylandt haer uyt-vallen deden, en dat in\'t
CI3CC xxxvi jaer, als de zee door\'t gewelt der winden
gedreven op deze ftrandt twee geduurige dagen lang gele-
gen had, het landt en de menfchen groote fchade ge eden
hebben. Doch het kafteel van tichelen, \'t welk men daer
nu ziet, is by onzer grootvaderen gedenken van lan
Morton
Biflchop van Ely gebouwt, dewelke na de rechte in dit
broekigh landt de water-gracht,
the New-leame genoemt, New-leA^
geleyt heeft,om alles gemakkelijk te vervoeren, op dat deze
zijn ftadt door het verkceren des volx in grooter neering
moght aen-groeyen; het welk nochtans in tegendeel ge-
lukt is, want dezelve is nu niet zeer nut, en de nabuurige
Avonen oft Nenen klagen, dat de loop in de zee door Clow ClomroJJè^
crojje
hier van t\'eenemael verhindert is.

Voor de eerfte Graef van Cambridge wordt gehouden, j)e Graven
Willem de broeder van Ranulf Graef van Chefter, als men
van Cam-^
leeft in dc verzegeling van Alexander Biffchop van Lin- bndge.
koln, gegeven M c x xxix. Daer na magh men achten
dat die uyt het Koninglijk geflacht der Schotten Graven
van Huntingdon waren, ook Graven van Cambridge ge-
weeft zijn,wijl \'t uyt dc hantveften des Rijx blijkt,dat David
Graefvan Huntingdon, den derden penning van \'t Graef-
fchap van Cambridge ontfangen heeft. Langen tijdt daer
na heeft Edward de derde lan van Henegou, de broeder van
de derde Willem Graef van HoUandt en Henegou, tot deze
eer verheven, om zijn huys-^vrouw de Koningin Philippa te
behagen, dewelke dezen lan in bloedt beftont. Om wiens
wil hy ook, als lan tot den Frans-man af-gevallen was, Wil-
lem Mark-graef van GuHk, Philippaes zufters zoon, met de
zelfde tijtel vereert heeft. En deze uytlanders
geftorven
zijnde, zoo heeft de derde Edward deze eer aen zijn vijfde
zoonEdmond vanZ4??^/f^overgedragen,dewelkehy als vier
jaren gehadt heeft (ik fpreek na de geloofwaerdigheyt van
een oudt met de handt gefchreven boek by den grootftcn
hefhebber der oudtheydt Fr. Thinnus) zoo heeft de Graef
van Flencgou, Philippaes bloet-verwant,tot het Parlement
komende, daer rechtelijk
om gefproken, enis bevredighc
wedcr-gekeert. Acn Edmond de
Langley,dic namaels Her-
togh van York geworden is, zijn twee zoonen geboren, Ed-
ward Hertogh van York,dewelkehet Graeffchap vanCam-
bridge een tijdt lang gehat heeft, en in de Agincourtfche
flagh gebleven is; en Richard, dewelke door de goede gunft
van Henrijk de vijfde en
met bewilligen van zijn broeder,
Graefvan Cambridge geworden is. Maer als hy,trouwloos,
eergierigh en ondankbaer zijnde,en dien zeer goeden Vorft
zijn ondergang gebrout hebbende, onthalft was, zo is de tij-
tel der Graven van Cambridge te gelijk met hem geftorven,
oft onder de tijtel van zijn zoon Richard verborgen ge-
weeft, dewelke namaels Hertogh van York zijnde, in alles
wederom ingeftelt is, als
bloet-verwant, naemlijk, en erfge-
naem
van zijn oom Edward Hertogh van York.

CAM BRIDG E- SHIR Ë.

1 ii

In dit Graeffchap wor dert ijßj Parochiën begrepen.

HUN-

I f

-ocr page 256-

HVNTINGDON-SHIRE.

An achtereïi aèn Cambtid-
ge paelt het landt van Hun-
tingdon, byde Saxen bnft-
"ceDunefcype^ gemeenlijk
Huntingdons-hire gele-
gen zijnde, dat het zich ten
zuyden naer Bedford , ten
weften naer Northanton,als
ook ten noorden, daer \'t van
de rivier
Avona afgefchey-
den wort,en tén ooften naer
Can:»bridge uytftrekt. Een
lant welk bequaem genoegh is om te zaeyen en beeften te
weyden; ten ooften,daer \'t moerafligh is,is het zeer vrucht-
baer, en op andere plaetfen doot de heuvelen van de zon
befchenen,en de lommering der boomen zeer geneughlijk,
want de inwoonders zeggen dat het geheel met boflbhen
bezet geweeft is, en \'t is zeker dat het een foreeft was, tot
dat het de tweede Koning Henrijk in de eerfte tijden zijns
Rijx geheel
ontforeefi heeft, gelijker ftaet in een oude wan-
dehng, behalven
Waybridge,Sapple,a\\ Herthei^wdk Heeren
boflchen geweeft waren, en foreeften blijven.

Aen de zuyt-zijde fpoelt de rivier, die ik nu dikwijls
genoemt heb, en bekleet \'t ^elve landt met bloemen. Aen
dewelke,onder andere \\veynigh vermaerde dingen,drie zeer
bekende fteden liggen, daer zy naemlijk die van Bedford
verlatende,eerft in dit lant vloeyt. Eerft bezoekt zy de kerk
S.Needs. van iVeo^ïz^,gemeenlijk S. Needes, van Neotus een man zo
gelecït, als heyligh, dewelke in \'t voort-planten van de
Chriftlijke Godts-dienft al de vlijt zijns levens befteet heeft,
wiens lichaem
wmNeotflok in Cornwal hier overgebracht
was, en tot zijner eer heeft Alfrik het Palleys van Graef El-
frid in een kloofter verkeert: hetwelk
Roifia, dé huys-vrou
van Richard Heer van
cUire, terftont na d\'inval det Nor-
mannen,met veel erfgronden verrijkt heeft. Te voren wiert
Ainsbtiry» deze plaets van Ainulf, insgelijx een heyligh man, Ainulfs-
bury
genoemt, welke naem noch in een gedeelte van \'t zel-
ve overigh is. Dicht hier by te
Hailwefton, een zeer kleen
dorpken,zijn twee kleyne bronnen,van welke de eene zoet,
de andere eenighfins brak is; de buuren zeggen dat deze
goet is tegen fchurftheyt en lazerye 3 de andere tegen\'t ge-
brek der oogen. Niet vêr van daer begroet de
Oufe Bugden,
de voor-treffelijke huyzingen der BiflTchoppen vanLincoln,
en door
Hinchinbroke, eertijts aen de gewijde maeghden ge-
heylight,welke Koning Willem de
Conquefteur hier van El-
tefiey
in \'t Graeffchap van Cambridge gebraght heeft,en nu
de woonplaets is van het Ridderlijke huys der
Cromwells,
Hmmg- 2:y in Huntingdon, in Saxifch Hunranrun, by Maria-

don, nus, op een gemeen zegel Huntersdune, dat is, de Bergh der
Jagers,
als \'t Henricus Aerts-diaken van deze plaets vertaelt,
dewelke voor cccc jaren gebloeyt heeft j waer van het
zelve
een jager in zijn wapenen voert, en onze Leiandus
heeft op een Latijns ambeldt het nieuwe woort
Venantodo-
num
gefmeet. Dit is de voornaemfte ftadt van\'t geheele
Graeffchap, aen welk het ook de naem gegeven heeft, zo in
fchoone
gelegenheydt, als de Aerts-diaken zeght, als door
haer treflijkheyt,zo door de nabuurigheyt der moeraflbhen,
als overvloedigheyt van wflde dieren en viffchen de nabuu-
^ rige fteden vêr overtreffende. Ten tijde van Edward de
Confejfeur, op dat ik dit uyt de aentekening van Engelandt
hier by voege, zijn in deze burgh vier Eerlingen geweefl^in
twee Eerlingen waren c x v i burgers de gewoonte en
gelden betalende, en onder dezelve c Bordieren : Inde
andere twee Eerlings waren c x i burgers tot alle gewoon-
ten en gelden des Konings. Aen de noort-zijde van de
Oufe
hght zy hooger verheven, meer in \'t lang ten noorden uyt-
geftrekt, verfiert met vier kerken, en het heeft een kloofter-
ken gehat,van de Keyzerin Machteld,en Euftatius
Lovetoft
gebout,wiens vervalle muuren wy dicht ten ooften der ftad
gezien hebben. By de rivier dicht by de brugh,dewelke uyt
gehouwe-fteen zeer fchoon van aenzien is, ziet men de
puyn en plaets van een kafteel, het welke de oude Edward

Gezande
wateren*

Bugden,

1

ib\'tjaer ibceccxvii gebout heeft, enDaVid de Schot,
dien, als\'er in een oude hiftory ftaet, Koning Steven de
burgh van
Huntingdon tot vermeerdering gefchonken had,
heeft het met veel werken vergroot. Eyndelijk heeft dö
tweede Henrijk het zelve, eensdeels om dac het ecn toe-
vlucht
vodt de op-roerige geweeft was, andersdeels om dac
de Schotten en
S. Liziers dikwijls twift om \'t zelve gerok-
kent hadden, om alle twift te mijden,ter aerden geflecht, na
dat hy, om haer ontijdige twift vergrämt zijnde, gezworen
had, dat noyt die van «y. , noch de Schotten meêr ont
\'t zelve twiften zouden. Van deze puyn-hoopen des kafteels
ziet men,alzo het oog hier onvèrhindert wijt en breet mach
weyden, een ftuk landts (\'men noemt het
Portsholme) van de
rivier
Oufe omringt,en zeer groot,en zo bloeyzaem boven al
wat de Zon befchout,dat men van het zelve in de Lente-tijc
te recht dit vaersken gebruyken magh i

J)e Lent befchildert met veel verwen *t dertèilandt.
Door de befchilderde geneughlijkheydt is het zelve zeer
vermaeklijk aen de oogen. Aen de andere kant, tegen over
Huntingdon,leyt even als haer moeder, waer van zy gefpro-
ten is,
Goodmancheßer heden genoemt voor Gormonchefter: Gormonm
een zeer groot dorp, en zeer vermaert in de landtbouw, ge- che^ir.
legen op een ruym en onbepaelt veldt, welke naer de Zon
af-helt. Ook is \'er geen ftadt in gantfch Engelant,die meêr
dappere bou-lieden heeft, en meêr ploegen bezight. Want
zy beroemen zich, dat zy eertijdts de Koningen van Enge-
landt,hiéE door-reyzende,met hondert en tachtentigh ploe-
gen, als tot een pronk-ftaty uyt-gebracht, ontfangen heb-
, ben. Voorwaer onder de onzen eeren zy het boeren-leven

(welk Columella de bloet-verwant der wijsheyt noemt) al-

ler-naerftighft, \'t zy dat men ziet op de voorzichtigheyt der
zaek, of op de macht van beê-fteden, oft op de wil van wer-
ken j Een vlek, in zijn tijdt, niet onaengenaem, noemt hec
die Henirijk van Huntingdon, en fchrijft waerlijk, dat hec
eertijdts een edele ftadt geweeft is» Want, op dat ik zwijgh
van de dikwijls uyt-gegrave penningen der Romeynen, en
de ruymte des weghs; de betekening zelve des naems be-
wijft , dat zy die ftadt geweeft is, welke by Antoninus on-
rechtlijk
Dvroliponte voor Dvrosipontë duroßpph"
genoemt wordt; want Durofiponte (houd het my ten beften te*
dat ik een letterken verandere) betekent by de Britannen
het zelve, als
een brugh aen de rivier Ofe^ En dat deze rivier
zonder onderfcheyt
Vß, Jfe, Ofe en Oufe genoemt wort,is by
allen bekent. Maer die oude naem onder de Saxen vergaen
zijnde,zo begon het van Gormon den Deen,dien onzen Al-
fred , als hy met hem vrede gemaekt hadt, deze landen ver-
gunt heeft,
Gormoncefter genoemt te worden, na \'c getuygh-
nis van het oude vecrsken :

Käß e el van G hormon heeft het met de naem vereert^
Dit is hy, van welke L Picus, een oudt fchrijver, aldu$
fchrijft: de Koning Alfred heeft de Deenen zoo geflagen,
dat zy hem na zijn believen gyzelaers gaven, dat zy het lanc
ruymen zouden, oft het Chriftendom aen-nemen; \'t welk
ook gefchiet is : want haer Koning Guthrum (welke zy
Gormon noemen) is met dertigh Edelen , en byna al hec
volk gedoopt, en van Alfred tot een zoon aen-genomen,
hem de naem van Athelftam gegeven hebbende, deze dan
is gebleven, en hem zijn gegeven de landen der Ooft-En-
gelfen , en Nortanhumbren; op dat hy dezelve onder des
Konings trouw erflijk zoud queken, die het moordighlijk
door-loopen had. Ook moet men hier niet voorby-gaen
dat eenige, zelf van die oude fchrijvers, deze ftadt
Gumice-
fter
en Gumicaftrum genoemt, en zekerlijk beveftight heb-
ben , dat Biflchop Machutus hier zijn ftoel eertijdts gehadt
heeft. -

De Oufe zich van hier begevende , om nu in \'t landt van
Cambridge te loopen, befpoelt tuflbhen zeer genoeghlij-
ke weyden een genoegh fchoone ftadt, welke eertijdts by de
Engelfche Saxen
Slepe, en nu S. Zi/w genoemt wordt, van de S. Ives.
Biffchop Ivo Perfa, dewelke omtrent het jaer, als men
fchrijft, zes hondert, Engelandt met een groote fchijn van
heyligheyt door-reyft, het Godlijk vlytighlijk verfpreyt, en

zijn

-ocr page 257-

_________I Ig

Éijii naem aen deze plaets, daer hy geftorven is, gelaten
heeft. Waer van niet lang daer na de geeftlijken zijn li-
chaem naer
Ramfey over-gevoert hebben.

Nauwlijx drie mijlen van hier ziet men dat ft:hoone So-
Smefs- mersham
, certijts de wooning der Biflchoppen van Elicne,
ham. hët welk GraefBrithnotj in\'t
d cccc xci jaer, aen de
kerk van Eliene gegeven,en de BiflTchop lakob
Stanley,om-
honden
in alle ovêrdaet, met nieuwe gebouwen vermeer-
dert heeft. Een weynigh hooger was het zeer rijke kloofter
Ramßy^mSchcn mocraflèn gelegen, alwaer de rivieren ftaen
blijven, na dat zy daer weker aerde gevonden hebben. De
befchrijving der plaets verftaet kortelijk, zo \'t u belieft, uyt
de by-zondere hiftory van dit kloofter:
Ramfey, dat is , het
Rammen eylandt,wort aen de ooft-zyde,want anders is het
vol moeraflige plaetfen voor de menfchen ongangbaer,
daer \'t landt vaft is door twee kleyigc hooghten, omtrent
twee boogh-fcheuten van elkander liggende, van een gc-
fcheyden. Wclke plaets, eertijdts op een langzame rivier
flechts dc fchepen, by moy weêr daer acn gevoert in een
geneughlijkc fchoot van twee aen-gename oevers ontfan-
gende, nu door fwaren arbeydt cn groote onkoften, met het
floppen van een flikkige diepte door een groote hoop van
hout, zant cn fteenen, langs een vaft voet-pat aen de zelfde
kant met voeten begaen wort, by-kans twee duyzent fchre-
den in \'t lang uyt-geftrekt zijnde, in de breedte wort het een
weynigh minder gehouden; het welk zo door Elfe-boomen
als rict-boifchen met dc groente der halmen cn biczen als
in \'t rond gekroont is: lang te voren eêr het bewoont wiert.
Zoo was het met allerhande boomen, en inzonderheyt met
een groote meenighte van Olm-boomen bekleedt. Maer
nu door lang verloop van tijdt de boflchen ten deel ge-
flecht zijnde, ziet men het landt door dc vette der aerde
ploeghbacr, zeer rijk van aflerhande vruchten, beplant met
hoven, overvloedigh in wcyden, en in de lente door de acn-
genaemheydt der beemden zeer vermaeklijk voor deaen-
ft:houwers, vermits het gantfche eylandt, met bloemen ver-
fiert zijnde, als met vcrfcheydc verwen befchildert wordt.
Daer toe wort het omringt door ael-rijke moeraflchen, en
ftaende wateren, wclke allerhande viflchen en water-voge-
len voeden,van welke cenc is,
Ramfey Meere, nu het cylandt
alzoo genoemt, het welk, alle andere by-gelege wateren in
fchoonheyt en vruchtbaerheyt te boven gaende, aen dc zij-
de daer \'t eylandt grootft cn \'t bofch dichtft geacht wort, de
zandige ftrant van \'t zelve zccr fracy befpoelende, den kij-
kers een zeer aengenaem fchouwfpcl vertoont, in wiens
woefte diepten men door ingeworpe netten en allerley
Vifch-want,als ook door geaefde hengels en andere viflchers
\' werk-tuygen , zeer dikwijls wonderlijkcgrootc fnoeken op-
Bakeds, gehaelt worden, die de inwooners Hakeds noemen, cn daer
dc vlijt der water-jagers zich zonder Ophouden oeftent: hier
wort altijt een veelvoudige vrucht van allerley water-gediert
gevangen, nochtans is \'er altijt ovcrvloet van \'t genegevan-
gen wort. Daer na vervolght zy in
\'t lang, hoe Ailwin, cCn
man van Koninglijk bloet gefprotcn, cn die om zijn groote
aenzienlijkheydt en aengenaemhcydt, waer door hy by den
Koning zeer veel vermoght,
Be al f Koning, d^x. is, halve Ko-
ning»
bygenoemt wierdt, door eens viflchers droom ver-
maent, dit kloofter opgebouwt, cn Biffchop Ofwold gevor-
dert heeft; hoe dc Koning en andere het zelve zoo met in-
komften verrijkt hebben, dat
het zeven duyzent van onze
ponden om zeftigh Munniken te voeden j jaerlijx inko-
men had: Maer wijl \'t nu vernielt is,zoo zal dit aen zommi-
ge mcêr als
genoegh gezeyt fchijnen; nochtans zal ik uyt
den zelfden Ichrijvcr hier by voegen het opfchrift van Ail-
wins graf, wijl ^t een ongewoone eer- en tijtel
vertoont:
HIC REQUIESCIT AILWINUS IN-
CLITI REGIS EADGARI COGNATUS,

TOTIUS ANGLI^ ALDERMANNUS,
ET HUJUS SAGRI GOENOBU MI-

RAGULOSUS eundator.

Dat is:

Hier ruß i^ilwin des door-lucht igen Koning Èadgars hloet-
venvant, Alderman van gantfch Engelant, en mnderbaer"
lijke opbouwer van dit heylige klooßer.
yimhicima. Peterborrow,
\'twelk omtrent tien mijlen
van hier is, hceft Koning Canutus, om dat de wegh door
eenige water-beken en over-loopingen verhindert was, een
Kingsdelfe. wcgh fby onzc Gefchicht-fehrijvers wort zy Kings-delfe ge-
21^

Èamfey
jMeere.

\\

noemt) met groote koften niet vêr vän Wittlcßtere een
groot meyr geleyt. En gelijk dit kloofter het
wefter-deci
Van dit landt Verfiert heeft,zo heeft SaUria,eem)is een kloo- Ge r\'L
fter der Ciftercienfers, van de tweede Simon van
s ijicio Sawtrey
Graef van Huntingdon gebouwt, het middelfte deel ver-
eert. Van \'t welk niet vêr is
Cunnington, \'t welke van de eer Cumim\'
van Huntingdon (als de burgerlijkeRechts-geleerden fpre- ton.
ken) bezeten wordt, alwaer binnen een vierkante gracht de
uyt-gedrukte tekenen gezien worden van
een oudt kaftecl,
het welk, gelijk ook
Saltria, by gefchenk van Canutus, de Samrey,
woon-plaets geweeft is van dien Deen Turkillus, die hier, Tmkülrn
onder dc Ooft-Engelfen verkeert, en Suenus der Deenen ^^
Koning om Engelandt te berooven beroepen heeft. Na
wiens vertrek Waldcof, Siwards des Graven van Northum-
bcdandts zoon, Graef van Huntingdon,hct zelve verkregen
hceft, als welke ludith, de dochter van de halve zufter van
Willem de
Verwinner, getrouwt heeft, cn door wiens outfte
dochter het zelve gekomen is aen \'t Koninglijke geflacht
der Schotten. Want zy is voor de tweede reys getrouwt ge-
weeft aen David Graef van Huntingdon (dewelke namaels
het Rijk van Schodant beZetcn hceft) de jongfte zoon van
Malcolm
Can-mor Koning der Schotten, en zijn vrou Mar-
griet, welke gefprotcn is uyt hetKoninglijk geflacht der
EngclfcheSaxen : want zy is de nicht geweeft van Koning
Edmund
T&erezijde, van zijn zoon Eadgar de Balling. Van
David is geboren Hénrijk, van Henrijk David Graef van
Hunnngdon: door wiens tweede dochter Izabel,
Cunning-
ton
en andere erf-gronden door houwlijx-recht gekomen
zijn tot Robert
Brm ,V2.nwicm eerft-gebore zoon Robert,
bygenaemt
de Edele, I a k o b Koning van Groot-Britan-
nien,na de rechte lijn, zijn geflacht trekt,- en van zijn jonger
zoon Bernard, die dit
Cunnington met Exton te beurt geval-
len is,is gefprotcn Robbert
Cotton,een man van Ridderlijke
weerdigheydt, dewelke boven zijn andere deughden een
treflijk liever en nayorfcher is van alle goede konften , en
hier een vertrek geftelt heeft voor alle by een vergaderde
gedenk-tekenen der eerwaerdige outheyt;
Waer uythy my
in deze duyfterniflTcn, na zijn byzondere beleeftheydt, me-
nigh mael vedicht hceft.

Maer deze plaetfen,laegh van aerde zijnde,en Vele maen-
den onder water liggende, en op zommige plaetfen ook als
op het water drijvende, zijn van \'t befchadigen der meyren
en de zwaerheydt der
moCraflcn geenfins bevrijdt. Hier
verfpreyt zich zes duyzent fchreden in de langte , en dne in
de breedte , het vochnge en vifchrijke meyr
Witlefmere in Het meet
een zeer mocrafligh landt, maer de zwaerheydt des luchts van mt"
wordt, gelijk de inwooners zeggen, door de nuttigheydt der
viflcherijen,dc overvloedigheyt der wcyden, cn de menigh-
te der turven om vuur te ftooken, genocghfaem vergoedt:
want de Koning Canutus heeft, yder vlek by de Manske
geftelt zijnde , \'t eygen Mariske geboden te deelen door
Turkillus den Deen, waer van ik terftont gefproken heb,
dewelke het rCcht
Zoo gedeelt heeft, dat yder vlek zoo veel
van de Mariske tot haer eygen gebruyk eygentlijk heb-
ben zoud, als het vafte landt van yder vlek de Manske te-
gen \'t zelve aengeftelt, rackte, cn heeft ingeftelt dat gee-
nige vlek in eens anders Manske zoud delven of met de
valk vliegen Zonder Vedof, en dat de weyde aen die alle ge-
meen zoud zijn, dat is, hoorn , onder hoorn , om de vrede
en eendraght onder elkander te befcherm en. Maer dit in \'c
voorby gaen.

Als de kinderen en dienaers van Canutus van Peters- Het Hißa^
burgh
by Ramfey ontboden over meyr voeren, zoo zijn hun ryke» va»
zeer fchadelijke winden over-vallen, en terwijl zy luftighlijk
voeren en met vrolijke ftemmen riepen, is een dwarlend
onweder ontftaen en hceft haer van alle kanten rondtom
gedreven, zo dat zy van haer leven oft behoudenis oft eeni-
ge hoop van hulp wanhoopten; doch de barmhertigheydt ^^^^^^
van den almachtigen Godt heeft haer niet t\'eenemael veria- [,rief vm
ten, nocht gantfchlijk door die
fchriklijke diepte laten in- Sawtrey.

HUNTINGDON-SHiaÉ.

zwelgen: maer heeft zommige van dat woedende meyr na
zijn belooninggenadighlijk verloft,en eenigejnazijnrecht-
vaerdigh verborgen oordeel,in die wateren van dit vergank-
lijk leven laten overgaen. En als het gerucht van Zo groot
een ongeluk ter kennis des Konings gekomen was, zo heb-
ben hem vrees en fchrik heftighlijk bevangen ,• maer, door
raet van zijn edelen en vrienden vedicht zijnde,heeft om de
toekomende ongevallen van dat razende ondier namaels te

ver-

Aaaa

-ocr page 258-

BBH

-ocr page 259-

\'Zlö

H

É

N.

Ë

ï

€

B

verhoeden, aen Zijn dienaers en bygelegéne foldacen belaft
rnet haer houwers en zweerden een graft in deMarisken tuf-
fchen Ramfey en Wittlefey af te tekenen en namaels door
arbeyts-lieden te zuyveren, van waer , als wy van onze oude
geloofwaerdige
voor-zaten verftaen hebben, die gracht van
Smrdes\' zommi\'gchm-wooncïs Stverdesde/f, om de aftekening der
lielfeeert zwacrden, de naem gekregen heeft j zommige hebbenze
-mder als Cno uts-delfde naem van de zelve Koning geheten,noch-
^Kmgsdelfe. ^^^^ „^emt menze heden gemeenlijk Steeds-dike , en wordt
gehouden voor de landfcheydingtuftchendit Graeffchap
■cn Cambridge.

De ooft-zijde van dit landt wordt verfiert door het ka-
^imholm. fteel der Kmnibanten,XiXi Kimbolton,c^n\\]<ks de wooning der
Mandevils-, n2im2idsècïB(^ms mStaffords, en heden der
Wingfelds. Wao: by het kloofterken Stoneley was by de Bri-
gans
gefticht. Weynigh van hier is Awkenbury, \'t welk Ko-
ning lan gegeven heeft aen David, Graef van Huntingdon,
$te>ü. Ste- ej, 2ijn Zoon, lan de Schot aen Steven Segrave,v^\\cns ik dies
grave» ^^ liever gedenk,om dat hy het onder de hovelingen geweeft
Matth, SS, die geleert heeft dat geenige macht Vermogend isj dewijl
:£ms, hy zwaerlijk tot hooge ftaet opgeklommen is , heeft daer
sorghlijk in geftaen, en is daer fchielijk afgevallen : want in
zijn jonkheyt is hy van een klerk een foldaet geworden, en
fchoon hy van nederigen ftam gefproten was, zoo wierd
hy in zijn laetfte dagen nochtans zoo rijk en verheven,
dat hy onder de grootften des Rijx en voor
ïufticier van En-
gelant gehouden is,en alle handelingen desRijx byna na fijn
believen fchikte. Doch eyndlijk is hy geheel uyt des Ko-
nings gunft vervallen, en heeft tot aen zijn doot zich in een
kloofter verborgen;en die zich eerft van\'t klerkfchap tot dc
krijgh door eergierigheydt begeven had, heeft,tot het kler-
ken ampt gekeert zijnde, de kroon die hy^gelaten had. Zon-
der afterdocht des Biftchops weder genomen. Niet vêr van
i,ei^ton. hier is Leigton, alwaer Gervafius Clifton Ridder zeer treftij-
ke huyzen begonnen heeft te bouwen, hier by light ook
Spaldwike, het welk de eerfte Koning Henrijk aen de kerk
van Lincoln gefchonken heeft, om haer fchade te vergoe-
den, als hy het Bifdom van Eliene, uyt de wijk van Lincoln
nemende, inftelde.
Blmu En daer de rivier I^en in dit landt komt, befpoelt zy Elton
de woonplaets van het vermaert enout gedacht der SapcotSy
alwaer een byzondere kapel is van zonderlinge fchoonheyt
met zeer konftigegefchildërde glazene venfters,gebout van
Elizabeth
Dinham^wQdnwe. van de Baron Fitz,-warin, aen dit
geftacht getrout zijnde. Maer een weynigh boven alle deze
MmsfoYt. plaetzen was een ouder ftedeken hyWalmsf0rd,wdk¥iznn]k
van Huntingdon Caer Dorm, en Vormeceafter noemt, en by
de rivieriNT^w^" gedenkt,en dat het voor fijn tijden geheel uyt-
Durohri- geroeyt was.Dit is buyten twijffel het Dvrobriv^ vanAn-
va. toninus geweeft,dat is,^:^^\' overtocht der rivier, en in de zelf-
de zin wort
nnDornfordhyCheJlerton genoemt,en vertoont,
behalven de oude penningen, openbare ken-tekenen van
een
uyt-geroeyde ftadt. Want deheyr-baen der Romeynen
leydt van
Huntingdon hier recht na toe,en wort een weynigh
Stilton, boven Stilton , welk eertijdts Stichilton genoemt wiert, aen
Erming\' een hooge dijk gezien, en in de oude Saxifche kaert Er-
fireat. minftreat
genoemt. En hier gaet zy door \'t midden van een
vierkante wal, wiens noorder zijde fchijnt met een veft gé-
fterkt te zijn, daer tegen de andere zijden flechts aerd is op
geworpen. By \'t welk nu onlangs zeer veel geveften uyt een
fteen oft graf zijn opgegraven, in de hoeve
R.Bevillw3.n cen
oudt en
doorluchugh geflacht in dit lant.Zommige meenen
dat deze ftad beyde de oevers begrepen heeft,en daer zijner
(I yin\'t die meenen dat het dorpken Ca/Ier op de andere ftrant een
f
^llffch\'^P decider zelve geweeft zy, en die meening wordt voorwaer
Northm- bekrachtight van een oude hiftory , welke getuyght dat aen
^en, de Nene geweeft is een plaets genoemt Dormundcajler, waer

in als Kinneburga een kloofterken gebout hadt, het zelve
eerft
Kinneburge^CaJier en namaels Cajler genoemt wierdt.
Deze Kinneburga, de aider ChrifteHjkfte dochter van de
Heydenfche Koning Penda ,en huvs-vrouw van Alfred Ko-
ning der Nordanhumbren, heeft de heerfchappy ineen
dienft-maeghtfchap van Chriftus verandert, en heeft Zelve
(op dat ik uyt een oudt fchrijver fpreeke)over dit haer kloo-
fter, als een moeder der heylige maeghden, overfte geweeft.
/ HeE welk namaels omtrent het jaer ao x door de verwoet-

heyt derDeenengeflecht was.En daer deze riviet dit Graef-
fchap begint te verlaten,daer befpoelt zy
Bottle-bridge { zoo
wort hec nu kortlijk genoemt voor
Botolph-bridge)zcQ^ oude Bottlehrid-
v/ooningenjdewelke de
Draitons cnLovets vmR.Gtmels door
over-erving gebracht hebben tot het geflacht der
Schirleys.
En dicht by de zelve light Overton, nu wanfchiklijk Orton
genoemt,het welk Nigellus Lovetoft,2i\\s het aen de Koning
door
felonme verbeurt was, bevrijdt heeft, wiens zufter en
mede erfgenaem,getrout aen Hubert oft Robert van
Broun-
ford,wan
hem kinderen ontfangen heeftiWelke de naem van
Lovetoft aengenomen hebben.

Dit lant van Huntingdon heeft,als het gebiet der Engel- De Graven
fche Saxen nu alreê ten val neighde,tot een beampte Graef
gehad Siward^ want toen waren \'er in Engelandt noch geen
erf-Graven, maer de overften der landen wierden na \'t ge-
bruyk van die eeuw Graven genoemt, met by-voeging van
het Graeffchap dier landen, daer zy over geftelt waren^ ge-
lijk deze Siward , dewelke , als hy over dit landt gefet was ^
Graef van Huntingdon,en weynigh daerna over Northum-
bërlant geftelt, ook Graef van Northumbërlant genoemt
wierd. Deze had een zoon Waldeof, dewelke met de tijtel de
van Graef,overfte van dit lant geweeft is,door degcnade van
Graven vm
Willem de Conquefteur, wiens halve zufters dochter ludith Northum-
hy getrout had. En de eerftgeborene dochter van Waldeof berlandt. .
(als Wilhelmus Gemidcenfis verhaelt) heeft Simon Silva-
nedenfis, oft van S. Li zio gekregen met het Graeffchap van
In\'tlaetßt
Huntingdon,en heeft gebaert een zoon Simon: doch Graef boek lö^.
Simon gefturven zijnde, zoo heeft David de broeder van \'^\'f •
S. Machteld Koningin vanEngelant(welke namaels Koning
van Schotlant wiert) zijn huys-vrou getrout, by dewelke hy
gekregen heeft zijn zoon Henrijk. Maer namaels door het
veranderen van \'t avontuur en des Konings gunft , Zoo heb-
ben zomtijts de Schotten,zomtijts de
S.Liziers deze eer om
ftrijt gevoert,te weten,Henrijk Davids zoon,en Simon i".
Li- loannei
zius
des eerften Simons zoon,-na dezenMalkolm deKoning Forden in
der Schotten Graef Henrijx zoon, en na zijn doot, de derde
SimonS.Lizius,dewelke2onderkinderen geftorven zijnde,
zoo is Willem Koning der Schotten Malkolmus broeder in \'

Zïjn plaets gevolght. Want zoo heeft Radulf van Diceto,die \'
toen geleeft heeft gefchreven,in \'t
cid c lxxxv jaer,als Graef
Simon de zoon van Graef Simon zonder kinderen geftor-
ven was,zoo heeft deKoning het Graeffchap van Hunting-
don met zijn toebehooren weder gegeven aen Willem Ko^
ning der Schotten. Daerna volghde zijn broeder David, en
Davids zoon lan bygenaemt de
Schot, Graef van Chefter,de
welke zonder kinderen geftorven zijnde, en na dat Alexan-
der de tweede,die de dochter van onzenKoning de III Hen-
rijk getrout had,deze tijtel een tijdt lang gebruykt hadt, zoo
zijn de Schotten door de aengroeyende oorlogh van die eer
en een rijklijk erfdeel in Engelant vervallen. Een genoegh
lange tijt daer na heeft de derde Edward Willem
Clinton tot
Graef van Huntingdon gekoren: Dezen, van den tweeden
Richart gedoot zijnde,is GuifGardusAngolifmius,en na zijn
doot,lan
Holand, dezen zijn zoon lan, en diens zoon Hen-
rijk gevolght, dewelke yder in \'t byzonder ook Graven van
Exon geweeft zijn. En dit is die Henrijk Graef van Efton,
dien Philippus Comineus (als hy zielfs getuyght) heeft zien
Beèet de
bedelen op zijn bloote voeten, terwijl hy zich ftantvaftelijk Henoge»
hield aen het huys Van Lancafter, fchoon hy de Zufter van -E^®»
de
vierdeKoning Edward tot eert vrou getrout hadt.Daerna
volghde Thomas
Grey, dewelke namaels Markgraef van
Dorfet,met die eer weynigh tijts verrijkt is geweeft.\'t Is ook
zeker uyt de hantveften,dat Willem van Pen-

broek, de brief van verkiezen, waer door zijn vader Graef
van Penbroek gemaekt was, in de Cancelry beftelt heeft te
Cancelereren, en dat de vierde Edward in \'t xvii jaer van
zijn Rijk hem tot Graef van Huntingdon gekooren heeft.
Doch by onzer vaderen geheugen heeft de achtfte Henrijk
die eer aen Georg
Haßings op-gedragen, dien gevolght is
Erancifcus, en dezen zijn zoon Henrijk, een man door het
lof van ware edelheydt en godtsvrucht ten hooghften ge-
eert i en dezen Zonder kinderen geftorven zijnde, zoo is
zijn broeder Georgius in zijn plaets gekomen, en na Geor-
gius is gevolght zijn zoons zoon Henrijk, dewelke dezelve
tijtel noch heden gebruykt.

Jn dit landden telt men 78 fAvechien^

D E

-ocr page 260-

îer komen-^pj nu tôt de CoRï tanen, \'dewelke, yan de Icenen ît^ehdlger^er
mjdtdoor het middelandtfche deel des eylandts yerftroyt 4jnde, tot aende\'Noordt-Tieeyer^
keert hebben, naemlijk in die Landtfchappen > ypelke nu gemeenlijk
Northamptonshi-.
re, Leiceftershire , Rutlaüdshire , Linkolnshire , Nöttinghamshire,
en
Derbishire genoemt -gorden. Van de^er oorfpronklijkheydt ik, om niet te fchijnen
onbekende dingen yoor bekende te houden, mijn handen aßouden. Want fchoon dit yolk
mjdten^jdtyerftróyPisgeypeefl, \'t welk
Gur Tani by de Britannen betekent, indien
ik nochtans y er^ekerde dat de
Coritanen daer y an genoemt ^jn y -z^udikniet
met de taerling fpeelen ? Laet ^y, die gelukkiger konnen, ^ekererramtm Ik i^al ondertuffchen elk Graeffchap, yan
die ik genoemt heb y gatn door

NORTtiAMPTON-SHlRE.

Et landt van Northampton, der in de Koninglijke Bankgewoont heeft, van dewelke
by de Saxen Nopfafenooh- het zelve erflijk tot het oude geflacht der
Eovells gekomen
fcypC7 cn ISlorthanton-shire, is : cn daerna Wedm en Wafiham gezien, wélke her geflacht
gcmcenclijk
Northampton- van Pinkeney tot een Baronny bezeten hceft, tot dac H. van De Baronnj
shire
, is even als in het mid- Pinkney den Koninkde eerfte Edward tot erfgenaem ftel- àer Pirks-
den van Engelandt gelegen, de, daer ( als Tacitus Izeght ) van een goede vader niet
en het ftrekt zich van het alscenquact Vorft tot erfgenaem geftelt wort. Van hier ge-
noord-weften,daer hetbree- racktmen voort tot
Tripontivm , aen hetwelk Antbni-
der,allenx verklenende naer nus, doch niet op zijn plaets, gedenkt : want ik meen, dat
het zuydooften. Ten ooften dit het zelve geweeft is, \'t welk wy heden
Torcefier noemen ;
liggen die van Bedford en bokzijn er geen bewijs-redenen van een flacuw geloof ove-
Huntihgdön,tcn zuyden die righ. Zoo in Thracien van drie bergen:
Tri-

Mm Bükkingam en Oxford, ten weften die van Warwijk, en turrita in Tufcien van drie toorens : Tnpolis van drie fteden
ten noorden die van Leicefter, Rutlandt en Lincoln door haer nacmen gekregen hebben ; zo twijfel ik niet bf dit ons
j , de rivieren de klcenc en de P^/Zf;? van haer af-ge-
Tripontivm is na drie bruggen genoemt. Ziet hier in dit D^ w^jt^j-
Ichcydcn. Hét oófterdeel door-loopt van de rivier
Oufe tot Tmeßer wort de heyrbaen detRomeynen,déwelke tuflihen loopenderi-
Dowbridge
de heyrbaen der Romeynen, die men Watling- dit en Stonyflratford zich zeer opentlijk op zeer veele plaet- \'vierwüka
ßreat
noemt, het middelfte cn wcfter-deel wordt door de zen vertoont, door drie voornemc diepten van een gedeelde
rivier
Tien, welke van de Schrijvers ook Aufona genoemt vloet doorgefneden, dewelke dat eertijdts, als ook heden, ^^
wordt, zachtjens doorfneéden. Het landt is Veldigh, zeer met bruggen t\'zaemgevoeght geweeft zijn, overtuyght de
bewoont, en verflert met hoeven der edelen, Voor-zien van noodt-zaeklijkheyt. En zoo ghy een Britan vraeght,hoe de
fteden cn kerken, zoo dat zich op zbminigc
plaetzen wel Britannen drie bruggen noemen, zoo zult ghy terftont vafi
twintigh, cn op andere omtrent dertigh ketk-too- hooren : en de goede mannen, van welke ik deze

rens vertoonen. Van landt is het zeer rijk, zoo van akkeren Roomfche penningen gekregen heb, beveftigen dac Torce-
als wcyden. Nochtans niet zeer bofch-rijk als in hét uyt- fler de rechte naem van deze plaets is, en zy meenen dat her
\' terfte en mhswaerfte deel
overal,als ook op andere plaetzen Van dc toorens alzo genoemt is. Marianus noemt het noch-
ïnEneel^it,
is het vervult cn even als bezet met fchapen , tans , zoo het bock niet befmet is, by den welken

^^apek. ^j^^gilg ^ ^Iq Hythod^us gezeydt heeft, plaghten zóo wy lezen, dat het in \'t jaer d cccc xVli zoö fterk geweeft isi
^h^Mo^^ ^^ \' ^^ weynigh gevoet te worden, doch dat het de Deenen geenzins hebben konnen over-winnen,

nu, als men zeght, zoo vreetigh en wildt beginnen te zijn, en dat het de oude Edward naemaels met een fteenen muur
dat zy de menfchen vetflinden, en zelfs de landen, huyzen omringt heeft : Wy hebben nochtans in \'t nafpooren geen
en fteden, verwoeften cn berooven. . . tekenen van veften gevonden. Daer is alleen een groo-.

Opde zuyder t^renzen, daer de rivier ö/^y?, nu dikwijls te by een gebrachte aerd-hoop overigh, dic zy Berihill
genoemt, ontfpruV. Hebt op een zachjes opgaendc plaets, noemen, zijnde in byzondere hoven over al met kerfleboo-
wacr uyt veel bronnen ontfpruvten,
Brailey, eertijdts een men bepoot : En \'t zelve heeft de tijdt zoo verwonnen, dac
treflijkekoop-ftadtvanwol; hoe groot
en rijk zy geweeft zijn gelegenheydt, namen en oude penningemdie hier dik-
is vertoont zy den vreemdelingen alleen uyt haer puyn- wijls gevonden worden, danken magh, dat het oudt geacht
hoopen en
Mayer, den welken zy tot haer hooghftc over- werde. Want daer is niets gcdenkwaerdighs m, als de cem-
hcydt hebben. Dc
Zou^heys, welke Heeren van de plaets ge kerk die het heeft, dewelke nochtans groot cn fchoon is,
Pcweeftzijn,
hebben aldaer een Collegie gcfticht, vande waer in D. Sponde œnijdtsh^crKcàôt, die zy zeggen dac
welke het tot de
Hollants en Lovells als door navolging van aen de kerk en aen de ftadt veel verdient heeft, m een Iraey
houwlijx-gift gekomen is ; maer
Lovellten tijde van de ze- gebout graf begraven light. Maer inde buurt vertoonen
vende Henrijk gebannen zijnde,zoo hebben de
Stanleys het zich by Elton zeer fchoone huyzingen van het Ridderlijke
door gunft van den Koning gekregen. Doch het Collegie, geflacht der P^mm.

heden ontdaen cn vervallen zijnde,bchoort tot de Magdale- De rivier, waer mee Torceßer befproeyt wort, vloeyt, ter- Grafton,
ïienfc van Oxford, die \'t voor een vertrek houden. \' Ook is wijl zy na de Ouje loopt,voorby Grafton,wclk nu des Ko^tngs
deze plaets by onze voor-ouders niet weynigh vermaert gc- eer geacht wort,doch certijts is het de wooning gewecft^van
weeft door de gedachtenis van hetkindcken Rumbaldus, het geflacht van waer uyt Richard een zeer dap-

dewelke ( als men in zijn leven leeft ) eens Konings zoon per vermaert man gefprotcn is , dewelke, om dathy laquet oftmdvdl,
zijnde, alshy hier eerft gebooren wierd, ik wectiiietwat weduwe
van Hertogh lan van Bedford endochter van iie-
voor heylige woorden gefproken, en zich Chriften te zijn ter van Luxenborgh Graefvan S. Paul, zonder des Koninx
beleden heeft, cn terftont gedoopt zijnde geftorven is. Verlof getrout hadt,van de vi Henrijk geftraft is met duyzent

Van hier omtrent fes duyzent fchrceden ten noorden ponden van onze munt. Dewelke hem nochtans namaels
langs een boom-rijke wegh gegaen zijnde, hebben wy eerft met de eer van Baron
Widdevil van Rtvers vereert heeft.
Aßlef alwaer T. Billing eertijdts vermaerde Opper-Iufti^ Met dezes dochter Elifabeth is de vierde Edward heymelijk

-ocr page 261-

Septentirio

MarJcet Dcpiiig

laatl

LroTAT.

\'VfflOe^ir^J

rCL

StiujhfcU ^
Thonirr we Jlfil

ina.Unj/hn

J?

R 5

3 A

\'Bernnk

iff jT^Colh\'Wefloii. t /

^ifiw/jjm--

\'tA.N

TA^-

^-^onjSentity

Bclrun-

1. Sutimv

B n I Q If z N s I s

J^C^Jhr

^Oj\'tpn.
\\Chtnvctrtim\'

Jittufei\' -ft-jfe Vaod

i

4

Cafhcn-

^ «.ii,,;«», f J! a yf fc „-, , V

6

, ............

y .ItiLfa

Xuihenham. . ^Pz-q ,/ . i? ^ â–  ! Gn-^i CT>V

A ^^\'\'^y\'r hKlJ ft^^Jk/ (a^

c

A A

\', -J&iif\' ■ .......y/ fo

^ ^ Teiiii^ertit

ito TlTi^

Jkjhn^jl^u

Caivcat

^arr JVL.

4

Jr. iAr/ ^OJISyCtt.

^iladhortt.

---

C

" " ^^ C OJi^ITJLTV S.

YaAcjr

tttibm

C OJvt. ITAT VS

\\ - GlffUfft! o

«-fc.,

. —--lau-.^.

c/ D^o E

., Mitrhmv

ifoite-r \\
>

Ouiidl e

------"^Mr^

H v isr T I \' l

■eliBn.

.^ti^^TiWkttm-
- \'Tltcirft y jdteJ««- ^.T

xcin^j^oii^^...........viji^^^ I Ajm^-.. •

Pars.

SIS

ajfuvrtl? ,

V

"B^Niy.

Swmefort

\'V.yirl\'

Cra

Jjlfhrni. ^fc Jr^eitrfo

\\ I

nynJfn-
I, JIVND.

Tfrivton.

Chelfh,,. /

\'\'J^ AJ Jien^

V CoLUmhy. Ccdejhrch ^

■ Hig,-Jiatii fejre5 /

tShehen,

\'Ku^hy

t SlartLiick

\'f^wcrih

Crekc - -\'xSaa-^\'i

■,yt

\'Siltffw

Ktlfcye

OB«

A R W I C X ^ SIS

idJl \'Xfuncha-ch

Is cnJ^ OJi n J CD^\'

/ ^ I

■ Lexers \\

^Ufl^ffiv o

Sirixton.

S J s

^itni^Jhe

Xettup

C O I T A T V S

C OJ^J T^XV S

Jl 6

dnejr

\\ Ccdlir^iret^h

■ --r

\'^THefbii-f^ii
^\'Rava^bn.

I\'orihmJhH,

j Cherwel^

^ . ■ ^ 4 \'^Mh^hhanu «^y -.....

JFreJWC^es (M^l HVITD.

Pars

4

I P ^ \'UrcdwoL^^
Mm-ien. ^nclaie^\'

"^oJJi^tmu

•^xf^u

J .

WfjLA

^fattnelerif /

\\

l>j

/ Cnpere^ra

; T OMD>

aj^n/SAa^tr ^J i\' iStonyilretfbi-tie y^

^\'JirtlfJe^ " , -„ . ; "Vi-vft-S , M ^ fl

Bucking am â–  ^^^

......................^^ Sot^at\'e

Danes moi-e ^

I; S T T\' o N^

"^erjhn.

-Ferm-nhc Haifttnv^

fjCerhwoHli 4 ^

CJfinfott

C 03tl T ATV S

O R T H AN T O-

lsr I^N s I s,

^erna^uU-^

Banburj-
At ^

VN D.

\'jj^J^wejlotL

Biacklejr

lyna

bury

Ax

I-

I JlilUoria- ATt£ticMta^, ^tiorutti ^wUMt-
unum- G-ermanieum\' focmnt—, .

^JHwlmty

"""X 04>tD jUrc.

^SoutJem.

s

-ocr page 262-

N E

O

T

E

R

N.

zzz

getrouwt • éii is voorwaer dé eerfte van onze Koningen ge-
weeft,ciie,na \'t verkrijgen van\'tRijk,met een van zijn onder-
danengepaertis. Maer daer meê heeft hy zieh en zijner
vrouwen bloet-verwanten veel quaets berokkent,als men in
onzegeft:hriften zien magh. Deze Richard
Widdevil Heer
van
Rivers, Grafton, en.van la Mote, was Van de vierde Ed-
ward , nu zijn Schoon-zoon, (ik zal uyt de keur-brief zelve
fpreken) gekoren tot Graef van Rivers door het gorden van
\'t zwaertjom te houden voor zich en zijn mannelijke erfge-
namen met een leen van twintigh ponden door de handen
van deOndergraef van Northamptons en terftont tot
Con-
ßapel
vaïi Engelandt met de grootfte eer geftelt zijnde, om
dat zelve ampt (ik fpreek uyt het eygen fchrift) door zich
\'öft genoeghzame gemachtighde voor de tijdt zijns levens
te aenvaerden, te bedienen en te plegen , ontfangende
alle jaren c c ponden uyt de
Scaccarium, met volle maght
en aen-zien om te onderzoeken en procederen in zaken
van mifdaet van gequetfte Majefteyt, oft na zijn gelegent-
heyt, de voornoemde zaken èn handelingen met alle haer
uyt-ftekende invallen en byvoeghfelen te verhooren,onder-
zoeken, met een behoorlijk eynde bepalen, oók ten hoogh-
ften en opentlijk zonder tegen-morren, en by vorm van
oordeel, alleen de waerheydt Van de daedt ingezien zijnde,
en ook met des Konings handt als \'t gelegen fchijnt in on-
ze plaets, zonder beroep. Maer hy, deze eet en ampten
weynigh tijdts gebruykt hebbende, is in de flagh by
Edgkote
voor zijn Schoon-zoon verwonnen, en voorts gevangen
zijnde gedoodt.

En hoewel zijn ftam in zijn zonen, als Verftorven zijnde,
afgebroken is,na dat Antonius Graef van
Rivers van de der-
de Richard onthooft wierdt, en Richard en zijn andere
broeders fturVen zonder kinderen: zo hebben nochtans de
dochters zeer fchoone voort-fpruytfels uyt zich verfpreyt.
Want uyt dezelve is voort-gekomen de Koninglijke ftam
Van Engelandt, de Mark-graven van Dorfet, de Graven van
Eflex, de Graven van Arondel, de Graven van Wigorn, de
Graven van Derby, en de Baronnen van Staftord.

Achter Grafton hght Sacy Forreß, ge-eygent zijnde aen
dejaght,meêr ten ooften is \'t overal met dorpjes bezet, on-
der welke de voornaemfte
7A]n Blisworth de wooning der
Waken, dewelke gefproten zijn uyt die doorluchtige ftam
der Baronnen van
Wake en Eßotevile, Pateshull, welk eer-
tijts een vermaert geflacht benoemt heeft,
Greenes-Norton,
van de Greenesymznncn in de vorige eeuw om haer rijkdom-
men zeer vermaert,alzoo genoemt^ te voren,zoo ik my niet
bedriegh,hieten \'t
liorton Dany^,zi welk bezeten wierdt op
het hooft van den Koning, door den dienft van de rechter-
handt op te lichten voor den Koning alle jaren opKers-
dag,överal daer hy in Engelant was.
Wardon een Hondreds,
het welk tot zijn Heeren gehadt heeft de voort-fpruytfels
van Guidon van
Reinhudcourt denNoorman,welker erfgoet
door de
Folliots tot Gm^^cdiiALeddet gekomen is,wiens doch-
ter Chriftiane aen haer man Henrijk
y2.w3raihrook veel kin-
deren gebaert heeft, doch de oudtfte Guifcard
Leddet heeft
de naem van zijn moeder aengenomen^ maer korts daer na
zijn door de vrouwen tuftchen Willem en lan
Latimer van
Or^j\',gebroeders,zeer ruyme erfgronden gedeelt.Van deze
zijn de
Grifins in dit Graeffchap, en van den ander die Oude
Baronnen
Latimers in \'t landt van York gefproten.

Hooger ten noorden opent de rivier Aufon zijn bronnen
(want
Avon betekent by de Britannen in\'t gemeyn alle ri-
vieren) welke by de bywoonders Nen genoemt wordt, en
loopt van de weftkant met dikwijls weêrkeerende oevers ee-
nighfins door\'t midden van dit landt, en zalight het met
zijn geduurige dienft. \'tIs voorwaer een zeer edele rivier,
en zo ik zien kan,eertijts met Roomfche bezettingen voor-
zien geweeft. Want als alreê het herwaerfte deel van Bri-
tannien onder Keyzer Claudius in de maght der Romey-
nen geraekt was zoo dat die gene, die\'t zelve bewoonden,
Bontgenooten derRomeynen genoemt wierden,en degins-
waerftc Britannen, dikwijls in dézer landen vallende, alles
met gewelt roofden; en de bontgenooten zelve, lichtelijker
het heerfchen der Romeynen als haer gebreken konnende
verdragen, dikwijls de andere aenfpanden^ zoo maekte
P. Oftorius (zegt Tacitus) gereetfchap om door beflote ka-
fteelen de Antona (durfd ik, ik las
Aufona) en Sabrina te be-
dwingen , dat is, zoo ik \'t wel verfta, hy heeft befloten door
veftingen, aen dé rivieren geftelt,de gins en herwaerfte Bri-
tannen te bedwingen, op dat zy elkander niet zouden té
hulp komen tegen de Romeynen. Wat voor een rivier
de-
zal niemandt zeggen j Lipfius, die Zon van
onze tijdt, heeft oft deze nevel verdreven, oft my heefc
voorwaer een wolk gantfch om-vangen. Hy wijft met de
vinger op
North ampt on,Q.n ik meen dat Antona voor Aufona,
waer aen Northampton^dcgcn is, in Tacitus ingeflopen is.
Want het wordt gehouden omtrent de navel oft\'t midden
van Engelant, alwaer uyt een heuvel drie rivieren ontfpruy-
ten , dewelke elk eén Verfcheyde wegh loopen, de
chermll Ve rivier
naer \'t zuyden ^ de Leame, dewelke terftont van een tweede ChermlL
Aufona
naer de Severne loopende ontfangen wordt, naer \'t
weften,- en deze naer \'t ooften. Van welke deze twee
Aufo-
nen
het eylant alzo dwars doorfnijden, dat die uyt het noor-
der-deel van \'t eylant komen, nootzaeklijk een van dezelve
moeten over-varen. Derhalven na dat Oftorius de Severne
en deze
Aufonen gefterkt had, zoo behoefde hy uyt Wallien
en het noorder-deel van Britannien niets voor zijn Romey-
nen en Bontgenooten te bevreezen, dewelke toen ter tijdt
alleen het naeft-gelege deel van Britannien tot de vorm van
een Provincie gebraght hadden, als Tacitus elders zelve ge-
tuyght.

\'braven van
Rivers,

y. Edw,.;^,
Conflapel
\'Van Enge\'
Imdt.

Ui

i

u i

t;

II

li; I

Sacy Vor-
nft,

Forrefla de
Salceto.

Ed.y
Wardon.

iayonne»
Latimers.

Deni/icf
Nen,

Antom
vm Tdci"
tits.

Van deze kafteelen van Oftorius, fchijnen die groote ve-
ftingen en krijghs-graften, dewelke hier gezien worden by
Gildsborough en Dantrey tuflfchen de bronnen van beyde de Gildesho^
Aufonen,die verfcheydclijk loopen, en daer alleen de over- rougb.
gang naer het herwaertfte deel van Britannien Zonder over- Damreji
vaert over de rivieren open ftont,ontfproten t:e zijn. Dat by
Gildsborough is groot en wijdt, maer dat by Dantrey is groo-
ter en wijder.; want zijndc van een vierkante vorm op een
hooge heuvel, van waer het ondergeworpe landt wijdt en
breet kan bezien worden, en hebbende ten
ooften een bol-
\\Ne.ïk{Sfelwell genoemt) beftuyt binneii haer opgeworpe wal
omtrent twee hondert margen landts. TuflTchen
welke de
boeren dikwijls der Roomfche Keyzeren penningen tot een
kenteken van outheyt vinden. Dies zijn zy onwaerachdgh,
dié ftaende houden, dat het een werk der Deenen geweeft
is, en dat de bygelege ftadt daer van
Dantrey genoemt wort,
het welk, heden door de herbergen zeer bekent zijnde, een
huys van de Auguftijnfche broederen gehadt heeft, dat (als
men zeght) H. van
Fawefley ftichte.

By de bronnen van de Aufone, om daer weer naer toe te
keeren,ligt
Cateshy,^^^: van benoemt geweeft is een out ge- CMeshy.
flacht, doch nu van verdöemder gedachtnis, om het fchrik-
lijkfte, gruwlijk, en in alle eeuwen ongehoorde fchelmftuk,
welk Robert
Catesby van Ashby S. Leger, die fchantvlek van
zijn volk,fchandlijk door ftoutheydt woedende, gruwlijk na
wreetheydt hygendé,
Zijns Vaderlandts en Vorften verderf
godlooflijk betrachtende, onder den fchoonen fchijn van
Godtsdienft noch onlangs gebrouwt heeft. Doch laten de
tijden van hem zwijgen, op dat door zijner verhael den na-
komelingen de vlekken van onze eeuw niet bekent wer-
den , welke wy niet zonder fchrik gedwongen zijn te be-
zuchten.wijl ook de ftomme en ziellooze dingen zelve,door
zoo groot en onwaerdigh een gruwel van dat op-genomen
fchelm-ftuk, fchijnen bewogen te worden. Hier beneven
ligt
Fatpeßey, alwaer de Ridderlijke Knightleys lang gewoont Fawesley.
hebben, welke van die oude Knightleys van Cnotvshall, in het
Gracffchap van Staftord, gefproten zijn. Meêr ten ooften
aen de
Aufone , nu zeer kleyn zijnde , light Wedon neven de Weden on
heyr-baen , het welk Wolphers, Koning det Merciers, Ko- the peet,
ninglijk huys was, zijnde vän zijn dochter Werburga, een
zeer heylige maeght, in een kloofter Verandert, wiens won-
der-daden,in \'t verjagen vän de ganzen van hier, onze licht-
geloovige fchrijvers zeer hoogh geroemt hebben. En zo ik
niet achte dat dit is,\'t gene in Antoninus Reys-boek
Ba- Bannarven-
kavenna, Bennavenna, Bennaventa, en eens ver- na.
durvelijk Is annaventa genoemt wordt, fchoon dat\'er
geenige uyt-gedrukte ken-tekens
Van de naem overigh
zijn, (vermidts de groote ouderdom alles vernielt en veran-
dert) ik zoud vreezen de waerheydt te befpotten; fchoon ik
te voren het tegendeel gevoelt heb. Want de gelegenheyt
en wijdte van de naefte bezet-plaetfen en oude verblijvin-
gen komt juyft over-een, en in de naem
Zelve van Banna-
•venna
vertoont zich de naem van de rivier Aufon, wiens
bronnen hier naby zijn, eenighzins niet duyfterlijk. Inf-
gelijx ftcekt zich de heyr-wegh van hier recht naer\'t noor-
den dikwijls met een af-gebrokeen verfletedijk,maer meeft

tegen

-ocr page 263-

SU

O N - S H

xsl O R

H

M

R E.

223

tegen over het dorpken Creke, alwaer zy noodtzaeklijk mét
bruggen t\'zaem-gevoeghc wierd, en op zommige plaetfen
met een uytftekende dijk tot aen
Dowbridge by Lilborne.

Een weynig meêr ten noorden ziet men Althorp, de woo-
ning van \'t doorluchtigh en Ridderlijk gedacht der
Spenfersy
het welk aen vele en insgelijx doorluchtige geflachten ver-
maeghfchapt is, cn uyt het welke nu onlangs onze door-
luchtighfte Koning lakob de vijfde , Ridder inongebro-
kcner rye,Robbert,een zonderling liefhebber van de deugt
en geleerthcyt, met de tijtel en eer van Baron
Spenfer van
Wormeleighton Verkiert heeft. Hier naby fchijnen tot een
eenigh voor-beeldt van een heerlijk gebou, de huyzen HoU
de welke Chriftoffel
Hatton, geheymc Racds-heer
van Koningin Elizabeth , groot Cancellier van Engelandt,
cn Ridder van de orde van S. Joris , een man
(ik zal niet
zeggen, dat met de waerheyt geloochent kan worden) Van
een byzondere Godtvruchtigheyt tot Godt, van verzochte
trouheyt tot het Gemeene beft, van ongekreukte oprech-
tigheyt, en in \\ uyt-reykcn van aelmoeffen vêr dé aller-mil-
dadighfte, op zijner over-groot-moeder erf-gront, welke
erfgenaem was van het oude geflacht der
Holdenbeys, (tot
het grootfte en laCtftc gedenk-teeken van zijn jeught, als
hy zelf namaels placht te zeggen) gebout heeft. De zelve
Batten heeft, \'t gene hem niet minft tot lof geftrekt heeft,
de heylzame handt aen dc goede konften en geleertheden
zeer gaern gereykt. Doch hy is, gelijk hy Godtvruchtlijk
geleeft heeft, ook Godtvruchtclijk in Chriftus ontflapen
zijn lof zal nochtans,
door het licht der letteren verheer-
lijkt, klaerer fch ij nen, als door dat heerlijke cn zoo groot
een man waerdigc graf, het welk de Ridder Willem
Hat-
ton
, zijn acngenome zoon, hem tot zijnés: gedachtnis met
groote koften in de kerk van S. Paulus tot Lönden vereert
heeft.

Beneden deze plaets loopt dc Aufone zeer zachtjes, en
wort terftont ten noorden met een t\'zameii-vloeyend beex-
ken vermeerdert, alwaer aen die t\'zamen-loopende rivieren
de ftadt
^(orthafandon, alzoo van de rivier cn kortlijk Nort-
hamton
genoemt, alzoo gelegen is, dat Zy van de eerfte ten
weften, van de andere ten zuyden befpoelt wordt. De wel-
ke ik onlangs lichtlijk vermoede dat \'et dat oude
Banaventa
was; maer een dwalend giffen werde genezen doór beken-^
cenis. Zy fchijnt dc naem gekregen tc hebben van haer
gelegenheydt aen de noord-ftrandt van derivicr
Aufone.
De ftadt zelve , de welke fchijnt geheel van fteënen op-ge-
bout geweeft te zijn, is voorwaer zeer fchoon van huyzen,
ruym genoegh, en in veften befloten, van de welke zich
èen groote vlakte rondom aen de oogen vertoont. Ten we-
ften heeft Zy een óudt kafteel, aen \'t welk ook de oudt-
■ heyt zelve tot eer gedijdt, gebout van Simon van
S. Licio,
gemeenlijk Senliz, de eerfte Graefvan Northamton van
die naem, de welke ook de groote kerk van S. Andrics ge^
hcylight zich tot een graf gevoeght, en dc ftadt, als men
zeght »vertimmert heeft j cn zijn jongfte zoon Simon heeft
het klooftcr
De la Prey voor de Nonnen buyten de ftadt ge-
fticht. In de Saxifche zeven-heerfching fchijnt het onder dé
voet gelegen tc hebben, en in dc
Deenfchc invallen maken
dc Schrijvers gantfch geen gcwagh van \'t zelve, als toen de
Deen Suanus met onvermoge en verwildert gemoedt zeer
groulijk door Engelant woede. Want toen is \'t (als Henrijk
van Huntingdon getuyght) door\'t ingeworpe vuur af-ge-
brant, Onder \'t gebied van den heyligen Edward zijn in üc-
ze ftadt gewecft,als ^er in deAentckening VanEngelant ftaet,
60 burgers onder \'t gebiedt van den Koning, hebbende zoó
Veel verblijf-plaetfen : van deze waren \'er, ten tijde van dc
eerfte Willem, veertien woeft, en 47 oVerigh. Behalven
deze waren\'er in de nieuwe burght 40
burgers in de heer-
fchappy van Koning Willem. Na \'t gebiedt der Noorman-
nen heeft het de belegering der Baronnen
kloeklijk ten
fpot geftelt, als zy, om byzondere oorzaken Koning lan
zeer nijdigh zijnde, alles met
geweldt cn moordt befcha-
dighden,\'t welk Zy nochtans met de fchijn van Godts-dienft
en
\'t gemeene befl zo bedekten, dat zy zich \'t heyr-leger van
God en dcHeyligé kerk noemdenrten welken tijde men zegt,
dat de wal hier by,
Bunshillgenoemt, gebouwt is, maer niét
met gelijke uytgang tegen de wettige derde Koning Hen-
rijk, als hy de oproerigen tegen-ftond. Want als die Baron-
nen , in oproeren op gevoedt, van hier tegen hem ter wa-
pen bliezen, zoo heeft hyze met het door-brekeft van de
muur lichtlijk vérwonnén. Daerna, gelijk ook re vooren
hebben dc Koningen hier, om dat het als in \'t midden van
Engelandt light, dikwijls de Parlamenten vergadert. En
in \'t MccccLx jaer heeft het een fchaedlijke flagh gezien, in
dc welke, Engelandt door oproer gefcheurt zijnde,Richard
JVewll, Graef van Warwijk, niet de neêrlaegh van veel Ede-
len den cllcndighften dc zefte Koning Henrijk, nü teil
twcedemael gevangen, tot een jammerlijk fchouw-fpel
weghgevoert heeft. Voorts befchrijven onze Wis-konfte-
naers de lengte van Northamton op xxii graden, xxix
minuten, de breedte op
lii graden, xïii minuten.

JMorp,

"Baron

Spcr/fèr,
h-o cenhy.
Clnjhph.

Hutton ge-
f erven
IJPI-

I^vrtham-
ton.

I07j.
Re0r,
Si Andrea,

Bet heyr-
leger van
Godt,

%

Van hier fpoeyt zich de Aufone neven Caßle Ashby, al-
waer Henrijk, Baron van
Compton, Zeer treflijke huyzingen
begonnen heeft, en hier by ligt
Yardley BaßingSjVzn de Ha-
ßings,
eertijdts Graven van Penbroek, dien\'t toebehoort
heeft, alzoó genoemt, nae de markt
Wellingbor ovo, eertijdts
Witlingborrough, 2ilwzez van \'t ooften inloopt ccn rivierken,
af-komendc door
Rushton cn lieuton der Treshams-, Geddin-
ton
, alwaer een Koninglijk kaftecl geweeft is, en noch ccii
kruys is tér eeren
van ^leonoor, huys-vrouw Van de eerfte
Koning Edward :
Boughton, toebehoorigh acn \'t Ridderlijk
geflacht van
Sherpen-heuvel: Kettering, een wel verzochte
markt, èn hier dicht by
Rourvell, Vermaert door de paerde-
markten,
döoiBurton (infgelijx een Baronnie mift my de
naem niet) van Alanus van
Dinant. Want de eerfte Ko-^
ning Henrijk heeft hem met die naem eéri Baronnie in dic
Graeffchap gegeven , om dat hy in een lijf-gevecht de
Scherm-meefter des Kohings van Vrankrijk by
Gizcrs ver-
flagen had>en
Harr ouden,v^iew^ Heer, Niklaes Vaulx, Over-
fte der Guinen in Picardyen
, van de achtfte Koning Hen-
rik tot Baron gekoren is.

Van hier loopt de Aufone rla Higham der Ferrers,eem]dts
éen ftadt, waer na het Higham Ferrers genoemt is, de wclke
hier ookhaei: kaftecl gehat hebbeti, wiens vervallen puyn
men noth dicht by de kerk ziet. Een waerachtig en treflijk
^ieraet van deze ftadt was Henrijk
Cä/V^^/^j, Aerts-biflchop
van Cantelbetgh, de welke hier een treflijk Collegie, wäei:
in hy wcreldtfché Klerken, cn Proveniers geftelt hceft,cn te
gelijk een gaft-huys voor arme lieden gébouwt heeft. Daer
na befpoelt zy
Addington, eertijdts aen de Veren behoo-
rendc , en
Thorpßon, gemeenlijk Thrapßon, en het hier te-
gen over-liggende
Draiton, de huyzingen in de voorgaen-
de eeuw van
H.Green,namaels door zijn dochter van lan en
Edward
Siaßhrd, Graven van Wilton, doch nu van den Ba-
ron
Mordaunt, tot den welken het van de Greenen,de groot-
fte
Vernaemde Edel-lieden in dit landt,gekomen is. Daer na
fpoelt zy byna rondom een fchoón ftedeken, en benoemt
het Oundale. Verderflijk voor Avondale geheeten, alwaer
niets tc zien is als een zccr fchoonc kérk, én een School om
de jeught te ftieren, met een gaft-huys van W.
Laxton.tet-
tijdts Schout van Londen, aldaer gefticht. Hier by light het
kafteelken
Barnwell, \'t welk nu met nieuwe gebouwen ver-
zien is van de zeer doorluchtige Ridder Edward van
Scher^
pen-heuvel,
de welke uyt dc oude ftam der Scherpen-heuvelsy
als de wapenen uytwijzen, gefproten is. Eertijdts was het
een bezitting van Berengarius
Le Moïgne,d\'^t is,^^ Munnik^
niet als zommige meenen van Berengarius Turonenfis,
wiens gevoelen van \'t Nachtmael eertijts van de E.V. in een
vergadering t\'zamcn-beroepen, verdoemt is. Namaels be-
groet zy het kafteel
Fotheringhay, omheynt met zeer ge-
neughlijkc wcyden , het wclke onder het gebiedt van de
derde Koning Henrik, als de Edelen de fterkfte plaetfen tot
af-val noodighden, van Willem, Graefvan Albemarlc, op
het onvóor zienfte ingenomen is, cn dc welke het omgelege
lant wijt en zijt verwoeft heeft, als Matthäus Paris getuygt.
In welke tijdt het fchijnt aen dé GraVen van Huntingdon
toebehoort tc hebben. Lang genoeg daer na heeft de derde
Edward het aen zijn Zoon Edmond van
Langley, Hertogh
van York, als tot een erfdeel oft
Appennagtie, äls men het
nocmt,op-gedragcn,dic het kaftecl herböut,en een verheve
vefting, \'c welk men gemeenlijk
Fhe Keepe op de kafteelen
noemt, even als een paerden voet-ftrik, het welk het wapen
was van het geflacht Van York, öp-gemaekt: Hertogh Ed-
ward van York zijn zoon heeft \'er in \'t tweede jaer van de
vijfde Henrijk, en Mécccxv na Chriftus geboorte, als uyt
de baftart Veerskens, aldaer ingefchrevétt, hlijkt, een zeer
fchoonc Collegiale kerk gebouwt; in dc welke hy zelf, in
de Agincourtifche flagh verflagen zijnde, als ook Richard,

C c c g Her-

Mathema\'

tici»

rardlej:

Ketterinfl
Lib. it
qmf in
Staccmiol

Barm
Vmlx,

Hi^am
Ferrers^

Mat. Far*

II

Oundalei

Barmell.

FoteHng-

hay.,

-ocr page 264-

2Z4 D E C O R I T A N E N.

Elertogh van York, zijns broeders zoon, de Vv\'elkc by mh- een ftadt gelegen, van de zelve Medes-wellhamfied en Me-
/f/.^gebleven is, en zijn huys-vrouw Cecilia aVtV/7/zeer des-hamfied genoemt. De welke, als men by Robert van
heerlijke graven gehat hebben, de welke te gelijk met het
Swapham leeft, in een zeer goede plaets gebouwt was, de
hooger deel van de kerk zijn uyt-geroeyt geweeft. Noch- welke aen de cenc zijde met een meyr en zeer goede w.ite-
tans heeft de Koningin Elifabeth, tot haerer gedachtniftè, ren, en acn d\'andere zijde, met zeer veel boftchen, wcyden,
twee
gedenk-teekenen in \'t laeger deel der kerk, welk ove- cn velden vereert was , en alzins zeer fchoon, en daer men
righ is, laten oprichten. De welke nochtans (zoo groot was tc land over al komen mocht, behalven aen de ooft-wijk.
de gierigheyt der verzorgers) zoo groote Vorften, dewelke Dc rivier l^n vloeyt daer aen de zuyd-zijde van de Burgh
uyt Koningen gebooren, envan welke de Koningen van voorby. In\'t midden van deze rivier is een plaets als een
Engelandt voort-gekomen waren, weynigh waèrdigh ge- wel, zoo diep cn kout; dat inde zomer niemant, daer in
Cecilta, acht worden. Dic Cccilia heeft in weynigh jaren opentlijk zwemmende,naer de grondt duyken kan,en nochtans in de
Hertogin gezicn, hoedanige fpcclcn\'t onmachtigh Avontuur (zoo winter noit bevrozen wordt: want daer is een bron , waer
van Tork,\' men zoo fpreken mach) uyt dcr machtigen ongelukken uyt het water op-ziedt. Deze plaets hebben de ouden Med-
zich voort-brengt. Want zy heeft gezien haer man Richard des-we//genoemt, tot dat Wolphcrt, Koning der Merciers,
het Rijk alreê door hoop inflokkende, met haer zoon de aldaer een kloofter aen S. Peter geheylight heeft. En wijl de
Graefvan Rutland in een bloedige flagh gedoot en wey- plaets zeer mocrafligh was,zo hceft hy zeer groote fteenen,
nigh jaren daer na haer oudtftc zoon de vierde Edward tot als deze Robert fchrijft, in de gront geworpen, van welke
de Koninglijke waerdigheyt verheven, en door een onrijpe acht paet oflèn naeulijx een trekken konden, \'t welk wy ge-
doot wcgh gerukt, na dat hy zijn broeder Georgius, Her- zien hebben,als het kloofter uyt-geroeyt was. Daer na v/ier-
togh van Clarencicn, eerft gedoot had. Daer na heeft zy den zy
Petriburgus, Petropolis, Peterborouw, cn Bourgh ge-
haet andere zoon Richard met het fchadelijk ombrengen noemt, cn is het kloofter zeer vermaert geweeft. Maer op
van zijn neven, en fchande van zijn moeder, (want hy heeft welke beginfelen cn gronden het gebouwt geweeft is, heeft
zijn moeder verweten dat zy haer eerbaerhcydt gekrenkt mydepijncwaerdt gedacht uyt dien Robert van
Swapham»
had) na \'t opperfte gebiedt ftaende, cn de Rijx-ftaf nu ver- een genoegh oude Schrijver, in \'t kort te verhalen: Peada,
kregen hebbende, terftont in een veld-flagh omgebracht de zoon van Penda, welke de eerfte Chrifte Koning der
gezien. En waren haer\'eilenden alzoo aen een gefcha kelt, Merciers geweeft is, heeft in\'tDcxvi jaer, omdeChrift-
dat de laetfte dagh altijdt bitterer verfcheenen heeft als de lijke Godts-dienft tc vorderen, de gronden van \'t kloofter
eerfte. \'t Gene de andere zeer vermogen Vorftin Maria,Ko- tot
Medes-hamjled, in \'t landt dcr Girvicn,gcleght, het welk
ningin van Schotlant,alhier gebeurt is, heb ik liever te zwij- hy, door zijner vrouwen Hft omgebracht zijnde, niet kon
gen als te gedenken: laet het vergeten \'t zelve wegh nemen, volbrengen. Na Peada is zijn broeder Wolphcrt gevolght,
zoo het kan; zoo niet, zoo laet het zwijgen \'t zelve heden, de welke, om dat hy van de Chriftlijkc Godts-dienft zeer
Onder de befte Vorften zijn \'cr, de welke, eenmael met dc af-keerigh was, zijn zoonen Wolfald cn Rufin met on-
macht voorzien zijnde, door haer byzondere raedtflagen de mcnfchlijke wreedtheydt gedoodt heeft, om dat zy Chri-
hcylige Godts-dienft met verborge liftigheden fchoon we- ftencn geworden waren; doch hy hceft zelf, na weynigh
ten te bedekken; daer zijn \'er ook, de wclke den Godts- jaren Chriften geworden zijnde, om deze zijn godtlooshcyt
dienft, de verzekertheyt der Vorften, en de behouding des met eenigh godtvruchtigh werk te boeten , de handt aen
volx, (welk de hooghftc wet is) waerlijken van herten be- zijns broeders begofte kloofter geleght, het welk hy, met
zorgen. Ook kan men niet ontkennen, dat zelfs de befte. de hulp van zijn broeder Ethcldrcd en zijn zuftcren Kine®
Vorften, even als de Stier-luyden der fchepen, door een burg en Kineswithvolmaekt hebbende,in \'t
dcxxxiii jaer
woeft onwcêr zomtijdts tegen dank gedreven worden, daer aen S. Pieter gewijt (waer van ook de plaets begon
Petrebor-
zy niet willen. Doch \'t gene zy, voor zoo veel zy Koningen genoemt te worden)met rijkelijke inkomften verrijkt,

zijn>doen,moet men aen Godt bevelen,dic alleen \'t gebiedt en Sexwulf,ecn zeer godtvruchtigh man (dic de voornaem-
over Koningen heeft. fte aen-rader tot het werk geweeft is; tot eerfte Abt daer in

Als nu aen Huntingdon geraekt,zoo wordt zy, geftelt heeft. Dit kloofter heeft namaels met de achting

onder een zeer fchoonc brug by Walmesford door fpoelen- van zeer groote heylighcyt gebloeyt omtrent c cxi 111 ja-
de , gedreven voorby de zeer oude ftadt van D v
r o b r i-\' ren , tot die allerbezwaerfte tijden van de Deenfchc ver-
v e n, de welke, by de Engel-Saxen Dormancefter genoemt, woefting; want toen wierdcn dc Munniken gedoot, en her
als wy te vooren gezeyt hebben, beyde d^pcvers dcr rivier kloofter te gronde uytgcroeyt, cn heeft c i x jaren als in
in beyde dc Graeffchappen ruymlijk begrëpen heeft. Want zijn puyn begraven gelegen. Eyndlijk heeft Ethelwold Bif-
hettdorpken
Cajier, welk omtrent duyzent fchreden van fchop van Winton, de welke zich geheel begaf om de Mun-
de rivier light, fchijnt een deel van \'t zelve geweeft te zijn nikkcry te bevorderen, het zelve omtrent het
d c c c c xlix
uyt de vierkante vloer-fteencn aldaer gevonden, fchoon\'cr jaer begonnen weder te herbouwen, inzonderheyt met de
dit jonger opfchrift op de muur der kerk gevonden wort: hulp van Koning Eadgaren Adulf desKonings Cancelier,dc

wclke met berouw gedreven zijnde, om dat hy en zijn huys-
vrou haer eenigh zoontjen in de flacp gefmoort hadden, al
zijn rijkdommen aen \'t ftichten van dit kloofter te kofte
geleydt, de wereldt verlaten heeft, en Abt van \'t herbouw-
dc kloofter geworden is. Van toen af is het door groote
En zy is buyten twijftel vermaert geweefl:; want daer wor- rijkdommen en vryheden zeer vermaert geweeft , fchoon
den in de bygelege akkeren (die zy
Normanton voor Dor- onder \'t gebiedt van Koning Willem, dc Balling Herwerd
manton-feelds noemen) zoo veel penningen dcr Romeynen Engels-man uyt het cylandt Eliene al dc by-een-vergadcr-
uyt-gehaelt, dat men licht gelooven mocht, datzy\'er ge- de rijkdommen gerooft heeft, tegen den welken Turold
zaeyt waren ; en hier hebben twee hcyr-wegen, dewelke overfte van \'t kloofter het kafteel CMom-Turold gefticht Mont-
noch in haer dijken zichtbaer zijn, gelegen, de eene Foorty- hceft, zo wierd het nochtans tot op het geheugen onzer va- Twoid.
foote-way,
by de veertigh voeten breedt, by Stanford; de deren voor het rijkfte gehouden. Want toen heeft dc acht-
andere
Long-dich en High-fir eet genoemt, loopende door fte Henrijk de Munniken overal uytgcroeyt, ( zijnde daer
Lollham-bridges,vooï\'^2.eïieer: oude bruggen, acn dc wel- toe veroorzackt, om datzy vande wijs en zeden van die
ke elf boogen, door de tijdt gerezen, gezien worden, en hcyligc oude Munniken afwijkende, de goederen der kerk,
door
Wefl\'deping, in \'t Graeffchap van Lincoln. Op dc eer- welke der armen erfdeel waren, in welluft verflondeUi) en
fte affcheyding dezer wegen light tuffchen een verheve een Biffchop, de welke dit landt en\'t nabuurigh Ruthland
plaets
Vpton, waer van \'t ook de naem hceft, alwaer dc Rid- zoud beftieren, cn hier een Deken en Proevcniers gcft,elc.
der Robert
Wingfeld, uyt het oude geflacht drr Wmgfelden, Zo dat van dit klooftcr de Cathedrale kerk gemaekt zijnde,
, welk zeer veel Ridderen voort-gebracht heeft, gefproten, wclke zoo men op het gebouw ziet, door oudtheydt zelf
zeer fchoone huyzingen, met zeer luftigc wandel-plaet- zeer fchoon is, van vooren vol deftigheydt, en groot gc-
fen heeft. Van
Durobriven loopt de Aufone oft 2s[en, naer noegh van beflote plaetzen, in welke glazc vcnfters de hi-
Tetrehor- het ftedeken Petreborrough, op de hoek van dit lant, alwaer ftory van Wolfert de Stichter, met het vervolgh der Abten
rough. de Schrijvers verhalen dat in een rivier van zeer groote vertoont wordt: dckapcl van S. Maria is groot en koftlijk,
diepte een wel geweeft is,.
Medes-wellgenoemt, en daer by cn \'t koor fraey, waer de twee ongelukkige Koninginnen,

zoo

De derde

^oning

Ktchard.

Dmhri\'
ven.

CaJler.

XV. KL. MAXI DEDICATIO HVIVS
ECCLESI.®" MCXXIV.

» Dat is:
Den xvii dagh van April is deze kerk gewijt m c xxiV.

Lollhanf\'

brtdges.

Vpton»

-ocr page 265-

N O R T H A M T O N - S H I R E.

zo \'er eenige geweeft zijn , Kathrijn van Spangien en Maria Koningin Elifabeth, om zijn dapperheyt, voorzichtigheyt

van Schodandt begraven zijnde, na haer ellenden ruft ge- godtvruchtigheyt, en miltdadigheyt, tot het gemeene beft

vonden hebben. der gelcertheydt met het opbouwen van het Collegie van

The Fert\' By Pctreborrough wordt de Aufone oft Nen , de welke Emmanuel van Cambridge waerlijk verdient heeft , ^dat hy

mi. nu omtrent vijf-en.veertigh mijlen van zijn bronnen afge- onder de befte mannen van deze eeuw getelt werde. Hier

loopen is, en alle beekjes en aenkomftige ftort-wateren in naby light Thornhaugh, eertijdts toebehoortigh aen \'t ge- Thorn-

. - zijn kolk ontfangen , mede gevoert heeft, van verfcheyde ftacht van Sint Me dar d , nu aen dien zeer eerlijken man bangh.

wegen verdeelti en mits hy hier geen wegh vindt^zo zwemt Willem Ruffel, zoon van Francifcus Graef van Bedford, uyt

hy \'s winters, en zomtijdts het meefte-deel van \'t jaet, met het zelfde geflacht gefproten, den welken Koning lakob

zijn over-geftorte wateren alzoo over \'t vlakke landt, dat zy om zijn deughden , en getrouwe dienften in lerlandt, daer

een opene en vlakke zee met weynige uyt-ftekende eylan- hy Onder-Koning geweeft was, tot de weerdigheyt van

dekens fchijnt. Hier van zeggen de bywooners dat oorzaek Baron RuJJel voiXï Thornhaugh verheven heeft. Ook kan Thorhaugh

is , om dat van de drie kolken , waer door zulk een hoop ik hier het ftedeken Welledon niet ftil-fwijgens voorby gaen, WeUedon

van wateren plagh af te vloeyen, de eerfte, de welke naer de alzoo het eertijdts voor een Baronny gehouden was,de wel- ^^

zee gelegen heeft door het kloofter van Thorney, en dan ke door Machteld, de dóchter en erfgenaem van Galfted ^^n, ^

daer byzondcrlijk door Crowscrojfe en Crowland, en de twee- van RidelU die met de zoon van de eerfte Koning Henrijk

de door de water-gracht van Morton Biflchop van Ehene verdronken was , tot Richard Baffet, de zoon van Radulf

The Newleame genoemt, en Wishich , nu al lang verzuymt Bajfet ïufticier van Engélandt, afgedaelt is, in wiens ftam zy

geweeft zijn ; en dat de derde, de welke door Horfeybridge, tot op de tijden van de vierde Henrijk gebleven is; wanr

Witlesmer, Ramfeymere, aiSalters-load af-daelt^ zoovele toen hebbende Knevetts en Alesburys door haer vrouwen

wateren niet begrijpen kan; waer door zy op de by-gele- (mits\'t ontbreken der mannelijke erven) dat erfdeel ver-

gene landen zwaerlijker over-loopen. En klagen dat van kregen.

beyde even veel mifdaen is, van die de kolken niet gezuy- Van Heringworth bezoekt de Welland Collirvefton, alwaer

vert hebben, en dieze tot heur eygen gebruyk getrokken Margriet van Richmond, moeder van de zevende Koning

hebben; en gelijk de Reatinen by Tacitus beveftigen, dat Henrijk, zeer fchoone en heerlijke huyzen om aen te zien

de natuur der menfchen zaken beft verzorgt heeft, de wel- gebouwt heeft. By dc welke de gantfche buurt tichel-ftee- Tichel-fiet"

ke den rivieren haer ftranden en loopen, en met haer oor- nen in grooten over-vloedt om haer huyzen te bouwen uyc-

fprongen ook haer eynden gegeven heeft. Maer hier van graven. Van hier ftrekt zich zeer wijdt ten ooften de vlak-

meer als genoegh. te. Witteringheat, alwaer onze inwooners verhalen dat de

Hierishetlandtallernaeuft; want tuftchen deen Deenen in een gedenkwaerdige flagh verflagen zijn. Voort

Welland\\ welke de andere grens-pael is ten noorden , zijn loopt de Welland naer zeer fchoone huyzingen,

qualijk vijf mijlen. By Welland, welke by den ouden fchrij- de welke dien zeer beraden en eerlijken Willem Cicil, dien

ver .ffithelvrard Weolod genoemt wordt; dicht by haer bron- grooten behoeder van Britannien, en opperfte Schat-mee-

Bmen kafteel Brayhrok, van Robert May anders van Bray- fter van Engelandt, door de genade van de Koningin Eli-

vm Bray- ^^^^\' Welke Koning lans befte vrient was, gebouwt, wiens zabeth met de eeren-tijtel van Baron vereert hebben, en de â– 

broohe. Zoon Henrijk Chriftiana Ledet een erfgenaem van groo- welke hy wederom door zijne deughden ge^iert, onlangs

terijkdommxngetrouwthebbende, zoo heeft zijn oudtfte met zeer heerlijk gebouwen verheerlijkt, en een park om

zoon de naem dcr Ledeten aengenomen; van wiens zoons wilde dieren in te fluyten (oft een iergaerde) met een

tweede dochter, als ik terftont gezeyt heb, het zelve tot de groote en ruyme fteenen muur omheynt. Hier by zijn de

endoor de zelve tot de welker erf-goet oude fteen-putten te , waer uyt het Peterburghfche Steen-put\'
het nu is, gekomen is. Hier by hebben wy tuflTchen de bof- cn Ramfeyfche kloofter gebout is; want de arbeyt-zame fe».
fchen eenige overblijffelen van een kloofter gezien , eertijts krachten der Steen-houwers (ghy leeft de woorden van dc
Fippmll. De Dii\'ifis , nu Pippvell genoemt, het welk Willem Butte- hiftory van Ramfey) worden hier zeer veel geoeftènc, en
villetn onder \'t gebiedt van de tweede Koning Henrijk voor altijdt is \'er iet, waer aen zy, by beurten uyt-geruft hebben-
de Cfftercienfers gebouwt heeft. Daer na ziet\'men
Rocking- de, geoeffent werden. En men leeft in de briefvan Edward
y ha/n, eertijdts een kafteel van de Graven van Albimarlia, de
Confejfeur: Voorvierduyzentaeleninde Vaften zullen
van Koning Willem de
Conquefteur, in welke tijdt het Woef de broeders van Ramfey hebben uyt het landt van S. Peter,
was, als men in zijn aenteekening leeft, gebouwt; met wal- zoo veel als zy noodigh zullen hebben van de vier-kante
len, bol-werken en een dubbele rije van pennen voor-zien, fteenen by
Bernek, en van de muur-fteenen by Burgh, By
en in
een belommert bofch aen een heuvel gehecht, welk Bernek doorfnijdt die gemeene wegh derRomeynen, de
bofch hier van Rockingham Foreeft genoemt wordt. Daer Welke de nabuuren Forty-foriway om zijn breedte noemen, Forty-fcot"
\'tBoehBo
na vloeyt zy voorby Heringivorth, eernjdts de woon-plaets dit Graeffchap van Cafter tot Stanford, en fteekt met een way,
meslay, der Cantelupen, nu der Baronnen , de welk van Eu- hooge dijk uyt , voornamelijk by het bosken van Ber-
De Baron-
don de jong fte zoon van Alanus de la Zottch v2.ïv Ashbye nek , alwaer zy een fchou-tooren op de dijk geftelt zijnde
nen van ontfprooten , tot een groot geflacht van Baronnen voort- heeft, en zich zeer ver ftrekt door de muur vanPark van
gegroevt zijn, aen de we^lke veel eers aerigekomen is uyt het Burghley.

liouiijk met eene van de erfgenamen van eenen Canteluf, Na weynige mijlen de Welland af-vloeyende door Maxey, Maxey.

en met een ander van de Bardon van Seimor, de welke ook eertijdts een kafteel van de Baronnen van Wake, en Peag-

van de erfgenamen van de Heer Zouch van Ashby, ende kirke, alwaer in de eerfte kerke der Engelfen de Heylige

Lupellen Heeren van Cajiel-Cary, in \'t Graeffchap Somerfet, vrouwe Pega, de welke de plaets den naem gelaten heeft,

haer ftam trekken. zijnde de zufter van S. Guthlacus, met haer maeghden lee-

Deane. ïn dit bofch hebben wy ook Deane gezien, eertijdts der ringen van godtvruchtigheyt en zuyverheyt door haer le-

Deanen, namaels der Ttndals, en nu der Brundenells ven een voor-beeldt gegeven heeft, zo komt zy tot de mey-

ke woon-plaets, en daerom ook gedenkwaerdigh; onder ren, die ik nu dikwijls genoemt heb; en wijl de dijk aen

de welkeEdmund BrudenellRiAdeXy onlangs geftorven, een haer zuyt-oever verzuymt light, zoo vloeyt zy met groote

groot liefhebber der eerwaerdige oudtheyt was. Ook heeft fchade op de by-gelege velden, en uyt haer kolk ontfpron-

De Baron- het geflacht van Engayne, van ouden en eerlijken Adel, hier gen, de welke eerft door Spalding geleyt heeft, zoo komt zy

mn van j^y Blathenvic (alwaer nu de Ridderen Staffords woonen, inde Nen oft en overlaedzegeweldighlijk.

de welke haer geflacht trekken van Radulf de eerfte Graef Maer de kleene Avone, de welke, als ik gezeydt heb, de

van Stafford) een woon-plaets gehadt, en hebben het ka- tweede is van de fchey-palen van dit Graeffchap ten noor-

fteel,\'twelk Hymell genoemt wierd, tot het kloofter, den, doch het ampt van een fchey-pael maer vijf mijlen

heved genoemt, verandert. Haer manlijke ftam is voor vêr bedient, wordt dicht by de bronnen van de Wellant uyt-

\' twee hondert jaren vergaen; maer van de dochteren is de geftort, ten weften gedreven door Stanford, op de Avone ge- Stanford

eerfte aen lan Goldington; de tweede aen Laurens Paben- noemt, de wooning van \'t geflacht der Caven ,\'van \'t welk

ham; de derde aen Willem Bernak, zeer beroemde Ridde- een doorluchrige en tal-rijke ftam in de naby-gelegene wijk

Jipthorpe. ren, befteet geweeft. Hier ziet men ook Apthorp de woon- ontfproten is : en door Lilborne eertijdts toe-behoortigh

plaets van den doorluchtigen Ridder Antony Mildemay, aen de Canvillen, het welk eertijdts een verblijf der Ro-

wicns vader Wouther Mildemay onlangs Raecs-heer van dc meynen was j gelijk zulx betuyght de gelegenheyt aen de

krijghs-

-ocr page 266-

O R

N

N.

D E

kriiglis-weg!i, de oude wallen , en een veuheven berghskeii
als een kegel, in\'c welk als zommige nu onlangs door hope
van oude rijkdommen ingïóeven , zoo vonden zy in plaets
van fé\'hacten kooien ; en als dit rivierken hier door de brug-
gen van
Doïphridge geloopen is, zoo verlaet het Northam-
ton, en loopt naer Warwijk.

Maer zoud het zoo vremt zijn , dat ik achte uyt de uyt-
gegrave kooien, dat deze heuvel hier tot Ccn fcheyd-pael by
een gebracht is ? wijl Siculus Flaccus verhack, dat men on-
der de
fchcyd-palen plagh tc leggen oft alfchcn.oft kooien,
oft ccfteo, oft gebroke glazen, oft verbrande beenderen, ofc
kalk, ofc krijt, en S. Auguftijn fchrijft van de kooien: Is het
geen woondcrlijkc zaek j en zoo groote zwakheydt, dat zy
raet een zeer lichte flagh gebroken , met de lichtfte druk-
king vermorzelt, en door geenige eeuw overwonnen wer-
den, zo dat die eenige fcheyd-paélen hcchtcn,dc zelve daer
plegen onder te ftroyen, om den twifter te overwinnen, die
t\'eeniger tijdt mocht op-ftacn, en lochencn dat het de ge-
fielde fcheyd-pael is. En daerom hel ik te mcêr tot deze
meening, om dat diegene, die van de fchcyd-palen gefchre-
ven hebben, getuygen,dac men berghskens van acrdc,dic zy
Böt&ntims noemden, op de fchcyd-palen geftelt heeft; zoo
dat ik meen dat veel van die aerd-hoopen cn ronde berghs-
kens, die men doorgaens ziet,tot dit gebruyk zijn opgericht
geweeft, en datmen, zoo men de aerde dieper uytgroef, on-
der de zelve aflchen, kooien, teften, zou konnen
vinden.

Dit landt heeft tot zijn eerfte Graef, dat ik weet, gehadt
Waldeof des ftrijdtbaren Siwarts zoon , dewelke ook Graef
van Huntingdon geweeft is, en om zijn ontrouw tegen
Willem de Con(^u^eur onthooft is, alleen twee dochteren
nalatende, dic ludith, dc dochter van des
Conquejleurs hal-
ve zufter, hem gebaert hadt. De oudtftc dochter heeft Si-
mon van ï.
Lizia oft Syhaneöienjts van de moeder ludith,
welke hy gevryt hadt, om dat hy van voeten berooft, cn ten
fpot geftelt was, tot een huys-vrouw genomen, dewelke de
kerk van S. Andries,en het kafteel van Northamton gebout
heeft. Na dezen is gevolght zijn zoon de tweede Simon,de
welke om zijn moederlijke goederen met David Koning
van Schotlandt, dien de moeder ten twcedemael getrouwt
lang getwift heeft, en dc zijde van Koning Steven gevolght
zijnde in\'t
cidc lii jaer geftorven is met dit lot-dichti
Een longman vol van al wat niet gcoorloft, en van al wat niet
behoorlijk was. Zijn
zoon de derde Simon,zijn recht van hec
Graeffchap van Huntingdon met pleyten en vonniflen te-
gen de Schotten vervolgende, heeft al zijn goederen ver-
daen,en door gunft van de tweede KoningHenrijk de doch-
ter en erfgenaem van Gilbert van G^«/Graefvan Lincoln
getrout; en cyndlijk het Graeffchap van Huntingdon met
het verdrijven der Schotten weder gekregen hebbende, is
in\'t
CIDC Lxxxv jaer zonder kinderen geftorven. Lange
jaren daerna heeft dc derde Edward Willem van
Bohun, een
man
van verzochte kloekheyt, tot Graef van Northamton
gekooren; en als zijn oudtflcbroeder Humfred van
Bohun
Graef van Hereford cn Effcxjcn Conftapel van Engelandtj
in die ftrijdt-bacre eeuw om de laft van \'t Conftapclfchap
uyt tc voeren al te fwak was,zoo heeft hy hem ook tot Con-
ftapel van Engelant geftelt. Dezen is zijn zoon Humfred
in \'t Graeffchap van Northamton , als ook zijn oom, zon-
der kinderen geftorven zijnde, in \'t Graeffchap van Here-
ford cn Eflex nagevolght, en heeft twee dochters geteelt,de
cenc getrouwt aen Thomas van
Woodflocke de jongfte zoon
van de derde Edward, de tweede aen Henrijk van Lan-
cafier Hertogh van Hereford. Maer de dochter van Tho-
mas van
Woodflocke heeft deze erf-tijtel van Northamton
met andere door haer houwlijk rot het geflacht der
Staffords
gebraght. En als de zelve namaels van haer heerlijkheden
berooft waren, zoo heeft de fefte Edward
Willem Graef
van Efl^ex, een op dc hooghftc trap volmaekt hoveling, met
de tijtel van Mark-graef
van Northamton vereert, dewelke
by ons geheugen zonder kinderen geftorven is. En terwijl
wy dit onder-zoeken, zoo hceft de doorluchtighfte Koning
lakob Henrijk
Howard, de laetfte broeder van den Hertogh
van Nortfolk, een man met een zeer gauw verftandt, vloe-
yende wcl-fprekcntheyt, en alle goede konften verfiert, tot
raden voor-zichrigh, en vêr ziende, tot de ftaet cn ftijl
van
Baron Howard van Marnehill, en tot de eer van Graef van
Northamton, op een cn de zelfde tijdt in \'c
cid id c iii jaer
verheven.

De oude
fiheyd-
falen.

Uk de
Civ. Dei
ai.c, 4.

i ;i

De Graven
van Nort-
hamton»

ill

Het leven
van Wal-
deof.

In dit Graeffchap behooren Parochie»

^ ii

!

1

E I-

-ocr page 267-

LEICESTER\'S HIRE.

En het landt van Northam-
ton grenft ten noorden het
landt van Leicefter, in dat
boek , waer in Willem de
Noorman de reyniging van
Engelandt geftelt heeft,
Le-
decejierfcyre
genoemt , ge-
meenlijk
Leiceftershire I het
is insgelijx gantft;h veldigh,
overvloedigh van vruchten;
maer meeftendeel ontbloot
van boflchen. Ten ooften
wort hét van Ruthlandt en \'t landt van Lincoln, ten noor-
den van Nottingham en Derby, ten weften van Warwijk
omringt; want de weft-kant wordt van de heyr-wegh der
Romeynen,
Watlingstreat genoemt, door-loopen, en van
Warwijk af-geft:heyden; en ten zuyden, als ik terftont aen-
gewezen heb,grenfl: het aen \'tGraeftchap van Northamton.
Door hét midden fpoelt de rivier
Stour, naer de Trent loo-
pende, door de ooft-kant het rivierken
Wreake, welk eynd-
lijk met de
Stour vermengt wordt.

Ten zuyden, daer dit landt door de kleyné Avone van
hier, en van gins door de
Welland af-gepaelt wordt, gemoet
ons niets gedenkwaerdighs,als aen de
Welland, daer zy noch
dicht by haer bron en kleyn is,
Haverburg, gemeenlijk Har-
horrow
, zeer vermaert in de beefte-markten; en, welk hier
niet vêr af is,
Carleton, dat is, der Boeren-fladt, weet ik niet
oft yerhalens waerdigh is; waer in meeft alle inboorlingen
door eenige byzondere kracht van\'t landt, oft water, oft
door eenige andere verborge kracht der natuur,zeer qualijk
en belemmert fpreken, en de woorden uyt het onderfte der
keel zeer fcherp trekken, konnen qualijk dè k vöort-bren-
gen. Dé Roomfche wegh, welx dijk, op zommige plaetfen
verfleten, op zommige nochtaris zich hier zeer klaerlijk
vertoont,ftrekt zich als regel-recht naer
\'t noorden door het
weften van dit landt. Welx ftreek ik van de Teems af
in
Walles, om de oude fteden na te zoeken, (ghy zult oft (cha-
delijke, oft met fchade te zorgh vuldige naerjïligheyt belac-
chen) naerftelijk gevolgt ben; want ik heb geen trouwer
leydts-man om de zelve te vinden konnen verhopen. Van
BowbridgeA^^"^ zy die van Northamton verlaet, wort zy eerft
door de rivier
Swift door-gebroken, welke langzame rivier
die fnelle naem
niet als in de winter-maenden voeght. Dè
brugh,
Bransfordbridge, en Bensford genoemt, waer door zy
hier eertijts t\'zaem-gevoeght was, over lang gebroken zijn-
de, is oorzaek geweeft, waerom zo vermaert een wegh min
bewandelt wierd;doch nu wort zy met gemeene koften her-
bout. Aen deze wegh light van hier ten weften
Cefterouer,
doch in \'t Graeffchap van Warwijk, zelfs gedenkwaerdigh
door de naem van haer Heer Fulco
Grevill, een zeer door-
luchugh en vermaert Ridder,hoewel de naem zelve de oud-
heyt der plaets getuyght; (want onze voor-ouders hebben
niet als de oude fteden en kafteelen
Cefler genoemt:) daer
na ten weften neven de
Swift, ziet men aen d\'eene kant Mi-
Jlerton
, toebehoortigh aen \'t doorluchtigh en oudt geftacht
Eenhrm, det Poultens, aen d andere kant het koop-ftédekeri Lutter-
Uelke hout y^gyth,
eertijts de bezitting,zo men zeght, der Ver dons
mden\'^^^\'
W ^^^ ^^ude bron is, dat zy ftoppels en hout in korten
lan wickliff "J^t in fteen verandert. Dc kerk van deze plaets heeft ge-
■e^orven fticht die zeer vermaerde \\o2.n.Wukliff, een man van een ge-
flepen verftant,en Zeer ervaren in de H. Schrift, de welke,
zijn pen voerende tegen de Pauflijke macht en de Room-
fche kerk, niet alleen in Zijn leven zeer gequelt was; maer
men heeft ook in het een-en-veertighfte jaer na zijn doodt
op zijn lichaem gewoet, \'t welk door laft van de Senenfche
vergadering op-gegraven en gebrant is.

Van die brugh Bensford khmt die oude wegh naet
kroffe, zoo genoemt, oni dat op die plaets eertijdts een ver-
heven kruys geftaen heeft, voor het welk nü een hooge ftijl
met haer fchragen geftelt is. De nabuuren hebben ons hier
verhaelt, dat twee voorneme wegen van Engelandt elkan-
der hier door-fneden hebben, en dat hier eendeer bloeyen-
de ftadt gelegen heeft, met namen
Cleyceftery welke haer Cleycefter.
Raedt gehadt heeft, en welx deel Cleybrook byde duyzent Claybrooke,
fchreden byna groot was,en daer ten weêr-zijden by de weg
een gront van vierkante fteenen onder de vooren is, en dat
daer door de ploegen dikwijls penningen der Romeynen
uyt-gehaelt zijn, hoewel boven de aerde zelf de puyn ver-
gaen is. Deze, mits de ruymte van
Banaventa oft Wedon,
welke op een hayr over-een-komt, en die brugh Bensford
genoemt, Zouden my lichtlijk doen gelooven,dat de Benno- Btnnones.
nen
oft Venonen,v^e\\ket verblijving Antoninus naeft aen Ba?P-
naventa
ftelt, alhier geweeft zijn, meeft mits Antoninus ge-
tuyght, dat de wegh zich hierin twee deelen gefcheyden
heeft; welk ook \'t gemeene volk verhaelt. Want ten zuyd-
ooften, daer men naer Lincoln gaet, ftrekt zich Fojfeway
recht naer Rata^ en Vernometum, waer van wy terftont fpre-
ken zullen; en ten zuyd-weften ftrekt zich de
WatlingHreat
in Walles recht door Manuejfedum-, waer van wy in \'t Graef-
fchap van Warwijk op zijnplaets verhalen zullen.

Ctirkw.
Whaling,
Wiithng\'
Jlreat.

CeJlermeT\'

1387.

Wat hooger aen de zelfde wegh light Hinkley, welk tot Hinhy;}*
zijn Heer gehadt heeft Hugo
GrantmaisniU, groot Senefchal
van Engelandt, als de Roode Willem en de eerfte
Henrijk
heerfchten. En deze heeft twee dochteren geteelt, Petro-
nella aen Robert
Blanchemaines, Van zijn witte handen alzo
genoemt, Graefvan Leicefter, met hetSenefchalfchap van
Engelandt, en Alicia aen Rogier
Bigod gehoulijkt. Aen de
ooft-kant van dc kerk ziet men voorwaer graften en een
bolwerk tot een uytftekende hooghte op-gevoert, welk de
inwooners zeggen dat Hugoos kafteel was. Drie mijlen
van hier ligt de oude markt
Bofrorth, als voor welk Richard Bofworth\'.
Barecourt
dit recht met de jaer-markten van de eerfte
Édward verkregen heeft. Hier omtrent is het Engelfche
Rijk in de uyterfte wankelheyt der oorlogh by onzer groot-
vaderen geheugen gevallen. Want Henrijk, Graef van
Richmond, heeft met een kleyne troep de derde Richard,
die het Rijk met de grootfte fchelmery ingenomen had, al- ^^
daer in een veldt-flagh ontfangen; en mits hy met de zijne
voor de vryheyt des vaderlandts kloeklijk voor-genomen ^^
had te fterven,zo heeft hy den dwingland te dapperder over-
wonnen en verflagen;en met gelukkige toe-roepingen voor
Koning in ^t midden onder de neêrlaegh uyt-geroepen zijn-
de,heeft Engelandt door zijn kloekheyt van de heerfchappy
des dwinglands verloft, en door Burgerlijke tweedrachten
ontruft zijnde, door zijn voorzichngheyt geftilt. Waer van
de Dichter Bernardus Andraeus Tholofas, welke toen ge-
leeft heeft, in zijn gedichten aen de zevende Henrijk op de
Rozen, welk Henrijx wapenen waren, fpelende aldus ge-
zongen heeft:

Ziet alle winden zijn in rufl,
Alleen de laeuwe Zefir kufl,
En voedt \'tgebloemt, en roode Rozen.,
En doet de lieve Lente blozen.

Anders ontmoet ons aen de wegh niet dat gedenk-waer-
digh is, als zeer vêr
Ahsby de la Zotiche, nu een zeer geneug- Ashhy,
lijke vlek der Graven Van Huntingdon, eertijdts van den
Baron Alanus
de la Zouch, wiens roode fchildt met tien Be Baron-
gulde klootkens befpreytwas. Deze, als hy de tweede erf- «f» Zottch
genaem van Rogier van kuincy, Graef van Winton, ge- \'^^»^^bhy,
trout had, heeft in dit landt door zijner vrouwen recht veel
erfgoederen verkregen. Maer als hy Ian,Graef van Waren-
ne, te recht riep, de welke de zaek met het zwaerdt, en niet
met de wetten wilde beflechten, zoo is hy van hem in het
Koninglijk hof van Weftmunfter in \'t
m c c l x x i x jaer om-
gebracht ; en na weynige jaren hebben zijns neefs dochte-
ren en erfgenamen dit
erfdeel door haer houwlijken over-
gebracht tot de geflachtenvan
Seinmor, en der Holands, DeHo-
Doch deze ftadt is namaels tot de Hapf^gs gekomen, de ^^f^ds.
welke daer haer genoegh fchoone huyzingen hebben, en
onder de welke Willem het recht
der jaer-markten van de
zefte Henrijk verkregen heeft. Ook mach ik hier niet
verzwijgen
Cole-overton, de woon-plaets van H. van Bello- Colortonl
monte ,
gefproten uyt een geflacht met de Onder-graef van
Bellomonte. De voor-naem heeft deze plaets gekregen van

D d d d de

-ocr page 268-

s eptentflo

El CE S T R E N SIS

COMITATVS.

r of

Ij A IL B I jß i^r S I S

c/JrtMiML

Zpckir^ton

Dumr^tcn.

/

ï^cjccsj^cji s djJic

West

Gran

i/^y

\'^îybit

tMudmdL

JCettvorài

COMITATVS

OST COAT E

Jiever

^i^aiin oa- lie. liUL

l-XtrtnanW!^

Kaihct

Sevi-r

/ "
• r U A M T A D

J\'taabm. j

L ® " Zot^ IfJhaîlon.

^ *Mcräl C-Tor^t

v.j\'tnätern

FARS.

Hôtciv

y

^ OJgiithcry

^MufbaU

^Cittartm .

...

TCti^hn

CIM^oh

XoflgJl
bofow

^arh^.

\'raimß:on

\'I

Overfijtir^

S TAFjl" 0 KD IM

i__

CcmhcrßrJ-

i tanbm VnJcr
Harden..

Bititttaaan

Cratfinl-

Cro^eßiL ^

CarTtmv

Shsfey

>ofv\\

•srra\'

F A ni s .

^^^^^ . ^ p A IL K E ^yTL O^E

Tamworth .r i V __ibß>U _ _

^^^ \\ ^ ^ yhaxtont l oMçflcn. ! t Horßopf

r__u^,. . " : Uek/ies Herten- JtSi— / \\ jparck j .

^ _ VjjiDiar ^^t-Thiratm, i J

Oßäybn. Ã›-mty

Iwortt.

; 6 ^

t)

...........

^etheroftc-

\\JtfleiL V^tnutun.

Snshßxm,

\'.arave^ ,

Sàltby

Ultyf Scdyird, ^

( would .

liE A S T G o S C O AjT X

Ra^iUU

\'rsxton.

Sun^y

H V D R E D.

Jlrnetl ) , J ,

"Radehy

. Coßn

iTH

3urtm la,zenf

^ 1/}ita6nlhtttii ........

\'^anli^

St^l^ptr

/ Thißebm

Ziäe. DaJiy

E D .

L^ly ßhiUe.

\' ^Biu-jhai

^^ ..........<!» ^^hitßnJiu.

^ my

fßf1>y

\'^Thi^njts,

£ c o il J T ^ Îf

^aadJfßy

J^it£ttÜ>OT0

^DjJJiy/^Jjautcami

\'Bsrlty

H vVl^ D Vk

\'Ba.rhby

-Ratdjfi, CuUy ^^
Aiaiy DrMbm.

„^hweJL

lîU Mire.

J

JCaamé.

\'-Btwfnv

i ■\'Twßri

jOar: i

i. ... ...... tf tïii.- ^IVé-ftojttes ^

^ICESTSJt

Mm^&rtm,

V

J*0vih mafißt

^lißty, ^

^ Serkthsrpe,

StapUaa-

arßy

JUJley

^wisn.

Atolle,

-nßmrly

^.ohert de, ■Belle

- rSH/hiltm

\\ \'^Evh^tML

KyU

TCi

tvderhv

\' o nwnte, itoz.

é

6 n J ^ D^R E ^^ t^

HincJclejr Â® ^ ^ t

f jfarbcrow /i __

Siau^tbui

ifnuti

A U T :E U T

• / »fe \'
ƒ
 hßnun^tffn.

^y i

\\dfeatr L
1 ^^Oon- ^i^rbmr

\' ^ X

X^UU S\'tremnr^^

y sni^

"McrtûtL

* -trijhy \\

ZfäJtryton^\'

■A

tftsnjßantm

JR. V T L Al^ DIM C 0 M.ITA T :

Cßy

Great/ ëUn, j

éj^lan. ßarunL.

\'Hallaton^-""""

iJffaivtm. Karanirt

r ____

XP- \\CUhr<,U

Th

V \'"Wardhw

TAUS.

\\ H V . N D R E B .

\\ ^Uchmy Shmkim,

\\ —— XÄiwfrf

-Uaterid\'

^ Simon Ch^. jz^^

3Ufait Me^tM

SiMOn ^ -BradUy i Y;

Tretßv^A

\'"y. ^ " " ^ -----

SnùtiUL^ ^ r

ëreat jlßiy

O

Holt:

X J J/OJITJIUMÎJ\'O:^

o

Crannow

Ö-Hmurtsn^

•è.

\'^ewenham^

Zau^htm.

^lôâbovtti,.

o

G V T H E AS X OlsT .

j J^-"\'"- ^ \' —iiia—f..-"""\'

fn T K_ ^ipft\'»

^ 3ÖIL JOB-

__ (^tiß^ . -vT

^ A . 0 R T H ^ ^

■ JQB- - -"W--

I Xißand, \'Th&JMi^Jvtfrîh

Stmotv

t^i\'^tr. ■^tdtrwndCromhiack.-:^ l.oj M

m

HmvtitDfp

SS"-

-Tïwp ZungtutL \\ — jr,.-,. .

s djjie •

Innentam.,

\'VW--

Z/ie^ \'Bûwdâtv \' H

^ Harburg-la T ^

X ^

Qijßtuür

Itye

G-ermanü-um^

miUtare

^ lohn, of G-aunt
^ ojLanc .

Hobert DtiJUy

.Anne

-ocr page 269-

C O R I T A N E N.

B E

ziS

de fteen-kooîen, van naturen als verharde zwavel-aerdt,de kleedt met berouw te verbeteren, \'t gene hy tegen zijn

ksok^, V/elke hier tot groot nut van den .Heer in zoo groot een Vorft, met een vyandigh gemoet op te ftaen, mifdaen had»

overvloet uyt-gegraven worden, dat de gebuuren daer van Wat naem Leicefter in de Roomfche tijden gevoert heeft,

wijd en zijd genoegh voorzien worden, om haer haerden ce heb ik noch niét ervaren. Ik acht dat het in Nnmius naem-

beftoken. Ã¯^ey Caer-Leriûn genoemt wordt: maer dat het die verdichte

Wy hebben gezeyt dat de Suur het landt midden door- Koning Leirus gebouwt zoud hebben, mach van nu geloo-

fnijdt, de welke,niet vêr van deze wegh ontfangen, en door ven wie wil. Maer de gelegenheyt komt zoo juy ft met An-

vele beexkens van geduurige loopende wateren vermeer- toninus befchrijving over-een, van de Bennonen en Verome-

dert zijnde,met een zachte loop ten noorden af-vallende,de ten, aen de krijghs-wegh J\'i?^genoemt,dat ik het moet voor

voorneemfte ftadt van dit geheele landt ten weften en ten Rata,-we\\k by Ptolomeus Ragdi genoemt wort,houden; hoe-

noorden befpoelt, de welke by de Schrijvers Lege-ceflria, wel \'er nocht tael nocht teken van de naem van Rata meêr

Zeicejler, Leogora, Legeocefier, en Leicefter genoemt wort. Deze ver- over is, als mooghlijk in een krijghs-wal, welke Rawdikes

toont groote ouderdom,en geen rnJnder fraeyigheyt. In het genoemt wort,nauwlijx vijf-hondert fchreden van de zuyd-

D c LXXX jaer, als Sexwulf het Rijk der Merciers, door bevel poort van Leicefter.

van Koning Ethelred, in Bifdommen befchreef,zo heeft hy Hier ftut ik,en zie rondom, welke wegh ik tot leyts-man
hier een Biflbhoplijke ftoel geftelt, en heeft\'er als eerfte nemen zal,om de oude fteden na te vorfchen.Ranulf,Mun-
Biflchop gezeten : maer weynigh jaren daer na de ftoel el- nik van Cefter,getuygt, dat de oude ftraet van hier door dé
ders vervoert zijnde, heeft deze waerdigheyt op-gehouden, woeftijn naer Lincoln gelegen heeft,maer door welke woe-
en is de wijdtluftigheyt der ftadt allenx vermindert ; tot dat ftijn wijft hy niet aen;het gemeene volk zéght naer \'t noor-
de zeer goede vrou Edelfleda in\'t
dccccxiv jaer de zelve den door het lant vanNottingham. Anton. Aug.zo ik iet zie;
hermaekt, en met nieuwe veften voorzien heeft 3 zoo dat fchijnt te kennen te geven,dat hy in \'t noorden door dit lanc
Matth^eus Pariftenfis in zijn kleyne hiftori gefchreven heeft: naer Lincoln gegaen is. En dit langs vertoonen zich voor-
Legeceflria is een zeer rijke ftad,en met een zéér vafte muur waer eenige oude plaetfen door.haer tekenen,de welk wy op
voorzien, de welke zoo zy aen de gront gefterkt wierd, zy haer orde zullen noemen; maer gins langs zijn my tot noch
zou geen ftadt behoeven te wijken. Omtrent den inval der toe geenige ontmoet ; wat anderen gefchiet is, weet ik niet.
Noormannen was deze ftadt genoegzaem bewoont, en had Dicht hier by is Groobj, een rijke en wijdtluftige hoeve,
veel burgers, van welke zy gehouden waren door een oude oft,als de onze \'t noemen, een Mayery , de welke van Hugo
inzetting twaelf ( als men in \'t boek van de eerfte Willem
 Grantnaifmill, den welken de eerfte Willem met groote in-
leeft ) \'met den Koning te zenden, zoo dikwijls als hy ten komften vereert had, door de Graven van Leiceiïer, en de
oorlogh ging. En zoo hy ter zee tegen de vyanden ging,zoo
 ^mnceys tot het geflacht der Ferrers gekomen is, van het De Ferrers
zonden zy vier paerden tot aen Londen, om de wapenen te welk de Heeren J\'É\'irrm van Gr^^^jy lang gebloeyt h ebben; en enGrejs
dragen, oft iet anders dat noodigh was. Deze ftadt betaelde eyndlijk hééft haer eenige nagelate dochter Izabella, het
den Koning jaerlijx xxx ponden in \'t getal, en twintigh op zelve door haer houwlijk tot de naem der
Greyen over-ge-
het eynde, en xxv vaten honigh. Maer in de tijden van de bracht,van de welke het eyndlijk wederom by verbeurte tot
tweede Henrijk is zy door veel ellenden onderdrukt, en de des Konings erfgoed vervallen is. Maer terwijl wv dit on-
veften zijn uyt-geroeyt geweeft, als Robert, toe-genaemt derzoeken, zoo heeft onze machtighfte Heer en Koning
Bojfu, dat is, de Bultenaer-, Graefvan Leicefter, eenige nieu- lakob den doorluchtigen Ridder Henrijk Grey wederom in
wigheden tegen den Vorft onder-ftond. \'t Welk Matth;Eus de eer zijner voor-ouderen herfteit, alshy hem voor zijn
1173. Pariflenfls met deze woorden getuyght : De edele ftadt
Lei- hulding tot Baron Grey van Grohy verkoren heeft.

cefter is om dc fmaedt van GraefRobert,tegen den Koning Nu laet ons weder-keeren tot de rivier de Stour, de welke

opftaende, belegert, en door Koning Henrijk uyt-geroeyt, voorby Leicefter geloopen zijnde, eerftlijk Momforell, oft

en de muur, die onverbreeklijk fcheen, is rondom tot de liever Mom-foure-hillde naem geeft, welke nu flechts een ^

grondt toe vernielt. Want de ftadt ( op dat ik dit ook uyt de vermaerde markt is, doch eertijdts was hét zeer beroemt

kleyne hiftori byvoege, ) de muuren zonder gront-veft on- door een kafteel, van een fteyle en gebroke heuvel aen de

der-graven,en de ftutten eyndlijk verbrant zijnde,zo zijn de rivier af-hangende , \'t welk eerft aen de Graven van Leice-

veften aen ftukken gevallen, de welke tot op den huydigen fter, en daer na aen Sacherus van ^incy, Graef van Win-

dagh, door de vafte taeyigheydt van\'t Sement, als groote ton,inder Baronnen oorlogh toebehoort heeft, en heden

fteen-klippen noch geheeUiggen. Ellendighlijk wierden is het niet als een puyn-hoop. Want in\'t cidccxvi i jaer

toen ook de burgers geftraft en verbannen, dewelke met na een zware belegering ingenomen zijnde, zo hebben het

geit geven vryheydt van wegh te gaen verkregen hebben, de inwooners als een Duyvels-neft, en als een moorders en

met vrees gevlucht zijn na de vry-plaetfen van S. Alban en roovers-kuyl tot de aerde toe uyt-geroeyt. Wat hooger aert Lou^h-

S. Edmond. Ook was het kafteel ontbloot van borftweeren, de andere kant light Borrow, alwaer de aller-vafte kalk uyt- bmow.

hetwelk voorwaer grooten vaft geweeft is. Dicht byhet gegraven wordt. Van hier eyndight de Stour na weyni-

welk een Collegiael gaft-huys geweeft is, in welx kerk Hen- ge mijlen in de Frent, een weynig beneden de koop-ftadt

rijk, Graefvan Lancafter,en zijn zoon Henrijk van Lanca- Loughhorrough, de welke , onder \'t gebiet van Maria,aileen
fter, welke de eerfte Hertogh van Lancafter geweeft is , be- de eenige Baron Edward
Haftings met haer naem vereert
graven liggen. Want deze Hertogh,nu oudt geworden zijn- heeft. Maer als zy, dien hy zeer lief was, geftorven was, zo
de, heeft dit gaft-huys gefticht door een Godtvruchtige ge- heeft hy, in de menfchlijke dingen verdrietigh zijnde, niet
\' negentheydt om armen te voeden,en heeft het aen de zelve langer in de wereldt willen Ieven;maeris,om alleen Godt te

ge-eygent ; waer van Henrijk Knighton van Leicefter, die dienen, in het gaft-huys, \'t welk hy by Stoke Pogeis, in het
j, 50. toen geleeft heeft, aldus fpreekt : Henrijk, Graefvan Lan- Graeffchap van Buckingham, gefticht had, vertrokken; al-
cafter,heeft de eerfte de Collegie-kerk en het gaft-huys buy- waer hy met de armen in Gode leefde, en onder de zelve
ten de
zuyder-poort van Leicefter gebouwt, waer in hy ge- zijn leven in Chriftus ge-eyndight heeft. Dat deze Ko-^
ftelt heeft een Deeken met xi i Provenier-Kanunniken, en ninglijke ftadt
Loughhorrough, bv de Saxen Liejanbu/ije
zoo veel Vicarifen, en andere dienaers, hondert zwakke ar- genoemt geweeft is, de welke Marianus getuygt dat Cut-
inen, en tien kloeke vrouwen, welke die zwakken bedienen wulf den Britannen in \'t
d lxx 11 jaer ontnomen heeft, be^
zouden, en heeft het genoemde gaft-huys genoeghzaem wijft eenighzins de nabuurigheyt des naems. En nu eygent
befchonken. Aen de andere zijde van de ftadt is tuflchen de zy zich met recht toe de tweede plaets naeft Leicefter, on-
genoeghlijke weyden, welke de
Stour befproeyt, een kloo- der alle de fteden van dit G raeffchap, zo in grootte,als in ge-
fter geweeft,en daer van de genoemt,waer van de zelf-. bou,en geneughlijkheyt der boflTchen : want hier naby liSht
Charn-
ue
Knighton aldus gefchreven heeft : Robert le Boft[u,Qi2.e{ het bofch van charnwood,oït charley,\\ welk zich zeer wÏjdt
^ ^43\' van Leicefter, heeft gebouwt het kloofter van
Maria de uyt ftrekt, en begrijpt de vijver Beaumanmur, de welke de
Tratis tot Leicefter, en heeft het met landen, bezittingen, Heeren van Bellomonte, als ik verftaen heb, met een fteenen
en inkomften rijklijk befchonkenen heeft in \'t zelve kloo- muur omheynt hebben. Deze uyt een Franfch geflacht ( als
fter, door \'t toeftemmen van zijn huys-vrou Amicia, een men gemeenlijk gelooft)en gewiflijk van loannes Brennen-
Regulier-Kanunnikgeworden zijnde, vijftien jaren in een fls, Koning van lerufalem, gefproten zijnde, zijn omtrent
Regulier-kleedt voor Godt aldaer geftreden, cniseenKa^ de tijden van de eerfte Edward in Engelandt gekomen,
nunnik in den Heergeftorven^ te weten om in\'t Reguliere en door het houlijk met de dochter van Alexander
Co-

myn.

î n

I

■n

n i

■ I

■ i

I â– 

I \' 1\'-

-ocr page 270-

E R - S H

ti^

mjn, Graefvan Boghan in Schotlandt, wiens moeder een haer Graven,zijnde de aller-edelfte mannen. En wiji het in Ve Gr&"!cn

van de erfgenamen was van Rogier van ^inan, Graef van de Saxfche tijden zijn erf-Graven gehat heeft, 200 zal ik de

Winton, tot een rijk erf-goedt geraekt, en tot een groot zelve in haer rye eerft optellen,gelijkze Thomas Talbot,^cn

gedacht uyt-gebreyt. ,Uyt het welke Henrijk, onder \'t ge- man in de oudtheden zeer erviiten, my uyt de Koninglijke

biet van de derde Edward, eenige jaren lang tot de vergade- hant-veften befchreven heeftrTen tijde van .®thelbald,Ko-

ringen der Parlamenten is beroepen geweeft, onder de ning der Merciers, in \'t dccxvi jaet, was Leofrik Graefvan

naem van Graefvan Boghan j en lan is onder \'t gebiedt van Leicefter,dien in de rechte lijn gevolght zijn de eerfte Alga-

de zefte Henrijk, een tijdt lang Conftapel van Engelant ge- rus,de tweedeAlgarus,de tweedeLeofnk,Leofftan,de derde
weeft, cn de eerfte, dat ik weet, die de eer van Onder-graef Leoftik,welke te
Conventry begraven ligt,de derde Algarus,

van den Koning ontfangen heeft. Maer als Willem,de laét- diens zonen geweeft zijn Eadwin,Graef van Marchia,Mor-

fte Onder-graef,zonder erfgenamen geftorven was,zo is zijn charus,Graef van Northumbërlant, en zijn dochter Lucia,

zufter aen den Heer Lovellgexxoxmx.; en namaels dit groot welke eerft getrout is geweeft aen Ivon Talboys van Anjou,

cn daer na aen Rogier de Romara, van wien Willem de Ro-
mara,
Graefvan Lincoln, geboren is. De manlijke ftam van
dit Saxifche geftacht toen ontbrekende, en de Saxifche
naem als vertreden zijnde , zoo heeft Robert van
Beaumont
Noorman, Heer van Vont Audemer ,\'en Graefvan Mellent,
na de doot van Simon,Graef van Leicefter, zijn Graeffchap

gebout,wort hier ook gezien, \'t welk namaels aen lan Lacy, verkregen in \'t mcii jaer door de gunft van de eerfte Koning ^^^ ^^

Graefvan Lincoln,toebehoort heeft, de welke van de eerfte Henrijk, een man vernaemt in wetenfchappen, lieflijk in

Edward voor \'t zelve het recht van een jaer-markt en koop- fpraek, door-trapt in loosheyt, wakker in voorzichtigheyt, \'"■HmtimL

markt verkregen heeft. Maer als in ^t verbannen der Baron- gaeu van verftant; de welke, als hy de hoogfte ftaet van zijn in zijn kief

nen, onder de tweede Edward, de verbeurde goederen ver- heerlijkheyt beleefde, zoo heeft eenige andere Graef hem "v^^^de ver-

fcheydelijk verdeelt wierden, zoo heeft de Koning deZe zijn huys-vrou ontvoert, waer van hy in zijn ouderdom, in

Mayery aen den jongen Hugo le Defiencer vergunt. zijn gemoet ontroert zijnde, in de duyfterniifen van droef-

De ooft-zijde van dit landt, welke heuveligh is, én vee! heydt gevallen is. Dezen zijn gevolght zijn zoon, toe-ge-

Schaeps-kuddenweyt,isver9ierr geweeft door twee byzon- naemt Bojpt, zijn neef, toe-genaemt Blanche-maines , en

dere wei-bekende plaetfen, Vernometvm, oft Verome- zijn na-neef Fitz-Parnell, alle met de voor-naem van Ro-

t vm, waer van Antoninus verhaelt, en Burton Lazers, in de bert, van welke die laetfte Fitz-Parnell, alzoo by-genaemt

voorgaende eeu en zeer vermaert. van Petrónel oft Parnel zijn moeder, de laetfte dochter en

Vernometvm , de naem nu vergaen zijnde, fchijnt te mede-erfgenaem van de laetfte Hugo Grantmaifmill, zon- in
dier plaetfen gelegen te hebben,welke men heden Burrourv- der kinderen geftorven is. Na weynige jaren heeft Simon
hill en Erd-burrouw noemt. Want tuftchen Verometum en van Montfort, gefproten uyt den baftart van Robert, Ko-
Rate zijn by Antoninus xi i mijlen, en even zoo veel zijn \'er ning van Vrankrijk, de welke de zufter van Robert Fitz-
tuflTchen Leicefter en deze plaets. Ook is de hedige naem Parnellgetrouwt had, deze eer gevoert. Maer de zelve met Maté:
Burrow
van Bup^ gefproten, het welke by de Saxen beve- de zijnen verdreven zijnde in \'t mc c jaer, zoo heeft Ranulf,
ftigde plaetfen betekent hééft. Maer \'t geen \'t meefte is, op Graefvan Cefter, deze eer verkregen, niet door erf-recht,
die zelfde plaets verheft zich een alzins fteyle heuvel, be- maer door gunft van den Vorft. Nochtans heeft Simon
halvên ten zuyd-ooften, op wiens tóp de openbare teeke- van
UMontfort, des voor-zeyden Simons zoon, deze waer-
nen van een vernielde ftadt zijn, een dubbele graft, en het digheyt namaels verworven, na dat zijn eerft-gebore broe-
ontwerpder veften zelfs, welke omtrent achtien morgen der Alnarik voor de derde Koning Henrijk van zijn recht
lands befloten hebben. geweken was. Tegen dezen was de goede wil van den der-
En nu is het bou-lant, en in geenige zaek zoo vermaert, den Koning Henrijk zo groot en genegen,dac hy hem, bal-
als dat de ombuunge jeught hier jaerlijx eenige worftelin- ling zijnde, uyt Vrankrijk geroepen, met rijkdommen voor-
gen oeftent. Uyt de naem zoud iemandt mogen ramen dat zien, en met het Graeffchap van Leicefter, en het houlijk
Beziet Lo-
hier eertijdts eenige groote kerk der Heydenfche Goden van zijn zufter vereert heeft; doch hy door weldaden over- "veshamin
geftaen heeft. Want
Vernometum betekent in de oude Eran- vallen, als hy geen macht te vergelden had, (gelijk dan de
fche tael, welke een-zelvigh geweeft is met de oude Britan- onvromigheyt der menfchen zodanigh is,) heeft begonnen
fche,
een groote Kerk, gelijk Venantius Fortunatus in \'t eer- te haten, den wei-verdienden Koning zeer qualijk gequelt,
fte boek van zijn gedichten van
Vernometum, een ftadt van en met de oproerige Baronnen de fchriklijke ongeftuymig-
Vrankrijk, met deze veerzen opentlijk getuyght: heden der inlandfche oorlogen verwekt, waer in hyzelf
D\'eern^aerde oudtheyt wild haer Vernometum heeten, eyndlijk gebleven is. En de heerlijkheden en bezittingen
Daer door pjierd in het Frans een groote kerk geweeten. heeft Edmond,de B ultenaer genoemt,Graef van Lancafter,
En
Tmrton, by-gehaemt Lazers, van de Lazerifen, (zoo en de jongfte zoon van de derde Henrijk, van zijn verwin-
noemde men de Mélaetfchen oft Leprozen) was een zie- nende vader verkregen. En naderhant heeft deze eer onder
ken-huvs, oft rijk gaft-huys, onder wiens Overfte alle de de tijtelen van \'t Lancafterfche geflacht lang als gefchoo-
huyskens der Melaetfchen in Engelandt eenighzins geftelt len, en Machteld, dochter van Henrijk, Hertogh van Lan-
waren,als dien opziener der Melaetfchen té lerufalem.Men cafter,heeft,aen Willem van Beyeren, Graef van Henegou-
zeght dat het in de eerfte tijden der Noormannen door een wen, Hollandt, Zeelandt, &c. getrout zijnde, hem den tij-
verzamelde penning , door gantfch Engelandt by-een-ver- tel van Leicefter ook toe-gevoeght; want hy wort in de brief
gadert, (de
Mouhrays daer toe rijklijkft uyt-reykende)op-ge- van \'t xxxv jaer van de derde Edward uytdruklijk genoemt
bout is. In welke tijdt de Melaetsheyt met een zwaerer be- Willem,Graef van Henegou en Leicefter; en gelijk \'er ftaet Regi^er
fmetting gantfch Engelant door-kropen heeft. Want toen in de xxxvi Inquifitie van de derde Edward: Zy heeft met
^et
hceft men gelooft, dat deze ziekte uyt Egypten eerft in dit de naem van Hertogin van Beyeren bezeten het kafteel, de

eylant over-gekomen is, de welkezich namaels in Europen Mayery, en de Heerlijkheyt van Leicefter. De welke na-

verfpreyt heeft, eerftlijk ten tijde van de groote Pompejus, maels zonder kinderen geftorven zijnde, zoo is die eer we-

daer na onder Heraclius,en op andere tijden,als men uyt de derom gekeert tot ïan van Gent, Hertogh van Lancafter,

hiftoryen zien kan: maer noyt is zy,dat ik gelezen heb,voor de welke Blanchia, de tweede zufter van Machteld getrout

die tijden in dit eylandt ingeflopen. Maer onder deze ver- had. Van toen af is zy voort aen het geflacht van Lancafter

maerde plaetfen kan ik niet verzwijgen de navolgende hier verfmolten , tot dat zy, by ons gedenken, in dien Robert

dicht by gelegen , Burton, Melton, Mowbray, een markt- D/ü^/^^ gefchenen heeft, den welken de Koningin Eliza-

plaets van de Mowbrays, eertijts haer Heeren,alzo genoemt, beth, in \'t zefte jaer van haer Rijk,met het zwaerdt van het

alwaer niet meêr te zien is als een fchoone kerk; en verder Leicefterfche Graeffchap omgort, Nederlandt, door het

naer \'t zuyden Skeffngton,hei welk,gelijk het een doorluch- langduurigh onweer der oorlogh gedreven, met gemeene

tigh geflacht benoemt heeft,zoo heeft het infgelijx zijn ver- wenfch om hét roer der heerfchappy te bedienen geroe-

maertheyt van\'t zelve gekregen. pen , en weynigh daer na veracht heeft, ende welke in het

Dit lant van Leicefter is altijt doorluchtig geweeft door m d lxxxv i i i jaer \'t leven met de doot verruylt heeft.

Binnen dit Imdt üjnzoo Parochy-kerken.

E e e e R V T,

E

E

R E.

De Onder-

r,raven van
■ ^

Meaumont.

De eerfle
Eeren-on-

der-^raef
in Ente~
landt.

cif-goet,om gequeüfte Hoogheyt,aen den Koning verbeurt.

In dit noorder-deel gemoet ons niet anders geloof-waer-
dighs, als het kloofterken,
V/elk Roifia van Verdonvootdo.
geeftlijke maeghden gefticht, en Grace Dieti,d2ith,Godts ge-
nade
genoemt heeft 3 en daer de Trente aen fpoelt het oude
kafteelken
Dimnington, van de eerfte Graven van Leicefter

Dunnifia-
\'ion.

Penwme-

tum oft

mm.

Wat Ver-
nometum
in de oitde
Franfche
tael bete-
kent.

Burton
Laz.ers.

Melaetf
heyt tn En-
gelandt.

Melton.

Shffington.

-ocr page 271-

i

-ocr page 272-

R V T L A

D-S

H )i

rl\' \' }J Jl\'

Vtland , in\'t Saxifch Rotrè- onftuymigheden der nijdt met veel te poogen geworpen

lanD,wórt van \'t lant van Lei- had, op \'t fchielijxt van zijn leven en eer berooft heeft,
cefter gelijk als befloten, be- Hier tegen over ten ooften light in een fchoon gelegen

halven ten zuyden,daer\'taen dal Bttrly, nu zijnde heerlijke huyzingen van de Haringtons ^ ^i^dy.

de rivier Welland grenft, en de welke uyt het houlijk met de dochter en erfgenaem van

ten ooften daer het aen Lin- Colfeper, zo rijk een erf-goet verkregen hebben, dat zy van

cohi paelt: niet minder in toen af hier ter plaetfen meeft gebloeyt hebben, even als te

vruchtbaerheyt en genoegh- vooren de Colpepers, tot het rijke erf-goet der Brufeis door

lijkheyt des lants/choon het N. Green ten deel gekomen was. En de Brufeis zün uyt de

kleyner in ruymte is,als zijn- voornaemfte adel van Engelant door houlijk in \'t Koning-

de \'tkleenfte landeken van Hjk geflacht van Schotlandt giewikkelt geweeft, van welke

gantfch Engelant: want,in\'t door de outfte broeder Robert de Koninglijke ftam der

ront bepaelt zijnde, begrijpt zo veel in zijn omgang, als een Schotten,en door de jongfte broeder Bernard de Cottons Van

kloek ruyter op een dagh zoud af-reyzen. Waer van de in- Cottington in \'t Graeffchap van Huntingdon, waer van wy

wooners verzieren, dat ik weet niet wat Koning eenen Rut gehandelt hebben, en deze Haringtons gefproten zijn. Met

zo veel landts gefchonken heeft, als hy op eenen dagh zoud welke naem Koning ïakob den doorluchtigften Ridder lan

konnen omrijden; en dat dien ruyter dit lant op de gezette Barrington met de tijtel van Baron Harrington van Exton

tijdtom-gereden,en\'t zelve daerom te fchenk ontfangen, verheven heeft.

en na zijn naem genoemt heeft. Maer wegh met dufdanige In \'t oofter-deel nu aen de rivier Guash zijn Brigcaflerton,

beuzelingen j wy willen, door de vryheyt van dichtfelen, de waer van namaels; en Rihall, alwaer, als het over-géloofon-

waerheyt niet laten gequetft worden. En wijl dit lant door- ze voor-ouders zoo geblinthokt had, dat het door de veél-

gaens root is, zo dat ook de fchaeps-vellen met rootheytbe- heydt der Goden den waren Godt byna wegh ruckte, ,

fmet zijn; en root by de Saxen Roet, en Rud genoemt was, Tibba de Goddin der kleene volkeren, als een Diana van de Ve Goddin

zouden wy niet vermoeden dathet Rutland als \'t Roode land vogelers, mits zy Overfte over de vogelerijé was, ge-eert ^^^

genoemt is ? Vaek komen namen,zegt de Dichter,met haer wierd. En hier naby Ejfenden, wiens Heer Robert Cectll, een \'

dingen over-een. Want dat de plaetzen overal na haer root- zeer goede zoon van een zeer goede vader,de welke een ftut

heyt genoemt zijn, zullen \'t kafteel Rtitlan in Walles, op dc van ons gemeene beft was,Koning lakob onlangs tot Baron

rootachdge ftrant gebout, de Roode voor-bergh, de Roode zee Cecil van Effenden gekooren heeft. . Pf

tuflTchen Egypten en Arabien, Erythreia in lonien, en duy- Dit landeken heeft Edward de Confeffeur aen zijn huys-

zent andere plaetzen meêr als genoeg betuygen: zo dat wy vrou Eadith by uyterfte-wil gemaekt,met dat verding noch-

voortaen geen beuzelen in de zaek behoeven re gelooven. tans, dat het na haer doodt zou komen aen S. Pieter van

Voorts fchijnt dit landeken laet tot een Graeffchap geftelt Weftmunfter. Want dit zijn de woorden van de uytterfte

te zijn: want ten tijde van Edward de Confejfeur wierd het wil: Ik wil dat nae de doot van de Koningin Eadghith mijn

voor een deel van Northamton geacht;en \'t is van onze Hi- huys-vrouw, Roteland met al zijn toe-behoorten gegeven

ftory-fchrijvers, die voor dry-hondert jaren gefchreven heb- werde aen mijn kloofter van S. Peter,en dat het zonder toe-

ben , onder \'t getal der Graeffchappen niet geftelt. ven herftelt werde aen den Abt en Munnikken, dewelke

Het rivierken Wash,ok Guash, de welke dit lant van \'t we- Godt aldaer gedurighlijk dienen. Nochtans heeft Willem

ften naer \'t ooften midden doorloopt,deelt het zelve in twee de Noorman deze zijn uyterfte-wil vernietigt, de welke,een

deelen. ïn\'t herwaerfte oft zuyder-deel light op groot deel voor zich behoudende, het overige tuflchen de

een fteyle plaets, waer van \'r ook de naem heeft, nergens an- Gravin ludith, wiens dochter David der Schotten Koning

ders om gedenkwaerdig,dan darter een wel-bezochce markt getrouwt heeft, Robert Maller, Ogier, Giflebert van Gant,

gehouden wordt, en dat het zelve een fchoone School ver- Graef Hugo, Alberik Klerch en andere gedeelt heeft.En aen

toont,de welke,als ook de andere te okeham,K.lhonfon Die- Weftmunfter heeft hy eerft de thienden, en namaels alleen

naer des Godlijken woorts met verzamelt geit onlangs met de kerk van okeham met al zijn aenhangfelen gelaten,
een loflijk opzet gefticht heeft, om de kinderlijke verftan- Dit Graeffchap telt niet veel Graven. De
eerfte Graef G\'^ww-y^a

den in goede konften en wetenfchappen op te brengen. En van Rotelandt was Edward de outfte Zoon van Edmund van landt.

hier naby light Dry Stoke, welk niet verzwegen magh wor- Langeley Hertog van York,door de wel-genege gunft van de

den, mits het een oude wooning was van \'t doorluchtigh en tweede Koning Richard by zijns vaders leven gekoren, en

voor-zeker oudt geflacht der Dighheis. Maer welk Everhard van den zelfden Koning namaels Hertogh van Albemarla

Digby nu een eeuwige fmet aen-gebrandt heeft, de welke verklaert. Hy naemlijk,de welke fchandelijke raetflagen,van

met de fchelmachtighfte brandt-ftichters zoo fchriklijke de vierdeKoning Henrijk te verdelgen, niet zonder fchel-

raedtflagen aen-gegaen heeft, om zijn Vorft en Vaderlandt mery gebrout,en fchielijk met gelijke lichtvaerdigheyt ont-

door een helfche blixem-ftagh wegh te rukken. dekt heeft. En, na zijns vaders doodt, Hertogh van York ge-

In \'t ginswaerfte deel over de rivier tuflfchen de heuvelen worden zijnde,is in de dikfte drang der vyanden in de Agin-

light een zeer geneughlijk en vruchtbaer dal uyt-geftrekt; courtfche fl-agh moedighlijk gebleven. In deze eer is lang

men noemt het heden The Fale ofCatmofe, mooghlijk van genoegh daer na gevolgt Edward, het zoontje van Richard

Coet maes, \'t welk in Brittanfch ecn bofchaehtigh veldt be- Hertog van York, de welke in de flagh by Wakefield, als de

teekent: midden in \'t zelve ziet men okeham, \'t welk insge- inlandfche oorlogh op \'t fchandelijkfte brande, met zijn va-

lijx fchijnt van de Eyken zijn naem gekregen te hebben; al- der gedoot is. Langejaren daer na heeft de achtfte Henrijk

waer by de kerk de gefcheurde veften van een oudt kafteel Thomas Mannour^ tot Graefvan Rutland verheven,de wel-

noch overig zijn, het welk, zo \'t gerucht gaet, Walkelin van ke met het zeer wijdtluchtige erf-goedt der Baronnen Roos

Ferrers in de eerfte tijden der Noormannen gebouwt heeft, in de om-gelege landtfchappen,door \'t recht Van zijn groot-

En dat het de wooning der Ferrers geweeft is, betuygen,be- moeder Eleonore , verrijkt is. Dezen is gevolgt zijn zoon

halven hec gerucht, de yzere paerde-hoeven, welke dat ge- Henrijk, en dien insgeftjx zijn zoon Edward, op den wel-

üacht eertijts in haer wapenen gevoert heeft, geftelt boven ken, dat ik anders niet zegge, deze vaerzen van den Dicli-

de poort en in \'t voor-hof.Namaels behoorde \'t aen de Hee- ter zeer waerlijk en wel voegen:
ren van
Tatteshall maer als de tweede Koning Richard, Die zijnen ouden naem met zijne deughden paert ^
Edward, de zoon van de Hertogh van York, tot Graef van En pooght, dat zijn verftant zijn adelevenaert.
Rutland verheven had, zo heeft hy den zelfden ook dit ka- Maer hy door cen onrijpe doodt in den hemel ontfangen

fteel gefchonken.Doch by onzer vaderen gedenken is \'t aen zijnde, heeft die eer aen zijn broeder lan nagelaten, de wei-

Thomas Cromtvell toe-gevallen tot een Baronnye plaets, als ke, ook terftont geftorven zijnde, tot zijn navolger gehadt

ik gelezen heb; den welken de achtfte Henrijk tot de hoog- heeft zijn zoon Rogier, die ecn heerlijke fchijn vertoont

fte waerdigheyt verheven, en korts daerna, als hy zich in de van de edelheyt zijner voor-ouderen,

Vit Landeken wordt vereert met 48 Parochy-kerken.

li-, pm , ; i •

> t
I

ï . II

iH

11,

Bitrm

ton.

Waer m»
Rmlandt
de nMm
heeft.

•n

t\'i

yppt»\'

gham.

m

Okeham.

! ■

i I

Ji!

Btirmnen
Crmweüs.

lli^l

Hl;

-ocr page 273-

131

iiifii

LINCOLNE-SHIRE.

En ooften aén Rütlant wort
het Graeffchap van Linkolri
gehecht, in \'t Saxift;h Lin-
^aem. coll-pcype, by de Noorman-

nen , voorts na haer eerften
inval, met verftelde letters,
Nicolshire y gemeenlijk
colnshire genoemt. Het is
een zeer groot lant,het welk
byna over de zeftigh mijlen
in de langte light, en in de
breedte zich op zommige
plaetfen over de derrigh mijlen uytftrekt,zijnde in \'t voeden
van vruchten, en \'t weyden van beeften zeer mildt, en vele
fteden dicht bebout, en geduurigh met rivieren befproeyt.
Daer \'t zich ten ooften ftrekt, wort met een lange bocht ge-
kromt van de Noord-zee befpoelt, ten noorden ftrekt het
sich aen den Inham van
Jbm,ok de Humheriten weften aen
Nottingham, en ten zuyden wort het door de rivier
Weiland
van Northamton af-gefcheyden. Al dit landt wordt in drie
deelen gedeelt, waer van wy \'t eene
Holland, het tweede Ke-
fteven,
het derde Lindfey in onze tael noemen.

Holland,h^ Ingulphus Hoiland,\\ight aen de zee,en is even
als het Duytft;he Hollandt op zommige plaetfen zoo wate^
righ,dat \'et betreden de voet-ftappen vertoont, en geftampt
zijnde dreunt; waer
Van ^t ook de naem fchijnt gekregen te
hebben, of\'et zy dat iemandt rnet Ingulphus liever wil, dat
Hoiland zijn ware naem zy, én dat het dezelve Van het hoy
gekregen heeft. Dit light geheel aen dien inwijk, welke by
T)e Inham YioXomxws Metaris , voot ./ï/^/^mV^ genoemt wort, he-
den T^^-Deze inham is zeer groot en wel bekent,
door de vloedt met water bedekt, dóor de eb reysbaer, doch
zeer gevaerlijk,het welkKoning lan met zijn fchade geleert
heeft. Want terwijl hy indenBaronnen-krijgh hierdoor
reyfde,zo heeft hy.door de fchielijk overvallende wateren,al
zijn tros én Koninglijke toe-rufting
hy Fojfe-dyle en Wei-
jlreame
verloren, als Matthseus van Weftmunfter getuyght.
Voorts wort dit landt,het welk de inwooners zeggen,dat de
zee door op-geworpe zanden (die zy noemen) geft;hon-
ken heeft,aen deze kant van de zee, aen de andere kant van
een groote hoop t\'zamen-vloeyèride wateren uyt de boven-
fte landen zoo bevochten,dat zy in de winter-maenden ge-
duurigh wacht houden,en tegen deZe fchadelijkfte vyanden
zich door tegen-geworpe dijken naeulijx befchermen. Het
landt brengt weynigh vruchten voort, is zéér gras-rijk, en
overvloedigh in viftchen, en water-vogelen; en de aerde is
20 week, dat zy de paerden zonder hoef-yzers gebruyken,
en men zoud \'er niet een fteèntjen,als van elders ingebracht,
vinden, daer het nochtans zeer fchoone kerken van vier-
kante fteenen heeft. Dat de zee verder ingefpoelt heeft,
blijkt zekerlijk uyt de dijken tegen de aenvallende vloeden,
nu twee-duyzent fchreden van de ftrandt gëlegen !zijnde,en
door de zout-heuvelen (\'gelijk zyze noemen)
hy Sutierton.
En oVeral is het zeer gebrekkigh van zoete wateren,en heb-
benze niet als in putten van den
regen,dewelke, wat te diep
zijnde, terftont zout worden, en wat te ondiep terftont uyt-
droogen. Ook ontbrekener geen
Wei-Zanden , welker
kracht in \'t aen-trekken en overweldigen de herders en
fchaepkens dikwijls met haer gevaer gevoelen.

Dit Hoiland wort tweezins gedeelt, ip het Nedere en het
Hooge: het Nedere wordt genoemt,
het welk veel diepe
modder-kuylen en hinderlijke moeraflchen
,Zelfs van de in-
wooners met haer ftelten niet gangbaer, heeft.
En wijl het
zeer laegh light, zoo wordt het van deze kant tegen de zee,
van de andere kant tegen de wateren,welke het hooger deel
van het
eylandt Eliene overvallen , door de voor^geworpe
By anderen aerd-hoo\'pcn der dijken befchermt. Onder welke de ver-
Somky- niaertfte is Southy-hanke, den welken zy, op dat hy door het
groot gewelt der wateren, dewelke van het
zuyder-deel de
rivieren vervullen, niet verbroken werde, en zy door de in-
gelate vloedt overvallen, met groote zorghvuldigheydt ver-
zorgen. Om welke wateren nochtans te ontladen, de buu-
ten met gertieene kofteti een nieuwê
kolkhy Clom-crffffè
in\'t ciD iDxcix jaer begonnen hebben. By dezen dijk
hebben wy
Crorplandyhtt welk ook Croyland gttioevcit is,ge- Crewlmd^
zien, een ftadt onder die moérafch-wooners zeer Vermaert,
wiéns naem, na de vertaling van Ingulphus, Abt van deze
plaets, roü en flijkerigh landt betekent. Een plaets (gelijk
men fchrijft) door ik weet niet wat vervaeringen der hier
verkeerende Schimmen eertijts gequelt, aleer Guthlacus,
een zeer heyhgh man, aldaer een Eremiten leven leyde, tot
wiens gedachtnis iEthelbald, Koning der Merciers, in \'t
DCCXVI jaer met zeer groote koften een kloofter ter ee-
ren Godts gebout heeft, het welk in Godtsdienft en rijk-
dommen zeer vermaert geweeft is. Van het welk ghy, zo \'t
u belieft,deze veerskens van Foelix,een genoegh oude Mun-
nik, uyt
hec leven van Guthlacus Verftaen mooght:
Nu ftelt zich door des Konings mildigheyt te werk,
Bn bouwt met gro^tt m^eyf en koften daer een kerk
En wylt€ wetke aerd dat werk niet kon verdragen,
Zoo rukt hy hoornen uyt, knotftammen af met zagen ,
Heyt Eykenin dengront,die hy met palen mefl.
Zv wort hetftyk tot land, waer op het werk geve ft;
Op harde gronden fteunt^ zo dat haer dikke muuren
Veenjaren-fleet verftaen, en eeuwen over^duuren.

miland.

JWetarü,
ThelVa-
shts.

Salthills.

\\

\'mkr

■dijke.

Zoo ik u de Crowlandfche Duyvels met hangende lip- Crowland-
pen,vuur-fpuwende monden,fchöbbige aengezichten, dik- fcheDnj^
ke nekken, wreede tanden, fcherpe kinnen, heefche gor-
gels, zwarte huyden, ingetoge fchouderen, gietigc buyken,
brandende lendenen, krotnme beenen, geftaerte billen,&:c.
die in deze plaetfen te Voren omzwurven,en Guthlacus met
zijn Munniken zeer moeylijk waren, uyt den delfden be-
fchreef, ghy zoud zoetelijk lacchen, maer ik zoud veel zoe-
telijker fchijnen te razen. Maer nochtans om de wonder-
lij ke gelcgenheydt en aert van deze plaets, van alle andere
plaetfen van Engelandt gantfch verfcheyden zijnde, en om
de vermaertheydt van dit kloofter, zoo luft my met dezelve
te befchrijven een weynigh te vertoeven. Tuffchen de diep-
fte moeraffchen en ftil-ftaende beflijkte wateren ligt
Crow-
land,
zoo van alle toegang befloten en omringt, dat men \'er
niet als ten noorden en ooften aen komen kan, en dac langs
fmalle dijken. Het is Venerien, zoo men kleyne dingen
met groote vergelijken
machiVan gelegenheydt zeer gelijk,
beftaende in drie ftraten, dewelke, door tuffchen-loopendc
wateren gefèhéyden, met Willigen beplant, en op in de
gront diep^géheyde palen gebout, en met een drie-hoekige
brugh mét wonderlijke konftigheyt t\'zaem-gevoeght zijn,
onder dewelke dé inwooners, om de t
\'zamen-Ioopende wa-
teren te ontfangen,een zeer diepe put gemaekt hebben. Al-
waer oVer de brugh dat vermaerde kloofter gelegen heeftj
voorwaer van kleyne ruymte, omtrent het welke, behalven
daer \'t aen de ftadt light, het zoo modderigh is, dat men \'er
een Schippers-boom dertigh voeten diep kan indringen
,en
daer niets om als een riet-bofch,en dicht by de kerk een El-
fen-bofch. Nochtans is deze
ftadt wel bewoont j en de in-
wooners hebben haer beeften wat verder van de ftadt, om
welke te melken ty met fchuytjes,welke maer twee konnen
voeren, (zy noemenze
Skerries) Varen; maer zy doen zeer
groote winft met viflfchen en
Water-vogelen te vangen, wel-
ke vangft zoo groot is, dat zy in de maendt van Auguftus in
een uytgefpanne nét, in eenmael drie-duyzent End-vogels
by-een-brengen, ook noemen
zy haer netten haer lande-
ryen : want Zy zien geen vruchten binnen de vijf mijlen.
En onder den naem van deze vifch- en
vogel-vangft, heb-
ben zy jaerlijx ccc ponden van onZe munt,als zy nu
aen
den Koning doen, eerrijts aen den Abt betaelc.

Een byzondere befchrijving van dit kloofter te maken
luft my niet, vVijl het gemeen volk dezelve uyt de nu uyt-
gegeve Ingulphus hebben kan. Nochtans
behaeght het my
in\'t korte te gedenken, gene Petrus Blefenfis, Onder-
Cancellier van dé tweede Koning Hénrijk, eertijts wijtloo-
pighvande nieuwe opbouwing van dit kloofter in \'t
mg
XI i jaer verhaelt heeft; op dat wy uyt een voor-beeldt le-
zen, door wat middelen en behulpfelen de zo groote en zoo
F fff fchoone

■6

-ocr page 274-

R V T L A

D-S

* »

, in \'t Saxifch Rotrè- onïliiymigheden der nijdt met veel te poogen geworpen

lanojwort van \'t lant van Lei- had, op \'t fchielijxt van zijn leven en eer berooft heeft.

\' cefter gelijk als befloten, be- Hier tegen over ten ooften light in een fchoon gelegen

halven ten Zuyden,daer\'taen dal Burly, nu zijnde heerlijke huyzingen van de Haringtons,

de rivier Welland grenft, en de welke uyt het houlijk met de dochter en erfgenaem van

, ten ooften daer het aen Lin- Colpeper, zo rijk een erf-goet verkregen hebben, dat zy van

coin paelt: niet minder in toen af hier ter plaetfen meeft gebloeyt hebben, even als te

t vruchtbaerheyt en genoegh- vooren de Colpepers, tot het rijke erf-goet der Brufeis door

j lijkheyt des lants,fchoon het N. Green ten deel gekomen was. En de Brufeis zim uyt de

kley ner in ruymte is,als zijn- voornaemfte adel van Engelant door houlijk in \'t Koning-

de \'t kleenfte landeken van Hjk geflacht van Schotlandt gewikkelt geweeft, van welke

gantfch Engelant: want,in\'t door de outfte broeder Robert de Koninglijke ftam der

ront bepaelt zijnde, begrijpt zo veel in zijn omgang, als een Schotten,en door de jongfte broeder Bernard de Cottons Van

kloek ruyter op een dagh zoud af-reyzen. Waer van de in- Cottington in \'t Graeffchap van Huntingdon, waer van wy

wooners verzieren, dat ik weet niet wat Koning eenen Rut gehandelt hebben, en deze Haringtons gefproten zijn. Met

zo veel landts gefchonken heeft, als hy op eenen dagh zoud welke naem Koning lakob den doorluchtigften Ridder lan

konnen omrijden j en dat dien ruyter dit lant op de gezette Harrington met de tijtel van Baron Harrington van Exton

ton.

Waer mn
Rmlandt
de natm
hcefu

; 1
i I

^ I

\' t-

Vfptn*

7ham,

Dighj.
löoy.

Okshain.

Barmnen
Crmmlls.

tijdt om-gereden, en \'t zelve daerom te fchenk ontfangen, verheven heeft.

en na zijn naem genoemt heeft. Maer wegh met dufdanige In \'t oofter-deel nu aen de rivier Guash zijn BrigcaJlertOn,

beuzelingen; wy willen, door de vryheyt van dichtfelen, de waer van namaels; en Rihall, alwaer, als het over-geloof on-

waerheyt niet laten gequetft worden. En wijl dit lant door- ze voor-ouders zoo gebhnthokt had, dat het door de vcel-

gaens root is, zo dat ook de fchaeps-vellen met rootheyt be- heydt der Goden den waren Godt byna wegh ruckte, .

fmet zijn; en root by de Saxen Roet, en Rud genoemt was, Tibba de Goddin der kleene volkeren, als een Diana van de De Geddin

zouden wy niet vermoeden dat het Rut land als \'t Roode land vogelers , mits zy Overfte over de vogelerijé was, ge-eert ^^^

genoemt is ? Vaek komen namen,zegt de Dichter,met haer wierd. En hier naby Effenden, wiens Heer Robert Ceall, een *

dingen over-een. Want dat de plaetzen overal na haer root- zeer goede zoon van een zeer goede vader,de welke een ftut

heyt genoemt zijn, zullen \'t kafteel Rutlan in Walles, op de van ons gemeene beft was,Koning lakob onlangs tot Baron

rootachtige ftrant gebout, de Roode voor-hergh, de Roode zee Cecil van Effenden gekooren heeft.

tuflchen Egypten en Arabien, Erythreia in lonien, en duy- Dit landeken heeft Edward de Confeffeur aen zijn huys-
zent andere plaetzen meêr als genoeg betuygen: zo dat wy vrou Eadith by uyterfte-wil gemaekt,met dat verding noch-
voortaen geen beuzelen in de zaek behoeven te gelooven. tans , dat het na haer doodt zou komen aen S. Pieter van
Voorts fchijnt dit landeken laet tot een Graeffchap geftelt Weftmunfter. Want dit zijn de woorden van de uytterfte
ce zijn: v^ant ten tijde van Edward de
Confejfeur wierd het wil: Ik wil dat nae de doot van de Koningin Eadghith mijn
voor een deel van Northamton geacht;en \'tis van onze Hi- huys-vrouw, Roteland met al zijn toe-behoorten gegeven
ftory-fchrijvers, die voor dry-hondert jaren gefchreven heb- werde aen mijn kloofter van S. Peter,en dat het zonder toe-
ben , onder \'t getal der Graeffchappen niet geftelt. ven herfteit werde aen den Abt en Munnikken , dewelke
Het rivier ken
Wash,ok Guash, de welke dit lant van \'t we- Godt aldaer gedu righli jk dienen. Nochtans heeft Willem
ften naer \'t ooften midden doorloopt,deelt het zelve in twee de Noorman deze zijn uyterfte-wil vernietigt, de wclke,een
deelen. In \'t herwaerfte oft zuyder-deel light
Vppingham op groot deel voor zich behoudende, het overige tuflchen de
een fteyle plaets, waer van \'t ook de naem heeft, nergens an- Gravin ludith, wiens dochter David der Schotten Koning
ders om gedenkwaerdig,dan darter een wei-bezochte markt getrouwt heeft, Robert
Maller, Ogier, Giflebert van Gant,
gehouden wordt, en dat het zelve een fchoone School ver- Graef Hugo, Aiberik Klerch en andere gedeelt heeft.En aen
toont,de welke,als ook de andere te
Okeham,K.lhonfon Die- Weftmunfter heeft hy eerft de thienden, en namaels alleen
naer des Godlijken woorts met verzamelt geit onlangs met de kerk van
okeham met al zijn aenhangfelen gelaten,
een loflijk opzet gefticht heeft, om de kinderlijke verftan- Dit Graeffchap telt niet veel Graven.
DceetikeGmcf Gravefivan
den in goede konften en wetenfchappen op te brengen. En van Rotelandt was Edward de outfte zoon van Edmund van
hier naby hght
Dry Stoke, welk niet verzwegen magh wor- Langeley Hertog van York,door de wel-genege gunft van de
den, mits het een oude wooning was van \'t doorluchtigh en tweede Koning Richard by zijns vaders leven gekoren, en
voor-zeker oudt geflacht der Dighbeis. Maer welk Everhard van den zelfden Koning namaels Hertogh van Albemarla
Dighy nu een eeuwige fmet aen-gebrandt heeft, de welke verklaert. Hy naemlijk,de welke fchandelijke raetflagen,van
met de fchelmachtighfte brandt-ftichters zoo fchriklijke de vierde Koning Henrijk te verdelgen, niet zonder fchel-
racdtflagen aen-gegaen heeft, om zijn Vorft en Vaderlandt mery gebrout,en fchielijk met gelijke lichtvaerdigheyt ont-
door een helfche blixem-flagh wegh re rukken. dekt heeft. En,na zijns vaders doodt, Hertogh van York ge-
in \'t ginswaerfte deel over de rivier tuflchen de heuvelen worden zijnde,is in de dikfte drang der vyanden in de Agin-
light een zeer geneughlijk en vruchtbaer dal uyt-geftrekt; courtfche fl-agh moedighlijk gebleven. In deze eer is lang
men noemt het heden
The Vale ofCatmofe, mooghlijk van genoegh daer na gevolgt Edward, het zoontje van Richard
Coet maes, \'t welk in Brittanfch een bofchachtigh veldt be- Hertog van York, de welke in de flagh by Wakefeld, als de
teekent: midden in \'t zelve ziet men
okeham, \'t welk insge- inlandfche oorlogh op \'t fchandelijkfte brande, met zijn va- -
lijx fchijnt van de Eyken zijn naem gekregen te hebben; al- der gedoot is. Lange jaren daer na heeft de achtfte Henrijk
waer by de kerk de gefcheurde veften van een oudt kafteel Thomas
Mannour^ tot Graefvan Rutland verheven,de wel-
noch overig zijn, het welk, zo \'t gerucht gaet, Walkelin van ke met het zeer wijdtluchtige erf-goedt der Baronnen
Roos
Ferrers
in de eerfte tijden der Noormannen gebouwt heeft, in de om-gelege landtfchappen,door \'t recht Van zijn groot-
En dat het de wooning der
Ferrers geweeft is, betuygen,be- moeder Eleonore , verrijkt is. Dezen is gevolgt zijn zoon
halven het gerucht, de yzere paerde-hoeven, welke dat ge- Henrijk , en dien insgeli jx zijn zoon Edward, op den wel-
flacht eertijts in haer wapenen gevoert heeft, geftelt boven ken, dat ik anders niet zegge, deze vaerzen van den Dicli-
de poort en in \'t voor-hof.Namaels behoorde \'t aen de Hee- ter zeer waerlijk en wel voegen:
ren van
Tatteshall; maer als de tweede Koning Richard, Die zijnen ouden naem met t,ijne deughden paert;
Edward , de zoon van de Hertogh van York, tot Graef van Ã‰n pooght, dat zijn verftant zijn adelevenaert.
Rutland verheven had, zo heeft hy den zelfden ook dit ka- Maer hy door een onrijpe doodt in den hemel ontfangen
fteel
gefchonken.Doch by onzer vaderen gedenken is \'t aen zijnde, heeft die eer aen zijn broeder lan nagelaten , de wei-
Thomas
Cromwell toe-gevallen tot een Baronnye plaets, als ke, ook terftont geftorven zijnde, tot zijn navolger gehadt
ik gelezen heb; den welken de achtfte Henrijk tot de hoog- heeft zijn zoon Rogier, die een heerlijke fchijn vertoont
fte waerdigheyt verheven,
cn korts daer na, als hy zich in de van de edelheyt zijner voor-ouderen.

I>it Landeken wordt vereert met 48 Parochy-kerken.

Barm

u-

-ocr page 275-

ijl

LINCOLNE-SHIRE.

En ooften aén Rütlant wort
het Graeftchap van Linkoln
gehecht, in \'t Saxift:h Lin-
coll-fcype, by de Noorman-
nen , voorts na haer eerften
inval, met verftelde letters,
Nicolshire, gemeenlijk Lin-
colnshire
genoemt. Het is
een zeer groot lant,het welk
byna over de zeftigh mijlen
in de langte light, en in de
breedte zich op zommige
plaetfen over de dertigh mijlen uytftrekt,zijnde in \'t voeden
van vruchten, en \'t weyden van beeften zeer mildt, en vele
fteden dicht bebout, en geduurigh met rivieren befproeyt.
Daer \'t zich ten ooften ftrekt, wort met een lange bocht ge-
kromt van de Noord-zee befpoelt, ten noorden ftrekt het
nch aen den Inham van jhus,o[t de Humber,tcn weften aen
Nottingham, en ten zuyden wort het door de rivier
Welland
van Northamton af-gefcheyden. Al dit landt wordtin drie
deelen gedeelt, waer van wy \'t eene
Holland, het tweede Ke-
fteven,
het derde Lindfey in onze tael noemen.
Holland. Holland,hy Ingulphus Hoiland,\\ight aen de zee,en is even
als het Duytft:he Hollandt op zommige plaetfen zoo wate-
righ,dat \'et betreden de voet-ftappen vertoont, en geftampt
zijnde dreunt; waer van ^t ook de naerti fchijnt gekregen te
hebben, of\'et zy dat iemandt met Ingulphus liever
wil, dat
Hoiland zijn ware naem zy, én dat het dezelve van het hoy
gekregen heeftj Dit light geheel aen dien inwijk, welke by
ï)e /w^.««? ptolomïeus Met aris , voor genoemt wort, he-

den T/?^ ƒ. Deze inham is zeer groot en wel bekent,
door de vloedt met water bedekt, dóor de eb reysbaer, doch
zeer gevaerlijk,het welkKoning lan met zijn fchade geleert
heeft. Want terwijl hy in den Baronnen-krijgh hier door
reyfde,zo heeft hy.door de fchielijk overvallende wateren,al
zijn tros én Koninglijke toe-rufting
hy Fojfe-dyle en Wei-
freame
verloren, als Matthaïus van Weftmunfter getuyght.
Voorts wort dit landt,het welk de inwooners zeggen,dat de
zee door op-geworpe zanden (die zy -S/\'/f noemen) gefchon-
ken heeft,aen deze kant van de zee, aen de andere kant van
een groote hoop t\'zamen-vloeyende wateren uyt de boven-
fte landen zoo bevochten.dat zy in de winter-maenden ge-
duurigh wacht houden,en tegen deZe fchadelijkfte vyanden
zich door tegen-geworpe dijken naeulijx befchermen. Het
landt brengt weynigh vruchten voort, is zeer gras-rijk, en
overvloedigh in viffchen, en water-vogelen; en de aerde is
zo week, dat zy de paerden zonder hoef-yzers gebruyken,
en men zoud \'er niet een fteèntjen,als van elders ingebracht,

vinden, daer het nochtans zeer fchoone kerken van vier-
kante fteenen heeft. Dat de zee verder ingefpoelt heeft,
blijkt zekerlijk uyt de dijken tegen de aenvallende Vloeden,
nu twee-duyzent fchreden van de ftrandt gëlegen Zijnde,en
door de zout-heuvelen fgelijk zyze noemen) by
Sutierton.
En oVeral is het zeer gebrekkigh van zoete wateren,en heb-
benze niet als in putten van den regen,dewelke, wat te diep
zijnde, terftont zout worden, en wat te ondiep terftont uyt-
droogen. Ook ontbrekener geen Wei-Zanden ,
welker
fands. kracht in \'t aen-trekken en overweldigen de herders en
fchaepkens dikwijls met haer gevaer gevoelen.

Dit Hoiland wort tweezins gedeelt, iji het Nedere en het
Hooge: het Nedere wordt genoemt, het welk veel diepe
modder-kuylen en hinderlijke moeraffchen,Zelfs van de in-
wooners met haer ftelten niet gangbaer, heeft. En wijl het
zeer laegh light, zoo wordt het van deze kant tegen de zee,

van de andere kant tegen de wateren,welke het hooger deel

van het eylandt Eliene overvallen , door de voor-geworpe
By anderen aerd-hoopcn der dijken befchermt. Onder welke de ver-
SoHthy- iriaertfte is Southy-banke, den welken zy, op dat hy door het
groot gev/elt der wateren, dewelke van
het zuyder-deel de
rivieren vervullen , niet verbroken werde, en zy door de in-
gelate vloedt overvallen, met groote zorghvuldigheydt ver-
zorgen. Om welke
wateren nochtans te ontladen, de buu-
ten met gertieene koften een nieuwe
koWahy Clom-crojß
in\'t ciDiDxcix jaer begonnen hebben. By dezen dijk
hebben wy
Crorvland,h&: welk ook Croyland gtnocmi is,ge- Qr&wknd^
zien, een ftadt onder die moerafch-wooners zeer vermaert,
wiens naem, na de vertaling van Ingulphus, Abt van deze
plaets, roü en flijkerigh landt betekent. Een plaets (gelijk
men fchrijft) door ik weet niet wat vervaeringen der hier
verkeerende Schimmen eertijts gequelt, aleer Guthlacus,
een zeer heyligh man, aldaer een Eremiten leven leyde, tot
wiens gedachtnis Ethelbald, Koning der Merciers, in\'t
D c c X VI jaer met zeer groote koften een kloofter ter ee-
ren Godts gebout heeft, het welk in Godtsdienft en rijk-
dommen zeer vermaert geweeft is. Van het welk ghy, zo \'t
u belieft,de ze veerskens van Foelix,ecn genoegh oude Mun-
nik, uyt het leven van Guthlacus verftaen mooght:
Nu ftelt zich door des Konings mildigheyt te werk,
En bouwt met gr me mèeyf en koften daer een kerk
En wijlt€ wetke aerd dat werk niet kon verdragen,
Z 00 rukt hy boomen uyt, knotftammen af met zagen ,
Heyt Eyken in den gront, die hy met palen meß.
Zv rmrt hetftijk tot land, waer op het werkgeveß
Op harde gronden ßeunt, zo dat haer dikke mmren
üeenjaren-ßeet verftaen, en eeuwen over-duuren.

Naem.

JWetaris.

TloeWor
shts.

Salihills.

Zoo ik u de Crowlandfche Duyvels met hangende lip- Crowiand\'
pen,vuur-fpüwende monden,fchöbbige aengezichten, dik-
fche D^y-
ke nekken, wreede tanden, fcherpe &nnen, heefche gor-
gels, zwarte huyden, ingetoge fchouderen, gietige buyken,
brandende lendenen, kromme beenen, geftaerte billen,&c.
die in deze plaetfen te Voren omzwurven,en Guthlacus met
zijn Munniken zeer moeylijk waren, uyt den Zelfden be-
fchreef, ghy zoud zoetelijk lacchen, maer ik zoud veel zoe-
telijker fchijnen te razen. Maer nochtans om de wonder-
lijke gelegenheydt en aert van deze plaets, van alle andere
plaetfen van Engelandt pntfch verfcheyden zijnde, en om
de vermaertheydt van dit kloofter, zoo luft my met dezelve
te befchrijven een weynigh te vertoeven. Tuflthen de diep-
fte moeraffchen en ftil-ftaende beflijkte wateren ligt Crow^
land, zoo van alle toegang befloten en omringt, dat men er
niet als ten noorden en ooften aen komen kan, en dat langs
fmalle dijken. Het is Veneden, zoo men kleyne dingen
met groote vergelijken mach^van gelegenheydt zeer gélijk,
beftaende in drie fïraten, dewelke, door tufl!chen-loopende
wateren geféhéyden, met Willigen beplant, en op in de
gront diepgéheyde palen gebout, en met een drie-hoekige
brugh mét wonderlijke konftigheyt t\'zaém-gevpeght zijn,
onder dewelke dê inwooners, om de t\'zamen-loopende wa-
teren te ontfangen,een zeer diepe put gemaekt hebben. Al-
waer over de brugh dat vermaerde kloofter gelegen heeft,
voorwaer van kleyne ruymte, omtrent het welke, behalven
daer \'t aen de ftadt light, het zoo modderigh is, dat men \'er
een Schippers-boom dertigh voeten diep kan indringen,en
daer niets om als een riet-bofch.en dicht by de kerk een El-
fcn-bofch. Nochtans is deze
ftadt wel bewoont j en de in-
wooners hebben haer beeften wat verder van de ftadt, om
welke te mélken Zy met fchuytjes,welke maer twee konnen
voeren,
f zy noemenze Skerries) Varen ^ maer zy doen zeer
groote winft met viflfchen en Water-vogelen te vangen, wel-
ke vangft zoo groot is, dat zy in de maendt van Auguftus in
een uytgefpanne net, in eenmael drie-duyzent End-vogels
by-een-brengen, ook noemen zy
haer netten haer lande-
ryen : want zy zien geen vruchten binnen de vijf mijlen.
En onder den naem van deze vifch- en
vogel-vangft, heb-
ben zy jaedijx ccc ponden van onZe
munt,als zy nu aen
den Koning doen, eerrijts aen den Abt
betaelc.

Een byzondere befchrijving van dit kloofter te maken
luft my niet,
Wijl het gemeen Volk dezelve uyt de nu uyt-
gegeve Ingulphus hebben kan. Nochtans
behaeght het my
in \'t korte te gedenken, ^t gene Petrus
Blefenfis, Onder-
Cancellier van dé tweede Koning Henrijk > eertijts wijtloo-
pighvande nieuwe opbouwing van dit kloofter in \'t
mg
X11 jaer verhaelt hceft; op dat wy uyt een voor-beeldt le-
zen, door wat middelen en behulpfelen de zo groote en zoo
F fff fchoone

-ocr page 276-

X B O H ^ G K S I S

3Lu:Ut0fl

ouf^^j

O

c o 311

^ tÜwAeidiye

ïb\'jl\'y«

Cratde Jsicirte"^ ^^ --.mTT iTiT

M A N L r E . \'Jl W A\'P O k

^^iurta^hant. \'-f

IL R

..... ............

O ^ JC £

KÜlunu

\'S.aJw^iL^

Lot^htoi

■ ^ ■

\\ \'^C ORRiyGWAM: yfji-V O n4

Va\'c o t
4 si/if

JOIjVörtïj

A IT I C V S .

1 % IJUrti:«. Corii^,

SjgPa^e/tore-ii 4.\'\' <

•ïliV li O , M^Sieaebam^
Saiuity^ m itfe -------"""Jfetl^i

iWört-it, . ^CatehurtufL \'
Xxttlelmrgk

H V N D p«»^ ^ jj .^r N »

JhrkCey

i.

jJ^\'^ Jt V G A Jl T R E T

T ^ C

IfTeulham, i:Rc£ham. - ^^

liijc^lne ..ais»!^^ r. , »v ^ , V, 1

Iia.Tiï£ir0ru

rw A PON

co

rtior^c

Clj^ÏM

1:

ct

.y. Jlar \'ies

g & SI

\\ \'^rifnmy

^ n ^

Fenn

ff J^^ak^^
Sify fis TCI R B V, C K

//, Leuertm^

^ ^ -Wa pon

UCtrtufl,

byi-Z

CwuJhyè \'ji. _ ^ __

ratterimr-\'hohn cas tle

\'WiltlHiore Fenn

\'Terjrs i

vapo ntak

"VTefl Tenn

0 T:

tv

è c

lAnwüUe. J^S^ TCyme

T. A TT -g" .....^ iSkirir^k

W U\'S^rtrnv

..........JL^o VÏ D EN V J® Therein

^ O L X C

\' \' WAP ON

DnJdmaUn- i. G^clfhm.

io.

i..

SUM.

i punnynffton

T^fJik^

jl^

Sever M?!

, yÜltirMnaiie ^

rx T\'ïetei ^S^edney

t^Vcvehurn,

Siaun^

Rtp^mjale
CikcUtmhy^

i \' % Â«...IA-.

eli/o-w^e "wap ontake

jjii-jS"^ StJjime^Suat!^

i

4 ^apon^. _
\\
Soath Altham. SiAam^^

^Rnriiierhoieft

CUwAm^e

\'ctu CrojS^

.....

C EST R I A.

^c a t a(

\' idt^tis

C^M B Jl J G

g ia,

1

StariTfo:

Titirjhlcj

- _________"Tmi . ... , L l JUrtan. Carti^fjim. 3

s j£ J

\\ NOT

I

^ ^ T I N G

H JS. M I A..

- ik -

Septentriö

A

&axhillt
"Ssarrow

iVhittotv
^Asd^ehorow

lbvs je s

Saxhye

Jjnmmjtatru-

-ocr page 277-

DE C O R I T A N E N.

Corinthen fchrijven)in \'t gemeen gevloeyt hebben. Dezer
voor-ganger en Adèl-bortt Robert
ChamherUn, debedreve
daet, en \'t begangefchelm-fluk bekent hebbende,is gehan-
gen : nochtans kon hy daer toe niet gebracht worden, dat

___________________ _ ^ hy zijn mede-plegers beklapte. Maer beter tijden hebbeii

Munniken ovèral rondom gezonden om geldt te vergade- Botholfs fladt weer op \'t nieu uyt de afïchen verwekt, en
Ten, van welke, genoeghzaem onderricht zijnde, dat hy hét die markt van woile, &c. welke men
WoUefiaple noemt, hier
werk metgeluk van gelukkige namen beginnen zoud, zoo geftelt zijnde, heeft het zeer verrijkt, en de koop-lieden van
heeft hy den dagh van
S. Perpetua en Fxluitas beftemt, om \'t Hanftfche gezelfchap aengetrokken , dewelke hier haer
•den gront te leggen. Op welken dagh de Grooten en Praz- Gilde, oft Huys geftelt hebben. Heden is het treflijk in ge-
laten met het gemeene volk in grooten getale t\'zamen-ge- bouwen, en rijk in koophandel j want de inwooners bege-
lopen zijn. De Godts-dienft vol-ey ndight, en met lieflij ke ven zich naerftelijk zoo tot den koophandel,als tot beeften
Chooren gezongen hebbende, zoo heeft hy Zelf ten ooften te meften. Hier by was de Baronnye van
Croeun, oft Credo-
den eerften hoek-fteen geleght, daerna hebben de Groo- mo, uyt welk geflacht Alanus van Croeun de Priory van Fre-
ten elk op njn orde fteenen geleght, en op de fteenen heb- fton gèfticht hèeft jen eyndlijk heeft de erfgenaem van \'t ge-
ben zommige geldt, zommige hant-fchriften geleght, waer flacht Petronilla, dewelke tweemael getrouwt is geweeft,
De Baron"
door zy hoeven, befcherm-tijtels der kerken, tienden van eerftlijk acn de , waer van de Pedwardins , ten nen van

haer fchapen, tienden Van haer kerken, maten koorns, ar- tweeden aen Ian.de ValHihus^vm wien de Baronnen van Boos Burton
^beyts-lieden en fteen-fnijders in zekeren getale,en van\'t ge- voortgefproten zijn, geen kleyn erfdeel aengebracht. Ditʉۢ

tneene volk zommige geldt, zommige een dagh in yder ons wort naeulijx zes mijlen verder uyt-geftrekt, al

macnt haren arbeyt tot dat het werk volmaekt was, zommi- welk lant by gefchenk vandc eerfte Willem Ivo T^/^w van
;ge heele ftijlen, eenige de voeten der ftijlen, Zommige de Anjou gekregen heeft, wiens moetwilligheyt Herward, En-
Uerivard
deelen der munten te bouwen , om ftrijdt met wakkeren gels-man, een ïfian van goede hope, vol van wakkeren moe-
yver aen-booden. En de Abt, voor haer vergadering haer de , de zoon van Leofrik, Heer van
Brane, oft Burne,me.t
gcneyghde goedtwilligheydt tot zoo heyligh een werk ge- konnende verdragen, als zijn en der zijnen behöudehis ge-
prezen hebbende, heeft aen yder de broederfchap van zijn vacr liep; zoo heeft hy, door de Ridderrok van Brannus,
kloofter, en de gemeenfchap van aUe geeftlijke goederen in Abt van Petersburgh,wiens gramfchap tegen dcNoorman- ingulphus
de zelve kerk vergunt; en heeftze, na dat hy ze met een lou- nen ook uyt-geborften was, omgort zijnde, oodogh tegctmCrowlan-
ter gaft-mael gctoeft had, gezegent, en na huys gezonden, hem verwekt, en hem dikwijls verflagen,en eyndli)k gevan-
denjïs,
Maer al lang genoegh hier op geftaen. gen, en zo laten verloflen,dat hy zelve in des Konings gunft

Van Crorvland leyt dc dijk, met wilgen bekleet, tuflehen ontfangen zijnde, de andere in zijn trou en hulde geftorven
de rivier ende hooge biezen naer\'moorden, waer is. Want dit heeft de deught verdient, welke ook in een

op wy, twee mijlen van Crorvland, een ftuk van een fpits ge- vyant geprezen wort. Doch zijn dochter, aen Hugo

Heer van Pf-^/Vï^m getrout zijnde, heeft zijn goederen
ge-erft, dewelke namaels, gelijk wy verftaen hebben, aen dc
Baronnen van
Wake geraekt zijn. Want het geflacht der Be Baron-
Waken,
met degoederen van de verrijkt zijnde, nen van

was in déze wijk tot op de tijden van de tweede Edward in-
zonderheydt vermaert : want toen zijn haer erf-goederen
door een vroulijke erfgenaem, door hoülijx-recht aen den

Graefvan Kent,Edmoiid van jongfte zoon van

Wat hooger aen de zelve rivier light Spalding, met beex- de eerfte Koning Edward, gekomen. Maer uyt de jonger -

kens en flooten rondom befloten, voorwaer een fchooner kinderen is het oudt én doorluchtigh geflacht der

ftadt, als mén in deze wijk tufl!chen die moeraflSge wacte- van Blifworth, in \'t Graeffchap van Northamton, \'t welk

ringen vermoeden zoud, alwaer Ivo T^/^w, den welken noch overigh is, voort gefprotén.

Ingulphus elders Graef v n Anjou noemt, een oude Kluys Het tweede deel van dit landt wort gemeenlijk Kejleven, ^efieven,

aendeMunniketi Van Anjou gegeven heeft. Van hier tot by de oude Schrijver .^thelward hec bokh Ceo/lefne, ge-

aen Beping, wélk tien mijlen van hier is, heeft Egelrich\', noemt, liggende ten weften aen Hoiland, veel gezonder van

Abt van Crowland, dewelke namaels Biflchop van Durham lucht, en niet min vet van aerde. Dit is grooter, én pronkt

geworden is, door het midden van dat woefte Foreeft, en overal met Vele fteden. Op de grenzen aen de rivier Wel-

hooge biezen, als Ingulphus zeght, van houten en zandt land light Stanfort,irit Saxifch &rean-popD,gebout van bou- Starford.

een dicht voct-padt gemaekt, het welk ook na zijn naem fte€nen,waer van \'t ook de naem heeft. Dit is èen volk-rijke

JBlrich-road genoemt was. Het welk nochtans heden niet ftadt,en met verfcheyde vryheden vereert,en met een muur

blijkt. beveftight, hetheeft, als in\'t Schat-boek ftaet, geldt voor

In het hooge Holland, het welk zich meêr ten noördén twaelf Hundreds en een half gegeven in \'t hcyr-leger, en in

ftrekt, ziet men eerft liirkton, van haer kerk, de welke voor- de vloot, en Bane-geld, en daer zijn zes wacht-huyzén ge-

waer fchoon is, alzoo genoemt, en daerna Boften, oft beter weeft. Als de oude Edward de zuyd-ftrant der rivieren te-

Botolfs toïpne, daer de rivier Witham, ten weêr-zijden met gen de Deenen , uyt het noorden invallende, beveftighde,

dijken befloten, met een volle kólk in de zee loopt. Dit zoo heeft hy ook hier tegen over op de zuydcr-ftrant (welk

draeght zijn naem van den zeer heyligen Sax Botholf, de nu Stanford Baron genoemt wordt) een zeer vaft kafteel ge- Bez.iet

welke, na \'t getuygnis van Beda, tot Icanhoe een kloofter ge- bout, als Marianus getuyght. Nochtans blijkt het heden Burgley in

hadt heeft. Een vermaerde ftadt, gelegen op beyde zijden nergens, want het gene Stephanus in dc inlandtfche oor- het Graef-

van demV/^^/w, dewelke onder een hooge houte brug door- logh tegen Henrijk van Anjou geveftight heeft, getuyght

vloeyt,hebbende ecn zeer gebruyklijke haven,mits haer ge- \'t gerucht,en vertoont noch zijn voor-hof,dat het in de ftad

maklijkhcydt, een groote markt, en aen zienlijk door de geweeft is. En terftont heeft die Henrijk, als hy nu Koning

fchoonheyt en groote van haer kerk, wiens heylige tooren, van Engelandt was, dc gantfche ftadt van Stanford, welke in j^^y^^

tot een uytnemende hooghte verheven, de reyzers als van zijn heerfchappy was, uytgenomen de beleeningen der Ba- in Scaccl-

verre begroet, en de zee-varende lieden beftiert. Onder het ronnen cn Ridderen van die ftad, gegeven aen Richard van rio.

gebiet van de eerfte Edward is deze ftadt tot een jammerlij- Humez oft Humetz,, dewelke des Konings Conftapel was,

ke val geraekt. Want de quade Zeden toen ter tijdt door voor zijn manfchap en dienft. Dezelve heeft namaels gehat

gantfch Engelant influypende, zoo hebben eenige krijghs- Willem,Graef van Warenne,by verwilging van Koning lan.

lieden,dewelke hier op de jaer-markt een fteck-fpel uyt-ge- Onder \'t gebiedt van de derde Edward is hier een rfooge

roepen hadden, onder de fchijn en kleederen van Munni- School begonnen, en het leeren der goede konften, \'t welk f ? Twf

ken en Kanunniken hier in komende, het vuur in plaetfen de burgers inzonderheydt tot haer eer achten. Want als te slZfird
van de ftadt gefmeten,en fchielijk op de koop-lieden vallen- Oxford onder de noorder en zuyder Studenten alle twift (begonnen.
de, vele dingen gerooft, meêr vérbrant j zoo dat onze Ge- ontftond,zo is een groot getal der zelve hier naer toe gewc-
fchicht-fchrijvers gefchreven hebben, dat toen de aderen ken, nochtans onlangs daerna weder nacr Oxford keer en-
van gout en zilyer (het welk de Ouden van het uyt-geroeyde de, hebben aen deze opkomende Hooge School, even als

het

ichoone gebouwen der heylige huyzen aliens o.p-getezen
zijn : De Abt lofliidus heeft van de Aercs-biffchoppen en
Biffchoppen van Engelandt, Aflaet voor het derde deel der
\'boete voor de zonden op-geleght, voor yder helper van zoo
lieyligh een werk verkregen. Met deze A flaet heeft hy de

zien hebben, met dit opfchrift:

I O b A N C
e T R A 03
VT L ACV 8
A
B E T S I-
I
(p e T A cp.

Dat is :

Ik zegh dat Guthlacus dezefteen tot zijnfcheyel-ftem heeft.

A
P
G
h
B

Bojfm.

Kevers in
jMmnix
kleederen.

-ocr page 278-

I R Ê.

Fan dees zijn zommige onvruchtbaer, anire bare\'ii ^
Bn weten \'t onder dek der maeghde naem te klaren^
De dertele Abdis heeft dhooghfle eer daer van ,
Dat zy \'er vruchtbaerjl is, enbefte baren kan.
\'Ook vintmen naeuUjx een by haer die niet en kindert,
Tiit dat het jaren^talhaer zulken werk verhindert.

---------------------^ --------- — 1d2LQ.m2,F6lkingham ook ^c Clintons tochehcto- ^

na fijn voorgaende waerdigheyt niet ten vollen konnen we- rende, eertijdts een Baronnye geweeft is van de Gauten, de
der krijgen. Nochtans bloeyt het nu genoeghzaem,en haer welke van Gilbert
Gaunt van Gent, de neef van Graef Böu- W^jj,
burgerheerfching beftaet uyt een
Alderman, en xxiv Mede- dewijn va^ Vlaenderen, gefproten zijn, den welken,door de
burgers, het wort verfiert met omtrent zeven Parochy-ker- mildadigheyt van Willem de
Con<^uefleur, groote inkomften
ken,en\'t vertoont een out gaft-huys,en \'t zelve zeer fchoon, roe-gevallen zijn. \'t Is gedenkwaerdigh, want zoó leeft men
by Willem
Brown burger gebout, behalven dat nieuwe aen in een oudt boek met de hant gefchreven , dat met Willeni
dees zijde van de brugh, onlangs van dien Neftor van Bri- de
Conquefteur gekomen is eenen Willem van Gaunt, aen
tannien, Willem Cecil, Baron van
Burghley, gefticht, als hy wien de voorzeyde Willem gegeven heeft de Mayery van
die heerlijke huyzingen
iox.Burghley,yN2.ex. van ik alreê in het Folkingham met al zijn toebehoorten, en de heedijkheydi:
Graeffchap van Northamton gefproken heb, bouwde. De aendezelvebehoorendcienzy hebben dacr een vrouw,met
welke hier in ccn heerlijk graf, in dc Parochy-kerk van namen Dunmoch, uyt-gedreven. Van den voornoemden
S. lons, begraven light. Een man , op dat ik anders niet Gilbert is gekomen eenen Wouther van
Gaunt,zoon en
zegge, dewelke der natuur cn eere genoegh, maer voor het erfgenaem,en van de gezcyde Wouther is gekomen Gilbert,
vaderlandt niet genoegh geleeft heeft. zijn zoon en erfgenaem, en Robert van
Gaunt Zijn jongftê

Schoon hier eenige ken-tckencn der oudtheydt overigh zoon. En van de voornoemde Gilbert is gekomen zijn
* Gemeen- zijn, en de * hcyr-wcgh der Romeynen, die u uyt dc ftadt dochter en erfgenaem Alicia, die getrouwt is geweeft aen
High\' naer \'t noorden rcyzende, terftont ontfangt, genoeghzaem Graef Simon, dewelke acn de geeftlijke mannen vele bezit-
d^hg^- verklaert dat dit cen over-vaert geweeft is; nochtans kon- tingen gegeven heeft, cn is zonder erfgenamen van ha-
^oemu nen zy niet doen geloven,dat dit Gavsennen,welke Anto- ren lijve geftorven. En het erfdeel is gekomen op zijn
ninus niet vêr vanhier (lelt ,gewee{l is.
Maer wijl cen mijl voornoemde oom Robert van en van de voorzey-

Bridgca- ^^^^ wijxkcn Brigcafterton zy,door welke nacm zelfs de Robert is gcfproten zijn zoon en erfgenaem Gilbei t, en
fierton. de naem van oudtheyt blijkt,alwaer de rivier G^^jA oft van dc voorgedachte is een andere zoon en erfgenaem Gil-
de heyr-wegh dwars door-loopt,zoo heeft de nabuurigheyt bert gekomen, en van dc voornoemde wederom een andere
y2Lnden2LemGuashmeiGuafennen,metttgeY\\{k.2.e\\\\êLedege-- zoonen erfgenaem Gilbert , dewelke dc Mayery van Fol-
legenheydt, my geboden te meenen, dat de zelve
Brig- kingham met zijn tocbehoorte gegeven heeft aen Edward,
caflerton genoemt worden., tot darde tijdt dc waerheydt in de zoon van Koning Henrijk van Engelandt. Deze Gil-p^ H
\'t
licht trekkc. Zoo ik meende dat Stanford uyt dezes puyn bert, als in de Willekeuren ftaet, waer uyt deze gcflacht-rye ^//j,?.\' t
gerezen, en dat dit deel des landts van Gaufennen, Ke/leven aen-gcwczcn is, heeft dienft genomen tegen Willem van Unc^\'
genoemt was , gelijk het andere deel van de ftadt
Scremby. En eyndlijk heeft Henrijk van Beaumont dezelve

Lindum, ik bid laet voor my het meenen, voor u het oordeel gekregen,door gifte van den Vorft^ want het is zeker dat hy-
zijn. Men meent dat dit
Gaufennenverv2}denis, als (gelijk ze onder het gebiedt van de tweede Edward gehadt heeft. Inq.^.\'Ë.zl
Henrijk Aerts-diakcn van Hundngdon verhack) dc Piden Dicht hier by light Skrekingham, bekent door dc doot van ^kreking-*
en Schotten\'t gantfche lant tot acn Stanford toe vernielden, Alfrik , de tweede Graef van Leicefter, omgebracht door
alwaer onze Hengiftiis met zijn Engel-Saxen door een on- den Deenfchen Hubba. Van welke plaets
Ingulphus fchijnt
vermocyde kracht en uytnemende fterkte der woedende te fpreken,
alshy fchrijfc: In IC^ez^en zijn verdagen drie
Barbaren, zoo de wegh befloten heeft, dat na dat hy zeer Vorften der Deenen, dewelke zy begraven hebben in de
veel gedoot en gevangen had, dc overige alzins wegh vlo- ftadt,
die te vooren Zamdon , en nu, na het grafdcr drie
den. Maer laet ons tot het\'overige voortgaen.
 Koningen , Trekingham genoemt wordt. En wat meer ten

In \'toofter-deel van Kefteven, welk zich acn Holland ooïkenlight Hat her ,a\\leenhier door gedenkwaerdigh, dat
ttrekt,gemoeten aen die
gene,welke naer \'t noorden reyzen, dc Bupis, oft Bujleis hier woonen, dewelke haer ftam van „ ^ ,
in orde, eerftlijk
Deping, dat is, als Ingulphus getuyght, de Rogier van Bufty, ten tijde van den Conquefteur, aftrekken.
diepe weyde» alwaer Richard van Rulos, Kamedmg van Wil- Daerna Sleford, een kafteelken der Biflchoppen van Lin- sieford^
lem dc Conquefleur,de rivier Weilond door een graft uy tfluy- coln, van den Biflchop Alexander gebouwt,alwaer 1. Huffy,
tende, om dat zy dikwijls over liep,en op dic graft veel woo- dc eerfte en laetfte Baron van dien nacm, zich ook cen huys
ningen bouwende, een groote ftadt gemaekt heeft. Dit
De- gebouwt heeft, dewelke, als hy zich onvoorzichtelijk met
pir^, oft diepe weyde,is voorwaer bequaemlijk zo genoemt; dc oproer\'des volx in de eerfte twccfpalt van Engelant om
want de vlakte hier aen liggende, en veel mijlen in
\'t rondt de Godtsdienft, in \'t m d xxxvii jaer, gemengt had, ont-
begrijpende, is het dicpftc van dit ganfche
moeraflige lant, hooft is. Weynigh mijlen van hier light Kme, het welk aen Kime.
en ccn vertrek van vele wateren. En dat te verwonderen is, het edele geflacht vangenoemt , den naem gegeven
zy is veel laeger als de kolk van de rivier
Glen, dewelke, in heeft 5 doch de bezitdng van dc plaets is eyndlijk aen dc Vn-*
haer dijken befloten,ten weften hier voorby vloeyt. Daerna franvills gekomen, van welke dne tot de vcrgadedngcn des
Burne, door Koning Edmonds hulding en het kafteel der Padaments beroepen zijn geweeft, met dc nacm van Gra-
bekent, dewelke van
dc ccrftc Edward het markt- ven van^ngufta in Schotlandt, Doch welker ccrftc dc
recht voor deze ftadt verkregen hcbbcn. Meer ten ooften wijshcydt van ons burger-recht niet voor ccn Graef wilde
vmAngu^ \'

ïsirnham, eertijdts een Baronnie van kndriesLutterell. erkennen, om dat binnen de palen van\'t Rijk van

Daerna Sempringham, nu door de fchoone huyzingen, wel- Engelant niet begrepen wicrt,tot dat hy desKonings fchnft,
\' kc Edward, Baron
Clinton, die namaels Graef van Lm- waer doör hy tot de vergadenngen der Parlamcntcn met de
coln geworden is .gebout heeft, eertijdts door de geeftlijke tijtel van Graef van
Angufia van den Koning beroepen was,

orde der Gilbcrtijnen, van Gilbert, Heer van de plaets, in- voor de Vierfchacr ten voorfchijn bracht : van de Vnfran-

geftelt, vermaerti want hy was een man, gantfch wonderlijk vills is deze plaets gekomen tot het gcflacht dcr Talbois,uyt

van aert,als men fchrij ft,en in \'t behoeden dcr vrouwen zon- het welke Gilbert van dc achtfte Henrijk gekoren is tot Ba-

derling acngenaem: in\'t m c x lviii jaer heeft hy tegen ron Talbois, wiens twee zonen zonder kinderen geftorven

de inzettingen van luftinianus, dewelke tweevoudige kloo- zijnde, zoo is het erfdeel des Zelfden door de vrouwen ge-

fteren, dat is, van mannen en vrouwen te gelijk verboden, komen tot de Dimoks, Inglebeis , cn andere. Meêr ten

doch met dc macht van de derde Paus Eugenius gefterkt, weften hebben wy Temple Bruer gezien, dat is, als ik het

cen orde van mannen cn vrouwen ingeftelt, welke zoo aen- vcrtaeVr?mple in the heath-, midts het fchijnt een onderwijs-

crocyde , dat hy zelf de gronden van derden kloofte- plaets der Tcmpliers geweeft te zijn : want men ziet\'er

ren o-ele4t hecft,cn by zijn leven d cc Gilbertijnfche broe- noch dc half verbroke muuren van ecn vervalle kerk, na

deren, en u c zufteren in zijn kloofteren had : doch van de vorm van de Nieuwe-kerk van Londen. Hier by light

verdachte ecrbaerheydt, zoo wy Nigcllus, Schimp-dichtcr Blankeney, eertijdts een Baronnye der d\'Bmcourts, dewelke ^

van die eeuw, gelooven, dewelke van haer gezongen heeft: inet een lange rye vande ccrftc inval der Noormannen af,

L I N C Ö t

liet begin,zoo ook zeer haeftlijk het eynde geftelt: namaels
is onder eede verboden, dat geenige Oxforder te Stanford
openbaerlijk leeren zoude. Zy heeft niet-te-min in koop-
handel gebloeyt tot dat onder den brant der burgedijke
oorlogh tuflchen \'t geflacht van Lancafter en York, de in-
vallende noorderfche zoldaten, met moorden en branden,
alles t\'onderfte boven gekeert hebben. Ook heeft het (Jaer

Ë - s n

f HIIIS:

I Milf^-^f\'

i ...il

2)eping,
Deping
fenne.

Burne.

jLutterell.
Sempring\'
ham.

I !! !

Temple
Bmer.

De Gilher-
tijfißhe
broeders en
zefiers.

De Baron\'
nen dEtn-^

^ ê BS

tot

-ocr page 279-

D E C O R ï T A N E N. - ^

tot op de tijden van de zefte Henrijk gebloeyt hebben^ want righlijk berchérmde.en het nabuurige lant beroofde, zoo iS
toen is haer manlijke ftam in Willem uyt-geftorven, dewel- het byna ter aerden geflecht. Namaels was dit een woon-
ke zijn twee zuftercn tot zi>n erfgenamen gehadt heeft, dc plaets en als het hooft van de Baronny der
Cohiliers,dcwd-\' cévik^
cenc aen Willem Loveë, de tweede aen Rodulf Cromrvell ke lang in de hoogfte eer gebloeyt hebben, doch onder den
getrout. Aen dit geflacht gedenk ik dies te liever, op dat ik derden Edward vergaen zijn^ cn haer erfgoedt hebben door
de begeerte van Edmond, Baron
dEincourt-, cenighzins het recht haer \'er vrouwen dc Gemtns cn die Bajfets van Sap-
voldoen mocht, dewelke eertijdts Zeer bekommert zijnde Ci>t verkregen.

om de gedachtenis van zijn naem te behouden, midts hy De rivier Witham heeft terftont van haer bronnen de ftad FoHmoUt,
Tatm.ïo. oeen manlijk zaet had, i>y den tweeden Koning Edward by zich gelegen/t welk zich roemt op de naem van

■BUa>, z. verzocht hceft, om dat hy raemde dat zijn bynaem en wa- outheyt,en dikwijls de vierkante vloer-fteenen der Romey-
penen
na zijn doodt uyt het geheugen zouden gewifcht nen opgraeft, cn was deze rivier hier eertijts met een brugh
worden, zoo verzocht hy hartelijk, dat zy na zijn doodt overdekt, want lichtlijk overtuyght ons dat dit is
Ad Pon- Tontesl
•in\'t geheugen mochten blijven, op dat hy zijn Maye- tem, m de Brugh, welke Antoninus zeven mijlen van
ïyen en wapenen mocht Overdragen dien hy wilde, \'t Welk
Margid vnvm afgefcheyden hceft, dc naem Paunton met
hy verkregen heeft, en hem met een Koninglijke verzege- de ruymte niet alleen van ook van
C/\'öcö-

ling vergunt is. Niettemin is deze by-naem, geloof ik, gc- calana. Want Croco-caUm wierd by Antoninus die ftadt ge- Croco^cda^
heel vergaen, enzyzoud, had hèt licht der gelcertheydt noemt, welke by ons hect,en heden niet als een lan-

niet gefchenen, gantfchlijk uyt het geheugen geraekt zijn. gc ftract aen de heyr-wegh is,welker eene deel niet zöo on- â€¢

In \'t wefter dcCl van KeflevenM^i op de landt-ft:heyding langs dc Vefcis, het andere dc Cromwells tot Heeren gehadt
van dit landt en Leicefter, het kafteel
Belvior,ok Beauvoir, heeft. ïn zijn ingang van \'t zuyden,hcbbcn wy een bolwerk
zoo genoemt van zijn ft;hoone uytzicht, (wat naem^t ook gezien,en \'t is zeker dat het een hoger kafteel geweeft is,gc-
certijdts gehadt heeft) liggende op een genoegh fteyle heu- lijk aen \'t ander deel ten weften cenigé zomer-legers derRo-
vcl, nochtans by menfchen handen, zoo \'t fchijnt, op-ge- meynen gezien worden. Het fchijnt dien Britanfchen naem
worpen. Men zeght dat de Noorman
Todeney dit, als ook tan de gelegenheyt aengenómen te hebben, want het light
het by-gelcgen kloofter, gefticht heeft, van wien het door op een heuvel, cn
Crue Maur betekent by denBritannen een
de
Albenis Britocnen, cn de Baronnen Roos tot de MannOrs, grooten heuveh cn dat Crue Occhidknt een wefterfche heu-
Graven van Ruthlandt, erflijk gekomen is. Van welke dc vel betekent heeft , hebben wy by Giraldus Cambrenfis en
eerfte Thomas, als ik verftaen heb, het zelve met nieuwe Ninnius gelczenimaer wat dat
Colana bcdiet,mogen andere ,
gebouwen weder op-gericht heeft, na dat hec vele jaren als bezienrhet geheugen der oudtheyt verbreyden in deze ftadt
in zijn puyn begraven gelegen had. Wanthet was tot fpijt de penningen der Romeynen, de dikwijls opgedacne kcl-
van Thomas , Heer van
Roos, dewelke de zijde van de zefte ders, de gelegenheyt aen den krijghs-wegh, en die veertien
Henrijk volghde,van Willem,Heer van dien (met mijlen, dewelke tuflTchen dit en Lincoln liggen langs de

verbanning van de Baron Roos) de vierde Edward het zelve groene vlakte, die wy Ancaflerheat noemen j want zoo veel
met zeer heerlijke hoeven gefchonken had,eenighzins ver- telter Antoninus tuffchcn
Crecoealana cn Lmdus.MsiCi: kee-
nielt.Maer Edmond,Baron
Roos,de zoon vanThomas,heeft ren wy naer de rivier.

dit zijn vaderlijk crfgoet door de gunft van de zevendcHen- Na Baunton zietmcn wel bevolkte ftadt, Grantham:

rijk weder gekregen. Hier by vintmen de Sterre-ftecnen,de met een fchool van Richard Fox Biffchop van Winton , cn
wclke fterrekens aen elkander gehecht vertoonen , op de- een fchoone kerk vereert, wiens heylige fpits zich tot een
welke in yder hoek vijf ftralen fchijnen, en aen elke ftrael is groote hoogte verheft,en door vcrdichtfelen^zecr ruchtbacr
een middeUhoke. Deze fteen heeft by de Duytfchen zijn is.HierbynevenhetvlexkenH^rto^;?,isbyonzer vaderen
naem van de zege gekregen, om dat zy meenen, als Georg. gedenken een koper vatken met een ploegh uyt gehaelt ^
Agricola in\'t^zeiie boek der Gravelingen verhaelt,dar dic ds waer in een gouden heimet na de oude wijs met gefteenten
Een gulden
zelve gedragen heeft,zijn zaek ftaende hout,en fijn vyanden bezet gevonden wiert, het welk gefchonken is aen Kathrijn belmet.
over-wint. Of nochtans deze onze,als die Duytfche, in edik van Spanjen van de achtfte Henrijk. Van hier be-

<^eleght,zich van zijn plaets bewege,en cenighzins rondom geeft zich de Witham met een lange loop ten noorden, niet
draye,heb ik noch niet mogen beproeven. En het dal,welk vêr van \'t kafteel van
Somerton , welk Antonius Beccus Bif^ Somenon.
rhe rde of
by ^^^ kafteel light,en van \'t zelve gemeenlijkT\'^É- Fale of Bel- fchop van Dunelmen gebouwt en aen dc cerfte Edward ge-
Bdver. ^ ^ w genoemt wort,is ruym genoegh, en zeer geneughlijk in fchonken heefteen weynigh daerna is het te fchenk gegeven

vruchtbare velden, en wcyden, en ftrekt zich uyt in de drie aen Willem vmBeaumom,de^\'eXke omtrent die tijden in En- De Heeren
Graeffchappen van Leicefter, Nottingham, en Lincoln. gelant quam , en het geflacht der Onder-graven van Beau- van Beatt-
Margidu- Dat Margidvnvm , welk Antoninus naeft aen Ver- mont voortteelde, welk in de voorige eeuw cenighzins Ver-
mm. nometv\'m gedenkt, zoo net op de zelfde plaets, gewiflijk gaen is, als de zufter en erfgenaem van de laetfte der Ondcr-
hier by gelegen heeft, wort klaerlijk genoegh bewezen en graven aen lan Heer van
LovellenFichmerfh getrouwt is.
met de naem en met de ruymte van de ftadt Maer van dit geflacht hebben wy hier Voren in
\'c Graef-

Ponte,oïi Paunton,t\\jLEc\\\\en welke het van Antoninus geftelt fchap van Leicefter gefproken. En de rivier, zich van daer
wordt. Van
Aiarga en van de gelegenheydt fchijnt die oude een weynig naer\'t zuyd-ooften ftrekkende,door het moeraf-
naem ontleent te zijn : want
Marga is by de Britannen een figh land beneden Boflon, ontlaedt zich in de Noor\'d-zee,na
foort van aerde , waer meê zy de landen gemeft hebben , en dat zy
Kefieven ten noorden bepaelt heeft. Welke rivier
, welk een heuvel betekent heeft, voeght alleen aen fchoon Zy ccn fteylen afval in de zee in een ruyme kolk
verheve plaetzen. In deze betekening des naems twijfel ik heeft,zoo overloopt zy nochtans,door des winters aengroe-
nochtans, wijl de marge in deze plaetzen ongemeen is,(mo- ycnde wateren,die mocralfigc wijk ten weêr-zijden van den
gelijk om dat zy niet gezocht wordt,) \'t zy de Britannen oever niet zonder fchade, waer van zy nochtans in dè Lente
met de naem van marge\'t krijt benoemt hebben, hetwelk «^ooi^ gooten verloft wordt.

Wy verftaen hebben , dat in de buurt uytgegraven wordt i -^en de andere oever van de het der-

welx gebruyk Plinius in zijn Natuurlijke Hiftory getuyght de deel van dit landt, by Beda Lindiffi van zijn voornaemfte j^i„drej:
dat den Romeynen in haer, wit kalk en zegelen zeer aenge- , ftadt genoemt, het welk grooter als Hoilandt cn Kefteven
naem geweeft is. met haer woefte voorhooft aen de Noord-zee hght, waer

J.\'ZÏ.

H.6,

Jielvm oft
^ever Ca-
fielL

Stsrre-
fieenefi.

Matga.

Vmum.

Dit deel des lants door-loopt de rivier Witham, vrucht- van het ren ooften en ten noorden beipoelt wordt, ten we-
bacr in fnoeken,doch eng,en bepaelt het felve ten noorden, ften wordt het door de rivier
Trent, en ten zuyden van He-
ken
haer bron heeft zy een dorpken na haer naem ge- ƒ <ioor en een * gegrave floot afgefcheyden, * Fofedik^i
noemt, niet vêr van de vervalle muuren van \'t kafteel Bit- welke de eerfte Henrijk zeven mijlen verre van Witham in Hovede-
kamnet
welk (als in het oude geflacht-regifter ftaet)de eer- de Trent geleyt heeft,op dat zy den Lincolncrs om haer be- nusi
fte Willem aen Steven Graef van Alhewiarle en Floldernejfe hoeftigheden op te voeren te nut zou zijn. Daer deze graft
gefchonken heeft,om daer van zijn zoon,noch een kint fijn- aen de Trent geraekt,light
Torkfey, in \'t Saxifch Tujiccpi^, Torhefay,
de,met roggen-broot te voeden (mits Holdernejfe toen alleen nu een onvermaert ftedeken, doch eertijdts zeer vernaemt.
havercn-broot gebruykte) welk nochtans nu daer naulijx in Want voor dc tijden der Noormannen (gelijk in het bock,
F>omesdaf
gebruyk is. Maer onder\'t gebiet van de derde Henrijk, als waer inde cerfte Willem dc fchatting van Engelandt be- boke.
Matt.ra- de Fortes Graefvan Albemarlc het zelve oproe- fchreven hceft, ftaet) wierden in \'c zelve twee hondert

F)e rivier
Witham»

Bitham.

m.

Bur-

äfii

-ocr page 280-

fl

1

il 13"
\'j.

illl

f

\'l

illiii
il

N E - S H

O

R E.

N

Burgefs getelt, dewelke niet weynigh vryheden genooten; Willem heefc, om \'t zelve te fterken , en tot fchrik der bor-
iriet dat verding, dat zy de Koninglijke gezanten, zoo zy gers,op de hoogte des heuvels een groot en fterk kafteel ge-
hier door reyfden, met haer fcheepkens de
Trent zouden bouwt, en byna in die zelfde tijde heeft Remigius Biflchop
afvaren, en tot
York toebrengen. Daer deze graft aen van Dorcefter tot verfiering zijn Biflohops-ftoel van
de
Witham gevoeght wordt, heeft de eerfte en voor-naem- fter,het welk in de verfchovenfte hoek van zijnBifdom lagh,
fte ftadt van dit Graeffchap zijn plaets, dewelke Ptolomeus èn maer een kleene ftadt was,hier over gebracht. En als nu
I^ndum, en Antoninus L i n d v m , de Britannen Lincoit, van de die Kerk,welkePaulinus gefticht had,vervallen was,zo heeft
boflohen (waer voor elders averechts
Luitcoit gefchreven die Remigius, in \'t hooghfte van de ftadt eenige hoeven ge-
wordt) Beda
Lindecöllinvm, en de ftadt Lin- koft hebbende,beneven het kafteel (als Henricus Hunting-
DEcoLLiNA, (of van de heuvelige gelegenheyt,oft van donenfts getuyght) welk doorzijn hoogé toorens zeer uyt-
dat het een oft nieuw-ftadt geweeft is, zal ik niet ftak, op een fterke plaets een fterké, op een fchoone een

zeggen) de Saxen Linoo-collyne, Linö-cyllanceaftre/i, de fchoone Kerk ter eeren van der maeghden Maeght,ten fpijt
Zmcolfie. Noormannen Nich0l,wy Lincolne,de Latijnen Lincolnia^e- van de Biflohop van York, die zich het recht van de plaets
noemt hebben. Waer van Alexander Nechamus in zijn ge-eygent heeft,opgebouwt,en in dezelve
xliv Proeveniers
Godlijke wijsheyt: geftelt, dewelke namaels (als dezelve zeght) door den brant

Lincollen, Lindfeysfteun enßut, gefchonden zijnde,met groote konftigheyt vermaekt is van

Met volk en goed\'ren over-fchü^t. Alexander dien weldadigen Biflchop van Lincoln; van den

Zommige meenen dat zy van de rivier Witham haer welken die Wilhelmus Malmcsburicnfis zeght, om dathy
naem heeft, dewelke zy willen, dac by de oude
Lindim ge- zelve door de kleynheyt van zijn lichaem by een wanfchep-
lioemt geweeft is, doch fteunen op geenigh aenzien. Ook fel van een menfch geleek, zoo pooghde het gemoet zich té
ftem ik \'t haer niet toe, want Nechamus ftreeft hier tegen, verheften, en van buyten uyt te fteeken. En onder anderen
dewelke deze rivier
Witham voor c c c e jaren genoemt heeft de Dichter van die tijdt gezongen :
heeft met dit vaers: Vie
ßoedighgaf om niet, aleer men daerom bad ;

Lincoln, de Trent kferziet u difch -É», ^oo hy niet en gaf geloofd niet dat hy had.

Met velerleye ftagh van vifch. En voorwaer niet alleen deze twee, maer ook Robert

CMaer moedight %, om dat ghy voelt \'^loet, dewelk Voor Alexander gezeten heeft, R. van Beau-
Van kleene Witham u befpoelt. nieis, Hugo Borgonjon, en zijn navolgers hebben dit werk,

ïk zoud het liever van het Britanfche woort Lhin,yNék by welk geen eens Biflchops werk kon zijn,tot die heerlijkheyt
hun ecn meyr betekent, aftrekken. Want ik heb van den die men nu ziet,allenx gebraght. Voorwaer
gelijk zy groote
burgeren verftaen , dat de
Witham by Swamfole dicht by de koftlijkheyt vertoont, zo verheft zy zich geheel met uytnc^
ftadt breeder geweeft is,dewelke ook nü noch breed en wijd mende fraeyhéyt en ongemeene konftigheyt, en voornaem-
genoegh is; cn gelijk
Lindaw van Duytfchlandt aen \'t Acro- lijk dat Poortael aen de weft-zijde, het welk de oogen van
nifch meyr,
Linternum van Italien ae^n het ftille meyr; zoö de aenkomelingen tot zich trekt en aen-lokt. Schoon in de-
zie ik ons Britannien
Tall-hin, Glan-lhin, Linlithquo,äedLen 2c Kerk veel graven der BiflTchoppen en andere zijn, zoö
aen meyren gelegen. De ftadt zelve,groot en vermaert zijn- fchijnen nochtans\' alleen gedenkwaerdigh, dat koperen,
de,light op de rugh van een heuvel,daer de
Witham zich ten waer in de beenderen van die zeer goede Koningin Eleo-
ooften buyght,en door driematige kolken gedeelt,het lager- hora, huys-vrou van de eerfte Koning Edward, verborgen
deel van de ftadt befpoelt. Dat het oud
Lind v m der Bri- liggen,en die van Nicolaes Van Cantelup,er\\ van twee uyt het
tannen zelfs op dc top van den heuvel, waer op men zwaer- geflacht van
Burghersh,insgelijy: van Cathrijn Stvinford,wel\'
lijk klimmen kan, gelegen heeft, en zich ten noorden vêr ke de derde huysVrou geweeft is van lan van Gent Hertogh
buyten de poort vanNewport geftrekt heeft, vertoonen Van Lancafter, en de moeder van het geflacht der Somer-
noch de uytdrukkelijke tekenen van de wal en zeer diépe fets, by welke begraven light haer dochter loanna, de twee-
graften. Hier in is die ftrijtbaere Brittan Vorrimeer, welke de huys-vrou van Radulf iV^w/7,eerfte Graef van Weftmor-
de Saxen zo dikwijls verflagen hadt,geftorven,en tegen
zijn land, welke haer man met een groot getal van kinderen ge-
gebodt begraven. Want hy, vol hoops , had zich
wijs ge- zalight hééft.

maekt, dat, zoo men hem op den oever begroef, zijn fchim- Het Bifdom derBiflohoppen van L!ncoln,niet te vreden
me zelve Britannien voor de Saxen befchermen zoud, ge- hiet die enge paelen, waer meê in de eerfte Kerk der Saxen
lijk Ninius Evoldugus leeding verhaelt. Maer de Saxen,dit de Sidnaceftrenfifche Biflchoppen te vreden waren, dewelk
oude Lindun vernielt hebbende, hebben eerft het zuyder- over dit landt geftelt geweéft zijn, heeft zoo veel landen be-
deel van dezen heuvel ingenomen, en met de puyn van dat grepen, dat het door zijn grootte vermoeyt geweeft is: en
oude beveftight, daer na zijn zy aen de rivier gedaelt, en fchoon de tweede Henrijk het landt van Elie, en de achtfte
hebben in een plaets, welke
Wickanforde genoemt wiert, ge- Henrijk het lant van Peters-burg en Oxford diier afgetrok-
bouwt,en daer zy niet van de rivier befcherm-t wiert,dezelvé kén heeft, zoo wort \'et nochtans nu noch in vrye Heerlijk^
met veften omheynt. In wélke tijde, als Beda zeght, Pauli^ heden en getal van Graeffchappen hec groorfte van gantfch
nus het woort verkondighde aen het landt van Lindifl[i en Engelandt geacht,en de Biflchop heeft in zijn Bifdom
ció
den overften van de ftadt Lindecollina, welke Blecca ge- x l v 11 Parochie-kerken. Op dezen ftoel hebben na Re-
noemt was, eerft met zijn huys tot den Heere bekeert. In migius vele cn groote Biflthoppen gezeten; maer het is
welke ftadt hy naemlijk ook een fraey gemaekte Kerk van mijn voornemen niet die op te tellen. Want ik zal niet mec^
fteen gebouwt\'heéft, wiens dak, oft door lang verzuym, oft gedenken van dien Robert
Bloet, den welken de roode Ko-
door vyandige handen afgebroken zijnde, de muuren fchij- ning Willem met groot geldt, naemlijk met 50000
nen noch heden te ftaen. Daer na hebben \'t de Deenen geftraft heeft, om dat hy met geen zeer goet recht de itadt
dikwijls ingenomen,eerftlijk mét dien roovers troep,van dé Lincoln zélve bezeten heeft: nocht van dien mildadigen
welke Edmond
Tzere zijde het zelve ontweldight heeft, Alexander , dewelke zich in dolle gebouwen tot doliens toé
daer na door Canutus,van wien ^theldredus het weder-ge- Vermaekte;nocht van Hugo van
Borgondien,onder de Hey-
kregen heeft, als hy, uyt Normandyen keerende, Canutus ligen getelt,wiens lichaem Koning lan met
zijn Graven,om ^ tlove^
kloeklijk van hier verdreef,en het verloren Engelant buytén Godt en dien Heyligen Prelaet, als mijn Schtijver z^gnt, äe»-
hope weder won. Onder \\ gebiedt van Edward de
COnfeß dienft te doen, op haer fchouderen ten grave gedragen heb-
feur waren hier, ik fpreek uyt het Scharbock van Engelandt, ben. Nochtaris moet ik tweè\'r geheugen vereeren,van wel-
c ID Lxx gaft-vrye woonirigen, en twaelf Lagemans heb^ ke de eéne is Robert
Gr oft efl, cen man in wetenfchappen en

hende Saca en Soca. Maer in der Noormannen tijden , als talen in die tijdt ongelooflijk geleert, èen fchriklijk to^
Malmcsburicnfis zeght, washeteenvan dévolkrijkftefte- vandenPaus, vermaencr
van zijn Koning,lief-i^bber der Matt.

den van Engelandt, éen koopftadt voor die te water en te waerheydt, beftrafter der Prelaten, beftlerer der Uuderlm- \'ff neen
tmen. En als in dat Scharbock te zien is, in die
tijdt gen, onderwijzer der klerken, onderftutter der Scholen,

lant quamen.

wierden hier in d c c c c burgers gefchat,en zeer veel woo-
ningen waren verwoeft, CLxvi om het kafteel, de
lxxxv
overige zijn buyten het perk des kafteels verwoeft, niet om
de verdrukking van den Onder-graef en de dienaers, maer
by ongelukken armoet, en den brant van vuurcn. De eerfte

verkondiger des volx,naerftiger door-zoeker der Schriftuu-

ren,hamer der Romeynen,&c. De tweede is mijn eerwaer- ^ \'
dige Meefter en VaderThomas
Coo/er,welke aen \'t gemeen
der geleertheydt en kerk veel verdient heeft , uyt wiens
fchool ik my beken en beroem
voort-gekomen te zijn. De

ftadi

fl!

-ocr page 281-

DE C O R ï l\' A . N E N.

•V

ftadt zelf heeft ook lang gebloeyt, van de derde Edward tot verbonden, door de niildaedigheyt van de cerftè Willemjin
The Stapel een Stapel,2\\s zy \'t noemen,dat is,tot een koop-ftad van wol, deze wijk veel bezittingen gekregen hebben, dewelke zy
leer,loot, geftelt. Dewelke, hoewcl zy met groote on- onder clkanderen gedeelt hebben, zo dat
Tatteshaügi.Qn Eu-
gevallen niet gequelt is, echter eens gebrant heeft, eens te do toe-viel,w-elk hy tot zijn Baronny bezat, van wiens nako-
vergeefs belegert van Koning Steven , die \'er ook ver- melingen het door
Dryly en de Bernaks tot Radulph van CromiPbü,
druckt en gevangen is geweeft , en van dc derde Hen- Cr(7»2w//gekomen is, welkers zoon van dc zelfde naem, die
ïijk overwonnen , als dc oproerige Baronnen , dewelke onder de zefte Henrijk groot-Threforier van Engelant ge-
den Fra-nfchen Lodewijk beroepen hadden om hctRijk weeft is, zonder kinderen geftorven is. En aen Pinfo ge-
van Engelandt in te nemen, het zelve tegen hem befcherm- rackte
Ereshy , dat niet wijdt van hier is , van wiens zaet dit Ereshy.d*
den , heeft geen groote fchadc geleden, \'t Is nochtans on- erfdeel door de Beks tot dc Willoughbys geraekt is, aen welke ^^eeren
gelooflijk , hoe veel het, als door dc ouderdom verwonnen, ook zeer groote erf-goederen gekomen zijn door de huys- ^
allenx af-genomen hcefti en van de vijftigh kerken, dic het vrouwen niet alleen van de Vffords Graven van Suffolk;
bv onzer grootvaderen gedenken gehadt heeft,zijn nu nau- maer ook van de Heeren van
Welles, dewelke te gelijk met Ve Heeren
lijx achtien overigh. Het light, op dat ik dit ook hier aen- zich meê-gebracht hebben dc groote erf-goederen van het \'van Welles^
tekene, van den Evenaer lui deelen xii min. van het uy- geflacht van van grooter edelheydt,en van den inval Ve Hêeren

terfte weften xxii deelen lii min. der Noormannen afin deze wijk van groot vermogen. On-

Gelijk van Stanfort nzcï Lincoln dkheyv-weghde^Ro- der deze Willoughbjs heeft onder \'t gebiedt van de vijfde
meynen recht uyt leyt, zo loopt zy van hier naer \'t noorden, Henrijk uytgeftekcn Robert
Willoughby, dewelke, om zijn
met een hoogh en recht padt, nochtans dikwijls afgebro- dapperheydt in den oorlogh, tot Graef van Vendofmc in
ken, omtrent tien mijlen verre tot het vlexken
The Spittle in Vrankrijkgekomen is geweeft : en van deze is van zijner
the ftreet genoemt en verder. En drie mijlen van Z/Wf/^ Moeder wegen voortgekomen, Peregrinus^É-^/jj^Baron
heb ik ook een tweede heyr-wegh
Ouldjlreet genoemt, van loughby van Eresby , een man in grootmoedigheydt cn dap^
hier ook met een zichtbare dijk ten weften te ftrekken aen-. perhcyt in den oorlogh zeer vermaert. De
Witham,n\\x nacr-
gemerkt, dewelke ik meen dac naer
Agelocvm de dcr acn dc zee zijnde, ontfangt van \'t noorden een ander
paefte vefting van
Lindum geleydt heeft. Maer ik zal mijn onbekent rivierken, aen wiens bronnen het kafteel Boüing- i^ib. Static
loop, daer ik begonnen heb, vervolgen. broh in een nederige wijk light, zijnde van Willem van Ro- low.

De Witham, nu voorby Lindum geloopen zijnde, vloeyt mara Graefvan Lincoln van zachte fteen gebout, en Alicia
De Baron- iifniet vèt V2LnWragbye, een lidt van de Baronnye T?\'//^^»/^ van van de tweede Edward ontnomen, om datzy te-
fje» Tïus- genoemt, wiens tijcel door de Baronnen Roos tot de Ma- gen zijn dank een man genomen had; cn door dc geboorte
butt, nours, dewelke nu Graven van Rutlandt zijn, gekomen is. van de vierde Koning Henrijk verheerlijkt, dic daer van

Daer na bezichtight zy de vervallc muuren van het eertijts Henrijk van Bollingbroke bygenaemt was. In welke tijdt het BoUwghro»
Bardney.
edele kloofter Beapöena, oft Peartaneu,gemeenlijk Bardney, onder dicHeeren-hoevcn,wclke menHeedijkhcdcn noemtj
Ofivalds alwaer Beda getuyght dat de Koning Ofwald begraven begon getelt te worden. Deze rivier ontfangen hebbcn-
Vaendel, light, en een vaendel van gout en purper op zijn graf geftelt de, zoo ftort zich de Witham eyndelijk beneden Boflon, als
is. De fchrijvers van de vorige eeuw hebben zich niet laten wy gezeyt hebben, in de zee.

vergenoegen met dezen Chriftlijkften helt Ofwald te prij- Van de mondt van dc Witham welt zich de ftrant op met
Een, \'t zy zy aen zijn doorluchtige daden eenige wonder- een groote bocht tegen de Noord-zee, tot aen den Inham
werken lapten,die ik met voordacht voorby ga. Doch heb- van den
Humber, overal met veel inwijxkens gefcheurt zijn-
ben onze voor-ouders gelooft, dat zijn handt hier veel eeu- de: doch hec heeft weynige fteden, om dat
\'er weynige ha-
wen lang Onverdurven geweeft is; en een genoegh oude vens, en veel zand-ban|ccn zijn. Onder de fteden nochtans.

Dichter heeft het zelve gefchreven met deze vaerzen:
De rechterbant des mans door wurm nocht rot vergaet ^
TSlBcht Z4ch doorfirajfe koud\' nocht bange hit ont laet,
Maer blijft een z>elvigh, ßeets geduurigh in eenßant:
Zoo leeft zelfs in de doodt die rvaerde rechterbant.

welke deze ftrandt begrijpt,zyn eenige gedenkwaerdig\'e,en
inzonderheyt
Wainßeete, zelfs hier in beroemt dat het Wil- Wainfleete,
lem Wainßeet Biflchop van Winton, ftichter van het Mag-
dalenifche Gollegie van Oxford, een man dic aen de ge-
lcertheydt veel verdiende, voortgebracht heeft. Daer na

Inlngulfs Dit kloofter, als Petrus Bleflenfus fchrijft, door dc ver- Alford, \'twelk voor zijn markt te danken hceft Leo Heer Alford.

aenhang\' woethcyt der Dechen eertijdts vcrbrant, cn lange jaren vet- ymWelles, die dit recht van de zefte Henrijk eertijdts ver-

fd. laten geweeft zijnde, zoo heeft die doorluchtige en Godts- kreegh. En dit geflacht van Welles was zeer out en doorluch- De Baron-

dienftige Graefvan Lincoln Gilbert van Gaunt, het zelve tigh, van welke de laetfte de dochter van de vierde Koning nen Welles^

verbouwt,cn heeft aen \'t zelve met veel bezittingen de tien- Edward tot een huys-vrou gehadt heeft ,cn tot Onder-graef

den van alle zijn Mayeryen overal door gantfch Engelandt van Welles door de zevende Henrijk gekoren zijnde, is zon-

genadighlijk gefchonken. Daer na wort de Witham met het der kinderen geftorven. Doch dc erf-goederen zijn door de

rivierken Bane vermeerdert , welke uyt het midden van NtoMwemen de Willoughbys,Dimoks,Delalaunds,Hots, en Oin-

Horneca- Lindfey afvloeyt èerft door Hornecaflle, \'t welk eertijdts toe- dere gekomen, daer na Louth, een volkrijk koop-ftedeken,

ßle. behoorde aen Adeliza van CtfWw, en ónder\'t gebiedt van aen welk het rivierkenZ^j/s? de naem geeft, dewelke dicht

Koning Steven ter aerden geflecht is, namaels de Baronnye voorby Kokerington fpoelt,certijts het hooft van de Baronny

van Gerard van Rodes, nu, als ik verftaen heb, aen de Bif- van Scoteney, En daer nz Grimsby, het welk onzc Sabinen, Grimshyl

fchop van Garlilc toebehoortigh, daer na door Scrivelby de dewelke droomcn wat zy willen, zeggen dat van een koop-

Dim»hke, Maycryc der Dimokken, dewelke \'t zelve erflijk bezitten van man, Grim genoemt, zo geheeten zy, dewelke om dat hy

Inq. 23. de Marminm, van I. Ludlow tot haer gekomen zijnde, door Havclok, het Koninglijk kindt der Deenen, ten vondeling

£.3. The den dienft van\'t groot Sarjanfchap (ik gebruyk nu dewoor- gelcyt,opgevocdhad,door fprooxkens gelezen wort,ir.et dit

, den van onzc Rcchts-gclcerdcn) naemlijk, dat zoo dikwijls zijn voefter-kindt Havelok,dewelke eerft des Konings koo-

Champion. eciiigc Koning van Engelant gekroont moet worden, ken gelikt hebbende,cn namaels met het houwelijk van des \'

Mtch An- ^^^^ Mayery dan , dewelke het voor een tijdt Konings dochter om zijn heldige kloekheyt vereert zijnde,

no I. H.6. geweeft is , oft iemandt in zijn naem zoo hy zelve impotent ik weet niét wat daden gedaen heeft; dewelke acn die gene

\' zijn zal, zal komen wel gewapent ter oorlogh, op een goedt waerdighft zijn, die met ouder wijven beuzelen de nacht

hant-paert, in prezentie van den Heere den Koning op de zoeken door te brengen.

dagh zijner kröoning, cn zal doen proclajpneren, zo iemandt Naeuwlijx zes mijlen binnenwaerts verfchijnt een oudt

zeggen wil, dat de voornoemde Heer Koning geen recht kaftecl, \'t welk heden Caßor, in \'t Saxifch Duanjcarnep, cn Caßor,

tot zijn Rijk en Kroon heeft, dat hy vaerdigh cn bcreydt is Thong-caßer» in \'t Britanfch Caer Egarry,in beyde talen van Thong-CA-*

des Konings recht te befchermen,als ook het recht van zijn de zaek zijn naem heeft, naemlijk van gefneden leder, gc- fi^r.

Rijk cn de digniteyt van zijn Kroon, door zijn lichaem tc- lijk Byrfa, die zeer bekende burgh der Garthaginenfers;

gen hem en alle andere. Een weynigh laeger vloeyt de Bane want onze laer-boeken verhalen, dat de Sax Hcngiftus, de

Tatteshall. by Tatteshall, een ftedeken in dit moeraffigh lant bequaem- Piden en Schotten overwonnen hebbende, als hy elders

lijk genoegh gelegen, bekent door zijn kafteel, meeftcndeel groote bezittingen gekregen hadt, ook hier ter plaetze van

van gebakke fteen opgebouwt,en door zijn Barohnen,in de Vortigernus zo veel landts verworven heeft, als hy met een

Witham. Men zegt dat Eudo en Pinfo,zeer edele Noorman- Offen-huyt in fmalle riemkcns (wy noemenze Thongs) gc- ,

nen, als door broederlijke noodtzaeklijkheydt aen elkander fneden, omringen kon, waer in hy dit kaftecl gefticht heeft.

Waer

-ocr page 282-

L I N G O L N E - S H ï R Ë.

Waer v^n êên , dic een kort begrijp van de Britanfche ge- Graven van Atoh\'a, en de Peréi^ Voört-gefproten zijn , de- De ÈdroÈ-^

fchichten gefchreven heeft, deze veerzen van Virgilius zoo welke hier gewoont,en van welke wy te voren in Surrey ge- «f»

omgekeert heeft: fproken hebben. In dit deel van\'t Graeffchap is eertijdts

^ccepitquefolumfaBidenominelhongumy geweeft de ftadtalwaer deBiffchop van deze c\'j

Tmrino quantum poter at circundare tergo. wijk zijn ftoel gehat heeft,dewelke genoemt zijn geweeft de Jtr^^\'

Van Grimsby vertrekt zich de ftrandt met een groote BiflchoppenvanZ/W/^r, maerhet zelveisnuzo Verdwe-

boght, zo dat zy de inwijk Abus oft de Humber door Thorn- nefi, dat met de naem ook de puyn zelve fchijnt vergaen te

/^>^/,aen-neemt: dit is eertijts een Collegie geweeft van Wil- zijn. Ook kan ik niet voorby-gaen dat in deze wijk by

lem Crap Graef van Albemale tot den Godts-dienft inge- -Mellwood, bloeyt het dooduchrigh en Ridderlijk geflacht

ftelt,en Barton^-Awact een zeer vermaerde overtoght is naer van S. Taulus, qualijk Samfollgmozmi, welk ik altijdt ge- 5. Vantc,

het landt vanYark. Hier by wordt heimio-xkcn Ankam, meent heb gefproten geweeft te zijn uyt het oude Gafti-

zijndemoddedghenderhalvenookvruchtbaervanael, in lioenfche geflacht der Graven van S.Faul\'m Vrankrijk :

de Hurnber ontladen, dicht by welx bronnen is Merket-Ra- maer de Luxenburghfche wapenen , die zy voeren, geven

haer wel-verzochte markt alzo genoemt,- want hoo- anders te kennen, naemlijk dat het liyt Vrankrijk gekomen

ger liggen Angotby, nu verkeerdelijk Ofgodby, eertijdts toe- is, dat die Caftilioenfche ftam van S.\'paule (\'t welk omtrent

behoordgh aen het geflacht van 5. , van welke het voor twee hondert jaren gefchiet is) door houwlijk aen de

erflijk gekomen is tot de Airmims^cn Kelfay, wel eer de Han^ Luxenburgifche gevoeght is.

fardscygcwy die in dit Graeffchap van grooten name ge- Opdcze.Trent(pdcndcn\\ïtïQ.n Jdell mBan, zoo met

weeft zijn , van welke het door houwlijx-recht gekomen haer water-loopen,dat zy het rivier-eylant Axelholmei by de Axelhol^

is tot de Ridderlijke ftam van Afchough. Daer na wort de Saxen Gaxalbolme, welk een deel van \'t landt van Lincoln »^f*

Ankam door een brugh gevoeght aen Glanford, een kleene is, om-vatten. Dit ftrekt zich van \'t zuyden ten noorden x

koop-ftadt, welke het gemeene volk, van de brugh , Brigh mijlen in de lertgte, en de helft minder in de breedte. Daer
noemt, doch de naem byna vergeten zijnde. Hier beneven laeger aen de rivier light, is \'t moerafligh, cn brengt een

in de dier-warande ziet men Ketleby, de vernaemde woon- wei-riekende ftruyk (die men Gallnoemt) voort: in \'t mid- De fprup

plaets van het Ridderlijk geflacht der Tirwhits, doch eer- den, daer\'t zich allenx verheft, is het zeer vruchtbaer, en

tijdts, als men uyt de naem befluy ten kan, de wooning van geeft overvloedigh vlafch, ook Alabaft, dewelke nochtans, Alabajl-,

eenen Ketell, (welke naem in de Saxfche en Deenfche eeuw niet zeer vaft zijnde,meêr tot witten en pleyfteren,als ergens

zeer gebruyklijk was j) want Bye betekent in \'t Saxifch een anders toe nut is. De voorneemfte ftadt wierd eertijts Axe/,

woonplaets, en Byan woonen, waer van zoo veel plaetfen en nu Axey, genoemt, wacr van met by-voeging van het Saxi-

elders in Engelandt, en voorneemlijk\'in dit Graeffchap, fche woort Z/i?//»^, welk zy vooreen rivier-eyJandt gebruykt

met eyndigén. hebben,het zelve büytentwijftel zijn naem gekregen heeft.

In deze gantfche wijk zijn op gezette tijden (op dat ik Maer het mach naeulijx een ftadt genoemt worden, zo ver-
van de viflfchen zwijge) een ongelooflijke menighte van vo- ftroydeiijk wordt het bewoont: nochtans vertoont het een
gelen, en dat geen gemeene, welke elders in de hooghfte voor-hof van een kafteel, dat in de Baronnen-krijgh ver-
waerde zijn, als Smienten, Quakkels, Patrijzen, Faizan- nielt is, het welk aen de
Mowbrais, die toen een groot deel
ten,&c. maer zodanige die men in \'t Duyts qualijk noemen van dit eylant bezeten hebben, toebehoort heeft. In \'t
m c
kan,en Zo lekker, dat zy zelf meeft van de Grooten gezocht lxxiii jaer,als een oude Tijdt-fchrijver verhaelt,heeft Ro-
worden, als
Puittes, Godwits, Knots,d^t is-^Canuts vogelsyzo ik bert van Mowbray, van de getrouheydt des ouden Konings
meen, want men gelooft dat zy uyt Denemarken hier naer af-wijkende,in \'t eylandt Axelholme by
Kinardferry een ka-
toe vhegen,
Botterells, om haer dwaZe malligheydt zoo ge- fteelken, by oudts vernielt, herbout. Tot den welken de
noemt, welke volgh-vogel met het licht van een kaers door menighte van die van Lincoln, te fcheep over-gevoert
tijn-
des vogelaers gebaerden gevangen worden,- zoo hy een arm de,het kafteel bclegert,den Conftapel met alle zijn zoldaten
uyt-ftrekt,zo fpreyden zy een vleugel uyt,fteekt hy een been tot over-geven gedwongen, en het kafteel uytgeroeyt heeft.
uyt,zy doen desgelijx,kortelijk,al wat de vogelaers doen, dat Wat hooger light
Botterwic, wiens Heer, Edmond Sheffeld,
doet ook het vogelken, tot dat \'et met het net over-ftolpt de zefte j^oning Edward tot den eerften Baron Shejfeld van
wort. Maer ik laet die gene deze dingen waer-nemen wel-
 Botterwic uyt dit geflacht gekoren heeft, dewelke zijn leven
ker natuur tot vogelen ftrekt j oft die tot gulzigheydt gebo- voor het Vadedandt tegen de oproedgen van Nortfolk ge-
ren, tot overdaet genegen zijn. laten heeft, na dat hy uyt Anna
Veer, dochter van den Graef

Meer ten weften wort in de Humber ook de dvier Trenty Van Oxford, geteelt had lan den tWeeden Baron, den Vader

na een lang volbraghte loop, ontfangen, na dat zy van Bojfe^ van Edmond, dewelke nu als een eerwaerdigh Ridder van

dike af dit lande met een zandige ftrandt bepaelt heeft; eer- S. lons bloeyt. Meêr ten noorden is Burton Stather,aen den

ftelijk afvallende niet vêr van Stow, alwaer Godiva Graef anderen oever van de Trent; waer van ik tot noch toe niets

Leoftics vrouw een kloofter gebouwt heeft, het welk H. gedenkwaerdighs gelezen heb.

Huntingdonenfls zeght om zijn lage gelegenheyt onder de Dit landt van Lincoln roemt op zijn Graven van Egga t>e GraWfi

heuvelen en onder de voorbergh van Lincoln te liggen, iaf, dewelke in\'t d c c x jaer gebloeyt heeft, enMorkar, van Lin-

Daer naby Knat, nu een woonplaets van Baron Willoughby beyde Saxen,welke alleen Ampt-Graven waren, Willem van

van Parrham, eertijts van \'t geflacht der Baronnen van Dar- Romara Noorman , dewelke geftorven zijndc, (want nocht

cy, dien vele Heerlijkheden en goederen door de dochter de zoon dic voor zijn vader geftorven is, nocht zijns zoons

en erfgenaem van Mcinill aen-gcftorvcn zijn. Dit geflacht zoon hcbbcn dezen djtel gebruykt) zoo heeft Koning Ste-

dcr Darctis is voort-gekomen van een ouder i naemlijk van ven,Gilbert van Gant in zijn plaets geftelt. Na des zelfs doot %. H.i*

eenen genoemt de Noorman van Adrecy oft Darcy deNoSion, heeft de jongeling Simon van Ltzio, de zoon van Graef

dewelke in dc hooghfte achting gebloeyt heeft onder de Simon, (ghy leeft de woorden van Robert Montenfis,welke

derde Henrijk, wiens nakomelingen het kloofterken der omtrent dic tyt geleeft heeft) als hy geen lant had, door ge-

heylige Maeghden by Alvingham in dit Graeffchap begif- fchenk van dc tweede Koning Henrijk, de gemel^ Gants

tight hebben. Maer deze waerdigheyt is als uyt-gcftorven, eenige dochter met zijn hcerlijkheydt verkregen. Daer na

als de laetfte Noorman in de oude rechte lijn, alleen twee heeft dc Franfche Lodewijk, van dc oproerige Baronnen in

zufteren nalict,van welke de eene acn Rogier Pedwardtn, de Engelant beroepen,cen anderen Gilbert uyt \'et gcflacht van

andere aen P. van Limbergh getrouwt is geweeft. Gant met het zwaert van \'t Graeflchap van Lincoln gegort;

Van daer loopt dc Trent af by Gainesborrow,ecn rccde dcr maer Lodewijk terftont Verdreven zijndc, 2o heeft niemant

Deenfche fchepcn,en een vermaert ftedeken door de doodt dezen voor Graef erkent, cn hy heeft zelfden djtel verflne-

van dc Deenfche tymn Suenus Tiugskege, dewelke aldaer, ten. Toen heeft Radulf de zeftC Graef van Cefter, deze

na dat hy het landt berooft had, (na \'t getuygenis van Mat- heedijkhcydt van dc derde Koning Henrijk verkregen, dc-

thijs van Weftmunfter) van een onzekercn door-fteken, welke weynigh voor zijn doot acn zijn zufter Hawifa, huys-

eyndlijk zijn verdienden loon voor zijn fchelm-ftukkcn vrouw van Robert van door ccn bnef hetGraef-

ontfangen heeftj lang daer na was het de bezitdng van Wil- fchap van Lincoln gegeven heeft, voor zo veel aen hem be«

lem van Graefvan Penbroek, welke het recht van hoorde, dat zy daer van Gravin zijn zoude: zoo luyden de

cenjaermarktvande eerfte Edward verkregen heeft, van woorden des briefs. Zy heeft het insgelijx over-gedragen

welken Qraef de Baronnen y^nBoursugh door de Schotfehe aen lan van Conftapel van Cefter,en zijn erfgenamen.

Tharntm
Colledge.
JSarton
ufon

tJmfber.

Ofgodbjr.

Ketlehj.
Tirwkin:

Wat Bye
betekent.

Zekere

Vogels.
Knots,
Bott&els.

Knaf^

Darcy de

Noiton,en

Knath,

fines 19.
£. 3. Gai-
nesborrotv.

-ocr page 283-

C O R I tr A N E Kf.

D E

die hy by haer dochter Margriet teelen zoude. En hy heeft
Edward ontfangen, de welke, voor zijn moeder geftorven
zijnde, deze eer aen zijn zoon Henrijk nagelaten heeft,
IJh. Mo\' welke de laetfte Graef van die ftam geweeft is. Want als zijn
zonen vroegh geftorven waren, en hy alleen zijn dochter-
ken Alicia over hiel, zoo heeft hyze negen-jarigh aen Tho-
de zoon van Edmond, Graefvan Lancafter, verlooft,

fAS

N O T-

ïn dit Qraefßhap zip mtrent ^30 Parochiën,

mas:

met die voorwaerde, dat zoo hy zonder erfgenamen van
zijn lichaem fturf, oft zoo zy zonder erfgenamen van haer
lichaem fturven, zijn kafteelen, heerlijkheden, S^c. verblijd
ven zouden aen Edmond, Graefvan Lancafter, en zijn erf^
genamen in der eeuwighcyt.Doch Alicia heeft by haer man
Thomas geen kinderen gekregen. Maer als haer man Tho^
mas onthooft wierd, zoo heeft zy, die zich door haer on-
eerbare zeden geen kleyne fmet aengewreven had, Eubulo
k Strange, waer mee zy gemeenzaemlijk geleeft had»tot

haer man. Zonderdes * Vorften toeftemming, genomen^ ^Bdw.z.
de welke hier dóor vergrämt zijnde, is in haer goederen ge-
vlogen. Welke alle, na dat Alicia in haer ouderdom zon-
der kinderen geftorven was, Henrijk Graef van Lancafter,
Edmonds neef van zijn tweede zoon, dit groot erfdeel,
door den inhoudt van d\'ovcrdraght, daer ik terftont vsn
gefproken heb, verkregen hceft, waer meê van toen af dit
Lancafterfch geflacht verrijkt geweeft is. Nochtans heb-
ben de Koningen van Engelandt met dc naem der Graven
van Lincoln vereert, de vierde Edward, lan
de U Pole, en de "Betiet de
achtfte Henrijk, Henrijk Brandon, zonen der Hertogen Hertogen
Van Suffolk, welke beydc zonder kinderen geftorven zijn. ^^f"
En dc Koningin Elifabeth heeft Edward, Baron van C//»- ^^^
ton, Groot-Admirael van Engelandt, met de zelfde heer-
lijkheyt verrijkt, dewelke zijn zeer eerlijke zoon Henrijk
noch heden geniet.

-ocr page 284-

En \'t Graeffchap van Lin-
coln grenft ten weften hêt
Graeffchap van Notting-
ham/t welk veel kleyner is,
by deSaxen Snotirengabam-
fcypc, byons Hiottinghdm-
shire genoemt , zijnde ten
noorden door\'t Graeffchap
van York, ten weften van
Derby , en op zommige
plaetfen Van York, ten zuy-
den van Leicefter bepaelt.
Het zuyder en oofter-deel wort door de rivier
Trent, en an-
dere invloeyende rivierkens zeer vruchtbaer gemaekt. Het
wefter-deel wordt geheel door\'t bofch van
Shirewood, zich
wijdt uytftrekkende, begrepen. Dit deel, om dat het zan-
digh is, wordt
Sand -, het ander, om dat het kleyigh is,
The Klay genoemt van de inwooners, de welke haer landt in
deze twee deelen verdeelt hebben.

De Trent, in \'t Saxifch T jieontra, (wélke zommige wey-
nigh vermaerde oude Schrijvers in \'t Latijn
Triginta, om de
nabuurigheyt van \'t Franfche woordt, waer door \'t getal van
dertigh beteekent wordt, genoemt hebben) een lange wegh
af-geloopen hebbende,terftont na dat zy zich in dit lant be-
geven heeft, en eerft
Steanford, alwaer ik verftaen heb dat
veefken-teekenen der outheyt overigh zijn, en veel Room-
fche penningen gevonden worden , en daer naer
Clifton,
welke aen\'t oude geflacht der Ctiftom de naem en woon-
plaets gegeven heeft, voorby geloopen is, zo ontfangt zy ten
weften het rivierkén
Lin, welke, ontfpruytende by Newjled^
dat is, de nieuwe plaets, alwaer de tweede Koning Henrijk
eertijts een kloofterken gefticht heeft 5 nu zijn \'t de huyzin-
gen van\'t oude geflacht der
BuronsAewdkc van Radulf van
Buron in de eerfte tijden der Noormannen, in dit en het
bloeyenfte lant van Lancafter zijn gefproten; loopt dicht by _
Wollaton, alwaer de Ridder Fr. Willoughby tot een ydele toon
van zijn rijkdommen,met zeer groote koften,voorwaer zeer
heerlijke huyzen van geneuglijken uytzicht en wonderlijke
konft gebout heeft.Daer na\'fpoelt zy aen
Lenton^tcx.x\\]is een
kloofter,\'t welk Willem PifT^m/i\',baftart van Koning Willem
de
Com^HeJleur, eertijts voor de H. Drievuldigheyt gefticht -
heeft; nu is \'t alleen verniaert door haer wei-bezochte jaer-
markten. Alwaer op d\'andere oever byna aen de t\'zamen-
loop van de
Trent en Lin, aen een fteyle plaets, ligt de voor-
neemfte ftadt, waer van dit gantfche Graeffchap de naem
Nming- heeft,
ligttinghamgenoemt, met een verzacht woordt vöor
ènorren jabam: want zoo hebben \'t de Saxen genoemt na
de
onder-aerdfche hollen én gangen, welke de outheyt tot
vertrek-plaetfen en wooningen uyt-geholt heeft, onder die
fteyle klippen in\'t zuyder-deel.daer \'t zich naer de Zm if rekt.
Waer
van AflTuerus dit Saxifch Sno-crenjabam in\'t Latijn
vcrtaelt
Speluncarumdomm, dat is, der Hollen huys-, en in het
Britanfch
Tui ogo bauc,\\ welk byna het zelfde beteekent. De
ftadt is van plaetfen zeer geneuglijk; van d\'eene kant ftrek-
kende zich de weyden aen de ruyme rivieren, aen de andere
kant verheften zich kleyne heuvelkens;ook is\'t in alle levens
nootzaeklijkheden zeer overvloedigh. Van d\'eene kant ver-
leent
shirewood mildelijk hout om vuur te ftoken, (fchoon
vele ftinkende gegrave kolen gebruyken) aen d\'andere kant
de
Trent viftchen. Waer van zy dit veersken gebruykt t
H^tvochte wout voorziet mijn heert,
De Trent geeft vifch na m\'i)n begeert.
Voorts is deze ftadt zeer fchoon door de wijdtluftigheyt
van haer gebouw, driefchoone kerken, en een
over-fraeye
markt met een zeer fterk kafteel. Dat kafteel light aen de
weft-zijde van de ftadt op een fteyle fteen-klip, op welke
plaets men gelooft dat eertijts het kafteel was, op \'t welk dc
Deenen fteunende,i;1ithereds en iElfreds belegering uyt-ge-
ftaen hebben ; tot zy onverrichter zaken de belegenng op-
aebroken,en \'t vertrek afgeblazen hebben.Want als de Dee-
nen deze ftadt ingenomen hadden, zoo fchikten Burchred,
Koning der Merciers, (als Aflerius getuygt) en de Merciers
boden aen .ïthered, Koning der Weft-Saxen, en zijn broe-
der jElfred ootmoedelijk biddende, dat zy haer wilden hel-
pen, op dat zy tegen \'t voornoem(^e heyr mochten vechten^

Ve rivkr
"ÏÏrent,

ï>e tin.

"Bmon.

Wollaton,

ham.

8(S8.

\\ welk zy lichtlijk verkregen hebben : want die broeders,
niet trager tot de belofte, als tot de daet, zijn, na dat zy een
groot heyr-leger van alle kanten by-een vergadert hadden,
naer Mercia getrokken, en eenmoedelijk dén oorlogh zoe-
kende,tot aen Snottengahar/i gé&omcn.^^n als de Heydenen,
door de vefting Van \'t kafteel gefterkt zijnde, weygerden ten
ftrijde te komen, en de Chriftenen niet bereydt waren om
de muur te breken,zo zijn die twee broeders,na dat de vrede
onder de Merciers eii Heydenen gefloten vW, met haer
troepen naer huys gekeert.Doch namaels heeft de oude Ed-
ward de ftadt
Bridgesford daer tegen over gebout, en de zel-
ve ftadt met veften, de welke nu vervallen waren, befloten;
waer van wy alléén de overblijffelen aen de weft-kant ge-
zien hebben. En weynigh jaren daer na, te weten ten tijde
van Edward de
Confejfeur, als in \'t Schat-boek van Engelant
ftaet, wierden in de zelve c
l x x 11 Burgers getelt, en van
de twee munteryen wierden dén Koning x
l fchellingen
betaelt. Ook wierden de
Trent, en de graft, en de weg naer
York bewaert,dat zo iemandt de over-vaert der fchepen be-
lette, die moeft voor vier ponden boeten.

Doch het kafteel,welk \'er nu gezien wordt, Worten door
zijn ftichter,en door de grootte des werx verheedijkr. Want
Willem de Noorman heeft hec, om de Engelfen te betoo-
men,gebout; en ^t was van naturen en door handen-werk zo
gefterkt (alsWilhelmus Neubrigenfis getuygt) dathet alleen
door hongers-noot,zo \'t bequame befchermers had,te over-
winnen was.Namaels heeft de vierde Edward het zelve met
groote koften vermaekt,en met fchoone gebouwen verciert,
waer aen de derde Richard ook de handt geleyt heeft. Ook
heeft het by verloop van tijden door groote legers \'t gemee-
ne lot niet Ixproéft, mits het noyt is overwonnen geweeft.
Eens is het tc vergeefs belegert geweeft van Henryk van An-
jou, in welke tijt de bezettelingen de by-gelege huyzen ver-
brant hebben. Eens is\'t ook onvoorziens ingenomen van
Robert, Graefvan
Ferrars, in deBaronnifchc oorlogh, de 1175-.
welke dcBurgers van alle haer goederen berooft heeft. De
Kaftelleyns verhalen veel van David der Schotten Koning, f^t
hier gevangen ,
cnvz.nKog\\ct\\&n Mortimer, Graefvan
Marchia, door een onder-aerdtfche gang hier betrapt, de
welke, om dat hy zijn trou tegen zijn vaderlant om Schot-
fche penningen verkoft , en veel andere fchelm-ftukken in
zijn woeft gemoedt befloten had, namaels op-gehangen is.
Voorwaer in \'t eerfte voor-hof des kafteels khmt men langs
vele trappen met ontfteken licht in een onder-aertfch hol,
en gcwelffelen uyt de fteen zelf uyt-geholt, op welker wan-
den gefneden zijn de hiftorien van Chriftus lijden,en ande-
re dingen, door de handt van David, de tweede Koning der
Schotten, als men zeght, de welke hier gevangen gelegen
heeft. En in \'t opperfte deel van \'t kafteel, welk zich fteyl
tegen de klip op verheft, komt men langs vele trappen in
een ander onder-aerdfch hol , wélk men
Mortimers hole
noemt, om dat die Rogier van Mortimer zich daer verbor-
gen hceft, als hy van zijn quaet over-tuygt, zich alle quaedt
bevreefde. Voorts light deZe ftadt op de hooghte van de
noord-pool
lui graden ; en van *t uyterfte weften tele zy
X xï I deelen, x 1 v minuten.

Van hier loopt de Trent met een zachte kolk door Holme,
van dc Hceren van Holme Pierpount alzoo genoemt, welker Pierpount.
geflacht oud en Edel is, en uyt het welk gefproten is Robert
Van
Peters Pont, oft Pierpount, onder de Baronnen des Rijx
tot de vergaderingen des Parlaments van de derde Edward
beroepen , naer
Shelford, dc woon-plaets van de door- DeBaronny
luchtige en Ridderlijke ftam der Stahhops, welker Adel in Shel-
deze wijk groot, en welker naem hier zeer vermaert is. •
Eertijdts was \'t ecn\' Baronnye van Ranulf
Hafelin , door
wiens dochters zy gekomen is tot de
Sardolfi en Fvering-
hams.
Van waer zy voort-vloeyt naer Stoke, een kleyn vlex- jyejia.
ken; maer vermaert door geen kleyne neêrlaeg, alwaer lan Stokel
de la Pole,
Graefvan Lincoln, van de derde Richard tot erf- 14.87.
genaem des Rijx beftemt zijnde,als hy zich,door\'t tuflxhen-
komen van de zevende Henrijk
, van\'t Rijk zagh af-gefne-
den, zich hier valfchlijk voor Vorft heeft op-geworpen, en
tegen den waren Koning zich
ftellende,kloeklijk met de zij-
nen gebleven is. Niet vêr van hier verheft zich
Suthwell, de Smhmü.
Collegie-kerk der Proveniers,acn S.Maria geheylight, en is

I i i i het

i ■);

-g van

NOTTINGHA M-S H I R R

-ocr page 285-

»tentrio

D A B, B ÃŽT SIS

2) x^\' -

C O M I -

ARS

"Î

J NorthCLA.YE

Grit^ley m_y 3Û11

ix - HecUnji"^

Œanire

^ lit.

£%terton^

k:

SuUon-

. Â»Mora

\'Balnvordi

LAWZ

tZût^tt^

SM

\\ CÎauforth

VS

S.

XiehifelL

Leverton-
Ceies\\

.....

Trif^etl \\ ^"^tMr

\' qfhurbm.

^^liraton, â€žf

I Lanaham. x ft - \\lnewb>,

\'lafkiatH-

Cr^j^JL\'

CLindie

\'Zffot-matUotL-

■BoéimfiJl

Ha^U

VfoHxrn- Cukney

C O M I T A T V S P A II S ,

rByhy

^ fx nd^ß

\'\'Willtn^/lly

Cn^

Caunto»

1 \\JsÄOxrowi itjui«/^-siïf™«.»\'! , tb.

Jfewmanioi

Newark ^^a^m^,

^itfiadofi\'

\'A. J/ fe - Jt^^V^^d^

a>

0 JT^

J"

CT)

O CF

\'^^IcRfton

rx "i

icte-

rix

/Shilian-

J/-

Screi\'ßti

harir^ivn^
Oßon^
~0rakhm-

€uon. j

INGTIJLM ^^^ I /

SiMtéor,

- - ■«W»\' ^ S^enJah ^li^ae^ J t/

S\':Iaker

fWi^AP O rX ƒ

\'jfare^e

^artoti,

\'Jfiraäfn\\ere
^Cjijrutryiott-

——
\'Tie Loi^e m lf>e

l/lfar.

f^\'Cl^fxmy

Gaiita

OF

\\

fl.

^ -^\'BhJworlh

S J1 J Jl c.

f. Hi/^owe iji, Nottinç-kain " iï^V

C OJMITATVS

O T T G H A-1

J^ IEN S I S ; .

^V^^ Lecktt^iott-

-JLXICi:^ s TE^U s hire:, \\

^ c ^ s J-jt &jsTs J s C oMJT^u-y s.

Jl s

^eridles

-ocr page 286-

240 N O T T I N G H A M - S H I R

het zelve wel niet heerlijk, maer vaft, oudt, en vermaert. Cukeney in dicGraeffchap tot Sergeantfchap voor den dienft
Welk men ft:hrijft dat PauHnus, de eerfte Biftchop van van de Palfred des Konings te Ferraren, wanneer de Koning
York, gebout heeft, als hy de inwooners van dit landt in de tot Mamfeld komen S:oud. Uytdit bofch ontfpnngen veel
gedoopt,enge-Chdftenthad.Na welke djt de Aerts- beexkens, de welke naer de Tr^\'»^ loopen , onderde zelve
biflchoppen van
York hier haer wijtluftig Palleys,met drie wort de \'Ule de voorneemfte geacht,aen de welke by Idleton
by-gelege dier-gaerden vol wildts,gehat hebben. Dat dit de in \'t Dcxvi jaer Ethereds,des Konings der Nordanhumbren,
ftadt is, de welke Beda
Tio-vut\'Fingacefler noemt, geloof ik geluk meer als geftuyt heeft. Want daer hy te vooren altijdt
dies te vafter,om dat het geen hy Verhaelt van Paulinus in de zeer gelukkelijk geftreden had,zo is hy hier door tegenfpoet
Trent by Tio-vul-Fingacejler doopende , het byzondere hi- gebleven , overwonnen zijnde van Redwald, Koning dcr
ftorijken van deze kerk ftantVaftelijk bevcftigt, dat op deze Weft-Engelfcn,dc welke Edwin(uyt zijn vaderlijke erf-goe-
plaets gefchiet is.Daer na vloeyt \'t rivierken
Snite van \'t 00- deren verdreven zijndc) in zijn plaets over dc Nordanhum-
fl:en in dc
Trent, \'twelk kleyn zijnde, loopt voorby bren geftelt heeft. Dit rivierken loopt nitzwètvrnMarkham,

vermaert door de Heeren de Tibetots oft Tiptvfts, namaels een kleyn ftedeken, \'t welk aen \'t eertijts in outheyt cn dap-
GiavenvanWigorn,cnWiverton,wc\\ksm Heriz,ecn\\}X.s cen perheyt vermaerde geflacht der Markhams denaemgege- Marhh^-
vermaert man in deze wijk, door de Br ets en Cdtofts, tot de ven heeft, \\ welk meeft vereert is geweeft door Y.Markham,
chaworths
gekomen is, welke van de Cahors in Vrankrijk de dc welke in dc hooghfte Vierichaer van Engelandt met zoo
nacm,en van dc Heer van haer geflacht trekken, groote billijkheyt \'t roer|dcr gerechtigheyt gehouden heeft.

Nu verdeelt zich de Trent, en befpoelt dc genoeg groote (\'t welk ik wenfchte dat ghy in de Engclfe hiftorien laeft,)
ftadt als
 genoemt van een nieu kafteel, dat zijn eer ten geenigcn tijde verfterven zal. Ses mijlen van

welk zeer groenend, door haer bloeyend gebout kafteel, als hier ten weften is Workenfop, bekent door het lieflijke voort- T^^h^Ph
het Henrijk van Huntingdon noemt, ^ic mildadige Alex- brengen van zoete wortelen, cn vermaert door de huyzen
ander,Biflihop van Lincoln,gebout héeft.Dc welke,op dat van den Graefvan Salop, Avelke by onze njden gebout zijn
ik de woorden van cen oude Gefchicht-fchrijver gebruyke, van Georgius
Talbot, Graef van Salop, met zodanige heer-
mits hy zeer heerlijk van herten was, dit cn noch cen ander lijkheyt, als zo grooten Graef waerdigh, en niet tc benijden
kafteel met groote koftcn gebout heeft.En om dat dufdanig is. En het is tot de
Tdbots van de Lovetofts, eerfte Heeren
bouwen der BiflTchoplijkc eerbaerheyt weynig fcheen te be- hier van onder de Noormannen, door de
Furnivals en Ne-
tarnen, zo heeft hy, om de nijdt van dit bouwen weg tc nc- n}ils, met cen rijklijk erfdeel gekomen. Onder de welke G.
men,en om deze vlek als uyt tc wifl!chen,eVen zo veel kloo-
Lovetoft, ten tijde van de eerfte Henrijk, een kloofter hier
fters bouwende, de zelfde met geeftlijke broeders vervult, gebouwt heeft, wiens puyn-hoop wy acn de weft-kant van
Niet-te-min is deze ydele verquifting der rijkdommen in deze ftad tuflTchen dcgencuglijke weyden geZien hebbenden
dezen krijgs-BiflTchop zijn ftraf terftont gevolgt. Want Ko- het weftcr-decl van de kerk is noch ovedg, door twee kerk-
ning Steven,dic,om zijn waggelend Rijk te beveftigen,voor toorens zeer vêr zichtbaer. Weynigh hooger hebben wy acn
altrachtc dc fterkfte plaetfen in zijn geweldt te Wngen, dezelfderivierde vermaerde markt van 5////\'£\'gezien,welk
heeft dien Prslaet door gevangnis en hongers-noot daer
Bulley, oft Bufley, een Edcl-man Van Noormanich geflacht,
toe gebracht,dat hy hem dit en het ander kafteel by
Sleford, na wy verftaen hebben, met een kafteel gefterkt hccftimaer
tegen wil cn dank eyndlijk in handen leverde. Ook is hier nu fchijnen naeulijx de vervallen muuren van \'t zelve, zoo
anders niets gedenkwaerdighs by gevallen, dan dat Koning verniedght de oudtheyt der tijt alle dingen. Maer h:tkloo-
lan dc zeer moeylijkc loop van zijn verwcrde leven hier ge- fterken hebben Rogier
Bufly^cn Fulco van Lifieurs <yefticht.
eyndigt heeft. Vsin hier vloeyt de rivier, zich wederom ver- En dit is byna dc laetfte
ftai van het lant van Notangham
zamelende, recht naer \'t noorden, beplant met vele dorp- ten noorden, behalven
Scroby, een ftedeken van den Aerts-
kens, en heeft niets verhalens-waerdig voor dat zy te
Little- biflchop van York, op de grenzen Zelf gelegen.
borrough gekomen is, een kleyn ftedeken, en aen welk de Willem, toe-genaemt de Conquefieur, heeft over dit landt Heenn tn
naem met recht voegt,- alwaer, gelijk \'er heden een wel ver- Willem Bever ell, zijn baftart-zoon, niet met dc tijtel van
zochte over-vaert is,zo is \'er eertijds die vermaerde rccde en Graef, maer van Heer van Notdngham geftelt; aen wicn
vcrblijf-plaets,acn welke Antoninus eens en andermaels ge- een Zoon gebooren is, die voor zijn vader geftorven is, en
denkt,en na de vcrfchcydcnhcyt der voor-fchriften,en A
ge- den zelfden insgelijx een zoon van de zelfde naem,den wel- Lwton.
loc VM en Segeloc vm genoemt wort. Dit heb ik voor dc- ken de tweede Henrijk uyt zijn erfdeel verftooten hccft,om
zen te vergeefs in deze buurt gezocht, maer geloof nu vaft- dat hy Ranulf, Graef van Cefter,vergeven had. Omtrent die
lijk het zelve gevonden te hebben, zoo om dat het aen den tijdt heeft Robert van
Ferrars, de welke Nottingham inge- Qy^ven ^
heyr-wegh ligt, als om dat dc bygclcgc dijkde uytdruklijke nomen heeft,deze tijtel in de gift, welke hy aen de kerk van
i}an JDeirhy»
ken-tckencn dcr veften betoont,cn zeer veel penningen dcr Tuttesbury gedaen heeft, gebruykt, de jonge Robert, Graef M. Baris
Roomfche Keyzcren aen dc ploegers dacghlijx vedecnt,de van Notdngham. Maer namaels heeft hy \'t Graeffchap cn P\'^i-
welke, om datze de verkens met wroeten dikwijls ontdek- het kafteel van Notdngham met al dc heerlijkheyt van
Fe-
ken, Swines penies, dat is, Verkens penningen, van de boeren verell acn zijn broeder lan gefchonken, cn de eerfte Koning ^^^inq\'é,
genoemt worden.De welke ook na haer begrijp meenen,dat Richard heeft het bevcftigt. Langen tijdt dacr na heeft de Bith, a.
haer voor-ouders dit lant met een fteenen muur tegen dc tweede Richard lan van
Mowbray met deze tijtel Vereert,
wateren van de
Trent, des winters ovcrvloeyende, omringt den welken, jongeling Zonder kinderen geftorven zijnde,
hebben. zijn broeder Thomas gevolgt is, dievan de tweede Richard

In\'tweftcr-decl van dit lant(men noemt het tot Graef Maerfchalk, en Hertogh van Nortfolk gekoren

\'t rivierken Erwssh in de Trent loopt, vertoont zich Ster ley, is; en terftont daer na gebannen zijndc, heeft geteelt Tho-
eerdjts
Strellegh, \'t welk aen \'t Ridderlijk geflacht der Strel- mas, Graef Maerfchalk, van de vierde Henrijk onthalft, en
(gemeenlijk
Sturly genocmt)een onder dc outfte en door- lan Mowbray, dc welke,gelijk ook zijn zoon en neef, insgc-
luchdgfte van dit Graeffchap, de by-naem en woon-plaets lijx Hertogen van Nortfolk,en Graven van Notdngham ge-
verleent heeft. Meêr binncnwaerts heeft
shirewood, welk weeft zijn. Maer als haer manlijke ftam uyt-gegaen was,\'en
zommige \'t
door-fchijnende bofch, zommige \'t door-klare Richard, het kleyne zoontjen van dc vierde Edward, Her-
bofch
vcrtalen,ccrtijts alles met bladeren bedekt,en hebben togh van York,dcze tijtel van Notdngham met anderen ccn
de takken der boomen, verdubbelt zijnde, zulke boflthen weynigh djts gevoert had,zo hebben de derde Richard Wil-
gemackt, dat de voet-paden aen byzondere menfchen naeu lem Mark-graef van Barkley, en de achtfte Henrijk zijnen
gangbacr
waren,maer nu is \'t ydeler;nochtans voed het veel onwettigen zoon Henrijk Fitz,-róy,wéke beyde zonder kin-
daflchcn cn herten, en heeft eenige fteden, onder welke deren geftorven zijn,met deze djtel desGraven vanNotdng-
Mmsfeld. Mansfeld uyt\'ücckt , zijnde een zeer overvloedige markt, ham vereert. En nu onlangs m d Lxxxxvn heeft Elizabedi
wiens naem zommige tot cen deel van bewijs getrokken met de zelfde eer Karei
Howard, Opper-Admiracl van En-
hebben , welke acn \'t gcflacht van
Mansfeldin Duytflandt gelandt, de welke van de Mowbrays gefproten is, om zijn
haer oudtheyt
beveftigen, en willen dat de eerfte Graef van dapperheyt (als in de Keur-brief ftaet) in dc fchceps-ftrijdt
met onze Arthur dc ronde tafel gehouden heeft, tegen dc Spanjaerts m d lxxxviii; cn in\'t innemen van
en halen
\'t hier vanaf En onzc Koningen plegen, door Gales clo lo lxxxxvi, kloeklijk cn getroulijk betoont,
luft tot jagen vedokt zijnde, zich na deze plaets te begeven; (de welke hier te fcheep,evcn als dc Graef van Eflèx te lant,
en, op dat ghy uyt de oude onderzoeking de woorden zelve het hoogfte gezagh gehadt heeft) met heerlijke bekleeding
hebben
moogt,Henricus Fauconberge bezat de Mayery van begiftight.

In dit landt worden gezien \\6% Bar ochy-ker ken,. D A R-

i I

i

I i

i i i

Tio-vul-

Fi»Q(i-ce-
jlaf

Ve lip\'
rofts.

DeChor
tvorths oft
vanCahors.

Cahors in
Qmcjf.

1 K

iJttlehoY\'
rvfigh.

"^Agelocum
cft Segelo\'
cnm.

Shiremod.

-ocr page 287-

24 ï

DARBY-SHIRE.

E weft-kant van Notting-
ham wordt befloten van het
landtfchap van Darby, by
de Engel-Saxen Deo/ibi-
fcyjne , gemeenlijk
Darby
shire,
welk ook zelf ten zuy-
den befloten wordt van het
land van Leicefter, ten we-
ften van Staftord, ten noor-
den van York, even gelijk
als in een drie-hoekige,doch
niet even-zijdige , vorm.
Want van het fpits, welk zich ten zuyden qualijk zes duy-
zent fchreden uyt rey kt,ftrekt het zich ten weêr-zijden zoo
ruym uyt, dat het aen de noord-kant omtrent dertigh duy-
zent fchreden in de breedte begrijpt. Het wordt door het
tuflfchen-loopen van de rivier
Derventio in twee deelen ge-
fchift, welke rivier van de noorder-grenzen af-geftort, met
zwarte wateren uyt de aerde naer \'t zuyden vloeyende,in de
Trent loopt. Want de voornoemde Trent fnijt de zuyder
fpits dwars door. Het ooft en zuyder-deel is gebouwt, niet
onvruchtbaer, en met waranden bezet. Het wefter-deel
over de
Derventio, noemen wy ?eake; dit is gantfch ftee-
nigh, door de bergen en klippen onvruchtbaer, nochtans
door de opkomft van \'doot,yzer,en kolen rijk, en bequaem
genoegh om fchapen te weyden.

\'t Eerfte dat, gedenkwaerdigh zijnde, in de zuyder-hoek
zich aen ons gezicht vertoont, is het meêr als vernielde ka-
fteel
Greifeley, \'t welk eerdjdts meteen kloofterken, ter
eeren van S. loris, gefticht is, byde Heeren
Greißey, die
haer ftam van Willem, de zoon-van Nigellus , van
Greißley
genoemt, trekkende, zelfs van d\'inval der Noormannen in
Engelandt af, tot op deze tijdt toe in groote waerdigheydt
gebloeyt hebben, en zijn door het houlijk met de dochter
en erfgenaem van het oude geflacht van de
Gaßeneys eer-
tijdts niet weynigh verrijkt. Aen de rivier welke dit
landt van
Stafford, tot dat zy in de Trent loopt, af-fcheyt,
ontmoet ons niets, als eenigeboeren-vlexkens»en dekoop-
ftadt , alwaer het geflacht der
Kokainenlmggc
bloeyt heeft; de 2iobury, alwaer het Edel en out geflacht der
JFit Zr Herberts lang gewoont hebben, uyt het welk Antonius
Titz-Herbert, die aen de wetenfchap van ons burger-recht
veel verdient heeft, gefproten is. Niet vêr van hier is
Shir-
ley,
een oude bezitting van het vermaerde geflacht der
Shirleys, die van eenen Eulcherus haer ftam trekken, aen
dewelke, behalven de oudtheydt van haer geflacht, veel
Heerlijkheden en erf-gronden toe-gevallen zijn uyt de hou-
lijken
met dc erfgenamen der , Baffetsw^nBralesford,
Stantons ,Lovets En hier zijn rondom vele plaetfen
gelegen, welke aen doorluchdge geflachten de naem en
woon-plaets verleent hebben,te
Longford,Bradburne,
Kniveton
, van waer die Knivetons van Mercaßon zijn , en
iradley,WTitz uyt S.Lous Kniveton gefproten is,in wiens vlij-
tige naerftighcyt ik veel gehouden ben;
Keidelßon, alwaer
de
Kurfons, als ook by Croxton, Radborn, daer de Ridder lan
chandosMetx der plaets,zeer groote gronden van een heer-
lijk huys geleyt heeft; van wien het doorzijn dochter tot
de
Polen, de welke hier heden woonen,door erflijk vervolgh
gekomen is.Maer deze dingen laet ik aen dien over,die aen-
genomen heeft dit Graeffchap volkomelijk te befchrijven^
En aen de
Trent,dat zy de Dove eerft ontfangen heeft,

Zïct men Repandunum, zoo noemen\'t hare Hiftori-fchrij-

vers, de Saxen pbepanSun, cn wy heeten \'t heden Repon,
het welk van een groote ftadt tot cen kleyn dorpken ver-
mindert is: want eertijdts was het zeer vcrriiacrt, zoo door
het graf van iEthelbald, die goede Koning der Merciers, dc
welke door het bedrogh der zijnen om-gekomen is, en van
de andere Koningen der Merciers; als ook door het avon-
tuur van Buthred, de laetfte Koning der Merciers, de wel-
ke, na dathy door fmeken en gefchenken het Rijk twin-
tigh jaren ingehad had, hier door de Deenen van zijn Rijk
ontbloot,oft
liever van heerlijke ellende van heerfchen be-
rooft is; en leert op hoe flibberigh een plaets die ftaen, wel-
ke met geldt gefchraeght worden. Daer na, niet vêr van de
Trent, vervalt nu het Koninglijk kafteel Melborn, waer in
lan, Hertogh van Bourbon, in de flagh van Agincourtge- Mdhm.
vangen, negentien jarén onder de bewaringvan de jonge
Niklaes
Montgomery is gehouden geweeft. Naeulijx vijf
mijlen van hier ten noorden neemt dc rivier
Derventio zij-
nen loop, dc welke, als ik gezcyt heb, op de uyterfte gren-
zen van dit landt ten noorden uyt de bergen van
Pea.k ont-
fjpruytende,ziéh, nu tuflchen fteen-klippen door hortende,
nu de groene weyden befproeyendc, over de dertigh mijlen
als regelrecht naer \'t zuyden ftrekt.Nochtans heeft zy in die
lange loop niet te befchouwen,behalvenÄ//f/a^tf;\'/i\',voor-
waer voortreflijkc, wijdtluftige, cn befchouwens-waerc^ge
Chattes*
huyzen, de welke de Ridder Willem Candish oft Cavendish,
uyt het edele en oude geflacht van Genon in Suflfolk gefpro-
ten, begonnen, en zijn doorluchtigftehuys-vrou Elizabeth,
nuGravin van Salop, noch onlangs met groote onkoften
volbracht heeft.

üreißey
cafile.

Het ge-
facht der
Creißeys.

Het ge-
facht der
Shirleys,

Jlepto»»

Nu daer zich de Dervent ten ooften keert, en voorby
Little Ceßer, dat is, kleyneftadt, geloopen heeft, alwacr der
Romeynen oude penningen dikwijls uyt-gehaelt worden,
ziet men
Darby, byde Saxen Nojitrbwo/it^bij, en na de
Deenfche tael, als die oude Athelwerd verhaelt,
Deoraby,
dehooft-ftadt van het gantfche landt, welke haer naem
van de rivier
Derventi, op welke zy gelegen is, genomen
hebbende, acn het gantfche landt gemeen gemaekt heeft.
Het is een fchoone ftadt, niet kleyn noch onbevolkt, en
aen de ooft-kant vloeyt de
Derventi, zeer fchoon om tc
zien, in cen woefte en verheve kolk onder door een fteenen
brugh, waer op de Godts-vrucht onzer voor-ouderen een
fchoone kapel, verzuymt, gefticht hceft. Door het Wefter-
deel vloeyt het klare beexken, welk zy
Mertenbroke noe-
men. Hec telt vijf kerken, van welke de grootfte, aen alle
heyligen toe-gewijt, een klok-huys heeft, welk in hooghte
en uytnemende konftigheyt Zeer voortreflijk is. Waer in de
Gravin van Salop, terftont genoemt, de liefde haerer erf-
genamen mis-trouwende, zich voorzichtelijk een graf, en
dicht daer by een gaft-huys, om xii armen tc voeden,
naemlijk acht mannen en vier vrouwen, Godtvruchtigh-
lijk geflieht heeft. Deze plaets is eertijts zeer vermaert ge-
weeft, om dat het een fchuyl-plaets was voor dc rooven-
dc Deenen, tot dat die verwinfter Ethelfled,Vrou der Mer-
ciers, hetzelve, na datzy de Deenen door een fchielij-
ke over-val om-gebracht had, ingenomen heeft. Ten tijde
van Edward de Confejfeur^edihex., als \'er in \'t Schat-boek
ftaet, 145 burgers gehat, de welke nochtans zoo vermin-
dert waren, dat \'er, onder \'t gebiedt van de eerfte Willem,
alleen hondert overigh geweeft zijn. En deze gaven op de
H. dagh van S.Marten aen den Koning twaelf
* Traven «
van haer jaer-gcwas.Doch nu is het meeft vermaert door dc ofCorne als
Rechts-vergaderingen voor het gantfche land, en door het \'t fihijpt,
befte bier, welke het brouwt jCn wy Ale noemen, getrokken
van het Deenfe woordt
Oele, niet van Alicia, daer Ruellius ^^^^
het van af-trekt. De Britannen hebben \'t met een oudt
woort
Kmw genoemt, waer voor byDiofcorides qualijk byde En-*
Curmi
gelezen wordt, als hy zeght dat de Britannen cn Hi- gelfen Ale,

beren (mooghlijk Hibernen oft Ieren) voor wijn C»r/iïj/,een het

drank van gerft gemaekt, gebruyken. Want dit is onze ger-
ftewijn, welke die af-valligc lulianus Auguftus aerrighlijk
in een Quik-dicht noemt Uv^oyyivn , , è Bjicf^tov.

Dit is een oude en byzondere drank der Engelfen en Bri-
tannen, en de zelve zeer gefönt, hoewel Henr. Abrincenfis
Noorman, Dichter van dc derde Koning Henrijk, de zelve
fpottehjk met deze woorden begekt heeft:

\'k Weet niet by rvatgedrocht, en helfch mnfthapen diey
Men lijken zal hetgeen men
noemt gemeenlijk bier.
Zoo dik is\'/ als men
V drinkt, zoo klaer is \'t als menpiß ^
Wisjaed het dan den buyk met veel en vuyle giß.
Maer de allergelpertfte der Franfen heeft niet getwijfFelt, Turnebus
of de menfchen dezen drank gebruykende,zoo zy de dron- d eft^
kenfchap mijden,zouden langer leven, als die wijn drinken, *
K k k k en

i iiji

-ocr page 288-

...... t-

11 "»I

-ocr page 289-

cn dat het daer van is, dat zonimigé by ons, bier drinkende,
tot dc hondertjaren geraekt zijn. Het welk Afclepiadcs by
Pliitarchus nochtans aendeftrafheyt des hemels wijt, wel-
ke de warmte in de lichamen behoudt, als hy getuygt dat dc
Britannen cxx jarengelecfthebben.

Voorts beftaet dc gantft;he rijkdom van deze ftadt byna
uyt het voorkoopen,tc weten,uyt het inkoopen van koorn,
en aen dc
bcrgh-liedcn te verkoopenj want ai dc inwooners
zijn als voorkoopers.

Niet vêr van hier drijft de Derventi haer wateren , daèr
Radulf van
Montjoye^ondtn \'t gebiedt van de eerfte Edward,
zijn landeryen gehadt heeft, en door
Elwajim, Van waet
Wouther
Blunt was, den welken de vierde Edward tot dé
waerdigheyt van Baron van
Montjoye verheven heeft, wiens
nakomelingen, door het ^leraet der letteren, de doorluch-
tigheyt van haer geflacht ge-evenaert hebben, cn onder de
zelve, voorneemlijk Karei, nu Graefvan Devon, Baron van
Montjoy, Koninglijke Stadthouder van lerlandt, en Ridder
van S. loris, in deught engeleertheyt zo uyt-gefteken heeft,
dat hem niemandt te boven gegaen, cn weynigh gelijk ge-
weeft zijn. Hier by vloeyt de
Derventi met de Trent t\'za-
men, welke terftont de
Erewash ontfangt toteenfcheyd-
pacl in dit deel van het Graeffchap van Notdngham. Hier
by light
Rifeley, toebehoortigh aen de Willoughheys, uyt de
welke de Ridder Hugo
Willoughhy (als ik verftaen heb) was,
de welke, terwijl hy de Ys-zee by
Wardhom in Scandien na-
fpoordc, door \'t gewelt van de koude, met de zijnen omge-
komen is. Dicht hier by is ook
Sandiacre, oft, als zommige
willen,
Sain^ Diacre, de woon-plaets van \'t edel geftacht der
De Greys van Sandiacre, welker erfdeel door het recht van zijn

vnn San- huys-vtou geraekt is aen Edward Hilary,wiens zoon de naem
der
Greyen aen-genomen hceft; enna weynige jaren is dc
eene van zijn twee erfgenamen getrout aen de Ridder lan
Leake, d\'andere aen lan Welsh.

Aen de ooft-zijde volgen elkander naer het noorden in
orde het kafteel
Codenor , eertijdts Ceutenoure , d\'at aen
De Baron- ^Jg Baronnen Gr^jyx toe-behoort heefc, welke Heeren, Grey
Coi ^^^ Codener
genoemt geweeft- zijn, welker erf-goedt inde
voorige eeuw aen de
Zoucheys geraekt is, door het houlijk ,
welk laii
de U Zouch, de tweede zoon van Heer Willem
de la Zouch van Haringworth, aen-gegaen heeft met Eliza-
beth, erfgenaem van Henrijk
Grey, de laetfte Heer van Co-
denor.
De heerlijke Mayery van Winfeld, alwaer Radulf,
Heer van
Cromtvell, na die eeuw zeer heerlijke huyzingen,
onder \'t gebiedt van de zefte tlenrijk, gebout heeft. Daer
Alfreton, na ziet men Alffreton, het welk men gelooft van Koning
Alfred gebout en benoemt te zijn, het welk ook zijn Hee-
ren gehadt heeft, hier af van
Alffreton by-genoemt, welker
tweede Robert, de zoon van Ranulf, het kloofterken van
Schoon-hooft, gemeenlijk Beauchief, in dc uyterfte hoek van
dit Graeffchap gebout heeft; maer na weynigh jaren de
manlijke ftam vergaen zijnde,zo is haer erf door twee doch-
teren geraekt aen \'t geflacht van de
Cadurcen,o£z chaworths,
Dewape-
en in\'t landt van Lancafter. Deze voerden in haer

mnder Ba- ^^pen twcc gulde chevernen, als zy \'t noemen, in een blaeu
Sir\'\' Welke zelfde wapenen de Mufards, Baronnen van

Stavelj.\' Stavely, m dit landt met veranderde verwen gevoert heb-
ben , dc welke uyt-gegaen zijn, onder \'t gebiedt van dc eer-
fte Edward, in N.
Mufard, en diens oudtfte zufter aen T.
van
Erefchevill getrout is, wiens nakomelingen hier noch
bloeycn. Wat hooger, op dc zelfdeooft-grenzcn van dit
nardmc. Gracffchap, light op een harde aerde Hardrvic, welk een
doorluchtigh geflacht in dit landt benoemt heeft; uyt het
welk Elizabcth, Gravin van Salop, nu aldaer twee treflijke
gebouwen byna aen-cen-gevoeght begonnen heeft, de wel-
ke, op cen hooghte liggende, zich van verre zeer genoegh-
De Baron üjk acn \'t gezicht van de befchouwers vertoonen. Dit ver-
Cavenduh ^u de tijtel van Baron aen haer tweede zoon Willem
Cavendish, den welken Koning lacob onlangs met de eer
van Baron
Cavendish van Hardrvic vereert heeft.

Meêr binnenwaerts ziet men chefterfield in Scardale, dat
is,
in \'t dal met klippen hejloten; want de Engelfen hebben dc
klippen
Skarresgenoemt. Dezes oudtheyt beveftigen zelfs
de nieuwe naem, cn dc puyn der muuren j maer de voonge
naem light door de tijdt veroudert en uyt-geblufcht: en het
wort alleen by de Schrijvers vermaert door dc flagh tuflfchen
de derde Henrijk, cn de Baronnen, in welke Robert van
Ferrars, de laetfte Graefvan Darby uyt dat geflacht, gevan-
gen zijnde, door de macht des Parlaments aen zjn heer-
lijkheyt is geftraft geweeft, en van de zelve berooft daer na
geleeft heeft, en zijn nakomelingen hebben alleen met de
naem der Baronnen gebloéyti By dit
chefterfield light ten
weften
Walton, het welk van de Bretons door Loudham tot de Wdton.
Eoliamhs,
in deze wijk vän grooter naem, erflijk gekomen
is; ten ooften
Sutton, alwacr de Leaken in Ridderlijke waer- Smm.
digheyt lang gebloeyt hebben.

De Baren-
Ken vm
Momjojf^.

diacre.

Codenor
caßle.

oft Can-
dish.

Cheßer-
ßeld.

En niet vêr van hier is het óude kafteel Belfover,een wcy-
riigh verheven liggende, het welk aen dc Haftings, Heeren
van
Abergêvenne, toe-behoort heeft, uyt recht van ruyling
met de derde Koning Henrijk, de welke als hy niet wilde
dat het Graeffchap van Chefter, aen wien het toe behoort
had, onder de fpin-rokken zoud verdeelt worden,zoo hceft
hy dc zufteren van lan Schot, laetfte Graef, hier en daer an-
dere bezittingen gegeven.

Het oofter-deel over de Deriventi,wt\\k gantfch door heu-
velen en bergen uyt-fteckt, waer van het certijdts by de
Saxen Pcac-lono, heden
Peake, mooghlijk genoemt wordt, fhe Tealel
want dat beteekent by ons uytfteken, wort van de zeer fnel-
le en klare rivier
Dove (waer van op zijn plaets) van Stafford
af-gefcheyden. En hoewel het zelve op zommige plaetfen
fcherpe en gladde klippen heeft, zoo zijn \'er nochtans meer
begraefde heuvelen en dalen, w elke groote beeften cn ontal-
lijkc kudden van fchapen vrylijk voeden en weyden. Want
het heeft nu geen gevaer van de wolven, de welke hier eer-
Woheni.
tijts zeer fchaedlijk waren; om welke te verjagen cn te van-
gen, zommige deze landen bezeten hebben by
Wormhill, en
daer van
Wolvehunt genoemt zijn, als uyt de handt-veften inq, 2»
des Rijx ópenbacrlijk blijkt. Ook is \'t zoo vruchtbaer van -E*
loot, dat deAlchymiften, dewelkcdeZweef-fterren, als
behipt van mifdaedt, tot de metalen verdoemen, met een *
belacchelijke dwaling geleert hebben, dat Saturnus, dien
zy over het loot ftellen, aen ons goedt-hertigh is, maer aen
dc Franfen nijdigh, om dat hy hun \'t zelve geweygert heeft.
Maer ik meen dat Plinius van dit landt gefproken heeft,
als hy zeyde : In Britannien wordt uyt d\'opperftc huyt
der aerde het loot zoo overvloedighlijk getrokken, dat \'er
van zelf een wet ontftacn is,dat men\'er niet meer op zekere
maet uythale. Want op deze bergen worden de vruchtbare
loot-fteenen, alsze de Metael-werkers noemen, daeghlijx
met groote menighte uyt-gegraven, de welke zy op de heu-
velen , tegen het weften acnliggendc, by
Cr e ach en Wor keß
Worth
(welk hierom de naem van de loot-werken gekregen
heeft) op in acht-genomen tijden , als de wefte-windt eerft
begonnen heeft te blazen, den welken zy door \'t gebruyk
gemerkt hebben de hardnekkighfte van alle winden te zijn,
door een groote hoop van ontfteken hout.uyt-koken , cn
door uyt-gegrave goten, waer langs het af-vloeyt, tot klon-
ten, die zy
Soms noemen, t\'zamen-fmelten. Ook wordt in
deze eyge aderen niet alleen loot, maer ook
Stihium (in de
winkels
Antimonium genoemt) gevonden; welke de Griek- Jlmmt-
fche vrouwen in \'t verwen van haer wenk-bracuwen ge- nium,
bruykt hebben, waer van de Dichter Ion het zelve s^^csts-

noemt. Ook worden hier meulen-fteenen uyt-ge- Meulen-
houwen, insgelijx flijp-fteenen om het yzer-werk te wet-

cn zomtijdts wordt in die bergh-graven een zuyvcr SHjp-ßee-

ten

vocht en vloedt gevonden, (want de fteenen uyt dc Mijnen,
welke de peerlen en edele gefteenten gelijk zijn, worden
by dc Metael-werkers
Fluores vloeden genoemt) dc welke Vloeden oft
het Chriftal in alles zeer gelijk is.Bchalven dat Workefworth,
gemoedt ons niets anders gcdcnkwaerdighs, als Haddon aen
de rivier
Wie, welke lange jaren een woon-plaets was der
Vernons, die zoo oudt als doorluchtigh in deze wijk ge-
weeft zijni zoo dat de Ridder Georgius
Vernon, dc welke by Vernott.
onzen tijde geleeft heeft, om zijn heerhjkhcyt, zijn huys
altijdt voor de goeden open, en om zijn loflijkc herberg-
zaemheyt dc naem van Vorft in
Peak by \'t gemeene volk ge-
hadt heeft. Doch door zijn dochteren en erfgenamen is dit
rijke erfdeel aen lan
Mannours, uyt het geflacht der Graven
van Ruthlandt, en Thomas Stanley, uyt de ftam dcr Gra-
ven van Derby, over gekomen. Hier by hght
Bakewell aen
het zelfde rivierken, \'t welk zich tuflfchen deze heuvelen
naer de
Derventi een wegh opent. Dit is by de Saxen Bao-
öc-canwcll genoemt geweeft; cn Marianus getuyght, dat dc
oude Edward aldaer een Burg gefticht heeft. ïk weet niet
of dit zijn naem van de Baden ondeent heeft, welke de ou-
de Engelfen
Bade en Baden in haer tael, met de Duytfen

genoemt

-ocr page 290-

t - S

H

ï

R

B

R

E.

D

HT

genoemc hebben,-waer van Baden in Duytslandt, en Buda in
Hongaryen. Voorwaer by dc bron-ader Me, niet vêr van
hier, ontftaen negen bronnen van warm water, en beteke-
Bmmè nen heden hec
Buxtonwell, dewelke, wijl de ervarentheydc
geleert heeft, datze zeer gezont zijn voor de maegh, zenu-
wen, en het gantft:he lichaem; zoo heeft de eerwaerdighfte
Georgius , Graef van Salop , het zelve nu onlangs met ge-
bouwen verheerlijkt, en zijn dezelve nu op nieus, door de
I t\'zamen-komft van zeer edele mannen,begonnen vermaert

te worden. In welke tijt die ongelukkighfte Heldin Maria,
Koningin van
Sc\\\\ot\\an.di,Buxton, de veerzen van C^efar van
JPeitna veranderende, met dit tweeling-rijm goede nacht
gezeyt heeft :

Buxton, vermaerde naem, door warmer warren well,
Miffchien niet meer van my bezocht, \'k zegh u vaer wel.
Maer dit is buyten ons beloop. Dat nochtans deze Ba-
den van outs zeer bekent zijn geweeft, betoont het veer, oft
de Roomfche wegh met fteenen beftraet, en
Badgate ge-
noemt , van hier zich reven mijlen vêr ftrekkende naer
Burgh. Waer neven een out kafteel aen een heuvel ligt,eer-
tijdts de
Bever els toebehoortigh , The caftle in the Peake ge-
4^.
Ed. 3. noemt,in \'t Latijn de Alto Pecco geheeten, het welk de derde
Koning Edward, met de Mayery en Heerlijkheydt, aen zijn
zoon lan, Hertogh van Lancafter, als hy \'t Graeffchap van
Richmond in handen des Konings herftdde, gefchonken
heeft. Hier by opent zich een hol oft
onder-aertfche gang,
Dhels arfe (ik voor-befpreek de eerbaerheydt) Duyvels-aers genoemt,
m Peake, die groot en wijdt is, en veel vertrekken heeft, alwaer
Gervafius Tilburienfis , \'t zy door onwetenheydt der waer-
heydt , \'t zy door luft tot liegen, verhaelt, dat \'er een herder
een zeer breedt landtfchap gezien heeft met beeken door-
jfpoek, en veel woefte water-plaften. Uyt dufdanige beuze-
len wordt dit hol nochtans geacht onder de wonderen van
Engelandt: ook ontbreken\'er dufdanige verdichtfeien niet
Eldenhole. van dat andere hol in deze buurt, Eldenhole genoemt, waer
in niets te verwonderen is,als dat het groot, fteyl,en diep zy.
Maer dat hier geblaes van winden zoude zijn, hebben zom-
mige te vergeefs gefchreven; en geen van beyden voegen
deze veerskens van Nechamus van de wonderen van Enge-
landt :

Daer is een machtigh hélden winden enderwurpen,
\\Xyt wiens twee-dubb\' le mont een groot ger uys komt ßurpen,
Een op-geleght verdek moet dalen naer de gront,
Bn wint lijt zijn gedael niet dieper als de mont.

Maer \'t gene in dit verheven en fcherp landeken ^edenk-
waerdighis, heeft iemandt in dit vier-veers wilien begrij-
pen:

Drie wond\'ren zijn in Pcac, de Well, het Gat, het Hot,

En zo veelnuttigheên, hot, gras-, enfchape^wol.

En zo veelfraeyigheên, \'t kaßeel, Chatfworth, en "t Bad^

Alwaer noch meergefnoet, maer minder tvaerdgefchat.

Uyt de ftam der Peverells worden die Heeren van Darby
genoemt, welke wy nu te voren gezeyt hebben dat Heeren
van Nottingham geweeft zijn. Namaels heeft de eerfte Ko-
ning Richard aen zijn broeder lan de Graeffchappen en
kafteelen van Nottingham , Lancafter, Darby, &c. met de
Heerlijkheden tot de zelfde behoorende, ook met de Heer-
lijkheyt van gegeven en beveftight. Daer zijn Gra-
ven geweeft uyt het geflacht der
Eerrars, (zoo veel ik uyt de
Regifters der kloofteren van
Tutbury, Merivall, en Burton
heb konnen verftaen;) Willem van Ferrars, geboren uyt de
dochter en erfgenaem van
Peverell,dcn welken Koning lan
met zijn eygen handt (als in een Oude brief ftaet) tot Graef
van Darby omgort heeft; en van dezen Willem is gefproten
Robert, dewelke in de burgerlijke oorlogh zoo uyt deze
heerlijkheden vervallen is, dat geen van zijn nakomelin-
gen , hoewel zy in de hooghfte eer geleeft hebben , noyt in
haer volkome heerlijkheydt zijn herfteit geweeft. De
derde Koning Henrijk heeft de meefte goederen van dezen
Robert op zijn jongfte zoon Edmond over-gedragen? en de
derde Koning Edward (ik fchrijf het uyt zijn eyge handt-
fchrift) heeft door raedt van \'t Parlament geftek Henrijk
van Lancafter, den zoon van Henrijk, Graef van Lancafter,
tot Graefvan Darby,voor hem en zijn erfgenamen,en heeft
hem noch gefchonken 1000 Marken jaerlijx tot het leven
van zijn vader, de Graef van Lancafter. Van toen af is de
tijtel aen de ftam van Lancafter gebleven,tot dat de zevende
Henrijk den zelfden aen Thomas
Stanley op-gedragen
heeft, dewelke Margriet, des Konings moeder, nu te voren
getrouwt had;en uyt dit geflacht geniet nu Willem,de zefte
Graef van Darby, een zeer heerlijk man, deze eer.

Dit zy van de Graeffchappen van Nottingham en Dar-
by,van welke die gene een deel bewoont hebben, welke ten
tijde van Beda
Mercii Aquilonares, dat is, T^oorder Merciers,
genoemt wierden, om dat zy over de Trent naer \'t noorden
gewoont,en een land,als hy zeght,van zeven duyzent huys-
gezinnen bewoont hebben.

\'Beeren en
Graven van
Darby.

Simon Dw
nelmenfis,

HtVcden,

Matth.

\'Parii.zo^i

Oude brie"
ven van
lm I.

Noorder
Merciers.

Dit Graeffchap beßuyt jo6 Parochiën,

PE

Lïlï

-ocr page 291-

244

DE CO

N A V I E N.

E Landen ér C o r i t a n e n nu ordentlijk dmr-\'^andck hebbende, de mlke naefl aen dé
yoefl-kant It^en, ^00 moeten -spynude
Cornabien, ofi Cornavien doorben i
-^pelkernaems oorjprong andere mogen ontfowsipen j ik kan de krach f des ypoorts yan een m he^
ander trekken-^ maer mjlgeen yan allen tot de natuur der plaets en aerdt des yolx dienen,^ stil
ik^e Helper met yorxkens uyt-\'^erpen, als in de%p aenteekeningen in-yoegen. Ik ^aldan, ge^
lijk ons yoor-nemen is y de Landtfchappen ^ yoelke
^ie Cornavien , nae PtolomMfs
befchrijying, fchijnen in gehadt te hebben, by^ionderlijk door-loopen; naemlijk
Warwik-
shire , Worcefter-shire, Stafford-shire, Shrop-shire,
en CeJlcr-shire. In ypelks
geenigh ken-teeken der
Cornavien naem heden oyerigh is, fchoon de^e naem tot op de ondergang yan\'t Roomfche
Rijk fchijnt geduurt te hebben. Want de benden en troepen der
Cornavien hebben onder de nayolgende Kej^
^Sieren gedient s als te ^ien is in "t boek der Aenteekeningen,

W A R W I K - S H I R E.

i ;

i!; ■ ;

E wijk van Warwijk, byde
Engel-Saxen , als by ons,
Warrvik-shire genoemt, en
ten ooften van Northamton,
Leicefter,en de krijgs-wegh,
waer van ik gefproken heb;
ten zuyden van Oxford en
Glocefter j ten weften mee-
ftendeel van Worcefter, en
ten noorden van Staftord be-
paelt , wordt onderfcheyden
in twee deelen; naemlijk in
Weldon, en \'mWoodland, dat is, in Veld- en Rofch-landt. Welke
de rivier x^-von dwars door \'t midden des landts, van het
zuyd-ooften naer het noord-weften af-vloeyende, eenigh-
zins van een fcheydt.

Feldon light aen dees zijde van de Avone ten zuyden in
een veldige vlakte, en vertoont aen die gene,die het van eert
heuvel,
Edg-hill genoemt, aenfchouwen, door haer vruch-
ten en groene gras een uytzicht vol geneughlijkheyts. En
daer deze heuvel by
Warmington af-laet, hebben wyeen
rondt en genoegh groot bolwerk gezien; het welk,gelijk wy
van anderen meenen, door de eertijdts aengroeyende vyan-
den tot geen lange tijds gebruyk is gemaekt geweeft. En dit
landt wordt na de roode aerde
Rodway, Rodley, en een groot
deel van \'t zelve dal
Xhe valle ofRedhorfe genoemt, na de
vorm van een paert,op een roode heuvel by
fillerton van de
boeren uyt-gehouwen. In dit deel zijn gedenk-waerdigh
Shipfion, en Kinton-, het eene nu eertijts een markt van fcha-
pen , het andere van Koeyen, waer van zy ook haer namen
gekregen hebben;
Comptoninthe hole, alzoo genoemt om
dat het onder de heuvelen in een dal light: nochtans heeft
het zijn geneughlijkheden, en een doorluchtigh geftacht
heeft van \'t zelve zijn naem aengenomen; uyt het welk Ko-
ninginElizabethin\'t
m d lxxii jaer Henrijk Compton tot
de waerdigheyt van Baron verheven heeft.
Wormleighton,
een edele Schaeps-weyde; maer daerom edeler, om dat Ko-
ning Iakob,Ian
Spencer,w2.0,1 van wy nu gefproken hebben,
tot Baron
Spencer v^xxWormleighton gekoren heeft. Shughu-

ry, alwaer Sterre-fteenen gevonden worden , de welke de
Heeren van die plaets, van
Shughury genoemt, in haer ge-
ftacht-wapenen geftelt hebben.
Southam, een wel-bekende
cn verzochte markt; insgelijx
Leamington, van het rivierken
Leame, welke door dit deel loopt, alzo genoemt, alwaer een
zoute bron op-welt,
Vehindon, nu Long Ichingdon, en Har-
bury.
En voorwaer deze twee laetfte zijn nergens anders om
gedenkwaerdigh,als dat Fremond,Koning Oftas zoon,eer-
tijts tuftchen de zelve uyt cen hinderlaegh fciiandlijk om-
gebracht is; een man van grooten naem en zonderlinge
Gogcvruchtigheyt tot Godt, aen den welken niets anders
benijt wiert,als dat hy in een ongelukkige tijt,met gelukkige
voorfpoet de ftoutheyt der vyanden verdaen had. Welk zijn
ongeluk hem nochtans tot meerder eere gedijt heeft. Want

Feldotii^

1:! M

7he "Mile of
Redhorß.

SBpfion in
het Graef-
fchap van
fPorceß.
Kynton.
Comptcn.

■ j» • ;

Wormleig-
tcn.

Shughury.

Sterre-
ßeenen.

Learning^
ton.

by \'t Palleys van zijn vader Ofta begraven zijnde, (nu Ojf^
Church genoemt) is noch by de nakomelingen overigh, als
die onder de heyligen getelt, veel Godlijke eeren by \'t ge-
meen volk verdient heeft; en zijn leven is by een out Schrij-
ver met een genoegh fraey Gedicht befchreven, waer uyt
het geen fchelm-ftuk zy deze weynige veerzen van den
doot-ftager, dewelke, door begeerte van heerfchen aen-
geritft, hem gedoot heeft, te verhalen:

Terrvijl de noordfcheflaef nocht hoop, nocht kans beffiet»

Om, wijl dat Fremond leeft, te raken aen \'tgebiet.

Zoo leght hy op hem toe, die noyt op zulx en dachte j

De boozeflaef treed toe, en knot op \'t onverwachte

Zijns meefters romp van \'t hooft, die neder lagh in rufl.

En nergens voor bevreefi, mits nergens van bervuft.

Dit is de Beren-krans^ dit zijn de Falme-kroonen,

Die Fremonds eer ten dank by * Wydford zo beloonen, * By zom-

Die,Tp^l hy boozenflraft,en fchtiym van v goet het fnoot, wigen Rad-

Wort van de fnootfte fchelm onnoofelijkgedoot.

Dit is \'t gene wy in Feldon, oft in het veldige deel aen te
merken haddcn,het welk (dat wy ook niet behoorden voor-
by te gaen) die oude wegh
Fofle dwars door-fnijd, wiens dijk Foffeway.
nu in de af-wegige weyden gezien wordt by cheflerton, een
wooning van \'t over-oudt geflacht der
Feit os; uyt het welk
geweeft is die Willem
Peito, van de orde der Erancifcanen, ^eito*.
den welken de vierde Paulus, Paus van Romen, (zoo groot
was de toon in die hemelfche gemoederen,) te vergeefs in
fpijt van den Cardinael Polus tot Cardinael en Gezant van
Engelandt gemaekt heeft, wanneer hy Polus naer Romen
ontboden had,als behipt van verdorve Godts-dienft. Maer
de Koningin Maria, hoewel zeer genegen tot de Roomfche
kerk, heeft zich daer alzoo tuflfchen, ja tegen geftelt, dat
Peito verboden wierd in Engelant te komen, en de gantfche
Gezantige waerdigheyt aen Polus gelaten. Ik weet niec of
het hier noodigh zy te verhalen, dat onder \'t gebiedt van de
vierde Edward, eenige met gefchreve boeken geklaegt heb-
Boffu^ en
ben, dat de gierigheyt der fchapen, in deze wijk, haer kud- T. k tegen
den, als benden, by-een-vergadert hebbende, veel dorpen ^^
belegert, met het verdrijven der boeren ingenomen,en met
zoo groote neêdaegh uyt-geroeyt heeft; dat onder de zei-
ve een geleert man in die eeuw met den Dichter uyt-ge-
roepen heeft:

Hoe zoud een vy and zelf, veel wreeder eener ftadt
Bejegenen, zo hy die overrompelt had ?
Voorts vertoont zich aen de rivier alszy, noch
kleyn zijnde, in dit Graeffchap komt, eerftlijk
Rugby, een
wei-verzochte markt van vleefch-houwers;daer na Konings
ÜSl^wenham aen d\'andere kant van de rivier.alwaer drie bron-
Ncmn-
nen , met alluyn, zoo \'t fchijnt, door-mengt, uyt-barften, ham.
welker water , van verw en ftnaek als melk, gezeyt wordt de
fteen te genezen: \'t is zeker dat het overvloediglijk pis ver-
wekt, en de wonden terftont heelt en geneeft, en met zout
gedronken verfacht, met zuyker verftopt. Daer na
Baggin- Baggimon.
ton,
het welk zijn kafteel gehadt, en aen de Bagots, een zeer

edel

r.

-ocr page 292-

RW ï K

R E.

w

H

MïT

edel geflacht, eèrtijdts toebehoort heeft. Van waer niet ver
van daer is
Stoneley, alwaer de tweede Koning Henrijk eetï
kloofterken gebout heeft ; en daer tegen over is eertijts een
kafteel geweeft aen de
Avon, Stoneley-holme genoemt, op
Bolme-hullgéaovx, het welk uyt-geroeyt is,als de Deenfche
oorlogs-vlam Engelant onder Canutus door-liep.

Daer na befpoelt de Avon de voorneemfte ftadt Van hét
gantfche Graeffchap, de welke wy
Warwike noemen,de Sa-
xen Wajijiynj-wyc, Ninnius,
en de Britannen Caer Guar»
vic,
en Caer Leon. Alle welke namen , wijl zy van het Bri-
tanfche woprt
Guarth, welk een bezetting betekent, oft van
de legioehen , welke geftelt wierden in de plaetfen om die
te befchermen, fchijnen voortgekomen te zijn ; zoo heb-
ben zy my eenigzins over-reet, (hoewel ik in de oorfpronk-
lijkheden liever een
Scepticus, als een Criticus zijn wil ) dat
dit de zelfde ftadt is, welke PRiEsiDiVM byde Romeynen
in Britannien genoemt wierd, alwaer, gelijk \'er in de Aen-
tekeningen der Provinciën ftaet, de Overfte der Dalmati-
fche Ruyteren, ónder het beleyt van den Hertogh van Bri-
tannien, gelegen heeft. Deze bende is uyt Dalmatien ver-
gadert, en op dat ik dit in\'t voorby gaen aentekene, dié
voorzichtigheyt hadden de Romeynen,dat zy in de Provin-
ciën vreemde zoldaten in bezetting leyden, de welke, om
de verfcheydenheyt der zeden en talen, met de inwooners
niet konden t\'zamcn-rotten. Want (gelijk als hy fchrijft) dè
volkeren, die de toomen der flaverny ongewoon zijn, ont-
fpringen anders Echtelijk van \'t op-gcleghte jok. Hier van
hebben in Britannien ten oorlogh gedient uyt Afriken de
Mooren, uyt Spanjen de Afturen en Vettonen, uyt Duyts-
lant de Batavieren, Marvien, Tungren, Turnacenfers , uyt
Vrankrijk de Ligüners, Morinen, en van elders de Dalma-
tiers, Thracicrs, Alaners, &c. als wy op haer plaetfen zeg-
gen zullen. Maer tot de zaek. Niemandt meene dat de Bri-^-
tannen dat
Guarth van de Eranfen getogen hebben,wijl het
oorfpronklijk Hebreeufch zy, zoo wy Lazius gelooven, en
in het zelve vele volkeren over-een-ftemmen. Maer dat dit
éen bezetting geweeft is, getuyght de geloofwaerdigheydt
van onze jaer-boeken, de welke verhalen dat de Roomfche
legioenen hier gelegen hebben, en de gelegenheydt zelve,
byna in \'t midden van dit landtfchap, geeft het te kennen;
want met een even-gelijke ruymte wort het aen d\'eene zij-
de van de ooft-kant van Nortfolk, aen d\'ander zijde van de
weft-kant van Cambridge af-gefcheyden hoedanige gele-
genheyt
Pr^efidium, een ftadt van Corflca, Zelfs in\'t midden
van \'t eylandt gelegen, behouden heeft. En \'t is geen won-
der dat de Romeynen hier een bezetting en fchildt-wacht
van zoldaten gehat hebben, wijl het aén de rivier
Avone op
een genoegh fteyle klip over-hangt, en alle toe-gangen uyt
de fteen zelf uytgegraven zijn. \'t Schijnt ook dat het met
veften en graften voorflen geweeft is, en het vertoont aen
de weft-2:ijde een kafteel Van naturen cn van werk zeer
fterk, eertijdts de woon-plaets van de Graven van Warwik;
en de ftadt zelve is met fchoone gebouwen Verçiert; en is
zeer veel verplicht aen Ethelfled, Vrouw der Merciers, de
Welke de zelve, verzwakt zijnde, in \'t
d c c c c x ï jaer ver-
bouwt heeft. Onder d\'inval der Noormannen was zy ook
in een genoegh bloeyende ftaet, en heeft veel burgers ge-
hat, van de welke twaelf gehouden waren ( zo ftaet\'er in het
boek van de eerfte Koning Willem ) den Koningen in En-
gelandt te verzeilen. Die, vermaent zijnde, niet ging, ver-
beurde hondert fchellingen aen den Koning : en zo de Ko-
ning ter zee tegen de vyanden ging, zo zonden zy oft vier
Sotefvenen,ok vier ponden Steerlinx. In deze Burg heeft de
Koning,onder zijn gebiet cxiii burgers,en de Baronnen des
Konings hebben c xii. Rogier, de tweede Graefvan War-
wik uyt Noormans bloet, heeft in den
boezem zelf der ftadt
een fchoone kerk tereerenfvan
Maria gebouwt, welke de
Beauchamps , die hem nagevolgt zijn, met haer graven ver-
eert hebben,en inzonderheyt Richard, de laetfte Graefvan
Warwik uyt de
Beauchamps, en Overfte van Normandyen ,
de welke te Rouane in\'tciD cccc xxxix jaer geftorven , en
met een heerliike lijk-ftacy over-gebracht, hier begraven is.

Nevens Warwik ten noorden ziet men dé heuvel
klow, op welke Pieter van Gaveflon, den welken de twee-
de Koning Henrijk van een nederige
ftaet rot Graef van
Cornwal verheven had, van de Grooten des Rijx Onthooft
is geweeft. W^ant door de gunft des Vorften, en het toelaten
van \'t avontuur h.:d hy zich zo groot een vryheyt aengeno-
men,
dat, als hy des Konings hart ingenomen had, hy al de
beften verachte, èn op aller goederen géweltdeed, en als
een lichtvaerdigh en quaetwilligh man de gemoederen des
Vorften en der Edelen verdeelde.

Stcneley.

Re0.
JHon^ de
Smelej,

\'•^oïwike.

Trafic
\'dium.

Xjjtheem-
fche zolda-
ten in de
Trovin-
wn,

Fiorm îih.
4* cap. nk.

BlÂloW\'
hiU.

By anderen
Caverfden,

Hier by light aen de rivier Avone, Guy-cliffe, by anderen Guy-clife,
Gib-cliffe,n\\x
een woon-plaets zijnde van Thomas van Beau-
foe
, uyt de oude Noormanfche ftam af-komftigh; en welk
ook zelfs de zetel der geneughlijkheyt is. Aldaer is een dicht i. Rofus
bofchken, klare en heldere bronnen, bemofchte hollen, al-
van war-
tijdt groene weyden, een beex zacht en ruyflchend geloop
door de
fteenen, infgelijx eenzaemheyt, en de aengenaem-
fte
ruft voor dc Zang-Goddinnen. Hier zeght men dat die
beroemde heldt Guy van Warwik, na zoo veel te boven ge-
kome arbeyden,
een kapelleken gebout, een Heremijts le-
Ven geleyt heeft, en eyndlijk begraven is. Nochtans mee-
hen wijzer lieden dat die plaets van Guy Van Beauchamp
veellater de naem gekregen heeft; en\'tis zeker, dat Ri-
chard van
Beauchamp, Graefvan Warwik, hier een kapel
voor S. Margriet gebout, en het Reuzen-beek van die Gui-
do op-gericht heeft.

Van hier loopt de voller door charlecot, dewoo- Charkeos.
hingvanhetEdeleen Ridderlijke huys der Lucys, wélke
aen de
Charlecots nu eertijts erflijk tot de zelve als verhuyft
is, de welke, om de armen en vreemdelingen te ontfangen,
by
Thellisford, door een Godtvruchtigh opzet, een Gods-
huys gebout hebben; want
Thelley was een rivierken alzoo
genoemt, het welk door
Compton Murdak, eertijdts aen de
Murdaks, nu aen het Ridderlijk geflacht der Vernays toe-
behoortigh, en dit
Thellisford naer de Avon loopt, welke
terftont
Strat/ord befpoelt, een fraey ftedekeri,welk aen zijn
beyde Voefter-heeren alle eer fchuldigis, aen lan van
Straf- Stratf^rd
ford, Aerts-biflTchop van Cantelbergh, die de kerk gebout
heeft, en Hugo
Clopton, Schout van Londen, de welke over
de een fteenen brug, op veertien boogen fteunende,
niet zonder groote koften geleyt heeft. Dit was de jongfte
broeder uyt dat oude geflacht,het welk van
Clopton, een by-
gelege Mayery, deze toe-naem ontleent heeft, uyt welke
Wouther van
Coksfeld, Marefchal Ridder genoemt by Clop"
ton,
een zekere wooning voor zich en de zijne geftelt hadv
Dezer erfgoet is by onzen tijde tot twee gezufters mede-erf-
genamen geraekt, de eene van de zelve is getrout aen den
doorluchtigen Ridder Georgius C^r^\'a^, Opper-kamerling
van de doorluchdghfte Koningin Anna, de welken Koning
lakob met de tijtel van Baron
Carerv van Clopton vereert Baron
heeft ; én dit verhaél ik daerom, om dat hy een zeer groot
lief-hebber der eerwaerdige oudtheydt is. En de
Avon zich
nu naer Worcefter begevende, befchouwt aen zijn oevers
niets anders als
Bit ford, een koop-ftedeken, en eénige boe-
re vlexkens.

Laet ons nu het Bofch-Iandt door-zien,het welk over de
tivïeï Avonzichten noorden veel wijder uytftrekt, zijnde
meeftendeel met boflbhen bezet,nochtans niet zonder wey-
den,akkeren, en verfcheyde yzer-aderen. En gelijk dit zel-
Ve heden Vfoodlandt, dat is, Bofch-landt,genoemt^ otdt, zoo woodland,
wierd zy eertijdts ook met een ouder naem Karden gehee-
ten, doch openbaerlijk, als ik meen , van de zelfde beteke-
ning : want
Arden fchijnt by de oude Britannen en Franfen Arden*
een bofch betekent te hebben, wijl wy zien dat het grootfte
bofch van Vrankrijk
Arden, en een ftadt in Vlaenderen ne-
Ven een ander bofch Ardenhurgh, en dat vermaerde bofch
van Engelandt meteen verkort woort Z)^;? genoemt wordt,
op dat ik die Diana verzwijge, welke in de oude opfchriften
T>iana
van Vrankrijk A r d w e n a en A r d oi N A , dat is, zoo -^^dmna.
ik iet zien kan, Bofchachtige, geheeten wordt, en de zelfde
geweeft is, welke men in de
op-fchriften van Italien Me-
MORENsis noemt. Hier van heeft Turkillus van Ar^
den,
welke hier gebloeyt heeft, met groote eer onder de
eerfte Henrijk zich de naem
aen-genomen, en zijn zeer
doorluchtige ftam is wijdt door Engelandt in de navolgen-
de jaren verfpreyt. Aen de weft-zijde van dit landt fnelt zich
de rivier
Arrotv, om zich met de Avon te vermengen, door
het kafteel
Studly, eertijdts aen I. de zoon van Corhutio toe-
behoortigh. Öfnu deze rivier van de fnelheyt zoo genoemc
geweeft zy , als de
Tigris van Mefopotamien, (want Arrovt>
betekent by ons, als Tigris by de Perflanen,een pijl) oft in \'t
tegendeel van haer langzame loop , \'t welk ^r^by de oude
Eranfen en Britannen betekent
heeft,mögen andere bezien.
Hier by ligt
Coughton,de voorneemfte woon-plaets van her

M m m m Rid-

.1 ■■ !

-ocr page 293-

■VI»-.

L E I C E S

TRIM

HincklcY

C O MIT A TVS

S A 1 _ ^

etmn^^iatt\' ^^

. Granharmv^,

Hvn^ d R je D

TidLV ImJbrMk ■■>!>

V D oniNGTHI: R ,

J Iniignia

Comititm \'^Ji^i^ormcnfmm.

^ \\ : ;\'\'\'2\\

7 Dean- \\
___1. !

I> avejrtre

S v^ D

r^tf^^ jB^j^""^.............

, „ J .linmU Vradoa-

^yjf^l.^ J^Or^^

^ o

J ^/l-

lAjoi^eA

■ ■■X. /

•irottwich-e ^

..........^^"^^"^^^^VTA-luJi E\'K S

•MartafL\'

JJw: I T ^T 5 o A liihe^f.

/ tfiecJheiy

Over VCmilzi/ Vw

suyUyT^^p/ sheyhj i

C^harch

Shu^hury

JE

1 .i/hbDrite.

a^lco* ^ triors .Marjlo-

^/O/rrtatt, ^ â– 

I Cimytm. I

\\ { kyaetdh i ^

O\'ver Sa^ya

§i m .....

. 1 -rfife -wichmfard-

{iirorch-s.v -

f T®» /\' HV N ^^

I ! Jr 1 TJsther

yjahsr Over jRdi«"^^\'.-.\'^-®-

^la^orcefler SyedUy

I ; 51iii-e J.

[^■»■Iz. / -st^ Perlko

J^irtoti\'

fs^r^

■rj-ike

1

\\

CoUwatL

.............

\\jAtalverit. Mis i i / 1 ^^

i ^\'^JT^U

TewJcefljurye

"IF O 31 T>.

9 .

•v^oncusr

o

......

?PARr( fi" WbRCisr

I/jTilburye

I JW: r T T 5

» ±he Sarraj^j^B^ Â«DT y » \' Â»

5e

8 ^ £

k

_

J/lUUff\'\'\'\'\'. Â£Uormn. ^tuiltuir

JM-eridies.

Infignia

CormtiaTL Ji^arwiceTfiunv.

Septentrio-

^^ .«ok Camherfirl ^^fiKc^a^

I AVi\'G,OHisriEisrsis

Coimlatii5 erComitatus

^ ■ "War. av i c e-k i s;

* nec rio.li

GOVT:IS THE LIBEKTAS.

Worcj: S xer. wauwik 5hire.

an_clTHE LIf.ES.tYOI" COTETiTRE.

.y/Lirliyc

. v. -a^ X^hy

.. i, ."iSv\'J ^^^arauity

bid AVaffi\'^V .^tii^r^ra

.......^y^\'TT\'L

r»«.«, ....ftf^ ^^ms^y^ ....... dutlfl^j^ ^^ 1 ------------------------jymkomn^ \\chiijejhjf

.. V ^^c/zV\'i^^ii;;; .............^f^ix A i ,

^ . . . ^ . -" V ^Tii. ltI^rty \\ ^......

^ /Ujhftm^r^ park O .

CafleiL

S ^ I.

E A U S

S liH-tf iijp-e

- ^ irrA^i.^/ ! agjL jfjuE
OUwudcrl ISCiLs 1

A ,

o

Dufiixei-e
oaiStreUctL HeffiA-

\' {

(S ^ Jl o ^

* Â» . , . ^ I

ter

S^CUJJeJLy

^^^iMoujfrhi

—I -

„„..\'I

S OrT J C . CTS^O- f fe

-ocr page 294-

DE C O R N A V ï È N.

llrokmoY- Ridderlijk geflacht der Throkmomm, welk, zeer tal-rijk, iieef Henrijk,zonder kinderen zi jnde,heeft het aen den der-
doorluchtigh, en vruchtbaer in heerlijke verflanden, in de- den Koning Henrijk verkoft, de welke het met zijn zufler
ze wijk boven al gebloeyt heeft, na dat het met de erfge- ^ffileonoor aen Simon van ^iö^^/y^r/jGraef van Leicefter,ten
naem van
Speney gctïoutw^^- Nietvêr vanhier light ott^ houlijk gegeven heeft. En korts daer na, tuffchen haer ver-
fiey, het welk ook eertijdts vermaert was door zijn Heeren > vreemding en verfcheydenheyt van gemoet geraekt zijnde,
naemlijk de
Butlers, Baronnen van Wem, van de welke het zo heeft het, na dat Graef Simon in de Baronnen oorlog na
erflijk tot de
Ferrars, van Ou/Iey genoemt,gekomen is. Wel- veel fchadelijke beroerten gedoot was, een belegering van
ker erfdeel kortehngs tuflchen Ï.Heer van
Greifioke, en Ra- zes maenden uyt-geftaen, en zich eyndlijk aen den derden
duif
Nevill gedeelt is. Wat laeger aen de Arrow light Beau- Henrijk over-gegeven, de welke dit kafteel erflijk aen \'t ge-
champs-court, van den Baron van Beauchamp van Powik alzo flacht van Lancafter gegeven heeft. In welke tijdt hier een
genoemt; van den welken het door de eenige dochter van gebodt uyt-gegaen is, welk onze Rechts-geleerden, het
Edward
Willoughbey,At zoon van Robert Willoughbey,B^iïon gebodt van Kenelworth noemen, w^er door geboden was,
van
Broke, gekomen is tot Fulco Grevill, een man in Rid- dat al, die tegen den Koning de wapenen gevoert hadden,
derlijke waerdigheyt,en begaeftheyt der naturen zeer door- zouden betalen \'t gene haer landen in vijf jaren te huur de- i^CL
luchngh , wiens eenige zoon zich alzoo in de ware deught den, &c. Een heelzame ftrengheyt zonder bloedt tegen die
en oprechte edelheyt ge-eygent heeft, dat hy door de edel- oproerigen, de welke, op \'t gemeen verbittert, toen geeni-
heydt zijns gemoedts zijn geflacht vêr overtreft; voor wiens ge hoop, als door tweedracht, hadden. Doch onlangs was
grootfte verdienfte te my-waerts, fchoon mijn gemoedt het door mildadigheyt vanKoningin Eh zabeth een woon-
geen waerdige dank vertoonen nocht bewijzen kan; zoo plaets van Robert
Budley, Graefvan Leicefter, de welke,
zal ikze nochtans, fprekende en zwijgende, erkennen, en om hec zelve te verbouwen en ver9ieren, groote koften
roemen. gedaen heeft
;Zo dat\'et,\'t zy men de heerlijkheyt der gebou-

Hier by vloeyt in de Arrow de Alne, oft Alenm, de wel- wen, \'t zy men de wijdtluftigheyt der waranden aenziet,
ke,tufrchen de boffchen door-loopende,het koop-ftedeken zich ontwaerdigen zoude eenige kafteelen van Engelant te
Henley befpoelt; wiens by-gevoeghde kafteel bezeten heeft wijken,
het geflacht van
Montefort, welke groot-namige Edelen het Van hier, op dat ik de orde, welke ik zelve gehouden
zelve, om zijn geneughlijke gelegenheyt in t midden der heb in \'t reyzen, vervolge, heb ik
Selyhill gezien; maer in
boflTchen, met een Franfche naem
Bell-defert genoemt heb- het zelve is, behalven de kerk, niets beziens-waerdigh ;
ben; maer \'t zelve is nu, in zijn puyn begraven zi/nde, ver- daer na
Bremicham, vol inwooners en geluyt van Ambeel-
dwenen. Deze hadden haer af komft niet van \'t Almarifche den; want zy zijn meeft Yzer-fmeden. Het laeger deel van
geflacht der
Monteforts, maer van den Noorman Turftan het zelve is door-vochtight van \'t water, het hooger verheft
van
Baflanbergh-, doch haer erf-goedt is eyndlijk door de zich met fchoone gebouwen j wiens kleynfte lof niet is, dat
dochters gekomen aen de Baronnen van
Sudley, en de Fre- het edele en ftrijdtbare geflacht der Bremichams in Ierland
viüs. Voorts hebben wy aen de t\'zamen-loop van de Arrow, van hier haer oorfprong en naem heeft. Van daer op de uyt-
Mlcefler, en deze Alne, gezien Aulcejler, by Matchseus Pariftenfis terfte grenzen des lands ten noorden, roemt Sutton Colfield,
Aüencefter
, en beter; het welk de inwooners voor zeer ver- in een bofch-achtige en onaengename plaets, lan Voijy, Bif-
maert en out beroemen,en willen daerom dat het
Ouldcejler fchop van Exon, zijn Voefter-heer, de welke het ftedeken,
genoemt zy. Hier (gelijk men in de oude Inquifitie leeft) nu lang vervallen geweeft zijnde,onder \'t gebiedt van de der-
was de Franke Burg van de eerfte Heer Henrijk, en de zelf- de tlenrijk, met vryheden, gebouwen, en een School we-
de Koning heeft dien Burg gegeven aen Robert
Corbet derom heeft opgewekt.Vanhier,neder-dalende ten zuyden,
voor zijn dienft; en als de zelve Robert geftorven
is, zo is zy ben ik gekomen tot Coleshull, eertijdts de Clintons toe-be-
door af-daling gekomen op Heer Willem van
Botereux, en hoorende,en dicht hier by tot het kafteel MaxJlok,\\ welk de
Heer Peter, de zoon van Herbert; en als Willem van
Bote- Linfeys,Y{ezitn van Wolverley, de odingsels, uyt Vlaenderen
reux geftorven is, zo is die heltt der ftadt af-gedaelt in han- gefproten, en de clintons, welke in dit landt zeer doorluch-
den van Heer Reginald van
Botereux door af-daling, gelijk tigh geweeft zijn, als in een geduurige ry van erflijke navol-
als aen zijn erfgenaem, dieze nu bezit; en als Peter, de zoon ging tot Heeren erkent heeft.

van Herbert, over-leêd, zoo is die helft afgedaelt in de hant Wat laeger in\'t midden van dit bofch-achdghlandt light
van Herbert,de zoon van Peter. Welke Robert de zelve ge-
Coventrey, van het Convent, als wy gelooven,alzo genoemt,
geven heeft aen Robert van
chaundoys. Doch nu is \'t van dewijl wy zoodanigh een Convent een Covent oft Co ven ia
een groote ftadt tot een kleyne koop-ftadt van vele dingen onze tael noemen, en dit zelve dikwils in onze Gefchich-
verkleent; maer is zeer vermaert in koorn-markten. Wat ten,en de befluyten der Pauzen Cö^-t/é\'^/rw genoemt werde;
hooger tuffchen de boflTchen, welke nu verdunnen, zijn als hier in , oft de Biffchop van
Conventry is zijns zelfs niet
Wroxhall, alwaer Hugo van Hatton een kloofterken oft Ab- machtigh, oft fchijnt al te zeer de wetenfchap van zich ver-
dy gefticht heeft;
Badejley, eertijdts de Clintons, nu den Fer- dreven te hebben. Nochtans zijn \'er, welke willen, dat het
rars toe-behoortigh; en Balshall, eertijts een Fraceptorii der van dat door-loopende rivierken,heden Shirburn genoemt,
Templiers, welke haer Rogier van
Mowbray gefchonken en in een oude brief van de Abdy\'vint men Cuentford, zijn
heeft; wiens mildadigheyt tegen de orde der Templiers zo naem genomen heeft. Van waer ook de naem gekomen zy,
groot was, dat zy met gemeene rade befloten gehad hebben, in de voorige eeuw is het door wol- en hoeden-maken zeer
dat hy zelve alle de broederen, die iet tegen de inftellingen verrijkt, en was de eenighfte koop-ftadt van deze landen,
der orde zouden zondigen, en voor hem haer fchult beken- en, mits meêr als middellandfch, zeer bevolkt: als een ftadt
nen, zoud mogen vergeven en quijt-fchelden. En de leru- zijnde zeer bequaem van gelegenheyt, ruym, net, met vafte
falemfche Ridderen van de orde van S. lan , aen de welke veften
Voorzien; en met fchoone huyzen bebout, tuffchen
Vide Stat. de goederen der Templiers in Engelant vergunt zijn, (want de welke nvee ongemeene nabuurige, en als eikanderen be-
de Templ. ^^^ze voor-ouders achteden het toen ter tijdt voor zonde het nijdende kerken zich verheffen, de eene aen de H. Drie-
God-geheylighde te ontv/yen ,) hebben tot dankbaerheyt eenigheyt, d\'andere aen S. Michiel gewijt. Nochtans heeft
aen lan
Mowbray van Axeholme, den navolger van dien Ro- het niets van oprechte oudtheyt,en het aller-oudtfte fchijnt
bert, vergunt, dat hy en zijn navolgers in alle hare kloofte- het kloofter oft de Abdy geweeft te zijn, wiens vervalle
ren naeft den Koning zouden ge-eert worden. muuren wy beneven die kerken gezien hebben, welke Ab-

Mecr ten zuyd-ooften, daer de t\'zamen-loopende beex- dy de Koning Canut yoor de Nonnen gebout heeft, de wel-
kens tuflchen de waranden door in \'t meyr geftort worden, ke weynigh daer na verdreven zijnde, zoo heeft Leofrik.
het welk, terftont in oevers befloten, zijn loop neemt langs Graef der Merciers, in \'t c I
a x l jaer de zelve vergroot, en
jCenel\' een kolk, light Kenelworth, eertijdts Kenelworda, gemeen- als van nieus gebout, met zoo groot een befchouwing van
ivonh ge- iijj^^t^och qualijk, Killingworth, en \'t zelve benoemt een zeer gout en zilver (ik gebruyk de woorden van Malmesb.) dac
groot, fchoon, en fterk kafteel, van de waranden omheynt, zelfs de wanden der kerk te eng fchenen, om de fchatten te
het welk nocht Kenulf, nocht Kenelm, nocht Keneghs, als begrijpen; en voorts zijn, tot verwondering van de oogen
zommige droomen; maer Galfrid
Clinton, des eerften Hen- der aenfchouwers, van een balk vijftigh marken zilvers ge-
rijx Kamerling, en zijn zoon (als met voort-gebrachte bne- fchraept.En hy heeft de zelve met zo groot een erfgoet ver-
ven getoont kan worden) gebout hebben, na dat hy aldaer rijkt, dat Robert van
Linfey^ Biflohop van Lichfield en Ce-
cerft de kerk der Regulieren gefticht had. Maer dezes na- fter, hier zijn zetel, als tot een gulde zandt
-grondt, over-ge-
bracht

ton.

Oupy.

champs-
C9Hn,

JJenlej,

Bremi-
cham.

L^er in
Scacc.

Honwim
14.

Wroxhall.

Badejley.
Balshall.

Megifi.
Tempi.
OrdinisS.
Joan. Hier.

TnecnltjK.
Killing-
worth.

-ocr page 295-

u w

k - s

R

R

H7

bracht heeft : bm (want zoo fchrijft die Malmesb.) uyt de zwardt vck. En de laetfte Tan heeft Margriet > Heitogin
zelve fchatten der kerk te nemen , waer van hy des Konings van Nortfolk, de dochter van Thomas van
Brothertm, ee- \'
handt vervullen, de Pauflijke bezigheden bedriegen, en de trouwt, én by de zelve geteelt zijn dochter Elizabeth, wel-
gierigheydt der Romeynen bevattên mocht. Maér deze ze- k*e de waerdigheydt van Maerfchalk van Engelandt, en de
tel is na weynigh jaren wederom na Lichfield verhuyft. Zoo tijtel van Hertogh van Nortfolk aen \'t geflacht der yï/«»«;-
nochtans,dateenendezelfdeBiflbhópvanLichfïeld,envan gebraéht heeft. Ook is ^nW/^ niet vêr van hier,
Brink^

Coventry genoemt Wierd. De eerfte Heer van deize ftadt alwaer eeii oudt kafteel der Mowbrays was, aen het welk caftle.
(zoo veel wy weten) is die Leofrik géwéeft, dewelke wat vele omgelege hoeven behoort hebben; maer zijn de muu-
vergramt op de burgers zijnde, de zelve met zeer Zware rèn van dit door de oudtheydt der tijdt gantfchlijk vergaen, ,
fchattingen verdrukt heeft,welke hy met geen andere voor- als ook van \'t kloofter
Combe \\ hét welk de Camvils en Mow- De Ahdy
waerde heeft willen flenken, zijn huys-vroüw Godiva oot- ^r^j\'j met goederen befchonken hebben, en uvt welx af-
moedelijk voor de zelve biddende, als dat zy h\'aekt hét be- fchen de fchoone huyzen der
Harringtons in deze plaets
volkfte deel van de ftadt zoud om-rijden, het welk \'zy , met ontftaen zijn. Dien ten ooften trekt, gemoet terftont de
haer zeer lange hayren bedekt, van niemant,zöo nieh\'t ge-
Cefler-over der Greenw/s, waer van ik te vooren in het
meen gelooven mach, gezien, gedaen, en haer Covéhtriers voorby gaen gehandelt heb, waer neven de heyr-wegh der
van veel fchattingen in der eeuwigheydt verloft heeft. Vari Romeynen
WatLingfreet, ih \'t noorden dit Graeffchap van
Leofrik is zy door Lucy, dochter van zijn zoon Algerüs, iii Leicefter af-fcheydende , loopt door
High-cro([e , waer
\\ bezit der Cefterfche Graven gekomen; want de zelve wai Van wy nu gefproken hebben, by
Nonn-Baton , wélk eer-
getrout aen Ranulfde eerfte van dien naem,en derde Graef tijdts
Eaton genoemt wierd; maer als Amicia, de huys-
van Cefter uyt die ftam,dewelke aen
Coventry de zelfde vry- vrouw van Robert BoJJh, Graef Van Léicefter, als Hen-
heden,als Lincoln gehadt,vergunt heeft,en heeft één groot rijk Knighton fchrijft, het Nonnen-klobfter gebout had,
deel van de ftadt aen de Munniken gefchónken;en het ove- waer in zy zelfs een Non geworden is, zoo begon het van
rige en
chilmorey welk een heerlijke hoeveis dicht onder de de Nonn\'en Non-Eaton genoemt te worden. En het was in
ftadt gelegen,heeft hy voor zich en de zijne behouden. De de vorige eeuwen zeer vermaert door de heyligheydt der
welke geftorven zijnde zonder eenigh manlijk oir na te la- Nonnen, dewelke aldaer, gedüurigh in gebeden, een voot-
ten, zoo wierd dit erfdeel onder de zufters verdeelt, en
Co- beek van wel-Ieven gegeven hebben. .

njentry is tot Rogier van Mont-hault, door middel van de Dicht hier by heeft eertijdts het kafteel Ajleley gebloeyt, Afleley.
Graven van Arondel,gekomen. Wiens zoons zoon Robert de voorneemfte woon-plaets van het geflacht van Ajleley, De Baron
al zijn re^cht over-gelateh hfeeft, by gebrek van manlijke erf- wiens er%enaem eyndlijk rot een tweede vrouw gegeven Aftelej,
genamenvanzijnlichaem, aen de Koningin Ifabel, des Kb- is aén Reginald Grey, Heer van Ruthtn, uyc wieii de
nings (naemlijk des derden Edwards) moeder, om te bezit- Matk-gravên
Grey van Dorfet voortgekomen zijn, van wel-
cen zo lang als zy leefde, en dat het na haer doot zoude ver- ke zommige hier in hét heerlijkfte Collegie begraven zijn.
blijven aen lan van
Eltham, des Konings broeder, cn aen de Een weynigh hooger aén de WatUngjlreet, zoo noemen
erfgenamen van zijn lijf geteelt, en by gebrek van dien zou wy met het gemeene volk de heyr-wegh der Romeynen,al-
hec verblijven aen Edward,_ Koning van Engelandt, &c. waerde rivier met een fteenen brugh t\'zamen-ge-
want zoo ftaet \'er in \'t eynde van \'t tweede jaer vari dé der- voeght wort, heeft de aller-oudtfte ftadt M
and vessed vM,
de Edward: en deze lan Van
Eltham, namaels Graef van by Antoninus gedacht, plaets gehadt, welke noch van haer jnandmP
Cornwal gekoten zijnde, zoo is dezé plaets aen \'t Graef- ha\'em niet geheel beirooft is; want nu wort zy Mancejler ge- fedum,
fchap van Cornwal gevoeght. Van toen heeft het inzondei>» noemt, en in Ninnius naem-rè,ex Caer Mancegued. Welke ^n^
heyt gebloeyt, en dè Koningen hebben \'t zelve verfcheyde naem,wijl zy aen een fteen-kuyl light,waer uyt bou-fteenen
vryheden gegeven, inzonderheyt de derde Edward, dewel- gegraven worden, men mach vermoeden, dat haer van dé
ke toe-gelaten heeft een Schout,en twee Bailjouwen te kie- uyt-gegrave en uyt gehouwe fteenen gegeven is. Want uyc
zen, en de zefte Henrijk, dewelke, eenige by-gelege ftedc- dè aentekeningen der Britanfche tael leeren wy dat
Afain de
kens aen \'c zelve voegende, vergunc heeft, dat het op zich betekening van een fteen, en
Fojfward van uyt-graven in de
zelf een lichaem van een Graeftchap (ik fpreek, uyt de brief landt-fcael heeft; welke t\'zamen-gevoeght zijnde, die oude
zelve) niet der daet en naem Z;ijn zoude, en onderfcheyden naem
MandweJJédum uytdruklijk genoegh fchijnen te ver-
van het Graeffchap van Warwik. In welke tijdt hy voor dé tóonen. Hoe groot nu, en hoedanigh zy eertijdts geweeft
twee Bailjouwen twee Onder-graveri ingeftelt heeft, en de zy, heden is het maer een kleyn vlexken,welk naeulijx vecr-
burgers hebben de ftadt begonnen met zeer fterke vefteri tien huyskens telt, en niets oudts, als een oudt bolwerk ver7
te om-wallen: in dewelke zeer fchoone poorten zijn/en aen toont, welk zy
Oldbury, dat is, de oude Burgh,noemen. Want
die,
welke Goffordgenoemt is y zietmen een giroote fmuyl van d\'eene kant heeft de bevolkte koop-ftadt al-

van een groulijk wildt zwijn,het welk ghy mèenen zoud dat waer de hüyskens der Broederkens in een Kapel verandert, •
die Guido van Warwik, oft de bofch-Diaha onder\'t jagen welke nochtans de kerk van
Mancefler, als haer moeder er-
gedoot heeft,als het die put oft poel uyt-gewroet had,wélke kent, van dé andeire kant heeft
ikmn-Eaton door haer na-
heden
Swanfewell Poole, maer eertijdts 5ra7m^yj^^//genoemt buurigheyt het zelve uyt-geput. Dicht by Aterpne lighc
geweeft is, gelijk de geloofwaerdigheyt van de oude brieveii
Merivall,dat is, het vrolijke dal^zlw^èi Robert van Eerrars,
bewijft. ter eeren van Godt en de heylige Maeght, een kloofter op-

Wat de langte van deze ftadt belangt, zy wordt be|)aek gericht heeft, in het welke hy zeifin een oflTen-huyt begra-
met xxv deelen,
lii minuten, de breedte met lii graden , ven hght. Hier voorby ten noorden light Pollefworth,d\\wd.et
cn xxv minuten. En zoo veel van Coventry, het welk rioch- de lerfche maeghtModwena voor de heylige maeghden een -poiief.
tans niet van my is (op datik gaern
bekeiine door wien ik kloofter , door waen van heyligheydt zeer vermaert, op- worth,
gevordert héb) maer van Henrijk
Eerrars van Badejley.ten rightte, het welk de zeer edele man R. Marmion verbouwt

I^eeft,déwelke eertijts zijn kafteel in de buurt by

had. Omtrent de Saxfche eeuw heeft ook gebloeyt, Welk nü
byna vergaen

bald,Koning der MerGiers,in een inlandfche oorlogh in het Sec\\>m^tonl
£) cc xLix jaer, van Beared
doorfteken,geftorven is: en Be-
ared, korts daerna van Ofta omgebracht j heeft het Rijk

^AuPi^j.

Brand.

Caledon,
De Baron\'
nen Scha-
ven.

Vewape-

mnderSc-
SjTfCve»,

geweeft zijn ,• en Brand, eertijdts eéü wooning der Ver dons; door die zelfde fchelmeryj waer dooi: hy \'t ingenomen had,

ten ooften is Caloughdon, gemeenlijk Caledon, gelegen, verloren.

een oude woon-plaets van de Baronnen Segrave., van welké Nu ftaen ons de Graven van Warwik op te tellen; wanC
het tot de Baronnen
Berkley, door de tweede dochter van op dat ik Guarus, Morindus, Giiido, Trom-flager van En-
Th.
Mowbray, Hertogh van Nortfolk, gekomen is; Deze gelandt, en anderen van die flagh, welke ons de vruchtba-
Segraven, na dat Steven lufticier van Engelant geweeft is, re verftanden mét een worp gebaert hebben; nalate; Hen-
zijn zeer vermaert geweeft door de eer der Baronnen, en rijk, de zoon van Rogier van
Beaumont, de broeder van Ro-
hebben het erfdeel der
Chaucumbs verkregen , welkers wa- bert, Graef vm -Mellent, is de eerfte Graef geweeft uyC
penen zy ook van toen af gebruykt hebben, naemlijk een het geflacht der Noormannen, dewelke Margriet, de doch-
zilvere klimmende Leeuw, met een goude kföon op eeri tér vari Aérrioiic van
Hefdin,Graef van Pert, een machtigh

N ri n ö man#

ïop.

: Il

zeer loflijk man, zoo in doorluchtigheyt van geflacht, als in
kennis der oudtheyt, en zeer vriendlijk, dewelke my, hier
en elders dwalende,altijdt beleefdelijk de wegh gewezen,en
als een licht aen zijn lièhc ontfteken heeft.

Beneven Coventry ten noorden liggen Äußey, eertijdts
éen kafteel der
Haflings, dewelke Heeren tan Abergevénne

; iis

-ocr page 296-

CORN

A

D E

man, tot zijn huys-vrouw genomen had. Uyt dit geflacht
liebben deze eer gevoert Rogier, de zoon van Hcnrijk;\\ViU
lem, dc zoon van Rogier, welke in \'tdertighfte jaer van de
tweede Koning Henrijk geftorven is; Walleran zijn broe-
der; Henrijk, de zoon van Walleran ; diens zoon Thomas,
dewelke in \'t i6 jaer van de derde Koning Henrijk zonder
kinderen geftorven is,
nalatende zijn zufter Margeria, wel-
ke, Gravin van Warwik pijnde, onvruchtbaer geftorven is,
wiens twee
mannen no^chtans,eerftiijk lan Maerft:halk,daer
na lan van
VUcets, doör haer \'er vrouwen recht, en gunft
des Vorften, tot de eer der Graven van Warwic zijn verhe-
ven aeweeft. M aer deze zonder kinderen van die Margeria
geftorven zijnde, zoo is Wallerand, dc oom van Margeria,in
haer plaets geftelt, de Zelve inlgelijx zonder oor geftorven ,
zoo is zijn zufter Alicia in dit erfdeel getreden. Daerna haer
zoon^i\\\\em,Maledo£iMs,Maldmt,m Manduit genoemt van
Hanßap, dewelke zonder kinderen uyt dit leven verhuyft is.
Doch Ifabella, Willem
Mdduits zufter, cn aen Willem van
Beauchamp, Baron van -Elmeßey, getrout, heeft de tijtel van
Warwik acn het gcflacht van
Beauchamp gebracht. Dewel-
ke (zoo ik my niet bedricgh) om dat zy van de dochter van
Vrfus v2x\\Abm voortgefproten fijn,een beyr tot haer wapen
gebruykt. en aen haer nakomelingen nagelaten hebben.
Uyt deze ftam hebben zes Graven gebloeyt, cn een Hertog
Willem, de zoon van Ifabel, lan Guido, Thomas, dejonge
Thomas, Richard, cn Henrijk, dien dc zefte Koning Hen-
ïijk,op een nieuwe wijs, vergunt heeft, dat hy de voorneem-
fte en eerfte Graef van Engelandt zoud zijn, en deze tijtel
gebruykcn , Henrijk Voor-graefvan gantfch Engelandt, cn
Graefvan Warwikihy heeft hem Vorft oft Koningsken van
\'t eylandt Wicht genoemt , en namaels tot Hertogh van
Warwik verkoren; cn
door uytgedruktewoorden van een
verzegeling toe-geftacn, dathy een zit-plaets zoud hebben
in de Parlamenten, en elders naeft den Hertogh van Nort-
folk, cn voor den Hertogh van B uckingham. Dezen is ge- M. TarL
booten een eenige dochter Anna, welke in de Inquiflticn» H-
Gravin van Warwik genoemt wort, en in haer tecre jaren
geftorven is; en heeft tot navolger gehadt Richard ^IcTjill^
(dewelke de zufter van die Hertogh van Warwik getrouwt
had) een man van een onverwinlijk gemoedt, maer wankel
van trouw , en cenighzins ccn kaets-bal van \'c Avontuur.
Dewelke geen Koning hooger als de Koningen geweeft is,
als die den zeften Henrijk, Zijn weldadighftcn Vorft, van
het Rijk berooft, den vierden Edward op de ftoel geftelt.na-
macls wederom verftoten, den zeftcn Henrijk tot het hoog-
fte gezagh wederom geroepen, cn Engelandt indenfcha-
dclijkften brant van burgerlijken oorlog ingewikkelt heeft ^
dewelke hy cyndlijk zelf met zijn bloedt uytblufte. Na
hem is Edward, dc zoon van zijn tweede dochter, en van
Georgius,Hertogh van Clarencicn, gevolght, den welken,
noch een kint cn onnoofel, de zevende Henrijk, tot zijn en
der zijnen verzekering, onthooft heeft. Daerna hceft deze
tijtel onder dc voet gelegen, midts zy aen de achtfte Hen-
rijk tot een grouwcl was, om dc beroerten, welke die Ri-
chard
Nevill, dcr Koningen gccflTcl, verwekt hadtot dat de
zefte Edward de zelve aen lan
Budley, van de Beauchamps
gefprotcn,op-gedragen hceft, dewelke (als de voornoemde
Richard) pogende de Scepter \'t onderftc boven te keeren ,
onder de Koningin Maria zijn cergicrigheyt met zijn hooft
geboet heeft. Doch zijn zonen, en eerftiijk lan , als de va-
der nu Hertogh van Northumberlandt was, heeft na de
acngenome gewoonte deze tijtel een tijdt lang gebruykt:
en daerna heeft Ambroflus, met dapperheydt in den oor-
logh en begaeftheydt der natuur zeer verflert zijnde, door
gunft van de Koningin Elizabeth, die waerdigheydt zijns
vaders by ons geheugen verkregen,met grooten lof gevoert,
en is zonder kinderen geftorven.

Tkcim
Edïv.
3.
\'Rotuto

234-

In dit Graeffihap zijn 158 Tarochy-kerken,

WO RCE STER. SHIRE.

Et tweede landtfchap der Corna-
vien
wordt met een veranderde
naem nu in \'t Latijn
Comitatus Wi-
gormenjis
, by dc Engel-Saxen, van
de voorneemfte ftadt, Wipe-cea)\'-
t:cp-}-cypc,en gemeenlijk l^^^rÉ-^e-r-
shire genoemt , wiens inwooners
met de nabuuren , ten tijde van Be-
da,aleer Engelant in Graeffchappen
verdeelt wierd,
Wiccii genoemt wierden. Welke naem zoo
hun niet van de gebochtc rivier, aen de welke zy woonen,
gegeven zy,(want dc bochten en inhammen dcr rivicren,als
wy alreê gezeyt hebben, hebben de Saxen
Wtjk genoemt) zo
zal zy fchijnen van de zout-putten af-gekomen te zijn, wel®
ke de oude Engelfen in haer tael
Wtches genoemt hebben.
Want hier zijn zeer edele zout-putten, en vele zoute bron-
nen dikwijlsgevonden,dcwelke nochtans toe-geftopt zijn s
om dat \'er gebóden is (als men in de oude Schyden leeft) op
een plaets alleen zout tc kooken, om de boflchen te bezor-
gen. Ook is \'t geen wonder dat de plaetfen na de zout-put-
ten genoemt worden,wijl in alle landen ons door-gaens veel
plaetfen gemoeten; en de Duytfen , onzc voor-ouders, als
Tacitus getuyght, hebben Godts-dienftelijk gelooft, dat
deze plaetfen den hemel naeft komen, cn dat de gebeden
der menfchen nergens eêr van dc Goden verhoort wor-
den.

, Dit landt, ten ooften van Warwik, ten zuyden van Glo-
cefter , ten weften van Hereford en Salop, en ten noorden
van Stafford bepaelt, heeft, om met een woort te zeggen,
hemel en aerde zoo gunftigh , dat het in gezontheydt cn
\' vruchtbaerheyt zijn gebuuren niet en wijkt. En inzonder-
heyt vruchtbaer in pecren, dewelke, fchoon zy den lekkcr-
tanden niet aengenaem, maer wat af-fchuwigh zijn , zoo
wordt nochtans uyt haer wijnigh zap, dc verfierde wijn,
Tynj y ^y^^y genoemt, gemaekt,dewelke zy meeft gcbruyken,hoe-
lesrdranki ^^^ ^Y»^^^ diergelijke andere, kout en windigh is. En van

Wkcii.

ZoHt\'

water is \'t voorwaer niet min gelukkigh, want Overal zijn
zeer aengename rivieren, dewelke meeft zeer lekkere vifch
verfchaften. Want, op dat ik de minft vermaerde nalate,
door het midden van \'t landt ftrekt de edelfte rivier
Severne
zijn vruchtbare kolk van \'t noorden naer \'t zuyden, en het
wcfter-deel befproeyt
Ac A\'vone, dewelke uyt Warwik af-
daelt om in de
Severn te loopen. \'

De Severn fpoelt zelf in zijn inkomft eerft tuflTchen Kid- bidder-
derminßer,
en Beaudley door. Dit is van zijn fchoone gele- minder,
genheydt met recht zoo genoemt, want het light zeer ge- Beaudley,
neughlijk aen de weft-kant van de rivier op een nedcrhel-
lende heuvel, noch onlangs door de zichtbare lengte der
boomen in het by-gelcgc bofch van
Wyre, welke nu byna
verdweenen zijn; waer van onze oude Dichter Leiandus
aldus zingt:

V Vnmaek van als Schoon-plaetswaer niet als hloeffem
wöonty

Heefthooft met groene hlaèn van Wyres hofch bekroont.
Doch nu is \'t een fiedeken alleen vermaert door zijn ge-
neughlijkheydt en fraeyighcyt,cn door dc Koninglijke huy-
zingen
Tikenhall,wdkt de zevende Henrijk tot een vertrek-
plaets van Vorft Arthur gebout heeft. En dat
Kidderminßer,
het welk ook Kidelminßer genoemt is, hier tegen over ten
ooften; maer wat verder van de ftrant, is voorwaer een zuy-
vercftadt, en inzonderheydt een wei-verzochte markt van
alle veylige dingen , en door het door-lopende rivierken
Stoure gedeelt, nu meeft verfiert door een fchoone kerk, in \'
dewelke zommige uyt het vermaerde geflacht der O^jyx
begraven liggen, cn door dc fierlijke huyzen van het
doorluchtigh en Ridderlijk geflacht der
Blounts, uyt die van
gefproten : doch eertijdts was dczc plaets zeer be-
kent door zijn Heeren de
Biffets, de allerdoorluchtighftc
mannen van die eeuw, welker rijk erfdeel cyndlijk door dc
Zufters verdeelt, ten deel aen de Baronnen van
Abergeven^
ne
gekomen is, ten deel aen het huys der Leprozen in het
landt van Wilton,het welk een van die zufters,met leproos-

heydc

-ocr page 297-

E R - S H

WOR

R E.

E

heyt befniet, voorde Leprozen gebout,en met haer erf-goet voet van een berghsken een zeer zoetwater vloeyt. Op de-
verrijkt heeft. Namaels heeft het tot zijn Baron gehat lan zes oever worden eènige weynige putten gezien, matigh
van dewelke van de tweede Richard,by den wel- diep, en van zeer zout water. Als het water in ketels ge-

ken hy Senefchal van \'t Hofpitie was, door een Koninglijke kookt wort, zoo wordt het verdikt tot zeer wit Zout, en men
Saro» brief tot Baron BeauchAmp van Kidderminjier gekoren is; en zeght in \'t gantfche landt, dat van de geboorte des Heeren,
Èeamhamp terftont van de oproerige Baronnen met het gemeene volk> tot de geboorte van S. ïan de Dooper, hier zeer zout water
van lOd- dewelke al, die den Koning liefft waren,met vertreding van onrfpringt; \'t welk in\'t andere deel des jaers zeer zoet voort-
dermnjter, Konings aenzienlijkheyt tot rekening van het qualijk-be- komt, en tot zout onnut is,- en \'t welk ik wonderlijker acht,

diende gemeene beft geroepen hebben, tot \'s Konings fpijt als tot gebruyk van \'t zout het water voortkomt, ten deel ^ * De piaeu
met andere zeer doorluchtige mannen veroordeelt, en ont- Van \'t gelegene, zoo over-groey t het naeulijx, en als de tijdt ^ "verdcr^
Jhooft is geweeft. der zoutheyt aenkomt, zo wort het door geenige nabuurig-

Van daer de Severn,m}i krommer, Hertelhary, een kafteel heyt van \'t rivier-water gebroken, ook wordt in geenige na-
der Biftchoppen van Worcefter, niet vêr van hier gelegen^ buungheyt der zee gevonden. Ia zelfs in de Koninglijke ta-
begroetende,begeeft zich naer
Holt, V2.n een dicht bofch al- felen, welke Domefday genoemt worden, leeft men: In Wïch
zo genoemt, een kafteel eertijdts van de Abtots, namaels der zijn acht zout-putten des Konings en des Graven, dewelke
Beauchamps,Aewóke van Willem Beamhamp, by-genaemt de in de zelfde week als zy kookten en ofterden,op de Vrydagh
èlinde Baron, gefproten, tot een zeer heerlijk geflacht aen- 16 kookfels gaven, &c.

gegroeyt zijn, wiens erf-goedt eyndlijk door de vrouwen tot De Severn is geen vier mijlen van hier geloopen , of zy
Gyje m Penifton geraekt is. Van hier vloeyt de Severn af, zo Vloeyt voorby de by haer gelege hooft-ftadt van dit landt-
veel rivier-lampreyen voedende, dat de natuur voor dezel- fchap
Worcefter met een langzamer loop, even als verwon- Worcejlm
ve een vijver daer ter plaetfen fchijnt gemaekt te hebben, dert zijnde; en Voorwaer zy is verwonderens-waerdigh, \'t zy
gelijk als de Romeynen,aIs haer gulzigheyt aengroeyde.be- dat men haer oudtheyt, \'t zy dat men haer aerdgheydt aen-
dacht hebben. WynoemenzeZ^/^/^r^j^j, van der Latijnen ziet. Want der zelfde hebben Antoninus onder de naem
Lampetra, als van de fteenen te Hkken, dewelke gelijk dê van brannonivm,en Ptolomarus (by den welken de
aelen glat en zwart-achngh zijn, nochtans aen het onderfte zorgeloosheyt der Boekverkopers op zijn plaets uyt-barft)
deel een weynigh hemcKch-blaeu, aen beyde zijden van de onder de naem van
Branooenivm gedacht, met Brmögê
ftrot ontfangen zy
door zeven even-gelijke gaten het aen- welken naem het noch hcócti Caer Wrangon byde Britan- «^»"»o
genome water, wijl zy gantfch geen kuuwen hebben. In de nen genoemt wort, in Ninnius naem-reex Caer Guorangon,
Lente worden zy, als zoetft, meeft voor goedt gehouden; en Caer Guorcon , by de Saxen namaels Weo^ape-ceapjeji,
want in de Zomer verhart haer binnenfte zenuw , dewelke Wcjeopna-ceaftrep, Wipe-ceaftreji, ofhet van het dicht
haer in plaets van een vin is. En de Italianen makenze lek- wout
Wire zy, weet ik niet, by de Latijnen wort zy Wigornia
kerer met een byzondere faus, want zy doodenze met Kre- genoemt, welke naem onder de eerfte, zoo my niet qualijk
lifche wijn; fluyten haer mondt met een Muskaet-noot, en heught,de treflijkfte Dichter van die tijdt,lofeph van Exon,
vullen haer gaten met even zoo veel Garoftel-nagelen, en (dewelke onder de naem van Cornelius Nepos omgevoert
met keeren gerolt, kookenze met gemale hafe-nooten, wort) in deze zijn veerzen aen Boudewijn, Aerts-biflchop
kruym van broodt, oly, Kretifche wijn, en kruyden by ge-
Van Cantelbergh, gebruykt heeft:

Ku gr bey t de eer in tal, derd\' eylandt haekt na dy,
Aen wien Worcefter denkt. Kent leert u Bijfchoppy,
De Roomfche Pauzen-top heeft dy in haer gedacht,
tJVlits tot S. Pieters-fchuyt zy dy tot (luur^man wacht,
k Is waerfchijnlijk dat deze ftadt van de Romeynen ge-

1

iif
i ïn

f I;

Dmmch.

Zoute

bronnen.

mengde pruymen eenige oogen-bUkken in een geduurige
fmoor-pot. Maer wat heb ik ook met de kooken en Api^
dus te doen.

Beneden Holt o^cnt dc Severn haer weft-oever aen dé
aenkomftige rivier
Salwarp, welke, uyt het noorder-deel

van \'t land ontfpruytende,door Bromesgrave, geen ongeluk- bout is, dewijl zy , om de O ver-Severnfche Britannen te be-
Crffton. kige koop-ftadt, af-vloeyt, niet vêr van Grafton, de woon- dwingen,neven de ooft- ftrant van de Severn, even als aen de
plaets van het doorluchugh geftacht der
Talbots, dewelke zuyd-kant van den Rhijn, eenige fteden met een tuflxrhen-
de
zevende Koning Henrijk aen Gflbert7"///^<?/, de jongfte ruymte ftelden. Zy is gelegen op een matelijk fteyle plaets
zoon van Ian,de tweede Graefvan Salop,gefchonken heeft: aen de rivier , dewelke met een getoorende brugh t\'zamen-
den welken hy ook om zijn dapperheydt in den oorlogh en gevoeght wort, eertijts, gelijk \'er in een oudt Parkementken
uytnemende voorzichtigheyt, tot het gezelfchap van de or- ftaet, hovaerdigh op de veften der Romeynen, nu ook met
de van S. loris aen-genomen, en overCalis in Vrankrijk een genoegh vafte muur voorzien. Maer zy is ge-eert om
geftelt heeft; Van hier valt de
Salwarp af m-oxDroitwich haer inwooners, dewelke tal-rijk, beleeft, en rijk in wollen
(zommige noemen \'t
Durtwich, van de zout-putten en zijn Zijn, om het getal van haer kerken, en meeft om de Bif»
vochtige gelegenheyt, gelijk
Hyetus in Beoden van zijn flij^ fchoplijke ftoel, dewelke Sexvulf, Biflohop der Merciers,
kerige gelegenheydt alzoo genoemt is) alwaer drie bronnen in \'t
d c l x x x jaer alhier geftelt heeft, hebbende aen de
zijn, zeer vruchtbaer in \'t voortbrengen van zout, gedeelt zuyd-zijde der ftadt een Cathedrale kerk gefticht, dewelke
door een verfche
door-loopende rivier, dezelve ontfprin- dikwijls vernieut, en van de Biftchoppen en Munniken al-
gen door een byzondere gaef der natuur, waer uyt het zuy^ lenx tot in \'t weften, byna aen den oever van de
Severn, ge-
Verfte en witfte zout zes maenden lang jaerlijx , van de bracht is. Dit is voorwaer een fchoon en heerlijk gebou,
Maert tot in September, in omgeftelde ovens
uyt-gekookt vermaert door de graven van Koning lan, Arthur, Vorft
wordt, tot welk werk zoo groot een hoop houts verbezight van Walles,en eenige van de
Beauchamps-, ook is het Collegie
Pekenham \' wort,dat Tekenham Pt?r^/,eertijts een zeer dicht bofch,en de door de geleerde mannen, Proveniers genoemt, niet min
Torref. omgelcge boflchen,zo de menfchen zwegen,het zelve door vermaert, als eertijts het kloofter der Munniken, oft der Pa-
haer ydelheyt meer en méér daeghlijx
uyt-fpreken. En in^- pen was. Want hier in waren terftont na de gront-legging,
Richard de ik wilde fchrijven dat Richard de la Wich, Biflchop van even als in de andere kloofteren van Engelandt, geftelt ge- Getrmde
la
mch. Cicefter, dewelke van hier gefproten is, dezelve bronnen troude Priefters, dewelke lang met groote achting van hey- :Priefiers.
door zi;n gebeden verwekt heeft, ik vrees dat ik by zommi- ligheydt de kerken geheerfcht hebben; tot dat Dunftan,
gen te onbillijk tegen Godts Voorzienigheyt, en te genegen Aerts-biflTchop van Cantelbergh, in een vergadering be-
tot ouder wijven verdichtfelen zoude fchijnen. Zoo vêr is floot, dat de Geeftlijken in Engelandt voortaen ongehouwt
nochtans de Godtvruchrige licht-geloovigheyt onzer voor- haer leven moeften door-brengen. Want toen heeft Of-
ouderen gekomen , dat zy het zelve niet alleen vaftelijk ge- wald, Biflohop van deze ftadt, die dé zaken der Munniken
looft en befchreven hebben; maer ook aen den zelfden boven alle anderen oyt yverighft gevordert, de Priefters
Biflohop op die naem eenigh zich Godlijke eerbiedingen verdreven, en de Munniken weder ingevoert. Het welk
toe-geeygentna dat de vierde Urbanus hem om zijn we- Koning Eadgar met deze woorden getuyght: De kloofte- ^egijl^\'
tenfchap der Pauslijke rechten, en oprechtigheydt des le- ren zoo der Munniken als
der Maeghden waren vernielt, Ecckf. m-
vens, onder \'t getal der Heyligen geftelt heeft. Maer voor en door gantfch Engelant byna veracht,dewelke ik tot Gods uinno
de geboorte van dezen Richard heeft Gervafius Tilburien- lof,tot hulp van mijn ziel,befloten heb te herbouwen,en het
iis van deze bronnen aldus gefchreven, fchoon niet gantfch getal van Godts knechten en
maeghden te vermenighvul-
waerlijk: In \'t Bifdom van Worcefter is een vlek dicht on- digen, en heb nu zeven-en
-veerrigh kloofteren met Mun-
der de ftadt gelegen,
Wich genaemt, alwaer onder aen de niken en Nonnen gefticht; en zo my Chriftus zoo lang het

leven

-ocr page 298-

250 DE C O R N A V I E N.

leven vergunt zal hebben tot acn het vijfoghricgetaldcr tegen over byna op de zelfde ruymte van de andere kant
vergeving, zoo heb ik voorgenomen met de offering van der rivier afverheffen zich de veel klcyner heu- Breden-

fnijn mildadighéydt, Gode toegewijt, voort te gaen. Waer velen, nochtans als navolgers vèn de andere, onder dcwclké
van ik nu tegenwoordigh het kloofter, welk de eerwaerdige uytfteekt het kafteel
Elmejley, eertijdts aen de Xirfen oft Ur- Elmejltk
Biftchop Ofwald in zijn Biflchoplijke zit plaets Wi|-.e- van ^to toebehoortigh, door wiens dochter en erf-

ccaj\'cep, ter eeren van Godts heylige moeder Maria ver- genaemEmclin het tot dc Beattchamps erflijk gekomen is.
groot,en met het verdrijven van der klerken onnutte klach- Aen dc voet der zelve light het dorp
Bredon,v2iX\\ wiens kloo- Bndm^
ten,&c. voor de Munniken Godts Geeftlijke dienaers,door fter de Koning Offa der Merciers aldus fpreekt: ïkOffa,
mijn toeftemming en gunft onderftut, gebout heeft; ik be- Koning der Merciers, zal vijf-cn-tfeventigh morgen landts
Uk Wh \'
veftigh aen die geeftlijke Munniken , en verfterke en verze- tot tol geven aen het klooftcr, welk Breodun genoemt wort,
^e\'e met raedt cn toeftemming van mijn Vorften en Ede- in het lant der Wicciers, cn acn de kerk v^n S. Pieter, Prins
ien,&c.
lang genoegh daer na, als door de invallen der der Apoftelen , welke daer ter plaets gelegen is, welke Ean-
Deenén en dè inlandtfche oorlogen , de kerklijke ftaet zoo wulf, mijn groot-vader, op-geright heeft tot lof èn eer van
vervallen was, dat van die groote hoop der Geeftlijken, die den ceuwigh-levenden Godt.

Ofwald hier ingeftelt had,naei|Iijx twaelf overigh waren; zo By deze heuvelen van Bredon ten zuyden ziet men twee
Wul/lafu heeft Wulftan , die als Biflchop over deze kerk geftelt was, Witshborns (waer van een oudt en doorluchtigh geflacht in WMhhcrnl
omtrent het ci dlxxxx jaer, een man,als die tijden mede- deze wijk by-genaemt is) in een deélkcn van dit landt van Deelkgns
brachten,min geleert, maer van zo oprechte cenvoudigheyt \'t overige lichaem als af-gefchcyden, everi als ook de andere Graef"
zonder bedrogh, en van zo ftraffe ftrengheyt des levens, dat omgelege deelkens verfpreyt worden. Maér welk dc öor-
hy van de quaden gevreeft, van de goeden bemint, cn na zaek geweeft zy, zal ik niet zeggen, of \'t zy niogelijk dat dié overige
2ijn doodt van de Kerk onder\'t getal der heyligen geftelt gene, die certijts Overften geweeft zijn, haer erf-goederen
lichaem
is, dezelve verlicht, cn tot het getal van vijftigh vermeer- aen het landt, daer zy over geftelt waren, gevoeght heb- gefchejfdtn^
dert, en een nieuwe kerk gebouwt. Maer deze Munniken ben. Dc rivier Avon wat hooger naer de Severn loopende^
heeft, na dat zy in aller dingen ovcrvloet, meêr als vijf hon- valt hier af, cn befproeyt in dit landt
Eovesham ^ het welk de
dert jarcn,als het hooghftc gezagh gehat hebben,dc achtfte Munniken fchrijvcn van Eoves, Offen-hcrder van Egwin,
Henrijk verdreven, en Voor dezelve een Deeken en Prove- Biflchop van Worcefter, zoo genoemt te zijn, daer \'t cerft
niers geftelt, cn een School om de jeught te onderwijzen.
Eath-home,QXx Heat-field gtnotmi was. Een genoegh fchoo-
Neven deze kerk blijft de bloote naem, cn het voor-hof van ne ftadt, liggende aen ccn heuvel van de rivier op-rijzende,
een kaftecl, het welk (gelijk men in Wilhelmus Malmesbu- in wiens voor-ftadt eertijdts het kaftéel
Behgeworth was,
rienfis in het boek van de Pauzen leeft) Urfus, Van dc cerfte acn \'t hooft van dc brugh, het welk de Abt, Willem van
Au-
Willem tot Onder-graef van Worcefter geftelt, byna in de devil^ tegen Willem van Beauchamp ingehadt, ten gronde
keelen der Munniken zelfs gefticht heeft, zoo dat dc graft uyt-geroeyt, en tot een kerk-hofheeft laten wyen. Deze
een deel Van \'t kerk-hof wegh-nam. Maer dit kafteelken is ftadt is zeer bekent door het klooftcr, het welk die Edwin
door dc ftraf heyt des tijdts, en een fchielijke brant voor ve- met hulp van Koning Kenred , de zoon van Wolpher, Ko-
Marianm. le jaren vervallen. Ook heeft de brandt niet eenmael deze ning der Merciers,omtrent het dcc jaer gebout heeft; zy

ftadt befchadight; in \'t cid xli jaer is zy aengeftcken van is insgelijx bekent door het by-gelege dal, na dezelve The The naleef
Hardi-Canutus, welke, den burgeren zeer vyandigh, om vale of Emham, dewélke door haer vruchtbaerheyt verdient Evesham,
Huskarles,
dat zy zijn Hmkarles (zoo hebben zy die gene genoemt, die heeft, de fpijs-kelder van deze landen genoemt te worden;

den Deenfchen tol inhaelden) gedoodt hadden , niet alleen zoo mild is dit landt in alle zeer goede vrucihten voott té
het vuur in dc ftadt geworpen , maer ook alle burgeren ge- brengen. Maer eertijdts zeer vermaert door dc ncder-lacgh
doot heeft, behalven die zich op het rivier-cylant Bevcjilcj dcr Baronnen,en onzen Catilina Simon
i^.nMontfort,Qiz.é. Simon van
geborgen hadden. Niet-te-min heeft het, als men leeft in van Leicefter. Want die quaet-aertige en gantfch troulooze Montfort,
het boek van de eerfte Willem, ten tijde van Edward de man heeft ons dat geleért, \'t gene de ander wacdijk gezeyt
Confeffeur, vele burgers gehat, en zich Voor x v hijden be- heeft: dat de weldaden zoo vêr aengenaem zijn, als zy ver-
fchermt, als de munt verandert wierd, zoo gaf yder munter golden konnen worden. Want als de derde Koning Hen-
twinti^h fdiellingen te Londen, om de ftempels der munt rijk alle weldaden dien hy kon met handen vol op hem uyt^
te krijgen. In \'t
cid c xlii jaer heeft de fchielijke brant,wel- geftort,en hem zijn zufter ten huys-vrouw gegeven had,zoo.
kc het kafteel vernielde, ook het Opperfte der kerk befcha- heeft hy geen andere vrucht, als een zeer bittere haet, daer
dight: insgelijx onder
\'t gebiet van Steven is zy door de in- voor verkregen. Want hy heeft ccn zeer zwaren oorlogh
lantfche oorlogen eens en andermael verbrant,doch zwaer- verwekt,een groot deel van Engelant verwoeft,onder fchijn
lijxt,als Koning Steven,welke deze ftad aen Walleran,Graef van \'t gemeene beft te herftéllen, de vryheyt te Verzekeren,
van Mellcnt,tot zijn fchade gegeven had,dezelvc in-nam, in en hceft alles gedaen wat hy kon, om den Koning orde te
xz^l
wclke djt hy het kafteel niet kon overwinnen. Nochtans is ftellen, dc ftaet van \'t gemeene beft te veranderen, cn van
Zy uyt de vonken altijt fchooner opgcrezen,en heeft in bur- een Een-hcerfching een Veel-heerfching
té maken. Maer
gerlijkheyt zeer treflijk gebloeyt, al welke van twee Bailjou- eyndlijk, na dat hy een tijdt lang in voorfpoedt geweeft was,
wen, uyt
vier-en-twintigh burgeren gekoren, twee Ouder- is hy in deze plaets, door de dapperheyt van Vorft Edward,
lingcn oft
Aldermans, en twéé Kamerlingen bedient wórdt, met veel anderen in een rechtvacrdige flagh gebleven; ter*
met een gemeene Raedt, welke uyt acht-en-vcertigh bur- ftont, als of de modder-kuyl van alle rampen uyt-geput was,
geren beftaet. Wat acngaet de wijs der Landt-meeters; zy heeft de vrede, dewelke hy verbannen had, overal gefche-
light van de weft-lijn xxi tijden,Lii minuten; en de Noord- nen. Aen en neven de zelfde rivier light
Charletbn,eeiüjdis CharUton»^
pool wort verheven lii graden, xii minuten. toebehoortigh aen het oudt en doorluchtigh gcflacht van

Van Worcefter loopt de rivier, zich naer \'t zuyden ftrék- Hanfacre, doch nu aen de Dtnleys, oft Dingleys, dewelke, uyt
kende, voorby
Porvicke, eertijdts een woon-plaets van lan de oude ftam der Binleys in Lancafter gefproten, tot dit erf^
Beauchamp, den welken de zefte KoningHenrijk tot de deel geraekt zijn. Wat laeger was, in dc cerfte Engelfe Ge*
waerdigheydt van Baron verheven heeft,en kortlijk hebben meente, ook een andere plaets van Geeftlijken bewoont,
de
vrouwen het erfdeel aen de Willoughbeys van Broke, de toen Elcooanbypij, nu Flatbury,cn hier naby Vershor, by de Elathi^i
Beads,ew Lygons
gebracht. Van daer valt zy tuflchen de bree- Saxen Penipèopan, Van de Pecren genoemt, het welk,gelijk Pershou
de en riekende wcyden door, voorby Hanley, eertijts een ka- men by dien beften Gefchicht-fchrijver Wilhelmus Mal^
fteel van de Graven van Glocefter,en
Vpton,zm zeer beken- mesburienfls leeft,gefticht cn volmaekt is,ten tijde van Ko^
dc
koop-ftadt, alwaer zeer dikwijls Roomfche penningen ning Eadgar, van Egelward, Elertogh van Dorfct, geenzins
uyt-gehaelt worden. Niet vêr van hier ontfangt de
Severn gierigh van gemoedt,maer gantfchlijk tot mildadigheyt ge- .
de Mdferne htls, voorwaer leer groote cn hooge heuvelen, negen. Maer met wat een fchade is het zelve vervallen ï
oft liever
bergen,dewelke zich over de zeven duyzent fchre- eensdeels heeft het de eerzucht der rijken ingenomen,eens-
den meeft al
traps-wijs verheifen, en dit landt van Hereford deels de vergetenheydt begraven, en een groot deel hebben
af-fcheyden; langs welker toppen Gilbert de C/^r-?, Graef de Konirigcn Edward en Willem aen Weftmunfter ge-
van Glocefter,
eertijdts een graft geleyt heeft , om zijn goe- bracht. Van daer de Avon Zachtlijk vloeyende door Strens^
deren van die vande kerk van Worcefter af tc palen , welke ham, een wooning van dc Ridderlijke cn oude ftam der
tiöeh heden niet zonder verwondering gezien wordt. Hier
KuffeU* ftort eyndlijk haer wateren in de Severn,

Hiér

li

I

ii ; I

i H\'
li h

i\' I i

ii I

j;
i;

u li
\\i

» i

H f

Int XV
jaer van
Koning
Steven,

Hanley.
Pepton,

Ä

!

-ocr page 299-

W O R C E S T

Hier neven aen dit zuyder-deel ligt de Hondred Ofaald-
Jlam,
van Ofwald,Biflchop van Worcefter,die \'t van Koning
Eadgar voor zich verkregen heeft,alzo genoemt, wiens vry-
heyt , als Willem de Conciuefieur Engelandt zuyverde, met
deze woorden in de gemeene handelingen geftelt is : De
kerk van S, Maria van
Wircefier heeft een Hondred, welke
Ofraldjlarv genoemt wordt, waer in 300 hijden liggen, van
welke de BiflTchop van die kerk, na de inftelling der oude
tijden, heeft alle inkomften der Sochen, en alle gewoonte
daer toe behoorende, tot des Heeren huys-houding, en tot
des Konings en zijn dienft: zoo dat geenige Onder-graef
daer eenige klacht hebben kan, nocht in eenige wille-keur,
nocht in eenige andere zaek. Dit betuyght het gantfche
Graeffchap.

Daer is een plaets, doch van onzekere ftelling, omtrent
dit landt, welke Aujuj^ynef-ace, dat is,
Augu(lijns Eyke,gQr
noemt wórdt, aen de welke Auguftinus, de Apoftel der En-
gelfen,en de Britanfche BiflTchoppen t\'zaem-gekomen zijn,
en van \'t vieren der Paefchen, het verkondigen van Godts
woordt aen de Engelfen, en \'t bedienen van den Doop na
de Roomfche wijs, een tijdt lang met redenen getwift heb-
bende , zijn eyndlijk met twee-fpaltige gemoederen ge-^
fcheyden.

Dit landt heeft na de tijden der Noormannen tot zijn
eerfte Onder-graef gehadt Urfus oft Urfo van *
Abtot, aen
wien en zijn erfgenamen de
eerfte Koning Willem de erf-
gronden met deze waerdigheyt gefchonken heeft. En na
hem is gevolgt zijn zoon Rogier, dewelke (als Wilhelmus
Malmesburienfls verhaelt) zijner vaderlijke bezittingen
machtigh, door een zware ontwaerdiging van de eerfte Ko-
ning Henrijk verdreven is, om dat hy eenen van des Ko-
nings dienaers door een haeftige gramfchap had laten doo-
den. Maer deze waerdigheydt der Onder-graven is door
Emelin, de zufter van dezen Rogier, tot de ftam der
Beau-
champs
erflijk over-gebracht. Want zy is getrouwt geweeft
aen Wouther van
Beauchamp, den welken Koning Steven,
Milo van Glocefter af-gezet hebbende, tot Conftapel van
Engelandt gemaekt heeft. Weynigh jaren daer na heeft Ko-
ning Steven, Walleran, Graefvan Mellent, de broeder van
Robert
Bojfu, Graef van Leicefter, tot de eerfte Graefvan
Worcefter geftelt, en heeft hem de ftadt van Worcefter ge-

Aagufiines
oke.

De Graven
van Wme-
fter.

* By ands\'
m d\'Ab-
m.

Roherm de
Monte.

E R - S H I R E.

geven, de welke, namaels Munnik geworden zijnde, te Vra-
tellen
in Normandyen geftorven is in \'t jaer m c lxvi. Diens
zoon Robert, welke de dochter van Reginald, Graef van
Cornwal getrouwt had, zich oproerigh tegen de tweede
Henrijk geftelt heeft; en Roberts zoon Petrus is in hec
c ID c c 111 jaer weêrfpannigh tot de Franfen geweken, en
hebben alleen de tijtel van Graefvan Mellent, en niet van
Worcefter, gebruykt, na dat ik tot noch toe gelezen heb.
Want de tweede Koning Henrijk, Stevens navolger, heefc
niec lichtlijk toe-gelaten, dat iemandt onder hem de heer-
lijkheden, van zijn vyandt verkregen,genieten zoude. Want
hy heefc af-geftelc (als \'er ftaec in de laer-boeken van\'c kloo-
fter van
Waverley ) alle in-gebeelde en valfche Graven, aen
de welke Koning Steven,, alles wat geconfiskeert was, min
voorzichtlijk uyt-gedeelt had. En tot op de tweede Ko-
ning Richards tijden beeft niemandt, dat ik weet, de tijtel
van \'t Graeffchap Worcefter gevoert: want hy heeftze aen
Thomas
Fercy op-gedragen, den welken, als hem de vierde
Henrijk door een inlandfche oorlogh gedoot had, zo heefc
Richard van
Beauchamp, van de Abtots gefproten, deze eec
van de vijfde Koning Henrijk namaels verkregen. Na hem,
zonder manlijke erfgenaem geftorven, heeft de zefte Hen-
rijk, lan
Tiptoft, Onder-Koning van lerlandt, tot Graefvan
Worcefter gekoren. Maer, als hy terftont de zijden van de
vierdeEdward volgende,door een verkeerde gedienftigheyt,
na de wil van de vierde Vorft Edward, in \'t ftraften zich als
een Beul gebruyken liet, zoo is hy zelf onder de zefte Hen-
rijk, nu herfteit zijnde, onthooft, de Beulery onderworpen
geweeft. Nochtans heeft Koning Edward, als hy op nieu
het Rijk verkregen had, zijn zoon Edward geheelijk her-
fteit. Maer de zelve zonder kinderen geftorven^ en zijn
erfdeel onder de zufters van dien lan
Tiptoft, Graefvan Orlg.i.H^
Worcefter, gedeelt zijnde, welke tot mannen gehadt heb- 7. R* i^*
ben, de Baron van
Roos, de Baron Dudley, en Edmond /»-
goldefihorpi zoo was Karei van Somerfet, de natuurlijke
zoon van Henrijk, Hertogh van Somerfet» van de achtfte
Henrijk met deze tijtel vereert, den welken in de rechte
ry na-gevolgc zijn Henrijk, Willem, en Edward, die nu
bloeyt, en onder andere lofwaerdigheden van deught ea
edelheyc de oefteningen der goede konften genegentlijk
bc-
gunftighc.

Dit landt telt i^t Parochiën.

.tiJr

O O O «t

STAF?

-ocr page 300-

zyz

STAFFORD-SHIRE.

Dtidley

Sax omtrent het jaer dcc

den van de eerfte Willem, als in zijn Scharbock ftaet, van
Willem
Attfculfs zoon bezeten, en is namaels die van Some%y
toegevallen, doch eyndlijk heeft het de Ridder Richard
Sutton met zijn huys-vrouw, de erfgenaem der Somerüs, ge-
kregen , wiens nakomelingen daer van nu Baronnen van
genoemt, tot een zeer heerlijk geflacht voortge-
fproten zijn. Hier naer gemoeten oris in deze wijk deze ons voorftel te komen, komt die nu dikwijls genoemde en ft^^^^*
plaetzen, die gedenkwaerdigh zijn;
chellington-, zeer fchoo- te noemene heyr-wegh der Romeynen in dit Graeffchap,
ne huyzingen in een Mayerye van hec oude en vermaerde en het zelve eenighzins met een rechte lijn doorfnijdende,
geflacht der GifFards, welke Pieter Corbuchin onder \'t ge- ftrekt zich ten weften naer Shrop-Shire, dewelke ik met
biedt van de tweede Henrijk aenPieterCiftard gegeven een wel nieuws-gierigh oogh befchouwt heb, om Exo-
heeft, aen den welken Richard
Stronghor^ Verwinner e e t y m , welk Antoninus naeft aen M a n v e s c e-
van lerlandt,ook Tachmelin en andere plaetzen in lerlandt d v m ftelt, te vinden; en ik heb \'t nu ter goeder uuren
gefchonken heeft.
Vulfrtmes-hamton van de zeer godt- gevonden, en beken vryelijk dat ik te vooren van de gant-
vruchtige vrouw
Vulfrune, dewelke de ftadt te vooren Ham- iche wegh ben af-gedwaelt geweeft. Want aen die ruym^
ton genoemt, met een kloofter verrijkt heeft, waer van zy te, welke Antoninus ftelt tuflTchen Manvessedvm
voor Vulfrtmes- hampton qualijk Wolver-hamptongtnocmi en Etocetvm, ben ik gevallen op het lijk van een
wordt, welk meeft vermaert is door het bygevoeghde
Col- oudt ftedeken nevens den wegh,nauwlijx duyzent fchreden
den en de Proveniers van Windfoor.
Fheotem Lichfeld, zeer bekent door de Biflfchoplijke ftoel. De
hall, dat is, zoo men \'t vcrtaelt, der volkeren oft Heydenen naem der plaets is heden Wall in de gemeene tael, van de tt^alL
huys,heden Tetnall,m \'t d cccc xi jaer van den ouden Ed- over-blijffelen dcr veften, welke aldaer noch overigh zijn,
ward door het Deenfche bloet geverwt. heden en omtrent twee morgen landts befluyten, die Zy
Cajlle-

Weddsborrow van Ethelfled vrou der Merciers eertijts geve- croofl noemen, even als ofmen zeyd het veldt des kafteels.
ftight,cn
Walshall geen ongelukkige koopftadt. Neven wel- Waer aen, na \'t zeggen der inwooners, gelijk zy van haer
ke de imciTame haer wateren leyc,dewclke,niet vêr van hier voorouders verftaen hebben , een oudt ftedeken acn d\'an-
ontfproten , eenige mijlen lang, door de ooft-zijde van dit dere zijd van dc wegh gelegen heeft, en voor de tijden van
landjdcTrÉ-jï^^ zoekende,loopt dicht Willem de
Conquefieur vernielt is ; de zelve inwooners

woonplaets der Bajféts, dewelke onder \'t gebiedt van de eer- vertoonen een plaets, alwaer zy uyt dc groote gronden ra-
fte Henrijk van eenen Turftin af-komftigh, tot een talrijk nien een kerk geweeft te zijn, cn brengen tot zekerfte ge-
en vermaert geflacht voortgetcelt zijn. Want hier van zijn tu/gen der oudtheydt vele penningen der Roomfche Key-
de
Bajfets van Welleden, van Wkaomb, van Sabkootched^ zercn voort. Maer \'t geen meeft bewijft, is dc hcyrwegh,
le, cn andere, als van een ftam, voortgekomen. En van de- welke hier met een fchoone zichtbare en byna verknochte
ze van
Vraiton was Radulf de laetfte, welke zeer vermaer- dijk leydt, tot dat zy door dc rivier Penk doorbroken, cn
de Baron de zufter van lan van
Montfort Hertogh van Bri- door een fteenen brugh by Pennocrvcivm, na de Fennocrw
tannien getrouwt had, en zonder kinderen onder\'t gebiedt rivier alzoo genoemt, t\'zaem-gevoeght wordt, met dat
van de tweede Richard geftorven is, H: zeive begrijp tuflTchen beyden als Antoninus ftelt. Het welk

Van daer befpoelt de Tame, loopende onder de brugh by ook noch zijn naem niet afgeleyt hceft , want voor P e n-
Falkefley \'(over welke de oude wegh der Romeynen gele- nocrvcivm wordt het Penck-ridg genoemt. Doch Penkridg,
ramwrnh.
gen is geweeft) Farnrnrth, by de Engelfe-Saxen Tama- nu flechts een vlexken door pacrdc-markten vermaert, ^^
\' weojiD, Marianus noemtze Tamavvordina, zoo op de landt- welke Hugo
Blondt, Heer van deze plaets, van de tweede
grenzen gelegen, dat het cene deel, welk eertijdts aen de Koning Edward verkregen heeft. Voorts heeft deze wec^h
Mararions behoort heeft aen Warwijk,\'het ander, welk het niets gcdcnkwaerdighs in dit Graeffchap, als by Wefton
erfgoet der
Haflings was, aen dit landt geacht wordt. Het een klaer en taemlijk breetmeyr, maer loopt met cen recht
heeft zijn naem gekregen van de voorby-vloeyende
Tame, pat na Oken-yate in Shrop-Shire. Laet ons nu tot het mid-
en het Saxifch woordt Weop-nb, welk een hoeve bediet, delfte deel, welk de
Trent doorloopt, komen; in het welke
en ook een rivier-eylandt oft een plaets met wateren om- tc befchrijven ik voorneem den loop en boghten des riviers
loopen betekent, even als
Keyfers-weert en Bommeler-weert van haer bron af te volgen.

in Duytflandt des Keyfers-eyUndt en Bommels-eylandt. Als De Trent, welke als door haer recht zich de derde plaets ^
het Koningrijk der Merciers noch bloeyde, zoo was dit onder de rivieren van Engelandt toe-eygent, ontfpruytin
een Koninglijke ftadt, en gelijk
in \'c boek van Worcefter \'t hooger deel van dit Graeffchap, daer \'t zich ten weften

ftrekt.

Et derde Landtfchap dèr ftaèt, een zeer vermaerde plaets. Namaels door de Deen*
Cornavien, nu
Stajford-shi- fche oorlogh vervallen zijnde, zoo heeft het Ethelfled van
, in\'t
Saxifch Srarpjiö- Mercia wederom geheel opgebouwt, en Edith de dochter
fcy\'fic, en des zelfs inwoo- van Koning Edgar, welke, ëen afkeer van trouwen heb-
ners by Beda, om dat zy het bende, door waen van zuyverheydt onder de Heyligen ge-
midden van Engelandt be- telt is, heeft hier voor de geeftelijke maeghden een kloo-
woont hebben, middelland- fterken gebouwt, welk de yï/^r^^iö^j Noormannen, aen
fcheEngelfen genoemt,wort welke de eerfte Willem deze ftadt vergunt heeft, tot Pol^
ten ooften van Warwijk en
lesmrth over-gebracht hebben , als zy hier een Collegie-
Derby , ten zuyden van kerk oprichteden, in welke zommige graven van de zelve
Worcefter, ten weften van gezien worden ,• en een fchoon kafteel opbouwden, het
Salop omringt,en ftrekt ftch welk van haer door de
Erewills tot het geflacht der Ferrars
als een fpil van \'t zuyden naer \'t noorden, in \'t midden bre- gekomen is, welke van de jongfte broeder der Ferrars van
der en aen de eynden zich verengende. Het noprder-deel afgekomen zijn. Die als men fchrijft,

is bergigh en min geneughlijk, het middelfte, van de Trenc zijn erflijk eeren-Ridders van de Koningen van Engelandt
doorloopen , is lieflijker, met boflohen bekleedt, met wey geweeft. Want zoo dikwijls als \'er een nieuwe Koning van
The Kin^
den en akkeren verftertrgelijk ook het zuyder-deel,het welk Engelandt gehuldt wierdt, zoo was de erfgenaem van dit Campion.
vele fteen-koolen en yzer-aderen heeft j of het tot haer nut geflacht gehouden in volle wapenen in \'s Konings Hof te ^^^^
oft fchade zy mogen de inwooners weten en zelve zeggen, treden, en met voordachte woorden tot een twee-ftrijdt
In dit zuyder-deel vertoont zich eerftlijk het kafteel te beroepen, al die zich tegen\'s Konings gerechtigheydt
tdley naeft aen Worcefter, van Dude oft Dode de Engel- durfde ftellen. En \'t is zeker en gewis,dat Alexander Frevilh

gebouwt en genoemt; ten tij- onder de derde Edward , door dufdanigen dienft, als zy £.3,\'

\'t noemen, met ope brieven dit kafteel ingehadt heeft;
Van deze eer zijn nochtans de
Frevills op de Krooning
van de tweede Richard vervallen; en is de zelve door houw-
lijk aen \'t geflacht der
Dimocs in het landt van Lincoln ge-
raekt.

By de voornoemde brugh van Falkejley, om weder tot Watlmg

\'t Kafleei
Dndley,

Chelling-
ten.

\'i \'i

. 1 I

■■■ 1

Wolver-
Hampton

Tetnall.

Weddsbor-
row.

F)e rivier,
Tame.

Draiton
Bafet.

Bajfet.

k

-ocr page 301-

S T A B F O R

ft\'rèkt, uyt tWce nabuurige broilnen. Eenige onervare en
qualijk gevierde menfchen hebben gedroomt, dat zy van
het Franfche woordt
Trente genoemt, waer van zy ook
Verziert hebben, dat \'er dertigh rivieren in de zelve in-vloe-
yen, en dat \'er zoo veelerleye viflbhen in de zelve fwem-
nien, welker naemen de bywooners met een Engelfch rijm
üyt roepen: en zy twijfelen niet der zelve toe te fchrijven,
\'t gene de Hungaren haren Tibufcus toe-eygenen, dat
naemlijk twee deelen water, en het darde \'deel viflbhen
zijn. Van haer bronnen daelt zy met vele om-wegen eerft-
lijk naer \'t zuyden,niet vêr
vznNewCaJieelonder Lyme, ten
opzicht van een ouder \'t welk hier neven by
Chejlerton on-
der Lyme
eertijdts gebloeyt heeft, aldus bygenaemt; alwaer
wy de meer als half vervalle veften van een oudt kafteel ge-
zien hebben , het welk eerft, door gefchenk van Koning
ïan, aen Ranulf Graef Van Cefter toebehoort heeft, en
namaels, door gunft van de derde Henrijk , aen \'t geflacht
van Lancafter. Van daer loopt zy door
Trent-ham, eer-
tijdts
Tricing-ham, een kloofterken van de heylige en Ko-
ninglijke maeght Werburgh, naer de koopftadt
Stone, het
welk in de Saxfche eeuw gebooren, zijn naem van de ftee-
nen verkregen heeft, welke onze voor-ouders na haer heer-
lijke gewoonte t\'zaemgevoert hadden, om de plaets te be-
tekenen , alwaer de Heydenfte Koning Wolfer der Mer-
ciers zijn zoonen Vulfard en Rufin, om dat zy Chriftenen
geworden waren, zeer fchelmachtigh gedoodt heeft. Op
welke plaets ais de nakomelingen tot haer \'er gedachtenis
een kerxken gewijdt hadden , zoo is \'er terftont een ftadt
gegroeyt, en is de zelve na die fteenen
Stone genoemt, als
de Hiftory van Petersburgh verhaelt. Na
Stone loopt de
Trent zachtli jk door Sandon, welk eertijdts de woonplaets
geweeft is van de doorluchtige Ridderen
Staffords, en on-
langs door erving van den doorluchtigen Samfon
Èrdeswik,
dewelke een zeer groot lief-hebber van de eerwaerdige out-
heydt, en met deze naem niet min gedenkwaerdigh is, als
dat hy van Hugo van
Vernon Baron van Schip-brok, zijn
naem ten opzicht der woonplaets veranderende, eerft in
Holgrave en daerna in Br des-wik, door de rechte manlijke
lijn afgekomen is.

Hier by kromt de Trent haer loop ten ooften, en heeft
aen de zuydt-zijde het bofch
Canok, gemeenlijk Kankwood.,
zijnde wijdt en breedt uytgefpreyt, en ontfangt eyndlijk
aen haer flinker kant de rivier
Sovp, dewelke onfpruytby\'
Healey, een kafteel van de Baronnen van Adelegh of Awdley
gebouwt, aen wien Herv^eus van Stafford de plaets gefchon-
ken heeft, gelijk als Theobald van
Ver don Aldelegh zelf,ên
van de welke het geflacht der
Stanleys Graven van Derby
gefproten zijn; maer het erf en de naem is tot de
Touchers
gedaelt, in welker ftam en naem deze waerdigheydt noch
blinkt. Ook konnen wy hier niet verzwijgen de huyzingen
Cerards Bromley genoemt, zoo om haer heerlijkheydt, als
dat het de voornaemfte woonplaets zy van Thomas
Gerard,
den welken Koning lakob in \'t eerfte jaer zijns Rijx tot Ba-
ron
Gerard van Gerards Bromley gekoïcn heeft.

Deze Sow als een even4ijn vande Tf^;?/vloeyt met een
even-gelijke wijdte door
Chebfey, welk eertijdts de Haftings
tot haer Heeren gehadt heeft, en niet vêr van Bkkleshall
de woonplaets van den Biflbhop van Lichfeld, en Bllenhall,
welk eertijdts de wooning was van het doorluchtigh huys
der
Noèls , dewelke hier by Raunton een kloofter gefticht
hebben; en van welke het zelve erflijk gekomen is tot de
Harcottrts, dewelke uyt de oude Noormanfche adel lang in
groote waerdigheydt gebloeyt hebben. Uyt de manlijke oir
der Noëls zijn nochtans de doorluchtige Ridders Andries
No \'él van Dalby, en No \'el van Wellesborow in het Graeffchap
van Leicefter, en anderen nóch overigh. Van daer befpoelt
de
Sow Stafford, e.zïti]ó.ts Stat ford ^ en tevoren Betheney, al-
waer Bertelin weleer onder fchijn
van groote heyligheydt
een Eremijten leven heeft geleydt, en de
oude Edward heeft
aen de noordt-kant van de rivier in \'t r» C c c C x i
v jaer
een kafteel gebouwt. Als de eerfte Willem de zuyvering
van Engelandt inftelde (als in zijn
boek gelezen wordt)
zoo heeft de Koning in deÉe ftadt alleen X v 111 burgers
in zijn gebiedt gehadt , en x x verblijf-plaetfen van de
eere des Graven, en hy gaf van alle gewoonten negen
ponden fteerlinx. En in\'t zelfde boek:
de Koning heeft
geboden dat het kafteel gemaekt zoud worden, dat nu ver-
nielt lagh. En toen, gelijk ook nu, was het de hooft- ftadt

fteel onder
Lpne*

Stone,

Bijloria

■Petrpbur\'

\'genfs.

üÈrdeswik.
De namen
nade woon-
flaetzen
•verandert.

Kankpcod^

De Baron-
nen van
Audley.

Noel,
Harconrt.

Capgra-
vius.

Mmanm.

D-S H I R E.

van het gantfche landt, welke nochtans meeft vereert is
door het bygelege kafteel van
Stafford, het welk de Baron-
nen van St^ord zich tot een woonplaets gebouwt hebben.
Waer by het rivierken
Penkmctdic Sow t\'zaem gemenghc
wordt, welke de oude ftadt
Pennocrucio, waer van wy ge-
fproken hebben, benoemt heeft. En dicht by de t\'zamen-
vloedt van de
Sow en Trent light Tiks-hall, de woon- ^ .
plaets van het geflacht der Aftons, welk door haer oudt-
heydt en maeghfchap in deze wijk inzonderheydt vermaert
zijn.

De Trent, deZe wateren ontfangen hebbende, fnijdt
het landt nu ten ooften midden door, het kafteel
chartley,
twee mijlen van haer linker ftrandt gelegen, befchouwende,
het welk van Ranulf Graef vaft Cefter, die \'t gebouwt hadt,
tot de Ferrars, door zijn zufter Agnees, dewelke Willem *
vanGraef van Derby getrouwt hadt, afgekomen
is ,• uyt wiens ftam de Heeren Ferrars van
chartley ge-
bloeydt hebben, en Anna des laetften dochter heeft deze
De Baron-
eer, als haer houwlijx-goedt, munWoutttd\'Bu-, nen Ferreri

m^ATgebroght, van denwelken Robert d\'Biireux, Graef van Chart\'
van Eflex, en de Heer Ferrers van chartley gefproten
zijn. Aen de rechter oever by de zelfde wijdte light zeer
geneughlijk tuflchen de boflbhen
Beaudefert, eertijdts de Beaptdefèrh
huyzingen der Biflchoppen van Lichfeld, daerna der Ba- DsBaron-^
ronnen Pagets. Want Willem Paget^ dewelke om zijn \'fenl\'agei^
groote voorzichtigheyt t\'huys, cn buyten zeer gezien was,
heeft by de achtfte Henrijk , en de zefte Edward groote
gunft, en heerlijke goederen verworven, en is van de zefte
Edward tot Baron
Paget Van Beaudefert verkoorenen zijn
heef Thomas de vierde Baron bloeyt noch , dewelke door
zijn deught en oeflèning in de goede konften tot een fleraec
is van zijn geflacht, zoo dat men hem met deze naem door
cierlijke woorden ten hooghften behoort te vereeren.

Ml

Van daer ziet men Lichfeld , naeuwlijx vier duyzent LkhfieU.
fchreden van deze rechter oever der af-gefcheyden ,
Beda noemt het
Licidfeld, het welk Rolfus van Warwijk
het veldt der Lijken vertaelt, en verhaelt dat daer vele Chri-
ftciien onder Diodetianus gemartert zijn. De ftadt is ne-
derigh Van gelegenheyt, groot en fchoon genoegh , in twee
deelen door een klaer doch ondiep waterken gedeelt, de
welke nochtans door twee dijken , onder dewelke haer ver-
laten zijn, t^zaemgevoeght worden. Het zuyder dft her-
waertfte deel is wel het grootfte, en, in verfcheyde ftraten
bepaelt,vertoont een School, en hec heerlijke Gafthuys van
S. lan, gefticht om de armen te verlichten. Het ginswaer-
fte is kleener, doch verfiert door een zeer fchoone kerk, de
welke door een zeer fraeye omgang van veften gelijk een
kafteel, en met zeer treflijke huyzingen van Proveniers ,
en eeti Biflbhops Palleys omheynt, zich met drie fteenen
naelden zeer fchoon om aen-zien in de hooghte verheft,
en veel eeuwen lang der Biflchoppen woon-plaets geweeft
is. Want in het 660 jaer heeft Ofvius Koning der Nord-
anhumbren > na dat hy de Heydenfche Merciers over- ~
wonnen had , om de ware Chriftelijke Godts-dienft voort
te planten, in dezé plaets een kerk gebouwt, enDuina tot
eerfte Biflchop geftelt; wiens navolgers de gunft van dé
Vorften verkregen hebben, dat zy niet alleen de voor-
neemfte geweeft zijn onder aUe de Biflbhoppen der Mer-
ciers , en zeer ruyme bezittingen tot haer gebruyk verkre-
gen hebben , met vereering van het zeer groote bofch van
Kankwood oh Kanok, en zeer rijke hoeven: maer zy heeft
ook Eadulf tot een
Aerts-biflbhop gehadt, dien Paus A- het jaer
driaenden mantel gefchonken * en alle Biflbhoppen der 779-
Merciers en Ooft-Engelfen onderworpen hadt, bewoo-
gen door gulde redenen van Offa Koning der Merciers,
tot fpijt van leambert oft Lambert
Aerts-biflbhop van
Kantelbergh, dewelke den grooten Karei zijn arbeydt, zoo
hy Engelandt inviel, op-gedragen heeft. Maer deze Aerts-
biflbhoplijke waerdigheydt is mét Offa en Eadulf ver-
dwenen. Doch onder de Biflbhoppen is Ceada de ver-
rhaertfte geweeft, óm zijn
heyligheydt onder dcHeyli^
gen getelt, dewelke, gelijk Beda zeght, als de overdaedc
der Biflbhoppen gemoederen noch niec ingenomen had,
niet vêr van de kérk zich een
verblijf-plaets gemaekt heeft,
waer in hy heymelijk met
zommige, dat is, met zeven
oft acht broederen, zoo dikwijls als hy van den arbeydt en .
den dienft des Woordts geflaekt was, plaght te bidden
en te leezen. In die eéuw was Lichfeld een kleene ftadt,

ver

fis.A.

P P F P

-ocr page 302- -ocr page 303-

DE C O R N A V I E R

vêr van de bevolktheydt d-er Steden. Het landt rondtom nabuurigheyt van de lerfche zee. Uyt deze bergen vloéyèn

% bofchachtigh, endicht by vloeyt een beexken. De kerk m dit landt zeer veel rivieren, doch de voornaemfte zijn

was kleèn van gelegenheydt, de matigheydt en onthouding de Dove, Hanfe, churnet, Teyn , Blith , mdc Trent,

\'der ouden vertoonende. Als in een Vergadering in \'t c i 3 dieze al ontfangt en naer de zee fteept. De Dove, wiens De riviér

\'^-xxv jaer verboden wierdt, dat de Biffchoplijke ftoe- oevers uyt loutere kalk zijn op-^ebouwt, welke men hier,

len in geen kleene fteden moghten fchuylen, zoo heeft gebrantzijnde,omdelandentemeften , gebruykt, door-

\'Pieter BiffchopTan Licefeld zijn zetel naer Cefter over- loopt fnellijk dè meefte Ooft-zijde van dit landt, enfcheydc

oevoert. Maer Robert Limfey zijn navolger heefc de het van Derby door zijn leemige kolk, zonder eenige ftijk-

\'Zelfde tot Conventry gebraght; doch weynigh daer na banken, loopende langs die aerde , welke «yt die kalk

heeft Rogier Ciinton dezelve wederom naer Lichfelt ge- (die zy Limefione noemen) ontfpruyt, waer uyt zy diê

-bracht, en een zeer fchoone kerk in \'t ci D c x l v 111 vruchtbaerheydt zuyght, dat zelfs in \'t midden van de win-

..-jaer ter eeren van S. Maria en S. Ceada begonnen,en het ka- eer de weyden aen beyde oevers zeer vrolijk groenen,en zoo

fteel, het welk te gronde vernielt zijnde verdwenen is, her- zy uyt haer oevers wijkt, en in de maent van April de wey-

bouwt; doch de ftadt is by onzer vaderen gedenken van de den over-zwemt, zoo maekt zy dezelve als een tweede Nijl

VI Edward met de naem van Belliven Burgeren eerft Zoo vruchtbaer, dat de by-woohers gemeenlijk met blijd-

\'ingelijft. Zy ziet de hooghte van de Noord-pool op
graden x L11 minuten, en telt van \'t uyterfte weften x x -i
graden xx minuten.

Dat Lichfeldfche meyr, terftont binnen oevers geflo-
\'ten, en wederom verfpreydt, doch zich op nieuw in de
kolk verzamelende, wort haeftlijk in de
TVé\';^^ geftort, de-

lii

\'Alha^.

Bmtoh
f fon Trefst.

ï\'004.

fchap zeggen:

Tn Apr\'ill Doves flofod
Is worth a Kings good.
Dezèrivierzweltindetijdt van twaelf uuren alzoo, dat
zy fchapen en beeften wegh-rukt en met zich neemt, met
grooce fchrik der by-wooners; maer in de zelfde cijdc flenkc
welke zijn loop ten ooften volhardt, rot dat zy de rivier T^- zy, en betrekt zich weder in haer oevers; daer de
Trent eens
tne ten zuyden gemoet, waer meê de Trent verzelt zijnde, opwellende , en over haer boorden loopende, volle vier ofc
\'buyght haer loop af door Albaft-rijke plaetfen naer \'t noor^- vijf dagen de landen t\'onderhoudt. Maer komen wy tot de
den, om de Di\'f^\'te eerder te ontfangen, en fpoelt byna invloeyende rivieren. DeeerfteisdeH^w^, dewelke van de
rondtom
Burton, een ftadc door Albaft-wcrken, het kafteel aerde ingezwolgen aen de derde mijl uyt-barft. Van daer
dci Terrers, het oude kloofter van Ulfrik Graef der ontfangt zy tot haer gezellin de rivier , welke haer

*\'mlke\'0ek Merciers gebouwt, en door \'t vertrek van ^ Modwena een wateren drijft door De-la-Cres, een kloofter van de derde De-la-crei»
Mowema.
lerfche vrouw, eertijdts zeer vermaert. Van welk kloo- Ranulf van dien naem Graef van Cefter gebouwt, door

fter het boek van Abingdon aldus fpreekt: een dienaer Leike van zijn markt vermaert, en Aulton eertijts een kafteel Aulton»
van Koning Ethelred genoemt Ulfrin Spot heeft de Ab- van de Baronnen van Verdon, van dewelke het door de Tur-
dy van Burton gebouwt, en aen dezelve al zijn vader- nivalls tot de Tdbots Graven van Shrop-shire gekomen is.
lijk erf-goedt, op 700 ponden gewaerdeert, gegeven; en Het rivierken
Tein fpoelt een weynigh lager in de DoveA^\' Tein,
op dat deze gifte voor goede zoude gehouden worden, zoo welke niet vêr van cheddle^do, oude woon-plaets det BaJfetSy
heeft hy Koning Ethelred gegeven 300 Mancen goudts die van de Baffets van
Draiton haer ftam trekken, ont-
Voor zijn beveftiging, en yder Biflchop vijf Mancen, en fproten, kruypt met zoo krom een vloet,dat ikze binnen de
daer-en-boven aen Alfrik,Aerts-biiTchop van Kantelbergh, duyzent fchreden viermael over-gevaren ben. Hier naby
de ftadt Dumbleton. Op dat wy ook hier
Uyt zelfs ver- zijn op het kerk-hof van chekley dry fteenen als naelden op- Chekley»
•ftaen dat \'er toen gulde eeuwen geweeft zijn, en \'t gout ook gericht, van welke de twee met beeldekens befneden zijn,
in heylige dingen gegolden heetr. In dit kloofter is Mod- doch de middelfte is de hooghfte. De inwooners verhalen
wenna, welker heyligheydt in deze wijk zeer vermaert is, dat daer een flagh gefchiedtzy tuffchen twee heyr-legers,
begraven; en op haer graf zijn deze vaerzen tot een graf- van welke het een gewapenc, \'en het ander ongewapent
fchrift gefchreven geweeft: was: en dat in dezelve drie BiflTchoppen gebleven zijn, toe

Den op-komjl van Modmngeeft lerlandt y Schotlant*t ent i welker gedachtnis deze fteenen hier zijn geftelt geweeft.

Het graf geeft Engelandt, den hemel geeft haer Godt. Wat hiftorifche waerheydt hier onder gewikkelt zy, zie ik
Het leven, welk haer \'t eer/Ie landt gaf, \'t tweede fchent, noch niet.

Maer \'t darde geeft haer\'/ landt der landen tot haer lot. Dè Dove, n u met een brugh van loutere fteen over-dèkt.

Lanfortin neemt ze wegh, die Tir\'Conell verfchaft,
Gelukkigh Burton fluyt haer beenen in het graft.
Hier neven tuffchen de rivieren Dove, Trent, en Blith,

fpoelt dicht aen Mtcejler, in \'t Saxifch Utrok-cej^ep, lig- Vtcefier^
gende aen een zacht opgaende heuvel, en rijker in bloe-
yende weyden en beeft-werk, als treflijk in gebouw, het

mh.

(welke Blithfeld de fchoone huyzingen van hec oude en welkikte vergeefs door de naem, mijngiflSng verlokken-

doorluchtigh geflacht der Bagotts befproeyt en benoemt) de, E t o c e x v m , eêr ik \'c gezien had, meende ce zijn.

Bet hfch verfpreyc zich het groote bofch 2^edwood, met waranden Maer nu heeft de tijdt zekerer geleert. Daer na als de Dove

Needwood. vervult; en waer in de omwoonende adel den genoeghlijken nu naerder aen de Trent komt, zoo bezoekt zy het eertijdts

arbeyt van jagen naerftighlijk en geduurighlijk oefFent. En zeer groote Tutbury, het welk ook Stutesbury ge- Tuteshtt^*

deze dingen zijn in \'t middelfte deel van dit landt. noemt wordt, van een Albaften-heuvel het onderworpe

Het noorder-deel zwelt zachtlijk met kleene bergen, landt als dreygende , gebouwt van Henrijk van Ferrers,

dewelke hier ontfproten, even als de Apenninus door Ita- Noorrnannifch Edelman, met een kloofterken, aen den

hen, door \'t midden van Engelandt haer rugh met geduu- welken de eerfte Willem zeer heerlijke erf-gronden in die

rige coppen meêr en meêr verheffen tot aen Schotlandt landt gefchonken had, uyt alle welke Robert van Ferrers,

toe, de naem dikwijls veranderende, ftrekken; want hier Graef van Derby eyndelijk vervallen is, na dat hy weder-*

woïdcnz^ Moorelandt,d^etn2,Peake,n2im2it\\sBlakJlon Edge^ om van den derden Henrijk af-gevallen was. Want hy>

dznKraven Stanmore, tn eyndlijk in hoornen ge- als hy na vele beroerten by hem in den Baronnen-ooi:-

Momlant. «iee^c cheviot genoemt. Dit Moorelandt, zoo genoemt om logh verwekt , weder van den Koning in genade geno^

dat het tot bergen en heuvelen zich verheft, en onvrucht- men was, en met Voor-bedachte woorden belooft hadt irt

baer zy, hoedanige plaetfen wy in onze tael Moores noe- zijn plicht te zullen blijven 5 Zoo heeft die onruftige

men, is voorwaer een zoo fcherp, vuyl en kout landt, dac menfch, nochtans, om zijn avontuur, wèlk hy niet buy-

het de fneeuw lang befchermt,en hier van een boeren dorp- gen kon, te breken, de wapenen tegen den Koning aen^

ken genoemt Wotton, onder de heuvel Wever gelegen, dit gedaen; en eyndhjk gevangen zijnde, heeft, op dat ik uyc

vaersken van de buuren omgedragen wort, als oft Godt die de gemeene handelingen fpreke, na de form van zijn obli-^

plaets noyt bezoeken zoud: gatie, hier door de meefte fchade in zijn goederen en waer-

Wotton under Wever, . digheden geleden. In dit landt is elders een meyr (zoo ons

Where God came never. Nechamus niet bedrieght) waer in geen wildt dier op eeni-

De inwooneren nemen hier waer, dat de weften-windt, gerley wijs zal ingaen; maer wijl de plaets onzeker, en dè

uyt het weften blazende, altijdt regen-achtigh is, en dat zaek onzekerer zy, zoo zal ik alleen des zeiven Nechamus

de oofte- en zuyde-windt, welke op andere plaetfen re- vaerzen hier by voegen, waer voor tot een op-fehrift geftelc

gen-piflbrs zijn, hier moy-weder maken, \'t zy de windt worde:
^ich van\'t weften naer\'c zuyden keerc; en dit wijten zy de

Van

A

-ocr page 304-

m\'

SS

S T A F F O R
Van het meyr in Stafford.

JDit meyr is door gebrul een voorbood van V geval,

Welk zelfs na langen tijdt toe-komjlighJchieden zal.

Ceentvildt vertrouwt haer vliên, al fchoon \'t de honden
dringen,

Jafchoon \'t de doot dreyght^t zal niet in dit water fpringen.

Ook fchrijft Gervafius Tilbuxienfis van een ander meyr
in dit landt, in zijn Keyzerlijke ledigheden aen Otho de
vierde, aldus : in het Bifdom van Conventry , en in het
Graeffchap van Stafford, aen de voet van den bergh , dien
de in-boorlingen
Mahull genoemt hebben, is een water
wijdtveifpreyc als een meyr , in de Landery van de ftadt
die
zy Magdalea noemen. In dit meyr is zeer klaer water,
cn daer aen palen oneyndigc boflchen , welk water zoo
grooten kracht heeft om de lichamen te ververflchen , dat
zoo dikwijls als de jagers de herten en andere wilde dieren
vervolght hebben tot dat de paerden vermoeyt zijn, zoo zy

ƒ» hef hoek^
van het lof
dcr Godiij-
ke wijsheyt.

Gervafius
Tiiburiêfi-
fis.

D - S H I R E;

in de uyterfte hitte van de brandende zon dit water geproeft
zullen hebben, en haer paerden geleyt om te drinken , zoa
vermaken zy dc verloore krachten van loopen alzoo, dat
men meenen zoude,dat zy niet geloopen hebben.

Voorts is de tijtel van Stafford van Robert van Staf- Gratm
ford
, den welken Willem de Noorman met groote bezit- .

tingen verrijkt heeft, tot op onze tijden in zijn ftam verbic-
ven. Een oud en doorluchugh geflacht, zoo \'er eenigh is:
maer welk de wankelende beurten van \'t Avontuur dikwijls
beproeft heefti want eerft waren zy Baronnen van
Stafford^
daer na Graven , namaels Hertogen van Bukkingham en
Graven van
Stafford; doch nu zijn zy door haer noodtlot
tot de voorige tijtel der Baronnen wederom vervallen, cn
dc wijdtluftige erfgoederen , welke zy door zeer heerlij-
ke houwlijken verkregen hadden, zijn als vervlogen, en
is haer een vrolijker zorgeloos beydc gevolght, welke met
het Avontuur in der machtigen huyzen niet t\'zamen woo-
nen kan.

In dit Graeffchap zijn 150 Tarochyenm

S H R O I».

Q^q q q

-ocr page 305-

»arr

O f - S

ï R

S H

Et vierde van die landen, gen Oftorius en de Rfèomfche Legioenen befchermt heeftj
welke de
Cornavien eer- tot dat de Romeynen met het vernielen van dien rouwen
tijdts fchijnen bewoont te fteen-hoop, waer van de overblijffelen noch overigh zijn ^
hebben, by de
Engel-Saxen inbrekende, de ongewapende Britannen gedwongen heeft
6cinyp-fcy/ie, en Sftpobbe- op de toppen der bergen te wijken. Hy zelf is nochtans i
rcyjie, by ons
Shrop-shire,en zijn vrouw, dochter cn broeders gevangen zijnde, met de
hy dQL2Xx]nQ.nComitatm Sa-- vlucht ontkomen: maer namaels (gelijk tegenfpoedt ner-
lêpienfis, datis, het Graef- gens zeker is) van de Koningin Cartimandua, in welker
fchap van Salop, genoemt,is trou hy zich begeven had, aen Oftorius ovcr-gclevert, cn
veel grooter in ruymte als de naer Romen gevoert, na dat hy de Romeynen met cen lan-
andere, en niet minder in gen cn zwaren oorlogh geplaeght had; en heeft van Keyzer
vruchtbaerheyt en geneug- Claudius voor zich en de zijnen, niet door een onaertigh
lijkheyt; palende ten ooften aen Staftord 3 ten weften aen gebedt, maer door een edele vryheyt van fpreken, vcrkrc-
Montgomery en Denbigh; ten zuydén aen Worcefter, He- gen. Om deze overwonne heuvel en geVangen Koning ,
reford, en Radnor; cn ten noorden aen Cefter. Het is van heeft de Raedt zege-teekenen aen Oftorius beftemt, en dè-
alle kanten met veel fteden en floten beZet, als welk een ze doorluchtigc gevangnis vanCaratacus niet min geacht,
grens-landt, oft Frontier-landt was, om de aen-palcnde dan als P. Scipio, en L. Paulus dc overwonne Koningen
Walfch-Engelfen uyt tc weeren,waer vanpnze voor-ouders Syfax en Perfes aen \\ Roomfche volk getoont hebben. En
de grenzen van dit rant,nacr Walles,met een Engel-Saxifch hoewel de t\'zamen-raper Van onze Gefchichten nocht aeii
The Mar- ^voort The Marches genoemt hebben, om dat Zy dc fcheyd- dezen oorlogh, nocht aen deZen man gedenkt. Zoo is noch^
Zori Mat\' waren tuflchen de Walen en Engelfen : eenige Ecl®- tans het geheugen daer van by ^t gemeene volk niet t\'ccne^
chln. ^^^^ wierden Baronnen van Marchia, als Fron- mael vervallen. Want ^y ieggen dat er een Koning op dc^

Markzg^a- tier-Hecren genoemt, dc v/elke ieder in zijn landt een Pais- ze heuvel overwonnen is j cn in het boek der Drielingen
m graven vryheyt gehadt hebben, en zaten den inwooners tc wordt onder de drie voornaemfte Britannen in krijghs-za^
recht in haer hoven, met verfcheyde voor-rechten en vry- \' ken
Caradaux ^ Vrichjras de eerfte genoemt; en dat dc
heden: en onder anderen, dat dc 5 w/Vw uyt\'s Konings zelve Caratacus geweeft zy, dunkt my geenzins twijfel- *
^etdett
Hof geen plaets onder haer in eenige geifchillen zouden achtigh. \' \' fieykenarm.

, hebben.Niet-te-min,zo daer van de Baronnye zelve,oft van Daer wordt Ludlorp, in \'t Britanfch Dinan, cn Lys-trvyfoCy Ltidkm
de palen der Baronnyen getwift v/ierd, zoo moeft zy tot dé datis, des Vorften Palleys, aen de t\'zamen-vloedt van den ^
Koninglijke Richt-huyzen gaen. Deze waren ook eertijdts zelfden T
emdm met de Kove, op een heuvel verheven, cen
in\'t Latijn
Marchiones de Marchia Wallis genoemt,als blijkt i, ftadt van groote ftaeyheydt, als ouderdom. Rodet van
uyt het Roode boek in des Konings Scaccarium,alwaer men
Montgomeri heeft \'er eerft het zeer fchoon en fterk kafteel
leeft, dat op de krooning van de Koningin Eleonoor, huys- welk aen de
Kor-ve light, en daer na de veften welke om-
vrou van de derde Henrijk,de Mark-graven van de grenzen, trent duyzent fchreden in \'t rondt beenipt bVgevoeaht
te weten,vanWalles,Ian,de zoon van Alan,Ra^ulf van
Mor- Maer zijn zoon Robert verbannen zijnde, zoo heeft de eer^
lìanO\' timeer, ïan van Monmouth, en Wouther van Clijford,Myt de fte Henrijk het zelve voor zich behouden, en namaels be-
fy, naem der Marchia, zeydcn dat \'et het recht der Marchia was legert zijnde, heeft den aenval van Koning Steven kloek-
Zilvere fpitfen te vinden, en die te dragen, om een vier-kaiit lijk uyt-geftaen , de welke, als hy \'t met een zware belege-
purpuren zijden laken te onderftutten, op de krooning der ring drukte, zoo heeft het weynigh gefcheelt, of Fïenrijk,
Koningen en Koninginnen van Engelant. Maer die byzon- der Schotten Konings zoon, met een yzere hack van het
^Ure ha-
dere rechten der Mark-Heeren,heeft de geruftheyt der vre- paert getrokken zijnde,was binnen de veften getogen. Maer k»-
^ de, cn des Konings aenzien allenx veroudert. Steven zelf is hem terftont te hulp gekomen, cn meteen

Nochtans meen ik ook niet (dit luft my noch voor te zonderlinge grootmoedigheyt van zoo groot een gevaer
reden) dat dit gantfche landt aen de C o r n a v 1 e n toe- verloft. Daer na heeft de tweede Koning Henrijk dit ka- 1139.
behoort heeft maer alleen \'t gene aen dees zijd van de fteel met het bygelege dal aen de Korve, gemeenlijk Corves^ Matth!
\'vern
light: het over-Severnfche hceft den O r d o v i c e n dale genoemt, aen Fulco vart Bman gegeven. Namaels
toe-behoort,dc welke hier wijdt en breed gewoont hebben, heeft het aen de Laceys van lerlandt toe-behoort, en is door
van\'t welk
eenigh deel,als ook zommige landekens aen dees de dochter aen Galfnd van levemle, Pidouer, oft, als an- levemle*
Hen, zijd van de Severn, welke aen de Grens-heeren toebehoort dere willen , uyt het geflacht van Lotthringen, gekomen j
hebben, lang voor eenigen tijdt door \'t aenzien des Pada- van wiens nakomelingen het wederom door de dochtèr aen
mcnts aen dit landt gevoeght zijn. Want in deze twee dee- de
Mortimers, en daer na tot des Vorften heyHo:e erf-goedt
len kan alles bequaemlijk gedeelt worden,door de tuflTchen- erflijk geraekt is. En namaels hebben de inwooners zelve in
fnijdingvande^^i^^r;?, ftrekkendezichvan\'tzuyd-weften de boezem der ftadt, op een zeer verheven plaets, een
naer\'tnoord-ooften. \' zeer fchoone kerk, welke het maer een heeft, geacht.

In \'t over-Severnfche door-loopt de rivier Temdm, in Toen begon het in eer te zijn, en boven zijn gebuuren -
het Britanfch
Ttfidiauc, de zuyder-grenzen, met de wel- uyt te fteeken; cn hoewel Koning Steven , Simon van
Dê Clm- ke eyndlijk t\'zamen-vloeyt de Colun, in \'t Britanfch Colun- CAiontfort, en de zefte Henrijk het met inlandtfche oor-
■vloedu ^ en beknoptlijk Clun. ^Deze inwaerts ontfpruytende, logen gequelt hebben , zoo heeft het nochtans aldjdt her-

Btshcps niet vêr-van het volk-r^kc ftedeken, Bishops caftle genoemt, bloeyt, en nu mzonderhevt, na dat \'er de achtfte Henrijk
om dat het aen de Biflchoppen van Hereford toe-behoort de grens-vergadenng, die Franfe Parlamenten nfet onsrc-
heeft, welker Bifdom m dit landt zich wijdt uytftrekt, het lijk, in-geftelt heeft, wiens Voor-zitter oft Prxfident, hier
Clmc ca- kafteel Colun , gemeenlijK Clune caftle, benoemt, het welk gemeenlijk zijn Richt-huys houd, het welk ahy fchier nim-
p, de Tttz-Alanen, van Alanus, Flaold Noormans zoon, ge- mer zoud zien verflaeuwen, \'t zy door dc z?er crroote aen-
fproten , en namaels Graven van Arundel, gebout hebben, zienlijkheyt, die hy pleeght, \'t zy door de wonderiijke wak-
als zy Grens-heeren waren tegen de Hertogen van Wal- kerheydt der Walen om te pleyten. Deze Vergadenng T^^Coun
les, en de zelve met geduurige invallen quelden. En daer beftaet uyt de Heer Prefident, en zoo veel Raedts-hee-
cd ^n tkJ
Caef Cara-
zy met de Temdm t zamen-vloeyt, fteekt tuflTchen onze- ren, als \'t den Vorft believen zal, een Secretaris, een Attor- M^chu.
kere ondiepten uyt een heuvel van zeer oude gedachtnis, naet, een Solliciteur, cn vier lufticieren van de Graven van
den welken zy Gï^\'^C/ïr^-aföc noemen, om dat Caratacus, Walles.

die doorluchtighfte Koning der Britannen, de zelve in het Wat laeger aen de Temdus ziet men Burford, het welk ge- tmford
li 11 jaer na Chriftus geboorte met een fteenen wal voor- komen is van de nakomelingen van Theodoncus Say aen
zien, cn met een ftant vaft igh gemoedt met de zijnen te- Robert van
Mortimer, en van zijn nakomelingen insgelijx

aen

27
b.

dok,

Koninc
Caratacus.
Tacmts.
Humfr,
Zhfiid.

-ocr page 306-

257

H R

O

R

H

P - S

E.

am Galfred van Commé,dc welke zijn geflacht totRichard,
Graef van Cornwal, en Koning der Alcmannen betrokken
heeft, wiens ftam tot op deze tijden met de naem van Ba-
ronnen, maer niet met dc waerdigheyt van Parlaments-Ba-
ronnen, gebloeyt heeft. En
Bedford wordt van den Koning
bezeten, als men in de Inquifitie leeft, om vijf mannen te
vinden voor \'t heyr van Walles, en door den dienft van een
Baronnye. En die gene, op dat ik dit in \'t voorby-gacn acn-
teckene , welke een heele Baronnye bezaten, wierdcn eer-
tijdts voor Baronnen geacht; en, als zommige geleerden in
orts Burger-recht behaeght, Baron en Baronnye (als Graef
en Graeffchap, Hertogh en Hertoghdom, Koning en Ko-
ning-rijk) zijn een-aertigen geweeft.

De Temdtis nu Shrop-shire verlatende, zoo wellen byna

aen haer oevers ten noorden eenige kleynê heuvelen op ,
Cleehill genoemt, zeer geprezen door \'t voort-brengen van
de befte garft, ook niet zonder yzer-adcren, aen welker af-
fchrapfelen, in \'twijxken C/^j^^rj», Hugo van
Mortimeer
een kafteel gebout hceft, ^t welk de tweede Henrijk terftont
zo verdelgt heeft, mits het een vocdftcrkcn van oproer was,
dat \'er heden naeulijx de teekenen van overigh zijn: en
Kin-
let,
alwaer de Blunts gebloeyt hebben. Voorwaer de naem
der
Blunts, van het geelc hayr herkomftigh, is in deze wijk
zeer vermaert, cn haer gcflacht edel cn oudt geweeft, en
welker takken wijdt verfpreyt zijn. Daer na hebben wy
Brugmorfe, gemeenlijk Bridgnorth, aen dc rechter oever van
de
Severn gezicn, alzoo genoemt van de Burg, cn het by-
gelcgc bofch
Morfe, daer het te vooren flechtlijk Burg gé-
noemt wierd, befchermt door muuren, een graft, ccn groot
kafteel, en door dc
Severn, de welke hier zeer diep tuf-
fchcn de klippen door-vloeyt, en gelegen op een rots, waer
uyt de wegcn,naer \'t oppcr-deel der ftadt vliedende, gehou-
wen zijn. Eerft heeft het Ethelflcda, Vrou der Merciers, ge-
bout, en Robert van
Belifmo, Graef van Shrop-shire, heeft
het met ccn muur om-geven,cn is,op de aert dcr plaets fteu-
nende, van de eerfte Henrijk af-gevallen, gelijk namaels Ro-
gier van
Mortimer van dc tweede Henrijk j maer beyde met
ongelukkiger uytkomft, beyde tot over-gaéfgedwongen, en
beyde tot fchrik gebracht. In dezes belegering (als men in
de laer-boeken leeft) ztjud de tweede Henrijk met een pijl
door-fchoten geweeft zijn, had Hubert van
S. Clare, Ccn
Edcl-man, en den Koning zeer gunftigh, niet daer tuflchen
gekomen, en dc pijl cn dc doodt voor den Koning ontfan-
gen. Te voren had Radulf van
Tichford zich hier zo kloek-
lijk gedragen, dat de cerfte Henrijk hem het kleyne
Brug,
hier in de buurt gelegen, gegeven heeft,door den dienft van
drooge houten tc vinden tot dc kamer
Van \'t kaftecl van
Brug, op des Konings aenkomft. Weynigh hier van af is
Wtlleley, eerrijdts de wöon-plaets van Warnar van Willeley,
van wiens nakomehngen het door dc Harleys,Qn Beshals tot
het doorluchtigh geflacht van Lacon gekomen is, het welk
door houlijken eerdjdts met de erfgenaem van
Paffelerv, en
nu onlangs met de bezitnhgen van I.
Blunt, Ridder van Kin-
let,
zeer verrijkt is.

Daer zijn insgelijx noch andere fteden en kafteelen in
deze wijk doorgaens,
n2.cm\\i]kNewcaJlle, Hoptoncajlel, Ship-
ton.tn
aen de rivier Corve,Corvesham, \'t welk Wouther van
Clifford gehadt heeft door dc gift vande tweede Koning
Henrijk;
Brancroft, en Holgot, gemeenlijk H\'owgate, \'t welk
eertijdts aen de
Manduts, daer na acn Robert BUrneü, Bif-
fchop van Bathon, behoort hceft, en daer na aen de
Lovels.
Wat hooger zijn Wenlocke, nu door dé kalk,onder de tweede
Richard door een koper-mijn bekent. Maer in de Saxfche
eeuw veel bekender door de zeer oude wooning der Non-
nen , alwaer de zeer heyligc maeght Milburga geleeft heeft,
en begraven light : welke Graef Rogier van
Montgomery
herbout,cn met Munniken vervult heeft. ABon Burnell, een
kafteel dcr
Burnels, en namaels dcr Lovels, onder de eerfte
Edward vereert met een vergadering van
\'t Parlament* Dit
geflacht dcr
Burnels is certijts zeer vermaert en oud geweeft,
cn meeft van dien voornoemden Biflchop verrijkt. Doch
het
is onder \'t gebied van de tweede Edward vergaen, als de
erfgenaem Machteld trouwde aen lan
Lovell, en ten twee-
den acn lan
Haudlow, wiens zoon Nicol zich de naem van
^«r»<f^aengenomen heeft,van wien de
Ratcliffs,Qi2sm van
Sufl^ex, en andere haer geflacht trekken. Naeulijx duyzent
fchreden van hier light
Langley, laegh gelegen m een bofli-
ge warande, een wooning van het geflacht van het

CtrrnwAte.

Itr^. 40.
£.3.

Baron en

Fiafomye

ten-aeni-

èen.
£>

tkehiU.

ÎBluht in \'t
^oormms
geel hayr.

Brid^or-
ß-

Zé. Inq.

TViIky, oft
Wille ley.

Lacon»

Lik Inq.

CtùL
Afalmef.

j4Bcn Bur-
ma.

Baronnen
Bmnell,

J^An^y,

welk zich onder de doorluchtighfte en oudtftc ia deze wijk
rekent. Hier naby is
Condover, een Mayery, eertijdts van
de Lovels, doch onlangs vanThomas Orven, lufticier der
gemeene wille-keuren, en zeer groot liefhebber der ge-
leerthcyt ; maer de zelve is nu zachtlijk in Chriftus geftor-
Vcn,cn heeft een zoon na-gelaten, den Ridder Rogier,door
zijn veelvoudige geleerthcyt, zoo groot een vader zeer wel
waèrdigh. Doch het wordt van den Koning bezeten ( als
men in de handt-veften leeft) op den hals, om te vinden
twee voet-knechten op eenen dagh in het heyr van Walles,
ten tijde van oorlogh. Doch dit teeken ik daerom eens voor
al aen, op dat men verfta, dat de Edelen in deze wijk haer
Lecningen van den Koning bezeten hebben, op dat zy ge-
reet zouden zijn, om met Zoldaten dc landt-palen te be-
fchermen, zoo dikwijls de oorlogh tuflchen de Engelfen, en
die van Walles ontftond. Hier by is het dorpken
Fitchford, ^itchford,
(welk eertijdts het oudt geflacht van Pitchford benoemt
heeft, cn nu bezeten wordt van R.
Oteley, ) het welk onze
voor-ouders van de pik-bron alzoo genoemt hebben, mits
zy geen zwavcl-kolk van kley onderfcheydden. Want aldaer ^^^
is op de plaets van een byzonder perfoon een bron, waer op
dacghlijx klare zwavel-kalk, hoe naerftelijk daf men \'t daer
af-fchuymt, zwemt, even als in \'t Afphaltifche meyr van
ludeën, in het ftaende water van Samofaten, en in dc zil-
ver-bron van
Sicilien ; maer dc inwooners gebruykcn \'t nicc
als in dc plaets van pik. Doch of het krachtigh
is tegen de
Vallende ziekte, en kracht heeft om dc wonden t\'zamen te
trekken en te heden, &c. als dat loodfche, hceft niemant,
dat ik weet, tot noch toe héproeft. Meêr ten ooften ziet
men het nu vervallen kaftecl
Pouderhache, eertijdts Purle- ^"f^der^^
bache
genoemt,de wooning van Radulf Butler ,\')ong^e zoon
van Radulf
Butler van Wem, van wien de Butlers van Wood-
hall,
in\'t Graeffchap van Hertford haer geflacht trekken.
Hier by ftrekt zich wijdt tuflchen de bergen het
ho{c\\i,Huk~
florvforrefl
genoemt, alwaer by Stipertons heuvel zich groo- ^tifertont,
te bergen van fteenen, en eVen als klippen met hoopen ver-
heften, de Britannen
notmeme Carneddau tewion. Noch-
tans durf ik niet wel giften met anderen, dat deze van die
zelve geweeft zijn, welke Giraldus Cambrenfis met deze
woorden te kennen geeft : De laetfte Haraldüs heeft zelf te
Voct,en met een troep te voet cn lichte wapcnen,en met koft:
zijner vaderlant gelijkvormigh, zö kloeklijk gantfch Walles
öm-gegaen,en door-drongen, dat hy naeulijx eenige leven-
digh gelaten heeft. Tot teeken en gedachtnis van wiens ze-
ge men veel ftecnen in Walles, na de oude wijs in hoopen
opgericht ter plaetfen, daer hy verwinnet geweeft had, heb-i
bende dufdanige ingefnede letteren. Vint :

HIC FVIT VICTOR HARALDVS.

Dat is :

tJier is de Ver winner Haraldus geweef.

Meêr ten noorden light het kafteel Caurfe, welk de Ba- Caurjê;
ronnye van PiCter Corbet was, van wien zy gekomen is tot
dé Baronnen van Stafford : en het zeer oude hier naby-ge-
legc
Kouton, aen dc weftcr-grenzen des landts, niet vêr van Homon»
de Severn, \'t
welk eertijdts aen de Corbets, en nu aen \'t oude
geflacht der
Li/lers behoort. Doch te vooren quam het lan
Le Strange van Knokking toe, tot wiens fpijt Leolin, Vorft
van Walles, het zelve ter aerden geflecht heeft,als men leeft
in\'t leven van Eolco
Pitz-Guarin. Inde Roomfchc eeuw
heeft het met de zelfde naem gebloeyt, by Antoninus R v-
T V KIV M genoemti en wy konnen hier in niet valfch zijn,
Rmunium,
dewijl de naem en de wijdt-gelegenheyt, die hy van de zeer
wcl-bekende ftadt
Vriconio ftelt, zeer juyft over-een-komt.
Hier by zijn het kafteel
Abberbury en Watlesbury, het welk Watkshti^
van de Corbets tot het Edel en Ridderlijkgeflacht der Leigh- ry,
tons
gekomen is. Doch fchijnt het de naem van dic Burger-
meefterlijkc cn Koninglijkewegh
WatlingBreat gekregen
tc hebben, de welke hier langs tot in \'t uyterfte van Walles
gelegen heeft, als Ranulphus Ceftrenfis getuygt, door twee
fteden, na die gemeene ftraet
Strettons genoemt ; tuffchcn
welke,in een dal,noch de vervallc
muuren zijn van een oudt
kaftecl,
Brocards kaftecl genoemt, cn met groene wcyden, Brocards

vi^elkcvoor-tijdtsviffchcrycn geweeft zijn, omheynt. Maer

deze cn andere kafteelen, welke ik naeulijx tellen kan, zijn
niet door de verwoetheyt der oorlogh; maer door de zorge-
looze vrede, en vcrloope jaren eyndlijk over-wonnen, mee-
ftcndeel vervallen,

R r r r I-aec

-ocr page 307-

Sejptentflo

;

J" c.4 .r O Jl D J

RS.\\

Whitjvall cha^

O F r x\\ IN T S H T E. E V ^^^^^^

}\'N OJI.TH B R AD r O R H Oat^rUv

^^ ------/ i

\'^enhy Chap jff - - iQ,^ Â» Ahretin.

^Txljlocl Chof Prees laeatli ^

Stv^s Pars, (f

"IBifhlie^

.... ,

C o J^ J CT ^ CT O?

CfAjhct chyt
H V N n Jl E u.

5 ütrk JfalL

AUn^r Church^

li /n^\'v

R X .

U C -i^^i^r^M^e

! — jj.. Zumttncimch

fAhAriatuiot

Sala Cfte.
^(^reat \'harnvi^

iOi. - t -crunv, ^Sv

Wellvïiton A

fitóc^ A i »"

JCemUrbm.^

iéï-ï.....

Carleton.

A

ra.

Msrhaawt

XLttipmp\'ids.

^ lohv

rWtr-km imL. i*-.r,Me.-li;enli>h 1 ( V.

mUfS

-^ftm^UitS

Siutwl-

JP Jl R T

O T

thyrvdl \'r^Sr L AC V ^-tf/S

^ ^^^^^ i- .....Iv, ;

O.^r^i ^ \\ jm/^uliarte. IJ^-^-.: -^ift-vrwriy

STAFFoud

ChüJ C O yrnovtf-

^^ k^ , « J^ -m0M

\'Ckehmrjh

\\V^eIlli|,oole

^oad^-fha^h ^ Ziji^ntt

,) mudailt-

H vn P- f^^ ^^^

S s I R F.. j

Chirbvry Hv H n uvt^ ^^^^ AWi^fcw^i.

4 i

\'■^Itrdal.

lift\'

CheUm.

i^m

raas

H00 XotvMcn

^ a\'irbury 1

Montgomerje

^taaita

Jïardtvtcl^

Biiïiops caff

..^yfltifume

YMyM^tott HaO. :

O

2>ark j

T^l- iï 5

hery

S H I

..........O

j Hc^e-r ^\'^^^om.erj/.

\\r

O d^ T Q O M C J{ J ~

c

S Ai^OTiiiisrsis?

Ait^lice,
Shrop SHIRX.

1>

TCyntcn

Jl €,

meridiem

-ocr page 308-

zsS DE C O R

Laet ons nu, de rivier over-varende, tot het deel, weik
aen deze zijd van de
Severn light, komen, het welk wy ge-
zeyt hebben
den Cornavien eygen geweeft te zijn. Dit deelt
de rivier
Terna, van \'t noorden naer \'t zuyden af-loopende,
wederom eenigzins in twee deelen, welke rivier alzoo ge-
noemt is, om dat zy uyt een wijdt meyr (welke wy in onze
tael
Tearnes noemen) tuflchen Staftord af-vloeyt. In \'t her-
waerfte oft oofterlijke van deze deelen, daer de
Severn met
de
Terne verzelt wort, is Vriconivm geweeft, zo wort het
van Antoninus genoemt, welk van Ptolom^eus
Viroco-
NivM, van Ninnius Caer Vruach,vm de Engel-Saxen Wf>e-
kenceafrep, en van ons
Wrekceter, en Wroxceter gehecten
wordt. Der
Cornavien voorneemfte ftadt, en van deRo-
meynen,zoo \'t fchijnt,gebout, als zy dezen oever van de
Se-
vern
fterkten, mits de rivier hier, en niet elders lager na de
mont,waadbaer en ondiep is. Maer deze ftadt is,door de Sa-
xifche oorlogh verfcheurt,door de Deenfche geheel verval-
len,en is nu een zeer kleyn dorpken van^boeren,en vertoont
aen de ploegers dikwijls Roomfche penningen,als getuygen
van haer oudtheyt. Wy hebben hier niets gezien, als eenige
ftukken der veften, ( zy noemen \'t gemeenlijk
the old wor ke
of Wroxceter)
de welke van metfel-fteenen,uytwendigh met
der Britannen zevenvoudige orde onderfcheyden, en van
binnen met boogen op-gebout waren. Ter zeiver plaetfe,
daer deze dingen zijn, giflTen wy uyt de oneftenheydt der
plaets,de dijken,en de hier en daer verftroyde fteen-hoopen
der veften , dat een kafteel geweeft zy. ^Daerde plaets der
ftadt, en die wel ruym genoeg geweeft is, verzwart de aerde
meêr als elders, en brengt in overvloedt de befte garft van
deze gantfche wijk voort. Hierby heeft, na wy verftaen
hebben, die Roomfche krijgs-wegh, met de naem van
Wat-
lingflreat
bekent, oft langs een ondiepte, oft langs een brug,
wiens grondt-veften onlangs een weynigh hooger ontdekt
zijn, als zy een vifch-heyning (een
Weer genoemt) in de ri-
vier ftelden,
xccht nzct Strattons, datis, de jleden aen de
ftraet
, waer van wy flus gewagh maekten, geleyt hebben,
doch met een min fchijnbare dijk. Dezes
Viroconiums oude
naem vertoont zich uytdruklijker in de naefte bergh,
Wre-
kenhill
genoemt,andere noemenze Gilherts hergh,y^n wiens
top, welke aen een zeer geneuglijk dal over-hangt, een zeer
aengenaem uytzicht op het onderworpen landt zich rond-
om opent. Deze heuvel loopt zeer verre, zijnde met hoo-
rnen bekleet, en aen de zelve, daer de
Severn loopt by Bul-
deivas
, gemeenlijk Bildas, heeft een vermaert kloofter ge-
bloeyt, eertijdts de begraef-plaets van het doorluchtigh ge-
flacht der
Burnels,we\\ke Schuts-heeren van \'t zelve geweeft
zijn. Wat hooger is een wooning van de gelegenheyt aen de
gemeene ftraet, oft heyr-baen ,
Watlingjireet genoemt. En
hier beneven ziet men de overblijffels van het kafteel
T>a-
laley
, het welk de tweede Koning Richard, Richard Graef
van Arondel verbannen zijnde, met de macht des Parla-
ments gevoeght heeft aen het Vorftendom van Cefter,welk
hy op-gerigt heeft. En niet vêr aen de voet van dezen bergh
light in een laegh dal, aen die Roomfche krijghs-wegh, het
\\\\e:èicnOkenyate, wel bekent door een overvloedige ader
van Steen-kooien,op de zelfde wijtgelegenheyt, als Antoni-
nus,
zoo \\2Ln Viroconium, als van Pennpcrucium2&-
fcheyt, 200 dat buyten twijffel dit okenyate, dat Vfocona ge-
weeft zy. Ook ontkent zulk de naem zelf niet, want dit
woort Ts, welk by de Britannen laeg er betekent,fchijnt daer
by-gevoeght om haer laeger gelegenheydt te betekenen.
Aen de andere kant, onder dezen heuvel, ziet men het ka-
fteel
Charleton, eertijdts den Charletons toebehoortigh, wel-
ke Heeren waren van
Vorvis, enmeer ten ooften naeft aen
Staftord
Tong caftle,ecm]ts Toanghet welk de Vernons noch
onlangs herbouwt hebben, gelijk ook het Collegie in de
ftadt,
Adxdc Penbrigs, als ik gelezen heb, eerft gegront
hebben. En
de inwooners vertoonen hier niet meêr als een
klok, welke in
dc gantfche buurt om zijn grootte zeer ver-
maert is. Hier by light
Albrighton, onder \'t gebiedt van de
eerfte Edward cen woon-plaets van Radulf van
Pichford,
doch nu van de Talbots, dewelke uyt het huys der Graven
van Shrop-shire gefproten zijn.

Over dc rivier Tifr;?^\' light op den oever der zelve Drai-
ton,
alwaer in dc hitte der burgerlijke oodogen tuflohen het
huys van Lancafter cn York, een bloedige flagh, den Ede-
len van\'t landt van Cefter zeer fchaedlijk, geflagen was.
Want die, fchoon men byna met even-gelijk avontuur ge-

!

Stmton*
meketihili.

Bildas*

J)daUj*

Vs^mnAé
Okcnjm*

CharUton»

Ttchford.

Vraiton,

N A

fcheyden heeft, zijn, mits zy, twee-fpaltigh, het met beyde
partyen hielen, meéft gebleven. Daer beneden light
Hodntt
na genoegh aen de Ternenet welk eertijdts Edel-Heden van
de zelfde naem tot inwooners gehad heeft, van welke het
erflijk door dc
Ludleys tot dc Vernons gekomen is. \'t Wierd inq. a. 10.
certijdts bezeten van dc Heerlijkheyt van
MontgomeryAoox. E. 2.
den dienft van te zijn Senefchal van de zelve Heerlijkheyt.
Dc
Tern daer na, voorby eenige boere dorpkens geloopen
zijnde,ontfangt tot zich het rivierken
Rodan,en valt na wey-
nigmijlen
hyVriconium, waervan ik terftont gefproken
heb,
inde Severn. ken deze Rodan, als zy noch dicht by
haer bron is, light
Wem, alwaer de tekenen van een eertijdts
begonnen kafteel getoont worden. Dit is in de eerfte tijden
der Noormannen een Baronnie geweeft van Willem
Pan-
tulf,
van wiens nakomelingen zy eyndlijk gekomen is tot
de
Butlers, cn van deze, door de Ferrers van Ouftey, en de
Baronnen van Gr^jy/ö^éé-, aen de Baronnen ZJ^cr^-van
Gil-
leftand.t^iet
vêr van hier is op een boflfchige heuvel,of liever
klip, eertijdts
Rad-clijfe genoemt, in een zichtbare gelegen^
heyt een kafteel, van zijn roodachtige fteenen
Red caftle, en Red iajlle,
by de Noormannen Caftle Rous genoemt, eertijts de woon-
plaets der
Audleys, door dc befchcnking van Machtild le
Strange.
Maer nu is \'er niets, als dc verlate veften, overigh.
Naeulijx duyzent fchreden van hier light het byna verteer-
de lijk van een verftorve ftedeken. Doch zijn oudtheydt en
bouwers betuygen de Roomfche penningen, en die vloer-